Category Archives: Albert Egges van Giffen

Het huisje van professor Van Giffen op de Heezebaarg

De kunstenaar Harm Kamerlingh Onnes maakte in 1946 een waterverfschilderijtje van 26 x 19 cm waarop zijn te zien een deel van de bos van het landgoed Heezebaarg en het dak van het zomerhuisje met de naam de Keet van professor doctor Albert Egges van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (ja, die van de pinda’s en de nootjes) op de Heezebaarg bee’j Deever. Hij gaf het kunstwerkje de naam ‘Het huisje van professor van Giffen te Deever’. Wellicht was de bekende familie Kamerlingh Onnes bevriend met de bekende familie Van Giffen en bracht Harm Kamerlingh Onnes in 1946 een schilderweekeinde door op de Heezebaarg.
Het dak van het zomerhuisje was inderdaad gedekt met rode dakpannen. In 1946 zullen de dakpannen nog rood zijn geweest, de dakpannen waren zeker niet rood meer op de dag voordat het zomerhuisje met de naam de Keet werd afgebroken.
Het geel geaquarelleerde land op de voorgrond moet het land met de naam Bunst of Buunst zijn. De redactie weet niet of dit land in 1946 als bouwland of als groenland in gebruik was. De redactie weet ook niet wie toen de eigenaar was.
Klaas Fledderus van ’t Kastiel was aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw de eigenaar van dit land.
De afgebeelde kleurenfoto van het zomerhuisje de Keet met de rode dakpannen is aanwezig in de verzameling van mevrouw Tineke Zweers-van Giffen, een kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen.

Posted in Albert Egges van Giffen, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Ansichtkaart en foto van ‘de Keet’ op de Heezebaarg

De oudheidkundige professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle, begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) staat op deze ansichtkaart in de voordeur van zijn geliefde buitenhuisje genaamd de Keet op zijn landgoed de Heezebaarg aan de rand van de Heezenesch bij Diever.
Professor doctor Albert Egges van Giffen stuurde deze fotokaart -gemaakt van een eigen foto- op 16 september 1956 naar de familie Zijp-Laan, Oostwoud 56 in Noord-Holland. De kaart is ondertekend door professor doctor Albert Egges van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (klik hier voor meer gegevens over Albert van Giffen). De tekst op de kaart luidt: Diever, de ‘Heezeberg’, ons buitenhuisje. Veel dank voor uw kaart van de reis. Met vele groeten.
De Keet is inderdaad de keet die bij de grote oudheidkundige afgraving van de terp van Ezinge stond (meer gegevens over de afgraving van de terp van Ezinge). Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezenesch).

In 1997 was met name de houten onderkant van de Keet in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen en haar echtgenote, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter stenen vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uut Dwingel (eerder gevestigd in Leggel).

De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van het Deevers Archief en de eigenaren van de Keet bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van de Keet op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De redactie van het Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto op de dag vóór de afbraak tegen het vallen van de avond met flitslicht gemaakt. Het zal de allerlaatste ooit gemaakte foto van dit huisje zijn geweest.

Reactie van J. Smit van 5 december 2017
Ik ben in de zestiger jaren van de vorige eeuw enkele keren met mijn vader Wolter Smit, die de exclusieve jachtrechten op de gronden rond de Heezenes had verkregen van de familie Van Giffen, in aanwezigheid van Jan van Giffen (de zoon van professor doctor Albert Egges van Giffen) in het verblijf geweest. Het was inderdaad een eenvoudig zomerhuisje op een prachtige locatie in een fraaie omgeving !

Abracadabra-1253
Abracadabra-844Abracadabra-1254

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Topstukken | Leave a comment

Canon van de gemiente Deever

Volgens de Canon van Westenveld geeft de canon antwoord op de vraag: ‘Wat zijn de belangrijkste onderwerpen uit de geschiedenis van deze gemeente’. Het aantal onderwerpen in een canon is in principe niet begrensd.
In deze Canon van de gemiente Deever van de redactie van het Deevers Archief zijn ook onderwerpen uit de Canon van Westenveld opgenomen.
In een volgende versis van deze Canon van de gemiente Deever zal deze worden uitgebreid en zullen de onderwerpen beetje bij beetje van een passende tekst worden voorzien.
De bezoeker van het Deevers Archief wordt van harte uitgenodigd onderwerpen en inhoud aan te dragen voor de Canon van de gemiente Diever.

– Archeologische vindplaatsen
– Brink van Deever
– Esdorp Deever
– Hunebed D52 op de Steenakkers aan de Groningerweg
– Kluften van Wapse
– Professor dr. Albert Egges van Giffen
– Kerk op de Brink van Deever
– Kunst in de gemeente Deever
– Bisschoppelijke hof bij Kalteren
– De Baarg van Wittelte
– Dieverder dingspil
– Boermarken in de gemiente Deever
– Ruilverkaveling in de gemiente Deever
– Reformatie in de gemiente Deever
– Afscheiding in de gemiente Deever
– Schultehuis van Deever
– Amsterdamse veencompagnie
– Drentsche Hoofdvaart
– De weg langs de Vaart
– Saksische boerderij
– Stichting Maatschappij van Weldadigheid
– Molens van Deever
– Molen van Wapse
– Gemeentehuizen in Deever
– Medische zorg
– Scholen in de gemiente Deever
– Foto’s van Jan Boneschanser
– Zuivelfabrieken in de gemiente Deever
– Ontginning van woeste gronden
– mr. Albertus Christiaan van Daalen
– Landgoed Berkenheuvel
– Johannes Fransiscus de Ruiter de Wildt
– Lodewijk Guillaume Verwer
– Zorgvlied
– Rijkswerkkampen Diever A en Diever B
– Joden in de gemiente Deever
– Tweede Wereldoorlog
– Onderduikershol
– Sporen van de Tweede Wereldoorlog
– Openluchtspel
– Kalkovens an de Deeverbrogge
– Nationaal park Drents-Friese Wold
– Veldnamen

Posted in Albert Egges van Giffen, Berkenheuvel, Canon van de gemeente Diever, de Oude Willem, Gemeente Diever, Hunnebed, Openluchtspel, Schultehuis, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Deever – Hunnebed op de Stienakkers – 1933

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 64) over het verleden van het hunnebed op de Stienakkers an de Grönnigerweg in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1933 gepubliceerd. …

Op 6 januari 1855 werd ter voldoening aan het Koninklijk Besluit van 28 december 1854 aan het Rijk gemeld dat op de Heezeresch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed lag. Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van het hunebed lagen.
Het Rijk besloot pas op 20 oktober 1871 de akker en het hunebed aan te kopen. Het Rijk verzocht wethouder Klaas Kok om met de eigenaar te onderhandelen over de aankoop en het verplaatsen van de schuur, opdat het hunebed in zijn geheel vrij zou komen.
Hendrik ter Mast was wel bereid de akker met het hunebed te verkopen. Voor de grond vroeg hij 12 gulden. Voor het verplaatsen van zijn schuur vroeg hij 200 gulden. Ook bedong hij dat een op zijn akker aanwezig voetpad over de publieke weg moest gaan lopen. Uiteindelijk ging hij accoord met een vergoeding van 88 gulden voor de schuur. Daarbij stelde het Rijk wel als voorwaarde dat deze niet hoger zou zijn, als de schuur in zo’n slechte staat zou blijken te zijn, dat deze na het afbreken niet meer zou kunnen worden herbouwd. De totale verkoopprijs kwam zo op 100 gulden te liggen. Op 2 november 1871 werd de koop gesloten. Na het afbreken van de schuur konden de daar onder liggende stenen worden blootgelegd.
De archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen beschreef het hunebed later als volgt:
Het hunebed is onregelmatig spits-eivormig. Het heeft een ongeveer noord-oostelijk-zuidwestelijk gerichte lengte-as. De ingang bevindt zich vermoedelijk aan de zuidkant, doch de plaats waar is niet zonder meer vast te stellen. Het steengraf bestaat uit minstens 10 draagstenen en totaal uit 22 stenen. Ze bestaan allen uit graniet. Toen het hunebed nog geheel ongeschonden was, werd als bijzonderheid aangegeven dat in één der dekstenen een grote mensenhand was gegraveerd of uitgehouwen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De afbeelding van het hunnebed dateert uit 1933. In de achtergrond van de afbeelding is de bebouwing van de Dwarsdrift en ’t Kastiel te zien.
Had meneer de weledelgestrenge professor doctor in de oudheidkunde Albert Eggen van Giffen het hunnebed maar nooit naar eigen inzichten ‘gerestaureerd’. Het hunnebed op bijgaande afbeelding oogt veel echter, zo zijn het mooie dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
Hedendaagse professoren in de archeologie ‘restaureren’ niet zo maar meer een oudheidkundig object, maar proberen dit zo mogelijk te ‘conserveren’, in de staat te houden waarin het zich bevindt, dus plat en kort door de bocht gezegd: met de fikken er van af te blijven.

Abracadabra-465

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, ie bint 't wel ..., Grönnegerweg, Hunnebed, Steenakkers | Leave a comment

Albert Egges van Giffen vindt stenen mes bij Armhuis

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant van 11 september 1931-09-11 verscheen het navolgende korte bericht over de vondst van een stenen mes bij het Aar’mhuus an de Grönnegerwg bee’j Deever.

Opgravingen 
Diever, 10 september
De bekende oudheidkundige dr. Van Giffen, die in deze omgeving reeds verschillende opgravingen heeft gedaan, is ook nu weer bezig eenige plaatsen te onderzoeken. Bij graafwerk in de buurt van het armhuis kwam een steenen mes te voorschijn. Nog meerdere opgravingen zullen volgen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-10-11
De oudheidkundige doctor Albert Egges van Giffen wist vanuit zijn jeugd in Diever dat bij de grafheuvel in de buurt van het Aar’mhuus an de Grönnegerweg bee’j Deever oudheden in de bodem waren te vinden.
Het is niet waarschijnlijk dat de voorname oudheidkundige doctor Albert Egges van Giffen in het vooroorlogse standengevoelige Deever zelf met een schop in het zand spitte, waarschijnlijker is dat dagloners uut Deever de spitterties waren.
Het fraaie stenen mesje bevindt zich in de verzameling van het Drents Museum in Assen en heeft inventarisnummer 1931/IX 2 (de tweede vondst in de maand september in het jaar 1931; hoe eenvoudig kan nummeren zijn). Het mesje is 4,5 cm lang en 2,5 cm breed.
Het mesje is opgeborgen in het Noordelijk Archeologisch Depot (N.A.D) in Nuis in de provincie Groningen. De heer Jelle Schokker -beheerder van het Noordelijk Archeologisch Depot- was zo vriendelijk bijgaande afbeelding van het stenen mesje voor publicatie in het Deevers Archief ter beschikking te stellen. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
De redactie zou graag meer Deeverse oudheidkundige objecten, aanwezig in het Noordelijk Archeologische Depot, willen afbeelden.

abracadabra-294

Abracadabra-1287

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Armenwerkhuis, Diever, Grönnegerweg | Leave a comment

Interview met burgemeester van Os – November 1932

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen in de serie ‘Burgemeesters over hun gemeenten’ een lang interview met burgemeester H.G. van Os.

81. De gemeente Diever
Waar groote bosschen zich uitstrekken en nieuwe aanplantingen in voorbereiding zijn. 

Bij kampeerders en rondtrekkende touristen, die zich den tijd gunnen, is de gemeente Diever bekend om haar rijk en af- wisselend natuurschoon. Groote loof- en naaldbosschen strekken zich binnen haar uit en dagen, ja weken lang kan men er ronddwalen om telkens weer wat nieuws te zien en telkens weer getroffen te worden door verrassende vergezichten.
De gemeente Diever is 7409 H.A  groot en daarvan is 772 H.A. in cultuur als bouw- en 2011 als grasland. Niet minder dan 1231 bunder is bedekt door bosch en dan is er nog 3167 H.A. heide en zandverstuivingen. Die heide zal nu ook wel grootendeels in bosch veranderen, want 2 jaar geleden kocht de Staat een groot deel van het Dieverscheveld voor bebossching aan, nadat een jaar daarvoor dr. L. Janssen, de zoon van den bekenden philantroop aan den Staat het Waterscheveld ten geschenke aanbood met gelijk doel.
Dat beteekent, zei de heer H.G. van Os, de Burgemeester dezer schoone gemeente die ons met veel ingenomenheid van deze plannen vertelde, dat hier op den duur een reusachtig complex aaneengesloten bosch van 4500 H.A. groot zal komen, waarvan het landgoed Berkenheuvel van plm. 1300 H.A. de kern zal vormen. De bebosschingen in Smilde en Ooststellingwerf sluiten zich bij die in Diever aan.
Dat zal het vreemdelingenverkeer zeker sterk doen toenemen , veronderstellen wij.
Dat is al vrij groot, Berkenheuvel is door het geheele land bekend. De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond en de Groningse C.J.O. hebben er hun vaste kampen en verder komen er iederen zomer tal van groepen kampeeren. Een mooie wandelweg van den A.N.W.B., dit jaar door onze gemeente tot stand gekomen, bevordert dit touristenverkeer.
Het gemeentebestuur stelt het kampeertourisme ook vooral daarom zoo op prijs, omdat de omgeving er niet door verandert, wat zoo gemakkelijk gebeurt, wanneer er overal optrekjes verrijzen.

Historische notitie
Het bleek ons al spoedig, dat het Hoofd dezer gemeente niet alleen een minnaar is natuurschoon, maar zich ook sterk in- teresseert voor de geschiedenis van Diever waarvan helaas door het afbranden van het gemeente-archief voor plm. 70 jaar, niet zoo heel veel bewaard is gebleven.
De naam Diever komt, als Dever, het eerst voor in een oorkonde van 1181. Van Oldendiever lezen we voor ’t eerst in 1298, van Kalteren (Kalthorne) in 1269, van Wit telte in 1040 en van Wapse in 1384.
Diever is heel vroeger veel grooter geweest. In 1633 werd een gedeelte -Hoogersmilde- geformeerd tot een heerlijkheid door den bekenden Adr. Pouw van Wieldrecht (de kerkelijke afscheiding volgde in 1845) en in 1811 (kerkelijk in 1823) volgde de afscheiding van de welvarendste gedeelten, n.l. Leggelo en Eemster, die bij Dwingelo werden gevoegd.
We noemden hier boven enkele jaartallen, die spreken van een 1000 jaar geleden. Maar reeds veel en veel eerder, was de streek, die nu de gemeente Diever is, bewoond. Daarvan getuigen de tallooze vondsten van urnen, steenen werktuigen, pijlspitsen e.d.
Aan den ouden Groningerweg – zoo bracht de Burgemeester in herinnering – ligt een tamelijk vervallen hunebed. In de nabijheid daarvan heeft dr. Van Giffen een open steengraf blootgelegd en bovendien vond hij verleden jaar op het landgoed Berkenheuvel nog de standsporen van een hunebed, waarvan de steenen in 1735 met toestemming van de Staten van Drenthe door de Wapster boeren zijn weggevoerd. Ook heeft dr. Van Giffen het vorige jaar tusschen Diever en Wapse een kringgrepurnenveld ontdekt, waar zeer fraaie urnen zijn gevonden.
Uit jongeren tijd – maar toch van respectabelen ouderdom, n.l. ongeveer 10 eeuwen – is de gedeeltelijk afgegraven heuvel bij de school te Wittelte. Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik 111 van 21 Mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulffo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peeio, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting. De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de z.g. St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de genoemde broeders zijn bewoond. Soortgelijke burchten zijn die te Leiden en de Klinkersberg bij Gees.
Tot voor eenige jaren trof men in het Wittelterveld nog een ouden schans aan, verbonden met een eigenaardig gevormden heuvel. Het middengedeelte van dezen heuvel was omringd door een droge sloot, deze weder door een ringwal, deze weder door een sloot, terwijl een laag walletje het geheel omgaf. De Schans heeft waarschijnlijk in 1591 gediend als legerplaats voor de verbonden legers van Prins Maurits en Willem Lodewijk, die, na de inneming van verschillende schansen en forten in de Ommelanden, door Drenthe trokken en zich „tot Dieveren” legerden. De ronde heuvel is blijkbaar een oude openlucht-vergaderplaats, waar de hagespraken in Dieverder-dingspil werden, gehouden. Immers, op de hagespraak van 5 December 1617 werd besloten, dat deze vergaderingen zouden worden uitgeschreven als volgt: bij wintertijd, n.l. van St. Maarten tot Paschen, te Uffelte.bij zomertijd te Wittelter Weere. Als gevolg-van de ontginning is dit monument der oudheid verdwenen.
De kerk te Diever behoort tot de oudste kerken van Drenthe, ze was een van de weinige kerken uit de omgeving, die niet schatplichtig was aan die te Steenwijk en dus vermoedelijk even oud. Het tegenwoordige gebouw is natuurlijk niet het oorspronkelijke; het is uit tufsteen, overigens uit baksteen en heeft een driebeukig schip. Het koor had oorspronkelijk een lager steenen gewelf dan de middenbeuk en is gesloten met drie zijden van een achthoek. De Noordelijke beuk, rechthoekig gesloten, had oorspronkelijk geen steenen gewelf, maar heeft thans een steenen kruisgewelf met ribben. de Zuidelijke beuk, gesloten met drie zijden van een achthoek, had oorspronkelijk een gewelf van dezelfde hoogte als dat van den middenbeuk en zal dus een afzonderlijk dak hebben gehad. De toren heeft een koepelgewelf in het onderste gedeelte en dateert uit de 12de eeuw; bij het bouwen van de tegenwoordige kerk werd de toren verhoogd. Op 27 Aug. 1759 werd de toren door den bliksem getroffen en brandden de spits en het dak van de kerk af.
Aan den Brink ziet men het typische oude Schultehuis, in 1604 gebouwd door den Schulte Berend Ketel, wiens wapen boven de deur in steen is gehouwen. Van deze familie, afkomstig uit Hackfort, hebben een zestal leden het Schuitambt van Diever bekleed.
De Burgemeester had ons reeds enkele malen in zijn historische uiteenzetting vertelt van branden, die Diever geteisterd hebben. Deze branden zijn waarschijnlijk ook de oorzaak, dat het dorp Diever een afwijkend, meer stedelijk, karakter heeft bij andere oude Drentsche dorpen. Bij het opbouwen kwam men tot een meer aaneengesloten bebouwing en zoo heeft Diever geen Brink.
Den 9 Februari 1581 is nagenoeg het heele dorp door krijgslieden plat gebrand. In den nacht van 10-11 Maart 1862 brak een brand uit, die 18 huizen in asch legde, en twee jaar later kraaide opnieuw de roode haan in het dorp, waarbij ook de gemeentekamer in het logement (en daarmee het reeds genoemde gemeentearchief) verloren gingen.

Het Diever van thans
Na deze uitvoerige uitweiding over het verleden kwam de heer Van Os op het heden. Wij vinden daaromtrent in onze notities de volgende, bijzonderheden.
De 2724 inwoners zijn over de voornaamste dorpen en hun directe omgeving als volgt verdeeld: Diever (met Kalteren, Oldendiever en Vaart) 1285, Wittelte 370, Wapse 655 en Zorgvlied-Wateren 414. Er zijn 1995 inwoners, dit tot de Hervormde kerk behooren, 536 Gereformeerden en 72 Roomsch-Kath.
Landbouw en veeteelt zijn de hoofdmiddelen van bestaan, veelal is het bedrijf gemengd. Boterfabrieken vindt men te Diever en Wapse en bovendien is de gemeente nog een cement-industrie en een kalkbranderij rijk.
Het onderwijs wordt verzorgd door 4 openbare en 1 bijzondere school, de laatste te Diever.
Terwijl er geen aanleiding was om woningen met overheidssteun te stichten, is er ook niet zoo heel veel gedaan aan de uitvoering der landarbeiderswet.
Slechts viermaal werd een aanvrage toegestaan. De oorzaak hiervan is, aldus de Burgemeester, gelegen in het feit van de afwezigheid van woningnood, die elders veelal tot de stichting van landarbeidersplaatsjes meewerkte, en door de gelegenheid, welke de Boerenleenbank vroeger op vrij gemakkelijke voorwaarden bood om geld op te nemen voor het stichten van woningen voor landarbeiders.

Moelijke oeconomische omstandigheden, maar waarschijnlijk nog geen saneering
En hoe staat uw gemeente er financieelvoor? vroegen wij.
Er heeft hier altijd een bescheiden welvaart geheerscht, leidde de Burgemeester zijn antwoord in. Diever heeft geen rijke ingezetenen, maar ook geen groote armoede. De gemeentelijke financiën zijn daarvan een getrouwe afspiegeling. De schulden beloopen rond f 125.000. Daarvan komt f 36.000 ten laste van de electrificatie, die waar mogelijk is doorgevoerd. Ons net sluit op Groningen aan behalve dat van Zorgvlied, dat op het Friesehe net is aangesloten. Wateren valt hier nog buiten.
De financiëele toestand was tot dusver vrij gunstig ,maar dit jaar ziet het er wel wat anders uit. Dat komt doordat de werkloosheid zich aanmerkelijk heeft uitgebreid. Onze zorgen ter bestrijding daarvan behoefden tot voor kort niet zoo groot te zijn. ’s Winters waren er een 15 à 20 menschen zonder werk, maar die konden we wel bij de wegen te werk stellen en zoo was er van eigenlijke werkverschaffing geen sprake.
Hierin is nu helaas verandering gekomen. We kunnen rekenen op een 50 à 60 werkloozen en zelfs den geheelen zomer zijn er nog een 30 naar de werkverschaffing gegaan. Bovendien is de opbrengst der gemeentefondsbelasting een klassificatieverschil (ruim f 6000) gedaald. We kunnen het vermoedelijk nog zonder saneering bolwerken dit jaar, maar daartoe moeten we overgaan tot 200 opcenten op de personeele en 80 op de fondsbelasting.
De wegen vragen uiteraard ook nog al wat aan onderhoud. Behalve 8.7 K.M. Rijksweg langs de Smildervaart liggen er in de gemeente 35.6 K.M. verharde wegen, waarvoor de gemeente heeft te zorgen. De laatste jaren zijn we in de gehuchten bezig met het verharden der modderwegen met paardenklinkers. In Wapse en Kalteren is dit al gebeurd en nu geschiedt het in Wittelte. Dit wordt uit de gewone middelen betaald.

Vereenigingsleven en watervoorziening
Deze beide onderwerpen zijn natuurlijk tijdens dit onderhoud ook besproken.
De Burgemeester gaf ons de volgende opsomming van instellingen en vereenigingen. In Diever is een bloeiende boerenleenbank. Landbouwcoöperaties zijn gevestigd te Diever en Wapse; landbouwvereenigingen te Diever, Wapse en Zorgvlied-Wateren. Het Groene Kruis strekt zich uit over de geheele gemeente, het heeft een eigen wijkverpleegster en een consultatiebureau voor gezonde zuigelingen. Naast een afdeeling der Vereniging tot het uitzenden van Kinderen naar Vacantiekolonies en een Vereniging van Ziekenhuisverpleging kunnen nog genoemd worden tal van andere meer plaatselijke vereenigingen als voet- en korfbalverenigingen, muziekkorpsen en tooneelvereenigingen.
Diever is geïnteresseerd bij het waterleidingplan voor West-Drenthe. Vermoedelijk zullen alleen Dieverbrug en Diever -althans voorloopig- kunnen worden aangesloten. Dieverbrug heeft slecht drinkwater en in Diever is dat zeer afwisselend door bodemvervuiling van stallen. Ter bestrijding van branden is waterleiding natuurlijk ook van groote beteekenis. De reeds tientallen jaren werkende verordening, waarbij nieuwbouw met rieten daken verboden werd heeft het brandgevaar aanzienlijk verminderd.

Posted in Albert Egges van Giffen, An de Deeverbrogge, Diever, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Hunnebed, Kasteel, Kerk op de brink, Schultehuis | Leave a comment

Het geheel is zonder meer niet reconstrueerbaar

In 1925 schreef de weledelzeergeleerde oudheidkundige doctor Albert Egges van Giffen in zijn boek ‘De Hunebedden in Nederland (2 delen tekst met Atlas)’ (gepubliceerd in 1925-1927) over het hunebed an de Grönnegerweg bee’j Deever het volgende:
‘Het hunebed verkeert in geheel vervallen staat, zoodat zelfs enkele hoofdbijzonderheden nauwelijks herkenbaar zijn; het geheel is dan ook zonder meer niet reconstrueerbaar’.
Met andere woorden het hunnebed was niet reconstrueerbaar, want je kunt pas iets reconstrueren als je zonder meer weet hoe het is geconstrueerd. Wat het gebrek aan ‘meer’ voor het duizenden jaren geleden in elkaar gezakte hunnebed heeft ingehouden, dat is jammer genoeg heden ten dage nog ter plekke te zien.
Bijgaande schitterende foto van de Dikke Stien’n in de Stienakkers op de Heezenesch uit 1918 is afkomstig uit de hiervoor genoemde boek.

Abracadabra-1293

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Grönnegerweg, Heezenesch, Hele mooie afbeeldingen, Hunnebed, Steenakkers, Topstukken | Leave a comment

Was de Heezebaarg een Germaanse offerplaats ?

In de krant Limburger Koerier verscheen op 2 augustus 1924 het navolgende artikel over de oorsprong van de ‘Hees’.

De Hees in Limburg en elders
Een lezer van de Limburgse Koerier maakt ons aangaande onze rubriek over historie en streekbeschrijving van Limburg, erop attent, dat er zoveel buurten en plekken in ons gewest liggen, waarin de naam Hees betrokken is. Tegelijk stelt hij de vraag, waarvan die naam zoo’n algemeen geografische beteekenis heeft gekregen.
Wij menen dezen geachten lezer er op te moeten wijzen dat, voorzoover wij kunnen nagaan, de benaming Hees niet zóó algemeen in onze provincie voorkomt. Wij kennen een ‘de Hees’ in de buurt van Sevenum, dat wil zeggen een ‘Voorste Hees’ en een ‘Achterste Hees’, een ‘de Hees’ voorbij ’t dorp Neeritter, maar op Belgisch-Kempensch grondgebied en een ‘Heesberg’, ook in de omgeving van Sevenum. Nu is ’t mogelijk, dat er hier of daar nog perceelen akkergrond liggen, die gezamenlijk ‘de Hees’ heeten.
We zullen er onze meening over zeggen.
Het is niet onmogelijk, dat Hees en Heesberg (oudtijds toch Hesenberg, die ook in de buurt van Nijmegen voorkomt) hun naam ontleenen aan de Hessen, een van de eerste volkeren onzer streken. Maar aangezien in Groningen een dorp Nuis gelegen is, waarbij voorheen een groot bos lag, dat ook een Hessenberg had, zouden we hier ook kunnen denken aan ‘Essenberg’, omdat er een zoo groote massa esch-boomen in dit oerwoud en op die heuvels gevonden werden.
Ook te verdedigen is ‘t, dat de Heselpoort en de Heselstraat te Nijmegen, die in de oude historie Heselerpoort enzovoort heetten, dus poort en straat van Hees, kunnen doen denken aan de afgod ‘Hees’, welke de Franschen en Duitschers in den tijd der heidenen met groot ontzag en diepen eerbied vereerden. Zelf brachten deze volkeren in die tijd offers op ’t Heesaltaar, dat gelegen was in hunne geheiligde afgoden-wand, toen deze ongelukkige en onchristelijke menschen hunne goden nog niet in kerken, maar in de bosschen aanbaden.
Althans in de oudste boeken (uit de eerste eeuw na Christus) vindt men Lucan lib 1.:
Et quibus immitis placatur sanguine diro Theutates, horrensque feris altaribus Haesus.
En ook in de boeken van Lactantius staat geschreven:
Galli Haesum atque Theutatem humano cruore placabant.
Zeker, er zijn onder de benamingen met ‘Hees’ zeer oude plaatsen. Denken we maar eens aan deze buurtnaam in Utrecht, die reeds in de 8e eeuw wordt vermeld, terwijl ook de dorpen, gehuchten en buurten: Hees bij Eersel, Hees bij Didam, Hees bij Raalte, Hees bij Nijmegen, zeer oud zijn.
Heeselt in Gelderland van Hesola komt reeds in oorkonden van ’t jaar 850 voor.
Verder doen aan een der voornoemde afleidingen nog denken de plaatsen: Heesakker, Heesbeen (id.); Heesboom; Heesch, Heesche Boven, Heesche weg, Heeseind, Heeze, Heezebosch, Heezerhut, alle in Noord Brabant en Heeskamp, Heezeberg, Heesenberg in Gelderland, Hesselte, Hesselingen, Hessen, Hessum, Hessevoort in Overijssel, evenals nog de buurten Hezelaar in Noord-Brabant.
Ten slotte geven wij nog de meening van de geleerde Förstemann, die ons leert, dat ‘hees’ is ontstaan uit hais, van ’t ma, lat ‘heisa’ met de beteekenis van boschwoud en moerassig bos, wat dus in nauw verband staat met de eerstgenoemde gegeven.
Wij vertrouwen den vriendelijken lezer van de Limburger Koerier, den Heer Gr., hiermede voldoende te hebben ingelicht. Nog meer uitleg zou te veel plaatsruimte innemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-08-29
In het boek ‘Pharsalia’ van de Romeinse schrijver Marcus Annaeus Lucanus (geboren op 3 november 39 AD – overleden op 30 april 65 AD) komt de volgende zin voor: ‘Et quibus immitis placatur sanguine diro Theutates, horrensque feris altaribus Haesus.’ Wat ongeveer zoveel betekent als: ‘En die meedogenloos mensenbloed offeren aan Toetatis, waar het afschuwelijke altaar van Hees staat.
In het eerste deel van het boek ‘Opera omnio’ van de Romeinse schrijver Lucius Caecilius Firmianus Lactantius (geboren in ongeveer het jaar 250 – overleden in ongeveer het jaar 320) komt de volgende zin voor: ‘Galli Haesum atque Theutatem humano cruore placabant’. Wat ongeveer zoveel betekent als: ‘Galliërs offeren menselijk bloed aan Hees en Toetatis.’
Zou het zo kunnen zijn geweest dat de Heezebaarg bij de Heezenesch in Deever een offerplaats van een Germaanse stam is geweest ? En dat deze offerplaats met inbegrip van een afgoden-wand hopelijk ergens onder een verstoven zandduin bewaard is gebleven ? Dan zou het best eens zo kunnen zijn dat de weledelgestrenge heer professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen onder zijn door hem zo geliefde zomerhuisje ‘de Keet’ op de Heezebaarg een schat aan mooie oudheden had kunnen vinden.
Maar niets hoeft de oudheidkundig onderlegde spitterties van de heemkundige vereniging uut Deever en het zo genoemde Oermuseum in het Schultehuus an de Brink van Deever en mogelijk andere spitkrachten uut Deever in de weg te staan om in groten getale de schop in de hand te nemen en systematisch wat zandduinen bij de Heezebaarg volgens de Van-Giffen-Methode af te graven en hopelijk zo die mooie schat aan oudheden te vinden. En niet vergeten in het zandduin onder het nieuwe vakantiehuis (de vervanger van ‘de Keet’) op de Heezebaarg gangen te graven.
De zwart-wit ansichtkaart van de Heezeweg bij de Heezebaarg is gemaakt in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Abracadabra-842

Abracadabra-1289

 

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Heezebaarg, Heezenesch | Leave a comment

De herstapeling van de stenen van het hunnebed

De weledelzeergeleerde heer professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffes gaf in 1953/1954 leiding aan het populair wetenschappelijke herstapelen van de stenen van het al duizenden jaren geleden in elkaar gezakte hunnebed op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
Bijgaand afgebeelde ansichtkaart is de eerste kaart die na de zo genoemde ‘restauratie’ is uitgegeven. Op de afbeelding is het resultaat van het goedbedoelde knutselwerk te zien.
Winkelier Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever gaf deze nu zeer zeldzaam geworden ansichtkaart in juli 1955 uit. De redactie van het Deevers Archief prijst zich gelukkig wél een exemplaar van deze kaart in zijn collectie te hebben en deze aan de trouwe bezoekers van de webstee te kunnen tonen.

Abracadabra-1274

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, Grönnegerweg, Hunnebed, Rijksmonumenten | Leave a comment

Begroeiing verwijderd bij het hunnebed

In 2011 werd een vuurtje gestookt bij het hunnebed D52 op de Steenakkers an de Grönnigerweg bee’j Deever, waardoor een groot stuk van een deksteen afbrak. In 2008 zijn drie stenen van het hunnebed blauw geverfd. Vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever hebben op maandag 16 februari 2012 en de dagen daarna een groot deel van de begroeiing rond het hunnebed weggehaald.
De zo onstane zichtbaarheid van het hunnebed zou moeten bijdragen aan het voorkomen van vernielingen aan het hunnebed en vervuiling rond het hunnebed. Het kappen, hakken, zagen en snoeien van bomen, struiken en bosschages is in overleg gegaan met Staatsbosbeheer, de beheerder van het terrein rond het hunnebed.
RTV-Drenthe heeft tijdens de werkzaamheden bij het hunnebed filmopnamen voor de televisie gemaakt, waarbij de verslaggever de in hunnebedden en bosschages gespecialiseerde deskundige van de heemkundige vereniging van Deever ruim aan het woord liet.
Het uitgezonden filmpje is ook te zien op het internet.
In het filmpje heeft de hiervoor genoemde deskundige het ook over een foto van jaren terug, waarop het hunebed zonder begroeiing is te zien. Wellicht doelde hij op de foto van hunnebed D52 uit 1918, toen Albert Egges van Giffen bezig was met het inventariseren van de hunnebedden.
Overigens was het in 1952, een paar jaar voor de mislukte restauratie van het hunnebed, ook vrij kaal rond het hunnebed, zoals te zien is op deze prachtige zwart-wit ansichtkaart van het hunnebed met op de achtergond in schoven gezette rogge. Het ware beter geweest dat de weledelgestrenge heer professor doctor Albert Egges van Giffen het hunnebed van Diever met rust had gelaten.
Voor de volledigheid en ter illustratie van deze tekst wordt hier ook een op 26 juli 2012 gemaakte foto getoond.

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Diever, Hunnebed, Steenakkers | Leave a comment

De sloop van ‘de Keet’ op de Heezebaarg in 1997

De archeloog professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle, begraven op de kerkhof van Deever) en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (ja, die van de pinda’s) hadden een vakantiehuisje op de Heezeberg aan de rand van de Heezenesch. Het huisje heette eerst ‘de Keet’, later ‘de Heezeberg’.
De Keet is inderdaad de directiekeet die bij de grote archeologische afgraving van de wierde van Ezinge stond, Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezenesch).
In 1997 was met name de houten onderkant van ‘de Keet’ in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van proefessor doctor Albert Egges van Giffen en haar echtgenoot, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uit Dwingelo (eerder gevestigd in Leggelo).
De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van het Deevers Archief en de eigenaren bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van ‘de Keet’ op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen heeft de kleurenfoto’s van het interieur van ‘de Keet’ een paar dagen vóór de afbraak van ‘de Keet’ gemaakt, Zij heeft ook de kleurenfoto van de afbraak gemaakt.
Let bij de foto’s van het interieur vooral op de originele elementen, zoals de gaslampen en de koperen pomp.

Abracadabra-1561Abracadabra-1555Abracadabra-1556Abracadabra-1557Abracadabra-1558Abracadabra-1560

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Gesloopte panden, Heezebaarg, Heezenesch | Leave a comment

Professor doctor Albert Egges van Giffen

Een gemakkelijk leesbaar verhaal over de archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen is via het internet te vinden in de webstee www.dodenakkers.nl. De laatste paragraaf van het artikel beschrijft de plechtigheid voorafgaand aan de begrafenis van professor doctor Albert Egges van Giffen op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever.
Een ander aanvullend verhaal over professor doctor Albert Egges van Giffen is via het internet te vinden in de webstee In en om Assen.
Ook is in de webstee Wikipedia een en ander te vinden over professor doctor Albert Eggen van Giffen.

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Diever | Leave a comment

Arbeider vindt volkomen ongeschonden urn

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 7 april 1905 het volgende bericht over de vondst van een volkomen ongeschonden urn in de buurt van het hunebed.

Diever, 6 april. In de nabijheid van het hunnebed bij ons dorp vond een arbeider op ongeveer 1 meter diepte een urn, die volkomen ongeschonden is gebleven.
De hoogte is 18 cm, de halswijdte bedraagt 49 cm, de buikwijdte 66 cm. De inhoud bestaat uit asch en gedeeltelijk verbrande beenderen. Op ongeveer anderhalven meter afstand vond men op dezelfde diepte overblijfsels van een vuur. Het is te hopen, dat de urn voor het Drentsch museum worde aangekocht.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De vraag is wat die arbeider bewoog om in de Stienakkers een gat met een oppervlakte van een paar vierkante meters en zeker 1 meter diepte te graven. Was hij een amateur-archeoloog of deed hij werkzaamheden in opdracht van een archeoloog ? Zeker is wel dat de kleine Albert Egges van Giffen in die tijd in Diever woonde, zijn vader was dominee van de hervormde kerkgemeente van Diever en woonde in de pastorie aan de Brink. Stond hij bij het gat naar de opgraving te kijken ? Is de urn inderdaad in het Drentsch museum in Assen terecht gekomen ?
Op de ansichtkaart is het hunebed te zien, dat door professor doctor Albert Egges van Giffen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw met veel ‘deskundige fantasie’ is ‘gerestaureerd’.

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Brink, Hunnebed, Kerk op de brink | Leave a comment

De bronzen vuurpot uit de Vledder Aa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drentsch Museum:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drentsch Museum:
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Cultureel erfgoed, Vledder Aa, Wapse | Leave a comment

Anne Mulder over Albert Egges van Giffen

De Deeverse wijlen Anne Mulder vertelde in een interview in 1991 in Assen enige persoonlijke herinneringen aan professor doctor Albert Egges van Giffen aan de redactie van het Deevers Archief. Deze heeft de herinneringen van wijlen Anne Mulder op papier uitgewerkt en in maart 2000 gepubliceerd in nummer 00/1 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Mijn ambtelijke contacten met Van Giffen
In de negentwintig jaren die ik heb gewerkt op de secretarie van het gemeentehuis in Diever, heb ik met de professor op prettige wijze over verschillende zaken contact gehad.

Van Giffen, de bosbewoner
Hij had een tweede woning op de Heezeberg. Daar vertoefde hij regelmatig. Dat was de plaats waar hij het liefst verbleef. Op de Heezeberg was het bosonderhoud een geliefde bezigheid van hem. Hij had altijd een tang bij zich om takken af te kunnen knippen. Na zijn dood heeft zijn oudste zoon Jan daar gewoond.

Van Giffen, zijn contacten met het dorp
Voor zover mij bekend hebben Van Giffen en zijn vrouw nooit deelgenomen aan het gemeenschaps- en verenigingsleven in Diever. Op één uitzondering na. Hij was lid van de commissie van aanbeveling van een geldinzamelingsactie voor de restauratie van de Nederlands Hervormde kerk van Diever. Die actie heeft succes gehad, want de restauratiecommissie heeft de kerk in 1959 schuldenvrij overgedragen aan de kerkvoogdij.

Van Giffen, de altijd gedrevene
Hendrik Jan ter Mast fungeerde als toezichthouder op zijn bosgebied op de Heezeberg. Op een gegeven moment vertelde de professor aan Hendrik Jan over zijn grootse plannen voor de komende jaren inzake de beplanting en het onderhoud van het areaal bos. Hendrik Jan reageerde daarop met: “Mor dan moei’t oasemhael’n neet vergeet’n meneer”, waarop de professor antwoordde met: “Ik zal erom denken Ter Mast”.

Van Giffen, de grappenmaker
Het kwam wel eens voor dat hij bij het hunnebed mensen aantrof die uit het westen van het land kwamen. Hij maakte met zijn kleine gestalte en een pet op zijn hoofd dan niet bepaald een professorale indruk. Hij vertelde dan die mensen wel eens de gekste verhalen over de hunnebedden en de wijze waarop ze waren ontstaan. En met die verhalen togen ze dan huiswaarts.

Van Giffen, de onverbiddelijke
Mijn broer Egbert had een tijdlang het alleenrecht van jagen op zijn grondgebied. Totdat de Dieverse jagers, waaronder mijn broer, eens op de rand van dat gebied de jacht uitoefenden. De oude Hendrik Jubbega uit Oldendiever was op een gegeven moment moe en ging even zitten. Op dat moment was ook professor Van Giffen ter plaatse en constateerde dat Hendrik Jubbega op het uiterste puntje van zijn bosgebied was gaan zitten. Meteen ontnam de professor Egbert definitief het alleenrecht op de jacht in zijn bosgebied. Maar daarmee was de professor niet van mijn broer af, want wie ligt naast hem en zijn vrouw begraven op de algemene begraafplaats in Diever ? Jawel, de jager Egbert Mulder ! Nu zijn en blijven ze nog buren ook.

Van Giffen, de opmerker
Bij een wandeling door het dorp ontdekte professor Van Giffen een pol huislook op het dak van onze boerderij, Achterstraat 10. Hij vroeg aan mijn moeder, die buiten stond, of hij een stuk huislook mocht hebben. “Eiglijk neet”, zei mijn moeder, “want ‘k vun oe vrogger in de skoele moar een kreng, want ie kneep’m mee’j altied in de wange”. Ze zaten immers bij elkaar in de klas toen de professor als jongen in Diever woonde. Zij werd geboren op 9 januari 1884 en hij op 14 maart 1884.
De professor wenste zich niet te herinneren wat mijn moeder zei. Het had ook niets met hunnebedden, grafheuvels en urnenvelden te maken. Desondanks heeft hij wel een stukje huislook meegekregen. Ik weet niet hoe die pol huislook op ons dak is gekomen. Misschien is die pol meegebracht door mijn vader, want die was rietdekker van beroep.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
Professor doctor Albert Egges van Giffen was namens de Drentsche Praehistorische Vereniging lid van het bestuur van de Stichting ‘Oud-Drenthe’ te Assen, de stichting die in het voorjaar van 1935 meende in de eerste plaats zijn gehele aandacht te moeten concentreren op het behoud en herstel van het zo genoemde Schultehuis an de Brink in Deever.
In het zo genoemde Schultehuis is nu gevestigd het zo genoemde Oermuseum, dat wel bijzonder schatplichtig is aan de niet in Deever geboren en ook niet in Deever getogen professor doctor Albert Egges van Giffen.
Lezers die Deeverse herinneringen hebben aan professor doctor Albert Egges van Giffen worden verzocht deze op papier te zetten en voor publicatie in het Deevers Archief in te sturen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde zwart-wit foto van het boerderijtje an de Aachterstroate in Deever, waar vroeger de familie Mulder woonde, op 10 februari 2000 gemaakt, da’s ook al weer meer dan zestien jaar geleden.

Abracadabra-1248

Posted in Achterstraat, Albert Egges van Giffen, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Hunnebed, Kerk op de brink, Opraekelen | Leave a comment