Category Archives: Diever

Voetbalclub SHELL – Sport Houdt Elk Lichaam Lenig

Bijgaande foto uit de jaren 1935/1936 is afkomstig uit de verzameling van Jochem Smit uit Steenbergen. Hij kreeg deze foto van zijn vader Helprig Smit, die op deze foto staat.
De foto van het elftal van voetbalclub SHELL (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) is gemaakt op het weiland van boer Roelof Bisschop an de Aachterstroate in Deever, het weiland naast het huidige restaurant The Shakespeare.
De jongens staan in elftalformatie opgesteld.
In het midden vooraan zit de keeper met de voetbal, geflankeerd door de twee backs, de drie spelers in het midden zijn de linkshalf, de stopperspil en de rechtshalf. Achteraan staan de linksbuiten, de linksbinnen, de midvoor, de rechtsbinnen en de rechtsbuiten.
1.
De linksback is Jan Mulder Tzn.
Hij is geboren op 18 april 1910 in Deever als zoon van Teunis Mulder en Maria Houwer.
Zijn dochter Monique Mulder vulde deze gegevens op 29 oktober 2016 als volgt aan.
Hij is geboren op ’t Kasteel in Deever. Hij is in 1947 getrouwd met Pietertje de Jong. Zij is geboren op 8 september 1915 in Bleskensgraaf. Jan Mulder is overleden op 14 mei 1988 in Apeldoorn. Zijn beroep was timmerman.
2.
De keeper is Jacob (Jaap) Kannegieter.
Hij is geboren op 18 februari 1913 en is overleden op 26 mei 1974.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

3.
De rechtsback is Albert Vos
Hij is geboren op 10 augustus 1915 in Deever. Hij was een zoon van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Hij is op 26 januari 2005 overleden.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

4.
De linkshalf is Albert Geerts.
Hij is op 25 juni 1912 geboren in Eursinge (Havelte) als zoon van Klaas Geerts en Femmigje van de Pol,
Hij is geëmigreerd naar Zuid-Afrika.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ? 

5.
De stopperspil is Jan Oostenbrink.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

6.
De rechtshalf is Johannes Mulder Tzn.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

7.
De linksbuiten is Helprig Smit.
Zijn dochter mevrouw Sina Raadgever-Smit (woonachtig in Amsterdam) stuurde op 3 november 2016 de volgende gegevens (hartelijk dank daarvoor).
Hij is op 14 mei 1916 in Deever geboren. Hij was een zoon van Hilbert Smit en Elsje Oost. Hij is op 25 oktober 2003 overleden in Capelle aan de IJssel.
8.
De linksbinnen is Jacob Hulshof.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

9.
De midvoor is Hendrik Punt.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

10.
De rechtsbinnen is Geert Andreae (Andree ?)
Hij is op 30 oktober 1913 geboren in Deever als zoon van Cornelis Andreae (Andree ?) en Jantje Schoenmaker. Hij is overleden in Groningen op 1 februari 1968, hij was toen 54 jaar oud.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

11,
De rechtsbuiten is Arend de Groot.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

Op 3 november 1932 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht:
Diever, 2 november. De voetbalclub SHELL alhier is toegetreden tot den Drentsche Voetbal Bond. Een onmiddelijk gevolg hiervan was dat een nieuw terrein gehuurd moest worden, aangezien het oude niet aan de eischen voldeed. Het bestuur is er in geslaagd een stuk weiland te vinden en heeft nu het terrein meteen in het dorp liggen, hetgeen aan het bezoek zeker ten goede zal komen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
SHELL speelde in de dertiger jaren eerst op het Mastenveldje bij de Studentenkamp aan de Bosweg.
In het jubileumboekje ‘Geschiedenis van de voetbalvereniging Diever’ dat ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de voetbalvereniging Diever is uitgegeven, is bijgaande foto helaas niet opgenomen, is bijgaand artikeltje helaas niet opgenomen en is helaas maar heel beperkt aandacht besteed aan de voorlopers van de voetbalvereniging Diever.
Bijgaande foto is ook gepubliceerd in nummer 10/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Abracadabra-1521Abracadabra-1528

Posted in Afbeeldingen, Diever, Opraekelen, Topstukken, Voetbal | Leave a comment

Gebroeders Harm en Jaap Mulder weten er alles van

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend bericht. De redactie wil zo één bericht natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 1967 verscheen op de volledige bladzijde 15 het volgende artikel over de Deeverse dorpsfiguren gebroeders Harm en Jaap Mulder, die an de Heufdstroate tegenover de smederij van ‘de Kloeze’ woonden.

De gebroeders Mulder weten er alles van
Het spinmoal en de snikke
“De ruimtevaart ? Je moet even aan het idee wennen. Als je vijftig jaar geleden zou zeggen dat er nog eens een tijd zou komen, dat je in één nacht van Nederland naar Canada zou kunnen vliegen, verklaarden de mensen je voor gek, maar het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld en niemand kijkt er meer van op.” Deze woorden worden gesproken door Harm Mulder uit Diever, die ondanks het feit dat hij al 84 jaar oud is, deze wereld van automatisering beslist niet verafschuwt en in al zijn weloverwogen zinnen overduidelijk naar voren laat komen dat hij het oog houdt voor de reusachtige ontwikkelingen, die zich in de afgelopen decennia hebben voltrokken en zich in de toekomst nog voltrekken zullen. “Vroeger ? O, ja, het leven was veel gemoedelijker. Nu schijnt iedereen zich te moeten haasten, maar of het vroeger beter was … Sociale voorzieningen waren er bijna niet. De mensen leefden vaak in bittere armoede. Landarbeiders, die soms met grote gezinnen in krotten hokten, hadden midden in de winter geen aardappel meer in huis en hun bestaan hing af van de liefdadigheid van anderen. Het laatste toevluchtsoord was vaak het armenhuis. Meneer, de mensen leven nu in welvaart, maar ze beseffen het niet altijd. Ze zijn nog ontevreden; is het niet droevig ?”

Harm Mulder woont met zijn 80-jarige broer Jaap in een keuterboerderijtje aan de Hoofdstraat in Diever. Aan die straat wonen de Mulders hun lange leven al. Tot 1915 woonden ze met hun ouders in een boerderij een eindje verderop, maar in dat jaar ging deze boerderij in vlammen op en al het vee en huisraad verbrandde. De inboedel, die in die jaren al antiek was, vertegenwoordigde een kapitaal. Harm Mulder wijst op een paar grote koperen ketels, die in de hoek van de kamer staan. “Dat soort spullen bedoel ik nou.” Dan neemt hij ons mee naar buiten en wijst naar een manufacturenwinkel. “Daar woonden we vroeger, samen met de familie Boelens.”
Als Harm en Jaap Mulder op de praatstoel zitten komen ze er niet zo gemakkelijk af. Het zijn gezellige vertellers, die vaak herinneringen uit het oude Diever ophalen en het is dan ook niet verwonderlijk dat er voortdurend oudere inwoners even bij hen komen aanwippen, om ’t laatste dorpsnieuws te horen of om ‘zomaar’ een praatje te maken. Harm en Jaap Mulder zijn uit Diever even moeilijk weg te denken als de oude hervormde kerk, die vanaf de Brink het dorpsbeeld beheerst.
De Mulders gingen vroeger, evenals hun leeftijdgenoten, op school bij meester Kuper, die lange tijd de scepter zwaaide in het gebouw, waar nu het gymnastieklokaal is.
De onderwijsmethoden verschilden heel wat met die van nu en het was helemaal geen uitzondering als de leerlingen ‘lijfstraffen’ kregen. “De lineaal kwam er wel eens aan te pas als het niet helemaal naar de zin van de meester ging”, zegt Harm nu, lachend als hij aan die tijd terugdenkt. “Het leerlingental was erg onregelmatig. Leerplicht was er niet en de arbeiderskinderen zag je ’s zomers niet komen. Die moesten op hun broertjes en zusjes passen als de ouders aan het werk waren of ze liepen met de schapen langs de weg. Tegen de winter kwamen ze weer op school. ‘Winterkraaien’, noemde meester Kuper die kinderen.”
Harm en Jaap hebben hun leven doorgebracht met werken in de landbouw, als houthakker of ze groeven waterputten voor de boeren in de omtrek. Jaap weet nog dat hij als houthakker twee gulden per dag verdiende, wat een hoog loon was. Harm: “Een daggelder in de landbouw verdiende maar een gulden.” Jaap verbetert: “Nee, zo was het niet, zestig cent en ’s winters veertig cent. ”
Als de 71-jarige oud PTT-besteller Arend Trompetter binnenkomt, vindt hij het gezellig als hij hoort dat er over oud-Diever wordt gepraat. Hij gaat zitten en vertelt dat er in Diever vroeger een grote paardenmarkt was, die bekend was in het gehele noorden en waar kooplui uit het buitenland soms honderd paarden tegelijk kochten. Ook was er een schapen- en een geitenmarkt, die op de Brink werd gehouden. Trompetter: “Deze markten waren altijd hele feestdagen voor het dorp. Bij de kerk stond een draaimolen en een Kop van Jut. Maar het was allemaal geen pais en vree, want dit waren juist de dagen dat de onderlinge vetes tussen jongelui uit Diever en die uit de naburige dorpen werden uitgevochten, waarbij dikwijls het mes werd getrokken. Als een jongen uit een ander dorp met een Dieverse uit wilde, kostte hem dat een kruik jenever van tachtig cent. Het ‘glaasje op, laat je rijden’ was er niet bij, want iedereen moest lopen.”
De gebroeders Mulder gingen vroeger met de trekschuit naar de Meppeler markt. Om vijf uur vertrok de boot, de zogenaamde snikke vanuit Dieverbrug. In het vooronder liepen de varkens, die in Meppel van eigenaar zouden veranderen, in het ruim krioelden de biggen en in de bedompte kajuit zaten de passagiers, die tegen elkaar hele verhalen afstaken, die wel leuk waren om te horen, maar die vaak niet geheel op waarheid berustten. “Dat waren de snikkepraatjes”, zegt Harm, die nog best weet dat de schippers van de trekschuit, de ‘snikkevaarders’, Klasens en Warries heetten. “De vrouwen moesten wel eens in de lijn lopen en dan zei de schipper: “Je moet de vrouwen altijd in de gaten houden.””
In de jaren 1915-1916 ging de tram van Dieverbrug naar Meppel rijden en toen werd het vervoer wat gemakkelijker. Harm weet niet hoe lang een dergelijke reis duurde, maar als hij in Meppel een sigaar opstak en langzaam rookte kon hij tot Dieverbrug met de sigaar doen.
Harm en Jaap Mulder waren trouwe bezoekers van de catechisatie van de gereformeerde kerk, die werd gegeven door de oude dominee Dijkstra, die in Diever zijn veertigjarig ambtsjubileum vierde. Zo’n zestig jaar geleden was dominee Van Dalsem voorganger in de Hervormde Kerk. “Op één van deze catechisaties miste dominee Dijkstra een jongen, die niet was gekomen. Wij vertelden de dominee, dat de jongen naar Hijken was, naar een meisje waarop de dominee vermanend zei: “Hijken, Hijken, het land van wellust en vermakelijkheid, Hijken het oude spinnehuis.””, zegt Harm, die ondeugend begint te lachen als het gesprek op de liefde komt. “Ja”, zegt Trompetter, “vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes.”
Als Jaap zich even in de keuken heeft teruggetrokken om een kopje koffie te zetten, beginnen Harm en Trompetter te praten over de toenaderingen tot het vrouwelijk geslacht, en vooral over de spinmoalen die na Nieuwjaarsdag plaatsvonden. “De huwbare dochters zaten dan in het achterhuis aan het spinnewiel te wachten op de komst van de jongelieden, die hun hoofd voorzichtig om de deur staken. Als de meisjes dan begonnen te zingen: “Snor, snor, snor, wat zijn de jongens dor.”, dan was dit een stille wenk dat de jongelieden wel binnen mochten komen. Er zijn wel huwelijken uit dit soort bijeenkomsten voortgekomen.”
Trompetter vertelt dat er vroeger in het café van zijn ouders ook wel eens dansavonden werden gehouden, die alleen toegankelijk waren voor paren. Vrijgezellen werden angstvallig geweerd en als ze toch naar binnen wilden, werden ze zonder pardon van de trap gegooid.
Deze dansavonden, de bijeenkomsten die door de kerk waren georganiseerd en de jaarmarkten, waren eigenlijk de enige vorm van ontspanning, die de mensen in Diever kenden en daarom vormden ook de bezoeker van een zekere Slieker een welkome afwisseling, vooral voor de schooljeugd. Slieker kwam in Diever met een voorloper van de moderne projector, de cinematograaf, die hij voor café Brinkzicht, in die dagen geëxploiteerd door kastelein Hummel, liet afdraaien. Hij maakte dan gebruik van de volgende slagzin: “Hij komt, wie komt, Slieker komt met zijn cinematograaf of levende beelden.”
Een jaar of tien later, het zal in de twintiger jaren zijn geweest, zo vertelt Harm Mulder, ontstond er op warme zomeravonden voor de winkel van manufacturier Zaligman, een oploop als die grammofoonplaten draaide op zijn piepende patofoon. Het waren de dagen van de uitvindingen, die ook Diever bereikten. Zo herinnert Mulder zich nog dat de eerste automobiel, piepend en knallend door het centrum van het dorp reed, gevolgd door de schooljeugd, die het vehikel gemakkelijk bij kon houden. En verder het verhaal van de landbouwer Jan Haveman Mzn. uit Wapse, die zestig jaar geleden de eerste hulpmeststoffen in ’t nachtelijke duister op zijn akkers strooide, omdat hij bang was dat de bevolking anders zou zeggen dat hij niet goed wijs was door de toepassing van de nieuwe bemestingsstoffen.
De klederdrachten hebben zich in Diever niet kunnen handhaven; alleen bij bijzondere gebeurtenissen komen de Drentse kostuums nog uit de kast. Harm: “Vroeger droegen de mannen een duffelse jas, die wel een leven lang meeging als hij een keer gekeerd werd. De vrouwen kregen oorijzers als ze zestien of zeventien jaar werden en het haar mochten opsteken. Aan deze oorijzers kon je zien uit welk milieu de vrouwen kwamen. Arbeidersvrouwen hadden een zilveren oorijzer, de andere vrouwen een gouden en de ‘upper ten’ had nog een gouden plaat op het oorijzer.
Aan de klederdrachten kon je ook zien of iemand in de rouw was, want in die dagen werd bij het overlijden van een familielid een jaar lang diepe rouw betracht.”, zegt Harm. “Ja,”, vult Jaap aan, die inmiddels weer in de kamer is gekomen en een kopje koffie met een Drents koekje presenteert, “de vrouwen die in de rouw waren droegen een dichte muts over het oorijzer. In de periode na de diepe rouw droeg de vrouw weer een andere muts.
Trompetter is blij dat de tijden veranderd zijn. “Er was vroeger bittere armoede. De arbeider had een achttienurige werkdag en als hij zes gulden in de week verdiende had hij een reuzeloon. In de wintermaanden als er voor hen geen werk was, werd er door de kerken brood uitgereikt en als er een noodslachting was, werd het vlees verdeeld onder de armen. Nu is er welvaart.”
Terwijl Harm Mulder met zijn hand langs de kin strijkt, komt zijn gesprek nog even op barbier Vierhoven, die de inwoners op de deel van de baard bevrijdde. Het kostte drie cent en dan kreeg je koffie toe.
Als we Harm en Jaap Mulder en Arend Trompetter vragen wat ze van het Diever anno 1967 denken, een Diever dat zich steeds meer gaat toeleggen op de recreatie, zeggen ze: “De boeren houden niet van de recreatie. Je moet eens zien wat de stadse bevolking in de zomermaanden vernield. Maar ja, de middenstand heeft in de zomermaanden belang bij recreatie en daar moet je ook naar kijken. De tijden zijn nu eenmaal veranderd.”

De tekst bij de afbeelding van ansichtkaart van de Kleine Peperstraat luidt als volgt:
Een dorpsbeeld van Diever, dat op deze foto doet denken aan een Zwitsers bergdorp. De foto, die dateert uit 1910, is genomen vanaf de Pepersteeg.

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van café Brinkzicht luidt als volgt:
Café Brinkzicht in vroeger dagen (1910).

De tekst bij de afbeelding van Arend Trompetter luidt als volgt:
… vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes …

De tekst bij de afbeelding van Jaap Mulder luidt als volgt:
… kopje koffie met Drentse koek …

De tekst bij de afbeelding van Harm Mulder luidt als volgt:
… er is nu welvaart …

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge luidt als volgt:
Boven: De Drentse Hoofdvaart bij de Dieverbrug, een oud vrachtschip wordt geladen (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de plaggenhut luidt als volgt:
Links: Een plaggenhut in Wapse (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de Kruusstroate in Deever luidt als volgt:
Onder: De schooljeugd van Diever kwam in 1910 op de foto.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het interview met Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter werd gehouden in het huis met adres Hoofdstraat 60 in Deever. Dit huis is te zien op bijgaande kleurenfoto. De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 20 november 2005 gemaakt.
De redactie wil graag zo snel mogelijk van alle vijf in het artikel ‘Het spinmoal en de snikke’ getoonde ansichtkaarten een afbeelding in het Deevers Archief tonen. De redactie wil ook graag een afbeelding van Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter bij dit bericht in het Deevers Archief tonen.
De afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge is al opgenomen in het bericht Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’. Deze ansichtkaart is niet in 1910, maar in 1905 uitgegeven. 

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Dorpsfiguren, Hoofdstraat | Leave a comment

Eerst perk A op de kaarhof van Deever ruimen

Voordat je als kind of kleinkind of achterkleinkind of achterachterkleinkind het in de gaten zou kunnen hebben, zouden de overijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk – die hun bureautje in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben staan – op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever kunnen beginnen met het opruimen van de stoffelijke resten van een ouder of een grootouder of een overgrootouder of een overovergrootouder in één van de perken A tot en met Z.
Als vanwege het voorgewende of geveinsde ruimtegebrek op de kaarkhof van Deever dan zo nodig een perk zou moeten worden geruimd, dan is dat voor de erfgenamen van de stoffelijke resten en de grafsteen ethisch en juridisch gezien alleen te verantwoorden als de overijverige werkertjes beginnen bij de grafen in het zo genoemde perk A.
De Engelsen zeggen dat zo: first in, first out. Wie het eerst is begraven, die wordt ook het eerst geruimd. Dus de conclusie is dat de stoffelijke resten in perk A in volgorde van overlijden en zonder aanziens des persoons het eerst moeten worden geruimd.
En dan kan het wel zo zijn dat de overijverige bestuurdertjes van de zo genoemde Historische Vereniging Gemeente Diever -niet gehinderd door enige kennis- wel voortdurend en heel hard schreeuwen en brullen en lobbyen dat perk A van historisch belang is en dan kan het wel zo zijn dat de ijverige werkertjes van de genoemde vereniging als een soort van tijdverdrijf zo nu en dan in perk A hier en daar de gevallen bladeren opharken, hier en daar een grafsteentje rechtzetten, hier en daar de korstmosjes van een grafsteen wegkrabben of hier en daar de rode grafsteentor bestuderen, maar dat heeft nul en generlei waarde, dat doet niets af aan het ethische, objectieve en juridisch te volgen principe dat de oudste stoffelijke resten in het oudste perk A het eerst worden geruimd, en niet subjectief eerst perk D waar veel arbeiders liggen en dat perk K en dan perk B waar veel dikke boeren en notabelen liggen.
In het geval van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis, die begraven zijn in perk A, zal het overijverige werkertje van de voorkant van het gelijk inderdaad -als een soort van beginnend notarisklerkje- overijverig en gratis overuren makend op zoek moeten gaan naar alle erfgenamen van de stoffelijke resten van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis en de grafsteen en hen via een officieel document de wettelijke en objectieve mogelijkheden voor het omgaan met de stoffelijke resten en de grafsteen en de geldelijke gevolgen van een keuze mee te delen.
Jan Lefferts ten Brink is geboren op 1 juni 1850 in Deever en is op 30 april 1887 overleden in Wittelte. Hij is een zoon van Leffert ten Brink en Grietje Hessels. Jan Leffert ten Brink was boer in Wittelte.
Geertje Veenhuis is geboren op 18 maart 1858 in Wapse en is op 29 mei 1915 overleden in Wittelte. Zij is een dochter van Fokke Jans Veenhuis en Annechien Niklaas Krijthe.
Op de grafsteen staat de eerste regel van psalm 103, vers 8.
Dit vers heeft betrekking op de vergankelijkheid van het leven, het sterven en de rouw.
De tekst van psalm 103, vers 8 luidt als volgt:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachteloos is en teer,
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren,
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2017 gemaakt.
De redactie is bezig alle grafstenen in alle perken van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te fotograferen.

Posted in Diever, Kerkhof | Leave a comment

V.C.S.B.-kampen aan de Bosweg – 1922

In de krant Het Vaderland (staat- en letterkundig nieuwblad) van 20 februari 1922 verscheen het navolgende bericht over het kampterrein van de op 8 december 1915 opgerichte Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) in de buurt van het Mastenveldje aan de Bosweg.

Evenals vorige jaren zal de V.C.S.B. dezen zomer op haar kampterreinen te Diever en te Sleen in Drente jongens- en meisjeskampen houden, in totaal vijf, waarvan drie voor jongens, alle 10 dagen durende. Uitnemende instelling! H.B.S.’ers, Gymnasiasten en dat soort volkje worden zoo geleidelijk aan voorbereid om later den V.C.S.B. of C.J.B. te beschouwen als hun geestelijk huis. Vooral de zoogenaamde novietenkampen voor jongens en voor meisjes afzonderlijk, zijn van groot belang. Uit elke academiestad zijn daar studenten, die aan de nieuwelingen alle mogelijke inlichtingen verstrekken. Men verwacht van deze kampen, welke buiten het kader der gewone studentenconferenties worden gehouden, door meer sport en eenvoudiger besprekingen, veel vrucht.
En voor de studenten die deze kampen leiden heeft de omgang met de jongeren groote bekoring en groot nut. Te midden van de vele gevaren die het geestelijk en zedelijk leven bedreigen zijn deze kampen een prachtige tegenweer. Juist ook door hun vroolijkheid en sportieven geest. Voetbal, korfbal, hockey, zwemmen, hardloopen, fietsen, naast het zingen van een ernstig lied, zijn aan de orde van de dag. De jongens worden door de kampboekjes al ingelicht dat hun leiders, ook de predikanten en professoren, uitstekende sportlui zijn.
De kampboekjes! Wat zien ze er, met hun leuke kiekjes, aantrekkelijk uit! En wat is de uitnoodiging prettig en hartelijk!.
Ouders en voogden, als ge uw kinderen een heerlijken, naar lichaam en ziel gezonden en stralenden tijd wilt gunnen, gedurende de lange vacantie, stuur ze dan naar een V.C.S.B.-kamp. Vraagt een kampboekje aan voor uw jongens of meisjes bij het secretariaat van den V.C.S.B., Nutsgebouw, Langebrug te Leiden. Maar: ge moet u haasten. Ik weet zeker dat volgend jaar de grootste wensch van uw kind voor de zomervacantie zal zijn: naar het kamp te Diever of te Sleen. En wij zelf? Als onze kinderen met opgetogen verhalen thuiskomen, zouden we, alleen voor zoo’n kamp nog eens 15 jaar willen worden!
J.J.M.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond wilde de vereniging zijn voor alle vrijzinnige universitaire studenten in Nederland. Deze bond was ontstaan uit de vrijzinnig christelijke studenten verenigingen te Utrecht, Leiden en Groningen. De bond trachtte in studentensteden waar deze nog niet bestond ook een plaatselijke vereniging op te richten.
De hier afgebeelde foto op de ansichtkaart uit 1920 toont het zogenoemde ‘professorenhuis’, waarin ook de kampkeuken was ondergebracht. In dit houten gebouwtje sliep de leiding van het kamp.
Na de Tweede Wereldoorlog vorderde de gemeente gedurende een aantal jaren het pand, vanwege de toen heersende woningnood en vestigde daar toen pas getrouwden in, totdat deze konden verhuizen naar een woning in de eerste naoorlogse nieuwbouw. De stapel zwerfstenen is ter plekke nog steeds aanwezig.


Posted in Bosweg, Diever, Gemeente Diever, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

Nee’jbouw an de Kloosterstroate en an de Binnenesch

De omstreeks 1956 gebouwde gemeentelijke dubbele huurwoningen an de Kloosterstroate en an de Binnenesch in Deever zijn in 2014 gesloopt, waarna de bouw is begonnen van twaalf huurwoningen en vier koopwoningen.
Dat heeft een nogal aanzienlijke verandering van het beeld van de Kloosterstroate en de Binnenesch tot gevolg gehad. Zo een grote verandering moet toch wel in het Deevers Archief worden bericht en gefotodocumenteerd. Bij deze.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande serie foto’s van de al redelijk ver in aanbouw zijnde woningen gelukkig op 13 november 2014 tijdens een fotorontie deur de gemiente Deever kunnen maken. Eergisteren is immers gisteren geschiedenis geworden. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief wil deze serie aanvullen met een eigen serie foto’s ?



Posted in Binnenes, Diever, Kloosterstraat | Leave a comment

Diever – Weg naar Dieverbrug – vóór 1915

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn mooiste ansichtkaarten aan de bezoekers van zijn webstee. In dit geval betreft het bijgaande zwart-wit ansichtkaart, die op 11 juli 1921 is verstuurd vanuit Diever naar Den Haag. Uitgeverij H. ten Brink te Meppel is de uitgever van deze kaart.

Op de kaart is in het vrije tekst gedeelte de volgende tekst te lezen:
Beste Amalia,
Hartelijke groeten ui Drenthe ! Ik heb het heerlijk op de hei en tusschen de dennen.Alleen is het erg warm. Wil je tante de groeten doen ? Ontvang ook zelf de groeten van …… (naam van de afzender is niet leesbaar). 11 juli 1921.
De kaart is verzonden aan Mejuffrouw A. van Willigenburg, Beeklaan 440, Den Haag.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hier afgebeelde ansichtkaart is ook opgenomen in het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.
Op de ansichtkaart zijn de stoomzuivelfabriek en de in 1915 afgebroken beltmolen van Jan Rabinge te zien. Dat wil zeggen dat de op 11 juli 1921 verzonden kaart dateert van vóór de afbraak van de molen. De winkelier, die het kaartje verkocht, had waarschijnlijk nog een oud voorraadje ?
Aan de linker kant is een deel van de boerderij van Egbert (Eppe) Bennen te zien.

De redactie wil in het Deevers Archief tevens graag verwijzen naar het bericht Stoomzuivelfabriek aan het Katteneinde – 1908, naar het bericht Einde van de molen een het Moleneinde en naar het bericht Korenmolen van den Heer Wesseling afgebrand.

Abracadabra-1400
Abracadabra-1401

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Molen aan het Moleneinde, Moleneinde, Topstukken, Zuivelfabriek | Leave a comment

Titania smokt Spoel met de ezelskop op de Brink

3Op de Brink van Deever staat een beeld van de elfenkoningin Titania met de wever Spoel met de ezelskop. Dit beeld stelt een scène uit William Shakespeare’s komedie ‘Een midzomernachtsdroom’ voor.
De elfenkoning Oberon is jaloers op zijn vrouw de elfenkoningin Titania, omdat zij zo’n aantrekkelijke dienstknaap heeft en die niet aan hem wil afstaan. Zijn wraaklust zorgt voor grote verwarring in het bos. Zo laat Oberon zijn dienaar Puck toversap halen en druppelt dat in de ogen van zijn sla­pende vrouw Titania. Hierdoor zal ze verliefd worden op het eerste levende wezen dat ze ziet. Na haar ontwaken ziet ze als eerste een handwerksman, de wever Spoel, die tot overmaat van ramp door Puck tijdelijk met een ezelskop is uitgerust. Titania zegt na haar ontwaken in haar mooiste Oud-Engels tegen Spoel met de ezelskop:
I pray thee, gentle mortal, sing again:
Mine ear is much enamour’d of thy note;
So is mine eye enthralled to thy shape;
And thy fair virtue’s force perforce doth move me
On the first view to say, to swear, I love thee.
De verliefde elfenkoningin Titania smokt vervolgens de wever Spoel met de ezelskop. Het beeld op de Brink in Deever is geplaatst ter gelegenheid van het vijfentwintig-jarig bestaan van het openluchttheater. Sinds 1946 wordt elke zomer in het openluchttheater aan het Groenendal een toneelstuk van William Shakespeare opgevoerd, met de gelukkige uitzondering in het jaar 1949, toen werd het prachtige stuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen opgevoerd (werd de jongste zoon Peer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom vernoemd naar Peer Gynt ?).
De linker afbeelding van de wever Spoel met ezelskop is opgenomen in het programmaboekje van het in 1955 opgevoerde openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en Speol met de ezelskop op de Brink van Deever in de avond van 23 december 2015 gemaakt.

Abracadabra-1502Abracadabra-1501Abracadabra-1504

Posted in Ansichtkaarten, Beelden, Brink, Diever, Groenendal, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Het bijzonder aardige van deze zo genoemde vijfluiks-ansichtkaart is dat de vijf getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven. Je zal die vijf afzonderlijke ansichtkaarten maar in jouw verzameling hebben.
De hier getoonde vijfluiks-ansichtkaart is in november 1953 uitgegeven.
Burgemeester van Osbank
Deze ter meerdere eer en glorie van burgemeester Hendrik Gerard van Os aan elkaar gemetselde berg zwerfkeien staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek, die plek is wel op de afbeelding te zien. Op de afbeelding is aan de rechterkant de Hoofdstraat te zien.
Bij het marktterrein
Het marktterrein aan het begin van de Bosweg is eigenlijk een complex van vier niet-origineel-Saksische brinken. Het terrein om de koele, die tegenwoordig Eendenvijver wordt genoemd, is de Doolhofbrink. Kijkend in de richting van het tolhuisje ligt aan de linkerkant van de Bosweg de Paaskermisbrink. Sommige mensen noemen deze brink ook wel de Lijkwagenschuurtjebrink. Aan de rechterkant van de Bosweg ligt de Kaarkhofbrink. Daar is ook het 4 mei 1945 brinkje te vinden.
Peperstraat
Op de afbeelding is de Kleine Peperstraat te zien.
In het huis aan de linkerkant woonde de familie Roelof Hunneman. Roelof Hunneman is op 10 april 1945 op het marktterrein door de Duitse S.S.’er Fritz Habener vermoord.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) had, nadat hij na de oorlog, uit een door nota bene het Deeverse verzet afgedwongen onderduiking, terug was gekomen als burgemeester van de gemiente Deever, zeer grote haast alle oude erfgoedpanden in het centrum van Deever onbewoonbaar te verklaren en vervolgens zo snel mogelijk te laten slopen. Dat gebeurde ook met het erfgoedpand van de familie Roelof Hunneman op de hoek van de Kleine Peperstroate en de Aachterstroate.
Burgemeester van Oslaan
Het Kasteel is een tijdlang door de voorkant van het gelijk volledig onterecht Burgemeester van Oslaan genoemd. In de volksmond bleef de weg over ’t Kastiel gelukkig gewoon Kastiel heten.
Aan de rechterkant loopt de weg over ’t Kastiel. Aan de linkerkant is de zandweg met de naam Grönnegerweg te zien.
Uitkijktoren
In het Deevers Archief is in een aantal berichten aandacht besteed aan de uitkijktoren tegenover paviljoen Berkenheuvel.

Posted in Ansichtkaarten, Burgemeester Van Osbank, Diever, Jan Cornelis Meiboom, Kasteel, Marktterrein, Peperstraat, Uitkijktorens | Leave a comment

Bij de manufacturenwinkel van Flip Zaligman – 1936

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 76) over het verleden van de manufacturenwinkel van Flip Zaligman en Heintje Wilda an de Heufdstraote (adres Deever 189) in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

In het rechter pand was de grootste en mooiste manufacturenwinkel van het dorp gevestigd.
Het werd bewoond door de in Dwingeloo geboren Philippus (Flip) Zaligman, zijn vrouw Heintje Wilda en hun in Diever geboren kinderen Martha Hendrika (8-12-1920), Levie (Loekie) Salomon (21-12-1921) en Hendrika (Rikie) Henriëtta (26-10-1925).
Flip Zaligman was mit ’t pak bee’j ’t pad. In het begin bezocht hij zijn klanten op een transportfiets. Het pak was toen een grote koffer die onder meer was gevuld met rollen stof. Als hem werd gevraagd hoe de zaken gingen, dan kon het zijn dat hij antwoordde: Het gaat goed, maar het goed gaat niet…..
Het ging echter zo goed met het goed dat hij de transportfiets kon vervangen door een automobiel. Bij de winkel staat zijn voertuig met kenteken D-3386. Het nummerbewijs werd afgegeven op 11 maart 1924.
De winkel brandde op 20 februari 1940 af. De familie Zaligman vestigde zich op 26 april 1940 in Meppel op het Noordeinde 7.
De Duitse bezetter arresteerde in de nacht van vrijdag 2 op zaterdag 3 oktober 1942 ongeveer 14.000 joodse landgenoten. Zo kwam het dat in de grauwe morgen van zaterdag 3 oktober, op sabbat en bovendien op Grote Verzoendag, de joodse gemeenschap van Meppel op het station stond te wachten op een trein naar het kamp Westerbork. Daarbij bevonden zich Flip, Heintje, Loekie en Rikie Zaligman. Martha was ondergedoken en werd later verraden. Haar dochter Thea werd in Westerbork geboren. Vanuit Westerbork zijn ze gedeporteerd naar de Duitse vernietigingskampen.
Heintje en Rikie werden kort daarna in 1942 vergast in Auschwitz. Loekie kwam in 1943 om in Schöppenitz. Flip vond in 1944 de dood in Auschwitz. Martha, haar man en hun dochter Thea overleefden het concentratiekamp Theresienstadt. Martha overleed in 1970 in Zandvoort. Thea emigreerde naar Israël, waar ze met Marcel Gaby trouwde. Zij heeft nog regelmatig contact met Jans Tabak.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Philippus (Flip) Zaligman is op 21 september 1893 geboren in Dwingelo. Hij was manufacturier.
Hij huwde op 10 mei 1894 in Coevorden met Heintje Wilda.
Zij verhuisden op 20 mei 1920 van Dwingelo naar het adres Deever 189.
Martha Hendrika Zaligman is op 8 december 1920 in Deever geboren.
Levie (Loekie) Salomon Zaligman is op 21 december 1921 in Deever geboren.
Hendrika (Rika) Henriëtte is op 26 oktober in Deever geboren.
De familie Zaligman verhuisde op 7 juni 1936 naar het adres Eerste Hoofdstraat 34 in Meppel.
De familie Zaligman verhuisde op 28 april 1939 naar het adres Deever 189.
De familie Zaligman verhuisde op 26 april 1940 naar het adres Noordeinde 7 in Meppel.
De winkel van Flip Zaligman brandde op 20 februari 1940 af.
Het zou zeker van respect getuigen als in het trottoir voor de drogisterij op het adres Hoofdstraat 51 in Deever (zeg maar voor voor de ‘oude boerenleenbank’) vijf  zo genoemde stolpersteine (straampelstien’n), waarbij op elke steen de naam van een lid van de familie Flip Zaligman is gegraveerd.
Een  mooie klus voor bestuursvoorzitter Homme Geertsma met de vele zijnen van de ingedutterige heemkundige vereniging uut Deever.

abracadabra-491

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hoofdstraat, Joodse inwoners, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Verwerende tufsteen van de kerk aan de brink

De muren van de kerk aan de brink van Deever zijn voor een deel gebouwd van tufsteen. Dit betrekkelijk zachte bouwmateriaal is door de eeuwen heen aan de zon- en regen- en windkant op een prachtige manier aan het verweren.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van een detail van de muur aan de kant van de brink op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Sukersakkie van het Schultehuus in Deever

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het deel rechts van de voordeur van het Schultehuus an de niet-origineel-Saksische Schultehuusbrink van Deever ook allerlei culturele activiteiten georganiseerd. Het Schultehuus zou met een beetje goede wil echt wel kunnen worden beschouwd als een soort van mini-Dingspilhuus.
Het Schultehuus had net zoals hotels, cafés, restaurants, lunchrooms, kantines, enzovoort, enzovoort een ‘eigen’ sukersakkie. Dit sukersakkie – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar minder of meer (meer meer dan minder) overgetekend van een mooie ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Zie de bijgaande afbeelding van deze ansichtkaart.
Op de achterkant van de ansichtkaart staat de volgende tekst:
Het schultehuis te Diever na de restauratie van 1935 – 1941.
Dit huis is in 1604 gebouwd door Berend Ketel. Deze was als schulte van Diever aangesteld door graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Stad Groningen en Ommelanden en Drenthe, nadat in 1594 de stad Groningen was ingenomen en de Spanjaarden uit genoemde gewesten waren verdreven. Zijn wapen staat gebeiteld in de steen boven de voordeur. Toen het huis in 1934 dreigde te worden afgebroken, is het aangekocht door de Stichting ‘Oud-Drenthe’.
De redactie weet niet precies in welk jaar deze ansichtkaart is uitgegeven. Wie weet het wel ?
Het Schultehuus zat na de mislukte restauratie, die van 1935 tot 1941 duurde, helaas niet meer vast aan de bijbehorende Schulteboerderij.
Let bij de ansichtkaart vooral direct rechts naast het Schultehuus op de nog net deels zichtbare roggemiete bij de Schulteboerderij van Koendert Krol.


Posted in Brink, Diever, Schultehuis, Sukersakkies | Leave a comment

Een Spartaans hangkotje op de Langparkeerbrink

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 25 september 2017 stond het volgende berichtje over een culturele gebeurtenis van de eerste orde binnen de grenzen van de gemiente Deever. Deze gedenkwaardige gebeurtenis zal ongetwijfeld rechtstreeks en zonder enige betuttelende ballotage in het geschiedenisboek van de gemiente Deever worden vermeld.

Jeugd Diever heeft eigen plek
Jongeren Ontmoetings Plaats bij sportvelden
Diever. De jongeren in Diever hebben een eigenplek. Wethouder Homme Geertsma heeft samen met een aantal jongeren de JOP, een Jongeren Ontmoetings Plaats, geopend.

De Jongeren Ontmoetings Plaats in Diever is gerealiseerd in de nabijheid van scholengemeenschap ‘Stad en Esch’ en het sportterrein Westeres van de voetbalvereniging Diever/Wapse. Hij is geplaatst op het parkeerterrein. De JOP is geheel van metaal en voorzien van banken. De jeugd kan nu overdekt zitten en elkaar gezellig ontmoeten. De JOP is voorzien van de tekst: ‘Hangen oké  ! Overlast nee ! En rotzooi opruimen !’
Geertsma opende de JOP door samen met jongeren uit Diever de poster te plaatsen waarop de afspraken staan die zijn gemaakt. Men mag geen lawaai maken en harde muziek is geheel niet toegestaan. De wethouder zei dat het goed was om te zien dat de gemeente, de jongeren en de omwonenden gezamenlijk tot een prachtige ontmoetingsplek waren gekomen.
‘Een JOP waarin jongeren gezellig kunnen praten en bij elkaar kunnen zijn. En doordat we onderling goede en duidelijke afspraken hebben gemaakt, ga ik er van uit dat we allemaal plezier beleven aan de JOP.
Overlast
Naast de Jongeren Ontmoetings Plaats is een afvalbak geplaatst. Deze is volgens omwonenden nog niet heel erg opgevallen, gezien het vele afval in de JOP afgelopen weekeinde.
In Diever wordt gehoopt dat door de realisatie van de JOP de overlast die rondhangende jeugd regelmatig veroorzaakt bij de openbare lagere school ‘de Singelier’ en in de overdekte picknickplaats aan de Bosweg minder wordt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Volgens de webstee van de voorkant van het gelijk is de hoogedelachtbare heer Homme Geertsma de CDA-wethouder voor het beheer van de openbare ruimte, milieu, onderwijs, sport en jeugdzorg. Dat zijn heel wat dikke zware, vette, dure portefeuilles bij elkaar, maar dat kwam bij deze topgebeurtenis mooi uit: één wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het beheer van duurzame objecten in een duurzame openbare ruimte binnen de gemiente Deever én bovendien politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd.
JOPsbode Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk kwam met een opgeheven moraliserend wijsvingertje en met het volgende JOPsbericht naar het Spartaanse rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink aan de straat met de naam Westeresch in Deever: ‘Hangen oké ! Overlast nee ! Rotzooi opruimen ! Geen lawaai maken !’  ‘Geen harde muziek afspelen !’
Als de rondhangjeugd in de buurt van het rondhangkotje toevallig eens een keer een beetje afval maakt in de vorm van bijvoorbeeld een leeg blikje van een energiedrankje, dan is het bevel ‘En rotzooi opruimen !’. Rondhangjeugd trapt rotzooi, rondhangjeugd maakt rotzooi, rondhangjeugd is rotzooi.
Dat minachtende woord rotzooi geeft al meteen aan dat de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma de Deeverse jeugd om het op zijn Deevers te zeggen ‘veur gien cent in de reek’n hef’ of anders gezegd ‘minder in de reek’n hef dan un vurrotte kool’, 
want op de webstee van de voorkant van het gelijk wordt wel degelijk gebruik gemaakt van de termen afval en zwerfafval en niet rotzooi en zwerfrotzooi.
De hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma hoefde in zijn JOPsbericht niet het bevel ‘Niets vernielen !’ op te nemen, want het massief dikstalen en militair-donkergroen gespoten Spartaanse rondhangkotje valt niet te vernielen.
Het zware orkaanbestendige Spartaanse rondhangkotje kan ook onmogelijk worden omgeduwd.
Hij had voor alle zekerheid in zijn JOPsbericht wel het bevel ‘Niet spuitverven !’ kunnen opnemen.
Het Spartaanse rondhangkotje kan ook niet in brand gestoken worden, want staal is nog steeds niet brandbaar.
Kortom de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk is er volledig in geslaagd de Deeverse rondhangjongeren een onpersoonlijk, onaantrekkelijk, ongezellig en afstotelijk Spartaans rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink op de Westeresch van Deever door de strot te duwen.
Deze indruk wordt versterkt door de slechte anti-propagandafoto van de voorkant van het gelijk, waarop een erg eenzame hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma nota bene met de rug naar de fotograaf bezig is met het doorknippen van een wellicht door hemzelf meegebracht en opgehangen rood-wit geblokt plastic wegenbouwlintje met een wellicht door hemzelf meegebracht schaartje. Of heeft hij voor de zekerheid altijd een schaartje in zijn binnenzak ? Je zou verwachten dat het doorknippen van dat lintje gedaan mocht worden door een vertegenwoordiger van de rondhangjongeren, maar nee …. Op de foto zijn in de verste verte geen, ook niet achter de bosjes bij de twee langparkeerauto’s, rondhangjongeren te bekennen. Echt niet ! Maar deze staan ongetwijfeld in groten getale achter de maker van de krantenfoto. Echt wel ?
Dan is de onthulling van het Spartaanse rondhangkotje voor de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma zo in de aanloop naar de 2018-gemeenteraadsverkiezingen toch wel als een soort van negatief persmomentje, als een soort van deceptietje te beschouwen, want een wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd moet op zijn minst zorgen wel omringd door rondhangjongeren op de foto te komen. Toch nog maar gauw even een schriftelijk snelcursusje ‘Hoe ga ik om met mijn klanten’ volgen ? Want rondhangjongeren mogen tegenwoordig al stemmen als ze achttien jaren jong zijn.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s van het Spartaanse rondhangkotje op 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Plattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemienten DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de nieuwe voorkant van het gelijk het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.
Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van het dorp Deever.
De voorkant van het gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te plaatsen. Zie de twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief gelukkig op 2 januari 2017 heeft kunnen maken.
De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de voorkant van het gelijk hebben overgedragen ? Of dat de voorkant van het gelijk het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.
En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar staan toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma ??) het plaatje niet verwijderen.
De vraag is of het nederlandsebondvanplattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, op de Schultehuisbrink niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de voorkant van het gelijk op de plaats van het prachtige zitbankje veel reclame voor William Shakespeare zal gaan maken.
De voorkant van het gelijk lijdt immers ook zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-Saksiche Schultehuisbrink voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink aan de Heezenesch van Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de voorkant van het gelijk binnenharkt uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.
Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de Schultehuisbrink zal worden verbannen ?
De redactie van het Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van de voorkant van het gelijk met al de vele zijnen van de voorkant van het gelijk achter de vele ramen van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-Saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeerscirculatieplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer meer) op deze niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel Saksische Schultehuisbrink zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet origineel-Saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven ..


Posted in Achterstraat, Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kleine Brink, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Ut Rabobankbankje an de Peperstroate in Deever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de bovenste foto staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank of Rabobankbankje. De redactie houdt het op Rabobankbankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van de voorkant van het gelijk vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat de voorkant van het gelijk het Rabobankbankje gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte.
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankbankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
De vraag is of het Rabobankbankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankbankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend. Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Gemeente Westenveld, Peperstraat | Leave a comment

Openbare vergadering van de N.S.B. in café Balsma

In de krant Drentsch Dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, jaargang 2, nummer 606, van 22 mei 1944 verscheen het volgende bericht.

Ons nationalisme uw redding. Openbare vergadering op vrijdag 26 mei, in zaal Balsma te Diever. Aanvang 8 uur, Spreker Ph. van Kampen. Ons socialisme uw toekomst.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Nationaal Socialistische Beweging (afgekort N.S.B.) kondigde op 22 mei 1944 in het Duits gezinde Drentsch Dagblad aan dat de beweging een openbare vergadering in Deever ging houden.
De N.S.B. was een Nederlandse politieke beweging, die van 1931 tot 1945 heeft bestaan. De N.S.B. was op nationaal-socialistische leest geschoeid en fungeerde in de Tweede Wereldoorlog als colloboratiepartij voor de Duitsers.

De propaganda-teksten ‘Ons Nationalisme uw redding!’ en ‘Ons Socialisme uw toekomst!’ en ook ‘Steunt de N.S.B. in de strijd voor Volk en Vaderland!’ werden op allerlei affiches van de N.S.B. gebruikt.
De N.S.B.’er J.Ph. van Kampen was afkomstig uit IJmuiden.
Het is niet precies bekend in de gemiente Deever naar dit soort propaganda-bijeenkomsten kwamen. 

Abracadabra-1264

Posted in Café Balsma, Diever, N.S.B., N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Berkenheuvel – Een levenswerk

Het artikel ‘Een levenwerk’ van de onbenoemde journalist D …… is gepubliceerd op 19 september 1925 in nummer 38, jaargang 51 van het blad Eigen Haard. Het artikel is zonder bronvermelding ook al een keer in helaas bewerkte vorm in 2008 als een flinke bladvulling opgenomen in het papieren blad Opraekelen, deels in nummer 08/2 en deels in nummer 08/3 van de heemkundige vereniging uut Deever.

Wij waren in Dieverbrug. Als ge geen lid bent van de Vrijzinnige Christelijke Studenten Bond of de Nederlandse Tenten Kampeer Vereniging zult ge, vrees ik, het wijze voorhoofd rimpelen en trachten, den geest te scherpen, om u te herinneren, waar een plaats van dien naam in ons land wel ligt.
’t Is waar, ’t ligt afgelegen, dat zult ge moeten toestemmen, tenzij ge een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent.
Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkelen reiziger, wat postzaken, een pakje, en door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zoo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats te verstaan zijn het reeds genoemde Meppel en het nog verder af liggende Assen. Tusschen die twee, aan de Drentsche Hoofd- of Smildervaart ligt Dieverbrug.
De naam doet veronderstellen, dat er ook wel een plaatsje Diever zal zijn en dat is zoo. Twintig minuten verder de rimboe in ligt het dorp. Men bereikt het langs een landweg met praehistorische rariteiten als een tol en als tegenhanger electrische verlichting. Wat kinderen kijken de wandelaar verbaasd aan, die door hun dorp stapt en ’t vrouwtje in ’t winkeltje, dat prentbriefkaarten verkoopt, kan niet nalaten eens te informeren: vanwaar en waarheen ?
Och heere, zult ge zeggen. Wacht wat! We moeten het dorp nog door en links zien we al dra de oneindigheid van ’t Drentsche landschap.
Rechts liggen de villa’s van den dokter en den burgemeester. Dan begint ook aan dezen kant de wijde natuur….. maar nu leidt een zandpad naar rechts. ‘Berkenheuvel’ staat op het bordje, en nu naderen we het doel der reis. Daar ligt reeds de boschwachterswoning in de schaduw van wat boomen, aan den ingang van het landgoed, dat niemand zal aarzelen, een levenswerk te noemen.
Bosch en nog eens bosch is wat ge hier ziet en als ge vraagt, waar dat levenswerk dan wel in zit, behoef ik u slechts te wijzen juist op dat bosch. Want wie hier een halve eeuw geleden doolde – och, ’t zal niet veel anders geweest zijn dan een schaapherder, een strooper, een landlooper – nog zand, zand en nog eens zand, ter afwisseling misschien een beetje hei of een heideplas, maar voor ’t overige zandverstuivingen, binnenduinen, opgewaaide en zich verplaatsende heuvels, een oord van dorre verlatenheid.
Hier, op deze geblakerde dan wel grimmig ijzige omgeving – naarmate het zomer of winter was – was de aandacht gevallen van een paar mannen met pioniersbloed in de aderen. Voor ’t bekende bange gezicht kochten ze zeventig, vijf en zeventig jaar gelden een 700 H.A. grond.
Doel was, deze gronden te bebosschen. Er werden door deze heeren of hun opvolgers nieuwe complexen aangekocht, zoodat ten slotte een kleine 1400 H.A. in bezit van eenige particulieren kwam. Bebosschen dus. Maar het leek nog niet erg op wat men daaronder heden ten dage verstaat, nu boschbouwkundigen zich beijveren, uit ieder stukje grond te halen, wat er in zit, en geleerd hebben, met zooveel rekening te houden, wat de aandacht van den eenvoudigen arbeider ontsnapt.
Want boschbouw is – het hoeft in deze tijd, nu we alles wel weten, wat Staatsboschbeheer en de Heidemaatschappijen presteeren, bijna niet gezegd, – een zeer apart, zeer lastig en dikwijls weinig rendabel bedrijf, dat buitengewone toewijding en zeer veel vakkennis vraagt, en tot die overtuiging, beter gezegd tot die door ondervinding gesteunde wetenschap was men driekwart eeuw geleden nog niet gekomen. De boschbaas en zijn arbeiders plantten waar een plek hun geschikt leek en de uitkomst bewees dat wat dikwijls een gunstige plaats had geschenen, maar gansch niet beantwoordde aan de verwachtingen…… Wat er meer van te zeggen ? Met vallen en opstaan leert men loopen en dat in een particulier bedrijf in het midden van de vorige eeuw in de binnenlanden van Drente nu niet altijd de methoden werden gevolgd, die thans, vijf en zeventig jaar later zouden worden uitgevoerd, ligt voor de hand.
Ja, ook de meer moderne opvattingen, die het richtsnoer waren voor het bedrijf gedurende de laatste jaren konden de gevolgen niet geheel ongedaan maken. En dat moge voor den eigenaar minder voordeelig zijn,voor het landschap heeft het wel degelijk zijn profijten opgeleverd. We bedoelen dit: Een boschbedrijf zonder meer is tot in alle onderdeelen ingericht op de rente, die het bosch moet opleveren. Hier een perceel éénjarig hout, daar twééjarig, daar driejarig, een eind verder dertig-, veertigjarig, liefst zoo economisch aangelegd, dus niet al te grillig, niet al te natuurlijk zou men haast zeggen. Kijk, dat is Berkenheuvel nu juist helemaal niet: Het is een plek natuur geworden met al dat zorgelooze in den aanleg, met dien krachtigen groei, die weelderige vegetatie, die ten eenenmale doet vergeten, dat dit dan toch maar aangeplant is, door menschenhand aangebracht, door menschen onderhouden. Neen, daar lijkt het inderdaad niet veel op: Het is àl natuur, àl ongebreidelde groei. Het is een landschap geworden, overweldigend schoon, dit golvend terrein, overal, overal begroeid met dennen in diverse variëteiten met berken en ander geboomte. Neen, toch niet overal, want daar zijn ook complexen grond, die thans geschikt geworden zijn voor landbouw en veeteelt. Maar ’t allergrootste gedeelte van de 1350 H.A. is toch bosch geworden en wordt als zoodanig geëxploiteerd.
Wat voor 75 jaar nog woest en verlaten hier lag, is dus een vriendelijk landschap geworden. Waar ’t schrale zand zich op de vleugels van den wind telkenmale verplaatste, brengen bosschen, weiden en bouwland hun rente op. Uit de dorre aarde is een lachend stuk natuur opgebloeid. En hiermede komen we op het opschrift boven dit artikel. Een levenswerk ! Ja, dat is het toch wel geweest en het past hier, den naam te noemen van den man, die dertig jaar geleden den grond hier vond, slecht toebereid, ter nauwernood hier en daar van een armelijk boschje voorzien en voor ’t overige niets dan zand en heide. Een domein voor schapen en konijnen !
De nieuwe eigenaar, mr. A.C. van Daalen, was geen man van half werk. Hij wist van aanpakken en overtuigd, dat er hier aangepakt moest worden spaarde hij zichzelf niet en wist zijn helpers te bewegen tot een krachtsinspanning, die al spoedig het geel van het zand en het grauw en paars van de heide deed verkeeren in het frissche groen der eerste aanplantingen. Wat al belofte zat er in die gronden, die stilaan bedekt werden met opgroeiend geboomte, wat al vooruitgang kon ieder jaar worden geconstateerd, gestadige – schoon langzame – vooruitgang.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Dit artikel is nog niet helemaal overgetikt.
In het artikel zijn ook vier foto’s opgenomen. Deze moet hier ook nog worden geplaatst.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Opraekelen | Leave a comment

Marktterrein aan het begin van de Bosweg in 1924

Bijgaande prachtige foto van het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever is gemaakt in 1924.
De foto is gemaakt in de richting van het tolhuis.
Links en rechts van de Bosweg zijn betonnen palen en buizen te zien. Aangevoerde paarden en koeien werden aan de buizen vastgebonden. De paardenmarkt werd aan de rechterkant van de Bosweg gehouden. De koeienmarkt werd aan de linkerkant van de Bosweg gehouden.
Op de foto is aan de rechter kant achter het hek een woonwagen te zien. Het marktterrein was de plek waar woonwagens mochten staan. De paarden van de eigenaar van de woonwagen zijn eveneens aan de rechter kant van de foto te zien.
Aan de rechterkant van de foto ligt ook de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
Zo te zien hebben de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever voor het restaureren van de oude situatie nog wel enig hekwerk te verrichten.
In die jaren werd een paar keer per jaar veemarkt gehouden op dit marktterrein, Zie de bijgevoegde advertentie die op 28 oktober 1924 nota bene in de Nieuwe Rotterdamsche Courant verscheen.
De niet met enige cultuurhistorische kennis behepte brinkexperts van de heemkundige vereniging uut Deever noemen het marktterrein bij gelegenheid te onpas een marktbrink, wellicht zijn zij daarbij zó ver op drift geraakt dat zij het gedeelte aan de linker kant van de Bosweg een koeienbrink noemen en het gedeelte van het marktterrein aan de rechter kant van de Bosweg een paardenbrink. Gelukkig staat op de kleurenfoto op de richtingaanwijzer het parkeerterrein op het markterrein wel met Markterrein aangeduid.
Verontrustend is echter wel dat de in Diever geboren en getogen projectdirecteur en de vele zijnen achter de vele ramen van het kantorencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan van Deever niet erg op dreef zijn, maar wel erg op drift zijn geraakt – echt wel – en in hun ontwerp- en bouwtekening van het binnenkort uit te voeren peperdure Brinkenplan 2018-2019 het marktterrein helaas wel de naam Marktbrink hebben gegeven.
De Bosweg was vroeger een schapendrift.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 januari 2016 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.

Abracadabra-1500
Abracadabra-1532
Abracadabra-1503

Posted in Bosweg, Diever, Dievermarkt, Topstukken | Leave a comment

’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt

In dit bericht is afgebeeld een zwart-wit ansichtkaart, die in 1958 is uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor in Deever. De redactie van het Deevers Archief brengt de kleine wakkere Roelof (Roef) van Goor daarvoor alsnog posthuum hulde: hulde, hulde, hulde.
Op die ansichtkaart is het in 1957 geopende lelijke megalomane gemientehuus van de gemiente Deever an de brinQ van Deever te zien. Wie heeft ooit de bliend’n dicht voor de ramen gezien ? Ook is een stukje van de brinQ van na de grote vernieling in 1956/1957 te zien.
Het gebouw is onder neo-drenthiaans-boerse-postbellum-architectuur gebouwd en moest het oude wel volmaakt bij de brinQ passende gemientehuus snel doen vergeten.
De redactie heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Bij de kleurenfoto valt op dat aan het ontwerp van de architect Jans Boelens een beetje is gesleuteld. In het dak boven de voormalige gemeente-secretarie is een dakkapel flink vergroot en zijn dakramen aangebracht. Wellicht wordt de ruimte nu gebruikt als een soort van kantoor. Werd die zolder in de gemeentehuis-tijd gebruikt als opslagplaats ? De zij-ingang naar de secretarie is vervangen door een raam. Zijn al deze veranderingen een inbreuk op het auteursrecht van de architect ?
En waar is de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ? Ligt de zonnewijzer soms nog ergens op een van de vele en te grote zolderverdiepingen van het megalomane gebouw ? En is het zwerfsteentje verplaatst naar de hoek van de Kerkstraat en de Peperstraat ?
De geruchten gaan dat de niet-echt-Saksische brinQ van Deever in 2018 op de schop gaat, mits de politieke anti-Deever lobby (Deever möt niet seur’n, Deever hef sien roadhuus) daar natuurlijk geen stokje voor steekt.
De brinQ krijgt dan een echte Qualiteitsimpuls; trottoirs worden gesloopt, de braandkoele wordt weer gegraven, de hiele dikke stien wordt verwijderd, de bestrating van zwerfkeitjes met de Abe-Brouwer-figuren wordt verwijderd, er komen glint’n om de hof van de kaarke, de hof van de kaarke wordt volgeplant met iepen, de onterecht gesloopte erfgoedboerderijen worden herbouwd, de brinQ wordt helemaal autovrij, de toeristenindustrie verdwijnt van de brinQ, het Schultehuis wordt weer Schultehuis, het zo genoemde Oermuseum wordt verplaatst naar het bedrijventerrein an de Deeverbrogge, en zo voort, en zo voort.
De brinQ zal worden opgestoten, opgeklopt of neergekalefaterd in de vaart der hedendaagse bevolkers van Deever. ’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt. De hedendaagse bevolkers van Deever mochten zelfs bij wijze van soort van proef een paar keer een beetje hun eigen mening mompelen over brinQ 8.2 in het bijzijn van de ijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk uit de kantoorparkjes en uit de kantoortuintjes achter de wel erg vele ramen van het Roadhuus an de Gemientehuuslaene in Deever.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Roggemiet’n op de Hezenesch van Deever in 1960

Bijgaande foto is gekopieerd uit de reclamefolder ‘Ga liever naar Diever’ uit 1961 van de Vereniging Voor Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.) uut Deever.

Om te vermijden dat de loonwerker zijn tractor en zijn döskaaste vaak moest verplaatsen van de ene miete naar de andere miete, zetten de boeren hun miet’n altijd in zo groot mogelijke groepen op de nes, in dit geval in het najaar van 1960 op de Hezenesch van Deever.
Een miete zett’n was een hele kunst. Als deze niet mooi gelijkmatig werd opgebouwd, dan kon het gebeuren dat deze scheef zakte en met palen moest worden gestut. De schuine buitenkant was vergelijkbaar met een reet’n doake. In een goed gezette miete kon het regenwater net zoals bij een reet’n doake niet binnendringen.

De redactie van Dievers Archief is op zoek naar foto’s van rogge meej’n, miete zett’n, döss’n, enzovoort.
Bezoekers worden verzocht deze foto’s te scannen en naar de redactie toe te sturen voor publicatie in de webstee Deevers Archief.

Posted in Boer'nwaark, Diever, Heezenesch | Leave a comment

Afbraak van het mooie oude boerencafé Trompetter ?

In de Friese Koerier verscheen op 1 februari 1964 het volgende bericht met foto over de mogelijke afbraak van de mooie oude boerderij van Arend Trompetter en Roelina Pit op de hoek van de Hoofdstraat en de Kruisstraat in Deever

Afbraak mooie oude boerderij ?
Dit is de boerderij van de heer A. Trompetter, Hoofdstraat 25 te Diever, vroeger onder meer in gebruik als dorpsherberg, ook als betaalplaats voor de belastingen. Omdat het gebouw van 1720 vooral ook inwendig merkwaardig is, heeft het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen besloten het op de Monumentenlijst te plaatsen. Maar de raad heeft andere plannen. Het komplan komt er door in gevaar en het pand is ook hinderlijk voor het verkeer. Daarom heeft de raad aan de minister gevraagd, het huis van de Monumentenlijst te doen afvoeren.

Posted in Boerderijen, Café Trompetter, Diever, Gemeentebestuur, Hoofdstraat, Kruisstraat, Opraekelen | Leave a comment

Tjeerd Bottema is de ontwerper van de Sluis-haan

Rechts van de ingang van korenmolen de Vlijt in Oldendeever hangt al zeker meer dan vijftig misschien wel zestig of zeventig jaren een geëmailleerd reclamebordje met de bekende hanekop van Pieter Sluis, ooit fabrikant van onder meer veevoeders, mengvoeders, diervoeders, vogelvoeders, pluimveevoeders, kippevoer en zangzaad.
Het bordje is helemaal verweerd en was oorspronkelijk kanariegeel van kleur, dat is nog een beetje te zien bij de letters E, N en G van het woord MENGVOEDERS.
Het email is bij de vier schroeven (of zijn het spijkers ?) op de hoeken verdwenen en de schroeven (of zijn het spijkers ?) zijn helemaal weggeroest.
De tanden van de tijd zullen het bordje verder aanvreten en op een dag zal de zwaartekracht het bordje van de muur trekken, maar daar zal waarschijnlijk geen haan naar kraaien.
Zo te zien zal het bordje voor de verzamelaar weinig waarde hebben.
Het bordje moet daar zijn opgehangen in de beste jaren van Pieter Sluis, toen het merk Sluis nog een begrip in heel Nederland was. Heeft mulder Jan Albert (Ab) Jansen het bordje opgehangen, voordat hij naar het land Verenigde Staten van Amerika (U.S.A) verhuisde, misschien wel vóór de Tweede Wereldoorlog of heeft zijn opvolger Arend Uiterwijk Winkel dit na 1953 gedaan ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het reclamebordje op 3 oktober 2012 gemaakt.

Op 14 februari 2018 schreef Evert de Jong de volgende reactie, waarvoor de redactie hem bijzonder erkentelijk is:
Vermeld mag worden dat de Sluis-haan voor reclamedoeleinden is ontworpen door tekenaar, schilder, etser en illustrator Tjeerd Bottema. Dat moet ver voor de Tweede Wereldoorlog zijn geweest.
Rond 1905 had Tjeerd Bottema het beroemde affiche voor verzekeringsmaatschappij RVS gemaakt: vrouw met paraplu, man met wandelstok en hondje.
In die periode moet hij hoogstwaarschijnlijk ook het beroemde embleem voor P. Sluis hebben gemaakt.
Ik heb ruim 40 jaar geleden een boek geschreven over het leven van Tjeerd Bottema (ISBN 9062720013), getiteld ‘Mijn leven’. Daarin staat een fraaie Friestalige affiche van P. Sluis Ochtendvoer afgedrukt. De datum waarop deze prent werd gemaakt staat er helaas niet bij. Bottema zegt in het boek onder meer over zijn studententijd aan de Rijksacademie voor Schilderkunst in Amsterdam: ‘Het ging me daar goed. Ik kreeg veel opdrachten voor illustraties en voor reclamewerk’. Later maakte hij furore als illustrator van voornamelijk kinderboeken en als etser. In het voorjaar van 1978 is Tjeerd Bottema in Katwijk overleden. Ik hoop u hiermee naar genoegen te hebben geïnformeerd.

Posted in Diever, Kunst, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Diever, London, Paris, New York, Mexico, Caïro, …

De redactie van het Deevers Archief komt bij het ofstruun’n van het internet regelmatig bijgaande afbeelding tegen. Is het een plakaat ? Is het een poster ? Is het een kunstwerk ? Is het een reclamestunt ? Is het uitsnede van een veel grotere afbeelding ? Toch maar voor alle zekerheid bijgaande afbeelding in het Deevers Archief bewaard.

Wat zou toch het verband kunnen zijn tussen het betrekkelijk kleine dorp Deever en de wel erg grote wereldsteden London (Londen), Paris (Parijs), New York (Nieuw Amsterdam), Caïro, Mexico City (Mexico-Stad) en Hong Kong.
De redactie heeft lang moeten piekeren en peinzen – hij kon soms van al dat gepieker en gepeins slecht in slaap komen – om uiteindelijk tot de voor hem enige gevolgtrekking te komen dat geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare (Sjakie uut Spier) de verbindende schakel is tussen de kleine muis en de grote olifanten.
Want overal op de wereld zijn handige uitbaters er achter gekomen dat met het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare goed geld is te verdienen.
In London (Londen) staat al lang een Shakespeare’s Globe Theatre, bestaat de Shakespeare Tour al lang, staat al lang een Shakespeare Hotel, wordt al lang het verblijf van Shakespeare in London (Londen) uitgebaat, enzovoort, enzovoort.
In Paris (Parijs) is in het Quartier Latin (Latijnse Wijk) natuurlijk de wereldberoemde boekhandel Shakespeare and Company gevestigd en in 2015 opende het Shakespeare and Company Café haar deuren en dan is er ook het theater de Verdure du Jardin Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
New York (Nieuw Amsterdam) heeft The Shakespeare Exchange, heeft het gratis Shakespeare in the Park (doar begunt see in Deever neet an, dan löp de gemiente te veule geld mis), heeft het Theatre For A New Audience, is er een restaurant The Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
In Caïro in Egypte -je zou het niet verwachten- is een café restaurant Shakespeare and Co., en is Shakespeare de speciale gast op het Caïro International Film Festival, enzovoort, enzovoort.
In Mexico City bestaat het Foro Shakespeare, enzovoort, enzovoort
In Hong Kong bestaat het bedrijf Shakespeare4All Company Limited, het bedrijf The Law Society of Hong Kong besteed aandacht aan Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
Ook neringdoenden en ondernemers in de toeristenindustrie in de betrekkelijk kleine gemiente Deever willen geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare. En de schatkist van de voorkant van het gelijk moet wel de hele zomer van al het binnenstromende vermakelijkheidsbelastinggeld blijven rinkelen, want het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is een profijtelijke zaak en moet een veel profijtelijker zaak worden en mag onder geen beding worden veronachtzaamd.
Het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is in het door de voorkant van het gelijk bedachte peperdure Brinkenplan 2018 een waar speerpunt van het gemeentelijke verdienmodel geworden. Dat is in vergelijking met de commerciële Shakespeare activiteiten in de erg grote wereldsteden wel rijkelijk laat te noemen.
Het zal de redactie van het Deevers Archief dan ook niet verbazen als de weg vanaf de Eendenvijverbrink langs de Kerkhofbrink door het Grünedal tot aan de Shakespearebrink voor het Openluchtspel (de open ruimte voor het Openluchtspel was vroeger een Bolderbrink, de plek waar de echte Deeversen bolderden) zal worden gewijzigd in Shakespeare Avenue. Maar dan heb je ook wel wat. Echt wel. Na het koekeloeren naar als die opdringerige Shakespeare-informatieborden lekker even uitrusten op het Bert-Haanstra-Zitbankje aan de Shakespeare Avenue. En aan de aanstaande Shakespeare Avenue is ruimte voor meer gesponsorde zitbankjes, bijvoorbeeld het Jantina-Figeland-Zitbankje en het Kappertie-de-Boer-Zitbankje, twee Deeverse toneelspelers, die hebben meegeplaveid aan de weg naar het succes van het Openluchtspel.
De grote vraag is natuurlijk: wie is de bedenker van bijgaande afbeelding ? Wie het weet, die mag het bij de redactie melden.

Posted in Diever, Kunstig gemaakte objecten, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

De zeer grote brand in Deever op 27-8-1759

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op 27 augustus 1759, dat de lokale correspondent op 28 augustus 1759 instuurde.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 2 Augusty. Gisteren namiddag om 1 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 48 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de asche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kant van de Heufdstroate. Het kerkgebouw en veel huizen en boerderijen aan de brink, langs de Heufdstroate en de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd. Ook het huis van de schout, dat wil zeggen het schultehuis, verbrandde. 

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Hier werd landverhuizer Harm Kerssies geboren

De redactie van het Deevers Archief ontving op 29 januari 2018 bijgaande reactie van Richard Kerssies. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Ik ben onlangs via het internet in contact gekomen met mijn heel verre achterneef Brian Kerssies. Hij is geboren in Canada, maar is verhuisd naar de Verenigde Staten van Amerika (U.S.A.).
Hij stuurde mij bijgaande afbeelding van een foto die bij hem aan de muur hangt. Ik kan hem wel vragen van de foto een nette scan te maken.
Volgens mijn heel verre achterneef is zijn grootvader Harm Kerssies in dat huis geboren. Zijn vader, die ook Harm Kerssies heet, vertelde hem dat het huis op het Kasteel in Deever stond.
Volgens mijn vader gaat het om het huis waarin Schokkenkamp een tandartsenpraktijk heeft of heeft gehad. En dat huis staat niet op het Kasteel, maar aan de Dwarsdrift in Deever, te weten het huis met adres Dwarsdrift 20.
Mijn heel verre achterneef komt deze zomer op familiebezoek in Nederland en zou graag de juiste plek van het huis op de foto willen bezoeken.
Wie weet waar het huis op de foto heeft gestaan ?
Wie heeft wellicht andere foto’s van dit huis ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de verzameling van het Deevers Archief is bijgaand afgebeelde toch wel fraaie zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Het exemplaar in de verzameling van het Deevers Archief is in maart 1970 uitgegeven door Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. De ansichtkaart heeft een gekartelde rand, maar die heeft de redactie voor het gemak maar weggelaten. De redactie biedt daarvoor zijn excuses aan.
Op de zwart-wit ansichtkaart zijn drie boerderijtjes (keuterijtjes) aan de Dwarsdrift in Deever te zien. In de vijftiger/zestiger jaren van de vorige eeuw woonde in het voorste boerderijtje de familie (Jeene ?) Haanstra, woonde in het middelste boerderijtje de familie Wolter Oost en woonde in het achterste boerderijtje de familie Roelof (Roef) van Nijen. Groepen personen konden toen in de zomer kamperen in de boerderij van de familie Haanstra.
Het mag duidelijk zijn dat het voorste boerderijtje hetzelfde merkwaardig gebouwde boerderijtje is als het boerderijtje dat op de foto van Brian Kerssies is te zien, en stond op de plek waar nu het huis met adres Dwarsdrift 20 staat.
Waarschijnlijk is het rechter voorhuisje onderdeel van het oorspronkelijke boerderijtje en is het linker voorhuisje er vóór de Tweede Wereldoorlog vanwege ruimtegebrek bij aangebouwd ? Gingen daar de bejaarde ouwelui wonen ? Let wel, de eerste bejaardenhuisjes werden in de gemiente Deever pas in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw in de Weiert in Deever gebouwd ! 

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Boerderijen, Diever, Dwarsdrift, Emigranten, Keuterijen, Landverhuizers | Leave a comment

Joden met de achternaam Zaligman in Deever

Heiman Wolf Zaligman werd geboren op 20 december 1827 in Dwingel en stierf op 4 maart 1904 op de Smilde. Hij trouwde op 30 april 1855 in Dwingelo met Sara Israël van Zuiden. Zij werd geboren op 9 april 1825 in Hoogeveen. Heiman Wolf Zaligman was koopman. Het echtpaar moet direct na hun huwelijk in Deever zijn gaan wonen, want hun kinderen Siptje, Mietje, Mina, Israël, Wolf, Henderika en Simon zijn in Deever geboren. Het gezin verhuisde op 27 april 1868 naar de Smilde.
Siptje Zaligman werd geboren op 22 mei 1856 in Deever en overleed op 15 juni 1856 in Deever.
Mietje Zaligman werd geboren op 1 augustus 1857 in Deever. Zij overleed op 7 december 1927 in Amsterdam.
Mina Zaligman werd geboren op 12 december 1859 in Deever en overleed op 30 januari 1942 in Amsterdam. Zij trouwde op 17 mei 1900 met Levie Pam in Amsterdam. Leva Pam werd geboren op 26 mei 1869 in Amsterdam en stierf op 73-jarige leeftijd op 21 januari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Hun dochter Bloeme Pam werd geboren op 11 oktober 1901 in Amsterdam en stierf op 9 augustus 1942 in het concentratiekamp  Auschwitz in Polen.
Hun dochter Sara Pam werd geboren op 23 juni 1904 in Amsterdam en stierf op 26 augustus 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Israël Zaligman werd geboren op 16 november 1861 in Deever en overleed op 16 augustus 1932 in Assen. Hij was koopman. Hij trouwde op 17 mei 1889 op de Smilde met Eva van Zuiden. Eva van Zuiden werd geboren op 22 oktober 1860 in Hoogeveen en stierf op 1 oktober 1942 op 81-jarige leeftijd in Katowice in Polen.
Hun dochter Rebecca Zaligman werd geboren op 12 mei 1893 in Hijkersmilde en stierf op 26 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen
Hun dochter Saartje Zaligman werd geboren op 18 april 1890 in Hijkersmilde en stierf op 4 juni 1943 in het concentratiekamp Sobibor in Polen.
Wolf Zaligman werd geboren op 6 januari 1864 in Deever en overleed op 16 juni 1881 in Ommen.
Henderika Zaligman werd geboren op 5 mei 1866 in Deever en overleed op 3 april 1867 in Deever.
Simon Zaligman werd geboren op 2 februari 1868 in Deever en overleed op 26 augustus 1880 op de Smilde.

Philippus (Flip) Zaligman werd geboren op 21 september 1893 in Dwingel, hij stierf op 28 februari 1944 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Philippus Zaligman was manufacturier. Hij trouwde op 31 maart 1920 in Coevorden met Heintje (Hennie) Levie Wilda. Zij werd geboren op 10 mei 1894 in Coevorden en stierf op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
De echtelieden moeten kort na hun huwelijk in 1920 aan de Hoofdstraat in Deever zijn gaan wonen, want hun kinderen Martha Hendrika, Levie Salomon, en Hendrika Henriëtte zijn in Diever geboren. Op 7 januari 1936 verhuisde het gezin naar Meppel, keerde na enige tijd terug naar Deever, waarna het gezin officieel op 26 april 1940 -vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog- naar het adres Noordeinde 7 in Meppel verhuisde. Op 20 februari 1940 was hun winkel en huis aan de Hoofdstraat helemaal uitgebrand.
Martha Hendrika werd geboren op 8 december 1920 in Deever. Zij overleefde de Tweede Wereldoorlog. Zij overleed op 19 mei 1977 in Haarlem.
Levie (Loek) Salomon werd geboren op 29 dcecember 1921 in Deever en stierf op 28 februari 1943 in het concentratiekamp Schöppenitz. Hij was manufacturier.
Hendrika (Rikie) Henriëtte werd geboren op 26 oktober 1925 in Deever en stierf op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.

Posted in Diever, Joodse inwoners | Leave a comment

Winkelbehuizinge van de gebroeders Zaligman

Op 29 november 1913 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden inzake de veiling van een flink huis de volgende advertentie.

Winkelbehuizinge-Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op Maandag 8 december a.s. des voormiddags elf uur, in het logement van Roelof Seinen, te Diever, voor de gebroeders B. en A. Zaligman, publiek bij inzate veilen: Een flink Huis, waarin vroeger een druk beklante zaak in manufacturen werd uitgeoefend en ook thans nog voor de uitoefening van alle affaires zeer geschikt, erf en tuin aan de Hoofdstraat te Diever, ter grootte van 11 are en 20 centiare.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De koopmannen (manufacturiers) Benjemin Zaligman (geboren op 28 december 1873 in Dwingel, gestorven op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen) en Anton Zaligman (geboren op 1 december 1875 in Dwingel, overleden op 19 oktober 1942 in Assen) waren zonen van de koopman (manufacturier) Jacob Zaligman en Roosje Heijmans uut Dwingel.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Joodse inwoners | Leave a comment

Het rookkotje van de voorkant van het gelijk

De redactie van het Deevers Archief vindt het historisch gezien nogal logisch, echt wel, dat alle veranderingen in de gemiente Deever op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Dat zouden veel meer Deeversen moeten doen. De redactie heeft de hier afgebeelde historisch ooit waardevolle kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Op de foto is te zien de luxe rookfaciliteit van de nijvere werkers van de voorkant van het gelijk, die hun bureau hebben staan in het ruime en comfortabele kantoortuinen- en kantoorparkencomplex in het bedrijfspandachtige raadhuis, dat achter de luxe rookfaciliteit is te zien. Of werken de nijvere werkers van de voorkant van het gelijk tegenwoordig thuis ?
De wel in het raadhuis aanwezige nijvere werkers kunnen hun luxe rookfaciliteit gemakkelijk via de dienst-ingang/uitgang over een verhard paadje bereiken. De faciliteit bestaat uit een overdekt rookkotje met rookbankje en twee andere rookbankjes in de open lucht. De overkapping van het rookkotje is heel uitgekookt op het zuidwesten georiënteerd, opdat de rokende nijvere werkers van de voorkant van het gelijk bij regen en wind beschut en beschermd hun sigaretje, sigaartje of pijpje kunnen roken of hun pluk tabak kunnen pruimen. Bij mooi en zonnig en weinig-winderig weer kunnen de rokende nijvere werkers van de voorkant van het gelijk op de twee rookbankjes in de open lucht zitten. Het is jammer dat de nijvere werkers hun peuken niet netjes in een prullebakje kunnen gooien.
Een grote vraag is wat het doel is van het verharde minibrinkje voor de twee openluchtrookbankjes ?
Een andere grote vraag is of het rookkotje en de drie rookbankjes met schaars publieksgeld zijn betaald of dat het rookkotje en de drie rookbankjes door een belanghebbende sponsor zijn betaald ?
Een andere grote vraag is of de Deeverse jeugd dit rookkotje van de voorkant van het gelijk ook als hangplek mag gebruiken, als de rokende nijvere werkers van de voorkant van het gelijk niet aanwezig zijn in hun kantoortuinen en kantoorparken in het bedrijfspandachtige raadhuis ? Zo ja, dan heeft het dorp Deever drie hangplekken voor de jeugd: dit rookkotje, de overdekte picnic-bank bij de eendevijverbrink en het onverwoestbare stalen maar niet duurzame gedrocht op de langparkeerbrink bij het Westeresch-filiaaltje (de voormalige U.L.O.-skoele) van het in het nabije Meppel gevestigde prestigieuze Stad- en Eschcollege.
En de grootste vraag is waarom dit luxe rookkotje nog niet is afgebroken, want de voorkant van het gelijk geeft met dit tot roken uitnodigende kotje wel een slecht voorbeeld aan de nieuwe hopelijk niet-rokers-generatie.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Aanbesteding roomboterfabriek op 1 april 1899

In maart 1899 was het zo ver dat het bestuur van de Coöperatieve Vereeniging te Deever de bouw van de roomboterfabriek publiekelijk kon gaan aanbesteden. Op 26 maart 1899 verscheen in de Leeuwarder Courant de volgende advertentie.

Aanbesteding. Roomboterfabriek.
Het bestuur van de Coöperatieve Vereeniging te Diever zal op Zterdag 1 april 1899, ’s namiddags 2 uur, ten huize van den Logementshouder R. Seinen te Diever, aanbesteden het bouwen van een roomboterfabriek te Diever, met bijlevering van materialen.
Bestek en teekening liggen van af heden ter inzage bij genoemden Seinen.
Aanwijzing zal plaats hebben op den dag der aanbesteding, ’s morgens 11 uur.
Diever, 25 maart 1899.
Het bestuur

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een coöperatie is een groep -in dit geval een vereniging- van producenten -in dit geval melkproducerende boeren- die samenwerken om marktaandeel en economische macht te veroveren en te vergroten.
De bouw van deze melkfabriek aan het Katteneinde in Deever was een reactie van de boeren in Deever, De
everbrogge, Oldendeever, Kalteren, ’t Noord, Wittelte en ’t Moer op de particuliere melkfabriek an de Deeverbrogge van de Nijensleekse ondernemer Jan Frederik Hilkemeijer (geboren op 13 december 1858 te Nijensleek, overleden op 23 juni 1935 te Groningen). Blijkbaar bood deze ondernemer (veel) te weinig voor de melk van de boeren uit de omgeving.
De aanbesteding vond plaats in de gelagkamer van het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.
De redactie zal trachten een passende foto bij dit bericht te plaatsen.

Posted in Diever, Landbouw, Zuivelfabriek | Leave a comment

De verzetsstrijders Geert en Geert Gerhardus Koster

De doodlopende Kosterstraat is te vinden op de Westeresch van Deever.
Zie bijgaande twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief op donderdag 4 november 2017 heeft gemaakt tijdens zijn jaarlijkse inspectieronde door de gemiente Deever.
Eigenlijk is de Kosterstraat meer een karig en goedkoop doorgaand Kosterpaadje, maar wel met van die betuttelpaaltjes aan het begin van het paadje. Stel je toch eens voor dat vanaf de Brinkstraat auto’s de smalle Kosterstraat in zouden worden gereden, of omgekeerd.
Het straatnaambordje aan de kant van de Dingspilstraat zag er op 4 november 2017 verloederd, versmeerd en verweerd uit. De tekst onder de naam van de straat was zelfs niet meer te lezen. Dit bordje staat in schril contrast met de keurig opgepoetste bordjes aan het begin van de Gemeentehuislaan.
De Kosterstraat is vernoemd naar de Deeverse verzetsstrijder Geert Gerhardus Koster (geboren op 24 mei 1925 in Deever, overleden op 24 maart 1945 te Paigerhorst). Verzetsstrijder Geert Gerhardus Koster is de zoon van de Deeverse verzetsleider Geert Koster (geboren op …. 1900 in ….., overleden op 26 maart 1996).
Geert Koster onthulde het straatnaambord op 9 mei 1988; zie het bijgevoegde artikel, dat op 9 mei 1988 is gepubliceerd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant).
Erg opmerkelijk is dat de voorkant van het gelijk in 1988 de straat alleen naar Geert Gerhardus Koster heeft vernoemd en niet naar vader en zoon Koster, maar de oude vader Geert Koster wel het bord liet onthullen.
Nog erger opmerkelijker is dat de voorkant van het gelijk de tekst onder de naam van de straat na het overlijden van Geert Koster niet direct respectvol heeft aangepast door ook vader Geert Koster te vernoemen.
Bijvoorbeeld, wat te denken van de volgende voor de hand liggende tekst:
Geert Koster, 1900-1996; Geert Gerhardus Koster, 1925-1945; Vader en zoon, verzetsstrijders.
De redactie van het Deevers Archief heeft zijn burgerlijke vrijheid en verantwoordelijkheid genomen en bedacht voor de betreffende harde werkertjes van de voorkant van het gelijk alvast van het straatnaambordje gratis bijgaand voorlopig concept van het voorlopige overleg- en herkauwontwerp. Want het conceptje moet vast nog wel in allerlei vergader- en overleggroepen worden gegooid. Want niets is zo moeilijk als het bedenken en ontwerpen van een straatnaambord.
Maar het zal de hoofdbeleidsmedewerker voor Tweede-Wereldoorlogzaken van de voorkant van het gelijk – gevestigd in het ruime en comfortabele kantoortuinen- en kantoorparkencomplex aan de Gemeentehuislaan in Deever – toch wel enige goede wil en moeite gaan kosten om meer dan twintig jaren na het overlijden van verzetsleider Geert Koster aan zijn verantwoordelijke wethouders voor te stellen het onderschrift op het straatnaambord alsnog te wijzigen, opdat ook verzetsleider Geert Koster op gepaste wijze wordt geëerd. Een dorp dat zijn oorlogsverleden vergeet, heeft geen recht op een toekomst.
Maar het echte doorslaggevende en financiële aapje komt nu uit de mouw.
Want de hoofdbeleidsmedewerker voor Tweede-Wereldoorlogzaken van de voorkant van het gelijk en de hoofdbeleidsmedewerker voor straatnaambordjes van de voorkant van het gelijk kunnen met een gerust hart de wijziging aan hun respectievelijke wethouder voorstellen, want de redactie van het Deevers Archief tornt niet aan de naam Kosterstraat, dus de voorkant van het gelijk hoeft niet het hoofd te bieden aan administratieve kosten ten gevolge van een straatnaamwijziging.
Wellicht zullen de verantwoordelijke wethouders van de voorkant van het gelijk over de voorgestelde wijziging van het onderschrift van het straatnaambord willen overleggen met de voorzitter van de heemkundige vereniging uut Deever.
Duurzame eerlijke-handel straatnaamborden met hun bevestigingsmaterialen zijn tegenwoordig gemakkelijk bij diverse bedrijven via internet te bestellen (vandaag besteld, morgen in het raadhuis). De redactie raamt de maak- en verzendkosten voor dit bord met bevestigingsmateriaal op ongeveer 100 euro, dus voor het vervangen van het bord aan beide kanten van het paadje bedragen de materiaalkosten ongeveer 200 euro.
De voorkant van het gelijk zou deze onvoorziene en zeer zeker ongewenste kosten kunnen betalen uit de begrotingspost zitbanken in de openbare ruimte, want op deze post kan winst worden gemaakt, omdat voor een nieuwe zitbank in de openbare ruimte tegenwoordig gemakkelijk een sponsor is te vinden.
En de om werk verlegen zittende dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zijn vast wel bereid de twee aanwezige straatnaamborden te verwijderen en de twee nieuwe straatnaamborden aan de paal te schroeven en zijn vast wel bereid het aanwezige verkeersbord RVV L08 te reinigen van de carbidrookaanslag.
En de dochter, een kleinkind of een achterkleinkind van verzetsleider Geert Koster zou de twee vernieuwde straatnaambordjes kunnen onthullen.
Zo’n heronthullinkje is wel weer een sappig persmomentje voor de betreffende wethouder van de voorkant van gelijk. Denk aan die herverkiezing; elk persmomentje en elk fotootje in een krant of een flodderblaadje is toch maar mooi weer meegenomen. Zo’n heronthullinkje betekent ook gerinkel in de kassa van de plaatselijke krantencorrespondent.


Posted in Alle Deeversen, Diever, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Gesloopte panden aan de brink van Deever

Op deze afbeelding van een vooroorlogse zwart-wit foto uit 1935 laat een fraai winters beeld van de brink van Deever zien.
Links is de oude pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk (de pastorie hoort aan de brink te staan) te zien met daarnaast het oude gemeentehuis (het gemeentehuis hoort aan de brink te staan), dat eerder de lagere school en nog eerder een boerderij was.
Rechts is het oude boerencafé van Jan Barelds te zien. Dit café is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gesloopt. Op die plaats liet Harm Smit – boschbaas op Berkenheuvel – voor zijn dochter Gezina Catharina en zijn schoonzoon Klaas Marcus Balsma het nieuwe café Brinkzicht bouwen.
De pastorie en het oude gemeentehuis moesten in 1956 helaas het veld ruimen voor de bouw van een nieuw gemeentehuis van de gemiente Deever.
Dit gemeentehuis en café Brinkzicht zijn te zien op de afgebeelde kleurenfoto.
De afgebeelde zwart-wit foto is aanwezig in het archief van de gemiente Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Diever, Gemeentehuis, Pastorie aan de Brink, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Braand in ut gemientehuus van Deever

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 30 juli 1864 verscheen het navolgende bericht over de brand van 27 juli 1864 in het gemeentehuis van Deever.

Heden nacht, omstreeks één uur is alhier brand ontstaan in het gemeentehuis, toebehorende en bewoond door J. Seinen, met dat ongelukkig gevolg, dat in een uur tijds drie huizen, bewoond door vier huisgezinnen, benevens 2 paarden, 50 schapen, één oud varken en 8 of 9 biggen, alsmede het grootste gedeelte der inboedels, een prooi der vlammen zijn geworden.
Huizen en inboedels waren tegen brandschade verwaarborgd, behalve de inboedel van Van der Kamp, die alleen het huis maar had verzekerd.
Naar men verneemt zijn de gemeentelijke archieven meest behouden gebleven, doch die der Kerkvoogdij zijn mede eene prooi der vlammen geworden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In die tijd was het gemeentehuis in Deever gevestigd in één van de twee voorkamers van het café-logement van Jan Seinen aan de Hoofdstraat.

Posted in Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Peperstraat – Hervormde Kerk – Diever – 1935 ?

Op deze historisch waardevolle zwart-wit foto is een prachtige vooroorlogse (1935 ?) Peperstroate te zien.
Let vooral op de zijkanten van de straat: het is een bestrating met een regengoot van vele keien en keitjes, die afkomstig moeten zijn geweest uit de bouwakkers op de essen rond Deever.
Het oude boerderijtje (wanneer is dit pand afgebroken ?) achter de Hervormde Kerk, toen zonder uitbouw voor de consistoriekamer (?), was eigendom van bakker Albert Kuiper (Aubert Kuper), die zijn bakkerij en woning aan de andere kant van de straat had (foto uit de verzameling van het archief van de gemiente Diever).
In die tijd werd de elektrische energie nog getransporteerd via draden die opgehangen waren aan houten palen.
Op de kleurenfoto is ongeveer tachtig jaar later de toestand ter plekke op een regenachtige. De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Kerk op de brink, Peperstraat | Leave a comment

De Oele in de gevel van de Openbare Lagere School

Als je aan mensen, die nu in Deever wonen, de vraag zou stellen waar de Oele van de openbare lagere school an de Tusschendarp in Deever is gebleven, dan zal bijna iedereen deze vragen met nee beantwoorden, laat staan dat ze op de hoogte zijn van het bestaan van de Oele.

De Oele is een zandstenen beeldhouwwerkje dat hoog in de voorgevel van de Openbare Lagere School aan de Tusschendarp in Deever was ingemetseld. Dit is te zien op de bijgevoegde foto van de vervuilde voorgevel van deze school. De redactie heeft deze kleurenfoto in mei 2000 gemaakt, kort voor de afbraak van deze school.
De Oele is bij de afbraak van de school gelukkig niet gestolen, ook niet met het bouw- en sloopafval afgevoerd naar een puinbrekerij, ook niet verkocht aan een handelaar en ook niet voor veel geld aan een liefhebber verpatst, maar dankzij de inspanning van de heemkundige vereniging uut Deever behouden gebleven voor Deever.
Is het een object met cultuurhistorische waarde ?
Is het een object met nostalgische waarde ?
Is het een object met opvoedkundige waarde ?
Is het een erfgoedobject ?
Het in een periode van meer dan een halve eeuw door weer en wind en zure regen en fijn stof aangetaste zandstenen beeldhouwwerkje is na een grondige schoonmaakbeurt in de herfstvakantie van het jaar 2000 door wijlen Bram Moesker binnen in de Openbare Lagere School ‘de Singelier’ ingemetseld.
Als je aan Deeversen, oud-leerlingen van deze school of mensen die jarenlang dagelijks langs de Oele aan de voorgevel van de school aan de Tusschendarp kwamen en vaak naar de Oele kunnen hebben gekeken, zou vragen of ze weten dat de Oele op het opengeslagen boek van de wijsheid zit, dan zal bijna iedereen die vraag met nee beantwoorden. Kijken, maar niet zien.

Posted in Beelden, Diever, Kunstig gemaakte objecten, Openbare Lagere School Diever, Tusschendarp, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Miet’n op de Hezenesch bee’j Deever – omstreeks 1960

Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd de rogge an de miete gezet, waarna een loonbedrijf de rogge dorste met een döskaaste.
De Groningerweg was toen tot aan het gesticht Armenwerkhuis nog een zandweg, was dat nog maar zo.
Naast de zandweg lag gescheiden door betonnen paaltjes het schelpenpad voor de fietsers en de wandelaars.
Deze zwart-wit foto is in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw gemaakt door de Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels.

Posted in Boer'nwaark, Diever, Grönnegerweg, Heezenesch | Leave a comment

Een Kap op de Kerk en een Spits op den Tooren

In de Amsterdamse Courant van 1 maart 1760 verscheen het navolgende bericht over de aanbesteding van bouwwerkzaamheden aan het kerkgebouw aan de brink van Deever.

De Carspellieden van Diever zyn voornemens op Dinsdag 25 Maart 1760, ten huize van Andries Hummel te Diever, te besteden het maaken van een Kap op de Kerk en Spits op den Tooren, nevens de leverantie der materiaalen daar toe nodig; zullende het Bestek 14 dagen te vooren by het Gerigte aldaar te zien zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Werd met Carspellieden van Deever het bestuur van het wereldse kerspel Deever bedoeld of het bestuur van het kerkelijke kerspel Deever of werden beide besturen bedoeld ? Deze vraag kan gesteld worden, omdat wellicht het kerkgebouw eigendom was van het kerkelijke kerspel en de toren eigendom was van het wereldse kerspel.
Waarom moest op het kerkgebouw een kap en op de toren een spits worden gemaakt ? Was het houtwerk van het dak en de spits verrot of vermolmd of was er brand geweest ?
Met ten huize van Andries Hummel zal in de herberg van Andries Hummel (is Hummelen) zijn bedoeld. Andries Klazen Hummelen werd op 22 december 1726 in Deever geboren als zoon van Hermannus Hummelen. Hij trouwde op 15 april 1759 met Maria Timens Winst. De herberg moet gevestigd zijn geweest in een boerderij aan de Brink.

Op de afbeelding uit omstreeks 1950 is de (weer) in verval geraakte kerk en toren op de brink van Deever te zien en is\de braandkoele, omgeven door rhodondendrons, nog aanwezig op de brink. Het bestuur van de gemiente Deever greep de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de restauratie van de kerk in de jaren 1956/1957 aan om de brink anders in te richten, beter gezegd grondig te vernielen.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Gemeentehuis, Kerspel Diever | Leave a comment

Dwingel opent nieuw Groene Kruis gebouw

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  onbelangrijk, maar wel grappig berichtje. De redactie wil een dergelijk berichtje natuurlijk niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.
In de Olde Möppeler van 21 juni 1957 verscheen het navolgende grappige berichtje over de opening van het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel (an de aandere kaante van de voart). De redactie van de Olde Möppeler vergiste zich  blijkbaar bij het plaatsen van de juiste foto bij het bericht. De foto van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever had in dezelfde krant bij het artikel ‘Opening van nieuw gemeentehuis stimulans voor verdere activiteit’ moeten zijn geplaatst. 

Dwingeloo opent nieuw Groene Kruis gebouw
Het Groene Kruis in Dwingeloo is zo ver gevorderd met zijn wijkgebouw, dat het woensdag a.s. kan worden geopend.
De openingsplechtigheid wordt ’s middags om twee verricht door de heer R. Mantingh uit Groningen, geneeskundig inspecteur voor de volksgezondheid, in hotel Wesseling.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat op de foto niet is te zien het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel, maar wel het in in dezelfde maand in 1957 in gebruik genomen gemeentehuis van de gemiente Deever.
Blijkbaar is de aannemer van de bouw van het gemeentehuis nog bezig met de laatste hand te leggen aan het gebouw, want er staat een ladder tegen het gebouw. Zo te zien is een schilder bezig met het schilderen van de linker dakkapel in het dak boven de secretarie. Waarom ontsierde de architect het gebouw met lelijke dakkapellen aan de kant van de brinQ ? Daarmee ging direct het soort van boersige karakter van het gebouw verloren.
Het is zeer te betreuren dat voor de bouw van het gemeentehuis van de gemiente Deever een flink stuk van de niet-origineel Saksische brinQ moest verdwijnen en dat tijdens de bouw van het gemeentehuis de oude brinQ en de kaarkhof bij het kerkgebouw aan de brinQ grondig zijn vernield.


Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Een reactie – Cantharellen zoeken in de herfst

De redactie van het Deevers Archief ontving bijgaande reactie van Alex Daleman (een Deeverse die al jaren in Amsterdam woont) op het artikel ‘Gesloopt pand aan de Hoofdstraat’, dat op 8 november 2012 in het Dievers Archief is gepubliceerd.

Beste redactie,
Allereerst: een prachtige website over Diever en omstreken.
Je krijgt hier informatie die ik bij andere websites niet tegen kom. Wat weer oude herinneringen oproept. Bedankt hier voor!

Een kleine aanvulling bij de foto van het pand van Hendrik Berends en zijn vrouw Toni.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw werden door dit echtpaar cantharellen ingenomen, waar je dan een paar dubbeltjes of een paar kwartjes voor kreeg. Een keer dachten een vriend en ik slim te zijn door de cantharellen een tijdje in een pannetje water te doen om deze zwaarder te maken, zodat we meer geld zouden krijgen. Met enige schuldbesef gingen we naar Hendrik. Hendrik voelde aan de cantharellen, keek naar de cantharellen, vond dat ze onnatuurlijk vochtig waren en zei: “Dit kan niet jongens.” We biechten maar op dat we ze extra vochtig hadden gemaakt. Hendrik was niet de slechtste en betaalde ons uit, maar minder dan we hadden verwacht. Toch waren we blij, vervolgens gingen we van het geld snoep kopen in de Vivo-winkel aan de overkant. We hebben het daarna niet meer gedaan en we konden altijd weer onze cantharellen aan hem kwijt.

De eikenboom links achter in het midden van de tweede foto, staat waar vroeger de overgang van de openbare lagere school naar de oude lagere school (later gymzaal) was, naar mijn weten stonden er nog meer oude eiken in de buurt.

Dit was mijn kleine bijdrage. Succes met de website en dat de mensen maar foto`s mogen bijdragen.

Vriendelijk groet,
Alex Daleman

 

Posted in Diever, Hoofdstraat, Openbare Lagere School Diever, Scholen, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

If you steal, then you are marked

Op de voormalige kaarkhof bij het kerkgebouw aan de niet-origineel-Saksische brinQ van Deever -die in 2018 of 2019 zal worden opgekalefaterd tot een QualiteitsbrinQ van de eerste en ergste orde- staat een uiterst kostbaar in Uffelte gemaakt bronzen beeld van Adrianus (Arie) Teeuwisse uit 1970. Het bijna vijftig jaar oude bronzen beeld geeft een voorstelling van de smokkende elfenkoningin Titania en Spoel de Wever in de tweede scene van het derde bedrijf uit het openluchtspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Zal de voorkant van het gelijk dit uiterst kostbare bronzen beeld in 2019 na de Geldverslindende Grote Opkalefatering van de brinQ nog op de voormalige kaarkhof laten staan ? Hopelijk niet.
De aandacht wordt niet alleen getrokken naar het toch wel kunstig vorm gegeven stuk brons, maar naar beneden ook naar de hoge stenen sokkel, die helaas geen kleinformaat hunnebedsteen is, naar het gedicht Midzomernachtdroom van de Beiler dichter Roel Reyntjes, en vooral naar het ronkende en luidruchtige bordje onder aan de sokkel.
Op dat bordje staat ‘Beveiligd met SDNA’ en ‘Onze eigendommen zijn gemarkeerd’ en de in slecht Engels geschreven zin ‘You steal, you are marked’.
De grote vragen zijn natuurlijk wat voor spul SDNA (synthetisch DNA?) is, wat voor beveiliging SDNA biedt, hoe het SDNA-systeem werkt, wat per object de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten zijn en wie opdraait voor de kosten ?
Wat heb je aan een duur SDNA-systeem als dieven en inbrekers -zelfs op klaarlichte dag- het uiterst kostbare bronzen topstuk op een vrachtwagen kunnen laden (er hangt geen camera, er gaat geen sirene af), rechtstreeks naar een smelterij kunnen rijden en daar het uiterst kostbare bronzen beeld kunnen laten omsmelten ? Brons bevat wel ten minste zeventig procent erg duur koper. Of is het gewoon een nepbordje wat dieven en inbrekers zou moeten afschrikken ? Maar wat als de dief of de inbreker geen Engels kent ?
De nog grotere vraag is of in de openbare ruimte zo maar een object mag worden beveiligd met een SDNA-systeem ? Of is voor toepassen van een dergelijk systeem een vergunning van het bevoegd gezag nodig ?
En is het beeld ‘Het leven’, dat voor het gemeentehuis van de gemeente Deever staat, ook beveiligd met een duur SDNA-systeem ? Of heeft de voorkant van het gelijk dat beeld al lang afgeschreven ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Beelden, Brink, Diever, Kunst, Kunstig gemaakte objecten, William Shakespeare | Leave a comment

Kaart van het landgoed Berkenheuvel – 1936

Van het landgoed Berkenheuvel bestaat een kaart, met daarop aangegeven de situatie in 1936. Mr. Albertus Christiaan van Daalen exploiteerde zijn landgoed voor de verkoop van hout. Om dit hout uit de bossen te kunnen vervoeren, liet hij heel veel zandwegen aanleggen. En hij gaf aan al die wegen zelf een naam, zoals Melloweg, Wouwenaarsweg, Van Tienhovenweg, Gerardinaweg, Jodenzand.
Die namen zijn terug te vinden op deze kaart, die namen zijn veelal niet meer ter plekke terug te vinden op die aandoenlijke kleine witte bordjes met zwarte letters aan de bomen. Zelfs veel wegen zijn onder het bewind van Natuurmonumenten niet meer terug te vinden. De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten is in dit geval bepaald geen Vereniging tot Behoud van Cultuurmonumenten.
Op de kaart is ook aangegeven waar ooit een brandpaal heeft gestaan, te weten aan de Middenlaan, tegenover de Kelderweg. De stampbetonnen fundering van deze brandpaal is heden ten dage nog ter plekke aanwezig. Op de kaart is ook de Uitkijktoren aan de Torenweg terug te vinden.
Vanuit historisch oogpunt is het nog aardiger dat naast een overgebleven zeldzaam exemplaar van de kaart van het landgoed Berkenheuvel ook de originele drukplaat van deze kaart nog bestaat, zoals te zien is op bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2000 heeft gemaakt.
Als de voorraad kaarten (kosten 10 cent per exemplaar, Van Daalen lette vooral ook op de kleintjes) op was, dan stuurde mr. Albertus Cristiaan Van Daalen die plaat gewoon naar een drukker (wellicht Roelof van Goor in Deever ?) voor het maken van een nieuwe voorraad. Zou deze drukplaat nu nog kunnen worden gebruikt ?

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Diever | Leave a comment

Diever – Hoofdstraat – Gezicht op Diever – ± 1912

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 22) over de Deeverse schilderijen van de in Noordwolde geleefd hebbende, maar in Deever geboren kunstschilder Hans Kuiper met een zwart-wit afbeelding van het schilderij ‘Gezicht op Diever’ uit ± 1912 gepubliceerd. Zie de bijgaande afbeelding van de betreffende bladzijde uit het genoemde fotoboekje.

De in de Hoofdstraat (adres Diever 129) van Diever geboren fotograaf en schilder Hans Kuiper maakte van onderwerpen uit Diever ook een aantal schilderijen. In de catalogus van zijn kleinzoon Hermannus Deuling is het hier afgebeelde doek Gezicht op Diever onder nummer 518 te vinden. Links is de Hoofdstraat in de buurt van de dokterswoning te zien. Rechts achter de bomen is de toren van de Nederlands Hervormde Kerk zichtbaar. Het olieverfschilderij is omstreeks 1912 gemaakt.
Het eveneens omstreeks 1912 gemaakte schilderij Laantje in Diever is in de genoemde catalogus onder nummer 520 geregistreerd.
Hans Kuiper was op Zorgvlied bevriend met mr. Lodewijk Guillaume Verwer en dr. Julius Johannes Verwer. Hij heeft tussen 1900 en 1910 in opdracht van de gebroeders Verwer een aantal doeken geschilderd.
De genoemde catalogus vermeldt Brug in ’t Bosch te Zorgvlied (nummer 104), Lodewijk Guillaume Verwer (nummer 109), Landweg in Zorgvlied (nummer 110) en Familie Leemkoel (nummer 120).
Het schilderij Landweg in Zorgvlied heeft lange tijd in Vancouver in Canada gehangen, maar is in ruil voor twee flessen jenever terug in Nederland. Het mooie schilderij Familie Leemkoel hangt in de directiekamer van het Sint Joseph Ziekenhuis in Harlingen.
De nazaten van Hans Kuiper hebben een aantal van de genoemde schilderijen gekocht van de familie Verwer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het schilderij ‘Gezicht op Diever’ was in 1998, toen de tekst voor het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is geschreven, in het bezit van Hermannus Deuling, een kleinzoon van Hans Kuiper.
De in het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ opgenomen afbeelding is bijgaande zwart-wit afbeelding, die de redactie in 1998 heeft gemaakt.
De redactie is bezig uit te zoeken wie de actuele eigenaar van dit schilderij is en waar het schilderij zich bevindt, teneinde mogelijk zelf een kleurenfoto van het schilderij te kunnen maken en deze eigengemaakte afbeelding te tonen in het Deevers Archief, want de trouwe bezoekers van het Deevers Archief hebben daar wel recht op.
Tot zolang is van het schilderij bijgaande kleurenfoto uit de fotoverzameling van mevrouw Margje Dekker-van der Meulen uit Alkmaar te zien. De waarde heer Fred Jansen – secretaris van de Historische Vereniging Gemeente Diever – stuurde deze kleurenfoto op 23 december 2017 naar de redactie. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
Op de kleurenfoto is duidelijk te zien dat het schilderij met name vanwege de ernstig gecraqueleerde verf erg hard toe is aan een grondige restauratie.
In de tekst staat dat het standpunt van de schilder in de buurt van de dokterswoning lag, maar het zal bij nadere beschouwing meer in de buurt van de voormalige burgemeesterswoning hebben gelegen.
De vraag is eigenlijk niet of Hans Kuiper het schilderij ter plekke heeft geschilderd, nee de vraag is meer of zijn eigen foto van de situatie op het schilderij en of het betreffende glasplaatnegatief door hem is bewaard en bewaard is gebleven. De redactie heeft het vermoeden dat dit niet het geval is.

Posted in Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hans Kuiper, Hoofdstraat, Kunst, Schilderijen, Topstukken, Toren op de brink | Leave a comment

Boermarke en veldnamen – Deever – 1938

Op 18 maart 1938 verscheen in Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht.

Diever – Ten overstaan van notaris Heering vond de publieke verkoop plaats van de volgende onroerende goederen ten verzoeke van de erven L. Jonkers te Dieverbrug,
1. Huis, schuur en erf te Dieverbrug , A. Geerts, Diever, f. 1612.50,
2. Bouwterrein naast perceel 1, R. Warnders, Dieverbrug, f. 290,
3. Huis, erf en bouwland te Diever, F. Ofrein, Diever, f. 1510,
4. Bouwland Hilgensteen, F. Ofrein voornoemd, f. 1380,
5. Bouwland Hilgensteen, W. Jonkers, Dieverbrug, f. 770,
6. Bouwland Hilgensteen, dezelfde, f. 850,
7. Bouwland Zuurlandsche esch, L. Klok, Dieverbrug, f. 200,
8. Bouwland Heezenesch, H. Kloosterman, Diever, f. 95,
9. Aandeel boermarke Diever, W. Jonkers voornoemd, f. 10.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
L. Jonkers is Lambertus Jonkers (geboren op 01-12-1858, overleden op 13-02-1938).
R. Warnders is Roelof Warnders (geboren op 01-09-1893, overleden op 01-03-1972), de turfschipper.
F. Ofrein is Frederik Ofrein (geboren op 07-04-1895, overleden op 18-05-1975.
W. Jonkers is Willem Jonkers (geboren op 13-06-1905, overleden op 04-06-1993).
L. Klok is Leffert Klok (geboren op 16-07-1893, overleden op 09-06-1974).
H. Kloosterman is Harm Kloosterman (geboren op 16-01-1893, overleden op 28-03-1963).
Het bijzondere aan deze verkoop van onroerende goederen is dat de erven L. Jonkers een aandeel in de reeds verdeelde maar nog bestaande boermarke van Deever verkopen, weliswaar voor een bedrag van f. 10, maar toch. De vraag is of dit document nog in het bezit is van de nazaten van W. Jonkers ? Wie kan hier duidelijkheid in verschaffen ?
Het artikel maakt ook melding van de verkoop van drie stukken bouwland die alle drie de veldnaam Hilgensteen hebben. Met het verdwijnen van de kleine landbouw in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw, maar ook door het ruilverkavelen is ook het gebruik van oude veldnamen in de gemeente Diever verdwenen.
Wie in het Deever van de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw in de buurt van boeren is opgegroeid, zal zich bepaalde stukken landbouwgrond met een veldnaam herinneren, bijvoorbeeld Kwabbik, Buunst en Scholten’s Bultie.
Gelukkig is een gedreven, maar ondergewaardeerde vrijwilliger van de lokale heemkundige vereniging bezig geweest met het samenstellen van een eenvoudig drukwerkje (het mocht geen geld kosten), waarin op kaarten en op papier bijna alle ooit gebruikte veldnamen in de gemeente Deever zijn aangegeven. Hulde daarvoor ! Deze prestatie is groter dan het met veel gratis geld en een leger vrijwilligers samenstellen van een culturele atlas van de gemeente Westenveld.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Boermarke van Diever, Cultuur, Cultuurhistorie, Diever, Veldnamen | Leave a comment

Een flesch cognac gestolen uit café Trompetter

In het Nieuwsblad van het Noorden van 1 juli 1930 verscheen het volgende bericht over het stelen van een flesch cognac uit café Trompetter op de hoek van de Hoofdstraat en de Kruisstraat in Diever.

Terwijl een tweetal Utrechtsche werkloozen – te werk gesteld bij de normalisatie van de Oude Vaart en gehuisvest in de barakken te Wittelterbrug – gisteren hun vrije dag hadden, belandden ze in het café van den heer A. Trompetter alhier. Na het gebruiken van eenige consumptie, vertrokken zij. De dochter van Trompetter, die bediende, had, toen de mannen nog aanwezig waren, even het café verlaten en in dien tijd had één van hen kans gezien een flesch cognac te stelen. Direct na het vertrek van de mannen werd de daad ontdekt. Een achtervolging begon en de mannen waren spoedig ingehaald. Een hunner bleek de flesch in den binnenzak te hebben. De man bekende de daad te hebben gepleegd. Door Trompetter is aangifte bij de politie gedaan, die procesverbaal opmaakte. Naar we vernemen hebben reeds vaker dergelijke diefstalletjes plaats gehad, zoodat de diverse caféhouders op hun qui vive zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
A. Trompetter is natuurlijk Arend (Oarend) Trompetter. 
Een flesch cognac (skink mee’j moar ‘n cojakkie in) is natuurlijk geen fles echte Franse cognac, maar een fles echte Schiedamse vieux (namaakcognac).
Het bericht leert dat aan het begin van de dertiger jaren van de vorige eeuw een barakkenkamp voor te werk gestelde werklozen an de Wittelterbrogge stond. Het kamp stond op de plaats waar nu camping Wittelterbrug is gevestigd.  De afbeelding toont een afbeelding van het kampgebouw van camping Wittelterbrug uit het jaar 1976.

Posted in Ansichtkaarten, Café Trompetter, Diever, Kruisstraat, Wittelte | Leave a comment

Deever is geen echte Saksische nederzetting

De heer Anne Post, de eigenaar van de webstee www.dorpshistorie.nl, heeft een bijzonder originele kijk op het ontstaan van het dorp Deever. Hij gaf de redactie van het Deevers Archief toestemming bijgaande – door de redactie enigszins geredigeerde – tekst en bijgaande afbeelding van de plattegrond van het dorp Deever in 1832 te publiceren. De redactie van het Deevers Archief is de heer Anne Post daarvoor bijzonder erkentelijk.

Diever is op de kaart van 1832 een vrij groot dorp.
In het bebouwingsbeeld is echter geen deel te ontdekken dat wijst op een oorspronkelijk Saksische nederzetting. Dat komt omdat het Saksische Diever gezocht moet worden in Oldendiever.
Diever zelf is ontstaan als gevolg van het aanleggen van een landgoed op basis van verordeningen van Karel de Grote (zie de webstee www.dorpshistorie.nl: deel 4 voor de ligging). Het is niet met zekerheid te zeggen wanneer deze aanleg heeft plaatsgevonden.
In 2004/2005 is ten noordwesten van Diever in het gebied van een nieuw aan te leggen woonwijk het verplichte archeologische onderzoek uitgevoerd. De plattegrond van een zeer groot gebouw is blootgelegd. Het onderzoek doet vermoeden dat dit gebouw, waarschijnlijk een grote hoeve, omstreeks 1150 moet zijn gebouwd.
Uit oorkonden is bekend dat er een leengoed Calthoren of Calthorne is geweest, in bezit van de bisschop van Utrecht, omstreeks 1200 in leen bij Hugo Sturm. Het leengoed zelf zal vermoedelijk zijn aangelegd na het jaar 1040, omdat dit landgoed niet wordt vermeld in de oorkonde van dat jaar, waarin de Duitse keizer zijn landgoederen in Drenthe schenkt aan de bisschop van Utrecht, vooruitlopend op de overdracht in 1047 van het wereldlijke bestuur over Drenthe aan diezelfde bisschop.
Maar ook het feit dat Diever zeker drie houten kerken heeft gehad vóór de bouw van de huidige. Elk landgoed moest een kapel hebben en evenals bij andere landgoederen in Drenthe, zoals bij Gieten, Gasselte en Een, heeft men ook hier een (houten) kerk gebouwd, ongeveer halverwege de Saksische nederzetting (Olden)Diever, zodat deze gekerstende Saksen hier ter kerke konden gaan. Rondom deze kerk heeft het huidige Diever zich ontwikkeld tot een centrum van handel en nijverheid.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heer Anne Post concludeert in zijn webstee dat Deever geen echte Saksische nederzetting is. Dan is de open ruimte bij het kerkgebouw ook geen echte Saksische brink, deze lijkt dus eigenlijk meer een soort van geforceerd ontstane NepBrinQ, waaraan de notabelen en de machtigen van de boerengemeenschap zich vestigden.  
Dan duidt het bebouwingsbeeld rond de Kleine Brink aanzienlijk meer op een echte Saksische brink, dat wil zeggen een willekeurige ongeordende organische samenklontering van boerderijen rond een open ruimte.
Gelukkig is op de plattegrond uit 1832 echt wel in de verste verte geen beeld te herkennen van wat de ronkende en zichzelf op de borst kloppende deskundologen, historologen, histerielogen, brinkologen en ietsologen de marktbrink van Deever durven te noemen.

Posted in Archeologie, Diever | Leave a comment

Veertigjarig jubileum van de zuivelfabriek Diever

De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Graanmaalderij Diever aan het Moleneinde in Deever bestond op woensdag 29 maart 1939 veertig jaar. De raad van commissarissen (in latere jaren commissie van toezicht genoemd), het bestuur en mijnheer de directeur van deze onderneming van boeren uut Deever, Oldendeever, Kalter’n, Wittelte en de Deeverbrogge zijn ter gelegenheid daarvan tussen de maartse buien door buiten bij de fabriek op de foto gezet. De jubilerende boeren hebben zo te zien hun mooiste en duurste zondagse pak aan. Let ook op de dikke (zilveren ?) horlogeketting van Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge. Het zichtbare deel van de zijgevel van ‘de febriek’ bestaat nog steeds. Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat de zeer vele keuterboeren, die wel hun melk leverden aan ‘de febriek’, niet vertegenwoordigd waren in het bestuur en in de raad van commissarissen. 

In de wekelijks verschijnende krant ‘de Westervelder’ is een aantal jaren de rubriek ‘Ontbrekende namen op school- en verenigingsfoto’s’ opgenomen geweest. In ‘de Westervelder’ van 8 augustus 2007 werd in de genoemde rubriek bijgaande foto opgenomen. Bij deze foto stond de volgende tekst:
Deze week een foto van de commissarissen, bestuur en de directeur van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij te Diever. De Historische Vereniging wil graag in het bezit komen van de namen van de personen op de foto en verder uit welk jaar dateert de foto…………
De heemkundige vereniging uut Deever nam met de twee verzoeken de lezers van deze rubriek niet serieus, want de namen van alle personen op de foto en de datum waarop de foto is gemaakt waren al vóór 1999 op zijn minst bekend bij de secretaris van deze vereniging. Nog betreurenswaardiger is dat de oplossing van het ‘wekelijkse raadseltje’ niet één week of twee weken of drie weken later in ‘de Westervelder’ werd gepubliceerd en dat door goedwillende lezers verstrekte gegevens bij wijze van spreken verdwenen in de vele en dikke plakboeken en ordners van de heemkundige vereniging.
Op de foto zijn staande van links naar rechts te zien:
commissaris Tjeerd Ofrein van ’t Noord (melkbusnummer 133), commissaris Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge (melkbusnummer 119), voorzitter van de raad van commissarissen Jans Bult uut Oldendeever (melkbusnummer 192), secretaris van de raad van commissarissen Roelof (Roef) van Wester uut Oldendeever (melkbusnummer 204), commissaris Hendrik Jonkers van de Oldendeeversebrogge (melkbusnummer 114).
Op de foto zijn zittend van links naar rechts te zien:
bestuurslid Jan Berends van de Berg uut Wittelte (melkbusnummer 177), secretaris van het bestuur Jacob (Jaap) Hessels uut Deever (melbusnummer 59), bestuursvoorzitter Jan Seinen uut Deever (melkbusnummer 42), mijnheer de directeur Jan Andree (die dolgraag de achternaam Andreae zou willen hebben) (de enige met gleufhoed), bestuurslid Dirk (Dörk) Moes uut Deever (melkbusnummer 65), bestuurslid Jan Boerhof uut Wittelte (de enige met pet) (melkbusnummer 186).
De heren hebben allemaal hun glimmend gepoetste zondagse zwarte schoenen aan. Of heeft Tjeerd Ofrein zijn zondagse klompen aan ?
De redactie van het Deevers Archief verzoekt de lezers van dit bericht eventuele foute verwijzingen naar melkbusnummers door te geven.
De redactie heeft de kleurenfoto van een deel van de zijgevel van ‘de febriek’ op 21 januari 2016 gemaakt, voor wat deze waard is.

Posted in Diever, Kalteren, Moleneinde, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Stien van 13 tunne efun’n in ’t Oldendeeverseveld

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand krantenknipseltje, dat de redactie de trouwe bezoekers van het Deevers Archief niet wil onthouden.

De tekst van het onderschrift bij de foto luidt als volgt.
Bij grondwerk voor de ruilverkaveling in het Oldendieverseveld in Diever is een kei van 13 ton gevonden.
Bulldozermachinist J. van Beers haalde het gevaarte naar boven.
De kei, 3,5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,5 meter hoog, krijgt vermoedelijk een plaatsje op de brink voor het gemeentehuis van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie betreurt het wel dat hij op de achterkant van het knipseltje niet heeft genoteerd in welke krant het berichtje heeft gestaan en op welke datum (ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ?) het berichtje is gepubliceerd. Maar wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze gegevens melden bij de redactie ?
De stien van daartien tunne is een stien van de buten-categerie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De dikke stien is inderdaad naar de brinQ van Deever gesleept (en het was niet eens oudejaarsavond). De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief voor nog een foto van de Oldendeeverse Stien op de brinQ van Deever naar het berichtje Een hiele dikke stien veur’t gemientehuus van Deever.
De grote vraag is natuurlijk staat deze dikke stien op de lijst van gemeentelijke aardkundige monumenten ?|
De nog grotere vraag is natuurlijk wat de namen van de drie kinderen bee’j de hiele dikke stien zijn. Deze kinderen zullen inmiddels in de vijftig zijn. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief herkent de drie kinderen ? De redactie verneemt het graag.
Een scherpere versie van de foto staat op bladzijde 124 van het onvolprezen boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ (elk dorp, elke kluft en elk gehucht in de gemiente Deever heeft het onvervreembare recht op een eigen soort van geschiedkundig boekje, dus bewoners van de Gowe, Kalter’n,
 ’t Moer, ’t Noave, ’t Noord, Olde Willem, Veenhuus’n, Veldhuus’n, Soerte, Wapse, Woater’n en Zorgvlied aan de slag).
Is de Deeverse dorpsfotograaf wijlen Harm Hessels de maker van deze foto ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de Oldendeeverse Stien op de BadQualityBrinQ van Deever op 11 november 2017 gemaakt.

Posted in Aardkundige monumenten, Archeologie, Brink, Diever, Oldendiever | Leave a comment

Het huisje van professor Van Giffen op de Heezebaarg

De kunstenaar Harm Kamerlingh Onnes maakte in 1946 een waterverfschilderijtje van 26 x 19 cm waarop zijn te zien een deel van de bos van het landgoed Heezebaarg en het dak van het zomerhuisje met de naam de Keet van professor doctor Albert Egges van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (ja, die van de pinda’s en de nootjes) op de Heezebaarg bee’j Deever. Hij gaf het kunstwerkje de naam ‘Het huisje van professor van Giffen te Deever’. Wellicht was de bekende familie Kamerlingh Onnes bevriend met de bekende familie Van Giffen en bracht Harm Kamerlingh Onnes in 1946 een schilderweekeinde door op de Heezebaarg.
Het dak van het zomerhuisje was inderdaad gedekt met rode dakpannen. In 1946 zullen de dakpannen nog rood zijn geweest, de dakpannen waren zeker niet rood meer op de dag voordat het zomerhuisje met de naam de Keet werd afgebroken.
Het geel geaquarelleerde land op de voorgrond moet het land met de naam Bunst of Buunst zijn. De redactie weet niet of dit land in 1946 als bouwland of als groenland in gebruik was. De redactie weet ook niet wie toen de eigenaar was.
Klaas Fledderus van ’t Kastiel was aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw de eigenaar van dit land.
De afgebeelde kleurenfoto van het zomerhuisje de Keet met de rode dakpannen is aanwezig in de verzameling van mevrouw Tineke Zweers-van Giffen, een kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen.

Posted in Albert Egges van Giffen, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Ansichtkaart en foto van ‘de Keet’ op de Heezebaarg

De oudheidkundige professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle, begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) staat op deze ansichtkaart in de voordeur van zijn geliefde buitenhuisje genaamd de Keet op zijn landgoed de Heezebaarg aan de rand van de Heezenesch bij Diever.
Professor doctor Albert Egges van Giffen stuurde deze fotokaart -gemaakt van een eigen foto- op 16 september 1956 naar de familie Zijp-Laan, Oostwoud 56 in Noord-Holland. De kaart is ondertekend door professor doctor Albert Egges van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (klik hier voor meer gegevens over Albert van Giffen). De tekst op de kaart luidt: Diever, de ‘Heezeberg’, ons buitenhuisje. Veel dank voor uw kaart van de reis. Met vele groeten.
De Keet is inderdaad de keet die bij de grote oudheidkundige afgraving van de terp van Ezinge stond (meer gegevens over de afgraving van de terp van Ezinge). Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezenesch).

In 1997 was met name de houten onderkant van de Keet in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen en haar echtgenote, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter stenen vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uut Dwingel (eerder gevestigd in Leggel).

De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van het Deevers Archief en de eigenaren van de Keet bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van de Keet op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De redactie van het Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto op de dag vóór de afbraak tegen het vallen van de avond met flitslicht gemaakt. Het zal de allerlaatste ooit gemaakte foto van dit huisje zijn geweest.

Reactie van J. Smit van 5 december 2017
Ik ben in de zestiger jaren van de vorige eeuw enkele keren met mijn vader Wolter Smit, die de exclusieve jachtrechten op de gronden rond de Heezenes had verkregen van de familie Van Giffen, in aanwezigheid van Jan van Giffen (de zoon van professor doctor Albert Egges van Giffen) in het verblijf geweest. Het was inderdaad een eenvoudig zomerhuisje op een prachtige locatie in een fraaie omgeving !

Abracadabra-1253
Abracadabra-844Abracadabra-1254

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Topstukken | Leave a comment

Beeldje ‘Het leven: geboorte, huwelijk en dood’

Voor het raam van de vroegere burgemeesterskamer van het vijfde en laatste gemeentehuis van de gemiente Deever staat het beeldje met de naam Het leven: geboorte, huwelijk en dood.
Anno Ferdinand Smith (geboren op 7 april 1915 in Groningen, overleden op 14 januari 1990 te Groningen) heeft het beeldje van keramiek in 1959 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto gemaakt op 3 oktober 2012. Het was die dag grauw, grijs en grienend, geen goede gelegenheid voor het maken van een mooie foto.
Een oudere foto van het beeldje is te vinden in de webstee wikipedia.org op de pagina met de lijst van beelden in de gemeente Westenveld.
In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens van Anno Ferdinand Smith aanwezig.

Posted in Beelden, Diever, Gemeentehuis, Kunst | Leave a comment

Gemeentehuis met pastorie Hervormde Kerk in 1941

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief graag meegenieten van mooie beelden uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde foto is aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, zo rond 1940 of 1941, gemaakt voor een ansichtkaart. Op de foto is de nog niet vernielde brink van Deever met een slijtpad over de brink naar het gemeentehuis te zien.
Het gemeentehuis stond gewoon aan de brink. Ook de pastorie van de hervormde geloofsgemeente stond gewoon aan de brink. In 1956 moesten deze twee karakteristieke panden helaas verdwijnen om ruimte te bieden aan een lelijk nieuw gemeentehuis.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Kerk op de brink, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Het wapen van de gemiente Deever

De volgende verklaring bij het wapen van de gemiente Deever is overgenomen uit de gegevens in de webstee ngw.nl van Heraldry of the World.

I : 3 september 1946 ” In hermelijn een paal, gedwarsbalkt van keel en zilver van 16 stukken, links boven vergezeld van een kraaghalskruikje van hunebedaardewerk en rechts onder van een eschdoornblad, beide van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 paarlen.”

Bij het ontwerp had de gemeente een aantal mogelijke motieven aangedragen:
Allereerst de aanwezigheid van hunebedden in de gemeente. Niet alleen de hunebedden, maar ook het daarin gevonden aardewerk zijn uniek in Drenthe. Verder een herinnering aan de kerk van Deever, een van de oudste van Drenthe, het wapen van de familie Ketel, die in de 16e-18e eeuw diverse schouten heeft geleverd. Tevens was een mogelijkheid de afwijkende lengtemaat in Deever te tonen. In geheel Drenthe bestond de roede uit 14 voeten, behalve in Deever waar de roede 16 voet lang was. Tenslotte wilde de gemeente nog een herinnering aan de bevrijding door de Canadezen. Hoewel dat laatste niet specifiek voor Deever is, werd er toch veel belang aan gehecht. In de nadagen van de oorlog werden er in en rond Deever felle gevechten geleverd tussen de Duitsers en Fransen/Canadezen. De Duitsers dreigden in Deever de orde goed te gaan herstellen en executeerden 11 willekeurige burgers. Om een verder bloedbad te voorkomen grepen de Canadezen in en bevrijdden Deever.
In het wapen wordt de afwijkende roede gesymboliseerd door de paal, het kraaghalsflesje geeft het unieke aardewerk aan, de Canadese Maple Leaf spreekt voor zich, terwijl het hermelijn, als kleine kruisjes, de oude kerk symboliseert.
De gemeente diende drie voorstellen in, allereerst het huidige wapen, met als uitzondering dat de paal golvend gedwarsbalkt was. De Hoge Raad van Adel ging er echter vanuit dat een lengtemaat recht is en niet golvend. Het tweede voorstel was identiek, alleen de Maple Leaf was weggelaten. Het derde ontwerp tenslotte toonde het kraaghalsflesje in de rechterbovenhoek van het wapen Ketel, in zilver een dwarsbalk van azuur.
Literatuur:  Bontekoe, 1947, Oorsprong/verklaring

Abracadabra-1300

Posted in Archeologie, Canadeze bevrijders, Diever, Gemeente Diever, Hunnebed, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Woap’m van Deever in Oldendeever

Het direct na de Tweede Wereldoorlog door de voorkant van het gelijk bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven grensstenen.
Zo staat een minder goed onderhouden exemplaar op zijn originele betonnen sokkeltje pal tegen de muur tussen de ramen van de in 1926 gebouwde boerderij van de familie Michels in Oldendeever; zie de bijgaande foto die de redactie van het Deevers Archief op 3 oktober 2012 heeft gemaakt. Hulde aan de familie Michels, die deze grenssteen gelukkig heeft gered uit de slopershanden van de gezagsgetrouwe medewerkers van de voorkant van het gelijk.
Het grappige is dat de eigenaren de naam Deever hebben uitgebreid tot Oldendeever. En terecht, want de gemiente Deever had eigenlijk de gemiente Oldendeever moeten hebben geheten.
Dit stuk versierd beton heeft, tot vóór de dag waarop de gemienten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelt gedwongen opgingen in de gemeente Westenveld, langs de Doldersummerweg op de grens van de gemiente Deever en de gemiente Vledder gestaan.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de voorgevel van de boerderij Oldendeever 10 mit pothokke op 4 november 2017 gemaakt. Het dak van het pothokke is in 2016 vernieuwd. Hulde aan de eigenaren die dit letterlijke en figuurlijke erfgoed goed weten te onderhouden. Echt wel.

Posted in Diever, Erfgoed, Gemeente Diever, Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Bronzen beeld van Titania en Spoel de Wever

Op de brinQ van Deever staat het bronzen beeld Titania en Spoel de Wever in een scene uit het toneelspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Arie Teeuwisse heeft het beeld in 1971 gemaakt.
Een foto van het beeld is te vinden in de webstee wikipedia.org.
Dezelfde foto is in de webstee wikipedia.org ook te vinden op de pagina met de lijst van beelden in de gemeente Westenveld (de gemiente Deever is helaas gedwongen opgegaan in de gemeente Westenveld).
Een andere foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en de ezel Spoel de Wever is te vinden in de webstee drenthekunstbreed.nl.
In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens over Arie Teeuwisse (geboren op 9 mei 1919 in Amsterdam, overleden op 21 augustus 1993 te Uffelte) te vinden.

Posted in Beelden, Brink, Diever, Kunst, William Shakespeare | Leave a comment

Oerzicht op het oerolde hunnebed van Deever

In de bijna oerolde Möppeler Kraante (Meppeler Courant) van 13 juli 2012 verscheen het volgende belangwekkende bericht van de hand van de Deeverse krantencorrespondent over het opschonen van het oerolde hunnebed an de oerolde Grönnegerweg in Deever.

Zicht op hunebed weer vrij
Diever – Vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever hebben deze week, in overleg met Staatsbosbeheer, een informatiebord geplaatst bij het hunebed van Diever. Met het plaatsen van het bord is het werk om het hunebed beter toegankelijk te maken, bijna afgerond. Met het opschonen van de omgeving van het hunebed aan de Groningerweg en het verplaatsen van het zitbankje, is de beleving van de bijzondere historische plaats geheel veranderd. Door enkele keien te verplaatsen, is het niet meer mogelijk om met de auto tot het hunebed te rijden. De vrijwilligers willen op korte termijn de grasklinkers bij de parkeerplaats nog schoon maken. Staatsbosbeheer plaatst nog een hekwerk voor het plaatsen van fietsen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Als gevolg van het verwijderen van enige bomen en struiken om het oerolde hunnebed an de Grönnegerweg is in 2012 vanaf de wegkant de zichtbaarheid van het oerolde hunnebed vergroot. Voorwaar een goed bedoelde vrijetijdsbesteding van enige vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever. Driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. Bij de snoeiactie kwam voor de vrijwilligers flink wat hout voor de open haard en de houtkachel vrij.
De vraag is natuurlijk of deze snoeiactie de kans op vandalisme heeft verkleind ?
De redactie is groot voorstander van het nog verder opschonen, sterker gezegd volledig, maar dan ook volledig opschonen en kaal maken van het gehele terrein om het oerolde hunnebed, dus met inbegrip van het verwijderen van alle bomen, het verwijderen van die vervelende kermis van betuttelende borden en weg met dat zitbankje en weg met die grasklinkers en weg met dat hekwerk voor het plaatsen van fietsen, dus van het gehele terrein weer een echt oerveld maken voor de ultieme oerconsumptie van dit oerobject uit de oertijd van ver voor het ontstaan van het lang niet oerolde Deever.
De redactie is wel benieuwd wat de oervrijwilligers van het verpretparkiserende oermuseum in het lang niet oerolde verprutste gebouw aan de lang niet oerolde verloederende brinQ van het lang niet oerolde Deever van dit voorstel voor een kwaliteitsimpuls vinden. Heeft het oerverleden wel een toekomst in de gemiente Deever ?
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het oerolde hunnebed bij een laagstaand zonnetje in de ochtend van 2 januari 2017 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.

 

Posted in Archeologie, Diever, Grönnegerweg, Hunnebed, Toeristenindustrie | Leave a comment

Diever – Op het kerkhof – ± 1914

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is gepubliceerd de volgende mini-essay (nummer 29) over de in Noordwolde geleefd hebbende, maar in het dorp Deever geboren huisschilder, decoratieschilder, kunstschilder en fotograaf Hans Kuiper met een zwart-wit afbeelding van Hans Kuiper, zijn vrouw Margje Johanna Eits, hun dochter Cornelia Johanna en haar verloofde Jan Willem Deuling op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever. 

De twee graven bevinden zich op het kerkhof van Diever.
Op de linker grafsteen staat vermeld: Rustplaats van Roelof Kuiper, geboren 20 juli 1808, overleden 24 december 1888, echtgenoot van M. Oosterveld. Het bijzondere is echter dat op de overlijdensacte van Roelof Kuiper is vermeld dat hij op 7 augustus 1808 is geboren.
Roelof Kuiper was huisschilder (verver) en winkelier. In 1888 was zijn adres Diever 129 en dat was in de Hoofdstraat in de buurt van het café van Willem Huiskes met adres Diever 123.
Op de rechter grafsteen is te lezen: Rustplaats van Margje Oosterveld, geboren 13 september 1813 en overleden op 1 maart 1888, echtgenote van R. Kuiper.
Het echtpaar Roelof Kuiper en Margje Oosterveld kreeg vijf kinderen: Grietje, Deeltje, Aaltje, Geertje en Hans.
Hans Roelofs Kuiper was hun jongste kind en werd op 8 juli 1855 in Diever geboren. Hij was aanvankelijk huis- en decoratieschilder. Op 23 oktober 1890 trad hij in het huwelijk met Margje Johanna Eits uit Noordwolde.
In die plaats begon hij zelf een schildersbedrijf. Op Zorgvlied schilderde hij het houtwerk van onder meer de villa Castra Vetera van mr. Lodewijk Guillaume Verwer. Ook maakte hij diverse decoraties in deze villa.
Mr. L.G. Verwer had gemerkt dat Hans Kuiper aanleg had voor tekenen en gaf hem zijn eerste betaalde opdracht voor het maken van een portret, waarna hij van de familie Verwer meer opdrachten voor portretten van familieleden en schilderijen van Zorgvlied kreeg. Daarnaast ontwikkelde hij zich als een goed fotograaf. Aan hem zijn de oudste en mooiste opnamen van Zorgvlied te danken.
Hans Kuiper overleed op 3 november 1937 te Blesdijke aan de gevolgen van een ongeval, dat gebeurde toen hij op zijn fiets in de mist werd aangereden door een automobiel.
Op deze niet alledaagse foto op het kerkhof staat Hans Kuiper aan de linkerkant. Naast hem staat zijn vrouw Margje Johanna Eits. De jonge vrouw op de foto is hun dochter Cornelia Johanna. De man aan de rechterkant is haar verloofde, de marechaussee Jan Willem Deuling. Het gezelschap maakte een uitstapje naar Diever ter gelegenheid van de verloving van Cornelia Johanna en Jan Willem.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De afgebeelde foto was in 1998 aanwezig in de collectie van Hermannus Deuling, zoon van Jan Willem Deuling en Cornelia Johanna Kuiper.
De redactie heeft het vermoeden dat Hans Kuiper is geboren in een voorloper van het huis dat nu als adres Hoofdstraat 68 in Deever heeft, maar zal nader onderzoek doen naar het geboortehuis van hem.

Jan Willem Deuling is geboren op 9 augustus 1898 in Ter Apelkanaal. Zijn ouders waren Harmannus Joannes Josephus Deuling en Engelina Maria Zudinga.
Cornelia Johanna Kuiper is geboren op 1 augustus 1896 in Noordwolde.
Jan Willem Deuling en Cornelia Johanna Kuiper trouwden op 6 juni 1925 in Noordwolde. 
Daarmee is wel duidelijk dat de foto niet omstreeks 1914, maar omstreeks 1923-1925 moet zijn gemaakt.
Het is natuurlijk belangwekkend te weten wie het fototoestel (op een driepoot) van Hans Kuiper heeft bediend. Was de fotograaf een vijfde lid van het gezelschap uit Noordwolde ? Was de fotograaf een toevallige behulpzame bezoeker van de kaarhof ? Was de fotograaf misschien Geert Dekker, de orgelpomper en de menner van de liekwaeg’n ? Of was het fototoestel van Hans Kuiper zo modern, dat het al een zelfontspanner had ?
In de webstee van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie zijn enige gegevens over de kunstschilder Hans Kuiper te vinden; als kunstwerken worden vermeld: portret van Hans Kuiper (zelfportret), portret van Anton Dreesman, portret van Clemens Becker, portret van De Jong, portret van Lodewijk Guillaume Verwer.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hans Kuiper, Kerkhof | Leave a comment

Het huis van de familie Andreae zal verdwijnen ?

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt.
Op de foto is de voorgevel van het huis op ’t Kastiel in Deever te zien waar vroeger de familie Albert Andreae woonde: Albert Andreae en Jantje Oost en hun kinderen Annaeus, Roelofje (Roelie), Hendrik (Henkie), Jan en Tinus.
De redactie weet niet wie de huidige bewoners van het huis zijn.
Aan een oud en mooi maar niet authentiek gerestaureerd pand kan een einde komen. Op ’t Kastiel in Deever gaan de geruchten dat de woning met adres Kasteel 10 tegen de vlakte zal gaan.
Het is daarom tijd dat dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zich met gezwinde spoed in gestrekte draf en in groten getale, gewapend met foto- en filmcamera’s en slimme telefoons naar het genoemde adres begeven om de binnenkant en de buitenkant grondig en uitgebreid te bestuderen, te fotograferen, te filmen en te documenteren. Voor het te laat is.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Kasteel, Keuterijen | Leave a comment

Shakespeare ‘stencil wand’ naast de BrinQ van Deever

De Amsterdamse urban artist (stedelijke kunstenaar) Hugo Kaagman, die zichzelf de ‘stencil koning’ noemt, is de maker van een ‘stencil wand’ gevuld met Delftsblauwe afbeeldingen die verband houden met het ernstig aan shakespearitis lijdende dorp Deever, de toneelstukkenschrijver William Shakespeare en de toneelstukken van William Shakespeare, die zijn gespeeld in het openluchttheater an de Heezenesch. Zie de bijgevoegde afbeelding.
De sjabloonsnijder Hugo Kaagman heeft de ‘stencil wand’ in juni 2017 gemaakt in opdracht van de ‘Foundation Diever Village of Shakespeare’ (Stichting Deever Dorp van Shakespeare).
Deze foundation (stichting) is in Deever in het leven geroepen voor het bevorderen van het uitbaten in de gemiente Deever van de naam Shakespeare door middel van allerlei activiteiten, met als doel het trekken van veel meer toeristen naar de gemiente Deever, het trekken van veel meer bezoekers naar de toneelspeelplaatsen aan de Heezenesch, het bereiken van veel meer boekingen in de gemiente Deever voor overnachtingen het hele jaar door, het bereiken van veel meer omzet voor de neringdoenden, het bereiken van veel meer omzet in de toeristenindustrie en derhalve het sterk vergroten van de daadwerkelijke opbrengst van de gemeentelijke toeristenbelasting (resultaatsverwachting ten minste € 3.000.000).
En dat met de wetenschap dat de Deeverse toeristenbelasting geen doelbelasting is, maar in de schatkist met algemene middelen van de gemeente Westenveld terecht komt, waaruit bijvoorbeeld ook de dorpshuizen van Vledder, Dwingel en Oavelt zouden kunnen worden gesubsidieerd.
De ‘stencil wand’ heeft in de zomer van 2017 niet op maar naast de BadQualityBrinQ van Deever gestaan, op de plek waar vroeger het erfgoedboerderijtje (die in de volksmond ‘de Reddingsboei’ werd genoemd) van Albert Kuiper stond.
De ‘stencil wand’ heeft met name dienst gedaan als decor van een door Hugo Kaagman zo genoemde selfie spot (sölfie stee), dat wil zeggen dat de ‘stencil wand’ als achtergrond kon worden gebruikt bij het maken van foto’s, waarbij de makers met de telefoon in de hand of op een stok (tillefoontie op mien stokkie) zichzelf of zichzelf met anderen op de foto zetten. De verwachting was dat The Netherlands zou worden overspoeld met Shakespeare-selfies. To selfie, or not to selfie. That’s no question.
Wie denkt dat de ‘Foundation Diever Village of Shakespeare’ het reclamebordje zo maar naast de BadQualityBrinQ van Deever kon plaatsen, die vergist zich.
Nee, het openbare besluitenlijstje (blijkbaar bestaat een geheime besluitenlijstje ook) van het college van burgemeester en wethouders van 13 juni 2017 vermeldt bij de portefeuille Openbare Ruimte van de hoogedelgestrenge heer wethouder Homme Geertsma de volgende twee wel erg zware wik-en-weeg-beslissingen, te weten 1) instemmen met het plaatsen van de Selfie Wall door de Stichting Diever Village of Shakespeare en 2) ontheffing verlenen aan de Stichting Diever Village of Shakespeare voor het aanvragen van een omgevingsvergunning.
Maar het besluitenlijstje van de hoogedelgestrenge heer wethouder Homme Geertsma vermeldt niet tot wanneer de ontheffing geldig is. Toch wel een minpuntje voor de hoofdbeleidsmedewerker (zeg maar een soort van pseudo-wethouder) voor de openbare ruimte, die besluit welke besluiten op het openbare besluitenlijstje komen te staan.
Het is wel een slimme zet van Hugo Kaagman het wapen van de gemiente Deever op de ‘stencil wand’ te plakken en gelukkig niet het wapen van de gemeente Westenveld, want het Shakespeare-gedoe is niet van de gemeenten Vledder, Dwingel of Oavelt, maar enkel van de gemiente Deever.
De vraag is natuurlijk waar de Stichting Deever Dorp van Shakespeare het reclamebordje heeft gelaten ?
Wie het weet die mag het natuurlijk melden bij de redactie !
De redactie heeft de kleurenfoto van de plek waar de ‘stencil-wand’ heeft gestaan op 25 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Kunstig gemaakte objecten, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Fotokaart van de Offescheid’n Skoele in Deever

De redactie van het Deevers Archief toont zijn trouwe bezoekers graag mooie beelden uut de gemiente Deever.
In dit bericht is een zeer zeldzame door fotograaf Sietze Mulder in Appelscha gemaakte foto en daarvan uitgegeven fotokaart van de Offescheid’n Skoele (Griffemeerde Skoele) an de Heufdstroate in Deever te zien.
De redactie kan niet goed inschatten in welk jaar deze kaart is uitgegeven, wellicht aan het einde van de veertiger jaren van de vorige eeuw. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze schatting verbeteren ?
Op de ansichtkaart is aan de kleur van de dakpannen en de kleur van het metselwerk in de voorgevel te zien dat het derde lokaal aan de rechterkant van de school later is bijgebouwd.
De tweelokalige school is op 31 mei 1904 geopend. De heer R. Offringa te Smilde heeft het bestek en de tekeningen voor de tweelokalige school gemaakt. Aannemer Paul Mos uut Eemster heeft de tweelokalige school voor f. 5.200,- gebouwd.
Op 1 oktober 1929 is het derde lokaal in gebruik genomen. De heer Hoekstra uit Appelscha heeft het bestek en de tekeningen voor de verbouwing van de school tot een drielokalige school gemaakt. Aannemer D. Oort en schilder Geert Koster uut Deever hebben de verbouwing voor f. 8385,95 uitgevoerd.
Op het terrein van deze school staat nu een christelijke lagere school (christelijke school voor primair onderwijs) (christelijke basisschool) (basisschool met den bijbel) met de naam Roosjenschool, adres Heufstroate 23, Deever.

De redactie denkt dat de Roosjenschool nog wel een tijdje zal bestaan, maar dat het in krimpgemeente Westenveld met onder meer steeds minder kinderen en steeds meer drentenierders onvermijdelijk is dat de openbare lagere school van Deever, de christelijke lagere school van Deever en de openbare lagere school van Wapse na lang en vergeefs verzet zullen worden samengevoegd tot één brede school, dit naar analogie van de vorming van de brede school in Dwingel.
De redactie denkt dat het op de Westeresch van Deever staande onderbouw-filiaaltje van de Meppeler scholengemeenschap Stad & Esch nog wel een tijdje zal bestaan, maar dat het in krimpgemeente Westenveld met onder meer steeds minder kinderen en steeds meer drentenierders het onvermijdelijk is dat dit te dure en te verwende filiaaltje na lang en vergeefs verzet zal worden opgegeven en dat in het dan vrijgekomen grote gebouw de brede school van Deever zal worden ondergebracht.

Posted in Diever, Gereformeerde school, Hoofdstraat, Onderwijs, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Opening expositie Schilderskring Deever in 1980

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 juli 1980 verscheen het navolgende berichtje over een expositie van de Schilderskring Deever in het kerkgebouw op de Brink van Deever. Het artikel is aanwezig in het Deevers Archief.

Espositie schilderskring
Diever. Maandag werd in de Hervormde kerk de expositie van de Schilderskring Deever, door de heer Glazenburg, hervormd predikant te Diever geopend.
Voorzitter F.H.A. Michon, sprak woorden van dank, omdat men dit gebouw voor dit doel aan hen had toevertrouwd. Door deze expositie kon de schilderskring haar werk gestalte naar buiten geven. Als blijk van waardering bood hij dominee Glazenburg een schilderij van de Hervormde kerk aan, die op zijn beurt dit schilderij symbolisch overdroeg aan de voorzitter van de kerkvoogdij de heer Cornelis Offerein, die niet aanwezig was.
Routine
Volgens dominee Glazenburg behoorde het niet tot zijn routine-handelingen om een schilderijententoonstelling te openen. De kerk wil echter een monument zijn dat door toeristen gezien kan en mag worden.
In het verleden zijn godsdienst en kunst steeds nauw bij elkaar betrokken geweest en hebben steeds bevruchtend op elkaar gewerkt. Amateur betekent liefhebber, beminnaar. Zoo hebben deze mensen liefde opgevat voor kleuren, lijnen en vormen. Door schilderijen te exposeren geeft men iets van zichzelf prijs aan de ander.
Geraakt
‘Als u gaat schilderen in uw gebouw, dan weet u zich geraakt door de vleugels van de schoonheid; dit zal een band geven van medemenselijkheid. Deze banden, deze expositie’, aldus dominee Glazenburg, ‘zal uw dorps- en streekgenoten goede en schone momenten bezorgen’, waarop hij de expositie voor geopende verklaarde !
Op deze expositie worden een groot aantal werken van deze kring geëxposeerd. Ze is dagelijks geopend vanaf 15 juli tot en met 1 augustus van 10-12 en van 13-17 uur. Zondags is men niet geopend en de toegang is vrij.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij het artikel in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) was bijgaande zwart-wit foto afgedrukt. In 1980 verscheen de Meppeler Courant helaas nog niet in kleur.
De heer F.A.H. Michon overhandigde het schilderij van de toren en het kerkgebouw an de Brink van Deever aan dominee Glazenburg, voorganger van de Nederlands hervormde gemeente van Deever.

Uit deze foto is bijgaande uitsnede gemaakt van de toren en het kerkgebouw op de Brink
De redactie heeft even gezocht in het Deevers Archief en vond daar bijgaand afgebeelde kleuren-ansichtkaart van de toren en het kerkgebouw aan de Brink.
De redactie trekt de conclusie dat de amateur-schilder de kleuren-ansichtkaart uit het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw als inspirerend en leidend voorbeeld gebruikte voor zijn schilderij.
Het overschilderen van Deeverse ansichtkaarten is in het verleden wel meer gebeurd en zal in de toekomst ook nog wel eens gebeuren. Hopelijk wordt dit niet een gewoonte, maar zullen de schilders van de Schilderskring Deever meer van zichzelf prijs geven.
Maar waar is het schilderij gebleven, waar hangt het schilderij aan de muur !?


 

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Kerk op de brink, Kunstig gemaakte objecten, Schilderijen | Leave a comment

’t Roadhuus an de Gemientehuuslaen in Deever

Is de voorkant van het gelijk van mening dat haar onderkomen een gemeentehuis of een raadhuis is ?
‘That’s the question’, zou de in de gemiente Deever veel vermakelijkheidsbelasting opleverende Shakespeare hebben geroepen. Dat is de vraag.
Deze wel in zeer goede staat en wel in zeer schone toestand verkerende gegevensbordjes aan het paaltje an de Heufdstroate in Deever wijzen naar de Raadhuislaan, het gemeentehuis, het politiebureau, het medisch centrum en de tennisbanen.
Worden de gegevensbordjes per toerbeurt wekelijks of maandelijks vrijwillig door een medewerker van de voorkant van het gelijk op zaterdagmorgen gepoetst ?
Voor wie is eigenlijk het bruine tennisbanen-bordje bedoeld. Zijn de tennisbanen een toeristenattractie, maken de tennisbanen deel uit van de Deeverse toeristenindustrie ?
De voorkant van het gelijk kan het tegenover de inwoners van de gemiente Deever natuurlijk niet maken haar kantorenparkje raadhuis te noemen. Want een raadhuis is het huis van de raad, dat wil zeggen de gemeenteraad. Wellicht heeft de voorkant van het gelijk zich op een Freudiaanse manier vergist door de Gemeentehuislaan de Raadhuislaan te noemen, want wellicht waart de voorkant van het gelijk zich stiekem wel een beetje op de punt van de stoel van de gemeenteraad gezeten.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Gemeentehuis, Hoofdstraat, Toeristenindustrie, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

De achterkant van het nieuwe raadhuis

De gemeente Westenveld – ontstaan in 1998 – is de eerste elf jaar gevestigd geweest in Havelte. Het gemeentehuis van de voormalige gemeente Havelte -een monumentale saksische boerderij- was hiervoor elf jaar uitgebreid met noodgebouwen. Begin 2009 opende de gemeente Westenveld de deuren op de definitieve plek: het nieuw gebouwde raadhuis aan de zo genoemde Gemeentehuislaan in Deever.
Op foto’s van het nieuw gebouwde raadhuis aan de zo genoemde Gemeentehuislaan in Deever is meestal de mooie voorkant met de ingang van het gebouw te zien.
De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers echter een door hem op 3 oktober 2012 gemaakte foto, waarop de architectonisch zeer geslaagde grauwe achterkant van het raadhuis aan de zo genoemde Gemeentehuislaan in Deever is te zien, niet onthouden. Bewonder vooral de architectonisch fraai vormgegeven loods bovenop het gebouw.
De achterkant mag niet door groenblijvende bomen en bosschages aan het oog worden onttrokken, want enige sociale controle op het reilen en zeilen van de werkers van de voorkant van het gelijk moet mogelijk zijn.

 

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Gemeentehuis | Leave a comment

Het kunstwerk ‘Grauw is goud en goud is grauw’

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (papier scannen en vervolgens in de papier-container gooien) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje uit het juni-juli nummer van het jaar 1996 van het tijdschrift Metaal en Techniek van de Metaalunie, over een smeedmanifestatie op de brinQ van Deever.

Kunstwerk gemaakt ter ere van Shakespeare
Smeedmanifestatie trok duizenden bezoekers
‘Fair is foul and foul is fair’. Deze veelbetekenende tekst uit MacBeth van William Shakespeare is verwerkt in het kunstwerk dat gemaakt is tijdens de Smeedmanifestatie op 24 en 25 mei in het Drentse Diever. Zo’n veertig smeden van het Nederlandse Gilde van Kunstsmeden (NGK) hebben samen met een aantal buitenlandse gasten uit België, Luxemburg en Duitsland daarvoor samengewerkt. Het unieke resultaat daarvan werd aan het eind van de tweedaagse manifestatie aangeboden aan burgemeester Cox van Diever.
Aanleiding voor het houden van de manifestatie was het 50-jarig jubileum van de Shakespeare-vereniging en de uitvoering van één van Shakespeare’s toneelstukken in het plaatselijke openluchttheater.
Naar een idee van Klaas Kleine, NGK-bestuurslid en smid in Diever, is een boog met gesmede ornamenteningevuld, waaraan een rijk versierde kroon hangt (omgekeerd opgehangen). De boog symboliseert de vergankelijkheid van roem, een element dat zo typerend is voor de toneelstukken van Shakespeare.
Aan de manifestatie is door de regionale media veel aandacht besteed. Meer dan tweeduizend bezoekers hebben gedurende de twee dagen de verrichtingen van de deelnemers gadegeslagen. Ook de goede onderlinge sfeer in de gemoedelijke omgeving heeft er toe bijgedragen dat de deelnemers met veel genoegen op deze manifestatie terugkijken.
Op 7 augustus aanstaande zal de burgemeester van Stratford upon Avon, de geboorte- en woonplaats van Shakespeare, naar Diever komen om de première van het jubileumtoneelstuk ‘A winters tale’, bij te wonen en om tevens het NGK-kunstwerk te onthullen, dat een permanente plaats krijgt bij het openluchttheater van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt; let op de nog steeds bloeiende planten.
Het kunstig gemaakte object met de naam ‘Grauw is goud en goud is grauw’ staat net buiten de steeds meer verpretparkiserende toneelspeelplaatsen aan de Heezenesch van Deever.
Op het groene bordje bij het kunstig gemaakte object staat: ‘Fair is foul and foul is fair’ (MacBeth). Aangeboden door het Nederlands Gilde van Kunstsmeden op 7 augustus 1996 in verband met 50 jaar Shakespaere in Diever.
Aan de lange lijst van kundes en beroepen van Klaas Kleine kan een kunde worden toegevoegd, namelijk bestuurder van het Nederlands Gilde van Kunstsmeden.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was dus onder meer hoefsmid, siersmid, kunstsmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent Drents, bestuurder, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).

Posted in Brink, Diever, Heezenesch, Klaas Kleine, Kunst, Kunstig gemaakte objecten, Openluchtspel | Leave a comment

Wie was toch ook alweer Geert Koster ?

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in één van de dossiers inzake Deever in de Tweede Wereldoorlog bijgaande berichtjes over het overlijden van Geert Koster.

In het Weekblad voor de Gemeente Diever (Roef van Goor’s Blattie) verscheen op 4 april 1996 bijgaande rouwadvertentie van de op 26 maart 1996 in zijn woning an de Vlasstroate in Deever overleden Geert Koster.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Geert Koster overleden
Diever –
Op 96-jarige leeftijd is gisteren Geert Koster in Diever overleden. Geert Koster was een zeer bekend figuur in de Dieverse gemeenschap.
Koster (‘Ome Joop’) heeft in de Tweede Wereldoorlog veel verzetswerk verricht en was in 1943 zeer nauw betrokken bij de totstandkoming van het onderduikershol in de bossen nabij Diever.
Het bestaan van het hol raakte aan het eind van de oorlog steeds meer bekend. Toen een N.S.B.’er zich liet ontvallen van het hol op de hoogte te zijn, besloten de onderduikers naar elders te verdwijnen. Kort daarop werd de omgeving door de S.S. uitgekamd, maar het hol werd niet gevonden.
Toen na enige tijd de rust was weergekeerd, besloten de verzetsstrijders om opnieuw in het hol te gaan wonen. Op deze morgen pleegde de S.D. een overval. Het hol was verraden. Er werden acht mensen gevangen genomen. Onderduikers, maar ook hulpverleners, die voor voedsel, medische hulp en dergelijke zorgden.
Van deze mensen keerde er na de oorlog slechts één terug.
Onder de gevangenen bevond zich ook de zoon van Geert Koster, Graddus Koster. Later is in Diever nog een straat naar hem vernoemd, die door Geert Koster is onthuld.
Geert Koster is de stimulator geweest om het hol in 1994 te renoveren en wel in de oorspronkelijke opzet. Hij stond op het standpunt dat het hol voor het nageslacht moest blijven bestaan.
Zaterdag zal Geert Koster worden begraven op de begraafplaats in Diever.

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.  

Verzetsman Geert Koster overleden
Diever – In zijn woonplaats Diever is oud-verzetsman Geert Koster gisteren op 26-jarige leeftijd overleden.
Geert ‘Ome Joop’ Koster heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog veel verzetswerk verricht en was in 1943 nauw betrokken bij de aanleg van het onderduikershol in de bossen van Diever.
Het bestaan van het hol werd in de nadagen van de oorlog door een verrader doorgegeven aan de Duitse bezetter.
Acht mensen, zowel onderduikers als verzetsmensen, werden gevangen genomen. Onder hen ook Graddus Koster, de zoon van Geert Koster.
Later is in Diever een straat naar Graddus vernoemd.
Na de oorlog keerde slechts één persoon uit deze groep terug naar Diever.
Geert Koster was één van de stuwende krachten achter de renovatie van het onderduikershol in 1994. Hij vond dat dit monument voor het nageslacht bewaard moest blijven.
Geert Koster wordt zaterdag begraven op de begraafplaats in Diever.

In het blad Aanpakken verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Koster in Diever overleden
Diever – Op 96-jarige leeftijd is gisteren (dinsdag) Geert Koster in Diever overleden. Koster was een zeer bekend figuur in de Dieverse gemeenschap.
Als ‘Ome Joop’ heeft hij in de laatste wereldoorlog veel verzetswerk verricht. In 1943 was Koster zeer nauw betrokken bij de totstandkoming van het onderduikershol in de bossen nabij Diever.
Bij het hol namen de Duitsers acht mensen gevangen. Van hen keerde er na de oorlog slechts één terug.
Onder de gevangenen bevond zich ook Graddus Koster, de zoon van Geert Koster. Later is in Diever nog een straat naar hem vernoemd, die door Geert Koster is onthuld.
Koster was de stimulator om het hol in 1994 geheel te renoveren.
Zaterdag wordt Koster begraven op de begraafplaats in Diever.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 28 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Geert Koster dinsdag in Diever overleden
Diever – Oud-verzetsman Geert Koster is dinsdag in zijn woonplaats Diever overleden. Koster was behalve een bekend lokaal oud-verzetsstrijder ook de oudste inwoner van Diever. Koster werd 96 jaar.
Hij kwam de afgelopen jaren veel in de belangstelling, omdat hij de motor is geweest achter de renovatie van het onderduikershol van Diever.
Een zoon van Geert Koster zat ook in het hol toen het aan het eind van de oorlog door de Duitsers werd leeggehaald.
In totaal werden hierbij acht mensen gevangen genomen en weggevoerd. Samen met zes andere onderduikers liet Gradus Koster het leven.
Slechts één verzetsstrijder keerde na de oorlog terug.
Vernoemd
Diever heeft later een straat in de gemeente naar Gradus Koster vernoemd.
Geert Koster heeft het naambordje destijds onthuld.
Onder de titel De Wigwam is het verhaal over het onderduikershol ook in boekvorm verschenen.
Geert Koster wordt zaterdag op de begraafplaats van Diever begraven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het koffiedikbruine vermoeden dat alle vier de berichtjes door één en hetzelfde plaatselijke kranten-correspondentje zijn geproduceerd. En wel aan de lopende band. Hier en daar is een zinnetje veranderd, is een zinnetje weggelaten, is een zinnetje toegevoegd. Weer vier berichtjes klaar. En weer rinkelt de kassa !
Maar werd de zoon van Geert Koster nu Graddus of Gradus genoemd ?  Da’s wel een klein slordigheidje of verschrijvinkje van het plaatselijke kranten-correspondentje. De redactie denkt dat hij Gradus werd genoemd.
Volgens het in één van de berichtjes genoemde boekje ‘De Wigmam. Het onderduikershol in Diever’ gaat het om Geert Gerhardus Koster, geboren op 24 mei 1925, overleden op 24 maart 1945 te Paigerhorst (zie bladzijde 50).
De Kosterstraat is te vinden op de Westeresch van Deever. Eigenlijk is het meer een Kosterpaadje met van die betuttelende paaltjes aan het begin van het paadje. Meer kon er bij de voorkant van het gelijk blijkbaar niet af.
Nog opmerkelijker is dat de tekst onder de padnaam na de dood van Geert Koster niet respectvol is aangepast.
Bijvoorbeeld, wat te denken van de meest voor de hand liggende tekst:
Geert Koster – 1900 – 1996. Geert Gerhardus Koster – 1925 – 1945. Deeverse verzetsmannen, strijders voor de vrijheid.
Maar dat kost de voorkant van het gelijk wel enige goede wil en 
moeite. En twee nieuw bordjes, aan weerskanten van het paadje staat een bordje. Of zijn de bestaande bordjes duurzaam weer te gebruiken ? Maar dat zal de voorkant van het gelijk wel te veel vinden. Of moet het volk zelf maar een sponsor voor de bordjes zoeken ?
Een kleinzoon of achterkleinzoon van Geert Koster zou de twee nieuwe bordjes kunnen onthullen. Zo’n onthullinkje is wel weer een sappig persmomentje voor de wethouder van de voorkant van gelijk, die Tweede-Wereldoorlog-zaken in zijn of haar zware portefeuille heeft. Denk aan die herverkiezing, elk persmomentje is er toch maar weer eentje. Zo’n onthullinkje betekent ook gerinkel in de kassa van het plaatselijke kranten-correspondentje.
In geen van de vier berichtjes is beschreven wat Geert Koster zo allemaal in zijn werkzame leven deed.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Onderduikershol, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Un hiele dikke stien veur ’t Gemientehuus van Deever

De redactie van het Deevers Archief weet nog niet in welk jaar de foto van bijgaande afbeelding is gemaakt. Als een bezoeker van het Deevers Archief het wel weet, dan is hij bij deze uitgenodigd het te melden aan de redactie.
Op de brinQ voor het gemientehuus van de gemiente Deever ligt een hiele dikke stien die bij het uitvoeren van de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is gevonden in het Oldendeeverseveld.
De hiele dikke stien is een stien van de buiten-categorie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De grote vraag is of de voorkant van het gelijk binnenkort de brinQ gaat neerkalefateren naar een vroegere versie van deze ooit zo fraaie open ruimte (wellicht brinQ 1817 of 1818). Het zou best eens zo kunnen zijn dat de ijverige medewerkertjes en beterwetertjes van de voorkant van het gelijk dan eenzijdig besluiten de hiele dikke stien te laten verwijderen van de brinQ.
De redactie is van mening dat de beste bestemming voor deze hiele dikke stien ergens in de berm van de Stienwiekerweg zo dicht mogelijk in de buurt van de vindplaats is en dan de hiele dikke stien voor een deel te begraven (de voorbijganger moet voor de foto en de sölfie wel op de steen kunnen klimmen) (helemaal begraven is een beetje te veel van het goede).
Maar waarom is op veel foto’s van het gemientehuus van de gemiente Deever toch steeds weer die vervelende lange vlagstok zonder vlag te zien ? Was het voor de medewerkers van de voorkant van het gelijk teveel gedoe en gehannes om die stok op een vlagdag ’s morgens te plaatsen en na het dagje vlaggen weg te halen ? En als die lange vlagstok wel werd weggehaald, werd die dan in de dakgoot opgeborgen ?

Posted in Archeologie, Brink, Diever, Gemeentehuis, Hele mooie afbeeldingen | Leave a comment

De laatste melkritten naar de fabriek

Op een mooie winterdag in 1970 brachten de melkrijders van de coöperatieve melkfabriek aan het Moleneinde in Deever voor de laatste keer de bussen met melk van de bij de coöperatie aangesloten boeren naar de fubriek, ook vaak de botterfubriek genoemd.

Posted in Diever, Zuivelfabriek | Leave a comment

Dieverder landschappen – September 1643

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan zijn trouwe bezoekers. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen getoond kunnen worden, hoe liever het de redactie is.

De hier afgebeelde tekeningen zijn aanwezig in een bewaard gebleven schetsboek van Pieter Serwouters. Het schetsboek ‘Assens Album, folio 69v-70r’ bevindt zich in de collectie van het Drentsch Museum in Assen.

Pieter Serwouters (geboren in 1586 in Antwerpen, overleden in 1657 in Amsterdam) was boekhouder en cartograaf. Vanaf 1629 tot aan zijn dood was hij boekhouder van de Compagnie van de Hollandse Participanten van de Dieverder en Leggeler Smildervenen. Hij was blijkbaar ook een begaafd tekenaar.

De tekeningen zijn gemaakt in september 1643. De drager van de tekening in kleur is papier. De tekenaar gebruikte waterverf en inkt. De liggende rechthoek van de tekeningen heeft een breedte van 145 mm en een hoogte van 96 mm.

Het opschrift van de bovenste tekening luidt als volgt:
Dieveren in Drenthe gelegen, alsoot hem vertoont komende vande Leggeler brug a° 1643 in September / voorden middach.

De toren met het aangebouwde kerkgebouw is herkenbaar. De redactie heeft het vermoeden dat de afgebeelde molen die van Oldendeever is en niet de beltmolen aan het Katteneinde. De weg die zichtbaar is aan de linkerkant van de bovenste tekening zal de Stienwiekerweg zijn.

De redactie heeft het opschrift van de onderste tekening helaas nog niet kunnen ontcijferen.

De redactie wil de in Pieter Serwouters geïnteresseerde bezoekers van het Deevers Archief graag verwijzen naar het lezenswaardige artikel ‘De kunst van het boekhouden – Pieter Serwouters (1567-1657)’ van de Amerikaanse kunsthistorica Claudia Swan, dat in 2001 is verschenen in nummer 2 van het tijdschrift Waardeel. In dit artikel is bijgaande afbeelding opgenomen.

De topografische deskundige van de heemkundige vereniging uut Deever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).

De topografische deskundige van de heemkundige vereniging uut Deever zou op basis van het hiervoor genoemde jaartal 1643 Dieveren (1475) uit kunnen breiden tot Dieveren (1475-1643).

In de Deeverse streektoal is Deever de hedendaagse schrijfwijze van Diever.

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Diever, Kerk op de brink, Kunst, Molen 'de Vlijt', Tekeningen, Topstukken, Toren op de brink | Leave a comment

Wij wensen u geluk met uw verjaardag

Het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever die kerkt in het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever had of heeft (?) de goede gewoonte elk lid een kaartje te sturen ter gelegenheid van zijn of haar verjaardag. Betalen leden tegenwoordig nog kaarkebelasting ?
Het bestuur stuurde of stuurt niet zo maar een bij een neringdoende gekocht dertien-in-een-dozijn verjaardagskaartje, maar stuurde of stuurt een kaartje met een tekening, die het bestuur speciaal liet maken. Driewerf hulde. Hulde, hulde, hulde.
Bij de hier afgebeelde eigenlijk niet zo goed gemaakte tekening gaat het om de hoofdingang aan de zijkant van het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever. De rechter deur van de hoofdingang staat uitnodigend open. Kom binnen, de koffie staat te pruttelen.

De tekst op achterkant van het kaartje, zie bijgaande afbeelding,  geeft de tekst op de plaat boven de hoofdingang weer:
Wier ’t oude heiligdom door blixemvuur verbrand +
Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zijnen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige stenen

+ Anno 1759 den 27 augustus
++ Anno 1760

En natuurlijk wenste of wenst het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever het lid geluk met zijn of haar verjaardag.

Het is jammer dat de tekenaar zijn tekening niet van zijn naam of initialen heeft voorzien, nu kan de redactie van het Deevers Archief weer een paar vragen aan zijn toch al zeer lange lijst van vragen toevoegen.
Wie is de maker van deze tekening ? Wanneer is deze tekening gemaakt ? Heeft een foto als lichtend voorbeeld gediend ? Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze vragen beantwoorden ?

De redactie van het Deevers Archief heeft zelf het vermoeden dat de tekenaar niet gebruik heeft gemaakt van bijgaande zwart-wit foto uit 1957 van de hoofdingang, ondanks dat de rechter deur op de foto ook open staat. Architect H.K. Kleijn uit Aerdenhout is de maker van deze zwart-wit foto.


Posted in Brink, Diever, Kerk op de brink, Tekeningen | Leave a comment

Diever – Kerk en toren op de Brink – 1938

De redactie van het Deevers Archief laat graag zijn bezoekers meegenieten van mooie afbeeldingen uut de gemiente Deever.
In het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Den Haag bevindt zich een prachtige zwart-wit foto van hert kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de nu verloederende brinQ van Deever. Deze hier afgebeelde foto is gemaakt in 1938. De naam van de fotograaf is niet bekend.
Het torenuurwerk van de kerk op de verloederende brinQ van Deever zat voor de grote restauratie in 1956-1957 boven de galmgaten. Aan de stand van de zon te zien moet de foto om zesentwintig minuten over tien uur in de ochtend zijn gemaakt. Dit is af te leiden uit de schaduw in de linker benedenhoek van de foto.
Was de fotograaf speciaal naar Deever gekomen voor deze foto en heeft hij naast deze foto nog een hele serie foto’s gemaakt ? Dat is wel te hopen. Wellicht was hij al daags tevoren aangekomen en had hij overnacht in hotel Brinkzicht an de brinQ van Deever.
In die tijd was de hof van de kerk voorzien van een afrastering van betonnen palen en gaas. Om te voorkomen dat de vertrekkende of terugkerende schaapskudde op de hof zou gaan grazen ? Of om te voorkomen dat het mit de Deevermaarkt een rotzooitje zou worden op de hof ? De grafstenen op de kerkhof zijn misschien al lang vóór 1938 verdwenen. De graven zijn pas bij de grote restauratie van de kerk in 1956-1957 geruimd. Wie in die jaren in Deever woonde, zal zich wellicht de berg botten bij het graafwerk rond de kerk nog herinneren. Zijn de nieuwe boompjes met de juiste kennis van de ligging van de graven geplant of kan het zijn dat onder de stammen van de thans aanwezige bomen nog resten van menselijke botten zijn te vinden ?
Aan de rechterkant is wit wasgoed in de hof van de kerk te zien. De met gras begroeide hof kon immers mooi worden gebruikt als bleek (de was lag op de blieke). Wie bleekte daar de was ? Was het de vrouw die in de boerderij op de hoek van de Peperstraat en de Kerkstraat woonde of was het de vrouw van Hendrik Gruppen (geboren op 10-07-1868, overleden op 15-8-1955), die in de boerderij op de hoek van de Hoofdstraat en de Kerkstaat woonde ?
Heette de verbindingsweg tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat toen ook al Kerkstraat of is die saaie naam later bedacht ? De naam van deze straat zou met enige goede wil nog steeds kunnen worden veranderd in Aquamanileweg of Orgelpomperstraat of Jans Tabaklaan. Deze straat bestond in 1938 uit een klinkerverharding met aan weerskanten zo’n mooie echte strook van veldkeien en veldkeitjes. Is de verharding van deze straat ten prooi gevallen aan de naoorlogse slooplust van de voorkant van het gelijk, dat Deever in de moderne vaart der volkeren wilde opstoten ?
Aan de rechterkant van de foto is een pand te zien. Of zijn het twee panden ? Bij vergroting van de foto is boven het rechter zonnescherm een niet te ontletteren naam te zien. Was in het pand een winkel gevestigd ? Van wie was het pand of de pandenl ? Van bakker Albert Kuiper (Aubert Kuper) ? Wat is na 1938 met dit pand of met deze panden gebeurd ?
Aan de rechterkant is een houten paal van het bovengrondse elektriciteitsnet te zien. Bij vergroting van de foto zijn aan de paal de porceleinen isolatiepotjes te zien en ook de stroomdraden. Was de spanning op de draden toen al 220 Volt ?
Aan de linker kant van de foto is te zien dat een hoekje van de hof in gebruik was als een soort plantentuintje. Was dit het tuintje van dorpsfiguur Geert Dekker, koster en orgelpomper van de kerk en menner van de lijkwagen ? Geert Dekker woonde immers aan de Hoofdstraat tegenover de Kerkstraat ? Het zou best kunnen, want Geert Dekker had zijn moestuin op ’t Bultie.
Aan de linkerkant van de foto is op de achtergrond de boerderij van Jan Seinen te zien. Deze boerderij bestaat nog steeds, zij het dat aan één kant de muren beetje bij beetje steeds meer scheef zakken.

Posted in Afbeeldingen, Brink, Diever, Kerk op de brink, Topstukken | Leave a comment

Deevers Archief zoekt namen van mensen

Een dagje uit in de arme en bijna autoloze jaren na de Tweede Wereldoorlog was voor veel mensen in de gemeente Deever iets bijzonders. Daarvoor was men lid van ‘de reisvereniging’, in dit geval van de buurtvereniging ‘Kasteel-Bolderhoek’.
Wie zijn toch al die mensen van ’t Kastiel uut Deever en uut de Bolderhook an de Deeverbrogge bij een hangar op Schiphol ?
De bezoekers van het Deevers Archief wordt uitdrukkelijk verzocht te reageren op deze foto uit 1951 !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft dit bericht ook al een keer in Opraekelen 2007/1 gepubliceerd.
Opraekelen is een papieren uitgave van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Alle Deeversen, Bolderhoek, Diever, Gemeente Diever, Kasteel, Opraekelen, Topstukken | Leave a comment

Theo Rutgers speelt Peer Gynt van Henrik Ibsen

De redactie van het Deevers Archief heeft in het najaar van 2005 met veel zorg, plezier en voldoening de zo genoemde ‘historische kalender’ voor het jaar 2006 samengesteld voor de toen nog vele leden van de lokale heemkundige vereniging uut Deever. Het onderwerp van die kalender was ‘het Openluchtspel in de beginjaren van zijn bestaan’. Bijgaande tekst en afbeelding stonden op de bladzijde voor de maand april 2006 (grasmaand). 

Toneelvereniging Diever voerde in 1949 met veel succes het enige niet door William Shakespeare geschreven stuk in haar geschiedenis op. Het was het buitengewoon moeilijk speelbare stuk Peer Gynt van Henrik Ibsen.
De jonge dominee Theo Rutgers, die toen nog in de pastorie op de brinQ woonde, speelde de rol van Peer Gynt op fenomenale wijze.

Een krant beschreef de voorbereiding op het stuk van de zeer talentvolle Jantina Figeland als volgt:
In de herberg op de hoek (café Brinkzicht in Diever) stond een meisje te zemen. Naast haar op een tafeltje lag het opengeslagen boek ‘Peer Gynt’ van Henrik Ibsen. Zij wuifde naar de voorbijgangers en riep door de open deur dat zij terloops haar rol nog even doornam voor de voorstelling van die avond.

Busmaatschappij N.T.M. bood, vanwege het toen nog geringe particuliere autobezit, bezoekers van het openluchtspel gunstig geprijsd busvervoer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie vindt het bijzonder jammer dat in het openluchttheater aan het Groenendal in Deever ná 1949 steeds maar weer, op weliswaar bijna perfecte wijze, een toneelstuk van William Shakespearer is opgevoerd.
Wat een monocultur, wat een gebrek aan toneeldiversiteit. Schotel het grote publiek maar weer een lekker stuk fast cultural food voor in het verpretparkiserende William Shakespeare Theatre aan het Groenendal. Succes verzekerd. Hoge luister- en kijkcijfers. Hoge inkomsten. Hoog rendement. Hoge beoordelingen in De Telegraaf ……

Waarom niet elk jaar een toneelstuk van een andere, zo niet grotere toneelstukkenschrijver dan Willem Schudspeer opgevoerd ? Denk aan schrijvers, zoals: Aischylos, Aristofane, Armando, Edward Albee, Benno Barnard, Samuel Beckett, Thomas Bernhard, Marian Boyer, Berthold Brecht, Gerbrand Bredero, Abe Brouwer, Jacob Cats, Hugo Claus, Samuel Coster, Noël Coward, Jan Decorte, Euripides, August Defresne, Don Duyns, Rainer Werner Fassbinder, Dimitri Frenkel Frank, Esther Gerritsen, John Galsworthy, Johann Wolfgang Goethe, Maria Goos, Ron de Graaf, Günther Grass, Andreas Gryphius, Paul Haenen, Peter Handke, Herman Heijermans, Gerben Hellinga, Lillian Hellman, Judith Herzberg, Pieter Corneliszoon Hooft, Victor Hugo, Henrik Ibsen, Tom Lanoye, Lope de Vega, Federico Garcia Lorca, Sarah Kane, William Somerset Maugham, Arthur Miller, Molière, Heiner Müller, John Nederlof, Pablo Neruda, William Jan Otten, Harold Pinter, Jean Racine, Wanda Reisel, Gerard Jan Rijnders, Jean Paul Sartre, Wim T. Schippers, Werner Schwab, George Bernard Shaw, Sophokles, August Strindberg, Koos Terpstra, Anton Tsjechov, Lot Vekemans, Joost van den Vondel, Ton Vorstenbosch, Alex van Warmerdam, Oscar Wilde, Tennessee Williams, Willem de Wolf, Karst Woudstra en zeer zeer vele anderen.

Abracadabra-476Abracadabra-552

 

Posted in Cultuur, Diever, Dorpskrachten, Historische kalenders, Openluchtspel | Leave a comment

De allereerste recensie van het openluchtspel

Op dinsdag 3 september 1946 verscheen in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) het navolgende berichtje over de uitvoering van het openluchtspel in de bos bee’j Deever.

Midzomernachtsdroom 
Openluchtspel te Diever
Langs den steenen weg tussschen Diever en Wateren was het Zaterdag- en Maandagavond een ongewone drukte. Voetgangers, wielrijders, auto’s en zelfs groote bussen kwamen, sommige vanuit verder gelegen dorpen en steden naar Berkenheuvel, om daar, op dit zoo geschikte terrein, de uitvoering te zien van de Midzomernachtsdroom.
De zon was reeds onder en een kunstmatige lichtbundel toonde ’t kleine plateau, dat als tooneel dienst deed en waarvoor verscheidene honderden toeschouwers een plaats gevonden hadden.
Daar waar, naar men zegt, op gewone dagen nu en dan reeën grazen, zag men Theseus, hertog van Athene, hoog gezeten op zijn witte paard, binnenrijden, zag men ook andere, vreemdsoortiger gestalten, zoals Spoel de wever met zijn betooverden ezelskop, de wandelende maan met zijn grappige hondje en de zonderlinge leeuw, en aanschouwde men de elfjes, die, al dansende, plots het bos bevolkten en zoo hun onmisbaar deel vormden van den romantisch-droomerigen Midzomernacht ….
Vóór het echter zoover was, hield eerst de heer Ter Laan eenige inleidende beschouwingen, waarin hij wees op de diepere achtergronden, die zich bevinden achter de grillige vormen, waarin dit stuk tot ons komt.
Niet zonder reden is deze schepping van Shakespeare beroemd en talrijk zijn de rake en opvallend ongewone opmerkingen  die telkens weer voorkomen. Deze, zonder ook maar een oogenblik te haperen, steeds weer op de goede oogenblikken te hebben vertolkt, is een verdienste van de spelers, welke niet onvermeld mag blijven; hun rolvastheid bij dit moeilijke stuk was prijzenswaardig.
Hiermee echter is nog maar slechts een deel gezegd, immers, zoowel den spelers als niet minder den regisseur (dokter Broekema) komt een welgemeend woord van lof toe voor hetgeen zij op deze avonden hebben gepresteerd en het succes dat zij oogsten was geheel verdiend.
Op de bijzonderheden in te gaan voert ons hier thans te ver. Slechts enkele spelers willen wij noemen, die ons opvielen door hun uitnemende voordracht of uitbeelding. Zoo was daar de rol van Oberon, koning van het elfenrijk, gespeeld door den heer A. Andreae met een voortreffelijke voordracht; ook Oberon’s gemalin Titania (speelster mejuffrouw E.A. van Delden) viel op, vooral door haar charmante uitspraak, en dan niet te vergeten Puck, Oberon’s dienaar (mejuffrouw J. Figeland), die guitig en vlug, telkens nu hier dan daar verscheen en een levendige uitbeelding gaf van deze rol; maar behalve deze waren er nog talrijke anderen, die goed speelden, zooals Helena (mejuffrouw Z. Bel), hertog Theseus (de heer A. Mulder) en Spoel de wever (de heer M. Kruize ….).
Nogmaals, het voert te ver ze alle te noemen. Elk voor zijn deel heeft bijgedragen tot het doen slagen van deze opvoeringen, waarbij – dit moge gezegd – de resultaten ver uitgingen boven hetgeen velen der aanwezigen hadden verwacht en waarbij kans gezien werd het publiek ruim drie uur lang van het begin tot het eind te boeien; zóó, dat men welhaast vergat dat de Hollandse ‘midzomernacht’ (de Engelse trouwens evenzeer) nog wel eens iets te wenschen over laat, waar het betreft warmte en droogte. De dreigende regenbuitjes echter dreven voorbij en uit het bosch kwamen weer Mendelssohn’s (respectievelijk Chopin’s) schoone muziek tot ons, kleine jongetjes droegen welgevormde attributen voor Titania’s betoovering, de uil zag het weer aan met lichtend oog vanaf zijn tak en de elfjes dansten in hun luchtige gewaden …. werkelijkheid en droomwereld mengden zich weer zonderling dooreen tot een schoone verbeelding, afgewisseld door kwinkslagen en pittige scènes.
Toen de 700 bezoekers huiswaarts gingen, was dat met groote voldoening en, wij zijn er van overtuigd: ook de spelers zullen, wanneer vele jaren voorbij zijn, nog met tevredenheid en dankbaarheid terugzien op deze glorierijke dagen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het heeft in het geheel geen zin om alle ooit in kranten en tijdschriften verschenen routine-recensies van opgevoerde toneelstukken in het openluchtspel van Deever in het Deevers Archief te tonen. De redactie maakt voor het hier getoonde artikeltje wel graag een uitzondering.
De redactie komt na een lang en diepgravend onderzoek tot de gevolgtrekking dat het hier getoonde artikeltje uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 3 september 1946 de allereerste recensie in een krant van een opvoering van een toneelstuk in het openluchtspel is. Een toneelstuk over een droom midden in de zomer.
De recensie stond nota bene midden op de voorpagina van een uit slechts vier bladzijden bestaande Olde Möppeler (was krantenpapier toen nog op de bon ?) en verscheen daags na de tweede en laatste uitvoering.
En het toneel spelen op het kleine plateau in de bos bee’j Deever gebeurde vlak na de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van naoorlogse armoede, toen aardappelen nog op de bon waren, toen chocolade en snoep nog op de bon waren, toen de borrel nog op de bon was ….. Toen mensen het zich nog niet konden veroorloven in een auto te rijden.

Albertus Andreae
De heer A. Andreae is Albertus Andreae (die van jongs af aan in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd, omdat zijn vader pietereulieventer was). De redactie weet niet of Albertus Andreae toen nog schoolmeester in Wittelte was, of dat hij al schoolmeesterde aan de openbare lagere school in Deever. Albertus Andreae is geboren op 18 maart 1908 an ’t Meul’nende in Deever en is overleden op 27 maart 1988 in Deever.
Engeltje van Delden
De mejuffrouw E.A. van Delden is Engel van Delden. Engeltje kwam niet uit Delden, maar uit….. Zij was in de zomer van 1946 nog schooljuffrouw van de Wittelter Skoele. Zij was zo te lezen in 1946 nog een mejuffrouw en nog niet getrouwd met Luite (Lu) Wolter Broer. Engel van Delden is geboren op 12 mei 1923 in ……. en is overleden op ……. in ………
Jantien Figeland
De mejuffrouw J. Figeland is de achtienjarige Jantien (die zichzelf Jantina noemde) Figeland van café Figeland an de Brink in Deever. Zij is geboren op 13 september 1928 in Meppel en is overleden op 20 december 2016 in Lochem.
Zijntje Bel
De mejuffrouw Z. Bel is Zijntje Bel uut de Peperstroate. Zij was zo te lezen in 1946 nog een mejuffrouw en nog niet getrouwd met Hendrik Jan Rolden. Zij is geboren op 14 september 1922 in Deever en is overleden op 8 februari 2014 in Deever.
Anne Mulder
De heer A. Mulder is Anne Mulder uut de Aachterstroate. Hij is geboren op …. in ….. Hij is overleden op …. in …..
M…. Kruize
De heer M. Kruize is ….. Kruize. Hij is geboren op …. in ….. Hij is overleden op ….. in …..

De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen wie de in het artikel genoemde heer Ter Laan is.
De redactie is driftig op zoek naar gegevens van de vermelde toneelspelers. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan daarbij helpen ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

De brinq van Deever neerkalefateren

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 38) over het verleden van de brink in Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1920 gepubliceerd.

Een onderhoudend reisverslag uit die tijd vermeldt het volgende:
Voor den zuidkant van de kerk is een pleintje met een brandput in het midden, waaraan pastorie en gemeentehuis en aan de andere zijde het vroegere schultehuis staan. De kerk is een imposant gebouw. Onder de schaduw der hooge boomen die het voormalige kerkhof omgeven, rijzen de grauwe, verweerde muren op. De zware toren is binnen de kerk opgetrokken, zoodat de westzijde een vlakken gevel vormt.
In tegenstelling met de meeste Drentsche kerken uit denzelfden tijd die meestal één schepping zijn, bestaat deze kerk uit een middenschip en twee zijbeuken. Acht zware vierkante zuilen droegen de gewelven, waarvan alleen nog maar die van de noorder zijbeuk over zijn. In het middenschip en de zuidelijke zijbeuk zijn zij verdwenen. In augustus 1759 werd de toren door de bliksem getroffen en het dak der kerk door brand vernield. Bij die gelegenheid zijn de gewelven ingestort of zoodanig beschadigd dat zij moesten worden afgebroken. In de plaats daarvan kwam een vlakke zoldering van ruwe balken en planken. Ook het kruisgewelf onder de toren is weggebroken.
Niettemin is het binnenaanzicht der kerk door zijn strenge lijnen en goede verhoudingen nog altijd indrukwekkend en zou het zeker de moeite loonen het gebouw in zijn ouden toestand te herstellen. Boven den ingang wordt van den herbouw in 1760 in rijmvorm gewag gemaakt.
De brink en de Nederlands Hervormde Kerk zijn vaak op de foto gezet, maar dit is tot nu toe de enige bekende prentbriefkaart van dit dorpsbeeld in een winterse omgeving. Mooi is in de sneeuw te zien hoe de wegen over de brink lopen. Binnen het omheinde gedeelte op de brink ligt de braandkoele. Het kleine gebouwtje links naast de kerk is het boarhusie. De openbare ruimte werd toen nog in het donker met petroleumlampen verlicht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld (de gemiente Deever is helaas onderdeel van de gemiente Westenveld) (Westerveld ? Nooit van gehoord ! Waar ligt in hemelsnaam Westerveld ? Is dat niet de naam van een crematorium of een vuilstortplaats ?) heeft een dichtgetimmerd en onwrikbaar plan met de citeertitel Beleid -en beheerplan Brinken gemeente Westerveld (nota bene: zelfs de citeertitel van het plan ligt vast !). De voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld houdt zichzelf ook al een tijdje bezig met het proces BrinQ.

Al direct in paragraaf 1 ‘beleidsvisie brinken’ van het door de voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld vastgestelde brinkenplan begint het overduidelijke adviesbureau-geleuter en -gezever over de bomen; lees het volgende afschuwelijke kippenvel-citaat:
Evenals de paragraaf ‘van functie naar visie’ (redactie: je zou verwachten dat zo ’n paragraaf ‘van visie naar functie’ zou heten) in het vastgestelde bomenbeleid van de gemeente, zijn de bomen die staan op de verschillende brinken beeldbepalend in het dorp of in enkele gevallen daarbuiten. De brinkbomen zijn bepalend voor de structuur van het dorp en vormen een bijdrage aan de leesbaarheid van de historische ontwikkeling van het dorp, geven hier identiteit aan, spelen een rol in de milieukwaliteit, verzachten de harde lijnen van de gebouwen en infrastructuur rond de brink en hebben een lange levensloop. De visie van de gemeente Westerveld is er op gericht om de bestaande brinken haar oude vorm te laten behouden of te herstellen, wat van groot belang is en blijft voor de herkenbaarheid van het dorp en de leefbaarheid voor haar inwoners.

Het is natuurlijk zo dat de BrinQ van Deever al lang niet meer haar oude qwaliteit en vorm (welke oude qwaliteit en welke oude vorm?) heeft.
De ‘historische leesbaarheid’ (is de BrinQ een geschiedenisboek ?) van de BrinQ van Deever is na de grote vernieling door de toenmalige voorkant van het gelijk in de jaren 1956-1957, en beetje bij beetje in de jaren daarna, volledig te niet gedaan. Echt wè.
Dus zal de tegenwoordige voorkant van het gelijk flinq wat geld moeten steken in het herstel van een soort van soort van oude qwaliteit en vorm van de BrinQ van Deever.
Maar dat zal wellicht worden getorpedeerd door de politieke krachten buiten de gemiente Deever (Deever hef ’t roadhuus an de gemientehuuslaen, dus moei nee’t zeur’n, wee bint now an de beurte).
Maar wat is de oude qwaliteit en vorm van de BrinQ van Deever ?
Is dat de qwaliteit en vorm uit 1920 (zie bijgaande afbeelding) ?
Un BrinQ mit un braandkoele en un vreding um de braandkoele ?
Un BrinQ mit un vreding um de kaarke (want biest’n mögt nee’t op de kaarkhof loop’m) ?
Un BrinQ mit un liek’nhüsie ?
Un BrinQ mit slietpaed’n ?
Un bijna boomloze BrinQ en veule iep’m op de kaarkhof ?
Un BrinQ sunder toerist’nindustrie ?
Un BrinQ mit un boer’ncafé ?
Un BrinQ mit de olde boerderee’jn (aarfgood);
Un BrinQ sunder auto’s ?
Un BrinQ sunder ut megalomane gemientehuus van de gemiente Deever ?
Un BrinQ woar ’t Schultehuus vaaste sit an de Schulteboerderee’je ?
Of is dat de qwaliteit en de vorm uit 1910 of 1890 of 1832 ?
Of naaien de ijverige medewerkers van de voorkant van het gelijk de Deeverse gemeenschap met het proces BrinQ (democrasietje spelen met geld van de belastingbetaler) een oor aan en laten ze vervolgens hun eigen fantasie en de fantasie van het voor veel geld ingehuurde adviesbureau de vrije loop gaan ?
Of is het proces BrinQ een verkapte actie om tot forse besparingen in het beheer van de openbare ruimte te komen ?
Meemummelen en meemompelen ? Echt wè. Meebeslissen ? Echt nee’t.
Het doorlopen van het proces BrinQ (de Q van quality; spreek uit kwalleti) is verloren tijd en het daarvoor uitgegeven belastinggeld is weggegooid geld. Echt wè.

We moeten ons over de BrinQ van Deever geen zorgen maken over een ver verwijderd later. Voor het beste voor de BrinQ van Deever zullen we ons inspannen. En hoe meer we ons voor de BrinQ van Deever inspannen, hoe meer we deze BrinQ zullen vernielen.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kerk op de brink | Leave a comment

Diever – de Doolhof – Tekst van Arend Mulder

In nummer 09/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging uut Deever, is op bladzijden 24 en 25 als bladvulling het stukje tekst ‘de Doolhof’ uit het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder (uitgave Boekhandel van Goor, Diever, 1975) klakkeloos en zonder enige heemkundige kanttekeningen overgeschreven. Het betreft de navolgende tekst.

Aan de noordelijke rand van Diever, vlak aan het marktterrein, ligt een eendenvijver, ‘de Doolhof’ geheten. Deze naam heeft echter niets gemeen met de betekenis die men er aan zou willen geven. Hoe komt men dan aan deze bijzondere naam ‘de Doolhof” ?
D’r is een tijd geweest, dat er in Diever slechts enkele huizen om de kerk stonden. Op de plaats waar nu de eendenvijver ligt, was het toen een volslagen wildernis, aan de rand van zand en heide. De Dieverders kwamen er zelden. De es en het groenland lagen immers aan de andere kant van het dorp. Zodoende was het daar een ideale plaats voor het wilde gedierte. In deze wildernis heeft destijds waarschijnlijk een ‘loze’ Dieverse een grote kuil gegraven en er struiken omheen geplant, zodat er een ware eendenkooi of ‘dool’ ontstond. Wellicht van de Friezen afgekeken, omdat daar zo’n vanginrichting nog een ‘dool’ heet. Wie weet hoeveel ‘enten’ daar de nek zijn omgedraaid.
Toen Diever zich in deze richting ging uitbreiden, moest de dool verdwijnen en deed hij dienst als brandkuil. De eerste hof of boerderij bij de dool werd ‘de Doolhof’ genoemd. Zeer waarschijnlijk de boerderij van Sieme Smidt, die er de eenden en ganzen in liet zwemmen. De naam is later van de boerderij overgegaan op de brandkuil ‘de Doolhof’.
Het is dus voor de Dieversen een levensteken uit de grijze oudheid, die waard is behouden te blijven voor het nageslacht.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Het verhaal lijkt meer op een verzinsel, het is in elk geval geen met bronvermeldingen onderbouwd verhaal.
Zijn de bewoners van Deever nu Deeverders of Deeversen ?
Aan de noordelijke rand van Deever lagen en liggen de Noordesch en de Heezenesch, derhalve was het aan de noordelijke rand van Deever geen eenzame wildernis.
Aantoonbaar is dat op verschillende plaatsen in Deever en dicht in de buurt van meerdere boerderijen een braandkoele was gegraven voor de snelle en nabije beschikbaarheid van bluswater in geval van brand, bijvoorbeeld de braandkoele op de Brink, op ’t Kastiel, an ‘t Zwatte Pattie en aachter ’t Kleine Brinkie. Was de Koele van Van Wester ook een braandkoele ?
Arend Mulder beweert dat een doolhof een eeendenkooi is, dat valt gelet op de betekenis van doolhof te betwijfelen.
Arend Mulder beweert dat de dool moest verdwijnen om dienst te gaan doen als brandkuil. Het omgekeerde zal eerder het geval zijn geweest. De braandkoel’n raakten in onbruik, toen de gemotoriseerde brandspuit zijn intrede had gedaan in de gemeente Deever. Alle braandkoel’n werden gedempt, behalve blijkbaar de braandkoele op het marktterrein, daar werd een eendenvijver van gemaakt, nota bene voorzien van een omheining, waarvoor vervolgens de verkeerde naam ‘de Doolhof’ werd bedacht.
Het levensteken uit de grijze oudheid zal naar schatting zo’n 200 jaar oud zijn. Als het waard is dergelijke dode dingen te behouden voor het nageslacht, dan hebben de verschillende vrijwilligersploegen in Deever er een mooi en waardevol tijdverdrijf bij, namelijk het ontgraven en onderhouden van alle gedempte braandkoel’n.
Belangstellende bezoekers kunnen in de webstee encyclopediedrenthe.nl terecht voor gegevens over de schrijversloopbaan van Arend Mulder. In het boek ´Geschiedenis van de Drentse literatuur 1816/1956´ van Henk Nijkeuter wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de schrijver Arend Mulder.


Posted in Diever, Eendenvijver, Noordesch, Opraekelen | Leave a comment

Koffiezaal van pension-theehuis ‘de Zandkamp’

Op 21 april 1965 verscheen in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) het volgende afgebeelde bericht over de opening van pension-theehuis ‘de Zandkamp’ door burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd).

De Zandkamp geopend
Diever –
Donderdagmiddag heeft burgemeester J.C. Meyboom het pension-theehuis van de heer H. Kamphuis aan de Hezenes te Diever bij het parkeerterrein van het openluchttheater officieel in gebruik gesteld door onthulling van een boven de schouw in het pand aangebracht bord met genoemde benaming van het pension.
Dank zij de vlijt en het doorzettingsvermogen van het echtpaar Kamphuis is het zover gekomen, dan men thans gereed is om pensiongasten te ontvangen.
Gezien de grote vraag, die op dit punt in Diever bestaat betekent ‘de Zandkamp’ aan de rand van Dievers uitgestrekte bossen een welkome aanwinst.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie dacht eerst dat de foto voor de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart was gemaakt in de recreatiezaal (kantine) van het niet meer bestaande (afgebroken) kampeercentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge. 
Na enig zoeken naar de ansichtkaart en bij nader inzien is op de afbeelding van deze zwart-wit ansichtkaart de koffiezaal (recreatiezaal) van pension-theehuis ‘de Zandkamp’ van de familie H. Kamphuis in het Grünedal an de Hezenesch te zien.
Her mag toch wel een beetje merkwaardig worden genoemd dat het pension-theehuis een koffiezaal had. Wellicht duikt vroeg of laat ook een ansichtkaart op van het interieur van de theezaal.
Het interieur van de koffiezaal straalt krachtig de knusse en kneuterige sfeer van recreatieondernemingen in de zestiger jaren van de vorige eeuw uit.
De redactie kan boven de schouw in de koffiezaal geen bord met de naam ‘de Zandkamp’ ontwaren. Of hing het bord boven de schouw in de theezaal ?
De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in juli 1965 uitgegeven door H. Kamphuis, eigenaar van pension-theehuis ‘de Zandkamp’, Hezenes 26, telefoon 05219-1793. De kaart is gedrukt bij JosPé in Arnhem.
De ansichtkaart is uitgegeven in het jaar dat pension-theehuis ‘de Zandkamp’ in gebruik werd genomen. Wellicht is het de eerste interieurfoto van dit pand.


Posted in Ansichtkaarten, Diever, Groenendal, Heezenesch, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Vooral niet betalen met de Spoel

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 6 april 1998 verscheen het volgende bericht over de introductie van het door de leden van de handelsvereniging Deever – die zichzelf ondernemer noemen – geproduceerde en geaccepteerde betaalmiddel met de naam Spoel. 

Betalen met het Spoeltje
……
De ondernemersbeurs wordt donderdagavond 9 april om 19.00 uur officieel door de burgemeester van Westenveld Anne Meijer geopend. Vanaf dat moment heeft Diever een eigen betaalmiddel en wel het Spoeltje.
Vooruitlopend op de Euro is dit een geldig betaalmiddel in Diever met een waarde van zegge en schrijve vijf gulden.
Dinsdag gaat de burgemeester met de heren E. Brugging, J. Kuiper en A. Wemmenhove, allen ondernemers uit Diever, naar de Rijksmunt in Utrecht. Meijer zal daar het eerste Spoeltje slaan.
Het Spoeltje is ontworpen door de Nederlandse Munt. De achterzijde van het muntstuk toont het wapen van de voormalige gemeente Diever. De voorzijde is voorzien van het beeld bij de Nederlands hervormde kerk, wat voorstelt Titania de elfenkoning en Spoel de Wever uit het stuk de ‘Middernachtsdroom’. Vandaar de naam Spoeltje.
…..

In de Drentsche en Asser Courant van 4 april 1998 verscheen het volgende bericht over de introductie van het door de leden van de handelsvereniging Deever – die zichzelf ondernemer noemen – geproduceerde en geaccepteerde betaalmiddel ‘Spoeltje’.

…..
De ondernemers in Diever zijn sneller dan de Europese politici. Vooruitlopend op de Euro introduceert de handelsvereniging Diever donderdag het vijfguldenstuk het Spoeltje. De komende vijf jaar is het muntstuk een wettig betaalmiddel in Diever
De munt is in het reguliere betalingsverkeer van cupro-nikkel, maar voor de verzamelaars is de munt ook in zilveren en gouden uitvoering te verkrijgen. Het Spoeltje is ontworpen door de Nederlandse Munt.
Burgemeester A. Meijer van Westerveld reisde gisteren naar Utrecht om de eerste Dieverder Spoel te slaan bij de Rijksmunt.
De achterzijde van de munt laat het wapen van de voormalige gemeente Diever zien. Op de voorkant staat het beeld dat bij de nederlands hervormde kerk van Diever staat. Dit beeld stelt Titania de elkfenkoningin en Spoel de Wever voor uit de Midzomernachtsdroom van Shakespeare. Het nieuwe muntstuk van Diever wordt donderdag gepresenteerd bij de start van de ondernemersbeurs Diever.
…..

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft de introductie van het plaatselijke betaalmiddel met de naam Spoel (zie de afbeelding van de munt van de munt) altijd als een speelse en niet serieuze actie, maar ook als een lepe uitmelkactie van het merk Shakespeare van de Deeverse neringdoenden -leden van de handelsvereniging Deever, die zichzelf ondernemer noemen – beschouwd.
Wie in Deever betaalde de rekening van de Rijksmunt in Utrech ? Het zullen de kopers van de munten zijn geweest.
De redactie trekt uit niet eens zo nauwkeurig koekeloeren naar de kop (kop of munt) van het cupro-nikkelen (legering van koper, nikkel, ijzer en mangaan) muntstuk de conclusie dat een afbeelding van elfenkoningin Titania en wever Spoel of een afbeelding van het beeld bij de kerq op de brinq in geen velden of wegen is te bekennen.
Of stonden de elfenkoningin Titania en de wever Spoel als kop op de dure zilveren en gouden uitvoering van de munt voor verzamelaars ?
De redactie ziet op de kop (kop of munt) van de cupro-nikkelen munt wel de figuren Prospero en Ariel uit de romantische komedie De Storm van William Shakespeare staan.
Maar waarom maakt het ijverige plaatselijke correspondentje van de Olde Möppeler en waarom maakte de verslaggeefster van de Drentsche en Asser Courant dan hiervan geen gewag in hun berichtje ? Zaten zij te snurken ? Of zijn ze door de neringdoenden – leden van de handelsvereniging in Deever – niet goed voorgelicht?
De Deeverse bevolking deed natuurlijk niks met deze munt, het werd een regelrechte flop. Wie was bereid moeite te doen deze munten bij de RABO-bank te kopen en vervolgens met die munten pruimtabak of havermoutse pap te gaan kopen ? En wisselgeld krijgen in de vorm van rijksdaalders, guldens, kwartjes, dubbeltjes, stuivers en centen. En dan weer bij de RABO-bank een nieuwe voorraad spoelen te kopen. En ook de neringdoende gingen naar de RABO-bank om de ontvangen spoelen in te wisselen tegen harde guldens.
Nee, de Spoel, die naam staat wel op de munt (kop of munt) van het muntstuk, ook de cupro-nikkelen versie van deze munt, zal een verzamelobject zijn geworden. Wie weet hoeveel guldens de Deeverse neringdoenden – die zichzelf ondernemer noemen – en de RABO-bank hebben verdiend aan de verkoop van de cupro-nikkelen, zilveren en gouden uitvoering van de Spoel.
Het was ook 
slim in de cupro-nikkelen versie van de Spoel een gat te slaan en daar een kettinkje met een sleutelhanger aan vast te maken, en die vervolgens voor acht of tien gulden te verkopen aan openluchtspel-prullaria-verzamelaars, zoals de redactie van het Deevers archief.
In het berichtje in de Drentsche en Asser Courant is sprake van een wettig betaalmiddel. Dat is natuurlijk onjuist. Een wettig betaalmiddel is een door de overheid aangewezen geldsoort, die als betaalmiddel moet worden geaccepteerd. En aan die eis voldeed de spoel niet.

 

Posted in Algemeen, Diever, Neringdoenden, Openluchtspel | Leave a comment

Ouderwets Hollands Hamlet’s Super Snoepje

In het dagblad van het Noorden verscheen op 26 juni 2003 op bladzijde 14 het artikel Ruimschoots op tijd voor de Vrolijke Vrouwtjes. In het artikel komt onder het kopje Streekgebonden het navolgende stukje informatie over de Dieverder Spoeltjespot voor.

Dieverder Spoeltjespot
Shakespeare-dorp Diever mag niet worden verlaten zonder de aanschaf van de Dieverder Spoeltjespot, een zeskantig glazen potje gevuld met circa 200 gram ouderwets Hollands snoep, bereid op natuurlijke basis.
Het assortiment bestaat uit tien soorten. Op elk potje is een Dieverse munt, het Spoeltje geplakt. De munt is vernoemd naar Spoel de Wever uit Shakespeare’s Midzomernachtsdroom, Mijn keus viel op Hamlet’s Super Snoepjes, een anijsachtige salmiak lekkernij.
Op de ‘gouden’ Spoel-munt zijn Prospero en Ariel uit Shakespeare’s in 1612 geschreven stuk The Tempest afgebeeld.
De Spoeltjespotten zijn bij diverse winkels in diverse Diever verkrijgbaar, echter (voorlopig) niet bij de V.V.V. Uitverkocht !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De neringdoenden in Deever doen steeds verwoede pogingen het ondeponeerbare merk Shakespeare uit te baten op de golven van het succes van het Openluchtspel. In 2003 werd de Spoeltjespot aan de man of de vrouw gebracht.
De shakespearitis begint in Deever chronisch te worden.
Vooral het feit dat ouderwetse Hollandse snoepjes (Batta Bolding in de Heufdstroate in Deever verkocht in de vijftiger jaren van de vorige eeuw de echte in haar winkeltje) in 2003 werden verkocht als bijvoorbeeld Hamlet’s Super Snoepjes getuigd van boerenslimheid.
Maar hoe streekgebonden zijn ouderwetse Hollandse (niet Deeverse) snoepjes verpakt in een glazen of plastic of stenen pot te noemen ?
De vraag is wie heeft nog een al dan niet gevulde Spoeltjespot ?
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie helpen aan een afbeelding van een Spoeltjespot ?  
 

Posted in Diever, Neringdoenden, Shakespearitis | Leave a comment

Verblijfplaats van boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!’

De redactie van het Deevers Archief vroeg een tijdje geleden in het bericht Op zoek naar ‘Sorry, mister Shakespeare …!’ de redactie op het spoor te zetten van het boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!’ van de Friesche schrijver Abe Brouwer, die jarenlang in Deever heeft gewoond, gewerkt en geschreven. Hij woonde eerst an de Veentiesweg (toen nummer 3) en later an de Kloosterstroate (huis is afgebroken).

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 26 juni 2015 liet de heemkundige vereniging uut Deever via het plaatselijke correspondentje het volgende berichtje (zie de bijgevoegde afbeelding) in genoemde krant publiceren:
Historische vereniging zoekt boek Brouwer
Diever. De Historische vereniging gemeente Diever is op zoek naar het boek ‘Sorry, mr. Shakespeare’. Het boek is geschreven door Abe Brouwer, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw stratenmaker, schrijver en dichter in Diever.

Op 28 juni 2017 stuurde Menno Nijmeijer de volgende reactie naar de redactie van het Deevers Archief.
Geachte redactie van het Deevers Archief,
Ik ben de kleinzoon van Abe Brouwer – hij was mijn pake – en ik heb misschien een antwoord op jullie vraag naar een exemplaar van het boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!.
Het manuscript is eigenlijk nooit uitgegeven. Het boek is helaas niet in ons bezit.
Toen mijn pake was overleden heeft mijn moeder (de dochter van Abe Brouwer) contact gezocht met Freark Dam, die is de oprichter van het Friese Documentatiecentrum. Hij heeft uit de nalatenschap van pake veel van zijn werk meegenomen. Hoogstwaarschijnlijk ook het manuscript van ‘Sorry, mister Shakespeare …!’
In Leeuwarden zit Tresoar. Dat is het voormalige Friese Documentatiecentrum. Daar kan een exemplaar aanwezig zijn.

Het was voor de redactie een hele verrassing deze reactie op het bericht in het Deevers Archief te mogen ontvangen van een kleinzoon van Abe Brouwer. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Mevrouw Wieke de Haan van Tresoar antwoordde op 4 juli 2017 op de vraag over de aanwezigheid van het boek in Tresoar het volgende:
Goedemorgen,
Ja hoor, we hebben het gevraagde:
https://tresoar.on.worldcat.org/search?databaseList=&queryString=Sorry%2C+mister+shakespeare
Dit zijn de gegevens:
‘Sorry, mister Shakespeare …! : di(e)vertimento van een stienelegger’ / Abe Brouwer;
Materiaalsoort: Gedrukt boek;
Publicatiejaar: [1981];
OCLC-nummer: 71454365;
In bezit van: Tresoar;
Publicatie: [Sneek: Abe Brouwer], [1981];
Fysieke beschrijving: 140 bladzijden: portret; 30 cm;
Taal: Nederlands.
Mei freonlike groetnis,

Wieke de Haan
Meiwurkster ynformaasje en presintaasje
Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum
Bûterhoeke 1, 8911 DH, Ljouwert

Het blijkt – na het aanklikken van de link – dat het manuscript van Abe Brouwer én de gedrukte versie van het manuscript aanwezig zijn bij Tresoar. Het manuscript kan natuurlijk niet worden geleend. Het gedrukte boek uiteraard wel.
Maar het boek kan ook gewoon via de Bibliotheek worden geleend.

In de Elburger Courant van 28 augustus 1970 verscheen een advertentie (zie de bijgevoegde afbeelding), waarin wordt aangekondigd dat de bekende schrijver-verteller Abe Brouwer zal spreken over zijn nieuwste en Nederlandse (dus niet in het Fries) en in Deever gesitueerde roman: Sorry, mister Shakespeare …! : di(e)vertimento van een stienelegger.
Een optreden van de gepensioneerde straatmaker-schrijver-dichter-verteller-voordrager-toneelspeler Abe Brouwer in het schnabbelcircuit !
Maar welke straat is de Corn. str. en in welke plaats is deze straat te vinden. Elburg ?


Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Diever, Openluchtspel, Schrijvers | Leave a comment

Anne Mulder sprak het allereerst in het openluchtspel

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.
Tussen de documenten zat ook een door hem zelf getypt verhaaltje met correcties – zie bijgaande afbeelding – over het eerste openluchtspel in Deever en zijn eigen rol als hertog Theseus in dat openluchtspel.

Waarom Shakespeare-toneel in Diever ?
De arts L.D. Broekema, die in juli 1945 huisarts te Diever werd, voelde veel voor toneelspel. Een toneelvereniging werd opgericht met Broekema als regisseur. Als eerste toneelstuk werd ‘de verdwenen ring’ van Jan Fabritius gespeeld.
Maar in dat stuk speelde maar een deel van het grote ledental mee. Vandaar dat dokter Broekema voorstelde een openluchtspel uit te voeren waar iedereen bij betrokken was. Het werd een midzomernachtsdroom van William Shakespeare (leefde van 1564 tot 1616 in Stratford upon Avon in Engeland). De eerste opvoering vond plaats op 31 augustus 1946.
Ik ga er prat op dat ik de allereerste woorden van de Dieverse openluchtspelen heb gesproken, namelijk als Theseus, hertog van Athene.
Sedertdien zijn steeds stukken van Shakespeare opgevoerd, behalve in 1949 toen ‘Peer Gynt’ van de Noorse schrijver Hendrik Ibsen werd gebracht.
Dokter Broekema werd na zijn overlijden opgevolgd door Wil ter Horst, die de regie na vele jaren in 1999 heeft overgedragen aan Jack Nieborg uit Groningen.
Was dokter Broekema de grote stimulator, er is in Diever nog een andere welkome omstandigheid die de spelen mogelijk maken. Dat is de HAVO/MAVO-scholengemeenschap. Een aantal leerkrachten speelt steeds in de stukken mee.
Handige Brabanders hebben op de bekendheid ingespeeld door van het reeds bestaande restaurant aan de Achterstraat in Diever een specialiteiten-restaurant met de naam ‘The Shakespeare’ te maken.
Een beeldje achter de Hervormde Kerk in Diever stelt een scene uit ‘een midzomernachtdroom’ voor, waarin handwerkslieden optreden. Deze scene is bedoeld als een spotternij op het amateurtoneel. Titiana, de elfenkoningin, wordt gekust door een ezel.
En toch de voornaamste spreuk uit ‘de droom’ is: ‘En nooit is iets verkeerd of ongepast wat eenvoud in oprechte ijver biedt’. Deze spreuk kan immers worden toegepast op het amateurtoneel !. Het is zelfs de lijfspreuk van de toneelvereniging Diever geworden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

Anne Mulder speelde in 1946 de rol van Theseus, hertog van Athene.
In het in 1980 uitgegeven 1264 bladzijden tellende standaardwerk ‘The complete works of William Shakespeare’  van W.J. Craig is te lezen dat in scene 1 van akte 1 hertog Theseus als eerste aan de beurt is zijn mond open te doen en de volgende tekst uit te spreken:

Now, fair Hippolyta, our nutial hour
Draws on apace: four happy days bring in
Another moon; but O ! methinks how slow
This old moon wanes; she slingers my desires,
Like to a step-dame, or a dowager
Long withering out a young man’s revenue.

Regisseur Ludolf Dirk Broekema gebruikte in 1946 voor de opvoering van ‘een midzomernachtsdroom’  van William Shakespeare de mooie Nederlandse benadering van Leendert Burgersdijk uit 1880. Het ligt wel voor de hand aan te nemen dat Anne Mulder deze benadering declameerde:

Thans komt, Hippolyta, ons huwlijksuur
Met spoed nabij. Vier blijde dagen brengen
Een nieuwe maan, maar O! wat talmt die oude
Met af te nemen! Wat ik vurig wensch
Vertraagt ze, dralend als een weduwvrouw,
Die van haars stiefzoons renten ’t leven rekt.

Jan Jonk probeerde deze Engelse tekst als volgt te benaderen:

Ons huwelijksuur, mooie Hippolyta 
Nadert nu snel; vier dagen is het nog maar
Tot nieuwe maan: maar, O, hoe langzaam
Neemt de oude af! Zij tempert mijn verlangen, 
Zoals door stiefmoeder of douairière
Het kindsdeel langzaam wegteert van de zoon.

Koos Terpstra benadert de Engelse tekst als volgt:

Het duurt niet lang meer, Hippolyta, voor
We gaan trouwen. Nog vier dagen,
Maar alle mensen wat duurt het lang voor die tijd
Voorbij is! Ik wil maar één ding
En het duurt en het duurt maar. Het voelt als zo’n
Ellenlange zondagmiddag toen ik 8 was

En zo zijn nog wel tientallen arrogante of gedreven toneelfreaks en eigenwijze zelfverklaarde anti-dikdoenerige amateurtoneelregisseurs te vinden die gemeend hebben voor die prachtige schier onvertaalbare teksten van die vermaledijde Willem uit Stratford aan het riviertje de Avon in het Engelse graafschap Warwickshire met een betere en meer eigentijdse Nederlandse benadering dan die van de fraai besnorde dr. L.A.J. Burgersdijk uit 1880 op de proppen te moeten komen. De redactie verontschuldigt zich nederig voor de lengte van deze zin.

Posted in Alle Deeversen, Cultuur, Diever, Openluchtspel | Leave a comment

Windhoos teistert Diever op 11 september 1932

In het Nieuwsblad van het Noorden van 14 september 1932 verscheen het navolgende artikeltje ‘Een windhoos teistert Diever. Belangrijke schade aan woningen’.
Tijdens het slechte weer der laatste dagen is te Diever een windhoos gepasseerd, welke heel wat schade heeft aangericht.
In Oldendiever ging de hoos rakelings langs de korenmolen van den heer Jansen, vernielde een gedeelte van de stelling alsmede een gedeelte van het dak van de woning.
De woning van J. Kruid werd vervolgens geheel vernield. Alleen het woonvertrek bleef eenigszins in tact.
Toen moesten de woningen aan den weg naar Dieverbrug het ontgelden. De huizen en schuren van Moes, Figeland, Bolding, Andree en Bennen liepen allen min of meer schade op. De een verloor een schoorsteen, andere hadden groote gaten in het dak.

In de krant ‘Onze Toekomst’ van 5 oktober 1932 verscheen het navolgende bericht over de windhoos in Deever:
Te Diever is door een windhoos, welke vele boomen ontwortelde, de boerderij van den landbouwer J.K. ingewaaid. Het gezin, waaronder een tweeling van slechts eenige dagen, bevond zich in de woning. Doordat de muren van het voorhuis gedeeltelijk bleven staan bekwamen deze geen letsel.

Op de Illustratiepagina van het Nieuwsblad van het Noorden van 13 september 1932 werd een foto van de vernielde boerderij geplaatst. Zie de eerste bijgevoegde zwart-wit afbeelding. In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) van 14 september 1932 werd eveneens een zwart-wit afbeelding van de vernielde boerderij gepubliceerd. Zie de tweede bijgevoegde zwart-wit afbeelding.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De boerderij van Jacobus Kruid (Kobus Kruut) stond aan het zandpad met de naam ’t Bultie, dat Deever met Oldendeever verbond. De huidige Kloosterstraat ligt ongeveer op de plaats van het zandpad met de naam ’t Bultie. De boerderij stond ongeveer op de hoek van de huidige Kloosterstraat en de huidige Veentjesweg aan de kant van de Brinkstraat. Op die plek wordt nu iets meer in de richting van de Brinkstraat een nieuwe woning gebouwd.
De redactie heeft de kleurenfoto van de woning in aanbouw op 11 april 2013 gemaakt.

Abracadabra-446

 

 

 

Abracadabra-447

 

Abracadabra-448

Posted in Brinkstraat, Bultie, Diever, Kloosterstraat, Veentjesweg, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Diever – Gereformeerde Kerk – 1936

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 73) over het verleden van de Griffemeerde Kaarke an de Kruusstroate in Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

Op 31 oktober 1836 werd in Diever een van de Hervormde Kerk afgescheiden gemeente gesticht. Deze had in de eerste jaren van haar bestaan nog geen gebouw voor het houden van kerkdiensten.
Op 1 februari 1841 werd echter aan koning Willem II verzocht in te stemmen met het timmeren van een kerkgebouw en de daarvoor nodige vrijheid van godsdienst te verlenen. Bij Koninklijk Besluit van 28 juli 1841 werd het bestaan van een Christelijk Afgescheiden Gemeente in Diever vergund. Vervolgens werd op 15 augustus 1841 besloten tot het bouwen van een kerk. De gemeente ging meteen en voortvarend aan de slag, want al op 25 december 1841 werd de eerste kerkdienst in het nieuwe gebouw aan de Kruisstraat gehouden.
De gemeente groeide, zodat op 27 mei 1874 werd besloten de kerk te vergroten. In de zomer van dat jaar werd weer druk gebouwd. Bij deze verbouwing werd ook het karakteristieke torentje op de kerk geplaatst.
De gemeente bleef groeien, zodat in 1929 de kerk opnieuw werd verbouwd en uitgebreid met twee zijvleugels.
Op 3 mei 1938 werd vanwege gebrek aan ruimte besloten de zuidelijke zijvleugel te verlengen.
In 1951 werd het kerkgebouw nog een keer opgeknapt en verruimd. Op 19 december 1951 werden de nieuwe lokalen achter de kerk in gebruik genomen.
In de zestiger jaren ontstond het besef dat de oude kerk zijn langste tijd wel had gehad. Toch werd in de laatste week van februari 1976 het oude torentje nog vervangen door een identieke nieuwe.
Na een lange periode van voorbereiding werd op 28 maart 1980 op dezelfde plek de nieuwe Kruiskerk in gebruik genomen. Deze was niet helemáál nieuw, want op de kerk werd het hier zichtbare en nog heel goed bruikbare karakteristieke torentje van de oude kerk geplaatst.
Links achter de paal is nog net een stuk van de kruidenierswinkel van Albert Fledderus en Reintje Timmerman te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De echtelieden Albert Fledderus en Reintje Timmerman emigreerden in de vijftiger jaren van de vorige eeuw naar Saint Ann’s in Ontario in Canada..
Op 31 januari 1925 trouwde Albert Fledderus, geboren te Beilen; leeftijd: 22 jaar; beroep: landbouwer (zoon van Willem Fledderus, beroep: landbouwer en Tietje de Weerd, beroep: zonder) met Reintje Timmerman, geboren te Diever; leeftijd: 25 jaar; beroep: zonder (dochter van Koert Timmerman, beroep: landbouwer en Anna Oost, overleden).
Albert Fledderus overleed op 4 augustus 1981 op 79-jarige leeftijd in Saint Ann’s in Ontario in Canada.
Reintje Timmerman overleed op 3 mei 1970 op 70-jarige leeftijd in Saint Ann’s in Ontario.
Het plaatsje Saint Ann’s ligt vlak bij de Niagara watervallen.
Wellicht kunnen bezoekers van de webstee wat meer over het geëmigreerde echtpaar Albert Fledderus en Reintje Timmerman vertellen. De redactie verneemt het graag. Wellicht wonen binnen de grenzen van de gemiente Diever nog familieleden van het echtpaar en hebben zij nog contact met de familie in Canada.

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Gereformeerde kerk, Kruisstraat, Landverhuizers, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Hartelijk dank – Kees, Nell, Elsje en Wouter

In 1943 verstuurden het burgemeestersechtpaar Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en Nelly Veldman (die zichzelf Nell noemde en die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd) en hun kinderen Elsje (Elisabeth) en Wouter bijgaande Agfa-fotokaart van hun woning vanuit Deever naar den Heer en Mevrouw de Könnigh-Veldman, Groot Hoefijzerlaan 49 in Wessenaer.
De fotokaart moet een in eigen beheer gemaakte kaart van de familie Meiboom-Veldman zijn geweest, die was niet bij een neringdoende in Deever te koop. Was Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) de maker van de foto voor deze kaart ? Was dit het 102-de exemplaar dat was verstuurd ?
In 1943 – in het derde jaar van de Tweede Wereldoorlog – was burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) nog volop in functie.
De familie Meiboom-Veldman noemde de gemeentelijke burgemeesterswoning ‘de Eschhorst’. In het Oud-Germaans wordt met een horst een ‘vogelnest’ bedoeld. Vanuit de woonkamer, de serre en enige slaapkamers van hun ‘vogelnestje’ an de Heufdstroate in Deever had de burgemeesterlijke familie in de Tweede Wereldoorlog nog een mooi uitzicht op de Westeresch. Aan de achterkant van het ‘vogelnestje’ kon de familie vanuit de ramen van de eerste verdieping en de zolderverdieping uitkijken over de Noordesch, aannemende en zo te zien dat de bomen in het bosje achter de woning nog niet hoog waren.
Dus eigenlijk had de familie de woning beter de ‘de Eschenhorst’ kunnen noemen. Wellicht stond de woning op een soort van zandruggetje tussen de Westeresch en de Noordesch, maar dan had de familie de woning ook ‘de Eschenhors’ kunnen noemen.
Blijkbaar waren de kinderen Hubert (Huub), Cornelis (die in de Deeverse volksmond altijd Cow werd genoemd) en Peer (die in de Deeverse volksmond altijd Peerke werd genoemd) nog niet geboren in 1943.
De redactie van het Deevers Archief heeft nog niet uitgeplozen wie de heer en mevrouw de Könnigh-Veldman zijn. De redactie heeft wel het vermoeden dat de genoemde mevrouw Veldman tweelingzuster Elisabeth van Nelly Veldman is.
De gemiente Deever heeft de gemeentelijke burgemeesterswoning kort na het intrekken van de familie Meiboom in de woning in 1939/1940 laten voorzien van een eerste verdieping. Ja, de familie Meiboom-Veldman kon vanwege het groeiende gezin wel wat leefruimte gebruiken.
Het bouwen van de eerste verdieping werd als volgt gedaan. Zolderverdieping naar boven krikken, eerste verdieping bouwen en de zolderverdieping naar beneden krikken. Tijdens de bouw stortte de zolderverdieping wel een keer zo’n beetje in. Een echt staaltje van Deeverse bouwkunde, bouwkunst een bouwgekunstel.

Posted in Ansichtkaarten, Burgemeesterwoning, Diever, Gemeente Diever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment