Now ee’m over die rotzooi op ut gemientehuus

De redactie van ut Deevers Archief is ten tijde van de coronapandemie al een tijdje druk bezig met het digitaliseren (scannen) van zijn veel ruimte in beslag nemende papieren archief (papperrassie scannen en vervolgens dat papperrassie in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort.
Tot dit grote karwei behoort ook het digitaliseren (scannen) van vele oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Deever, Van Goor’s Blattie). De redactie vond bij het scannen van jaargang 1999 van ut Deevers Blattie op bladzijde 3 van ut blattie van 21 januari 1999 het hier afgebeelde geschiedkundig en bestuurskundig waardevolle kleine krabbel van klokkenluider Klaas Kleine. De redactie wil dit bericht uiteraard niet onthouden aan de zeer gewaardeeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief.

Kleine krabbel
“Wat heb je toch steeds te schrijven over die rotzooi op de zolder van het gemeentehuis ? En steggelen schrijf je niet met een g, maar met ch, stechelen dus.” Aldus een lezer over mijn laatste krabbel van vorig jaar. Eerst maar even in het woordenboek gekeken. Tot mijn ergernis staat daar stechelen. Maar na even doorlezen: ook wel steggelen. Gelukkig maar ! U was het misschien al vergeten, maar aan fouten maken heb ik een hekel.
Nou even over die ‘rotzooi’ op het gemeentehuis. Die ‘rotzooi’ bestond uit ongeveer zeventig stuks antieke gebruiksvoorwerpen, geschonken door inwoners van de vroegere gemeente Diever.
Om daar een oudheidkamer mee in te richten. Diever had het destijds hoog in z’n bol. De klokkeluiderswoning zou gerestaureerd worden en ingericht als oudheidkamer. In veel gemeenten in de buurt hadden ze ook zoiets en Diever wilde blijkbaar bijblijven. Sommige dingen gelukken in Diever wonderwel, maar met die oudheidkamer wil het niet vlotten. Prutswerk. Bij de gemeentelijke herindeling bleek dat er van al dat moois op de zolder van het gemeentehuis niets meer over was. De gemeente heeft het nooit weggegeven en over verkoop van de spullen is totnogtoe niets terug te vinden in het archief. Het moet dus mijns inziens gestolen zijn. Wie heeft er wel eens iemand met een dikke bobbel onder de jas het gemeentehuis zien verlaten ? Burgemeesters en wethouders in ieder geval niet. Althans, dat is de officiële lezing tot nu toe.
U kent allemaal wel de lotgevallen van Paul van Buitenen, die de knoeierijen in de Europese Commissie aan de kaak stelde. Een hoop geschut in het Europese Parlement, maar ach, de grap ging uit als een nachtkaars. En Paul van Buitenen ? Die werd daarvóór al naar huis gestuurd en zijn salaris werd gehalveerd. Over een paar weken weet niemand meer wie Paul van Buitenen is. Zulke kwesties lossen vanzelf op.
Erg vervelend voor het gemeentebestuur, maar in de kwestie van het verdwenen antiek is het niet mogelijk iemand op nonactief te stellen en zijn inkomen te halveren. Desalniettemin heeft het er veel van weg dat de vroede vaderen rekenen op het vanzelf oplossen van de affaire. Al een jaar ben ik bezig. Meters brieven, maanden op antwoorden wachten en uiteindelijk mondeling contact. Maar nee, even stevig zoeken naar mogelijke dieven zit er niet in. Zelfs een excuus van het gemeentebestuur aan de bevolking van Diever of aan de gevers van destijds kan er niet af. Het is maar dat u het weet. Geef nooit wat in bewaring bij de gemeente. Het kan ‘zomaar’ verdwijnen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie vond het destijds en vindt het ook nu nog steeds uiterst, maar dan ook uiterst merkwaardig, dat de door klokkenluider Klaas Kleine zo genoemde vroede vaderen – lees de top van het gemeentebestuur van de gemiente Deever of de gemeente Westenveld – destijds geen aangifte van diefstal van die zeventig antieke gebruiksvoorwerpen van de zolder van het gemeentehuis hebben gedaan. Na aangifte hadden die dieven kunnen worden opgespoord. Als na opsporing zou hebben gebleken dat die dieven ambtenaren van de gemiente Deever waren, dan hadden deze op staande voet kunnen worden ontslagen, niks op nonactief en niks inkomen halveren. 
Klokkenluider Klaas Kleine schreef in zijn kleine krabbel heel beleefd en heel eufemistisch dat het er veel van weg had dat de vroede vaderen rekenden op het vanzelf oplossen van die affaire. Anders en harder uitgedrukt: het stinkende brandende zaakje moest met turbospoed en in turbodraf de doofpot in.

Afbeelding 1 – De kleine krabbel van Klaas Kleine in ut Deeverse Blattie van 21 januari 1999.

Afbeelding 2 – Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 5 februari 1999.

 

This entry was posted in Gemiente Deever, Klaas Kleine. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *