Category Archives: Cultureel erfgoed

Bolder’n is een traditie die nooit verloren mag gaan

In Deever wordt gelukkig nog door een beperkt aantal mannen een spel gespeeld, dat vroeger werd aangeduid met de naam bolder’n, tegenwoordig ook wel ‘blok gooien’ (met een steen naar een houten blok gooien) genoemd.
Het vermoeden bestaat dat dit spel ook nog in Dwingel wordt gespeeld of misschien daar al niet meer wordt gespeeld. De redactie van het Deevers Archief zal hier onderzoek naar doen.
Vroeger werd ebolderd aan het begin van de Bolderhoek an de weg hen de Deeverbrogge en werd ook in Oldendiever ebolderd op de hof van Geert Kok en misschien ook wel op andere plekken in de gemiente Deever, later bij het Openluchtspel en ook wel in de bos op het kampeerterrein.
In een ander bericht zal worden ingegaan op de spelregels. Hier wordt vooralsnog een op 31 oktober 2002 door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto van het bolder’n op een terreintje aan de Dwasdrift in Deever getoond.

Posted in Bolderen, Cultureel erfgoed, Immaterieel erfgoed, Openluchtspel, Tradities | Leave a comment

Blik, Wringe, Boekweitenveen, Giere, Kleine Kwabbik

In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 december 1964 -alweer meer dan vijftig jaar geleden- verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van bouwland en groenland in café Brinkzicht an de brinq in Deever.

Diever. Ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo werd in café Brinkzicht te Diever bij toeslag, wegens voorgenomen beëindiging van het bedrijf, in het openbaar verkocht:
1.
Voor de heer R. Hummelen te Almelo:
Bouwland ’t Blik op de Westeres, groot 48 are 10 ca.
Kopers werden gebroeders Elting te Wittelte voor f. 3690,-.
2.
Voor de heer A. Vierhoven te Ruinerwold:
Groenland de Wringe bij de Bolderhoek, groot 97 are en 70 ca.
Koper werd de heer J. Pot te Wittelte voor f. 5650,-.
3.
Voor de  heer H.J. Bennen te Diever:
Groenland Boekweitenveen op de Westeres, groot 2.63.20 ha.
Kopers werden gebroeders Van Wester te Oldendiever voor f. 15.800,-.
Bouwland de Giere op de Hezenes, groot 46 are.
Koper werd de heer H. Offerein te Diever voor f. 3000,-.
Groenland de Kleine Kwabbik aan de Groningerweg, groot 62 are 60 ca.
Koper werd de heer W. Bakker te Diever voor f. 3440,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden bouwlanden en groenlanden aangeduid met hun eeuwen oude veldnaam. Hoe eenvoudig kon het zijn.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft met langdurend en geduldig uitzoekwerk gelukkig zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever in kaart gebracht. Deze hebben grote cultuurhistorische waarde. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude veldnamen van bouw- en groenlanden verdwenen.
Als men nu een willekeurige inwoner van de gemiente Deever vraagt waar ’t Blik, de Wringe, ‘t Boekweitenveen, de Giere en de Kleine Kwabbik liggen, dan zal die inwoner het antwoord hoogstwaarschijnlijk schuldig blijven.
Of wellicht weet die inwoner waar de Wringe heeft gelegen, omdat die veldnaam terug is te vinden op een straatnaambordje an de Deeverbrogge.
De redactie weet het niet zeker, maar denkt dan de gebroeders Elting nog leven.

Jan Pot is geboren op 3 augustus 1919 en is overleden op 12 november 1987.
De gebroeders Van Wester waren Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester.
H.J. Bennen is Harman Jan Bennen.
W. Bakker is Willem Bakker.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Diever, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Knallen met carbid wint terecht aan populariteit

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 29 december 1988 het navolgende bericht over het kebied scheet’n in Deever,

Neveninkomst voor de gebroederers Kleine in Diever
Knallen met carbid wint aan populariteit
Diever – Onze ouders wisten eigenlijk niet anders. Rondom de jaarwisseling lekker knallen met een blikje met carbid. Was je echt ruig, dan gebruikte je een melkbus en waren de dreunen tot ver in de omtrek te horen. Uren was je er mee bezig. Tegenwoordig wordt er voor miljoenen aan vuurwerk ‘verknald’. Lontje aansteken, weggooien, volgende ronde. Van echt tijdverdrijf is geen sprake, althans dat vinden de gebroeders Klaas en Berend Kleine uit Diever.
Ze zijn smid van beroep, maar hebben deze dagen bescheiden neveninkomsten aan de verkoop van carbid. Dat wordt de laatste tijd weer aardig populair volgens Berend, die namens de twee het woord voert. ‘Dit is het derde jaar dat we het verkopen en aanvankelijk waren we de enige in de wijde omtrek. Maar er komen steeds meer verkooppunten, zodat we vorig jaar tien kilo overhielden. Dat betekent tien procent van de omzet, want de gebroeders Kleine kopen niet meer dan honderd kilo in. ‘Het moet een lolletje blijven’ vinden ze.
Carbid is een gangbare afkorting van calciumcarbide, staat in de encyclopdie te lezen. Het is een verbinding van calcium en koolstof , die wordt verkregen door calciumoxide met cokes in een elektrische oven te verhitten. Met water geeft het acetyleen, Vroeger werd carbid gebruikt voor verlichtingsdoeleinden en bij het lassen. Tegenwoordig tracht een enkeling de mollen in zijn tuin met de gasontwikkeling van carbid te verdrijven. De mogelijke knaleffecten zijn echter de belangrijkste attractie.
Het toevoegen van de juiste hoeveelheid water is erg belangrijk, vertelt Berend Kleine. ‘Doe je er teveel bij, dan doet het niets. Dan heb je een te rijk mengsel. Dan moet je het blikje maar weggooien en weglopen en wachten tot hij helemaal uit is.’
Mits er verantwoord mee wordt omgesprongen, hoeft knallen van carbid niet gevaarlijker te zijn dan het afsteken van gewoon vuurwerk. Het is in elk geval veel spannender, want je moet er zelf heel wat voor doen om een mooie knal te krijgen. Doorgaans wordt een stevig blikje met een precies sluitend deksel gebruikt. Via een gaatje onderin wordt de carbid aangestoken. Dank zij de gasontwikkeling ontstaat de explosie. Doordat de deksel er af vliegt, blijft het blikje voor een volgende keer behouden, maar soms zoek je je natuurlijk wel een ongeluk naar deze afsluiter. ‘Wij deden er vroeger wel eens een lang touw aan’, vertelt Berend, wiens ogen gaan glinsteren bij de herinneringen aan vroeger. Een lang stuk touw is zeker geen luxe aan het deksel van een melkbus, waarmee ook wordt geschoten. Dat is zeker niet zonder gevaar, want zo’n zwaar deksel kan een eind vliegen. Ook komt het wel voor dat achter uit de bus, als het deksel er te stevig op is gedrukt, een forse steekvlam komt. Uitkijken, dus.
Voor de verkoop van carbid heb je geen vergunning nodig, zoals bij vuurwerk. Ook de jeugd loopt geen gevaar door de politie in de kraag te worden gevat. ‘Hoogstens voor ordeverstoring. De wet zal er nog wel op aangepast worden, denk ik. Een bromfiets die te veel lawaai maakt, mag toch ook niet.’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Berend Kleine (de grote Hendrik) beschrijft in het artikel op sublieme wijze hoe je op een veilige en mooie manier op oudejaarsdag en oudejaarsavond voor 10 gulden per kilo met carbid kunt schieten. Het artikel is een kleine maar goede handleiding voor de doe-het-zelver.
Lekker bolder’n zonder de aanwezigheid van politieagenten en zonder de hinderlijke bemoeienissen van de voorkant van het gelijk. Heeft de voorkant van het gelijk de verkoop van carbid inmiddels al vergunningsplichtig gemaakt ? Dat zou best eens zo kunnen zijn.

Abracadabra-441

Posted in Carbid schieten, Cultureel erfgoed, Erfgoed, Hoofdstraat, Tradities | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Kalkovens staan op instorten

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 21 januari 1983 het navolgende artikel ‘Voor 1 februari omheining Kalkovens in Dieverbrug’ naar aanleiding van gedoe over de bouwvallige restanten van de kalkovens an de Deeverbrogge.

Burgemeester en Wethouders van Diever hebben eigenaar H.J. Schoenmaker uit Haren gesommeerd vóór 1 februari de kalkovens in Dieverbrug af te schermen voor het publiek. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat stukken van de schoorsteenpijp naar beneden vallen. Twee jaar geleden is dat al eens gebeurd, overigens zonder dat zich ongelukken voordeden. Ook toen hebben Burgemeester en Wethouders gevraagd te zorgen voor een deugdelijke afrastering rond de uit het begin van deze eeuw stammende kalkovens. Hieraan heeft Schoenmaker niet voldaan.

Omdat het gevaar voor instorten nog groter is geworden, wil het college op grond van de bouwverordening nu kracht achter het verzoek zetten. ‘De tand des tijds heeft haar nimmer aflatende invloed steeds sterker doen gelden.’ staat in een brief aan Schoenmaker. Hij krijgt een maand de tijd in beroep te gaan. Anders zal de gemeente op zijn kosten voor een deugdelijke omheining zorgen. De gemeente heeft overigens al diverse pogingen ondernomen de kalkovens te behouden. ‘Ons is gebleken dat de helft van de kalkovens in ons land de laatste jaren verloren is gegaan.’ zegt burgemeester H.G. Overweg. ‘Het is goed om er dan een paar te bewaren. Deze ovens zijn daarvoor uitermate geschikt, omdat uit de plaats een relatie blijkt met de omgeving. De schelpen werden altijd aangevoerd via de Drentsche Hoofdvaart.
Als bestuurslid wist Overweg de Stichting Oud-Drenthe voor de ovens te interesseren. Onderhandelingen met de eigenaar liepen echter op niets uit. ‘Schoenmaker vroeg zo’n hoge prijs dat de stichting daar niet op in kon gaan. Er zijn altijd mensen die denken dat in een dergelijk bezit geld zit. Het is echter eigenlijk een negatief bezit, want je hebt er geen donder aan. Voor het behoud van de ovens was het voor de stichting echter wel interessant.
De suggestie van Schoenmaker de gemeengte de oven te laten opknappen leverde geen gehoor op. ‘Wanneer je geen eigenaar bent moet je niet gaan prutsen aan dit soort dingen.’ zegt Overweg. ‘Ook in het belang van de toeristen willen we wel graag iets doen. De kalkovens zijn een monumentje van industrie en techniek.’
Ondersteuning krijgt het gemeentebestuur van G.J.P. Bloemen uit Doesburg. Tijdens zijn vakantie maakte hij kennis met de ovens. In een brief aan de gemeenteraad pleit Bloemen voor het behoud ervan. De gemeenteraad van Diever vergadert donderdagavond.

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Drentsche Hoofdvaart, Economie, Erfgoed | Leave a comment

Dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis

Het Deevers Archief is onlangs uitgebreid met een bijzonder fraaie cultuurhistorische aanwinst, te weten een beschreven ansichtkaart uit 1906, dus uit de begintijd van Zorgvlied. De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers een afbeelding van deze aanwinst natuurlijk niet onthouden.

De ansichtkaart is op 12 oktober 1906 vanuit Zorgvlied verstuurd naar Amsterdam, waar het al op 13 oktober 1906 bij de geadresseerde aankwam. De afzender, ene juffrouw Cato, woonde in ’t Witte Huis naast het oude Rooms Katholieke kerkje.

De tekst op de aan de voor en achterkant beschreven ansichtkaart luidt als volgt:
B, D en Chr, Een hartelijken groet van mij uit Zorgvlied. Hoe maken jullie het ? Nog steeds naar omstandigheden redelijk wel ? Hebt ge nog geen nieuws mede te delen ? Tweemaal per dag komt de post hier en dan kijk ik reikhalzend uit, doch tot heden nog geen nieuws. Ik maak het best en profiteer den geheelen dag van de buitenlucht, ’t is hier nog volop zomer. De natuur vooral de bosschen zijn hier prachtig. a.s. Zondag gaan wij dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis. Jammer dat geen der beide villa’s hier op staan, alleen de Bank. Nu adieu, houdt je maar goed Door, misschien hoor ik nog wel wat.
Hartelijke groeten van Jan, Elsa en Agnes en een zoen van je liefhebbende Cato.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De ansichtkaart met de titel ‘Groete uit Zorgvlied bij Noordwolde (Fr.)’ laat een foto van zes objecten zien: de protestantse kerk (Obadja) (bestaat nog), de sigarenfabriek van Lodewijk Guillaume Verwer (bestaat nog), villa Laanzicht (steet an de Deeverbrogge), het eerste rooms katholieke kerkje (bestaat niet meer), het pand van de noordelijke hypotheekbank (bestaat nog) en de winkel van Wollfs (bestaat niet meer in de oorspronkelijke vorm).
De zes foto’s zijn gemaakt door de in Deever geboren huisschilder, amateur-kunstschilder en fotograaf Roelof Kuiper uit Noordwolde. Roelof Kuiper was ook de maker van de plafondbeschilderingen in ‘Heerenhuis, dat in de volksmond niet ’t Heerenhuis maar ’t Kastiel werd genoemd.
De schrijfster van de tekst op de ansichtkaart bedoelt met ‘beide villa’s’, de villa ‘Het witte huis’ en de villa ‘Castra Vetera’.

Op 22 oktober 2014 ontving de redactie van het Deevers Archief de volgende reactie:
Ik heb even op de website van Dievers Archief gekeken. Daar werd onder meer bericht dat men een interessante ansichtkaart had verworven. Mijn aandacht werd echter niet zozeer getrokken door de afbeeldingen op de ansichtkaart, maar wel door het bestemmingsadres in Amsterdam. Dat bleek het toenmalige adres te zijn van de grootouders van mijn echtgenote. De afzender, die op vakantie was in Diever, had op de kaart geschreven dat men zeer benieuwd was of er al iets te melden was. De kaart is verzonden op 12 oktober 1905. Uit andere bronnen weten we dat enkele dagen nadien in Amsterdam een dochter werd geboren. Dat was de tante met wie mijn echtgenote later een bijzondere band heeft gehad. Hoeveel toevalligheden komen hier tezamen ?

Posted in Ansichtkaarten, Cultureel erfgoed, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Obadja, Rooms Katholieke Kerk, Topstukken, Villa Aurora, Villa Laanzicht | Leave a comment

Wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936

In Opraekelen 09/4 (december 2009), het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’. De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De redactie van het Deevers Archief prijst zich gelukkig ook een exemplaar van deze kaart, uitgegeven in mei 1936, in haar archief te hebben (waar het aflopen van veilingen al niet goed voor is). De twee hier zichtbare afbeeldingen betreffen de voorkant en de achterkant van de wandelkaart.
De redactie kan de belangstellende bezoeker van het Deevers Archief gratis een digitale versie van beide afbeeldingen toesturen, dan kan de bezoeker zo nodig geacht zelf een scherpe afdruk op A3-formaat maken en de op de achterkant van de kaart vermelde routes gaan wandelen. Het toesturen van een e-mail bericht via de knop ‘leave a comment’ aan het einde van het artikel volstaat.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Kogelvangers, Mastenveldje, Opraekelen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Albert Kuiper koopt akker Grünedal voor 65 guldens

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 30 oktober 1912 bijgaand berichtje over de afloop van de verkoop van enige landbouwgronden in de gemiente Deever.

Diever, 29 october
Ten overstaan van notaris Bon werd heden bij Seinen voor de familie Hummelen palmslag gehouden.
Koopers werden van:
Perceel 1.
Het Broekje, R. Wever voor f. 2168.
Perceel 2.
De Geeuwenmaat, mr. van Daalen, f. 2401.
Perceel 3.
De Brinkemade, in twee perceelen: 1. A. Westerhof voor f. 230, 2. voor f. 194.
Perceel 4.
Vier perceelen in de Westerma, L. Warries voor f. 1308.
Perceel 5.
De Dikte, K. Offerein voor f. 415.
Perceel 6.
Bouwland:
Westereschakker, H. Krol voor f. 182,50;
Hilgensteen, J. Smit voor f. 555;
Groote Aarlange, R. Seinen voor f. 315,50;
Kleine Aarlange, K. Timmerman voor f. 110;
Het Beentje, J. Oost voor f. 94,50;
Bottekoele, R. van Nijen voor f. 122,50;
Klootzakkien, idem voor f. 71;
Noordeschakker, R.T. Barelds te Emmen voor f. 445;
Zandakker, W. Bakker voor f. 429,50;
Steenakker, R.H. Wesseling voor f. 188,50;
Groenendal, A. Kuiper voor f. 65.
Perceel 7.
Bosgrond:
Delakker, mr. van Daalen voor f. 21,50.
Er heerschte veel animo.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij Seinen was in het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.

Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom was in 1912 nog steeds druk bezig beetje bij beetje zijn landgoed Berkenheuvel uit te breiden.
Na de opname van De Geeuwenmaat en de Delakker in het steeds groter wordende landgoed Berkenheuvel zal het gebruik van deze twee veldnamen in de volksmond verloren zijn gegaan.
Perceel 3 lag in Leggele en de percelen 4 en 5 lagen in Eemster.
Albert Kuiper, de koper van de akker met de veldnaam Groenendal, zal vast en zeker bakker Albert Kuiper uit de Peperstraat zijn geweest. Verbouwde hij zijn eigen rogge voor het bakken van roggebrood ? Zijn kleinzoon Gerard Krol weet dit wellicht uit overlevering.

Het is opvallend dat ook in 1912 de landbouwgronden niet met hun kadastrale aanduiding, maar nog steeds met hun veldnaam werden aangeduid; elke boer in Deever wist dan gelukkig voldoende.  
Wie van de olde Deeversen kent nu nog de veldnaam van bepaalde akkers buiten de bebouwing ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden. De redactie is zeker benieuwd naar de ligging van het akkertje met de veldnaam Klootzakkien.
De redactie verwijst voor een uitgebreid en volledig overzicht van de veldnamen in de gemiente Deever graag naar het vanuit cultuurhistorisch oogpunt uiterst belangrijke monnikenwerk van Bart Buiter met de zijnen, dat wellicht nog aanwezig is in het papieren archief van de heemkundige vereniging uit Deever. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Het bouwland met de veldnaam Groenendal ligt langs de weg naar het Openluchtspel. Zie de afgebeelde fraaie zwart-wit ansichtkaart, die in 1964 is uitgegeven. 
Wie woonden toen in het witte huisje aan de weg naar het Openluchtspel en wie woonden toen in het witte keuterijtje bij het Openluchtspel ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden.

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Cultureel erfgoed, Erfgoed, Groenendal, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Wegen, plassen, percelen, objecten op Berkenheuvel

In Opraekelen 09/4, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’.
De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel. De naamloze vennnootschap was het geldverdienvehikel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De wandelkaart is gedrukt met behulp van het metalen negatief, zoals op de bijgaande foto is te zien.
Dus houd een spiegel voor het scherm en de wandelkaart zal zichtbaar en wellicht leesbaar worden, maar tegenwoordig kunnen computerprogrammaatjes dit ook, zie de tweede afbeelding.
De schrijver van het artikel in Opraekelen 09/4 vraagt zich ook af wie alle namen van de zandwegen, de plassen, de veentjes, de stukken bos en diverse objecten nog kent.
De redactie van het Deevers Archief doet daarom een poging niet alleen alle namen vast te leggen, maar daarbij ook een verklaring van het waarom van deze namen te geven.
Deze zullen in nieuwere versies worden herzien, waarbij ook afbeeldingen zullen worden geplaatst. De redactie verzoekt bezoekers van het Deevers Archief gescande foto’s in te sturen.
De redactie van het Deevers Archief baseert zich daarbij voor een deel op een serie interviews uit 1999-2002 met Albert (Bert) Christiaan Doorman, kleinzoon van Albertus Christiaan van Daalen, die toen in de door hem gebouwde bungalow tegenover de weg naar het Openluchtspel woonde, op de plaats waar vroeger de poasbulte bij elkaar werd gesleept.
Het lijkt de redactie van het Deevers Archief een uitdagende taak voor de dorpskrachten uut Deever (vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever) en de dorpskrachten uit Zorgvlied, Wateren en Oude Willem (in plaats van naar niet bestaande Friesche en Germaansche karresporen te zoeken) om bij elk van de hierna genoemde wegen, enzovoort, in samenwerking met Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten weer van die mooie witte kleine naambordjes aan bomen te spijkeren (je mag van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen spijkeren ? Nestkastjes worden toch ook aan bomen vast gespijkerd ?) ook in die gevallen dat Natuurmonumenten de weg al heeft laten overwoekeren door cultuurnatuur. Laten we ons culturele erfgoed behouden en de steeds meer verloren gaande namen aan de vergetelheid ontrukken.

Adderveenweg
Weg die langs het Adderveen loopt.
Albertweg
Albert Christaan van Daalen (geboren op 21 mei 1927) was de oudste zoon van civiel-ingenieur Mello van Daalen, geboren op 14 september 1897 te Bennekom, en Johanna Maria Klik, geboren op 3 juli 1889 te Den Helder.
Mello van Daalen en Johanna Maria Klik trouwden op 12 mei 1925 in Heemstede.
Albert Christiaan trouwde op 6 september 1952 met jonkvrouw Anny Leonore Elizabeth Röell, geboren op 7 november 1930 in Soerabaja.
Albertinaweg
Albertina Johanna Sichterman (geboren op 23 juni 1861 te Groningen, overleden op 30 maart 1935, in ‘Huize Dorpszicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom) was de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen (geboren op 1 juni 1853 te Bennekom, overleden op 16 januari 1939, in ‘Huize Dorpzicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom).
Albertina was ook de tweede voornaam van de derde dochter Christina Albertina van het echtpaar Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Christina Albertina van Daalen werd geboren op 21 april 1896 in Arnhem.
Almaweg
Alma was een dochter van Christina Albertina van Daalen (geboren op 21 april 1896 in Arnhem, overleden op 30 december 1989 in Wassenaar) (Bert Doorman noemde haar tante Zus) en C. Meerkamp van Embden (administrateur van de suikerfabriek Soerawinangoen in Nederlands Indië van de Nederlandsche Handelsmaatschappij) (datum van geboorte en datum van overlijden is nog niet gevonden vinden)
Alma Meerkamp van Embden overleed op 28 december 1972 in de leeftijd van 51 jaar in Hoogeveen.
Annieweg
Antoinetta (roepnaam Annie) was de jongste dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Zij is op 3 juni 1934 op 41-jarige leeftijd in Ede gestorven na een val van het paard. Zij kon goed piano spelen. Zij speelde op feestjes voor de kinderen van Bennekom. Bert Doorman heeft van haar pitriet leren vlechten.
Berkenheuvel
De naam van het huis van de beheerder en de vakantiewoning van de aandeelhouders van N.V. Berkenheuvel.
Dit landhuis staat afgebeeld op veel ansichtkaarten.
Het landhuis is ontworpen door civiel-ingenieur Mello van Daalen, een zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
De afgebeelde ansichtkaart is in november van 1965 uitgegeven.



Berkenheuvel

De naam van het gehele landgoed (bosgoed).
De Berkenwal
De naam van een gedeelte van het bos.
Berkenwalweg
Weg door de Berkenwal.
Bertlaan
Bert is de roepnaam van Albert (Bert) Christiaan Doorman.
Hij is de eerste kleinzoon die naar mr. Albertus Christiaan van Daalen is vernoemd.
Albert Christiaan Doorman werd geboren op 3 maart 1918 en is op 12 oktober 2004 in Deever overleden.
Hij was een zoon van Paul Carel Louis Doorman en Josephine Harmanna Johanna van Daalen.

Blauwwater
Naam van een plas. Maar waarom had deze plas de naam Blauwwater ?
Boltsweg
Wie van de bezoekers van het Dievers Archief weet wie Bolts was.
Het zal wel een vrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen zijn geweest.
Wie van de aandeelhouders van de N.V. Berkenheuvel kan de redactie van het Deevers Archief hierover inlichten ?
Brandpaal
Verticaal in een betonnen sokkel geplaatse houten paal met klimijzers, die in de zomer gebruikt werd als post voor het waarnemen van bosbrand. De dienstdoende waarnemer moest  daarvoor zo nu dan naar boven klimmen.
De Brandpaal heeft gestaan aan de Middenlaan, bij het begin van de Kelderweg en de Juniperusweg in het Laatste Zand.
Christinaweg
Christina (1896) was de eerste voornaam van de vierde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. C.A. van Daalen en Karel Meerkamp van Embden, gescheiden in 1953.
C.J.O.-kamp
Het C.J.O.-kamp was een kamp van de Christelijke Jongeren Organisatie.
In 1951 is grond verkocht voor de ‘De Eikenhorst’, het kamp voor verwaaarloosde jeugd an de Gowe.
Het C.J.O.-kamp staat op verschillende ansichtkaarten afgebeeld.
De Haar
De naam van een gedeelte van het bos.
De Dennekamp
De naam van een gedeelte van het bos.
De Kelder
De naam van een bosgedeelte.
De Nul
De naam van een gedeelte van het bos.
De Veentjes
De naam van een veentje.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Dieverveld
De naam van een gedeelte van het bos.
Dieverzand
De naam van een gedeelte van het bos.
Het zwembad Dieverzand aan de Bosweg is genoemd naar dit gedeelte van het bos.
Het zwembad Dieverzand staat op veel ansichtkaarten afgebeeld.
Eerste Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Eerste Veentjesweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Evapad
Eva was de jongste zuster van Albertus (Bert) Christiaan Doorman
Ewoudweg
Ewoud was de zoon van Mello van Daalen en Johanna Maria Klik.
Gerardinaweg
Gerardina Barelds was de echtgenote van Wolter Smit.
Wolter Smit was de derde boschbaas op Berkenheuvel. Wolter Smit werd geboren op 5 mei 1893, hij was een zoon van Harm Smit en Jacoba Monis.
Gerardina Barelds was de dochter van Jan Barelds, de koffiehuishouder aan de brink van Deever en Aaltje Middelbrink.
Wolter Smit en Aaltje Middelbrink trouwden op 30 oktober 1914 te Diever.
Wolter Smit overleed op vrijdag 19 December 1947 in Velp (Rheden). Is hij vlak na de oorlog verhuisd naar Rheden ?
Gezina Catharina Smit was een dochter van Harm Smit en Jacoba Monis, zij was een zuster van Wolter Smit, zij was getrouwd met de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
Grensweg
Weg langs de grens van het landgoed Berkenheuvel.
Groningerweg
De bekende al heel oude zandweg (vooral zo houden) die van het Kasteel naar de Wildschut, was een weg langs de grens van Berkenheuvel.
Deze weg staat afgebeeld op een aantal mooie ansichtkaarten.
Haarweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Harm Smitweg
Harm Smit was de tweede boschbaas op Berkenheuvel, de opvolger van Marten Wouwenaar.
Hertekamp
De naam van een gedeelte van het bos.
Zag mr. Albertus Christiaan van Daalen hier voor het eerst een hert ?
Het Laatste Zand
De naam van een gedeelte van het bos.
Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen.
Deze al zeer oude naam is niet bedacht door mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Hezeneschweg
Weg langs de Heezenesch. 
Hoekeveenscheweg
Weg langs het Hoekveen.
Hoekveen
De naam van een gedeelte van het bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Hunnebedweg
De Hunnebedweg loopt langs het verdwenen hunnebed met de naam Potties Bargien.
Janweg
Jan was de broer van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Jodenzand
De naam van een gedeelte van het bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Johannaweg
Johanna was de tweede voornaam van de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Johanna (1894) was ook de voornaam van de derde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Juniperusweg
Juniperus is de Latijnse naam voor de jeneverbes.
Deze struik komt niet veel voor op Berkenheuvel.
Kalterschegat
De naam van een gedeelte van Berkenheuvel
Drassige weilanden waar Albertus (Bert) Christiaan Doorman wel naar kievitseieren zocht.
Kampweg
Weg in het Deeverse Zaand.
De weg loopt langs het terrein van het V.C.J.C.-kamp.
Kanaalweg
Deze weg loopt van de Tolweg naar het Kanaal (Drentsche Hoofdvaart), vandaar de naam Kanaalweg..
Karelweg
Karel Meerkamp van Embden was een zoon van tante ….. (tante Zus) en ….. Meerkamp van Emden
Karel werd geboren op zaterdag 26 mei 1923 in Tjikini (Nederlands Indië).
Kelderweg
Weg in het bosgedeelte met de naam De Kelder.
Kijkduin
Toepasselijke naam van de heuvel waarop een houten brandtoren (de opvolger van de brandpaal) stond. De resten van de vier palen zijn nog steeds aanwezig. Mooie heuvel met een lange helling om in de winter bij sneeuw van af te sleeën.  
Koekoeksvijver
Plas in de buurt van de Torenlaan, niet zo diep het bos in, makkelijk vindbaar.
Mooie grote plas om ’s winters bij ijs op te spelen, bijvoorbeeld ijshockey.

Kogelvangers
Resten van de plaats waar in het begin van de twintigste eeuw (1906-1908) schietoefeningen werden gehouden door het leger.
Kogelvangerweg
Langs deze weg liggen vier kogelvangers.
Krater
De naam van een heuvel in de buurt van de Tolweg.
Kraterweg
Weg naar de heuvel met de naam Krater.
Op de Krater heeft ook een uitkijktoren gestaan.
Kronkelweg
De naam van deze weg spreekt voor zich.
Martenshoek
De naam van een gedeelte van het bos dat is vernoemd naar Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Marten Wouwenaarweg
Marten Wouwenaar was de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Mastenveldje
De naam van een veentje aan de Bosweg bij de Studentenkamp.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Meeuwenplas
Grote ondiepe plas achter in het bos.
Mooie plas om in het voorjaar doorheen te banjeren en eieren te zoeken.
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Melloweg
De Melloweg loopt vlak langs de Koekoeksvijver.
Mello (1897) was de tweede en jongste zoon van mr Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Civiel-ingenieur Mello van Daalen heeft in Indië gewerkt. Hij bouwde daar spoorbruggen.
Midden Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Middenlaan
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Monument
Herdenkingsteken, geplaatst ter gelegengheid van de voltooiing van de bebossing van Berkenheuvel.
Het monument staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Nulweg
Weg in het gedeelte van het bos met de naam de Nul.
Ooster Schaapsdrift
Naam moet te maken hebben met de tijd dat Diever nog een kudde schapen had.
Oude Willemspark
De naam van een gedeelte van het bos in de Oude Willem.
Oude Willemsweg
Weg in het Willemspark.
Pastorieweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Paulweg
P
aul was de vader van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Paul Christiaan Louis Doorman trouwde op 23 oktober 1913 met Josephine Harmanna Johanna van Daalen.
De Paulweg loopt van de Ringweg naar de Adderveenweg.
Peterweg
Peter was ….., moet nog worden uitgezocht.
Reeënheuvel
Heuvel in de buurt van de Grensweg.
Ringweg
De langste zandweg van het landgoed Berkenheuvel.
Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Simonslaan
Simon was ….., moet nog worden uitgezocht.
Slangenbad
Plas in het Wapser Zand.
Een verklaring voor het ontstaan van het Slangenbad is dat ter plekke leem is afgegraven. Mr. Albertus Christiaan van Daalen gaf als verklaring dat het Slangenbad is gegraven voor de afwatering van het Adderveen. Klinkt logisch.
Snoekveen
Aaltje Smit, de dochter van Wolter Smit, wist te vertellen dat bij het Snoekveen turf is gegraven.
Studentenpad
Naam heeft te maken met de Studentenkampen in de Dieverse bos.
Stroetlaan
De Stroeten zijn nog in het bezit van de b.v. Berkenheuvel. Deze zijn gedeeltelijk verpacht.
Tillegrup
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Tolweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Toren
Uitkijktoren op de heuvel met de naam Kijkduin.
Deze uitkijktoren staat afgebeeld op een paar ansichtkaarten.
Torenlaan
Komende vanuit Wateren was vroeger in het verlengde van deze weg de toren van Diever te zien.
Torenweg
Aan de Torenweg ligt een heuvel met de naam Kijkduin. Op deze heuvel heeft een houten uitkijktoren gestaan. De fundamenten van deze toren bevinden zich nog op de heuvel.  Het ontwerp van deze toren is gemaakt door de architect Mello van Daalen.
Tweede Veentjesweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Van Daalensweg
Dit is de weg die mr. Albertus Christiaan van Daalen naar zichzelf vernoemde.
Van Tienhovenpark
De naam van een gedeelte van het bos.

Mr. P. van Tienhoven, was voorzitter van de Nederlandse Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Hij was ongetwijfeld een vrindje, wellicht een studievrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Van Tienhovenweg
Weg in het van Tienhovenpark.
Veldweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
V.C.J.C.-kamp
Zomerkamp van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale aan de Bosweg.
Wapser Schaapsdrift
Looproute van de Wapserse kudde schapen.
Wapserweg
Naam behoeft geen uitleg.
Wapser Zand
De naam van een gedeelte van het bos. Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen van de marke van Wapse.
Wester Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Wolter Smitweg
Wolter Smit was de zoon van Harm Smit en Gerdardina Barelds, zie hiervoor voor gegevens.
Hij was de twede boschbaas op Berkenheuvel. Zie ook de inscriptie op het Monument.
Zuurlandweg
Vrouw Kappe wist te vertellen dat ten westen van de Zuurlandweg in de buurt van de Vledder A ook turf is gegraven.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosgezichten, Cultureel erfgoed, Opraekelen | Leave a comment

Een paar woorden uit het Deeverse dialect

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren van zijn papieren archief een dezer dagen toevallig een kattebelletje (chartabello) met aantekeningen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw van nu niet meer gebruikte woorden uit het Deeverse dialect.
De redactie wil deze woorden uiteraard niet onthouden aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief.
De redactie kent de betekenis van al deze woorden, maar wie van de trouwe bezoekers kent deze ook ?
Wie reageert ?

bente
Die olde dreuge bente wol wel braan’n.
boldern
Boldern doei op ’n bolderhoek.
braandnekkel
Hee leup mit de kötte broek an deur de braandnekkels.
buuseling
De buuseling stönk ’n ure in de wiend.
buust
De Buust is de naeme van ’n akker bee’j de dikke stien’n.

döskaaste
De boer’n in Oldendeever haad’n vrogger ’n döskaaste.
frabbe
Ut is een frabbe van ’n kiend.
koagies
Koagies bint lekker op ’n brokkie.
ophemmel’n
De kaemer is nog neet op ehemmeld.
sproakeling’n
De Sproakeling’n ligt in Oldendeever.
veraldereerd
Ik waare veraldereerd van ’t mooie kedogie.
wiemel
De dreuge wost’n en ’t spek hung’n in de wiemel.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Deevers, Deeverse dialect, Diever, Erfgoed | Leave a comment

De grote aarmoe van de Deeverse streektoal

Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever wint de kwis Loos
De kwis Loos werd in het kader van Meertmoand Streektoalmoand dagelijks op de Drentse tillevisie uitgezonden. Loos is een samenwerkingsproject van RTV Drenthe en het Huus van de Taol. Harm Dijkstra presenteerde de tillevisiekwis. Elke dag kwisten twee streektaalliefhebbers tegen elkaar. De winnaar ging door naar de volgende ronde. De kandidaten die het langst in de kwis bleven, die kwisten de laatste week van maart mee in de finalerondes.
Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever werd de winnaar. Jans was de looste van ’t hiele stel. Als prijs mocht hij zo’n platte computer, een tablet van het type Ipad van het merk Apple, mee naar de Aachterstroate nemen.
Is Jans zo ongeveer nog de enige inwoner van Deever die het Deevers vloeiend spreekt ??? Dat zou best eens zo kunnen zijn.
Maar zijn Deevers kan bij lange na niet tippen aan het prachtige gesproken Deevers van wijlen Jantje Andreae-Oost van ’t Kastiel, dat doorspekt was met zelden meer gebruikte Deeverse woorden (bijvoorbeeld agin, seins, mit lieveloa, putie, wiemel, poppie, brummel, buunseling, driet’n, mieg’n).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is een illusie te denken dat via een Huus van de Toal of een kwis op de tillevisie de belangstelling voor de Drentse streektoal (een verzameling dialecten) verzekerd kan worden.
Toen in het Diever van na de Tweede Wereldoorlog geboren en getogen Deeversen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, in plaats van Deevers, een soort van koeterwaals Deevers-Nederlands tegen hun kinderen gingen praten, was het helaas gedaan met de toekomst van het echte Deevers.

Maar wie weet desalniettemin de betekenis van het gezegde ‘De iene dag rök noar lodderein en de aandere dag noar siepels ?
Jantje Oost had het zeker wel geweten.

Posted in Achterstraat, Cultureel erfgoed, Deevers, Deeverse dialect, Diever | Leave a comment

’t Skoelpattie van ’t Kastiel hen ’t Meulenende

Tussen het Kasteel en het begin van het Moleneinde in Deever liep tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw een fraaie smal ‘pattie’ tussen de weilandjes van de Kleine Es door, aan weerszijden begrensd door kromme weidepalen met prikkeldraad. Het ‘pattie’ werd vroeger door de schooljeugd van ’t Kasteel – en had daarom in de volksmond de naam Skoelpattie – gebruikt om zonder om te hoeven lopen bij de lagere school aan de Hoofdstraat te komen. De lagere school stond waar nu het Dingspilhuus staat. Later stond de lagere school aan de Tusschendarp.
Een deel van het Skoelpattie bestaat nog steeds. Het ‘pattie’ loopt nu van de Van Osstraat tot aan de straat met de naam Kleine Es. Het gedeelte tussen de straat met de naam Kleine Es en het Moleneinde bestaat helaas niet meer. De met kneuterig kleindorpse planologie belaste ambtenaren van de gemiente Deever waren om onduidelijke redenen niet bij machte dit kleine stukje culturele erfgoed te laten bestaan. Het werd volkomen onnodig opgeofferd aan hun uitbreidingsplan waarin het Skoelpattie lag.
De redactie van het Deevers Archief heeft de ongedateerde foto’s gemaakt op 13 november 2014.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief heeft een foto van het Skoelpattie uit de vijftiger of zestiger jaren van de vorige eeuw ?

Abracadabra-331

Abracadabra-333Abracadabra-332

Abracadabra-336 Abracadabra-337

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuur, Diever, Erfgoed, Kasteel, Kleine Es, Lagere school Deever, Moleneinde, Openbare Lagere School Diever | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Restanten van de kalkovens

An de Deeverbrogge zijn langs de provinciale weg tussen de Deeverbrogge en de Gowe restanten aanwezig van een kalkovencomplex, gesticht in 1925 als schelpkalkbranderij en in dat jaar omvattende twee schelpkalkovens en een leschhuis. Leter is het complex uitgebreid met een transporteur, een derde oven en een schelpenbreker. De derde oven en het leschhuis zijn in 1959/60 echter afgebroken, zodat nu nog de twee oudste identieke ovens resteren en het geraamte van de transporteur.
De restanten liggen in de buurt van Drentsche Hoofdvaart, die van belang was voor de aanvoer van de grondstof schelpen, de brandstof turf en de afvoer van het product schelpkalk.
Het zijn de restanten van twee flesvormige kalkovens van het sedert 1860 door de Alkmaarse koopman W.F. Stoel verbeterde schachtoven-type. De te halver hoogte taps toelopende schacht van de ovens is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde zachtrode baksteen en heeft enkele lichtgetoogde lucht-, laad- en los- en kijkgaten; de slanke cilindrische schoorsteen is opgetrokken uit helderrode strengperssteen, heeft klimijzers en ijzeren banden; de top wordt benadrukt door een even uitgemetselde rand. Tussen beide ovens in staat nog het geraamte van een ijzeren transporteur.
De restanten van het kalkovencomplex zijn van cultuurhistorisch en industrieel-archeologisch belang monument vanwege de geschiedenis van de Nederlandse schelpkalkbranderij in het algemeen en die van de provincie Drenthe in het bijzonder, de betekenis van het complex voor de 20ste-eeuwse economie van Drenthe en de gemeente Diever in het bijzonder en de herinnering aan deze in de 20ste eeuw aldaar bloeiende bedrijfstak, het feit dat (restanten van) schelpkalkbranderijen in Drenthe, maar ook in Nederland inmiddels zeer zeldzaam zijn geworden, vanwege het hiervoor vermelde type met een relatief kleine middellijn en een grote hoogte en vanwege de historisch belangrijke ligging aan een waterweg en een provinciale weg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie hoopt niet dat de flinke groep dorpskrachten (Deevebroggers, Deevebroggenaren, Broggers, Broggenaren of hoe noemen zij zichzelf eigenlijk ?), die de samenstellers van het boek ‘An de Brogge’ zijn, de cultuurhistorisch waardevolle kalkovens zijn vergeten te beschrijven in hun boek, dat in 2014 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de heemkundige vereniging uut Deever is verschenen.
Hopelijk zijn de dorpskrachten niet vergeten in hun boek enige ‘annekkedotes’ op te nemen van de arbeiders van de kalkovens.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 1 april 2005 (geen grap) gemaakt.  

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Economie | Leave a comment

De vergeten veldnamen in de gemiente Deever

In de Meppeler Courant van 17 september 2012 verscheen het volgende mini-berichtje.

Boekwerkje bijna afgerond
Diever – Over enkele maanden presenteert de werkgroep van de Historische Vereniging Gemeente Diever het boekje met veldnamen in de voormalige gemeente Diever. Momenteel wordt hard gewerkt aan de afronding van de laatste items. Het is de bedoeling het boek met daarin de historische namen begin volgend jaar te presenteren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-10-08
De redactie heeft bijzonder veel respect voor het langdurende en geduldige uitzoeken van zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever.
Wel moet beseft worden dat het boekje niet alle ooit gebruikte veldnamen bevat, want het is bekend dat aan stukken land door de tijd heen een andere naam kan zijn gegeven, niet alles was en is naspeurbaar.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude namen van bouw- en weidegronden verdwenen.
Een veldnaam is soms terug te vinden op een straatnaambordje. Soms ligt zo’n straat niet op de plek van het op het straatnaambordje vermelde veld.
Zo nu en dan heeft de voorkant van het gelijk een cultuurhistorische oprisping en mogen de veldnaam-deskundigen van de plaatselijke heemkundige vereniging komen opdraven om aan straten in een dorpsuitbreiding een veldnaam te geven.
De redactie ziet graag dat ‘de veldnamen’ op de lijst van te koesteren ‘immaterieel cultureel erfgoed’ van de gemiente Westenveld worden opgenomen.
De redactie ziet dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever in haar webstee op de bladzijde Publicaties totaal geen aandacht besteed aan deze publicatie. Waarom is de belangrijkste publicatie van deze vereniging niet gewoon te koop ?

abracadabra-482

Posted in Cultureel erfgoed, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Het leven moet niet vliegen, maar fladderen

De oude smederij van de gebroeders Albert en Hendrik Kloeze an de Heufdstroate in Deever is een rijksmonument. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vermeldt over dit object:
Laat 19e eeuwse voormalige smederij. Het woongedeelte is dwarsgeplaatst en gedekt door een met pannen belegd schilddak met uileborden en makelaar; even omlopende gootlijst; staafankers. Symmetrische indeling door opgeklampte deur met bovenlicht met snijwerk en sierroosters en zesruitsschuifvensters met en zonder opgeklampte luiken; alle lichtgetoogd en met 1,5 steens hanekammen. De voormalige smederij onder pannengedekt zadeldak met windveren; de detaillering van deuren en vensters niet meer oorspronkelijk.
Dat is een indrukwekkende beschrijving van dit rijksmonument, maar wat heb je aan die bijna onbegrijpelijke vaktaal als het rijksmonument onbewoond is en behoorlijk aan het vervallen is.
Maar ja, dat kan gemakkelijk gebeuren, want in dit land gaat het om het in stand houden van ongeveer 63.000 rijksmonumenten. Dus de vraag bij de immer beperkte geldelijke mogelijkheden is, wanneer dit niet al te belangrijke rijksmonumentje in aanmerking komt voor restauratie ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de drie kleurenfoto’s op 28 juli 2016 gemaakt.
Op de derde foto is aan de rechterkant op een groot raam de volgende tekst gekalkt: het leven moet niet vliegen, maar fladderen. Voor het behoud van een rijksmonument geldt vast en zeker: het onderhoud moet niet fladderen, maar vliegen.

abracadabra-1294 abracadabra-1295 abracadabra-1296

Posted in Cultureel erfgoed, de Kloeze, Diever, Hoofdstraat, Rijksmonumenten | Leave a comment

Ome Kees roskamt de leden van de gemeenteraad

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 10 mei 1957 het volgende bericht over een vergadering van de raad van de gemeente Diever.

Burgemeester van Diever kapittelt raadsleden 
Diever.
In de vergadering van de gemeenteraad uitte de voorzitter, burgemeester Meiboom, zijn teleurstelling over het feit dat bij een gehouden speciale bijeenkomst over het onderwerp ‘Overheid en cultuur’, waar als sprekers optraden de burgemeester van Hilvarenbeek, de heer Meuwese, en dokter Broekema te Diever, van de 11 raadsleden slechts 5 aanwezig waren en van de echtgenotes der raadsleden slechts. Ook al had dit onderwerp -dat toch zeer belangrijk is- niet de belangstelling van de leden persoonlijk, dan toch had spreker verwacht dat ze in het algemeen belang aanwezig waren geweest.

In verband met de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de daardoor nodig geworden ombouw van de Brink was het eveneens dat de openbare verlichting wijziging ondergaat. Het gevraagde crediet van f. 9000,- voor dit doel werd zonder discussie aanvaard.

Aan de Jeugdraad Diever werd een subsidie van f. 500 in uitzicht gesteld, zijnde de helft der totale kosten, voor het houden van een zogenaamd ‘vacantiespel’ voor de schooljeugd. Het is de bedoeling van de jeugdraad gedurende de week van 22-27 juli aanstaande de kinderen van de vierde, vijfde en zesde klas van alle lagere scholen in de gemeente onder deskundige leiding een verantwoorde ontspanning te bieden.

Besloten werd tot de bouw van 5 dubbele woningen en wel 2 te Wittelte en 3 aan de Kloosterstraat te Diever. Eveneens werd besloten deze woningen van een warmwatervoorziening te voorzien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw -toen de Deeversen nog gezagsgetrouw waren- meende burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees) het zich blijkbaar te kunnen veroorloven in een nota bene openbare vergadering van de raad van de gemiente Deever eens even de roskam te halen over de leden van de raad.
Overheid en cultuur ? Gemeentelijke overheid en cultuur ? Gemiente Deever en cultuur ? Ome Kees en cultuur ? Ome Kees en openluchtspel-cultuur ? Ome Kees en cultuurzolder-cultuur ? Waarschijnlijk beviel het ome Kees niet dat bij het afwerken van punten van zijn eigen agenda naar zijn zin te weinig ja-knikkers in de zaal zaten..
In het krantenbericht wordt over de grote vernieling van de Brink van Deever in 1956/1957 na de bouw van het nieuwe gemeentehuis verzachtenderwijs geschreven over de ‘nodig geworden ombouw van de Brink’. Het nieuwe gemeentehuis was niet aangepast aan de oeroude Brink, nee de oeroude Brink moest na de bouw van het nieuwe gemeentehuis worden aangepast aan het megalomanistische bouwwerk. Maar blijkbaar stond het onderwerp ‘Overheid en behoud van cultureel erfgoed’ niet op de agenda van ome Kees.
Wie heeft herinneringen aan het zogenaamde ‘vacantiespel’ ?
De vijf dubbele woningen aan de Kloosterstraat zijn in 2014 afgebroken. De warmwatervoorziening in de vijf dubbele woningen zal een geiser zijn geweest ? Wie het weet mag, die mag het zeggen.

Reactie van de heer Wobke Vermaat, versie van 2016-10-13
Ik ben opgegroeid (familie Vermaat) in één van de dubbele woningen in de Kloosterstraat.
De warmwatervoorziening in de dubbele woningen was inderdaad een geiser.
(redactie: Wobke Vermaat’s vader was leraar aan deze ULO-school; de familie Vermaat woonde op nummer 18 in de Kloosterstraat).

Abracadabra-1283

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuur, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Jan Cornelis Meiboom, Kloosterstraat | Leave a comment

’t Pothokke in de gemiente Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft in jaar 2007 de zogenaamde Historische Kalender voor het jaar 2008 voor de leden van de heemkundige vereniging uut Deever samengesteld, zo ook de teksten bij de foto’s en de eerste bladzijde met enige uitleg over de betekenis van het pothokke.

Het pothokke staat nu bijna altijd bij boerderijen die al lang niet meer daadwerkelijk in gebruik zijn als boerderij. Wie let er in het vooorbijgaan op ? Wie hecht nu nog belang aan dit kleine huisje ? Toch hoorde het pothokke honderden jaren bij het boerenleven, want in dat kleine gebouwtje werd brood gebakken, melk gekarnd, de was opgekookt, varkensvoer gekookt, het vlees van het geslachte varken verwerkt, geweckt, in de zomer huisde het boerengezin in het pothokke. Een kleine, maar onmisbare ruimte voor het leven op de boerderij in vroeger tijden. Niet alleen nuttig, maar ook aangenaam. In de avonduren trof de jeugd elkaar in het stookhok, er werd in gevrijd, jenever gestookt, geboomd, tabak gedroogd.
De voormalige werkgroep ‘Pothokken in de gemeente Diever’, bestaande uit Dieverse Dorpskrachten, waaronder wijlen Jan Hessels, is vanaf 1999 bezig geweest met het lokaliseren, inventariseren, bestuderen en fotograferen van alle pothokken in de gemeente Diever en zijn de afmetingen, het bouwjaar, de opdrachtgever van de bouw, de bouwaannemer, de aard van de gebruikte materialen, de huidige staat van onderhoud en de huidige bestemming vastgelegd. daarbij zijn de nijvere verzamelaars van gegevens wel vergeten de verhalen bij de pothokken vast te leggen. Het geheel is in 2007 als een losbladig boekwerk ’Pothokken in de gemeente Diever’ uitgegeven. Gelukkig heeft de redactie van het Deevers Archief wel het verhaal uit de mond van wijlen Jan Hessels opgeschreven en dit bericht verwerkt.
In de gemeente Diever stond vroeger bij de meeste boerderijen een pothokke, bij de meeste boerderijen staat gelukkig nog steeds een pothokke. Er waren kleine en grote pothokken. Een klein pothokke was meestal alleen bestemd voor het koken van de pot met varkensvoer. Dat was een grote pot waarin, afhankelijk van het aantal te voeren varkens, enkele keren per week aardappels werden gekookt. In de kookpot ging als regel dree maande eapels, ongeveer vijfenzeventig kilo aardappelen. Als de aardappels gaar waren, dan werden ze met een aparte klauw fijn gestampt.
Het vuur onder de pot werd meestal gestookt van takkenbossen of oude verrotte afrasteringspalen. De takkenbossen stonden in een bult bij de boerderij. Ze stonden in weer en wind. Bij flinke regen werden de takkenbossen behoorlijk nat, wat bij het opstoken veel rookontwikkeling gaf.
De familie Hessels aan de Kruisstraat in Diever had twee binnenpotten. ’s Maandags werd in de buitenpot een geëmailleerde binnenpot geplaatst, waarin de was werd opgekookt. Kinderen moesten vaak het vuur onder de pot stoken. Ook werd in het najaar in de pot water gekookt voor het slachten van het varken. Het warme water was nodig om het haar van het varken te broeien. Het haar kon dan beter van het varken worden verwijderd. Daarna werd in de pot de bloedworst gekookt en vervolgens het zogenaamde kortgoed. Dit waren de kop, de lever en het hart van het varken. Die werden verwerkt in de leverworst en hoofdkaas. Hiervoor werd een grote pot gebruikt.
Bij de familie Hessels aan de Kruistraat stond een wat groter pothokke, dit pothokke bestaat staat steeds (zie de bij dit bericht gepubliceerde foto, die op 20 november 2005 is gemaakt). In het pothokke stond ook een kachel, waarop drie pannen konden worden geplaatst. In de winter werd in de huiskamer gekookt. In de zomermaanden was het in de huiskamer te warm en werd in het pothokke gekookt. Dit was een manier om de warmte van het koken buiten het huis te houden. Ook stond in het pothokke de wasmachine. Dit was een wasmachine, die met de hand moest worden gedraaid. Wijlen Jan Hessels moest ook wel eens draaien. Hij moest dan tweehonderenvijftig slagen draaien. Hij was de tel nog wel eens kwijt, maar begon dan niet opnieuw.
De kachel in het pothokke werd in de regel gestookt met hout en turf of zudden. Grotere pothokken bestonden uit twee gedeelten. In één gedeelte werd in de zomer gegeten. Het was voor de huisvrouw wel gemakkelijk, want de kachel, waarop het eten werd gekookt, was dan dichtbij. Je hoefde daarnaast niet zo ver te lopen met de pannen. Het eten vond plaats naast de pot waar het varkensvoer werd gekookt. Je zorgde dan wel dat je snel at, want het stikte in het pothokke van de vliegen.
In het  pothokke werd veel water gebruikt bij het koken van varkensvoer, bij het slachten, bij het wecken en bij het wassen. Daarom stond het pothokke aan de kant van de pompestroate en kon men via de zijdeur van de boerderij zo het pothokke in lopen.
Vanwege het brandgevaar was het pothokke altijd bedekt met dakpannen, bij voorkeur met cementpannen, omdat deze het meest afdichtend gelegd konden worden. Altijd met dakpannen ? Niet altijd, want in Wapse staat een pothokke mit’n reet’n doake.
Het pothokke heeft in de loop van jaren zijn oude functies verloren. Sommige pothokken zijn helaas afgebroken, maar pothokken kregen vooral een nieuwe bestemming. Uit de inventarisatie van de pothokken in de gemeente Diever blijkt dat het gebruik van het pothokke verrassend veelzijdig is. Veel pothokken zijn helaas in gebruik als fantasieloos baarghokke, maar gelukkig ook veel als fietsenhok, voorraadruimte, kippenhok, konijnenhok, paardenbox, keuken, galerietje, schildersatelier, expositieruimtetje, cv-ketelhuisje, tuinhuisje, garage, strijkkamertje, zomerverblijf, trainingsruimte, washok, kantoor en badkamer.
Dat deze bestemmingen tot voorbeeld moge zijn van de eigenaren, die hun pothokke gebruiken als baarghokke. Ook het kleinste pothokke in de gemeente Diever, met een binnenoppervlak van slecht 3,6 m2, is in gebruik als baarghokke, het verdient een beter lot. In het verleden was op Zorgvlied een pothokke in gebruik als werkruimte van een fietsenmaker.
Elders zijn pothokken in gebruik als winkeltje en als sauna en wie weet wat voor bestemmingen nog meer. Kortom het pothokke is voor veel doeleinden geschikt. Uit de inventarisatie bleek ook dat bij een oude boerderij in 2004 een pothokke is ingestort en is afgebroken. Het is zeker de moeite waard dat voor onze streek zo karakteristieke gebouwtje te herbouwen.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Canon van de gemeente Diever, Cultureel erfgoed, Diever, Dorpskrachten, Kruisstraat, Pothokke | Leave a comment

Over de Baarg van Wittelte

Waarschijnlijk is de Baarg van Wittelte het laatste restje van een zogenaamde motte.  Als de Baarg inderdaad een motte is geweest, dan is het waarschijnlijk dat op de Baarg ook een soort van kasteel of kasteeltje heeft gestaan.
In de lijst van ‘mottes en mottekastelen in Nederland‘ in de website Wikipedia is de Baarg van Wittelte niet genoemd, nu zegt dat niet alles, want de inhoud van Wikipedia moet voortdurend kritisch worden beoordeeld.
In Wikipedia is een en ander te lezen over het mottekasteel.
Op het internet is ook een voorbeeld van een mottekasteel in België te vinden.
Nog meer afbeeldingen van ‘mottekastelen’ zijn te vinden via het aanklikken van: meer afbeeldingen van mottekastelen.
In de website Wikipedia hebben direcht belanghebbenden ook een bladzijde volgeschreven met grotendeels subjectieve gegevens over de Baarg van Wittelte.
In de website Wikipedia is ook een grappige foto uit 2009 van de Baarg te vinden. In de tekst bij die foto wordt de Baarg aangeduid als ‘Wittesheuvel’, maar die naam is gewoon een verzinsel van de eigenaar van het land waarin de Baarg ligt. Het is aardig om op deze foto te zien dat om het rijksmonument eindelijk schrikdraad is gespannen.
Nog tot niet zo lang geleden liet de eigenaar van het land gewoon zijn koeien over de Baarg lopen, wat bij heeft gedragen aan het vernielen (verropp’m) van deze archeologische rest. Het is ook vermakelijk om te zien dat de eigenaar het kale heuveltje leuk heeft opgedirkt en opgepimpt met een eigengemaakte grijze (gewapend?) betonnen pop. Zwaait de pop met zijn zwaard in de richting van Utrecht ?
Op de website Geheugen van Drenthe is ook enige aan oudere bronnen ontlede gegevens over de Baarg te vinden.
Ook de website Encyclo Online Encyclopedie biedt enkel bekende gegevens uit oudere bronnen.
De website home.kpn.nl/ekats doet enige beweringen die niet worden onderbouwd met verwijzingen naar bronnen. Wel is op deze site een aardige foto van de Baarg te zien.

Posted in Archeologie, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

De Baarg in de 20-er jaren van de vorige eeuw

Burgemeester Hendrik Gerard Van Os fotografeerde de in verval geraakte maar nog aardig op hoogte zijnde Baarg van Wittelte in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Volgens oude Wittelters stonden op de Baarg hulseboss’n.
De uitgestorven familie Bij de Berg moet in Wittelte eeuwen lang bee’j de Baarg (in de buurt van de Baarg) hebben gewoond. Het zou aardig zijn te weten of deze familie, naast de boerderij aan de Wapserveenseweg, waar ze het laatst woonde, eerder ook een andere boerderij dichter in de buurt van de Baarg heeft bewoond.

Abracadabra-237

Posted in Canon van de gemeente Diever, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Opraekelen, Topstukken, Wittelte | Leave a comment

De bronzen vuurpot uit de Vledder Aa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drentsch Museum:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drentsch Museum:
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Cultureel erfgoed, Vledder Aa, Wapse | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof op de Brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof op de Brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof op de Brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw op de Brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof op de Brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de Brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de Brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de Brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw op de Brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 2016-05-10:
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Brink, Cultureel erfgoed, Diever, Kerk op de brink, Kerkhof, Rijksmonumenten | Leave a comment

Wittelte – Kasteelheuvel in bescherming

In de Meppeler Courant van 25 februari 1981 verscheen het volgende bericht over de noodzakelijk geachte bescherming ingevolge de Monumentenwet van ‘de Baarg’ van Wittelte.

Kasteelheuvel in bescherming
Wittelte – De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort heeft Gedeputeerde Staten van Drenthe geattendeerd op de aanwezigheid van een kasteelheuvel in Wittelte. De rijksdienst wijst erop dat zich in het grasland ten zuidoosten van Wittelte een ongeveer vier meter hoge kunstmatige heuvel met een diameter van 20 meter bevindt.
Rondom deze heuvel wijst een depressie op een vroeger hier aanwezige gracht. Het betreft hier één van een drietal (de andere zijn het Borgbarchien ten zuidwesten van Rheebruggen tussen Uffelte en Ansen en de Klinkenberg in het dal van de Geeserstroom ten zuidwesten van Gees) Drentsche kasteelheuvels, die dateren uit de Middeleeuwen.
Op grond van wetenschappelijk- en cultuurhistorische betekenis zal deze kasteelheuvel met het rondom aanwezige grachtprofiel te zijner tijd worden voorgedragen voor bescherming ingevolge de Monumentenwet. Het is de rijksdienst gebleken dat in het rapport voor de ruilverkaveling ‘Diever’ dit archeologische monument nergens wordt genoemd, hetgeen zou kunnen inhouden dat met deze heuvel en zijn naaste omgeving geen rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden. De rijksdienst meent er goed aan te doen Gedeputeerde Staten op dit moment te attenderen en de waarde ervan nog eens duidelijk te onderstrepen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-22
Het is de redactie niet duidelijk wat de schrijver van dit artikel met ‘op grond van wetenschappelijke betekenis ….’ heeft bedoeld. Zeker is dat ‘de Baarg’ van Wittelte nooit archeologisch (zeg wetenschappelijk) is onderzocht.
Jacob Snoeken, de eigenaar van het land waarin ‘de Baarg’ van Wittelte ligt, heeft persoonlijk verhinderd dat ‘de Baarg’ van Wittelte tijdens de uitvoering van de ruilverkaveling werd afgegraven.
Zo kon ‘de Baarg’ van Wittelte in 2002, meer dan 20 jaar na de ruilverkaveling, als mosterd na de maaltijd, alsnog op de lijst van rijksmonumenten (beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988) worden opgenomen. Voor wat dit waard is.
De bijgaande zwart-witfoto is in 1927 gemaakt door burgemeester Hendrik Gerard van Os.
De redactie heeft de kleurenfoto van wat nog over is van ‘de Baarg’ van Wittelte op 3 oktober 2012 gemaakt.

Abracadabra-1407Abracadabra-1440

Posted in Archeologie, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Poëzie van de dood op een grafsteen uit 1911

Op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever is het graf van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee te vinden. Op het graf staat één grafsteen voor de twee meisjes. Zie de bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 4 april 2013 heeft gemaakt.

Wat deze grafsteen zo bijzonder maakt, is de aanwezigheid van zeldzame funeraire rijmelarij op de steen, deze luidt als volgt:
Arme ouders .
Waarom treurt gij.
Waarom weent gij om ons lijk.
Boven leven wij. 
Boven zweven wij.
Als Engeltjes van ’t Hemelrijk.

De literair onderlegde bezoeker van het Deevers Archief wordt bij de kwaliteit van dit gedicht over de dood enkel ter vergelijking verwezen naar de welbekende en veel gelezen funeraire gedichten van Daniël Heinsius, Pieter Corneliszoon Hooft, Constantijn Huijgens en Joost van den Vondel. Wellicht schreef William Shakespeare ook wel gedichten over de dood. To be or not to be, that’s the question. Zijn of niet zijn, dat is de vraag. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag. Het antwoord is: Wij zijn langer niet dan wel op deze aarde. Het antwoord is: Wij bestaan langer niet dan wel op deze aarde.

Aannemende dat het niet de diepbedroefde ouders zelf zijn geweest, die dit gedichtje op de grafsteen hebben laten zetten, rijst wel de vraag wie het dan wél heeft gedaan ? Waren het de zusters en de broeders van beide zusjes ? Waren het de zusters en de broeders van de beide ouders ?

Als de voorkant van het gelijk besluit het perk, waarin deze prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen staat, om geldelijke of wat voor voorkant-van-het-gelijk-reden dan ook te ruimen en de familie van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee zou besluiten de grafrechten niet meer te betalen of niet weer te gaan betalen, dan nog zouden de grafen met de prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen duurzaam gespaard moeten worden voor volgende generaties.

Saakje Hofstee is geboren op 9 september 1897 in Wapse. Zij is op 13-jarige leeftijd overleden op 14 juli 1911 in Wapse, Lamkjen Hofstee is geboren op 13 mei 1899 in Wapse. Zij is op 12-jarige leeftijd overleden op 24 juli 1911 in Wapse. Beiden waren dochters van boer Sieger Hofstee en Akke van der Burg en zusters van Froukje, Klaas en Tjibbe Hofstee.

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant’ verscheen op 29 juli 2011 het navolgende overlijdensbericht:
Werden wij den 14den Juli in rouw gedompeld door het overlijden van onze dochter en zusje Saakje, heden werden wij weer opnieuw getroffen door het overlijden van onze dochter en zuster Lamkjen, op den nog jeugdigen leeftijd van 12 jaar en ruim 2 maanden, een ziekte van slechts 2 dagen maakte ook een einde aan haar voor ons zoo dierbaar leven.
Wapse, 24 juli 1911,
De diepbedroefde Ouders, Zusters en Broeders,
S.K. Hofstee, A. Hofstee-van der Burg en kinderen
Algemene kennisgeving aan vrienden en bekenden.

Abracadabra-1625Abracadabra-1626

Posted in Cultureel erfgoed, Diever, Erfgoed, Kerkhof, Wapse | Leave a comment

Roelof Offerein uit het bestuur van de Boermarke

In de Meppeler Courant van 12 januari 1981 verscheen het volgende bericht over het aftreden van Roelof Offerein van de Deeverbrogge als boekhouder-secretaris van de Boermarke van Diever.

Diever. Tijdens de vergadering van de Boermarke, die in café De Lange werd gehouden, trad de heer H. Offerein (75 jaar) uit Dieverbrug af als boekhouder-sekretaris van deze organisatie. De heer Offerein blijft wel volmacht.
Door voorzitter H. Moes Dzn. werd aan de deze functionaris een wandelstok met inscriptie aangeboden. De heer Moes sprak woorden van dank voor het vele werk en de grote plichtsgetrouwheid waarmee de heer Offerein zijn werk heeft uitgevoerd.
De heer Offerein is 45 jaar lang volmacht bij de Boermarke in Diever geweest. Vanaf 1939 was hij boekhouder-sekretaris. Hij volgde toen zijn oom in deze funktie op.
Vier gulden
Deze functie is niet geheel onbezoldigd. Vanaf 1939 ontving de heer Offerein f 4,- per jaar voor zijn werkzaamheden. De heer Jan Hessels Jaczn. die tot zijn opvolger werd gekozen, ontvangt ook hetzelfde honorarium.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is toch wel handig om zo nu en dan eens bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan om wat meer te weten te komen over het boerenleven in de gemeente Diever.
Het was wel een bijzonder gul gebaar van de ‘dikke boer’n uut Deever’ dat ze Roelof Offerein (niet Hendrik Offerein, zie de attente reactie van kleindochter Gea Offerein) voor 45 jaar trouwe inzet voor de boermarke een wandelstok gaven, nota bene eentje met inscriptie. Wat zou de tekst van deze inscriptie zijn geweest ? Hebben de nazaten van Roelof Offerein de stok bewaard ?
Van links naar rechts zijn op de foto te zien: Jan Hessels Jaczn, Roelof Offerein, Cornelis Seinen, Harm Moes Dzn. en Hendrik Mulder Jzn.
Jan Hessels (geboren op 4 mei 1934 te Diever, overleden 20 augustus 2001 te Diever) was een zoon van Jacob Hessels (geboren op 3 mei 1896 te Diever, overleden op 7 maart 1979 te Diever) en Margje Veenhuis (geboren op 25 juni 1899 te Wapse, overleden op 23 mei 1985 te Diever).
Roelof Offerein werd op 28 mei 1905 op ’t Kastiel in Deever geboren in de boerderij die nu als adres Van Osstraat 2 heeft en is op 17 mei 1983 overleden an de Deeverbrogge in de boerderij met adres Dieverbrug 33.
Cornelis Seinen (geboren op 8 september 1912, overleden op 6 november 1989) was getrouwd met Hendrikje Schiphorst (geboren op 5 oktober 1912, overleden op 14 oktober 1989).
Harm Moes (geboren op 3 januari 1906, overleden op 8 februari 1993) was getrouwd met Janna Eggink (geboren op 1 maart 1907, overleden op 6 december 1983). Zijn ouders waren Dirk Moes (geboren op 5 januari 1876, overleden op 14 juni 1952) en Aaltje Timmerman (geboren op 10-april 1880, overleden op 6 juli 1960).
Gegevens van Hendrik Mulder moeten nog worden uitgezocht.
De boermarke stamt uit de middeleeuwen en was van oorsprong een verband van grotere boeren die onderling het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden. Het woord marke betekent grens en werd gebruikt om het gebied aan te geven dat bij een dorp hoorde: de boermarke van Diever, de boermarke van Wapse, de boermarke van Wittelte en de boermarke van Wateren. In de tachtiger van de vorige eeuw ging het in Diever nog om het beheer van kleine resten van de oorspronkelijke boermarke, zoals bijvoorbeeld de ‘boer’nbos an de Grönnegerweg’.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie ontving op 13 juni 2015 de volgende reactie van Gea Offerein.
Beste mensen,
Op jullie heel mooie website kwam ik bij het onderwerp Boermarke een stukje over mijn opa tegen.
Hij heette echter Roelof Offerein, niet Hendrik Offerein.
Hendrik Offerein is een andere persoon uit Diever, inmiddels ook overleden, neef van mijn vader en moest dus oom zeggen tegen mijn opa.
Mijn vader is Cornelis Frederik Offerein.
Met vriendelijke groet,
Gea Offerein

Posted in An de Deeverbrogge, Boermarke van Diever, Cultureel erfgoed, Diever, Gemeente Diever | Leave a comment

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Je kunt op je klompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuur, Cultuurhistorie, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

As see der allemoale bint, binne wee mit elf man

In het periodiek Da’s Mooi van 27 november 2005 verscheen het navolgende bericht over het ‘bolderen’ in Deever. De redactie van het Deevers Archief is – als groot liefhebber van het ‘bolderen’ bereid alles wat over het ‘bolderen’ is of wordt gepubliceerd op te nemen in het Deevers Archief, immers ‘bolderen’ staat sinds 9 juli 2015 op de wereldlijst voor immaterieel erfgoed. Het bolderen mag als zeer oude traditie daarom niet verloren gaan in Deever.

Abracadabra-1494Blokgooien om een cent
Diever. ‘As ze der allemaole bint, binne wij mit elf man’, zegt Koop Berlijn uit Dwingelo. Hij en anderen uit Diever en omgeving vermaken zich iedere maandag- en donderdagmiddag aan de Dwarsdrift in Diever met blokgooien of ‘blokkiegooien’, zo ze het zelf noemen. Een oud volksspel dat vroeger op meer plaatsen in Nederland werd gespeeld.
Met veel enthousiasme gooien de mannen met een bal naar het blok of de bal van de tegenstander. En dat allemaal voor een paar centen, maar ook een heleboel plezier.
Hier en daar ziet men de belangstelling voor oude volksspelen terugkomen. Sporten als klootschieten, neutjesschieten, zwientietikken staan weer op de activiteitenprogramma’s.
In Diever heeft men het blokgooien nieuw leven ingeblazen. Iedere maandag- en donderdagmiddag wordt er op een locatie aan de Dwarsdrift gespeeld. De mannen trotseren daarbij de kou. Slechts wanneer het speelveld door de regenval te nat is geworden slaat men een middag over.
‘Let op’, wordt er waarschuwend gezegd, ‘as die gooit kuj wel een foto maeken, want hij rak ’t blok vaste’. En zoals voorspeld gooit de speler van een behoorlijke afstand het blok met de centen omver.
‘Wij speult volgens de echte regels’, weet Jan Baas. Vanaf een bepaald punt gooit een speler de ‘eerste gooi’ naar het blok. Valt dit om, dan zijn alle centen, vroeger met de leeuw of koningin Juliana, nu met koningin Beatrix naar boven, voor de speler. Ligt de munt boven dan moet die cent weer op het blok. De bal blijft liggen waar hij naar toe is gegooid. Nu mag de volgende gooien. Elkaar ‘of’ gooien mag ook.
De bedrijvigheid op de maandag- en donderdagmiddag wordt door iedere passant opgemerkt, want het gaat er soms fanatiek aan toe. Pas aan het eind van de middag is de rust op de Dwarsdrift weer gekeerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De oorspronkelijke Deeverse naam voor het blokgooien is bolderen. In de Bolderhoek an de Deeverbrogge werd vroeger ook gebolderd (geblokgooid, blok gegooid, met een steen naar een blok gegooid) en ook in Oldendeever op de hof van Geert Kok.
Rudy de Groot uit Roden verschaft veel informatie over het bolderen in zijn webstee over het bolderen. Hij heeft ook het initiatief genomen voor het vullen van een bladzijde met gegevens over het bolderen in de internet-encyclopedie Wikipedia.
De locatie aan de Dwarsdrift is in Street View te zien op Google Maps.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie informeren over de naam van de personen op de foto ? 

Posted in Bolderen, Cultureel erfgoed, Dwarsdrift, Immaterieel erfgoed, Tradities | Leave a comment