Category Archives: Geeuwenbrug

Plattegrond van het oude kamp ‘de Eikenhorst’

Het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe werd na de Tweede Wereldoorlog gevestigd in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.), dat de Duitse bezetter ten tijde van de Tweede Wereldoorlog bouwde en gebruikte.
De grote vraag bij deze plattegrond van de beginsituatie van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ is natuurlijk of de bebouwing dezelfde als die van het N.A.D.-werkkamp ?
Het mag duidelijk zijn dat in het N.A.D.-werkkamp geen ‘kinderboerderij’, ‘marmottendorp’, ‘basketbalveld’ en ‘openluchttheater’ waren.
Maar was de ‘appelplaats’ dezelfde als de ‘appelplaats’ van de N.A.D.’ers ?
En was het ‘voetbalveld’ in de oorlog de ‘marcheerplaats’ ?
En waren de barakken dezelfde barakken als die van het N.A.D.-werkkamp ?
Merkwaardig op deze plattegrond is ook de aanduiding ‘woonruimte commandant’. Werd het hoofd van het jongenskamp commandant genoemd ?
Wie kan de redactie van het Deevers Archief meer duidelijkheid over deze plattegrond verschaffen ? Met name oud-bewoners van het jongenskamp worden uitgenodigd op dit bericht te reageren.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Dalletje – Ingang van het kamp de Eikenhorst

Het voormalige jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) werd in januari 1949 gevestigd in het voormalige werkkamp van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) an de Gowe. Het kamp was in het begin vanaf de rijksweg te bereiken langs de Pastoorszandweg naast café Jonkers (het café van Zwatte Hendekie).
Een mooie indruk van de ligging van het kamp is te verkrijgen met behulp van een satelietfoto van het kamp, die via het internet is te vinden in de webstee nederland-in-beeld.nl.
Het jongenskamp was een zogenaamd V.B.S.-kamp (Vorming Buiten Schoolverband). Dit kamp werd later een B.J.-kamp (Bijzonder Jeugdwerk), het was een kamp voor de sociale jeugdzorg, daarna werd het een B.J.-internaat. Alle B.J.-internaten zijn inmiddels opgegaan in provinciale verbanden.
In de webstee members.quicknet.nl (Drentse internaten) is te lezen dat voormalige bewoners van het jongenskamp de Eikenhorst contact met elkaar proberen te zoeken.
Op ansichtkaarten zijn foto’s van het jongenskamp te zien, waaronder ook de navolgende van de ingang van het kamp. De echte verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever heeft deze zwart-wit ansichtkaart ongetwijfeld in zijn verzameling.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 31 oktober 2012 ontving de redactie van Diever Archief de volgende reactie op dit bericht:
Helaas heb ik slechte ervaringen opgedaan in het jaar 1953.
Ik heb er 11 maanden gezeten, vanwege uithuisplaatsing door jeugdzorg, de reden was incest, maar het misbruik ging gewoon door in het kamp.

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Een tekening van de Brogge an de Gowe uut 1985

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in de map 1986 bijgaande afbeelding, die de redactie de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief niet wil onthouden.

Op de afbeelding is te zien het kalenderblad voor de maand maart van het jaar 1986 van een kalender die de RABO-bank uut Dwingel speciaal ter gelegenheidheid van zijn 75-jarig bestaan (1911-1986), zomaar grateloos cadeau gaf aan zijn vaste klanten.
Bij elke maand stond een tekening. De maart-tekening is een prachtige fantasierijke tekening van de brogge over de voart an de Gowe van de kunstenaar André Winkel. De tekening heeft als voor de hand liggende titel ‘Gezicht op Geeuwenbrug’.
De kunstenaar André Winkel beheerst de kunst van het weglaten van wel aanwezige bebouwing, waardoor de blik vooral naar de brogge wordt getrokken. En ook een beetje naar rechts, naar het café van Zwatte Hendekie. Of was in het pand in 1985 geen café meer gevestigd ?
Heeft de tekenaar André Winkel zijn tekening ter plekke gemaakt of heeft hij zich in zijn atelier laten inspireren door één of andere (door hem zelf gemaakte ?) foto ?
De redactie weet niet of de greinse tuss’n de gemiente Deever en de gemiente Dwingel links van de brug, rechts van de brug of precies midden over de brug loopt. Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.
De redactie vraagt zich af of de RABO-bank uut Dwingel ter gelegenheid van zijn 100-jarig bestaan (1911-2011) weer een kalender met mooie tekeningen heeft uitgegeven, met bijvoorbeeld een tekening van de brogge van Deever of een tekening van ’t Olde Voartie an de Oldendeeversebrogge of een tekening van de Stroombrogge in Wittelte. Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.
Of misschien komt de heemkundige vereniging uut Deever in 2018 ter gelegenheid van zijn 24-jarige bestaan wel met een door deze vereniging zo genoemde ‘historische kalender’ met afbeeldingen van oude tekeningen en schilderijen uut de gemiente Deever, waarop de drie laatst genoemde objecten staan.

Posted in Drentsche Hoofdvaart, Geeuwenbrug, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

De halte van de stoomtram van de N.T.M. an de Gowe

Jan Krol kreeg op 15 maart 1905 vergunning van burgemeester en wethouders van de gemiente Deever voor het verbouwen van zijn woning an de Gowe (de Geeuwenbrug), met daarin een boerderij en een vergunning (café). Bij de aanvraag voor de verbouwing had Jan Krol ook een tekening gevoegd. De voorgevel van het te verbouwen pand is hier als afbeelding opgenomen.

Dat de voorgevel wel volgens tekening moet zijn verbouwd, dat is deels te zien op de tweede afbeelding. De foto voor deze afbeelding is in 1928 gemaakt door Jacob Zandstra, stationschef van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij in Assen. Jacob Zandstra (overleden in Sneek op 21 april 1939 op 49-jarige leeftijd) maakte in 1928 een reisje met de stoomtram van Hijkersmilde naar Meppel en weer terug. Tijdens zijn uitstapje heeft hij onderweg een aantal foto’s gemaakt, waaronder foto’s van de tramhaltes van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) langs de Drentsche Hoofdvaart.
An de Gowe heeft hij merkwaardig genoeg geen foto van de stoomtram en de brogge gemaakt, maar wel een foto van de boerderij met café an de brogge.
Op de voorgevel staat: tramhalte Geeuwenbrug.
Op de foto is ook een zwaar beladen doorbuigende kar van een melkrijder of een vrachtrijder van de botterfebriek uut Eemster (?) te zien; aardig wat melkbussen, een pongel met meel, een kistje, een vaatje boter (?).
Werden deze goederen vanaf de kar overgeladen in een goederenwagon van de tram ? Zo te zien wel, want de beide mannen vóór de kar dragen immers een soort van officiële pet. De man aan de linkerkant houdt wat paperassen in zijn linkerhand vast.
De redactie weet niet wie deze mannen zijn. Is de man áchter de kar de melkrijder of de vrachtrijder ?

De derde afbeelding dateert uit juli 1972, uit de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart. Op de afgebeelde ansichtkaart is het café van Willem Jonkers (Zwatte Henderkie), adres Geeuwenbrug 10, te zien. Op de voorgevel is de naam Geeuwenbrug nog steeds te lezen. Let ook op de hoge televisieantenne op het dak van het café. De ontvangst van de televisiesignalen moet geweldig zijn geweest met de zo dichtbije hoge televisietoren op de Smilde. Had men an de Gowe eigenlijk wel een antenne nodig ?

Abracadabra-470

Abracadabra-472

Abracadabra-471

Posted in Ansichtkaarten, Café Jonkers, Geeuwenbrug, Stoomtram, Vervoer | Leave a comment

Peter van Tiel zat ook in ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

De redactie van het Deevers Archief ontving op 10 september 2017 bijgaande reactie van Peter van Tiel, die in de jaren 1962/1964 verbleef in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Hij wil graag in contact treden met oude bekenden uit die tijd.. Als een bezoeker van het Deevers Archief zich Peter van Tiel herinnert, dan wordt deze persoon uitgenodigd te reageren op dit bericht.

Ik ben Peter van Tiel.
Graag zou ik nog in contact willen komen met de jongens van het internaat aan de Geeuwenbrug.
Zelf zat ik in het kamp ‘de Eikenhorst’ in de jaren 1962/1964.
Ik woonde toen in Middelburg.
Ik zou het geweldig vinden als ik wat oude bekenden van toen zou kunnen spreken.
Ook om oude herinneringen op te kunnen halen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Frits van den Boogaard zat in barak Transvaal

De redactie van het Deevers Archief ontving op 29 augustus 2017 bijgaande wel erg korte reactie van Frits van den Boogaard, die ook verbleef in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Hij reageert op het bericht Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ?.  Hij wil graag in contact treden met oude bekenden uit die tijd.. Als een bezoeker van het Deevers Archief zich Frits van den Boogaard herinnert, dan wordt deze persoon uitgenodigd te reageren op dit bericht.

Mijn naam is Frits van den Bogaard.
Ik woon in Helmond in Noord-Brabant.
Ik heb zelf ook ook in groep Transfaal gezeten.
In die tijd was mijn leidster Lenie de Win uit Noord-Brabant en mijn leider was de heer Hofman.
Veel groetjes.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik heb ook nog een paar medailles van klei

De redactie van het Deevers Archief ontving op 23 november 2014 van Kor de navolgende reactie over zijn verblijf in het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie heeft de tekst een beetje geredigeerd. Wellicht kan Kor zijn verhaal nog verder aanvullen, geen enkel probleem om dat te publiceren.

Ik ben Kor en ik vind al die reacties heel herkenbaar.
Alleen ik heb in plusminus 1969 in het kamp vertoefd. Het kamp werd toen een internaat genoemd.
Ik heb daar de landing op de maan gezien en ik heb daar ook aan ‘olympisch spelen’ meegedaan.
Ik heb de namen van alle jongens met wie ik daar gezeten heb, waarschijnlijk geblokt, want ik kan mij maar één
jongen herinneren, dat was Henk, zijn achternaam was Kypershoek, alleen ik weet niet zeker of dat zijn achternaam was.
Ik herken de barakken op de foto’s goed. Ik heb in de barak met de naam Perú gezeten.
Ik ben ook een keer weggelopen.
Nieuwe jongens noemden we ‘peesies’.
Ik heb ook nog een paar medailles van klei, overgehouden van die olympische spelen.
Ik heb daar gezeten toen ik 12 jaar was. Ik ben nu 57 jaar.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 6 december 2014 schreef Henk Kurpershoek in eigen persoon de volgende wel erg korte reactie:
Ik heb bij jou in de groep gezeten, Peru.
Dus beste Kor, de achternaam van Henk is niet Kypershoek, maar Kurpershoek.
Maar wat is de achternaam van Kor ?

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

N.A.D.-mannen rooien aardappelen op de Noordesch

Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Gowe, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst gestuurd.
De arbeidsmannen van het N.A.D.-kamp an de Gowe werkten bij de ontginning van woeste gronden, maar deden ook boerenwerk.
Op deze foto, die in het najaar van 1942 is gemaakt, is te zien hoe een groepje N.A.D.-arbeidsmannen bezig is met het rooien van aardappelen op de Noordesch van Deever.
De redactie zou graag willen weten welke boer eigenaar was van deze aardappelakker.
Of dit groepje N.A.D.-arbeidsmannen bewaakt werd door een landwachter uut de gemiente Deever valt helaas niet uit de foto af te leiden.
Wel is bekend dat een zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse elke dag in sien grüne pakkie mit ’t jachtgeweer op de nekke hen ’t kaamp an de Gowe gung.

Reactie van Wiert van der Veen van 19 juni 2017
Mijn moeder Jantje Haanstra is geboren in 1923, of op Leggele of op Bottervene, Zij was een dochter van Harm Haanstra en Hendrikje Hogenkamp.
Ze heeft mij wel verteld dat ze in een bepaalde periode in de de Tweede Wereldoorlog aardappelen moest schillen voor de bezetters in een kamp. Het komt mij nu voor dat dit het N.A.D. kamp geweest moet zijn geweest.
Frappant is wel dat ik enige jaren geleden werkzaam ben geweest in de beveiliging van dat kamp, toen was het een asielzoekerscentrum.
Als iemand kan bevestigen of vrouwen daar inderdaad in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet voor het schillen van aardappelen, dan is weer een stukje in onze familiegeschiedenis gereed !

Posted in Diever, Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Noordesch, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Jongenskamp ‘de Eikenhorst’ had eigen kampgeld

De redactie van het Deevers Archief ontving op 7 januari 2015 van Alexander Moes de volgende reactie over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

In een artikel uit de Tielse courant van 18 januari 1950 wordt een beschrijving gegeven van de organisatie van Kamp Eikenhorst.
In het artikel staat te lezen dat de jongens 50 cent zakgeld per week kregen, dat gebruikt kon worden voor aankopen in de kantine.
Maar ze konden er ook een duif of een konijn voor kopen als er genoeg gespaard was.
Het zakgeld was niet het normale Nederlandse geld, maar zogeheten kampgeld (biljetten of fiches), een eigen uitgifte, deze waren genummerd en er stond een stempel op.
De vraag is of lezers nog voorbeelden, afbeeldingen, hebben van dit kampgeld en indien mogelijk met ons zou willen delen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Over de organisatie van jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van het Deevers Archief ontving op 7 september 2014 van de 75-jarige heer Pieter Verdonk bijgaand verhaal over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie van het Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp.

Van 1961 tot 1963 ben ik groepsleider geweest in het VBS-kamp, later BJ-kamp ‘de Eikenhorst’ te Geeuwenbrug. De Vorming Buiten Schoolverband, later Buitengewoon Jeugdzorgwerk in Internaatsverband kampen en internaten gingen uit van het toenmalige ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De grote baas in Den Haag was mr. A.J.M. Schats.

De jongens (van 10 tot 14 jaar) konden opgenomen worden als er bijvoorbeeld moeilijkheden thuis of op school waren. Voorwaarde was dan wel dat tijdens het verblijf van de jongen in het kamp aan de thuissituatie het nodige gedaan zou worden. De plaatsing van de jongens verliep via contactambtenaren, die verzoeken tot opnamen van bijvoorbeeld scholen, huisartsen of  de ouders zelf behandelden. Al naar gelang het inkomen van de ouders was er een ‘ouderbijdrage’.

Op ‘de Eikenhorst’ verbleven de jongens een jaar. Om in contact te blijven met de  gezinssituatie was er voor de jongens een paar maal ‘verlof”, bijvoorbeeld met Kerstmis.

Het kamp in Geeuwenbrug bood ruimte aan 64 jongens, die verdeeld waren over vier groepen van 16 jongens. In ‘mijn tijd’ is de bezetting altijd 100% geweest.

Wat het personeel betreft, de directie werd gevoerd door ‘de commandant’, die bijgestaan werd door ‘de adjudant’. Dan waren er minstens vier groepsleiders, twee (bevoegde) onderwijzers, een sportleider en een leider voor de creatieve vakken, zoals tekenen, knutselen en dergelijke. Er waren naar ik meen twee jonge vrouwen die voor de huishoudelijke dienst zorgden en tegelijkertijd ‘groepsdame’ waren. Ze draaiden naast hun hoofdtaak mee in de groepen om het ‘vrouwelijk element’ bij de benadering van de jongens te realiseren. De onderwijzers waren veelal militaire dienstweigeraars, die hun vervangende dienstplicht in het kamp doorbrachten.

De commandant en de adjudant hadden eigen woningen op het terrein, de overige stafleden hadden een (slaap)kamertje in de groepsbarakken. Voor de administratie was er een aparte kracht. Verder waren er een kok, een magazijnmeester en een kampmonteur, die buiten het terrein woonden.

Op ‘de Eikenhorst’ werd het ‘goudzoekersspel’ gespeeld. In de loop van hun jaar konden de jongens rangen van ‘kompel’ tot en met ‘goudzoeker’ doorlopen. Het ‘goudzoekersspel’ was bedoeld om de jongens het goud van de vriendschap bij te brengen en op die manier aan hun problematiek te werken. De vier groepsbarakken hadden de namen Peru, Klondike, Transvaal en Alaska, streken waar ‘echt’ goud werd gevonden.

Voor de dagelijkse activiteiten buiten de groep waren de jongens ingedeeld in vier aparte groepen. De jongens met de meeste mogelijkheden, bijvoorbeeld in schoolkennis, werden ingedeeld bij groep C, iets minder ontwikkelden kwamen in groep L, daarna volgde A en tenslotte N. Samen: Clan!

Overdag, op ongeveer dezelfde tijden als ‘thuis’, namen de jongens deel aan onderwijs, sport, creativiteit en corvee. De groepsbarak was het eigen home van de jongens. Er was een slaapzaal met 16 bedden, een toilettengroep en een ‘washalletje’. Verder was er het ‘schoenenhalletje’ en het groepsverblijf. In mijn tijd stonden in de groepsverblijven levensgrote kolenkachels. De eerste taak van een groepsleider na een verlof in de winter was de kachel aan te steken, want dan kon het venijnig koud zijn in de barakken.

Er was een aparte barak met douches en met wasmachines. De ‘gewone was’ werd niet in het kamp gedaan, maar de ‘straaljagerwas’ werd gedaan met de kamp-wasmachine. ‘Straaljagers’ waren jongens die in hun bed plasten. ‘Bommenwerpers’ heb ik in mijn tijd gelukkig niet meegemaakt.

In het dagelijks leven werd een forse discipline gehandhaafd. Ging men ‘s morgens van de groep naar de eetzaal, dan gebeurde dat netjes in een rij, die voor de barak gevormd werd. De groepsleider moest dan zeggen: ‘In de stand – staat!’,  waarop de jongens in de houding sprongen. Het volgende commando was dan ‘Kwartdraai linksom – naar de eetzaal!’.

Voor de dagactiviteiten begonnen was er nog het ‘vlagappel’, waarbij de jongens per leefgroep rond de vlaggenmast in de houding stonden en de vlag door een van hen gehesen werd.

Natuurlijk is in de loop der jaren het regime veranderd; daar kunnen anderen misschien nog eens over vertellen.

Verder: het is mogelijk, dat ik in mijn verhaal dingen ben vergeten of niet helemaal precies juist gesteld. Vergeet daarbij niet dat het meer dan een halve eeuw geleden is dat ik op ‘de Eikenhorst’ werkte en dat ik nu 75 ben!

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Hier ga ik wonen, afzender Rob

Op 29 oktober 1966 stuurde Rob Ditmeyer, waarschijnlijk vlak na zijn aankomst in de jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe, bijgaande ansichtkaart van de kinderboerderij in de kamp ‘de Eikenhorst’ naar de familie Ditmeyer, Nieuwe Kerkstraat 36II in Amsterdam-Centrum.
Achter op de ansichtkaart schreef hij niet geheel zonder gevoel voor humor of wellicht cynisch bedoeld:
Hier ga ik wonen, afzender Rob.
Wie van de voormalige bewoners kan wat vertellen over deze kinderboerderij ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Avondstemming in een N.A.D.-kamp

De redactie van het Deevers Archief ontving van mevrouw Marianne Smit bijgaand bericht en bijgaande afbeeldingen over de tewerkstelling van een broer van haar vader in de Tweede Wereldoorlog in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe.

Hierbij stuur ik u een scan van de voorkant en de achterkant van een ansichtkaart, die op 1 mei 1943 is verstuurd vanuit Dieverbrug. De broer van mijn inmiddels overleden vader, mijn oom Manuel Smit (hij is geboren in 1924), werd in het kader van de oproep voor de Arbeitseinsatz begin mei 1942 te werk gesteld in de omgeving van Diever.
De voorzijde laat de Dieversluis bij Dieverbrug zien met op de achterkant slechts de tekst: ‘Alles goed” met een vermelding van ‘nummer 214 N.A.D. ploeg 3’.
De briefkaarten hebben jarenlang ingeplakt gezeten en zijn pas vorige jaar boven tafel gekomen. De beschreven kant is daardoor van slechte kwaliteit.
Van die ploeg 3 bestaat ook een foto, waarvan ik helaas alleen een fotokopie heb kunnen scannen; deze is waarschijnlijk niet geschikt voor plaatsing op uw website.
Ik heb uw website helemaal uitgeplozen op zoek naar meer informatie.
De laatste nog levende zus van deze oom weet nog te vertellen dat hij verbleef bij de familie Overeim/Overijm (?), terwijl de meeste mannen ingekwartierd lagen in de barakken aan de Geeuwenbrug. Alle gegevens hierover zijn mij zeer welkom, teneinde een volledige biografie te kunnen samenstellen.

Hierbij stuur ik ook een scan van een ansichtkaart met twee N.A.D.-mannen op een bruggetje. Deze ansichtkaart is op 29 mei 1943. De in de navolgende tekst genoemde Frans, August en Karel zijn broers van hem. De volledige tekst op de achterkant van deze ansichtkaart luidt als volgt:
Diever, 29 mei.
Dierbare ouders, broers en zusjes.
Hierbij laat ik u weten dat wij waarschijnlijk 9 juni afzwaaien.
Hoe gaat ’t thuis met Karel en August, ik heb tot nu toe niets gehoord.
Frans moet ook maar eens schrijven, voordat hij weer weggaat. Hij is zeker nog aan de boemel, hè ?
Ik beleef hier ook fijne avonden bij de boeren en ook overdag gaat alles best.
Nu meer nieuws heb ik niet, dus eindig ik maar weer met de hartelijke groeten van uw liefhebbende zoon en broer,
Manuel.

Hem was gezegd dat hij na de N.A.D.-dienst niet naar Duitsland zou hoeven. Echter eenmaal terug in Utrecht werd mijn oom Manuel binnen twee weken op de trein naar Duitsland gezet, waar hij in Hernborn te werk werd gesteld. Hij overleed daar door ziekte en slechte leefomstandigheden in december 1944 (hij was toen 19 jaar) en werd ter plaatse begraven. De familie thuis kreeg pas drie maanden later bericht van zijn overlijden. Zijn lichaam is in 1951 overgebracht naar Nederland en ligt nu bij de oorlogsslachtoffers op de begraafplaats Sint Barbara in Utrecht. ​Zijn broer Frans heeft drie jaar in Duitsland gewerkt, en kwam in juni 1945 thuis. De broers Karel en August hebben de oorlog overleefd zonder in Duitsland te werk gesteld te zijn geweest.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een afbeelding van de voor- en achterzijde van de in het bericht genoemde ansichtkaart van de Deeversluus an de Deeverbrogge moet nog aan dit bericht worden toegevoegd.

Met de familie Overeim/Overijm zal zonder twijfel de familie Offerein of de familie Ofrein zijn bedoeld. Wie het anders weet, die mag dat natuurlijk aan de redactie melden.
Alle arbeidsmannen waren vanwege de militairistische kampdiscipline ingekwartierd in het N.A.D.-kamp, dus nooit bij mensen buiten het kamp. Wel was het zo dat de arbeidsmannen in hun ‘vrije tijd’ bij de plaatselijke bevolking over de vloer kwamen.
De ansichtkaart van twee N.A.D.-mannen op een bruggetje van berkehouten stammen over een droge sloot is overduidelijk een propagandistische ansichtkaart. De redactie vraagt zich zelfs af of de foto voor deze ansichtkaart in het N.A.D.-kamp an de Gowe is genomen of in een ander N.A.D.-kamp. De maker van de foto voor deze ansichtkaart is Frans Ferdinand van de Werf, Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hij in opdracht van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) propagandistische foto’s, waaronder deze.

Posted in Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Groeten uit Kamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

Op deze tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart uit het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw zijn enige kleine afbeeldingen te zien, te weten een afbeelding van de gemeenschappelijke ruimte in de Alaska-barak, de handenarbeidruimte zat in de barak waarin ook de douches en het drooghok waren, de kantoren met de stafverblijven en de sportles op het voetbalveld. Voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe worden verzocht vooral te reageren.

Abracadabra-453

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Eetzaal in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van het Deevers Archief wil nieuwe aanwinsten graag tonen aan de trouwe bezoekers van de webstee Deevers Archief. In dit geval in het bijzonder tonen aan voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De aanwinst betreft een ansichtkaart van de eetzaal in het kamp ‘de Eikenhorst’. De kaart is in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven.
Voormalige bewoners van het kamp worden verzocht een en ander te vertellen over het reilen en zeilen in de eetzaal van het jongenskamp.

Abracadabra-320

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Mijn bed stond midden in de slaapzaal

Johan van Doorn uit Rotterdam stuurde de redactie van het Deevers Archief op 12 mei 2015 als reactie op het bericht ‘Over de organisatie van jongenskamp ‘de Eikenhorst” bijgaand bericht over zijn eigen tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik denk dat ik in 1961 in ‘de Eikenhorst’ zat. De heer Verdonk was mijn groepsleider in groep Transvaal. Ik heb daar een hele fijne tijd gehad met de heer Verdonk.
Mijn bed stond midden in de slaapzaal. Dat was niet altijd zo gunstig in verband met het gooien van onze kisten(schoenen).
Ik heb het idee dat in mijn tijd net een wisseling van leider is geweest. Een vrouw werd opgevolgd door de heer Verdonk. De naam van de leidster weet ik niet meer.
Later ben ik de heer Verdonk op de Vlietlaan in Rotterdam tegengekomen, maar ik heb niet laten merken dat ik hem herkende. Later had ik daar spijt van.
Tegenover het kamp staat een huisje. In mijn kamptijd stond ik samen met Robbie, die ook uit Rotterdam kwam, een keer bij dat huisje te dromen. We wilden met een boot teruggaan naar Rotterdam, maar we wilden ons eerst een dag verstoppen in het huisje en dan een boot nemen naar Rotterdam. Ik ben nu op vakantie in dat huisje.
Als ik na onze vakantie terug ben in Rotterdam, zal ik terugkomen op mijn kampleven.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Sportveld met kinderboerderij in ′de Eikenhorst’

De redactie van het Deevers Archief wil nieuwe aanwinsten in haar verzameling ansichtkaarten graag tonen aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief.
In dit geval in het bijzonder tonen aan voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.
De aanwinst betreft een ansichtkaart van het sportveld en de kinderboerderij in het jongenskamp.
De zwart-wit kaart is in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven.
Voormalige bewoners van het jongenskamp worden verzocht een en ander te vertellen over het reilen en zeilen bij het sporten in het kamp en in het bijzonder wie op deze foto zijn te zien.

Abracadabra-407

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik had een klein gaatje in de houten wand gemaakt

De redactie van het Deevers Archief ontving op 2 februari 2015 van Max Bouwens de navolgende reactie over zijn verblijf in het internaat ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie heeft de tekst een beetje geredigeerd.
Max Bouwens richt zich tot Kor. Zie van Kor het artikel ‘Ik heb ook nog een paar medailles van klei’, dat op 24 November 2014 werd gepubliceerd.
Wellicht kan Max zijn verhaal nog verder aanvullen me herinneringen, geen enkel probleem om die te publiceren. Gescande foto’s zijn ook van harte welkom.

Hallo Kor,
Gezien mijn leeftijd zou het best wel zo eens kunnen zijn dat wij in diezelfde tijd daar hebben gezeten. Ik ben ook 57 jaar
Maar het enige verschil is -geloof ik- dat ik in Klondike heb gezeten.
Ik herken ook het Marmottendorp op de foto’s hier en ook onze barak.
In onze slaapzaal sliep ik langs de kant, maar dan aan de kant waar de leiding ook sliep. Ik had daar een klein gaatje in de houten wand gemaakt, zodat ik kon zien wat ze daar allemaal uitvogelden.
Hahahaha, dat kwam in me op, toen ik die barak weer zag op de foto’s.
Nu komen er steeds meer herinneringen naar boven …

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 28 januari 2015 van Ben van Erp de volgende korte reactie over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in die tijd daar ook gezeten. Ik geloof in Klondike. Ik weet nog wel dat het de derde barak was, gerekend vanaf de hoofdbarak waar ook de douches waren en waar je je wasgoed kon halen en brengen. En één keer per week -geloof ik- kon je daar ook snoep kopen van je zakgeld. Ik geloof dat het zakgeld iets van 25 cent of zo was. En in die tijd is ook het sportzaalcomplex met het toneelpodium gebouwd. Herkennen jullie dit ook ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Kamplied jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

Van de nu 75-jarige heer Pieter Verdonk ontvingen wij op 16 september 2014 de navolgende bijdrage over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Dit keer bericht hij over het kamplied van het jongenskamp .
De redactie van het Dievers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp. Wellicht lezen andere oud-kampbewoners dit bericht en kunnen zo nodig aangeven of de tekst van het kamplied aanpassingen behoeft.  

Leuk dat u mijn bijdrage over de organisatie van De Eikenhorst zo heeft gewaardeerd.  Ik heb nog iets, dat misschien leuk is: de tekst van het kamplied.  Wie het geschreven heeft weet ik niet, wel weet ik dat wij als jongens en staf het bij vele gelegenheden zongen.

Kamplied De Eikenhorst
Heft aan Eikenhorsters, zingt allen het lied
van het kamp tussen eiken en berken.
Waar vind je in Nederland een mooier stuk natuur
om een jaar aan jezelf te werken.
Wij treden des morgens als jongens en staf
bij onze vlag tezamen,
en gaan dan eenieder naar ons eigen werk met spoed
om ‘s avonds te zeggen: de dag was goed,
met leren en sporten en spitten
met zingen en spelen en handarbeid.
Wij mopperen en fluiten
in groep en daarbuiten
Om na een jaar te zeggen: ‘t was een machtige tijd!

Ik hoop dat het helemaal goed is!

Vriendelijke groet,
Pieter Verdonk

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Openluchttheatertje in het kamp ‘de Eikenhorst’

Bijgaande zwart-wit foto staat afgebeeld op een ansichtkaart die in augustus 1966 is uitgegeven. Onder aan de kaart staat als titel vermeld: Openluchttheatertje in het kamp ‘de Eikenhorst’.
Niet bekend is wie de uitgever van deze kaart is. Of gaf kamp ‘de Eikenhorst’ zelf ansichtkaarten uit ?
De vraag is wel waar dat openluchttheatertje op deze ansichtkaart is te zien, want het horizontale vlak op de voorgrond lijkt meer het oppervlak van een openluchtvijvertje te zijn.
Wie van de oud-bewoners van het jongenskamp ‘an de Gowe’ kan hier wat duidelijkheid in verschaffen ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Stichting van bungalowcentrum Ellert en Brammert

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 19 januari 1953 het volgende bericht.

Dievers bossen
De firma H. Lammertsma, houtindustrie te Bolsward, heeft een terrein aangekocht in de bossen bij Diever en zal hier een bungalowcentrum voor vacantiegangers stichten. Het terrein, ongeveer 10 ha. heuvelachtig dennenbos, ligt in de nabijheid van het openluchttheater.
Onder architectuur van de heer J. Grundstra uit Bolsward zullen hier 40 tot 50 stenen bungalows en een hoofdkamphuis worden gebouwd. Een gedeelte van het terrein is bestemd voor tenten en kampeerwagens.
Het centrum krijgt de naam “Ellert en Brammert”.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Via zoeken op het internet kon niet worden achterhaald of de firma. H. Lammertsma nog bestaat.
Het architectenbureau van J. Grundstra is een nog steeds bestaand architectenbureau in Bolsward.
Of door de jaren heen inderdaad 40 tot 50 stenen kampeerhuisjes zijn gebouwd, dat valt nog te verifiëren.
Elk stenen kampeerhuisje, in het artikel bungalow genoemd, had een eigen naam.
Op ansichtkaarten komen namen voor, zoals de Dankbèr, de Deele, de Karnmeule, de Nes, de Zödde, ’t Spinwieffien, ’t Knienegat, ’t Hemeretien, de Hilde, de Dobbe, de Eveltas, de Blekbèr en de Brummel.
Het eerste kamphuis van Ellert en Brammert, zoals is te zien op de navolgende afbeelding, had slaapgelegenheid op de eerste verdieping van het gebouw. Het eerste kamphuis kreeg als naam Olde Stee.

Posted in Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Geeuwenbrug | Leave a comment

We hadden een commandant als hoofd van het kamp

Henk Franssen stuurde op 1 augustus 2014 de volgende reactie over zijn verblijf in kamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ook ik was ooit bewoner van kamp de Eikenhorst in Diever. Precies 1 jaar gewoond daar. We hadden een commandant als hoofd van het kamp. Er stonden 4 barakken als slaap en recreatiezaal. Elke barak had een groepsleider. Ook de douchegelegenheid was ondergebracht in een barak. Eten deden we gezamenlijk in de eetzaal. Er was veel sport en spel voor zover ik weet. We waren met 65 jongens. Na mijn verblijf daar nooit meer iemand gesproken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is op zoek naar foto’s uit de begintijd van jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Oud-kampbewoners worden verzocht te reageren met verhalen en foto’s.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik heb één jaar doorgebracht in kamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van het Dievers Archief ontvangt regelmatig reacties van mensen die in hun jeugd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe hebben gezeten. De redactie wil de bezoekers van het Dievers Archief bijgaand verhaal van de heer A. Kemp uit Alkmaar niet onthouden. Het verhaal is enigszins geredigeerd.

Als 12/13 jarig jochie kwam ik daar. Als ik het terugreken, dan wat dat waarschijnlijk in 1959.
Wie de commandant was in mijn tijd ben ik echter door de jaren heen vergeten. Maar dat er in het kamp een commandant en een adjudant waren, dat denk ik wel.
Ik ben van ‘de Eikenhorst’ overgeplaatst naar een kamp in het verderop gelegen Appelscha. Dat was het kamp voor bijzondere jeugdzorg ‘Aekinge’ en daarvan herinner ik mij een commandant de heer Frens en een adjudant de heer Zweers.
Dus mag ik aannemen dat ‘de Eikenhorst’ ook een commandant en een adjudant hadden.
Het leuke is dat ik nog contact heb met één van de jongens uit het kamp Aekinge. Op 31 augustus 2013 komen we met zes oudgedienden uit Aekinge voor het eerst na 52 jaar weer bij elkaar. Dit naar aanleiding van het 50-jarig huwelijk van een van de groepsleiders. Ik heb verder weinig herinneringen aan ‘de Eikenhorst’ en ik heb geen foto’s uit mijn tijd in het kamp. Ik heb wel een paar foto’s op het internet gevonden.
Mijn tijd in het kamp, ongeveer 1 jaar, ben ik redelijk goed door gekomen. Ik herinner mij wel dat ik één keer uit het kamp ben weggelopen. De reden daarvan weet ik niet meer.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Kamp voor Sociale Jeugdzorg an de Gowe – 1955

Fritz Hendriks reageert op 29 mei 2014 en 4 november 2014 als volgt.
Ik heb hier 11 maanden gezeten in de jaren 1953-1954.
Ik was toen 11 jaar.
Ik heb er gezeten vanwege een huisuitplaatsing. Ik was uit huis gezet vanwege losse handjes en vanwege een stiefvader, die niet van me af kon blijven, die had ook losse handjes. Het zag er niet rooskleurig voor mij uit in die tijd.
Maar in het kamp was het precies hetzelfde. Ik had in het kamp helaas ook losse handjes. De leiders konden ook niet van mij afblijven, die hadden ook losse handjes.
Het was er niet prettig. Ik heb er geen goed gevoel aan over gehouden, maar dat is nu verleden tijd.
Verder gaat het goed met mij, maar ook na zoveel jaar zal ik het nooit vergeten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie stelde in 2006 ten behoeve van de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging de zo genoemde ‘historische kalender’ (hoe kan een kalender historisch zijn ?) voor het jaar 2007 samen.
Deze foto stond afgebeeld op het kalenderblad voor de maand januari 2007.
De redactie herinnert zich het samenstellen van deze kalender als een leerzame wandeling op de wegen der vrijheid.

Abracadabra-520

 

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Historische kalenders, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Dienstregeling Nederlandsche Tramweg Maatschappij

In het Nieuwsblad van Friesland verscheen op 5 juni 1925 het volgende bericht over de per 5 juni 1925 ingaande dienstregeling van de stoomtrams op de tramlijn Meppel – Hijkersmilde vice versa langs de Drentsche Hoofdvaart.
De Nederlandsche Tramweg Maatschappij exploiteerde deze tramlijn.
In de gemiente Deever stopte de stoomtram op drie plaatsen, te weten an de Wittelterbrogge, an de Deeverbrogge en an de Gowe. De halte Geeuwenbrug komt echter niet voor in de hier getoonde dienstregeling.
Een ritje met de stoomtram van de Deeverbrogge hen Möppel of van Möppel hen de Deeverbrogge duurde ongeveer anderhalf uur, voorwaar geen slechte prestatie voor een stoomtram.

Posted in An de Deeverbrogge, Geeuwenbrug, Stoomtram, Wittelterbrug | Leave a comment

Mijn dagen als nieuwe pees zal ik niet gauw vergeten

De redactie van het Deevers Archief ontving op 23 maart 2016 van de heer Rob Tijssen het volgende uitgebreide verhaal over zijn jaar in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik ben Rob Tijssen en ik ben geboren op 19 april 1950 in Nieuwer-Amstel. Mijn verhaal over het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ bestrijkt de periode 3 september 1962 tot 18 juli 1963.
Ik ben na mijn lagere schooltijd naar het jeugdinternaat ‘de Eikenhorst’ gestuurd. De redenen en de juiste motivatie daarvoor zijn mij nooit verteld en zeker niet uitgelegd.
Ik was niet een van de gemakkelijkste. Ik had een hekel aan leugens en ik had ook een groot rechtvaardigheid gevoel. Iets wat mij vaak in conflictsituaties bracht, die ik dan vaak met losse handjes oploste.
Mijn ouders hebben mij op mijn twaalfde weggebracht naar het verre Geeuwenbrug in Drenthe. Mijn vader mocht daarvoor de bedrijfswagen van zijn werkgever L.J. Kramer gebruiken, een Fiat.
Op maandag 3 september 1962 gingen wij op pad met een koffer met kleding, waar door mijn moeder speciaal besteld, een geborduurd naam- en nummerstrookje was ingenaaid (het wasnummer). Ik had nummer 38, voor zover ik mij kan herinneren. Dit gebeurde aan de hand van een lijst die mijn ouders was toegezonden. Hierop stond ook precies welke kleding ik bij mij moest hebben. Verders wat persoonlijke dingen, zoals een foto en dergelijke.
Na ongeveer 2,5 uur rijden arriveerden wij na enig zoeken en vragen bij het internaat, wat je van de rijksweg af niet zag liggen. We vroegen de weg bij café Jonkers tegenover de Geeuwenbrug. Over een zandpad langs het café kwamen we bij de ingang van het internaat en stopten voor -wat later bleek- de stafbarak.
Wij hadden in het jongenskamp veel meer reuring verwacht, maar het was uitgestorven. We zagen niemand. We hoorden na het uitstappen een typemachine, dus er was wel iemand. Na op het geluid af te zijn gegaan, maakten we kennis met de heer Schievink, de administrateur van het internaat. Hij vertelde ons dat niemand aanwezig was en dat de jongens die middag terug zouden komen van hun verlof. Eens in de zes tot acht weken kreeg je verlof. Dit was onder andere afhankelijk van hoe het uitkwam met de feestdagen, zoals Kerstmis en Pasen. De heer Schieving stuurde ons letterlijk en figuurlijk het bos in met het verzoek later die middag terug te komen.
Nadat we de omgeving hadden verkend en foto’s hadden genomen, gingen wij terug naar het internaat.
Ik was ingedeeld in de groep ‘Klondike’. Ik bracht mijn spullen naar de barak en zette die op het aan mij toegewezen bed. We sliepen met ongeveer zestien jongens op een zaal. Naast een bed stond een kast voor het opbergen van eigen spullen en kleding. Deze plek heb ik gedurende mijn periode daar gehouden.
Later die dag werd mij een oudere jongen toegewezen, die mij uitlegde hoe ik mijn kast moest inrichten en indelen en gaande weg uitlegde wat de regels waren en waar ik me aan moest houden. Ook heeft die jongen mij geholpen mijn bed op te maken, wat heel strak volgens militair voorschrift moest gebeuren. Bij een inspectie of zo, je stond dan voor jouw bed, werden jouw gepoetste kistjes (kleine maat militaire schoenen) en jouw kast geïnspecteerd. De liniaal werd langs jouw stapeltje kleding gelegd, Als jouw bed niet in orde was, dan kreeg je een berisping en werd het bed door de leider afgehaald en kon je opnieuw beginnen. Mijn leider was in die periode Harry Peek uit Breukelen. Soms trok hij ook zo jouw hele kast leeg op de grond als hij vond dat je te vaak een loopje met hem nam, en niet alles erin lag, zoals het volgens de regels moest.
Abracadabra-1280

Mijn eerste dagen als nieuwe pees -dit was de bijnaam voor een nieuwkomer- zal ik niet gauw vergeten. Vooral de jongens die al langere tijd in het kamp waren, voelden zich heel wat. Maar met mijn vechtersmentaliteit (letterlijk en figuurlijk) had ik al snel mijn draai gevonden.
De dag na mijn aankomst moest ik naar de foerier, de heer de Vries, om mijn kistjes, overall, sportkleding en verdere kampuitrusting te halen. Bij hem kwam je ook één keer per week om het zakgeld -ik meen f. 0,50- op te halen. Hij had ook een ruimte, waar we wat snoepgoed konden kopen, dat met het zakgeld werd verrekend. Ik weet niet meer of je de rest van je centen dan mee kreeg of dat het werd opgeschreven.
Na een soort test -meen ik- werd ik voor onderwijs ingedeeld in groep C en kreeg les in O II (zie de tekening van de plattegrond), wat voor mij inhield V.G.L.O. (Voortgezet Lager Onderwijs). We kregen les van van mijnheer Bergsma. Mijnheer Sjoerd Schokker gaf les in O I aan de -wat leren betreft- wat mindere broeders. We kregen sportles van mijnheer Bosman, die trompet speelde. Handenarbeid kregen we van mijnheer Besselink.
In de naschoolse tijd was je op je groepsleider aangewezen voor vermaak en dergelijke of je had corvee. Je had vaak ook wel tijd voor jezelf, maar je mocht alleen niet van het terrein af. Ik ging vaak naar wat wij het ‘Zandje’ noemde. Daar stond een schommel en daar was een klimboom.
In het weekeinde werd een programma gedaan met ’s zaterdagmorgen corvee, waarbij eenmaal in de vier weken jouw groep iemand naar de eetzaal moest sturen om die te reinigen en de vloer daar in de boenwas (bruine drab uit een groot blik) te zetten met een blokker. Dat was een zwaar metalen blok met een steel en met daaronder een borstel. De anderen van jouw groep maakten dan de slaapzaal, de gemeenschappelijke ruimte, het halletje, de wasruimte en de toiletten van de groep schoon. Hierbij kreeg iedereen een taak toegewezen. Als je dacht dat je het corvee goed had uitgevoerd, dan meldde je je bij de groepsleider en als deze vond dat je het goed had gedaan, dan kreeg je tot de lunch vrij. Regelmatig kreeg ook wel iemand strafcorvee. In de middag maakten we vaak een boswandeling of deden we een spel in het bos, meestal wel iets sportiefs. Soms organiseerde de groepsleider ’s avonds iets met een toneelstukje of zingen in jouw eigen groep of een spelletjesavond. In de winter werd dan die grote zwarte oliekachel aangestoken, als die al bij de gratie Gods mocht branden. Ook was meestal op zondag gelegenheid (lees verplicht) om een briefje naar huis te sturen. Die werd gecensureerd. De envelop mocht je niet dicht plakken. Dit gebeurde nadat de kerkgangers terug waren van hun kerkbezoek, iets wat de meesten van hen als een uitje zagen. Wat we dan ook wel deden en georganiseerd door de groepsleiders, was op het voetbalveld tegen een ander groep voetballen. Soms kregen we vrijaf en mochten we wat voor ons zelf doen.
In die tijd was mijnheer Verdonk de leider van de groep Perú. Hij trok volgens mij ook veel op met mijnheer Peek, want soms trokken die groepen wel eens met elkaar op.
Zo ook was jouw groep regelmatig verantwoordelijk om de tafels in de eetzaal te dekken of na het eten af te ruimen en de afwas te doen. Vele handen maken licht werk.
Elke week was een jongen of waren twee jongens -dat weet ik niet meer- koksmaatje. Een koksmaatje moest de kok helpen in de keuken. Als ik me goed herinner heette de kok Westerhof. Ik zie me daar nog zitten met die teil met aardappelen, die gepit moesten worden voor ongeveer zeventig personen, want de leiders aten ook mee. Zo ook de adjudant mijnheer van Tilburg, die ons dan om stilte vroeg, om hen die wilden bidden de gelegenheid te geven dit te doen. Ouders die op bezoek kwamen bij hun kind aten ook wel een enkele keer mee.
Een doordeweekse dag begon om ongeveer 7.30 uur met opstaan en wassen en na het aankleden bed opmaken, waarna de inspectie werd gehouden met aantreden voor het bed of voor de barak waar je een en ander werd medegedeeld en de opdrachten voor die dag werden verdeeld. Dan rechtsom in colonne naar de appelplaats waar we stonden opgesteld. Het appel werd afgenomen door de adjudant, waarna de vlag werd gehesen. Na deze ceremonie gingen we in colonne terug naar onze barak, waar we wachten tot de bel werd geluid, waardoor we wisten dat we konden gaan ontbijten. Het kan ook zijn dat het appel na het ontbijt plaats vond, dat weet ik niet meer.
Na het eten gingen we terug naar de barak en wachtten op de bel om naar ons leslokaal te gaan. Rond het middaguur gingen die jongens met een taak (corvee) die vervullen. De rest ging terug naar zijn barak om te wachten op de bel, waarna we warm gingen eten. Op donderdag -vaste prik- kregen we lever als vlees. Ik kon lever niet door mijn strot krijgen.
Na het warme eten gingen we weer naar de barak, waar je even tijd had v oor jezelf of waar je corvee ging doen, zoals je was opgedragen. Na de bel gingen we weer naar ons klaslokaal tot 15.30 uur, daarna had je wat vrije tijd voor jezelf of om met een vriendje uit jouw groep iets te ondernemen op het kampterrein.
Als de bel luidde gingen we eten of hadden we eerst appel met de vlaggenceremonie (strijken van de vlag), dat weet ik niet meer, waarna we -als iedereen zijn corvee en dergelijke had gedaan- nog even wat buiten gingen doen of gezamenlijk in de groep, dat was ook afhankelijk van het weer. Om 20.00 uur moesten we ons wassen, onze tanden poetsen en dan naar bed. Om 20.30 uur ging het licht uit en dan moest iedereen stil zijn. Als je dat niet was, dan moest je in jouw nachtkleding in het halletje staan bij de kamer van de leider, soms wel een uur en geloof me je kreeg het dan eigenlijk wel koud. Ik weet ook nog dat een keer een jongen buiten voor de barak moest staan, nou dat was helemaal geen lolletje.
Als we terug kwamen van een verlof, dan hield de kok daar zeker de eerste dagen rekening mee, dan was er wat minder te eten, omdat iedereen wel snoep en snaaiwerk mee van huis had gekregen van oma en van moeder, die je dat dan wat toestopten.
Maar toen wij in januari 1963 terugkwamen van verlof, had zowat niemand wat te snaaien, want thuis was ook alles nodig om die strenge winter te overleven. Na een paar dagen ging het fout en lagen we met honger in bed en konden we in de onverwarmde slaapzaal niet in slaap komen. Twee Rotterdammers gingen er toen op uit en zijn door het kolenhok de keuken in gegaan en hebben daar een paar rode kolen gestolen, die we rauw in bed hebben verorberd. Dat gaf de volgende dag bij de warme maaltijd de nodige consternatie, we werden toegesproken door de adjudant, maar het had wel tot gevolg dat we wel weer genoeg te eten kregen. Volgens mij was alles financieel strak geregeld om binnen een budget te blijven en werd de kachel daardoor ook minimaal gestookt.
Mijn oma overleed, toen ik net enige weken in het kamp zat. We noemde het internaat in die tijd ‘het kamp’. De Drent noemde ons kampjongens. In het Drents kaampjong’n. Ik moest tussen de middag naar het kantoortje van de adjudant in de stafbarak en kreeg daar plompverloren te horen dat mijn oma was overleden. Ik kon weer gaan met al mijn verdriet. Ik werd door mijn groepsleider, die het ook gehoord had, enigszins opgevangen, Aan hem vertelde ik dat ik minstens naar de begrafenis wilde en dat de adjudant dat bij voorbaat al had geweigerd. Harry Peek reed motor en zei tegen mij dat we desnoods samen op zijn motor naar Aalsmeer zouden gaan, maar dat ik daar zou zijn. Op stafniveau is daar toen over gesproken, waarna ik bij uitzondering de nodige reisbescheiden kreeg op kosten van het internaat. De dag vóór de begrafenis heeft Harry Peek mij op zijn motor naar het station in Meppel gebracht.
Een ander voorval was, toen op het avondappel een jongen ontbrak. Hij was weggelopen om een of andere reden. De commandant, de heer Sanderman, is met zijn auto (een van de eerste DAFjes van het type 33, de trutteschudder) achter hem aangegaan en heeft de jongen teruggebracht. Deze jongen is daarna flink bestraft en was een paar weken later met groot verlof, maar was waarschijnlijk naar een ander internaat gestuurd. Als je na ongeveer 1 jaar naar huis ging, dan noemden wij dat je met groot verlof ging.
Er waren soms wel leiders, die niet capabel waren om leiding te geven en je dan maar een klap of meerdere klappen gaven. Gelukkig is mij dat nooit overkomen, want ik vermoed dat het kampterrein dan te klein was geweest.
Sjoerd Schokker woonde volgens mij een paar huizen verwijderd van café Jonkers. Hij reed in een bestelwagen Citroën 2 CV (Lelijke eend).
Verders herinner ik mij nog wel wat namen van jongens uit de groep Klondike. Maar de bezetting van de groep veranderde telkens weer. Jan Schipper uit Den Bosch (hij wilde graag bokser worden), Ben Vermeulen uit Duivendrecht, Hans Hurk uit Eindhoven, Charles Tisserand uit Amsterdam, Frits Riemers, Tjang Jhen Chao uit Arnhem, Sier Koning, Cor Broertjes uit Amsterdam.
Ook was er een tuinman en klusjesman, de heer Winters, waar je ook wel heen werd gestuurd als je strafcorvee had. Dan moest je hem helpen. Ik vond dat eigenlijk niet eens zo erg en vond het wel een aardige man. De heer Winters woonde met zijn gezin buiten het kamp aan het zandweggetje dat langs café Jonkers liep op ongeveer 150 meter achter Café Jonkers. Zijn vrouw deed wat verstel- en reparati werk aan kapotte kleding, zoals sokken stoppen en knopen aanzetten.
Eind januari begin februari was ik erg ziek en lag in de ziekenboeg in de stafbarak tegenover de kamer van Veronika Jong, de leidster van groep Alaska. De andere kamer grenzend aan haar kamer was die van Tineke de Graaf, tegenover de ziekendienst waar je s’ avonds terecht kon voor een pleister, aspirientje of wat levertraanzalf als je schrale lippen had. Maar dat even terzijde. Ze durfden mij in eerste instantie niet te vervoeren, omdat ik spontaan bewusteloos was geraakt en ik ben daar volgens mij door dokter Broekema uit Diever behandeld, die dat deed in overleg met het ziekenhuis in Meppel. Deze huisarts kwam mij dagelijks op zijn motor met zijspan vanuit Diever bezoeken. De kok kookte voor mij toen speciaal licht verteerbaar voedsel bestaande uit droge rijst met jam.
Als je jarig was, dan had je een dag vrij en mocht je met een vriendje op de fiets in de omgeving rondtoeren. Op mijn verjaardag ben ik samen met Charles naar mijnheer Winters geweest om een fiets op te halen. We gingen om 10.00 met een lunchpakketje op stap. Over het zandpad langs camping Ellert en Brammert en langs het hunebed naar Diever, waar eigenlijk niets te beleven viel en we al gauw waren uitgekeken. We waren daar compleet vreemd en ook werden we herkend als kaampjong’n. Toen zijn we maar naar Dwingeloo gegaan en hebben het dorp verkend en over de Brink gelopen. Ergens op een van de binnenwegen hebben we ons lunchpakketje genuttigd en we zijn toen via een omweg terug gefietst naar Geeuwenbrug. We waren om 15.00 uur terug in het kamp, waar we overgingen tot de orde van de dag.
Verder heb ik nog wel prettige herinnering aan een vakantie op de fiets naar Giethoorn van 15 juni tot en met 19 juni 1963, zie ook de kopie van het logboek, We deden een piratenspel met geheimschrift en een schatkaart  Het spel was bedacht door mijnheer Besselink. We begonnen het spel al een week voordat we naar Giethoorn gingen. We konden met corvee en sport nepgeld verdienen, dat bestond uit glad gestreken zilverpapier van bonbon snoepjes, zilverpapier uit een pakje sigaretten en dergelijke. Als je genoeg geld had, dan kon je de schatkaart kopen of een deel van de brief, die uiteraard in geheimschrift was geschreven. In Giethoorn sliepen we in tenten en hadden we een paar punters tot onze beschikking. De eerste nacht stormde het en vielen er stortbuien. Tenten storten in, Nadat we de tenten in de regen met zelfgemaakte haringen weer hadden opgezet, bleken deze zo lek als een mandje te zijn, want het waren enkeldoeks tentjes. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het spel op zich was hartstikke leuk en goed bedacht door de leiding, Volgens mij kookten we zelf en was onze groepsleidster juf Tineke de Graaf ook aanwezig.
Ik zou mogelijk nog wel meer weten, maar ik denk dat ik zo wel een redelijke indruk heb gegeven van hoe het er in het kamp aan toeging.

Abracadabra-1279

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

S.S.-Jongenskamp in het voormalige N.A.D.-kamp

In de krant De Heerenveensche Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 5 februari 1947 het navolgende bericht.

S.S.-Jongenskamp te Diever
Diever. 3 februari.
Het kamp van de voormalige N.A.D. te Geeuwenbrug, dat de laatste maanden buiten gebruik was, heeft thans een nieuwe bestemming gekregen. Het kamp is overgegaan in beheer bij het departement van onderwijs. Er zullen thans jongens van 16 tot 21 jaar in ondergebracht worden, die behoord hebben tot de S.S. en dergelijke. In de afgelopen week is de eerste groep reeds gearriveerd,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Geeuwenbrug, in de vijftiger jaren van de vorige werd daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Het was bij de redactie van het Deevers Archief tot nu toe niet bekend dat het voormalige kamp van de N.A.D, na de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt is voor het onderbrengen van jongens die in de Tweede Wereldoorlog lid waren geweest van de S.S. en dergelijke.
De Germaansche S.S. was de verzamelnaam van verschillende paramilitaire groepen, die van 1939 tot 1945 ontstonden in door Duitsland bezette gebieden. De Germaansche S.S. was gebaseerd op het model van de Schutzstaffel (S.S.) en had als doel de nationaalsocialistische rassendoctrine en het antisemitisme op te leggen. Dit deed zij voornamelijk door lokale politietaken op zich te nemen en eenheden van de Gestapo, de Sicherheitsdienst (S.D.) en andere afdelingen van de Reichssicherheitshauptamt te versterken.
De Nederlandse organisatie werd opgericht onder de naam Nederlandsche S.S., maar later omgedoopt tot Germaansche S.S. Ze was betrokken bij razzia’s tegen joden voor deportatie naar vernietigingskampen. Na de oorlog werden de meeste leden van de Germaansche S.S. in Nederland gebrandmerkt als landverraders en werd een deel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden.

Abracadabra-1278

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De avond dat Kennedy werd vermoord

De redactie van het Deevers Archief ontving op 9 juni 2016 bijgaande wel erg korte reactie van de heer Paul Bosman over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik ben Paul Bosman.
De avond dat we hoorden dat Kennedy was vermoord, staat mij nog heel helder voor de geest.
Onze groepsleider was Ben Derksen uit Wijchen.
Later was Klein Hofmeester onze groepsleider.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie 2016-06-14
Het is verheugend dat steeds meer oud-Eikenhorsters een reactie -hoe kort dan ook- naar het Deevers Archief sturen. De redactie is Paul Bosman erkentelijk voor deze reactie.
De moord op president John Fitzgerald Kennedy, de vijfendertigste president van de Verenigde Staten van Amerika, vond op 22 november 1963 plaats in Dallas in de Noord-Amerikaanse deelstaat Texas om 12.30 uur lokale tijd.
In Texas is het 7 uur vroeger dan in Nederland. In Nederland was het op dat tijdstip 19.30 uur.
Wie van de oud-Eikenhorsters kan zich Paul Bosman herinneren ? Wie zaten bij hem in de groep ? Wie wil het Eikenhorst-verhaal verder uitbreiden ?

Posted in Algemeen, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De keuken van het jongenskamp an de Gowe

De redactie van het Deevers Archief toont graag foto’s die in de gemeente Diever in gebouwen, huizen, boerderijen, fabrieken, en zo voort zijn gemaakt. Rob Tijssen (jongenskamp ‘de Eikenhorst’, barak Klondike, periode 1962-1963) stuurde bijgaande foto op 16 april 2016 naar het Deevers Archief. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor zijn toestemming deze foto te tonen in het Deevers Archief. 

De foto is gemaakt in de keuken van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Rob Tijssen die in die tijd in het kamp verbleef, heeft de volgende waardevolle herinneringen bij deze foto.
De foto is op 25 juni 1963 ’s morgens om even na 11.00 uur in de keuken gemaakt. Mijn ouders waren die dag op bezoek in het kamp. Mijn vader heeft deze foto gemaakt. Ik heb het kamp op 18 juli 1963 verlaten.
Ik ben de jongen die aan de linkerkant naar het fornuis staat te kijken.
De man op klompen, die in de pan staat te roeren, is de kok. Ik denk dat de kok in mijn tijd mijnheer Westerhof was. Hij droeg die klompen altijd alleen in de keuken. Als de heer Westerhof naar huis ging, dan passeerde hij bij café Jonkers de brug over de Drentsche Hoofdvaart en sloeg dan bij de eerste of tweede kruising rechtsaf en aan die straat woonde hij met zijn gezin.
De jongen naast hem had die dag keukendienst. Dat is te zien aan zijn koksmaatjes-pet en -kleding. Deze jongen kwam uit een andere groep, dus weet ik de naam van deze jongen niet.
De kok staat bij de kookketel, die is gemaakt bij G. Mulders ‘Muvero’ (metaalindustrie, ketelfabriek) in Venray. Deze kookketel kon op hout of op kolen worden gestookt. Ik denk dat -in geval van- de gasbrander, die aan de muur hangt, in de kookketel kon worden geschoven.
In de kookketel werd dagelijks een wasteil met aardappelen gekookt, die door de koksmaatjes werden gepit (van pitten ontdaan). Ik herinner mij dat aan de andere kant van de keuken een eenvoudige elektrische (aardappel)schrapmachine stond. Op het witte fornuis staan naast de pan acht juskommen alvast warm te worden, voordat de jus in de kommen werd gedaan.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-18
De redactie wil graag meer weten van kok Westerhof. Hoe was zijn voornaam ? Waar woonde hij ? Leeft hij nog ? En wie was de jongen aan de rechterkant ? 
De redactie nodigt in het bijzonder ook andere voormalige bewoners van het jongenskamp uit hun verhaal te vertellen over het reilen en zeilen in de keuken van het jongenskamp.

Aantekeningen van Jan Oost, Bloemendaal, versie van 2016-05-09
Ik heb wat navraag gedaan naar de heer Westerhof.
De heer Westerhof was ongeveer vijftig jaar geleden mijn overbuurman. De voornaam van de heer Westerhof was Willem. Zijn vrouw heette Haitske Smit. Zowel de heer als mevrouw Westerhof zijn volgens mijn zwager niet meer in leven.
De familie Westerhof woonde in die tijd in het huis dat nu als adres Tolweg 12 heeft. Het huis is te vinden met behulp van Google Maps. 

Abracadabra-1240

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Houten barak voor de eetzaal in kamp ‘de Eikenhorst’

Op deze ansichtkaart, die aan het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, voor het eerst is uitgegeven, is goed de houten barak voor de eetzaal en de keuken van het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe te zien.
Is de fotograaf voor het maken van deze overzichtelijke foto in een boom geklommen ?
De barak op de foto heeft waarschijnlijk in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ook als keuken en eetzaal dienst gedaan.
Wie van de oud-bewoners van het jongenskamp wil zijn herinneringen aan de eetzaal en de keuken op papier zetten en in het Deevers Archief publiceren ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Gevechtshandelingen op 9 april 1945 an de Gowe

Gevechtshandelingen op 9 april 1945 aan de Geeuwenbrug

Een stick van vijftien Franse parachutisten van de Special Air Service (S.A.S.) kwam in de nacht van 7 op 8 april 1945 in de buurt van de Groningerweg bij het Armenwerkhuis neer. Op 9 april 1945 kwamen de parachutisten voor het eerst in actie tegen de Duitsers, nadat ze 8 april 1945 hadden besteed aan het installeren van een kamp, het verkennen van de omgeving en het leggen van contacten met het plaatselijke verzet.

Franse parachutisten hielden de wacht aan de rijksweg Meppel-Assen, nabij de woning van Albert Oostra [1], [2] te Geeuwenbrug, gemeente Diever. Er passeerden voor zover bekend op 9 april 1945 Duitsers en Nederlandsers, die door de parachutisten werden staande gehouden. Twee Duitsers gaven zich onmiddelijk over en werden door de Fransen ingerekend. Vier der Nederlanders, te weten: Sijtse van der Bij, oud 25 jaren, rechercheur van politie, wonende te Amsterdam [3]; Cornelis Charles Dierikx, oud 34 jaren, rechercheur van politie, wonende te Amsterdam [4]; Pieter Luchtenberg, oud 37 jaren, rechercheur van politie, wonende te Groningen [5]; Geert Steenbergen, oud 28 jaren, bedrijfsleider ijzerhandel, wonende te Groningen, deze laatste ook een politiefunctie bekledende [6]; trachten aan de haal te gaan. De eerst drie genoemden werden op staande voet neergeschoten en aan de kant van de weg gelegd. Genoemde Steenbergen sprong in de Drentsche Hoofdvaart, doch werd door de parachutisten daarbij dodelijk getroffen door een schot.
De vijfde Nederlander, die zich ook daar bevond, schijnt aanvankelijk niet aan de haal te zijn gegaan. Hij moet door de Fransen bij de drie doden aan de kant van de weg zijn gebracht, waar men hem én in de borst én in de nek geschoten moet hebben.
Desondanks schijnt hij in leven te zijn gebleven, daarbij misschien voor schijndode [7] te hebben gespeeld.Naderhand is een Duitse Rode Kruisauto verschenen, die, naast de één of meer gesneuvelde Duitsers, die zich aldaar hebben bevonden, deze Nederlander hebben meegenomen.
Het lijk van Steenbergen is naderhand uit de Drentse Hoofdvaart opgehaald en overgebracht naar het lijkenhuisje te Diever door de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) te Diever. De papieren die op het lijk werden aangetroffen, zijn meegenomen door de B.S. te Dwingelo, doch later naar Diever overgebracht, omdat zich daar ook het lijk van Steenbergen bevond.Ook de lijken van Van der Bij, Dierikx en Luchtenberg zijn naar Diever gebracht en met het lijk van Steenbergen op de algemene begraafplaats te Diever in één graf ongekist begraven. Van deze vier overlijdensgevallen zijn overlijdensakten opgemaakt op 3 mei 1945 (nummers 38 t/m 41).

De boerderij van Albert Oostra en Klaasje Dijkman aan de Drentsche Hoofdvaart is op zondag 8 april 1945 na een luchtaanval vanuit een geallieerd vliegtuig op een Duitse vrachtwagen met munitie, die verscholen stond onder de bomen voor hun boerderij, zwaar beschadigd en afgebrand. De boerderij, die in de buurt van de Haarsluis stond, is niet herbouwd. De grond, waarop de boerderij stond, is nu in gebruik als weiland. (© 23-02-2006, Coen Broekema, Diever)

Notities bij het document
[1] De boerderij van de familie Albert Oostra is op 8 april 1945 afgebrand, als gevolg van een beschieting vanuit een geallieerd vliegtuig op een Duitse vrachtwagen, die onder de bomen voor de boerderij was verscholen.
[2] Verwezen wordt onder meer naar de artikelen: Bevrijding van Diever in Opraekelen 95/1; Twee verhalen van luitenant parachutist Gilles Anspach in Opraekelen 03/1; Landing in Nederland: Missie Amherst; Herinneringen van René Giguelay in Opraekelen 04/1.
[3] Hij is begraven in perk B in graf 268. Volgens overlijdensakte 38 werd hij geboren in Oostdongeradeel en woonde hij in Amsterdam.
[4] Hij is begraven in perk B in graf 61. Volgens overlijdensakte 39 werd hij geboren in Middelburg en woonde hij in Amsterdam.
[5] Hij is begraven in perk B in graf 60. Volgens overlijdensakte 40 werd hij geboren in Slochteren en woonde hij in Groningen.
[6] Hij is begraven in perk B in graf 235. Volgens overlijdensakte 41 werd hij geboren in Norg en woonde hij in Groningen.[7] Volgens een verklaring van de overlevende Nederlander, een zekere Sikkens, die een politiefunctie bekleedde en tijdelijk gedetacheerd was bij de Sicherheits Dienst (S.D.), zijn het niet de Franse parachutisten geweest, die de Nederlanders en de Duitsers hebben neergeschoten, doch Duitse Fallschirmjager, die vloeiend Duits spraken. Sikkens heeft zich inderdaad schijndood gehouden.
Bron: Archief van de voormalige gemeente Diever, dossier 200-6.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie publiceerde dit artikel in het Opraekelen 06/1, dit blad wordt uitgegeven door de plaatselijke heemkundige vereniging. 

Posted in Geeuwenbrug, Gemeente Diever, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Groepsverblijven Perú en Klondike an de Gowe

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-07

De houten barakken voor de werkmannen van het kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) werden na de Tweede Wereldoorlog gebruikt voor het huisvesten van de jongens van het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.
Op deze ansichtkaart, die dateert uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw, zijn de houten barakken met de cynische namen Perú en Klondike te zien.
In Perú is het mythische goudland El Dorado gedacht, maar nooit gevonden. In Klondike in Canada, in de ‘goldrush’ aan het einde van negentiende eeuw, die maar een paar jaar duurde, vonden heel veel mensen heel weinig goud.
Hopelijk hebben veel jongens gedurende hun verblijf in kamp de Eikenhorst an de Gowe toch enig ‘mentaal goud’ gevonden.

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Arbeidsman heeft zijn Arbeidsdienstplicht vervuld

Arbeidsman Cornelis van der E…. (zijn achternaam is bekend bij de redactie van het Deevers Archief), een boerenzoon uit de polders ten noorden van Schiedam, heeft in den tijd van 7 juli 1943 tot 15 december 1943 in het kamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe in de gemeente Diever zijn Arbeidsdienstplicht vervuld.
Als dank voor het vervullen van deze dure plicht kreeg de jonge arbeidsman een snorkerig kartonnen plakkaat mee naar huis. Het plakkaat werd niet door den Afdelings Commandant ondertekend, maar door ene Reuter voor den Afdelings Commandant.
De schop is het wapen van de N.A.D. Onder aan het plakkaat is het motto van de N.A.D. te lezen: Ick dien.
In het N.A.D.-kamp an de Gowe diende als een bewaker van de arbeidsmannen een Duitsgezinde zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse.

Abracadabra-354

Posted in Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij

De redactie van het Deevers Archief ontving op 18 januari 2016 het volgende korte bericht van de heer Harm van der Sloep. Hij beschrijft in het bericht enige van zijn herinneringen aan het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik was daar in de periode 1959-1960. Ik heb daar -vergeleken met thuis- een hele goede tijd gehad.
Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij.
Onze kok was de heer Westerhof. Onze leraar heette de heer Van der Zee. Dan waren er nog jufrouw Bouman en de heer Spiegelenberg. De heer Mooy gaf handenarbeid.
De heer Van der Duim was de commandant en de heer Pols was de adjunct-commandant.
Dan was er ook nog een leraar de heer Hofman, die was later directeur in de Losserse Zandbergen.
Onze groepsleider was de heer Rookers.
De heer de Vries was de baas van het magazijn.
Bij mij in de groep zat een jongen met wie ik het goed kon vinden. Hij kwam uit Den Haag en heette Klaas Ozinga.
De kinderboerderij is volgens mij gebouwd door de jongens uit kamp Appelscha. Die waren in opleiding om een beroep te leren. Dat was in 1959-1960. Ik heb het nog meegemaakt
Meer weet ik op dit moment niet te zeggen, maar het was een goede tijd.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik denk met veel plezier terug aan ‘de Eikenhorst’

Fred Pothuizen stuurde het volgende verhaal over zijn verblijf in 1963 in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in 1963 in het kamp ‘de Eikenhorst’ gezeten. Ik was 11 jaar. Ik zal het ook nooit meer vergeten. Het was het jaar dat president John F. Kennedy werd vermoord. Ik zat in de groep Peru. Toen we het hoorden begonnen we allemaal te huilen. We waren bang dat er oorlog zou komen.
Ik kan mij nog herinneren, toen ik daar aankwam, dat ik werd gebracht door mijn ome Cor en mijn ouders. Mijn oom had een auto en bracht mij helemaal uit Rotterdam naar ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug. Bij het Dalletje stonden twee jongens mij op te wachten, die brachten mij naar de groep. Mijn ouders moesten nog bij de directie (de commandant) komen en ik wilde alleen maar met die jongens mee. Ik moet daar nog een foto van hebben, één van de weinige uit mijn jeugd. Ik liep langs de grote kampkeuken en volgens mij langs twee schoollokalen.
Nu had ik helemaal niks met scholen, daarom moest ik ook naar het kamp toe. Ik hier eigenlijk de mooiste tijd van mijn jonge jeugdjaren gehad en ben ervan overtuigd dat als de mogelijkheid er was geweest daar langer te mogen blijven, ik daarna nooit in zoveel andere tehuizen en internaten had gezeten. Ik vond iedereen in het kamp mooi en lief, zowel mijn vriendjes als de leiding,
’s Morgens zongen we het kamplied op school. Ik ken het nog helemaal. In het kamp vond ik de school wel leuk. We werkten ook op de kinderboerderij. Ik mocht ook op de paardenkar rijden, ik heb daar leren mennen, We gingen veel naar het Slangenveen, wat was het daar mooi. We visten in de Drentse Hoofdvaart. We vingen voorntjes en die mochten we bakken in de grote keuken. Ja, ik heb een geweldige tijd in het kamp gehad.
Ik ben nu 64 jaar. Ik ben schilder en 10 jaar schildersleermeester geweest. Ik ben nu afgekeurd en ik heb nu tijd om alle tehuizen en internaten op te zoeken en een stukje te schrijven over mijn verblijf daar. Het zijn er in totaal acht geweest. Alleen aan jongenskamp ‘de Eikenhorst’ denk ik met veel plezier terug.
Ik kwam op mijn negentiende jaar weer bij mijn ouders. Toen ik 21 jaar was, ben ik uit huis gegaan en ben ik gaan samen wonen. We trouwden snel en ik kreeg mijn eerste dochter. Dit was volgens mij een noodweg, want die relatie heeft maar dertien maanden geduurd.
Ik ben snel daarna waarschijnlijk wel iemand tegengekomen met een luisterend oor, want met haar ben ik alweer 38 jaar getrouwd en bij haar heb ik ook een dochter.
Van mijn twee dochters heb ik 6 kleinkinderen. Zo zie je, ik ben toch nog goed terecht gekomen. We hebben het saampjes en met de twee hondjes goed thuis.
Maar ik bedank als enige instelling het jongenskamp ‘de Eikenhorst’. Die is goed geweest voor de kinderen en dus ook voor mij. Bedankt !.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Marmottendorpje in jongenskamp ‘de Eikenhorst’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

In zijn artikel ‘Het kamp bij het gehucht Geeuwenbrug’ (zie het artikel elders in www.dieversarchief.nl) heeft Jan van den Berg uit Zevenaar het over een marmottenveldje. Een citaat uit zijn artikel luidt als volgt: Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
Teneinde Jan van den Berg een plezier te doen, en wellicht ook anders bewoners van het jongenskamp in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw (de redactie verneemt graag hun reactie), plaats de redactie van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart van het zogenaamde ‘marmottendorp’ uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Dit marmottendorp zal ongetwijfeld wel met de beste opvoedkundige bedoelingen zijn gebouwd. Maar waar zijn de marmotten, die tegenwoordig om onduidelijke redenen cavia’s worden genoemd ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Het kamp dicht bij het gehucht Geeuwenbrug

De redactie van het Deevers Archief ontving het navolgende artikel ‘Het kamp’ van Jan van den Berg uit Zevenaar. Hij gaf toestemming dit artikel met vermelding van zijn naam te publiceren. De redactie van het Deevers Archief is hem daarvoor erkentelijk. Hij schrijft: In  www.dieversarchief.nl/ zie ik slechts heel weinig staan over de tijd dat er bij Geeuwenbrug een kamp was voor jongens van ongeveer 11 à 12 jaar. Ik heb mijn herinneringen aan de tijd die ik daar in 1962 heb doorgebracht, verwoord in bijgaand artikel. Misschien dat het Deevers Archief dit een aardige bijdrage vindt.
Zo mogelijk zullen binnenkort enige foto’s van hem aan het artikel worden toegevoegd.

Het kamp
Dicht bij de brug over de Drentse Hoofdvaart bij het gehucht Geeuwenbrug leidde een zandweg naar ‘het kamp’. Daar brachten mijn ouders mij op dinsdag 2 mei 1962 naar toe, enkele weken voor mijn tiende verjaardag. Nu lees ik op internet dat dit het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ was. Wij, de jongens, en ook alle volwassenen noemden het kamp altijd ‘het kamp’.
Op de lagere school in Oss was ik bang voor een aantal wilde jongens. Er werd een psycholoog ingeschakeld, en die heeft dit kamp bij mijn ouders aanbevolen. Daar zouden te wilde en te timide jongens samen in een jaar tijd er allemaal op vooruit gaan. Als een deskundige dat adviseerde, dan konden mijn ouders er natuurlijk alleen maar mee instemmen. En ik wilde er ook wel heen, want we hadden op school gehoord over de Hoge Veluwe: daar was de natuur geweldig mooi. Vlak bij het kamp was er ook zulke mooie natuur, en Drenthe was zelfs maar liefst twee provincies verder weg! Ook kregen we een foldertje over het kamp, waarin tekeningetjes stonden van jongens die allemaal heel vriendelijk keken en elkaar hielpen. Bij zulke aardige jongens wilde ik wel zijn.
Ik vond het in het begin wel prima daar. Ik had een bed met nachtkastje in de barak Alaska. Aan beide kanten van de slaapzaal waren acht bedden met nachtkastjes. En er waren vier van zulke barakken, met de namen Alaska, Transvaal, Peru en Klondike. Dat waren gebieden waar vroeger goud gevonden was. Wij zouden ook goudzoekers worden: je begon als ‘pionier’ en kreeg een kaart waarop opdrachten stonden. Ik kan me niet meer herinneren wat voor opdrachten dat waren. Als je ze af had en ze waren afgetekend, werd je ‘delver’ en tot slot ‘goudzoeker’. Dat waren onze drie rangen. Aan het hoofd van het kamp stond de commandant en de tweede man was de adjudant. Er was een appelplaats waar we soms in rijen stonden bij het hijsen of strijken van de vlag.
In elk van onze vier barakken was er ook een huiskamer, waar we ieder een eigen (open) vakje hadden. En er was een w.c., en een slaapkamer voor de groepsleiding.
Toch gaf het me allemaal niet zo’n militaristische indruk. Ik keek al wel met angst uit naar de militaire diensttijd. Ik verwachtte dat ik het erg moeilijk zou krijgen tussen de soldaten. Maar dat zou nog wel bijna tien jaar duren, en intussen was vast en zeker het laatste oordeel wel geweest, dus daar zou ik op die manier wel onder uit komen.
We wisten wel dat ons kamp in de oorlog al een soort kamp was geweest, maar daar wisten we verder niets van. Het waren zeker nog dezelfde barakken. Nu lees ik in het Dievers Archief dat het vanaf januari 1942 een mannenkamp is geweest van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD), voor mannen die moesten werken aan de ontginning van woeste gronden. Mijn moeder zegt dat het dezelfde barakken waren als in kamp Vught, waar ze na de oorlog ook is geweest, gelukkig slechts op bezoek.
De meeste jongens waren 11 of 12 jaar oud. Als je 10 of 13 jaar oud was, dan was je een uitzondering. Van de groepsleiding herinner ik me mijnheer Van Zutphen en juffrouw Veronica. Een jongen wees me erop hoe haar heupen wiegden als ze liep. Ik zag dat nog niet als iets speciaals. Maar ik heb dit blijkbaar wel onthouden.
Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
We kregen alleen ’s morgens les. Van de twee leslokalen weet ik nog dat in de ene, waar we onder andere aardrijkskunde kregen, een oliekachel stond en dat in de andere, waar we taal en rekenen kregen, een kachel stond waarin de onderwijzer turf stookte. Dat vond ik bijzonder, van thuis kende ik alleen kolenkachels, ook op school. Ieder werkte in stilte aan de hand van werkschriften op zijn eigen niveau, want er was immers een behoorlijk leeftijdsverschil.
’s Middags deden we eerst corvee, zoals helpen met de afwas of de eetzaal vegen. En we moesten aan onze opdrachten werken, om een hogere rang te behalen. Verder maakten we vaak boswandelingen en deden aan spel in het bos of sport op het sportveld. In het bos was er een knap gebouwde blokhut, grotendeels ondergronds.
Er werd van alles georganiseerd voor ons. Regelmatig maakten we een lange wandeltocht door de bossen naar het zwembad. We gingen er ook wel eens met een bus op uit. Voor moederdag maakten we iets moois. We zijn eens een paar dagen naar een jeugdherberg in Giethoorn geweest, waar we ook mochten kanovaren. We gingen ook eens eetbare paddestoelen plukken in het bos. De leidsters bakten ze en we kregen ze op sneetjes brood. Bijzonder lekker was dat! En we hebben eens geholpen om het openluchttheater van Diever schoon te maken.
Wie wilde, mocht een konijn houden, als de ouders er een betaalden, daar waren hokjes voor. Ik kreeg er ook een.
Voor zover ik me herinner hebben we één keer t.v. gekeken, naar ‘Open het dorp’, dus op 16 juni 1962. Verder hoorden we wel eens iets van buiten, zoals op 28 november 1962, toen prinses Wilhelmina overleden was.
De jongens waren afkomstig uit het hele land. Er waren protestanten, katholieken en buitenkerkelijken. Elke zondag gingen de protestanten naar een kerk die dicht bij was, waarschijnlijk in Diever, en wij, katholieken moesten een flinke bustocht maken om naar een katholieke kerk te gaan.
In de eetzaal werden goede manieren gehandhaafd. We aten ons brood met mes en vork. Thuis namen we de boterhammen altijd in onze handen. Toen mijn ouders eens aan de broodmaaltijd deelnamen, wees ik mijn moeder daar op. Ze heeft nooit vergeten dat ik haar daar publiekelijk heb terecht gewezen. Sindsdien aten wij ook thuis het brood met mes en vork.
De gelovigen moesten bidden voor het eten. Dat was niet eerlijk, want de buitenkerkelijken, die hun handen niet hoefden te vouwen, hadden na het bidden altijd de kapjes van de broden te pakken.
Eens per week, waarschijnlijk op zondag, schreven we in de huiskamer allemaal een briefje naar huis. We mochten de enveloppen natuurlijk niet zelf dichtplakken, controle hoorde er bij.
Er was een jongen uit Zuid-Limburg, die van plan was om later mijnwerker te worden. Het kan goed zijn dat hij nog een aantal jaren in de mijnschachten heeft gewerkt.
We kregen een kwartje per week zakgeld. Na ontvangst van dat kapitaal kochten bijna alle jongens daar meteen snoep voor, maar daar gaf ik niets om. Ik spaarde het liever.
Ik werd wel eens geplaagd of uitgelachen. In mijn vakje in de huiskamer lag mijn kerkboekje (‘Mijn Pascha’heette het). Dat was een paar keer in een vakje van een andere jongen gelegd. Die deed daar kwaad over en zei: ‘Als het nog eens in mijn vakje ligt, gooi ik het weg.’ Ik had, net als voorheen op school in Oss, het gevoel dat dat allemaal heel erg was. Ik zei daar niets over tegen mijn ouders, want ik wist dat ik er nu eenmaal een heel jaar moest blijven en ik wilde ze niet belasten. Maar nu ik deze herinneringen met mijn moeder bespreek, zegt ze dat zij en mijn vader al bij hun eerste bezoek een slechte indruk kregen. Ze merkten heel goed aan het gedrag en de taal van veel jongens dat het geen zoontjes van doktoren en advocaten waren, zoals aan hen was voorgespiegeld, maar vooral ‘grote deugnieten’. Toen ze naar huis gingen zeiden ze tegen elkaar: ‘Waar zijn we toch aan begonnen.’ Maar ze lieten het doorgaan, omdat ze van mij niets negatiefs hoorden.
Er liep wel eens een jongen weg, misschien is dat maar één of twee keer voorgekomen. toen ik in het kamp was, maar dat was wel indrukwekkend.
Eens per zes weken gingen we een weekend naar huis. Dan reden we met een bus naar het station in Meppel, en dan verder met de trein. Ik weet niet meer of in de trein nog begeleiding was, maar in elk geval niet helemaal tot Oss. En op het midden van die zes weken kwamen mijn ouders een middagje bij mij op bezoek. Zo zagen we elkaar eens per drie weken. En we hadden een zomervakantie thuis van maar liefst tien dagen.
Twee jongens hebben mij seksuele voorlichting gegeven, beknopt maar duidelijk. Ik geloofde het niet zomaar: het vieste van de jongen in het vieste van het meisje, dat kon toch niet waar zijn? Hoe verzinnen ze het! Toen ik weer thuis was vroeg ik het aan mijn moeder, zonder het allemaal uit te spreken, maar door het met mijn vingers uit te beelden. Beschaamd knikte ze ja. En heel snel daarna, op 10 december, haalden ze me op uit het kamp, met mijn konijn. Ik legde het verband niet, maar die voorlichting had hen er toe gebracht om er een punt achter te zetten. Ik was heel opgelucht, toen ze mij kwamen halen, maar ook dat liet ik niet merken, want anders zouden ze alsnog weten hoe erg ik het op het kamp had gevonden. En ik was nog steeds ‘pionier’, de laagste rang, want ik had nog maar weinig aan mijn opdrachten gewerkt. Er was dan wel nooit aan mij gevraagd hoe ik vorderde, maar nu kon ik daar in elk geval geen last meer mee krijgen.
Het konijn ging zo maar in de achterbak van de auto. Bij aankomst in Oss bleek hij enkele kabels te hebben doorgebeten.
En zo was het onverwacht alweer afgelopen voor mij. Met Kerstmis aten we konijn. Natuurlijk niet míjn konijn, dat was ergens heen gebracht, iets vaags voor mij, waar hij het fijn zou hebben. Dat heb ik lang geloofd.
Ik heb vaak aan het kamp teruggedacht. Het laatste oordeel is tot nader order uitgesteld, maar in mijn militaire diensttijd heb ik geen problemen gehad.
Rond 1981 heb ik met mijn zus en zwager het kamp eens opgezocht. Het bleek dat enkele jaren daarvoor de barakken waren afgebroken, er stonden nu stenen gebouwen. Het was nu een instelling voor de opvang van jongens en meisjes vanaf ongeveer 14 jaar. Ieder kind had zijn of haar eigen kamer.
Toen ik er in 2001 eens langs reed was het kamp een asielzoekerscentrum. En nu lees ik op internet dat er een opvangvoorziening komt voor verstandelijk beperkte vreemdelingen, slachtoffers van mensenhandel en mensen met een verstandelijke beperking.

Deze jongen ben ik. Dit is de enige foto die duidelijk te maken heeft met mijn periode in het kamp. Hij is gemaakt toen we een paar dagen in een jeugdherberg in Giethoorn logeerden. Het was half kamperen, hier eten we buiten van metalen borden.

Jan van den Berg, Zevenaar, 23 december 2013

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Opening natuurbad Dieverzand – juli 1942

Op 6 juli 1942 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) het volgende bericht over de opening van het natuurbad ‘Dieverzand’ aan de Bosweg in Diever.

Diever. Onder groote belangstelling vond alhier de feestelijke opening plaats van het zwembad ‘Dieverzand’.
De heer J. Andreae, voorzitter van de V.V.V. Diever, welke vereeniging het natuurbad exploiteert, opende de bijeenkomst, waarna het bad officieel werd geopend door den burgemeester dezer gemeente, den heer J.C. Meyboom. De inbezitneming door de bevolking geschiedde vervolgens op origineele wijze. Door een groot aantal vereenigingen waren groepen zwemmers gevormd die om het bad geschaard stonden. Op een bepaald sein sprong van iedere groep een zwemmer van de sprinkplank in het bad, zwom naar zijn groep, waarna alle groepen tegelijkertijd te water gingen, zoodat het bad plotseling geheel gevuld was met zwemmers en zwemsters.
Na de pauze werd een kaleidoscoop gezongen door mej. A. Krol, waarin de wordingsgeschiedenis van het bad vermeld werd. Een humoristisch gedeelte vormde de scène toen de familie Kip, bestaande uit man, vrouw en kind, per ongeluk te water geraakte en daaruit door den badmeester gered werd. Het slot van den dag werd gevormd door mooie demonstraties van de zwemclub ‘De Spatters’ te Beilen.
Onder de aanwezigen merkten we op vertegenwoordigers van de gemeentebesturen van Diever, Dwingelo en Havelte, van de V.V.V.’s te Dwingelo en Havelte, bestuursleden van de zwembaden te Appelscha en Norg, dr. Muntendam, inspecteur van de volksgezondheid te Groningen, de heer Wilmans, consulent voor de lichamelijke opvoeding te Meppel, de commandant van de N.A.D., kamp Geeuwenbrug en tal van vooraanstaande personen uit de gemeente.
Woorden van dank, welke tevens uiting gaven aan bewondering voor hetgeen hier tot stand is gebracht, werden gesproken door burgemeester Eggink te Havelte, burgemeester De la Saussaye Briët te Dwingelo, den heer Cancrinus namens de V.V.V. Dwingelo, den heer Wilmans namens de inspectie voor de lichamelijke opvoeding, den heer Odding als oudste zwemmer (78 jaar), den heer Kobus, uitvoerder van het grondwerk voor de fa. Boltje.
Tenslotte vermelden we nog, dat het natuurbad, geheel omzoomd door bosch, gemaakt is door de fa. Boltje te Heerenveen wat het grondwerk betreft en de aannemers Nijzingh, Koning en gebr. Van Dijk wat het bouwwerk betreft. Door moeilijkheden ten aanzien van de werkkrachten zou het bad evenwel niet gereed zijn gekomen, indien niet avond aan avond de gansche bevolking, rijk en arm, oud en jong, man en vrouw naar het bad was getrokken teneinde te spitten, graven en kruien. Door deze goede gemeenschapszin is het gelukt hier een prachtige inrichting tot stand te brengen, welke het volksbelang ten zeerste zal dienen. Het bestuur van de V.V.V. Diever heeft met deze zaak veel eer behaald. Het is een prachtig natuurbad, dat aan de eischen voldoet.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-12-29
De in het artikel vermelde heer Albertus Oddink (geboren 26 februari 1865 te Meppel, overleden op 31 juli 1952 op Zorgvlied) woonde in Villa Nova op Zorgvlied. Oude bewoners van Zorgvlied wisten zich te herinneren dat de heer Oddink bijna elke dag, en het hele jaar door, naar de Drentsche Hoofdvaart ging, om te gaan zwemmen. Het zwembad aan de Bosweg in Diever moet een uitkomst voor hem zijn geweest in het badseizoen.

Posted in Bosweg, Diever, Geeuwenbrug, Villa Nova, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Gemeenschappelijke ruimte in de Alaska barak

Wie van de ex-bewoners van de barak met de naam Alaska kan de redactie van het Deevers Archief informeren over de personen op deze foto ? En hoe het leven was in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw in deze voormalige barak van het kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) ?

Op 15 juli 2015 meldde Martin Kievits: De man met pijp is Gerard Blikman, onze leider.
Ik zat in Alaska van februari 1965 – februari 1966.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Boomstamgymnastiek van N.A.D. arbeidsmannen

Bijgaande foto werd gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden van 5 september 1942.
Het onderschrift bij de foto luidde als volgt. Ter gelegenheid van een zomerfeest, dat de mannen van den N.A.D. van het kamp Diever georganiseerd hadden, werd op het Dieversche sportveld een groote demonstratie gehouden. De arbeidsdienstmannen bij het uitvoeren van een nummer boomstamgymnastiek.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-12-21
Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Geeuwenbrug, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd. Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) gestuurd.
De mannen van het N.A.D. kamp aan de Geeuwenbrug werkten bij de ontginning van woeste gronden, deden ook boerenwerk, zoals het oogsten van aardappels. De mannen moesten ook veel sporten, zoals op bijgaande foto is te zien, zij het dat boomstammetjesgymnastiek wel een merkwaardig en drillerig soort van gymnastiek genoemd mag worden, zou de Duiste bezetter deze speciaal als verkapte oorlogstraining hebben bedacht ? De mannen exerceerden en marcheerden ook regelmatig met een schop aan de schouder, wat maakte het uit, een schop is gemakkelijk in te wisselen voor een geweer.
Meer gegevens over de N.A.D. kampen zijn te vinden op de betreffende bladzijde in de webstee wikipedia.nl. Niet bekend is of de gegevens op de wikipedia bladzijde geverifieerde gegevens zijn. Het onderschrift bij de foto noemt het Dieversche sportveld. Dit zou het sportveld aan het Tusschendarp kunnen zijn geweest, maar de redactie is daar niet zeker van. Wanneer werd dit sportveld aangelegd ?

Posted in Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wie heeft leerkracht Jan van der Meer gekend ?

Op verzoek van Esther van der Meer plaatsen we bijgaand bericht met daarin een verzoek gegevens van haar vader Jan van der Meer, uit te tijd dat hij in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug als dienstweigeraar werkte, naar het Deevers Archief te sturen.

Ik ben op zoek naar gegevens uit de periode 1959-1962. In die periode heeft mijn vader Jan van der Meer als dienstweigeraar in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug gewerkt als leerkracht (vervangende dienstplicht). Wie kent Jan van der Meer ? Wie heeft foto’s uit die periode ? Welke ex-collega’s of kinderen die in de periode in het kamp zaten, herinneren zich mijn vader ? Ik verneem het graag !
Mijn vader hoopt 80 jaar te worden in maart 2016 ! Ik ben bezig om een speciaal jubileummagazine voor hem te maken, welke gemaakt wordt met medewerking van zijn kinderen, kleinkinderen, vrienden, en ex-collega’s. Alle binnengekomen gegevens en foto’s worden begin februari aangeboden aan een drukkerij, die er een prachtig magazine van gaat drukken. Vandaar dat ik overal gegevens probeer te achterhalen.
Kinderfoto’s van hem heb ik wel, maar een foto uit de periode dat hij vervangende dienstplicht in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug moest doen, heb ik helaas niet!
Ik weet dat hij toen tussen de 23 en 26 jaar moet zijn geweest en dat de jongens in een internaat verbleven. In de weekeinden mocht mijn vader naar huis. Hij woonde toen in Hengelo in Overijssel.
In de loop van 1962 had hij zijn vervangende dienstplicht erop zitten. Inmiddels was hij vader geworden van een zoontje (mijn broer Paul).
Ik hoop dat iemand zich mijn vader herinnert uit deze periode, iemand die misschien een leuke herinnering of foto heeft uit die periode. Ik verneem het graag !

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik heb in het kamp gezeten van 1969 tot juni 1970

De redactie van het Deevers Archief ontving op 25 oktober 2015 bijgaande reactie van de heer Henk Kuiper uit Diemen over zijn verblijf in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Henk Kuipers is op zoek naar zijn oude kameraden.

Ik heb in het kamp gezeten van 1969 tot juni 1970. De jongens die reageren ken ik natuurlijk nog. Ik heb zelfs nog foto’s van Ben en Kor.
De barakken waren als volgt: 1. Alaska, 2. Peru, 3. Transvaal en de laatste was Klondike.
In Klondike zaten de oudere jongens, die langer op het kamp zaten. Die gingen ook naar school buiten het kamp.
Het is inderdaad zo dat je de eerste 40 jaar van je leven de boel geblokt hebt, maar naarmate je ouder wordt ga je toch steeds meer over de jongens nadenken.
Ik ben al een paar jaar op zoek naar de jongens waar ik heb beste mee om ging. Hyves en Facebook hebben wel een beetje geholpen, maar een heleboel jongens zijn nog verstopt.
Als u eventueel meer wilt weten mag u mij altijd mailen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-25
De redactie wil natuurlijk nog veel meer weten van het reilen en zeilen in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie wil ook graag de genoemde foto’s, compleet met namen publiceren. Henk Kuiper doelt op de jongens Ben van Erp en Kor. De lezer wordt gemakshalve verwezen naar het artikel Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ? en naar het artikel Ik heb ook nog een paar medailles van klei.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Kees Verhoef zoekt nog steeds Kees van Duin

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaand artikel samengesteld op basis van een telefonisch interview met de heer Kees Verhoef, die in de periode 1950-1952 een jaar in kamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe verbleef.

Ik ben geboren in 1939 in Putten in Gelderland geboren. Mijn moeder is met mij van mijn vader weggelopen. In de oorlog heb ik in de Lombokstraat in Amsterdam gezeten bij mijn opa. Daarna ging ik in de oorlog naar een inrichting in Utrecht.

De man die bij mijn moeder was, dat was mijn stiefvader. Die had niet veel met mij. Die sloeg en schopte mij. Als dat gebeurde, dan kon ik niet thuis zijn, dan klom ik lang de regenpijp het dak op en ging ik achter de schoorsteen zitten. Daar kon hij mij niet pakken. De buren hebben op een gegeven moment de politie ingeschakeld. Daarna hebben mensen van de gemeente mij weggehaald. Zo ben ik in kamp ‘de Eikenhorst’ terecht gekomen.

Ik ben twee keer ondervoed geweest. We kenden thuis geen vettigheid. Thuis was het armoede. In het kamp was het eten goed. We kregen prima te eten. Er was goed brood met beleg. We aten in de barak met de keuken en de eetzaal.

Ik kan mij de naam van de commandant van het kamp niet meer herinneren. De commandant had een eigen woning. Die man zag je nooit. Die zat heel ver weg. Die kreeg z’n centen zeker voor niks. De naam van de adjudant was meneer Groen. We wisten zijn voornaam niet. Zo ging dat. Gelijk links van de ingang stond de barak van de leiding. We mochten het terrein niet af. We mochten niet in café Jonkers komen. We gingen niet naar het zwembad in Diever. Ik herinner mij het kanaal nog wel.

In het begin kregen we geen school in het kamp. Mijn taak was werken in het magazijn. Ben Nielen uit Wormerveer was de magazijnmeester. Hij was ook onze sportleraar. In het magazijn had ik wat verantwoordelijkheid. Dat gaf ook enige macht. We droegen militaire kistjes, van die hoge schoenen. Die werden steeds maar gerepareerd, totdat ze uit elkaar vielen. Ik zei dan dat zo’n versleten paar schoenen nog wel een tijdje meeging, maar daar besliste de magazijnmeester dan anders over.

We hadden ook corvee. Daar was een corveelijst voor. We moesten werken in de keuken en in de kantine. We moesten de afwas doen van de jongens uit alle barakken. Voor mij was structuur en discipline in mijn leven positief. In de afwasbarak moesten we alles met de hand afwassen. Met de corveelijst was alles goed geregeld. Er was structuur. Je wist waar je aan toe was. Dat was thuis heel anders. Ik heb in het kamp geleerd voor me zelf te zorgen. Het was goed dat je wat moest doen. Aan mijn tijd in kamp ‘de Eikenhorst’ heb ik veel gehad.

De jongens uit de barak Perú gingen met elkaar om en gingen weinig met de jongens van de andere barakken om. Daar heb ik geleerd wat kameraadschap en discipline is. De jongens onder elkaar vochten wel, maar als je onder kwam te liggen, dan had je verloren, dan was het afgelopen. Maar die Henk Staal hield zich daar niet aan en bleef de jongen die onder lag hard in zijn gezicht stompen. Dat was heel gemeen. In de barak sliepen we op een stromatras. Zo nu en dan werd het stro vervangen door nieuw stro.

Elke ochtend werd de Nederlandse vlag gehesen, net zoals tijdens de militaire dienst. We liepen in de gelid naar de vlag, dan werd de vlag gehesen. We moesten ook regelmatig flink wat kilometers door de bossen lopen. Dat was zwaar.

We hadden eens een hut gegraven in de zandvlakte. Dat mocht van de leiding. We gingen kijken waar de kippen van de commandant waren. We roofden de eieren van zijn kippen. We kregen leverpastei uit een blikje op ons brood. In zo’n leeg blikje kookten we de geroofde eieren van de commandant.

Kees van Duin was mijn kameraad, die kwam uit Scheveningen, vlak bij de haven. Ik kwam uit Groede, vlak bij de haven van Breskens. We praatten over loggers en botters en vissersschepen. Ik ben hem kwijt geraakt. Ik heb naar hem gezocht op Facebook, maar ik heb hem nog steeds niet gevonden.

Ik heb een hele mooie tijd gehad in het kamp. Ik heb een goed gevoel over het kamp ‘de Eikenhorst’. Ik ben daar een jaar geweest. Het is een mooie tijd geweest. De leiding was niet streng. Ze schreven wel alles over je op. Na een jaar ben ik overgeplaatst naar een kamp in Maarsbergen, daar moest ik een vak leren. Ik heb daarna nog in een kamp in Veenendaal gezeten, daar mocht je roken. In een metaalfabriek in Veenendaal heb ik als leerling gaten in scharnieren geponst. Later ben ik gaan varen op de binnenvaart.

Alles wat ik had van het kamp ‘de Eikenhorst’ is verdwenen. Ik had ook grammofoonplaten met uitvoeringen van heldentenoren gekregen van meneer Pols. Mijn stiefvader heeft alles weggegeven. Het enige wat ik nog heb, dat is deze foto. Ik kon niks van vroeger van ‘de Eikenhorst’ terugvinden. Ik zit sinds zes jaar op de computer en heb via Google in de website www.dieversarchief.nl verhalen over ‘de Eikenhorst’ gevonden. Dat was een hele gewaarwording.

Op de foto zie ik Kees van Duin staan. Hij is de jongen met het streepjesshirt. Ik zie aan de kopjes van de jongens dat ze gelukkig waren. Jantje Scholten staat ook op de foto. Hij was een klein mannetje en werd daarmee altijd geplaagd. Ik sta op de foto aan de rechterkant, met mijn handen bij elkaar. Meneer Pols, onze leider, staat achteraan op de foto. Zijn voornaam ken ik niet. Je zei meneer tegen hem, dat was alles. Alles was netjes geregeld. De foto is bij de barak van de groep Perú genomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-24
De jongens die omstreeks 1951-1953 in de barak met de naam Perú verbleven worden dringend verzocht te reageren op dit artikel van Kees Verhoef en vooral op de groepsfoto. In het bijzonder is de redactie op zoek naar Kees van Duin. Is Kees van Duin nog in leven ?

Abracadabra-1410

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik heb ongeveer een jaar in Klondike vertoefd

De redactie van het Deevers Archief ontving op 20 januari 2014 het volgende bericht van de heer B.J. Blom.

Ik ben in de jaren 1956-1957 in kamp Geeuwenbrug geweest. Toen was de naam van de commandant meneer Frens, die is naderhand naar Appelscha gegaan. Er was ook een sportleider. Er was een toneelzaal. En we deden ook bosspelen.
Ik persoonlijk heb er de mooiste tijd van mijn leven gehad. Ik heb ongeveer een jaar in Klondike vertoefd.
Ik kan mij ook nog de namen Eddie Langerijs, Dirk Vonk en Jan Pommerel voor de geest halen.
In elk groepsverblijf zaten 21 jongens, die zeker niet een slechte inborst hadden, maar het was het gevolg van de oorlog.
Ik hoop dat U deze reactie de moeite waard vindt. En heel misschien zeggen deze drie letters V.B.S. u wel iets, die moesten wij in ons kleding naaien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Wie kan dit korte verhaal van de heer B.J. Blom aanvullen ?
Waar zijn Eddie Langerijs, Dirk Vonk en Jan Pommerel gebleven ?
En waar zijn al die andere jongens, die in de barak Klondike verbleven, gebleven ?
Het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug (an de Gowe) was een kamp voor sociale jeugdzorg van de afdeling Vorming Buiten Schoolverband (V.B.S.) van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
Met ‘het gevolg van de oorlog’ zal de heer Blom bedoelen dat de zware oorlogsjaren hem als jongen diep hebben geschokt.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment