Category Archives: Franse parachutist

Operatie Amherst : De parachutisten van stick 49

Stick 49 van het derde regiment van het derde bataljon van de Special Air Service (S.A.S.), die in de nacht van 7 op 8 april 1945 bij vergissing in de buurt van het gesticht Armenwerkhuis (ut Aar’mhuus) in de bos bee’j de Ossekoele an de Grönnegerweg bee’j Diever laande, bestond uit de volgende vijftien Franse luchtcommando’s.

Sergeant-luitenant Gilles Gaston Anspach, geboren op 5 maart 1920 in Nice.
René Giguelay, geboren op 14 augustus 1924 in Oran, Algerije.
André Xavier Pantalacci, geboren op 19 augustus 1919 in Clermont Ferrand.
Jacques Bertrand, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Lucien Klein, geboren op 13 december 1917 in Vry.
André Pralon, geboren op 25 april 1914 in Saint-Etienne.
André Coppi, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Sergeant André le Nabour, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Gustave Arthur Puidupin, geboren op 19 februari 1915 in Marseille.
Sergeant Maurice Domingo, geboren op 19 mei 1921 in Narbonne, overleden op 12 november 2004, begraven in Narbonne
René Mendiondo, geboren op 14 augustus 1922 in Etsaut.
Luitenant Edgard Alphonse Thupët (Edgard Thomé), geboren op 19 april 1920 in Bourg-la-Reine (commandant van de stick).
Philippe Dubosc, geboren op 30 juli 1925 in Saint-Evroult Notre Dame du Bois.
Jean Morandi, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Jean Uranga, geboren op … in … (nog te onderzoeken).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op het internet is ook de samenstelling van stick 49 te vinden.
De redactie is al lang op zoek naar de ontbrekende gegevens van de Franse parachutisten.
Wie kan de redactie aan deze gegevens helpen ?
De redactie heeft het vermoeden, gelet op hun geboortedatum, dat bijna alle parachutisten van stick 49 niet meer leven.

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

SAS Semi Brigade (French) raid at Diever

In de webstee backtonormandy.org is een bericht over de acties van de Franse parachutisten op 8 en 9 april in en bij Diever te vinden. Voor de volledigheid en voor het geven van commentaar op dit bericht is hier de Engelse tekst en de Nederlandse vertaling van deze tekst opgenomen. Mochten in deze vertaling fouten zitten, dan verneemt de redactie van het Deevers Archief dit graag.

In the night of the 7th of April to the 8th of April a group of French paratroopers (SAS, Special Air Services) lands in the Drenth village Diepen, with the order to sabotage the Germans and give help to the men of resistance. As well thanks to the arrest of two fierce NSB’ers, the following day, a liberation atmosphere is there in the village, which has the result that in the morning of the 10th of April a few NSBers are getting whipped. Of course the Germans didn’t let them get away with this and a few soldiers arrived early in the afternoon from Steenwijk into the village. Split in two, one half of the group of soldiers takes 11 citizens hostage and try to locate the other soldiers. That evening 11 hostages are executed by a firing squad in front of a wall. One of them, Koop Westerhof, survives the shootings by playing dead. Three other citizens are chased by the Germans, only one survives, by breaking away.

In de nacht van 7 op 8 april landt een groep Franse parachutisten (SAS, Special Air Services) in het Drentse dorp Diever, met de opdracht de Duitsers te saboteren en hulp te bieden aan de mannen van het verzet. Ook dankzij de arrestatie van twee felle N.S.B.’ers, heerst de volgende dag een sfeer van bevrijding in het dorp, wat tot gevolg heeft dat in de ochtend van 10 april enige N.S.B.’ers in elkaar worden geslagen. Natuurlijk lieten de Duitsers dit niet over hen kant gaan en enkele soldaten uit Steenwijk kwamen vroeg in de middag aan in het dorp. Opgesplitst in twee groepen, nam de ene helft van de soldaten 11 burgers in gijzeling en probeerde de andere helft de parachutisten te lokaliseren. Die avond worden de 11 gegijzelden geëxecuteerd door een vuurpeloton voor een muur. Eén van hen, Koop Westerhof, overleeft de schietpartij door zich dood te houden. Drie andere burgers worden door de Duitsers achtervolgd, slechts één overleeft door los te breken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is van mening dat het Engelse bericht veel feitelijke onjuistheden bevat en zal in een volgende versie van dit bericht daar op terugkomen. Om te beginnen alvast de volgende opmerkingen.
Met in de nacht van 7 op 8 april is bedoeld in de nacht van 7 op 8 april 1945.
De Franse parachutisten landden niet in het dorp Deever, maar in de buurt van het gesticht Armenwerkhuis an de Grönnegerweg bee’j Deever.
De 11 gegijzelde mannen werden niet door een vuurpeloton voor een muur geëxecuteerd, maar werden vermoord door de S.S.’er Fritz Habener.

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen

De redactie van het Deevers Archief publiceerde in 2002, in nummer 02/1 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, het volgende artikel ‘Maurice Domingo was één van de parachutisten’ voor de Deeversen met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever.
In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice Domingo deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij het gesticht Armenwerkhuis, in de buurt van de Ossekoele an de Grönnegerweg bee’j Deever.
De geharde Franse parachutist is zich wel bewust geweest van de bijdrage van Geesje Schoemaker, de dochter van postkantoorhouder Lambert Schoemaker, aan de acties van de Franse parachutisten in en bee’j Deever.
Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. See is op donderdag 15 augustus 2013 vanuut de kaarke an de Brink begreu’m op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee’j Deever. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.

Maurice Domingo was één van de parachutisten
In maart 1999 kwam op het postkantoor van Deever een pakje aan met als adres: Madame La Postière de Diever. Postière en 1945. Hollande. Het pakje bleek bestemd te zijn voor de in Den Helder wonende mevrouw Geesje van der Werf-Schoemaker, dochter van Lambert Schoemaker, die in de Tweede Wereldoorlog de postkantoorhouder van Deever was. Zij zat toen in het verzet in Diever. Het pakje bevatte een document, waarin Maurice Domingo herinneringen ophaalt aan de Tweede Wereldoorlog. Bij de geallieerde operatie ‘Amherst’ zat hij in de eenheid onder leiding van luitenant Edgard Thomé die bij Deever landde. Onderstaand artikel is een samenvatting van het door mevrouw Karin Broekema uit het Frans vertaalde document ‘Iedere ontvluchte van Frankrijk heeft zijn verhaal’.

Maurice Domingo werd geboren op 19 mei 1921 in Narbonne in Frankrijk. Hij was een zoon van Spaanse ouders, maar had de Franse nationaliteit. Hij vervulde zijn dienstplicht in het Franse leger. Maurice was pas vijftien jaar oud, als hij in 1936 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog meehielp met het vervoer van voedsel en wapens naar de strijders tegen de fascist Franco. Een keer werd een vrachtwagen aangevallen door aanhangers van Franco. Hij en de chauffeur werden gedwongen om de geladen vrachtwagen achter te laten. In 1942 sloot hij zich in Narbonne aan bij de eerste vormen van verzet. Hij bracht dienstweigeraars van Narbonne via Perpignan naar de Spaanse grens, vanwaar ze verder trokken naar Engeland om te gaan vechten tegen de Duitsers. Op één van die tochten werd hij in 1943 gearresteerd. Maurice zat vier en een halve maande gevangen in Barcelona in Spanje. Ook werd hij door de Gestapo in Narbonne gearresteerd en in een treinwagon op transport gezet naar Duitsland, maar hij wist onderweg te ontsnappen.

De Engelse consul vroeg hem naar Engeland te komen om vandaar naar Afrika te vertrekken. Maurice vertrok via Spanje naar Engeland en nam dienst in het derde regiment van de Special Air Service (S.A.S.). In Engeland maakte hij zijn eerste oefensprong als parachutist uit een heteluchtballon. Op 1 januari 1944 liet Maurice Domingo in Londen op verzoek van een legeraalmoezenier zijn eerste testament opmaken. Het luidde: “Ik schenk mijn leven aan Frankrijk.”

In 1944 werd Maurice voor het eerst gedropt. Dat gebeurde boven Bretagne in Frankrijk. Hij kwam alleen neer in het dorpje Andivisiau. Hij voegde zich daar bij de verzetstrijders. Hij gaf deze raad en leerde hen hoe met Engelse wapens om te gaan. Maurice heeft daar ook een brug en een spoorweg opgeblazen. Toen de geallieerden in Bretagne arriveerden voegde hij zich weer bij het derde regiment van de SAS.

De volgende opdracht waaraan Maurice deelnam, was een dropping, zijn tweede, boven de Franse Jura. De parachutisten moesten eerst verzetstrijders in het fort Homon bevrijden. Vervolgens moesten zij het leger van generaal de Lattre helpen. Dit leger was in de Provence aan land gekomen. De officieren van generaal de Lattre hadden behoefte aan informatie over de plaats waar de zware pantservoertuigen van de vijand zich bevonden. De parachutisten staken enkele nachten achter elkaar de linies over om uit te zoeken waar deze wapens waren. Dat gebeurde tussen bombardementen door die om de drie minuten een paar minuten stopten. In Clerval in de Jura hebben de parachutisten een lange nacht zwaar gevochten met de Duitsers. Maurice Domingo was gedurende dat hele verschrikkelijke en bloedige gevecht aanwezig. Er vielen doden en gewonden en alles stond in brand, maar de parachutisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. Zij hadden de route vrijgemaakt voor het leger van generaal de Lattre, dat in de ochtend arriveerde.

In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij Diever. Volgens Maurice hebben ze in Diever en omgeving vier opdrachten uitgevoerd, namelijk de burgemeester van Diever kidnappen, de belangrijkste route blokkeren, een vliegveld aanvallen en een uitkijktoren bezetten en in het kanaal schuiten aanvallen, die het front van explosieven voorzagen.
Het eerste wat de luchtcommando’s in Diever deden was de burgemeester gevangen nemen. Maurice schrijft hierover: “De burgemeester van Diever werd door mij gevangen genomen. Hij was net een kop koffie aan het drinken. Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen. Deze lepel heb ik nog steeds in mijn bezit. Wij hebben de burgemeester aan de autoriteiten overgebracht.”

Maurice Domingo moest schuiten van de Duitsers in de Drentsche Hoofdvaart saboteren. Dat gebeurde bij slecht weer. Maurice schrijft: “We hebben de hele nacht in de regen gewacht op die rotschuiten !” Die schuiten zaten vol met explosieven. Door een explosie op een van de schuiten raakte Maurice gewond. Hij werd naar de eerste divisie van het Canadese leger gebracht. Hij verbleef daarna enige tijd in Schotland om te herstellen.

Terugdenkend aan zijn dropping in Drenthe schrijft Maurice: “Het slagen van onze opdracht in Drenthe is te danken aan de postbeambte van Diever, die ons naar verschillende locaties in Diever heeft gebracht.”

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Franse Union Nationale de Parachutistes besteedde op 6 juni 2006 in haar blad aandacht aan Maurice Domingo:
Parachuté dans la nuit du 7/4/45 dans la région de Diever (Frisseland) a participé à toutes les attaques de la section et a notamment contribué par son sang froid à l’immobilisation puis à l’attaque et à la destruction d’un remorqueur chargé d’explosifs. Pour cette action la croix de guerre commémorative avec boucle “Krijg te land 1940-1945” lui sera décernée par la Reine Juliana le 2 janvier 1951. Maurice Domingo rejoindra la France le 23 avril 1945 et sera démobilisé le 10 septembre de la même année. Il est nommé sergent chef de réserve le 1° janvier 1946.

Met de postbeambte wordt Geesje Schoemaker bedoeld.
Mau
rice Domingo werd op 2 januari 1951 door koningin Juliana onderscheiden met het Oorlogsherinneringskruis met de gesp Krijg te land 1940-1945.

Posted in Armenwerkhuis, Café Balsma, Diever, Franse parachutist, Gees Schoemaker, N.S.B.'er, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Franse veteraan beschrijft zijn avonturen in Drenthe

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 3 januari 2000 het volgende bericht over de memoires van de Franse parachutist Maurice Domingo.

Franse Veteraan beschrijft zijn avonturen in Drenthe
Diever. Vlak voor de bevrijding in 1945 werd N.S.B.-burgemeester Posthumus van Diever gearresteerd en naderhand uitgeleverd aan de geallieerden. Een deel van de Dieverder bevolking denkt nog altijd dat Posthumus door eigen ingezetenen werd gegrepen en vastgezet, anderen houden tot op de dag van vandaag vol dat de burgemeester door Franse parachutisten in de kraag werd gevat. Dit volksmysterie, voor zover de officiële kronieken al ruimte lieten voor raadsels op dit terrein, kan nu definitief als opgelost worden beschouwd.
Tot ieders verrassing arriveerde er onlangs bij het postagentschap in de Golf-supermarkt van Diever een dik pak papier, dat de avontuurlijke memoires bleek te bevatten van de gewezen Franse parachutist Maurice Domingo. De 76-jarige luchtveteraan beschrijft hoe hij samen met 17 andere Franse para’s op 6 april 1945 boven Drenthe werd gedropt. Eén van de opdrachten van de eenheid was, burgemeester Posthumus van Diever te arresteren. En aldus geschiedde.
De nietsvermoedende burgemeester werd overrompeld toen hij net aan de koffie zat. De para’s ontmoetten geen enkele weerstand, toen ze de hevig ontstelde Posthumus mee naar buiten namen en hem achter de Ossenkoel aan een boom vastsnoerden. Hierbij verzuimden zij niet, de N.S.B.’er een flink pak slaag te geven. Maurice Domingo vertelt, hoe hij tijdens de overval het zilveren koffielepeltje van de burgemeester achterover drukte. Dit heeft hij tot op de dag van vandaag in zijn bezit.
De weg die de memoires aflegden, is curieus te noemen. Als adres wist de geestelijk vader niets anders te verzinnen dan ‘La Postière Diever, Hollande’. En ziedaar: het kwam in de bus ! Maurice Domingo vertrouwde blijkbaar op de oude banden, die hij met het Dieverse postwezen heeft. Tijdens hun missie in Drenthe werden de Franse parachutisten namelijk geholpen door een plaatselijke postbeambte, die er voor zorgde dat ze adequaat konden verplaatsen.
De memoires bleken geheel in het Frans te zijn geschreven en daarom zijn ze eerst maar eens vertaald. De para’s werden in afwachting en ter voorbereiding van de geallieerde opmars achter de Duitse linies gedropt. Eén van hun opdrachten was ook, de met explosieven geladen schepen die lagen afgemeerd in de Drentse Hoofdvaart, te saboteren. Toen daarbij één der schuiten in de lucht vloog, raakte Maurice Domingo  gewond. Dat betekende meteen het einde van zijn optreden in Drenthe. Hij werd overgebracht naar de oprukkende 1e Canadese Divisie en verbleef daarna voor zijn herstel een poos in Schotland.
Uit de memoires, die 60 losse pagina’s beslaan, wordt duidelijk dat de gewezen parachutist kan terugzien op een turbulent verlopen jongelingstijd, waarin hij zich ontpopte als een echte mannetjesputter. Hij werd 19 mei 1921 geboren in Narbonne. In 1938 werd hij bokskampioen van het departement Languedoc. In 1940 werd hij fabrieksarbeider. Hij hield niet van de Duitsers en viel in handen van de Gestapo, die hem doorzond naar Spanje. Domingo wist echter te ontsnappen en kwam na allerlei wederwaardigheden terecht bij de Franse para’s, die buiten hun bezette vaderland opereerden. De missie in Drenthe was de derde waaraan hij meedeed.
Maurice Domingo, die later een aantal keren terug is geweest in Drenthe, vertelt dat er in de dagen vlak voor de bevrijding rond Diever een aantal Duitse soldaten is gesneuveld. De Historische Vereniging van Diever, die de memoires nu in beheer heeft, wil graag weten hoe hun naam luidde en waar ze zijn begraven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft dit enigszins rammelende bericht in het Deevers Archief opgenomen voor wat het waard is.
De redactie verwijst naar het bericht Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen, het bericht Operatie Amherst: de parachutisten van stick 49, het bericht Geesje van der Werf-Schoemaker is overleden en het bericht Gees de postbeambte kijkt me triomfantelijk aan.
La Postière Diever Hollande was Geesje Schoemaker, de dochter van de postkantoorhouder van het postkantoor an de Heufdstroate van Deever.

Posted in Franse parachutist, Gees Schoemaker, N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus

In het Nieuwsblad van het Noorden van 1 juli 1949 verscheen het volgende bericht over de rechtzaak tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus van Diever.

Bijzonder Gerechtshof Assen
N.S.B.-burgemeester P.O. Posthumus
In April 1944 nam de 61-jarige spinnerijmeester en reiziger Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Van 1942-1943 was hij waarnemend burgemeester van Hoogezand en wethouder en loco-burgemeester van Haren.
Posthumus heeft zich als burgemeester bezig gehouden met de opsporing, de arrestatie en het verhoor van verschillende personen, in samenwerking met de bende landwachters, waaruit later de beruchte ‘Norger bloedploeg’ is ontstaan. Toen hij de plaatselijke politie niet meer vertrouwde, kwam op zijn verzoek een detachement van zeven landwachters ter versterking. Hij kon het goed met hen vinden (verdachte: ‘Later niet !’) en gaf hun na afloop van dienstverrichtingen een tevredenheidsbetuiging mee….
Ook de tekenkunst beoefende hij. Een N.S.B.-meisje tekende op de muur van het Schultehuis in Diever een doodshoofd, welke tekening hij verbeterde. Daaronder kwam nu en dan een streepje te staan. President: ‘Wat was daar de betekenis van ?’. Verdachte: ‘Hoofdzakelijk een bedreiging door de landwacht. Wanneer iemand naar de S.D. was opgezonden of de doodstraf had gekregen, werd een streepje onder de tekening gezet’. Bij de bevrijding vertoonde de muur 18 streepjes.
Onder meer werden tijdens een tocht met Sanner, Balsma, de Krijger en Burgman de heren Bruulsma te Beilen, dominee Geertsema en dokter J.L. Dinkla te Dwingelo gearresteerd. Van hen is dominee Geertsema overleden.
Voorts vorderde hij fietsen en wasblikken voor de O.T.-werkers, plakte aan het distributiebureau een lijst met namen aan van hen, aan wie geen bonkaarten verstrekt mochten worden, omdat zij weigerden voor de O.T. te werken, liet haver en hooi vorderen en nam de etenshalers in de hongerwinter het voedsel af om zelf daarvan te profiteren.
De gemeentesecretaris van Diever, de heer J. Boesjes, verklaarde geen hoge indruk van de burgemeesterscapaciteiten van de verdachte te hebben gekregen. Hij toonde veel belangstelling voor de O.T. en legde grote bereidwilligheid aan de dag voor alles wat de Duitsers hem vroegen.
De zaak werd aangehouden tot 20 Januarie aanstaande.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumes werd tien jaar straf geëist.
Zie het bericht elders in het Deevers Archief.
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse organisatie.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

De N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus werd op 9 april 1945 op klaarlichte tijdens het middageten in de serre van café Brinkzicht, het café van de N.S.B.’ er Klaas Marcus Balsma, opgepakt door enige parachutisten (wijlen Jantje Andreae-Oost: ’t waar’n van die kleine mannegies die laangs oens huus sleup’m) van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambertus Schoemaker van Diever, optrad als gids. Bij deze bliksemactie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
De afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van café Brinkzicht is in 1949 uitgegeven, dus ten tijde van het proces bij het bijzondere gerechtshof te Assen. De rechterkant van het café, waar de serre zich bevindt, is jammer genoeg niet op de afbeelding te zien, echter is wel te zien op andere afbeeldingen in het Deevers Archief.
De vraag is wat er in de eerste jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog is gedaan met café Brinkzicht, wanneer is het van eigenaar veranderd ?
De redactie van het Deevers Archief weet tot op de dag van vandaag niet wat de betekenis is van de houten palen die op de afbeelding aan de rechterkant zijn te zien. Wie weet dit wel ?
Naast het café staat de dan al behoorlijk dikke kastanjeboom, die helaas in de negentiger jaren van de vorige eeuw werd verwijderd.

Abracadabra-468
Abracadabra-469

 

 

Posted in Ansichtkaart, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Franse parachutist, Klaas Marcus Balsma, N.S.B.'er, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De acties van de Fraanse parachustist’n bee Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft hoofdstuk 35 ‘L’intermède hollandais’, hoofdstuk 36 ‘Embuscades’ en hoofdstuk 37 ‘Le dernier combat’ van het boek ‘Spécial Air Service, 1940-1945: L’épopée d’un parachutiste en France occupée’, geschreven door luitenant Edgard Tüpet-Thomé, vanuit het Frans in het Nederlands vertaald voor de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief.
Luitenant Edgard Tüpet-Thomé was commandant van stick 49, een uit twee kleinere sticks samengestelde groep commando’s van vijftien Franse parachutisten van de Special Air Service, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in bij Deever landden.

Hoofdstuk 35 – Het Nederlandse intermezzo
Het begon allemaal slecht… door een valfout: we zijn altijd gewend geweest om tussen de honderd en de honderdvijftig meter te springen. Die nacht worden we rond de drieduizend meter gedropt…
Mijn knie, die gewond is geraakt in de Jura, maakt me soms bijna gehandicapt. Om anderen niet te hinderen en voor hen in het vliegtuig te hinken, wisselde ik met Klein: hij springt als eerste en ik, voor die ene keer, als
laatste. Ik moet gewoon de menigte volgen en ik vind mezelf in de lucht zonder na te denken of mezelf vragen te stellen. De tijd die nodig is voor een afdaling van vierhonderd voet lijkt bijna ten einde en ik ben me aan het voorbereiden om de grond onmiddellijk te raken.
Maar ik ga nog steeds tussen mistige lakens naar beneden, in evenwicht gehouden door mijn beentas, die eindeloos heen en weer beweegt aan het einde van zijn koord.
Er
was ergens iets mis in deze eindeloze afdaling… Ik hoor het geluid van de branding. Deze idioten moeten ons boven de zee hebben laten vallen. Als zelfs de piloten van de RAF nonchalant beginnen te navigeren, wie is dan nog te vertrouwen, grote God !
Omdat het in dit geval sterk wordt aanbevolen om te doen, maak ik mijn tuig los en houd ik het op armlengte; wanneer je het water aanraakt, laat je het los, dan drijft de parachute weg en zwem je na het opblazen van je Mae West. Als u het tuig niet hebt losgemaakt, dan bedekt de parachute u en sleept de parachute u naar de bodem.
Ik hoor het gebrul van de golven steeds beter. Ik daal nog steeds, geslagen door een vuile koude wind. Hoeveel meters onder mij beweegt de zee ? Mijn verlamde handen weigeren nog langer vast te houden. A
h ! en dan … naar de hel ! Ik laat alles vallen ! En ik zit dom op mijn achterwerk temidden van varens: een goede minuut later had mijn parachute de enige belangrijke boom op twintig kilometer in de omtrek bedekt. Ik dacht dat ik weer daalde, terwijl ik idioot zwaaide, als een makaak aan het einde van een liaan. De branding, het geluid van de golven … Het was alleen het suizen van de harde wind in de aanplant van jonge dennen.
En in elk geval heeft deze nogal verontrustende fout, de tijd die nodig is voor een hergroepering op het land, verdrievoudigd. De dag is al gevaarlijk licht geworden, terwijl we elkaar nog steeds zoeken, terwijl we al lang veilig en gecamoufleerd hadden moeten zijn en op de uitkijk hadden moeten staan, ver van het springgebied. Alsof we bij toeval twintig kilometer van de geplande plaats waren geland.

Ik heb mijn troepen teruggevonden. Onzichtbare Duitse tanks rammelen over een nabijgelegen weg. Gelukkig vielen we in een vrij jong bos, waarvan de dennen nauwelijk hoger zijn dan een man en die golven zover het oog reikt.
Gilles Anspach had een beetje een ruw landing. Hij is licht euforisch en zich nog niet erg bewust van de aardse werkelijkheid. –  “Hoor je dat, Thomé ?”
“Ja, natuurlijk !”  

“Dat zijn tanks !”
“Zonder enige twijfel… en zeker geen Canadese.”
“Wat gaan we doen ?”
“Niets… We halen
de parachutes op en verbergen ons in het bos.”
“En daarna ?”
“Daarna… slapen we.”
“En daarna ?”
“Daarna, zullen we zien.”
“En de brug over het kanaal, wanneer vallen we die aan ?”
“L
uister lastige man, ik vind je leuk, maar je praat te veel. Haal je mannen op en ga op weg. We gaan de hele dag slapen, als de Fritzen het ons toestaan. Ik weet niet waar we zijn, maar in elk geval niet waar we zouden moeten zijn. Ik moet ons eerst lokaliseren en het terrein herkennen. Daarna zullen we de situatie in ogenschouw nemen. De brug over het kanaal is niet voor morgen. Hoor je de tanks die voorbijrijden ? Dat zijn geen Engelse tanks. Ik verwacht de Canadezen niet eerder dan over vier of vijf dagen… en ik ben zonder twijfel optimistisch. Herinner jij je Clerval ? Slechts één zo’n stommiteit is genoeg voor de rest van je leven. Ik heb mezelf beloofd jullie allemaal terug te brengen… en heel. Tijdens deze operatie zal niemand Fort Alamo spelen. We gaan eerst slapen. Daarna zullen we ons beraden, afhankelijk van de omstandigheden.”
“Vooruit, mijn konijnen, de gebruikelijke orders. Drie wachtposten, die elk uur worden afgelost. En een granaat in de helm binnen handbereik. Doe je laarzen uit en.. naar bed. En droom lekker, als jullie het kunnen. Luitenant Puydupin blijft ter plekke. Luitenant Anspach vergezelt me bij de verkenning. Gilles, kom je ?”
“We vertrekken om te gaan ontdekken.”

“Zeg, Thomé, we lopen al meer dan een uur… en we zijn nog steeds in het bos.”
“Des te beter, het bewijst alleen maar dat we geluk hebben. Het is waarschijnlijk het enige bosgebied in heel Noord-Nederland. Het verschijnt niet op de kaarten als een bos, maar als een omgeving met boomkwekerijen. Eerst moeten we eruit. Als we één of twee torens, een weg of een watertoren in zicht krijgen, dan weten we misschien waar we zijn. In elk geval ben ik bereid mijn volgende soldij te verwedden, dat onze verdomde brug niet naast de deur staat. Alsjeblieft, we komen bij een bosrand, kijk, daar is een weg.”
“Ja, en op de weg rijden vrachtwagens… en het zijn geen Canadese. Er
is ook een kanaal en, in het noordwesten, een dorp. Neem jouw kaart. Geef me jouw kompas om te verifiëren dat het overeenkomt met het mijne. Ok. Of ze wijken beide af, of ze werken normaal. In elk geval geven ze beiden hetzelfde resultaat. Doe jouw beoordeling, we zullen onze resultaten vergelijken.”
De resultaten zijn gelijk:
het kanaal loopt van Assen naar Meppel en ‘onze’ brug ligt twintig kilometer hier vandaan. Het dorp is Diever en de weg is die van Apelsga.
Wel nu, het is niet triest: ons doel bevindt zich op vier uur lopen in een gebied zo vlak als een biljart en dit gebied is waarschijnlijk vergeven van de Duitsers. We zullen ’s nachts gemakkelijk de brug kunnen bereiken. Hem in te nemen en hem te ontdoen van springstoffen zal niet onoverkomelijk zijn. Maar daarna ? Daarna moeten we hem bezet houden. Met dertig mannen en drie machinegeweren, zullen we het ongeveer… een uur volhouden ! Om het spel speelbaar te maken, moeten we de zekerheid hebben dat de komst van de Canadese tanks met een speling van een kwartier samenvalt met onze helpende hand.
“Zie je een elegante oplossing, mijn kleine oude man ?”
“Wat een stom spel ! En jij, heb jij een idee ?”
“A
ls ik echt cynisch was, dan zou ik denken dat ze het expres hebben gedaan: ons vanaf een ongewone hoogte laten springen, op goed geluk. De oorlog kan eindigen zonder ons en we zullen pissig zijn als de vredestijd terugkeert: als we zwijgend zouden verdwijnen, zou dat voor veel dingen beter zijn en misschien ook wel voor veel mensen. Ik ben het met je eens dat dit een waanhypothese is, maar geef toe dat het grappig zou zijn.”
“Dat denk je toch niet serieus, Thomé… Zo ben je niet. Niet jij !”
“Natuurlijk niet, gek ! Maar aangezien ik niet verantwoordelijk ben voor de foute landing, noch voor de navigatiefout, ga ik me niet uitsloven om ze koste wat kost te corrigeren door een verplaatsing vol risico’s. Integendeel, ik ben verantwoordelijk voor het leven van onze jongens. En ik weet hoe ik daar mee moet omgaan. We gaan uiterlijk morgen de Moffen het leven moeilijk maken. Wat betreft de brug, ik wil er voorlopig niets van weten. We zullen wachten om er zeker van te zijn dat de Canadezen oprukken. Als we zien dat de Duitsers zich voorbereiden op een terugtocht, dan zal ik beslissen of ik we ons al dan niet daar me bezig gaan houden. Ik wil er alles aan doen om de Canadezen te helpen, maar ik wil geen man meer verliezen.”
“De jongens gaan zeuren !…”
“En daarna ?… Ik heb liever dat ze levend dan stervend zeuren.”
“Ze zullen gaan geloven dat je niets durft te doen !”
“En daarna ?… Laat ze geloven wat ze willen, het kan me niets schelen. Maak je geen zorgen, ze zullen hun rantsoen gevechten krijgen, maar ik zal beslissen wanneer en hoe. De situatie is niet in overeenstemming met de missieverklaring. Er is een misrekening. Ergo, ik draai de factoren om, ik houd ik mij eerst bezig met de Moffen en daarna met de brug…  als de omstandigheden het toelaten. Je weet goed, jammer genoeg zonder twijfel, dat ik nergens meer bang voor ben … behalve om een van onze jongens voor niets te zien sterven.”
“M
aak je geen zorgen, de geallieerden zullen niets te klagen hebben over onze prestaties en we zullen ze waarschijnlijk een hoop strijders besparen…  Maar ik wil geen dode en geen gewonde meer onder onze mannen hebben.”

Dit begin van april in Nederland is nogal onverwacht: wolkenloos en een lucht en een zon van de volle zomer.
Ons dwergbos ziet eruit als een betoverend domein. Het is een kleine stille en geheime wereld waarvan we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat het inderdaad in het hart van de oorlog ligt. Voor ons is het de perfecte kalmte, zoals het lijkt in het centrum van alle cyclonen. De Duitsers zijn overal om ons heen, maar lijken ontwetend te zijn van onze aanwezigheid. Voor zolang het duurt. Dit is geen tijd en geen plaats om te sterven !
We zijn volledig uitgerust na een dutje van achtenveertig uur. Als we te lang inactief blijven, dan zullen vroeg of laat vijandelijke verkenners uiteindelijk over ons struikelen. Dan zal het nodig zijn om in de verdediging te vechten en te vluchten als opgejaagde hazen… Ik wil me liever niet voorstellen wat de uitkomst zal zijn. Sinds mannen vechten, heeft ervaring hen een onbetwistbaar principe doen ontdekken: de beste manier om je te verdedigen, dat is nog steeds aanvallen. Dat is hoe vanaf  het begin der tijden de aanvaller, die aanvankelijk geen schijn van kans leken te hebben tegen een mammoet, een wollige neushoorn, een sabeltandkat of een holenbeer, toch veelvuldig overleefden door deze te doden. Aantrekkelijk of niet, het principe is ook op ons van toepassing. We zullen hem moeten volgen en het initiatief nemen de vijandelijkheden te starten.
Aantrekkelijk of niet, het moet een keer gebeuren: leg de Duitsers het idee op dat we met velen zijn, zeker van onszelf, onkwetsbaar en zonder medelijden. Het is de enige manier om al hun verlangens weg te nemen rond te snuffelen in ons jachtgebied. Toch… is het zo goed, op het warme mos te liggen en het boek ‘Het eiland der Pinguïns’ te herlezen… Het boek met ezelsoren slingerde rond op een tafel in de mess en ik heb het bij het instappen in het voorbijgaan gegrepen.
“Er is bezoek, mijn luitenant !”
Het is
een kreupele Hollander, bruin als een zuiderling en met een wakkere blik. Hij woont op drie kilometer van ons kamp aan de rand van het bos en noemt zichzelf een verbindingman voor het plaatselijke verzet.
Bij wijze van verzoenend spijsoffer brengt hij ons een emmer, die tot aan de rand is gevuld met gekookte aardappelen… nog dampend ! Dat is wel verleidelijk na twee dagen van droge rantsoenen…
“Verboden om het op dit moment aan te raken !”
“Oh !”…
“Er is geen Oh !” E
en als het een valstrik was ?… Hou zou je te instrueren zijn na het slikken van een dosis slaappillen of een dosis rattenvergif !”
Na het biechten van de man in het Engels, weet ik vrij zeker dat hij geen verhalen vertelt en dat ik hem kan vertrouwen.
Tijdens het babbelen schilde ik een aardappel en gaf deze aan het puntje van mijn dolk aan hem. Hij nam zonder aarzeling een hap. Ik word door deze verdomde oorlog overdreven voorzichtig. Door mijn slagen te veel te combineren om alle valstrikken te vermijden, verlies ik zowel mijn instinct als mijn spontaniteit. Ik moet er voor zorgen dat deze neiging wordt gecorrigeerd, anders komt er een dag dat ik met niemand meer kan samenleven. Altijd op je hoede zijn vermijdt waarschijnlijk  misrekeningen. maar op de lange termijn lopen we het risico niet meer dan een wild beest te zijn...

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester, mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een knap meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het gesprek.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden…  en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, stortte in aan de voet van een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.
In het sterk onwaarschijnlijke geval dat de Duitsers ons bestaan tot nu toe niet kenden, zullen zij geen excuses meer hebben om het nu te blijven doen. De avond valt, dit zal waarschijnlijk onze laatste rustige nacht zijn.
Morgen zullen we de zaken serieus moeten nemen, anders zijn zij het die zich met ons zullen bezig houden !

36 – Hinderlagen
De weg naar Appelsga was de enige belangrijke weg waar de Duitsers ons met zwaar materieel konden aanvallen. Het is daarom noodzakelijk ze eerst af te schrikken zich daar te wagen. We gaan in een hinderlaag liggen en wachten op het wild.
Op honderd meter van ons staat een uitgebrande vrachtwagen, die door een Engelse jager met een machinegeweer in brand is geschoten. De weg loopt van west naar oost en vanaf onze aankomst rijdt het verkeer van west naar oost. 

 

 


Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De schrijver gaat in dit fragment van zijn verhaal in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op  9 april 1945 op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tupet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever was in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
Op de bijgevoegde foto is luitenant Edgard Tupet-Thomé te zien.

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment