Category Archives: Tiekening

Deeverse laandschopp’m – September 1643

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoekers. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen getoond kunnen worden, hoe liever het de redactie is.

De hier afgebeelde tekeningen zijn aanwezig in een bewaard gebleven schetsboek van Pieter Serwouters. Het schetsboek ‘Assens Album, folio 69v-70r’ bevindt zich in de collectie van het Drentsch Museum in Assen.

Pieter Serwouters (geboren in 1586 in Antwerpen, overleden in 1657 in Amsterdam) was boekhouder en cartograaf. Vanaf 1629 tot aan zijn dood was hij boekhouder van de Compagnie van de Hollandse Participanten van de Dieverder en Leggeler Smildervenen. Hij was blijkbaar ook een begaafd tekenaar.

De tekeningen zijn gemaakt in september 1643. De drager van de tekening in kleur is papier. De tekenaar gebruikte waterverf en inkt. De liggende rechthoek van de tekeningen heeft een breedte van 145 mm en een hoogte van 96 mm.

Het opschrift van de bovenste tekening luidt als volgt:
Dieveren in Drenthe gelegen, alsoot hem vertoont komende vande Leggeler brug a° 1643 in September / voorden middach.

De toren met het aangebouwde kerkgebouw is herkenbaar. De redactie heeft het vermoeden dat de afgebeelde molen die van Oll’ndeever is en niet de beltmolen aan het Katteneinde. De weg die zichtbaar is aan de linkerkant van de bovenste tekening zal de Stienwiekerweg zijn.

De redactie heeft het opschrift van de onderste tekening helaas nog niet kunnen ontcijferen.

De redactie wil de in Pieter Serwouters geïnteresseerde zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief graag verwijzen naar het lezenswaardige artikel ‘De kunst van het boekhouden – Pieter Serwouters (1567-1657)’ van de Amerikaanse kunsthistorica Claudia Swan, dat in 2001 is verschenen in nummer 2 van het tijdschrift Waardeel. In dit artikel is bijgaande afbeelding opgenomen.

De topografische deskundige van de heemkunduge vurening uut Deever noemt op de webstee van deze vurening de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).

De topografische deskundige van de heemkunduge vurening heemkundige uut Deever zou op basis van het hiervoor genoemde jaartal 1643 Dieveren (1475) uit kunnen breiden tot Dieveren (1475-1643).

In ut Deevers is Deever de hedendaagse schrijfwijze van Diever.

Posted in Deever, Deevers, Kaarke an de brink, Kuunst, Meule 'de Vlijt', Tiekening, Toor'n an de brink, Topstuk | Leave a comment

Wee weinst ou gelok met oen vujoadag

Het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever die kerkt in het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever had of heeft (?) de goede gewoonte elk lid een kaartje te sturen ter gelegenheid van zijn of haar verjaardag. Betalen leden tegenwoordig nog kaarkebelasting ?
Het bestuur stuurde of stuurt niet zo maar een bij een neringdoende gekocht dertien-in-een-dozijn verjaardagskaartje, maar stuurde of stuurt een kaartje met een tekening, die het bestuur speciaal liet maken. Driewerf hulde. Hulde, hulde, hulde.
Bij de hier afgebeelde eigenlijk niet zo goed gemaakte tekening gaat het om de hoofdingang aan de zijkant van het kerkgebouw aan de niet-Salsische brink van Deever. De rechter deur van de hoofdingang staat uitnodigend open. Kom binnen, de koffie staat te pruttelen.

De tekst op achterkant van het kaartje, zie bijgaande afbeelding,  geeft de tekst op de plaat boven de hoofdingang weer:
Wier ’t oude heiligdom door blixemvuur verbrand +
Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zijnen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige stenen

+ Anno 1759 den 27 augustus
++ Anno 1760

En natuurlijk wenste of wenst het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever het lid geluk met zijn of haar verjaardag.

Het is jammer dat de tekenaar zijn tekening niet van zijn naam of initialen heeft voorzien, nu kan de redactie van het Deevers Archief weer een paar vragen aan zijn toch al zeer lange lijst van vragen toevoegen.
Wie is de maker van deze tekening ? Wanneer is deze tekening gemaakt ? Heeft een foto als lichtend voorbeeld gediend ? Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief  kan deze vragen beantwoorden ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft zelf het vermoeden dat de tekenaar niet gebruik heeft gemaakt van bijgaande zwart-wit foto uit 1957 van de hoofdingang, ondanks dat de rechter deur op de foto ook open staat. Architect H.K. Kleijn uit Aerdenhout is de maker van deze zwart-wit foto.


Posted in Brink, Deever, Kaarke an de brink, Tiekening | Leave a comment

Un tiekening van un olde boerdereeje in Oll’ndeever

De redactie van ut Deevers Archief is een verwoed verzamelaar van afbeeldingen van getekende en geschilderde objecten in de gemiente Deever, en toont al dit moois uiteraard ook graag aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
Mevrouw Ellen van Ishoven, die in 2020 een paar dagen heeft doorgebracht op camping Oldendiever (voorheen camping De Olde Boerdereeje), is de maker van bijgaand getoonde mooie tekening van de achterkant van de oude boerderij aan de Westerdrift in Oll’ndeever, waar vroeger de ongetrouwde Geert Kok (geboren op 7 november 1909, overleden op 5 mei 1987) woonde. Zij gaf toestemming deze tekening in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is haar daar bijzonder erkentelijk voor. De tekening is ook te vinden in de rubriek Kunstgroet van camping Oldendiever. De redactie weet nog niet op welke datum deze tekening is gemaakt.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de achtergevel van de oude boerderij aan de Westerdrift in Oll’ndeever gemaakt op donderdag 22 april 2021.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de door zon, neerslag en hete schoorsteenrook verkleurde voorgevel van de oude boerderij aan de Westerdrift in Oll’ndeever gemaakt op woensdag 19 september 2018.

Posted in Boerdereeje, Kuunst, Oll'ndeever, Tiekening | Leave a comment

Un tiekening van un paer olde huus’n op Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deeveers Archief graag meegenieten van getekende of geschilderde objecten in de gemiente Deever. De redactie heeft toestemming van mevrouw Marjan Elisabeth van der Helm bijgaand afgebeelde en door haar gemaakte pentekening van enige huizen aan de Dorpsstraat op Zorgvlied in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is haar bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Zij maakte deze tekening zittend op de bank en uit het raam kijkend naar de huizen aan de overkant van de straat. Zij signeerde de tekening in de linker benedenhoek met MvdH, 10-4-’83. De originele tekening hangt bij mevrouw Marjan Elisabeth van der Helm aan de muur.

Afbeelding 1
In 1983 woonden in deze huizen aan de Dorpsstraat andere mensen dan nu. In het linker pand was de dorpswinkel van Ale van der Heide gevestigd. Hij verkocht gelukkig ook ansichtkaarten.De familie van der Heide woonde in het aangrenzende pand. Het Amsterdamse huis werd toen al lang bewoond door Gerard Goettsch. Hij had in zijn huis ook een afdruk van deze tekening in een lijstje aan de muur hangen. Hij was zeer gesteld op deze tekening. In het rechter pand woonde vrouw Hillen, die later dood in haar huis werd gevonden.


Afbeelding 2
Coen Broekema heeft de hier getoonde foto gemaakt op 30 november 2002. Bijna twintig jaar na 1983 is de aanblik van de panden nog ongeveer hetzelfde. Alleen was toen in Zorgvlied helaas geen dorpswinkel meer aanwezig. Gerard Goettsch overleed op 13 juni 2000 op 96-jarige leeftijd zittend in zijn stoel voor het raam van zijn Amsterdamse huis.

Posted in Kuunst, Tiekening, Zorgvlied | Leave a comment

Un tiekening van de Brogge an de Gowe uut 1985

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in de map 1986 bijgaande afbeelding, die de redactie de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief niet wil onthouden.

Op de afbeelding is te zien het kalenderblad voor de maand maart van het jaar 1986 van een kalender die de R.A.B.O.-bank uut Dwingel speciaal ter gelegenheidheid van zijn 75-jarig bestaan (1911-1986), zomaar grateloos cadeau gaf aan zijn vaste klanten.
Bij elke maand stond een tekening. De maart-tekening is een prachtige fantasierijke tekening van de brogge over de voart an de Gowe van de kunstenaar André Winkel. De tekening heeft als voor de hand liggende titel ‘Gezicht op Geeuwenbrug’.
De kunstenaar André Winkel beheerst de kunst van het weglaten van wel aanwezige bebouwing, waardoor de blik vooral naar de brogge wordt getrokken. En ook een beetje naar rechts, naar het café van Zwatte Hendekie. Of was in het pand in 1985 geen café meer gevestigd ?
Heeft de tekenaar André Winkel zijn tekening ter plekke gemaakt of heeft hij zich in zijn atelier laten inspireren door één of andere (door hem zelf gemaakte ?) foto ?
De redactie weet niet of de greinse tuss’n de gemiente Deever en de gemiente Dwingel links van de brug, rechts van de brug of precies midden over de brug loopt. Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.
De redactie vraagt zich af of de R.A.B.O.-bank uut Dwingel ter gelegenheid van zijn 100-jarig bestaan (1911-2011) weer een kalender met mooie tekeningen heeft uitgegeven, met bijvoorbeeld een tekening van de brogge van Deever of een tekening van ’t Olde Voatie an de Oldendeeversebrogge of een tekening van de Stroombrogge in Wittelte. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief het weet, die mag het natuurlijk melden.
Of misschien heeft de heemkunduge vurening uut Deever in 2018 ter gelegenheid van zijn 24-jarige bestaan wel een door deze vereniging zo genoemde ‘historische kalender’, met afbeeldingen van oude tekeningen en schilderijen uut de gemiente Deever, waarop de drie laatst genoemde objecten staan, uitgebracht.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op donderdag 22 april 2022.

Posted in de Gowe, Dreinse Heufdvoat, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Un conté-tiekening van de kaarke an de brink

De kunstenaar Jaap van Zijderveld sr. (Jaap van Zyderveld, Jacob Maria Zijderveld) heeft bijgaand afgebeelde conté-tekening in 1976, staande of zittend, in de Kloas Kleinestroate (vrogger de Kleine Peperstroate) in Deever gemaakt. De kunstenaar Jaap van Zijderveld sr. is geboren op 25 september 1919 in Den Haag en is overleden op 8 maart 1985 in Den Haag. De tekening is in het bezit van de kinderen van kunstenaar Jaap van Zijderveld sr. en komt uit hun ‘voorraad’. De kunstenaar heeft het schilderij links onder aan de tekening voorzien van zijn zwierige handtekening, de naam Diever en het getal 76 (1976).
De redactie van ut Deevers Archief heeft toestemming van een dochter (van de kinderen) van Jaap van Zijderveld sr. deze tekening te tonen in ut Deever Archief. De redactie is die dochter (de kinderen) bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Jaap van Zijderveld sr. tekende en schilderde altijd ter plekke. De redactie van ut Deevers Archief hoefde dus in dit geval niet naarstig op zoek te gaan naar een foto of een ansichtkaart, die de kunstenaar als voorbeeld zou kunnen hebben gediend. Het zij de kunstenaar van deze mooie realistische tekening uiteraard vergeven, dat hij al dan niet bewust gebruik makend van zijn kunstzinnige vrijheid de urenborden van het torenuurwerk naast de galmgaten niet heeft getekend. Wellicht deed hij dat, omdat in een vacantie in ut Deeverse laand tied neet bestiet.
Wel toont de redactie als referentie een kleurenfoto die hij op 4 oktober 2017 heeft gemaakt. De zichtbare bomen op de kleurenfoto waren in 2017 een stuk groter dan in 1976. Alleskunner Klaas Kleine was in 1976 al een paar jaar klaar met zijn ‘grote restauratie’ van de olde kouwe van de weduwe Aaltje Koning-Haveman (Oaltie Keuning-Hoaveman) op de hoek van de Peperstroate en de Kloas Kleinestroate (vrogger Kleine Peperstroate) in Deever.

Posted in Klaas Kleine, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Un tiekening van un olde boerdereeje in Oll’ndeever

De kunstenaar Arie Goedhart is op zondag 9 augustus 2020 op 76-jarige leeftijd in Hoogeveen overleden. De favoriete bezigheid van wijlen kunstenaar Arie Goedhart was tekenen met pen en inkt, dat is arceren en werken met natuurlijke structuren, maar vooral het weergeven van de stilte en de rust van de natuur. Het motto van kunstenaar Arie Goedhart was: Het is een voorrecht bezig te zijn met de schoonheid van de natuur.
Maar kunstenaarArie Goedhart deed zijn inspiratie niet alleen op in de natuur, maar ook in natuurlijk aandoende bebouwde omgeving van de gemiente Deever en ook bij hunnebed D52. Hij vond daar vaak een verrassend mooi hoekje. Zo ook in Oll’ndeever, waar hij aan de Holtenweg een tekening maakte van één van de oudste boerderijen in de gemiente Deever. De boerderij is volgens de muurankers in de voorgevel gebouwd in 1759, maar is in 1970 gerenoveerd.
De redactie van ut Deevers Archief correspondeerde zo nu en dan per e-mail met kunstenaar Arie Goedhart en kreeg op 30 januari 2019 toestemming van hem een afbeelding van zijn mooie pentekening met de titel ‘Oudste boerderij van Diever’ te tonen in ut Deevers Archief. De redactie is hem daarvoor postuum bijzonder erkentelijk.
De redactie heeft de kleurenfoto (afbeelding 2) gemaakt op 13 november 2014. Aan de rechterkant van de kleurenfoto is nog net het dak van ut pothokke te zien. Ut pothokke is vernieuwd in de tijd dat de boerderij werd bewoond door het echtpaar Harman Jan (Herman) Bennen en Wietske (Wies) Bosscha en hun zoon Jantinus (die in de volksmond altijd Maxi werd genoemd).
De redactie nodigt Jantinus Bennen uit te reageren op dit bericht.

Afbeelding 2
Pentekening van ‘de oudste boerderij van Diever’ van de kunstenaar Arie Goedhart 
Afbeelding 2 
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze foto van de boerderij met adres Holtenweg 4 in Oll’ndeever bij tegenlicht gemaakt op 13 november 2014.

Afbeelding 3
Deze afbeelding van de boerderij met adres Holtenweg 4 in Oll’ndeever is afkomstig van google.maps. De opname dateert van juni 2016.

Posted in Boerdereeje, Kuunst, Oll'ndeever, Pothokke, Tiekening | Leave a comment

Ut Instituut veur de Landbouw op Klein Woater’n

In 1860 kwam het einde van het Instituut voor den Landbouw op Klein Wateren, toen kwam een einde aan een merkwaardige episode in het Nederlandse landbouwonderwijs. Het volgende artikel van ir. J.D. Dorgelo over het Instituut voor den Landbouw van de Maatschappij van Weldadigheid op Klein Wateren verscheen in het Jaarboek 1861 van de Maatschappij van Weldadigheid.

Het Instituut voor den Landbouw te Wateren
De Maatschappij van Weldadigheid heeft sinds de stichting van de koloniën in 1816 steeds zeer veel aandacht besteed aan het onderwijs. De kinderen van 5 tot 12 jaar waren leerplichtig, uitgezonderd die van 10 tot 12 jaar in de maanden mei, september en oktober in verband met het aardappelpoten en -rooien. Verder mocht in de vrije koloniën één kind per gezin van 1 april tot 1 november thuis zijn als koehoeder. De schooltijden waren van 10.00-12.00 uur en van 14.00-16.00 uur, gedurende vijf dagen per week.
De jongelieden (13- en 14-jarigen) waren bovendien verplicht de avondscholen te bezoeken van 18.00-20.00 uur; de jongens op maandag, woensdag en vrijdag, de meisjes op dinsdag en donderdag [1]. Dit avondonderwijs is te beschouwen als voortgezet onderwijs. Andere mogelijkheden tot het volgen van voortgezet onderwijs, zoals vakonderwijs, waren er toentertijd nog niet,
totdat in 1823 het Gesticht van Opvoeding te Klein Wateren in de gemeente Diever ging functioneren. Zie afbeelding 1.
Over de doeleinden van de opleiding aldaar liepen de meningen uiteen. In het het jaarverslag van de Maatschappij over 1822 werd vermeld, dat men zou beginnen 50-100 koloniale kinderen op te leiden tot wijk- en sectiemeesters en onderdirecteurs, etcetera, dus tot ambtenaren bij de Maatschappij.
De meest begaafde kinderen werden uitgekozen om eene meer volkomene opvoeding van een volledig onderwijs in den landbouw op de daarvoor bestemde gronden te ontvangen [2].
Men speelde echter ook wel met de gedachte, dat Wateren een meer dan zuiver interne betekenis voor de Maatschappij zou kunnen krijgen. Met name Jan Kops was hiervan een voorstander. In zijn verslag over de toestand van de koloniën, hoofdzakelijk aan de landbouw gewijd, schreef hij in 1823 [3]:
‘Dit gesticht, zoo als ik aan den Heer Generaal en den daartoe bestemden Direkteur, den Heer Mulder, breeder heb te kennen gege-ven, wenschte ik mede dienstbaar te zien gemaakt aan de algemene belangen van den Nederlandschen Landbouw: immers dat daar ook jongelingen gevormd wierden tot arbeiders en opzieners, die met de betere wijze van landbouw bekend, met de schadelijke vooroordelen der landlieden niet bezet, en in het gebruik van de beste werktuigen ervaren zijnde, gretig zullen gezocht worden door verlichte landbouwers, die gaarne het oude verkeerde spoor willen verlaten, maar door gebrek aan kundige werklieden of opzieners hiervan worden afgeschrikt, of het begonnen werk uit dezen hoofde moeten laten steken. Zulke jonge lieden zouden alzoo te allen tijde van een goed bestaan verzekerd zijn.’

Inderdaad beoogde men een Opvoedings-Instituut voor den Landbouw daar te stellen, waarvan tot nu toe in ons vaderland geen voorbeeld bestaan heeft [4]. Ofschoon bij het Instituut voor den Landbouw wel enkele landbouwkundige proeven zijn genomen, is het echter nooit een modelschool geweest in de ware zin van het woord. Het bestuur van de Maatschappij zette in het jaarverslag over 1828 openlijk uiteen waarom zij, die dáár een model zoeken eener landbouwkundige school, die meer bijzonder, tot het nemen van proeven en het oplossen van geschillen in het landbouwkundige bestemd zouden zijn, met de eigenlijke bedoeling van dit gesticht niet bekend schijnen te wezen.
Men maakte deze opmerkingen opdat de toestand van dat gesticht niet verkeerd zoude worden beoordeeld en wij geen grooteren
dunk van hetzelve zouden geven dan het inderdaad verdient.
Het hoofddoel van het Instituut voor den Landbouw is steeds geweest de opleiding van jongelui tot opzichters en zetboeren in Dienst van de Maatschappij. Leerlingen van buiten de koloniën werden dan ook niet toegelaten, zodat de instelling van beperkte betekenis is gebleven. Ook als vormingscentrum voor toekomstige ambtenaren voldeed het Instituut voor den Landbouw slechts
ten dele, doordat de meeste jongens de Maatschappij verlieten, hoewel deze doorgaans beter terechtkwamen dan de kinderen uit de andere koloniën. In 1834 constateerde de commissie tot opneming van de toestand der koloniën na haar inspectie dan ook:
Het schijnt, dat het doel der instelling niet geheel bereikt wordt. Een soortgelijk geluid liet de commissie horen, die de koloniën in 1838 inspecteerde. Als kweekschool voor toekomstige opzichters scheen Wateren geenszins al dat nut te hebben daargesteld, hetwelk men zich daarvan bij de oprigting heeft voorgesteld. De commissie adviseerde meer te letten op de natuurlijke aanleg van de leerlingen en de zekerheid, dat zij in dienst van de Maatschappij zouden treden. In 1860 werd het Instituut voor den Landbouw te Wateren opgeheven in verband met de jaarlijkse financiële tekorten van ongeveer 5000 gulden. De kwekelingen ontvingen een minder kostbare opleiding in de landbouw te Frederiksoord.
De verkoop van het gehele gebied Wateren en omgeving, groot 2000 hectare, grotendeels nog heideveld, bracht netto 78.000 gulden op. Dit bedrag moest voorzien in de behoefte aan bedrijfskapitaal na de reorganisatie van de Maatschappij in 1859 [5]. Het Instituut voor den Landbouw met naastgelegen gronden ter grootte van 500 hectare kwam in handen van J.F. de Ruyter de Wildt, een nazaat van Michiel Adriaanzoon de Ruyter [6]. Deze gaf zijn buiten de naam Zorgvlied, de huidige naam van het dorpje, dat bij het voormalige Instituut voor den Landbouw is ontstaan. Nadien is het landgoed verscheiden malen van eigenaar veranderd.

De inrichting van het Instituut voor de Landbouw
In 1823 werd te midden van een heideveld, dat de Maatschappij van Weldadigheid had gekocht in de Marke van Diever en Wateren, een gebouw opgericht dat bestond uit twee woonzalen en een school, capaciteit 75 leerlingen, een keuken, een woning voor de zogenaamde instituteur en een woning voor de onderdirecteur-boekhouder. Verder verrezen er een washuis en een broodbakkerij, alsmede een boerderij, waarop de onderdirecteur van de landbouw van de Maatschappij woonde. Deze boerderij bevatte stalruimte voor 25 stuks rundvee en vier paarden, terwijl drie afzonderlijke hokken 400 schapen en enige varkens konden herbergen. Tenslotte behoorden tot de boerderij enkele gereedschaps- en werktuigenloodsen en een graanschuur [7]. Volgens het jaarverslag over 1823/24 was van de 100 morgen [8] bij het Instituut van Opvoeding in het voorjaar van 1824 reeds 20 á 25 morgen ingezaaid, terwijl in hetzelfde jaar nog een grote uitbreiding van de oppervlakte cultuurgrond was te verwachten. Het verslag van 1826/27 meldde, dat 42 morgen te Wateren was ontgonnen.

Het onderwijs te Wateren
In de geschiedenis van het onderwijs te Wateren zijn drie perioden te onderscheiden. De eerste strekt zich uit van de oprichting tot 1832. In deze jaren berustte de leiding bij een oud-leerling van het instituut van Fellenberg (Zwitserland), een geestverwant van Pestalozzi. Het onderwijs moet naar toenmalige maatstaven modern (verlicht) zijn geweest, hetgeen strookte met de bedoeling van Wateren een modelschool te maken. In 1831 werd de eerste directeur overgeplaatst en tevens een aanmerkelijke
uitbreiding gegeven aan de oppervlakte cultuurgrond, die bij het Instituut behoorde. Ook stichtte men een veevokkerij ten dienste van de Maatschappij.
Een gevolg hiervan was, dat het theoretische onderwijs in het gedrang kwam en werd beperkt tot enig avondonderwijs in elementaire vakken, die met de landbouw weinig verband hielden. Deze situatie duurde voort tot ongeveer 1851.
De laatste te onderscheiden periode (1851-1860) kenmerkte zich door meer afwisselend praktisch onderwijs overdag en op een hoger peil staande avondlessen. Op 20-jarige leeftijd konden de leerlingen nog 1 à 2 jaren als boerenknecht worden geplaatst op de grote boerderijen te Veenhuizen, die behoorden bij de aldaar door de Maatschappij opgerichte wezengestichten en het bedelaarsgesticht.
Dat het Instituut voor den Landbouw te Wateren niet beantwoordde aan de gestelde doeleinden, blijkt uit de door de ontslagen leerlingen verrichte werkzaamheden. Fabius vermeldt [9], dat in de periode 1831 tot en met 1840 van de 145 ontslagen jongens slechts 18 een betrekking in de koloniën waren gaan vervullen. Het aantal vacante plaatsen bij het bestuur van de koloniën is in
deze tien jaar ongetwijfeld groter geweest. Verreweg de meeste oud-leerlingen van het Instituut vertrokken echter naar de gewone maatschappij. Zesendertig jongens werden boerenknecht, vijfentwintig gingen in de steden werken en twee bij de binnenscheepvaart, terwijl niet minder dan zevenenvijftig jongens beroepsmilitair werden, te weten één officier, zes onderofficieren, veertien korporaals, één schermmeester en vijfendertig fuseliers. Slechts ongeveer éénderde van de kwekelingen vond een werkkring in de landbouw, zodat het Instituut ook in dit opzicht van beperkte betekenis was.
Niettemin pleitte de toenmalige directeur van de Maatschappij, die bijna dertig jaar in de koloniën had gewerkt, in april 1859 in een brochure voor het behoud van het Instituut voor den Landbouw [7]. Na hun opleiding kregen de meeste leerlingen volgens hem een gunstige plaatsing: Van Konijnenburg noemde nog betrekkingen bij het onderwijs en als huisbediende. Hij ontving vele verzoeken tot toelating en gaf als bijlagen enkele uittreksels uit brieven van ontslagen kwekelingen, die gedurende zes jaar in Wateren waren opgeleid. Ondanks deze pogingen tot voortbestaan van het Instituut voor den Landbouw besloot de Maatschappij tot verkoop van Wateren en omgeving. In 1860 kwam het einde van het Instituut voor den Landbouw, dat tevens de afsluiting betekende van deze merkwaardige episode uit de geschiedenis van het landbouwonderwijs in Nederland.

Noten
[1]
De Vriend des Vaderlands, maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, 1830, bladzijde 151.
[2]
De Star, Eerste maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, Vijfde jaargang, 1823, bladzijde 946.
[3]
De Star, Eerste maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, Vijfde jaargang, 1823, bladzijden 942 en 943.
[4]
De Star, eerste maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, Zesde jaargang, 1824, bladzijden 789.
[5]
Mr. W. J. van Welderen Baron Rengers: Overzicht van het beheer der Maatschappij van Weldadigheid, ná de reorganisatie van 1839, 1893, bladzijde 7.
[6]
Het landgoed Zorgvlied van den heer J.F. de Ruyter de Wildt. In: Staatscourant, jaargang 23, 2 oktober 1869, nummer 42, bladzijde 174.
[7]
J. van Konijnenburg. De toestand der vrije koloniën en het Instituut te Wateren bij de afscheiding der gestichten van de goederen, Meppel, 1859.
[8]
Eén morgen = 0,855 hectare.
[9]
F.W. Fabius. De Maatschappij van Weldadigheid in hare werking, strekking en geldelijken toestand. Amsterdam, 1841.

Afbeelding 1
Het Instituut voor den Landbouw op Klein Wateren (thans Zorgvlied) functioneerde als een Gesticht van Opvoeding van de Maatschappij van Weldadigheid. Het Instituut bestond in de periode 1823-1860.

Posted in Maatschappij van Weldadigheid, Tiekening, Verdwenen object, Woater’n | Leave a comment

Un waetervaarfskildereeje van un olde boerdereeje

De kunstenaar Jaap van Zijderveld sr. (Jaap van Zyderveld, Jacob Maria Zijderveld) heeft het bijgaand afgebeelde impressionistische waterverfschilderij in 1975 op papier gemaakt in de gemiente Deever. De titel van het waterverfschilderij is gewoon Diever. Het schilderij heeft een breedte van 47 centimeter en een hoogte van 40 centimeter. De kunstenaar heeft het schilderij in de rechter benedenhoek van zijn handtekening voorzien. De schilder heeft het kunstwerk in de linker benedenhoek van de naam Diever en het getal 75 (het jaar 1975) voorzien. De kunstenaar Jaap van Zijderveld sr. is geboren op 25 september 1919 in Den Haag en is overleden op 8 maart 1985 in Den Haag.
Niet bekend is de plaats waar de kunstenaar voor het maken van dit schilderij heeft gezeten. De redactie van ut Deevers Archief schat in dat dit fraaie schilderij in Deever op ut Kastiel of misschien wel in Oll’ndeever is gemaakt. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet welke boerderij hier is geaquarelleerd ?

Posted in Kuunst, Tiekening | Leave a comment

De traditie van ut kebied skeet’n in Deever

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in ut Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.
De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn twee bijgaande prachtige tekeningen van het carbid schieten op oudejaarsdag op de Westeresch aachter de meule in Oll’ndeever te tonen in ut Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.
De kunstenaar heeft de tekeningen gemaakt op 31 december 2018. Zo te zien hebben de tekeningen als titel: Carbied schieten.

De kunstenaar stelt wel enige voorwaarden aan het tonen van deze tekening in ut Deevers Archief:
a) de afbeelding mag niet worden ingekort;
b) de afbeelding alleen tonen in ut Deevers Archief, mits ut Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt.
c) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze afbeelding gebruik maken.
De redactie van ut Deevers Archief hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever zal maken.
De kunstenaar is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen, met ook werken uut Deever en omgeving, in te richten, in bijvoorbeeld het Raadhuis van de gemeente Westenveld aan de Gemeentehuislaan in Deever.

In de algemene plaatselijke verordening van de gemeente Westenveld zijn in artikel 2.73a de bekrompen en bevoogdende betuttelregeltjes voor het traditionele carbid schieten op oudejaarsdag te vinden.

Posted in Kebied skeet’n, Kuunst, Tiekening, Traditie | Leave a comment

Centrale Raad Kampterrein Deever – Bosweg – 1932

De Verenigde Christelijke Jongeren Bond (V.C.J.B.) begon in 1922 met kampen, goedkoper van opzet en met meer zelfwerkzaamheid. Deelnemers waren aanvankelijk leerlingen van het voortgezet lager onderwijs.
In 1923 werd door de Verenigde Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) en de Verenigde Christelijke Jongeren Bond (V.C.J.B.) gezamenlijk kampwerk opgezet.
In 1924 kwam tot stand de ‘Centrale Raad van het Vrijzinnig Christelijk Jeugdwerk’. Het was een samenwerkingsverband van beide hiervoor genoemde bonden voor wat betreft het jeugdwerk, meer in het bijzonder het kampwerk. Onder andere werden van beide zijden leiders geleverd voor de gemeenschappelijke kampen.
Een van de kampen was het kamp in Deever aan de Bosweg bij het Mastenveldje. Het kampterrein in de Deever aan de Bosweg bij het Mastenveldje was van de ‘Centrale Raad van het Vrijzinnig Christelijk Jeugdwerk’, die het terrein in erfpacht had genomen van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van het landgoed Berkenheuvel.
De zwerfstenen op de voorgrond van deze eenvoudige tekening uit 1932 zijn nog steeds aanwezig op het voormalige kampterrein.

Posted in Bosweg, Mast'nveltie, Tiekening, V.C.J.C.-kaamp, V.C.S.B.-kaamp | Leave a comment

Dree skiere tiekenings van de Dikke Stien’n

De redactie van ut Deevers Archief is – zoals mag blijken in de webstee ut Deevers Archief – geïnteresseerd in Deeverse kunst, maar is vooral geïnteresseerd in kunst rond hunnebed D52, dat bint de Dikke Stien’n in de Stienakkers op de Heezeresch an de Grönnegerweg bee Deever, ie weet wè, dat hunnebedde dat in vieftugger joar’n van de veurige eeuw is verinneweerd en verropt deur pefesser Van Giffen. De redactie is per slot van rekening op zo’n 300 meter van de Dikke Stien’n geboren. En per slot van rekening waren de Dikke Stien’n in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een populaire speelplaats voor de Deeverse schooljeugd.
De redactie kwam in de prachtige webstee Dolm (oeroude geschiedenis voor iedereen) van scheppend ondernemer Harry Witbier drie pentekeningen van hunnebed D52 van hem tegen. De tekeningen zijn staande of zittende of liggende bij de Dikke Stien’n gemaakt met fineliner pennen van verschillende diktes in een schetsboekje.
De tekeningen zijn, bijvoorbeeld weergegeven op een ansichtkaart of gedrukt op een T-shirt, nog niet te koop in de prachtige webstee Dolm (oeroude geschiedenis voor iedereen) of in de prachtige webstee Gallery Stone Age Art of bij een neringdoende in de toeristenindustrie in Deever.
De redactie kreeg toestemming van kunstenaar Harry Witbier zijn drie pentekeningen te tonen in ut Deevers Archief, onder de voorwaarde deze drie tekeningen uitsluitend en alleen in ut Deevers Archief te tonen; de redactie voldoet uiteraard graag aan deze voorwaarde. De redactie is kunstenaar Harry Witbier bijzonder erkentelijk voor zijn toestemming zijn drie tekeningen in ut Deevers Archief te mogen tonen. Hij stuurde een bestand van de drie hier getoonde tekeningen van de Dikke Stien’n zonder watermerk.

Posted in Hunnebedde D52, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

De kerk aan de brink van Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van het kerkgebouw aan de brink van Deever zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de heemkundige vereniging uut Deever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de plaatselijke heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Deever, Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening, Topstuk | Leave a comment

Plaetie 16 uut Bussink’s album ‘Mijn land – Drenthe’

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer (ja, die van de Deventer koek). Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 16. De redactie van ut Deevers Archief toont dit topplaatje graag aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van zijn webstee.
Op de voorkant van het plaatje is ut olde skultehuus an de brink van Deever te zien. Let vooral op het zeldzaam originele licht boven de voordeur in de vorm van de Davidster. Het is het schultehuis, zoals het was in 1933, een paar jaar voor de ‘grote knutselrestauratie’, toen het schultehuis gelukkig nog niet gescheiden was van de schulteboerderij. De redactie van ut Deevers Archief vraagt zich nog steeds af waarom het zo zeldzaam originele bovenlicht in de vorm van de Ster van David bij de ‘restauratie’ is weggeknutseld.
En zoals het meestal met getekende onderwerpen uut de gemiente Deever gaat, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart moest op zijn tekening de vrijheid nemen een toegangshek in de ‘glinten’ voor het schultehuis te tekenen, omdat hij het wél op de ansichtkaart aanwezige perspectief niet voldoende volgde. Dat hek was wel aanwezig en is op de ansichtkaart nog net een beetje aan de linkerkant te zien. Ook rommelde de overtekenaar wat met de plaats van de bomen -zo te zien geen geleide linden- voor het schultehuis. De overtekenaar heeft zijn tekening ingekleurd, dat heeft hij bepaald niet slecht gedaan. De overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest.

Abracadabra-1291Abracadabra-1290

Abracadabra-1292

Posted in Ansichtkoate, Brink, Kuunst, Schultehuis, Tiekening | Leave a comment

Pentekening van Peperstraat en kerk aan de Brink

De foto voor deze zwart-wit ansichtkaart van de Kleine Peperstroate en de kerk en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, maar wel vóór de restauratie van de kerk in 1956/1957. Dit is af te leiden van de klok boven het galmgat in de toren, die eigendom is van de gemiente Deever. Bij de restauratie werd de klok naast het galmgat geplaatst.
Het boerderijtje van de familie Wijnand Hunneman op de hook van de Aachterstroate en de Peperstroate, te zien aan de linkerkant van de foto, was gelukkig nog niet gesloopt. Ook de schuur van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, te zien aan de rechterkant van de foto, stond er toen nog.
De naam van de overtekenaar van deze ansichtkaart staat rechts onder op de tekening, maar was niet te lezen. Wie kent de naam van de overtekenaar ?

Posted in Ansichtkoate, Boerdereeje, Kaarke an de brink, Kuunst, Peperstroate, Tiekening | Leave a comment

Sukersakkies van een kantine van Ellert en Brammert

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in januari van het jaar 1968 uitgegeven door N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.
In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag het bondsvacantiecentrum later recreatiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge bij het huis met de naam de Wildschut aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de voart tussen Meppel en Assen. Het was in de zomer een druk bezocht vacantiecentrum.
In de zoveelste versie van de recreatiezaal in het hoofdgebouw– zeg maar de kantine – van het vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge kon men natuurlijk ook koffie en thee drinken. In de kampwinkel naast de kantine van het vacantiecentrum waren – gelet op het reclamebord – ook zakjes Smtih’s Chips te verkrijgen.
De kantine had net zoals zoveel andere kantines, lunchrooms, hotels, restaurants en cafés ‘eigen’ sukersakkies. Twee van die sukersakkies zijn aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief en zijn hier voor de trouwe bezoeker van het Deevers Archief afgebeeld.
De maker van de tekening op de sukersakkies heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar deze min of meer overgetekend van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (?). De lange mast met de televisieantenne heeft de overtekenaar op zijn tekening weggelaten. Wellicht bestaat van het sukersakkie ook een blauwe of een gele of een andere uitvoering. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
Wie heeft andere sukersakkies van Ellert en Brammert en is bereid daarvan een goede scan naar de redactie te sturen voor publicatie in het Deevers Archief ?
Zie ook een ander bericht in het Deevers Archief.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkoate, Ellert en Brammert, Recreatie, Sukersakkie, Tiekening, Toeristenindustrie | Leave a comment

Sukersakkies van een kantine van Ellert en Brammert

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in februari van het jaar 1959 uitgegeven door vacantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 05219-207.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag het bondsvacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge bij het huis met de naam de Wildschut aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de voart tussen Meppel en Assen. Het was in de zomer een druk bezocht vacantiecentrum.
In de zoveelste versie van de recreatiezaal – zeg maar de kantine – van het bondsvacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge kon men natuurlijk ook koffie en thee drinken.
De kantine had net zoals zoveel andere kantines, lunchrooms, hotels, restaurants en cafés ‘eigen’ sukersakkies. Twee van die sukersakkies zijn aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief en zijn hier voor de trouwe bezoeker van het Deevers Archief afgebeeld.
De maker van de tekening op de sukersakkies heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar deze min of meer overgetekend van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart. Wellicht bestaat van het sukersakkie ook een blauwe of een gele of een andere uitvoering. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
Wie heeft andere sukersakkies van Ellert en Brammert en is bereid daarvan een goede scan naar de redactie te sturen voor publicatie in het Deevers Archief ?
Zie ook een andere bericht in het Deevers Archief

abracadabra-569abracadabra-570
abracadabra-568

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkoate, Ellert en Brammert, Sukersakkie, Tiekening, Toeristenindustrie | Leave a comment

Boerderij van Cornelis Seinen an de brink in Deever

Deze afbeelding van een pentekening van de heer Johannes Minderaa uit 1975 is minder of meer nagetekend van een kleurenansichtkaart. De verjongde lantaarnpaal met een armatuur voor een TL-buis, die zichtbaar is op de kleurenansichtkaart, mocht blijkbaar van de tekenaar niet op te tekening staan. Drie muurankers in de voorgevel van de boerderij zijn ook niet overgetekend.
De heer Johannes Minderaa maakte deze tekening in opdracht van de eigenaren van de winkel – met de wel erg oorspronkelijke naam de Boerderij – die in deze boerderij was gevestigd. De naam de Boerderij is nog net boven de voorbaander te zien. Welke boerderijen in de gemiente Deever hadden een voorbaander ?
Een hele serie pentekeningen van objecten in Deever werd zo in de vorm van een ansichtkaart in de Boerderij verkocht.
Cornelis (Knelus) Seinen was de laatste boer in deze boerderij aan de Brink in Deever. Cornelis (Knelus) Seinen is geboren op 8 september 1912 (in Wapse ?) en is overleden op 6 november 1989. Hij was getrouwd met Hendrikje Schiphorst. Zij is geboren op 5 november 1912 en is overleden op 14 oktober 1989. Zij liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

Posted in Ansichtkoate, Bedrief, Boerdereeje, Brink, Johannes Minderaa, Tiekening | Leave a comment

Dieveren op een topografische kaart uit 1599

Bijgaande afbeelding is een prachtige vroege kaart van Overijssel, Drente en delen van Gelderland en Friesland. De maker van deze kaart is Barent Langenes. De kaart is een afdruk op papier van een gegraveerde koperen plaat. De kaart is opgenomen in de ‘Thresor de Chartes, contenant les Tableaux de tous les Pays du Monde’. De oorspronkelijke Nederlandse titel van dit Franse werk is ‘Caert Thresoor’. Petrus Bertius schreef de teksten bij de kaarten.
De kaart is op bladzijde 261 gepubliceerd in de in 1599 door Corneille Nicolas in Den Haag uitgegeven tweede editie van de Nederlandse versie van dit boek. De eerste Nederlandse versie van dit boek is gepubliceerd in 1598.
Nota bene. Let op. Het noorden bevindt zich aan de rechterkant van de kaart !
De afbeelding heeft een lengte van 12,5 cm en een breedte van 8,5 cm. De afbeelding is gepubliceerd op een bladzijde met een lengte van 17,5 cm en een breedte van 12,5 cm.
Op deze kaart wordt Over-Ysel rechtsonder aangeduid met Trans-Isula.
Het dorp Deever is op deze kaart aangeduid met Dieveren. Dorpen in de buurt van Dieveren zijn Dwingele, Wapsterveen, Vledder en Havelt. De waterstromen in het zuidwesten van Drente zijn niet goed en volledig op de kaart ingetekend.

Posted in Deever, Tiekening, Topografie | Leave a comment

Tiekening van de kaarke an de brink van Deever

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak (Historisch Jaarboek voor Drente, Orgaan van het Provinciaal Museum van Drente, het Drents Genootschap (Culturele Raad voor Drente), de Stichting Vrienden van het Provinciaal Museum van Drenthe, de Drentse Praehistorische Vereniging en de Drentse Historische Vereniging (Vereniging voor Geschiedenis en Genaeologie)), nummer 7, 1889 is het artikel ‘De kerk te Diever’ van mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer opgenomen.
Bij het artikel is ‘eene plaat’ opgenomen. Deze plaat is hier afgebeeld. Aan de tekening is te zien dat het blad, waarop deze plaat is opgenomen, in opgevouwen toestand aan de almanak is toegevoegd. De redactie heeft niet kunnen achterhalen wie de maker van de hier afgebeelde tekening is.
De hier afgebeelde tekening van het kerkgebouw van de Deeverse hervormde kerkgemeente en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever lijkt veel op de tekening van hetzelfde kerkgebouw en dezelfde toren in het boek ‘Drente van ’t Verleden tot het Heden’. Het boek is geschreven door dr. H. Blink en is in juli 1902 uitgegeven door C. Pet in Hoogeveen. De tekening is gemaakt door P. Krediet uit Lith.
De hier afgebeelde tekening van het kerkgebouw van de Deeverse hervormde kerkgemeente en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever lijkt ook veel op de tekening van de kerk van Diverde, die in 1756 werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795). Deze tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Zie verder het bericht De kerk aan de brink van Diverde in 1756.
Voor de hier afgebeelde tekening uit de Nieuwe Drentse Volksalmanak uit 1889 zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de tekening van Cornelis van Noorde uit 1756 mede als voorbeeld hebben gediend.
De grote vraag is natuurlijk of tekenaar P. Krediet in 1902 mede als voorbeeld heeft gebruikt de tekening van de kerk van Diverde uit 1756 of de tekening uit de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1889 ?

Posted in Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Een vierkante band van straatklinkertjes

In de Volkskrant van 1 juni 1962 verscheen nummer 340 van de door Lijntrekker getekende rubriek ‘het merckwaerdigste meyn bekent’, waarin hij aandacht besteedde aan de kerk aan de brink van Deever.
Als Lijntrekker tekende en beschreef Jan Bouman decennia lang heemkundige varia voor de Volkskrant. Geen gevelsteen, windwijzer of tegeltableau in Amsterdam en de rest van Nederland sloeg hij over. Zo vergat hij ook de kerk aan de brink van Deever niet.
De tekst die boven de zuidelijke ingang van de kerk staat, is links boven in de afbeelding duidelijk te lezen, echter de tekst van de voetnoten niet, die luidt als volgt:
In het Drentse dorp Diever staat op het ruime plein de hervormde kerk, eertijds gewijd aan Sint Pancratius. Boven de zuidelijke ingang staat een vierregelig vers te lezen, verduidelijkt door twee voetnoten, dat herinnert aan de blikseminslag van 1759, die de toren trof. Het bovendeel van de toren en de kerk brandden uit.
Bij de restauratie van het kerkgebouw in 1955 werden de resten ontdekt van niet minder dan zeven voorgaande kerken, waarvan de eerste drie uit de negende en tiende eeuw dateren.
Aan de westkant van de toren is de opmerkelijkste ‘voetnoot’ aangebracht. Een vierkante band van straatklinkertjes geeft tussen het gras de grondslag aan van de vroegere toren, die los stond van een houten zaalkerkje met versmalde absis.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de vierkante band van straatklinkertjes, op 21 november 2014 gemaakt. De redactie heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de markante paarsgebroekte Jans Roelof Tabak, koster en klokkenluider (en orgelpomper en lijkwagenkoetsier ?) van de Heilige Sint Pancratius Kathedraal aan de Brink van Deever, op 13 november 2008 gemaakt.

Posted in Brink, Deever, Kaarke an de brink, Tiekening, Tilgröppe, Toor'n an de brink | Leave a comment

Het zou een sieraad voor het dorp kunnen worden

De redactie van het Deevers Archief vond in het boek ‘Drente van ’t Verleden tot het Heden’ bijgaande tekening van het gotische kerkgebouw aan de brink van Deever en op bladzijde 41 van dat boek bijgaand stukje tekst over dit gotische kerkgebouw. Het boek is geschreven door dr. H. Blink en is in juli 1902 uitgegeven door C. Pet in Hoogeveen. De tekening is gemaakt door P. Krediet uit Lith. De redactie geeft navolgend de tekst over de gotische kerk.

De kerk te Diever behoort tot de oudste gebouwen uit het tijdperk der Gotische bouworde. Zij komt daarin overeen met die van Sleen, welke kleiner is. Op verschillende plaatsen vindt men nog tufsteen in de kerk verbouwd, welke wijst op een gebouw dat hier vroeger stond. De toren is niet buiten maar binnen de kerk opgetrokken, verrijst vierkant boven het dak, en eindigt in een naaldvormige spits. Het inwendige der kerk is niet meer wat zij eens was; de acht zuilen, waarop de gewelven rusten, bestaan nog, maar de gewelven zijn verdwenen, en hebben plaats gemaakt voor een vlakke zoldering. Alleen in de noorderzijbeuk vindt men nog iets van die vroegere gewelven aanwezig. Wanneer deze kerk weder hersteld werd in zijn oorspronkelijken toestand, zou het een sieraad voor het dorp kunnen worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Uit de tekst op bladzijde 41 van het boek ”Drente van ’t Verleden tot het Heden’ blijkt dat het kerkgebouw aan het begin van de twintigste eeuw al als een ruïne kon worden beschouwd. Deever moest toen nog ruim vijftig lange jaren wachten op een grondige restauratie.

Het valt op dat op de tekening weinig bomen in de kaarkhof (die vroeger ook wel kaarketuun werd genoemd) zijn getekend. Let vooral ook op de slijtpaden die langs het kerkgebouw zijn getekend. De redactie heeft geen flauw benul waarom de tekenaar op de zuidgevel van de gemeentelijke toren vier kruizen heeft getekend. Muurankers ?
Let bij de tekening vooral op de zuidbeuk zonder eigen zadeldak, dit zadeldak is bij de restauratie in de vijftiger jaren van de vorige eeeuw in oude luister hersteld.
De tekenaar heeft de tekening van de gotische kerk te Deever niet ter plekke en rustig zittend op een stoeltje in de Heufdstroate gemaakt, maar heeft deze kerk tamelijk nauwkeurig overgetekend van een foto, die in 1898 is gemaakt. De redactie zou graag in het bezit komen van een scherpe scan van deze foto, want hij heeft slechts de beschikking over een niet zo scherpe en daardoor voor opname in het Deevers Archief onbruikbare fotokopie. De redactie wil de afbeelding van de originele foto graag bij de hier afgebeelde tekening plaatsen.
De grote vraag is natuurlijk of het origineel van de hier afgebeelde tekening van de gotische kerk te Deever bewaard is gebleven en zo ja, waar deze dan is te vinden ?
De redactie heeft de kleurenfoto op donderdag 21 november 2019 gemaakt.

Posted in Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Ik heb ten minste een eigen dakje boven mijn hoofd

In de krant ‘Het vrije volk – democratisch-socialistisch dagblad’ van zaterdag 8 januari 1955 verscheen het bericht ‘Diever op de bres voor totaal vervallen kerk’ over het geld inzamelen voor de restauratie van het vervallen kerkgebouw van de hervormde geloofsgemeente aan de brink van Deever.

Diever op de bres voor totaal vervallen kerk
Drents dorp brengt vijftig gulden per gezin op …!
(Van een onzer verslaggevers)
Het Nederlands hervormde kerkje van Diever -de oudste gotische kerk in het Drentse landschap- staat op instorten. Toen in Augustus vorig jaar de nieuwe directeur van het Provinciaal Museum te Assen, de heer G.C. Helbers, eens in Diever kwam kijken, zei hij: ‘Direct restaureren of anders een bord laten schilderen: ‘Oude ruïne te bezichtigen.’, want dan is het te laat.’
Daar schrokken ze in Diever geweldig van. Niet dat ze niet wisten, hoe doodziek hun veertiende-eeuwse kerk was. Toen dominee met Kerstmis preekte, lekte het zo hard op de geelhouten banken, dat hij soms nauwelijks te verstaan was: ‘tik-tik… tik-tik-pèts.’

Samen een zwembad graven, toneel spelen en veel geld inzamelen …

Ingezetenen van Diever hadden hun vaste plaatsje -in de tweede of derde bank, vlak voor de preekstoel- verlaten en zaten plotseling ergens anders: ‘Want het giet daar !’
Het water droop langs de lampen en Kerstkransen. En nu en dan was er een oorverdovend lawaai geweest: er kwam weer ergens een stuk naar beneden… Zeker in de noordbeuk: daar fladderden de duiven in en uit, door de gaten in het dak. Dominee had rustig doorgepreekt. ‘Ik heb ten minste nog een eigen dakje boven mijn hoofd.’, had hij later gezegd.

Met elkaar doe je heel wat !
We zijn een bezoek gaan brengen aan het nog steeds prachtige kerkje van Diever. We hebben een bouwval gezien, een stuk vergane glorie van binnen en buiten even mistroostig.
Strompelend over omlaaggekomen dakpannen en stenen -‘Loopt u er niet te dicht omheen !’- hebben wij buiten de ronde gedaan.
De toren vertoont een grote wond: een tijd geleden verscheen er plotseling een bult op, als een enorme steenpuist. Niet lang daarna brak hij open en kwam de buitenmuur omlaag. De steunberen van de beide zijgewelven van de kerk zijn aangevreten en afgebrokkeld: volkomen onbetrouwbaar. Muurankers hangen nutteloos uit de muren naar voren. Wind en regen dringen binnen in ontelbare scheuren en gaten. En een lelijk ‘corset’ van ijzeren balken tracht de torenromp nog bij elkaar te houden.

En binnen ? Een allerbedroevendste consistoriekamer, waar de rotte planken onder je voeten doorbuigen -‘de dominee weet precies waar hij staan kan.’-.
De balken en planken van de zoldering en kap blijken totaal verteerd te zijn. Er zijn donkere hoeken waar niemand meer komt en ook niet komen kan: er ligt alleen puin en vogelvuil.
Nu zijn ze in Diever niet alleen geschrokken: ze hebben er ook onmiddellijk iets gedaan. En het gebeurd met de grondigheid, waarmee de inwoners van dit Drentse dorp eerder ‘grote objecten’ aanpakten. Hadden ze niet gezamenlijk -vrouwen en kinderen incluis- hun zwembad gegraven, toen ze het hebben wilden ?
Totdat het zwembad er kwam, werden de kinderen elke Zaterdagmiddag naar de Koekoeksvijver gestuurd, met zeep en handdoek bij zich. Er viel niet altijd wat te wassen: soms stond de vijver droog. Dat verdroot de inwoners van Diever zeer. En dus kwam er een zwembad. Als de vrouwen een kruiwagen met zand en leem wegkruiden, aan de reand van Berkenheuvel, ging hij niet zo vol. Maar als de smidsknecht er mee weg liep, deden ze er allemaal nog gauw een schep bovenop !
En was niet uit hun toneelvereniging het langzaam beroemd geworden Openluchtspel gegroeid ? (Deze zomer is de Midzomernachtsdroom weer aan de beurt en zullen opnieuw duizenden bezoekers naar Diever stromen). In een dorp, waar Oberon en Puck, Peer Gynt en Hamlet, Koning Lear of Ophelia wonen, kan men de kerk niet naar beneden laten komen !

Men ging dus met een lijsrt in het dorp rond, om eens te peilen, wat ze er van de toestand dachten. Toen de lijst terugkeerde, telde men aan giften een bedrag van f. 22.000, dat was gemiddeld per gezin in Diever VIJFTIG GULDEN.
‘Als we nu subsidie aanvragen, hoeft niemand te zeggen: laten ze in Diever eerst zélf maar eens tonen of ze er iets voor over hebben !’
Nee, dat hoeft niemand te zeggen. Op die lijst staan bedragen van enkele guldens en tientjes, die in termijnen geïnd kunnen worden. Dat zijn giften uit gezinnen, waar gerust van een ‘offer’ gesproken kan worden.
Er was ook nog een restauratiefondsje van drieduizend gulden. Dat maakte er dus in totaal f. 25.000 van.
En natuurlijk startten ze in Diever onmiddellijk met een goed opgezette folder-actie. Daar kwamen tot dusverre vijfduizend gulden op binnen.
Diever zélf heeft dus op het ogenblik f. 30.000 voor zijn kerk in kas. Maar dat zal f. 55.000 moeten worden. Aangevuld met alle verkrijgbare subsidies, zullen dan net de …. enkele tonnen binnenkomen, die nodig zijn om Diever een pronkjuweel van een kerk terug te geven.
Tussen haakjes: misschien krijgt u nooit zo’n folder van Diever onder ogen. Er staat een lang verhaal over de kerk op. Maar er staat ook een gironummer op te lezen: Commissie tot Restauratie van de Nederlands Hervormde Kerk te Diever, postgironummer 641200 …

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is op zoek naar een exemplaar van de in het artikel genoemde restauratie-folder.

Posted in Deever, Kaarke an de brink, Tiekening | Leave a comment

Tekening van kerk en brink in Deever

De redactie toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee Deevers Archief. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw an de brink van Deever, parkeersplaats en café Brinkzicht te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

De tekening zou als titel kunnen hebben: Kerk en brink in Deever.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de webstee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.

abracadabra-499

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Tekening van de kerk aan de brink op een tegel

De redactie van het Deevers Archief toont graag getekende beelden van onderwerpen uut de gemiente Deever.
De redactie tikte op een rommelmarkt een Deever-souvenir in de vorm van een tegel (van het fabrikaat Sphinx uit Maastricht) met daarop bijgaande tekening van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever op de kop.
Voor zover de redactie heeft kunnen nagaan, heeft de maker deze tekening niet van een ansichtkaart overgetekend. Wellicht wel van een foto, de redactie zou in dat geval graag in het bezit willen komen van deze foto.
De vraag aan de bezoekers van het Deevers Archief Deever is: wie was de maker W.W. van deze tekening ?
De vraag aan de bezoekers van het Deevers Archief is ook: wanneer en waar was deze tegel in Deever te koop ? Bij de Wiba an de Heufdstroate misschien ? Of bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate ?

abracadabra-489

Posted in Brink, Deever, Kaarke an de brink, Tiekening | Leave a comment

Pentekening van de Keet 2.0 op de Heezebaarg

De favoriete bezigheid van kunstenaar Arie Goedhart is tekenen met pen en inkt, dat is arceren en werken met natuurlijke structuren, maar vooral het weergeven van de stilte en de rust van de natuur. En waar kan hij dat beter doen dan op de Heezebaarg an de Heezenesch bee’j Deever.
Op de hier afgebeelde pentekening van Arie Goedhart is tussen de bomen een stukje van de zijgevel van de Keet 2.0, dat wil zeggen de opvolger van de Keet 1.0, op de Heezebaarg te zien.
De Keet 1.0 is de directiekeet van professor doctor Albert Egges van Giffen, die hij in de dertiger jaren van de vorige eeuw gebruikte bij de opgraving van de terp van Ezinge in de provincie Groningen en die hij na beëindiging van die opgraving liet afbreken, naar Deever liet vervoeren en daar weer liet opbouwen op de Heezebaarg. De Keet 1.0 heeft op de Heezebaarg bijna zestig jaren dienst gedaan als zomerhuisje van de familie van Giffen.
De laatste eigenaren van de Keet 1.0, een kleindochter en een kleinschoonzoon van professor doctor Albert Eggen van Giffen hebben de Keet 1.0 in 1997 laten slopen en de Keet 2.0 laten bouwen.
De redactie van het Deevers Archief heeft voor het tonen van deze fraaie pentekening in het Deevers Archief toestemming van de maker Arie Goedhart. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
De kleurenfoto is op 20 januari 2019 gemaakt door een fotograaf, waarvan de naam bekend is bij de redactie. De redactie heeft voor het tonen van deze fraaie kleurenfoto in het Deevers Archief toestemming van deze fotograaf. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.


Posted in Albert Egges van Giffen, Heezebaarg, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Monument Molen in Deever Holland

De redactie van het Deevers Archief laat bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan haar trouwe bezoekers zien. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen, hoe liever het de redactie is.

Onlangs vond de redactie op de website Kunst Wereldwijd Netwerk een prachtige tekening van korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever. Deze tekening heeft als titel: Monument Molen in Diever Holland.
De welbekende beeldend kunstenaar en schrijver Willem van Spronsen heeft deze tekening gemaakt. Hij is lid van de Gooise Kunstkring.
Willem van Spronsen heeft in het verleden in Deever gewoond en is daar nog voorzitter van de PvdA-fractie in de gemeenteraad geweest. Ook zijn kinderen zijn in Deever geboren. Hij komt regelmatig in Deever, omdat hij daar een atelier heeft.
De redactie toont deze tekening met toestemming van Willem van Spronsen. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor. Daarbij stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de webstee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.
De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

Abracadabra-1633

Posted in Deever, Kaarke an de brink, Kuunst, Meule 'de Vlijt', Tiekening | Leave a comment

Plaatje 88 uit Bussink’s album Mijn land – Drenthe

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer. Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 88. De redactie van het Deevers Archief toont dit verworven prachtige plaatje graag aan de trouwe bezoekers van zijn webstee,
Op de voorkant van het plaatje is de Kleine Peperstroate en het kerkgebouw aan de brink van Deever te zien. En zoals het meestal met getekende onderwerpen uut de gemiente Deever ging, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart heeft op zijn tekening de op de ansichtkaart zichtbare mensen en de twee zichtbare houten palen van de electriciteitsvoorziening niet overgetekend. Wel heeft de overtekenaar zijn tekening ingekleurd, bepaald niet slecht gedaan. Of de aan de rechterkant zichtbare schuur van de N.S.B,’er Klaas Marcus Balsma inderdaad met rode pannen was gedekt, dat is bij de redactie niet bekend, maar valt wel te betwijfelen, want de overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest

Abracadabra-1271Abracadabra-1272
Abracadabra-1273

Posted in Ansichtkoate, Deever, Kaarke an de brink, Klaas Marcus Balsma, N.S.B.'er, Peperstroate, Tiekening | Leave a comment

Pentiekening van hunnebed D52 van Arie Goedhart

Op 11 januari 2019 is bij de Stichting Het Drentse Boek in Beilen het prachtige boek ‘Hunebedden inspireren’ van de kunstenaar Arie Goedhart verschenen. Het boek kost € 27,95 in de boekhandel. In het boek is van elk hunnebed in Drenthe en Groningen een fraaie pentekening van zijn hand te vinden. Zo ook zijn pentekening van hunnebed D52. In bijgaande afbeelding is die pentekening van hunnebed D52 in de Stienakkers op de Heezeresch an de Grönnegerweg bee Deever te zien. Aachter de Dikke Stien’n löp de Grönnegerweg.
Reeds in december 2018 kreeg de redactie van ut Deevers Archief toestemming van de heer Arie Goedhart de pentekening van hunnebed D52 met bronvermelding in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
Het is mogelijk bij de heer Arie Goedhart een exemplaar van een beperkt aantal afdrukken van deze pentekening te bestellen, met inbegrip van een dubbele passe partout van aluminium van 50 cm breedte en 30 cm hoogte en ontspiegeld glas voor € 95,-, met uitzondering van de verzendkosten.
Als de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief meer wil weten over het werk van de Hoogeveense kunstenaar Arie Goedhart, dan verwijst de redactie naar zijn eigen website.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van hunnebed D52 op donderdag 4 april 2013 gemaakt.

Posted in Hunnebedde D52, Kuunst, Stienakkers, Tiekening | Leave a comment

Sukersakkie van café-restaurant Johan Blok

In de vijftiger jaren en ook nog wel in de zestiger jaren van de vorige eeuw lag het café restaurant Johan Blok an de Deeverbrogge an de deurgoande drokke Riekseweg langs de voart. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond in die tijd nog niet. Het was toen een druk beklant café-restaurant.
Het café-restaurant had net zoals zoveel andere cafés en restaurants ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies -aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief- is hier afgebeeld. Het betreft de donkere afbeelding met witte tekst en een wit afgebeelde brug. Met de tegenwoordige bewerkingsprogramma’s voor digitaal opgeslagen foto’s is het erg eenvoudig de minstens zo mooie inverse van de donkere afbeelding te maken, zie de tweede afbeelding.
De maker van de tekening op het sukersakkie zal zijn tekening ongetwijfeld niet zelf -zittend an de voart– hebben gemaakt, maar zal deze hebben nagetekend van een foto.
De grote vraag is natuurlijk in welk jaar dit sukersakkie is uitgebracht.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Sukersakkie, Tiekening | Leave a comment

Waterverftekening van de Peperstroate in Deever

De kunstenaar Jan Planting maakte in de tweede helft van de veertiger jaren van de vorige eeuw (waarschijnlijk in 1948) met waterverf op papier de toen nog fraaie en tekenwaardige Peperstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Het resultaat van deze kunstzinnige werkzaamheid hangt in Drachten in het Museum Dr8888 (Museum Drachten).
Gegevens over deze waterverftekening zijn te vinden in de Collectie Nederland: Museum, Monumenten en Archeologie.
De redactie van het Deevers Archief neemt voor alsnog aan dat de kunstenaar Jan Planting wel een foto als voorbeeld voor zijn waterverftekening heeft gebruikt, maar de redactie is helaas niet bekend met deze foto.
Om de bezoeker van het Deevers Archief toch een indruk te geven van de situatie in de Peperstroate rond 1948 verwijst de redactie naar een zwart-wit ansichtkoate van de Peperstroate.
Flink wat olde huus’n an de Peperstroate werden in de zestiger en zeventiger van de vorige eeuw gründlich en rücksichtlos gesloopt door de megalomanistische burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd, zijn hond werd altijd Krentestoete genoemd) en zijn gelijkgestemden onder de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk. Alleen al de bestrating van de Peperstroate zou op zijn minst beschermd Deevers erfgoed zijn geworden.

Posted in Aarfgood, Kuunst, Peperstroate, Tiekening, Topstuk | Leave a comment

Mijn dagen als nieuwe pees zal ik niet gauw vergeten

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 23 maart 2016 van de heer Rob Tijssen het volgende uitgebreide verhaal over zijn jaar in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik ben Rob Tijssen en ik ben geboren op 19 april 1950 in Nieuwer-Amstel. Mijn verhaal over het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ bestrijkt de periode 3 september 1962 tot 18 juli 1963.
Ik ben na mijn lagere schooltijd naar het jeugdinternaat ‘de Eikenhorst’ gestuurd. De redenen en de juiste motivatie daarvoor zijn mij nooit verteld en zeker niet uitgelegd.
Ik was niet een van de gemakkelijkste. Ik had een hekel aan leugens en ik had ook een groot rechtvaardigheid gevoel. Iets wat mij vaak in conflictsituaties bracht, die ik dan vaak met losse handjes oploste.
Mijn ouders hebben mij op mijn twaalfde weggebracht naar het verre Geeuwenbrug in Drenthe. Mijn vader mocht daarvoor de bedrijfswagen van zijn werkgever L.J. Kramer gebruiken, een Fiat.
Op maandag 3 september 1962 gingen wij op pad met een koffer met kleding, waar door mijn moeder speciaal besteld, een geborduurd naam- en nummerstrookje was ingenaaid (het wasnummer). Ik had nummer 38, voor zover ik mij kan herinneren. Dit gebeurde aan de hand van een lijst die mijn ouders was toegezonden. Hierop stond ook precies welke kleding ik bij mij moest hebben. Verders wat persoonlijke dingen, zoals een foto en dergelijke.
Na ongeveer 2,5 uur rijden arriveerden wij na enig zoeken en vragen bij het internaat, wat je van de rijksweg af niet zag liggen. We vroegen de weg bij café Jonkers tegenover de Geeuwenbrug. Over een zandpad langs het café kwamen we bij de ingang van het internaat en stopten voor -wat later bleek- de stafbarak.
Wij hadden in het jongenskamp veel meer reuring verwacht, maar het was uitgestorven. We zagen niemand. We hoorden na het uitstappen een typemachine, dus er was wel iemand. Na op het geluid af te zijn gegaan, maakten we kennis met de heer Schievink, de administrateur van het internaat. Hij vertelde ons dat niemand aanwezig was en dat de jongens die middag terug zouden komen van hun verlof. Eens in de zes tot acht weken kreeg je verlof. Dit was onder andere afhankelijk van hoe het uitkwam met de feestdagen, zoals Kerstmis en Pasen. De heer Schieving stuurde ons letterlijk en figuurlijk het bos in met het verzoek later die middag terug te komen.
Nadat we de omgeving hadden verkend en foto’s hadden genomen, gingen wij terug naar het internaat.
Ik was ingedeeld in de groep ‘Klondike’. Ik bracht mijn spullen naar de barak en zette die op het aan mij toegewezen bed. We sliepen met ongeveer zestien jongens op een zaal. Naast een bed stond een kast voor het opbergen van eigen spullen en kleding. Deze plek heb ik gedurende mijn periode daar gehouden.
Later die dag werd mij een oudere jongen toegewezen, die mij uitlegde hoe ik mijn kast moest inrichten en indelen en gaande weg uitlegde wat de regels waren en waar ik me aan moest houden. Ook heeft die jongen mij geholpen mijn bed op te maken, wat heel strak volgens militair voorschrift moest gebeuren. Bij een inspectie of zo, je stond dan voor jouw bed, werden jouw gepoetste kistjes (kleine maat militaire schoenen) en jouw kast geïnspecteerd. De liniaal werd langs jouw stapeltje kleding gelegd, Als jouw bed niet in orde was, dan kreeg je een berisping en werd het bed door de leider afgehaald en kon je opnieuw beginnen. Mijn leider was in die periode Harry Peek uit Breukelen. Soms trok hij ook zo jouw hele kast leeg op de grond als hij vond dat je te vaak een loopje met hem nam, en niet alles erin lag, zoals het volgens de regels moest.
Abracadabra-1280

Mijn eerste dagen als nieuwe pees -dit was de bijnaam voor een nieuwkomer- zal ik niet gauw vergeten. Vooral de jongens die al langere tijd in het kamp waren, voelden zich heel wat. Maar met mijn vechtersmentaliteit (letterlijk en figuurlijk) had ik al snel mijn draai gevonden.
De dag na mijn aankomst moest ik naar de foerier, de heer de Vries, om mijn kistjes, overall, sportkleding en verdere kampuitrusting te halen. Bij hem kwam je ook één keer per week om het zakgeld -ik meen f. 0,50- op te halen. Hij had ook een ruimte, waar we wat snoepgoed konden kopen, dat met het zakgeld werd verrekend. Ik weet niet meer of je de rest van je centen dan mee kreeg of dat het werd opgeschreven.
Na een soort test -meen ik- werd ik voor onderwijs ingedeeld in groep C en kreeg les in O II (zie de tekening van de plattegrond), wat voor mij inhield V.G.L.O. (Voortgezet Lager Onderwijs). We kregen les van van mijnheer Bergsma. Mijnheer Sjoerd Schokker gaf les in O I aan de -wat leren betreft- wat mindere broeders. We kregen sportles van mijnheer Bosman, die trompet speelde. Handenarbeid kregen we van mijnheer Besselink.
In de naschoolse tijd was je op je groepsleider aangewezen voor vermaak en dergelijke of je had corvee. Je had vaak ook wel tijd voor jezelf, maar je mocht alleen niet van het terrein af. Ik ging vaak naar wat wij het ‘Zandje’ noemde. Daar stond een schommel en daar was een klimboom.
In het weekeinde werd een programma gedaan met ’s zaterdagmorgen corvee, waarbij eenmaal in de vier weken jouw groep iemand naar de eetzaal moest sturen om die te reinigen en de vloer daar in de boenwas (bruine drab uit een groot blik) te zetten met een blokker. Dat was een zwaar metalen blok met een steel en met daaronder een borstel. De anderen van jouw groep maakten dan de slaapzaal, de gemeenschappelijke ruimte, het halletje, de wasruimte en de toiletten van de groep schoon. Hierbij kreeg iedereen een taak toegewezen. Als je dacht dat je het corvee goed had uitgevoerd, dan meldde je je bij de groepsleider en als deze vond dat je het goed had gedaan, dan kreeg je tot de lunch vrij. Regelmatig kreeg ook wel iemand strafcorvee. In de middag maakten we vaak een boswandeling of deden we een spel in het bos, meestal wel iets sportiefs. Soms organiseerde de groepsleider ’s avonds iets met een toneelstukje of zingen in jouw eigen groep of een spelletjesavond. In de winter werd dan die grote zwarte oliekachel aangestoken, als die al bij de gratie Gods mocht branden. Ook was meestal op zondag gelegenheid (lees verplicht) om een briefje naar huis te sturen. Die werd gecensureerd. De envelop mocht je niet dicht plakken. Dit gebeurde nadat de kerkgangers terug waren van hun kerkbezoek, iets wat de meesten van hen als een uitje zagen. Wat we dan ook wel deden en georganiseerd door de groepsleiders, was op het voetbalveld tegen een ander groep voetballen. Soms kregen we vrijaf en mochten we wat voor ons zelf doen.
In die tijd was mijnheer Verdonk de leider van de groep Perú. Hij trok volgens mij ook veel op met mijnheer Peek, want soms trokken die groepen wel eens met elkaar op.
Zo ook was jouw groep regelmatig verantwoordelijk om de tafels in de eetzaal te dekken of na het eten af te ruimen en de afwas te doen. Vele handen maken licht werk.
Elke week was een jongen of waren twee jongens -dat weet ik niet meer- koksmaatje. Een koksmaatje moest de kok helpen in de keuken. Als ik me goed herinner heette de kok Westerhof. Ik zie me daar nog zitten met die teil met aardappelen, die gepit moesten worden voor ongeveer zeventig personen, want de leiders aten ook mee. Zo ook de adjudant mijnheer van Tilburg, die ons dan om stilte vroeg, om hen die wilden bidden de gelegenheid te geven dit te doen. Ouders die op bezoek kwamen bij hun kind aten ook wel een enkele keer mee.
Een doordeweekse dag begon om ongeveer 7.30 uur met opstaan en wassen en na het aankleden bed opmaken, waarna de inspectie werd gehouden met aantreden voor het bed of voor de barak waar je een en ander werd medegedeeld en de opdrachten voor die dag werden verdeeld. Dan rechtsom in colonne naar de appelplaats waar we stonden opgesteld. Het appel werd afgenomen door de adjudant, waarna de vlag werd gehesen. Na deze ceremonie gingen we in colonne terug naar onze barak, waar we wachten tot de bel werd geluid, waardoor we wisten dat we konden gaan ontbijten. Het kan ook zijn dat het appel na het ontbijt plaats vond, dat weet ik niet meer.
Na het eten gingen we terug naar de barak en wachtten op de bel om naar ons leslokaal te gaan. Rond het middaguur gingen die jongens met een taak (corvee) die vervullen. De rest ging terug naar zijn barak om te wachten op de bel, waarna we warm gingen eten. Op donderdag -vaste prik- kregen we lever als vlees. Ik kon lever niet door mijn strot krijgen.
Na het warme eten gingen we weer naar de barak, waar je even tijd had v oor jezelf of waar je corvee ging doen, zoals je was opgedragen. Na de bel gingen we weer naar ons klaslokaal tot 15.30 uur, daarna had je wat vrije tijd voor jezelf of om met een vriendje uit jouw groep iets te ondernemen op het kampterrein.
Als de bel luidde gingen we eten of hadden we eerst appel met de vlaggenceremonie (strijken van de vlag), dat weet ik niet meer, waarna we -als iedereen zijn corvee en dergelijke had gedaan- nog even wat buiten gingen doen of gezamenlijk in de groep, dat was ook afhankelijk van het weer. Om 20.00 uur moesten we ons wassen, onze tanden poetsen en dan naar bed. Om 20.30 uur ging het licht uit en dan moest iedereen stil zijn. Als je dat niet was, dan moest je in jouw nachtkleding in het halletje staan bij de kamer van de leider, soms wel een uur en geloof me je kreeg het dan eigenlijk wel koud. Ik weet ook nog dat een keer een jongen buiten voor de barak moest staan, nou dat was helemaal geen lolletje.
Als we terug kwamen van een verlof, dan hield de kok daar zeker de eerste dagen rekening mee, dan was er wat minder te eten, omdat iedereen wel snoep en snaaiwerk mee van huis had gekregen van oma en van moeder, die je dat dan wat toestopten.
Maar toen wij in januari 1963 terugkwamen van verlof, had zowat niemand wat te snaaien, want thuis was ook alles nodig om die strenge winter te overleven. Na een paar dagen ging het fout en lagen we met honger in bed en konden we in de onverwarmde slaapzaal niet in slaap komen. Twee Rotterdammers gingen er toen op uit en zijn door het kolenhok de keuken in gegaan en hebben daar een paar rode kolen gestolen, die we rauw in bed hebben verorberd. Dat gaf de volgende dag bij de warme maaltijd de nodige consternatie, we werden toegesproken door de adjudant, maar het had wel tot gevolg dat we wel weer genoeg te eten kregen. Volgens mij was alles financieel strak geregeld om binnen een budget te blijven en werd de kachel daardoor ook minimaal gestookt.
Mijn oma overleed, toen ik net enige weken in het kamp zat. We noemde het internaat in die tijd ‘het kamp’. De Drent noemde ons kampjongens. In het Drents kaampjong’n. Ik moest tussen de middag naar het kantoortje van de adjudant in de stafbarak en kreeg daar plompverloren te horen dat mijn oma was overleden. Ik kon weer gaan met al mijn verdriet. Ik werd door mijn groepsleider, die het ook gehoord had, enigszins opgevangen, Aan hem vertelde ik dat ik minstens naar de begrafenis wilde en dat de adjudant dat bij voorbaat al had geweigerd. Harry Peek reed motor en zei tegen mij dat we desnoods samen op zijn motor naar Aalsmeer zouden gaan, maar dat ik daar zou zijn. Op stafniveau is daar toen over gesproken, waarna ik bij uitzondering de nodige reisbescheiden kreeg op kosten van het internaat. De dag vóór de begrafenis heeft Harry Peek mij op zijn motor naar het station in Meppel gebracht.
Een ander voorval was, toen op het avondappel een jongen ontbrak. Hij was weggelopen om een of andere reden. De commandant, de heer Sanderman, is met zijn auto (een van de eerste DAFjes van het type 33, de trutteschudder) achter hem aangegaan en heeft de jongen teruggebracht. Deze jongen is daarna flink bestraft en was een paar weken later met groot verlof, maar was waarschijnlijk naar een ander internaat gestuurd. Als je na ongeveer 1 jaar naar huis ging, dan noemden wij dat je met groot verlof ging.
Er waren soms wel leiders, die niet capabel waren om leiding te geven en je dan maar een klap of meerdere klappen gaven. Gelukkig is mij dat nooit overkomen, want ik vermoed dat het kampterrein dan te klein was geweest.
Sjoerd Schokker woonde volgens mij een paar huizen verwijderd van café Jonkers. Hij reed in een bestelwagen Citroën 2 CV (Lelijke eend).
Verders herinner ik mij nog wel wat namen van jongens uit de groep Klondike. Maar de bezetting van de groep veranderde telkens weer. Jan Schipper uit Den Bosch (hij wilde graag bokser worden), Ben Vermeulen uit Duivendrecht, Hans Hurk uit Eindhoven, Charles Tisserand uit Amsterdam, Frits Riemers, Tjang Jhen Chao uit Arnhem, Sier Koning, Cor Broertjes uit Amsterdam.
Ook was er een tuinman en klusjesman, de heer Winters, waar je ook wel heen werd gestuurd als je strafcorvee had. Dan moest je hem helpen. Ik vond dat eigenlijk niet eens zo erg en vond het wel een aardige man. De heer Winters woonde met zijn gezin buiten het kamp aan het zandweggetje dat langs café Jonkers liep op ongeveer 150 meter achter Café Jonkers. Zijn vrouw deed wat verstel- en reparati werk aan kapotte kleding, zoals sokken stoppen en knopen aanzetten.
Eind januari begin februari was ik erg ziek en lag in de ziekenboeg in de stafbarak tegenover de kamer van Veronika Jong, de leidster van groep Alaska. De andere kamer grenzend aan haar kamer was die van Tineke de Graaf, tegenover de ziekendienst waar je s’ avonds terecht kon voor een pleister, aspirientje of wat levertraanzalf als je schrale lippen had. Maar dat even terzijde. Ze durfden mij in eerste instantie niet te vervoeren, omdat ik spontaan bewusteloos was geraakt en ik ben daar volgens mij door dokter Broekema uit Diever behandeld, die dat deed in overleg met het ziekenhuis in Meppel. Deze huisarts kwam mij dagelijks op zijn motor met zijspan vanuit Diever bezoeken. De kok kookte voor mij toen speciaal licht verteerbaar voedsel bestaande uit droge rijst met jam.
Als je jarig was, dan had je een dag vrij en mocht je met een vriendje op de fiets in de omgeving rondtoeren. Op mijn verjaardag ben ik samen met Charles naar mijnheer Winters geweest om een fiets op te halen. We gingen om 10.00 met een lunchpakketje op stap. Over het zandpad langs camping Ellert en Brammert en langs het hunebed naar Diever, waar eigenlijk niets te beleven viel en we al gauw waren uitgekeken. We waren daar compleet vreemd en ook werden we herkend als kaampjong’n. Toen zijn we maar naar Dwingeloo gegaan en hebben het dorp verkend en over de Brink gelopen. Ergens op een van de binnenwegen hebben we ons lunchpakketje genuttigd en we zijn toen via een omweg terug gefietst naar Geeuwenbrug. We waren om 15.00 uur terug in het kamp, waar we overgingen tot de orde van de dag.
Verder heb ik nog wel prettige herinnering aan een vakantie op de fiets naar Giethoorn van 15 juni tot en met 19 juni 1963, zie ook de kopie van het logboek, We deden een piratenspel met geheimschrift en een schatkaart  Het spel was bedacht door mijnheer Besselink. We begonnen het spel al een week voordat we naar Giethoorn gingen. We konden met corvee en sport nepgeld verdienen, dat bestond uit glad gestreken zilverpapier van bonbon snoepjes, zilverpapier uit een pakje sigaretten en dergelijke. Als je genoeg geld had, dan kon je de schatkaart kopen of een deel van de brief, die uiteraard in geheimschrift was geschreven. In Giethoorn sliepen we in tenten en hadden we een paar punters tot onze beschikking. De eerste nacht stormde het en vielen er stortbuien. Tenten storten in, Nadat we de tenten in de regen met zelfgemaakte haringen weer hadden opgezet, bleken deze zo lek als een mandje te zijn, want het waren enkeldoeks tentjes. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het spel op zich was hartstikke leuk en goed bedacht door de leiding, Volgens mij kookten we zelf en was onze groepsleidster juf Tineke de Graaf ook aanwezig.
Ik zou mogelijk nog wel meer weten, maar ik denk dat ik zo wel een redelijke indruk heb gegeven van hoe het er in het kamp aan toeging.

Abracadabra-1279

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst, Tiekening | Leave a comment

Tekening van de Noordesch van Deever

De redactie van het Deevers Archief vond bijgaande tekening in het in 1959 verschenen programmaboekje met de titel ‘Ga liever naar Diever’ van het openluchtspel dat in 1959 door de Deeverse bevolking werd opgevoerd in het openluchttheater aan de Shakespearebrink aan het Grünedal bij de Heezenesch van Deever.
Op de tekening is aan de linkerkant de Bosweg in de richting van Deever te zien en in het midden de Noordesch van Deever te zien.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de Noordesch staande op de zandweg met de naam Noordesch op woensdag 19 september 2018 gemaakt. Het lukte de redactie vanwege de begroeiing helaas niet vanuit het oogpunt van de tekenaar een op de tekening gelijkende foto te nemen. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.
Het zou een stevige stimulans voor de Deeverse cultuur kunnen worden als het hooggeachte cultuurminnende bestuur van het openluchttheater aan Deeverse tekenaars en schilders, leden van de Schilderskring Deever, jaarlijks de opdracht zou geven een nieuw programmaboekje te illustreren met hun eigen werk.

Posted in Bosweg, Cultuur, Eup’mlogtspel, Noorderesch, Tiekening | Leave a comment

Drie wandelingen rond Deever – Tekening hunnebed

Het boekje ‘Drie wandelingen rond Diever’ (dit leuke boekje is aanwezig in het Deevers Archief), dat is uitgegeven door de Provinciale VVV Drenthe, is voor de afwisseling verluchtigd met veel pentekeningen.
Bij route 1 begint de wandelaar bij de Olde Kaarke aan de Brink de lopen, giet deur de Peperstroate, slat dan linksof de Kruusstroate in, löp dan véur de Eendeveever rechtsof de Grönnegerweg in, en ziet dan na zo’n acht minuten lopen aan de linkerkant hunnebed D52 op de Steenakkers liggen.
In het boekje is op bladzijde 10 de hier getoonde pentekening van hunnebed D52 opgenomen. Het is altijd weer aardig na te gaan welke ansichtkaart of welke foto de tekenaar als inspirerend voorbeeld heeft gebruikt. De redactie denkt dat de tekenaar in dit geval de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart uit 1968 heeft gebruikt of eentje die daar op lijkt.
De hier getoonde ansichtkaart werd uitgegeven en verkocht door Boek-en Kantoorboekhandel Fa. van Goor an de Kruusstroate in Deever. Deever is Roelof van Goor veel dank verschuldigd. Hij heeft immers onbedoeld in de loop van zeker meer dan dertig jaren een historisch zeer waardevolle verzameling ansichtkaarten uitgegeven en verkocht.
De tekenaar heeft de creatieve vrijheid genomen de steen die op de ansichtkaart net wel aan de linkerkant is te zien, niet op te nemen in zijn tekening. Een kniesorige hunnebeddoloog die daar op let.
De hunnebeddologen van de heemkundige vereniging uut Deever zijn tot het inzicht gekomen dat rond de dikke stien’n geen struweel mag groeien, vandaar dat een groep dorpskrachten enige jaren geleden rond het hunnebed een flinke voorraad open haardhout heeft weggekapt en weggezaagd.
De redactie van het Deevers Archief is van mening dat ál het struweel en álle bomen rond de dikke stien’n moeten worden verwijderd, opdat het kale terrein rond de dikke stien’n gewoon weer als bouwland kan worden gebruikt.

Abracadabra-1642Abracadabra-1641

Posted in Deever, Grönnegerweg, Heezeresch, Hunnebedde D52, Oudheid, Stienakkers, Tiekening | Reacties uitgeschakeld voor Drie wandelingen rond Deever – Tekening hunnebed

Pentekening van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn

Op deze pentekening van de heer Johannes Minderaa is de achterkant van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn. an de Brink van Deever te zien. De tekening is gemaakt in het jaar 1975.
De pentekening maakte deel uit van een hele serie tekeningen, die als ansichtkaart is uitgegeven door de eigenaren van de winkel met de naam de Boerderij, Brink 2 in Deever. Vrogger was dat de boerderij van Cornelis (Knelus) Seinen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet welke foto als voorbeeld is gebruikt en heeft daarom bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal bijgaande door de redactie gemaakte kleurenfoto op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.
Zo te zien heeft tekenaar Johannes Minderaa zich bij het natekenen van zijn voorbeeld redelijk aan de destijdse werkelijkheid gehouden. In 1975 waren de staldeuren in de achtergevel van de boerderij van Hendrik Mulder nog staldeuren (was Hendrik Mulder, zoon van Jan Mulder, die in de volksmond Jan Boatie werd genoemd, toen nog boer ?). Heden ten dage zijn de staldeuren wellicht te gebruiken om de ramen in de deurkozijnen te luiken.

Abracadabra-1569Abracadabra-1570

Posted in Ansichtkoate, Boerdereeje, Brink, Deever, Johannes Minderaa, Tiekening | Leave a comment

Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland

De redactie van het Deevers Archief laat bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan haar trouwe bezoekers zien. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen, hoe liever het de redactie is.

Onlangs vond de redactie op de website Kunst Wereldwijd Netwerk een prachtige tekening van de Oude Kerk op de brink van Deever. Deze tekening heeft als titel: Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland.
De welbekende beeldend kunstenaar en schrijver Willem van Spronsen heeft deze tekening gemaakt. Hij is lid van de Gooise Kunstkring.
Willem van Spronsen heeft in het verleden in Deever gewoond en is daar nog voorzitter van de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Deever geweest. Ook zijn kinderen zijn in Deever geboren. Hij komt regelmatig in Deever, omdat hij daar een atelier heeft.
De redactie toont deze tekening met toestemming van Willem van Spronsen. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor. Daarbij stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de websteee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.
De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

Abracadabra-1632

Posted in Brink, Deever, Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Un hiele mooie tiekening van ut Kastiel in Deever

In de collectie Groninger Archieven is een prachtige door het Nieuwsblad van het Noorden uitgegeven kalender voor het jaar 1934 aanwezig. Deze kalender is in 1933 vervaardigd. De kalender heeft als identificatienummer: NL-GnGRA-1536-7587.
Het kalenderblad voor de maand augustus is verfraaid met de bijgaand afgebeelde waterverftekening van een dorpsbeeld van Deever. De redactie van het Deevers Archief heeft toestemming van de beheerder van de Groninger Archieven deze waterverftekening hier te tonen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet wie deze tekening heeft gemaakt. De redactie weet wel dat de tekening niet ter plekke is gemaakt, maar dat voor de tekening -zoveel veelal gebruikelijk bij tekeningen van Deeverse dorpsbeelden- een zwart-wit foto heeft gediend als voorbeeld. Zie de bijgaande afbeelding. Deze foto heeft gestaan bij de fotopagina De gemeente Diever in beeld in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 november 1932. De natekenaar van deze zwart-wit foto uit 1932 heeft helaas de bovengrondse elektriciteitsvoorziening niet nagetekend. Dat is door een geschiedkundige bril gezien toch wel een beetje jammer.
De tekening heeft als titel ‘Brink, Diever’, maar de tekening toont in werkelijkheid een deel van ut Kastiel in Deever. De natekenaar zij deze kleine onvolkomenheid in de titel vergeven. Want hij vertolkte in zijn tekening penseelscherp het zeer hoge echt Saksische brinkgehalte van het toen prachtigste deel van het dorp Deever. Echt wel.
De redactie wil daarom voorstellen aan de hoogdoorgeleerde brinkologen, historielogen en histerielogen, die het aangrenzende negentiende-eeuwse marktterrein hebben omgebombardeerd en opgepimpt tot marktbrink, en al die anderen die menen de Deeverse historische waarheid in pacht te hebben, ut Kastiel, dat nu niet meer zo prachtig is, op te fokken en op te pimpen tot kasteelbrink.
In 1933 was de weg over ut Kastiel nog gewoon een zandweg. Let op de vele karresporen op de foto.
In de collectie Deevers Archief is ook bijgaande en inmiddels al behoorlijk historisch waardevolle 6×6 zwart-wit foto aanwezig. De redactie heeft deze gemaakt op 10 november 1999. Op deze foto is aan de rechterkant nog net te zien de voorkant van het boerderijtje (keuterijtje), waar toen de weduwe Jantje Andreae-Oost en haar ongetrouwde zoon Tinus woonden.
De redactie is de heer Albert Koops, webmaster en systeembeheerder van de Groninger Archieven, bijzonder erkentelijk voor zijn medewerking aan dit bericht.

Posted in Kuunst, Tiekening, ut Kastiel | Leave a comment

Houtskoolschets van een boerderijtje op ’t Kastiel

De redactie van het Deevers Archief toont graag mooie afbeeldingen van onderwerpen uit de gemiente Deever op tekeningen en schilderijen.

De in Boyl (Buil) geboren Stellingwerfse kunstenaar Johannes Mulders (1899-1989) maakte illustraties voor kinderboeken, ontwierp boekbanden en boekomslagen, maakte illustraties voor rijmprenten, kranten en tijdschriften en maakte houtsneden. Hij was kassier van de Boerenleenbank in Boyl (Buil). Nadat hij in 1964 met pensioen was gegaan, legde hij zich vooral toe op schilderen en tekenen.
Zo maakte hij ook de hier afgebeelde houtskoolschets van een boerderijtje op ’t Kastiel in Deever. De redactie weet niet in welk jaar deze fraaie schets is gemaakt.
De vragen zijn wanneer deze schets is gemaakt, om welk boerderijtje het gaat en wie daar woonden……
Is hier soms de achterkant van het boerderijtje van de weduwe Smit met de nog steeds bestaande zandweg van ’t Kastiel hen de Heezenesch te zien ? Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.

Mevrouw Gina Raadgever-Smit reageerde op 4 november 2016 als volgt:
Ik denk wel dat dit het huisje van mijn opoe Elsje Smit-Oost is. Al die bomen en het weggetje en aan het eind nog een huis, dat moet dan van Roelof Fledderus zijn. Kan eigenlijk niet missen !

Mevrouw Gina Raadgever-Smit stuurde op 7 november 2016 bijgaande foto van de achterkant van het boerderijtje van haar grootmoeder de weduwe Elsje Smit-Oost. De redactie is haar daarvoor zeer erkentelijk.
De foto is omstreeks 1965 gemaakt. De familie Smit woonde toen al een paar jaar elders. De man die toen in het boerderijtje woonde, onderhield blijkbaar zijn achtertuin niet. De kinderen op de zandweg zijn kinderen uit Capelle aan den IJssel.

Het mag duidelijk zijn dat de kunstenaar Johannes Mulders zijn houtskoolschets van het boerderijtje van de weduwe Elsje Smit-Oost heeft gemaakt. Die kunstenaar werkte wel ter plekke en tekende thuis geen ansichtkaarten of zwart-foto’s over. Hij zal de tekening hebben gemaakt in de tijd vóór 1963, toen de familie Smit nog in het boerderijtje woonde, toen was de achtergevel nog niet ontsierd met die merkwaardige metalen pijp.

De heer Fred van der Zanden meldde op 9 november 2016 het volgende.
Na de familie Smit woonde een zekere Brouwer in het boerderijtje. Hij kwam uit Haren bij Groningen. Ik weet zijn voornaam niet. Hij heeft zeker tot 1970 daar gewoond. Ik weet dit, omdat mijn vriendje ook op ’t Kasteel woonde en wij wel bij hem kwamen. Hij leed aan astma. Hij leefde als een kluizenaar.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Na de heer Brouwer kwam het huis in het bezit van de familie Brakel, die op de plaats van het boerderijtje en nieuw woonhuis heeft laten bouwen.
De redactie heeft de kleurenfoto van de tegenwoordige bebouwing en het zandpad op 2 januari 2017 gemaakt.

Abracadabra-1276 abracadabra-495abracadabra-558

Posted in Boerdereeje, Deever, Keutereeje, Kuunst, Saandweg, Tiekening, ut Kastiel | Leave a comment

Tekening met titel Diever van Willem van Spronsen

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw bij de brink van Deever en een stukje bebouwing an de Peperstroate te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Zo te zien heeft de tekening als titel: Diever.

Deze tekening heeft in mei 2016 gehangen in een internationale tentoonstelling in het museum Hermitage in Amsterdam.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de website Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de website Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat in Deever.

abracadabra-492

Posted in Brink, Kaarke an de brink, Kuunst, Peperstroate, Tiekening | Leave a comment

Sukersakkie van Hotel Blok an de Deeverbrogge

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag Hotel Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-restaurant.
Het hotel-restaurant had net zoals zoveel andere hotels, cafés en restaurants ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart uit het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
De D.A.B.O.-bus bee’j de brogge heeft de overtekenaar voor het gemak maar weggelaten. Ook de boerderij van Hendrik Warries heeft hij niet overgetekend. Wie kan de redactie informeren over de bewoners van deze boerderij ?
De luchtfoto is gemaakt door het bedrijf Lucht Foto Nederland (L.F.N.). Dit bedrijf was vooral in het noorden van Nederland bezig. L.F.N. heeft in die jaren in de gemiente Deever van bijna alle boerderijen (en dat waren er toen nogal wat) een luchtfoto gemaakt. De redactie zou graag L.F.N.-luchtfoto’s van boerderijen in de gemiente Deever willen tonen in het Deevers Archief. Wie stuurt een mooie scan van een L.F.N.-foto van een boerderij ?
Rechts naast het rechthoekige stenen electriciteitsgebouwtje naast het brugwachtershuisje ligt een stuk grond waar in de periode 1919-1933 een emplacement van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) was ingericht. Heden ten dage is op dat stuk grond Shell Benzinestation Blok V.O.F. gevestigd.

abracadabra-494

abracadabra-493

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkoate, Boerdereeje, Hotel Blok, LFN-luchtfoto, Logtfoto, Sukersakkie, Tiekening | Leave a comment

Tekening van de Aachterstroate van Jan Planting

Het Museum van Smallingerland in Drachten heeft een grote verzameling tekeningen van de kunstenaar Jan Planting, waaronder een fraaie tekening van de Aachterstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Jan Planting heeft deze tekening in augustus 1948 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft lang gezocht naar een goed gelijkende foto van dit getekende dorpsbeeld, maar heeft deze niet kunnen vinden. De redactie is vooralsnog van mening dat de kunstenaar de tekening ter plekke heeft gemaakt en dat daardoor aan deze tekening een zekere documentaire waarde moet worden toegevoegd. Het dorpsbeeld op de kleurenfoto wordt op de voorgrond ontsierd door gemeentelijke betuttelpaaltjes en bij het huis aan de linkerstaat staat een overbodig gemeentelijk metalen voorwerp waarin buurtbewoners opgeveegde boombladeren kunnen gooien.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 4 november 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van deze kleurenfoto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de tekening in 1948. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een positie in de buurt van de wit geverfde zwerfsteen maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.
De bezoeker van de webstee Deevers Archief wordt tevens verwezen naar het bericht Beeld van de Aachterstroate in 1906.


Posted in Aachterstroate, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n

Ten noordwesten van de bebouwde kom van het dorp Deever ligt helaas nee’jbouw met de naam ‘de Kalterbroeken’. De redactie zag de bui al lang hangen en heeft daarom voor de zekerheid veel foto’s gemaakt van de Kalterbroeken van vóór de nee’jbouw. Hij heeft bijgaande kleurenfoto al op 9 mei 2005 gemaakt.

In de vruchtbare weidegronden van ‘de Kalterbroeken’ zijn de sporen van een olde boer’nhof uit omstreeks 1200 gevonden. In de bodem werden sporen van een waterput, greppels, palen en kuilen gevonden. De oudheidkundige spoorzoekers en speurneuzen hebben op basis van de gevonden sporen van deze olde boer’nhof een waarlijk waarachtig mooie tekening bij elkaar bedacht. Zie de bijgevoegde afbeelding. Hulde, hulde, hulde. Driewerf hulde.

De gemeente Westenveld heeft het monopolie op de verkoop van bouwgrond voor nee’jbouw in ‘de Kalterbroeken’ en vraagt exorbitant veel geld voor een vierkante meter bouwgrond (nota bene: exclusief belasting toegevoegde waarde). Vooruit, ergens moeten de te vele medewerkers van de voorkant van het gelijk in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever van worden betaald.

Het is verbazingwekkend dat de gemeente Westenveld uit de vette winst van zijn lucratieve grondhandeltje niet eens een paar honderd euro over heeft voor het bekostigen van een eenvoudig, maar wel duurzaam (geen tropisch loofhouten) bord met daarop de hier afgebeelde olde boer’nhof met enige uitleg over de gevonden oudheidkundige sporen.
En dan te bedenken dat in de prijs voor een vierkante meter bouwgrond of anderszins ook de kosten van het oudheidkundige spitwerk zijn versleuteld. De bewoners moeten dan wel waar voor hun geld krijgen en op zijn minst getrakteerd worden op een böd.mit uutleg over de resultaten van het oudheidkundige spitwerk.
Zo’n bord zou bijvoorbeeld in de buurt van het op de bijgevoegde kleurenfoto zichtbare naamloze pad kunnen worden geplaatst.
De redactie kan zich heel goed voorstellen dat de geachte dames en heren dorpskrachten van het Oermuseum an de brink van Deever staan te popelen om zo’n uutlegböd grateloos en voor niets in elkaar te sleutelen.

De redactie heeft de bijgaande kleurenfoto van een stukje van de nee’jbouw in ‘de Kalterbroeken’ op maandag 2 januari 2017 gemaakt. Het is verbazingwekkend wat allemaal op deze foto is te zien.

De hekjes die door de verkeersdeskundige hoofdbeleidsmedewerker van de voorkant van het gelijk bedacht zijn om voetgangers, fietsers en bromfietsers te dwingen (gij zult) tussen de hekjes door te laveren, hebben zichtbaar geen nut, want de bewoners van ‘de Kalterbroeken’ gebruiken terecht het slijtpad aan weerskanten van deze hekjes van zo te zien tropisch loofhout (is dat wel duurzaam ?).

En waarom zijn in de bestrating twee zo genoemde ‘haaietanden’ opgenomen ? Denkt de verkeersdeskundige hoofdbeleidsmedewerker van de voorkant van het gelijk dat iedereen maar naar de grond zit te koekeloeren ? Naderen de gebruikers van het pad een voorrangsweg ? Zo ja, dan zou ook voorrangsbord B06 geplaatst moeten worden ? Zo nee, dan gelieve de ‘haaietanden’ te verwijderen.  Of heeft de verkeersdeskundige hoofdbeleidsmedewerker deze ‘haaietanden’ daar geplaatst om zijn eigen aansprakelijkheidshachje af te dekken ?

En waarom staan de tropisch loofhouten hekjes verkeerd ? Je zou verwachten dat het linker hekje dichter bij de straatweg naar Kalteren staat dan het rechter hekje, want dan wordt de gebruiker van het naamloze pad bij het passeren van de twee hekjes gedwongen in de richting van het verkeer dat in de richting van Kalteren rijdt te kijken.

Gaat de verkeersdeskundige hoofdbeleidsmedewerker van de voorkant van het gelijk binnenkort de slijtpaden grondig en voor altijd afgrendelen met een hoge glintenwand van zwerfkeien, die bij het oudheidkundige gespit in de Kalterbroeken zijn gevonden ? Want de voorkant van het gelijk heeft altijd gelijk, ook in het geval van ongelijk. En is hij stiekem tijdens een verkwikkende en inspirerende lunchpausewandeling aan de linkerkant alvast begonnen met deze glintenwand ? Het onvermijdelijke uutlegböd zou mooi tegen zo’n glintenwand kunnen worden geschroefd.

Posted in Gemeente Westenveld, Kalteren, Oudheidkunde, Tiekening | Leave a comment

Op 24-8-1948 gemaakte tekening van Jan Planting

De redactie toont heel graag tekeningen van onderwerpen uut de gemiente Deever.
En zoals het in het fototijdperk meestal met getekende onderwerpen uut de gemiente Deever gaat, is ook voor deze tekening een zwart-wit ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart is hier ook afgebeeld.
Jan Planting, de overtekenaar van deze ansichtkaart, heeft de vrijheid genomen niet al het zichtbare op de ansichtkaart over te tekenen. De redactie vindt het desalniettemin toch wel een hele mooie kunstige tekening.
Hij heeft deze tekening gedateerd op 24 augustus 1948.
Het was bij de redactie niet bekend dat de getoonde zwart-wit ansichtkaart al in 1948 is uitgegeven. In het Deevers Archief is wel het hier getoonde exemplaar van de ansichtkaart aanwezig. Deze kaart is in november 1954 uitgegeven door Hendrik Mulder, Drogisterij ‘de Gaper’, Diever, Drenthe.

abracadabra-556abracadabra-555

Posted in Ansichtkoate, Deever, Kaarke an de brink, Kuunst, Peperstroate, Tiekening | Leave a comment

Tekeningen van Maupi

Maupi als hij groot is.Abracadabra-372

 

Maupi, 16 november 2014

Posted in Tiekening | Leave a comment