Category Archives: Zorgvlied

Die vurroeste poal möt hen ut Ekingersaand

Bij de klok van oudejaarsvereniging Tied Zat (bestaat tied eigenlijk wel ?) in de publieke ruimte tegenover Villa Nova op Zorgvlied staat de zo genoemde Symbiotische Zuil, ontworpen door Martijn Troost, als een bijdrage aan de ‘horizon van Drenthe’. Bij zo’n roestig stuk staal heb je wel wat uitleg en troost nodig !

Arie Vonk geeft bij het zien van dit stuk bewerkt staal in Kunstronde Drenthe (2000) de volgende uitleg:
Kijkend naar de horizon, tekenen zich onregelmatigheden af op de horizontale as. Verticale elementen bepalen het horizon-beeld. De bijdrage die Martijn Troost levert aan de ‘horizon van Drenthe’ bestaat uit een verticale, opengewerkte, holle gietijzeren pilaar. Deze holle pilaar is als een boorbuis, die uit de bodem opsteekt. Het bovenste deel symboliseert de aarde, de grond, en het beïnvloedt de perceptie van de horizon. Het onderste deel symboliseert het grondwater, dat onzichtbaar maar met kracht en helderheid de vitaliteit van de Drentse bodem beïnvloedt. Zo is er nu een zichtbare, symbiotische relatie tussen de grond, het water en de pilaar-buis.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Onze eerste reactie bij de volstrekt persoonlijke uitleg van Arie Vonk: Que ????  In de buurt van de stalen buispaal is geen horizon te bekennen, hoe kan de perceptie (belevenis) van de horizon dan worden beïnvloedt ?
Deze holle paal is als een pilaar die uit de bodem opsteekt ? Nee hoor, zoals gebruikelijk in de gemeente Diever, staan kunstige objecten of gedenktekens of herinneringstekens altijd op een sokkel (meestal een grote veldkei) en ook hier staat het object op een soort van fundering met daarom heen een soort van cirkel van steentjes, hoe cliché kun je bezig zijn.
Prachtig zou het zijn geweest als de stalen buispaal wat langer was geweest en scheef zou staan en inderdaad een paar meter in het zand was gegraven. Dat zou alsnog kunnen. Dat zou een mooie klus kunnen zijn voor de dorpskrachten van het plaatselijke filiaal van de heemkunduge vurening uut Deever (an de aandere kaante van de bos) of de dorpskrachten van Tied Zat.

Symbiotisch betekent ‘levend in symbiose’.
Symbiose betekent volgens de niet altijd geloofwaardige Wikipedia: Het langdurig samenleven van twee organismen van verschillende soorten waarbij de samenleving voor ten minste één van de twee organismen gunstig of zelfs noodzakelijk is. Vaak echter wordt de term symbiose alleen gebruikt in de betekenis van wederzijds voordelige naast elkaar bestaan. De beide partners heten symbionten. De grootste partner wordt ook wel gastheer genoemd. Binnen het domein van de psychologie is een symbiotische relatie een relatie die gebaseerd is op afhankelijkheid.

Dode dingen, zoals grond, water en een stalen paal met rare gaten, kunnen dus niet in symbiose leven.
Echter als we in ‘symbiotische relatie’ het woord symbiotisch vervangen door ‘levend in symbiose’, dan staat er ‘levend in symbiose relatie’. Als we ‘relatie’ vervangen door ‘verhouding’ , dan staat er: ‘levend in symbiose verhouding’.
Als we symbiose vervangen door een deel van de hiervoor weergegeven betekenis dan staat er ‘levend in langdurig samenleven van twee organismen van verschillende soorten verhouding’. Kortom ‘symbiotische relatie’ lijkt mooi bedacht, maar klopt niet, het is roestige interessantdoenerigheid van de onderste plank.

Kan de Zorgvliedse oudejaarsvereniging Tied Zat (bestaat tied eigenlijk wel ?) dit verminkte stuk staal niet tijdelijk maar definitief ontvoeren naar het Ekingerzand en het daar half in de ontboste en nu helaas weer kale duinen begraven voor een langdurig multibiotisch experiment met de oerelementen zand, wind, water en mogelijk ook vuur ? Uit ijzer zijt gij geboren, tot roest zult gij wederkeren.

Reactie van Helena de Boer van 26 januari 2017
Goedemorgen, ik woon sinds 28 december 2016 op Zorgvlied.
Ik vind het jammer hier te lezen dat voor dit kunstwerk zo weinig waardering is.
Mijns inziens – ik ben ook beeldend kunstenaar – is het juist wel een passend werk.
Het verbindt de aspecten van dit dorp heel mooi en geeft aan dat je ijzer met handen kunt bewerken als de wil er is.
Die ijzeren wil kenmerkt eigenlijk de hele historie van het dorp, als ik het goed begrijp.
De wil om te groeien en tot aanzien te komen. Ijzer te smeden tot iets moois en natuurlijks.
De bossen en de bomen zijn immers de horizon. Dus dat vind je ook terug in het kunstwerk.
U doet het werk hier te kort.
Met vriendelijke groeten,
Helena de Boer

Posted in Dorpskracht, Kuunst, Zorgvlied | Leave a comment

Veur oldejoasvurening Tied Zat besteet tied neet

De redactie van ut Deevers Archief begreep maar steeds niet waarom de oudejaarsvereniging Tied Zat op Zorgvliet, an de aandere kaante van de bos, de naam Tied Zat heeft.
Maar het waarom daarvan is de redactie duidelijk geworden tijdens een foto-rondje op Zorgvliet.
De klok van Tied Zad aan de rand van de QoloniebrinQ van Zorgvliet heeft immers geen wijzers: tied besteet ja neet, dan hei ja tied zat. Zie de afgebeelde kleurenfoto, die de redactie op 2 november 2017 heeft gemaakt.
De vraag is wel of Tied Zat de zo genoemde precariobelasting betaalt aan de Hoge En Lage Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gulzige Belasting Gelijk In De Gemeente Westenveld voor het hebben van deze tijdloze klok op de openbare QoloniebrinQ van Zorgvliet of dat de Hoge En Lage Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gulzige Belasting Gelijk In De Gemeente Westenveld hiervoor een mededoogzaam ontheffinkje hebben verleend ?

Posted in De aandere kaante van de bos, Zorgvlied | Leave a comment

Wat is ut geboortejoar van ut dörp Zorgvliet ?

In de met de heemkunduge vurening uut Deever verbonden heemkundige werkgroep in het dorp Zorgvliet an de aandere kaante van de bos wordt naarstig gezocht, gegist en gegokt naar het geboortejaar van het dorp Zorgvliet, dat is ontstaan in het gebied dat vroeger Woater’n heette.
Zo wordt getracht vast te stellen wanneer Zorgvliet, de naam van het landhuis van Johannes Fransiscus de Ruijter de Wildt, ook voor het eerst is gebruikt als naam voor de daarbij gelegen zich ontwikkelende bebouwing.
De redactie van ut Deevers Archief adviseert niet langer te zoeken. Het advies is het jaar waarin begonnen is met de bouw van het landhuis Zorgvliet te beschouwen als geboortejaar van het dorp met de naam Zorgvliet.
Een plaatselijke heemkundige kan die datum wel in oude kranten vinden. Zonder de land- en bosbouwactiviteiten van de bouwer van het landhuis Zorgvliet was het dorp Zorgvliet zeker niet ontstaan, zoals dit dorp in de loop van de jaren is ontstaan en had het dorp Zorgvliet zeker niet de naam Zorgvliet gekregen als de bouwer van het landhuis Zorgvliet dat landhuis bijvoorbeeld de naam Oase van Weldadigheid zou hebben gegeven. Hoe eenvoudig kan het toch zijn……..

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruiter de Wildt, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Groot en Klein Woater’n ekocht mit Indies gold

In de Java-bode (nieuws-, handels- en advertentieblad voor Nederlands Indië) van 11 oktober 1871 verscheen een anonieme reactie op het korte, eenvoudige, zakelijke en feitelijke berichtje over de verkoop van het landgoed Groot en Klein Wateren, dat werd gepubliceerd in nummer 27 van de Mail-Courant van 2 september 1871.

Het landgoed Groot en Klein Wateren, in de gemeenten Vledder en Diever, is, naar wij vernemen, voor negenennegentig duizend vierhonderd acht gulden verkocht aan den heer Enger, uit Oost-Indië, wonende te Arnhem.
Mail-Courant van 2 september 1871, nummer 27.

De Indische Goudmijn
Waarom niet f 99.408, in cijfers ? Waarom, door het voluit schrijven van die som, den lezer genoodigd, nee gedwongen, des te langer met zijne gedachten bij hare rondheid te vertoeven ?
De vraag behelst het antwoord. Even duidelijk alsof hij zich in uwe onmiddellijke nabijheid bevond, ziet gij op vierduizend mijlen afstand hem achter de lessenaar zitten, den provincialen correspondent, inboorling der gemeenten Vledder en Diever, die voor den vasten prijs van f. 2,50 het stuk provinciale nieuwtjes aan de dagbladen der groote steden zendt. Van zijne vroegste jeugd kent en benijdt hij de heerlijkheden van Groot en Klein Wateren. Zijn vader is er tuinbaas geweest. Met de zonen van den toenmaligen eigenaar heeft hij er gevischt, gejaagd, gerost, gereden, slootje gesprongen. Waar die ‘jongeheeren’ zich thans bevinden, weet hij niet.
Van den eenen eigenaar is het goed in den loop des tijds op den anderen overgegaan, tot het nu laatstelijk op nieuw te koop werd aangeboden. Hem zelven is het intusschen niet meedegelopen in de wereld. Ten einde hem te doen rijzen op de maatschappelijke ladder, hebben zijne ouders hem bij den burgemeester in de leer gedaan; doch bij die eerste sport is het gebleven, en nog op dit oogenblik heeft hij het niet verder gebracht dan tot klerk ter gemeente-secretarie. Zoetjes aan verstrijkt de tijd, dat hij aan trouwen zou kunnen denken. De langgewenschte traktementsverhooging blijft uit, en er valt te Vledder en Diever te zelden iets bijzonders voor, om de betrekking van korrespondent winstgevend te maken.
Wie is die Enger, van wien men verhaalt, dat hij voor bijna eene ton gouds Groot en Klein Wateren gekocht heeft ? Hij weet alleen, dat de man te Arnhem woont en uit Oost-Indië komt. Oost-Indië ? Waarom is ook hij daar indertijd niet heen gegaan ? Misschien was hij zelf dan op dit oogenblik insgelijks een rijk man en had hij een bod op Groot en Klein  Wateren kunnen doen. Waarom hij niet even goed als Enger ? Niemands heeft ooit gehoord of beweerd, dat Enger een genie of een prins was. Wie weet of Enger’s vader niet achter de varkens heeft geloopen, of Enger de zoon niet als koloniaal zijne loopbaan begonnen is ? Met dat al is die zoon thans een man van fortuin. Hij komt uit Oost-Indië en woont te Arnhem; dus bezit hij alvast eene villa en heeft de gelegenheid slechts afgewacht, ook nog een landgoed te koopen. Negen-en negentigduizend-vier-honderd-acht-gulden – ’t is geen kleinigheid !
De aldus redenerende Vledder -en Dieveraar is een type. Hij vertegenwoordigt het slechts langzaam uitstervend geslacht der Nederlanders, die onder den algemeenen naam van ‘Oost-Indië’ zich een land van belofte denken, waar men rijker vandaan komt, naarmate men voorheen in het moederland minder heeft willen deugen. Wat zoo iemand hier te lande heeft uitgevoerd, in welk gedeelte van den Archipel hij werkzaam is geweest, waarmee hij zich heeft bezig gehouden, welk soort van kundigheden hij heeft moeten aanleren; of hij fortuin heeft gemaakt als landbouwer, als industrieel, als toko-houder, als lid eener weeskamer, als pakhuismeester, als schout, op eerlijke of oneerlijke wijze – daarvan zijn zij te eenemaal onkundig en gaan alleen bij voorkeur van de onderstelling uit, dat vooral twee factoren den aankoop van Groot en Klein Wateren mogelijk hebben gemaakt: een ruim geweten en de partikuliere nijverheid.
Werd er met de partikuliere nijverheid in Oost-Indië geen geld verdiend, zij zouden het onbetamelijk achten, geen geweten te hebben. Nu het omgekeerde het geval is, – getuige zoo menigeen, die uit Oost-Indië kwam en te Arnhem woont, – laten zij de gewetensvraag rusten en zijn voorstanders van de particulieren nijverheid. Die of eene dergelijke hypothese is noodig, zal men het tegenstrijdig verschijnsel kunnen verklaren, dat zulk een overgroot aantal Nederlanders tezelfder tijd Indië als eene goudmijn beschouwen en alles aanwenden wat in hun vermogen is om het te doen ophouden, dat te zijn. Naar Oost-Indië gaan en bij terugkomst in Nederland eene buitenplaats kunnen kopen, daarin lost zich voor hun de koloniale kwestie op; en daar zij nooit vernomen hebben, dat Indische officieren of Indische ambtenaren, – met uitzondering welligt van een Gouverneur-Generaal of wat, – in die oplossing geslaagd zijn, leidt de logica hunner hebzucht daaruit de gevolgtrekking af, dat hoe luider een uitbreiding der particuliere nijverheid geroepen wordt, er des te meer landgoederen zullen gekocht worden. Zonderling mengsel van afgunst en brooddronkenheid ! Als wilden zij zeggen: daar hebt gij weer zoo ’n Indische fortuinzoeker, zoo’n parvenu, zoo’n koning geworden karvoerder ! vervaardigen zij met de eene hand een ellenlang woord van de koopprijs zijner buitenplaats, en helpen met de andere, op hoop dat nog meer karvoerders koning zullen worden., de stutten van Indie’s welvaart omver halen.
Het is niet gemakkelijk, de aandoeningen te beschrijven, waarmede de in Indië gevestigde Nederlanders, die het ekonomisch samenstel deze gewesten doorgrondt, dat drijven gadeslaat. Er zijn te allen tijde Europesche Staten geweest, die hunne overzeesche bezittingen verspeeld hebben; en uit dat oogpunt beschouwd kan het geene verwondering baren, Nederland thans een voorbeeld te zien volgen, dat ruim drie honderd jaren geleden door Portugal begon gegeven te worden. Doch aan den anderen kant is er in de verdwazing van landgenooten iets, dat men zich onwillekeurig aantrekt, alsof men er persoonlijk in gemoeid was. Het opkomend gevoel van geringschatting wordt halfweg gestuit door een overblijfsel van sympathie, en men weet zelf niet te bepalen, wat wijzer is: onverschillig toe te zien bij de moedwillige vernietiging van een gebouw, aan welke voltooiing eeuwen lang gearbeid werd, dan wel, door te waarschuwen voor het dreigend gevaar, een gedeelte der schande te aanvaarden, welke uit elk gemeenschap met Zwarte Benden voortvloeit. Zoo dobbert men voort tusschen twee klippen, en is blijde als de naïviteit van den klerk eener dorps-sekretarie een vrolijk ogenblik verschaft.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft het rietsuikerbruine vermoeden dat de anonieme schrijver van het artikel ‘De Indische Goudmijn’ de heer Gerardus Frederik Enger zelf is.
De sagrijnig en arrogant kijkende koloniale suikerlord Gerardus Frederik Enger was in Nederlands-Indië overgegaan van de indigo-cultuur naar de suiker-cultuur en was op Java eigenaar van de suikerfabrieken Tjibongan en Tegal Waroe, die hij financierde met het geld dat hij had verdiend in de indigo-cultuur.
Hij zal het landgoed Groot en Klein Wateren an de aandere kaante van de bos wellicht vanwege beleggingsdoeleinden hebben gekocht. Of lag het in zijn bedoeling op de schrale Waterense zandgronden suikerbieten te gaan telen (immers suikerriet wil niet groeien in het koude Wateren) ? Een Drentsche goudmijn ?
De grote vraag is wat de anonieme schrijver bewoog op zo’n arrogante, kleinerende, neerbuigende en minachtende manier te keer te gaan tegen die korte, eenvoudige, zakelijke en feitelijke zin van de plaatselijke krantencorrespondent ? Frustraties ? Tropenkolder ? Superioriteitscomplex ? Spijt van de aankoop ?
Vooral het gebruik van de denigrerende en discriminerende woorden ‘inboorling der gemeenten Vledder en Diever’ doet alle deuren dicht.


Posted in De aandere kaante van de bos, Landgoed Groot en Klein Wateren, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Groot en Klein Woater’n veur f. 99.408,- vurkocht

In de krant De Locomotief verscheen op 10 oktober 1871 het volgende korte berichtje over de verkoop van het landgoed Groot en Klein Wateren.

Het landgoed Groot en Klein Wateren, in de gemeenten Vledder en Diever, is, naar wij vernemen, voor negenennegentig duizend vierhonderd acht gulden verkocht aan den heer Enger, uit Oost-Indië, wonende te Arnhem.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Na het overlijden op 25 november 1870 van landbouwondernemer en ex-koloniaal Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt (geboren op 20 december 1800) verkochten de weduwe mevrouw de hoogwelgeboren Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth de Ruijter de Wildt – Jonkvrouw van Holmberg de Beckfelt en haar zonen het landgoed Groot en Klein Wateren an de aandere kaante van de bos in 1871 voor f. 99.408,- . Dat is naar de hedendaagse waarde omgerekend het niet al te hoge, maar toch zeker niet te versmaden bedragje van ten minste € 1.045.000,-
Wellicht was de koper ex-koloniaal Gerardus Frederik Enger een goede bekende uit Nederlands-Indië van de overleden ex-koloniaal Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt.

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruiter de Wildt, Landgoed Groot en Klein Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Mi Jesu, misericordia

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die zijn geboren in de gemiente Deever en zijn overleden in de gemiente Deever of zijn geboren in de gemiente Deever, maar niet zijn overleden in de gemiente Deever of niet zijn geboren in de gemiente Deever, maar wel zijn overleden in de gemiente Deever. Dit bericht toont de voorkant en de achterkant van het bidprentje van Iemkje A. Postma, echtgenote van IJnte B. Kingma. Zij is niet geboren in de gemiente Deever, maar zij is wel overleden in de gemiente Deever. Zij is overleden op Zorgvlied  en is begraven op de rooms katholieke kaarkhof op Zorgvlied. 

Gedenk in uwe Godvruchtige gebeden de Ziel van Zaliger Iemkje A. Postma,
echtgenoote van IJnte B. Kingma,
geboren te Haskerdijken 22 maart 1858,
na voorzien te zijn van de H.H. Sacramenten der Stervenden, overleden te Zorgvlied (Dr.) 7 februari 1922,
en den 11den daaraanvolgende op het R.K. Kerkhof aldaar begraven.

Benauwdheden en pijnen overvielen mij, doch ik heb den Naam des Heeren aangeroepen… Keer weder, mijnen ziel, tot uwe rust, want de Heer heeft u welgedaan.
Psalm CXIV 3.4.7.

Ik heb een goede strijd gestreden, mijn loopbaan voltrokken, het Geloof behouden,
thans is mij de kroon der gerechtigheid toegekend
2 Timotheüs. IV : 7.8.

Nu zijt gij wel bedroefd; maar eenmaal zal ik U wederzien; dan zal uw hart blijde zijn, en niemand zal U van uwe vreugde berooven.
Johannes XVI : 22.

Mijn dierbare echtgenoot, bid voor mij.
Mijne kinderen, vergeet mijne zuchten niet : denk aan hetgeen ik geleden en aan de zorgen die ik voor U gehad heb.
Mijn Jezus barmhartigheid (100 dagen Aflaat).
Zoet hart van Maria, wees mijn heil (300 dagen Aflaat)
R.I.P.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Iemkjen Ages Postma is geboren op 22 maart 1858 in Haskerdijken (Haskerland). Zij is overleden op 7 februari 1922 op Zorgvlied. IJnte Broers Kingma is geboren op 17 april 1842 in Poppingawier (Rauwerderhem). Hij is overleden op 24 mei 1925 op Zorgvlied. IJnte Broers Kingma was boer op Zorgvlied.
IJnte Broers Kingma en Iemkjen Ages Postma trouwden op 8 februari 1879 in Leeuwarderadeel.
Beiden zijn begraven op het rooms-katholieke kerkhofje op Zorgvlied.
Op de voorkant van het bidprentje staat ‘Mi Jesu, misericordia’, wat in het Nederlands betekent ‘Mijn Heer, heb medelijden met mij.’
De afkorting R.I.P. op de achterkant van het bidprentje betekent ‘Requiescat in pace’, dat is Latijn voor ‘Rust in vrede’. 

Posted in Bidplaetie, Zorgvlied | Leave a comment

De sloop van de hüsies van de Sint Anthony Stichting

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 15 juni 1981 verscheen het volgende korte bericht over het slopen van de gasthuisjes van de Sint Anthony Stichting naast de Rooms Katholieke Kerk op Zorgvlied.

Slopershamer in gasthuisjes
Zorgvlied. De vier gasthuisjes in Zorgvlied naast de rooms katholieke kerk worden afgebroken. Op dezelfde plaats zullen door de Stichting Woningbouw Zuidwest-Drenthe nieuwe woningen worden gebouwd. De gasthuisjes hebben jaren op de monumentenlijst gestaan, maar zijn onlangs afgevoerd.
De huisjes zijn altijd eigendom geweest van de Stichting van Weldadigheid ‘Het Sint Anthony Gasthuis’. Men is jaren bezig geweest om te proberen ze te laten restaureren. Het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk had echter geen geld voor de restauratie. Door de slechte toestand van de woningen was men genoodzaakt om ze toen dicht te spijkeren.
Wanneer met de nieuwbouw wordt begonnen is nog niet bekend, want financieel is de zaak nog niet helemaal rond.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie verwijst de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief tevens naar het bericht Anthony Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe, naar het bericht Op de kneien veur Lodewijk en Johanna en naar het bericht Zorgvlied, een bakermat voor Neerlands zeehelden ?.
De eerste afbeelding is een afbeelding van een foto, die gemaakt is door de welbekende Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels, en die de situatie van de gasthuisjes tijdens de sloop toont.
De tweede afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart en toont de situatie van de gasthuisjes vóór de sloop.

Abracadabra-1409
Abracadabra-1408

Posted in Ansichtkoate, Lodewijk Guillaume Verwer, Sint Anthonij Gasthuis, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Ut pièdeheufdbaankie veur Jan Haarm Pol

De op Woater’n geboren Jan Haarm Pol, meer bekend van de tillevisie als ‘the incredible dr. Pol’ (‘de ongelooflijke dr. Pol’), heeft bij Obadja an de Dorpsstroate op Zorgvlied, an de aandere kaante van de bos, een eigen zitbankje aangeboden gekregen. Jan Haarm Pol was aanwezig bij de aanbieding van het paardehoofdbankje.
De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Zitbankjes Gelijk In De Gemeente Westenveld hebben dit bankje nota bene aan hem aangeboden. Het bankje is betaald met gemeentelijk publieksgeld en is dus niet gesponsord – wat echt wel had gekund – door een plaatselijk paardespul of een plaatselijke onderneming in de toeristenindustrie.
Houtbewerker Henri Koeling (die zichzelf woodcarver noemt) uut de Peperstroate in Deever is de snijder van het letterlijk enigszins laag-bij-de-grondse niet-duurzame houten paardehoofdbankje. Het bankje is versierd met een paardehoofd, want het paard is het lievelingsdier van Jan Haarm Pol.
Het paardehoofdbankje nodigt uit hier een poosje te gaan zitten, bijvoorbeeld voor het maken van een foto van het paardehoofd en jijzelf, of bijvoorbeeld na een stichtende kerkdienst bij Obadja om zo het gehoorde bij Obadja te laten bezinken.
Toch is het wel een beetje merkwaardig te noemen dat het paardehoofdbankje bij Obadja is neergezet. Staat het paardehoofdbankje op particulier terrein ? Andere en mogelijk betere plaatsen voor het bankje zijn een plaats vlak bij het geboortehuis van Jan Haarm Pol op Woater’n, daar is ruimte genoeg, of een plaats op de koloniebrink (QoloniebrinQ) van Zorgvlied, daar is ruimte genoeg, bijvoorbeeld bij de nepklok van Tied Zat.
Het paardehoofdbankje is ontsierd met een informatieplaatje, waarin de volgende tekst is gegraveerd:
Geplaatst door de gemeente Westenveld ter gelegenheid van het bezoek van dr. Pol aan zijn geboortegrond, september 2016.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt.

Posted in De aandere kaante van de bos, Dr. Pol, Jan Haarm Pol, Kuunst, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Villa Aurora an de Dörpsstroate op Zorgvlied

In het villapand met de naam Aurora (Latijn = dageraad) aan de Dorpsstraat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) was in de tijd van mr. Lodewijk Guillaume Verwer het hoofdkantoor van zijn Noordelijke Hypotheekbank gevestigd.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in het voorbijgaan bijgaande foto van het zeer netjes opgeknapte, maar nogal dood aandoende villapand met de naam Aurora (Latijn = dageraad) gemaakt op 2 november 2017.
Zie ook de betreffende andere berichten over dit villapand in ut Deevers Archief.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Villa Aurora, Zorgvlied | Leave a comment

Ut huus van Willie Hielkema-Bos is vot

Mevrouw Wempke Wilhelmina (Willie) Maria Hielkema-Bos heeft tot haar overlijden op 11 december 2019 op Zorgvlied gewoond. De redactie weet niet wanneer ze is verhuisd naar het op de afbeeldingen zichtbare huis met adres Dorpsstraat 48. Haar kinderen hebben het huis na haar overlijden verkocht. Het huis is inmiddels afgebroken. De redactie weet niet wanneer dit huis is gebouwd en wie het huis heeft laten bouwen. Het is om geschiedkundige en andere redenen onvermijdelijk het zicht op haar huis vanaf de straat en vanaf verschillende standpunten te bewaren. Zie de bijgaande afbeeldingen.

Afbeelding 1
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 2
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 3
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 4
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 5
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 6
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 7
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Posted in Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

De villa Castra Vetera op een lochtfoto

De redactie van ut Deevers Archief is al vanaf 1 maart 1996 in het bezit van een afdruk van het negatief van een luchtfoto, waarop het dorp Zorgvlied, in het bijzonder villa Castra Vetera, is te zien. Het negatief van deze luchtfoto is geregistreerd als minuut 185, nummer 50, 193 in het archief van de Topografische Dienst in Emmen. Deze luchtfoto is gemaakt in 1932, de Topografische Dienst in Emmen heeft op de afdruk niet de opnamedatum vermeld. Het bijzondere aan deze luchtfoto is dat het negatief van de foto is samengesteld uit stroken film, die aan elkaar zijn gepast, waarna een afdruk is gemaakt, vandaar de zichtbare evenwijdige rechte strepen op afbeelding 1, die een detail is van de hiervoor genoemde luchtfoto.
De redactie heeft met een rode pijl de plaats van de villa Castra Vetera aangegeven. De oprijlaan van het landhuis lag in het verlengde van de weg naar Elsloo, deze weg heet nu niet Jacobus Fransiscus de Ruiter de Wildtlaan, maar helaas Verwersweg. Jacobus Fransiscus de Ruiter de Wildt, bouwer en bewoner van Villa Zorgvliet, en visonaire veroorzaker van het dorp Zorgvlied, wordt helaas slechts povertjes herinnerd door de aanwezigheid van zijn verkeerd geschreven naam op het naambordje van een onnozel oprijlaantje naar enige toeristisch industriële ondernemingen.

Afbeelding 1 – © Topografische Dienst, Emmen

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Bebauing an de Dörpstroate op Zorgvlied in 1909

Bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is op 8 september 1909 verstuurd naar T.G. de Willigen in Steenwijk. Op de ansichtkaart is de grote bocht in de Dorpsstraat op Zorgvlied in de richting van Wateren te zien. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto gemaakt op 8 augustus 2015.

Posted in Ansichtkoate, Dorpsstraat, Zorgvlied | Leave a comment

Un tiekening van un paer olde huus’n op Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deeveers Archief graag meegenieten van getekende of geschilderde objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft toestemming van mevrouw Marjan Elisabeth van der Helm bijgaand afgebeelde en door haar gemaakte pentekening van enige huizen aan de Dorpsstraat op Zorgvlied in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is haar bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Zij maakte deze tekening zittend op de bank en uit het raam kijkend naar de huizen aan de overkant van de straat. Zij signeerde de tekening in de linker benedenhoek met MvdH, 10-4-’83. De originele tekening hangt bij mevrouw Marjan Elisabeth van der Helm aan de muur.

Afbeelding 1
In 1983 woonden in deze huizen aan de Dorpsstraat andere mensen dan nu. In het linker pand was de dorpswinkel van Ale van der Heide gevestigd. Hij verkocht gelukkig ook ansichtkaarten.De familie van der Heide woonde in het aangrenzende pand. Het Amsterdamse huis werd toen al lang bewoond door Gerard Goettsch. Hij had in zijn huis ook een afdruk van deze tekening in een lijstje aan de muur hangen. Hij was zeer gesteld op deze tekening. In het rechter pand woonde vrouw Hillen, die later dood in haar huis werd gevonden.


Afbeelding 2
Coen Broekema heeft de hier getoonde foto gemaakt op 30 november 2002. Bijna twintig jaar na 1983 is de aanblik van de panden nog ongeveer hetzelfde. Alleen was toen in Zorgvlied helaas geen dorpswinkel meer aanwezig. Gerard Goettsch overleed op 13 juni 2000 op 96-jarige leeftijd zittend in zijn stoel voor het raam van zijn Amsterdamse huis.

Posted in Kuunst, Tiekening, Zorgvlied | Leave a comment

Un ansichtkoate van de firma Klaas Hielkema

De firma K. Hielkema, Dorpsstraat 26, Zorgvlied verkocht de hier afgebeelde kleuren ansichtkaart. Het is een zogenaamde vijfluiks ansichtkaart. Op zo’n ansichtkaart is niet één foto te zien, maar wel vijf. Van Leer’s Fotodrukindustrie in Amsterdam gaf deze kaart in juni 1986 uit. Het pand waarin de firma K. Hielkema was gevestigd, is op de foto links onder op de ansichtkaart te zien. Vanaf links gezien gaat het om het derde pand. Dit pand is ook te zien op afbeelding 3.
Gerrit Hielkema is geboren op 25 april 1928 en is overleden op 22 november 1987. Wemke Wilhelmina (Willy) Maria Bos is geboren op 9 maart 1930 op Zorgvlied en is overleden op 11 december 2019 in Deever. Gerrit Hielkema trouwde in 1949 met Willy Bos. Hun enige zoon Klaas Hielkema is geboren op 22 juni 1949 en is overleden op 14 januari 1987.
De naam firma K. Hielkema op de achterkant van de ansichtkaart uit 1986 doet vermoeden dat zoon Klaas Hielkema de beoogde opvolger was in het ‘bedrijf’ van zijn ouders Gerrit Hielkema en Willy Bos. Het heeft niet zo mogen zijn.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3
Bericht in het periodiek Da’s Mooi van 25 november 2014

Posted in Dorpsstraat, Neringdoende, Zorgvlied | Leave a comment

Jan en Marten meuk’n heidebössels en heidebessems

De redactie heeft het volgende bericht in het voorjaar van 1996, dat is alweer heel wat jaren geleden, samengesteld op basis van een gesprek met Marten van der Helm en geschreven informatie van en over Jan en Marten van der Helm. Marten van der Helm woonde in 1996 in de woning met adres Dorpsstraat 28 op Zorgvlied.

Het maken van heideboenders en heidebezems
Van 1952 tot in 1966 hebben de broers Jan en Marten van der Helm op Zorgvlied boenders en bezems van heide gemaakt. Ze zetten daar een ambacht voort, dat begon toen hun grootvader Jan van der Helm in Boijl, vlak bij de kolonieschool in Boschoord, omstreeks 1870 zijn eerste boenders en bezems maakte. Jan was schaapherder en zwierf elke dag met zijn kudde over de heidevelden in de buurt van Boijl. Dit werk leverde maar een heel karig bestaan op. Daarin kwam verbetering toen hij op een dag besloot om boenders en bezems te maken van de heide uit de velden, waarover hij dagelijks rondtrok.

Jan van der Helm verkocht zijn heideprodukten aan grossier Jan de Boer uit Leeuwarden. De vertegenwoordigers van deze grossier zetten de boenders en bezems in heel Friesland af. In elke dorpswinkel op het Friese platteland waren ze te koop. De schoonmaakartikelen uit Boijl werden vooral gebruikt op de boerderij. Zo werd het melkgerei schoongemaakt met de heideboender en werd de stallen en het erf met de heidebezem geveegd.

Tinus van der Helm zette het van zijn vader Jan geleerde ambacht eerst in een schuur in het land achter zijn huis met winkeltje aan de Kolonieweg in Boijl voort. Later verhuisde hij naar de Grensweg in Noordwolde. Op een gegeven moment overleed grossier Jan de Boer aan een beroerte. Tinus moest toen op zoek naar een nieuwe afnemer. Dit werd grossier W.T. Zandstra uit Sneek. Dat deze grossier geld verdiende aan de verkoop van heideboenders en heidebezems bleek wel uit een lening van 2000 gulden die hij op een gegeven moment aan Tinus verstrekte voor de bouw van een werkschuur achter zijn huis met winkeltje aan de Grensweg. Daardoor kon het veel te kleine achterhuis, waarin de heide was opgeslagen en ook nog een koe werd gehouden, worden verlaten. Dit betekende een duidelijke verbetering in de leef- en werkomstandigheden voor zijn familie, waardoor ook meer kon worden geproduceerd.

Zijn zonen Jan (geboren in 1920) en Marten (geboren in 1925) leerden het maken van boenders en bezems al jong, want beiden moesten al op zevenjarige leeftijd hun vader Tinus helpen. Tinus van der Helm kocht in 1952 het café ‘De Harmonie’ op Zorgvlied. In dat jaar gingen zijn twee toen al getrouwde zoons op Zorgvlied in en naast het café wonen, waar ze in het schuurtje achter het café het oude ambacht voortzetten. Het café brandde in 1963 af. Marten kocht na de brand het oude tolhuis aan de weg naar Elsloo. Ook in het tolhuis ging hij door met het maken van boenders en bezems. Daar heeft hij met zijn gezin meer dan twee jaar gewoond, totdat ze verhuisden naar de nieuwe woning die ze lieten bouwen op de plaats van het verbrande café. Daarna werkten de broers weer in het schuurtje achter het nieuwe huis.

Op Zorgvlied verkochten Jan en Marten hun produkten ook aan grossier Zandstra uit Sneek. Ze verkochten niet aan huis en hun produkten waren ook niet te koop bij winkeliers op Zorgvlied. Door de jaren heen was grossier Zandstra wel een betrouwbare afnemer gebleken. De broers moesten zo nu en dan wel eens wat langer op hun geld wachten, maar hij betaalde altijd. Met een vrachtwagen van Jan Krediet uit Noordwolde werden de bezems en boenders van Zorgvlied naar Sneek vervoerd. De bezems moesten samengebonden zijn in pakken van twaalf stuks. Een pak boenders moest uit 48 stuks bestaan. Later moest een pak boenders 96 stuks (een schijf) bevatten, want dan kon de vrachtrijder sneller zijn wagen laden. Zandstra leverde aan de broers het speciale henneptouw (driedraads, nr. 2¼, type tv) voor het samenbinden van de boenders en de bezems. Van boenders en bezems die te vochtig waren en te lang waren opgeslagen bij de grossier verrotte het touw. Deze werden dan naar de broers teruggestuurd, die ze moesten vervangen door nieuwe.

De boenders en bezems werden gemaakt van dopheide, omdat deze heide taaier was dan struikheide. Voor één kleine boender waren twee armen vol heide nodig. Voor het maken van een goede boender moest men niet alleen het vak verstaan, maar waren ook twee sterke handen nodig. De heide moest eerst met de handen worden gerold en gekneed en vervolgens met het henneptouw worden samengebonden tot een bikkelhard rolletje. Met een speciale beweging werd het touw, dat eerst aan een haak in een paal in de werkruimte werd vastgezet, om het rolletje heide getrokken en in een strop gelegd. Voor het maken van zo’n rammelstrop moest men heel goed geoefend zijn.

Het maken van een bezem gebeurde anders. Om de afgehakte resten van een vorige bezem werd een strop gelegd. Tussen de strop en het afhaksel werd dopheide gestoken met de gladde kant naar buiten en de ruige kant naar binnen. Zo nu en dan werd de heide op het hakblok vastgestampt. Als een strop voldoende gevuld was, dan werd de volgende strop gelegd en werd opnieuw heide ingestoken en vastgestampt. In totaal werden op die manier vier stroppen volgestoken, waarna de bezem met een vijfde strop werd afgebonden. Bij het maken van een bezem gebruikten ze ook hun knieën om de taaie heide in het gewenste model te brengen.

Na het binden werd een boender of een bezem op het houten hakblok met een hakmes aan beide kanten netjes afgewerkt. Ook het mooi rond afhakken van de uiteinden was moeilijker dan het op het eerste gezicht leek. Zo wedde de bakker, die op Zorgvlied een eindje verderop in de Dorpsstraat woonde, eens om een pakje sigaretten dat hij met gemak een boender volgens de regels der kunst kon afwerken. De broers zeiden ‘ga je gang’ en duwden hem vervolgens het hakmes in handen. Die bracht er die ene keer, tot genoegen van de broers natuurlijk, niets van terecht.

De broers hebben met hun ambacht altijd een behoorlijke boterham kunnen verdienen. Ze werkten negen à tien uur per dag en in die tijd konden beiden ongeveer 100 boenders of ongeveer 40 bezems maken. ‘s Zaterdags werkten ze alleen ‘s ochtends. De grossier betaalde in de laatste jaren 20 centen voor een boender en 75 centen voor een bezem. Toen de kosten van het levensonderhoud hoger werden en de grossier voor hun produkten geen hogere prijs wilde betalen, moesten ze harder en langer werken en uiteindelijk waren ze gedwongen de boenders wat minder lang en daardoor wat minder stijf te rollen, wat natuurlijk een achteruitgang in kwaliteit betekende.

In de goede jaren verwerkten ze gemakkelijk tienduizend bossen dopheide per jaar. Het loonde voor de broers niet om zelf heide te plukken of te snijden. Vroeger werd de heide geplukt, maar in latere jaren werd deze gesneden. Het verzamelen van heide werd door diverse mensen in hun vrije tijd gedaan. Op de Smilde waren dit onder meer Jan Gerding, zijn zonen en zijn broers. Deze mensen lieten het materiaal vaak met de vrachtwagen van Koers naar Zorgvlied brengen. Ook in de buurt van Ruinen werd dit door diverse mensen gedaan. De broers betaalden voor een bos heide 80 centen à een gulden.

In de laatste jaren was goede dopheide niet meer in voldoende mate te verkrijgen. Dit kwam door de opkomende economie aan het begin van de zestiger jaren, waardoor steeds minder mensen naast hun gewone werk nog een extraatje wilden verdienen met het snijden van heide. En ook mocht de heide op steeds minder plaatsen worden gesneden. Het tekort aan goede dopheide kwam de kwaliteit van de boender niet ten goede. Het buitenste deel van de boender en de bezem maakten ze nog wel van dopheide, maar de laatste jaren pasten ze binnenin steeds meer de minder taaie struikheide toe, waardoor deze sneller sleten. Bovendien kregen hun heideprodukten steeds meer concurrentie van produkten van kunststof. De broers hebben nog wel geprobeerd boenders van kunststofvezel op de manier van de heideboender te maken, maar dat was niet succesvol. Marten heeft het overgebleven proefmateriaal nog steeds in zijn werkschuurtje bewaard.

Grossier Zandstra stopte in 1965 met de verkoop van heideboenders en heidebezems. Toen was het voor de broers toch nog niet helemaal afgelopen. Een vertegenwoordiger van Zandstra plaatste zo nu en dan voor zichzelf nog een bestelling, omdat een tijd lang bij hem nog werd gevraagd naar de heideprodukten. Maar in 1966 zijn de broers voorgoed gestopt. Ze waren in deze streek de laatste beoefenaars van dit oude ambacht. In het schuurtje achter het huis van Marten hangt als tastbare herinnering nog steeds die ene laatste ‘haandskrobber’.

Het werken met de heide was bepaald niet prettig. Want na elke greep uit de voorraad heide, die onder handbereik lag opgeslagen, vulden het schuurtje en de longen van Jan en Marten zich met het opdwarrelende stof. Het kwam vaak voor dat de heide vochtig en verschimmeld was en dan was het om te stikken zo benauwd in het schuurtje. Als ze aan het werk waren en het weer het toeliet, dan lieten ze de deur en de ramen van het schuurtje natuurlijk wijd open staan. Op Zorgvlied zeiden de mensen tegen de broers ‘dat gaat je tien jaar van je leven kosten’, maar daar lachten ze toen om. Hun vader Tinus is 77 jaar geworden. Marten is nu 71 jaar. Hij voelt zich gezond en heeft geen last van zijn longen. Ook zijn 75-jarige broer Jan heeft nergens last van.

Op mijn vraag of hij nu, ongeveer 30 jaar na de laatste, nog een heideboender zou kunnen maken, antwoordt Marten lachend dat hij het nog wel zou kunnen, terwijl hij zijn handen onbewust weer die ontelbaar vaak uitgevoerde rolbeweging laat maken. En heb je er wel eens aan gedacht om in de zomer in de omgeving mee te doen aan demonstraties van oude ambachten? Hij aarzelt met zijn antwoord. Ik zou nogal wat dopheide nodig hebben en ik heb ook geen auto. Wie weet komt het er nog eens van ….

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie ontdekte na het schrijven van het bericht in het voorjaar van 1996 dat de gepensioneerde heer .. de Jong uit Jubbega zich nog aktief bezig hield met het maken en verkopen van bezems. Hij maakte deze bezems niet van taaie dopheide, maar van het minstens zo taaie berkenrijs. Dit rijshout mocht hij tegen betaling en op aanwijzing van personeel uit de staatsbossen van de boswachterij Smilde snijden.
Jan van der Helm is geboren op 24 maart 1920 en is overleden op 20 juni 2004. Hij is begraven op de kaarkhof in Oosterwolde. Marten van der Helm is geboren op 27 april 1925 en is overleden op 3 juni 2011. Hij is begraven op de neeje kaarkhof bee Obadja an de Woaterseweg op Zorgvlied.

Reactie van mevrouw Marjan van der Helm van 7 april 2021
Jazeker kan de dochter van Marten dat !!
De staande persoon is mijn ome Jan. De gebukte persoon is mijn vader Marten.
Wat een leuk stukje over mijn vader en ome Jan.

Afbeelding 1
De gebroeders Van der Helm zijn bezig met het binden van heidebossen. Duidelijk waarneembaar zijn de haken in de paal en de stijf samengebonden borstelrolletjes en een bezemrol. De redactie kon tot zijn grote schande in zijn aantekeningen niet vinden wie op de afbeelding Jan van der Helm is en wie Marten van der Helm is. Wellicht kan de dochter van Marten van der Helm en Arendje Bergsma daar duidelijkheid in verschaffen.

Posted in Zorgvlied | Leave a comment

Ut ende van café De Harmonie op Zorgvlied

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van maandag 8 april 1963 verscheen het navolgende bericht over de brand op zondagavond 7 april 1963 in café De Harmonie van de gebroeders Jan en Marten van der Helm aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Café De Harmonie te Zorgvlied afgebrand
Zondagavond is te Zorgvlied het bekende café De Harmonie van de gebroeders J. en M. van der Helm door brand verwoest. Het woongedeelte kon behouden blijven, maar leed veel waterschade. De materiële schade is groot. Over de oorzaak van de brand tast men nog in het duister.
De brand is ontstaan in het schuurgedeelte. Te ruim zes uur werd ontdekt dat er iets niet in orde was. Het achterhuis stond toen praktisch reeds geheel inlichterlaaie. Mede met het oog op het gevaar voor belendende percelen werden naast de brandweer van Diever ook die van Vledder, Noordwolde en Oosterwolde gealarmeerd. Ze waren alle snel ter plaatse. De beide laatsgenoemde korpsen behoefden evenwel niet in actie te komen. Door kordaat optreden van die van Diever en Vledder gelukte het het woongedeelte van het pand voor afbranden te behoeden. Dit gedeelte wordt bewoond door de gezinnen van de gebr. Van der Helm.
Belendende bakkerij bedreigd
Overigens liet deze brand zich vrij ernstig aanzien. Gasflessen kwamen tot ontploffing en vlogen uit het brandende perceel. Op een gegeven moment sloeg het vuur over naar het naastgelegen pand van bakker-kruidenier I. Hunse. Het schuurgedeelte daarvan werd door het vuur aangetast, maar erger kon hier worden voorkomen. Gelukkig was de richting van de sterke wind nogal gunstig, zodat niet meer belendende percelen werden bedreigd. Tegen acht uur was het vuur bedwongen.
In het verbrande gedeelte van café De Harmonie gingen naast inventaris onder meer een auto, een bromfiets, drie rijwielen en een jukebox verloren. De gebr. Van der Helm waren wel tegen brand verzekerd, maar te laag.
Burgemeester Meiboom was de gehele tijd op het terrein van de brand aanwezig. Zoals gezegd, over de oorzaak is nog niets bekend. De Rijkspolitie van Diever stelt een onderzoek in.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan van der Helm is geboren op 24 maart 1920 en is overleden op 20 juni 2004. Hij is begraven op de kaarkhof in Oosterwolde.
Marten van der Helm is geboren op 27 april 1925 en is overleden op 3 juni 2011. Hij is begraven op ut neeje kaarkhof bee Obadja an de Woaterseweg op Zorgvlied.
Bakker en kruidenier Ido Hunze is geboren op 16 augustus 1912.
De redactie schat in dat de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart in 1954 of een jaar eerder is uitgegeven. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie informeren over de datum van de eerste uitgave van deze ansichtkaart. De redactie weet niet wie de uitgever van deze kaart is. De redactie weet ook niet bij welke neringdoende de kaart te koop was.
Vanaf links gezien is café De Harmonie het derde pand met de witgekalkte muren.
Als café De Harmonie niet zou zijn afgebrand en nog zou bestaan, dan zou de beleiddicterende culturele spindoctor en monumentenballoteur werkzaam in de Public Policy Industry Van Het Publieke Bedrijf Gemeente Westenveld dit pand vast en zeker en onvermijdelijk en met veel tamtam op zijn ten zeerste gekoesterde lijstje van gemeentelijke monumenten in de gemeente Westenveld hebben gezet.

Posted in Ansichtkoate, Dorpsstraat, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Wat wee’j nog van vrogger op Zorgvlied ?

De redactie van ut Deevers Archief is ten tijde van de coronapandemie een tijdje druk bezig geweest met het digitaliseren (scannen) van zijn veel ruimte in beslag nemende papieren archief (papperrassie scannen en vervolgens dat papperrassie in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort.
Tot dit grote karwei behoort ook het digitaliseren (scannen) van vele oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Deever, Van Goor’s Blattie). De redactie kwam bij het scannen van jaargang 1998 van ut Deeverse Blattie op bladzijde 4 van ut blattie van 23 april 1998 het hier afgebeelde berichtje van de heemkundige vurening uut Deever tegen. De heemkundige vurening uut Deever wil van de lezers van ut Deeverse Blattie graag nogal wat meer weten over wat te zien is op een bij het bericht afgebeeld ansichtkaart van de Dorpsstraat van Zorgvlied. De redactie wil dit berichtje uiteraard niet onthouden aan de zeer gewaardeeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief.

Wat weet u nog van vroeger ?
De Historische Vereniging Gemeente Diever wil van nevenstaande foto graag het volgende weten:
* Welke kinderen staan op de ansichtkaart ?
* Wie waren de bewoners van de panden op de ansichtkaart ?
* In welk jaar is de ansichtkaart genomen ?

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie toont bij dit bericht een afbeelding van de originele sepiakleurige ansichtkaart uit het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw, die is uitgegeven door J.F. le Roux in Assen. Op de afbeelding van die sepiakleurige ansichtkaart zijn de personen (kinderen ?) bij de bomen duidelijker te onderscheiden, maar ook dan niet te herkennen. En de personen (kinderen ?) bij café De Harmonie zijn in het geheel niet te herkennen. De familie Halman woonde van maart 1916 tot maart 1924 in de bakkerij-kruidenierswinkel-woonhuis links naast het witte café De Harmonie. Van de kinderen bij de bomen zullen ongetwijfeld enige Halmannetjes zijn.
De redactie is wel bijzonder benieuwd of de heemkundige vurening uut Deever ooit een reactie op die hier getoonde oproep heeft ontvangen. De redactie is vooral benieuwd wie in het huis helemaal aan de rechterkant van de afbeelding woonden ten tijde dat de foto voor deze ansichtkaart is gemaakt ? Heette de straat waaraan de panden staan in de twintiger jaren van de vorige eeuw – alweer zo’n honderd jaren geleden – al Dorpsstraat ? Let vooral op de slijtpaden in de zandgrond naast de straat. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie aan gegevens helpen ?

In de in januari 1975 uitgegeven publicatie ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder is op de hier getoonde afbeelding van bladzijde 136 de hier getoonde sepiakleurige ansichtkaart ook afgebeeld. Het mag natuurlijk helder en duidelijk zijn dat de heemkundige vurening uut Deever op 23 april 1998 volmaakt op de hoogte was van de gegevens op bladzijde 136 van de hiervoor genoemde publicatie en de lezers van ut Deeverse Blattie wellicht een rad voor ogen heeft gedraaid met de vraag ‘Wat weet u nog van vroeger ?’

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook nog steeds een liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 10 van het allereerste nummer (Nr. 94/1, maart 1994) van het papieren blaadje Opraekelen van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blaadje zijn of dat papieren blaadje bij iemand in kunnen zien.

En als klap op de vuurpijl kan de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook nog steeds een liefhebber van afbeeldingen op papier is, de hier afgebeelde ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 56 van het fotoboekje Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever en in september 2007 is uitgegeven door de toen nog bestaande Golff supermarkt in Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blaadje zijn of dat papieren blaadje bij iemand in kunnen zien.
Bij de afbeelding staat de volgende tekst: Zorgvlied. De Dorpstraat zoals deze er in de twintiger jaren jaren uit zag. Van links naar rechts zien we eerst een burgerwoning, daarnaast de woning van winkelier en bakker Alle Brouwer en nog het dorpscafé De Harmonie. Het café is later door brand verwoest.

Het is de amateurstreekhistorielogen van de heemkundige vurening uut Deever tussen maart 1994 en september 2007 blijkbaar helaas jammerlijk niet gelukt passende antwoorden te vinden op de vragen die gesteld zijn in het bericht in ut Deeverse Blattie van 23 april 1998 en deze te verwerken in kloppende teksten van publicaties van die vurening.

Posted in Ansichtkoate, Dorpsstraat, Zorgvlied | Leave a comment

Disse koate is twee kièr over de grote plasse ewest

De Amsterdamse reizende fotograaf C. v. d. Zijl heeft in heel Nederland foto’s gemaakt, die als ansichtkaart zijn uitgegeven. Bij de redactie van ut Deevers Archief zijn van hem enkele ansichtkaarten met de titel ‘Groet uit Zorgvliet (Dr)’ bekend. Waaronder de hier afgebeelde zo genoemde vier-luiks ansichtkaart. De redactie weet niet welke neringdoende op Zorgvlied an de aandere kaante van de bos deze ansichtkaart verkocht, maar heeft het vermoeden dat het winkelier Bos was.
Op de bovenste foto aan de linkerkant van de ansichtkaart is de kruidenierswinkel van Bos tussen de bomen door te zien.
Op de bovenste foto aan de rechterkant van de ansichtkaart is de nog steeds bestaande gebouw van de skoele op Woater’n te zien.
Op de onderste foto aan de linkerkant van de ansichtkaart is de nog steeds bestaande Villa Nova te zien. Laat daarbij vooral op de originele dakkapel.
Op de onderste foto aan de rechterkant van de ansichtkaart is het niet meer bestaande landhuis Castra Vetera te zien. Het landhuis Castra Vetera is in 1939 afgebroken.
Van de vier afbeeldingen op de ansichtkaart zijn, voorzover de redactie weet, geen afzonderlijk ansichtkaarten uitgebracht. De redactie hoopt dat dit wel het geval is geweest en dat deze op een dag toch nog zullen opduiken.
De ansichtkaart zal in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw zijn verstuurd. De ansichtkaart is verstuurd naar mister W. Hamburger, 815 Washington Street, Pasadena, California, U.S.A. 815 Washington Street in Pasadena heet tegenwoordig 815 Washington Boulevard. Waar een ansichtkaartje uit Zorgvlied zoal terecht kan komen ! De ontvanger zal waarde aan het kaartje hebben gehecht en zal daarom deze mee terug naar Nederland hebben genomen, zodat het kaartje twee keer over de Atlantische Oceaan is vervoerd !

Posted in Ansichtkoate, Castra Vetera, Verdwenen object, Villa Nova, Woaterse skoele, Zorgvlied | Leave a comment

Bee Castra Vetera stön un Araucarea imbricata

In Onze Tuinen, geïllustreerd weekblad voor amateur tuiniers, verscheen op 26 april 1918 in jaargang 12, nummer 43 op bladzijde 544 – zie de afbeelding – een vraag over de Chileensche slangenboom, die de vraagsteller op Zorgvlied in de tuin van villa Castra Vetera zag staan.

Vraag No. 413:
Ik zag gisteren te Zorgvlied (Drenthe) een prachtige sierboom; van verre den vorm van een Den, groeit als een Den met kransen van takken.
Deze bestonden uit slangvormig hangende takken. Deze en de stam waren geheel geschubd. Kleur zeer donkergroen. Het geheel een prachteffect.
Men noemde den boom daar Chileensche slangenboom. De bewoner van den villa gaf hem mij als naam op Araucaria imbricata.
Kent u dezen boom ? En zoudt u mij kunnen mededeelen of en waar ik deze kan kopen ?
S.W.
Antwoord:
De boom welke u zag, is inderdaad Araucaria imbricata; den naam Chileensche slangenboom vind ik erg leelijk en Chileensche den (zooals men ook wel zegt is) is zeer onjuist. ’t Is te hopen, dat deze boom wat algemeener wordt, en dan onder den juisten naam. In Onze Tuinen is deze boom al vaak beschreven en afgebeeld. (Jgr. II, 323; III, 657,;V, 113; VI, 270; VII, 163;  IX, 210 en X, 74).
’t Is een prachtboom voor een open plaats, enigszins beschut tegen Noorden en Oosten winden. In groepjes geplant, zooals in Arnghem op een der pleinen, sterven de onderste takken af, wat aan de sierwaarde groote schade veroorzaakt.
Adressen mogen hier niet genoemd worden; maar in de Advertentie-rubriek vindt u meerdere adressen van boomkweekers, waar u uitstekend terecht kunt.
B.B.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De Araucaria imbricata of Araucaria araucana wordt in het Nederlands slangenboom, slangenden, kandelaarden, apeboom, apetreiter, apepuzzel of apeverdriet genoemd. 
Het is verbazingwekkend te lezen dat amateur tuiniers zich al in 1906 konden abonneren op een geïllustreerd weekblad met de naam Onze Tuinen. Het is verbazingwekkend te lezen dat een voorbijganger in 1918 in de tuin van villa Castra Vetera op Zorgvlied een luxe exotische Araucaria imbricatia waarnam. Die apeboom moet daar al vóór de eeuwwisseling zijn geplant. Zou mr. Lodewijk Guillaume Verwer óf zijn echtgenote of een van zijn kinderen deze luxe exotische sierboom hebben geplant ? En dat in een tijd dat behoorlijk wat inwoners van de gemiente Deever nog in plaggen hutten zonder moestuin en zeker zonder siertuin moesten leven.

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment

De fumilie Halman woonde op Woater’n en Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief ontving van Frank Halman bijgaand interview van Greta Heesterbeek-Halman.. Hij is een zoon van Bernardus Valentinus Halman (zie een in 1925 gemaakte foto van leerlingen van de skoele op Woater’n), die een zoon is van Johannes (Johan, Jan) Halman. De familie Johannes Halman heeft in de periode mei 1908 – maart 1924 op Zorgvlied gewoond. Greta Heesterbeek-Halman is Margaretha Bernardina Halman, een tante van Frank Halman. De redactie is de heer Frank Halman bijzonder erkentelijk voor het toezenden van dit bericht. De redactie heeft de tekst van het interview in enige mate aangepast en chronologisch geordend. 

Greta Heesterbeek-Halman vertelt over haar ouders Jan Halman en Griet Brinkmann
Ten tijde van het interview was Greta in de tachtig en sprak met een licht Brabants accent. Soms, als de herinneringen bovenkomen, dan kwam in haar stem de oude Zorgvliedse tongval weer boven.
Mijn vader Jan Halman was in 1899 als 18-jarige al slim op Grietje Brinkmann. Maar Grietje moest hem niet. Dus gooide mijn vader de kop in de wind, want hij was een stijfkop …
Hij ging toen als boerenknecht naar Duitsland. Mijn vader heeft het goed gehad in Duitsland. Hij vertelde dat hij net zoveel melk kon drinken als hij wilde. Mijn vader is zeker een paar jaar in Duitsland geweest. Hij vertelde dat de Duitse boer verbaasd was over de melkproductie: “Wat doe je toch met die koeien ? Ze leveren veel meer melk dan als ik voor ze zorg.” Mijn vader gaf de koeien op een andere manier voer: “Met bieten en zo.” Ja, ze waren in Duitsland best tevreden over hem.
Mijn zus Hannie heeft nog een kaart, die vader Jan uit Duitsland heeft gestuurd aan mijn moeder Griet in Zorgvlied. Hij was haar al die tijd niet vergeten.
Na een paar jaar kwam hij terug in Zorgvlied en toen werd het toch echt iets tussen Grietje en hem. Toen hij verkering met haar had, is hij een keer afgebatterd door jongens uit het dorp. Dat ging vroeger zo. Hij kwam zelf niet uit Zorgvlied. Hij kwam uit Steggerda.
Later is zijn moeder en zijn enige broer ook van Steggerda naar Zorgvlied gekomen. Dat was mijn grootmoeder Cathrina Voklage. Moeder vertelde dat ze zelf acht zusters en een broer had. Die ene broer was oom Volkert, die was zo klein bij de geboorte dat hij wel in een klomp paste.
Eerst woonden we in een boerderijtje aan de Zandlaan. Mijn vader was een goede, maar wel een driftige man. Ik weet nog, toen woonden we nog op de boerderij, dat hij de varkens moest voeren in de grote boomgaard. Die varkens liepen hem steeds tegen de benen aan. Toen werd mijn vader een keer zo kwaad dat hij de hele emmer slobber op het land gooide in plaats van in de bak waaruit de beesten moesten eten.
Vandaar zijn we verhuisd naar de bakkerij. Eigenlijk was hij geen bakker, maar hij had een oude bakkerij gehuurd. Hij ging zelf met paard en kar de omgeving van Diever rond om brood te bezorgen. In de winter haalde hij een hele grote slee tevoorschijn en zette het paard op scherp. Dan stapelde hij brood op de slee en ging zo bij de mensen langs.
Mijn zusje is nog daar in Zorgvlied gestorven. Zondags gingen we naar het kerkhof. Onderweg naar het kerkhof hingen we flessen in de berkenbomen. Dat was om berkenwater te tappen wat we voor het haar gebruikten. Bij het kerkhof was een beukenhaag, waar we jonge vogeltjes uit het nest haalden om deze te bekijken. Daarna zetten we de vogeltjes weer terug in het nest. We gingen samen met de neven en nicht Emy van ome Volkert.
Mijn moeder was trouwens ook heel pienter, heel slim. Zij was ook erg praktisch. Dat had ze allemaal van haar moeder geleerd. Die wist voor alle kwaaltjes een middel. Tante Anna had suikerziekte. Zij diende bij de familie Verwer. Op een dag kwam ze thuis, omdat ze niet meer kon lopen, ze was met het rijtuig thuisgebracht. Toen ging mijn grootmoeder, ze had een heel oud receptenboekje, kijken naar iets voor opgetrokken pezen en zenuwen. In het boekje stond dat ze peren moest zoeken en die op brandenwijn zetten. Daar werd tante Anna mee ingesmeerd. “Je kunt het geloven of niet,” zei moeder, “na een week kon ze weer om de tafel heen lopen.” Dat soort dingen deed mijn moeder ook. Smeerwortel en zo. Als je een zwerende vinger had, dan deed ze weegbreeblad op die vinger. Als je pijn in de keel had, dan kreeg je een kletsnatte doek om je keel, met daar om heen een dikke sjaal. “Ach kind.” zei ze dan.
We hadden knechten in de bakkerij, die bij ons thuis in de kost waren. Alleen waren die knechten niet katholiek. Maar ’s nachts zaten ze aan de deur van de meisjesslaapkamer te rammelen. En dat wilde mijn moeder niet meer.
Nadat de bakkerij was verkocht, hebben we een jaar gewoond op een boerderij met de naam Landzicht. Van daar was het een heel eind lopen naar het dorp, de school en de kerk. Dan liepen we langs het bos. Mijn vader moest in die tijd natuurlijk wel wat doen voor de kost. Ik herinner me dat hij op een gegeven moment eieren langs de deur verkocht. En ik herinner me nog dat we elke avond eierpannenkoeken moesten eten. Want als hij ’s avonds thuiskwam, dan bracht hij weer een bak vol gekneusde eieren mee.
Hij had toen al acht kinderen, want de pil was er nog niet. Hij had toen de boerderij en hij had de bakkerij goed verkocht.
Op een dag zei hij: “Morgen gaan we naar Friesland.” Hij had een stuk hooiland gehuurd. Om vier uur ’s ochtends gingen we allemaal hooien. Ook zijn broer Jozef broer was daarbij. Het staat me nog heel goed bij. Als we moe werden, gingen we slapen in het hooi. Toen we klaar waren en weer lopend naar huis gingen, hadden we goed geld verdiend.
We zijn veel verhuisd. Vader was heel pienter, heel slim. Vader was een ondernemende man en hij kon geen baas boven zich hebben. We zijn uit Zorgvlied weggegaan, toen onze Riek een jaar of veertien was en mijn tweede zus in Steenwijkerwold op kostschool zat. Ook zei mijn moeder dat in Zorgvlied voor ons, de kinderen, geen werk was. Zelf heeft mijn moeder en hebben haar twee zussen bij de Verwers gediend. Volgens Greta waren er meerdere redenen om weg te gaan. De belangrijkste reden was dat er geen werk en geen toekomst voor de kinderen zou zijn. Volgens Greta noemde haar moeder Griet nog een reden: “Het was ook om het plagen en de ‘minsen’ (mensen)”. Greta herinnerde zich dat ze uitgescholden werden met een liedje: ” ……de katholieken klimmen in de bomen om bij Maria te komen.”
Bij de verhuizing naar Ankeveen gingen we met z’n allen in een vrachtwagen. Moeder droeg het bedje met de baby erin. Ze ging in de vrachtwagen zitten naast het bedje. Op een gegeven moment moesten we met de vrachtwagen op een pont over een water. We waren aan de overkant en de auto zou de pont afrijden, maar de pont wilde al weer wegvaren. De vrachtwagen moest toen op volle kracht de wal optrekken. Vader riep: “Duwen kinderen, duwen!!” Alle kinderen duwden de vrachtwagen, anders gingen we het water in. De vrachtwagen had hij gehuurd, maar die wagen kon het niet trekken. Ik kan dat niet vergeten, want het waren griezelige momenten. In Ankeveen had mijn vader een hotel gekocht. Maar daar hebben we maar een jaar gewoond. We zijn van Ankeveen naar Eindhoven gegaan.
Ik heb nog hele goede herinneringen aan Zorgvlied. Volgens mij zijn de familie Damhuis en de familie Sweering later ook vertrokken. Mijn vriendinnetje Catharien Sweering is later naar het klooster gegaan. We gingen ’s avonds schaatsen. Het was een plezierige meid en die is naar het klooster gegaan. Daar snap ik niets van. Van de Brinkmannen is niemand het klooster ingegaan. Ze waren wel heel katholiek en heel trouw. Brinkmannen hadden een pienter verstand, ze dachten eerst goed na. Ze liepen niet zomaar overal achteraan. Dat was opvallend, toen ik later in Brabant woonde. De mensen uit het Noorden waren veel slimmer. Kijk, God heeft ons de tien geboden gegeven, maar wij wisten best wel hoe we dat moesten regelen. Ik zeg maar als je een goed mens bent, dan zijn alle geboden goed.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Greet (Greta) Hesterbeek-Halman is Margaretha Bernardina Halman. Zij staat op een in 1925 gemaakte foto van leerlingen van de skoele op Woater’n. Jan Halman is Johannes Halman. Griet Brinkman is Maria Margaretha Brinkmann.

Johannes Halman
Hij is geboren op 23 oktober 1881 in Vinkega in de gemeente Weststellingwerf. Hij is overleden op 2 februari 1966 op 84-jarige leeftijd in Eindhoven. Johannes Halman trouwde op 9 mei 1908 in Deever met Maria Margaretha Brinkmann. De trouwacte vermeldt dat Johannes Halman landbouwer is.
Maria Margaretha Brinkmann
Zij is geboren op 7 juni 1886 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Zij is overleden op 31 mei 1959 op 72-jarige leeftijd in Eindhoven. Zij is een dochter van Bernardus Frederik Brinkmann (geboren op 8 december 1845 in Haskerdijke, overleden op 28 februari 1901 op Zorgvlied) en Johanna Elisabeth Meijer van Putten (geboren op 15 mei 1850 in Zuidveen, overleden op 25 oktober 1914 op Zorgvlied).

Het echtpaar Johannes Halman en Maria Margaretha Brinkmann kregen een grote schare kinderen:
Hendrika Maria Halman
Zij is geboren op 21 februari 1909 op Zorgvlied in de gemiente Deever. De geboorteacte vermeldt dat vader Johannes Halman arbeider is. Zij is op 19 november 1937 op 28-jarige leeftijd in Waalre getrouwd met Franciscus Bonifacius Flapper. Zij is overleden op 9 oktober 1999 in Aalst.
Johanna Anna Maria Halman
Zij is geboren op 7 juli 1910 op Zorgvlied in de gemiente Deever. De geboorteacte vermeldt dat vader Johannes Halman landbouwer is.
Johanna Maria Halman
Zij is geboren op 26 januari 1912 op Zorgvlied in de gemiente Deever. De geboorteacte vermeldt dat vader Johannes Halman landbouwer is. Zij is overleden op 25 september 1919 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Haar overlijdensacte vermeldt dat vader Johannes Halman van beroep bakker is.
Alida Elisabeth Halman
Zij is geboren op 21 mei 1913 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Zij is getrouwd op 23 september 1938 op 25-jarige leeftijd in Waalre met Thomas Joseph Maria Strijbos. Zij is overleden op 21 oktober 2003 in Veldhoven.
Johannes (Jan) Jozeph Halman
Hij is geboren op 14 januari 1915 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Hij is overleden op 4 april 1984 op 69-jarige leeftijd in Eindhoven. Hij staat op een in 1925 gemaakte foto van leerlingen van de skoele op Woater’n.
Bernardus Valentinus Halman
Hij is geboren op 26 september 1916 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Hij is overleden op 16 mei 1999 op 82-jarige leeftijd in Eindhoven. Hij staat op een in 1925 gemaakte foto van leerlingen van de skoele op Woater’n.
Margaretha Bernardina Halman
Zij is geboren op 9 juni 1918 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Zij is overleden op 24 december 2008 op 90-jarige leeftijd overleden in Waalre. Zij staat op een in 1925 gemaakte foto van leerlingen van de skoele op Woater’n.
Joseph Antonius Halman
Hij is geboren op 14 mei 1922 op Zorgvlied in de gemiente Deever.
Elisabeth Hendrika Halman
Zij is geboren op 6 februari 1925 in Luyksgestel.
Valentinus Johannes Antonius Halman
Hij is geboren op 5 mei 1931 in Waalre.

Van de vijf na 1912 op Zorgvlied geboren kinderen, te weten Alida Elisabeth Halman, Johannes Jozeph Halman, Bernardus Valentinus Halman, Margaretha Bernardina Halman, Joseph Antonius Halman, is nog steeds geen geboorteacte te vinden in de webstee www.alledrenten.nl.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Mijn vader Jan Halman was in 1899 als 18-jarige al slim op Grietje Brinkmann.
Toen vader Johannes Halman in 1899 achttien jaren oud was, toen was zijn latere vrouw Maria Margaretha Brinkmann nog maar dertien jaren oud. De afstand tussen Steggerda en Zorgvlied was ongeveer 15 kilometer, een uurtje fietsen. Johannes Halman trouwde op 9 mei 1908 in Deever met Maria Margaretha Brinkmann. Toen was Johannes Halman 26 jaren oud en was Maria Margaretha Brinkmann 21 jaren oud.

Inzake de volgende tekst in het interview: Mijn zus Hannie heeft nog een kaart, die vader Jan uit Duitsland heeft gestuurd aan mijn moeder Griet in Zorgvlied.
Zus Hannie is Johanna Anna Maria Halman. Vader Jan is Johannes Halman. Moeder Griet is Maria Margaretha Brinkmann. Ook Frank Halman, zoon van Bernardus Valentinus Halman en kleinzoon van Johannes Halman was in het bezit van een Duitse ansichtkaart, die zijn grootvader Johannes Halman naar zijn grootmoeder Maria Margaretha Brinkmann op Zorgvlied stuurde. Wellicht heeft Johannes Halman bij een boer in Voltlage in het Munsterland in Duitsland gewerkt. Wellicht bij familie van zijn moeder Hendrika Vroklage, want die familie kwam uit Voltlage. Vroklage is een verbastering van Voltlage.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Toen hij verkering met haar had, is hij een keer afgebatterd door jongens uit het dorp.
De jongens van Zorgvlied hebben Johannes Halman een keer ‘afgebatterd’, omdat hij verkering had gekregen met een meisje op Zorgvlied. Dat was in die tijd zo de gewoonte. Een jongen uit een ander dorp werd gezien als een concurrent, als een indringer. Afbatteren is een werkwoord dat in het Brabantse dialect wordt gebruikt. Dit werkwoord komt niet in ut Deevers voor. Deeverse vertalingen van ‘afbatteren’ zijn bijvoorbeeld ‘op sien falie sloan’, ‘un pakkie klapp’n gee’m’, ‘op de peinse gee’m’ of ‘un pakkie meet’n’.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Later is zijn moeder en zijn enige broer ook van Steggerda naar Zorgvlied gekomen. Dat was mijn grootmoeder Cathrina Voklage.
Hier vergiste de geïnterviewde mevrouw Greta Heesterbeek-Halman zich. De naam van haar grootmoeder was Hendrika Vroklage. Hendrika Vroklage is geboren op 1 augustus 1847 in Oldeholtpade (gemeente Weststellingwerf) en is overleden op 25 mei 1933 in Wolvega. De broer van Johannes Halman is Joseph Halman. Hij is geboren op 26 april 1880 in Vinkega en is overleden op 18 juli 1947 in Leeuwarden. De redactie heeft in de openbare bronnen nog niet kunnen vinden of grootmoeder Hendrika Voklage en Joseph Halman ook daadwerkelijk op Zorgvlied hebben gewoond.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Eerst woonden we in een boerderijtje aan de Zandlaan.
Johannes Halman en Maria Margaretha Brinkmann zijn waarschijnlijk al direct na hun huwelijk in het boerderijtje aan de Zandlaan gaan wonen. Het echtpaar zal dit boerderijtje hebben gepacht. De redactie heeft nog niet uitgezocht waar de Zandlaan was te vinden en in welk boerderijtje aan de Zandlaan de familie Halman heeft gewoond. Het adres van het boerderijtje aan de Zandlaan was Wateren 52.

In het bijvoegsel van de Staatscourant van zaterdag 18 juli 1908 is de oprichtingsacte van de Coöperatieve Roomboterfabriek ‘De Drie Gemeenten’, te Elsloo, gemeente Weststellingwerf, opgenomen, waaruit blijkt dat Johannes Halman, van beroep veehouder, behoort tot de achtenveertig boeren die de fabriek hebben opgericht.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Vandaar zijn we verhuisd naar de bakkerij.
In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 11 maart 1916 verscheen de in bijlage 1 getoonde advertentie over een boeldag op Zorgvlied, vanwege de afschaffing van de boerderij van de familie Johannes Halman. De familie Halman zal in 1916 zijn verhuisd van het boerderijtje aan de Zandlaan naar de woning annex bakkerij aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Wie denkt dat Johannes Halman na de afschaffing van zijn boerderij en na de verhuizing naar de woning annex bakkerij op Zorgvlied het boerenvak niet meer uitoefende, die vergist zich, want in een advertentie in de Oprechte Steenwijker Courant van 23 december 1922 biedt hij twee beste drachtige varkens te koop aan. Zie bijlage 3. Was Johannes Halman een boerkende bakker of was hij een bakkerende boer ?

Inzake de volgende tekst uit het interview: Mijn zusje is nog daar in Zorgvlied gestorven.
Het zusje is Johanna Anna Maria Halman. Zij is overleden op 25 september 1919 op Zorgvlied in de gemiente Deever. Haar overlijdensacte vermeldt dat vader Johannes Halman van beroep bakker is.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Tante Anna had suikerziekte. Zij diende bij de familie Verwer.
Tante Anna is een zuster van haar moeder Maria Margaretha Brinkmann, omdat haar vader Johannes Halman alleen broer Jozeph had. Tante Anna is Anna Brinkmann. Zij is geboren op 13 mei 1884 op Zorgvlied. Zij is overleden op 16 april 1957. Zij trouwde op 21 mei 1904 in Deever met Johannes van Opzeeland. De trouwacte vermeldt dat Anna Brinkmann het beroep dienstbode heeft. De redactie moet in de openbare bronnen nog nazoeken bij wie van de familie Verwer Anna Brinkman dienstbode is geweest. 

Inzake de volgende tekst uit het interview: Nadat de bakkerij was verkocht, hebben we een jaar gewoond op een boerderij met de naam Landzicht.
De familie Halman is in eind maart 1924 uit Zorgvlied vertrokken. Dus de familie Halman zal in het voorjaar van 1923 zijn verhuisd naar de boerderij met de naam Landzicht. Op 27 januari 1925 verkocht een zekere heer Dijkstra het woonhuis annex bakkerij aan de heer Alle Brouwer. De heer Dijkstra is bakker Roelof Dijkstra. Zie de foto van het woonhuis annex bakkerij annex kruidenierswinkel van Alle Brouwer.
De redactie heeft in de openbare bronnen nog niet kunnen vinden of het echtpaar Halman het woonhuis annex bakkerij destijds heeft gekocht en in 1923 heeft verkocht aan bakker Roelof Dijkstra, of dat het echtpaar Halman in de periode 1916-1923 het woonhuis annex bakkerij heeft gehuurd van bakker Roelof Dijkstra.
Het echtpaar Halman zal de boerderij met de naam Landzicht hebben gepacht. De redactie heeft nog niet uitgezocht waar de boerderij met de naam Landzicht stond. Het adres van de boerderij was Zorgvlied 30. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet waar boerderij Landzicht stond ?

Inzake de volgende tekst uit het interview: We zijn uit Zorgvlied weggegaan, toen onze Riek een jaar of veertien was en mijn tweede zus in Steenwijkerwold op kostschool zat.
Onze Riek was Hendrika Maria Halman. Zij is geboren op 21 februari 1909 op Zorgvlied. De genoemde tweede zus is Johanna Anna Maria Halman, maar die is op 25 september 1919 overleden op Zorgvlied.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 15 maart 1924 verscheen de hier getoonde advertentie, zie bijlage 2, over een boelgoed op Zorgvlied, vanwege het vertrek van de familie Johannes Halman naar Ankeveen in de gemeente Weesperkarspel. De familie Halman is op 26 maart 1924 uit het bevolkingsregister van de gemiente Deever geschreven.

Inzake de volgende tekst uit het interview: Mijn vriendinnetje Catharien Sweering is later naar het klooster gegaan.
De door mevrouw Greet Heesterbeek-Halman (Margaretha Bernardina Halman) genoemde Catharien Schwering is Catharina Sophia Schwering, geboren op 26 september 1902 op Zorgvlied. Een zuster van haar was Sophia Maria Josephina Schwering, geboren op 1 maart 1908 op Zorgvlied. De redactie moet in zijn aantekeningen nog uitzoeken wie van de twee zusters Schwering in het klooster is gegaan. Het is aannemelijk dat -gelet op de leeftijdverschillen- geen van de twee zusters Schwering vriendinnetje is geweest van de in 1918 geboren Margaretha Bernardina Halman. 

Bijlage 1 – Advertentie in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 11 maart 1916

Boeldag Zorgvlied.
Notaris Bon te Dwingeloo, zal op dinsdag 14 maart aanstaande, des voormiddags 11 uur, ten huize en ten verzoeke van Johannes Halman te Zorgvlied, wegens afschaffing der boerderij, publiek verkoopen: 5 stuks hoornvee (waaronder 4 melk- en kalfde koeien (vetgehalte gemiddeld omstreeks 4 %, waarvoor melkbriefjes ter inzage)) en 1 vaarskalf, 2 varkens (waaronder 1 drachtig), varkenshok, ruim 100 draadpalen, varkensboeien met stukken, wan, een partij beste eetaardappelen en wat meer te voorschijn zal worden gebracht. Voorts 8 zware dennen op Laanzicht en 1 populier, die door B. Klaster worden aangewezen. Borgbriefjes worden niet aangenomen.


Bijlage 2 – Advertentie in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 15 maart 1924

Boelgoed – Zorgvlied (Wegens vertrek.)
Notaris Bolk te Dwingeloo zal op dinsdag 18 maart 1924, des voormiddags 10.30 uur, ten huize en ten verzoeke van den heer Johannes Halman te Zorgvlied, publiek verkoopen: 2 voorj. kalfde koeien, 9 loopvarkens, zoo goed als nieuwe breack (geschikt voor bakker en venter), stookpot, waschmachine, kruiwagen, ladder, draadpalen, kippegaas, eenig huisraad, als: kolomkachel, kast, stoelen, ledikanten en wat verder te voorschijn zal worden gebracht. Kopers moeten twee bekende en solide borgen stellen.


Bijlage 3 – Advertentie in de Opregte Steenwijker Courant van 23 december 1922.

Posted in Alle Deeversen, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Jan hef un koatie hen sien maegie Griet estuu’d

Frank Halman vond in de verzameling van zijn ouders een meer dan honderd jaar oude ansichtkaart, waarvan hier beide kanten van de kaart zijn afgebeeld. De redactie van ut Deevers Archief is Frank Halman bijzonder erkentelijk voor het op 1 februari 2021 beschikbaar stellen van deze ansichtkaart.
Johannes (Johan, Jan) Halman verstuurde deze ansichtkaart op een 23 mei tussen 1905 en 1908 met de hartelijke groeten (H.G.) aan mejuffrouw Maria Margaretha (Griet) Brinkman op Zorgvlied, Drente, Holland. Johannes (Johan, Jan) Halman wist toen blijkbaar nog niet dat haar achternaam niet Brinkman, maar Brinkmann was. De toevoeging van Holland aan het adres doet vermoeden dat Johannes (Johan, Jan) Halman de kaart vanuit het buitenland heeft verstuurd. En dat vermoeden blijkt ook juist te zijn geweest, want hij heeft enige jaren in Duitsland gewerkt. De grote vraag is natuurlijk: uit welke plaats (Sch….) in Duitsland is de hier afgebeelde ansichtkaart verzonden ?
Johannes (Johan, Jan) Halman is de grootvader van Frank Halman. Maria Margaretha (Griet) Brinkmann is de grootmoeder van Frank Halman. Johannes (Johan, Jan) Halman is geboren op 23 oktober 1881 in Vinkega (gemeente Weststellingwerf) en is overleden op 2 februari 1966 in Eindhoven. Maria Margaretha (Griet) Brinkmann is geboren op 7 juni 1886 op Woater’n en is overleden op 31 mei 1959 in Eindhoven.
Johannes (Johan, Jan) Halman en Maria Margaretha (Griet) Brinkmann trouwden op 9 mei 1908. Hun trouwacte vermeldt dat Johannes (Johan, Jan) Halman landbouwer is en dat Maria Margaretha (Griet) Brinkmann dienstbode is. De bruiloft zal wellicht zijn gehouden op Zorgvlied in het logement van haar moeder Johanna Elizabeth Meijer van Putten, de weduwe van Bernardus Franciscus Brinkmann. Maar wat was het adres van dit logement ?
Johannes (Johan, Jan) Halman stuurde de ansichtkaartkaart voor zijn meisje Maria Margaretha (Grietje) Brinkmann naar het volgende adres: Den Heer J.J. Verwer. Hier vergiste afzender Johannes (Johan, Jan) Halman zich een beetje. Het was niet Den Heer J.J. Verwer, maar Den Heer I.J. Verwer. Idse Johannes Verwer was directeur van de Noordelijke Hypotheekbank op Zorgvlied. Hij is geboren op 27 augustus 1874. Hij is een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovika van Wensen. De familie Idse Johannes Verwer was woonachtig op het adres Zorgvlied 42.
Frank Halman weet te melden dat zijn grootmoeder Maria Margaretha (Griet) Brinkmann dienstbode was bij de familie Idse Johannes Verwer.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Zorgvlied | Leave a comment

De sloop van villa Castra Vetera op Zorgvlied

In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) verscheen in de rubriek ‘Te koop aangeboden’ op 3 maart 1939 de volgende korte advertentie over de te koop aangeboden afbraakbouwstoffen van de villa Castra Vetera op Zorgvlied.

Afbraak.
Alle soorten afbraak van de Villa Castra Vetera te Zorgvlied, als 1000 m² vloer-, plank- en schothout, prachtige balken, deuren, ramen, lood en glas, latten, regels, 60 m² marmeren tegels, 2 pompen, zandsteenen drempels en 200.000 steenen. Dagelijks op het terrein aanwezig van 7 tot 5 uur.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De heer D. H. Pasman uit ’s Gravenhage kocht op 30 maart 1938 het landgoed Castra Vetera. Op 27 december 1938 berichtte het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) dat villa Castra Vetera zal worden afgebroken. Dit was twee maanden later al een feit.
De sloopaannemer heeft het landhuis wel zorgvuldig en selectief gesloopt, wat mag blijken uit de opsomming van de te koop aangeboden waardevolle herbruikbare afbraakbouwstoffen. Veel van deze afbraakbouwstoffen zijn in de buurt weergebruikt. In het Amsterdamse Huis zitten aan de achterkant op de eerste verdieping enige glas-in-lood ramen uit de villa. Oude bakstenen uit de villa zijn in boerenschuren in de buurt verwerkt. Bij de bouw van de boerderij Castra Vetera op Zorgvlied zijn ook veel oude bakstenen uit de villa verwerkt.
De redactie heeft de kleurenfoto van de boerderij Castra Vetera gemaakt op 4 april 2017.

Posted in Boerdereeje, Castra Vetera, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Un mooie ansichtkoate van Ut Winkeltie

In 1994 kwamen de eigenaren van ut winkeltie met de naam Ut Winkeltie an de Dörpsstroate op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) op het prachtige idee van het uitgeven van een eenvoudig vormgegeven kleurenansichtkaart, waarop zijn te zien de opvolgers van de gasthuisjes van de Stichting ‘Het Sint Anthonij Gasthuis’ naast het kerkgebouw van de rooms-katholieke geloofsgemeente an de Dörpsstroate op Zorgvlied.
De redactie van ut Deevers Archief zwaait de eigenaren van ut Winkeltie voor dit initiatief alsnog driefwerf hulde toe: hulde, hulde, hulde. Alleen dat feit is al historisch. Over tachtig jaar is deze ansichtkaart net zo historisch en net zo zeldzaam als bijvoorbeeld nu de ansichtkaart van de oude gasthuisjes van de Stichting ‘Het Sint Anthonij Gasthuis’ naast het kerkgebouw van de rooms-katholieke geloofsgemeente an de Dörpsstroate op Zorgvlied uit 1937.
Ut Winkeltie was voorlopig het laatste winkeltje op Zorgvlied. De redactie heeft nog niet uitgezocht wanneer de deur van Ut Winkeltie niet meer open is gegaan.

Posted in Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

Zorgvlied lig skier teeg’n de Dreins-Freese grens an

De redactie van ut Deevers Archief laat zijn zeer gewaardeerde bezoekers graag meegenieten van bijgaande afbeelding van ut goeie olde Zorgvlied. De nostalgisch aandoende sepiakleurige afbeelding is gepubliceerd in het geïllustreerde familieweekblad voor Friesland met de naam Fan Fryske Groun (Van Friese Bodem), 2e jaargang, 1927-1928, 14 oktober 1927. De foto voor deze afbeelding zal eerder dat jaar zijn gemaakt, de bladeren zitten aan de bomen.
In die tijd ging een verslaggever van dit weekblad nog op zijn fiets en met zijn fototoestel op pad voor het maken van een reportage. De verslaggever had voor de gelegenheid even de journalistieke vrijheid genomen de Friese Bodem te verlaten en was voor het maken van deze foto een paar honderd meter de Drents-Friese grens overgestoken. En wellicht heeft de verslaggever daarna even een kopje koffie gedronken in café De Harmonie, een eindje verderop in het dorp. Bij de redactie zijn geen ansichtkaarten van dit dorpsgezicht uit die periode bekend.
Links naast het nieuwe kerkgebouw van de rooms-katholieke geloofsgemeente is zichtbaar het Witte Huis, de woning van de pastoor. Deze woning bestaat niet meer. Rechts naast het kerkgebouw met de naam Heilige Andreaskerk staan de vijf woninkjes van het Sint Anthonij Gasthuis. Twee woninkjes hadden een dakkapel. De vijf woninkjes bestaan niet meer. In het achterhuis van het grote witgekalkte huis aan de rechterkant was een klompenmakerij gevestigd. Dit huis is later afgebrand. De redactie weet niet of de zichtbare weg in 1927 al was verhard en toen al Dorpsstraat heette.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de Dorpsstraat gemaakt op donderdag 4 november 2017.

Posted in Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

De aachterkaante van de olde kapelle van Obadja

De redactie van ut Deevers Archief weet nog niet in welk jaar de hier getoonde zwart-wit foto van de achterkant van de Obadja-kapel op Zorgvlied is gemaakt en weet ook nog niet wie deze foto heeft gemaakt. Op de zwart-wit foto is aan de linkerkant ut törfhokke te zien. Het is een afbeelding die zeer zeker wel in elk geval moet worden gearchiveerd.
De redactie heeft wel het vermoeden dat de foto ná de Tweede Wereldoorlog is gemaakt, maar wel vóórdat de kapel in 1968 is verlengd. Bestudering van de op de zwart-wit foto zichtbare en nog steeds aanwezige grafstenen kan mogelijk een preciezere datering opleveren.
In die jaren vonden de zeer geachte leden van de geloofsgemeente, die in de Obadja-kapel ter kerke gingen, het nog niet nodig de buitenkant van hun houten kerkgebouwtje spierwit te verven.
De kapel is in 1968 aan de voorkant verlengd, waarbij de voorgevel naar voren is verplaatst. De op de eerste kleurenfoto zichtbare oostelijke zijgevel heeft drie oorspronkelijke en aan de rechterkant twee toegevoegde vensters, die alle voorzien van negenruits ramen, een kalf en een halfrond drieruits bovenlicht. Op de plek van het vierde oorspronkelijk venster is een nooduitgang gemaakt.
De redactie heeft de twee kleurenfoto’s gemaakt op vrijdag 28 november 2020.


Posted in Aarfgood, Algemeen, De aandere kaante van de bos, Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkoate van de Dorpsstroate op Zorgvlied

Deze zwart-wit ansichtkaart ‘Groeten uit Zorgvlied’ is vóór 28 december 1929 verstuurd.
Aan de linkerkant is de nog niet verlengde Obadja-kapel van de Nederlands hervormde gemeente aan de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien.
Op het zandpad naast de weg -blijkbaar liet de begaanbaarheid van de klinkerweg voor voetgangers te wensen over- staat een vrouw met twee emmers.
De verstuurders van deze kaart waren de familie Sjouke Benthem, Gerrit en Boukje (Baukje ?).
De kaart is verstuurd naar Jan Benthem, Tweede Oostwijkstraat 2 in Steenwijk.
Jan Benthem is de eerste zoon van Wolter Benthem (geboren op 11 juli 1850 op Wateren, overleden op 1 juli 1925 op Wateren) en Baukje Stelma (geboren op 16 juni 1854 in Makkinga, overleden op 28 december 1929 op Wateren). Jan Benthem is geboren op 22 mei 1878 op Wateren. Hij werkte -toen hij de kaart ontving- in Steenwijk bij de N.V. Stoomtabak- en Sigarenfabriek ‘de Tabaksplant’.
Sjouke Benthem is de jongste broer van Jan Benthem. Sjouke Benthem is geboren op 23 december 1891 en is op 2 oktober 1976 overleden in Meppel.
Baukje is de hiervoor genoemde Baukje Stelma, de moeder van Jan en Sjouke Benthem
De redactie moet nog uitzoeken wie de mede-afzender Gerrit is. Gerrit Benthem ?
De uitgever van de kaart is volgens het logo v.d.L te D. De redactie moet nog uitzoeken wie achter dit logo schuil gaat.

Posted in Ansichtkoate, Dorpsstraat, Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

De kapelle van Obadja op Zorgvlied

In het online-magazine InWesterveld verscheen op 11 september 2020 het bericht De Obadja kapel in Zorgvlied. Dit bericht is geschreven in het kader van de Open Monumentendagen van 2017, waarbij de gemeente Westenveld gastheer was van de landelijke opening. In dat jaar verschenen in een speciale uitgave van het magazine InWesterveld interessante artikelen over monumenten in de gemeente Westenveld. Vanwege de corona-pandemie zijn de Open Monumentendagen in 2020 niet doorgegaan, vandaar dat het bericht De Obadja kapel in Zorgvlied opnieuw is gepubliceerd in het magazine InWesterveld.
De redactie van ut Deevers Archief heeft toestemming van de redactie van het online-magazine InWesterveld dit bericht in zijn geheel op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is de redactie van InWesterveld bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

De Obadja kapel in Zorgvlied
Westerveld telt vele monumentale kerkgebouwen. Van de imposante Pancratiuskerk in Diever tot het kleinste stenen kerkje van Drenthe in Leggeloo. De kleinste houten kapel van Drenthe staat in Zorgvlied: De Obadja kapel, een rijksmonument.
Het bijzondere witte kapelletje aan de Dorpsstraat in Zorgvlied werd in 1904 gebouwd en doet nog steeds dienst als hervormde kerk. In de zomermaanden weliswaar, als er veel vakantievierende kerkgangers zijn, want met de huidige negen leden is een kerkdienst in de winter niet rendabel.

Eigen kerk bouwen
Dat was ruim honderd jaar geleden wel anders. Toen moesten de kerkgangers uit Zorgvlied, Oude Willem en Wateren te voet naar Diever. Anderhalf uur heen en anderhalf uur terug over de toen nog niet verharde Bosweg. Tot Wolter Benthem de mensen in de gelagkamer van zijn boerencafé in Wateren uitnodigde voor de wekelijkse kerkdienst. Dominee Kan leidde de diensten. Toen ook die situatie niet ideaal bleek, besloot Benthem het initiatief te nemen voor het bouwen van een eigen kerk. Van de zeventig leden werd een extra bijdrage van 25 cent gevraagd. Daarnaast werden er vanuit het hele land door middel van postwissels diverse bijdragen ontvangen.
Het houten witte kerkgebouwtje verrees binnen zeer korte tijd. Op 18 oktober 1904 werd de eerste steen gelegd (de binnenkant van de houten kerk bestaat uit een halfsteens muur), op 14 december vond de eerste kerkdienst plaats.

Druk bezocht
In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het kerkje zo druk bezocht dat er twee diensten werden gehouden om iedereen een plek te kunnen geven. In 1968 werd er een stuk bij de kerk aangebouwd. Daarvoor werd de gehele voorgevel naar voren geplaatst. Maar ook de jaren erna was het kerkgebouw al weer snel te klein en werd een legertent aan het gebouw gekoppeld om mensen onderdak te bieden. In de jaren tachtig bezochten wekelijks 120 mensen het kleine kerkje.

Alle protestanten voelen zich hier thuis
De getallen staat in schril contrast met de huidige situatie, waarbij de kerk slechts negen leden telt. Maar Dirk Ferwerda, voorzitter van de evangelisatievereniging Obadja, die ook het historische pand beheert, is niet pessimistisch. ‘Naast de negen leden hebben we 34 gastleden, mensen die langdurig in een zomerverblijf in de omgeving wonen. Met daarbij nog de losse zomergasten hebben we van april tot eind oktober wekelijks een mooi gevulde kerk. Tijdens de zomermaanden is de kerk met zestig tot zeventig mensen helemaal vol. Gereformeerden, christelijk gereformeerden, hervormden, doopsgezinden, alle protestanten voelen zich hier thuis.’

Gastvrijheid
‘Mensen zijn verrukt van de kleine kapel. Vooral de gastvrijheid en het na afloop met elkaar gezellig een kopje koffie drinken wordt zeer gewaardeerd,’ vult penningmeester Attie Goettsch-Tol aan. ‘Dat geeft een band.’ De kerk heeft een prettige sfeer, met tapijt als vloerbedekking en een aangename temperatuur. ‘Vroeger werd er een kachel gestookt met turf. Kijk, dat was het turfhok.’ Dirk wijst naar het schuurtje naast de kerk. ‘Later kwamen er gaskachels en nu hebben we centrale verwarming.’

Historische waarde
Aan de wand van de kerk hangen foto’s van hoe de kerk en het interieur er vroeger uit heeft gezien. Er was in 1933 een brand in de toren. Later werd een andere toren teruggebouwd. Waar nu losse stoelen staan, stonden in de beginjaren rotanbanken. Later werden er ossenbloedrode houten banken geplaatst.
De evangelisatievereniging is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. Doordat het kerkgebouw als rijksmonument staat geregistreerd heeft de vereniging een grote verantwoordelijkheid. En de vereniging neemt dat heel serieus. ‘We zijn trots op deze mooie kerk en we doen er alles aan om dit in stand te houden. De monumentenwacht komt eens in de twee jaar langs om het pand te controleren en aandachtspunten aan te geven. Dat is zeer prettig, want je krijgt tips om bepaalde onderhoudswerkzaamheden in te plannen.
Dit jaar wordt de houten buitenkant opnieuw in de verf gezet. ‘Dat betekent alle verf er af branden en opnieuw verven. Daarvoor hebben we een contract met een schilder, dat moet je niet als amateur gaan doen.’

Het kerkorgel is ook een monument
Het kerkorgel is als apart monument beschermd. Het eenklaviersorgel, in 1785 gemaakt door J.S. Strumphler, heeft niet altijd in deze kerk gestaan. ‘Het staat er in ieder geval vijftig jaar,’ weet Attie. ‘Er stond eerst een oud kamerorgel. Dit is een bijzonder orgel. Het werd in 1969 gerestaureerd. Ik weet nog dat er ooit binnen het bestuur over werd gesproken om het te vervangen door een elektronisch orgel. Maar goed dat we dat niet hebben gedaan.’

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in een aantal berichten aandacht besteed aan de evangelisatievereniging Obadja.
In het bericht De Obadja kapel in Zorgvlied zijn vier kleine afbeeldingen opgenomen, die hier in een groter formaat zijn weergegeven. Daarnaast stelde de redactie van het online magazine InWesterveld enige foto’s beschikbaar die te zelfder tijd en te zelfder plaatse zijn gemaakt en niet in het magazine InWesterveld zijn gepubliceerd, maar wel in ut Deevers Archief worden getoond. De maker van deze serie foto’s is Charlie Wessels. Hij heeft deze foto’s gemaakt op 13 juni 2017.

Afbeelding 1 – Voorgevel van de Obadja kapel (© Charlie Wessels)
Afbeelding 2 – Voorgevel van de Obadja kapel met rechts het voormalige turfhok (© Charlie Wessels)

Afbeelding 3 – Voorgevel van de Obadja kapel (© Charlie Wessels)

Afbeelding 4 – Voorgevel van de Obadja kapel met de dr. Jan Harm Pol-bank  (© Charlie Wessels)

Afbeelding 5 – De olde kaarkhof met de achtergevel van de Obadja kapel  (© Charlie Wessels)

Afbeelding 6 – Interieur met het orgel van de Obadja kapel  (© Charlie Wessels)

Afbeelding 7 – Kansel met het orgel van de Obadja kapel  (© Charlie Wessels)

Posted in Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Schor getoeter over de someroam’dheide

Arnold Izaäk Kan Junior is geboren op 26 juni 1871 in Heerjansdam. Hij is overleden op 17 juli 1946 in Velp. Hij promoveerde in 1901 op het onderwerp “Ludwig Feuerbach in zijn verhouding tot de Christelijke Zedenleer”. Hij was tot 12 oktober 1905 hervormd predikant in Boijl (Buil) in Friesland. Hij vertrok vanuit Boijl (Buil) naar Assen.
Arnold Izaäk Kan Junior is de schrijver van de geldbedel-publicatie “Uit verre eenzaamheid”, waarvan de tekst in dit bericht in zijn geheel is weergegeven. In deze publicatie beschrijft Arnold Izaäk Kan Junior de totstandkoming van het kerkje van de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige belangen der Hervormden’ op Zorgvlied-Wateren. Lezers werden ten zeerste uitgenodigd geld te geven voor de bouw van het kerkje van de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige belangen der Hervormden’. Meer gegevens over Arnold Izaäk Kan Junior zijn te vinden in het boek Encyclopedie van Drente.

Uit verre eenzaamheid (Drente).

Inleiding.
De ondergeteekenden gevoelen zich gedrongen, U te vragen: “Och, lees even dit treffend boekske door !” Het werd door broeder Arnold Izaäk Kan Junior, predikant te Boijl (Weststellingwerf), uit den drang zijns harten geschreven. Het spreekt van hoogst-ernstige, doch ook van hoogst-heerlijke dingen. Het zal u zeggen, hoe fel de zonde woedt, maar ook hoe machtig Gods genade werkt. En als gij er door getroffen, in u de begeerte voelt ontwaken om voor het zendingswerk op dit plekje in ons vaderland iets te doen, dan zijn ondergeteekenden zeer gaarne bereid, Uwe gave in ontvangst te nemen. “Laat ons maar werken, zolang het dag is !”
Dit zij het doel, waarnaar gij streeft
Eens aan den eindpaal uwer wegen
Te mogen denken: “neen ‘k heb niet vergeefs geleefd
Ik was gezegend en tot zegen.”
Amsterdam, October 1904.
Dr. J.Th. de Visser, Keizersgracht 451.
Dr. J.J. van Noort, Nassaukade 82.
Dr. P.A. Klap, Sarphatipark 77.
W. J. Wellensiek, Johannes Verhulststraat 57.

De Dieversche heide.
Na een prachtigen Augustusdag ging de zon onder, en de schaapsherder van Wateren, keerde met zijn kudde terug van de Dieversche heidevelden.
De Drentsche “scheper” is niet meer de man van vroegere tijden, toen menigmaal duizend schapen aan zijn hoede waren toevertrouwd. De nieuwe tijd met practische uitvindingen ook ten bate van onze boeren, heeft de vroeger onmisbare schapenmest minder noodig gemaakt. Velen schaffen hun kudden af, en men leert uit de “Veldpost” of uit andere bladen, of van zijn buurman, hoe men met chilisalpeter en kainiet de stugge heide kan omtooveren in vruchtbaar bouw- en weiland.
Maar – gelukkig voor de poëzie van ons landleven – er zijn hier nog schapen en een schaapskooi, die het terrein zoo teekenachtig maken. Er klinken nog schapebellen, die de stilte op de heide breken, wij hebben nog een poëtischen schaapherder.
In Oosthoorn, zoo vertelt ons Ulfers, was een schaapherder in dienst van één boer. Zo is het bij ons niet. Éen scheper past hier op bijna al de schapen van Wateren, die hun voedsel in de heide moeten vinden. Dat zijn de “drenten”. De friesche schapen, die iedere boer en arbeider houdt, blijven bij huis of op het weiland met beter voedsel om veel melk te geven. De “drenten” worden niet om de melk gehouden en behoeven het dus niet zóó goed te hebben !
Laat in den morgen, als de dauw is opgetrokken, gaan zij naar de heide. Tegen zonsondergang hoort gij een schor getoeter. Men zegt u, dat dit het sein is dat de scheper geeft om de terugkomst aan te kondigen en gij vindt dit getoeter opeens idyllisch. Nu moeten de staldeuren openstaan, de schapen zijn in aantocht, en ieder dier kent en vindt zijn eigen stal, zonder dat iemand behoeft te geleiden.
Wat geeft meer stemming – het schor getoeter over de zomeravondheide – of orchestmuziek in een opgepronkte concertzaal met kunstlicht ?

Toen ik de laatste keer het sein van den scheper hoorde, waren wij juist op weg naar de ouderwetsche dorpsherberg van Wolter Benthem. Wij vonden de dochters op de bank vóór het huis, de lage gelagkamer reeds nagenoeg gevuld met mannen en vrouwen en groote kerkboeken. De boeken echt oud en veel gebruikt door ouders en grootouders, maar misschien door de tegenwoordige bezitters helaas hoofdzakelijk als familieantiquiteit bewaard. Immers kerkgaan is hier geen mode meer. Maar voor dien avond waren de boeken weer eens uit de kast gehaald, want er was een bode rond geweest om aan te zeggen, dat er weer preek en vergadering zou wezen bij Wolter Benthem. En de gelagkamer werd voller. Het jongvolk kwam ook binnen, en meer mannen en vrouwen, tot alle stoelen en banken bezet waren.
Wat was het heerlijk voor mij, daar in die herberg te mogen preeken over den goeden Herder, den Heiland, die innerlijk met ontferming bewogen was over de schare, die vermoeid en verstrooid was ….
Na de preek ging het jongvolk naar huis door den maneschijn, en de vrouwen ook. Maar de mannen stopten hun pijpen en kregen koffie.
En even ernstig en waardig als dit de Oosthoornsche boeren zouden doen, werd er nu vergadering gehouden en werden plannen gemaakt. Want hoe gezellig wij het ook vinden in de landelijke herberg aan den rand van de heide, toch zouden wij liever samen komen in een kerkje, waar dan ook de catechisaties konden gehouden en waar ruimte was voor onze kerstfeestviering om den boom.
Gelukkig schijnt dat verlangen naar een kerkje niet lang meer op vervulling behoeven te wachten. Wij hebben tenminste op dien avond na de preek, al heel wat plannen gemaakt. De dagen werden verdeeld, en bepaald, wanneer telkens een vijf- of zestal mannen de fondamenten uitgraven, en zand zouden kruien; en wanneer de boeren paard en wagen zouden beschikbaar stellen; en welken arbeider als polderjongen reeds met de juiste wijze van graven bekend was, en dus leiding kon geven aan het werk.

’t Was op dien Augustusavond waarlijk niet voor de eerste maal, dat wij daar op die plaats tot dat doel samenkwamen. Wij hadden dit verleden winter, vóór de drukke veldarbeid begon, reeds meermalen gedaan. Ja, daar was in de omgeving van Zorgvlied-Wateren al heel wat gebeurd op maatschappelijk en geestelijk gebied, vóór wij over durfden te gaan tot het uitgraven van de kerkfondamenten.
Toen eenige tientallen jaren geleden slechts een paar Hervormde huisgezinnen in Zorgvlied-Wateren woonden; toen de bevolking nog zóó gering was, dat, bij gebrek aan een eigen school, de kinderen dagelijks uren mochten loopen door het heidezand naar Diever; toen ongeloof en onverschilligheid bij de arbeidende bevolking meer en meer ingang vond, wie zou toen in Zorgvlied-Wateren verlangd hebben naar een evangelieprediking, en wie droomde toen van een Hervormd bedehuis in dit afgelegene, eenzame hoekje van de heide ? Hoe is dat alles zoo wonderlijk anders geworden ? Hoe is er een villadorpje en een toenemende boerenbevolking gekomen op de plaats, vanwaar nauwlijks een halve eeuw geleden op uren afstand geen straatweg te bereiken was ?

Bovenal langs welke paden heeft Gods Geest de harten geleid van zoo velen Zijner kinderen, die jaren lang zonder Hem geleefd hebben, maar die nu belangrijke offers willen brengen, opdat zij geregeld de prediking des Evangelies zouden kunnen horen ?
Gaarne wil ik U daarvan vertellen, zooveel mij daarvan bekend is geworden.
In hoofdzaak maak ik daartoe gebruik van de mededeelingen, aan welke in den vorm van een paar courantenartikeltjes, eenige maanden gelden door de redacties van de Nederlander en de Kerkbode welwillend plaatsing werd verleend.
Langs de grens van den Zuid Oost hoek van Friesland, strekt zich in Drente een groote heidevlakte uit, die omringd wordt door de dorpen Vledder, Diever en Hooger Smilde, en aan den Frieschen kant begrensd door Boijl, Elsloo en Appelscha.
Daar in die heidevlakte is in de laatste halve eeuw een nieuw dorp ontstaan. Een oase in een echte woestijn. De Gelderse heidevelden hielden, met hun heuvels, een veelzijdige afwisseling, wanneer men ze vergelijkt met die vlakke Drentsche eenzaamheid. Maar midden in dat stuk kale oneindigheid staan nu bosschen en huizen een een school, ja zelfs een paar villa’s. ’t Is Zorgvlied-Wateren, een nieuw dorp.

Ieder heeft wel eens gehoord van de Maatschappij van Weldadigheid, maar niet ieder weet, dat haar gebied zich vroeger veel verder uitstrekte dan thans. Tegenwoordig spreekt men hier van de kolonies Willemsoord, Frederiksoord en Boschoord, de laatste op sommige kaarten nog vermeld met den ouden naam Kolonie 7. In vroegere jaren behoorden daarbij ook nog de tegenwoordige bedelaarskolonie Veenhuizen en de bezittingen Zorgvlied en Wateren, toenmaals onontgonnen en onbebouwde vlakten.
Zorgvlied kreeg echter spoedig een eigenaardige bestemming. Nog ten huidigen dage staat daar een ouderwetsch, wit, breed gebouw, ’t welk alle kenmerken draagt, dat het in vroegere jaren deel uitmaakte van een gesticht. En inderdaad zijn er in dat huis heel wat jongens opgevoed, waarvan er velen …. als matroos den grooten oceaan hebben bevaren !
Is het niet kostelijk ? Twee uur gaans van den naasten openbaren verkeersweg, de Drentsche hoofdvaart, midden in de barre heide, een bakermat voor Neêrlands zeehelden ?
En toch is het zoo. De Maatschappij van Weldadigheid had daar namelijk een inrichting tot opvoeding van verwaarloosde jongens uit de groote steden. Er waren soms 70 tot 80 verpleegden. De kalme, rustige natuur zal wel van uitnemende opvoedkundige waarde zijn geweest, maar ’t is toch te begrijpen, dat er niet veel keus van ambachten was.
In het Hervormde kerkje van Elsloo vindt men tegenwoordig nog “de kraak” (galerij) waar de Zorgvliedsche jongens hun zitplaats hadden. Om de beurt werden namelijk godsdienstoefeningen bezocht te Elsloo, Vledder en Oud-Appelscha. Ook in het schilderachtige oude kerkje van laatstgenoemde gemeente, dat eenige jaren geleden is afgebroken, wees men een “kraak” aan, waaraan dezelfde geschiedkundige herinnering verbonden was.
Dat zullen voor die jongens heele tochten geweest zijn door die zandwegen, ’s zomers zoo mul en droog, ’s winters ware modderpoelen !
In deze tijden stonden er te Zorgvlied-Wateren slechts een paar boerderijen.

In 1860 kwam er een andere toestand. Wegens allerlei omstandigheden, die hier voor ons van geen belang zijn, deed de Maatschappij van Weldadigheid in dat jaar afstand van een groot deel hare bezittingen. Het rijk kreeg Veenhuizen, waar de thans nog bestaande rijkswerkinrichting werd opgericht, terwijl Zorgvlied en Wateren in particulier bezit overgingen. De opleidingsschool werd opgeheven.
Op maatschappelijk gebied is deze overgang van onberekenbare waarde geweest voor onze gansche omgeving. Daarover terloops een enkel woord.
De uitgeveende heidevelden op de Oostelijke Zuidgrens van Friesland worden voornamelijk bewoond door een eigenaardige bevolking, afkomstig van kolonisten uit “de Maatschappij”. Het zijn polderwerkers, hooiers, turfmakers, enzovoort, die in de naaste omgeving geen voldoend-loonenden arbeid kunnen vinden, en dus zomers “van huis” moeten. Het schijnt, dat voor deze gezinnen de jaren tusschen 1860 en 70 een moeilijke tijd geweest zijn. Een brochure getiteld: “Open brief aan Klaasje Zevenster” van den toenmaligen predikant van Noordwolde, dr. Ellerts de Haan, geeft een afgrijselijke schilderij van de heerschende bittere ellende. De mandjesmakerij en stoeleninsdustrie, waardoor de Noordwoldensche omgeving thans bekend is, bestond toen nog niet, terwijl de geweldige overbevolking het arbeidsloon bij den landbouw gevaarlijk drukte.
Ik beschouw het nu als een wonderbare uitredding, dan toen ter tijd niet slechts de industrie werd ingevoerd, die voor het groeiende geslacht den toestand geheel zou veranderen, maar ook, dat de eigenaren van Zorgvlied en Wateren op reusachtige schaal de landontginning ondernamen, daartoe in staat gesteld door vorstelijke Indische fortuinen. Het was niets bijzonders wanneer daar dagelijks 300 arbeiders uit onze omgeving wekenlang werk vonden. Uitgestrekte bosschen werden er aangelegd. Zorgvlied is op deze wijze allengs een lustoord geworden, een oase midden in de heidewoestijn.
Maar nog altijd stonden er slechts weinige woningen. Ook daarin kwam verandering, toen Zorgvlied en Wateren in ’t bezit kwamen van den tegenwoordigen eigenaar. Door de energie van mr. Verwer ontstond een dorp. Heide werd ontgonnen tot bouw- en weideland; er kwamen meer en meer boerderijen en arbeiderswoningen. Een sigarenfabriek, kruidenier, bakker, hulppostkantoor, school, hypotheekbank, helaas ook een herberg, geven thans het recht om van Zorgvlied als een dorp te spreken. Sedert een paar jaren is de voormalige zandweg of modderpoel vervangen door een straatweg (Elsloo – Diever), die het dorp met de bewoonde wereld verbindt.
Dit is nu de stoffelijke, gansch niet onbelangrijke, zijde van het Zorgvliedsche vraagstuk.

Toen ik hierboven de gebouwen noemde, die het recht geven om Zorgvlied-Wateren een dorp te noemen, heeft de lezer niets vernomen van een kerk,
Hoe ? een dorp, en geen kerk ?
Laat mij u dan vertellen, om mijn schetsje vollediger te maken, dat de heer Verwer voor zijn Rooms Katholieke geloofsgenooten een kerkje heeft gesticht, maar dat de Hervormden natuurlijk niet zoo gelukkig zijn.
Zorgvlied-Wateren behoort burgerlijk en kerkelijk tot de Gemeente Diever.
Daar staat het kerkgebouw, daar moeten de kinderen gedoopt, daar moeten de catechisaties bezocht, daar moeten de lidmaten bevestigd worden. Daarheen ging men soms ter kerk, als weer en wind gunstig waren of de zandweg niet al te mul of al te moerassig was.
Wat dunkt u over een kerkgang van anderhalf uur heen, en evenlang terug ? Die in het aller westelijkste uithoekje wonen, kunnen in een uurtje naar Boyl of Elsloo gaan.
Maar ik vraag de brave stedelingen en de kerksche dorpsbewoners, die al bang zijn voor een regenbuitje op hun Zondagscvhe kleeren, wanneer zij een kwartiertje ver naar de kerk moeten wandelen; ik vraag of zulke afstanden erg bevorderlijk zijn voor getrouw bezoek aan kerk en catechisatie ?
Voeg daarbij (waarnaar men eens moet informeeren bij dr. Westrik, vroeger te Smilde, nu te Zutfen) het feit, dat in nagenoeg alle dorpen rondom, in het eind der vorige eeuw modernisme en socialisme welig tierden, en dientengevolge het kerkgaan een dwaasheid werd. Is het dan een wonder, dat er ook in ons dorpje weinig geestelijk leven was ?

Enige jaren geleden kwam, Goddank, ook op dit gebied een andere toestand.
Een reizend koopman uit Appelscha, Br. Bisschop, daarin gesteund door zijn toenmaligen predikant ds. Van Lelyveld, deelde “Blijde boodschappen” uit, en andere traktaten.
De bejaarde predikant van Diever, ds. Hingst, begon godsdienstoefeningen te houden in het schoolgebouw te Wateren.
De bijbelcolporteur Van Veenen kwam, gesteund door andere leden der. Chr. Jongelingsvereniging, wekelijks uit Appelscha wandelen over de heide, en hield Zondagsschool in een boerenwoning.
Enige maanden, nadat Van Veenen door het bestuur der Colporteursvereeniging naar Munnekeburen was overgeplaatst, werd, in overleg met ds. Hingst, het werk onder de schooljeugd door mij voortgezet in den vorm van een kindercatechisatie.
Een jaar daarna gaf men de wensch te kennen, dat ook voor de jongelingen en jongedochters godsdienstonderwijs zou gegeven worden. Alzoo geschiedde.
En op het vriendelijke voorstel van den pastor der uitgestrekte, volkrijke Hervormde Gemeente van Diever, droeg haar kerkeraad den herderlijken arbeid onder de Hervormden in het afgelegen dorp op aan schrijver dezes, den wielrijdenden predikant van het aangrenzende kleine Boijl. Zoo is het nu gekomen, dat schrijver dezes in Zorgvlied-Wateren zieken mag bezoeken, begrafenissen leidt en …. steeds meer en meer belangstelling gevoelt voor de belangen van deze nieuwe Gemeente.
Er wordt wel eens verteld van predikanten, die het zich maar niet kunnen begrijpen, dat wij hier in het Noorden zoo blijmoedig kunnen spreken in die benauwde Evangelisatielokaaltjes. Zij hebben kathedralen noodig !
Wat zou zulk een redenaar vreemd opkijken van onze samenkomsten in een gelagkamer !
Vóór dat de pas aangelegde straatweg naar Diever het boschrijke Wateren verlaat, en de reiziger plotseling eindelooze heide voor zich ziet, komt men aan de gezellige dorpsherberg van Wolter Benthem. Ja, een geheelonthouder schrijft het; de gezellige dorpsherberg aan den rand van het bosch !
’t Was op een Woensdagavond in Februari jongst leden, toen wij voor de eerste maal daar Godsdienstoefening hielden. Wij hebben daar gebeden, gezongen en gepreekt. En inzonderheid baden wij om een zegen op onze plannen. Want wij wilden zoo graag een heel bescheiden gebouwtje hebben, voor het Godsdienstonderwijs, voor onze Godsdienstoefeningen, voor Christelijke vereenigingen.
Sedert dien avond is er nog menige avondpreek gehouden in die gastvrije kamer, voor de nieuw zich vormende gemeente in het nieuwe dorp. Maar ook menigmaal hebben wij er over beraadslaagd, wat wij toch doen konden om de opbloeiende belangstelling in stand te houden, en een eigen “kerkje” te krijgen.
Het resultaat is, dat wij hebben opgericht een vereeniging van ruim 70 leden, wier grondslag is het geloof in Jezus Christus, den Zoon van God, den eenigen en algenoegzamen Zaligmaker. Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt is om onze rechtvaardigmaking. Leden zijn, Hervormde mannen en vrouwen, die zich op bovengenoemden grondslag willen aansluiten, den leeftijd van 18 jaar bereikt hebben, en een kleine contributie van minstens f. 0,25 betalen.
De Statuten der Vereeniging zijn naar Den Haag gezonden, en wij ontvingen de Koninklijke goedkeuring.
Maar …. men denkt toch niet te hoog van den rijkdom, en de weelde bij eenvoudige heideboertjes ? Weet gij ook wel, dat er in Zorgvlied en Wateren bijna niets dan pachtboeren wonen, en dat ongeveer de helft der bewoners uit arbeiders bestaat ?
De levensstandaard is allereenvoudigst, ja de stedelijke fabrieksarbeider of ambachtsman zou verbaasd staan, als hij zag, dat allerlei hem onmisbare levensbehoeften, hier nog ongekende weelde zijn. Onder de belangstellende Hervormden is slechts één villabewoner.
Welnu, getuigt het dan niet van grote offervaardigheid en belangstelling, wanneer er in dit kringetje ruim 250 (tweehonderd en vijftig) gulden is samen gebracht voor een kerkje ?
Maar er is reeds meer gedaan.
Weet men wat het zeggen wil, wanneer hier een arbeider zijn daghuur verzuimen moet, of wanneer een kleine boer in het voorjaar zijn eigen werk laat liggen ?
Zoo hebben onze mannen samen gewerkt, hout gehakt, boomwortels uitgerooid; kortom een terrein klaar gemaakt, waar, midden in het lieflijke groen, nu plaats is voor “een eigen kerkje”.
Daarna hebben zij nu ook onlangs den grond voor de fondamenenten uitgegraven en wit zand ingekruid, zoodat bij het bouwen nagenoeg geen kosten meer voor het grondwerk behoeven gemaakt te worden.

Maar voor ruim f. 250 kan men geen kerkje krijgen. ’t Is waar, dat in vroegere jaren hier in onze omgeving menigeen een plaggen hut bouwde en voor minder dan f. 100 meende een fatsoenlijke woning te bezitten, maar voor een bedehuis, al wordt het nog zoo sober ingericht, zal men bovengenoemd bedrag wel wat heel gering achten !
Wij hebben eerst advertenties geplaatst en op aanbiedingen geschreven, om voor oud een houten gebouw te koopen. Maar daarin slaagden wij niet.
Toen heeft de heer Meek, architect te Donkerbroek, een allereenvoudigst, net plan voor ons gemaakt, een houten gebouwtje op steenen grondslag, en als de boeren hun paard en wagen beschikbaar stelden, zouden de kosten – zonder het schilderen, zonder banken en verdere meubels – ongeveer duizend gulden hebben bedragen.
Maar hoe nu aan dit geld te komen ?
Gelijk hierboven reeds is medegedeeld, werden in een paar bladen, eenige mededelingen over Zorgvlied-Wateren opgenomen, en vroegen wij om geldelijke steun.
Tot onze grote blijdschap is men ons heerlijk te hulp gekomen. Velen hebben ons reeds hun gaven gezonden. De postbode bracht massa’s postwissels en vele aangeteekende brieven.
Toch zijn wij – alles te samen – niet hooger gekomen dan f. 1050. Hoe komen we nu aan banken ? Hoe bekostigen wij nu het verfwerk, en de lampen, en een kacheltje ?
Daarbij moeten wij nog iets bekend maken.
Van bevoegde zijde, ja zelfs door meer dan een gever, werd ons de raad gegeven: “bouwt uw kerkje toch niet van hout, maar gebruikt steenen !”
Eerst durfden wij naar dien mooien raad niet luisteren.
Juist omdat wij wisten, hoeveel er in ons land voor velerlei doeleinden wordt gevraagd en gegeven. Juist omdat wij beseffen, dat ons kerkje hoofdzakelijk van bijeengebedeld materiaal moet worden opgebouwd – daarom wilden en durfden wij niet meer dan het noodige vragen – daarom wilden wij zoo eenvoudig mogelijk onze plannen maken.
Maar toch hebben wij ten slotte geluisterd naar de vriendelijke stemmen van hen, die ons opwekken, dat wij toch niet op het aller zuinigst moeten bouwen; en na wekenlang dralen en overleggen en berekenen zijn de plannen nu eenigszins gewijzigd.
Wij hopen nu, dat de belangstellende vrienden, wier verdere hulp wij moeten inroepen, ons niet van verkwisting en onbescheidenheid zullen beschuldigen.
Het kopje op het dak zal iets minder kaal worden dan volgens ’t eerste plan; de ruimte voor 50-60 personen zij iets minder benepen; de pannen iets solieder. En vooral: de muren zullen, ter afwering van zomerhitte en winterkoude, niet slechts van planken worden gemaakt, maar aan de binnenkant versterkt door een kwarto-steenen beschutting.
Dit eischt f. 400 extra ! En dan het schilderen, en de banken !
Vriendelijke lezer, voelt gij eenige belangstelling voor de nieuwe gemeente die hier in ons afgelegen hoekje in wording is ?
Ons kringetje breidt zich uit. De toestanden zijn van dien aard, dat steeds meer Hervormden zich in Zorgvlied-Wateren vestigen, en terwijl helaas in tal van steden en dorpen de tijdgeest afkeerig is van Evangelie en kerk, vinden wij hier het merkwaardige verschijnsel dat verreweg de meeste Hervormden metterdaad toonen, dat zij voor zich zelven een geregelde Evangelisatieprediking verlangen, en hun kinderen merkwaardig getrouw ter catechisatie zenden.

Zijt gij dezen zomer op het zendingsfeest te Middachten geweest ?
Daar sprak dominee H. Pierson van Zetten zoo fijn over den Macedonischen man, en stelde ons voor de vraag of de roepstem van dien Griek berustte op waan, op werkelijheid of op waarheid ?
Men zal mij misschien vragen, of mijn vrienden in het nieuwe dorpje, reeds krachtig aangegrepen zijn door de Heilge Geest en aldus ontwaakt, roepen om het Evangelie ? Of dat zij misschien reeds zoozeer gezien hebben de heerlijkheid van het Koninkrijks Gods, dat zij alles opofferen voor den Heiland ?
En dan antwoord ik met een paar wedervragen.
Is het niet waar, dat ook mijn vrienden hier in het heidedorpje geroepen zijn, en daarom geroepen moeten worden tot de heerlijkheid van het kindschap Gods ?
Is het niet wonderlijk, dat hier door Gods leidingen de deuren wijd geopend zijn ?
Is het niet een teeken van bereidheid des harten, dat geld en tijd en arbeid geofferd worden ?

Het antwoord, dat ik op deze vragen meen te moeten geven, schonk mij de vrijmoedigheid om uwe hulp in te roepen. Hoezeer ook ik het gevaar vrees, om zelfgekozen paadjes te verwarren met Gods wegen, toch geloof ik vast, dat de arbeid in deze nieuwe en groeiende gemeente, duidelijk door ’s Heeren leidingen is aangewezen. Dat geeft mij moed, ja dat dringt mij, uw hulp in te roepen. U dringe de liefde van Christus !

Dr. Arnold Izaäk Kan Junior
Hervormd Predikant
Boijl (Weststellingwef)
19 October 1904.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De moeder van de redactie is in 1918 geboren op Woater’n en woonde tot 1945 op Woater’n en op Zorgvlied. Zij heeft als jong meisje de laatste scheper van Woater’n nog gekend. Zij herinnerde zich zijn naam. Hij was Siebrand Donker. Ut was moar un klein mannegie. Ze wist dat Siebrand Donker tijdens het schapen hoeden op bestelling wollen sokken breide. Hij kon enige paren sokken per dag breien. Zijn echte voornaam was Sijbrand, maar werd in het dialect uitgesproken als Siebrand. Sijbrand Donker is op 31 oktober 1861 geboren in Makkinga. Hij is op 18 april 1929 op 67-jarige leeftijd overleden op Woater’n.

Posted in De aandere kaante van de bos, Obadja, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Ut bidplaetie van Sjoerd Aukes uut Woudsend

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die zijn geboren in de gemiente Deever en zijn overleden in de gemiente Deever of zijn geboren in de gemiente Deever, maar niet zijn overleden in de gemiente Deever of niet zijn geboren in de gemiente Deever, maar wel zijn overleden in de gemiente Deever. Dit bericht toont de voorkant en de achterkant van het bidprentje van Sjoerd Aukes. Hij is niet geboren in de gemiente Deever, maar hij is wel overleden in de gemiente Deever. Hij is overleden op Woater’n en is begraven op de rooms katholieke kaarkhof op Zorgvlied. 

Gedenk in uwe godvruchtige gebeden de ziel van zaliger Sjoerd Aukes, echtgenoot van Veronica Galama,
Geboren te Woudsend den 19 mei 1850, is hij, meermalen gesterkt door de H.H. Sacramenten, kalm in den Heer ontslapen te Zorgvlied den 2 december 1894 en aldaar op het R.K. kerkhof begraven den 6 daaropvolgende.
Hij was bemind bij God en de menschen, zijne gedachtenis zal een zegening blijven. Eccl. XLV : 1.
Gestorven in den Heer, rust hij van zijnen arbeiden zijne werken volgen hem. Apoc. XIV : 13.
Echtgenoote en Kinderen ! weest niet bedroefd, gelijk zij, die geene hoop hebben. I Thes. IV : 12.
Kinderen ! vergeet mijne lessen niet en laat uw hart mijne onderrichtingen bewaren. Prov. III : 1.
Ik sterf, maar mijne liefde niet; ik zal u beminnen in den hemel, gelijk ik u op aarde heb liefgehad.
Bewaar ze allen in Uwen naam, Hemelsche Vader ! die gij mij gegeven hebt. Joan. XVII : 11.
Opdat wij elkander in den hemel wederzien.
Mijn Jesus barmhartigheid. (100 dagen aflaat)
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil. (300 dagen aflaat)
Onze vader – Wees gegroet.
Hij ruste in vrede !

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in het bericht Sjoerd Aukes en sien gezin hept op Waoater’n ewoond aandacht besteed aan het verblijf van Sjoerd Aukes, zijn echtgenote Veronica Galama en hun kinderen op Woater’n.

Eccl. XLV : 1 – Eccl. is het bijbelboek Ecclesiasticus.
Apoc. XIV : 13 – Apoc. is het boek Openbaring van Johannes.
1 Thes. IV : 12 – 1 Thes. is 1 Thessalonicenzen – De eerste brief van de apostel Paulus aan de Thessalonicenzen.
Prov. III : 1 – Prov. is het bijbelboek Spreuken.

Joan. XVII : 11 – Joan. is het bijbelboek Johannes.
De redactie verwijst voor enige uitleg over de aflaat (100 dagen aflaat, 300 dagen aflaat) eenvoudigheidshalve naar de betreffende bladzijde in de webstee Wikipedia. Voor wat deze uitleg waard is.
Op het plaatje staan twee spreuken.
Bijbelboek Markus 12.27 : God is niet de god der afgestorvenen maar der levenden.
De redactie kan de vindplaats van de spreuk ‘Want zij die in den heer sterven, sterven niet, maar herleven in hem’ nog niet melden. Nog even verder zoeken.
De redactie heeft van R.K. Boekhandel Van Hottinga in Leeuwarden nog geen gegevens kunnen vinden. Nog even verder zoeken.

De redactie ontving van de heer Jan Aukes op 30 oktober 2020 de volgende reactie
Bedankt voor dit bidprentje !
Ik ben benieuwd waar je dit hebt aangetroffen !
Verder heb ik die bijbelteksten eens bekeken. Allereerst vraag ik me af welke vertaling ze in die tijd gebruikten. Ik weet alleen dat de Leuvense bijbel (de Moerentorfbijbel) in die tijd onder katholieken nog werd gebruikt. Maar de teksten op het bidprentje komen niet uit die bijbel.
Verder zijn de teksten nogal vrij vertaald en aangepast aan de context van de overledene.
In Johannes 17:11 staat niet: ‘Ik sterf  (….) heb liefgehad.’ Dit ontbreekt gewoon.
En in 1 Thes. 4:12 staat zeker niet ‘echtgenoote en kinderen’.
Dan nog even de tekst ‘Want zij die in den Heer sterven, sterven niet maar herleven in Hem.’ Inderdaad komt deze tekst, voorzover ik kan zien, niet letterlijk voor in de bijbel, maar geeft wel de juiste strekking weer.
De tekst die het meest in de buurt lijkt te komen is 2 Timotheüs 2 vers 11: ‘indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.’ Die tekst vond ik hier:  https://www.google.nl/amp/s/dailyverses.net/nl/overlijden/nbv/bgt/amp )
Wat die beker betreft. Je ziet de kelk (bij de protestanten: avondmaalsbeker) met pal daarboven de hostie. Een verwijzing naar de consecratie in de katholieke mis, en daarmee ook naar het Laatste Avondmaal.

Nog een detail. In de hostie zie je weer een kruis. Meestal zijn hosties gewoon kaal, maar het komt voor dat ze met een kruisje erin worden gebakken.

Posted in Bidplaetie, Zorgvlied | Leave a comment

Ik blieve in mien beddestee sloap’m tot mien dood

In de maand augustus van het jaar 1963 schreven de voogden van de Stichting van Weldadigheid ‘het Sint Anthonij-Gasthuis’ op Zorgvlied ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van deze stichting een brief aan de nakomelingen van mr. Lodewijk Guilaume Verwer en mr. Julius Verwer, teneinde deze nakomelingen te herinneren aan de vooruitstrevende en edelmoedige daad van de beide stichters en hen vanwege het interende vermogen van deze ‘stichting van weldadigheid’ te stimuleren geld te doneren aan deze stichting.

Arnhem/Voorburg, augustus 1963.
Aan de nakomelingen van wijlen Lodewijk en Julius Verwer.

Onderwerp: Sint Anthony-Gasthuis

Beste familieleden,
Op 22 september aanstaande zal het 75 jaar geleden zijn, dat voor notaris A.B. Sjerps te Leeuwarden werd verleden de stichtingsakte van het Sint Anthony-Hasthuis te Zorgvlied (gemeente Diever). Als de stichters en eerste voogden van deze ‘stichting van weldadigheid’ compareerden Uwe en onze grootvaders, respectievelijk overgrootvaders, de Meesters Lodewijk en Julius Verwer.
Deze stichting had en heeft nog steeds ten doel ‘huisvesting en zover mogelijk een wekelijkse toelage in geld te verstrekken aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofdsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn’. De kennelijke strekking is voorts geweest, dat in de eerste plaats financieel minder draagkrachtige ouden van dagen uit Zorgvlied en omgeving voor dit ‘benefice’ in aanmerking kwamen.
Gedurende 75 jaar hebben de opvolgers van de genoemde stichters zoveel als mogelijk getracht hun doelstelling te verwezenlijken. De vier woningen worden thans bewoond door twee bejaarde echtparen en twee bejaarde weduwen, van wie de echtgenoten in of nabij Zorgvlied, veelal in hun jonge jaren in dienst van een der stichters, de beste tijd van hun leven hebben doorgebracht. Zij ontvangen behalve vrije huisvesting en het vrije gebruik van een strook grond voor en achtrer het ‘huisje’ voor het verbouwen van groenten en het houden van kippen, een geldelijke toelage. Sedert de inwerkingtreding van de Algemene Ouderdomswet is de wekelijkse toelage van één gulden vervangen door toelagen van f. 25,-, welke jaarlijks met Pasen en Kerstmis worden verstrekt.
In de laatste maanden heeft de stichting blijkbaar ook de belangstelling getrokken van enkele journalisten, die op hun tocht Zorgvlied passeerden. Op 18 mei j.l. verscheen in de Drentse en Asser Courant een uitvoerig artikel onder het motto ‘Gratis wonen in Zorgvlied met zelfs nog geld toe’, gevolgd door een minder uitvoerige publicatie in de Tijd/Maasbode van 8 augustus jongst leden onder het hoofd: ‘In een bejaardenhuis met geld toe’. In beide artikelen wordt de nadruk niet slechts gelegd op het unieke feit, dat bejaarden gratis mogen wonen, maar voorts ook op het oecumenische karakter van deze katholieke stichting, waar katholieken en protestanten in goede verhouding naast elkaar leven. Momenteel  worden drie van de vier woningen door protestanten bewoond.
Hoewel de woningen uiteraard van bescheiden omvangn zijn, is de erkentelijkheid van de ‘proveniers’ voor de sociale bewogenheid van de beide stichters steeds groot geweest. Zonder zorgen slijten zij in dit gasthuis hun oude dag. De voogden zijn dan ook wel eens genoodzaakt om acte de présence te geven bij gelegenheid van gouden en zelfs diamanten bruiloften. In elk geval hebben zij tot nog toe nimmer gebruik behoeven te maken van de statutaire bepaling, dat ‘mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve van de stichting kunnen verhuren’.
De huidige voogden – van wie krachtens de stichtingsakte twee bloedverwanten zijn van de beide stichters, terwijl de derde in Zorgvlied woonachtig moet zijn – hebben gemeend dit jubileum niet onopgemerkt voor de overige bloed- en aanverwanten te mogen laten voorbijgaan. Zij ontveinzen zich niet, dat er nakomelingen zijn, die ofwel van deze stichting nimmer vernomen hebben, ofwel het bestaan daarvan amper uit een ver verleden zullen herinneren.
De voornaamste reden van dit rondschrijven is dan ook, dat dit jubileum wordt aangegrepen om de in 1888 wel zeer vooruitstrevende en edelmoedige daad van de beide stichters in de herinnering van hun nakomelingen terug te roepen. Zorgvlied zij voor hen niet alleen de plaats, waar hun moeder repsectievelijk grootmoeder werd geboren of heeft gewwond. Het Sint Anthony-Gasthuis met de daaraan grenzende Rooms Katholieke Kerk en pastorie – eveneens een geschenk van de familie Verwer – blijve voor hen tevens een monument van grote waardering voor de door hun voorvaderen beoefende christelijke caritas.
Daarnaast willen de voogden niet nalaten de belangstellenden van de familieleden te vragen voor de financiële belangen der stichting. Haar vermogen is nimmer van grote omvang geweest en heeft tengevolge van de geldontwaarding sedeet 1888 ernstig ingeboet. Voorts zijn in de laatste decennia slechts weinig giften en legaten ingekomen. Niettemin zijn er met name sedert de laatste wereldoorlog belangrijke verbeteringen in de huisjes aangebracht, zoals de voorziening in elctriciteit en waterleiding en het opruimen van de bedsteeën. (Slechts één 87-jarige bewoner wenst nog tot zijn dood de bedstee te behouden.)
Het behoeft geen toelichting, dat voor onderhoud en verdere verbetering van deze oude woningen veel geld benodigd is. De huidige voogden zullen het daarom op hoge prijs stellen, indien dit vermogen bij gelegenheid van dit jubileum weer in enige mate zou kunnen worden opgevoerd. Giften aan deze ‘stichting van weldadigheid ‘ gedaan, zijn fiscaal aftrekbaar. Zij kunnen worden gedaan door storting op postrekening nr. 6269 van de Twentsche Bank N.V. te Amsterdam met de aantekening ‘ten gunste van rekening-courant nr. 27729 van het Sint Anthony-Gasthuis te Zorgvlied (Dr.)’.

De voogden van het Sint Anthony-Gasthuis
Lodewijk Verwer
Julius Woltring
Hendrik Bos

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In ut Deevers Archief is de akte van schenking en stichting van de Stichting van Weldadigheid Het Sint Anthonij-Gasthuis opgenomen. De broers mr. dr. Lodewijk Guillaume Verwer en mr. Julius Verwer zijn de stichters van Het Sint Anthonij-Gasthuis.
Voogd mr. Lodewijk Verwer is Lodewijk Guillaume Verwer. Hij is geboren op 2 mei 1913 in Zwolle en is overleden op 31 maart 1985. Hij is een zoon van Idse Johannes Verwer en Elisabeth Maria Becker en hij is een kleinzoon van mr. Lodewijk Guillaume Verwer.
Voogd mr. dr. Julius Woltring is geboren op 22 januari 1912 in Amsterdam. Hij is een zoon van Herman Woltring en Bertha Carolina Verwer. Zij is een dochter van mr. Julius Verwer. Mr. dr. Julius Woltring is een kleinzoon van mr. Julius Verwer. 
Boer Hendrik Bos was in 1962 voogd van het Sint Anthonij-Gasthuis geworden. In die functie was hij belast met de dagelijkse zorg voor de provenierswoningen van het Sint Anthonij-Gasthuis. De redactie verwijst gemakshalve naar het bericht Pauselijke onderscheid Pro Ecclesia et Pontifice.
De redactie bracht in de negentiger jaren van de vorige eeuw een bezoek aan de gepensioneerde voogd mr. dr. Julius Verwer en zijn echtgenote, die in Renkum hoog in een chique complex in een appartement woonden, met een prachtig uitzicht over de Nederrijn en de uiterwaarden. De redactie kreeg van hem een kopie van bijgaand afgebeelde brief. Opdat ook Zorgvlied zijn zorgen om het Sint Anthonij-Gasthuis moge weten.
De hierna afgebeelde zwart-wit foto van de vijf proveniershuisjes van het Sint Anthonij-Gasthuis is aanwezig in het Drents Archief in de fotocollectie MZ-Diever van Monumentenzorg. Deze zwart-wit foto is gemaakt op 8 augustus 1995. Deze foto is met bronvermelding vrij te gebruiken. De redactie is het Drents Archief daarvoor bijzonder erkentelijk.

Posted in Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

Bungelo noast Villa Nova op Zorgvlied

Verzamelaars van ansichtkaarten uit de gemiente Deever zullen de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw zelden tegen komen op verzamelbeurzen.
Je zal deze zwart-wit ansichtkaart kaart dan maar mooi in jouw verzameling hebben !
Deze ansichtkaart toont de bungalow, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw naast Villa Nova op Zorgvlied stond.
Bestaat deze bungalow nog ?

René Mesken reageerde op 25 augustus 2017 als volgt.
Mijn grootouders Jan en Geertje Krans hebben deze bungalow destijds gebouwd. Ik ben in de tachtiger jaren van de vorige eeuw vaak op bezoek geweest bij mijn opa en oma.
Onder dat lange rechthoekige raam in de zijgevel stond binnen vroeger een groot aquarium. Bij de achterdeur stond buiten een elektrische aardappelschilmachine. Die gebruikte mijn opa Jan. Dat zijn van die dingen die je nooit meer vergeet.
Nu staat ter plekke van de bungalow een groot vrijstaand huis, dat wordt bewoond door de zoon van Jan en Geertje.
Dus het antwoord op de vraag is: nee, deze bungalow staat er helaas niet meer.

De heer R.H. Krans reageerde op 21 oktober 2017 als volgt.
De bungalow is niet gebouwd door mijn ouders, Jan Krans en Geertje Krans-Wierda, maar gekocht.
De eerste bewoner was de pastoor van de katholieke parochie.
De grootouders van de heer Mesken woonden in een boerderij vlakbij.

René Mesken reageerde op 24 december 2017 als volgt
Ik zie dat mijn reactie over de bungalow van de familie Krans niet in zijn geheel correct is overgenomen.

Mijn opa en oma woonden inderdaad hier vlakbij, zoals de heer Krans correct opmerkt.
Ik kwam vaak met mijn opa op bezoek bij Jan en Geertje Krans in deze bungalow.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Mesken bijzonder erkentelijk voor zijn reacties
De redactie is de heer R.H. Krans bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het grote vrijstaande huis, dat op de plek van de bungalow is gebouwd (wanneer ?), gemaakt op 2 november 2017.

Posted in Ansichtkoate, De aandere kaante van de bos, Verdwenen object, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

De bou van veer oll’nvandaeg’nhuussies op Zorgvlied

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 27 september 1982 een kort bericht over de financiering van de bouw van vier bejaardenwoningen op de plaats van het Sint Anthony Gasthuis op Zorgvlied.

Krediet Diever nodig voor bouw bejaardenwoingen
Diever. Indien de gemeenteraad van de gemeente Diever donderdagavond accoord gaat met het voorsel van het college van Burgemeester en Wethouders een krediet van f. 18.000 beschikbaar te stellen, dan is daarmee de financiering van de bouw van vier bejaardenwoningen te Zorgvlied rond. De bejaardenwoningen zullen worden gebouwd op de plaats waar het Sint Anthony Gasthuis heeft gestaan.
De Stichting Woningbouw Zuidwest-Drenthe ontwikkelde een bouwplan, dat op belangrijke plaatsen zodanig is aangepast, opdat de te bouwen woningen enigszins overeenkomen met de vier afgebroken gasthuisjes. Dit heeft wel enkele financiële problemen opgeleverd. De stichtingskosten werden aanzienlijk overschreden en wel met f. 90.000. Onlangs is overeensteming bereikt over de dekking van dit bedrag. De provincie Drenthe neemt f. 60.000 voor haar rekening, terwijl de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf minimaal f. 12.000 op tafel zal leggen. Het project wordt namelijk als leerlingenbouwplaats uitgevoerd. De resterende f. 18.000 moet Diever op tafel leggen.
Vorig jaar werden de gasthuisjes afgebroken. Ze hadden een historische waarde en stonden lang op de monumentenlijst. Ze waren jaren eigendom van de Stichting voor Weldadigheid ‘Het Sint Anthony Gasthuis’.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 24 januari 1983 het volgende bericht over de bouw van vier bejaardenwoningen op de plaats van het Sint Anthony Gasthuis op Zorgvlied.

Bejaardenwoningen in aanbouw
Diever. Op de plaats waar de huisjes van de Stichting Sint Anthony Gasthuis in Zorgvlied hebben gestaan wordt nu hard gewerkt aan de bouw van de vier bejaardenwoningen. In de maand november is men met de bouw begonnnen. Het is de bedoeling dat de woningen voor de bouwvakvakantie worden opgeleverd. De bouw wordt uiitgevoerd in opdracht van de Stichting Woningbouw Zuidwest-Drenthe. De toewijzing van de woningen zal geschieden door de Stichting Sint-Anthony Gasthuis. De bejaardenwoningen zullen in eerste instantie worden toegewezen aan ouderen die een binding hebben met Zorgvlied of de gemeente Diever. De bouw wordt uitgevoerd in het kader van het project leerlingenbouwplaatsen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het bericht uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 27 september 1982 wordt de afbraak van vier gasthuisjes gemeld. Dit is niet juist, het waren vijf gasthuisjes.

De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels is de maker van de de hier afgebeelde zwart-wit actiefoto (afbeelding 3), die is gepubliceerd bij het bericht van 24 januari 1983 in de Olde Möppeler (Meppeler Courant). Postuum hulde aan Harm (Haarm) Hessels.

Afbeelding 1 – Bericht uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 27 september 1982   

Afbeelding 2 – Bericht uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 24 januari 1983

Afbeelding 3 – Vier bejaardenwoningen in aanbouw op Zorgvlied (foto Harm Hessels)

Posted in Harm Hessels, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

De ièste stien an de gevel van Villa Nova

Idse Johannes Verwer, de vader van Lodewijk Guillaume Verwer en Julius Verwer, was op 23 juni 1888 de legger van de eerste steen van het nieuwe woonhuis met de toepasselijke latijnse naam Villa Nova op Zorgvlied.
In Villa Nova is tegenwoordig een hotel-restaurant-café-bedrijf gevestigd.
Meer gegevens en enige mooie foto’s zijn te vinden in de webstee villa-nova.nl van het bedrijf.
Gegevens over Idse Johannes, Lodewijk Guillaume en Julius Verwer zijn te vinden op bladzijden 85 en verder van het boek Erf en wereld van J.P. Wiersma dat te vinden is in de webstee zuivelhistorienederland.nl.


Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Toevallige waarneming, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Ut bidplaetie van Jurjen Bos uut Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die zijn geboren in de gemiente Deever en zijn overleden in de gemiente Deever of zijn geboren in de gemiente Deever, maar niet zijn overleden in de gemiente Deever of niet zijn geboren in de gemiente Deever, maar wel zijn overleden in de gemiente Deever. Dit bericht toont de voorkant en de achterkant van het bidprentje van Jurjen Bos. Hij is niet geboren in de gemiente Deever, maar hij is wel overleden in de gemiente Deever.

Gedenk in Uw gebeden en H.H. Misoffers Jurjen Bos, echtgenoot van Alida van den Akker,
Geboren te Blesdijke 28 maart 1875, overleed hij voorzien van het Heilige Oliesel te Zorgvlied 5 maart 1957; 9 maart daar aan volgend werd hij begraven op het Rooms Katholieke kerkhof te Zorgvlied in afwachting van de glorievolle verrijzenis.
Met kinderlijk blijde geest, die heel zijn leven kenmerkte, vervulde hij de plichten, die God hem had opgelegd. In liefdevolle toewijding zorgde hij voor zijn huisgezin, dat hem zo dierbaar was. Vol rechtvaardigheid en zorg gaf hij het voorbeeld van christelijke naastenliefde. Zo zal hij ook bij velen in dankbare herinnering blijven.
Vele jaren -van 15 maart 1920 tot 20 april 1956- was hij lid van het kerkgebestuur van de Sint Andreasparochie te Zorgvlied en stond hij op de bres voor kerk en parochianen, vooral gedurende de laatste oorlog.
Dierbare vrouw, heb dank voor Uw zorg. Lieve kinderen, eert mij in Uw moeder en volgt mijn voorbeeld na. Steeds bereid als God U roept.
Gebed
Open voor hem, o Heer, de deur des hemels en maak hem deelachtig aan de vreugde der heiligen in Gods eeuwige glorie.
Hij ruste in vrede.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jurjen Bos is begraven op de rooms katholieke kaarkhof an de Monden op Zorgvlied.

Posted in Bidplaetie, Zorgvlied | Leave a comment

Wie hef toch die plèsnème Zorgvlied bedaagt?

Historische kringen op Zorgvlied zijn bezig uit te zoeken wie toch de bedenker is van de naam Zorgvlied of hoe de naam Zorgvlied is ontstaan.
Was Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt de bedenker van deze naam ?
Of komt Lodewijk Guillaume Verwer de eer toe ?
Of heeft het dorp zijn naam ontleend aan Huize Zorgvlied, de villa die Jacobus de Ruijter de Wildt liet bouwen op het toen nagenoeg lege Wateren ?
Maar wie gaf de naam Huize Zorgvlied aan de villa ? Was het de eerste eigenaar Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt of was het de tweede eigenaar Lodewijk Guillaume Verwer ?
Had de villa eerst de naam Castra Vetera om vervolgens omgedoopt te worden tot Huize Zorgvlied of omgekeerd ? Of kreeg de villa pas veel later de naam Castra Vetera ?
De redactie van ut Deevers Archief wacht rustig de resultaten van dit diepgaande en belangwekkende heemkundige uitzoekwerk af en zal hier te zijner tijd over berichten.
Wellicht weet een zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief de antwoorden, aarzel dan niet een reactie in te sturen.

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment

Bidprentje van mr. dr. Lodewijk Guillaume Verwer

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die in de gemiente Deever zijn geboren en zijn overleden of in de gemiente Deever zijn geboren, maar niet zijn overleden of niet in de gemiente Diever zijn geboren, maar wel zijn overleden. Dit bericht toont het bidprentje van mr. dr. Lodewijk Guillaume Verwer. 

Tekst op het bidprentje
Gedenk in uwe gebeden de ziel van zaliger den weledelgestrengen heer mr. Lodewijk Guillaume Verwer, echtgenoot van mevrouw Johanna Cornelia Ludivica van Wensen, geboren te Makkum 4 maart 1846; gesterkt door de genademiddelen der Heilige Kerk, overleden op den Huize Zorgvlied te Zorgvlied (Dr.) 8 november 1910 en begraven op 11 november daar aan volgend in ’t familiegraf op ’t Rooms Katholieke Kerkhof aldaar.
Ontferm U mijner, o God, volgens Uwe groote barmhartigheid. Mijn lichaam en mijn geest zijn bezweken, maar Gij, o Heer, zijt de God mijns harten en zult mijn aandeel weezen in eeuwigheid. Dat Uw naam, o Heer, in mijn nageslacht gezegend zij !
Dierbare Echtgenoote en kinderen, ik sterf, maar mijne liefde tot u sterft niet; ik zal u beminnen in den hemel, zooals ik u bemind heb op aarde. Vergeet ook Gij mij niet, maar bidt voor mij.
Barmhartigheid mijn Jezus, Lieve Moeder Maria, bid voor mij.
Onze vader, wees gegroet.
Dat hij ruste in vrede.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Als plaats van overlijden wordt voor het herenhuis van de familie Verwer op Zorgvlied nota bene niet de naam Castra Vetera, maar de naam Huize Zorgvlied vermeld !
Het bidprentje is nota bene gedrukt bij drukkerij ’t Kasteel van Aemstel in het verre Amsterdam en niet bij een plaatselijke drukker !

De redactie heeft helaas niet de beschikking over een afbeelding van de achterkant van dit waardevolle bidprentje.

Posted in Bidplaetie, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Sjoerd Aukes en sien gezin hept op Woater’n ewoond

Op 10 augustus 2020 ontving de redactie van ut Deevers Archief van Jan Nicolaas Aukes, die een zoon is van Johannes Ignatius Aukes, die een zoon is van Jan Nicolaas Aukes, die een zoon is van Sjoerd Aukes, een goede scan van de hier afgebeelde foto, die in 1894 is gemaakt bij de tijdelijke woning van de familie Sjoerd Aukes op Woater’n. De redactie kent geen foto’s, die zijn gemaakt op Woater’n, die ouder zijn dan de hier afgebeelde foto uit 1894. Zou het zo kunnen zijn dat de in Deever geboren en getogen en in Noordwolde gevestigde fotograaf Hans Kuiper, in opdracht van zijn goede kennis Lodewijk Guillaume Verwer, de maker is van deze foto ?

Sjoerd Aukes is geboren op 19 mei 1850 in Woudsend in de gemeente Wymbritseradeel. Sjoerd Aukes trouwde op 10 mei 1875 met Veronica Galema. Veronica Galema is geboren op 25 januari 1856 in Bolsward. Het echtpaar kreeg negen kinderen.
Dochter Hildegonda Isabella Aukes is geboren op 16 mei 1876 in Indijk. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes landbouwer is en woont in het dorp Indijk aan het Heegermeer.
Zoon Jan Nicolaas (Johan) is geboren op 14 maart 1878 in Indijk. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes landbouwer is en woont in het dorp Indijk aan het Heegermeer.
Dochter Klasina Johanna Aukes is geboren op 3 mei 1880 in Huizum. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in het dorp Huizum bij Leeuwarden.
Zoon Albertus Joannes Aukes is geboren op 13 oktober 1882 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Catharina Maria Aukes is geboren op 5 augustus 1885 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Ysabella Alida Aukes is eveneens geboren op 5 augustus 1885 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft eveneens aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Johanna Elisabeth Aukes is geboren op 30 april 1888 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Alida Agatha Aukes is geboren op 23 juli 1890 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Zoon George Michiel Ludovicus Aukes is geboren op 21 mei 1894 in het boerderijtje met adres Woater’n 25. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Zorgvlied

Sjoerd Aukes was in de periode 1875-1878 landbouwer. In de periode 1878-1893 was hij commissionair en vennoot van een graanhandel in Leeuwarden. Een commissionair in granen bemiddelt bij de verkoop van graanproducten van landbouwers. Een commissionair in granen handelt op een korenbeurs. De weduwe Klaaske Galema-Huitema, de moeder van Veronica Galema stond voor een groot bedrag borg in de graanhandel van haar schoonzoon. Die graanhandel werd in 1893 in staat van faillissement gesteld. De compagnon in de graanhandel was een oplichter en was er vandoor gegaan met al het geld, ook het geld van de bank en de juwelen van Veronica Galema. Sjoerd Aukes en Veronica Galema wachtten het faillissement niet af. Zij kwamen met een gedeelte van hun gezin terecht op Woater’n in Drente.
De reden van hun komst naar Woater’n was de volgende. Een van de tantes van Veronica Galema van haar vaders kant, Sytske, dochter van Ysbrand Galema was getrouwd met notaris Idse Verwer in Bolsward. Idse Verwer en Sytske Galema hadden twee zonen: Julius en Lodewijk Guillaume Verwer, beiden waren advocaat. In Leiden, waar de twee broers rechten hadden gestudeerd aan de universiteit, trouwde Julius met Elisabeth Maria Louise van Wensen en trouwde Lodewijk Guillaume Verwer met haar zuster Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. De gezusters Van Wensen kwamen uit een gefortuneerde familie. De twee broers kochten het landgoed Groot- en Klein Wateren alsmede Zorgvlied. Julius en Lodewijk Guilaume Verwer hebben het hun nicht Veronica Galema, haar echtgenoot Sjoerd Aukes en hun gezin vast en zeker mogelijk gemaakt een tijdje op Woater’n te komen wonen.

De familie Sjoerd Aukes werd in augustus 1893 ingeschreven op het adres Wateren 25. Met uitzondering van zoon Jan Nicolaas (Johan) Aukes, die in Megen op het Sint Anthonius Gymnasium van de paters Fransiscanen zat. Hij werd in november 1893 ingeschreven op het adres Wateren 25.
Het boerderijtje, dat vòòr 1900 het adres Wateren 25 had, is aangegeven op afbeelding 2. Paul Gols is de maker van afbeelding 2. De huidige plaats van dat boerderijtje is aangegeven op afbeelding 3.

Op de sepiakleurige foto zijn de volgende personen te zien.
De op een stoel zittende man is Sjoerd Aukes.
Naast hem staat zijn vrouw Veronica Galema.
Naast Veronica Galema staat haar oudste dochter Hildegonda Isabella Aukes. Zij is op de foto zeventien of achttien jaren oud.
Naast Hildagonda Isabella Aukes staat haar nicht Agatha Hettinga. Zij is een dochter van Jarig Hettinga en Johanna Galema, een oudere zus van Veronica Galema.
De staande man met het merkwaardige hoofddeksel is L…. Langemeier (Langemeijer ?, Langemeyer ?). Hij is op het herenhuis Castra Vetera de butler van de familie Lodewijk Guillaume Verwer. Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens van deze butler ? Wat was zijn voornaam ?
De op de grond zittende jongen bij de hond is Jan Nicolaas (Johan) Aukes, de oudste zoon van Sjoerd Aukes en Veronica Galema. Hij is op de foto vijftien of zestien jaren oud.
Het zou zo maar kunnen zijn geweest dat butler Langemeier (Langemeijer ?, Langemeyer ?) bij de familie Sjoerd Aukes langs is gekomen om de aanwezigen op de foto een paar dagen na de geboorte van zoon George Michiel Ludovicus Aukes op 21 mei 1894 namens Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, te trakteren op een borrel.
Het zou zo maar kunnen zijn geweest dat butler Langemeier (Langemeijer ?, Langemeyer ?) bij de familie Sjoerd Aukes langs is gekomen om de aanwezigen op de foto op 27 augustus 1894, vanwege het vijfentwintigjarig huwelijksfeest van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, die op die dag zelf in het buitenland verbleven, te trakteren op een borrel.

Sjoerd Aukes is na een ernstige ziekte overleden op 2 december 1894 op Woater’n. Hij is begraven op het kleine zeer landelijke katholieke kerkhofje aan de weg met de naam De Monden op Zorgvlied. Afbeelding 4 toont zijn grafsteen. Hij was de eerste persoon die op dit kerkhofje is begraven.

Zoon Albertus Joannes Aukes verhuisde op 3 juli 1895 van Woater’n naar Bolsward, naar de boerderij ‘It Heeghhout’ van zijn grootmoeder, de weduwe Klaaske Galema Huitema.
Dochter Klasina Johanna Aukes verhuisde op 4 december 1895 van Woater’n naar Harlingen.
De oudste zoon Jan Nicolaas Aukes verhuisde op 4 maart 1896 van Woater’n naar Haskerland.
De tweelingdochters Catharina Maria Aukes en Ysabella Alida Aukes en de dochters Johanna Elisabeth Aukes en Alida Agatha Aukes verhuisden op 22 september 1897 van Woater’n naar Harlingen.
De oudste dochter Hildegonda Isabella Aukes trouwde op 3 augustus 1897 in Deever met Klaas van der Werf, zij verhuisden in september 1897 van Woater’n naar België.
Veronica Galema, de weduwe van Sjoerd Aukes, verhuisde met haar jongste kind George Michiel Ludovicus op 2 februari 1898 van Woater’n naar Bolsward, naar de boerderij ‘It Heeghhout’ van haar moeder, de weduwe Klaaske Galema-Huitema.
De weduwe Klaaske Galema-Huitema overleefde haar man 25 jaar. Bijna al die tijd bleef de boedel ongedeeld. Klaaske stond herhaaldelijk borg voor haar kinderen. Haar eigen deel van de erfenis teerde steeds meer in, zo sterk zelfs dat zij in 1898 de boerderij ‘It Heeghhout’ in Bolsward publiek liet verkopen.

Jan Nicolaas (Johan) Aukes werd door Cornelis de Jong, een kleinzoon van Douwe Egberts, opgeleid in het kruideniersvak. Op 15 juli 1902 vestigde Jan Nicolaas Aukes zich vanuit het verre Haskerland in Friesland in de Vrijstraat in Eindhoven, waar hij direct daarna een winkel in comestibles en kruideniers- en grutterswaren opende. Het was al gauw een zeer goed lopende winkel. Kort daarna verhuisde een van zijn zusters vanuit Harlingen naar Eindhoven. Later volgden nog twee zusters, zijn moeder en zijn broer.

In 1910 richtten Jacobus Johannes Ebben, Servaes Bernardus Dames, Jan Nicolaas Aukes en Johannes Bernardus Hettema, allen afkomstig uit Friesland, in Helmond een eerste gezamenlijke bedrijf op onder de naam Combinatie EDAH (samengesteld uit de eerste letter van de achternaam van de vier oprichters). Dit bedrijf zou uitgroeien tot een grote Nederlandse supermarktketen. Jan Nicolaas Aukes trouwde op 11 februari 1909 met Sophia Aleida Maria Hettema een zuster van zijn latere compagnon Johannes Bernardus Hettema. Hij verhuisde op 30 december 1916 met zijn gezin naar Helmond. Op de hier afgebeelde foto is Jan Nicolaas Aukes de jongen bij de hond.

Afbeelding 1
De op een stoel zittende man is Sjoerd Aukes. De op de grond zittende jongen is Jan Nicolaas Aukes. De staande personen zijn van rechts naar links: Veronica Galema, Hildegonda Isabella Aukes, Agatha Hettinga en butler L…. Langemeier. Let ook op de duiventil links achter de butler.


Afbeelding 2
Eerste huisnummering van Woater’n, let op de plaats van de woning met adres Woater’n 25

Afbeelding 3
Op de topografische kaart uit 1997 is de plaats van het adres Woater’n 25 in 1893 aangegeven

Afbeelding 4
Grafzerk van Sjoerd Aukes op het Rooms Katholieke kerkhofje op Zorgvlied. Op de grafzerk zijn te zien de symbolen kruis, anker en hart, respectievelijk het symbool voor geloof, hoop en liefde.

Posted in Algemeen, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Café-Restaurant ’t Drentse Wold sluit definitief

In het streekblad De Westervelder verscheen op 19 april 2001 het navolgende bericht over de definitieve sluiting van café-restaurant-pension ’t Drentse Wold aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Drentse Wold sluit definitief
Zorgvlied – Hotel-restaurant Het Drentse Wold zal 1 mei voorgoed haar deuren sluiten. Daarom zal op maandag 30 april tussen 20.00 en 22.30 uur aan de inwoners en klantenkring de gelegenheid worden geboden afscheid te nemen. Onder het genot van een hapje en een drankje kan iedereen voor de laatste keer nog eens in het bedrijf rondkijken om de achterliggende periode te kunnen afsluiten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het archief met afbeeldingen van objecten op Zorgvlied zijn bijgaande afbeeldingen aanwezig.
De eerste twee afbeeldingen staan op een soort van wervingskaart (dus geen ansichtkaart), want op de achterkant staan ook wervende teksten.
De redactie heeft de kleurenfoto voor de derde afbeelding gemaakt op 17 april 2008, dat is alweer een aantal jaren geleden. Een foto heeft historische waarde, voordat je het in de gaten hebt.

Abracadabra-461

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-462

Abracadabra-463

Abracadabra-464

Posted in Bedrief, Dorpsstraat, Recreatie, Zorgvlied | Leave a comment

Bidplaetie van Bertha Carolina Verwer

Afbeeldingen van bidprentjes van personen uut de gemiente Deever verdienen een plaats in ut Deevers Archief, zeker als het een kleurenprentje betreft. Veelal betreft het een bidprentje van personen die in de katholieke enclave Zorgvlied zijn geboren of op Zorgvlied hebben gewoond.
Bertha Carolina Verwer is geboren op 15 december 1884 in het Witte Huis op Zorgvlied. Zij is overleden op 5 januari 1960 in Amsterdam.
Bertha Carolina Verwer is getrouwd op 11 augustus 1908 met dr. Herman Woltring.
Herman Woltring is geboren op 17 mei 1882 in Amsterdam. Hij is overleden op 13 mei 1939 in Amsterdam. Hij was doctor in de medische wetenschappen. In het dagelijks leven was hij huisarts.
Bertha Carolina Verwer is een dochter van mr. Julius Verwer en Elizabeth Louiza Maria van Wensen.
Julius Verwer is de broer van Lodewijk Guillaume Verwer.
Elizabeth Louisa van Wensen is de zuster van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, deze laatste was getrouwd met mr. Lodewijk Guillaume Verwer.

Abracadabra-454Abracadabra-455

Posted in Bidplaetie, Julius Verwer, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Oprichting van de Noordelijke Hypotheekbank

Op 31 maart 1887 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Financieele Mededeelingen het volgende bericht over de door mr. Lodewijk Guillaume Verwer opgerichte Noordelijke Hypotheekbank. Deze hypotheekbank was gevestigd in het pand met de naam Aurora aan de Dorpsstraat in Zorgvlied.

Tot directeuren der te Zorgvlied, gemeente Diever, opgerichte Noordelijke Hypotheekbank zijn benoemd, de heeren L.W. van Os, te Diever, en G. Venhuizen, te Zorgvlied.
Commissarissen zijn de heeren mr. D.R. Brants, te Heerenveen, mr. J.T.H. Bekhuis te Leeuwarden, mr. G.H.M. Driessen, te Amsterdam, L.M. de Laat de Kanter, te Leiden, mr. H.W. de Blocq van Scheltinga, te Heerenveen, mr. W. Terpstra, te Leeuwarden, mr. L.G. Verwer, te Zorgvlied, dr. R. Wartena, te Noordwolde.
Het maatschappelijk kapitaal is f. 1.000.000, waarvan door de oprichters f. 229.000 is genomen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijzonder opmerkelijk is te noemen dat burgemeester Leonard Willem van Os werd benoemd tot een van de twee directeuren van een commerciële hypotheekbank. Daar zijn wel wat vragen bij te stellen.
Leonard Willem van Os nam bij oprichting vijfentwintig aandelen, dat wil zeggen dat hij voor f. 25.000,- deelnam in het gestorte beginkapitaal van f. 229.000,-. Die f. 25.000,- zouden heden ten dage heel veel eurootjes zijn ….
Waren die f. 25.000,- van hem zelf of was hij stroman voor iemand anders ?
Had hij voor deze schnabbelbaan toestemming van de Commissaris der Koningin in Drenthe ?
Hoeveel tijd was de burgemeester kwijt aan dit bijbaantje ?
Wat vond de gemeenteraad van dit directeurschapje ?
Ontving hij voor dit baantje een vergoeding ?
Zo ja, werd deze vergoeding in mindering gebracht op zijn burgemeestersloon ?
Waren de heren leden van de Raad  van Commissarissen de Leidse studievrindjes (Minerva ?) van Lodewijk Guillaume Verwer ?
Volgens het bericht woonde burgemeester Leonard Willem van Os blijkbaar in maart 1887 in Deever.
Directeur G. Venhuizen is Egge Venhuizen. Egge Venhuizen was directeur van ‘De Eerste Hollandse Levensverzekeringsbank’ te Amsterdam.


Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Zorgvlied | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied – 1938

In de Leeuwarder Courant van 2 april 1938 verscheen het volgende bericht naar aanleiding van de verkoop van het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied door de heer Friedrich Wilhelm Ackermann.

Vlak bij het dorpje Zorgvlied, een plaatsje bij de Friesch-Drentsche grens, ligt het 40 ha groote landgoed Castra Vetera. daar de uitgestrekte terreinen met zijn groote villa onder de hamer zijn geweest en voor f. 17.113,50 aan den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van de Pasman’s fabrieken te Steenwijk is verkocht, willen we iets van de interessante geschiedenis van dit landgoed vertellen. Onderstaande bijzonderheden werden ons meegedeeld door den heer F.W. Ackermann, die Castra Vetera heeft verkocht.
Het huis is gebouwd in plusminus 1850 door den gepensioneerden schout bij nacht W.J. de Ruijter de Wildt, die tevens de omliggende heidevelden liet ontginnen. In 1861 ging het huis in eigendom over aan de familie Verwer. Vooral de heer L.G. Verwer heeft de ontginning krachtig voortgezet, waardoor aan honderd arbeiders gedurende lange tijd werk werd verschaft.
De heer Verwer heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van de streek rondom Zorgvlied. Hij stichtte er een zeevaartschool (!) welke later weer opgeheven is, een bankgebouw en mede bevorderde hij de oprichting van de tegenwoordige stoomzuivelfabriek ‘De drie gemeenten’ in 1887.
Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en werd het landgoed verwaarloosd, zelfs zoo erg, dat de villa bijna een ruïne gelijk werd.
De heer Ackermann kocht het landgoed in 1919 en besteedde honderden guldens om alles weer een goed aanzien te geven. In de daarop volgende jaren legde hij fraaie boschcomplexen aan, zoodat het landgoed er thans keurig verzorgd uitziet en een prachtig natuuroord vormt. Enkele jaren terug is midden in het bosch begonnen met de aanleg van een groot natuurbad. De grootsche plannen zijn echter door de plotselinge dood van mevrouw Ackermann niet geheel uitgevoerd.
De nieuwe eigenaar, de heer Pasman, zal op het landgoed speciaal de paardensport beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon men ons nog niets positiefs mededeelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De bouwer van het landhuis Zorgvlied is Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt, die was geen gepensioneerd schout bij nacht, maar een gepensioneerd koloniaal. Hij was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij in Nederlands Indië.

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Anthonij Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe

Akte van Schenking en Stichting 

Heden den twee en twintigsten September achttienhonderd acht en tachtig compareerden voor mij Anthonius Bernardus Sjerp, notaris te Leeuwarden, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
De heeren Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever, en Mr. Julius Verwer, advocaat, wonende te Leeuwarden.

Die verklaarden, omtniet en onherroepelijk af te staan aan de hiermede te Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, opgericht wordende Stichting van Weldadigheid, het St. Anthonij Gasthuis, bestemd tot verstrekking van huisvesting en zoover mogelijk eene wekelijksche toelage in geld, aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn.

Primo.
Een gebouw te Zorgvlied, gemeente
Diever, als Pastorij in gebruik bij de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied, en als zoodanig ten kadaster bekend gemeente Diever, sectie A, nummer 695, geheel groot twee roeden zestig el, wordende echter niet afgestaan het erf ten zuiden onder dit nummer begrepen, noch de turfloods op dat erf gebouwd, doch alleen het hoofdgebouw en voor de houders het recht van gebruik en bewoning van dit perceel, toekomende aan de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied tot het jaar negentien honderd zeventien, of zoveel vroeger als het door het Kerkbestuur zal worden ontruimd.

Secundo.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als schuur gemeente en sectie als voren, onder nummer 696, groot vier en twintig el.

Tertio.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als huis, gemeente en sectie als voren, onder nummer 697, groot vijf en dertig el.

Quarto.
Zoodanig gedeelte van het perceel ten kadaster als tuin bekend, gemeente en sectie als voren, onder nummer 693, geheel groot zeven en zeventig roeden vijftig el, als gelegen is tusschen de sub primo, secundo en tertio omschreven gebouwen en den publieken weg ten noorden, groot ongeveer tien roeden en zoals op het terrein door paaltjes is aangewezen; alles onder voorwaarde, dat de stichting zal moeten dichtmaken de deur tusschen den stal en perceel nummer 697 en al de deuren en lichtscheppingen in den zuidelijken muur, die in nummers 697 en 696 dadelijk, die in 695 bij het eindigen van het recht van gebruik en bewoning voorschreven, terwijl de comparanten zich voorbehouden het recht van deurslag in hun koetshuis en uitweg door de koetshuisdeur ten noorden, en het recht om in den zuidelijken muur balken te leggen en daartegen te timmeren, terwijl de goot aan den muur ter bede zal liggen, en de stichting gehouden zal zijn alle water op eigen erf te leiden en aftevoeren, zodra dit door de comparanten wordt gevorderd.

Welke perceelen door de comparanten, onder meer, zijn verkregen bij koopacte den twintigsten Mei achttien honderd negen en zeventig voor den notaris Johannes Gijsbertus Moll te Arnhem verleden, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Assen den vijfden Juni daaraanvolgende, in deel 474 nummer 43.

De comparanten verklaarden de voorschreven perceelen aftestaan onder de volgende

Voorwaarden en bepalingen:
1.
De stichting zal geheel onafhankelijk en vrij zijn van Staats-, Provinciaaal of Gemeente bestuur;
2.
Haar zetel zal zijn te Zorgvlied in de gebouwen op voorschreven perceelen aanwezig of te stichten;
3.
Zij zal den naam dragen van “St Anthonij Gasthuis”;
4.
De geldelijke baten, die het gasthuis verkrijgt, zullen door het Bestuur rentegevend worden belegd, van de renten, zoodra deze minstens twee en vijftig gulden ’s jaars bedragen, zal wekelijks aan den bewoner der eerste kamer een gulden worden uitgereikt en het restant worden opgelegd, zoodra het kapitaal door giften en opgelegde inkomsten drie duizend gulden zal bedragen zal ook de bewoner van de volgende kamer in het genot der bijdrage worden gesteld; vervolgens zal behoudens het hierna bepaalde, het restant der opkomsten worden opgelegd tot dat bij het einde van voorschreven recht van gebruik en bewoning, de ruimte, thans als Pastorie gebezigd, vrijkomt en voor provenierskamers zal worden ingericht, als wanneer de inkomsten dit toelatende, de bewoners van de derde, vierde en vijfde kamers evenzeer in het genot der toelage zullen worden gesteld.
De verder overig zijnde renten kunnen naar het goedvinden van het Bestuur tot kapitaal vorming en verdere uitbreiding der stichting of tot verhooging der bijdragen van de proveniers worden aangewend, terwijl het aan het Bestuur vrij zal staan , ook op andere wijze de zedelijke of maatschappelijke belangen der omgeving daaruit te bevorderen.
5.
De kamers zullen zoo veel mogelijk worden gegeven aan personen uit den burger of boerenstand, die om de eene of andere reden aan eenige bijstand behoefte te hebben, doch niet geheel onvermogend zijn; ten blijke daarvan zullen zij voor hunne intrede aan het Bestuur moeten aantoonen, dat zij een eigen en vast inkomen hebben van minstens twee gulden vijftig cents ’s weeks, of zoo gehuwde lieden als proveniers worden aangenomen, van vier gulden ’s weeks. Bij elke kamer zal na negentien honderd zeventien eene strook tuingrond ter breedte van de kamer in gebruik worden gegeven.
6.
De keuze van proveniers geschiedt door het Bestuur in volle vergadering, na gemeen overleg in eene vorige vergadering, bij meerderheid van stemmen, met gesloten briefjes.
7.
De proveniers of bewoners van elke kamer moeten vóór hunne intrede ten behoeve van het gasthuis storten eene som van vijftig gulden, welk bedrag eigendom wordt der stichting.
8.
De proveniers, die door slecht gedrag, verregaande onzindelijkheid of andere gewichtige redenen, naar het oordeel van het Bestuur zich het beneficie onwaardig maken, zullen na verloop van eene maand na waarschuwing en kennisgeving door het Bestuur, zonder eenigen vorm van proces, via facti uit de stichting kunnen worden verwijderd, in welk geval hun, het door hen gestorte bedrag wordt teruggegeven; alle proveniers zullen vóór hunne intrede eene verklaring teekenen, ten bewijze dat zij zich naar dien, en andere door voogden te maken bepalingen van orde onderwerpen, alzoo, dat hun genot van huisvesting en toelage geheel ter bede bestaat.
9.
De voogden zullen van bovenstaande bepalingen omtrent het minimum van eigen inkomsten der proveniers, het bedrag der toelagen en storting slechts mogen afwijken wanneer in enig geval, volgens hun oordeel, daartoe bijzondere aanleiding bestaat.
Mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de Voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve der stichting kunnen verhuren.
10.
Het bestuur der stichting zal bestaan uit drie voogden, die onderling hunne functiën zullen verdeelen en regelen, de voogd die met het geldelijke bestuur is belast, zal een nauwkeurigen staat bijhouden van de bezittingen der stichting, jaarlijks rekening doen en bij het eindigen van zijn bestuur, van zijn beheer door de gezamenlijken voogden worden gedéchargeerd.
De verdere wijze van uitvoering dezer beschikkingen, de regeling van het bestuur en van de huishoudelijke orde worden overgelaten aan het overleg en de rechtschapenheid der voogden, die uit de bovenstaande bepalingen de bedoelingen van de stichters genoegzaam zullen kunnen afleiden.
11.
Twee der voogden zullen bij voorkeur uit de bloed- of aanverwanten der stichters worden gekozen en zal in ieder geval één der drie voogden met derwoon moeten zijn gevestigd in eene der gemeenten Diever, Vledder, Oost- of Weststellingwerf.
Bij overlijden of ontstentenis door welke oorzaak dan ook, van één der voogden zullen de overgeblevenen zijn opvolger benoemen, terwijl bij tijdelijke verhindering om aan het beheer deel te nemen, iedere voogd een plaatsvervanger zal kunnen benoemen.
Als voogden van de stichting worden reeds aangesteld de stichters Mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Mr. Julius Verwer voornoemd.
Die verklaarden hunne benoeming aantenemen en de voorschreven goederen te zullen doen stellen ten name der stichting met bestemming als boven is omschreven, en zich een derden voogd te zullen assumeeren.

Waarvan akte.

Verleden te Leeuwarden, ten huize van mij notaris, in tegenwoordigheid van Anskarius Schelte Hoffman, kleermaker, en Lieuwe George Leenhart Hoekstein, boekdrukker, beiden wonende te Leeuwarden, als getuigen, even als de comparanten mij notaris bekend.

Onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen en mij  notaris deze minuut-akte onderteekend.

Geteekend: Mr. L.G. Verwer,  Mr. J. Verwer, A.S. Hoffman, L.G.L. Hoekstein, A.B. Sjerps , notaris.

Geregistreerd te Leeuwarden, den vijf en twintigsten September 1800 acht en tachtig, deel 168, folio 54, ve……vak 4, twee bladen drie renvooien.

Ontvangen voor recht één gulden twintig cent f. 1.20.

De Ontvanger B.A. (geteekend) van Walsem.

Uitgegeven voor Afschrift. A.B. Sjerps. Notaris te Leeuwarden.    

Het Gemeente-bestuur van Diever verklaart naar aanleiding van artikel 7 der wet van 12 Augustus 1854 (Staatsblad nr. 100) mededeling te hebben ontvangen van de bepalingen betreffende de inrichting en het bestuur van de Stichting van Weldadigheid “het St. Anthonij Gasthuis” te Zorgvlied gemeente Diever, opgericht bij akte van den 22 September 1888 voor den te Leeuwarden residerenden notaris A.B. Sjerps verleden.

Diever, 12 November 1888

Het Gemeente-bestuur voornoemd

L….. H. van Os, Burgemeester

W. Mulder, Wethouder

Rectificatie

De ondergetekende Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever en Mr. Julius Verwer, avocaat, wonende te Leeuwarden,

Partijen in eene akte van Schenking en Stichting op den 22 September 1888 voor den notaris Antonius Bernardus Sjerps te Leeuwarden verleden, overgeschreven ten kantore van bewaring der hypotheken te Assen, den 4 October 1888, in deel 603, n: 2.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

Winkel van Hidde Visser en Trijntje Dijkstra – 1946

Het echtpaar Hidde Visser en Trijntje Dijkstra nam in april 1932 de kruidenierswinkel over van Kees Bos en Trui Beun.
Het pand had toen als adres Zorgvlied 4. Op de winkelruiten wordt reclame gemaakt voor Douwe Egberts koffie en thee, Ata, Imi, Erdal schoensmeer, Persil zeeppoeder, Henco was- en inweeksoda, Sunlight zeep en Radion zeep.
Hidde Visser en Trijntje Dijkstra hebben in 1963 hun winkel verkocht aan de familie Van der Heide.
Zo te zien aan de naam boven de deur had Klaas de Boer in het aangrenzende pand toen nog zijn manufacturenwinkeltje.
Het winkeltje in de voorkamer van Klaas de Boer was maar klein. Het was bijna helemaal gevuld met manufacturen. Er stond een toonbankje. Er was nauwelijks ruimte om te staan. In het gangetje achter de linker voordeur stonden stellages met rimmen (planken) die ook volgestouwd waren met stoffen.
De elektrische stroom werd in die jaren nog bovengronds getransporteerd, let op de twee keer twee zichtbare porceleinen potjes, de draden zijn niet te zien.
Op de foto (die eigendom is van de redactie van ut Deevers Archief) zijn van links naar rechts te zien: Tjebbe Visser, Hidde Visser, Sietske Visser, Trijntje Dijkstra en Wiebe Visser.
De redactie van ut Deevers Archief het Deevers heeft deze foto in 2004 ook gepubliceerd op de februari-pagina van de zo genoemde historische kalender van de heemkundige vereniging uut Deever voor de lezers van het blad Opraekelen.
Als tweede foto werd daarbij de situatie ter plekke op 9 november 2003 geplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt. Voorwaar nu al weer een bijna historisch waardevolle foto.

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Historische kalender, Neringdoende, Opraekelen, Topstuk, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoaltie 46 stiet noord van de Verwersweg

In de knik van de greinse tussen de gemiente Deever in Drente en de gemiente Ooststellingwaarf in Frylân iets ten noorden van de Verwersweg op Zorgvlied staat het zwart-wit-geschilderde goed onderhouden gietijzeren provinciale greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46).
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee bijgaande kleurenfoto’s van dit greinspoaltie in de middag van woensdag 19 september 2018 gemaakt. De redactie stond daarvoor met toestemming van de eigenaar in een weiland in de provincie Frylân.
De redactie schat in dat minder dan 1 ‰ (1 op de duizend) van alle inwoners van de gemiente Deever dit greinspoaltie ooit heeft gezien.
Op een greinspoaltie hoort het wapen van de provincie Drente aan de Drentse kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Fryslân aan de Friese kant te staan. Dat is bij greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46) wel in orde.
De redactie heeft in de loop van de jaren ongeveer alle greinspoalties op de greinse van de gemiente Deever in Drente en de gemiente Ooststellingwaarf in Fryslân zelf op de foto gezet en in ut Deevers Archief opgenomen. Desalniettemin wil de redactie ook graag foto’s van greinspoalties tonen van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
Greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46) heeft ook een hele tijd in de sloot naast de greinse gelegen, wat is te zien op foto 3. Grenspalenliefhebber en grenspalenkenner Herman Posthumus heeft foto 3 op 21 september 2007 gemaakt. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor het mogen opnemen van deze foto in ut Deevers Archief.

Foto 1 – Greinspaoltie 46 op 19 september 2018
Foto 2 – Greinspaoltie 46 op 19 september 2018
Foto 3 – Greinspoaltie 46 lag op 21 september 2007 in de grenssloot (foto Herman Posthumus)

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Is Tied Zat de tied zat of besteet de tied neet mièr ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft op Zorgvlied bijgaande kleurenfoto van het blauwe bord met de tekst ‘Tied Zat plein – 2007-2007’ gemaakt op woendag 19 september 2018.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op Zorgvlied bijgaande kleurenfoto van de koloniebrink, voorheen Tied Zat plein gemaakt op maandag 8 juni 2020, ten tijde van de coronapandemie.
De redactie zag bij eerdere wandelingen door Zorgvlied en over de koloniebrink, voorheen Tied Zat plein, nog wel een uurwerk zonder wijzers in de kast van de uurwerkmast, die op de tweede foto aan de linkerkant is te zien, maar op maandag 8 juni 2020 was deze kast doorzichtig leeg.
Is oudejaarsvereniging (helejaardoorvereniging ?) Tied Zat de tied zat of besteet de tied neet mièr op Zorgvlied of gaat Tied Zat binnenkort een nieuw uurwerk in de kast aanbrengen ?
Het op de foto zichtbare roestige stalen buispaalkunstwerk met de esoterische naam Symbionotische Zuil staat jammer genoeg nog steeds op de koloniebrink,voorheen Tied Zat plein, want het had al heel lang definitief op de rotonde an de Deeverbrogge moeten staan.
Wellicht kan Tied Zat dit kunstwerk op de wijze van zijn oudejaarsavondgrappen voorgoed verslepen naar de rotonde an de Deeverbrogge of anders voorgoed verslepen naar het Ekingerzand aan de Friese kant van de provinciegrens.

Posted in De aandere kaante van de bos, Kuunst, Zorgvlied | Leave a comment

Op Woater’n is ut hoogste huusnummer now 34

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 6 januari 1890 het volgende bericht over de sterke groei van het dorp Wateren an de aandere kaante van de bos. 

Diever, 3 Januari.
Wist men voor eenige jaren nauwelijks, dat er een Wateren (Zorgvlied) bestond, thans trekt dit plaatsje meer en meer de aandacht. En geen wonder. Wat daar in de laatste jaren tot stand is gekomen, grenst aan ’t ongelooflijke.
’t Is nu zes jaren geleden dat daar de openbare school feestelijk werd ingewijd. Voor ruim drie jaar werd de Noordelijke Hypotheekbank opgericht en dat die zaak rendeert, blijkt hieruit, dat dezen zomer voor rekening dier bank drie gebouwen worden gesticht (twee directeurswoningen en een kantoor met conciergewoning). Voor den hoofd-agent der Eerste Hollandsche Levensverzekeringmaatschappij werd een keurig huis met kantoor gebouwd. Het gebouw daarnaast is tot een flinke bakkerij en logement met billard ingericht. En verder is een groote winkel tot stand gekomen, die binnenkort door den heer Berkemeier zal betrokken worden, waarin hij zijne manufactuur- en kruidenierszaak zal uitoefenen. Ook verdient de keurige villa van den heer Du Crocq ieders bewondering.
In ’t vorige jaar werden door den heer Verwer, mede-eigenaar van de uitgestrekte bezitting, proeven genomen met den tabaksbouw, die zoo goed schijnen geslaagd te zijn, dat thans voor den zich daar te vestigen tabaksboer een huis met tabaksschuur is gebouwd.
Verder bestaat ’t plan tot stichting eener sigarenfabriek, leerlooijerij en Brabantse schoenenfabriek. Deze laatste zal evenals in de Langstraat hoofdzakelijk huis huisindustrie zijn. Tot directeur der maatschappij tot exploitatie dezer inrichting is iemand uit Waalwijk benoemd op eene jaarwedde van tweeduizend gulden en vrije woning, voor welke betrekking hij evenwel heeft bedankt.
Was het hoogste huisnummer voor vijftien jaar 16, thans is dit 34.
Hoewel er reeds dikwijls sprake van is geweest, een straatweg van Wateren naar Diever te leggen, zal deze nog wel eenigen tijd op zich laten wachten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het begin van 1890 was de naam van het sterk gegroeide dorp Wateren nog steeds Wateren, echter in het getoonde artikel is tussen haakjes al wel de naam Zorgvlied vermeld.
De redactie is aan het uitzoeken welke van de vermelde panden waar stond of nog staat en voor wie of voor welk doel dat pand bestemd was.
De Eerste Hollandsche Levensverzekeringsbank – in het bericht abusievelijk Eerste Hollandse Levensverzekeringmaatschappij genoemd – was ook een financiële onderneming van mr. Lodewijk Guilaume Verwer.

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Op de knee’jn veur Lodewijk en Johanna

In de Meppeler Courant van 26 januari 2009 publiceerde Lammert Huizing (leeft niet meer) in zijn rubriek ‘Eertieds in dizze streek’ het volgende artikel ‘Op de kneien veur Lodewiek en Johanna’ in een soort van vernederlandst en net niet Hoogeveens dialect.

In de room-katholieke Andreaskarke, midden in Zörgvlied in de gemiente Westenveld giet het karkevolk zunder dat zij er arg in hebt, op de kneien veur heur weldoeners van eertieds. As zij heur kneien buugt veur het altar, dan doet zij dat ok veur de bieltenis van een man en een vrouw, waorvan de petretten in medaillons an ebracht bint in de braandschilderde ramen achter het altaar. Dit posthume eerbetoon stamt uut 1923 doe de karke ebouwd weur op de stee van een veul kleinere karke, die al dik veertig jaor eerder esticht was.
De personen in het glas-in-lood bint mr. Lodewijk Guillaume Verwer en zien vrouwe Johanna Ludovica van Wensen. Zunder heur zul de rooms katholieke gemienschap Zorgvlied nooit van de grond ekomen wezen. Het was in 1879 dat de Friese advekaot mr. Verwer het laandgoed overnaamp van de schout bij nacht De Ruijter de Wildt. Die had het zölf weer verwörven rond 1850 van de Maatschappij van Weldadigheid. Bij dat bezit heurde ok de villa Castra Vetera (het Olde Kaamp), waorvan de name deur de femilie Verwer um edeupt weur töt Zorgvlied.
Verwer was een trouwe zeune van de roomse karke en een sociaal beweugen man. Dielen van zien grootgrondbezit stelde hij beschikbaor veur arme geleufsgenoten uut Braobant, die niks aans kunden inbrengen as een hiele köppel kiender en heur warkkracht. Zundags heurden dizze kolonisten de mis in de huuskapel van de familie Verwer, die deur de huuskapelaan J.W. van den Burgt weur op edragen. Verwer wol in zien kolonie een karke stichten, maor de staot weigerde subsidie hierveur te geven.
Het echtpaor leut doe op iegen kosten een karke mit pastorie zetten opzied van de kweekschoele van het vroggere Instituut veur de Laandbouw. Die kweekschoele was in 1823 de allereerste laandbouwschoele in oens land en die weur ummebouwd töt veer wonings veur olden van dagen. Er kwaamp een stichting, de Sint Anthony Gasthuus Stichting en die leut olderen van boven de 65 hier veur niks wonen. Butendat kregen ze elke weke een gulden as ‘loon’ uutbetaald. In 1910 kwaamp mr. Verwer uut de tied. Hij was nog maor 64 jaor.
In zien dreumerijen had Verwer hum alles wat te mooi veur esteld. Hij verwachtte dat zien vestiging an de zölfkaante van Drenthe zul uutgruien töt een parochie van welvarende laandbouwers. Zien ‘kleine boeren’ hebt het op de schraole grond an de Drents/Friese scheiding niet gemakkelijk had. Kuunstmesse um de grond vruchtbaor te maken, was nog niet veurhaanden. Butendat leuten hiel wat Braobaanders het project in de steek umdat ze onvoldoende kunde hadden van de laandbouw. Ok een klompenfebriek en een sigarenindustrie die Verwer opzette, sleugen niks an.
In 1923 was Zörgvlied toe an een neie karke. Pastoor Epping had gien rieke weldoener meer en mus zölf de boer op um de bouwsom bij mekaar te bedelen. Binnen het jaor had hij het geld bij mekaar en kun de neie Andreaskarke van de grond komen. In het dreiloek van glas-in-lood achter het altaar leut de bouwpastoor twei kleine petretties anbrengen van mr. Verwer en zien vrouw. Dat was um het karkvolk te herinneren an de weldoeners die zoveule zörg an Zorgvlied hadden spendeerd.
De veer Antoniushuussies naost de karke weuren in 1983 op eredderd en wordt nog altied deur bejaorden bewoond.
Van achter het altaar kiekt Lodewijk en Johanna Verwer al zowat 85 jaar onofgebreuken de karke in. En het karkvolk eert heur onbedoeld nog altied postuum deur op de kneien te gaon veur twei mensen, zunder wele het dörp en de karke er niet ekomen waren.

Aantekeningen van de redactie ut Deevers Archief
Het gaat om de medaillons die onder in de gebrandschilderde glas-in-lood-ramen zijn aangebracht. Zie de bijgaande afbeelding uit de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Ook in dit artikel worden twee klassieke fouten gemaakt, dat komt van al dat overgeschrijf.
Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt was geen schout-bij-nacht, maar de broer van een schout-bij-nacht.
De villa heette eerst Zorgvlied.
Het dorp Zorgvlied is vernoemd naar deze villa. Lodewijk Guillaume Verwer veranderde de naam van de villa in Castra Vetera. Hij moet een liefhebber van Latijnse namen zijn geweest (gymnasiumopleiding ?), want andere villa’s op Zorgvlied heetten, heten nog steeds Villa Aurora, Villa Nova, Villa Cornelia.
Vóór de verbouwing van het pand van de Sint Anthony Stichting was dit pand opgedeeld in vijf bejaardenwoninkjes, na de verbouwing bleven vier over.


Posted in Ansichtkoate, de Ruiter de Wildt, Lammert Huizing, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

Willy Hielkema-Bos is estör’m op 11 december 2019

Op bladzijde 55 van de krant De Westervelder verscheen op 18 december 2019 het overlijdensbericht van mevrouw Wemke Wilhelmina Maria (Willy) Bos, sinds 22 november 1987 weduwe van Gerrit Hielkema.

Mevrouw Willy Hielkema-Bos is op 26 april 2013 voor haar vele vrijwilligerswerk voor de gemeenschap benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau, zie het bericht Drie lintjes in Westerveld.
In nummer 2014/1 (maart 2014) van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen op de bladzijden 14 tot en met 27 haar levensverhaal in het bericht Op de proatstoel zit Willy Hielkema-Bos (na het openen van het bestand even bladeren naar bladzijde 14). De redactie van ut Deevers Archief hoopt dat dit bericht nog lang via het internet bereikbaar zal zijn voor de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de periode 2010-2018 verschillende keren een bezoek gebracht aan mevrouw Willy Hielkema-Bos. De redactie bewaart goede herinneringen aan deze bijzonder aangename bezoeken. Zo wist ze zich nog goed mijn in de Tweede Wereldoorlog overleden grootmoeder, de moeder van mijn moeder, te herinneren.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het inmiddels door de erfgenamen verkochte uit 1920 daterende woonhuis van mevrouw Willy Hielkema-Bos gemaakt op maandag 6 juni 2020.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Overlijdensbericht, Zorgvlied | Leave a comment

Obbe Verwer groet zijn zuster Euphemia Verwer

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag de mooiste ansichtkaarten uut de gemiente Deever zien. De hier getoonde ansichtkaart – een zo genoemd drieluik – is op 2 maart 1904 verstuurd en is daarmee een van de oudste bewaard gebleven ansichtkaarten uut de gemiente Deever.  

Bijgaande ansichtkaart is op 2 maart 1904 op Zorgvlied verstuurd naar mejuffrouw E. Verwer, woonachtig aan de Oosterdijk in Sneek. De kaart is in Noordwolde gestempeld. De afzender is Obbe Verwer. De redactie van ut Deevers Archief zal uitzoeken wie Obbe Verwer en mejuffrouw E. Verwer waren. De redactie zal ook uitzoeken wat hun familierelatie met de gebroeders Lodewijk Guillaume en Julius Verwer was.
De foto’s op de ansichtkaart zijn waarschijnlijk gemaakt door de fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.
Op de foto rechtsboven op de ansichtkaart is de voorgevel van het grote landhuis Castra Vetera op Zorgvlied te zien. Dit is een van de weinige foto’s waarop Castra Vetera is te zien. De familie Lodewijk Guillaume Verwer woonde tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer in 1910 in dat landhuis, dat ook wel het Heerenhuis of het Kasteel werd genoemd.
Is op de foto linksonder de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien ?
Links boven is een foto van een brug in het wandelbos van villa Castra Vetera te zien, die heeft gediend als voorbeeld voor het schilderij Brug in ’t bos op Zorgvlied van fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.

De redactie hoefde het in het bericht toegezegde uitzoekwerk niet te doen, want de heer Claudio Verwer stuurde naar aanleiding van dit bericht op 19, 21 en 22 september 2016 en 9 oktober 2016 enige waardevolle reacties. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze reacties. De redactie heeft de vier reacties geredigeerd tot de volgende tekst.
De schrijver van de getoonde ansichtkaart uit 1904 was een verre oom van mij. Ik heb hem nooit gekend. Mijn vader en zijn broers en zusters zijn in Zeeland opgegroeid en voor zover ik weet hadden zij geen contact (meer) met de Friese tak.
Abondus Theodorus Franciscus (Obbe)Verwer stuurt op 2 maart 1904 een prentbriefkaart naar zijn moeder Elise Verwer-Thies. Hij is op 8 augustus 1886 in Sneek geboren. Hij is op 30 maart 1945 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 15 april 1920 met Geertruida Agatha Wajer. Zij is in 1899 in Medemblik geboren, Zij is op 28 mei 1981 in Sneek overleden.
Albertus Regnerus Obbes Verwer is de vader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 20 december 1851 in Sneek geboren. Hij is op 26 december 1895 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 18 april 1882 in Rethen an der Leine in Duitsland met Maria Margaretha (Elise) Thies. Zij is op 8 oktober 1856 in Brandlecht in het graafschap Bentheim in Duitsland geboren. Zij is op 14 december 1928 in Sneek overleden.
Obbe Verwer is de grootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 4 oktober 1813 in Sneek geboren. Hij is op 23 december 1863 in Sneek overleden. Hij was koopman en drankhandelaar en tot zijn dood exploitant van de Buiten-Sociëteit De Harmonie in Sneek. Hij trouwde op 6 juni 1841 in Bolsward met Johanna Sijbes Oosterbaan. Zij is op 27 september 1813 in Bolsward geboren. Zij is op 10 juli 1904 in Sneek overleden.
Lodewijk Guillaumes Verwer is de overgrootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 29 januari 1790 in Leeuwarden geboren, Hij is op 24 november 1827 in Sneek overleden. Hij was koopman. Hij trouwde op 5 augustus 1810 in met Thekele Obbes Schaap. Zij is op 14 maart 1785 in Sneek gedoopt. Zij is op 8 augustus 1850 in Sneek overleden.
Idse (Ytzen) Johannes Verwer was een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Thekele Obbes Schaap en een jongere broer van Obbe Verwer. Hij is op 5 november 1815 in Sneek geboren. Hij is op 28 juni 1877 in Bolsward overleden. Hij is op 2 juli 1877 in Blauwhuis op de Rooms Katholieke begraafplaats ter aarde besteld. Hij was notaris te Makkum tot september 1866 en daarna te Bolsward. Hij trouwde op 18 mei 1845 in Bolsward met Sytske IJsbrands Galama. Zij is op 11 juni 1823 in Tjerkwerd geboren. Zij is op 1 september 1897 in Bolsward overleden. 
Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama kregen vier zonen, waarvan alleen Lodewijk Guillaume en Julius volwassen werden:
Lodewijk Guillaume Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is geboren op 4 maart 1846 in Makkum. Hij is overleden op 8 november 1910 op Zorgvlied. Hij was advocaat. Hij trouwde met Johanna Cornelia Ludovica van Wensen (zuater van Elisabeth Maria Louisa van Wensen). Zij is geboren op 17 juli 1846 in Leiden. Zij is overleden op 25 maart 1917 in Leiden. 
Julius Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is op 11 augustus 1853 in Makkum geboren. Hij is op 6 november 1917 in Hilversum overleden. Hij was advocaat. Hij trouwde met Elisabeth Maria Louisa van Wensen (zuster van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen). Zij is geboren op 19 januari 1850 in Leiden. Zij is overleden op 19 november 1921 in Hilversum.
De conclusie is als volgt. De opa van Abondus Theodorus Franciscus Verwer (Obbe) (de verzender van de ansichtkaart) was een broer van de vader van Lodewijk Guillaume Verwer en Julius Verwer.
Op de website wordt vermeld dat de familie Verwer tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied woonde. De Leidse Courant bericht op 10 april 1912 dat Johanna Cornelia Ludovica van Wensen met haar gezin in Leiden is ingeschreven op het adres Hoogewoerd 144. Op 8 mei 1916 verscheen nog een advertentie waarin gevraagd werd naar een huishoudelijke hulp op hetzelfde adres. Vermoedelijk is zij dus in Leiden begraven.
De uit Friesland afkomstige familie Verwer was belijdend rooms-katholiek. De bemoeienis van de twee broers in Zorgvlied moet mijns inziens vooral in het licht van de emancipatiebeweging van de katholieken in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw worden beoordeeld.
Ik complimenteer u met uw website die ik met veel genoegen en interesse heb bekeken en ook verder zal volgen. De geschiedenis rond Zorgvlied heeft namelijk vele aspecten die ik interessant vind. Ruim een week geleden heb ik samen met mijn vrouw nog heerlijk op het terras van Villa Nova gezeten.

De heer Klaas van der Hoek stuurde op 18 mei 2020 de volgende reactie
Onlangs kocht ik een ansichtkaart van Workum die in 1907 is verstuurd aan een mejuffrouw E. Verwer, Oosterdijk, Sneek. Zoekend naar haar identiteit kwam ik onder meer op deze website terecht. 

De geadresseerde Mej. E. Verwer is, denk ik, niet Obbe Verwers moeder Maria Margaretha Elisabeth Verwer-Thies, maar zij moet wel Euphemia Agatha Lucia Verwer zijn., het jongere zusje van Obbe Verwer. Zij is geboren op 9 januari 1889 in Sneek en is overleden op 21 december 1973 in Amsterdam. Zij huwde in 1915 met Theodorus Anthonius Wajer (1889–1975), een broer van de latere echtgenote van Obbe.

abracadabra-1490

abracadabra-1489

Posted in Ansichtkoate, Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Hans Kuiper, Julius Verwer, Lodewijk Guillaume Verwer, Topstuk, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Mevrouw de hoogwelgeboren jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth Holmberg de Beckfelt weduwe van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt verkoopt haar aanzienlijke luxe inboedel van ‘het Kasteel’ op Zorgvlied

In de Leeuwarder Courant van 17 oktober 1871 verscheen het volgende bericht over de openbare verkoop van levende have en een aanzienlijke inboedel van het landgoed Zorgvlied. Het landhuis Zorgvlied staat afgebeeld op de bijgevoegde foto.

Openbare verkoop van levende have en een aanzienlijken inboedel
De Notarissen Mr. W.O. Servatius te Dwingelo, provincie Drenthe, en P.H.P. van Marle te Oldemarkt, provincie Overijssel, zullen op Dingsdag 24 en Woensdag 25 oktober eerstkomend, telkens des voormiddags ten 10 uur precies, ten verzoeke van de Erven wijlen den Heer J.F. de Ruijter de Wildt, op het Landgoed Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, publiek verkoopen:
Op 24 oktober:
20 stuks melkgevende en dragtige Koeijen, 12 stuks dragtige Pinkvaarzen en Pinken, 7 Kalven, 1 Stier, 235 Schapen, 8 Varkens; eenige Boerengereedschappen en Inboedel en hetgeen verder te voorschijn zal gebracht worden.
Ten verzoeke van den Weledelgeboren Heer G.F Enger te Arnhem: plusminus 35 stuks Hoornvee, waaronder dragtige, melkgevende en jongvee.
Op 25 oktober:
Den Inboedel van het Heerenhuis, voornamentlijk bestaande uit fraai uitgesneden mahonijhouten en andere meubels, als: Canapés, Fauteuils, Stoelen, Consoles, Eet-, Thee-, Speel-, Wasch- en Nachttafels, Spiegels, Schilderijen,  Kroonkandelaars, Pendules, mahonijhouten en andere Ledekanten met Matras, vederen Bedden en verder Beddegoed, Chineesch en Japansch lakwerk, waaronder Salontafel en Speeldoos, fraai wit Fransch Porcelein, Eetservies met gouden randen en bloemwerk, compleet voor 24 personen, Japansche Theekopjes en Schoteltjes, prachtig Kristalwerk, Goud- en Zilverwerken, waaronder Zilveren Presenteertrommels met Kristallen Bladen, Hernhutters en Kristallen Karaffen, met Zilver gemonteerd, Zilveren Eet-, Dessert-, Thee- en IJslepels, gewoon Porcelein Servies, Stook- en Keukengereedschappen, en wat verder tot een compleete Inboedel behoort, voorts Rijtuigen met eenige Tuigen en een Billard.
De goederen f. 3 en daar beneden geldende moeten dadelijk worden betaald.
De Inboedel te bezigtigen op Vrijdag 20 en Zaterdag 21 October eerst komende particulier tegen betaling van 25 centen, ten voordeele der armen, en op Maandag 23 October eerst komende voor een ieder van des voormiddags 10 tot des namiddags 4 uren.
Voor stalling van Paarden en het gebruik van Ververschingen zal op de verkoopdagen gelegenheid zijn.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de hof van de kerk van Boijl (Buil) ligt landbouwondernemer Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt (geboren op 20 december 1800 te Nieuwer Amstel, overleden op 25 november 1870 op Wateren).
Mevrouw de jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth de Ruijter de Wildt – van Holmberg de Beckfelt verhuisde na het overlijden van haar echtgenoot Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt van het Landgoed Zorgvlied naar Arnhem.
Ze zal in Arnhem kleiner zijn gaan wonen, wellicht heeft ze slechts enige spullen uit Wateren meegenomen naar Arnhem, wellicht heeft ze haar nieuwe optrekje in Arnhem met nieuwe spullen ingericht, want een groot deel van de aanzienlijke inboedel of misschien wel de hele aanzienlijke inboedel van het landhuis Zorgvlied, ook wel ‘het Kasteel’ genoemd, werd pas een klein jaar na het overlijden van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt openbaar verkocht. En dat in een tijd dat veel inwoners van de gemiente Deever nog in een plaggenhut woonden.

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Landgoed Zorgvliet, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Ik hoop weer terug te komen, zoo gauw mogelijk

Vanuit de Huis van Bewaring in Zwolle schreef de op Woateren geboren Hendrik Donker in de loop van november 1944 het volgende met potlood op een kladblokvelletje geschreven briefje aan zijn zuster op Zorgvlied.

Beste zuster,
Je zult me wel gemist hebben, maak je echter niet ongerust, alles is goed. We zijn met zijn zevenen opgepakt in het kamp op 11 november. We zitten in het Huis van Bewaring in Zwolle bij de Sigerheidspolitie.
We hoopen gauw weer los te komen, we hebben nog niets gehoord, er wordt niks gezegd. Er zijn er die hier al 5 á 6 weken zitten en die nog niets gehoord hebben.
Dit briefje gaf ik mee aan een van de mannen uit Raalte, die het verzonden heeft. Uit Raalte zijn menschen vrij gelaten van de Heide Mij.
Er mag schoon goed gebracht worden. Zie maar of de mogelijkheid bestaat.
Nogmaals maak je niet ongerust, ik red me wel. Ik hoop weer terug te komen, zoo gauw mogelijk.
Wil je de groeten doen aan alle bekenden.
Het eten gaat wel, we zijn met 16 man in de cel.
Ontvang ook zelf in bijzonder de hartelijke groeten van je liefhebbende broer Henk.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hendrik Donker werd op 11 november 1944 in kamp Beugelen in Staphorst opgepakt.

Met de Sigerheids politie wordt de Sicherheitspolizei bedoeld. De Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst waren de apparaten van de Duitse politieke recherche en de Duitse geheime inlichtingendienst, die vanaf het begin nauw met elkaar verbonden waren en in alle door Duitsland bezette landen tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerden. In Nederland werden de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst meestal ‘de SD’ genoemd.
Er mochten schone kleren (schoon goed) naar het Huis van Bewaring gebracht worden. Dat heeft de zuster van Hendrik Donker ook trouw heel wat keren gedaan, van Zorgvlied naar Zwolle en weer terug.
Hendrik Donker kwam echter niet snel weer los. Na een tijd in het Huis van Bewaring in Zwolle te hebben gezeten, werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort.
Vandaar werd hij in gezelschap van de mannen die op 22 november 1944 waren gearresteerd vóór, tijdens en ná de Duitse overval op het Onderduikershol in de bossen van Bekenheuvel, in dezelfde trein op transport gezet naar het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland.
Hendrik Donker wist echter aan de Duitsers en de dood te ontsnappen, toen de trein enige tijd op een rangeerterrein bij Enschede moest wachten. Hij heeft de laatste maanden van de oorlog overleefd.

 

Posted in Tweede Wereldoorlog, Zorgvlied | Leave a comment

Een oud hekje op een rooms-katholiek kerkhof

Bij het wandelen op de wegen der vrijheid kwam de redactie van ut Deevers Archief het Deevers op de kerkhof van de rooms-katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) in een hoek van dit kerkhof een merkwaardig oud hekje tegen. Markeert dit hekje de oorspronkelijke ingang van deze dodenakker ? Of was het de privé-ingang van de familie Verwer ? Of stond dit hekje eerst aan de weg en is het hier neergezet, nadat het was vervangen door het huidige toegangshek ? Wie het weet, die mag het de redactie uitleggen.

Posted in De aandere kaante van de bos, Kaarkhof de Monden, Lodewijk Guillaume Verwer, Toevallige waarneming, Zorgvlied | Leave a comment

Ut onderlinge pièrdefons van Deever

dEen van de resultaten van een aantal bezoeken van de redactie van ut Deevers Archief in de periode 2000-2008 aan wijlen Anne Mulder (uut de Aachterstroate in Deever), eerst in zijn woonplaats Gasselte, later in Assen, is het boven water komen van zijn navolgende uit 1965 daterend verslag over het 60-jarig bestaan van het ‘onderlinge paardenfonds’ van Deever (Wapse had een eigen vee- en paardenfonds). Het onderlinge paardenfonds van Deever hield stand tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw, totdat ‘de trekker’ het werkpaard in de landbouw had verdrongen. 

Wel en wee van het paardenfonds Diever van 1905 tot 1965
In een vergadering van het onderlinge veefonds te Diever werd op initiatief van Hendrik Krol en Jan Hilberts besloten dat het bestuur van dit fonds een vergadering zou doen beleggen op 27 februari 1905 ten huize van Roelof Seinen om tot oprichting van een onderling paardenfonds te geraken. De heren Hendrik Krol, Roelof van Wester, Hendrik Warries en Lucas Benning boden aan om ieder in hun omgeving de paardenhouders met genoemde vergadering in kennis te stellen en tot toetreding als lid te verzoeken.
Velen hadden aan de oproep gehoor gegeven. Alleen uit Wittelte was Lucas Benning de enige belangstellende. Op een vraag van Hendrik Offerein of de aanwezige 29 personen (houders van 43 paarden) genegen waren tot het oprichting, antwoordden allen toestemmend, zodat het fonds was geboren. Aan de hand van reglementen van naburige fondsen werd een reglement samengesteld, passend voor Diever.
Als bestuurslid werden gekozen: Lucas Benning, Hendrik Offerein, Jan Mulder Wzn., Roelof van Wester, Barteld de Ruiter en Jan Hilberts. Bij onderling overleg trok Barteld de Ruiter zich terug, zodat Jan Hilberts, die evenveel stemmen had verkregen, gekozen was. Tot schatter werden gekozen Hendrik Warries, Jan Seinen en Hendrik Krol. Bij deze verkiezingen werd buiten het voorlopig reglement om, diegene verkozen verklaard, die de meeste stemmen had verkregen.
In een vergadering op 3 maart 1905 werd het reglement nog eens bekeken en bijgewerkt. Enkele interessante artikelen hieruit zijn de volgende:
Artikel 1.
Deelnemers der vereniging kunnen worden zij, die woonachtig zijn in de gemeente Diever.
Artikel 2.
Het fonds verzekert de paardenhouders onderling tegen alle verliezen en ernstige ongevallen van paarden, behalve tegen brand en hemelvuur. Iedere deelnemer is verplicht al zijn paarden te verzekeren, ten minste één jaar oud zijnde.
Artikel 3.
De paarden, welke ter verzekering worden aangenomen, moeten bij inschrijving een waarde hebben van minstens f. 75,– en mogen niet hoger geschat worden dan f. 300,–.
Artikel 4.
Paarden van scheepsjagers en schuitvervoerders zijn van de verzekering uitgesloten.
Artikel 8.
Bij de hertaxatie in mei en november wordt van elk ingeschreven paard 5 cent aan de schatters betaald.
Artikel 9.
Opgenomen paarden moeten zijn voorzien van een brandmerk op de linker voorhoef.
Artikel 13.
De omslag bedraagt 1% van de verzekerde waarde voor gewone paarden en 1½%  voor veulenmerries, venters- en melkrijderspaarden.
Artikel 14.
Het verlies van verzekerde paarden wordt met 70% vergoed.
Het fonds treedt in werking op 1 april 1905
Na Hendrik Offerein zijn voorzitter geweest Klaas van de Berg, vanaf 1921; Jans Bult vanaf 1928, Geert Kok vanaf 1946 en Hendrik Mulder Jzn. vanaf 1957.
Jan Mulder Wzn. werd in 1941 opgevolgd door Roelof Bisschop als secretaris-penningmeester. Na een jaar vertrok deze en droeg kas en boeken over aan Lambertus Vos, die in 1957 plaats maakte voor Cornelis Klok.
Bestuursleden zijn in 1965 verder Arnold Goettsch, sedert 1930, dus al 35 jaar; Gerrit Vrielink, sedert 1950; A… Barelds, sedert 1944; J… H… H… Bult, sedert 1962; en E… Benthem, sedert 1964.
Schatter zijn Jacobus Kruid, sedert 1949; Hendrik van Wester, sedert 1950 en Jans de Ruiter, sedert 1963.
Er werd steeds in de beste harmonie samengewerkt, maar het is toch gebleken, dat ook bestuursleden wel eens kunnen steigeren. Zo legde Jan Mulder Wzn. in 1920 de functie van secretaris-penningmeester neer wegens een meningsverschil met het bestuur. Na langdurig gehaspel nam betrokkene deze functie weer aan onder beding dat voortaan enkel kreupele paarden, die geen stappend werk meer kunnen verrichten, zullen worden opgenomen door het fonds. Bovendien werd Jan Mulder Wzn. een beloning van f. 50,– per jaar toegekend.
Ook het jaar 1936 vermeldt strubbelingen in het bestuur. De bestuursleden J… H… H… Bult en Geert Kok stellen de portefeuillekwestie, maar na enig geharrewar tussen bestuursleden wordt de zaak bijgelegd en accepteren betrokkenen een herbenoeming als bestuurslid.
In 1906 probeerde G… H… Klaassen het een wijziging van het reglement gedaan te krijgen in zoverre, dat paarden van schuitenvoerders en scheepsjagers niet langer van verzekering zouden zijn uitgesloten. Men voelde daar evenwel niet voor. Het moest nog tot 1915 duren eer deze paarden wel konden worden opgenomen. In 1917 werd de premie voor veulenmerries, venterspaarden en paarden van melkrijders en scheepsjagers gelijk gesteld aan die van zogenaamde gewone paarden.
Ook al in 1906 werd overwogen de maximum-verzekerde waarde met f. 100,– te verhogen, maar het bleef bij f. 300,–. In 1909 -men sprak toen van een dure tijd- gebeurde dit wel, zodat toen hooguit f. 400,– voor een paard kon worden betaald. In 1915 werd dit bedrag verhoogd tot f. 500,– en in 1916 werd de maximum-waarde onbeperkt gelaten.
In 1913 konden ook paardenhouders uit Wateren en Zorgvlied lid worden. Met de paarden moest men voor schatting naar Diever komen.
In 1917 werd het eerste bestuurslid te Wateren benoemd, namelijk W… Barelds. Er waren toen daar al 15 leden en er was een mogelijkheid van uitbreiding.
Om door het fonds overgenomen paarden te kunnen uitbetalen, moest de bode rond bij de leden. Vele jaren fungeerde als zodanig Geert Dekker. Er wordt gesproken van een beloning van f. 5,–. Per ronde staat er niet bij. Herhaaldelijk werd op jaarvergaderingen aangedrongen om het bodelopen uit te besteden, maar het bestuur beriep zich er steeds op, dat het reglement aangaf, dat het bodelopen een bestuurszaak is. Voor verandering werd niet gevoeld, omdat men een zeer goede bode had. Echter in 1932 werd Geert de Leeuw als bode benoemd, in 1934 Willem Punt, die f. 2,80 per ronde ontving. in de loop van de volgende jaren zie we de volgende namen en bedragen per ronde: Geert de Leeuw, f. 23,74; Roelof Pouwels, f, 2,80; L… Oost, f. 2,54½; Bertus Moes, f. 2,95; Willem Punt, f. 3,75; Bertus Moes, f. 5,95 voor 3 jaar; Willem Punt, f. 7,50; en Jan Gerrits sedert 1957. In 1962 wordt een bodeloon van f. 30,– genoemd,
Dat men de belangen rond het paard in het algemeen steeds goed in het oog hield moge blijken uit het feit dat in 1908 de mededeling van Jan Mulder Wzn. op de jaarvergadering, houdende het stationeren van een dekhengst bij Hendrik Krol met ingenomenheid wordt begroet. En verder dat in 1928 en 1933 voor de tentoonstelling van kieskring I van het Drentsch Landbouw Genootschap, die te Diever wordt gehouden, een medaille beschikbaar wordt gesteld voor de rubriek jonge paarden.
Gering bezoek aan vergaderingen is niet van de laatste tijd, want in 1920 wordt besloten een kistje sigaren te verloten onder de leden, die vóór 7 uur ter vergadering aanwezig zijn, dit om het bezoek aan de vergaderingen te doen toenemen. Het heeft succes, want in 1921 zijn er 40 leden komen opdagen. /ingaande 1928 is niet 1 lid met dit kistje gaan strijken, maar is de inhoud van het kistje onder de ter vergadering aanwezige leden verdeeld, zodat een ieder het zijne had.
Niet het kistje sigaren, maar wel een sigarenkistje kwam aan de orde op de jaarvergadering in 1947. De kascommissie had geconstateerd dat een dergelijk kistje dienst deed als geldkist. Men vond dat niet deugdelijk genoeg. Een oproep onder de leden om een ongebruikte brandkast werd in overweging genomen.
De schatters deden altijd goed hun best, maar in 1937 achten sommigen het nodig de schatters er op te wijzen goede controle te houden op dampigheid en ooggebreken. De raadgeving werd door de schatters voor kennisgeving aangenomen.
Het paard had en heeft de liefde van bestuur, schatters en leden.
In 1953 werd dan ook gewezen op de ergerlijke gewoonte om werkpaarden tot laat in het najaar bij slecht weer buiten te laten lopen. Besloten werd per advertentie betrokkenen te waarschuwen dat schade hierdoor ontstaan niet vergoed zal worden.
In 1948 werd besloten afgekeurde paarden over een heel jaar ineens bij inschrijving te verkopen.
In 1954 werd erover geklaagd dat alle paarden naar het abattoir gingen, waardoor de kooplui geen kans kregen. Dit zou een gevolg zijn van een actie van het Landbouwhuis in Assen, dat had aangeraden om zulks te doen, ten einde te voorkomen, dat een afgekeurd paard een schadepost voor een volgende eigenaar zou kunnen worden of dat een ander fonds ervoor zou kunnen opdraaien. Bij een stemming hierover werd weer tot een inschrijving besloten.
Van sommige dingen wilde het fonds beslist niet weten. Dat bewijst het tot drie maal toe afwijzen van een verzoek van een lid om paarden met hogere graad (stamboek- model- of stermerries) voor een hoger bedrag in het fonds op te nemen.
Aan herdenking van jubilea van het fonds is in het verleden weinig gedaan. Er is slechts vermeld, dat het 15-jarig bestaan niet onbetuigd werd gelaten. Over het 25-jarig bestaan is niets vermeld. Het 30-jarige jubileum werd gevierd met een extra rondje.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief was -toen zij nog trekker en duwer en onderzoeker en samensteller van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uit Deever was- voortdurend bezig met het verzamelen van mogelijke interessante artikelen voor de lezers van het blad en met het interviewen van zoveel mogelijke oude Deeversen. Dat heeft geleid tot een grote verzameling nooit in het blad van genoemde heemkundige vereniging gepubliceerde artikelen.
Anne Mulder merkte bij het bespreken van het verslag op:
Ik heb dit verslag gemaakt op verzoek van de secretaris-penningmeester Cornelis Klok. Ik vroeg een vergoeding van f. 5,– voor het verslag. Hij schrok zich wild, maar ik kreeg het geld wel.
Verrassend is dat de dorpsfiguur Geert Dekker ook bode van het paardenfonds is geweest.
De Deever-kenners worden verzocht de voornamen van de in het verslag genoemde personen te controleren en mogelijke verbeteringen door te geven aan de redactie.
Wellicht is ergens een vooroorlogse ledenlijst van het paardenfonds bewaard gebleven. De redactie wil zo’n lijst uiteraard graag publiceren.
Reeds eerder was een poging gedaan een onderling paardenfonds in Deever op te richten maar dat mislukte. Zie het navolgende op 21 maart 1903 gepubliceerde zeer korte berichtje in het Nieuwsblad van Friesland. Maar wat waren de bezwaren ?

Abracadabra-458

Posted in Boer'nwaark, de Olde Willem, Deever, Landbouw, Wittelte, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoaltie 50 steet op 100 meter van de olde stee

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier kleurenfoto’s gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019.
Greinspoaltie L (greinspoaltie 50) is aanwezig. Greinspoaltie L (greinspoaltie 50) staat op het rechte deel van de Drents-Friese greinse tussen de wegen De Monden en de Appelsgascheweg, maar staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek. Greinspoaltie L (greinspoaltie 50) staat nu ongeveer honderd meter ten westen van zijn oorspronkelijke plaats.
Op een greinspoaltie hoort het wapen van de provincie Drente an de Dreinse kaante van de greinse te staan en hoort het wapen van de provincie Fryslân aan de Friese kant van de greinse te staan. Dat is bij dit keurig onderhouden greinspoaltie L (greinspoaltie 50) wel in orde.
De redactie is vastbesloten van elk nog aanwezig provinciaal greinspoaltie op de greinse van de gemiente Deever in Drente en de gemiente Ooststellinwaarf in Fryslân een flink aantal zelf gemaakte foto s in ut Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook mooie oude foto’s van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Bidprentje van Johanna Josephina Maria Verwer

Een bidprentje is een gedachtenisprentje van een overledene met aan de voorzijde een foto of een religieuze afbeelding en aan de achterkant een In Memoriam met persoonsgegevens en eventueel een kort gebed of bijbeltekst. Het bidprentje van Johanna Josephine Maria Verwer voldoet aan de omschrijving van een bidprentje.

Johanna Josephina Maria Verwer werd geboren op 29 september 1879 te Leeuwarden, zij overleed op 11 februari 1942 in Overveen. Zij was een dochter van mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Johanna Josephina Maria Verwer zal langere tijd in villa Castra Vetera (ut Kastiel) op Zorgvlied hebben gewoond. Ze zal ook op Wateren naar de lagere school zijn geweest ?
Huwelijksakte nummer 15 van 15 juli 1908 in de Burgerlijke Stand van de gemiente Deever luidt als volgt:
Bruidegom: Theodorus van Sonsbeeck, geboren te Zwolle; oud: 37 jaren; beroep: burgemeester, zoon van Epimachus Jacobus Ignatius van Sonsbeeck en Sophia Susanna Caroline Helmich.
Bruid: Johanna Josephina Maria Verwer, geboren te Leeuwarden; oud: 28 jaren; beroep: zonder, dochter van Lodewijk Guillaume Verwer, beroep: advocaat, en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, beroep: zonder.
Theodorus van Sonsbeeck was van 1901 tot 1912 burgemeester van de gemeente Weerselo.
In het dagblad De Tijd verscheen op 13 februari 1942 een advertentie van het overlijden van Johanna Josephina Maria Verwer, die op 11 februari 1942 in huize Duinrust in Overveen overleed. Huize Duinrust was gebouwd als rusthuis voor welgestelde ouden van dagen. Dat zij in 1942 in huize Duinrust overleed is enigszins merkwaardig te noemen, omdat tussen mei 1940 en mei 1945 de Duitse Kriegsmarine in huize Duinrust was gevestigd. Of was de Duitse bezetter slechts bezetter van een deel of vleugel of verdieping van huize Duinrust ?

Posted in Bidplaetie, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Bidprentje van Bernardus Johannes Nibbelke

Een bidprentje is een gedachtenisprentje van een overledene met aan de voorzijde een foto of een religieuze afbeelding en aan de achterkant een In Memoriam met persoonsgegevens en eventueel een kort gebed of bijbeltekst. Het bidprentje van Bernardus Johannes Nibbelke voldoet aan de omschrijving van een bidprentje.

Bernardus Johannes Nibbelke werd geboren op maandag 22 november 1858 in Veendam, zoon van scheepsbouwer Johannes Jans Nibbelke en Jantje Hindriks Koenen. Hij overleed op 28 september 1930 op Zorgvlied. Bernardus Johannes Nibbelke was hoofdconducteur bij de Staats Spoorwegen. Hij ligt op Zorgvlied begraven op de Rooms Katholieke kerkhof. Hij trouwde op zondag 20 november 1887 met Gesina Maria Bernards, dochter van rijksambtenaar Arnoldus Jozef Bernards en Geertruida Elizabeth van de Horst. Zij overleed op vrijdag 11 maart 1955 op 93-jarige leeftijd op Zorgvlied.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in publiek toegankelijke archieven niet kunnen vinden of het echtpaar kinderen had. Waarschijnlijk niet. De redactie zou graag willen weten wanneer, waarom en waar het echtpaar op Zorgvlied ging wonen.

 

Posted in Bidplaetie, De aandere kaante van de bos, Kaarkhof de Monden, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Lieste van de greinspoalties 41 tot en mit 77

Het is vanuit historisch oogpunt van niet verwaarloosbaar belang te weten waar de grens tussen de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland ligt. De provinciale grens wordt gemarkeerd door gietijzeren grenspalen.
Greinspoal XLI (greinspoal 41) staat op het driegemeentenpunt Deever, Ooststellingwerf, Vledder.
Greinspoal LXXVII (greinspoal 77) staat op het driegemeentenpunt Deever, Ooststellingwerf, Smilde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft verdeeld over een aantal middagen van greinspoal XLI (greinspoal 41) tot aan greinspoal LXXVI (greinspoal 77) langs de uit rechte stukken bestaande grens gebanjerd om de nog aanwezige grenspalen op te zoeken en op de foto te zetten.

Op bijgaande twee afgebeelde tekeningen zijn de nog aanwezige grenspalen op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drenthe en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland aangegeven.

Grenspaal XLI (grenspaal 41) is niet meer aanwezig (de plaats van grenspaal 41 is een driegemeentenpunt);
Grenspaal XLII (grenspaal 42) is niet meer aanwezig;
Grenspaal XLIII (grenspaal 43) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal XLIV (grenspaal 44) staat op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens);
Grenspaal XLV (grenspaal 45) staat aan de Verwersweg op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens)
Grenspaal XLVI (grenspaal 46) staat op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens);
Grenspaal XLVII (grenspaal 47) is aanwezig, maar staat 120 m van de oorspronkelijke plaats en 3,50 m uit de grens;
Grenspaal XLVIII (grenspaal 48) is niet aanwezig, staat hoogstwaarschijnlijk ergens op een erf;
Grenspaal XLIX (grenspaal 49) staat nu aan de Monden, staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 48 en 49;
Grenspaal L (grenspaal 50) is aanwezig, staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 50 en 51;
Grenspaal LI (grenspaal 51) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LII (grenspaal 52) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LIII (grenspaal 53) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LIV (grenspaal 54) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LV (grenspaal 55) is aanwezig; staat bijna op zijn oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LVI (grenspaal 56) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LVII (grenspaal 57) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LVIII (grenspaal 58) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LIX (grenspaal 59) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LX (grenspaal 60) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXI (grenspaal 61) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXII (grenspaal 62) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXIII (grenspaal 63) is aanwezig; staat bijna op zijn oorspronkelijke plaats op de knik in de grens;
Grenspaal LXIV (grenspaal 64) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXV (grenspaal 65) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 64 en 65;
Grenspaal LXVI (grenspaal 66) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXVII (grenspaal 67) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 67 en 68;
Grenspaal LXVIII (grenspaal 68) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXIX (grenspaal 69) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXX (grenspaal 70) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 70 en 71;
Grenspaal LXXI (grenspaal 71) is aanwezig;
Grenspaal LXXII (grenspaal 72) was aanwezig; grenspaal LXXII (grenspaal 72) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXXIII (grenspaal 73) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXIV (grenspaal 74) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXV (grenspaal 75) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXXVI (grenspaal 76) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXVII (grenspaal 77) is niet meer aanwezig (de plaats van grenspaal 77 is een driegemeentenpunt).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

In de webstee www.varenius.nl is een en ander te lezen over de grensafbakening van Friesland met Drente en Overijssel in de 19de en 20ste eeuw.
De webstee www.frdrenthe.blogspot.nl biedt bijzonder interessante gegevens over de grenspalen tussen de provincie Drente en de provincie Friesland, waaronder veel grenspalen op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland. Na het aanklikken van de koppeling en het openen van het scherm wel even een flink eind naar beneden ‘scrollen’ (wie weet het juiste Nederlandse werkwoord ?).
In de webstee www.panoramio.com zijn ook afbeeldingen en plaatsen te bekijken van greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland.
De redactie nodigt bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met een afbeelding en een juiste beschrijving van de positie van de nog aanwezige grenspalen, waarvan de gegevens nog niet zijn opgenomen en vooral van verdwenen grenspalen.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoaltie 47 stiet bee un olde kerreven

Langs de greinse tussen Fryslân en Drente ligt het overblijfsel van een zo genoemde landweer. Deze landweer stamt waarschijnlijk uit de late middeleeuwen en heeft globaal op de grens van de provincie Drente en de provincie Fryslân gelegen. Een landweer is een opgeworpen aarden verdedigingswal. Deze wal moest mensen en dieren, die vanuit Drente naar Fryslân wilden, tegenhouden. Tussen de weg van Zorgvlied naar Elsloo en de Appelschaseweg is het overblijfsel van een deel van de landweer nog in goede staat.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde vier kleurenfoto’s gemaakt op woensdag 11 december 2019.
Ter hoogte van recreatiepark Groot Bartje op Zorgvlied staat op het overblijfsel van de landweer het greinspoaltie XLVII (greinspoaltie 47). Het wapen van Fryslân op het greinspoaltie is keurig aan de Friese kant van het paaltje te zien. Het wapen van Drente op het greinspoaltie is keurig aan de Drentse kant van het paaltje te zien.
Op het overblijfsel van de landweer in de buurt van het greinspoaltie XLVII (greinspoalyie 47) staat zo te zien al jaren een met algen bedekte caravan weg te rotten en wat is de bedoeling van die tractorband ? Heeft de eigenaar van de aangrenzende recreatiewoning dan totaal geen respect voor de historische waarde van het overblijfsel van de landweer ?
Is de eigenaar van het aangrenzende perceel, waarop de zichtbare – niet voor permanente bewoning bedoelde – recreatiebungalow staat, ook de eigenaar van het aangrenzende deel van de landweer ? Toch zeker niet ? Het deel van het overblijfsel van de landweer ter plekke zal van de provincie Drente of van de provincie Fryslân of van beide provincies zijn. Wellicht is de eigenaar van de niet-verplaatsbare recreatiewoning en de recreatiegrond op enigerlei wijze te vermurwen zijn gammele met algen bedekte wegrottende verplaatsbare recreatiewoning naar zijn eigen recreatiegrond te slepen ? Of moet het bevoegd gezag gaan handhaven ?
De redactie verwijst voor de volledigheid ook naar het bericht Greinspoaltie 47 op dezelfde plaats herplaatst.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Symbionische Zuil op de rotonde an de Deeverbrogge

In de krant Aanpakken verscheen op 7 juni 1995 het volgende hierna afgebeelde korte bericht over het project ‘Kunstrotondes Drenthe’.

Kunstobject op plein Zorgvlied
Zorgvlied. Op het Dorpsplein in Zorgvlied komt in het najaar een kunstobject te staan. Dat gebeurt in het kader van het project ‘Kunstrotondes Drenthe’, waar de gemeente Diever aan deelneemt. Op een standaard sokkel met een uitwendige diameter van vier meter en een hoogte van een halve meter wordt vier keer per jaar een ander beeld geplaatst. De sokkel is van geschuurd roestvrij staal en voorzien van een montage kruis. Het project loop vijf jaar. Na die tijd krijgt één van de beelden een permanent plekje in Zorgvlied.
Over de beelden en de kunstenaars die ze gaan maken is nog weinig bekend. Bij het kunstrotondeproject is gekozen voor het thema ‘horizon Drenthe’. Horizon omdat het lint van de zeer herkenbare sokkels altijd achter de horizon verdwijnt. Door wisseling van de beelden wordt eveneens de kunstzinnige horizon verbreed. Ook geeft horizon de kunstenaar de mogelijkheid om haar of zijn blik op Drenthe in eigen stijl via een kunstwerk gestalte te geven.
De kunstwerken moeten eigenlijk bij rotondes staan, maar die heeft de gemeente Diever niet binnen haar grenzen. Burgemeester en wethouders zijn van mening dat het objekt het beste op het plein in Zorgvlied geplaatst kan worden. Andere lokaties aan de Kruisstraat en de Achterstraat in Diever vielen wegens ruimtegebrek af.
In Zorgvlied is die ruimte wel en er vertoeven de meeste toeristen in deze gemeente. In 1989 is in het hart van Zorgvlied een fraai multi-functioneel dorpsplein met zitbanken aangelegd. Op het plein worden diverse activiteiten georganiseerd. Plaatselijk Belang Zorgvlied, Wateren, Oude Willem was in die jaren op zoek naar een kunstwerk, maar het benodigde geld ontbrak. De deelnemende gemeenten aan het kunstrotondeproject betalen elk f. 10.000. Ook de gemeente Vledder doet aan het project mee.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 19 januari 1996 verscheen het hierna afgebeelde bericht ‘Kunstrotonde Drenthe’ krijgt vorm. De redactie heeft dit bericht niet overgetikt.
De redactie verwijst voor de volledigheid ook naar het bericht De Symbionische Zuil past beter in het Ekingerzand.
In het project ‘Kunstrotonde Drenthe’ was het de bedoeling in de deelnemende gemeenten een kunstwerk op een rotonde te plaatsen. In enige deelnemende gemeenten was echter geen rotonde te bekennen, zodat in dat geval voor het kunstwerk een andere tijdelijke standplaats dan een rotonde werd aangewezen. In de deelnemende gemiente Deever was in 1996 nog net geen rotonde an de Deeverbrogge gebouwd en werd de koloniebrink op Zorgvlied als tijdelijke standplaats van het door de gemiente Deever gekozen kunstwerk aangewezen.
Het project ‘Kunstrotonde Drenthe’ heeft vijf jaren geduurd en om de drie maanden moet op de sokkel op de koloniebrink op Zorgvlied een ander kunstwerk hebben gestaan. De redactie heeft dit destijds niet zelf kunnen vaststellen, en is daarom op zoek naar een foto van elk van die op de koloniebrink geplaatste kunstwerken.

De tijd is ondertussen voor de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Roestbruine En Vastgeroeste Kunsten In De Gemeente Westenveld zo zoetjes aan wel aangebroken om het roesterige kunstwerk met de ronkende naam ‘Symbionische Zuil’ van de koloniebrink op Zorgvlied te laten verhuizen naar de rotondebrink an de Deeverbrogge, de eerste en gelukkig enige rotonde in de gemiente Deever.
Immers de rotondebrink an de Deeverbrogge is niet zo lang ná de beëindiging van het project ‘Kunstrotonde Drenthe’ en al vóór de milenniumwisseling aangelegd, dus het roesterige kunstwerk met de naam ‘Symbionische Zuil’ had al twintig jaren op de rotondebrink an de Deeverbrogge kunnen staan en in die periode hadden vele honderdduizenden passeerders het kunstwerk gezien kunnen hebben.
Teneinde De Hoge Heren En De Minder Hoge Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Roestbruine En Vastgeroeste Kunsten Van De Gemeente Westelveld in enige mate te faciliteren en een beetje gemakkelijk te maken bij de gedachtenvorming heeft de redactie een zo genoemde ‘two dimensional virtual reality colour image’ van de rotondebrink an de Deeverbrogge met daarop het grote brok roesterige ijzer met de naam ‘Symbionische Zuil’ gemaakt. Zie de afbeeldingen van de rotondebrink van vóór en ná de virtuele plaatsing van het roesterige stuk buispaal met de naam ‘Symbionische Zuil’ op de rotondebrink.        
De reactie heeft de kleurenfoto van de rotondebrink met de richtingaanwijzers an de Deeverbrogge gemaakt op 25 april 2018.
De redactie heeft de zo genoemde ‘two dimensional virtual reality colour image’ van de rotondebrink met het kunstwerk ‘Symbionische Zuil’ gemaakt op 11 december 2019. De paal voor het bevestigen van de richtingaanwijzers kan zonder probleem in het centrum van de holle buis van het kunstwerk worden herplaatst, dat doet geen afbreuk aan de symbionische waarde en de hyperbionische beleving van het kunstwerk.
De redactie heeft de kleurenfoto van het kunstwerk ‘Symbionische Zuil’ op de koloniebrink van Zorgvlied gemaakt op 21 november 2014.


Posted in An de Deeverbrogge, Kuunst, Zorgvlied | Leave a comment

Roesterig veulenbeeld bij de ingang van Villa Nova

Bij de ingang van hotel-restaurant Villa Nova an de Dorpsstroate op Zorgvlied staat een beeld van een veulen, waarmee de eigenaren van hotel-restaurant Villa Nova blijkbaar willen aangeven dat klanten van hun bedrijf Villa Nova hun eigen paard mee kunnen nemen naar Zorgvlied en dat paard kunnen stallen in het zo genoemde paardenhotel, dat zal wel een soort van luxe paardenstal zijn.
Bij daglicht is het door de roesterige kleur van het metaal of de steen of het hout of het plastic niet zo gemakkelijk goede foto’s van het veulenbeeld te maken. De redactie van ut Deevers Archief heeft al verschillende pogingen gedaan, maar was geen enkele keer tevreden met het resultaat. De redactie heeft daarom bij het vallen van de avond ook een poging gedaan. De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee bijgaande kleurenfoto’s op donderdag 21 november 2019 gemaakt, maar is nog niet echt tevreden over het resultaat.
De redactie moet bij de eigenaren van paardenhotel Villa Nova nog nagaan wat de naam van het veulenbeeld is, wie de maker van het veulenbeeld is, of het veulenbeeld van metaal, steen, hout of plastic is, of het veulenbeeld een uniek exemplaar is of dat van het veulenbeeld meerdere exemplaren bestaan.

Posted in Kuunst, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Ut olde kaarkhof aachter de kepelle van Obadja

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 3 april 1918 een verslag van de raadsvergadering van de gemiente Deever, gehouden op 25 maart 1918. Uit het raadsverslag is het volgende stukje tekst geciteerd.

Naar aanleiding van een adres van de Vereeniging tot behartiging van de godsdienstige belangen der Hervormden te Zorgvlied-Wateren, wordt aan die vereeniging onder zekere voorwaarden een subsidie van f. 200 toegekend voor de oprichting eener bijzondere begraafplaats te Zorgvlied.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De kaarkhof wödde in 1918 anelegd aachter de kepelle van de evangelisasievureening Obadja. 
De redactie heeft bijgaande drie kleurenfoto’s van disse olde kaarkhof op woensdag 6 november 2019 tegen het vallen van de avond met het fraaie licht van de ondergaande zon gemaakt.

Posted in Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoaltie 56 stiet bee de Appelsgascheweg

De redactie van ut Deevers Archief heeft in een apart bericht een lijst van negenendertig greinspoalties op de grens van de gemiente Deever en de gemiente Ooststellingwaarf, die tevens grens is tussen de provincie Drente en de provincie Friesland opgenomen.
Greinspoaltie LVI (greinspoaltie 56) staat langs een schelpenpad, een beetje ten oosten van de Appelsgascheweg-Canada.
De redactie heeft de kleurenfoto’s van de afbeeldingen 1, 2 en 3 gemaakt op woensdag 6 november 2019, tegen het vallen van de avond. De redactie heeft de kleurenfoto’s van de afbeeldingen 4, 5, 6 en 7 gemaakt op donderdag 22 november 2019.
De redactie verwijst hier ook naar een stukje van een topografische kaart uit omstreeks 1932. Op dit stukje kaart zijn de nummers van enige Drents-Friese greinspoalties aangegeven, waaronder greinspoal LV (greinspoal 55).
De redactie heeft greinspoaltie LVI (greinspoaltie 56) eerst weer keurig recht moeten zetten en het zand om het paaltje flink aan moeten stampen om daarna de foto’s te kunnen nemen. Vandalen hadden het greinspoaltie helemaal los en scheef getrapt, maar gelukkig niet van zijn plaats verwijderd en ook niet gestolen.
De redactie zag dat ut greinspoaltie na het recht zetten goed stond. Het wapen van Drente is an de Dreinse kaante van de greinse te zien en het wapen van Fryslân is aan de Friese kant van de grens te zien.
De redactie wil van elk van de negenendertig greinspoalties, te weten greinspoaltie XLI (greinspoaltie 41) tot en met greinspoaltie LXXIX (greinspoaltie 79), een afbeelding in ut Deevers Archief opnemen.
De redactie nodigt de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met foto’s van greinspoalties en een beschrijving van de plaats van die greinspoalties.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Schilderij ‘Landweg in Zorgvlied’ van Hans Kuiper

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geachte foto. In dit geval betreft het een foto van een schilderij van de schilder Hans Kuiper.

De in Deever geboren fotograaf en kunstschilder Hans Kuiper maakte van enige onderwerpen op Zorgvlied ook een schilderij. In de catalogus van zijn kleinzoon Hermannus Deuling is onder nummer 110 het schilderij ‘Landweg in Zorgvlied’ te vinden. Hij maakte dit schilderij in opdracht van de gebroeders Lodewijk Guillaume en Julius Johannes Verwer.
Hans Kuiper schilderde dit doek tussen 1900 en 1910, de precieze datum staat niet vermeld in de hiervoor genoemde catalogus. De redactie heeft het vermoeden dat Hans Kuiper eerst een foto van de situatie ter plekke heeft gemaakt en dat hij vervolgens in zijn atelier in Noordwolde het schilderij heeft gemaakt met behulp van de foto.
Het schilderij ‘Landweg in Zorgvlied’ heeft lange tijd in de stad Vancouver in Canada gehangen, maar is in ruil voor twee flessen jenever van eigenaar veranderd en hangt nu weer in Nederland.
De redactie van het Deevers Archief heeft geen idee welke landweg op Zorgvlied hier is geschilderd. Vaag zijn aan de rechterkant de contouren van een boerderijtje te zien. Het lijkt alsof aan de linkerkant tussen de bomen ook een bouwwerk is waar te nemen.
De redactie heeft de zwart-wit foto van het schilderij in 1998 gemaakt bij kleinzoon Hermannus Deuling, die toen de eigenaar van het in nogal slechte staat verkerende schilderij zonder lijst was. De redactie weet niet wie nu de eigenaar van het schilderij is en waar het schilderij nu aan de muur hangt of op zolder staat.

Posted in Hans Kuiper, Kuunst, Skildereeje, Zorgvlied | Leave a comment

Wie lust heeft vijgen te plukken, hij kan ze er vinden

In de Purmerender Courant van 25 augustus 1869 verscheen het volgende bericht over de voorspoedige ontginning en ontwikkeling van het landgoed Zorgvlied van de gepensioneerde Indiëganger Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt.

Als men uit Friesland van het dorpje Elsloo naar de Drentsche gemeente Diever wandelt, dan ziet men aan beide kanten van den zandweg dorre velden, doch onwillekeurig wordt het oog ter linkerzijde daarheen getrokken, waar op eenigen afstand het gezigt over de heide door bosschages op eene verrassende wijze wordt gebroken.
Wandelt men eenige schreden verder, dan komt men aan een laan, die aan weerszijden met opgaande eiken beplant, naar een gebouw uitloopt, dat zich grootendeels achter het lommer der boomen verschuilt en den naam Zorgvlied draagt.
Dit landgoed behoort aan den Heer J.F. de Ruijter de Wildt, die het eenige jaren geleden van de Maatschappij van Weldadigheid gekocht heeft. Vroeger had men hier de kweekschool voor landbouw.
De geheele uitgestrektheid van het landgoed Zorgvlied beslaat 500 bunders, waarvan 70 bunders uit bosch, 18 bunders uit bouw- en 30 bunders uit weiland bestaat. ’t Overige is nog heideveld, dat jaarlijks bij gedeelten door het aanleggen van bosch productief wordt gemaakt. In de nabijheid van het inderdaad schoon gelegen ‘Buiten’, dat zowel in- als uitwendig aan de eisschen van den tijd beantwoordt en van waar men op de tweede verdieping heerlijke vergezichten heeft, vindt men een zeer net koetshuis, ruimen paardestal en lege koestalling, waarop ’s winters 44 runderen naast elkander staa en die geheel naar de behoeften ingerigt, overvloedig licht en lucht heeft, ’t welk in vele boerderijen niet zelden veel te wensschen overlaat. Onmiddelijk achter deze koestalling vindt men een ruime hooischuur, die met hare verschillende toegangen het voederen zeer gemakkelijk maakt. Boven de stalling is een uitmundende graanzolder.
De aangrenzende boerenwoning, met karnhoek, kookplaats voor beestenvoeder, varkens- en kalverbakken, alsmede de lage koestalschuur, waarin het vee gedurende den zomer wordt gestald, zijn alle zeer doelmatig ingerigt. De varkens (dit voorjaar worden er 75 afgeleverd) en runderen, die men op Zorgvlied aantreft, zien er zoó voordelig uit, dat ze den stal van menig hollandsche boer tot sieraad zouden strekken. De boter die Zorgvlied levert is van uitstekende kwaliteit en wordt steeds met den hoogsten Frieschen marktprijs betaald, waarvoor de boerin van Zorgvlied vrouw Talen, alle eer toekomt.
De boschbouw vooral wordt op dit landgoed op groote schaal doorgezet. Daartoe wordt ’s winters de grond, die uit veen en zand bestaat p.m. 1½ el ontgraven en vervolgens met jeugdige boomplantjes, op Zorgvlied gekweekt, bezet. Voor eenige jaren heeft men niet minder dan 200 mud, zegge tweehonderd mud eikels uitgezaaid, die alle aan de verwachting hebben voldaan en thans de schoonste kwekerij aanbieden. Vooral eikenhout en berk willen daar bijzonder groeijen en ontwikkelen zich in één, twee of drie jaar zoo sterk, dat het iedere verbazing moet gaande maken. Men heeft reeds 9000 opgaande eiken geplant, welk getal jaarlijks met p.m. 500 wordt vermeerderd. D. Roos, die als tuinman en boschbaas op Zorgvlied werkzaam is, komt allen lof toe voor zijne kennis en ijver; hij wordt door den eigenaar deswege zeer geprezen.
De weilanden, die rond 30 bunders beslaan, zijn alle met boschwallen of gegalvaniseerd ijzerdraad omringd, ze voorzien het vee op Zorgvlied van gras en hooi. De akkers zijn bebouwd met rogge, boekweit, aardappelen, enz, welke veldvruchten onovertrebaar gunstig staan.
De moes- en oofttuin laat niets te wenschen over en levert de fijnste groenten; vooral van kersen is Zorgvlied ruim voorzien; wie lust heeft vijgen te plukken, hij kan ze daar vinden.
Als men in aanmerking neemt dat daar waar men nu grazige weiden, heerlijke korenvelden, aangename dreven, vruchtbare akkers en weelderige bosschen aantreft, vroeger niet veel beter dan heideveld te vinden was, dan mag men wel zeggen, dat de weinige jaren, die de heer de Ruijter de Wildt aan deze grootsche onderneming heeft besteed, geen onvruchtbare zijn geweest. Bedenkt men daarbij, hoeveel duizenden guldens daardoor productief zijn gemaakt, hoeveel honderden handen daardoor werk en brood hebben bekomen en welk eene belangrijke verbetering het grondgebied van Zorgvlied heeft ondergaan en nog zal ondergaan, dan durven wij zeggen: de provincie Drenthe mag er trotsch op zijn dat haar bodem in ’t zuidwesten door de ondernemingsgeest van een man als de Ruijter de Wildt, die daartoe moeite nog geld ontziet, in bosch, bouw- en weiland wordt herschapen, en misschien dat ook anderen het voetspoor van den heer de Ruijter de Wildt mogen volgen, ’t welk eigenlijk het hoofddoel van ons schrijven uitmaakt, omdat wij de overtuiging koesteren, dat Drenthe door ontginning eenmaal kan worden, wat men van haar verwacht.
Wij durven iederen voorstander en beoefenaar van landbouw, veeteelt en boschbouw uitnoodigen, een dag te gaan besteden aan de bezigtiging van het landgoed Zorgvlied, dat door den doelmatigen aanleg en de schoone afwisseling aan den bezoeker tevens de aangenaamste wandelingen aanbiedt.
Ook op geschiedkundig gebied kan men op den huize Zorgvlied veel merkwaardigs zien, daar de eigenaar, nazaat van Michiel Adriaanszoon de Ruijter in ’t bezit is van onderscheidene voorwerpen, die aan den Admiraal hebben toebehoord.
Ten slotte, omdat wij onze pen niet bekwaam genoeg achten, om den indruk terug te geven, die de grootsche ontginning op Zorgvlied met hare schitterende uitkomsten op ons heeft gemaakt, eindigen wij met: ‘Komt, ziet en oordeelt.’
J. Schuitemaker te Purmerende.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief voor veel meer gegevens over Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt naar de berichten in het Deevers Archief, die betrekking op hem hebben. Klik daarvoor aan de rechterkant in de lijst met categoriën op de categorie ‘de Ruijter de Wildt’.

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruiter de Wildt, Zorgvlied | Leave a comment

Ik kan er niet langs met de melkwagen

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 2 augustus 1968 bijgaand grappig bericht over het tekort aan parkeerruimte bij de rooms-katholieke kerk op Zorgvlied.

Ho, pastoor, mag ik nu even wat zeggen
‘Er zal nu zo vlug mogelijk bekeken worden of de parkeerruimte bij de rooms-katholieke kerk in Zorgvlied vergroot kan worden, beloofde burgemeester J.C. Meiboom gisteren in de raadsvergadering.
Dat ‘snel bekijken’ is te danken aan de melkrijder, die zondag, terwijl de pastoor de mis opdroeg, door de kerk in Zorgvlied galmde: ‘Ho, meneer pastoor, mag ik nu even wat zeggen. Ik kan er niet langs met de melkwagen’.
De paraochiaan wiens auto in de weg stond is naar buiten gegaan om vrij baan te maken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De grote ruimte voor de rooms-katholieke kerk en de grote ruimte voor de huisjes van de Sint Anthony-stichting naast de rooms-katholieke kerk op Zorgvlied waren blijkbaar in 1968 nog niet opgeofferd aan parkeerruimte voor automobielen van kerkgangers, plaatselijke bewoners en toeristen.

Abracadabra-1480Abracadabra-1481

Posted in Ansichtkoate, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Bod van f. 10.406.925,- op landgoed Zorgvlied ?

Op 24 januari 1912 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het navolgende bericht over de verkoop van het landgoed Zorgvlied van mr. Lodewijk Guillaume Verwer.

Assen, 24 januari.
Gistermiddag had, ten overstaan van den heer D. H. M. de Fremerij, notaris, in het hotel Nanninga, ten verzoeke van mevrouw de weduwe en erven van mr. L.G. Verwer, de publieke verkoop plaats van het landgoed Zorgvlied te Diever en Vledder gelegen, bestaande uit villa’s, boeren- en burgerbehuizingen, groenlanden, bouwlanden, bosschen en heideveld, ter gezamenlijke grootte van 250 hectare, ingezet in 42 perceelen op f. 6018825. In totaal geboden op de verschillende perceelen f. 10406925. Omtrent de gunning is 8 dagen beraad voorbehouden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de 42 percelen van het landgoed Zorgvlied werd een voor die tijd onwaarschijnlijk, bijna ongelooflijk, hoog bedrag van in totaal meer dan 10 miljoen gulden geboden. De Friese ondernemer meester Lodewijk Guillaume Verwer, geboren op 4 maart 1846 te Makkum, overleden op 8 november 1910 te Zorgvlied, was op Zorgvlied een vermogend man geworden. Zijn weduwe en zijn vijf kinderen waren na de verkoop van het landgoed Zorgvlied en de verdeling van de erfenis allen miljonair geworden.
Of vergat de lokale correspondent van het Nieuwsblad van het Noorden een komma in het totaal geboden bedrag te plaatsen en was dit bedrag f. 104069,25 ?

Posted in Landgoed Zorgvliet, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Keukenlaan op Zorgvlied en Wateren

De Keukenlaan op Zorgvlied en Wateren.

Posted in Ansichtkoate, Keukenlaan, Zorgvlied | Leave a comment

Over greinspoalties en de laandwièr op Zorgvlied

In de ‘Natuurkrant 2009’ van het nationale park Drents-Friese Wold en het nationale park Dwingelerveld staat een artikeltje over de paaltjes op de grens van de provincie Friesland en de provincie Drente en over de nog goed zichtbare landweer tussen de weg van Zorgvlied naar Elsloo en het Ekingerzand. Dit artikeltje is ook als bladvulling opgenomen in nummer 09/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging uit Diever.

Grenspaaltjes
In 1886 werden de gemeenten op de grens van Friesland en Drente gevraagd het tracé en de markering van de grens te controleren. In 1894 zijn 147 gietijzeren palen geplaatst. Deze grenspalen kostten toen 910 gulden. De aannemer kreeg 1286 gulden voor het plaatsen.
De zwart-witte paaltjes staan ongeveer 60 cm boven het maaiveld en een even groot deel van de paal zit onder de grond. De palen stonden gemiddeld 500 meter uit elkaar en staan op oude kaarten als GP met een getal aangegeven, bijvoorbeeld GP 51 (dit is de paal met het Romeinse getal LI). Een aantal is verdwenen, maar GP 51 is in september 2007 teruggeplaatst.
Bij Steggerda (Westvierdeparten 8) staat een groter exemplaar op het drie provinciënpunt Friesland-Drente-Overijssel (paal nummer I). Deze paal is 150 cm hoog en 40 cm dik.
In de zomer liggen de relikwieën vaak verscholen in het struikgewas. In de winter en herfst springen de paaltjes meer in het oog.

Landweer
In het Nationaal Park Drents-Friese Wold ligt een landweer. De landweer stamt waarschijnlijk uit de late middeleeuwen en heeft globaal op de provinciegrens gelegen. Tussen de weg van Zorgvlied naar Elsloo en het Aekingerzand is een deel nog in zeer goede staat. De oranje wandelroute vanuit Zorgvlied (start restaurant Villa Nova) brengt u langs een deel van de landweer. Let op dat u bij de oranje wandeling de oostelijke lus kiest ! Dit deel van de landweer wordt jaarlijks door een groep vrijwilligers onderhouden.
Een landweer is een opgeworpen aarden verdedigingswal. Deze wal diende om mens en dier tegen te houden. Deze aarden wal is zeer waarschijnlijk een (klein) onderdeel geweest van de Friese waterlinie geweest. Deze waterlinie bestond voornamelijk uit schansen. Bij onraad werd het lage deel tussen de Linde en de Tjonger onder water gezet. Deze linie heeft in de 80-jarige oorlog en het rampjaar 1672 dienst gedaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de webstee frdrenthe.blogspot.nl zijn enige bruikbare aanvullingen op het artikeltje over de grenspaaltjes te vinden:
De grenspalen zijn in de maanden oktober, november en december 1894 geplaatst onder toezicht van de beide provinciale hoofdingenieurs van de Waterstaat, S.J. Vermaes en J.P. Hofstede. Het ging in totaal om 147 stuks gegoten ijzeren grenspalen die waren voorzien van de wapens van de provincies Friesland en Drente en van 1 gegoten ijzeren paal met de wapens van Friesland, Drente en Overijssel, die bij Frederiksoord werd geplaatst. De palen werden voor een bedrag van f 909,45 geleverd door de Maatschappij “IJzergieterij de Prins van Oranje” te ’s-Gravenhage.
De paaltjes werden beschilderd met afwisselend zwarte en witte ringen en zodanig geplaatst dat in de grenslijn staande steeds minstens twee paaltjes zichtbaar zijn. De paaltjes werden genummerd van I tot CXLIX. De Friese gemeentebesturen kregen volgens resolutie van 1 december 1895 opdracht om vóór 1 mei jaarlijks rapport uit te brengen over de toestand van de paaltjes en bij urgentie zelfs onmiddellijk. Zij moesten tevens bevorderen dat het vrije zichtveld tussen de paaltjes niet door struikgewas, bomen of anderszins zou worden belemmerd. Zij moesten ook toezien op het ‘ontblooten’ van de plint. De paaltjes zouden om de vier jaar opnieuw worden beschilderd, te beginnen in 1899 voor de eerste maal op kosten van de provincie Drente. Ook Drenthe droeg de onderhoudstaken op aan de gemeenten.

Posted in de Olde Willem, Greinspoal, Woater’n, Zorgvlied | Leave a comment

Verkoop landgoed Groot en Klein Wateren in 1871

In het Algemeen Handelsblad van 4 augustus 1871 verscheen de navolgende advertentie over de verkoop van het landgoed Groot en Klein Wateren van Jacobus Fransiscus Ruijter de Wildt.

Openbare verkooping van ruim 860 bunders Bouwland, Weiland, Hooiland, Boschgrond, Boekweit, Turfveen en Heide.
De Notaris J.G.H. ter Horst te Steenwijk, is voornemens om op Vrijdag den 11den Augustus 1871 bij inzet, en op Dinsdag den 29sten Augustus daaropvolgende bij toeslag telkens des voormiddags om 10 uren, in het Logement Bellevue te Steenwijk publiek te verkoopen:
Het landgoed Groot en Klein Wateren, gelegen onder de gemeenten Vledder en Diever, provincie Drenthe, op een uur afstand van de Drentsche Hoofdvaart, bestaande uit doelmatig ingerichte en goed betimmerde boerderijen en verdere gebouwen, alles aaneen gelegen, groot ruim 860 bunders, waaronder 50 bunders best bouwland, 88 bunders goed gecultiveerd groen- en hooiland, 100 bunders boekweitveen, 35 bunders broekgrond, ruim 14 bunders dennebosch, 20 bunders akkermaalshout; voorts turfveen en heidegronden, met beplante wegen en waterleidingen doorsnede, zeer geschikt voor verdere ontginning; en zulks in onderscheidene perceelen.
Kaarten en perceelbeschrijvingen zijn op aanvragen gratis te bekomen bij den heer Van Gelder, op Groot Wateren, en bij den notaris voornoemd, terwijl zich tot het geven van inlichtingen hebben bereid verklaard de heeren Van der Spruyt en de Graaf, makelaars te Leiden; J.W. Schuurman, notaris te Rijswijk; mr. M. Oldenhuis Gratama te Assen; C.J.M. Jongkindt Coninck, directeur der Maatschappij van Weldadigheid te Frederiksoord, gemeente Vledder, en de rentmeester Dohm, op genoemd landgoed, die dagelijks aanwijzing doet.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jacobus Franciscus Ruijter de Wildt (geboren te Nieuwer Amstel op 20 december 1809, overleden op Woater’n op 25 november 1870) was een zoon van Jacobus de Wildt en Jacoba Maria Tasker. Hij is gehuwd geweest met Henriëtte Otteline Elisabeth Holmberg de Bechfeldt.
In de in de gemeente Deever geregistreerde overlijdensakte nr. 36 van 26 november 1870 staat heel duidelijk: Jacobus Franciscus Ruijter de Wildt. Ruijter was zijn derde voornaam en maakte dus geen deel uit van zijn achternaam, hij was dus niet een de Ruijter.
De informatie in de niet objectieve webstee wikipedia.org zal door de plaatselijke werkgroep van de plaatselijke heemkundige vereniging enigszins moeten worden bijgesteld.
De met de straatnaambordjes belaste hoofdbeleidsambtenaar van de gemeente Westenveld zal zijn beleid ten aanzien van deze straatnaam moeten bijstellen en een beleidsvoorstel moeten voorbereiden: Het college van Burgemeester en Wethouders stelt de Gemeenteraad voor de straatnaam de Ruyter de Wildtlaan te wijzigen in J.F.R. de Wildtlaan.

Posted in de Ruiter de Wildt, Landgoed Groot en Klein Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Hoofdkantoor Noordelijke Hypotheekbank op Zorgvlied

In het dagblad De Tijd (een godsdienstig staatkundig dagblad) van 12 april 1910 verscheen het volgende korte bericht.

Uit het verslag der Noordelijke Hypotheekbank te Zorgvlied blijkt, dat het winstsaldo f. 19.707, verleden jaar f. 17.298, bedroeg, waarvan f. 9.157 bestemd wordt voor diverse afschrijvingen en reserve en 7, verleden jaar 6, procent dividend uitgekeerd wordt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het pand met de naam Aurora (Latijn = dageraad) aan de Dorpsstraat op Zorgvlied was in de tijd van mr. Lodewijk Guillaume Verwer het hoofdkantoor van de Noordelijke Hypotheekbank gevestigd.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto van het netjes opgeknapte, maar nog steeds koud en zakelijk als een bank ogende pand met de naam Aurora gemaakt op 12 juli 2011.

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Villa Aurora, Zorgvlied | Leave a comment

Sigarenfabriekje op het landgoed Wateren in 1898

In de Leeuwarder Courant van 11 januari 1898 verscheen het navolgende bericht over de verbouw van tabak en de fabricage van sigaren op Zorgvlied.

Ooststellingwerf, 8 januari. Op het landgoed Wateren in Drenthe, grenzende aan deze gemeente, waar men sedert eenige jaren met succes tabak verbouwt en waar reeds eenmaal de sigarenfabricage ter hand genomen was, maar die om verschillende redenen liquideerde, is nu opnieuw deze tak van nijverheid in ’t leven geroepen, waardoor ongeveer 30 personen vast werk hebben gekregen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het bericht gaat het om het sigarenfabriekje van mr. Lodewijk Guillaume Verwer, dat aan de weg van Wateren naar Boyl stond, vlak bij de Drentsch-Friesche grens.

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Tabak, Zorgvlied | Leave a comment

Grafsteen van mr. Lodewijk Guillaume Verwer

Op het door de Friese ondernemer mr. Lodewijk Guillaume Verwer mogelijk gemaakte kerkhofje voor mensen van de rooms katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) ligt mr. Lodewijk Guillaume Verwer zelf ook gegraven. Zo te zien worden de letters op de grafsteen zo nu en dan opnieuw geverfd.

Posted in De aandere kaante van de bos, Kaarkhof de Monden, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Ut berigt van inzet van ut laandgood Castra Vetera

In de Opregte Steenwijker Courant van 18 maart 1838, in het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant), in het Nieuwsblad van het Noorden van 19 maart 1938, in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 19 maart 1938 en in De Tijd (godsdienstig-staatkundig dagblad) van 23 maart 1938 verscheen het volgende bericht van inzet van het Landgoed Castra Vetera op Zorgvlied.

Zorgvlied (Dr.)
Bericht van inzet.

Het Landgoed Castra Vetera, aangesloten aan en nabij den straatweg in het dorp Zorgvlied (Dr.) in de gemeenten Diever en Vledder, bij de Friese grens, bestaande uit groote villa (onder meer 10 grote kamers), afzonderlijke woning, tuin, plusminus 3 hectare groenland, plusminus 7 hectare bouwland en ruim 20 hectare mooie gemengde omrasterde bosschen, doorsneden met wegen en wandelpaden, groot plusminus 34.15.78 hectare, is in 26 percelen ingezet op slechts f. 13692,-.
Toeslag dinsdag 29 maart eerstkomende, des voormiddags 10 uur in de Harmonie te Zorgvlied.
Boekjes en kaart franco per post á 15 cent verkrijgbaar ten kantore van ondergetekende notaris (postrekening 36408) en bij den bewoner F.W. Ackermann, die dagelijks aanwijst. Rondgang 10 en 2 uur.
Het geheel is voor velerlei doeleinden geschikt, gedeeltelijk ook voor het stichten eener boerderij en verdere ontginning.
D.W. Heering, Notaris Dwingeloo (Dr.)

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie zou van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief wel graag willen weten wie het in het bericht genoemde boekje en kaart heeft bewaard.

Posted in Castra Vetera, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank

Op 13 juni 1888 verscheen in de krant ‘Het nieuws van den dag – kleine courant’ de hier afgebeelde advertentie over de Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank.

Meester Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos), was commissaris van de Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank. De bank was gevestigd in Amsterdam, maar had ook een bijkantoor in Villa Aurora op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos).

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Zorgvlied, een bakermat van Neerlands zeehelden ?

Op 20 september 1983 schreef een achterkleinzoon (!) van Johannes Franciscus De Ruijter de Wildt, de grondlegger van het dorp Zorgvlied een brief aan een kleinzoon (!) van Lodewijk Guillaume Verwer, de ontwikkelaar van het dorp Zorgvlied.

Aan de heer mr. L.G. Verwer
(straat en woonplaats hier weggelaten)

Zeer Geachte Heer Verwer,

Hiernevens zend ik U, onder dankzegging terug, de ansichtkaart van het door mijn overgrootvader gebouwde landhuis en de fotocopie van een ansichtkaart, waarop zijn afgebeeld de vier bejaardenwoningen op de plaats alwaar het landbouwinstituut van de Maatschappij van Weldadigheid heeft gestaan met daarnaast het eenvoudige kerkje.
De tekst onder deze kaart “Een bakermat van Neerlands Zeehelden” houdt waarschijnlijk verband met het feit, dat in de periode 1831 tot en met 1840 van de 145 vertrokken leerlingen van het Instituut niet minder dan 57 jongens beroepsmilitair [1] werden, terwijl wellicht de afstamming van Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt daarbij ook een rol heeft gespeeld.
In uw toespraak op 2 september j.l. in Zorgvlied hebt u voorts gezegd, dat mijn overgrootvader een gepensioneerde schout-bij-nacht is geweest, doch dit is diens broer Johan Willem de Ruijter de Wildt geweest.
Het beroep van Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt in Oost-Indië was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij.
Uit het artikel in de “Landbouwcourant” van 21 oktober 1869 (overgenomen uit de Purmerender Courant van 25 augustus 1869) is mij gebleken dat mijn overgrootvader veel ontginningswerk heeft verricht.

Ik wens U met Uw echtgenote een mooie vakantie op Rhodos toe.

Met vriendelijke groeten, mede namens mijn vrouw,
H.O.J. de Ruijter de Wildt
(straat en woonplaats hier weggelaten)

[1] F.W. Fabius. De Maatschappij van Weldadigheid, in hare werking, strekking en geldelijken toestand. Amsterdam, 1841, bladzijden 59 en verder.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In deze brief zet de achterkleinzoon (!) van Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt het -ook onder Zorgvlieders, Zorgvlieters of Zorgvliedenaren- wijdverspreide misverstand recht dat niet zijn grootvader, maar de broer van zijn overgrootvader schout-bij-nacht was. Dus dorpskrachten, leden van het plaatselijke filiaal van de heemkundige vereniging uut Deever, let op: Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt was geen schout-bij-nacht !!

Wie kan de redactie helpen aan een digitale kopie van het bedoelde artikel uit de ‘Landbouwkrant’ ?
Bijgaand is te zien een afbeelding van een oude ansichtkaart van het armoedig uitziende ‘kleine kerkje’, zoals genoemd in de brief. Deze ansichtkaart is op 23 maart 1917 verzonden.
Bijgaand is ook te zien een afbeelding van een oude ansichtkaart van het ‘kleine kerkje’ met daarnaast het pand, dat toen nog geen huisvesting voor hulpbehoevende bejaarden was.


Posted in Ansichtkoate, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

24 Gezichten te Zorgvlied bij Noordwolde in 1895

Op 30 november 1895 verscheen de volgende verrassende advertentie in de Leeuwarder Courant.

24 Gezichten te Zorgvlied bij Noordwolde.
Photographien, vervaardigd door H. Kuiper, Noordwolde.
Afzonderlijk 25 cent.
10 stuks f. 2.
24 stuks f. 4.
Prachtige Mappe met inscriptie 60 cent.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie zou bijzonder graag willen weten waar een mappe met de 24 foto’s van het Zorgvlied uit 1895 of vroeger van de in het dorp Deever op 8 juli 1855 geboren fotograaf Hans Roelofs Kuiper bewaard is gebleven. Deze 24 zeer oude en ongetwijfeld eerste foto’s van Zorgvlied in wording zijn van grote waarde voor het beter kunnen beschrijven van de geschiedenis van dit dorp.
Wellicht heeft Hans Kuiper deze 24 gezichten op Zorgvlied gemaakt in opdracht van Lodewijk Guillaume Verwer.
De redactie is al jaren bezig met het volgen van diverse sporen, maar deze hebben tot nu toe niet naar enig resultaat geleid.
Van Hans Kuiper is wel bekend dat hij enige tijd na het afronden van een opdracht de betreffende glasplaatnegatieven in een gat achter in de tuin achter zijn huis in Noordwolde gooide, maar het heeft nu uiteraard geen zin meer daar te gaan graven.
Wie kan de redactie helpen bij het zoeken naar deze 24 gezichten te Zorgvlied ? Wellicht is ergens een prachtige mappe met inscriptie bewaard gebleven.

Abracadabra-479

Posted in Hans Kuiper, Lodewijk Guillaume Verwer, Topstuk, Zorgvlied | Leave a comment

Interieur van de Rooms Katholieke kerk op Zorgvlied

De foto voor deze ansichtkaart zal gemaakt zijn in de zestiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart – Pension Villa Nova op Zorgvlied

Van het pension Villa Nova van de familie Jan Krans op Zorgvlied zijn na de Tweede Wereldoorlog in het tijdperk van de zwart-wit foto enige ansichtkaarten uitgegeven, waaronder de bijgaande. In de communistische krant ‘de Waarheid’ verscheen op 26 april 1947 het navolgende bericht.

Wilt u een prettige vacantie bij bos, hei en openluchtzwembad ? Pension f. 4 per dag per persoon. J. Krans, Zorgvlied, gemeente Diever, Drente.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met openluchtzwembad wordt bedoeld het openluchtzwembad Dieverzand an de aandere kaante van de bos.
Jan Krans is geboren op 1 januari 1917 en is overleden op 18 april 1994. Hij ligt begraven op Zorgvlied op de hof van de kapel van Obadja. 

Posted in Ansichtkoate, De aandere kaante van de bos, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoaltie 47 is op deselde stee neer eset

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 30 juli 2012 én vervolgens in het Dagblad van het Noorden van 1 augustus 2012 verscheen ongeveer hetzelfde volgende mini-berichtje.

ZORGVLIED – Grenspaal op nieuwe plaats
De gerestaureerde grenspaal is herplaatst op de oude landweer bij de Willingehoek van camping Groot Bartje in Zorgvlied. De grenspaal is onder het puin vandaan gehaald. Henk Schurer doopte op de historische grens tussen Elsloo en Zorgvlied de paal met water uit de Linde. De vinder van de paal, Hans Salverda, werd als voogd van de paal benoemd. Met het vinden van de paal wordt de historische grens tussen Friesland en Drenthe zo langzamerhand weer zichtbaar.

In het Dagblad van het Noorden van 1 augustus 2012 verscheen het nagenoeg zelfde volgende mini-bericht.

ZORGVLIED – Historische grenspaal tussen Drenthe en Friesland
De gerestaureerde paal die de historische grens markeert tussen Friesland en Drenthe, is op de oude landweer bij de Willingehoek in Zorgvlied herplaatst. Op de historische grens tussen Elsloo en Zorgvlied werd de paal gedoopt met water uit de Linde. Vinder Hans Salverda werd als voogd van de paal benoemd. Door de herplaatsing van de paal wordt de historische grens tussen Friesland en Drenthe langzaam weer zichtbaar.

Aantekeningen van de redactie van ut Dievers Archief
De schrijver van de veel op elkaar lijkende mini-berichten gebruikt de term ‘historische grens’, echter om de ligging van deze grens is in het verleden nooit enige strijd geweest, in feite gaat het om een greinspoaltie op de kunstmatige scheidingslijn tussen twee bestuurlijke eenheden, te weten de provincie Fryslân en de provincie Drente.
Greinspoalties worden in elk geval geplaatst op het punt waar de grens een knik maakt, zo ook de greinspoalties tussen de provincies Fryslân en de provincie Drente in de gemiente Deever. Van oudsher moet bij het ene greinspoaltie het volgende greinspoaltie zijn te zien.
Het artikel geeft niet aan om welk grenspoaltie het gaat, maar het is waarschijnlijk dat het hier om greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46) gaat.

De heer Harry ten Veen reageerde op 9 april 2019 als volgt.
Goedemiddag.
Ik kijk weleens op de site vanwege de grenspalen.
Dat is mijn grootste interesse.
Bij de herplaatsing van deze grenspaal was ik aanwezig.
Ik heb ook veel foto’s.
Het nummer van de grenspaal is 47.
Dat is absoluut juist.
Het filmpje dat te vinden is op http://www.gemeentediever.nl/dorpen/zorgvlied/index.html (even naar beneden scrollen) is trouwens van mij.
Groet, Harry ten Veen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief van 9 april 2019
De redactie is de heer Harry ten Veen bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
De redactie heeft in de titel van het bericht het romeinse nummer XLVI (nummer 46) gewijzigd in het romeinse nummer XLVII (nummer 47).
De redactie verwijst ook naar het bericht Paal maakt oude grens zichtbaar in de digitale krant Nieuwe Ooststellingwerver.
De redactie is wel op zoek naar een oude kaart waar op de grens tussen de provincie Drenthe en de provincie Friesland alle greinspoalties met hun nummer staan ingetekend.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart van Villa Nova op Zorgvlied

Van het pension Villa Nova van de familie Jan Krans op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) zijn na de Tweede Wereldoorlog in het tijdperk van de zwart-wit foto enige mooie ansichtkaarten uitgegeven, waaronder de bijgaande.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van hotel-restaurant Villa Nova op woensdag 6 november 2019 gemaakt.

Posted in Ansichtkoate, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment