Category Archives: Erfgoed

Twee stervende fageus sylvatica atropunicera

Twee rode beuken (fagus sylvatica atropunicera) an de brink van Deever, die in de tuin vóór het huis met adres Brink 5 staan, zijn vergiftigd, zijn bezig een langzame dood te sterven, en zullen binnen afzienbare tijd moeten worden gekapt.
Zie ook het artikel Wie is de moordenaar van twee beuken an de brink elders in het Deevers Archief.
Deze twee rode beuken zijn in de meer dan honderd jaren van hun bestaan Deevers erfgoed geworden. Ech wè. Een rode beuk kan wel een leeftijd van vierhonderd jaren bereiken.
Het is natuurlijk volstrekt onbestaanbaar en dus volstrekt ondenkbaar dat deze twee prachtige en beeldbepalende rode beuken door iemand uit de nabijheid van deze bomen zijn vergiftigd. Ech neet.
Nee, de vergiftiger zal zeker elders moeten worden gezocht, bijvoorbeeld onder boomhaters of boomvernielers van ergens ver buiten de gemiente Deever, die er niet tegen kunnen dat aan de niet-origineel Saksische brink van Deever mooie oude beeldbepalende rode beuken staan te pronken. Ech wè.
Op de bijgevoegde afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die is verstuurd op 31 augustus 1958, zijn achter het witte hekje langs het voetpad de bedoelde twee rode beuken te zien. Deze twee beuken waren zestig jaar geleden al uitgegroeid tot flinke bomen. De zwart-wit ansichtkaart is uitgegeven door Lubbert Wanningen, neringdoende in luxe- en huishoudelijke artikelen. Zijn winkel was gevestigd in het pand an de Brink waar nu cafetaria-café-restaurant ’t Keernpunt is gevestigd.
De redactie prijst zich bijzonder ongelukkig dat hij voor het onverbiddelijke maar noodzakelijke vastleggen van vrogger in de gemiente Deever bijgaande kleurenfoto treurig genoeg toch nog op vrijdag 30 november 2018 toevallig in het voorbijgaan heeft kunnen maken.
De redactie van het Deevers Archief kan het niet laten te constateren dat de voorgevel van het huis met adres Brink 5 in augustus 1958 veel mooier en brinkwaardiger was dan in november 2018.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Erfgoed, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

De ingang tot het weiland ‘de Helprichskaampe’

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar postuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.
Tussen de documenten zat ook een kleurenfoto, die Anne Mulder omstreeks 1970 heeft gemaakt. Het betreft een foto van het toegangsweggetje naar het weiland met de naam de Helprichskaampe an de Hoarweg in de bos van Deever. Deze tijdloos lijkende foto is het zeker waard uitgegeven te worden als ansichtkaart.
De redactie vermoedt dat de veldnaam de Helprichskaampe niet is vermeld in het voor Deever onvolprezen en uiterst belangrijke cultuurhistorische standaardwerk ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’, dat de heemkundige vereniging uut Deever in 2013 in een te beperkte oplage heeft uitgegeven. In dit standaardwerk zijn de veldnamen van alle percelen in de gemiente Deever op de kadastrale atlas van 1832 verzameld en in kaart gebracht.
Het zou best eens zo kunnen zijn dat het perceel land met de naam de Helprichskaampe na 1832 via vererving of verkoop is ontstaan uit een opdeling van een groter perceel land met een veldnaam, die wél in het genoemde standaardwerk is vermeld en dat het nieuwe perceel pas (ver) na 1832 de naam de Helprichskaampe (het stuk land van Helprich …..) heeft gekregen. De redactie heeft de veldnaam de Helprichskaampe toegevoegd aan de Deeverse erfgoedlijst.
De redactie nodigt bij deze de Heren Veldnamenexperts Van De Heemkundige Vereniging Uut Deever uit te reageren op dit bericht.

Posted in Erfgoed, Veldnamen | Leave a comment

Wie is de moordenaar van twee beuken an de brink ?

Op twee particuliere rode beuken an de brink van Deever vóór het huis met adres Brink 5 hangt een aankondiging over het zoeken van de moordenaars van deze twee onvervangbare bomen.

Gezocht
Tussen januari 2017 en nu zijn deze schitterende, ongeveer 100 jaar oude bomen, slachtoffer geworden van vernieling.
Er zijn gaten in de stammen van onze bomen geboord waar (meerdere keren ?) vergif is ingespoten.
Meerdere experts hebben onafhankelijk van elkaar geconstateerd dat beide bomen deze aanval niet zullen overleven; ze zijn al aan het doodgaan. Vanwege het gevaar voor de omgeving worden ze binnenkort gekapt.
Er is aangifte gedaan bij de politie maar bij gebrek aan een verdachte kan er op dit moment niet gebeuren. Heeft u iets gezien of gehoord ? Iemand die geklaagd heeft over overlast door onze bomen ? Meld het alstublieft aan ons of anoniem bij de politie !
Wij betreuren dit verlies ten zeerste, niet alleen voor het aanzicht van de brink, maar ook voor de leefomgeving van mossen, insecten, vogels en eekhoorns die hier leven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Binnen afzienbare tijd zullen deze twee rode beuken (fagus sylvatica atropunicera), die door de meer dan honderd jaren van hun bestaan heen steeds meer tot het Deeverse erfgoed zijn gaan behoren, door toedoen van een sluipmoordenaar zullen zijn verdwenen.
De redactie prijst zich bijzonder ongelukkig dat hij voor het onverbiddelijke maar noodzakelijke vastleggen van ‘vrogger in de gemiente Deever’ de vier bijgaande kleurenfoto’s treurig genoeg toch nog op vrijdag 30 november 2018 toevallig in het voorbijgaan heeft kunnen maken.
Op de bijgevoegde afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van de niet-origineel Saksische brink van Deever uit omstreeks 1950 zijn de twee rode beuken al flinke beeldbepalende bomen geworden.





Posted in Ansichtkaarten, Brink, Erfgoed, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever

De redactie van het Deevers Archief is een groot liefhebber van korenmolen ‘de Vlijt’ aan de rand van de Westeresch in Oldendeever. Dat dit ouderwetse werktuig tot in lengte van jaren toch maar in een goede staat van onderhoud en werkend mag blijven.
De redactie kon het niet laten en heeft daarom bijgaande kleurenfoto op woensdag 19 september 2018 in het voorbijgaan gemaakt.
De bebouwing aan de linkerkant van de foto rukt wel steeds meer op in de richting van de molen.

Posted in Erfgoed, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Hunnebed van Deever vooral wel en veel beklimmen

Het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger bedacht tot verbijstering en verbolgenheid van de honderdduizenden binnen- en buitenlandse Hunnebeddenbeklimliefhebbers een eigen en juridisch waardeloos verbodsbetuttelbord met de betekenis ‘Hunnebed niet beklimmen’. Zie de bijgaande figuur.
Het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger vindt het beklimmen van hunnebedden erg gevaarlijk.
Je zou toch maar eens van zo één herstapelde en dus al lang niet meer in originele staat verkerende stapel dikke stien’n uut Scandinavië kunnen vallen. Beschikt het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger over betrouwbare gegevens over het aantal en de ernst van de valpartijen van de 53 Drentsche hunnebedden in de afgelopen tien jaren ? Of hebben de doorgeleerde leden van het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger op een regenachtige vrijdagmiddag tijdens een uitgebreide vrijdagmiddagborrel eens flink en lekker op hun dikke duim gezogen ?
Het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger vindt het beklimmen van hunnebedden een ernstige vorm van grafschennis.
De grond onder de gerestaureerde en dus al lang niet meer in ooorspronkelijke staat verkerende en vervangbare stapels dikke stien’n uut Skandinavië is echter al zo vaak geschonden, mishandeld, afgegraven, uitgegraven, vergraven, doorploegd, gezeefd, geplunderd, dat daar dus geen urnscherfje, schedeltje of botje meer is te vinden. Het beklimmen van deze vervangbare en al duizenden jaren in onbruik geraakte stapels dikke stien’n is in de allerverste verre verte niet als grafschennis te beschouwen. Het tonen van urnen en schedels en botjes uit hunnebedden en urnenvelden in het Hunnebeddencentrum van het Hunnenbeddenbezoekersbetuttelteam in Borger, het Drentsch Museum in Assen en het zo genoemde Oermuseum in Deever is als een oneindig veel grotere grafschennis aan te merken. En wat te denken van het serieuze idee van de weledelgestrenge hooggeleerde en hoogdoorgeleerde professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen, die de grond onder alle Drentsche hunnebedden diep door zijn arbeiders liet doorploegen, zich na zijn dood te laten begraven in de steenkistheuvel bee’j ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg bee’j Deever ?
Het zou ook kunnen zijn dat het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger zo maar plotseling tijdens een oergezellige vrijdagmiddagborrel vindt dat door het beklimmen ernstige slijtage optreedt aan deze vervangbare en al duizenden jaren in onbruik geraakte stapels dikke stien’n.
Stel dat het bovenste deel van een dikke dekstien per beklimming gemiddeld 0,000000001 meter slijt en stel dat een deksteen ruim geschat 10000 keren per klauter- en klimseizoen wordt bezocht, dan slijt die deksteen 0,00001 meter per jaar, dus ongeveer ten hoogste 1 mm per honderd jaar.
De redactie van het Deevers Archief hoopt ten zeerste dat de door de weledelgestrenge hooggeleerde en hoogdoorgeleerde professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen in 1955/1956 vernielde stapel dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever tot in lengte van jaren door elke, maar dan ook door elke, bezoeker uitgebreid zal worden beklommen.
De redactie van het Deevers Archief vreest dat het betuttelteam van de beheerder van de bossen van de Nederlandse Staat (de eigenaar van de vernielde stapel dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever), het betuttelteam van de heemkundige vereniging uut Deever en het betuttelteam van het zo genoemde Oermuseum uut Deever, met instemming van het betuttelteam van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk, wellicht in de persoon van de cultuurbeleidsbeïnvloeder en monumentenballoteur Bernard Stickfort, het hier afgebeelde verbodsbetuttelbordje (gij zult het hunnebed niet beklimmen) wel heel graag zullen willen plaatsen bij de vele betuttelbordjes bee’j de verropte staepel dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 26 juni 2012 gemaakt.

Posted in Albert Egges van Giffen, Erfgoed, Grönnegerweg, Hunnebed | Leave a comment

Zicht op ut Brinkie en de kleine Peperstroate

De Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer (V.v.V.V) van Deever stelde in 1953 een toeristisch reclameboekje met de erg oorspronkelijke titel ‘Diever’ samen; dit ter gelegenheid van het Openluchtspel. In dat jaar werd in het openluchttheater an de Shakespearebrink (voorheen Bolderbrink) in het Grünedal an de Heezenesch van Deever het door William Shakespeare geschreven toneelstuk ‘Eind goed, al goed’ opgevoerd.
Op bladzijde 25 van genoemd reclameboekje is bijgaande foto afgebeeld van een deel van ut Brinkie en de kleine Peperstroate.
In het huis in het midden en staand an ut Brinkie (is ut Brinkie wel een echt origineel Saksisch brinkje ?) woonde de familie Westerhof. De hier wonende Koop Westerhof overleefde op 10 april 1942 op wonderbaarlijke wijze de Duitse moordpartij op het marktterrein.
In het huis aan de linkerkant en staand an de kleine Peperstroate woonde de familie Roelof Hunneman. De hier wonende Roelof Hunneman overleefde op 10 april 1942 de Duitse moordpartij op het marktterrein niet.
Het monumentale en rijksmonumentwaardige keuterboerderijtje van de familie Roelof Hunneman was in 1953 nog niet rücksichtlos en gründlich ten prooi gevallen aan de megalomane sloopdrift van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd, zijn vrouw werd in de volksmond altijd tante Nel genoemd, zijn hond werd in de volksmond altijd Krentestoete genoemd) en de gelijkgerichten onder de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk.

Posted in Erfgoed, Keuterijen, Kleine Brink, Peperstraat, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Waterverftekening van de Peperstroate in Deever

De kunstenaar Jan Planting maakte in de tweede helft van de veertiger jaren van de vorige eeuw (waarschijnlijk in 1948) met waterverf op papier de toen nog fraaie en tekenwaardige Peperstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Het resultaat van deze kunstzinnige werkzaamheid hangt in Drachten in het Museum Dr8888 (Museum Drachten).
Gegevens over deze waterverftekening zijn te vinden in de Collectie Nederland: Museum, Monumenten en Archeologie.
De redactie van het Deevers Archief neemt voor alsnog aan dat de kunstenaar Jan Planting wel een foto als voorbeeld voor zijn waterverftekening heeft gebruikt, maar de redactie is helaas niet bekend met deze foto.
Om de bezoeker toch een indruk te geven van de situatie in de Peperstroate rond 1948 heeft de redactie bijgaande zwart-wit afbeelding toegevoegd.
Flink wat olde huus’n an de Peperstroate werden in de zestiger en zeventiger van de vorige eeuw gründlich en rücksichtlos gesloopt door de megalomanistische burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd, zijn hond werd altijd Krentestoete genoemd) en zijn gelijkgestemden onder de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk. Alleen al de bestrating van de Peperstroate zou op zijn minst beschermd Deevers erfgoed zijn geworden.

Posted in Erfgoed, Kunst, Peperstraat, Tekeningen, Topstukken | Leave a comment

Een doodlopende of niet doodlopende saandweg ?

Het gedeelte van de Stienwiekerweg tussen Oldendeever en de Westerdrift is gelukkig nog steeds een saandweg. Dat moet vooral zo blijven. Maar voor hoelang nog ? Het is in enige mate lovenswaardig dat de veelal niet-Deeverse Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk hebben begrepen dat doorgaand verkeer erg schadelijk is voor deze saandweg. Maar hoe kan doorgaand verkeer worden geweerd ?
De saandweg kan natuurlijk het beste aan beide einden worden geblokkeerd met een afsluitbare slagboom. Maar dan kunnen de gebruikers van de grond langs de saandweg niet met een voertuig bij hun land komen ? Dat zou kunnen worden opgelost door die gebruikers een sleutel voor het slot van die afsluitbare slagboom te geven. Maar dat lijkt te veel gedoe te zijn.
De boerenslimme verkeerskundoloog van De Voorkant Van Het Gelijk heeft zijn ogenschijnlijke gelijk al een hele tijd gehaald in het aan beide einden van de saandweg plaatsen van verkeersbord RVV – L08 (doodlopende weg). Maar dat is regelrechte volksverlakkerij. Daar trappen we niet in, want de redactie van het Deevers Archief is ook op woensdag 19 september 2018 weer eens met een automobiel van het ene einde naar het ander einde van de saandweg gereden zonder een blokkade tegen te komen.
Het ware voor de boerenslimme verkeerskundoloog juridisch gezien beter aan beide einden van de saandweg het verkeersbord RVV C01 (gesloten in beide richtingen) te plaatsen.
Aan de kant van de Westerdrift ontbreekt het witte bord onder verkeersbord RVV – L08.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op woensdag 19 september 2018 gemaakt.

Posted in Erfgoed, Oldendiever, Zandwegen | Leave a comment

Ut verropp’m van un saandweggie in Oldendeever

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 6 september 2010 stond een ingestuurde brief van de zeer geachte heer Wim Dooren over ut verropp’m van een old saandweggie in Oldendeever.

Een zandweggetje in Westerveld
Inwoners van Oldendiever, gemeente Westerveld, voeren een handtekeningenactie. Ze willen dat Burgemeester en Wethouders een oud zandweggetje van zo’n 200 meter lengte in stand houdt. Dat betekent zo nu en dan wat takken snoeien en de begroeiing van het weggetje verwijderen.
Dit Oostwegje komt voor op oude landkaarten uit 1853 en is alleen daarom al cultuur-historisch en landschappelijk waardevol. Veel van zulke weggetjes zijn gesneuveld tijdens de ruilverkaveling. Wat er in het Westerveldse landschap nog over is aan oud en authentiek moet worden behouden.
De Oldendieverse actievoerders zullen ongetwijfeld succes behalen. Zo maakte Progressief Westerveld zich al eerder eens sterk voor een stukje zandweg nabij de openbare basisschool in Diever. Het Oostwegje in Oldendiever is ontegenzeggelijk van veel groter cultuur-historisch belang.
Nog belangrijker dan dit ene weggetje is een gemeentebestuur dat zulke blunders gewoon niet maakt. Zodat burgers niet om de haverklap handtekeningenacties moeten voeren voor iets waarover elke discussie overbodig is.
Nodig is een gemeentebestuur dat simpelweg oog heeft voor de zaken die Westerveld maken tot wat het is: natuurwaarden, cultuur-historische waarden in bebouwd én onbebouwd gebied, kleinschalige economische bedrijvigheid en toerisme vanwege natuur, landschap en cultuur. Projecten zoals Culturele gemeente 2009, Dorpskern Dwingeloo, Havelterberg 2009, Duurzame Landschapsontwikkeling zijn uiteindelijk veel minder belangrijk dan cultureel, historisch en groen besef in de dagelijkse van gewone lopende zaken. Als dat dagelijkse besef ontbreekt, dan zijn die grootschalige projecten eigenlijk alleen maar bestuurlijke protserigheid: de kleren van de keizer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De veelal niet Deeverse Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben zich voor geen ene cultuur-historische mallemoer wat aangetrokken van de ingestuurde zeer terechte brief van de zeer verontruste zeer geachte heer Wim Dooren.
Want heden ten dage is het deel van het verdwenen saandweggie bee’j ut hüsie van de Oosies an de Holteweg niet meer openbaar toegankelijk. Het publiek wordt via het groene bordje an de stiele van ut hekke gesommeerd vooral weg te wezen en rond te lopen. An de stiele van ut hekke is geen bordje ‘Verboden toegang’ en ook geen bordje ‘Eigen weg’ bevestigd. Ut saandweggie is klaarblijkelijk wel toegevoegd aan het landgoedje met de naam Oostkaampie van de twee uitvinders van het midwintertoeteren in Oldendeever, top-Oldendeeversen , top-interviewers en mede-redacteurs van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’. Hebben de twee midwintertoeteraars ut saandweggie gekocht van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk ?
Zouden de twee midwintertoeteraars uut Oldendeever, top-Oldendeeversen, top-interviewers en mede-redacteurs van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ en bewoners van het landgoedje met de naam Oostkaampie ook deelgenomen hebben aan de handtekeningenactie voor het behoud van het openbare saandweggie vóór hun landhuisje ? Ut saandweggie was een cultuur-historisch juweeltje van de eerste orde.
De redactie betwijfeld ten zeerste dat ut saandweggie ooit de naam Oostweggie heeft gehad. En Oostkaampie is ook geen oude veldnaam. De redactie heeft het kastanjebruine vermoeden dat de twee midwintertoeteraars de bedenkers van de namen Oostweggie, Oostkaampie en Oosthüsie zijn. Maar was is de cultuur-historisch juiste naam van ut saandweggie ?
Het aan het landgoedje Oostkaampie toegevoegde deel van ut saandweggie is op de eerste foto te zien en is door middel van een hek afgesloten van het openbare deel van ut saanweggie.
Het openbare deel van ut saandweggie is te zien op de tweede foto. De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk, kantoor houdende in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zijn wellicht voor ut saandweggie bewust vergeten voor het snoeien van overhangende takken en het verwijderen van begroeiing een onbetaald contract te sluiten met de midwintertoeterverening uut Oldendeever.
Op de derde foto is de bijna (bewust ?) verborgen ingang van ut saandweggie vanaf de saandweg met de naam Zuurlanderes te zien.
De redactie heeft de drie kleurenfoto’s op woensdag 19 september 2018 gemaakt.

Posted in Erfgoed, Oldendiever, Zandwegen | Leave a comment

Bolder’n op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 december 2015 verscheen het volgende voor de redactie van het Deevers Archief zeer verheugende bericht over de traditie van het bolder’n.

Blokgooien immaterieel erfgoed
Diever. Het spelletje blokgooien dat nog wekelijks gespeeld wordt op het speelveldje aan de Dwarsdrift in Diever, is door Unesco erkend als immaterieel erfgoed. Blokgooien is een oeroud volksspelletje uit het Nedersaksisch taalgebied.
Volgens de overlevering is het spelletje in deze streken terecht gekomen door de Romeinen. De spelregels van het blokgooien zijn altijd doorgegeven van de ouders aan de kinderen, Men moet het niet vergelijken met klootschieten.
Bij het blokgooien worden centen op een blok gelegd en gooi je raak dan mag je de centen omhoog behouden. Hert gooien vindt plaats met een rond zwerfkeitje.
Ze hebben veel benamingen voor het spel, zoals bolderen, klobbejagen en klobbegooien. Zo komt het ook voor onder de naam van piksjitten in Friesland en kaalbakken in Groningen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Unesco heeft het oeroude Drentse bolder’n eindelijk erkend als immaterieel werelderfgoed. Het spel wordt in delen van Drenthe nog in ere gehouden, onder meer in en rond Roden en Westerbork en natuurlijk in Deever..
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief wordt -na het misschien wel, maar beter niet lezen van het voorgaande in de gauwigheid in elkaar gedraaide stukje rammelende tekst- vooral aangeraden de webstee Blokgooien te raadplegen. De beheerder van deze website heeft zich het vuur uit zijn klompen gelopen om het bolder’n op de lijst van immaterieel werelderfgoed van de Unesco te krijgen. Hulde. Hulde. Hulde.
Het berichtje vermeldt dat heden ten dage in Deever wordt gebolderd met een rond zwerfkeitje. Dat is uit de duim gezogen onzin. De bolderstien wordt zeker al een generatie lang niet meer gebruikt in Deever. Gebruikte bolderstien’n zijn uiterst zeldzaam en museumwaardig geworden. In de collectie van het Deevers Archief bevinden zich de twee bewaard gebleven bolderstien’n van Hendrik Krol Jzn.

abracadabra-525

Posted in Bolderen, Diever, Erfgoed, Tradities | Leave a comment

Wittelte – Kasteelheuvel in bescherming

In de Meppeler Courant van 25 februari 1981 verscheen het volgende bericht over de noodzakelijk geachte bescherming ingevolge de Monumentenwet van ‘de Baarg’ van Wittelte.

Kasteelheuvel in bescherming
Wittelte – De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort heeft Gedeputeerde Staten van Drenthe geattendeerd op de aanwezigheid van een kasteelheuvel in Wittelte. De rijksdienst wijst erop dat zich in het grasland ten zuidoosten van Wittelte een ongeveer vier meter hoge kunstmatige heuvel met een diameter van 20 meter bevindt.
Rondom deze heuvel wijst een depressie op een vroeger hier aanwezige gracht. Het betreft hier één van een drietal (de andere zijn het Borgbarchien ten zuidwesten van Rheebruggen tussen Uffelte en Ansen en de Klinkenberg in het dal van de Geeserstroom ten zuidwesten van Gees) Drentsche kasteelheuvels, die dateren uit de Middeleeuwen.
Op grond van wetenschappelijk- en cultuurhistorische betekenis zal deze kasteelheuvel met het rondom aanwezige grachtprofiel te zijner tijd worden voorgedragen voor bescherming ingevolge de Monumentenwet. Het is de rijksdienst gebleken dat in het rapport voor de ruilverkaveling ‘Diever’ dit archeologische monument nergens wordt genoemd, hetgeen zou kunnen inhouden dat met deze heuvel en zijn naaste omgeving geen rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden. De rijksdienst meent er goed aan te doen Gedeputeerde Staten op dit moment te attenderen en de waarde ervan nog eens duidelijk te onderstrepen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is de redactie niet duidelijk wat de schrijver van dit artikel met ‘op grond van wetenschappelijke betekenis ….’ heeft bedoeld. Zeker is dat ‘de Baarg’ van Wittelte nooit archeologisch (zeg wetenschappelijk) is onderzocht.
Jacob Snoeken, de eigenaar van het land waarin ‘de Baarg’ van Wittelte ligt, heeft persoonlijk verhinderd dat ‘de Baarg’ van Wittelte tijdens de uitvoering van de ruilverkaveling werd afgegraven.
Zo kon ‘de Baarg’ van Wittelte in 2002, meer dan 20 jaar na de ruilverkaveling, als mosterd na de maaltijd, alsnog op de lijst van rijksmonumenten (beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988) worden opgenomen. Voor wat dit waard is.
De bijgaande zwart-witfoto is in 1927 gemaakt door burgemeester Hendrik Gerard van Os.
De redactie heeft de kleurenfoto van wat nog over is van ‘de Baarg’ van Wittelte op 3 oktober 2012 gemaakt.

Abracadabra-1407Abracadabra-1440

Posted in Archeologie, de Baarg van Wittelte, Erfgoed, Wittelte | Leave a comment

Poasvuur in Deever, Wapse en Wittelte – Pasen 2016

Op drie plaatsen binnen de grenzen van de gemiente Deever is met de paasdagen een poasbulte verbrand.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij Wittelteweg 18 – Wapserveenseweg 1.
De Wapser Gemeenschap heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij de Landweg in Wapse.
De Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek aan de Steenakkerweg op de Heezenesch.
De plek van de poasbulte van de Buurtvereniging Geeuwenbrug lag buiten de grens van de gemiente Deever.
De poasbulte in Wapse is tegen de traditie in al op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte in Wittelte is eveneens tegen de traditie in op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte van Deever is zoals de traditie dat wil wel op Tweede Paasdag 28 maart aangestoken.

De voorkant van het gelijk heeft zo genoemde beleidsregels voor poasbult’n opgesteld. In de webstee van de gemeente Westenveld is sprake van een vreugdevuur, dit is een volstrekt verkeerde term, de juiste term is poasvuur. De betreffende tekstschrijver van de gemeente Westenveld wil de burgers blijkbaar een nieuwe term opdringen..
Een vereniging die niet aan deze zo genoemde beleidsregels voldoet, krijgt van de met de uitvoering van het paasvuurbeleid belaste ambtenaar geen tijdelijke stookvergunning. Gelukkig voldeden de Dorpsvereniging Wittelte, de Wapser Gemeenschap en de Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift blijkbaar vooraf wel al aan zo genoemde beleidsregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n 
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat in Oude Willem, Groot Wateren, Klein Wateren en Zorgvlied (de aandere kaante van de bos) en an de Deeverbrogge geen poasbulte is gesleept. Haar Tied Zat gien zat tied veur ’t sleep’m van ’n poasbulte ?

In de webstee van de gemeente Westenveld is ook nog de volgende overbodige zin te lezen: Het is alleen aan de organisaties die een ontheffing hebben gekregen toegestaan, een paasvuur (vreugdevuur) te organiseren. Vingertje in de lucht, ah, ah. En let vooral op de term tussen haken: vreugdevuur. Om droevig van te worden.

De met de uitvoering van de zo genoemde beleidsregelds voor het slepen en verbranden van poasbult’n belaste ambtenaar geeft alleen een tijdelijke stookvergunning aan een vereniging af als is voldaan aan de volgende beleidsregels:
1. de vereniging is niet eerder dan vier dagen vóór het verbranden van de poasbulte begonnen met het slepen.
2. de poasbulte is door de vereniging aangestoken.
3. de poasbulte bestaat alleen uit snoeihout.
4. de poasbulte is schoon opgebrand.
5. de vereniging heeft de verbrandingsresten van de poasbulte afgevoerd.

De vraag is hoe van te voren kan worden nagegaan of achteraf is voldaan aan de hiervoor zo genoemde vijf beleidsregels.
Regel 1 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren. Maar wat als vanwege wind of regen de poasbulte niet op een geplande zaterdag voor Pasen, maar op Tweede Paasdag ’s avonds om acht uur wordt aangestoken en ’s zaterdags, na de vierde dag, wordt nog een vrachtje mooi schoon opbrandbaar snoeihout naar de paosbulte gesleept. Wat dan ? Dan kan regel 1 niet worden afgevinkt. Maar hoe gaat het bevoegd gezag dit controleren ?
Regel 2 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. Pas dan kan al dan niet een vinkje bij regel 2 worden gezet.
Regel 3 is wel tijdens het slepen van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. De poasbulte mag alleen van snoeihout worden gemaakt. Dus gien olde maan’n of stobb’m of olde witt’n. Maar wat als een vrachtje stobb’m onder in het hart van de poasbulte wordt verwerkt en direct wordt bedekt met schoon opbrandbaar snoeihout. Geen rode haan die daar naar kraait. Regel 3 is echter alleen te controleren als voortdurend iemand van het bevoegd gezag bij het slepen van de poasbulte staat te koekeloeren.
Regel 4 is ook pas na het opbranden van de poasbulte te controleren. In de webstee van de gemeente Westenveld was geen omschrijving van het begrip ‘schoon opbranden’ te vinden. Dit biedt erg veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Wat is schoon opbranden en hoe schoon moet schoon opbranden zijn, is schoon opbranden te meten en wie controleert deze zo genoemde beleidsregel ? Of wordt met ‘schoon opbranden’ bedoeld dat de poasbulte volledig moet zijn verbrand ?
Regel 5 is ook pas achteraf af te vinken. Waarschijnlijk moeten de verbrandingsresten worden vervoerd naar en afgegeven aan een inrichting die een omgevingsvergunning heeft voor het accepteren van verbrandingsresten van een poasbulte.  Bijvoorbeeld afvoeren naar de afvalverwerking in Wijster ? Afvalstroomnummer aanvragen ? Dus het acceptatiebewijs van de afvalverwerking inleveren bij de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de poasbulte-regelties ?

De gevolgtrekking is dat de vijf zo genoemde beleidregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n niet zijn te handhaven, zeker niet vooraf, maar ook niet achteraf zijn af te vinken, tenzij dag en nacht een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bij een poasbulte staat te controleren en zodra een vereniging een van de vijf zo genoemde beleidsregels overtreedt, het repressieve vingertje in de lucht steekt, heel hard ah ah roept, en overgaat tot het intrekken van de tijdelijke stookvergunning.
De voorkant van het gelijk zal de vijf zo genoemde beleidsregels ongetwijfeld aangrijpen om – net zoals bij het kebied scheet’n – het onderwerp op te blazen en vooraf een erg belangrijke informatiebijeenkomst te organiseren om op de betreffende verenigingen in te praten. En bij de traditie van het verbranden van de poasbulte is direct na het verbranden van de poasbulte dan ook nog een erg belangrijke zo genoemde evaluatiebijeenkomst met de verenigingen noodzakelijk, want dan moet voor elke vereniging worden vastgesteld welke van de vijf zo genoemde beleidsregels daadwerkelijk zijn af te vinken. Dan kan het bakkeleien beginnen. En dan ? Geen vijf vinkjes, geen keurmerk, dus repressie en geen tijdelijke stookvergunning voor het volgende jaar ? Kan de gemeente Westenveld het zich in deze tijden van vergrijzing, krimp en geldschaarste eigenlijk wel veroorloven bestuur en ambtenaren tijd te laten besteden aan een klein onderwerpje, zoals het sleep’m en vurbraan’n van een poasbulte ?

Posted in Diever, Dorpskrachten, Erfgoed, Gemeentebestuur, Heezenesch, Poasvuur sleep'm, Tradities, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Poëzie van de dood op een grafsteen uit 1911

Op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever is het graf van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee te vinden. Op het graf staat één grafsteen voor de twee meisjes. Zie de bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 4 april 2013 heeft gemaakt.

Wat deze grafsteen zo bijzonder maakt, is de aanwezigheid van zeldzame funeraire rijmelarij op de steen, deze luidt als volgt:
Arme ouders .
Waarom treurt gij.
Waarom weent gij om ons lijk.
Boven leven wij. 
Boven zweven wij.
Als Engeltjes van ’t Hemelrijk.

De literair onderlegde bezoeker van het Deevers Archief wordt bij de kwaliteit van dit gedicht over de dood enkel ter vergelijking verwezen naar de welbekende en veel gelezen funeraire gedichten van Daniël Heinsius, Pieter Corneliszoon Hooft, Constantijn Huijgens en Joost van den Vondel.
Wellicht schreef William Shakespeare ook wel gedichten over de dood. To be or not to be, that’s the question. Zijn of niet zijn, dat is de vraag. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag. Het antwoord is: Wij zijn langer niet dan wel op deze aarde. Het antwoord is: Wij bestaan langer niet dan wel op deze aarde.

Aannemende dat het niet de diepbedroefde ouders zelf zijn geweest, die dit gedichtje op de grafsteen hebben laten zetten, rijst wel de vraag wie het dan wél heeft gedaan ? Waren het de zusters en de broeders van beide zusjes ? Waren het de zusters en de broeders van de beide ouders ?

Als de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk besluiten het perk, waarin deze prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen staat, om geldelijke of wat voor voorkant-van-het-gelijk-reden dan ook te ruimen en de familie van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee zou besluiten de grafrechten niet meer te betalen of niet weer te gaan betalen, dan nog zouden deze grafen met de prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen duurzaam gespaard moeten worden voor volgende generaties.

Saakje Hofstee is geboren op 9 september 1897 in Wapse. Zij is op 13-jarige leeftijd overleden op 14 juli 1911 in Wapse.
Lamkjen Hofstee is geboren op 13 mei 1899 in Wapse. Zij is op 12-jarige leeftijd overleden op 24 juli 1911 in Wapse.
Beiden waren dochters van boer Sieger Hofstee en Akke van der Burg en zusters van Froukje, Klaas en Tjibbe Hofstee.

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant’ verscheen op 29 juli 2011 het navolgende overlijdensbericht:
Werden wij den 14den Juli in rouw gedompeld door het overlijden van onze dochter en zusje Saakje, heden werden wij weer opnieuw getroffen door het overlijden van onze dochter en zuster Lamkjen, op den nog jeugdigen leeftijd van 12 jaar en ruim 2 maanden, een ziekte van slechts 2 dagen maakte ook een einde aan haar voor ons zoo dierbaar leven.
Wapse, 24 juli 1911,
De diepbedroefde Ouders, Zusters en Broeders,
S.K. Hofstee, A. Hofstee-van der Burg en kinderen
Algemene kennisgeving aan vrienden en bekenden.

Abracadabra-1625Abracadabra-1626

Posted in Diever, Erfgoed, Kerkhof, Wapse | Leave a comment

Oens Dreins gepraot dat nog lang hier zal blieven

Ik was aangenaam verrast toen ik – al weer heel wat jaren geleden – bij een transactie met Roelof Boer, garagehouder aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever, de fraaie bundel ‘Wat was en was is’, geschreven door zijn vader Harm Boer, cadeau kreeg.
Deze bundel met nagelaten werk van schrijver en dichter Harm Boer is samengesteld door Meine Hoekstra in samenwerking met de kinderen van Harm Boer en werd in oktober 1999 uitgegeven door Reclamebureau Drokwark uut Dwingel.
De bundel ‘Wat was en wat is’ is verschenen na het overlijden van schrijver en dichter Harm Boer op 1 april 1995.
Ik publiceer hier – met toestemming van de familie Boer – het gedicht ‘Dialect’, waarin Harm Boer op prachtige zacht humoristische wijze beschrijft hoe hij het dialect van Lhee met name van zijn moeder (mow’s toal) leerde en hoe gehecht hij was aan het Dreins.
De tekst van het gedicht heb ik letterlijk overgenomen uit de bundel, aan de spelling van de woorden heb ik niet getornd en daarom heb ik  geen ‘verbeteringen’ in de spelling aangebracht.
Ik stel de organisatoren van de activiteit ‘Verdieverderen um de stamtoafel’ ten stelligste voor in een volgende bijeenkomst aandacht te besteden aan het Dreinse en zo mogelijk ook Deeverse gedicht.
Wellicht is in Deever of in een omliggend dorp een huiseigenaar te vinden die op een kale en saaie muur het fraaie gedicht Dialect wil laten schilderen. Wat te denken van het benutten van het grijze muurvlak links naast de ingang van de cultuurstimulerende Rabobank an de Peperstroate in Deever ? Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2018 heeft gemaakt. De voorbijganger kan dan na het lezen van het gedicht van Harm Boer even op het Rabobankbankje gaan zitten en dan rustig zijn gedachten laten gaan over het nut van het behoud van het Deeverse dialect. Hoe het was en hoe het zal zijn.

Dialect
’t Hung in de ruumte
waor ik lag
vanof de eerste dag.
Bij alles wat ik
heb edrunken
hebt lieve woordties
klunken
en elke luier
voel of nat
gung zachies praotend
van mien gat.
Toen ik kreup
kreup ik te wied
en toen ik leup
hetzelfde lied.
Uut angst dat ik verzeup
was het moeder
die mij reup
maor ieder woord
dat spreuken weur
had in zien spraok
dezelde kleur
herkenbaor veur het volk
en veur de streek
gienien die
daorvan week.
En daorum onder het proaten
onder het schrieven
hol ik vaaste:
Oens Dreins gepraot
dat lang nog
hier zal blieven.

Abracadabra-1497

Posted in Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Dorpskrachten, Erfgoed | Leave a comment

Zicht op een stuk dijk rond het zwembad Dieverzand

De besloten vennootschap Berkenheuvel van de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, heeft in het begin van 2018 een perceel bos aan de weg naar het Monument op Berkenheuvel geoogst. Hadden de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. een voorraadje hout nodig voor de open haard in hun drukbezette landhuis Berkenheuvel aan de Noordesch van Deever ?
Een gelukkige bijkomstigheid van deze kaalslag is het ontstane zicht op een deel van de dijk rond het voormalige zwembad Dieverzand. De achterkant van deze dijk is op de tweede kleurenfoto aan de linkerkant te zien. De dijk bestaat uit grond die vrijkwam bij het graven van het zwembad Dieverzand an de Bosweg in Deever. De resten van het voormalige zwembad Dieverzand zijn te beschouwen als een gemeentelijk archeologisch post-bellum monument van de eerste categorie. Echt wel.
De voorkant van dit deel van de dijk is op de zwart-wit foto te zien achter het publiek aan de kant van het zwembad. De zwart-wit foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Op de spriet (de stam van een denneboom) boven het water balanceert mejuffrouw Sina Smit, verkleed als verpleegster.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Bosweg, Cultuurhistorie, Erfgoed, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Roelof Offerein uit het bestuur van de Boermarke

In de Meppeler Courant van 12 januari 1981 verscheen het volgende bericht over het aftreden van Roelof Offerein van de Deeverbrogge als boekhouder-secretaris van de Boermarke van Diever.

Diever. Tijdens de vergadering van de Boermarke, die in café De Lange werd gehouden, trad de heer H. Offerein (75 jaar) uit Dieverbrug af als boekhouder-sekretaris van deze organisatie. De heer Offerein blijft wel volmacht.
Door voorzitter H. Moes Dzn. werd aan de deze functionaris een wandelstok met inscriptie aangeboden. De heer Moes sprak woorden van dank voor het vele werk en de grote plichtsgetrouwheid waarmee de heer Offerein zijn werk heeft uitgevoerd.
De heer Offerein is 45 jaar lang volmacht bij de Boermarke in Diever geweest. Vanaf 1939 was hij boekhouder-sekretaris. Hij volgde toen zijn oom in deze funktie op.
Vier gulden
Deze functie is niet geheel onbezoldigd. Vanaf 1939 ontving de heer Offerein f 4,- per jaar voor zijn werkzaamheden. De heer Jan Hessels Jaczn. die tot zijn opvolger werd gekozen, ontvangt ook hetzelfde honorarium.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is toch wel handig om zo nu en dan eens bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan om wat meer te weten te komen over het boerenleven in de gemeente Diever.
Het was wel een bijzonder gul gebaar van de ‘dikke boer’n uut Deever’ dat ze Roelof Offerein (niet Hendrik Offerein, zie de attente reactie van kleindochter Gea Offerein) voor 45 jaar trouwe inzet voor de boermarke een wandelstok gaven, nota bene eentje met inscriptie. Wat zou de tekst van deze inscriptie zijn geweest ? Hebben de nazaten van Roelof Offerein de stok bewaard ?
Van links naar rechts zijn op de foto te zien: Jan Hessels Jaczn, Roelof Offerein, Cornelis Seinen, Harm Moes Dzn. en Hendrik Mulder Jzn.
Jan Hessels (geboren op 4 mei 1934 te Diever, overleden 20 augustus 2001 te Diever) was een zoon van Jacob Hessels (geboren op 3 mei 1896 te Diever, overleden op 7 maart 1979 te Diever) en Margje Veenhuis (geboren op 25 juni 1899 te Wapse, overleden op 23 mei 1985 te Diever).
Roelof Offerein werd op 28 mei 1905 op ’t Kastiel in Deever geboren in de boerderij die nu als adres Van Osstraat 2 heeft en is op 17 mei 1983 overleden an de Deeverbrogge in de boerderij met adres Dieverbrug 33.
Cornelis Seinen (geboren op 8 september 1912, overleden op 6 november 1989) was getrouwd met Hendrikje Schiphorst (geboren op 5 oktober 1912, overleden op 14 oktober 1989).
Harm Moes (geboren op 3 januari 1906, overleden op 8 februari 1993) was getrouwd met Janna Eggink (geboren op 1 maart 1907, overleden op 6 december 1983). Zijn ouders waren Dirk Moes (geboren op 5 januari 1876, overleden op 14 juni 1952) en Aaltje Timmerman (geboren op 10-april 1880, overleden op 6 juli 1960).
Gegevens van Hendrik Mulder moeten nog worden uitgezocht.
De boermarke stamt uit de middeleeuwen en was van oorsprong een verband van grotere boeren die onderling het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden. Het woord marke betekent grens en werd gebruikt om het gebied aan te geven dat bij een dorp hoorde: de boermarke van Diever, de boermarke van Wapse, de boermarke van Wittelte en de boermarke van Wateren. In de tachtiger van de vorige eeuw ging het in Diever nog om het beheer van kleine resten van de oorspronkelijke boermarke, zoals bijvoorbeeld de ‘boer’nbos an de Grönnegerweg’.
De foto bij het berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is gemaakt door de Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie ontving op 13 juni 2015 de volgende reactie van Gea Offerein.
Beste mensen,
Op jullie heel mooie website kwam ik bij het onderwerp Boermarke een stukje over mijn opa tegen.
Hij heette echter Roelof Offerein, niet Hendrik Offerein.
Hendrik Offerein is een andere persoon uit Diever, inmiddels ook overleden, neef van mijn vader en moest dus oom zeggen tegen mijn opa.
Mijn vader is Cornelis Frederik Offerein.
Met vriendelijke groet,
Gea Offerein

Posted in Alle Deeversen, An de Deeverbrogge, Boermarke van Diever, Diever, Erfgoed | Leave a comment

Oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-leunstoelen

Zo nu en dan is het mogelijk tweede-hands of derde-hands of vierde-hands oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-stoelen via een webstee op het internet te kopen. In dit geval gaat het om vier retro-design stoelen met een leuning. Zie de bovenste twee afbeeldingen.
N.V. Meubelfabriek ‘De Toekomst’ an de Deeverbrogge was de maker van deze STApelbare en KOppelbare leunstoelen.
Achter op een STAKO-stoel zit een metalen plaatje met daarop de tekst Meubelfabriek de Toekomst, STAKO, Dieverbrug, Tel. 15. Later had het maakbedrijf telefoonnummer 415 en nog weer later telefoon 1415.
De redactie van het Deevers Archief beschouwt nog bestaande STAKO-stoelen als zeldzaam Deevers industrieel erfgoed. Goed onderhouden exemplaren zijn museumwaardig en zouden zeker niet misstaan in het Drentsch Museum in Assen.
Zie ook het bericht Sukersakkie van Meubelfabriek De Toekomst.
Zie ook het bericht STAKO-meubelen: STApelbaar en KOppelbaar.
De maker van deze foto’s, de heer Joost Flikweert van de kringloopwinkel Het Groene Wonen in Drachten, gaf welwillend toestemming de drie foto’s in het Deevers Archief te publiceren. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Erfgoed, Meubelfabriek 'de Toekomst', STAKO-meubelen | Leave a comment

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Beeld van de Aachterstroate in 1906

Elke ansichtkaart die Uitgeverij Nauta uit Velsen in de beginjaren van de ansichtkaart -zo rond 1906- uitgaf van straatbeelden in de gemiente Deever, is – wat de redactie van het Deevers Archief betreft – een absoluut topstuk. Op bijgaande afbeelding is de ansichtkaart van Uitgeverij Nauta met het nummer 3974 te zien.
Op de afbeelding is de bebouwing an de Aachterstroate in Deever te zien. De fotograaf stond met de rug naar Ut Kleine Brinkie (één van de vele (echte en nep) brinken in de gemiente Deever).

Het eerste huis aan de linkerkant werd bewoond door de weduwe Meek.
In het tweede huis aan de linkerkant woonde de familie Jan Monsieur en Rika Wanningen. Jan Monsieur is geboren op 13 oktober 1879 in Deever en is overleden op 15 februari 1960 in Deever. Rika Wanningen is geboren op 26 april 1883 en is overleden op 3 april 1936 in Deever. Jan Monsieur was arbeider. Hij was tot 1 november 1924 ook lantaarnopsteker.
In de boerderij naast de woning van de familie Jan Monsieur staat de boerderij van de familie Jan Seinen en Hilligje Hessels.
Jan Seinen is geboren op 15 juli 1876 in Wapse en is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hilligje Hessels is geboren op 27 augustus 1878 in Oldendeever en is op 1 maart 1948 overleden in Deever.
In de boerderij op de achtergrond (deze boerderij staan aan de doolhofbrink) woonde de familie Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker. Klaas Hummelen Smidt is geboren op 22 mei 1824 in Deever en is overleden op 28 maart 1895 in Deever. Jentje Dekker is geboren op 6 februari 1834 in Dwingel en is overleden op 13 mei 1900 in Deever. Hun kinderen waren Sime (geboren op 29 maart 1864), Geert (geboren op 8 september 1865), Annigje (geboren op 4 januari 1867), Geesje (geboren op 8 juli 1869) en Hilligje (geboren op 8 mei 1871). Wellicht is de boerderij na het overlijden van Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker voortgezet door de oudste zoon Sime.
Aan de rechter is het voorhuis van de familie Hilbert Folkerts en Egbertje Winter te zien. Hilbert Folkerts is geboren op 14 mei 1870 en is overleden op 2 juli 1953. Egbertje Winter is geboren op 29 september 1887 en is overleden op 22 april 1952. Hilbert Folkerts was timmerman.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van de foto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de foto voor de ansichtkaart uit 1906. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een betere positie maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.

Posted in Achterstraat, Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Erfgoed, Topstukken | Leave a comment

Eerste aanzet voor Atlas van de gemeente Westenveld

In de Meppeler Courant van maandag 14 mei 2012 verscheen het volgende bericht over de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westenveld.

Diever – Vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in Westerveld hebben vrijdag de eerste aanzet gegeven voor het samenstellen van de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westerveld. Het samenstellen van een atlas was het winnende idee van een door de gemeente uitgeschreven prijsvraag na het winnen van de BNG Erfgoedprijs door Westerveld.
De gemeente had monumenteneigenaren, organisaties en inwoners opgeroepen om ideeën aan te dragen om de prijs, 25.000 euro, goed te besteden. Als winnaar kwam uit de bus het idee van de vier historische verenigingen. Hun plan was het beste uitgewerkt en voorziet in het gemeentebreed uitventen van het gemeentelijk erfgoed en cultuurhistorie. De vier historische verenigingen komen met haar vertegenwoordigers op zeer korte termijn bijeen om te kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben, wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas.
Het bureau RAAP en Jan Bos van het Drents Archief hebben de vertegenwoordigers nader geïnformeerd.
Op vrijdag 8 juni krijgt het gesprek een vervolg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De BNG Erfgoedprijs (met als hoofdsponor het Cultuurfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten) is ingesteld om gemeenten te stimuleren cultuurhistorie te gebruiken als onderlegger van lokaal beleid. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan De Beste Erfgoedgemeente van Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van € 25.000.-, een oorkonde en juryrapport. Het prijsbedrag moet binnen een bepaalde termijn worden besteed aan een samen met de hoofdsponsor Cultuurfonds BNG te bepalen doel binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid.

Bureau RAAP is een commercieel onderzoeks- en adviesbureau voor archeologische monumentenzorg en cultuurhistorie dat van de prijs van € 25.000,- natuurlijk graag een flinke korrel mee wil pikken.

In verschillende webstees op het internet zijn beschrijvingen van het begrip cultuurhistorie te vinden.
Bijvoorbeeld de webstee http://www.aquo.nl/aquo-standaard/aquo-lex/aquo-lex-begrippen/  vermeldt bij cultuurhistorie als definitie:  beschavingsgeschiedenis. Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw-/kunsthistorie).

De gemeente Westenveld heeft een cultuurhistorische waardenkaart op basis waarvan de gemeente onder meer ruimtelijk beleid kan en moet voeren. De te maken cultuurhistorische atlas van de gemeente Westenveld moet waarschijnlijk worden beschouwd als een vrijblijvende inkleuring van de cultuurhistorische waardenkaart. Voor € 25.000,- en veel gratis vrijwilligers van de vier locale heemkundige verenigingen moet toch een mooie atlas en een mooie webstee zijn samen te stellen.

Het is merkwaardig te lezen dat de vier heemkundige verenigingen niet besluiten eerst een goed plan uit te werken, gedegen advies in te winnen en vervolgens met deskundige vrijwilligers grondig cultuurhistorisch onderzoek te doen, maar dat meteen tot hyperactie wordt overgegaan: op zeer korte termijn bijeen komen en kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben. wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas. Begint eer gij bezint. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

In een ander bericht in de Meppeler Courant is gemeld dat de Cultuurhistorische Atlas van Westenveld in het najaar van 2012 zal worden uitgebracht. We zitten al een heel eind in het najaar van 2012. De redactie heeft daarom op 6 november 2012 in een e-mail bericht de gemeente Westenveld gevraagd gegevens te sturen over de stand van zaken bij de ontwikkeling van het fotoboek en de webstee.
De ambtenaar van dienst antwoordde op 16 november 2012:
– de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs 2012 is niet openbaar en op uitnodiging;
– de Atlas van Westerveld verschijnt naar verwachting eind 2013;
– wij zullen het publiek hierover te zijner tijd via de pers en onze website informeren;
– het boek zal niet digitaal beschikbaar komen;
– wel worden erfgoed app’s ontwikkeld voor gebruik op de smartphone;
– over de kosten van het boek kunnen wij u helaas nog niets zeggen.
De schrijver van het bericht in de Meppeler Courant vergiste zich dus een jaar, de Cultuurhistorisch Atlas van Westenveld zal niet in 2012 verschijnen, maar pas aan het einde van 2013.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Cultuurhistorie, Erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Stelling van korenmolen ‘de Vlijt’ bezwijkt

In het Duits-gezinde Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 24 december 1942 het volgende korte bericht over molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.

Diever. Toen de molenaar Jansen zijn molen, een z.g. kruien, op den wind wilde zetten, bezweek plotseling de stelling. Alles liep zonder ongelukken goed af. De molen echter heeft een vreemd aanzicht gekregen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met ‘kruien’ wordt waarschijnlijk bedoeld een zogenaamde bovenkruier. Het is jammer dat bij het berichtje geen foto stond. In de Tweede Wereldoorlog werden weinig foto’s gemaakt.
Wel is de redactie in de gelukkige omstandigheid van de stellingloze korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever een afbeelding van een op 13 september 1948 verzonden zwart-wit ansichtkaart met witte rand te kunnen tonen. De molen heeft zonder stelling inderdaad een vreemd en kaal aanzicht.
Let vooral ook op het pothokke bij de boerderij van molenaar Jan Albert (Ab) Jansen.
Het meisje op de boomstam is Tinie van Goor, een dochter van Roef van Goor uut de Kruusstroate in Deever.
Tinie van Goor zal wellicht met haar vader of moeder op bezoek zijn geweest bij tante Roelofje van Goor, die getrouwd was met Jacobus (Kobus) Kruid en een zuster van Roef van Goor was. De familie Kruid woonde dicht bij molen ‘de Vlijt’ in de boerderij op de hoek van de Veentjesweg en de Brinkstraat. De redactie acht het daarom aannemelijk dat Roef van Goor deze ansichtkaart verkocht in zijn boekhandel an de Kruusstroate in Deever.


Posted in Ansichtkaarten, Erfgoed, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Gesloopt erfgoedpand an de Peperstroate in Deever

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis (met de zijnen) nogal bewust wat fraai erfgoed in Diever laten slopen. Dit erfgoed is voor altijd verdwenen.
Een van de fraaie panden die nooit gesloopt had mogen worden, maar op de lijst van rijksmonumenten had moeten staan, is de keuterboerderij an de Peperstroate, op de plek waar zogenaamd nodig het bankgebouw van de Boerenleenbank moest komen te staan (wie een hond wil slaan, die kan altijd wel een stok vinden).
Wie kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over de bewoners van dit pand ?
U.L.O.-schoolmeester Henk van de Bos is de maker van deze prachtige foto.
Henk van de Bos moet de foto in de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben gemaakt.

Posted in Brink, Erfgoed, Keuterijen, Peperstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Woap’m van Deever in Oldendeever

Het direct na de Tweede Wereldoorlog door de voorkant van het gelijk bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven grensstenen.
Zo staat een minder goed onderhouden exemplaar op zijn originele betonnen sokkeltje pal tegen de muur tussen de ramen van de in 1926 gebouwde boerderij van de familie Michels in Oldendeever; zie de bijgaande foto die de redactie van het Deevers Archief op 3 oktober 2012 heeft gemaakt. Hulde aan de familie Michels, die deze grenssteen gelukkig heeft gered uit de slopershanden van de gezagsgetrouwe medewerkers van de voorkant van het gelijk.
Het grappige is dat de eigenaren de naam Deever hebben uitgebreid tot Oldendeever. En terecht, want de gemiente Deever had eigenlijk de gemiente Oldendeever moeten hebben geheten.
Dit stuk versierd beton heeft, tot vóór de dag waarop de gemienten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelt gedwongen opgingen in de gemeente Westenveld, langs de Doldersummerweg op de grens van de gemiente Deever en de gemiente Vledder gestaan.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de voorgevel van de boerderij Oldendeever 10 mit pothokke op 4 november 2017 gemaakt. Het dak van het pothokke is in 2016 vernieuwd. Hulde aan de eigenaren die dit letterlijke en figuurlijke erfgoed goed weten te onderhouden. Echt wel.

Posted in Diever, Erfgoed, Gemeente Diever, Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Bolder’n is een traditie die nooit verloren mag gaan

In Deever wordt gelukkig nog door een beperkt aantal mannen een spel gespeeld, dat vroeger werd aangeduid met de naam bolder’n, tegenwoordig ook wel ‘blok gooien’ (met een steen naar een houten blok gooien) genoemd.
Het vermoeden bestaat dat dit spel ook nog in Dwingel wordt gespeeld of misschien daar al niet meer wordt gespeeld. De redactie van het Deevers Archief zal hier onderzoek naar doen.
Vroeger werd ebolderd aan het begin van de Bolderhoek an de weg hen de Deeverbrogge en werd ook in Oldendiever ebolderd op de hof van Geert Kok en misschien ook wel op andere plekken in de gemiente Deever, later bij het Openluchtspel en ook wel in de bos op het kampeerterrein.
In een ander bericht zal worden ingegaan op de spelregels. Hier wordt vooralsnog een op 31 oktober 2002 door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto van het bolder’n op een terreintje aan de Dwasdrift in Deever getoond.

Posted in Bolderen, Erfgoed, Openluchtspel, Tradities | Leave a comment

Blik, Wringe, Boekweitenveen, Giere, Kleine Kwabbik

In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 december 1964 -alweer meer dan vijftig jaar geleden- verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van bouwland en groenland in café Brinkzicht an de brinq in Deever.

Diever. Ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo werd in café Brinkzicht te Diever bij toeslag, wegens voorgenomen beëindiging van het bedrijf, in het openbaar verkocht:
1.
Voor de heer R. Hummelen te Almelo:
Bouwland ’t Blik op de Westeres, groot 48 are 10 ca.
Kopers werden gebroeders Elting te Wittelte voor f. 3690,-.
2.
Voor de heer A. Vierhoven te Ruinerwold:
Groenland de Wringe bij de Bolderhoek, groot 97 are en 70 ca.
Koper werd de heer J. Pot te Wittelte voor f. 5650,-.
3.
Voor de  heer H.J. Bennen te Diever:
Groenland Boekweitenveen op de Westeres, groot 2.63.20 ha.
Kopers werden gebroeders Van Wester te Oldendiever voor f. 15.800,-.
Bouwland de Giere op de Hezenes, groot 46 are.
Koper werd de heer H. Offerein te Diever voor f. 3000,-.
Groenland de Kleine Kwabbik aan de Groningerweg, groot 62 are 60 ca.
Koper werd de heer W. Bakker te Diever voor f. 3440,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden bouwlanden en groenlanden aangeduid met hun eeuwen oude veldnaam. Hoe eenvoudig kon het zijn.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft met langdurend en geduldig uitzoekwerk gelukkig zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever in kaart gebracht. Deze hebben grote cultuurhistorische waarde. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude veldnamen van bouw- en groenlanden verdwenen.
Als men nu een willekeurige inwoner van de gemiente Deever vraagt waar ’t Blik, de Wringe, ‘t Boekweitenveen, de Giere en de Kleine Kwabbik liggen, dan zal die inwoner het antwoord hoogstwaarschijnlijk schuldig blijven.
Of wellicht weet die inwoner waar de Wringe heeft gelegen, omdat die veldnaam terug is te vinden op een straatnaambordje an de Deeverbrogge.
De redactie weet het niet zeker, maar denkt dan de gebroeders Elting nog leven.

Jan Pot is geboren op 3 augustus 1919 en is overleden op 12 november 1987.
De gebroeders Van Wester waren Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester.
H.J. Bennen is Harman Jan Bennen.
W. Bakker is Willem Bakker.

Posted in Cultuurhistorie, Diever, Erfgoed, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Knallen met carbid wint terecht aan populariteit

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 29 december 1988 het navolgende bericht over het kebied scheet’n in Deever,

Neveninkomst voor de gebroederers Kleine in Diever
Knallen met carbid wint aan populariteit
Diever – Onze ouders wisten eigenlijk niet anders. Rondom de jaarwisseling lekker knallen met een blikje met carbid. Was je echt ruig, dan gebruikte je een melkbus en waren de dreunen tot ver in de omtrek te horen. Uren was je er mee bezig. Tegenwoordig wordt er voor miljoenen aan vuurwerk ‘verknald’. Lontje aansteken, weggooien, volgende ronde. Van echt tijdverdrijf is geen sprake, althans dat vinden de gebroeders Klaas en Berend Kleine uit Diever.
Ze zijn smid van beroep, maar hebben deze dagen bescheiden neveninkomsten aan de verkoop van carbid. Dat wordt de laatste tijd weer aardig populair volgens Berend, die namens de twee het woord voert. ‘Dit is het derde jaar dat we het verkopen en aanvankelijk waren we de enige in de wijde omtrek. Maar er komen steeds meer verkooppunten, zodat we vorig jaar tien kilo overhielden. Dat betekent tien procent van de omzet, want de gebroeders Kleine kopen niet meer dan honderd kilo in. ‘Het moet een lolletje blijven’ vinden ze.
Carbid is een gangbare afkorting van calciumcarbide, staat in de encyclopdie te lezen. Het is een verbinding van calcium en koolstof , die wordt verkregen door calciumoxide met cokes in een elektrische oven te verhitten. Met water geeft het acetyleen, Vroeger werd carbid gebruikt voor verlichtingsdoeleinden en bij het lassen. Tegenwoordig tracht een enkeling de mollen in zijn tuin met de gasontwikkeling van carbid te verdrijven. De mogelijke knaleffecten zijn echter de belangrijkste attractie.
Het toevoegen van de juiste hoeveelheid water is erg belangrijk, vertelt Berend Kleine. ‘Doe je er teveel bij, dan doet het niets. Dan heb je een te rijk mengsel. Dan moet je het blikje maar weggooien en weglopen en wachten tot hij helemaal uit is.’
Mits er verantwoord mee wordt omgesprongen, hoeft knallen van carbid niet gevaarlijker te zijn dan het afsteken van gewoon vuurwerk. Het is in elk geval veel spannender, want je moet er zelf heel wat voor doen om een mooie knal te krijgen. Doorgaans wordt een stevig blikje met een precies sluitend deksel gebruikt. Via een gaatje onderin wordt de carbid aangestoken. Dank zij de gasontwikkeling ontstaat de explosie. Doordat de deksel er af vliegt, blijft het blikje voor een volgende keer behouden, maar soms zoek je je natuurlijk wel een ongeluk naar deze afsluiter. ‘Wij deden er vroeger wel eens een lang touw aan’, vertelt Berend, wiens ogen gaan glinsteren bij de herinneringen aan vroeger. Een lang stuk touw is zeker geen luxe aan het deksel van een melkbus, waarmee ook wordt geschoten. Dat is zeker niet zonder gevaar, want zo’n zwaar deksel kan een eind vliegen. Ook komt het wel voor dat achter uit de bus, als het deksel er te stevig op is gedrukt, een forse steekvlam komt. Uitkijken, dus.
Voor de verkoop van carbid heb je geen vergunning nodig, zoals bij vuurwerk. Ook de jeugd loopt geen gevaar door de politie in de kraag te worden gevat. ‘Hoogstens voor ordeverstoring. De wet zal er nog wel op aangepast worden, denk ik. Een bromfiets die te veel lawaai maakt, mag toch ook niet.’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Berend Kleine (de grote Hendrik) beschrijft in het artikel op sublieme wijze hoe je op een veilige en mooie manier op oudejaarsdag en oudejaarsavond voor 10 gulden per kilo met carbid kunt schieten. Het artikel is een kleine maar goede handleiding voor de doe-het-zelver.
Lekker bolder’n zonder de aanwezigheid van politieagenten en zonder de hinderlijke bemoeienissen van de voorkant van het gelijk. Heeft de voorkant van het gelijk de verkoop van carbid inmiddels al vergunningsplichtig gemaakt ? Dat zou best eens zo kunnen zijn.

Abracadabra-441

Posted in Carbid schieten, Erfgoed, Hoofdstraat, Tradities | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Kalkovens staan op instorten

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 21 januari 1983 het navolgende artikel ‘Voor 1 februari omheining Kalkovens in Dieverbrug’ naar aanleiding van gedoe over de bouwvallige restanten van de kalkovens an de Deeverbrogge.

Burgemeester en Wethouders van Diever hebben eigenaar H.J. Schoenmaker uit Haren gesommeerd vóór 1 februari de kalkovens in Dieverbrug af te schermen voor het publiek. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat stukken van de schoorsteenpijp naar beneden vallen. Twee jaar geleden is dat al eens gebeurd, overigens zonder dat zich ongelukken voordeden. Ook toen hebben Burgemeester en Wethouders gevraagd te zorgen voor een deugdelijke afrastering rond de uit het begin van deze eeuw stammende kalkovens. Hieraan heeft Schoenmaker niet voldaan.

Omdat het gevaar voor instorten nog groter is geworden, wil het college op grond van de bouwverordening nu kracht achter het verzoek zetten. ‘De tand des tijds heeft haar nimmer aflatende invloed steeds sterker doen gelden.’ staat in een brief aan Schoenmaker. Hij krijgt een maand de tijd in beroep te gaan. Anders zal de gemeente op zijn kosten voor een deugdelijke omheining zorgen. De gemeente heeft overigens al diverse pogingen ondernomen de kalkovens te behouden. ‘Ons is gebleken dat de helft van de kalkovens in ons land de laatste jaren verloren is gegaan.’ zegt burgemeester H.G. Overweg. ‘Het is goed om er dan een paar te bewaren. Deze ovens zijn daarvoor uitermate geschikt, omdat uit de plaats een relatie blijkt met de omgeving. De schelpen werden altijd aangevoerd via de Drentsche Hoofdvaart.
Als bestuurslid wist Overweg de Stichting Oud-Drenthe voor de ovens te interesseren. Onderhandelingen met de eigenaar liepen echter op niets uit. ‘Schoenmaker vroeg zo’n hoge prijs dat de stichting daar niet op in kon gaan. Er zijn altijd mensen die denken dat in een dergelijk bezit geld zit. Het is echter eigenlijk een negatief bezit, want je hebt er geen donder aan. Voor het behoud van de ovens was het voor de stichting echter wel interessant.
De suggestie van Schoenmaker de gemeengte de oven te laten opknappen leverde geen gehoor op. ‘Wanneer je geen eigenaar bent moet je niet gaan prutsen aan dit soort dingen.’ zegt Overweg. ‘Ook in het belang van de toeristen willen we wel graag iets doen. De kalkovens zijn een monumentje van industrie en techniek.’
Ondersteuning krijgt het gemeentebestuur van G.J.P. Bloemen uit Doesburg. Tijdens zijn vakantie maakte hij kennis met de ovens. In een brief aan de gemeenteraad pleit Bloemen voor het behoud ervan. De gemeenteraad van Diever vergadert donderdagavond.

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Drentsche Hoofdvaart, Economie, Erfgoed | Leave a comment

Ansichtkaart met een fraai beeld van de Peperstroate

Arend Mulder schrijft bij dezelfde foto op bladzijde 116 van zijn boekje met de pretentieuze titel ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ :
Ook dit beeld hoort tot het verleden. Het blijft een gissen waaraan de Peperstraat zijn naam te danken heeft. Werd hij zo genoemd, omdat dit de enige straat in Diever was, die van veldkeien was gelegd ?
Achtereenvolgens woonden hier in het eerste huis: varkenshandelaar Marines Bel, in het tweede huis: kapper Albert Vierhoven, in het derde huis: gemeente-arbeider Hendrik Beuving, in het vierde huis: boer Hendrik Punt, in het vijfde huis: boer Koop Reinders. Met op de achtergrond de schuur van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het erfgoedpand van kapper Albert Vierhoven, het erfgoedpand van gemeente-arbeider Hendrik Beuving en het erfgoedpand van Koop Reinders sneuvelden als gevolg van de naoorlogse sloopwoede van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen. Hoe mooi zou de Peperstraat zijn, als deze panden niet gesloopt zouden zijn.
Deze ansichtkaart werd in 1948 verstuurd. Niet bekend is wie deze ansichtkaart heeft uitgegeven.
Let vooral ook op de toen nog bovengrondse elektriciteitsvoorziening.
Let vooral ook op de prachtige bestrating met veldkeitjes.

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Erfgoed, Jan Cornelis Meiboom, Klaas Marcus Balsma, Peperstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Woordenboek Drentsche dialecten staat op internet

Eén van de onderwerpen die aandacht krijgen in het Deevers Archief is het grootste immateriële erfgoed van de gemeente Deever, te weten de Deeverse streektaal. De redactie van het Deevers Archief wil en zal waar mogelijk aandacht besteden aan de Deeverse streektaal en zo nu dan berichten in het Deevers publiceren.
Heel veel van de Deeverse streektaal is te vinden in het ‘Woordenboek van de Drentsche Dialecten’ van dr. Geert Hendrik Kocks.
In de Meppeler Courant van 29 mei 2009 verscheen het navolgende bijzonder belangrijke bericht over het beschikbaar komen van de digitale versie van het onvoltooide ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’.

Drentsche dialecten op internet
Assen. Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ komt woensdag beschikbaar op internet. Dat gebeurt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het provinciehuis in Assen. De nieuwbakken commissaris van de koningin in Drenthe, Jacques Tichelaar, verricht de starthandeling.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’, het levenswerk van dr. Geert Kocks, was tot dusver alleen beschikbaar in de papieren versie. Kocks begon in 1969 al aan het woordenboek. In september van hetzelfde jaar begon Kocks met het opzetten van woordenboekgroepen in Sleen, waarna in 1973 uitbreiding naar heel Drenthe volgde. Uiteindelijk zouden 620 vrijwilligers afkomstig uit 88 plaatsen in Drenthe meewerken aan de totstandkoming van het woordenboek.
Een paar maanden voor zijn overlijden in 2003, gaf Kocks Siemon Reker en Jan Germs de ‘opdracht’ te blijven werken aan elektronische ontsluiting van het woordenboek.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is vanaf woensdag op drie manieren op internet te vinden: via de webstee van het Huus van de Toal, de webstee van de Rijksuniversiteit Groningen en via www.drentswoordenboek.nl.

Suggesties
De digitale versie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ biedt ongekende zoekmogelijkheden. Niet alleen Drentsche woorden zijn te vinden, maar men kan ook uitgebreid zoeken van het Nederlands naar het Drentsch, alle voorbeeldzinnen met een bepaald woord zijn in een fractie van een seconde te voorschijn te toveren en fout ingetikte woorden worden van suggesties voorzien om toch achter de juiste betekenis te kunnen komen. Ook kan men zoeken op delen van woorden, bijvoorbeeld op eindletters, waardoor het gebruikt kan worden als rijmwoordenboek.
De internetversie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is gemaakt door vijf studenten van de afdeling alfainformatica van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij voerden de digitalisering als stageopdracht uit.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialectenkan door de digitalisering eenvoudig up-to-date gehouden en uitgebreid worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Aan het in 1996 op papier uitgegeven ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ hebben ook twee woordenboekgroepen uit de gemeente Deever meegewerkt.
De woordenboekgroep uit Deever bestond uit: Albertus Andreae, Lutina Andreae-Talen, Roelof Fransen, Fam. J. Hessels, J, Moes Hzn, en Hendrik Mulder Jzn.
De woordenboekgroep uit Wapse bestond uit: A. Barelds, A. Bennen, Roelof Remmelt Booy, Klaas Hessels, T. Santing-Veenhuis, H. Timmerman-Haveman, G. Veenhuis-Klaassen en K. Warnders.
Wie kan de redactie informeren over de ontbrekende voornamen ?
Merkwaardigerwijs was er geen woordenboekgroep in Wittelte en in de streek Zorgvlied, Wateren en Oude Willem, toch wordt ook daar de streektaal gesproken.
Voorwaar een grote tekortkoming in het onderzoek naar de Drentsche dialecten, in het bijzonder het onderzoek naar de dialecten van Zuid-West Drenthe.

Even in de webstee van het Huus van de Toal een test doen met het niet meer gebruikte en wellicht al vergeten Deeverse woord ophemmeln. Het woord ophemmeln komt inderdaad in het woordenboek voor. Bij dit woord is echter geen Deeverse voorbeeldzin vermeld. Zie de tweede afbeelding. Dan maar even de in die afbeelding weergegeven negen zinnen vertalen in het Deevers:
Wee’j zult de boel ies good ophemmeln.
De kaemer is nog neet opehemmeld.
Ie möt dat ee’m mooi ophemmeln.

Wee’j möt de törf ophemmeln.
De hof möt opehemmeld wödd’n,
De tuun mö’j in het veurjoar weer ophemmeln.
Now wi’k mee’j eerst wat ophemmeln.

De gröppe ophemmeln.
Ik moe de biest nog ophemmeln veur de keuring.

Suggestie
De tijd is al lang geleden aangebroken in elk van de dorpen en gehuchten van de gemeente Diever weer een woordenboekgroep aan het werk te zetten. Een mooie taak voor Deeverse dorpskrachten die zich betrokken voelen bij het behoud van de streektaal.

Abracadabra-459Abracadabra-460

 

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Diever, Dorpskrachten, Erfgoed, Wapse | Leave a comment

Dwingel in ’t Deevers Archief is Dwingelo, mit iene o

In de Meppeler Courant van 19 mei 2006 verscheen in de rubriek ‘Eertieds in dizze streek’ van Lammert Huizing (inmiddels overleden) het artikel ‘Dwingel(oo), ien o te veul’.
De redactie van het Deevers Archief is het roerend eens met wijlen Reinder Smit dat Dwingelo met één o behoort te worden geschreven. Vandaar dat in berichten in het Deevers Archief het dorp Dwingelo consequent met één o wordt geschreven of waar passend gewoon Dwingel wordt geschreven.
De redactie heeft het artikel van Lammert Huizing hierna overgezet in de Deeverse streektoal. De redactie ontvangt graag reacties op de tekst in het Deevers.

Het is nog altied een roadsel hoe as Dwingel an die tweide o in sien naeme ekoo’m is. Dik veur honderd joar wödde de naeme van de vroggere gemiente mit die tweide o opeknapt.
Veur 1898 wödde de naeme al seins de Middelieuwen eskree’m mit iene o. De spelling van de naeme is ok nooit chapiter van conversoazie ewest,
In 1898 was Frank Ernst Boudewijn van den Biesheuvel Schiffer börgemeister van Dwingel. Hee stön hier tot 1924. Sien amswoning stön an de Deeverbrogge. Net as bee sien veurgangers was dat de vroggere bajes mit cipierswoning ebouwd in 1852, Sien vae liefhebberde in woap’mkunde en die tiekende een woap’m veur de gemiente van sien zeune. De börgemeister stuurde dit woap’m veur goodviend’n hen de menister van justisie. In de breef an de menister vreug hee ‘te willen bevorderen’ dat de naeme van de gemiente in ’t raandschrift as Dwingeloo espelt wödt.
De börgemeister vurwees doarveur noar een besluut van de gemienteroad.
Het oardige is dat er in de notul’n van de road en ok in de vurslaeg’n van B en W niks is te viend’n van een besluut um van iene over te stapp’m noar de dubbele klinker. Ok is er gien enkel spoor van ienig historisch underzuuk noar de olde skriefwiezen van de naeme Dwingel.
De Dwingeler geschiedskriever Reinder Smit miende dat ’t toemoalige gemientebestuur amit de skriefwieze mit twee o’s deftiger vönd. Meer eernsachtig. Ok zul het könn’n dat see ansluting woll’n bee aandere plekk’n op loo in Drenthe, die sowat allemoale uutloopt op een dubbele oo. Het kön zöls weed’n dat Van den Biesheuvel Schiffer hielemoale eigenbannig ehaandeld hef.
Noa dat besluut begun de ellende over de juuste spelling van Dwingel. Van officiële en ok van niet-officiële kaante is algedurig evroagd um kloarheid in de kwestie van de extra o.
In 1950 kreeg börgemeister Wilhelm Arent Stork een breef van de P.T.T. Möt Dwingel now mit iene of mit twei o’s eskree’m wödd’n ? vreug’n see. De P.T.T. wol zökke neeje stempeltoestell’n veur ’t stempel’n van poststukk’n. Stork skreef weerumme dat de naeme mit twee o’s officieel was. Hee vurwees doarbee noar ’t vrömde roadsbesluut van 1898.
Dwingel(oo) buut’n de gemientegreins’n wöd overigens altied mit iene o eskree’m, so as de Dwingeloweg en de Dwingeloskoele in Winschoten en de Dwingelostroate in Den Haag.
Hoe dèènkt de Dwingelers sölf over de skriefwieze van de naeme van heur dörp ? See bint ewend an die o te veule en ’t heuft neet veraanderd te wödd’n, ‘umdat ’t altied so ewest hef”.
Dat de naeme sowat düzend joar lange eskree’m is mit iene o, speult gien enkele rolle.

Abracadabra-466

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Erfgoed | Leave a comment

Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van het Dievers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, zunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aebel Wiekstroa, die Aebel Allen (zien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en zien oomzegger Geert Dekker.
Zee woond’n in ’n boerdereegie op ’t Bultie. Het is al mièr as veertug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vurzorgd deur Hillechien, un zuster van Geert. Hillechien was niet staark, vaeke zeek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkeluder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke op de Brink. Doe hee dit veertig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Een hok under de toor’n was het underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As er iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaeg’n. Doe in 1912 de liekwaegenverieneging wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daorveur wödde ’n boer’nwaegen gebruukt, woarop de kiste wödde ezet op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haelde Geert neet allennig uut ‘t staarfhuus in dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grunning, as doar iene uut ’t dörp was overleed’n. Dizze reizen, vaeke dagreizen, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aebel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaeke mit hum mit. Ome Aebel overleed in 1930, 93 joar old. Een paer joar laeter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de Hervormde kaarke. Zowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wödde. Elke zundagmörn um neeg’n ure en an ’t begun van de dienst bengelde hee de klokke. Het is bekend dat hee nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien staarke gestel.
Noa een köt ziekbedde oaverleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaekt an de ofdieling van ’t Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. Zee verkocht’n ’t huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um ‘t te sloop’m. Een ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van het Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 te Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Abel Allen genoemd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Geert Dekker overleed op 5 maart 1963 in Möppel. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra.
Hilligje Dekker werd geboren te Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de  Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen rücksichtslos al het oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit het oude Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristen-industrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Brink, Bultie, Deevers, Deeverse dialect, Diever, Erfgoed, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Keuterijen | Leave a comment

Toren en kerk op de Brink van Deever

Abracadabra-430De gemeentelijke toren van de kerk op de Brink van Diever was vóór de Grote Restauratie in 1955 in een zeer beroerde en vervallen toestand, wat mag blijken uit de bovenste foto die tijdens de restauratie in 1956-1957 van de noordkant van de kerk en de gemeentelijke toren is gemaakt. Op deze foto is aan de linker kant het toen nog gelukkig niet gesloopte pand bij de kerk te zien.
De foto onder de bovenste foto toont de noordkant van de gerestaureeerde kerk en de gemeentelijke toren en het pand bij de kerk, nadat Klaas Kleine het eerder gesloopte pand bij de kerk eigenhandig weer helemaal had opgebouwd. Hière mien tied, wat ’n klus.
De redactie van het Deevers Archief heeft de onderste foto op 7 augustus 2015 tijdens een periodieke visuele inspectie van de gemeentelijke toren vanaf het terras van Café Brinkzicht gemaakt.

Abracadabra-431

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-432

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Erfgoed, Kerk aan de brink, Klaas Kleine | Leave a comment

Dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis

Het Deevers Archief is onlangs uitgebreid met een bijzonder fraaie cultuurhistorische aanwinst, te weten een beschreven ansichtkaart uit 1906, dus uit de begintijd van Zorgvlied. De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers een afbeelding van deze aanwinst natuurlijk niet onthouden.

De ansichtkaart is op 12 oktober 1906 vanuit Zorgvlied verstuurd naar Amsterdam, waar het al op 13 oktober 1906 bij de geadresseerde aankwam. De afzender, ene juffrouw Cato, woonde in ’t Witte Huis naast het oude Rooms Katholieke kerkje.

De tekst op de aan de voor en achterkant beschreven ansichtkaart luidt als volgt:
B, D en Chr, Een hartelijken groet van mij uit Zorgvlied. Hoe maken jullie het ? Nog steeds naar omstandigheden redelijk wel ? Hebt ge nog geen nieuws mede te delen ? Tweemaal per dag komt de post hier en dan kijk ik reikhalzend uit, doch tot heden nog geen nieuws. Ik maak het best en profiteer den geheelen dag van de buitenlucht, ’t is hier nog volop zomer. De natuur vooral de bosschen zijn hier prachtig. a.s. Zondag gaan wij dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis. Jammer dat geen der beide villa’s hier op staan, alleen de Bank. Nu adieu, houdt je maar goed Door, misschien hoor ik nog wel wat.
Hartelijke groeten van Jan, Elsa en Agnes en een zoen van je liefhebbende Cato.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De ansichtkaart met de titel ‘Groete uit Zorgvlied bij Noordwolde (Fr.)’ laat een foto van zes objecten zien: de protestantse kerk (Obadja) (bestaat nog), de sigarenfabriek van Lodewijk Guillaume Verwer (bestaat nog), villa Laanzicht (steet an de Deeverbrogge), het eerste rooms katholieke kerkje (bestaat niet meer), het pand van de noordelijke hypotheekbank (bestaat nog) en de winkel van Wollfs (bestaat niet meer in de oorspronkelijke vorm).
De zes foto’s zijn gemaakt door de in Deever geboren huisschilder, amateur-kunstschilder en fotograaf Roelof Kuiper uit Noordwolde. Roelof Kuiper was ook de maker van de plafondbeschilderingen in ‘Heerenhuis, dat in de volksmond niet ’t Heerenhuis maar ’t Kastiel werd genoemd.
De schrijfster van de tekst op de ansichtkaart bedoelt met ‘beide villa’s’, de villa ‘Het witte huis’ en de villa ‘Castra Vetera’.

Op 22 oktober 2014 ontving de redactie van het Deevers Archief de volgende reactie:
Ik heb even op de website van Dievers Archief gekeken. Daar werd onder meer bericht dat men een interessante ansichtkaart had verworven. Mijn aandacht werd echter niet zozeer getrokken door de afbeeldingen op de ansichtkaart, maar wel door het bestemmingsadres in Amsterdam. Dat bleek het toenmalige adres te zijn van de grootouders van mijn echtgenote. De afzender, die op vakantie was in Diever, had op de kaart geschreven dat men zeer benieuwd was of er al iets te melden was. De kaart is verzonden op 12 oktober 1905. Uit andere bronnen weten we dat enkele dagen nadien in Amsterdam een dochter werd geboren. Dat was de tante met wie mijn echtgenote later een bijzondere band heeft gehad. Hoeveel toevalligheden komen hier tezamen ?

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Erfgoed, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Obadja, Rooms Katholieke Kerk, Topstukken, Villa Aurora, Villa Laanzicht | Leave a comment

Wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936

In Opraekelen 09/4 (december 2009), het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’. De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De redactie van het Deevers Archief prijst zich gelukkig ook een exemplaar van deze kaart, uitgegeven in mei 1936, in haar archief te hebben (waar het aflopen van veilingen al niet goed voor is). De twee hier zichtbare afbeeldingen betreffen de voorkant en de achterkant van de wandelkaart.
De redactie kan de belangstellende bezoeker van het Deevers Archief gratis een digitale versie van beide afbeeldingen toesturen, dan kan de bezoeker zo nodig geacht zelf een scherpe afdruk op A3-formaat maken en de op de achterkant van de kaart vermelde routes gaan wandelen. Het toesturen van een e-mail bericht via de knop ‘leave a comment’ aan het einde van het artikel volstaat.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Cultuurhistorie, Erfgoed, Kogelvangers, Mastenveldje, Opraekelen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Albert Kuiper koopt akker Grünedal voor 65 guldens

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 30 oktober 1912 bijgaand berichtje over de afloop van de verkoop van enige landbouwgronden in de gemiente Deever.

Diever, 29 october
Ten overstaan van notaris Bon werd heden bij Seinen voor de familie Hummelen palmslag gehouden.
Koopers werden van:
Perceel 1.
Het Broekje, R. Wever voor f. 2168.
Perceel 2.
De Geeuwenmaat, mr. van Daalen, f. 2401.
Perceel 3.
De Brinkemade, in twee perceelen: 1. A. Westerhof voor f. 230, 2. voor f. 194.
Perceel 4.
Vier perceelen in de Westerma, L. Warries voor f. 1308.
Perceel 5.
De Dikte, K. Offerein voor f. 415.
Perceel 6.
Bouwland:
Westereschakker, H. Krol voor f. 182,50;
Hilgensteen, J. Smit voor f. 555;
Groote Aarlange, R. Seinen voor f. 315,50;
Kleine Aarlange, K. Timmerman voor f. 110;
Het Beentje, J. Oost voor f. 94,50;
Bottekoele, R. van Nijen voor f. 122,50;
Klootzakkien, idem voor f. 71;
Noordeschakker, R.T. Barelds te Emmen voor f. 445;
Zandakker, W. Bakker voor f. 429,50;
Steenakker, R.H. Wesseling voor f. 188,50;
Groenendal, A. Kuiper voor f. 65.
Perceel 7.
Bosgrond:
Delakker, mr. van Daalen voor f. 21,50.
Er heerschte veel animo.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij Seinen was in het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.

Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom was in 1912 nog steeds druk bezig beetje bij beetje zijn landgoed Berkenheuvel uit te breiden.
Na de opname van De Geeuwenmaat en de Delakker in het steeds groter wordende landgoed Berkenheuvel zal het gebruik van deze twee veldnamen in de volksmond verloren zijn gegaan.
Perceel 3 lag in Leggele en de percelen 4 en 5 lagen in Eemster.
Albert Kuiper, de koper van de akker met de veldnaam Groenendal, zal vast en zeker bakker Albert Kuiper uit de Peperstraat zijn geweest. Verbouwde hij zijn eigen rogge voor het bakken van roggebrood ? Zijn kleinzoon Gerard Krol weet dit wellicht uit overlevering.

Het is opvallend dat ook in 1912 de landbouwgronden niet met hun kadastrale aanduiding, maar nog steeds met hun veldnaam werden aangeduid; elke boer in Deever wist dan gelukkig voldoende.  
Wie van de olde Deeversen kent nu nog de veldnaam van bepaalde akkers buiten de bebouwing ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden. De redactie is zeker benieuwd naar de ligging van het akkertje met de veldnaam Klootzakkien.
De redactie verwijst voor een uitgebreid en volledig overzicht van de veldnamen in de gemiente Deever graag naar het vanuit cultuurhistorisch oogpunt uiterst belangrijke monnikenwerk van Bart Buiter met de zijnen, dat wellicht nog aanwezig is in het papieren archief van de heemkundige vereniging uit Deever. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Het bouwland met de veldnaam Groenendal ligt langs de weg naar het Openluchtspel. Zie de afgebeelde fraaie zwart-wit ansichtkaart, die in 1964 is uitgegeven. 
Wie woonden toen in het witte huisje aan de weg naar het Openluchtspel en wie woonden toen in het witte keuterijtje bij het Openluchtspel ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden.

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Erfgoed, Groenendal, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Wegen, plassen, percelen, objecten op Berkenheuvel

In Opraekelen 09/4, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’.
De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel. De naamloze vennnootschap was het geldverdienvehikel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De wandelkaart is gedrukt met behulp van het metalen negatief, zoals op de bijgaande foto is te zien.
Dus houd een spiegel voor het scherm en de wandelkaart zal zichtbaar en wellicht leesbaar worden, maar tegenwoordig kunnen computerprogrammaatjes dit ook, zie de tweede afbeelding.
De schrijver van het artikel in Opraekelen 09/4 vraagt zich ook af wie alle namen van de zandwegen, de plassen, de veentjes, de stukken bos en diverse objecten nog kent.
De redactie van het Deevers Archief doet daarom een poging niet alleen alle namen vast te leggen, maar daarbij ook een verklaring van het waarom van deze namen te geven.
Deze zullen in nieuwere versies worden herzien, waarbij ook afbeeldingen zullen worden geplaatst. De redactie verzoekt bezoekers van het Deevers Archief gescande foto’s in te sturen.
De redactie van het Deevers Archief baseert zich daarbij voor een deel op een serie interviews uit 1999-2002 met Albert (Bert) Christiaan Doorman, kleinzoon van Albertus Christiaan van Daalen, die toen in de door hem gebouwde bungalow tegenover de weg naar het Openluchtspel woonde, op de plaats waar vroeger de poasbulte bij elkaar werd gesleept.
Het lijkt de redactie van het Deevers Archief een uitdagende taak voor de dorpskrachten uut Deever (vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever) en de dorpskrachten uit Zorgvlied, Wateren en Oude Willem (in plaats van naar niet bestaande Friesche en Germaansche karresporen te zoeken) om bij elk van de hierna genoemde wegen, enzovoort, in samenwerking met Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten weer van die mooie witte kleine naambordjes aan bomen te spijkeren (je mag van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen spijkeren ? Nestkastjes worden toch ook aan bomen vast gespijkerd ?) ook in die gevallen dat Natuurmonumenten de weg al heeft laten overwoekeren door cultuurnatuur. Laten we ons culturele erfgoed behouden en de steeds meer verloren gaande namen aan de vergetelheid ontrukken.

Adderveenweg
Weg die langs het Adderveen loopt.
Albertweg
Albert Christaan van Daalen (geboren op 21 mei 1927) was de oudste zoon van civiel-ingenieur Mello van Daalen, geboren op 14 september 1897 te Bennekom, en Johanna Maria Klik, geboren op 3 juli 1889 te Den Helder.
Mello van Daalen en Johanna Maria Klik trouwden op 12 mei 1925 in Heemstede.
Albert Christiaan trouwde op 6 september 1952 met jonkvrouw Anny Leonore Elizabeth Röell, geboren op 7 november 1930 in Soerabaja.
Albertinaweg
Albertina Johanna Sichterman (geboren op 23 juni 1861 te Groningen, overleden op 30 maart 1935, in ‘Huize Dorpszicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom) was de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen (geboren op 1 juni 1853 te Bennekom, overleden op 16 januari 1939, in ‘Huize Dorpzicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom).
Albertina was ook de tweede voornaam van de derde dochter Christina Albertina van het echtpaar Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Christina Albertina van Daalen werd geboren op 21 april 1896 in Arnhem.
Almaweg
Alma was een dochter van Christina Albertina van Daalen (geboren op 21 april 1896 in Arnhem, overleden op 30 december 1989 in Wassenaar) (Bert Doorman noemde haar tante Zus) en C. Meerkamp van Embden (administrateur van de suikerfabriek Soerawinangoen in Nederlands Indië van de Nederlandsche Handelsmaatschappij) (datum van geboorte en datum van overlijden is nog niet gevonden vinden)
Alma Meerkamp van Embden overleed op 28 december 1972 in de leeftijd van 51 jaar in Hoogeveen.
Annieweg
Antoinetta (roepnaam Annie) was de jongste dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Zij is op 3 juni 1934 op 41-jarige leeftijd in Ede gestorven na een val van het paard. Zij kon goed piano spelen. Zij speelde op feestjes voor de kinderen van Bennekom. Bert Doorman heeft van haar pitriet leren vlechten.
Berkenheuvel
De naam van het huis van de beheerder en de vakantiewoning van de aandeelhouders van N.V. Berkenheuvel.
Dit landhuis staat afgebeeld op veel ansichtkaarten.
Het landhuis is ontworpen door civiel-ingenieur Mello van Daalen, een zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
De afgebeelde ansichtkaart is in november van 1965 uitgegeven.



Berkenheuvel

De naam van het gehele landgoed (bosgoed).
De Berkenwal
De naam van een gedeelte van het bos.
Berkenwalweg
Weg door de Berkenwal.
Bertlaan
Bert is de roepnaam van Albert (Bert) Christiaan Doorman.
Hij is de eerste kleinzoon die naar mr. Albertus Christiaan van Daalen is vernoemd.
Albert Christiaan Doorman werd geboren op 3 maart 1918 en is op 12 oktober 2004 in Deever overleden.
Hij was een zoon van Paul Carel Louis Doorman en Josephine Harmanna Johanna van Daalen.

Blauwwater
Naam van een plas. Maar waarom had deze plas de naam Blauwwater ?
Boltsweg
Wie van de bezoekers van het Dievers Archief weet wie Bolts was.
Het zal wel een vrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen zijn geweest.
Wie van de aandeelhouders van de N.V. Berkenheuvel kan de redactie van het Deevers Archief hierover inlichten ?
Brandpaal
Verticaal in een betonnen sokkel geplaatse houten paal met klimijzers, die in de zomer gebruikt werd als post voor het waarnemen van bosbrand. De dienstdoende waarnemer moest  daarvoor zo nu dan naar boven klimmen.
De Brandpaal heeft gestaan aan de Middenlaan, bij het begin van de Kelderweg en de Juniperusweg in het Laatste Zand.
Christinaweg
Christina (1896) was de eerste voornaam van de vierde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. C.A. van Daalen en Karel Meerkamp van Embden, gescheiden in 1953.
C.J.O.-kamp
Het C.J.O.-kamp was een kamp van de Christelijke Jongeren Organisatie.
In 1951 is grond verkocht voor de ‘De Eikenhorst’, het kamp voor verwaaarloosde jeugd an de Gowe.
Het C.J.O.-kamp staat op verschillende ansichtkaarten afgebeeld.
De Haar
De naam van een gedeelte van het bos.
De Dennekamp
De naam van een gedeelte van het bos.
De Kelder
De naam van een bosgedeelte.
De Nul
De naam van een gedeelte van het bos.
De Veentjes
De naam van een veentje.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Dieverveld
De naam van een gedeelte van het bos.
Dieverzand
De naam van een gedeelte van het bos.
Het zwembad Dieverzand aan de Bosweg is genoemd naar dit gedeelte van het bos.
Het zwembad Dieverzand staat op veel ansichtkaarten afgebeeld.
Eerste Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Eerste Veentjesweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Evapad
Eva was de jongste zuster van Albertus (Bert) Christiaan Doorman
Ewoudweg
Ewoud was de zoon van Mello van Daalen en Johanna Maria Klik.
Gerardinaweg
Gerardina Barelds was de echtgenote van Wolter Smit.
Wolter Smit was de derde boschbaas op Berkenheuvel. Wolter Smit werd geboren op 5 mei 1893, hij was een zoon van Harm Smit en Jacoba Monis.
Gerardina Barelds was de dochter van Jan Barelds, de koffiehuishouder aan de brink van Deever en Aaltje Middelbrink.
Wolter Smit en Aaltje Middelbrink trouwden op 30 oktober 1914 te Diever.
Wolter Smit overleed op vrijdag 19 December 1947 in Velp (Rheden). Is hij vlak na de oorlog verhuisd naar Rheden ?
Gezina Catharina Smit was een dochter van Harm Smit en Jacoba Monis, zij was een zuster van Wolter Smit, zij was getrouwd met de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
Grensweg
Weg langs de grens van het landgoed Berkenheuvel.
Groningerweg
De bekende al heel oude zandweg (vooral zo houden) die van het Kasteel naar de Wildschut, was een weg langs de grens van Berkenheuvel.
Deze weg staat afgebeeld op een aantal mooie ansichtkaarten.
Haarweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Harm Smitweg
Harm Smit was de tweede boschbaas op Berkenheuvel, de opvolger van Marten Wouwenaar.
Hertekamp
De naam van een gedeelte van het bos.
Zag mr. Albertus Christiaan van Daalen hier voor het eerst een hert ?
Het Laatste Zand
De naam van een gedeelte van het bos.
Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen.
Deze al zeer oude naam is niet bedacht door mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Hezeneschweg
Weg langs de Heezenesch. 
Hoekeveenscheweg
Weg langs het Hoekveen.
Hoekveen
De naam van een gedeelte van het bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Hunnebedweg
De Hunnebedweg loopt langs het verdwenen hunnebed met de naam Potties Bargien.
Janweg
Jan was de broer van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Jodenzand
De naam van een gedeelte van het bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Johannaweg
Johanna was de tweede voornaam van de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Johanna (1894) was ook de voornaam van de derde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Juniperusweg
Juniperus is de Latijnse naam voor de jeneverbes.
Deze struik komt niet veel voor op Berkenheuvel.
Kalterschegat
De naam van een gedeelte van Berkenheuvel
Drassige weilanden waar Albertus (Bert) Christiaan Doorman wel naar kievitseieren zocht.
Kampweg
Weg in het Deeverse Zaand.
De weg loopt langs het terrein van het V.C.J.C.-kamp.
Kanaalweg
Deze weg loopt van de Tolweg naar het Kanaal (Drentsche Hoofdvaart), vandaar de naam Kanaalweg..
Karelweg
Karel Meerkamp van Embden was een zoon van tante ….. (tante Zus) en ….. Meerkamp van Emden
Karel werd geboren op zaterdag 26 mei 1923 in Tjikini (Nederlands Indië).
Kelderweg
Weg in het bosgedeelte met de naam De Kelder.
Kijkduin
Toepasselijke naam van de heuvel waarop een houten brandtoren (de opvolger van de brandpaal) stond. De resten van de vier palen zijn nog steeds aanwezig. Mooie heuvel met een lange helling om in de winter bij sneeuw van af te sleeën.  
Koekoeksvijver
Plas in de buurt van de Torenlaan, niet zo diep het bos in, makkelijk vindbaar.
Mooie grote plas om ’s winters bij ijs op te spelen, bijvoorbeeld ijshockey.

Kogelvangers
Resten van de plaats waar in het begin van de twintigste eeuw (1906-1908) schietoefeningen werden gehouden door het leger.
Kogelvangerweg
Langs deze weg liggen vier kogelvangers.
Krater
De naam van een heuvel in de buurt van de Tolweg.
Kraterweg
Weg naar de heuvel met de naam Krater.
Op de Krater heeft ook een uitkijktoren gestaan.
Kronkelweg
De naam van deze weg spreekt voor zich.
Martenshoek
De naam van een gedeelte van het bos dat is vernoemd naar Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Marten Wouwenaarweg
Marten Wouwenaar was de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Mastenveldje
De naam van een veentje aan de Bosweg bij de Studentenkamp.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Meeuwenplas
Grote ondiepe plas achter in het bos.
Mooie plas om in het voorjaar doorheen te banjeren en eieren te zoeken.
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Melloweg
De Melloweg loopt vlak langs de Koekoeksvijver.
Mello (1897) was de tweede en jongste zoon van mr Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Civiel-ingenieur Mello van Daalen heeft in Indië gewerkt. Hij bouwde daar spoorbruggen.
Midden Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Middenlaan
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Monument
Herdenkingsteken, geplaatst ter gelegengheid van de voltooiing van de bebossing van Berkenheuvel.
Het monument staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Nulweg
Weg in het gedeelte van het bos met de naam de Nul.
Ooster Schaapsdrift
Naam moet te maken hebben met de tijd dat Diever nog een kudde schapen had.
Oude Willemspark
De naam van een gedeelte van het bos in de Oude Willem.
Oude Willemsweg
Weg in het Willemspark.
Pastorieweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Paulweg
P
aul was de vader van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Paul Christiaan Louis Doorman trouwde op 23 oktober 1913 met Josephine Harmanna Johanna van Daalen.
De Paulweg loopt van de Ringweg naar de Adderveenweg.
Peterweg
Peter was ….., moet nog worden uitgezocht.
Reeënheuvel
Heuvel in de buurt van de Grensweg.
Ringweg
De langste zandweg van het landgoed Berkenheuvel.
Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Simonslaan
Simon was ….., moet nog worden uitgezocht.
Slangenbad
Plas in het Wapser Zand.
Een verklaring voor het ontstaan van het Slangenbad is dat ter plekke leem is afgegraven. Mr. Albertus Christiaan van Daalen gaf als verklaring dat het Slangenbad is gegraven voor de afwatering van het Adderveen. Klinkt logisch.
Snoekveen
Aaltje Smit, de dochter van Wolter Smit, wist te vertellen dat bij het Snoekveen turf is gegraven.
Studentenpad
Naam heeft te maken met de Studentenkampen in de Dieverse bos.
Stroetlaan
De Stroeten zijn nog in het bezit van de b.v. Berkenheuvel. Deze zijn gedeeltelijk verpacht.
Tillegrup
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Tolweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Toren
Uitkijktoren op de heuvel met de naam Kijkduin.
Deze uitkijktoren staat afgebeeld op een paar ansichtkaarten.
Torenlaan
Komende vanuit Wateren was vroeger in het verlengde van deze weg de toren van Diever te zien.
Torenweg
Aan de Torenweg ligt een heuvel met de naam Kijkduin. Op deze heuvel heeft een houten uitkijktoren gestaan. De fundamenten van deze toren bevinden zich nog op de heuvel.  Het ontwerp van deze toren is gemaakt door de architect Mello van Daalen.
Tweede Veentjesweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Van Daalensweg
Dit is de weg die mr. Albertus Christiaan van Daalen naar zichzelf vernoemde.
Van Tienhovenpark
De naam van een gedeelte van het bos.

Mr. P. van Tienhoven, was voorzitter van de Nederlandse Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Hij was ongetwijfeld een vrindje, wellicht een studievrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Van Tienhovenweg
Weg in het van Tienhovenpark.
Veldweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
V.C.J.C.-kamp
Zomerkamp van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale aan de Bosweg.
Wapser Schaapsdrift
Looproute van de Wapserse kudde schapen.
Wapserweg
Naam behoeft geen uitleg.
Wapser Zand
De naam van een gedeelte van het bos. Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen van de marke van Wapse.
Wester Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Wolter Smitweg
Wolter Smit was de zoon van Harm Smit en Gerdardina Barelds, zie hiervoor voor gegevens.
Hij was de twede boschbaas op Berkenheuvel. Zie ook de inscriptie op het Monument.
Zuurlandweg
Vrouw Kappe wist te vertellen dat ten westen van de Zuurlandweg in de buurt van de Vledder A ook turf is gegraven.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosgezichten, Erfgoed, Opraekelen | Leave a comment

Een paar woorden uit het Deeverse dialect

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren van zijn papieren archief een dezer dagen toevallig een kattebelletje (chartabello) met aantekeningen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw van nu niet meer gebruikte woorden uit het Deeverse dialect.
De redactie wil deze woorden uiteraard niet onthouden aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief.
De redactie kent de betekenis van al deze woorden, maar wie van de trouwe bezoekers kent deze ook ?
Wie reageert ?

bente
Die olde dreuge bente wol wel braan’n.
boldern
Boldern doei op ’n bolderhoek.
braandnekkel
Hee leup mit de kötte broek an deur de braandnekkels.
buuseling
De buuseling stönk ’n ure in de wiend.
buust
De Buust is de naeme van ’n akker bee’j de dikke stien’n.

döskaaste
De boer’n in Oldendeever haad’n vrogger ’n döskaaste.
frabbe
Ut is een frabbe van ’n kiend.
koagies
Koagies bint lekker op ’n brokkie.
ophemmel’n
De kaemer is nog neet op ehemmeld.
sproakeling’n
De Sproakeling’n ligt in Oldendeever.
veraldereerd
Ik waare veraldereerd van ’t mooie kedogie.
wiemel
De dreuge wost’n en ’t spek hung’n in de wiemel.

Posted in Cultuurhistorie, Deevers, Deeverse dialect, Diever, Erfgoed | Leave a comment

De grote aarmoe van de Deeverse streektoal

Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever wint de kwis Loos
De kwis Loos werd in het kader van Meertmoand Streektoalmoand dagelijks op de Drentse tillevisie uitgezonden. Loos is een samenwerkingsproject van RTV Drenthe en het Huus van de Taol. Harm Dijkstra presenteerde de tillevisiekwis. Elke dag kwisten twee streektaalliefhebbers tegen elkaar. De winnaar ging door naar de volgende ronde. De kandidaten die het langst in de kwis bleven, die kwisten de laatste week van maart mee in de finalerondes.
Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever werd de winnaar. Jans was de looste van ’t hiele stel. Als prijs mocht hij zo’n platte computer, een tablet van het type Ipad van het merk Apple, mee naar de Aachterstroate nemen.
Is Jans zo ongeveer nog de enige inwoner van Deever die het Deevers vloeiend spreekt ??? Dat zou best eens zo kunnen zijn.
Maar zijn Deevers kan bij lange na niet tippen aan het prachtige gesproken Deevers van wijlen Jantje Andreae-Oost van ’t Kastiel, dat doorspekt was met zelden meer gebruikte Deeverse woorden (bijvoorbeeld agin, seins, mit lieveloa, putie, wiemel, poppie, brummel, buunseling, driet’n, mieg’n).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is een illusie te denken dat via een Huus van de Toal of een kwis op de tillevisie de belangstelling voor de Drentse streektoal (een verzameling dialecten) verzekerd kan worden.
Toen in het Diever van na de Tweede Wereldoorlog geboren en getogen Deeversen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, in plaats van Deevers, een soort van koeterwaals Deevers-Nederlands tegen hun kinderen gingen praten, was het helaas gedaan met de toekomst van het echte Deevers.

Maar wie weet desalniettemin de betekenis van het gezegde ‘De iene dag rök noar lodderein en de aandere dag noar siepels ?
Jantje Oost had het zeker wel geweten.

Posted in Achterstraat, Deevers, Deeverse dialect, Diever, Erfgoed | Leave a comment

Kogelvangers rijzen als piramiden uit het zand

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 7 juni 1906 het volgende bericht over de opbouw van een groot soldatenkamp op de Oeren tussen Deever en Wapse. 

Diever, 5 juni.
Het militaire kamp en zijn omgeving krijgt zoo zachtjes aan een krijgshaftig uiterlijk. In ’t kamp zijn een 30-tal manschappen onder bevel van een officier gearriveerd en hebben daar, in letterlijken zin, hun tenten opgeslagen. Maandagavond ongeveer  6 uur waren er reeds vier gereed en vlamde het houtvuur lustig op in de nogal primitieve keuken, die in den grond is uitgegraven.
Groote houten keukens zijn in de maak. Een groote hoop stroo en flinke wollen dekens waarborgen den mannen een warme slaapplaats. Nu, dat is noodig, want Juni toont rare kuren, wat de temperatuur betreft.
Een eind verder ’t veld in, aan den anderen kant van den weg verheffen zich de kogelvangers als groote piramiden uit het zand, waarvoor de schijven en observatieposten zijn ingericht naar ’t systeem Veltman. De soldaten, met de observatie belast, kunnen de schijven naar zich toe halen en herstellen zonder eenig gevaar.
Voor een paar dagen zijn niet minder dan 14 groote kookpotten aangekomen, die voorlopig bij een particulier zijn geborgen.
Men verwacht hier ongeveer 600 man landweertroepen hoofdzakelijk uit Friesland; de jongelui uit Drente moeten zich oefenen in het kamp te Donderen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie moet nog een passende illustratie zoeken bij dit bericht.
De in het bericht genoemde kogelvangers op Berkenheuvel zijn de afgelopen weer zichtbaar gemaakt door ijverige dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever. Zie het bericht ‘Kogelvangers in Berkenheuvel weer zichtbaar’ in de webstee van Natuurmonumenten.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Erfgoed | Leave a comment

Nog een monumentenschildje aan de toren op de Brink

In de Meppeler Courant van 8 september 2014 verscheen het navolgende kleine berichtje over de presentatie van het nieuwe landelijke monumentenschildje.

Primeur in Pancratiuskerk
Diever. De openingshandeling van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld vindt vrijdag om 16.00 uur plaats in de Sint Pancratiuskerk in Diever. Tijdens de openingshandeling heeft er een primeur plaats: landelijk wordt tijdens het Open Monumentendag weekeinde het nieuwe landelijke ‘moumentenschildje’ gepresenteerd en de gemeente Westenveld mag de Drentse onthulling voor haar rekening nemen. Voor het weekeinde van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld heeft zich een record aantal monumenteneigenaren en bewoners aangemeld. In totaal zijn 33 monumenten geopend voor het publiek.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Sint Pancratiuskerk, het blijft merkwaardig de kerk op de brink van Deever te bestempelen als de kerk van een rooms-katholieke geloofsgemeente als deze kerk al eeuwen niet meer in gebruik is bij deze geloofsgemeente.
De kerk op de brink van Deever, die in gebruik is bij de Nederlands hervormde geloofsgemeente (dominee, schrijf ik het zo goed ?), is voorzien van het sinds 1954 internationaal gebruikte blauw-wit schildje. Zie de kleurenfoto die de redactie van het Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. Het schildje is keurig met 3 roestvast stalen schroefjes bevestigd aan de toren. Sommige (lang niet alle) rijksmonumenten zijn voorzien van het blauw-witte schildje. Het schildje geeft aan dat het betreffende pand in oorlogstijd moet worden beschermd en moet leiden tot eerbiediging van het pand door strijdende partijen tijdens gevechtshandelingen.

Een rijksmonument is een bouwwerk of object, of het restant daarvan, die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde.
Tijdens de Open Monumentendagen 2014 in het tweede weekeinde van september is het nieuwe schildje in gebruik genomen.
Zie de kleurenfoto die de redactie van het Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. Het eerste schildje in Drenthe werd bevestigd aan de toren die bij de kerk op de Brink staat. Voorwaar een gebeurtenis van groot historisch belang. Opvallend is dat het wit-oranje schildje niet gewoon naast het blauw-witte schildje is bevestigd.
Maar hoe is het nieuwe schildje aan de toren bevestigd ? Schroefjes zijn niet te zien. Met lijm soms ?
Is de toren eigendom van de gemeente Westenveld of eigendom van de eigenaar van de kerk op de Brink (hervormde geloofsgemeente) ? Wellicht is het nieuwe schildje aan het verkeerde pand geschroefd en moet ook een schildje naast de hoofdingang van de kerk aan de tufstenen muur worden bevestigd.
Binnen de grenzen van de gemeente Diever zal het schildje naar verwachting aan de volgende rijksmonumenten worden bevestigd:
Restanten van een kalkovencomplex bij Rijksweg 26, Dieverbrug;
Kerk op de Brink, Hoofdstraat 45, Diever;
Voormalig schultehuis, Brink 7, Diever;
Voormalig armenwerkhuis, Groningerweg 6, Diever;
Voormalige boerderij ‘de Caathof’, Holtenweg 2, Dieverbrug;
Korenmolen ‘de Vlijt’, Dingspil 17, Diever;
Hunebed D52, op de Steenakkers aan de Groningerweg, Diever
Boerderij met zijbaander, Achterstraat 14, Diever;
Voormalige smederij, Hoofdstraat 49, Diever;
Boerderij met zijbaander, Kruisstraat 2, Diever;
Dubbel verdiepingsloos woonhuis, Kruisstraat 4, Diever;
Boerderij met zijbaander, Kastanjelaan 18, Diever;
Hallenhuisboerderij met voorgeplaatst dwarshuis, Brink 11, Diever;
Pothok met potstal bij hallenhuisboerderij, bij Brink 11, Diever;
Hollenhuisboerderij met dwarsdeel, Hoofdstraat 34, Diever.  Continue reading

Posted in Brink, Erfgoed, Kerk aan de brink, Rijksmonumenten | Leave a comment

Een en ander behoort tot de historie van Deever ??

In het blaadje ‘Avondzon’ van de sectie Diever van de Stichting Welzijn Ouderen verscheen in april 1977 in nummer 4 van jaargang 5 het artikeltje ‘Diever’s mooiste’.

Diever’s mooiste
Wanneer we familie of vrienden van elders op visite krijgen, dan gaan we, als het goed is, reeds van te voren overleggen, op welke wijze we ze eens de mooiste punten van ons woongebied zullen laten zien. Alleen als er iets niet helemaal pluis is, zoals achter het ijzeren gordijn, waar dingen zijn die het daglicht niet kunnen verdragen, hebben we daar moeite mee.
Zulks is niet het geval met ons geliefd Diever. Mocht daar al eens iets zijn, dat minder fraai is, dan verbergen we dat niet, maar tonen dat openlijk, aan ieder die ons met een bezoek wil vereren.
Dan stellen we ons voor, de excursie te beginnen, daar waar we het gewoonlijk doen, bij, of tegenover de eendenvijver.
De daar ontstane ruimte, keurig en smaakvol van bestrating voorzien, met nog wat gelegenheid om te rusten, voor de wat ouderen, stellen we onze bezoekers voor, als een erfenis van onze vorige burgemeester. Voorwaar een nalatenschap, die de investering is waard gebleken.
Maar dan komt de grote schrik: Er is een bezoeker bij, die wat vrij rondkijkt en maling heeft aan onze explicatie. Hij ontdekt daar de wanstaltige overblijfselen, waar de familie Keizer eens woonde, en wilde daar ook wel eens van weten of dat soms Diever’s mooiste was.
U begrijpt, dat wij daardoor lelijk in verlegenheid kwamen. Heel wat woorden hadden we nodig om uit de doeken te doen, waarom een dergelijke puinhoop op oudejaarsnacht door de jeugd niet was opgeruimd.
Zo goed en zo kwaad als ons dat mogelijk was, hebben we geprobeerd, uiteen te zetten, dat onze vroegere burgervader, breed geschouderd als hij was, zich daar steeds als een hinderpaal heeft vóór gezet, maar dat we nu, met veel minder breed geschouderde, hoopten, spoedig van dit monsterlijke dorpsbeeld te worden verlost.
Het is een van buiten komende bezoeker niet goed duidelijk te maken, waarom met het fatsoeneren van deze plek, in ons mooie dorp, alsmaar wordt gewacht, terwijl het een ergernis voor de wandelaar is.
De handige bezoeker veronderstelde, dat onze burgemeester mogelijk nooit deze kant uitkomt, iets dat wijzelf voor onmogelijk hielden.
Het ware te wensen, dat nog vóór het komende seizoen, dit obstakel verwijderd gaat worden, anders kunnen we reclame ‘Ga liever naar Diever’ voorlopig wel in de ijskast bergen.
Mocht een en ander naar onze wens, vóór het verschijnen van ‘Avondzon’ zijn uitgevoerd, dan kan deze bijdragen toch nog als bladvulling dienen.
Een en ander behoort tot de historie van Diever.
Een wandelaar

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een en ander behoort tot de historie van Deever ? De redactie denkt van niet en denkt volledig het tegendeel.
De redactie denkt dat het stukje tekst gewoon uit de dikke duim of de dikke pijp gezogen is.
Excursies beginnen natuurlijk niet bij de eendenvijver (een voormalige braandkoele) an de Kruusstroate (wie wil er nu naar eenden koekeloeren ?), maar op de brink van Deever, die ooit vol stond met erfgoed.
Wie zou toch die schrijver met de uiterst merkwaardige schuilnaam ‘Een wandelaar’ kunnen zijn ? Zou het een zwalkend rechts conservatief liberaal lid van de zogenaamde ‘dikke boerenstand’ uut Deever kunnen zijn geweest; een agrarisch toptalent, die zich in 1977 dood ergerde aan het bouwvallige arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer naast transportbedrijf De Graaf an de Kruusstroate in Deever ?
Schreef hij dit stukje tekst om een slijmerig wit voetje bij burgemeester Hermen Overweg te halen ?
Het is bepaald geen positief stukje tekst ter bevordering van het welzijn van de Deeverse ouden van dagen, die vast en zeker de familie Albert Keizer goed hebben gekend.
De schrijver ‘Een wandelaar’ vindt dat de Deeverse jeugd het bouwvallige keuterijtje in de oudejaarsnacht had moeten opruimen. Dit getuigd van een totale minachting van de Deeverse jeugd en de Deeverse oudejaarstraditie. De jeugd sleepte vroeger op oudejaarsavond alles wat los en vast zat naar de brink van Deever, maar vernielde niet. Wellicht dat de jeugd elders, bijvoorbeeld op Neejevene of op Koldervene, om een paar volstrekt willekeurige plaatsen te noemen, dit vroeger wel deed, maar de redactie denkt toch van niet.
De schrijver ‘Een wandelaar’ geeft de schuld van de voortdurende aanwezigheid van het bouwvallige arbeiderskeuterijtje naast transportbedrijf De Graaf an de Kruustroate aan 
de breedgeschouderde (??) burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), echter ome Kees en de zijnen hadden bewezen ware kampioenen in het afbreken van Deevers erfgoed te zijn. Aan ome Kees kan het niet hebben gelegen.
Tijdens het bewind van burgemeester Hermen Overweg werd het arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer alsnog afgebroken en werd een eindje verder richting ’s Kasteel (Kasteel 2) als schrale troost een soort van nieuw keuterijtje nagebouwd. En weer was een fraai Deevers erfgoedpand verdwenen.
De twee kleurenfoto’s van het huisje van de familie Albert Keizer zijn gemaakt door wijlen Henk van de Bos.
Op de tweede foto zijn te zien Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg) en Koendert Tissingh (geboren op 11 maart 1906, overleden op 20 mei 1983 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg).

Posted in Diever, Erfgoed, Keuterijen, Kruisstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Het naambordje van de Grensweg op Berkenheuvel

Het lijkt de redactie van het Deevers Archief een echte uitdaging voor de vrijwilligers van de heemkundige vereniging uit Diever om bij elk van de oorspronkelijke wegen op Berkenheuvel, uiteraard in samenwerking met de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en Staatbosbeheer, weer van die mooie witte kleine naambordjes met zwarte letters aan bomen te spijkeren. Dus ook een naambordje plaatsen bij wegen die Natuurmonumenten al heeft laten overwoekeren door cultuurnatuur.
Je mag van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen spijkeren ? Nestkastjes worden op Berkenheuvel toch ook aan bomen vast gespijkerd ?
Laten we ons culturele erfgoed vooral behouden en de steeds meer verloren gaande namen van wegen op Berkenheuvel aan de vergetelheid ontrukken.
Op bijgaande foto uit de tweede helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw, toen Berkenheuvel nog eigendom was van de erven van mr. Albertus Christiaan van Daalen, is als voorbeeld het naambordje van de Grensweg bij de Hoekenbrink te zien.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Erfgoed | Leave a comment

De kleine Hendrik en de grote Hendrik an ’t waark

In de beeldbank van de Historische Vereniging Nijeeveen is een mooie kleurenfoto aanwezig van de gebroeders Klaas Kleine en Berend Kleine. Lourens Schipper, de beheerder van deze prachtige beeldbank (die zouden meer historische verenigingen moeten hebben), gaf de redactie toestemming deze kleurenfoto -zie de bijgaande afbeelding- in het Deevers Archief te tonen. De redactie is de Historische Vereniging Nijeveen bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Maar in welk jaar is deze foto gemaakt ? Wie het weet, die mag het melden aan de redactie !

Op de foto zijn de smeden Klaas Kleine (links) (de kleine Hendrik) (Klaas, hei neeje klomp’m an ?) en zijn oudere broer Berend Kleine (rechts) (de grote Hendrik) bezig met het leggen van een ijzeren band om een houten wagenwiel. Ze zijn bezig voor de smederij met de naam ‘de grote Hendrik’ van Berend Kleine an de Heufdstroate in Deever. Het wagenwiel ligt op een oude molensteen.
Let op het bankje rechts achter Berend Kleine, dat zo te zien is gemaakt door Bouwbedrijf Nijzingh an de Brinkstroate in Deever. Achter Klaas Kleine is te zien dat achter het plantenklimrek geen deur meer zit. Aan de muur is te zien dat de ruimte waar een deur zat, ooit is dicht gemetseld.
Klaas Kleine had zijn smederij met de naam ‘de kleine Hendrik’ (let op de woordspeling; Hendrik Kleine was de vader van Klaas Kleine en Berend Kleine) an de Peperstroate aachter de kaarke. Hendrik Kleine had eerst een smederij op Koldervene (vroeger Coldervene), later in Meppel.
In dit pand op de hier afgebeelde kleurenfoto was vroeger de smederij van de gebroeders Hendrik en Albert Kloeze gevestigd. In die tijd was de deur wel aanwezig. In dit pand was later een winkel met de naam ‘In de Lindetuin’ gevestigd.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van deze winkel op 13 november 2008 gemaakt. Het was nog herfst. Blijkbaar was toen in de zijmuur weer een deur aangebracht en het metselwerk gerepareerd en waren de raamluiken weggehaald. In de bestrating was in 2008 de oude molensteen nog wel aanwezig.
Zie voor nog een kleurenfoto, die de redactie op 28 juli 2016 gemaakt, het bericht ‘Het leven moet niet vliegen, maar fladderen’.
Nu dit pand een rijksmonumentje is (voor zolang het duurt), zal het gesloop en geknutsel en gedoe aan de buitengevels wel onder curatele staan.

Posted in Diever, Erfgoed, Hoofdstraat, Klaas Kleine, Neringdoenden, Rijksmonumenten | Leave a comment

Er staat een kerk op instorten !

In het christelijk georiënteerde weekblad ‘de Spiegel’ verscheen in het nummer van 23 juli 1955 het volgende artikel van de hand van de journalist P.W. Russel over de slechte staat van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de brink van Deever. Het artikel werd geschreven kort voor aanvang van de grote restauratie van het oude kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de jaren 1956/1957. 

‘Ja, dit is een ramp’, zei burgemeester J.C. Meyboom van Diever, toen ik hem opbelde om een afspraak te maken. ‘Beslist een ramp, zoals de kerk er nu bij ligt’, herhaalt hij, als wij op het kerkplein in het centrum van zijn dorp staan. Diever, het bijna vijf-en-dertig-honderd zielen tellende dorp tussen Assen en Meppel, kent in deze dagen nog maar één gesprek: de kerk. De bakker en de melkboer, de burgemeester en de jonge dominee Smit. allen zijn er vol van. ‘Er zijn twee mogelijkheden: óf we gaan de kerk het volgend jaar sluiten en schaffen een bordje aan ‘Ruïne te bezichtigen’, óf er wordt gerestaureerd.’ Zo stond het op een folder en het hele dorp is geschrokken.
De hervormde gezinnen in het dorp – het is hun kerk – brachten 22.000 gulden bij elkaar; vlugschriften leverden nog eens tien mille op en een fonds beschikte nog over drieduizend gulden. Vijf-en-dertig-duizend gulden dus. Die zijn er.
‘Maar weet u wat dit gaat kosten ?’ vraagt burgemeester Meyboom, die nu al zestien jaar zijn krachten aan Diever geeft. ‘We hadden een eerste begroting en daar stond als eindbedrag 170.000 gulden op. Daar was niet bij gerekend wat er allemaal in de kerk moet gebeuren, na de restauratie. Ik bedoel zaken zoals meubilair, verwarmingsinstallatie en verlichting.
‘Maar wacht even. Kijk, ziet u die meneer daar uit de kerk komen ? Juist, dat is de heer G.C. Helbers, de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. Moet u hem eens vragen, waarom het allemaal zo duur gaat worden.’ ‘Hierom’, zegt de heer Helbers, die breedgeschouderd en goedgehumeurd is, ‘we gaan deze kerk niet repareren, niet herstellen, maar restaureren. En dat betekent, dat we alles zoveel mogelijk in de oude en originele vorm terugbrengen.’
‘Deze kerk staat op instorten’, aldus de directeur van het museum in Assen. ‘Niets meer en niets minder. Alle maatregelen, die nodig waren, zijn genomen. We gaan restaureren, dat is één. We hebben een restauratiecomité, dat is twee. Gedeputeerde Staten zijn helemaal accoord, dat is drie en er is een begroting, nummer vier. We startten dus, twee weken geleden.’
‘Maar wat ontdekken we ? Tien centimeter onder de huidige tegelvloer in de kerk ligt een tweede vloer, van rode plavuizen. Oh, dachten we, de originele staat van de kerk was dus tien centimeter lager. Neen, helemaal niet, want nog eens vijfentwintig centimeter lager vinden we een tweede vloer, van groene en gele tegeltjes. Dat betekent dus, dat we de hele kerk vijf-en-dertig centimeter moeten uitgraven, om de oorspronkelijke diepte terug te krijgen.’
We lopen door de kerk, de burgemeester, de heer Helbers en ik. ‘Ga hier eens in dat gat staan’, zegt de heer Helbers. ‘Ziet u wel, de kerk wordt hoger en imponeert nu veel meer door zijn verhoudingen. We hebben verder inkassingen gevonden, waaruit blijkt, dat het middenschip en het hoogkoor eens overwelfd waren. Overal aan de zijkanten ziet u nog hele of halve colonetten; bij die halve heeft men in vroegere jaren de rest gewoon weggehakt, om ‘ruimte’ te krijgen. En kijkt u eens naar de zoldering. Half verteerde planken uit 1760. Het gewelf zit er onder. De manier, waarop vroeger aan deze kerk is gewerkt, is gewoon in-elkaar-timmeren geweest.’
‘Hoe oud is deze kerk van Diever eigenlijk, burgemeester ?’ vraag ik. ‘De kerk dateert uit 1400 en de toren uit 1100’, is het antwoord. ‘Naar die tijd moeten we met onze restauratie dus terug’, vult de heer Helbers aan. ‘Steeds doen we meer ontdekkingen: dichtgemetselde ramen, die open behoren te zijn; muren in zijbeuken die er maar gewoon tussen gemetseld werden en kostbare zandstenen randen rond pilaren, waar de een of andere optimist rustig overheen kalkte. Maar al die verrassingen doen de begroting van de restauratie angstig naar boven lopen. De tweede (definitieve’?) begroting moet nog komen, maar men vreest dik boven de twee ton te komen.
‘Maar dit kon niet langer’, zegt burgemeester Meyboom, die tegelijk voorzitter van de restauratiecommissie is. ‘Twee tot drie jaar duurt de restauratie, maar we zijn beslist tegenover het nageslacht verplicht een bouwwerk als dit, met zulk een rijkdom aan schoonheid, te bewaren.’ ‘Hier in dit hoekje moet U gaan staan en dan naar boven kijken’, adviseert de heer Helbers. Ik doe het en kijk dwars door het dak heen. Niet door een klein gaatje, maar door een opening, waar met gemak een divan in de breedte doorheen getrokken kan worden. Het dak van nieuwe pannen voorzien, kon ook niet meer, want geen mens durft meer naar boven. ‘Eerst moeten alle rotte balken weggehaald, want een kind zou er door vallen’, zegt de heer Helbers.
Tot 1 juni van dit jaar zijn de kerkdiensten in Diever gewoon doorgegaan. En het is goed, dat de dorpelingen het niet zo precies geweten hebben. Want toen men begon met breekijzers de planken van de zijvloeren los te breken, bleven de planken zitten en vielen de verteerde binten naar beneden. ‘Om niet eens te praten van de kerkbanken zelf’, merkte de burgemeester op. ‘Daar, vóór de kerk ziet u ze liggen: één hoop vermolmd hout. Ze vielen in elkaar toen men ze wilde wegdragen.’

Uitleg bij foto 1 in het artikel
Zo ziet de kerk er nu van binnen uit: de orgelpijpen, tijdig gered uit de ruïne, liggen in het zand; kruiwagens staan in het middenpad; de kansel wordt voorzichtig gesloopt en in de muren van het hoofdkoor ontdekt men steeds meer verborgen nissen.


Uitleg bij foto 2 in het artikel
Dit is de kerk van Diever, die op instorten staat. Aan de dakrand en vlak bij de toren zijn de gaten te zien, terwijl op de voorgrond een dichtgemetseld raam herinnert aan de eerste helft van de 17de eeuw, toen de kerk na een brand werd ‘vertimmerd’.

Uitleg bij foto 3 in het artikel
Oorspronkelijke hoge, smalle ramen in gotische stijl; sinds honderden jaren al dichtgemetseld, met hier en daar een recht raampje. ‘Maar voor we het open maken, moet de kerk eerst gestut’, zei de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. ‘Anders valt de hele zaak in.’

Uitleg bij foto 4 in het artikel
Ik ben 79 jaar’, zegt Geert Dekker, ‘en gedurende 45 jaar daarvan heb ik de kerkklok van Diever geluid. Nu moet ik drie jaar wachten, maar ik weet niet wat ik in die tussentijd moet doen.’

Uitleg bij foto 5 in het artikel
Niet alleen in de kerk, maar ook in de toren zijn in de loop der eeuwen ramen dichtgemaakt. De steunbeer uit de vijftiende eeuw, vlak naast de ronde deur, kan elk ogenblik omvallen. De stenen, voor zover ze niet afbrokkelden, staan los op elkaar en de specie geeft geen enkel houvast meer.

Uitleg bij foto 6 in het artikel
Met het grootste gemak breekt burgemeester J.C. Meyboom van Diever een plank van een kerkbank door. Tot 1 juni van dit jaar volgden de dorpelingen, gezeten op deze banken, de kerkdiensten.

Uitleg bij foto 7 in het artikel
Als u in een zijbeuk van de Dieverse kerk staat en omhoog kijkt, dan ziet u dit: verteerde balken, gescheurde muren en een kapot dak.

Posted in Diever, Erfgoed, Kerk aan de brink | Leave a comment

Deever is mooi oppeknapt mit ’t liekwaeg’nschuurtie

In de Meppeler Courant van 14 september 2016 verscheen het bijgevoegde bericht over het opknappen van het lijkwagenschuurtje op het marktterrein an de Bosweg in Deever.

Uit het genoemde bericht is het volgende kleine citaat overgenomen:
Het gebouwtje in Diever is één van de weinige overgebleven lijkenhuisjes in Drenthe. Het huisje werd in het verleden gebruikt om de lijkkoets te stallen.
De Historische Vereniging Gemeente Diever liep al jaren rond met plannen om het 110 jaar oude gebouwtje in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Het gebouwtje is na het opheffen van de lijkwagendienst in de jaren zestig van de vorige eeuw verkocht aan de padvinderij in Diever.
Nu is het eigendom van de Ondernemingsvereniging Diever. Die gebruikt het als opslagplaats van materialen en verder was er de verlichting in aangebracht voor de jaarlijks te houden Paaskermis en markten. Door bijdragen van de Ondernemingsvereniging Diever en Dorpsbelangen Diever is het nu mogelijk geworden het lijkenhuisje te renoveren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

Het is natuurlijk een kleine omissie van de schrijver of schrijfster van het bericht in de Olde Möppeler om een aantal keren de term ‘lijkenhuisje’ te bezigen in plaats van ‘lijkwagenschuurtje’. Het zij hem of haar niet kwalijk genomen. Vroeger stond op de brink van Deever wel een lijkenschuurtje.

De redactie heeft voor alle zorgvuldigheid even het oude archief van de gemiente Deever geraadpleegd. dat was een kleine moeite. In de bouwtekening uit 1913 is sprake van het ‘Ontwerp van een te bouwen schuurtje voor den lijkwagen op het marktterrein te Diever’. Burgemeester en wethouders van de gemiente Deever gaven op 20 februari 1913 vergunning voor de bouw van het schuurtje aan het bestuur van de Vereniging Lijkwagendienst. Jan Bennen uut Deever, (waar woonde Jan Bennen ?), van beroep timmerman, was de aannemer van het werkje an de Bosweg.

Bij de vergunning uit 1913 zat een beschrijving van het schuurtje. Deze beschrijving vermeldt dat het gebouwtje zal worden bedekt met cementpannen. Zijn deze pannen geproduceerd bij de Concordia an de Deeverbrogge ? Ook vermeldt de beschrijving dat het schuurtje zal worden voorzien van een ijzeren ventilatieraam in het voorgeveltje en in het achtergeveltje.
Op de bouwtekening van het schuurtje is het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) voorzien van een enkele deur. Op de bouwtekening van het schuurtje is het voorgeveltje (an de oostkaante, an de kaante van de Bosweg) voorzien van een dubbele deur. Dat wil zeggen dat de liekwaeg’nmenner de liekwaeg’n door de geopende deuren an de veurkaante vóór de groeve naar buiten en na de groeve naar binnen moest rijden. Op de bouwtekening van het schuurtje is in het zijgeveltje (an de noordkante, an de kaante van de bos) een soort van stalraam (niet het Deeverse model) voorzien. Het zijgeveltje van het schuurtje an de südkaante (an de kaante van Deever) is waarschijnlijk een blinde gevel. Zie de ‘oude gevels’ op de navolgende afbeelding.
.
De afdeling Deever van het Nederlands Padvinders Gilde (kantoor houdende in de gemeentelijke dokterswoning, Hoofdstraat 6 in Deever) diende als eigenaar van het liekwaeg’nschuurtie op 14 maart 1966 een bouwaanvraag voor het veranderen van het schuurtie op het marktterrein in Deever in een clubschuurtie voor zijn zo genoemde Pioniersvendel (een vendel is een legeronderdeel; de commandant van een vendel was een hopman; hopman is een verbastering van het Duitse woord Hauptmann) in bij de gemiente Deever. De kadastrale ligging van het liekwaeg’nschuurtie is sectie B, nummer 3128 (gedeeld). Mevrouw Hendrika Johanna Wilhelmina Friedrich, de vrouw van huisarts Ludolf Dirk Broekema uut Deever, heeft de bouwaanvraag ondertekend.

De gerenommeerde gemeentelijke bouwmeester G. Keulen (woonde hij an de Tusschendarp in Deever ?) (Wie heeft gegevens van G. Keulen ? Wat was zijn voornaam ?) is de ontwerper van het briljante vernielplan voor het liekwaeg’nschuurtie. Hij is de maker van de in november 1965 gemaakte bouwtekening. Zie de bijgevoegde afbeelding. De gebroeders Goitse (geboren op 18 maart 1904 en overleden op 16 september 1988, ligt begraven op de kaarhof an de Grönnegerweg in Deever) en Jan van Wijk (geboren op 21 oktober 1905, overleden op 26 november 1996, ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever, een dochter van hem woont nog an de Deeverbrogge) van de Deeverbrogge hebben het werkje voor 800 gulden uitgevoerd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het voorgeveltje (an de oostkaante, an de kaante van de Bosweg) de dubbele deur plaats moest maken voor een enkele deur, bestaande uit een wit geverfde onder- en bovendeur en een zijraampje en dat het voorgeveltje donkerrood moest worden geverfd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) de enkele deur plaats moest maken voor een wit geverfde dubbele deur en dat het achtergeveltje lichtgroen moest worden geverfd. De gebroeders Goitse en Jan van Wijk hebben waarschijnlijk de dubbele deur uit het voorgeveltje gesloopt en in het achtergeveltje geplaatst en zij hebben waarschijnlijk de enkele deur uit het achtergeveltje gesloopt en in het voorgeveltje geplaatst. De gebroeders Goitse en Jan van Wijk hebben waarschijnlijk de stenen die vrijkwamen bij het slopen van het achtergeveltje gebruikt bij het repareren van het voorgeveltje. Maar waarom moesten de deuren zonodig van plaats worden verwisseld ?
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het blinde zijgeveltje (an de südkaante, an de kaante van Deever) drie ramen moesten worden aangebracht en dat dit zijgeveltje lichtgroen moest worden geverfd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat het raampje in het zijgeveltje (an de noordkaante, an de kaante van de bos) plaats moest maken voor een groter raam en dat dit zijgeveltje donkerrood moest worden geverfd.

De gevraagde vergunning werd op 22 maart 1966 verleend onder de voorwaarden dat het geheel moest worden uitgevoerd in overleg met de gemeentelijke bouwmeester G. Keulen en dat alles ten volle genoegen van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond ome Kees werd genoemd) en wethouders moest zijn en dat van de aanvang en voltooiing van de werkzaamheden kennis moest worden gegeven aan de gemeentelijke bouwmeester G. Keulen.
Het ontwerp van bouwmeester G. Keulen is uitgevoerd, met dien verstande dat het verven van de muren helaas niet is uitgevoerd. En dat in die mooie en spannende tijd van de flower-power en de flower-power-kleuren en de blow-power en de psychedelische-muziek-power, die de knopen leggen lerende pioniervendeliertjes ogenschijnlijk is ontgaan. Of mochten de vendeliertjes de geveltjes niet verven, omdat dit bij nader inzien toch niet ten volle genoegen van de voorkant van het gelijk was ?

De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever het ‘in de oorspronkelijke staat terugbrengen’ van het liekwaeg’nschuurtie hebben uitgevoerd op grond van overleg met de gemeentelijke erfgoedinspectie en op basis van een bouwaanvraag en een (lichte of zware) vergunning van de voorkant van het gelijk ?
De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever overleg hebben gehad met de provinciale erfgoedinspectie (het liekwaeg’nschuurtie wordt immers een provinciaal erfgoedpandje)
De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever, in al die jaren dat zij rondliepen met plannen om het liekwaeg’nschuurtie onder hun jeukende handen te nemen, enig historisch onderzoek hebben verricht, alvorens massaal aan de afwas te beginnen ? Bezint eer gij begint !

De redactie brengt niets anders dan zeer veel hulde aan de immer hardwerkende, goedwillende en goedbedoelende dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever. De redactie stelt uit het voorgaande echter wel vast, dat voor het wel enigszins benaderen van de oorspronkelijke staat van het liekwaeg’nschuurtie in het zijgeveltje an de noordkaante (an de kaante van de bos) nog het raampje moet worden geplaatst (zie de oude noordgevel op de afbeelding) en dat in het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) de dubbele deur nog moet worden vervangen door een enkele deur (zie de oude westgevel op de afbeelding). Zie ook de foto’s in het bericht ‘Liekwaeg’nschuurtie wöd een groevemuseumpie’. De dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever moeten de eenmaal begonnen klus wel massaal en goed afmaken.

Posted in Bosweg, Diever, Dorpskrachten, Erfgoed, Lijkwagendienst, Marktterrein, Museums | Leave a comment

Liekwaeg’nschuurtie wöd een groevemuseumpie

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

In het dorp Deever is in 1913 een liekwaeg’nschuurtie gebouwd op het gemeentelijke marktterrein an de Bosweg. Het huisje is in opdracht van de Vereeniging Lijkwagendienst uut Deever gebouwd. Het schuurtje was de stalling voor de liekwaeg’n.
Dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben het in verval geraakte liekwaeg’nschuurtie vorig jaar een flinke opknapbeurt gegeven.
De Deeverse padvinderij heeft in het verleden het schuurtje in gebruik gehad als een soort van clubschuurrtje en heeft -volgens zeggen- ramen en raampjes in de twee zijgeveltjes aangebracht en heeft -volgens zeggen- in het voorgeveltje aan de kant van de Bosweg de oorspronkelijke dubbele deur vervangen door een enkele deur en een raampje.
De dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben vorig jaar de ramen en raampjes in de zijgeveltjes met een soort van gelijklijkende steen dichtgemetseld. Deze plaatsen blijven helaas wel duidelijk zichtbaar.
De dakpannen zijn van de doake gehaald en hebben een grondige wasbeurt gehad.
De dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben vorig jaar de enkele deur en het raampje in de voorgeveltje vervangen door een dubbele deur. Het voorbeeld voor deze dubbele deur zit in het achtergeveltje, maar is niet nagemaakt.
Het is toch wel intrigerend waarom in het voorgeveltje ook een dubbele deur zat en nu weer zit.
Opende de liekwaeg’nmenner na een groeve beide baanders en reed dan met paard en lijkwagen de aachterbaander in, om zo de (zware ?) liekwaeg’n alvast in de goede uitrijrichting op te stellen ? De liekwaeg’nmenner spande daarna het paard uit en sloot vervolgens beide baanders ? Dan moet het paard wel onder de niet al te hoge deuren door hebben gekund.
De redactie is wel benieuwd of het bestek en de bouwtekening van het liekwaeg’nschuurtie bewaard zijn gebleven.
De beroemde autodidactische deskundige van de plaatselijke geschiedenis Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever is bijzonder in begrafenisrituelen geïnteresseerd en is voornemens in het huisje een soort van particulier groevemuseumpie in te richten.
Het liekwaeg’nschuurtie staat ook vermeld op de lijst van zogenaamde provinciale monumenten. Maar wat is eigenlijk zo’n vermelding waard ? Wat zijn de lusten en de lasten van een vermelding op deze lijst ? Levert zo’n vermelding geld voor onderhoud op ? Of zijn de lasten groter dan de lusten ?
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto’s op 2 januari 2017 gemaakt.

Posted in Bosweg, Diever, Erfgoed, Lijkwagendienst, Marktterrein, Verenigingen | Leave a comment

Carbid schieten is nu een nationaal erfgoed

Op 30 juni 2014 verscheen in de Meppeler Courant het navolgende korte bericht over het kebid scheet’n (carbid schieten), dat op de lijst van zo genoemd immaterieel erfgoed is komen te staan.

Wapse – Carbid schieten krijgt een plaats op de nationale erfgoedlijst. De traditie waarbij een melkbus wordt gevuld met carbid die dan met veel kabaal moet ontploffen, komt als vijftigste op die lijst. Dat heeft Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) bekend gemaakt. De zo genoemde Nationale Inventaris van Immaterieel Erfgoed in Nederland moet gemaakt worden, omdat Nederland de conventie van de VN-organisatie heeft ondertekend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dit bericht is zeker de moeite waard in het Deevers Archief te worden opgenomen. Eindelijk is daar die nationale erkenning voor een breed over het Nederlandse platteland verspreide oudejaarsgebruik. Zie de webstee immaterieelerfgoed.nl.

Hebben de kebied scheeters in Diever en Wapse daar zo lang op zitten te wachten ? Zal toch niet zo zijn ? Het nalaten van deze lawaaiige traditie aan komende generaties zal zonder die vijftigste plaats (en laatste ?) op die erfgoedlijst zeker ook wel lukken. Of zitten er voordelen aan om op zo’n lijst te staan ? Bijvoorbeeld stelt het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed uit een erfgoedfonds zo nu en dan geld beschikbaar voor het aanschaffen van nieuwe melkbussen (worden die nog wel gemaakt) ?

En waarom is de op sterven na dood zijnde prachtige traditie van bolderen niet, nog niet of nog steeds niet in die Nationale Inventaris Immateriaal Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland opgenomen ? En waarom staat het ‘poasvuur sleep’m’ niet op die lijst ?.

De vraag wanneer het kebied scheet’n binnen de gemeente Deever is begonnen lijkt niet zo moeilijk te beantwoorden.
De vraag is meer wanneer Grote Frièrik Ofrein an ’t Kleine Brinkie, de Kloeze in de Heufdstroate, de Kloeze in Wittelte en Santing in Wapse daadwerkelijk zijn begonnen met autogeen lassen, want bij deze lasmethode wordt kebied gebruikt.
Het autogeen lassen dateert van na 1880. Voorstelbaar is dat deze lasmethode ongeveer 110 jaar geleden voor het eerst binnen de gemeente Diever werd toegepast. Omstreeks die tijd of later zal in de gemeente Deever met kebied scheet’n zijn begonnen. Dus deze traditie zal ongeveer een eeuw oud zijn. Voorstelbaar is ook dat het kebied scheet’n uit andere streken is overgenomen en niet in de gemeente Deever is uitgevonden..

Maar als de culturele verscheidenheid in Nederland mag worden vergeleken met de zeer rijke culturele verscheidenheid in een land, zoals Perú, dan is het in Nederland maar armoedig gesteld met het nog overgebleven immateriële culturele erfgoed.

In de naoorlogse periode van weinig geld en weinig vuurwerk kocht de jeugd tegen het oude jaar voor een paar kwartjes een klompe kebied bij de smid. Voor het gewone lichtere gebolder (geknal) maakten de jongens gebruik van goed afsluitbare blikken (bijvoorbeeld verfblikken), hoe beter het blik afsloot hoe harder de knal, maar een Buisman-blikje deed het ook wel. Met een hamer en een spijker een gaatje in het midden van de onderkant van het blik slaan, een klontje kebied in het blikje, flink wat speeje (spuug) erbij, lid (deksel) op het blikje drukken, even schudden voor een goede gasontwikkeling, blikje onder de klomp, vuurtje bij het gaatje houden en boem. En dan doorgaan met het gebolder, totdat het blikje het begaf. Je was een soort van held voor tien minuten als je de grotere blikken vanuit de hand durfde te laten knallen.

Posted in Carbid schieten, Erfgoed, Poasvuur sleep'm | Leave a comment

’t Skoelpattie van ’t Kastiel hen ’t Meulenende

Tussen het Kasteel en het begin van het Moleneinde in Deever liep tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw een fraaie smal ‘pattie’ tussen de weilandjes van de Kleine Es door, aan weerszijden begrensd door kromme weidepalen met prikkeldraad. Het ‘pattie’ werd vroeger door de schooljeugd van ’t Kasteel – en had daarom in de volksmond de naam Skoelpattie – gebruikt om zonder om te hoeven lopen bij de lagere school aan de Hoofdstraat te komen. De lagere school stond waar nu het Dingspilhuus staat. Later stond de lagere school aan de Tusschendarp.
Een deel van het Skoelpattie bestaat nog steeds. Het ‘pattie’ loopt nu van de Van Osstraat tot aan de straat met de naam Kleine Es. Het gedeelte tussen de straat met de naam Kleine Es en het Moleneinde bestaat helaas niet meer. De met kneuterig kleindorpse planologie belaste ambtenaren van de gemiente Deever waren om onduidelijke redenen niet bij machte dit kleine stukje culturele erfgoed te laten bestaan. Het werd volkomen onnodig opgeofferd aan hun uitbreidingsplan waarin het Skoelpattie lag.
De redactie van het Deevers Archief heeft de ongedateerde foto’s gemaakt op 13 november 2014.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief heeft een foto van het Skoelpattie uit de vijftiger of zestiger jaren van de vorige eeuw ?

Abracadabra-331

Abracadabra-333Abracadabra-332

Abracadabra-336 Abracadabra-337

Posted in Cultuur, Diever, Erfgoed, Kasteel, Kleine Es, Lagere school Deever, Moleneinde, Openbare Lagere School Diever | Leave a comment

As see der allemoale bint, binne wee mit elf man

In het periodiek Da’s Mooi van 27 november 2005 verscheen het navolgende bericht over het ‘bolderen’ in Deever. De redactie van het Deevers Archief is – als groot liefhebber van het ‘bolderen’ bereid alles wat over het ‘bolderen’ is of wordt gepubliceerd op te nemen in het Deevers Archief, immers ‘bolderen’ staat sinds 9 juli 2015 op de wereldlijst voor immaterieel erfgoed. Het bolderen mag als zeer oude traditie daarom niet verloren gaan in Deever.

Abracadabra-1494Blokgooien om een cent
Diever. ‘As ze der allemaole bint, binne wij mit elf man’, zegt Koop Berlijn uit Dwingelo. Hij en anderen uit Diever en omgeving vermaken zich iedere maandag- en donderdagmiddag aan de Dwarsdrift in Diever met blokgooien of ‘blokkiegooien’, zo ze het zelf noemen. Een oud volksspel dat vroeger op meer plaatsen in Nederland werd gespeeld.
Met veel enthousiasme gooien de mannen met een bal naar het blok of de bal van de tegenstander. En dat allemaal voor een paar centen, maar ook een heleboel plezier.
Hier en daar ziet men de belangstelling voor oude volksspelen terugkomen. Sporten als klootschieten, neutjesschieten, zwientietikken staan weer op de activiteitenprogramma’s.
In Diever heeft men het blokgooien nieuw leven ingeblazen. Iedere maandag- en donderdagmiddag wordt er op een locatie aan de Dwarsdrift gespeeld. De mannen trotseren daarbij de kou. Slechts wanneer het speelveld door de regenval te nat is geworden slaat men een middag over.
‘Let op’, wordt er waarschuwend gezegd, ‘as die gooit kuj wel een foto maeken, want hij rak ’t blok vaste’. En zoals voorspeld gooit de speler van een behoorlijke afstand het blok met de centen omver.
‘Wij speult volgens de echte regels’, weet Jan Baas. Vanaf een bepaald punt gooit een speler de ‘eerste gooi’ naar het blok. Valt dit om, dan zijn alle centen, vroeger met de leeuw of koningin Juliana, nu met koningin Beatrix naar boven, voor de speler. Ligt de munt boven dan moet die cent weer op het blok. De bal blijft liggen waar hij naar toe is gegooid. Nu mag de volgende gooien. Elkaar ‘of’ gooien mag ook.
De bedrijvigheid op de maandag- en donderdagmiddag wordt door iedere passant opgemerkt, want het gaat er soms fanatiek aan toe. Pas aan het eind van de middag is de rust op de Dwarsdrift weer gekeerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De oorspronkelijke Deeverse naam voor het blokgooien is bolderen. In de Bolderhoek an de Deeverbrogge werd vroeger ook gebolderd (geblokgooid, blok gegooid, met een steen naar een blok gegooid) en ook in Oldendeever op de hof van Geert Kok.
Rudy de Groot uit Roden verschaft veel informatie over het bolderen in zijn webstee over het bolderen. Hij heeft ook het initiatief genomen voor het vullen van een bladzijde met gegevens over het bolderen in de internet-encyclopedie Wikipedia.
De locatie aan de Dwarsdrift is in Street View te zien op Google Maps.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie informeren over de naam van de personen op de foto ? 

Posted in Bolderen, Dwarsdrift, Erfgoed, Tradities | Leave a comment

Huuswaark veur de bewoners van ’t husie van de toal

De redactie van het Deevers Archief ontving zo nu en dan van wijlen Anne Mulder, geboren en getogen Deeverse, een lijstje met Deeverse woorden. Deze woorden zijn wellicht nu in onbruik geraakt in de streek. In 2001 stuurde hij onder meer de navolgende woorden in:
– blaauwbekk’n;
– glèrig;
– hiele post offelegd;
– keu, keun;
– kunschop;
– ‘k heb mee d’r lillijk mit mishaad;
– motte, mott’n;
– mott’n;
– nuver;
– ote, ootien;
– roepe.
Alle bezoekers van het Deevers Archief, en in het bijzonder de dorpskrachten, die bewoner zijn van ’t Deeverse husie van de toal, worden vriendelijk verzocht bovenstaande woorden om te zetten in het Nederlands en die omzetting door te geven aan de redactie. Een en ander zal in het Deevers Archief worden gepubliceerd.

Posted in Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Erfgoed | Leave a comment

Start van de Atlas van Westerveld

In de Meppeler Courant van 9 mei 2012 verscheen het navolgende bericht.

Diever – De vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in de gemeente Westenveld komen vrijdagmiddag bijeen in het gemeentehuis om een start te maken voor de Atlas van Westerveld. In de atlas zal alle informatie over erfgoed en cultuurhistorie van de gemeente Westerveld in woord en vooral in beeld worden opgenomen. Dit voorstel van de vier historische verenigingen is als beste idee uit de bus gekomen voor de besteding van de BNG erfgoedprijs. Het is de bedoeling dit najaar de atlas te presenteren tijdens de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs, die dit jaar in de gemeente Westerveld plaats vindt.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie heeft op 6 november 2012 in een e-mail bericht de gemeente Westenveld gevraagd gegevens te sturen over de stand van zaken bij de ontwikkeling van het fotoboek en de webstee.
Een lid van de voorkant van het gelijk antwoordde op 16 november 2012:
– de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs 2012 is niet openbaar en op uitnodiging;
– de Atlas van Westerveld verschijnt naar verwachting eind 2013;
– wij zullen het publiek hierover te zijner tijd via de pers en onze website informeren;
– het boek zal niet digitaal beschikbaar komen;
– wel worden erfgoed-app’s ontwikkeld voor gebruik op de smartphone;
– over de kosten van het boek kunnen wij u helaas nog niets zeggen.
De schrijver van het bericht in de Meppeler Courant vergiste zich dus een jaar, de Atlas van Westerveld is pas aan het einde van 2013 verschenen.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Cultuurhistorie, Erfgoed, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Vurdeevern mit dé historicus van de gemiente Deever

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Meppeler Courant van 22 april 2015 verscheen het volgende korte bericht over een activiteit die veel vaker zou kunnen worden gehouden in het kader van het behoud van het Deevers. Deze activiteit wordt nog steeds ‘verdieverderen’ genoemd: ik verdieverdeer, jij verdieverdeert, wij verdieverderen ….
De behandelde onderwerpen zijn belangwekkend te noemen: het graven van het zwembad Dieverzand, de padvinderij in de bossen, het V.C.J.C.-kamp en het voetbalveld op het Mastenveldje. Dit zijn onderwerpen die ook uitgebreid zijn of worden behandeld in het Deevers Archief.
Ook is het belangwekkend en geruststellend te lezen dat de leiding van de avond in handen was van Jans Tabak uut de Aachterstroate, de enige en echte historicus-oppervurdeeverdeerderaar van de gemiente Deever.
Niks mis mit ’n oamtie Deevers proatn. Alle lof hiervoor. Nog beter is ’t gewoon elke dag te doon, ok en veural woar de kiender bee bint.

Verdieverderen slaat weer aan
Diever – Ruim veertig belangstellenden kwamen maandag af op ‘Verdieverderen’. Deze avond, georganiseerd door de Historische Vereniging Gemeente Diever, Bibliotheek en Huis van de Taol, werd er gesproken over ‘de bos’ rondom Diever. Er kwamen in het Dingspilhuus weer vele verhalen los, zoals het graven van het zwembad ‘Dieverzand’ in de oorlogsjaren, de padvinderij die in de bossen na de oorlog werd gehouden, het V.C.J.C.-kamp en het voetbalveld op het Mastenveldje.
De leiding was in handen van Jans Tabak, de historicus van Diever. In het najaar krijgt de avond een vervolg. Over de avond ‘Neringdoenden in Diever’ zijn drie dvd’s uitgebracht en te koop voor 10 euro.

Abracadabra-1475
Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Meppeler Courant van 23 oktober 2013 verscheen het volgende korte bericht over een activiteit die veel vaker zou kunnen worden gehouden in het kader van het behoud van het Deevers.
Op het nieuw bedachte werkwoord ‘verdieverderen’ valt wel wat aan te merken.
Dit neo-werkwoord lijkt op het in onbruik geraakte werkwoord ‘daevern’. Wat ’n gedaever an de stamtoafel. Overigens neemt de redactie aan dat de ‘verdieverdeerderaars’ de betekenis van ‘daevern’ weten.
Het ware beter geweest het nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ te gebruiken. Niet te verwarren met ‘vurnuvern’. De redactie zou aan dat nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ graag de betekenis ‘steeds meer het Deever gevoel krijgen’ willen hechten.
Verder zou de redactie de organisatoren van deze avonden willen adviseren bij het schrijven in het Deevers de Anne-Mulder-regel te volgen, dus niet ‘stamtaofel’ te schrijven, maar ‘stamtoafel’, dus niet ‘aomtie’ te schrijven, maar oamtie. Deze woorden worden in het Deevers immers meer met de o-klank dan met het a-klank uitgesproken.
Niks mis mit ’n oamtie Deevers proatn. Alle lof hiervoor. Nog beter is ’t gewoon elke dag te doon, ok en veural woar de kiender bee bint.

Verdieverderen um de stamtaofel in de bibliotheek
Diever – In de bibliotheek in Diever vindt dinsdagavond 29 oktober weer een edititie plaats van ‘Verdieverderen um de stamtaofel’. Dit betekent ontspannen door vermaak – um de stamtaofel.
Het thema deze keer is: ‘Neringdoenden’. Ondernemers toen en nu in Diever en Omstreken. Hebt u leuke anekdotes, verhalen om te vertellen bij ons aan de stamtafel, of wilt u alleen maar leuke verhalen aanhoren… U bent voor beide van harte welkom in de bibliotheek in Diever. De toegang is gratis voor leden en niet leden en de koffie en thee staat klaar om 19.45 uur. Deze avond wordt georganiseerd door de Historische Vereniging Gemeente Diever, Huus van de Taol en de Bibliotheek.

Abracadabra-473
Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Meppeler Courant van 23 november 2012 verscheen het volgende korte bericht over een activiteit die veel vaker zou kunnen worden gehouden in het kader van het behoud van het Deevers.
Op het gebruik van het nieuw bedachte werkwoord ‘dieverderen’ valt wel wat aan te merken. Dit  neo-werkwoord lijkt op het in onbruik geraakte werkwoord ‘daevern’. Wat ’n gedaever an de stamtoafel. Overigens neemt de redactie aan dat de ‘dieverdeerderaars’  de betekenis van ‘daevern’ weten.
Het ware beter geweest het nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ te gebruiken. Niet te verwarren met ‘vurnuvern’. De redactie zou aan dat nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ graag de betekenis ‘steeds meer het Deever gevoel krijgen’ willen hechten.
Verder zou de redactie de organisatoren van deze avonden willen adviseren bij het schrijven in het Deevers de Anne-Mulder-regel te volgen, dus niet ‘stamtaofel’ te schrijven, maar ‘stamtoafel’, dus niet ‘aomtie’ te schrijven, maar oamtie. Deze woorden worden in het Deevers immers meer met de o-klank dan met het a-klank uitgesproken.
Niks mis mit ’n oamtie Deevers proatn. Alle lof hiervoor. Nog beter is ’t gewoon elke dag te doon, ok en veural woar de kiender bee bint.

Drukte rond de stamtafel
Diever – ‘Dieverderen om de stamtaofel’ is een succes geworden. Liefst 45 belangstellenden kwamen af op de avond van de Historische Vereniging Gemeente Diever, de bibliotheek en Huus van de Taol. ‘Dieverderen um de stamtaofel’ stond in het teken van de Novembermaand slachtmaand.
Gea Tiemens opende de avond met een gedicht en Jans Tabak las een verhaal voor van Ans Klok. Het is de bedoeling om de komende winter nog een ‘Dieverderen um de stamtaofel’ te organiseren.
Abracadabra-467

Posted in Berkenheuvel, Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Dorpskrachten, Erfgoed, Mastenveldje, V.C.J.C.-kamp, V.C.S.B.-kamp, Voetbal, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Verkoop Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 31 maart 1965 het navolgende artikeltje over de verkoop van drie in Wittelte gelegen bouwakkers met de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust.

Diever.
In café Brinkzicht vond ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo, de openbare verkoping bij toeslag plaats van de volgende drie te Wittelte gelegen bouwakkers ten verzoeke van de heer Hessel Hessels aldaar:
1. De met rogge ingezaaide Bloemakker, groot 0.37.10 ha., ingezet op f. 2.100,-; koper werd de heer A. Westerveen, Wittelte voor f. 3.200,-.
2. De met rogge ingezaaide Kleine Ouwel, groot 0.21.70 ha., ingezet op f. 1.500,-; koper werd de heer A. Berends, Wittelte, voor f. 1.810,-.
3. Bouwland Hoendernust, groot 0.57.20 ha., ingezet op f. 3.800,-; koper werd de heer J. Pot, Wittelte, voor f. 3.900,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hessel Hessels was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd op 9 februari 1899 geboren en overleed op 30 december 1990. Hij was getrouwd met Albertje Eggink, zij werd in 1901 geboren en overleed op 3 december 1971. Ten tijde van de verkoop van de drie akkers was Hessel Hessels 66 jaren oud.
Albert Westerveen was boer aan de Wapserveense weg in Wittelte. Hij werd op 2 februari 1914 geboren en overleed op 3 juni 1990. Hij was getrouwd met Aaltje Thijen. Zij werd geboren op 2 februari 1917 te Wapse en overleed op 14 juni 1999.
Jan Pot was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd geboren op 3 augustus 1918 in Wittelte en overleed op 12 november 1987. Hij was getrouwd met Margje Moes. Zij werd geboren op 28 oktober 1918 in Deever en overleed op 27 maart 1972.
De heemkundige vereniging uut Deever presenteerde op zaterdag 18 februari 2013 de publicatie ‘Veldnamen van de gemiente Deever omstreeks 1832’. Dorpskrachten van de heemkundige vereniging hebben ruim vijf jaar aan deze uitgave gewerkt. Van deze publicatie is helaas maar een beperkt aantal exemplaren gedrukt en verkocht. Veel mensen beseffen de cultuurhistorische waarde van de veldnaam niet.
In 1811 werd in Nederland het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Het proces van kadastrering werd in 1832 voltooid. In het kadaster werd h
et eigendom van grond op systematische wijze vastgelegd. Dat was in de gemiente Deever niet zo moeilijk, want bijvoorbeeld iedereen in Wittelte wist wel welke akker de veldnaam Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust had en wie de eigenaar daarvan was. In de genoemde publicatie zijn de veldnamen uit 1832 vastgelegd, welke nieuwe namen na deze periode zijn ontstaan, als gevolg van opdeling of samenvoeging, is niet terug te vinden in deze publicatie.
Het kan best zo zijn dat de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust in 1832 nog niet bestonden. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden deze veldnamen nog in de volksmond gebruikt, wat ook uit bijgaand artikeltje mag blijken. Maar wie weet heden ten dage de Bloemakker, de Kleine Ouwel of het Hoendernust nog te vinden ?

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Cultuurhistorie, Dorpskrachten, Erfgoed, Veldnamen, Wittelte | Leave a comment

Het reglement van de Lijkwagendienst uit 1912

In het Deevers Archief bevindt zich een exemplaar van het reglement van de Vereniging “Lijkwagendienst” voor de gemiente Deever. Het reglement is vastgesteld op 23 december 1912. Het exemplaar is afkomstig uit het papieren archief van de erven Hendrik Donker uut Woater’n (de aandere kaante van de bos).
De lijkwagendienst was de voorloper van de begrafenisvereniging en was mede het gevolg van het opheffen van de boermarken, de verminderende sociale binding binnen boerengemeenschappen, de groei van de dorpen en de verwatering van het noaberschop. Door de noabers hen de kaarkhof gebracht worden op een boerenkar is op een gegeven moment uit de tijd geraakt.   

Reglement van de Vereniging “Lijkwagendienst” voor de gemeente Diever
Artikel 1
De vereeniging “Lijkwagendienst” voor de gemeente Diever stelt voor begrafenissen beschikbaar een lijkwagen met toebehoren.
Artikel 2
Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot 1 januari.
Artikel 3
Leden zijn zij, die vóór 1 februari 1913 hunne contributie betaald hebben.1
Artikel 4
Na 1 februari 1913 worden nieuwe leden slechts toegelaten met den aanvang van een nieuw vereenigingsjaar.
Personen die in den loop van een vereenigingsjaar zich metterwoon in de gemeente vestigen, of een zelfstandig gezin vormen, kunnen onmiddelijk lid worden, mits binnen een maand na de vestiging of na de gezinsvorming zich daarvoor aangevende tegen betaling der volle contributie. Laten zij dezen termijn voorbijgaan, dan is de eerste zinsnede van dit artikel van toepassing.
Artikel 5
De contributie wordt jaarlijks vastgesteld en geïnd in januari. Wie niet betaalt wordt geacht niet meer lid te zijn.
Een eventueel tekort wordt gedekt door een hoofdelijke omslag over de leden.
Artikel 6
Het lidmaatschap eindigt ook door bedanken of vertrek uit de gemeente Diever. Als een lid sterft, gaat zijn lidmaatschap over op wie dan als ’t hoofd van ’t gezin wordt beschouwd.
Artikel 7
Het bestuur bestaat uit 7 leden, waarvan 3 in Diever, 1 in Wapse, 1 in Wittelte, 1 in Wateren en 1 te Dieverbrug en omstreken.
Op den in artikel 8 bedoelde algemeene vergadering treden ieder jaar 3 of 4 bestuursleden af volgens rooster. Ze zijn herkiesbaar.
Het bestuur verdeelt de functies onderling.
Artikel 8
Elk jaar wordt in Januari een algemeene ledenvergadering gehouden. De agenda bevat onder andere rekening over het afgeloopen, en behandeling der begrooting voor het komende dienstjaar.
Artikel 9
Indien 40 leden het verlangen, is het Bestuur verplicht binnen 14 dagen een buitengewone vergadering te beleggen.
Artikel 10
Het rijden van den wagen en ’t schoonhouden van dezelve en ’t schuurtje enzovoort, wordt door het Bestuur geregeld.
Artikel 11
Het gebruik van den wagen is voor leden kosteloos. Indien hij buiten de gemeente Diever gebruikt wordt door een lid, is deze verplicht, de meerdere onkosten te betalen tegen een door het Bestuur vast te stellen tarief.
Armlastigen hebben kosteloos ’t gebruik van den wagen.
Artikel 12
Aanvraag van den wagen geschiedt bij den Secretaris, minstens 2 x 24 uur voor de begrafenis (buitengewone gevallen uitgezonderd).
Artikel 13
Bij meerdere aanvragen op één dag, gaat de eerste voor. De Secretaris kan door schikking in de uren der begrafenis, trachten aan meerdere aanvragen te voldoen.
Artikel 14
Stemming over personen geschiedt schriftelijk, over zaken mondeling; bij staking beslist het lot. Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid der op de vergadering uitgebrachte stemmen.
Artikel 15
Geen voorstellen ter verandering van dit Reglement worden behandeld, tenzij minstens 1/4 der op de vergadering aanwezige leden of het Bestuur zulks verlangd.
Artikel 16
In onvoorziene gevallen beslist het Bestuur.

Alsdus vastgesteld in de vergadering van 23 december 1912.
Het Bestuur:
J.B.M. van Dalfsen, Voorzitter
A. Kloeze, Secretaris
J. Mulder Wzn., Penningmeester
R. Haveman
A. Kruit
S. Benthem

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-11-24
Het bestuur bestond bij vaststelling van het reglement niet uit 7 reglementaire leden, maar uit 6. Deever was vertegenwoordigd met 4 leden, Wapse met 1 en deDeeverbrogge met 1. Wittelte en Woater’n waren niet vertegenwoordigd. Opvallend is dat Zorgvlied in artikel 10 niet wordt genoemd.
J.B.M. van Dalfsen was de predikant Jochem Berend Martinus van Dalfsen. Hij is geboren op 11 juli 1978 in Aalsmeer en is overleden op 6 mei 1957 in Zutphen. Hij was van 1905 tot 1931 dominee in de hervormde kerk van Diever.
A. Kloeze was de dorpsmid Albert (Aubert) Kloeze uut de Heufdstroate in Deever. Hij is geboren op 18 maart 1873 in Veeningen (Zuidwolde) en is overleden op 15 mei 1944 in Deever. Nazaten van Albert Kloeze wonen nog in Deever.
J. Mulder Wzn, was boer Jan Mulder uut de Heufdstroate in Deever, zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht. Nazaten van hem wonen nog in de gemeente Deever.
R. Haveman was boer Roelof Haveman uit Wapse. Roelof Haveman is geboren op 17 februari 1858 en is overleden op 9 oktober 1941.
De gegevens van A. Kruit zijn nog niet gevonden.
S. Benthem was café-logementhouder Sjoert Benthem van de Deeverbrogge. Sjoert Benthem is geboren op 18 november 1864 an de Deeverbrogge, hij is overleden op 50-jarige leeftijd op 20 maart 1915 an de Deeverbrogge. Was hij toen nog bestuurslid van de Lijkwagendienst ? Zou hij na zijn dood ook met de lijkwagen van de Deeverbrogge hen de kaarkhof van Deever zijn vervoerd ? Of besloot zijn familie hem toch maar met de kiddewaegen naar zijn laatste rustplaats op de kaarkhof van Deever te brengen ?

In artikel 10 van het reglement is sprake van ’t schuurtje. Daarmee wordt het gebouwtje voor de lijkwagen van de Lijkwagendienst op het marktterrein aan de Bosweg in Deever bedoeld, zoals deze is te zien op een op 3 oktober 2012 gemaakte foto. De baander zit aan de andere kant van het schuurtje. Bij de bouw van het schuurtje moet een vergissing zijn gemaakt, want de achteringang van het schuurtje zit goed beschouwd aan de kant van de Bosweg.
Het schuurtje van de Lijkwagendienst is eigendom van de ondernemersvereniging in het dorp, maar die heeft het schuurtje al jaren lang niet meer onderhouden.
De plaatselijke heemkundige vereniging is van mening dat het honderd jaar oude schuurtje, waar de lijkwagen stond van grote waarde is voor het dorp. De vereniging hoopt dat de gemeente het gebouwtje van de ondernemersvereniging wil overnemen. De ;plaatselijke heemkundige vereniging staat te popelen om met behulp van dorpskrachten het schuurtje een grote opknapbeurt te geven. De gemeente wil het bouwvallige schuurtje niet overnemen, vanwege de bezuinigingen, zij wil juist zoveel mogelijk voorzieningen en panden en projecten privatiseren en wil daarom geen panden aankopen. Ook niet voor het symbolische bedrag van 1 euro ? De dorpskrachten doet de rest wel.

De Mepperler Courant van 9 april 2012 meldt het volgende:
Het lijkwagenhuisje aan de Bosweg in Diever heeft een schoonmaakbeurt gehad. Samen met drie vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever heeft Rian van de Berg donderdag het huisje van de buitenzijde schoongemaakt. Het honderd jaar oude lijkwagenhuisje is eigendom van de ondernemingsvereniging Diever. Die heeft het gebouwtje aangeboden aan de historische vereniging. Die wil het stukje erfgoed graag voor Diever behouden, maar het onroerend goed niet overnemen. In een schrijven aan de ondernemigsvereniging verzoekt het bestuur van de historische vereniging de handelsvereniging contact op te nemen met het gemeentebestuur van Westerveld om het lijkwagenhuisje over te nemen. De historische vereniging heeft wel toegezegd de onderhoudswerkzaamheden voor haar rekening te nemen. Een eerste bespreking over de toekomst van het gebouwtje heeft inmiddels plaatsgevonden, maar duidelijkheid is er nog niet.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Bosweg, Canon van de gemeente Diever, Diever, Dorpskrachten, Erfgoed, Kerk aan de brink, Lijkwagendienst | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Restanten van de kalkovens

An de Deeverbrogge zijn langs de provinciale weg tussen de Deeverbrogge en de Gowe restanten aanwezig van een kalkovencomplex, gesticht in 1925 als schelpkalkbranderij en in dat jaar omvattende twee schelpkalkovens en een leschhuis. Leter is het complex uitgebreid met een transporteur, een derde oven en een schelpenbreker. De derde oven en het leschhuis zijn in 1959/60 echter afgebroken, zodat nu nog de twee oudste identieke ovens resteren en het geraamte van de transporteur.
De restanten liggen in de buurt van Drentsche Hoofdvaart, die van belang was voor de aanvoer van de grondstof schelpen, de brandstof turf en de afvoer van het product schelpkalk.
Het zijn de restanten van twee flesvormige kalkovens van het sedert 1860 door de Alkmaarse koopman W.F. Stoel verbeterde schachtoven-type. De te halver hoogte taps toelopende schacht van de ovens is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde zachtrode baksteen en heeft enkele lichtgetoogde lucht-, laad- en los- en kijkgaten; de slanke cilindrische schoorsteen is opgetrokken uit helderrode strengperssteen, heeft klimijzers en ijzeren banden; de top wordt benadrukt door een even uitgemetselde rand. Tussen beide ovens in staat nog het geraamte van een ijzeren transporteur.
De restanten van het kalkovencomplex zijn van cultuurhistorisch en industrieel-archeologisch belang monument vanwege de geschiedenis van de Nederlandse schelpkalkbranderij in het algemeen en die van de provincie Drenthe in het bijzonder, de betekenis van het complex voor de 20ste-eeuwse economie van Drenthe en de gemeente Diever in het bijzonder en de herinnering aan deze in de 20ste eeuw aldaar bloeiende bedrijfstak, het feit dat (restanten van) schelpkalkbranderijen in Drenthe, maar ook in Nederland inmiddels zeer zeldzaam zijn geworden, vanwege het hiervoor vermelde type met een relatief kleine middellijn en een grote hoogte en vanwege de historisch belangrijke ligging aan een waterweg en een provinciale weg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie hoopt niet dat de flinke groep dorpskrachten (Deevebroggers, Deevebroggenaren, Broggers, Broggenaren of hoe noemen zij zichzelf eigenlijk ?), die de samenstellers van het boek ‘An de Brogge’ zijn, de cultuurhistorisch waardevolle kalkovens zijn vergeten te beschrijven in hun boek, dat in 2014 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de heemkundige vereniging uut Deever is verschenen.
Hopelijk zijn de dorpskrachten niet vergeten in hun boek enige ‘annekkedotes’ op te nemen van de arbeiders van de kalkovens.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 1 april 2005 (geen grap) gemaakt.  

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Economie, Erfgoed | Leave a comment

De vergeten veldnamen in de gemiente Deever

In de Meppeler Courant van 17 september 2012 verscheen het volgende mini-berichtje.

Boekwerkje bijna afgerond
Diever – Over enkele maanden presenteert de werkgroep van de Historische Vereniging Gemeente Diever het boekje met veldnamen in de voormalige gemeente Diever. Momenteel wordt hard gewerkt aan de afronding van de laatste items. Het is de bedoeling het boek met daarin de historische namen begin volgend jaar te presenteren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-10-08
De redactie heeft bijzonder veel respect voor het langdurende en geduldige uitzoeken van zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever.
Wel moet beseft worden dat het boekje niet alle ooit gebruikte veldnamen bevat, want het is bekend dat aan stukken land door de tijd heen een andere naam kan zijn gegeven, niet alles was en is naspeurbaar.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude namen van bouw- en weidegronden verdwenen.
Een veldnaam is soms terug te vinden op een straatnaambordje. Soms ligt zo’n straat niet op de plek van het op het straatnaambordje vermelde veld.
Zo nu en dan heeft de voorkant van het gelijk een cultuurhistorische oprisping en mogen de veldnaam-deskundigen van de plaatselijke heemkundige vereniging komen opdraven om aan straten in een dorpsuitbreiding een veldnaam te geven.
De redactie ziet graag dat ‘de veldnamen’ op de lijst van te koesteren ‘immaterieel cultureel erfgoed’ van de gemiente Westenveld worden opgenomen.
De redactie ziet dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever in haar webstee op de bladzijde Publicaties totaal geen aandacht besteed aan deze publicatie. Waarom is de belangrijkste publicatie van deze vereniging niet gewoon te koop ?

abracadabra-482

Posted in Erfgoed, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Het leven moet niet vliegen, maar fladderen

De oude smederij van de gebroeders Albert en Hendrik Kloeze an de Heufdstroate in Deever is een rijksmonument. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vermeldt over dit object:
Laat 19e eeuwse voormalige smederij. Het woongedeelte is dwarsgeplaatst en gedekt door een met pannen belegd schilddak met uileborden en makelaar; even omlopende gootlijst; staafankers. Symmetrische indeling door opgeklampte deur met bovenlicht met snijwerk en sierroosters en zesruitsschuifvensters met en zonder opgeklampte luiken; alle lichtgetoogd en met 1,5 steens hanekammen. De voormalige smederij onder pannengedekt zadeldak met windveren; de detaillering van deuren en vensters niet meer oorspronkelijk.
Dat is een indrukwekkende beschrijving van dit rijksmonument, maar wat heb je aan die bijna onbegrijpelijke vaktaal als het rijksmonument onbewoond is en behoorlijk aan het vervallen is.
Maar ja, dat kan gemakkelijk gebeuren, want in dit land gaat het om het in stand houden van ongeveer 63.000 rijksmonumenten. Dus de vraag bij de immer beperkte geldelijke mogelijkheden is, wanneer dit niet al te belangrijke rijksmonumentje in aanmerking komt voor restauratie ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de drie kleurenfoto’s op 28 juli 2016 gemaakt.
Op de derde foto is aan de rechterkant op een groot raam de volgende tekst gekalkt: het leven moet niet vliegen, maar fladderen. Voor het behoud van een rijksmonument geldt vast en zeker: het onderhoud moet niet fladderen, maar vliegen.

abracadabra-1294 abracadabra-1295 abracadabra-1296

Posted in de Kloeze, Diever, Erfgoed, Hoofdstraat, Rijksmonumenten | Leave a comment

Ome Kees roskamt de leden van de gemeenteraad

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 10 mei 1957 het volgende bericht over een vergadering van de raad van de gemeente Diever.

Burgemeester van Diever kapittelt raadsleden 
Diever.
In de vergadering van de gemeenteraad uitte de voorzitter, burgemeester Meiboom, zijn teleurstelling over het feit dat bij een gehouden speciale bijeenkomst over het onderwerp ‘Overheid en cultuur’, waar als sprekers optraden de burgemeester van Hilvarenbeek, de heer Meuwese, en dokter Broekema te Diever, van de 11 raadsleden slechts 5 aanwezig waren en van de echtgenotes der raadsleden slechts. Ook al had dit onderwerp -dat toch zeer belangrijk is- niet de belangstelling van de leden persoonlijk, dan toch had spreker verwacht dat ze in het algemeen belang aanwezig waren geweest.

In verband met de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de daardoor nodig geworden ombouw van de Brink was het eveneens dat de openbare verlichting wijziging ondergaat. Het gevraagde crediet van f. 9000,- voor dit doel werd zonder discussie aanvaard.

Aan de Jeugdraad Diever werd een subsidie van f. 500 in uitzicht gesteld, zijnde de helft der totale kosten, voor het houden van een zogenaamd ‘vacantiespel’ voor de schooljeugd. Het is de bedoeling van de jeugdraad gedurende de week van 22-27 juli aanstaande de kinderen van de vierde, vijfde en zesde klas van alle lagere scholen in de gemeente onder deskundige leiding een verantwoorde ontspanning te bieden.

Besloten werd tot de bouw van 5 dubbele woningen en wel 2 te Wittelte en 3 aan de Kloosterstraat te Diever. Eveneens werd besloten deze woningen van een warmwatervoorziening te voorzien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw -toen de Deeversen nog gezagsgetrouw waren- meende burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees) het zich blijkbaar te kunnen veroorloven in een nota bene openbare vergadering van de raad van de gemiente Deever eens even de roskam te halen over de leden van de raad.
Overheid en cultuur ? Gemeentelijke overheid en cultuur ? Gemiente Deever en cultuur ? Ome Kees en cultuur ? Ome Kees en openluchtspel-cultuur ? Ome Kees en cultuurzolder-cultuur ? Waarschijnlijk beviel het ome Kees niet dat bij het afwerken van punten van zijn eigen agenda naar zijn zin te weinig ja-knikkers in de zaal zaten..
In het krantenbericht wordt over de grote vernieling van de Brink van Deever in 1956/1957 na de bouw van het nieuwe gemeentehuis verzachtenderwijs geschreven over de ‘nodig geworden ombouw van de Brink’. Het nieuwe gemeentehuis was niet aangepast aan de oeroude Brink, nee de oeroude Brink moest na de bouw van het nieuwe gemeentehuis worden aangepast aan het megalomanistische bouwwerk. Maar blijkbaar stond het onderwerp ‘Overheid en behoud van cultureel erfgoed’ niet op de agenda van ome Kees.
Wie heeft herinneringen aan het zogenaamde ‘vacantiespel’ ?
De vijf dubbele woningen aan de Kloosterstraat zijn in 2014 afgebroken. De warmwatervoorziening in de vijf dubbele woningen zal een geiser zijn geweest ? Wie het weet mag, die mag het zeggen.

Reactie van de heer Wobke Vermaat, versie van 2016-10-13
Ik ben opgegroeid (familie Vermaat) in één van de dubbele woningen in de Kloosterstraat.
De warmwatervoorziening in de dubbele woningen was inderdaad een geiser.
(redactie: Wobke Vermaat’s vader was leraar aan deze ULO-school; de familie Vermaat woonde op nummer 18 in de Kloosterstraat).

Abracadabra-1283

Posted in Cultuur, Erfgoed, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Jan Cornelis Meiboom, Kloosterstraat | Leave a comment

’t Pothokke in de gemiente Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft in jaar 2007 de zogenaamde Historische Kalender voor het jaar 2008 voor de leden van de heemkundige vereniging uut Deever samengesteld, zo ook de teksten bij de foto’s en de eerste bladzijde met enige uitleg over de betekenis van het pothokke.

Het pothokke staat nu bijna altijd bij boerderijen die al lang niet meer daadwerkelijk in gebruik zijn als boerderij. Wie let er in het vooorbijgaan op ? Wie hecht nu nog belang aan dit kleine huisje ? Toch hoorde het pothokke honderden jaren bij het boerenleven, want in dat kleine gebouwtje werd brood gebakken, melk gekarnd, de was opgekookt, varkensvoer gekookt, het vlees van het geslachte varken verwerkt, geweckt, in de zomer huisde het boerengezin in het pothokke. Een kleine, maar onmisbare ruimte voor het leven op de boerderij in vroeger tijden. Niet alleen nuttig, maar ook aangenaam. In de avonduren trof de jeugd elkaar in het stookhok, er werd in gevrijd, jenever gestookt, geboomd, tabak gedroogd.
De voormalige werkgroep ‘Pothokken in de gemeente Diever’, bestaande uit Dieverse Dorpskrachten, waaronder wijlen Jan Hessels, is vanaf 1999 bezig geweest met het lokaliseren, inventariseren, bestuderen en fotograferen van alle pothokken in de gemeente Diever en zijn de afmetingen, het bouwjaar, de opdrachtgever van de bouw, de bouwaannemer, de aard van de gebruikte materialen, de huidige staat van onderhoud en de huidige bestemming vastgelegd. daarbij zijn de nijvere verzamelaars van gegevens wel vergeten de verhalen bij de pothokken vast te leggen. Het geheel is in 2007 als een losbladig boekwerk ’Pothokken in de gemeente Diever’ uitgegeven. Gelukkig heeft de redactie van het Deevers Archief wel het verhaal uit de mond van wijlen Jan Hessels opgeschreven en dit bericht verwerkt.
In de gemeente Diever stond vroeger bij de meeste boerderijen een pothokke, bij de meeste boerderijen staat gelukkig nog steeds een pothokke. Er waren kleine en grote pothokken. Een klein pothokke was meestal alleen bestemd voor het koken van de pot met varkensvoer. Dat was een grote pot waarin, afhankelijk van het aantal te voeren varkens, enkele keren per week aardappels werden gekookt. In de kookpot ging als regel dree maande eapels, ongeveer vijfenzeventig kilo aardappelen. Als de aardappels gaar waren, dan werden ze met een aparte klauw fijn gestampt.
Het vuur onder de pot werd meestal gestookt van takkenbossen of oude verrotte afrasteringspalen. De takkenbossen stonden in een bult bij de boerderij. Ze stonden in weer en wind. Bij flinke regen werden de takkenbossen behoorlijk nat, wat bij het opstoken veel rookontwikkeling gaf.
De familie Hessels aan de Kruisstraat in Diever had twee binnenpotten. ’s Maandags werd in de buitenpot een geëmailleerde binnenpot geplaatst, waarin de was werd opgekookt. Kinderen moesten vaak het vuur onder de pot stoken. Ook werd in het najaar in de pot water gekookt voor het slachten van het varken. Het warme water was nodig om het haar van het varken te broeien. Het haar kon dan beter van het varken worden verwijderd. Daarna werd in de pot de bloedworst gekookt en vervolgens het zogenaamde kortgoed. Dit waren de kop, de lever en het hart van het varken. Die werden verwerkt in de leverworst en hoofdkaas. Hiervoor werd een grote pot gebruikt.
Bij de familie Hessels aan de Kruistraat stond een wat groter pothokke, dit pothokke bestaat staat steeds (zie de bij dit bericht gepubliceerde foto, die op 20 november 2005 is gemaakt). In het pothokke stond ook een kachel, waarop drie pannen konden worden geplaatst. In de winter werd in de huiskamer gekookt. In de zomermaanden was het in de huiskamer te warm en werd in het pothokke gekookt. Dit was een manier om de warmte van het koken buiten het huis te houden. Ook stond in het pothokke de wasmachine. Dit was een wasmachine, die met de hand moest worden gedraaid. Wijlen Jan Hessels moest ook wel eens draaien. Hij moest dan tweehonderenvijftig slagen draaien. Hij was de tel nog wel eens kwijt, maar begon dan niet opnieuw.
De kachel in het pothokke werd in de regel gestookt met hout en turf of zudden. Grotere pothokken bestonden uit twee gedeelten. In één gedeelte werd in de zomer gegeten. Het was voor de huisvrouw wel gemakkelijk, want de kachel, waarop het eten werd gekookt, was dan dichtbij. Je hoefde daarnaast niet zo ver te lopen met de pannen. Het eten vond plaats naast de pot waar het varkensvoer werd gekookt. Je zorgde dan wel dat je snel at, want het stikte in het pothokke van de vliegen.
In het  pothokke werd veel water gebruikt bij het koken van varkensvoer, bij het slachten, bij het wecken en bij het wassen. Daarom stond het pothokke aan de kant van de pompestroate en kon men via de zijdeur van de boerderij zo het pothokke in lopen.
Vanwege het brandgevaar was het pothokke altijd bedekt met dakpannen, bij voorkeur met cementpannen, omdat deze het meest afdichtend gelegd konden worden. Altijd met dakpannen ? Niet altijd, want in Wapse staat een pothokke mit’n reet’n doake.
Het pothokke heeft in de loop van jaren zijn oude functies verloren. Sommige pothokken zijn helaas afgebroken, maar pothokken kregen vooral een nieuwe bestemming. Uit de inventarisatie van de pothokken in de gemeente Diever blijkt dat het gebruik van het pothokke verrassend veelzijdig is. Veel pothokken zijn helaas in gebruik als fantasieloos baarghokke, maar gelukkig ook veel als fietsenhok, voorraadruimte, kippenhok, konijnenhok, paardenbox, keuken, galerietje, schildersatelier, expositieruimtetje, cv-ketelhuisje, tuinhuisje, garage, strijkkamertje, zomerverblijf, trainingsruimte, washok, kantoor en badkamer.
Dat deze bestemmingen tot voorbeeld moge zijn van de eigenaren, die hun pothokke gebruiken als baarghokke. Ook het kleinste pothokke in de gemeente Diever, met een binnenoppervlak van slecht 3,6 m2, is in gebruik als baarghokke, het verdient een beter lot. In het verleden was op Zorgvlied een pothokke in gebruik als werkruimte van een fietsenmaker.
Elders zijn pothokken in gebruik als winkeltje en als sauna en wie weet wat voor bestemmingen nog meer. Kortom het pothokke is voor veel doeleinden geschikt. Uit de inventarisatie bleek ook dat bij een oude boerderij in 2004 een pothokke is ingestort en is afgebroken. Het is zeker de moeite waard dat voor onze streek zo karakteristieke gebouwtje te herbouwen.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Canon van de gemeente Diever, Diever, Dorpskrachten, Erfgoed, Kruisstraat, Pothokke | Leave a comment

Over de Baarg van Wittelte

Waarschijnlijk is de Baarg van Wittelte het laatste restje van een zogenaamde motte.  Als de Baarg inderdaad een motte is geweest, dan is het waarschijnlijk dat op de Baarg ook een soort van kasteel of kasteeltje heeft gestaan.
In de lijst van ‘mottes en mottekastelen in Nederland‘ in de website Wikipedia is de Baarg van Wittelte niet genoemd, nu zegt dat niet alles, want de inhoud van Wikipedia moet voortdurend kritisch worden beoordeeld.
In Wikipedia is een en ander te lezen over het mottekasteel.
Op het internet is ook een voorbeeld van een mottekasteel in België te vinden.
Nog meer afbeeldingen van ‘mottekastelen’ zijn te vinden via het aanklikken van: meer afbeeldingen van mottekastelen.
In de website Wikipedia hebben direcht belanghebbenden ook een bladzijde volgeschreven met grotendeels subjectieve gegevens over de Baarg van Wittelte.
In de website Wikipedia is ook een grappige foto uit 2009 van de Baarg te vinden. In de tekst bij die foto wordt de Baarg aangeduid als ‘Wittesheuvel’, maar die naam is gewoon een verzinsel van de eigenaar van het land waarin de Baarg ligt. Het is aardig om op deze foto te zien dat om het rijksmonument eindelijk schrikdraad is gespannen.
Nog tot niet zo lang geleden liet de eigenaar van het land gewoon zijn koeien over de Baarg lopen, wat bij heeft gedragen aan het vernielen (verropp’m) van deze archeologische rest. Het is ook vermakelijk om te zien dat de eigenaar het kale heuveltje leuk heeft opgedirkt en opgepimpt met een eigengemaakte grijze (gewapend?) betonnen pop. Zwaait de pop met zijn zwaard in de richting van Utrecht ?
Op de website Geheugen van Drenthe is ook enige aan oudere bronnen ontlede gegevens over de Baarg te vinden.
Ook de website Encyclo Online Encyclopedie biedt enkel bekende gegevens uit oudere bronnen.
De website home.kpn.nl/ekats doet enige beweringen die niet worden onderbouwd met verwijzingen naar bronnen. Wel is op deze site een aardige foto van de Baarg te zien.

Posted in Archeologie, de Baarg van Wittelte, Erfgoed, Wittelte | Leave a comment

De Baarg in de 20-er jaren van de vorige eeuw

Burgemeester Hendrik Gerard Van Os fotografeerde de in verval geraakte maar nog aardig op hoogte zijnde Baarg van Wittelte in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Volgens oude Wittelters stonden op de Baarg hulseboss’n.
De uitgestorven familie Bij de Berg moet in Wittelte eeuwen lang bee’j de Baarg (in de buurt van de Baarg) hebben gewoond. Het zou aardig zijn te weten of deze familie, naast de boerderij aan de Wapserveenseweg, waar ze het laatst woonde, eerder ook een andere boerderij dichter in de buurt van de Baarg heeft bewoond.

Abracadabra-237

Posted in Canon van de gemeente Diever, de Baarg van Wittelte, Erfgoed, Opraekelen, Topstukken, Wittelte | Leave a comment

40 poalties langs de greinse mit Friesland

Het is vanuit historisch oogpunt van belang te weten waar de grens tussen de gemeente Diever en Friesland ligt. Gelukkig hoeft de redactie van het Deevers Archief niet zelf overal langs de nogal uit rechte stukken bestaande grens te banjeren om de grenspalen op te zoeken en op de foto te zetten, enig banjeren door de gegevens in webstees via het internet biedt al wat uitkomst.

In de webstee Varenius.nl op het internet is een en ander te lezen over de grensafbakening van Friesland met Drenthe en Overijssel in de 19de en 20ste eeuw.

De webstee frdrenthe.blogspot.nl biedt bijzonder interessante gegevens over de grenspalen tussen Drenthe en Friesland, waaronder veel grenspalen tussen de gemeente Diever en Friesland, na het aanklikken van de koppeling en het openen van het scherm wel even een flink eind naar beneden ‘scrollen’ (wie weet het juiste Nederlandse werkwoord ?).
In de webstee Panoramio.com zijn ook afbeeldingen en plaatsen te bekijken van grenspalen op de grens van de gemeente Diever en Friesland.

De grens tussen de gemeente Diever en de provincie Friesland is gemarkeerd door de volgende grenspalen:
Grenspaal 40:
De eerste paal staat waar de grens de Reeweg kruist.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 41:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 42:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 43:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 44:
Deze paal staats iets ten zuidwesten van grenspaal 45.
Zie het bericht met foto elders in het Deevers Archief.
Grenspaal 45:
Deze staat aan de zuidzijde van de Verwersdijk op Zorgvlied.
Zie het bericht met foto elders in het Deevers Archief.
Grenspaal 46:
Deze paal staat aan de noordzijde van de Verwersweg op Zorgvlied.
Grenspaal 47:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 48:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 49:
Deze paal staat aan de Monden op Zorgvlied, daar waar de grens de weg kruist.
Zie het bericht met foto elders in het Deevers Archief.
Grenspaal 50:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 51:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 52:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 53:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 54:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 55:
Deze paal staat aan de westzijde van de Appelschaseweg-Canada.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 56:
Deze paal staat aan de oostzijde van de Appelschaseweg-Canada.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 57:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 58:
Deze paal staat aan het aan het Aekingerpad nabij fietsknooppunt 82 te Elsloo.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 59:
Deze paal staat bij de Grenspoel
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 60:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 61:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 62:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 63:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 64:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 65:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 66:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 67:
Deze paal staat bij fietsknooppunt 61 op Wateren, in de Olde Willem.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 68:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 69:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 70:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 71:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 72:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 73:
Deze paal staat waar de grens de Oude Willemsweg kruist.
Zie het aparte bericht met foto elders in het Deevers Archief.
Grenspaal 74:
Deze paal staat aan bij de Tilgröppe, aan de noordwestkant ervan.
Zie het aparte bericht met foto elders in het Deevers Archief.
Grenspaal 75:
Deze paal staat aan bij de Tilgröppe, aan de noordoostkant ervan.
Zie het aparte bericht met foto elders in het Deevers Archief.
Grenspaal 76:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 77:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 78:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.
Grenspaal 79:
De gegevens van deze paal moeten nog worden uitgezocht.
Een foto van deze paal is nog niet opgenomen in het Deevers Archief.

In de webstee lc.nl van de Leeuwarder Courant verscheen op 22-09-2011 het volgende bericht:
Grenspaaltjes Friesland-Drenthe gerestaureerd
ZORGVLIED – Met de herplaatsing van grenspaal nummer 49 op de Friese-Drentse grens bij Zorgvlied is een restauratieproject van de provincie Fryslân voltooid. Van de 148 gietijzeren palen die de grens sinds 1894 afbakenden, waren er nog 51 over. Deze zijn allemaal opgeknapt. Beide provinciewapens zijn op de paaltjes te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie nodigt bezoekers van het Deevers Archief graag uit te reageren met een afbeelding en een juiste beschrijving van de positie van de grenspalen, waarvan de gegevens nog niet zijn opgenomen.

Posted in de Oude Willem, Erfgoed, Grenspalen, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

De bronzen vuurpot uit de Vledder Aa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drentsch Museum:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drentsch Museum:
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Erfgoed, Vledder Aa, Wapse | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof op de Brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof op de Brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof op de Brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw op de Brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof op de Brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de Brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de Brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de Brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw op de Brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 2016-05-10:
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Brink, Diever, Erfgoed, Kerk aan de brink, Kerkhof, Rijksmonumenten | Leave a comment