Category Archives: Oldendiever

Ansichtkaart van een oude boerderij in Oldendeever

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de boerderij van ….. Hessels in Oldendeever is uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) in juli 1960. Wat was de voornaam van deze Hessels ?
De redactie heeft de eerste kleurenfoto van deze boerderij met pothokke gemaakt op 3 oktober 2012.
De tweede afbeelding in kleur is een scan van de voorkant van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’. De heemkundige vereniging uut Deever heeft dit onvolprezen boekje in 2009 uitgegeven ter gelegenheid van haar 15-jarige bestaan.
Wellicht is het boekje voor een paar eurootjes of een habbekratsje te koop bij een handeltje in tweedehandsboeken ergens in den lande.
Het mag toch wel merkwaardig worden genoemd dat de makers in het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ geen aandacht hebben besteed aan de boerderij die op de voorkant van het boekje is te zien. Het moet toch wel enigszins belangwekkend zijn wie daar sinds de nieuwbouw in 1818 zoal hebben gewoond en gewerkt en zijn geboren en overleden ?
De redactie kwam de derde afbeelding in kleur in een webstee op het internet tegen.


Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Oldendiever | Leave a comment

Ansichtkaart van de molen van Oldendeever

Het pand op de zwart-wit foto moet van oorsprong een boerderij mit siedbaander zijn geweest. De baander van het pand van molenaar Uiterwijk Winkel is op deze zwart-wit foto uit 1963 al dichtgemetseld. Het pand stond redelijk dicht aan de Brinkstraat (heet de weg ter plaatse van het pand nog Brinkstraat of heet de weg daar Oldendiever ?).
Later is het pand afgebroken en is op een andere plaats een nieuwe woning gebouwd. Die kwam van verder van de Brinkstaat en wat verder van de straat met de naam Dingspil te liggen. Is (een deel van) het bouwmateriaal dat is vrijgekomen bij het slopen van het oude pand weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe pand ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Ansichtkaarten, Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Dorpsboerenleider benoemd leden dorpsboerenraad

In het Agrarisch Nieuwsblad (waarin opgenomen het orgaan Landbouw en Maatschappij) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 6 maart 1942 het navolgende merkwaardige bericht over de dorpsboerenraad.

Dorpsboerenraad.
Door den dorpsboerenleider, den heer J.B. Oostra te Wapse, werden tot leden van den dorpsboerenraad benoemd de heeren K. Snoeken en W. de Vries te Wapse, A. Muggen te Dieverbrug, E. Jongstra te Wateren en H. van Wester te Oldendiever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bladzijde 482 van het boek ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 6. Eerste helft. Juli 1942 – Mei 1943’ is in het hoofdstuk de ‘foute sector’ een en ander over te lezen over dorpsboerenleiders, dorpsboerenraden, buurtboerenraden.

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog, Wapse, Wateren | Leave a comment

Wie heeft een foto van een marcherende Excelsior

Van Hendrik (Henk of Henkie) Nijboer uit Beilen ontving de redactie van het Dievers Archief het volgende bericht.

Ik ben vanaf 1958 tot en met 1964 lid geweest van muziekvereniging Excelsior en had de kleine trom.
Ik liep samen met Anne Nijzingh altijd voorop bij een mars.
Bijvoorbeeld als de bejaarden na een busreis Diever weer binnen kwamen, dan werden ze altijd opgehaald met de muziek vanaf de fabriek.
Nu is mijn vraag wie o wie heeft er een foto van Excelsior waarbij Anne Nijzingh en ik voorop lopen bij een marcherende Excelsior.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Henk (Hendrik, Henkie) Nijbooer woonde eerst aan de Wiitelterweg in Oldendiever (waar nu een of andere commerciële milieuvervuilende leliekweker uit het Westen is gevestigd) (moest dus in Wittelte op school en niet in Diever) en woonde daarna aan de Kloosterstraat (komende vanaf Diever, toen het laatste huis aan de rechterkant van de Kloosterstraat, beter gezegd op het Bultie) (waar daarvoor de familie Van der Laan woonde, waar o waar is Siegertje gebleven ?).
De redactie van het Deevers archief is bijzonder geïnteresseerd in het reilen en het zeilen van deze prachtige muziekvereniging Excelsior. Wie o wie heeft foto’s, jaarverslagen of krantenknipsels ?? Stuur een scan in !!
Henk Nijboer doelt op de zo genoemde Zonnedag, die jaarlijks voor de Ouden van Dagen in de gemeenge Diever werd georganiseerd. Over participatie-maatschappij gesproken ………………..

Posted in Cultuur, Diever, Oldendiever, Participatie-maatschqappij, Verenigingen | Leave a comment

Boerderijtje van Hendrik Nijboer brandt in 1939 af

In het Nieuwblad van Friesland (Hepkema’s courant) verscheen op 1 mei 1939 het navolgende bericht over de brand in het boerderijtje van Hendrik Nijboer an de Wittelterweg in Oldendeever..

Brand te Oldendiever.
Diever, 28 april. Hedenmiddag ongeveer half vijf ontstond brand in het boerderijtje van Hendrik Nijboer te Oldendiever. Het vuur greep zoo snel om zich heen, dat de bewoners zich overhaast in veiligheid moesten stellen.
Het op stal aanwezige vee wist men naar buiten te krijgen, doch overigens werd alles een prooi der vlammen.
De brand is vermoedelijk in of nabij den schoorsteen ontstaan.
Huis en inboedel waren verzekerd.
Even bestond er nog gevaar voor het in brand geraken van de arbeiderswoning van Cornelis Hunneman, doch doordat het flink regende, bleef dit huis gespaard.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de plek van het boerderijtje an de Wittelterweg in Oldendeever werd een grotere boerderij gebouwd. In deze boerderij is nu een leliekweker gevestigd. De arbeiderswoning (het was een hut) van Cornelis Hunneman bestaat al lang niet meer.

Reactie van Henk Nijboer, versie van 2015-03-30
Mooi stukkie, daar ben ik hartstikke blij mee.
Volgens mijn familie is de brand ontdekt door Hendrik Mulder uut 
Deever, die op zijn land aan het werk was bee’j de Liendert. Mijn vader vertelde altijd dat als een wagen met hooi op de deel stond, dan stond het paard op de Wittelterweg. Zo dicht stond het boerderijtje op de weg. Zou van dit boerderijtje nog ergens of bij iemand een foto bewaard zijn gebleven ? Wie het weet, die mag dit natuurlijk melden.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Boerderijen, Keuterijen, Oldendiever | Leave a comment

Dorpskrachten snoeien struiken en bosschages

In de Meppeler-Courant van 21 februari 2011 verscheen het volgende zeer opmerkelijke bericht over het snoeien van gemeentelijke struiken en gemeentelijke bosschages langs toeristische fietspaden in de gemeente Deever.

Diever.
Vrijwilligers aan het snoeien
Een groep vrijwilligers in Diever is iedere maandag druk doende om struiken en bosschages langs de fietspaden in de voormalige gemeente gemeente Diever te snoeien. Vorige maandag is de Groningerweg behoorlijk aangepakt en vandaag zijn de fietspaden bij de molen en Steenwijkerweg onder handen genomen. Vooral het fietspad langs de molen -opgenomen in de knooppuntenroute- was aan een grondige opknapbeurt toe.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het beheer en onderhoud van het groen langs de lange Grönnigerweg, langs de zo genoemde Molenweg en langs de lange Stienwiekerweg is van belang, want deze wegen worden bereden door veel toeristen. De toeristeneconomie brengt toeristenbelasting in het laatje van de kassier van de voorkant van het gelijk. Die inkomstenbron mag onder geen beding in gevaar komen, zeker niet door slecht onderhouden groen.
Het uurtariefje van een ijverige en gemotiveerde dorpskracht uut de gemiente Deever zou voor de gedachtenvorming kunnen worden gesteld op € 10,-. Dat is een laag tarief en is bepaald geen tarief dat commerciële bedrijven in rekening brengen.

De ijverige, gemotiveerde en mondige dorpskrachten uut de gemiente Deever zullen aan het beheer en onderhoud van het groen langs de lange Grönnigerweg, langs de zo genoemde Molenweg en langs de lange Stienwiekerweg bij benadering ongeveer 1.000 uur hebben besteed, Wellicht gratis of voor een habbekratsje of voor een kopje koffie en plakje cake, een borreltje en een toespraakje en een schouderklopje van de dienstdoende wethouder, echter de dorpskrachten hadden op basis van het genoemde tariefje een rekening van € 10.000,- naar de voorkant van het gelijk kunnen sturen.
Als de voorkant van het gelijk het beheer en onderhoud van het groen langs de lange Grönnigerweg, langs de zo genoemde Molenweg en langs de lange Stienwiekerwegvolgens volgens de wettelijke aanbestedingsregels openbaar, niet-openbaar, meervoudig onderhands of handjeklap aan een in de markt opererend commercieel groenbedrijf had aanbesteden, dan zouden de kosten voorzichtig geschat zeker ongeveer drie keer zo hoog zijn geweest, zeg voor de gedachtenvorming ongeveer € 30,000,-.
Nota bene, diezelfde ijverige, gemotiveerde en mondige dorpskrachten maken veelal ook vaak gebruik van het in verregaande staat van verval verkerende maar voor de Deeverse gemeenschap onmisbare Dingspilhuus.
Het advies aan de ijverige, gemotiveerde en mondige dorpskrachten uut de gemiente Deever is zich zo snel mogelijk te verenigen in een Stichting Dorpskrachten en in verhouding tot de voorkant van het gelijk alleen nog maar te werken op basis van werkelijke contracten en werkelijke onderbetaling.
Dan had de voorkant van het gelijk in dit voorbeeld mooi € 20.000,- publieksgeld bespaard en had een Stichting Dorpskrachten die € 10.000,- opbrengst uit eigen arbeid in bijvoorbeeld een Fonds Behoud Dingspilhuus kunnen stoppen.
Mondige Deeverse dorpskrachten let op de Deeverse zaak ! Arbeid is geld ! Tientallen van dit soort arbeidsintensieve opdrachten kunnen worden ondergebracht bij Deeverse dorpskrachten in een op te richten Stichting Behoud Dingspilhuus.
Dus het mes snijdt dan zelfs aan drie kanten. De ijverige, gemotiveerde en mondige Deeverse dorpskrachten werken voor een zeer laag uurtarief een Dingspilhuus bij elkaar, de voorkant van het gelijk hoeft bijvoorbeeld de WOZ-belasting niet te verhogen (zou zelfs verlaagd kunnen worden) en het aantal ambtenaren van de gemeente Westenveld kan wezenlijk woren ingekrompen (de gemiente Deever ligt toch al in een krimpgebied), want de Stichting Dorpskrachten kan het beheer en onderhoud van heel veel objecten overnemen.
De redactie heeft de kleurenfoto van de zandweg aachter de Meule in Oldendeever over de Westeresch op 2 januari 2017 gemaakt.
De voorkant van het gelijk kon het niet nalaten met publieksgeld toch een stukje van deze kostbare en cultuurhistorisch waardevolle zandweg te vernielen met straatstenen en trottoirbanden en nota bene ook een straatkolk met bijbehorende riolering aan te brengen. Aan het andere einde van deze zandweg heeft de voorkant van het gelijk het zandoppervlak zelfs vernield met een halfverharding om boze en gemakzuchtige autorijdende moeders van de lagere school met de naam Singelier bij het halen en brengen van hun kinderen te behagen. Erg duur, maar niet erg duurzaam. 

Abracadabra-578 Abracadabra-579

 

Posted in Diever, Dorpskrachten, Gemeente Westenveld, Oldendiever, Zandwegen | Leave a comment

Gezicht op molen ‘de Vlijt’ op de Westeresch

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2017-01-01 De redactie kwam bijgaande foto tegen bij het ingrijpend veranderen van de ordening van de foto’s in zijn verzameling. De redactie heeft deze foto op 17 oktober 2007 gemaakt. Gelukkig … Continue reading

Posted in Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Westeresch, Zandwegen | Leave a comment

Molens en mensen moeten meer moveren

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-12-16

In een uitvouwblaadje van de Stichting Ouderenbeleid Deever voor alle 55+’ers is bijgaande tekening van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever afgebeeld. De tekening staat in de uitgave 2009, maar ook in de uitgave 2011 van genoemd uitvouwblaadje en wellicht ook in andere uitgaven.
Even dacht de redactie dat hier sprake was van een ter plekke gemaakte tekening van deze molen door een onbekende tekenaar, dat zou prachtig zijn geweest, maar na enig zoekwerk bleek dat de afbeelding -zoals zo vaak gebruikelijk is met Deeverse tekeningen- is overgetekend van de hier afgebeelde ansichtkaart in kleur, die bij Deeverse neringdoenden alweer een aantal jaren geleden te koop was voor € 0,75.
De overtekenaar heeft er wel een mooie hoge blauwe lucht bij bedacht en heeft ook zeilen op de wieken gekleurd, teneinde de suggestie van een molen in beweging te wekken.
De Stichting Ouderenbeleid Deever bestaat sinds 8 januari 1998 en heeft tot doel het organiseren en uitvoeren van het ouderenbeleid in de gemiente Deever in het algemeen belang van de gehele oudere bevolking van deze gemiente, ongeacht religie of levensbeschouwing. Daar kan de voorkant van het gelijk in de verste verte nog geen puntje aan zuigen. Het ouderenbeleid op het niveau van deelgemeente regelen, dat is waarschijnlijk tegen het zere integratiebeen schoppen van de voorkant van het gelijk.
De genoemde dorpskrachten-stichting geeft in het uitvouwblaadje aan zich te richten op het bewegen van mensen en het in beweging brengen van mensen. Het is met molens net zo als met mensen, molens moeten bewegen, molens moeten in beweging worden gebracht, want stilstand is achteruitgang. Vooral bij een rijksmonumentje van het type molen ‘de Vlijt’.

abracadabra-538

abracadabra-539

abracadabra-537

Posted in Ansichtkaarten, Dorpskrachten, Gemeente Diever, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Rijksmonumenten | Leave a comment

Op de hoorn bloas’n in de winter in Oldendeever

In het damesblad Libelle, jaargang 2016, nummer 49, week van 18 tot en met 24 november verscheen het volgende berichtje over het midden in de winter blazen op de hoorn in Oldendeever. Het berichtje is geïllustreerd met een afbeelding van een ansichtkaart uit het jaar 1985.

Groeten uit Diever
In het Drentse buurtschap Oldendiever wordt tussen 30 november en 6 januari traditioneel elke dag op de midwinterhoorn geblazen. Op zaterdag 2 januari 2017 wordt het blaasseizoen afgesloten met meer dan dertig hoornblazers bij de kerk in Diever. Aansluitend wordt een midwinterwandeling georganiseerd voor jong en oud met vuren, glühwein, chocolademelk en een spannend verhaal.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-11-29
Het midden in de winter (de winter begint niet op 30 november, maar pas op 21 december) blazen op de hoorn is geen Oldendeeverse traditie. Deze exoot onder de Oldendeeverse ‘tradities’ is gecopieerd uit het zuid-oosten van Drenthe, Salland, Twenthe en de Achterhoek. Maar zal het midden in de winter blazen op de hoorn in het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever wel ooit een traditie worden ? Een traditie is immers een gebruik of gewoonte die van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven. En daar is in het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever op dit ogenblik geen sprake van.
In het zuid-oosten van Drenthe, in Salland, in Twenthe en in de Achterhoek blazen de liefhebbers op de hoorn tussen de eerste zondag van de Advent (27 november 2016) (anbloas’n) en Driekoningen (6 januari 2017) (ofbloas’n).
In het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever nemen de importeurs van het midden in de winter op de hoorn bloas’n het blijkens het berichtje in het damesblad Libelle niet zo nauw met deze strikte regel (je volgt de traditie of je volgt de traditie niet).
In het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever is het midden in de winter blazen op de hoorn nu al verworden tot een soort van kneuterig volksvermaak, söls mit gloepens hiete wien. Bovendien hebben de Oldendeeverse importeurs een soort van handeltje gemaakt van het midden in de winter op de hoorn bloas’n. De hoeders van de traditie van het hoorn bloas’n in het zuid-oosten van Drenthe zijn bijzonder ongelukkig met de negatieve ontwikkelingen in het Oldendeeverse.
Het Libelle-bericht verwijst naar de al jaren niet meer bijgewerkte webstee www.primitievehoorns.nl.
Een wél het hele jaar door gebruikte oer- en oeroude primitieve hoorn is de clarin, waarop wel het hele jaar door wordt geblazen in het departement Cajamarca in Perú, zonder dat sprake is van traditioneel. Luister en kijk naar de resultaten van het bespelen van dit prachtige instrument in bijgaand voorbeeld.
De afbeelding toont een ansichtkaart van het pulptype ‘Groeten uit Diever (Dr.)’. De afgebeelde ansichtkaart is aanwezig in het Deevers Archief. Deze ansichtkaart is een zo genoemde 14-luiks ansichtkaart (één ansichtkaart volgepropt met 14 fotootjes). De suggestie wordt daarbij gewekt dat alle 14 fotootjes in de gemiente Deever zijn gemaakt. Duidelijk herkenbaar zijn de kleine Peperstroate met het huis van Klaas Kleine en de gemeentelijke toren en het kerkgebouw op de brink van Deever, het hunnebed an de Grönnegerweg, de weg door het Groenendal met het wit geschilderde huis van Jitse Betten, de Heufdstroate met zicht op de boerderij van de familie Hessels, molen ‘de Vlijt’ in het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever, de cafés an de Kruusstroate en het beeld op de brink van Deever. De andere fotootjes zijn hoogstwaarschijnlijk niet in de gemiente Deever gemaakt. Maar wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.

abracadabra-564abracadabra-563

Posted in Ansichtkaarten, Midwinterhoornblazen, Oldendiever, Toeristenindustrie, Tradities | Leave a comment

Foto van een landweg in de gemeente Deever in 1920

In het nummer van 14 februari 1920 van het tijdschrift ‘Buiten’ is in het artikel ‘Diever en Dwingelo’ bijgaande foto van een landweg in Deever opgenomen. De foto is gemaakt  door Cornelis Johannes Steenbergh. In de collectie Steenbergh is het glasplaatnegatief van deze foto niet bewaard gebleven. Cornelis Johannes Steenbergh maakte foto’s met de bedoeling deze direct te kunnen publiceren. Zo is ook de foto van de landweg in Deever van hoge kwaliteit. De foto laat vooral de schilderachrige aspecten van het Deeverse landschap zien..
De redactie van het Deevers Archief breekt zich al jaren het hoofd over waar deze foto in de gemeente Deever is gemaakt. Ook erkende Deever-kenners weten zich geen raad met deze fraaie foto. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie uitleggen waar deze foto is gemaakt ? Of is op de foto een deel van de Landweg in Wapse te zien ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09 

Abracadabra-1484

Posted in Afbeeldingen, Kunst, Oldendiever, Topstukken | Leave a comment

N.S.B.’ers na de bevrijding gevangen in café Balsma

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21

In Deever hielden de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) hielden zich in de eerste dagen na de Tweede Wereldoorlog met name bezig met het opsporen en vastzetten van N.S.B.’ers en pro-Duitse Nederlanders uit de omgeving van Deever.
Ze werden vastgezet in café Brinkzicht an de Brink in Deever, dit café was eigendom van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, die zelf eerst ook in zijn eigen café werd vastgezet, nadat hij in Appelscha was opgepakt.
Voor het luchten van deze mensen was een omheind stuk grond buiten het café beschikbaar. Na verhoor en na opmaak van een eerste proces verbaal door de leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) mochten sommigen naar huis, anderen kwamen terecht in kamp Westerbork.
Het is een goede zaak dat betrokkenen over het gebeurde in de Tweede Wereldoorlog willen getuigen. In de webstee easy.dans.knaw.nl van Data Archiving and Networked Services zijn getuigen-verhalen van N.S.B.’ers die hebben vastgezeten in kamp Westerbork te vinden. Zo ook interview 16 waarin een in de Tweede Wereldoorlog pro-Duits gezinde vrouw uit Oldendiever vertelt over haar ervaringen in en na de Tweede Wereldoorlog.

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, N.A.D.-kamp, N.S,B,, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Lonen omlaag met respectievelijk 10, 7,5 en 5 %

De redactie van het Deevers Archief houdt er een merkwaardige hobby op na en dat is onder meer het verzamelen van jaarverslagen en andere documenten van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’, die was gevestigd aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever. Elk jaarverslag bevat een schat aan gegevens over de melkveehoudende boerenstand in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte.
De redactie vond het ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ bij toeval in een achtergelaten doos in het kaaspakhuis in het toen nog bestaande oude pand van de zuivelfabriek aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever.

De jaren 1931 en 1932 waren jaren in de grote vooroorlogse crisis. In het ‘Verslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ zijn slechts twee zinnetjes in het verslag van de bestuursvergaderingen besteedt aan de beloning van zijn arbeiders:
Verder werd besloten tot loonsverlaging van het personeel over te gaan en wel met percentages van respectievelijk 10, 7½ en 5. Voor de hierna geldende salarissen zie men de tusschen haakjes geplaatste bedragen bij de loonlijst personeel.
Het bestuur was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jan Seinen, Diever, voorzitter;
– Gerard Meijering, Diever, secretaris;
– Dirk Moes, Diever, vice-voorzitter;
– Hendrik Lefferts Barelds, Wittelte, vice-secretaris;
– Jan Berends van der Berg, Wittelte, lid.
De raad van commissarissen was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jans Bult, Oldendiever, voorzitter;
– Roelof van Wester, Oldendiever, secretaris;
– Hendrik Jonkers, Dieverbrug;
– Klaas Geerts, Oldendiever;
– Bertus Wemmenhove, Dieverbrug.

De genoemde loonlijst is te zien op de hier afgebeelde bladzijde 4 van het genoemde jaarverslag.
De Heer Directeur J.H. Benthem en de Heer Assistent J. Andree (die zichzelf altijd maar Andreae wilde
noemen)
bleven -ook in die zware crisis- gespaard van deze groffe gedwongen loonsverlaging. Zij hadden bovendien het grote voorrecht van ‘vrij wonen’. Ook de eerste kaasmaker had ‘vrij wonen’.
Op de hier afgebeelde bladzijde 5 van het genoemde jaarverslag is te lezen hoe ook de melkrijders het er van langs kregen. Merkwaardig genoeg namen de melkrijders het voorstel aan voortaan op de zondag gratis te rijden.

Het schrille contrast met de groffe gedwongen loonsverlaging van de fabrieksarbeiders van de toch wel mededogenloze boerenonderneming ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ is te lezen in het hier afgebeelde kort-door-de-bocht bericht, dat verscheen op 29 juni 1932 in het Nieuwsblad van het Noorden:
Diever, 28 juni. Van gemeentewege vond dezer dagen de uitkeering plaats van gelden ingevolge de Crisis-Zuivelwet. Bijna 400 veehouders ontvingen kleinere en grootere bedragen, tot een totaal van f. 4369,50. Het gaf een heele drukte.

Om voorlopig in ‘de ergste nood’ van de melkveehouders te voorzien, kon in 1932 elke melkveehouder krachtens de Crisis-Zuivelwet steun ontvangen. Per melkgevende koe, die aanwezig was op 15 juni 1932, kon elke melkveehoudende boer, die zich voor steun aanmeldde f, 2,25 ontvangen. In de gemeente Diever ging het om 376 boeren, die tezamen 1959 koeien hadden, dus het steunbedrag was f. 4407,75. De boerenorganisaties moeten ook in die jaren al krachtige lobbyisten in het Haagsche hebben gehad.
Van hoeveel koeien in 1932 de melk naar de ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ werd gebracht, is niet bekend, dus is het ook niet bekend hoeveel steun naar de boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte is gegaan.
Na de gedwongen groffe loonsverlaging van de arbeiders van de melkfabriek een maand eerder gaf het met die 203 boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte wel een hiele drokte daar bij het gemeentehuis an de Brink in Deever (een gemeentehuis hoort aan de Brink staan). Bestuursleden, commissarissen en leden van de coöperatie, allemaal in de rij staan voor een beetje steun. Hand ophouden. Niet klagen, maar dragen. Geld van de arbeider en geld van de belastingbetaler. Alle beetjes helpen om de crisis door te komen.
De redactie kan belangstellenden een pdf-bestand van het belangwekkende ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932′ toesturen. Stuur een berichtje.

Abracadabra-1224Abracadabra-1225Abracadabra-1223

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Kalteren, Landbouw, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

De Leendert is de ijsbaan van ijsclub Deever

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 30 november 1937 het volgende bericht over de jaarvergadering van de IJsclub Diever.

Diever
In het café Slagter vergaderden de leden van de ijsclub Diever, onder presidium van burgemeester Van Os.
De ontvangsten bedroegen f. 314.31 (inclusief het batig saldo van het vorig jaar ad f. 179,87), de uitgaven f. 132.77, batig saldo f. 181.54. Het ledental bedraagt 249.
Bovendien werd een cassagebouwtje voor de club gemaakt, wat een uitgaaf vorderde van f 65.10.
Het aftredend bestuurslid, de heer J. Boesjes, werd herkozen.
De contributie voor het vereenigingsjaar 1937/1938 werd bepaald op f. 0.50 per lid.
De voorzitter deelde mede, dat het bestuur de vorige vergadering is gemachtigd tot het uitvoeren van een verdiepingsplan van de ijsbaan ‘de Leendert’. Dit plan zou van de club f. 240,- vorderen. De uitvoerende maatschappij wilde echter niet toezeggen, dat ‘de Leendert’ dan voor jaren goed en vrij van biezen enzovoort zou blijven. Daarom werd een proef genomen met het afmaaien van de biezen. Blijkt dat dezen winter goed te voldoen, dan wordt van het uitdiepingsplan afgezien.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie van 2016-02-12
Met café Slagter wordt het café van Berend Slagter, later het café van Klaas Doorten en Alberdine Slagter, an de Kruusstroate in Deever bedoeld.
Het was voor de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk dat de zo genoemde ‘vooraanstaanden’ in de gemeente in de meeste verenigingsbesturen een functie bekleedden, zo ook bij de ijsclub Diever. Hendrik Gerard van Os, burgemeester van de gemeente Deever, was in 1937 voorzitter van de ijsclub. Jan Boesjes, secretaris van de gemeente Deever was in 1937 lid van het bestuur van de ijsclub.
Vanaf de Wittelterweg liepen de schaatsers over het land van de familie Bult naar het veentje ‘de Leendert’. Het kassagebouwtje zal bij de Leendert hebben gestaan, blijkbaar moesten niet-leden bij de kassa toegang tot de ijsbaan betalen.
Wie van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief heeft verhalen over het schaatsen op de Leendert, wie heeft foto’s van het schaatsen op de Leendert ? De redactie wil deze graag publiceren.
Bijgaande foto is gemaakt op 11 april 2013. De Leendert is nu volledig dichtgegroeid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Diever, Kruisstraat, Oldendiever, Verenigingen | Leave a comment

Foto uut Oldendeever in ’t Frese meul’nbook uut 1980

De heer Nico Meinsma, vrijwillig molenaar van korenmolen ‘de Weyert’ in Makkinga stuurde op 11 januari 2016 de volgende gewaardeerde reactie over een van de twee afbeeldingen die bij het artikel ‘Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’ in het Deevers Archief zijn opgenomen.

Ik ben vrijwillig molenaar te Makkinga en ik was leerling-molenaar in Diever bij Meint Noordhoek.
Achter Wijert Zeephat zijn rug op de foto van de twee gebroeders ziet u een vlek op een korbeel die nog steeds te zien is.
Deze foto staat in het Fries molenboek van 1980 in een artikel dat over de molen van Makkinga gaat. Helaas wordt in dat boek niet vermeld waar deze foto vandaan komt en ook niet dat deze foto in Diever is gemaakt.
Molenaar Meint Noordhoek heeft ons altijd gewezen op deze vlek als bewijs dat de foto in Diever is gemaakt.
Ik ben bezig wat historische beelden te verzamelen voor de website van de molen ‘de Weyert’ in Makkinga en had genoemde foto gekozen uit het Fries molenboek.
Dat de foto in Diever is gemaakt, daar waren we al van overtuigd, maar ik zal nu ook vermelden dat we dit beeld aan de fotograaf van de Meppeler Courant te danken hebben en aan het Deevers Archief uiteraard.
Intussen heeft de molenaar van molen ‘de Vlijt’ de steenkraan, de kraan waar een molensteen aan kan worden gehangen, vernieuwd, het moet wel veilig blijven. Zie de bijgevoegde foto’s van voor en na de vernieuwing van de steenkraan. Zie ook de laatste foto in de fotocollage van het binnenwerk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-01-13
Fries molenboek, Leeuwarden, de Tille, 1980, 264 bladzijden, stof omslag, ingebonden. Het boek is samengesteld met medewerking van de Fryske Mole, Gild Fryske Mouders, De Hollandsche Molen en Fryske Akademy.
Meint Noordhoek is de vrijwillige hobby-molenaar van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.
Met Wijert wordt Wijert Zeephat bedoeld, zie op bijgaande afbeelding de man aan de rechterkant.
Een korbeel is de schoor, de schuinstaande balk, die het spant met de spantbalk verbindt.
Belangwekkende gegevens over de molen ‘de Weyert’ in Makkinga zijn te vinden in de webstee www.museummolenmakkinga.nl. De dorpskrachten in Makkinga zijn erg goed bezig, daar kunnen de vrijwillige hobby-dorpskrachten die zich bekommeren om korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever’ toch nog wel wat van leren.
De afgebeelde ansichtkaart van molen ‘de Vlijt’ is in 1964 uitgegeven. In die tijd verbouwden de boeren nog rogge op de Westeresch.

Abracadabra-1505

Abracadabra-1507

Abracadabra-1509

Abracadabra-1506

Posted in Ansichtkaarten, Landbouw, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Monumentale woonboerderij afgebrand in Oldendeever

Op 28 december 1981 verscheen in de Meppeler Courant het navolgende bericht over een grote brand in de woonboerderij met adres Holtenweg 2 in Oldendiever.

Diever. Een felle brand heeft in de nacht van zaterdag op zondag de kapitale woonboerderij van de familie Ten Cate in Oldendiever gedeeltelijk verwoest. De schade loopt in de tonnen. Het pand dat uit het midden van de zeventiende eeuw dateert, stond op de Monumentenlijst. Het is enige jaren geleden gerestaureerd.
De brandweer van Diever werd even voor twaalf uur gealarmeerd. Omdat het er erg slecht uitzag, werden spuitgasten van Dwingelo voor assistentie opgeroepen. Men kon echter niet voorkomen dat het voorhuis in een rokende puinhoop veranderde. De zwart geblakerde resten staken erg schril af tegen het rondom de woonboerderij liggende sneeuwtapijt…
Veel antieke voorwerpen en boeken liepen waterschade op.
De brand brak uit juist op het moment dat de familie Ten Cate bij de open haard aan het kerstdiner zat. Vermoedelijk zijn  vonken uit deze open haard de oorzaak geweest.
De blussingswerkzaamheden werden door een zeer groot aantal belangstellende gevolgd.
De brandweer heeft de hele nacht bij het perceel gewaakt.
Dat er van het voorhuis van de monumentale boerderij niet veel overbleef blijkt duidelijk uit bijgaande zwart-wit foto.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Als de nabije vrijwillige brandweer uit Deever deze woonboerderij slechts voor een deel heeft kunnen redden, dan was het met riet gedekte pand zeer zeker volledig afgebrand, als Oldendiever toen enkel aangewezen zou zijn geweest op de vrijwillige brandweer van Dwingelo of Vledder.
Klaas Hofstee had het pand tot in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw in gebruik als boerderij. Klaas Hofstee werd geboren op 30 juli 1902 in Wapse en overleed op 21 mei 1988 in Dwingelo. Hij was getrouwd met Jentje Schoenmaker, zij werd op 9 mei 1911 in Dwingelo geboren en overleed op 3 juni 1996 in Dwingelo.
In de in 1773 gebouwde boerderij heeft ook VVD-coryfee Hans Wiegel (het oraekel van Deever) gewoond. 

De tweede foto is gemaakt door wijlen Henk van de Bos, die toen al in Oldendeever woonde.
De redactie van het Deevers Archief heeft de derde foto gemaakt op 4 april 2013.

Posted in Boerderijen, Dorpskrachten, Oldendiever, Vrijwillige brandweer | Leave a comment

De midwinterhoorn van het Andes-gebergte

In Oldendiever en omgeving wordt tussen de eerste zondag van de aanloopperiode naar kerst en Driekoningen (van 30 november tot en met 6 januari) sinds een aantal jaren elke dag op de midwinterhoorn geblazen. Met dit type hoorn kan een diepe … Continue reading

Posted in Midwinterhoornblazen, Oldendiever | Leave a comment

Korenmolen ‘de Vlijt’ – vóór 1942

In het Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen op 24 december 1942 het volgende bericht.

Diever. Toen de molenaar Jansen zijn molen, een z.g. kruien (redactie: waarschijnlijk wordt bedoeld een zogenaamde bovenkruier), op den wind wilde zetten, bezweek plotseling de stelling. Alles liep zonder ongelukken goed af. De molen echter heeft een vreemd aanzicht gekregen.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie van 2015-11-07
De hier afgebeelde foto uit het archief van de voormalige gemeente Deever behoort tot de buitencategorie foto’s. Op deze foto is de stelling van de molen nog aanwezig. De foto moet derhalve vóór 24 december 1942 zijn gemaakt. De foto toont op prachtige wijze hoe het onverharde en met gras begroeide loop- en menpad tussen het zandpad met de naam ’t Bultie (tegenwoordig de Kloosterstroate) en de Brinkstroate er in of vóór de Tweede Wereldoorlog bijlag.
Na de oorlog werd ter plekke de Veentjesweg aangelegd. Deze straat werd eerst aangelegd tot aan de Tusschendarp, daarna tot aan de Kastanjelaan.
Elektriciteit werd in die jaren nog via bovengrondse draden getransporteerd.
Rechts is de hof van het echtpaar Jacobus Kruid en Roelofje van Goor te zien. Er moet klein vee in de hof gelopen hebben, want langs de vele vreenpoal’n is flink wat prikkeldraad gespannen.
Het land aan de linkerkant was bouwland.
De molen en het molenaarshuis staan in Oldendeever aan de rand van de Westeresch. In die tijd was Jan Albert (Ab) Jansen nog de molenaar.
Via het internet zijn in de webstee korenmolendevlijt.nl wetenswaardige gegevens over molen ‘de Vlijt’ te vinden.
Wie heeft gegevens over de molenaar Jan Albert Jansen ?
Wie wil foto’s van de molen in het Deevers Archief publiceren ?

Posted in Kloosterstraat, Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever, Topstukken, Veentjesweg | Leave a comment

Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’

In de Meppeler Courant, jaargang 1963, nummer 118 verscheen het navolgende artikel over het slijpen van de stenen van molen ‘de Vlijt’ in Oldendiever. De redactie van het Deevers Archief  vond dit artikel bij het digitaliseren van zijn archief in een van de vele dozen met krantenknipsels.

Abracadabra-1406Molen staat sinds 1858

Er zijn in Nederland nog maar weinig molens, die gebruikt worden voor het malen van graan tot meel. Dit aantal wordt bovendien doorlopend kleiner, want wanneer de molensteen éénmaal stomp is geworden, is er niemand die de molenstenen opnieuw kan scherpen. Dit is een oude kunst, die de rasechte molenaars verstonden. Met het verdwijnen van dit ambacht zijn degenen die deze bijzondere werkzaamheden kunnen verrichten, nagenoeg geheel verdwenen.
Sinds 1958 staat in Diever (Oldendiever) de molen ‘de Vlijt’ bij de bevolking beter bekend als de Dieverse molen, In 1958 onderging deze molen een grondige restauratie, die twintigduizend gulden kostte. Rijk, gemeente, provincie en de vereniging ‘de Hollandse Molen’ brachten dit omvangrijke bedrag bij elkaar.
Nu in 1963 zijn de molenstenen stomp geworden en het zou bijzonder jammer zijn, indien ook deze molen non-actief zou worden. Niet omdat de molenaar dan niet meer zijn brood kan verdienen, want het molenaarsvak levert geen ‘zout op de aardappels’ op. De eigenaar van de Dieverse molen, de heer A. Uiterwijk Winkel, gebruikt de molen zo nu en dan, terwijl nu zijn hoofdberoep meelhandelaar is. Een stukje folklore zou echter verloren gaan en juist dat zou zo bijzonder jammer zijn.

Op zoek
De vereniging ‘de Hollandse Molen’ ging op zoek naar een molenaar, die de stenen zou kunnen slijpen. Om een dergelijk persoon te vinden, moest zij bij de oudere generatie zijn. Zelfs bij de heel oudere, want dan had men nog een kans. Men kwam tenslotte terecht bij de heer W. Zeephat uit Makkinga en hem werd gevraagd dit zaakje even op te knappen. ‘Natuurlijk’, zei de heer Zeephat en hij nam zijn broer mee.
Jong zijn de gebroeders Zeephat geenszins, doch voor een dergelijk karweitje deinzen zij niet terug. Wijert Zeephat is negentig jaar oud en beslist de oudste molewaar van ons land. Nog altijd woont hij in een molen en nog steeds maalt hij, zij het dan slechts zo nu en dan. Vanaf zijn achttiende jaar is de heer Zeephat al in het vak, hetgeen dus betekent dat hij nu al 72 jaar lang molenaar is.
Wijert en Roelof, die 77 jaar oud is, hebben de molenstenen snel en goed geslepen. Dat deden zij in ongeveer vijf uur. Dat is snel en toen de gebroeders Zeephat daarover gecomplimenteerd werden, antwoorden zij: ‘Och, wee bint jonge kièrels’.
Dank zij deze ‘jonge kerels’ kan de molen in Oldendiever nu weer dienst doen en is een stukje folklore behouden.

Tekst bij de eerste foto
De oudste molenaar van ons land Wijert Zeephat uit Makkinga (rechts) die 90 jaar is, is hier met zijn 77-jarige broer Roelof, ook molenaar van beroep, in actie met het scherpen van de stenen van de molen in Diever,

Tekst bij de tweede foto
Al sinds 1858 siert de molen ‘de Vlijt’ het Dieverse landschap. De molen kan nu weer dienst doen, nu de stenen zijn gescherpt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-21
Het scherp maken van molenstenen wordt ‘billen’ genoemd. De schrijver van dit artikel overdrijft uiteraard wat betreft het verloren gaan van de kennis en de kunde van het scherpen van molenstenen. Het is daar heden ten dage minder dramatisch mee gesteld, dan het artkikel doet vermoeden. Gemakshalve wordt hier verwezen naar gegevens over molenstenen in de webstee Wikipedia.

Abracadabra-1405Abracadabra-1404

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Regenwaterput in Oldendeever

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-16 De bewoners van een boerderij in Oldendeever besproeien nog steeds hun moestuin en hun bloementuin met regenwater dat wordt verzameld in een betonnen put naast hun boerderij. Een ouderwetse maar duurzame manier om leidingwater te besparen, dat … Continue reading

Posted in Boerderijen, Oldendiever | Reacties uitgeschakeld voor Regenwaterput in Oldendeever

Wapen van Diever – Oldendiever 10

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-10
Het direct na de Tweede Wereldoorlog bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemeente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemeente Deever terug te vinden op bewaard gebleven ‘grensstenen’.
Zo staat een minder goed onderhouden exemplaar op zijn originele betonnen sokkeltje pal tegen de muur tussen de ramen van de in 1926 gebouwde boerderij van de familie Michels in Oldendeever, zie de bijgaande op 3 oktober 2012 gemaakte foto.
Het grappige is dat de eigenaren de naam Deever hebben uitgebreid tot Oldendeever. En terecht, want de gemeente Deever had eigenlijk de gemeente Oldendeever moeten hebben geheten.

 

Posted in Diever, Gemeente Diever, Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Veertigjarig jubileum van de zuivelfabriek Diever

De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Graanmaalderij Diever bestond op woensdag 29 maart 1939 veertig jaar. De raad van commissarissen (in latere jaren commissie van toezicht genoemd), het bestuur en mijnheer de directeur van deze onderneming van boeren uit Diever, Oldendiever, Kalteren, Wittelte en Dieverbrug zijn ter gelegenheid daarvan tussen de maartse buien door buiten bij de fabriek op de foto gezet. De jubilerende boeren hebben zo te zien hun mooiste en duurste zondagse pak aan. Let ook op de dikke (zilveren ?) horlogeketting van Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge. Het zichtbare deel van de zijgevel van ‘de febriek’ bestaat nog steeds. Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat de zeer vele keuterboeren, die wel hun melk leverden aan ‘de febriek’, niet vertegenwoordigd waren in het bestuur en de raad van commissarissen. 

In de wekelijks verschijnende krant ‘de Westervelder’ is een aantal jaren de rubriek ‘Ontbrekende namen op school- en verenigingsfoto’s’ opgenomen geweest. In ‘de Westervelder’ van 8 augustus 2007 werd in de genoemde rubriek bijgaande foto opgenomen. Bij deze foto stond de volgende tekst:
Deze week een foto van de commissarissen, bestuur en de directeur van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij te Diever. De Historische Vereniging wil graag in het bezit komen van de namen van de personen op de foto en verder uit welk jaar dateert de foto…………
De heemkundige vereniging uit Diever nam met de twee verzoeken de lezers van deze rubriek niet serieus, want de namen van alle personen op de foto en de datum waarop de foto is gemaakt waren al vóór 1999 op zijn minst bekend bij de secretaris van deze vereniging. Nog betreurenswaardiger is dat de oplossing van het ‘wekelijkse raadseltje’ niet één week of twee weken of drie weken later in ‘de Westervelder’ werd gepubliceerd en dat door goedwillende lezers verstrekte gegevens bij wijze van spreken verdwenen in de vele en dikke plakboeken en ordners van de heemkundige vereniging.
Op de foto zijn staande van links naar rechts te zien:
commissaris Tjeerd Ofrein van ’t Noord (melkbusnummer 133), commissaris Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge (melkbusnummer 119), voorzitter van de raad van commissarissen Jans Bult uut Oldendeever (melkbusnummer 192), secretaris van de raad van commissarissen Roelof (Roef) van Wester uut Oldendeever (melkbusnummer 204), commissaris Hendrik Jonkers van de Oldendeeverse Brogge (melkbusnummer 114).
Op de foto zijn zittend van links naar rechts te zien:
bestuurslid Jan Berends van de Berg uut Wittelte (melkbusnummer 177), secretaris van het bestuur Jacob (Jaap) Hessels uut Deever (melbusnummer 59), bestuursvoorzitter Jan Seinen uut Deever (melkbusnummer 42), mijnheer de directeur Jan Andree (die graag de achternaam Andreae zou willen hebben) (de enige met gleufhoed), bestuurslid Dirk (Dörk) Moes uut Deever (melkbusnummer 65), bestuurslid Jan Boerhof uut Wittelte (melkbusnummer 186).
De redactie van het Deevers Archief verzoekt de lezers van dit bericht eventuele foute verwijzingen naar melkbusnummers door te geven,

Abracadabra-477Abracadabra-478

Posted in Diever, Kalteren, Moleneinde, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Boerderij aan de Kastanjelaan in Diever

In de webstee drentsarchief.nl van het Drents Archief is een mooie zwart-wit foto van het voorste deel van de boerderij van de familie Van Wester aan de Kastanjelaan in Oldendiever te vinden. Monumentenzorg heeft deze foto op 12 november 1976 genomen.
Op de datum dat deze foto is genomen, woonden in deze monumentale boerderij Roelof van Wester (geboren op 6 augustus 1908, overleden op 28 juli 1988), zijn echtgenote Lammigje Zegeren (geboren op 15 december 1918, overleden op 28 juli 1990) en zijn ongetrouwde broer Lucas van Wester (geboren op 24 september 1911, overleden op 3 maart 2002).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-09-17

Posted in Boerderijen, Oldendiever | Leave a comment

’t Pattie hen van Wester sien koele

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw leerden de kinderen die in de buurt van de boerderij van de familie van Wester (van Wester’s jong’n) in Oldendiever woonden in de winter ook schaatsen op van Wester sien koele (de koele van van Wester). Dat was een niet zo kleine braandkoele aan de op bijgaande kleurenfoto zichtbare kant van de boerderij.
De redactie heeft deze foto gemaakt op 4 april 2013.
Wie van de bezoekers van het Dievers Archief kan de redactie helpen aan foto’s uit die tijd ?

Posted in Boerderijen, Oldendiever, Pothokke | Leave a comment

Grensveranderingen in het kerspel Diever

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1905, bladzijden 22 tot en met 39, verscheen het artikel ‘Het voormalige kerspel Diever en de latere grensveranderingen’ van burgemeester H. G. van Os van de gemeente Diever

Bij de mededeling van de oorspronkelijke uitgestrektheid van het kerspel Diever heb ik gemeend niet verder te moeten teruggaan dan tot het begin der 15de eeuw, omdat gegevens omtrent de vroegere indeling van Drenthe in kerspelen nagenoeg ontbreken en ongeveer op dat tijdstip in de oude Landschap ene gewijzigde orde van zaken intrad, welke gedurende de volgende vier eeuwen in hoofdzaak onveranderd bleef. Immers eerst na den afstand van Drenthe door Reynold van Coevorden aan de Utrechtsen bisschop Frederik van Blankenheim in 1395, werd door laatstgenoemde een meer geregeld bestuur in Drenthe ingesteld en het is dan ook van omstreeks deze tijd, dat enigszins betrouwbare inlichtingen, vooral ook aangaande het burgerlijk bestuur in de kerspelen, tot ons zijn gekomen en de benaming kerspel een scherper omlijnde betekenis kreeg.

Deze betekenis van een tweeledige: de indeling in kerspelen betrof zowel het werkelijk als het kerkelijk machtsgebied, zodat men sedert genoemde afstand in de regel in elk kerspel een schulte en een pastoor aantrof.

De oudst bekende volledige opgaaf van de Drentse kerspelen vindt men in een handschrift van omstreeks het jaar 1435, medegedeeld in den Nieuwe Volksalmanak van 1904, bladzijde 182, waarin Diever voorkomt als ‘Deueren’. Uit de vermelding van de namen van de overige kerspelen is na te gaan, dat het kerspel Diever ten Noorden en Noord-Oosten begrensd werd door het kerspel Beilen, ten Oosten door Dwingelo, ten Zuiden door Westerhessel en Wapserveen en ten Westen door Vledder. Overigens grensde het noordelijk aan Friesland (Stellingwerf).

Men zal tegenwoordig deze grenzen niet overal met even grote juistheid kunnen aanwijzen, onder andere op die plaatsen, waar vroeger uitgestrekte onbewoonde heidevelden, moerassen of venen werden aangetroffen; nauwkeuriger echter waar een riviertje of stroom een natuurlijke grens vormde. En daar dergelijke natuurlijke grenzen tussen de tegenwoordige burgerlijke gemeente en de meeste der omliggende gemeenten, in de opgaaf van 1435 reeds als kerspelen voorkomende (de gemeente Havelte als gevormd uit de kerspelen Westerhessel en Wapserveen), bijna overal aanwezig zijn, mag men, ook gelet op de benamingen en grenzen der marken, velden, maden enzovoort van de verschillende buurtschappen en kluften, die natuurlijke grensscheiding veilig aannemen als de grens van het oude kerspel Diever, behoudens de plaats gehad hebbende grensveranderingen, waaromtrent echter voldoende zekerheid bestaat. Deze grenzen waren: de Oude of Beilerstroom tegen het kerspel Dwingelo, de Wapserveensche Aa tegen het kerspel Wapserveen, de Vledder Aa tegen het kerspel Vledder.

De grens tegen het kerspel Westerhessel vormde waarschijnlijk een moeras ter plaatse van het tegenwoordige gehucht ‘het Moer’, dat daaraan blijkbaar zijn naam heeft ontleend (voetnoot 1), terwijl in het Noorden en Noord-Oosten uitgestrekte moerassen en venen werden aangetroffen tussen het kerspel Diever aan de ene zijde, Friesland en het kerspel Beilen aan de andere zijde. Juist terwijl deze streek niet bewoond was, zal het vergeefse moeite zijn, na te sporen, hoever in die tijden het kerspil zich in deze richting uitstrekte. Van ene eigenlijke grenslijn zal wel geen sprake zijn geweest. Eerst later, toen de venen vergraven en de gronden dientengevolge productief gemaakt werden, zal de grens der onder de verschillende kerspelen gelegen marken, als gevolg van het op de voorgrond tredend eigenbelang van de wederzijdse deelgerechtigden, door deze zijn vastgesteld. En deze markegrenzen, welke ook thans nog wel zijn aan te wijzen, werden alzo tevens de grenzen tussen de kerspelen, van welke die marken deel uitmaakten.

Op het tijdstip, waarmede deze verandering begint, bestond het kerspel Diever, behalve uit het dorp Diever (in ene acte van 1181 of 1182 reeds voorkomende als Devere), uit de buurtschappen of gehuchten Kalteren (in 1209 of 1210 Calthorne), Oldendiever (in een register van de jaren 1298-1304 Oldendene, waarschijnlijk een schrijffout voor Oldendever), Wittelte (21 mei 1040 Withelte), Wapse (5 februari 1384), Leggelo (in 1207 of 1208 Leggelo) en Eemster (in 1210 of 1211 Hemsere) (voetnoot 2). Enige kleinere gehuchten schijnen eerst later te zijn ontstaan, zoals Krommevoort (reeds in 1633 bekend), Wateren (in de 17e eeuw bekend als Achter- en Voor-Wateren, terwijl de benaming Klein-Wateren voor ’t eerst in 1761 voorkomt), ’t Moer in 1683, de Brugge of Dieverbruggge in 1685, de Voshaar in 1737, de Geeuwenbrug in 1768 en de Haart in 1772 (voetnoot 3).

Magnin (voetnoot 4) vermeldt nog, dat na de 14e eeuw Lhee onder ’t kerspel Diever heeft gehoord. Ik heb niet kunnen ontdekken, waarop deze mening gegrond is en ben geneigd aan een onwillekeurige vergissing bij die schrijver te denken. Volgens die mening zou Dwingelo, dat toen reeds een afzonderlijk kerspil vormde, behalve aan den kant van Ruinen geheel door ’t kerspel Diever zijn ingesloten geweest, terwijl Lheebroek, dat steeds een deel van Dwingelo heeft uitgemaakt, een enclave zou hebben gevormd. Een en ander komt mij zeer onwaarschijnlijk voor en ook bij overlevering is van een vereniging van Lhee met het kerspel Diever niets bekend.

De enige malen uitgesproken mening, dat Wapserveen nog geruime tijd, althans nog in de 15de eeuw, onder Diever heeft behoord, zal wel op een dwaling berusten. Volgens Romein (voetnoot 4) en waarschijnlijk in navolging daarvan de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 73, zou het in 1461 kerkelijk van Diever zijn afgescheiden, terwijl op laatstgenoemde plaats nog vermeld wordt, dat er toen eveneens een schulte werd aangesteld en de schrijver blijkens de bewoordingen wil te kennen geven, dat Wapserveen voor ‘t eerst sedert dat jaar zowel in ’t burgerlijke als in ’t kerkelijke een afzonderlijk kerspel uitmaakte, in overeenstemming met de stelling onder andere bij Magnin (voetnoot 4). Dat dit niet het geval geweest is, mag blijken uit een open brief van het jaar 1285 (voetnoot 4), waarin van de kerk aldaar reeds als van een parochiekerk wordt melding gemaakt, alsook uit de lijst der kerspelen van 1435, waarop Wapserveen eveneens reeds als zodanig voorkomt.

Wel is het aan te nemen, dat Wapserveen in vroegere tijd met Diever en de omgelegen buurtschappen een kerspil vormde. Niet alleen de naam, in verband met die van de buurtschap Wapse onder Diever, maakt dit zeer waarschijnlijk, doch ook de omstandigheid, dat Wapserveen, sedert het een afzonderlijk kerspel werd, meest met Diever tot een schultambt verenigd was. Tot dusver heeft men alleen in de jaren 1461, 1469 en 1480 (voetnoot 4) afzonderlijke schulte van Wapserveen aangetroffen; overigens was de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen, althans van 1595 tot 14 april 1795, toen laatstgenoemd kerspel bij besluit van de Representanten van het volk van Drenthe in ’t burgerlijke bij Havelte werd gevoegd.

Een eigenaardige illustratie van de verhouding tussen de kerspelen Diever en Wapserveen (misschien wel een uitvloeisel van de vroegere afscheiding), leverde de sinds onheugelijke tijden bestaande gewoonte, dat de schulte van Diever van elk erf te Wapserveen een voer turf genoot, waartegenover de schulte om het andere jaar twee tonnen bier placht te geven.

Bij een contract van 17 juni 1768 (voetnoot 6) werd tussen de schulte L. Nysingh en de carspellieden van Wapserveen tot onderling gemak en gerief overeengekomen, dat de carspellieden, zolang de heer Nysingh schulte zou zijn, in plaats van turf voor elk voer zouden betalen 14 stuivers, terwijl de schulte vrij zou zijn van het geven van bier. Er waren toen te Wapserveen 59 of 60 erven.

Behalve Wapserveen, schijnt ook Vledder enige tijd met het kerspel Diever in het burgerlijke te zijn verenigd geweest. Met zou dit kunnen opmaken uit een ordel van de Etstoel, in 1454 te Rolde gewezen, aldus aanvangende: “Soe iss gewiset tusschen den Drost unde den Kasspil van Deueren unde Vledderen…”. Deze vereniging is dan echter slechts zeer tijdelijk geweest, want op de lijst van 1435 komt Vledder als een afzonderlijk kerspel voor, in 1595 weer, terwijl het korte tijd daarna dezelfde schulte had als Havelte. Wellicht dat dus een enkele schulte van Diever tevens schulte van Vledder was, evenals later Hendrik van Barneveld, bijgenaamd Magere Hein, sedert 1530 tegelijkertijd schulte was van Meppel en Diever en Arent Dannenberg in 1737 en 1738 tegelijkertijd van Diever en Hoogersmilde.

In de loop der jaren is de grens van het kerspel Diever, zoals die hierboven is aangegeven als te zijn geweest in het begin van de 15de eeuw, meermalen gewijzigd door de afscheiding van enkele buurtschappen. Deze afscheiding betrof nu eens het wereldlijk, dan weder het kerkelijk gebied, doch nimmer het een en ander tegelijk.

De eerste afscheiding had plaats in 1633 en betrof de uitgestrekte hoge venen in het Noorden en Noord-Oosten van het kerspel onder de marken Diever en Leggeloo, tot de vervening waarvan in 1612 octrooi was verleend. In 1625 waren de meeste gronden reeds van veen ontbloot en ontgonnen, terwijl zich daar inmiddels een kolonie gevormd had, de Hoogersmilde genoemd. Bij een acte van 19 februari 1633 werden door Ridderschap en Eigenerfden ten behoeve van Adriaan Pauw, Ridder, Heer van Heemstede, Raadpensionaris van Holland en Westfriesland, deze venen, genaamd de Dieverder en Leggelder Smilder venen ‘beginnende t’eydens de Crommevoerder veenen (voetnoot 7), streckende opwaerts aen tot aen Hycker- ende andere Marcken ende tot aen de Vriesche Custen respective’ tot een Heerlijkheid verheven onder de naam van ‘de Heerlickheyt van Hooger-Smilde’. Dientengevolge kreeg Hoogersmilde een eigen schulte; een enkele maal was de schulte van Diever tevens schulte van de Heerlijkheid (voetnoot 8).

Kerkelijk bleef ze onder Diever ressorteren en ook de armenzorg, destijds uitsluitend een zaak van de diaconie, bleef aanvankelijk op de oude voet bestendigd. Op de duur gaf dit laatste echter aanleiding tot bezwaren en onenigheden, welke bij de Ridderschap en Eigenerfden werden aanhangig gemaakt. Een notitie in een oud kerkelijk register (voetnoot 6) leert ons de uitslag. Op 22 maart 1711 werd namelijk de kerk te Diever afgekondigd, dat ingevolge sententie van Ridderschap en Eigenerfden, op de laatstgehouden landdag genomen, de diakenen van het kerspil Diever ‘van alle gemeynschap met de Smildinger armen of armcassa ten enemaal aftreden en niet voornemens sijn eenich support an deselve te verlienen. Noch oock van haar armpenningen te profiteeren en dat diensvolgens de Smildinger haar armgeld en almosen separaat sullen konnen manieren, distribueren end imployeren so als sullen goedvinden’. Doch hiermee was het geschil niet uit de weg geruimd, want daarna vinden wij de zaak voor de Etstoel gebracht. Bij een uitspraak van 6 juni 1714 (voetnoot 9) van Gecommitteerden namens de Etstoel werd, na verhoor van diakenen en volmachten van Diever en Smilde, een minnelijke overeenkomst tot stand gebracht, in hoofdzaak hierop neerkomende, dat het armoortjesgeld (voetnoot 10) van de verpachtingen en de opbrengst van de bussen, in de herbergen hangende, door elke diaconie op haar eigen gebied zou worden genoten; evenzo hetgeen in het bekken op het kerkhof te Diever gegeven werd bij de begrafenissen van doden uit het kerspil Diever en uit Smilde. Daarentegen zou de opbrengst  der collecten in de kerk te Diever voor 9/10 aan Diever, voor het overige 1/10 gedeelte aan de Smilder diaconie komen en zouden in dezelfde verhouding de rente en huur van de armengoederen verdeeld worden, uitgezonderd de goederen, welke reeds voor de stichting van Hoogersmilde aanwezig waren en waarvan de opbrengst geheel aan de diaconie van Diever verbleef.

Zoals gezegd , bleef Hoogersmilde kerkelijk onder Diever behoren en het is vrij nauwkeurig na te gaan, hoever zich destijds het gebied van de kerk te Diever noordelijk uitstrekte. Deze grens moet worden aangenomen ongeveer ter plaatse, waar zich tegenwoordig de Leembrug over de Drentse Hoofdvaart bevindt. In de oude doopboeken immers ziet men, dat herhaaldelijk personen van den- achter den- of tegenover de Wolvenberg (gelegen in de nabijheid van de vervening van het Oranjekanaal met de Drentse Hoofdvaart) hun kinderen in de kerk te Diever lieten dopen.

Een grote verandering bracht de vereniging van het Koninkrijk Holland met het Franse Keizerrijk, bij Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 en de daarop gevolge verdeling in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten, definitief omschreven bij decreet van 21 oktober 1811, ten opzichte van Diever teweeg.

Werd bij deze verdeling Vledder met Diever tot een commune verenigd, de welvarende buurtschappen Eemster en Leggeloo werden van Diever afgescheiden en in het burgerlijke bij Dwingelo gevoegd. Bij deze afscheiding wens ik enigszins uitvoeriger stil te staan, omdat ze – en vooral de daaruit gevolgde kerkelijke afscheiding – op hevig verzet van de zijde van de belanghebbenden stuitte en vooral ook omdat, zonderling genoeg, noch Magnin in zijn overigens zo volledig ‘Overzicht van de Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe’, noch Romein in ‘de Hervormde Predikanten van Drenthe’ hiervan met een enkel woord gewag maken.

De beweegreden voor deze afscheiding schijnt minder te moeten worden gezocht in de wens om de ingezetenen van deze buurtschappen welgevallig te zijn, dan wel om het zielental van Dwingelo tot een behoorlijk cijfer op te voeren; van een andere overweging is mij althans niet gebleken. In Diever schreef men de afscheiding toe aan kuiperijen van de zijde van Dwingelo, gegrond als men ze noemde op willekeurigheid, misverstand, overijling of persoonlijke berekeningen. In elk geval is het duidelijk, dat daarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de bevolking van de beide buurtschappen, die op ondubbelzinnige wijze blijk gaf van haar tegenzin tegen deze verandering.

In Dwingelo daarentegen heeft men zich gemakkelijker bij het geval neergelegd en haastte men zich de nieuwe gemeentenaren ook de voorrechten van een kerkelijke vereniging te doen deelachtig worden. Reeds in november 1811 richtte de maire van Dwingelo een verzoek tot de prefect van het departement van de Wester-Eems, om de beide buurtschappen thans ook in de geestelijke onder Dwingelo te doen ressorteren. Dit verzoek werd in dier voege toegestaan, dat bij besluit van de perfect van 16 december daar aan volgende, no. 15, werd verklaard, dat met ingang van 1 januari 1812 Eemster en Leggelo ten aanzien van het kerkelijk zouden gehouden worden tot de mairie van Dwingelo te behoren ‘tenzij daartegen gegronde inconvenienten mogten militeeren, dewelke existerende, door den onderprefekt opgegeven en ter kennisse van den prefekt moeten gebragt worden.’

Niettegenstaande de laatste zinsnede van deze beschikking, die door de onderprefect in het arrondissement Assen ook aan de maire van Diever werd gezonden en die als ’t ware een uitnodiging was aan belanghebbenden om met hun bezwaren voor de dag te komen, bleef men van die zijde aanvankelijk stilzitten. De maire van Dwingelo schijnt daaruit niet zonder reden te hebben afgeleid, dat er geen ‘inconvenienten’ aanwezig waren, waarom hij de vrijheid nam om op de 7 mei 1812 in de kerk te doen afkondigen, dat sedert 1 januari van dat jaar Eemster en Leggelo kerkelijk met Dwingelo verenigd waren.

Deze mededeling was wel in staat, de belanghebbenden op onzachte wijze uit de slaap te wekken. Reeds de 16 mei daarop volgende werd een adres, door een aanzienlijk getal inwoners van Eemster en Leggelo en leden van het Hervormde kerkgenootschap te Diever ondertekend, ingezonden, waarbij zij te kennen gaven ‘niets hartelijker te verlangen dan met de gemeente Diever op de oude voet verknocht te blijven en wel op grond van een door de tijd diep ingewortelde en door niets te wraken gehechtheid aan een gemeente, in welke kring hun voorvaderen sedert onheugelijke jaren en zijzelf de zegeningen van de godsdienst genoten hebben, alsmede op grond van de nadelen, die door de voorgenoemde afscheidingen bedreigen’.

Nu ook achtte de maire van Diever de tijd gekomen om te voldoen aan de aanschrijving van de onderprefect te Assen van 23 december van het vorige jaar, om ten spoedigste te rapporteren ten aanzien van de inconvenienten, die bij hem tegen het besluit van de prefect mochten aanwezig zijn. En nu worden wij bekend gemaakt met tal van bezwaren, sommige wel wat al te breed uitgemeten, andere daarentegen volstrekt niet denkbeeldig, uit welke opsomming blijkt, dat men het ook destijds reeds een goede gewoonte achtte, de meest afdoende argumenten tot het laatst te bewaren.

In de eerste plaats dan zouden de ingezetenen van Diever voor de afscheiding in de onmogelijkheid worden gebracht, hun kerkgebouw en aanhoren naar eis te onderhouden. Deze kerk zou veel te groot worden en die van Dwingelo te klein voor de vermeerderde bevolking. Verder hadden de bewoners van Eemster en Leggelo te Diever in de nabijheid van de kerk sedert jaren bij hun oude vrienden en bloedverwanten, met wie zij – zowel als deze met hen – de broederlijke gemeenschap wensten te onderhouden, een zogenaamde ‘vrije intrek’, waar zij bij slecht weer, te vroege aankomst en tot verblijf tussen de kerkdiensten kosteloos vertoefden en verfrissing vonden, hetgeen zij te Dwingelo misten en zich dus tegen betaling moesten verschaffen. Te Diever hadden zij merendeels in de kerk hun vaste zitplaatsen en eigen voorouderlijke graven; hier waren zij gedoopt en in de echt verbonden, hier stonden ook hun familie van de oudste tijden er in de kerkelijke registers opgetekend en hadden zij van hun jeugd af het godsdienstonderwijs genoten, zodat een onlaakbare vooringenomenheid en van hun kindsheid af aan de plaats, medelidmaten en leraar verbond. Bovendien viel hun de uitoefening van de eredienst te Diever gemakkelijker, terwijl de weg daarheen korter en te allen tijde te voet en per rijtuig begaanbaar was, terwijl die naar Dwingelo, vooral in de winter wanneer de Oude stroom buiten zijn oevers was getreden, veelal onbruikbaar was, bepaaldelijk voor voetgangers. Het slotargument, dat naar de mening van adressanten moest beslissen, was, dat zij voor hun aandeel wettige eigenaars waren van de kerk en pastorie te Diever van welke eigendom zij door de afscheiding verstoken zouden worden, terwijl hun aandeel in de lasten voor rekening van de Dieverse leden zou komen.

De zaak schijnt daarna geruime tijd hangende te zijn gebleven, waarschijnlijk een gevolg van de algemene toestand van het land, welke in het volgende jaar tot de val van het Franse Keizerrijk en de herstelling van onze onafhankelijkheid leidde. Wel opmerkelijk is het, dat juist tussen januari 1812 en juli 1813 geen enkel kind uit Eemster of Leggelo te Diever is gedoopt, later wel weer.

Uit een in mijn bezit gekomen ontwerpadres van ingezeten uit Eemster en Leggelo blijkt, dat men nu de tijd gekomen achtte om opnieuw, ditmaal bij de Staten van de Landschap Drenthe, aan te dringen op een hereniging met Diever, waartoe de op handen zijnde reorganisatie van het inwendig bestuur een ongezochte gelegenheid aanbood. Dit verzoek betrof zowel de burgerlijke als de kerkelijke indeling, zodat wij, behalve de reeds vroeger gebezigde argumenten, daarin ook de bezwaren tegen de politieke afscheiding aantreffen.

Vooropstellende, dat van de oudste tijden er de Oude stroom de natuurlijke grens was geweest tussen de kerspelen Diever en Dwingelo, betoogde men, dat door de afscheiding de evenredigheid tussen bouwland, heide en zandgrond met hooi- en weilanden in eenmaal verbroken werd, daar bijna al het groenland van de gemeente onder de afgescheiden buurtschappen gelegen was. Dientengevolge zou de gemeente niet bestand zijn tegen de aanmerkelijke quota’s en aanslagen, inzonderheid van de grondbelasting, welke over de zo weinig opleverende overgebleven gronden moest worden verdeeld. Talloze onenigheden zouden hieruit voortvloeien, daar de grondeigendommen wederzijds zodanig door elkander waren gelegen, dat dit alleen reeds de afscheiding als geheel absurd en als zonder kennis van zaken tot stand gebracht moest doen voorkomen. Ook had door de afscheiding het traktement van de schoolmeester te Diever een aanmerkelijke vermindering ondergaan, terwijl deze functionaris toch mede door adressanten was beroepen, welke verbintenis zij voor hun aandeel thans verhinderd waren na te komen (voetnoot 11). Ten slotte gaven zij hun vast voornemen te kennen, niettegenstaande alle politie betrekkingen, bij voortduring van het kerkgebouw te Diever gebruik te zullen maken en tot het onderhoud van kerk en eredienst aldaar te blijven bijdragen, wat toch wel niemand hun zou kunnen beletten. Ook hun liefdegaven ten bate van de diaconie zouden zij te Diever blijven besteden.

Deze poging heeft evenmin het gewenst gevolg gehad. In het burgerlijke bleven Eemster en Leggelo met Dwingelo verenigd, terwijl Diever en Vledder afzonderlijke gemeenten werden.

Op 15 juli 1817 heeft de commissaris-generaal, provisioneel belast met de zaken van de Nederlands Hervormde kerk enzovoort, Eemster en Leggelo kerkelijk van Diever afgescheiden en met Dwingelo verenigd. Bij Koninklijk Besluit van 12 september 1823, no. 103, werd die afscheiding definitief tot stand gebracht.

De bedreiging, dat de ingezetenen van de buurtschappen niettegenstaande de burgerlijke afscheiding toch te Diever de bevrediging van hun godsdienstige behoeften zouden blijven zoeken, is niet lang volgehouden. Werden in de eerste jaren na 1823 hun kinderen nog op de oude voet te Diever gedoopt, spoedig verminderde dit, om in 1830 geheel op te houden. Reeds sedert 1814 waren uit Leggelo, sedert 1816 uit Eemster geen nieuwe lidmaten meer te Diever aangenomen. Enkele families daarentegen bleven nog een 30-tal jaren te Diever naar de kerk gaan.

Nog tweemaal moest de kerk te Diever een deel van haar gebied afstaan.
De eerste maal was dit een gevolg van de kolonisatie der buurtschappen Wateren door de Maatschappij van Weldadigheid, die daar een opvoedingsgesticht vestigde. Bij beschikking van de Minister voor de zaken van de Hervormde eredienst enzovoort van 17 april 1834, no. 3, werden de godsdienstige belangen der Protestantse kwekelingen van het opvoedingsgesticht te Wateren en van de Protestantse bewoners van de te Groot-Wateren gelegen woningen aanbevolen aan de predikant te Vledder. Nadat in 1860, dus een jaar nadat de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen door het Rijk van de Maatschappij van Weldadigheid waren overgenomen, alle bezittingen van de Maatschappij te Wateren, de kweekschool daaronder begrepen, in openbare veiling waren verkocht en in handen aan bijzondere personen overgegaan, werd bij besluit van dezelfde Minister van 7 maart 1862, no. 8, op een adres van het Classicaal bestuur van Meppel vorenbedoelde beschikking van 1834 ingetrokken, zodat sedert dat jaar geheel Wateren weer kerkelijk onder Diever behoort.
De laatste afscheiding betrof de voormalige Heerlijkheid Hoogersmilde, in 1633 reeds in het burgerlijke van Diever gescheiden. Met het oog op de verre afstand ligt het voor de hand, dat het voor de bewoners op de duur een groot ongerief was, hun godsdienstplichten te Diever blijven te vervullen. Een deel van hen bezocht dan ook reeds sedert jaren de op 17 februari 1788 ingewijde nieuwe kerk te Kloosterveen. Op verzoek van de Hervormde ingezetenen van Hoogersmilde werd hun bij Koninklijk Besluit van 23 maart 1844, no. 70, toegezegd, dat zij van Diever zouden worden afgescheiden en een afzonderlijke kerkelijke gemeente uitmaken, indien zonder bezwaar van ’s lands kas aldaar een geschikt kerkgebouw met predikantswoning werd gebouwd. De kerk te Diever zou alle kerkelijke bezittingen behouden, de ingezetenen van Hoogersmilde zouden daarentegen worden vrijgesteld van de kerkelijke omslag te Diever, in te gaan op 1 januari na het jaar waarin de nieuwe kerk zou zijn ingewijd. Deze inwijding had plaats op 26 december 1844, zodat op 1 januari 1845 ook deze afscheiding haar beslag kreeg.

Volledigheidshalve werd nog vermeld, dat te Wateren, waar voor de afscheiding van de Maatschappij van Weldadigheid door de Rooms Katholieke bewoners gebruik werd gemaakt van de Rooms Katholieke kerk te Frederiksoord. (rectoraat onder de parochie Steenwijkerwold), zich vooral sedert het jaar 1880 meer Rooms Katholieke gezinnen vestigden, zodat zich langzamerhand de behoefte aan een eigen kerk deed gevoelen. In 1883, toen het getal van de gezinnen 9 bedroeg met 50 gezinsleden, richtte de Vikaris Kapitulair van het Aartsbisdom Utrecht tot de Minister van Financiën het verzoek om ten behoeve van de pastoor een te Wateren op te richten parochie een rijksjaarwedde, benevens een subsidie voor de bouw van een kerk, toe te kennen. Niettegenstaande dit verzoek, met het oog op de weinig talrijke nederzetting, werd afgewezen, werd bij beschikking van de Aartsbisschop van Utrecht van 3 september 1884 met ingang van 18 september daaropvolgende te Wateren een kerkelijke parochie opgericht onder de bescherming van de H. Andreas.

Voetnoten:
1)
Van de vroegste tijden af, dat deze naam in oude stukken voorkomt, werd de bevolking van dit gehucht steeds aangeduid als wonende “op het Moer”.
2)
Deze oorkonden zijn te vinden in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe onder de nrs. 39, 48, 199, 19, 726, 44 en 49.
3)
Deze jaartallen zijn geput uit de oude kerkelijke doopboeken, aanwezig op het gemeentearchief te Diever, beginnende op het jaar 1676.
4)
Magnin. Overzicht der Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe, bladzijde 141.
5)
De Hervormde Predikanten van Drenthe.
6)
In het gemeentearchief van Diever.
7)
In de nabijheid van de Geeuwenbrug.
8)
Zie de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 197.
9)
Kopie in het “Protocol aangaande de administratie der armen wegens de Hooger Smilde”, in het gemeentearchief te Smilde.
10)
Een vierde gedeelte, namelijk een oortje (2 duiten of 4 penningen) van elke stuiver, welke van elke gulden op de pachtsommen der Generale Middelen ten laste van de pachters werd geheven.
11)
Dat Eemster en Leggeloo inderdaad het welvarendste deel van het kerspil Diever hebben uitgemaakt, mag blijken uit de volgende lijst van zuivere bezittingen (daaronder begrepen de gekapitaliseerde waarde van revenuen van ambten, bedieningen en beneficiën) van de ingezeten, welke tot een bedrag van minstens 100 gulden gegoed waren. Deze lijst strekte ten behoeve der heffing van den 100sten penning, ingevolge resolutie van de representanten van het Drentse volk van 11 oktober 1796.
Diever                 83 huizen     201515,– gulden
Oldendiever        19 huizen       38525,– gulden
Kalteren                3 huizen           400,– gulden
Wateren                6 huizen         5400,– gulden
Wittelte               12 huizen       32050,– gulden
’t Moer                  4 huizen         1450,– gulden
Wapse                36 huizen       61990,– gulden
Leggeloo            22 huizen       79550,– gulden
Eemster              25 huizen       57635,– gulden

Posted in 't Moer, Diever, Kalteren, Kerk op de brink, Kerspel Diever, Oldendiever, Wapse, Wateren, Wittelte | Leave a comment

Metam-natrium is bij teelt van lelies weer toegestaan

Grondontsmettingsmiddelen waarin metam-natrium zit, zijn weer toegestaan. Dat schrijft staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw in een brief aan de Tweede Kamer. Deze ‘ontsmettingsmiddelen’ worden bijvoorbeeld gebruikt bij de teelt van lelies in de gemiente Deever.

Volgens Dijksma zijn de middelen van groot belang voor de landbouwsector. Vooral bij de teelt van lelies en aardbeien, maar ook in de boomteelt zijn ze onmisbaar. Ze bestrijden aaltjes in de grond die schadelijk zijn voor planten.
De landbouw zal wel aan verschillende voorwaarden moeten voldoen. Zo moet er een bufferzone komen van 150 meter tussen het behandelde perceel en woningen of openbare gebouwen. Verder moeten behandelde percelen veertien dagen worden afgedekt en moet het middel op minstens 20 centimeter in de grond worden ingebracht. Als laatste mag het oppervlak niet groter zijn dan één hectare.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTBG)heeft in opdracht van de staatssecretaris onderzoek gedaan naar de effecten van de middelen met metam natrium op de omgeving. Daar zijn de verschillende beperkingen uitgekomen. Het tijdelijke verbod is met ingang van vandaag opgeheven.
Dijksma gaat met de sector overleggen over alternatieven voor metam-natrium:
“Ondanks de noodzaak van beperkende maatregelen ben ik me bewust van de gevolgen voor individuele ondernemers. Om die reden heb ik samen met de sector al stappen genomen om de alternatieven voor grondontsmetting zo snel en goed mogelijk verder te ontwikkelen”.

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden schrijft op maandag 25 augustus 2014 in zijn webstee:
Ctgb legt beperkende voorwaarden op aan gebruik metam-natrium
Het Ctgb stelt vanaf 25 augustus beperkende voorwaarden aan het gebruik van middelen op basis van metam-natrium. Met deze nieuwe aanvullende voorwaarden wordt voldaan aan het beschermingsniveau voor omwonenden en in het bijzonder die voor kinderen.
Beoordeling nieuwe gegevens
Naar aanleiding van de schorsing (28 mei 2014) van de toelating van de metam-natrium houdende gewasbeschermingsmiddelen, heeft de toelatinghouder nieuwe wetenschappelijke informatie aangeleverd. Daarnaast heeft de toelatinghouder, vanwege een herregistratie, dezelfde informatie aangeleverd aan de Belgische toelatingsautoriteit. De beoordeling van de gegevens heeft dan ook in nauwe samenspraak met België plaatsgevonden.
Hieruit blijkt dat de betreffende middelen veilig kunnen worden gebruikt met aanvullende, strikte voorwaarden; namelijk:
Een onbehandelde bufferzone van 150 meter tussen behandeld perceel en de kadastrale grens van woningen en overige verblijfsplaatsen waar mensen langere tijd verblijven, zoals winkels, scholen, bedrijven en kantoren én
Afdekking van het perceel direct na behandeling voor minstens 14 dagen met VIF (virtually impermeable film) én
Inbrengen op tenminste 20 cm diepte én
Maximaal te behandelen areaal van 1 hectare, met minimaal 150 meter afstand tussen behandelde velden.

Met deze beperkende voorwaarden zijn geen risico’s te verwachten voor omwonenden of in het bijzonder voor omwonende kinderen. Bij het bepalen van deze grens is rekening gehouden met het feit dat de verspreiding van metam-natrium afhankelijk is diverse factoren, zoals de weerscondities tijdens en na gebruik.

Posted in Landbouw, Oldendiever | Leave a comment