Category Archives: Student’nkaamp

De gristelukke somerkaamp’m an de Bosweg

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’  is als afbeelding 75 een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van het studentenkamp aan de Bosweg bij het Mastenveldje tussen Deever en de Olde Willem opgenomen. De foto voor de afgebeelde ansichtkaart is gemaakt in 1937. In de tekst bij de afgebeelde ansichtkaart is enige aandacht besteed aan het ontstaan van de christelijke studentenkampen aan de Bosweg. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen.

75 – Berkenheuvel – Studentenkamp aan de Bosweg – 1937
In de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (V.C.J.C.) waren verenigd de Centrale Raad, de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond, de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Bond en de Rijzende Kerk. De V.C.J.C. stelde zich tot doel vanuit een vrijzinnig christelijke overtuiging de jeugd te helpen bij de groei naar volwassenheid, opdat zij bereid is in gezin, kerk en maatschappij verantwoordelijkheid te aanvaarden.
De V.C.J.C. trachtte haar doel onder meer te bereiken door het organiseren van kampen. De vereniging had dan ook als insigne
twee evenwijdige schuin oplopende rode strepen, waartussen zich een kampvuurvlam bevond. Het hoofdbestuur van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) huurde al vanaf 1917 een flink bosterrein bij het Mastenveldje van mr. Albertus Christiaan van Daalen. De studentenbond mocht op het terrein bouwen. Zo stond er een professorenhuis en een kampgebouw.
Het secretariaat van het in de universiteitsstad Leiden gevestigde hoofdbestuur van de V.C.S.B. schreef op 29 juli 1922 in een brief aan burgemeester Hendrik Gerard Van Os dat het terrein aan de Bosweg in het vervolg niet meer zou worden gebruikt voor conferenties, maar voor meisjes en jongenskampen. Dezelfde dag nog schreef de commissie voor het zomerwerk van deze studentenbond aan de burgemeester dat daar die zomer twee meisjeskampen en één jongenskamp zouden worden gehouden.
De kampbewoners hadden vrij toegang tot de eigendommen van Berkenheuvel, voor zover die met kaarten toegankelijk waren. De bosbaas en de beheerder hadden het recht de toegang in te trekken bij misbruik, baldadigheid, vernieling en het ontstaan van brandgevaar. Voor het houden van kampvuren moest, ongeacht eventueel benodigde vergunningen, toestemming zijn verkregen van de bosbaas of de beheerder van het landgoed Berkenheuvel.

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Student’nkaamp | Leave a comment

Somerkaamp veur de jong’n van de V.C.S.B.

De redactie van ut Deevers Archief toont aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief  bijzonder graag mooie bosgezichten op oude ansichtkaarten van de Deeverse bos. In dit bericht is een bosgezicht op een meer dan honderd jaar oude ansichtkaart uit 1918 te zien. Je kunt zo’n meer dan honderd jaar goed bewaarde gave ansichtkaart met postzegel maar beter wel in jouw verzameling hebben.
Op de kaart is de nog jonge bos bee ut Mast’nveltie an de Woaterseweg te zien. De Vrijzinnig Christelijke Studentenbond (V.C.S.B.) hield hier haar jaarlijkse zomerkampen voor jongens en voor meisjes. Zie de berichten elders in ut Deevers Archief.
De jongeman L. van …… schreef vanuit het jongenskamp op de achterkant van de ansichtkaart in de zomer van 1918  aan de jongeheer Hans de Graaf, Kleinzand 22 in Sneek, het volgende berichtje:
Beste Hans,
Dank je wel voor je brief, die ik kreeg op ’t punt van vertrekken uit Lochem. Natuurlijk kon ik toen niet meteen ….. Zijn je moeder en Anneke al weer terug ? Hier in Diever is ’t heerlijk, maar vandaag treffen we heel slecht weer. Heb je ook gehoord of ’t kamp van de jongens Beekhuis, Jaap Verdam en anderen nog is doorgegaan ? Ik heb er in Lochem naar geïnformeerd, maar kon er niet achter komen. Nou tot ziens met september. Veel plezier nog. Vele groeten aan je ouders en aan jezelf van
L. van …..

Posted in Ansichtkoate, Bosgesichte, Student’nkaamp | Leave a comment

De keuk’n van de student’nkaamp an de Bosweg

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 8 juni 1918 verscheen nota bene op de voorpagina het volgende korte bericht over de bouw van de studentenkaamp bee ut Mast’nveltie an de Bosweg

Diever. Het studentenkamp bij ons dorp begint vaste vormen aan te nemen: voor twee gebouwen zijn reeds de fondamenten gereed gekomen. Het eene dient tot keuken, het andere tot bergplaats. De noodige steen is grotendeels aanwezig. Het houtwerk wordt in gereedheid gebracht in Lochem en per tram aangevoerd. Er komen logeergasten in Juli, Augustus en September, die een onderkomen in tenten zullen vinden. Het kamp ligt ongeveer een kwartier buiten ons dorp, aan den straatweg naar Wateren en Zorgvlied.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het bestuur van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond  (V.C.S.B.) had het terrein voor de kaamp in erfpacht van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom, de eigenaar van het landgoed Berkenheuvel.
Het is wel uiterst merkwaardig te noemen dat het houtwerk van de genoemde gebouwen als een soort van bouwpakket in Lochem werd gemaakt. Bij de werkplaats werd het houtwerk op wagens geladen en vervoerd naar het treinstation in Lochem. Daar werd het houtwerk afgeladen en op een treinwagon geladen. Vervolgens werd het houtwerk van Lochem met de trein vervoerd naar Meppel. Vervolgens werd het houtwerk van de treinwagon geladen en naar het eindpunt van de tram gebracht. Vervolgens werd het houtwerk op een goederenwagon geladen. Vervolgens werd het houtwerk met de tram van het eindpunt van de tram in Meppel naar het rangeerspoortje bij de tramhalte an de Deeverbrogge vervoerd. Vervolgens werd het houtwerk van de goederenwagon gehaald en op boerenwagens geladen. Vervolgens werden de met houtwerk geladen boerenwagens door paarden van de Deeverbrogge naar de studentenkamp aan de Bosweg getrokken om daar afgeladen te worden. Wat een gesjouw. Als de Hoge Heren Van Het Bestuur Van De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond eerst even slim een rekensommetje op de achterkant van hun sigarendoos hadden gemaakt, dan hadden ze het houtwerk zeker in Deever laten maken door plaatselijke aanneemmannen en timmermannen, dan waren ze zeker een stuk goedkoper uit geweest. Dan was goed geweest voor de plaatselijke werkgelegenheid.
Uit de begintijd van de kaamp van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) bij het Mastenveldje aan de Bosweg in Deever zijn enige kostelijke ansichtkaarten in nostalgisch aandoende sepiakleuren bewaard gebleven. Jij kunt 
deze voortreffelijke kaarten maar beter wel in jouw Deever-vusaemeling hebben, anders hoor jij niet bij de club. Echt neet.
De redactie toont als voorbeeld een nostalgisch aandoende sepiakleurige ansichtkaart uit 1920 van de keuken, die in 1918 is gebouwd. Da’s al meer dan een een eeuw geleden !
De door de studenten verzamelde zwerfstenen, die op de voorgrond van de afbeelding zijn waar te nemen, zijn heden ten dage nog steeds terug te vinden in het voormalige studentenkampterrein. De redactie zal te gelegener tijd, dus niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf, een kleurenfoto van deze stenen bij dit bericht plaatsen.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van ansichtkaarten op papier is, kan de hier afgebeelde ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen als afbeelding 64 van het in 1981 uitgegeven papieren boekwerkje Diever in oude ansichten, dat is samengesteld door de gepensioneerde schoolmeester Albertus Andree (Andrea ?, Andreae ?) (Bart Eulie) uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien. Bij afbeelding 64 in het boekwerkje ‘Diever in oude ansichten’ staat de volgende tekst (citaat): Aan de bosweg naar Wateren bevond zich lang geleden een kamp. Het was van de Vrijzinnig Christelijke Studentenbond. het zogenaamde V.C.S.B.-kamp of kortweg studentenkamp. Er stonden indertijd twee vaste gebouwen, maar verder huisde men in tenten. Gedurende de hele zomer was het druk bezet. Dagelijks zagen we de studenten op de fiets naar Dieverbrug gaan, om daar te gaan zwemmen in de Drentse Hoofdvaart. Alles is nu opgeruimd, alleen de dikke zwerfstenen, die u nog op de foto aantreft, liggen er heden ten dage nog.

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Student’nkaamp, Verdwenen object | Leave a comment

Sloaptent’n in de student’nkaamp bee ut Mast’nveltie

De hier afgebeelde ansichtkaart is in 1943, let wel, nota bene in de Tweede Wereldoorlog, verstuurd vanuit de Student’nkaamp bee ut Mast’nveltie an de Bosweg, ee’m wat wieder dan de Witte Baarg’n. De diep in oorlogstijd vakantievierende studenten sliepen in grote tenten. De ansichtkaart heeft een gekartelde rand, maar die heeft de redactie van ut Deevers Archief voor het gemak hier weggelaten. De redactie van ut Deevers Archief biedt de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief hiervoor zijn excuses aan.
De afzender van deze ansichtkaart, de student Frans de Vries, vierde vakantie in de Studentenkamp. Dat was het vakantiekamp van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.). Dat kon blijkbaar ook nog gewoon in 1943 tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die een verstokte liefhebber van afbeeldingen van ansichtkaarten op papier is, kan de hier afgebeelde foto ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 8 van het in 2007 uitgegeven papieren boekwerkje Voormalige Gemeente Diever in oude ansichtkaarten, dat is samengesteld door vrijwilligers van de Historische Vereniging Voormalige Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje van iemand in kunnen zien.

Posted in Bosweg, Mast'nveltie, Student’nkaamp | Leave a comment

De veer swaarfstien’n in de Student’nkaamp

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van het keuken- en professorengebouwtje van de Student’nkaamp bee ut Mastenveltie an de Bosweg met op de voorgrond vier zwerfstenen is vlak voor of in de Tweede Wereldoorlog uitgegeven. De uitgever van deze kaart is J. Sch. te S. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet welke uitgever het betreft ? De redactie van ut Deevers Archief weet niet welke winkeldrijvende neringdoende in Deever deze kaart heeft verkocht. De redactie heeft wel het vermoeden dat de hier afgebeelde ansichtkaart in de Student’nkaamp te koop was.
De redactie heeft de twee kleurenfoto’s gemaakt op donderdag 22 april 2021. De redactie is op die dag op zoek gegaan naar de vier hiervoor genoemde zwerfstenen. Dat was geen sinecure, maar heeft de plek na enig zoeken in het armoedige struweel gevonden. Ter plekke waren niet de grotere zwerfsteen en drie kleinere zwerfstenen aanwezig, maar alleen de grotere zwerfsteen en een kleinere zwerfsteen. Hopelijk liggen de twee andere kleinere zwerfstenen nog ergens onder de bodembegroeiing. Het terrein van de Student’nkaamp is volledig overwoekerd geraakt met laagwaardige begroeiing. Zo te zien een volmaakt leefterrein voor mieren.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van zwart-wit ansichtkaarten op papier is, kan de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 14 van de in 2007 uitgegeven publicatie Voormalige Gemeente Diever in oude ansichtkaarten, die is samengesteld door vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van die publicatie of die publicatie bij iemand kunnen bekijken.

Posted in Ansichtkoate, Student’nkaamp | Leave a comment

Ut Mastenveltie bee de Student’nkaamp

De foto voor deze ansichtkaart van de waterplas met de naam Mastenveldje bij de Studentenkamp aan de Bosweg in Deever werd in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw gemaakt.
De redactie heeft de kleurenfoto van het Mastenveldje gemaakt op donderdag 22 april 2021.

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Mast'nveltie, Student’nkaamp | Leave a comment

De student’nkaam’pm bee ut Mast’nveltie

De Verenigde Christelijke Jongeren Bond (V.C.J.B.) begon in 1922 met kampen, goedkoper van opzet en met meer zelfwerkzaamheid. Deelnemers waren aanvankelijk leerlingen van het voortgezet lager onderwijs.
In 1923 werd door de Verenigde Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) en de Verenigde Christelijke Jongeren Bond (V.C.J.B.) gezamenlijk kampwerk opgezet.
In 1924 kwam tot stand de ‘Centrale Raad van het Vrijzinnig Christelijk Jeugdwerk’. Het was een samenwerkingsverband van beide hiervoor genoemde bonden voor wat betreft het jeugdwerk, meer in het bijzonder het kampwerk. Onder andere werden van beide zijden leiders geleverd voor de gemeenschappelijke kampen.
Een van de kampen was het kamp in Deever aan de Bosweg bij het Mastenveldje. Het kampterrein in Deever aan de Bosweg bee ut Mast’nveltie was van de ‘Centrale Raad van het Vrijzinnig Christelijk Jeugdwerk’, die het terrein in erfpacht had genomen van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van het landgoed Berkenheuvel.
De zwerfstenen op de voorgrond van deze eenvoudige tekening uit 1932 zijn nog steeds aanwezig op het voormalige kampterrein.

Posted in Bosweg, Mast'nveltie, Student’nkaamp, Tiekening | Leave a comment

De ofscheidskoate van ut somerkaamp

In de verzameling van ut Deevers Archief is bijgaande zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Op de afbeelding is de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink van Deever te zien.
De zichtbare deur aan de linkerkant van de kerk dateert nog uit de tijd dat in het westelijke deel van de zuidelijke beuk van de kerk de lagere school van Deever was gevestigd. Deze deur is terecht verdwenen tijdens de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Let vooral ook op het zwaar vervallen dak van de kerk. En let vooral ook op de glint’n um de braandkoele op de brink.
De achterkant van de kaart is tussen 13 en 20 augustus 1948 beschreven. Daarmee is nog niet duidelijk of de kaart in 1948, 1947 of 1946 is uitgegeven en ook is op de achterkant van de kaart niet vermeld bij welke neringdoende in Deever deze meer dan 70 jaar oude ansichtkaart te koop was. De kaart werd zelfs in Deever nog verkocht in 1950 !
Uit de tekst op de achterkant blijkt dat de kaart is beschreven door de kampleiding van zomerkamp IV van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (V.C.J.C.). De redactie heeft het vermoeden dat iedere deelnemer aan zomerkamp IV met zo’n afscheidskaart naar huis ging. De V.C.J.C. hield haar zomerkampen in Deever an de Bosweg bee ut Mastenveltie. De redactie weet niet wat de afkortingen op de achterkant van de ansichtkaart betekenen en weet ook niet wie zijn naam bij een afkorting heeft geschreven.
In het tekstgedeelte van de ansichtkaart is de volgende tekst geschreven:
Verbonden met allen die van goeden wille zijn ….
Volledig luidt deze nog steeds toepasselijke zegenspreuk: Verbonden met allen die van goeden wille zijn, geroepen tot vernieuwing van de wereld en ons leven, willen wij ieder voor zich en tezamen een teken van hoop, geloof en liefde zijn in de wereld van vandaag !
Op de plaats voor de postzegel is een wijnroodkleurig plaatje geplakt. De redactie zou van de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag willen weten of dit het logo van de V.C.J.C. was en wat de betekenis van dit logo was.
De V.C.J.C. maakte ook reclame voor haar zomerkampen, zie de bijgevoegde afbeelding van een aanplakbiljet, dat in 1938 werd ontworpen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De heer Henk Matthijssen stuurde naar aanleiding van de zin ‘Verbonden met allen die van goeden wille zijn’ op de achterkant van de hier afgebeelde ansichtkaart op 8 september 2020 een reactie naar ut Deevers Archief. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze reactie, die luidt als volgt.
Uit mijn tijd bij de Vrije Vogels (ook van de V.C.J.C.) herinner ik mij dat de hele spreuk was:
Verbonden met allen die van goeden wille zijn, gedragen door hoger kracht, geroepen tot vernieuwing van ons leven en de wereld, willen wij God met al onze krachten dienen.
Is deze langere spreuk bij iemand bekend?


Posted in Ansichtkoate, Kaarke an de brink, Student’nkaamp, Toor'n an de brink | Leave a comment

Ut winkeltie van Batta en Lammegie Bolding

Lammigje Bolding stuurde de hier afgebeelde fraaie ansichtkaart in 1928 naar mejuffrouw B. Westrik, Hennegouwerlaan 72 in Rotterdam. Ze schreef met de inktpen in een mooi dun handschrift, maar maakte daarbij wel een schrijffoutje, want Hennegouwerlaan is Henegouwerlaan. Het zij haar alsnog vergeven, want dankzij haar is wel een erg mooie kaart verstuurd en dankzij de ontvangster (?) bewaard gebleven.
Blijkbaar was het sturen van een kaart met alleen de naam van de afzender en zonder enige tekst voldoende voor het geven van een teken van leven en een teken van belangstelling.
Wie heeft gegevens van mejuffrouw B. Westrik ?
De maker van de foto’s voor deze ansichtkaart en de uitgever van deze ansichtkaart is fotograaf W. Hartmann, Gasthuisstraat 36 te Steenwijk.
Lammigje Bolding (op 26 april 1881 in Deever geboren en op 30 augustus 1957 in Deever overleden, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) was een zuster van Alberta (die in de volksmond Batta werd genoemd) Bolding (op 8 december 1873 in Deever geboren en op 23 oktober 1963 in Deever overleden, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever). 
De halfzusters Bolding woonden in de Hoofdstraat tegenover schoenmaker Mulder en hadden daar tot zeker in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een winkeltje. Wie herinnert zich de grote stopflessen met snoep op de toonbank ? Ook verkochten ze zoethout. De redactie verzoekt hierbij om reacties van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief, die het winkeltje van de halfzusters Bolding hebben gekend. Wat verkochten de halfzusters Bolding ?
Het ‘oude’ -op de ansichtkaart zichtbare- gemeentehuis an de brink in Deever (een gemeentehuis in Drenthe hoort aan de brink te staan) was eerder de openbare lagere school en nog eerder een boerderij. De boerderij werd verbouwd tot lagere school en de lagere school werd steeds een beetje meer verbouwd tot gemeentehuis. Zo ging dat vrogger in de gemiente Deever.
Tussen het oude gemeentehuis en het boerencafé van Jan Barelds is een stukje van de Hoofdstraat te zien, met aan het einde ook de voorgevel van het winkeltje van Batta en Lammegie Bolding; dat zal de reden zijn geweest waarom Lammegie deze kaart heeft verzonden naar Rotterdam.
Alberta Bolding was een dochter van winkelier (koopman) Jan Geerts Bolding en Annigje Faber. Jan Geerts Bolding trouwde op 4 oktober 1871 op 47-jarige leeftijd met de 32-jarige Annigje Faber. Jan Geerts Bolding overleed op 3 december 1875. Annigje Faber hertrouwde op 16 maart 1877 met Heime Bolding. Lammigje Bolding was een dochter van Heime Bolding en Annigje Faber. Heime Bolding was een broer van Jan Geerts Bolding.
De naam van Jan Geerts Bolding komt voor in een reclame voor Stollwerck’sche borstbonbons in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 4 januari 1868; zie de bijgevoegde afbeelding. Borstbonbons waren een probaat huismiddel tegen hoest, heesheid en verkoudheid. Wellicht is Jan Geerts Bolding de eerste neringdoende in het dorp Deever, wiens naam in een reclameboodschap in een krant is genoemd.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkoate, Café Jan Barelds, Deever, Gemientehuus, Mast'nveltie, Neringdoende, Student’nkaamp | Leave a comment

Koaties uut ut 3e maegieskaamp V.C.S.B. in 1926

In het slimme-telefoonloze tijdperk – ver voor de Tweede Wereldoorlog – was de brief en de ansichtkaart het middel om met elkaar in verbinding te zijn. In dit geval gaat het om de hier afgebeelde ansichtkaart van het V.C.S.B.-kamp bij het Mastenveldje aan de Bosweg tussen Deever en de Olde Willem.
Op 21 augustus 1926 stuurde mejuffrouw Jeanne Ackermann een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart naar den Heer A. Ackermann, Weimarstraat 28 in Den Haag met de volgende met potlood geschreven tekst:
Diever, 21 augustus 1926.
Lieve Pa en Ma,
Lucie en Ik zijn goed en wel in ’t kamp aangekomen.Van Meppel af hebben we gefietst. Iedereen loopt hier met een roode doek op ’t hoofd. Ik heb de mijne dus ook maar op gezet. Nu dag pa en ma ! Met een zoen van Jeanne.
Afzender: J. Ackermann, 3e Meisjeskamp V.C.S.B., Diever (Dr.), Station Dieverbrug N.T.M.
Op 26 augustus 1926 stuurde mejuffrouw Jeanne Ackermann nogmaals een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart, deze keer naar mejuffrouw A. Godefroy, van Speijkstraat 8 in Den Haag met de volgende met de inktpen geschreven tekst:
Diever, 25 augustus 1926.
Lieve Annie,
Eindelijk eens bericht van me hè. Ja, we hebben ’t hier zoo druk, dat  ik haast niet tot schrijven kom. Over 5 minuten gaan we een fietstocht maken, dus ik moet me haasten. Hoe gaat ’t met Willytje ? Is ze al weer helemaal beter. Nu dag An, tot ziens, je vriendin Jeanne.
Afzender: J. Ackermann, 3e Meisjeskamp V.C.S.B., Diever (Dr.)

Posted in Ansichtkoate, Student’nkaamp | Leave a comment

Ik mösse oense tente skone maek’n

In de zomer van 1940 -in het begin van de Tweede Wereldoorlog- stuurde student J. van der Plaats bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart naar den weledele heer A.J. van der Plaats in Beetgumermolen in Friesland.

Student J. van der Plaats schreef op de achterkant van de ansichtkaart:
Gisteren, zondag en vannacht en vanmorgen heeft het hier geregend.
Ik heb corvé gehad met mijn tent. Dan kun je zelf eerst eten krijgen en zo veel je wilt. De tent was vanmorgen vol zand. Alle strozakken in een hoek plus bagage en aan het schoonmaken.
We hebben zo wel plezier.
Ik eindig met de hartelijke groeten voor allen.
J. van der Plaats.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De student J. van der Plaats vierde vakantie in de Studentenkamp. Dat was het vakantiekamp van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) bee ut Mastenveltie an de Bosweg in Deever. Dat kon blijkbaar nog in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog.

Van het monument (gedenknaald) op het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom hebben Deeverse neringdoenden verschillende ansichtkaarten uitgegeven, zo ook de bijgaand afgebeelde ansichtkaart.
De vraag is natuurlijk welke neringdoende in Deever deze ansichtkaart verkocht ?
Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom plaatste het monument (gedenknaald) in 1925 ter gelegenheid van zijn voleindiging van de ontwikkeling van het landgoed Berkenheuvel.
Op de ansichtkaart is mooi een vroegere omgeving van het monument (gedenknaald) te zien. De bos rododendrons bij het monument is wel al goed te zien, maar oogt nog klein.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van het monument (gedenknaald) op Berkenheuvel gemaakt op donderdag  26 april 2018. De oude bos rododentrons was toen heel hard aan groot onderhoud toe.

Posted in Ansichtkoate, Landgoed Berkenheuvel, Monument Berkenheuvel, Student’nkaamp | Leave a comment

Wièr un student’nwaarkkaamp in de Uilenhorst

In het ‘Leeuwarder Nieuwsblad: goedkoop advertentieblad’ verscheen op 23 augustus 1934 het navolgende bericht over weer een studentenwerkkamp in de boerderij ‘de Uilenhorst’ in de Olde Willem. De studenten in de kamp werkten aan een weg, die later de naam Studentenweg heeft gekregen. De boerderij ‘de Uilenhorst’ bestaat niet meer, wel zijn ter plekke nog enige resten van muren te vinden.

Studentenwerkkamp te Diever
Dit jaar wordt een weg van 17 m breedte aangelegd, die 3 km lang wordt
Op het oogenblik wordt er te Diever weer een studentenwerkkamp gehouden.
Onder toezicht van het Staatsboschbeheer (houtvesterij Assen) en onder leiding van een technicus uit Delft wordt er gegraven, gehakt en gespit, heuveltjes weggenomen en met het verkregen zand weer laagten opgehoogd, bij welk werk kipkarren, welwillend door het Boschbeheer verstrekt, goede diensten bewijzen.
Naast elkaar worden aangelegd een berkensingel, rijwielpad, berm, berkensingel, sloot, berm, rijweg, waarnaast weer een berm met berkensingel.
De gezamenlijke breedte is zeventien meter, zoodat het voor de hand ligt, dat enorm veel werk gedaan moet worden. Het geheel wordt begrensd door slooten, die door werkloozen worden gegraven, omdat dit werk veel vaardigheid vereischt. De verbinding zal drie kilometer lang worden, waarvan één kilometer gereed is gekomen. Het werk zal dit jaar niet voltooid kunnen worden, daar men denkt tot 10 September door te gaan.
Op 8 Juli zijn de werkzaamheden begonnen, die voor de menschen van de eerste étappe niet gemakkelijk waren, omdat veel boomen verwijderd moesten worden In de tweede étappe, die thans bezig is, bevinden zich studenten uit Utrecht, Groningen, Amsterdam en Leiden, benevens twee uit Polen. De omgangstaal met deze laatsten is Fransch.

Abracadabra-290 Abracadabra-291

Posted in Boerdereeje, de Olde Willem, de Uilenhorst, Staatsbosbeheer, Student’nkaamp, Verdwenen object | Leave a comment

De student’nwaarkkaamp in de Uilenhorst

In het Algemeen Handelsblad van 8 september 1934 onder de rubriek Onderwijs verscheen het volgende artikel van de heer Jan Zuijderhoff over de studentenwerkkampen op de boerderij ‘de Uilenhorst’ in de Olde Willem.
Staatschboschbeheer heeft de boerderij ‘de Uilenhorst’ door de laatste jaren heen geleidelijk aan gesloopt, nu staat ter plekke nog een tijdje een kleine ruïne. Het is de bedoeling van Staatschboschbeheer om op de cultuurgronden rond de verdwijnende boerderij cultuurnatuur tot stand te brengen.   

Het Studenten-werkkamp
Hoe het er toegaat. Nut en genoegen van lichamelijken arbeid.

Het Handelsblad is destijds zoo vriendelijk geweest de op schrift gestelde enthousiaste indrukken van mijn deelneming aan het Eerste Nederlandsche. Studenten-Werkkamp (1931) op te nemen.
Werkzaamheden in de maatschappij verhinderden mij, deel te nemen aan een van de volgende kampen. Dit jaar kon ik mij gelukkig niet geheel onbetuigd laten en kon ik aan een zakenreis verbinden een dag en een nacht overblijven op het Studenten-Werkkamp.
Het kwam zoo uit dat ik niet eerder dan tegen het vallen van den avond den fietstocht van Assen naar Diever, onder welke gemeente ‘de Uylenhorst’ – de boerderij waarop het kampement van het Studenten-Werkkamp is gevestigd – kon aanvaarden. Ik had mij al voorbereid op een nacht onder den blooten hemel; het was trouwens een mooie nacht.
Toch was het een uitkomst, dat ik een tot binnengaan lokkend Amerikaansch uitziend  ‘restaurant’ aan den weg binnenging, omdat deze daad mij in aanraking bracht met den eigenaar, den heer Punter, die terstond zich bereid verklaarde den weg te wijzen.
Intusschen kwamen we toch, ondanks de hindernissen, nog eerder in het kamp dan ik dacht ! Hoe heerlijk vredig en fantastisch mooi in den maneschijn lag de eenzame boerderij van het Werkkamp midden in de hei !
Het was inmiddels bij elven geworden; zoodat de meeste kampers reeds ter stal waren gegaan in den letterlijken zin des woords. Maar daar mijn komst verwacht werd, was er in het woonlokaal – waartoe de dorschkamer was gepromoveerd, terwijl de zolder erboven als slaapruimte voor de meisjes was ingericht – toch nog eenig vertier te bekennen, oergezellig had men die woonruimte gemaakt.
De brandende groote kaarsen, die zoo maar in een waschblik geplant waren, gaven aan dit eenvoudige witgekalkte lokaal met simpele schragen en banken, een bijna heilige stemming. Wat dennegroen en de groote dubbele tochtdeur droegen intusschen zeker bij tot deze wondere stemming. Maar per slot was het werkkamp – waarvoor de deelnemers het pension tegen kostprijs betaalden, dus nog geld moesten toebetalen inplaats van loon te ontvangen – niet begonnen om ‘sfeer’, maar om kameraadschappelijken handenarbeid in de buitenlucht.
Om vijf uur werd reveille geblazen. En tegen half zes was het heele kampement buiten. Het was Koninginnedag, en zoo werd de dag begonnen met het plechtig hijschen van de driekleur in tegenwoordigheid van alle kampers en onder het zingen van het Wilhelmus. Na deze plechtigheid fietsten dé jongens naar het werk. De meisjes zorgden inmiddels voor het ontbijt, dat ze twee uur later op het werk zouden brengen om het daar gezamenlijk met de jongens te nuttigen.
Het werk bestond dan in het aanleggen van een weg door de hei. Een uiterst klein gedeelte van een groot werkverschaffings project van Staatsboschbeheer voerden de studenten uit. Men was bezig met behulp van kipkarren zand te verplaatsen om de goede niveauhoogte te verkrijgen.
Het werk werd na een poosje voor een half uur onderbroken voor het gemeenschappelijke ontbijt met de meisjes op het werk.
En omdat het nu juist Koninginnedag was, werd daarna de gelegenheid benut om een eenzaam berkenboompje op het nieuwe pad te wijden – een berkenboompje dat men bij het uitkappen van het dennenbosch, waardoorheen het pad gemaakt werd, met opzet had laten staan – als ‘Wilhelminaberk’. Mr. R. S. s’Jacob, de leider van de derde etappe van het kamp, sprak bij deze wijding eenige toepasselijke woorden.
De ‘kampma’, de studente Janna de Keijzer, onthulde de gedenkplaat. Daarop gingen de meisjes weer terug naar het kampement; de jongens werkten voort totdat de dagtaak van 7 uur volbracht was, sneller dan we dachten. Hoe kon het ook anders ? Men werkte kameraadschappelijk en zag langzaam maar zeker het werk vorderen. Ligt hierin niet een groote voldoening ?
Het werken was ook mij weer best bevallen. Het is wel geen geroutineerde vakarbeid, maar er schuilt een merkwaardige voldoening in dit soort handenarbeid in de buitenlucht, waarbij men bij het doorbreken van de zonnewarmte steeds meer kleeren uitdoet en ten slotte ten minste bij goed warm weer met ontbloot bovenlijf werkt. Men voelt op die oogenblikken, dat sport goed beschouwd een surrogaat is voor de natuurlijke behoefte aan lichamelijken arbeid in de buitenlucht.
Het speet mij dan ook echt, dat ik niet enkele dagen weer student onder de studenten kon zijn. Student op zijn best. Want in het Studenten Werkkamp kent men geen groote politiek en geen studentenpolitiek.
De studentenvereeniging ‘Studiosi Iuvare Delectamur’ en het Nederlandsch Comité van de International Student Service hebben het kamp op touw gezet.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De journalist fietste van Assen naar Deever en vandaar via de Bosweg – met een tussenstop in Paviljoen Berkenheuvel – en de Olde Willemsweg naar ‘de Uilenhorst’ . Wel een flinke omweg, want hij had ook bij de Hoogersmilde die andere Bosweg af kunnen fietsen en dan de Olde Willemsweg kunnen nemen.

Abracadabra-293
Abracadabra-292

Posted in de Olde Willem, de Uilenhorst, Staatsbosbeheer, Student’nkaamp, Verdwenen object | Leave a comment

Mit de naachtboot van de Lemmer hen Amsterdam

Bij het verzamelen van ansichtkaarten uut de gemiente Deever gaat het de redactie van ut Deevers Archief in de eerste plaats om de afbeelding, maar vaak is het aanschaffen van een kaart pas echt de moeite waard als op de achterkant iets staat dat verband houdt met het verleden van de gemiente Deever, bijvoorbeeld bekende namen (elke Deeverse maakt deel uit van het verleden van de gemeente Deever) of een mooie tekst.
De afgebeelde ansichtkaart met op de achterkant de hierna weergegeven tekst bevindt zich in de verzameling van ut Deevers Archief. De ansichtkaart van de gemeentelijk toren met het kerkgebouw op de Brink van Deever is op 2 augustus 1931 verstuurd. Deze ansichtkaart is uitgegeven door de weduwe van Johannes Vos an de Heufdstroate in Deever.

De tekst op de achterkant van de ansichtkaart luidt als volgt.
Lieve Zus,
’t Is nu Dinsdagmorgen drie uur en kom ik je even bedanken voor je brief.
Je hoeft niet meer zo lang te wachten voor ik er weer ben. Ik ga vanavond met de vrachtboot uit Lemmer naar Amsterdam en ben dan morgen 3 Augustus weer thuis.
Vanavond was er kampvuur, een fijn vuur.
Van Zondag op Maandag ben ik in bed gebleven, ik was toen verkouden en juist toen onweerde en regende het verschrikkelijk, ’t kampterrein stond blank, maar alles is goed afgelopen.
Nu tot morgen dus. Groeten aan Vader, Moeder en Tante Marie.
Gerrit

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant van 31 juli 1931 stond het volgende korte krantenvulbericht.

Kampeeren.
Diever, 29 juli.
De vele kampeerders in onze bosschen treffen het niet bijster goed. Ongunstig weer werkt voor kampeeren al heel slecht mee. En er zijn momenteel talrijke kampementen in de bosschen.
In het kamp van den V.C.S.B. zijn reeds een tweetal jongens door de kou ziek geworden, van wie een naar de ouderlijke woning is teruggebracht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Er is wel iets merkwaardigs aan de hand met deze ansichtkaart.
Gerrit heeft de kaart op 2 augustus 1931 ’s morgens om 3.00 uur (na een stevige borrel aan het fijne kampvuur ?) met een gewoon potlood volgeschreven. Hij moet de kaart vervolgens in de loop van de ochtend bij een postkantoor (in Deever of op Zorgvlied ?) hebben afgeleverd, teneinde de volgende dag (dat is wel snel) in Amsterdam te kunnen worden besteld. Gerrit zal de kaart in een enveloppe hebben verstuurd, want het adresgedeelte van de kaart is ook beschreven. Maar waarom verstuurde Gerrit op 2 augustus 1931 een kaart, waarin hij aangeeft dat hij op 3 augustus 1931 in Amsterdam zal zijn. Wellicht arriveerde hij zelf eerder in Amsterdam dan de kaart.
De redactie heeft het donkerbruine vermoeden dat Gerrit de kaart nooit heeft verstuurd, maar dat hij deze gewoon in zijn valiesje of karbiesje mee naar Amsterdam heeft genomen en deze persoonlijk bij lieve zus heeft besteld.
Gerrit zal van het kampeerterrein van de Vrijzinnig Christelijke Studentenbond (V.C.S.B.) bij het Mastenveldje aan de Bosweg tussen Deever en Woater’n zijn gegaan (lopend of op de fiets ?) en vandaar verder zijn gereisd. Maar waarom reisde Gerrit zo ingewikkeld ? Hoe kwam hij vanuit Deever of Zorgvlied in de Lemmer ? Reisde hij met het sukkeltrammetje van Elsloo naar Steenwijk ? En hoe reisde hij dan van Steenwijk naar de Lemmer ? Met de bus ? En dan die nachtelijke boottocht van de Lemmer naar Amsterdam over de Zuiderzee (de dijk tussen Friesland en Noord-Holland was nog niet gesloten).
Waarom reisde Gerrit niet gewoon via de Deeverbrogge met het boemeltrammetje langs de Drentse Hoofdvaart naar Meppel ? Het eindpunt van het trammetje was bij het treinstation in Meppel. Vandaar kon Gerrit met de trein naar Amsterdam reizen. Wie het weet mag het vertellen.

Abracadabra-1242Abracadabra-1241Abracadabra-1243

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Kaarke an de brink, Mast'nveltie, Student’nkaamp | Leave a comment

See daanst en dan nog wè op sundagmiddag

In het Vaderland – Staat- en Letterkundig Nieuwsblad van 5 februari 1920 verscheen het navolgende bericht over het V.C.S.B.-kamp aan de Bosweg tussen Deever en de Olde Willem. De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) organiseerde in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw in de zomer studentenkampen op een terrein in de buurt van het Mastenveldje aan de Bosweg. Op de ansichtkaart is de groote tent in ’t Studentenkamp te zien.

Kerknieuws – V.C.S.B.
In het laatste nummer van de Berichten uit den Vrijzinnig Christelijken Studentenwereld staat een geestig stukje van professor  Heering, getiteld “O.V.C.S.B., let op uw saek”.
We schrijven over:
“Zooals bekend is hebben hare conferenties wel eens het praedicaat moeten dragen van ‘Jolig Christendom’. Hare jongenskampen waren ook te uitbundig en te sportief. En zelfs drong eens het verwijt tot me door: ‘Wat zijn dat voor Christenen in Diever. Daar wordt gedanst en nog wel op Zondagmiddag.’
Na dit verwijt heb ik ’t toen voor beter gehouden, dat de V.C.S.B. voortaan niet voetbalde , niet sprong en niet danste. Doch tot mijn schrik heb ik gemerkt, dat de wind van kritiek ook uit een tegenovergestelden hoek waait. Er rijzen klachten dat de V.C.S.B. te weinig levenslustig is, te weinig pret maakt.
Ds. Van Wijngaarden heeft een student ontmoet, die kennismakende met de V.C.S.B. , teruggedeinsd was voor de droogstoppels die er waren. Ds. Van Wijngaarden achtte wel is waar deze aanklacht overdreven, maar vond er toch aanleiding in, om in de Nieuwe Stemmen uit de Vrije Gemeente (December 1919) een ernstige waarschuwing te laten hooren, een waarschuwing zóó belangrijk, dat de N.R.C. van 9 januari, ochtenblad, haar overnam. De waarschuwing luidt: De V.C.S.B. hebbe niet te vergeten: ‘Ook bij de sportlievenden, danslustigen is het godsdienstig gevoel niet afwezig.’
Wanneer men nu aan deze bezwaren wil tegemoet komen en tegelijk de eerstgenoemde klachten niet verontachtzamen wil, dan wordt het geval moeilijk, uiterst moeilijk.
Professor Heering’s welgemeenden raad aan de V.C.S.B. is : Kunnen de danslustige en de ernstige lieden elkaar en de zoo hartelijk belangstellende buitenwereld niet tevreden stellen door het volgende in acht te nemen.
’s Zomers danse men een stemmige Quadrille des Lanciers, ’s winters na een ernstige lezing of sectie een vrolijk (maar kalm) walsje ! Zoo betracht gij binnen de grenzen van uw vereniging den rijkdom des levens en houdt allen te vriend, die met hun opbouwende critiek het werk van uwen Bond zoo krachtdadig steunen !

 

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Deever, Gemiente Deever, Student’nkaamp | Leave a comment

Ut Student’npad is veur un diel ut Jeud’npad

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 14 juli 1934 het navolgende artikel over het Studentenwerkkamp Diever.

Studenten werken met hun handen. Het studentenwerkkamp Diever.
We reden door de prachtige bosschen bij Diever op weg naar het Studentenwerkkamp dat daar deze week is geopend.
Je rijdt maar recht door en dan zie je ze vanzelf, was het kort en bondige antwoord van een bewoner van het mooie Drentsche dorp op onze informatie. En dus reden we recht door, genietend van den mooien dag in dit aan natuurschoon zoo rijke deel van het Olde Landschap. Aan beide kanten van den straatweg strekken de bosschen zich uit …. vol beloften voor den wandelaar, den stillen genieter van een rustigen vacantie-dag. Daar zijn ze.
De vacantie-stemming is voorbij. De auto staat stil en we stappen uit op een punt, waar een dertig jonge menschen met schoppen en kruiwagens, bijlen en touwen manoeuvreeren. Ze werken in het zweet huns aanschijns. Ze hebben het niet gemakkelijk, want de overgang van het normale studentenleven naar de werkzaamheden, verbonden aan den aanleg van een fietspad dwars door de bosschen, is groot. Maar ze hebben het naar hun genoegen. De enkele dagen buiten hebben reeds een bronskleur aangebracht op de jonge koppen en de tengere maar meerendeels taaie bovenlijven.
Na de kennismaking met den heer C.G.L.J. Kusters, den kampsecretaris, hadden we de gelegenheid de werkzaamheden van deze vroolijke groep meer van nabij te bekijken.
Dit is nu het derde studentenkamp in ons land. In 1931 werd bij Havelte een rijwielpad gemaakt, dat zich in een druk gebruik mag verheugen. In 1932 waren de studiosi aan den arbeid te vinden op het terrein der Volkshoogeschool te Bakkeveen, waar ook geregeld de kampen voor jeugdige werkloozen worden gehouden. Verleden jaar had men reeds het oog laten vallen op het object, dat nu onder handen is genomen, maar de tijd was toen al te ver gevorderd om nog met kans van slagen een kamp te organiseeren. Deze tegenvaller had evenwel tengevolge, dat men de voorbereidingen voor dit jaar met te meer zorg kon treffen.
Er wordt nu door de bosschen van Staatsboschbeheer een rijwielpad en brandsingels aangelegd, waarvan de eerste een nieuwe verbinding naar de Smildervaart (in aansluiting op een bestaanden en nog te verbeteren weg) zal geven. Gemakkelijk is het werk niet: er moeten boomen worden gekapt, oneffenheden in het terrein gedeeltelijk worden weggewerkt en dit alles in 9 weken met gemiddeld een kleine 40 enthousiaste, maar ongeoefende krachten.
De algemeene organisatie en oorsprong der studentenwerkkampen (oorspronkelijk in Zwitserland begonnen) kunnen we wel als bekend veronderstellen, zoodat wij ons bepalen tot enkele bijzonderheden over het nu georganiseerde kamp.
Gedurende negen weken zullen er drie groepen van studenten en aanstaande studenten bijeenkomen. Zij vinden een onderkomen in de ruime stal van de boerderij Uilenhorst, waar zij -zooals wij onder leiding van mr. A.Th.E. Kastein konden constateeren- eenvoudig maar goed zijn gehuisvest. Hier wordt voor het huishouden gezorgd door een achttal dames, van wie mej. J.T. Hylkema het opperbewind voert. Een primitieve buitenkeuken is doelmatig ingericht en de voeding is een steeds weer werk brengende bezigheid, getuige de groeiende behoefte aan stevige maaltijden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De kampen werden gehouden van 8 juli/28 juli, van 29 juli/18 augustus en van 19 augustus/8 september 1934.
Het project werd tijdens de grote vooroorlogse crisis uitgevoerd. De kampleiding benadrukte echter dat het werk geenszins moest worden opgevat als concurrentie met ‘de werkeloozen’.
De besturen van de rechtse universitaire studentenverenigingen uit diverse steden van het land concurreerden niet met ‘de werkeloozen’, maar wel degelijk met kleine aannemers, kleine ondernemers, die dit soort zandwegen in concurrentie en in opdracht van Staatbosbeheer en met inzet van plaatselijke werklozen, ook hadden kunnen aanleggen.
Nu stuurde het rechtse netwerk een gemotoriseerde journalist van het Nieuwsblad van het Noorden op ‘het object’ af voor het schrijven van een snorkend propagandaverhaal, want wat was het toch bijzonder dat studenten met hun handen werkten.  Staatsboschbeheer gaf bovendien als dank voor hun inzet het fietspad de naam Studentenpad.
De studenten hebben echter niet het gehele fietspad van de Bosweg tot aan de Pastoorszandweg aangelegd, het laatste en op bijgevoegde kaart zichtbare deel van het fietspad is in 1941 door de joden uit de Rijkswerkkampen Diever A en Diever B aangelegd. De naam van dat deel van het pad moet daarom uit respect voor de joden in de Rijkswerkkampen Diever A en Diever B met turbospoed en in turbodraf worden gewijzigd in Jeud’npad.

Posted in de Uilenhorst, Deever, Student’nkaamp, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

V.C.S.B.-kaamp’m an de Bosweg in 1922

In de krant Het Vaderland (staat- en letterkundig nieuwblad) van 20 februari 1922 verscheen het navolgende bericht over het kampterrein van de op 8 december 1915 opgerichte Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) in de buurt van het Mastenveldje aan de Bosweg tussen Diever en Wateren.

Evenals vorige jaren zal de V.C.S.B. dezen zomer op haar kampterreinen te Diever en te Sleen in Drente jongens- en meisjeskampen houden, in totaal vijf, waarvan drie voor jongens, alle 10 dagen durende. Uitnemende instelling! H.B.S.’ers, Gymnasiasten en dat soort volkje worden zoo geleidelijk aan voorbereid om later den V.C.S.B. of C.J.B. te beschouwen als hun geestelijk huis. Vooral de zoogenaamde novietenkampen voor jongens en voor meisjes afzonderlijk, zijn van groot belang. Uit elke academiestad zijn daar studenten, die aan de nieuwelingen alle mogelijke inlichtingen verstrekken. Men verwacht van deze kampen, welke buiten het kader der gewone studentenconferenties worden gehouden, door meer sport en eenvoudiger besprekingen, veel vrucht.
En voor de studenten die deze kampen leiden heeft de omgang met de jongeren groote bekoring en groot nut. Te midden van de vele gevaren die het geestelijk en zedelijk leven bedreigen zijn deze kampen een prachtige tegenweer. Juist ook door hun vroolijkheid en sportieven geest. Voetbal, korfbal, hockey, zwemmen, hardloopen, fietsen, naast het zingen van een ernstig lied, zijn aan de orde van de dag. De jongens worden door de kampboekjes al ingelicht dat hun leiders, ook de predikanten en professoren, uitstekende sportlui zijn.
De kampboekjes! Wat zien ze er, met hun leuke kiekjes, aantrekkelijk uit! En wat is de uitnoodiging prettig en hartelijk!.
Ouders en voogden, als ge uw kinderen een heerlijken, naar lichaam en ziel gezonden en stralenden tijd wilt gunnen, gedurende de lange vacantie, stuur ze dan naar een V.C.S.B.-kamp. Vraagt een kampboekje aan voor uw jongens of meisjes bij het secretariaat van den V.C.S.B., Nutsgebouw, Langebrug te Leiden. Maar: ge moet u haasten. Ik weet zeker dat volgend jaar de grootste wensch van uw kind voor de zomervacantie zal zijn: naar het kamp te Diever of te Sleen. En wij zelf? Als onze kinderen met opgetogen verhalen thuiskomen, zouden we, alleen voor zoo’n kamp nog eens 15 jaar willen worden!
J.J.M.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond wilde de vereniging zijn voor alle vrijzinnige universitaire studenten in Nederland. Deze bond was ontstaan uit de vrijzinnig christelijke studenten verenigingen te Utrecht, Leiden en Groningen. De bond trachtte in studentensteden waar deze nog niet bestond ook een plaatselijke vereniging op te richten.
De hier afgebeelde foto op de ansichtkaart uit 1920 toont het zogenoemde ‘professorenhuis’. In dit houten gebouwtje had de dokter een ruimte en in een ander deel van dit gebouwtje sliep de leiding van het kamp.
Na de Tweede Wereldoorlog vorderde de gemeente gedurende een aantal jaren het pand, vanwege de toen heersende woningnood en vestigde daar toen pas getrouwden in, totdat deze konden verhuizen naar een woning in de eerste naoorlogse nieuwbouw. De stapel zwerfstenen is ter plekke nog steeds aanwezig.

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Student’nkaamp, Verdwenen object | Leave a comment