Category Archives: N.A.D.-kamp

Vuile N.S.B.-propaganda mit de kaamp an de Gowe

In de krant Algemeen Handelsblad van 11 januari 1944 verscheen het volgende snorkende vuile N.S.B.-gezinde en N.S.B.-gekleurde uitgekookte en voorgekookte superpropaganda-artikel over het werkkamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe met de merkwaardige naam ‘de Hoardt’.

‘Ick dien’ is geen leuze maar werkelijkheid
Arbeidsdienst een school voor het leven. Voltooiing van de opvoeding van kind tot man. Vooroordeel over de opvoedingsmethoden en behandelingswijze berust volledig op roddelpraatjes. Lichting 1925 onder de schop.
Nachtmaaltijd met ‘Jong Groen’ in ‘De Hoardt’
Aan het einde van de vorige week is de nieuwe winterlichting van den Nederlandschen Arbeidsdienst onder de schop geroepen.
Ruim tienduizend jonge Nederlanders van achttien jaar zullen voor vijf-en-halve maand in verschillende kampen hun diensttijd als arbeidsman doorbrengen. Een harde, gezonde en tevens leerzame taak staat hun te wachten. Een scholing voor het leven neemt hiermede haar aanvang. Uw verslaggever was tegenwoordig bij de aankomst van een 150-tal nieuwe leerlingen in een kamp in Drente en legde zijn indrukken vast. 

(Van onzen specialen verslaggever)
‘Daar heb je d’r weer zoo één, mot je n’m vuil zien kijke.’ Dat was het eerste dat ik meemaakte op het station te Meppel en het tweede was, dat de man, waarover een stelletje jongelui met koffers zich op bovenstaande wijze onderhield, geheel niets kwaads in den zin had en er in het geheel niet kwaadaardig uitzag. De man, die keek, was een aspiranthopman van de Arbeidsdienst en de jongelieden, die het zeiden, waren arbeidsmannen in spe. Dat verklaart de korte scène. Want hoe ‘men’ er in het algemeen over denkt en wat ‘men’ er van zegt, hadden deze jongelieden goed in hun ooren geknoopt en daarom zaten hun tongen nogal wat los.
Maar hoe dan ook, ik was in Meppel en moest verder naar Geeuwenbrug. De jonge mannen bleven achter tot hun aantal zoo groot was geworden, dat zij een transporttrailer konden vullen, die voor het station gereed stond om hen daarheen te brengen, waar zij hun opvoeding van kind tot man voltooien. Zij bleven en ik hobbelde met een autobus verder Drente in naar Geeuwenbrug.
De bus was iets bijzonders, want de chauffeur kende iedereen, dien hij onderweg tegenkwam en de conductrice, die tegelijkertijd de post verzorgt, greep resoluut in wanneer een scholier zijn plaats niet vrij maakte voor een oudere dame of heer.
Geeuwenbrug, lezer, was een vlek met een café en een kruidenierswinkeltje, aan het kanaal, dat ook langs Dieverbrug loopt. Ik schrijf wás, want sinds ‘De Hoardt’ en daarmede ‘Jacob van Artevelde’ hebben gedaan is het vlek een belangrijke nederzetting geworden.
De ‘Hoardt’, die als eerenaam ‘Jacob van Artevelde’ draagt, is een kamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst, en ik kwam er over het ‘kaderpaadje’, dat een beetje modderig en alléén voor kaderleden is. Het was misschien wel wat brutaal, omdat ik niet tot het kader behoor, maar de weg was nu eenmaal korter dan het harde pad, dat is aangelegd voor het jonge groen, dat zoo aanstonds per meubelwagen zou aankomen. De commandant strafte mij niet voor de overtreding, maar integendeel, hij verwelkomde mij hartelijk. Hij liet mij zijn kamp zien, waarover de burgers hadden verteld, dat de bewoners, wanneer zij iets hadden misdaan ‘over de barakken werden gejaagd’. Een uitvoerig gesprek met het kader over de opvoeding van de arbeidsmannen overtuigde mij van het onjuiste van de ‘jacht over de barakken’, dat niets anders was als een doodgewoon roddelpraatje. Ik wist het nu, maar de recruten, die kwamen waren bevooroordeeld. Zouden zij zich ook zo spoedig voor de waarheid laren winnen ?
Daar was de eerste lading. Mirakel, ze kwamen keurig in het gelid aanmarcheeren ! Even ordelijk als ze aankwamen, namen ze hun eerste uitrustingsstukken in ontvangst bij den fourier. Daarna ging het naar de eetbarak, tevens cantine, waar ze boterhammen met boter en leverworst kregen te nuttigen.
Nu ze zoo aan de tafels in de eenvoudige maar keurig ingerichte kantine zaten, kon ik de nieuwelingen van dichterbij bekijken. Ze waren verschillende gekleed, de één wat beter dan de andere; er waren groote en kleine, blonde en donkere, stevige jongens en bleekneuzen, die minder met biceps waren bedeeld, maar allen waren zij arbeidsrecruten. Deels keken zij met schuchtere oogen rond, anderen waren quasi-brutaal, maar op alle gezichten las men de afwachting van het groote gebeuren: den Arbeidsdienst. Spoedig voerden de meeste gesprekken, die als thema hadden: Waar kom je vandaan ? Ben jij vrijwillig ? Enkelen spraken in ’t geheel niet en dachten er wel over na hoe het hier zou worden.
Onderwijl dat het jonge groen naar zijn barakken ging en de kasten inruimde en wel met vragende oogen naar de ronde met stroo gevulde rolmopsen keek in de kribben, waarop zij moesten slapen, bezichtigden de leider van het kamp en ik het werkobject. Een heuvelachtig terrein, met hei bedekt, toonde zijn woeste gezicht. Maar één stuk viel uit de toon: hier had de vorige lichting een stuk vruchtbaren grond geschapen, dat de Nederlandsche voedselvoorziening ten goede zal komen. De winterrogge stond reeds boven den grond ! En hij, die na vijf en halve maand op dezelfde plek zal staan, kan zien hoe lichting 1925 zal hebben gewerkt !
De commandant, onderhopman Landman, tweede-luitenant-waarnemer van het voormalige Nederlandsche luchtwapen, is een rustige kerel, die met een rechtrvaardige strengheid zal optreden als het noodig is, maar aan wien alle arbeidsmannen een vaderlijke leider zullen hebben. Hij liet me nu alleen, omdat zijn drukke werkzaamheden als kampleider hem elders in beslag namen. Alléén bezocht ik nu de ploegkamers, waar de mannen met z’n zestienen zijn ondergebracht.
Een  opzichter, zoveel als sergeant-majoor in het leger, was, toen ik binnenkwam, juist bezig een tip op te lichten van den sluier, die arbeidsdienst heet. De jongens stonden om hem heen geschaard. Ze waren frisch gebaad en in het groene werkpak gestoken. Een toovenaar, die hier de landarbeiders, studenten of bankwerkers tusschen uit kon halen ! Ze luisterden met volle belangstelling naar de woorden van den opzichter en langzamerhand begonnen de gezichten zich te ontspannen. De achterdocht en het vooroordeel weken en maakten plaats voor meer openhartigheid en vertrouwen.
Zoo was het dus. Er was dus niets waar van den jongen, die zich ’s morgens niet had geschoren en twintig minuten lang zijn wangen tegen den vlaggestok moest schuren en van de ongehoorzamen, die op hun bloote voeten alléén met een hemd aan door de modder naar buiten werden ‘gejaagd’ en van de smeerpoetsen, die hun kamer niet genoeg schoon hadden gemaakt en voor straf met een tandenborstel den vloer moesten schrobben en van den langzame, die de maat van zijn kamer moest nemen met een half lucifershoutje ! Neen, het was allemaal half zoo erg en ze zagen nu ook wel in, dat het nog wel ging. Maar werken moest je hier wel. Ze waren toch gekomen om te spitten en nog eens te spitten en dan kreeg je als belooning een kwartje zakgeld.
Neen, kerels zo is het niet, zei de de opzichter. Dat spitten is heelemaal niet het doel van den arbeidsdienst, maar alleen maar een middel, dat naar het groote doel voert: de opvoeding tot een waardevol lid van de gemeenschap. Want in den dienst leer je elkaar kennen en elkander en het werk waardeeren. Hier wordt er niet naar gevraagd of je vader veel geld verdient of wel een gewone fabrieksarbeider is: hier speelt het geen rol of je een student bent of landarbeider. Hier is het alleen van belang of je een flinke eerlijke kerel bent, die pit in zijn lijf heeft en méé wil werken, of je kunt gehoorzamen en je eigen kleine ‘ik’ kunt onderdrukken en of je weet wat de begrippen moed, eer, trouw en kameraadschap beteekenen. Wanneer je al deze dingen in je hebt, dan wordt je een goede arbeidsman en dan zal je na vijf en een halve maand, rijker aan ervaring, met een vrijen, ruimen blik en met een gestaald lichaam weer in het gewone dagelijksche leven terugkeeren.
En dat kwartje zakgeld per dag, dat is geen belooning, noch een aansporing, maar alleen maar een kleinigheid, waarmede je enkele dingen kunt koopen en waarvoor je kunt uitgaan.
Om elf uur ’s avonds kwam de trailer voor de laatste maal uit Meppel en bracht dertig jongens, die het hondervijftigtal nieuwe arbeidsmannen compleet maakte. Even vlot als de vorigen haalden zij hun zaakjes bij den fourier en lieten zij zich één voor één in Adamscostuum bij den kampziekenverpleger onderzoeken. Bij dezen man werden de borstomvangen opgenomen en lengten gemeten. Ook wordt nog eens gevraagd, wat voor ziekten in de familie voorkomen. (Een grondige keuring is reeds bij de aanmeldingsbureauz geschied.) Een van de nieuwelingen onthulde, dat als eenige ziekte in zijn familie, zijn moeder wel eens last had van spit in den rug !
Ditmaal werd het laat in het kamp. Om halféén ’s nachts waren allen in de cantine vereenigd om den gemeenschappelijken avond- nu nachtmaaltijd te gebruiken. Ondanks het late uur heerschte er een opgewekte stemming en de eetlust liet ook niets te wenschen over. De stevige erwtensoep met worst deed den jongen magen goed ! Er heerschte een bijna feestelijke stemming en aan de vele schitterende oogen zag men, dat het toch wel prettig was zoo allen gezamenlijk bijeen te zitten.
Een uur later lag alles onder de wol op de stroozakken, die nog wat hard en onwennig aanvoelden.
Voor het laatst deed de afdeelingsleider de ronde door de ploegkamers, waar zijn pupillen voor het grootste gedeelte al sliepen. ‘Heeft er al iemand heimwee ?’, zoo vroeg ik, maar aan de gezichten van de jongens, die mij als in hun waardigheid aangetast aankeken, zag ik, dat ik mijn vraag niet had behoeven te stellen. ‘Welterusten’, zei de onderhopman. En het ‘welterusten onderhopman’ klonk als bijna militair…..
Even voor zeven wekte de onderhopman mij. Om zeven uur werd reveille geblazen en dat moest ik beslist meemaken, zeide de jonge kampleider, want dan zou je eens zien wat voor een gezicht het jonge groen trok.
Maar wie beschrijft onze verbazing, toen we een barak binnen stapten en het jonge groen al in zijn sportkleeding met het werkpak er over aan klaar stond ! De jongens waren om tien voor zeven al opgestaan om vooral  toch niet te laat te zijn !
Vijf minuten later stormden allen op het fluitsignaal naar buiten – hier gebeurt alles in looppas ! – voor de ochtendgymnastiek. In het donker hoorden we alleen maar het wegstervende gedreun van de arbeidsmannen in looppas.
Een nieuwe lichting arbeidsdienst is al een pasgeboren baby: ze is even onwennig als een nieuwe wereldburger en kijkt met verbazing naar al hetgeen wat er met haar gaat gebeuren. Zoo moet je haar eerst vertellen, dat je bij het wasschen je bovenlijf heelemaal bloot maakt en je niet met een sporthemd aan in een waschbarak mag komen. Maar ook het baby-zijn gaat snel voorbij…
Om half negen stond de geheele bezetting van het kamp in carré aangetreden op het excercitieterrein voor de eerste vlaggenparade. Het kaderlid van dienst, zooveel als officier van piket, meldde den kampleiding de aangetreden mannen. In de houding staande, nog wel niet zoo als het hoort, maar toch al iets soldatesk, beleefde de nieuwe lichting het hijschen van de nationale vlag.
‘Alvorens de dagelijksche arbeid een aanvang neemt is het noodig, dat wij ons een oogenblik bezinnen op onzen taak in den Nederlandschen Arbeidsdienst’, zoo begon de onderhopman zijn vlaggespreuk voor dezen dag. ‘Het hijschen van de ‘driekleur’ wijst op onze plichten jegens het vaderland; de uitgesproken leuze dient als geestelijk richtsnoer voor ons werk op dezen dag. Wij werken onder het rood, wit en blauw, doordrongen van het feit, dat deze vlag de groote schakel vormt tusschen alle Nederlanders. Maar ook tusschen de strijders voor onze volkse waarden: vrijheid en recht, zowel uit het verleden, als in het heden en in de toekomst !’
De mannen marcheerden af voor hun taak, die zij de eerste veertien dagen in het kamp moeten verrichten.
Ik nam afscheid van het kamp en zijn commandant en ging langs het kaderpaadje, dat door de regen nog modderiger was dan den dag te voren, naar de bushalte. In het kruidenierswinkeltje bij de halte, waar een Drentsche schoone mij gul enkele pakjes juspoeder zonder bon verkocht, omdat de boeren ‘die sjuu doch nit èt’n’, vertelde men mij, dat het jonge groen het wel zal rooien, want dat hadden alle voorgaande lichtingen gedaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie kan niks anders bedenken dan dat de naam ‘de Hoardt’ eigenlijk ‘de Hoar’, in het Nederlands ‘de Haar’, had moeten zijn. Het arbeidskamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) lag vlak bij het gebied met de naam ‘de Haar’, in ut Deevers ‘de Hoar’.
De titel van ‘het boek van den arbeidsdienst’ was ‘Ick Dien’. Het boek beschreef het leven in een opleidingskamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst. De schrijver van dit boek was J.L. de Bock. De redactie heeft het donkerbruine vermoeden dat hij ook de schrijver (de speciale verslaggever) van het hier weergegeven artikel in het Algemeen Handelsblad was. 

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

N.A.D.’ers op un trappe in de kaamp an de Gowe

Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. De mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen werkkamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) gestuurd. Het werkkamp Diever van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) lag niet in Deever, maar in de buurt van de Gowe. Na de Tweede Wereldoorlog was daar het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
De op de afgebeelde foto aanwezige zwart geüniformeerde arbeidsmannen uit het werkkamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe vervulden hun arbeidsdienstplicht (ongewapende dienstplicht) in de periode van 7 juli 1943 tot en met 15 december 1943.
Ten tijde van hun verblijf in het werkkamp an de Gowe zijn deze mannen op de foto gezet bij de trap naar het sport- en excercitieterrein in de kaamp. Deze foto was aanwezig in de verzameling van Cornelis van der …, een zoon van een boer uit een polder ten noorden van Schiedam. Hij staat op de hier afgebeelde foto.. De redactie van ut Deevers Archief is niet bekend met de namen van de andere mannen op de foto. De redactie weet derhalve ook niet wie wie is op deze foto.

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Plattegrond van de olde kaamp ‘de Eikenhorst’

Het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe werd na de Tweede Wereldoorlog gevestigd in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.), dat de Duitse bezetter ten tijde van de Tweede Wereldoorlog bouwde en gebruikte.
De grote vraag bij deze plattegrond van de beginsituatie van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ is natuurlijk of de bebouwing dezelfde als die van het N.A.D.-werkkamp ?
Het mag duidelijk zijn dat in het N.A.D.-werkkamp geen ‘kinderboerderij’, ‘marmottendorp’, ‘basketbalveld’ en ‘openluchttheater’ waren.
Maar was de ‘appelplaats’ dezelfde als de ‘appelplaats’ van de N.A.D.’ers ?
En was het ‘voetbalveld’ in de oorlog de ‘marcheerplaats’ ?
En waren de barakken dezelfde barakken als die van het N.A.D.-werkkamp ?
Merkwaardig op deze plattegrond is ook de aanduiding ‘woonruimte commandant’. Werd het hoofd van het jongenskamp commandant genoemd ?
Wie kan de redactie van ut Deevers Archief meer duidelijkheid over deze plattegrond verschaffen ? Met name de zeer gewaardeerde oud-bewoners van het jongenskamp worden uitgenodigd op dit bericht te reageren.

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

N.A.D.’ers rooit ièpels op de Noorderesch

Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Gowe, na de oorlog was daar het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst gestuurd.
De arbeidsmannen van het N.A.D.-kamp an de Gowe werkten bij de ontginning van woeste gronden, maar deden ook boerenwerk.
Op deze foto, die in het najaar van 1942 is gemaakt, is te zien hoe een groepje N.A.D.-arbeidsmannen bezig is met het rooien van aardappelen op de Noorderesch van Deever.
De redactie zou graag willen weten welke boer eigenaar was van deze aardappelakker.
Of dit groepje N.A.D.-arbeidsmannen bewaakt werd door een landwachter uut de gemiente Deever valt helaas niet uit de foto af te leiden.
Wel is bekend dat een zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse elke dag in sien grüne pakkie mit ’t jachtgeweer op de nekke hen de kaamp an de Gowe gung.

Reactie van Wiert van der Veen van 19 juni 2017
Mijn moeder Jantje Haanstra is geboren in 1923, op Leggel of op Bottervene, Zij was een dochter van Harm Haanstra en Hendrikje Hogenkamp.
Ze heeft mij wel verteld dat ze in een bepaalde periode in de de Tweede Wereldoorlog aardappelen moest schillen voor de bezetters in een kamp. Het komt mij nu voor dat dit het N.A.D. kamp geweest moet zijn geweest.
Frappant is wel dat ik enige jaren geleden werkzaam ben geweest in de beveiliging van dat kamp, toen was het een asielzoekerscentrum.
Als iemand kan bevestigen of vrouwen daar inderdaad in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet voor het schillen van aardappelen, dan is weer een stukje in onze familiegeschiedenis gereed !

Posted in de Gowe, Deever, N.A.D.-kamp, Noorderesch, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

N.A.D.’ers op de foto bee de Hoarsluus an de Gowe

Deze zwart geüniformeerde arbeidsmannen uit het werkkamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe vervulden hun arbeidsdienstplicht (ongewapende dienstplicht) in de periode van 7 juli 1943 tot en met 15 december 1943.
Ten tijde van hun verblijf in het werkkamp an de Gowe is de groep mannen an de raand van ut Hoarschut an de Gowe op de foto gezet. De redactie van ut Deevers Archief is niet bekend met de namen van de mannen op de foto.

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

S.S.-Jongenskamp in het voormalige N.A.D.-kamp

In de krant De Heerenveensche Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 5 februari 1947 het navolgende bericht.

S.S.-Jongenskamp te Diever
Diever. 3 februari.
Het kamp van de voormalige N.A.D. te Geeuwenbrug, dat de laatste maanden buiten gebruik was, heeft thans een nieuwe bestemming gekregen. Het kamp is overgegaan in beheer bij het departement van onderwijs. Er zullen thans jongens van 16 tot 21 jaar in ondergebracht worden, die behoord hebben tot de S.S. en dergelijke. In de afgelopen week is de eerste groep reeds gearriveerd,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Geeuwenbrug, in de vijftiger jaren van de vorige werd daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Het was bij de redactie van het Deevers Archief tot nu toe niet bekend dat het voormalige kamp van de N.A.D, na de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt is voor het onderbrengen van jongens die in de Tweede Wereldoorlog lid waren geweest van de S.S. en dergelijke.
De Germaansche S.S. was de verzamelnaam van verschillende paramilitaire groepen, die van 1939 tot 1945 ontstonden in door Duitsland bezette gebieden. De Germaansche S.S. was gebaseerd op het model van de Schutzstaffel (S.S.) en had als doel de nationaalsocialistische rassendoctrine en het antisemitisme op te leggen. Dit deed zij voornamelijk door lokale politietaken op zich te nemen en eenheden van de Gestapo, de Sicherheitsdienst (S.D.) en andere afdelingen van de Reichssicherheitshauptamt te versterken.
De Nederlandse organisatie werd opgericht onder de naam Nederlandsche S.S., maar later omgedoopt tot Germaansche S.S. Ze was betrokken bij razzia’s tegen joden voor deportatie naar vernietigingskampen. Na de oorlog werden de meeste leden van de Germaansche S.S. in Nederland gebrandmerkt als landverraders en werd een deel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden.

Abracadabra-1278

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

N.S.B.’ers na de bevrijding gevangen in café Balsma

In de gemiente Deever hielden de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) zich in de eerste dagen na de Tweede Wereldoorlog met name bezig met het opsporen en vastzetten van N.S.B.’ers en pro-Duitse Nederlanders uit de omgeving van Deever.
Ze werden vastgezet in café Brinkzicht an de Brink in Deever, dit café was eigendom van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, die zelf eerst ook in zijn eigen café werd vastgezet, nadat hij in Appelscha was opgepakt.
Voor het luchten van deze mensen was een omheind stuk grond buiten het café beschikbaar.
Na verhoor en na opmaak van een eerste proces verbaal door de leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) mochten sommigen naar huis, anderen kwamen terecht in kamp Westerbork.
Het is een goede zaak dat betrokkenen over het gebeurde in de Tweede Wereldoorlog willen getuigen.
In de webstee easy.dans.knaw.nl van Data Archiving and Networked Services zijn getuigen-verhalen van N.S.B.’ers die hebben vastgezeten in kamp Westerbork te vinden. Zo ook interview 16 waarin een in de Tweede Wereldoorlog pro-Duits gezinde vrouw uut Oldendeever vertelt over haar ervaringen in en na de Tweede Wereldoorlog.

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, N.A.D.-kamp, N.S.B., Oll'ndeever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Boomstamgymnastiek van N.A.D. arbeidsmannen

Bijgaande foto werd gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden van 5 september 1942.
Het onderschrift bij de foto luidde als volgt. Ter gelegenheid van een zomerfeest, dat de mannen van den N.A.D. van het kamp Diever georganiseerd hadden, werd op het Dieversche sportveld een groote demonstratie gehouden. De arbeidsdienstmannen bij het uitvoeren van een nummer boomstamgymnastiek.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Geeuwenbrug, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd. Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) gestuurd.
De mannen van het N.A.D. kamp an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) werkten bij de ontginning van woeste gronden, deden ook boerenwerk, zoals het oogsten van aardappels. De mannen moesten ook veel sporten, zoals op bijgaande foto is te zien, zij het dat boomstammetjesgymnastiek wel een merkwaardig en drillerig soort van gymnastiek genoemd mag worden, zou de Duiste bezetter deze speciaal als verkapte oorlogstraining hebben bedacht ? De mannen exerceerden en marcheerden ook regelmatig met een schop aan de schouder, wat maakte het uit, een schop is gemakkelijk in te wisselen voor een geweer.
Meer gegevens over de N.A.D. kampen zijn te vinden op de betreffende bladzijde in de webstee wikipedia.nl. Niet bekend is of de gegevens op de wikipedia bladzijde geverifieerde gegevens zijn. Het onderschrift bij de foto noemt het Dieversche sportveld. Dit zou het gemeentelijke sportveld an de Tusschendarp kunnen zijn geweest, maar de redactie is daar niet zeker van. Wanneer werd dit sportveld aangelegd ?

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Eetsaèle in un holt’n barak in kaamp De Eikenhorst

Op deze zwart-wit ansichtkaart, die aan het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, voor het eerst is uitgegeven, is goed de houten barak voor de eetzaal en de keuken van het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe te zien.
Is de fotograaf voor het maken van deze overzichtelijke foto in een boom geklommen ?
De barak op de foto heeft waarschijnlijk in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ook als keuken en eetzaal dienst gedaan.
Wie van de oud-bewoners van het jongenskamp wil zijn herinneringen aan de eetzaal en de keuken op papier zetten en in ut Deevers Archief publiceren ?

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde ansichtkaart van de eetzaal van het kamp voor sociale jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe, ten zeerste bewonderen op bladzijde 54 van het in september 2007 verschenen papieren boekwerkje Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten, dat is samengesteld door een puike onvolprezen selectie van vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Ansichtkoate, de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Groepsverblijven Perú en Klondike an de Gowe

De houten barakken voor de werkmannen van het kamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) werden na de Tweede Wereldoorlog gebruikt voor het huisvesten van de jongens van het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.
Op deze ansichtkaart, die dateert uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw, zijn de houten barakken met de cynisch aandoende namen Perú en Klondike te zien. Barak Perú is de barak aan de linkerkant en barak Klondike is de barak achter barak Perú.
In Perú is het mythische goudland El Dorado gedacht, maar nooit gevonden. In de internetencyclopedie Wikipedia zijn enige gegevens over El Dorado te vinden, voor wat deze waard zijn.
In Klondike in Canada, in de ‘goldrush’ aan het einde van negentiende eeuw, die maar een paar jaar duurde, vonden heel erg veel goudzoekers heel erg weinig goud. In de internetencyclopedie Wikipedia zijn enige gevens over Klondike te vinden, voor wat deze waard zijn.
Hopelijk hebben veel jongens gedurende hun verblijf in jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe toch wel enig ‘mentaal goud’ gevonden.

Posted in Ansichtkoate, de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Arbeidsman heeft zijn Arbeidsdienstplicht vervuld

Arbeidsman Cornelis van der E…. (zijn achternaam is bekend bij de redactie van het Deevers Archief), een boerenzoon uit de polders ten noorden van Schiedam, heeft in den tijd van 7 juli 1943 tot 15 december 1943 in het kamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe in de gemeente Diever zijn Arbeidsdienstplicht vervuld.
Als dank voor het vervullen van deze dure plicht kreeg de jonge arbeidsman een snorkerig kartonnen plakkaat mee naar huis. Het plakkaat werd niet door den Afdelings Commandant ondertekend, maar door ene Reuter voor den Afdelings Commandant.
De schop is het wapen van de N.A.D. Onder aan het plakkaat is het motto van de N.A.D. te lezen: Ick dien.
In het N.A.D.-kamp an de Gowe diende als een bewaker van de arbeidsmannen een Duitsgezinde zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse.

Abracadabra-354

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Avondstemming in een N.A.D.-kamp

De redactie van het Deevers Archief ontving van mevrouw Marianne Smit bijgaand bericht en bijgaande afbeeldingen over de tewerkstelling van een broer van haar vader in de Tweede Wereldoorlog in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe.

Hierbij stuur ik u een scan van de voorkant en de achterkant van een ansichtkaart, die op 1 mei 1943 is verstuurd vanuit Dieverbrug. De broer van mijn inmiddels overleden vader, mijn oom Manuel Smit (hij is geboren in 1924), werd in het kader van de oproep voor de Arbeitseinsatz begin mei 1942 te werk gesteld in de omgeving van Diever.
De voorzijde laat de Dieversluis bij Dieverbrug zien met op de achterkant slechts de tekst: ‘Alles goed” met een vermelding van ‘nummer 214 N.A.D. ploeg 3’.
De briefkaarten hebben jarenlang ingeplakt gezeten en zijn pas vorige jaar boven tafel gekomen. De beschreven kant is daardoor van slechte kwaliteit.
Van die ploeg 3 bestaat ook een foto, waarvan ik helaas alleen een fotokopie heb kunnen scannen; deze is waarschijnlijk niet geschikt voor plaatsing op uw website.
Ik heb uw website helemaal uitgeplozen op zoek naar meer informatie.
De laatste nog levende zus van deze oom weet nog te vertellen dat hij verbleef bij de familie Overeim/Overijm (?), terwijl de meeste mannen ingekwartierd lagen in de barakken aan de Geeuwenbrug. Alle gegevens hierover zijn mij zeer welkom, teneinde een volledige biografie te kunnen samenstellen.

Hierbij stuur ik ook een scan van een ansichtkaart met twee N.A.D.-mannen op een bruggetje. Deze ansichtkaart is op 29 mei 1943. De in de navolgende tekst genoemde Frans, August en Karel zijn broers van hem. De volledige tekst op de achterkant van deze ansichtkaart luidt als volgt:
Diever, 29 mei.
Dierbare ouders, broers en zusjes.
Hierbij laat ik u weten dat wij waarschijnlijk 9 juni afzwaaien.
Hoe gaat ’t thuis met Karel en August, ik heb tot nu toe niets gehoord.
Frans moet ook maar eens schrijven, voordat hij weer weggaat. Hij is zeker nog aan de boemel, hè ?
Ik beleef hier ook fijne avonden bij de boeren en ook overdag gaat alles best.
Nu meer nieuws heb ik niet, dus eindig ik maar weer met de hartelijke groeten van uw liefhebbende zoon en broer,
Manuel.

Hem was gezegd dat hij na de N.A.D.-dienst niet naar Duitsland zou hoeven. Echter eenmaal terug in Utrecht werd mijn oom Manuel binnen twee weken op de trein naar Duitsland gezet, waar hij in Hernborn te werk werd gesteld. Hij overleed daar door ziekte en slechte leefomstandigheden in december 1944 (hij was toen 19 jaar) en werd ter plaatse begraven. De familie thuis kreeg pas drie maanden later bericht van zijn overlijden. Zijn lichaam is in 1951 overgebracht naar Nederland en ligt nu bij de oorlogsslachtoffers op de begraafplaats Sint Barbara in Utrecht. ​Zijn broer Frans heeft drie jaar in Duitsland gewerkt, en kwam in juni 1945 thuis. De broers Karel en August hebben de oorlog overleefd zonder in Duitsland te werk gesteld te zijn geweest.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Een afbeelding van de voor- en achterzijde van de in het bericht genoemde ansichtkaart van de Deeversluus an de Deeverbrogge moet nog aan dit bericht worden toegevoegd.

Met de familie Overeim/Overijm zal zonder twijfel de familie Offerein of de familie Ofrein zijn bedoeld. Wie het anders weet, die mag dat natuurlijk aan de redactie melden.
Alle arbeidsmannen waren vanwege de militairistische kampdiscipline ingekwartierd in het N.A.D.-kamp, dus nooit bij mensen buiten het kamp. Wel was het zo dat de arbeidsmannen in hun ‘vrije tijd’ bij de plaatselijke bevolking over de vloer kwamen.
De ansichtkaart van twee N.A.D.-mannen op een bruggetje van berkehouten stammen over een droge sloot is overduidelijk een propagandistische ansichtkaart. De redactie vraagt zich zelfs af of de foto voor deze ansichtkaart in het N.A.D.-kamp an de Gowe is genomen of in een ander N.A.D.-kamp. De maker van de foto voor deze ansichtkaart is Frans Ferdinand van de Werf, Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hij in opdracht van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) propagandistische foto’s, waaronder deze.

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Sportterrein van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De jongens in het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) hoefden voor het kopen van een ansichtkaartje, om deze te versturen naar familie, vrienden of kennissen, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw niet naar een neringdoende in het dorp Deever, maar konden deze gewoon in het jongenskamp verkrijgen.
Bijgaand afgebeelde zeldzame zwart-wit ansichtkaart van het sportterrein van het jongenskamp is in oktober 1957 heruitgegeven en in 1958 verstuurd naar mejuffrouw Elza Blok, Zaagmolendrift 53 in Rotterdam.
De ansichtkaart van het sportterrein is voor het eerst uitgegeven in november 1954. Een exemplaar van deze kaart is in 1955 door Johan Drost verstuurd aan de familie A. Drost, Lonnekerweg 37 in Glanerbrug.
Het jongenskamp was in de beginjaren gevestigd in de barakken van het werkkamp van de Nationale Arbeidsdienst (N.A.D.) uit de Tweede Wereldoorlog. Het sportterrein van het N.A.D.-werkkamp was ook het sportterrein van het jongenskamp.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet gelukt de naam van de afzender van de afgebeelde ansichtkaart te ontcijferen. Wie van de bezoekers van de webstee kan dit wel ? De redactie wil graag de naam van de afzender in het bericht vermelden.
De redactie nodigt de voormalige bewoners van het jongenskamp uit een en ander over het sportterrein op papier te zetten en dit verhaal naar de redactie te sturen (klik onder aan het bericht op ‘Leave a comment’). Wellicht kan Johan Drost reageren ?

Posted in Ansichtkoate, de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment