Category Archives: Vervoer

Aankomst der DSM-stoomboot an de Deeverbrogge

In het boekje ‘An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’, dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan, wordt op bladzijde 75 summier aandacht besteed aan de Drentsche Stoomboot Maatschappij (DSM).
De vormgever van dit onvolprezen boekje heeft een grote kans laten liggen bijgaand afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart van de aankomst van de stoomboot Assen II an de Deeverbrogge uit de richting van de Gowe in 1914 in zijn geheel op te nemen in het genoemde boekje.
An de Deeverbrogge werd aangelegd bij het café-logement van Sjoert Benthem. Hij staan helemaal aan de linker kant op de foto (de man mit ’t sikkie). De stoomboot uit de richting Assen arriveerde om ongeveer elf uur ’s morgens an de Deeverbrogge.
In plaats van de gehele afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart (bij de verzamelaars zijn maar vijf exemplaren bekend) in het boekje op te nemen, gebruikte de vormgever een uitsnede uit deze ansichtkaart voor het vullen van de voorkant van dit boekje. De leden van de plaatselijke heemkundige vereniging is veel moois onthouden. De redactie van het Deevers Archief wil haar trouwe bezoekers helemaal niets onthouden, integendeel.

Abracadabra-1513Abracadabra-1514Abracadabra-1515

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Loswal, Snikke, Stoombootdienst, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

De halte van de stoomtram van de N.T.M. an de Gowe

Jan Krol kreeg op 15 maart 1905 vergunning van burgemeester en wethouders van de gemiente Deever voor het verbouwen van zijn woning an de Gowe (de Geeuwenbrug), met daarin een boerderij en een vergunning (café). Bij de aanvraag voor de verbouwing had Jan Krol ook een tekening gevoegd. De voorgevel van het te verbouwen pand is hier als afbeelding opgenomen.

Dat de voorgevel wel volgens tekening moet zijn verbouwd, dat is deels te zien op de tweede afbeelding. De foto voor deze afbeelding is in 1928 gemaakt door Jacob Zandstra, stationschef van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij in Assen. Jacob Zandstra (overleden in Sneek op 21 april 1939 op 49-jarige leeftijd) maakte in 1928 een reisje met de stoomtram van Hijkersmilde naar Meppel en weer terug. Tijdens zijn uitstapje heeft hij onderweg een aantal foto’s gemaakt, waaronder foto’s van de tramhaltes van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) langs de Drentsche Hoofdvaart.
An de Gowe heeft hij merkwaardig genoeg geen foto van de stoomtram en de brogge gemaakt, maar wel een foto van de boerderij met café an de brogge.
Op de voorgevel staat: tramhalte Geeuwenbrug.
Op de foto is ook een zwaar beladen doorbuigende kar van een melkrijder of een vrachtrijder van de botterfebriek uut Eemster (?) te zien; aardig wat melkbussen, een pongel met meel, een kistje, een vaatje boter (?).
Werden deze goederen vanaf de kar overgeladen in een goederenwagon van de tram ? Zo te zien wel, want de beide mannen vóór de kar dragen immers een soort van officiële pet. De man aan de linkerkant houdt wat paperassen in zijn linkerhand vast.
De redactie weet niet wie deze mannen zijn. Is de man áchter de kar de melkrijder of de vrachtrijder ?

De derde afbeelding dateert uit juli 1972, uit de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart. Op de afgebeelde ansichtkaart is het café van Willem Jonkers (Zwatte Henderkie), adres Geeuwenbrug 10, te zien. Op de voorgevel is de naam Geeuwenbrug nog steeds te lezen. Let ook op de hoge televisieantenne op het dak van het café. De ontvangst van de televisiesignalen moet geweldig zijn geweest met de zo dichtbije hoge televisietoren op de Smilde. Had men an de Gowe eigenlijk wel een antenne nodig ?

Abracadabra-470

Abracadabra-472

Abracadabra-471

Posted in Ansichtkaarten, Café Jonkers, Geeuwenbrug, Stoomtram, Vervoer | Leave a comment

Dieverbrug – Café Logement Sjoert Benthem – 1911

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 21) over het verleden van het café-logement van Sjoert Benthem en Griet Merk met bijbehorende afbeelding van een in 1911 verzonden ansichtkaart gepubliceerd.

In het archief van de gemeente Diever is het Register der localiteiten waar vergunning voor den verkoop van Sterken Drank in het klein in de Gemeente Diever is verleend bewaard gebleven. Uit dit document blijkt dat Burgemeester en Wethouders met ingang van 1 mei 1886 vergunning verleenden aan Hendrik Benthem Szn. voor de voorkamer, de achterkamer en de keuken van zijn café-logement, adres Dieverbrug. De vergunning verviel op 19 april 1906.
Zijn zoon Sjoert Benthem zette het café-logement voort. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 1 mei 1906 een vergunning voor de verkoop van sterke drank.
Sjoert Benthem had niet alleen als café- en logementhouder voordeel van de gunstige ligging van de Deeverbrogge. Ook op het gebied van vervoer kon geld worden verdiend, want op 14 november 1906 verscheen in de Drentsche en Asser Courant het volgende bericht:
Ondergetekenden Johannes Warries en Sjoert Benthem, schippers te Dieverbrug, zijn voornemens vanaf 18 november en voorts elke woensdag bij open water in werking te brengen een trekschuitdienst langs de Drentsche Hoofdvaart van Dieverbrug naar Assen vice versa, ingericht voor 30 personen. Vertrek van Dieverbrug ’s morgens 4½ uur; van Assen circa 1½ uur. Voor iedere persoon, enkele reis, zal verschuldigd zijn 20 cent. De kantoren zijn gevestigd te Dieverbrug bij J. Hogenkamp en H. Benthem en te Assen bij F. Westrup.
Caféhouder Sjoert Benthem overleed op 20 maart 1915. Zijn vergunning werd op 30 april 1915 door Burgemeester en Wethouders, krachtens toestemming verleend bij Koninklijk Besluit van 22 april 1915 en op grond van artikel 26 van de Drankwet overgeschreven op naam van Griet Merk, de weduwe van Sjoert Benthem. Op 1 mei 1921 werd de vergunning ingetrokken wegens niet betaling van het vergunningrecht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de hiervoor weergegeven tekst uit het fotoboekje Diever, ie bint ’t wel… is abusievelijk als datum van publicatie van de advertentie in de Provinciale Drentsche en Asser Courant 14 november 1906 vermeld. Dit moet zijn 16 november 1903.
Voor de volledigheid is hier ook de betreffende advertentie uit de Provinciale Drentsche en Asser Courant weergegeven.

Op de hier afgebeelde en door Sjoert Benthem in 1906 uitgegeven ansichtkaart staat nota bene hôtel S. Benthem, dat klinkt voornamer dan logement S. Benthem. Sjoert Benthem staat voor de deur van zijn café-logement. Zo’n beetje iedereen die an de Deeverbrogge woonde moet wel op de foto staan. Rechts tussen de bomen door is nog de voorgevel van het huis van veearts Nanne Brandenburg te zien. Veearts Nanne Brandenburg staat op de ansichtkaart in het midden tegen een boom geleund.
Het huis van veearts Nanne Brandenburg is evenals het café-logement van Sjoert Benthem afgebroken.
Of in het boek met de titel An de Brogge, dat de heemkundige vereniging uut Deever in 2014 ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan heeft uitgegeven, aandacht besteed aan de trekschuitdienst van Johannes Warries en Sjoert Benthem, dat heeft de redactie nog niet na kunnen gaan.

De redactie heeft de tweede foto op 15 mei 2002 gemaakt. Deze is ongeveer op dezelfde plaats genomen als waar de fotograaf in 1906 heeft gestaan. Het lijkt alsof de boom aan de rechterkant daar ook in 1906 stond.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Diever, ie bint 't wel ..., Historische kalenders, Hotel Sjoert Benthem, Scheepvaart, Topstukken, Trekschuiten, Vervoer | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Barge van snikkevaeder Beijer

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 24 juli 1852 verscheen het volgende bericht over de nieuwe ijzeren barge van snikkevaeder Beijer.

Met verneemt, dat waarschijnlijk door den snikkevaarder Beijer de door hem bestelde ijzeren barge in het veer tusschen Assen en Meppel in de vaart zal gebragt worden, alsmede dat de snikkevaarders voorhands van hun voornemen, om ook een nacht-barge-dienst in werking te brengen, hebben afgezien, om de te bezwarende voorwaarden, welke, naar hunne meening, door het Provinciaal bestuur, in het belang van de werken der Hoofdvaart, voor de vergunning, om des nachts te varen, zijn gesteld.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hoe krijgt de schrijver van dit artikeltje het voor elkaar er een artikeltje van één zin van te maken !
Dat het bestuur van de provincie Drenthe het varen in de nacht van de snikke tegen hield, dat is wellicht te verklaren vanwege de noodzaak  dan ’s nachts bruggen en sluizen te moeten bemannen.
Een barge was een bepaald type ijzeren trekschuit met een recht vallend voorsteven, een rond klipperachtig achtersteven. en een houten ruime kajuit over de gehele lengte, welke van enkele ramen was voorzien. De barge was in gebruik tussen ongeveer 1850 en 1920. De barge werd evenals de snikke getrokken door een paard.
De redactie Archief heeft in het verleden wel gesproken met olde Deeversen en Deeverbroggers, die in hun jonge jaren nog snikkejaeger waren geweest.
Uiteraard deed snikkevaarder Beijer ook Dieverbrug aan.
In het boek An de Brogge, die de heemkundige vereniging uut Deever ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan heeft uitgegeven, is ook enige aandacht besteed aan de snikkevaeders, de snikkejaegers, de snikke en de barge. Daarvoor hulde, hulde, hulde. 

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Economie, Loswal, Scheepvaart, Vervoer | Leave a comment

Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’

In het onvolprezen boekje ‘An de Brogge’ met zwart-wit afbeeldingen (het boekje bevat dus helaas geen afbeeldingen in kleur), dat de heemkundige vereniging uit Deever in 2014 heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarige bestaan, hebben de samenstellers op bladzijde 216 ook bijgaande door ondernemer Sjoert Benthem in 1905 uitgegeven ansichtkaart opgenomen.
Echter in het boekje is van de ansichtkaart helaas het rechter gedeelte naast de snikke niet opgenomen en dat gedeelte laat juist zo mooi en beeldend de olde dreejbrogge met op de achtergrond een zeilend vrachtschip zien.
Op de ansichtkaart is aan de linkerkant een opslagloods (van hout ?) te zien, met direct rechts daarvan het kruidenierswinkeltje van ‘Olde Oalida’.
Het witgekalkte oude gebouw achter de leilinden is het café-logement van Sjoert Benthem en Griet Merk.
In de vaart ligt voor de löswal een bezeild vrachtschip en een snikke (de snikke van Sjoert Benthem en Hendrik Warries ?).
De schilderskring Diever houdt de laatste jaren elk jaar een door haar zo genoemde zomerexpositie in de kerk op de brink van Deever, waarbij werkstukken van de leden worden getoond.
Op de door de redactie van het Deevers Archief op vrijdag 7 augustus 2015 in genoemde kerk gemaakte kleurenfoto is het waterverfschilderij ‘Aan de Dieverbrug’ (An de Deeverbrogge) van Ernest Mols te zien.
Het mag de bezoeker van het Deevers Archief duidelijk zijn dat de zwart-wit-ansichtkaart uit 1905 als kleur-inspirerend voorbeeld voor het waterverfschilderij heeft gediend.
Gelukkig heeft de schilder niet de afbeelding op bladzijde 216 van het boekje ‘An de Brogge’ als voorbeeld gebruikt.
De redactie van het Deevers Archief kon het schilderij door de spiegeling van het glas van de omlijsting van het schilderij helaas niet goed fotograferen.

Abracadabra-437

Abracadabra-438

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Dorpskrachten, Kunst, Scheepvaart, Schilderijen, Toevallige waarnemingen, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

We gaan met de snikke als het markt te Meppel is

In het Nieuwsblad van het Noorden van 9 december 1896 verscheen het navolgende bericht over ervaringen bij het vervoer per snikke van Dieverbrug naar Meppel.

Gemengd Nieuws.
Uit Drenthe’s Zuidwesthoek schrijft men aan de ‘Telegraaf’:
Drente is door natuur en menschen beide al zeer stiefmoederlijk bedeeld. De dorre heidevelden worden door een armoedige bevolking bewoond, die tracht van den schralen zandgrond nog te halen wat er van te halen is. En de noodige middelen om de producten van het land te vervoeren en het vee ter markt te brengen, zijn slechts in geringe mate aanwezig en vaak nog zeer primitief. In deze streken moet men zich nog behelpen met het vervoer per trekschuit, een vaartuig dat de bewoners van meer bevoorrechte oorden alleen nog uit de Camera Obscura kennen.
’t Is waar, er bestaat een dagelijksche stoombootdienst der Duitsche Stoomvaartmaatschappij. Hare booten, die geregeld vice-versa voorbij Smilde, Dieverbrug, Uffelte en Havelte tusschen Meppel en Assen varen, maken het mogelijk aan de bewoners deze streken iederen dag naar Assen of Meppel te komen en hunne goederen daarheen te zenden.
Maar wat voor het personenvervoer nogal lastig is, deze booten gaan zeer langzaam (moeten langzaam varen om de wallen der Drentsche Hoofdvaart niet te beschadigen) en, dit geldt ook voor het goederenvervoer, zijn erg duur. Onze boeren maken er dan ook zoo weinig mogelijk gebruik van. Wie op een niet-marktdag te Meppel moet wezen, en ieder onzer moet er zo nu en dan zijn, gaat per as (op een hortenden boerenwagen) of te voet.
Als het markt te Meppel is (Donderdag) echter gaan we met de trekschuit. We staan vroeg op, vroeg althans naar steedsche opvatting en hebben als we te Uffelte of Havelte wonen, keus uit vier trekschuiten, twee Dieversche en twee Uffelter ‘snikken’ (trekschuiten). Haasten we ons een goed plaatsje uit te zoeken, want als gewoonlijk zijn de ‘snikken’ meer dan vol, zoowel aan personen als goederen.
Wat ’n drukte in het vroege morgenuur. Boeren op klompen (de boer draagt altijd klompen, ’s zomers en ’s winters, op zon- en werkdagen), die varkens of geiten voortdrijven, boerinnen met oorijzers en witte muts, die manden met boter of eieren torsen, allen eenigszins gehaast om in de ‘snikke’ te komen. Als allen er op zijn, gaat het vooruit, natuurlijk bedaard, doodbedaard, zooals het ’n trekschuit past.
Laten we nu eens ’n kijkje in de schuit nemen. Op vier banken zitten de passagiers opeeengepakt. Geen wonder bij zo’n volte, dat het er na een half uur al benauwd wordt en dat veelen te Meppel met ‘heufdzeerte’ (hoofdpijn) aankomen. Men gaat er niet licht toe over een raampje open te zetten, want de plattelandbewoner vreest niets zoozeer als tocht. De meest verpestende atmosfeer is hem liever dan het gevaar van op den tocht te zitten. Opgeschoven ramen ziet men zelfs op snikheete zomerdagen slechts bij uitzondering.
Zo’n reisje per trekschuit is, vooral als men het reeds eenige malen meegemaakt heeft, verre van gezellig. Luister slechts waar die passagiers over redeneeren, die beide bejaarden in den hoek. De een beweert dat goede mest toch het ware is op het land, waarop zijn buurman bevestigend knikt.
Deze bewering is niet juist nieuw voor hem; vóór een halve eeuw was hij reeds van de waarheid ervan overtuigd. Een oud moedertje weidt lang en breed uit over de goedkoopte van de varkens, welke mededeeling voor hare toehoorders ook al geen nieuws bevat. Maar wie ter wereld zou in een trekschuit ook met wat nieuws voor den dag komen ? Toch heb ik eens een nieuwe stelling hooren te berde brengen, door een man met bakkebaardjes en laarzen. Hij was dus geen boer. Een boer heeft baard noch knevel en draagt geene laarzen. De man beweerde met kracht van woorden en gebaren (hij sloeg bij iederen zin met flinken slag op knie van zijn buurman), dat het liggen gaan van koren niet zooals de heerschende mening wil, het gevolg is van ‘geilheid’ (overmaat aan vruchtbaarheid), maar juist van gebrek aan voedsel. In de ‘snikke’ is men het altijd met elkaar eens, maar met iemand, die wat nieuws zegt, nooit. Een opgewekt debat volgde dan ook. Gelukkig, want dit verkortte den drie uren langen, anders eindeloos vervelende tocht.
Godsdienst-quaesties of politieke dito worden nooit besproken.  Eens hoorde ik ’n ouden boer beweren, dat die van Houten toch een flinke kerel was en dat de nieuwe kieswet … Maar de man praatte voor doove oren. Niemand interesseerde dit onderwerp. Er is maar ééne enkele zaak, die den boer belang inboezemt, dat is het boerenbedrijf. Al wat daar buiten ligt, is voor hem terra incognita en daar bemoeit hij zich niet mee.
Eindelijk zijn wij te Meppel, want zelfs een trekschuit komt ten slotte op de plaats harer bestemming.
Meppel is onze stad. Meppel is de plaats waar we onze producten en onze ‘diers’ (dieren) aan den man brengen. Meppel is ook de stad, waar we onze inkoopen doen. Veele huishoudelijke benodigdheden, kleederen, eetwaren (vleesch bijvoorbeeld) zijn op onze landbouwdorpen niet te krijgen of erg duur en slecht.
We zijn dan erg ingenomen met onze ‘snikken’, die ons den tocht naar Meppel mogelijk maken en zeer goedkoop zijn. Toch zouden we het oogenblik zegenen, dat we hier een tram kregen. Er is al eens over gepraat. En we hopen dus !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De schrijver van bovenstaand artikel probeert op enigszins negatieve manier de sfeer in de snikke te beschrijven tijdens het vervoer van mensen, dieren en goederen van de Deeverbrogge naar Meppel, Desalniettemin had publicatie van dit verhaal in hoofdstuk 6 Transport van het onvolprezen boekje ‘An de Brogge’, dat de heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan, niet misstaan.
In het artikel is sprake van Duitsche Stoomvaartmaatschappij, dit moet zijn Drentsche Stoomboot Maatschappij.
Op de afbeelding van de zwart-wit ansichtkaart uit 1906 ligt voor de löswal an de Deeverbrogge de snikke van waarschijnlijk Sjoert Benthem.

Abracadabra-449

Abracadabra-450

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-451

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Drentsche Hoofdvaart, Snikke, Vervoer, Verzet | Leave a comment

Opruimen van de rails van de tramlijn langs de vaart

In de Leeuwarder Courant van 26 mei 1932 verscheen het navolgende bericht over het stopzetten van de tram langs de Drentsche Hoofdvaart tussen Meppel en Hijkersmilde.

Stopzetting tram Meppel – Hijkersmilde
Verbetering van den verkeersweg langs de Drentsche Hoofdvaart.
Gisteren is bij het gemeentebestuur van Meppel een brief binnengekomen, waarin wordt medegedeeld dat de minister van Waterstaat den directeur der Nederlandse Tramweg Maatschappij machtiging heeft gegeven, den dienst van de tramlijn Meppel-Hijkersmilde stop te zetten en de rails op te ruimen. Onmiddellijk gevolg hiervan zal zijn, dat de veelbesproken gevaarlijke en zeer drukke verkeersweg langs de Drentsche Hoofdvaart belangrijk verbreed en verbeterd kan worden. In een raadsvergadering, die niet voor de pers toegankelijk was, zijn besprekingen gevoerd ter voorziening in de verkeersbehoeften tusschen Meppel en omliggende plaatsen, mede in verband met de opheffing van bedoelde tramlijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bijgaande foto is in 1933 op de loswal bij café Schenkel in Uffelte gemaakt. Een door de sloopaannemer ingehuurde ploeg arbeiders, die voor een groot deel uit Uffelte kwam, heeft de rails van de tramlijn van de Nederlandse Tramweg Maatschappij opgeruimd. Die mannen waren wel nodig om met z’n allen een stuk rails te kunnen tillen en op de wagon te laden.
Het is jammer dat van het slopen van de tramrails in Wittelte, an de Oldendeeversebrogge, an de Deeverbrogge en an de Gowe in de gemeente Diever nog geen foto is opgespoord, wellicht zijn daar nooit foto’s van gemaakt.
Het slopen begon in Hijkersmilde en eindigde bij het treinstation in Meppel. Zo konden vrijgekomen bielzen en vrijgekomen rails steeds op tramwagons worden geladen en vervolgens over de nog niet gesloopte tramrails worden afgevoerd naar Meppel.
Staande zijn van links naar rechts te zien:
Jan Kuik Gzn., geboren op 28 februari 1891 te Uffelte, overleden op ……, zoon van Gerrit Kuik en Lubbigje Uiterwijk;
Jan Kuik Hzn. (bijnaam: kleine Kuuk), geboren op 7 januari 1901 te Uffelte, overleden op …… te Uffelte, zoon van Hendrik Kuik en Femmigje Lefferts;
Hendrik Kuik Jzn, geboren op 8 mei 1897 te Uffelte, overleden op …., zoon van Jannes Kuik en Femmigje van den Bos;
Jan Holterman. geboren op 19 februari 1890 te Koekange, overleden op ……, zoon van Remmelt Holterman en Klaasje Woltinge;
Jan Kloosterman (bijnaam: rooie Booiman), geboren op  16 juli 1894 te Dieverbrug, zoon van Arent Kloosterman en Hilligje Booiman;
Frederik (Frerik) Timmerman, geboren op 9 april 1890 te Wemmenhove (Zuidwolde), overleden op ….., zoon van Jan Timmerman en Jantje de Boer;
Hessel Nijholt (ploegbaas van de aannemer), geboren op 22 oktober 1886 te Sint Nicolaasga, overleden op 26 oktober 1944 te Sint Nicolaasga, zoon van Johannes Nijholt en Oeke van der Meer.
Zittend op de rails op de tramwagon zijn van links naar rechts te zien:
Jan Timmerman, geboren op 10 juni 1884 te Pesse, overleden op ……., zoon van Jan Timmerman en Jantje de Boer;
Sent Jonkers, gegevens moeten nog worden uitgezocht;
Albert Koopman, gegevens moeten nog worden uitgezocht;
Willem Jonkers. gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Staande op de tramwagon is te zien:
Hendrik Kuik Gzn., geboren op 20 maart 1889 te Uffelte, overleden op ….., zoon van Gerrit Kuik en Lubbigje Uiterwijk.

Posted in Stoomtram, Topstukken, Verkeer en vervoer, Vervoer | Leave a comment