Category Archives: Diever

Deever, bonito rincón restaurado en su estado orginal

De redactie van ut Deevers Archief kwam bij het digitaliseren van zijn papieren archief – bestaande uit vooral veel dozen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels uut de gemiente Deever – bijgaande afbeelding van het huis van Klaas Kleine an de Peperstroate in Deever tegen.

De redactie heeft het donkerbruine vermoeden – vanwege het bijschrift in het Nederlands, het Engels, het Duits, het Frans en het Spaans – dat deze foto heeft gestaan in een nummer van het periodiek Kijk op het Noorden, maar heeft op de achterkant van de afbeelding niet aangetekend in welk nummer van dit periodiek de afbeelding heeft gestaan.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet in welk nummer van Kijk op het Noorden deze foto heeft gestaan ?
Of Klaas Kleine het pand van de familie Koning in zijn oorspronkelijke staat heeft gerestaureerd, dat is de vraag. Want zeker is dat de levensboom in het bovenlicht van de voordeur vóór de restauratie niet aanwezig was; zie het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman.
De redactie vermoedt dat siersmid Klaas Kleine deze levensboom zelf wel zal hebben gesmeed.
De redactie heeft al in verschillende berichten aandacht besteed aan Klaas Kleine. De trouwe bezoeker van het Deevers Archief die meer wil lezen over Klaas Kleine wordt uitgenodigd aan de rechterkant op de categorie ‘Klaas Kleine’ te klikken.

Posted in Diever, Dorpsfiguur, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

De jonge laandgeities van Klaas Kleine uut Deever

De redactie van ut Deevers Archief kwam bij het scannen van grote stapels Deeverse krantenknipsels bijgaand berichtje uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 8 februari 1980 tegen. Het is een berichtje over geitenfokker Klaas Kleine uut de Peperstroate in Deever. De redactie probeert zo veel als mogelijk is over deze markante en veel te vroeg overleden dorpsfiguur te publiceren. Wie van de trouwe bezoekers helpt de redactie een handje ?

Jonge landgeitjes in Diever
Diever. De bok Gerold, die op 12 september vorig jaar door burgemeester H.G. Overweg van Diever naar het op die dag geopende fokcentrum ‘de Veentjes’ geleid werd, heeft een actiever rol gespeeld bij de instandhouding van zijn ras.
Woensdagmorgen aanschouwden zijn eerste nakomelingen van dit jaar het levenslicht.
Op de foto burgemeester Overweg (rechts) en de heer Kleine, eigenaar van het fokcentrum met de lammetjes Christoffel en Cecile. Tussen hen in moeder Yfke.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent cursus Drents, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) kocht op 14 oktober 1966 het huis op de hoek van de grote en kleine Peperstraat voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
Burgemeester Overweg is burgemeester Hermen Gerrit Overweg.
Gegevens over de landgeit zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguur, Klaas Kleine | Leave a comment

Haentie op mien stokkie mit Palmpoas’n in 1939

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand knipsel -nota bene een hele bladzijde- uit het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, Jaargang 15, Nummer 4, 7 april 1939, van de ‘Haentie op mien stokkie’ traditie met Palmpasen. In 1939 viel Palmzondag op 2 april. Dat deze tradtie in de dorpen van de gemiente Deever nooit verloren moge gaan.

Het bijschift bij de bovenste foto luidt als volgt
Op Palmzondagmorgen ontving de burgemeester van Diever de palmpaaschdragers op hartelijke wijze. Een 80-tal kinderen waren ditmaal van de partij ! Onze foto laat dit aardige, oude gebruik hier zien. De optocht met al de fraaie ‘haenties op ’n stokkie’ lokt heel wat belangstelling.

Het bijschrift bij de tweede foto luidt als volgt.
Links: Mevrouw Van Os, de echtgenoote van den burgemeester, zien we op deze foto geheel rechts.

Het bijschrift bij de derde foto luidt als volgt.
Hieronder: De Paascheieren worden uitgereikt. Een mooi moment

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het moge duidelijk zijn dat de eerste foto voor de Griffemeerde Skoele an de Heufdstroate is genomen en de twee andere foto’s bij het huis van de burgemeester an de Heufdstroate.
Zou mevrouw Saakje Lena van der Veen -getooid met cowgirlhoed- zelf de eiernetjes hebben gehaakt ?
Wie herkent personen op de derde foto ?

De redactie is op zoek naar oude foto’s van de ‘Haentie op mien stokkie’ traditie in de dorpen van de gemiente Deever. Wie zou een scan van deze foto’s ter beschikking willen stellen ?
De redactie is op zoek naar nazaten van het burgemeestersechtpaar Hendrik Gerard van Os en Saakje Lena van der Veen. Mogelijke kinderen van dochter Jacqueline van Os zouden nog kunnen leven.
Het is te betreuren dat heden ten dage mevrouw de echtgenote van de burgemeester de kinderen niet meer ontvangt of niet wenst te ontvangen. Of woont de burgemeester van de gemeente Westenveld buiten de gemiente Deever ? Of is de burgemeester van de gemeente Westenveld niet geïnteresseerd in Deeverse tradities ?

Posted in Diever, Haentie op mien stokkie, Palmpasen, Traditie | Leave a comment

Hartelijk dank – Kees, Nell, Elsje en Wouter

In 1943 verstuurden het burgemeestersechtpaar Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en Nelly Veldman (die zichzelf Nell noemde en die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd) en hun kinderen Elsje (Elisabeth, die in de Deeverse volksmond altijd Elsebé werd genoemd) en Wouter bijgaande Agfa-fotokaart van hun woning vanuit Deever naar den Heer en Mevrouw de Könnigh-Veldman, Groot Hoefijzerlaan 49 in Wessenaer.
De fotokaart moet een in eigen beheer gemaakte kaart van de familie Meiboom-Veldman zijn geweest, die was niet bij een neringdoende in Deever te koop. Was Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) de maker van de foto voor deze kaart ? Was dit het 102-de exemplaar dat was verstuurd ?
In 1943 – in het derde jaar van de Tweede Wereldoorlog – was burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) nog volop in functie.
De familie Meiboom-Veldman noemde de gemeentelijke burgemeesterswoning ‘de Eschhorst’. In het Oud-Germaans wordt met een horst een ‘vogelnest’ bedoeld. Vanuit de woonkamer, de serre en enige slaapkamers van hun ‘vogelnestje’ an de Heufdstroate in Deever had de burgemeesterlijke familie in de Tweede Wereldoorlog nog een mooi uitzicht op de Westeresch. Aan de achterkant van het ‘vogelnestje’ kon de familie vanuit de ramen van de eerste verdieping en de zolderverdieping uitkijken over de Noordesch, aannemende en zo te zien dat de bomen in het bosje achter de woning nog niet hoog waren.
Dus eigenlijk had de familie de woning beter de ‘de Eschenhorst’ kunnen noemen. Wellicht stond de woning op een soort van zandruggetje tussen de Westeresch en de Noorderesch, maar dan had de familie de woning ook ‘de Eschenhors’ kunnen noemen.
Blijkbaar waren de kinderen Hubert (Huup), Cornelis (die in de Deeverse volksmond altijd Cow werd genoemd) en Peer (die in de Deeverse volksmond altijd Peerke de Boskaeter werd genoemd) nog niet geboren in 1943.
De redactie van ut Deevers Archief heeft nog niet uitgeplozen wie de heer en mevrouw de Könnigh-Veldman zijn. De redactie heeft wel het vermoeden dat de genoemde mevrouw Veldman niet de tweelingzuster Elisabeth van Nelly Veldman is. Misschien een tante ?
De gemiente Deever heeft de gemeentelijke burgemeesterswoning kort na het intrekken van de familie Meiboom in de woning in 1939/1940 laten voorzien van een eerste verdieping. Ja, de familie Meiboom-Veldman kon vanwege het groeiende gezin wel wat leefruimte gebruiken.
Het bouwen van de eerste verdieping werd als volgt gedaan. Zolderverdieping naar boven krikken, eerste verdieping bouwen en de zolderverdieping naar beneden krikken. Tijdens de bouw stortte de zolderverdieping wel een keer zo’n beetje in. Een echt staaltje van Deeverse bouwkunde, bouwkunst, bouwgekunstel en bouwgestuntel.

Posted in Ansichtkaart, Burgemeesterwoning, Diever, Gemiente Deever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Griffemiède kaarke an de Kruusstroate in 1936

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 73) over het verleden van de Griffemeerde Kaarke an de Kruusstroate in Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

Op 31 oktober 1836 werd in Diever een van de Hervormde Kerk afgescheiden gemeente gesticht. Deze had in de eerste jaren vanhaar  bestaan nog geen gebouw voor het houden van kerkdiensten. Op 1 februari 1841 werd echter aan koning Willem II verzocht in te stemmen met het timmeren van een kerkgebouw en de daarvoor nodige vrijheid van godsdienst te verlenen. Bij Koninklijk Besluit van 28 juli 1841 werd het bestaan van een Christelijke Afgescheiden Gemeente in Diever vergund.
Vervolgens werd op 15 augustus 1841 besloten tot het bouwen van een kerk. De gemeente ging meteen en voortvarend aan de slag, want al op 25 december 1841 werd de eerste kerkdienst in het nieuwe gebouw aan de Kruisstraat gehouden.
De gemeente groeide, zodat op 27 mei 1874 werd besloten de kerk te vergroten. In de zomer van dat jaar werd weer druk gebouwd. Bij deze verbouwing werd ook het karakteristieke torentje op de kerk geplaatst.
De gemeente bleef groeien, zodat in 1929 de kerk opnieuw werd verbouwd en uitgebreid met twee zijvleugels. Op 3 mei 1938 werd vanwege gebrek aan ruimte besloten de zuidelijke zijvleugel te verlengen. In 1951 werd het kerkgebouw nog een keer opgeknapt en verruimd. Op 19 december 1951 werden de nieuwe lokalen achter de kerk in gebruik genomen.
In de zestiger jaren ontstond het besef dat de oude kerk zijn langste tijd wel had gehad. Toch werd in de laatste week van februari 1976 het oude torentje nog vervangen door een identieke nieuwe. Na een lange periode van voorbereiding werd op 28 maart 1980 op dezelfde plek de nieuwe Kruiskerk in gebruik genomen. Deze was niet helemáál nieuw, want op de kerk werd het hier zichtbare en nog heel goed bruikbare karakteristieke torentje van de oude kerk geplaatst.
Links achter de paal is nog net een stuk van de kruidenierswinkel van Albert Fledderus en Reintje Timmerman te zien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op 31 januari 1925 trouwde Albert Fledderus, geboren te Beilen; leeftijd: 22 jaar; beroep: landbouwer (zoon van Willem Fledderus, beroep: landbouwer en Tietje de Weerd, beroep: zonder) met Reintje Timmerman, geboren te Diever; leeftijd: 25 jaar; beroep: zonder (dochter van Koert Timmerman, beroep: landbouwer en Anna Oost, overleden).
De echtelieden Albert Fledderus en Reintje Timmerman emigreerden in de vijftiger jaren van de vorige eeuw naar Saint Ann’s in Ontario in Canada..
Albert Fledderus overleed op 4 augustus 1981 op 79-jarige leeftijd in Saint Ann’s in Ontario in Canada.
Reintje Timmerman overleed op 3 mei 1970 op 70-jarige leeftijd in Saint Ann’s in Ontario in Canada.
Het plaatsje Saint Ann’s ligt vlak bij de Niagara watervallen.
Wellicht kunnen bezoekers van de webstee wat meer over het geëmigreerde echtpaar Albert Fledderus en Reintje Timmerman vertellen. De redactie verneemt het graag. Wellicht wonen binnen de grenzen van de gemiente Diever nog familieleden van het echtpaar en hebben zij nog contact met de familie in Canada.

Posted in Ansichtkaart, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Gereformeerde kerk, Kruusstroate, Landverhuizer, Verdwenen object | Leave a comment

Un brocante kleefplaetie van ut woap’m van Deever

In de jaren vóór de samenvoeging van de gemiente Deever, de gemiente Dwingel, de gemiente Vledder en de gemiente Oavelt waren in verschillende winkels van neringdoenden in Deever kleefplaeties mit ut woap’m van de gemiente Deever te koop.
De redactie van ut Deevers Archief toont aan zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoekers graag bijgaande afbeelding van zo’n kleefplaetie dat te koop was bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Veel jongens in Deever reden met zo’n kleefplaetie op hun fiets of hun brommer rond. Veel toeristen kochten zo’n kleefplaetie en plakten dat op de achterkant van hun automobiel.
Jij kunt als verzamelaar van brocante toeristische prullaria uut de gemiente Deever dit soort van souvenirs toch maar beter wel in jouw hopelijk steeds fraaier wordende verzameling hebben.

Posted in Diever, Woap'm van Deever | Leave a comment

Diever kreeg nieuw gemeentehuis an de brinq

In de Leeuwarder Courant van 20 juni 1957 verscheen het volgende korte bericht over de ingebruikname van een nieuw gemeentehuis aan de brinq van Deever.

Diever kreeg nieuw gemeentehuis
De Drentse gemeente Diever heeft de gewoonte, belangrijke evenementen in het gemeentelijke leven of in de dorpsgemeenschap te laten samenvallen met de première van de jaarlijkse Shakespeare-uitvoeringen en het dient daarmee zowel het een als het ander. Immers: wie niet voor Shakespeare naar Diever zou komen, komt wel voor ‘het evenement’ en omgekeerd, waarmee geenszins gezegd wil zijn, dat de uitvoeringen in ’t sprookjesachtige openluchttheater géén evenement zouden zijn. Integendeel ! Was het vorig jaar de ingebruikneming van de geheel gerestaureerde korenmolen De Vlijt, waarvoor mede de Dieverse gasten van heinde en verre waren gekomen, gisteren gold ‘het evenement’ de opening van het nieuwe gemeentehuis aan de Brink -een gebeurtenis, die het volgend jaar moeilijk zal zijn te evenaren, want het gemeentehuis is gebouwd volgens plannen, waaraan de bestedingsbeperking nog vreemd was.
Het is een gebouw geworden, dat vele andere noordelijke gemeentebesturen ertoe zal brengen, Diever te benijden. Niet alleen qua stijl (het doet het uitstekend aan de Brink) en qua omvang, maar vooral om zijn inrichting zal het beantwoorden aan de wensen van meer dan één burgemeester en secretaris.
Van waarde vooral zijn de geschenken van de burgerij en de organisaties (waarvan wij noemen de originele aardewerken krans met de symbolen van bijna alle plaatselijke sociale en culturele instellingen in de hall en het enorme, esthetisch zeer verantwoorde gezandstraalde raam van de plaatselijke coöperaties), omdat zij tonen dat dit het huis der gemeente is in de beste zin des woords.
Daarvan getuigt ook de oplossing, die voor enkele ruime zolderzalen is gevonden: de ene is gepromoveerd tot ‘cultuurzolder’, waarin bijeenkomsten met ruim 200 mensen kunnen worden gehouden en de andere is ‘expositiezolder’ geworden. Daarin is nu tentoonstelling van schilderijen, verbazend aardige kindertekeningen over eigen dorp en een collectie foto’s en ansichtkaarten van Diever. Een prima idee !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bijgaande afbeelding (aanwezig in de beeldbank van het Drentsch Archief in Assen) is de cultuurzolder van het gemeentehuis an de brinq (de voorkant van het gelijk heeft een nieuwe schrijfwijze voor deze vernielde openbare ruimte bedacht) van Deever te zien. Let vooral op de Stako-stoelen (stapelbare en koppelbare stoelen), die an de Deeverbrogge zijn geproduceerd.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw dacht de voorkant van het gelijk tegen beter weten in dat de vraag naar ruimte bij Deeverse verenigingen opgelost kon worden met een ‘cultuurzolder’ in het gemeentehuis.
De redactie herinnert zich dat schaakclub ‘Koning Schaak’, waar burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) ook spelend lid van was, zijn clubavond op de ‘cultuurzolder’ hield.  
De ‘cultuurzolder’ op de bovenste verdieping van het gemeentehuis an de brinq van Deever zou beschouwd kunnen worden als een soort van voorloper van het voor Deever onmisbare en nog altijd zeer gemiste Dingspilhuus, de spil van het sociale en culturele leven in Deever, het sociale warme hart van Deever.
Wellicht is het nog steeds mogelijk de ‘cultuurzolder’ na de rampzalige sloop van het Dingspilhuus op te delen in kleinere ruimten, die in gebruik genomen kunnen worden door enige verenigingen; een zeer geschikte kandidaat is bijvoorbeeld de heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie blijft wel met een grote vraag zitten: waar zijn de ten toon gestelde kindertekeningen, foto’s en ansichtkaarten, zoals vermeld in het bericht, gebleven ? Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.


Posted in Cultuur, Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Stroatveger Jan Jurjen de Boer stopt ur mit

In de Meppeler Courant van woensdag 1 november 1972 verscheen het volgende artikel over het afscheid van gemeentewerker Jan Jurjen de Boer uut de Kloasterstroate in Deever.

Straatveger de Boer stopt ermee
Laten ze er in Diever nu geen smeerboel van maken
Diever. De heer J. de Boer, straatveger van de gemeente Diever heeft maandagavond in café Centrum afscheid van het gemeentepersoneel genomen. Iedere zaterdagmorgen en in de week veegde Jan Jurjen de Boer de straten in het dorp Diever. Het vegen van de straten op zaterdagmorgen was een traditie, die niet zal terugkomen. De opvolger van de oude veger zal in het vervolg de straten alleen door de week vegen.
De heer de Boer is in al die jaren een bekend figuur in het dorp geworden. De Boer heeft het straatvegen in de gemeente bijna 25 jaar gedaan. Iedere morgen trok hij er met zijn karretje op uit, om de route van die dag af te leggen. Zaterdagmorgens werd hij wel door de inwoners geholpen, want dan veegde men het vuil op hoopjes en dan behoefde hij het alleen maar in de kar te doen. Ook had hij dan altijd een vast adres om koffie te drinken.
Onprettig
Trouwens, ook onprettige werkzaamheden, zoals het schoonhouden van de kadaverbakken werden hem niet bespaard. Daarnaast was hij de rattenvanger van de gemeente. Met het met pensioen gaan van de heer J.J. de Boer verdwijnt een bekend en moeilijk te vergeten figuur uit het dorp.
Receptie
Tijdens de afscheidsreceptie voerde J.C. Meyboom, burgemeester van Diever als eerste het woord. Daarna sprak de heer K.T. de Vries als voorzitter van de personeelsvereniging Diever. Hij bood namens het personeel een vuilniswagentje op schaal aan. Het vuilniswagentje werd gemaakt door plaatsgenoot K. Kleine.
Door beide sprekers werd de heer de Boer geschetst als een man die men in de gemeente niet gauw zal vergeten, want alle werkzaamheden die hem werden opgedragen heeft hij met volle overgave gedaan.
Namens de motorclub sprak de heer Snoeken, die de heer de Boer een gouden dasspeld aanbood, terwijl mevrouw de Boer een zilveren kandelaar kreeg.
De heer de Boer sprak aan het einde een dankwoord, waarin hij ook het personeel van de gemeente-secretarie betrok. ‘Ik heb altijd prettig samengewerkt’, zei hij onder meer.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen vol met oude krantenknipsels bijgaand afgebeeld bericht over dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer tegen. 

Dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer heeft in zijn vrije tijd ook mooi toneel gespeeld in het openluchttheater. Jan Jurjen de Boer begon ooit als kapper. In Diever heeft hij als een soort van hobby en om een beetje bij te verdienen nog lange tijd in zijn vrije tijd een aantal voornamelijk wat oudere mannen het haar geknipt.
De in de Lemmer in Friesland opgegroeide Jan Jurjen de Boer (geboren op 30 oktober 1907 in de Lemmer, overleden op 24 oktober 1992 in Assen) en zijn vrouw Grietje Sinnema (geboren op 28 mei 1911 in de Lemmer, overleden op 26 november 1999 in Assen) liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguur, Gemiente Deever, Klaas Kleine | Leave a comment

De messies saat’n wel hiel lös in de büse

In de Leeuwarder Courant van 6 september 1883 verscheen het volgende bericht over een groote onenigheid tussen de jeugd van Deever en Dwingel op de Deeverse kermis.

Makkinga, 4 september.
Tusschen de jongelingschap van Diever en Dwingelo bestaat sedert de Dieversche kermis groote twist. Op dien dag namelijk werden de kermisbezoekers uit Dwingelo door de Dieversche jongelingen letterlijk bij klaarlichten dag naar huis gejaagd. Die van Dwingelo besloten wraak te nemen, en alle jongelieden aldaar werden bij geheimen brief uitgenoodigd om Zondag daar aan volgend, te acht uur, op den Brink zamen te komen en een togt naar Diever te maken, natuurlijk niet met edele bedoelingen. Aan die uitnoodiging werd door plusminus honderd man gevolg gegeven, waarvan sommige met pistolen gewapend, en onder ’t zingen van krijgshaftige (?) liederen ging ’t op Diever los.
De Burgemeester van Dwingelo, van de zaak bewust en wonende te Dieverbrug, posteerde zich met eenige veldwachters vóór zijne woning, en toen de troep, onder het lossen van eenige schoten, de gemeente Diever zou betreden, trad de burgervader voor de bende en kommandeerde: ‘Retireren !’
Dank zij de doortastende maatregelen van dien ambtenaar en de omstandigheid dat de troep nog niet te veel aan Bacchus gewijd had, werd de terugtogt aangenomen. Echter de dappere (?) Dwingelo’ster jonkheid heeft nu aan de inwoners van Dwingelo eene andere proclamatie uitgevaardigd, namelijk: Niet van Dieversche ingezetenen te koopen, en dat, wordt deze bepaling overtreden, met het inwerpen der glasruiten van den overtreder zal worden bestraft.
En die laatste bedreiging schijnt te helpen; althans de bakkers en andere neringdoenden uit Diever verkoopen nu in Dwingelo niets en worden door die dapperen (?) met steenen begroet. Een kuiper met eenige vaatjes moest door de laagheden dier bengels den terugtogt aannemen.
Ook Diever had zich op den voorgenomen togt voorbereid; men verzekert ons, dat op dien dag vele geladen pistolen aan de wand hingen.
’t Is te hopen, dat de belhamels van weerszijden eens kennis maken met het pakhuis van Themis, want zulke daden moeten bestraft worden.

In het Algemeen Handelsblad van 31 oktober 1883 verscheen het volgende korte bericht.

Ter gelegenheid der jaarmarkt te Diever is een persoon, terwijl hij buiten de herberg was, door anderen aangegrepen en zóódanig in ’t aangezicht gesneden, dat hij bijna onherkenbaar was. Bovendien werden de jassen van een tiental personen op verschillende plaatsen aan stukken gesneden. Van een en ander is proces-verbaal opgemaakt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de Deeverse jaarmarkten met kermis werd natuurlijk stevig gedronken en was er voor de jeugd uit de toen nog gesloten dorpsgemeenschappen altijd wel een aanleiding om met elkaar op de vuist te gaan, bijvoorbeeld de omgang met een mooi meisje uit een ander dorp.
De aanleiding van de hier beschreven twist moet echter wel heel ernstig zijn geweest, in het artikel in de Leeuwarder Courant wordt daar geen aandacht aan besteed. De verslaggever wil de belhamels in het pakhuis van Themis (de gevangenis) opsluiten.
Wellicht heeft de twist te maken met het bericht in het Algemeen Handelsblad van 31 oktober 1883.
De messies saat’n wel hiel lös in de büse.

Abracadabra-443

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-444

 

Posted in Diever, Jaarmarkt | Leave a comment

De greinse löp wat aans in de kaarspel Deever

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1905, bladzijden 22 tot en met 39, verscheen het artikel ‘Het voormalige kerspel Diever en de latere grensveranderingen’ van burgemeester H. G. van Os van de gemeente Diever

Bij de mededeling van de oorspronkelijke uitgestrektheid van het kerspel Diever heb ik gemeend niet verder te moeten teruggaan dan tot het begin der 15de eeuw, omdat gegevens omtrent de vroegere indeling van Drenthe in kerspelen nagenoeg ontbreken en ongeveer op dat tijdstip in de oude Landschap ene gewijzigde orde van zaken intrad, welke gedurende de volgende vier eeuwen in hoofdzaak onveranderd bleef. Immers eerst na den afstand van Drenthe door Reynold van Coevorden aan de Utrechtsen bisschop Frederik van Blankenheim in 1395, werd door laatstgenoemde een meer geregeld bestuur in Drenthe ingesteld en het is dan ook van omstreeks deze tijd, dat enigszins betrouwbare inlichtingen, vooral ook aangaande het burgerlijk bestuur in de kerspelen, tot ons zijn gekomen en de benaming kerspel een scherper omlijnde betekenis kreeg.

Deze betekenis van een tweeledige: de indeling in kerspelen betrof zowel het werkelijk als het kerkelijk machtsgebied, zodat men sedert genoemde afstand in de regel in elk kerspel een schulte en een pastoor aantrof.

De oudst bekende volledige opgaaf van de Drentse kerspelen vindt men in een handschrift van omstreeks het jaar 1435, medegedeeld in den Nieuwe Volksalmanak van 1904, bladzijde 182, waarin Diever voorkomt als ‘Deueren’. Uit de vermelding van de namen van de overige kerspelen is na te gaan, dat het kerspel Diever ten Noorden en Noord-Oosten begrensd werd door het kerspel Beilen, ten Oosten door Dwingelo, ten Zuiden door Westerhessel en Wapserveen en ten Westen door Vledder. Overigens grensde het noordelijk aan Friesland (Stellingwerf).

Men zal tegenwoordig deze grenzen niet overal met even grote juistheid kunnen aanwijzen, onder andere op die plaatsen, waar vroeger uitgestrekte onbewoonde heidevelden, moerassen of venen werden aangetroffen; nauwkeuriger echter waar een riviertje of stroom een natuurlijke grens vormde. En daar dergelijke natuurlijke grenzen tussen de tegenwoordige burgerlijke gemeente en de meeste der omliggende gemeenten, in de opgaaf van 1435 reeds als kerspelen voorkomende (de gemeente Havelte als gevormd uit de kerspelen Westerhessel en Wapserveen), bijna overal aanwezig zijn, mag men, ook gelet op de benamingen en grenzen der marken, velden, maden enzovoort van de verschillende buurtschappen en kluften, die natuurlijke grensscheiding veilig aannemen als de grens van het oude kerspel Diever, behoudens de plaats gehad hebbende grensveranderingen, waaromtrent echter voldoende zekerheid bestaat. Deze grenzen waren: de Oude of Beilerstroom tegen het kerspel Dwingelo, de Wapserveensche Aa tegen het kerspel Wapserveen, de Vledder Aa tegen het kerspel Vledder.

De grens tegen het kerspel Westerhessel vormde waarschijnlijk een moeras ter plaatse van het tegenwoordige gehucht ‘het Moer’, dat daaraan blijkbaar zijn naam heeft ontleend (voetnoot 1), terwijl in het Noorden en Noord-Oosten uitgestrekte moerassen en venen werden aangetroffen tussen het kerspel Diever aan de ene zijde, Friesland en het kerspel Beilen aan de andere zijde. Juist terwijl deze streek niet bewoond was, zal het vergeefse moeite zijn, na te sporen, hoever in die tijden het kerspil zich in deze richting uitstrekte. Van ene eigenlijke grenslijn zal wel geen sprake zijn geweest. Eerst later, toen de venen vergraven en de gronden dientengevolge productief gemaakt werden, zal de grens der onder de verschillende kerspelen gelegen marken, als gevolg van het op de voorgrond tredend eigenbelang van de wederzijdse deelgerechtigden, door deze zijn vastgesteld. En deze markegrenzen, welke ook thans nog wel zijn aan te wijzen, werden alzo tevens de grenzen tussen de kerspelen, van welke die marken deel uitmaakten.

Op het tijdstip, waarmede deze verandering begint, bestond het kerspel Diever, behalve uit het dorp Diever (in ene acte van 1181 of 1182 reeds voorkomende als Devere), uit de buurtschappen of gehuchten Kalteren (in 1209 of 1210 Calthorne), Oldendiever (in een register van de jaren 1298-1304 Oldendene, waarschijnlijk een schrijffout voor Oldendever), Wittelte (21 mei 1040 Withelte), Wapse (5 februari 1384), Leggelo (in 1207 of 1208 Leggelo) en Eemster (in 1210 of 1211 Hemsere) (voetnoot 2). Enige kleinere gehuchten schijnen eerst later te zijn ontstaan, zoals Krommevoort (reeds in 1633 bekend), Wateren (in de 17e eeuw bekend als Achter- en Voor-Wateren, terwijl de benaming Klein-Wateren voor ’t eerst in 1761 voorkomt), ’t Moer in 1683, de Brugge of Dieverbruggge in 1685, de Voshaar in 1737, de Geeuwenbrug in 1768 en de Haart in 1772 (voetnoot 3).

Magnin (voetnoot 4) vermeldt nog, dat na de 14e eeuw Lhee onder ’t kerspel Diever heeft gehoord. Ik heb niet kunnen ontdekken, waarop deze mening gegrond is en ben geneigd aan een onwillekeurige vergissing bij die schrijver te denken. Volgens die mening zou Dwingelo, dat toen reeds een afzonderlijk kerspil vormde, behalve aan den kant van Ruinen geheel door ’t kerspel Diever zijn ingesloten geweest, terwijl Lheebroek, dat steeds een deel van Dwingelo heeft uitgemaakt, een enclave zou hebben gevormd. Een en ander komt mij zeer onwaarschijnlijk voor en ook bij overlevering is van een vereniging van Lhee met het kerspel Diever niets bekend.

De enige malen uitgesproken mening, dat Wapserveen nog geruime tijd, althans nog in de 15de eeuw, onder Diever heeft behoord, zal wel op een dwaling berusten. Volgens Romein (voetnoot 4) en waarschijnlijk in navolging daarvan de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 73, zou het in 1461 kerkelijk van Diever zijn afgescheiden, terwijl op laatstgenoemde plaats nog vermeld wordt, dat er toen eveneens een schulte werd aangesteld en de schrijver blijkens de bewoordingen wil te kennen geven, dat Wapserveen voor ‘t eerst sedert dat jaar zowel in ’t burgerlijke als in ’t kerkelijke een afzonderlijk kerspel uitmaakte, in overeenstemming met de stelling onder andere bij Magnin (voetnoot 4). Dat dit niet het geval geweest is, mag blijken uit een open brief van het jaar 1285 (voetnoot 4), waarin van de kerk aldaar reeds als van een parochiekerk wordt melding gemaakt, alsook uit de lijst der kerspelen van 1435, waarop Wapserveen eveneens reeds als zodanig voorkomt.

Wel is het aan te nemen, dat Wapserveen in vroegere tijd met Diever en de omgelegen buurtschappen een kerspil vormde. Niet alleen de naam, in verband met die van de buurtschap Wapse onder Diever, maakt dit zeer waarschijnlijk, doch ook de omstandigheid, dat Wapserveen, sedert het een afzonderlijk kerspel werd, meest met Diever tot een schultambt verenigd was. Tot dusver heeft men alleen in de jaren 1461, 1469 en 1480 (voetnoot 4) afzonderlijke schulte van Wapserveen aangetroffen; overigens was de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen, althans van 1595 tot 14 april 1795, toen laatstgenoemd kerspel bij besluit van de Representanten van het volk van Drenthe in ’t burgerlijke bij Havelte werd gevoegd.

Een eigenaardige illustratie van de verhouding tussen de kerspelen Diever en Wapserveen (misschien wel een uitvloeisel van de vroegere afscheiding), leverde de sinds onheugelijke tijden bestaande gewoonte, dat de schulte van Diever van elk erf te Wapserveen een voer turf genoot, waartegenover de schulte om het andere jaar twee tonnen bier placht te geven.

Bij een contract van 17 juni 1768 (voetnoot 6) werd tussen de schulte L. Nysingh en de carspellieden van Wapserveen tot onderling gemak en gerief overeengekomen, dat de carspellieden, zolang de heer Nysingh schulte zou zijn, in plaats van turf voor elk voer zouden betalen 14 stuivers, terwijl de schulte vrij zou zijn van het geven van bier. Er waren toen te Wapserveen 59 of 60 erven.

Behalve Wapserveen, schijnt ook Vledder enige tijd met het kerspel Diever in het burgerlijke te zijn verenigd geweest. Met zou dit kunnen opmaken uit een ordel van de Etstoel, in 1454 te Rolde gewezen, aldus aanvangende: “Soe iss gewiset tusschen den Drost unde den Kasspil van Deueren unde Vledderen…”. Deze vereniging is dan echter slechts zeer tijdelijk geweest, want op de lijst van 1435 komt Vledder als een afzonderlijk kerspel voor, in 1595 weer, terwijl het korte tijd daarna dezelfde schulte had als Havelte. Wellicht dat dus een enkele schulte van Diever tevens schulte van Vledder was, evenals later Hendrik van Barneveld, bijgenaamd Magere Hein, sedert 1530 tegelijkertijd schulte was van Meppel en Diever en Arent Dannenberg in 1737 en 1738 tegelijkertijd van Diever en Hoogersmilde.

In de loop der jaren is de grens van het kerspel Diever, zoals die hierboven is aangegeven als te zijn geweest in het begin van de 15de eeuw, meermalen gewijzigd door de afscheiding van enkele buurtschappen. Deze afscheiding betrof nu eens het wereldlijk, dan weder het kerkelijk gebied, doch nimmer het een en ander tegelijk.

De eerste afscheiding had plaats in 1633 en betrof de uitgestrekte hoge venen in het Noorden en Noord-Oosten van het kerspel onder de marken Diever en Leggeloo, tot de vervening waarvan in 1612 octrooi was verleend. In 1625 waren de meeste gronden reeds van veen ontbloot en ontgonnen, terwijl zich daar inmiddels een kolonie gevormd had, de Hoogersmilde genoemd. Bij een acte van 19 februari 1633 werden door Ridderschap en Eigenerfden ten behoeve van Adriaan Pauw, Ridder, Heer van Heemstede, Raadpensionaris van Holland en Westfriesland, deze venen, genaamd de Dieverder en Leggelder Smilder venen ‘beginnende t’eydens de Crommevoerder veenen (voetnoot 7), streckende opwaerts aen tot aen Hycker- ende andere Marcken ende tot aen de Vriesche Custen respective’ tot een Heerlijkheid verheven onder de naam van ‘de Heerlickheyt van Hooger-Smilde’. Dientengevolge kreeg Hoogersmilde een eigen schulte; een enkele maal was de schulte van Diever tevens schulte van de Heerlijkheid (voetnoot 8).

Kerkelijk bleef ze onder Diever ressorteren en ook de armenzorg, destijds uitsluitend een zaak van de diaconie, bleef aanvankelijk op de oude voet bestendigd. Op de duur gaf dit laatste echter aanleiding tot bezwaren en onenigheden, welke bij de Ridderschap en Eigenerfden werden aanhangig gemaakt. Een notitie in een oud kerkelijk register (voetnoot 6) leert ons de uitslag. Op 22 maart 1711 werd namelijk de kerk te Diever afgekondigd, dat ingevolge sententie van Ridderschap en Eigenerfden, op de laatstgehouden landdag genomen, de diakenen van het kerspil Diever ‘van alle gemeynschap met de Smildinger armen of armcassa ten enemaal aftreden en niet voornemens sijn eenich support an deselve te verlienen. Noch oock van haar armpenningen te profiteeren en dat diensvolgens de Smildinger haar armgeld en almosen separaat sullen konnen manieren, distribueren end imployeren so als sullen goedvinden’. Doch hiermee was het geschil niet uit de weg geruimd, want daarna vinden wij de zaak voor de Etstoel gebracht. Bij een uitspraak van 6 juni 1714 (voetnoot 9) van Gecommitteerden namens de Etstoel werd, na verhoor van diakenen en volmachten van Diever en Smilde, een minnelijke overeenkomst tot stand gebracht, in hoofdzaak hierop neerkomende, dat het armoortjesgeld (voetnoot 10) van de verpachtingen en de opbrengst van de bussen, in de herbergen hangende, door elke diaconie op haar eigen gebied zou worden genoten; evenzo hetgeen in het bekken op het kerkhof te Diever gegeven werd bij de begrafenissen van doden uit het kerspil Diever en uit Smilde. Daarentegen zou de opbrengst  der collecten in de kerk te Diever voor 9/10 aan Diever, voor het overige 1/10 gedeelte aan de Smilder diaconie komen en zouden in dezelfde verhouding de rente en huur van de armengoederen verdeeld worden, uitgezonderd de goederen, welke reeds voor de stichting van Hoogersmilde aanwezig waren en waarvan de opbrengst geheel aan de diaconie van Diever verbleef.

Zoals gezegd , bleef Hoogersmilde kerkelijk onder Diever behoren en het is vrij nauwkeurig na te gaan, hoever zich destijds het gebied van de kerk te Diever noordelijk uitstrekte. Deze grens moet worden aangenomen ongeveer ter plaatse, waar zich tegenwoordig de Leembrug over de Drentse Hoofdvaart bevindt. In de oude doopboeken immers ziet men, dat herhaaldelijk personen van den- achter den- of tegenover de Wolvenberg (gelegen in de nabijheid van de vervening van het Oranjekanaal met de Drentse Hoofdvaart) hun kinderen in de kerk te Diever lieten dopen.

Een grote verandering bracht de vereniging van het Koninkrijk Holland met het Franse Keizerrijk, bij Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 en de daarop gevolge verdeling in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten, definitief omschreven bij decreet van 21 oktober 1811, ten opzichte van Diever teweeg.

Werd bij deze verdeling Vledder met Diever tot een commune verenigd, de welvarende buurtschappen Eemster en Leggeloo werden van Diever afgescheiden en in het burgerlijke bij Dwingelo gevoegd. Bij deze afscheiding wens ik enigszins uitvoeriger stil te staan, omdat ze – en vooral de daaruit gevolgde kerkelijke afscheiding – op hevig verzet van de zijde van de belanghebbenden stuitte en vooral ook omdat, zonderling genoeg, noch Magnin in zijn overigens zo volledig ‘Overzicht van de Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe’, noch Romein in ‘de Hervormde Predikanten van Drenthe’ hiervan met een enkel woord gewag maken.

De beweegreden voor deze afscheiding schijnt minder te moeten worden gezocht in de wens om de ingezetenen van deze buurtschappen welgevallig te zijn, dan wel om het zielental van Dwingelo tot een behoorlijk cijfer op te voeren; van een andere overweging is mij althans niet gebleken. In Diever schreef men de afscheiding toe aan kuiperijen van de zijde van Dwingelo, gegrond als men ze noemde op willekeurigheid, misverstand, overijling of persoonlijke berekeningen. In elk geval is het duidelijk, dat daarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de bevolking van de beide buurtschappen, die op ondubbelzinnige wijze blijk gaf van haar tegenzin tegen deze verandering.

In Dwingelo daarentegen heeft men zich gemakkelijker bij het geval neergelegd en haastte men zich de nieuwe gemeentenaren ook de voorrechten van een kerkelijke vereniging te doen deelachtig worden. Reeds in november 1811 richtte de maire van Dwingelo een verzoek tot de prefect van het departement van de Wester-Eems, om de beide buurtschappen thans ook in de geestelijke onder Dwingelo te doen ressorteren. Dit verzoek werd in dier voege toegestaan, dat bij besluit van de perfect van 16 december daar aan volgende, no. 15, werd verklaard, dat met ingang van 1 januari 1812 Eemster en Leggelo ten aanzien van het kerkelijk zouden gehouden worden tot de mairie van Dwingelo te behoren ‘tenzij daartegen gegronde inconvenienten mogten militeeren, dewelke existerende, door den onderprefekt opgegeven en ter kennisse van den prefekt moeten gebragt worden.’

Niettegenstaande de laatste zinsnede van deze beschikking, die door de onderprefect in het arrondissement Assen ook aan de maire van Diever werd gezonden en die als ’t ware een uitnodiging was aan belanghebbenden om met hun bezwaren voor de dag te komen, bleef men van die zijde aanvankelijk stilzitten. De maire van Dwingelo schijnt daaruit niet zonder reden te hebben afgeleid, dat er geen ‘inconvenienten’ aanwezig waren, waarom hij de vrijheid nam om op de 7 mei 1812 in de kerk te doen afkondigen, dat sedert 1 januari van dat jaar Eemster en Leggelo kerkelijk met Dwingelo verenigd waren.

Deze mededeling was wel in staat, de belanghebbenden op onzachte wijze uit de slaap te wekken. Reeds de 16 mei daarop volgende werd een adres, door een aanzienlijk getal inwoners van Eemster en Leggelo en leden van het Hervormde kerkgenootschap te Diever ondertekend, ingezonden, waarbij zij te kennen gaven ‘niets hartelijker te verlangen dan met de gemeente Diever op de oude voet verknocht te blijven en wel op grond van een door de tijd diep ingewortelde en door niets te wraken gehechtheid aan een gemeente, in welke kring hun voorvaderen sedert onheugelijke jaren en zijzelf de zegeningen van de godsdienst genoten hebben, alsmede op grond van de nadelen, die door de voorgenoemde afscheidingen bedreigen’.

Nu ook achtte de maire van Diever de tijd gekomen om te voldoen aan de aanschrijving van de onderprefect te Assen van 23 december van het vorige jaar, om ten spoedigste te rapporteren ten aanzien van de inconvenienten, die bij hem tegen het besluit van de prefect mochten aanwezig zijn. En nu worden wij bekend gemaakt met tal van bezwaren, sommige wel wat al te breed uitgemeten, andere daarentegen volstrekt niet denkbeeldig, uit welke opsomming blijkt, dat men het ook destijds reeds een goede gewoonte achtte, de meest afdoende argumenten tot het laatst te bewaren.

In de eerste plaats dan zouden de ingezetenen van Diever voor de afscheiding in de onmogelijkheid worden gebracht, hun kerkgebouw en aanhoren naar eis te onderhouden. Deze kerk zou veel te groot worden en die van Dwingelo te klein voor de vermeerderde bevolking. Verder hadden de bewoners van Eemster en Leggelo te Diever in de nabijheid van de kerk sedert jaren bij hun oude vrienden en bloedverwanten, met wie zij – zowel als deze met hen – de broederlijke gemeenschap wensten te onderhouden, een zogenaamde ‘vrije intrek’, waar zij bij slecht weer, te vroege aankomst en tot verblijf tussen de kerkdiensten kosteloos vertoefden en verfrissing vonden, hetgeen zij te Dwingelo misten en zich dus tegen betaling moesten verschaffen. Te Diever hadden zij merendeels in de kerk hun vaste zitplaatsen en eigen voorouderlijke graven; hier waren zij gedoopt en in de echt verbonden, hier stonden ook hun familie van de oudste tijden er in de kerkelijke registers opgetekend en hadden zij van hun jeugd af het godsdienstonderwijs genoten, zodat een onlaakbare vooringenomenheid en van hun kindsheid af aan de plaats, medelidmaten en leraar verbond. Bovendien viel hun de uitoefening van de eredienst te Diever gemakkelijker, terwijl de weg daarheen korter en te allen tijde te voet en per rijtuig begaanbaar was, terwijl die naar Dwingelo, vooral in de winter wanneer de Oude stroom buiten zijn oevers was getreden, veelal onbruikbaar was, bepaaldelijk voor voetgangers. Het slotargument, dat naar de mening van adressanten moest beslissen, was, dat zij voor hun aandeel wettige eigenaars waren van de kerk en pastorie te Diever van welke eigendom zij door de afscheiding verstoken zouden worden, terwijl hun aandeel in de lasten voor rekening van de Dieverse leden zou komen.

De zaak schijnt daarna geruime tijd hangende te zijn gebleven, waarschijnlijk een gevolg van de algemene toestand van het land, welke in het volgende jaar tot de val van het Franse Keizerrijk en de herstelling van onze onafhankelijkheid leidde. Wel opmerkelijk is het, dat juist tussen januari 1812 en juli 1813 geen enkel kind uit Eemster of Leggelo te Diever is gedoopt, later wel weer.

Uit een in mijn bezit gekomen ontwerpadres van ingezeten uit Eemster en Leggelo blijkt, dat men nu de tijd gekomen achtte om opnieuw, ditmaal bij de Staten van de Landschap Drenthe, aan te dringen op een hereniging met Diever, waartoe de op handen zijnde reorganisatie van het inwendig bestuur een ongezochte gelegenheid aanbood. Dit verzoek betrof zowel de burgerlijke als de kerkelijke indeling, zodat wij, behalve de reeds vroeger gebezigde argumenten, daarin ook de bezwaren tegen de politieke afscheiding aantreffen.

Vooropstellende, dat van de oudste tijden er de Oude stroom de natuurlijke grens was geweest tussen de kerspelen Diever en Dwingelo, betoogde men, dat door de afscheiding de evenredigheid tussen bouwland, heide en zandgrond met hooi- en weilanden in eenmaal verbroken werd, daar bijna al het groenland van de gemeente onder de afgescheiden buurtschappen gelegen was. Dientengevolge zou de gemeente niet bestand zijn tegen de aanmerkelijke quota’s en aanslagen, inzonderheid van de grondbelasting, welke over de zo weinig opleverende overgebleven gronden moest worden verdeeld. Talloze onenigheden zouden hieruit voortvloeien, daar de grondeigendommen wederzijds zodanig door elkander waren gelegen, dat dit alleen reeds de afscheiding als geheel absurd en als zonder kennis van zaken tot stand gebracht moest doen voorkomen. Ook had door de afscheiding het traktement van de schoolmeester te Diever een aanmerkelijke vermindering ondergaan, terwijl deze functionaris toch mede door adressanten was beroepen, welke verbintenis zij voor hun aandeel thans verhinderd waren na te komen (voetnoot 11). Ten slotte gaven zij hun vast voornemen te kennen, niettegenstaande alle politie betrekkingen, bij voortduring van het kerkgebouw te Diever gebruik te zullen maken en tot het onderhoud van kerk en eredienst aldaar te blijven bijdragen, wat toch wel niemand hun zou kunnen beletten. Ook hun liefdegaven ten bate van de diaconie zouden zij te Diever blijven besteden.

Deze poging heeft evenmin het gewenst gevolg gehad. In het burgerlijke bleven Eemster en Leggelo met Dwingelo verenigd, terwijl Diever en Vledder afzonderlijke gemeenten werden.

Op 15 juli 1817 heeft de commissaris-generaal, provisioneel belast met de zaken van de Nederlands Hervormde kerk enzovoort, Eemster en Leggelo kerkelijk van Diever afgescheiden en met Dwingelo verenigd. Bij Koninklijk Besluit van 12 september 1823, no. 103, werd die afscheiding definitief tot stand gebracht.

De bedreiging, dat de ingezetenen van de buurtschappen niettegenstaande de burgerlijke afscheiding toch te Diever de bevrediging van hun godsdienstige behoeften zouden blijven zoeken, is niet lang volgehouden. Werden in de eerste jaren na 1823 hun kinderen nog op de oude voet te Diever gedoopt, spoedig verminderde dit, om in 1830 geheel op te houden. Reeds sedert 1814 waren uit Leggelo, sedert 1816 uit Eemster geen nieuwe lidmaten meer te Diever aangenomen. Enkele families daarentegen bleven nog een 30-tal jaren te Diever naar de kerk gaan.

Nog tweemaal moest de kerk te Diever een deel van haar gebied afstaan.
De eerste maal was dit een gevolg van de kolonisatie der buurtschappen Wateren door de Maatschappij van Weldadigheid, die daar een opvoedingsgesticht vestigde. Bij beschikking van de Minister voor de zaken van de Hervormde eredienst enzovoort van 17 april 1834, no. 3, werden de godsdienstige belangen der Protestantse kwekelingen van het opvoedingsgesticht te Wateren en van de Protestantse bewoners van de te Groot-Wateren gelegen woningen aanbevolen aan de predikant te Vledder. Nadat in 1860, dus een jaar nadat de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen door het Rijk van de Maatschappij van Weldadigheid waren overgenomen, alle bezittingen van de Maatschappij te Wateren, de kweekschool daaronder begrepen, in openbare veiling waren verkocht en in handen aan bijzondere personen overgegaan, werd bij besluit van dezelfde Minister van 7 maart 1862, no. 8, op een adres van het Classicaal bestuur van Meppel vorenbedoelde beschikking van 1834 ingetrokken, zodat sedert dat jaar geheel Wateren weer kerkelijk onder Diever behoort.
De laatste afscheiding betrof de voormalige Heerlijkheid Hoogersmilde, in 1633 reeds in het burgerlijke van Diever gescheiden. Met het oog op de verre afstand ligt het voor de hand, dat het voor de bewoners op de duur een groot ongerief was, hun godsdienstplichten te Diever blijven te vervullen. Een deel van hen bezocht dan ook reeds sedert jaren de op 17 februari 1788 ingewijde nieuwe kerk te Kloosterveen. Op verzoek van de Hervormde ingezetenen van Hoogersmilde werd hun bij Koninklijk Besluit van 23 maart 1844, no. 70, toegezegd, dat zij van Diever zouden worden afgescheiden en een afzonderlijke kerkelijke gemeente uitmaken, indien zonder bezwaar van ’s lands kas aldaar een geschikt kerkgebouw met predikantswoning werd gebouwd. De kerk te Diever zou alle kerkelijke bezittingen behouden, de ingezetenen van Hoogersmilde zouden daarentegen worden vrijgesteld van de kerkelijke omslag te Diever, in te gaan op 1 januari na het jaar waarin de nieuwe kerk zou zijn ingewijd. Deze inwijding had plaats op 26 december 1844, zodat op 1 januari 1845 ook deze afscheiding haar beslag kreeg.

Volledigheidshalve werd nog vermeld, dat te Wateren, waar voor de afscheiding van de Maatschappij van Weldadigheid door de Rooms Katholieke bewoners gebruik werd gemaakt van de Rooms Katholieke kerk te Frederiksoord. (rectoraat onder de parochie Steenwijkerwold), zich vooral sedert het jaar 1880 meer Rooms Katholieke gezinnen vestigden, zodat zich langzamerhand de behoefte aan een eigen kerk deed gevoelen. In 1883, toen het getal van de gezinnen 9 bedroeg met 50 gezinsleden, richtte de Vikaris Kapitulair van het Aartsbisdom Utrecht tot de Minister van Financiën het verzoek om ten behoeve van de pastoor een te Wateren op te richten parochie een rijksjaarwedde, benevens een subsidie voor de bouw van een kerk, toe te kennen. Niettegenstaande dit verzoek, met het oog op de weinig talrijke nederzetting, werd afgewezen, werd bij beschikking van de Aartsbisschop van Utrecht van 3 september 1884 met ingang van 18 september daaropvolgende te Wateren een kerkelijke parochie opgericht onder de bescherming van de H. Andreas.

Voetnoten:
1)
Van de vroegste tijden af, dat deze naam in oude stukken voorkomt, werd de bevolking van dit gehucht steeds aangeduid als wonende “op het Moer”.
2)
Deze oorkonden zijn te vinden in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe onder de nrs. 39, 48, 199, 19, 726, 44 en 49.
3)
Deze jaartallen zijn geput uit de oude kerkelijke doopboeken, aanwezig op het gemeentearchief te Diever, beginnende op het jaar 1676.
4)
Magnin. Overzicht der Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe, bladzijde 141.
5)
De Hervormde Predikanten van Drenthe.
6)
In het gemeentearchief van Diever.
7)
In de nabijheid van de Geeuwenbrug.
8)
Zie de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 197.
9)
Kopie in het “Protocol aangaande de administratie der armen wegens de Hooger Smilde”, in het gemeentearchief te Smilde.
10)
Een vierde gedeelte, namelijk een oortje (2 duiten of 4 penningen) van elke stuiver, welke van elke gulden op de pachtsommen der Generale Middelen ten laste van de pachters werd geheven.
11)
Dat Eemster en Leggeloo inderdaad het welvarendste deel van het kerspil Diever hebben uitgemaakt, mag blijken uit de volgende lijst van zuivere bezittingen (daaronder begrepen de gekapitaliseerde waarde van revenuen van ambten, bedieningen en beneficiën) van de ingezeten, welke tot een bedrag van minstens 100 gulden gegoed waren. Deze lijst strekte ten behoeve der heffing van den 100sten penning, ingevolge resolutie van de representanten van het Drentse volk van 11 oktober 1796.
Diever                 83 huizen     201515,– gulden
Oldendiever        19 huizen       38525,– gulden
Kalteren                3 huizen           400,– gulden
Wateren                6 huizen         5400,– gulden
Wittelte               12 huizen       32050,– gulden
’t Moer                  4 huizen         1450,– gulden
Wapse                36 huizen       61990,– gulden
Leggeloo            22 huizen       79550,– gulden
Eemster              25 huizen       57635,– gulden

Posted in 't Moer, Diever, Kalteren, Kerk aan de brink, Kerspel Diever, Oldendiever, Wapse, Wateren, Wittelte | Leave a comment

Blik, Wringe, Boekweitenveen, Giere, Kleine Kwabbik

In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 december 1964 -alweer meer dan vijftig jaar geleden- verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van bouwland en groenland in café Brinkzicht an de brinq in Deever.

Diever. Ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo werd in café Brinkzicht te Diever bij toeslag, wegens voorgenomen beëindiging van het bedrijf, in het openbaar verkocht:
1.
Voor de heer R. Hummelen te Almelo:
Bouwland ’t Blik op de Westeres, groot 48 are 10 ca.
Kopers werden gebroeders Elting te Wittelte voor f. 3690,-.
2.
Voor de heer A. Vierhoven te Ruinerwold:
Groenland de Wringe bij de Bolderhoek, groot 97 are en 70 ca.
Koper werd de heer J. Pot te Wittelte voor f. 5650,-.
3.
Voor de  heer H.J. Bennen te Diever:
Groenland Boekweitenveen op de Westeres, groot 2.63.20 ha.
Kopers werden gebroeders Van Wester te Oldendiever voor f. 15.800,-.
Bouwland de Giere op de Hezenes, groot 46 are.
Koper werd de heer H. Offerein te Diever voor f. 3000,-.
Groenland de Kleine Kwabbik aan de Groningerweg, groot 62 are 60 ca.
Koper werd de heer W. Bakker te Diever voor f. 3440,-.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden bouwlanden en groenlanden aangeduid met hun eeuwen oude veldnaam. Hoe eenvoudig kon het zijn.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft met langdurend en geduldig uitzoekwerk gelukkig zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever in kaart gebracht. Deze hebben grote cultuurhistorische waarde. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude veldnamen van bouw- en groenlanden verdwenen.
Als men nu een willekeurige inwoner van de gemiente Deever vraagt waar ’t Blik, de Wringe, ‘t Boekweitenveen, de Giere en de Kleine Kwabbik liggen, dan zal die inwoner het antwoord hoogstwaarschijnlijk schuldig blijven.
Of wellicht weet die inwoner waar de Wringe heeft gelegen, omdat die veldnaam terug is te vinden op een straatnaambordje an de Deeverbrogge.
De gebroeders Elting waren Jan en Willem Elting uit Wittelte.

Jan Pot is geboren op 3 augustus 1919 in Wittelte en is overleden op 12 november 1987.
De gebroeders Van Wester waren Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester uit Oll’ndeever.
H.J. Bennen is Harman Jan Bennen. Harman Jan Bennen is geboren op 3 mei 1904 in Deever.
H. Offerein is Hendrik Offerein.
W. Bakker is Willem Bakker.

Posted in Aarfgood, Cultuurhistorie, Diever, Landbouw, Veldnaam | Leave a comment

De smid en de tiedmesiene

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand artikel over dorpsfiguur Klaas Kleine, dat is gepubliceerd in 1983 in nummer 40 van het tijdschrift Panorama. De redactie wil dit vermakelijke artikel niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.

Boven aan het artikel stond de volgende tekst.
Panorama’s Buitenbeentjes
Wat tien jaar geleden begon als de Panorama-serie Buitenbeentjes is dank zij de NCRV uitgegroeid tot Showroom, het meest bekeken televisieprogramma van de laatste jaren. Showroom is gestopt, maar Panorama pakt de draad weer op

Klaas Kleine, de duizendpoot van Diever, zet de klok eens per jaar een eeuw terug.
De Smid en de Tijdmachine

Klaas Kleine is smid, hij bouwt violen, maakt kaas, fokt geiten en schrijft gedichten. Daar is dus niks raars aan. Wat ons wel bevreemdt, is zijn jaarlijkse terugkerende hang naar een leven zonder stofzuiger, radio en stromend kraanwater. Want over een paar weken is het weer zover: dan doet hij met zijn gezin een week lang net alsof het honderd jaar geleden is.

Sinds enkele jaren is Klaas Kleine in de herfstvakantie onbereikbaar voor de geneugten van de moderne tijd. Niet dat hij er dan ineens een week uitbreekt met tent en primusstel of dat hij zich een woudlopershut huurt in het Schwarzwald of zoiets, nee, Klaas Kleine uit het Drentse Diever keer telkens voor de winter invalt een week lang terug naar de vorige eeuw. Hij doet dan de deur op slot, zet de tijdmachine in zijn achteruit en stapt uit in de buurt van 1860, 1870. Daar vindt hij zijn eigen huis en zijn eigen vrouw en kinderen, maar de wasmachine is buiten werking, de stofzuiger staat op non-actief en zijn vrouw roert in een kookpot boven het houtvuur, terwijl de kleintjes spelen met bikkels en knikkers van klei. Klaas heeft namelijk iets met ‘vroeger’ en iets tegen -wat hij noemt- de dranghekkencultuur.
Normaliter treft de doordeweekse bezoeker Kleine aan in zijn werkplaats. Of in zijn geitenwei, in zijn kaasmakerij, achter een bos vioolhout of zijn typemachine. Maar als wij aanbellen staat hij voor de verandering achter de deur.
Ze zeggen wel, zegt hij, dat hij voortdurend op de vlucht is voor het moderne bestaan. Dat is dus flauwekul. Hij is danig tevreden met zijn platenspeler en de waarde van de telefoon weet hij heus wel naar waarde te schatten; hem zal je nooit horen zeggen dat hij honderd jaar te laat is geboren. Edoch. Onder het motto: beproeft alle dingen en behoudt het goede, spit Kleine aanhoudend in het verleden om tot de conclusie te komen dat sommige dingen uit de oude doos hem beter bevallen. Rust bijvoorbeeld. Tegenwoordig heeft iedereen haast en iedereen komt tijd tekort. Dat is behalve ongezond ook absurd. De goeie God heeft de mens vierentwintig uur per etmaal gegeven en dat moet voldoende wezen.
Nu mag het gerust een mirakel heten dat Kleine het redt met die twee dozijn uur. Naast zijn vak als smid oefent hij een aantal bijvakken uit waar een ander zijn leven lang de handen aan vol zou hebben. Neem het viool bouwen. Als klein jongetje zag hij voor het eerst een viool in handen van zijn oom. Dat was wat, zulke rare instrumenten kwamen normaal het huis van zijn ouders niet in. Dat was meer voor de dokter en de domeneer en vandaar dat hij nooit heeft geweten wat voor geluid zoiets nou eigenlijk voortbracht. Tot zijn oom op die viool begon te spelen, toen was hij er gelijk kapot van. Binnen de kortste keren maakte hij van een sigarenkistje een eigen viool en daarmee was het hek van de dam. Geen snaarinstrument kon hij meer in handen hebben of hij peuterde er net zolang aan tot hij wist hoe het in elkaar zat. Hij vrat alle beschikbare lectuur over middeleeuwse instrumenten en nu hij 43 is, is de vioolbouwerij een halve broodwinning.
Het fokken van oud-Nederlandse geiten. Ook zoiets. Ooit kocht hij zich één scheeloog om een maaimachine uit te sparen. Dat zette hem op het spoor van de zeldzaam geworden Veluwse geit en prompt was hij verkocht. Voor hij het goed en wel besefte had hij twintig van die langharige types in de wei staan en vergaderde hij in verenigingsverband in de dorpskroeg over het wel en wee van zijn geiten. Als maaimachine voldoen ze niet, zo heeft hij gemerkt, maar van hun melk maak je na wat oefening frisse kaas.
Toen het voltallige bestuur van de Dieverse geitenfokvereniging niet langer bij machte was Kleines met de hand geschreven notulen te ontcijferen, kreeg hij een typemachine. Dat bleek een verrassend handig apparaat, waarop ook zijn Drentse gedichten en verhalen getypt bleken te kunnen worden. De gelegenheden waarbij hij deze of gene een sonnet cadeau deed, werden ineens aanmerkelijk enthousiaster toegejuicht, vrienden en kennissen konden eindelijk lézen wat Kleine voor hen had geschreven. Publikaties in een Drents tijdschriftje voor literatuur behoren sindsdien ook tot zijn gewone bezigheden.
Tussen de bedrijven door werd er bij de Dieverse smid en zijn vrouw ook nog eens een stel kinderen opgevoed, een klus waarvan Kleine zich nimmer met een Jantje van Leiden heeft afgemaakt. Enkele jaren geleden gebeurde het dat zijn oudste dochter van geschiedenisles thuiskwam met vragen als Hoe kookten de mensen eigenlijk in de vorige eeuw ? en Hoe leefden ze zonder electriciteit ? Waar ieder ander zo nauwgezet mogelijk zou proberen te antwoorden, om daarna over te gaan tot tde orde van de dag, koos Kleine een andere methode, zij het een wat omslachtige. Hij stelde zijn vrouw en de kinderen voor een paar dagen vorige eeuw te gaan spelen. De gehele herfstvakantie van dat jaar werd voor het experiment gereserveerd. Kleine kocht rookvlees, alsmede worsten en zijden spek; zijn vrouw maakte voor iedereen zo origineel mogelijke kleding en de kinderen werd geïnstrueerd het speelgoed te zuiveren van twintigste-eeuwse elementen. Toen ging de deur dicht.
Dat eerste jaar viel de regen met bakken uit de hemel. Het stookhout werd vochtig en met rooie ogen van de rook leefden ze genietend het leven van een eeuw geleden. Dat het zo’n succesvolle herfstweek werd, kwam mede door de authentieke staat waarin hun huis verkeert. De vrouw van Kleine kon zich, gezien het feit dat er zoals eertijds een pomp op het erf staat, met beide handen uitleven op het wasgoed. Kleine zelf begaf zich, in plaats van per auto, te voet naar zijn geitenwei en in zijn smidse ging hij ouderwets te keer met de blaasbalg, terwijl de kinderen zich oefenden in het gebruik van griffel en lei. Na die week werd besloten dat, zolang ze het allemaal leuk bleven vinden, iedere herfstvakantie voortaan besteed zou worden aan het-leven-in-de-vorige-eeuw.
De dorpsgenoten bezien sindsdien die Kleine met wat meer oplettendheid. Een afwijkinkje of wat is tot daaraan toe, maar al te bont moet het ook niet worden. Een vriendinnetje van één van de kinderen kwam tijdens zo’n herfstweek eens binnen met de mededeling: ‘Ik moet van mijn vader zeggen dat jullie gek zijn’.
Vrienden en kennissen houden zich verbaal iets meer op de vlakte, maar putten zich gedurende de bewuste week wel uit in een meer dan gemiddelde belangstelling voor het gezin van de smid. En als iemand eindelijk een fout meent te hebben ontdekt (Heb je een slaapzak op bed ? In die tijd hadden ze anders helemaal geen slaapzakken !) is de ondertoon van triomf net iets te duidelijk hoorbaar. Daarom heeft Klaas Kleine besloten dat de komende herfstvakantie de deur niet al te wijd open zal staan. Nu maar eens geen pottenkijkers die handenwrijvend zoeken naar missers. En na die week zal de smid er weer gewoon bij zijn, inclusief auto, platenspeler en telefoon. Want hij mag dan graag het een en ander beproeven, hij is zuinig op het goede.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Duizendpoot wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent in de Drentse taal, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep of bijberoep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde, dat beroep of dat bijberoep aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) woonde met zijn gezin in het door hem zelf gerestaureerde en herbouwde huus op de hook van de grote en de kleine Peperstroate in Deever.

Posted in Diever, Dorpsfiguur, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

To leporello or not to leporello, that’s no question

In de webstee Brinkenplan – Diever op Dreef van de gemeente Westenveld is in de lijst van vastgestelde documenten een document met de uiterst merkwaardige en ongemakkelijke naam Leporello te vinden.
Dus gauw even het woord ‘leporello’ in een zoekmachine voor het wereldwijdeweb gestopt. En wat blijkt. Een leporello of leporello-album of harmonikaboek is een drukwerk dat in meerdere slagen zigzag is gevouwen. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan in het wereldwijdeweb meer gegevens vinden over het leporello-album.
Het harmonicaboek van het Brinkenplan – Diever op Dreef is geen op drift geraakt en gevouwen harmonicaboek, maar een colofonloos nep-harmonica-boek, zeg maar een gewoon digitaal document van veertig bladzijden, dat is volgekalkt, volgebrald, volgebrabbeld en volgewauweld met lulkoekteksten. In dit bericht is het voorblad van het nep-harmonicaboek opgenomen.
Maar wat is de bedoeling van het nep-harmonicaboek ? Wat willen de schrijvers met het document bereiken ? Voor wie is het geschreven ? Voor De Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Ontzettende Gelijk Van De Gemeente Westenveld ? Voor Jan Met De Pet ? Voor The Happy Few ? Voor de promotie van Dieverse neringdoenden ? Voor de nietsvermoedende weinig te besteden hebbende dagjesbezoeker ? Krijgt elke belastingbetalende inwoner van de olde gemiente Deever een papieren exemplaar thuis gestuurd ? Of krijgt elke koper van een kaartje voor het Openluchtspel een papieren exemplaar ?
Het harmonicaboek heeft niet de Nederlandse titel Diever De Plaats Om Te Zijn, ook helaas niet de Deeverse titel Diever Doar Moei Weed’n, maar helaas wel de Engelse anti-titel Diever The Place To Be Or Not To Be. Je zou bij zo’n snorkerig document met een Engelse titel toch op zijn minst de niet erg originele, maar wel positieve titel Diever The Place To Be verwachten, maar nee, nee, het Shakespearitis-virus dwingt tot het dogmatisch wauwelen van citaten van Shakespeare.
Diever The Place To Be zou zijn een hedendaagse mislukkerige kloon van de echte olde Deeverse gouden reclamespreuk: Ga Liever Naar Diever. Rather Go To Deever, And If You Go A Little Further, You Will Arrive In Vledder, And If You Go Back A Bit, You Will Arrive At Deeverbridge. Ga liever naar Diever, ga je een eindje verder, dan kom je in Vledder, ga je een eindje terug, dan kom je in Dieverbrug.

 

Posted in Diever, Shakespearitis | Leave a comment

Echte slietpaed’n slingert over de brink van Deever

In het geïllustreerd familieweekblad voor Groningen en Noord-Drenthe ‘Het Noorden in woord en beeld’ verscheen op 8 januari 1932 in jaargang 7, 1931-1932, nummer 42 op bladzijde 12 een sepiakleurige foto van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink van Deever en een deel van de brink van Deever.
Aan de linkerkant van de sepiakleurige foto is het hek voor de pastorie van de hervormde geloofsgemeente van Deever en het gietijzeren hek voor het gemeentehuis van de gemiente Deever te zien.
Meer naar rechts zijn de witte glint’n um de braandkoele op de brink te zien. Duidelijk is ook te zien dat over de brink een sloot naar de braandkoele loopt.
Om de kaarketuun of de kaarkhof om het kerkgebouw van de hervormde geloofsgemeente stond gelukkig nog een hek.
Aan de rechterkant achter het kerkgebouw is nog net het oude pand van bakker Albert Kuiper te zien.
Over de brink van Deever en de kaarketuun van het kerkgebouw slingeren nog echte slijtzandpaden, die ontstonden gewoon in veel belopen richtingen.
De redactie heeft de kleurenfoto (afbeelding 1) gemaakt op maandag 8 juni 2020.
De redactie heeft de kleurenfoto (afbeelding 2) gemaakt op vrijdag 28 november 2020.
In het kader van het miljoenen belastingeuro’s verslindende gemeentelijke onderbestratingswerk met de snorkende naam Deever op Drift moest ook de brink van Deever het ontgelden en is in 2020 een volstrekt overbodig onslijtbaar nostalgetisch noodgedwongen om een boom slingerend nepslijtpad van een of ander soort van gemalen dakpannen gemengd met een raar soort bindmiddel tussen opsluitbanden over de brink van Deever aangelegd.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

Surogaatbotter uut de stad Grönning’n

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van zaterdag (!) 11 maart 1905 verscheen het volgende korte bericht over een ook Deever passerende reclamekaravaan van margarinefabriek ‘Gruno’ uut Grönning”n. 

Diever.
Dinsdagmorgen, tegen elf uur ’t speelkwartier der kinderen, werd de jeugd in rep en roer gebracht door een reclamewagen van de maragarinefabriek ‘Gruno’ te Groningen. Zoo iets was nog nooit alhier vertoond. De wagen was zoo in ’t oog loopend mogelijk beschilderd. Twee in ’t wit gekleede mannen geleidden de zaak.
Bij de school begon het feest. De meisjes kregen elk een vingerhoed, reclame-artikel natuurlijk en de jongens ontvingen werkelijk fraaie plaatjes in overvloed. De jeugd was uitgelaten, dol van pret. Langs de huizen werden pakjes margarine als proefjes met kwistige hand uitgedeeld.
’t Geheele dorp had het hoofd vol van deze wonderlijke vertooning. Een paar fraai versierde paarden waren voor den wagen gespannen. In de richting van Steenwijk is de optocht verdwenen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
Margarinefabriek Groningen voerde in 1905 en begin 1906 een grote landelijke reclamecampagne voor het merk Gruno. De fabriek ging het land in met paard en wagen om de mensen te bereiken. Op de wagen stond een verpakking van de margarine in de vorm van een hele grote kubus, met daarop een verpakking van de margarine in de vorm van een kleinere kubus. De wagen werd voortgetrokken door twee met groen en wit bepluimde paarden.
De redactie zou dit bericht nooit in ut Deevers Archief hebben getoond, ware het niet dat een afbeelding van de reclamekaravaan bewaard is gebleven.
Dat moet in die tijd in het arme Deever inderdaad een wonderlijke gebeurtenis zijn geweest. Zouden Deeverse arbeiders en dagloners die met veel moeite rond konden k
omen en dus geen geld hadden om roomboter te kopen, nu opeens surogaatroomboter uut Grönning’n zijn gaan kopen ? Zouden dikke Deeverse boeren die te gierig waren om hun eigen roomboter op hun brood te smeren, nu opeeens surogaatroomboter uut Grönning’n zijn gaan kopen ?   

Posted in Diever | Leave a comment

De groote braand in Dieveren op 27 augustus 1759

In de Opregte Groninger Courant van 31 augustus 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in het dorp Dieveren op maandag 27 augustus 1759. Het bericht is op 29 augustus 1759 opgesteld. Zie afbeelding 1.

Dieveren, in het Landschap Drenthe. Een Dorp vier uuren van Meppel geleegen. Den 29 Augusty.
Gepasseerde Maandag Sloeg de Blixem te gelijk in een Huys en in de Tooren te Dieveren, waar door zulk een Schrikkelijke Brand veroorzaakt wierd, dat er binnen weynig tyd de Kerke en ruym veertig Huyzen, die meest met Koorn en hooy gevuld waaren, daar in de Assche gelegd en derzelver Bewoonders in een Deplorable staat gebragt zyn.

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op maandag 27 augustus 1759. Het bericht is op 28 augustus 1759 opgesteld. Zie afbeelding 2.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 28 Augusty. Gisteren namiddag om 3 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 43 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de assche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

In de Amsterdamse Courant van 1 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op maandag 27 augustus 1759. Het bericht is op 28 augustus 1759 opgesteld. Zie afbeelding 3.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 28 Augusty. Gisteren namiddag om 3 uuren had men hier een vreeslyk onweer, vergezeld met donder en bliksem; de donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de posten van de deur, en stak het huis in brand, waar door de vlam, door de sterke wind, tot andere huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zodanig, dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 43 huizen en schuuren, meerendeels vol hooi en koorn, in de assche werden gelegt. Onder de huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat de redactie van de Amsterdamse Courant het bericht in de Leeuwarder Courant heeft overgenomen en heeft geredigeerd tot een enigszins moderner geschreven versie.
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kaante van de Heufdstroate en de brink.
Het kerkgebouw en het huis van de predikant
en veel huizen en boerderijen om de kerk, langs de brink, langs de Heufdstroate en langs de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd.
Dank zij een schenking van 3000 gulden van Ridderschap en Eigenerfden van de Landschap Drente konden het kerkgebouw, de gemeentelijke toren en de pastorie worden herbouwd. Boven de hoofdingang van het kerkgebouw aan de brink van Deever werd bij de herbouw een herinneringsteen aangebracht:
Wierd ’t oude heiligdom door blixsemvuur verbrand +

Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zynen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige steenen
+ Anno 1759 den 27 augustus.
++ Anno 1760.
De redactie toont in afbeelding 4 een detail van een door hem op donderdag 4 november 2017 gemaakte kleurenfoto, waarop de herinneringsteen is te zien
Ook het huis van de schout verbrandde, dat wil zeggen het schultehuis en de schulteboerderij verbrandden. Daarom is het muurankerjaartal 1604 in de voorgevel van het huidige nepschultehuis aan de brink van Deever een nepjaartal geworden, want dit voorgevelmuurankerjaartal had ten minste 1759 moeten zijn. Overigens hadden de vier voorgevelmuurankers 1, 6, 0 en 4 na de fantasierestauratie in de dertiger jaren van de vorige eeuw vervangen moeten zijn geworden door gewone muurankers, want van een origineel authentiek gebouw uit 1604, zelfs niet van een origineel authentiek wederopbouwgebouw van vlak na 1759, was na de neprestauratie van het schultehuis en de scheiding van het schultehuis en de schulteboerderij in de dertiger jaren van de vorige eeuw helemaal niets origineels authentieks meer over.

Afbeelding 1 – Bericht in de Opregte Groninger Courant van 31 augustus 1759

Afbeelding 2 – Bericht in de Leeuwarder Courant van 5 september 1759

Afbeelding 3 – Bericht in de Amsterdamse Courant van 1 september 1759

Afbeelding 4: Herinneringsteen boven de hoofdingang van het kerkgebouw aan de brink van Deever

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Toren aan de brink | Leave a comment

Schepers uut Deever

Steeds meer registers van de burgerlijke stand zijn via webstee op het internet te raadplegen. Steeds meer noeste en volhardende stamboomonderzoekers tonen de resultaten van hun zoektocht naar gegevens over hun voorouders in webstees die via het internet toegankelijk zijn. Dit maakt het zoeken naar mannen die vroeger in de gemiente Deever en dan met name in het dorp Deever het beroep van scheper uitoefenden een stuk gemakkelijker.

Het ligt voor de hand dat mensen die wijlen Jantje Andreae-Oost, kleindochter van Barteld Oost, van ’t Kastiel in Deever gekend en geinterviewd hebben (wat sprak ze toch zo mooi en zo zuiver het Deeverse dialect) eerst zoeken naar gegevens over de schepers in de familie Oost. De webstee www.genealogieonline.nl biedt uitkomst en bevat gegevens over de stamboom van de familie Oost.

Hilbert Hendriks Oost
Hij is geboren op 20 juli 1742 in Deever. Hij is overleden op 19 juni 1817 in Deever. Het is bij de redactie van ut Deevers Archief niet bekend of hij scheper is geweest.
Barteld Hilberts Oost
Hij is geboren op 31 maart 1780 in Deever. Hij is overleden op 23 augustus 1854 in Deever. Zijn beroep bij de geboorte van zijn zoon Jacob Bartelds Oost op 18 januari 1816 was scheper.
Jacob Bartelds Oost
Hij is geboren op 18 januari 1816 in Deever. Hij is overleden op 3 maart 1883 in Deever. Zijn beroep bij de geboorte van zijn zoon Barteld Oost op 30 mei 1850 was scheper en hij bleef scheper tot aan zijn dood op 67-jarige leeftijd.
Barteld Oost
Hij is geboren op 30 mei 1850 in Deever. Hij is overleden op 8 september 1933 in Deever. Zijn kleindochter wijlen Jantje-Andreae-Oost van ’t Kastiel in Deever heeft als kind haar grootvader gekend als schaapherder. Hij was de laatste schaapherder uut Deever. Wijlen Jantje-Andreae Oost herinnerde zich, dat zij haar opa bij terugkeer in de namiddag met de kudde schapen vaak psalmen hoorde zingen.

In de in januari 1975 uitgegeven publicatie De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld van Arend Mulder is op bladzijde 111 een foto van scheper Barteld Oost met zijn kudde schapen te zien. Zie de bijgevoegde afbeelding. Deze foto (een afdruk van een glasplaatnegatief) is op 16 juli 1902 gemaakt door burgemeester Hendrik Gerard van Os.

Posted in Diever, ut Kastiel | Leave a comment

Mooie ansichtkoate van Pension Vierhoven

Op deze afbeelding van een mooie zwart-wit ansichtkaart, uitgegeven in juni 1951 door Van Leer’s Fotoindustrie in Amsterdam, is aan de linkerkant Pension Vierhoven (eerder Paviljoen Berkenheuvel) an de Bosweg bee’Deever, nog in min of meer de oorspronkelijke staat te zien.
Het is niet zo gek dat ’s zomers bij Pension Vierhoven een ijscokar (met het opschrift Consumptie-ijs) stond, want tegenover het pension, aan de andere kant van de Bosweg, stond op een heuvel de in januari 1950 afgebouwde uitkijktoren, die na betaling van een klein bedrag beklommen kon worden door mensen uit de omgeving en vakantiegangers.
Pension Vierhoven was in die tijd eigendom van Kornelis (Knelus) Vierhoven (geboren op 11 februari 1915, overleden op 10 februari 1972) en Grietje Enting (gegevens moeten nog worden uitgezocht).

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Diever, Landgoed Berkenheuvel, Paviljoen Berkenheuvel, Uitkijktoren | Leave a comment

Foto van de brink van Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft deze foto van de brink van Deever met het Schultehuis en het kerkgebouw met de gemeentelijke toren gemaakt op 20 november 2005. Voor wat deze foto waard is.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Schultehuis, Toren aan de brink | Leave a comment

De lüder van de klokk’n in de toor’n an de brink

De redactie van ut Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2005 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder, een Deeverse uut de Aachterstroate, die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde, steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar postuum en beetje bij beetje opnemen in ut Deevers Archief.

Tussen de documenten zat ook het rijmsel, dat wijlen Anne Mulder voor dorpsfiguur Geert Dekker schreef ter gelegenheid van diens veertigjarige luiderschap van de klokken in de gemeentelijke toren an de brink van Deever.

Geachte gemeente
Veertig lange, lange jaren
Werd het orgel en de klok
Van de kerk in ’t dorpje Diever
Regelmatig als een klok
Trouw bediend door steeds dezelfde
Alom bekende dorpsfiguur
Geert Dekker en wij weten
Hoe trouw en hoe secuur
Hij deze functies naast veel anderen
Als nevenfuncties heeft verricht
En hoe hem dit werk bezielde
Als man van eer en deugd en plicht.

Geachte jubilaris
Ik weet, U bent een man van eerzucht
Niet één, die graag gehuldigd wordt
Maar toch, als Diever dit thans naliet
Schoot het schromelijk tekort
Aan z’n verplichting tegen iemand
Als U, die hier bij groot en klein
De klokkenluider van ’t dorp Diever
Was en is en nog zal zijn
Wat hebt ge in al die veertig jaren
Niet aan Uw oog voorbij zien gaan
Bij hoeveel verenigingen en burgers
Hebt ge al niet in dienst gestaan ?
U bent, in dubbele zin gesproken
Naast de kerk hier opgegroeid
Zelfs met begrafenis en ’t kerkhof
Was u jarenlang gemoeid
Nooit, in al die veertig jaren
Was u daarbij eens absent
Hetgeen getuigd, hoe kerngezond U
En uit welk hout U gesneden bent
Diever, zonder een Geert Dekker
Zou bepaald ondenkbaar zijn
In deze dorpsgemeenschap vast verankert
Is U, bij oud en jong, bij groot en klein
Naast U, zie ik voor mijn oog verschijnen
Eén, die thans met u jubileert
Een vrouwspersoon achter ’t gordijntje
Van ’t olde huus, Uw zuster Geert
Zij was die U steeds verzorgde
Meeleefde met haar werk en geest
Als een figuur achter de schermen
Zij is deelachtig aan dit feest
Ik hoop van harte, trouwe dienaar
Dat u nog lang het klokketouw
Als voorheen moogt bedienen
Zowel bij vreugde, als bij rouw
En dat ook de orgeltonen
Nog zullen galmen jarenlang
Met behulp van Uwe krachten
Bij des Heerens lofgezang.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie verwijst voor berichten over Geert Dekker naar het bericht Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker en naar het bericht Er staat een kerk op instorten. In het laatst genoemde bericht is ook een foto van Geert Dekker opgenomen.
Oook stond er in het christelijke weekblad de Spiegel van 6 juni 1956 een foto van Geert Dekker.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguur, Geert Dekker, Toren aan de brink | Leave a comment

Ièste anplakbiljet van ut eup’mlochtspel uut 1946

Dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema maakte in 1946 eigenhandig het eerste aanplakbiljet voor het aankondigen van de uitvoering van ‘een Midzomernachtsdroom’ van William Shakespeare.

De gedreven dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema was de grote man achter het succes van de opvoeringen van stukken van William Shakespeare in het openluchttheater van Diever. Hij was mede-oprichter van de toneelvereniging Diever op 24 mei 1946.
Hij was het die toen voorstelde die zomer de Midzomernachtsdroom van William Shakespeare te spelen. Leden vroegen zich af of dat niet te hoog gegrepen was. De dokter was echter de mening toegedaan dat Shakespeare zijn 37 stukken had geschreven voor het gewone volk. Hij had zijn toekomstplannen in gedachten al klaar.
Zo gebeurde het dat al kort daarna op 31 augustus en 2 september 1946 (beginnende op 8.30 precies) een voorstelling werd gegeven. Een lange en zeer succesvolle traditie van Shakespeare spelen door het volk en voor het volk was begonnen. Want nooit is iets verkeerd of ongepast, wat eenvoud in oprechten ijver biedt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In 2006 was het zestig jaar geleden dat in Deever in de bos voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in 2005 voor de zeer gewaardeerde leden van de heemkundige vereniging uut Deever voor het kalenderjaar 2006 een zogenaamde ‘historische kalender’ gemaakt. Het samenstellen van deze kalender was een echte wandeling op de wegen der vrijheid.
Deze kalender toont mooie beelden uit de beginjaren van het Openluchtspel. De redactie wil de zeer gewaardeerde
 bezoekers van ut Deevers Archief een afbeelding van het allereerste aanplakbiljet van het Openluchtspel van 1946, die ook het voorblad van genoemde kalender siert, niet onthouden.
Dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema heeft deze affiche met eigen hand gemaakt, de gedrevenheid straalt van deze afbeelding af. Het origineel van deze afbeelding bevindt zich in ut 
Drents Archief in Assen.
Opvallend is dat in het eerste jaar van het Openluchtspel maar twee uitvoeringen zijn gegeven. De entreeprijs was twee gulden. De kaarten voor het Openluchtspel van 1946 konden worden gekocht in café Figeland an de brink
 van Deever.

Posted in Cultuur, Diever, Historische kalender, Kunstig gemaakt object, Openluchtspel, Topstuk | Leave a comment

Bezinepompe van Laamut Roll’n an de brink

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 26 april 1926 in het krantenverslag van de vergadering van de raad van de gemiente Deever gehouden op 23 april 1926, dat Lambertus Rolden vergunning werd verleend voor het plaatsen van een ondergrondse benzine-tank met automatisch werkende pomp op gemeentegrond aan de brink van Deever.

Diever, 23 april.
In de heden gehouden raadsvergadering werd het benoemd-verklaarde lid van den raad, de heer J. Klaassen te Wittelte, na beëdiging als zoodanig toegelaten.
Verschillende ingekomen stukken werden voor kennisgeving aangenomen, onder andere besluit van Gedeputeerde Staten houdende goedkeuring instelling eiermarkt te Dieverbrug; verslag van den toestand der gemeente en dat betreffende de volkshuisvesting over 1925.
De handwerkonderwijzeressen te Wapse, mejuffrouw M. Oost en te Wateren, mej. K.H. Akkerman werden wederom voor één jaar benoemd.
Het vermenigvuldigingscijfer voor de plaatselijke inkomstenbelasting werd vastgesteld op 2,5 (vorig jaar 2,3). De opbrengst van genoemde belasting wordt dan geraamd op f. 28000.
De verordening op den keuringsdienst van vee en vleesch werd gewijzigd in verband met de aansluiting van de gemeente bij de N.V. Thermo-Chemische fabrieken te Bergum.
Vastgesteld werd een nieuwe verordening op de logementen, herbergen, tapperijen, enzovoort.
Op het verzoek van de Bataafsche Import Maatschappij, bijkantoor Groningen, om in gemeentegrond bij den rijwielhandelaar Rolden te Diever een benzine-tank met automatisch werkende pomp te mogen plaatsen, werd goedgunstig beschikt en de vergunning tot wederopzeggens verleend.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan Klaassen is geboren op
 16 juni 1884 in Lheebroek en is overleden  op 28 maart 1956 in Wittelte. Hij is getrouwd op 4 mei 1907 met Annigje ten Brink. Zij is geboren op 24 april 1880 in Wittelte en is overleden op 18 juli 1935 in Wittelte. Jan Klaassen hertrouwde in 1936 (?) met Grietje ten Brink. Zij is geboren op 9 maart 1882 in Wittelte en is overleden  op 15 juli 1958 in Wittelte. Zij was een zuster van Annigje ten Brink.
In 1925 werd de N.V. Nederlandsche Thermo Chemische Fabrieken (NTF) te Amsterdam opgericht door José Vigeveno, mr. M. Kan en Karel Mozes. Het gelukte deze N.V. om in 1926 haar eerste fabriek in Bergum op te richten. De eerste destructor van dit bedrijf werd op 15 april 1926 geopend. Vanaf die tijd werden kadavers van vee, zoals koeien, varkens en paarden, vervoerd naar Bergum om daar vernietigd te worden. Veel Deeversen zullen zich onder meer de stinkende kadaverbak op ’t Kasteel herinneren.
De Bataafsche Import Maatschappij was de voorloper van Shell Nederland en is vernoemd naar het olierijke Batavië (Indonesië). Rijwielhandelaar Lambertus Rolden was met zijn bedrijfje gevestigd aan de brink in Deever, op de plaats waar nu café-restaurant-cafetaria ’t Keernpunt is gevestigd. Zie bijgaande foto (gepubliceerd met toestemming van de familie Rolden). Op de foto is Hendrik Jan Rolden, de zoon van Lambertus Rolden bij de benzinepomp te zien.

 

 

 

 

 

Posted in Bedrijf, Brink, Diever, Neringdoende, Topstuk, ut Kastiel | Leave a comment

N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus voor het hof

In de Heerenveensche Courier van 8 januari 1949 verscheen het volgende artikel over de berechting van de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus, die in het laatste deel van de Tweede Wereldoorlog burgemeester van de gemiente Deever was.

Bijzonder Gerechtshof Assen
De ex-burgemeester van Diever, Pier Obe (Obe) Posthumus voor het Hof.
De geestelijke vader van de beruchte bloedploeg.
De N.S.B. burgemeester van Diever was geen burgervader voor zijn ingezetenen. De nu 61-jarige Posthumus (vroeger reiziger in smeerolie en landbouwmachines), was in bezettingstijd blokleider en waarnemend groepsleider van de N.S.B.
Hij nam deel aan een burgemeesterscursus in Groningen; toen volgde de benoeming tot wethouder en loco-burgemeester van Haren en 2 april 1944 kwam zijn benoeming tot burgemeester van Diever af.
Verdachte haalde de landwacht in zijn gemeente, omdat de politie niet betrouwbaar was.
Dit was het begin van de beruchte bloedploeg, onder leiding van Sanner. Verdachte was kostganger van caféhouder Balsma te Diever en kon bijzonder goed met zijn kostbaas opschieten. Zo werden de te nemen maatregelen samen besproken.
De gevolgen waren niet best voor de burgerij. Zo werd door verdachte met medewerking van Balsma gearresteerd Brulsma (Bruursema), Druhla (Dinkla) en ds. M. Geertsema, van wie laatsgenoemde in Duitsland is omgekomen. Een dag tevoren was Zwanenburg gearresteerd.
Mensen die wegbleven van de O.T.-werken moesten het vooral ontgelden.
Uit de getuigenverklaringen blijkt, dat verdachte zich weinig bemoeide met gemeentezaken, maar veel aandacht besteedde aan de O.T.
Aan de leider van de distributiedienst werd opdracht gegeven om de stamkaarten van onderduikers in te houden.
Met medewerking van de beruchte Sanner en de commandant van de S.D. te Heerenveen Krombergen werden verschillende huiszoekingen verricht, rijwielen en potten en pannen gevorderd. Alles in het belang van de O.T.
Tot de arrestanten behoorden o.a. ook dr. van Nooten te Dwingelo en H. Poot te Diever.
De smid J. Kloeze te Wittelte werd een revolver op de borst gehouden, toen hij aanvankelijk weigerde om de woning van het hoofd der school te Wittelte, André, mee leeg te halen, nadat de landwacht hem gelast had deze open te breken.
Gevallen van ‘vordering’ zijn er vele. Een schandelijke feit voor verdachte was, dat hij in de hongerwinter de mensen uit het Westen, die in Diever kwamen om wat te halen, op straat aanhield en hen van de goederen beroofde, het meenam naar zijn kosthuis en daar het gestolene opmaakte.
Wachtmeester 1e klasse van de rijkspolitie Themming (Temmingh) is ook eens door de burgemeester gearresteerd toen hij weigerde zijn medewerking te verlenen om op één middag 30 fietsen te vorderen.
De president bepaalde het requisitoir en pleidooi op 20 januari a.s.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de tekst staat Brulsma, dit moet zijn Bruursema.
In de tekst staat Druhla, dit moet zijn Dinkla, huisdokter in Dwingel.
ds. M. Geertsema was dominee van de gereformeerde geloofsgemeente in Dwingel.
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse bouwmaatschappij tijdens het bestaan van nazi-Duitsland.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

Posted in Diever, N.S.B.'er, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

An de olde brink van Deever op 12 mei 1955

De maker van deze foto was zo slim om op 12 mei 1955, dus niet zo lang vóór het begin van de grote vernieling van de brink van Deever in de jaren 1955-1957, nog een foto te nemen. Een vernieling dit daarna tot op de dag van vandaag is doorgegaan. Let vooral op de rodondendronstruiken bee de braandkoele op de brink.
Dat deze foto vóór de restauratie van het kerkgebouw die in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente is gemaakt, dat is onder meer te zien aan de klok boven het galmgat in de gemeentelijke toren.
Tegenwoordig wordt dit kerkgebouw, dat nog steeds in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente te pas en vooral te onpas en onterecht en zonder respect voor de huidige gebruikers Sint Pancratiuskerk of Pancratiuskerk genoemd.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

Ut woor’nbook Dreinse streektoal’n stiet op ut internet

Eén van de onderwerpen die aandacht krijgen in ut Deevers Archief is het grootste immateriële erfgoed van de gemeente Deever, te weten de Deeverse streektaal. De redactie van ut Deevers Archief wil en zal waar mogelijk aandacht besteden aan de Deeverse streektaal en zo nu dan berichten in het Deevers publiceren.
Heel veel van de Deeverse streektaal is te vinden in het ‘Woordenboek van de Drentsche Dialecten’ van dr. Geert Hendrik Kocks.
In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 29 mei 2009 verscheen het navolgende bijzonder belangrijke bericht over het beschikbaar komen van de digitale versie van het onvoltooide ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’.

Drentsche dialecten op internet
Assen. Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ komt woensdag beschikbaar op internet. Dat gebeurt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het provinciehuis in Assen. De nieuwbakken commissaris van de koningin in Drenthe, Jacques Tichelaar, verricht de starthandeling.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’, het levenswerk van dr. Geert Kocks, was tot dusver alleen beschikbaar in de papieren versie. Kocks begon in 1969 al aan het woordenboek. In september van hetzelfde jaar begon Kocks met het opzetten van woordenboekgroepen in Sleen, waarna in 1973 uitbreiding naar heel Drenthe volgde. Uiteindelijk zouden 620 vrijwilligers afkomstig uit 88 plaatsen in Drenthe meewerken aan de totstandkoming van het woordenboek.
Een paar maanden voor zijn overlijden in 2003, gaf Kocks Siemon Reker en Jan Germs de ‘opdracht’ te blijven werken aan elektronische ontsluiting van het woordenboek.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is vanaf woensdag op drie manieren op internet te vinden: via de webstee van het Huus van de Toal, de webstee van de Rijksuniversiteit Groningen en via www.drentswoordenboek.nl.

Suggesties
De digitale versie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ biedt ongekende zoekmogelijkheden. Niet alleen Drentsche woorden zijn te vinden, maar men kan ook uitgebreid zoeken van het Nederlands naar het Drentsch, alle voorbeeldzinnen met een bepaald woord zijn in een fractie van een seconde te voorschijn te toveren en fout ingetikte woorden worden van suggesties voorzien om toch achter de juiste betekenis te kunnen komen. Ook kan men zoeken op delen van woorden, bijvoorbeeld op eindletters, waardoor het gebruikt kan worden als rijmwoordenboek.
De internetversie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is gemaakt door vijf studenten van de afdeling alfainformatica van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij voerden de digitalisering als stageopdracht uit.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialectenkan door de digitalisering eenvoudig up-to-date gehouden en uitgebreid worden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Aan het in 1996 op papier uitgegeven ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ hebben ook twee woordenboekgroepen uit de gemeente Deever meegewerkt.
De woordenboekgroep uit Deever bestond uit: Albertus Andreae, Lutina Andreae-Talen, Roelof Fransen, Fam. J. Hessels, J, Moes Hzn, en Hendrik Mulder Jzn.
De woordenboekgroep uit Wapse bestond uit: A. Barelds, A. Bennen, Roelof Remmelt Booy, Klaas Hessels, T. Santing-Veenhuis, H. Timmerman-Haveman, G. Veenhuis-Klaassen en K. Warnders.
Wie kan de redactie informeren over de ontbrekende voornamen ?
Merkwaardigerwijs was in Wittelte en in de streek Zorgvlied, Wateren en Oude Willem geen woordenboekgroep actief, toch wordt ook daar de streektaal gesproken. Voorwaar een grote tekortkoming in het onderzoek naar de Drentsche dialecten, in het bijzonder het onderzoek naar de dialecten van Zuid-West Drenthe.

Even in de webstee van het Huus van de Toal een test doen met het niet meer gebruikte en wellicht al vergeten Deeverse woord ophemmeln. Het woord ophemmeln komt inderdaad in het woordenboek voor. Bij dit woord is echter geen Deeverse voorbeeldzin vermeld. Zie de tweede afbeelding. Dan maar even de in die afbeelding weergegeven negen zinnen vertalen in het Deevers:
Wee’j zult de boel ies good ophemmeln.
De kaemer is nog neet opehemmeld.
Ie möt dat ee’m mooi ophemmeln.

Wee’j möt de törf ophemmeln.
De hof möt opehemmeld wödd’n,
De tuun mö’j in het veurjoar weer ophemmeln.
Now wi’k mee’j eerst wat ophemmeln.

De gröppe ophemmeln.
Ik moe de biest nog ophemmeln veur de keuring.

Suggestie
De tijd is al lang geleden aangebroken in elk van de dorpen en gehuchten van de gemeente Diever weer een woordenboekgroep aan het werk te zetten. Een mooie taak voor Deeverse dorpskrachten die zich betrokken voelen bij het behoud van de streektaal.

Abracadabra-459Abracadabra-460

 

Posted in Aarfgood, Deevers, Diever, Dorpskracht, Wapse | Leave a comment

Gemiente Deever liquideert zwembad ‘de Calthorne’

In de Leeuwarder Courant (Hoofdblad van Friesland) verscheen op 26 maart 1988 het volgende bericht over de liquidatie van het gemeentelijke zwembad ‘de Calthorne’ an de weg hen ut Aachterse Kalter’n bee Deever.

Gemeente Diever stoot ‘de Calthorne’ af
Diever wil ook subtropisch zwembad 

Diever. Ook Diever krijgt waarschijnlijk een subtropisch zwembad. Plannen van het gemeentebestuur om het zwembad ‘de Calthorne’ daartoe te bestemmen zijn in een vergevorderd stadium. De gemeente wil het bad echter niet zelf verbouwen en exploiteren, maar dit op de korte termijn overdragen aan een groep particuliere ondernemers, die daartoe een BV willen oprichten.
De gemeenteraad wordt binnenkort gevraagd toestemming te verlenen voor de transactie die de gemeente volgens burgemeester en wethouders ‘een belangrijke toeristische attractie’ rijker maakt en haar bovendien een besparing van ruim f. 100.000 per jaar oplevert.
Het gemeentebestuur heeft contact met de ondernemers gezocht, omdat de exploitatie van het bad de gemeente al jaren een omvangrijk tekort oplevert, dat op meer dan twee ton per jaar wordt geraamd. Dit ondanks het feit dat de boekwaarde van het complex vorig jaar december tot f. 1 werd teruggebracht.
De ondernemersgroep heeft ook het gemeentelijke openluchtbad in Zuidhorn overgenomen, dat tot een overdekte accommodatie wordt omgebouwd.
Om het zwembad te kunnen exploiteren hebben de toekomstige eigenaars als voorwaarde gesteld dat de gemeente het bad voor één gulden aan de BV verkoopt en bovendien een bijdrage ineens van f. 825.000, alsmede een renteloze lening van f. 250.000 verleent. De lening moet vanaf het tweede jaar in zeven jaar worden afgelost.
Om de gelegenheid tot zwemmen voor de eigen bewoners in de toekomst veilig te stellen, laat het gemeentebestuur in de notariële acte een kettingbeding opnemen, waarin omtrent de hoogte van de toegangsprijzen, de openstelling van het complex en de mogelijkheden voor schoolzwemmen voorwaarden worden gesteld.
Omdat de gemeente veel geld in de BV zal steken, zal zij voorstellen de burgemeester tot commissaris te benoemen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Dat was wel een ‘erg boerenslimme’, maar wel erg dure manoeuvre van de heren van het voorkant van het gelijk om het zwembad ‘de Calthorne’ met een negatieve opbrengst als gemeentelijke voorziening te liquideren.
De heren ondernemers werden voor één gulden (ongeveer de waarde van twee appels en twee eier) eigenaren van een zwembad –
let op de waardevolle grote met huizen bebouwbare oppervlakte van het zwembadterrein- en kregen bovendien een bruidschat van f 825.000 mee. Daarmee zal het ondernemersrisico van de B.V. voor de bouw van het subtropische zwembad wel bijna helemaal afgekocht zijn geweest, misschien heeft de B.V. wel geld overgehouden van deze bruidschat. Heeft de voorkant van het gelijk voor die bruidschat van f. 825.000 een lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten moeten sluiten ?
De bewoners van de gemiente Deever liepen met het verstrekken van een renteloze lening (moest de gemeente het geld voor de renteloze lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten tegen rente lenen ?) aan de B.V. wel een stevig risico, want hoe zouden de bewoners van de gemiente Deever hun geld terug krijgen als de heren van de B.V. het ‘subtropische zwembad’ binnen een jaar of een iets langere periode failliet zou laten gaan ?
De redactie zou graag willen weten wanneer de afgebeelde luchtfoto van het gemeentelijke zwembad ‘de Colthorne’  is gemaakt. De foto moet vóór 1988 zijn gemaakt, maar wanneer ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief het weet, die wordt vriendelijk verzocht het aan de redactie te melden.
De redactie is op zoek naar foto’s van dit gemeentelijke zwembad. Wie kan en wil een digitale kopie van zijn foto’s van dit zwembad voor publicatie in ut Deevers Archief ter beschikking stellen ?

 

Posted in Diever, Zwembad De Calthorne | Leave a comment

Ansichtkoate van de Peperstroate in Deever

Arend Mulder schrijft bij dezelfde foto op bladzijde 116 van zijn boekje met de pretentieuze titel ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ het volgende:
Ook dit beeld hoort tot het verleden. Het blijft een gissen waaraan de Peperstraat zijn naam te danken heeft. Werd hij zo genoemd, omdat dit de enige straat in Diever was, die van veldkeien was gelegd ?
Achtereenvolgens woonden hier in het eerste huis: varkenshandelaar Marines Bel, in het tweede huis: kapper Albert Vierhoven, in het derde huis: gemeente-arbeider Hendrik Beuving, in het vierde huis: boer Hendrik Punt, in het vijfde huis: boer Koop Reinders. Met op de achtergrond de schuur van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het erfgoedpand van kapper Albert Vierhoven, het erfgoedpand van gemeente-arbeider Hendrik Beuving en het erfgoedpand van Koop Reinders sneuvelden als gevolg van de naoorlogse sloopwoede van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen. Als deze panden en de bestrating van veldkeitjes niet gesloopt maar gerenoveerd zouden zijn, dan zou de Peperstraat ongetwijfeld een beschermde straat zijn geworden.
Deze zwart-wit ansichtkaart werd in 1948 verstuurd. De redactie weet niet wie deze ansichtkaart heeft uitgegeven en welke neringdoende in Deever deze kaart heeft verkocht.
Let vooral ook op de toen nog bovengrondse elektriciteitsvoorziening.
Let vooral ook op de prachtige bestrating met veldkeitjes.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Diever, Jan Cornelis Meiboom, Klaas Marcus Balsma, Peperstraat, Verdwenen object | Leave a comment

De Deeverse voetbal wödde opericht in de oorlog

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van dinsdag 8 juli 1941, nota bene ten tijde van het tweede oorlogsjaar van de Tweede Wereldoorlog, verscheen het hier afgebeelde bericht over de oprichting van de Voetbalvereniging Diever, heden ten dage de Voetbalvereniging Diever/Wapse.

Diever, 5 juli. Vrijdagavond werd in café Slagter een voetbalvereeniging opgericht. Als voorzitter werd gekozen de heer W.H. Stroop, hoofd der openbare lagere school alhier. Het bestuur werd als volgt gefomuleerd: de heer G. Klasen, secretaris, de heer Alb. Strik, penningmeester, de heeren Js. Bentum en M. Tigelaar, leden. Tot leden der elftalcommissie werden gekezoen de heeren J. Kamp en J. Mulder Jzn. Sr., terwijl in deze commissie bovendien een door het bestuur aan te wijzen bestuurslid zitting zal nemen. Burgemeester Meiboom accepteerde met eenige toepasselijke woorden het hem aangeboden eerevoorzitterschap. De contributie werd bepaald op f. 5,- per persoon per jaar voor leden van 16 jaar en ouder.
Het ligt in de bedoeling ook personen beneden 16 jaar als lid toe te laten tegen een nader vast te stellen contributie.
Aangaande het terrein werd een blik geslagen op het in de toekomst aan te leggen sportterrein bij de te stichten nieuwe openabare lagere school. Ter voorziening in de hiervóór liggende periode, zal het bestuur een geschikt terrein uitzoeken.
Besloten werd tot de Noord-Centrale Voetbalbond toe te treden. De vereeniging werd gedoopt met de naam: ‘Voetbalvereeniging Diever’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief besteedt graag aandacht aan het sportleven in de gemiente Deever. Daarom mag het geschiedkundig waardevolle bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van dinsdag 8 juli 1941, dat gewag maakt van de oprichting van Voetbalvereeniging Diever, uiteraard niet in ut Deevers Archief ontbreken.
Het zij zijdelings en helemaal links in de linker marge opgemerkt dat de redactie vanuit zijn jeugd in de vroege vijftiger jaren van de vorige eeuw weet dat de Olde Möppeler (Meppeler Courant) in elk geval toen niet meer op dinsdag, maar wel op maandag, woensdag en vrijdag verscheen, dat is heden ten dage nog steeds zo.
De krant verscheen op dinsdag 8 juli 1941, dus de Voetbalvereeniging Diever is op vrijdag 4 juli 1941 opgericht. Spelers van de liefhebberclubjes N.O.A.D. (Niet Ophouden Altijd Doorgaan), S.H.E.L.L. (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) en K.M.D. (Klein Maar Dapper) uit Diever, Wittelte en Dieverbrug gingen vanaf die datum voetballen bij Voetbalvereniging Diever. De voetballers uit het eenkennige Wapse werden uiteraard geen lid van de Deeverse voetbal.
Elke rechtgeaarde oprechte ondersteuner van Voetbalvereniging Diever heeft vanzelfsprekend een kostbaar puntvaantje van de vereniging van vóór de krimpfusie met Voetbalvereniging Wapse – zie bijgaande afbeelding – boven zijn bed of in het toilet aan de muur hangen.
W.H. Stroop is Willem Hendrik Stroop, bovenmeester van de openbare lagere school an de Heufdstroate in Deever. Hij is geboren op 31 mei 1905 in Idzard in Friesland. Hij is overleden op 16 januari 1981 in Borne in Overijssel.
G. Klasen is Goosem Klasen. Hij is geboren op 3 maart 1921 in Deever. Hij is overleden op 28 januari 2001 in Sneek.
Alb. Strik is Albert Strik. Hij is geboren op 1 maart 1894 in Buinerveen
Js. Bentum is Jans Bentum. Hij is geboren op 16 december 1905 in Dwingel en is overleden op 6 september 1974 in Deever.
M. Tigelaar is Marinus Henderikus Tigelaar. Hij is geboren op 3 november 1908 in Coevorden.
J. Kamp is Jochem Kamp. Jochem Kamp is geboren op 3 augustus 1904 in Steenwijk.
J. Mulder Jzn. is Jan Mulder
Burgemeester Meiboom is Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd). Hij is geboren op 9 april 1910 in Oldemarkt. Hij is overleden op 11 februari 1982 in Bilthoven.
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens over de hiervoor genoemde personen ?
In ut Deeverse Blattie (Van Goor’s Blattie) verscheen op 19 december 2007 mede ter gelegenheid van de presentatie van het onvolprezen boek met de officiële naam ‘Voetbalvereniging Diever vijfenzestig jaar – De geschiedenis van de sport- en supportersvereniging’ de hier afgebeelde ‘uitnodiging’. Het bijzonder zeer populaire boek is nog steeds verkrijgbaar bij de heemkundige vereniging uut Deever. Elke rechtgeaarde oprechte ondersteuner van heden ten dage Voetbalvereniging Diever/Wapse heeft vanzelfsprekend een exemplaar van dit kostelijke boek over de vereniging van vóór de krimpfusie met Voetbalvereniging Wapse in zijn boekenkast of op het nachtkastje liggen.

Posted in Diever, Sport, Voetbal | Leave a comment

Ansichtkoate van de Schoapsdrift op Baark’nheuvel

Een schaapsdrift is een weg waarlangs een schaapsherder zijn kudde schapen dreef van een dorp naar het open veld en van het open veld naar het dorp. De kudde zelf wordt ook wel de drift genoemd.
In dorpen met een boerenverleden herinneren namen van wegen nog aan deze schaapsdriften. Een weg met de naam Schaapsdrift is onder vele andere te vinden in Vledder, Hoog Buurlo, Zevenaar, Arnhem, Woater’n, Deever, Dwingel, Doorwerth, Beek, De Bilt en Wageningen.
Deze driften zijn helaas verharde wegen geworden. Zo ook de Westerdrift in Deever. Zo ook de Bosweg in Deever.
Zeldzamer zijn schaapsdriften die zandweg zijn gebleven. Zoals bijvoorbeeld de schaapsdriften in de vroegere woeste gronden van de boermarke van Deever. Zie de bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van een kronkelende schaapsdrift op Berkenheuvel. De foto voor deze kaart is gemaakt in de zestiger jaren van de vorige eeuw.
De erg rechte Schaapsdrift op Woater’n is helaas wel een klinkerweg geworden, zie de kleurenfoto, die de redactie van ut Deevers Archief in 2015 is gemaakt. Was deze weg in het verleden eigenlijk wel een schaapsdrift ?

Abracadabra-418Abracadabra-419

Posted in Ansichtkaart, Boermarke, Boermarke van Diever, Bosgezicht, Diever, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

N.A.D.’ers rooit ièpels op de Noorderesch

Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Gowe, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst gestuurd.
De arbeidsmannen van het N.A.D.-kamp an de Gowe werkten bij de ontginning van woeste gronden, maar deden ook boerenwerk.
Op deze foto, die in het najaar van 1942 is gemaakt, is te zien hoe een groepje N.A.D.-arbeidsmannen bezig is met het rooien van aardappelen op de Noorderesch van Deever.
De redactie zou graag willen weten welke boer eigenaar was van deze aardappelakker.
Of dit groepje N.A.D.-arbeidsmannen bewaakt werd door een landwachter uut de gemiente Deever valt helaas niet uit de foto af te leiden.
Wel is bekend dat een zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse elke dag in sien grüne pakkie mit ’t jachtgeweer op de nekke hen de kaamp an de Gowe gung.

Reactie van Wiert van der Veen van 19 juni 2017
Mijn moeder Jantje Haanstra is geboren in 1923, of op Leggele of op Bottervene, Zij was een dochter van Harm Haanstra en Hendrikje Hogenkamp.
Ze heeft mij wel verteld dat ze in een bepaalde periode in de de Tweede Wereldoorlog aardappelen moest schillen voor de bezetters in een kamp. Het komt mij nu voor dat dit het N.A.D. kamp geweest moet zijn geweest.
Frappant is wel dat ik enige jaren geleden werkzaam ben geweest in de beveiliging van dat kamp, toen was het een asielzoekerscentrum.
Als iemand kan bevestigen of vrouwen daar inderdaad in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet voor het schillen van aardappelen, dan is weer een stukje in onze familiegeschiedenis gereed !

Posted in Diever, Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Noorderesch, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Schultehuis: conserveeren in plaats van restaureeren

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het Schultehuis aan de brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten verminken. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. En waarom moest de Schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis ? Het voorhuis dat nu Schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

Posted in Brink, Diever, Rijksmonument, Schultehuis | Leave a comment

De kerk aan de brink van Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van het kerkgebouw aan de brink van Deever zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de heemkundige vereniging uut Deever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de plaatselijke heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekening, Topstuk | Leave a comment

Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, zunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aebel Wiekstroa, die Aebel Allen (zien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en zien oomzegger Geert Dekker.
Zee woond’n in ’n boerdereegie op ’t Bultie. Het is al mièr as veertug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vurzorgd deur Hillechien, un zuster van Geert. Hillechien was niet staark, vaeke zeek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkeluder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke op de Brink. Doe hee dit veertig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Een hok under de toor’n was het underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As er iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaeg’n. Doe in 1912 de liekwaegenverieneging wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daorveur wödde ’n boer’nwaegen gebruukt, woarop de kiste wödde ezet op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haelde Geert neet allennig uut ‘t staarfhuus in dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grunning, as doar iene uut ’t dörp was overleed’n. Dizze reizen, vaeke dagreizen, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aebel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaeke mit hum mit. Ome Aebel overleed in 1930, 93 joar old. Een paer joar laeter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de Hervormde kaarke. Zowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wödde. Elke zundagmörn um neeg’n ure en an ’t begun van de dienst bengelde hee de klokke. Het is bekend dat hee nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien staarke gestel.
Noa een köt ziekbedde oaverleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaekt an de ofdieling van ’t Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. Zee verkocht’n ’t huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um ‘t te sloop’m. Een ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 in Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Abel Allen genoemd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Geert Dekker overleed op 5 maart 1963 in Möppel. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra.
Hilligje Dekker werd geboren te Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen rücksichtslos al het oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit ut olde Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristen-industrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Boerderij, Brink, Bultie, Deevers, Diever, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Keuterij | Leave a comment

Winternoamedag op ’t Kastiel in jannewoari 1979

Wijlen U.L.O-meester Henk van de Bos, niet geboren, maar wel een leven lang getogen in Deever, heeft deze foto van de boerderij van Klaas Fledderus op ut Kastiel in Deever gemaakt bij het vallen van de avond in de sneeuwrijke winter van 1978 op 1979. Tussen de bomen is Klaas Fledderus te zien. Achter de boerderij van Klaas Fledderus is zichtbaar het boerderijtje, waarin de gezusters Janna (Jannoa) en Roelofje (Roefie) van Ankorven woonden. Wat een fraaie en stemmige foto.

Posted in Alle Deeversen, Boerderij, Diever, ut Kastiel | Leave a comment

Bee’j de scheerboas in Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in ut Deevers Archief. Bijgaande drie korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd in Opraekelen 03/4 (december 2003).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden grappige herinneringen en voorvallen (annekedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten.
Hij begon in 1956 als leerling-kapper in de zaak van Geert Vierhoven an de Heufdstroate (tegenover de Wiba) in Deever. In de tijd dat hij leerling was, ging hij ’s maandagmiddags naar de vakschool in Groningen. Hij was tot in 1962 in dienst van Geert Vierhoven, toen nam Lammert de herenkapsalon van Geert over. Geert heeft toen nog een paar jaar bij Lammert gewerkt.
In 1965 begon Lammert zijn dames- en herenkapsalon in de voormalige Boerenleenbank an de Heufdstroate in Deever. In december 1991 heeft hij zijn zaak verkocht aan Wemmenhove, waarna hij naar Zuidwolde is verhuisd.
In sommige van zijn korte verhaaltjes worden om voor de hand liggende redenen geen namen van personen genoemd, maar misschien herkent iemand zichzelf of iemand uit zijn of haar familie.
In sommige verhaaltjes worden wel namen genoemd, maar dan gaat het om dorpsfiguren, zoals Geert Dekker, Harm Hessels, de gebroeders Mulder (Gaarke Bakker’s jongen) of Jans (Jansie) Grit.
Als lezers zich ook mooie of leuke voorvallen in de kapsalon herinneren, dan vernemen wij die graag! De redactie zoekt ook foto’s van het interieur van de zaak !

Over kauwers van sigarentabak
Wij hadden klanten die tabak pruimden, we hadden ook klanten die op sigarentabak kauwden. We verkochten aan onze klanten ook sigaren per stuk (losse sigaren). Als in een doos een kapotte sigaar zat, dan verkochten we die aan een kauwer van sigarentabak. Die klanten keken zelf of in de dozen kapotte sigaren zaten.
Er was op een gegeven moment één bepaalde klant, die altijd kapotte sigaren vond. Bij andere klanten was dat veel minder het geval. Toen we bij hem iets scherper opletten, bleek ons dat zo gauw hij een doos open deed, hij dan met zijn duim op de sigaren drukte. Zo ‘vond’ hij steeds één of twee beschadigde of kapotte sigaren, die hij dan voor weinig geld kon kopen. Toen hebben we zelf maar weer de controle van de dozen ter hand genomen.

Over het in model knippen van haar
Op een keer kwam een jonge klant binnen met in zijn hand een briefje, waarop de instructie stond hoe hij moest worden geknipt. De moeder had het duidelijk opgeschreven. Er stond: “Gaarne model zo laten, recht van voor, schuin af, van achteren aflopend op.” Ze moet gedacht hebben dat het zo voor ons wel duidelijk zou zijn.
Ik begreep de tekst toch niet helemaal. Harm Hessels kwam juist de zaak binnen en ik vroeg hem om advies. Harm was bekend in Deever als fotograaf en adviseur. Harm las het briefje en zei: “Wat hier staat is mij volkomen duidelijk, maar ik kan niet knippen.”

Over het knippen van kinderen op woensdagmiddag
We knipten in onze kapsalon op woensdagmiddag kinderen voor een gereduceerde prijs. De reden daarvan was dat de kinderen op woensdagmiddag vrij van school hadden. Zodoende hadden we minder kinderen op andere dagen te knippen.
Op een woensdagmiddag voor de kerstdagen was het ontzettend druk. Er zaten en stonden wel tweeëntwintig kinderen te wachten op hun beurt. Geert en ik deden wie het snelste de kinderen kon knippen. We werkten razendsnel en pakten zelf de kinderen op en zetten deze in de stoel.
Ik pakte een jongen op, zette hem in de kinderstoel, sloeg hem het kaplaken om, knipte hem, deed hem het kaplaken af en zette hem weer op grond. Toen keek hij mij verwonderd aan en zei: “Ik moest niet geknipt worden, maar ik moet sigaretten hebben voor mijn vader.” Deze zaak is gelukkig zonder problemen opgelost en werd hij toch nog een betalende klant voor ons.

Tekst bij de foto van Geert Vierhoven
Geert Vierhoven is geboren op 3 oktober 1902 in Deever en is overleden op 14 augustus 1985 in Deever. Hij had van 1945 tot 1962 een kapperszaak an de Heufdstroate in Deever. De herenkapsalon werd overgenomen door Lammert Joustra. Dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels is de maker van de foto van Geert Vierhoven.

Tekst bij de afbeelding van een deel van een bladzijde van het ‘opschrijfboek’
Een detail van een bladzijde uit het ‘opschrijfboek’ van de kapsalon; schulden van klanten werden vaak ‘opgeschreven’. In het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kostte een pakje North State sigaretten f. 1,40, een pakje Stuyvesant sigaretten f. 1,50 en een doos Hofnar sigaren f. 2,80. Als de schulden waren afbetaald, dan werd een streep door de betreffende schuld gehaald. (document uit de verzameling van Lammert Joustra, Zuidwolde)

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguur, Harm Hessels, Hoofdstraat, Neringdoende, Opraekelen | Leave a comment

Woap’m van Deever an ’t tolhuussie an de Bosweg

Het direct na de Tweede Wereldoorlog bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven ‘grensstenen’.
Zo hangt een kennelijk goed onderhouden exemplaar, die voor het ontstaan van de gemeente Westenveld op 1 januari 1998 ergens op de gemeentegrens langs een weg stond, aan een muur van ut vroggere tolhuussie an de Bosweg 10 in Deever. Door het ronde raampje kon de (vrouw van de) tolgaarder het aankomende verkeer op de Bosweg uit de richting van Woater’n in de gaten houden.
Gegevens over het wapen van de gemiente Deever zijn te vinden in het Nederlandse deel van de webstee van Heraldry of the World (Internationale Overheidsheraldiek). De in die webstee opgenomen verklaring bij het wapen van Deever bevat helaas enige geschiedkundige onjuistheden.

Posted in Bosweg, Diever, Gemiente Deever, Tol, Woap'm van Deever | Leave a comment

Rijwielhandel van Lambert Rolden aan de Brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand aan de brink van Deever bouwen. In het aan de brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van caféhouder Klaas Marcus Balsma, die ook aan de brink van Deever woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan Rolden. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het pand aan de brink op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Bedrijf, Brink, Diever | Leave a comment

Ut Rabobankjebankje op de kaarkhof bee de brink

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op afbeelding 1 staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het duurzame houten dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank, Rabobankjebank, Rabobankbankje of Rabobankjebankje ? De redactie houdt het vooralsnog op Rabobankjebankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld het Rabobankbankje heeft gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankjebankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
Een andere grote vraag is of het Rabobankjebankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van een tekening van De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Herbestratingsgelijk Van De Gemeente Westenveld min of meer bij benadering schier voorlopig echt wel definitief vastgestelde virtuele ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankjebankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend.
Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- tevens lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de De Lagere Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Herbestratingsgelijk Van De Gemeente Westenveld mocht meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de hoek van de Peperstraat en de zo genoemde Kerkstraat op maandag 8 juni 2020 gemaakt. Het Rabobankjebankje was op die dag al gesloopt
. Het zitbankje is -zoals voorspelbaar was- gesneuveld in het grote Deeverse herbestratingsgeweld met de snorkende naam ‘Deever op Drift’. Het geplande zitbankje tegenover de luxe brood- en banketbakkerij aan de Peperstraat is niet geplaatst, die was blijkbaar slechts virtueel gepland.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van een snorkerig, derkerig, superluxe, superduur, onduurzaam, toekomstonbestendig en milieuonvriendelijk geverfd metalen zitbankje van het type Ikarus van Gardelux b.v. voorzien van het starre, gortdroge, saaie beeldmerk van Deever op de gemeentelijke kaarkhof bee de brink van Deever op maandag 8 juni 2020 gemaakt, zie afbeelding 5. Aan het gemeentelijke zitbankje is een messing plaatje met inscriptie bevestigd. De inscriptie luidt: ‘Aangeboden door de Rabobank’. Aangeboden door de Rabobank ??
De grote vraag is natuurlijk of De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld het hebben aangedurfd de rekening voor het aanschaffen en plaatsen van het nieuwe metalen onduurzame Rabobankjebankje neer te leggen bij de directievoorzitter van Rabobank Zuid-West-Drenthe of dat ter vervanging van het vernielde duurzame houten Rabobankjebankje het onduurzame metalen zitbankje op kosten van de belastingbetalende burger is geplaatst ?
Op afbeelding 5 is te zien dat de poten van het zitbankje al helemaal zijn vervuild. Van welke Deeverse vereniging zullen de zeer gewaardeerde vrijwilligers worden opgezadeld met het zo nu en dan schoonmaken van alle metalen zitbankjes van het type Ikarus van Gardelux b.v. in de openbare ruimte van Deever ? Een vereniging die zijn bijeenkomsten na de sloop van ut Dingspilhuus eind 2019 liever ergens anders dan in het Koude Hart van Deever houdt ?   

Afbeelding 1: Foto van het Rabobankjebankje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 2017
Afbeelding 2: De situatie bij het Rabobankjebankje op 4 november 2017 

Afbeelding 3: Ontwerp- en bouwtekening van het herbestratingswerk met de naam Deever op Drift
Afbeelding 4: Het Rabobankjebankje was op maandag 20 juni 2020 niet meer aanwezig

Afbeelding 5: Op een bankje op de hof van de kaarke zit een plaatje met de tekst: Aangeboden door de Rabobank

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag meegenieten van nieuwe aanwinsten in zijn verzameling objecten uut de gemiente Deever. Eén daarvan is bijgaand afgebeelde zwart-dwit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. 

Uit de mond van wijlen Anne Mulder schreef de redactie van ut Deevers Archief het volgende op over het hoekhuis an de Peperstroate in Deever:
Omstreeks 1932 werd het hoekhuis an de Peperstroate bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de Coöperatieve Verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Deever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman. Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis an de Peperstroate.

Roelof Santing herinnert zich het volgende van de mensen die in zijn jeugd in dit huis woonden:
Voordat Aaltje Koning-Haveman bewoonster van het huis aan de Peperstraat werd, woonde daar haar broer Frederik Haveman. Op het dorp stond hij bekend als Freerk Punt of Freerk Puntien. In mijn herinnering was dit een markante persoonlijkheid, al kwam dit niet tot uitdrukking in zijn figuur. Gezeten op de steen, zoals die is te zien op de afbeelding, gaf hij in de dertiger jaren van de vorige eeuw zijn visie op de politieke toestand van die tijd, waarbij hij het uit het Oosten dreigende gevaar zeer wel onderkende.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Frederik (Freerk) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is  overleden op 28 december 1953 in Meppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In het begin van de twintigste eeuw woonden in het zichtbare pand schoenmaker Berend Slagter met zijn vrouw Femmigje Mulder.
De foto voor de zwart-wit ansichtkaart is in 1964 of 1965 gemaakt. Dat is een paar jaar nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) van de gemiente Deever in 1956, 1957 of 1958 (?) alvast het achterste deel van het pand liet afbreken in het kader van de zo genoemde krotopruiming.
Het achterste deel is bewoond geweest door bakker Jonkman, kapper Jan de Boer en de familie Hendrik Baaiman. De familie Baaiman werd eerst naar een woning aan de Wapserveenseweg in Wittelte verbannen, waarna het achterste deel kon worden gesloopt.
Ome Kees had grootse -ja bijna megalomanistische- plannen met de dorpskern. Vele prachtige en beeldbepalende cultuurhistorisch waardevolle ‘olde kouw’n’ in het warme hart van het dorp Deever pasten niet in zijn plannen en moesten daarom bij voorbaat al worden gesloopt. Volop en niet te weinig.
De gemiente Deever, onder leiding van ome Kees, werd gelukkig op tijd een zogenaamde artikel 12-gemeente, zodat niet het hele warme hart van Deever vernield en gesloopt is geworden, maar waren wel de mooiste en oudste panden verdwenen.
Bij de sloop van het achterste deel van het pand ontstonden gaten in de tussenmuur, die toen buitenmuur van de achtergevel van het op de afbeelding zichtbare pand van de weduwe Koning was geworden. Van oude stenen werd een muur tegen de kapotte achtergevel gemetseld. Het rieten dak werd gesloten met een wolfseind.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940, overleden op 24 oktober 2000) kocht op 14 oktober 1966 de ‘olde kouwe’ voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
De redactie merkt op dat in het bovenlicht van de voordeur van het pand geen levensboom aanwezig is.
Wie van de nog erg weinige sprekers van ut Deevers weet nog de betekenis van het niet meer gangbare woord ‘kouwe’ ? Bijvoorbeeld in de zin: See haad’n ut gloep’ms kolt in de olde kouwe. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid te reageren ?  

Abracadabra-1214

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Diever, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

Ut winkeltie van Batta en Lammegie Bolding

Lammigje Bolding stuurde de hier afgebeelde fraaie ansichtkaart in 1928 naar mejuffrouw B. Westrik, Hennegouwerlaan 72 in Rotterdam. Ze schreef met de inktpen in een mooi dun handschrift, maar maakte daarbij wel een schrijffoutje, want Hennegouwerlaan is Henegouwerlaan. Het zij haar alsnog vergeven, want dankzij haar is wel een erg mooie kaart verstuurd en dankzij de ontvangster (?) bewaard gebleven.
Blijkbaar was het sturen van een kaart met alleen de naam van de afzender en zonder enige tekst voldoende voor het geven van een teken van leven en een teken van belangstelling.
Wie heeft gegevens van mejuffrouw B. Westrik ?
De maker van de foto’s voor deze ansichtkaart en de uitgever van deze ansichtkaart is fotograaf W. Hartmann, Gasthuisstraat 36 te Steenwijk.
Lammigje Bolding (op 26 april 1881 in Deever geboren en op 30 augustus 1957 in Deever overleden, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) was een zuster van Alberta (die in de volksmond Batta werd genoemd) Bolding (op 8 december 1873 in Deever geboren en op 23 oktober 1963 in Deever overleden, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever). 
De halfzusters Bolding woonden in de Hoofdstraat tegenover schoenmaker Mulder en hadden daar tot zeker in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een winkeltje. Wie herinnert zich de grote stopflessen met snoep op de toonbank ? Ook verkochten ze zoethout. De redactie verzoekt hierbij om reacties van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief, die het winkeltje van de halfzusters Bolding hebben gekend. Wat verkochten de halfzusters Bolding ?
Het ‘oude’ -op de ansichtkaart zichtbare- gemeentehuis an de brink in Deever (een gemeentehuis in Drenthe hoort aan de brink te staan) was eerder de openbare lagere school en nog eerder een boerderij. De boerderij werd verbouwd tot lagere school en de lagere school werd steeds een beetje meer verbouwd tot gemeentehuis. Zo ging dat vrogger in de gemiente Deever.
Tussen het oude gemeentehuis en het boerencafé van Jan Barelds is een stukje van de Hoofdstraat te zien, met aan het einde ook de voorgevel van het winkeltje van Batta en Lammegie Bolding; dat zal de reden zijn geweest waarom Lammegie deze kaart heeft verzonden naar Rotterdam.
Alberta Bolding was een dochter van winkelier (koopman) Jan Geerts Bolding en Annigje Faber. Jan Geerts Bolding trouwde op 4 oktober 1871 op 47-jarige leeftijd met de 32-jarige Annigje Faber. Jan Geerts Bolding overleed op 3 december 1875. Annigje Faber hertrouwde op 16 maart 1877 met Heime Bolding. Lammigje Bolding was een dochter van Heime Bolding en Annigje Faber. Heime Bolding was een broer van Jan Geerts Bolding.
De naam van Jan Geerts Bolding komt voor in een reclame voor Stollwerck’sche borstbonbons in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 4 januari 1868; zie de bijgevoegde afbeelding. Borstbonbons waren een probaat huismiddel tegen hoest, heesheid en verkoudheid. Wellicht is Jan Geerts Bolding de eerste neringdoende in het dorp Deever, wiens naam in een reclameboodschap in een krant is genoemd.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Café Barelds, Diever, Gemeentehuis, Mastenveldje, Neringdoende, Studentenkamp | Leave a comment

Deever – Wied kiek’n hen alle kaant’n

Deze zwart-wit ansichtkaart werd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht door de Firma Brugging (Jan Brogg’n, de Wiba), Luxe- en Huishoudelijke artikelen an de Heufdstroate in Deever.
De U.L.O.-skoele van ome Piet Zijlstra is nog in aanbouw of bijna afgebouwd, dat is niet duidelijk te zien.
De Westeresch is gelukkig nog niet volgebouwd.
Het huis met praktijkruimte van huisdokter Ludolf Dirk Broekema moet nog worden gebouwd.
Wel is daar in de buurt de woning van Mans Nijzingh (?) te zien.
Korenmolen ‘de Vlijt’ staat nog mooi op de ruumte.
Op de achtergrond is in het midden de Noorderesch te zien en is rechts boven de Heezeresch te zien.
Op dit wijdse uitzicht naar alle kanten is ook fraai te zien dat de Kloosterstroate de slingerende organisch ontstane loop van het oude zandpad met de naam ’t Bultie volgt.
De gemeentelijke huurwoningen die zichtbaar zijn aan de rechterkant van de Kloosterstroate, die staan op ’t Bultie.
Het Groene Kruisgebouw staat ongeveer onder aan ut Bultie.

Posted in Ansichtkaart, Diever, Heezenesch, Luchtfoto, Noorderesch, Westeresch | Leave a comment

De botterfubriek bestön 40 joar op 30 mièt 1939

 In het Nieuwsblad van Friesland verscheen op 31 maart 1939 het volgende artikel over het 40-jarig jubileum van de Coöperatieve Zuivelfabriek aan het Moleneinde in Diever.

40-jarig jubileum Coöperatieve Zuivelfabriek Diever
Diever, 30 maart.
Gisteren was het 40 jaar geleden, dat alhier werd opgericht de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’ te Diever. Dit feit is op grootsche wijze herdacht. De gansche bevolking van het dorp leefde met deze herdenking mede. Van tal van huizen wapperde de Nederlandsche driekleur.
De feestelijkheid begon reeds des middags, toen in de fabriek een gedenksteen onthuld werd, aangeboden door directeur en personeel der fabriek. Deze gedenksteen is met een toepasselijk woord door den directeur, den heer J. Andree, aan het bestuur aangeboden en bevat de namen van de leden van het bestuur en de raad van commissarissen.
In den loop van den middag werd in het café Slagter een openbare bestuursvergadering gehouden. Hier bestond tevens gelegenheid tot feliciteeren, waarvan door verschillende personen gebruik werd gemaakt.
Het eigenlijke feest vond echter ’s avonds plaats.
Niet minder dan 19 prachtige bloemstukken waren aangeboden.
De voorzitter, de heer J. Seinen, heette de leden en gasten welkom en in het bijzonder den Burgemeester en mevrouw van Os, wiens vader de oprichter van deze Coöperatie is geweest; den heer J.H. Bentum, oud-directeur; de oud-bestuursleden H.L. Barelds en G. Meijering; de nog in leven zijnde eerste leden, de heeren B. de Ruiter, J. Bult, J. de Ruiter, C. Andree, J. Bennen, en K. Bennen; de eerste draaier J. Jonkers; de bestuursleden van de N.C.Z., de heeren Van Leusen, te Frederiksoord en Lettinga te Amsterdam; het bestuur van de D.B.K.; de besturen van de Boerenleenbank te Diever; de Coöperatie ‘Samenwerking’ te Diever, de V.V.V. te Diever; het comité Zonnedag Ouden van Dagen Diever; de kantoorhouder der posterijen te Diever; bestuursleden en directeuren van omliggende fabrieken.
De directeur, de heer J. Andree, gaf vervolgens een historisch overzicht, waarna het muziekcorps ‘Excelsior’ ’n serenade bracht.
Verschillende sprekers voerden daarna het woord. Burgemeester H.G. van Os bood namens het gemeentebestuur van Diever de gelukwenschen aan. De boterfabriek neemt een belangrijke plaats in. We kunnen ons er niet zonder denken. Het begint reeds als ’s morgens de emmers op ’t plaveisel komen; ’s middags weer als de sirene de tijd aangeeft en tenslotte bij den maaltijd, wanneer we de kostelijke producten nuttigen. We zijn blij met de fabriek, aldus spreker. Spreker eindigt met de wensch, dat de volgende 10 jaren zich zoodanig mogen ontwikkelen, dat het vijftigjarig bestaan kan worden herdacht, bevrijd van crisismaatregelen, als een vrije fabriek, in een vrije maatschappij.
Vervolgens spraken de heeren G. van Leusen te Frederiksoord namens de N.C.Z.; de heer J. Klijzing, directeur der zuivelfabriek te Dwingelo; R.J. Lubbers, voorzitter van de D.B.K. te Zweeloo; Jager, directeur der zuivelfabriek te Uffelte; J. Boesjes voor de V.V.V. Diever en ’t Comité Zonnedag Ouden van Dagen Diever; L. Schoemaker als kantoorhouder P.T.T. en namens de Boerenleenbank; G. Post, namens de Coöperatie ‘Samenwerking’ te Diever; S. Keizer, namens de Zuivelfabriek te Wapse; Moes, namens de Zuivelfabriek te Eemster. Als oud-lid van het personeel spreekt de heer J. Boelens te Ruinerwold; de heer J, Driesen dankt namens het personeel en hun echtgenooten; de heer K. Timmerman tenslotte vertelt in dichtvorm het voorheen en het thans.
De directeur las vervolgens een heele lijst van telegrammen en gelukwenschen voor, waaraan schier geen einde scheen te komen.
Daarna werd opgevoerd de historische revue ‘Eendracht maakt macht’ van het 40-jarig bestaan van de vereniging ‘Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ te Diever, met proloog, in 2 bedrijven, 14 tafereelen en 1 tableau ‘Hoe het groeide’, samengesteld door den heer J. Andree, directeur.
De revue gaf een beeld uit het boerenleven in 1898, een vergadering op 20 februari 1899 bij Huiskes, enzovoort. Het mooist vonden we wel ‘Het lied van den oogst’ en ‘29 maart 1899’. Dit laatste gaf eerst te zien de tegenwoordige fabriek in transparante verlichting en daarna hetzelfde bij schijnwerperverlichting. Na de vertooning voerden nog de directeur en de burgemeester het woord.
Wat in Diever gisteravond is vertoond, en ook de komende week nog een drietal keeren vertoond zal worden, heeft hier nog nimmer eerder plaats gevonden. Er zijn hier tal van vereenigingen, waarin alle richtingen samenwerken. En juist daardoor kan hier in Diever worden bereikt, wat elders faalt.
Voor de geheele gemeente hebben we één Groene Kruis, één Vereeniging voor Ziekenhuisverpleging, één Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, één Comité Zonnedag Ouden van Dagen, één Boerenleenbank, één Vereeniging voor Luchtbescherming en in al deze vereenigingen werken links en rechts, rijk en arm, alle richtingen, gezamenlijk mede, tot heil van de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan Andree
Berend Slagter
Harm Lefferts Barelds
G… Meijering
Barteld de Ruiter
Jans Bult
Jan de Ruiter
Cornelis Andree
J… Bennen
K… Bennen
J. Jonkers
Hendrik Gerard van Os
Jan Boesjes
Lambert Schoemaker
Gerrit Post
S…. Keizer
J… Boelens
J… Driesen
K. Timmerman

Posted in Alle Deeversen, Bedrijf, Diever, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

De oprichters van de koeperasie an de Heufdstroate

In het ‘Bijvoegsel uit de Nederlandsche Staatscourant’ van donderdag 11 december 1919, nummer 261 is te vinden onder nummer 6165 de oprichtingsakte van de Coöperatieve Bakkerij en Winkelvereniging ‘Samenwerking’, te Deever. Deze oprichtingsakte bevat op de eerste drie bladzijden de namen van alle oprichters, dus bijzonder veel namen van inwoners uut de gemiente Deever. En dat maakt dit document zo belangwekkend.
De Coöperatieve Bakkerij en Winkelvereniging ‘Samenwerking was daarmee de vierde coöperatie in de gemiente Deever.
De andere drie waren de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’ in Deever, de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek ‘Ons Belang’ in Wapse en de Coöperatieve Boerenleenbank in Deever.
De Coöperatieve Bakkerij en Winkelvereniging ‘Samenwerking’ was bijna een halve eeuw gevestigd an de Heufdstroate in Deever’.
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens over de genoemde personen en gegevens over deze bakkerij en winkel ?

Heden, 25 october 1919, verschenen voor mij, Martinus Gijsbertus Bon, notaris ter standplaats Dwingelo, in tegenwoordigheid van na te noemen getuigen, de heeren:
1. Frederik Westerhof, kleermaker, wonende te Diever;
2. Jans Vos, landbouwer, wonende te Oldendiever, gemeente Diever;
3. Jan Bennen, timmerman, wonende te Diever;
4. Harm Hummelen, landbouwer, wonende te Diever;
allen voor zich en als gemachtigden van:
Johannes Ekkelboom, gemeenteveldwachter te Diever;
Gerrit Jan Zeilmaker, landbouwer te Diever;
Jelle Toussaint, arbeider te Diever;
Jan Hendrik Bentum, directeur der Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’ te Diever;
Roelof van Wester, landbouwer te Oldendiever;
Roelof Seinen, landbouwer te Diever;
Harm Smit, boschbaas te Kalteren;
Hubertus Schuring Janszoon, landbouwer te Oldendiever;
Andries van der Sluis, koopman te Oldendiever;
Hendrik Warries Johanneszoon, koopman te Oldendiever;
Albert Bentum, landbouwer te Diever;
Jan Bentum, landbouwer te Diever;
Wolter Folkerts, timmerman te Diever;
Jantje Zoer, weduwe Egbert Bennen, landbouwster te Diever;
Willem Mulder Albertszoon, arbeider te Diever;
Jan van Nijen, arbeider te Diever;
Roelof Jonker, arbeider te Diever;
Anne Nijzingh, landbouwer te Diever;
Roelof Thijs Barelds, landbouwer te Diever;
Hendrik Houwer, timmerman te Diever;
Roelof Vos, postbode te Diever;
Jan Egberts Mulder, koperslager te Diever;
Cornelis Offerein, landbouwer te Diever;
Lucas Tymes, landbouwer te Diever;
Hilbert Folkerts, landbouwer te Diever;
Willem Bakker, landbouwer te Diever;
Hendrik Daleman Roelofszoon, landbouwer te Diever;
Roelof Santing, timmerman te Diever;
Hendrik Koning, landbouwer te Diever;
Marinus Bakker, landbouwer te Diever;
Klaas Bennen, landbouwer te Diever;
Hendrik Mulder, landbouwer te Diever;
Mannes Boelens Janszoon, schoenmaker te Diever;
Jan Krol senior, landbouwer te Diever;
Gerard Krol Janszoon, landbouwer te Kalteren;
Jan Hessels Wesseling, landbouwer te Diever;
Roelof Hessels Wesseling, landbouwer te Diever;
Jan Seinen, landbouwer te Diever;
Hendrik Gerard van Os, burgemeester der gemeente Diever te Diever;
Roelof van Kampen, kleermaker te Diever;
Hendrik Daleman Klaaszoon, landbouwer te Diever;
Jannes Bult, landbouwer en koopman te Oldendiever;
Jan Kiers, landbouwer te Kalteren;
Teunis Mulder, arbeider te Diever;
Hendrik en Jacob Mulder, arbeiders te Diever;
Mannes Boelens Frederikszoon, landbouwer te Diever;
Albert Vierhoven junior, arbeider te Diever;
Jan Kloosterman, arbeider te Diever;
Arend Kloosterman, arbeider te Diever;
Reinder Postema, arbeider te Diever;
Cornelis Andreae, arbeider te Diever;
Andries Smit, arbeider te Diever;
Lambert Wanningen, machinist te Diever;
Nicolaas Houwer Hendrikszoon, landbouwer te Diever;
Henderikus Ofrein, landbouwer te Oldendiever;
Wolter Oost, arbeider te Oldendiever;
Jacob Oost Barteldzoon, arbeider te Diever;
Harm Moes, landbouwer te Diever;
Jan Schoemaker, brievengaarder te Diever;
Roelof Jans Hessels, landbouwer te Oldendiever;
Hendrik Donker, arbeider te Oldendiever;
Egbert Beuving, gemeente-arbeider te Diever;
Willem Fledderus, landbouwer te Diever;
Jan Mulder Lambertszoon, landbouwer te Diever;
Evert Donker, arbeider te Oldendiever;
Hendrik Kerssies, landbouwer te Oldendiever;
Albert Trompetter, herbergier te Diever;
Jan de Ruiter Janszoon, landbouwer te Oldendiever;
Geert Kok, landbouwer te Oldendiever;
Harm Jonkman, landbouwer te Oldendiever;
Anton Donker, landbouwer te Oldendiever;
Hilbert Smit, arbeider te Diever;
Lambert Oosterveen, arbeider te Oldendiever;
Willem Gerrits, arbeider te Kalteren;
Mannes Nyboer, rietdekker te Kalteren;
Albert Dolsma, landbouwer te Kalteren;
Hendrik Boers, landbouwer te Kalteren;
Arend Grit, landbouwer te Kalteren;
Albert Keizer, arbeider te Diever;
Teunis Wesseling, herbergier en landbouwer te Diever;
Geert Wesseling, landbouwer te Dieverbrug;
Jannes Smit, koopman en landbouwer te Dieverbrug;
Hendrik Kloosterman, arbeider te Diever;
Jan Westerhof, tolgaarder te Kalteren;
Johannes van der Wey, arbeider te Kalteren;
Deeltje Pit, weduwe Jan Noorman, arbeidster te Kalteren;
Eise Winters, petroleumventer te Kalteren;
Jan Monsuur, arbeider te Diever;
Aaldert ter Mast, arbeider te Diever;
Froukje van de Burg, weduwe Jacob Offerein, zonder beroep te Diever;
Jan de Ruiter senior, landbouwer te Oldendiever;
Marinus Dolsma, fabrieksarbeider te Oldendiever;
Arend Oosterhof, arbeider te Oldendiever;
Jentje Wolters Kruit, weduwe Jan Moes Oost, landbouwster te Oldendiever;
Roelof van Nijen, landbouwer te Diever;
Jacob Oost Janszoon, arbeider te Diever;
Lambert van Nijen, arbeider te Diever;
Harm Smit, molenaar te Dieverbrug;
Margaretha Sidonia Wiebier, weduwe Hendrik Davids, landbouwster te Diever;
Barteld Oost, landbouwer te Diever;
Geert de Leeuw, koopman te Oldendiever;
Nicolaas Houwer Koopzoon, arbeider te Diever;
Berend Bijker, arbeider te Kalteren;
Roelof Oost Helprichzoon, arbeider te Diever;
Lammigje Westerhof, weduwe Nicolaas Houwer, arbeidster, wonende te Kalteren;
Jan Booiman, arbeider te Diever;
Frederik Boelens, schoonmaker te Diever;
Geert van Ankorven, arbeider te Diever;
Aaldert Bolding, kassier van de Coöperatieve Boerenleenbank te Diever;
Jantje Schipper, weduwe Roelof Hoogenkamp, zonder beroep te Diever;
Jans Benthem, arbeider te Kalteren;
Jan van der Helm, landbouwer te Oldendiever;
Arend van der Helm, arbeider te Oldendiever;
Arend Hessels, brugwachter te Oldendieverbrug;
Hendrik Jonkers, landbouwer te Dieverbrug;
Koop Doorten, brievengaarder te Dieverbrug;
Grietje List, weduwe Hendrik Warries, landbouwster te Dieverbrug;
Jan Jacob Hilkemeijer, fabrikant te Dieverbrug;
Jan Kannegieter, fabrieksarbeider te Dieverbrug;
Egbert Vierhoven, arbeider te Dieverbrug;
Geert Moes, arbeider te Diever;
Aaltje Stevens, weduwe Hendrik Noord, landbouwster te Diever;
Abel Wijkstra, landbouwer te Diever;
Thijs Hessels, landbouwer te Diever;
Aalt Oost, arbeider te Diever;
Geesje Rodermond, weduwe Cornelis Meekhof, arbeidster te Diever;
Lammigje Daling, weduwe Thomas Heiblom, arbeidster te Kalteren;
Gerrit Rozeboom, arbeider te Wittelte;
welke lastgevers allen wonen in de gemeente Diever.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Hoofdstraat, Neringdoende | Leave a comment

Un paer olde woor’n in ut Deevers

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren van zijn papieren archief een dezer dagen toevallig een kattebelletje (chartabello) met aantekeningen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw van nu niet meer gebruikte woorden in het onweerstaanbaar mooie Deevers.
De redactie wil deze woorden uiteraard niet onthouden aan de trouwe bezoekers
ut Deevers Archief. De redactie kent de betekenis van al deze Deeverse woorden, maar wie van de trouwe bezoekers kent deze ook ? Wie reageert ?

Bente – Die olde dreuge bente wol wel braan’n.
Boldern – Boldern doei op ’n bolderhoek.
Braanekkel – Hee leup mit de kötte broek an deur de braanekkels.
Buunseling – De buuseling stönk ’n ure in de wiend.
Buust – De Buust is de naeme van ’n akker bee’j de dikke stien’n.
Döskaaste – De boer’n in Oll’ndeever haad’n vrogger ’n döskaaste.
Frabbe –  Ut is een frabbe van ’n kiend.
Koagies – Koagies bint lekker op ’n brokkie.
Ophemmel’n – De kaemer is nog neet opehemmeld.
Sproakeling’n – De Sproakeling’n ligt in Oldendeever.
Veraldereerd – Ik waare veraldereerd van ’t mooie kedogie.
Wiemel De dreuge wost’n en ut spek hung’n in de wiemel.

Posted in Aarfgood, Cultuurhistorie, Deevers, Diever | Leave a comment

An ’t ende van ’t Meul’nende – Winter 1978-1979

Henk van de Bos is de maker van deze twee foto’s van het Moleneinde bij ‘de Fabriek’ in de sneeuwrijke winter van 1978-1979.

Posted in Diever, Moleneinde, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof bij de brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof bij de brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof bij de brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw aan de brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof bij de brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw bij de brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252
Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 10 mei 2016 :
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Aarfgood, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kerkhof, Rijksmonument | Leave a comment

Wie hef olde joarverslèg’n van de botterfebriek ?

De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar nog bewaard gebleven jaarverslagen uit de periode 1899-1970 van de voormalige Coöperatieve Zuivelfabriek en Malerij ‘Diever’, die gevestigd was aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever. Deze zuivelfabriek, in de volksmond ‘de febriek’ of  ‘de botterfebriek’ genoemd, werd in 1899 opgericht.
Zo is de redactie van ut Deevers Archief wel in het bezit van een digitale kopie van het 51-ste jaarverslag (boekjaar 24 april 1949 – 6 mei 1950); zie de afgebeelde voorkant. Dit jaarverslag was in het bezit van de boer die busnummer 97 (oude nummering) had.
Wie kan de redactie helpen aan een papieren, maar bij voorkeur een goede digitale kopie van andere jaarverslagen ?
Je helpt daarmee de redactie op een bijzondere wijze bij zijn onderzoek naar het verleden van deze coöperatieve boerenonderneming.
De ansichtkaart met de hier afgebeelde zwart-wit foto is in de vijtiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 27 februari 2015 gemaakt. Zoek de ten minste vijfentwintig verschillen.

Abracadabra-284

Abracadabra-283

Posted in Ansichtkaart, Bedrijf, Diever, Moleneinde, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Wie heeft een foto van een marcherende Excelsior

Van Hendrik (Henk of Henkie) Nijboer uit Beilen ontving de redactie van ut Deevers Archief het volgende bericht.

Ik ben vanaf 1958 tot en met 1964 lid geweest van muziekvereniging Excelsior en had de kleine trom.
Ik liep samen met Anne Nijzingh altijd voorop bij een mars.
Bijvoorbeeld als de bejaarden na een busreis Diever weer binnen kwamen, dan werden ze altijd opgehaald met de muziek vanaf de fabriek.
Nu is mijn vraag wie o wie heeft er een foto van Excelsior waarbij Anne Nijzingh en ik voorop lopen bij een marcherende Excelsior.

Aantekeningen van de redactie ut Deevers Archief
Henk (Hendrik, Henkie) Nijboer woonde eerst aan de Wiitelterweg in Oldendeever (waar nu een of andere commerciële milieuvervuilende leliekweker uit het Westen is gevestigd) (moest dus in Wittelte op school en niet in Deever) en woonde daarna an de Kloosterstroate (komende vanaf Deever, toen het laatste huis aan de rechterkant van de Kloosterstraat, beter gezegd op ut Bultie) (waar daarvoor de familie Van der Laan woonde, waar o waar is Siegertje gebleven ?).
De redactie van ut Deevers archief is bijzonder geïnteresseerd in het reilen en het zeilen van deze prachtige muziekvereniging Excelsior. Wie o wie heeft foto’s, jaarverslagen of krantenknipsels ?? Stuur een scan naar de redactie van ut Deevers Archief !!
Henk Nijboer doelt op de zo genoemde Zonnedag, die jaarlijks voor de Ouden van Dagen in de gemeenge Diever werd georganiseerd. Over participatie-maatschappij gesproken ………………..

Posted in Cultuur, Diever, Oldendiever, Participatie-maatschqappij, Vereniging | Leave a comment

Ik liz op ‘e knibbels en arbeidzje yn stien

In de Friese Koerier van woensdag 6 februari 1957 verscheen het navolgende bericht van de verhuizing van de bekende Friese straatmaker en schrijver Abe Brouwer naar Diever.

Abe Brouwer naar het Shakespearedorp Diever
Leeuwarden – Abe Brouwer uit Sneek, auteur van dertig toneelstukken, een jongensboek, een dichtbundel en een aantal romans, wordt gemeentestraatmaker in Diever, zo meldden we gisteren. Dat klinkt in eerste aanleg als een grap. Maar het is bittere ernst. Het is jammer voor Friesland, voor de Friese litteratuur en voor Brouwer zelf, zou men zo zeggen. Er is echter één, die het niet eens zo heel erg jammer vindt en dat is Brouwer zelf. Deze benoeming van Brouwer tot gemeentestraatmaker is minder merkwaardig dan men in eerste instantie zou denken, ook al is Brouwers jongensboek ‘Siderius, de granaet’ nog zo veel gelezen.
En ook al schreef hij de romans ‘Marijke’, ‘De Nijboer fan Lyclama State’ (in het Nederlands verschenen onder de titel ‘Harten en hectares’) en ‘Syn griete Kammeraedt’, en ook al is Brouwer de auteur van de Friese verzetsroman ‘Tusken dea en libben’, de in het Nederlands verschenen roman ‘De Zandduivel’, waarvan onder de titel ‘de Sandduvel’ een toneelstuk verscheen. En dan nog de zeer bekend geworden roman ‘De gouden swipe’, die ook in het Nederlands, Noors, Engels en Duits verschenen.
Het is allemaal niet zo merkwaardig als men weet, dat deze schrijver van komaf eigenlijk straatmaker is. Abe Brouwer komt uit een hele familie van straatmakers. De Brouwers hebben sedert tientallen jaren ettelijke kilometers weg in Friesland geplaveid, want Brouwers grootvader en vader waren straatmaker en hij heeft vijf broers, die dit vak uitoefenen. Zelf was hij straatmaker van zijn elfde jaar tot kort voor de oorlog en naast zijn werk in de vrije natuur schreef hij boeken.
Hij had succes, en na de oorlog had hij zoveel te schrijven, dat hij aan straatmaken eigenlijk niet meer dacht. ‘Maar toch bevredigde het mij nooit, dat ik hier rondliep als schrijver’, zegt Abe Brouwer, ‘en naarmate ik mij nu meer in bochten moest wringen, omdat de schrijver slecht wordt betaald, dacht ik vaker aan mijn vak. Vroeger beschouwde ik mijn beroep en de schrijverij als een ideale combinatie. Ik ben een man van de natuur en niet een man om altijd in huis te zitten. Toen ik de kans kreeg in Diever heb ik die gegrepen, omdat ik daar geestelijke uitwijkmogelijkheden heb. Ik kan er schrijven en ook op het punt van regisseren heb ik daar mogelijkheden. Diever is het Shakespearedorp, ik ga er met plezier heen. Ik ben geen man, die in hokjes past. Deze verandering is voor mij een terugkeer naar de natuur.’
Zo raakt Friesland dus Abe Brouwer kwijt, de schrijver die soms een omstreden figuur was en bij wiens vertrek men kan zeggen dat het Shakespearedorp Diever bij deze benoeming wellicht verder heeft nagedacht dan aan z’n straten. Brouwer keert terug naar de natuur en naar zijn oude werk. Niet voor niets noemde hij zijn enige dichtbundel ‘Klinkerts’ en niet voor niets schreef hij hierin: ‘Ik liz op ‘e knibbels, en arbeidzje yn stien, dat haw ik al myn libbensdagen hast al dien’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief 
De webstee Wikipedia vermeldt de volgende informatie
Abe Brouwer (geboren op de Bergumerheide bij Noordbergum op 18 september 1901 – overleden in Franeker op 18 maart 1985) was een Fries schrijver en dichter. Brouwer publiceerde romans, toneelstukken en gedichten in het Fries. Deze werden vertaald naar het Nederlands en diverse andere talen. Zijn bekendste werk is ‘De gouden swipe’ uit 1941, die verfilmd is door Steven de Jong..
Na zijn school werkte hij als straatmaker in Friesland. Daardoor kreeg hij meer interesse in de Fries taal. Daarna werkte hij in een gesticht voor zwakzinnigen in Eindhoven. Zijn schrijverscarrière begon met het sturen van een gedicht naar het lokale Friese advertentieblad De Hepkema. Het ging hem bij het schrijven meer om het verhaal van de mensen dan de literaire beschrijvingen ervan. Als toneelschrijver schreef Brouwer vaak over het boerenleven. Samen met J.P. Wiersma was hij actief in het Nij Frysk Toaniel. Vooral vanwege zijn sterk in elkaar gezette karakters waren Brouwers stukken populair. Ook werden zijn toneelstukken opgevoerd in het openluchttheater van Diever.
In de periode 1958-1965 schreef hij aan de Veentjesweg (nummer 3) in Diever (dus buiten Friesland) de trilogie Springtij.

Zijn bekendste roman ‘De gouden swipe’ is nog steeds in de boekhandel verkrijgbaar.
Oude exemplaren van zijn boeken zijn bij handelaren in oude boeken te koop.
De vertaling van ‘Ik liz op ‘e knibbels, en arbeidzje yn stien, dat haw ik al myn libbensdagen hast al dien.’ in het Deevers is als volgt: ”k ligge op de kneej’n en waarke mit stien’n, dat he ‘k al mien leemsdaeg’n hoast altied edoane.’.

Abracadabra-321

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-396

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-322

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-394

 

Abracadabra-323

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-395

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-393

 

 

 

 

 

 

Posted in Ambacht, Diever, Oense Abe, Schrijver | Leave a comment

Deever is mooi oppeknapt mit ’t liekwaeg’nschuurtie

In de Meppeler Courant van 14 september 2016 verscheen het bijgevoegde bericht over het opknappen van het lijkwagenschuurtje op het marktterrein an de Bosweg in Deever.

Uit het genoemde bericht is het volgende kleine citaat overgenomen:
Het gebouwtje in Diever is één van de weinige overgebleven lijkenhuisjes in Drenthe. Het huisje werd in het verleden gebruikt om de lijkkoets te stallen.
De Historische Vereniging Gemeente Diever liep al jaren rond met plannen om het 110 jaar oude gebouwtje in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Het gebouwtje is na het opheffen van de lijkwagendienst in de jaren zestig van de vorige eeuw verkocht aan de padvinderij in Diever.
Nu is het eigendom van de Ondernemingsvereniging Diever. Die gebruikt het als opslagplaats van materialen en verder was er de verlichting in aangebracht voor de jaarlijks te houden Paaskermis en markten. Door bijdragen van de Ondernemingsvereniging Diever en Dorpsbelangen Diever is het nu mogelijk geworden het lijkenhuisje te renoveren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Het is natuurlijk een kleine omissie van de schrijver of schrijfster van het bericht in de Olde Möppeler om een aantal keren de term ‘lijkenhuisje’ te bezigen in plaats van ‘lijkwagenschuurtje’. Het zij hem of haar niet kwalijk genomen. Vroeger stond op de brink van Deever wel een lijkenschuurtje.

De redactie heeft voor alle zorgvuldigheid even het oude archief van de gemiente Deever geraadpleegd. dat was een kleine moeite. In de bouwtekening uit 1913 is sprake van het ‘Ontwerp van een te bouwen schuurtje voor den lijkwagen op het marktterrein te Diever’. Burgemeester en wethouders van de gemiente Deever gaven op 20 februari 1913 vergunning voor de bouw van het schuurtje aan het bestuur van de Vereniging Lijkwagendienst. Jan Bennen uut Deever, (waar woonde Jan Bennen ?), van beroep timmerman, was de aannemer van het werkje an de Bosweg.

Bij de vergunning uit 1913 zat een beschrijving van het schuurtje. Deze beschrijving vermeldt dat het gebouwtje zal worden bedekt met cementpannen. Zijn deze pannen geproduceerd bij de Concordia an de Deeverbrogge ? Ook vermeldt de beschrijving dat het schuurtje zal worden voorzien van een ijzeren ventilatieraam in het voorgeveltje en in het achtergeveltje.
Op de bouwtekening van het schuurtje is het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) voorzien van een enkele deur. Op de bouwtekening van het schuurtje is het voorgeveltje (an de oostkaante, an de kaante van de Bosweg) voorzien van een dubbele deur. Dat wil zeggen dat de liekwaeg’nmenner de liekwaeg’n door de geopende deuren an de veurkaante vóór de groeve naar buiten en na de groeve naar binnen moest rijden. Op de bouwtekening van het schuurtje is in het zijgeveltje (an de noordkante, an de kaante van de bos) een soort van stalraam (niet het Deeverse model) voorzien. Het zijgeveltje van het schuurtje an de südkaante (an de kaante van Deever) is waarschijnlijk een blinde gevel. Zie de ‘oude gevels’ op de navolgende afbeelding.
.
De afdeling Deever van het Nederlands Padvinders Gilde (kantoor houdende in de gemeentelijke dokterswoning, Hoofdstraat 6 in Deever) diende als eigenaar van het liekwaeg’nschuurtie op 14 maart 1966 een bouwaanvraag voor het veranderen van het schuurtie op het marktterrein in Deever in een clubschuurtie voor zijn zo genoemde Pioniersvendel (een vendel is een legeronderdeel; de commandant van een vendel was een hopman; hopman is een verbastering van het Duitse woord Hauptmann) in bij de gemiente Deever. De kadastrale ligging van het liekwaeg’nschuurtie is sectie B, nummer 3128 (gedeeld). Mevrouw Hendrika Johanna Wilhelmina Friedrich, de vrouw van huisarts Ludolf Dirk Broekema uut Deever, heeft de bouwaanvraag ondertekend.

De gerenommeerde gemeentelijke bouwmeester G. Keulen (woonde hij an de Tusschendarp in Deever ?) (Wie heeft gegevens van G. Keulen ? Wat was zijn voornaam ?) is de ontwerper van het briljante vernielplan voor het liekwaeg’nschuurtie. Hij is de maker van de in november 1965 gemaakte bouwtekening. Zie de bijgevoegde afbeelding. De gebroeders Goitse (geboren op 18 maart 1904 en overleden op 16 september 1988, ligt begraven op de kaarhof an de Grönnegerweg in Deever) en Jan van Wijk (geboren op 21 oktober 1905, overleden op 26 november 1996, ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever, een dochter van hem woont nog an de Deeverbrogge) van de Deeverbrogge hebben het werkje voor 800 gulden uitgevoerd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het voorgeveltje (an de oostkaante, an de kaante van de Bosweg) de dubbele deur plaats moest maken voor een enkele deur, bestaande uit een wit geverfde onder- en bovendeur en een zijraampje en dat het voorgeveltje donkerrood moest worden geverfd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) de enkele deur plaats moest maken voor een wit geverfde dubbele deur en dat het achtergeveltje lichtgroen moest worden geverfd. De gebroeders Goitse en Jan van Wijk hebben waarschijnlijk de dubbele deur uit het voorgeveltje gesloopt en in het achtergeveltje geplaatst en zij hebben waarschijnlijk de enkele deur uit het achtergeveltje gesloopt en in het voorgeveltje geplaatst. De gebroeders Goitse en Jan van Wijk hebben waarschijnlijk de stenen die vrijkwamen bij het slopen van het achtergeveltje gebruikt bij het repareren van het voorgeveltje. Maar waarom moesten de deuren zonodig van plaats worden verwisseld ?
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het blinde zijgeveltje (an de südkaante, an de kaante van Deever) drie ramen moesten worden aangebracht en dat dit zijgeveltje lichtgroen moest worden geverfd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat het raampje in het zijgeveltje (an de noordkaante, an de kaante van de bos) plaats moest maken voor een groter raam en dat dit zijgeveltje donkerrood moest worden geverfd.

De gevraagde vergunning werd op 22 maart 1966 verleend onder de voorwaarden dat het geheel moest worden uitgevoerd in overleg met de gemeentelijke bouwmeester G. Keulen en dat alles ten volle genoegen van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond ome Kees werd genoemd) en wethouders moest zijn en dat van de aanvang en voltooiing van de werkzaamheden kennis moest worden gegeven aan de gemeentelijke bouwmeester G. Keulen.
Het ontwerp van bouwmeester G. Keulen is uitgevoerd, met dien verstande dat het verven van de muren helaas niet is uitgevoerd. En dat in die mooie en spannende tijd van de flower-power en de flower-power-kleuren en de blow-power en de psychedelische-muziek-power, die de knopen leggen lerende pioniervendeliertjes ogenschijnlijk is ontgaan. Of mochten de vendeliertjes de geveltjes niet verven, omdat dit bij nader inzien toch niet ten volle genoegen van de voorkant van het gelijk was ?

De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever het ‘in de oorspronkelijke staat terugbrengen’ van het liekwaeg’nschuurtie hebben uitgevoerd op grond van overleg met de gemeentelijke erfgoedinspectie en op basis van een bouwaanvraag en een (lichte of zware) vergunning van de voorkant van het gelijk ?
De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever overleg hebben gehad met de provinciale erfgoedinspectie (het liekwaeg’nschuurtie wordt immers een provinciaal erfgoedpandje)
De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever, in al die jaren dat zij rondliepen met plannen om het liekwaeg’nschuurtie onder hun jeukende handen te nemen, enig historisch onderzoek hebben verricht, alvorens massaal aan de afwas te beginnen ? Bezint eer gij begint !

De redactie brengt niets anders dan zeer veel hulde aan de immer hardwerkende, goedwillende en goedbedoelende dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever. De redactie stelt uit het voorgaande echter wel vast, dat voor het wel enigszins benaderen van de oorspronkelijke staat van het liekwaeg’nschuurtie in het zijgeveltje an de noordkaante (an de kaante van de bos) nog het raampje moet worden geplaatst (zie de oude noordgevel op de afbeelding) en dat in het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) de dubbele deur nog moet worden vervangen door een enkele deur (zie de oude westgevel op de afbeelding). Zie ook de foto’s in het bericht ‘Liekwaeg’nschuurtie wöd een groevemuseumpie’. De dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever moeten de eenmaal begonnen klus wel massaal en goed afmaken.

Posted in Aarfgood, Bosweg, Diever, Dorpskracht, Lijkwagendienst, Marktterrein, Museum | Leave a comment

Winkel en verlof van Hendrik Pook

Deze foto is gemaakt in 1920. An de Kruusstroate in Deever stond de winkel, het verlof en de klompenmakerij van Hendrik Pook en Lammigje Wever. Hendrik Pook was klompenmaker. Het pand staat nog steeds an de Kruusstroate.
Hendrik Pook werd in 1868 in Westerbork geboren en overleed op 17 april 1922, oud 54 jaren in Diever. Hij was een zoon van Jan Pook en Jantje Oost. Hij trouwde op 25 april 1891 met Lammigje Wever. Lammigje Wever werd geboren op 7 maart 1859 en overleed op 3 januari 1946. Ze was een dochter van Harm Wever, beroep kuiper en Margje Fledderus. Het ligt voor de hand dat vóór de winkel Hendrik Pook en twee van zijn kinderen staan.

Posted in Bedrijf, Diever, Kruusstroate | Leave a comment

Ut hunnebed van Deever wordt zichtbaarder

In de Meppeler Courant van 6 januari 2012 verscheen het volgende korte bericht over de vernielingen aan het hunnebed in de Stienakkers op de Heezeresch an de Grönnegerweg bee Deever.

Vernielingen vorig jaar aan het hunnebed in Diever hield de gemoederen flink bezig. Inmiddels is de steen vakkundig gerepareerd en is het hunnebed onder toezicht gesteld.
Met de Historische Vereniging Gemeente Diever en de gemeente is een plan van aanpak gemaakt om vernielingen in de toekomst te voorkomen.
Binnenkort worden struiken en enkele bomen verwijderd. ‘We willen dat het hunebed goed te zien is vanuit de omgeving. Dit maakt het voor vandalen moeilijker’, aldus boswachter Corne Joziasse. Voorzitter Jan Blaauw is blij dat er nu actie wordt ondernomen. Hij houdt met zijn club een oogje in het zeil.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Inmiddels zijn in die tijd heel veel bomen en bosschages rond het hunnebed verwijderd, zodat het hunnebed inderdaad van alle kanten was te zien, een lust voor het oog, maar helaas zijn toen de Stienakkers niet geheel in hun oorspronkelijke staat gebracht, gewoon helemaal kaal, wat dikke stien’n in un bouwakker, een gemiste kans.
Het enige bewoonde (?) huis, van waaruit het hunnebed wellicht vanuit de voorkamer is te zien, staat op enige honderden meters van het hunnebed.
Hebben de bewoners van dat huis een dagverrekijker en ook een nachtverrekijker gekregen van de Stoat, de verantwoordelijke beheerder belast met het toezicht op het hunnebed, om voor de Stoat gratis en voor niks het hunnebed in de gaten te houden ?
En wat te doen als baldadige jeugd uut Deever na schooltijd op een donkere namiddag in de herfst weer een vuurtje gaat stoken onder een van de onbeschadigde dekstenen of onder de vernielde deksteen ? Dan kon daar in 2012 geen oogje in het zeil houdende hunnebedwachter van de heemkundige club uut Deever als een soort van onbezoldigde veldwachter vanachter een boom of een bosschage tevoorschijn springen, want die waren door ijverige vrijwilligers van dezelfde vereniging opgeruimd.

Posted in Diever, Hunnebed D52 | Leave a comment

De valse aquamanile in ut Schultehuus an de brink

De redactie van ut Deevers Archief verwijst voor de goede orde en de volledigheid naar het uitstekende artikel ‘De aquamanile van Diever’ van Jan Albert Zoer, dat hij publiceerde in nummer 15/3 van Opraekelen, het papieren tijdschrift van de heemkundige vereniging uut Deever.

Een aquamanile is niet meer dan een enigszins lompe kan, waarmee water, in dit geval over handen, kon worden gegoten. Een dergelijke kan werd eerst in de rooms-katholieke kerk ten behoeve van het wassen van de vuile handen van de priester gebruikt, later ook wel buiten de rooms-katholieke kerk. Een misdienaar goot het water uit de waterkan over de vuile handen van de priester, die deze vervolgens waste en droogde, waarna hij de mis opdiende en met schone handen de ouwel aan de gelovigen uitdeelde. De priester kon in die tijd in Deever niet even langs de Wiba lopen en voor zijn doeleinden een bloemengieter van blik of plastic kopen.
De maker van een aquamanile kon het voorwerp allerlei fantastische vormen geven, vaak kreeg het de vorm van een beest en was het gemaakt van metaal. Zo ook de aquamanile van Deever.
De aquamanile die door Jan Albert Zoer, zoon van straatmaker Hendrik Zoer en Wilhelmina (Mina) Vos, in de tuin achter de voormalige smederij van ‘de Kloeze’ an de Heufdstroate in Deever is gevonden, schijnt gemaakt te zijn in de periode die ligt tussen de tiende en de twaalfde eeuw.
In het zo genaamde Oermuseum, voorheen Archeologisch Centrum, dat gevestigd is in ut Schultehuus an de brink van Deever, bevindt zich een kopie van de originele waterschenkkan, zie de bijgaande kleurenfoto.
Een citaat uit het voornoemde artikel van Jan Albert Zoer over zijn aan het Oermuseum (voorheen Archeologisch Centrum) uitgeleende echte aquamanile luidt als volgt: ‘…. Toen ik op retournering bleef aandringen, vroeg de directeur conservator mij of er een kopie mocht worden gemaakt voor het Centrum. Ik heb geantwoord dat ik daar geen voorstander van was en weigerde mijn toestemming hiervoor…. Uiteindelijk bleek dat er toch illegaal kopieën zijn gemaakt. Eén daarvan is in het bezit van het Centrum….’.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de valse aquamanile op 7 augustus 2015 gemaakt in het zo genoemde Oermuseum, voorheen Archeologisch Centrum, dat gevestigd is in ut Schultehuus an de brink van Deever.
Maar waarom houdt een museum, dat zichzelf nota bene Oermuseum is gaan noemen, zich bezig met een niet-oeroud gebruiksvoorwerp uit de rooms-katholieke kerk van Deever ?
Wordt de valse aquamanile nog wel tentoongesteld in het zo genoemde Oermuseum ?
En waarom is een zo genoemd Oermuseum gevestigd in een gebouw dat niet echt past bij de aard van het zo genoemde Oermuseum ?

Abracadabra-1473

Posted in de Kloeze, Diever, Kunstig gemaakt object, Opraekelen, Rooms Katholieke Kerk | Leave a comment

Keutereegie op ut Kastiel in Deever in 1958

De beeldbank van het Drents Archief in Assen bevat in de collectie Monumentenzorg drie foto’s van het keuterijtje van Jacob Oost en Elsje Davids op ’t Kastiel in Deever.
Het zijn de ouders van Jantje Andreae-Oost, de laatste bewoonster van dit keuterijtje mit un siedbaandertie en sönder un pothokke.
De drie foto’s zijn op 28 augustus 1958 gemaakt. De naam van de maker van de drie foto’s is niet bekend.
Het keuterijtje had toen huisnummer 2; zie het bordje boven de voordeur op de eerste foto. Deze straat werd in de volksmond altijd ’t Kastiel (je woonde op ’t Kastiel en niet aan ’t Kastiel) genoemd, ook nadat de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever met het afscheid van burgemeester Hendrik Gerard van Os in 1939 deze straat wel erg abusievelijk Burgemeester van Oslaan ging noemen. En dat hebben de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever En De Gemeente Westenveld veel te lang volgehouden.
Op de plek van dit oude keuterijtje staat nu een uiterst merkwaardig nieuw pand. Zie de bijgevoegde kleurenfoto van dit pand, die de redactie van ut Deevers Archief op 2 januari 2017 heeft gemaakt. Zie ook het bericht De woning van de familie Andreae is verdwenen.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Keuterij, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Inbreken in het ‘lijkhuisje’ aan de Bosweg

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 augustus 2014 verscheen het volgende korte bericht over een inbraak in ut liekwaeg’nschuurtie op ut maarkterrein an de Bosweg in Deever.

Inbrekers vinden niets in Dievers lijkhuisje
Onbekenden hebben het een meer dan een eeuw oude, historische lijkhuisje op het marktterrein in Diever opengebroken.
Waar de inbrekers wellicht tuingereedschap hadden verwacht te vinden, werd enkel en alleen een lege baar aangetroffen.
De Historische Vereniging Gemeente Diever, beheerder van het lijkhuisje, is gedupeerd door de inbraak.
Vrijwilligers zullen op korte termijn de veroorzaakte schade herstellen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
Voor de Deeverse correspondent van de Olde Möppeler lijkt het allemaal wel een beetje ingewikkeld aan het worden.
Het lijkhuisje stond vroeger op de kaarkhof bij de brink van Deever, maar bestaat niet meer.
Het ‘lijkhuisje’ op het marktterrein is geen lijkhuisje, maar een liekwaeg’nschuurtie (lijkwagenschuurtje).

Dan vinden de inbrekers nota bene in het liekwaeg’nschuurtie enkel en alleen een ‘lege baar’. Je zal als inbreker maar een ‘volle baar’ in een liekwaeg’nschuurtie vinden.
En waarom dacht de correspondent dat in het liekwaeg’nschuurtie tuingereedschap opgeborgen zou zijn ?
En waarom stond die ‘lege baar’ niet in het boarhuussie (baarhuisje) op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever ?
En wat voor begravenismaterieel zou dan wel in het boarhuussie op de kaarkhof staan ? Of staat daar het tuingereedschap ? Of zou in het boarhuussie op de kaarkhof een liekwaeg’n staan ?
En waarom staat in het liekwaeg’nschuurtie geen liekwaeg’n ?
Wie duidelijkheid kan verschaffen, die mag dat natuurlijk melden.

Posted in Bosweg, Diever, Kerkhof, Marktterrein | Leave a comment

Passeneel van annemer Niesing in de Peperstroate

EDe redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande foto van de heer Henk Nijboer uit Beilen. Hij is de jongere broer van de op deze foto aanwezige Willem Nijboer. De redactie is Henk Nijboer bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Op deze fraaie foto staan werknemers van aannemersbedrijf Nijzingh uut Deever. De foto is genomen tijdens de bouw van de Boerenleenbank (nu RABO-bank) an de Peperstroate in Deever in 1967.
Van links naar rechts zitten op en staan bij de bulte metselstien’n:
– Jans Schade;
– Teun (Teuni) Daleman;
– Willem Nijboer;
– Piet Maas;
– Mans Nijzingh;
– Bertus Bijker;
– Hendrik Nijzingh.
Dus Anne Nijzingh, de andere zoon van Hendrik Nijzingh, staat niet op deze foto. Of was hij de maker van deze foto ?
Jans Schade is geboren op 12 oktober 1918 en is overleden op 3 mei 1970.
Teun Daleman is geboren op 1 maart 1950, hij woont in Deever.
Willem Nijboer is geboren op 2 augustus 1945 en is overleden op 18 december 1967.
Hendrik Nijzingh is geboren op 18 juli 1901 en is overleden op 12 mei 1969.
Wie kan aanvullende gegevens over de personen op deze foto verstrekken ?
Wie heeft gegevens over Piet Maas ?

Posted in Alle Deeversen, Bedrijf, Boerenleenbank, Diever, Peperstraat, Topstuk | Leave a comment

Voorkant van het gelijk organiseert bijeenkomst

In de Meppeler Courant van 5 december 2014 verscheen het volgende zorgwekkende bericht over een bijeenkomst over het ‘kebied scheet’n’ in de gemeente Westenveld.

Informatiebijeenkomst over carbid schieten.
Diever. In het gemeentehuis in Diever wordt maandagavond een informatiebijeenkomst gehouden over het schieten met carbid. Burgemeester Rikus Jager roept iedereen die van plan is om bij de oudjaarviering met carbid te schieten om aanwezig te zijn bij deze bijeenkomst. Tijdens de avond die om 19,00 uur begint, worden de organisatie, traditie en de regels besproken. De wijkagenten en toezichthouders in de gemeente zijn ook aanwezig.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is zorgwekkend dat de voorkant van het gelijk zich in grote getale op de oudejaarstraditie van het ‘kebied scheet’n’ heeft gestort. Het bericht wekt de suggestie dat de burgemeester van de gemeente Westenveld zelf ook aanwezig zal zijn bij de mineure bijeenkomst. Wat is de reden van de bemoeizucht en regeldrang van de voorkant van het gelijk met deze toch al jaren door de voorkant van het gelijk verregelde traditie, die daarmee dreigt te verworden tot een plastic traditie ? Is het niet veel beter een en ander te delegeren en per ‘balderplaats’ een gratis dorpskracht als ‘kebied-scheet-coördinator’ te benoemen, dan dat de voorkant van het gelijk er zijn dure tijd in steekt’ ?

 

 

 

Posted in Carbid schieten, Diever, Dorpskracht, Traditie | Leave a comment

Juniorenelftal van v.v. Diever kampioen in 1958/1959

De redactie van het Deevers Archief ontving bijgaande foto van de heer Henk Nijboer uit Beilen. Hij is de jongste broer van de op deze foto aanwezige Willem Nijboer. De redactie is Henk Nijboer bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Op deze foto staat het elftal van de A- of B-junioren van voetbalvereniging Diever, dat in het seizoen 1968/1969 1958/1959 kampioen werd. Wie weet of het de A-junioren of de B-junioren waren ? De mogelijke reservespelers staan niet op de foto.
Staande zijn van links naar rechts te zien:
– Willem (Wim, Wimpie) Jansen (uut de Aachterstroate);
– Schelte Betten (van de Veentiesweg);
– Albert Klok (overleden) (uut Oldendeever);
– Hendrik de Leeuw;
– Albert Vierhoven (overleden) (uut de Peperstroate);
– Hilbertus (Bertus) Noorman (overleden) (uut de Kloosterstroate);
– Lambertus (Bertus) Barels (van de Bosweg);
Op de knieën zijn van links naar rechts te zien:
– Wolter Smit (van de Deeverbrogge);
– Willem Nijboer (overleden) (uut Oldendeever);
– Hendrik (Henk, Henkie) Koning (van de Veentiesweg);
– Bennie Doorten (van de Deeverbrogge).
Zo te zien is Schelte Betten de doelman van dit elftal.
Niet bekend is waar deze foto is gemaakt.
Enige personen op deze foto zijn al overleden.
Hilbertus Noorman is geboren op …. en is overleden op …..
Albert Vierhoven is geboren op 23 augustus 1944 en is overleden op 10 april 2004.
Willem Nijboer is geboren op 2 augustus 1945 en is overleden op 18 december 1967.
Wie van de personen op deze foto kan aanvullende gegevens verstrekken ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 11 juli 2016 de volgende zeer gewaardeerde reactie van Wim Jansen:
Wat is deze site een verrassing !
Ik sta zelf helemaal links op de foto. Met een bos bloemen, want ik was de aanvoerder.
De foto is genomen op het veld van de v.v. Wapse in verband het kampioenschap van de B-junioren (seizoen 1958/1959).
Dus niet wat in de tekst wordt genoemd seizoen 1968-1969.

Nog een aanvulling op de tekst: ook Bertus Noorman is -alweer jaren geleden- overleden in zijn toenmalige woonplaats Heerenveeen

Posted in Diever, Sport, Voetbal | Leave a comment

Dieveren op een topografische kaart uit 1599

Bijgaande afbeelding is een prachtige vroege kaart van Overijssel, Drente en delen van Gelderland en Friesland. De maker van deze kaart is Barent Langenes. De kaart is een afdruk op papier van een gegraveerde koperen plaat. De kaart is opgenomen in de ‘Thresor de Chartes, contenant les Tableaux de tous les Pays du Monde’. De oorspronkelijke Nederlandse titel van dit Franse werk is ‘Caert Thresoor’. Petrus Bertius schreef de teksten bij de kaarten.
De kaart is op bladzijde 261 gepubliceerd in de in 1599 door Corneille Nicolas in Den Haag uitgegeven tweede editie van de Nederlandse versie van dit boek. De eerste Nederlandse versie van dit boek is gepubliceerd in 1598.
Nota bene. Let op. Het noorden bevindt zich aan de rechterkant van de kaart !
De afbeelding heeft een lengte van 12,5 cm en een breedte van 8,5 cm. De afbeelding is gepubliceerd op een bladzijde met een lengte van 17,5 cm en een breedte van 12,5 cm.
Op deze kaart wordt Over-Ysel rechtsonder aangeduid met Trans-Isula.
Het dorp Deever is op deze kaart aangeduid met Dieveren. Dorpen in de buurt van Dieveren zijn Dwingele, Wapsterveen, Vledder en Havelt. De waterstromen in het zuidwesten van Drente zijn niet goed en volledig op de kaart ingetekend.

Posted in Diever, Tekening, Topografie | Leave a comment

De sloop van ut hüinebedde D52a an de Bolsweg

In de tijd dat hunebedden niet meer hüinebedden werden genoemd, maar gewoon hunnebedden en de overheid deze al als oudheidkundig waardevolle objecten in bescherming had genomen en het slopen van hunnebedden al vanaf 21 juli 1734 had verboden, kon het toch nog gebeuren dat de eigenaar deze dikke stien’n publiekelijk te koop aanbood, zoals mag blijken uit bijgaande bericht in de Drentsche Courant van 7 januari 1848, waarin nota bene de boermarke van Rolde de twee hunnebedden (hunnebed D17 en hunnebed D18) op de esch te koop aanbood.

Op Dinsdag den 11 januari 1848, des voormiddags te 10 uren, zal,  ten verzoeke van de markgenooten van Rolde ten huize van A. ten Oever aldaar, door Mr. A. Homan, Notaris te Assen, publiek en zonder palmslag, finaal worden verkocht: Een huis, erf en tuin of de zogenaamde scheperij, benevens onderscheidene percelen veld-, brink- en boschgrond, gelijk mede de beide op de Esch te Rolde gelegen hunnebedden. Assen, den 27 december 1847. Mr. A. Homan.

De twee hunnebedden, lagen in bouwland op de esch waarschijnlijk toch maar in de weg en konden bovendien geld opbrengen als bouwmateriaal voor kust- en oeverwerken. Echter na protest van de Gedupeerde Staten van Drenthe, en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd de openbare verkoop van de twee hunnebedden verhinderd.


In ut Wapser Saand liep het helaas wel verkeerd af met het hunnebed onder het zand van de heuvel die later ut Pottiesbaargie aan de Bolsweg op het landgoed Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (hunnebed D52a) viel in 1735 ten prooi aan de slopershamer.

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak, jaargang 64, 1946, verscheen in deel XIII van de serie ‘Oudheidkundige aanteekeningen over Drentsche vondsten’ door doctor Albert Egges van Giffen het zeer uitgebreide en zeer gedetailleerde artikel ‘Een vernield hunebed, DLII-a, het zogenaamde Pottiesbargien, in het vroegere Wapserveld, bij Diever, gemeente Diever’ van doctor Albert Egges van Giffen. De redactie van ut Deevers Archief toont hier alleen de eerste vier bladzijden van dit artikel en afbeelding 1 en afbeelding 2, die bij dit artikel behoren.

Een vernield hunebed, DLIIa, het zoogenaamde Pottiesbargien, in het (vroegere) Wapserveld bij Diever, Gem. Diever
In mijn ‘Aanteekeningen over Drentsche vondsten (XI), Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1944, beschreef ik een viertal vernielde hunebedden, te weten twee (DVIe-f) bij Tynaarloo en twee (DXIIIb-c) bij Eext. Thans kan ik, na deze vier en na de reeds veel eerder, namelijk in 1927, eveneens beschreven restanten van eertijds aanwezige hunebedden onder Valthe (DXXXVa), onder Spier (DLIVa), achtereenvolgens Weerdinge (DXXXVIIa), een ander verwoest steengraf (DLIIa) beschrijven. Dit is gelegen bij Diever, in rechte lijn circa 2,5 km N.O. van het dorp. Ook dit kon ik al vroeger vermelden, te weten in het eerste deel van mijn werk over ‘De hunebedden in Nederland’, dat verscheen in 1925.
Bij de nasporingen voor het juist geciteerde boek in het Rijksarchief te Assen, over den aankoop en den overdracht van de Drentsche hunebedden door, achtereenvolgens aan het Rijk of de Provincie, was ik namelijk onder andere ook gestoten op een resolutie van ‘Ridderschap en Eigenerfden, De Staten van de Landschap Drenthe’, waarbij sprake was van een hunebed onder Diever. Deze resolutie, genomen te Assen den 15den Maart 1735, betrof een verzoek van Jan Hindriks en Hindrik Jans, om in het Wapserveld eenige stenen te rooien, die ‘oorspronkelijk misschien van een hüinebedde waren’, en dus, gezien de sedert 1734 voor Drente geldende officiële verbodsbepalingen, niet ‘verbracht’ mochten worden. Het verzoek werd echter ingewilligd, aangezien de steenen vanwege ‘de freijigheijt des gesichtes niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven.’
Bovendien was bij de herinventarisatie van het Asser Museumbezit mijn aandacht getrokken door de herkomst van eenige scherven van hunebeddenaardewerk. Van deze scherven, sedert gemerkt 1883/VIII 3a-d en 1884/XI 3 (180 stuks) gevonden en geschonken door de Heeren Mr. S. Willinge Gratama, griffier van de Staten van Drenthe (Assen), achtereenvolgens Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen (Assen) en G. Kuiper (Hooghalen) stond namelijk als vindplaats aangegeven het landgoed Berkenheuvel onder Diever, terwijl het eenige aldaar tot op dien tijd, sinds 1818 bekende en toen nog ongeschonden, hunebed (DLII) gelegen is aan den ouden Groninger weg, ruim 1 km oostelijk van het dorp (afb. 2 : c).
Aangezien ik zeven jaren van mijn jeugd in Diever, waar mijn Vader destijds predikant was, heb doorgebracht, waren de verhoudingen in en bij dit dorp mij van ouds bekend. Dit te meer, omdat ook nadien het contact steeds bewaard bleef. Zoodoende was het voor mij duidelijk, dat de bovenvermelde vindplaats op Berkenheuvel een andere moest zijn dan de standplaats van het hunebed aan den ‘Groninger weg’. Ik schreef derhalve (in 1922) om eventueele andere inlichtingen aan den sedert overleden Heer Mr. A.C. van Daalen, den toenmaligen eigenaar van het genoemde landgoed. Deze deelde mij mede, dat er op zijn bezit, en wel aan de Bolsweg, tusschen de boschwachterswoning Berkenheuvel en het gehucht Doldersum, inderdaad een merkwaardige heuvel was gelegen, dien men van oudsher het ‘Pottiesbargien’ noemde. Een kort daarop, onder vriendelijk geleide van den Heer van Daalen, naar de bewuste plek gedane excursie en de daar bij die gelegenheid gevonden scherven van diepsteekceramiek bevestigden mijn vermoeden, dat het zogenaamde ‘Pottiesbargien’ het restant was van een hunebedheuvel, waaruit de groote steenen waren verdwenen.
De eigenaar gaf, behoudens eenige restrictie in verband met het dennenbestand op den heuvel, welwillend verlof tot eennader onderzoek. Dit is echter eerst vrij veel later, namelijk in Augustus 1929, ingesteld. Daarbij werd ik bijgestaan door den vroegeren teekenaar bij het Biologisch-Archeologisch Instituut der Rijksuniversiteit Groningen, den Heer L. Postema, en voorts door den Heer J. Lanting, thans technicus-voorgraver bij den Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, doch destijds nog als bediende-voorgraver aan genoemd Instituut verbonden. Overigens waren ons eenige grondwerkers behulpzaam.
Het onderzoek
In een kromming van den Bolsweg ligt het ‘Pottiesbargien’, het langgerekte, onregelmatige, eenigszins sauskomvormige Z.Z.O. – N.N.W. georiënteerde heuvelrestant van het vernielde hunebed. Het is gelegen in het perceel, kadastraal bekend F 1179, Gemeente Diever, circa 2,5 km N.W. van het gelijknamige dorp (Afbeelding 2 : d). Het terrein was vroeger een stuifzandgebied (Afbeelding 2 : c).
Bij het nader onderzoek begonnen wij met het uitzetten van een paar naar de windstreken gerichte lijnen, loodrecht op elkaar. Overeenkomstig dit assenstelsel werden eenige profielen afgestoken en geteekend. Voorts werd het langgerekte, verlaagde middengedeelte zoo zuinig mogelijk afgeschaafd en schoongemaakt.
In den aldus verkregen plattegrond kwamen nu duidelijk een aantal standsporen aan het licht, die tezamen onmiskenbaar het grondplan van een groot hunebed van ganggraftype vormden (Afbeelding 1). Een en ander werd geteekend en in een kadastraal extract vastgelegd (Afbeelding 2 : b).
Natuurlijk waren het alleen de standsporen van de draagsteenen, te weten:
1. aan de korte zijden, van telkens één sluitsteen, S1 1 en S1 2 ….. 2; 2. aan de lange zijden, van telkens acht zijsteenen, Z1 1-8 en Z1¹-8¹ ….. 16 [van de laatste vormden Z4¹ en Z5¹  klaarblijkelijk de toegangssteenen, ter weerskanten van de(n) verdwenen drempelsteen(en)]; 3. voor het midden van de zuidzijde, naar het schijnt -geheel zeker is dit niet- van twee paar poortzijsteenen, PZ 1-2 en PZ 1’-2” ….. 4; totaal 22.
Het aantal deksteenen heeft derhalve vermoedelijk negen beloopen, namelijk acht (D1-8) van de kelder en één (PD1) van de poort.
Overblijfselen van de vloer werden in situ niet aangetroffen. Ook constateerden wij geen sporen van een kring van randsteenen. Toch zou de aanwezigheid der laatste zeer wel te verwachten zijn geweest, gezien de configuratie der standkuilen. Deze pleit immers voor een geprononceerd ganggraftype, en dit gaat in den regel samen met een steenkrans om den dek- of mantelheuvel. Het geheel, zooals het echter door ons werd aangetroffen, kan mijns inziens het beste vergeleken worden met het Westelijke (D XIX) van de beide, door J.H. Holwerda in 1911 onderzochte hunebedden bij Drouwen. Alleen is het laatste één bouweenheid of trilithon grooter.
De maten waren als volgt:
lengte kelder: binnenmaats 15.25 m en buitenmaats 17.90 m; lengte poort: 4.40 m; breedte kelder westzijde: binnenmaats 1.80 m en buitenmaats 3.80 m; breedte kelder midden: binnenmaats 2.00 m en buitenmaats 3.40 m; breedte kelder oostzijde: binnenmaats 1.90 m en buitenmaats 3.95 m; breedte poort: binnenmaats 1.00 m ? en buitenmaats 3.10 m ?; dek- of mantelheuvel: grootste lengte 25.00 m en grootste breedte 20.00 m; hoogste deelen van het bewaarde heuvelrestant (top 11.50, zool 10.40): 1.10 m.
De ondergrond van de niet geroerde heuveldeelen bestond als gewoonlijk uit tamelijk, schoon, bruin geaderd zand; de vaste grond of moederbodem onderscheidde zich van den opgeworpen heuvelgrond door zijn oud humusdek, dat zich evenwel slechts zeer zwak afteekende. Een heidepodsolprofiel ontbrak ook onder dezen heuvel (Afbeelding 2 : A-E).
De ondergrond is pas in den laatsten tijd (Mei 1947) op pollen onderzocht. Hoewel een iets donkerder gekleurde, oogenschijnlijk eenigszins humeuze band de beste verwachtingen wekte, is het aan den Heer H. Tj. Waterbolk, die, zooals bekend, ook andere soortgelijke analyses verrichtte, niet gelukt de noodige pollen met voldoende zekerheid te bepalen; de conservatietoestand bleek daartoe ten eenenmale onttoereikend.

Hierna volgt de tekst van de resolutie van de ‘Ridderschap en Eigenerfden, de Staten van de Landschap Drenthe’, waarin de sloop van het hunnebed in ut Wapser Saand helaas toch wordt toegestaan. Volledig luidt de bewuste resolutie, die in het Drents Archief (de voortzetting van het vroegere Rijksarchief in Drente) in Assen aanwezig is in Dl X, folio 153, sub 25, aldus:

Op de Requeste van Jan Hindriks en Hindrik Jans bij Steenwijk, vertonende wat volgens de Remonstranten in den voorleden jare eenige weinige dagen voor Meij van de Boüren van Wapse hadden gehüurt het Wapserveld, om daar uit steenen te roden, so kleine als grote, en daar onder wel in specie eenige steenen bij kans of meest onder het zant bestoven, die misschien oirspronkelijk waren van een Hüinebedde, welke niet verbragt mogten worden. So versogten Remonstranten dat zij als kopers ( : vermits de verkopers haar contract mede wel wilden hoüden : ) en om de Freijigheijt des gesights niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven waren, deze hare steenen onnasprekelijk moghten wegh halen.
Hebben de Heeren Ridderschap en Eigenerfdens het gedane versoek, als een speciaal geval, geaccordeert, confirmerende voorts de ordonnantie bij de Heeren Drost en gedepüteerdens geëmaneert.

Posted in Diever, Hunnebed D52a, Landgoed Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

Proat’n in ut Deevers-Hooghaarlemmerdijks

Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever wint de kwis Loos
De kwis Loos werd in het kader van Meertmoand Streektoalmoand dagelijks op de Drentse tillevisie uitgezonden. Loos was een samenwerkingsproject van RTV Drenthe en het Huus van de Taol. Harm Dijkstra presenteerde de tillevisiekwis. Elke dag kwisten twee streektaalliefhebbers tegen elkaar. De winnaar ging door naar de volgende ronde. De kandidaten die het langst in de kwis bleven, die kwisten de laatste week van maart mee in de finalerondes.
Wijlen Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever werd de winnaar. Jans was de looste van ’t hiele stel. Als prijs mocht hij zo’n platte computer, een tablet van het type Ipad van het merk Apple, mit hen de Aachterstroate nemen.
Was wijlen Jans Tabak zo ongeveer nog de enige inwoner van Deever die het Deevers vloeiend sprak ??? !!! Dat zou best eens zo kunnen zijn geweest.
Maar zijn Deevers kon bij lange na niet tippen aan het prachtige gesproken Deevers van wijlen Jantje Andreae-Oost van ’t Kastiel, dat doorspekt was met zelden meer gebruikte Deeverse woorden (bijvoorbeeld agin, seins, mit lieveloa, putie, wiemel, poppie, brummel, buunseling, driet’n, mieg’n).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is een illusie te denken dat via een Huus van de Toal of een kwis op de tillevisie de belangstelling voor de Dreinse streektoal (een verzameling dialecten), laat staan ut Deevers kan worden verzekerd.
Toen in het Deever van na de Tweede Wereldoorlog geboren en getogen Deeversen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, in plaats van in ut Deevers, in een soort van koeterwaals Deevers-Hooghaarlemmerdijks tegen hun eigen kinderen gingen praten, was het helaas gedaan met de toekomst van ut echte Deevers.

Maar wie weet desalniettemin nochthans evenwel de betekenis van het gezegde ‘De iene dag rök noar lodderein en de aandere dag noar siepels ? Wijlen Jantje Oost en wijlen Jans Tabak hadden het zeker wel geweten.

Posted in Aarfgood, Achterstraat, Deevers, Diever, Jans Tabak, Overlijdensbericht | Leave a comment

Graffity kunst in Deever – Een huis moet oud zijn

Achter een in 2014 gesloopt blok huurwoningen aan de Binnenesch in Deever heeft een plaatselijke graffity kunstenaar (wie meldt zich ?) een duidelijk protest op een muur gespoten. Het betreft de zijmuur van de schuur van de woning met adres Binnenesch 16, waarvan de leden van de familie Naber de eerste bewoners waren.
Het kunstwerk op de muur is wellicht het eerste kunstwerk in zijn soort in de gemiente Deever. Het kunstwerk kreeg als toepasselijke protesttitel: Een huis moet oud zijn.
Moet een huis oud, versleten en vervallen zijn om als een rotte kies getrokken te worden ? Is bij de vorming van het besluit de voormalige gemeentelijke huurwoningen te slopen de mogelijkheid van duurzame renovatie wel in voldoende mate in beschouwing genomen ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze kleurenfoto gemaakt op 15 november 2013.

Posted in Binnenes, Diever, Kunst | Leave a comment

Vernietiging van ut Waarme Hart van Deever

Op 16 september 2013 verscheen in de webstee van RadioTelevisieDrenthe (www.rtvdrenthe.nl) het volgende bijzonder hoopvolle en veel verwachting scheppende bericht over de financiering van de verbouwing van Oens Dingspilhuus, ut Waarme Hart Van Deever.

DIEVER – De gemeente Westerveld stopt 1,2 miljoen euro in de verbouw van zalencentrum Dingspilhuus in Diever. Dat bleek vanavond op een bijeenkomst. Dit is bijna 4 ton meer dan de gemeente eerst wilde investeren. Het extra geld is nodig om een veilig gebouw te krijgen, zo blijkt uit een rapport van een extern bureau.
Een deel wordt afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de exploitatie van het zalencentrum niet uit kan.
Gemeente en gebruikers gaan nu kijken hoe ze die wel passend kunnen krijgen.
Het bureau stelt onder meer voor om inwoners van Diever te vragen mee te helpen bij de bouw en om er vrijwilligerswerk te verrichten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het begon in de periode 2008-2013, in die tijd van crisis en stevige krimp, zo langzamerhand op te vallen dat in door allerlei dure en chique adviesbureau’s opgestelde documentjes en rapportjes en raadgevinkjes ten behoeve van de Hoge Heren en Dames Van Het Grote Onaantastbare Dorpshuizengelijk Van De Gemeente Westenveld aan de plaatselijke dorpskrachten schaamteloos werd gevraagd veel vrijwillig en veel gratis mee te werken aan met schaars belastinggeld betaalde projecten. Waren de plaatselijke kleine bouwbedrijven het eens met de gemeentelijke suggestie om bij de verbouwing van ut Waarme Hart Van Deever gratis dorpskrachten in te zetten, terwijl de schaarse werkgelegenheid bij die bouwbedrijven onder grote druk stond ?
Het resultaat van de in 2013 voorgenomen verbouwing van Oens Dingspilhuus, ut Waarme Hart
Van Deever, is anno 2019 gevoeglijk en pijnlijk bekend bij de bevolking van Deever. De vernietiging van ut Waarme Hart Van Deever was, zoals door de Minder Hoge Heertje en Dametje Van Het Grote Onaantastbare Dorpshuizengelijk Van De Gemeente Westenveld al ver van te voren was aangekondigd, gründlich en punktlich vóór het einde van 2019 afgerond. Zie de bijgevoegde afbeeldingen van drie kleurenfoto’s, die de redactie van ut Deevers Archief op 11 december 2019 heeft gemaakt.
De Hoge Heren en Dames Van Het Grote Onaantastbare Gemeentelijke Gelijk Van De Deeverse Sociale Samenhang 
hebben met de mededogenloze vernietiging van Oens Dingspilhuus ut Waarme Hart uit het dorp Deever gerukt, een grote open wond achtergelaten en de bevolking van Deever voor een hele lange tijd harteloos opgescheept met een sporthalletje en een theaterzaaltje en iets wat op een ontmoetingsruimtetje moet lijken, die zijn aangebouwd aan het Deeverse krimpkrimp-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje uit Meppel.
Dit alles is ogenschijnlijk bedoeld om het bestuur van scholenmoloch Stad en Westereschje uit Meppel te pamperen en dat bestuur, voor zo lang het nog duurt, of voor zolang het wellicht is afgesproken,
te weerhouden zijn Deeverse krimpkrimp-filiaaltje te sluiten. Want voor het voorspellen van de toekomstige sluiting van het Westereschjefiliaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje hoef je geen hoogdoorgestudeerde bevolkingskrimpdeskundge te zijn.
En een toppunt van mededogenloos asociaal cynisme van De Hoge Heren en Dames Van Het Onaantastbare Grote Gemeentelijke Gelijk Van De Deeverse Sociale Samenhang is toch wel aan die aanbouwseltjes van het Deeverse krimpkrimp-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje
 uit Meppel de treurige verdoezelnaam ‘Hart van Diever’ te geven. Maar dan wel het Stienkolde Hart Van Deever.
En een ander toppunt van mededogenloos asociaal cynisme is het Stienkolde Hart Van Deever 
niet te laten openen door twee of drie of vier of meer echte Deeversen, maar in het bijzijn van de breed grijnzende Hoge Heren Directeuren Van Scholenmoloch Stad en Westerseschje te laten openen door twee personen uut Dwingel, twee volslagen frömd’n, nooit van hen gehoord.
Het Stienkolde Hart Van Deever zal nooit de vervanger van ut Waarme Hart van Deever worden.

Posted in Diever, Dingspilhuus, Dorpskracht, Gemeentebestuur, Krimpsignaal, Verdwenen object | Leave a comment

Zwembad Dieverzand – Eerste badmeester

In het Nieuwsblad van het Noorden werd op 9 juni 1942 het volgende zeer korte bericht gepubliceerd:
Beilen – De heer G. Leungen alhier is benoemd tot badmeester van het binnenkort te openen nieuwe zwembad te Diever.
De heer G. Leungen moet de eerste badmeester van het openluchtzwembad Dieverzand aan de Bosweg in Deever zijn geweest.

Posted in Bosweg, Diever, Tweede Wereldoorlog, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Een en ander behoort tot de historie van Deever ??

In het blaadje ‘Avondzon’ van de sectie Diever van de Stichting Welzijn Ouderen verscheen in april 1977 in nummer 4 van jaargang 5 het artikeltje ‘Diever’s mooiste’.

Diever’s mooiste
Wanneer we familie of vrienden van elders op visite krijgen, dan gaan we, als het goed is, reeds van te voren overleggen, op welke wijze we ze eens de mooiste punten van ons woongebied zullen laten zien. Alleen als er iets niet helemaal pluis is, zoals achter het ijzeren gordijn, waar dingen zijn die het daglicht niet kunnen verdragen, hebben we daar moeite mee.
Zulks is niet het geval met ons geliefd Diever. Mocht daar al eens iets zijn, dat minder fraai is, dan verbergen we dat niet, maar tonen dat openlijk, aan ieder die ons met een bezoek wil vereren.
Dan stellen we ons voor, de excursie te beginnen, daar waar we het gewoonlijk doen, bij, of tegenover de eendenvijver.
De daar ontstane ruimte, keurig en smaakvol van bestrating voorzien, met nog wat gelegenheid om te rusten, voor de wat ouderen, stellen we onze bezoekers voor, als een erfenis van onze vorige burgemeester. Voorwaar een nalatenschap, die de investering is waard gebleken.
Maar dan komt de grote schrik: Er is een bezoeker bij, die wat vrij rondkijkt en maling heeft aan onze explicatie. Hij ontdekt daar de wanstaltige overblijfselen, waar de familie Keizer eens woonde, en wilde daar ook wel eens van weten of dat soms Diever’s mooiste was.
U begrijpt, dat wij daardoor lelijk in verlegenheid kwamen. Heel wat woorden hadden we nodig om uit de doeken te doen, waarom een dergelijke puinhoop op oudejaarsnacht door de jeugd niet was opgeruimd.
Zo goed en zo kwaad als ons dat mogelijk was, hebben we geprobeerd, uiteen te zetten, dat onze vroegere burgervader, breed geschouderd als hij was, zich daar steeds als een hinderpaal heeft vóór gezet, maar dat we nu, met veel minder breed geschouderde, hoopten, spoedig van dit monsterlijke dorpsbeeld te worden verlost.
Het is een van buiten komende bezoeker niet goed duidelijk te maken, waarom met het fatsoeneren van deze plek, in ons mooie dorp, alsmaar wordt gewacht, terwijl het een ergernis voor de wandelaar is.
De handige bezoeker veronderstelde, dat onze burgemeester mogelijk nooit deze kant uitkomt, iets dat wijzelf voor onmogelijk hielden.
Het ware te wensen, dat nog vóór het komende seizoen, dit obstakel verwijderd gaat worden, anders kunnen we reclame ‘Ga liever naar Diever’ voorlopig wel in de ijskast bergen.
Mocht een en ander naar onze wens, vóór het verschijnen van ‘Avondzon’ zijn uitgevoerd, dan kan deze bijdragen toch nog als bladvulling dienen.
Een en ander behoort tot de historie van Diever.
Een wandelaar

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Een en ander behoort tot de historie van Deever ? De redactie denkt van niet en denkt volledig het tegendeel.
De redactie denkt dat het stukje tekst gewoon uit de dikke duim of de dikke pijp gezogen is.
Excursies beginnen natuurlijk niet bij de eendenvijver (een voormalige braandkoele) an de Kruusstroate (wie wil er nu naar eenden koekeloeren ?), maar op de brink van Deever, die ooit vol stond met erfgoed.
Wie zou toch die schrijver met de uiterst merkwaardige schuilnaam ‘Een wandelaar’ kunnen zijn ? Zou het een zwalkend rechts conservatief liberaal lid van de zogenaamde ‘dikke boerenstand’ uut Deever kunnen zijn geweest; een agrarisch toptalent, die zich in 1977 dood ergerde aan het bouwvallige arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer naast transportbedrijf De Graaf an de Kruusstroate in Deever ?
Schreef hij dit stukje tekst om een slijmerig wit voetje bij burgemeester Hermen Overweg te halen ?
Het is bepaald geen positief stukje tekst ter bevordering van het welzijn van de Deeverse ouden van dagen, die vast en zeker de familie Albert Keizer goed hebben gekend.
De schrijver ‘Een wandelaar’ vindt dat de Deeverse jeugd het bouwvallige keuterijtje in de oudejaarsnacht had moeten opruimen. Dit getuigd van een totale minachting van de Deeverse jeugd en de Deeverse oudejaarstraditie. De jeugd sleepte vroeger op oudejaarsavond alles wat los en vast zat naar de brink van Deever, maar vernielde niet. Wellicht dat de jeugd elders, bijvoorbeeld op Neejevene of op Koldervene, om een paar volstrekt willekeurige plaatsen te noemen, dit vroeger wel deed, maar de redactie denkt toch van niet.
De schrijver ‘Een wandelaar’ geeft de schuld van de voortdurende aanwezigheid van het bouwvallige arbeiderskeuterijtje naast transportbedrijf De Graaf an de Kruustroate aan 
de breedgeschouderde (??) burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), echter ome Kees en de zijnen hadden bewezen ware kampioenen in het afbreken van Deevers aarfgoed te zijn. Aan ome Kees kan het niet hebben gelegen.
Tijdens het bewind van burgemeester Hermen Overweg werd het arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer alsnog afgebroken en werd een eindje verder richting ’s Kasteel (Kasteel 2) als schrale troost een soort van nieuw nepkeuterijtje nagebouwd. En weer was een fraai Deevers erfgoedpand verdwenen.
De twee kleurenfoto’s van het huisje van de familie Albert Keizer zijn gemaakt door wijlen Henk van de Bos.
Op de tweede foto zijn te zien Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg) en Koendert Tissingh (geboren op 11 maart 1906, overleden op 20 mei 1983 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg).

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Diever, Keuterij, Kruusstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Lochtfoto van ut olde Deever

In 1932 maakte K.L.M. Aerocarto, een nevenactiviteit van de K.L.M., bijgaand afgebeelde luchtfoto van ut olde Deever.
Niet helemaal ut olde Deever, want op de foto is linksonder de Brinkstroate te zien, die als een soort van eerste uitbreiding van ut olde Deever is te beschouwen.
De Betonweg, die nu ten onrechte Ten Darperweg heet, was toen gelukkig nog niet over de kwetsbare Noorderesch aangelegd.
Ut Schultehuus an de Brink saat toen gelokkug no vaaste an de Schulteboerdereeje.
Naast de pastorie aan de brink is het begin van het kerkepad te zien; het huis met de naam Iemenhof was toen nog niet gebouwd.
Let vooral ook op de fraaie oude bebouwing an de Peperstroate.
Let vooral ook op ut slietpad dat vanaf de brink langs ut Bultie over de bouwakkers van de Binnenesch hen Oll’ndeever löp.
Achter de boerderij an de Aachterstroate, waarin tegenwoordig een restaurant is gevestigd, is een groot weiland te zien, waar in die tijd voetbalwedstrijden werden gehouden.
Op de afbeelding is rechtboven duidelijk te zien dat ut maarkturrein an de Bosweg, bestaande uit het koeienmarktterrein en het paardenmarktterrein, rechthoekig en planmatig voor de markten is aangelegd. Het marktterrein mag in de verste verre verte geen marktbrink worden genoemd.
Maar die naam marktbrink willen nostalogielogen, histerielogen, historielogen, verhollandiseerders, cultuurbarbaren, popiejopiewauwelaars, duur betaalde mannetjes van chique adviesbureau’s en over het paard getilde Minder Duur Betaalde Heertjes Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Brinkenuitvindersgelijk Van De Gemeente Westenveld, de lang niet achterlijke echte Deeversen wel door de strot duwen.

Posted in Diever, Luchtfoto | Leave a comment

De kleine Henduk en de grote Henduk an ’t waark

In de beeldbank van de Historische Vereniging Nijeeveen is een mooie kleurenfoto aanwezig van de gebroeders Klaas Kleine en Berend Kleine. Lourens Schipper, de beheerder van deze prachtige beeldbank (die zouden meer historische verenigingen moeten hebben), gaf de redactie toestemming deze kleurenfoto -zie de bijgaande afbeelding- in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is de Historische Vereniging Nijeveen en in het bijzonder Lourens Schipper, bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Maar in welk jaar is deze foto gemaakt ? Wie het weet, die mag het melden aan de redactie !

Op de foto zijn de smeden Klaas Kleine (links) (de kleine Hendrik) (Klaas, hei neeje klomp’m an ?) en zijn jongere broer Berend Kleine (rechts) (de grote Hendrik) bezig met het leggen van een ijzeren band om een houten wagenwiel. Ze zijn bezig voor de smederij met de naam ‘de grote Hendrik’ van Berend Kleine an de Heufdstroate in Deever. Het wagenwiel ligt op een oude molensteen.
Let op het bankje rechts achter Berend Kleine, dat zo te zien is gemaakt door Bouwbedrijf Nijzingh an de Brinkstroate in Deever. Achter Klaas Kleine is te zien dat achter het plantenklimrek geen deur meer zit. Aan de muur is te zien dat de ruimte waar een deur zat, ooit is dicht gemetseld.
Klaas Kleine had zijn smederij met de naam ‘de kleine Hendrik’ (let op de woordspeling; Hendrik Kleine was de vader van Klaas Kleine en Berend Kleine) an de Peperstroate aachter de kaarke. Hendrik Kleine had eerst een smederij op Koldervene (vroeger Coldervene), later in Meppel.
In dit pand op de hier afgebeelde kleurenfoto was vroeger de smederij van de gebroeders Hendrik en Albert Kloeze gevestigd. In die tijd was de deur wel aanwezig.
In dit pand is later een winkel met de naam ‘In de Lindetuin’ gevestigd geweest. De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van deze winkel op 13 november 2008 gemaakt. Het was nog herfst. Blijkbaar was toen in de zijmuur weer een deur aangebracht en het metselwerk gerepareerd en waren de raamluiken weggehaald. In de bestrating was in 2008 de oude molensteen nog wel aanwezig.
Zie voor nog een kleurenfoto, die de redactie op 28 juli 2016 gemaakt, het bericht ‘Het leven moet niet vliegen, maar fladderen’.
Nu dit pand een rijksmonumentje is (voor zolang het duurt, je weet maar nooit), zal het gesloop en geknutsel en gedoe aan de buitengevels wel onder curatele staan.

Posted in Aarfgood, Diever, Hoofdstraat, Klaas Kleine, Neringdoende, Rijksmonument | Leave a comment

Vier muurschilderijen sieren biljartzaal

De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht bericht.. In de Meppeler Courant (Olde Möppeler) van 3 maart 1995 stond het volgende belangwekkende bericht inzake het aanbrengen van muurschilderijen door Jarig de Vries in de biljartzaal van het bejaardencentrum Jan Thijs Seinenhof in de Weiert in Deever. De redactie toont graag berichten in ut Deevers Archief die verband houden met Deeverse kunst.

In Jan Thijs Seinenhof te Diever
Muurschilderingen sieren biljartzaal
Diever. Kunstminnend Diever moet straks maar eens in de Jan Thijs Seinenhof gaan kijken, want wat daar op dit moment geschilderd wordt is meer dan de moeite waard.
De 72-jarige heer De Vries, lid van de Schilderskring Diever, heeft daar vier fraaie muurschilderingen gemaakt. Het gaat alle om karakteristieke plekjes in de gemeente Diever, zoals de Nederlands hervormde kerk, de kalkovens, de eendenvijver en de molen. De mogelijkheid bestaat nog voor een schildering van grazende koeien in Berkenheuvel.
De schilderingen beslaan een stuk muur van twee bij anderhalve meter. Per schildering is De Vries ongeveer dertig uur kwijt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie was totaal niet op de hoogte van het bestaan van deze vier muurschilderijen. Waarom wordt een op een muur aangebracht schilderij een muurschildering genoemd ? Beter ware het de term muurschilderij te gebruiken.

De schilder is Jarig de Vries, die in het pand an de Heufdstroate in Deever, waar eerder Geert Koster zijn schildersbedrijf had, ook een schildersbedrijf had. Hij stopte als huisschilder toen hij 62 jaar was en ging zich daarna toeleggen op het schilderen van kunst. De woningbouwvereniging Zuid-West Drenthe stelde geld beschikbaar voor de vier in het bericht genoemde muurschilderijen.
Het aardige van kunstschilder Jarig de Vries is dat hij eerst een kleine tekening van zijn onderwerpen maakte, waarna hij een onderwerp in het juiste formaat op de muur schilderde. Hij schilderde dus gelukkig niet klakkeloos een of andere foto over, daarvoor postuum alsnog hulde, hulde, hulde. 
De muurschilderijen zijn nog steeds te zien in de biljartzaal (is het wel een biljartzaal ?) van het bejaardenhuis op de hof van boer Jan Thijs Seinen. De verrassend helder gekleurde schilderijen zijn na meer dan vijfentwintig jaren gelukkig nog niet verdwenen onder lagen behang of lagen kalk. Maar wat niet is, dat kan zo maar komen.
De redactie heeft daarom voor de zekerheid op woensdag 6 november 2019 van de aanwezige muurschilderijen een kleurenfoto gemaakt; zie de bijgaande vier kleurenfoto’s. Het schilderij waarop de gemeentelijke toren aan de brink van Deever is te zien, is nota bene voorzien van een soort van lijst. In de ruimte (waar wordt die ruimte toch voor gebruikt ?) is geen muurschilderij van grazende koeien op Berkenheuvel aanwezig. 

De vraag is ook of de tekening van de vier muurschilderijen in de familie Jarig de Vries bewaard zijn gebleven. Wellicht heeft zijn oudste dochter Bregtje (of Brechtje, of Brechje, of Bregje ?) de Vries deze tekeningen in haar bezit. Bregtje (of Brechtje, of Brechje, of Bregje ?) waar ben je toch gebleven ?
De redactie zou graag in het bezit komen van een digitale versie (scan) van deze tekeningen om deze ook in ut Deevers Archief te tonen. Wie zet de redactie op het goede spoor ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Kunst, Kunstig gemaakt object, Schilderij | Leave a comment

Klaas Kleine, de siersmid en romanticus uut Deever

In het blad ‘Kijk op het Noorden, het maandelijkse signalement van het economische, culturele, maatschappelijke en recreatieve leven in Noord-Nederland’,  jaargang 15, nummer 76, uitgave april 1983, staat op bladzijde 13 bijgaand artikeltje over alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever). Bestaat het blad ‘Kijk op het Noorden’ nog ?

Klaas Kleine, siersmid en romanticus

Vroeger had ieder dorp minstens één hoefsmid. Het was in de tijd, dat er in de landbouw nog veel paarden werden gebruikt. Het smeden van de ijzers in het laaiende vuur en het beslaan van de paarden waren karweitjes die meestal door een groepje mensen werd gadegeslagen. De dorpssmederij was, evenals het café, de plaats waar meestal tegen de avond mannen zich verzamelden en vooral in de winter was het een lekker warm plaatsje om het nieuws uit te wisselen en herinneringen op te halen.
Tractoren hebben de meeste paarden verdreven en de dorpssmederijen zijn vrijwel alle verdwenen. Daarmee is een stukje romantiek verloren gegaan. Maar Diever heeft nog een hoefsmid en nog wel een die zeer romantisch is aangelegd. Klaas Kleine, 42 jaar, wiens markante hoofd getooid is met een baard, hecht zeer aan het verleden. Eenmaal per jaar, in de herfstvakantie, probeert hij het zelfs zo goed mogelijk te laten herleven. Dan trekt hij zich met vrouw en kinderen terug in het achterhuis. Elektriciteitsvoorziening en waterleiding worden dan volkomen genegeerd. Het vuur levert de warmte en een oude pomp zorgt voor het water. In de smidse wordt de blaasbalg met de hand bediend. De kinderen schikken zich met veel plezier in het terugzetten van de klok naar vroeger en vermaken zich met lei en griffel.
Ook het overige deel van het jaar is Klaas Kleine een echte romanticus. Hij zet het oude ambacht, dat zijn vader ook al beoefende, voort in het smederijtje aan de Brink. Met het maken van hoefijzers kan hij uiteraard niet meer aan de kost komen. Al geruime tijd geleden begon hij zich toe te leggen op her maken van siersmeedwerk. Evenals de hoefsmeden vroeger trekt hij daar mensen mee, niet in de laatste plaats toeristen. ’s Zomers geeft hij dan ook geregeld demonstraties van siersmeden.
Kleine heeft zich ook op het maken van violen toegelegd, want hij houdt veel van muziek, vooral uit de middeleeuwen. Zijn eerste viool maakte hij van hout van sigarenkistjes, daarna knapte hij een oude viool op en zijn grote kunststuk was het nabouwen van een middeleeuwse vedel. Een andere prestatie van hem is dat hij het oude landgeitenras van de ondergang heeft gered door een fokcentrum op te richten. Hij had het geluk, dat in een dierentuin nog een paar exemplaren van het vroeger zo geliefde, maar praktisch verdwenen ras, aanwezig waren.
Het ligt voor de hand dat Kleine van zijn eigen Drentse taal houdt. Hij spreekt en leest deze niet alleen, maar enkele jaren geleden is hij ook begonnen er zelf in te publiceren. Hij schreef gedichten en begon aan een Drentse vertaling van het boek Job uit het Oude Testament.
Wie een stukje oude Drentse sfeer wil proeven kan op weinig plaatsen zo goed terecht als bij de smid Klaas Kleine.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, geitenfokker, kaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) kocht op 14 oktober 1966 het huis op de hoek van de grote en kleine Peperstraat voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
Op een afbeelding uit 1955 is het erfgoedlijstwaardige pand nog met het achterhuis te zien, vóórdat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen besloten alvast het achterste deel van het erfgoedlijstwaardige pand af te laten breken. Op een afbeelding uit 1964 of 1965 is het overblijvende deel van het erfgoedlijstwaardige pand te zien ná de afbraak van het achterste gedeelte van het pand. Merk op dat toen in het bovenlicht van de voordeur geen levensboom als sierelement aanwezig was.
De foto in bijgaande afbeelding van het artikel is in april 1983 gemaakt in de smederij an de Peperstroate.
Op de kleurenfoto -die de redactie op 20 november 2005 heeft gemaakt- is de woning en smederij van Klaas Kleine te zien. Woonde toen de weduwe van Klaas Kleine nog in het pand, of woonde zij inmiddels elders ?
In Deever doen sterke geruchten de ronde dat ijverige dorpskrachten van de plaatselijke heemkundige vereniging weer eens bezig zijn met ‘een boekje’, deze keer is het onderwerp Klaas Kleine. Het kan bijna niet missen zo’n vijftien jaar na zijn verscheiden. De redactie adviseert de dorpskrachten ‘het boekje’ de titel ‘Klaas Kleine, het meraekel van Deever’ te geven, want de eretitel ‘oraekel’ is al vergeven.

Posted in Diever, Klaas Kleine, Neringdoende, Peperstraat | Leave a comment

Toen de Groningerweg nog helemaal een zandweg was

In het kader van het behoud en het volledige herstel van het landelijke karakter van de oude esgronden rond Diever is het erg noodzakelijk her en der bestaande bestratingen te verwijderen, dat wil zeggen de zandwegen die in de zestiger jaren van de vorige eeuw onnodig onder straatklinkers zijn verdwenen in oude glorie te herstellen.
In het geval van de Groningerweg betekent dit het opbreken van de straatweg tussen de overbodige zo genoemde Steenakkersweg en de huidige horeca-gelegenheid in het voormalige gesticht Armenwerkhuis. Het zij zo.
Tegenwoordig zijn er zandmengsels te bedenken die voldoende draagkrachtig zijn om die paar langsrijdende auto’s per dag te kunnen tillen zonder in het regen- en winterseizoen te vervormen.
Op de ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw is de oude vertrouwde Groningerzandweg even voorbij het Hunebed te zien, rechts is de voorkant van de woning van de familie Bijker te zien. Waar zijn de Bijkers gebleven ?

Posted in Ansichtkaart, Diever, Grönnegerweg, Heezenesch, Saandweg | Leave a comment

Pannekoekenboerderij Dieverszicht is niet meer

Op bladzijde 22 van de Recreatiekrant Drents-Friese Wold uit 2012, die is uitgegeven door Boom Regionale Uitgevers, stond een advertentie van de nu al niet meer bestaande pannekoekenboerderij Dieverszicht an de Aachterstroate.bee’j de Eendeviever.

De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. De boerderij met adres Aachterstroate 9 in Deever was toen in gebruik als woning. De redactie heeft nog niet uitgezocht wanneer (ergens in 2012, 2013, 2014, 2015 of 2016) de uitbaters van pannekoekenboerderij Dieverszicht in deze toeristisch volatiele omgeving met het bakken van pannekoeken zijn gestopt. De redactie vond vooral de pannekoek met gember erg lekker.
De redactie heeft helaas geen dossiertje van deze horeca-onderneming aangelegd, maar het internet biedt gedeeltelijk uitkomst.
De redactie weet niet wanneer de pannekoekenboerderij Dieverszicht is geopend. Kort na de sluiting van museum Radio Wereld, dat tot in 1999 in deze boerderij was gevestigd ?
Wel is het zo dat de webstee www.dieverzicht.nl niet meer is te bezoeken en dat de domeinnaam www.dieverszicht.nl op dit moment te koop is.
Het is een geruststelling dat de webstee van het Internetarchief (The Internet Way Back Archive) (archive.org/web) als doel heeft voor altijd (voor altijd is wel erg lang) universele toegang te bieden tot alle via het internet bereikbare menselijke kennis. Zo ook tot de erg beperkte kennis die is opgeslagen in alle versies van de webstee www.dieverszicht.nl van pannekoekenboerderij Dieverszicht. Klik op de navolgende link voor het raadplegen van een van de versies van de webstee van pannekoekenboerderij Dieverszicht.

Posted in Achterstraat, Bedrijf, Boerderij, Diever, Neringdoende, Toeristenindustrie | Leave a comment

Een vierkante band van straatklinkertjes

In de Volkskrant van 1 juni 1962 verscheen nummer 340 van de door Lijntrekker getekende rubriek ‘het merckwaerdigste meyn bekent’, waarin hij aandacht besteedde aan de kerk aan de brink van Deever.
Als Lijntrekker tekende en beschreef Jan Bouman decennia lang heemkundige varia voor de Volkskrant. Geen gevelsteen, windwijzer of tegeltableau in Amsterdam en de rest van Nederland sloeg hij over. Zo vergat hij ook de kerk aan de brink van Deever niet.
De tekst die boven de zuidelijke ingang van de kerk staat, is links boven in de afbeelding duidelijk te lezen, echter de tekst van de voetnoten niet, die luidt als volgt:
In het Drentse dorp Diever staat op het ruime plein de hervormde kerk, eertijds gewijd aan Sint Pancratius. Boven de zuidelijke ingang staat een vierregelig vers te lezen, verduidelijkt door twee voetnoten, dat herinnert aan de blikseminslag van 1759, die de toren trof. Het bovendeel van de toren en de kerk brandden uit.
Bij de restauratie van het kerkgebouw in 1955 werden de resten ontdekt van niet minder dan zeven voorgaande kerken, waarvan de eerste drie uit de negende en tiende eeuw dateren.
Aan de westkant van de toren is de opmerkelijkste ‘voetnoot’ aangebracht. Een vierkante band van straatklinkertjes geeft tussen het gras de grondslag aan van de vroegere toren, die los stond van een houten zaalkerkje met versmalde absis.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de vierkante band van straatklinkertjes, op 21 november 2014 gemaakt. De redactie heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de markante paarsgebroekte Jans Roelof Tabak, koster en klokkenluider (en orgelpomper en lijkwagenkoetsier ?) van de Heilige Sint Pancratius Kathedraal aan de Brink van Deever, op 13 november 2008 gemaakt.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekening, Tilgröppe, Toren aan de brink | Leave a comment

Er staat een kerk op instorten !

In het christelijk georiënteerde weekblad ‘de Spiegel’ verscheen in het nummer van 23 juli 1955 het volgende artikel van de hand van de journalist P.W. Russel over de slechte staat van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de brink van Deever. Het artikel werd geschreven kort voor aanvang van de grote restauratie van het oude kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de jaren 1956/1957. 

‘Ja, dit is een ramp’, zei burgemeester J.C. Meyboom van Diever, toen ik hem opbelde om een afspraak te maken. ‘Beslist een ramp, zoals de kerk er nu bij ligt’, herhaalt hij, als wij op het kerkplein in het centrum van zijn dorp staan. Diever, het bijna vijf-en-dertig-honderd zielen tellende dorp tussen Assen en Meppel, kent in deze dagen nog maar één gesprek: de kerk. De bakker en de melkboer, de burgemeester en de jonge dominee Smit. allen zijn er vol van. ‘Er zijn twee mogelijkheden: óf we gaan de kerk het volgend jaar sluiten en schaffen een bordje aan ‘Ruïne te bezichtigen’, óf er wordt gerestaureerd.’ Zo stond het op een folder en het hele dorp is geschrokken.
De hervormde gezinnen in het dorp – het is hun kerk – brachten 22.000 gulden bij elkaar; vlugschriften leverden nog eens tien mille op en een fonds beschikte nog over drieduizend gulden. Vijf-en-dertig-duizend gulden dus. Die zijn er.
‘Maar weet u wat dit gaat kosten ?’ vraagt burgemeester Meyboom, die nu al zestien jaar zijn krachten aan Diever geeft. ‘We hadden een eerste begroting en daar stond als eindbedrag 170.000 gulden op. Daar was niet bij gerekend wat er allemaal in de kerk moet gebeuren, na de restauratie. Ik bedoel zaken zoals meubilair, verwarmingsinstallatie en verlichting.
‘Maar wacht even. Kijk, ziet u die meneer daar uit de kerk komen ? Juist, dat is de heer G.C. Helbers, de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. Moet u hem eens vragen, waarom het allemaal zo duur gaat worden.’ ‘Hierom’, zegt de heer Helbers, die breedgeschouderd en goedgehumeurd is, ‘we gaan deze kerk niet repareren, niet herstellen, maar restaureren. En dat betekent, dat we alles zoveel mogelijk in de oude en originele vorm terugbrengen.’
‘Deze kerk staat op instorten’, aldus de directeur van het museum in Assen. ‘Niets meer en niets minder. Alle maatregelen, die nodig waren, zijn genomen. We gaan restaureren, dat is één. We hebben een restauratiecomité, dat is twee. Gedeputeerde Staten zijn helemaal accoord, dat is drie en er is een begroting, nummer vier. We startten dus, twee weken geleden.’
‘Maar wat ontdekken we ? Tien centimeter onder de huidige tegelvloer in de kerk ligt een tweede vloer, van rode plavuizen. Oh, dachten we, de originele staat van de kerk was dus tien centimeter lager. Neen, helemaal niet, want nog eens vijfentwintig centimeter lager vinden we een tweede vloer, van groene en gele tegeltjes. Dat betekent dus, dat we de hele kerk vijf-en-dertig centimeter moeten uitgraven, om de oorspronkelijke diepte terug te krijgen.’
We lopen door de kerk, de burgemeester, de heer Helbers en ik. ‘Ga hier eens in dat gat staan’, zegt de heer Helbers. ‘Ziet u wel, de kerk wordt hoger en imponeert nu veel meer door zijn verhoudingen. We hebben verder inkassingen gevonden, waaruit blijkt, dat het middenschip en het hoogkoor eens overwelfd waren. Overal aan de zijkanten ziet u nog hele of halve colonetten; bij die halve heeft men in vroegere jaren de rest gewoon weggehakt, om ‘ruimte’ te krijgen. En kijkt u eens naar de zoldering. Half verteerde planken uit 1760. Het gewelf zit er onder. De manier, waarop vroeger aan deze kerk is gewerkt, is gewoon in-elkaar-timmeren geweest.’
‘Hoe oud is deze kerk van Diever eigenlijk, burgemeester ?’ vraag ik. ‘De kerk dateert uit 1400 en de toren uit 1100’, is het antwoord. ‘Naar die tijd moeten we met onze restauratie dus terug’, vult de heer Helbers aan. ‘Steeds doen we meer ontdekkingen: dichtgemetselde ramen, die open behoren te zijn; muren in zijbeuken die er maar gewoon tussen gemetseld werden en kostbare zandstenen randen rond pilaren, waar de een of andere optimist rustig overheen kalkte. Maar al die verrassingen doen de begroting van de restauratie angstig naar boven lopen. De tweede (definitieve’?) begroting moet nog komen, maar men vreest dik boven de twee ton te komen.
‘Maar dit kon niet langer’, zegt burgemeester Meyboom, die tegelijk voorzitter van de restauratiecommissie is. ‘Twee tot drie jaar duurt de restauratie, maar we zijn beslist tegenover het nageslacht verplicht een bouwwerk als dit, met zulk een rijkdom aan schoonheid, te bewaren.’ ‘Hier in dit hoekje moet U gaan staan en dan naar boven kijken’, adviseert de heer Helbers. Ik doe het en kijk dwars door het dak heen. Niet door een klein gaatje, maar door een opening, waar met gemak een divan in de breedte doorheen getrokken kan worden. Het dak van nieuwe pannen voorzien, kon ook niet meer, want geen mens durft meer naar boven. ‘Eerst moeten alle rotte balken weggehaald, want een kind zou er door vallen’, zegt de heer Helbers.
Tot 1 juni van dit jaar zijn de kerkdiensten in Diever gewoon doorgegaan. En het is goed, dat de dorpelingen het niet zo precies geweten hebben. Want toen men begon met breekijzers de planken van de zijvloeren los te breken, bleven de planken zitten en vielen de verteerde binten naar beneden. ‘Om niet eens te praten van de kerkbanken zelf’, merkte de burgemeester op. ‘Daar, vóór de kerk ziet u ze liggen: één hoop vermolmd hout. Ze vielen in elkaar toen men ze wilde wegdragen.’

Uitleg bij foto 1 in het artikel
Zo ziet de kerk er nu van binnen uit: de orgelpijpen, tijdig gered uit de ruïne, liggen in het zand; kruiwagens staan in het middenpad; de kansel wordt voorzichtig gesloopt en in de muren van het hoofdkoor ontdekt men steeds meer verborgen nissen.


Uitleg bij foto 2 in het artikel
Dit is de kerk van Diever, die op instorten staat. Aan de dakrand en vlak bij de toren zijn de gaten te zien, terwijl op de voorgrond een dichtgemetseld raam herinnert aan de eerste helft van de 17de eeuw, toen de kerk na een brand werd ‘vertimmerd’.

Uitleg bij foto 3 in het artikel
Oorspronkelijke hoge, smalle ramen in gotische stijl; sinds honderden jaren al dichtgemetseld, met hier en daar een recht raampje. ‘Maar voor we het open maken, moet de kerk eerst gestut’, zei de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. ‘Anders valt de hele zaak in.’

Uitleg bij foto 4 in het artikel
Ik ben 79 jaar’, zegt Geert Dekker, ‘en gedurende 45 jaar daarvan heb ik de kerkklok van Diever geluid. Nu moet ik drie jaar wachten, maar ik weet niet wat ik in die tussentijd moet doen.’

Uitleg bij foto 5 in het artikel
Niet alleen in de kerk, maar ook in de toren zijn in de loop der eeuwen ramen dichtgemaakt. De steunbeer uit de vijftiende eeuw, vlak naast de ronde deur, kan elk ogenblik omvallen. De stenen, voor zover ze niet afbrokkelden, staan los op elkaar en de specie geeft geen enkel houvast meer.

Uitleg bij foto 6 in het artikel
Met het grootste gemak breekt burgemeester J.C. Meyboom van Diever een plank van een kerkbank door. Tot 1 juni van dit jaar volgden de dorpelingen, gezeten op deze banken, de kerkdiensten.

Uitleg bij foto 7 in het artikel
Als u in een zijbeuk van de Dieverse kerk staat en omhoog kijkt, dan ziet u dit: verteerde balken, gescheurde muren en een kapot dak.

Posted in Aarfgood, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

De aftakeling van een horeca-gelegenheid

Op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de boerderijtjes in het Groenendal uit 1955 is op de achtergrond het boerderijtje van de familie Booiman te zien, op de plek waar in november 2014 een vervallen horeca-gelegenheid stond.
Op de kleuren-ansichtkaart van hotel-restaurant ‘de Walhof’ uit 1988 ziet het gebouw aan de Hezenesch vlak bij het openluchtspel en landelijk gelegen tussen de bossen en akkers er nog prima uit.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 november 2014 gemaakt.
Het gebouw was toen na allerlei knutselachtige uitbreidingen en aanbouwseltjes verloederd, afgetakeld en verworden tot een ruïne, gereed voor de sloop of voor een zeer grondige opknapbeurt.

Hotel-Restaurant ‘de Walhof’, Familie R.A. ter Wal, Hezenes 6, 7981 LC, Diever, telefoon 05219-1793.
Uniek gelegen tussen de bossen en landbouwgronden. Prachtig tuinterras. Ansichtkaart uit 1988.

Posted in Ansichtkaart, Bedrijf, Diever, Heezenesch, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Bergplaats voor benzine en petroleum op ’t Kastiel

In de Provinciale-Drentsche en Asser Courant van 27 juli 1931 verscheen het volgende korte bericht over het verlenen van een hinderwetvergunning.

Door Burgemeester en Wethouders is vergunning verleend aan de N.V. ‘De Automaat’ tot het oprichten van een bergplaats voor benzine en petroleum bij het huis van J. Gerrits, Kasteel.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Automaat is de Maatschappij tot Detailverkoop van Petroleum ‘De Automaat’, gevestigd in Rotterdam.
J. Gerrits is Jan Gerrits (Garries) (hij is geboren op 23 januari 1899, hij is overleden op 13 mei 1968).
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt.
In 1931 was het adres van het boerderijtje van de familie Gerrits gewoon Kasteel. Tegenwoordig staat het boerderijtje vanwege een dwaling van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever in de straatnaamgeving nog steeds aan de Van Oslaan.

In de herinnering van de redactie moet de bergplaats voor de pietereulie achter het links zichtbare boerderijtje op ’t Kastiel zijn geweest, op de plek die op de foto is te zien. Jan en Pieter Gerrits -twee zonen van Jan Gerrits en Aafje van der Weij- waren ook pietereulieventer. Pieter is nog niet zo lang geleden overleden; hij is geboren op 3 oktober 1931 en is overleden op 13 april 1916,


Posted in Alle Deeversen, Boerderij, Diever, ut Kastiel | Leave a comment

Promise of the dawn – Belofte van het ochtendgloren

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier kleurenfoto’s op 2 januari 2017 gemaakt.
De huidige eigenaren zijn van plan binnen afzienbare tijd het vervallen en totaal onbewoonbaar geworden pand op ’t Kastiel in Deever met als adres Kasteel 14 te laten afbreken en ter plekke een nieuwe woning te laten bouwen.
De redactie herinnert zich uit zijn jeugd dat in het boerderijtje (keuterijtje) de zusters Jannoa (Janna) van Ankorven (geboren op 20 januari 1903, overleden op 10 juni 1990) en Roefie (Roelofje) van Ankör’m (Ankorven) (geboren op 24 januari 1909, overleden op 23 juni 1996) woonden. Zij liggen beiden begraven op de kaarkhof aan de Grönnigerweg.
De laatste bewoonster van dit pand heeft in haar laatste levensjaren in een staat van zware zelfverwaarlozing in dit totaal onbewoonbaar geworden huis gewoond.
Bij een rondgang in het huis zag de redactie in een van de ‘vensterbanken’ in de ‘woonkamer’ allerlei spullen liggen. De redactie heeft de conclusie getrokken dat de laatste en vorig jaar overleden bewoonster ooit wel van pepermuntjes en snoepjes heeft gehouden. King pepermunt. Fortuin pepermunt. Werther’s Echte. Wie is die vrouw op het kleine fotootje (haar moeder ?).
Hield de laatste bewoonsters ooit ook van Oosterse muziek ? In die ‘vensterbank’ lag ook een muziekcassette in een doosje. De redactie heeft de cassette uit het doosje gehaald om deze te kunnen fotograferen. De titel van deze casssette is Promise of the dawn (Belofte van het ochtendgloren). Op deze muziekcassette uit 1980 staan liedjes uit de spirituele praktijk van Hazrat Inayat Khan. Was de laatste bewoonster van dit pand een soefist ? Had ze een mystieke en muzikale aanleg ? Trok ze zich daarom niets van het wereldse aan ?

Abracadabra-577Abracadabra-575 Abracadabra-576

Posted in Boerderij, Diever, Keuterij, ut Kastiel | Leave a comment

De woning van de familie Andreae is verdwenen

Op de plaats op ’t Kastiel waar in 2016 nog de kleine en gezellige oude woning van de familie Albert Andreae (het was een genot om bij Jantje Andreae-Oost -die alleen maar echt Deevers kon praten- op bezoek te gaan) stond (zie de bijgaande afbeelding), is een immense woning gebouwd.
Dit huis is een soort van neo-antieke mengselversie van een soort van kloon van een soort van saksonisch soort van boerij geworden. Dus wat voor soort van bouwsel is het eigenlijk geworden ? Kort door de bocht gesteld: het is een weinig authentiek brouwsel geworden.
Maar waarom gaven de Minder Hoge Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Bouwgelijk Van De Gemeente Westenveld een bouwvergunning voor dit merkwaardige brouwsel, met aan de ene kant een grote lelijke dakkapel en aan de andere kant een onderbroken daklijn af, terwijl de Minder Hoge Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Bouwgelijk Van De Gemeente Westenveld elders op ’t Kastiel bij een nieuw te bouwen boerderijachtig woninkje met een onderbroken daklijn wel moeilijk deden over de bouwvergunning ?
Let vooral bij de linker kleine kleurenfoto op het eeuwenoude openbare zandweggetje aan de linkerkant tussen de ekkelboo’m. Dit mag onder geen beding door de Hoge Heren en Minder Hoge Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Verhardingsgelijk worden vernield met een verharding.
De redactie heeft beide kleine kleurenfoto’s in de ochtend van 2 januari 2017 gemaakt. Het had de nacht daarvoor een beetje gesneeuwd.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Keuterij, Saandweg, ut Kastiel, Verdwenen object, Woningbouw | Leave a comment

Goa toch leever hen Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft alweer een hele tijd geleden voor de aardigheid het aantal ordners en dozen en mappen en stapels van zijn particuliere archief geteld. De redactie telde in totaal iets minder dan 140 ordners en dozen en mappen en stapels en schatte het totale aantal bladzijden op niet veel minder dan 35.000 en schatte het totale aantal items op niet veel minder dan 75.000.
De redactie van ut Deevers Archief heeft alweer een hele tijd geleden om te beginnen alle uit oude kranten afkomstige bladzijden tekst zonder een moment te aarzelen in de oud-papier-container gegooid, dat waren meer dan 100 ordners en dozen en mappen en stapels, dat ruimde heel lekker op.
Want alles, maar dan ook echt alles, wat ooit in kranten is gepubliceerd, is tegenwoordig snel terug te vinden in het nog steeds toenemende aantal via internet raadpleegbare goed toegankelijke digitale krantenarchieven.
De redactie van ut Deevers Archief vindt het met al dat papiergedoe wel mooi geweest na 50-jaar voorzitter/secretaris/archivaris/beheerder van zijn eigen papieren particuliere historische vereniging te zijn geweest. Het digitale krantentijdperk is al een paar jaar geleden op volle kracht aangebroken. To accept or not to accept, that is not a question.
De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van het overgebleven deel van zijn papieren archief (paperasje scannen en vervolgens dat paperasje in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit nog steeds te veel ordners, te veel dozen, te veel mappen en te veel stapels met veel foto’s, tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem voor opname in het Deevers Archief belangwekkend geacht document, in dit geval gaat het om het reclameblaadje ‘Ga liever naar Diever’ uit 1959.

Op de achterkant van het geschiedkundig zeer waardevolle en zeer gegevensrijke reclameblaadje ‘Ga liever naar Diever’, dat in mei 1959 is uitgegeven en gratis is uitgedeeld door de Vereniging Voor Vreselijk Veel Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.V.V.) uut Deever is een soort van plattegrond van ut dörp Deever afgedrukt. Zie de bijgaande afbeelding.
Ut dörp Deever was in 1959 gelukkig nog lang niet zo volgebouwd en volgestouwd als tegenwoordig in 2019. Tot in 1959 waren alleen aan de zuidkant van het oude dorp de kostelijke oeroude esgronden opgeofferd aan de neebau.
Op de plattegrond is te zien dat de inwoners van Deever in mei 1959 nog gebruik moesten maken van een noodpostkantoor an de Kloosterstroate. Het nieuwe – inmiddels al lang weer afgedankte – postkantoor is helaas na het nodeloos slopen van enige prachtige erfgoedpanden an de Peperstroate gebouwd.
An de Heufdstroate haa’j in de olde legere skoele nog ut gimmestieklokaal van de legere skoele en de U.L.O.-skoele an de Tusschendarp. De redactie herinnert zich uit zijn voetbaltijd dat de A’s en de B’s van voetbalvereniging Diever in de winter ook één keer in de week ‘s avonds in de olde skoele trainden. Op de plaats van de oude lagere school is later het – helaas inmiddels nodeloos afgedankte – Dingspilhuus gebouwd.
De openbare lagere school (O.L.S.) stond in 1959 nog an de Tusschendaarp.
Ook de school voor uitgebreid lager onderwijs (U.L.O.-school) stond in 1959 nog an de Tusschendaarp.
En ook het politiebureau stond in 1959 nog an de Tusschendaarp.
In 1959 moesten alle buitensportverenigingen, dat klinkt interessant, maar het waren slechts de voetbalvereniging Diever en de korfbalvereniging O.D.I.V.A.L. (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leerlingen, dat wil zeggen de korfbalvereniging voor U.L.O-leerlingen van hoofdmeester Ome Piet Zijlstra), nog gebruik maken van het gemeentelijke sportveld, mit de ingang an de Tusschendaarp. De leerlingen van de U.L.O.-school en de leerlingen van de Openbare Lagere School hadden in 1959 een eigen ingang naar het gemeentelijke sportterrein via een deur in de omheining.
De in 1955 in gebruik genomen nieuwe kleuterschool met de merkwaardige naam ‘de Buitelbam’ staat an de Binn’nesch.
De Griffemeerde Kaarke an de Kruusstroate was in 1959 nog lang niet vervangen door een nieuwe kerk.

Het grote verzoek aan de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief is: wie wil een goede scherpe scan van foto’s van het gymnastieklokaal aan de Hoofdstraat, het gemeentelijke sportterrein aan de Tusschendarp, de lagere school aan de Tusschendarp, de U.L.O.-school aan de Tusschendarp (en de bijbehorende noodgebouwen), de kleuterschool ‘de Buitelbam’ aan de Binnenes, de oude Gereformeerde Kerk aan de Kruisstraat en het noodpostkantoor aan de Kloosterstraat, ter beschikking stellen voor publicatie in ut Deevers Archief ?

Posted in Diever, Verdwenen object | Leave a comment

Liekwaeg’nschuutie wöd gien groevemuseumpie

In het dorp Deever is in 1913 een liekwaeg’nschuutie gebouwd op het gemeentelijke marktterrein an de Bosweg. Het huisje is in opdracht van de Vereeniging Lijkwagendienst uut Deever gebouwd. Het schuurtje was de stalling voor de liekwaeg’n.
De om werk verlegen dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben het in verval geraakte liekwaeg’nschuutie in 2016 een flinke opknapbeurt gegeven.
De Deeverse padvinderij heeft in het verleden het schuurtje in gebruik gehad als een soort van clubschuurtje en heeft -volgens zeggen- ramen en raampjes in de twee zijgeveltjes aangebracht en heeft -volgens zeggen- in het voorgeveltje aan de kant van de Bosweg de oorspronkelijke dubbele deur vervangen door een enkele deur en een raampje. Dus de Deeverse padvinders hebben het huisje flink verropt.
De om werk verlegen dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben vorig jaar de ramen en de raampjes in de zijgeveltjes met een soort van gelijklijkende baksteen dichtgemetseld. Deze plaatsen blijven helaas wel duidelijk zichtbaar. Het is niet anders. De dakpannen zijn van de doake gehaald en hebben een grondige wasbeurt gehad.
De om werk verlegen dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben vorig jaar de enkele deur en het raampje in de voorgeveltje vervangen door een dubbele deur. Het voorbeeld voor deze dubbele deur zit in het achtergeveltje, maar is niet nagemaakt.
Het is toch wel intrigerend waarom in het voorgeveltje ook een dubbele deur zat en nu weer zit.
Opende de liekwaeg’nmenner Geert Dekker noa un groeve beide baanders en reed hij dan met paard en lijkwagen de aachterbaander in, om zo de (zware ?) liekwaeg’n alvast in de goede uitrijrichting op te stellen ? De liekwaeg’nmenner spande daarna het paard uit en sloot vervolgens beide baanders ? Dan moet het paard wel onder de niet al te hoge baanderdeuren door hebben gekund.
De redactie is wel benieuwd of het bestek en de bouwtekening van het liekwaeg’nschuutie bewaard zijn gebleven. Want de redactie wil nog wel controleren of zijn beweringen ten aanzien van de vier geveltjes van het schuurtje juist zijn.
De beroemde autodidactische groevedeskundige van de plaatselijke heemkundige vereniging wijlen Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever was bijzonder geïnteresseerd en onderlegd in groeverituelen en was voornemens in het schuurtje een soort van particulier groevemuseumpie in te richten. Het zal er door zijn overlijden helaas ook niet meer van komen. Van zijn kennis van groeverituelen is niets op papier vastgelegd.
Het liekwaeg’nschuutie staat ook vermeld op de lijst van zogenaamde provinciale monumenten. Maar wat is eigenlijk zo’n vermelding waard ? Wat zijn de lusten en de lasten van een vermelding op deze lijst ? Levert zo’n vermelding geld voor beheer en onderhoud op ? Of zijn de lasten groter dan de lusten ?
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto’s op 2 januari 2017 gemaakt.

Posted in Aarfgood, Bosweg, Diever, Jans Tabak, Lijkwagendienst, Marktterrein, Vereniging | Leave a comment

Bouwbord geeft deels een indruk van Brink 6.0

De gemeente Westenveld toont in het kader van het zo door haar genoemde Brinkenplan op bouwborden hoe een deel van de omgeving van de brink van Deever bee de Heufdstroate en de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) na voltooiing van het plan in 2020 zal zijn. Op ut Van-Os-kaampie an ut ende van de Heufdstroate stiet ok ut hier eteunde bouwböd (nog beter is bouwbröt). Zie de bijgaande betreffende afbeelding. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto voor deze afbeelding op woensdag 6 november 2019 gemaakt.
De redactie merkt op dat de naam Brinkenplan geen juiste naam voor het project is, want de vrije ruimte tussen het Schultehuis en het gemeentehuis van de gemiente Deever is de enige brink in het dorp Deever.
Dus een ruimte in het dorp Deever, die van horen zeggen maar al te graag als brink wordt gebombardeerd, is geen brink, mits verantwoord historisch en wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze ruimte wel een brink is.
Het betreft overduidelijk de ruimte bij de t-splitsing van de Heufdstroete en de Aachterstroate, die in de volksmond ook wel Kleine Brink wordt genoemd. Het betreft overduidelijk de vrije ruimte aan het begin van de Bosweg, die tegenwoordig door ignoranten en amateur-histerielogen te onpas marktbrink wordt genoemd. Derhalve moet het plan vooralsnog, maar hopelijk voor altijd als Brinkplan de geschiedenis in gaan. Zeg maar het zoveelste Brinkplan, zeg maar het plan voor de inrichting van Brink 6.0, met de zekerheid dat de toekomstbestendigheid van het resultaat van dit plan een ijdele illusie is.
Op de afbeelding zijn paden over de brink en over de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) te zien. Het mogen zo te zien geen door het natuurlijke gebruik ontstane slingerende slijtpaden in de zanderige ondergrond worden, nee het lijken wel rechtlijnige, voorgekauwde kunstmatige – gij zult hier en niet in het gras lopen – paden te worden. Paden die worden gemaakt van een of ander volledig nadeelvrij, roodbruin, kleurvast, slijtvast, duurzaam, toekomstvast, toekomstbestendig, milieuvriendelijk, klimaatvriendelijk, klimaatbestendig, waterbestendig, niet-verweekbaar, waterdoorlatend, zonbestendig, vorstbestendig, dooizoutbestendig, luchtdoorlatend, onkruidwerend, graswerend, molwerend, onscheurbaar, vervormbaar, warmteabsorberend, hangjongerenbestendig, volledig herbruikbaar, circulair en uiterst goedkoop en uiterst concurrerend cradle-to-cradle wondermateriaal.
De redactie van ut Deevers Archief is en blijft voorstander van zandpaden, die hebben al eeuwenlang hun bestaansrecht bewezen, soas ut now verropte kaarkepad tuss’n Deever, Kalter’n en Wapse of ut Raggerspad tussen Deever, Oll’ndeever en de Oll’ndeeversebrogge.
De struikelende naar het wonderwandelpadmateriaal kijkende vrouw heeft op haar rug een zakje met het logo van het Brinkplan en de naam Diever. Deze rugzakjes zullen ongetwijfeld binnenkort bij Deeverse neringdoenden te koop zijn of wellicht te koop zijn bij de balie aan de publieksbrink in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.
Op de brinkdam lopen duiven, een ogenschijnlijk Amsterdamse Drentenierster is bezig de duiven op de dam te voeren.
De redactie van ut Deevers Archief ontwaart op de brinkdam links achter de man met het blauwe rugzakje een kunstwerk. Het kunstwerk zal zo te zien helaas niet op een ten minste honderdenvijftigduizend jaar oude grote uiterst toekomstbestendige Deeverse zwerfsteen worden geplaatst, maar wellicht op een duurzaam, toekomstvast, toekomstbestendig, milieuvriendelijk, klimaatvriendelijk, klimaatbestendig, vorstbestendig, onscheurbaar, volledig herbruikbaar, circulair en uiterst goedkoop en uiterst concurrerend cradle-to-cradle materiaal.
Op de brinkdam en op de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) komen enige zitbankjes te staan. De grote vraag is natuurlijk of deze zitbankjes met schaars belastinggeld worden betaald of dat de uitbaters van cafe’s, restaurants, lunchrooms, snackbars, ijsco- en patatkramen, brood- en banketbakkerijen en andere neringdoenden een duit in het zakje moeten doen en geacht worden deze voorzieningen te betalen. Pecunia non olet.
Het is uiterst voorstelbaar en uiterst voorspelbaar dat vanwege het gekozen monotone, uniforme, saaie, dikmetalen, hangjongerenbestendige en dus onverwoestbare zitmeubilair op de brinkdam en op de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) het aandoenlijke Plattelandsvrouwenbankje op de brink zal worden geruimd of misschien al is geruimd en wellicht en hopelijk elders zal worden herplaatst. Het is uiterst voorstelbaar en uiterst voorspelbaar dat vanwege het gekozen monotone, uniforme, saaie, dikmetalen, hangjongerenbestendige en dus onverwoestbare zitmeubilair op de brinkdam en op de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) het aandoenlijke Rabobankbankje in het grasveldje tegenover de Rabobank zal worden geruimd of misschien al is geruimd en wellicht en hopelijk elders zal worden herplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief suggereert het Plattelandsvrouwenbankje en het Rabobankbankje in de buurt van de huidige standplaats van de Van-Os-Baank te herplaatsen, op die manier ontstaat een soort van openluchtmuseumpje van afgedankte door burgerinitiatief ontstane en met burgergeld betaalde zitbankjes. Derhalve valt zeer te overwegen het misgesitueerde aandoenlijke Bert-Haanstrabankje aan het loop- en fietspad langs de Shakespearealley (voorheen Bosweg) ook te verplaatsen naar de nabijheid van de huidige standplaats van de Van-Os-Baank. En op korte termijn zou ook het op Zorgvlied staande aandoenlijke Incredible-Doctor-Jan-Haarm-Polbankje hier een laatste rustplaats kunnen krijgen. In de buurt van die andere hakhoutkunstwerken De Vliegende Deur en de Oehoeboeroe.
Langs het Oense-Abe-erfgoedhobbelpad van ten minste honderdenvijftigduizend jaar oude uiterst toekomstbestendige Deeverse veldkeien met religieuze tekens komen autoverrinnewièd’nde flinke ten minste honderenvijftigduizend jaar oude uiterst toekomstbestendige Deeverse zwerfkeien te liggen. De gemeente Westenveld is wellicht al een tijdje bezig met het sparen van deze stenen, wellicht komen de twee bee ut liekwaeg’nschuurtie verdwenen zwerfstenen hier ook te liggen.
De redactie van ut Deevers Archief had een oja-belevenis, een aha-erlebnis en een déjà vu ervaring bij het zien van de lantaarnpalen. Deze komen voor op oude ansichtkaarten, bijvoorbeeld die van de brink 3.0 in de sneeuw uit 1920. Alleen waren het toen carbid-lampen die de omgeving verlichtten, nu zullen het wel energiezuinige langelevensduur led-lampen worden, het carbid kan beter worden gebruikt bee ut kebiedskeet’n mit oldejaor.
De redactie van ut Deevers Archief ontwaart rechts achter de man met het blauwe rugzakje een groene auto die in de richting van de Rabobank rijdt. Is de maker van deze poster verkeerd geïnformeerd ? Of mag het autoverkeer de Peperstraat of het deel van de Peperstraat tot aan de zogenaamde Kerkstraat binnenkort in twee richtingen berijden ?

Posted in Brink, Diever | Leave a comment