Category Archives: Geert Dekker

Weinigen hebben Geert Dekker uitgeleid

De kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever is de laatste rustplaats van de Deeverse dorpsfiguur Geert Dekker. Hee was keuterboertie, mor ok liekwaeg’nmenner, koster, orgelpomper en klokkelüder. Dorpsfiguur Geert Dekker is geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij is een zoon van arbeider Jan Dekker en Marchje Wijkstra. Na een kort ziekbed overleed dorpsfiguur Geert Dekker op 5 maart 1963 op 87-jarige leeftijd in het ziekenhuis in Meppel. Dorpsfiguur Geert Dekker is niet getrouwd geweest.

Zijn stoffelijke resten en zijn zerk zijn anno 2019 gelukkig nog wel aanwezig op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van ut Deevers Archief op woensdag 12 december 2019 van zijn zerk heeft gemaakt. De redactie heeft dit graf op zijn lijst van Deevers aarfgood gezet. De zerk van dorpsfiguur Geert Dekker moet toekomstbestendig, klimaatbestendig, grafsteenblunderbestendig, sloopbestendig en duurzaam bewaard blijven voor de komende generaties.

De zerk van Geert Dekker behoeft wel enig onderhoud, bijvoorbeeld flink schrobben met heet sodawater. De zerkenecoloog van de gemeente Westenveld zou echter na diepgaande bestudering van de begroeiing van de zerk van Geert Dekker tot de conclusie kunnen komen dat bijvoorbeeld een witte ronde vlek op de zerk het beschermde, uiterst zeldzame en met uitsterven bedreigde Deeverse zerkenkorstmosje is en vervolgens het schoonmaken door middel van bijvoorbeeld het flink schrobben met sodawater per gemeentelijk decreet verbiedt.

Arend Mulder schreef in 1975 in zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ op bladzijde 93 over dorpsfiguur Geert Dekker: Tallozen heeft hij uitgeluid, weinigen hebben hem uitgeleid.

Weinigen hebben hem uitgeleid. De redactie zou wel graag willen weten: wie was de menner van de liekwaeg’n waarop de kist met het lichaam van liekwaeg’nmenner Geert Dekker naar de kaarkhof is gebracht ? Nog minder dan weinigen zullen na zijn dood op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever zijn geweest om zijn graf te bezoeken. Anno 2019 zal niemand, behalve misschien wellicht alleen de kaarkhofstrüners en kaarkhofkenners wijlen Jans Tabak en de redactie van ut Deevers Archief, zijn graf hebben bezocht.

De Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld, die zijn belast met de positieve financiële uitbating van de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever, hebben bij graven waarvoor weer de exorbitant hoge huurpenningen voor de grafgrond moeten worden afgedragen, bedacht dat bij het passeren van het uiterlijke tijdstip van afdracht van deze exorbitant hoge huurpenningen, de betreffende zerk direct, maar dan ook direct, en met geschwinde spoed en in gestrekte draf, moet worden gesloopt.

Een dergelijk overijverig, fanatiek, gründlich en pünktlich sloopgedrag kent zijn gelijke niet in de keiharde wereld van het met een positief financieel resultaat uitbaten van kerkhoven. En levert bij het minste of geringste foutje of haperingetje of kortsluitinkje in de vertaling van de resultaten van de Grote Gemeentelijke Geautomatiseerde Grafpenningen Vergaarsysteem naar een Betrouwbare Actuele Slooplijst fatale oerdomme fouten op, bijvoorbeeld in de vorm van het onlangs onterecht slopen van zerken op de kaarkhof bee Deever. En getroffen nabestaanden konden daardoor witheet, roodwoedend en gewelddadig worden.

Maar het leverde in 2019 natuurlijk voor het Van Dale Groot Woordenboek Van De Nederlandse Taal wel een van de prachtigste nieuwe woorden op: grafstenenblunder. En wie van de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld was toch die grafstenenblunderaar ? De Deeverse vertaling van het woord grafstenenblunderaar zou ongeveer bij benadering zaark’nknooier zijn.

De stoffelijke resten in een graf, waarvan de zerk is gesloopt, worden vooralsnog niet geruimd. Vooralsnog niet, maar wanneer dan wel ? Rechthebbenden en nabestaanden en anderen kunnen dus voorlopig nog wel naar de plaats van het graf gaan (wel de plek goed onthouden, even een fotootje maken), mogen van de uitbater van de kaarkhof misschien nog wel een bloemetje of een plantje of een frutseldingetje op het graf zetten, maar kunnen niet meer naar de zerk van hun dierbare kijken.

Dat lijkt de stok te zijn waarmee de rechthebbenden en nabestaanden en anderen worden geslagen voor het niet meer willen, niet meer kunnen, of helaas niet op tijd afdragen van de exorbitant hoge huurpenningen voor de grafgrond aan de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld. Dat lijkt het nieuwe, verhollandiseerde, zakelijke, keiharde, kille, no nonsence, lik-op-stuk beleid te zijn van de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld.

Zit het slopen van een zerk bij de exorbitant hoge huurpenningen voor de grafgrond inbegrepen ?
Of wordt voor het slopen van een zerk een aparte rekening naar de ex-rechthebbenden gestuurd ?
Worden de kosten voor het herstellen van de materiële en vooral de immateriële schade na een grafsteenblunder verrekend in nieuwe exorbitanter hoge penningen voor het huren van grafgrond ?
Zijn de rechthebbenden van een te slopen zerk eigenaar van hun eigen zelf betaalde zerk of is de gemeente Westenveld plotsklaps eigenaar van die te slopen zerk geworden ?

De redactie schat in dat de exorbitant hoge huurpenningen voor de grond waarin Geert Dekker is begraven, al lang niet meer zijn afgedragen. Er zijn geen rechthebbenden. Er zijn geen nabestaanden. Er zijn geen belangstellenden. Er zijn geen bezoekers. En dan faalt het nieuwe, verhollandiseerde, zakelijke, keiharde, kille, no nonsence, lik-op-stuk beleid van de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld. Want niemand kan met de uitvoering van dat beleid worden getroffen. Dus is het gevaar voor accute sloop van de zerk van Geert Dekker betrekkelijk klein te noemen.

Posted in Aarfgood, Dorpsfiguur, Geert Dekker, Kerkhof | Leave a comment

Geert Dekker huust nog op ‘m lee’m vloere

In de krant Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 1 mei 1959 het volgende artikel over dorpsfiguur Geert Dekker die an de brink van Deever woonde. Dorpsfiguur Geert Dekker was keuterboertie, liekwaeg’nmenner, koster, orgelpomper, klokkenist, klokkelüder en tuunman. 

Geert Dekker – 83 jaar – in Diever huist nog op lemen vloer
“Ga maor naar de olde kloklúder”, zeiden ze tegen mij in Diever; “Geert hebt wel een sleutel van de karke.” En zo belandde ik in de woonkamer van de heer Geert Dekker, 83 jaar oud, die heel opgewekt tegen mij zei: “Ga der maar efkes bij sitten.”
Sommige mensen laten de tijd stil staan, zij worden nooit helemaal oud. Geert Dekker is zo’n mens, op z’n 83ste nog een rimpelloos blozend gezicht en twee heel pientere oogjes. Ook om hem heeft de tijd stil gestaan: Dekker zit met de zwarte klompen aan zijn voeten in de leunstoel, een cadeau van de begrafenisvereniging, toen Dekker 25 jaar koetsier op de lijkwagen was geweest. De vloer van zijn kamer is nog van leem, netjes bestrooid met droog wit zand. Er zijn diepe paden in uitgelopen, zo om de tafel, voor de kachel, van de deur naar de leunstoel en naar wat kasten. Daarom staan de tafel, de stoelen langs de bedsteewand, de kast en de kachel, ook een 30 centimeter hoger dan de rest; het is net, alsof deze meubelstukken op terpjes zijn gezet.
Het is een echte oude Drentse kamer, waarin Geert Dekker woont. Helemaal alleen; twee jaar geleden is zijn zuster overleden, 93 jaar oud. Dekker is geboren in Dwingelo, maar verloor zijn vader en moeder, toen hij zes jaar oud was. Met zijn zuster werd hij toen opgenomen in het gezin van zijn grootmoeder, die met een oom in Diever woonde. Heel lang heeft dit gezelschap samen gewoond; tot eerst de oom stierf en later de grootmoeder. Allen op hoge leeftijd.
Dekker bleef met zijn zuster achter: “Och, en daaromme heb ik ook nooit een wief e’nomen: dat zou niet aardig voor mijn zuster zijn geweest. Mijn oom zei altijd: Vrouwen hebben wide rokken en daarom dikkels ruzie. Er hoort maar één vrouw in een hús. Daar hew ik mij an holden.”
“Van alles hew ik deen, mal en mooi. Allerlei baantjes: 40 jaar orgelpomper, 33 jaar klokkenist, langer as 40 jaar klokkelúder, ik was bijkans altijd in de karke. Vroeger hadden wij ook nog wat vee en ik ben jarenlang túnman weest bij de burgemeester. Daar had ik niet voor leerd, maar het ging toch naar de man z’n zin. En kijk hier eens….”
Trots haalt Dekker zijn lakens jasje te voorschijn, zeker al 50 jaar oud. In het knoopsgat hangt de bronzen medaille van de Orde van Nassau: “Hew ik kregen, toen ik 40 jaar kloklúder was.”
Nu is de hele zaak electrisch in Diever al zorgt Dekker er nog wel eens voor, dat de klok precies gelijk loopt. Hij is ook de man, die de electrische luiderij in bedrijf mocht stellen: een feit, dat vereeuwigd is op een marmeren plaat in de hal van het gemeentehuis. Een man als Dekker heeft veel vrienden en weinig vijanden.
Trots kijkt Dekker zijn kamer rond. “Old spul, hè. Ik hew aan de gemeentearchitect gevraagd, of na mijn dood dit hier ook zo kon blijven, helemaal in de olde trant. Ze hadden er wel oren na. Maar nu komt ergens anders in het dorp een oudheidkamer en daar kan mijn kastje en mijn secretaire dan ook wel heen. Komt er een papierke aan te hangen: in eerbiedige nagedachtenis van die en die.”
Ja, het is oud spul daar in huis. Misschien niet eens van veel waarde – een Jouster klok, een echt Drents kabinet met een gezellige dikke buik, een klein kastje, wat roze Saksisch porcelein – veel is er niet. Want ook in Drente was het meestal wat kaal in de woning van de kleine man, vroeger.
Maar de nagedachtenis aan Dekker – dat hij nog lange jaren in leven mag blijven – zal ook zonder een papierke in de Oudheidkamer wel in ere blijven in Diever. Want “olde Dekker, de kloklúder”, wie hem gekend heeft, vergeet hem niet weer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Geert Dekker is in Deever grootgebracht door zijn grootmoeder Jacobje Jans Kremer, die getrouwd was met Alle Abels Wijkstra. Bij zijn grootmoeder woonde ook de ongetrouwde oom Abel Wijkstra in.
Alle Abels Wijkstra overleed op 10 maart 1870 in Deever.
Jacobje Jans Kremer is geboren op 10 maart 1805 in Deever en is overleden op 24 juni 1896 in Deever.
Jan Dekker is geboren op 13 juni 1841 in Lhee. Jan Dekker is overleden op 26 juni 1882 in Lhee.
Margje Wijkstra is geboren op 5 mei 1840 in Deever als dochter van dienstknecht Alle Abels Wijkstra en Jacobje Jans Kremer. Margje Wijkstra is overleden op 19 november 1880 in Dwingel.
Geert Dekker is geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij is een zoon van arbeider Jan Dekker en Margje Wijkstra.
Hilligje Dekker is geboren op 7 april 1869 in Dwingel. Zij is een dochter van arbeider Jan Dekker en Margje Wijkstra. Zij is overleden op 31 augustus 1955 in Deever. Het graf van Hilligje Dekker bevindt zich naast het graf van Geert Dekker.
Abel Wijkstra is geboren op 26 maart 1837 in Deever als zoon van dienstknecht Alle Abels Wijkstra en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd in de Deeverse volksmond altijd Aebeltie All’n of Aebeltie Smok genoemd. Abel Wijkstra is overleden op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Deever. Abel Wijkstra is niet getrouwd geweest.
Na een kort ziekbed overleed dorpsfiguur Geert Dekker op 5 maart 1963 op 87-jarige leeftijd in het ziekenhuis in Meppel. Dorpsfiguur Geert Dekker is, zoals hij zelf in het artikel aangeeft, niet getrouwd geweest.

Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Geert Dekker | Leave a comment