Category Archives: Opraekelen

Bee’j de scheerboas – Deel 2

De redactie van het Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in het Deevers Archief.
Bijgaande vijf korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd op bladzijden 11, 12 en 13 van Opraekelen 04/2 (juni 2004).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden herinneringen en voorvallen (annekkedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten. De eerste aflevering van deze serie is gepubliceerd op bladzijden 19 tot en met 21 van Opraekelen 03/4 (zie het bericht Bee’j de scheerboas). Voor meer informatie over Lammert Joustra wordt de lezer verwezen naar de inleiding bij de eerste aflevering.
Deze aflevering gaat over de dorpsfiguur Jans (Jansie) Grit. Jans Grit werd op 8 maart 1897 geboren en overleed op 26 november 1969. Hij was de laatste verpleegde van het Armenhuis aan de Groningerweg. Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde kerk het Armenhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op het Kasteel in Deever te zijn gehuisvest, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk. Zijn lichaam is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Goeie mörn saem’m
Op de 2002-kalender van de Historische Vereniging Gemeente Diever staat Jans Grit afgebeeld. Hij woonde in het Armenhuis aan de Groningerweg in Deever. Jans was vaste klant bij ons, hij liet zich één keer per week scheren.
Wij scheerden Jans gratis, omdat hij weinig geld had. Maar… hij moest wel aan één voorwaarde voldoen. Zo gauw hij de zaak binnenstapte, moest hij zeggen: ‘Goeie mörn saem’m.’
Op een zaterdagmorgen vergat hij deze zin te zeggen bij het binnenstappen. We zeiden tegen Jans, toen hij aan de beurt was: ‘Jans, als we jou nu gaan scheren, dan moet je helaas wel betalen.’ Jans keek ons heel verwonderd aan. ‘Wat is dit nou toch’, moet hij gedacht hebben. Tijdens zijn consternatie zei een klant: ‘Hé, Jans, dan ga je toch even naar buiten en kom je weer binnen en dan zeg je: Goeie mörn saem’m.’ Jans vond dat de beste raad, hij ging naar buiten en kwam weer binnen met: ‘Goeie mörn saem’m.’ We hebben Jans die zaterdagmorgen net zo geschoren als op andere zaterdagen.

Betalen met een erfenis
Jans Grit was zeer gecharmeerd van horloges en klokken, dat was algemeen bekend. In de kapsalon hadden we boven op de kaptafel een klokje staan. Alleen Jans Grit mocht dit klokje opwinden.
Na ettelijke jaren van gratis scheren deden we Jans Grit een voorstel. Geert zei: ‘Jans, ik scheer je nu al zoveel jaren voor niks, kunnen we het niet zo regelen dat ik alle horloges krijg als jij er straks niet meer bent.’ Na veel nadenken -ja het duurde wel enkele weken- besloot Jans te voldoen aan die wens. ‘Now vuruit dan moar, dan doe’k dat wel.’ Er werd een stukje papier gepakt, waarop Jans eigenhandig schreef: ‘Als ik overleden ben, krijgt Geert alle horloges.’ Altijd is dat briefje bewaard in het klokje op de kaptafel. Na jaren is Jans van het Armenhuis verhuisd naar het bejaardenhuis Dickninge in de Wijk en is daar ook overleden. Maar de schenking van Jans is wel uitgevoerd. Hij was de enige klant die via een erfenis betaalde. Meer erfenissen hebben we niet gehad.

Jans en zijn horloges
Jans liep elke zondag op zijn gele klompen van het Armenhuis aan de Groningerweg naar Dwingelo, daar woonde horlogemaker Kempema. Al die uurwerken daar maakten veel indruk op de Jans. Daarom ruilde hij vaak een horloge of een klokje. Een kleine bijbetaling en hij had weer een ander uurwerk en Jans was weer de koning te rijk. Hij had twee polshorloges en twee zakhorloges. Een horloge had zelfs op de achterzijde een afbeelding van een paard. Dat horloge was zeer waardevol voor Jans.

Het luilekkerland van Jans
Jans wist zeker dat luilekkerland bestond. Wij ontkenden dat vaak, maar Jans hield vol dat het er wel was. Dat was niet uit z’n hoofd te praten. Hij wist niet precies waar het lag, ja in de buurt van Amerika. Hij wist wel dat als je daar naar binnen wilde je je dan door een berg rijstebrij met bruine suiker moest eten, maar die berg was zo groot, je kon je er gewoon niet doorheen vreten en daarom kwam je er volgens Jans nooit: ‘Ie muut oe deur ‘n baarg mit riesenbreej hen vreet’n en dat lokt oe neet, joh.’

Jans op de foto
Jans had een keer een foto bij zich waarop hij stond afgebeeld bij een dressoir, het was duidelijk te zien, de foto was genomen in een normale huiskamer. We vermoedden dat die foto was gemaakt bij horlogemaker Kempema in Dwingelo. Onze eerste vraag was: ‘Ja, hoe kom je toch aan die foto ?’ Volgens Jans was dat wel duidelijk, die had Frits, de zoon van Kempema meegenomen. Onze vraag was toen: ‘Waar woont die man dan toch ?’ ‘Now, die woont in Enschede.’ ‘Zeg Jans, ben je daar dan geweest ?’ ‘Nee’ zei Jans, ‘ik bin doar nooit ewest.’ Ik vroeg hem toen: ‘Is die foto dan misschien in Dwingelo gemaakt ?’ ‘Nee’, zei Jans ontkennend, maar toch wel iets venijniger vervolgde hij met: ‘Ie snapt ‘r ok niks van man, die Frits hef die foto mit eneum’m. Lammert, ie begriept ‘r ok niks van.’ Ik vroeg toen: ‘Hoe kan dat dan ?’ Hij antwoordde: ‘A joh, dat Fritsie kent mee’j wel van slag.’

Posted in Armenwerkhuis, Neringdoenden, Opraekelen | Leave a comment

Stuifmeel hing als eene dichte wolk rondom ons dorp

In het supplement ‘de Landbouwgids’ van de courant ‘de Grondwet’ (Rosendaalsche en Nieuwe Zevenbergsche courant voor godsdienst, koning en vaderland) verscheen op 28 juni 1892 bijgaand korte maar bijzondere bericht uit de veraf gelegen kleine gemeente Diever.

Diever, 6 juni. Zelden heeft de rogge zoo heerlijk gebloeid als dit jaar. De groei was buitengewoon snel, de bloei inderdaad prachtig. Het stuifmeel hing als eene dichte wolk rondom ons dorp. Soms was dit zoo erg, alsof wij in eenen dichten nevel gehuld waren. Het vochtige weder der laatste dagen heeft ook de groenlanden uitstekend doen ontwikkelen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1892 waren in Diever nog geen uitbreidingsplannen, er was nog geen enkele ‘nieuwbouw’, de Brinkstraat, de Vlasstraat, de Tusschendarp, de Binnenes bestonden nog niet. De essen met de akkers rogge reikten tot in het dorp, tot direct achter de boerderijen. Het is heel goed voorstelbaar dat Diever in die zomer van 1892 helemaal was omringd door akkers met rogge.
De korrels van het stuifmeel (de pollen) van rogge zijn betrekkelijk groot en blijven bij verwaaien liggen in de buurt waar zij groeien, maar toch zal het voor mensen met hooikoorts een beroerde periode zijn geweest.
Bijgaande foto toont een goed voorbeeld van hoe dicht de akkers met rogge bij de bebouwing lagen.
Boer Roelof Fransen (die in de volksmond ‘de Fraanse’ werd genoemd) uit de Hoofdstraat heeft bij het ‘gaarv’n bien’n’ enige hulp van een stadse struise schone, die op vakantie was op zijn boerderij. Weet Wil Fransen of weet Bertus Fransen nog de naam van dit meisje ? Op de hier zichtbare Tusschendarpakkers bevindt zich nu de bebouwing aan de straten Tusschendarp, de Vlasstraat en de Binnenes. Rechts achter het meisje is de toen nog nieuwe Lagere School aan de Tusschendarp te zien. Links achter het meisje bevindt zich de oude Lagere School aan de Hoofdstraat en het huis van de schoolschoonmaker naast de oude school. Links van Roelof Fransen is het pand van garagehouder Lambert Rolden te zien. De boerderij van Roelof Fransen en Klaassien Mulder is aan de linkerkant van de foto net niet te zien. De foto moet vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt.
Roelof Fransen werd geboren op 8 oktober 1904 te Nijeveen en is overleden op 22 september 1977 te Diever. Klaassien Mulder werd geboren op 28 januari 1911 te Diever en is overleden op 22 december 1969 te Diever. Wie giet ee’m hen de stien op ’t kaarkhof um ’t noa te kiek’n ?

Abracadabra-426

 

 

Abracadabra-427

 

 

 

Abracadabra-428

Posted in Binnenes, Boer'nwaark, Essen, Openbare Lagere School Diever, Opraekelen, Tusschendarp, Veldnamen, Vlasstraat | Leave a comment

Bee’j de scheerboas – Deel 1

De redactie van het Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in het Deevers Archief. Bijgaande drie korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd in Opraekelen 03/4 (december 2003).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden grappige herinneringen en voorvallen (annekedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten.
Hij begon in 1956 als leerling-kapper in de zaak van Geert Vierhoven an de Heufdstroate (tegenover de Wiba) in Deever. In de tijd dat hij leerling was, ging hij ’s maandagmiddags naar de vakschool in Groningen. Hij was tot in 1962 in dienst van Geert Vierhoven, toen nam Lammert de herenkapsalon van Geert over. Geert heeft toen nog een paar jaar bij Lammert gewerkt.
In 1965 begon Lammert zijn dames- en herenkapsalon in de voormalige Boerenleenbank an de Heufdstroate in Deever. In december 1991 heeft hij zijn zaak verkocht aan Wemmenhove, waarna hij naar Zuidwolde is verhuisd.
In sommige van zijn korte verhaaltjes worden om voor de hand liggende redenen geen namen van personen genoemd, maar misschien herkent iemand zichzelf of iemand uit zijn of haar familie.
In sommige verhaaltjes worden wel namen genoemd, maar dan gaat het om dorpsfiguren, zoals Geert Dekker, Harm Hessels, de gebroeders Mulder (Gaarke Bakker’s jongen) of Jans (Jansie) Grit.
Als lezers zich ook mooie of leuke voorvallen in de kapsalon herinneren, dan vernemen wij die graag! De redactie zoekt ook foto’s van het interieur van de zaak !

Over kauwers van sigarentabak
Wij hadden klanten die tabak pruimden, we hadden ook klanten die op sigarentabak kauwden. We verkochten aan onze klanten ook sigaren per stuk (losse sigaren). Als in een doos een kapotte sigaar zat, dan verkochten we die aan een kauwer van sigarentabak. Die klanten keken zelf of in de dozen kapotte sigaren zaten.
Er was op een gegeven moment één bepaalde klant, die altijd kapotte sigaren vond. Bij andere klanten was dat veel minder het geval. Toen we bij hem iets scherper opletten, bleek ons dat zo gauw hij een doos open deed, hij dan met zijn duim op de sigaren drukte. Zo ‘vond’ hij steeds één of twee beschadigde of kapotte sigaren, die hij dan voor weinig geld kon kopen. Toen hebben we zelf maar weer de controle van de dozen ter hand genomen.

Over het in model knippen van haar
Op een keer kwam een jonge klant binnen met in zijn hand een briefje, waarop de instructie stond hoe hij moest worden geknipt. De moeder had het duidelijk opgeschreven. Er stond: “Gaarne model zo laten, recht van voor, schuin af, van achteren aflopend op.” Ze moet gedacht hebben dat het zo voor ons wel duidelijk zou zijn.
Ik begreep de tekst toch niet helemaal. Harm Hessels kwam juist de zaak binnen en ik vroeg hem om advies. Harm was bekend in Diever als fotograaf en adviseur. Harm las het briefje en zei: “Wat hier staat is mij volkomen duidelijk, maar ik kan niet knippen.”

Over het knippen van kinderen op woensdagmiddag
We knipten in onze kapsalon op woensdagmiddag kinderen voor een gereduceerde prijs. De reden daarvan was dat de kinderen op woensdagmiddag vrij van school hadden. Zodoende hadden we minder kinderen op andere dagen te knippen.
Op een woensdagmiddag voor de kerstdagen was het ontzettend druk. Er zaten en stonden wel tweeëntwintig kinderen te wachten op hun beurt. Geert en ik deden wie het snelste de kinderen kon knippen. We werkten razendsnel en pakten zelf de kinderen op en zetten deze in de stoel.
Ik pakte een jongen op, zette hem in de kinderstoel, sloeg hem het kaplaken om, knipte hem, deed hem het kaplaken af en zette hem weer op grond. Toen keek hij mij verwonderd aan en zei: “Ik moest niet geknipt worden, maar ik moet sigaretten hebben voor mijn vader.” Deze zaak is gelukkig zonder problemen opgelost en werd hij toch nog een betalende klant voor ons.

Tekst bij de linker afbeelding
Geert Vierhoven werd op 3 oktober 1902 in Deever geboren en overleed op 14 augustus 1985 in Deever. Hij had van 1945 tot 1962 een kapperszaak an de Heufdstroate in Deever. De herenkapsalon werd overgenomen door Lammert Joustra. (foto gemaakt door wijlen Harm Hessels, Deever)

Tekst bij de rechter afbeelding
Een detail van een bladzijde uit het ‘opschrijfboek’ van de kapsalon; schulden van klanten werden vaak ‘opgeschreven’. In het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kostte een pakje North State sigaretten f. 1,40, een pakje Stuyvesant sigaretten f. 1,50 en een doos Hofnar sigaren f. 2,80. Als de schulden waren afbetaald, dan werd een streep door de betreffende schuld gehaald. (document van Lammert Joustra, Zuidwolde)

Posted in Diever, Dorpsfiguren, Hoofdstraat, Neringdoenden, Opraekelen | Leave a comment

Wie kent de familie Baaiman uit de Peperstraat nog ?

Wel, de redactie van het Deevers Archief weet zich de familie Baaiman nog heel goed te herinneren, waar ze woonden aan de Peperstraat, dat ze vanwege de afbraak van het huis waar de familie aan de Peperstraat woonde naar de Wapserveenseweg in Wittelte verhuisden, waar de vijf kinderen Baaiman de Wittelter Skoele voorlopig van van sluiting redden, tot het vertrek van de kinderen Baaiman uit Wittelte naar diverse pleeggezinnen in het land.
De  redactie van het Dievers Archief wil graag reageren op het verzoek van Theo Baaiman en Keitje Kei. Allereerst een foto van de leerlingen van de Wittelter Skoele uit 1959. Op deze foto staan de vijf oudste kinderen van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen: Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman.

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1959

De redactie van het Deevers Archief is zeer actief bezig met het verzamelen van alle klassefoto’s van alle scholen in de voormalige gemeente Diever, te weten de voormalige openbare lagere school van Diever, thans openbare basisschool ‘De Singelier’, de gereformeerde school van Diever, thans de bijzondere basisschool ‘de Meester Roosjenschool’, de openbare lagere school van Wapse, thans ‘de Ten Darperschoele’, de openbare lagere school van Zorgvlied-Wateren (opgeheven) en de openbare lagere school van Wittelte (opgeheven in 1967).
Het uitzoeken van de namen en de verblijfplaats van kinderen op klassefoto’s levert altijd weer positieve reacties op. In de serie ‘Olde schoelfoto’s’ toont de redactie van het Deevers Archief een foto van de voormalige openbare lagere school van Wittelte. We weten dat we daarmee in het bijzonder Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman een plezier kunnen doen.
De leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte zijn in de zomer van 1959 op het plein bij de school op de foto gezet.

Het gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstraat in Diever naar de Wapserveenseweg in Wittelte, vanwege de afbraak van hun huurwoning. Het toch al niet zo grote aantal leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte nam daardoor van de ene dag op de andere met vijf leerlingen toe. Dankzij het kinderrijke gezin Baaiman was het gevaar voor sluiting van de school weer voor jaren geweken.
Het nagaan in welk jaar een schoolfoto is genomen is altijd weer een kwestie van puzzelen. Dit keer was het niet zo moeilijk. Wolter Baaiman vertelde dat hij op 18 april 1947 is geboren en dat hij op zesjarige leeftijd in Diever naar de openbare lagere school is gegaan. Hij is daar nooit ‘blijven zitten’. Hij heeft in 1958 nog een paar maanden bij meester Albertus Andreae in de zesde klas gezeten. Dus moet de foto, gelet op de korte broeken van de jongens, aan het einde van het schooljaar in de zomer van 1959 zijn genomen. De andere zesde-klassers Cornelis Hunneman en Henk Oosterhof zijn ook in april van het jaar 1947 geboren.

Bij de namen van de leerlingen op de hiervoor afgebeelde foto zijn achter een naam tussen haken de geboortedatum, de persoon waarmee de leerling getrouwd is en de huidige woonplaats vermeld.

In de bovenste rij staan van links naar rechts opgesteld:
Juffrouw Engel Broer-Van Delden (geboren op 12 mei 1923, was getrouwd met Luite Wolter Broer, Diever);
Theo Baaiman (geboren op 15 augustus 1948, getrouwd met Jannie Hazeleger, Amersfoort);
Cornelis Hunneman (geboren op 6 april 1947, getrouwd met Irma Jonkers, Diever);
Jacob Westerveen (geboren op 21 maart 1948, getrouwd met Geesje Otten, Meppel);
Wolter Baaiman (geboren op 18 april 1947, getrouwd met Luitje Dam, Meppel);
Hendrik Jacobus (Henk) Oosterhof (geboren op 19 april 1947, getrouwd met Femmy Schipper, Steenwijk);
Hendrik Willem (Henk) Broer (geboren op 18 februari 1950, getrouwd met Trijntje Roggen, Groningen);
Hendrik (Henk) Klok (geboren op 18 januari 1948, getrouwd met Maria Schipper, Dwingelo);
Jan Boerhof (geboren op 7 augustus 1948, getrouwd met Lies Gerdes, Diever);
Meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op februari 1996, echtgenote Geertje Wuite).

De rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Tietje Hunneman (geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, Uffelte);
Bertha Berends (geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert (Eppie) Warnders, Uffelte);
Grietje van de Berg (geboren op 31 maart 1951, getrouwd met Henk Bergman, Midwolda);
Jennie Soer (geboren op 21 november 1946, getrouwd met Henk Daleman, Wittelte);
Grietje Berends (geboren op 20 maart 1948, getrouwd met Gabriël (Gabie) Verboom, Frederiksoord);
Jennie Winters (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Nico Hardeman, Decatur-Nebraska-USA);
Alie Diever (geboren op 17 mei 1950, overleden op …., echtgenote van Meeuwis Tiemes, Diever);
Annie de Jong (geboren op 15 maart 1951, getrouwd met Henk Oort, Diever);
Klaasje Oosterhof (geboren op 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, Dwingelo);
Annie (An) Baaiman (geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Lafinus Schraal, Lelystad).

De rij jongens beneden de rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Klaasinus Jantinus (Gesinus) Baaiman (geboren 1 januari 1950, getrouwd met Jannie van Sleen, Vledder);
Jacob ten Buur (geboren op 14 juni 1952, getrouwd met Jannie Oostenbrink, Drachten);
Albertus (Bert) Jan de Boer (geboren op 21 december 1949, getrouwd met Cobie de Zeeuw, Wijk bij Duurstede);
Roelof ten Buur (geboren op 1 mei 1950, getrouwd met Grietje Westerbeek, De Wijk);
Albert (Appie) Baaiman (geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josephine Catharine Smit, Steenwijk);
Albert (Appie) Jongebloed (geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, Meppel);
Jans Tabak (geboren op 26 september 1953, getrouwd met Tineke Koning, Beilen);
Reinder de Weerd (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Grietje Scheper, Meppel).

De onderste rij jongens bestaat van links naar rechts uit:
Frens Winters (geboren op 11 juli 1947, getrouwd met Hillie Millekamp, Wittelte);
Albert Jan Oosterhof (geboren op 27 juni 1949, getrouwd met Jannie Beugels, Assen);
Gerard Klok (geboren op 20 september 1950, getrouwd met Hendrikje de Leeuw, Varsseveld);
Jacob Rozeboom (geboren op 24 juni 1953, overleden op 11 oktober 1969);
Arend Berends (geboren op 9 februari 1951, getrouwd met Jennie Segers, Uffelte);
Hendrik (Henk) Wesseling (geboren op 14 juni 1951, getrouwd met Trijntje Wever, De Wijk).

De redactie van Deevers Archief is zeer geïnteresseerd in het publiceren van verhalen over het schoolleven in Wittelte. De bezoekers van het Deevers Archief worden uitdrukkelijk uitgenodigd te reageren !
De redactie van het Deevers Archief heeft voorgaand artikel ook gepubliceerd in het nummer 2002/2 van Opraekelen, het orgaan van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Afbeeldingen, Onderwijs, Opraekelen, Scholen, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936

In Opraekelen 09/4 (december 2009), het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’. De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De redactie van het Deevers Archief prijst zich gelukkig ook een exemplaar van deze kaart, uitgegeven in mei 1936, in haar archief te hebben (waar het aflopen van veilingen al niet goed voor is). De twee hier zichtbare afbeeldingen betreffen de voorkant en de achterkant van de wandelkaart.
De redactie kan de belangstellende bezoeker van het Deevers Archief gratis een digitale versie van beide afbeeldingen toesturen, dan kan de bezoeker zo nodig geacht zelf een scherpe afdruk op A3-formaat maken en de op de achterkant van de kaart vermelde routes gaan wandelen. Het toesturen van een e-mail bericht via de knop ‘leave a comment’ aan het einde van het artikel volstaat.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Kogelvangers, Mastenveldje, Opraekelen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Winkel van Hidde Visser en Trijntje Dijkstra – 1946

Het echtpaar Hidde Visser en Trijntje Dijkstra nam in april 1932 de kruidenierswinkel over van Kees Bos en Trui Beun.
Het pand had toen als adres Zorgvlied 4. Op de winkelruiten wordt reclame gemaakt voor Douwe Egberts koffie en thee, Ata, Imi, Erdal schoensmeer, Persil zeeppoeder, Henco was- en inweeksoda, Sunlight zeep en Radion zeep.
Hidde Visser en Trijntje Dijkstra hebben in 1963 hun winkel verkocht aan de familie Van der Heide.
Zo te zien aan de naam boven de deur had Klaas de Boer in het aangrenzende pand toen nog zijn manufacturenwinkeltje.
Het winkeltje in de voorkamer van Klaas de Boer was maar klein. Het was bijna helemaal gevuld met manufacturen. Er stond een toonbankje. Er was nauwelijks ruimte om te staan. In het gangetje achter de linker voordeur stonden stellages met rimmen (planken) die ook volgestouwd waren met stoffen.
De elektrische stroom werd in die jaren nog bovengrond getransporteerd, let op de twee keer twee zichtbare porceleinen potjes, de draden zijn niet te zien.
Op de foto (die eigendom is van de redactie van het Deevers Archief) zijn van links naar rechts te zien: Tjebbe Visser, Hidde Visser, Sietske Visser, Trijntje Dijkstra en Wiebe Visser.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto in 2004 ook gepubliceerd op de februari-pagina van de zo genoemde historische kalender van de heemkundige vereniging uit Deever voor de lezers van het blad Opraekelen.
Als tweede foto werd daarbij de situatie ter plekke op 9 november 2003 geplaatst.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt. Voorwaar nu al weer een bijna historisch waardevolle foto.

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Historische kalenders, Neringdoenden, Opraekelen, Topstukken, Zorgvlied | Leave a comment

Wegen, plassen, percelen, objecten op Berkenheuvel

In Opraekelen 09/4, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’.
De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel. De naamloze vennnootschap was het geldverdienvehikel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De wandelkaart is gedrukt met behulp van het metalen negatief, zoals op de bijgaande foto is te zien.
Dus houd een spiegel voor het scherm en de wandelkaart zal zichtbaar en wellicht leesbaar worden, maar tegenwoordig kunnen computerprogrammaatjes dit ook, zie de tweede afbeelding.
De schrijver van het artikel in Opraekelen 09/4 vraagt zich ook af wie alle namen van de zandwegen, de plassen, de veentjes, de stukken bos en diverse objecten nog kent.
De redactie van het Deevers Archief doet daarom een poging niet alleen alle namen vast te leggen, maar daarbij ook een verklaring van het waarom van deze namen te geven.
Deze zullen in nieuwere versies worden herzien, waarbij ook afbeeldingen zullen worden geplaatst. De redactie verzoekt bezoekers van het Deevers Archief gescande foto’s in te sturen.
De redactie van het Deevers Archief baseert zich daarbij voor een deel op een serie interviews uit 1999-2002 met Albert (Bert) Christiaan Doorman, kleinzoon van Albertus Christiaan van Daalen, die toen in de door hem gebouwde bungalow tegenover de weg naar het Openluchtspel woonde, op de plaats waar vroeger de poasbulte bij elkaar werd gesleept.
Het lijkt de redactie van het Deevers Archief een uitdagende taak voor de dorpskrachten uut Deever (vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever) en de dorpskrachten uit Zorgvlied, Wateren en Oude Willem (in plaats van naar niet bestaande Friesche en Germaansche karresporen te zoeken) om bij elk van de hierna genoemde wegen, enzovoort, in samenwerking met Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten weer van die mooie witte kleine naambordjes aan bomen te spijkeren (je mag van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen spijkeren ? Nestkastjes worden toch ook aan bomen vast gespijkerd ?) ook in die gevallen dat Natuurmonumenten de weg al heeft laten overwoekeren door cultuurnatuur. Laten we ons culturele erfgoed behouden en de steeds meer verloren gaande namen aan de vergetelheid ontrukken.

Adderveenweg
Weg die langs het Adderveen loopt.
Albertweg
Albert Christaan van Daalen (geboren op 21 mei 1927) was de oudste zoon van civiel-ingenieur Mello van Daalen, geboren op 14 september 1897 te Bennekom, en Johanna Maria Klik, geboren op 3 juli 1889 te Den Helder.
Mello van Daalen en Johanna Maria Klik trouwden op 12 mei 1925 in Heemstede.
Albert Christiaan trouwde op 6 september 1952 met jonkvrouw Anny Leonore Elizabeth Röell, geboren op 7 november 1930 in Soerabaja.
Albertinaweg
Albertina Johanna Sichterman (geboren op 23 juni 1861 te Groningen, overleden op 30 maart 1935, in ‘Huize Dorpszicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom) was de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen (geboren op 1 juni 1853 te Bennekom, overleden op 16 januari 1939, in ‘Huize Dorpzicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom).
Albertina was ook de tweede voornaam van de derde dochter Christina Albertina van het echtpaar Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Christina Albertina van Daalen werd geboren op 21 april 1896 in Arnhem.
Almaweg
Alma was een dochter van Christina Albertina van Daalen (geboren op 21 april 1896 in Arnhem, overleden op 30 december 1989 in Wassenaar) (Bert Doorman noemde haar tante Zus) en C. Meerkamp van Embden (administrateur van de suikerfabriek Soerawinangoen in Nederlands Indië van de Nederlandsche Handelsmaatschappij) (datum van geboorte en datum van overlijden is nog niet gevonden vinden)
Alma Meerkamp van Embden overleed op 28 december 1972 in de leeftijd van 51 jaar in Hoogeveen.
Annieweg
Antoinetta (roepnaam Annie) was de jongste dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Zij is op 3 juni 1934 op 41-jarige leeftijd in Ede gestorven na een val van het paard. Zij kon goed piano spelen. Zij speelde op feestjes voor de kinderen van Bennekom. Bert Doorman heeft van haar pitriet leren vlechten.
Berkenheuvel
De naam van het huis van de beheerder en de vakantiewoning van de aandeelhouders van N.V. Berkenheuvel.
Dit landhuis staat afgebeeld op veel ansichtkaarten.
Het landhuis is ontworpen door civiel-ingenieur Mello van Daalen, een zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
De afgebeelde ansichtkaart is in november van 1965 uitgegeven.



Berkenheuvel

De naam van het gehele landgoed (bosgoed).
De Berkenwal
De naam van een gedeelte van het bos.
Berkenwalweg
Weg door de Berkenwal.
Bertlaan
Bert is de roepnaam van Albert (Bert) Christiaan Doorman.
Hij is de eerste kleinzoon die naar mr. Albertus Christiaan van Daalen is vernoemd.
Albert Christiaan Doorman werd geboren op 3 maart 1918 en is op 12 oktober 2004 in Deever overleden.
Hij was een zoon van Paul Carel Louis Doorman en Josephine Harmanna Johanna van Daalen.

Blauwwater
Naam van een plas. Maar waarom had deze plas de naam Blauwwater ?
Boltsweg
Wie van de bezoekers van het Dievers Archief weet wie Bolts was.
Het zal wel een vrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen zijn geweest.
Wie van de aandeelhouders van de N.V. Berkenheuvel kan de redactie van het Deevers Archief hierover inlichten ?
Brandpaal
Verticaal in een betonnen sokkel geplaatse houten paal met klimijzers, die in de zomer gebruikt werd als post voor het waarnemen van bosbrand. De dienstdoende waarnemer moest  daarvoor zo nu dan naar boven klimmen.
De Brandpaal heeft gestaan aan de Middenlaan, bij het begin van de Kelderweg en de Juniperusweg in het Laatste Zand.
Christinaweg
Christina (1896) was de eerste voornaam van de vierde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. C.A. van Daalen en Karel Meerkamp van Embden, gescheiden in 1953.
C.J.O.-kamp
Het C.J.O.-kamp was een kamp van de Christelijke Jongeren Organisatie.
In 1951 is grond verkocht voor de ‘De Eikenhorst’, het kamp voor verwaaarloosde jeugd an de Gowe.
Het C.J.O.-kamp staat op verschillende ansichtkaarten afgebeeld.
De Haar
De naam van een gedeelte van het bos.
De Dennekamp
De naam van een gedeelte van het bos.
De Kelder
De naam van een bosgedeelte.
De Nul
De naam van een gedeelte van het bos.
De Veentjes
De naam van een veentje.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Dieverveld
De naam van een gedeelte van het bos.
Dieverzand
De naam van een gedeelte van het bos.
Het zwembad Dieverzand aan de Bosweg is genoemd naar dit gedeelte van het bos.
Het zwembad Dieverzand staat op veel ansichtkaarten afgebeeld.
Eerste Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Eerste Veentjesweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Evapad
Eva was de jongste zuster van Albertus (Bert) Christiaan Doorman
Ewoudweg
Ewoud was de zoon van Mello van Daalen en Johanna Maria Klik.
Gerardinaweg
Gerardina Barelds was de echtgenote van Wolter Smit.
Wolter Smit was de derde boschbaas op Berkenheuvel. Wolter Smit werd geboren op 5 mei 1893, hij was een zoon van Harm Smit en Jacoba Monis.
Gerardina Barelds was de dochter van Jan Barelds, de koffiehuishouder aan de brink van Deever en Aaltje Middelbrink.
Wolter Smit en Aaltje Middelbrink trouwden op 30 oktober 1914 te Diever.
Wolter Smit overleed op vrijdag 19 December 1947 in Velp (Rheden). Is hij vlak na de oorlog verhuisd naar Rheden ?
Gezina Catharina Smit was een dochter van Harm Smit en Jacoba Monis, zij was een zuster van Wolter Smit, zij was getrouwd met de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
Grensweg
Weg langs de grens van het landgoed Berkenheuvel.
Groningerweg
De bekende al heel oude zandweg (vooral zo houden) die van het Kasteel naar de Wildschut, was een weg langs de grens van Berkenheuvel.
Deze weg staat afgebeeld op een aantal mooie ansichtkaarten.
Haarweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Harm Smitweg
Harm Smit was de tweede boschbaas op Berkenheuvel, de opvolger van Marten Wouwenaar.
Hertekamp
De naam van een gedeelte van het bos.
Zag mr. Albertus Christiaan van Daalen hier voor het eerst een hert ?
Het Laatste Zand
De naam van een gedeelte van het bos.
Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen.
Deze al zeer oude naam is niet bedacht door mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Hezeneschweg
Weg langs de Heezenesch. 
Hoekeveenscheweg
Weg langs het Hoekveen.
Hoekveen
De naam van een gedeelte van het bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Hunnebedweg
De Hunnebedweg loopt langs het verdwenen hunnebed met de naam Potties Bargien.
Janweg
Jan was de broer van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Jodenzand
De naam van een gedeelte van het bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Johannaweg
Johanna was de tweede voornaam van de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Johanna (1894) was ook de voornaam van de derde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Juniperusweg
Juniperus is de Latijnse naam voor de jeneverbes.
Deze struik komt niet veel voor op Berkenheuvel.
Kalterschegat
De naam van een gedeelte van Berkenheuvel
Drassige weilanden waar Albertus (Bert) Christiaan Doorman wel naar kievitseieren zocht.
Kampweg
Weg in het Deeverse Zaand.
De weg loopt langs het terrein van het V.C.J.C.-kamp.
Kanaalweg
Deze weg loopt van de Tolweg naar het Kanaal (Drentsche Hoofdvaart), vandaar de naam Kanaalweg..
Karelweg
Karel Meerkamp van Embden was een zoon van tante ….. (tante Zus) en ….. Meerkamp van Emden
Karel werd geboren op zaterdag 26 mei 1923 in Tjikini (Nederlands Indië).
Kelderweg
Weg in het bosgedeelte met de naam De Kelder.
Kijkduin
Toepasselijke naam van de heuvel waarop een houten brandtoren (de opvolger van de brandpaal) stond. De resten van de vier palen zijn nog steeds aanwezig. Mooie heuvel met een lange helling om in de winter bij sneeuw van af te sleeën.  
Koekoeksvijver
Plas in de buurt van de Torenlaan, niet zo diep het bos in, makkelijk vindbaar.
Mooie grote plas om ’s winters bij ijs op te spelen, bijvoorbeeld ijshockey.

Kogelvangers
Resten van de plaats waar in het begin van de twintigste eeuw (1906-1908) schietoefeningen werden gehouden door het leger.
Kogelvangerweg
Langs deze weg liggen vier kogelvangers.
Krater
De naam van een heuvel in de buurt van de Tolweg.
Kraterweg
Weg naar de heuvel met de naam Krater.
Op de Krater heeft ook een uitkijktoren gestaan.
Kronkelweg
De naam van deze weg spreekt voor zich.
Martenshoek
De naam van een gedeelte van het bos dat is vernoemd naar Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Marten Wouwenaarweg
Marten Wouwenaar was de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Mastenveldje
De naam van een veentje aan de Bosweg bij de Studentenkamp.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Meeuwenplas
Grote ondiepe plas achter in het bos.
Mooie plas om in het voorjaar doorheen te banjeren en eieren te zoeken.
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Melloweg
De Melloweg loopt vlak langs de Koekoeksvijver.
Mello (1897) was de tweede en jongste zoon van mr Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Civiel-ingenieur Mello van Daalen heeft in Indië gewerkt. Hij bouwde daar spoorbruggen.
Midden Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Middenlaan
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Monument
Herdenkingsteken, geplaatst ter gelegengheid van de voltooiing van de bebossing van Berkenheuvel.
Het monument staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Nulweg
Weg in het gedeelte van het bos met de naam de Nul.
Ooster Schaapsdrift
Naam moet te maken hebben met de tijd dat Diever nog een kudde schapen had.
Oude Willemspark
De naam van een gedeelte van het bos in de Oude Willem.
Oude Willemsweg
Weg in het Willemspark.
Pastorieweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Paulweg
P
aul was de vader van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Paul Christiaan Louis Doorman trouwde op 23 oktober 1913 met Josephine Harmanna Johanna van Daalen.
De Paulweg loopt van de Ringweg naar de Adderveenweg.
Peterweg
Peter was ….., moet nog worden uitgezocht.
Reeënheuvel
Heuvel in de buurt van de Grensweg.
Ringweg
De langste zandweg van het landgoed Berkenheuvel.
Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Simonslaan
Simon was ….., moet nog worden uitgezocht.
Slangenbad
Plas in het Wapser Zand.
Een verklaring voor het ontstaan van het Slangenbad is dat ter plekke leem is afgegraven. Mr. Albertus Christiaan van Daalen gaf als verklaring dat het Slangenbad is gegraven voor de afwatering van het Adderveen. Klinkt logisch.
Snoekveen
Aaltje Smit, de dochter van Wolter Smit, wist te vertellen dat bij het Snoekveen turf is gegraven.
Studentenpad
Naam heeft te maken met de Studentenkampen in de Dieverse bos.
Stroetlaan
De Stroeten zijn nog in het bezit van de b.v. Berkenheuvel. Deze zijn gedeeltelijk verpacht.
Tillegrup
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Tolweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Toren
Uitkijktoren op de heuvel met de naam Kijkduin.
Deze uitkijktoren staat afgebeeld op een paar ansichtkaarten.
Torenlaan
Komende vanuit Wateren was vroeger in het verlengde van deze weg de toren van Diever te zien.
Torenweg
Aan de Torenweg ligt een heuvel met de naam Kijkduin. Op deze heuvel heeft een houten uitkijktoren gestaan. De fundamenten van deze toren bevinden zich nog op de heuvel.  Het ontwerp van deze toren is gemaakt door de architect Mello van Daalen.
Tweede Veentjesweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Van Daalensweg
Dit is de weg die mr. Albertus Christiaan van Daalen naar zichzelf vernoemde.
Van Tienhovenpark
De naam van een gedeelte van het bos.

Mr. P. van Tienhoven, was voorzitter van de Nederlandse Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Hij was ongetwijfeld een vrindje, wellicht een studievrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Van Tienhovenweg
Weg in het van Tienhovenpark.
Veldweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
V.C.J.C.-kamp
Zomerkamp van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale aan de Bosweg.
Wapser Schaapsdrift
Looproute van de Wapserse kudde schapen.
Wapserweg
Naam behoeft geen uitleg.
Wapser Zand
De naam van een gedeelte van het bos. Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen van de marke van Wapse.
Wester Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Wolter Smitweg
Wolter Smit was de zoon van Harm Smit en Gerdardina Barelds, zie hiervoor voor gegevens.
Hij was de twede boschbaas op Berkenheuvel. Zie ook de inscriptie op het Monument.
Zuurlandweg
Vrouw Kappe wist te vertellen dat ten westen van de Zuurlandweg in de buurt van de Vledder A ook turf is gegraven.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosgezichten, Cultureel erfgoed, Opraekelen | Leave a comment

Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren

In de Heerenveense Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-, Zuid-, Oost-Friesland en Noord-Overijssel verscheen op 14 juni 1950 het navolgende bericht met de titel ‘Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren’.

“De toeristische ontsluiting van het natuurgebied in de gemeente Diever, kan”, zo zeide burgemeester J. C. Meyboom, “indien zij niet op de juiste wijze wordt uitgevoerd, ongelooflijke rampen met zich medebrengen”.
De grootste ramp die de uitgestrekte bossen in deze gemeente zou kunnen treffen, zal zijn de “rode haan”. Om nu een mogelijke opstand van dit ongedierte op afdoende wijze te bestrijden en ontstane vuurhaarden zo spoedig mogelijk de kop te kunnen indrukken, was een brandwacht in Dievers prachtige boscomplexen onontbeerlijk.
Vooral dit punt baarde het gemeentebestuur grote zorg. Toch wist burgemeester Meyboom in samenwerking met de autoriteiten van de Bosbrandweer een oplossing te vinden
Het gelukte hen in Schoonebeek een boortoren op de kop te tikken, die nu in een zilveren kleed op het 1100 ha. omvattende landgoed “Berkenheuvel” als een fonkelende parel 25 m. boven A.P. Dievers natuurschoon staat uit te dragen.
De brandtoren, die vooreerst alleen op Zondag met een brandwacht zal worden bezet, zal voor de toeristen tevens dienst kunnen doen als uitzichttoren.
Daar het Dievers vroede vaderen al meermalen was gebleken, dat het natuurgebied in haar gemeente te weinig bekendheid in ons land genoot, hebben ze deze gelegenheid aangegrepen om vooraanstaande personen uit de Natuurbescherming, Staatsbosbeheer, Vreemdelingenverkeer en afdeling Bosbouw van de Stichting van de Landbouw, uit te nodigen de officiële opening van de toren te willen bijwonen.
De burgemeester kon dan gistermiddag als resultaat van zijn bemoeiïngen een illuster gezelschap welkom heten op het temidden der bossen gelegen paviljoen “Berkenheuvel”.
Onder de genodigden merkten wij op mr. M. C. Bloemers, hoofd van het Bureau Natuurbescherming van het Ministerie van O. K. en W.
Deze zeide onder meer, dat hij getroffen was door de grote liefde van het gemeentebestuur en noemde Diever een der fraaiste gemeenten van ons land.
Deze liefde kwam enige tijd geleden zeer sterk tot uiting, toen er een keuze moest worden gemaakt tussen Diever, Appelsga en Havelte, wat betreft het aanleggen van een militair oefenterrein. Hiertegen heeft het gemeentebestuur zich met hand en tand verzet, welker weerstand met succes is bekroond, nu de keus op Havelte is gevallen.
Hierna werd door de heer Bloemers met de hem door de burgemeester ter hand gestelde sleutel de brandtoren annex uitkijktoren geopend.
Van de toren heeft men een schitterend uitzicht over de bossen die met de belendingen in Appelsga, Doldersum en Smilde het grootste boscomplex in het noorden van ons land vormen.
Hierna werd langs bloeiende korenvelden en door oude dennenbossen een wandeling ondernomen, waarbij men kon genieten van de rijke flora in dit gebied.
Ook het zwembad, dat knusjes in de bossen ligt verscholen en door eendrachtige samenwerking door de dorpelingen zelf is gegraven, is evenals het openluchttheater een symbool van gemeenschapszin, die er in dit landelijke dorp heerst.
In het Schultehuis, waar het gezelschap hierna bijeenkwam, werd nog het woord gevoerd door ir. De Fremery, hoofd van de afdeling Bosbouw van de Stichting voor de Landbouw. Onder anderen gaven nog van hun belangstelling blijk mr. Halbertsma van de Stichting voor de Landbouw en de heer G. J. Comelfo, inspecteur van de brandweer in district V.
Dit gebied is voor de rustige vacantieganger, wars van amusement, een ideaal recreatieoord.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bijgaand artikel werd als bladvulling op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever opgenomen.
Echter de laatste vier alinea’s van het artikel zijn niet naar bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 gekopieerd en ook de foto die wel op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 staat, die staat niet in het artikel in de Heerenveense Koerier; werkelijk een oogstrelend staaltje van dalemaniaanse redactievoering.
De bonusbladzijde in het blad Opraekelen is ontstaan, omdat de Rabobank (Raiffeisen- en Boerenleenbank) voor het laatst in Opraekelen 13/1 reclame op bladzijde 33 heeft gemaakt. Wat zou daar toch de reden van zijn geweest ?
Burgemeester J.C. Meyboom is burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), die met de zijnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw al het oude, karakteristieke, fraaie en beeldbepalende erfgoed in de bebouwde kom van Deever wilde slopen en daar voor een groot deel ook in slaagde.

Posted in Bosweg, Brandtorens, Jan Cornelis Meiboom, Opraekelen, Toeristenindustrie, Uitkijktorens | Leave a comment

Van schoolfoto uit 1920 zijn alle leerlingen bekend

De redactie publiceerde de inhoud van dit bericht in een enigszins andere volgorde in nummer 02/4 (december 2002) van het blad Opraekelen. Dit is het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. De tekst van het artikel is enigszins geredigeerd en aangepast aan de feiten.

De heer Albertus Andreae (die in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) schreef in 1978 in het fotoboekje ‘Diever in oude ansichten’ bij de hier afgebeelde foto uit 1920 de tekst:
“Hier nogmaals een foto van een schoolklas van de openbare lagere school (van Deever, redactie). We plaatsen deze niet alleen om de kinderen die hier op staan, maar ook om de man die geheel rechts staat. Dit was meester C. Klijn, hoofd van de school. Hij was de opvolger van meester Kuiper. Uiteraard was deze nieuwe meester nog jong en vol idealen. Hij gaf op moderne wijze onderwijs aan zijn leerlingen. Voordien was er van “doorleren” op het dorp weinig of geen sprake. Vaak was er op de boerderij of anderzins thuis wel werk. Doch deze nieuwe meester wees de leerlingen op, voor zover mogelijk, doorstuderen en hoewel hij natuurlijk wel eens weerstand bij de ouders ontmoette, heeft hij toch bij enkelen wel succes gehad. En zo was meester Klijn toch wel een pionier.” (verzameling Alberdina Doorten-Slagter, Diever)

Bij de afgebeelde foto, die buiten voor de school aan de Hoofdstraat is gemaakt, schreef wijlen de heer Albertus Andreae (geboren 18 maart 1908 te Diever, overleden 27 maart 1988 te Diever, hij had ook op de foto moeten staan) (Die in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) in 1978 mooie woorden over meester Klijn. Je zou zeggen een goed voorbeeld doet goed volgen, maar dat gaat niet altijd op. Helaas nam hij niet de kleine moeite bij de foto de namen van de kinderen te vermelden. Het origineel van deze foto leende hij van mevrouw Alberdina Doorten-Slagter (geboren 27 januari 1914 te Diever, overleden 7 januari 2008 te Dwingelo). Wij hoefden weinig moeite te doen om achter de namen te komen van de leerlingen op de foto, want dezelfde mevrouw Alberdina Doorten-Slagter noemde ze zelfs in 2002 achter elkaar aan Jans Tabak, de alles-van-Deever-weter. De redactie is haar daarvoor posthuum dankbaar en is zich bewust dat zij ons veel wist te verhalen. De redactie is ook Jans Tabak erkentelijk voor de grote volhardendheid waarmee hij de namen van leerlingen op oude schoolfoto’s tracht te achterhalen. Het is bij de redactie niet bekend of er oudere schoolfoto’s dan deze uit de gemeente Diever zijn, waarvan alle namen ook bekend zijn.

De bovenste rij bestaat van links naar rechts uit:
– Jantina (Tine) Doorten, geboren op 25-11-1908, overleden op ……., echtgenote van Jan Dekker, Diever.
– Dina Klasen, dochter van snikkevaarder Gerard Klasen, van haar zijn geen gegevens bekend.
– Jansje Daleman, geboren op 25-10-1907, overleden op 8-1-1976, echtgenote van Aafko Voorma.
– Jantje Wesseling Gdr., geboren op 2-8-1911, overleden op 26-12-2004, echtgenote van Hendrik Mulder, Diever.
– Reina Mulder Wdr., geboren op 5-11-1910, overleden op 4-1-1970, echtgenote van Roelof Remmelts.
– Roelofje Kloosterman, echtgenote van Gerrit Noorman, overige gegevens zijn nog onbekend.
– Jantje Oost Adr. geboren op 27-3-1908, overleden op 9-11-1996, echtgenote van Jans Daalman.
– Albertje ter Mast, geboren op 26-12-1909, overleden op 29-7-1998, echtgenote van Barteld Oost (eerste huwelijk) en Jan  Wicher Bosman (tweede huwelijk).
– Annigje Boelens, geboren op 2-10-1908, overleden op 10-3-1999, echtgenote van Aaldert Barelds.
– Lammigje Seinen, geboren op 29-4-1909, overleden op 5-8-1998, echtgenote van Teunis Wesseling.
– Meester Cornelis Klijn, van hem zijn nog geen gegevens bekend.
De vier zittende jongens op de tweede rij zijn van links naar rechts:
– Roelof Willem van Wester, geboren op 6-8-1908, overleden op 28-7-1987, echtgenoot van Lammigje Zegeren.
– Hendrik Seinen, geboren op 14-7-1907, overleden op 15-8-1992, echtgenoot van Annigje Prins.
– Albert Koning Hzn., geboren op 19-5-1909, overleden op 27-9-1929, jong overleden.
– Hendrik van Wester, geboren op 6-8-1908, overleden op 6-3-1986, ongehuwd.
De zeven op het schoolplein zittende jongens zijn van links naar rechts:
– Arend Bennen Ezn., geboren op 29-9-1907, overleden op 26-11-1998, echtgenoot van Zwaantje Santing.
– Harm Buiter, geboren op 3-11-1908, overleden op 7-9-1977, echtgenoot van Rensje Donker.
– Klaas Daleman, geboren op 22-5-1906, overleden op 10-4-1945, echtgenoot van Jacoba Fledderus.
– Pieter Folkerts, geboren op 22-3-1907, overleden op 17-11-1995, echtgenoot van Albertje Vos.
– Geert Kok Gzn., geboren op 7-11-1909, overleden op 5-5-1987, ongehuwd.
– Jan Slagter Bzn., geboren 23-6-1908, overleden in oktober 1986, echtgenoot van Beertje Mennink.
– Tjibbe Krol, geboren op 9-9-1907, overleden op 11-3-1994, echtgenoot van Jantje Kok.

Een aantal kinderen blijkt relatie met het Schultehuis te hebben. De moeder van Klaas en Jansje Daleman was Jantje Oldenkamp. Haar vader Engbert Oldenkamp woonde in het Schultehuis en was daar boer en postkantoorhouder aan het begin van de vorige eeuw. In die tijd was het Schultehuis nog het voorhuis van de er tegenaan gebouwde boerderij (en soort hoort het ook). In 1918 werd het Schultehuis bewoond door het echtpaar Jan Krol en Romkje van der Burg en hun kinderen Saakje, Geesje, Koendert en de rechts vooraan op de foto zittende Tjibbe.
Bij de razzia op 10 april 1945 pakten de Duitsers ook Klaas Daleman op. Hij woonde met zijn gezin tegenover de Gereformeerde School. Klaas Daleman werd samen met negen andere mannen op het marktterrein vermoord (zie ook Opraekelen 02/1).

Posted in Lagere school Deever, Olde schoelfotoos, Opraekelen, Schoolfoto's | Leave a comment

De Wittelter skoele in de zomer van 1965

De redactie van het Deevers Archief is actief bezig met het verzamelen van alle schoolfoto’s van alle scholen binnen de grenzen. In dit bericht is een foto uit 1965 opgenomen van de Wittelter skoele.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto ook gepubliceerd in Opraekelen 05/2.
In de zomer van 1965 zijn de leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte (de Wittelter skoele) met hun onderwijzers begeleiders en de buschauffeur tijdens een schoolreisje (naar Eelde en de speeltuin in Paterswolde?) op de foto gezet.

In de bovenste rij staan van links naar rechts de volgende leerlingen:
Klaasje Oosterhof, geboren 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, woont in Dwingelo;
Bertha Berends, geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert Warnders, woont in Uffelte;
Jans Tabak, geboren op 26 september 953, getrouwd met Tineke Koning, woont in Beilen;
Jacob Rozeboom, geboren op 24 juni-1953, overleden op 11 oktober 1969;
Albert (Appie) Baaiman, geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josefien Smit, woont in Steenwijk;
Jan Roelof Stapel, geboren op 31 januari 1954, overleden op 13 december 2011, was getrouwd met Marga Schoonvelde, woonde in Havelte;
Albert (Appie) Jongebloed, geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, woont in Meppel;
Tietje Hunneman, geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, woont in Uffelte;
Jan Tabak geboren op 7 oktober 1954, getrouwd met Siska Benniks, woont in Groningen.

Tussen de onderste en de bovenste rij staan van links naar rechts de volgende leerlingen:
Jan Krol, geboren op 26 maart 1957, getrouwd met Aly Meinders, woont in Beilen;
Jan Westerveen, geboren op 29 oktober 1957, getrouwd met Sita Karsten, woont in Appelscha;
Grietje Lensen, geboren op 8 mei 1954, getrouwd met Koop Zoer, woont in Dwingelo;
Dinie Oosterhof, geboren op 24 december 1954, getrouwd met Hilbert Zoer, woont in Dwingelo;
Egbert van de Berg, geboren op 17 maart 1954, overleden op ….., woonde in Wittelte an de Wapserveenseweg;
Gerrit Vrielink, geboren op 18 februari 1954, getrouwd met Trijntje Pekel, woont in Havelte;
Annigje (Annie, An) Baaiman, geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Schraal, woont in Lelystad;
Lidia Berends, geboren op 24 januari 1955, getrouwd met Lambertus Tiemes. woont in Havelte;
Jacoba (Cobie) Boerhof, geboren op 13 juli 1954, overleden op 23 mei 1989, was getrouwd met Henk Schra;
Margje (Marie) Baaiman, geboortedatum niet  bekend, getrouwd met Hilko Nijenbrink, woont in Pesse;

De onderste rij wordt gevormd door de volgende volwassenen en leerlingen:
Mevrouw Lina Berends-Poepe, geboren op 8 september, overleden op ,,,,,, was getrouwd met Hendrik Berends, woonde in Wittelte en Deever;
Juffrouw Engel Broer-van Delden, geboren op 12 mei 1923, overleden op …, was getrouwd met Luite Wolter Broer, woonde in Deever;
Lambert Baaiman, geboren op 23 december 1956, getrouwd met Marja Pak, woont in Kamerik;
Jacoba (Cobie) Baaiman, geboren op 16 maart 1958, getrouwd met Kees Nap, woont in Kamerik;
Jan de Weerd, geboren op 5 oktober 1957, getrouwd met Pietje Gerrits, woont in Meppel;
Annigje (Annie) Vrielink, geboren op 9 juni 1957, getrouwd met Geert Jaspers, woont in Kallenkote;
Janneke Berends, geboren op 5 juni 1957, getrouwd met Paul Hogerheyde, woont in Dwingelo;
Chauffeur Luchie Jan Smit, geboren op 2 april 1936, getrouwd met Trijntje Oord, woont in Ruinen;
Wemmigje (Wemmie) Berends, geboren op 18 december 1957, getrouwd met André van Eisden, woont in Meppel;
Peter Seggers, geboren op 22 oktober 1956, getrouwd met Marion Bralds, woont in Groningen;
Jacob Oost, geboren op 18 maart 1958, getrouwd met Lammie van Wester, woont in Hoogeveen;
Hendrik (Henk) Boer, geboren op 15 september 1957, niet getrouwd, woont in Oldendreever;
Lamminus Tabak, geboren op 1 mei 1957, getrouwd met Anna Scholtens, woont in Deever;
Mevrouw Geertje Broer-Wuite, geboren op 29 januari 1922, overleden op ……, was getrouwd met Hendrik (Henk) Broer, woonde in Wittelte en Deever;
Meester Hendrik (Henk) Broer, geboren op 26 augustus, overleden op 1 februari 1996, was getrouwd met Geertje Wuite, woonde in Wittelte en Deever.

Het grote gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstraat in Diever naar Wittelte. Elders in het Deevers Archief is een foto van de Wittelter skoele uit 1959 gepubliceerd, waarop Wolter, Theo, Klaasinus (Sinus), Albert (Appie) en Annigje (Annie, An) Baaiman zijn te zien.
Op deze foto, die gemaakt is in de zomer van 1965, zijn Albert (Appie), Annigje (Annie, An), Margje (Marrie), Lambert en Jacoba (Cobie) te zien.
Bij kinderen uit het gezin Baaiman zijn weinig foto’s aanwezig uit de tijd dat ze aan de Wapserveense weg in Wittelte woonden. De redactie van het Deevers Archief denkt ze een plezier te kunnen doen met deze schoolfoto.
In het midden op de voorgrond zit buschauffeur Luchie Jan Smit uit Dwingelo. Hij was in die tijd in dienst van touringcarbedrijf Van Echten in Ruinen. Het is niet bekend wat de bestemming was van het schoolreisje. Wie reageert ?

Bezoekers van het Deevers Archief worden uitdrukkelijk gevraag te reageren op de juistheid van de vermelde gegevens en zo mogelijk een verhaal te vertellen bij deze foto.

Posted in Opraekelen, Scholen, Schoolfoto's, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1949

De redactie van het Dievers Archief heeft zich, ook in de tijd dat hij in het blad Opraekelen van de plaatselijke heemkundige vereniging artikelen publiceerde voor mensen binnen en buiten de gemeente Diever met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever, actief bezig gehouden met het verzamelen en documenteren van schoolfoto’s van alle scholen en voormalige scholen in de voormalige gemiente Deever.
Het ambitieuze streven is nog steeds zoveel mogelijk schoolfoto’s te verzamelen en te documenteren en deze zo mogelijk per school in boekvorm uit te brengen. In de categorie ‘olde schoelfotoos’ plaatsen we hier een foto van leerlingen en leerkrachten van de voormalige openbare lagere school van Wittelte (zie ook Opraekelen 02/3).
De leerlingen van het schooljaar 1948-1949 en leerkrachten van de voormalige openbare school van Wittelte (de Wittelter skoele) zijn in de zomer van 1949 bij de school op het nog onverharde schoolplein op de foto gezet.

Het uitzoeken van namen en het opsporen van de huidige verblijfplaats van kinderen en leerkrachten op de foto is niet altijd even gemakkelijk. Het zoekwerk voor deze foto was echter niet zo moeilijk. Een flink aantal kinderen staat ook op de schoolfoto uit 1953 (nog te publiceren in het Dievers Archief). De overigen waren voor een deel bekend bij de redactie. Daarnaast is mevrouw Klaasje Geerts-Rozeboom uit Nijverdal behulpzaam geweest bij het verifiëren van de namen van de kinderen. Zij maakte de redactie attent op het feit dat op de foto in elk geval Klaasje Berends (geboren 29 september 1936) ontbreekt. Op basis van enig onderzoek is de conclusie getrokken dat ook Jacob Oostra (geboren 22 oktober 1939), Lammie Houwer (geboren op 21 februari 1940), Gerda Klok (geboren 20 juni 1941) en Roelie Rozeboom (geboren 5 februari 1942) op de foto hadden kunnen staan.
De achterste rij leerkrachten en jongens bestaat van links naar rechts uit: Juffrouw Jantje Koopman (geboren op 4 januari, weduwe van Esdert de Glind), juffrouw Magda Zijlstra (gegevens nog onbekend, wie van de lezers kan ons helpen ?), Jannes Siemens (geboren op 27 augustus 1939, getrouwd met Jantje Wolters, Bovensmilde), Albertus Gerardus (Bertus) Pril (geboren op 13 juni 1937, Amsterdam), Teunis Rozeboom (geboren op 12 oktober 1937, samenwonend met Rita Kristeerius, Diever), Berend Jonker (geboren op 11 januari 1936, getrouwd met Fennie Bügel, Lhee), Jantinus Hendrikus (Jannes) Boer (geboren op 8 november 1935, getrouwd met Roelien Huisman, Wassenaar), Albert Wanningen (geboren op 7 maart 1937, overleden op 1 december 1964), Albert van Zomeren (geboren op 31 januari 1938, getrouwd met Hilligje (Hillie) Oosterhof, Meppel), Jochem van Leeuwen geboren op 11 maart 1938, getrouwd met Willie Schuitert, Enschede), Tiede Oosterhof (geboren op 17 april 1939, overleden op 1 juni 1955) en meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op  februari 1996, bij leven getrouwd met Geertje Wuite).
De bovenste rij meisjes wordt van links naar rechts gevormd door: Roelina Willemtje (Roelie) Klok (geboren op 2 juli 1938, getrouwd met Gerrit Grit, Hoogeveen), Willemtje (Willie) Klok (geboren op 20 mei 1937, weduwe van Hendrikus (Rieks) Bos, Diever), Hilligje (Hillie) Oosterhof (geboren op 13 februari 1938, getrouwd met Albert van Zomeren, Meppel), Roelina (Roelie) Siemens (geboren op 21 februari 1938, getrouwd met Jan Lubbinge, Steenwijk), Jacobje (Cobie) Nijboer (geboren op 5 april 1937, getrouwd met Hendrik Roelof Liezen, Wanneperveen), Klaasje Rozeboom (geboren op 25 november 1936, getrouwd met Aaltinus Geerts, Nijverdal), Gezina (Sina) van Leeuwen (geboren op 23 augustus 1936, getrouwd met Berend Mos, Dwingelo), Roelofje (Roelie) Soer (geboren op 27 juli 1937, getrouwd met Jan Kiers, Diever), Elsje Oost (geboren op 17 augustus 1939, Epe) en Christina Wilhelmina (Stiena) Klok (geboren op 16 februari 1940, getrouwd met Johannes van der Weij, Diever).
De twee kleine meisjes onder de rij meisjes zijn van links naar rechts:
Alie Pril (geboren op 12 juni 1943, weduwe van Rob Pino, Baarn) en Willemina (toen Mina, nu Wilmie) Oost (geboren op 14 februari 1941, Den Haag).
De vier staande jongens in de rij daar beneden zijn van links naar rechts:
Geert Soer (geboren op 30 april 1939, getrouwd met Geesje Vrieling, Steenwijk), Jan Willem Echten geboren op 8 april 1940, getrouwd met Roelie Noorman, Havelte), Albertus (Bertus) Dijkman (geboren op 13 juni 1937, overleden, (datum onbekend), bij leven getrouwd met Gea Hartkamp) en Roelof Jonker (geboren op 11 april 1939, getrouwd met Dinie Nijstad, Eext).
De rij zittende jongens op de voorgrond wordt van links naar rechts gevormd door: Reinder van Leeuwen (geboren op 13 juni 1941, getrouwd met Dinie Jansen, Vledder), Arend van Zomeren (geboren op 1 mei 1942, getrouwd met Hannie Annevelink,Westerbork), Aaldert Soer (geboren op 16 juni 1941, getrouwd met Roelie Stoker, Wittelte), Jan Barelds (geboren op 17 februari 1941, getrouwd met Jantje Prins, Emmeloord), Wolter Jonkers (geboren op 17 februari 1943, getrouwd met Ivonne Meier, Voorthuizen), Jan Klok (geboren op 3 april 1942, overleden op 12 november 1992, bij leven getrouwd met Hennie Meulenbelt) en Arend (Arie) Oosterhof (geboren op 4 september 1941, getrouwd met Everdina (Dinie) de Vrieze, Meppel).

Posted in Olde schoelfotoos, Opraekelen, Scholen, Wittelte | Leave a comment

Maurice Domingo herinnert zich Geesje Schoemaker

Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.
De redactie van het Dievers Archief publiceerde in 2002 in nummer 1 van Opraekelen -het blad van de heemkundige vereniging uut Deever- het navolgende artikel ‘Maurice Domingo was één van de parachutisten’ voor de Deeversen met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever.
De geharde Franse parachutist is zich wel bewust geweest van de bijdrage van Geesje Schoemaker (dochter van postkantoorhouder Lambert Schoemaker) aan de acties van de Franse parachutisten in Diever.

Maurice Domingo was één van de parachutisten
In maart 1999 kwam op het postkantoor van Diever een pakje aan met als adres: Madame La Postière de Diever. Postière en 1945. Hollande. Het pakje bleek bestemd te zijn voor de in Den Helder wonende mevrouw Geesje van der Werf-Schoemaker, dochter van Lambert Schoemaker, die in de Tweede Wereldoorlog de postkantoorhouder van Diever was. Zij zat toen in het verzet in Diever. Het pakje bevatte een document, waarin Maurice Domingo herinneringen ophaalt aan de Tweede Wereldoorlog. Bij de geallieerde operatie ‘Amherst’ zat hij in de eenheid onder leiding van luitenant Edgard Thomé die bij Diever landde. Onderstaand artikel is een samenvatting van het door mevrouw Karin Broekema uit het Frans vertaalde document ‘Iedere ontvluchte van Frankrijk heeft zijn verhaal’.

Maurice Domingo werd geboren op 19 mei 1921 in Narbonne in Frankrijk. Hij was een zoon van Spaanse ouders, maar had de Franse nationaliteit. Hij vervulde zijn dienstplicht in het Franse leger. Maurice was pas vijftien jaar oud, als hij in 1936 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog meehielp met het vervoer van voedsel en wapens naar de strijders tegen de fascist Franco. Een keer werd een vrachtwagen aangevallen door aanhangers van Franco. Hij en de chauffeur werden gedwongen om de geladen vrachtwagen achter te laten. In 1942 sloot hij zich in Narbonnen aan bij de eerste vormen van verzet. Hij bracht dienstweigeraars van Narbonne via Perpignan naar de Spaaanse grens, vanwaar ze verder trokken naar Engeland om tegaan vechten tegen de Duitsers. Op één van die tochten werd hij in 1943 gearresteerd. Maurice zat vier en een halve maanden gevangen in Barcelona in Spanje. Ook werd hij door de Gestapo in Narbonne gearresteerd en in een treinwagon op transport gezet naar Duitsland, maar hij wist onderweg te ontsnappen.

De Engelse consul vroeg hem naar Engeland te komen om vandaar naar Afrika te vertrekken. Maurice vertrok via Spanje naar Engeland en nam dienst in het derde regiment van de Special Air Service (SAS). In Engeland maakte hij zijn eerste oefensprong als parachutist uit een heteluchtballon. Op 1 januari 1944 liet Maurice Domingo in Londen op verzoek van een legeraalmoezenier zijn eerste testament opmaken. Het luidde: “Ik schenk mijn leven aan Frankrijk.”

In 1944 werd Maurice voor het eerst gedropt. Dat gebeurde boven het Franse Bretagne Frankrijk. Hij kwam alleen neer in het dorpje Andivisiau. Hij voegde zich daar bij de verzetstrijders. Hij gaf deze raad en leerde hen hoe met Engelse wapens om te gaan. Maurice heeft daar ook een brug en een spoorweg opgeblazen. Toen de geallieerden in Bretagne arriveerden voegde hij zich weer bij het derde regiment van de SAS.
De volgende opdracht waaraan Maurice deelnam, was een dropping, zijn tweede, boven de Franse Jura. De parachutisten moesten eerst verzetstrijders in het fort Homon bevrijden. Vervolgens moesten zij het leger van generaal de Lattre helpen. Dit leger was in de Provence aan land gekomen. De officieren van generaal de Lattre hadden behoefte aan informatie over de plaats waar de zware pantservoertuigen van de vijand zich bevonden. De parachutisten staken enkele nachten achter elkaar de linies over om uit te zoeken waar deze wapens waren. Dat gebeurde tussen bombardementen door die om de drie minuten een paar minuten stopten. In Clerval in de Jura hebben de parachutisten een lange nacht zwaar gevochten met de Duitsers. Maurice Domingo was gedurende dat hele verschrikkelijke en bloedige gevecht aanwezig. Er vielen doden en gewonden en alles stond in brand, maar de parachutisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. Zij hadden de route vrijgemaakt voor het leger van generaal de Lattre, dat in de ochtend arriveerde.

In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij Diever. Volgens Maurice hebben ze in Diever en omgeving vier opdrachten uitgevoerd, namelijk de burgemeester van Diever kidnappen, de belangrijkste route blokkeren, een vliegveld aanvallen en een uitkijktoren bezetten en in het kanaal schuiten aanvallen, die het front van explosieven voorzagen.
Het eerste wat de luchtcommando’s in Diever deden was de burgemeester gevangen nemen. Maurice schrijft hierover: “De burgemeester van Diever werd door mij gevangen genomen. Hij was net een kop koffie aan het drinken. Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen. Deze lepel heb ik nog steeds in mijn bezit. Wij hebben de burgemeester aan de autoriteiten overgebracht.”
Maurice Domingo moest schuiten van de Duitsers in de Drentsche Hoofdvaart saboteren. Dat gebeurde bij slecht weer. Maurice schrijft: “We hebben de hele nacht in de regen gewacht op die rotschuiten!” Die schuiten zaten vol met explosieven. Door een explosie op een van de schuiten raakte Maurice gewond. Hij werd naar de eerste divisie van het Canadese leger gebracht. Hij verbleef daarna enige tijd in Schotland om te herstellen.

Terugdenkend aan zijn dropping in Drenthe schrijft Maurice: “Het slagen van onze opdracht in Drenthe is te danken aan de postbeambte van Diever, die ons naar verschillende locaties in Diever heeft gebracht.”

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De N.S.B.-burgemeester van Diever was Pier Obe Posthumus.

Met de postbeambte wordt Geesje Schoemaker bedoeld.
Mau
rice Domingo werd op 2 januari 1951 door koningin Juliana onderscheiden met het ‘Oorlogs-Herinneringskruis’ met de gesp ‘Krijg te land 1940-1945’.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutisten, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Excelsior in de consistoriekamer op 22 mei 1954

De redactie van het Dievers Archief publiceerde in nummer 07/1 van Opraekelen, het blad van de in Diever gevestigde heemkundige vereniging, het volgende bijschrift bij een foto van muziekvereniging Excelsior. De foto is bij deze tekst opgenomen.  Deze foto komt uit de verzameling van Arent Ekkelboom, die ook op de foto staat.

Oude in binnenruimten in de gemeente Diever gemaakte groepsfoto’s zijn zeldzaam. Deze foto van muziekvereniging Excelsior, opgericht op 22 mei 1924, is vermoedelijk op 22 mei 1954 ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de vereniging gemaakt in de oude consistoriekamer van de Nederlands Hervormde Kerk in Diever.
Arent Ekkelboom heeft het vermoeden dat niet alle leden van de vereniging op deze foto staan, want in zijn tijd waren en man of twintig lid. Zo ontbreken op deze foto onder meer smid Frederik (Freerk) Offerein en schoenmaker Jan Mulder (Jan Pikkie).
Achteraan zijn van links naar recht te zien:
Anne Vierhoven (met tuba, geboren op 22-10-1918, overleden op 10-11-1963);
Ido Hunze (gegevens niet bekend),
Reinder van Leeuwen (gegevens niet bekend, wonende te Vledder, hij wordt verzocht te reageren op deze foto);
Hendrik Broekman (met trompet, geboren op 26-7-1930, wonende te Steenwijk);
Arent Ekkelboom (met piston, geboren op 27-10-1938, wonende te Joure);
Frederik (Freek) Bremer (met trompet, geboren op 18-11-1922, overleden op 28-12-1992)
Frederik (Freek) Klok (met bugel, geboren op 8-7-1937, overleden op 20-5-1987)
Hendrik Jan Rolden (met klarinet, geboren op 10-3-1921, overleden op ….);
Hilbert Bijker (met tuba, geboren op 16-9-1900, overleden op 20-1-1983).
De rij zittende muzikanten bestaat van links naar rechts uit:
Hendrik Oost (met klarinet, geboren op 21-3-1915, overleden op 12-2-2000);
Dirk van Leeuwen (met tuba of bariton in handen, maar blies eerst cornet, geboren op 4-1-1896, overleden op 17-9-1985);
Hendrik Nijzingh (met de ringbas, geboren op 18-7-1901, overleden op 12-5-1969);
Menno (Minne Pieter) de Raaf (met trombone, geboren op 19-3-1923, overleden op 18-4-1992);
Willem Krol (met piston, geboren op 20-10-1920).
Zittend voorzaan zijn van links naar rechts te zien:
Mans Nijzingh (met klarinet, geboren op 17-2-1940, wonende te Dwingelo);
Anne Nijzingh (met kleine trommel, geboren op 16-8-1932, wonende te Diever);
Jan Thalen (gegevens niet bekend, wonende te Assen, hij wordt verzocht te reageren op deze foto).

Posted in Cultuur, Diever, Kerk op de brink, Opraekelen, Verenigingen | Leave a comment

Anne Mulder over Albert Egges van Giffen

De Deeverse wijlen Anne Mulder vertelde in een interview in 1991 in Assen enige persoonlijke herinneringen aan professor doctor Albert Egges van Giffen aan de redactie van het Deevers Archief. Deze heeft de herinneringen van wijlen Anne Mulder op papier uitgewerkt en in maart 2000 gepubliceerd in nummer 00/1 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Mijn ambtelijke contacten met Van Giffen
In de negentwintig jaren die ik heb gewerkt op de secretarie van het gemeentehuis in Diever, heb ik met de professor op prettige wijze over verschillende zaken contact gehad.

Van Giffen, de bosbewoner
Hij had een tweede woning op de Heezeberg. Daar vertoefde hij regelmatig. Dat was de plaats waar hij het liefst verbleef. Op de Heezeberg was het bosonderhoud een geliefde bezigheid van hem. Hij had altijd een tang bij zich om takken af te kunnen knippen. Na zijn dood heeft zijn oudste zoon Jan daar gewoond.

Van Giffen, zijn contacten met het dorp
Voor zover mij bekend hebben Van Giffen en zijn vrouw nooit deelgenomen aan het gemeenschaps- en verenigingsleven in Diever. Op één uitzondering na. Hij was lid van de commissie van aanbeveling van een geldinzamelingsactie voor de restauratie van de Nederlands Hervormde kerk van Diever. Die actie heeft succes gehad, want de restauratiecommissie heeft de kerk in 1959 schuldenvrij overgedragen aan de kerkvoogdij.

Van Giffen, de altijd gedrevene
Hendrik Jan ter Mast fungeerde als toezichthouder op zijn bosgebied op de Heezeberg. Op een gegeven moment vertelde de professor aan Hendrik Jan over zijn grootse plannen voor de komende jaren inzake de beplanting en het onderhoud van het areaal bos. Hendrik Jan reageerde daarop met: “Mor dan moei’t oasemhael’n neet vergeet’n meneer”, waarop de professor antwoordde met: “Ik zal erom denken Ter Mast”.

Van Giffen, de grappenmaker
Het kwam wel eens voor dat hij bij het hunnebed mensen aantrof die uit het westen van het land kwamen. Hij maakte met zijn kleine gestalte en een pet op zijn hoofd dan niet bepaald een professorale indruk. Hij vertelde dan die mensen wel eens de gekste verhalen over de hunnebedden en de wijze waarop ze waren ontstaan. En met die verhalen togen ze dan huiswaarts.

Van Giffen, de onverbiddelijke
Mijn broer Egbert had een tijdlang het alleenrecht van jagen op zijn grondgebied. Totdat de Dieverse jagers, waaronder mijn broer, eens op de rand van dat gebied de jacht uitoefenden. De oude Hendrik Jubbega uit Oldendiever was op een gegeven moment moe en ging even zitten. Op dat moment was ook professor Van Giffen ter plaatse en constateerde dat Hendrik Jubbega op het uiterste puntje van zijn bosgebied was gaan zitten. Meteen ontnam de professor Egbert definitief het alleenrecht op de jacht in zijn bosgebied. Maar daarmee was de professor niet van mijn broer af, want wie ligt naast hem en zijn vrouw begraven op de algemene begraafplaats in Diever ? Jawel, de jager Egbert Mulder ! Nu zijn en blijven ze nog buren ook.

Van Giffen, de opmerker
Bij een wandeling door het dorp ontdekte professor Van Giffen een pol huislook op het dak van onze boerderij, Achterstraat 10. Hij vroeg aan mijn moeder, die buiten stond, of hij een stuk huislook mocht hebben. “Eiglijk neet”, zei mijn moeder, “want ‘k vun oe vrogger in de skoele moar een kreng, want ie kneep’m mee’j altied in de wange”. Ze zaten immers bij elkaar in de klas toen de professor als jongen in Diever woonde. Zij werd geboren op 9 januari 1884 en hij op 14 maart 1884.
De professor wenste zich niet te herinneren wat mijn moeder zei. Het had ook niets met hunnebedden, grafheuvels en urnenvelden te maken. Desondanks heeft hij wel een stukje huislook meegekregen. Ik weet niet hoe die pol huislook op ons dak is gekomen. Misschien is die pol meegebracht door mijn vader, want die was rietdekker van beroep.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
Professor doctor Albert Egges van Giffen was namens de Drentsche Praehistorische Vereniging lid van het bestuur van de Stichting ‘Oud-Drenthe’ te Assen, de stichting die in het voorjaar van 1935 meende in de eerste plaats zijn gehele aandacht te moeten concentreren op het behoud en herstel van het zo genoemde Schultehuis an de Brink in Deever.
In het zo genoemde Schultehuis is nu gevestigd het zo genoemde Oermuseum, dat wel bijzonder schatplichtig is aan de niet in Deever geboren en ook niet in Deever getogen professor doctor Albert Egges van Giffen.
Lezers die Deeverse herinneringen hebben aan professor doctor Albert Egges van Giffen worden verzocht deze op papier te zetten en voor publicatie in het Deevers Archief in te sturen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde zwart-wit foto van het boerderijtje an de Aachterstroate in Deever, waar vroeger de familie Mulder woonde, op 10 februari 2000 gemaakt, da’s ook al weer meer dan zestien jaar geleden.

Abracadabra-1248

Posted in Achterstraat, Albert Egges van Giffen, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Hunebed, Kerk op de brink, Opraekelen | Leave a comment

De Baarg in de 20-er jaren van de vorige eeuw

Burgemeester Hendrik Gerard Van Os fotografeerde de in verval geraakte maar nog aardig op hoogte zijnde Baarg van Wittelte in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Volgens oude Wittelters stonden op de Baarg hulseboss’n.
De uitgestorven familie Bij de Berg moet in Wittelte eeuwen lang in de buurt van de Baarg hebben gewoond. Het zou aardig zijn te weten of deze familie, naast de boerderij aan de Wapserveenseweg, waar ze het laatst woonde, eerder ook een andere boerderij dichter in de buurt van de Baarg heeft bewoond.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Abracadabra-237

Posted in Canon van de gemeente Diever, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Opraekelen, Topstukken, Wittelte | Leave a comment

Voor de tent in de soldatenkamp te Deever in 1906

Op 21 augustus 1906 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Stadsnieuws het volgende korte bericht.

De beide bataljons van het 9e regiment infanterie alhier hebben heden het kamp bij Diever betrokken tot het houden van compagnie- en bataljonsoefeningen.
Met de leiding dier oefeningen is belast de kolonel C.P. de Veer, commandant van het regiment alhier.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-22
Het soldatenkamp (de Kaamp) bij Deever stond op de Oeren tussen Deever en Wapse. Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Deever.
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen.
Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen. Bij een grote vraag van de soldaten in het kamp naar briefkaarten, ontstond vanzelf een aanbod van ansichtkaarten.
De kaarten zijn zeer gewild bij en gezocht door hedendaagse verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Sommige slordige verzamelaars stoppen dit soort kaarten diep weg in een schoenendoos in een kabinet, andere verzamelaar bewaren de kaarten voor zichzelf in zuurvrije plastic opbergmappen in dure opbergsystemen.
De bedoeling van de redactie van het Deevers Archief is zoveel mogelijk ansichtkaarten uut de gemiente Deever uit eigen verzameling aan een breed publiek te tonen. Elke bezoeker van het Deevers Archief moet kunnen meegenieten van al het moois uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde ansichtkaart, waarop een deel van de derde compagnie van het derde bataljon van het negende regiment is te zien, is in 1906 verstuurd vanuit Diever.
In nummer 3 van 2014 (nr. 14/3) van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, is deze kaart ook afgebeeld in het artikeltje ‘Uit de verzameling van Klaas Vording’. Het artikeltje vermeldt niet wie Klaas Vording is. Dus de vraag is: Wie is toch die Klaas Vording ?

Abracadabra-1246Abracadabra-1247

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

De Dikke Stien’n in de Stienakkers op de Heezenesch

In het prachtig uitgevoerde fotoboek ’Uit het album van meester Boneneschanscher – Dwingelo en omgeving in foto’s, circa 1895- 1930′ staat een foto van het hunnebed in de Stienakkers op de Heezenesch bee’j Deever. De originele zwart-wit foto is aanwezig in de collectie van het Drentsch Archief in Assen. De foto is als ansichtkaart uitgegeven in 1911. De redactie van het Deevers Archief hoopt ten zeerste een exemplaar van deze zeldzame ansichtkaart op de kop te kunnen tikken.
Meester Engelke Jan Boneschanser (1858-1946) uut Dwingel heeft deze foto omstreeks 1910 gemaakt.
Het hunnebed was toen niet meer dan een groep dikke stenen en lag op de kaele ruumte in bouwakkers op de Heezenesch bee’j Deever. Die bouwakkers heten natuurlijk de Stienakkers (elke akker in Deever heeft zijn eigen naam en moet zijn eigen naam houden). De jongen links in de boom is Eppo Boneschanser, zoon van meester Engelke Jan Bodeschanser. Het is niet meer te achterhalen wie de andere personen op de foto zijn.
De redactie van het Deevers Archief is van mening dat de situatie van 1910 snel moet worden hersteld, teneinde het goedbedoelde stenen laten stapelen van wijlen de weledelgestrenge hooggeleerde professor doctor Albert Egges van Giffen ongedaan te maken. Dan kunnen bij de derestauratie van het hunnebed de stenen weer half of voor driekwart onder het zand worden begraven, per slot van rekening hebben de stenen daar al zo’n vijfduizend jaar in uit elkaar gezakte toestand gelegen Vandalen mogen de stenen niet meer kunnen vernielen en mogen ook geen fikje meer kunnen stoken onder de stenen.
Het werk zou kunnen worden uitgevoerd door een lokale loonwerker of wellicht gratis door een hobby-onderneming, zoals de boermarke van Deever, de boermarke van Wittelte of de boermarke van Wapse of wellicht gratis door dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever, die dan natuurlijk wel de gezaagde bomen en het verwijderde struweel mee mogen nemen voor de open haard. En vooral niet vergeten alle stobben uit de akker te verwijderen. Wie weet wat daarbij nog te voorschijn kan komen.
Dan wordt het hunnebed, zoals op de foto is te zien, gewoon weer een groepje dikke stien’n in de Stienakkers op de Heezenesch, dat op de kaele ruumte al van ver zichtbaar is. En dan mag tussen de dikke stien’n best een berkje of een eikje of een appelboompje gaan groeien. Niks mis mee. Laten we vooral niet hysterisch historisch doen. Het advies is echt al het struweel en alle bomen en al het gras te verwijderen, dus de akker rond de stenen weer kaal te maken. En ook het overdadig betuttelende en zichtbelemmerende bordengedoe bij het hunnebed kan dan worden verwijderd. Tegenwoordig loopt iedereen met een zo genoemde ‘knappe telefoon’ of een zo genoemde ‘tablet computer’ rond, zodat via internet op elk ogenblik alle gewenste gegevens over het hunnebed zijn te vinden.

Abracadabra-1235

Posted in Ansichtkaarten, Boermarke van Diever, Diever, Heezenesch, Opraekelen, Rijksmonumenten, Topstukken | Leave a comment

Gevechtshandelingen op 9 april 1945 an de Gowe

Gevechtshandelingen op 9 april 1945 aan de Geeuwenbrug

Een stick van vijftien Franse parachutisten van de Special Air Service (S.A.S.) kwam in de nacht van 7 op 8 april 1945 in de buurt van de Groningerweg bij het Armenwerkhuis neer. Op 9 april 1945 kwamen de parachutisten voor het eerst in actie tegen de Duitsers, nadat ze 8 april 1945 hadden besteed aan het installeren van een kamp, het verkennen van de omgeving en het leggen van contacten met het plaatselijke verzet.

Franse parachutisten hielden de wacht aan de rijksweg Meppel-Assen, nabij de woning van Albert Oostra [1], [2] te Geeuwenbrug, gemeente Diever. Er passeerden voor zover bekend op 9 april 1945 Duitsers en Nederlandsers, die door de parachutisten werden staande gehouden. Twee Duitsers gaven zich onmiddelijk over en werden door de Fransen ingerekend. Vier der Nederlanders, te weten: Sijtse van der Bij, oud 25 jaren, rechercheur van politie, wonende te Amsterdam [3]; Cornelis Charles Dierikx, oud 34 jaren, rechercheur van politie, wonende te Amsterdam [4]; Pieter Luchtenberg, oud 37 jaren, rechercheur van politie, wonende te Groningen [5]; Geert Steenbergen, oud 28 jaren, bedrijfsleider ijzerhandel, wonende te Groningen, deze laatste ook een politiefunctie bekledende [6]; trachten aan de haal te gaan. De eerst drie genoemden werden op staande voet neergeschoten en aan de kant van de weg gelegd. Genoemde Steenbergen sprong in de Drentsche Hoofdvaart, doch werd door de parachutisten daarbij dodelijk getroffen door een schot.
De vijfde Nederlander, die zich ook daar bevond, schijnt aanvankelijk niet aan de haal te zijn gegaan. Hij moet door de Fransen bij de drie doden aan de kant van de weg zijn gebracht, waar men hem én in de borst én in de nek geschoten moet hebben.
Desondanks schijnt hij in leven te zijn gebleven, daarbij misschien voor schijndode [7] te hebben gespeeld.Naderhand is een Duitse Rode Kruisauto verschenen, die, naast de één of meer gesneuvelde Duitsers, die zich aldaar hebben bevonden, deze Nederlander hebben meegenomen.
Het lijk van Steenbergen is naderhand uit de Drentse Hoofdvaart opgehaald en overgebracht naar het lijkenhuisje te Diever door de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) te Diever. De papieren die op het lijk werden aangetroffen, zijn meegenomen door de B.S. te Dwingelo, doch later naar Diever overgebracht, omdat zich daar ook het lijk van Steenbergen bevond.Ook de lijken van Van der Bij, Dierikx en Luchtenberg zijn naar Diever gebracht en met het lijk van Steenbergen op de algemene begraafplaats te Diever in één graf ongekist begraven. Van deze vier overlijdensgevallen zijn overlijdensakten opgemaakt op 3 mei 1945 (nummers 38 t/m 41).

De boerderij van Albert Oostra en Klaasje Dijkman aan de Drentsche Hoofdvaart is op zondag 8 april 1945 na een luchtaanval vanuit een geallieerd vliegtuig op een Duitse vrachtwagen met munitie, die verscholen stond onder de bomen voor hun boerderij, zwaar beschadigd en afgebrand. De boerderij, die in de buurt van de Haarsluis stond, is niet herbouwd. De grond, waarop de boerderij stond, is nu in gebruik als weiland. (© 23-02-2006, Coen Broekema, Diever)

Notities bij het document
[1] De boerderij van de familie Albert Oostra is op 8 april 1945 afgebrand, als gevolg van een beschieting vanuit een geallieerd vliegtuig op een Duitse vrachtwagen, die onder de bomen voor de boerderij was verscholen.
[2] Verwezen wordt onder meer naar de artikelen: Bevrijding van Diever in Opraekelen 95/1; Twee verhalen van luitenant parachutist Gilles Anspach in Opraekelen 03/1; Landing in Nederland: Missie Amherst; Herinneringen van René Giguelay in Opraekelen 04/1.
[3] Hij is begraven in perk B in graf 268. Volgens overlijdensakte 38 werd hij geboren in Oostdongeradeel en woonde hij in Amsterdam.
[4] Hij is begraven in perk B in graf 61. Volgens overlijdensakte 39 werd hij geboren in Middelburg en woonde hij in Amsterdam.
[5] Hij is begraven in perk B in graf 60. Volgens overlijdensakte 40 werd hij geboren in Slochteren en woonde hij in Groningen.
[6] Hij is begraven in perk B in graf 235. Volgens overlijdensakte 41 werd hij geboren in Norg en woonde hij in Groningen.[7] Volgens een verklaring van de overlevende Nederlander, een zekere Sikkens, die een politiefunctie bekleedde en tijdelijk gedetacheerd was bij de Sicherheits Dienst (S.D.), zijn het niet de Franse parachutisten geweest, die de Nederlanders en de Duitsers hebben neergeschoten, doch Duitse Fallschirmjager, die vloeiend Duits spraken. Sikkens heeft zich inderdaad schijndood gehouden.
Bron: Archief van de voormalige gemeente Diever, dossier 200-6.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie publiceerde dit artikel in het Opraekelen 06/1, dit blad wordt uitgegeven door de plaatselijke heemkundige vereniging. 

Posted in Geeuwenbrug, Gemeente Diever, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Even een leevensteeken vanuit Diever, 22 juli 1943

Bij het verzamelen van ansichtkaarten uut de gemiente Deever gaat het de redactie van het Deevers Archief in de eerste plaats om de afbeelding, maar vaak is het aanschaffen van een kaart pas echt de moeite waard als op de achterkant iets staat dat verband houdt met het verleden van de gemiente Deever, bijvoorbeeld bekende namen (elke Deevenaar maakt deel uit van het verleden van de gemeente Deever) of een mooie waardevolle tekst.
De afgebeelde ansichtkaart met op de achterkant de hierna weergegeven tekst bevindt zich in de verzameling van het Deevers Archief.
De redactie van het Deevers Archief publiceerde bijgaand bericht in nummer 2001/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging in Deever.

De afgebeelde ansichtkaart was al vanaf 1938 te koop bij Copieerinrichting Roelof van Goor an de Kruusstroate in Deever. Deze mooie kaart werd blijkbaar goed verkocht, want van deze kaart is een aantal herdrukken gemaakt.

De kaart werd op 22 juli 1943 door een zekere Martha verstuurd naar mejuffrouw Lena Marree, Fultonstraat 140, ’s Gravenhage. De Fultonstraat in ’s Gravenhage is niet ver verwijderd van de kust.

De tekst op de achterkant van de kaart luidt als volgt:
Beste Lena,
Even een levensteeken vanuit Diever. Je zult wel snappen dat we geweldig boffen met het weer. We hebben nog geen mantel aan gehad.
De omgeving van Diever is schitterend. Prachtige bosschen en korenvelden.
Ook een mooi bad. Annie en ik hebben er al gezwommen.
Verder merken we totaal niets van den oorlog. Geen vliegmachines, geen militairen, geen N.S.B.-ers en natuurlijk nooit luchtalarm.
We drinken iedere dag ettelijke bekers volle melk en ook het middagmaal is goed, maar niet overdadig.
Hoe gaat het in ‘t Haagje? Nog geen Engelschen op de kust? Wegens plaatsgebrek stop ik.
Groet je Moeder en Hanna van ons en wees zelf van ons allen hartelijk gegroet.
Martha.

De rijkswerkkampen Diever A en Diever B in de Oude Willem werden in 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, door de Duitse bezetter gebruikt als verzamel- en isolatiekamp van joodse Nederlanders. Het waren voorportalen van het kamp
Westerbork, zoals Westerbork een voorportaal was van de Duitse vernietigingskampen in Duitsland en Polen.
In de loop van 1943 werden de twee rijkswerkkampen in gebruik genomen voor het huisvesten van evacué’s, voornamelijk vrouwen en kinderen, die in plaatsen vlak aan de kust woonden.
Martha en de in tekst genoemde Annie waren, gelet op de verwijzing naar ‘Engelschen op de kust’, waarschijnlijk vrouwen die vanwege de aanleg van Duitse verdedigingswerken langs de Nederlandse kust tijdelijk in de Dieverse rijkswerkkampen waren ondergebracht.
Met het door Martha genoemde mooie bad kan niet het bosbad Dieverzand aan de Bosweg zijn bedoeld. Dat was in de zomer van 1943 nog niet gegraven. Wellicht doelde de schrijfster op het grote diepe zandgat, dat in het heideveld achter de twee rijkswerkkampen werd gegraven ten behoeve van de aanleg van het Duitse schijnvliegveld. Dat zandgat bevatte helder grondwater. In dat gat gingen na de oorlog ook wel mensen uit Diever zwemmen.

Abracadabra-1219Abracadabra-1220

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Gereformeerde school, Hoofdstraat, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De handbediende Shell pomp bij garage Rolden

Bij het bedrijf van de firma Rolden aan de Hoofdstraat stond aanvankelijk in 1936 één handbediende Shell-benzinepomp. Een paar jaar later is er een tweede pomp voor superbenzine bijgeplaatst.
In het voorhuis van het pand was in het rechter deel, het deel met de winkelruiten, de winkel ingericht. Deze ruimte was bij de vorige eigenaar, boer Teunis Wesseling, in gebruik als gelagkamer van zijn boerencafé.
De ruimte met de uitbouw achter de spelende kinderen was in gebruik als ruimte voor het repareren van fietsen, bromfietsen en motorfietsen.
De auto met kenteken D-832 was van veearts Nanne Brandenburg van de Deeverbrogge. Volgens Hendrik Jan Rolden had deze veearts een Chevrolet.
Het pand stond op de hoek van de Hoofdstraat en de Tusschendarp, waar nu een zelfbedieningswinkel staat (eerst Golff, nu Coop).
Deze foto is gepubliceerd met toestemming van de familie Rolden.

Abracadabra-368

Posted in Bedrijven, Diever, Hoofdstraat, Olde auto's, Opraekelen | Leave a comment

Heden nacht is de molen alhier weer bestolen

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 30 december 1854 verscheen het navolgende bericht over een grote diefstal van rogge uit de korenmolen van Wapse.

Wapse, 28 december, Heden nacht is de molen alhier weer bestolen. De dieven (er zijn zeker meer dan één geweest) hebben al de in de molen aanwezige rogge er uitgehaald, zoveel zij konden medegenomen, en de overige buiten den molen op den grond geworpen, terwijl ze de ledige zakken, insgelijks mede genomen hebben. Tot nu toe heeft men de daders niet ontdekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1854 zal Jan Klaassen Haveman (zie vijfde generatie Haveman in het navolgende artikel) de mulder van de Wapser korenmolen zijn geweest. De redactie van het Deevers Archief publiceerde het navolgende artikel in Opraekelen 02/2. Opraekelen is het nog steeds bestaande blad van de lokale heemkundige vereniging.

De molenaarstak van de familie Haveman in Wapse
Het navolgende artikel is een reactie op het artikel ‘Toen en nu – De korenmolen van Veldhuizen’ in Opraekelen 01/4. In dat artikel is toegezegd dat enig onderzoek zou worden gedaan naar de molenaarstak van de familie Haveman in Wapse. Het onderstaande is een samenvatting van genealogisch onderzoek dat uitgevoerd is door Bert Haveman uit Hoogezand en Egbert Sinkgraven uit Dieverbrug.

Eerste generatie Haveman
Tot nu toe kan Jan Klaesen Haveman de ‘oervader’ van de Wapser molenaarsfamilie Haveman worden genoemd. Zijn geboortedatum is niet bekend, maar hij moet omstreeks 1670 zijn geboren. Hij was getrouwd met Lummechien Pieters. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie tweede generatie Haveman).
Tweede generatie Haveman
Klaas Jans Haveman werd geboren op 17 februari 1697. Hij trouwde met Claesjen Jans. Een van hun kinderen was Jan Klaas (zie derde generatie Haveman).
Derde generatie Haveman
Jan Klaas Haveman zal in 1732 geboren zijn, want hij werd op 3 november 1732 gedoopt. Hij stierf op 24 mei 1811. Hij was getrouwd met Jantjen Hendriks Gerrits. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie vierde generatie Haveman).
Vierde generatie Haveman
Klaas Jans Haveman moet in 1767 zijn geboren. De geboortedatum is niet bekend, maar uit de kerkelijke boeken is wel bekend dat hij op 3 mei 1767 werd gedoopt. Hij is in 1831 overleden. Klaas Jan was landbouwer en mulder te Wapse. Uit de archieven is niet te achterhalen of zijn voorvaders ook mulder zijn geweest. Hij trouwde met Aaltien Alberts Fokken, die rond 1750 werd geboren en in 1812 overleed. Zij was een dochter van Albert Fokken Veenhuis. De kinderen uit dit huwelijk waren Annigje (geboren rond 1794) en Jan Klaassen (zie vijfde generatie Haveman).
Vijfde generatie Haveman
Jan Klaassen Haveman werd geboren op 7 januari 1799 te Wapse. Hij was landbouwer en mulder te Wapse. Hij was in 1832 eigenaar van de windkoornmolen te Wapse. Hij trouwde op 9 juni 1822 op 23-jarige leeftijd met Geesje Mighiels, geboren op 11 september 1800, dochter van Michiel Roelofs en Klaasje Jans. Hun kinderen waren Klaas Jans (geboren rond 1823), Mighiel Jans (Michiel) (zie zesde generatie Haveman), Hendrik Jans (geboren rond 1834), Geesje (geboren rond 1836), Annigje (geboren rond 1838) en Berend (geboren rond 1840).
Zesde generatie Haveman
Landbouwer en korenmolenaar Migchiel Jans (Michiel) Haveman werd geboren op 9 juli 1826 te Wapse. Hij trouwde op 30 april 1853 te Diever met Stijna Roelofs van Noord, geboren op 9 maart 1827 te Lhee, dochter van Roelof Gelmerts van Noord, landbouwer te Lhee, en Klaasje Jans Wesseling. Uit dit huwelijk werd Roelof Machiel (zie zevende generatie Haveman) geboren.
Zevende generatie Haveman
Roelof Machiel Haveman was landbouwer en de laatste mulder van de Wapser molen. Hij werd geboren op 18 februari 1858 en overleed op 9 oktober 1941. Hij trouwde vóór 1900 met Jantje de Ruiter (overleden vóór 1900). Uit dit huwelijk werd zoon Michiel Jans in 1894 geboren, die op 2 juli 1952 overleed en niet getrouwd is geweest. Roelof Machiel Haveman hertrouwde op 41-jarige leeftijd op 21 januari 1900 te Diever met Aaltje Muggen, geboren op 21 augustus 1871 te Dwingelo, overleden op 22 april 1935, dochter van Lucas Muggen en Jantje Duker. De kinderen uit het tweede huwelijk waren: Stina (geboren op 28 november 1900, overleden op 11 augustus 1993), Lucas (geboren op 17 december 1902, overleden op 5 juni 1991) (zie achtste generatie Haveman), Lutina, geboren in 1905, overleden op 15 januari 1991) en Jantinus(geboren in 1907, overleden op 18 september 1988) (zie achtste generatie Haveman). Stina trouwde met Hendrik van der Berg (geboren in 1895, overleden op 12 juli 1967). Lutina trouwde met Klaas Snoeken (geboren op 29 september 1902, overleden op 28 november 1974).
Achtste generatie Haveman
Lucas Haveman trouwde met Roelofje Barelds (geboren op 13 november 1902, overleden op 19 mei 1948). Uit dit huwelijk werden geboren: Aaltje (geboren op 3 juni 1935) en Alida (geboren op 13 februari 1934). Jantinus trouwde met Trijntje Snoeken (geboren op 1 augustus 1907, overleden op 10 september 1972). Kinderen van hen waren Aaltje (geboren op 17 oktober 1936) en Jacob (geboren op 9 maart 1940, overleden op 31 maart 1992) (zie negende generatie Haveman).
Negende generatie Haveman
Jacob Haveman trouwde met Stijna van Zomeren (geboren op 16 januari 1940). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Jantinus Albertus (geboren op 13 september 1962) en Albertus Jantinus (geboren op 4 mei 1964). Beiden zijn getrouwd, maar hebben geen mannelijke nakomelingen.

Bronnen:
Informatie van Bert Haveman, Hoogezand;
Informatie van mevrouw Aaltje Wink-Haveman, Wapse;
Informatie van Egbert Sinkgraven, Dieverbrug.

Posted in An de Deeverbrogge, Molen van Wapse, Molens, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

Voor wie in de gemeente Diever de klokken luiden

Uit de nalatenschap van de heer Hendrik Onstee, die schoolmeester in Wapse en Zorgvlied was, is het volgende artikel afkomstig. Uit zijn nagelaten aantekeningen kon helaas niet worden opgemaakt welke bronnen hij voor dit artikel heeft geraadpleegd. De redactie heeft het vermoeden dat het een document uit het kerkelijke of het gemeentelijke archief betreft.
Het artikel werd de redactie ter beschikking gesteld door wijlen Hendrik Onstee uit Vledder, de zoon van Hendrik Onstee. 
Het artikel sluit mooi aan bij wat Jan Hessels in nummer 99/3 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, in het artikel ‘Naoberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden’ schrijft over het luiden van de klokken.

Bij overlijdensaangiften
Dit ging tot 1943 als volgt. De aangevers van een overlijden gingen eerst naar het gemeentehuis voor het doen van de aangifte en daarna gingen ze naar de kerk voor het ver luiden. Dan was een veel gestelde vraag op het dorp: ‘Wie zul ‘r verlut weed’n ?’.
Bij het overlijden van een man werd met de grote klok driemaal geklept, dat wil zeggen er werd drie keer geslagen met de klepel. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Bij het overlijden van een vrouw of een kind werd met de kleine klok drie keer geklept. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Heel vroeger kende men nog een derde wijze van verluiden. Die werd toegepast bij het overlijden van een kraamvrouw. Er werd dan drie keer geklept met de kleine klok en daarna enige tijd met beide klokken. Dit kleppen en luiden werd daarna nog twee keer herhaald.
Het drie keer kleppen en luiden bij al deze gevallen was bedoeld om het geloof in de heilige Drie-eenheid (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) aan te geven.
Sedert 1946 wordt bij overlijdensaangiften, zowel bij mannen als bij vrouwen en kinderen, gedurende korte tijd geluid met de klok. Vanaf die tijd werd niet meer geklept.

Bij begrafenissen, ongeacht de geloofsrichting van de overledenen
Eerder werd met beide klokken en nu wordt alleen met de grote klok geluid, voor zover het sterfhuis in het dorp Diever was gelegen, vanaf het moment dat de lijkstoet zich in beweging zet tot aan het ogenblik waarop de stoet weer bij het sterfhuis was teruggekeerd van het kerkhof.
Voor het geval het sterfhuis buiten het dorp Diever was gelegen, begon men te luiden vanaf het moment dat de lijkstoet de grens van het dorp Diever was genaderd tot aan het ogenblik waarop de lijkstoet de grens van het dorp Diever weer had bereikt.
Zodra op de dag van de begrafenis het graf gereed was, werd hiervan vroeger den volke kond gedaan door gedurende enige tijd met de grote klok te kleppen.

Bij openbare verkopingen en boelgoeden
Bij dit soort gebeurtenissen op doordeweekse dagen werd tot 1943 ongeveer dertig maal geklept met de grote klok.

Bij brand
Vroeger werd zowel overdag als ’s nachts verluid, dat wil zeggen dat het luiden en kleppen werd afgewisseld om het volk op de noodzaak tot het verlenen van hulp bij brand te wijzen.

Bij het zoekraken van kinderen
Als er een kind zoek was, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij het sneeuw ruimen
Als er sneeuw moest worden geruimd, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij boerwerken
Als men moest gaan boerwerken (redactie: boerwerken is werkzaamheden verrichten voor de boerschap), dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-02-15
De redactie heeft het artikel van Hendrik Onstee ook gepubliceerd in nummer 00/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uit Deever. Toen de redactie besloot het artikel van Hendrik Onstee in Opraekelen te publiceren, was hij niet bekend met de inhoud van het in 1999 verschenen boekje ‘Het mirakel’ van Klaas Kleine. In dat boekje heeft Klaas Kleine het luiden van de klokken ook beschreven. Klaas Kleine baseerde zich daarbij op het artikel in de Meppeler Courant van 5 september 1955, getiteld ‘Diever – In en om de oude dingspilkerk’. De schrijver van dat artikel is vermoedelijk Jan Poortman.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de kerk op de Brink van Deever op 8 februari 2006 ’s avonds om 18.52 uur onder winterse omstandigheden gemaakt. Gelukkig was het die avond niet nodig enige tijd met de grote klok te kleppen; het had niet zo veel gesneeuwd.

Abracadabra-1608

Posted in Afbeeldingen, Brink, Kerk op de brink, Klaas Kleine, Opraekelen | Leave a comment

Voetbalclub SHELL – Sport Houdt Elk Lichaam Lenig

Bijgaande foto uit de jaren 1935/1936 is afkomstig uit de verzameling van Jochem Smit uit Steenbergen. Hij kreeg deze foto van zijn vader Helprig Smit, die op deze foto staat.
De foto van het elftal van voetbalclub SHELL (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) is gemaakt op het weiland van boer Roelof Bisschop an de Aachterstroate in Deever, het weiland naast het huidige restaurant The Shakespeare.
De jongens staan in elftalformatie opgesteld.
In het midden vooraan zit de keeper met de voetbal, geflankeerd door de twee backs, de drie spelers in het midden zijn de linkshalf, de stopperspil en de rechtshalf. Achteraan staan de linksbuiten, de linksbinnen, de midvoor, de rechtsbinnen en de rechtsbuiten.
1.
De linksback is Jan Mulder Tzn.
Hij is geboren op 18 april 1910 in Deever als zoon van Teunis Mulder en Maria Houwer.
Zijn dochter Monique Mulder vulde deze gegevens op 29 oktober 2016 als volgt aan.
Hij is geboren op ’t Kasteel in Deever. Hij is in 1947 getrouwd met Pietertje de Jong. Zij is geboren op 8 september 1915 in Bleskensgraaf. Jan Mulder is overleden op 14 mei 1988 in Apeldoorn. Zijn beroep was timmerman.
2.
De keeper is Jacob (Jaap) Kannegieter.
Hij is geboren op 18 februari 1913 en is overleden op 26 mei 1974.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

3.
De rechtsback is Albert Vos
Hij is geboren op 10 augustus 1915 in Deever. Hij was een zoon van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Hij is op 26 januari 2005 overleden.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

4.
De linkshalf is Albert Geerts.
Hij is op 25 juni 1912 geboren in Eursinge (Havelte) als zoon van Klaas Geerts en Femmigje van de Pol,
Hij is geëmigreerd naar Zuid-Afrika.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ? 

5.
De stopperspil is Jan Oostenbrink.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

6.
De rechtshalf is Johannes Mulder Tzn.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

7.
De linksbuiten is Helprig Smit.
Zijn dochter mevrouw Sina Raadgever-Smit (woonachtig in Amsterdam) stuurde op 3 november 2016 de volgende gegevens (hartelijk dank daarvoor).
Hij is op 14 mei 1916 in Deever geboren. Hij was een zoon van Hilbert Smit en Elsje Oost. Hij is op 25 oktober 2003 overleden in Capelle aan de IJssel.
8.
De linksbinnen is Jacob Hulshof.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

9.
De midvoor is Hendrik Punt.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

10.
De rechtsbinnen is Geert Andreae (Andree ?)
Hij is op 30 oktober 1913 geboren in Deever als zoon van Cornelis Andreae (Andree ?) en Jantje Schoenmaker. Hij is overleden in Groningen op 1 februari 1968, hij was toen 54 jaar oud.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

11,
De rechtsbuiten is Arend de Groot.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

Op 3 november 1932 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht:
Diever, 2 november. De voetbalclub SHELL alhier is toegetreden tot den Drentsche Voetbal Bond. Een onmiddelijk gevolg hiervan was dat een nieuw terrein gehuurd moest worden, aangezien het oude niet aan de eischen voldeed. Het bestuur is er in geslaagd een stuk weiland te vinden en heeft nu het terrein meteen in het dorp liggen, hetgeen aan het bezoek zeker ten goede zal komen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-01-25
SHELL speelde in de dertiger jaren eerst op het Mastenveldje bij de Studentenkamp aan de Bosweg.
In het jubileumboekje ‘Geschiedenis van de voetbalvereniging Diever’ dat ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de voetbalvereniging Diever is uitgegeven, is bijgaande foto helaas niet opgenomen, is bijgaand artikeltje helaas niet opgenomen en is helaas maar heel beperkt aandacht besteed aan de voorlopers van de voetbalvereniging Diever.
Bijgaande foto is ook gepubliceerd in nummer 10/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Abracadabra-1521Abracadabra-1528

Posted in Afbeeldingen, Diever, Opraekelen, Topstukken, Voetbal | Leave a comment

Berkenheuvel een levenswerk

Het artikel ‘Berkenheuvel een levenwerk’ van …….. is in 1925 gepubliceerd in het blad Eigen Haard, nummer 25. Het artikel is zonder bronvermelding ook als een flinke bladvulling opgenomen in Opraekelen, deels in nummer 08/2 en deels in nummer 08/3 van het blad Opraekelen van de plaatselijke historische vereniging.

Wij waren in Dieverbrug. Als je geen lid bent van de Vrijzinnige Christelijke Studenten Bond of de Nederlandse Tenten Kampeer Vereniging zal je vrees ik, het wijze voorhoofd rimpelen en trachten, de geest te scherpen, om u te herinneren, waar een plaats van die naam in ons land wel ligt. ’t Is waar, ’t ligt afgelegen, dat zul je moeten toestemmen, tenzij je een plaatsje, dat een uur stoomtram hobbelen buiten het Drentse stadje Meppel ligt tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent.
Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkele reiziger, wat postzakken, een pakje, en door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats te verstaan zijn het reeds genoemde Meppel en het nog verder af liggende Assen. Tussen die twee, aan de Drentse Hoofd- of Smildervaart ligt Dieverbrug.
De naam doet veronderstellen, dat er ook wel een plaatsje Diever zal zijn en dat is zo. Twintig minuten verder de rimboe in ligt het dorp. Men bereikt het langs een landweg met praehistorische rariteiten als een tol en als tegenhanger electrische verlichting. Wat kinderen kijken de wandelaar verbaasd aan, die door hun dorp stapt en ’t vrouwtje in ’t winkeltje, dat prentbriefkaarten verkoopt, kan niet nalaten eens te informeren: vanwaar en waarheen ?
Och heer, zal je zeggen. Wacht wat! We moeten het dorp nog door en links zien we al weldra de oneindigheid van ’t Drentse landschap.
Rechts liggen de villa’s van de dokter en de burgemeester. Dan begint ook aan deze kant de wijde natuur…. maar nu leidt een zandpad naar rechts. ‘Berkenheuvel’ staat op het bordje, nu naderen we het doel van de reis. Daar ligt reeds de boswachterswoning in de schaduw van wat bomen, aan de ingang van het landgoed, dat niemand zal aarzelen, een levenswerk te noemen.
Bos en nog eens bos is wat je hier ziet en als je vraagt, waar dat levenswerk dan wel in zit, behoef ik u slechts te wijzen op dat bos. Want wie hier een halve eeuw geleden doolde – och, ’t zal niet veel anders geweest zijn dan een schaapherder, een stroper, een landloper – nog zand, zand en nog eens zand, ter afwisseling misschien een beetje hei of een heideplas, maar voor ’t overige zandverstuivingen, binnenduinen, opgewaaide en zich verplaatsende heuvels, een oord van dorre verlatenheid.
Hier, op deze geblakerde dan wel grimmig ijzige omgeving -naarmate het zomer of winter was- was de aandacht gevallen van een paar mannen met pioniersbloed in de aderen.
Voor ’t bekende bange gezicht kochen ze in 1890 een 700 H.A. grond. Doel was, deze gronden te bebossen. Er werden door deze heren of hun opvolgers nieuwe complexen aangekocht, zodat tenslotte een kleine 1400 H.A. in bezit van enige particulieren kwam. Bebossen dus. Maar het leek nog niet erg op wat men daaronder heden ten dage verstaat, nu bosbouwkundigen zich beijveren, uit ieder stukje grond te halen, wat er in zit, en geleerd hebben, met zoveel rekening te houden, wat de aandacht van de eenvoudige arbeider ontsnapt.
Want bosbouw is -het hoeft in deze tijd, nu we allen wel weten, wat Staatsbosbeheer en de Heidemaatschappijen presteren, bijna niet gezegd, -een zeer apart, zeer lastig en dikwijls weinig rendabel bedrijf, dat buitengewone toewijding en zeer veel vakkennis vraagt, en tot die overtuiging, beter gezegd tot die door ondervinding gesteunde wetenschap was men anderhalve eeuw geleden nog niet gekomen. De bosbaas en zijn arbeiders plantten waar een plek hun geschikt leek en de uitkomst bewees dat wat dikwijls een gunstige plaats had geschenen, maar geheel niet beantwoordde aan de verwachtingen…… Wat er meer van te zeggen ? Met vallen en opstaan leert men lopen en dat in een particulier bedrijf in het midden van de vorige eeuw in de binnenlanden van Drenthe nu niet altijd de methoden werden gevolgd, die thans honderd vijftig jaar later zouden worden uitgevoerd, ligt voor de hand.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief, versie van 2016-01-04
Dit artikel is nog niet helemaal overgetikt.
Wat te lezen is, dat is de stand van zaken op 2012-07-10.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Opraekelen | Leave a comment

Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan

Bijgaande tekst is een deel van het lange in het Frans geschreven verhaal ‘Het Nederlandse Intermezzo’ van luitenant Edgard Tupet-Thomé, commandant van de twee sticks Franse parachutisten, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in bij Diever landden. De redactie van het Dievers Archief heeft dit verhaal voor de bezoekers van www.dieversarchief.nl vertaald in het Nederlands.

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een jong meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het debat.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden…  en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, zinkt neer bij een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De schrijver gaat in dit fragment van zijn verhaal in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op  9 april 1945 op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tupet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever was in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
Op de bijgevoegde foto is luitenant Edgard Tupet-Thomé te zien.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutisten, Gees Schoemaker, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Oude gemeentehuis aan de brink werd verlaten

Het navolgende artikel over de verhuizing van het gemeentelijke apparaat van het oude gemeentehuis aan de brink van Deever naar het noodgemeentehuis op ’t Bultie werd gepubliceerd in de Meppeler Courant van 16 november 1955. Dit artikel is ook als bladvulling gepubliceerd in nummer 00/3 en 00/4 van Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Uit Diever en omgeving – Oude gemeentehuis werd verlaten
Nu van de voormalige hervormde pastorie nog slechts een troosteloze puinvlakte is overgebleven is het aloude vervallen gemeentehuis aan de Brink nu ook voor sloping gereed gekomen, want eind vorige week heeft de grote verhuizing naar het tijdelijke gemeentehuis op het Bultje plaats gehad. Dit nieuwe onderkomen voor het gemeentelijke overheidsapparaat is reeds een herademing. Van ‘scheiden doet lijden’ was dan ook bij het verlaten van het oude gebouw geen sprake. Of er ook in dezen zo iets als een veurspooksel (redactie: spookachtig voorteken) was, daarover het volgende.

Muizenschemering aan de Brink
Grijs en grauw is de mistrijke dag vergleden. Langzaam hult de avond het dorp Diever in zijn donkere sluiers. Rustig en stil ligt de Brink in avondstemming. Een eenzame wandelaar, die het paadje voorlangs het gemeentehuis en de voormalige pastorie wil betreden, stuit op een bord, dat verlicht is door een rode lantaarn, dat wil aangeven dat het paadje voor verkeer is afgesloten. Over het paadje ontrolt zich een miniatuur-spoorbaan, die zijn eindpunt vindt vlak vóór het oude gemeentehuis. De oude pastorie is geheel ten offer gevallen aan slopershanden, evenals de schuur achter het gemeentehuis. Een met puinbrokken bezaaide vlakte is naast het gemeentehuis ontstaan rond welke her en der afbraakhout ligt opgestapeld.
Onze wandelaar heeft zich niet aan het bord, dat hem een halt heeft toegeroepen, gestoord en is door alle afbraak en puin heen bij het afgeleefde gemeentehuis aangekomen. Hier wordt zijn oor getroffen door ongewone geluiden in het gebouw. Het ritselt en piept er op haast lugubere wijze. Zijn aandacht is gewekt en zijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Hij stapt over het vervallen hek heen en gluurt door de ramen, die hem als holle ogen aanstaren, naar binnen. Gelukkig dat de maansikkel hem gunstig gezind is en de vertrekken in een mysterieus bleek licht hult. Hij ziet dat zich daar iets spookachtig afspeelt, dat zo sterk van het alledaagse afwijkt, dat het zijn zinnen bijna begoochelt.
Midden in het grote vertrek, dat overdag als secretarie fungeert, ontwaart hij een enorme muizen-aartsvader, tronend tussen ware heirlegers van muizen, die uit alle hoeken en gaten te voorschijn zijn gekomen. Dan neemt de oppermuis het woord: Gij die gekomen zijt van de zolders, vanuit de diverse kamers, achter het behang vandaan. Mannen uit Apeldoorn zijn gekomen en hebben onze broeders uit de pastorie verdreven en dit eerbiedwaardige gebouw tot puinhopen doen verworden. En hoe benard de woonruimtepositie ook is, we hebben deze bloedverwanten uit de pastorie inwoning verleend. Maar we zijn er nog lang niet. De vijand staat op het punt ons ook dit bolwerk te ontnemen. Ik heb hen, die hier daags werken horen zeggen: ‘Dit moet eerst weg. Dan dat. Het verhuizen begint vrijdagmiddag’. Het zal dus nodig zijn dat we ons terugtrekken naar de boerderij van Seinen. Die biedt veel ruimte en herbergt veel eten voor ons.’ Dan gaan al die grauwe diertjes naar de plaats van waar ze gekomen zijn. De man, die dit aanschouwt, herademt. Als hij vrijdagmiddag en zaterdag de heuse verhuizing aanschouwt, twijfelt hij geen opgenblik meer aan dat wat zijn voorgeslacht met het woord veurspooksel aanduidde.

Verhuizing
Zo is dan vrijdagmiddag het overbrengen van de gehele inventaris van het oude gemeentehuis naar de barak op het Bultje, dat als tijdelijk gemeentehuis zal fungeren, begonnen. Dit was een enorm karwei, dat pas zaterdagmiddag zijn beslag heeft gekregen.
De burgemeester, de gemeetesecretaris, de gemeentebode en het personeel van secretarie en gemeentewerken zijn hiervoor in de weer geweest en met het grootste plezier, omdat ze zich eindelijk verlost wisten uit dit vunzige, ongezonde, totaal uitgeleefde gebouw.
De barak die al eens als tentoonstellingslokaliteit en als noodwoning dienst deed, is verdeeld in een ruime secretarie, een burgemeesterskamer, een secretariskamer in een kleinere personeelskamer.
Als gevolg van een nieuwe vloerbedekking, een nieuw behang, een kwastje verf en doordat ze op een na alle prachtig op de zon zijn gelegen, zijn het aantrekkelijke hygiënische appartementen, die het tot een lust maken om er tijdens de overbruggingsperiode te werken. Het ligt in de bedoeling de raadsvergaderingen op de secretarie te blijven houden en de vergaderingen van burgemeester en wethouders en trouwpartijen in de burgemeesterskamer. Bij de barak is zaterdag een nieuwe kleinere loods gebouwd voor het kantoor van gemeentewerken.
Het oude gemeentehuis is woensdag meteen ook onder de slopershanden gevallen. De kop werd reeds voor het grootste gedeelte verwijderd. De terreinen met de er achter gelegen tuinen kunnen na de afbraak rijp gemaakt worden voor de bouw van het nieuwe huis der gemeente, waarvoor de aanbesteding reeds op 5 november jongstleden plaats had.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie van 2015-12-14
In het najaar van 1955 viel het oude gemeentehuis, dat daarvoor dienst deed als lagere school en daarvoor als boerderij, onder de slopershamer. Opnieuw verdween een prachtig oud pand uit het dorp.
Het noodgemeentehuis was een houten barak op ’t Bultie, gelegen aan de zo genoemde Kloosterstraat. Zou er een klooster op ’t Bultie hebben gestaan ? Wat heeft de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Westenveld hierover te melden ? Op ’t Bultie is eigenlijk in ’t Bultie, want het werkelijk hoger liggende gedeelte van de akkers lag meer in de richting van de Binnenes en werd Scholten’s Bultie genoemd, de bult in de akker van Scholten, derhalve zou de zo genaamde Kloosterstraat omgenaamd moeten worden naar Scholten’s Bultie, met als onderschrift: oude akkernaam.
Nadat het ambtenarencorps zich riant had gevestigd in het nieuwe gemeentehuis aan de Brink werd de barak in gebruik genomen als lesruimte voor de leerlingen van de school voor uitgebreid lager onderwijs (U.L.O).
Was het op de foto’s zichtbare spoorlijntje een gemakkelijk verplaatsbaar smalspoortje van het type Decauville ? De Decauville-deskundige bij de Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem dependance van de heemkundige vereniging uut Deever weet daar vast wel een antwoord op.

Posted in Binnenes, Brink, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Kloosterstraat, Opraekelen | Leave a comment

De valse aquamanile in het Schultehuus an de Brink

De redactie van het Deevers Archief verwijst voor de goede orde en de volledigheid naar het uitstekende artikel ‘De aquamanile van Diever’ van Jan Albert Zoer, dat hij publiceerde in nummer 15/3 van Opraekelen, het tijdschrift van de heemkundige vereniging … Continue reading

Posted in de Kloeze, Diever, Kunstige objecten, Opraekelen, Rooms Katholieke Kerk | Leave a comment

Het reglement van het Armenwerkhuis

Het gesticht Armen-Werkhuis van de Nederlands Hervormde Kerk aan de Groningerweg werd in het jaar 1861 opgericht. Voor de gang van zaken in het gesticht Armen-Werkhuis onderhield de kerkeraad een reglement dat om de zoveel tijd werd aangepast aan nieuwe inzichten. De laatste ‘verpleegde’ was de in Diever welbekende Jans (Jansie) Grit (geboren 8 maart 1897, overleden 26 november 1969). Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde Kerk het gesticht Armen-Werkhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op het Kasteel in Diever te zijn ondergebracht, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk.

Het navolgende is ook als bladvulling opgenomen in nummer 01/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging. Het hierna volgende reglement is de versie van 25 mei 1932. Het is niet bekend of het daarna nog is aangepast. Het origineel van het reglement bevindt zich in het Drents Archief in Assen. 

Algemene artikelen
Artikel 1:
Het doel van ons Armen-Werkhuis is de opname van behoeftigen onzer Kerkelijke Gemeente, die wanneer zij daartoe in staat zijn de nodige werkzaamheden verrichten.
Artikel 2:
De Kerkeraad der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever vormt het bestuur.
Artikel 3:
Bij de vergaderingen neemt de Predikant de betrekking van President en van Secretaris waar.
Artikel 4:
Op de diakenen rust de verplichting om alles aan te wenden wat ten waren nutte der verpleegden kan strekken.
Artikel 5:
Zij zullen eens in de maand en wel bij voorkeur op den Maandag voor vollen maan hunne gewone vergaderingen houden en wel zoveel mogelijk in het Armen-Werkhuis. Buitengewone vergaderingen zullen gehouden worden wanneer de omstandigheden het eischen.
Artikel 6:
Bij de gewone en buitengewone vergaderingen zullen alle noodelooze onkosten ten bezware der Diaconie Kas worden vermeden.
Artikel 7:
De diakenen benevens de ouderlingen zijn verplicht met den Predikant de vergaderingen zoo mogelijk bij te wonen.
Artikel 8:
Het doel van de vergaderingen is om toe te zien op het gedrag der verpleegden, om dwalenden te vermanen, verkeerd gezinden ernstig te waarschuwen en hen, die goed oppassen een maandelijkse gift te schenken. Voorts toe te zien op de orde in het huis en op de netheid van de meubelen en van de kleederen der verpleegden, terwijl aan de diakenen het recht wordt toegekend om te allen tijde inzage te eischen in kasten en kisten.
Artikel 9:
Op de maandelijksche vergaderingen zullen de rekeningen der winkeliers worden nagezien en vergeleken met de Rekening en verantwoording van armvader en armmoeder.
Artikel 10:
Indien daartoe aanleiding bestaat zal voor of na de vergadering de boerderij worden bezichtigd.

De Armvader en de Armmoeder
Artikel 1:
Er wordt voor onbepaalden tijd een vader en een moeder benoemd op een door de Kerkeraad vast te stellen traktement, terwijl ze tevens vrije woning hebben en kostelooze geneeskundige behandeling. Ook brand en licht zijn vrij. Zij zullen kunnen bedanken of door de diakenen kunnen worden bedankt worden na daarvan voor 1 Januari kennis te hebben gegeven.
Artikel 2:
Zij aanvaarden hunne betrekking gewoonlijk 1 Mei. Zij moeten lidmaten der Nederlands Hervormde Gemeente zijn. Bij voorkeur zonder kinderen of zonder kinderen ten hunnen laste. De vader en de moeder moeten zooveel in hun vermogen is de christelijke opvoeding der jeugd bevorderen en trachten door woord en voorbeeld een christelijke zin bij allen aan te kweeken.
Artikel 3:
Zij zijn verplicht den Kerkeraad op eene behoorlijke wijze bij hunne vergaderingen ten dienste te staan zonder het recht te hebben daarbij tegenwoordig te zijn.
Artikel 4:
De vader is gehouden nauwkeurig boek te houden van hetgeen er wekelijks in het Armen-Werkhuis gebruikt wordt, bepaaldelijk ook wat de veldvruchten, boter en eieren en verder de opbrengst der boerderij betreft.
Artikel 5:
Zij zullen zooveel mogelijk zorgen, dat zoowel des zomers als des winters de bedeelden steeds doelmatig worden bezig gehouden met veldarbeid, huis- of handwerk, terwijl de moeder er voor heeft te zorgen dat de meisjes het breien en naaien leeren.
Artikel 6:
De vader heeft het recht om wegens vergrijp tegen huisorde of wegens luiheid, onzindelijkheid of onwil, na gepleegd overleg met den boekhouder-diaken, de volgende straffen toe te passen.
I huisarrest voor eenigen tijd.
II opsluiting in de prevoost op water en brood voor ten hoogste drie dagen.
De vader zal in een daartoe aan te leggen strafregister den naam van den gestrafte, de overtreding en de toegepaste straf opteekenen.
Artikel 7:
Willen vader en moeder zich gelijktijdig uit huis begeven, dan moeten zij den boekhouder-diaken hiervan vooraf in kennis stellen en zijne toestemming vragen.
Artikel 8:
De vader en de moeder zullen dezelfde spijs gebruiken als de verpleegden. Ofschoon vader en moeder in eigen vertrek eten zal de vader verplicht zijn voor en na den morgen-, middag- en avondmaaltijd te bidden en te danken. Voorts rust de verplichting op hem om elken morgen-, middag- en avondmaaltijd een gedeelte uit de Heilige Schrift en bij afwisseling een Psalm of Evangelisch gezang voor te lezen of voor te laten lezen, opdat de dag beginne met God en met hem geëindigd worde.
Artikel 9:
De vader en de moeder zullen geen aanverwanten mogen ontvangen op kosten van het huis.

De verpleegden
Artikel 1:
Ieder, die onderstand uit de Diaconiekas begeert, kan verplicht worden zich in het huis te begeven. Bij onwilligheid daartoe kunnen de diakenen zich van diens onderhoud ontslagen achten.
Artikel 2:
De verpleegden zijn verplicht zich stipt aan de orders en regels van het huis te houden, zich toe te leggen op orde en ijver in hun werk, op zindelijkheid van het lichaam en van de kleeding, waaronder ook begrepen is dat niemand des morgens aan het ontbijt of des middags aan de tafel mag verschijnen zonder zich vooraf behoorlijk te hebben gewaschen of gereinigd, terwijl verder de wekelijksche verschooning geregeld behoort te geschieden. De kleederen moeten worden hersteld of aan de moeder ter hand gesteld.
Artikel 3:
Zij zullen aan den kerkeraad een gepaste eerbied betoonen en jegens vader en moeder de noodige bescheidenheid en onderdanigheid in acht nemen en bewijzen.
Artikel 4:
De vader of de moeder zal verplicht zijn elken zondag ter kerke te komen met de verpleegden, die niet door ziekte of zwakheid verhinderd zijn, de schoolkinderen bij den onderwijzer of ter catechisatie bij den Predikant te zenden.
Artikel 5:
Het zal den verpleegden vrij staan hunne bloed- en aanverwanten en vrienden op gepasten tijd, mits zonder kosten voor het gesticht, bij zich te ontvangen. Zij moeten ’s avonds om negen uur het gesticht verlaten hebben.
Artikel 6:
Des winters wordt het huis om negen uur, des zomers om tien uur gesloten, terwijl vader en moeder voor het naar bed gaan hebben nagezien of alles in orde is.

Slotbepalingen
Artikel 1:
Er zal op bepaalde tijden en viermaal daags worden gespijzigd.
Artikel 2:
Aan den vader is opgedragen het besturen en regelen van de boerderij en het landwerk in overleg met de Diakenen. Verder heeft hij volgens order van den boekhouder-diaken het vee te verzorgen naar zijn beste weten en het te verkoopen vee aan de markt te brengen en verder te handelen volgens opdracht van den boekhouder-diaken en voorts zijn vader en moeder in alles onderdanigheid verschuldigd.
Artikel 3:
Alles wat in dit Reglement niet is opgenomen, maar wat bij voorkomenden gelegenheid nadere regeling behoeft zal door den boekhouder-diaken met vader en moeder nader geregeld worden.

Aldus gelezen en goedgekeurd op de kerkeraadsvergadering van 27 januari 1921.
Getekend door Jans Noorman, R.H. Wesseling, F. de Jonge en J.B. van Dalfsen.

Aldus gelezen en goedgekeurd op de kerkeraadsvergadering van 25 mei 1932.
Getekend door E. Winters, W. Mulder Azn, Joh. de Jong, E. Was, voorzitter, enzovoort

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-22
R.H. Wesseling was Roelof Hessels Wesseling (geboren op 11-07-1868 in Deever, overleden op 27-01-1928 in Deever). Hij had een boerderij aan het kleine Brinkie in Deever.
J.B. van Dalfsen was de predikant Jochem Berend Martinus van Dalfsen. Hij werd op 11 juli 1978 geboren in Aalsmeer en s op 6 mei 1957 overleden in Zutphen. Hij was van 1905 tot 1931 dominee van de hervormde gelooofsgemeente van Deever.

Posted in Armenwerkhuis, Brink, Diever, Kasteel, Kerk op de brink, Opraekelen | Leave a comment

Afbraak van het mooie oude boerencafé Trompetter ?

In de Friese Koerier verscheen op 1 februari 1964 het volgende bericht met foto over de mogelijke afbraak van de mooie oude boerderij van Arend Trompetter en Roelina Pit op de hoek van de Hoofdstraat en de Kruisstraat.

Afbraak mooie oude boerderij ?
Dit is de boerderij van de heer A. Trompetter, Hoofdstraat 25 te Diever, vroeger onder meer in gebruik als dorpsherberg, ook als betaalplaats voor de belastingen. Omdat het gebouw van 1720 vooral ook inwendig merkwaardig is, heeft het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen besloten het op de Monumentenlijst te plaatsen. Maar de raad heeft andere plannen. Het komplan komt er door in gevaar en het pand is ook hinderlijk voor het verkeer. Daarom heeft de raad aan de minister gevraagd, het huis van de Monumentenlijst te doen afvoeren.

Posted in Boerderijen, Café Trompetter, Diever, Gemeentebestuur, Hoofdstraat, Kruisstraat, Opraekelen | Leave a comment

Inleveren van radio’s in de Tweede Wereldoorlog

In het historisch archief van de gemiente Deever bevindt zich een document, waarin burgemeester Jan Cornelis Meiboom, uitvoering geeft aan een beschikking van 13 mei 1943 van Hanns Albin Rauter, de Höhere Schutzstaffel en Polizeiführer (zie de betreffende pagina in wikipedia.org) van het door de Duitsers bezette Nederland. De tekst van het document luidt als volgt.

De burgemeester van Diever maakt bekend, dat ingevolge beschikking van den Höheren S.S. und Polizeiführer d.d. 13 mei 1943, alle zich in het bezette Nederlandse gebied bevindende radioontvangtoestellen met toebehoren en eventuele reserveonderdelen met ingang van 13 dezer zijn verbeurd verklaard en moeten worden ingeleverd.
De inlevering moet voor deze gemeente geschieden gedurende de week van 7 t/m 12 juni 1943 in het Schultehuis te Diever en wel als volgt:
Maandag 7 juni:
8-10 uur: Oldendiever
10-11 uur: Kalteren
11-12 uur: Diever: Groningerweg, bosweg, Noordes, Berkenheuvel
13-14 uur: Dieverbrug, huisnummers 1 t/m 30
14-15 uur: Dieverbrug, huisnummers 31 t/m 65
15-16 uur: Geeuwenbrug
16-18 uur: Wittelte en Het Moer
Dinsdag 8 juni:
8-10 uur: Diever: Brink, Brinkstraat
10-12 uur: Diever: Moleneinde, Kruisstraat
13-14 uur: Diever: Hoofdstraat, huisnummers 1 t/m 20
14-15 uur: Diever: Hoofdstraat, huisnummers 21 t/m 40
15-16 uur: Diever: Hoofdstraat, huisnummers 41 t/m 61
16-17 uur: Diever: Peperstraat, Achterstraat
17-18 uur: Diever: Burgemeester van Oslaan
Woensdag 9 juni:
8-9 uur: Wapse: Huisnummers 1 t/m 30
9-10 uur: Wapse: Huisnummers 31 t/m 60
10-11 uur: Wapse: huisnummers 61 t/m 90
11-12 uur; Wapse: Huisnummer 91 t/m 120
13-14 uur: Wapse: Huisnummer 121 t/m 149 en Doldersum
14-15.30 uur: Wapse: Oude Willem en Wateren
15.30-17 uur: Zorgvlied en alle overige hiervoor niet genoemden.
Degene, op wie de inleveringsplicht rust, dient aan de in te leveren voorwerpen een kartonnen kaartje, groot 10 x 15 cm, stevig te bevestigen.
Voorts moet bij de inlevering een formulier worden overlegd. Dit formulier is tegen betaling van 5 cent op het postkantoor verkrijgbaar. Op elk formulier moeten de naam van het model (type), het nummer van het toestel, alsmede naam, beroep en adres van degene, die het toestel inlevert, worden ingevuld.
Radio-handelaren moeten van de in hun bezit zijnde radioontvangtoestellen en onderdelen (ook golfmeters en dergelijke) een inventarisatielijst opmaken en deze lijst binnen drie weken bij mij, in triplo indienen.
Voor vrijstelling van inlevering verwijs ik naar hetgeen daaromtrent in de bladen is vermeld.

Diever, 31 mei 1943.
De burgemeester voornoemd, J.C. Meyboom.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-16
Bij de redactie is niet bekend of de originele beschikking van de Duitse bezetter nog aanwezig is in het historisch archief van de gemiente Deever.
Wel is een andere uitwerking van de beschikking te vinden in de webstee geheugenvannederland.nl, waarin veel meer is terug te vinden van de originele beschikking.
Ook is niet bekend of een lijst met de namen van de inleveraars van een radioontvangtoestel bewaard is gebleven in het historisch archief van de gemiente Deever. Moest een N.S.B.’er ook zijn radiotoestel inleveren ?
Ook is niet bekend wat de overheid met de in beslag genomen radioontvangtoestellen heeft gedaan.
Wie durfde na 31 mei 1943 nog een nieuw toestel bij een radiohandelaar te kopen en welke radiohandelaar was na 31 mei 1943 nog bereid een radio te verkopen ?
Meer over het inleveren van radiotoestellen in de Tweede Wereldoorlog is te vinden in de webstee van Oud-Ommen en is beschreven in het boek ‘Het radiotoestel in de Tweede Wereldoorlog’ van Gidi Verheijen.

Voor de volledigheid zij vermeld dat het document van burgemeester Jan Cornelis Meiboom ook als bladvulling is opgenomen in nummer 10/1 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging.

Posted in Achterstraat, Berkenheuvel, Bosweg, Brink, Kruisstraat, Opraekelen, Schultehuis, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Boeken over onderwerpen uit de gemeente Diever

Boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ – Uitgegeven in januari 1975
Over dit boek van Arend Mulder scheef burgemeester J.C. Meyboom in het voorwoord het volgende:
Hoewel het dorp Diever ongetwijfeld tot één van de oudste dorpen in Drenthe behoort en mede als centrum van het Dieverder Dingspil een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van deze regio, toch zal men in de Drentse literatuur vergeefs zoeken, indien men nu eens precies wil weten, wat het wel en wee van Diever in vroeger tijden was.
Ja, ik weet dat u al zoekend hier en daar wat zult kunnen vinden, maar een geordend verhaal…. nee, dat bestond niet. Het bestaat nu wel, u heeft het in handen.
Arend Mulder, stammend uit een boerengeslacht dat eeuwenlang in Diever heeft gewoond en gewerkt, heeft met een niet te stuiten ijver, alle gegevens van Diever en zijn omstreken verzameld.
Hij weet deze gegevens in een smakelijk verhaal door te geven. Naar mijn vaste overtuiging heeft hij daardoor niet alleen in een lacune voorzien, maar ook een verlangen van velen bevredigd. En zo zal dit boek zijn weg wel vinden. Veel succes toegewenst.
In de Encyclopedie van Drenthe, Volume 1, geredigeerd door M.A.W. Gerding, is op bladzijde 628 aandacht besteed aan de in Diever geboren landbouwer en schrijver Arend Mulder. Het boekje is niet meer in de boekhandel te koop, wellicht is via enig zoekwerk op internet bij een handelaar een tweedehands exemplaar te vinden.

Fotoboekje ´Diever in oude ansichten´ – Uitgegeven in 1981
Het fotoboekje is samengesteld door Albertus Andreae en is in 1981 uitgegeven door Uitgeverij Europese Bibliotheek in Zaltbommel. In het boekje is aandacht besteed aan personen, feiten en lokaties die in de achterliggende jaren -soms korter, soms langer- op een of andere wijze belangrijk zijn geweest voor Diever.
Het fotoboekje is niet meer in de boekhandel te koop, maar Dievers Archief kwam op het internet wel te koop staande tweedehands exemplaren tegen: exemplaar 1exemplaar 2 en exemplaar 3. Stel je voor dat dit fotoboekje aan jouw verzameling zou ontbreken.

Fotoboekje ´Kent u ze nog… die van Diever´ – Uitgegeven in 1987
Het fotoboekje is samengesteld door Albertus Andreae en is in 1987 uitgegeven door Uitgeverij Europese Bibliotheek in Zaltbommel. In het boekje is voraal aandacht besteed aan personen en groepen personen uit de gemeente Diever. Het is jammer dat de auteur bij het samenstellen van het boekje niet de moeite heeft genomen bij alle foto’s de naam van alle personen te noemen. Bij een aantal foto’s komt de tekst ‘De rest kunt u zeker zelf aanvullen.’ of ‘Zo u ziet ontbreken helaas nog wat namen, maar stellig zullen de ouderen antwoord kunnen geven.’ of ‘Maakt u dit lijstje zelf verder af? Succes.” Het fotoboekje is niet meer in de boekhandel te koop, maar is wel te verkrijgen bij Uitgeverij Europese Bibliotheek. Ook is op een aantal plekken op het internet een tweedehands exemplaar te koop. Stel je voor dat dit fotoboekje aan jouw verzameling zou ontbreken.

Fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel…’ – Uitgegeven in 1999 (eerste druk)
In Opraekelen 94/1, het allereerste nummer van het lijfblad van de Historische Vereniging Gemeente Diever staat de volgende aankondiging van het bestuur: Met vier mensen wordt hard gewerkt aan het verzamelen van oude foto’s en ansichtkaarten van de gehele gemeente Diever. Door het plaatsen van twee oproepen in het Weekblad van de Gemeente Diever (Van Goor’s blattie) zijn vele reacties binnengekomen. Met de inventarisatie van deze foto’s en ansichtkaarten hoopt men aan het eind van dit jaar via de Europese Bibliotheek een boekje uit te geven. Het boekje mag in totaal uit 76 foto’s en ansichtkaarten uit de periode 1880-1940 bestaan. Wij zien het boekje als een vervolg op de twee boekjes, die zijn samengesteld door wijlen A. (Albertus) Andreae. De boekjes kregen als titel mee: ‘Diever in oude ansichten’ en ‘Kent u ze nog … die van Diever’. In de nieuwe uitgave willen we vastleggen hoe de gemeente er uitzag in de periode 1880-1940. Het moet beslist geen werk worden dat de gehele geschiedenis van alle eeuwen beschrijft, of in woord en beeld monumenten en andere historisch belangrijke punten vastlegt. Uitsluitend beelden en gebeurtenissen uit de tijd tussen 1880 en 1940 moeten worden opgenomen. In de afbeeldingen moet de autochtone inwoner dingen vinden die hij zelf nog weet en waarvan hij zegt; ‘Ach ja, zo was het’. Voor hem (of haar) dienen de teksten in feite als een geheugensteuntje. De jongere inwoners en de nieuwkomers zullen in het boekje kunnen zien hoe hun woonplaats er vroeger uitzag en zij zullen zich een beeld kunnen vormen van de samenleving van die dagen. De historisch geïnteresseerde zal op de afbeeldingen gebouwen en straten vinden die inmiddels gesloopt of veranderd zijn, terwijl hij tevens een indruk krijgt van de ontwikkeling van de plaats. ………’ Het lukte de vier vrijwilligers niet het fotoboekje tegen het einde van 1994 klaar te hebben, ook in de jaren daarna niet. Pas in 1999 lukte het een andere vrijwilliger wel het fotoboekje met de titel ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ binnen de strenge randvoorwaarden van het bestuur van de Historische Vereniging Gemeente Diever samen te stellen, drukgereed te maken en uitgegeven te krijgen. Het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel…‘ is nog steeds te verkrijgen bij Uitgeverij Europese Bibliotheek. Stel je voor dat dit fotoboekje aan jouw verzameling zou ontbreken.

Boek ‘Van School met den Bijbel naar Roosjenschool’ – Uitgegeven in 2004
Het jubileumeboek ter gelegenheid van 100 jaar christelijk onderwijs in Diever is samengesteld door B. Algra.

Boek ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ – Uitgegeven in ….
De Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het boek ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ met een bijbehorende wandelroute ‘Kuierrondtie deur Oldendiever’ uitgegeven. Het boek is samengesteld door een werkgroep. Het boek schijnt nog verkrijgbaar te zijn bij de Historische Vereniging Gemeente Diever.

Boek ‘Voetbalvereniging Diever 65 jaar’ – Uitgegeven in ….
Het boek ‘Voetbalvereniging Diever 65 jaar‘ gaat over de geschiedenis van Voetvalvereniging Diever en haar  supportersvereniging. Een werkgroep bestaande uit leden van de Voetbalvereniging Diever en de Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het boek samengesteld. Het boek schijnt nog verkrijgbaar te zijn bij de Voetbalvereniging Diever.

Fotoboek ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’ – Uitgegeven in ….
Een werkgroep van de Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het fotoboek ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980‘ samengesteld. Het bevat ruim 120 foto’s en ansichtkaarten van onderwerpen uit de gemeente Diever (Diever, Dieverbrug, Geeuwenbrug, Oldendiever, Oude Willem, Wapse, Wateren, Wittelte en Zorgvlied) uit de periode 1930-1980. Het boek is verschenen bij Uitgeverij Aprilis. Het boek schijnt nog te koop te zijn in de boekhandel.

Fotoboek ‘Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten’ – Uitgegeven in ….
Een werkgroep van de Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het fotoboek ‘Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten‘ in opdracht van de niet meer bestaande Golff Supermarkt aan de Hoofdstraat in Diever. De inhoud omvat  een verzameling van slechts 60 foto’s uit Diever en de omliggende dorpen, die nog niet eerder in boekvorm waren uitgegeven.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief, versie van 2015-11-14

Posted in Opraekelen, Publicaties | Leave a comment

De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door haar gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1 gepubliceerd. Opraekelen is het blad van de heemkundige vereniging uit Diever. Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op ……. in Dwingelo. Meer informatie over het bouwbedrijf Schipper is te vinden in de webstee van dit bedrijf.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).



De oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Posted in An de Deeverbrogge, Boer'nwaark, Brink, Canadeze bevrijders, Deeverse dialect, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied’ dat op 25 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland. 

Even over de grens tusschen Friesland en Drenthe ligt het aardige dorpje Zorgvlied. Van verre is het al te herkennen aan den rijzigen toren van de Rooms-Katholieke kerk en het hooge gebouw Castra Vetera.
Komen we uit de richting Elsloo, dan ligt aan onze rechterhand het uitgestrekte, plm. 40 H.A. groote landgoed. Zuidelijk sluiten de Staatsbosschen bij de bosschen, die bij het landgoed hooren, aan. Veel vacantiegangers zullen op hun doorreis naar Appelscha of Diever de groote, massale villa wel hebben opgemerkt en misschien hebben ze zich wel eens afgevraagd, hoe men men er toch toe heeft kunnen komen, om in zoo’n kleine plaatsje zoo’n groot heerenhuis te bouwen. Daar het heele landgoed en de villa a.s. dinsdag verkocht zullen worden, leek het ons wel interessant, om eens iets meer van Castra Vetera te weten te komen. Daarom hebben we een dezer dagen den tegenwoordigen eigenaar van het landgoed, den heer F.W. Ackermann, eens opgezocht en hij was dadelijk bereid het een en ander te vertellen.
Direct bij het binnentreden van de villa werden we getroffen door de groote gang met de marmeren vloer. Aan de wanden zagen we een tiental opgezette hertekoppen en tal van andere jachttropheeën. Daartusschen hangen enkele oude wapens, zooals krissen, dolken, sabels, die getuigden van de liefhebberij voor de jacht van de eigenaar.

De geschiedenis
De naam Castra Vetera herinnert ons aan een Romeinse nederzetting in de buurt van Emmerich (Duitsland). Dit gebouw zouden we dan ook best met een vesting kunnen vergelijken. Van buiten lijkt het één massale steenklomp, van binnen ziet alles er ook hecht en solide uit. De vloeren bestaan uit heel dikke planken, waaronder lange eiken balken, die een doorsnee hebben van 30 bij 30 cm. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen, met daarboven een zeer ruime zolder. Vanaf den beganen grond is het plm. 15 meter hoog. Boven op het platte dak staande, heeft men een prachtig vergezicht en ‘kan bij helder weer de toren van Steenwijk en de belvedère in Oranjewoud worden waargenomen’. Als bijzonderheid menen we te moeten vertellen, dat het Duitsche luchtschip Graf Zeppelin op zijn tocht over Nederland mede Castra Vetera als orieënteeringspunt gebruikte. Vóór het huis is een bordes en rechts bij de hoofddeur is een looden gevelsteen aangebracht met de naam van den bouwer J.F. de Ruyter de Wildt, die het plm. 1850 bouwde. Deze heer kwam toen als gepensioneerde Schout bij Nacht uit Indië en vatte het plan op, temidden van de heide een heerenhuis te bouwen.

Uit den naam zien we ook al wel, dat genoemde heer een verre nakomeling van den bekenden Michiel Adriaansz. de Ruijter was. Hij bracht niet alleen den naam mee, maar ook enkele erfstukken van zijn voorvaderen. Nadat deze voorwerpen een poos op Castra Vetera waren geweest, werden ze afgestaan aan het Rijksmuseum te Amsterdam.

Het bouwen leverde vele moeilijkheden op: zoo moesten bijvoorbeeld de benoodigde steenen (ongeveer 250.000) vanuit Willemsoord naar Zorgvlied worden vervoerd. Dit gebeurde met paard en wagen langs de moeilijk begaanbare zandwegen en de paarden hadden het tijdens den langen tocht zwaar te verantwoorden. Zelfs moesten enkele het met den dood bekoopen. Vooral de lange balken leverden bij het transport vele moeilijkheden op.

Tezelfder tijd werd ook een aanvang gemaakt met het ontginnen van de heide. In het jaar 1861 werd de familie Verwer eigenares vaan het landgoed, alsmede van groote delen van het tegenwoordige Wateren. Vooral van den heer L.G. Verwer ging veel initiatief uit en in die dagen werd de ontginning met kracht voortgezet. Een hondertal arbeiders hielp mee bij dit reusachtige werk. Enkele dezer kwamen heel uit Noordwolde loopen en na een harden dag werken hadden ze slechts 30 cent verdiend. Aan dezen heer was het ook te danken, dat in Zorgvlied een zeevaartschool verrees (midden op de heide!!), een bankgebouw kwam en mede gaf hij een krachtigen stoot tot de oprichting van de tegenwoordige zuivelfabriek De Drie Gemeenten. In 1997 werd deze fabriek opgericht onder den naam van Zorgvliedsche Natuurboterfabriek. Deze fabriek was de eerste in den Zuidoosthoek van Friesland, spoedig gevolgd door die van Steggerda en Oosterwolde. Vlak voor 1900 beleefde Zorgvlied zijn glorietijd!

Tegenwoordig is van de zeevaartschool nog over de rij huizen naast de nieuwe Roomsch Katholiek kerk en enkele leegstaande villa’s wijzen op de vergane glorie van Zorgvlied.

Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en het bijbehoorende boschcomplex werd aan de natuur overgeleverd. Houthakkers e.d. vernielden zooveel van de aanplantingen en de woning, dat het eens zoo trotsche landgoed er als een wildernis uitzag en het huis veel had van een ruïne. ‘Toen ik in 1919 met mijn vrouw en twee jongens hier kwam’, aldus onze zegsman, ‘was er bijna geen ruit meer heel. De schoorsteenen hingen scheef en het heeft me honderden guldens gekost om alles weer in orde te maken. Het was net, alsof ook Nederland had deelgenomen aan den wereldoorlog en Castra Vetera was gebombardeerd. Toen had ik ook wel een bordje kunnen maken met de woorden Ruïne Castra Vetera. Bij de plaats Emmerich staat ook een dergelijk bordje, maar dit verwijst naar het werkelijke Castra Vetera.’

Het heele huis werd gerestaureerd en met forsche hand werd begonnen de wildernis te veranderen in een gecultiveerd bosch; nieuwe boomen werden geplant en diverse paden aangelegd. Heel oude, dikke boomen (enkele hadden een doorsnee van anderhalve meter) werden met behulp van Duitsche springstoffen, die oorspronkelijk voor Turkije bestemd waren, gerooid. Geleidelijk werd nu een boschcomplex aangelegd, waarbij enkele jongens van de stichting Kinderzorg, waarop de heer Ackermann het toezicht had, behulpzaam waren. Bij het aanplanten van nieuwe boomen had men veel last van de konijnen en daarom werd een 4 kilometer lange afrastering aangebracht, om de knagers te weren. In den loop der jaren is er nu een oppervlakte van ongeveer 20 H.A. bosch aangelegd en met den heer Ackermann hebben we alles eens op ons gemak bekeken. Het heele boschcomplex met zijn talrijke kronkelpaden zag er prachtig verzorgd uit. Op enkele plaatsen ontwaarden we te midden der sparren aardige veldjes met tulpen.

Nadat we een twintig minuten hadden geloopen, zagen we plotseling midden in het bosch een zwembad! Het bleek hier een grootsch opgezet plan te zijn voor den aanleg van een soort natuurbad, hetwelk echter door den plotselingen dood van Mevrouw Ackermann, geboren Hahne, niet heelemaal was voltooid. Over een oppervlakte van 3000 m2 was alle grond weggegraven en zoodoende was het bassin verkregen. De vrijgekomen aarde was aan den kant opgeworpen tot een grooten heuvel van plm. 10 m. hoogte en hierop staande heeft men een prachtig uitzicht over het geheel. Midden in het bad is een geul gegraven van 3 m. diepte en overigens is het er 1,50 m. diep. Zelfs een kinderbad en een strand ontbreken niet. Wanneer we nu nog meedeelen, dat er helder water is en de heele zwemgelegenheid is omringd door bosch, kunnen we gerust zeggen, dat we hier met een fraai natuurbad hebben te doen. Vele bezoekers en vooral jongens, die in de leegstaande pastorie, een buitencentrum van de Katholieke Jeugdvereeniging De Jonge Wacht, verblijf hielden, maakten reeds druk gebruik van deze schitterend gelegen zwemgelegenheid, die bereikt wordt langs slingerpaadjes.

Op den terugweg naar Catra Vetera ging het langs een anderen weg. Natuurliefhebbers kunnen hier hun hart ophalen. Primitieve bruggetjes en talrijke kronkelpaadjes vormen met het lage struikgewas en opgaande geboomte een prachtig stukje natuurschoon. Wat er nu verder met het landgoed gaat gebeuren, moeten we afwachten. In elk geval is het te hopen, dat het in zijn geheel wordt bewaard. We vernamen, dat er groote belangstelling voor deze verkooping wordt getoond uit vele streken van ’t land.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-20
Geen aantekeningen.

Posted in Castra Vetera, de Ruijter de Wildt, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Castra Vetera wordt afgebroken

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijk heemkundige vereniging uut Deever. In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Castra Vetera wordt afgebroken”, dat op 27 december 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Diever – Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied in deze gemeente, dat voor eenigen tijd in andere handen is overgegaan, zal de laatste phase intreden van het einder eener glansperiode. Aan het einde van de vorige eeuw en begin deze eeuw een prachtig natuurschoonrijk park met groote villa, de laatste tientallen van jaren van haar bosschen beroofd, zal het in de toekomst een meer nuchtere metamorphose ondergaan. Gesticht in de heidevelden, later omgeven door een reeks van zeer nederige arbeiderswoningen en landbouwbedrijfjes, zal het nu passend gemaakt worden bij de omgeving. Het groote oude heerenhuis zal worden afgebroken, de bosschage, die er nog is, wordt gekapt en er voor in de plaats zullen treden een tweetal boerderijen met bijbehoorende gronden. Sic transit gloria mundi (betekent: Zo vergaat de wereldse grootsheid).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-17

Posted in Castra Vetera, Lodewijk Guillaume Verwer, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Landgoed Castra Vetera verkocht

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Diever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Landgoed Castra Vetera verkocht’ dat op 30 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Zorgvlied, 29 maart – Zooals algemeen ook verwacht werd, was er voor de palmslag van het landgoed Castra Vetera buitengewoon groote belangstelling. In het café van den heer De Bree, waar de verkooping plaats vond, waren meer dan 100 personen aanwezig, onder wie enkelen uit andere provincies. Na diverse verhoogingen is het geheele landgoed tenslotte aangekocht door den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van Pasman’s fabrieken te Steenwijk voor de saom van f. 16.850,-, met een overname van f. 533,50, zoodat het totaal bedrag f. 17.113,80 was. Wij vernamen dat de heer Pasman hier speciaal de paardensport wil beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon de aanstaande eigenaar nog niets positefs meedelen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-17

Posted in Castra Vetera, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Diever – de Doolhof – Tekst van Arend Mulder

In nummer 09/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging uut Deever, is op bladzijden 24 en 25 als bladvulling het stukje tekst ‘de Doolhof’ uit het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder (uitgave Boekhandel van Goor, Diever, 1975) klakkeloos en zonder enige heemkundige kanttekeningen overgeschreven. Het betreft de navolgende tekst.

Aan de noordeljike rand van Diever, vlak aan het marktterrein, ligt een eendenvijver, ‘de Doolhof’ geheten. Deze naam heeft echter niets gemeen met de betekenis die men er aan zou willen geven. Hoe komt men dan aan deze bijzondere naam ‘de Doolhof” ?
D’r is een tijd geweest, dat er in Diever slechts enkele huizen om de kerk stonden. Op de plaats waar nu de eendenvijver ligt, was het toen een volslagen wildernis, aan de rand van zand en heide. De Dieverders kwamen er zelden. De es en het groenland lagen immers aan de andere kant van het dorp. Zodoende was het daar een ideale plaats voor het wilde gedierte. In deze wildernis heeft destijds waarschijnlijk een ‘loze’ Dieverse een grote kuil gegraven en er struiken omheen geplant, zodat er een ware eendenkooi of ‘dool’ ontstond. Wellicht van de Friezen afgekeken, omdat daar zo’n vanginrichting nog een ‘dool’ heet. Wie weet hoeveel ‘enten’ daar de nek zijn omgedraaid.
Toen Diever zich in deze richting ging uitbreiden, moest de dool verdwijnen en deed hij dienst als brandkuil. De eerste hof of boerderij bij de dool werd ‘de Doolhof’ genoemd. Zeer waarschijnlijk de boerderij van Sieme Smidt, die er de eenden en ganzen in liet zwemmen. De naam is later van de boerderij overgegaan op de brandkuil ‘de Doolhof’.
Het is dus voor de Dieversen een levensteken uit de grijze oudheid, die waard is behouden te blijven voor het nageslacht.

Aantekeningen van de redactie van Dievers Archief bij het verhaal van Arend Mulder, versie 2015-10-01
Het verhaal lijkt meer op een verzinsel, het is in elk geval geen met bronvermeldingen onderbouwd verhaal.
Zijn de bewoners van Deever nu Deeverders of Deeversen ?
Aan de noordelijke rand van Deever lagen en liggen de Noordesch en de Heezenesch, derhalve was het aan de noordelijke rand van Deever geen eenzame wildernis.
Aantoonbaar is dat op verschillende plaatsen in Deever en dicht in de buurt van meerdere boerderijen een braandkoele was gegraven voor de snelle beschikbaarheid van bluswater in geval van brand, bijvoorbeeld de braandkoele op de Brink, op ’t Kastiel, an ‘t Zwatte Pattie en aachter ’t Kleine Brinkie. Was de Koele van Van Wester ook een braandkoele ?
Arend Mulder beweert dat een doolhof een eeendenkooi is, dat valt gelet op de betekenis van doolhof te betwijfelen.
Arend Mulder beweert dat de dool moest verdwijnen om dienst te gaan doen als brandkuil. Het omgekeerde zal eerder het geval zijn geweest. De braandkoel’n raakten in onbruik, toen de gemotoriseerde brandspuit zijn intrede had gedaan in de gemeente Deever. Alle braandkoel’n werden gedempt, behalve blijkbaar de braandkoele op het marktterrein, daar werd een eendenvijver van gemaakt, nota bene voorzien van een omheining, waarvoor vervolgens de verkeerde naam ‘de Doolhof’ werd bedacht.
Het levensteken uit de grijze oudheid zal naar schatting zo’n 200 jaar oud zijn. Als het waard is dergelijke dode dingen te behouden voor het nageslacht, dan hebben de verschillende vrijwilligersploegen in Deever er een mooi en waardevol tijdverdrijf bij, namelijk het ontgraven en onderhouden van alle gedempte braandkoel’n.
Belangstellende bezoekers kunnen in de webstee encyclopediedrenthe.nl terecht voor gegevens over de schrijversloopbaan van Arend Mulder. In het boek ´Geschiedenis van de Drentse literatuur 1816/1956´ van Henk Nijkeuter wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de schrijver Arend Mulder. 

 

Posted in Diever, Eendenvijver, Noordesch, Opraekelen | Leave a comment

Deevers Archief zoekt namen van mensen

Een dagje uit in de arme en bijna autoloze jaren na de Tweede Wereldoorlog was voor veel mensen in de gemeente Deever iets bijzonders. Daarvoor was men lid van ‘de reisvereniging’, in dit geval de buurtvereniging ‘Kasteel-Bolderhoek’.
Wie zijn de mensen bij een hangar op Schiphol ?
De bezoeker van het Deevers Archief wordt uitdrukkelijk verzocht te reageren op deze foto uit 1951 !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft dit bericht ook al een keer in Opraekelen 2007/1 gepubliceerd.
Opraekelen is een papieren uitgave van de plaatselijke heemkundige vereniging.

Posted in Bolderhoek, Diever, Gemeente Diever, Kasteel, Opraekelen, Topstukken | Leave a comment

Diever rouwt om zijn doden

Het navolgende artikel is op 2 augustus 1945 gepubliceerd in de Provinciale en Asser Courant. Dit artikel is ook als bladvulling opgenomen op bladzijden 23 t/m 25 van nummer 09/1 van het blad Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging.

Men zou het uiterlijk aan het vriendelijke, vreedzame boerendorp Diever niet zeggen, dat het ’t toneel geweest is van een vreeselijk drama in de laatste dagen van de oorlog. Alles gaat er zoo gewoon z’n gang, het boerenvolk is druk bezig met den oogst, uit den hoogen schoorsteen van de melkfabriek kringelt rook omhoog, de jeugd speelt in de mooie bosschen en haar vrolijke lach schalt uit boven het rumoer van de werkende menschen. Om de mond van velen dier menschen echter ligt een sombere trek als bewijs van innerlijk doorleefde droevenis en nimmer te vergeten smart. Hier heeft de wreede oorlog zijn sporen achtergelaten en ofschoon de vrede in zijn allesontfermende goedheid ook over deze menschen is gekomen, dat, wat het gemoed en de ziel heeft geraakt, laat zich niet vergeten.
De dorpelingen van Diever hebben den oorlog gezien in heel zijn meedoogenlooze wreedheid. Het was toen men zich reeds verkneukelde in zijn naderend einde. De Canadeesche bevrijders slopen rond in de bosschen en de angst van degenen die zich aan den vijand hadden vergooid voorspelde veel goeds, maar was tenslotte oorzaak van groot menschelijk leed. In het dorp bevond zich een evacué, die door de menschen van Diever geschuwd werd om zijn politieke gezindheid. Deze man was tegen den tijd dat de bevrijding naderde bezeten van een panischen angst, omdat hij zich omringd meende van vijanden. Op den 10den April heeft hij op kortzichtige wijze getracht zich van hen te ontdoen en de plaatselijke Duitsche bevelvoerder, die dronken was, bleek een willig werktuig in zijn handen. Het kostte tien eerbare, onschuldige burgers het leven. Ze werden neergeschoten, omdat Gerrit van V. zich belaagd meende en geloofde dat hij het recht had naar willekeur te beschikken over het leven van anderen. En toen ieder elders zijn vreugde uitte over de herwonnen vrijheid rouwde Diever om zijn dooden, die nutteloos gevallen waren als slachtoffers van ’s werelds grootste onrecht. Niet om zijn wraak te bekoelen, want zoo is het volk van Diever niet, maar om de mensheid te verlossen van een zeer gevaarlijk individu, heeft men na het vreeselijke gebeurde, dat diepe smart veroorzaakte, waarin de heele dorpsgemeenschap deelde, niets nagelaten bij de plaatselijke N.B.S. (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) en Politie om Gerrit de V. op te sporen en het is een gelukkige omstandigheid dat men hem tenslotte in het Bewaringskamp te Amersfoort heeft kunnen achterhalen. Men bracht hem over naar Diever en daar had de N.B.S. hem sins kort in veilige bewaring.
Elk mensch, hoe vuig van inborst ook, heeft echter een geweten en op de plaats van het gruwelijke misdrijf, waaraan hij zich schuldig wist, is ook het geweten van de V. gaan knagen en tenslotte is de wroeging hem temachtig geworden en toen men Dinsdagmorgen aan zijn cel kwam, vond men zijn lijk. Hij had de hand aan zichzelf geslagen.
Daarmeede zijn de wonden, die deze mensch in Diever maakte, niet geheeld. De dooden op het vredige kerkhof zijn een eeuwige aanklacht tegen hen die dwaalden en verstrikt raakten in hoogmoed en haat.

 Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-09-12

Posted in 10 april 1945, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Zuivelfabriek – Jan Andreae – 50 jaar in de zuivel

Via het internet is in de webstee zuivelhistorienederland.nl het door Jan Andreae zelf geschreven verhaal over zijn eigen vijftigjarige loopbaan in de zuivel te vinden en als zogenaamd pdf-bestand over te nemen, een loopbaan die begon bij het in 1899 opgerichte melkfabriekje aan het Katteneinde in Diever.
Jan Andrea (geboren op 02-02-1904 te Diever, overleden op 25 december 1975 te Zuidwolde) was de zoon van Cornelis Andreae en zijn tweede vrouw Jantje Schoenmaker. Een volle broer van hem was Albertus Andreae (geboren op 18-03-1908 te Diever, overleden op 27-03-1988 te Diever), die lagereschoolmeester in de gemeente Diever was.
Tegenwoordig zijn veel stamboomgegevens via het internet in allerlei webstees te vinden, zo ook zijn gegevens van de familie Andreae te vinden in de webstee stamboomonderzoek.com. De familie Cornelis Andreae woonde, als je aan het Moleneinde voor het schoolpattie hen ’t Kasteel stond, in een kleine huisje aan het Moleneinde aan de linkerkant van het pattie.
Het verhaal van Jan Andreae is oorspronkelijk gepubliceerd geweest in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1970, bladzijden 53 tot en met 69. Het bestuur van de lokale heemkundige vereniging heeft dit artikel een paar jaar geleden ook al eens – wellicht bij gebrek aan goede redacteurs, gemakzucht of gebrek aan materiaal- in een aantal delen opgesplitst als snelle vulling van het verenigingblad Opraekelen gebruikt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-09-10

Posted in Diever, Kasteel, Opraekelen, Zuivelfabriek | Leave a comment

Woar was ok a weer ’t Bultie, bin ’t ee’m kwiet

In een gesprek dat de redactie van het Deevers Archief op 9 september 2005 had met wijlen boer in ruste Jans Bult uit Oldendeever, heeft de redactie de volgende reactie vastgelegd. Deze reactie biedt meer inzicht in de voor vele Deeversen bekende plek met de naam ‘t Bultie. Jans Bult reageerde echter toen als volgt.

Toen an de Brink ’t olde gemientehuus is offebreuk’n, hef ’t gemientehuus tiedelijk in ‘n noodgebouw ezeet’n. Het noodgemientehuus stön op een plek die ’t Bultie wödde enuumd. Vanof de boerdereje van Jan de Ruuter in Oldendeever leup ’r een zaandpad hen. Het pad zölf wödde ok altied ’t Bultie enuumd. Ai’j over dat pad leup’m, dan leup ie over ’t Bultie.
We haad’n an dat pad nog een klein akkertie van twee-en-daartig are en dat wödde ok altied ’t Bultie enuumd. Dat akkertie laag woar now, vanof de Kloosterstroate bekeek’n, de eerste dree huuz’n an de Veentiesweg stoat.
Noast oens akkertie laag an de Deeverse kaante een akker van Derk Vording (Dörk Vodding). Die akker wödde ok ’t Bultie enuumd. Een stuk van de Kloosterstroate was dus vrogger ’t Bultie.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-08-05
In het Deevers Archief is al heel wat aandacht besteed aan ’t Bultie, beter gezegd de discussie over de ligging van ’t Bultie, Bijgaande in het Deevers weergegeven reactie van wijlen boer in ruste Jans Bult uit Oldendeever geeft een duidelijke en positieve bijdrage aan deze discussie.
Deze reactie werd ook gepubliceerd in Opraekelen 05/4 (december 2005). Opraekelen is het blad van de heemkundige vereniging uit Diever.
In het noodgebouw aan de Kloosterstraat, dat op deze uit 1964 daterende kleurenfoto is te zien, werd toen nog les gegeven aan leerlingen van de U.L.O.-school. Het noodgebouw stond dus niet op ’t Bultie, maar een flink eind naast ’t Bultie.
Boven het gammele houten gebouw (met gevaarlijke asbesthoudende dakplaten ?) is nog net een stukje van de spits van de toren op de Brink van Deever te zien.
Aan de linkerkant is niet helemaal scherp het voorhuis van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn, en Jantje Wesseling te zien.

Reactie van de heer Wobke Vermaat, versie van 2016-10-13
In 1963 zat ik in het witte noodgebouw op de ULO. We hadden daar ook schaakles.
Ik ben opgegroeid (familie Vermaat) in één van de dubbele woningen in de Kloosterstraat.
(redactie: Wobke Vermaat’s vader was leraar aan deze ULO-school; de familie Vermaat woonde op nummer 18 in de Kloosterstraat, de bedoelde dubbele woning is in 2014 afgebroken.

Abracadabra-417

Posted in Bultie, Deevers, Diever, Kloosterstraat, Opraekelen, U.L.O.-school | Leave a comment

Brand in het boerderijtje van Hendrik Gruppen

De redactie van het Deevers Archief publiceerde het bijgaande bericht in Oprakelen 07/02. Opraekelen is het blad van de lokale heemkundige vereniging uit Diever. Het bericht betreft de brand in het boederijtje van Hendrik Gruppen an de Heufdstroate in Deever. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand en niet weer opgebouwd. De plek van het boerderijtje is nu een stuk grasveld aan de zo genoemde Kerkstraat bij de kerk op de Brink.

Bij de brand in het boerderijtje van Hendrik Gruppen kwamen een paard en drie varkens om het leven. Het brandweerrapport vermeldt: Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de Brink) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

Tekst bij de eerste afbeelding:
Het huis naast het boerderijtje van Hendrik Gruppen an de Heufdstroate was eigendom van Jan Schoemaker. In het linker deel van het voorhuis was het postkantoor gevestigd. Het rechter deel was in gebruik als voorkamer. In het huis daarnaast woonde Jantje Kiers. Dit huis is later gekocht door Bart Schoemaker, die ook een beetje makelaar in grond en huizen was. Hij heeft het huis afgebroken om zo ruimte te krijgen voor een tuin.

Tekst bij de tweede afbeelding

De fraaie foto op deze ansichtkaart is gemaakt in de zomer van 1939. In de Tweede Wereldoorlog woonde de familie Jochem Kamp in het huis van Marinus Bakker aan de Hoofdstraat. Op het witte uithangbord aan de gevel van het pand aan de rechter kant staat vermeld: J. Kamp, Groente, Visch en Fruit. Aan de linker kant zijn van links naar rechts te zien het boerderijtje van Hendrik Gruppen (op 21 juni 1945 door blikseminslag verbrand), het postkantoor van Lambertus Schoemaker, de smederij van Albert en Hendrik Kloeze, het huis waarin de gezusters Oostenbrink woonden en het woonhuis met winkel van Philip Zaligman (het pand brandde op 20 februari 1940 af) . Aan de rechter kant zijn van rechts naar links te zien het boerderijtje van Geert Dekker en zijn zuster Hilligje (let vooral op de bliende voor het bovenlicht boven de voordeur), het pand van Marinus Bakker, de manufacturenwinkel van Jacoba Vos-Hessels, het huis van Harm, Hendrik en Jaap Mulder (Garke Bakker’s jongen) en het pand van schilder Geert Koster. Op de achtergrond is de boerderij van Jacob Hessels te zien.

Tekst bij de derde afbeelding (afbeelding van de kerk op de Brink):
In Diever aan de Hoofdstraat op de hoek van het straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Deze foto uit 1937 toont veel bijzonders, een fraaie bestrating van veldkeitjes bij de boerderij, een kerk met omheining, een pas gebouwd hotel-café Brinkzicht.

Tekst bij de vierde afbeelding:
De fotograaf moet deze foto in het najaar van 1944 vanaf de toren bij de Nederlands Hervormde Kerk aan de Brink in Diever hebben gemaakt. Het is niet bekend wie de maker is van deze zeer waardevolle opname. Bijzonder fraai is het boerderijtje van Hendrik Gruppen en de ligging daarvan te zien. Hoe oud moet het boerderijtje wel niet zijn geweest …

Abracadabra-410

Abracadabra-412

Abracadabra-413Abracadabra-414

Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Brandweer, Diever, Hoofdstraat, Kerk op de brink, Opraekelen, Postkantoren, Topstukken, Verdwenen bouwwerken, Vrijwillige brandweer | Leave a comment