Category Archives: Ambachten

Wapse – Winkel van Marinus Dijkstra – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 16) over het verleden van de bakkerij en kruidenierswinkel van Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1908 gepubliceerd.

Voor de bakkerij en kruidenierszaak van Marinus Dijkstra poseren veel buurtbewoners. Alle meisjes zijn links opgesteld en alle jongens aan de rechterkant.
Marinus Dijkstra werd op 24 augustus 1854 in Doldersum geboren en overleed op 30 september 1920 in dit huis. Hij was getrouwd met Geertje Wouwenaar (Bakkers Geertie), de dochter van bosbaas Marten Wouwenaar. Zij werd op 9 maart 1859 geboren te Berkenheuvel en overleed op 3 mei 1945 in dit huis. Hier werden hun kinderen Marten, Lambert, Arnold en Trijntje geboren. Geertje is de middelste van de vijf dames midden op de foto.
De broodoven werd met bakkersturf aangemaakt en vervolgens met takkebossen warm gestookt. Het brandhout werd gesnoeid uit holtwall’n of uit boerenbos in de buurt. Marinus Dijkstra betaalde een gulden tot een daalder voor honderd takkebossen.
Bakker Dijkstra had ook een lösse karre met kleppen, waarmee hij bee’j de weg ventte. Geertje deed de winkel, ze had wel aardig verstand van zaken.
Het winkeltje was niet zo groot, maar er was van alles te krijgen, onder meer groene zeep, lösse süker, zeemleer en kachelpoets. Jannes Santing (Jans van d’Olde Smit) wist zich nog goed te herinneren dat sien mow hum seins mit de pot hen Geertie stuurde um lösse stroop te koop’m. Remmelt Kamer herinnerde zich het sütholt voor één cent en de klompen die door elkaar op de zolder lagen. Hendrikje Buiter-Roelofs wist nog dat in de winter een ton met pekelharing op de grote deele stond. Voor een stuiver kocht je een zoute haring tegen de griep. Ze herinnerde zich ook dat ze ronde boll’n en zwarte roggestoete bakten. Ook kon eigen meel naar de bakkerij worden gebracht, waar dan brood van werd gebakken.
Tegenover de school en tussen het pand van Marinus Dijkstra en het daarachter liggende huis van Abel Kamer en Aaltje Pit lag het schoelpattie hen ‘’t Noave.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1959 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Marten Dijkstra is geboren op 28 maart 1893 in Wapse en is overleden op 18 augustus 1893 in Wapse.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren,
Arnold Frederik Dijkstra is geboren op 14 oktober 1900 in Wapse en is overleden op 2 april 1986 in Varsseveld. Arnold Frederik Dijkstra was getrouwd met Elisabeth Keizer.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Trijntje Dijkstra was getrouwd met Hendrik Trompetter.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief wordt vriendelijk verzocht meer gegevens van de familie Dijkstra aan de redactie te melden. Zie voor meer gegevens over de familie Dijkstra ook het artikel Foto van groep I van de Wapser skoele uut 1905.

abracadabra-535

Posted in Ambachten, Ansichtkaarten, Diever, ie bint 't wel ..., Neringdoenden, Wapse | Leave a comment

Het huisje van klompenmaker Johannes Leijer

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm – zo mogelijk – te publiceren in Opraekelen, het papieren blad (papier is erg geduldig) van de ingedutte heemkundige vereniging uut Deever.
Het lukte d
e redactie het navolgende tekst van de hand van Anne Mulder gepubliceerd te krijgen in nummer 01/1 (maart 2001) van Opraekelen. Anne Mulder schreef deze tekst in de loop van het jaar 2000 na het zien van de hier afgebeelde zwart-wit foto.

Omstreeks 1932 werd het hoekhuis aan de Peperstraat bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de coöperatieve verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Diever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman.
Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis aan de Peperstraat.
Ik vind zeker het vermelden waard dat pal naast het hoekhuis een klein huisje heeft gestaan, dat bewoond werd door de ongehuwde klompenmaker Johannes Leijer. Hierover zijn mij geen bijzondere gegevens bekend. Wel herinner ik mij nog dat bij hem een paar klompen tussen de tachtig centen en één gulden kostte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft de zwart-wit foto op 20 mei 1998 gemaakt; duizendpoot Klaas Kleine woonde toen nog op de hoek van de Grote en Kleine Peperstroate.
De coöperatieve verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ was gevestigd in het pand Heufdstroate 42, waarin onder meer ook de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (V.V.V.) en rijwielbedrijf Jan Warnders gevestigd zijn geweest.
Frederik (Frièrik) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse.
Johannes Leijer is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld en is overleden op 3 mei 1942 op 76-jarige leeftijd in Deever. De redactie weet niet of Johannes Leijer is begraven in Deever. Johannes Leijer trouwde op 9 april 1892 met Klaasje Lamberts. Zij is overleden op 24 december 1909 in Zwolle.
Johannes Leijer was volgens verschillende akten in de burgerlijke stand op jongere leeftijd huisschilder van beroep. Volgens Anne Mulder (hij had een geheugen als een pot) was Johannes Leijer in de Peperstroate klompenmaker; er waren meer klompenmakers in de familie Leijer.


Posted in Alle Deeversen, Ambachten, Klaas Kleine, Neringdoenden, Peperstraat | Leave a comment

Groeten uit Wapse – Grootmoeder aan ’t spinnen

De redactie van het Deevers Archief is graag bereid nieuwe aanwinsten te tonen aan de bezoekers van de webstee.
In dit geval betreft het bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die in 1908 werd verkocht door bakker Marten Dijkstra uit Wapse.
De spinnende vrouw is Janna Rodermond en de man achter het spinnewiel is haar zoon Gerard Rodermond.
Wat is die man toch aan het doen ?
Enig zoeken in de burgerlijke stand van de gemiente Deever, die te vinden is in de webstee Drenlias, leverde de volgende huwelijksakte van 6 april 1867 op:
Bruidegom: Arent Rodermond, geboren te Vledder; oud: 28 jaren; beroep: dienstknecht, zoon van Oost Rodermond, beroep: landbouwer, en Hilligje Hendriks Folkerts, beroep: zonder.
Bruid: Janna Vos, geboren te Vledder; oud: 31 jaren; beroep: dienstmeid, dochter van Pieter Jannes Vos, beroep: landbouwer, en Klaaske Klaassen, beroep: zonder.
Gerard Rodermond werd op 15 juli 1867 geboren op de Smilde (Hoogersmilde).

Abracadabra-456

Posted in Alle Deeversen, Ambachten, Ansichtkaarten, Wapse | Leave a comment

De hoefstal van de Kloeze an de Heufdstroate

Hoefstallen zijn nog steeds te vinden in allerlei soorten en maten en gemaakt van allerlei materialen.
Het paard wordt in de hoefstal geplaatst, waarna de smid rustiger en veiliger aan de hoeven kan werken.
Het gebruik van een hoefstal is niet echt nodig om een paard te kunnen beslaan.
Deze hoefstal heeft in elk geval nog tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw bij de voormalige smederij an de Heufdstroate in Deever gestaan.
Het is bij de redactie van het Dievers Archief niet bekend tot hoe lang deze hoefstal is gebruikt, immers als gevolg van de mechanisatie van de landbouw in de jaren zestig van de vorige eeuw maakten de boeren steeds minder gebruik en uiiteindelijk helemaal geen gebruik meer van trekpaarden.

Posted in Ambachten, Boerderijen, de Kloeze, Diever, Hoofdstraat, Landbouw | Leave a comment

Ik liz op ‘e knibbels en arbeidzje yn stien

In de Friese Koerier van woensdag 6 februari 1957 verscheen het navolgende bericht van de verhuizing van de bekende Friese straatmaker en schrijver Abe Brouwer naar Diever.

Abe Brouwer naar het Shakespearedorp Diever
Leeuwarden – Abe Brouwer uit Sneek, auteur van dertig toneelstukken, een jongensboek, een dichtbundel en een aantal romans, wordt gemeentestraatmaker in Diever, zo meldden we gisteren. Dat klinkt in eerste aanleg als een grap. Maar het is bittere ernst. Het is jammer voor Friesland, voor de Friese litteratuur en voor Brouwer zelf, zou men zo zeggen. Er is echter één, die het niet eens zo heel erg jammer vindt en dat is Brouwer zelf. Deze benoeming van Brouwer tot gemeentestraatmaker is minder merkwaardig dan men in eerste instantie zou denken, ook al is Brouwers jongensboek ‘Siderius, de granaet’ nog zo veel gelezen.
En ook al schreef hij de romans ‘Marijke’, ‘De Nijboer fan Lyclama State’ (in het Nederlands verschenen onder de titel ‘Harten en hectares’) en ‘Syn griete Kammeraedt’, en ook al is Brouwer de auteur van de Friese verzetsroman ‘Tusken dea en libben’, de in het Nederlands verschenen roman ‘De Zandduivel’, waarvan onder de titel ‘de Sandduvel’ een toneelstuk verscheen. En dan nog de zeer bekend geworden roman ‘De gouden swipe’, die ook in het Nederlands, Noors, Engels en Duits verschenen.
Het is allemaal niet zo merkwaardig als men weet, dat deze schrijver van komaf eigenlijk straatmaker is. Abe Brouwer komt uit een hele familie van straatmakers. De Brouwers hebben sedert tientallen jaren ettelijke kilometers weg in Friesland geplaveid, want Brouwers grootvader en vader waren straatmaker en hij heeft vijf broers, die dit vak uitoefenen. Zelf was hij straatmaker van zijn elfde jaar tot kort voor de oorlog en naast zijn werk in de vrije natuur schreef hij boeken.
Hij had succes, en na de oorlog had hij zoveel te schrijven, dat hij aan straatmaken eigenlijk niet meer dacht. ‘Maar toch bevredigde het mij nooit, dat ik hier rondliep als schrijver’, zegt Abe Brouwer, ‘en naarmate ik mij nu meer in bochten moest wringen, omdat de schrijver slecht wordt betaald, dacht ik vaker aan mijn vak. Vroeger beschouwde ik mijn beroep en de schrijverij als een ideale combinatie. Ik ben een man van de natuur en niet een man om altijd in huis te zitten. Toen ik de kans kreeg in Diever heb ik die gegrepen, omdat ik daar geestelijke uitwijkmogelijkheden heb. Ik kan er schrijven en ook op het punt van regisseren heb ik daar mogelijkheden. Diever is het Shakespearedorp, ik ga er met plezier heen. Ik ben geen man, die in hokjes past. Deze verandering is voor mij een terugkeer naar de natuur.’
Zo raakt Friesland dus Abe Brouwer kwijt, de schrijver die soms een omstreden figuur was en bij wiens vertrek men kan zeggen dat het Shakespearedorp Diever bij deze benoeming wellicht verder heeft nagedacht dan aan z’n straten. Brouwer keert terug naar de natuur en naar zijn oude werk. Niet voor niets noemde hij zijn enige dichtbundel ‘Klinkerts’ en niet voor niets schreef hij hierin: ‘Ik liz op ‘e knibbels, en arbeidzje yn stien, dat haw ik al myn libbensdagen hast al dien’.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief 
De webstee Wikipedia vermeldt de volgende informatie
Abe Brouwer (geboren op de Bergumerheide bij Noordbergum op 18 september 1901 – overleden in Franeker op 18 maart 1985) was een Fries schrijver en dichter. Brouwer publiceerde romans, toneelstukken en gedichten in het Fries. Deze werden vertaald naar het Nederlands en diverse andere talen. Zijn bekendste werk is ‘De gouden swipe’ uit 1941, die verfilmd is door Steven de Jong..
Na zijn school werkte hij als straatmaker in Friesland. Daardoor kreeg hij meer interesse in de Fries taal. Daarna werkte hij in een gesticht voor zwakzinnigen in Eindhoven. Zijn schrijverscarrière begon met het sturen van een gedicht naar het lokale Friese advertentieblad De Hepkema. Het ging hem bij het schrijven meer om het verhaal van de mensen dan de literaire beschrijvingen ervan. Als toneelschrijver schreef Brouwer vaak over het boerenleven. Samen met J.P. Wiersma was hij actief in het Nij Frysk Toaniel. Vooral vanwege zijn sterk in elkaar gezette karakters waren Brouwers stukken populair. Ook werden zijn toneelstukken opgevoerd in het openluchttheater van Diever.
In de periode 1958-1965 schreef hij aan de Veentjesweg (nummer 3) in Diever (dus buiten Friesland) de trilogie Springtij.

Zijn bekendste roman ‘De gouden swipe’ is nog steeds in de boekhandel verkrijgbaar.
Oude exemplaren van zijn boeken zijn bij handelaren in oude boeken te koop.
De vertaling van ‘Ik liz op ‘e knibbels, en arbeidzje yn stien, dat haw ik al myn libbensdagen hast al dien.’ in het Deevers is als volgt: ”k ligge op de kneej’n en waarke mit stien’n, dat he ‘k al mien leemsdaeg’n hoast altied edoane.’.

Abracadabra-321

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-396

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-322

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-394

 

Abracadabra-323

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-395

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-393

 

 

 

 

 

 

Posted in Abe Brouwer, Ambachten, Diever, Schrijvers | Leave a comment