Search Results for: ben van erp

Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 28 januari 2015 van Ben van Erp het volgende korte maar zeer gewaardeerde bericht over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in die tijd daar ook gezeten. Ik geloof in de barak met de naam Klondike. Ik weet nog wel dat het de derde barak was, gerekend vanaf de hoofdbarak waar ook de douches waren en waar je je wasgoed kon halen en brengen. En één keer per week -geloof ik- kon je daar ook snoep kopen van je zakgeld. Ik geloof dat het zakgeld iets van 25 cent of zo was. En in die tijd is ook het sportzaalcomplex met het toneelpodium gebouwd. Herkennen jullie dit ook ?

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Elk somerhüsie hef sien eig’n bièrputte

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 16 januari 1953 het volgende artikel over de voorgenomen bouw van het vakantiecentrum Ellert en Brammert. 

Friese firma wil in Dieverse bossen een vakantiecentrum
Ellert en Brammert op papier reeds klaar

Diever krijgt nu waarschijnlijk ook zijn vakantiekamp. Een firma uit Bolsward kocht namelijk ten noordwesten van het dorp, vlak bij de grote weg langs de Drentse Hoofdvaart, 10 hectare bos, waar ze in overleg met de Kampeerraad te Amersfoort, de planologische dienst van de provincie Drenthe en de V.V.V. te Diever een bungalowcentrum wil stichten. Men hoopt het complex naaldbos in de loop der jaren te bebouwen met een veertig- à vijftigtal zomerhuisjes, die gedurende het vakantieseizoen aan gezinnen en andere particulieren kunnen worden verhuurd.
Het plan, dat de volle instemming van de diverse autoriteiten heeft, is weloverwogen opgezet. De huisjes (bungalows) zullen een gemeenschap vormen, zonder dat de één de ander hindert. Het terrein is hiervoor buitengewoon geschikt. Deze zomer hoopt men reeds een tiental bungalows gereed te hebben. Ook wordt een centraal kamphuis gesticht, dat vermoedelijk op de verdieping slaapgelegenheid zal bieden aan trekkers en clubs, die enkel komen overnachten. Tevens kan men hier inkopen doen, betreffende noodzakelijke voorzieningen en dergelijke en eventueel consumpties (géén sterke drank) gebruiken. Bij regenachtig weer en ’s avonds kan men hier gezelligheid zoeken.
Op het terrein is, ver van de bungalows verwijderd, zodat men geen hinder van elkaar heeft, tevens een terrein beschikbaar voor kamperen, terwijl er ook een afzonderlijke plaats is voor kampeerwagens. Alle vormen van vakantiedoorbrenging hebben hier dus een kans. Over de kampeertenten en de caravans (kampeerwagens) is het niet nodig te schrijven. Alleen dit: de daarvoor bestemde plaatsen lijken ons heel geschikt, geprojecteerd als ze zijn aan de rand van het terrein, beschut als ze zijn door naaldbomen en bremstruiken en bereikbaar via een aparte ingang.

Ideale bungalows
Over de door de firma zelf te bouwen bungalows willen we graag nog iets zeggen. Ze zijn op voortreffelijke manier ontworpen door architect J. Grunstra te Bolsward. Zij, die wel eens met een gezin hebben gekampeerd in een te kleine wagen of in een veel te bekrompen houten zomerhuisje, zullen aangenaam verrast zijn te horen, dat deze bungalows voldoende ruimte bieden om er gezellig in te verkeren. Ieder gebouwtje is van steen opgetrokken, terwijl het dak met rode pannen is gedekt. Elke bungalow heeft een zitkamer-keuken met aanrecht, twee slaapkamers met openslaande ramen en een eigen w.c. (met een beerput). Verder is alle meubilair aanwezig. De bedden zijn zelfs voorzien van springveren matrassen, terwijl er butagas is om op te koken (eventueel ook voor verlichting). Zelfs keukengerei en dergelijke ontbreekt niet. Het enige waarvoor de bewoners hebben te zorgen is voor lakens, slopen en dekens. Voor gezinnen zijn deze huisjes dan ook werkelijk ideaal.
Architect Gunstra is er in geslaagd het praktische voordeel en de doelmatigheid voor de volle honderd procent het zijne te geven en daarbij, zoals wij het van deze bouwkundige verwachten, een esthetisch volkomen verantwoord geheel te verkrijgen.

Pracht omgeving
Het bungalowcentrum, dat de familie Lammertsma de naam Ellert en Brammert heeft gegeven, is buitengewoon gunstig gelegen. Zowel het beroemde hunnebed als de krentenbossen, die zelfs vele buitenlandse toeristen trekken, zijn in de onmiddellijke nabijheid. Zowel te Diever als te Dwingeloo, beide op een afstand van vijf minuten fietsen of een half uur wandelen, bevindt zich een openluchtbad.
Een groot voordeel is ook dat het bungalowcentrum Ellert en Brammert vlak aan de hoofdweg, en toch daarbuiten, is gelegen. Een ongeveer honderd meter lange zandweg brengt de bezoeker vanaf de weg langs de Drentse Hoofdvaart ineens in deze geheel andere wereld. De D.A.B.O., de buslijn Assen – Meppel v.v., zal er een stopplaats projecteren. Men kan Ellert en Brammert dus gemakkelijk bereiken.
Buitengewoon goed leent de omgeving zich ook voor het maken van fietstochtjes. De bossen die Ellert en Brammert omsluiten, zijn eigendom van Berkenheuvel en men vindt er geen Verboden toegang-bordjes, maar wel paddestoelen die de richting wijzen, waarin de fietspaden gaan. Eigenlijk vormen deze uitgestrekte bossen met die van Appelscha (dat ruim 10 kilometer van Diever verwijderd ligt) één complex, waarvan Appelscha de noordelijke en Diever de zuidelijke uitloper is. In het midden vindt men dan het meer open, maar door talrijke fietspaden doorsneden, Dieverveld. Heide, zandverstuivingen, dichte en lichtere bebossing wisselen elkaar hier af.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bij de redactie zijn meer dan 80 verschillende ansichtkaarten van het vakantiecentrum Ellert en Brammert bekend. Waaronder ansichtkaarten van het kampeerterrein van Ellert en Brammert. De bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in 1962 uitgegeven en was te koop in het centrale kamphuis van het vakantiecentrum.


Posted in Ansigtkoate, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Was de Heezebaarg un Germaanse offerplèèse ?

In de krant Limburger Koerier verscheen op 2 augustus 1924 het navolgende artikel over de oorsprong van de ‘Hees’.

De Hees in Limburg en elders
Een lezer van de Limburgse Koerier maakt ons aangaande onze rubriek over historie en streekbeschrijving van Limburg, erop attent, dat er zoveel buurten en plekken in ons gewest liggen, waarin de naam Hees betrokken is. Tegelijk stelt hij de vraag, waarvan die naam zoo’n algemeen geografische beteekenis heeft gekregen.
Wij menen dezen geachten lezer er op te moeten wijzen dat, voorzoover wij kunnen nagaan, de benaming Hees niet zóó algemeen in onze provincie voorkomt. Wij kennen een ‘de Hees’ in de buurt van Sevenum, dat wil zeggen een ‘Voorste Hees’ en een ‘Achterste Hees’, een ‘de Hees’ voorbij ’t dorp Neeritter, maar op Belgisch-Kempensch grondgebied en een ‘Heesberg’, ook in de omgeving van Sevenum. Nu is ’t mogelijk, dat er hier of daar nog perceelen akkergrond liggen, die gezamenlijk ‘de Hees’ heeten.
We zullen er onze meening over zeggen.
Het is niet onmogelijk, dat Hees en Heesberg (oudtijds toch Hesenberg, die ook in de buurt van Nijmegen voorkomt) hun naam ontleenen aan de Hessen, een van de eerste volkeren onzer streken. Maar aangezien in Groningen een dorp Nuis gelegen is, waarbij voorheen een groot bos lag, dat ook een Hessenberg had, zouden we hier ook kunnen denken aan ‘Essenberg’, omdat er een zoo groote massa esch-boomen in dit oerwoud en op die heuvels gevonden werden.
Ook te verdedigen is ’t, dat de Heselpoort en de Heselstraat te Nijmegen, die in de oude historie Heselerpoort enzovoort heetten, dus poort en straat van Hees, kunnen doen denken aan de afgod ‘Hees’, welke de Franschen en Duitschers in den tijd der heidenen met groot ontzag en diepen eerbied vereerden. Zelf brachten deze volkeren in die tijd offers op ’t Heesaltaar, dat gelegen was in hunne geheiligde afgoden-wand, toen deze ongelukkige en onchristelijke menschen hunne goden nog niet in kerken, maar in de bosschen aanbaden.
Althans in de oudste boeken (uit de eerste eeuw na Christus) vindt men Lucan lib 1.:
Et quibus immitis placatur sanguine diro Theutates, horrensque feris altaribus Haesus.
En ook in de boeken van Lactantius staat geschreven:
Galli Haesum atque Theutatem humano cruore placabant.
Zeker, er zijn onder de benamingen met ‘Hees’ zeer oude plaatsen. Denken we maar eens aan deze buurtnaam in Utrecht, die reeds in de 8e eeuw wordt vermeld, terwijl ook de dorpen, gehuchten en buurten: Hees bij Eersel, Hees bij Didam, Hees bij Raalte, Hees bij Nijmegen, zeer oud zijn.
Heeselt in Gelderland van Hesola komt reeds in oorkonden van ’t jaar 850 voor.
Verder doen aan een der voornoemde afleidingen nog denken de plaatsen: Heesakker, Heesbeen (id.); Heesboom; Heesch, Heesche Boven, Heesche weg, Heeseind, Heeze, Heezebosch, Heezerhut, alle in Noord Brabant en Heeskamp, Heezeberg, Heesenberg in Gelderland, Hesselte, Hesselingen, Hessen, Hessum, Hessevoort in Overijssel, evenals nog de buurten Hezelaar in Noord-Brabant.
Ten slotte geven wij nog de meening van de geleerde Förstemann, die ons leert, dat ‘hees’ is ontstaan uit hais, van ’t ma, lat ‘heisa’ met de beteekenis van boschwoud en moerassig bos, wat dus in nauw verband staat met de eerstgenoemde gegeven.
Wij vertrouwen den vriendelijken lezer van de Limburger Koerier, den Heer Gr., hiermede voldoende te hebben ingelicht. Nog meer uitleg zou te veel plaatsruimte innemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het boek ‘Pharsalia’ van de Romeinse schrijver Marcus Annaeus Lucanus (geboren op 3 november 39 AD – overleden op 30 april 65 AD) komt de volgende zin voor: ‘Et quibus immitis placatur sanguine diro Theutates, horrensque feris altaribus Haesus.’ Wat ongeveer zoveel betekent als: ‘En die meedogenloos mensenbloed offeren aan Toetatis, waar het afschuwelijke altaar van Hees staat.
In het eerste deel van het boek ‘Opera omnio’ van de Romeinse schrijver Lucius Caecilius Firmianus Lactantius (geboren in ongeveer het jaar 250 – overleden in ongeveer het jaar 320) komt de volgende zin voor: ‘Galli Haesum atque Theutatem humano cruore placabant’. Wat ongeveer zoveel betekent als: ‘Galliërs offeren menselijk bloed aan Hees en Toetatis.’
Zou het zo kunnen zijn geweest dat de Heezebaarg bij de Heezenesch in Deever een offerplaats van een Germaanse stam is geweest ? En dat deze offerplaats met inbegrip van een afgoden-wand hopelijk ergens onder een verstoven zandduin bewaard is gebleven ? Dan zou het best eens zo kunnen zijn dat de weledelgestrenge heer professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen onder zijn door hem zo geliefde zomerhuisje ‘de Keet’ op de Heezebaarg een schat aan mooie oudheden had kunnen vinden.
Maar niets hoeft de oudheidkundig onderlegde spitterties van de heemkundige vereniging uut Deever en het zo genoemde Oermuseum in het Schultehuus an de Brink van Deever en mogelijk andere spitkrachten uut Deever in de weg te staan om in groten getale de schop in de hand te nemen en systematisch wat zandduinen bij de Heezebaarg volgens de Van-Giffen-Methode af te graven en hopelijk zo die mooie schat aan oudheden te vinden. En niet vergeten in het zandduin onder het nieuwe vakantiehuis (de vervanger van ‘de Keet’) op de Heezebaarg gangen te graven.
De zwart-wit ansichtkaart van de Heezeweg bij de Heezebaarg is gemaakt in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Abracadabra-842

Abracadabra-1289

 

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansigtkoate, Heezerbaarg, Heezeresch, Oudheidkunde | Leave a comment

Bee de waèterpompe van de legere skoele

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is opgenomen als afbeelding 50 een foto van kinderen bij de waterpomp op het schoolplein van de openbare lagere school an de Heufdstroate in Deever. In de tekst bij de afgebeelde foto is enige aandacht aan de woning van de gemeenteveldwachter en de gemeenteveldwachter. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen.

50 – Diever – Bij de pomp van de Openbare Lagere School – 1927
Deze foto is genomen bij de pomp voor de openbare lagere school aan de Hoofdstraat.
In die tijd waren er nog niet veel automobielen. Als de kinderen een auto uit de richting van het gemeentehuis hoorden komen, dan gingen ze allemaal bij het hek staan. En wat werd het dan jammer gevonden als de auto in de richting van Wateren ging.
In de links zichtbare gemeentewoning, Diever 143, woonden in 1927 Johannes Gerardus Ekkelboom, zijn vrouw Maike Holtrop en hun kinderen Antje en Siert. Johannes Ekkelboom werd met ingang van 1 maart 1902 in Diever aangesteld als gemeenteveldwachter, tevens onbezoldigd rijksveldwachter.
Dat er toen nog geen collectieve arbeidsovereenkomst voor gemeenteveldwachters was, blijkt wel uit de brief die Johannes Ekkelboom op 22 januari 1905 aan de gemeenteraad stuurde. Daarin verzocht hij zijn traktement een weinig te verhogen, omdat hij naar hij vermeende steeds met ijver en nauwgezetheid zijn plicht had volbracht en omdat de veldwachter van andere gemeenten overal meer traktement dan hij genoot en deze vooral de laatste tijd was verhoogd.
Dat niet iedereen overtuigd was van de plichtbetrachting van de veldwachter is op te maken uit een roddelbrief die in 1918 aan de burgemeester werd verstuurd. De schrijver van het epistel vond dat de veldwachter te veel in de kroeg van Griet Merk zat en te weinig in bos en op veld en akker kwam en dat daardoor werd gestroopt en gestolen en ook illegaal varkens werden geslacht.
De fraaie gemeentewoning is tot 1 juni 1997 bewoond geweest. Helaas zal dit pand worden gesloopt. Aan wijlen Hendrik Berends, de laatste bewoner van het pand, werd het hier zichtbare typische ronde raam toegezegd.
Bij deze foto uit het familieblad Het Noorden in Woord en Beeld, stond het volgende rijmpje:
Zoo’n dag in het dorp op het plein, is waarlijk toch wel fijn, en het water is zoo nat, zij nemen ’t bij hun pompje, in hunne hand of klompje, en drinken zich er zat, ja graag zou elk der guiten, den ander frisch bespuiten, maar ….. meester is op het pad.
In 1927 was Gerrit de Nes de hoofdmeester van deze school.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In Deever waren twee lagere scholen. Tot ver in de jaren zestig van de vorige eeuw werd de Openbare Lagere School gewoon de ‘legere skoele’ genoemd en werd de Gereformeerde Lagere School de ‘griffemièrde skoele’ genoemd.
De hier afgebeelde zwart-wit foto is gemaakt bij de openbare lagere school an de Heufdstroate in Deever. De kinderen staan ongeveer op de plek waar de openbare bibliotheek bij het Dingspilhuus an de Heufdstroate in Deever heeft gestaan. De redactie verwijst daartoe naar de twee bijgevoegde kleurenfoto’s van deze bibliotheek. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers weet wie deze foto’s heeft gemaakt en wanneer deze foto’s zijn gemaakt. De redactie wil deze gegevens uiteraard graag bij de twee kleurenfoto’s vermelden.
De tekst bij de zwart-wit foto is niet juist. Johannes Gerardus Ekkelboom is Johannes Ekkelboom. Maike Holtrop overleed op 20 januari 1926 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Johannes Ekkelboom hertrouwde op 26 februari 1927 met Anna Cornelia Vierkant. Hij scheidde van haar op 11 oktober 1927. Hij hertrouwde op 60-jarige leeftijd op 23 juni 1928 in Diever met de 18-jarige Catharina Oosterhof. Johannes Ekkelboom is geboren op 13 april 1868 in Oldemarkt en is overleden op 19 december 1939 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Sjoert Benthem nam het café-logement an de Deeverbrogge in 1906 over van zijn vader. Sjoert Benthem overleed in 1915. Zijn vrouw Griet Merk heeft het café tot 1 mei 1921 voortgezet. Toen werd haar vergunning ingetrokken wegens het niet betalen van het vergunningsrecht.
Bijgaande afbeelding is voor het eerst gepubliceerd in het geïllustreerde weekblad ‘Het Noorden in woord en beeld’, jaargang 3, 1927-1928, nummer 31, 28 oktober 1927.
Bijgaande afbeelding is in nogal bijgeknipte vorm opgenomen op bladzijde 463 van het papieren Magnum Opus van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Legere skoele in Deever | Leave a comment

Villa Olde Legerplaèse op Zorgvliet in 1895

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 6 een afbeelding van in 1904 verstuurde zwart-wit ansichtkaart van een in 1895 gemaakte foto van de in Deever geboren fotograaf Hans Kuiper uit Noordwolde opgenomen. Bij de afbeelding is  de volgende tekst over het verleden van Huize Zorgvlied van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt en villa Castra Vetera van Lodewijk Guillaume Verwer opgenomen.

Zorgvlied – Villa Castra Vetera – 1895
Het huis met de achttien kamers werd in opdracht van Jacobus Fransiscus de Ruijter de Wildt, nazaat van admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruijter, gebouwd en in 1862 voltooid. De villa werd door zijn indrukwekkende afmetingen ook wel het Kasteel genoemd. Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt stierf hier op 25 november 1870.
In 1885 werd de villa bewoond door mr. Lodewijk Guillaume Verwer, zijn vrouw Johanna Cornelia Ludovica van
Wensen en hun kinderen Cecilia Johanna, Idse Johannes, Johanna Josephina Maria, Elisa Julia en Louisa Ysbranda Maria.
De vrome familie Verwer had blijkbaar heel goede contacten in de rooms-katholieke kerk, want op een audiëntie van Zijne Doorluchtige Hoogheid den Aartsbisschop van Utrecht bij Zijne Heiligheid Paus Leo XIII op 30 mei 1880 heeft Zijne Heiligheid welwillend toegestaan, dat alle dienstbaren -op welke wijze dan ook- van de familie Verwer in de huiskapel van Huize Zorgvlied hun zondagsplicht konden vervullen, behalve op de groote feestdagen, dan moesten zij naar hun eigen parochiekerk in Steenwijkerwold.
Het aardige is dat in dit verslag sprake is van de naam Huize Zorgvlied en niet van de Latijnse naam Castra Vetera, dat Oude Legerplaats betekent. Het dorpje dankt zijn naam aan Huize Zorgvlied.
Ouderen herinneren zich nog dat het plafond van de kamers op de begane grond waren voorzien van mooi stucwerk en fraaie decoraties. Deze waren geschilderd door de in Diever geboren decoratieschilder Hans Kuiper. Later legde deze zich ook toe op fotograferen. Op 27 november 1895 stond in de Leeuwarder Courant dat bij Hans Kuiper te Noordwolde een map met 24 foto’s van Zorgvlied was verschenen. Dit is één van de foto’s uit die serie.
Op de openbare verkoping van het landgoed Castra Vetera op 29 maart 1938 in café De Harmonie op Zorgvlied werd het herenhuis, met erf, tuin en 1.27.75 ha grond bij palmslag voor 2060 gulden verkocht, waarna het werd afgebroken.
Op Zorgvlied is materiaal van dit huis hergebruikt. Zo is in de bovenramen van de achterslaapkamer van het Amsterdamse Huis uit de villa afkomstig gekleurd-glas-in-lood aangebracht. In boerenschuren zijn de oude bakstenen verwerkt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Van de betreffende bladzijde uit het boekwerkje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht een afbeelding opgenomen.

In de eerste regel van de tekst bij afbeelding 6 zit een foutje, Fransiscus moet zijn Franciscus.
De makers van het in 2020 verschenen boekwerkje ‘Uit de geschiedenis van Wateren, Zorgvlied en Oude Willem’  hebben de hier afgebeelde foto van Hans Kuiper helaas niet in hun onvolprezen geschiedkundige boekwerkje opgenomen. Hoe oud en geschiedkundig waardevol moet een oude foto eigenlijk zijn, om het waard te zijn getoond te worden in een plaatselijk geschiedkundig boekwerkje ?
Op het hier afgebeelde detail van een topografische kaart uit 1934 is met een rode pijl de plaats van villa Castra Vetera op Zorgvlied aangegeven. Het was op Zorgvlied bekend dat de bewoners van villa Castra Vetera vanuit de keuken van de villa recht een laan in konden kijken, die laan heeft daarom de naam Keukenlaan gekregen.
In het op vrijdag 9 juli 2021 uitgegeven Magnus Opus Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever is in het hoofdstuk Zorgvlied op bladzijde 201 een afbeelding van een exemplaar van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart opgenomen.

Posted in Ansigtkoate, Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Diever, ie bint 't wel ..., Hans Kuiper, Huize Zorgvliet, Verdwenen object | Leave a comment

Brandwièrpost Deever is weg ekrömp’m

In de webstee gemeentewesterveld.nl van de gemeente Westenveld is op 10 september 2013 het navolgende bericht over de sluiting van de brandweerpost Diever geplaatst.

Het college van Burgemeester en Wethouders van Westerveld stelt aan de gemeenteraad voor, de brandweerzorg per 1 januari 2014 vanuit de posten in Havelte, Vledder en Dwingelo te organiseren. Dat betekent dat het college voornemens is om de post in Deever te sluiten.
Burgemeester Jager: “Het college beseft dat dit voorgenomen besluit een enorme impact heeft op de vrijwilligers van de post. Het uitoefenen van het brandweervak is niet zomaar een hobby. Het is een passie waarvoor deze mensen zich enorm inzetten. Daarom heb ik namens het college maandagavond 9 september eerst de vrijwilligers van de te sluiten post op de hoogte gebracht”.
Door de brandweerzorg vanaf 2014 vanuit drie in plaats van vier posten te organiseren kan de gemeente Westerveld een structurele bezuiniging realiseren. In een eerdere bezuinigingsronde in 2010 bleef de brandweer grotendeels buiten schot, maar bij behandeling van de tweede bestuursrapportage 2012 besloot de gemeenteraad een taakstellende bezuiniging op te nemen en werd de bijdrage van Westerveld aan brandweer Zuidwest Drenthe met € 250.000 naar beneden bijgesteld. Ook is binnen de regio een regionale taakstelling opgenomen van twee keer 5%. Het afgelopen jaar heeft het college van Westerveld verschillende mogelijkheden onderzocht om de taakstellende bezuiniging te realiseren. Hieruit blijkt dat het organiseren van de brandweer in Westerveld vanuit drie posten mogelijk is.
Met de organisatie van de brandweerzorg vanuit de posten in Havelte, Dwingelo en Vledder blijft het grotendeels mogelijk om binnen vijftien minuten na alarmering bij een incident te zijn. Voor de huizen en bedrijven buiten deze aanrijtijd neemt de gemeente in samenwerking met de Veiligheidsregio aanvullende maatregelen, zoals het plaatsen van rookmelders en het geven van voorlichting aan bewoners en gebruikers. Het college stelt aan de gemeenteraad voor, in totaal € 40.000,- beschikbaar te stellen voor het opstellen en uitvoeren van deze preventieve maatregelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Moeten de Deeverse Dorpskrachten, die zich vrijwillig voor incidentbestrijding (brandweerzorg is een verkeerd Nederlands woord, dat gelukkig steeds minder wordt gebruikt) inzetten, zich straks thuis in hun brandweerpak hijsen, om zich vervolgens in eigen vervoer, per tweewieler of per vierwieler naar een plaatselijke brand te spoeden of worden ze op 1 januari 2014 bedankt voor bewezen vrijwillig verleende diensten ?
Weer een vet signaal van krimp in de gemiente Deever !
Is het de bedoeling dat de brandweerpost van Deever, zie de foto, wordt afgebroken ?
Of kan het verhuurd worden als clublokaal aan de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, dat wil zeggen de plaatselijke heemkundige vereniging ?
En wat gaat met het materieel gebeuren ? Wellicht zal dit verkocht worden en zullen van het geld incidentdetectiesystemen worden gekocht voor de huizen in bijvoorbeeld Zorgvlied, Wateren, Olde Willem, Wittelte en ’t Moer ?
Wellicht kan het brandweerembleem boven de linker garagedeur worden geschonken aan de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, dat wil zeggen de plaatselijke heemkundige vereniging.

Posted in Braandwièr, Deever, Dorpskracht, Krimpsignaal | Leave a comment

Van Daalen in Bennekom en in Deever

In de Kostersteen, het orgaan van de Vereniging Oud-Bennekom, verscheen in nr. 58 van november 1996 het navolgende artikel ‘Van Daalen in Bennekom en Diever’. Het bestuur van deze historische vereniging was zo welwillend toestemming te geven voor publicatie van dit artikel in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is het bestuur van de Vereniging Oud-Bennekom bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Het artikel draagt bij aan de geschiedschrijving over het landgoed Berkenheuvel. Het publiceren  van oude jaargangen van haar verenigingsorgaan in digitale vorm op haar webstee is een bijzonder goed initiatief van deze historische vereniging. Dat zou de heemkundige vereniging uut Deever ook ernstig in overweging moeten nemen. Wellicht een onderwerpje voor een aanstaande jaarvergadering ?

Aanleiding
Tijdens een recent bezoek aan het landgoed Berkenheuvel in de gemeente Diever (Dr), eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, vertelde de beheerder mij dat het bezit in 1970 was verkregen door aankoop van de familie Van Daalen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Wie waren die Van Daalens en wat had hen tot de verwerving van ruim 1000 ha in midden Drenthe gebracht ?

Familiebeschrijving
Er bestaat een genealogie van de familie Van Daalen. die in 1925 geschreven is door de gepensioneerd generaal-majoor E.A.F. Blokhuis.  Uit deze publikatie ontleen ik het volgende.
De Van Daalens zijn afkomstig uit Brakel in de Bommelerwaard. De voor dit verhaal van belang zijnde tak van de familie is via Harderwijk in Wageningen en Bennekom terecht gekomen.

Herrnannus B. van Daalen (1782-1850)
Geboren te Harderwijk vestigde hij zich vóór l811 in Wageningen. Hij werkte daar als advocaat, notaris, stadssecretaris en houthandelaar. Hij was maatschappelijk zeer actief en genoot het nodige aanzien. Alleen de huidige Wageningse houthandelaar Daniëls heeft nog slechte herinneringen aan de man. In zijn familie is bekend dat zijn betovergrootvader in 1811-midden in de Franse Tijd- uit Wageningen moest vluchten, omdat Van Daalen hem van anti-Franse uitlatingen had beschuldigd. Hernannus van Daalen had vijftien kinderen uit drie huwelijken. Voor dit verhaal is zijn zoon Albertus van belang.

Albertus van Daalen (l8l2-1864)
Hij werd opgeleid voor de militaire dienst en trok in 1830 als achttienjarige cadet op tegen de Belgische opstandelingen. Te velde werd hij tot officier bevorderd. In 1842 nam hij ontslag uit het leger en vestigde zich in Bennekom, waar hij werkzaam was als Rijksontvanger. Hij werd lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland en bevorderde de verbetering van de afwatering in de Gelderse Vallei. Bij de watersnoden van 1855 en l86l begeleidde hij Koning Willem III in het rampgebied en ontving hem in zijn huis te Bennekom. Dat huis Dorpzicht had hij in 1853 laten bouwen aan de weg naar Wageningen op de plaats waar nu het Bart van Elstplantsoen is.
Albert is twee maal getrouwd geweest. In beide gevallen met een gezuster Cau uit Zierikzee. De Cau’s waren een zeer gegoede familie, die veel hebben bijgedragen aan de welstand van de Van Daalens.
Albert bemoeide zich met allerlei bestuurlijke aangelegenheden in Bennekom, zoals de verkoop van de onontgonnen domeinen ten oosten van het dorp. Hij kreeg acht kinderen, waarvan alleen de jongste, Albertus Christiaan volwassen werd.

Albertus Christiaan van Daalen (1853-1939)
A.C. van Daalen studeerde rechten in Leiden, promoveerde in 1880 en vestigde zich in Arnhem. Daar was hij secretaris van de Militieraad en een ijveraar voor de bevordering van het toerisme naar Arnhem en omgeving.
Zo richtte hij de VVV in Arnhem op en nam het initiatief tot de aanleg van de weg Roozendaal-Beekhuizen-Heuven (langs de Posbank).
Albertus C. van Daalen trouwde in 1890 met Albertina Johanna Sichterman uit Groningen. Het echtpaar ging in zijn ouderlijk huis Dorpzicht wonen.
Uit het huwelijk werden vijf kinderen geboren, te weten: Albert Christiaan (189l), Antoinette (1893), Josephina Hermanna Johanna (1894). Christina Albertina (1896) en Mello (1897).
Josephina trouwde in l913 met Paul Carel Louis Doorman. Hun zoon Albert Christiaan werd in 1918 geboren en woont in Diever.

De familie Sichterman is verbonden met het gelijknamige patriciërshuis aan de Ossemarkt in Groningen. De voorvaderen van Albertina Johanna kwamen in de zeventiende eeuw als militairen naar Groningen. In 1716 moest Jan Albert Sichterman vluchten als gevolg van een duel met dodelijke afloop voor zijn tegenstander. Hij vertrok op een schip van de VOC naar Indië, waar hij carrière maakte onder andere als Directeur van Bengalen. In 1744 voer hij thuis als admiraal van de jaarlijkse retourvloot.
In Indië had hij een groot fortuin vergaard en een indrukwekkende inboedel verzameld. Bij zijn thuiskomst liet hij het Sichtermanhuis aan de Ossemarkt bouwen, dat in die tijd een ware bezienswaardigheid was in de stad en dat nog steeds een belangrijk monument in Groningen is.
Door de vorstelijke staat die hij voerde, werd Jan Albert wel ‘de Koning van Groningen’ genoemd. Of het ruimhartige beheer van zijn vermogen bij zijn overlijden in 1764 tot rijke erfgenamen geleid heeft, valt te betwijfelen.

Mr. A.C. van Daalen moet -als enig erfgenaam- bij zijn huwelijk in l890 een gefortuneerd man geweest zijn met veel maatschappelijke invloed en relaties. Hij was vele jaren Dijkgraaf van het polderdistrict Wageningen en Bennekom en voorzitter van de collegiën der Exonereerende Landen (de gezamenlijke waterschappen in de Gelderse vallei), die de Grebbedijk en de waterlossing via de ‘Rode Haan’ bij Veenendaal onderhielden.
Zijn welstand blijkt uit de aankoop in 1890 van Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemeente Diever. De aankoop en ontginning van de Drentse markegronden (grond in gemeenschappelijk bezit van de bewoners) was omstreeks 1850 begonnen door Friese ondernemers.
De laatste van deze ontginners, mr. A.J. Hoekwater, verkocht Berkenheuvel aan Van Daalen. Volgens zijn kleinzoon, A.C. Doorman, die nu nog op een deel van het oorspronkelijk landgoed woont,  kocht Van Daalen het vooral voor de jacht, waarvan hij een groot liefhebber was.
Onder invloed van zijn vrouw, die tegen de jacht was, ging hij zich steeds meer op het beheer. de uitbreiding, ontginning en bebossing van het gebied richten. Ln 1925 was Berkenheuvel uitgebreid tot 1300 ha en waren er een tiental woningen op gebouwd.

Van Daalen voerde het beheer samen met een Dieverse bosbaas en bezocht zijn bezittingen regelmatig. Rond 1900 reisde hij met de trein van Ede naar Nijkerk om daar over te stappen naar Meppel. Daar werd hij per rijtuig opgehaald om de laatste twintig kilometer naar Diever af te leggen. Later kwam er een stoomtram. maar dan moest hij de laatste kilometers van Dieverbrug naar Berkenheuvel te voet afleggen. Volgens oude Dieversen waren er dan altijd wel jongens die een centje wilden verdienen met het dragen van zijn koffer. Van Daalen logeerde tijdens zijn verblijf in een bescheiden optrekje op het erf van de bosbaas. Later is het uitgebreid tot een chalet-achtig familiehuis.

Het spreekt vanzelf dat Van Daalen het landgoed op economische basis wilde exploiteren. Volgend Doorman vergde dit hoge investeringen, waar tegenover in de lange aanloopperiode slechts geringe opbrengsten stonden. In de jaren dertig is het zelfs gebeurd dat een deel van het Bennekomse bezit werd afgestoten om Berkenheuvel te kunnen financieren. Toch heeft Van Daalen veel bevrediging gevonden in zijn Drentse ontginning en hij liet anderen daarvan mee profiteren. Zo stelde hij ruimte beschikbaar voor studentenkampen, legde wegen aan en liet een zwembad voor de Dieverse bevolking maken.
Na het overlijden van A.C. van Daalen in 1939 heeft de familie de eigendommen in Bennekom verkocht. waaronder het huis Dorpzicht, Neder-Veluwe en de Hullenberg (met het koepeltje). De exploitatie van Berkenheuvel is voortgezet tot 1970, toen het in twee ongeveer gelijke delen verkocht werd aan Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Het gebied is een bezoek zeker waard. Het Handboek van Natuurmonumenten zegt er onder meer het volgende over: ‘Uitgestrekte oude grove dennenbossen op sterk geaccidenteerd stuifzand bepalen grotendeels het karakter van het terrein. Onder de licht doorlatende kronen hebben zich uitgebreide tapijten kraaiheide ontwikkeld, rijk aan mossen en korstmossen, plaatselijk met rode bosbes. Door deze altijd groene onderbegroeiing maakt het bos ook ’s winters een levendige indruk. Dit bostype wordt nergens in Nederland over een zo grote aaneengesloten oppervlakte aangetroffen’.

Ir. N.H.A. Greve

Literatuur
E. A. F. Blokhuis. Het Brakel-Harderwijksche geslacht Van Daalen.  1925, (niet in de handel).
Gerrit Breman. Alleen in het belang en ten behoeve van de gemeente Bennekom. De Kostersteen 54 (oktober 1995) en 55 (januari 1996).
Coevorder Courant, 8 januari 1993 (over Berkenheuvel).
Eigen Haard 51, l9 september 1925 (over Berkenheuvel).
C.A. Heitink. Ter dankbare herinnering aan Mr. A.C. van Daalen. De Kostersteen 22 (oktober l987).
De Kampioen (ANWB), 11 en 18 september 1925 (over Berkenheuvel).
Wiet Kuhne-van Diggelen, Jan Albert Sichterman, VOC-dienaar en ‘Koning’ van Groningen. Regio-project Groningen 1995. ISBN 90-5028-058-7.
A.C’. Zeven. Hermannus Bernardus van Daalen. Oud-Wageningen l5 (1987).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Albertus Christiaan van Daalen liet niet het zwembad ‘Dieverzand’ bouwen, de bevolking van Deever deed dat zelf in de Tweede Wereldoorlog. Zie de diverse artikelen in ut Deevers Archief over het zwembad Dieverzand.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Ik heb in de kaamp eseet’n van juni 1969 tot juni 1970

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 25 oktober 2015 bijgaande reactie van de heer Henk Kuiper uit Diemen over zijn verblijf in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Henk Kuipers is op zoek naar zijn oude kameraden.

Ik heb in het kamp gezeten van 1969 tot juni 1970. De jongens die reageren ken ik natuurlijk nog. Ik heb zelfs nog foto’s van Ben en Kor.
De barakken waren als volgt: 1. Alaska, 2. Peru, 3. Transvaal en de laatste was Klondike.
In Klondike zaten de oudere jongens, die langer op het kamp zaten. Die gingen ook naar school buiten het kamp.
Het is inderdaad zo dat je de eerste 40 jaar van je leven de boel geblokt hebt, maar naarmate je ouder wordt ga je toch steeds meer over de jongens nadenken.
Ik ben al een paar jaar op zoek naar de jongens waar ik heb beste mee om ging. Hyves en Facebook hebben wel een beetje geholpen, maar een heleboel jongens zijn nog verstopt.
Als u eventueel meer wilt weten mag u mij altijd mailen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie wil natuurlijk nog veel meer weten van het reilen en zeilen in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie wil ook graag de genoemde foto’s, compleet met namen publiceren. Henk Kuiper doelt op de jongens Ben van Erp en Kor. De lezer wordt gemakshalve verwezen naar het artikel Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ? en naar het artikel Ik heb ook nog een paar medailles van klei.

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Frits van den Boogaard zat in barak Transvaal

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 8 mei 2013 en 29 augustus 2017 korte reacties van Frits van den Boogaard uit Helmond, die ook verbleef in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie heeft beide reacties samengesteld tot het volgende bericht. Hij reageert op het bericht Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ?. Hij wil graag in contact treden met oude bekenden uit die tijd. Als een bezoeker van ut Deevers Archief zich Frits van den Boogaard herinnert, dan wordt deze persoon uitgenodigd te reageren op dit bericht. Oude bekenden van Frits van den Boogaard worden uitgenodigd foto’s van hun tijd in ‘de Eikenhorst’ naar de redactie te sturen voor opname in ut Deevers Archief.

Mijn naam is Frits van den Bogaard.
Ik woon in Helmond in Noord-Brabant.
Ik ben destijds via Jeugdzorg in jongenskamp ‘de Eikenhorst’ geplaatst.
Ik heb daar in 1958/1959 gezeten.
Ik heb daar in groep Transvaal gezeten.
In die tijd was mijn leidster Lenie de Win uit Noord-Brabant en mijn leider was de heer Hofman.
Mijn vraag aan de bezoekers van het Dievers Archief is: zijn er bij toeval nog foto’s uit die tijd bewaard gebleven ?
Het zou fijn zijn als deze hier getoond zouden worden.
Veel groetjes, Frits

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Geert Dekker gunk mit de liekwaèg’n ok hen Grönning

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 92 een afbeelding van het boerderijtje van Geert Dekker te zien. Onder de afgebeelde foto op bladzijde 92 en op bladzijde 93 staat de volgende tekst.

Woning van Geert Dekker
Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boerderijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner, Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet bij groot en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever? Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of “de Smorre” genoemd) en z’n oomzegger Geert Dekker,  zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om haar huisje kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij Koninklijk onderscheiden.
Landlopers, zwervers en dergelijke lieden werden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in l9l2 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelfs reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin op “’t Bultien”.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1963 overleed hij na een kort ziekbed in een verpleeghuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het te slopen.

Geert Dekker
Tallozen heeft hij uitgeluid
Weinigen hebben hem uitgeleid.

Aantekeningen van de redactie van Ut Deevers Archief
De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van het boerderijtje van Geert Dekker toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1 – Afbeelding van een foto van het boerderijtje van Geert Dekker an de Heufdstroate in Deever met bijbehorende tekst op de bladzijden 92 en 93 van het fotoboekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld.
Afbeelding 2
Woning van Geert Dekker, adres Heufdstroate 48 in Deever. De hier afgebeelde foto is gemaakt op 24 maart 1964, ruim een jaar na het overlijden van Geert Dekker. De naam van de maker van de hier afgebeelde foto is niet bekend. De hier afgebeelde foto (met kenmerk MZ10701070704) is aanwezig in de Collectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen.

Posted in Boerdereeje, Dorpsfiguur, Geert Dekker | Leave a comment

Ut boerdereegie van Henduk Grupp’m is offebraant

An de Heufdstroate in Deever op de hoek van het smalle straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand. Bij de brand kwamen een paard en drie varkens om het leven. De boom naast het boerderijtje zal ook wel zijn afgebrand. Het boerderijtje is niet weer opgebouwd. Op de plek van het boerderijtje is een grasveldje en zijn enige parkeerplaatsen voor auto’s ingericht, bovendien is het smalle straatje helaas verbreed.

Het brandweerrapport, dat ná 21 juni 1946 is opgesteld, vermeldt:
Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de brink van Deever of de braandkoele an de Peperstroate ?) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van de familie Hendrik Gruppen. De redactie wil bijzonder graag in contact komen met nazaten van Hendrik Gruppen. De redactie is op zoek naar foto’s van het boerderijtje van Hendrik Gruppen, die vóór 21 juni 1946 zijn gemaakt.

De hier afgebeelde foto uit 1937 toont verloren gegaan bijzonder erfgoed, te weten het boerderijtje van Hendrik Gruppen, de fraaie bestrating van veldkeitjes bij het boerderijtje en de omheinde kerkhof. Op de hier afgebeelde foto is een vervallen kerkgebouw met de omheinde hof van de kaarke – ook wel kaarketuun genoemd – en pas geplante armzalige uitziende boompjes. Op de hier afgebeelde foto is de brink van Deever niet te zien.

Op de hier afgebeelde foto is het pas gebouwde hotel-café Brinkzicht van de in de Tweede Wereldoorlog zeer berucht geworden N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma en zijn echtgenote Gezina Smit is nog net achter het kerkgebouw te zien.

De redactie vindt het volkomen terecht dat de hier getoonde afbeelding is opgenomen op bladzijde 439 van het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de huidige situatie toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1- De hier afgebeelde foto is op 19 februari 1937 gepubliceerd in het geïllustreerde tijdschrift ‘Het Noorden in Woord en Beeld’, jaargang 12, 1936-1937, nummer 49.

Posted in Boerdereeje, Braandkoele, Kaarke an de brink, Toor'n an de brink | Leave a comment

Un joar rond in ut kaamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

De heer Frans Bakkers stuurde op 2 januari 2022 zijn lange en gedetailleerde verhaal over zijn verblijf van een jaar in de periode augustus 1965 tot juli 1966 in jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe naar de redactie van ut Deevers Archief. Het is de eerste keer dat in ut Deevers Archief zo’n uitgebreid en gedetailleerd verhaal is opgenomen. De redactie is de heer Frans Bakkers bijzonder erkentelijk voor het mogen publiceren van zijn ‘boekje’.

Thuis
Zesde klas lagere school, een saaie tijd. Streng, geen vrijheid; terwijl je toch al twaalf jaar bent. De tandartsbus voor het schoolgebouw, elke dag dat hij aanwezig was moest je over de elektriciteitskabels stappen, die er voor zorgden dat er geboord kon worden. Volgens mij vooral door pas afgestudeerden. Gezien de status van mijn huidige tanden, met onder meer tien kronen, meen ik hierover mee te kunnen praten en zelfs een oordeel te kunnen vellen. Gymnastiek bestond uit het gooien met een tennisbal, de meester deed zelf mee en kon gruwelijk hard gooien. Nog steeds ben ik er van overtuigd dat hij deze les gebruikte om ons de oren te wassen. Het spel bestond er uit om met twee personen mensen af te gooien, degene die af waren gingen de gooiers helpen, enzovoort. Die meester tevens hoofdmeester had er dus een sadistisch genoegen in om iemand dat te laten voelen. Dat laten voelen paste hij ook bij het volgende toe. Als je iets had gedaan moest je op je knieën zitten en hij sloeg je dan onverwachts keihard van achteren tegen je oren, of de zijkant van je gezicht. Het was een grote kaarsrechte man met een streng uiterlijk. Hij was onberispelijk gekleed in een grijs pak. Hij articuleerde scherp en had een messcherpe scheiding in zijn eveneens grijze haar. De naam van de school: Sint Jozef.

Het is 1965, we woonden in een klein provinciedorpje, met in de buurt een “modern” winkelcentrum. De huizen noemde men Zweedse bungalows en stonden op ruime kavels met veel plantsoenen er omheen. Vaak afgescheiden door groene ijzeren buizen met betonnen paaltjes. De woningen waren huurhuizen en eigendom van Philips, zoals bijna alles in die tijd. Ze waren vooral klein, maar dat wende, en gehorig, dat wende nooit. Zeker niet als je net als ik sliep in de kamer die grensde aan het huis van de buren. Deze buren hadden een van de eerste stereo-installaties. Enkelsteens muren tussen twee huizen, de rest was van hout. In de zomer te warm, in de winter te koud. Tot mijn zesde jaar had ik ergens anders gewoond. Het was nog steeds wennen. Vader werkte bij Philips en moeder thuis. Mijn broer was vijf jaar jonger en dus niet direct speelkameraad. Weinig vrienden, weinig speelmogelijkheden, geen speelterrein en op het grasveld mocht je niet komen. Geen andere mogelijkheden in de buurt, alleen de smalle gangen tussen de huizen bij de achtertuinen en de rijk beplante plantsoenen.
Cowboy spelen met een zo echt mogelijk holster en idem revolver. Soms zelfs een hoed en een vestje met franjes. De tv gaf cowboyfilms en Ivanhoe, toen James Bond nog ridder was. Niet te vergeten Pipo de Clown en de Verrekijker, een soort jeugdjournaal, maar dan niet actueel. Verder was ik lid van de welpen op zaterdagmiddag, in korte manchesterbroek, prikkende groene trui, afgemaakt met lange wollen sokken en een groen petje. Langzaam opgeklommen tot gids van het grijze nest. Toch wel leuke middagen gehad onder leiding van de akela en haar helpsters.

Thuis was het zwaar, moeder was veel ziek en in ziekenhuizen. Weinig sfeer, gezelligheid en warmte. Geen genegenheid, wel ziekenbezoek en gezinsverzorgsters. ’s Morgens, ‘s middags en vroeg in de avond gezinsverzorgster. Geen moeder zelfs geen surrogaat moeder, soms waren ze leuk, maar meestal niet. Daarna naar het ziekenhuis achter op de brommer. Sfeerloze, witte, steriele, massale ziekenhuiszalen. Steeds maar weer, gedurende lange perioden in elk jaargetijde. Voor iedereen verschrikkelijk moeilijk. Op de eerste plaats natuurlijk voor mijn moeder. In die tijd moet de basis zijn gelegd voor de enorme hekel aan dat soort instellingen en aan het moeten van dergelijke verplichte bezoeken. Mijn pleegvader deed zijn best, maar kon nooit echte genegenheid voor mij opbrengen. Dat hij mijn pleegvader was en niet mijn natuurlijke vader vernam ik pas op vijfentwintigjarige leeftijd en dat was van een kant een pijnlijk moment, maar toch ook een niet onbegrijpelijke onthulling.

Augustus
Niet warm en niet koud met volop groen in het Drentse bos. De zon scheen niet en het was somber, eigenlijk te somber voor zo’ n toch al moeilijke dag. Juist dan is het haast onmogelijk de toekomst positief te zien. Toch zou dit de plek zijn waar ik de komende twaalf maanden zou wonen. Internaat de “Eikenhorst” te Geeuwenbrug. Sinds 1946 een internaat voor jongens in de leeftijd van tien tot veertien jaar. We waren vroeg vertrokken uit Brabant met de trein van Eindhoven naar Meppel, vandaar met de bus langs de Drentse hoofdvaart naar de eindbestemming. Tijdens deze busrit ontmoette ik de eerste groepsgenoot; Rob Malta een lange blonde jongen uit Schiedam. Hij was ook nieuw en voor het eerst op weg naar een plek die hij nog nooit gezien had. Na een korte ontvangst in het staflokaal werden we voorgesteld aan onze gidsen. Humprey, de jongen die mij rondleidde, was gek op de natuur. De nieuwsgierige vragen die ik stelde werden nauwelijks beantwoord. Hij had alleen oog voor de vrije middag die hij in deze functie cadeau kreeg. Terwijl ik wilde weten wat me te wachten stond. Wat wel en wat niet mocht. Vooral het dagelijkse leven, dat had mijn belangstelling. Zodoende verbleef ik een lange middag wanhopig in een onbekend en donker bos.

Tegen etenstijd kwamen we terug. Mijn ouders waren inmiddels vertrokken. Achteraf logisch, gezien de reisafstand van Drente naar Brabant, maar op dat moment pijnlijk zwaar. Ik was twaalf jaar en had nauwelijks iets gezien van Nederland. De dagen die ik niet bij mijn ouders had doorgebracht waren op twee handen te tellen. Nimmer had ik op één dag zover gereisd. Dus kwam Drente hard aan.” Het zal goed zijn tegen de migraine“, had de specialist gezegd…, ” en hij zal daarna de wereld beter aankunnen !”

Voordat we naar de etenszaal gingen moesten we onze handen wassen, aldus mijn gids. Via een halletje bereikten we de slaapbarak, die zijn naam eer aan deed. Zestien bedden op een zaal, ‘n geboende oude houten vloer, zes wastafels, twee toiletten, twee kamers voor de leiding en een groepslokaal met duivenkooi en ‘n oude oliekachel. Naast elk bed stond een kast voor al je spullen. Het zag er wel allemaal netjes uit, maar de privacy was voorbij. De bel klonk en via een grindpad ging het licht opwaarts naar de eetzaal. Ongeveer honderd en vijftig meter lopen en dat voortaan elke dag drie keer. Nog vaker zou ik de bel horen die luidde bij aanvang van de etenstijden, schoollessen, eigenlijk bij het begin en einde van alle activiteiten. Over het hele kampterrein klonk zijn geluid, hij gaf het levensritme aan van het internaatleven. Het was een zware koperen klok van ongeveer vijftig centimeter hoogte; opgehangen aan een dikke balk. Het luiden van de klok op momenten dat dit niet de bedoeling was betekende ‘n fikse straf. Wat een verschil tussen het hier en thuis gaan eten. Het was in ieder geval niet ongezellig. De directeur heette ons vriendelijk welkom en er waren veel starende blikken. Een rood vlaggetje moest geprikt worden op de plaats waar je vandaan kwam. Daartoe was ‘Nederland’ op zachtboard vervaardigd en aan de muur gehangen. Mijn woonplaats was Veldhoven. Een snelle blik leerde dat Amsterdam rood zag van de vlaggetjes. Rotterdam was tweede, de rest redelijk verspreid: Boskoop, Maastricht, Veendam, Den Haag, Haarlem, Utrecht, Den Bosch, enzovoort. Een van de leiders gaf de mogelijkheid aan tot gebed voor de gelovigen onder ons. Aan elke tafel zaten 8 jongens en een leider of leidster. Iedereen was hulpvaardig en het werd duidelijk dat hier met mes en vork werd gegeten. De tafel was goed gevuld en de mededeling dat we de beste kok van Nederland hadden klonk ongeloofwaardig, maar wel zeer positief ! Eten werd scheuren genoemd en had betrekking op de snelheid, maar wel met mes en vork.

De avond kende geen programma en werd daarom gevuld met het rondhangen door kleine groepjes in en rondom de barak. De bosgids beschouwde zijn werk als afgedaan. Sterker nog hij begon zonder opgaaf van reden te vechten met mij. Dit terwijl de eerste gevoelens van heimwee opkwamen tegelijkertijd met het vallen van de avond. De groepsgenoot was sterker, had meer ervaring, geen beginnersangst en was gespierd door het buitenleven. Geen echte tranen, maar wel natte ogen en gevoelens van onmacht. Er waren minstens tien getuigen en veel gezichtsverlies. Ook dat was wennen. Nooit meer echt alleen. De groepsleider met baard en alles, zoals het in die tijd hoorde, gaf het sein om naar bed te gaan. Het bleek dat hij geen gezag had. Na veel gerotzooi en onduidelijke instructies lag iedereen om half tien in bed.

Gepraat, gefluister, onrust, zestien jongens in één ruimte, dat was nieuw. Jongens in de leeftijd van tien tot veertien jaar, die allemaal van huis weg waren, om gezondheidsredenen, huiselijke omstandigheden, gezinsproblemen , enzovoort.
Mensen die de wereld wilden ontdekken, maar die ook nog de warmte en vertrouwdheid van een gezin nodig hadden. Zo’n eerste dag met zoveel indrukken en gevoelens, wreed verstoort doordat plotseling het licht aanging en de directeur met enkele leiders binnenkwam. Iedereen voor de bedden, half slaperig en angstig.
Het bleek dat twee jongens die dag buiten het terrein waren geweest en wel zonder toestemming. Beide boosdoeners kregen een behoorlijk pak slaag op hun achterste en daarna keerde de rust weer terug. De directeur was een man om niet mee te spotten, hij zag er indrukwekkend streng uit met zijn kalende hoofd en de lange geplakte haren. Ook zijn scherpe raspende stem dwong respect af. Voor mij weer een negatieve ervaring. Er was zoveel te verwerken in korte tijd.

De weken die volgden vlogen razendsnel voorbij. Ik had weinig tijd om aan huis te denken of aan wat dan ook. Het leven werd bepaald door schema’s. Natuurlijk het lesrooster, maar ook corvee en avond- en weekendprogramma’s. In totaal waren er vier groepen: Klondike, Transvaal, Peru en Alaska. De groep waartoe ik behoorde was Alaska. Deze goudlanden waren de basis van dit internaatleven. Elke groep bestond uit 16 jongens en twee leiders(sters). Daarnaast een directeur en een adjunct-directeur, administratie, kok, leraren en enkele stafmedewerkers. Samen ongeveer 80 personen; te klein voor een dorp, te groot voor een gezin. Een bijzondere gemeenschap, met talrijke verschillen op velerlei gebied.

Alle gebouwen bestonden grotendeels uit hout en hadden geen verdieping. Rondom bomen, struiken en grindpaden. De barakken dateerden uit de Tweede Wereldoorlog en deden toen dienst als werkkamp voor de Duitse Arbeidsdienst. Er verbleven toen mensen die moesten helpen met het graven van tankgrachten. Na de oorlog werd het een internaat. Aanvankelijk heette het ’t Kamp Geeuwenbrug’. Een commandant en een adjudant drilden destijds de jongens. Er was een minimum aan sanitaire voorzieningen. ‘s Morgens werd de vlag gehesen en was er appèl. Dat was nu gelukkig verleden tijd.

De schoollessen bestonden uit taal, rekenen, aardrijkskunde, biologie en geschiedenis, maar ook veel sport en handenarbeid. Met op woensdagmiddagmiddag hobbyactiviteiten en op zaterdagmorgen groot corvee. De zaterdag- en zondagmiddag waren vrij en werden al dan niet ingevuld door de leiding. De zondagmorgen was bestemd voor kerkbezoek, behalve voor de buitenkerkelijken. Wat deze laatste categorie op zondagmorgen deed is voor mij onduidelijk gebleven. Ze mochten wel op basis van vrijwilligheid mee, wat regelmatig gebeurde. De belangrijkste herinnering die ik hieraan heb is dat we met de bus gingen, wat een behoorlijk feest was. Met z’n allen achterin werd het een wekelijks uitje en weer even contact met de buitenwereld. Wel allemaal in het netste pak met stropdas. Het was toegestaan om van hervormd naar katholiek te gaan en andersom.

De sportlessen werden gegeven door een zekere mijnheer Plantinga, altijd in sportkleren met een te strakke trainingsbroek. Wij waren altijd in shirt en korte broek, vanwege het ontbreken van trainingspakken. Dikwijls gingen we hardlopen en Plantinga manifesteerde zich steeds als een macho. Toen heette dat nog gewoon stoer. Hij was een uitstekend schaatser en hield veel van een soort slagbal. Een gymzaal hadden we niet, zodat we onder alle weersomstandigheden buiten gingen sporten. Dat in combinatie met die korte broek en shirt betekende nogal eens kou leiden. Plantinga was tevens EHBO’er, wat inhield dat hij elke avond van zes tot zeven uur een soort spreekuur hield. Een compleet ingerichte ruimte deed dienst als eerste hulp kamer. Of het nu ging om kleine wondjes, flinke kneuzingen of tranende ogen. Je kon elke avond terecht. Het was er steeds druk.

Langzaam maar zeker kreeg zelfs dit leven regelmaat. Er was sprake van een bepaalde routine. Midden augustus werden we wakker gemaakt met een soort country & westernmuziek. Dit muziek klond door een luidspreker die in de slaapzaal hing en verbonden was met de pick-up op de aangrenzende kamer van de groepsleider. Het bleek achteraf zijn favoriete muziek van de tv-serie ‘Rawhide’. Enige tijd daarna maakte de eigenlijke leider van de groep Alaska zijn entree. De eerder beschreven baard bleek een invalleider te zijn in verband met de vakantie van mijnheer Blikman. Alle leiding werd overigens met mijnheer of juffrouw aangesproken. Mijnheer Blikman kwam met de nieuwelingen kennismaken en vervolgens maakte hij een ronde langs alle bedden. Uit zijn manier van doen en de reacties daarop door de jongens maakte ik op dat het hier ging om een zeer gevierd leider. Hij was groot, had een rechthoekig gezicht met bril, flaporen en een sympathieke grijns. Achterover gekamd, golvend haar. In de praktijk bleek die populariteit ook direct, omdat hij aankondigde dat we met de groep een lang weekend zouden gaan kamperen in de buurt van zijn woonplaats Nijverdal. Dit zou nog in augustus gaan gebeuren. Verder hing hij dezelfde dag een compleet weekprogramma vol met originele en aansprekende activiteiten op. De les die ik toen leerde was dat de mate van inzet door de leiding bepalend was voor het aantal georganiseerde activiteiten.

We zouden met tenten gaan en natuurlijk waren slaapzakken en zaklantaarns gewenst. Bellen met thuis had succes en de spullen werden per post verzonden. Blikman was initiator, organisator, eerlijk en duidelijk. Hij was de rechtvaardige scheidsrechter tussen goed en kwaad. En hij was al vijfendertig jaar, een groot voordeel bij die jongens in die situatie. Ook was hij bijzonder in de ogen van de jongens, want hij had een knappe verloofde van 19 jaar. Blikman gaf houvast en zekerheid en was inderdaad ’n soort vaderfiguur. Met hem liep alles beter. De een heeft het en de ander niet. Hij had het dus wel. Het kampeerweekend verliep sfeervol met als hoogtepunt een pannenkoek eetwedstrijd gewonnen door René uit Rotterdam. Hij presteerde het om na tien pannenkoeken te gaan kotsen en vervolgens er nog acht in zijn mond te proppen. Na dit uitstapje leek de groep als team gegroeid, de grote verscheidenheid werd een eenheid. Hier lag het bewijs dat het grote geheel meer is dan de afzonderlijke delen. Dat voelde toen al zo. De assistente van Blikman was juffrouw Kievit, zij had ‘n scherp getekend gezicht met spitse neus en kort donker haar. Zij was er gewoon altijd en gaf alle jongens een nachtzoen, elke avond maal zestien. Een toch serieuze prestatie. Vaak las zij voor uit boekjes van Pietje Bel, in die tijd zeer populair en voor ons soort jongens tamelijk slecht inspirerende lectuur. Zij was niet onze moeder maar vulde wel Blikman aan.

De normale schoolweken waren duidelijk anders dan thuis. ‘s Morgens les van 9.00 uur tot 10.30 uur, dan pauze met warme chocolademelk en vel. Daarna les tot 12.00 uur en elke middag anderhalf uur sport of handenarbeid, met vervolgens nog eens anderhalf uur les. Er waren vier leergroepen op de volgende niveaus: lagere technische school, lagere school, middelbaar technisch en mulo/hbs niveau. Ik was ingedeeld in deze laatste groep en kreeg bijvoorbeeld Franse taal als extra les. Met deze leergroepen volgden we ook de lessen sport- en handenarbeid. Ik heb altijd veel gehad aan deze manier van schoolvorming.

De leraren waren over het algemeen inspiratievolle mensen. Bijvoorbeeld Robert Mulder, leraar Nederlands, dienstweigeraar en fervent aanhanger en secretaris van de provobeweging. We hebben het tenslotte over de jaren zestig. Om precies te zijn augustus 1965. Niet dat men zomaar zijn ideeën kon botvieren op alles en iedereen. Dat zeker niet, maar wel werd je als twaalfjarige geconfronteerd met allerlei stromingen in de samenleving. Blikman behoorde bijvoorbeeld niet tot de progressieve beweging, nee eerder tot de conservatieve. Juist die mengelmoes maakte het interessant en levendig. We konden en mochten overal aan proeven, nou ja bijna overal.

Verschillende leraren waren lid van een toneelgezelschap uit Diever, dat onder meer jaarlijks stukken opvoerde van Shakespeare in het openluchttheater, ongeveer twee kilometer ten noorden van Diever. Hun talent kwam natuurlijk prima van pas bij de activiteiten in het internaat, zoals het cabaret, dat enkele malen per jaar werd gehouden. Het moet gezegd worden dat de creativiteit altijd en overal aanwezig was. Indrukwekkend vonden we het, want thuis kwam je nauwelijks met dergelijke dingen in aanraking en hier gebeurde van alles in ruime mate. We werden in gunstige zin beïnvloed door deze kunstzinnige initiatieven.

Zoals ik al aanhaalde waren de groepen genoemd naar enkele goudlanden. Dit hield verband met het goudzoekersspel, wat een rode draad vormde in het internaatleven en de filosofie die er achter stak. Het kwam er op neer dat er verschillende ‘rangen’ waren, zoals nieuweling, delver en goudzoeker. Deze rangen moest je verdienen door allerlei opdrachten te vervullen, bijvoorbeeld het helpen van de kok gedurende een week. Je hoefde dan niet naar school. Of het leiden van de groep, het organiseren van een spelavond, het leren van de geschiedenis van het Huis van Oranje, goede resultaten op school, enzovoort.
Zodra je voldeed aan de eisen van de opdracht, dan werd dit aangetekend op een daarvoor bestemde kaart. Als alle opdrachten vervuld waren, dan kwam je in aanmerking voor een hogere plaats in de rangorde. Elke maand waren er vergaderingen van de diverse rangen. Dus alle delvers samen, alle goudzoekers, enzovoort.
De privileges stegen naarmate men hoger op de ladder kwam. Een goudzoeker mocht dan ook eventueel alleen op stap, vergaderde in het staflokaal met koffie en koek en had een bepaald aanzien. Het systeem had vele nadelen, maar gaf toch ook duidelijkheid en zekerheid en het gevoel dat je ergens bij hoorde. De grove planning was dat een jongen na ongeveer tien maanden doordrong tot het goudzoekersgilde, het hoogst haalbare. Ik behaalde deze rang na vier maanden en dat was eigenlijk niet de bedoeling. Het had te maken met mijn onovertroffen inzet om iets met vastbijtende wilskracht te willen halen . Soms biedt dat voordelen, maar het heeft ook negatieve gevolgen, heb ik in mijn latere leven ontdekt.
Alsof het niet genoeg was, werd ik tevens benoemd tot secretaris van de goudzoekersraad, secretaris van de groepsraad en van de kampraad. Deze titels gaven aanzien en zelfvertrouwen en dat kon ik erg goed gebruiken.
Overigens werd het hele systeem, nadat ik er ongeveer negen maanden verbleef, afgeschaft. Ik vond dat jammer. Laten we echter niet vergeten dat het de tijd was van democratisering op alle fronten, met vrijheid en blijheid. Pacifisme, provo, kabouters en alternatieven. Rolling Stones, Supremes, Beatles, wierook en het begin van de lange haren. Daarin paste het rangenstelsel niet meer. Toch van een kant jammer. Ik was leergierig, ’n redelijk sporter, behoorlijk creatief en meestal positief. De migraine verdween en ik kon het leven aan. Mijn postuur was tenger, maar ik at erg goed.

Alaska
Onze groep Alaska was een goede groep met zoals gezegd uitstekende leiding. We waren geen topper op één terrein, maar er was een goed evenwicht op allerlei gebieden. Een balans tussen sport, spel, inzet, intelligentie en sociaal vermogen. Zoals bij elke groep was er sprake van chauvinisme. De groepskleur was rood, met een harde kern van Amsterdammers: Wout, was aardig en had een broertje in de groep Klondike en zij hadden een vervelend leven achter de rug, Harm, was de oudste, de grootste en de sterkste, Willem was de natuurlijk leider in de groep en tevens voorzitter van de groepsraad, Cor had een zenuwtrek, was stevig gebouwd en was soms behoorlijk lastig. Verder René uit Rotterdam, lefgozer grote mond en klein hart, Herman Kreft uit Utrecht, Marius uit Son, was lomp, gezet, groot en snurkte. Tevens was hij mijn buurman en reisgenoot. Albert uit Maastricht, had een Italiaans temperament, Wim Paling uit Boskoop, Martin uit Den Bosch had een felle babbel, Rob uit Schiedam was technisch, meestal rustig en mijn andere buurman. Over Humprey uit Den Haag is genoeg gezegd en Henk uit Haarlem was brutaal en gek op paarden. De problemen kende je meestal niet, er werd nauwelijks over gesproken. Toch was het duidelijk dat de meesten een erg beroerde tijd achter de rug hadden en sommigen nog een zwaar leven voor de boeg. De rest van de namen is me ontschoten na al die jaren. De gezichten niet, die staan me nog helder voor de geest. Het waren meer dan zestien gezichten, want het was een komen en gaan. Elke twee maanden kwamen nieuwe jongens en gingen jongens weg. Meestal tot groot verdriet, maar soms tot enorme vreugde.
Nieuwelingen werden vrij snel opgenomen in de groepssfeer, maar het duurde wel even voordat je echt werd geaccepteerd. Men paste zich ook snel aan, aangezien dat de beste manier was om te overleven. Als groep was je sterk op elkaar aangewezen.

Neem alleen het vierwekelijks terugkerende corvee: een week lang met je groep drie keer per dag de afwas doen , af- en opruimen, de eetzaal schoonmaken, tafels dekken …… Dat alles voor tachtig personen. Daar kwam nauwelijks leiding aan te pas, iemand die niet wilde werd door de groep direct gecorrigeerd. Er was wel altijd competitie en strijd. Wie is het eerste klaar, wie is het snelste klaar, wie is de beste!
Elke zaterdagmorgen was het groot corvee. Afwisselend moest je buitenwerk doen, zoals harken, schoffelen en vegen. Of binnenwerk, zoals vloeren boenwassen, dweilen, toiletten een grote beurt geven, gemeenschappelijke ruimten schoonmaken. Rond de middag kwam dan de directeur controleren, ja inderdaad net als in militaire dienst, met een witte handschoen. Meestal was het goed, want niet goed betekende dat je ‘s middags nog een tijd bezig was. En de vrije zaterdagmiddag was populair. Ook werden enkele kippen gehouden en de eerder beschreven duiven. Dat alles moest schoon, gevoed en onderhouden worden. Het werd een prestigeslag wie het eerste klaar was. Vaak hielp men dan de anderen.
Erg gewild was het schoonmaken van het staflokaal, omdat daar een radio stond en daar volop koffie en koek te verkrijgen was. In de keuken kon je in de stille uren eieren bakken van de eigen kippen, althans als het je beurt was om een ei te krijgen. Toen een bijzondere traktatie. Het scheppen van sfeer was een belangrijke taak, die voor iedereen was weggelegd.
De radio leverde ons: The Stones met Route 66 en Cuby and the Blizzards met Groeten uit Grollo, The Beatles met Michelle rn No Reply, ………..
Buiten de genoemde schema’s was er nog het dagelijkse corvee, bedden dekken, toiletten schoonmaken, dweilen, wastafels uitdoen, zaal vegen. Kortom werkzaamheden die thuis bijna allemaal voor je gedaan werden. Hier was geen moeder en zeker geen huishoudster. Nog ruik ik de boenwas en voel ik de zwaar gesteven lakens. Het zal niemand verwonderen dat dit verleden van invloed is geweest op mijn verdere leven en zelfs een zware stempel daarop heeft gedrukt.

Op het kampterrein, we spraken altijd over ‘het kamp’ en nooit over het internaat, stond in de buurt van de eetzaal en het staflokaal een mini dierendorp met een groot aantal konijnen en marmotten. Dit dorpje was persoonlijk gebouwd door de zogeheten buitendienstmedewerker. Iemand die op klompen liep en een altijd gezond uitziend roodbruin gezicht had, wat wel alles te maken had met het feit dat hij meestal buiten was. Hij was de klusjesman, reservekok, hulpkok, schilder plantsoenbeheerder en nog ontelbare functies meer. Tevens was hij een echte Drent en nauwelijks te verstaan. Zijn woning lag vlak bij het kampterrein. Ik geloof dat hij ook nog gedeeltelijk boer was. Op grindpaden is elke stap duidelijk hoorbaar, maar hem hoorde je op zijn klompen al van kilometers ver aankomen. Aangezien hij tevens soms boeman was, was dat handig en konden we ons snel uit de voeten maken. We bezaten een sportveld, enkele klimrekken, een fraai dalletje en in het midden van het terrein een onduidelijk watertje, ex-visvijver, waarin allerlei vreemde troep dreef. Soms werd dit vijvertje nog nuttig gebruikt, maar daarover later meer.

Eenmaal per week moesten we onze vuile was en lakens inleveren. Tevens was er dan gelegenheid om bij de beheerder van het waslokaal een beperkt bedrag te besteden aan snoep. Dat deed iedereen, zakken vol, maar voor het einde van de middag was alles weer op. Tijdens de avonden was er geen snoep of andere etenswaren. Bij uitzondering kregen we aanmaaklimonade en een koekje. Een redelijk sober leven, zeker in vergelijking met tegenwoordig. Dus was snoep een hoog goed en na verlofperioden of met verjaardagen werden grote hoeveelheden verzameld. Echter bij dergelijke groepen is het onmogelijk om alleen te gaan zitten snoepen, of snoep te bewaren. De enkeling die dat wel eens probeerde vond de volgende dag een lege kast. Dit terwijl op elke kast een slot zat.
Wekelijks was er een verplichte douchebeurt. Ik geloof dat er acht douches waren, elke douche was in een aparte ruimte. Na enkele minuten kwam de sportleraar met de shampoo, die hij persoonlijk op je hoofd deed. Deze shampoo prikte direct hevig in je ogen. Deze kwaliteit ben ik nooit meer tegengekomen. Vervolgens moesten we ons afdrogen en met alleen een handdoek en in de pyama naar buiten en dan zo’n vijftig meter naar het groepsgebouw rennen. Dat alles deden we bij elk weertype. Ons gebouw lag gelukkig dicht bij de douches, maar de jongens van Klondike moesten een afstand van honderd en vijftig meter overbruggen.
Dezelfde douches dienden tevens als decor voor het maandelijkse waterballet. Je mocht dan met de groep zoveel met water spatten als je zelf wilde. Onder meer kon we een waterslang gebruiken. Badkleding was verplicht. De leiding deed niet mee, maar hield op afstand een oogje in het zeil. Wel moesten we zelf alle troep opruimen, wat langer duurde dan de troep maken. Tijdens zo’n waterballet werden nogal wat rekeningen vereffend, zonder dat het echte vechtpartijen werden of dat het uitmondde in grove pesterijen. Achteraf is me dat erg meegevallen, want bij een grote groep jongeren in die leeftijd met die achtergronden zou je toch regelmatig explosies van agressiviteit verwachten. Desnoods tussen de groepen, maar dat gebeurde niet. Hoogstens een uit de hand gelopen sneeuwballenoorlog tussen twee groepen, die toevallig elkaar midden in het bos tegenkwamen. En dan waren het vooral de leiders die ruzie kregen.

Zoals gezegd de zaterdagmiddag was een groot goed en vaak werden prettige activiteiten georganiseerd. Vooral in groepsverband, maar ook voor alle groepen tegelijk. Zo kan ik me levend Stratego herinneren, een spel waarbij je steeds een kaartje kreeg met een rang erop. Terwijl elke groep een vlag verborgen had, precies zoals in het bestaande Stratego-spel. Het bosterrein op enkele minuten lopen leverde alle voorwaarden voor een geslaagd buitenspel. Er waren zandverstuivingen, vele soorten bomen, behoorlijk wat sloten en afwisselende begroeiing. Natuur in overvloed. Echt bewust realiseerde je dat niet op die leeftijd. De jongens uit het westen, met name uit de randstad wat meer dan de anderen. De filosofie is achteraf scherp zichtbaar: veel bezighouden betekent weinig problemen. Laat jongeren niet zomaar lanterfanten, maar organiseer dingen voor ze, geef enige leiding en sturing. Vele speurtochten werden gemaakt, het oneindige bos met prachtige vennen werd stukje voor stukje ontdekt. Nooit helemaal, daarvoor was het te groot en wij nog te klein. Daardoor bestond een zekere spanning met steeds weer een nieuw avontuur.

Simpele activiteiten zoals bramen plukken hadden altijd iets speciaals. Er waren altijd vrienden en groepsgenoten die zin hadden om zoiets te ondernemen. Bramen hadden extra voordelen. Je kon ze namelijk opeten. Of je kon bijzonder lekkere bramenjam maken. Het recept van de kok luidde: bramen met suiker en koffiemelk koken. Dezelfde avond werd dan uitgebreid jam gegeten door het hele kamp.

Een rare ervaring hield verband met een natuurwandeltocht. Op een middag maakten we een lange wandeling door zeer dichte bossen van de boswachterij Smilde. Natuurlijk met een leider. Ik geloof zelfs met een leider die in de buurt woonde. We waren nimmer zover geweest en de omgeving was voor ons totaal onbekend. Tijdens de terugtocht kwam plotsklaps een flinke mist opzetten. Zo een met minder dan vijfentwintig meter zicht. Je kon je absoluut niet meer oriënteren, zelfs de leider niet meer. Uren dwaalden we door dat enorme uitgestrekte bos. We wisten echt niet in welke richting we liepen. Er was geen enkel aanknopingspunt, zandpaden en bomen leken op elkaar. Huizen of andere bouwwerken kwam je niet tegen. De groep was doodmoe en stil. Die stilte werd nog eens versterkt door die deken van dikke mist. Stoere gesprekken waren al meer dan ‘n uur geleden verstomd. Het was uiteindelijk zichtbaar dat ook de leider niet meer wist waar we zaten. Op zo’n moment treedt er toch een soort angst op. De enkeling die er de moed inhield was van onschatbare waarde. In Nederland en zelfs in Drente verdwalen is uiteindelijk niet mogelijk. Vooral niet als in Smilde een toren staat met een fel rood licht, als waarschuwing voor vliegtuigen. Dat rode licht zagen we en binnen een uur zaten we weer in het kamp. Beter gezegd in de eetzaal, waar de andere groepen al klaar waren met eten. Diverse bezorgde gezichten ontvingen ons. Deze bezorgdheid sloeg al snel om in spottende uitdrukkingen. Achteraf kijk je op zo’n gebeurtenis terug als een sfeervol en warm gebeuren. Het zal wel te maken hebben met het feit dat je na een moeilijke of vervelende tijd dubbel geniet van de dingen. Die tv-toren, in Hoogersmilde om precies te zijn, is men in 1958 gaan bouwen om de ontvangst van de Nederlandse televisiezenders in het Noorden van het land te verbeteren. Hij is meer dan 300 meter hoog, is een bezienswaardigheid en is het baken van een wijde omgeving.

Onder de noemer warmte en sfeer viel zeker ook het bezoek bij een leider of leidster op de kamer. Ik bedoel dan de intern wonende leiding. Je kreeg dan een kop koffie en soms een sigaret. Toen was roken nog stoer en nauwelijks onverstandig. Het was overigens verboden om te roken op het kampterrein, althans voor de jongens. Het ging bij een bezoek niet alleen over deze materiële zaken, nee de persoonlijke aandacht met een gesprek onder vier ogen was van belang, Dat miste je, want daar was bijna geen tijd voor tijdens de dagelijkse gang van zaken. Je mocht dan meestal wat later naar bed. Het was de andere kant van de medaille, de ontsnapping aan het kuddedier gebeuren. Te veel was gericht op de groep, het individu telde wel, maar minder dan de groep. Dit in tegenstelling tot de huidige ik-samenleving, die schrikbarend de andere kant is opgeschoten. Er werd verteld over thuis, over normale dingen, hoe het eerst was en dat alles dan met wederzijdse inbreng.
De verhalen gingen over ouders, waar je vandaan kwam, hoe het met je ging, de toekomst, de buitenwereld. Overheersend was het gevoel van enerzijds het internaatleven en anderzijds alles wat daar buiten speelde. Hoe gelukkig we soms ook waren, er was altijd een gemis van buiten. Ouders, je eigen huis, kamer, vrienden, school, je vertrouwde omgeving.

Op het terrein aan de rand van het bos stond een levensechte Drentse boerderij, met inrichting, enkele schapen, varkens en ‘n ingebouwde bedstee. Rob Malta, René in ‘t Veen en ik hadden het idee opgepakt om daar een keer te overnachten. Wat na enig aandringen werd toegestaan. Dus togen wij op een namiddag naar de boerderij met slaapspullen, brood en drinken voor de avond en morgen. Elektriciteit of stromend water ontbrak, wel een echte waterput en een olielamp. Zoals gewoonlijk zag de boerderij er minder vriendelijk uit toen het donker werd. Het flauwe gele licht van de lamp droeg niet bij aan de feestvreugde, maar geen haar op ons hoofd die aan teruggaan dacht ! Stel je de reacties van de groep voor ! Al vrij vroeg werd de bedstee opgezocht, een schijnbaar veilige plaats. We hadden al bekeken dat we er met drie personen in konden. Midden in de nacht schrokken we wakker van een onrustig geluid. Een schuivend, schraperig lawaai. Na duizend angsten te hebben overwonnen kropen we uit de bedstee en met veel gedoe werd de olielamp aangestoken. Met enkele flinke haardpoken slopen we richting het monster. Vreemde schaduwen spookten onrustig langs de stokoude muren. Warm geurende stank van mest kwam ons tegemoet. Het bleek dat een van de varkens uit zijn hok ontsnapt was en op ontdekkingsreis was door de boerderij. Behoorlijk opgelucht gingen we weer naar bed en sliepen niet meer totdat de ochtendschemering zijn intrede deed.

Enige tijd later nam leraar Robert Mulder zijn intrek in de boerderij. Hij maakte er een sfeervolle woongelegenheid van. Er was slechts een kleine verbouwing voor nodig. Vele provoactiviteiten hebben daar het eerste licht gezien. Robert Mulder met sierlijke pijp en Bob Dylan uiterlijk, grote fan van zijn muziek en die van Joan Baez. Zij is destijds met zijn hulp naar Nederland gehaald voor een optreden. Robert was een gedreven heerschap. Tevens een goede leraar die je rustig begeleidde en stimuleerde. Hij drong je niets op, maar vertelde wel waar provo voor stond en wat pacifisme voor hem betekende. De provobeweging zette zich af tegen de gevestigde orde. Daartegenover stond het harde optreden van de politie bij zelfs de meest onschuldige ‘happenings’, zoals het uitdelen van krenten bij ‘het Lieverdje’. Dat soort politieacties deed het gezag geen goed. Het huwelijk van prinses Beatrix met prins Claus op 10 maart 1966 leidde tot ernstige incidenten door het oplaaien van anti-Duitse gevoelens. Het ging toen niet alleen meer om provo’s. Het politiebeleid door de toenmalige burgemeester van Hall werd door velen gehekeld. Sedert 1965 ontstond uit de Ban-de-bom-beweging de anti-Vietnam-stroming gericht tegen de betrokkenheid van de Amerikanen bij de oorlog in Vietnam. Ook studenten demonstreerden met als doel: maatschappelijke betrokkenheid.
De strijd voor democratisering van het wetenschappelijk onderwijs en acties tegen het kapitalisme. Provo ontwikkelde nieuwe ideeën en alternatieven, zoals het witte fietsenplan. Roel van Duyn en Rob Stolk bleken bedenkers van veel nieuwigheden. Robert Mulder was tevens principieel dienstweigeraar. Voor ons was dat alles nog onwennig. We wisten zo weinig over dat soort zaken. In de klas hield hij enkele slangen, welke soorten weet ik niet meer. Wel dat ze op zekere dag ontsnapten en dat ze verdomde giftig waren. Wij mochten in elk geval het lokaal niet binnen. Hetgeen een geluk bij een ongeluk was. Vrijheid boven onderwijs!

Met Blikman naar het dorp gaan was ook vrijheid, bijvoorbeeld naar de plaatselijke friettent. Lopend van Geeuwenbrug naar Diever binnendoor, kom je langs een hunebed. Van daar naar het dorp is het nog maar een klein stukje. Tijdens die tocht had een van de jongens een pijp bij zich en aangezien Blikman pijp rookte vroeg ik of ik die mocht stoppen met zijn tabak. Wonder boven wonder keurde hij dat goed. Binnen honderd meter werd ik ziek, misselijk en zwak en heb ik die dag geen friet gegeten. Dit tot hilariteit van de meute. We legden die vijf kilometer tussen Geeuwenbrug en Diever regelmatig te voet af. Behalve die keer dat ik de Solex voor juffrouw Kievit moest wegbrengen. Eigenlijk was het ding kapot, maar dat het de remmen betrof, merkte ik pas bij aankomst in Diever. Met gevaar voor eigen leven ben ik toen in plaats van linksaf, rechtdoor gereden. Zonder noemenswaardige schade kwam ik tot stilstand.
Het andere vervoermiddel de fiets was slechts in beperkte mate voorradig. Alleen bij uitzondering kon je daar gebruik van maken. Of dat verband hield met mogelijke weglopers heb ik nooit bevestigd gekregen. Het is trouwens de moeite waard om in deze omgeving te gaan fietsen. Enkele jaren geleden heb ik dat gedaan. Er zijn prachtige vennen en een uitgebreid fietspadennet met zeer veel afwisselende natuur. Dorpjes, zoals als Dwingeloo, Diever en Smilde zijn beslist de moeite waard. De enorme heidegebieden bij Dwingeloo bieden uitgestrekte vergezichten. Een fantastisch landschap !

Winter
Het werd vroeg koud dat jaar. Misschien was dat wel gebruikelijk in Drente, maar het leek enkele graden kouder dan thuis. De enkelvoudige wanden van de barakken zullen daaraan wel een bijdrage hebben geleverd. Het koude groepslokaal met een vaak niet of slecht functionerende oliekachel zorgde ervoor dat we graag naar de warme eetzaal gingen en het liefst zo lang mogelijk. Mijn favoriete slaapplaats, ik bezat namelijk een bed in een hoek, verloor behoorlijk aan kracht. Tegen de wand legde ik elke avond een aantal kledingstukken tegen de door de wand dringende bijtende kou. Wassen en dat soort activiteiten werd tot een minimum in tijd beperkt. Het vroor en regelmatig vielen  winterse buien met alle denkbare soorten neerslag.
In zo’n periode leer je de warmte weer waarderen en gelukkig werd juist in deze tijd van alles ondernomen. Een grote tegenvaller was het niet naar huis gaan met Sinterklaas. Dit omdat Kerstmis een hogere prioriteit kreeg en we ongeveer eenmaal per zeven weken verlof kregen. De week voor Sinterklaas mochten we niet naar de eetzaal die overigens compleet geblindeerd was. We aten dan gegeten in de groepslokalen. Allerlei geheimzinnige verhalen deden de ronde over wat zich afspeelde in die eetzaal. Geruchten werden verspreid en we begrepen dat we in elk geval toch cadeaus zouden krijgen van welke goed heiligman dan ook. Toen eindelijk de grote dag was aangebroken kreeg elke jongen vijfentwintig losse centen, die dienden als betaalmiddel voor een Vlaamse kermis. De eetzaal was prachtig verbouwd en op een onovertroffen manier versierd. Er was een boksring gemaakt, ‘n waarzegster ingeschakeld, balspelletjes, een elektronisch spel, warme hapjes, snoep, enzovoort. Kortom het was een waar feest en tot op de dag van vandaag behoort deze avond tot een van mijn mooiste herinneringen. Laat op de avond deed de duidelijk herkenbare Sinterklaas-adjunct directeur zijn intrede en de borsten van Zwarte Piet kwamen ons ook niet geheel onbekend voor. Voor iedereen hadden ze een groot pakket, wat in de meeste gevallen door thuis was aangeleverd en voor een aantal, gezien de identieke samenstelling, door het Leger des Heils. We gingen die avond tevreden en voldaan naar bed en we hadden op één avond meer gesnoept dan het laatste halfjaar bij elkaar.

Nog voor het aanstaande Kerstverlof zou een groots kerstfeest worden gevierd. Het bestond onder meer uit een speurtocht met opdrachten. In groepjes van acht personen liepen we de tocht, die gedeeltelijk door het dorp ging. Een van onze jongens voelde zich blijkbaar zo in zijn element dat hij enkele stevige vloeken uitte naar de dorpelingen. Iemand van hen moet telefoon hebben gehad, want bij terugkeer in het kamp werd hij opgevangen door onze leider de heer Blikman. Waarna hij een flink pak slaag op zijn achterste kreeg, zodanig dat hij niet meer kon zitten. Dat was erg vervelend in verband met het kerstdiner op die dag. Nog lastiger was het voor het toneelstuk waarin hij die avond een belangrijke rol speelde. Hij was de jonge Kerstman en ik de oude. In mijn tekst kwam de volgende zin voor: “Ga toch zitten jonge Kerstman.” Dat ging dus niet. Overigens het Kerstdiner was ook taboe voor hem en behoorde bij de opgelegde straf. Het was werkelijk een fantastisch diner met vele gangen en de kok was echt voortreffelijk. Er waren die avond genodigden uit het dorp. Onder meer alle notabelen, die kris kras waren geplaatst tussen de jongens. Dat vond ik moedig en het gaf de avond een extra aanzien.
De jongen die niet naar het Kerstdiner mocht heette Martin en hij werd door diverse jongens uit alle groepen rijkelijk voorzien van alle soorten voedsel. Weliswaar achteraf en niet al te warm. Het ‘aangepaste’ toneelstuk verliep uitstekend. Het was een spannende ervaring om voor veel mensen op te treden. We werden natuurlijk prima begeleid door de Shakespeare experts.
Daarna zagen we nog maar naar één ding uit en dat was de tiendaagse kerstvakantie. Elke dag, elk uur werd afgeteld. Met verlof gaan was een grootse gebeurtenis, maar dit was de ultieme belevenis voor elk kamplid. Het vertrek was altijd zeer vroeg in de ochtend, omstreeks zes uur. We moesten dan om half zes uit bed en kregen driehoekig gesmeerde boterhammen in het eigen groepslokaal. Er heerste een nerveuze reisstemming. Iedereen in het nette pak en gepakt en gezakt de bus in. Het had gevroren en er was ijzel gevallen. Vele bezorgde gezichten. Er was een soort sfeer van: zouden we het wel halen, komen we wel thuis? In tegenstelling tot andere keren daalde plotsklaps een gevoel van somberheid op ons neer. Het was dan ook spiegelglad, vooral de weg langs de Drentse Hoofdvaart was één grote glijbaan. Er was nauwelijks gestrooid. De telefoondraden hingen zwaar aan de palen en waren door de vorst duidelijk zichtbaar. Op het kanaal had zich een stevige ijslaag gevormd. De aanhoudende schemering zorgde dat het zo’n zeldzame donkere winterdag werd. Ook dat droeg niet bij aan een vrolijke reis. Doordat de chauffeur bijzonder langzaam moest rijden, duurde het uren voordat we in Zwolle waren. Daar werden de eerste vakantiegangers afgezet. Vervolgens ging we naar Utrecht en naarmate de reis richting het zuiden vorderde verdwenen de sneeuw, de gladheid en de zorgen. In Den Bosch werd de laatste groep afgezet, die van daaruit verder reisde naar alle delen van Limburg en Brabant. Dat was voor mij toch altijd een spannend gedeelte, omdat ik meestal alleen verder moest reizen. De keuze was een bus die er nogal lang over deed, met vele stops of de trein die sneller was. Om een of andere reden gaf de bus mij een vertrouwder gevoel dan de trein, met altijd die onzekerheid of je wel in de goede zat. Ik was pas twaalf jaar en had daarvoor nooit alleen gereisd. Een ander voordeel van het reizen met de bus was het feit dat groepsgenoot Marius van Gorp ook met deze bus meeging. In ieder geval tot de plaats Son. Vaak haalde zijn moeder hem op in Den Bosch en dat gaf dan nog meer vertrouwen. Tenslotte moest ik dan nog met de bus van Eindhoven naar Veldhoven. Dit reizen, vooral het in één dag van kamp naar huis, vond ik altijd een bijzondere indringende ervaring. Bij mij overheerste toch een soort angst, die pas volledig wegviel als ik uit de laatste bus stapte. Het gaf een onbeschrijfelijk bevrijdend gevoel om weer thuis te zijn. Nog steeds vind ik reizen, vooral lange reizen niet prettig. Terwijl ik tijdens de militaire diensttijd zeer regelmatig in treinen en bussen heb gezeten, door het gehele land. Het wegvallen van die spanning blijft een terugkerende ervaring.

Thuis was er warmte van de kachel, zoveel als je wilde. Warmte van het gezin, althans meer dan in Drente. Een altijd hartelijke ontvangst door de hond Barry, een bruine middelgrote bastaard. En rust vooral veel rust, weinig stemmen, geen drukte ….. Dat was toch een openbaring na die tachtig stemmen. Naar huis gaan was het omgekeerde vakantiegevoel. Er was televisie de eerste chips, soms zelfgemaakte en je hoefde geen water te drinken als je dorst had. Je kon alléén iets ondernemen. Je hoefde nauwelijks met anderen rekening te houden. De dag van terugkeer was daarom moeilijk en zwaar. De reis naar Eindhoven, meestal door mijn moeder weggebracht, was onprettig. Het duurde nog zo lang voordat het weer verlof zou zijn. Zeven weken van huis was te zwaar voor een twaalfjarige. Naarmate je weer lotgenoten trof werd de sfeer beter en in elk geval deed je soms alsof. De aankomst in Drente was dan weer een sombere aangelegenheid. Iedereen besefte dat we er weer voor een lange periode moesten zijn. Vooral in deze winterperiode met zijn korte dagen en zeer lange avonden en nachten. ‘s Avonds hoorde je dikwijls jongens zacht huilen. Juist in zo’n eerste week werden er talrijke wegloopplannen gesmeed. Van de meeste kwam niets terecht. Enkele keren lukte het wel. De verste poging werd door twee jongens van onze groep ondernomen. Zij kwamen tot Utrecht, maar werden daar door de politie ontdekt en teruggebracht naar Geeuwenbrug. Bij een andere poging hebben we met een aantal leiders en jongens in de bossen gezocht naar een wegloper. Die overigens weer zelf terugkeerde. Het gaf aan dat het moeilijk was om op die leeftijd zolang van huis weg te zijn. Ondanks de problemen thuis.

Gelukkig waren er in de wintertijd ook prachtige dagen met veel licht en heldere vriesluchten. De natuur kon fantastisch zijn met bevroren riet, wat glansde in de zon en wat je gemakkelijk door midden kon tikken. Het vroor erg hard, zodanig dat we konden gaan schaatsen op het Snoekveen, een diep groot ven. Het schoolprogramma werd gedeeltelijk stilgelegd en we mochten enkele uren per dag gaan schaatsen. Er was verder niemand uit het dorp, uitsluitend jongens uit het internaat. Midden in de weidse natuur, met meestal wel een strakke snijdende oostenwind. De meesten hadden gewone Friese doorlopers. Met een touw ging een leider het ven op, maar het bleek al gauw dat het ijs veilig dik was. We maakten de boel sneeuwvrij en wen konden gaan schaatsten. De een struikelend en vallend de ander flitsend snel. We beleefden daar een mooie tijd. Wel moesten we steeds een eind lopen over een zandpad wat oneindig leek. De weilanden lagen er winters bij, rook wolkte uit de schoorstenen van de boerderijen. We waren doodmoe na zo’n dag en we scheurden enorm aan tafel. Het was ‘s avonds snel stil op de slaapzaal.

Op de avonden dat je moeilijk in slaap kon komen was het een kunst om een klein radiootje te bemachtigen. Diep onder de dekens kon je dan genieten van een zacht krakend geluid van de een of ander onduidelijke zender. Een beatle-nummer echter werd vlug herkend. Het ging trouwens meer om het idee dan om de muziek. Iedereen had boven zijn bed foto’s hangen uit de muziekbladen, zoals de Muziekexpres. Zeer populair waren de Beatles, maar ook de Stones en de Supremes, de Fortunes, Francoise Hardy en Dave Berry. Onze kok was een groot fan van deze laatste en hij zong dan ook hele teksten mee. Bij elk groots diner werd hij gehuldigd en meerdere malen kreeg hij dan een muzieksingle cadeau, onder meer van Dave Berry. Drie mensen hadden een hoekslaapplaats en dat had als voordeel een extra wand om op te kunnen plakken. Een hoekslaapplaats gaf ook meer status, want je kon zo’n plaats pas bemachtigen als je al een tijd in het internaat verbleef. In die hoeken vonden tevens allerlei informele besprekingen plaats. Het was weliswaar verboden overdag op de bedden te gaan liggen, echter deze regel werd dagelijks overtreden. Naar mijn gevoel vond een groot deel van het kampleven op en rondom dat bed plaats. Je sliep er, je kast met kleren en eigendommen stond er, je rustte daar uit, je ontmoette je groepsgenoten. Het was eigenlijk hoe parodoxaal het ook klinkt een plek met enige privacy. Op vrije dagen waren we veel bezig met het draaien van plaatjes, of het experimenteren met de bandrecorder. De meeste leiders en enkele jongens hadden wel wat singles en soms zelfs elpees. Juist in die tijd was de beatmuziek erg in opkomst en deze had onze bijzondere belangstelling. Wat dat betreft waren er weinig verschillen tussen leiders en kinderen. Niemand zette zich af tegen die beatmuziek. Het werd zelfs eerder gestimuleerd. Overigens werden we op verschillende manieren in contact gebracht met andere soorten muziek. In de eetzaal speelde dan bijvoorbeeld een Zuid-Amerikaanse groep, maar ook was er vermaak in de vorm van een goochelaar of een pantomimespeler. Het waren vaak gezellige en sfeervolle bijeenkomsten. Daarbij de aantekening dat, bij elke enigszins bijzondere aangelegenheid, het eten extra aandacht kreeg. Terwijl dit normaal gesproken al van prima kwaliteit was. Onze kok, zijn naam is me ontschoten, was perfect! Om een voorbeeld te noemen: als een rijstmaaltijd geserveerd werd dan waren er minstens drie soorten rijst. Aangezien aandacht werd besteed aan tafelmanieren, hadden dergelijke diners een feestelijk karakter. Het was een van de onderwerpen waar men unaniem over tevreden was. De week die je in de keuken moest helpen, terwijl je vrij was van alle andere verplichtingen, bestond eruit dat je ‘s morgens vroeg aan de bak moest. Of liever gezegd aan de snijbroodmachine, alle broden moesten worden gesneden, alle boter in botervloten, beleg op schaaltjes, suiker bijvullen, thee zetten, melk- en karnemelkkannen vullen, enzovoort. En reken maar dat er veel op tafel moest staan met zo’n hongerige meute. Vervolgens had je als keukenhulp een uurtje vrij en daarna begon de voorbereiding van het warme eten. We aten ‘s middags warm. Je moest soms flink afzien, want de kok was weliswaar een grapjurk, maar hij kon behoorlijk streng zijn. Zeker als het ging om stomme dingen of als je de kantjes er van af liep. Aardappels pitten, groenten schoonmaken en wassen, gehaktballen maken. ‘s Middags had je vrij tot ongeveer vier uur, waarna de voorbereiding begon voor het avondeten. Een synoniem van het ochtendgebeuren, behalve dan dat de meesten dan nog meer honger hadden. Ik heb bewondering gekregen voor al dat kookwerk. Als eter lustte en lust ik nog steeds twee dingen niet: Drents roggebrood, een donkerbruine, kneedbare, zwaar op de maag liggende vorm van brood en karnemelkse pap, een zure brei met daarin op overgeefsel lijkende brokken. Dat was echt verschrikkelijk en van de meeste leiders moest je dat eten. Het roggebrood was zo kneedbaar dat het onder de tafelrand paste, maar de pap gaf meer problemen. Ondanks mijn goede bedoelingen kon ik dit spul niet door mijn strot krijgen, of voor maar heel even, zodat ik vervolgens moest overgeven. Een aantal jongens vond het spul meer dan heerlijk. Ik vond het werkelijk gruwelijk. Verder at ik alles in ruime mate, nog eens bevorderd door de dagelijkse gratis portie boslucht, die daar en toen nog behoorlijk schoon was.

Vooral in de winterperiode was tv kijken een prettig fenomeen. Vooral de poppenfilm ‘Thunderbirds’ was enorm gewild. Er waren op de zaterdagen afleveringen van een uur. Terwijl de huidige herhalingen steeds een half uur duren en het verhaal dus pas af is na twee afleveringen. Voor een dergelijke serie moesten heel wat andere activiteiten wijken. Het gezamenlijk schaatsen kijken was uitermate favoriet bij een grote groep sportliefhebbers. Op grote bladen werden allerlei standen en tijden bijgehouden. Het geheel werd door de sportleraar begeleid, die zelf Fries en fervent schaatser was. Het was de tijd van Ard Schenk, Kees Verkerk en Jan Bols. Zij waren zo goed dat ik de tegenstanders niet meer voor de geest kan halen. In deze jaren zestig was er zwart-wit televisie, nauwelijks zenders en weinig programma’s. Dat was een groot voordeel!

Spel en sport
Aan elk jaargetijde komt een einde ook aan deze strenge winter. Voordat het echt zo ver is vier ik elk jaar mijn verjaardag op zeven maart. Dat was dus eveneens het geval in 1966. Dertien jaar werd ik op een grijze, koude en regenachtige dag. Bijna iedereen lag in bed met griep. Van onze groep waren nog slechts vier mensen op de been. Er heerste een echte griepepidemie. Het was gebruikelijk dat je ouders op je verjaardag aanwezig waren. Op het allerlaatste moment ging dat niet door. Het waarom was onduidelijk en is nog steeds vaag. Het was in ieder geval een bittere teleurstelling. Wel werd er tijdig een snoeppakket verzonden ter grootte van een schoenendoos. Ondanks de griep waren er diverse belangstellenden voor al dit lekkers. Het was traditie dat de jarige ‘s morgens werd toegezongen in de eetzaal en dat hij een keurig opgemaakt bord met uitsmijter en toebehoren kreeg. Uitgebreide felicitaties vonden dan plaats. Je had de gehele dag vrij en je mocht met een jongen naar keuze vrij stappen. Ik ging met Rob Malta naar Diever waar flinke hoeveelheden snoep werd ingeslagen. Gezellig was het niet door de eerder beschreven weerstoestand en het leek wel of het dorp juist op die dag uitgestorven was. Maar meer nog voelde ik mij door thuis in de steek gelaten en dat kon geen enkele doos snoep goedmaken. Dergelijke gebeurtenissen zijn van zoveel waarde voor een kind, dat zo’n geruime tijd van huis is en zijn ouders mist.

Uit hoofde van mijn functie als redacteur van het nog niet verschenen kampblad had ik de eer om een interview voor te bereiden in verband met de komst van Anton Geesink,de bekende judoka. Deze sportman was uiteraard zeer beroemd in die dagen en het was een klein wonder dat hij bij ons op bezoek kwam. De bedoeling was dat hij en enkele judoka’s demonstratiewedstrijden zouden geven. Eerst was er een ontvangst met koffie en koek gepland in het staflokaal. De spanning was vooraf te snijden, totdat eindelijk de grote dag aanbrak. Ik was dus een van de weinigen die rechtstreeks met Geesink mocht praten. Alleen al zijn binnenkomst was zeer indrukwekkend; hij kon nauwelijks de deur door. Van een interview kwam niets terecht. Aan de lopende band maakte hij grappen en grollen, waarna, ja alweer, een diner volgde en wel in de gebruikelijke stijl ! Tussendoor plaatste Anton Geesink een honderdtal handtekeningen die nadien werden uitgedeeld. Later in de middag volgde de demonstratiewedstrijden met de meegebrachte judoka’s. Enkele weken voor zijn komst hadden we worstelwedstrijden gehouden. Door middel van een afvalrace bleven drie winnaars over in de verschillende leeftijdsklassen. Een van deze winnaars was Henk Linthorst uit onze groep. Hij diende als tegenstander van Geesink. Het werd een enerverende middag met veel humor en prettige herinneringen.

Op zomaar een morgen in april gingen we na de normale ochtendrituelen naar de eetzaal. Tot ieders verbazing was er geen leiding. Wel een kok en eten, zodat we wisten wat we moesten doen. Na afloop en het gebruikelijke corvee liet de leiding zich nog steeds niet zien. Later werd duidelijk dat ze allemaal verzameld waren in het staflokaal. We wisten ons geen raad en een delegatie die probeerde duidelijkheid te krijgen, werd zonder informatie weggestuurd. In kleine groepen werd overlegd wat te doen. Na enige tijd werden pamfletten uitgereikt waarop vermeld stond wat we moesten doen. Het bevatte een lijst met activiteiten die door ons moesten worden uitgevoerd. Sommige opdrachten waren redelijk, andere waren overtrokken en bevatte zaken die niet van ons verwacht konden worden. Zoals alle zware vuilnisbakken verzamelen en alle muren van de barakken schoonmaken. Je kon merken dat twijfel bestond met betrekking tot de ernst van dit alles. Sommige jongens gingen aan het werk, anderen voerden niets uit. De natuurlijke leiders overlegden en besloten alleen die werkzaamheden te doen die redelijk waren. Het bleek achteraf allemaal een experiment, vermoedelijk reuze interessant voor de bedenkers, maar minder geslaagd voor de slachtoffers.

Het voorjaar gaf alle gelegenheid voor sport en spel in de buitenlucht. Een van de grootste spelen was een zogenaamd Europa-spel, waar al weken naar toe werd geleefd. Iedereen kreeg een paspoort en volgens een bepaalde route moesten we allerlei Europese landen bezoeken. In die landen moesten opdrachten vervuld worden. Als dat tot een goed einde was gebracht ontving men een stempel in het paspoort. Het totale spel duurde twee weken en vormde de rode draad van het kampleven. Sterker nog het beheerste het leven van alle dag. Uiteindelijk ging het er toch weer om welke groep winnaar werd. De opdracht behorende bij het land Spanje was het bouwen van een stierenarena en vervolgens in die arena een stierengevecht naspelen met alles er op en er aan. Er werden twee volle dagen besteed aan het oprichten van dit bouwwerk en het was prachtig om te zien wat een creativiteit schuil ging bij de diverse bouwers. De meeste groepen groeven een enorme kuil met een doorsnede van ongeveer 7 meter en minstens anderhalve meter diep. Bankjes werden geconstrueerd van afvalhout en er werd druk gerepeteerd voor het toneelstuk. Bij het vervullen van zo’n opdracht zijn er talenten gewenst op verschillende terreinen en die waren dan ook altijd aanwezig in elke groep. Steeds weer stond ik versteld van wat je als groep kon bereiken. Leiders mochten meehelpen, maar ze speelden nooit geen overheersende rol, op welk vlak dan ook. Het gehele kamp woonde de opvoering van het stierengevecht bij en een jury beoordeelde de opvoering. Onze groep had als extra verrassing een optreden terwijl het donker was met verlichting, wat een speciale sfeer teweegbracht.

Griekenland was eveneens een land wat bezocht werd en daar heette het thema: Olympische Spelen. Dat hield in een sportspektakel wat enkele dagen duurde, met voetbalwedstrijden, hardlopen, verspringen, enzovoort. De leiding van deze evenementen kleedde letterlijk en figuurlijk alles aan en zorgde steeds voor passende kleding bij de onderwerpen. Vooral met hulp van het arsenaal kleren van de toneelvereniging te Diever. Ook werden de thema’s goed door hen ingeleid. Frankrijk bracht het spelen van cabaret met zich mee en iedereen kon zich op dit onderdeel goed uitleven. Kolderstukken werden opgevoerd, leiders nagebootst, hele verkleedpartijen, uitgebreide schminkwerkstukken en veel lol.

Viswedstrijden hadden te maken met Ierland en het was een indrukwekkend gezicht om zestig jongens te zien vissen met soms echte hengels, maar meestal alleen een stok met snoer en angel. Dat alles gebeurde in de Drentse Hoofdvaart die in elk geval toen barstte van de vis. Er werd bijzonder veel gevangen en daarna weer teruggegooid. Het had allemaal niets te maken met rustig in de natuur vissen en genieten. Nee het was een echte wedstrijd. Het kan bijna niet anders dan dat de vispopulatie in dit kanaal enkele weken van slag af geweest is.

Diverse trucs werden er ingebouwd, die niet direct te maken hadden met het spel, maar wel met de enorme inzet en wedstrijdmentaliteit die er heerste. Als voorbeeld het schoonmaken van het totale kampterrein en extra schoonmaakbeurten van de groepslokalen. Om punten te behalen was iedereen gek te krijgen. In detail kan ik niet zo veel meer voor de geest halen. Dat heeft voornamelijk te maken met de hoeveelheid gebeurtenissen die er in die twee weken plaatsvonden. Wel is het gevoel blijven hangen dat het een prettig intensief groepsgebeuren was. Iets wat je nog nooit had meegemaakt. Voor mij ook de les dat mensen competitie nodig hebben en willen winnen op allerlei fronten. Ze willen zich bewijzen niet alleen als individu, maar juist ook als groep. Saamhorigheid en samen iets bereiken zijn menselijke behoeften. Er wordt vaak gesteld dat je bij een dergelijke terugblik alleen de mooie momenten terughaalt. Ik geloof dat niet, althans maar gedeeltelijk. Natuurlijk was niet alles koek en ei, er waren vechtpartijen, er was soms een vervelende sfeer of gebeurtenis. Er ging wel eens iemand door het lint en er werd stevig gescholden. Dat was allemaal aanwezig maar wel in beheerste mate in redelijk evenwicht met veel goede momenten. Het gevoel dat je niet naar huis kon dat was wel regelmatig van negatieve invloed op je functioneren. Dat zorgde er voor dat het hier niet ging om een vakantiekamp. Vaak vroeg ik mij later af wat ik gehad heb aan deze periode. Het antwoord was en is nog steeds erg veel, zeker op sociaal terrein. Of ik er geleden heb? Ja zeker er waren bijzonder droevige momenten en nogmaals ik ben er van overtuigd dat het voor een kind van ondermeer die leeftijd niet goed is om zo lang van huis weg te gaan. Tenzij en dat speelde bij een aantal van ons, de situatie thuis niet deugde. In dat geval was het kiezen uit twee kwaden. Het lange verblijf in het internaat was dan het minst kwade. Echter niets,in welke groepsvorm dan ook, kan opwegen tegen het verblijf in een redelijk draaiend gezin.

Vakantie
In de maand mei was de natuur nadrukkelijk aanwezig en voor mijn gevoel was het een voorjaar met veel zonnige dagen. Die prettige sfeer werd nog eens versterkt door de naderende vakantie. Het was gebruikelijk dat de groepen een week lang naar Giethoorn gingen. De vakantiepret begon echter al ruimschoots voor het eigenlijke vertrek. De groepen werden genoemd naar de Noormannen of de Vikings en via spelen bereidde iedereen zich voor op die grootse belevenis. Elke groep zou in Giethoorn een zeilboot tot zijn beschikking krijgen. Er werden dan ook zeillessen gehouden, weliswaar alleen in theorie maar toch. Zwaarden en schilden werden in elkaar gezet. Kledingstukken genaaid. Iedereen werd voortijdig in de juiste stemming gebracht. Nimmer mocht er met de bedden geschoven worden, behalve nu. Bijzondere groepen werden dan gevormd met kasten als afscheiding tussen de geheimzinnige genootschappen. Zoveel voorpret heb ik nooit meer meegemaakt voor ‘n vakantie.
Merkwaardig genoeg ben ik zelf niet meegegaan. Ik kreeg evenals enkele andere jongens de mogelijkheid om samen met twee leiders een tiendaagse fietstrektocht te ondernemen naar Duitsland. Daarover later meer.
Gelukkig heb ik de zeilvoorbereiding dus niet gemist. Tijdens een nachtelijke bijeenkomst zou er een inwijding plaatsvinden door Neptunes zelf. Wij als Duitslandgangers mochten deze ceremonie meemaken. Er deden dan ook allerlei vreemde en bizarre verhalen de ronde over dit gebeuren. Eindelijk was het dan zover. Iedereen werd omstreeks twee uur ‘s nachts gewekt. In het groepslokaal van Alaska vond de indrukwekkende verzameling plaats van behoorlijk duffe figuren met slaperige en witte gezichten. Daar werd het perkament voorgelezen door een prachtig uitgedoste Neptunes met gevolg. Natuurlijk weer in de mooiste toneelkleren en op deskundige wijze geschminkt. Vervolgens toog het gezelschap naar het eerder beschreven vage visvijvertje, waarover een boomstam was geplaatst. Elke jongen moest midden op die boomstam een kussengevecht leveren, met als uiteindelijk doel voor iedereen een nat pak. In dit geval een natte pyama. De ambiance met toneelspelers en brandende fakkels staat nog in mijn geheugen gegrift. Je wist dat het allemaal nep was, maar toch…. De spelers waren zeer bedreven in dergelijke optredens. Het werd die nacht zeer laat, te laat. Gelukkig mochten we de volgende ochtend uitslapen. Daarbij moet niet gedacht worden aan het tegen het middaguur uit je bed kruipen, maar eerder aan een uurtje later uit bed. Normaal gesproken gebeurde dat op de zondagmorgen.. De regelmaat werd aldus alleen verstoord bij hoge uitzondering.
Het vertrek van de groepen naar Giethoorn was een ware uittocht. Van het ene op het andere moment werd het doodstil. Wij bleven met acht jongens over, van elke groep twee. Dat waren wel goudzoekers, echter het waarom van juist deze acht heb ik nooit begrepen. De leiders die meegingen waren Schokker, aardrijkskundeleraar en Blikman de Alaska-groepsleider. Ons vertrek zou eerst over vijf dagen plaatsvinden, net voordat de groepen zouden terugkeren. Zodoende zou de rust tijdens de komende dagen een nieuwe ervaring voor ons betekenen. En leverde die dagen toch ook een soort extra en bijzondere vakantie op. We hadden het zo geregeld dat we bij elkaar sliepen in de barak van de groep Transvaal. Met een kleine groep mensen aten we in de eetzaal en we werden behoorlijk vrij gelaten in ons doen en laten.
Scherp staat mij nog voor de geest een wandeltocht met z’n vieren in de bossen, terwijl er plotseling een hevig noodweer losbrak. Juist in de bossen, zeker als die dicht begroeid zijn, zie je een onweersbui vaak niet aankomen. Daarom leek het of er een smerig bruine zware lucht zomaar uit de lucht kwam vallen. Oogverblindende flitsen met direct daarop volgend krakende donderslagen. Een onovertroffen angstige situatie, waarbij we niet veel anders konden doen dan het op een lopen zetten. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat tijdens die vlucht de bliksem vlak achter ons is ingeslagen. De afstand kan niet meer bedragen hebben dan vijfentwintig meter. Wij lagen daarna allemaal tegelijkertijd plat op de grond. Nimmer heb ik daarna nog een dergelijk noodweer van zo dichtbij meegemaakt. Door en door nat bereikten we het kampterrein, alwaar we aan iedereen ons verhaal vertelden.
Naarmate die week vorderde werden de voorbereidingen intensiever in verband met ons aanstaande vertrek. De mee te nemen bagage moest allemaal met de fiets mee en er moesten drastische beslissingen worden genomen over wat wel en wat niet. Onze normale “kampfietsen” met terugtraprem , zwaar frame en grote fietstassen hadden niets uit te staan met de huidige aerodynamische fietscultuur. Op vrijdag vertrokken we onder mooie weersomstandigheden. Het einddoel van die dag was de grensplaats Losser in Overijssel. Daar konden we gratis overnachten en eten in een soortgelijk internaat. Eerst moest er dan wel een behoorlijke afstand worden afgelegd door niet al te ervaren fietsers. Dat lukte zonder problemen, zelfs zonder lekke banden. In Losser werden we gastvrij ontvangen en ‘s avonds was er een groot kampvuur. Het internaat lag enkele honderden meters van de Duitse grens en ik weet nog dat we via een illegaal pad Duitsland zijn binnengefietst. Dat scheelde namelijk tientallen kilometers fietsen. We bezochten daar een klooster waar verschillende originele Afrikaanse beelden stonden uitgestald. De enorme rust in en rondom de gebouwen van zo’n klooster is me altijd bijgebleven. De indrukwekkende houten beelden bezaten een sterke uitstraling en pasten wonderlijk genoeg uitstekend in deze totaal andere omgeving.
We vervolgden onze weg richting Teutoburgerwoud, nadat we onderweg hadden gekampeerd in een weiland. Daar werden we ‘s morgens door de koeien begroet, werkelijk zoals in een komische film. Het klimmen in de heuvels viel niet mee op onze zwaar beladen stalen rossen. Toch bereikten wij ons doel en kampeerden alweer bij een boer. Per twee personen hadden we een simpele enkeldaks tent. Alleen de twee leiders bezaten een dubbeldaks. Tot dan was het prima weer in een fantastische omgeving. De meesten van ons waren nooit in het buitenland geweest, laat staan dat we ooit dergelijke heuvels gezien hadden. Direct werd er het nodige snoep ingeslagen en op de terugweg liep het meteen verkeerd. We kwamen langs een kersenboomgaard en plukten daar kilo’s kersen, totdat er luid schreeuwend een boer verscheen. Deze sprak zijn verwensingen weliswaar in het Duits uit, maar toch begrepen we wat hij bedoelde te zeggen. Twee jongens kwamen er niet zonder de nodige schrammen af tijdens het in een noodvaart verlaten van een boom. Iedereen weet dat je kersen eerst moet wassen en er nooit teveel moet eten. Wij wisten dat ook, toch hadden we allemaal voor het einde van de dag buikloop. Nota bene met een toilet op ruim honderd meter afstand en met nauwelijks voorraad verschoning. Het allerergste was echter de regen, niet zo’n buitje water, nee een constante hoos, die midden in de nacht begon en niet meer ophield. De enkeldaks status met los grondzeil kon dit alles niet aan. Hetgeen nog verergerd werd door de situering van de tenten, namelijk halverwege de heuvel. Voor het middaguur was alles doorweekt. Blikman en Schokker met vooruitziende blik regelden via de boer slaapplaatsen in een hooischuur. Wel werd ons op het hart gedrukt dat er geen scherpe voorwerpen in het hooi terecht mochten komen. Het hooi was immers bestemd voor de koeien, die dergelijke zaken nu eenmaal niet kunnen verteren. Een complete verhuizing vond plaats, lijnen werden gespannen om alles te kunnen drogen, inclusief de tenten. Aangezien er verder niets te doen was zochten we ons vertier op en in het hooi. Via een hogere verdieping maakten we duikvluchten in het hooi. De stemming zat er de eerste twee dagen nog wel in. Het bleef echter regenen en er gingen al verhalen dat het de hondsdagen betrof. Dat hield in als het zeven uur zou regenen de kans groot was dat het vervolgens zeven dagen zou regenen enzovoorts. Ondanks dat we niet bijgelovig waren begon het er toch steeds meer op te lijken dat de hondsdagen meer dan een fabel waren.. Inmiddels werden er plannen gemaakt om terug te keren met de trein. Toen eindelijk op de vijfde dag de zon weer terugkeerde. We spraken af om in twee dagen terug te fietsen, via dezelfde weg, en alleen nog te overnachten in Losser. Dat betekende een zware fietstocht, behalve het eerste stuk dat nu natuurlijk bergaf ging. Zeer moe kwamen we die avond laat aan in Losser. Daar konden we in echte bedden slapen en weer eens goed eten. Na inspanning en ontbering is een verblijf in de bewoonde wereld met al zijn luxe en voorzieningen extra plezierig. Na negen dagen is een lange hete douche meer dan alleen maar een routinematige handeling.
Tijdens de tocht door Twente stonden we te wachten bij een bakker, terwijl door twee van ons brood werd ingeslagen. Op een gegeven moment werden we door een man lachend aangesproken met de woorden: “Ha schoffies”, niemand, incluis de leiding reageerde verbaal of non-verbaal op die woorden, waardoor de man enorm rood werd en snel doorfietste. Dit kenmerkte onze stilzwijgende saamhorigheid. De laatste dag schroeide de zon onze ruggen en verlangden we haast weer naar een regenbui. De moed tijdens de lange fietstocht werd er door de leiders ingehouden met behulp van een doos suikerklontjes. Of het lichamelijk hielp weet ik niet, psychisch in ieder geval wel. De thuiskomst gaf een glorieus gevoel, zeker nu we onze verhalen kwijt konden aan de kampgenoten, die waren teruggekeerd. Zij hadden op hun beurt ook het nodige beleefd.

Terug
Het was juni geworden en eind juni zou ik worden opgehaald om vervroegd naar huis te gaan in verband met een vakantie met m’n broer en ouders. De eigenlijke vakantieperiode voor het internaat liep van half juli tot ongeveer half augustus. Voordat het zover was maakte ik nog een indrukwekkend uitstapje mee. Met enkele collega-goudzoekers gingen we op zondagmiddag met de bus naar Assen. De eindbestemming was de verkeerstuin, alwaar je met een trapauto door een nagebootst wegennet reed, met meisjes als politieagent in de leeftijd van vijftien jaar. Voor ons een zeer aantrekkelijke leeftijd. In het midden van dat verkeerspark bevond zich een verkeerstoren met omroepinstallatie. Als je fouten maakte in het verkeer dan werd dat daar omgeroepen. Wij waren met z’n zessen en in een mum van tijd kende iedereen ons. We hielden ons aan geen enkele regel, reden agentes omver, zorgden voor botsingen en allerlei bizarre verkeerssituaties. Een enkele keer meldden we ons bij de toren en deden alsof we nergens vanaf wisten. Dat gedrag hielden we natuurlijk niet erg lang vol. Uiteindelijk werden we dan ook gesommeerd om te verdwijnen. Hetgeen op dat moment geen straf was, omdat de lol er inmiddels vanaf was. Wel liep een van de jongens een rake klap op van een kordate agente. Toch was zo’n uitje een geweldig feest, alweer omdat we onder de mensen kwamen van het dagelijkse leven. Daar botsten dan twee ‘culturen’. Ja, we gedroegen ons niet, maar kon je dat zo’n groep kwalijk nemen? Jongens die niets liever wilden dan deel uitmaken van dat normale leven, maar die door de omstandigheden gedwongen dit niet konden. Gelukkig gedroegen we ons meestal wel behoorlijk. Bij terugkeer in het kamp ging het er om vooral geen opschepperige verhalen te vertellen. Dat alleen al was moeilijk genoeg.
Tenslotte maakten we met het gehele kamp nog een busreis naar de motorcrosswedstrijden te Norg. Op een warme zomerdag streken we daar neer, al vlug onder de indruk van de scheurende motoren met hun bijna onuitstaanbare geluid. Voor mij was dit de eerste keer en ik vond het indrukwekkend hoe met grote snelheden en met gevaar voor eigen leven werd geraced. Vooral de reuzensprongen bij de heuvels en het wegspattende zand zorgden voor een schitterende spanning. Bij een aantal van ons kwam die dag het zakelijke instinct naar boven. Men kwam op het idee om lege flesjes bier en frisdrank te verzamelen, dat leverde redelijk wat geld op en dus snoep en frisdrank voor eigen gebruik. Nog steeds als ik jongeren dit zie doen, draait voor mij de film af van die dag in Norg. Tijdens de terugweg werden we voorbij geraasd door honderden motoren.

De laatste dagen van juni naderden, maar duurden wel erg lang. De alles overheersende gedachte was: de definitieve terugkeer naar huis. Op dat moment de allergrootste wens van een dertienjarige jongen die gedurende elf maanden van zijn ouders en zijn omgeving was beroofd. Tegengesteld daaraan was het gevoel van weemoed. Alle belevenissen en goede herinneringen kwamen juist toen naar boven. Tijdens dat alles in was er een vreemde gewaarwording van er niet meer bij horen, daar niet en thuis niet. Net als na een verhuizing naar een vreemde omgeving. Langzaam maar zeker nam je afscheid van mensen en zaken.
De dag voor mijn vertrek gebeurde een ernstig ongeluk op de weg langs de Drentse Hoofdvaart. Ongeveer tweehonderd meter van het internaat af. Deze weg stond bekend als een uitermate gevaarlijke provinciale weg en is dat overigens nog steeds. Alleen toen moest al het snelverkeer over die weg. Tijdens dat ongeluk kwam de bestuurder knel te zitten en moest hij worden uitgezaagd. Hele toestanden met brandweer, ziekenauto en takelwagen. Er was een vrachtauto tegen een personenauto geknald. Sommigen van ons zijn stiekem gaan kijken. Zelf heb ik het niet van dichtbij gezien, maar op een flinke afstand. Het maakte zo’n indruk op me dat ik me zorgen maakte over de reis van mijn ophalers en de reis terug met hen. M’n vader zou me komen ophalen met een kennis, die een Volkswagen had. Die nacht sliep ik slecht. Gelukkig verliep de reis naar huis voorspoedig, ik wilde zo snel mogelijk naar huis.

De redactie ontving op 28 september 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Robert Mulder
Mooi verhaal van Frans Bakker!
Frans, ik had na de Eikenhorst een avontuurlijk leven en ben goed terecht gekomen.
Inmiddels ben ik 82 en nog steeds actief als fotograaf: http://www.robertmulder.nl

Ik verbaas me over je uitstekende geheugen en heb de indruk dat je “goed terecht bent gekomen”.
Hartelijke groet,
Robert Mulder

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Braand in ut boerdereegie van Henduk Grupp’m

De redactie van Ut Deevers Archief publiceerde van het bijgaande bericht een eerdere versie in Oprakelen 07/02 (juni 2007). Opraekelen is het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Bij het bericht is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1930 te zien. 

An de Heufdstroate in Deever op de hoek van het smalle straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand. Bij de brand kwamen een paard en drie varkens om het leven. De boom naast het boerderijtje zal ook wel zijn afgebrand. Het boerderijtje is niet weer opgebouwd. Op de plek van het boerderijtje is een grasveldje en zijn enige parkeerplaatsen voor auto’s ingericht, bovendien is het smalle straatje helaas verbreed.

Het brandweerrapport, dat ná 21 juni 1946 is opgesteld, vermeldt:
Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de brink van Deever of de braandkoele an de Peperstroate ?) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van de familie Hendrik Gruppen. De redactie wil bijzonder graag in contact komen met nazaten van Hendrik Gruppen. De redactie is op zoek naar foto’s van het boerderijtje van Hendrik Gruppen, die vóór 21 juni 1946 zijn gemaakt.

Aan de linkerkant van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is de zijgevel van het boerderijtje van Hendrik Gruppen an de Heufdstroate te zien.
Het huis naast het boerderijtje van Hendrik Gruppen was eigendom van Jan Schoemaker. In het linker deel van het voorhuis was het postkantoor gevestigd. Het rechter deel was in gebruik als voorkamer.
In het oude boerderijtje daarnaast woonde Hendrik Kiers. Dit boerderijtje is later gekocht door Lambertus (Bart) Schoemaker, die ook een beetje makelaar in grond en huizen was. Hij heeft het huis afgebroken om zo ruimte te krijgen voor een tuin.
Daarnaast in het huis achter de leilinden was in het voorhuis het café van Willem Huiskes en Grietje Kuiper gevestigd.
Op de achtergrond is achter de leilinden is de voorgevel van boer en wethouder Harm (?) Hessels te zien.
In de nog steeds bestaande boerderij aan de rechterkant woonden Jan Bennen met zijn dochter Geertje en zijn schoonzoon Marinus Bakker.
In het nog steeds bestaande pand daarachter was gevestigd de textielwinkel van Jacoba Hessels, de weduwe van Johannes Vos. De winkel is daarna lange tijd voortgezet door Geertje Vos.
Achter de textielwinkel is een stuk van het voorhuis van het nog steeds bestaande boerderijtje van de gebroeders Mulder, die in de Deeverse volksmond de gebroeders Bakker of de Bakker’s jongen werden genoemd.
Daarachter is een stukje van de voorgevel van de winkel van het schildersbedrijf van Geert Koster te zien.

De zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kunnen een afbeelding van deze ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 90 van het boekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld, dat in 1974 is samengesteld door boer-in-ruste Arend Mulder.

De redactie betreurt het ten zeerste dat het hier afgebeelde topstuk niet is opgenomen in het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

Posted in Ansigtkoate, Boerdereeje, Heufdstroate, Postkantoor, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

In Deever haad’n alle Mulders un beenèème

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 88 een afbeelding van een ansichtkaart uit 1909 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

Kruisstraat
Van dit typisch mooie dorpsgezicht, genomen omstreeks 1904, staat momenteel geen steen meer op elkaar.
De eerste woning rechts werd bewoond door de familie Harm Moes en zijn inwonende schoonvader Hendrik Mulder. Het feit dat vele families Mulder (hoewel niet aan elkaar verwant) bijnamen droegen als Bakker, Moes, Bas, Poep, Kuiper en Potter, laat zich ook hier weer gelden, wijl Hendrik Mulder de bijnaam Hendrik Potter droeg, wellicht doordat hij de centen oppotte. Achter de tweede deur links was de kuiperij voor het maken van botervaatjes ten behoeve van de zuivelfabriek. Aan zijn gevel hing een uithangbord met de spreuk:
Geen groter kunst ooit uitgevonden,
Dan hout met hout verbonden.

Even om de hoek (richting Kasteel) hing smid Daniël (in het pand van Klaas Houwer) een uitgangbord op luidende:
Ja Kuiper, Je kunt wel dralen,
Maar de banden moet je bij mij halen.

Tweede huis was van Willem Huiskes, caféhouder, met daaraan vast de bakkerij van Jan Grit. Toen die verhuisde naar het pand van Jan Boers, waar later de wagenmakerij van Jans Mos stond, hing hij een bord uit luidende:
Ik ben verhuisd, ik ben verplant,
De bakkerij is nu aan de overkant.

Als laatste, alsof het onder de toren is gebouwd, de smederij van Kloeze. De vrouw links, leunende op de hekken, is Mina van Jan ter Heide, schilder en winkelier. Nog even zien wij een hoek van de in plusminus 1914 door hemelvuur verbrande woning van de gebroeders Harm, Hendrik en Jacob Mulder, in de volksmond de gebroeders Bakker genoemd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in ut Deevers Archief een afbeelding van de in het verhaal van Arend Mulder afgebeelde ansichtkaart opgenomen.
In Deever hadden alle Mulders een bijnaam.
Broodbakker Garke Mulder werd Garke Bakker genoemd. Zijn drie zonen Harm, Hendrik en Jacob Mulder werden Garke Bakker’s jongen genoemd.
Huisschilder en drogist Hendrik Mulder werd Henduk Moessie of Moessie Peep genoemd.
Postbode Egbert (Eppie) Mulder werd Eppie Bas genoemd.
Gemeenteambtenaar Anne Mulder werd Anne Bas genoemd.
Hun moeder werd Lamme Bas genoemd.
Teunis Mulder van ut Kastiel werd Teunis Kuper genoemd.
De vader van Arend Mulder werd in de Deeverse volksmond niet Jan Mulder genoemd, maar Jan Boatie, omdat hij een baardje (sikje) had en er meer Jan Mulders in Deever woonden
.
In Deever woonde ook een Mulder die op zijn achttiende al in de raad van de hervormde kerkgemeente zat en heel lichtblond haar had en daarom in de Deeverse volksmond Witte Jezus werd genoemd.
En dan woonden en werkten in Deever ook schoenmaker Jan Mulder, die Jan Pik of Jan Pikkie werd genoemd en zijn zoon Marinus Mulder, die Marinus Pik of Marinus Pikkie werd genoemd.
Wie van de bijzonder gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie attenderen op de bijnaam van andere Mulders ?
Arend Mulder noemt smid Daniël, die zijn smederij aan de Kruisstraat had. Maar smid Daniël Jacobs Offerein is geboren op donderdag 20 december 1821 in Deever en is overleden op donderdag 18 september 1873 in Deever, 51 jaar oud. Het kan niet een zoon van Daniël Jacobs Offerein zijn geweest, want hij had geen zonen. Welke smid kan het dan wel zijn geweest zo rond 1904 ? Een andere Offerein ? Een neef van Daniël Jacobs Offerein ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hier gegevens over verschaffen ?

Afbeelding 1
Bladzijde 88 van het boek ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.

Posted in Heufdstroate, Publicatie | Leave a comment

Jopie Overheul hef in de oorlog in Deever ewoont

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van oude zwart-wit ansichtkaarten van onderwerpen uit de gemiente Deever aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. Op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is het café De Veemarkt van Berend Slagter en Femmigje Mulder an de Kruusstroate in Deever te zien. Op de achtergrond is het marktterrein te zien. Het gebouw bestaat nog steeds. Zie afbeelding 3.

In 1941 stuurden mevrouw Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo (Jopie) Verheul de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (afbeelding 1) naar de familie J. Oosthof, van Swindenstraat 69 in Schiedam. De familie Overheul vermeldde als adres Jacob Bijker, Groningerweg 4, Diever (Dr.) (afbeelding 2).

De redactie is het bestuur van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever bijzonder erkentelijk voor het geven van toestemming voor het overnemen van het artikel ‘Oorlogsgasten’, dat is gepubliceerd in nummer 03/2 (juni 2003) van het papieren blad Opraekelen. Wijlen Lambert Brugging is de schrijver van het artikel ‘Oorlogsgasten’.

Oorlogsgasten

In Opraekelen 02/1 wordt in het artikel ‘Verslag van gesprekken met enkele Dieversen’ over de acties van de Franse parachutisten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op bladzijde 37 melding gemaakt van een in Diever verblijvende familie Overheul. De familie woonde gedurende een groot gedeelte van de oorlog in een deel van de woning van schilder Aaldert Kannegieter aan de Hoofdstraat. Hoewel mijn ouderlijk huis tegenover de woning van Aaldert Kannegieter stond, is het me nooit duidelijk geworden wat voor mensen dit waren en hoe ze hier terecht kwamen. Het leek me de moeite waard dit uit te zoeken. Via de gezusters Van Gijssel, die destijds in het Armenwerkhuis aan de Groningerweg woonden, kwam ik al snel op het spoor van de familie Overheul, met name op dat van dochter Jo (Jopie). Ik heb een gesprek met haar gehad en ik heb het volgende genoteerd, omdat ik vermoed, dat meer Dieversen of oud-Dieversen in de familie zijn geïnteresseerd.

Verblijf in Diever
Zoals uit het boven genoemd artikel in Opraekelen blijkt was het echtpaar Gerrit Overheul en Alie Christen en hun dochter Jo (Jopie) tijdens het begin van de oorlog woonachtig in Schiedam. De familie maakte op 14 mei 1940 de hevige Duitse bombardementen op Rotterdam en Schiedam mee. Tijdens deze bombardementen heeft het gezin in een kelder van een tante gebivakkeerd. Hun huis, dat dicht bij de spoorlijn lag, werd door Duitse voltreffers geraakt. Dit huis is na de oorlog niet weer herbouwd, omdat het stratenpatroon in de betreffende buurt werd gewijzigd.
Gerrit Overheul zat in de werkverschaffing en werkte bij de Vledder A. Hij was gehuisvest in rijkswerkkamp Diever A, dat in de Oude Willem bij Hoeve aan den Weg lag.
In Rotterdam en omgeving werd het leven in de oorlog al snel beroerder. De familie besloot in het najaar van 1940 naar Drenthe te gaan, omdat Gerrit Overheul daar vanwege z’n werk bekend was. Gerrit Overheul werd echter door de Duitsers gedwongen in Duitsland te gaan werken.
Zijn vrouw Alie Christen en hun dochter Jo, respectievelijk geboren in 1911 en 1933, kwamen terecht in Diever, waar Gerrit Overheul had gewerkt. Ze moesten zich melden bij Albert Keizer, die aan het begin van het Kasteel woonde. Albert Keizer was beheerder van de kantine van rijkswerkkamp Diever A, toen Gerrit Overheul in Diever werkte. Albert Keizer heeft uit dien hoofde bemiddeld bij het vinden van woonruimte. Nadat Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo bij het gezin van Albert Keizer waren aangekomen en wat gedronken hadden, bracht hij hen naar het gastgezin, te weten het echtpaar Jacob
Bijker en Giene Oost, wonende aan de Groningerweg bij het Armenwerkhuis.

.Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo konden bij de familie Bijker geen eigen woonruimte betrekken, maar werden in het gezin opgenomen. Bij de familie Bijkers sliepen ze voor het eerst in een bedstee. Hieraan moesten ze wel wennen. Ze hebben tot in 1941 bij de familie Bijker gewoond. Door gezinsuitbreiding bij de familie Bijker werd de woon- en leefruimte daar te klein. Jo en haar moeder moesten toen naar een andere woonruimte omzien. Die werd gevonden bij de familie Aaldert Kannegieter aan de Hoofdstraat. Ze konden hier de voorkamer huren met gezamenlijk gebruik van keuken en toilet. Ook hier moesten ze in een bedstee slapen.

Schoolbezoek van Jo Overheul
In Diever bezocht Jo de openbare lagere school aan de Hoofdstraat. Hoewel ze in Schiedam in de tweede klas zat, werd ze in Diever teruggeplaatst naar de eerste klas. Dit vanwege het feit, dat het schooljaar in Diever niet parallel liep aan het schooljaar in Schiedam.
Soms moest ze vanaf de Groningerweg tot aan haar midden door de sneeuw baggeren om bij de school te komen. Ze zat onder meer bij Annigje, dochter van het echtpaar Harko Vierhoven en Annigje Bijker in de klas. Tussen de middag at ze bij de familie Vierhoven haar boterhammen op, toen ze met haar moeder bij de familie Bijker aan de Groningerweg woonde.
Voor het vak handwerken moest Jo soms spullen van huis meenemen. Dat waren vaak spullen, die haar moeder niet bezat, vanwege het feit dat ze bijna zonder bezittingen naar Diever waren gekomen. Jo kwam dan met lege handen op school. Dit stond de juffrouw uiteraard niet aan. Daarom moest zij vaak, in de tijd dat de andere meisjes de handwerkles volgden, strafregels schrijven: “Luiheid is des duivels oorkussen”. Na de oorlog en na haar lagere schooltijd heeft Jo eerst de ULO-school (redactie: ULO = Uitgebreid Lager Onderwijs) in Meppel bezocht. Ze zat daar onder meer met Niesje Barelds uit Wittelte in de klas. Toen in Diever de ULO-school werd geopend, is ze daar naar toe gegaan. Ze werd in de tweede klas geplaatst. In deze klas zaten toen zeven kinderen. In het begin werd les gegeven in de oude openbare lagere school aan de Hoofdstraat.

Werkzaamheden van Alie Overheul-Christen
De moeder van Jo hield veel van breien. Ze heeft ook voor inwoners van Diever gebreid. Moeder Overheul weet nog te vertellen, dat ze een paar nieuwe herensokken kocht, deze aftrok en er vervolgens twee paar kindersokken van breide. Zo kon ze geld besparen. Ze heeft als huishoudster bij Klaas Daleman gewerkt, toen zijn vrouw ziek was. Klaas Daleman is één van de mannen, die de Duitsers vlak voor de bevrijding van Diever hebben vermoord op het marktterrein. Voorts heeft ze gewerkt in het zwembad Dieverzand aan de Bosweg.

Werken in Duitsland
Soms kreeg de in Duitsland verblijvende Gerrit Overheul een paar dagen verlof om zijn vrouw Alie en dochter Jo in Nederland te bezoeken. Het gezin trof elkaar dan niet in Diever, maar bij familie in Schiedam. Dit was voor Gerrit Overheul aantrekkelijker, vanwege de betere treinverbindingen met Duitsland. In de loop van de oorlog eisten de Duitsers van verlofgangers, dat zij de Hitlergroet brachten vóór hun vertrek naar Nederland. Dit vertikte hij, zodat aan het gereis naar Nederland een eind kwam.

Na de oorlog
Het gelukte Gerrit Overheul vrij direct na het einde van de oorlog uit Duitsland weg te komen. Toen hij in Diever aankwam, durfde hij niet direct naar zijn gezin te gaan. Hij wilde zijn vrouw, die ziek was, niet laten schrikken. Bij de woning van Roelof Fransen verzocht hij een inwoner van Diever zijn gezin te waarschuwen. Jo is vervolgens haar vader tegemoet gelopen.
Het gezin heeft na de hereniging nog een paar maanden in het huis van Aaldert Kannegieter gewoond. Op een gegeven moment konden ze huisvesting krijgen aan de Bosweg, in het huis waar tot dan Thijs Barelds met zijn gezin had gewoond. Dit heeft tot 1948 geduurd. Het gezin was genoodzaakt te vertrekken, omdat Gerrit Overheul geen vast werk in Diever en omgeving kon vinden. Zij gingen terug naar Schiedam.

Het Noorden bleef trekken
Jo Overheul is in 1965 in Schiedam getrouwd met Gijsbertus Boer. Het echtpaar ging wonen in Vlaardingen, de woonplaats van Gijsbertus. Hier hebben ze tot 1980 gewoond. Vanuit Vlaardingen is Jo met haar gezin verschillende keren in Diever op vakantie geweest. Op een gegeven moment kochten ze een tweede woning in Bant. Van daaruit hebben ze ook vaak Diever bezocht. Uit eindelijk kwam het gezin, evenals de moeder van Jo, in Heerenveen terecht. Alie Overheul-Christen woont daar in een service-flat. Zo nu en dan hebben ze nog contact met Bertus Bijker, de zoon van Jacob Bijker en Giene Oost.
Gijsbertus Boer, de echtgenoot van Jo Overheul, heeft niet van het leven in Heerenveen mogen genieten. Het gezin was nog maar net gearriveerd of hij kwam te overlijden. Ik kreeg bij het gesprek het gevoel, dat Jo daarna goed is opgevangen door de oud-Dieverse en ook in Heerenveen wonende Teuna van Gijssel.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Lambert Brugging schrijft aan het begin van het artikel:
In Opraekelen 02/1 wordt in het artikel ‘Verslag van gesprekken met enkele Dieversen’ over de acties van de Franse parachutisten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op bladzijde 37 melding gemaakt van een in Diever verblijvende familie Overheul.
De tekst in Opraekelen 02/1 luidt als volgt:

De familie Bijker vond onderdak bij (schoon)moeder Lammigje Oost-Wanningen aan de Dwarsdrift. Geertje en Hillie van Gijssel en Karel Kragt hebben bij de familie Overheul geslapen. Deze familie (vrouw en dochter) kwam uit Schiedam en verbleef tijdens een groot gedeelte van de oorlog in een kamer, die gehuurd was van schilder Aaldert Kannegieter, aan de Hoofdstraat. De rest van de familie Van Gijssel en de bewoners van het Armenwerkhuis hebben de nacht op het Kasteel door gebracht, verdeeld over drie gezinnen. De onderduikers van het Armenwerkhuis zijn het bos in gevlucht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jacob Bijker is geboren op 20 maart 1900. Hij is overleden op 2 september 1965. Hij trouwde met Helperdina Oost. Zij is geboren op 30 april 1914. Zij is overleden op 13 november 1984. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Albert Keizer is geboren op 14 augustus 1883. Hij is overleden op 30 december 1979. Hij trouwde met Jantje Warring. Zij is geboren op 12 november 1888. Zij is overleden op 30 november 1972. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Klaas Daleman is geboren op 22 mei 1906. Hij is op 10 april 1945 door een Duitser vermoord op het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever. Hij trouwde met Jacoba Fledderus. Zij is geboren op 18 maart 1904. Zij is overleden op 18 september 1990. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. 

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – Adreskant van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (afbeelding 1)

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – zondag 18 december 2022 – Alle rechten voorbehouden.
De familie Aaldert Kannegieter woonde in het huis met de witte zijmuur.

Posted in Alle Deeversen, Ansigtkoate, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Jans Tabak lig onder un skiere oranjebroene plèète

De redactie van ut Deevers Archief ziet her en der in Nederland al wel steeds vaker objecten van weervast staal, zoals plantenbakken, tafelpoten, gevelbekleding, naamborden, reclameborden, buitenhaarden, sfeerpanelen, sokkels, brievenbussen, erfafscheidingen, huisnummers, tuinwanden, borderwanden, boomkorven, zandbakken, kunstobjecten, enzovoort, enzovoort, maar nog nooit een funerair kunstwerk in de vorm van een dekplaat. Nu is dat wel verklaarbaar, want de ienige kaarkhof waar de redactie zo nu en dan rondloopt, dat is de kaarkhof op de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie weet niet wanneer de sombere, grauwe en wanhopige stenen dekplaat op het graf van wijlen dorpsfiguur, oraal historicus, groevedeskundige, koffie- en theepottenverzamelaar, verzamelaar van Deeverse papperassen en foto’s en hiel mooi Deevers sprekende Jans Roelof Tabak uut de Aachterstroate (vrogger de Saandhook) op prachtige wijze is afgewerkt met een funerair kunstwerk van oogverdovend oranjebruin weervast staal. Want zo’n dekplaat van oranjebruin weervast staal mag op zo’n somber, grauw en wanhopig kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever toch wel als een aandachttrekkend funerair kunstobject worden beschouwd. Ech wè !
Hoe heeft kunnen bestaan dat zo’n afwijkend funerair kunstobject van weervast staal op zo’n sombere, grauwe, wanhopige stenen afdekplaat van een graf aanwezig mag zijn ? Want daarover moeten de Hoge en Minder Hoge Gemeentelijke Dametjes en Heertjes Belast Met De Positieve Financiële Exploitatie En Het Aanzien Van De Kaarkhof Op De Baargakkers An De Grönnegerweg Bee Deever hebben beslist. Die hebben dat in hun riante kantoortuintjes in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever getoetst aan futiele eisjes en voorwaarden en verordeningetje en milieuregeltjes en duurzaamheidsregeltjes en beleidsregeltjes en uitvoeringsregeltje. Voor het plaatsen van dit funeraire kunstobject hebben zij vast na lang wikken en wegen en vergaderen en collegiaal overleg bij wijze van hoge uitzondering en in al hun goedertierenheid een vergunning afgegeven.
Dochter Saskia en de kinderen versieren de plaat steeds mooi met enige koffie- en theepotten uit de verzameling van vader en opa wijlen Jans Roelof Tabak. Zie de bijgaande kleurenfoto’s.

Weervast staal is een soort staal dat te herkennen is aan de bruine roestkleur. De zeer dichte roesthuid schermt het dieper liggende materiaal af van zuurstof, waardoor het roesten sterk vertraagt. Weervast staal is een metaal dat bestaat uit koper, fosfor, silicium, nikkel, chroom en ijzer. Dit staal gaat bij blootstelling aan weersinvloeden vroeg of laat roesten. Dit is bij weervast staal geen slecht teken, want de dichte roestlaag voorkomt juist dat het staal verder gaat roesten. Ook geeft deze roestlaag het weervaste staal die opvallend oranjebruine kleur. Het onderhoud van weervast staal is vergelijkbaar met hout. Zo gaat het staal langer mee als het boven de grond wordt gebruikt en kan droogwaaien. Weervast staal kan niet goed tegen natte bladeren, die kleven aan de plaat, houden zo het staal langer nat en dat versnelt het roesten.

Afbeelding 1 – (© 14 april 2025 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Dochter Saskia en de kinderen hebben een flink deel van de koffie- en theepottenverzameling van wijlen Jans Roelof Tabak tentoongesteld op zijn grafplaat. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een zwerfkeitje toevoegen aan het stapeltje bij het graf.

Afbeelding 2 – (© 29 november 2024 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto is slechts één koffiepot uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak is te zien. Dochter Saskia en de kinderen hebben na vrijdag 15 december 2023 vijf potten weggehaald. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor Jans Roelof Tabak een zwerfkeitje bij het graf leggen.
Afbeelding 3 – (© 15 december 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien, Dochter Saskia en de kinderen hebben na 1 december 2023 geen potten vervangen, maar wel een beetje verplaatst.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje bij het graf leggen.

Afbeelding 4 – (© 1 december 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd, maar de sneeuw op de metalen dekplaat van het graf van wijlen Jans Roelof Tabak was al snel gesmolten. Dochter Saskia en de kinderen hebben na 17 mei 2023 geen potten vervangen, maar wel een beetje bewogen. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje bij het graf leggen.

Afbeelding 5 – (© 17 mei 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Saskia en de kinderen vervangen en verplaatsen zo nu en dan de potten door andere potten.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak bij het graf een steentje leggen of een bloemetje plaatsen.

Afbeelding 6 –  (© 17 december 2022 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto is slechts één koffiepot uit de verzameling van koffie- en theepotten van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Dochter Saskia en de kinderen vervangen en verplaatsen zo nu en dan de potten, dat is te zien aan de afdruk van de bodem van de potten op de weervaste stalen dekplaat.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak bij het graf een steentje leggen of een bloemetje plaatsen..

Afbeelding 7 – (© 19 april 2022 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn  zeven koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Let vooral ook op het hoopje stenen bij het graf. Bezoekers van het graf leggen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak soms een steentje bij het graf.

Afbeelding 8 – (© 19 november 2021 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn vier koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien.
Let vooral ook op het hoopje stenen bij het graf. Mensen leggen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje op het hoopje.

Afbeelding 9 – (© 27 november 2020 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto, die een paar dagen na het overlijden van Jans Roelof Tabak is gemaakt, zijn zes koffie- en theepotten uit zijn op het graf te zien.

Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Jans Roelof Tabak, Kaarkhof an de Grönnegerweg, Kuunst | Leave a comment

De begrafenisvurening is gien neeje noaberskop

In het provinciaal Drents maandblad Drente, jaargang 26, nummer 2, februari 1955, verscheen het artikel ‘Oude en nieuwe noaberhulp – spanning en samengroei’ van de heer Jan Boesjes, secretaris van de gemiente Deever. Het maandblad Drente was het officiële orgaan van het Drents Genootschap. Het maandblad Drente richtte zich op praehistorie, historie, folklore, heemschut, opbouw en toerisme.

Oude en nieuwe noaberhulp – spanning en samengroei in de Drentse samenleving
Als ik een artikeltje ga schrijven over ‘oude en nieuwe noaberhulp’, dan meen ik mij te mogen beperken en zou dan willen kiezen deze hulp speciaal bij begrafenissen. Het onderwerp op zichzelf is uiteraard veel omvangrijker maar ik veronderstel dat mij dit te ver zou leiden. In deze rubriek gaat het in hoofdzaak om ‘spanning en samengroei in de Drentse samenleving’ en ik geloof wel dat bij de noaberhulp de meeste spanning in Drenthe ontstaat bij begrafenissen en dat, althans op verschillende plaatsen, de samengroei in casu nog moet plaats vinden en in ieder geval bezig is tot leven te komen.
De noaberhulp bij begrafenissen is van oudsher zeer belangrijk geweest. Men vergete vooral niet dat men juist op die momenten het innigst met elkaar in aanraking kwam. Als een oude buur voorgoed het aardse bestaan had beëindigd, dan trof dat niet alleen de familie doch ook in sterke mate de naaste buren. De buurtschap was sterk met elkaar verweven. Bij geboorte, huwelijk en overlijden troffen deze zeer belangrijke gebeurtenissen niet alleen de familie doch ook de buren, de buurtschap. Men leefde erg met elkaar mee. Dat men elkaar op deze tijden hulp verleende spreekt voor zichzelf. Bij een geboorte kon dit zich beperken tot kraamvisites, de mannen hadden geen taak. Bij huwelijk werd het uitgebreider. Dan kwam jong en oud voor de trouwdag op buurtvisites bijeen en werd er braaf feest gevierd. Maar pas bij een overlijden in de buurt werd de band sterk gevoeld.
Zodra er iemand gestorven was moesten de buren hun hulp actief verlenen. Vanuit het sterfhuis werd de naaste buurman gewaarschuwd en die zorgde er op zijn beurt voor dat de hele buurtschap werd ingeschakeld. In sommige plaatsen beperkte deze buurtschap zich tot drie huizen aan iedere kant doch ook zijn mij dorpen bekend waar dit ter weerszijden zes waren. Op deze wijze kreeg men een enorme hulp. De naaste buurman had de belangrijkste taak. Hij vormde een team van drie personen, twee mannen en een vrouw, uit de naaste buren ter weerszijden. Indien de overledene een man betrof, dan moesten de beide mannen voor het verkleden en kisten zorgen, was het een vrouw, dan werd deze taak verricht door de naaste buurvrouw, daarbij geassisteerd door een tweede buurvrouw. Omdat het de naaste buur betrof die was heengegaan moest deze extra dienst als een eer worden beschouwd. Het werk gebeurde oorspronkelijk dan ook met grote zorg en liefde. Behalve het verkleden en kisten moesten er verschillende andere werkjes worden verricht. Er moest aangifte worden gedaan bij de burgerlijke stand, de familie en vrienden in het dorp zowel als elders dienden op de hoogte gesteld te worden, het zo genaamde aanzeggen. Dit gebeurde door een der buren en het zal aanvankelijk wel geen herrie veroorzaakt hebben wie dit moest doen. Later werd dit anders en ging men het onder de buren soms ook aan anderen aanbesteden. Het aangeven bij de burgerlijke stand en het verluiden, dit is het door middel van het luiden met de torenklok de volke kondt geven van het sterfgeval, geschiedde meestal door enige buren gezamenlijk. In de tijd toen er nog geen lijkwagenvereniging of begrafenisvereniging was, vonden deze karweien plaats door de buren. Verder zorgden op de dag der begrafenis de buren voor een boerenwagen, waarop het lijk naar de begraafplaats werd vervoerd. De beide naaste buren moesten het lijk zo genaamd uitdragen en werden verder bijgestaan door de overige buren in volgorde. Op de wagen legde men ter weerszijden van de kist een bos stro, teneinde schuiven te voorkomen.
Al met al hadden de buren een vrij omvangrijke taak bij het overlijden van een noaber. Deze hulp werd zonder morren en stellig
met liefde gegeven in de tijd toen de Drentse dorpen nog een gemeenschap vormden en de bevolking volkomen op elkaar was ingesteld en elkaar van haver tot gort kende.
Maar zoals met zoveel… de tijd bracht hier de verandering. De zogenaamde ‘import’ in de Drentse dorpen kon niet het gevoel opbrengen voor de buurman zoals de misschien eeuwenlang in hetzelfde dorp samenwonende dorpelingen. Onverschillig of deze import Drent uit een ander dorp of geen Drent was. Vaak wordt de Drent voor achterlijk uitgescholden. Zou hier echter niet te veel gegeneraliseerd worden ? De Drent als zodanig is niet achterlijker dan de overige Nederlander. Alleen de in zijn enge gemeenschap vastgeroeste en daaruit nimmer losgekomen Drent houdt vast aan zijn oude gewoonten, waardoor hij achter blijft en ouderwets wordt. Plant men hem over, liefst in een ander milieu, dan is hij even vooruitstrevend als de niet-Drent.
Bij de noaberhulp is dit kenmerkend. Het was vroeger zo -en op verschillende plaatsen nog wel- dat wanneer zich iemand in een Drents dorp vestigde hij zich dan naar de buren moest begeven, teneinde de noaberschap aan te zeggen. Deed men dit niet dan werd men niet opgenomen en bleef men verstoken van noaberhulp. Men had zich niet gemeld en wenste immers niet mee te doen! Deze persoon of dit gezin telde dus bij de noaberschap niet mee. Zolang dit een enkel geval betrof, paste een nieuweling wel op, dat hij de noaberschap aanzegde. Toen er echter in talloze dorpen een aantal ‘vreemdelingen’ zich vestigde werd het anders. Deze nieuwelingen gevoelden niet zo direct de behoefte aan noabers en konden zich wel zonder hun hulp redden. Echter bij overlijden liep men vast, omdat men hulp moest hebben. Het gevolg was, dat, hoewel er velen waren die de noaberschap niet meer aanzegden, ze toch wel tot de buurtschap werden gerekend en bij sterfgevallen dienst deden. Dat tallozen dit niet plezierig vonden is onnodig te vermelden. We zien al het jonge vrouwtje uit de stad, dat bij een oude overleden buurvrouw in de bedstee moet klimmen om deze te verkleden. Dat dit aanleiding gaf tot narigheid laat zich denken.
In navolging van de grotere plaatsen kwamen dientengevolge ook in de Drentse dorpen de begrafenisverenigingen. Voorlopers daarvan waren meestal lijkwagenverenigingen. Het met een gewone wagen naar het kerkhof vervoeren van een lijk werd niet plechtig genoeg geacht. Men schafte dus een lijkwagen aan en daarvoor werd ieder lid van de lijkwagenvereniging. Ik weet niet of de eerste lijkwagenverenigingen in Drenthe dezelfde moeite hebben gehad als de begrafenisverenigingen. Vermoedelijk wel. Ook hier zal het wel zijn voorgekomen dat ouderwetse Drenten niet per lijkwagen doch per boerenwagen naar het kerkhof gebracht wensten te worden. Maar via de lijkwagenvereniging kwam de begrafenisvereniging. Werden de eerste niet gezien als een de buurtschap ontbindende kracht, met de laatste was dit op verschillende plaatsen wel het geval. Men zag -geheel ten onrechte- in de begrafenisvereniging een instelling welke de buurtschap ondermijnde. Immers de ‘import’ die zich zonder de buurman kon redden, behalve met betrekking tot begrafenissen, kon zich nu geheel zelf helpen en de buurman was er niet meer bij nodig. Hierdoor was de noaberhulp overbodig geworden. Inderdaad daaraan had men gelijk. Maar een noaberhulp die -als door het stadse vrouwtje- verleend werd op basis van ‘in vredesnaam het kan niet anders’, echter zonder een zweem van liefde of gevoel voor de gestorvene, had toch ook geen enkele reden van bestaan meer. Hier was de zin van de burenhulp volkomen verdwenen. Bovendien behoeft een goede noaberschap niet alleen bestaan in een elkaar hulp bieden bij begrafenissen. Er zijn op het terrein van het leven verschillende andere gebieden waar men elkaar als een goede buur ten gerieve kan zijn.
Vermoedelijk om te doen uitkomen dat een begrafenisvereniging niet tot doel heeft de buurtschap te ontbinden, komt in verschillende reglementen dezer verenigingen de bepaling voor dat de burenhulp niet vervalt. Er volgt dan een opsomming van de burenplichten welke men bij overlijden moet vervullen. Deze beperken zich uiteraard tot de eenvoudigste werkzaamheden -de eerste waarschuwing aan de voorganger der vereniging, het lenen van paarden en volgrijtuigen, het lenen van stoelen, serviesgoed e.d., maar men wil toch uitdrukkelijk stipuleren dat de noaberschap door deze verenigingen niet heeft afgedaan.
Ik juich het toe dat men een dergelijk voorschrift ‘ontdekt’ heeft, omdat hiermee meteen grond wordt ontnomen aan de bewering van te ouderwetse Drenten dat de begrafenisverenigingen de buurtschap ontbinden. De historie heeft reeds bewezen dat deze bewering ongegrond is, want in plaatsen waar reeds jaren een begrafenisvereniging bestaat en ieder er lid van is, vertoont de noaberschap bepaald geen meerdere decadentie dan elders waar geen soortgelijke vereniging aanwezig is.
De noaberhulp, waarvan men misschien weleens gemeend heeft, dat zij onder deze moderne (!!) instellingen zou lijden, heeft er alleen een hoger plan door bereikt. Uit de botsingen der meningen is ook hier de juiste toestand gegroeid. Natuurlijk is de burenhulp thans van geheel andere aard dan vroeger, leende men elkaar toen zijn paard, thans is het de bromfiets. Maar ook nu nog gaat de moderne buurvrouw, zelfs al komt ze uit de stad, nog wel kijken naar de pasgeborene in de buurt en betuigt men elkaar zijn vreugde bij huwelijk, ook stellig de deelneming bij overlijden.
Het  geestelijke contact tussen de buren is anders maar niet minder dan vroeger, het materiële is om mij te beperken tot begrafenissen anders maar daarom niet slechter geworden. Werd vroeger de gehele buurtschap ‘ingespannen’ om actief hulp te verlenen, thans kan ze zich beperken tot morele hulp, welke de getroffen familie dikwijls meer nodig heeft.
Om een juist begrip ingang te doen vinden in deze zaak en wanbegrip te likwideren, heeft de begrafenisvereniging te Diever de naam aangenomen van ‘De nije noaberschap’, aan welke naamgeving dr. Naarding niet geheel vreemd is. De spanning om deze Dieverse nije noaberschap is geluwd, de samengroei in volle gang.
Diever, februari 1955, J. Boesjes.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk wat was de oorzaak en wat was het gevolg ?
Ontstond de lijkwagenvereniging en later de begrafenisvereniging als gevolg van slijtend noaberschop ?
Of speelde bij begrafenissen het noaberschop geen rol meer als gevolg van de begrafenisvereniging ?
Gemeentesecretaris Jan Boesjes is lang van stof, maar probeert aan te tonen dat eerst de lijkwagenvereniging en later de begrafenisvereniging konden ontstaan als gevolg van uit elkaar vallend noaberschop door maatschappelijke ontwikkelingen.
In de gemiente Deever is de vereniging Lijkwagendienst al in 1912 opgericht. In het eerste bestuur zaten hervormde en gereformeerde boeren uit Diever, Wapse, Wittelte en Zorgvlied. Boeren die maar al te goed de eeuwenoude betekenis van de noaberschop wisten. Het doel van de lijkwagendienst was enkel het ter beschikking stellen van een keurige lijkwagen aan de leden van de vereniging. De keurige lijkwagen met lijkwagenmenner was de vervanger van de boerenkar. De lijkwagendienst deed opgenschijnlijk geen afbreuk aan de noaberschop. Maar pas in 1948 -enige jaren na de Tweede Wereldoorlog- werd in de gemiente Deever een begrafenisvereniging opgericht.
En het zal de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief wellicht niet verbazen dat de schrijver van het artikel, gemeentesecretaris Jan Boesjes, de eerste voorzitter van de nieuwe begrafenisvereniging werd.
De redactie verwijst voor een korter en beter te begrijpen bericht over de acceptatie van de begrafenisvereniging naar het bericht .De eeuwugheid begön as de klokke stille eset wödde.

Posted in Noaberskop, Traditie | Leave a comment

Plattelaansvrouw’nsitbaankie op de skultehuusbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemient’n DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.

Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van ut dörp Deever. In ut Deeverse Blattie van 25 november 1999 stond een berichtje over de aanbieding van deze bank. Zie de bijgevoegde afbeelding van dit bericht (afbeelding 4).

De Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-saksische brink van Deever te plaatsen. Zie de twee afgebeelde kleurenfoto’s (afbeeldingen 1 en 2), die de redactie van ut Deevers Archief gelukkig nog heeft kunnen maken.

De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan hebben overgedragen ? Of dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.

En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar zijn toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare weledelgestrenge heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma gebleven ??) het plaatje niet verwijderen.

De grote vraag is of het Nederlandse-Bond-van-Plattelands-vrouwenzitbankje op de brink van Deever mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen, op de brink van Deever niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan op de plaats van het prachtige zitbankje wellicht veel reclame voor die oubollige toneelstukjesschrijver William Shakespeare zal gaan maken.

De Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan lijden immers zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-saksische brink van Deever voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink an de Heezeresch bee Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Belastinggelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan binnenharken uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.

Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de schultehuisbrink zal worden verbannen ?

De redactie van ut Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis-Aan-De-Gemeentehuislaan met al de vele zijnen van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan achter de vele ramen op de eerste verdieping van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeersrondleidingsplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-saksische brink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten te zijner tijd een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer mièr) op deze niet-origineel-saksische brink van Deever te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel saksische brink van Deever zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet meer of minder origineel-saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een doodlopende éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef al in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven.

Afbeelding 1 – (© Ut Deevers Archief – 2 januari 2017 -Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – 2 januari 2017 -Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 3

Afbeelding 4 – Bijgaand bericht is gepubliceerd in ut Deeverse Blattie van 25 november 1999.

Posted in Brink, Deever, Gemeente Westenveld, Shakespearitis | Leave a comment

U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord

Op 16 oktober 2013 stuurde de redactie van het Deevers Archief bijgaand e-mail bericht met vragen over de gevolgen van het vergroten van de aanrijdtijden van brandbluswagens vanwege de voorgenomen sluiting van de brandweerpost in Diever aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken in de gemeente Westenveld.
Op 22 oktober 2013 stuurde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld een ontvangstbevestiging van het op 16 oktober 2013 verstuurde e-mail bericht. Dit bericht is hier na de tekst van het e-mail bericht opgenomen. Tot op heden hebben burgemeester en wethouders of heeft de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor Veiligheid, niet gereageerd op de vragen in het e-mail bericht. Hoe transparant is het bestuur van de gemeente Westenveld ?
Op 18 maart 2014 stuurde de redactie van het Deevers Archief het volgende herinneringsbericht naar de leden van het Team Veiligheid.

Geachte heer/mevrouw, Dit bericht is gericht aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken van de gemeente Westerveld. Op de site van RTV-Drenthe kom ik het volgende bericht van 15-10-2013 tegen.
DIEVER – Er is geen sprake van het achterhouden van informatie over het plan om de brandweerpost van Diever te sluiten. Dat zegt een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Volgens de woordvoerder wordt niet alles openbaar gemaakt om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat terecht komen. Vanavond wordt in de gemeenteraad van Westerveld een besluit genomen over de opheffing van het brandweerkorps. Westerveld doet dit vanwege bezuinigingen. Volgens de gemeente is de veiligheid voor het overgrote deel van inwoners gewaarborgd als de brandweerposten van Vledder, Havelte en Dwingelo de taken overnemen. Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Het zijn juist deze panden die genoemd staan in de stukken die niet naar buiten gaan. Het brandweerkorps van Diever vindt dat de gemeente daarmee deze mensen de kans ontneemt om protest aan te tekenen. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Tijdens de commissievergadering een aantal weken geleden zei de regionale brandweercommandant van Drenthe, Fred Heerink, ook al dat het beter is om zelf maatregelen te nemen, dan te vertrouwen op een brandweerkorps in de buurt.
Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Graag verneem ik wat de woordvoerder van de gemeente bedoelt met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen’. De verzekeringsmaatschappijen baseren hun polisberekeningen op een aanrijtijd van 18 (?) minuten. Twee of drie of vijf minuten later beginnen met blussen kan tienduizenden eurootjes extra schade betekenen. Derhalve zullen de bewoners die op meer dan 18 minuten van een brandweergarage zitten, de bewoners van die (vanwege het verzekeringsaspect) bewust geheim gehouden panden zeker worden gefronteerd met hogere kosten voor hun brandverzekering, misschien worden die panden wel onverzekerbaar. Gaat de gemeente deze meerkosten en risico’s voor haar rekening nemen ? Of gaat de gemeente dat op de burger afwentelen met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun brandveiligheid te waarborgen’. De dorpsparticipatiemaatschappij ten top: zoekt u het zelf maar uit. Of gaat de gemeente de checqlist voor dat ‘zelf meer doen’ met de verzekeringsmaatschappijen ontwikkelen ? Of moet die bewoner van dat extra-risico pand dat zelf maar uitzoeken ? Of gaat de gemeente voor de panden in de risico-gebieden een eigen onderlinge-brandwaarborgvereniging oprichten ? De verkoopwaarde van panden in risico-gebieden zal zeker ook dalen. Hebt u daar ook over nagedacht ? Hoe gaat u dat compenseren ? En waarom moet een bewoner in een risico-gebied meer aandacht besteden aan zijn eigen brandveiligheid, dan bewoners in niet-risico-gebieden ? Graag verneem ik ook waar ik de objectieve criteria voor het bepalen van de aanrijdtijd van een brandbluswagen kan vinden. Ik neem aan dat dit publieke informatie is, of moet ik hiervoor een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur ? Ik verneem graag uw reactie.

Ontvangstbevestiging van 22 oktober 2013 van gemeentesecretaris N.L.J.J. Dusink en burgemeester H. Jager.

Op 16 oktober 2013 hebben wij van u een e-mail ontvangen. Deze is geregistreerd onder nummer 13/21551 en in behandeling bij het team Veiligheid. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord op uw schrijven. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 140521 en via info@gemeentewesterveld.nl. In verband met de vrijdagsluiting in de even weken adviseren we u op onze website te kijken voor de openingstijden. Deze brief komt uit een geautomatiseerd systeem en is daarom niet ondertekend.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders N.L.J.J. Dusink , secretaris en H. Jager, burgemeester

Op 18 maart 2014 stuurde de redactie van het Dievers Archief het volgende herinneringsbericht naar de leden van het Team Veiligheid.

Op 22 oktober meldde u mij dat u ‘zo spoedig mogelijk’ op mijn e-mail bericht zou reageren. Tot op de dag van vandaag heb ik u antwoord nog niet ontvangen. Ik verneem graag alsnog ‘zo gezwind mogelijk’ uw ambtelijke reactie. Ter informatie wil ik u graag verwijzen naar:
htttp://www.dieversarchief.nl/u-ontvangt-zo-spoedig-mogelijk-antwoord/
en naar:
http://www.dieversarchief.nl/gevolgen-vergroten-aanrijdtijden-van-brandbluswagens/
Met vriendelijke groet.

Posted in Braandwièr, Gemientebestuur | Leave a comment

Awièr un Shakespeare kalender

In het weblog De Wolden (http://www.weblog-dewolden.nl) werd op 24 juli 2016 het volgende korte berichtje gepubliceerd

Kalender staat in het teken van Shakespeare
Regio – De kalender die de Historische Vereniging Gemeente Diever jaarlijks uitgeeft, staat in 2017 in het teken van het 70-jarig bestaan van de toneelvereniging Diever.
Er zijn contacten met de toneelvereniging en die zal met de historische vereniging foto’s uitzoeken voor plaatsing op de kalender.
De leden van de historische vereniging krijgen de kalender.
Mochten niet-leden de kalender ook willen, dan moeten ze zich voor 1 september melden. Aanmelden via het secretariaat van de vereniging

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het begint een merkwaardige gewoonte van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening 
uut Deever, te worden zo nu en dan eens stevig tegen De Toneelvereniging Diever (The Shakespeare Company Diever) aan te schurken.
In het jaar 2006 was het Openluchtspel het onderwerp van de zo genoemde ‘historische kalender’ van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening
uut Deever. In dat jaar was het zestig jaar geleden dat in Deever voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van ut Deevers Archief toonde toen in die 2006-kalender van de de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, historisch zeer waardevolle zwart-wit beelden uit die hele mooie beginjaren van het toneel spelen in het Openluchttheater, dat nu verworden is tot een Shakespeare-circus.
In het jaar 2017 zal die zo genoemde ‘historische kalender’ gewijd zijn aan het 70-jarig bestaan (nota bene: 71-jarig bestaan) van De Toneelvereniging Diever (The Shakespeare Company Diever).
De Toneelvereniging Diever is in 1939 opgericht door mevrouw Meiboom (echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom) en meester Stroop. In de Tweede Wereldoorlog werd de vereniging ontbonden en op 24 mei 1946 heropgericht. Op 31 augustus 1946 werd voor het eerst de Midzomernachtsdroom van Shakespeare opgevoerd, onder regie van dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema. Dus op 24 mei 2016 had het 70-jarige bestaan van de heropgerichte toneelvereniging gevierd kunnen geworden. Dat zal ook wel gebeurd zijn.
Dus in 2016 had de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundige vereniging uut Deever, weer een Shakespeare-kalender kunnen hebben uitgegeven. Hebben de ijverige goedwillende vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de de heemkunduge vurening uut Deever, in 2015 bij de keuze van het onderwerp voor de 2016-kalender zitten slapen ? En willen zij dat nu alsnog recht zetten ?
Met een gulle gift uit de ongetwijfeld boordevol gevulde geldbuidel van de bulkend rijke The Shakespeare Company Diever zou een hele mooie ‘heemkundige kalender’ in kleuren kunnen worden samengesteld.
De ijverige vrijwillige dorpskrachten van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, hoeven voor het oudere beeldmateriaal geen contact op te nemen met de The Shakespeare Company Diever, want het volledige oude archief van deze company is gelukkig enige jaren geleden overgedragen aan het Drents Archief in Assen.
De redactie toont de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag de resultaten van zijn 2006-kalender. De zeer gewaardeerde trouwe bezoeker, die belangstelling heeft voor een gratis digitale versie van de 2006-kalender, kan dit melden aan de redactie.

Abracadabra-1701
Abracadabra-1702
Abracadabra-1703
Abracadabra-1704
Abracadabra-1705
Abracadabra-1706

Abracadabra-1707

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1708Abracadabra-1709Abracadabra-1710Abracadabra-1711Abracadabra-1712Abracadabra-1713

 

 

 

 

Posted in Deever, Eup’mlogtspel, Historische kalender, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Versiering van een erfbestrating an de Binnenes

Bij een huis an de Binnenesch in Deever – het huis waar vroeger het echtpaar Geert Kuiper en Mina Godwaldt en hun kinderen woonden – hebben de huidige bewoners voor de sier een mooi fietsje met berijdster (made in China ?) met -let wel- op elke pakkiesdraeger een klein echt plantje op de erfbestrating voor het huis geplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto van dit voorwerpje op 3 oktober 2012 in het voorbijgaan gemaakt. De redactie vraagt zich wel af of dit voorwerpje nog steeds in het voorbijgaan is te bewonderen.

Posted in Binnenesch, Toevallige waarneming | Leave a comment

Gevolgen vergroten aanrijdtijden brandbluswagens

Op 16 oktober 2013 stuurde de redactie van het Deevers Archief bijgaand e-mail bericht met vragen over de gevolgen van het vergroten van de aanrijdtijden van brandbluswagens vanwege de voorgenomen sluiting van de brandweerpost in Diever aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken in de gemeente Westenveld.
Op 22 oktober 2013 stuurde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld een ontvangstbevestiging van het op 16 oktober 2013 verstuurde e-mail bericht. Dit bericht is hier na de tekst van het e-mail bericht opgenomen. Tot op heden hebben burgemeester en wethouders of heeft de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor Veiligheid, niet gereageerd op de vragen in het e-mail bericht. Hoe transparant is het bestuur van de gemeente Westenveld ?

Geachte heer/mevrouw,
Dit bericht is gericht aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken van de gemeente Westerveld.
Op de site van RTV-Drenthe kom ik het volgende bericht van 15-10-2013 tegen.
DIEVER – Er is geen sprake van het achterhouden van informatie over het plan om de brandweerpost van Diever te sluiten. Dat zegt een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Volgens de woordvoerder wordt niet alles openbaar gemaakt om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat terecht komen.
Vanavond wordt in de gemeenteraad van Westerveld een besluit genomen over de opheffing van het brandweerkorps. Westerveld doet dit vanwege bezuinigingen. Volgens de gemeente is de veiligheid voor het overgrote deel van inwoners gewaarborgd als de brandweerposten van Vledder, Havelte en Dwingelo de taken overnemen. Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Het zijn juist deze panden die genoemd staan in de stukken die niet naar buiten gaan.
Het brandweerkorps van Diever vindt dat de gemeente daarmee deze mensen de kans ontneemt om protest aan te tekenen. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Tijdens de commissievergadering een aantal weken geleden zei de regionale brandweercommandant van Drenthe, Fred Heerink, ook al dat het beter is om zelf maatregelen te nemen, dan te vertrouwen op een brandweerkorps in de buurt.
Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid.
Graag verneem ik wat de woordvoerder van de gemeente bedoelt met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen’.
De verzekeringsmaatschappijen baseren hun polisberekeningen op een aanrijtijd van 18 (?) minuten. Twee of drie of vijf minuten later beginnen met blussen kan tienduizenden eurootjes extra schade betekenen. Derhalve zullen de bewoners die op meer dan 18 minuten van een brandweergarage zitten, de bewoners van die (vanwege het verzekeringsaspect) bewust geheim gehouden panden zeker worden gefronteerd met hogere kosten voor hun brandverzekering, misschien worden die panden wel onverzekerbaar. Gaat de gemeente deze meerkosten en risico’s voor haar rekening nemen ? Of gaat de gemeente dat op de burger afwentelen met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun brandveiligheid te waarborgen’. De dorpsparticipatiemaatschappij ten top: zoekt u het zelf maar uit. Of gaat de gemeente de checqlist voor dat ‘zelf meer doen’ met de verzekeringsmaatschappijen ontwikkelen ? Of moet die bewoner van dat extra-risico pand dat zelf maar uitzoeken ? Of gaat de gemeente voor de panden in de risico-gebieden een eigen onderlinge-brandwaarborgvereniging oprichten ?
De verkoopwaarde van panden in risico-gebieden zal zeker ook dalen. Hebt u daar ook over nagedacht ? Hoe gaat u dat compenseren ? En waarom moet een bewoner in een risico-gebied meer aandacht besteden aan zijn eigen brandveiligheid, dan bewoners in niet-risico-gebieden ?
Graag verneem ik ook waar ik de objectieve criteria voor het bepalen van de aanrijdtijd van een brandbluswagen kan vinden. Ik neem aan dat dit publieke informatie is, of moet ik hiervoor een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur ?
Ik verneem graag uw reactie.

Ontvangstbevestiging van 22 oktober 2013 van gemeentesecretaris N.L.J.J. Dusink en burgemeester H. Jager.

Op 16 oktober 2013 hebben wij van u een e-mail ontvangen. Deze is geregistreerd onder nummer 13/21551 en in behandeling bij het team Veiligheid. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord op uw schrijven. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 140521 en via info@gemeentewesterveld.nl. In verband met de vrijdagsluiting in de even weken adviseren we u op onze website te kijken voor de openingstijden. Deze brief komt uit een geautomatiseerd systeem en is daarom niet ondertekend.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders
N.L.J.J. Dusink , secretaris en H. Jager, burgemeester

Posted in Braandwièr, Dorpskracht, Gemientebestuur | Leave a comment

Eerste diploma’s in Dieverzand – augustus 1942

In het Drentsch Dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen op 25 augustus 1942 het volgende bericht over het eerste diploma-zwemmen in het natuurbad Dieverzand aan de Bosweg in Deever.

Diever. In het zwembad Dieverzand werd voor de eerste maal examen afgenomen voor het zwemdiploma (100 meter schoolslag, 50 meter rugslag, 25 meter gekleed zwemmen, 3 maal springen of duiken van de plank).
Het diploma werd behaald door Ali Benthem, Jantje Schoemaker en Van Santen, de heeren L.W. Broer, Gerh. Koster, A. Vos, C.M. Groenewoud, J. Boesjes Sr. en de jongeheeren Jan Kamp en Jan Boesjes. 8 Candidaten werden afgewezen, terwijl eveneens 8 herexamen moeten doen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het zwembad Dieverzand werd ruim anderhalve maand na de opening in het begin van juli 1942 al voor de eerste maal het zwemexamen afgenomen.

Wie kan gegevens verschaffen over Ali Benthem ?
Jantje Schoemaker was een dochter van postkantoorhouder Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Wie weet wie mejuffrouw Van Santen was ?
Luite Wolter Broer was een zoon van zuster Broer, de zeer bekende wijkverpleegster. 
Geert Gerhardus Koster was een zoon van huisschilder Geert Koster (geboren op 4 januari 1900, overleden op 26 maart 1996) en Jantina Roelfina Boelens (geboren op 26 september 1901, overleden op 26 maart 1973). Geert Gerhardus Koster (geboren op 25 mei 1925) overleed op 24 maart 1945 in het kamp Paigerhorst bij Ludwigslust in Wöbelin in Duitsland. Zijn naam staat op het oorlogsmonument op het marktterrein in Deever.
Marechaussee Albert Vos was een zoon van bode Vossie van de Bosweg in Deever.
Cornelis Marinus Groenewoud was controleur der steunverleening bij de gemiente Deever. Hij overleed op 21 februari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg in Duitsland. Zijn naam staat op het oorlogsmonument op het marktterrein in Deever.
Jan Boesjes Sr. was de secretaris van de gemiente Deever. Hij werd geboren in 1904 in Gees, hij overleed in 1984 in Wolvega.
Jan Kamp was een zoon van de groenteboer Jochem Kamp.
Jan Boesjes was de zoon van gemeentesecretaris Jan Boesjes en Trijntje de Jong. De jongeheer Jan Boesjes werd geboren op 18 november 1929 in Deever.

 

Posted in Bosweg, Deever, Swömbad Deeverse Saand | Leave a comment

Een ezel stoot zich geen tweede keer aan dezelfde ….

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde in het bericht Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n
bijgaande afbeelding 1. De redactie heeft de foto voor deze afbeelding op 2 januari 2017 gemaakt.
De redactie heeft het vermoeden dat de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk, zeg maar het rechterbeen van de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma, de wethouder van de openbare ruimte en het milieu (wegen, groen, water, overige ruimte, verkeersveiligheid, milieubeleid, duurzaamheid, reiniging en riolering) van de gemeente Westenveld, de inhoud van het genoemde bericht van de redactie zeer grondig tot zich heeft genomen, maar er niet al te veel mee heeft gedaan.
De redactie heeft het vermoeden dat de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk na 2 januari 2017 met gezwinde spoed een ingenieursburootje heeft ingehuurd voor het bedenken van een totaal andere barrière op de kruising van het naamloze voet- en fietspad met de Kalterseweg.
Blijkbaar heeft de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma ingestemd met de bouw van een stalen superbarrière, zie de afbeeldingen 2 en 3. De redactie heeft de foto voor deze afbeeldingen gemaakt op donderdag 4 november 2017.
De grote vraag is natuurlijk uit welke post de onverwachte en ongewenste forse kosten voor deze stalen superbarrière zijn betaald ?
Voetgangers, fietsers en bromfietsers worden nu wel op de juiste wijze gedwongen (gij zult de voorkant van het gelijk gehoorzamen) tussen de twee delen van de superbarrière door te laveren.
Blijkbaar zijn een paar zwerfsteentjes verplaatst naar de andere kant van de barrière.
Over de duurzaamheid van de stalen superbarrière hebben de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid en de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma niet erg nagedacht, want het gebezigde materiaal staal scoort op de duurzaamheidsladder een stuk lager dan het echt duurzaam geproduceerd tropische loofhout (?) van de vorige barrière.
De vraag is of de stalen superbarrière voldoet aan de eisen die voortvloeien uit het door de voorkant van het gelijk onderschreven VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking ?
Blijkbaar kan de stalen superbarrière worden geopend, zie het hangslot dat op afbeelding 3 is te zien. Waarom vond de voorkant van het gelijk dat noodzakelijk ? Om bij brand in het op de afbeeldingen zichtbare deel van de nieuwbouwwijk Kaltersebroeken de poort te kunnen openen en zo de aanrijdtijd van een brandweerauto uut Dwingel of uut Vledder met 3 seconden te verminderen ?
En waarom zijn in de bestrating nog steeds die die twee zo genoemde haaietanden opgenomen ? Denkt de hoofdbeleidsmedewerker voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk dat iedereen maar naar de grond zit te koekeloeren ? Naderen de gebruikers van het pad een voorrangsweg ? Zo ja, dan zou ook voorrangsbord B06 geplaatst moeten worden ? Zo nee, dan gelieve nog steeds de haaietanden te verwijderen.  Of handhaaft de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid deze haaietanden om zijn eigen aansprakelijkheidshachje af te dekken ?
De hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk en de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma, de wethouder van de openbare ruimte en het milieu van de gemeente Westenveld, zijn gelukkig geen intelligente ezels, want volgens het gezegde stoot een intelligente ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen. Echter beide genoemde ambtsdragers stoten zich wel degelijk twee keer aan dezelfde houten barrière, want een eindje verderop bij de kruising van een ander naamloos fiets- en voetpad met de Kalterseweg, zie afbeelding 4, zijn de door de redactie in het bericht Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n gesignaleerde verkeersveiligheidproblemen nog steeds niet opgelost. Waarom is daar nog geen zwaar overgedimensioneerde stalen superbarrière geplaatst ? Geldgebrek ?
De redactie heeft de foto voor afbeelding 4 op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
En waarom is het nodig – zie afbeelding 4 – aan de ene kant van de Kalterseweg in het pad wel zo’n zware lompe stalen superbarríère neer te zetten en aan de andere kant van de Kalterseweg niet ?
En in de gemiente Deever zijn wel een paar kruisingen aan te wijzen waar de verkeersveiligheid meer in het geding is dan bij de kruising van de Kalterseweg met de fiets- en voetpaden naar de Kaltersebroeken.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Gemeente Westenveld, Kalter’n, Verkeer en vervoer | Leave a comment

De vernieling van de Peperstroate omstreeks 1957

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw hebben de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever onder het bewind van de Solex rijdende en North State sigaretten rokende Shakespeare-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) de authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte bestrating van de Peperstroate grondig, maar dan ook echt hartgrondig vernield.
De authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte bestrating is te zien op de vóór 1957 gemaakte zwart-wit foto. De maker van deze foto is dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels. Het resultaat van de vernieling van de authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte verharding is te zien op de de kleurenfoto.
Voor de deelnemers aan het slepende veranderingsproces Deever op Drift moet de omstreeks 1957 gemaakte kleurenfoto wel bijkans als leidend en inspirerend voorbeeld hebben gediend voor de zogenaamde herinrichtingsplannen van het centrum van Deever in 2019.
De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever onder het bewind van de Solex rijdende en North State sigaretten rokende Shakespeare-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) hebben in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw hiel wat olde authentieke paan’n an de Peperstroate gründlich en rücksichtlos loat’n sloop’m. Deze Deeverse erfgoedpanden moesten wijken voor een nieuw postkantoorgebouw, een nieuw bankgebouw en een parkeerplaats voor de klanten van de Boer’nlienbaank.
Een ander (verborgen ?) doel van de Solex rijdende en North State sigaretten rokende Shakespeare-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) was alle bebouwing tussen de Peperstroate en de Heufdstroate te slopen, teneinde de brink van Deever een flink stuk te kunnen vergroten; wellicht wilde hij concurreren met de grootte van de brink van Dwingel.
Alleen al de authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte bestrating van de Peperstroate zou nu op zijn minst beschermd Deevers erfgoed zijn. Sterker uitgedrukt: de hiele Peperstroate zou een beschermd Deevers dorpsgezicht zijn geworden. Ech wè.
Aan de rechterkant van de afbeeldingen zijn van rechts naar links te zien:
– het huis van keuterboer Albert Vierhoven; de man aan de rechterkant van de zwart-wit foto is Albert Vierhoven;
– het huis waar gemeentearbeider Hendrik Beuving woonde; daar woonde ook het echtpaar Frans de Vries en Nicoliena Beuving;
– het boerderijtje van kippenboer Hendrik Punt;
– de winkel en de woning van meubelmaker Geert Schute;
– het boerderijtje van boer Koop Reinders, later Harm Timmerman;
– de bakkerij met kruidenierswinkel van de firma Albert Kuiper.
Op de achtergrond is de witgekalkte schuur bij café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te zien. In 1957 zat de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma nog wegens oorlogsmisdaden gevangen in Veenhuizen. In 1946 werd Hendrik Figeland de uitbater van café Brinkzicht. Het is de redactie nooit duidelijk geworden of de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma in 1957 nog eigenaar was van café Brinkzicht. Met andere woorden huurde Hendrik Figeland in 1957 nog steeds het café van de bewindvoerder van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma of had hij het café en de bijbehorende witgekalkte schuur al veel eerder gekocht ? Wie het weet, die mag het de redactie vertellen.


Posted in Deever, Klaas Marcus Balsma, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Cent’n griep’m bee ut olde gemientehuus

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 97 een afbeelding van de verdwenen tradtie van ‘ut cent’n griep’m  of ‘ut centies gooi’n’  op de brink van Deever.  Onder de afgebeelde foto op bladzijde 97 staat de volgende tekst.

Het “centies-gooien”
Ongetwijfeld zal dit tafereeltje uit vroeger jaren menig oud-Dieverse terug voeren naar hun eigen kinderjaren, wanneer er een jong paartje in het huwelijk trad. Het gebruik was namelijk dat men (wanneer het bruidje in de kom van het dorp woonde) te voet naar het gemeentehuis ging. Voor het vertrekuur had zich al een grote groep van de jongere dorpsjeugd voor het huis opgesteld. In sommige gevallen stonden een paar buurkinderen met een boogje in de hand opgesteld, waaronder het paartje en de verdere familie moesten passeren. Soms ook werd door één van de kinderen met een hondepistool voor het bruidspaar langs geschoten. Nauwelijks op weg, begon het geschreeuw al van: “Gooi ies wat !” De bruidegom wierp dan een aantal centen in de berm van de weg en de hele groep stortte zich op dat ene plekje om wat van de buit te bemachtigen. Tot aan het gemeentehuis herhaalde zich dit, zo vaak de bruidegom het verkoos. Na de voltrekking van het huwelijk was de bruidegom veelal royaler in het gooien. Zag hij de kans, dan belandde de worp juist in een modderplas of brandnetelpol. Desondanks stortte de groep zich, niets ontziende, op het geld. Het geschreeuw: “Gooi ies wat !”, was niet van de lucht en duurde voort tot de stoet weer thuis was. Soms ook deden de vaders van het centen strooien mee. Kwam het bruidspaar met gevolg per koetsen uit een naburig dorp, dan stalde men in een of ander café en voltrok zich dit gebruik vanaf daar. Thans is het zo goed als geheel verdwenen.

Aantekeningen van de redactie van Ut Deevers Archief
Een hondepistool was een pistool waarmee men knalkurken kan afschieten, om honden af te schrikken.
Dit pistool werd ook wel tijdens het schieten en knallen aan het einde van het jaar gebruikt. De redactie herinnert zich dat tegen het einde van het jaar bij het dorpswarenhuis ‘de Wiba’ van Jan Brugging en Griet Oost an de Heufdstroate in Deever knalkurken te koop waren.
De redactie wil bijzonder graag in het bezit komen van een goede scan van de echte foto. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief zet de redactie op het spoor van deze foto ? Wellicht hebben de nazaten van Arend Mulder een album met oude Deeverse foto’s bewaard ?
De hier afgebeelde foto is in elk geval gemaakt vóór 1956, vóór de grote restauratie van de kerk op de brink van Deever. De redactie heeft wel het vermoeden dat de foto ná het einde van de Tweede Wereldoorlog is gemaakt.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers kan deze historisch zeer waardevolle foto beter dateren ?

Afbeelding 1 – Afbeelding van bladzijde 97 van het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld

Posted in Cent'n griep'm, Traditie | Leave a comment

Halifax B-11 LW-231 VR-F völ nièr in de Olde Willem

In De Ovend, het papieren blad van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte, staat in nummer 2001-1 het artikel ‘De oorlog in de Stellingwarven – 22’ van de heer W.H. de Vies. De redactie heeft schriftelijke toestemming van het bestuur van deze stichting het artikel op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is het bestuur van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
In het artikel beschrijft de heer W.H. de Vries in ut Stellingwaarfs het gebeurde na het neerstorten van een Canadese bommenwerper op 22 november 1943 in de bossen bij de Olde Willem.

De redactie van ut Deevers Archief besteed waar mogelijk aandacht aan het gebeurde in de Tweede Wereldoorlog in de gemiente Deever  Het genoemde artikel is een mooie aanvulling op de andere berichten in ut Deevers Archief over de neergestorte Canadeze bommenwerper, vooral omdat dit artikel in het Stellingwaarfs is geschreven.

De oorlog in de Stellingwarven – 22
Veur disse oflevering gaon we mar es een keer buten de Stellingwarven en de reden daortoe is, dat ik in de loop van november jongstleden opbeld wodde deur de veurzitter van de Historische Verieninge van Diever. Disse man vertelde mi’j dat d’r op 22 november in de bossen bi’j Diever een monement onthuld wodden zol deur de burgemeester van de gemiente Westerveld. Dit monement hadde betrekking op de bemanningsleden van een Kannedeze bommewarper die in november 1943 daor daelekommen was en waorbi’j alle zeuven bemanningsleden ommekommen weren. 1k wodde uutneudigd daor bi’j te wezen. 1k gong daor mit graegte op in, mar mit et weer troffen we et jammer genoeg niet, want et regende de hiele tied piepestaelen. Et groepien meensken dat et toch waogd hadde d’r deur te gaon, wodde toespreuken deur de veurzitter van de verieninge en doe deur de  burgemeester, die drekt daorop et monement onthulde. Dit monement, bestaonde uut een grote baistien mit de naemen van de zeuven jonge manluden die daor de dood vunnen hadden, was schonken deur een peer bedrieven en et wark van een peer leden van de Historische Verieninge Diever. Jammer was, vun ik, dat et monement niet hielemaole op et juuste plak staot. Et hadde ongeveer een dikke kilemeter veerder de bossen in staon moeten, mar dan hadde et niet hielemaole an et begaonbere pad
staon.

22 november 1943
As we weerommegaon naor die daotum, now zesenvuuftig jaor leden, vienen we daor et volgende: op ‘e aovend van de 22e november 1943 gongen van verschillende vliegvelden in Ingelaand om percies te wezen 764 bommewarpers de locht in veur een anval op de Duutse heufdstad Berlien. D’r hong boven et kontinent een zwaore bewolking op ongeveer 3.000 meter, zodat de hiele vlocht boven de wolken vleugen wodde.
lene van de bommewarpers zol Berlien nooit haelen, mar zol zien aende vienen in de staotsbossen bi’j Diever. Et bedoelde vliegtuug was een viermotorige bommewarper van de Handley page-febriek van et type Halifax B II, no. LW 231, letters VR-F, van et 419e Kannedeze Moose-Squadron en opstegen van et vliegveld Middleton St. George. An boord weren zes Kannedezen en iene Ingelsman. Om een ure of zeuven henne in de aovend kreeg een Duutse naachtjaeger de Halifax in de omgeving van Diever te pakken en scheut mit een goed richt salvo et Kannedeze vliegtuug in de braand. Branende as een liere kwam et vliegtuug naor beneden en kwam daele zo om-en-de-bi’j aanderhalve kilemeter oostelik van de Bosweg tussen Diever en Waoteren in de staotsbossen (bosvakken 9 en 11, vlak aachter de tegenwoordige speulweide). Deur de ontploffing weren ok stokken van et vliegtuug daelekommen in et bosvak 61 onder Oolde Willem.

Repot
Et heufd van de lochtbescharmingsdienst uut Diever stelde een onderzuuk in en maekte et volgende repot op (de ondertekening is onleesber): Op maendag 22 november 1943 om-en-de-bi’j 20.00 ure henne, kreeg ik een tillefoontien van de kok-beheerder van et warkkamp B in Diever, dat in de richting van De Smilde op grondgebied van staotsbosbeheer in degemiente Diever een vliegtuug daelekornmen was en in de braand ston. Tegere mit de burgemeester van disse gemiente en de gemientedokter heb ik mi’j mit een auto naor et opgeven plak rieden laoten. Wi’j troffen an de linkerkaante van et fietspad, dat van de zonuumde ringdennen naor De Smilde lopt, om-en-de-bi’j twie kilemeter vanof de scheiding tussen De Smilde en Diever, een branend vliegtuug an. Neffens een ooggetuge weren de bommen die et vliegtuug bi’j him hadde ontploft. Deur disse ontploffing weren brokstokken van de mesiene her en der votvleugen. In de stat van et vliegtuug zag ik een liek liggen en in de rompe nog iene. Et is niet warschienlik dat d’r mannen uut et vliegtuug sprongen binnen, omdat ze daor volgens een getuge gien tied veur had hebben. Op de rompe van et vliegtuug stonnen de letters F en VR. (VR weren de Squadronletters van et 419e Squadron en de F was de radioletter en et was de ofkotting van de naeme Freddy, W.H. de V.) Veerder vunnen wi’j de registertekens LW23 1 en veerder weren anbrocht een peer cirkels in de kleuren oranje, wit, geel en blauw. (Dat nommer bestaonde uut twie letters en drie ciefers was et perduktienommer van de febriek en de kleurde cirkels weren de nationaliteitstekens van de Ingels/Kannedeze lochtmacht, W.H. de V.)
1k hebbe bi’j et vliegtuug een bewaeker aachterlaoten, die volgens toezeggings van de heufdwaachtmeester Dolfing uut Dwingel deur de pelisie oflost wodden zol. In de loop van de naacht van 22 op 23 november 1943 is de bewaeking deur Duutse soldaoten overneurnen.
Naoderhaand is bleken dat et toestel van et type Halifax was en een bemanning van 8 man hadde, die allemaole de dood vunnen hadden. (Acht man was niet waor, mar dat kwam pas nao de oorlog uut, W.H. de V.) Et vliegtuug is waorschienlik in de locht al uut mekeer klapt, want in de wiede omtrek laggen stokken en brokken verspreid. Twie moters mit de propellers weren 500 a 1.000 meter veerderop daelekornmen. Aldus tekend in Diever. enz.

Identifikaosie
Twie jonge mannen uut de Halifax konnen hi’j et oproemen van de wrakstokken identificeerd wodden en dat weren de beide air gunners (schutters): Sergeant George Alexander May uut Ontario. Kannede en Warrant Officer Joseph Lesage ok uut Kannede. mar et adres is niet bekend. Dc aandere vuuf bemanningsleden weren zo verminkt en verbraand dat identifikaosie niet lokte. Ze bin doedestieds naost de beide aanderen as onbekende soldaoten in Diever begreyen. Dc verminkings weren zo slim, dat ze zels dochten dat d’r niet vufe, mar zesse niet te herkennen overschotten burgen weren. De resten bin dan doe ok as acht personen begreven in acht kisten. Ze bin destieds ok in acht kisten opbaord in de karke van Diever.

Ingelse identifikaosie
Doe de Ingelse identifikaosiedienst nao de oorlog dan ok veur identifikaosie op et karkhof van Diever kwam, bleken daor acht greven to wezen. waor mar twieje van een naeme hadden. Disse meensken weren d’r al gauw aachter dat hier een vergissing begaon was en ien graf wodde ruumd en bi’jvoegd. De vuuf greven zonder naeme konnen now ok identificeerd wodden omdat disse dienst naost de listen mit naemen ok alle dienstgegevens over disse jonge kerels hadde en nog het.
Alle medische gegevens over disse militairen bin veurhanen, o.e. et gebit enz. De vuuf onbekenden die toegelieke mit May en Lesage begreven weren en mit heur onderweg weren naor Berlien mar bi’j Diever heur aende vunnen hadden weren: de piloot Pilot Officer William Langenbeck Hunter uut Vancouver, Kannede. de radiotillegrafist Sergeant George Alexander Howitson ok uut Vancouver, Kannede, de boordwarktuugkundige Sergeant Wilbert Blake Jones uut Crayford, Ingelaand, de bommerichter Flight Sergeant Malcolm Archie McKellar uut Esquimalt, Kannede en de navigator Flying Officer Richard John Newman uut Toronto, Kannede. As we now op et karkhof van Diever kommen vienen we gien acht greven meer mar zeuven en dan zien we ok dat de ooldste 21 was en de jongste 18 jaor. En dat allemaole om een gekke schilder uut et oosten d’r onder te kriegen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De heer W.F. de Vries is ook de schrijver van het boek De regio tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zie de tekst over de neergestorte Halifax en zijn bemanning op de bladzijden 43 en 44 van het genoemde boek. De redactie is nog niet bekend met de voornamen van de heer W.F. de Vries.
De Nederlandse versie van het ‘repot’ van het hoofd van de luchtbeschermingsdienst in de gemiente Deever is te lezen in het bericht Halifax B11 LW 231 VR-F völ nièr in de Olde Willem.
De redactie zal te gelegener tijd een
Deeverse vertaling van het bericht opnemen in ut Deevers Archief. Ut Deevers is een zusterdialect van ut Stellingwaarfs, dat an de aandere kaante van de Deeverse bos wordt gesproken.

Afbeelding 1 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 16            Afbeelding 2 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 17

Afbeelding 3 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 18            Afbeelding 2 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 19

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.
In de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever zijn begraven de zeven bemanningsleden van een geallieerde bommenwerper, te weten zes Canadezen en een Engelsman, die zijn gesneuveld op 22 november 1943, toen hun Halifax bommenwerper werd neergeschoten in de Olde Willem.

Posted in de Olde Willem, Oorlogsgraf, Oorlogsmonement, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ut vuslag van N.B.S.-commedant Aubut Wiglema

Albert Wiglema, district-architect van de gemeenten Diever, Dwingelo en Havelte van 1941 tot 1951, was in en kort na de Tweede Wereldoorlog de plaatselijke commandant van de Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten in de gemiente Deever. In het najaar van 1945 schreef hij zijn volgende verslag van de gebeurtenissen in Deever op 9, 10, 11 en 12 april 1945.

In den nacht van 9 April zijn in de omgeving van het zogenaamde werkhuis aan de Groningerweg, in de bosschen plusminus 2 kilometer ten noord-oosten van het dorp, een groep parachutisten geland. Maandagmorgen 9 April werd de aanwezigheid der parachutisten door wandelaars ontdekt, die dit terstond hebben doorgegeven aan den waarnemend commandant der N.B.S. te Diever.

Door toevallige omstandigheden was ons bekend dat bij den landwachter Balsma en den burgemeester Posthumus het plan bestond om op de middag van 9 april er tusschen uit te gaan. Eigenhandig geschreven brieven van Posthumus, die later op hem werden gevonden, aan den secretaris der gemeente Diever en aan de Commissaris der Provincie, gedagtekend 9 april, waarin hij mededeeling deed van zijn vertrek met ziekteverlof, hebben bewezen dat het vermoeden van hun afreis juist was. Uit vroegere uitlatingen van deze heeren werd gevreesd dat zij voor hun vertrek nog last en leed zouden veroorzaken.

Als plaatselijk commandant heb ik in overleg met de waarnemend commandant het plan opgevat om de parachutisten te verzoeken Balsma en Posthumus voor hun vertrek, hetwelk vermoedelijk op 2 uur was gesteld, te arresteeren. Beide heeren en vooral Balsma, waren de gevaarlijkste N.S.B.’ers uit ons dorp en het kwam ons wenschelijk voor deze heeren de pas af te snijden daar zij anders tot alles in staat konden zijn.

Ook Posthumus, evenals andere inwoners van Diever, was het bekend dat er zich parachutisten in de bosschen bevonden.
De waarnemend commandant der N.B.S. was als postkantoorhouder bekend dat Posthumus in den morgen van 9 april een telefoongesprek had gevoerd met een Duitsche instantie te Assen over de aanwezigheid der parachutisten met de mededeeling dat de bewoners van Diever hierover in ongerustheid verkeerden. Hij had evenwel ten antwoord gekregen dat uit Assen geen hulp gezonden kon worden. De heeren in Assen gevoelden er blijkbaar niet veel voor hier heen te komen.

Gesteund door het feit dat van Duitsche zijde geen steun werd verleend, meenden wij dat er zoo spoedig mogelijk moest worden ingegrepen om de heeren Balsma en Posthumus te doen verdwijnen. Aan dezelfde wandelaars (den heer en mevrouw Ter Laan), die ons de aanwezigheid der Fransche parachutisten berichtten, hebben wij toen verzocht om den commandant te verzoeken onmiddellijk, het was toen kwart over 12, tot de arrestatie over te gaan. De afspraak was tevens dat een ons onbekende Nederlander, wonende in het zomerhuisje op de Hezeresch, die als tolk en gids dienst deed bij de parachutisten, mede zou komen aan wien wij in het dorp aanwijzingen zouden geven over de situatie van de woning van Balsma.

Nadat de wandelaars vertrokken waren begaf ik mij naar de begraafplaats vanwaar ik de zandweg kon overzien, uit welke richting de parachutisten moesten komen. Na zeer korten tijd zag ik de heeren reeds naderen in de nabijheid van het hunnebed.
Ik begaf mij daarop ten spoedigste weder naar het dorp om op de hoek bij mijn woning de noodige aanwijzingen te kunnen geven. De heer Schoemaker postte eveneens in de Hoofdstraat met dezelfde bedoeling. Toen de parachutisten juist onder het middaguur de Hoofdstraat binnen kwamen, waren er zeer weinig menschen op straat, doch toen zij goed en wel aan het einde der straat waren, kwamen de nieuwsgierigen buiten. De eerder genoemde Nederlander was niet meegekomen.

De woning van Balsma en het gemeentehuis werden omsingeld en alleen Posthumus werd meegenomen. Balsma bleek onvindbaar, hoewel hij voor de komst der parachutisten mede aan tafel zat te eten. Hij had zich in de woning verstopt en er was geen kans geweest nadien de woning te verlaten, omdat de omwonenden uiterst waakzaam waren. De vrouw van Klamer (Paulientje) die toen ter tijd bij Balsma de huishouding verzorgde en hem tevens de noodige gezelligheid verschafte, zag nog kans naar Dwingeloo te ontvluchten. (Balsma was weduwnaar).

Posthumus is met de parachutisten meegenomen naar het bosch. In de middag is de woning nogmaals doorzocht, doch Balsma bleek onvindbaar. Om 8 uur zijn zij nog eens terug gekomen en hebben toen de auto van Posthumus, die achter het gemeentehuis gestald was, meegenomen.

Na het eerste bezoek der parachutisten werd door ons besloten direct leden van de N.B.S. te doen posten om de woning van Balsma, omdat het zeker was dat hij er nog in moest zijn. Ook voor de nacht werden wachten aangewezen, tevens zijn leden van de N.B.S. naar het bosch gezonden om ter bewaking van de arrestanten behulpzaam te zijn. In het late avonduur (plusminus 22.30 uur) arriveerde langs de Achterstraat bij de woning van Balsma de N.S.B.’er en evacuatieleider Stephan (deze is eenigen tijd na de bevrijding naar zijn vroegere woonplaats Zwolle overgebracht), die naar zijn zeggen eens naar de kinderen van Balsma wilde gaan kijken. Later stond wel vast dat hij met Balsma zou overleggen om er tusschenuit te gaan.

Stephan werd door de N.B.S.’ers in samenwerking met de politie gearresteerd en naar het gemeentehuis overgebracht, waar hij onder bewaking werd gesteld van de overige leden van de wacht. Hoe riskant deze activiteit van de N.B.S. was, blijkt destemeer indien wordt vermeld dat in dezelfde nacht van maandag op dinsdag er nog geregeld Duitsche militairen per fiets en auto door het dorp passeerden. Het kwam zelfs voor dat enkele fietsende Duitsche militairen één der posten (H. Zoer) vroeg wat hij in het late avonduur op straat deed, waarop deze prompt ten antwoord gaf dat hij tot het bewakingspersoneel van het distributiekantoor en het gemeentehuis behoorde, en even een luchtje ging happen. Op het zelfde moment had men de arrestant Stephan even buiten, deze werd bij het hooren van de Duitschers onder bedreiging van de revolver door J. Koning direct weer naar binnen gedreven. Stephan is diezelfde nacht (plusminus half vijf) naar het bosch bij de parachutisten gebracht. De bewaking van de woning van Balsma werd ook dinsdag nog voortgezet.

Ondanks de bewaking is het Balsma evenwel toch gelukt zijn woning te verlaten. In de nacht van maandag op dinsdag (plusminus 23.30) is hij ontvlucht en is in Wateren door J. Oosterhof onderdak verleend tot dinsdagmiddag, daarna is hij vertrokken in de richting Appelscha en is daar aldaar gearresteerd door K.P.’ers. Dat hij de kans heeft gehad te ontvluchten kan alleen zijn op een moment dat de wacht op de weg zich even moest verwijderen voor passeerende Duitschers.

Maandagmiddag na de arrestatie van Posthumus werd vanuit Vledder door burgemeester Boelens het gemeentehuis te Diever opgebeld ter informatie naar het gebeurde. Het bleek toen dat deze al van het geval afwist. Wij vreesden toen S.D. maatregelen vanuit Steenwijk, zoodat ik na overleg met de waarnemend commandant er de parachutisten mee op de hoogte bracht en verzocht de weg van Wapse nabij de rand van het dorp te doen bewaken. Later bleek dat dit verzoek niet rechtstreeks was gericht aan den commandant, doch aan de eerder genoemde Nederlander (Hengel). Gebleken is dat hij dit verzoek niet had overgebracht. Wij vreesden voor de komst van de S.D. uit Steenwijk en hebben er zelfs dinsdags nog herhaaldelijk op aangedrongen om vanuit Berkenheuvel den weg vanaf Vledder onder vuur te nemen. Wij hadden daarvoor de hulp van de parachutisten nodig, aangezien wij zelf helaas over geen wapens beschikten.

Door de N.B.S. werden de parachutisten waardevolle inlichtingen verstrekt omtrent het verkeer op de rijksweg en in de Drentsche Hoofdvaart, ten gevolge waarvan door deze parachutisten werden vernield, een schip met machines en munitie, een sleepboot, verschillende motorvoertuigen, enzovoort. Het bericht van het munitieschip werd aanvankelijk ook door de Nederlander in twijfel getrokken. Later vervoegden wij ons uitsluitend tot de commandant van de parachutisten.

De bevolking van Diever, die zich door de aanwezigheid van de parachutisten eenigszins bevrijd voelde, begon vijandigheden tegen de geëvacueerde N.S.B.’ers, welke in de woningen van de ondergedoken hoofden van scholen woonden en bezig waren met medeneming van verschillende eigendommen van de wettige bewoners de beenen te nemen. Leden van de N.B.S. waarschuwden de bevolking tegen deze activiteit, maar konden niet verhinderen dat de N.S.B.’ers lastig werden gevallen. De politie wist echter tusschen beide te komen en het liep dan ook met een sisser af. Een zekeren Van der Veen (heeft zich door ophanging van kant gemaakt tijdens zijn verblijf in de cel te Diever enkele weken na de bevrijding), die in de woning van Roosjen huisde, heeft tijdens het voorval 2 kinderen van Keisper (huizende in dezelfde woning) naar Havelte gezonden om hulp bij de daar nog aanwezige Duitschers te vragen. Dit is door het meisje van Keisper zelf verklaart. Als gevolg hiervan is op 10 April een detachement Duitschers naar Diever gekomen.

Dinsdagmiddag 4 uur verschenen op de Brink te Diever een 5-tal heel gewone Duitschers, die naar het leek op de terugtocht waren, later bleek dat dit 5-tal de voorpost vormde. Direct werd dit aan den commandant der parachutisten gemeld welke direct bereid was om hulp te zenden. Op hetzelfde moment brachten nog enkele jongens en burgers een gewezen S.S.-man genaamd Jan de Weerd, die zij opgehaald hadden uit Oldendiever, naar het kamp der parachutisten. Een groep van 8 parachutisten vertrok onmiddellijk onzichtbaar in de richting van het dorp. De eerder genoemde Hengel meende dat het niet van veel belang was dat deze melding werd gedaan. Hij merkte nog op dat wij steeds wat anders hadden. Gelukkig dat wij nu rechtstreeks met de commandant zelf hadden overlegd. Na eenigen tijd verschenen er meerdere Duitschers in het dorp uit de richting Wittelte en Vledder.

Op het moment dat de 8 parachutisten in de richting van het dorp verdween, bevond ik mij in het kamp en wilde vanaf de Hezenberg (zomerhuisje van Van Giffen) naar het dorp, toen nabij dit huisje de kogels reeds door de boomen vlogen. Ik bleef toen in dit huisje en zag vandaar dat de Duitschers op de hoek van de Burgemeester van Oslaan, nabij de kadaverbak uit een auto stapten en achter elkaar door een sloot optrokken in de richting van de vuilnisbelt. Ik zag dat de parachutisten de Duitschers, die zich inmiddels verscholen hadden in het hakhout bij de vuilnisbelt, deze door de droge sloot op zeer korte afstand naderden en plotseling een handgranaat van groot formaat op de Duitschers wierpen. Dit moet tot gevolg gehad hebben dat daarbij een tiental Duitschers, waaronder waarschijnlijk ook de commandant van het detachement zijn gedood.

Dit zal in hoofdzaak de aanleiding geweest zijn dat ’s avonds een 10-tal dorpelingen gefusilleerd werden. Vermoedelijk had deze commandant de opdracht om bij de aftocht der Duitschers uit Steenwijk daar belangrijke gebouwen, zoals postkantoor, kazerne, station, enzovoort te vernielen, hetgeen nu niet is gebeurd.

Ik zag iemand kruipende over het bouwland vanaf Diever in de richting van het bosch vluchten. Later bleek dit de B.S.’er H. Zoer te zijn, die gewond was. Tijdens het gevecht van de parachutisten met de Duitschers was de koerierster G. Schoemaker alleen met de 6 arrestanten in het kamp achter gebleven en moest deze bewaken. Na de gevechten trokken de parachutisten weer terug naar het kamp waar inmiddels 4 dorpelingen hun bescherming vonden, namelijk de plaatsvervangend commandant en de koerierster, terwijl de twee politie agenten, die in het dorp nog met de Duitschers van de voorpost hadden staan praten en zich ook in het dorp niet meer veilig voelden.
Daarna is de groep parachutisten met de 6 arrestanten en de 4 burgers verder het bosch ingetrokken. Twee nachten hebben wij in het bosch doorgebracht, de eerste nacht in de omgeving van de Haarsluis en de tweede aan de Torenlaan.
In de loop van dinsdagavond hadden de Duitschers nog versterking gekregen en zijn in het wilde weg vanaf het dorp begonnen te schieten in de richting van het bosch waar zij de parachutisten nog verwachten. Een woning van J. Bijker en een schuur bij het werkhuis werden in brand geschoten. De Duitschers durfden het bosch niet in te trekken. Woensdagmorgen werd ons vanuit Berkenheuvel bericht gezonden van de 11 slachtoffers.

Verslag van K. Westerhof te Diever, dinsdag 10 april.
Om ongeveer 16.00 uur liepen K. Westerhof en R. Hunneman op de nieuwe weg en zagen twee Duitschers op hun afkomen, die hen arresteerden en mede namen naar een autoschuilplaats aan dezelfde weg gelegen. Drie kwartier later werden H. Houwer en K. Houwer opgepakt, welke ook in dezelfde schuilplaats werden ondergebracht. Even daarna kwamen er nog twee vreemden, te weten A. Janssen en J. Janssen, wonende te Tilburg, welke hetzelfde lot ondergingen. Vervolgens werden al de gevangenen om17.00 uur naar de Burgemeester van Osbank gebracht, waar reeds aanwezig waren: H. Bennen, K. Daleman, J. Houwer en C. Kerssies, welke op aanwijzing van hier na te noemen Van der Veen waren gearresteerd.
Allen werden op een auto geladen en naar de kerkhofwal achter het woonwagenkamp gebracht, waar een woonwagenbewoner H. Akkerman genaamd ook nog werd gearresteerd.

Intusschen hadden J. Koning en H. Zoer gepoogd om de Fransche parachutisten te waarschuwen, doch deze werden door de Duitschers onder vuur genomen, waarbij J. Koning zwaar gewond bleef liggen en aan een verbloeding overleed, wegens het  ontbreken van medische hulp, daar deze niet mogelijk was, aangezien de Duitschers alles onder vuur namen. H. Zoer kon, hoewel licht gewond, ontkomen, daar de Duitscher welke Konning neerschoot, direct daarop door een parachutist werd neergelegd.

Toen de gearresteerden bij het woonwagenkamp waren aangekomen, werden zij met de handen omhoog tegen de wal gezet, onder bewaking van drie Duitschers. Op hun vraag wat zij hier moesten, vroegen de Duitschers wat zij misdreven hadden. Toen zij antwoorden dat zij niets hadden gedaan, zeiden de Duitschers dat er een auto naar Steenwijk was om een paar hooge officieren te halen. Later om ongeveer 18.45 uur, kwamen er drie luxe auto’s waarin de bewuste officieren zaten. Eén van deze officieren stapte uit, keek de gevangenen aan en maaide ze direct met een mitrailleur neer. De slachtoffers vielen over en door elkaar, waardoor het K. Westerhof, welke een schot in de buik en drie schampschoten langs zijn dijbeen had, doch niet doodelijk gewond was, gelukte zich schijndood te houden.

Daar de getroffenen in hun doodsstrijd geweldig kreunden, gaven de Duitschers nogmaals vuur, waarna het stil werd.
Westerhof hoorde nog iemand van het detachement Duitschers zeggen: “Ze zijn allemaal dood.” Dit werd in het Hollandsch gesproken. Na nog eenige tijd te hebben staan praten en zoo nu en dan gekeken te hebben of alle levensteekenen geweken waren, vertrok het Duitsche detachement om ongeveer 22.00 uur in de richting Steenwijk.

De namen der slachtoffers en de verdere bijzonderheden zijn als volgt:
Akkerman, Hendrik, geboren 25 februari 1904 te Zwolle, grondwerker, gehuwd, wonende te Diever in een aldaar gestationeerde woonwagen, 7 kinderen.
Bennen, Harm, geboren 4 augustus 1891 te Diever, veekoopman, wonende te Diever, Hoofdstraat 59, gehuwd, 1 kind.
Daleman, Klaas, geboren 23 juli 1906 te Diever, postbode, wonende te Diever, Hoofdstraat 58, gehuwd, 2 kinderen.
Houwer, Jan, geboren 23 juli 1911 te Diever, broodventer, wonende te Diever, Hoofdstraat 11, gehuwd, 1 kind.
Houwer, Koop, geboren 16 mei 1915 te Diever, landarbeider, wonende te Diever, Boschweg 4, ongehuwd.
Houwer, Nicolaas, geboren 8 mei 1882 te Diever, landarbeider, wonende te Diever, Boschweg 4, gehuwd, 4 kinderen.
Hunneman, Roelof, geboren 6 juni 1898 te Diever, landarbeider, wonende te Diever, Peperstraat 4, weduwnaar, 3 kinderen.
Janssens, Antonius, Maria, Gerardus, geboren 26 mei 1926 te Tilburg, grondwerker, als geëvacueerde verblijvende te Kalteren 5, gemeente Diever, ongehuwd.
Janssens, Jozef, Antonius, Cornelis, Maria, geboren 10 october 1930 te Tilburg, zonder beroep, als geëvacueerde verblijvende te Kalteren 5, gemeente Diever.
Kerssies, Cornelis, geboren 15 maart 1885 te Diever, landbouwer, wonende te Diever, Hoofdstraat 57, gehuwd, geen kinderen.
Koning, Jan, geboren 19 mei 1901 te Diever, timmermanpatroon, wonende te Diever, Moleneinde 3, gehuwd, 2 kinderen. Hij was lid van de verzetsgroep te Diever.

Zoals eerder is genoemd heeft een zekere N.S.B.’er, Van der Veen genaamd, twee kinderen van Keisper, welke ook in Diever geëvacueerd waren, naar Havelte gestuurd om hulp te halen. Als gevolg hiervan is er een detachement Duitschers naar Diever gekomen.
Genoemde Van der Veen, Gerrit, heeft zich, nadat hij van Amersfoort naar Diever was overgebracht in de cel te Diever door middel van ophanging destijds van het leven beroofd (enkele weken na de bevrijding).
Niet kon worden vastgesteld of de slachtoffers door Duitschers of door Nederlandsche S.S.’ers werden doodgeschoten.
Tot zover uit de verklaringen van Westerhof.

Woensdagmorgen 11 april kwam het dorp tot de verschrikkelijke ontdekking dat de personen, die door de Duitschers naar de begraafplaats waren gevoerd, gefusilleerd bleken te zijn.
Woensdagmiddag bereikten de Canadeesche tanks Dwingeloo. Door het opblazen van de Dieverbrug, die de verbinding vormt tusschen Diever en Dwingeloo, ondervonden zij oponthoud.
Bij het vallen van de avond zijn veel burgers uit Diever de Drentsche Hoofdvaart over gestoken om de nacht in bevrijd gebied door te brengen. In deze nacht van woensdag op donderdag is er echter in Diever niets bijzonders voorgevallen. In deze nacht werd een noodbrug gelegd, naast de vernielde Dieverbrug, door burgers uit Dwingeloo en Diever, onder leiding van eenig personeel van de Rijkswaterstaat.
Donderdag 12 april werd Diever zonder gevechtshandelingen bevrijd.
Donderdagmorgen zijn wij met de groep parachutisten en de arrestanten via Berkenheuvel het dorp ingekomen. De arrestanten werden direct in de cel onder de toren van de Nederlands Hervormde Kerk te Diever geborgen.

B.S. in functie.
Aanvankelijk moest het verkeer in het dorp door leden van de B.S. worden geregeld.
Door de parachutisten werd er nog flink gesnuffeld in de burgemeesterskamer van het gemeentehuis en in de woning van Balsma. Zij waren belust op souvenirs en al die N.S.B.-vlaggen zijn dan ook op deze wijze verdwenen.
Vrijdag 13 april is het café Brinkzicht door de B.S. in gebruik genomen en werd een begin gemaakt met de arrestatie van de N.S.B.’ers, waarvoor een bepaalde ploeg werd ingesteld.
Op zaterdag 14 april zijn de slachtoffers van dinsdag op plechtige wijze begraven en liet de geleende klok in de toren voor het eerst na langen tijd van rust zijn klanken weer hooren.
De N.S.B.’ers werden aanvankelijk allemaal in de groote zaal van het café Brinkzicht opgeborgen, waarbij ook vele vluchtende vreemdelingen. Na enkele dagen werden de vrouwen in het daarvoor gereed gemaakte gymnastieklokaal overgebracht.
De binnenplaats bij Brinkzicht met de toegang tot de cel onder de toren werd met prikkeldraad afgezet, op welke ruimte de heeren N.S.B.’ers zich verdienstelijk konden maken met het zagen van hout.
Op bijgaande lijst is het juiste aantal gearresteerden met naam en woonplaats genoemd.
Diever was destijds opgescheept met twee zendingen gevluchte N.S.B.’ers, die uit Duitschland weer terug kwamen, deze hoofdzakelijk bestaande uit vrouwen en kinderen zijn na enkele dagen in de twee rijkswerkkampen A en B opgenomen.
Voor de wacht- en patrouillediensten bleek het aantal B.S.’ers van de vaste kern veel te klein te zijn. Ik heb het aantal wachtdoenden derhalve uitgebreid, zoodat elke persoon twee à drie maal per week een half etmaal dienst hoefde te doen.
Verschillende van de vaste kern waren in vaste dienst, waaronder bijvoorbeeld de arrestatieploeg.
Direct na de bevrijding had ik de vroegere wethouder J. Hessels aangesteld als waarnemend burgemeester, die deze functie heeft waargenomen tot de burgemeester Meijboom op vrijdag 20 april weer terug kwam en eerst enkele dagen later definitief zijn ambt als burgemeester weer ter hand kon nemen.
Tot 21 juni bleef het meerendeel der leden van de B.S. in functie, daarna werd een groep gevormd die was ingedeeld bij een bataljon in Assen.

Diever, najaar 1945.
De voormalig plaatselijk Commandant
A. Wiglema.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de door Albert Wiglema genoemde lijst van het juiste aantal gearresteerden met naam en woonplaats hier niet opgenomen.

Posted in Fraanse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Un hiele dikke stien veur ut gemientehuus in Deever

De redactie van ut Deevers Archief  weet nog niet in welk jaar de bijgaand afgebeelde kleurenfoto is gemaakt. Als een zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief het wel weet, dan is hij bij deze uitgenodigd dat te melden aan de redactie.

Op de brink voor ut gemientehuus van de gemiente Deever ligt een hiele dikke stien die bij het uitvoeren van de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is gevonden in het Oldendeeverseveld. Die hiele dikke stien is een stien van de buiten-categorie. Ech wè. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Ech wè.

De grote vraag is of de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan de brink nog eens gaan neerkalefateren naar een vroegere versie van deze ooit zo fraaie open ruimte (wellicht brink 1819 of brink 1919) of de brink nog verder gaan vernielen in het kader van de commerciële Shakespearificatie van het dorp Deever.

Het zou dan best eens zo kunnen zijn dat op drift geraakte veelal uit het westen van Nederland afkomstige medewerkertjes en betwetertjes onder de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan dan bereid zouden kunnen zijn die hiele dikke stien te laten verwijderen van de brink.

De redactie is van mening dat de beste bestemming voor deze hiele dikke stien ergens in de brede berm van de Stienwiekerweg en zo dicht mogelijk in de buurt van de vindplaats is en dan die hiele dikke stien voor een deel te begraven, want de voorbijganger moet voor de foto en de sölfie wel op die hiele dikke stien kunnen klimmen, want helemaal begraven is een beetje te veel van het goede.

Maar waarom is op veel foto’s van het gemientehuus van de gemiente Deever an de brink toch steeds weer die vervelende lange vlaggestok zonder vlag te zien ? Was het destijds voor de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk In Het Gemeentehuis Aan De Brink teveel moemakend gedoe of teveel moemakend gehannes om die stok op een vlaggedag ’s morgens te plaatsen en na het dagje vlaggen weg te halen ? En als die lange vlagstok wel werd weggehaald, werd die dan in de dakgoot opgeborgen ?

Op 18 juni 1982 verscheen nota bene op de voorpagina van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) het volgende korte berichtje (afbeelding 2):

Kei in Diever verplaatst
Diever. De grote zwerfkei voor het gemeentehuis van Diever is tien meter van zijn plaats gezet om ruimte te maken voor een nieuw tracé van de weg die voor het gemeentehuis langs loopt. Voorbijgangers keken toe hoe het tonnen zware gevaarte in de lucht werd getild.

De foto bij het korte berichtje is gemaakt door boer en dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels uut de Kruusstraote. Hij moet het een hele eer hebben gevonden een door hem gemaakte foto op de voorpagina van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) opgenomen te zien.

De redactie toont ook apart de door Harm (Haarm) Hessels gemaakte foto (afbeelding 3).
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers herkent de personen op de foto ? Is de man met de baard wellicht Miesie Bel ? Wie herkent de ambtenaar achter het raam links achter de hiele dikke stien ?
Zo te zien is de foto voor de kleuren afbeelding eerder dan 18 juni 1982 gemaakt.
De bezoeker wordt tevens verwezen naar het bericht Stien van 13 tunne efunn’n in ’t Oldendeeverseveld.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Brink, Deever, Gemientehuus, Haarm Hessels, Oudheidkunde | Leave a comment

In Deever hept wè seu’m of acht meuln’s estoane

De redactie van ut Deevers Archief ontving van Meint Noordhoek bijgaand bericht over de geschiedenis van de molens in het dorp Deever. Meint Noordhoek is molenaar van korenmolen De Vlijt in Oll’ndeever.

De verdwenen molens van Diever

Inleiding
In het dorp Diever staat momenteel maar één molen net even buiten het dorp. Toch is in dit dorp sprake van een rijke molenhistorie. In totaal hebben in Deever wel 7 à 8 molens gestaan. Zo staan op een getekend kaartje uit 1753 (afbeelding 1) van het dorp drie molens weergegeven. Het zijn een koornmoole, een vulmoole – beide zijn stellingmolens – en de ouden Dieverder koornmoole als beltmolen.
Van de laatste molen, duidelijk herkenbaar als beltmolen, zou je – gezien de naam – kunnen denken dat dit een voorganger moet zijn geweest van de huidige molen De Vlijt. Maar dit is niet het geval, omdat het wegenpatroon in het dorp niet overeenkomt met de standplaats van de huidige molen.

Afbeelding 1

Molen De Vlijt in Oll’ndeever (molen 1.1)
Molenbouwer Wiertsema uit Scheemda heeft de voorganger (molen 1.1) van de huidige molen De Vlijt gebouwd in het jaar 1879 in opdracht van Frederikus Westerling. Gelijktijdig is ook de molenaarswoning gebouwd, die in 1981 is afgebroken.
De molen was een zogenaamde grondzeiler. Dat is een molen die vanaf de grond wordt bediend. Deze molen is volgens het navolgende krantenbericht op maandag 4 april 1881 afgebrand. Van deze molen is helaas geen afbeelding bekend.
De voorganger van molen 1.1 was molen 1.0. Eigenaar Geert Aalders de Jonge verkocht deze molen publiekelijk op 13 november 1811, Aan wie is niet bekend. Van deze molen is helaas geen afbeelding bekend.

Afbeelding 2

Molen De Vlijt in Oll’ndeever (molen 1.2)
Op de Meulakkers -aan de rand van Oll’ndeever- staat en werkt sinds 1882 de achtkante stellingmolen De Vlijt. Deze molen stond oorspronkelijk in Friesland en is in 1882 verplaatst naar Oll’ndeever en herbouwd door molenbouwer Ritzen uit Deever. Bij de herbouw is veel houtwerk van een verbrande molen gebruikt. Dit is te zien aan een aantal balken met brandsporen, voornamelijk in de balklagen van de stenen romp. Ook zijn oude roeden gebruikt als zolderbalken en is een windpeluw als draagbalk voor de centrale spil gebruikt. Aan deze onderdelen is te zien dat de molen een groter gevlucht (diameter van het wiekenkruis) moet hebben gehad, dan de huidige molen.
De molen uit Friesland was van een veel oudere datum, want op een van de achtkantstijlen staat het jaartal 1823. De molen kreeg in 1929 een gietijzeren as uit 1852, afkomstig van de molen in Uffelte. Vóór 1929 had de molen een houten bovenas. Het wiekenkruis was Oud-Hollands opgehekt met wind- en steekborden.
Ook lagen in 1979 op het molenerf nog oude 17der molenstenen in de bestrating, die hadden een te grote diameter voor gebruik in de huidige molen.

Beltmolen aan het Moleneinde (molen 2)
Aan de weg naar Dieverbrug, nu Moleneinde, stond volgens een pentekening uit 1732 (afbeelding 3) al een molen die duidelijk herkenbaar is als een achtkante molen. Of de getekende molen (2e van links) dezelfde molen is of een voorganger van de in 1915 afgebroken molen is niet bekend. Wel is duidelijk te zien dat het een achtkante molen is. Deze molen is volgens bronnen afkomstig uit Enschede
De molen is lange tijd in bezit geweest van Jan Kok. Daarna was de molen eigendom van Egbert (Eppe) Bennen, die de molen in 1882 verkocht aan Jan Rabbinge. In maart 1915 verkocht Jan Rabbinge de beltmolen – een achtkante bovenkruier – aan het Katteneinde in Deever. Hij verkocht de molen aan molenaar Roelof Coster uit Staphorst. Die liet de molen afbreken en liet deze in de onmiddellijke nabijheid van zijn standerdmolen aan de Muldersweg op Staphorst opbouwen als korenmolen – een grondzeiler. De komst van dit maalwerktuig leidde tot de sloop van de oude standerdmolen. Voor het zagen van hout liet molenaar Roelof Coster in 1918 een horizontale raamzaag in de molen plaatsen. In 1929 werden de wieken van de molen verwijderd. In april 1933 brandde de molen volledig af.

Afbeelding 3

Afbeelding 4 – Beltmolen van Jan Rabbinge aan het Katteneinde in 1906

Twee volmolens op het Kasteel (molen 3 en molen 4)
Volgens het nieuwe inzicht stond deze volmolen (molen 4) niet vooraan op het Kasteel, maar verder uit het dorp, ongeveer ter hoogte van de huidige kampeerboerderij. Voor een volmolen was de noord-oost-zijde van een dorp gunstig vanwege de stank van dergelijke molens. Op dezelfde pentekening uit 1732 (afbeelding 3) is op deze plek duidelijk links een standerdmolen te zien.
Op het getekende kaartje uit 1753 (afbeelding 1) is de volmolen echter als stellingmolen weergegeven.
Dit betekent dat de volmolen (molen 4) een standerdmolen (molen 3) als voorganger heeft gehad. Deze gedaante verwisseling moet hebben plaats gevonden tussen 1732 en 1753.
Volgens oude gegevens wordt deze molen (molen 3) voor het eerste vermeld in 1643 met als eerste molenaar Jacue Coens. Ene Jacob Mulder was de laatste molenaar, toen de molen (molen 4) rond 1804 is verdwenen.
Van deze molens zijn verder geen afbeeldingen bekend.

Korenmolen(s) aan de Bosweg (molen 5 )
Van deze molen is volgens het kadaster de exacte standplaats bekend en wel sectie B nummer 669. De betreffende locatie bevindt zich tussen de begraafplaats en het nieuwe gebouw en heeft nog steeds dit sectie nummer.
Al in 1612 is op die plek sprake van een korenmolen en de eerste molenaar is ene Jan Mulder.
Deze molen moet een standerdmolen geweest zijn, omdat in Drente vóór 1700 geen achtkante molens voorkwamen. Stephanus Jacobus van Royen is vanaf 1803 de laatste molenaar/eigenaar. Hij bezit in 1832 nog wel de molenaarswoning, maar niet meer de molen. In 1884 is op deze plek sprake van een molenbrand. Of de verbrandde molen ooit is vervangen door een andere is niet bekend. Deze molen staat als stellingmolen afgebeeld op het getekende kaartje uit 1753 (afbeelding 1).

Korenmolen(s) aan de Molenes (molen 6 en molen 7 )
Vanaf 1616 is aan de Molenes in Deever sprake van een molen.
Deze molen is als derde molen heel wazig te zien naast de kerk op de pentekening van 1732 (afbeelding 3)
Deze molen staat duidelijk herkenbaar als standerdmolen afgebeeld op een andere pentekening uit 1732 (afbeelding 5).
en op een aquarel uit 1643 (afbeelding 6).
De Molenes wordt vanaf 1832 Binnenes genoemd en was een es die achter het Schultehuis lag. De straatnaam Binnenes herinnerd nog aan deze es. Van oorsprong was deze molen – net zoals het halve dorp – in het bezit van de familie Ketel.
Na vele eigenaren te hebben gehad werd de molen in 1796 verkocht voor 3348 gulden aan Hendrik Knieke. Een opvolger, een achtkante molen, werd in 1832 afgebroken. Een van de beide molens is waarschijnlijk verplaatst naar Veenhuizen, gezien het jaartal moet dit de standerdmolen geweest zijn.

 Afbeelding 5 – Abraham de Haan heeft deze pentekening gemaakt op 3 juli 1732.

Afbeelding 6 – Pieter Serwouters heeft deze pentekening in september 1643 gemaakt.

Posted in Meule, Meule van Oll’ndeever | Leave a comment

Sjakie uut Spier in de Deeverse bos an de Heezeresch

Het met veel historisch waardevolle foto’s geïllustreerde artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ stond op bladzijden 10 en 11 van het tijdschrift Panorama, nr. 28 uit het jaar 1953. Dit artikel verscheen toen in 1953 de toneelvereniging Diever in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever het grappig bedoelde toneelstuk All’s well that ends well van de tamelijk onbekende Engelse toneelschrijver met de naam William Shakespeare over het voetlicht bracht.

Afbeelding 1

Shakespeare in de Drentse bossen
De toneelvereniging Diever gaf een succesvolle voorstelling van “Eind goed, al goed”.

Wij moeten u gelijk geven. Als men van William Shakespeare spreekt, denkt men niet automatisch aan dat kleine plaatsje in de Drentse bossen. Als we u verder vertellen, dat dit dorp van een goede vijftienhonderd inwoners dit jaar al aan zijn zevende Shakespeare-uitvoering toe is, zult u waarschijnlijk wel een wenkbrauw optrekken. Maar als we dan tot slot onthullen, dat de regisseur zijn koningen, graven, edellieden en prinsessen recruteert uit de rijen der doodgewone Dieveranen, dan knippert u zo langzaam aan wel met uw ogen.

Afbeelding 2
De tekst bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ luidt als volgt:

De gravin van Rousillon in haar dagelijkse omgeving. Als vrouw van een veearts en als moeder van twee kinderen heb je, dachten wij, toch een behoorlijk bezette dag. Mevrouw Van der Eijk-Gouda kon voor Shakespeare toch altijd nog wel een paar uurtjes vinden.

Toch vertellen wij u de zuivere waarheid. Het is eigenlijk begonnen met de komst van dokter Broekema. Toen deze toneel minnende heelmeester zich na de oorlog in Diever vestigde viel het hem op, dat er in de plaatselijke verenigingen lieden waren, die, onder deskundige leiding, heus wel iets op het toneel zouden kunnen bereiken.

Kort en goed: na een succesvolle uitvoering van ‘De verdwenen ring’ werd een toneelvereniging opgericht, waarvoor zich onmiddellijk vijftig inwoners aanmeldden.

“Maar waarom nu uitgerekend Shakespeare ?!”, riepen wij ietwat onthutst uit. Wij herinnerden ons de beroemde Engelse schrijver nog maar al te goed uit onze collegejaren. “Is dat voor een kleine gemeenschap als Diever niet een ietwat gewaagde greep ?”.

Afbeelding 3
Bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ staat de tekst:

Aan een opgebroken stuk weg in het bos ‘lag’  R. Zoer. Toen hij tegen ons begon te spreken, hadden wij, eerlijk gezegd, wel even moeite met zijn onvervalst Drents. Toch presteert deze jongeman het in ‘Eind goed, al goed’ de narrenrol voor het voetlicht te brengen. “Maar ik heb er wel hard op moeten leren”, vertrouwde hij ons toe.

Dokter Broekema, jongensachtig enthousiast, lachte breed. “Op het eerste gezicht lijkt uw bezwaar wel steekhoudend.”, zei hij. “Maar u ziet dan toch een paar belangrijke punten over het hoofd. Om te beginnen staat het al bij voorbaat vast, dat Shakespeare voor het grote publiek heeft geschreven. En ook toentertijd zal zijn publiek wel niet uitsluitend uit intellectuelen bestaan hebben. Vervolgens is het grote aantal personen voor mijn doel juist prettig. Als ik van mijn vijftig leden ieder jaar maar acht of tien personen kan laten optreden, zal de animo gauw verslappen. Nu heb ik allicht een kans, ze als edelman, schildknaap of soldaat te gebruiken. Dat houdt de belangstelling levendig. Daarbij komt nog, dat iedereen van Shakespeare op zijn eigen manier kan genieten. Er zullen er zijn, die de schoonheid van de tekst waarderen. Dat zijn er in Diever natuurlijk niet veel. Maar de anderen komen altijd nog aan hun trekken als zij kunnen kijken naar het spel zelf, de show, de costuums, de lichteffecten en de bijzonder romantische omgeving van ons openluchttheater.”

Afbeelding 4
De tekst bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ luidt als volgt:

Als Mariana en als hofdame vervult met juffrouw Thalé Botje, onderwijzeres in Wittelte, in het stuk van dit jaar maar liefst een dubbelrol. Misschien wilde ze daarmee het hoofd van de school, die maar één rol vervult, de loef afsteken.

We moeten bekennen dat hier wel iets in zat. En toen de burgemeester van Diever ons later op de dag een opgave deed van de successen uit vroegere jaren, moesten wij toegeven dat dokter Broekema de zaak juist gezien had. Als een plaatsje als Diever in 1952 met “As you like it” liefst zevenduizend tweehonderd en eenendertig toeschouwers weet te trekken, zegt dit toch wel iets.

Afbeelding 5
De tekst bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ luidt als volgt:

De niet gemakkelijke rol van Parolles, een volgeling van graaf Bertram, wordt zeer verdienstelijk vertolkt door de heer Van Elselo. Zijn dagelijkse boterham verdient deze Dieveraan met het bijhouden van de gemeentelijke administratie.

Het is zelfs een keer zover gekomen, dat toeschouwers, waarvoor geen zitplaats meer over was, eenvoudig in de bomen klommen. “Maar toen was de acoustiek opeens weg.”, lachte de heer Meyboom, de burgemeester van het toneeldorp. “We hebben het aantal zitplaatsen dan ook opgevoerd, zodat we nu ruim negenhonderd toeschouwers kunnen bergen.”

Afbeelding 6
Het bijschrift bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ luidt als volgt:
Naast deze
bibelebonse boterberg staat de heer Pieter Boelens. Zijn dagelijkse werk verricht hij in een zuivelfabriek. Maar ’s avonds gaat de witte overall uit om plaats te maken voor een rijk staatsiegewaad. Dan is hij plotseling de oude Dumain, een der edellieden van ‘Eind goed, al goed’.

En het meest sympathieke van het hele geval is misschien wel, dat alles met eigen krachten wordt ondernomen.
Het openluchttheater is door de spelers zelf aangelegd.
De costuums zijn door eigen krachten vervaardigd. “Vroeger hebben we ze wel eens gehuurd.”, vertrouwde mevrouw Meyboom ons toe. “Maar dat was zo schandalig duur, dat we zelf maar de handen uit de mouwen gestoken hebben. Op markten hier en daar kocht ik voordelige lappen gordijnstof, die dan met veel fantasie en geduld tot staatsiegewaden voor edelen en vorsten werden gemaakt. Een beetje handig moet je natuurlijk zijn. Neem nou deze kraag bijvoorbeeld. Aan deze kant is hij bestikt met sterren en figuren: een prachtkraag voor een edelman. De andere kant is gewoon grijs: een prima schouderkleed voor een soldaat.”

Afbeelding 7
Het bijschrift bij deze foto luidt:
Sietske
Hatzmann is met haar zeventien jaren al bijna een oude rot in het vak. Het klinkt wel niet erg complimenteus, maar hoe moet je iemand anders noemen, die al acht jaar meespeelt en nu als Diana haar tweede grote rol vervult ? We zijn benieuwd in welke rol we haar nog eens terug zullen vinden.

We begonnen zo langzamerhand iets te begrijpen van de toewijding, waarmee de spelers, de speelsters en de vele andere werkers achter de schermen hun liefhebberij verwezenlijkten. Moeilijkheden, die niet door een gezamenlijke inspanning overwonnen kunnen worden, schijnen er niet te bestaan.

De enige factor, waarover zelfs het heiligste enthousiasme geen zeggenschap heeft, is het weer. En gunstige weersomstandigheden zijn voor een uitvoering in de open lucht natuurlijk van het grootste belang.

Over het algemeen heeft Diever echter over medewerking van de weergoden niet te klagen. Avonden, zoals de zesentwintigste juni 1951, toen een onophoudelijke plasregen de pruiken doorweekte en de schmink met strepen van de gezichten van de spelers deed druipen, zijn uitzonderingen. Niet dat dit overigens de voorstelling onmogelijk maakte. De toeschouwers hadden hun goede geld betaald. Zij trokken hun jassen wat dichter om zich heen en bleven. En de spelers ? “Och de kleedkamers zijn droog.”, redeneerden zij, “Doorspelen dus.”

Afbeelding 8
Bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ staat de volgende tekst:

De gravin van Rousillon, de koning van Frankrijk en de edelman Lafeu horen verbaasd de avonturen aan van graaf Bertram.
Sinds de oprichting van de toneelclub in 1945 hebben al meer dan zevenentwintigduizend toeschouwers het openluchttheater bezocht. Geen slecht cijfer voor een klein plaatsje.

Kijk, dit kenmerkt wel de geest, die de toneelspelers van Diever bezielt. Zij hebben er iets voor over. Maandenlang nemen zij trouw de verplichtingen op zich van een streng repetitieschema. Iedere avond (en het kan in april of mei nog behoorlijk koud zijn) oefenen zij onder het alziend oog van dokter Broekema. Maar dan ook met het gevolg dat ieder jaar opnieuw weer duizenden en duizenden de tocht naar Diever geen verloren moeite vinden. En die toeschouwers hebben gelijk. De zeldzaam romantische omgeving van het openluchttheater brengt hen al dadelijk in een aparte sfeer. Een stemmig muziekje (weer een uitvinding van de onuitputtelijke geneesheer) vult handig de kleine tijdruimten tussen de verschillende scènes op en de lichtbundels van een dozijn spotlichten maken het geheel in één woord sprookjesachtig.

Afbeelding 9
De tekst bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ luidt als volgt:
De zieke koning van Frankrijk
krijgt hulp van de jeugdige Helena.
Onder de bezielende
leiding van dokter Broekema is dit nu al het achtste jaar, dat de toneelvereniging van Diever een groot klassiek werk opvoert. Het grote aantal personen, dat in Shakespeare’s stukken meespeelt, maakt dat praktisch ieder lid ’n kans krijgt.

U moet van ons niet verwachten, dat wij u een verantwoorde critiek op het stuk zelf geven. Natuurlijk kleven er tekortkomingen aan. Men kan niet verwachten dat een boerenzoon, die de hele dag hooi geladen heeft, ’s avonds nog kan lopen als een edelman. Men moet niet verwachten dat een onderwijzer op de hobbelige bosgrond kan schrijden als een vorst. Maar is dit eigenlijk belangrijk ? Wij vinden van niet. Wat wij waarderen is vooral het enthousiasme en de toneelliefde van de ingezetenen van Diever. En met deze geestdrift wensen wij de leraren, onderwijzeressen, de boerenzoons, de stratenmakers en de huismoeders van harte geluk. Als u deze maand nog in Drente komt, dient Diever op uw programma te staan.
K.L.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van het lezen van tekst op papier is, kan het hier getoonde artikel ook ten zeerste bewonderen op de bladzijde 7 tot en met 13 van het nummer 02/2 (juni 2002) van Opraekelen, het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blad zijn of dat papieren blad bij iemand in kunnen zien.

Inzake afbeelding 2
De redactie heeft in de openbare bronnen nog niet de voornamen van mevrouw A.D.M. van der Eijk-Gouda kunnen. vinden.
De familie Van der Eijk woonde an de Tusschendarp in Deever. In het huis wat aan de rechterkant van een ansichtkaart is te zien. De familie Wijnand van de Eijk vertrok aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw uit Deever.
De twee kinderen op de foto zijn de dochters Nelleke en Andy van der Eijk.

Inzake afbeelding 3
De straatmaker is Roelof Zoer. De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Roelof Zoer is bezig met het herstraten van de Bosweg.
De redactie herinnert zich dat hij ook voetbalde in V.V. Diever.

Inzake afbeelding 4
Zij was schooljuffrouw in Wittelte. Zij is geboren op 18 januari 1931 in Groningen. Zij is overleden op 31 mei 2021 op 90-jarige leeftijd in Haren. Zij woonde in Eelde. Zie het overlijdensbericht.
De foto is gemaakt in de Witteler skoele.

Juffrouw Thalé Botje was in het bezit van een originele afdruk van het negatief van deze foto.
De redactie is in de openbare bronnen nog op zoek baar meer gegevens van haar.
Zij is te zien op een foto van de Witteler skoele uit het schooljaar 1952-1953.

Inzake afbeelding 5
Otte Franke van Elselo is geboren op 3 april 1908 in Hindeloopen. Hij is overleden op 11 september 1987 in Bergum.
Hij was commies ter secretarie van de gemiente Deever.
De foto is gemaakt in het oude gemeentehuis an de brink van Deever.

De redactie is in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van hem.

Inzake afbeelding 6
Pieter Boelens is geboren in 1924 in Deever. Hij is overleden op 6 april 2009 in Meppel.
Hij was in 1947 melkcontroleur en blijkbaar in 1953 botermaker.
De foto is gemaakt in de zuivelfabriek aan het Moleneinde van Deever.

Hij was in het bezit van een originele afdruk van het negatief van deze foto.
De redactie is in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van hem.

Inzake afbeelding 7
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van haar.
Blijkbaar is de foto gemaakt in de ’telefooncentrale’ in het postkantoor an de Heufdstroate in Deever.

Inzake afbeelding 8
De rol van gravin van Rousillon, werd gespeel door mevrouw A.D.M. van der Eijk-Gouda.
De rol van zieke koning van Frankrijk werd gespeeld door Albertus Andreae, schoolmeester in Deever.
De rol van de oude edelman Lafeu werd gespeeld door Hendrik (Henk) Broer, schoolmeester in Wittelte

Inzake afbeelding 9
De rol van zieke koning van Frankrijk werd gespeeld door Albertus Andreae, schoolmeester in Deever.
De rol van de jeugdige Helena, pleegdochter van de gravin van Rousillon werd gespeeld door Jantien (Jantina) Figeland.

Afbeelding 10
De tekst bij deze foto in het artikel ‘Shakespeare in de Drentse bossen’ luidt als volgt:
Een scène uit ‘Eind goed, al goed’, een toneelstuk van Shakespeare, zoals dit door de enthousiaste inwoners van Diever voor het voetlicht wordt gebracht. De romantische omgeving van het openluchttheater geeft het spel een geheel eigen bekoring.

Posted in Alle Deeversen, Eup'mlogttheater, Eup’mlogtspel | Leave a comment

De jeneverstüver gunk hen en wièr over de Brogge

De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papperrassjus scannen en vervolgens die papperrassjus bij het oude papier doen), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht bericht. 
In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 13 december 1978 is op bladzijde 5 het bericht ‘Dieverbrug’ van wijlen onderwijzer, schrijver, amateur-historicus, alles-van-vrogger-in-Dwingel-weter en Lheeënaar Reinder Smit te lezen. In het bericht beschrijft hij aan de hand van een ansichtkaart de situatie an de Deeverbrogge in 1905.
De redactie wil dit belangwekkende bericht natuurlijk niet onthouden aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.

Dieverbrug
Gezicht op Dieverbrug kort na 1900. We staan hier onze rug naar Dwingelo en kijken uit op de weg naar Diever. Links het witgeschilderde café-logement van Sjoerd Bentum, dat als pleisterplaats diende voor de reizigers die met de snikke (trekschuit) reisden. De snikke voer tussen Meppel en Assen; voorts waren er nog de veerschepen, de marktschuiten en de pakschuiten, die een regelmatige dienst onderhielden tussen verschillende plaatsen. Nemen we daarbij nog de turfschepen en de vrachtschepen, dan zal duidelijk zijn, dat er sprake was van een druk scheepvaartverkeer op de Drentsche Hoofdvaart.
Later kwam de snellere tram, die een groot deel van het personenvervoer voor z’n rekening nam. De snikke was door deze vooruitgang gedoemd te verdwijnen.
Omstreeks de eeuwwisseling werden te Dieverbrug regelmatig maandmarkten gehouden, waar voornamelijk biggen werden verhandeld.
Midden op de voorgrond zien we de ijzeren draaibrug. Rechts achter (in de gemeente Diever) de woning van de destijds zo bekende veearts Boerhave. Midden achter ligt tussen het geboomte de weg naar Diever verscholen. Geheel rechts is nog juist een hoge, vierkante, rechtop geplaatste houten balk te zien, waarvan een zelfde exemplaar zich aan de Dwingeler zijde van de Drentsche Hoofdvaart bevond: de functie van deze palen is ons niet duidelijk.
Tegenover het café-logement van Bentum stond aan de Dwingeler zijde het café van Warries. Van de ‘oude’ Sjoerd Bentum en de ‘oude’ Warries’ is volgens overlevering bekend, dat beiden verzot waren op een borrel en dat ze ‘de kunst’ verstonden zich voor slechts één stuiver te bedrinken. Zo kon het gebeuren dat op een goede dag Warries de brug overstak om bij Bentum een borrel te komen drinken. Warries betaalde zijn ‘consumptie’ met een stuiver, en keerde weer huiswaarts. Niet lang na zijn thuiskomst verscheen Bentum in de gelagkamer van Warries en bestelde een borrel, die met dezelfde stuiver werd betaald. Zo reisde de stuiver menigmaal per dag over de brug heen en weer. De geldbuidel bleef op die manier gesloten, maar de fles met jenever minderde wel van inhoud.
Wanneer de vorst inzette verschenen vele jonge lieden aan de kant van de Drentsche Hoofdvaart om te proberen of het ijs al wilde houden. Menigmaal moest een overmoedige waaghals de eerste schreden op het nog dunne ijs bekopen met een nat pak. Wie echter zonder kleerscheuren als eerste de overkant bereikte werd bij Warries ‘op de balk geschreven’: zijn naam werd dan met krijt op één der balken in de gelagkamer geschreven.

Aantekeningen van de redactie van utt Deevers Archief
In de webstee het Geheugen van Drenthe zijn gegevens te vinden over wijlen de alles-van-vrogger-in-Dwingel-weter en Lheeënaar Reinder Smit.
De bij zijn bericht afgebeelde zwart-wit ansichtkaart – een topstuk – uit 1906 van de Deeverbrogge en de weg hen Deever is niet erg scherp, vandaar dat de redactie hier een scherpere afbeelding van deze ansichtkaart toont. De zwart-wit ansichtkaart is gedrukt bij H. ten Brink in Meppel en was te koop in het café-logement van Sjoert Benthem.
De zichtbare ijzeren draaibrug is in 1880 gebouwd, zie het hier afgebeelde bericht (afbeelding 4) van de openbare aanbesteding van deze brug op dinsdag 6 april 1880
De redactie neemt het wijlen de alles-van-vrogger-in-Dwingel-weter en Lheeënaar Reinder Smit uiteraard niet kwalijk dat hij niet alles wist van de Deeverse kaante van de voat en het abusievelijk heeft over Sjoerd Bentum, dit moet zijn Sjoert Benthem. De achternaam Benthem (Bentheim ?) wordt in het Dwingels en Deevers uitgesproken als Bentum. De geïnteresseerde zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan het graf van Sjoert Benthem en zijn vrouw Griet Merk nog steeds (hoe lang nog ?) vinden op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In het krantbericht van Reinder Smit is het aan de rechterkant van de afgebeelde zwart-wit ansichtkaart niet goed te zien, maar aan de rechterkant van de aparte afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is een deel van de met stoomkracht aangedreven wolspinnerij met schoorsteen van Jan Frederik Hilkemeijer (geboren op 13 december 1858 te Nijensleek, overleden op 23 juni 1935 te Groningen) te zien. Uit de schoorsteen komt een beetje rook. De ijzeren draaibrug, het café-logement van Sjoert Benthem en de woning van veearts Boerhave bestaan niet meer. Het pand van het café-logement brandde af, het pand waar de familie Boerhave
 woonde is afgebroken om verbetering van de kruising van de weg langs de voat en de weg van Deever hen Dwingel mogelijk te maken. De ijzeren draaibrug is vervangen door een basculebrug (wanneer ?).
De grote vraag is of Sjoert Benthem rond 1905 al eigenaar was van het café-logement of dat zijn vader dat nog was.
Reinder Smit zal het ongetwijfeld wel geweten hebben, maar hij vergat te vermelden dat de Drentsche Stoomboot Maatschappij (D.S.M.) in het begin van de twintigste eeuw met stoombootjes een dienst tussen Meppel en Assen onderhield. De redactie heeft in verschillende berichten aandacht besteed aan de D.S.M.
De redactie heeft in verschillende berichten ook aandacht besteed aan de stoomtramlijn van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) tussen Meppel en Hijkersmilde langs de Drentse Hoofdvaart. De halte van de stoomtram an de Deeverbrogge was bij het café-logement.
Frederik Boerhave studeerde in 1888 af als veearts. Hij was veearts in Oosterwolde, maar vertrok in 1895 naar Staphorst en vandaar naar Dwingel en vestigde zich rond de eeuwwisseling an de Deeverbrogge in de gemiente Deever. Hij overleed op 14 juli 1913 op 47-jarige leeftijd an de Deeverbrogge.
De redactie kan zich niets anders voorstellen, dan dat de vijf kinderen op de brug de drie dochters en de twee zonen van Sjoert Benthem en Grietje Merk zijn.
De redactie is ook in het geheel niet bekend met de functie van de hoge vierkante, rechtop geplaatste houten balk, die aan de rechterkant van de ansichtkaart is te zien. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan hierover enige tekst en uitleg geven ?

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 4

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Ansigtkoate uut 1906, Café-Logement Sjoert Benthem, Verdwenen object | Leave a comment

Plèèties in heufdstok 8 van de Magnum Opus

Vrijdag 9 juli 2021 was een zeer heuglijke en gedenkwaardige en historische dag, want op die dag reikte de heer Homme Geertsma, toen nog steeds voorzitter van het hoofdbestuur van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, het eerste exemplaar van de in eigen beheer uitgegeven maar vet gesponsorde fotobijbel Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever uit aan zijn vroegere collega de heer doctorandus Hendrikus (Rikus) Jager, voorzitter van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld. De uitreiking vond plaats in het opgepimte krimpfiliaaltje van scholenmoloch Stad en Esch uut Möppel op de Westeresch van Deever.

De redactie van ut Deevers Archief beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let op, nota bene, mind you, toch echt wel als een echt soort van Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever.

De redactie betreurt het toch, och arm, wel enigszins dat in het paar kilo zware boek geen overzicht van de opgenomen plèèties met bronvermelding is opgenomen. Teneinde deze omissie in enige mate te compenseren is in dit bericht het overzicht van de plèèties in het hoofdstuk Dieverbrug (hoofdstuk 8) opgenomen.

Als een bepaald plèètie aanwezig is in ut Deevers Archief, dan is een link naar dat plèètie aangebracht. De redactie zal zijn uiterste best doen van de plèèties in de Magnum Opus, die niet aanwezig zijn in ut Deevers Archief een digitaal exemplaar op de kop te tikken en te tonen in ut Deevers Archief. Wat heden niet is, dat kan morgen wel zijn. Hodie tibi, cras mihi.

De redactie merkt bij het beperkte aantal afbeeldingen in hoofdstuk 8 van de Magnum Opus op, dat hier de invloed van het in 2014 uitgebrachte boek An de Brogge bijzonder is te merken. Veel afbeeldingen die wél in het boek An de Brogge staan, die staan niet in hoofdstuk 8 van de Magnum Opus.

8 – Dieverbrug

001 – Bladzijde 297 – Ansichtkaart van de Deeverbrogge uit 1964.
002 – Bladzijde 298 – Tekening van de plaats van de steenbakkerij van Willem Nicolaus Bolt.
003 – Bladzijde 299 – LFN-luchtfoto van de boerderij van Hendrik Jonkers in de Holthe uit 1951.
004 – Bladzijde 299 – Foto van de boerderij van Hendrik Jonkers in de Holthe.
005 – Bladzijde 300 – Foto van de kalkovens tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug uit 1959.
006 – Bladzijde 301 – Tekening van de doorsnede van een kalkoven tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug.
007 – Bladzijde 302 – Foto van de vervallen kalkovens tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug uit 1980.
008 – Bladzijde 303 – Foto van de gerestaureerde kalkovens tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug ui 2009.
009 – Bladzijde 304 – Foto van het achterste huisje achter de kalkovens tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug.
010 – Bladzijde 304 – Foto van het voorste huisje achter de kalkovens tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug.
011 – Bladzijde 304 – Situatietekening van de voormalige en de nieuwe sluis aan de Dieverbrug in 1870.
012 – Bladzijde 305 – Foto van de Drentsche Hoofdvaart en de oude Dieverse sluis in 1878.
013 – Bladzijde 305 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het bovenpand gezien (31 mei 1879).
014 – Bladzijde 305 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het benedenpand gezien (31 mei 1879).
015 – Bladzijde 305 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het bovenpand gezien (25 juli 1879).
016 – Bladzijde 306 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het benedenpand gezien (25 juli 1879).
017 – Bladzijde 306 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het bovenpand gezien (25 juli 1879).
018 – Bladzijde 306 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het benedenpand gezien (25 juli 1879).
019 – Bladzijde 306 – Foto van de bouw van de Dieversluis vanaf het bovenpand gezien (3 oktober 1879).
020 – Bladzijde 307 – Foto van de Dieversluis vanaf het benedenpand gezien (23 juni 1880).
021 – Bladzijde 307 – Foto van de Dieversluis vanaf het bovenpand gezien (23 juni 1880).
022 – Bladzijde 307 – Foto van de bouw van het gemaal bij de Dieversluis in 1925.
023 – Bladzijde 307 – Foto van de sluis en het gemaal – jaartal onbekend.
024 – Bladzijde 308 – Foto voormalige sluiswachterswoning en hotel Blok aan de Dieverbug, jaartal onbekend.
025 – Bladzijde 308 – Detail van een ansichtkaart van de Dieversluis en de opzichterswoning uit 1906.
026 – Bladzijde 308 – De sluiswachterswoning bij de Dieversluis, jaartal onbekend.
027 – Bladzijde 308 – Luchtfoto van de Dieversluis met passantenhaven, jaartal onbekend.
028 – Bladzijde 309 – Foto van de Oll’ndeeversebrogge met brugwachterswoning, jaartal onbekend.
029 – Bladzijde 309 – Foto woning van de familie Vierhoven aan het begin van de Bolderhoek, jaartal onbekend.
030 – Bladzijde 309 – Foto woning van de familie Vierhoven aan het begin van de Bolderhoek, jaartal onbekend.
031 – Bladzijde 309 – Foto woningen familie Schade, Noorman en Noorman in de Bolderhoek, jaartal onbekend.
032 – Bladzijde 310 – Foto van het oude en nieuwe huis van de familie Ofrein, jaartal onbekend.
033 – Bladzijde 310 – Foto van de vervallen varkensschuur van Arend Muggen, jaartal onbekend.
034 – Bladzijde 311 – Foto van de naar de Dieverbrug verplaatste woning Villa Laanzicht, jaartal onbekend.
035 – Bladzijde 311 – Ansichtkaart van de veerkade bij het café-logement van Sjoert Benthem in 1906.
036 – Bladzijde 311 – Foto van de stoomtram van de N.T.M. bij de halte aan de Dieverbrug in 1930.
037 – Bladzijde 312 – Ansichtkaart van de stoomboot van de D.S.M. bij het café-logement van Sjoert Benthem,
038 – Bladzijde 312 – Ansichtkaart van het café-logement van Sjoert Benthem in ….
039 – Bladzijde 312 – Ansichtkaart van de Dieverbrug en het huis van veearts Boerhave in 1906.
040 – Bladzijde 312 – Ansichtkaart van de weg naar Diever en het huis van veearts Boerhave in 1906.
041 – Bladzijde 313 – Foto huis op de hoek van de weg naar Diever en de weg langs de vaart, jaartal onbekend.
042 – Bladzijde 313 – Foto van café J.G. de Wit, omstreeks 1921.
043 – Bladzijde 313 – Foto van café Boer, het voormalige café J.G. de Wit, jaartal onbekend.
044 – Bladzijde 314 – Luchtfoto van het D.A.B.O.-gebouw aan de Dieverbrug, jaartal onbekend.
045 – Bladzijde 314 – Foto van het D.A.B.O.-gebouw aan de Dieverbrug, jaartal onbekend.
046 – Bladzijde 314 – Foto van het D.A.B.O.-gebouw aan de Dieverbrug, jaartal onbekend.
047 – Bladzijde 315 – Foto van de maandmarkt aan de Dieverbrug, jaartal onbekend.
048 – Bladzijde 316 – Foto van de familie Sjoert Benthem bij het café-logement, omstreeks 1905.
049 – Bladzijde 316 – Ansichtkaart van het café-logement van Sjoert Benthem in 1911.
050 – Bladzijde 316 – Ansichtkaart van hotel Blok aan de Dieverbrug in 1949.

Posted in An de Deeverbrogge, Magnum Opus | Leave a comment

Geskrief over onderwaarp’m uut de gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief verzoekt de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief ten zeerste een publicatie die in enige mate betrekking heeft op de geschiedenis in de gemiente Deever en die in het volgende niet-limitatieve overzicht ontbreekt, te melden bij de redactie. De redactie voegt die publicatie graag toe aan dit overzicht.

1975 – De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld
Het boek is in januari 1975 uitgegeven door Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever.
Over dit boek van Arend Mulder scheef burgemeester J.C. Meyboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) in het voorwoord het volgende:
Hoewel het dorp Diever ongetwijfeld tot één van de oudste dorpen in Drenthe behoort en mede als centrum van het Dieverder Dingspil een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van deze regio, toch zal men in de Drentse literatuur vergeefs zoeken, indien men nu eens precies wil weten, wat het wel en wee van Diever in vroeger tijden was.
Ja, ik weet dat u al zoekend hier en daar wat zult kunnen vinden, maar een geordend verhaal…. nee, dat bestond niet. Het bestaat nu wel, u heeft het in handen.
Arend Mulder, stammend uit een boerengeslacht dat eeuwenlang in Diever heeft gewoond en gewerkt, heeft met een niet te stuiten ijver, alle gegevens van Diever en zijn omstreken verzameld.
Hij weet deze gegevens in een smakelijk verhaal door te geven. Naar mijn vaste overtuiging heeft hij daardoor niet alleen in een lacune voorzien, maar ook een verlangen van velen bevredigd. En zo zal dit boek zijn weg wel vinden. Veel succes toegewenst.
In het Geheugen van Drenthe is op bladzijde 628 aandacht besteed aan de in Deever geboren boer en schrijver Arend Mulder.
Het boekje is niet meer in de boekhandel te koop, maar wellicht kan de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief via enig zoekwerk op internet bij een handelaar een tweedehands exemplaar vinden. Stel jij je toch eens voor dat dit fotoboekje in jouw verzameling van Deeverse boeken zou ontbreken.

1981 – Brinkenboek – Een verkenning van de brinken in Drenthe
Uitgeverij Van Gorkum in Assen heeft het boek in 1981 uitgegeven.
De Werkgroep Brinken heeft het boek samengesteld..
Het boek speelt in op de hedendaagse waardering van ons oude cultuurbezit en poogt een bijdrage te leveren tot het behoud en juiste herstel ervan. De inventarisatie van Drentse brinken, met toebehorende elementen, staat centraal.
Maar er is veel meer in het boek te vinden.
Historisch geografische, landschappelijke, milieukundige en planologische aspecten van het Drentse esdorpenlandschap komen aan de orde. Het is een gedegen populair wetenschappelijk werkstuk. Het is uitvoerig geïllustreerd met zwart-wit foto’s en tekeningen.
In het boek komen ook het esdorpenlandschap, het ontstaan en de ontwikkeling van het esdorp, het gebruik van de brinken vroeger en nu, ruimtelijke vormen, begroeiing, beheer, onderhoud en inrichting van brinken, waarde en planologische aspecten aan de orde.
En uiteraard komt ook de brink grenzend aan de tuin van het kerkgebouw van de hervormde geloofsgemeente in Deever aan de orde.

1981 – Diever in oude ansichten
Het fotoboekje is in 1981 uitgegeven door Uitgeverij Europese Bibliotheek in Zaltbommel. 
Het fotoboekje is samengesteld door Albertus Andree (André ?, Andrea ?, Andreae ?) (Hij werd in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie genoemd).
In het boekje is aandacht besteed aan personen, feiten en locaties die in de achterliggende jaren -soms korter, soms langer- op een of andere wijze belangrijk zijn geweest voor Deever.
Het fotoboekje is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar de redactie van ut Deevers Archief kwam op het internet wel te koop staande tweedehands exemplaren tegen. Stel jij je toch eens voor dat dit fotoboekje in jouw verzameling zou ontbreken.

1985 – De weg langs de vaart
De Rijkswaterstaat – Directie Drenthe heeft deze publicatie in 1985 uitgegeven.
In de publicatie is de geschiedenis van de weg langs de Drentse Hoofdvaart van Assen tot Pijlebrug beschreven.
Mevrouw R.I.A. Nip heeft deze publicatie samengesteld.
De publicatie is samengesteld ter gelegenheid van de officiële overdracht van de rijksweg Assen-Pijlebrug aan de provincie Drenthe op 13 maart 1985.

1986 – Shakespeare in Diever
De Stichting Vrienden van de Shakespeare-spelen Diever hebben dit boekje in 1986 uitgegeven.
Emmy Wijnholds en Hermen Overweg zijn de samenstellers van het boekje.
Het boekje is samengesteld ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de toneelvereniging Diever.
In het boekje is in het kort de geschiedenis van deze vereniging en de toneelstukken die deze vereniging heeft gespeeld in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever in de periode 1946-1985 beschreven.

1987 – Kent u ze nog… die van Diever
Het fotoboekje is in 1987 uitgegeven door Uitgeverij Europese Bibliotheek in Zaltbommel. 
Het fotoboekje is samengesteld door Albertus Andree (André ?, Andrea ?, Andreae ?) (Hij werd in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie genoemd)..
In het boekje is vooral aandacht besteed aan personen en groepen personen uut de gemiente Deever.
Het is zeer te betreuren dat Bart Eulie bij het samenstellen van het boekje niet de moeite heeft genomen bij alle foto’s de naam van alle personen te noemen. Dat had gemakkelijk gekund. Bij een aantal foto’s komt de tekst ‘De rest kunt u zeker zelf aanvullen.’ of ‘Zo u ziet ontbreken helaas nog wat namen, maar stellig zullen de ouderen antwoord kunnen geven.’ of ‘Maakt u dit lijstje zelf verder af ?
Succes, beste lezer, zoek het toch lekker zelf allemaal uit.
Het fotoboekje is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is. Stel jij je toch eens voor dat dit fotoboekje in jouw verzameling zou ontbreken.

1988 – Het jaor rond
De publicatie is in 1988 uitgegeven.
Dwingelpers b.v. is de uitgever van deze publicatie.
Albertus Andree (André ?, Andrea ?, Andreae ?) (die in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) is de schrijver van deze publicatie.
De schrijver vertelt in tien verhalen over zijn jeugd in Deever.
De publicatie is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

1992 – Geschiedenis van Diever
Het boek is in 1992 uitgegeven door de Stichting Het Drentse Boek in Zuidwolde.
Het boek is geschreven door drs. J. Bos en anderen.
In het boek is de geschiedenis van de gemiente Deever in de vorm van twaalf thematische hoofdstukken beschreven. De hoofdstukken zijn voorzien van annotatie, illustraties, literatuuropgave en register.
Het boek is niet meer in de boekhandel te koop, maar de kans is groot dat een tweedehands exemplaar te koop wordt aangeboden op het internet. Stel je toch eens voor dat dit boek in jouw verzameling zou ontbreken.
De publicatie is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

1994 – De Wigwam – Het onderduikershol in Diever
Drukkerij Roelof van Goor heeft het boekje in 1994 uitgegeven
Emmy Wynholds heeft het boekje geschreven.
In het boekje is beschreven wat in de Tweede Wereldoorlog binnen en buiten het onderduikershol op Berkenheuvel heeft plaatsgevonden.

1995 – De regio tijdens de Tweede Wereldoorlog
Meester Drukkers in Wolvega heeft het boek in 1995 uitgegeven.
W.H. de Vries is de schrijver van het boek.
In het boek komen de volgende hoofdstukken, die direct verband houden met de geschiedenis in de gemiente Deever
– Het drama in de Wigman van Diever;
– Operatie Amherst.

1998 – Dievers Geschrief II
De Stichting Openbare Bibliotheek en de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever hebben het boekje in november 1998 uitgegeven.
Het boekje is geschreven door de inwoners van de gemiente Deever.
Het boekje is tot stand gekomen met medewerking van vele mensen, zoals de schrijvers, schrijfsters, illustratoren en een redactie-commissie. Sommigen hebben hun bijdrage geschreven in het Nederlands, anderen in het Drents.
Wijlen alleskunner Klaas Kleine heeft zich er ook mee bemoeid; hij heeft waar nodig de bijdragen in het Drents in de niet bestaande Nieuwe Drentse spelling gezet.

1997 – Kadastrale Atlas van Drenhe – 1832 – Deel XV – Diever
De Stichting Kadastrale Atlas van Drenthe heeft deze publicatie in A4-formaat in een beperkte oplage in 1997 uitgegeven. In de genoemde stichting participeren de Drentse Historische Vereniging, de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers in de provincie Drente, de Provinciaal Historicus van Drenthe en het Rijksarchief in de provincie Drente.
In de kadastrale atlas van de gemiente Deever staan de gegevens van de oorspronkelijke aanwijzende tafel van de grondeigenaren en van de ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhoudsgrootte, klassering en belastbaar inkomen met bijbehorende kaarten. In de kadastrale atlas van de gemiente Deever is een alfabetische lijst van eigenaren opgenomen.
Van de geregistreerde bouwlanden, weilanden en hooilanden, boschen, heidegronden is bijzonder helaas niet de veldnaam geregistreerd.

1999 – Diever, ie bint ’t wel …
In Opraekelen 94/1 (maart 1994), het allereerste nummer van het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever staat de volgende aankondiging van het bestuur:
Met vier mensen wordt hard gewerkt aan het verzamelen van oude foto’s en ansichtkaarten van de gehele gemeente Diever. Door het plaatsen van twee oproepen in het Weekblad van de Gemeente Diever (Van Goor’s blattie) zijn vele reacties binnengekomen. Met de inventarisatie van deze foto’s en ansichtkaarten hoopt men aan het eind van dit jaar via de Europese Bibliotheek een boekje uit te geven. Het boekje mag in totaal uit 76 foto’s en ansichtkaarten uit de periode 1880-1940 bestaan. Wij zien het boekje als een vervolg op de twee boekjes, die zijn samengesteld door wijlen A. (Albertus) Andreae. De boekjes kregen als titel mee: ‘Diever in oude ansichten’ en ‘Kent u ze nog … die van Diever’.
In de nieuwe uitgave willen we vastleggen hoe de gemeente er uitzag in de periode 1880-1940. Het moet beslist geen werk worden dat de gehele geschiedenis van alle eeuwen beschrijft, of in woord en beeld monumenten en andere historisch belangrijke punten vastlegt. Uitsluitend beelden en gebeurtenissen uit de tijd tussen 1880 en 1940 moeten worden opgenomen. In de afbeeldingen moet de autochtone inwoner dingen vinden die hij zelf nog weet en waarvan hij zegt; ‘Ach ja, zo was het’. Voor hem (of haar) dienen de teksten in feite als een geheugensteuntje. De jongere inwoners en de nieuwkomers zullen in het boekje kunnen zien hoe hun woonplaats er vroeger uitzag en zij zullen zich een beeld kunnen vormen van de samenleving van die dagen. De historisch geïnteresseerde zal op de afbeeldingen gebouwen en straten vinden die inmiddels gesloopt of veranderd zijn, terwijl hij tevens een indruk krijgt van de ontwikkeling van de plaats.
Het lukte de vier vrijwilligers niet het fotoboekje tegen het einde van 1994 klaar te hebben, ook in de jaren daarna niet. Pas in 1999 lukte het een andere vrijwilliger wel het fotoboekje met de titel ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ binnen de hiervoor beschreven strenge randvoorwaarden van het bestuur van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever samen te stellen, drukgereed te maken en uitgegeven te krijgen.
Het boekje is niet meer nieuw te koop, maar de kans is groot dat een tweedehands exemplaar te koop wordt aangeboden op het internet. Stel je toch eens voor dat dit boek in jouw verzameling zou ontbreken.

1999 – 99 Krabbels – De laatste van het millennium
Het boek is uitgegeven in november 1999.
Drukkerij en Boekhandel Jacob (Japie) van Goor an de Kruusstroate in Deever.is de uitgever van deze publicatie.
Het boek bevat negenennegentig Krabbels van alleskunner Klaas Kleine, die gepubliceerd zijn in twee jaargangen van het Weekblad van Deever.
De publicatie is niet meer in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te kopen.

2000 – Wel en wee van een oude en een nieuwe vaart
Het boekje is uitgegeven in januari 2000.
Willem Pieter Zwuup is de schrijver van dit boekje
De Historische Vereniging Havelte en Omstreken is de uitgever van dit boekje
Het ISBN-nummer van dit boekje is 90-805880-1-6.
In het boekje is de ontstaansgeschiedenis van de Drentse Hoofdvaart beschreven.

2000 – Het Mirakel
Klaas Kleine is de schrijver van het boekje.
Hij heeft het boekje in maart 2000 in eigen beheer uitgegeven.
Het boekje is gedrukt bij drukkerij Jacob (Japie) van Goor an de Kruusstroate in Deever.
Het boek heeft geen ISBN-nummer, maar hopelijk heeft Klaas Kleine wel een exemplaar van het boek naar het Nationaal Archief in ’s Gravenhage gestuurd.
Klaas Kleine beschrijft in het boekje de geschiedenis van de hervormde kerk van Deever.
In zijn woord vooraf schrijft hij:
Met het schrijven van de geschiedenis van de hervormde kerk van Diever heb ik niet de intentie gehad wetenschappelijk werk te verrichten.
De publicatie is niet meer in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop.

2003 – Jodenkampen
Nick van der Oord is de samensteller van dit boek.
Uitgeverij Kok in Kampen heeft het boek in 2003 uitgegeven.
In dit boek is ook de historie van de joden in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B in de Tweede Wereldoorlog vastgelegd, zoveel als mogelijk was. Aan de hand van foto’s, brieven, historische documenten en interviews wordt een beeld geschetst van het leven van de joodse dwangarbeiders in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B.

2004 – Wittelte na Witto
De Wittelter Dorpsvereniging heeft het boek uitgegeven in het voorjaar van 2004.
De Werkgroep Historische Wittelte en Jeannet Boverhof zijn de samenstellers van het boek.
Het boek over de geschiedenis van de streek Wittelte in de periode 1040-2000 is uitgegeven naar aanleiding van het veronderstelde 950-jarige bestaan van de streek Wittelte in het jaar 1990.
Op de achterkant van het boek is de volgende tekst te lezen:
Toen in het jaar 1990 ons mooie dorp Wittelte het 950-jarig bestaan vierde, kwam de gedachte naar voren om het heden en verleden van het dorp in een boek vast te leggen. Daarop volgden verschillende pogingen in die richting, maar zonder resultaat. Elf jaar later bespraken twee Wittelters het idee nogmaals. Het moest toch mogelijk zijn om de geschiedenis van dit dorpje te documenteren en vast te leggen voor ons nageslacht.

2004 – Van School met den Bijbel naar Roosjenschool
Het boek is uitgegeven in 2004.
De Schoolcommissie Roosjenschool Diever is de uitgever van dit boek
Het jubileumboek ter gelegenheid van 100 jaar christelijk onderwijs in de gemiente Deever is samengesteld door de heer Bote Algra.
Het boek beperkt zich hoofdzakelijk tot de beschrijving van de geschiedenis van de Christelijke school in de gemiente Deever, een school die in het jaar 1904 van start is gegaan. In het boek wordt het verband gelegd met de landelijke strijd voor de eigen vrije christelijke school.

2005 – Sporen van de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Westenveld
Deze publicatie is uitgegeven in 2005.
De uitgevers van deze publicatie zijn de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, de Stichting Dwingels Eigen, de Historische Vereniging Havelte en omstreken en het Fledder Kerspel
Het boek beschrijft de vindbare oorlogssporen in de gemeente Westenveld, zoals het vliegveld in Havelte, het schijnvliegveld in de Olde Willem, de verdedigingslinie langs de Drentse Hoofdvaart, bunkers, bomkraters, tankgrachten, onderduikersholen, oorlogsmonumenten, oorlogsgraven en mogelijk andere sporen.

2006 – Voetbalvereniging Diever 65 jaar – De geschiedenis van de sport- en supportersvereniging
Deze publicatie is uitgegeven in juni 2006.
De voetvalvereniging Diever is de uitgever van deze publicatie.
Het boek beschrijft de geschiedenis van vijfenzestig jaar voetbalvereniging Diever en haar supportersvereniging.
Een werkgroep bestaande uit leden van de Voetbalvereniging Diever-Wapse en de Historische Vereniging vroegere Gemeente Diever heeft de publicatie samengesteld.
Het boek is wellicht nog verkrijgbaar te zijn bij de Voetbalvereniging Diever-Wapse.

2006 – Speelkwartier – Zestig jaar toneelvereniging Diever  1946-2006
De toneelvereniging Diever heeft het boek in 2006 uitgegeven.
J. ter Horst en Bert Kroon zijn de samenstellers van het boek.
Het boek beschrijft uitgebreid de geschiedenis van veel aspecten van de 60-jarige toneelvereniging en bevat een overzicht van medewerkers en van de gespeelde stukken.

2007 – Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten
De publicatie is uitgegeven in september 2007
De niet meer bestaande zelfbedieningswinkel Golff is de uitgever van dit fotoboekje
Een werkgroep van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge verening uut Deever heeft het fotoboekje in opdracht van de niet meer bestaande Golff zelfbedieningswinkel an de Heufdstroate in Deever samengesteld.
De inhoud van de publicatie omvat een verzameling van slechts 60 foto’s uut Deever en de omliggende dorpen, die nog niet eerder in boekvorm waren uitgegeven.
Zie voor meer gegevens over de afbeeldingen in het boek het bericht Olde plèèties uut de vroggere gemiente Deever.
De publicatie is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

2007 – Pothokken in de voormalige gemeente Diever
Deze publicatie is uitgegeven in 2007.
De Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever is de uitgever van deze publicatie.
De publicatie bevat een beschrijving van bestaande pothokken in de gemiente Deever.

2008 – Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980
De publicatie is uitgegeven in 2008.
Uitgeverij Aprilis in Zaltbommel is de uitgever van het boek.
Een werkgroep van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever heeft deze publicatie samengesteld.
De publicatie bevat ruim 120 foto’s en ansichtkaarten van onderwerpen uut de gemiente Deever (Diever, Dieverbrug, Geeuwenbrug, Oldendiever, Oude Willem, Wapse, Wateren, Wittelte en Zorgvliet) uit de periode 1930-1980.
Het boek is niet meer verkrijgbaar in de boekhandel.
De publicatie is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

2009 – Oldendiever in de twintigste eeuw
De Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever heeft het boek in eigen beheer uitgegeven in 2009. Bij het boek behoort ook de wandelroute Kuierrondtie deur Oldendiever.
Het boek heeft geen ISBN-nummer, maar hopelijk heeft de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever wel een exemplaar van het boek naar het Nationaal Archief in ’s Gravenhage gestuurd.
Het boek is samengesteld en uitgegeven ter gelegenheid van het 15-jarige bestaan van de hiervoor genoemde historische vereniging.
Een Oll’ndeeverse werkgroep heeft het boek samengesteld.
In het  boek komen onderwerpen over de buurtschap Oll’ndeever in de periode 1900-2000 aan de orde.
Het boek is wellicht nog nieuw verkrijgbaar te zijn bij de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.
Maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

2009 – De Canon van Westerveld – Kennismaking met cultuur en historie
De canon van Westerveld legt in vijftig vensters vast wat de belangrijkste historische onderwerpen in de gemeente Westerveld zijn. Daaromheen wordt in wetenswaardige anekdotes over plaatsen, jaartallen en personen meer kleur gegeven aan de rijke historie. Zo mocht de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever de inhoud van tien vensters bedenken.

2009 – De Vlammen van Kalteren
Het boek is uitgegeven in 2009.
Archaeological Research & Consultancy (ARC) in Groningen is de uitgever van dit boek.
Op oudheidkundige vondsten gebaseerd fantasieverhaal over de boerderij, die rond 1200 in de Kalterbroeken stond, die in 2004 en 2005 is opgegraven.

2013 – Veldnamen voormalige gemeente Diever
De Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever heeft deze publicatie in A4-formaat op 16 februari 2013 in een beperkte oplage uitgegeven.
Vóór de invoering van het kadaster in 1832 werd percelen grond aangeduid en geregistreerd met hun veldnaam en hun eigenaar.
In deze publicatie zijn de verzamelde veldnamen gekoppeld aan de percelen in de kadastrale atlas en weergegeven op de kadastrale kaarten uit 1832.
De redactie van ut Deevers Archief beschouwt deze publicatie als de belangrijkste ooit gemaakte geschiedkundige Deeverse publicatie. Ech wè. Driewerf hulde voor de samensteller Bart Buiter: hulde, hulde, hulde.

2013 – Cultuurhistorische rijkdom gemeente Westenveld – Het erfgoed van Zuidwest-Drente
De cultuurhistorische uitgeverij Stokerkade uit Amsterdam is de uitgever van het boek.
Het boek is eind november 2013 uitgegeven.
Het boek is samengesteld door de Stichting Dwingels Eigen, Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, Historische Vereniging Havelte en omstreken en Historische Vereniging ’t Fledder Kerspel.
Het boek is tot stand gekomen dank zij bijdragen van de gemeente Westenveld, de BNG Erfgoedprijs, Toegangspoort Oerlandschap Holtingerveld, Nationaal Park Drents-Friese Wold.
In het boek is gelukkig ook aandacht besteed aan enig cultuurhistorisch erfgoed in de gemiente Deever, zoals daar onder meer zijn het zogenoemde schultehuis aan de brink van Deever, de vroegere rooms-katholieke kerk aan de brink van Deever, de gemeentelijke toren aan de brink van Deever, de kalkovens langs de Voat tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug, het armenwerkhuis an de Grönnegerweg bee Deever, het onderduikershol in de bossen van Berkenheuvel, de kapel van Obadja op Zorgvliet.

2014 – An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld
Het boek is uitgegeven in 2014 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Historische Vereniging Gemeente Diever.
De Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever heeft het boek in eigen beheer uitgegeven
In het boek worden fragmenten uit het verleden van de streek rond de Deeverbrogge beschreven, zoals het belang van de Drentse Hoofdvaart, het belang van de weg langs de vaart, landbouw, veeteelt, industrie, transportbedrijven, boerenleven, horeca, neringdoenden, enzovoort.
De publicatie is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

2015 – Sporen uit het verleden
De publicatie is uitgegeven in 2015.
De uitgever is ‘Het Nationale Park van Drenthe’.
De publicatie is uitgegeven ter herinnering aan 70 jaar bevrijding in 2015.
In de publicatie zijn artikelen over gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Westenveld opgenomen.
In de publicatie zijn met betrekking tot gebeurtenissen in de gemiente Deever de volgende artikelen opgenomen:
– Diever – Landing van Franse parachutisten bij Diever;
– Wateren – Hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog;
– Diever – De bevrijding van Diever;
– Zorgvlied – Ben en Anke;
– Diever – 10 april 1945 – Het drama van Diever.

2018 – Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden
Het boek is geschreven door de Witteler boerenzoon Klaas de Boer.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft het boek in 2018 in eigen beheer uitgegeven.
Het boek bevat een beschrijving van alle huizen die vanaf 1806/1810 tot 1950 in Wittelte stonden of nog steeds staan. Huizen die na 1950 zijn gebouwd worden zijdelings in het boek genoemd. Bij elk huis is een korte beschrijving van de bewoners en hun leefomstandigheden opgenomen. Zo mogelijk gekoppeld aan oude gewoonten en gebruiken, die vroeger een belangrijke plaats in het dagelijkse leven hadden.
Het boek bevat ook beschrijvingen van het graven van de Drentse Hoofdvaart en de aanleg en verharding van wegen, die van grote betekenis waren voor de hele regio en zeker ook voor de ontwikkeling van Wittelte.
Het boek is nog verkrijgbaar bij de Dorpsvereniging Wittelte.
De redactie verwijst ook naar het bericht Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele.
2020 – Uit de geschiedenis van Wateren, Zorgvlied en Oude Willem
De Stichting Stellingwarver Schrieversronte heeft het boek in 2020 uitgegeven.
Janneke Hielkema, Carol Jan Klok, Albertha Bloemhof en Hans Salverda zijn de samenstellers van het boek.
Het ISBN-nummer van het boek is 978-90-90-6466-2010.
Janneke Hielkema belicht in dit boek de archeologische betekenis van de Streek.
Carol Jan Klok beschrijft de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid en het Landbouwinstituut. Daarnaast zocht hij de voorgeschiedenis uit van zijn betovergrootvader Adriaan Kasper. Als Zeeuwse wees was deze een van de eerste ‘kwekelingen’ van het Landbouwinstituut.
Tot slot doen Albertha Bloemhoff en Hans Salverda verslag van de ontwikkeling van Zorgvlied, Wateren en Oude Willem tijdens de Tweede Wereldoorlog. Albertha Bloemhoff nam ook de eindredactie op zich van het voorliggende boek.

2021 – Fragmenten uit de geschiedenis van de vroegere gemeente Diever
Een werkgroep van de de Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het boek samengesteld.
De Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het boek in 2021 in eigen beheer uitgegeven.
In het boek staan fragmenten uit de recente geschiedenis van Deever, Oll’ndeever, Wittelte, Deeverbrogge, ut Moer, ut Noord, Kalter’n, Wapse, Woater’n, Olde Willem en Zorgvliet.
Het boek is niet meer verkrijgbaar bij de Historische Vereniging Gemeente Diever.
De publicatie is niet meer nieuw in de boekhandel te koop, maar het kan zo zijn dat op het internet wel een tweedehands exemplaar te koop is.

2021 – Groot Wateren: Een oase van weldaad
Hans Salverda en Ebbing Kiestra zijn de auteurs van dit boek.
Het boek is in 2021 uitgegeven in eigen beheer.
Het boek bevat een beschrijving van diverse onderwerpen die verband houden met het ontstaan en de ontwikkeling van Groot Wateren. Zie ook het bericht See hept de stee van de stienoo’m evun’n.

Posted in Publicatie | Leave a comment

De boerskop Oll’ndeever bestön ièder dan Deever

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) verscheen op 23 januari 2009 een bericht over de vorderingen bij het samenstellen van het Oldendiever in de twintigste eeuw in woord en beeld , dat half november 2009 ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever werd gepresenteerd. De samenstellers van het boek behoren tot de fine fleur van de amateur-historielogen van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

In opdracht van Historische Vereniging Diever
Geschiedenisboek ‘boerschap Oldendiever’

Diever – Bijna twee jaar al is een werkgroep van de Historische Vereniging Diever druk met het samenstellen van een historisch naslagwerk over ‘boerschap Oldendiever’. Bijna tweehonderd pagina’s dik moet het boek Oldendiever in de twintigste eeuw in woord en beeld worden. Half november vindt de presentatie plaats tijdens het 15-jarig bestaan van de Historische Vereniging Diever.

De meeste van de 27 hoofdstukken in het boek zijn bijna klaar, maar de komende maanden krijgt het naslagwerk definitief vorm. “Voor de zomer sluiten we het af”, vertelt Peter Kuiper. Hij is verantwoordelijk voor de teksten in het boek. In ‘Oldendiever in de twintigste eeuw in woord en beeld’ wordt kort stilgestaan bij het ontstaan van de buurtschap. Volgens Kuiper is Oldendiever de ‘baarmoeder’ van het huidige Diever. “Oldendiever bestond al voor Diever. In de achtste eeuw vestigden predikers zich in deze omgeving en die bouwden een kerk in Diever op de plaats waar die nu nog staat. Dat is het begin van het huidige Diever.”

“Vrömden en stadsen”
De samenstellers van het boek hebben zich geconcentreerd op de twintigste eeuw. “In die honderd jaar is er veel veranderd in Oldendiever”, vertelt Chris Jan Klok. Hij kan samen met Jan Blaauw rustig ‘het geweten’ van het boek worden genoemd. Als oud bewoner van Oldendiever weet Klok nog veel te vertellen over de buurtschap of liever gezegd ‘boerschap’. “Veel is er niet gebouwd. De keuterboeren zijn verdwenen en de boerderijen zijn nu mooie woonboerderijen geworden voor ‘vrömden en stadsen'”, vertelt Klok met een glimlach.  Ook de wegen zijn veranderd. “Vòòr de jaren vijftig waren alleen de Kastanjelaan en de Wittelterweg verhard. De rest van de wegen was zandweg, soms modderpoelen”, zegt bestuurslid Jan Blaauw van de Historische Vereniging Diever. “En de Steenwijkerweg bestond toen nog niet eens. Die is in de jaren zestig aangelegd.”

Moord
Voor de duik in het verleden hebben de samenstellers van het boek alle inwoners en oud-inwoners aangeschreven met het verzoek voor historisch materiaal en anekdotes. Een aantal van hen is geïnterviewd. Eén van de verhalen die in het boek niet mag ontbreken is ‘de moord in Oldendiever’. “De moord waarvan het verhaal gaat dat een boerenzoon op 1 januari 1916 zijn buurman om het leven heeft gebracht, maakte destijds diepe indruk op de inwoners van de buurtschap. De boerenzoon werd wel verdacht en verhoord in Assen, maar werd na enkele dagen wegen gebrek aan bewijs vrijgelaten. Later heeft hij zichzelf verdronken in de Drentsche Hoofdvaart”, vertelt Peter Kuiper. In het boek wordt ook gerept over de armoede en de strenge winters. “Er is zelfs een keer een kind doodgevroren.”

Voor het boek zijn ook mooie, oude foto’s van de buurtschap en de inwoners opgedoken. “We proberen in het boek, dat door Henk Daleman wordt vormgegeven, een zo compleet overzicht te geven. Zo vergelijken wij de onderkomens van toen met die van nu. Frans Kamphuis heeft daarvoor de huidige boerderijen gefotografeerd”, vertelt voorzitter van de werkgroep Ferry van der Ven, die ook nog twee nieuwtjes heeft. “In het boek is ook plaats voor twee nieuwe wandelroutes. Een korte en een lange wandeling door Oldendiever. De wandelkaarten komen los in het boek te liggen. Ook gaan we Oldendiever ook op kaart zetten. Letterlijk wel te verstaan, want de gemeente Westerveld plaatst drie borden met daarop de naam van de buurtschap. Dan is eindelijk ook voor iedereen duidelijk waar Oldendiever ligt”, besluit Van der Veen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Het valt de redactie wel erg op dat op de hoofdpagina van de webstee van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever niet direct kan worden doorgeklikt naar de pagina die is gewijd aan de boerskop Oll’ndeever. Toch wel een blundertje van de amateur-historielogen. Wel een apart boek samenstellen over Oll’ndeever en vervolgens deze boerskop wegmoffelen op de webstee van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever 

De redactie moet met het schaamrood op de kaken erkennen dat in zijn foto-archief nog geen foto van het bord Oldendiever aanwezig is. Maar wat niet is, dat kan zeker nog komen. De redactie had  veel liever gezien dat op het bord boven de naam Oldendiever de Deeverse naam Oll’ndeever was gezet. Dat krijg je als het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever alleen maar wordt bevolkt door ‘vrömd’n en stads’n’.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van het lezen van artikelen op papier is, kan het hier weergegeven artikel ‘Geschiedenisboek ‘boerschap Oldendiever’ ‘ ook ten zeerste lezen in het hoofdstuk Oldendiever op de bladzijden 359 en 360 van het op vrijdag 9 juli 2021 uitgegeven magnum opus Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat boek, of dat boek bij iemand in kunnen zien.

Posted in Oll'ndeever | Leave a comment

Is ut pottokke bee de Alberthoeve op Woater’n vot ?

De redactie van ut Deevers Archief reed op vrijdag 29 november 2024 over de Woaterseweg over Woater’n hen Zorgvliet langs de boerderij die tegenwoordig onderdeel is van het landgoed met de naam Alberthoeve. Het leek de redactie wel een goed idee even bij de Albert Hoeve te stoppen en te informeren naar verkrijgbare ansichtkaarten van de Albert Hoeve.
In de verste verte was geen teken van menselijk leven te bekennen in en om de boerderij en bij de gebouwen bij de boerderij. De receptie van het toeristische bedrijf was wel open, dat dan weer wel, echter ook daar was niemand te bekennen.
De redactie zag in de receptie een ingelijste zwart-wit foto van de oorspronkelijke boerderij aan de muur hangen. De redactie nam de vrijheid een foto van deze foto te maken. Zie afbeelding 1.
Daarna kwam de redactie op het terrein de eigenaar van de Albert Hoeve tegen. Die vond het goed de foto van de foto van de oude boerderij in ut Deevers Archief te tonen. Hartelijk dank voor deze toestemming.
Hij vertelde dat van het ontwerp van de boerderij op de hier afgebeelde zwart-wit foto in totaal vier identieke exemplaren op Woater’n en op Zorgvliet zijn gebouwd.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kent de locatie van de andere drie boerderijen ? En wanneer zijn de vier boerderijen gebouwd ? En wie waren de eerste bewoners van de vier boerderijen ?
De redactie heeft in de publicatie ‘Pothokken in de voormalige gemeente Diever’ uit 2007 van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, gekeken, maar kon geen informatieblad van ut pottokke bij de boerderij met het huidige adres Wateren 24 vinden.
Dit kan twee verklaringen hebben. Of ut pottokke bestond in 2007 niet meer of ut pottokke bestond in 2007 nog wel, maar hebben de uitvoerders van de inventarisatie van de pothokken in de gemiente Deever bij het inventariseren zitten slapen.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Posted in Albert Hoever, Boerdereeje, Toeristenindustrie, Woater’n | Leave a comment

See stopt mit de tillevisieserie The Incredible Dr. Pol

Dierendokter dr. Jan Haarm Pol is in 1942 geboren in de boerderij vlak bij de hoek van de Woaterseweg en de Appelschaseweg op Woater’n. Zie ook de boerderij op afbeelding 1. Hij is in Nederland en vooral in Drente nogal tamelijk wereldberoemd van de tillevisieserie The Incredible Dr. Pol (De Ongelooflijke Dr. Pol). Deze tillevisieserie is op 5 juli 2024 gestopt. National Geographic heeft geen ruimte meer voor dit soort dierenartsenprogramma’s. Over een paar jaar weet niemand meer wie de ongelooflijke Woaterse dierendokter dr. Jan Haarm Pol is of was. Dan is dr. Jan Haarm Pol geschiedenis geworden.

Hij kreeg in september 2016, alweer enige tijd geleden, bij Obadja an de Dorpsstroate op Zorgvliet (an de aandere kaante van de Deeverse bos) van de gemeente Westenveld een eigen zitbankje aangeboden. Wat een eer. Dierendokter dr. Jan Haarm Pol was nota bene, let wel, mind you, helemaal uit Weidman in Michigan in de Verenigde Staten van Amerika naar Zorgvliet gekomen om hoogstpersoonlijk in eigen persoon aanwezig te zijn bij de plechtige onthulling van zijn prachtige kunstzinnig gemaakte paardehoofd-zitbankje.

De redactie van ut Deevers Archief las in mei 2024 op de webstee van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever:

In opdracht van onze vereniging is donderdag 25 april 2024 een nieuwe Dr. Pol bank geplaatst bij zijn geboortehuis op het brinkje op de hoek van de wegen Wateren/Appelschaseweg in Wateren. Een voorloper van deze bank was geplaatst in Zorgvlied voor de kapel Obadja aan de Dorpsstraat. Dit exemplaar was door houtrot aangetast en vanwege onveiligheid verwijderd. Jan Veenstra heeft samen met Homme Geertsma het initiatief genomen om een nieuwe Dr. Pol bank te plaatsen. Zij waren van mening dat de bank meer thuis hoort bij zijn geboortehuis. Van de gemeente Westerveld kregen ze alle medewerking en was de gemeente bereid het brinkje te herinrichten. De bank is ontworpen en vervaardigd door Boomzaagkunst uit Rolde. Bij de bank gaan we nog een gedenkconsole plaatsen met de volgende tekst:

The incredible dr. Pol, de wereldberoemde dierenarts
In deze boerderij werd in 1942 Jan-Harm Pol geboren. Voor zijn studie diergeneeskunde in Utrecht bracht hij zijn stageperiode door in Michigan in de Verenigde Staten van Amerika en vond daar zijn grote liefde Diane. Samen vestigden ze zich daar en begonnen een succesvolle dierenartsenpraktijk.

Het informatiepaneel van cortenstaal is inderdaad bij het Dr. Pol paardehoofd-zitbankje in de berm op de hoek van de wegen Wateren en Appelschaseweg op Woater’n geplaatst. Zie afbeelding 1. Op het paneel staat een beetje meer informatie dan de informatie die de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever eerder aankondigde:

The incredible dr. Pol, de wereldberoemde dierenarts
In deze boerderij werd in 1942 Jan-Harm Pol geboren. Voor zijn studie diergeneeskunde in Utrecht bracht hij zijn stageperiode door in Michigan in de Verenigde Staten van Amerika en vond daar zijn grote liefde Diane. Samen vestigden ze zich daar en begonnen een succesvolle dierenartsenpraktijk.
Hun zoon Charles werkt als producent voor National Geographic en hij kwam op het idee om een life-show te maken met als onderwerp de dierenartsenpraktijk van zijn vader. Hoewel dr. Pol betwijfelde of dit een succes zou worden, werkte hij mee aan de opnamen door gewoon zijn dagelijkse werk te blijven doen. Charles zijn idee bleek een schot in de roos.
Het programma met de titel ‘The incredible dr. Pol’ groeide uit tot een wereldwijd succes en is in 170 landen te zien. “Ik doe gewoon mijn werk en dat wordt gefilmd, meer niet”, vertelt Jan-Harm Pol. “Maar ik had natuurlijk nooit gedacht dat het zo’n succes zou worden. Dat heeft mij enorm verrast. Ik krijg veel complimenten van kijkers. En ze vertellen me dat ze veel van me leren. Dat is fantastisch, daar doe ik het voor.”

De grote vraag is natuurlijk wat over vijf of tien jaren te doen met het informatiepaneel, als de tekst op het paneel verouderd en achterhaald is ?

Afbeelding 1  – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 2  – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden) 

Posted in Dr. Pol, Jan Haarm Pol, Woater’n | Leave a comment

Ut vurhèèl van Zorgvliet en Woater’n op tien posters

Op 6 juni 2024 zijn op Zorgvliet, an de aandere kaante van de Deeverse bos, op vijf robuust uitgevoerde betonnen sokkels, in de openbare ruimte tegenover Villa Nova, vijf panelen met aan weerskanten een poster met fragmenten uit de rijke geschiedenis van Woater’n en Zorgvliet geplaatst.
En waar zijn de fragmenten uit de rijke geschiedenis van de Olde Willem dan te vinden ? Toch nog maar een paar paneeltjes bijplaatsen ?
Op de tien posters zijn fragmenten uit de rijke geschiedenis van Woater’n en Zorgvliet te zien. Deze vormen tezamen een soort van historisch museumpje in de open lucht. Nu kan de zich vervelende toerist eindelijk in de gemiente Deever weer een museum bezoeken !
Het is wel jammer dat de zeer gewaardeerde bezoeker van het openluchtmuseumpje zelf de chronologsiche volgorde van de posters maar moet zien uit te vinden. Beter ware het geweest de posters te voorzien van bijvoorbeeld een nummer. De redactie van ut Deevers Archief heeft in dit bericht wel een poging gedaan de posters chronologisch te ordenen.   

En de bezoeker kan vóór, tijdens of ná het bekijken en het lezen van de posters met fragmenten uit de rijke geschiedenis van Woater’n en Zorgvliet, plaats nemen op een bankje bij de panelen.
De teksten op de posters zijn bedacht door de heer Paul Gols uit Zorgvliet. Zijn teksten zijn eigenlijk een soort van generale repetitie voor de inleiding van zijn langdurig en zeer grondig in voorbereiding zijnde populair wetenschappelijke geschiedenisboek, wellicht met naam ‘Fragmenten uit de rijke geschiedenis van Zorgvliet, Woater’n en de Olde Willem’. De redactie wenst de heer Paul Gols bijzonder veel succes met de afronding van zijn magnum opus.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de in dit bericht afgebeelde kleurenfoto’s gemaakt op vrijdag 29 november 2024.

Poster 1

Het verhaal van Zorgvlied
Welkom in Zorgvlied.
Een bijzonder dorp met een rijke geschiedenis.
Zorgvlied is een dorp dat nog niet zo lang bestaat.
Meer dan tweehonderd jaar geleden waren hier heidevelden, plassen, veentjes en zandverstuivingen. Het was nat en drassig. De naam Wateren verwijst hiernaar.
Het veranderde met de komst van de Maatschappij van Weldadigheid.


Poster 2

Vrijboeren en arbeiders
Het is 1818. Het gaat niet goed met het Koninkrijk der Nederlanden. Napoleon heeft het land als ‘Koninkrijk der Armen’ achtergelaten. De sociaal bewogen Johannes van den Bosch komt met een ambitieus plan om de armoede te bestrijden door het stichten van landbouwkoloniën. Het begin van een invloedrijke geschiedenis.
In de Proefkolonie Frederiksoord staan 52 boerderijen klaar om de arme stedelingen te ontvangen. Ze kunnen op werk en onderdak rekenen. In ruil voor arbeid op het land. In vijf jaar tijd worden ruim 500 koloniehuisjes in de Vrije Koloniën van Weldadigheid gebouwd. De kinderen gaan verplicht naar school, er is een eigen ziekenfonds en er komen kerken en scholen.

Zorgvlied ontstaat
Op de desolate gronden, waar nu Zorgvlied ligt, liet de Maatschappij van Weldadigheid een schoolgebouw met internaat en een boerderij bouwen. Er werden boomgaarden, groentetuinen, akkers en Verwer bossen aangelegd.
In 1860 verkocht de Maatschappij van Weldadigheid het Landbouwkundig Instituut en alles wat daarbij hoorde.
Een jaar later bouwde de voormalige Oost-Indiëganger De Ruijter de Wildt het herenhuis ‘Zorgvlied’. Het werd een echt dorp toen de gebroeders Verwer, met name Lodewijk Verwer, vanaf 1879 fabrieken, boerenbedrijven, woningen en winkels liet bouwen. De werkgelegenheid die ontstond, trok veel nieuwe bewoners. Zij kwamen vooral uit het nabijgelegen Oost- en Weststellingwerf.


Poster 3

Landbouwend weeshuis
Jongens, tussen de 12 en 20 jaar, werden opgeleid voor de leidinggevende banen in de Koloniën van Weldadigheid. Het ging vooral om opzichters, die toezicht hielden op het boerenwerk dat de kolonisten verrichtten.
De meeste kwekelingen, zoals de leerlingen werden genoemd, waren wezen uit de kolonie Veenhuizen. Het was voor hen een eer op de school te worden geplaatst. De kwekelingen moesten aan kunnen tonen dat ze over de juiste capaciteiten beschikten.
De school werd in 1824 geopend en was in Nederland één van de eerste in haar soort. In de 36 jaar dat de school er was, hebben meer dan 1000 leerlingen hier onderwijs gevolgd. Directeuren van het Landbouwkundig Instituut hadden de regie over het lager onderwijs in alle Vrije Koloniën. Ze waren belangrijke adviseurs voor de Maatschappij van Weldadigheid.

Theorie en praktijk
De kwekelingen hadden een strak programma. Vanaf zes uur in de ochtend kregen ze vijf uur achter elkaar praktijkonderwijs. ’s Middags volgden nog eens vier uur. Het doel was: ‘Leren, door zelf te doen.’ Ervaren kwekelingen leerden leidinggeven door nieuwe jongens te begeleiden. Het boerenwerk was gevarieerd: heide ontginnen, koeien melken, voor dieren zorgen en boter maken. Ook werden er bomen geplant, gesnoeid en akkers bewerkt.
De theorielessen werden gegeven in de twee uur durende rustpauze. De leerlingen kregen les in een groot aantal vakken, zoals plantkunde, scheikunde, wiskunde en werktuigbouwkunde. Niet iedere kwekeling ging werken binnen de Maatschappij van Weldadigheid. Daarbuiten waren ze door hun degelijke opleiding graag geziene werknemers.


 Poster 4

Nieuwe technieken
De boerderijen die al eeuwen in het gehucht Groot-Wateren stonden, werden in de eerste jaren aan kolonisten verpacht. De nieuwe boerderij bij de landbouwschool diende als inkomstenbron. Ook werd er praktijkonderwijs gegeven. Johannes van den Bosch zag dat het beter kon en een andere aanpak nodig was.
In 1831 werden alle boerderijen samengevoegd tot één grote proefboerderij voor de Vrije Koloniën van Weldadigheid. Hier werd geëxperimenteerd met nieuwe methodes om het tekort aan mest en slechte oogstresultaten te verbeteren. Zo werd brem gebruikt als bemesting en er werd meer dierlijke mest ingezet.
Om de kolonisten in de Vrije Koloniën een tweede koe te kunnen geven, kwam er een veefokkerij waar jongvee werd gefokt.

Hoger rendement
Het bestuur van de Maatschappij van Weldadigheid bracht jaarlijks verslag uit. De resultaten van de Vrije Koloniën werden vergeleken met die van de proefboerderij in Groot Wateren. Zo werd het gebruik van verschillende soorten mest in relatie tot de opbrengsten van bijvoorbeeld rogge en aardappelen onderzocht.
Vanaf de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid tot aan het faillissement en de reorganisatie van 1860 bleven tegenvallende oogstresultaten een probleem. Ook de kosten voor aankoop van mest en hooi hielpen daar niet bij. Bovendien waren er vaak meningsverschillen over de juiste aanpak. Het verdienmodel dat Johannes van den Bosch had bedacht, werkte in  de praktijk niet.


Poster 5

Landgoed Zorgvlied
Door geldtekort moest de Maatschappij van Weldadigheid al haar bezittingen in Wateren verkopen. Kopers waren twee bevriende Oud Indiëgangers. J.F. de Ruijter de Wildt kocht het Landbouwkundig Instituut en omgeving. Groot Wateren kwam in het bezit van G.H.R. van Gelder.
Door het harde werken van de kwekelingen was het terrein rond de Landbouwschool veranderd in een aantrekkelijk landschap met bossen, fruitbomen en andere ontginningen. De Ruijter de Wildt gaf het de naam: ‘Landgoed Zorgvlied’. Deze naam is overgenomen van één van de buitenplaatsen aan de Ouder-Amstel waar de vader van De Ruijter de Wildt burgemeester was en een buitenverblijf had.

Castra Vetera
In 1861 liet De Ruijter de Wildt, op zijn nieuw verworden landgoed, ‘Huize Zorgvlied’ bouwen. Het was groots en opvallend en gebouwd in de stijl van de buitenplaatsen aan de Amstel. Door de dorpelingen werd het ook wel ‘Het Kasteel’ genoemd. Het personeel dat in de directie omgeving kwam wonen, gaf Zorgvlied op als woonadres. Het begin van het dorp Zorgvlied.
In de loop van de jaren kwam ‘Huize Zorgvlied’ leeg te staan en werd het verwaarloosd. De laatste bewoner W. Ackermann noemde het herenhuis ‘Castra Vetera’. Het deed hem denken aan de ruïnes en opgravingen van de Romeinse legerplaats bij het Duitse Xanten. In 1938 verkocht Ackermann ‘Castra Vetera’. De nieuwe eigenaar liet het herenhuis een jaar later afbreken. Voor zijn pachter werd vlakbij een nieuwe boerderij gebouwd, die de naam ‘Castra Vetera’ kreeg.


Poster 6

Werkgelegenheid
De dorpen Wateren en Zorgvlied werden in 1879 gekocht door de Friese broers Julius en Lodewijk Verwer. Julius hield het al snel voor gezien, maar Lodewijk Verwer ging in zijn plaats in ‘Huize Zorgvlied’ wonen. Lodewijk had visie en wilde voor de boeren en arbeiders uit deze Drents-Friese uithoek meer werkgelegenheid creëren. Hij stichtte nieuwe bedrijven, zoals een sigarenfabriek en stoomboterfabrieken. Ook bouwde hij zo’n veertig grote en kleine boerderijen. Hij experimenteerde met de verbouw van nieuwe producten, zoals tabak, hop en cichorei. Het plan om een bierbrouwerij te beginnen, mislukte.
Meer bedrijvigheid vroeg om een betere infrastructuur, transport en verkoopkanalen. Verwer kreeg het voor elkaar dat de zandweg van Diever naar Boijl werd verhard. Langs de Friese grens werd een tramlijn aangelegd.

Indrukwekkende villa’s
In Zorgvlied zie je een aantal indrukwekkende villa’s, die elk een rijke historie hadden. ‘Villa Nova’ was oorspronkelijk een logement waar nieuw personeel tijdelijk kon wonen. Links daarvan staat ‘Villa Aurora’, het bankgebouw van de door Lodewijk Verwer gestichte Noordelijke Hypotheekbank. Daarnaast staat een herenhuis, dat werd gebouwd als zomerverblijf voor één van de Amsterdamse connecties van Verwer. De Dieverse burgemeester Van Os, die ook directeur van de Noordelijke Hypotheekbank was, woonde ook in één van deze huizen.
Zorgvlied had uit kunnen groeien tot een dorp met allure, maar omdat niet iedereen de grote stad wilde verlaten, groeide het chique deel van Zorgvlied niet verder. Na het overlijden van Verwer in 1910 stonden verschillende woningen zelfs een tijd leeg.


Poster 7

Tabak- en boterfabriek
Aan de Verwersweg staan vijf geschakelde woningen die destijds, de door Verwer gebouwde sigarenfabriek ‘Cuba’ vormden. In 1890 werkten bij ‘Cuba’ twintig jongens. Kinderarbeid was toen nog een heel gewone zaak.
Aan het einde van de Verwersweg bouwde Lodewijk Verwer in 1886 een roomboterfabriek, die de melk verwerkte van de boerderijen uit de omgeving. Het was één van de eerste boterfabrieken die werkte op een stoommachine. Het voordeel hiervan was dat de melk door de hitte gepasteuriseerd kon worden. Op deze manier bederft het minder snel dan bij verwerking op de boerderij.
Door het afleveren van de melk aan de fabriek had de boer minder invloed op de melkprijs. Dat leverde regelmatig ruzie op. Lokale boeren richtten uiteindelijk een eigen coöperatieve fabriek op.

Winkels en ambachten
Met de groei van Zorgvlied kwamen er ook winkels. Begin 1900 waren er een kruidenier, bakker, manufacturier en een postkantoor. Later kwamen er ook bedrijfjes, zoals een fietsenmaker en een smid. Het was goed toeven in Zorgvlied. Kon men niet in Zorgvlied terecht ? Dan nam men de stoomtram naar Noordwolde of Steenwijk. De halte was bij de melkfabriek aan het einde van de Verwersweg.
Na de Tweede Wereldoorlog, toen mensen meer te besteden hadden, verscheen ook de ‘Winkel van Sinkel’ in het dorp. Hier kon je allerlei spullen kopen, zoals kopjes, vloerbedekking en zelfs elektrische apparaten.


Poster 8

Wonen en werken
Links van Villa Nova waren de meer chique woningen en rechts, richting Diever, stonden ‘gewone’ huizen en winkels. In Wateren, buiten Zorgvlied stonden diverse boerderijtjes. De meeste waren van keuterboeren die een of twee koeien hadden en daarnaast in de buurt als arbeider werkten. Er waren maar enkele grotere boerderijen.
Er waren veel voorzieningen. Dat paste ook bij de tijd, waarin reizen veel tijd kostte en men vooral in de eigen omgeving bleef.
Vrijwel alle boeren en woningen waren eigendom van Lodewijk Verwer. Hij verpachtte zijn bezittingen aan de inwoners en boeren. Na zijn dood kreeg men de kans om het huis, de boerderij en de grond te kopen.

Lager onderwijs
Wateren heeft maar liefst vier scholen voor lager onderwijs gehad. De eerste twee waren voor kolonistenkinderen en stonden daarom bij Groot Wateren. Het eerste gebouwtje was niet meer dan een plaggenhut en werd al snel door een stenen school vervangen.
Doordat de Maatschappij van Weldadigheid in 1860 het gebied verkocht, verdween ook het onderwijs uit Groot-Wateren. De gemeente zorgde ervoor dat dit in 1884 opnieuw werd gefaciliteerd in het gebied. Op de plek naast de huidige schoolgebouw, vlakbij Zorgvlied, werd een nieuwe school gebouwd.
In 1924 werd de stap gemaakt naar een moderner schoolgebouw. Dit is nog altijd te zien bij de Lange Drift. Door gebrek aan voldoende leerlingen stopte de school echter in 1995. De kinderen uit de omgeving moesten vanaf toen naar Boyl of Elsloo om naar school te gaan.


Poster 9

Rooms-katholieke kerk Sint Andreas
De familie Verwer was rooms-katholiek. Enkele maanden nadat Julius Verwer in 1880 in ‘Huize Zoegvlied’ ging wonen, werd een van de kamers als kapel ingericht. Ook kwam een kapelaan in dienst van de familie. De katholieke dorpsbewoners mochten de missen, die hier werden opgedragen, bijwonen. Het aantal katholieken groeide snel. In 1884 werd een parochie opgericht met een kerk in een verbouwd deel van het Landbouwinstituut.
Lodewijk Verwer probeerde meerdere keren een nieuwe kerk te bouwen, maar het lukte hem niet toestemming te krijgen van de kerkelijke overheid. Ruim na zijn overlijden werd in 1824 de huidige kerk in gebruik genomen. In het priesterkoor herinneren de portretjes van Lodewijk en zijn vouw Johanna aan de belangrijke bijdrage van de familie aan de totstandkoming van een katholieke gemeenschap in Zorgvlied en omgeving.

PC-veldkapel Obadja
Rond 1900 kwamen protestantse gelovigen bijeen in het boerencafé van de familie Benthem in Wateren. Deze hervormde gemeenschap telde ongeveer 70 leden, die plannen maakten voor eigen kerkje. In 1904 was er genoeg geld om een eigen kapel te bouwen en in datzelfde jaar kon deze worden geopend. De kapel is een zogeheten veldkapel, in Nederland vind je dit type kerk vaker op het platteland.
In het begin was er niet genoeg geld voor een eigen predikant. De diensten werden daarom eens in de veertien dagen gehouden. Na verloop van tijd werd de evangelist en godsdienstonderwijzer Hendrik Betten aangesteld. Hoewel hij geen dominee was, was men dik tevreden met zijn functioneren. Betten en zijn vrouw woonden in het Amsterdamse Huis aan de Dorpsstraat.


Poster 10

Nationaal Park Drents-Friese Wold
Door de eeuwen heen heeft het landschap van het Drents-Friese Wold zich ontwikkeld. Van een toendra-achtig landschap na de laatste IJstijd en het oerbos daarna, naar een landschap waarin de mens de hand heeft gehad.
Het Nationaal Park Drents-Friese Wold is daardoor een afwisselend bosgebied geworden met veel vennetjes en heidegebieden. De bossen worden door de beheerders momenteel langzaam omgevormd naar bossen met meer ruimte voor de natuur. Er lopen hier runderen, paarden en andere grazers, die meehelpen om de natuur gevarieerder te maken.
Uniek voor het Drents-Friese Wold is het Aekingerzand ofwel De Kale Duinen, zoals de bewoners het gebied noemen. De wind heeft hier vrij spel, waardoor het zand weer kan stuiven en een uniek landschap is ontstaan.

Doldersummerveld
Het Doldersummer veld is één van de grootste heidevelden van Drenthe. Hier vind je unieke flora en fauna. Samen met het naastgelegen Wapserveld is het meer dan 1000 hectare groot. Aan de zuidrand staat een uitkijktoren. Boven op de toren heb je een adembenemend uitzicht.
Droge, vochtige en kletsnatte stukken wisselen zich met elkaar af. Hier en daar liggen ruigtes, veentjes en stuifzand, waar steeds andere planten zich thuis voelen. De schaapskudde en groepjes Schotse hooglanders en Limousin-runderen zijn dagelijks bezig om zoveel mogelijk gras en boompjes uit de heide weg te eten.
Dagelijks gaat de herder met de schaapskudde de heide op. Tussen negen en tien uur vertrekt de kudde uit de schaapskooi en ’s middags tussen vier en vijf uur komen ze weer terug.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, de Olde Willem, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Ut maxi-tiny Menhett’n on the Kwoasloot in Deever

De redactie van ut Deevers Archief acht het tot zijn taak aandacht te besteden aan het hedendaagse verleden binnen de grenzen van gemiente Deever. Want wat nu het nu is, dat is morgen voltooid verleden tijd en daarmee geschiedenis geworden.

De gemeente Westenveld heeft in de Kalterbroeken in Deever acht kavels uitgegeven voor de bouw van maxi-tiny wolkenkrabbertjes, te weten Bisschopshof 13, 15, 17, 19, 21,  23, 25 en 27. De maxi-tiny wolkenkrabbertjes worden gebouwd aan de oevers van de nep-meanderende Kwasloot, op een soort van nep-schiereilandje, op een soort van nep-Manhattan. Zie afbeelding 6.
De gemeente Westenveld schrijft in haar popie-jopie propagandateksten: Particulieren bouwen in eigen beheer een kleine woning met een maximale inhoud van 250 m³ op een maximale oppervlakte van 30 m². Dus een particulier mag van de gemeente Westenveld ook kiezen voor een vier-woonlagen-hoogte van 12.5 m en een grondoppervlak van 20 m², zeg 4 m x 5 m ?
Misleidend, want preciezer zijn de eisjes: een woning heeft een oppervlakte van ten hoogste 30 m², met inbegrip van overstekken, balkons, overkappingen en andere toevoegingen; een woning met een plat dak heeft een bouwhoogte van ten hoogste negen meter; als wordt gekozen voor een woning met een kap, dan de heeft de woning een goothoogte van ten hoogste vier meter; een woning heeft een inhoud van ten hoogste 250 m³, gemeten aan de buitenzijde van de gevel.

Je moet wel een echte idioot zijn om in de Kalterbroeken een maxi-tiny wolkenkrabbertje met een schuin dak te laten bouwen, dan ben je een dief van veel eigen ruimte. Dus de redactie van ut Deevers Archief adviseert het bouwen van maxi-tiny wolkenkrabbertjes. Teneinde die 250 m³ volledig uit te nutten en een woning van drie lagen te kunnen bouwen, moeten de knutselaartjes kiezen voor de ten hoogste toegestane bouwhoogte van 9 meter. Dan mag het grondoppervlak niet groter zijn dan 27.7 m². Bijvoorbeeld vierkant 5.3 m x 5.3 m.

Op de idyllisch dromerige impressietekening van het wijkje, zie afbeelding 9, is slechts één maxi-tiny wolkenkrabbertje te zien. De wens van veel mini-maxi-tiny huisjes in allerlei fantasie-ontwerpen is de vader van de erg onpraktische gedachte. Op afbeelding 5 is te zien dat in het wijkje al ten minste drie maxi-tiny wolkenkrabbertjes aanwezig zijn.

De redactie van ut Deevers Archief heeft op vrijdag 29 november 2024 enige kleurenfoto’s van het maxi-tiny wolkenkrabbertje met adres Bisschopshof 19 gemaakt. Het demontabele non-bio-based stalen skeletje wordt blijkbaar afgetimmerd met constructieplaten van houtvezel. Maar zijn die van houtvezel gemaakte constructieplaten eigenlijk wel bio-based ?

Maar hoe bio-based, ecologisch, conceptueel, circulair, duurzaam, geprefabriceerd, demonteerbaar, transporteerbaar, recyclebaar, hernieuwbaar, energieneutraal, aardgasvrij, pesticidevrij, fossielvrij en stikstofvrij gaat dit state-of-the-art maxi-tiny wolkenkrabbertje worden ?

En de meiboom staat op een hoek van het platte dak, dus de ruwbouw is klaar. Of is de revolutiebouw klaar ? De meiboom is weliswaar een armetierig dennetje, maar toch. Zelfs een armetierige meiboom is symbool voor voorspoed, geluk en vruchtbaarheid van de aanstaande bewoners van de woning. De meiboom is ook symbool voor sterkte, stabiliteit en duurzaamheid van de maxi-tiny skyscraper. De meiboom staat op het hoogste punt, dus het kan niet anders zo zijn geweest dan dat de aanstaande bewoners de bouwvakkers op een paar kratten pannenbier gaan trakteren of al hebben getrakteerd. Ut geet lös.

Afbeelding 1 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 3 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 4 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 5 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)
Drie wolkenkrabbertjes in het Manhattan aan de Kwasloot.


Afbeelding 6 

Afbeelding 7 – Detail van een luchtfoto uit 2023. |
Het terrein voor de acht maxi-tiny wolkenkrabbertjes is nog onbebouwd. De eerste woning is in februari 2024 opgeleverd. 

|
Afbeelding 8
De nummering van de kavels.

Afbeelding 9

Posted in Kalterbrook’n, Woningbouw | Leave a comment

De Wiba van Jan Brogg’n en Griet Oost

In het papieren blad Opraekelen, nummer 04/2 (juni 2004) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundige vurening uut Deever, staat in de serie ‘Bedrijvigheid in de voormalige gemeente Diever in de vorige eeuw’ het artikel ‘De Wiba van Jan Brugging en Griet Oost’. De schrijver van het artikel is wijlen Lambert Brugging, die toen in Tuk woonde. Het enige nog levende kind van Jan Brugging en Griet Oost is de in het artikel genoemde dochter Meintje. Zij gaf de redactie van ut Deevers Archief toestemming het artikel van haar broer op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie is mevrouw Meintje Tuut-Brugging bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

Bedrijvigheid in de voormalige gemeente Diever in de vorige eeuw
De Wiba van Jan Brugging en Griet Oost

Het begin van de winkel
Mijn vader Jan Brugging werkte eerst in de bossen van Berkenheuvel. Daarna ventte hij met huishoudelijke artikelen en galanterieën. Hij ventte met een bakfiets vanuit zijn ouderlijk huis op Kalteren. Dit huis heeft nu als adres Ten Darperweg 9. Mijn moeder Griet Oost werkte aan de openbare lagere school in Wapse als handwerkonderwijzeres. Verder verrichtte zij naaiwerk voor verschillende gezinnen in Diever.

Op 17 februari 1934 trouwden met ouders en openden toen een winkel aan de Hoofdstraat in Diever. Deze werd gevestigd in het voorste gedeelte van het pand, dat thans genummerd is met Hoofdstraat 57, 57a en 59. In het achterste gedeelte van het huis was een boerderij aanwezig. De winkel had in het begin weinig vloeroppervlakte. Deze was ondergebracht in een ruimte, die vergeleken kan worden met een gang. In het begin stond mijn moeder in de winkel, terwijl mijn vader naast de werkzaamheden in de winkel in de omgeving van Diever ventte met de bakfiets. Die werd al spoedig voorzien van een hulpmotor. In 1935 werd een auto aangeschaft.

Het winkelpand en de boerderij
Het voorste gedeelte van het pand heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Het is in de loop der jaren voor verschillende doeleinden gebruikt. In verband met deze bestemmingen zijn veel mensen uit Diever en de omliggende dorpen in het huis geweest.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Diever gaven Roelof Seinen op 3 maart 1882 een vergunning voor het uitoefenen van een café in dit pand. Het tijdstip van ingang was gesteld op 1 mei 1882. De vergunning was bestemd voor de verkoop van minder dan tien liter sterke drank, voor gebruik ter plaatse van verkoop of elders. Zij gold voor de beide voorkamers en de keuken, respectievelijk groot 39.2, 29.5 en 21.1 m². De vergunning is op 1 mei 1926 vervallen vanwege het overlijden van vergunninghouder Roelof Seinen. Voor zijn logement had Roelof Seinen op de zolder vijf slaapkamers aangebracht. In de kamer van het pand was lange tijd het gemeentehuis gevestigd. Her café-logement van Roelof Seinen en Hilligje Wiechers is te zien op een anschtikaart uit 1903

Roelof Seinen was tevens boer. Dit beroep oefende hij uit in het achterste gedeelte van het pand. Het echtpaar Roelof Seinen en Hilligje Wiechers kreeg vijf kinderen: Aaltje, Jan Thijs, Hilligje, Grietje (Iete) en Willem. Voor de nog in leven zijnde oudere Dieversen zullen vooral de eerste vier namen bekend zijn. Zij waren de laatste leden van het gezin Seinen, die op een gegeven moment nog in het pand woonden. Omstreeks 1930 lieten zij een nieuw huis aan de Hoofdstraat bouwen, schuin tegenover het Dingspilhuus en trokken daarin. Allen zijn inmiddels overleden. De naam Jan Thijs Seinenhof is gegeven aan de Dieverse dependance van het verzorgingshuis De Weijert in Dwingeloo. De Jan Thijs Seinenhof is gebouwd op de hof, die destijds eigendom was van Jan Thijs Seinen.

De familie Seinen verhuurde het boerderijgedeelte en de daarbij behorende woonruimte aan het echtpaar Hendrik Rozeboom en Klaasje Kleene. Per 1 mei 1931 betrok de familie Rozeboom de boerderij. Deze familie kwam uit Uffelte. De voor de familie Rozeboom ‘nieuwe’ buurman Jaap Hessels zorgde dat het vee vanuit Uffelte ter bestemder plaatse in Diever kwam. Het echtpaar Rozeboom kreeg vijf kinderen: Rieka, Roelof, Hendrik, Hendrikje en Jantje. Aan het eind van de jaren dertig is de familie Rozeboom verhuisd naar het huis van Klaas Houwer aan de Bosweg. Het boerderijgedeelte werd daarna in gebruik genomen door het echtpaar Tjibbe Krol en Jantje Kok. Zij hadden tot dan ingewoond bij de moeder van Tjibbe Krol. Moeder Krol woonde toen in het woongedeelte van het Schultehuis.

Wijkzuster Elje Broer-Doodhagen werd de huurster van het voorste gedeelte van het pand, bestaande uit de voormalige gelagkamer, de cafézaal en de daarboven liggende ruimten. Het echtpaar Willem Broer en Elje Doodhagen kreeg één zoon: Luite Wolter (Lu). Willem Broer is op 11 februari 1922 op jonge leeftijd aan de Spaanse griep overleden. Lu was toen drie jaar. Hij wist zich van zijn verblijf aan de Hoofdstraat in een gesprek, dat ik met hem had, het nodige te herinneren. De moeder van Lu verhuisde op 1 maart 1931 naar Diever. Zij kwam uit Wilhelminaoord. Lu volgde een maand later. De reden hiervan was, dat moeder het te druk had met haar studie en voorts het nieuwe huis moest inrichten. Lu verbleef in die tijd op de boerderij van zijn grootouders van moederszijde. Zij woonden aan de Friese Brug in Noordwolde.

Links van de voordeur was bij de komst van de familie Broer de gelagkamer. De hierin aanwezige zeer mooie tapkast werd verwijderd. In deze vrij grote ruimte richtte de moeder van Lu de keuken in. Links achterin werd een aanrecht met daarop een pompje voor de watervoorziening geplaatst. De oorspronkelijke cafézaal, rechts van de voordeur, werd als woonkamer gebruikt. Een achter deze kamer liggend gangetje met een zijdeur was voor gemeenschappelijk gebruik van de families Rozeboom en Broer. Dit was ook het geval met de enige in het pand aanwezige toilet (tonnetjes-systeem). Dit toilet was op de deel tegen de paardenstal aangebracht. Bij een bezoek aan het toilet gingen de leden van de familie Broer buitenom. Als het nacht of slecht weer was, dan werd het toilet  bereikt via de woonruimte van de familie Rozeboom.

Tussen de gelagkamer en de cafézaal was een toog aanwezig. Dat was de bedekking van de muuropening tussen beide ruimten. In dit geval niet rond maar rechthoekig in hout uitgevoerd. Bij de komst van de familie Broer en ook tijdens hun verblijf zat in de toog een zes- of zevendelige vouwwand. Deze toog is ook thans nog in het pand aanwezig, zij het, dat hierin in de loop der jaren een aantal keren wijzigingen zijn aangebracht.

In juni 1933 hebben zuster Broer en haar zoon Lu het pand verlaten. Ze zijn toen gaan wonen aan de Dieverbrug in het huis, waar later het gezin van Anne Blok heeft gewoond.

In februari 1934 zijn mijn ouders in dit gedeelte van het pand een winkel begonnen. Bij hun komst werd de vouwwand verwijderd en werd de toog dicht gemaakt door middel van planken en een deur. Deze deur gaf vanuit de woonkamer (de oorspronkelijke cafézaal) toegang tot de winkelruimte. Op de deel van de boerderij werd een tweede toilet gemaakt. De hierboven genoemde slaapkamertjes waren nog aanwezig. Een aantal hiervan werd door mijn ouders als opslagruimte voor de winkel gebruikt.

In de vloer van één van slaapkamertjes was nog een rond gat met een diameter van ongeveer vijfentwintig centimeter aanwezig. Het uitgezaagde gedeelte, een soort deksel, was voorzien van een plankje. Hierdoor kon dit gedeelte niet naar beneden vallen, als het in het gat werd geplaatst. Vanaf de zolder kon men door het gat in de gelagkamer en later in de woonkamer kijken. Toen wij in het huis woonden is mij nooit duidelijk geworden waarvoor zo’n gat diende. Van Jans Tabak heb ik begrepen dat, toen Roelof Seinen in het pand zijn logement had, deze gaten dienden om de slaapkamertjes te verwarmen. De uit de gelagkamer opstijgende warme lucht stroomde door het gat een slaapkamertje in. In de gelagkamer was wel een kachel aanwezig, maar in de slaapkamertjes niet.

Aan de kant van buurman Hessels werd een houten garage gebouwd.

De WIBA
Afbeelding 1
De firma Piet de Wit (de Wit’s Bazar, afgekort de Wiba) uit Meppel adverteerde
in 1934 in haar reclamefolder met de leuze ‘Koopen van Wiba: Wie Iets Beter Aankoopt’ (document uit de verzameling van wijlen mevrouw Griet Brugging-Oost, Diever)

Mijn ouders sloten in 1935 een contract met Piet de Wit’s Bazar (de Wiba). Deze was in Meppel gevestigd en had contracten met verschillende zaken in de omgeving van Meppel. De afgenomen artikelen hoefden niet direct te worden betaald. Dit gegeven en het feit dat mijn ouders het pand huurden van Jan Thijs Seinen waren de redenen, dat ze aanvankelijk niet veel geld hoefden te investeren in de zaak. Ze konden volstaan met de aanschaf van de winkelinrichting.

Piet de Wit’s Bazar (de Wiba) leverde goederen aan de aangesloten winkeliers, waaronder mijn ouders, in depot. De goederen bleven eigendom van het bedrijf in Meppel. Elke zaterdag moest aan de firma Piet de Wit rekening en verantwoording worden afgelegd over de afgelopen week en moest er afgerekend worden. De aangesloten winkeliers waren verplicht al hun koopwaar van Piet de Wit te betrekken. Andere spullen mochten niet in de winkel aanwezig zijn. Dit werkte belemmerend op de bedrijfsvoering. Na een aantal jaren bleek dat deze constructie financieel gezien niet aantrekkelijk was. Een te groot gedeelte van de verkoopprijs moest worden afgedragen aan Piet de Wit. Voorts kon hij niet alle goederen leveren waar de klanten naar vroegen. Mijn vader heeft het in 1939 aflopende contract met Piet de Wit niet verlengd.

Afbeelding 2
 Luite (Lu) Wolter Broer wist te vertellen, dat de afkorting Wiba in de Deeverse volksmond ook wel werd uitgelegd als ‘Wie In Bezuiniging Aankoopt’. Deze reclame stond in het programma van de zangersdag, die op 6 juni 1937 in Diever werd gehouden.(document uit de verzameling van wijlen mevrouw Griet Brugging-Oost).


Afbeelding 3
Voorkant van een prijslijst uit 1934 met aan de achterkant een uitgebreide lijst met artikelen van 10, 25, 50, 75 en 100 cent. (document uit de verzameling van wijlen mevrouw Griet Brugging-Oost, Diever)

Piet de Wit adverteerde op zijn bakfietsen, die hij  reizende winkels noemde, met eenheidsprijzen. Er waren slechts vijf eenheidsprijzen: 10, 25, 50, 75 en 100 centen.
Op de voorkant van de prijslijst uit 1934 waarschuwde Piet de Wit het koperspubliek vooral niet van de concurrentie te kopen: Er zijn op sommige plaatsen personen die met een soortgelijke bakfiets hun waar te koop aanbieden. Diegenen hebben dikwijls hoogere prijzen en minderwaardige kwaliteiten. Men lette op de naam Wiba.

Assortiment
Het assortiment goederen bestond in het begin uit huishoudelijke artikelen en galanterieën. In een prijslijst uit 1934 zijn ongeveer 225 artikelen vermeld, zoals nikkelen vorken, witte kastranden, zakjes Reckitts blauw, lokhouders, Klaverblad karnemelkzeep, Brasso koperglans, vrijgezellen knopen, bakelieten asbakken, asbestplaatjes, kolenscheppen, bouillonzeven, bussenboenders, karbiezen, sajet, luiers, kachelzeiltjes, Zebra kachelpoets, Ovaline kachelpoets, roestvaststalen veiligheidsspelden, zeilzwabbers, mondorgels, haren kamerstoffers, fietshandbeschermers, China matten en haarsnijmachines.

Afbeelding 4.
In de publicatie ‘Als de dag van gisteren, honderd jaar Drenthe, de Drenten en hun winkels’, uitgegeven door Waanders, in samenwerking met de Provinciaal Historicus en het Rijksarchief in Drenthe is bijgaand afgebeelde ‘winkelzakje’ opgenomen, met als bijschrijft: Alle wat grotere Drentse dorpen hadden een winkel waar je van alles en nog wat kon krijgen. De afkorting ‘enz.’ op
het zakje van de firma Brugging sprak in dit opzicht boekdelen.

In de loop van de tijd en vooral na de Tweede Wereldoorlog is het assortiment aanzienlijk uitgebreid. Zij bestond op den duur naast de genoemde huishoudelijke artikelen en galanterieën onder meer uit: textiel, papierwaren (onder meer lectuur, schrijfartikelen en ansichtkaarten), speelgoed, geschenkartikelen, touwwaren (onder meer koetouwen en dekkleden voor vee, maar ook vliegertouw), hengelsportartikelen, souvenirs, snoepgoed, lederwaren (onder meer portemonnees en tassen), sieraden, rietwerk, ijzerwaren (gereedschappen), kampeerartikelen (stoelen en dergelijke), kerstartikelen, vuurwerk, Sola-tafelgerei.

De uitbreiding van het assortiment werd onder meer veroorzaakt door de vraag naar nieuwe artikelen. Als een klant behoefte had aan een artikel dat niet voorradig was, dan zorgde vader dat het zo spoedig mogelijk werd ingekocht. Dit uiteraard binnen bepaalde grenzen. Ook werden wel artikelen als eenmalige verkoopactie in de collectie opgenomen. Zo herinner ik mij, dat mijn vader op een gegeven moment een collectie jurken voor een schappelijke prijs op de kop kon tikken om deze ‘aan de vrouw te brengen’.

Door de uitbreiding van het assortiment nam ook het aantal toeleveringsbedrijven (fabrieken en grossiers) toe. Er kwamen steeds meer vertegenwoordigers over de vloer. Op zeker moment lag het aantal tussen de vijftig en de zestig. De meeste van hen deden één of twee keer per jaar de winkel aan, onder meer voor de verkoop van seizoenartikelen, maar sommige vertegenwoordigers kwamen elke maand of elke twee maanden langs.

Enkele voorvallen met politieagent IJ. de Jong
Het pand lag en ligt ook nu nog in een bocht van de Hoofdstraat. Auto’s mochten niet worden geparkeerd in de bocht, hoewel deze overzichtelijk is. Sommige vertegenwoordigers negeerden deze regel, omdat in de buurt onvoldoende parkeergelegenheid was. Ze parkeerden hun auto vaak vlak voor de winkel in de binnenkant van de bocht.

De toenmalige politieagent IJsbrand de Jong had hier grote moeite mee. Hij fietste regelmatig voor de winkel langs, omdat hij niet ver van ons in de gemeentewoning naast de toenmalige openbare lagere school aan de Hoofdstraat woonde. Geparkeerde auto’s in de bocht kon hij uiteraard niet toestaan. Als hij zag dat een auto verkeerd was geparkeerd, dan trad hij handelend op door de betreffende vertegenwoordiger te verzoeken zijn auto te verwijderen. De Jong is hiervoor wel tientallen keren en misschien wel vaker bij ons in de winkel geweest. Ik kan me niet herinneren, dat hij hiervoor ooit een bekeuring heeft gegeven.

Een ander voorval met De Jong, waarbij ook de winkel zijdelings ter sprake kwam, is mij altijd bij gebleven. Het gaat hierbij om het volgende. Met een aantal kameraden was ik aan het fietsen. Bij de zuivelfabriek aan het Moleneinde liet De Jong ons halt houden. Hij gaf te kennen, dat hij de fietsen wilde controleren. Hierbij bleek, dat de fiets van een kameraad niet van een bel was voorzien. Hij trok zijn boekje, waarin hij de gegevens van de betrokkene noteerde. Op de vraag wat zijn beroep was antwoordde mijn kameraad: “magazijnmeester”. “Zeker bij de firma Brugging”, zei De Jong grijnzend. Hij had schik in deze opmerking, omdat hij wel wist dat mijn vader voor zo’n functie geen emplooi had. Hoe dan ook, mijn kameraad heeft geen bekeuring gekregen.

Uitbreiding van het winkeloppervlak
De uitbreiding van het assortiment, zoals hiervoor omschreven, had ook gevolgen voor het winkeloppervlak. Mijn ouders zijn met een klein winkeltje begonnen, zoals hiervoor is gemeld. Al gauw werd een naastliggende kamer bij de winkel getrokken. Na de oorlog vond een uitbreiding plaats door de keuken aan de winkel toe te voegen. Deze uitbreiding had niet alleen te maken met de toename van de voorraad. Het was ook de praktische oplossing van een probleem. Mijn moeder kookte namelijk in de keuken, die niet grensde aan de kamer waar werd gegeten. Ze moest daarom altijd met het warme eten door de winkel om de (eet)kamer te bereiken. Dit verspreidde soms geurtjes, wat voor ons en de klanten die zich in de winkel bevonden, niet aangenaam was. Daarom werd een deel van de woonkamer als keuken ingericht en de oorspronkelijke keuken aan de winkel toegevoegd.

De grootste uitbreidingen vonden aan het eind van de vijftiger jaren van de vorige eeuw plaats. Mijn vader had toen het hele pand (winkel en achterliggende boerderij) gekocht. De winkel kon pas tot een zeer aanzienlijke omvang naar achteren worden uitgebreid, nadat de familie Tjibbe Krol was verhuisd naar de Dieverbrug. Daarvoor werden alle aanwezige hokken afgebroken en werd in de voormalige boerderij een vloer van beton gestort. Deze uitbreiding is met een verschil van enkele jaren in twee fasen uitgevoerd. Niet alleen werd het vloeroppervlak flink uitgebreid, maar werd ook de winkeldeur verplaatst en werden drie grote etalages gebouwd. Voor de ouderwetse winkelramen met ruitjes kwamen grote ramen in de plaats. Deze zijn nu nog aanwezig.

Afbeelding 5 – De situatie in 1962

Aanvoer en verwerking van goederen
De goederen werden aangevoerd met de bodediensten van onder meer Strik en Koers, auto’s van de groothandel of de fabriek en werden soms zelf met de eigen auto gehaald. Het zelf halen van goederen kwam vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw steeds meer voor, als gevolg van een nieuw fenomeen, namelijk de zelfbedieningsgroothandel.
Het uitpakken en prijzen van de goederen gaf aanvankelijk soms problemen. Hiervoor was namelijk geen afzonderlijke ruimte beschikbaar. Het werk moest in de winkel of in de woonkamer gebeuren. De winkel was vooral bij grote partijen geen goede oplossing. Daarom werden deze werkzaamheden meestal in de woonkamer gedaan. Bij goede weersomstandigheden en vooral wanneer de goederen in dozen met stro of houtwol waren aangekomen, gebeurde het uitpakken ook buitenshuis. Als het weer minder goed was, dan werd ook hiervoor noodgedwongen de woonkamer gebruikt. Het laat zich raden, dat de kamer tijdens deze werkzaamheden behoorlijk op z’n kop stond.

Afbeelding 6
De voorgevel van het pand van Jan Brugging en Griet Oost aan de Hoofdstraat in Diever in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw. (foto uit de verzameling van wijlen Lambert Brugging)

Openingstijden
Aan de openingstijden was aanvankelijk geen limiet gebonden. “De winkel was open zolang er volk bij de weg was”, aldus mijn ouders. Dit hield in, dat de winkeldeur elke werkdag om ongeveer zeven uur ’s morgens werd geopend en de hele dag open was, al naar gelang de belangstelling tot negen à tien uur ’s avonds. Het niet gesloten zijn tussen de middag gaf soms problemen op huishoudelijk gebied. Het was in die tijd normaal om ’s middags warm te eten. Dit werd ook bij ons gedaan. Het gevolg hiervan was dat, wanneer een klant in de winkel kwam, iemand de tafel moest verlaten om hem of haar van dienst te zijn.
Het bord met inhoud van hem of haar werd op de kolenkachel gezet om het zo goed mogelijk warm te houden (er waren toen uiteraard nog geen magnetrons). De maaltijd werd door betrokkene voortgezet nadat de klant was geholpen of een ander lid van het gezin hem in de winkel had vervangen. Uiteraard was dit geen prettige gang van zaken.

Bij de komst van de Winkelsluitingswet werd een eind gemaakt aan de ongebreidelde openingstijden van winkels. Er werden uren vastgesteld waartussen de winkels geopend mochten zijn. Het was verboden om buiten de openingstijden klanten in de winkel toe te laten. Op de handhandhaving hiervan zag de politie nauwlettend toe. In verband hiermee was het zaak om klanten, die bijvoorbeeld ’s avonds ‘achterom’ kwamen, nadat ze het gewenste hadden gekocht, ongezien de winkel uit te loodsen. Later zijn de openingstijden gewijzigd, in die zin dat winkeliers meer ruimte kregen om zelf de openingstijden in te vullen. Zo werd in Diever een vrije maandagmiddag ingevoerd, daarna in de wintermaanden een hele vrije maandag en een winkelsluiting van een half uur tijdens de middagpauze.

Beëindiging van de winkel en nieuwe bestemmingen van het pand
In 1963 is mijn vader overleden. Mijn moeder heeft daarna de winkel voortgezet. Er was inmiddels een winkelmeisje in dienst getreden, te weten Roelie Andreae. Daarna heeft ze assistentie gehad van achtereenvolgens Alie Moes, haar dochter Meintje, Roelie Tiemes, Antje Hummel en Dinie Vos. In september 1979 heeft moeder de bedrijfsvoering beëindigd. Ze verkocht Het pand en de inventaris van de winkel aan het echtpaar Frits van Veen en Greetje Dutmer uit Oldendiever.

Zij hebben de winkel op ongeveer dezelfde wijze voortgezet. Er werd een groter winkeloppervlak verkregen door de in de toog aanwezige planken te verwijderen, zodat de aan de straat liggende woonkamer bij de winkel kon worden getrokken. Frits is in 1987 plotseling overleden. Na zijn overlijden is Greetje nog drie maanden met de winkel doorgegaan. Na uitverkoop van de nog aanwezige artikelen heeft zij op 1 augustus 1987 de winkel gesloten. Daarna is getracht om het pand te verkopen. Dit lukte niet. Daarom werd besloten het pand in drie delen te splitsen. Dit had tot resultaat, dat de beide achterste gedeelten een woonbestemming hebben verkregen. Na een grondige verbouwing ging Greetje in het middelste en haar zuster met haar man in het achterste gedeelte wonen.

Het echtpaar Theo Claas en Maaike Bakker kocht in 1988 het voorste gedeelte. De bestemming van dit gedeelte bleef woon- en winkelruimte. Ook dit gedeelte werd verbouwd. Zo werd als scheiding met het daarachter gelegen gedeelte in de gehele breedte van het pand een brandwerende muur aangebracht. De in de winkel aan het plafond aanwezige board-platen werden verwijderd. Hierdoor kwamen de oude balken weer te voorschijn. Voorts werd door het aanbrengen van hout in de toog de hiervoor genoemde kamer weer aan de woonruimte toegevoegd, is inpandig schuurruimte gecreëerd en werden nieuwe slaapkamers op de zolder gemaakt. Deze werkzaamheden zijn grotendeels in eigen beheer uitgevoerd.

Afbeelding 7
Deze foto is gemaakt in de periode dat Theo Claas en Maaike Bakker eigenaren van de winkel en de woonruimte in het voorste deel van het pand waren. Gelet op de leeg ogende winkel kan het best zo zijn dat de foto is gemaakt tijdens de verhuizing van het echtpaar naar de Van Osstraat  (foto uit de verzameling van mevrouw Maaike Bakker)
Maaike, die van haar zesde tot haar zeventiende jaar elders in Diever woonde, vestigde in 1988 in het door haar en haar man gekochte deel van het pand een winkel in stoffen, kleding en patchwork- en quilt-artikelen. In 1989 namen zij het woongedeelte in gebruik. Inmiddels is het atelier op deze plaats verleden tijd. Maaike Bakker is met de winkel gestopt, omdat ze meer tijd wil besteden aan andere activiteiten. Het echtpaar verhuisde naar de Van Osstraat. Daar organiseert Maaike workshops en cursussen.

Per 1 juni 2001 heeft het echtpaar Meente Flokstra en Grietje Greveling, dat reeds in Diever woonde, het winkelpand met de daarbij behorende woonruimte aangekocht. Grietje heeft in het pand haar praktijk ‘De Egelantier’ ondergebracht. Zij behandelt daar mensen met lichamelijke of psychische klachten.

Afbeelding 8 – © Ut Deevers Archief – 15 november 2003 – Alle rechten voorbehouden
Deze foto is gemaakt in de tijd dat Grietje Greveling in de voormalige boerderij haar praktijk ‘De Egelantier’ uitoefende.

Afbeelding 9 (© Ut Deevers Archief – donderdag 22 april 2021 – Alle rechten voorbehouden)
Arbeiders van een kabellegbedrijf waren op donderdag 22 april 2021 bezig met het ingraven van de eerste glasvezelkabel in het dorp Deever in de flauwe overzichtelijke bocht bij de boerderij waarin vroeger het dorpswarenhuis ‘de Wiba’ was gevestigd.


Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Lambert Brugging heeft de geschiedenis van het winkel tot 2004 beschreven. De geschiedenis van het pand tussen 2004 en heden moet nog eens door iemand opgeschreven worden.
Jan Brugging is geboren op 20 augustus 1901 op Kalteren. Hij is overleden op 13 oktober 1963 in Deever. Margaretha Oost is geboren op 15 april 1903 op ut Kastiel in Deever. Zij is overleden op 15 februari 2001 op 97-jarige leeftijd in Dwingel. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Wijkverpleegster Elje Broer-Doodhagen werd in de Deeverse volksmond altijd zuster Broer genoemd. Zij geboren op 4 maart 1893 in Noordwolde. Zij is overleden op 23 januari 1985 op 91-jarige leeftijd in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Roelof Seinen is geboren op 23 november 1842. Hij is overleden op 21 september 1925. Hilligje Wiechers is geboren op 19 juli 1843. Zij is overleden op 13 juni 1919. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Het is niet zo dat de filiaalhouders van Piet de Wit altijd met een bakfiets venten. In de Wijk-Koekange ventte Roelof Hut met paard en wagen voor Piet de Wit’s Bazar.
Ook nadat het contract met Piet de Wit’s Bazar (de Wiba) in 1939 was beëindigd, bleef de winkel van Jan Brugging en Griet Oost in de Deeverse volksmond tot aan de opheffing van de winkel  in 1979 ‘de Wiba’ worden genoemd. We bint ee’m hen de Wiba ewest.
Het echtpaar Grietje Greveling en Meente Flokstra  is tegenwoordig de uitbater van Vacantie Accomodatie Egelantier.

Afbeelding 10


In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 19 februari 1935 is te lezen dat P. De Wit’s Bazar is ingeschreven in het Handelsregister.
De winkel van Jan Brugging en Griet Oost was dus een filiaal van  Piet de Wit’s Bazar ‘Wiba’, Jan Brugging was dus filiaalhouder van de Wiba. Het was dus logisch dan alleen maar spullen van de Wiba in de winkel aanwezig mochten zijn.   

Posted in Neringdoende | Leave a comment

De A-Ford mit ut kentiek’n D-11249/D-16946

In het papieren blad Opraekelen, nummer 03/2 (september 2003) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundige vurening uut Deever, staat het artikel ‘Uit het leven van de A-Ford van Jan Brugging en Griet Oost’.
De schrijvers van dit artikel zijn wijlen Jacob en wijlen Lambert Brugging, de twee zonen van Jan Brugging en Griet Oost. Zij beschrijven niet alleen de ombouw van een A-Ford tot bestelauto en enig reilen en zeilen van de winkel van Jan Brugging en Griet Oost, maar ook enige belevenissen van de familie Brugging met de omgebouwde A-Ford.
Het enige nog levende kind van Jan Brugging en Griet Oost is dochter Meintje. Zij gaf de redactie van ut Deevers Archief toestemming het artikel van haar twee overleden broers op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie is mevrouw Meintje Tuut-Brugging bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

Uit het leven van de A-Ford van Jan Brugging en Griet Oost

Inleiding
Uit het Drentse provinciale register van kentekens blijkt, dat vóór de Tweede Wereldoorlog twee kentekens zijn afgegeven aan Jan Brugging, te weten op 30 augustus 1935 het kenteken D 10134 voor een auto en op 6 augustus 1937 het kenteken D-11249 voor een niet nader aangeduid motorvoertuig. Dit was ook een auto.
De eerst vermelde auto leek wat model betreft op de tweede auto met dien verstande, dat de kleur van de cabine groen was. Verdere bijzonderheden konden we niet meer achterhalen. Bij gebrek aan gegevens beperken wij ons hier tot de auto met het kenteken D 11249. Op 21 augustus 1947 is voor deze auto een nieuw kenteken afgegeven. Het kenteken werd toen D-16946.

De winkel aan de Hoofdstraat in Diever
Jan Brugging en Griet Oost, onze ouders, zijn in februari 1934 aan de Hoofdstraat in Diever begonnen met een winkel. De hier beschreven auto met kenteken D-11249 is voor de uitvoering van dit bedrijf aangeschaft. Het assortiment te verkopen spullen bestond aanvankelijk uit huishoudelijke artikelen en galanterieën.

Afbeelding 1
In het dorpswarenhuis ‘de Wiba’  verkochten Jan Brugging en Griet Oost, naast luxe artikelen, huishoudelijke artikelen en souvenirs, heel veel andere artikelen. Een voor de redactie van ut Deevers Archief erg belangrijk artikel was de ansichtkaart, zoals afbeelding 1 al doet vermoeden. In de loop van de jaren ná de Tweede Wereldoorlog tot de sluiting van de winkel in 1979 zijn vele tientallen uitgaven van ansichtkaarten met onderwerpen uit de gemiente Deever verkocht.
De op deze ansichtkaarten afgebeelde foto’s zijn een belangrijke bijdrage aan het historisch waardevolle beeldmateriaal uit de gemeente Diever. Daar is met het grootste gemak een mooi fotoboekje van samen te stellen. Driewerf hulde aan Jan Brugging en Griet Oost: hulde, hulde, hulde.

Onze ouders handelden de eerste jaren onder de naam Wiba (Ee’m hen de Wiba was in Deever een begrip), een afkorting van ‘De Wit’s Bazar’. Deze bazar was in Meppel gevestigd. Onze ouders betrokken hiervan goederen in depot. In de omgeving van Meppel waren meer zaken onder deze formule aanwezig. In 1939 is de samenwerking met De Wit beëindigd.
In 1979 is de winkel gesloten en is het pand verkocht. Het achterhuis is later verbouwd tot wooneenheden en aan de voorkant is nu  (redactie: september 2000) de winkel en het atelier van Maaike Bakker gevestigd.

Afbeelding 2
De enig bekende foto van de verbouwde A-Ford met kenteken D 11249, later D 16946, van de familie Brugging uit Diever (verzameling wijlen Griet Brugging-Oost).

De ombouw van de A-Ford personenauto tot vrachtauto
De personenauto met kenteken D 11249 was een A-Ford uit 1930. De kleur van de cabine was donkerblauw, bij zwart af. Het was een personenauto. De auto moest eerst worden omgebouwd, omdat hij voor het venten was aangeschaft. Hiertoe werd het achterste stuk van de cabine verwijderd. Vervolgens werd de achterkant van het resterende voorste gedeelte met plaatwerk en een raampje dichtgemaakt. Bovendien werd een overkapping boven de cabine en de motorkap gemaakt. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd door een plaatselijke smid, vermoedelijk Frederik Ofrein (Grote Frièrik). Timmerman Reint van Zomeren uit Wapse heeft op de plaats van het verwijderde gedeelte van de cabine een houten opbouw aangebracht. Daardoor werd de auto langer dan oorspronkelijk het geval was. De opbouw bestond uit een gesloten laadbak. Zowel de opbouw als de overkapping was met zink bedekt. De auto werd na de ombouw in de officiële papieren aangeduid als vrachtauto en soms ook wel als bestelauto. In de cabine was naast de bestuurder plaats voor één inzittende.

Technische ‘snufjes’
Na de aangebrachte veranderingen woog de auto 1320 kg. Wat opvalt in een zogenaamd ‘relaas van weging’ is, dat ingevuld moest worden van welk soort banden, luchtbanden of anderszins, de auto was voorzien. Na de Tweede Wereldoorlog waren autobanden voor de ouderwetse 19-inch draadspaak-wielen moeilijk meer te verkrijgen. Daarom zijn toen schijfwielen gemonteerd met een kleinere velgdiameter. Hiervoor waren wel banden verkrijgbaar.
De auto kon niet verwarmd worden. De deuren waren nooit op slot. Wat hiervan de oorzaak was, kunnen wij ons niet meer herinneren. Het kan zijn dat in de deuren geen sloten zaten of dat deze wel aanwezig waren, maar dat de sleutel ontbrak.
Er was geen contactsleutel. De spanning werd ingeschakeld met een in het dashboard gemonteerde trekschakelaar. Het starten ging als volgt. Met een handle, die links onder het stuurwiel aangebracht was, moest het tijdstip van ontsteking worden ingesteld. Met een handle aan de rechterkant onder het stuurwiel werd de stand van de gasklep gesteld. De stand van de gasklep, en dus de snelheid, kon onder het rijden worden geregeld, zowel met genoemde handle als met een grote knop op de vloer van de cabine, die als gaspedaal dienst deed. Vervolgens moest de kraan van de benzinetoevoer worden geopend. Daarna werd met de eerder genoemde trekschakelaar het contact ingeschakeld. Met een drukknop, die met een voet moest worden bediend, werd de startmotor in werking gesteld, terwijl met de rechterhand de choke moest worden bediend.
Als het op gang brengen van de motor met de startmotor niet lukte, dan moest de motor worden aangeslingerd. Dit gebeurde aan de voorzijde van de motorkap. De choke werd van buitenaf bediend door te trekken aan een touwtje, dat onder de motorkap aan het chokemechanisme bevestigd was. Het aanslingeren was een zwaar karwei, dat heeft menig zweetdruppeltje heeft.

Afbeelding 3
Van de A-Ford van Jan Brugging en Griet Oost is slechts één foto gemaakt. En dan nog wel van de achterkant. Jacob Brugging heeft het zijaanzicht van de auto getekend, teneinde de lezers een indruk te geven van het tot bestelauto omgebouwde motorvoertuig van zijn ouders (tekening Jacob Brugging).

Met de auto werd in de omgeving van Diever gevent
Voor de oorlog en ook nog enkele jaren daarna, werd de auto hoofdzakelijk gebruikt als ventauto. Daarvoor ventte onze vader met een bakfiets. Hij trok enkele dagen per week de boer op om spullen te verkopen. Venten gebeurde hoofdzakelijk in de omliggende buurtschappen. Soms ventte hij ook buiten de gemeente. Om de te verkopen artikelen goed te kunnen etaleren, was de opbouw van de auto aanvankelijk zowel van achteren als aan de zijkanten van glas voorzien. De ramen aan de zijkanten liepen op rails. Deze schuiframen zijn na de oorlog vervangen door oprolbare dekkleden.
Enkele van de verwijderde ramen hebben nog een tweede en derde leven gehad. Eerst zijn ze verwerkt in een keukenkast. Nadien is de ruimte, waarin deze kast stond, bij de winkel getrokken en zijn de ramen toegepast als afscheiding tussen een inpandig nieuw gebouwde keuken en de huiskamer.
De koopwaar was overzichtelijk in de auto opgesteld. Op de laadvloer lag een gedeelte, terwijl daarboven een soort stelling was aangebracht, waarop ook nog spullen lagen. Op de overkapping boven de cabine lagen grotere artikelen, zoals emmers, wasteilen en dergelijke.

De auto is de oorlogsjaren goed door gekomen
Gedurende het grootste gedeelte ervan heeft de motor niet gelopen. De auto stond in een houten garage, die tussen ons huis en dat van de buren stond, op ongeveer tien meter van de doorgaande weg. De garage is omstreeks 1958 afgebroken. De auto was tijdens de oorlog niet rijklaar. Hij was opgekrikt en de assen rustten op een stapel stenen. De wielen waren verwijderd. Deze werden op een andere plek verborgen gehouden.
De NSB heeft tenminste éénmaal belangstelling voor de auto getoond. Op een dag kwamen enkele mannen naar de auto kijken. Eén van hen was een NSB’er uit Meppel, een zekere Van der Meulen. Waarschijnlijk als gevolg van de toestand, waarin zij de auto aantroffen, hadden zij er geen belang bij. Na de oorlog werd de auto voor de dag gehaald. Het kostte toen heel wat moeite om hem na jarenlange stilstand weer aan de praat te krijgen.

Gebruik na de oorlog
Enkele jaren na de oorlog stopte onze vader met venten. Daarna werd de auto gebruikt voor het bezorgen van artikelen bij klanten en voor het ophalen van goederen bij grossiers in onder meer Assen, Groningen, Meppel, Zwolle en Zwaagwesteinde.
Zo werd enige tijd na afloop van de oorlog een auto vol weckflessen uit Groningen gehaald. Deze flessen werden hoofdzakelijk in Duitsland en Polen gemaakt en waren in de oorlog niet te verkrijgen. Toen dit wel weer het geval was, bestond hieraan dan ook een grote behoefte. Er was een run op de weckflessen. Het gevolg was, dat ‘s morgens bij aanvang van de verkoop, voor de winkel een grote menigte gegadigden aanwezig was. Bij de verkoop van de flessen werden de kopers in groepjes van drie of vier in de winkel toegelaten. Bovendien werd een maximum gesteld aan de per klant te verkopen flessen.

Uiteraard werd de auto ook voor privé-doeleinden gebruikt
Het was toen nog niet verboden om personen in de laadbak te vervoeren, zodat van deze mogelijkheid regelmatig gebruik werd gemaakt. De passagiers zaten niet op stoelen of iets dergelijks, maar op de laadvloer. Het zicht naar achteren was uitstekend omdat zich hier ramen bevonden. Degenen die achterin zaten, hadden regelmatig visueel contact met de inzittenden van auto’s die achter hen reden.
Naast ritjes in de omgeving gingen we een paar keer per jaar naar familie in Enschede. Deze reisjes verliepen niet altijd op de wijze zoals wij ons dat hadden voorgesteld.
De maximum snelheid van de auto was niet al te hoog, terwijl er vrijwel nog geen snelwegen bestonden. We waren dan ook uren onderweg. Zo blijkt uit een door één van ons op de lagere school in 1948 over de vakantie gemaakt opstel, dat we ‘s morgens om half tien van huis vertrokken en na een rusttijd van een half uur in de omgeving van Ommen om twee uur bij de familie in Enschede arriveerden.
De terugreis, een week later, duurde nog langer. Daar deden we volgens het opstel zeven uur over. Dat kwam, omdat vader onderweg als bijzondere attractie nog even de Lemelerberg aandeed. De weg naar de top van de berg was nog niet verhard. Bij de afdaling sprong het ventiel uit een van de achterbanden. Het kostte vader heel wat moeite om op de helling het wiel te vervangen. De lekke band werd in een garage in Ommen gemaakt.

De auto werd een paar keer beschadigd in een ongeval
Aan Ommen bewaren wij overigens geen goede herinneringen. Het was toen blijkbaar voor ons een onfortuinlijke plaats om door te rijden, want bij een andere reis kwam tijdens de passage van een spoorwegovergang een met de hand bediende spoorboom op de auto terecht. Een geluk bij een ongeluk was dat deze de achterkant van de auto raakte, zodat de auto niet vast kwam te zitten. De schade viel toen mee.
Meer schade ontstond toen wij bij een andere rit voor dezelfde overweg moesten stoppen en van achteren werden aangereden door een vrachtauto van een aannemersbedrijf uit Vriezenveen.
Een ander voorval dat ons met de auto overkwam, gebeurde in Zenderen. Deze plaats ligt tussen Almelo en Hengelo. Vader werd aangehouden door twee politieagenten. Het was hen om de papieren en de technische staat van de auto te doen. In die tijd waren er nog geen verplichte keuringen en periodieke onderhoudscontroles door garagebedrijven. De papieren waren in orde en ook de techniek zag er aardig uit.
Ter afronding van de controle werden de remmen getest. De passagiers moesten de auto te verlaten. Vervolgens werd waarschijnlijk een vertragingsmeter aan de treeplank vastgemaakt. Eén van de agenten ging op de treeplank staan en hield zich vast aan de railing van de overkapping. Toen bij een niet al te hoge snelheid het sein ‘remmen’ werd gegeven, maakte vader geen gebruik van de voetrem die hij niet vertrouwde, maar trok de handrem aan. Het gevolg was, dat de agent op de treeplank zich niet staande kon houden. Waarschijnlijk bezeerde hij zich hierbij. De heren waren in elk geval niet erg tevreden. Hoe het ook zij, wij konden met een opgelucht gevoel en niet zonder leedvermaak de reis vervolgen.

De auto is omstreeks 1953 buiten bedrijf gesteld
De auto heeft met uitzondering van de vijf oorlogsjaren achttien jaar zijn diensten bewezen. In 1953 kwam een einde aan zijn levensduur. Niet alleen werd het onderhoud steeds problematischer, maar ook het model van de auto was uit de tijd. Op de Nederlandse wegen waren in die tijd nauwelijks nog dergelijke auto’s te zien. Hij is toen vervangen door een andere auto. Een tijd lang heeft hij bij onze opa Barteld Oost op het erf gestaan, totdat hij werd opgemerkt door een bewoner van het woonwagenkamp op het marktterrein aan de Bosweg in Diever. Hij heeft de auto voor de sloop in eigendom overgenomen.

Afbeelding 4
Op de hier afgebeelde ansichtkaart van de Hoofdstraat van Diever, die omstreeks 1965 bij het dorpswarenhuis ‘de Wiba’ te koop was, is aan de rechterkant de boerderij, met daarin ‘de Wiba’ en de woning van het gezin Jan Brugging en Griet Oost, te zien. Aan de linkerkant is rechts van de boom de voorgevel van de kapperszaak van Geert Vierhoven te zien. De redactie zou wel graag willen weten welke boer de eigenaar van de melkbussen op het trottoir was. Het nummer op de melkbussen is uiteraard niet te ontcijferen. Boer Roelof Fransen ?

Posted in Ansigtkoate, D-nummer, Neringdoende, Olde auto | Leave a comment

De kastboom’m gaam’m mièr logt dan de gaslaampe

In het voornamelijk op de Stellingwerven gerichte streekblad Aanpakken van 19 december 1960 verscheen het volgende artikel over de geïsoleerd liggende streek Zorgvliet, Woater’n en de Olde Willem. Pas eind 1962 werden Zorgvliet, Wateren en de Olde Willem aangesloten op  het electriciteitsnet en de drinkwaterleiding.

Grote eensgezindheid in Fries georiënteerde Drentse dorpen
Kerstbomen in Wateren geven meer licht dan de gaslamp

Afbeelding 1
De drieënzestigjarige Harmke Sijbring maakt nog steeds gebruik van een petroleumlamp. De enige verbetering die de lamp heeft ondergaan is het aanbrengen van een vergasser geweest. De lamp geeft nu iets meer licht dan vroeger. (Eigen foto van Aanpakken)

In de woonkamer van de boerenhoeve van de dertigjarige Wolter Benthem en zijn even oude vrouw Gezina te Wateren nummer 43, staat een sfeervol opgetuigde kerstboom. Samen met de vier kinderen hebben boer en boerin Benthem enkele dagen geleden de fijnspar versierd. En ’s avonds branden er echte kaarsen in. Wel twintig witte stearinepijpjes branden er in de boom en het is of al deze kaarsen tezamen meer licht geven dan de suizende gaslamp, die alleen maar een lichtkring werpt op de tafel die er recht onder staat. Deze lamp wordt gevoed uit een blauwe stalen fles, die ergens achter een gordijntje in de keuken staat. Bij dat gaslicht moet Wolter Benthem zijn kinderen ook het kerstverhaal voorlezen, moet hij de krant lezen en zijn vakliteratuur bestuderen. En bij dat licht, dat in de hoeken van de kamer al geen licht meer is, spelen nu in deze winterse dagen de kinderen op de vloer in het halfdonker.

De familie Benthem weet niet anders of het is goed zo. Elektrisch licht kennen ze niet en van elektrische hulpmiddelen in de huishouding kan geen gebruik gemaakt worden. De folders voor goede verlichting en met afbeeldingen van wasmachines in allerlei soorten worden in de kachel gemikt, zodra ze worden ontvangen. De boerin strijkt de overhemden en de schorten met ’n strijkbout die door gas verwarmd wordt en de matten in de kamer kan zij niet stofzuigen, maar moet ze met een borstel vegen. Op twee meter van het gaslichtpunt heerst schemer.

De bewoners van Wateren zijn daaraan gewend. Sinds jaar en dag mist men de voordelen van elektriciteit in de boerderijen en de woningen. En pas na de oorlog is het gebruik van gas gekomen. Voor die tijd moesten zowel het woonhuis als de stallen verlicht worden met petroleumlampen. En nog bij de oudere ingezetenen in het dorp vindt men de petroleumlamp terug, niet meer volledig in zijn oude gedaante, maar gemoderniseerd tot vergasser, waardoor hij iets meer licht geeft dan voor die tijd.
Zo is de toestand in Wateren 1960, het jaar waarin de wereld technische en wetenschappelijke hoogtepunten heeft gekend. Het jaar waarin de gehele wereld een onstuimige ontwikkeling heeft beleefd. Alleen in Wateren glijdt men zonder elektrisch licht van de ene dag in de andere.

Afbeelding 2
Waterleiding kent men in Zorgvlied en Wateren niet. Mens en dier lest zijn dorst met water uit een put of uit een bron. ’s Avonds moet men zijn handen wassen onder de pomp.

En daar blijft het nog niet bij. Wateren en Zorgvlied, de beide dorpen die een gemeenschap vormen, kennen ook geen waterleiding. Mens en dier lessen hun dorst met water uit putten en bronnen. Vuile kinderhanden worden daar ’s avonds onder de pomp gewassen. In slechts enkele huizen is het systeem zover gemoderniseerd dat men water via een leiding kan laten stromen. Maar dan moet eerst het grondwater of het regenwater in een veel hoger geplaatste tank worden gepompt. Bij het openen van een kraan loopt het water dan vanzelf van de hogere naar de lagere plaats.

Zorgvlied en Wateren vormen een twee-eenheid. De bewoners van beide dorpen vormen een gemeenschap. Zij maken gebruik van een school, hebben een verenigingsleven en vieren hun feestelijke bijeenkomsten in een café, het enige café in beide dorpen, namelijk dat van de heer Van der Helm in Zorgvlied. De toevallige bezoeker zal in Wateren tevergeefs naar een dergelijke lokaliteit zoeken.

Zorgvlied en Wateren zijn Drentse dorpen die liggen in het meest noordelijke deel van het grondgebied van de gemeente Diever. De bewoners zijn er meer Fries dan Drents georiënteerd. Tevergeefs zal men ook proberen de dorpen van Drentse zijde met een normale dienstbus te benaderen. Dat gaat niet. De dichtstbijzijnde busverbinding wordt op Fries grondgebied onderhouden. Zou men bijvoorbeeld de Drentse hoofdstad willen bezoeken, dan moet men eerst vele kilometers fietsen om Diever te bereiken. Of anders moet men via de Friese lijndienst naar Steenwijk of Oosterwolde en van daar verder.

Is het een wonder, dat de bewoners van deze van normale verbindingen verstoken en daardoor dus bijzonder geïsoleerde dorpen die vlak bij elkaar liggen, één gemeenschap vormen ? Wat zou men moeten beginnen als die saamhorigheid niet bestond ? Het is verheugend deze eensgezindheid, dit samengaan van materieel en geestelijk verschillenden, en men waardeert en stimuleert haar. En men stelt alles in het werk deze gebundelde kracht groter te doen worden.

Het verenigingsleven in Zorgvlied en Wateren is sinds de komst van de nieuwe hoofdonderwijzer, de heer G. de Jager, aanzienlijk geactiveerd en religieus totaal verschillenden zijn enthousiaste leden. En binnen het verenigingsverband wordt. weer rekening gehouden met elkanders levensovertuiging. Er wordt bijvoorbeeld door leden van een sportvereniging deelgenomen aan zaterdag- en zondagcompetities.

Uitvoeringen zullen zoveel mogelijk op zaterdag worden gehouden. En de feestelijke bijeenkomsten worden door iedereen in het dorp bezocht. Door de buitenkerkelijken, de katholieken en de protestanten. Alleen de viering van het kerstfeest vormt hierop een uitzondering. Zoals zo vaak in kleine dorpen hangt de activiteit van de gemeenschap af van enkele stimulerende personen. De onderwijzer De Jager is een van hen. Hij kwam twee jaar geleden uit Naarden naar deze Drentse plattelandsgemeente om hoofd te worden van een tweemansschool. Een openbare lagere school waar ook de katholieke leerlingen les krijgen.

Afbeelding 3
Dominee Faber, de Nederlands hervormde predikant, houdt elke zondag dienst in het houten kerkgebouw, dat vlak buiten de kleine dorpskern van Zorgvlied staat. (Eigen foto Aanpakken)

Slechts eenmaal in de week wordt het verschil in geloofsovertuiging gemerkt. Dat is wanneer dominee Faber en pastoor Doedens naar de school komen om godsdienstonderwijs te geven. En dat alles gaat in de beste harmonie. De onderwijzer trekt zich dan bescheiden terug. De pastoor neemt ‘zijn kinderen’ mee naar een der lokalen en dominee Faber geeft de andere kinderen catechetisch onderwijs. Na afloop drinkt men in de woning van de hoofdonderwijzer gezellig met elkaar een kop koffie en geniet men van een goede sigaar.

Trouwens niet alleen wanneer godsdienstonderwijs gegeven moet worden is de verstandhouding tussen de pastoor en de dominee voortreffelijk. De pastoor bezoekt de predikant in zijn Amsterdams aandoende woning in Zorgvlied en ook andersom worden bezoeken afgelegd. Toen pastoor Doedens enige tijd geleden een bromfietsongeval kreeg en in het ziekenhuis in Leeuwarden moest worden opgenomen, reisde dominee Faber naar Leeuwarden om zijn katholieke collega te bezoeken.
Niet alleen de collegae geestelijken kunnen goed met elkaar overweg, die goede verstandhouding geldt eigenlijk voor de gehele gemeenschap. In een vergadering die belegd was om een sportraad te benoemen in de beide dorpen is pastoor Doedens, hoewel er maar een katholiek naast de pastoor die vergadering bijwoonde, met algemene stemmen benoemd tot lid van die raad. “Dit is wel opmerkelijk.” vertelde pastoor Doedens ons, “Meestal is het zo, dat wanneer er iets aan de hand is, de katholieken het eerst worden buitengesloten.”

De eensgezindheid in Zorgvlied en Wateren heeft zich gemanifesteerd in de Vereniging voor Plaatselijke Belangen en deze vereniging heeft haar vertegenwoordiger in de raad van de gemeente Diever. De 67-jarige heer E. Bergsma behartigt reeds jarenlang de belangen van de beide dorpen in Diever’s raad. En met succes. Onlangs is de goedkeuring afgekomen voor het plan voor aansluiting van negenendertig woningen te Wateren op het elektriciteitsnet. Jarenlang is daarvoor in de raad van Diever gepleit. Het volhouden is thans eindelijk bekroond.

Beide dorpen zullen waarschijnlijk in de loop van 1961 elektrisch licht krijgen en ook de waterleidingmaatschappij zal ongetwijfeld na verloop van tijd overgaan tot aansluiting van de percelen in deze noordelijke punt van de gemeente Diever.

Afbeelding 4
Tekst bij deze foto: De kinderen uit Zorgvlied en Wateren gaan naar een openbare lagere school, waar de heer De Jager de scepter zwaait. Katholieke en niet-katholieke kinderen zitten in één klas. Het weinige verkeer dat door Wateren en Zorgvlied rijdt, wordt evenals in andere plaatsen geattendeerd op de school, die aan de weg staat. (Eigen foto Aanpakken)

Zorgvlied en Wateren mogen dan twee sterk geïsoleerde dorpen zijn die in een onrendabel gebied liggen voor wat betreft waterleiding en elektriciteit, het is niet zo dat de dorpen door de gemeentelijke overheid worden vergeten. Financiële steun bij de oprichting van verenigingen en uitvoeringen van culturele waarde wordt steeds graag verleend. Nog niet zo lang geleden is een van de lokalen van de openbare lagere school op kosten van de gemeente geheel opgeknapt. Dit lokaal neemt nu de plaats in van het dorpshuis. Er worden repetities gehouden en oefenavonden. En een keer in de week is er instuif waarvoor veel belangstelling bestaat. Zo werkt de eigen gemeenschap samen met de gemeentelijke overheid aan de culturele en maatschappelijke verheffing in Zorgvlied en Wateren.

Maar nu in december 1960 viert men voor het grootste deel het kerstfeest bij kerstbomen met echte kaarsen die meer licht geven dan de suizende gaslamp en de kinderen moeten voorlopig hun vuile knuisten ’s avonds nog wassen bij de pomp.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De op Zorgvliet wonende en op de zuivelfabriek in Elsloo werkende Eeltje (Eze) Bergsma (PvdA) was in de periode 1946-1966 lid van de raad van de gemiente Deever, tevens wethouder in de periode 1964-1966)
Kornelis Sijbring is geboren op 4 mei 1893. Hij is overleden op 20 juni 1974. Hij was getrouwd met Harmtien (Harmke)
Venema. Zij is geboren op )27 oktober 1897. Zij is overleden op 4 februari 1990). Zij waren de ouders van Gezina Benthem-Sijbring.
Wolter Benthem en zijn vrouw Gezina Sijbring en hun vier kinderen woonden in de Dorpsstraat naast de Nederlands Hervormde kapel Obadja, an de Woaterse kaante.
De bewoners van de huizen op Zorgvliet, op Woater’n en in de Olde Willem moesten nog tot eind 1962 wachten op de aansluiting op het eleictricteitsnet van Laagspanningsnetten uit Groningen. Zie het navolgende krantebericht.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief en in die tijd inwoner van Zorgvliet, Woater’n of de Olde Willem kan en wil zijn eigen ervaringen uit de tijd van de handwaterpompen en de gaslampen op papier zetten en in ut Deevers Archief laten opnemen ?

Afbeelding 5
In de Friese Koerier van 13 november 1961 verscheen het voor de bewoners van Zorgvliet, Wateren en de Olde Willem verlossende bericht over de elektrificatie van hun streek.

Zorgvlied en omstreken krijgen elektriciteit
Diever – Nadat reeds meerdere malen de wenselijkheid in de gemeente raad van Diever naar voren was gebracht de buurtschappen Zorgvlied, Wateren en Oude Willem van elektriciteit te voorzien is het thans zover gekomen, dat het college van burgemeester en wethouders een voorstel dienaangaande aan de raad kan doen.
In het buurtschap Zorgvlied bestond reeds op kleine schaal een verlichting, welke door het Provinciaal Energie Bedrijf Friesland verzorgd werd. De uitbreiding van deze verlichting was niet mogelijk, omdat men dan op het gebied kwam van Laagspanningsnetten te Groningen.
Laagspanningsnetten is nu met het Provinciaal Energie Bedrijf  Friesland overeengekomen om de bestaande verlichting over te nemen, waardoor het tevens mogelijk is tot uitbreiding over te gaan en genoemde buurtschappen van elektriciteit te voorzien.
Als de gemeenteraad zich met de gedane voorstellen verenigt, dan zal eind 1962 ook in deze buurtschappen de petroleumlamp vervangen kunnen worden.

Posted in de Olde Willem, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Gaar’m rogge an de gaaste op de Westeresch

In het programmaboekje van het openluchtspel Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt), dat in 1949 is opgevoerd in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever, is ter verluchtiging van het boekje onder meer een foto afgebeeld van in hokken geplaatste schoven rogge. Als dat gedaan was, dan kon de boer zeggen: Wee hept de rogge an de gaaste.
De redactie beschikt helaas niet over een scherpe afdruk van het negatief. Waar zou dat negatief gebleven zijn ? De maker van de hier afgebeelde foto stond wellicht bij de bouwakker met de naam Breeakkers op de Westeresch van Deever, tegenover de gemeentelijke woning van de burgemeester an de Heufdstroate.
De redactie van ut Deevers Archief doet voortdurend een oproep aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief een goede scan van foto’s van boerenwerk in de gemiente Deever ter beschikking te stellen. Als je ouders of grootouders boer waren, kijk dan vooral eens in hun fotoalbums. Bij de hier afgebeelde foto stond de volgende tekst.

Diever
Diever is de hoofdplaats van het Dieverder dingspil, dat wil zeggen van het grootste deel van zuid-west Drente.
Diever is zeer oud, zoals talrijke bodemvondsten aantonen. Het provinciaal museum van oudheden in Assen herbergt vele urnen, stenen bijlen, enzovoort, afkomstig van uit deze gemeente.
In een akte uit 1181 komt de naam voor als Devere. Behalve het kerkdorp behoorden tot het kerspel de buurtschappen Kalteren, Wittelte, Wapse, Wateren, Leggelo en Eemster.
In 1633 werd het noordelijke gedeelte der venen onder Smilde en Diever afgescheiden. In 1612 namelijk was octrooi verleend tot vervening van de uitgestrekte hoge venen ten noorden van Diever en Leggelo. In 1625 waren de meeste gronden daar reeds van veen ontbloot en had zich een kolonie, Hoogersmilde genaamd, gevormd. In 1633 werd dit gebied verheven tot een Heerlijkheid, de Heerlijkheid van Hoogersmilde. Kerkelijk bleef Smilde nog tot 1845 onder Diever ressorteren.
Na de inlijving van het Koninkrijk Holland werd in 1811 Vledder met Diever tot een Communie verenigd, daarentegen de buurtschappen Eemster en Leggelo van Diever afgescheiden. Vledder en Diever werden weer gescheiden in 1816.
Thans behoren nog tot de gemeente Diever de buurschappen Wapse, Kalteren, Oldendiever, Wittelte, Wateren, Zorgvlied, Dieverbrug en Geeuwenbrug.

Afbeelding 1
Zicht op de gemeentelijke toren en het gebouw van de hervormde kerkgemeente van Deever vanaf de Westeresch.

Afbeelding 2
De hier afgebeelde voorkant van het programmaboekje voor het openluchtspel in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever was in 1949 versierd met een afbeelding van een foto van de Woaterseweg, toen die weg nog een saandweg was, zeg maar vlak na 1900.
De redactie van ut Deevers Archief kan alleen maar veronderstellen dat burgemeester Hendrik Gerard van Os de maker is van deze foto, want hij heeft in zijn tijd als burgemeester foto’s gemaakt van de omgeving van Deever.
Als burgemeester Hendrik Gerard van Os deze foto aan het begin van de Deeverse kant van de onverharde Woaterseweg heeft gemaakt, dan zal hij dat vast hebben gedaan in de periode, vóórdat de Woaterseweg werd bestraat. In die periode was hij nogal druk bezig met het verkrijgen van subsidie van het rijk en de provincie Drente voor het verharden van de saandweg tussen de Wittelerbrogge en Deever en de saandweg tussen Deever en Zorgvliet/Elsloo. Eén foto kan bij een subsidieaanvraag meer zeggen dan duizend woorden.
De redactie kan alleen maar veronderstellen dat burgemeester Hendrik Gerard van Os zijn Deeverse fotoarchief bij zijn pensionering in 1939 heeft achtergelaten in de burgemeesterskamer in ut olde olde gemientehuus an de brink van Deever en dat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond Ome Kees of Slimme Kees werd genoemd) in 1949 de afgebeelde foto op het programmaboekje tegenkwam in de foto-erfenis van burgemeester Hendrik Gerard van Os.
De redactie is al tijden zonder succes op zoek naar nazaten van burgemeester Leonard Willem van Os en burgemeester Hendrik Gerard van Os. Wie meldt zich ?

Afbeelding 3 – (© Ut Deevers Archief, vrijdag 29 november 2024, alle rechten voorbehouden)
De Waoterseweg, kijkend in de richting van de Hoarweg ter hoogte van het huis waar vroeger de familie Doorman woonde.

Posted in Boer'nwaark, Eup’mlogtspel, Westeresch | Leave a comment

Is de toneelvurening Deever nog neet koninklijk ?

In de Uitgaanskrant van het Algemeen Dagblad verscheen op 20 juli 1989 in de rubriek ‘Er op uit met Koos Smedes’ het volgende bericht met enige indrukken van het bezoek van de auteur van het bericht aan het toeristische dorp Deever   

Spelen en spelevaren in en om Diever
Zelfs in de jaren vijftig toen er nog geen plezierjachten in de Drentse Hoofdvaart dobberden en het restaurant in Dieverbrug nog niet in Chinese handen was overgegaan, zelfs in die tijd was het nabije Diever al een toeristisch dorp van allure.

Dat kwam vooral door de openluchtspelen, die er al sinds 1946 in het bos worden opgevoerd door uitsluitend (!) inwoners van het dorp en waarbij het steevast om stukken van Shakespeare gaat. Dit jaar staat op een aantal dagen in juli en augustus Othello op het programma.

Toen ik er als knaap met mijn ouders heen moest (ik zag er de lol absoluut niet van in) kwam er op een gegeven ogenblik een heus paard het toneel ophollen. Tientallen mannen en vrouwen in prachtige kostuums – het resultaat van een half jaar noest werken in Diever – liepen ernaast en jawel, ineens vond ik het allemaal schitterend. Boven ons ruisten de bomen en nog veel hoger flonkerden de sterren. Ach hoe schoon, hoe romantisch dit alles toch was ! Sindsdien heeft niemand me ooit meer een kwaad woord horen zeggen over Shakespeare, al ben ik wel de naam vergeten van het stuk dat ik die avond heb gezien. Maar “what’s in a name”, nietwaar ?

Al deze herinneringen overspoelen mij als ik de laatste kilometers naar Diever afleg. Hoe zal het er nu zijn? De Drentse Hoofdvaart langs de Rijksweg tussen Meppel en Assen is alvast aardig aan deze tijd aangepast met al die jachten en blije vakantiemensen. Daar werd vroeger gewerkt en niet gerecreëerd.

Bij Dieverbrug, twee kilometers van Diever (en even ver van het mooie Dwingeloo aan de andere kant van het water), zijn stoplichten gekomen, constateer ik ietwat zenuwachtig. En rechts in het langwerpige restaurant bij de brug, met nog steeds dat ouderwetse ronde bierreclame-bord, wordt nu dus nasi-goreng geserveerd. Mijn hemel, blijft er dan niets hetzelfde ?

Onveranderd
Jawel. De oude wondermooie brink in Diever is onveranderd. Zo op het eerste gezicht tenminste. De kolossale oude beuken werpen een geheimzinnige schaduw op de deels 12-e eeuwse kerk, waaromheen de huizen en gebouwen in een wijde kring staan gerangschikt. Goed, goed, de snackbar en de wervende teksten op de tot prethuis omgebouwde ‘Boerderij’ (videotheek, kadowinkel, coffeeshop – 450 vierkante meter kijkplezier’) vallen wat uit de toon, maar toch is dit een van de mooiste brinken van ons land.

“Dat blijft helaas liet zo”, zegt Hetty van den Berg, die mij even later een bakje koffie voorzet in het bejaarde Schultehuis in Diever, waarvan zij de beheerster is. “De vijf mooiste en dikste bomen worden in oktober omgehakt. Daar is niets meer aan te doen. De gemeenteraad heeft zo besloten. Protesten van de bevolking en een handtekeningenactie hebben niet geholpen. Een boomchirurg heeft ons verzekerd dat de beuken niets mankeert, maar volgens de gemeente zijn ze ziek, maken ze de kerk vochtig en ontnemen ze het licht aan enkele treuressen. Het is om te grienen, maar het is niet anders. En, ha ha, we krijgen er nieuwe kleine boompjes voor in de plaats.”

Ze gaat op een leuker onderwerp over: het Schultehuis, waarvan alleen de grote kamer, met oude plavuizen, mooie kasten, een opmerkelijk balkenplafond en prachtige tegels, valt te bezichtigen. “Het is het oudste huis van Diever”, zegt ze. “Het werd rond 1600, kort na de verwoestingen door de Spanjaarden, gebouwd. Tot 1870 woonden hier de schultes. Een schulte was niet alleen burgemeester van de plaats, maar ook kantonrechter, notaris en deurwaarder. Jawel, in deze kamer hebben heel wat mensen terecht gestaan.”

Het door een haag van linden afgeschermde tamelijk onopvallende pand is tot oktober op werk- en zaterdagen (maar niet op woensdagen) te bezichtigen van 10-12 en van 14-17 uur.

In de kelder werden in 1944 zes door de Duitsers gevangen genomen onderduikers tijdelijk opgesloten. Thijs, Jan en Roelof Eggink, Hilbert Gunnink, Geert Gerhardus Koster en Hermannus Vos hadden zich lange tijd goed schuil kunnen houden in een hol midden in de bossen. Tot men hen verraadde en het zestal eerst naar het Schultehuis en later naar kampen in Duitsland werden vervoerd. Geen van hen kwam terug.

Macaber
Het gerestaureerde onderduikershol vormt nu een macabere attractie in het toeristische pakket van Diever, tezamen met andere zaken als een glasmuseum, een koetsenverzameling, een radio- en elektriciteitsmuseum en het Schultehuis.
Ruim 4000 hectaren natuur omhelst de Drentse plaats, die voor fietsers, wandelaars én voor de aanhangers van Shakespeare dan ook een waar dorado is. Zelfs zonder die mooie onvervangbare bomen op de nu nog ongeschonden Brink.

Tekst bij de afbeelding
De treuressen bij de oude kerk in Diever worden nu nog deels overschaduwd door prachtige machtige beuken, waarvan er echter vijf zullen worden omgehakt. Dat verschaft meer licht, maar maakt de zaak er zeker niet mooier op. (Foto Peter Kuiper)

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

De brink van Deever en de kerketuin rond het kerkgebouw aan de brink zijn in de periode 1955/1956 drastisch ‘aangepast’, zeg maar grondig vernield, vanwege de bouw van het megalomane, meiboomiaanse, veel te hoge en lompe gemeentehuis. Desalniettemin vond de schrijver van het bericht dat het een ‘oude wondermooie brink’ was gebleven. What’s in an experience ? To experience or not to experience, that’s the question. In 2019/2021 is de brink van Deever opnieuw drastisch aangepast aan de wensen van de Hoge Dametjes En Heertjes Van Het Grote Brinkengelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuisoprijlaan In Deever.

De redactie heeft in verschillende berichten aandacht besteed aan het tot een ‘prethuis’ met de naam ‘de Boerderij’ (videotheek, kadowinkel, coffeeshop, 450 vierkante meter kijkplezier’).

Het is al lang niet meer zo dat het openluchtspel in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever uitsluitend wordt opgevoerd door inwoners van Deever. Tegenwoordig lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het toeval is dat een gewone inwoner van Deever mee mag doen. De bulkend rijke toneelvereniging Deever is immers hard op weg op zijn minst een semi-professioneel theatergezelschap, misschien wel een professioneel theatergezelschap te worden.
Het is toch wel enigszins verbazingwekkend dat de toneelvereniging Deever zich nog niet koninklijk mag noemen. De aanvraag voor de koninklijke erepenning had in 1996 bij het 50-jarig bestaan kunnen worden ingediend. De aanvraag voor de koninklijke erepenning had in 2021 bij het 75-jarig bestaan kunnen worden ingediend. Toch wel een erg gemiste kans. Hebben voorzitter Peter Sloot en de zijnen zitten slapen ? Heeft de commercieel georiënteerde happy few ons-kent-ons-lobby-club Village of Shakespeare ook zittten slapen ?
Bij een koninklijke erkenning in 2021 had de naam van de toneelvereniging Deever met geschwinde spoed en in gestrekte draf kunnen worden gewijzigd in Royal Dutch Shakespeare Company (©, ® en™). Want Deever moet ten zeerste commercieel worden opgestoten in de vaart der professionele toneelvolkeren. Nu kan pas een aanvraag voor de koninklijke erepenning bij het 100-jarig bestaan in 2046 worden ingediend.

De volledig op de toeristenindustrie georiënteerde gemiente Deever is niet museumbestendig en zal ook nooit museumbestendig worden. In Deever is aan museums geen droog brood te verdienen. Dus ondernemende particuliere initiatiefnemers, gij zijt gewaarschuwd, begin nooit een museum in Deever. Het bericht maakt gewag van het glasmuseum, het koetsenmuseum, het radiomuseum en het schultehuismuseum. Die bestaan uiteraard al lang niet meer. In het schultehuis huist tegenwoordige een soort van ‘prethuis voor oerbelevingen’, en is bepaald geen museum te noemen.

Posted in Shakespearitis, Toeristenindustrie | Leave a comment

De klaant’n drinkt dom’miet koffie in de kantine

De toneelvereniging Diever is voornemens in 2025 – het liefst vóór het toeristenseizoen – bij het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever een foyertje, zeg maar een kantinetje, zeg maar een ontmoetingsruimtetje, te bouwen en een bestaande overkapping te verbouwen tot schuur.

De totale hoeveelheid bouwseltje, frutseltjes en fratseltjes die hierdoor binnen het terrein van de toneelvereniging zal ontstaan en de bouwhoogte van de bebouwing zijn niet in overeenstemming met de regels van het geldende bestemmingsplan. Derhalve diende de toneelvereniging Diever – nota bene – al op 30 november 2023 bij de ambtenaartjes van de gemeente Westenveld een aanvraag in voor een omgevingsvergunning. Te verlenen volgens de uitgebreide procedure, want het geldende bestemmingsplan moet worden aangepast.

In de huis-aan-huis-krant met de naam Westervelder van woensdag 13 november 2024 – let wel – bijna een jaar ná de vergunningaanvraag van de toneelvereniging Diever – staat in de informatierubriek van de gemeente Westenveld een advertentie (zie afbeelding 1) waarin het college van burgemeester en wethouders aankondigt voornemens te zijn de toneelvereniging Diever een zo genoemde omgevingsvergunning voor het bouwen van een foyertje, zeg maar een kantinetje, zeg maar een ontmoetingsruimtetje, en het uitbreiden van de bijgebouwen op het terrein van de toneelvereniging Diever, gelegen aan de Shakespearebrink (de vroegere Bolderbrink) an de Heezeresch bee Deever, te willen verlenen. Dat is wel een heel erg lange zin.

Elk zichzelf respecterend bestuur van een professioneel theatergezelschap heeft in zijn theater een ruime foyer, zeg maar een ruime kantine, zeg maar een ruime ontmoetingsruimte. De bulkend rijke toneelvereniging Diever, die door wil groeien naar een professioneel theatergezelschap, kan en mag dus absoluut niet achterblijven. Dus bedachten voorzitter de heer Peter Sloot (iene van skoelmeister Berend Sloot en Nel Marinissen uut Wapse) en de zijnen een prestigieus mini-foyertje, een waarlijk architectonisch hoogstandje. Wellicht bedacht de heer Peter Sloot (iene van skoelmeister Berend Sloot en Nel Marinissen uut Wapse) de noodzaak van het foyertje tijdens een inspirerende vakantie op Ibiza.

Een foyer is een ruimte die meestal gelegen is tussen de binnenkomstruimte en de ruimte waar de voorstelling wordt opgevoerd. Dat is bij het foyertje op het terrein van de toneelvereniging Diever niet het geval. Zie afbeelding 6.

Het aanstaande foyertje zal niet alleen worden gebruikt voor verpozing van de klanten tijdens de pauze, maar ook voor verpozing van de klanten vóór en ná de voorstelling. Het aanstaande foyertje van de toneelvereniging Diever heeft slechts een oppervlakte van 140 m², goed voor ten hoogste 100 klanten, maar dan wel volgepropt. Al die honderden andere klanten moeten buiten blijven. De afbeeldingen 2 en 3 suggereren dat de opvoering van toneelstukken in de twee theaters nauwelijks door klanten wordt bezocht. En het verandaatje houdt al helemaal niet over

De redactie van ut Deevers Archief is van verbazing van zijn stoel gevallen, toen hij vernam dat het foyertje grotendeels van hout zal worden gemaakt. Hier gaat een geweldige kans gemist worden. Het bouwplan moet worden gewijzigd. In het foyertje mag wel hout worden gebruikt, maar veel minder dan voorzien. Maar het hout dát gebruikt gaat worden moet wel biobased hout uut de Deeverse bos zijn. En bij voorkeur hout uit het perceeltje bos grenzend aan het terrein van de toneelvereniging Diever. Bij de bouw moeten vooral andere biobased materialen worden toegepast en absoluut geen cement, staal en beton. Biobased is het nieuwe modewoord. De ijverige ambtenaartjes van de gemeente Westenveld hebben van dat modieuze biobased wel heel erg hun mond vol. Maar laten ze eerst bij zichzelf beginnen, voordat ze anderen daarmee lastig vallen.

Dus de boeren in de gemiente Deever waren al eeuwen biobased bezig met hun rieten daken zonder ook maar het flauwste idee van biobased te hebben. En die boerderijen hadden gebinten van plaatselijk eikenhout, die gebinten gaan honderden jaren mee. Die boerderijen bestaan nog steeds. En ze woonden in hun boerderijen nota bene op lemen vloeren. Forward to the past.

Maar ja, het dak van het foyertje in de brandgevaarlijke Deeverse bos met brandgevaarlijk biobased riet bedekken is natuurlijk ook geen keuze. En het dak van het foyertje bedekken met bitumineus dakleer is volgens de biobased-indoctrine al helemaal uit den boze. En golfplaten zakken ook voor het biobased-examen. En dan is het ook nog eens zo dat in de tijd van William Shakespeare cement, staal en beton nog niet als als bouwmaterialen werden gebruikt, maar wel bijvoorbeeld koeie- en paarde- en schapemest en leem  Forward to the past.

Dus de bitterarme arbeider die meer dan 100 jaar geleden in ut Deeverse of Wapser of Woaterse veld met man en macht in één nacht een mini-micro-woning, zeg maar een hut, bouwde van wat oude planken, boomstammetjes, heideplaggen, riet en leem was pas echt biobased bezig, die was zijn tijd ver vooruit. Forward to the past.

Dus heer voorzitter Peter Sloot (iene van skoelmeister Berend Sloot en Nel Marinissen uut Wapse) van de toneelvereniging Diever kan met een biobased foyertje geweldig de aandacht trekken van al die tienduizenden klanten van het openluchttheater. Jaar in jaar uit. Maar dan moet het foyertje niet alleen biobased, maar ook ecologisch, conceptueel, circulair, duurzaam, geprefabriceerd, demonteerbaar, recyclebaar, hernieuwbaar, fossielvrij en stikstofvrij zijn gebouwd.

Het bestuur van de toneelvereniging Diever wil met het foyertje het verblijf van zijn klanten in het openluchttheater aangenamer maken. En heeft niet tot doel meer klanten te trekken ? Dat is niet erg zakelijk als het de bedoeling is door te groeien naar een semi-professioneel of  professioneel theatergezelschap. Dus het aantal te parkeren auto’s zal ook niet toenemen ?

En het foyertje van de toneelvereniging Diever zal ook worden gebruikt voor het ontvangen van personen die erg belangrijk worden gevonden of zichzelf erg belangrijk vinden. Dus dan zullen de gewone vet entreegeld betalende klanten niet welkom zijn in het foyertje. Dan doet voorzitter Peter Sloot (iene van skoelmeister Berend Sloot en Nel Marinissen uut Wapse) de deuren dicht. Dan zal Jan Publiek als vanouds in de pauze zijn bak koffie en zijn stuk warme dampende padvindersrookworst in het donker in de gezonde buitenlucht moeten nuttigen. Maar ja, dat was Jan Publiek al meer dan 75 jaar gewend, dat is de aantrekkelijkheid van dit openluchttheater. Forward to the past.

Als tijdens het graven in de grond archeologische vondsten worden gedaan, dan moet dit met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden gemeld aan de ambtenaartjes van de gemeente Westenveld, dan moeten de werkzaamheden direct stil worden gelegd, teneinde terstond oudheidkundig onderzoek te kunnen gaan doen. Dat dan weer wel. En de redactie van ut Deevers Archief gunt het de top-amateur-speerpunten-en-klingen-zoeker van Deever ook wel, dat hij wordt ingeschakeld bij zo’n onderzoek. Forward to the past.

Afbeelding 1 – Advertentie in de Westervelder van 13 november 2024.

Afbeelding 2
Een kunstzinnige indruk van het centraal liggende ontmoetingszaaltje met kleine overkapte veranda.

Afbeelding 3
Een kunstzinnige indruk van het centraal liggende ontmoetingszaaltje met een kleine overkapte veranda.
Aan de rechterkant is een redelijk stukje van het cirkelvormige overdekte theatertje te zien.

Afbeelding 4
Een kunstzinnige indruk van het centraal liggende ontmoetingszaaltje met een kleine overkapte veranda.
Aan de rechterkant is nog net een stukje van het cirkelvormige overdekte theatertje te zien.

Afbeelding 5
De omtrek van het kadastrale plangebied van de toneelvereniging Diever an de Heezeresch is met een blauwe lijn aangegeven.

Afbeelding 6
De toneelvereniging Diever bouwt haar terrein aan de Heezeresch steeds verder vol met niet bij elkaar passende bouwseltjes en frutseltjes. Het is een architectonische chaos.

Afbeelding 7
De plaats van het foyertje is rood omcirkeld. Het foyertje komt tussen het nog steeds niet overdekte openluchttheater en het cirkelvormige onderdaktheater te staan.

Posted in Eup'mlogttheater, Eup’mlogtspel | Leave a comment

Theo Rutgers en Jantina Figeland speult Ibsen

In de Heerenveensche Koerier verscheen op 19 mei 1949 het volgende korte berichtje over de opvoering van het toneelstuk Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) van de Noorse toneelstukkenschrijver Henrik Ibsen in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever. Zie afbeelding 2.

Peer Gynt te Diever.
In het openluchttheater te Diever zullen in de komende zomer vier opvoeringen worden gegeven van Ibsen’s toneelspel Peer Gynt. Deze opvoeringen zullen weer geheel geschieden met eigen krachten. Men meent goede vertolkers voor de rollen van Peer Gynt en Solvejg te hebben gevonden. Er heeft één vroege opvoering plaats voor scholieren en wel op 23 juni; de andere opvoeringen zullen worden gegeven op 7, 16 en 27 juli.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Op de hier afgebeelde zwart-wit foto zijn te zien van links naar rechts:
Dirk Theodorus (Theo) Rutgers in de rol van Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt);
Jantien (Jantina) Figeland in de rol van de Groene Vrouw;
Antje Dijkstra in de rol van Opperkobold;
Achter en rechts van Antje Dijkstra staan kobolds. De rol van kobold werd gespeeld door de jongedames:
Grietje Bakker, Trijntje Davids, Janna Houwer, Marietje Kruize, Hillie Offerein, Janna Offerein, Annie Seinen, Aaltje Smidt, Hillie Smit, Janna Smit en Annigje Vierhoven.
De redactie weet helaas niet wie van deze elf jongedames op de hier afgebeelde zwart-wit foto staat. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan hier wel duidelijkheid over verschaffen ? Bijvoorbeeld kinderen van de hiervoor genoemde jongedames, die deze foto in het album van hun moeder hebben gezien ? Je weet maar nooit !

Toneelvereniging Diever voerde in 1949 met veel succes het enige niet door William Shakespeare geschreven stuk in haar geschiedenis op. Het was het buitengewoon moeilijk speelbare stuk Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) van Henrik Ibsen.
De nog jonge zeer talentvolle dominee Dirk Theodorus (Theo) Rutgers, die toen nog in de pastorie aan de brink van Deever woonde, speelde de rol van Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) op fenomenale wijze.
De nog zeer jonge en zeer talentvolle Jantien (Jantina) Figeland, die toen in café Brinkzicht aan de brink van Deever woonde, speelde de rol van de Groene Vrouw op fenomenale wijze.

De nog negentienjarige Antje Dijkstra speelde de rol van opperkobold. De redactie heeft in de openbare bronnen geen recensies van haar spel kunnen vinden. Zij is geboren op 4 oktober 1926. Zij trouwde met Lambertus (Bertus) Koning. Zij woont/woonde in Delden. De redacties is in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van haar.
Janna Houwer is geboren op 9 augustus 1931 in Wapse. Ze trouwde met Albert Harreveld. Ze woont/woonde in Nieuwleusen. In juli 1947 was ze 16 jaren oud.
Janna Offerein is geboren op 15 augustus 1932 in Wapse. Zij is overleden op 12 april 2022 in Möppel. Zij was getrouwd met Jans Smidt. In juli 1947 was ze 14 jaren oud.
Aaltje Smidt is geboren op 12 augustus 1930 in Deever. Zij is overleden op 19 september 2020. Ze trouwde met Hendrik Offerein. Ze woonden in Deever. In juli 1947 was ze 16 jaren oud.
Janna Smit is geboren op 1 maart 1931 op Kalter’n. Zij trouwde met Jan Kappe. Zij woonde na haar trouwen in Oll’ndeever. In juli 1947 was ze 16 jaren oud.
De redactie is in de openbare bronnen nog op zoek naar (meer) gegevens van de dames die de rol van kobold speelden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan gegevens ?
De redactie verwijst naar enige berichten, die hij heeft geschreven over de uitvoering van het toneelstuk Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt). De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief klikke daartoe op het onderwerp Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt).

Henrik Ibsen behandelt in het toneelstuk Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) het leven van een eenvoudige boerenzoon, die alle denkbare avonturen beleeft voor hij als oude man terugkeert in zijn geboortestreek en sterft.
Het speelt zich af in de bergen van Noorwegen, tussen dorpelingen en kobolds, in Marokko, onder de Bedoeïenen, in een gekkenhuis in Kaïro en aan boord van een schip.
Als jonge man verleidt Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) een bruid op haar trouwdag, wordt verliefd op Solvejg, een jong meisje dat op de bruiloft is, en moet vluchten. Hij komt terecht bij de kobolds, en verwekt een kind bij de Groene Vrouw.
Dan bouwt hij een hut voor zichzelf in de bergen, waar Solvejg hem vindt en hem belooft dat ze altijd van hem zal houden. De kobolds komen hun rechten opeisen en weer moet Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) vluchten. Solvejg belooft op hem te wachten. Vele jaren later komt Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) terug in de hut om te sterven en vindt daar tot zijn vreugde Solvejg, die haar hele leven op hem gewacht heeft. Haar liefde verlost hem van zijn zonden en hij sterft in haar armen.

Afbeelding 1

Afbeelding 2
Dirk Theodorus (Theo) Rutgers speelde de rol van Peer Gynt;
Mevrouw Joop Veentra, de echtgenote van Dirk Theodorus (Theo) Rutgers, speede de rol van Solvejg.


Afbeelding 3
Dirk Theodorus (Theo) Rutgers is op 29 januari 1922 geboren in Leeuwarden als zoon van assistent-accountant Johannes Rutgers en Inne Rippen.


Afbeelding 4

Afbeelding 5

Posted in Alle Deeversen, Eup’mlogtspel, Henrik Ibsen, Peer Gynt | Leave a comment

De gedèènkplèète bee de Willemienebaarke

In het Algemeen Handelsblad van 8 september 1934 onder de rubriek Onderwijs verscheen het volgende artikel van de heer Jan Zuijderhoff over de studentenwerkkampen, die ondergebracht waren in de boerderij De Uilenhorst in de Olde Willem.
Staatschboschbeheer heeft de boerderij De Uilenhorst door de laatste jaren heen heel geleidelijk en stiekem aan gesloopt, nu staat ter plekke nog een tijdje een kleine ruïne. Het is de bedoeling van Staatschboschbeheer om op de cultuurgronden rond de langzaam verdwijnende boerderij cultuurnatureluur tot stand te brengen.
In het artikel beschrijft de verslaggever dat ter gelegenheid van de koninginnedag een eenzaam berkenboompje te wijden als Wilhelminaberk. Dus de grote vraag is of die Wilhelminaberk met gedenkplaat nog bestaat. 

Het Studenten-werkkamp
Hoe het er toegaat
Nut en genoegen van lichamelijken arbeid

De heer Jan Zuijderhoff schrijft ons:
Het Handelsblad is destijds zoo vriendelijk geweest de op schrift gestelde enthousiaste indrukken van mijn deelneming aan het Eerste Nederlandsche Studenten-Werkkamp (1931) op te nemen.
Werkzaamheden in de maatschappij verhinderden mij, deel te nemen aan een van de volgende kampen. Dit jaar kon ik mij gelukkig niet geheel onbetuigd laten en kon ik aan een zakenreis verbinden een dag en een nacht overblijven op het Studenten-Werkkamp.
Het kwam zoo uit dat ik niet eerder dan tegen het vallen van den avond den fietstocht van Assen naar Diever, onder welke gemeente ‘de Uylenhorst’ – de boerderij waarop het kampement van het Studenten-Werkkamp is gevestigd – kon aanvaarden. Ik had mij al voorbereid op een nacht onder den blooten hemel; het was trouwens een mooie nacht.
Toch was het een uitkomst, dat ik een tot binnengaan lokkend Amerikaansch uitziend  ‘restaurant’ aan den weg binnenging, omdat deze daad mij in aanraking bracht met den eigenaar, den heer Punter, die terstond zich bereid verklaarde den weg te wijzen.
Intusschen kwamen we toch, ondanks de hindernissen, nog eerder in het kamp dan ik dacht ! Hoe heerlijk vredig en fantastisch mooi in den maneschijn lag de eenzame boerderij van het Werkkamp midden in de hei !
Het was inmiddels bij elven geworden; zoodat de meeste kampers reeds ter stal waren gegaan in den letterlijken zin des woords. Maar daar mijn komst verwacht werd, was er in het woonlokaal – waartoe de dorschkamer was gepromoveerd, terwijl de zolder erboven als slaapruimte voor de meisjes was ingericht – toch nog eenig vertier te bekennen, oergezellig had men die woonruimte gemaakt.
De brandende groote kaarsen, die zoo maar in een waschblik geplant waren, gaven aan dit eenvoudige witgekalkte lokaal met simpele schragen en banken, een bijna heilige stemming. Wat dennegroen en de groote dubbele tochtdeur droegen intusschen zeker bij tot deze wondere stemming. Maar per slot was het werkkamp – waarvoor de deelnemers het pension tegen kostprijs betaalden, dus nog geld moesten toebetalen inplaats van loon te ontvangen – niet begonnen om ‘sfeer’, maar om kameraadschappelijken handenarbeid in de buitenlucht.
Om vijf uur werd reveille geblazen. En tegen half zes was het heele kampement buiten. Het was Koninginnedag, en zoo werd de dag begonnen met het plechtig hijschen van de driekleur in tegenwoordigheid van alle kampers en onder het zingen van het Wilhelmus. Na deze plechtigheid fietsten dé jongens naar het werk. De meisjes zorgden inmiddels voor het ontbijt, dat ze twee uur later op het werk zouden brengen om het daar gezamenlijk met de jongens te nuttigen.
Het werk bestond dan in het aanleggen van een weg door de hei. Een uiterst klein gedeelte van een groot werkverschaffings project van Staatsboschbeheer voerden de studenten uit. Men was bezig met behulp van kipkarren zand te verplaatsen om de goede niveauhoogte te verkrijgen.
Het werk werd na een poosje voor een half uur onderbroken voor het gemeenschappelijke ontbijt met de meisjes op het werk.
En omdat het nu juist Koninginnedag was, werd daarna de gelegenheid benut om een eenzaam berkenboompje op het nieuwe pad te wijden – een berkenboompje dat men bij het uitkappen van het dennenbosch, waardoorheen het pad gemaakt werd, met opzet had laten staan – als ‘Wilhelminaberk’. Mr. R. S. s’Jacob, de leider van de derde etappe van het kamp, sprak bij deze wijding eenige toepasselijke woorden.
De ‘kampma’, de studente Janna de Keijzer, onthulde de gedenkplaat. Daarop gingen de meisjes weer terug naar het kampement; de jongens werkten voort totdat de dagtaak van 7 uur volbracht was, sneller dan we dachten. Hoe kon het ook anders ? Men werkte kameraadschappelijk en zag langzaam maar zeker het werk vorderen. Ligt hierin niet een groote voldoening ?
Het werken was ook mij weer best bevallen. Het is wel geen geroutineerde vakarbeid, maar er schuilt een merkwaardige voldoening in dit soort handenarbeid in de buitenlucht, waarbij men bij het doorbreken van de zonnewarmte steeds meer kleeren uitdoet en ten slotte ten minste bij goed warm weer met ontbloot bovenlijf werkt. Men voelt op die oogenblikken, dat sport goed beschouwd een surrogaat is voor de natuurlijke behoefte aan lichamelijken arbeid in de buitenlucht.
Het speet mij dan ook echt, dat ik niet enkele dagen weer student onder de studenten kon zijn. Student op zijn best. Want in het Studenten Werkkamp kent men geen groote politiek en geen studentenpolitiek.
De studentenvereeniging ‘Studiosi Iuvare Delectamur’ en het Nederlandsch Comité van de International Student Service hebben het kamp op touw gezet.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

De journalist fietste van Assen naar Deever en vandaar via de Bosweg – met een tussenstop in Paviljoen Berkenheuvel – en de Olde Willemsweg naar ‘de Uilenhorst’ . Wel een flinke omweg, want hij had ook bij de Hoogersmilde die andere Bosweg af kunnen fietsen en dan de Olde Willemsweg kunnen nemen.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van berichten op papier is, kan het hiervoor weergegeven bericht  ook ten zeerste lezen op de bladzijden 13, 14, 15, 16 en 17 van Opraekelen 11/4 (december 2011), het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever.. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blad zijn of dat papieren blad bij iemand in kunnen zien.


Abracadabra-293

Posted in de Olde Willem, de Uilenhorst, Miet'n, Student'nwaarkkaamp | Leave a comment

Woar wol Ome Kees hen mit de gemiente Deever ?

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 7 mei 1949 verscheen een uitgebreid verslag van onder meer een gesprek met burgemeester Jan Cornelis Meiboom van de gemiente Deever over de naoorlogse vooruitzichten van de gemiente Deever en zijn bewoners.

Diever heeft perspectief, maar er moeten nog moeilijkheden overwonnen worden
Wanneer men op een mooie zonnige voorjaarsdag door Diever wandelt, dan voelt men als het ware de rust die er heerst en dan komt geen moment de gedachte naar voren dat men hier nu is in een gemeente, waar men ondergedompeld wordt in een bruisend en kolkend maatschappelijk leven. Dat is ook allerminst het geval. Rustige, vaak karakteristieke boerderijen, liggen langs de wegen en zelfs de dorpskern bestaat uit flinke boerderijen, terwijl daartussen een kleine doch actieve middenstand haar activiteit ontplooit.
Daarom is het in Diever prettig vertoeven en dat daarvan gretig gebruik gemaakt wordt. In de laatste jaren bewezen door de zeer vele aanvragen die uit het gehele land worden ontvangen, om in Diever de vacantie door te kunnen brengen, aanvragen overigens die lang niet alle kunnen worden ingewilligd, omdat daarvoor de accomodatie ten enen male ontbreekt. Diever is echter méér dan een bij vacantiegangers in trek zijnde gemeente, hoewel dit onderdeel werkelijk niet wordt verwaarloosd, wijl men weet, dat Diever als vacantieoord grote mogelijkheden heeft.
Diever is ook een echt Drentse gemeente, waar in het verleden hard is gewerkt en waar ook nu een nijvere bevolking woont, die er door gestaag werken voor zorgt dat de gemeente blijft op de plaats waar zij steeds gestaan heeft en waar ook haar plaats voor de toekomst is, namelijk in de eerste gelederen. Het is een agrarische gemeente bij uitstek en het streven van het gemeentebestuur is er dan ook op gericht, dat Diever dit blijft. Boer zijn in de eerste plaats, doch daarnaast volledige aandacht besteden aan de vreemdelingen-industrie, dat zijn de pijlers, waarop het gehele maatschappelijke leven in Diever rust.

Begiftigd met rijk natuurschoon
De oppervlakte van de gemeente Diever beslaat 7456 bunder, waarvan 3800 bunder in cultuur is gebracht, terwijl de rest bestaat uit bos en heide, zodat de gemeente op het gebied van natuurschoon rijk gezegeld is. Rond 1200 hectare is het landgoed Berkenheuvel groot, het landgoed, dat in het jaar 1857 werd gesticht. Het was eerst een kale heidevlakte, die alleen een grote bekoring had als de heide bloeide. Enige jaren later ging dit enorme complex over in handen van mr. A. C. van Daalen te Bennekom, die van de eens zo kale en dorre vlakte prachtige bossen maakte. Deze bossen vormen natuurlijk een zeer schoon gedeelte van de gemeente, doch daarnaast is in de loop der jaren een 900 bunder staatsbossen aangelegd, terwijl er nog rond 1300 bunder ongerepte heide is. Men kan er dus dagenlang dwalen zonder eenzelfde mooie plek tweemaal te bezoeken.
Dan is er nog de historische kerk, die vermoedelijk dateert uit de 12e of 13e eeuw en die in het jaar 1759 gedeeltelijk door brand werd verwoest en het oude schultehuis met z’n merkwaardig front, daterende uit den jare 1604, gerestaureerd in 1938-1939 en thans in gebruik als een combinatie van museum en dorpshuis.

Restauratie broodnodig
Wanneer men de toren van Diever zo volledig de gehele omgeving ziet beheersen en ook stofferen, dan moet het ons van het hart, dat men deze in Diever lelijk in verval heeft laten komen. De kerk is het eigendom van de Nederlands Hervormde gemeente, de toren behoort aan de burgerlijke gemeente, doch zowel de toren als de kerk hebben een grondige restauratie broodnodig. Men is het daarover trouwens in Diever wel eens, want er is reeds een groot gat in de toren, waar nog regelmatig stenen uitvallen, terwijl de kerk eveneens in een vervallen toestand verkeert. En dat is jammer, temeer omdat storm en regen in dezen vrij spel hebben en deze elementen stug aan de algehele verwoesting werken.
Toch kan Diever deze toren en kerk niet missen, waarbij wij het dan alleen maar van toeristisch standpunt willen bekijken, want in deze hechte dorpsgemeenschap behoort een historische, maar hechte kerk en toren. Daarom kan dan ook slechts gehoopt worden, dat de instanties die hiermede te maken hebben, elkander zullen weten te vinden, opdat deze bezienswaardigheid tot ln een verre toekomst blijft bestaan. Gelukkig is het zover, dat door de gemeente een bedrag op de begroting is uitgetrokken om plannen tot restauratie mogelijk te maken, zodat er dus enig schot in de zaak zit.

Ook gemeentehuis in verval
Ook het gemeentehuls is in verval en hiervan kan in geen enkel opzicht gezegd worden, dat het een representatief Huis der Gemeente is. We hadden dezer dagen in de burgemeesterskamer een gesprek met de heer J. C. Meyboom, burgemeester der gemeente, die vertelde ons, dat er wel besprekingen waren gevoerd over een nieuw gemeentehuis, doch dat reeds bij de voorbereidende besprekingen het nodiger werd geoordeeld een nieuwe school te bouwen dan een nieuw gemeentehuls, omdat het nu eenmaal belangrijker is, dat 120 schoolkinderen dagelijks volledig profiteren van licht, lucht en zon, dan dat 12 ambtenaren ruime en mooie bureaux hebben.
Een standpunt dat volledig te waarderen zou zijn, indien de gemeente beschikte over een gemeentehuis, dat ook maar even de toets der kritiek zou kunnen doorstaan. Dat is evenwel in genen dele het geval en het. sprekendste bewijs daarvan is wel de kamer van de burgemeester. Oud en vervallen is het enige wat men er van kan zeggen en om bijvoorbeeld even in details te treden, er is geen vierkante meter goed behang meer te vinden. Het wemelt van de muizengaten en wanneer de burgemeester een aan de wand hangend portret van een zijner voorgangers oplicht, ontdekken we zelfs een compleet muizennest.
En hier moeten de paartjes worden ontvangen, die door de ambtenaar van de burgerlijke stand in de echt worden verbonden. Een raadszaal heeft de gemeente Diever niet. De raad vergadert altijd des avonds ter secretarie als de ambtenaren naar huis zijn.
Ook in dit opzicht is men in Diever overtuigd van het feit, dat er verbetering dient te komen, doch de eindjes moeten aan elkander kunnen worden geknoopt en het gaat nu eenmaal niet aan de gelden, waarover de gemeente heeft te beschikken, tweemaal uit te geven. We hebben nu pas weer voorzieningen voor de brandweer getroffen, aldus de burgemeester, die onze verbaasde blikken natuurlijk opmerkte, en men kan toch niet zeggen, dat dat niet nodig is. Natuurlijk, dat is óók nodig en het is ook nodig, dat de schoolkinderen hun lessen in een uitstekend geoutilleerd schoolgebouw ontvangen. Dit houdt evenwel niet in, dat een representatief Huis der Gemeente niet nodig zou zijn.

Hadden we 80 woningen…
De ontboezeming over kerk, toren en gemeentehuis moest ons van het hart, doch we waren daardoor terecht gekomen bij een onderwerp, dat prettiger stof tot praten bood, namelijk de activiteit inzake de woningbouw. Sinds de bevrijding zijn in Diever namelijk 25 woningen verrezen, die alle bewoond zijn of binnen enige weken bewoond zullen worden, doch dat is nodig ook, aldus de burgemeester, want we hebben hier nog ongeveer 80 gevallen van ontoelaatbare samenwoning, hetgeen overigens niet wil zeggen, dat dit allemaal gedwongen samenwoningen zijn. Er is hier een bepaalde traditie dat kinderen bij de ouders „in trouwen”, doch wanneer we die meerekenen, dan zouden we toch aan een tachtig woningen voldoende hebben om te kunnen zeggen, dat Diever het woninggebrek volkomen onder de knie heeft. En het bouwvolume voor 1949 bestaat uit 9 woningen.
Het is ook prettig te vernemen, dat Diever niet heeft te kampen met een arbeidersoverschot, hoewel dit in de toekomst wel verwacht wordt. Er bestaat reeds een geregeld contact met de DETI, want het gemeentebestuur heeft er geen enkel bezwaar tegen indien in Diever enkele industrieën zouden worden gevestigd. In het uitbreidingsplan is daarvoor een complex ter grootte van vijf hectare gereserveerd te Dieverbrug, waar ook reeds een meubelfabriek is verrezen, waar een 30-tal arbeiders geregeld werk vindt. Overigens bezit de gemeente geen industrieën, uitgezonderd dan de beide zuivelfabrieken te Wapse en te Diever, die recpectievelijk in 1897 en 1899 tot stand kwamen als handkrachtfabriekjes. Het zijn inmiddels flinke bedrijven geworden (Diever bijvoorbeeld heeft 190 leden en verwerkte verleden jaar 3.300.000 kg. melk, Wapse heeft 220 leden en verwerkte 3.600.000 kg. melk), die evenwel veel hinder ondervinden van de slechte kwaliteit water, die men in Diever vindt.

Een groot probleem
Want de watergeschiedenis vormt een groot probleem voor de gehele gemeente, omdat het water van zeer slechte kwaliteit is. Het is namelijk bijzonder agressief ten opzichte van lood en er hebben zich in deze gemeente dan ook vrij veel gevallen van loodvergiftiging voorgedaan. De gehele gemeente Diever behoort tot het concessiegebied van de N.V. Waterleidingmaatschappij Overijssel en men weet reeds wat dit zeggen wil, omdat we de hierdoor ontstane toestand ook reeds elders hebben gehoord en beschreven. Toch moet hier van een onhoudbare toestand worden gesproken, want de aangrenzende gemeenten Vledder en Havelte (Wapserveen) zijn aangesloten op het net van de Waterleidingmaatschappij Overijssel terwijl Smilde binnen afzienbare tijd van goed leidingwater wordt voorzien door de Waterleiding Maatschappij Drenthe. Diever ligt er dan dus tussen als een soort enclave. Wij schijnen te moeten wachten op de watertoren, die te Ruinen zal verrijzen zo verzuchtte de burgemeester, niettegenstaande ook de bevolking er van overtuigd is, dat Diever goed leidingwater, zowel voor mens als voor dier, bitter nodig heeft. De beide zuivelfabrieken zijn uitstekend ingericht, maar zij hebben wat de kwaliteit van de producten betreft, toch wel heel erg te kampen met de slechte kwaliteit van het water. Opgemerkt zij nog, dat Diever rond 400 aansluitbare percelen heeft.

Vrijwilligers voor
De gemeente is trots op haar zwembad, niet alleen omdat dit in een grote behoefte voorziet, doch ook door de wijze waarop dit schitterend te midden der bossen gelegen bad tot stand is gekomen. Dat is geweest in het begin van de bezetting toen er elke avond een groot aantal vrijwilligers de schop opnam om ten behoeve van het aan te leggen zwembad graafwerk te verrichten. Als er honderd gravers waren dan waren er weinig, kwamen er tweehonderd op, dan zei men in Diever dat er een behoorlijke opkomst was. Des daags werkten de “beroepsarbeiders”, des avonds de “amateurs” en zodoende is het zwembad, dat in warme seizoenen een tienduizendtal bezoekers weet te trekken, dan ook in korte tijd tot stand gekomen.

Openluchttheater
Toen in de winter 1945-1946 zich in Diever de heer L. D. Broekema als arts vestigde, heeft men in die gemeente niet kunnen bevroeden dat als gevolg daarvan Diever nog eens bekendheid zou genieten door zijn openluchtspelen. En toch is dat het geval geweest.
Immers de toneelvereniging Diever lag ten gevolge van de bezetting zieltogend terneer, hetgeen dokter Broekema ter ore kwam. Hij had op amateurtoneelgebied zijn sporen verdiend en toen de dokter medewerking verleende, kon in datzelfde seizoen nog het toneelstuk van Jan Fabricius “De verdwenen ring” worden gespeeld.
Het gevolg daarvan is geweest dat men dit toneel-amateurisme niet weer wilde loslaten en het zijn mevrouw N. Meyboom-Velthuis en de heren Broekema en A. Andreae geweest, die de toneelvereniging nieuw leven hebben ingeblazen. De Oranjevereniging van Diever riep voor het koninginnefeest 1946 de hulp in van het driemanschap en toen heeft men gezegd: wij brengen een openluchtspel. Gebracht werd in dat seizoen “Midzomernachtsdroom” van Shakespeare en dat is eigenlijk een overrompelend succes geworden voor hen, die hiervoor al hun krachten gaven. Er was veel publiek, er werd goed gespeeld en het besluit was reeds genomen, namelijk we gaan er mee door.
In het zomerseizoen 1947 werd hetzelfde werk vier maal gebracht met steeds groter succes. Er kon dat seizoen een zeer behoorlijk saldo worden geboekt en daarvan is in 1948 een openluchttheater gebouwd dat zo schitterend te midden der bossen is gelegen. Momenteel is Peer Gynt in studie, waarvan vier voorstellingen in de maanden juni en juli op het programma staan.
Vast staat, aldus de burgemeester Meyboom, dat dit werk nu staat en valt met dokter Broekema. Wellicht dat dit over enige jaren anders zal zijn, maar nu nog niet. Dokter Broekema heeft een goede speelgroep gevormd, maar de vereniging telt maar dertig leden. Peer Gynt vraagt toch veel meer acteurs en actrices, burgemeester ? Ja, maar daarvoor doen we dan een beroep op de bevolking en we willen gaarne erkennen, dat we over medewerking niet te klagen hebben. Anders konden we trouwens dergelijke werken ook onmogelijk opvoeren.
Een grote moeilijkheid wordt nog gevormd door het vervoer van de personen, maar wellicht dat de momenteel gevoerde besprekingen daarvoor een oplossing brengen. U moet niet vergeten dat ons openluchttheater plaats biedt aan duizend personen, en om dit aantal aan en af te voeren valt werkelijk niet mee.

Gezocht oord
Ook overigens is Diever een gezocht oord, want er werden in het verleden steeds veel concoursen en dergelijke gehouden van muziek- en zangverenigingen. Ook dit jaar zal zulks weer het geval zijn ter gelegenheid van het zilveren jubileum der plaatselijke muziekvereniging. Het bestuur hiervan heeft het aangedurfd dit jubileum te vieren met een federatief concours, waarvoor zelfs verenigingen uit de vaandelafdeling hun medewerking hebben toegezegd.
Door de aanwezigheid van een zwembad staat de zwemsport natuurlijk ook in het brandpunt der belangstelling en zo zal op de tweede Pinksterdag de zwemclub uit Apeldoorn de strijd aanbinden met de Dieverse zwemmers en zwemsters, terwijl voorts demonstraties zullen worden gegeven.
Men ziet het, de zaak wordt in Diever goed aangepakt, doch dit is ook een gevolg van het levendige en gevarieerde verenigingsleven dat Diever kent. Verschillende verenigingen van sociaal belang hebben hun vleugels over de gehele gemeente uitgespreid, zodat alle dorpen en gehuchten worden bewerkt. Het culturele en sportleven trekt echter gescheiden op. Diever en Wapse, die bijvoorbeeld ook beide een zuivelfabriek hebben, bezitten beide ook bloeiende muziek-, zang-, toneel- en sportverenigingen. Beide dorpen zijn Drentse gemeenschappen in de beste zin van het woord; Diever, gelegen om de brink, Wapse, waar de woningboerderijen rond de es zijn verrezen. Er zijn al eens plannen geopperd tussen de beide zuivelfabrieken een fusie tot stand te brengen, doch dat voornemen is nimmer doorgevoerd kunnen worden.

Rijksdienst voor het Nationale Plan
In Uw buurgemeente Dwingeloo is men ernstig verontrust burgemeester over de plannen van de Rijksdienst voor het Nationale Plan. Hoe staat men daar in Diever tegenover? De plannen van deze Rijksdienst omvatten voor de gemeente Diever weinig cultuurgrond, aldus luidde het antwoord van burgemeester Meyboom. Het is natuurlijk abnormaal, dat de eigenaren der gronden niet kunnen meepraten, maar het is voor mij zeer de vraag, of zulks niet alsnog gebeurt. Ik neem eigenlijk aan, dat de eigenaren nog wel een stem in het kapittel krijgen of dat in ieder geval de landbouworganisaties worden ingeschakeld.
In Diever betreft het echter verreweg voor het grootste deel bos en gronden die niet voor ontginning in aanmerking komen. Kunnen we dit ter geruststelling van de ingezetenen van Diever mededelen, burgemeester ? Ja zeker. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen enkel stukje cultuurgrond onder valt, maar in het raam van het geheel is dat toch zeer miniem. Diever is een gemeente, die op verschillend gebied nog zeer veel mogelijkheden biedt, speciaal op het gebied der vreemdelingen-industrie. Er is een volijverige Vereniging voor Vreemdelingenverkeer, doch de pensionlijst die telkenjare wordt aangelegd, is lang niet voldoende om aan alle aanvragen te voldoen. Op agrarisch gebied bestaat er evenwel geen enkele rem en of hinderpaal en de Diever boeren weten de mogelijkheden die de bedrijven bieden, uitnemend uit te bulten. Volhouden op agrarisch gebied en nog iets meer medewerking voor het ontvangen van de vele gasten, en Diever kan de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.

Het wapen van Diever
Diever: hoofdplaats van het Dieverder dingspil, Méér dan de andere vijf dingspilhoofdplaatsen draagt het huidige dorp nog het kenmerk van zijn groot verleden door de aanwezigheid van het zo fraaie “schultehuis”.
Het wapen der familie Ketel: een blauwe dwarsbalk op een zilveren (wit) veld is in steen boven de deur aangebracht en ernstig is overwogen om dit blazoen in het gemeentewapen op te nemen, omdat van 1595 tot 1737 telkens een lid van dit geslacht schulte van Diever is geweest.
Tenslotte is hier echter van afgezien, omdat het Dieverder dingspil een lengtemaat, de roede heeft gekend, die 16 voeten telde, terwijl in alle andere dingspillen met een roede van slechts 14 voeten werd gerekend.
Deze specifiek Dieverse eigenaardigheid leende zich prachtig tot verwerking in het wapen en wel door er een verticale streep (een zogenaamde paal) in aan te brengen, die in zestien stukjes verdeeld is.
De verdere motieven van het Dieverder wapen zijn ontleend, zowel aan de alleroudste als aan de jongste geschiedenis. Aan de oudste geschiedenis is het potje ontleend dat in een bovenhoek van het wapen is geplaatst. Het is van een vorm die alleen de bouwers der hunebedden in Nederland hebben toegepast en in de wetenschap staat het bekend als kraaghals- of kranenflesje. Dit is gedaan, omdat de Dieverder hunebedden wetenschappelijk zeer belangrijke gegevens hebben opgeleverd, waardoor onder meer is komen vast te staan, dat het volk dat deze monumenten naliet, Drenthe langs de Hondsrug, vanuit het Zuiden is binnengekomen en later naar het zuidwesten in de richting der Veluwe weer heeft verlaten.
Het symbool uit de jongste geschiedenis herkent ieder, het is het esdoornblad, dat als maple-leaf in Nederland zo populair is geworden. Het is een herinnering aan de episode der bevrijding, waarbij 10 slachtoffers in Diever zelf vielen voor het executiepeloton der Duitsers en waarbijverder te Dieverbrug een glorierijke bladzijde in de Drentse geschiedenis werd geschreven, toen vrijwilligers onder leiding van de opzichter der Rijkswaterstaat R. Koers een brug over de Hoofdvaart bouwden, nagenoeg onder de ogen der Duitsers, waardoor de bevrijding van Zuid-WestDrenthe, Noord-Overijssel en geheel Friesland meer dan 3 volle dagen vervroegd kon worden.
Het wapen heeft, wat kleur betreft, een merkwaardigheid die geen enkel ander Nederlands gemeentewapen kan aanwijzen: het schild is namelijk bedekt met “bont” en wel “hermelijn”. Dit wordt in de wapenkunde voorgesteld met een witte kleur, op regelmatige wijze bedekt met kruisvormige zwarte figuurtjes, die de hermelijnstaartjes voorstellen. Het wapen ziet er nu aldus uit: een hermelijnen schild, in het midden bedekt met een wit-rood gekleurde “paal” met zestien vakjes, links boven staat naast die paal een rood kraaghalsflesje en rechts onder een rood esdoornblad. Op de gebruikelijke wijze is het schild ter versiering met een gouden kroon gedekt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie begrijpt niet waar burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond ome Kees of slimme Keer werd genoemd) het in de paragraaf ‘een groot probleem’ het met loodvergiftiging als gevolg van vervuild water over heeft.
Pas op 15 mei 1957 bereikte de waterleiding ut dörp Deever en kon voor het eerst leidingwater in Deever worden getapt. Voorheen stond in huizen een handpomp, waarmee water ‘uut de welle’  werd opgepompt.

Posted in Gemiente Deever, Peer Gynt | Leave a comment

Ut saandstien’n beeltie De Oele in Singelier

Als je aan een groot aantal mensen, die vandaag de dag in Deever woont, de vraag zou stellen waar de Oele is gebleven en wat Singelier betekent, dan zal zeker bijna honderd procent van de ondervraagden deze vragen negatief beantwoorden, laat staan dat ze op de hoogte zijn van het bestaan van de Oele.

De Oele
De Oele is een zandstenen beeldhouwwerkje dat hoog in de voorgevel van de legere skoele an de Tusschendarp in Deever was ingemetseld. Dit is te zien op de hier afgebeelde foto van een gekleurde pentekening van deze school, die de redactie van ut Deevers Achief heeft gemaakt op op 23 oktober 2012. Zie afbeelding 1. Deze pentekening hangt in de openbare basisschool met de naam Singelier in Deever. De redactie van ut Deevers Archief heeft op donderdag 25 september 1997 een kleurenfoto van de voorgevel van de legere skoele an de Tusschendarp in Deever gemaakt; zie afbeelding 2.

Het beeld de Oele is bij de afbraak van de lagere school gelukkig niet gestolen, ook niet met het bouw- en sloopafval afgevoerd naar een puinbrekerij, ook niet voor veel geld aan een liefhebber verpatst, maar dankzij de inspanning van vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, in het bijzonder wijlen Bram Moesker, behouden gebleven. Het zandstenen beeldhouwwerkje is echter in een periode van meer dan een halve eeuw door weer en wind en zon en zure regen en ammoniak en stikstof en fijnstof en walm en rook uit de schoorsteen wel aangetast. De redactie heeft van het zandstenen beeldhouwwerkje op 25 september 1997 een kleurenfoto gemaakt. Zie afbeelding 3.

Wijlen Bram Moesker heeft het zandstenen beeldje na een grondige schoonmaakbeurt in de kerstvakantie van het jaar 2000 binnen de openbare lagere school met de bijzondere naam De Singelier in een muur ingemetseld. Het hangt bij de hoofdingang boven een grote groene met strooizout gevulde groenafvalcontainer. De redactie van ut Deevers Archief heeft op 23 oktober 2012 een kleurenfoto van het beeld de Oele gemaakt. Zie afbeelding 4.

Zie in afbeelding 5 het bericht ‘Stenen uil vindt warm nest in Singelier’ in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 29 december 2000.

De Oele wordt in veel culturen beschouwd als teken van wijsheid. Ook voor de oude Grieken was de uil het symbool van wijsheid. De Griekse godin van de wijsheid Pallas Athena benoemde de uil tot vogel van de wijsheid. Waar een mens in de duisternis rondtast, neemt de Oele met zijn scherpe gezichtsvermogen alles waar. Gelukkig zag de maker van dit beeldhouwwerkje daar de betrekkelijkheid wel van in, want al houwend beeldde hij de Oele met zijn tenen met grote scherpe grijpklauwen op de rand van een opengeslagen boek uit. Want ook een opengeslagen boek is als een teken van wijsheid te beschouwen. De grote vraag is natuurlijk: wie is de maker van het beeldhouwwerkje de Oele ?

Als je aan Deeversen, die jarenlang dagelijks langs de Oele aan de voorgevel van de lagere school an de Tusschendarp liepen of fietsten en soms ook wel naar de Oele zullen hebben gekeken, zou vragen of ze weten dat de Oele op het opengeslagen boek van de wijsheid zit, dan zullen de meesten die vraag met nee beantwoorden. Kijken, maar niet zien. Kijken, maar niet waarnemen.

Singelier
De Oele hangt in de openbare basisschool met de naam Singelier in Deever. Singelier is een woord in het Deeverse dialect, dat een verbastering, zeg maar vurdeeverdisering, is van het Nederlandse woord singulier, wat afwijkend, bijzonder of apart betekent. Het Deeverse dialect behoort tot de verzameling van Stellingswerfse dialecten. Het woord singelier is ook bij olde Deeversen in onbruik geraakt. De vraag is zelfs of de olde Deeversen dat woord wel ooit hebben gebruikt. De redactie kan zich niet herinneren dat zijn ouders of zijn ooms en tantes dat woord ooit hebben gebruikt. De redactie van ut Deevers Archief kan zich niet herinneren dat hij dit woord ooit zelf heeft gebruikt. Het Deeverse dialect kan exotische woorden, zoals singelier, missen als kiespijn.

Het openbare lagere onderwijs in Deever werd eerst gegeven op een plaats in de hervormde kerk, daarna op een andere plaats in de hervormde kerk, daarna in een tot school verbouwde oude boerderij aan de brink, daarna in een nieuw gebouwde school an de Heufdstroate, daarna in een nieuw gebouwde school an de Tusschendarp en nu in de nieuw gebouwde school op de Westeresch.

Voor zo lang het zal duren, want op termijn zullen de drie basisscholen in Deever en in Wapse worden samengevoegd tot één brede basisschool, die na de sluiting van het krimpende Westeresch-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Esch uut Möppel, zal worden gevestigd in het dan vrijkomende schoolgebouw.

Afbeelding 1 – Foto van een tekening van de voorgevel van de legere skoele an de Tusschendarp 1 in Deever.

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief, 25 september 1997, alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 3 – (© Ut Deevers Archief, alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 4 – (© Ut Deevers Archief, 23 oktober 2012, alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 5 – Bericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 29 december 2000. Aan de linkerkant staat wijlen Bram Moesker. Aan de rechterkant staat schoolmeester Frits Knol.  

Posted in Beeld, Kuunst, Legere skoele in Deever, Tiekening | Reacties uitgeschakeld voor Ut saandstien’n beeltie De Oele in Singelier

Ut lege model Simon van de Sphinx uut Maastrigt

De megalomane burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd Ome Kees werd genoemd, mensen die een hekel aan hem hadden noemden hem Slimme Kees) bemoeide zich in 1957 ten zeerste en tot het uiterste en tot in het pietluttigste met de peperdure inrichting van het nieuwe gemeentehuis van de armlastige gemiente Deever an de brink van Deever. En tot die inrichting behoorde volgens burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd Ome Kees werd genoemd, mensen die een hekel aan hem hadden noemden hem Slimme Kees) ook een chique galaservies met gemeentewapen van Petrus Regout en Compagnons uit Maastricht.

De redactie van ut Deevers Archief citeert uit het papieren blad Opraekelen 09/3 (september 2009) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, de eigen woorden van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd Ome Kees werd genoemd, mensen die een hekel aan hem hadden noemden hem Slimme Kees) over het gemeentelijke galaservies:
In de kasten staan kopjes, schoteltjes, koffiekannen, theepotten, suikerpotten, melkkannetjes, koekborden, en gebakschoteltjes opgeborgen. Wat, zo dacht ik, wat is nu gemakkelijker dan kopjes voor het gemeentehuis te kopen. Ja, dat had u gedacht.
Wat wilt u: een hoog of een laag model ? Het moet geschikt zijn zowel voor koffie als voor thee. Na veel keuren werd het model Simon laag van de Sphinx te Maastricht.
Wilt u het gemeentewapen op het kopje en op het schoteltje ? Neen, alleen op het kopje, want op het schoteltje ligt al een lepeltje met het gemeentewapen.
Moet er ook een haarlijntje op ? Hè, wat is dat ? Het dunne gekleurde randje om kopje of schoteltje. Ja, wel een haarlijntje. Accoord.
Welke kleur moet het aardewerk hebben ? En het haarlijntje ? Weer zoeken en keuren. Tenslotte wordt het crème met rood. Natuurlijk hadden we er veel te laat aan gedacht om dit servies te bestellen. Binnen de door ons gestelde levertijd was het crème met rood niet, maar het wit met rood wel te leveren. Weer overleg plegen ! Met wie ? Natuurlijk met mijn vrouw, terwijl ook de secretaris haastig zijn huis opbelt. Beslissing: crème met wit, want bij de opening van het gemeentehuis moet het spul toch in orde zijn ! Voelt u in hoeveel nesten je je als man kunt steken !

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het komt de redactie voor dat uiteindelijk het servies niet crème met wit, maar wit met rood is geworden.
Het komt de redactie voor dat uiteindelijk het gemeentewapen ook op de schoteltjes is aangebracht.

Posted in Deeverse prullaria, Gemiente Deever | Leave a comment

Ik steule bee disse aksie un sölver’n theelepeltie

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde in 2002, in nummer 02/1 van Opraekelen, het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, het volgende artikel ‘Maurice Domingo was één van de parachutisten’ voor de Deeversen met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever.
In de nacht van 7 op 8 april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice Domingo deel van uitmaakte boven Drente gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij het gesticht Armenwerkhuis, in de buurt van de Ossekoele an de Grönnegerweg bee Deever.
De geharde Franse parachutist is zich wel bewust geweest van de bijdrage van Geesje (die zichzelf Gees noemde) Schoemaker, de dochter van postkantoorhouder Lambert Schoemaker, aan de acties van de Franse parachutisten in en bee Deever.
Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. See is op donderdag 15 augustus 2013 vanuut de kaarke an de brink begreu’m op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.

Maurice Domingo was één van de parachutisten
In maart 1999 kwam op het postkantoor van Deever een pakje aan met als adres: Madame La Postière de Diever. Postière en 1945. Hollande. Het pakje bleek bestemd te zijn voor de in Den Helder wonende mevrouw Geesje van der Werf-Schoemaker, dochter van Lambert Schoemaker, die in de Tweede Wereldoorlog de postkantoorhouder van Deever was. Zij zat toen in het verzet in Diever. Het pakje bevatte een document, waarin Maurice Domingo herinneringen ophaalt aan de Tweede Wereldoorlog. Bij de geallieerde operatie ‘Amherst’ zat hij in de eenheid onder leiding van luitenant Edgard Thomé die bij Deever landde. Onderstaand artikel is een samenvatting van het door mevrouw Karin Broekema uit het Frans vertaalde document ‘Iedere ontvluchte van Frankrijk heeft zijn verhaal’.

Maurice Domingo werd geboren op 19 mei 1921 in Narbonne in Frankrijk. Hij was een zoon van Spaanse ouders, maar had de Franse nationaliteit. Hij vervulde zijn dienstplicht in het Franse leger. Maurice was pas vijftien jaar oud, als hij in 1936 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog meehielp met het vervoer van voedsel en wapens naar de strijders tegen de fascist Franco. Een keer werd een vrachtwagen aangevallen door aanhangers van Franco. Hij en de chauffeur werden gedwongen om de geladen vrachtwagen achter te laten. In 1942 sloot hij zich in Narbonne aan bij de eerste vormen van verzet. Hij bracht dienstweigeraars van Narbonne via Perpignan naar de Spaanse grens, vanwaar ze verder trokken naar Engeland om te gaan vechten tegen de Duitsers. Op één van die tochten werd hij in 1943 gearresteerd. Maurice zat vier en een halve maande gevangen in Barcelona in Spanje. Ook werd hij door de Gestapo in Narbonne gearresteerd en in een treinwagon op transport gezet naar Duitsland, maar hij wist onderweg te ontsnappen.

De Engelse consul vroeg hem naar Engeland te komen om vandaar naar Afrika te vertrekken. Maurice vertrok via Spanje naar Engeland en nam dienst in het derde regiment van de Special Air Service (S.A.S.). In Engeland maakte hij zijn eerste oefensprong als parachutist uit een heteluchtballon. Op 1 januari 1944 liet Maurice Domingo in Londen op verzoek van een legeraalmoezenier zijn eerste testament opmaken. Het luidde: “Ik schenk mijn leven aan Frankrijk.”

In 1944 werd Maurice voor het eerst gedropt. Dat gebeurde boven Bretagne in Frankrijk. Hij kwam alleen neer in het dorpje Andivisiau. Hij voegde zich daar bij de verzetstrijders. Hij gaf deze raad en leerde hen hoe met Engelse wapens om te gaan. Maurice heeft daar ook een brug en een spoorweg opgeblazen. Toen de geallieerden in Bretagne arriveerden voegde hij zich weer bij het derde regiment van de SAS.

De volgende opdracht waaraan Maurice deelnam, was een dropping, zijn tweede, boven de Franse Jura. De parachutisten moesten eerst verzetstrijders in het fort Homon bevrijden. Vervolgens moesten zij het leger van generaal de Lattre helpen. Dit leger was in de Provence aan land gekomen. De officieren van generaal de Lattre hadden behoefte aan informatie over de plaats waar de zware pantservoertuigen van de vijand zich bevonden. De parachutisten staken enkele nachten achter elkaar de linies over om uit te zoeken waar deze wapens waren. Dat gebeurde tussen bombardementen door die om de drie minuten een paar minuten stopten. In Clerval in de Jura hebben de parachutisten een lange nacht zwaar gevochten met de Duitsers. Maurice Domingo was gedurende dat hele verschrikkelijke en bloedige gevecht aanwezig. Er vielen doden en gewonden en alles stond in brand, maar de parachutisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. Zij hadden de route vrijgemaakt voor het leger van generaal de Lattre, dat in de ochtend arriveerde.

In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij Diever. Volgens Maurice hebben ze in Diever en omgeving vier opdrachten uitgevoerd, namelijk de burgemeester van Diever kidnappen, de belangrijkste route blokkeren, een vliegveld aanvallen en een uitkijktoren bezetten en in het kanaal schuiten aanvallen, die het front van explosieven voorzagen.
Het eerste wat de luchtcommando’s in Diever deden was de burgemeester gevangen nemen. Maurice schrijft hierover: “De burgemeester van Diever werd door mij gevangen genomen. Hij was net een kop koffie aan het drinken. Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen. Deze lepel heb ik nog steeds in mijn bezit. Wij hebben de burgemeester aan de autoriteiten overgebracht.”

Maurice Domingo moest schuiten van de Duitsers in de Drentsche Hoofdvaart saboteren. Dat gebeurde bij slecht weer. Maurice schrijft: “We hebben de hele nacht in de regen gewacht op die rotschuiten !” Die schuiten zaten vol met explosieven. Door een explosie op een van de schuiten raakte Maurice gewond. Hij werd naar de eerste divisie van het Canadese leger gebracht. Hij verbleef daarna enige tijd in Schotland om te herstellen.

Terugdenkend aan zijn dropping in Drenthe schrijft Maurice: “Het slagen van onze opdracht in Drenthe is te danken aan de postbeambte van Diever, die ons naar verschillende locaties in Diever heeft gebracht.”

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De Franse Union Nationale de Parachutistes besteedde op 6 juni 2006 in haar blad aandacht aan Maurice Domingo:
Parachuté dans la nuit du 7/4/45 dans la région de Diever (Frisseland) a participé à toutes les attaques de la section et a notamment contribué par son sang froid à l’immobilisation puis à l’attaque et à la destruction d’un remorqueur chargé d’explosifs. Pour cette action la croix de guerre commémorative avec boucle “Krijg te land 1940-1945” lui sera décernée par la Reine Juliana le 2 janvier 1951. Maurice Domingo rejoindra la France le 23 avril 1945 et sera démobilisé le 10 septembre de la même année. Il est nommé sergent chef de réserve le 1° janvier 1946.

Met de postbeambte wordt Geesje Schoemaker bedoeld.
Mau
rice Domingo werd op 2 januari 1951 door koningin Juliana onderscheiden met het Oorlogsherinneringskruis met de gesp Krijg te land 1940-1945.

Posted in Aar'mhuus, Café Balsma, Fraanse parachutist, Geese Schoemaker, N.S.B.'er, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Lest we forget – Opdat wee ut neet vugeet

Op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever bevinden zich zeven oorlogsgraven van het Gemenebest. Hier liggen begraven de zeven bemanningsleden van een geallieerde bommenwerper- zes Canadezen en een Engelsman- die zijn gesneuveld op 22 november 1943, toen hun Halifax bommenwerper werd neergeschoten in de Olde Willem.
In een serie ansichtkaarten met als onderwerp ‘World War II Heroes – Lest we forget’ is van deze zeven oorlogsgraven bijgaand afgebeelde ansichtkaart uitgegeven, Het is jammer dat de tekst op de grafstenen niet leesbaar is.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst gemakshalve naar de betreffende gegevens in de webstee Tracesofwar.com.
De Engelse term ‘lest we forget’ in de linker bovenhoek van de ansichtkaart betekent in ut Deevers ‘opdat wee ut neet vugeet’, in het Nederlands ‘opdat wij het niet vergeten’. Dat is een mooi thema voor de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei.
Het is bij de redactie van ut Deevers Archief niet bekend wanneer en door wie de foto voor deze ansichtkaart is gemaakt. Wie van de zeer geachte bezoekers van ut Deevers Archief het wel weet, die mag het natuurlijk zeggen.

Bij de eerste naoorlogse dodenherdenking sprak Albert Wiglema, de plaatselijke commandant van de Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten de volgende woorden.
Aanwezigen
Het is mij een eer als plaatselijk commandant van de binnenlandsche strijdkrachten enkele woorden te spreken bij het graf van hen die vielen voor hun vaderland, maar bovendien ook voor ons vaderland hun leven lieten.
Toen in 1940 de Duitsche overweldiger ons vaderland vertrapte, leek het voor ons Nederlanders een hopelooze toestand. Maar dank zij de hulp onzer geallieerde bondgenooten, die na 1940 dag en nacht arbeidden om het monster der verdrukking neer te slaan, zijn wij thans op deze dag vereenigd om de bevrijding van ons vaderland te herdenken.
Wij voelen ons dan ook verplicht aan de groeve van hen die thans op de begraafplaats van ons dorp hun laatste rustplaats vonden een eresaluut te brengen voor alles wat zij voor de goede zaak hebben geleden en gestreden.
Ver van familie, vrienden en bekenden rusten zij thans in vrede op dezelfde begraafplaats waar uit ons dorp velen als slachtoffer van de Duitsche terreur een zelfde rustplaats vonden.
Namens de Binnenlandsche Strijdkrachten:
Vrienden van overzee, uw nagedachtenis zal eeuwig bij ons in dankbare herinnering blijven.   

Abracadabra-1281

Posted in Ansigtkoate, Canadees’n, de Olde Willem, Kaarkhof an de Grönnegerweg, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Slimme Kees drok Deever de ‘cultuur’ deur de strotte

In de krant De Telegraaf verscheen op 14 november 1964 het navolgende in wij-vorm geschreven bericht over de culturele weerstand van de Deeverse bevolking tegen het culturele openluchtspel in het culturele openluchttheater an de Heezeresch bee Deever en de culturele cultuurzolder van burgemeester Ome Kees (vaak ook Slimme Kees genoemd) in het gemeentehuis aan de brink van Deever.

Caféhouder Doorten en velen met hem: Diever wil liever niet cultureel zijn
In het centrum van Diever stonden deze week twee paarden met elkaar te praten. Er liep maar een heel smal asfaltstraatje tussen hun weilanden, dus ze hoefden elkaar niet te beschreeuwen. Toen we er aan kwamen trokken ze hun hoofden even terug om ons te laten passeren, en daarna hervatten ze hun gesprek.
Je zag weinig mensen op straat. Af en toe passeerde een boerin in overall op de fiets met een kind achterop, en in de buurt van het nieuwe postkantoor stonden een stuk of wat schoolkinderen zich te vergapen aan twee landmeters die onbegrijpelijke dingen deden met een verrekijker op pootje.
Een kleine auto toeterde bij de benzinepomp van smid Kloeze, die zich aan het omscholen is tot garagehouder. Verderop, op de brink, stond één geparkeerde auto. Een vrouw veegde de herfstbladeren weg op de stoep van het gemeentemuseum en in het nieuwe raadhuis, daar recht tegenover, zaten burgemeester en wethouders te vergaderen. De klok in het café naast het raadhuis stond stil.
Eerste indruk van Diever: als je rust nodig hebt, dan moet je dáár heen gaan.

Een mens kan zich vergissen
Buiten de dorpskern zie je een handjevol kostbare bungalows en veel kleine, soms wat vervallen boerenhuisjes. Bossen en weilanden en akkers, waar hier en daar een boer bezig is zijn bietenoogst binnen te halen. De wegen zijn doodstil. Bij het plaatselijke hunebed staat een oude man. Hij knikt goeiemiddag, maar hij zegt geen woord.
Tweede indruk van Diever: als je rust nodig hebt, dan moet je dáár heen gaan.
Maar een mens kan zich vergissen. In het stille Drentse Shakespeare-dorp schuilen verhitte gemoederen. En die gemoederen hebben iets met Shakespeare te maken.
Sinds 1946 voeren toneel-amateurs in het dorp onder leiding van dokter Broekema elk jaar een stuk van Shakespeare op. Dat gebeurt in het plaatselijke openluchttheater, midden in het toeristenseizoen. En de belangstelling van vorstenhuis, autoriteiten en publiek voor deze merkwaardige jaarlijkse artistieke daad is groot. Diever heeft er naam mee gemaakt. En er zijn mensen in Diever, die daar erg gelukkig mee zijn: die de toekomst van het dorp koppelen aan de reputatie van Shakespeare, maar er zijn nog veel meer Dievenaren, die hun strijd om het dagelijks brood op de eerste plaats zetten. Neem het ze maar eens kwalijk. En wanneer Shakespeare postuum hun belangen schaadt, gaan ze zich verzetten.
We hebben gepraat met een willekeurig aantal van de 3000 inwoners van het dorp en uit die gesprekken hebben we onze derde indruk gepeurd: het is niet zo erg rustig in Diever, want een groot deel van de bevolking wil op de vuist met Shakespeare.

Boven de pet
“Kijk es, Shakespeare zal wel heel prachtig zijn, maar voor ons is dat toch allemaal veel te hoogdravend”, zei een boer, die met een vracht bietenloof onderweg was naar Dieverbrug. “Ze hebben een prachtig openluchttheater en het zal best wezen dat er een hoop mensen zijn, die zo’n hoogdravend stuk prachtig mooi vinden, maar ik ben er een keer geweest en het ging mij boven de pet. Waarom hebben ze nooit eens een ander stuk, waar je om kunt lachen, of een revue of zo iets ? Dat doen ze in andere plaatsen toch ook ? Maar nee: Shakespeare is ze hier naar de kop gestegen, want dat is cultureel. Nou ze hebben uitgeteld, dat tien procent van de bevolking de eerste voorstelling in 1946 heeft gezien. Toen waren ze nog nieuwsgierig. Maar het is elk jaar minder geworden en nu gaat alleen nog een handjevol vaders en moeders kijken, omdat hun kinderen meespelen.”
Hij zei wat tegen zijn paard en ze gingen verder.

Cultuurzolder
We kwamen terecht bij caféhouder Klaas Doorten. In zijn piepkleine gelagkamer zaten twee mensen een kopje koffie te drinken. Doorten kwam in zij  stofjas bij ons zitten en hij zei: “Er zijn hier vier cafés en dat zijn er eigenlijk drie te veel. We zijn hard op weg kapot te gaan. Dat komt door de cultuurzolder. Kijk: in 1957 is het nieuwe raadhuis klaargekomen, een mooi raadhuis hoor, en op de bovenste verdieping hebben ze toen die cultuurzolder ingericht. Een mooie ruimte voor 125 mensen en zeer geschikt voor vergaderingen, clubbijeenkomsten en recepties. De koffie kost er een dubbeltje.
En wat is er dus gebeurd ? Als er wat te vergaderen is, gaan ze naar de cultuurzolder. Vroeger hadden wij de vergaderingen. Neem de schaakclub. Die had ik vroeger hier. Dan stak ik in de grote zaal met parketvloer de kachel aan en ik zorgde voor de stukken en de borden. Voor verwarming en licht vroeg ik een rijksdaalder en de leden dronken een kopje koffie. Een kleine winst, maar het was winst. Maar de schaakclub zit nu op de cultuurzolder. We hebben geen recepties meer en geen vergaderingen en de biljarters houden we alleen nog maar, omdat de cultuurzolder geen biljarts heeft. Zo worden de cafés in het dorp kapotgemaakt door de gemeente.

Geen film
Vroeger draaide ik hier af en toe een film, maar ik krijg nou geen vergunning meer. Vroeger waren er hier dansavonden, maar de burgemeester geeft geen toestemming meer. Hij heeft gezegd dat hij wel toestemming wilde geven voor een cabaret of zo iets, als het maar cultureel is. Maar daar krijg ik toch geen mensen mee binnen ?
Ze willen ons dorp cultureel verheffen, maar we hebben wel wat anders aan ons hoofd. Gezelligheid en feest op onze eigen manier is er niet meer bij. Vroeger was het hier druk als er veemarkt was en op Pinkstermaandag was mijn café te klein. Maar al die dingen zijn afgeschaft.
Natuurlijk: Shakespeare trekt veel mensen naar het dorp, maar die komen om een uur of negen en ze gaan midden in de nacht weer naar huls. Die komen heus niet nog even bij ons in het café. Nee: aan die Shakespeare-stukken hebben we helemaal niks. En laatst heeft Slimme Kees – zo noemt iedereen hier de burgemeester – gezegd dat de caféhouders maar eens moesten afstappen van het idee dat ze een dorpskroeg beheren en dat ze zich veel meer -op het toerisme moeten instellen. Hoezo ? Hebben we dan zoveel toeristen hier ? Je krijgt een handjevol mensen in één maand van het jaar en daar heb je dan ons hele toeristenseizoen. Trouwens: onze zaken zien er netjes genoeg uit. Laat de toeristen maar komen.”
Doorten is kwaad. Kwaad op Shakespeare, op de burgemeester en de gemeenteraad, die hij overigens zelf mee heeft helpen kiezen. “Ach wat”, zegt hij over de gemeenteraad. “Allemaal ja-knikkers, die in Schoonebeek thuishoren. Ze moeten wel, want ze zijn niet zo ontwikkeld als de burgemeester. Die praat ze wel ondersteboven.”

Afgereageerd
We zeggen goeiemiddag en we stappen op. De straat in, langs de etalage van de plaatselijke loodgieter. Geen kraan, geen gasfornuis staat in zijn etalage. Wel een verzameling kunstvoorwerpen. Verderop een winkel in huishoudelijke artikelen. Er hangen op artistieke wijze twee” abstracte schildcrwerkjes in de etalage. Een boerin staat ernaar te kijken. Haar gezicht verraadt niets. Dokter Broekema, Shakespeare-regisscur en medisch monopolist van het dorp, rijdt voorbij op zijn blauw-witte scooter met aanhangwagentje. We komen aan de rand van het dorp, bij een stuk bebost terrein, dat doorsneden is door kronkelige asfaltweggetjes. Later moeten hier bungalows gebouwd worden. Oberonlaan staat op een bordje. Het is wat moeilijk te lezen, want het bordje is beschadigd. We lopen verder tot de Titanialaan, via de Helenalaan. De bordjes zijn allemaal kapot of beschadigd. Het bordje Pucklaan is nog heel, omdat het nogal verscholen staat, maar de Lysanderlaan en de Theseusweg zijn ternauwernood als zodanig te herkennen. De plastic bordjes zijn versplinterd en gebroken en de houten plankjes, waarop ze gespijkerd waren, hangen in splinters. Titania, Puck, Oberon. Figuren uit Shakespeare’s Midsummer Night’s Dream. Het is duidelijk: de Dievenaren hebben er iets tegen.

Geen artiesten !
Een eind buiten de kern van het dorp praten we met kalvermester Chris Herstein. Hij zegt: “Het openluchtspel betekent hier alles. Het wordt steeds duidelijker dat ze van Diever een soort kunstenaarsdorp willen maken, maar Bergen bestaat nu eenmaal al. En voor andere gemeentelijke zaken hebben ze gewoon te weinig aandacht.” Op de terugweg naar het dorp vragen we de weg aan een jongeman op een bromfiets. Hij zegt ten slotte: “In Diever is niks te beleven. Helemaal niks. Als we uit willen, gaan we op de brommer naar Oosterwolde of naar Assen, of naar Dwingeloo. Dit is een gat.” We zijn terug in het dorp. Het begint avond te worden. In de hal van het prachtige, splinternieuwe raadhuis wachten we op de burgemeester. Aan de muur hangt een “cultuurkaart van Diever” en een geschenk van een regionale culturele organisatie. Het is een stuk keramiek met allemaal wapentjes erop. In het trappenhuis hangt een geborduurd vaandel met een spreuk: “Hoor ieders mening, doch bewaar uw oordeel.”

Veertig punten
De  burgemeester komt uit de vergadering en gaat ons voor, zijn kamer in. Een groot bureau, gemakkelijke stoelen, een grote boekenkast met alleen maar boeken over Drente, een paar boeken die zijn vrouw geschreven heeft en een boek van Abe Brouwer, de bekende schrijver die in Diever stratemaker is. Hij zegt: “Dat was een vergadering met een agenda van veertig punten en niet een van die punten ging over Shakespeare. Ik wil maar zeggen: het is onjuist om over Diever te praten als het dorp waar ze elk jaar een stuk van Shakespeare opvoeren. Het: openluchtspel is natuurlijk niet weg te denken, maar Diever is ook een dorp met veel natuurschoon en een bevolking die agrarisch is: kleine en middelgrote gemengde bedrijven. Een goed slag mensen, met veel gemeenschapszin. Er doen veel mensen uit het dorp aan mee, niet alleen de spelers. De een zorgt voor de beplantingen, de ander schildert de banken. Het is een stuk gemeenschapswerk.”

Over zichzelf
“Ik ben hier nu 25 jaar en soms heb ik wel eens gesolliciteerd naar een andere gemeente. Maar ik solliciteerde altijd met de gedachte: het risico zit erin dat ik aangenomen word. Mijn voornaamste drijfveer om te proberen hier weg te komen, vormden mijn schoolgaande kinderen. Er is hier geen middelbare school. Ze moeten elke dag 18,3 kilometer ver, voor ze op school zijn. Op 17 november ben ik hier een kwart eeuw. Wat er die dag gaat gebeuren ? Ik weet het niet precies. Voor één keer weet ik het niet precies.”

Posted in Cultuur, Eup’mlogtspel, Shakespearitis | Leave a comment

Radio Wereld saat in de boerdereeje van Sime Smidt

Het niet meer bestaande museum Radio-Wereld had een webstee (www.radio-wereld.nl) over de geschiedenis van dradio, televisie en elektriciteit. Het was een zeer informatieve webstee over de historie, de feiten en de reparatietips van met name de oude radio !
Radio-Wereld was ondergebracht in Deever in een museum in de boerderij van Sime Smidt, Achterstraat 9, bij de Eendenvijver. Zie de bijgevoegde afbeelding van een kleurenfoto, die de redactie van ut Deevers Archief heeft gemaakt op maandag 2 januari 2017.
In oktober 1999 is het museum opgeheven. De eigenaren Sjoukje en Wim Stuiver zijn verhuisd naar Havelte en zijn verder gegaan met een kleine collectie historische radio’s, curiosa en met een bibliotheek met vele gegevens over de oude radio.
Radio-Wereld was op internet een tijdlang een virtueel museum met foto’s, uitleg en interessante onderwerpen betreffende de oude radio. Het was een webstee die de moeite van het bekijken waard was.
In de tijd dat het museum in de boerderij van Sime Smidt was gevestigd, gaven de eigenaren van het museum ook ansichtkaarten uit. Bijgaand is een afbeelding van één van die ansichtkaarten van een bij elkaar horende serie van vier te zien. Je zal als verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever die vierling maar in jouw mooie dure album in jouw mooie dure verzamelkast op jouw mooie dure zolder hebben !
Het museum mocht dat wel de naam van Radio-Wereld hebben, toch hadden de eigenaren ook belangstelling voor de eerste Philips televisie in Nederland, gebouwd in 1951. Deze televisie had de bijnaam Hondehok.
De radio-ontvanger is de eerste Philips radio, gebouwd in 1927, deze had als bijnaam Roggebroodje. Dat kan, omdat in die tijd de mensen, met name de armere, veel roggebrood aten en dat werd verkocht in grote hompen. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht de Coöperatie (de Koeperasie) an de Heufdstroate in Deever grote stukken ongesneden roggebrood. Het oude en vaak hard geworden niet verkochte roggebrood werd opgevoerd aan het paard van de broodventer.
Let vooral ook op het aandoenlijke echte plantje van moeder de vrouw des museums aan de rechterkant van de foto.

Via de link https://web.archive.org/web/20240000000000*/www.radio-wereld.nl is nog wel een indruk van de webstee www.radio-wereld.nl van Museum Radio-Wereld te krijgen.


Posted in Aagterstroate, Ansigtkoate, Boerdereeje, Cultuur, Museum | Leave a comment

Slimme Kees roskamt de leed’n van de gemienteroad

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 10 mei 1957 het volgende bericht over een vergadering van de raad van de gemiente Deever.

Burgemeester van Diever kapittelt raadsleden 
Diever.
In de vergadering van de gemeenteraad uitte de voorzitter, burgemeester Meiboom, zijn teleurstelling over het feit dat bij een gehouden speciale bijeenkomst over het onderwerp ‘Overheid en cultuur’, waar als sprekers optraden de burgemeester van Hilvarenbeek, de heer Meuwese, en dokter Broekema te Diever, van de 11 raadsleden slechts 5 aanwezig waren en van de echtgenotes der raadsleden slechts. Ook al had dit onderwerp -dat toch zeer belangrijk is- niet de belangstelling van de leden persoonlijk, dan toch had spreker verwacht dat ze in het algemeen belang aanwezig waren geweest.

In verband met de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de daardoor nodig geworden ombouw van de Brink was het eveneens dat de openbare verlichting wijziging ondergaat. Het gevraagde crediet van f. 9000,- voor dit doel werd zonder discussie aanvaard.

Aan de Jeugdraad Diever werd een subsidie van f. 500 in uitzicht gesteld, zijnde de helft der totale kosten, voor het houden van een zogenaamd ‘vacantiespel’ voor de schooljeugd. Het is de bedoeling van de jeugdraad gedurende de week van 22-27 juli aanstaande de kinderen van de vierde, vijfde en zesde klas van alle lagere scholen in de gemeente onder deskundige leiding een verantwoorde ontspanning te bieden.

Besloten werd tot de bouw van 5 dubbele woningen en wel 2 te Wittelte en 3 aan de Kloosterstraat te Diever. Eveneens werd besloten deze woningen van een warmwatervoorziening te voorzien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw -toen de Deeversen nog gezagsgetrouw waren- meende burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd Ome Kees werd genoemd, mensen die een hekel aan hem hadden noemden hem Slimme Kees) het zich blijkbaar te kunnen veroorloven in een nota bene openbare vergadering van de raad van de gemiente Deever eens even flink de roskam te halen over de leden van de raad.
Overheid en cultuur ? Gemeentelijke overheid en cultuur ? Gemiente Deever en cultuur ? Ome Kees en cultuur ? Slimme Kees en cultuur. Ome Kees en openluchtspel-cultuur ? Slimme Kees en openluchtspel-cultuur ? Ome Kees en cultuurzolder-cultuur ? Slimme Kees en cultuurzolder-cultuur ? Waarschijnlijk beviel het Ome Kees/Slimme Kees niet dat bij het afwerken van punten van zijn eigen agenda naar zijn zin te weinig ja-knikkers in de zaal zaten.
In het krantenbericht wordt over de grote vernieling van de brink van Deever in 1956/1957 na de bouw van het nieuwe gemeentehuis verzachtenderwijs geschreven over de ‘nodig geworden ombouw van de brink’. Het nieuwe gemeentehuis was niet aangepast aan de oeroude brink, nee de oeroude brink moest na de bouw van het nieuwe gemeentehuis worden aangepast aan het megalomanistische slimmekeesiaanse bouwwerk. Maar blijkbaar stond het onderwerp ‘Overheid en behoud van cultureel erfgoed’ niet op de agenda van Ome Kees alias Slimme Kees.
Wie heeft herinneringen aan het zogenaamde ‘vacantiespel’ ?
De vijf (niet drie) dubbele woningen an de Kloosterstroate in Deever zijn in 2014 afgebroken. De warmwatervoorziening in de vijf dubbele woningen zal een geiser zijn geweest ? Wie het weet mag, die mag het uiteraard zeggen.

Reactie van de heer Wobke Vermaat, versie van 2016-10-13
Ik ben opgegroeid (familie Vermaat) in één van de dubbele woningen in de Kloosterstraat.
De warmwatervoorziening in de dubbele woningen was inderdaad een geiser.
(redactie: Wobke Vermaat’s vader was leraar aan deze ULO-school; de familie Vermaat woonde op nummer 18 in de Kloosterstraat).

Abracadabra-1283

Posted in Cultuur, Gemientebestuur, Gemientehuus, Jan Cornelis Meiboom, Kloosterstroate | Leave a comment

An de proat mit burgemeister Hendrik Gerard van Os

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen in de serie ‘Burgemeesters over hun gemeenten’ een lang interview met burgemeester Hendrik Gerard van Os.

De gemeente Diever
Waar groote bosschen zich uitstrekken en nieuwe aanplantingen in voorbereiding zijn

Bij kampeerders en rondtrekkende touristen, die zich den tijd gunnen, is de gemeente Diever bekend om haar rijk en af- wisselend natuurschoon. Groote loof- en naaldbosschen strekken zich binnen haar uit en dagen, ja weken lang kan men er ronddwalen om telkens weer wat nieuws te zien en telkens weer getroffen te worden door verrassende vergezichten.
De gemeente Diever is 7409 H.A  groot en daarvan is 772 H.A. in cultuur als bouw- en 2011 als grasland. Niet minder dan 1231 bunder is bedekt door bosch en dan is er nog 3167 H.A. heide en zandverstuivingen. Die heide zal nu ook wel grootendeels in bosch veranderen, want 2 jaar geleden kocht de Staat een groot deel van het Dieverscheveld voor bebossching aan, nadat een jaar daarvoor dr. L. Janssen, de zoon van den bekenden philantroop aan den Staat het Waterscheveld ten geschenke aanbood met gelijk doel.
Dat beteekent, zei de heer H.G. van Os, de Burgemeester dezer schoone gemeente die ons met veel ingenomenheid van deze plannen vertelde, dat hier op den duur een reusachtig complex aaneengesloten bosch van 4500 H.A. groot zal komen, waarvan het landgoed Berkenheuvel van plm. 1300 H.A. de kern zal vormen. De bebosschingen in Smilde en Ooststellingwerf sluiten zich bij die in Diever aan.
Dat zal het vreemdelingenverkeer zeker sterk doen toenemen , veronderstellen wij.
Dat is al vrij groot, Berkenheuvel is door het geheele land bekend. De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond en de Groningse C.J.O. hebben er hun vaste kampen en verder komen er iederen zomer tal van groepen kampeeren. Een mooie wandelweg van den A.N.W.B., dit jaar door onze gemeente tot stand gekomen, bevordert dit touristenverkeer.
Het gemeentebestuur stelt het kampeertourisme ook vooral daarom zoo op prijs, omdat de omgeving er niet door verandert, wat zoo gemakkelijk gebeurt, wanneer er overal optrekjes verrijzen.

Historische notitie
Het bleek ons al spoedig, dat het Hoofd dezer gemeente niet alleen een minnaar is natuurschoon, maar zich ook sterk in- teresseert voor de geschiedenis van Diever waarvan helaas door het afbranden van het gemeente-archief voor plm. 70 jaar, niet zoo heel veel bewaard is gebleven.
De naam Diever komt, als Dever, het eerst voor in een oorkonde van 1181. Van Oldendiever lezen we voor ’t eerst in 1298, van Kalteren (Kalthorne) in 1269, van Wit telte in 1040 en van Wapse in 1384.
Diever is heel vroeger veel grooter geweest. In 1633 werd een gedeelte -Hoogersmilde- geformeerd tot een heerlijkheid door den bekenden Adr. Pouw van Wieldrecht (de kerkelijke afscheiding volgde in 1845) en in 1811 (kerkelijk in 1823) volgde de afscheiding van de welvarendste gedeelten, n.l. Leggelo en Eemster, die bij Dwingelo werden gevoegd.
We noemden hier boven enkele jaartallen, die spreken van een 1000 jaar geleden. Maar reeds veel en veel eerder, was de streek, die nu de gemeente Diever is, bewoond. Daarvan getuigen de tallooze vondsten van urnen, steenen werktuigen, pijlspitsen e.d.
Aan den ouden Groningerweg – zoo bracht de Burgemeester in herinnering – ligt een tamelijk vervallen hunebed. In de nabijheid daarvan heeft dr. Van Giffen een open steengraf blootgelegd en bovendien vond hij verleden jaar op het landgoed Berkenheuvel nog de standsporen van een hunebed, waarvan de steenen in 1735 met toestemming van de Staten van Drenthe door de Wapster boeren zijn weggevoerd. Ook heeft dr. Van Giffen het vorige jaar tusschen Diever en Wapse een kringgrepurnenveld ontdekt, waar zeer fraaie urnen zijn gevonden.
Uit jongeren tijd – maar toch van respectabelen ouderdom, n.l. ongeveer 10 eeuwen – is de gedeeltelijk afgegraven heuvel bij de school te Wittelte. Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik 111 van 21 Mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulffo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peeio, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting. De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de z.g. St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de genoemde broeders zijn bewoond. Soortgelijke burchten zijn die te Leiden en de Klinkersberg bij Gees.
Tot voor eenige jaren trof men in het Wittelterveld nog een ouden schans aan, verbonden met een eigenaardig gevormden heuvel. Het middengedeelte van dezen heuvel was omringd door een droge sloot, deze weder door een ringwal, deze weder door een sloot, terwijl een laag walletje het geheel omgaf. De Schans heeft waarschijnlijk in 1591 gediend als legerplaats voor de verbonden legers van Prins Maurits en Willem Lodewijk, die, na de inneming van verschillende schansen en forten in de Ommelanden, door Drenthe trokken en zich „tot Dieveren” legerden. De ronde heuvel is blijkbaar een oude openlucht-vergaderplaats, waar de hagespraken in Dieverder-dingspil werden, gehouden. Immers, op de hagespraak van 5 December 1617 werd besloten, dat deze vergaderingen zouden worden uitgeschreven als volgt: bij wintertijd, n.l. van St. Maarten tot Paschen, te Uffelte.bij zomertijd te Wittelter Weere. Als gevolg-van de ontginning is dit monument der oudheid verdwenen.
De kerk te Diever behoort tot de oudste kerken van Drenthe, ze was een van de weinige kerken uit de omgeving, die niet schatplichtig was aan die te Steenwijk en dus vermoedelijk even oud. Het tegenwoordige gebouw is natuurlijk niet het oorspronkelijke; het is uit tufsteen, overigens uit baksteen en heeft een driebeukig schip. Het koor had oorspronkelijk een lager steenen gewelf dan de middenbeuk en is gesloten met drie zijden van een achthoek. De Noordelijke beuk, rechthoekig gesloten, had oorspronkelijk geen steenen gewelf, maar heeft thans een steenen kruisgewelf met ribben. de Zuidelijke beuk, gesloten met drie zijden van een achthoek, had oorspronkelijk een gewelf van dezelfde hoogte als dat van den middenbeuk en zal dus een afzonderlijk dak hebben gehad. De toren heeft een koepelgewelf in het onderste gedeelte en dateert uit de 12de eeuw; bij het bouwen van de tegenwoordige kerk werd de toren verhoogd. Op 27 Aug. 1759 werd de toren door den bliksem getroffen en brandden de spits en het dak van de kerk af.
Aan den Brink ziet men het typische oude Schultehuis, in 1604 gebouwd door den Schulte Berend Ketel, wiens wapen boven de deur in steen is gehouwen. Van deze familie, afkomstig uit Hackfort, hebben een zestal leden het Schuitambt van Diever bekleed.
De Burgemeester had ons reeds enkele malen in zijn historische uiteenzetting vertelt van branden, die Diever geteisterd hebben. Deze branden zijn waarschijnlijk ook de oorzaak, dat het dorp Diever een afwijkend, meer stedelijk, karakter heeft bij andere oude Drentsche dorpen. Bij het opbouwen kwam men tot een meer aaneengesloten bebouwing en zoo heeft Diever geen Brink.
Den 9 Februari 1581 is nagenoeg het heele dorp door krijgslieden plat gebrand. In den nacht van 10-11 Maart 1862 brak een brand uit, die 18 huizen in asch legde, en twee jaar later kraaide opnieuw de roode haan in het dorp, waarbij ook de gemeentekamer in het logement (en daarmee het reeds genoemde gemeentearchief) verloren gingen.

Het Diever van thans
Na deze uitvoerige uitweiding over het verleden kwam de heer Van Os op het heden. Wij vinden daaromtrent in onze notities de volgende, bijzonderheden.
De 2724 inwoners zijn over de voornaamste dorpen en hun directe omgeving als volgt verdeeld: Diever (met Kalteren, Oldendiever en Vaart) 1285, Wittelte 370, Wapse 655 en Zorgvlied-Wateren 414. Er zijn 1995 inwoners, dit tot de Hervormde kerk behooren, 536 Gereformeerden en 72 Roomsch-Kath.
Landbouw en veeteelt zijn de hoofdmiddelen van bestaan, veelal is het bedrijf gemengd. Boterfabrieken vindt men te Diever en Wapse en bovendien is de gemeente nog een cement-industrie en een kalkbranderij rijk.
Het onderwijs wordt verzorgd door 4 openbare en 1 bijzondere school, de laatste te Diever.
Terwijl er geen aanleiding was om woningen met overheidssteun te stichten, is er ook niet zoo heel veel gedaan aan de uitvoering der landarbeiderswet.
Slechts viermaal werd een aanvrage toegestaan. De oorzaak hiervan is, aldus de Burgemeester, gelegen in het feit van de afwezigheid van woningnood, die elders veelal tot de stichting van landarbeidersplaatsjes meewerkte, en door de gelegenheid, welke de Boerenleenbank vroeger op vrij gemakkelijke voorwaarden bood om geld op te nemen voor het stichten van woningen voor landarbeiders.

Moeilijke oeconomische omstandigheden, maar waarschijnlijk nog geen saneering
En hoe staat uw gemeente er financieelvoor? vroegen wij.
Er heeft hier altijd een bescheiden welvaart geheerscht, leidde de Burgemeester zijn antwoord in. Diever heeft geen rijke ingezetenen, maar ook geen groote armoede. De gemeentelijke financiën zijn daarvan een getrouwe afspiegeling. De schulden beloopen rond f 125.000. Daarvan komt f 36.000 ten laste van de electrificatie, die waar mogelijk is doorgevoerd. Ons net sluit op Groningen aan behalve dat van Zorgvlied, dat op het Friesehe net is aangesloten. Wateren valt hier nog buiten.
De financiëele toestand was tot dusver vrij gunstig ,maar dit jaar ziet het er wel wat anders uit. Dat komt doordat de werkloosheid zich aanmerkelijk heeft uitgebreid. Onze zorgen ter bestrijding daarvan behoefden tot voor kort niet zoo groot te zijn. ’s Winters waren er een 15 à 20 menschen zonder werk, maar die konden we wel bij de wegen te werk stellen en zoo was er van eigenlijke werkverschaffing geen sprake.
Hierin is nu helaas verandering gekomen. We kunnen rekenen op een 50 à 60 werkloozen en zelfs den geheelen zomer zijn er nog een 30 naar de werkverschaffing gegaan. Bovendien is de opbrengst der gemeentefondsbelasting een klassificatieverschil (ruim f 6000) gedaald. We kunnen het vermoedelijk nog zonder saneering bolwerken dit jaar, maar daartoe moeten we overgaan tot 200 opcenten op de personeele en 80 op de fondsbelasting.
De wegen vragen uiteraard ook nog al wat aan onderhoud. Behalve 8.7 K.M. Rijksweg langs de Smildervaart liggen er in de gemeente 35.6 K.M. verharde wegen, waarvoor de gemeente heeft te zorgen. De laatste jaren zijn we in de gehuchten bezig met het verharden der modderwegen met paardenklinkers. In Wapse en Kalteren is dit al gebeurd en nu geschiedt het in Wittelte. Dit wordt uit de gewone middelen betaald.

Vereenigingsleven en watervoorziening
Deze beide onderwerpen zijn natuurlijk tijdens dit onderhoud ook besproken.
De Burgemeester gaf ons de volgende opsomming van instellingen en vereenigingen. In Diever is een bloeiende boerenleenbank. Landbouwcoöperaties zijn gevestigd te Diever en Wapse; landbouwvereenigingen te Diever, Wapse en Zorgvlied-Wateren. Het Groene Kruis strekt zich uit over de geheele gemeente, het heeft een eigen wijkverpleegster en een consultatiebureau voor gezonde zuigelingen. Naast een afdeeling der Vereniging tot het uitzenden van Kinderen naar Vacantiekolonies en een Vereniging van Ziekenhuisverpleging kunnen nog genoemd worden tal van andere meer plaatselijke vereenigingen als voet- en korfbalverenigingen, muziekkorpsen en tooneelvereenigingen.
Diever is geïnteresseerd bij het waterleidingplan voor West-Drenthe. Vermoedelijk zullen alleen Dieverbrug en Diever -althans voorloopig- kunnen worden aangesloten. Dieverbrug heeft slecht drinkwater en in Diever is dat zeer afwisselend door bodemvervuiling van stallen. Ter bestrijding van branden is waterleiding natuurlijk ook van groote beteekenis. De reeds tientallen jaren werkende verordening, waarbij nieuwbouw met rieten daken verboden werd heeft het brandgevaar aanzienlijk verminderd.

Posted in Deever, Gemiente Deever, Gemientebestuur | Leave a comment

Deever, London, Paris, New York, Mexico, Caïro …

De redactie van ut Deevers Archief komt bij het ofstruun’n van het internet regelmatig bijgaande afbeelding tegen. Is het een plakaat ? Is het een poster ? Is het een kunstwerk ? Is het een reclamestunt ? Is het een uitsnede van een veel grotere afbeelding ? Toch maar voor alle zekerheid bijgaande afbeelding in het Deevers Archief bewaard.

Wat zou toch het verband kunnen zijn tussen het betrekkelijk kleine dorp Deever en de wel erg grote wereldsteden London (Londen), Paris (Parijs), New York (Nieuw Amsterdam), Caïro, Mexico City (Mexico-Stad) en Hong Kong.
De redactie heeft lang moeten piekeren en peinzen – hij kon soms van al dat gepieker en gepeins slecht in slaap komen – om uiteindelijk tot de voor hem enige gevolgtrekking te komen dat geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare (Sjakie uut Spier) de verbindende schakel is tussen de kleine muis en de grote olifanten.
Want overal op de wereld zijn handige uitbaters er achter gekomen dat met het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare goed geld is te verdienen.
In London (Londen) staat al lang een Shakespeare’s Globe Theatre, bestaat de Shakespeare Tour al lang, staat al lang een Shakespeare Hotel, wordt al lang het verblijf van Shakespeare in London (Londen) uitgebaat, enzovoort, enzovoort.
In Paris (Parijs) is in het Quartier Latin (Latijnse Wijk) natuurlijk de wereldberoemde boekhandel Shakespeare and Company gevestigd en in 2015 opende het Shakespeare and Company Café haar deuren en dan is er ook het theater de Verdure du Jardin Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
New York (Nieuw Amsterdam) heeft The Shakespeare Exchange, heeft het gratis Shakespeare in the Park (doar begunt see in Deever neet an, dan löp de gemiente te veule geld mis), heeft het Theatre For A New Audience, is er een restaurant The Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
In Caïro in Egypte -je zou het niet verwachten- is een café restaurant Shakespeare and Co., en is Shakespeare de speciale gast op het Caïro International Film Festival, enzovoort, enzovoort.
In Mexico City bestaat het Foro Shakespeare, enzovoort, enzovoort
In Hong Kong bestaat het bedrijf Shakespeare4All Company Limited, het bedrijf The Law Society of Hong Kong besteed aandacht aan Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
Ook neringdoenden en ondernemers in de toeristenindustrie in de betrekkelijk kleine gemiente Deever willen grof geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare. En de schatkist van de Hoge Dametjes En Heertjes In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan In Deever moet wel de hele zomer van al het binnenstromende vermakelijkheidsbelastinggeld blijven rinkelen, want het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is een profijtelijke zaak en moet een veel profijtelijker zaak worden en mag onder geen beding worden veronachtzaamd.
Het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is in het door de Hoge Dametjes En Heertjes In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan In Deever bedachte peperdure belastinggeldverslindende Brinkenplan 2018 een waar speerpunt van het gemeentelijke verdienmodel geworden. Dat is in vergelijking met de commerciële Shakespeare activiteiten in de erg grote wereldsteden wel rijkelijk laat te noemen.
Het zal de redactie van ut Deevers Archief dan ook niet verbazen als de weg vanaf de Eendenvijverbrink langs de Kerkhofbrink door het Grünedal tot aan de Shakespearebrink voor het Openluchtspel (de open ruimte voor het Openluchtspel was vroeger een Bolderbrink, de plek waar de echte Deeversen bolderden) zal worden gewijzigd in Shakespeare Avenue. Maar dan heb je ook wel wat. Echt wel. Maar niet heus. Onderweg lekker even uitrusten op het Bert-Haanstra-Zitbankje aan de Shakespeare Avenue. En aan de aanstaande Shakespeare Avenue is ruimte voor meer gesponsorde zitbankjes, bijvoorbeeld het Jantina-Figeland-Zitbankje en het Kappertie-de-Boer-Zitbankje, twee Deeverse toneelspelers, die hebben meegeplaveid aan de weg naar het succes van het openluchtspel.
De grote vraag is natuurlijk: wie is de bedenker van bijgaande afbeelding ? Wie het weet, die mag het bij de redactie melden.

Posted in Deever, Kitsch in de gemiente Deever, Shakespearitis | Leave a comment

Ome Kees hef Deever opeskeept mit un cultuurzolder

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van vrijdag 30 oktober 1964 verscheen het volgende artikel over de problematische concurrentievervalsende cultuurzolder van ome Kees in het gemeentehuis aan de brink van Deever.

Rumoer rond Dieverder cultuurzolder

Café- en zaalhouders zijn boos op gemeentebestuur
“Het is broodroof, meneer. En anders niet. Mensen die eerst bij ons kwamen, zitten nu op de Cultuurzolder. Vraagt u het maar aan de andere caféhouders. Wij worden gedupeerd door oneerlijke concurrentie”. De caféhouders, tevens zaalhouders, in Diever zijn kwaad op burgemeester J.C. Meyboom. Ze zeggen dat die zich tegenover hen schuldig maakt aan broodroof. Het is een groot woord, maar de drie caféhouders die wij over deze zaak spraken verklaarden onafhankelijk van elkaar hetzelfde.

De ernstigste klachten kwamen wel van de caféhouders L. Benthem en K. Doorten. “Als het op deze manier doorgaat zullen wij over enkele jaren de verliezen niet meer kunnen dragen”, was de mening van de heer Doorten. “Ons bedrijf wordt opgeofferd aan plannen en fantasieën van mensen die hun hoofd vol hebben met zaken over het toerisme en recreatie. Maar toeristen zijn hier maar één maand in het jaar, daar kunnen we lang niet genoeg aan verdienen”.
De heer C. Vierhoven, eigenaar van een pension, is het met zijn collega’s eens. “Ik heb er zelf niet zo veel last van. Bij mij is het voornamelijk seizoenswerk. Ik moet het voor een zeer groot deel hebben van toeristen. Maar ik vind het niet eerlijk wat er gedaan wordt tegenover mijn collega’s. Hun klanten worden bij hen weggehaald met mooiklinkende praatjes en daar zijn de café- en zaalhouders de dupe van. Er wordt broodroof op hen gepleegd. Daar ben ik van overtuigd”, zo zei hij. “Heel het dorp weet ervan” zeggen de drie ondervraagden. De heer Vierhoven zegt hierover: “Als u iemand uit het dorp ophaalt die het met de burgemeester eens is, krijgt u van mij honderd gulden.”

De oorzaak van de heftige uitvallen is de inrichting van de Cultuurzolder na de bouw van het gemeentehuis in 1957. Deze zolder is een zeer smaakvol ingerichte ruimte die veel mogelijkheden biedt. Maar, vinden de café-eigenaren, het moet niet té ver gaan. “Als er op de cultuurzolder gebeurtenissen plaats vinden waar de gemeente mee te maken, dan kunnen wij moeilijk bezwaar maken. Maar zoals het nu gaat…. Al direct na de ingebruikneming begon het. Niet alleen werd de ruimte gebruikt voor bijeenkomsten van de brandweer en de gemeenteraad, maar er werden ook recepties gehouden van mensen die in gemeentedienst waren, terwijl er dikwijls een groot aantal genodigden koffie komen drinken. Voor ons zijn dat stroppen”, zeggen de caféhouders. “De tijden zijn voor ons toch al niet zo best. Alle gebeurtenissen die onze neus voorbij gaan zijn stroppen. Dat vinden wij broodroof. Om een voorbeeld te noemen: De schaakclub, die jaren bij Doorten heeft gespeeld, werd door burgemeester Meijboom naar de Cultuurzolder gehaald. Soms komen er bussen met mensen op de Brink. Vroeger kwamen de mensen dan bij ons om in ieder geval koffie te drinken, maar het gebeurt vaak genoeg dat ze naar de Cultuurzolder gaan. De koffie kost daar maar een paar dubbeltjes. Daar kunnen wij nooit tegen concurreren. Het gaat allemaal om mooie ideeën. Diever is een gemeente met veel recreatieterrein. Er moet een hotel komen dat op toeristen is ingesteld en dus moeten wij maar omschakelen. Als wij dat niet doen dan worden we op allerlei manieren dwarsgezeten. Alleen als het gaat om reclame voor de gemeente dan zijn we goed genoeg. Een paar jaar geleden werden we opgebeld door de gemeentesecretaris de heer J. Boesjes (tevens secretaris van de VVV). Hij vroeg ons of we een gratis koffiemaaltijd wilden aanbieden aan een aantal functionarissen van de provinciale VVV uit Assen. Dat was zo goed voor de reclame van de gemeente. We hebben het alle drie geweigerd. Ons geld voor de neus weghalen en dan nog vragen of we maar iets voor ze willen doen dat ons geld kost. Dat gaat toch te ver”. Dit is de mening van de heren Benthem, Doorten en Vierhoven.

Caféhouder Benthem: “Wij moeten toch verdienen ?”
De heer L. Benthem, eigenaar van hotel ‘Brinkzicht’, wond er geen doekjes om. “Mensen die vroeger hier kwamen, gaan nu naar de cultuurzolder. Alles wat zij dáár verteren wordt ons door de neus geboord. Het is toch niet eerlijk dat gemeentefunctionarissen klanten bij ons weghalen ?”.
Zijn vrouw die zeer heftig tegen de huidige gang van zaken gekant is, valt hem bij. “Ik heb de burgemeester gevraagd: Waarom doet u dit toch ?”, zegt ze. Hij zei: “Het is uniek”. Ik heb toen geantwoord: “Is dat het enige ?” “Ja”, zei hij.
“Maar wij kunnen toch niet voortdurend schade lijden, omdat de burgemeester die cultuurzolder nu toevallig uniek vindt ? Wij moeten ons brood verdienen. Niet door de toeristen, want die zijn hier op zijn hoogst twee maanden. Wij moeten het hebben van feestavonden, recepties, verenigingen en vaste klanten. Wij kunnen het billijken als er op de cultuurzolder evenementen plaatsvinden die betrekking hebben op gemeentezaken. Ik ben lid van de brandweer en ik ga voor bijeenkomsten ook naar de cultuurzolder. Maar wat van ons is moet van ons blijven.”, vervolgt de heer Benthem. “En dan moet de gemeentesecretaris ook niet aankomen met de vraag of we een gratis koffiemaaltijd kunnen aanbieden aan VVV-mensen. Want reclame of niet, wij moeten geld verdienen. Ik heb toen geweigerd en gezegd dat ze nu ook maar naar de cultuurzolder moeten gaan. En dat hebben ze gedaan.”

Pensionhouder Vierhoven: “Collega’s hebben gelijk”
“Iedere caféhouder heeft een strop door de cultuurzolder. Ik vind het schandalig dat de burgemeester en de secretaris deze café- en zaalhouders ten achter stellen door grote gezelschappen op de cultuurzolder te ontvangen. Ik persoonlijk heb van deze ‘acties’ weinig last, omdat mijn bedrijf al sterk op het toerisme is ingesteld.” Dit vertelde een bewogen heer Vierhoven, die wegens ziekte het bed moest houden. “Ik heb geweigerd de VVV-functionarissen te ontvangen, omdat ik begrip heb voor het standpunt van mijn collega’s en me solidair met hen verklaar. Dat de heer Boesjes, die mij destijds over deze koffietafel opbelde mij na mijn weigering de woorden toeriep: “Daar zul je goed scha van hebben”, vind ik ronduit een belediging.”, aldus de heer Vierhoven.

Caféhouder Doorten: “Op deze manier ga ik kapot”
Zijn collega de heer K. Doorten zei in hetzelfde schuitje te zitten. “Ook ik heb last van de voorkeur van de burgemeester voor de cultuurzolder, al zit ik dan niet vlak bij het gemeentehuis. Het wordt ons hoe langer hoe moeilijker gemaakt. De schaakclub ben ik kwijt. Die mensen drinken nu voor een paar dubbeltjes koffie op de cultuurzolder, terwijl ze bij mij toch ook maar weinig hoeven te betalen. Recepties en andere bijeenkomsten die daar worden gehouden ben ik ook kwijt. Dat telt aardig op. Temeer daar ik ook op andere manieren nogal wat geld derf. De markt is verdwenen. Het waren er zes per jaar, nu is er niets meer. De gemeente heeft het langzaam afgeknepen. Het dansen wordt hier de laatste tijd tegengegaan. Vroeger had ik nooit last, maar tegenwoordig regelmatig. De burgemeester en de gemeentesecretaris willen het niet meer. Het mag nog wel, maar dan moet er cabaret bij zijn, zei de burgemeester een keer tegen mij. Het wordt voor mij steeds moeilijker een vergunning te krijgen. Ik zal u een voorbeeld geven. Een paar jaar geleden vroeg ik een vergunning voor dansen op zondag. Dat moet aangevraagd worden bij de burgemeester zelf. Deze zei dat er vrijdagavond een bijeenkomst was van Staatspensioen en dat we elkaar in de weg zouden zitten. Maar hij zou het bestuur van Staatspensioen vragen hoe het erover dacht. Later zei hij dat het ertegen was. Bij navraag bleek dat hij nooit bij bestuursleden is geweest. “Ik heb mensen van de straat om hun mening gevraagd”, zei hij later. “Voor mij was het in ieder geval al veel te laat om nog voor muziek en advertenties te zorgen. Op deze manier ga ik kapot.”, aldus de heer Doorten.

Gemeentesecretaris Boesjes: “Pure fantasie”
“Alles wat de heer Doorten zegt over het moedwillig laten verdwijnen van de markt in Diever berust op pure fantasie”, zegt de heer Boesjes, gemeentesecretaris en secretaris van de plaatselijke VVV. “We hebben voor duizenden gulden geadverteerd om de markt in stand te houden. Het bleek echter vergeefs. Er bestond geen animo voor.”
“De mededeling van de heer Vierhoven dat het gemeentebestuur vijftig mille heeft klaarliggen als subsidie voor een groot hotel is een leugen”, zo verteld een verontwaardigde heer Boesjes. “We willen wel een groot hotel met moderne accommodatie, wat in Diever ten enenmale ontbreekt, maar van subsidie heb ik nog nooit gehoord. De VVV-lunch is afgeketst bij de verschillende horeca-bedrijven, terwijl ik het zuiver zag als een reclame.”, aldus de heer Boesjes.

Burgemeester Meyboom: “Overschakelen op recreatie”
“De horecabedrijven in Diever zullen in hun eigen belang moeten overschakelen op een meer toeristische basis. Alleen dan hebben zij bestaanszekerheid. De idee van dorpskroeg moeten de verschillende eigenaren laten varen.”. Dit zei burgemeester J.C. Meyboom van Diever in zijn smaakvolle burgemeesterskamer in het fraaie raadhuis. “Ik ben van mening”, zo ging hij verder, “dat niet alle hotelhouders in Diever voor hun taak berekend zijn. Als ze zeggen dat het gemeentebestuur de klanten voor hen weghaalt, dan kan ik hen daarin niet helemaal ongelijk geven. Ze moeten echter bedenken, dat we in een overgangstijd leven, waarin vooral het toerisme een uitermate grote plaats inneemt. Wat het bezoek aan de cultuurzolder betreft, primair stellen wij, het gemeentebestuur van Diever, dat de verenigingen en gezelschappen een cultureel doel voor ogen moeten hebben. Ik geloof wel dat de schaakclub, die hier wekelijks wedstrijden houdt, een grensgeval is, maar in Diever is nergens een rustige plaats te vinden die voor het beoefenen van de schaaksport nu eenmaal noodzakelijk is. Aan de achttien personen die lid zijn zullen de zaaleigenaren overigens nog geen droog brood kunnen verdienen. Het is geenszins mijn bedoeling om de toeristen allemaal naar de cultuurzolder te halen en zodoende uit de cafés te weren. Maar wanneer ik belangrijke personen ontvang en hen de zolder met de expositieruimte laat zien, dan weet ik dat dat meer indruk maakt, dan wanneer ik de mensen naar een plaatselijk horecabedrijf breng. De bezoekers moeten gaan denken: Diever…. o ja, dat prachtige dorp met die unieke cultuurzolder”. “Die zolder doet het hem, snapt u ?”, zo vertelde hij ons.
Ook wij hadden het genoegen door de burgemeester rondgeleid te worden door het prachtige gemeentehuis dan in juni 1957 tot stand kwam. De cultuurzolder biedt plaats aan 125 personen. De koffie wordt tegen buurthuisprijs verkocht. Hiermee worden de onvermijdelijke onkosten bestreden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
Burgemeester J.C. Meyboom is burgemeester Jan Cornelis Meiboom. Hij is geboren op 9 april 1910 in Oldemarkt. Hij is overleden op 11 februari 1982 in Bilthoven. Hij werd in de Deeverse volksmond altijd ome Kees genoemd.
J. Boesjes is gemeentesecretaris Jan Boesjes. Die gedroeg zich niet als een dienende gemeenteambtenaar, maar meende zich als slippedrager van ome Kees ook met de dorpse cultuurzolderproblemen te kunnen bemoeien. Waar haalde hij die hondsbrutaliteit vandaan ?
L. Benthem is Lambertus (Bart) Benthem. Hij en zijn vrouw Jantje (Jannie) Strampel waren in 1964 de uitbaters van café Brinkzicht an de brink van Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
K. Doorten is Klaas Doorten. Hij is geboren op 7 september 1912. Hij is overleden op 23 augustus 1983. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij en zijn vrouw Alberdina Slagter waren in 1964 de uitbaters van Café Centrum an de Kruusstroate in Deever.
C. Vierhoven is Kornelis Vierhoven. Hij is geboren op 11 februari 1915. Hij is overleden op 10 februari 1972. Hij en zijn vrouw Grietje Enting waren in 1964 de uitbaters van pension Vierhoven (paviljoen Berkenheuvel) an de Bosweg bee Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Het opnemen in het ontwerp van een door ome Kees zo gewilde en zo genoemde cultuurzolder in het in 1957 in gebruik genomen gemeentehuis aan de brink van Deever was natuurlijk een politieke blunderbeslissing van de eerste orde. Het was de megalomane burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) gelukt bij de raad van de gemiente Deever zijn programma van eisen voor een niet Dievers aandoend gemeentehuis door de strot te duwen.
Zonder deze door ome Kees zo gewilde en zo genoemde cultuurzolder, een volstrekt overbodige gemeentelijke concurrent van de private Deeverse horeca-ondernemers was een tweede verdieping op het gemeentehuis niet nodig geweest. Dan had de architect van het gemeentehuis een wél bij de brink van Deever passend ontwerp kunnen maken.

Afbeelding 1
Gemeentehuis aan de brink van Deever. Met op de tweede verdieping de cultuurzolder van ome Kees.

Afbeelding 2
Lambertus (Bart) Benthem en Jantje (Jannie) Strampel voor hun hotel Brinkzicht.

Afbeelding 3
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees)

Afbeelding 4
Klaas Doorten

Posted in Café Brinkzicht, Café Centrum, Gemiente Deever, Paviljoen Berkenheuvel, Toeristenindustrie | Leave a comment

Un 110 joar olde foto van ut vuwèèrloosde Kastiel

In het bevolkingsregister van de gemiente Deever zijn op 13 oktober 1919 ingeschreven het echtpaar Friedrich Wilhelm Ackermann en Luise Henriette Frederike Hahne en de kinderen Berendina Berta Louise Wilhelmina Ackermann en Martin Wilhelm Robert Ackermann. Zie afbeelding 3.

Friedrich Wilhelm Ackermann is geboren op 30 mei 1888 in Sloten (thans Amsterdam). Hij is op 9 december 1969 overleden in de stad Groningen.
Luise Henriëtte Frederike Hahne is geboren op 7 maart 1886 in Neuhückeswagen (kreis Lennep). Zij is op 17 december 1936 overleden op Zorgvliet (an de aandere kaante van de Deeverse bos). Zij is nog een tijdje begraven geweest bij het landhuis Castra Vetera ! Zij is daarna begraven op de kaarkhof van Zorgvliet.
Kraamverpleegster Berendina Berta Louise Wilhelmina Ackermann is geboren op 3 mei 1914 in Sloten (thans Amsterdam). Zij is overleden op 19 juni 1947 in de stad Groningen. Zij is bij haar moeder begraven op de kaarkhof van Zorgvliet.
Martin Wilhelm Robert Ackermann is geboren op 7 oktober 1916 in Sloten (thans Amsterdam). Hij is overleden op 21 juni 2000 in Zweeloo. Hij is begraven op de kaarkhof van Zweel. Zie zijn grafsteen. Hij was boswachter. De redactie van ut Deevers Archief  heeft hem in 1998 bezocht en hem geïnterviewd over Castra Vetera, maar is er steeds nog niet toe gekomen dit digitaal opgenomen interview in een bericht uit te werken.

Het gezin Ackermann ging wonen in het verwaarloosde landhuis Zorgvliet, dat vanaf 1912 leeg had gestaan. Aan Friedrich Wilhelm Ackermann en Luise Henriëtte Frederike Hahne valt de grote eer te beurt de naam van het landhuis te hebben veranderd in Castra Vetera ! Maar het landhuis bleef in de volksmond gewoon ut Kastiel genoemd worden. Op 13 oktober 1919 was volgens het bevolkingsregister van de gemiente Deever het adres van het landhuis Wateren 50. Dat was wellicht een vergissing. Het landhuis had volgens het bevolkingsregister van de gemiente Deever tot de afbraak in 1939 het adres Zorgvliet 65.

De grote vragen zijn natuurlijk wanneer de hier afgebeelde zwart-wit foto (zie afbeelding 1) is gemaakt, wie de maker is van deze foto en wie in het bezit is van een exemplaar van deze foto.
Wellicht is de foto gemaakt vóór 13 februari 1919, want het landhuis ziet er verwaarloosd uit. En voor de ramen hangen geen gordijnen. Het zou kunnen dat op de foto arbeiders van Bossch-Exploitatie Gebroeders Buitenhuis & Pleij staan ?
Of is de foto wellicht ná 13 februari 1919 gemaakt ? Was de man die bij het paard staat Friedrich Wilhelm Ackermann ? Was de vrouw midden op de voorgrond Luise Henriëtte Frederike Hahne ? Waren de arbeiders bezig met het opknappen van het landhuis en de tuin en het park bij het landhuis ?

De hier afgebeelde zwart-wit foto is ook te zien op één van de tien panelen van het openluchtmuseumpje in het Tied-Zat-park aan de Dorpsstraat op Zorgvliet, waarop kort maar krachtig de geschiedenis van Zorgvlied/Wateren/Oude Willem is beschreven. Zie afbeelding 4.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 21 oktober 1924 verscheen een kort bericht (zie afbeelding 2) waarin melding wordt gemaakt van de verkoop van het blijkbaar op 13 oktober 1919 nog aanwezige pijporgel in het landhuis Castra Vetera aan het protestants kerkbestuur in Beilen. Dat pijporgel moet in de rooms katholieke huiskapel van de familie Lodewijk Guillaume Verwer hebben gestaan en bij het vertrek van de familie Verwer daar zijn achtergelaten.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4
De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op vrijdag 12 juli 1924.

Posted in Castra Vetera, Landgoed Zorgvliet, Zorgvliet | Leave a comment

Noaberskop bij geboorte, seekte en staar’m

Toen boer en dorpsfiguur en dorpshistoricus Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van ut Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij an de Krususstroate in Deever over het oude Deever. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij zijn korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. Maar Jan kon ook serieus over andere zaken schrijven, zoals mag blijken uit zijn hier weergegeven herinneringen aan de noaberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden. 
De redactie verwijst tevens naar het bericht De begrafenisvurening is gien neeje noaberskop.van Jan Boesjes, dat verscheen in het provinciaal Drents maandblad Drente, jaargang 26, nummer 2, februari 1955,

Noaberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden

Vroeger waren hier in de buurt heel wat gebruiken, gewoonten en bijgeloven. Vaak wordt gezegd dat het jammer is dat deze zijn verdwenen, maar het heeft zo moeten zijn. Sommige hiervan heb ik zelf nog meegemaakt, andere weet ik van verhalen van mijn ouders en grootouders.

In het nabije verleden waren de buurplichten van de zeer groot belang. Zonder deze plichten kon het leven in het dorp niet voortgaan. Een ieder was hier op zijn tijd zeer van afhankelijk.

We zullen beginnen met de geboorte, want dat is uiteindelijk een belangrijk punt in ieders leven ! Kraamhulp, zoals dit er tegenwoordig is, was er niet. Bij de bevalling en tijdens de nazorg was men aangewezen op de buurvrouwen. De bevalling zelf werd verzorgd door de baakster en later de arts, waarbij altijd al buurvrouwen aanwezig waren voor de hand- en spandiensten.
Kort na de bevalling gingen de buurvrouwen al met de wegge bij de kraamvrouw en haar jonggeborene kijken. De wegge is een goed gevuld krentenbrood van ongeveer één meter lengte. Ik heb wel eens gehoord dat een familie vier of vijf weggen tegelijk kreeg aangeboden, dus was er op zo moment van honger geen sprake. Later veranderde de gewoonte en werden in plaats van krentenstoet bijvoorbeeld kinderkleertjes gegeven. Ook al ging men met kleertjes, toch bleef men de uitdrukking ik muute mit de wegge hen gebruiken.

Na de geboorte moest de vader het kind aangeven bij de burgerlijke stand. Vroeger was men verplicht hiervoor twee getuigen mee te brengen. Dit waren meestal twee buren. Na het vervullen van de burgerplicht moest er in het café een borrel worden gedronken op de gezondheid van de jonggeborene. Soms kwam het tot te veel goede wensen en daarmee te veel borrels, zodat de vader en de getuigen in beschonken toestand naar huis gingen.

Enkele weken na de geboorte werd een kraamvisite georganiseerd. Alle buurvrouwen werden voor een bepaalde avond uitgenodigd. Dit leverde soms wel eens problemen op als er in de buurt een ruzie gaande was tussen enkele buurvrouwen. Het was dan puzzelen welke dames op één avond bij elkaar konden komen, zonder dat iemand het gevoel kreeg te zijn gepasseerd. Soms kon het probleem opgelost worden door de vrouwen niet te dicht bij elkaar te laten zitten.

Onder de buren werden de bewoners verstaan van vijf huizen ter weerszijden van je huis. Er waren ook buurschappen waar zich de merkwaardige situatie voordeed dat de buren aan de overkant van de straat geen ‘buren’ waren, maar bijvoorbeeld een buur die soms wel een kilometer verder woonde wel.

Een groot aantal buren was in die tijd wel nodig. Een begrafenis in de buurschap werd in zijn geheel geregeld en uitgevoerd door de buren. Behoorden tot deze buren naaste familie, dan vielen deze af voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Als er andere buren waren die niet mee konden helpen vanwege ouderdom, ziekte of om andere redenen, dan moesten die zelf voor vervangers zorgen. Het aanzeggen werd door de buren gedaan. De begrafenis geschiedde altijd vanuit het sterfhuis.

Direct na het overlijden van een persoon werd de naaste buurman gewaarschuwd. Deze buurman trommelde dan de benodigde andere buren op om de eerst noodzakelijke werkzaamheden te verzorgen. De buren wasten de overledene en legden het af. Het lijk werd gehuld in een doodskleed. Dit bestond uit een laken met een geplooid kraagje om de hals. Bij de meeste mensen was zo’n doodskleed aanwezig, zo niet dan werd het onmiddellijk gehaald, desnoods midden in de nacht.

De timmerman werd zo snel mogelijk gewaarschuwd om de kist te maken. Meestal had hij de hiervoor benodigde planken in huis. Als men de timmerman met de planken zag lopen, dan wist het dorp dat iemand was overleden en vroeg men zich af wie dat wel kon zijn. Als de kist klaar was, dan werd de overledene er in gelegd. Dit gebeurde altijd in de avonduren. De ramen van het huis waarin de persoon was overleden en lag opgebaard werden geblindeerd door het sluiten van de luiken of de gordijnen.

Net als bij de geboorte is beschreven, moest ook het overlijden worden aangegeven bij de burgerlijke stand. Dit gebeurde de volgende morgen, waarbij eveneens twee buren als getuigen moesten optreden. Daarna verzorgden de buren het luiden van de kerkklokken ten teken dat iemand was overleden.

Het leed aanzeggen gebeurde ook door de buren. Het bericht moest mondeling  worden doorgegeven en dat betekende soms een eind reizen naar familie over ver. Vaak werd hiervoor één persoon aangewezen die voor zijn diensten werd betaald door de familie.

Op de dag van de begrafenis zorgden de buurvrouwen voor de koffie, het brood en dergelijke. De mannen droegen de kist naar de wagen en na aankomst op het kerkhof droegen zij de kist naar het graf. Zij zorgden ook voor het luiden van de klokken. Dat laatste gebeurde niet met een druk op de knop! Er waren vier man nodig om aan de touwen te trekken om de klok in beweging te krijgen en te houden. Onderweg van het sterfhuis naar de kerk stonden mannen te posten om door te geven wanneer er met het luiden van de klokken moest worden begonnen. Als een begrafenisstoet uit Wapse of Wittelte een bepaalde punt passeerde, dan moesten de klokken beginnen te luiden. De posten onderweg seinden dit door met het opsteken van de arm.

Op de manier waarop de klok geluid werd kon men horen of er een man of een vrouw was gestorven. Bij een overleden man begon men te luiden met een zware klok en na enkele slagen viel dan de lichte klok bij. Bij een overleden vrouw begon eerst de klok licht te luiden, waarna de zware klok bijviel. Dit luiden is in Diever nog steeds gebruik.

Een bijkomend probleem bij een begrafenis was het tekort aan serviesgoed. Niemand had voor zoveel mensen voldoende serviesgoed in huis. Van de hele buurt werden kopjes, schoteltjes en dergelijke geleend. Vervolgens was het een probleem om de kopjes weer bij de rechtmatige eigenaar terug te brengen. Men loste dit wel op door verschillende kleuren draadjes aan het oor te binden. Dit loste het probleem niet op voor de schoteltjes en de lepeltjes.

Vroeger werd er vóór de begrafenis koffie gedronken. Sommige bezoekers hadden dan al een hele reis achter de rug. Na de begrafenis werd er weer koffie gedronken. Hoewel dit voor de buitendorpen niet zo’n probleem was, was het in Diever een hele klus om alle kopjes en schoteltjes voor de tweede ronde na de begrafenis weer op tijd afgewassen te hebben en opnieuw voldoende koffie te zetten. Daarbij moet men bedenken dat er toen geen gas en elektriciteit was en dat al het benodigde water op houtkachels moest worden verwarmd en gekookt.

Geboorte en dood waren belangrijke gebeurtenissen waarbij de noaberplicht van groot belang was. Maar ook bij andere zaken was de hulp van de buren en soms het dorp onmisbaar. Bij ziekte hadden de buren de plicht het bedrijf draaiende te houden en het gezin van de zieke te helpen.

Posted in Jan Hessels, Noaberskop | Leave a comment

Frièrik haar veul leever boer dan tolk ewest

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 29 april 1966 een artikel over Friedrich Wilhelm Ackermann, die in 1919 het nog resterende deel van het landgoed van de erven van Lodewijk Guillaume Verwer kocht en in 1938 zijn landgoed Castra Vetera verkocht.

Frederik was veel liever boer dan tol
Als je één koe had, dan kreeg je veertig gulden; twee van die beesten leverden zestig op; had je drie koeien dan kreeg je niks, want dan was je een hele grote boer in de dertiger jaren” glimlacht Frederik Wilhelm Ackermann, een nog krasse baas van 78 die in afgemeten zinnetjes smeuïg over zijn enerverende leven kan vertellen Op 20 mei 1888 werd hij in Lutkemeerpolder bij Halfweg geboren. Van meet af aan wilde Frederik Wilhelm (“m’n voorvaders waren Duits, m’n vrouw trouwens later ook”) boer worden. Maar omdat zijn vader rond de eeuwwisseling zitting had in de commissie voor bevoorrading van de Stelling Amsterdam moest zoonlief talen gaan leren aan een instituut om pa in zijn internationale contacten taalkundig aan te vullen.

“Best loon”
Toch kocht Ackermann voor zijn vrije tijd een boerderijtje, boerde er naast zijn ambt als tolk er wat op, maar verkocht het spul weer wegens de te hoge lasten.
Volgens de scheurkalenders was het toen 1918, het jaar waarin Frederik Wilhelm Ackermann zijn activiteiten naar onze contreien ging verleggen. Hij tikte voor f 17.000 het landgoed van de Ruiter de Wildt in Zorgvliet bij Diever op de kop, bestaande uit een woonhuis met een twintig kamers, zestig hectare land en een koetshuis. Met behulp van acht arbeiders die ieder een rijksdaalder per dag verdienden (“een best loon voor die dagen”) begon hij zestien hectare als bouwland te ontginnen, de rest werd bos, wat het voor de Eerste Wereldoorlog ook geweest was.

“Rennen geblazen”
Door gebrek aan brandstof was het woud echter in 1917 gekapt en trof Ackermann alleen een groot gebied met verlaten stronken aan. Na veel moeite kreeg hij van de diverse instanties gedaan, dat hij die stronken met behulp van ’n springstof, die ook in zeemijnen werd gebruikt, mocht opblazen. “We groeven eerst met een grondboor een gat onder de wortels, plaatsten dan die springstof, en dan was het rennen geblazen. Die stronken spoten wel een honderd meter de lucht in, en de knal kon je tien kilometer verder horen. Per dag rooiden we zo een honderd stronken.”

“Varkensvoer”
De tijden werden voor Frederik Wilhelm Ackermann in de dertiger jaren ook minder. Eieren leverden hem twee cent per stuk op, een liter melk vier cent, en voor een mud aardappelen maakte hij zes en een halve gulden. “Die tijd kwam de tomaat net uit. Ik begon ze flink te verbouwen, maar je moet niet denken, dat die Drenten er een mond op wilden zetten. Als varkensvoer, anders kon ik ze niet kwijt. Het was hun te vreemd !”, verzucht de heer Ackermann, nu ik op zijn gehuurde kamertje aan de Ernst Casimirlaan 56 in Groningen-stad met hem zit na te praten. Zijn gezicht is hoekig verweerd; zijn brilletje is in de loop der tijden in zijn neus weggegroeid.

“Eten hele land op”
In 1938 verkocht ik dat spul in Zorgvliet; het was niet meer te doen. Ik ging naar Berlijn en zag daar duizenden vliegers en vliegtuigen, die in de grond verdwenen. Ik dacht, dat gaat mis, die eten straks in een week ons hele land op. Ik ben teruggegaan en heb onmiddellijk een schuilkelder in de Drentse bossen gebouwd, met slaapvertrekken en al. Toen ik later, in de oorlog in de stad Groningen woonde, ben ik er een keer naar toe gegaan. Maar toen er dichtbij een Messerschmitt naar beneden kwam, bij de aanval op Havelte, en alles in brand vloog, leek het me in de stad wel veiliger.”
Na de oorlog heeft de heer Ackermann zich beperkt tot het bijhouden van tuintjes, op zijn zeventigste begon hij te schilderen, op zijn vijfenzeventigste sloeg hij aan het fotograferen. Hij is wel tevreden met zijn leven zo op dat kamertje, “waar ze me al jaren uit willen hebben, maar dat lukt ze niet !”

“Handje helpen”
In 1963 kwam hij nog even in het nieuws toen hij de hele buurt sneeuwvrij maakte. Verder kennen weinigen hem. De buren doen wat geheimzinnig over zijn contacten met baronnen en professoren. Hij zelf praat er liever niet over, wel zegt hij dat hij zelf allicht ook van adel is. Wel heeft hij het graag over de landbouw:
“Het is me weer wat met die natte kleiboeren. Ze komen nooit klaar met dat regenweer. Ik las in het Nieuwsblad dat men weer met de hand wil gaan zaaien, maar dat er maar zo weinig mensen zijn die dat kunnen. Nou, ik heb het m’n hele leven gedaan en ik zou best nog eens een handje willen helpen.”

Blikvanger

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft zich een slag in de rondte gezocht naar de naam achter het pseudoniem Blikvanger, maar heeft die naam helaas nog niet kunnen vinden.
Friedrich Wilhelm Ackermann kocht in 1918 het landgoed niet van de Ruiter de Wildt, maar van de erven Lodewijk Guillaume Verwer.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van het lezen van Deeverse artikelen op papier is, kan het hier weergegeven bericht ook ten zeerste lezen op de bladzijden 201, 202 en 203 van het op vrijdag 9 juli 2021 uitgegeven Magnus Opus Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerk of dat papieren boekwerk bij iemand in kunnen zien.

Posted in Castra Vetera, Zorgvliet | Leave a comment

Ut botterfubriekie van de fumilie Boarels in Wittelte

In het provinciaal Drents maandblad ‘Drente’, jaargang 26, mei 1955, nummer 5, verscheen het artikel ‘De zuivelfabriek in vroeger dagen’ van Sjouke Cancrinus uut Dwingel. De redactie van ut Deevers Archief toont in dit bericht een afbeelding van bladzijde 7 uit genoemd maandblad, waarop een en ander over boterfabriekjes van particuliere ondernemers is beschreven. Zie afbeeling 1. De redactie van ut Deevers Archief citeert de volgende tekst.

De bordjes waren verhangen. Niet de landbouwproducten bereikten de markt, maar het waren de veeteeltproducten, biggen, vette varkens, boter en vee, die geld in het laatje brachten. De boter werd op het bedrijf zelve bereid. De boerinnen, de knappe botermaaksters niet te na gesproken, maakten in die tijd echter over het algemeen een slecht product. Hoe kon dat ook anders ! In de winter moest men eerst enige tijd de melk verzamelen om voldoende hoeveelheid voor het karnen bij elkaar te hebben. Ook aan de hygiënische omstandigheden, het beschikbare spoelwater zal menigmaal wel het een en ander hebben gehaperd. Thans zou het de best uitgeruste moderne zuivelfabrieken onder die omstandigheden ook onmogelijk geweest zijn, om van die melk als grondstof, een eerste keur product te maken.
Maar daar kwamen de eerste fabriekjes ! Meest op initiatief van particuliere ondernemers. Een uitkomst voor de boer, zowel voor de grote als de kleine en voor de laatste wel het meest.
De kleinste hoeveelheid melk kon nu elke dag aan de fabriek worden afgeleverd. De afvalproducten, ondermelk en karnemelk kreeg men op het bedrijf terug als een welkom en uitstekend voer voor de varkens en kalveren. En regelmatig ontving men om de veertien dagen wat geld op ’t handje, wat toen geen geringe verbetering in de geldcirculatie teweeg bracht.
Het was een economische sprong vooruit.
De ouden van dagen herinneren zich de eerste vestiging van de handkrachtfabriekjes nog wel: te Ruinen aan de Ruinerdijk, Dieverbrug van Hylkemeyer, Wittelte van Veeze, Uffelte van Kingma, Nijeveen van Smit, Eemster van Wiechers, enzovoort.
De oprichters verdienen een pluim, al deden ze het om persoonlijk winstbejag. Een pluim voor het nemen van het initiatief, een pluim voor het nemen van het risico.
Die fabriekjes werden handkrachtfabriekjes genoemd, omdat de centrifuge en de karn door mannekracht gedraaid moesten worden; één aan de centrifuge, twee aan de karn.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 18 december 1895 het volgende korte bericht over de oprichting van een handkracht-boterfabriek in Wittelte. Zie afbeelding 2.

Diever, 16 december 1895
Naar wij uit goede bron vernemen moet, in navolging van eenige omliggende gehuchten, ook te Wittelte het plan zijn beraamd eene boterfabriek met handkracht te plaatsen.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 21 februari 1896 het volgende bericht over de ingebruikname van de handkracht-boterfabriek in Wittelte. Zie afbeelding 3.

Diever, 19 februari 1896
Hedenmorgen is voor ’t eerst de boterfabriek met handkracht te Wittelte, geplaatst door den heer J.C. Veeze Pzn. te Dwingeloo, in werking gesteld. Alle veehouders, met uitzondering van twee, hebben hunne melk geleverd. Twee personen brachten zeer gemakkelijk de machine in beweging. In korten tijd was alle melk gecentrifugeerd.

n het ‘Nederlandsch weekblad voor zuivelbereiding en veeteelt’, jaargang 1, nummer 50, 10 maart 1896 verscheen de volgende advertentie over voorwarmers in handkracht-zuivelfabrieken. Zie afbeelding 4.

Voorwarmers in handkracht-zuivelfabrieken
De nieuwe, door mijne firma uitgevonden en gefabriceerde voorwarmer, in werking bij de zuivelfabriek te Wittelte bij Dwingelo, is bepaald onovertroffen; een belangrijk aantal reeds in bestelling.
De werking is geheel automatisch en volkomen secuur.
Brandstof-verbruik uiterst miniem.
Vraagt bijzonderheden en prijzen aan.
H.W. van der Ploeg Jzn., Grouw (Fr.)
Complete zuivelfabriek-installatie’s.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 1 april 1896 de volgende ingezonden mededeling (zeg maar reclameboodschap) over de melkvoorwarmer van werktuigkundige Van der Ploeg uit Grouw. Zie afbeelding 5.

Melkvoorwarmers
Het lastige en tijdroovende van het melkverwarmen in een kookpot heeft aan de zuivelfabriek ‘de Zwaluw’ alhier opgehouden, tengevolge van het plaatsen van een melkvoorwarmer, uiitgevonden en gefabriceerd door den heer Van der Ploeg te Grouw, em beschreven en aanbevolen in no. 37 en 40 dezer courant.
Het toestel werkt tot ieders genoegen en voldoet uitstekend; de constructie is zeer eenvoudig en doelmatig; de bediening gemakkelijk; het brandstofverbruik uiterst miniem; de toevoer van melk naar de centrifuge en de verwarming voldoende en geregeld; de afwerking netjes en soliede; de prijs zoo billijk mogelijk, terwijl de hoeveelheid heet water, ook voor ander gebruik toereikend is.
Het kan gemakkelijk 600 liter melk per uur verwarmen; in den winter bij felle koude tot ruim 30 graden, welke temperatuur kan verhoogd worden door omwinding der pijpen met isoleerkoord.
De melk, die door buizen naar de centrifuge vloeit, stort men nu eerst door eene zeef, voordat ze in de melkbak komt en verwarmd wordt, waardoor het bovenvat op de separator een daarmede ook de teems overbodig zijn geworden. De draaier der centrifuge kan direct zien op den thermometer, vóór op het trapvormig vertinde oppervlak geplaatst, of de temperstuur der melk daalt of stijgt, terwijl deze tegelijk den toevoer der melk naar den voorwarmer kan regelen. Het fabriekspersoneel is dientengevolge zeer door dit werktuig gebaat; – en rekent men daarbij de besparing van brandstof – dan zal voorzeker niemand betwijfelen, dat het toestel hooge rente afwerpt.
De omringende dorpen, onder andere Oldeholtpade, Oldeberkoop en Noordwolde, zijn van het voordeel en nut van dit werktuig zeer zeker overtuigd, – ten bewijze, dat ze direct tot plaatsing van genoemde voorwarmer overgaan. – Het fabricaat van  gezegden werktuigkundige kan dan ook in alle deele bij andere fabrieken worden aanbevolen, temeer, omdat de soliditeit en moraliteit van Van der Ploeg een zekeren waarborg geven voor eene accurate uitvoering eener bestelling.
Hartelijk dankende voor de opname dezes en andere dag- en weekbladen beleefd in overweging gevende, hunne lezers op deze nuttige uitvinding attent te maken, teeken ik mij met achting.
B. Kremer, administrateur van ‘de Zwaluw’.
Steggerda, 30 maart 1896.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 23 februari 1899 het volgende korte bericht over de oprichting van handkracht-boterfabriek in Deever. Zie afbeelding 6.

Diever, 21 februari 1899
In eene gisteravond gehouden vergadering van veehouders uit Diever en Wittelte, ten huize van W. Huiskes alhier, is besloten eene onderlinge boterfabriek, voorloopig met handkracht, op te richten. 44 veehouders hebben de melk van hunne 182 koeien toegezegd. Eene commissie bestaande uit de heeren H. Krol, H.H. Hessels, C. Offrein, R. Seinen, K.W. Fledderus, W. Bakker en K. Hessels, is benoemd om verder de zaken te regelen.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 5 april 1902 het volgende bericht over het voornemen tot oprichting van een coöperatieve boterfabriek in Wittelte. Zie afbeelding 7.

Diever, 3 april 1902
Te Wittelte was men al lang voornemens eene coöperatieve boterfabriek op te richten, doch het bleef bij het bespreken van allerlei plannen. Gisteravond was er met dit doel weer eene vergadering belegd. De aanwezigen waren allen in die mate voor oprichting, dat er nu veel kans bestaat, dat de zaak tot uitvoering zal komen; het getal toegezegde koeien is voldoende voor eene fabriek met handkracht.
De heeren K. Fledderus en P. Barelds werden uitgenoodigd de niet opgekomenen op te wekken tot deelneming en te zorgen, dat men de statuten van eene soortgelijke fabriek ter inzage verkrijgt.
Aanstaande vrijdagavond, 4 april wordt er op nieuw vergaderd ten huize van J. Warnders en dan zal een definitief besluit genomen worden. Ieder belanghebbende bedenke: “Eendracht maakt macht”.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 7 april 1907 het volgende bericht over het toetreden van Wittelter boeren tot de Coöperatieve Boterfabriek en Korenmalerij in Deever. Zie afbeelding 8.

Diever, 28 maart 1907
In de gisteravond gehouden vergadering van leden der coöperatieve boterfabriek en korenmalerij alhier werd het verzoek van eenige landbouwers uit Wittelte, om in de coöperatie te worden opgenomen, ingewilligd.
Hierdoor ondergaat onze fabriek eene gewenschte uitbreiding, daar toch hierdoor de melk van meer dan 80 koelen wordt gewonnen. Het plaatsen eener nieuwe centrifuge is evenwel nu noodzakelijk geworden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hendrik Lefferts Barelds is geboren op 1 april 1834 in Dwingel. Hij is overleden op 11 mei 1895 in Wittelte.
Berendina Veeze is geboren op 15 september 1837 op Koldervene. Zij is overleden op 24 januari 1928 in Wittelte. Zij is een dochter van schoolmeester Pieter Veeze en Margje Eemten.
Hendrik Lefferts Barelds en Berendina Veeze trouwden op 16 april 1864 in Dwingel. Zij kregen twee zonen Bareld en Pieter. Barelds is geboren op 14 februari 1865 in Wittelte. Pieter is geboren op 17 april 1873 in Wittelte

De redactie citeert uit het boek Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden (bladzijde 55) de volgende tekst:
Na 1890 werden in bijna alle dorpen boterfabrieken opgericht. Zo was de zuivelfabriek in Dwingeloo, de geboorteplaats van Hendrik Lefferts Barelds, in 1894 gebouwd. In Kolderveen, de geboorteplaats van zijn vrouw, was in 1892 de zuivelfabriek opgericht. Reken maar dan Hendrik Lefferts Barelds en zijn zoon Pieter met die ontwikkelingen op de hoogte waren. Omdat er in Diever/Wittelte niets werd ondernomen heeft de familie Barelds zelf een kleine centrifuge geïnstalleerd in hun karnkamer. Met die centrifuge kon men veel sneller en beter het botervet van de ondermelk scheiden. Uit overlevering is bekend dat ook de buren hun melk in de centrifuge deden en met de gescheiden room en ondermelk naar hun boerderij gingen.

Het bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant (zie afbeelding 3) vermeldt dat de centrifuge is geplaatst door J.C. Veeze Pzn. uit Dwingel. Jan Christiaan Veeze Pzn. is geboren op 28 april 1847 op Koldervene. Hij is overleden op 17 september 1940 in Dwingel. Hij is begraven op de kaarkhof van Dwingel. Hij is een zoon van schoolmeester Pieter Veeze en Margje Eemten. Hij is de jongste broer van Berendina Veeze, de echtgenote van Hendrik Lefferts Barelds.

Hendrik Lefferts Barelds heeft de ingebruikname van de centrifuge in de karnkamer van zijn boerderij op 19 februari 1896 niet meegemaakt. Hij stierf op 11 mei 1895.
Het boek Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden vermeld het adres van de boerderij van Hendrik Lefferts Barelds: Wittelte 121, nu Wittelterweg 12a.
Na de opening van de straatweg Wittelterbrug-Diever in 1905 waren er voor de Wittelter boeren geen fysieke belemmeringen meer lid te worden van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij an ut Katt’nende in Deever. Omstreeks die tijd zal Pieter Barelds gestopt zijn met zijn particuliere boterfabriekje en lid zijn geworden van de coöperatieve Deeverse botterfubriek. Zie bijvoorbeeld afbeelding 8.

De redactie heeft de aan het einde van dit bericht afgebeelde kleurenfoto (zie afbeelding 9) van de boerderij met het huidige adres Wittelterweg 12a gemaakt op donderdag 26 april 2018.

 Afbeelding 1


Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7

Afbeelding 8

Afbeelding 9

Posted in Botterfubriekie Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Pentiekening van de Keet 2.0 op de Heezebaarg

De favoriete bezigheid van kunstenaar Arie Goedhart was tekenen met pen en inkt, dat is arceren en werken met natuurlijke structuren, maar vooral het weergeven van de stilte en de rust van de natuur. En waar kan hij dat beter doen dan op de Heezebaarg an de Heezenesch bee Deever.
Op de hier afgebeelde pentekening van Arie Goedhart is tussen de bomen een stukje van de zijgevel van de Keet 2.0, dat wil zeggen de opvolger van de Keet 1.0, op de Heezebaarg te zien.
De Keet 1.0 is de directiekeet van professor doctor Albert Egges van Giffen, die hij in de dertiger jaren van de vorige eeuw gebruikte bij de opgraving van de terp van Ezinge in de provincie Groningen en die hij na beëindiging van die opgraving liet afbreken, naar Deever liet vervoeren en daar weer liet opbouwen op de Heezebaarg. De Keet 1.0 heeft op de Heezebaarg bijna zestig jaren dienst gedaan als zomerhuisje van de familie van Giffen.
De laatste eigenaren van de Keet 1.0, een kleindochter en een kleinschoonzoon van professor doctor Albert Eggen van Giffen hebben de Keet 1.0 in 1997 laten slopen en de Keet 2.0 laten bouwen.
De redactie van ut Deevers Archief heeft voor het tonen van deze fraaie pentekening in ut Deevers Archief toestemming van de maker Arie Goedhart. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
De kleurenfoto is op 20 januari 2019 gemaakt door een fotograaf, waarvan de naam bekend is bij de redactie. De redactie heeft voor het tonen van deze fraaie kleurenfoto in ut Deevers Archief toestemming van deze fotograaf. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.


Posted in Albert Egges van Giffen, Heezerbaarg, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Greinspoaltie 47 is neet op deselde stee nièr eset

In de Olde Möppeler (Móppeler Kraante, Meppeler Courant) van 30 juli 2012 én vervolgens in het Dagblad van het Noorden van 1 augustus 2012 verscheen ongeveer hetzelfde volgende mini-berichtje.

ZORGVLIED – Grenspaal op nieuwe plaats
De gerestaureerde grenspaal is herplaatst op de oude landweer bij de Willingehoek van camping Groot Bartje in Zorgvlied. De grenspaal is onder het puin vandaan gehaald. Henk Schurer doopte op de historische grens tussen Elsloo en Zorgvlied de paal met water uit de Linde. De vinder van de paal, Hans Salverda, werd als voogd van de paal benoemd. Met het vinden van de paal wordt de historische grens tussen Friesland en Drenthe zo langzamerhand weer zichtbaar.

In het Dagblad van het Noorden van 1 augustus 2012 verscheen het nagenoeg zelfde volgende mini-bericht.

ZORGVLIED – Historische grenspaal tussen Drenthe en Friesland
De gerestaureerde paal die de historische grens markeert tussen Friesland en Drenthe, is op de oude landweer bij de Willingehoek in Zorgvlied herplaatst. Op de historische grens tussen Elsloo en Zorgvlied werd de paal gedoopt met water uit de Linde. Vinder Hans Salverda werd als voogd van de paal benoemd. Door de herplaatsing van de paal wordt de historische grens tussen Friesland en Drenthe langzaam weer zichtbaar.

Aantekeningen van de redactie van ut Dievers Archief
De schrijver van de veel op elkaar lijkende mini-berichten gebruikt de term ‘historische grens’, echter om de ligging van deze grens is in het verleden nooit enige strijd geweest, in feite gaat het om een greinspoaltie op de kunstmatige scheidingslijn tussen twee bestuurlijke eenheden, te weten de provincie Fryslân en de provincie Drente.
Greinspoalties worden in elk geval geplaatst op het punt waar de grens een knik maakt, zo ook de greinspoalties tussen de provincies Fryslân en de provincie Drente in de gemiente Deever. Van oudsher moet bij het ene greinspoaltie het volgende greinspoaltie zijn te zien.
Het artikel geeft niet aan om welk grenspoaltie het gaat, maar het is waarschijnlijk dat het hier om greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46) gaat.

De heer Harry ten Veen reageerde op 9 april 2019 als volgt.
Goedemiddag.
Ik kijk weleens op de site vanwege de grenspalen.
Dat is mijn grootste interesse.
Bij de herplaatsing van deze grenspaal was ik aanwezig.
Ik heb ook veel foto’s.
Het nummer van de grenspaal is 47.
Dat is absoluut juist.
Het filmpje dat te vinden is op http://www.gemeentediever.nl/dorpen/zorgvlied/index.html (even naar beneden scrollen) is trouwens van mij.
Groet, Harry ten Veen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief van 9 april 2019
De redactie is de heer Harry ten Veen bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
De redactie heeft in de titel van het bericht het romeinse nummer XLVI (nummer 46) gewijzigd in het romeinse nummer XLVII (nummer 47).
De redactie verwijst ook naar het bericht Paal maakt oude grens zichtbaar in de digitale krant Nieuwe Ooststellingwerver.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De heer Hans Salverda heeft op 19 april 2023 met zijn smartphone de coördinaten van grenspaal 47 opgemeten:
52°55’34.7″ Noorderbreedte en 6°15’11.9″ Oosterlengte.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvliet | Leave a comment

Adriaan Vermeulen hef de Aagterstroate eskildert

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft al heel wat afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever opgenomen in ut Deevers Archief.
Maar hoe meer afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever de redactie in ut Deevers Archief kan tonen, hoe liever het hem is.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan na het aanklikken van het onderwerp Kuunst een indruk krijgen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever, waardoor kunstenaars zich hebben laten inspireren.

De redactie vond op het internet een afbeelding van een schilderij met passe-partout en lijst van de kunstenaar Adriaan Vermeulen (Den Haag 1900 – Rolde 1987). Zie afbeelding 1. Is het een olieverfschilderij, een waterverfschilderij of een guache schilderij ? Het schilderij is linksonder gesigneerd.  Zie afbeelding 3.
De redactie heeft het vermoeden dat Adriaan Vermeulen het schilderij van huizen en boerderijen an de Aagterstroate en het kerkgebouw an de brink van Deever omstreeks 1960 heeft gemaakt. In elk geval ná 1957, want de wijzerplaat van het uurwerk in de gemeentelijke toren is naast het galmgat geschilderd. De redactie heeft het vermoeden dat Adriaan Vermeulen het schilderij niet ter plekke heeft gemaakt, maar dat hij bijgaand afgebeelde zwart-wit foto of een daarop lijkende foto als bron van inspiratie heeft gebruikt. Zie afbeelding 2.

Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie aanvullende gegevens van dit schilderij verschaffen ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie aanvullende gegevens van Adriaan Vermeulen verschaffen ? Wellicht heeft hij meer schilderijen in de gemiente Deever gemaakt.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Aagterstroate, Kuunst, Skildereeje | Leave a comment

Tweeloeks wètervaarftiekening van ut hunnebedde

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft al heel wat afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever opgenomen in ut Deevers Archief. Maar hoe meer afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever de redactie in ut Deevers Archief kan tonen, hoe liever het hem is.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan na het aanklikken van het onderwerp Kuunst een indruk krijgen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever, waardoor kunstenaars zich hebben laten inspireren. Ut hunnebedde D52 an de Grönnegerweg bee Deever is een object dat door veel kunstenaars is getekend en geschilderd.

De redactie zag in de indrukwekkende en leerzame webstee/blog truigys.be een waterverftekening van ut hunnebedde D52. De redactie heeft van de Belgische kunstenares Trui Gysseling toestemming deze tekening in ut Deevers Archief te tonen. Zij is de maker van deze tekening. De redactie is mevrouw Trui Gysseling bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

De zeer gewaardeerde creatieve leden van Schilderskring Diever wordt vooral aangeraden haar leerzame blog Reizen als inspiratie te lezen.

Kunstenares Trui Gysseling schrijft over aquarel impressies:
Neem een draagbare aquarelset mee en schilder kleine impressies van de landschappen, stedelijke scènes, of culturele ervaringen die je tegenkomt. Deze snelle schetsen kunnen de sfeer en je gevoelens op dat moment vastleggen.

Maar wat is het formaat van haar schetsboek ? A4, A3 of A2 ?

De redactie ontving op 21 augustus 2024 de volgende zeer gewaardeerde aanvulling van kunstenares Trui Gysseling
Bedankt voor het mooie artikel op je blog.
De tekening is inderdaad ter plekke gemaakt, op een mooie en zonnige namiddag, in een moleskine schetboek (komt niet overeen met de A-formaten) over de twee naast elkaar liggende pagina’s.
Dat doe ik dikwijls, maar is natuurlijk een beetje lastig om te scannen.
En het is inderdaad met aquarel gemaakt. 

Afbeelding 1
Kunstenares Trui Gysseling heeft deze waterverftekening van hunnebedde D52 op 18 september 2018 ter plekke gemaakt.
Afbeelding 2
De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto van hunnebedde D52 gemaakt op maandag 8 juni 2020.

Posted in Hunnebedde D52, Kuunst | Leave a comment

Ut eulievaarfskilderee Wittelermoa van Fred Klaassen

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft al heel wat afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever opgenomen in ut Deevers Archief.
Maar hoe meer afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en etsen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever de redactie in ut Deevers Archief kan tonen, hoe liever het hem is.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan na het aanklikken van het onderwerp Kuunst een indruk krijgen van onderwerpen/objecten in de gemiente Deever, waardoor kunstenaars zich hebben laten inspireren.

De redactie vond op het internet een afbeelding van het olieverfschilderij op linnen van Fred C. Klaassen. Zie afbeelding 1.
Het schilderij heeft een breedte van 45 cm en een hoogte van 35 cm. Het schilderij is rechtsonder gesigneerd. Op de achterkant van het schilderij is te lezen dat het schilderij de naam Witteltermade heeft. Zie afbeelding 4.
In de verzameling afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en etsen in ut Deevers Archief is het hier afgebeelde olieverfschilderij het eerste kunstwerk waarop een Witteler dorpsbeeld is te zin. Driefwerf hulde voor Fred. C. Klaassen: hulde, hulde, hulde.
De redactie heeft het vermoeden dat Fred. C. Klaassen een zoon is van boer Hendrik Jan Klaassen en Anna Zantinge. Hun boerderij stond (staat) op de hoek van de Wittelterweg en de Wapserveenseweg in Wittelte. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan dit bevestigen ?
Ter oriëntatie en ter vergelijking met het schilderij zijn bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s van het begin van de weg met de naam Witteltermade in Wittelte opgenomen. Zie afbeeldingen 2 en 3.

De redactie ontving op 2 januari 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie van Marjolein Meesters-Winters:
De boerderij aan het einde van de weg is het ouderlijk huis van mijn vader Albert Jan Winters. Hij was getrouwd met Margje Smit uit Dieverbrug. Hij is een zoon van Frens Winters en Aaltje Odie. De boerderij werd later voortgezet door zijn broer Albert Winters. Die was getrouwd met Geesje Doorten. Zijn andere broer Jan Winters was getrouwd met Jantje Liezen. Zij woonden in het huis wat links op het schilderij is te zien. De drie broers hadden een zus, Jantje Winters. Zij was getrouwd met Harm van Zegeren.

Afbeelding 1

Afbeelding 2- (© https://www.google.com/maps; deze opname is gemaakt in maart 2022)
Afbeelding 3 – (© Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 4

Posted in Kuunst, Skildereeje, Wittelte | Leave a comment

Ut nep-Jan-Haarm-Pol-baankie an de Woaterseweg

Dierendokter dr. Jan Haarm Pol is in 1942 geboren in de boerderij vlak bij de hoek van de Woaterseweg en de Appelschaseweg op Woater’n. Hij is in Nederland nogal tamelijk wereldberoemd van de tillevisieserie The Incredible Dr. Pol (De Ongelooflijke Dr. Pol).

Hij kreeg in september 2016, alweer enige tijd geleden, bij Obadja an de Dorpsstroate op Zorgvliet (an de aandere kaante van de Deeverse bos) van de gemeente Westenveld een eigen zitbankje aangeboden. Wat een eer. Dierendokter dr. Jan Haarm Pol was nota bene helemaal uit Weidman in Michigan in de Verenigde Staten van Amerika naar Zorgvliet gekomen om hoogstpersoonlijk in eigen persoon aanwezig te zijn bij de plechtige onthulling van zijn prachtige kunstzinnig gemaakte paardehoofdbankje.

De redactie van ut Deevers Archief zag op woensdag 17 mei 2023 tot zijn stomme verbazing dat het paardehoofdbankje van dierendokter dr. Jan Haarm Pol niet meer bij Obadja stond. Zie de kleurenfoto die de redactie op die dag ter plekke heeft gemaakt. De Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Genadeloze Zitbankjes Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan In Deever hebben het paardehoofdbankje geliquideerd en lieten het vervangen door een oersaai standaard bankje van geperst absoluut-niet-duurzaam plastic.

Als uiterst ongeloofwaardige smoes voor het liquideren van het paardehoofdbankje werd aangevoerd dat het bankje verrot was en daardoor te onveilig was om op te zitten. Maar hoe kan een 10 centimeter dikke duurzame zitting al na zes jaar zo ongelooflijk snel zijn verrot ? Oeioeioei !! Olalala !! Ammehoelalala !! Die zitting was natuurlijk helemaal niet verrot !!

Maar al zou die 10 centimeter dikke duurzame zitting wél verrot zijn geweest, dan had kettingzaagvirtuoos Henri Koeling uut de Peperstroate in Deever, ten behoud van zijn paardehoofd, die duurzame zitting van het door hem gemaakte paardehoofdbankje uiteraard erg graag en gemakkelijk en misschien wel gratis willen vervangen door een nieuwe 10 cm dikke duurzame zitting. Hoe duurzaam wil je het hebben ? Dus de grote vraag is: wat was de werkelijke reden voor het liquideren van het paardehoofdbankje van dierendokter dr. Jan Haarm Pol ?

Weet dierendokter dr. Jan Haarm Pol dat de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Genadeloze Zitbankjes Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan In Deever hem hebben geschoffeerd met het liquideren van zijn eigen eigen paardehoofdbankje ? Weet Henri Koeling van deze schoffering af ?

De redactie heeft echter het vermoeden dat het kerkbestuur van Obadja en of de omwonenden bij nader inzien de grote belangstelling van toeristen voor het paardehoofdbankje niet aanstond en stampij hebben gemaakt bij de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Genadeloze Zitbankjes Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan In Deever.

Maar als het paardehoofdbankje daar zo nodig zo ongelooflijk snel en om wat voor redenen dan ook moest worden geliquideerd, dan had het bankje, al dan niet voorzien van een nieuwe duurzame tien centimeter dikke zitting, kunnen worden verplaatst naar bijvoorbeeld het Tiedzatplein tegenover Villa Nova of naar de berm op de hoek van de Woaterseweg en de Appelschaseweg.

De redactie van ut Deevers Archief las op de webstee van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever de volgende onnozele lulkoektekst.
In opdracht van onze vereniging is donderdag 25 april 2024 een nieuwe Dr. Pol bank geplaatst bij zijn geboortehuis op het brinkje op de hoek van de wegen Wateren/Appelschaseweg in Wateren. Een voorloper van deze bank was geplaatst in Zorgvlied voor de kapel Obadja aan de Dorpsstraat. Dit exemplaar was door houtrot aangetast en vanwege onveiligheid verwijderd.
Jan Veenstra heeft samen met Homme Geertsma het initiatief genomen om een nieuwe Dr. Pol bank te plaatsen. Zij waren van mening dat de bank meer thuis hoort bij zijn geboortehuis. Van de gemeente Westerveld kregen ze alle medewerking en was de gemeente bereid het brinkje te herinrichten. De bank is ontworpen en vervaardigd door Boomzaagkunst uit Rolde.
Bij de bank gaan we nog een gedenkconsole plaatsen met de volgende tekst:
The incredible dr. Pol, de wereldberoemde dierenarts

In deze boerderij werd in 1942 Jan-Harm Pol geboren. Voor zijn studie diergeneeskunde in Utrecht bracht hij zijn stageperiode door in Michigan in de Verenigde Staten van Amerika en vond daar zijn grote liefde Diane. Samen vestigden ze zich daar en begonnen een succesvolle dierenartsenpraktijk.

De redactie maakt ten zeerste bezwaar tegen de lulkoektekst ‘op het brinkje’. Er had moeten staan ‘in de berm’. De redactie wijst ten zeerste op het foute gebruik van het woord ‘voorloper’. De redactie twijfelt ten zeerste aan het waarheidsgehalte van de zin ‘Dit exemplaar was door houtrot aangetast en vanwege onveiligheid verwijderd.’ Ongelooflijk ! Ongeloofwaardig ?
De heer Jan Veenstra, uitbater van het paardespul Ludanchelo Hoeve, en de heer Homme Geertsma, de voorzitter van muziekvereniging Advendo, hadden uiteraard absoluut niet het initiatief voor het laten vervaardigen van een vervanger van het paardehoofdbankje van dierendokter dr. Jan Haarm Pol moeten en mogen nemen, want dat hadden die lamzakkige labbekakkerige Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Genadeloze Zitbankjes Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan In Deever zelf moeten doen. Als doekje voor het ambtelijke bloeden en het verhullen van lomp ambtelijk falen verleende de gemeente Westenveld wellicht met knarsende tanden zijn medewerking aan het onverhoopte burgerinitiatief. De redactie betreurt het ten zeerste dat kettingzaagvirtuoos Henri Koeling uut de Peperstroate in Deever niet zelf de vervanger van zijn eigen paardehoofdbankje mocht maken. Hoe grof en onbeschoft en geschoffeerd wil je het hebben ? Maar is het prachtige paardehoofd van het geliquideerde paardehoofdbankje van dierendokter dr. Jan Haarm Pol eigenlijk wel teruggegeven aan Henri Koeling ??

So what the hell was going on ??

De redactie heeft de bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s van het kitcherige niet-duurzaam lijkende boerenlompe nep-Jan-Haarm-Pol zitbankje met de veel te dunne rottingsgevoelige zitting op de hoek van de Woaterseweg en de Appelschaseweg gemaakt op vrijdag 12 juli 2024.

Posted in Dr. Pol, Jan Haarm Pol, Woater’n | Leave a comment

De ofsender is K. Dijkstra- 9R3K3B

Soldaat K. Dijkstra stuurde op 17 september 1906 de hier afgebeelde ansichtkaart naar de heer H. Stuut in de Pluimerstraat in de stad Groningen. Soldaat K. Dijkstra was gelegerd in het soldatenkamp op de Oeren tussen Kalteren en Soerte. De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk hebben de weg langs het vroegere soldatenkamp de naam de Kamp gegegeven, maar moet natuurlijk de naam de Kaamp op de Oeren krijgen.
Soldaat K. Dijkstra gaf aan dat hij behoorde tot 9R3K3B (derde bataljon van de derde compagnie van het negende regiment infanterie van de Landweer), maar dat is niet juist. Hij had moeten aangeven 9R3B3K (derde compagnie van het derde bataljon van het negende regiment infanterie van de Landweer).
Het is toch wel jammer dat soldaat K. Dijkstra het linker deel van de kaart wel heeft benut voor het plakken van de postzegel van 1 cent en niet heeft benut voor het delen van enige ongetwijfeld nu historisch waardevolle kampervaringen met de geadresseerde. Bijzonder fraai is wel het scherpe poststempel van het postkantoor in de stad Groningen.
Op de ansichtkaart is de 1899 opgerichte stoomzuivelfabriek aan het Katteneinde in Deever te zien.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde foto ook ten zeerste in zwart-wit weergave bewonderen op bladzijde 27 van het papieren blaadje Opraekelen nr. 23/3 (september 2023) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blaadje zijn of dat papieren blaadje bij iemand in kunnen zien.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3 – Zuidgevel van de zuivelfabriek aan het Katteneinde in Diever na de verbouwing in 1914.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Meul’nende, Süvelfubriek Deever | Leave a comment

Rooms Katholiek Vacantie Centrum op Zorgvliet

Het Olde-Willem-Groot- en Klein Wateren-Zorgvliet filiaal van de heemkundige vereniging uut Deever an de aandere kaante van de Deeverse bos heeft in de beschrijving van de historische wandeling op Zorgvliet en op Wateren de volgende tekst (voor wat deze waard is) over het op de ansichtkaart afgebeelde pand opgenomen.

Dit huis stond aanvankelijk in Oldeterp. Een tegenover het huis wonende freule vond het een lelijk huis en wilde dat het afgebroken zou worden. Dat geschiedde rond 1900. Timmerman Dalstra kocht het huis en bouwde het in Zorgvliet weer op. Daarna was het een timmerwinkel en een boerderij, annex kruidenierswinkel. Ook was het enige tijd een vakantiecentrum voor Rooms Katholieken.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het was rond 1900 toch wel een komen en gaan van huizen op Zorgvlied.
Het zo genoemde Amsterdamse huis aan de Dorpsstraat kwam volgens zeggen uit Amsterdam.
Het hier afgebeelde lomp ogende pand aan de Dorpsstraat kwam volgens zeggen uit Oldeterp.
Villa Laanzicht aan de Dorpsstraat werd afgebroken en weer opgebouwd an de Deeverbrogge.
Diverse boerderijtje zouden in Friesland zijn afgebroken en weer zijn opgebouwd op Zorgvlied.

Als verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever moet je bij een nieuwe aanwinst soms wel een beetje geluk hebben. De redactie kocht deze kaart van het Rooms Katholieke Vacantie Centrum aan de Dorpsstraat op Zorgvliet (of is het de Zorg Vliedt ?) voor een grijpstuiver op een ansichtkaartenverzamelaarsbeurs bij Rotterdam.
De redactie laat de zeer gewaardeerde bezoekers van ut 
Deevers Archief graag meegenieten van al het moois uut de gemiente Diever.

Posted in Ansigtkoate, Dorpsstroate, Zorgvliet | Leave a comment

Un acrylskildereeje van de bos aagter de Titanialaan

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft al heel wat afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen opgenomen in ut Deevers Archief. Maar hoe meer afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en etsen van objecten in de gemiente Deever de redactie in ut Deevers Archief kan tonen, hoe liever het hem is. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief krijgt na het aanklikken van het onderwerp Kuunst in de gemiente Deever een indruk van onderwerpen waardoor kunstenaars zich in de gemiente Deever hebben laten inspireren.

Jacob Eisse Mulder is geboren op 24 mei 1922 in de boerderij ‘De Morgens ter’ in de Oostpolder, achter Spijk, in de provincie Groningen. Hij is overleden op 16 juli 2018 in Uithuizen. Hij is zijn hele leven boer geweest in Zijldijk in de provincie Groningen. Hij heeft tot eind 1992 geboerd. Hij was 70 jaren oud toen hij stopte als boer. Hij en zijn vrouw verhuisden naar Uithuizen. Daar begon hij eindelijk aan zijn tweede carrière, namelijk die van kunstschilder. Als kind had hij al aanleg voor tekenen en schilderen, maar tot aan zijn pensionering als boer had hij geen tijd genomen deze aanleg verder te ontwikkelen. Maar was Jacob Eisse Mulder maar als jonge man begonnen met tekenen en schilderen !!

Jacob Eisse Mulder was 87 jaren oud toen hij in 2009 bijgaand afgebeeld acrylschilderij (40 cm x 50 cm, geschilderd op board) maakte. Het prachtige kunstwerk heeft als eenvoudige titel Berkenheuvel. Dit schilderij heeft hij thuis in Uithuizen gemaakt aan de hand van een foto vanuit de achtertuin van het huis van zijn dochter Annie aan de Titanialaan in Park Midzomer bee Deever.

De redactie is dochter Annie bijzonder erkentelijk voor haar toestemming een afbeelding van dit schilderij in ut Deevers Archief te mogen tonen. De redactie verwijst uiteraard graag naar haar zeer informatieve webstee JacobEisseMulder.nl.

De redactie nodigt de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief bijzonder graag uit hem te attenderen op kunstwerken van onderwerpen in de gemiente Deever.

Posted in Kuunst, Park Midzomer, Skildereeje | Leave a comment

Skildereeje van ut veentie an de Doldersummerweg

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen van objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft al heel wat afbeeldingen van schilderijen en tekeningen en etsen opgenomen in ut Deevers Archief. Maar hoe meer afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en etsen van objecten in de gemiente Deever de redactie in ut Deevers Archief kan tonen, hoe liever het hem is. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief krijgt na het aanklikken van het onderwerp Kuunst in de gemiente Deever een indruk van onderwerpen waardoor kunstenaars zich in de gemiente Deever hebben laten inspireren.

Jacob Eisse Mulder is geboren op 24 mei 1922 in de boerderij ‘De Morgens ter’ in de Oostpolder, achter Spijk, in de provincie Groningen. Hij is overleden op 16 juli 2018 in Uithuizen. Hij is zijn hele leven boer geweest in Zijldijk in de provincie Groningen. Hij heeft tot eind 1992 geboerd. Hij was 70 jaren oud toen hij stopte als boer. Hij en zijn vrouw verhuisden naar Uithuizen. Daar begon hij eindelijk aan zijn tweede carrière, namelijk die van kunstschilder. Als kind had hij al aanleg voor tekenen en schilderen, maar tot aan zijn pensionering als boer had hij geen tijd genomen deze aanleg verder te ontwikkelen. Maar was Jacob Eisse Mulder maar als jonge man begonnen met tekenen en schilderen !!

Jacob Eisse Mulder was 87 jaren oud toen hij in 2009 bijgaand afgebeeld acrylschilderij (40 cm x 50 cm, geschilderd op board) maakte. Het prachtige kunstwerk kreeg de titel Kikkervijvertje. Dit schilderij heeft hij thuis in Uithuizen gemaakt aan de hand van een foto van het veentje aan de Doldersummerweg bij Park Midzomer. De redactie piekert zich al dagen suf wat de echte naam van het Kikkervijvertje is. Wie van de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief weet wel de naam van het veentje aan de Doldersummerweg bij Park Midzomer ?

De redactie is dochter Annie van Jacob Eisse Mulder bijzonder erkentelijk voor haar toestemming een afbeelding van dit schilderij in ut Deevers Archief te mogen tonen. De redactie verwijst uiteraard graag naar haar zeer informatieve webstee JacobEisseMulder.nl.

De redactie nodigt de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief bijzonder graag uit hem te attenderen op kunstwerken van onderwerpen in de gemiente Deever.


Afbeelding 2
Afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van de veenplas aan de Doldersummerweg. De kaart is in maart 1961 uitgegeven door JosPé in Arnhem en was te koop in drogisterij De Gaper van Hendrik Mulder an de Heufdstroate in Deever.

Posted in Ansigtkoate, Kuunst, Meer, veen, ven, plas, enzovoort, Skildereeje | Leave a comment

Bint klinkers uut un Nazi-vliegveld aarfgood ?

In de nieuwsbrief ‘Brinkenplan Diever op Dreef’ van juni 2020, die te vinden was in de webstee van het zo genoemde Brinkenplan van de gemeente Westenveld, is aanwezig het artikeltje ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’. Dit artikeltje is hier als afbeelding opgenomen. Het ‘Brinkenplan Diever op Dreef” is de naam die de gemeente Westenveld heeft gegeven aan de in 2019 en 2020 uitgevoerde en miljoenen euro’s belastinggeld gekost hebbende herbestrating van de straten van ut olde centrum van Deever. De afbeeldingen in het artikeltje ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’ zijn overgenomen uit het bericht Fliegerhorst Havelte van de provincie Drente.

Cultureel erfgoed in de brink van Diever
In Diever liggen op een aantal plaatsen nog stenen die afkomstig zijn van het vliegveld dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers is aangelegd op het Holtingerveld in Darp.
Deze stenen (broodjes) lagen in de startbaan waarvan op het Holtingerveld twee waren aangelegd (kleine startbaan en grote startbaan).
Veel jonge mannen uit de omgeving waren door de Duitsers hier te werk gesteld om het vliegveld aan te leggen. Het vliegveld werd tijdens de oorlog veelvuldig door de geallieerden gebombardeerd, waardoor het vliegveld vaak onbruikbaar was.
Na de oorlog is het vliegveld ontmanteld en zijn de stenen gebruikt bij de aanleg van wegen. In Diever liggen deze stenen in de brink en de Brinkstraat. Dit straatwerk is dus een stukje cultureel erfgoed waar we zuinig op moeten zijn.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de Tweede Wereldoorlog was de Duitse Luftwaffe in dienst van nazi-Duitsland. De nazi-Duitsers werkten vanaf oktober 1942 aan de aanleg van een groot militair vliegveld bij Havelte voor gebruik in de luchtstrijd tegen de geallieerden. De redactie verwijst voor meer gegevens naar het bericht Fliegerhorst Havelte van de provincie Drente.

Veel overblijfselen van dit vliegveld zijn nog steeds terug te vinden in het Havelter landschap. Ook voormalige taxibanen of rolbanen, het Duitse woord voor rolbaan is Rollbahn, zijn nog steeds terug te vinden. In de volksmond heet een van die taxibanen nog steeds de Rolbèène. In de verharding van de Kolonieweg, een voormalige nazi-Duitse-rolbaan die na de Tweede Wereldoorlog is versmald, zijn de originele broodjes, een type straatklinker, nog aanwezig. Voorstelbaar is dat de straatklinkers, die vrij kwamen bij de versmalling van de Kolonieweg, in Deever zijn gebruikt voor de verharding van een stuk van de Brinkstroate en de stroate op de brink.

De redactie wist tot het lezen van het bericht ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’ absoluut totaal volstrekt agin neet dat in de bestrating vóór het Schultehuis straatklinkers uit een nazi-Duitse-startbaan zijn gebruikt. Nota bene in de Tweede Wereldoorlog heeft de beruchte in dienst van nazi-Duitsland staande bloedgroep Norg het Schultehuis als martelkamer gebruikt.

De redactie ergert zich aan de laatste zin van het bericht ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’, te weten de zin ‘Dit straatwerk is dus een stukje cultureel erfgoed waar we zuinig op moeten zijn’.
De redactie ergert zich bij het lezen van die zin aan het pleonasme ‘cultureel erfgoed waar we zuinig op moeten zijn.’
De redactie ergert zich bij het lezen van die zin nog het meest aan het gebruik van het autoritaire, domweg iedereen de mond willen snoerende woordje ‘dus’. 

De wet van 9 december 2015, houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed, in het dagelijks gebruik gewoon de Erfgoedwet genoemd, bevat het volgende artikel.
Artikel 3.16. Gemeentelijk erfgoed
1. De gemeenteraad kan een erfgoedverordening vaststellen.
2. De verordening ziet op het beheer en behoud van cultureel erfgoed gelegen binnen de desbetreffende gemeente, dat van bijzonder belang is voor die gemeente vanwege de cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis.
3. Het college van burgemeester en wethouders houdt een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed bij.

Vast staat wel dat de straatklinkers uit de nazi-Duitse-startbaan in Deever geen cultureel erfgoed van de Nederlandse staat of de provincie Drente zijn. Dus cultureel erfgoed is dus alleen gemeentelijk cultureel erfgoed als dus het betreffende object dus in het gemeentelijk register van aangewezen cultureel erfgoed staat. Het is de redactie dus niet duidelijk wie in de gemeente Westenveld dus de grote wijze aanwijzer van cultureel erfgoed is. Is dat dus de burgemeester ? Is dat dus de wethouder van cultuur ? Is dat dus het college van burgemeester en wethouders ? Is dat dus de gemeenteraad ? Is dat dus de beleidsregisseur erfgoed en cultuurhistorie ? Is dat dus een heemkundige vereniging ? Is dat dus in het geval van de aanwezige straatklinkers uit een nazi-Duitse-startbaan in bestrating in Deever dus een op drift geraakt ambtenaartje die dus belast is met de uitvoering van het ‘Brinkenplan Diever op Dreef’ ? Is dat dus de redacteur van het artikeltje ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’ ?

De redactie kan zich dus niet voorstellen dat enige vierkante meters hergebruikte straatklinkers uit een nazi-Duitse-startbaan in bestrating in Deever zijn gebombardeerd tot gemeentelijk cultureel erfgoed. Als dus de Kolonieweg of een klein stukje van de Kolonieweg met de oorspronkelijke straatklinkers uit de nazi-Duitse-rolbaan dus al geen gemeentelijk erfgoed is, dan zijn dus die enkele vierkante meters hergebruikte straatklinkers uit een nazi-Duitse-startbaan in Deever al helemaal geen gemeentelijk erfgoed. Die hebben dus voor Deever een negatieve cultuurhistorische betekenis, een negatieve historische waarde en een negatieve historische bijsmaak. Als die in Deever liggende straatklinkers uit een nazi-Duitse-startbaan onverhoopt dus wel in het gemeentelijk erfgoedregister zijn opgenomen, dan moeten die dus ‘mit groszer Geschwindigkeit und im geraden Trab’ uit het gemeentelijk erfgoedregister worden geschrapt. En die straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan moeten dus ‘mit groszer Geschwindigkeit und im geraden Trab’ worden gesloopt. Than it will be right, but with just another filthy memory !  

Posted in Brink, Brinkstroate, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Roef Smit skref over ut N.A.D.-kamp an de Gowe

De redactie van ut Deevers Archief bezocht in het voorjaar van 2019, alweer een paar jaren geleden, Roelof Jannes Smit in zijn aanleunwoning van het bejaardenhuis in De Weier an de Heufdstroate in Deever. Heel veel Deeverse en Deeverbrogse onderwerpen waren al aan de orde geweest, totdat op een gegeven moment Roelof Smit vroeg: ‘Mor wat kooi’j hier doon ?’
De redactie vertelde hem dat hij was gekomen om onder meer zijn toestemming te vragen het artikel ‘Roelof Smit over het N.A.D.-kamp aan de Geeuwenbrug’, dat hij in 2002, toen hij nog in Nieuwe Pekela woonde, over het N.A.D.-kamp an de Gowe schreef, en dat in maart 2003 is gepubliceerd in het papieren blad Opraekelen (nummer 03/1) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever
, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, in ut Deevers Archief op te nemen. Dat mocht, die toestemming gaf hij. De redactie is Roelof Jannes Smit bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Roelof Jannes Smit heeft in het artikel ‘Roelof Smit over het N.A.D.-kamp aan de Geeuwenbrug’ wat herinneringen aan dit N.A.D.-kamp op papier gezet in de hoop zo een steentje bij te dragen aan het vastleggen van de geschiedenis van dit kamp. Dat is hem zeker gelukt. De redactie is hem daar postuum veel dank voor verschuldigd.

De jongens die in de Tweede Wereldoorlog in het N.A.D.-kamp aan de Geeuwenbrug zaten, hadden zo nu en dan enige vrijheid van beweging. Ze mochten bijvoorbeeld op zondag ter kerke gaan. Sommigen kregen wel contact met mensen uit de omgeving, zo ook met ons gezin aan de Dieverbrug. Na de dienst in de Nederlands Hervormde Kerk in Diever kwamen Arie Kos uit Huizen, Jan Koelewijn uit Spakenburg en Toon Compier uit Amsterdam wel eens bij ons thuis koffie drinken. Met name met Arie Kos hebben wij later nog lang contact gehad.
Arie Kos had een broer Jan, die was ondergedoken in Diever, voor zover ik weet op ’t Kasteel. Zijn schuilplaats wisselde volgens mij nog wel eens. Zeker weet ik dat Jan Klok, Willem Fledderus en Klaas Fledderus op ’t Kasteel en Jan Fledderus aan de Rijksweg bij de kalkovens er mee te maken hadden, maar ook Albert Fledderus, de kruidenier aan de Kruisstraat in Diever en Steven Dolsma op Kalteren.
Jan Kos kreeg na enige tijd vreselijke heimwee naar zijn ouders en familie in Huizen. De mensen bij wie hij was ondergedoken, besloten toen om deze jongeman in een uniform van de Nederlandse Arbeidsdienst toch een keertje naar huis te laten gaan. Zijn broer Arie kon zo’n uniform in het kamp bemachtigen. Met hem werd afgesproken dat hij dit uniform buiten het kamp zou verstoppen onder een hoop bladeren. Ik kreeg de opdracht om dit pakket na het vallen van de avond daar weg te halen en naar ons huis te brengen. Na enig zoekwerk in de omgeving van het kamp vond ik het pakket. Op zaterdagmiddag vond de verkleedpartij bij ons boven op de slaapkamer plaats. Daarna werd eerst wat met hem geoefend in het groeten, want de jongens uit het N.A.D.-kamp moesten hun meerderen ook buiten het kamp groeten. Dit was voor Jan natuurlijk onbekend. De gebroeders zijn toen samen een weekeinde op verlof gegaan. Na soms wel wat angstige ogenblikken kwamen ze veilig in Huizen aan. Arie en Jan keerden zonder problemen terug naar respectievelijk het kamp en het onderduikadres. Ik weet niet wat er daarna met het uniform is gebeurd. Ik heb het in elk geval niet teruggebracht.
Arie is later ook ondergedoken in de omgeving van Diever. Het is zelfs in een onderduikershol door dokter Sebastiaan van Nooten geopereerd aan een oor. Ik meen dat het onderduikershol zich bevond in de Oosterse Kampen achter de kalkovens aan de weg naar de Oude Groningerweg. We zijn aan het eind van de tachtiger jaren nog een keer naar Bussum geweest, waar Arie toen als gepensioneerd politieman woonde, daarna zijn we het contact met hem verloren.
Niet zo lang geleden waren mijn vrouw en ik in Eindhoven op bezoek bij een kennis die ook in het N.A.D.-kamp aan de Geeuwenbrug heeft gezeten. Deze nu 82-jarige man heb ik gevraagd of hij iets wou schrijven over die periode. Hij wilde dat niet. Hij zei: “Ik vond het een beroerde tijd en een verloren tijd. Ik heb het verdrongen.”
Deze man kwam in de tijd dat hij zijn ‘arbeidsdienstplicht’ in het kamp vervulde, nogal eens bij mijn schoonouders, de familie Kloezen, aan de Geeuwenbrug, dus vlak bij het N.A.D.-kamp. Mijn schoonvader Dinand Kloezen was daar bakker. Hij bakte toen voor veel N.A.D.’ers met stroop gevulde roggepunten. Die deden dienst als extra voeding, want deze toch jonge mensen, die veel voeding nodig hadden, kregen in het kamp niet altijd genoeg te eten.
De voerman van het N.A.D.-kamp heette Huub Scholten. Hij had een wagen en twee paarden en zorgde voor het vervoer van onder meer eten en kleding. Wij mochten wel eens mee op de bok.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Roelof Jannes Smit is geboren op 8 april 1931 an de Deeverbrogge. Hij op overleden op 17 mei 2021 in Deever. Zie het overlijdensbericht elders in ut Deevers Archief. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Arie Kos is geboren op 1 december 1924 en hij is overleden op 27 februari 2001. Hij is begraven op de Algemene Begraafplaats in Bussum.
De redactie verwijst voor de ligging van het N.A.D.-kamp an de Gowe naar een afbeelding in ut Deevers Archief.

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Ut olde plèèsnèèmbröt Wapse – Gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief toont bijgaande foto van het fraaie plaatsnaambord ‘Wapse – Gemeente Diever’ graag aan de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief.
Het plaatsnaambord stond langs de Ten Darperweg tussen Kalteren en Wapse, toen de gemiente Deever gelukkig nog een zelfstandige gemeente was. Op 1 januari 1998 werden de zelfstandige gemient’n Oavelte, Vledder, Dwingel en Deever gedwongen te fuseren. De afgebeelde foto moet een aantal jaren vóór die fusie zijn genomen.
De nijvere werkertjes voor de Voorkant Van Het Grote Plaatsnaamborden Gelijk In De Gemiente Deever hebben ongetwijfeld de opdracht van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Plaatsnaamboden Gelijk In De Gemeente Westenveld gekregen op 1 januari 1998 om 0.00 uur alle oude plaatsnaamborden in de fusiegemeente uit de grond te rukken en met gezwinde spoed naar de schroothoop te brengen.
De redactie vraagt zich af of her en der soms door een echte Deeverse een plaatsnaambord met de naam van één van de plaatsen in de gemiente Deever van de schroothoop is gered en voor het nageslacht is bewaard ?
De redactie wil graag weten waar het hier afgebeelde plaatsnaambord stond ?
Wie van de oplettende bezoekers zou willen reageren ?
De redactie meent vanwege het bericht Wapse hef sien olde naèmbröt terogge dat de foto van het plaatsnaambord Wapse in januari 1995 is gemaakt.

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 21 juni 2016 de volgende reactie van mevrouw Carla:
Het plaatsnaambord ‘Wapse – Gemeente Diever’ stond tussen de woningen met huisnummer 12 en huisnummer 14 aan de Ten Darperweg, de weg van Diever naar Wapse, ter hoogte van het hectometerpaaltje 14.6. Nu staat op dezelfde plek het plaatsnaambord met de tekst ‘Wapse – Gemeente Westerveld’. Zie de volgende afbeelding. Die weg kan ik nog steeds dromen, dat mag met deze reactie blijken.

Abracadabra-1269

Posted in Gemiente Deever, Ten Darperweg, Wapse | Leave a comment

Deeverse oorlogsgrafstien’n stoat bijna in Duutslaand

In het ontzagwekkende Museum Collectie Brands – ga vooral daar eens kijken- in Nieuw-Dordrecht, in het zuidoosten van Drenthe, op nog geen vijf kilometer van de Duutse greinse, zijn de grafsteen van het oorlogsgraf van vader Nicolaas Houwer en de grafsteen van het oorlogsgraf van zoon Klaas Houwer gelukkig wel bewaard gebleven. Zie de twee bijgevoegde kleurenfoto’s.
De twee grafstenen, die èch wè tot ut Deeverse aarfgood beheurt, ook al staan ze in Nieuw-Dordrecht, zijn bewaard gebleven dank zij de onstuitbare verzamelwoede van topverzamelaar Jan Brands. Hij verzamelde weliswaar voorwerpen, maar het ging hem daarbij vooral om het verhaal bij de voorwerpen. Bij deze twee Deeverse oorlogsgrafstenen is wis en zeker een verhaal te vertellen. Zie onder meer de berichten Frits Habener is de moordenaar van 10 april 1945 en Plotseling en wreed stond de dood voor de broers.
Deze twee kleurenfoto’s zijn op 5 februari 2019 gemaakt door Henk Meijer, fotograaf van het Museum Collectie Brands. De redactie van ut Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor zijn moeite deze foto’s te willen maken en voor zijn toestemming deze foto’s in ut Deevers Archief te mogen tonen.
De twee oorlogsgrafstenen stonden op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever bij de graven van de andere oorlogsslachtoffers,  maar zijn bij of na de overdracht van de grafrechten van de familie van beide mannen aan de Oorlogsgravenstichting op 1 januari 1964 (en niet op 13 april 1965, twintig jaar na de begrafenis van beide mannen ?) zeer erg helaas door die stichting vervangen door die kille, steriele en anoniemachtige standaardgrafsteen van die stichting.
De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk In Ut Gemientehuus Van De Gemiente Deever, onder aanvoering van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deevese volksmond altijd ome Kees werd genoemd) hebben in 1964 blijkbaar geen enkele moeite gedaan deze oorlogsgrafstenen voor de gemiente Deever te behouden.
De grote vraag is natuurlijk hoe kwam de niet te stoppen superverzamelaar Jan Brands achter het feit dat de Oorlogsgravenstichting op 1 januari 1964 of daarna de twee voor haar overbodig geworden Deeverse oorlogsgrafstenen kwijt moest ?
De medewerkers van Museum Collectie Brands hebben wel moeite gedaan de letters, cijfers en tekens op de oorlogsgrafstenen die meer dan zestig jaren in weer en wind hebben gestaan, weer goed leesbaar te maken. Daarvoor driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. Daarvoor dank aan de conservator mevrouw Hilde van den Berg.
Nu kunnen we lezen dat op de oorlogsgrafsteen van vader Nicolaas Houwer staat:
Onschuldig werd hij uit het leven weggerukt door de wreede vijand 2 dagen voor de bevrijding.
Nu kunnen we lezen dat op de oorlogsgrafsteen van zoon Koop Houwer staat:
Zijn jong leven eindigde 2 dagen voor de bevrijding door vijands wreede moordenaars hand.
De redactie verwijst voor de volledigheid naar de met dit bericht verband houdende berichten Het oorloggraf van Nicolaas en Klaas Houwer en Nicolaas en Klaas Houwer zijn niet geruimd.

Bij de navolgende afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1965 is het volgende te berichten.
In de Tweede Wereldoorlog woonden in dit huis aan het begin van de Bosweg (nu Bosweg 4) in Deever het echtpaar Nicolaas Houwer en Willempje Been en hun kinderen Koop, Albert, Margje en Christina (Stina). Ze hadden wat land op de Noordesch waarop een en ander werd verbouwd en ze hielden een paar varkens. Nicolaas Houwer werkte bij de Concordia an de Deeverbrogge.
Op 10 april 1945 waren Willempje Houwer-Been, Margje Houwer en Christina (Stina) Houwer getuige van wat op die dag op en om het marktterrein gebeurde. Op de afbeelding is het huis te zien, nadat Gerard Krol dit huis had laten ombouwen tot pension.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Ansigtkoate, Kaarkhof an de Grönnegerweg, Oorlogsgraf, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Disse stee wödde agin neet ut Bultie enuumt

In de collectie topografische foto’s van het Drents Archief in Assen is bijgaand afgebeelde bijna sepia-kleurige foto (zie afbeelding 1) aanwezig. Deze foto heeft als registratienummer D3202503. Bij deze foto staat de tekst: “Gezicht op Diever vanaf het Bultje. Op de achtergrond de Nederlands hervormde Sint-Pancratiuskerk.” Maar hoe is het toch mogelijk dat een gebouw van de hervormde kerkgemeente van Deever/Dwingel an de brink van Deever een rooms-katholieke naam heeft ? 

De redactie van ut Deevers Archief is in het bezit van een exemplaar van het onvolprezen fotoboekje Voormalige Gemeente Diever in oude ansichtkaarten. Dit boekje is met geschwinde spoed en in gestrekte draf samengesteld door de heren amateurhistorielogen Bart Buiter, wijlen Jans Tabak, wijlen Jan Blaauw en Henk Daleman van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge verening uut Deever. Het boekje is in september 2007 uitgegeven door de toen nog bestaande Golff Supermarkt op de hook van de Heufdstroate en de Tusschendarp in Deever.

Het viel de redactie bij het bladeren in het onvolprezen fotoboekje op dat in de teksten onder de zestig afbeeldingen nogal wat onvolkomenheden vóórkomen. Dat had voorkómen kunnen worden als de heren amateurhistorielogen wat zorgvuldiger de teksten hadden samengesteld. En het was ook wel zo netjes geweest als de heren samenstellers van het hiervoor genoemde boekje bij de afbeelding op bladzijde 30 de bron hadden vermeld.

De redactie kwam na enig koekeloeren naar de afgebeelde foto op bladzijde 30 (zie afbeelding 3) van het hiervoor genoemde onvolprezen fotoboekje tot de conclusie dat vanwege het zicht op de gemeentelijk toren en het kerkgebouw bij het niet-origineel-saksische brinkje in Deever in elk geval de tekst onder de afbeelding op bladzijde 30 niet klopt. Die is bijna  klakkeloos overgenomen van de tekst die bij afbeelding D3202503 (zie afbeelding 1) in het Drents Archief is vermeld.

De redactie schat vanwege de oriëntatie van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren in dat de maker van deze foto zeker niet op ut Bultie stond. Een horizontale translatie van afbeelding 1 levert afbeelding 2 op. En afbeelding 2 levert een voor de redactie van ut Deevers Archief volstrekt niet bestaand Deevers dorpsbeeld op. Dus de redactie denkt dat de onbekende fotograaf bij benadering op een weiland of een akker achter de huizen aan de Hoofdstraat stond, waarbij aan de rechterkant de boerderij van Cornelis Seinen en aan de linkerkant de boerderij mit de koe boo’m de deure is te zien. Stond de fotograaf op de Paalakkers of de Iekakkers of de Sepiepenkaampe ?

De redactie verneemt graag van de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief op welke plek de hier afgebeelde foto daadwerkelijk is gemaakt. De redactie zou ook graag willen weten in welk jaar de hier afgebeelde foto is gemaakt. In elk geval vóór de grote restauratie van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, want aan de westkant van de gemeentelijke toren is geen wijzerplaat van het torenuurwerk te zien.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van oude foto’s op papier is, kan de hier afgebeelde foto (afbeelding 1) dus slechts ten dele, want zwaar bijgesneden, ten zeerste bewonderen op bladzijde 30 van het in 2007 uitgegeven onvolprezen papieren boekwerkje Voormalige Gemeente Diever in oude ansichtkaarten. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand kunnen bekijken.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Dorpsgesigte | Leave a comment

Zorgvliet hef sien eup’mlogtmuseumpie

Op 6 juni 2024 plaatste een medewerker van het ontwerpbureau In Ontwerp uit Assen op Zorgvliet, an de aandere kaante van de Deeverse bos, op vijf robuust uitgevoerde betonnen sokkels, in de openbare ruimte tegenover Villa Nova, vijf panelen met aan weerskanten een poster met fragmenten uit de rijke geschiedenis van Woater’n en Zorgvliet.
De redactie van ut Deevers Archief is de heer Hans Salverda uit Zorgvliet en het ontwerpbureau In Ontwerp uit Assen bijzonder erkentelijk voor de toestemming voor het tonen van de bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s. De genoemde personen hebben deze kleurenfoto’s gemaakt op 9 juni 2024.
De tien posters met fragmenten uit de rijke geschiedenis van Woater’n en Zorgvliet vormen tezamen een soort van historisch museumpje in de open lucht. Nu kan eindelijk in de gemiente Deever weer een museum worden bezocht, weliswaar een soort van museumpje en weliswaar in de open lucht, maar toch !!
En de bezoeker kan vóór, tijdens of ná het bekijken en lezen van de posters met fragmenten uit de rijke geschiedenis van Woater’n en Zorgvliet, plaats nemen op een bankje bij de panelen. Heeft het ontwerpbureau In Ontwerp uit Assen het ontwerp voor de twee bankjes gemaakt ?
Wethouder Jacob Boonstra van de gemeente Westenveld heeft het openluchtmuseumpje in de openbare ruimte tegenover Villa Nova op 11 juni 2024 officieel geopend. De redactie las tot zijn grote schrik dat de openbare ruimte tegenover Villa Nova is omgedoopt tot Museumplein. Uhhhh !? Hèèè !? Watttt !?
Jacob Boonstra (CDA) is de wethouder van het sociaal domein met inbegrip van zorg en onderwijs, recreatie en toerisme met inbegrip van het programma vitale vakantieparken, financiën, grondexploitatie, volksgezondheid en participatie.
De redactie zal te gelegener tijd aan dit bericht enige aanvullende foto’s toevoegen en ook de tekst op elke poster toevoegen aan dit bericht..


 

Posted in Museum, Zorgvliet | Leave a comment

De goldsuukers van ut jongeskaamp De Eikenhorst

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op zaterdag 17 september 1955 het volgende bericht over de organisatie van het jongenskamp De Eikenhorst an de Gowe.

Jongenskamp te Geeuwenbrug – De goudzoekers van De Eikenhorst – Karaktervorming op basis van ware vrienschap

Op De Eikenhorst in Geeuwenbrug, gemeente Diever (Dr.), wonen Goudzoekers, Gouddelvers, Vrienden en Manschappen. Allemaal jongen jongens van tussen 11 en 15 jaar, die samen een klein apart volkje vormen. De benamingen Goudzoeker, Gouddelver, Vriend en Manschap duiden een soort rang aan. De Goudzoeker is de hoogste rang. Elke rang heeft privileges, die uiteraard hoger worden naarmate de rang ook hoger is. Het is de bedoeling dat iedereen de rang van Goudzoeker haalt en alle jongens doen ook hun uiterste best om zover te komen.

Maar om Goudzoeker te worden moeten de jongens aan bepaalde eisen voldoen, zoals trouwens voor elke rang. Goudzoeker worden ze pas als ze zich bijzondere vaardigheden hebben eigen gemaakt en als ze – wat nog belangrijker is – hun karakter mooi ontwikkeld hebben. Want dat laatste is het grote werkstuk van deze jongensgemeenschap. Daarom draait ook het hele leven op De Eikenhorst om een verhaal waarin de idee van de vriendschap als de mooiste karaktertrek wordt verheerlijkt. Een Goudzoekersverhaal met als hoofdpersonen Jim Crawford en zijn vriend Bill. Deze jongens gaan dus goud zoeken.. Maar zij worstelen voortdurend tegen hun lelijke materialistische neigingen, die soms zelf zó afschuwelijk zijn, dat de een de ander tracht te vermoorden. Door de grote ontberingen en teleurstellingen komen de jongens echter langzamerhand tot het besef dat het goud van de vriendschap belangrijker is dan het echte goud. Het goudzoekersverhaal wordt nu in dienst gesteld van de kleine samenleving, in die zin, dat het zoeken naar goud moet worden opgevat als het zoeken naar vriendschap.

Dorpje apart
De Eikenhorst is een prachtig gelegen kamp aan de rand van een bos in de gemeente Diever. Het bestaat uit een aantal fantasierijk ingerichte barakken, die tezamen de volledige behuizing vormen voor 64 jongens en een leidersstaf van 18 jonge mannen en vrouwen. Het kamp heeft slaapkamers, leslokalen, een centrale keuken, een eetzaal, een badhuis, een ziekenzaaltje, twee kapellen en zelfs een pompstation voor waterwinning.
Het ressorteert onder de Dienst Vorming Buiten Schoolverband van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De opzet van het kamp, dat reeds 7 of 8 jaar jongens herbergt, is: in te grijpen in het leven van die jongens, die juist in de tweede helft van hun leerplichtige periode door het eigen karakter, omstandigheden buiten hen in het gezin of op school zodanige moeilijkheden ondervinden, dat zij gevaar lopen sociaal te ontsporen.
De jongens zijn afkomstig uit alle delen van het land; het merendeel woont in de grote steden. Uitzending geschiedt practisch uitsluitend met toestemming van de ouders. Sommige jongens komen via de Medisch Opvoedkundige Bureaux op De Eikenhorst terecht.
Uit de hierboven gegeven omschrijving blijkt al min of meer dat de opzet preventief is. Men probeert voorts de jongens na het verblijf in het kamp, dat doorgaans niet langer duurt dan een jaar, zoveel mogelijk weer in het gezin te brengen. Maar dat lukt lang niet altijd en in zulke gevallen zoekt men geschikte pleeggezinnen of stuurt de jongens door naar een vakopleidingscentrum. Velen gaan, wanneer zij tenminste over de leerplichtige leeftijd heen zijn, naar het kamp Aekinga in Appelscha, eveneens van de Dienst V.B.S. Er zijn in Nederland ongeveer 30 van deze kampen, de meisjes-internaten meegerekend.

Moderne ideeën 
Op de Eikenhorst wordt onder meer gewoon lager onderwijs gegeven, zij het op een speciale, dikwijls zeer originele, aangepaste manier. Twee gediplomeerde onderwijzers behoren tot de staf. Het spreekt echter vanzelf, dat aan nog veel andere facetten van de opvoeding intensief aandacht wordt geschonken. Zo is er ook een belangrijke scholing in handenarbeid, waarvoor twee speciale leerkrachten zijn aangewezen. Deze scholing is zowel op de practische als op de aesthetische ontwikkeling gericht. Voorts zorgt een sportleider voor de lichamelijke opvoeding van de jongens.
Bij de vorming van de jeugdige kampbewoners worden de ideeën van de moderne jeugdbeweging zoveel mogelijk in toepassing gebracht. Men zou dit werk kunnen zien als een vorm van jeugdzorg en van kinderbescherming.
Het volkje van 64 jongens – dat is de omvang die constant wordt gehouden – is verdeeld in vier zogenaamde leefgroepen, elk bestaande uit 16 man. Deze leefgroepen, welke tot de verbeelding van de leden sprekende namen hebben van Alaska, Transvaal, Perú en Klondike, zijn als het ware vier gezinnen die elk in hun eigen barak wonen, compleet met woonkamer, slaapzaal, wasgelegenheid en toiletten. De groepen gebruiken de maaltijden echter in een gemeenschappelijke eetzaal. De indeling van de vier gezinnen wordt bij de lessen, de handenarbeid en de sport doorkruist door een andere indeling van vier groepen die gebaseerd is op aanleg, intelligentie en ontwikkeling. Deze groepen dragen respectievelijk de letters C, L, A en N, welke het woord ‘clan’ (stam) vormen.

Vlaggenappèl
Op de Eikenhorst begint de dag om kwart voor zeven. De jongens hebben uiteraard hun corveediensten, en wanneer zij na het ontbijt glimmend schoon op het appèl verschijnen zijn de slaapzalen en wasgelegenheid keurig aan de kant.
Het appèl wordt gehouden op een open plaats tussen de bomen, ’s morgens om 9 uur en ’s avonds om 5.15 uur, winter en zomer, weer of geen weer. Het is een vlaggenappèl. In doodse stilte wordt het ceremonieel van vlag hijsen, respectievelijk vlak strijken uitgevoerd. Het ochtend-appèl is tevens een inspectie, waarbij nagegaan wordt of de bewoners goed gewassen en behoorlijk gekleed zijn. Na het ochtendappèl gaan de activiteitsgroepen van de CLAN aan het werk.. Er zijn slechts twee leslokalen, zodat de groepen practisch altijd van elkaar verschillende bezigheden hebben.
De maaltijd in de grote eetzaal is iets aparts. Bij de ingang staat adjudant A.A. Groen, die onder de commandant de heer H. van der Duim, mede de topleiding heeft. Eén voor één passeren de jongens de adjudant, die hun handen inspecteert. Het gebed, de maaltijd zelf en het opruimen verlopen ordelijk, maar toch ongedwongen en in een kameraadschappelijke sfeer, die bijzonder treffend is en die niet los kan worden gezien van de geest van het goudzoekersverhaal.

Grote inspectie
Zoals in elke gemeenschap is ook voor de Eikenhorsters het weekeinde telkens de feestelijke afsluiting van de week. De Zaterdagmorgen is echter nog en drukke corveemorgen, na afloop waarvan de grote inspectie plaats vindt van het hele kamp met alles wat er in en om is. Zaterdagsmiddags gaan de jongens het bos in, zwemmen, vissen, voetballen of cricket spelen, al naar de toestand van het weer. Het kamp heeft een voetbalveld, een volleybalveld en zelfs een eigen cricketpitsch. Onlangs is met veel succes een driedaagse kamp-Olympiade gehouden.
Zaterdagsavonds om de andere week komt de Delversraad bijeen, die zijn eigen voorzitter uit de jongens heeft gekozen. Dan vergaderen dus de Goudzoekers, Delvers, Vrienden en Manschappen. Hier is het vooral dat persoonlijk initiatief en grotere ontplooiing een kans krijgen.
De Zondag wordt op De Eikenhorst door de jongens der verschillende godsdienstige richtingen religieus gevierd. Zowel de Protestants Christelijken als de Rooms Katholieken hebben hun eigen kapel, en de dominee en de pastoor behoren tot de vaste bezoekers van het kamp. Zij hebben veel persoonlijk contact met de bewoners.

De straat
Op Zondag krijgen de jongens grote bewegingsvrijheid, al blijft ‘de straat’ natuurlijk tot het – overigens zeer grote en bosrijke – terrein van het kamp beperkt. Goudzoekers en Delvers mogen echter op Zondagmiddag vrij gaan ‘passagieren’ buiten het kamp. Dat is nu eenmaal één van hun privileges.
Het leven van de Eikenhorsters wordt voorts rijkelijk gevuld met bezigheden van eigen clubs, terwijl er ook geen gebrek is aan in groot verband georganiseerde gezellige en culturele avonden, dikwijls ook verzorgd door mensen van buiten. ’s Winters kent men er zogenaamde instuif-avonden, ’s zomers voeren de jongens openluchtspelen op in hun eigen gebouwd openluchttheater. Muziek, film, toneel, lectuur (het leren kranten lezen), aan al deze dingen wordt de volle aandacht gegeven. Niet voor niets is er ook een aparte culturele leider bij de staf.

*
Uit alles blijkt dat deze jeugdzorg op zeer grondige, gezonde wijze wordt aangepakt. Niet Spartaans, niet militairistisch, niet kostschoolachtig en niet schoothondjesachtig. Doch van alles wat in deze vier opvattingen gezond en bruikbaar is voor de bevordering van een goede karaktervorming, vindt men hier de sporen. De centrale gedachte is, zoals gezegd, de vriendschap, en de invloed daarvan is duidelijk merkbaar, zodat er alle reden is tot het vertrouwen in goede resultaten.

Tekst bij de foto rechts boven
Vlaggenappèl aan het eind van een dag in het jongenskamp De Eikenhorst te Geeuwenbrug.

Tekst bij de bovenste foto aan de linkerkant
Handenarbeid is een zeer belangrijk onderdeel van het opvoedings- en onderwijssysteem dat in het jongenskamp te Geeuwenbrug wordt toegepast. Een van de jongens laboureert aan een masker.

Tekst bij de onderste foto aan de linkerkant
Inspectie vóór de maaltijd. Adjudant A.A. Groen inspecteert de handen van de jongens, terwijl zij de eetzaal betreden. In de linkerbovenhoek van de foto is nog juist een stuk van een der tableaux zichtbaar, waarop het Goudzoekersverhaal geschreven staat. Dit verhaal symboliseert de geest van de ware vriendschap, die men in het kamp De Eikenhorst hoog wil houden.

Tekst bij de onderste foto aan de rechterkant
Een kijkje in één van de leslokalen van het jongenskamp De Eikenhorst. De leerlingen worden al vroeg vertrouwd geraakt met het phenomeen: de krant. Artikelen en reportages over allerlei onderwerpen worden uitgeknipt en later besproken, zowel naar de specifieke inhoud zelf als naar de manier waarop het onderwerp journalistiek is behandeld.

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Woar was ok a wièr ut Bultie, bin ut ee’m kwiet

In een gesprek dat de redactie van ut Deevers Archief op 9 september 2005 had met wijlen boer in ruste Jans Bult uit Oll’ndeever, heeft de redactie de volgende reactie vastgelegd. Deze reactie biedt meer inzicht in de voor vele Deeversen bekende plek met de naam ut Bultie. Jans Bult reageerde echter toen als volgt.

Toen an de Brink ’t olde gemientehuus is offebreuk’n, hef ’t gemientehuus tiedelijk in ‘n noodgebouw ezeet’n. Het noodgemientehuus stön op een plek die ’t Bultie wödde enuumd. Vanof de boerdereje van Jan de Ruuter in Oldendeever leup ’r een zaandpad hen. Het pad zölf wödde ok altied ’t Bultie enuumd. Ai’j over dat pad leup’m, dan leup ie over ’t Bultie.
We haad’n an dat pad nog een klein akkertie van twee-en-daartig are en dat wödde ok altied ut Bultie enuumd. Dat akkertie laag woar now, vanof de Kloosterstroate bekeek’n, de eerste dree huus’n an de Veentiesweg stoat.
Noast oens akkertie laag an de Deeverse kaante een akker van Derk Vording (Dörk Vodding). Die akker wödde ok ut Bultie enuumd. Een stuk van de Kloosterstroate was dus vrogger ut Bultie.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

In ut Deevers Archief is al heel wat aandacht besteed aan ut Bultie, beter gezegd de discussie over de ligging van ut Bultie, Voorgaande in het Deevers weergegeven reactie van wijlen boer Jans Bult uit Oll’ndeever geeft een duidelijke en positieve bijdrage aan deze discussie.
Deze reactie werd ook gepubliceerd in Opraekelen 05/4 (december 2005). Opraekelen is het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. 

In het noodgebouw aan de Kloosterstroate, dat op deze uit 1964 daterende kleurenfoto is te zien, werd toen nog les gegeven aan leerlingen van de U.L.O.-school. Het noodgebouw stond dus niet op ut Bultie, maar een flink eind naast ut Bultie.
Boven het gammele houten gebouw (met gevaarlijke asbesthoudende dakplaten ?) is nog net een stukje van de spits van de gemeentelijke toren an de brink van Deever te zien.
Aan de linkerkant is niet helemaal scherp het voorhuis van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn, en Jantje Wesseling te zien.

De heer Wobke Vermaat reageerde op 13 oktober 2016 als volgt.
In 1963 zat ik in het witte noodgebouw op de U.L.O. We hadden daar ook schaakles.
Ik ben opgegroeid (familie Vermaat) in één van de dubbele woningen in de Kloosterstraat.
(redactie: De vader van Wobke Vermaat was leraar aan deze U.L.O.-school; de familie Vermaat woonde op nummer 18 in de Kloosterstraat, de door hem bedoelde dubbele woning is in 2014 afgebroken.

Abracadabra-417

Posted in Bultie, Deever, Deevers, Kloosterstroate, Opraekelen, U.L.O.-skoele | Leave a comment

De lèèste fotos van de Keet op de Heezerbaarg

De eigenaren van ‘de Keet van Ezinge’ (de directiekeet van professor doctor Albert Egges van Giffen van de oudheidkundige opgraving van de terp van Ezinge in de provincie Groningen) op de Heezerbaarg waren zo bijzonder vriendelijk de redactie van ut Deevers Archief op de hoogte te stellen van hun beslissing dit zomerhuisje vanwege zijn slechte staat af te breken. De eigenaren waren een kleindochter en een kleinschoonzoon van de professor.
Zo kon het gebeuren dat in de avond vóór de afbraak van de Keet op de Heezerbaarg in de tweede helft van oktober 1997 de redactie van ut Deevers Archief en de eigenaren van de Keet bij wijze van afscheid van het knusse huisje nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van de Keet hebben gezeten en daar een kopje thee hebben gedronken en een meelkoekje hebben gegeten.
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto’s op de dag vóór de afbraak tegen het vallen van de avond met flitslicht gemaakt. Deze behoren tot de allerlaatste ooit gemaakte foto’s van dit huisje.
Op de tweede afbeelding is duidelijk te zien dat professor doctor Albert Van Giffen zijn directiekeet bij de opgraving van de terp van Ezinge op de Heezerbaarg heeft uitgebreid met een stuk met een plat dak, bedoeld voor een halletje en een keukentje.
Au’w in ut veurjoar op de platte doake van de anbau klöm’m, allennig as de pufesser ur niet was, dan könn’n wee mooi de nöst’n van de sproas onder de dakpann’n leeg hèèl’n.
De redactie verwijst voor meer gegevens naar het bericht de sloop van de keet op de Heezerbaarg.

  

Posted in Albert Egges van Giffen, Heezerbaarg | Leave a comment

Ut boer’ncafé van Haarm Hummel an de brink in 1903

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 99 is een afbeelding van een ansichtkaart uit 1904/1905 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

Café Brinkzicht
Alleen de ouden van dagen uit Diever zullen zich dit oude boerencafé nog herinneren. Staande achter tafeltje links is de vroegere eigenaar Harm Pieter Hummelen met naast hem z’n vrouw Anna List, die haar eerste zoon Pieter op schoot heeft. De dame naast de fiets is mej. Maria Hillegonda Mulder, aan wier nagedachtenis nog het gedenkraam in het koor van de Ned. Hervormde Kerk te zien is. De drie dames aan het tafeltje rechts zijn mij onbekend, evenals het oude echtpaar om het hoekje, dat schijnbaar niet op de foto wil, maar wel nieuwsgierig is naar wat gaat gebeuren. In plm. 1910 werd Harm Hummel boer in de Peperstraat en werd Jan Barelds eigenaar van het café. Deze verkocht het plm. 1925 weer aan Harm Smit van “Berkenheuvel”, die het liet afbreken en vernieuwen tot het hedendaagse hotel. Zijn dochter Siena, pas gehuwd met Klaas Balsma, plaatste hij er in. Toen na april 1945 Balsma als N.S.B.’er werd opgepakt, werd het hotel beheerd door H. Figelant. Enige jaren geleden ging dit over aan de tegenwoordige hotelhouder A. Benthem van Kalteren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In een aantal akten van de burgerlijke stand van de gemiente Deever wordt bij Harm Pieter Hummelen – toen hij aan de brink woonde – als beroep vermeld kastelein en logementhouder, later – toen hij an de Peperstroate woonde – wordt als beroep landbouwer vermeld.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat het poppie op de schoot van Anna List haar eerste zoon Pieter is.
Deze zoon Pieter is Pieter Hendrikus Hummelen, hij is geboren op 19 april 1903 in Deever en is helaas overleden op 12 april 1904 in Deever.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat de vrouw links naast de boom Maria Hildegonda Mulder is.
Maria Hildegonda Mulder is Maria Hillegiena Mulder. Zij is geboren op 23 januari 1879 in Oldendiever als dochter van boer Willem Mulder en Anna Catrina Seinen. Ze is geboren in de boerderij die nu als adres heeft Kastanjelaan 18. Maria Hillegiena Mulder was een tante van Arend Mulder. De vader van Arend Mulder was Jan Mulder en die was een broer van Maria Hillegiena Mulder.
Over het gebrandschilderde gedenkraam in het kerkgebouw aan de brink van Deever is een en ander te vinden op het internet.
In 1906 (dus niet in 1910) verhuisden Harm Pieter Hummelen en zijn gezin naar de Peperstraat, naar de boerderij op de plek die nu als adres heeft Peperstraat 13
.
Het boerencafé werd voortgezet door Jan Barelds. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 6 mei 1906 een vergunning voor de grote voorkamer aan de westkant, dat wil zeggen voor de kamer aan de kant van de Hoofdstraat.
De redactie heeft in het bericht in ut Deevers Archief aandacht besteed aan het boerencafé van Jan Barelds.
In 1927 werd de bouw van een nieuw café met concertzaal ter plekke van het afgebroken boerencafé aanbesteed. Het was, zoals Arend Mulder beschrijft. Harm Smit, de verbazingwekkend kapitaalkrachtige bosbaas van Berkenheuvel, kocht het oude boerencafé en financierde de bouw van het nieuwe café met concertzaal ten faveure van zijn dochter Siene en haar man, de in de Tweede Wereldoorlog zo beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
De bewindvoerder van de bezittingen van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma verpachtte café Brinkzicht na de Tweede Wereldoorlog, toen Klaas Marcus Balsma in de strafgevangenis Veenhuizen vast zat, aan Hendrik Figeland.
In 1958 ging de pacht van café Brinkzicht over op mevrouw Jantje (Jannie) Strampel.
Zij trouwde later met de van Kalteren afkomstige Lambertus (Bertus) Benthem.
De grote vraag is natuurlijk wanneer het café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma werd verkocht ?
Was dat nadat hij vrij kwam uit gevangenschap in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ?
Of was mevrouw Jantje (Jannie) Strampel niet de pachtster, maar de koopster van café Brinkzicht geworden ?
Of werd café Brinkzicht pas verkocht na het overlijden van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma op 12 maart 1970 ?

Posted in Alle Deeversen, Café Balsma, Café Brinkzicht, Café Haarm Hummel, Café Jan Barelds, Publicatie | Leave a comment

De brons’n vuurpot uut de Vledder Oa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drents Museum in Assen:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drents Museum in Assen
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Aarfgood, Albert Egges van Giffen, Oudheidkunde, Vledder Oa, Wapse | Leave a comment

Is de Deeverse kaarke in 830 ebaut op un hunnebed ?

In het Dagblad van het Noorden verscheen op 1 maart 2004 in de rubriek Drentsigheden het volgende geschrijfsel, beschrijfsel en verschrijfsel van wijlen Lammert Huizing over onder meer het ontstaan van de naam van het dorp Deever.

Diever afkomstig van De Ever ?
Tot het jaar 830 stond er in Diever een heidense tempel. Daaromheen was een steenkring met een gemiddelde straal van negen meter naar de kern. Op die plaats is later de Pancratiuskerk gebouwd, de huidige Nederlands Hervomde Kerk, die wel eens de kathedraal van Drenthe wordt genoemd. Diever was de hoofdplaats van het vroegere Westenveld. Dat was toen Drenthe nog in drieën was verdeeld, namelijk Noordenveld, Zuidenveld en Westenveld. Nog vóór het jaar 1000 is het Westenveld gesplitst in twee rechtsgebieden, het Beiler en het Dieverder dingspil.
Er zijn naamkundigen die beweren dat de naam Diever te maken heeft met ‘beduven’, wat ‘bedekt met water’ betekent. Maar Diever is nooit een waterrijk gebied geweest. In de Middeleeuwen sprak men van Devere, waarin sommigen een Keltische naam zien, een afleiding van ‘diavara’, wat ‘de goddelijke’ betekent. Maar de geleerden zeggen dat er in Drenthe geen Kelten hebben gewoond.
Of moeten we denken aan een heel simpele verklaring, namelijk aan een samenvoeging van ‘de’ en ‘ever’. De Ever, wat in de loop der eeuwen tot Diever is vervormd.
Het is leuk om je met speculaties over de vroegste geschiedenis van Diever bezig te houden. Het enige concrete punt in het vorenstaande is het jaartal 830. Maar je vindt dit in geen enkel geschiedenisboek. Bij opgravingen onder de vloer van de hervormde kerk zijn wel sporen ontdekt van een ‘heidense tempel’.
Het jaartal 830 is afkomstig van de bekende en omstreden historicus en publicist Wigholt Vleer, die jarenlang in Norg heeft gewoond. Met de wichelroede stelde hij de exacte plaats van de ’tempel’ vast en ontdekte hij ook de steenkrans daaromheen. Langs paranormale weg kreeg hij daarbij het jaartal 830 door.
Wigholt Vleer schreef in 1992 een boek over tweehonderd heilige plaatsen in Nederland en Vlaardingen. Die heilige plaatsen beschreef hij aan de hand van leylijnen die hij ontdekte via de wichelroede. Leylijnen zijn energiebanen in de bodem. Leycentra zijn plaatsen van samengebalde energie, waarop de hunebedden, heidense tempels en de oude kerken zijn gebouwd.
Zowel de leylijnen als het lopen met een wichelroede behoren tot de taboes van de wetenschap. Ook Tjerk Vermaning had als praktijkarcheoloog daarmee te maken toen hij zijn visioenen wereldkundig maakte over nederzettingen uit de oude Steentijd.
Prana, tijdschrift voor spiritualiteit en wetenschappelijke randgebieden, zorgde voor een themanummer over taboes in de wetenschap. Het gaat over mensen bij wie iets doorklinkt van genialiteit in hun werk, die het aandurven een lawine van kritiek te trotseren, mensen die misschien een beetje gek zijn. Het eeuwenoude wichelroede lopen wordt besproken en ook de stelling van een gereformeerd theoloog dat bepaalde elementen in het christendom al dateren van ver vóór de christelijke jaartelling, dus uit het heidendom.
Wetenschappers kiezen vrijwel altijd partij en weinig onderzoekers hebben in de gaten dat meer benaderingen tegelijk mogelijk zijn. Dat geldt voor het lopen met de wichelroede en veel andere taboe-onderwerpen. Daarom is het goed dat dwarsliggers als Wigholt Vleer en anderen de samenleving wakker houden en de wetenschap prikkelen tot aandacht voor zaken die eingelijk niet kunnen bestaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie moet het in het Nederlands geschreven artikel van de Hoogevener Lammert Huizing nog vertalen in ut Deevers. 

Het door wichelroede-loper-fantast Wigholt Vleer bedachte jaar van 830 na Christus, als jaar waarin de eerste rooms katholieke kerk in Deever is gesticht, komt desalniettemin nochthans evenwel als ernstig en bijzonder geloofwaardig over.
Dat de fanatieke verspreiders van het rooms katholieke geloof daarbij de tactiek van de totaal verschroeide aarde, casu quo het vernielen van oude heiligdommen, ook in Drente toepasten, wekt bij de redactie geenszins enige verbazing, dat mag van de katholieken gevoeglijk worden aangenomen, het zou merkwaardig zijn als dat niet zou zijn gebeurd, dat deden de fanatieke verspreiders van het rooms katholieke geloof overal in de wereld.
Zo staat zelfs in Colan, in de kustwoestijn in het noorden van Perú, de Sint Lucas kerk, de eerste en oudste rooms-katholieke kerk van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, die is 1535 is gebouwd, op een grondig vernield heiligdom van een plaatselijke indianenstam.

De sporen die onder de vloer van de eerste rooms katholieke kerk van Deever zijn gevonden, zijn wellicht en bijzonder hopelijk afkomstig van een zeer groot hunnebed. Dat zou dan in de nummering van professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen het hunnebed D52-b zijn geweest.
De redactie is van mening dat de foutieve naam van de gemeente Westerveld nu al gewijzigd kan worden in gemeente Westenveld. Daarmee wordt de naam duurzaam en toekomstbestendig, want dan kan na samenvoeging van de gemeente Westenveld met de gemeente Meppel de naam gemeente Westenveld gehandhaafd blijven.
In de nabije toekomt is in Drente slechts ten hoogste plaats voor vijf gemeenten: Noordenveld (hoofdplaats Assen), Middenveld (hoofdplaats Beilen), Westenveld (een gedwongen samenvoeging van de gemeenten Meppel en Westenveld, met als hoofdplaats Meppel), Oostenveld (hoofdplaats Emmen) en Zuidenveld (hoofdplaats Hoogeveen). Deever, wen er alvast maar aan dat het luxe Raadhuis aan de Gemeentehuislaan slechts een tijdelijk raadhuis is. Ech wè.
In het bericht van Lammert Huizing is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van een deel van de Heufdstroate van Deever opgenomen.
De redactie heeft een afbeelding van een in 1909 verstuurd origineel exemplaar van deze fraaie ansichtkaart aan dit bericht toegevoegd.
Aan de rechterkant is te zien het boerderijtje van Hendrik Moes, hij was kuiper, dat wil zeggen maker van boterkuipjes. Daarnaast staat de woning van de gezusters Oostenbrink (de Pluumpies). Aan de linkerkant van de hier afgebeelde ansichtkaart is een stukje van het huis van het echtpaar Jan ter Heide en Wilhelmina (Mine) Merk te zien.
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op zaterdag 16 juni 2018.


 

Posted in Ansigtkoate, Brink, Heufdstroate, Kaarke an de brink, Oudheidkunde, Topstuk | Leave a comment

STAKO-meubelen: STApelbaar en KOppelbaar

Meer dan twintig jaar (vanaf 1942 ?) was N.V. Meubelfabriek ‘de Toekomst’ gevestigd an de Deeverbrogge,
In het najaar van 1966 ging de fabriek failliet, verloren 18 medewerkers hun baan en werd de inventaris geveild.
Een bekend product van deze fabriek was de stapelbare en koppelbare stoel, die onder het merk STAKO (STApelbaar en KOppelbaar) op de markt werd gebracht.
In de krant Het Vrije Volk (democratisch-socialistisch dagblad) verscheen op 10 augustus 1963 bijgaand afgebeelde personeelsadvertentie.
Het kan voorkomen dat STAKO-stoelen heden ten dage nog via internet te koop worden aangeboden of worden geveild. Wees er dan snel bij. Het zijn degelijke stoelen. Ut bint Deeverbrogse aarfstukk’n. De op de foto’s zichtbare stoelen waren zo te zien wel STApelbaar, maar niet KOppelbaar.
De stoelen moeten een flink aantal jaren vóór 1963 zijn gemaakt, want het abonnee-nummer van de telefoon is in de personeelsadvertentie 1415 en op het metalen merkplaatje op de stoel 15.
De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar foto’s van meubelfabriek ‘de Toekomst’, in het bijzonder foto’s van het interieur van de fabriek.

De heer Willem Jan Kruyt stuurde op 3, 6, 7 en 11 december 2018 enige reacties die zijn samengevoegd tot de volgende reactie;
De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.
Mijn vader Jan Kruyt heeft bij de meubelfabriek ‘de Toekomst’ van Brilman gewerkt van 1942 tot ongeveer juni 1949. Als jonge jongen nam mijn vader mij wel eens mee naar de fabriek.
Het kan zijn dat mijn vader destijds heeft gereageerd op een soortgelijke als hier afgebeelde advertentie voor de functie van bedrijfsleider bij ‘de Toekomst’ in Dieverbrug. Na de Toekomst-periode is mijn vader vertegenwoordiger geworden voor meubelfabriek Kuiper in Almelo
De heer en mevrouw Brilman waren joodse mensen. Zij hadden één zoon Jan, die is verongelukt in de fabriek. Dat gebeurde na de Toekomst-periode van mijn vader. Ik ben op de hoogte van de details van het ongeluk van Jan Brilman. Het is zo gegaan. In de fabriek zat bovenin een drijfwerk van wielen met leren riemen die de machines aandreven. Zo’n riem kon je ook verplaatsen naar een ander wiel. Wat deed Jan ? Hij gebruikte een lange lat om zo’n riem te verplaatsen naar een ander wiel. Die lat raakte een spaak van zo’n wiel en is met kracht teruggestoten in het lichaam van Jan. Ik dacht in zijn lies. Hij was zeer zwaar gewond en is aan de gevolgen van het ongeluk overleden. Dit verhaal heeft mijn vader mij zo verteld. Wij waren heel erg onder de indruk, toen we dat bij ons thuis hoorden.
Zelf was ik 2 jaar oud toen we in de mooie provincie Drenthe kwamen wonen. Het was in 1942, dus tijdens de Tweede Wereldoorlog. We woonden in Leggeloo in het huis wat nu als adres Leggeloo 37 heeft. Mijn ouders vertelden mij dat bij de bevrijding in 1945 Canadese tanks al schietend Duitse soldaten achtervolgden. Ik was toen een jochie van 5 jaar. Ik werd snel naar binnen gehaald.
De familie Brilman woonde in het mooie statige huis in Dieverbrug, waar vroeger de burgemeester van Dwingeloo heeft gewoond. Dat huis stond naast het huis waar Jan Oostenbrink woonde. Die had een café, waar mijn vader mij wel eens op die indertijd lekkere priklimonade trakteerde. Jan Oostenbrink was ook kolenboer. Hij bracht bij ons regelmatig een nieuwe voorraad kolen. Het kan zijn dat de familie Brilman voor onze tijd in het het huis met adres Leggeloo 37 woonde en toen mijn vader in de meubelfabriek ging werken, zij in Dieverbrug is gaan wonen. .
Mijn vader was vóór de oorlog gemobiliseerd als soldaat en heeft aan het begin van de oorlog dicht bij Den Haag daadwerkelijk aan de strijd deelgenomen. Op het vliegveld Iepenburg hebben ze een behoorlijk aantal Duitse vliegtuigen neer kunnen halen met de luchtartillerie. Ik denk dat in 1942 de grond te heet onder zijn voeten werd en dat wij daarom zijn verhuisd naar Leggeloo.
In de Tweede Wereldoorlog was de gewoonte van de Duitsers om in veel fabrieken in Nederland een Duitse officier neer te zetten. Dat waren wat oudere officieren, die niet meer in staat waren om te vechten. Dat was ook het geval bij ‘de Toekomst”, daar zat ook een oudere Duitse officier. De fabriek kon in de Tweede Wereldoorlog ‘normaal’ doorgaan met de productie. Op een keer moesten ze bij ‘de Toekomst’ echter houten paaltjes zagen voor de bouw van Duitse (zand)bunkers. Mijn vader had wel door, dat die bunkers totaal geen strategische betekenis hadden. Het was een moeilijke situatie natuurlijk.

Mijn vader was gespecialiseerd in het buigen van hout met stoom. Hij had in Amsterdam een fabriek waar houten speelgoed en ook kleine meubelen, zoals naaidozen, werden gemaakt.
Ik heb nog een foto van mijn vader, een foto van mijn vader met Bram Haasjes en een foto van een jonge jongen met de achternaam Pieper.
De bij dit bericht gevoegde zwart-wit foto van mijn vader is genomen bij een houten bijgebouw van de fabriek. Dat bijgebouw stond vanaf de weg gezien aan de rechterkant van de fabriek.  

Bram Haasjes werkte ook bij Brilman. Hij woonde aan de Juliana Bernhardweg in Leggeloo. Hij slachtte in de Tweede Wereldoorlog ook ons varken illegaal, hij kon ook riet dekken. Zijn dochter Ginie zat bij mij in de klas op de lagere school in Leggeloo.
Op de hoek van de Dwingelderdijk en de Juliana Bernhardweg woonde een zekere Scholten, die werkte ook bij ‘de Toekomst’; hij was een vriendelijke man.
Aan de Molenstad in Leggeloo woonde een zekere Bel, die werkte ook bij Brilman. We hebben nog regelmatig contact met zijn kleindochter Jannie Bel, die woont in de nieuwbouwwijk bij de voormalige melkfabriek van Dwingeloo, waar nu meubelzaak Wiechers is gevestigd.

Mijn vader had in de fabriek, waar hij zelf het buigwerk deed met het hout, hulp van een jongen van ongeveer 14 jaar oud. Die jongen had als achternaam Pieper, hij woonde in een boerderijtje aan het Keizerspattie. Als ik het goed heb woont hij nu in Dieverbrug aan de de Drentsche Hoofdvaart. Hij zal nu ongeveer 80 jaar oud zijn.
Ook Geert Schute uit Diever heeft voor Brilman gewerkt.

Zelf komen ik en mijn vrouw Coby regelmatig met vakantie in ‘Landgoed ’t Wildryck’ bij Dieverbrug. Ik zelf heb ongeveer zeven jaar in Leggeloo gewoond en ben nogal gehecht aan de omgeving daar.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 25 juli 1949 verschenen twee berichten over het overlijden van Jan Harmen IJsbrand Brilman, zoon van Jan Herman Brilman en Elisabeth Haringman. Zie de bijgevoegde berichten
De familie Brilman-Haringman woonde eerst enige tijd op het adres Leggeloo 49a, nu Leggeloo 37.
De Joodse Elisabeth Haringman (geboren op 16 juni 1899 in Amsterdam, dochter van Marcus Haringman en Sara Pool) huwde op 9 maart 1938 in Amsterdam met de niet-joodse handelsagent Jan Herman Brilman (geboren op 28 januari 1900 in Deventer, zoon van Jan Harmen Brilman en Fennechien Koops).
De niet-joodse Jan Harmen Brilman en zijn joodse echtgenote Elisabeth Haringman hebben de Tweede Wereldoorlog overleefd.

Abracadabra-1415

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1416

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1418

 

 

 

 

 

Abracadabra-1417

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrief, Meubelfabriek 'de Toekomst', STAKO-meubel | Leave a comment

Un neemoedse traplift in ut olde Amsterdamse huus

In het Goettsch Journaal, jaargang 1, nummer 2, 1998 verscheen het volgende bericht over het Amsterdamse huis aan de Dorpsstraat op Zorgvliet en zijn bewoner Gerard Goettsch. De heer Ruud Goettsch, de initiatiefnemer van het Goettsch Journaal, heeft dit bericht geschreven na een bezoek aan Gerard Goettsch. Dat prachtige initiatief heeft helaas maar zes jaren bestaan. De grootvader van Gerard Goettsch is de overovergrootvader van de heer Ruud Goettsch. De heer Ruud Goettsch gaf de redactie van ut Deevers Archief toestemming zijn bericht op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie is de heer Ruud Goettsch bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

Het Amsterdamse huis in Zorgvlied
Als je door de Dorpsstraat in Zorgvlied (in het noordwesten van Drente) rijdt, valt je op nummer 21 meteen een huis op met een bijzonder inpandig balkon met daaronder een houten plank met de tekst: ’t Amsterdamse huis.
In de voorkamer beneden zit achter de planten meestal een oudere man: Gerard Goettsch, geboren 1903 te Putten, zoon van Johan Frederik Goettsch (geboren in 1863 in Utrecht, overleden in 1943 in Boijl) en Anna Francina Dorresteijn (geboren in 1865 in Zeist, overleden in 1941 in Assen).
De foto geeft aan dat het een vreemd gebouwd huis is. De benedenverdieping is nogal aan de lage kant, terwijl de bovenverdieping extra hoog is. De heer L.G. Verwer, die in 1879 het meer dan tweeduizend hectaren grote landgoed Groot en Klein Wateren aankocht en het land ervan ontgon, heeft rond die tijd opdracht gegeven het huis uit Amsterdam te verplaatsen naar Zorgvlied. Het waarom van deze kostbare verplaatsing is nog steeds onbekend.
Vanaf 1956 heeft Gerard het huis gehuurd en vervolgens later gekocht voor minder dan f. 10.000,- Volgens zijn zeggen heeft hij al meerdere aanbiedingen ontvangen het huis voor het twintigvoudige te verlaten. Maar ja, Gerard kan ondanks zijn hoge leeftijd nog goed voor zichzelf te zorgen en een bejaardenhuis is niets voor hem.
Bij een bezoek aan hem, eind februari 1998, heette hij mijn vrouw en mij hartelijk welkom.
Het tientje voor een abonnement op het Goettsch Journaal had hij al klaar liggen. Hoewel hij de nodige waardering voor het initiatief kon opbrengen, vond hij het spijtig dat hij er niet in voorkwam. Bij deze is dit manco verholpen.
Hij praatte – al pruimend – honderd uit over het verleden en heden. De rondleiding door het huis was een bijzondere ervaring. Hoewel het huis al oud is, beschikt Gerard wegens zijn zwakke rug over een moderne traplift, zodat hij naar de bovenverdieping kan, die hij overigens maar beperkt gebruikt.
Een bijzonder huis en een markant mens deze oudste Goettsch.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Dorpsfiguur Gerard Goettsch is geboren op 18 september 1903 in Putten in Gelderland en is overleden op 13 juni 2000 in het Amsterdamse huis an de Dorpsstroate op Zorgvliet. Hee is begreu’m op de neeje kaarkhof aagter Obadja an de aandere kaante van de weg. Zie de grafsteen.
Zorgvlied ligt niet in het noordwesten, maar is het zuidwesten van Drente.

Posted in Amsterdamse huus, Dorpsfiguur, Gerard Goettsch, Zorgvliet | Leave a comment

Slimme Kees hef Deever opeknapt mit un dreeloek

In het christelijke weekblad De Spiegel verscheen op 6 juni 1956 het volgende door Koen Kappenburg geschreven artikel over het omstreden drieluik van kunstenares Dieuwke Aalbers-Kollewijn in het kerkgebouw van de hervormde gemeente an de brink van Deever. Een afbeelding van het drieluik is niet te vinden in het fotoalbum van de hervormde kerkgemeente van Deever/Dwingel.

Over het drieluik in de Nederlands Hervormde Kerk
De kunstenares Dieuwke Aalbers-Kollewijn maakte in opdracht van een kunstminnaar een schilderstuk, dat aan de kerk van Voorburg werd geschonken. De kerkvoogdij accepteerde het ‘drieluik’ niet. Het kreeg zolang een andere plaats, totdat de kerkvoogdij van Diever er wèl belangstelling voor toonde. Nu hangt het kunstwerk in de oude Drentse kerk en onwillekeurig vraagt men zich af:

Waarom accepteerde Diever het door Voorburg verstoten drieluik ?
Op opzienbarende wijze heeft de Hervormde Gemeente van Voorburg rond Kerstfeest 1957 een drieluik, geschilderd door de kunstenares Dieuwke Aalbers-Kollewijn verstoten. De kerkvoogdij heeft het werk (3 x 5 m) zelfs eigenhandig op straat gezet, omdat het een storend element tijdens de eredienst zou vormen.
Op minder opzienbarende wijze is datzelfde drieluik, vervaardigd in opdracht van een anonieme schenker, enkele maanden geleden in het Drentse dorp Diever terechtgekomen en opgehangen in de oude Hervormde Dingspilkerk, die de afgelopen jaren is gerestaureerd, maar sinds Pinksteren weer is geopend.
Vond de president-kerkvoogd van Voorburg, mr. H.L. ‘s Jacobs de oud-minister van oorlog, het schilderij een “afschuwelijk en onchristelijk onding”. Zijn Dieverse ambtsbroeder R. Fransen (Roelof Fransen, redactie), landbouwer van beroep, schreef zijn mede-kerkvoogden in het Drentse brinkdorp een briefje, waarin hij zei er “verrukt” over te zijn. Twee broeders in het ambt, twee mannen met geheel verschillende achtergronden, hielden er een geheel verschillende mening op na. Gevolg: Voorburg stootte een kunstwerk af, Diever accepteerde het. Waarom ?

Diever kreeg naam
Burgemeester J.C. Meyboom van Diever is een man, die in zijn pittoreske dorp al heel wat stof heeft doen opwaaien. “Een actief man, waaraan we veel te danken hebben”, zegt een deel van de circa 3500 zielen tellende bevolking. “Een doordrijver, die altijd wat nieuws aanhaalt”, zegt een ander deel. Maar hoe het ook zij, Diever, bezijden de rijksweg Meppel-Assen, dat eeuwenlang in een zoete rust sluimerde, heeft dankzij burgemeester Meyboom naam gekregen. Het heeft en indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. Het kreeg een fraai gemeentehuis (“veel te duur”, menen de boeren uit de omtrek), het werd bekend door zijn openluchtspelen (Shakespeare), die jaarlijks duizenden belangstellenden trekken, het heeft thans een bijzonder fraaie Hervormde Kerk (anno 1400) met een sober, maar rustgevend interieur en een paar opmerkelijke kunstwerken.
“Ik zie deze kerk als Godshuis én als toeristisch trefpunt”, vertelde ons burgemeester Meyboom, terwijl hij ons de gerestaureerde kerk liet zien. “De toerist, die behoefte heeft aan rust en inkeer zal hier (als tenminste de kerkvoogden akkoord gaan met het plan om de deur van het kerkgebouw alle dagen open te zetten) terecht kunnen” is de mening van Dievers eerste burger. “Ik heb onze Rooms Katholieke broeders er altijd om benijd, dat ze in hun kerk terecht kunnen, wanneer ze daar behoefte aan hebben en niet, zoals bij ons protestanten, uitsluitend als de dominee er is.” Met deze uitspraak van burgemeester Meyboom is veel verklaard waarom het omstreden drieluik thans toch een plaats in een kerk heeft gekregen.

Wat stelt het drieluik voor ?
De geschiedenis begon in de zomer van 1956 toen de Voorburgse kunstenares Dieuwke Aalbers-Kollewijn van een anonieme schenker opdracht kreeg om voor de Hervormde Kerk in Voorburg een schilderstuk te maken. Kort tevoren, tijdens een reis naar Italië, had ze haar man al profetisch verteld, “Ik voel dat we binnenkort een grote opdracht krijgen.” Twee jaar lang werkte Dieuwke, die haar man, de schilder B.J. Aalbers, op de kunstacademie leerde kennen, aan het grote werk.
Op drie panelen (vandaar dat het de naam drieluik kreeg) vertelde ze in beelden en kleuren wat ze te vertellen had. Op het middenpaneel schilderde ze God de Vader, van boven gezien, Zijn handen uitgespreid over “de wereld en die daarin wonen”. Op het linker paneel werd in de loop van de twee jaren dat Dieuwke aan haar grote opdracht werkte, Christus zichtbaar, opgebouwd
uit mensen van alle rassen, “Christus is het hoofd, gij zijt de leden”. Hij laat de duivel, “de verstandige, die alles wil verklaren”, achter zich. Hij legt Zijn hand beschermend op allen, die zich opgesloten voelen in hokjes: de zieken, de armen, de gevangenen, de eenzamen. Op het rechterpaneel kreeg men de Heilige Geest (als duif) te zien. Uit de Vader, de Zoon en de Heilige Geest straalt het licht neder op de wereld, waaruit de gelovigen hand in hand opgaan. Uit Gods handen bruist de genade als een bergstroom neer.
In het drieluik verwerkte de kunstenares voorts vele symbolen en bijbelse voorstellingen. Langzamerhand ontstond een bont geheel dat de ene mens tot diep in zijn binnenste treft, waarop hij niet uitgekeken raakt, en de andere mens opstandig maakt, waardoor deze het werk gaat verafschuwen.

Uit de kerk ermee
In Voorburg, waar de kunstenares overleg pleegde met predikant en kerkeraad, maar waar een verkeerde procedure werd gevolgd, waardoor de kerkvoogdij niet officieel op de hoogte werd gesteld van de schenking, werd het schilderstuk in de kerk voltooid. Toen het klaar was, kreeg het echtpaar Aalbers van de kerkvoogdij evenwel de aanzegging, dat het werk moest verdwijnen. Nu berg je een paneel (het geheel bestaat uit zes platen) van vijf meter breedte en drie meter hoogte niet zo maar in  een kast weg. Het drieluik bleef dus nog enige tijd in het kerkgebouw staan, totdat de heer Aalbers in februari 1958 ontdekte, dat het werk uit het kerkgebouw was verdwenen. De president-kerkvoogd had het eigenhandig buiten de kerk gezet. De kerkvoogdij was van mening, dat het grote schilderstuk een storend element was tijdens de eredienst. Daarom verhuisde het drieluik (het werd in drie panelen geschilderd om de beide zijvlakken wat naar voren te kunnen draaien, opdat het wat vriendelijker zou aandoen, en het heeft dus, aldus de kunstenares, niets gemeen met een drieluik, zoals men dat wel in Rooms Katholieke kerken ziet) van Voorburg naar Leidschendam, waar het werd opgehangen in de kerkzaal van ‘Hulp en heil’, een inrichting voor geesteszieken. De patiënten daar bleken het werk best te kunnen waarderen.

In Diever enthousiast
Eind 1958 brak voor het drieluik een nieuwe periode aan, waarover burgemeester Meyboom ons meer kon vertellen. Hij kwam in die periode opnieuw in contact met het echtpaar Aalbers, dat vroeger al eens een wandkleed voor het gemeentehuis van Diever heeft gemaakt. Het gesprek kwam op het omstreden drieluik. De burgemeester kreeg te horen, dat het als het ware nog steeds te geef was.
Nu was burgemeester Meyboom voorzitter van de restauratiecommissie van de Hervormde Kerk van Diever. Met die restauratie is men in 1955 begonnen, toen de kerk bijna op instorten stond. Sindsdien is de kerk drastisch verbouwd en verfraaid, waarbij deskundigen zochten naar de oude vormen van het godshuis (dat uit rond 1400 dateert, daarvóór stonden op dezelfde plaats evenwel andere kerken, zo is uit een bodemkundig onderzoek gebleken).
Burgemeester Meyboom, die kwam praten over kunstwerken in de kerk had uiteraard wel oren naar het grote drieluik, vooral toen de anonieme opdrachtgever bereid bleek het ook wel aan Diever, dat hij wel kende vanwege de openluchtspelen, te willen schenken. Kort na het bezoek aan Voorburg reisde de burgemeester met de plaatselijke predikant, Ds. C. Smit (geboren 1922, in Diever sinds 1951) en de president-kerkvoogd R. Fransen naar Leidschendam. Het drietal bestudeerde het schilderstuk nog eens en kwam onder de bekoring ervan door de uitleg van de kunstenares en reisde enthousiast terug naar Drenthe om de anderen er warm voor te maken. Ze namen foto’s mee. Opdat de kerkeraad zich ook een mening kon vormen.

“Ik vind er niks aan”
“Het zat meteen goed”, aldus de burgemeester. Ds. Smit vertelde ons voorts, dat zijn kerkeraad ook met het plan ingenomen was (bovendien: men kreeg het immers gratis!). Kerkvoogd Fransen wist zijn enthousiasme over te brengen op zijn mede-kerkvoogden, zodat besloten werd het drieluik te accepteren. Men trok lering uit de les van Voorburg: het drieluik kwam niet op een in het oog vallende plaats te hangen, maar in een zijbeuk. Men moet er speciaal naar toe wandelen om het te kunnen zien. Door deze manoeuvre wist men eventuele georganiseerde tegenstand te omzeilen. Wie het stuk niet wil zien, behoeft het niet te zien. Al is burgemeester Meyboom er van overtuigd dat Hervormd Diever, als het aan het kunstwerk gewend is geraakt door af en toe eens op een bank in een der wandnissen te gaan zitten om naar het kunstwerk te kijken, het stellig zal accepteren.
Dominee Smit vertelde ons ervan overtuigd te zijn, dat de bevolking het werk beslist wel zal waarderen. Het merendeel van de bevolking is eerst door het openluchtspel met de kunst in aanraking gekomen. Men is er nog niet al te kritisch ingesteld, men is er nog open en onbevangen, al zal het nog wel geruimde tijd duren voordat de lof voor Dieuwke’s drieluik in Diever algemeen is.
De opvatting van een caféhoudster, toen ze ons koffie inschonk: “Ik snap er niets van en ik vind er niets aan”, is waarschijnlijk nog de opvatting van velen. Maar de Drent is een bedachtzaam en voorzichtig mens. Hij loopt niet gauw ergens warm voor, maar keert zich ook niet gauw ergens zonder meer van af. “’t Moet nog wat wennen”, vertelde ons een rechtgeaarde Drent, die met een onbegrijpende blik naar het (wel wat erg hoog opgehangen) schilderstuk tuurde. Daarna pakte hij een bezem en begon de kerkvloer aan te vegen, want de officiële opening stond als het ware voor de deur. Zo is men in Diever. Anders dan in Voorburg.

Afbeelding 1
Het door Voorburg afgewezen drieluik van Dieuwke Aalbers-Kollewijn is ongeveer vijf meter breed en ruim drie meter hoog. De beide zijpanelen zijn iets naar voren gedraaid. Op het linkerpaneel ziet men Christus. Naast hem het hoofd van de intelligentie zonder liefde: de duivel. De mensen, jong en oud, blank en bruin, vormen de ledematen van het lichaam van Christus. Het middenpaneel omvat tal van symbolische en bijbelse voorstellingen. Op het middenpaneel buigt God de Vader Zijn handen zegenend uit over de wereld (“Mijn genade is u genoeg”). Uit de handen Gods bruist een strooom van genade neder. Op het rechterpaneel ziet men de Heilige Geest afgebeeld als duif. Langs de hemelweg gaan velen, hand in hand, op naar het Licht.

Afbeelding 2
Aan de brink in Diever staat de fraai gerestaureerde hervormde kerk. Een bodemonderzoek heeft aangetoond dat op dezelfde plaats reeds kort na de eerste verkondiging van het Evangelie in Drente een kerkje werd gebouwd. Dat kerkje, zo is gebleken, is door vele andere gevolgd. De huidige toren dateert van 1100, de kerk zelf van omstreeks 1400. Het is nadien in 1621 door een grote brand zwaar beschadigd. De kerk werd evenwel hersteld, totdat in 1955 een nieuwe restauratie dringend noodzakelijk was. Men heeft de kerk toen zijn oude vorm teruggeven. Het houten plafond bijvoorbeeld werd vervangen door gotische gewelven. In de kerk van Diever is in een zijbreuk een kinderhoek ingericht. Jongens en meisjes kunnen daar het liturgische gedeelte van de kerkdienst volgen. Als de preek begint mogen ze een boek pakken en wat gaan zitten lezen of tekenen. De kinderhoek wordt ook gebruikt als zondagschool.

Afbeelding 3
“Ik vindt dat onze kerk maar wat mooi geworden is door de restauratie. Het schilderij stond me direct al aan. Ik was meteen enthousiast. Maar dat kwam ook door de verklaring die mevrouw Aalbers ons er bij gaf. Er komen straks op een oude kist boekjes met een verklaring van het schilderij te liggen. Nee, tegenstand hebben we hier niet ondervonden. Waarom ook. Het hangt niet te veel in het gezicht. Wie ‘t niet wil zien, ziet het niet. Wat me het meeste heeft getroffen ? De Christusfiguur, het lichaam opgebouwd uit mensen. Toen de burgemeester ons het schilderij in Leidschendam had laten zien en we naar huis terug gingen, waren we het er over eens dat het drieluik uitstekend in onze gerestaureerde kerk zou passen”. Aldus president kerkvoogd Fransen.

Afbeelding 4
Burgemeester Meyboom is van mening dat de kerk van Diever zowel Godshuis is als trefpunt voor toeristen, die behoefte hebben aan sfeer en inkeer. Daarom heeft hij er naar gestreefd, dat er over de Avondmaaltafel, die midden in het koor recht tegenover de gemeente staat opgesteld, een loper ligt met de symbolen van de periode van het kerkelijk jaar. Zo kwam er een loper voor de Adventstijd, voor Kerstfeest, voor de Lijdenstijd, voor Pinksteren en voor de “gewone” zondagen. Ook deze lopers werden vervaardigd door het echtpaar Aalbers-Kollewijn. “In het drieluik, dat ik zelf wel geslaagd vind, (misschien is er schilderkunstig wel wat op aan te merken, maar een preek beoordeel je ook niet op zijn literaire waarde en dit werk is een preek), heeft vooral de boog van de armen me getroffen.”

Afbeelding 5
Op dit gedeelte van het rechterluik ziet men de verlosten langs de hemelweg opgaan. Hun pad is omgeven door de bloemen en sterren. Een vrouwenfiguur houdt hen, die langs een ander pad willen gaan, tegen en wijst hen op hun zondig verleden.

Afbeelding 6
Ook van de heer Aalbers bevindt zich in de kerk van Diever een kunstwerk. Hij ontwierp namelijk een tapijt, dat een plaatsje kreeg in de trouwkapel. Het tapijt heeft een warm groene kleur en ligt op donkerrode tegels. De stoelen van bruid en bruidegom zijn op het tapijt geplaatst ter weerzijden van een daarin verwerkte vis, het oudste Christelijke symbool. Het tafeltje, waarop een door de heer Aalbers in zwijnsleer gebonden bijbel staat, is nagemaakt van een 18e eeuws model. Het is een geschenk van het Anjerfonds. Op tafel ligt een loper met huwelijkssymbolen.

Afbeelding 7
Het tapijt voor de huwelijkskapel werd naar het onderwerp van de heer Aalbers met de hand geknoopt door vrouwelijke gemeenteleden. Ze hebben er slechts zeven weken over gedaan. De dames werkten in ploegen, acht uur per dag.

Afbeelding 8

Vlak voor de restauratie heeft de kunstenares haar grote drieluik in Dievers kerk gevernist. Zij heeft twee jaar aan het schilderstuk gewerkt. In het midden ziet men Maria met het Kindeke Jezus. Het kind draagt de appel door Eva geplukt (rechts) en geeft de druiventros door.

Afbeelding 9
Evenals vroeger heeft de 84-jarige Geert Dekker (meer dan 45 jaar klokkeluider, nu op non-actief, omdat de geluidinstallatie elektrisch werkt) nu ook in de gerestaureerde kerk zijn eigen stoel. Hij voelt zich een beetje eigenaar van de kerk en is erg trots op zijn koninklijke onderscheiding, die hij vanwege zijn 40-jarig klokkeluidersjubileum heeft gekregen. “Wat ik van het schilderij denk ?” Geert kijkt nog eens even naar het grote werk en zegt dan resoluut: “Het is wel mooi, maar je moet er verstand van hebben. Maar er zullen vast wel veel kijkers komen”. Waarschijnlijk hoopt Geert van die kijkers een kleinigheid te ontvangen …

Afbeelding 10
In Diever bezochten we ook de bekende Friese schrijver Abe Brouwer (De Gouden Zweep, Marijke, de Nijboer van Lyclema-State), die hier stratenmaker is. “Voor mijn gevoel is het schilderij niet geworden wat het had moeten zijn. Het maakt de indruk van een gamma van kleuren. Ik kan er ook niet uitkomen. Het had zo moeten worden dat het direct aansprak. Bovendien vind ik dat een werk als dit niet in de kerk thuis hoort. Men komt er binnen met een open hart en een open geest. Een schilderij, dat een uitleg behoeft, werkt dan alleen maar storend. In een kerk moet alles waar zijn. Ik heb de indruk, dat men de kerk hier te kaal vond. Dat er versiering nodig was. Nee, mij ligt dit drieluik beslist niet.”

Afbeelding 11
Diever vindt het maar wat interessant om een zo veelbesproken schilderij is het kerkgebouw te hebben. Leden van de vrouwenverenigingen, die de kerk voor de officiële opening schoon maakten, luisterden geïnteresseerd naar de uitleg van Dieuwke Aalbers-Kollewijn. (redactie: maar wie herkent de dames en de heer op deze foto ?

Afbeelding 12
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto van het drieluik gemaakt op 28 juli 2016.

Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Geert Dekker, Kaarke an de brink, Kuunst | Leave a comment

Ut lusefasdösie van hotel-café-restaurant Blok

De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het steeds verder digitaliseren van zijn papieren archief (papperrassies scannen en vervolgens die papperrassies in de container voor het oude papier gooien), dat vooral bestond uit veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem voor ut Deevers Archief belangwekkend geacht objectje.
In dit geval gaat het om de reclame op een lusefasdösie van hotel-café-restaurant Blok an de Deeverbrogge. Zie de bijgaande afbeelding. De redactie heeft dit lusefasdösie uiteraard niet in de blauwe oud-papier-container gegooid, maar met geschwinde spoed en in gestrekte draf toegevoegd aan zijn verzameling Deeverse prullaria.

In de vijftiger, zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw had elk zichzelf respecterend hotel, café of restaurant wel zijn eigen sukersakkie. Het openluchtspel an de Heezeresch bee Deever had zelfs tot het begin van de negentiger jaren eigen sukersakkies.
De redactie van ut Deevers Archief heeft van de Deeverse sukersakkies afbeeldingen opgenomen in ut Deevers Archief. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief klikke voor het bekijken van deze afbeeldingen aan de rechterkant van het scherm op het onderwerp sukersakkie. Of bekijk bijvoorbeeld un sukersakkie van hotel-café-restaurant Blok.
Eigenaren van hotels, cafés en restaurants maakten in de vijftiger, zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw nauwelijks eigen reclame voor hun bedrijf op lucifersdoosjes. Gelukkig heeft de redactie wel een beetje smoezelig lucifersdoosje met daarop reclame voor hotel-café-restaurant Blok an de Deeverbrogge bewaard. Zie de bijgaande afbeelding. De redactie schat in dat Johan Blok dit lucifersdoosje in de zestiger jaren van de vorige eeuw weggaf aan zijn klanten.
De redactie is bijzonder benieuwd wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief in het bezit is van Deeverse lusefasdösies. De redactie wil bijzonder graag een afbeelding van de reclamekant van deze doosjes tonen in ut Deevers Archief.
Zelf smaakt de redactie het niet onverdeelde genoegen een lucifersdoosje met reclame voor molen De Vlijt in Oll’ndeever in zijn bezit te hebben.

Posted in An de Deeverbrogge, Deeverse prullaria, Hotel Blok, Lusefasdösie | Leave a comment

Henduk Jan Noord vön twee potties op de Oosteresch

De redactie van ut Deevers Archief moet met het schaamrood op de kaken en de wangen en het voorhoofd toegeven dat hij in ut Deevers Archief veel meer aandacht moet besteden aan de vele honderden oudheidkundige vondsten in de bodem binnen de grenzen van de gemiente Deever. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die is geïnteresseerd in oudheidkunde klikke aan de rechterkant van het scherm onder Onderwerpen op het onderwerp Oudheidkunde. De redactie wil ook bijzonder graag particuliere oudheidkundige vondsten uit de gemiente Deever tonen. De redactie nodigt de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag uit foto’s van zijn vondsten met het bijbehorende verhaal voor publicatie in ut Deevers Archief ter beschikking te stellen. 

Het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) is het gezamenlijke archeologische depot voor archeologische vondsten en onderzoeksdocumentatie van en uit de provincies Groningen, Fryslân en Drente. De vondsten worden opgeslagen in Nuis, waar het depot is gevestigd. Het in stand houden van een provinciaal archeologisch depot is een wettelijke taak die belegd is bij de Gedeputeerde Staten van een provincie. De provincies Groningen, Fryslân en Drente hebben door middel van een bestuursovereenkomst afgesproken deze taak gezamenlijk uit te voeren via het depot in Nuis.

In de deelcollectie ‘Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Drente’ van het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis bevinden zich twee handgevormde aardewerken potjes uit de Vroege tot Midden IJzertijd. De IJzertijd kent drie periodes: Vroege IJzertijd (800-500 jaar voor Christus), Midden IJzertijd (500-250 jaar voor Christus) en Late IJzertijd (250-50 jaar voor Christus). De twee potjes zijn geregistreerd onder de nummers D 2015-I.2 en D 2015-I.3.

Beschrijving aardewerken potje met inventarisnummer : D 2015-I.2

Wijdmondig halsloos potje, geplakt en aangevuld. Gladwandig grijsbruin en oker. Relatief dik baksel. Bodem relatief breed; bolle vorm ervan en matige afwerking binnen wijzen op Vroege tot Midden IJzertijd. Gevonden met D 2015-I.3. Randdiameter 13 centimeter. Zie afbeelding 1.

Beschrijving aardewerken potje met inventarisnummer : D 2015-I.3
Wijdmondig halsloos potje, zwak biconisch; geplakt en flink aangevuld. Gladwandig grijsbruin. Bodem relatief breed; bolle vorm ervan en matige afwerking binnen wijzen op Vroege tot Midden IJzertijd. Gevonden met D 2015-I.2. Randdiameter 10 centimeter. Zie afbeelding 2.

De heer Hendrik Jan Noord, boer aan de Wittelterweg, heeft de twee potjes in de negentiger jaren van de vorige eeuw gevonden bij het plaatsen van een afrastering op de Oosteresch van Wittelte in de buurt van zijn boerderij. De twee potjes zijn in 2015 afgestaan aan het Drents Museum.
De X-coördinaat van de twee potjes is 217400. De Y-coördinaat van de twee potjes is 538900.
Dat wil zeggen dat de twee potjes zijn gevonden op 52.83371 graden noorderbreedte en 6.31316 graden oosterlengte. Zie afbeelding 3.

Afbeelding 1 – Inventarisnummer D 2015-I.2                   Afbeelding 2 – D 2015-I.3
Afbeelding 3

Posted in Oudheidkunde, Wittelte | Leave a comment

Iene knolle steel’n is net so aarg as 100 gull’n steel’n

De Stichting Openbare Bibliotheek Diever en de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever hebben in november 1998 het onvolprezen boekwerkje ‘Dievers Geschrief II’ in eigen beheer uitgegeven. Het boekje is gedrukt door Drukkerij Roelf (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Het was een boekwerkje voor en door inwoners van Diever en omgeving.
In het boekwerkje staat op de bladzijden 10, 11 en 12 een nogal ingekorte en daardoor onvolledige versie (zie afbeelding 2) van het navolgende artikel van Klaas Hessels over zijn jeugd op ’t Noave. Het volledige artikel is ook gepubliceerd in het papieren blad Opraekelen 01/2 (juni 2001) van de Historische Vereniging Voormalige Gemeente Diever.
De in 1917 geboren Klaas Hessels heeft zijn hele leven op ’t Noave gewoond en gewerkt. Hij is van 1962 tot 1968 lid van de gemeenteraad van Diever geweest voor het CVG en van 1978 tot 1986 voor het CDA. Van 1978 tot 1986 was hij tevens wethouder. 

Jeugdherinneringen

Het was op 27 september van het jaar 1917 dat ik ben geboren in een eeuwenoude boerderij in de buurtschap Ten Have.
Buiten onze landsgrenzen woedde in die tijd een vreselijke oorlog. Nederland zelf bleef gelukkig buiten deze oorlog en stelde zich zogenaamd neutraal op. Het gevolg van deze oorlog was wel dat de Nederlandse soldaten waren gemobiliseerd en dat er verschillende artikelen op de bon waren. Vooral van over zee aangevoerde goederen waren schaars.
Ik ben vernoemd naar mijn grootvader. Dat was in die tijd nog de gewoonte. De burgemeester was in het begin van de vorige eeuw niet alleen hoofd van de gemeente, maar ook secretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij moest mij als jonggeborene inschrijven en hij moest in de eerste wereldoorlog ook zorgen voor de nodige voedselbonnen. Het is in deze tijd bijna ondenkbaar dat nog geen eeuw geleden slechts één persoon alle taken van de gemeente uitvoerde.
Mijn vader was koopman en handelde in paarden, koeien, varkens, schapen en geiten. Hij was dus veel de boer op of naar de markt. Mijn toen nog ongetrouwde oom Berend nam het meeste werk op de boerderij voor zijn rekening.
In die tijd was er in Ten Have nog geen straatweg. Alles werd per paard en wagen over de zandwegen vervoerd. Wel was er een onverhard fietspad langs de weg, want het rijwiel was toen sterk in opkomst. Een fiets was een groot bezit, dat voor lang niet iedereen was weggelegd omdat het onbetaalbaar was.

De oude boerderijen in Wapse waren, zoals ook in Diever, met riet gedekt en dus brandgevaarlijk. Bovendien ontbrak een goede brandspuit. Toen Diever een nieuwe kreeg, mocht Wapse de oude brandspuit hebben. In onze schooljaren is er brand gekomen in één boerderij, maar omdat er niet op tijd een goede brandspuit was, ging de tweede boerderij ook in vlammen op. Dat laatste speet ons erg. Omdat het dak in slechte staat was, gingen wij met de ladder het hooi op, kropen door het dak en gingen dan over het dak, als over een glijbaan naar beneden.

Men was in Ten Have ook verstoken van elektriciteit. Voor verlichting werden petroleumlampen gebruikt, waarin elke avond ongeveer één liter petroleum werd verstookt. Als de lamp uitging, dan zocht men de bedsteden op, die keurig op een rij achter de deuren in de wand waren aangebracht.
Auto’s werden toen zelden gezien.

Toen ik er de leeftijd voor had, werd ik naar de christelijke school in Diever gestuurd. De schoolstrijd, die zoveel teweeg had gebracht, was nog maar amper ten einde. De vrijheid van onderwijs was juist verwezenlijkt met gelijkheid voor openbaar en bijzonder onderwijs! Om in Diever te komen was er voor de scholieren maar één manier: lopen ! Toch denk ik dat het elke dag lopen van tien kilometer door weer en wind zeer gezond is geweest, het gaf je meer weerstand, temeer omdat wij op school nog geen gymnastiek hadden. De dokter in die tijd onderkende dat klaarblijkelijk ook, gezien zijn woorden: Alle kinderen waggelen als ganzen, maar die van Wapse kunnen lopen.

Tussen Wapse en Diever was een tolhek, een paal dwars over de weg met het opschrift: rijwielen 1 cent.

Het schoolgebouw bestond uit twee lokalen. In de gang lagen gewone straatklinkers en daar waren ook de ouderwetse wc’s. Wij kregen allemaal een lei en een griffel om mee te schrijven, we deden de eerste dag niets anders dan streepjes zetten. In ons lokaal stond meester Strating voor de klas in het andere meester Roosjen. Meester Strating kon goed met kinderen omgaan. Hij wist de bijbelse geschiedenis dusdanig te vertellen dat wij ademloos zaten te luisteren. Vooral de geschiedenis van Jozef kostte ons tranen. Wij zagen als het ware dat Daniël in de leeuwenkuil werd geworpen en wij haalden opgelucht adem toen er een antwoord kwam op de bange vraag: “Daniël, leef je nog ?” Het lezen werd ons op een aparte manier bijgebracht, zodat wij al vrij snel “Oom eet een ei” konden lezen. Wij kregen een leesboekje met mooie plaatjes van bijvoorbeeld Aap, Kees en Jet.

Er waren ook minder leuke dingen op school. Zo mochten enkelen, meestal dezelfde kinderen, op het bord schrijven en schriften uitdelen, wat door de andere leerlingen onrechtvaardig werd gevonden. Ik vind het achteraf ook raar dat toen geen rapporten werden gegeven en dat zo maar op het bord werd gezet wie er in klas 1, 2, 3, enz. werden geplaatst! Bijkomend gevolg was dat iemand die boven aan de lijst werd geschreven, meende dat hij of zij meer in zijn mars had dan de anderen, terwijl de onder aan de lijst geplaatsten het om die reden vertikten beter hun best te doen !

Als het koud was en wij kwamen ’s morgens aan, dan schaarden wij ons rond de kolenkachel. Eén van de jongens deed een keer de pook in de kachel en toen deze rood was geworden, deed hij de prullenmand leeg in de kolenkit, om vervolgens de hete pook in het papier te steken. Het resultaat was verbluffend. Het papier ging branden en de school zat vol rook. Tot onze schrik kwam meester Roosjen toen binnen. “Wat gebeurt hier”, zei hij. “Wie heeft dat gedaan ?” Maar niemand heeft hem dat verteld.
In Ten Have was intussen veel veranderd.

Ik doe een poging de namen van mijn klasgenoten van toen op te sommen: Mina Bult, Dirk Haveman, Aaltje Hessels, Hilligje Hessels, Klaas Hessels, Michiel Kiers, Jantje Mos, Johannes Oenema, Grietje Pot, Lize Strating en Pieter Timmerman.

De spelletjes die wij speelden waren: knikkeren, bokspringen, laatst in de ban met schere, tollen en petje ballen. Bij het laatstgenoemde spel dat door de jongens werd  gespeeld, legden ze hun pet, iedereen droeg in die tijd een pet, op een rij met de kleppen naar voren. Getracht werd een bal in één van de petten te gooien. De jongen in wiens pet de bal bleef liggen was af. Kringspelen waren: in Holland staat een huis en zakdoekje leggen. Bij herder laat je schaapjes gaan zongen wij:
Herder laat je schaapjes gaan
Ik durf niet. Waarom niet ?
Om de boze wolf niet.
De boze wolf die zit gevangen,
Tussen twee ijzeren stangen,
Tussen de zon en de maan,
Herder laat je schaapjes gaan.
Midden op het schoolplein werd een terrein afgebakend. De boze wolf bevond zich binnen de afbakening. Hij moest de overstekende schaapjes grijpen. Een gevangen schaap veranderde in een wolf en hielp schapen te vangen. Zo kwamen er steeds meer wolven die het uitgedunde aantal schapen moesten vangen. Telkens werd er weer een ander spel gespeeld. Niemand wist wie er het eerst mee begon en waar het vandaan kwam.

Langs de weg tussen Wapse en Diever, die toen nog van klinkers was, stonden telefoonpalen. De draden waren bevestigd aan porseleinen potjes. Dat was een uitstekende gelegenheid om goed met steentjes te leren gooien. In korte tijd was er bijna geen potje meer heel. Uiteindelijk verscheen de politie op school om ons te waarschuwen !

De tijd schreed voort en ik werd bevorderd naar klas twee. Ik bleef bij meester Strating in hetzelfde lokaal en wij keken meewarig neer op de nieuwe leerlingen van de eerste klas. Het totaal aantal leerlingen nam toe met als gevolg dat er een derde lokaal bij de school werd aangebouwd. Tegelijkertijd kregen we nieuwe banken en werden de leien afgeschaft. Vanaf dat moment werd geschreven met een potlood of een pen. Als er geen punt meer aan het potlood zat, dan kon je gebruik maken van een potloodslijper voor in de klas. Zo werden de potloden heel snel korter.

Er werd ook een begin gemaakt met het vak aardrijkskunde. De meester tekende een plattegrond van de school en het schoolplein op het bord. ‘Klaas, ga jij even naar de pomp om water te halen.’ Ik moest dan een streep trekken op de plattegrond, beginnend bij het lokaal, door de gang naar de pomp. Vervolgens moest Pieter bijvoorbeeld naar de eerste boom op het schoolplein. In die tijd stond er namelijk een rij populieren langs de straatweg op het schoolplein. Later zijn deze bomen gehakt door de gebroeders Harm, Jaap en Hendrik Mulder. Die hadden als bijnaam de Bakkers jong’n. Het was voor ons natuurlijk mooi om daar naar te kijken. Ze maakten eerst de bomen boven vast met een touw waaraan zich een katrol bevond. Door met behulp van de katrol het touw strak te trekken, konden ze de valrichting bepalen, zodat de bomen niet op de school terecht zouden komen.

In die tijd woonde er ook een man in Diever die wij Aebeltie Smok noemden. Als die man op het schoolplein kwam, dan kwam iedereen in beweging. De meisjes raakten volledig in paniek en stoven alle kanten op. Abel had maar één doel: zoveel mogelijk meisjes te smokk’n, dat wil zeggen zoenen. Wonderlijk genoeg hielpen de jongens Abel door de meisjes te vangen en voor hem vast te houden.

Omstreeks diezelfde tijd was er sprake van nog een attractie. Als de naam Rademaker werd genoemd, wist iedereen wie hiermee werd bedoeld. De luchtvaart stond toen nog in de kinderschoenen. Het was een zeldzaamheid dat er een vliegmachine overvloog. Rademaker was een militaire vliegenier wiens verloofde in Diever woonde. Blijkbaar wilde hij haar laten zien wat hij in zijn mars had en dat was in onze ogen beslist adembenemend. Van grote hoogte liet hij zijn toestel naar beneden vallen om het vervolgens weer pijlsnel de hoogte in te trekken. Hij ging met zijn machine over de kop en liet hem om zijn as draaien. Als in de klas het vreselijke gebrul van de vliegmachine werd gehoord, dan gingen vingers naar boven: Meester, alstublieft naar achteren. Werd dit verzoek ingewilligd, dan werd de blik snel naar boven gericht om Rademaker zijn halsbrekende toeren te kunnen zien uitvoeren. Toen er berichten in de krant verschenen met als kop Rademaker was weer boven Diever …, was het opeens gedaan met de pret. Waarschijnlijk is Rademaker door zijn superieuren op het matje geroepen en zij zullen hem duidelijk hebben gemaakt dat dit stuntwerk niet tot de taak van een militaire vliegenier behoorde.

In de loop der jaren is er in Ten Have veel veranderd. Zoals ik reeds eerder noemde, bestond Ten Have uit een zandweg met een fietspad er naast. Vooral in de buurt van F. Otten, nu Ten Have 7, zakten de ouderwetse wagens tot aan de assen in de modder. Als de boeren kunstmest moesten hebben, haalden ze dat met paard en wagen uit Dieverbrug, waar het per schip werd aangevoerd. Meestal had men dan twee wagens achter elkaar gekoppeld. Aan het begin van de Groeneweg, een weg over de es vanaf het huidige Ten Have 15 naar het huidige Ten Darperweg 47, werden de wagens ontkoppeld en werd elke wagen apart door het zand getrokken, wat dikwijls veel moeite kostte. Kunstmest, kalizout en slakkenmeel, zat toen verpakt in zakken van 100 kg.

Omstreeks 1925 werd begonnen met de aanleg van een straatweg. Dat ging echter niet zo eenvoudig. De gemeente zat niet zo goed bij kas. De boermarke van Wapse moest het eigendom van de weg en het aanliggende bos afstaan aan de gemeente. Bovendien moesten de boeren om de beurt een paard afstaan voor het trekken van de kipkarren voor het vervoeren van het zand voor de aanleg van de aardebaan. Het zand werd halverwege de Heugendijk gehaald uit de zogenoemde Ekkelkaamp, dat eigendom was van Geert Muggen. De straatweg werd niet in één keer aangelegd, maar in fasen, omdat er onvoldoende geld was. Ik herinner mij dat de aanleg van de straatweg Soerte-Ten Have jaren heeft geduurd. Het gedeelte van het huidige Ten Have, tussen Soerte en de boerschap Ten Have, heette toen nog Heugendijk. Het ergste was echter dat men uit zuinigheid afgekeurde kromme stenen in de weg had gelegd. Dat was zo erg dat de boeren er de voorkeur aan gaven om met hun wagens met ijzeren hoepels om de wielen, over de berm te rijden. Het is zelfs zo ver gekomen dat men van gemeentewege geulen in de berm ging graven om het onmogelijk te maken door de berm te rijden. Een voorbeeld van het feit dat zuinigheid niet altijd wijsheid is. Verkeerde zuinigheid dus, want na jarenlang klagen moest men uiteindelijk tot het besluit komen de weg te herstraten met andere, kwalitatief betere klinkers. Toen de Heugendijk uiteindelijk van een goede bestrating was voorzien, waren we uit ons isolement verlost.

Een volgende grote vooruitgang was de aanleg van een bovengronds elektriciteitsnet. Ik herinner me nog heel goed dat men de palen langs de weg plaatste met daaraan een bordje met de tekst: “Aanraking der draden is levensgevaarlijk”. Wij vonden het een prachtig gezicht dat de mensen met behulp van de zogenoemde klimschaatsen boven in de paal klommen om daar hun werk te doen. Na enkele jaren gingen de palen onderaan rotten. Daar had men wel een oplossing voor. De palen werden voorzien van betonnen onderstukken. In het begin werd elektriciteit alleen gebruikt voor verlichting. Veel mensen meenden veel stroomkosten te besparen door een spaarlampje aan de zolder te gebruiken. Dat niet alleen verbruikskosten moesten worden betaald, maar ook vast recht, daar kwam men pas later achter. Na verloop van tijd werden meer elektrische apparaten aangeschaft. Dat leidde er uiteindelijk toe dat het net overbelast raakte. Achter ons huis werd toen een ‘stroomopjager’ geplaatst. Dit bleek echter niet afdoende. Uiteindelijk is men er toe overgegaan een ondergronds net aan te leggen. Met de bovenleidingen verdwenen ook de bliksemafleiders, die op veel palen waren geplaatst en waar dikwijls de bliksem op insloeg. Na de aanleg van eerst het waterleidingnet en later het aardgasnet werd het wonen heel wat geriefelijker.

Toen ik naar de derde klas ging, moest mijn zusje Margje ook naar school. Zij moest een fiets hebben om de dagelijkse tocht van Wapse naar Diever en terug goed te kunnen volbrengen, omdat zij moeilijk liep. Zoals gezegd was een fiets in die tijd nog een ongekende luxe. Het bleef niet alleen bij de kostbare aanschaf. Jaarlijks moest fietsbelasting, ik herinner mij een rijksdaalder, worden betaald. Na betaling verkreeg men een plaatje dat aan de fiets bevestigd moest worden, zodat men de betaling kon controleren. Het kwam regelmatig voor dat buren of familieleden gezamenlijk zo’n belastingplaatje betaalden. Het plaatje werd met een touwtje aan de fiets gebonden en was dus uitwisselbaar. Aan mensen die deze fietsbelasting niet konden betalen en toch een fiets nodig hadden, werd een gratis plaatje verstrekt. Hierin was echter een gat geponst, zodat deze ‘armoede’ aan het fietsplaatje kon worden afgelezen. Aangezien de Drent niet graag met zijn armoede te koop loopt, werd door menigeen die feitelijk in aanmerking kwam voor een gratis fietsplaatje, botje bij botje gelegd om toch een normaal exemplaar aan te kunnen schaffen. Onze Margje moest het er maar zonder belastingplaatje op wagen. Er kwam natuurlijk een dag waarop ze, tot haar grote schrik, een politieagent tegemoet reed. Margje handelde snel. Ze ging met haar fietsje achter een boom staan en hing haar schortje over het stuur, waar het bewuste plaatje ontbrak. Het is mij niet bekend wat de goede man van deze vreemde handelswijze heeft gedacht. Ik weet wel dat Margje opgetogen thuis kwam met de mededeling dat zij de politieagent te slim was af geweest !

Naast Margje, had ook Michiel Kiers een fiets. Op een dag gebeurde het dat ze met elkaar in botsing kwamen. Mijn vader was kwaad en meende dat de schuld wel bij Michiel Kiers moest liggen, omdat die als een woeste rijder bekend stond. Hij ging op hoge poten naar de pleegvader van Michiel, Jan Pot Kiers, om verhaal te halen. Dat viel echter bij Jan in verkeerde aarde, omdat Michiel in zijn ogen geen kwaad kon doen. Wat er precies gezegd is, dat is niet meer te achterhalen, maar een plezierig gesprek was het beslist niet. Het is en het zal altijd wel zo blijven dat als gevolg van ruziënde kinderen, de ouders ook strijd hebben.

Zo’n vier keer per jaar was er Dievermarkt. Dat was voor ons telkens weer een evenement. Er werden paarden, koeien, varkens, schapen, geiten en konijnen aangevoerd. Het voornaamste voor ons was echter wel de kraampjesmarkt. Na veel gezeur lukte het ons meestal wel een dubbeltje of een paar centen mee te krijgen. Het werd dan al snel duidelijk dat je meer problemen kunt hebben met geld dan zonder geld. De grote vraag was dan ook: wat ga ik kopen? Eerst werd de uitstalling op alle kramen aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Noga, zoethout, sprot (gebakken kleine visjes), chocolade of molentjes, die tegen de wind in konden draaien. Je kon ook gokken bij de grabbelton of door aan een touwtje trekken, waarbij je maar af moest wachten wat er aan het andere eind van het touwtje aangebracht was. Je kon natuurlijk geluk hebben, maar het risico vonden wij meestal te groot. Je kon je dubbeltje maar één keer uitgeven en door schade en schande werden wij wijzer.
Op een keer was ik er getuige van dat een vrouw haar dronken man uit het café haalde. Eenmaal buiten kwamen er een paar kameraden aan die haar man weer mee naar binnen namen, de vrouw schreiend achterlatend. Dat maakte op mij zoveel indruk, dat ik mij toen voornam dit mijn toekomstige vrouw nooit aan te doen. Naast de markt maakte ook de komst van een circus veel indruk op ons. De vreemde dieren en de vreemde gewoonten van het kermisvolk was iets wat ons aantrok

Tenslotte nog twee opmerkingen. Ondanks alles hebben wij op school veel geleerd. In de eerste plaats onder andere eerbied voor gezag en in de tweede plaats geen knollen stelen, want zoals meester Roosjen zei: “Als je één knol steelt, dan is dat net zo erg als honderd gulden stelen.”

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De naam van de buurtschap Ten Have is in ut Deeverse dialect: ’t Noave. Klaas Hessels is geboren op 27 september 1917 op ’t Noave. Hij is overleden op ….. Hij trouwde op 29 april 1944 in Deever met Hendrikje Moes.

In zijn verhaal ‘ Mensen die rond 1900 in Wapse woonden’ schrijft Harm van Goor over die eeuwenoude boerderij en over de grootvader van Klaas Hessels het volgende. Een eindje verder stond de boerderij van Klaas Hessels met het achtereind naar de weg en een klein eindje daarvan verwijderd. Klaas heeft al heel wat meegemaakt in zijn leven. Hij is getrouwd geweest met Hendrikje Bennen. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: Hilligje, Berend, Jan en Jans. Hendrikje kwam te overlijden en Klaas trad later in het huwelijk met Hilligje Haveman, een weduwe, wier eerste man ook Hessels heette. Zij had een zoon, Roelof genaamd. Samen werden hun twee zonen geboren: Fokke en Hessel. Ook Hilligje kwam te sterven. Na enkele jaren trad Klaas voor de derde maal in het huwelijk, met Hendrikje Stevens, die weduwe was van Albert Vording. Ze bewoonde eertijds met man en kinderen een boerderij in Hijken. Daar brak destijds een tyfus-epidemie uit. Ook het gezin Vording werd door de ziekte getroffen en nam Albert Vording en twee kinderen weg. Hendrikje bleef nu met haar twee kinderen Derk en Roelofje achter, terwijl nog een baby verwacht werd. Toen deze werd geboren werd hij naar zijn vader Albert genoemd. In Ten Have hebben ze nog enige rustige jaren mogen doorbrengen.

Klaas Hessels heeft de volgende aanvullingen op het verhaal van Harm van Goor. De boerderij is voor 1830 gebouwd. Klaas Hessels was mijn grootvader. Ik ben naar hem vernoemd. Hendrikje Bennen was afkomstig uit Nijensleek. Ik weet niet wanneer Hendrikje Bennen en Hilligje Haveman zijn gestorven is. Albert Vording en Hendrikje Stevens hielden drie kinderen over: Derk, Roelofje en Albert. Derk Vording was gehuwd met Bartha Manden. Zij woonden in Diever (nu Hoofdstraat 76) en hadden één zoon: Albert Jan. Roelofje is geëmigreerd naar Canada. Albert Vording huwde met Aaltje Wever uit Diever. Zij hadden één zoon: Klaas. Het huis is daarna eerst bewoond door Berend en Jan Hessels. Daarna woonden hier Berend Hessels en Willempje Mulder. Zij kwam uit Dwingeloo. Berend en Willempje hadden twee zonen: Klaas en Pieter. Pieter heeft vervolgens dit huis bewoond met Geesje Gruppen en hun kinderen Willempje, Klaas, Berend, Hendrik, Alex en Petra. Pieter heeft de boerderij in 1984 verkocht. Deze wordt momenteel bewoond door Hans Buys en Barbara Plugge. Zij zijn in het bezit van een schilderij van de oude boerderij.

De redactie moet nog uitzoeken wanneer de straatweg over ’t Noave in aangelegd en de Heugendijk is bestraat.
Diever en Wapse zijn in 1924/1925 aangesloten op het elektriciteitsnet, dus toen Klaas Hessels zo’n zeven of acht jaar oud was.
In 1917 had in Wapse nog niemand een motorvoertuig. In de gemiente Deever waren in 1917 de volgende motorvoertuigen geregistreerd: D-230, D-256, D-421, D-458, D-531, D-544 en D-553.

Op 31 mei 1904 werd aan de Hoofdstraat in Deever ‘De school met den bijbel’ geopend. Christelijke boerenkinderen uit Wapse gingen toen niet meer naar de openbare Wapser skoele, maar naar ‘De school met den bijbel’ an de Heufdstroate in Deever. Deze school werd in de Deeverse volkmond veelal de ‘offeskeid’n skoele’ of de ‘griffemiède skoele’ genoemd. Zo moest Klaas Hessels dus ‘s ochtends bijna 5 kilometer van de boerderij op ‘t Noave naar de gereformeerde school in Deever lopen en ‘s middags na schooltijd bijna 5 kilometer naar huis. Dus blijkbaar bleef Klaas Hessels in de middagpauze ergens in Deever. Wellicht in de school. Of misschien wel bij familie in Deever.

Tussen Deever en Wapse stond weliswaar in de schooljaren van Klaas Hessels nog een tolhek, maar Klaas Hessels liep over ‘t Noave en liep dan binnendoor over Kalteren naar de school.

De redactie moet met het schaamrood op de kaken bekennen dat hij in ut Deevers Archief geen afbeelding van de tweeklassige gereformeerde school heeft opgenomen. Maar wat niet is, dat zal zeker komen. Op 1 oktober 1929 is het derde lokaal in gebruik genomen. Als Klaas Hessels acht klassen heeft doorlopen op de lagere school, dan heeft hij de ingebruikname van het derde lokaal nog meegemaakt. Misschien heeft nog wel in het derde lokaal gezeten.

Piloot Wilhelmus Adrianus Rademaker was verloofd met Gesiena Katharina Folkerts. Zij was een dochter van timmerman Wolter Folkerts en Maria Smit. Zij trouwden op 27 augustus 1930 in Deever.

Abel Wijkstra werd in de Deeverse volksmond Abeltie Smok (smok = kus) of Abeltie Allen of De Smorre (= ondeugend persoon) genoemd. Wijlen Anne Mulder schreef over Abel Wijkstra: Abel had het altijd te doen met de vrouwen. Als hij ergens was, dan zegde hij als er meisjes in de buurt waren het volgende versje op: “Wie slaap’rig is, wie gaap’rig is, wat doet die bij de bruid. Kan er nog geen klein zoentje af, dan is de vriendschap uit.” Dan vroeg hij aan de meisjes: “Mag ik er nu ook één ?” Maar die waren daar niet van gediend. Abel werd daarom ook vaak Abeltie Smok (smok = kus) genoemd.

Afbeelding 1
Jan Hessels, de vader van Klaas Hessels, liet deze boerderij (met het huidige adres Ten Have 17) in 1920 bouwen. Klaas Hessels heeft hier bijna zijn hele leven gewoond. In de schaduw bij de voordeur zitten Klaas Hessels en zijn vrouw Hendrikje Moes te genieten van een mooie zomermiddag. (© 18 augustus 2000, Coen Broekema, Diever)

Afbeelding 2
Links achter de bomen staat de in 1830 gebouwde boerderij. Rechts staat de in 1920 gebouwde boerderij.
© https://www.google.com/maps, deze opname is gemaakt in oktober 2010.

Afbeelding 3

Posted in Boerdereeje, ut Noave, Wapse | Leave a comment

De kaarke an de brink in jannewoarie 1963

Zo rond het jaar 2000 mocht de redactie van ut Deevers Archief van de veel te jong gestorven Jan Hessels bij hem thuis in zijn boerderij an de Kruusstroate in Deever heel veel foto’s van zijn veel te jong gestorven broer Harm (Haarm) Hessels scannen. Dat waren dozen vol met foto’s. De redactie is wijlen Jan Hessels daar postuum nog steeds bijzonder dankbaar voor.
Heel veel foto’s van dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels zijn geplaatst bij Deeverse berichten in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant). En misschien ook wel in andere kranten. Deever mag zich daarmee zeer gelukkig prijzen, want veel foto’s van Harm (Haarm) Hessels hebben geschiedkundige waarde.
Bijgaand afgebeelde – door Harm (Haarm) Hessels in januari 1963 gemaakte – prachtige zwart-wit foto van de brink en het kerkgebouw van de Nederlands Hervormde gemeente aan de brink heeft niet bij een bericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) gestaan, maar heeft zeker wel geschiedkundige waarde.
De redactie probeert beetje bij beetje door middel van het tonen van afbeeldingen van foto’s, enzovoort, uit de periode 1880 tot heden de veranderingen aan de zeker niet-origineel-saksische brink van Deever en de bebouwing om de brink in beeld te brengen.
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 november 2019.
De redactie roept de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief ten zeerste op goede scherpe scans van foto’s, enzovoort, uit de periode 1880 tot heden, ter beschikking te stellen voor publicatie in ut Deevers Archief.

Posted in Brink, Haarm Hessels, Kaarke an de brink | Leave a comment

Un mooi uutsigt over un bauakker op de Noorderesch

De redactie van ut Deevers Archief is een groot liefhebber van mooie foto’s van landschappen in de gemiente Deever. De redactie vond bijgaand afgebeelde prachtige kleurenfoto in het wandelblog https://wandelmaara.com. De wandelblogster en maakster van deze op 11 mei 2020 gemaakte kleurenfoto gaf de redactie toestemming voor het tonen van deze foto in ut Deevers Archief. De redactie is haar voor deze toestemming bijzonder erkentelijk. De redactie nodigt de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief goede scans van mooie foto’s van Deeverse landschappen ter beschikking te stellen.

De wandelblogster heeft in haar wandelblog https://wandelmaara.com  de door haar gelopen 8 kilometer lange wandelroute over het Landgoed Berkenheuvel mooi beschreven; de redactie citeert daaruit het volgende stukje tekst:
Er is een grote parkeerplaats tegenover het Tourist Info Point van waaruit een aantal verschillende wandelroutes starten. Op deze prachtige vrijdagochtend kies ik voor de 8 kilometer lange route over het Landgoed Berkenheuvel. Het zijn de kleine gele pijltjes van Natuurmonumenten die ik moet volgen, ze leiden mij het dorp uit, een zandpad op langs een akker vol met ruggen voor de aardappelen. Het uitzicht schetst een idyllisch plaatje met de kerktoren die duidelijk zichtbaar is.

De redactie vervangt zo nu en dan voor de verandering ut kopplètie van ut Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht een uitsnede van deze afbeelding wel geschikt als kopplètie voor deze webstee, aarzel dan niet een goede scan van deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Als jij een reeds getoond kopplètie graag nog een keer als kopplètie van ut Deevers Archief wilt zien, aarzel dan niet dit aan de redactie kenbaar te maken.

De redactie heeft de hier afgebeelde uitsnede van de hier afgebeelde kleurenfoto van het zicht op de gemeentelijke toren over de bouwakkers op de Noorderesch bee Deever voor het eerst op 1 februari 2024 geplaatst als kopplètie an ut Deevers Archief.

Posted in Kopplètie, Landschap, Noorderesch | Leave a comment

Un skier wètervaarfskildereegie van De Grüne Vrou

De Deeverse huisdokter Ludolf Dirk Broekema koos als op te voeren toneelstuk in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever voor de voorstellingen op 7, 16, 23 en 27 juli 1949 het toneelstuk Peer Gynt van de Noorse schrijver Hendrik Ibsen. Dat was een gedurfde beslissing, maar leidde in de jaren daarna niet tot een steeds andere keuze uit de zeer grote biodiversiteit in toneelstukken van beroemde toneelstukkenschrijvers.
Dokter Broekema bleef vanaf 1950 jaar na jaar helaas alleen maar kiezen voor monotonie, voor uitgekauwde toneelstukjes van die eeuwen geleden gestorven Sjakie uut Spier. De conclusie is te trekken dat huisdokter Ludolf Dirk Broekema een belangrijke medeveroorzaker is van de tot op de dag van vandaag niet uit te roeien, want commercieel aangewakkerde sheakespearitis in Deever. De shakespearitus neemt daardoor in Deever steeds ernstiger vormen aan.
Het spel van Peer Gynt werd in 1949 gedragen door twee topspelers, te weten de zeer getalenteerde hervormde dominee Dirk Theodorus (Theo) Rutgers in de rol van Peer Gynt (spreek uit: Pèr Guunt) en het toptalent mejuffrouw Jantien (Jantina) Figeland in de rol van De Groene Vrouw.
Van het ontwerp van de jurk van De Groene Vrouw is gelukkig een fraai waterverfschilderijtje bewaard gebleven. De redactie van ut Deevers Archief wil de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief een afbeelding van dit fraaie aquarelletje van de jurk van de groene koboldvrouw uiteraard niet onthouden. Zie afbeelding 1. De redactie wil wel bijzonder graag de naam van de maker van dit waterverfschilderijtje in dit bericht vermelden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hierover informeren ?
En de jurk van De Groene Vrouw is ook bewaard gebleven. Mevrouw Jantien (Jantina) Figeland heeft deze jurk tot aan haar dood op 20 december 2016 toe bewaard. Wie anders dan zij kon deze jurk hebben ? Ze moet hele goede herinneringen aan deze jurk hebben gehad. Zie in afbeelding 2 het bericht ‘Executeur ontdekt historische jurk’, dat op 22 maart 2017 in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) verscheen. De niet door enige toneelstukkenkennis gehinderde plaatselijke verslaggever schrijft dat Jantien (Jantina) Figeland de jurk mogelijkerwijs bij één van de Shakespearevoorstellingen heeft gedragen. Laat dat nou net niet het geval zijn geweest.

Op 1 februari 2024 stuurde de redactie het volgende bericht naar de secretaris van de toneelvereniging Diever
Ik heb een vraag over de jurk van de groene vrouw uit het toneelstuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen.
Ter informatie verwijs ik eerst naar het bericht ‘Un skier wètervaarfskildereegie van De Grüne Vrou’ in ut Deevers Archief.
Mijn vraag/verzoeken zijn de volgende:
Is de in het hiervoor vermelde bericht vermelde jurk (kostuum) in het bezit gekomen van de toneelvereniging Diever ?
Zo ja, dan zou ik graag een kleurenfoto van deze jurk (kostuum) bij het hiervoor vermelde bericht plaatsen.
Als uw vereniging zelf een foto van deze jurk (kostuum) heeft gemaakt, dan zou ik graag een jpg-bestand van deze foto willen ontvangen en met uw toestemming en met bronvermelding en verwijzing naar uw webstee bij het hiervoor vermelde bericht plaatsen.
A
ls uw vereniging niet een foto van deze jurk (kostuum) heeft gemaakt, dan zou ik graag in de gelegenheid worden gesteld zelf een foto van deze jurk (kostuum) te maken.
Ik ben u bij voorbaat bijzonder erkentelijk voor de te nemen moeite.
Ik wacht uw reactie met belangstelling af.

Op 13 maart 2024 ontving de redactie de volgende zeer gewaardeerde reactie van secretaris Henk Postma van de toneelvereniging Diever
Een poos geleden informeerde u naar de jurk van de groene vrouw, die Jantina Figeland ooit gedragen heeft.
Helaas hebben wij die jurk niet kunnen vinden.
In onze opslag hebben wij honderden kostuums en door de jaren heen zijn er steeds weer nieuwe kostuums bijgekomen, waardoor met enige regelmaat ruimte gemaakt moest worden.
Meerdere keren zijn kostuum-verkopen georganiseerd, waardoor vele kostuums bij andere verenigingen en particulieren zijn terechtgekomen.
Het is daardoor onbekend waar deze jurk is gebleven.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie zal trachten bij de executeur testamentair gegevens in te winnen over de overdracht van dit culturele erfgoed aan de toneelvereniging..

Afbeelding 1
Aquarel van de jurk van ‘de groene vrouw’. De redactie is nog niet bekend met de naam van de maker van deze aquarel. 

Afbeelding 2
Bericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 22 maart 2017.

Posted in Eup’mlogtspel, Henrik Ibsen, Jantina Figeland, Kuunst, Peer Gynt, Wèètervaarfskildereje | Leave a comment

Bee toer’n höl ik ee’m un natte lappe um mien kop

In zijn publicatie 99 Krabbels, de laatste van het millennium schreef Klaas Kleine op bladzijde 97 een klein maar fijn portret van boer Geert Dolsma uut de Aagterstroate in Deever. Hij schreef het in zijn eigen Klaas-Kleine-dialect. Ter lering ende vermaak heeft de redactie van ut Deevers Archief Klaas Kleine’s portret van Geert Dolsma vertaald naar ut Deevers en van de weeromstuit ook naar het Nederlands.   

Zwarte Geert 

Geert Dolsma, “Zwarte Geert” nuumden ze hum ook wel. Hij woonde an de Achterstraote. Zien bijname kreeg hij misschien wel, umdat hij mit wassen niet al te krek keek. Ting mij meuk hij der achil gien geheim van.”Och, Klaas, bij toeren hol ik mee wel ies een natte lappe um de kop en dan vien ik het wel weer goed.”

Mit zien va en moe woonde hij. Geert was niet etrouwd. Hoewel, hij hef het kort an had ! Een dag veur de tied wördde het huwelijk of ebloazen. Eerst kwaamp zien va uut’e tied en later zien moe. Toen was hij dus allent. Het wark op zien boerderij, zien eigen wasse doen, zien eigen pot kaoken. Ik kwame hum wel ies aover ’t mat as hij ’s aovends zat te eten. Een barg eerpels van wonder en geweld en een best stuk vleis derbij. Zien onofscheidelijke pette, daor toefen haor deur de gaten steuken. huld hij der bij op. Zien hond, een bouvier, stun ondertied te bedeln en kreeg ook of en toe wat.  De katten, ik wete niet hoeveule, waren der ook bij. Zij leupen aover de taofel en Geert had er gien bezwaor tegen.

Dat wassen, daor mankeerde dus nog wel wat an. Geert was evenwel op de goeie weg. Hij meuk een badkamer. Op de dele, in een hoek ting de middenmure, metselde hij eigenhandig een vertrekke van 2,5 bij 2,5 meter. Langes een strotouw. Mar zien bouvier leup algedurig um hum toe en haokte dan mit zien gesjouw het touw los. Geert was het op ’t ende zat en zee: “Vut mit dat touw.” De rest hef hij op ’t oge metseld. Ook de vloere is uut de lösse polse an elegd. Mit de batse ! Toen Geert een maol in Zwolle van de markt terogge kwamp en hij een paar borrels achter de knopen hadde. hef ien of aandere Zwolse loodgieter hum een badkupe an esmeerd. Blauw ! En ook een blauwe wastaofel. Het is allemaol op stee ekomen. ik heb hum of en toe hölpen um de lillukste bochels wat vlak te maken. Een tweedehaands boiler der bij ekocht, 50 liter, niks teveule, en de inrichting was kompleet. Het zwaorste karwei kwam evengoed nog. Geert mus mit hangende pooties hen de Gemiente, want hij was niet anesleuten op het riool. Al jaoren had hij het verpoft um rioolrechten te betalen.

Geert is nooit in zien bad ewest. Op een aovend heb ik de koffiepot mit hum leeg edrunken en bin op huus an egaone. Geert gunk hen bedde. En wödde niet weer wakker.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de Deeverse versie van Klaas Kleine’s portret van Geert Dolsma opgenomen voor de echte Deevers pratende Deeversen, voor de Deeversen die het Deevers niet meer van hun ouders mochten praten, en voor de uit het rijke westen des lands afkomstige inwoners van de gemiente Deever, die werk maken van het leren praten en lezen van ut Deevers. 

Swatte Geert
Geert Dolsma, “Swatte Geert” nuumd’n see hum ok wè. Hee woonde an de Aagterstroate. Sien beenème kreeg hee misschien wè, umdat hee mit wass’n neet al te krek keek. Teeg’n mee meuk he ur agin gien geheim van.
“Och, Klaas, bee toer’n hol ik mee wel ies een natte lappe um de kop en dan vien ik ut wè wièr good.”

Mit sien vè en mow woonde hee. Geert was neet etraut. Alhoewè, hee hef ut köt an ehad. Iene dag veur de tied wödde de trouwereeje of ebloas’n. Ièst kwaamp sien vè uut de tieden lèter sien mow. Toen was hee allent. Ut waark op sien boerdereeje, sien eig’n wasse doon, sie eig’n pot kook’n. Ik kwam wel ies bee hum over de matte as hee oam’s saat te eet’n. Un baarg ièpels van wonder en geweld en un best stuk vleis urbee. Sien onofscheidelukke pette, woar toef’n hoar deur de gèèt’n steuk’n, hölt hee ur bee op. Sien hond, un bouvier, stun ondertied te bedel’n n kreeg ok of en toe wat. De katt’n, ik wete neet hoeveule, waar’n ur ok bee. See leup’m over de toafel en Geert haar ur gien beswoar teeg’n.

Dat wass’n, doar mankiède dus nog wè wat an. Geert was ee’mwè op de goeie weg. Hee meuk un badkèmer. Op de dele, in un hook teeg’n de midd’nmure, metselde hee eig’nhaandug un vurtrek van 2,5 bee 2,5 meter. Langes un strotouw. Moar sien bouvier leup algedurig um hum toe en hoakte dan mit sien gesjouw ut touw lös. Geert was ut op ut ende sat en see: “Vut mit dat touw.” De rest hef hee op ut oge emetseld. Ok de vloere is uut de lösse polse an elegd. Mit de batse ! Toen Geert een kièr van de maarkt uut Zwolle wièr kwaamp en hee un pèèr borrels aagter de knoop’m haar, hef ien of aandere Zwolse loodgieter hum un badkupe an esmièd. Blauw ! En ok un blauwe wastoafel. Ut is allemoale op sien stee ekoo’m. Ik heb hum of en toe ehölp’m um de lilluktste bochels wat vlak te mèèk’n. Un tweedehaans boiler ur bee ekocht, 50 liter, niks teveule, en de inrichting was kompleet. Ut swoarste karwei kwaamp ee’mgood nog. Geert mus mit hangde pooties hen de Gemiente, want hee was neet an esleut’n op ut riool. Al joar’n haar hee ut vupoft um rioolrecht’n te betèèl’n.

Geert is nooit in sien bad ewest. Op un oam’d heb ik de koffiepot mit hum leeg edrunk’n en bin op huus an egoane. Geert gunk hen bedde. En wödde neet wièr wakker.

De redactie heeft de Nederlandse versie van Klaas Kleine’s portret van Geert Dolsma opgenomen voor de echte Deevers pratende Deeversen, die ook wel eens wat in het Nederlands willen lezen,, voor de Deeversen die het Deevers niet meer van hun ouders mochten praten en ter ondersteuning van de uit het rijke westen des lands afkomstige Drentenierders in de gemiente Deever, die ernstig werk maken van het leren praten en lezen van ut Deevers.

Zwarte Geert
Geert Dolsma, “Zwarte Geert”, noemden ze hem ook wel. Hij woonde aan de Achterstraat. Zijn bijnaam kreeg hij misschien wel, omdat hij het met zich wassen niet zo nauw nam. Tegen mij maakte hij daar helemaal geen geheim van.
“Och Klaas, zo nu en dan haal ik wel eens een natte lap over de kop en dan vind ik het wel weer goed.”

Hij woonde met zijn vader en moeder. Geert was niet getrouwd. Hoewel het hem bijna wel is overkomen. Een dag eerder werd het huwelijk afgeblazen. Eerst overleed zijn vader en later zijn moeder. Toen was hij dus alleen. Het werk op zijn boerderij, zijn eigen was doen, zijn eigen potje koken. Ik kwam wel eens bij hem over de vloer als hij ’s avonds zat te eten. Een berg aardappels van wonder en geweld en een best stuk vlees erbij. Zijn onafscheidelijke pet, waar door de gaten lokken haar staken, hield hij op. Zijn hond, een bouvier, stond ondertussen te bedelen en kreeg af en toe ook wat. De katten, ik weet niet hoeveel, waren daar ook bij. Ze liepen over de tafel en Geert had daar geen bezwaar tegen.

Dat wassen, daar mankeerde dus nog wel wat aan. Geert was evenwel op de goeie weg. Hij maakte een badkamer. Op de deel, in een hoek van de middenmuur, metselde hij eigenhandig een vertrek van 2,5 bij 2,5 meter. Langs een strotouw. Maar zijn bouvier liep voortdurend om hem heen en haakte dan met zijn gesjouw het touw los. Geert was het op een gegeven moment zat en zei: “Weg met dat touw.” De rest heeft hij op het oog gemetseld. Ook de vloer is uit de losse pols aangelegd. Mit de batse ! Toen Geert op een keer van de markt uit Zwolle terug kwam en hij een paar borrels achter de knopen had, had een of andere Zwolse loodgieter hem een badkuip aangesmeerd. Blauw ! En ook een blauwe wastafel. Het is allemaal goed gekomen. Ik heb hem af en toe geholpen om de ergste bochels wat vlak te maken. Een tweedehands boiler erbij gekocht, 50 liter, niks teveel, en de inrichting was compleet. Het zwaarste karwei moest nog komen. Geert moest met hangende pootjes naar de Gemeente, want hij was niet aangesloten op het riool. Al jaren had hij nagelaten rioolrechten te betalen.

Geert is nooit in zijn bad geweest. Op en avond heb ik met hem de koffiepot leeggedronken en ben ik naar huis gegaan. Geert ging naar bed. En werd niet weer wakker.

Afbeelding 1
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto van de boerderij van Swatte Geert an de Aagterstroate in Deever gemaakt op vrijdag 19 november 1921.

Posted in Aagterstroate, Alle Deeversen, Deevers, Klaas Kleine | Leave a comment

Ut Schultehuus an de brink van Deever in de snee

De redactie van ut Deevers Archief vervangt zo nu en dan, soms wat eerder, soms wat later, voor de broodnodige verandering de kopafbeelding van ut Deevers Archief.
De redactie heeft de hier afgebeelde zwart-wit foto van de huizen en het Schultehuis aan de brink van Deever op 13 januari 1999 gemaakt. In de nacht van 12 op 13 januari 1999 was in Deever vijf tot tien centimeter sneeuw gevallen.
Op de foto zijn de twee toen nog niet vergiftigde rode beuken voor het huis met het adres Brink 5 te zien. De linker beuk staat een beetje verscholen achter de lantaarnpaal.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet een scherpe scan van deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind of niet geschikt acht als kopafbeelding van ut Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
De smalle afbeelding is als kopafbeelding gepubliceerd op 5 december 2018.

Posted in Brink, Kopplètie, Skultehuus, Winter | Leave a comment

Bee ut café mit un mooi sigt op de brink van Deever

Jantien Figeland, die Jantina werd genoemd, excelleerde vanaf het begin van het openluchtspel in 1946 gedurende 13 seizoenen in het openluchtspel. Zie het bericht Jantina Figeland excelleert in 13 openluchtspelen. Zij speelde in 1946, 1947 en 1955 de hoofdrol ‘Puck’ in het toneelstuk ‘Een midzomernachtsdroom’ van William Shakespeare in het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever.
Jantien Figeland, die Jantina werd genoemd, is geboren op 13 september 1928 in Meppel en is overleden op 20 december 2016 in Lochem. Zij staat op de hier afgebeelde zwart-wit foto aan de linkerkant, naast haar moeder Jantje Dekker (afbeelding 1).
Jantje Dekker is geboren op 17 juli 1898 in Zuidwolde. Zij is overleden op 23 juli 1968 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Zij trouwde op 28 april 1922 in Zuidwolde met molenaarsknecht Hendrik Figeland. Hendrik Figeland is geboren op 28 mei 1900 in Westerveld (Zuidwolde). De redactie heeft de datum en plaats van overlijden van Hendrik Figeland nog niet kunnen vinden in de openbare bronnen.
Naast Jantje Dekker staat aan de rechterkant haar dochter Trijntje Figeland, die Trijn werd genoemd. De redactie heeft nog geen gegevens van Trijntje Figeland in de openbare bronnen kunnen vinden.
Hendrik Figeland was molenaar in de maalderij van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmaalderij aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever. Hij kwam in 1930 naar Deever en huurde eerst de reddingsboot op de hoek van de Peperstraat en de Kerkstraat; dat boerderijtje was eigendom van bakker Albert Kuiper. Daarna woonde hij in Deever in een fabriekswoning aan het Moleneinde (Katteneinde); in die woning had eerder Bentum, de directeur van de zuivelfabriek gewoond. 
Hij werd vlak na de Tweede Wereldoorlog ook de pachter van hotel café restaurant Brinkzicht, dat eigendom was van de in Deever en omstreken beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma. Hij ging toen met zijn gezin wonen in café-restaurant Brinkzicht.
In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van 19 februari 1958 verscheen een bericht over het overgaan van de pacht van hotel café restaurant  Brinkzicht van Hendrik Figeland naar Jantje Strampel. Hendrik Figeland en Jantje Dekker gingen toen wonen in een nieuw huis an de Vlasstroate in Deever. Hun kleine huis gaven ze de toepasselijke naam ‘Puck’.
Dus de afgebeelde zwart-wit foto is ná de Tweede Wereldoorlog en ruim vóór 1958 zijn gemaakt. De redactie heeft het vermoeden dat de zwart-wit foto in 1946 of 1947 is gemaakt.
Bijgaande zwart-wit afbeelding is een scan van een zwart-wit foto, die aanwezig was in de verzameling van wijlen Jantien Veeze-Figeland uit Lochem.
Zie de afbeelding van een ansichtkaart van café Brinkzicht uit 1960.
Zie ook de tekst op de bijgaande afgebeelde verpakking van suikerklontjes (afbeelding 2).
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto van de brink van Deever met links op de achtergrond café Brinkzicht gemaakt op maandag 19 april 2021 (afbeelding 3).

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Jantina Figeland | Leave a comment

Un neeje pachter in café Brinkzicht

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 19 februari 1958 verscheen het volgende korte bericht over het opnieuw verpachten van café Brinkzicht aan de brink van Deever.

Pacht Café Brinkzicht in andere handen
Diever. De pacht van het café Brinkzicht zal ingaande 3 maart aanstaande overgaan op mejuffrouw J. Strampel te Rottum bij Heerenveen, zulks in de plaats van de heer H. Figeland, die vanaf de bevrijding pachter van dit café is geweest.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hoe zal het in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn gegaan met het beheer van het café, toen de eigenaar de beruchte N.S.B.’er Klaas Markus Balsma vanwege oorlogsmisdaden in de gevangenis zat ?
Nam één van zijn kinderen zijn zaken waar of was een bewindvoerder aangesteld ?
J. Strampel is mevrouw Jantje (Jannie) Strampel. Jantje Strampel is geboren op 26 november 1910 en is overleden op 10 juli 1991. Jantje (Jannie) Strampel is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zie de afbeelding van het sukersakkie, waaruit blijkt dat mevrouw Jantje (Jannie) Strampel de uitbaatster van hotel-café Brinkzicht is. Dit sukersakkie is aanwezig in de verzameling van ut Deevers Archief.
Mevrouw Jantje (Jannie) Strampel trouwde in Deever met Lambertus (Bertus, Bart) Benthem.
H. Figeland is Hendrik Figeland.


Abracadabra-175

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, Sukersakkie | Leave a comment

Rogge döss’n bee Garriet Jan Wesseling

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is opgenomen als afbeelding 84 een foto uit 1940 van het dorsen van rogge met de primitieve maar vernuftige dorsmachine van de gebroeders Kloeze bij boer Gerrit Jan Wesseling in de Achterstraat in Diever. In de tekst bij de afgebeelde foto is de situatie ter plekke beschreven. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen.

84 – Diever – Dorsen bij Gerrit Jan Wesseling in de Achterstraat – 1940
De man met de pet links op de döskaaste is instopper Frederik (Frièrik) Houwer . De baandensnieder die naast Frederik (Frièrik) Houwer bezig is kon helaas niet worden herkend. De schoter, de man die de gaarven rogge naar de baandensnieder gooide, bevindt zich op de rogge in de boerderij. Links boven op het stro staat Willem Punt. De man die onder hem staat is Jan Oostra. In het midden staat smid Hendrik Kloeze uit de Hoofdstraat. Hij en zijn broer Albert waren de eigenaren van deze döskaaste. De helaas niet herkende jongen bij de motor is waarschijnlijk de machinist. Deze motor liep op pieterölie en werd gekoeld met water in een bak om de motor. De motor staat op een oud autochassis. De döskaaste en zijn aandrijving werden verplaatst met behulp van een paar sterke paarden. Bij de motor hoorde registratiebewijs D-2138, dat op 30 augustus 1921 in Assen werd afgegeven aan Albert Kloeze.
De döskaaste staat in de baander en op de deele van de boerderij van Gerrit (Garriet) Jan Wesseling in de Achterstraat. Hendrik Wesseling, die weduwe was van Kea (Kee) Janssen, liet deze boerderij voor zijn zoon Gerrit Jan en zijn vrouw Hendrikje Oostra bouwen. Hendrik Wesseling was tot zijn pensionering hoofdmeester van de Wittelter school. Om de boerderij hier te kunnen bouwen moest de oude boerderij, die door Hendrik Wesseling was verhuurd aan Hendrikus Oostra en Aaltje Oostenbrink, worden afgebroken.
Het dorsen van rogge aan huis was één grote ellende, want het hele huis kwam onder het stof te zitten. Het kostte een paar dagen om alles weer schoon te krijgen. Alle deuren van het achterhuis werden opengezet, zodat de wind zoveel mogelijk stof weg kon blazen. Als de rogge kraekdröge was, dan ging het dorsen gemakkelijk en was er minder stof.
Toen hadden boeren in Oldendiever ook een döskaaste. De Oldendieverse dorsvereniging had als leden Jans Bult, Hendrik Kerssies, Hessel Hessels, Fokke Hessels, Jacobus (Kobus) Kruid en Geert Kok. Hun döskaaste stond in een schuur bij Jans Bult.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Frederik (Frièrik) Houwer is geboren op 26 maart 1900. Hij is overleden op 27 mei 1989.
Wie herkent de man naast Frederik (Frièrik) Houwer ? Is het Gerrit Jan Wesseling ?
Willem Punt is geboren op 26 december 1896. Hij is overleden op 2 augustus 1985.
Hendrik Kloeze is geboren op 13 juli 1909. Hij is overleden op 30 juli 1967.
Albert Kloeze is geboren op 24 april 1901. Hij is overleden op 22 april 1961.
De helaas niet herkende jongen zou Wijnand Hunneman kunnen zijn. Wie herkent deze jongen ?
Gerrit (Garriet) Jan Wesseling is geboren op 8 juni 1900. Hij is overleden op 22 oktober 1983.
Hendrik Wesseling is geboren op 31 oktober 1869. Hij is overleden op 6 april 1942.
Kea (Kee) Janssen is geboren op 24 september. Zij is overleden op 22 oktober1934.
Hendrikje Oostra is geboren op 6 mei 1897. Zij is overleden op 13 september 1974.

De redactie heeft de kleurenfoto van de situatie ter plekke van het pand met huidig adres Achterstraat 4 in Deever op maandag 3 september 2018 gemaakt. Het boerderijgedeelte van de boerderij van Gerrit (Garriet) Jan Wesseling was op die dag in gebruik bij Installatiebedrijf Dick Sjabbens.

Posted in Aagterstroate, Boer'nlee'm, D-nummer, Diever, ie bint 't wel ..., Topstuk | Leave a comment

Wie hef disse foto van de maarkt an de Brogge ?

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 82 (zie afbeelding 2) een afbeelding van een foto, die vermoedelijk tussen 1901 en 1913 is gemaakt, te zien. Onder de afgebeelde foto staat de volgende tekst.

Maandmarkt te Dieverbrug
Zie hier een beeld van de vroegere maandmarkt aan Dieverbrug. In de zogenaamde vedekwagens (linnewagens) en brikken (koetsen). werden de biggen, zowel uit de gemeente Dwingeloo als Diever aangevoerd.
Om de 14 dagen (dinsdags) werd óf aan de Dieverbrug óf op Kasteel in Diever een biggenmarkt gehouden.
Wij herkennen op de foto nog de volgende personen (van rechts naar links).
Met linkerhand achter ’t vestje: timmerman Hendrik Houwer uit Diever.
Daaronder Reinder Post, zoon van brugwachter Klaas Post te Dieverbrug.
Met stok in de hand: Geert Moes, biggenkoopman te Diever.
Daarnaast Jacob Mulder (in de volksmond Jaap Bakker), boer te Diever.
Onder op de voorgrond: Jan Oostenbrink, boerenzoon van Dieverbrug.
Daarboven Thomas Hoogeveen, turfschipper te Dieverbrug.
Zittend op het eenspan, met hand aan de pet: Hendrik Mulder, broer van Jacob.
Midden voor de brik, in uniform: gemeente-veldwachter Johannes Ekkelboom.
Daarnaast Teunis Mulder uit Diever.
In ’t witte overhemd, met baardje: Sjoert Benthem, caféhouder te Dieverbrug.
Op de voerkist van de vedekwagen: boer Koert Timmerman van Kasteel.
Verder naar links in hemdsmouwen: Klaas Tissingh, postkantoorhouder.
Geheel links met sikje: Harm Dijkman, koopman in allerlei kleinvee in Diever.
Op de voorgrond, zittend op boerenwagens: Albert Klaster, boer te Diever.
De rest is niet herkend.
Het burgerwoonhuis op de achterkant is van veearts Boerhave.

Aanrekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote puzzel is natuurlijk: wanneer is de hier afgebeelde foto van de maandmarkt an de Brogge gemaakt ?
De gemeenteraad van Diever stelde de in het bericht genoemde maandmarkt in 1901 in.
Als café-logementhouder Sjoert Benthem inderdaad op de hier afgebeelde foto staat, dan is deze foto van de maandmarkt an de Brogge vóór 1915 gemaakt.
Veearts Frederik Boerhave overleed op 14 juli 1913 op 47-jarige leeftijd an de Deeverbrogge, in de burgerwoning die op de achtergrond van de hier afgebelde foto is te zien. De foto zal dus vóór het overlijden van Frederik Boerhave moeten zijn gemaakt.
De redactie zou bijzonder graag een goede scherpe scan van de hier afgebeelde foto van de maandmarkt an de Brogge willen toevoegen aan dit bericht. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is in het bezit van deze zeldzame historisch waardevolle foto ?
Arend Mulder heeft het in zijn tekst over een biggenmarkt, echter uit de tekst in het bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant (zie afbeelding 1), blijkt dat ook paarden, koeien, pinken, varkens, schapen, lammeren en geiten werden verhandeld.
De redactie verwijst voor meer, al dan niet juiste, gegevens over de maandmarkt an de Brogge naar de tekst op de bladzijden 231 en 232 van het onvolprezen in 2014 uitgegeven boek An de Brogge. Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld.     

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 12 juli 1902 het volgende korte verricht (zie afbeelding 1) over de veehandel op de maandmarkt van Diever.

Diever, 10 juni
Op de heden gehouden maandmarkt heerschte een vlugge handel.
Er waren aangevoerd: 12 paarden, geldende van f. 90 tot f. 250, 18 koeien van f. 90 tot f. 145, 16 pinken van f. 60 tot f. 75, 35 varkens van f. 30 tot f. 65, 90 biggen van f. 8 tot f. 12, 30 schapen van f. 12 tot f. 20, 25 lammeren van f. 5 tot f. 9, 13 geiten van f. 7 tot f. 11.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in An de Deeverbrogge, Publicatie | Leave a comment

Wièr un hiele skiere tiekening van Johannes Minderaa

Ron Zegers en Eefke Steketee, de eigenaren van de museumboerderij met de wel erg oorspronkelijke naam De Boerderij, adres Brink 2 in Deever, hadden in 1975 de bijzonder goede smaak tekenaar Johannes Minderaa opdracht te geven een serie pentekeningen van beelden van het dorp Deever te maken. Elke tekening is te zien als afbeelding op een ansichtkaart. Deze ansichtkaarten waren uiteraard te verkrijgen in De Boerderij.
De redactie van ut Deevers Archief brengt voor Johannes Minderaa en de hiervoor genoemde eigenaren van museumboerderij De Boerderij alsnog driewerf hulde uit: hulde, hulde, hulde. De redactie zal in ut Deevers Archief -deo volente en bij leven en welzijn- alle op ansichtkaarten afgebeelde tekeningen van Johannes Minderaa tonen.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief klikke voor een stand van zaken aan de rechterkant van het scherm onder onderwerpen op de naam Johannes Minderaa.
De redactie van ut Deevers Archief heeft nog niet kunnen uitvogelen of Johannes Minderaa zijn hier afgebeelde pentekening van de kerkgebouw van de hervormde gemeente en de toren van de gemiente Deever ter plekke – en zo jaar waar – heeft getekend of thuis heeft nagetekend van een referentiefoto.
Het is de redactie ook nog niet gelukt in de openbare bronnen gegevens van Johannes Minderaa te vinden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet een en ander van hem te vertellen. De redactie zou ook wel graag willen weten waar de originele tekeningen van Johannes Minderaa aan de muur hangen.
De redactie dacht van elke ansichtkaart met een tekening van Johannes Minderaa wel een exemplaar in zijn verzameling te hebben, maar niets bleek minder waar, toen Piet Koster, zoon van Jantje Hessels, oomzegger van Harm en Jan Hessels en kleinzoon van boer en wethouder Jacob (Jaap) Hessels, de redactie bijgaand afgebeelde ansichtkaart cadeau gaf.

Posted in Johannes Minderaa, Kuunst, Tiekening | Leave a comment