Category Archives: Franse parachutisten

Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan

Bijgaande tekst is een deel van het lange in het Frans geschreven verhaal ‘Het Nederlandse Intermezzo’ van luitenant Edgard Tupet-Thomé, commandant van de twee sticks Franse parachutisten, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in bij Diever landden. De redactie van het Dievers Archief heeft dit verhaal voor de bezoekers van www.dieversarchief.nl vertaald in het Nederlands.

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een jong meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het debat.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden…  en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, zinkt neer bij een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De schrijver gaat in dit fragment van zijn verhaal in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op  9 april 1945 op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tupet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever was in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
Op de bijgevoegde foto is luitenant Edgard Tupet-Thomé te zien.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutisten, Gees Schoemaker, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen

De redactie van het Deevers Archief publiceerde in Opraekelen 02/1 bijgaand artikel over de Franse parachutist Maurice Domingo. In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij het Armenwerkhuis aan de Groningerweg bij Diever.

Maurice Domingo was één van de Franse parachutisten die in de buurt van het Armenwerkhuis landden

In maart 1999 kwam op het postkantoor van Diever een pakje aan met als adres: Madame La Postière de Diever. Postière en 1945. Hollande. Het pakje bleek bested te zijn voor de in Den Helder wonende mevrouw Geesje van der Werf-Schoemaker, dochter van Lambert Schoemaker, die in de Tweede Wereldoorlog de postkantoorhouder van Diever was. Zij zat toen in het verzet in Diever. Het pakje bevatte een document, waarin Maurice Domingo herinneringen ophaalt aan de Tweede Wereldoorlog. Bij de geallieerde operatie ‘Amherst’ zat hij in de eenheid onder leiding van luitenant Edgard Thomé die bij Diever landde. Onderstaand artikel is een samenvatting van het door mevrouw Karin Broekema uit het Frans vertaalde document ‘Iedere ontvluchte van Frankrijk heeft zijn verhaal’.

Maurice Domingo werd geboren op 19 mei 1921 in Narbonne in Frankrijk. Hij was een zoon van Spaanse ouders, maar had de Franse nationaliteit. Hij vervulde zijn dienstplicht in het Franse leger. Maurice was pas vijftien jaar oud, als hij in 1936 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog meehielp met het vervoer van voedsel en wapens naar de strijders tegen de fascist Franco. Een keer werd een vrachtwagen aangevallen door aanhangers van Franco. Hij en de chauffeur werden gedwongen om de geladen vrachtwagen achter te laten. In 1942 sloot hij zich in Narbonnen aan bij de eerste vormen van verzet. Hij bracht dienstweigeraars van Narbonne via Perpignan naar de Spaaanse grens, vanwaar ze verder trokken naar Engeland om te gaan vechten tegen de Duitsers. Op één van die tochten werd hij in 1943 gearesteerd. Maurice zat vier en een halve maanden gevangen in Barcelona in Spanje. Ook werd hij door de Gestapo in Narbonne gearresteerd en in een treinwagon op transport gezet naar Duitsland, maar hij wist onderweg te ontsnappen.

De Engelse consul vroeg hem naar Engeland te komen om vandaar naar Afrika te vertrekken. Maurice vertrok via Spanje naar Engeland en nam dienst in het derde regiment van de Special Air Service (SAS). In Engeland maakte hij zijn eerste oefensprong als parachutist uit een heteluchtballon. Op 1 januari 1944 liet Maurice Domingo in Londen op verzoek van een legeraalmoezenier zijn eerste testament opmaken. Het luidde: “Ik schenk mijn leven aan Frankrijk.”

In 1944 werd Maurice voor het eerst gedropt. Dat gebeurde boven het Franse Bretagne Frankrijk. Hij kwam alleen neer in het dorpje Andivisiau. Hij voegde zich daar bij de verzetstrijders. Hij gaf deze raad en leerde hen hoe met Engelse wapens om te gaan. Maurice heeft daar ook een brug en een spoorweg opgeblazen. Toen de geallieerden in Bretagne arriveerden voegde hij zich weer bij het derde regiment van de SAS.

De volgende opdracht waaraan Maurice deelnam, was een dropping, zijn tweede, boven de Franse Jura. De parachutisten moesten eerst verzetstrijders in het fort Homon bevrijden. Vervolgens moesten zij het leger van generaal de Lattre helpen. Dit leger was in de Provence aan land gekomen. De officieren van generaal de Lattre hadden behoefte aan informatie over de plaats waar de zware pantservoertuigen van de vijand zich bevonden. De parachutisten staken enkele nachten achter elkaar de linies over om uit te zoeken waar deze wapens waren. Dat gebeurde tussen bombardementen door die om de drie minuten een paar minuten stopten. In Clerval in de Jura hebben de parachutisten een lange nacht zwaar gevochten met de Duitsers. Maurice Domingo was gedurende dat hele verschrikkelijke en bloedige gevecht aanwezig. Er vielen doden en gewonden en alles stond in brand, maar de parachutisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. Zij hadden de route vrijgemaakt voor het leger van generaal de Lattre, dat in de ochtend arriveerde.

In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij Diever. Volgens Maurice hebben ze in Diever en omgeving vier opdrachten uitgevoerd, namelijk de burgemeester van Diever kidnappen, de belangrijkste route blokkeren, een vliegveld aanvallen en een uitkijktoren bezetten en in het kanaal schuiten aanvallen, die het front van explosieven voorzagen.
Het eerste wat de luchtcommando’s in Diever deden was de burgemeester gevangen nemen. Maurice schrijft hierover: “De burgemeester van Diever werd door mij gevangen genomen. Hij was net een kop koffie aan het drinken. Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen. Deze lepel heb ik nog steeds in mijn bezit. Wij hebben de burgemeester aan de autoriteiten overgebracht.”
Maurice Domingo moest schuiten van de Duitsers in de Drentsche Hoofdvaart saboteren. Dat gebeurde bij slecht weer. Maurice schrijft: “We hebben de hele nacht in de regen gewacht op die rotschuiten!” Die schuiten zaten vol met explosieven. Door een explosie op een van de schuiten raakte Maurice gewond. Hij werd naar de eerste divisie van het Canadese leger gebracht. Hij verbleef daarna enige tijd in Schotland om te herstellen.

Terugdenkend aan zijn dropping in Drenthe schrijft Maurice: “Het slagen van onze opdracht in Drenthe is te danken aan de postbeambte van Diever, die ons naar verschillende locaties in Diever heeft gebracht.” (Redactie: Met de postbeambte wordt Geesje Schoemaker bedoeld.).

Maurice Domingo werd op 2 januari 1951 door koningin Juliana onderscheiden met het ‘Oorlogs-Herinneringskruis’ met de gesp ‘Krijg te land 1940-1945’.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Franse Union Nationale de Parachutistes besteedde op 6 juni 2006 in haar blad aandacht aan Maurice Domingo:
Parachuté dans la nuit du 7/4/45 dans la région de Diever (Frisseland) a participé à toutes les attaques de la section et a notamment contribué par son sang froid à l’immobilisation puis à l’attaque et à la destruction d’un remorqueur chargé d’explosifs. Pour cette action la croix de guerre commémorative avec boucle “Krijg te land 1940-1945” lui sera décernée par la Reine Juliana le 2 janvier 1951. Maurice Domingo rejoindra la France le 23 avril 1945 et sera démobilisé le 10 septembre de la même année. Il est nommé sergent chef de réserve le 1° janvier 1946.

Posted in Armenwerkhuis, Café Balsma, Franse parachutisten, Gees Schoemaker, N.S.B.'ers, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Operatie Amherst : De parachutisten van stick 49

De redactie van het Deevers Archief publiceerde op 21 december 2012 een bericht over de samenstelling van stick 49 van de Franse parachutisten. De redactie heeft dat bericht laten vervallen en vervangen door het navolgende aangepaste bericht.

Stick 49 van het derde regiment van het derde bataljon van de Special Air Service (SAS) die in de nacht van 7 op 8 april 1945 bij vergissing in de buurt van het gesticht Armenwerkhuis in de bos bij Diever landde, bestond uit de volgende vijftien Franse luchtcommando’s:

Sergeant-luitenant Gilles Gaston Anspach, geboren op 5 maart 1920 in Nice.
René Giguelay, geboren op 14 augustus 1924 in Oran, Algerije.
André Pantalacci, geboren op 19 augustus 1919 in Clermont Ferrand.
Jacques Bertrand, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Lucien Klein, geboren op 13 december 1917 te Vry.
André Pralon, geboren op 25 april 1914 in Saint-Etienne.
André Coppi, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Sergeant André le Nabour, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Gustave Arthur Puidupin, geboren op 19 februari 1915 te Marseille.
Sergeant Maurice Domingo, geboren op 19 mei 1921 te Narbonne.
René Mendiondo, geboren op 14 augustus 1922 in Etsaut.
Luitenant Edgar Thupet Thomé, geboren op 19 april 1920 in Bourg-la-Reine (commandant van de stick).
Philippe Dubosc, geboren op 30 juli 1925 in Saint-Evroult Notre Dame du Bois.
Jean Morandi, geboren op … in … (nog te onderzoeken).
Jean Uranga, geboren op … in … (nog te onderzoeken).

Posted in Franse parachutisten, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

SAS Semi Brigade (French) raid at Diever

In de webstee backtonormandy.org is een bericht over de acties van de Franse parachutisten op 8 en 9 april in en bij Diever te vinden. Voor de volledigheid en voor het geven van commentaar op dit bericht is hier de Engelse tekst en de Nederlandse vertaling van deze tekst opgenomen. Mochten in deze vertaling fouten zitten, dan verneemt de redactie van het Deevers Archief dit graag.

In the night of the 7th of April to the 8th of April a group of French paratroopers (SAS, Special Air Services) lands in the Drenth village Diepen, with the order to sabotage the Germans and give help to the men of resistance. As well thanks to the arrest of two fierce NSB’ers, the following day, a liberation atmosphere is there in the village, which has the result that in the morning of the 10th of April a few NSBers are getting whipped. Of course the Germans didn’t let them get away with this and a few soldiers arrived early in the afternoon from Steenwijk into the village. Split in two, one half of the group of soldiers takes 11 citizens hostage and try to locate the other soldiers. That evening 11 hostages are executed by a firing squad in front of a wall. One of them, Koop Westerhof, survives the shootings by playing dead. Three other citizens are chased by the Germans, only one survives, by breaking away.

In de nacht van 7 op 8 april landt een groep Franse parachutisten (SAS, Special Air Services) in het Drentse dorp Diever, met de opdracht de Duitsers te saboteren en hulp te bieden aan de mannen van het verzet. Ook dankzij de arrestatie van twee felle N.S.B.’ers, heerst de volgende dag een sfeer van bevrijding in het dorp, wat tot gevolg heeft dat in de ochtend van 10 april enige N.S.B.’ers in elkaar worden geslagen. Natuurlijk lieten de Duitsers dit niet over hen kant gaan en enkele soldaten uit Steenwijk kwamen vroeg in de middag aan in het dorp. Opgesplitst in twee groepen, nam de ene helft van de soldaten 11 burgers in gijzeling en probeerde de andere helft de parachutisten te lokaliseren. Die avond worden de 11 gegijzelden geëxecuteerd door een vuurpeloton voor een muur. Eén van hen, Koop Westerhof, overleeft de schietpartij door zich dood te houden. Drie andere burgers worden door de Duitsers achtervolgd, slechts één overleeft door los te breken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is van mening dat het Engelse bericht veel feitelijke onjuistheden bevat en zal in een volgende versie van dit bericht daar op terugkomen. Om te beginnen alvast de volgende opmerkingen.
Met in de nacht van 7 op 8 april is bedoeld in de nacht van 7 op 8 april 1945.
De Franse parachutisten landden niet in het dorp Deever, maar in de buurt van het gesticht Armenwerkhuis an de Grönnegerweg bee’j Deever.
De 11 gegijzelde mannen werden niet door een vuurpeloton voor een muur geëxecuteerd, maar werden vermoord door de S.S.’er Fritz Habener.

Posted in Franse parachutisten, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Maurice Domingo herinnert zich Geesje Schoemaker

Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.
De redactie van het Dievers Archief publiceerde in 2002 in nummer 1 van Opraekelen -het blad van de heemkundige vereniging uut Deever- het navolgende artikel ‘Maurice Domingo was één van de parachutisten’ voor de Deeversen met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever.
De geharde Franse parachutist is zich wel bewust geweest van de bijdrage van Geesje Schoemaker (dochter van postkantoorhouder Lambert Schoemaker) aan de acties van de Franse parachutisten in Diever.

Maurice Domingo was één van de parachutisten
In maart 1999 kwam op het postkantoor van Diever een pakje aan met als adres: Madame La Postière de Diever. Postière en 1945. Hollande. Het pakje bleek bestemd te zijn voor de in Den Helder wonende mevrouw Geesje van der Werf-Schoemaker, dochter van Lambert Schoemaker, die in de Tweede Wereldoorlog de postkantoorhouder van Diever was. Zij zat toen in het verzet in Diever. Het pakje bevatte een document, waarin Maurice Domingo herinneringen ophaalt aan de Tweede Wereldoorlog. Bij de geallieerde operatie ‘Amherst’ zat hij in de eenheid onder leiding van luitenant Edgard Thomé die bij Diever landde. Onderstaand artikel is een samenvatting van het door mevrouw Karin Broekema uit het Frans vertaalde document ‘Iedere ontvluchte van Frankrijk heeft zijn verhaal’.

Maurice Domingo werd geboren op 19 mei 1921 in Narbonne in Frankrijk. Hij was een zoon van Spaanse ouders, maar had de Franse nationaliteit. Hij vervulde zijn dienstplicht in het Franse leger. Maurice was pas vijftien jaar oud, als hij in 1936 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog meehielp met het vervoer van voedsel en wapens naar de strijders tegen de fascist Franco. Een keer werd een vrachtwagen aangevallen door aanhangers van Franco. Hij en de chauffeur werden gedwongen om de geladen vrachtwagen achter te laten. In 1942 sloot hij zich in Narbonnen aan bij de eerste vormen van verzet. Hij bracht dienstweigeraars van Narbonne via Perpignan naar de Spaaanse grens, vanwaar ze verder trokken naar Engeland om tegaan vechten tegen de Duitsers. Op één van die tochten werd hij in 1943 gearresteerd. Maurice zat vier en een halve maanden gevangen in Barcelona in Spanje. Ook werd hij door de Gestapo in Narbonne gearresteerd en in een treinwagon op transport gezet naar Duitsland, maar hij wist onderweg te ontsnappen.

De Engelse consul vroeg hem naar Engeland te komen om vandaar naar Afrika te vertrekken. Maurice vertrok via Spanje naar Engeland en nam dienst in het derde regiment van de Special Air Service (SAS). In Engeland maakte hij zijn eerste oefensprong als parachutist uit een heteluchtballon. Op 1 januari 1944 liet Maurice Domingo in Londen op verzoek van een legeraalmoezenier zijn eerste testament opmaken. Het luidde: “Ik schenk mijn leven aan Frankrijk.”

In 1944 werd Maurice voor het eerst gedropt. Dat gebeurde boven het Franse Bretagne Frankrijk. Hij kwam alleen neer in het dorpje Andivisiau. Hij voegde zich daar bij de verzetstrijders. Hij gaf deze raad en leerde hen hoe met Engelse wapens om te gaan. Maurice heeft daar ook een brug en een spoorweg opgeblazen. Toen de geallieerden in Bretagne arriveerden voegde hij zich weer bij het derde regiment van de SAS.
De volgende opdracht waaraan Maurice deelnam, was een dropping, zijn tweede, boven de Franse Jura. De parachutisten moesten eerst verzetstrijders in het fort Homon bevrijden. Vervolgens moesten zij het leger van generaal de Lattre helpen. Dit leger was in de Provence aan land gekomen. De officieren van generaal de Lattre hadden behoefte aan informatie over de plaats waar de zware pantservoertuigen van de vijand zich bevonden. De parachutisten staken enkele nachten achter elkaar de linies over om uit te zoeken waar deze wapens waren. Dat gebeurde tussen bombardementen door die om de drie minuten een paar minuten stopten. In Clerval in de Jura hebben de parachutisten een lange nacht zwaar gevochten met de Duitsers. Maurice Domingo was gedurende dat hele verschrikkelijke en bloedige gevecht aanwezig. Er vielen doden en gewonden en alles stond in brand, maar de parachutisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. Zij hadden de route vrijgemaakt voor het leger van generaal de Lattre, dat in de ochtend arriveerde.

In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij Diever. Volgens Maurice hebben ze in Diever en omgeving vier opdrachten uitgevoerd, namelijk de burgemeester van Diever kidnappen, de belangrijkste route blokkeren, een vliegveld aanvallen en een uitkijktoren bezetten en in het kanaal schuiten aanvallen, die het front van explosieven voorzagen.
Het eerste wat de luchtcommando’s in Diever deden was de burgemeester gevangen nemen. Maurice schrijft hierover: “De burgemeester van Diever werd door mij gevangen genomen. Hij was net een kop koffie aan het drinken. Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen. Deze lepel heb ik nog steeds in mijn bezit. Wij hebben de burgemeester aan de autoriteiten overgebracht.”
Maurice Domingo moest schuiten van de Duitsers in de Drentsche Hoofdvaart saboteren. Dat gebeurde bij slecht weer. Maurice schrijft: “We hebben de hele nacht in de regen gewacht op die rotschuiten!” Die schuiten zaten vol met explosieven. Door een explosie op een van de schuiten raakte Maurice gewond. Hij werd naar de eerste divisie van het Canadese leger gebracht. Hij verbleef daarna enige tijd in Schotland om te herstellen.

Terugdenkend aan zijn dropping in Drenthe schrijft Maurice: “Het slagen van onze opdracht in Drenthe is te danken aan de postbeambte van Diever, die ons naar verschillende locaties in Diever heeft gebracht.”

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De N.S.B.-burgemeester van Diever was Pier Obe Posthumus.

Met de postbeambte wordt Geesje Schoemaker bedoeld.
Mau
rice Domingo werd op 2 januari 1951 door koningin Juliana onderscheiden met het ‘Oorlogs-Herinneringskruis’ met de gesp ‘Krijg te land 1940-1945’.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutisten, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus

In het Nieuwsblad van het Noorden van 1 juli 1949 verscheen het volgende bericht over de rechtzaak tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus van Diever.

Bijzonder Gerechtshof Assen
N.S.B.-burgemeester P.O. Posthumus
In April 1944 nam de 61-jarige spinnerijmeester en reiziger Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Van 1942-1943 was hij waarnemend burgemeester van Hoogezand en wethouder en loco-burgemeester van Haren.
Posthumus heeft zich als burgemeester bezig gehouden met de opsporing, de arrestatie en het verhoor van verschillende personen, in samenwerking met de bende landwachters, waaruit later de beruchte ‘Norger bloedploeg’ is ontstaan. Toen hij de plaatselijke politie niet meer vertrouwde, kwam op zijn verzoek een detachement van zeven landwachters ter versterking. Hij kon het goed met hen vinden (verdachte: ‘Later niet !’) en gaf hun na afloop van dienstverrichtingen een tevredenheidsbetuiging mee….
Ook de tekenkunst beoefende hij. Een N.S.B.-meisje tekende op de muur van het Schultehuis in Diever een doodshoofd, welke tekening hij verbeterde. Daaronder kwam nu en dan een streepje te staan. President: ‘Wat was daar de betekenis van ?’. Verdachte: ‘Hoofdzakelijk een bedreiging door de landwacht. Wanneer iemand naar de S.D. was opgezonden of de doodstraf had gekregen, werd een streepje onder de tekening gezet’. Bij de bevrijding vertoonde de muur 18 streepjes.
Onder meer werden tijdens een tocht met Sanner, Balsma, de Krijger en Burgman de heren Bruulsma te Beilen, dominee Geertsema en dokter J.L. Dinkla te Dwingelo gearresteerd. Van hen is dominee Geertsema overleden.
Voorts vorderde hij fietsen en wasblikken voor de O.T.-werkers, plakte aan het distributiebureau een lijst met namen aan van hen, aan wie geen bonkaarten verstrekt mochten worden, omdat zij weigerden voor de O.T. te werken, liet haver en hooi vorderen en nam de etenshalers in de hongerwinter het voedsel af om zelf daarvan te profiteren.
De gemeentesecretaris van Diever, de heer J. Boesjes, verklaarde geen hoge indruk van de burgemeesterscapaciteiten van de verdachte te hebben gekregen. Hij toonde veel belangstelling voor de O.T. en legde grote bereidwilligheid aan de dag voor alles wat de Duitsers hem vroegen.
De zaak werd aangehouden tot 20 Januarie aanstaande.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumes werd tien jaar straf geëist.
Zie het bericht elders in het Deevers Archief.
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse organisatie.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

De N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus werd op 9 april 1945 op klaarlichte tijdens het middageten in de serre van café Brinkzicht, het café van de N.S.B.’ er Klaas Marcus Balsma, opgepakt door enige parachutisten (wijlen Jantje Andreae-Oost: ’t waar’n van die kleine mannegies die laangs oens huus sleup’m) van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambertus Schoemaker van Diever, optrad als gids. Bij deze bliksemactie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
De afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van café Brinkzicht is in 1949 uitgegeven, dus ten tijde van het proces bij het bijzondere gerechtshof te Assen. De rechterkant van het café, waar de serre zich bevindt, is jammer genoeg niet op de afbeelding te zien, echter is wel te zien op andere afbeeldingen in het Deevers Archief.
De vraag is wat er in de eerste jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog is gedaan met café Brinkzicht, wanneer is het van eigenaar veranderd ?
De redactie van het Deevers Archief weet tot op de dag van vandaag niet wat de betekenis is van de houten palen die op de afbeelding aan de rechterkant zijn te zien. Wie weet dit wel ?
Naast het café staat de dan al behoorlijk dikke kastanjeboom, die helaas in de negentiger jaren van de vorige eeuw werd verwijderd.

Abracadabra-468
Abracadabra-469

 

 

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Franse parachutisten, Klaas Marcus Balsma, N.S.B.'ers, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment