Category Archives: Wapse

Seismisch onderzoek naar aardgasveldjes in Deever

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 2 mei 1997 over onderzoek naar aardgasvelden met behulp van mini-mini-mini-mini-aardbevingen.

Seismisch onderzoek in Diever
Diever.
In het kader van opsporingsactiviteiten naar mogelijke aardgasvelden zal door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een seismisch- en vibro-seismisch onderzoek worden verricht in de gemeenten Diever, Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland en Heerenveen. De werkzaamheden zijn inmiddels begonnen en zullen ongeveer 1 tot 2 maanden in beslag nemen.
Bij dit onderzoek worden door middel van trillingen ondergrondse bodemlagen in kaart gebracht.
Daar waar seismisch onderzoek wordt gedaan, worden de trillingen opgewekt door middel van lichte ondergrondse springladingen.
Daar waar vibro-seismisch onderzoek wordt gedaan, worden door trillingen opgewekt met behulp van op trucks geïnstalleerde vibratoren. Vibro-seismiek wordt ’s avonds en ’s nachts uitgevoerd.
In het betrokken gebied worden bewoners per brief nader geïnformeerd over het aanstaande onderzoek. In die gevallen waar de sticker ‘… geen ongeadresseerd drukwerk…’ is aangebracht, wordt deze brief mogelijk niet bezorgd.
Eigenaren/gebruikers van gronden waar het onderzoek moet plaats vinden, worden vooraf bezocht voor het verkrijgen van toestemming.
Dit onderzoek wordt in opdracht van de NAM uitgevoerd door het in dit werk gespecialiseerde bedrijf Compagnie Générale de Geophysique (CGG).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij seismisch onderzoek worden een soort van mini-mini-mini-mini-aardbevinkjes opgewekt. Het in 1997 uitgevoerde onderzoek naar aardgasveldjes in de gemeente Diever heeft blijkbaar voldoende gegevens opgeleverd om na een geslaagde proefboring in 2015 aan de Noordenveldweg in Wapse door het Canadese bedrijf Vermilion Energy met succes het daar aanwezige aardgasveldje leeg te gaan maken.
De NAM vindt het winnen van aardgas uit kleine veldjes nog steeds erg belangrijk. De NAM geeft wel aan dat het winnen van aardgas aardbevingen kan veroorzaken. Daar weten ze om Slochteren in de provincie Groningen heel veel over mee te praten.
Hoe dichter woningen of bedrijven in de buurt van het epicentrum van de gasboring in Wapse staan, hoe groter in de komende jaren de kans op enige vorm van schade aan deze woningen of bedrijven is, als gevolg van mini-mini-aardbevinkjes (wat voor kracht zouden die hebben op de logaritmische schaal van Richter ?) die zouden kunnen optreden, als gevolg van plotselinge en onvoorspelbare bodemverschuivinkjes, als gevolg van voorspelde bodemdalinkjes. Wellicht is het toch verstandig alvast een nul-meting van woningen en bedrijven te doen of te laten doen (foto’s en zo). Dit wordt ook gedaan bij heiwerken, die mini-mini-aardbevinkjes veroorzaken, die schade aan bebouwing kunnen toebrengen.

Posted in Aardgaswinning, Wapse | Leave a comment

Ver-geet-mij-niet – Trijntje Berends – Wapse 83

De redactie van het Deevers Archief is zich voortdurend bewust van het feit dat de redactie in het Deevers Archief te weinig aandacht besteed aan Wapse, bestaande uit Ten Darp en de vier omliggende kluften Soerte, ’t Noave, Veenhuus’n en Veldhuus’n en wil dat graag veranderen.

Bijgaande afbeelding toont een zwart-wit ansichtkaart, een door verzamelaars zo genoemd vierluik, omdat op de ansichtkaart vier kleine foto’s zijn te zien. Deze kleine foto’s tonen de zuivelfabriek ‘Ons Belang’, een gezicht op één de kluften (welke kluft ?), een veenplas (welke veenplas ? Diepenveen ?) en de boerderij van de familie Veenhuis aan de Ten Darperweg. Wie woonden in 1970 in het huis links naast de zuivelfabriek ? Van wie was het Volkswagen-busje vóór de fabriek ?
De uitgevers van deze kaart waren Henny Koning’s Zelfbediening en Café Louwes in Wapse, nu niet meer bestaande neringdoenden. De redactie weet niet, maar zou wel graag willen weten, welk bedrijf deze ansichtkaart heeft gedrukt.
De zwart-wit ansichtkaart is op 28 juli 1970 afgezonden. De afzendster is Trijntje Berends, die woonde op het adres Wapse 83. Wat is het tegenwoordige adres van de woning die in 1970 als adres Wapse 83 had ?
Wie was toch die Trijntje Berends en waar is toch die Trijntje Berends gebleven ? Wie het weet, die mag het de redactie natuurlijk melden. Ze stuurde de ansichtkaart naar J.W.J. de Wit, Paterswoldseweg 111, Groningen met de uitdrukkelijke tekst Ver-geet-mij-niet.

Waar het de redactie bij het tonen van deze afbeelding met name om gaat, dat is om de te kleine afbeelding van ‘de botterfebriek’  De coöperatieve landbouwvereniging voor boterbereiding en aanschaffing van veevoeder en kunstmeststoffen ‘Ons Belang’ te Wapse, gemiente Deever werd in 1897 opgericht. In november 1966 fuseerde de zuivelfabriek van Wapse met de zuivelfabriek van Deever. Op 1 mei 1970 werden beide fabrieken gesloten.

De redactie wil graag meer afbeeldingen van binnen en buiten de zuivelfabriek ‘Ons Belang’ in het Deevers Archief tonen en roept zijn bezoekers op de foto-albums in te duiken, mooie afbeeldingen te scannen en deze de redactie te doen toekomen. Bij voorbaat bijzonder hartelijk dank voor de te nemen moeite. De Wapser gemeenschap verdient het.

Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Neringdoenden, Wapse, Zuivelfabriek Wapse | Leave a comment

Een steenen potje met tien oude muntstukken

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 4 december 1928 het volgende belangwekkende bericht over de vondst van oude munten in een weiland op Kalteren.

Oude munten gevonden
Terwijl een zoon van den landbouwer Seinen met een knecht op het weiland te Kalteren bezig was met graafwerk, deden ze een merkwaardige vondst. Reeds eenige malen waren op dit land voorwerpen gevonden, welke er op duidden dat daar vroeger een woning had gestaan. Toen de knecht nu wederom op iets stootte met zijn schoffel, zei hij uit de grap, dat hij nu de pot met goud had gevonden. En waarlijk kwam er een steenen potje te voorschijn, hetwelk door een kei afgedekt was.
De inhoud werd zorgvuldig nagezocht en bestond uit 10 oude muntstukken, 4 gouden en 6 zilveren. Tussen de munten zat telkens een stukje zak (nog geheel gaaf). De gouden munten waren ter grootte van bijna een gulden, de zilveren als van een rijksdaalder.
Bij nadere beschouwing bleek ons dat de muntstukken verschillende randschriften droegen.
Op een gouden munt stond: P. HS. D.G. HISPZ. REX. DUX. BR aan de eene zijde en aan de andere DOMINUS MIHI ADJUTOR, benevens een beeld van Philips II.
De tweede gouden munt bevatte eveneens het woord Philips.
Deze beide munten zijn dus uit den tijd van Philips de Tweede. Koning van Spanje.
Van de beide overige gouden munten bevatte de eene een massa (vermoedelijk) Hebreeuwse letterteekens en de andere een wapen, voorstellende een Engel.
Vier van de zes zilveren munten waren gelijk. Aan de eene zijde stond een wapen, voorstellende een leeuw met als randschrift CON FIDENS DNO NON MOVETVR, benevens het jaartal 1616. Aan de andere zijde een wapen, voorstellende een geharnaste ridder met een leeuw in een apart wapen er onder. Het randschrift vermeldde: FOE BELG IRAN MO. ARG PRO : CON.
De beide andere zilveren munten waren eveneens gelijk en vertoonden aan beide zijden een wapen. Het randschrift aan de een zijde luidde: Albert et Elisabeth Dei Gratia en als vervolg daarop aan de andere zijde: Archid. Aust. Duces. Burg. Brab. Zd.
De heer Seinen heeft de muntstukken onder zijn berusting gehouden, terwijl kennis is gegeven aan dr. A.E. van Giffen te Groningen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Landbouwer Seinen moet Jan Seinen uit Wapse zijn geweest. Wellicht is de bijzondere muntschat nog steeds in het bezit van een nazaat van Jan Seinen.

Dominus mihi adiutor (DOMINVS MIHI ADIVTOR) (de Heer is mijn helper) was de lijfspreuk van de Spaanse koning Philips II, daarmee ligt de datering van de betreffende munt ongeveer vast, namelijk 1555-1581. 
PHS. D.G. HISP. Z. REX. DUX. BR is voluit: Philippus Dei gratia Hispaniarum z rex dux Brabant. Dit betekent: Philips, bij de gratie Gods koning van Spanje en hertog van Brabant.

Posted in Alle Deeversen, Archeologie, Kalteren, Wapse | Leave a comment

Wapser gemeenschap krijgt wapen en vlag

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 31 juli 2000 verscheen het volgende korte verbazingwekkende berichtje over het wapen en de vlag van het dorp Wapse in de gemiente Deever. 

Wapse krijgt wapen en vlag
Wapse. Op dinsdag 15 augustus zal wethouder Roelof Martens van de gemeente Westenveld het ontworpen dorpswapen van Wapse onthullen. Naast het dorpswapen zal Wapse worden verrijkt met een dorpsvlag.
De vlag zal door wethouder Martens om 19.30 uur worden gehesen in de vlaggemast van het dorpshuis Oens Huus.
Muziekvereniging Vogido zal het een en ander muzikaal omlijsten en na de ceremonie zal Th. Hessels, voorzitter van de Wapser Gemeenschap, zowel wapen als vlag symbolisch overdragen aan het dorp Wapse.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen met papieren knipsels uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) bijgaand korte verbazingwekkende bericht tegen.
Wat ? Ehhh? Heeft Wapse -net zoals Deever en Zorgvlied- ook een bij elkaar gefantaseerd wapen en een bij elkaar gefantaseerde vlag ?
Waar een klein dorp zich zoal groot in kan achten. Zijn dit wapen en deze vlag bevorderlijk voor de Wapser identiteit en de Wapser gemeenschapszin ?
Waar een wethouder (van cultuur of van het geld ?) van de gemeente Westenveld zich zoal voor laat lenen. Is het hijsen van de Wapser vlag bevorderlijk voor de politieke overlevingskansen van een wethouder ?
Toch maar even naar de gegevens in de online encyclopedie Wikipedia gekeken onder Wapse, voor wat deze waard zijn. Wie van de Wapser Gemeenschap is de ijverige beheerder/bewaker van deze pagina ?
Ook maar even gekeken naar de gegevens in de webstee van Heraldry of the World.

In de laatst genoemde webstee is over het dorpswapen het volgende te lezen:
In zilver een zwarte vierpuntige ster met over het snijpunt der armen een rood gezoomde zilveren penning, beladen met een rode klokberker; het geheel in het eerste kwartier vergezeld van een rode aanziende koeienkop, in het tweede kwartier van een rode aanziende hertenkop, in het derde kwartier van een groene eikel met twee bladeren en de steel omlaag, en in het vierde kwartier van een groene korenschoof.
De uitleg bij dit wapen is de volgende:
De kleuren rood zwart en wit zijn de kleuren uit de vlag van de provincie Drenthe.
De ring staat voor het dorp zelf, het is namelijk een zogenaamd kring-esdorp.
De vierpuntige ster staat voor de vier windstreken en de vier jaargetijden.
Bovendien staan de punten voor de vier dorpsdelen, Soerte, Ten Have, Veenhuizen en Veldhuizen.
De overige symbolen geven het landbouwkarakter van het dorp aan.
De urn in het midden van het wapen geeft de zeer lange bewoning van de streek weer, die uit archeologische opgravingen is gebleken.

Met de kop van een edelhert in het wapen hebben de bedenkers van het wapen aan willen geven dat het edelhert in deze streken in het verleden van nature voorkwam, dus zonder de betuttelende bemoeienis en tussenkomst van de beterweters van de natuurfabrieken Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
De urn lijkt een verwijzing te zijn naar gevonden urnen op de Tweeënberg op de Oeren bij Wapse.

Posted in Wapse | Leave a comment

Groeten uit Wapse – Grootmoeder aan ’t spinnen

De redactie van het Deevers Archief is graag bereid nieuwe aanwinsten te tonen aan de bezoekers van de webstee.
In dit geval betreft het bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die in 1908 werd verkocht door bakker Marten Dijkstra uit Wapse.
De spinnende vrouw is Janna Rodermond en de man achter het spinnewiel is haar zoon Gerard Rodermond.
Wat is die man toch aan het doen ?
Enig zoeken in de burgerlijke stand van de gemiente Deever, die te vinden is in de webstee Drenlias, leverde de volgende huwelijksakte van 6 april 1867 op:
Bruidegom: Arent Rodermond, geboren te Vledder; oud: 28 jaren; beroep: dienstknecht, zoon van Oost Rodermond, beroep: landbouwer, en Hilligje Hendriks Folkerts, beroep: zonder.
Bruid: Janna Vos, geboren te Vledder; oud: 31 jaren; beroep: dienstmeid, dochter van Pieter Jannes Vos, beroep: landbouwer, en Klaaske Klaassen, beroep: zonder.
Gerard Rodermond werd op 15 juli 1867 geboren op de Smilde (Hoogersmilde).

Abracadabra-456

Posted in Alle Deeversen, Ambachten, Ansichtkaarten, Wapse | Leave a comment

Grensveranderingen in het kerspel Diever

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1905, bladzijden 22 tot en met 39, verscheen het artikel ‘Het voormalige kerspel Diever en de latere grensveranderingen’ van burgemeester H. G. van Os van de gemeente Diever

Bij de mededeling van de oorspronkelijke uitgestrektheid van het kerspel Diever heb ik gemeend niet verder te moeten teruggaan dan tot het begin der 15de eeuw, omdat gegevens omtrent de vroegere indeling van Drenthe in kerspelen nagenoeg ontbreken en ongeveer op dat tijdstip in de oude Landschap ene gewijzigde orde van zaken intrad, welke gedurende de volgende vier eeuwen in hoofdzaak onveranderd bleef. Immers eerst na den afstand van Drenthe door Reynold van Coevorden aan de Utrechtsen bisschop Frederik van Blankenheim in 1395, werd door laatstgenoemde een meer geregeld bestuur in Drenthe ingesteld en het is dan ook van omstreeks deze tijd, dat enigszins betrouwbare inlichtingen, vooral ook aangaande het burgerlijk bestuur in de kerspelen, tot ons zijn gekomen en de benaming kerspel een scherper omlijnde betekenis kreeg.

Deze betekenis van een tweeledige: de indeling in kerspelen betrof zowel het werkelijk als het kerkelijk machtsgebied, zodat men sedert genoemde afstand in de regel in elk kerspel een schulte en een pastoor aantrof.

De oudst bekende volledige opgaaf van de Drentse kerspelen vindt men in een handschrift van omstreeks het jaar 1435, medegedeeld in den Nieuwe Volksalmanak van 1904, bladzijde 182, waarin Diever voorkomt als ‘Deueren’. Uit de vermelding van de namen van de overige kerspelen is na te gaan, dat het kerspel Diever ten Noorden en Noord-Oosten begrensd werd door het kerspel Beilen, ten Oosten door Dwingelo, ten Zuiden door Westerhessel en Wapserveen en ten Westen door Vledder. Overigens grensde het noordelijk aan Friesland (Stellingwerf).

Men zal tegenwoordig deze grenzen niet overal met even grote juistheid kunnen aanwijzen, onder andere op die plaatsen, waar vroeger uitgestrekte onbewoonde heidevelden, moerassen of venen werden aangetroffen; nauwkeuriger echter waar een riviertje of stroom een natuurlijke grens vormde. En daar dergelijke natuurlijke grenzen tussen de tegenwoordige burgerlijke gemeente en de meeste der omliggende gemeenten, in de opgaaf van 1435 reeds als kerspelen voorkomende (de gemeente Havelte als gevormd uit de kerspelen Westerhessel en Wapserveen), bijna overal aanwezig zijn, mag men, ook gelet op de benamingen en grenzen der marken, velden, maden enzovoort van de verschillende buurtschappen en kluften, die natuurlijke grensscheiding veilig aannemen als de grens van het oude kerspel Diever, behoudens de plaats gehad hebbende grensveranderingen, waaromtrent echter voldoende zekerheid bestaat. Deze grenzen waren: de Oude of Beilerstroom tegen het kerspel Dwingelo, de Wapserveensche Aa tegen het kerspel Wapserveen, de Vledder Aa tegen het kerspel Vledder.

De grens tegen het kerspel Westerhessel vormde waarschijnlijk een moeras ter plaatse van het tegenwoordige gehucht ‘het Moer’, dat daaraan blijkbaar zijn naam heeft ontleend (voetnoot 1), terwijl in het Noorden en Noord-Oosten uitgestrekte moerassen en venen werden aangetroffen tussen het kerspel Diever aan de ene zijde, Friesland en het kerspel Beilen aan de andere zijde. Juist terwijl deze streek niet bewoond was, zal het vergeefse moeite zijn, na te sporen, hoever in die tijden het kerspil zich in deze richting uitstrekte. Van ene eigenlijke grenslijn zal wel geen sprake zijn geweest. Eerst later, toen de venen vergraven en de gronden dientengevolge productief gemaakt werden, zal de grens der onder de verschillende kerspelen gelegen marken, als gevolg van het op de voorgrond tredend eigenbelang van de wederzijdse deelgerechtigden, door deze zijn vastgesteld. En deze markegrenzen, welke ook thans nog wel zijn aan te wijzen, werden alzo tevens de grenzen tussen de kerspelen, van welke die marken deel uitmaakten.

Op het tijdstip, waarmede deze verandering begint, bestond het kerspel Diever, behalve uit het dorp Diever (in ene acte van 1181 of 1182 reeds voorkomende als Devere), uit de buurtschappen of gehuchten Kalteren (in 1209 of 1210 Calthorne), Oldendiever (in een register van de jaren 1298-1304 Oldendene, waarschijnlijk een schrijffout voor Oldendever), Wittelte (21 mei 1040 Withelte), Wapse (5 februari 1384), Leggelo (in 1207 of 1208 Leggelo) en Eemster (in 1210 of 1211 Hemsere) (voetnoot 2). Enige kleinere gehuchten schijnen eerst later te zijn ontstaan, zoals Krommevoort (reeds in 1633 bekend), Wateren (in de 17e eeuw bekend als Achter- en Voor-Wateren, terwijl de benaming Klein-Wateren voor ’t eerst in 1761 voorkomt), ’t Moer in 1683, de Brugge of Dieverbruggge in 1685, de Voshaar in 1737, de Geeuwenbrug in 1768 en de Haart in 1772 (voetnoot 3).

Magnin (voetnoot 4) vermeldt nog, dat na de 14e eeuw Lhee onder ’t kerspel Diever heeft gehoord. Ik heb niet kunnen ontdekken, waarop deze mening gegrond is en ben geneigd aan een onwillekeurige vergissing bij die schrijver te denken. Volgens die mening zou Dwingelo, dat toen reeds een afzonderlijk kerspil vormde, behalve aan den kant van Ruinen geheel door ’t kerspel Diever zijn ingesloten geweest, terwijl Lheebroek, dat steeds een deel van Dwingelo heeft uitgemaakt, een enclave zou hebben gevormd. Een en ander komt mij zeer onwaarschijnlijk voor en ook bij overlevering is van een vereniging van Lhee met het kerspel Diever niets bekend.

De enige malen uitgesproken mening, dat Wapserveen nog geruime tijd, althans nog in de 15de eeuw, onder Diever heeft behoord, zal wel op een dwaling berusten. Volgens Romein (voetnoot 4) en waarschijnlijk in navolging daarvan de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 73, zou het in 1461 kerkelijk van Diever zijn afgescheiden, terwijl op laatstgenoemde plaats nog vermeld wordt, dat er toen eveneens een schulte werd aangesteld en de schrijver blijkens de bewoordingen wil te kennen geven, dat Wapserveen voor ‘t eerst sedert dat jaar zowel in ’t burgerlijke als in ’t kerkelijke een afzonderlijk kerspel uitmaakte, in overeenstemming met de stelling onder andere bij Magnin (voetnoot 4). Dat dit niet het geval geweest is, mag blijken uit een open brief van het jaar 1285 (voetnoot 4), waarin van de kerk aldaar reeds als van een parochiekerk wordt melding gemaakt, alsook uit de lijst der kerspelen van 1435, waarop Wapserveen eveneens reeds als zodanig voorkomt.

Wel is het aan te nemen, dat Wapserveen in vroegere tijd met Diever en de omgelegen buurtschappen een kerspil vormde. Niet alleen de naam, in verband met die van de buurtschap Wapse onder Diever, maakt dit zeer waarschijnlijk, doch ook de omstandigheid, dat Wapserveen, sedert het een afzonderlijk kerspel werd, meest met Diever tot een schultambt verenigd was. Tot dusver heeft men alleen in de jaren 1461, 1469 en 1480 (voetnoot 4) afzonderlijke schulte van Wapserveen aangetroffen; overigens was de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen, althans van 1595 tot 14 april 1795, toen laatstgenoemd kerspel bij besluit van de Representanten van het volk van Drenthe in ’t burgerlijke bij Havelte werd gevoegd.

Een eigenaardige illustratie van de verhouding tussen de kerspelen Diever en Wapserveen (misschien wel een uitvloeisel van de vroegere afscheiding), leverde de sinds onheugelijke tijden bestaande gewoonte, dat de schulte van Diever van elk erf te Wapserveen een voer turf genoot, waartegenover de schulte om het andere jaar twee tonnen bier placht te geven.

Bij een contract van 17 juni 1768 (voetnoot 6) werd tussen de schulte L. Nysingh en de carspellieden van Wapserveen tot onderling gemak en gerief overeengekomen, dat de carspellieden, zolang de heer Nysingh schulte zou zijn, in plaats van turf voor elk voer zouden betalen 14 stuivers, terwijl de schulte vrij zou zijn van het geven van bier. Er waren toen te Wapserveen 59 of 60 erven.

Behalve Wapserveen, schijnt ook Vledder enige tijd met het kerspel Diever in het burgerlijke te zijn verenigd geweest. Met zou dit kunnen opmaken uit een ordel van de Etstoel, in 1454 te Rolde gewezen, aldus aanvangende: “Soe iss gewiset tusschen den Drost unde den Kasspil van Deueren unde Vledderen…”. Deze vereniging is dan echter slechts zeer tijdelijk geweest, want op de lijst van 1435 komt Vledder als een afzonderlijk kerspel voor, in 1595 weer, terwijl het korte tijd daarna dezelfde schulte had als Havelte. Wellicht dat dus een enkele schulte van Diever tevens schulte van Vledder was, evenals later Hendrik van Barneveld, bijgenaamd Magere Hein, sedert 1530 tegelijkertijd schulte was van Meppel en Diever en Arent Dannenberg in 1737 en 1738 tegelijkertijd van Diever en Hoogersmilde.

In de loop der jaren is de grens van het kerspel Diever, zoals die hierboven is aangegeven als te zijn geweest in het begin van de 15de eeuw, meermalen gewijzigd door de afscheiding van enkele buurtschappen. Deze afscheiding betrof nu eens het wereldlijk, dan weder het kerkelijk gebied, doch nimmer het een en ander tegelijk.

De eerste afscheiding had plaats in 1633 en betrof de uitgestrekte hoge venen in het Noorden en Noord-Oosten van het kerspel onder de marken Diever en Leggeloo, tot de vervening waarvan in 1612 octrooi was verleend. In 1625 waren de meeste gronden reeds van veen ontbloot en ontgonnen, terwijl zich daar inmiddels een kolonie gevormd had, de Hoogersmilde genoemd. Bij een acte van 19 februari 1633 werden door Ridderschap en Eigenerfden ten behoeve van Adriaan Pauw, Ridder, Heer van Heemstede, Raadpensionaris van Holland en Westfriesland, deze venen, genaamd de Dieverder en Leggelder Smilder venen ‘beginnende t’eydens de Crommevoerder veenen (voetnoot 7), streckende opwaerts aen tot aen Hycker- ende andere Marcken ende tot aen de Vriesche Custen respective’ tot een Heerlijkheid verheven onder de naam van ‘de Heerlickheyt van Hooger-Smilde’. Dientengevolge kreeg Hoogersmilde een eigen schulte; een enkele maal was de schulte van Diever tevens schulte van de Heerlijkheid (voetnoot 8).

Kerkelijk bleef ze onder Diever ressorteren en ook de armenzorg, destijds uitsluitend een zaak van de diaconie, bleef aanvankelijk op de oude voet bestendigd. Op de duur gaf dit laatste echter aanleiding tot bezwaren en onenigheden, welke bij de Ridderschap en Eigenerfden werden aanhangig gemaakt. Een notitie in een oud kerkelijk register (voetnoot 6) leert ons de uitslag. Op 22 maart 1711 werd namelijk de kerk te Diever afgekondigd, dat ingevolge sententie van Ridderschap en Eigenerfden, op de laatstgehouden landdag genomen, de diakenen van het kerspil Diever ‘van alle gemeynschap met de Smildinger armen of armcassa ten enemaal aftreden en niet voornemens sijn eenich support an deselve te verlienen. Noch oock van haar armpenningen te profiteeren en dat diensvolgens de Smildinger haar armgeld en almosen separaat sullen konnen manieren, distribueren end imployeren so als sullen goedvinden’. Doch hiermee was het geschil niet uit de weg geruimd, want daarna vinden wij de zaak voor de Etstoel gebracht. Bij een uitspraak van 6 juni 1714 (voetnoot 9) van Gecommitteerden namens de Etstoel werd, na verhoor van diakenen en volmachten van Diever en Smilde, een minnelijke overeenkomst tot stand gebracht, in hoofdzaak hierop neerkomende, dat het armoortjesgeld (voetnoot 10) van de verpachtingen en de opbrengst van de bussen, in de herbergen hangende, door elke diaconie op haar eigen gebied zou worden genoten; evenzo hetgeen in het bekken op het kerkhof te Diever gegeven werd bij de begrafenissen van doden uit het kerspil Diever en uit Smilde. Daarentegen zou de opbrengst  der collecten in de kerk te Diever voor 9/10 aan Diever, voor het overige 1/10 gedeelte aan de Smilder diaconie komen en zouden in dezelfde verhouding de rente en huur van de armengoederen verdeeld worden, uitgezonderd de goederen, welke reeds voor de stichting van Hoogersmilde aanwezig waren en waarvan de opbrengst geheel aan de diaconie van Diever verbleef.

Zoals gezegd , bleef Hoogersmilde kerkelijk onder Diever behoren en het is vrij nauwkeurig na te gaan, hoever zich destijds het gebied van de kerk te Diever noordelijk uitstrekte. Deze grens moet worden aangenomen ongeveer ter plaatse, waar zich tegenwoordig de Leembrug over de Drentse Hoofdvaart bevindt. In de oude doopboeken immers ziet men, dat herhaaldelijk personen van den- achter den- of tegenover de Wolvenberg (gelegen in de nabijheid van de vervening van het Oranjekanaal met de Drentse Hoofdvaart) hun kinderen in de kerk te Diever lieten dopen.

Een grote verandering bracht de vereniging van het Koninkrijk Holland met het Franse Keizerrijk, bij Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 en de daarop gevolge verdeling in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten, definitief omschreven bij decreet van 21 oktober 1811, ten opzichte van Diever teweeg.

Werd bij deze verdeling Vledder met Diever tot een commune verenigd, de welvarende buurtschappen Eemster en Leggeloo werden van Diever afgescheiden en in het burgerlijke bij Dwingelo gevoegd. Bij deze afscheiding wens ik enigszins uitvoeriger stil te staan, omdat ze – en vooral de daaruit gevolgde kerkelijke afscheiding – op hevig verzet van de zijde van de belanghebbenden stuitte en vooral ook omdat, zonderling genoeg, noch Magnin in zijn overigens zo volledig ‘Overzicht van de Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe’, noch Romein in ‘de Hervormde Predikanten van Drenthe’ hiervan met een enkel woord gewag maken.

De beweegreden voor deze afscheiding schijnt minder te moeten worden gezocht in de wens om de ingezetenen van deze buurtschappen welgevallig te zijn, dan wel om het zielental van Dwingelo tot een behoorlijk cijfer op te voeren; van een andere overweging is mij althans niet gebleken. In Diever schreef men de afscheiding toe aan kuiperijen van de zijde van Dwingelo, gegrond als men ze noemde op willekeurigheid, misverstand, overijling of persoonlijke berekeningen. In elk geval is het duidelijk, dat daarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de bevolking van de beide buurtschappen, die op ondubbelzinnige wijze blijk gaf van haar tegenzin tegen deze verandering.

In Dwingelo daarentegen heeft men zich gemakkelijker bij het geval neergelegd en haastte men zich de nieuwe gemeentenaren ook de voorrechten van een kerkelijke vereniging te doen deelachtig worden. Reeds in november 1811 richtte de maire van Dwingelo een verzoek tot de prefect van het departement van de Wester-Eems, om de beide buurtschappen thans ook in de geestelijke onder Dwingelo te doen ressorteren. Dit verzoek werd in dier voege toegestaan, dat bij besluit van de perfect van 16 december daar aan volgende, no. 15, werd verklaard, dat met ingang van 1 januari 1812 Eemster en Leggelo ten aanzien van het kerkelijk zouden gehouden worden tot de mairie van Dwingelo te behoren ‘tenzij daartegen gegronde inconvenienten mogten militeeren, dewelke existerende, door den onderprefekt opgegeven en ter kennisse van den prefekt moeten gebragt worden.’

Niettegenstaande de laatste zinsnede van deze beschikking, die door de onderprefect in het arrondissement Assen ook aan de maire van Diever werd gezonden en die als ’t ware een uitnodiging was aan belanghebbenden om met hun bezwaren voor de dag te komen, bleef men van die zijde aanvankelijk stilzitten. De maire van Dwingelo schijnt daaruit niet zonder reden te hebben afgeleid, dat er geen ‘inconvenienten’ aanwezig waren, waarom hij de vrijheid nam om op de 7 mei 1812 in de kerk te doen afkondigen, dat sedert 1 januari van dat jaar Eemster en Leggelo kerkelijk met Dwingelo verenigd waren.

Deze mededeling was wel in staat, de belanghebbenden op onzachte wijze uit de slaap te wekken. Reeds de 16 mei daarop volgende werd een adres, door een aanzienlijk getal inwoners van Eemster en Leggelo en leden van het Hervormde kerkgenootschap te Diever ondertekend, ingezonden, waarbij zij te kennen gaven ‘niets hartelijker te verlangen dan met de gemeente Diever op de oude voet verknocht te blijven en wel op grond van een door de tijd diep ingewortelde en door niets te wraken gehechtheid aan een gemeente, in welke kring hun voorvaderen sedert onheugelijke jaren en zijzelf de zegeningen van de godsdienst genoten hebben, alsmede op grond van de nadelen, die door de voorgenoemde afscheidingen bedreigen’.

Nu ook achtte de maire van Diever de tijd gekomen om te voldoen aan de aanschrijving van de onderprefect te Assen van 23 december van het vorige jaar, om ten spoedigste te rapporteren ten aanzien van de inconvenienten, die bij hem tegen het besluit van de prefect mochten aanwezig zijn. En nu worden wij bekend gemaakt met tal van bezwaren, sommige wel wat al te breed uitgemeten, andere daarentegen volstrekt niet denkbeeldig, uit welke opsomming blijkt, dat men het ook destijds reeds een goede gewoonte achtte, de meest afdoende argumenten tot het laatst te bewaren.

In de eerste plaats dan zouden de ingezetenen van Diever voor de afscheiding in de onmogelijkheid worden gebracht, hun kerkgebouw en aanhoren naar eis te onderhouden. Deze kerk zou veel te groot worden en die van Dwingelo te klein voor de vermeerderde bevolking. Verder hadden de bewoners van Eemster en Leggelo te Diever in de nabijheid van de kerk sedert jaren bij hun oude vrienden en bloedverwanten, met wie zij – zowel als deze met hen – de broederlijke gemeenschap wensten te onderhouden, een zogenaamde ‘vrije intrek’, waar zij bij slecht weer, te vroege aankomst en tot verblijf tussen de kerkdiensten kosteloos vertoefden en verfrissing vonden, hetgeen zij te Dwingelo misten en zich dus tegen betaling moesten verschaffen. Te Diever hadden zij merendeels in de kerk hun vaste zitplaatsen en eigen voorouderlijke graven; hier waren zij gedoopt en in de echt verbonden, hier stonden ook hun familie van de oudste tijden er in de kerkelijke registers opgetekend en hadden zij van hun jeugd af het godsdienstonderwijs genoten, zodat een onlaakbare vooringenomenheid en van hun kindsheid af aan de plaats, medelidmaten en leraar verbond. Bovendien viel hun de uitoefening van de eredienst te Diever gemakkelijker, terwijl de weg daarheen korter en te allen tijde te voet en per rijtuig begaanbaar was, terwijl die naar Dwingelo, vooral in de winter wanneer de Oude stroom buiten zijn oevers was getreden, veelal onbruikbaar was, bepaaldelijk voor voetgangers. Het slotargument, dat naar de mening van adressanten moest beslissen, was, dat zij voor hun aandeel wettige eigenaars waren van de kerk en pastorie te Diever van welke eigendom zij door de afscheiding verstoken zouden worden, terwijl hun aandeel in de lasten voor rekening van de Dieverse leden zou komen.

De zaak schijnt daarna geruime tijd hangende te zijn gebleven, waarschijnlijk een gevolg van de algemene toestand van het land, welke in het volgende jaar tot de val van het Franse Keizerrijk en de herstelling van onze onafhankelijkheid leidde. Wel opmerkelijk is het, dat juist tussen januari 1812 en juli 1813 geen enkel kind uit Eemster of Leggelo te Diever is gedoopt, later wel weer.

Uit een in mijn bezit gekomen ontwerpadres van ingezeten uit Eemster en Leggelo blijkt, dat men nu de tijd gekomen achtte om opnieuw, ditmaal bij de Staten van de Landschap Drenthe, aan te dringen op een hereniging met Diever, waartoe de op handen zijnde reorganisatie van het inwendig bestuur een ongezochte gelegenheid aanbood. Dit verzoek betrof zowel de burgerlijke als de kerkelijke indeling, zodat wij, behalve de reeds vroeger gebezigde argumenten, daarin ook de bezwaren tegen de politieke afscheiding aantreffen.

Vooropstellende, dat van de oudste tijden er de Oude stroom de natuurlijke grens was geweest tussen de kerspelen Diever en Dwingelo, betoogde men, dat door de afscheiding de evenredigheid tussen bouwland, heide en zandgrond met hooi- en weilanden in eenmaal verbroken werd, daar bijna al het groenland van de gemeente onder de afgescheiden buurtschappen gelegen was. Dientengevolge zou de gemeente niet bestand zijn tegen de aanmerkelijke quota’s en aanslagen, inzonderheid van de grondbelasting, welke over de zo weinig opleverende overgebleven gronden moest worden verdeeld. Talloze onenigheden zouden hieruit voortvloeien, daar de grondeigendommen wederzijds zodanig door elkander waren gelegen, dat dit alleen reeds de afscheiding als geheel absurd en als zonder kennis van zaken tot stand gebracht moest doen voorkomen. Ook had door de afscheiding het traktement van de schoolmeester te Diever een aanmerkelijke vermindering ondergaan, terwijl deze functionaris toch mede door adressanten was beroepen, welke verbintenis zij voor hun aandeel thans verhinderd waren na te komen (voetnoot 11). Ten slotte gaven zij hun vast voornemen te kennen, niettegenstaande alle politie betrekkingen, bij voortduring van het kerkgebouw te Diever gebruik te zullen maken en tot het onderhoud van kerk en eredienst aldaar te blijven bijdragen, wat toch wel niemand hun zou kunnen beletten. Ook hun liefdegaven ten bate van de diaconie zouden zij te Diever blijven besteden.

Deze poging heeft evenmin het gewenst gevolg gehad. In het burgerlijke bleven Eemster en Leggelo met Dwingelo verenigd, terwijl Diever en Vledder afzonderlijke gemeenten werden.

Op 15 juli 1817 heeft de commissaris-generaal, provisioneel belast met de zaken van de Nederlands Hervormde kerk enzovoort, Eemster en Leggelo kerkelijk van Diever afgescheiden en met Dwingelo verenigd. Bij Koninklijk Besluit van 12 september 1823, no. 103, werd die afscheiding definitief tot stand gebracht.

De bedreiging, dat de ingezetenen van de buurtschappen niettegenstaande de burgerlijke afscheiding toch te Diever de bevrediging van hun godsdienstige behoeften zouden blijven zoeken, is niet lang volgehouden. Werden in de eerste jaren na 1823 hun kinderen nog op de oude voet te Diever gedoopt, spoedig verminderde dit, om in 1830 geheel op te houden. Reeds sedert 1814 waren uit Leggelo, sedert 1816 uit Eemster geen nieuwe lidmaten meer te Diever aangenomen. Enkele families daarentegen bleven nog een 30-tal jaren te Diever naar de kerk gaan.

Nog tweemaal moest de kerk te Diever een deel van haar gebied afstaan.
De eerste maal was dit een gevolg van de kolonisatie der buurtschappen Wateren door de Maatschappij van Weldadigheid, die daar een opvoedingsgesticht vestigde. Bij beschikking van de Minister voor de zaken van de Hervormde eredienst enzovoort van 17 april 1834, no. 3, werden de godsdienstige belangen der Protestantse kwekelingen van het opvoedingsgesticht te Wateren en van de Protestantse bewoners van de te Groot-Wateren gelegen woningen aanbevolen aan de predikant te Vledder. Nadat in 1860, dus een jaar nadat de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen door het Rijk van de Maatschappij van Weldadigheid waren overgenomen, alle bezittingen van de Maatschappij te Wateren, de kweekschool daaronder begrepen, in openbare veiling waren verkocht en in handen aan bijzondere personen overgegaan, werd bij besluit van dezelfde Minister van 7 maart 1862, no. 8, op een adres van het Classicaal bestuur van Meppel vorenbedoelde beschikking van 1834 ingetrokken, zodat sedert dat jaar geheel Wateren weer kerkelijk onder Diever behoort.
De laatste afscheiding betrof de voormalige Heerlijkheid Hoogersmilde, in 1633 reeds in het burgerlijke van Diever gescheiden. Met het oog op de verre afstand ligt het voor de hand, dat het voor de bewoners op de duur een groot ongerief was, hun godsdienstplichten te Diever blijven te vervullen. Een deel van hen bezocht dan ook reeds sedert jaren de op 17 februari 1788 ingewijde nieuwe kerk te Kloosterveen. Op verzoek van de Hervormde ingezetenen van Hoogersmilde werd hun bij Koninklijk Besluit van 23 maart 1844, no. 70, toegezegd, dat zij van Diever zouden worden afgescheiden en een afzonderlijke kerkelijke gemeente uitmaken, indien zonder bezwaar van ’s lands kas aldaar een geschikt kerkgebouw met predikantswoning werd gebouwd. De kerk te Diever zou alle kerkelijke bezittingen behouden, de ingezetenen van Hoogersmilde zouden daarentegen worden vrijgesteld van de kerkelijke omslag te Diever, in te gaan op 1 januari na het jaar waarin de nieuwe kerk zou zijn ingewijd. Deze inwijding had plaats op 26 december 1844, zodat op 1 januari 1845 ook deze afscheiding haar beslag kreeg.

Volledigheidshalve werd nog vermeld, dat te Wateren, waar voor de afscheiding van de Maatschappij van Weldadigheid door de Rooms Katholieke bewoners gebruik werd gemaakt van de Rooms Katholieke kerk te Frederiksoord. (rectoraat onder de parochie Steenwijkerwold), zich vooral sedert het jaar 1880 meer Rooms Katholieke gezinnen vestigden, zodat zich langzamerhand de behoefte aan een eigen kerk deed gevoelen. In 1883, toen het getal van de gezinnen 9 bedroeg met 50 gezinsleden, richtte de Vikaris Kapitulair van het Aartsbisdom Utrecht tot de Minister van Financiën het verzoek om ten behoeve van de pastoor een te Wateren op te richten parochie een rijksjaarwedde, benevens een subsidie voor de bouw van een kerk, toe te kennen. Niettegenstaande dit verzoek, met het oog op de weinig talrijke nederzetting, werd afgewezen, werd bij beschikking van de Aartsbisschop van Utrecht van 3 september 1884 met ingang van 18 september daaropvolgende te Wateren een kerkelijke parochie opgericht onder de bescherming van de H. Andreas.

Voetnoten:
1)
Van de vroegste tijden af, dat deze naam in oude stukken voorkomt, werd de bevolking van dit gehucht steeds aangeduid als wonende “op het Moer”.
2)
Deze oorkonden zijn te vinden in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe onder de nrs. 39, 48, 199, 19, 726, 44 en 49.
3)
Deze jaartallen zijn geput uit de oude kerkelijke doopboeken, aanwezig op het gemeentearchief te Diever, beginnende op het jaar 1676.
4)
Magnin. Overzicht der Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe, bladzijde 141.
5)
De Hervormde Predikanten van Drenthe.
6)
In het gemeentearchief van Diever.
7)
In de nabijheid van de Geeuwenbrug.
8)
Zie de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 197.
9)
Kopie in het “Protocol aangaande de administratie der armen wegens de Hooger Smilde”, in het gemeentearchief te Smilde.
10)
Een vierde gedeelte, namelijk een oortje (2 duiten of 4 penningen) van elke stuiver, welke van elke gulden op de pachtsommen der Generale Middelen ten laste van de pachters werd geheven.
11)
Dat Eemster en Leggeloo inderdaad het welvarendste deel van het kerspil Diever hebben uitgemaakt, mag blijken uit de volgende lijst van zuivere bezittingen (daaronder begrepen de gekapitaliseerde waarde van revenuen van ambten, bedieningen en beneficiën) van de ingezeten, welke tot een bedrag van minstens 100 gulden gegoed waren. Deze lijst strekte ten behoeve der heffing van den 100sten penning, ingevolge resolutie van de representanten van het Drentse volk van 11 oktober 1796.
Diever                 83 huizen     201515,– gulden
Oldendiever        19 huizen       38525,– gulden
Kalteren                3 huizen           400,– gulden
Wateren                6 huizen         5400,– gulden
Wittelte               12 huizen       32050,– gulden
’t Moer                  4 huizen         1450,– gulden
Wapse                36 huizen       61990,– gulden
Leggeloo            22 huizen       79550,– gulden
Eemster              25 huizen       57635,– gulden

Posted in 't Moer, Diever, Kalteren, Kerk op de brink, Kerspel Diever, Oldendiever, Wapse, Wateren, Wittelte | Leave a comment

Boerenwaark op de Nul bij Wapse

In de webstee Panoramio.com is een mooie afbeelding uit 2007 van hedendaags boerenwaark op de Nul bij Wapse te vinden en ook de locatie waar het boerenwaark werd uitgevoerd.
Op de afbeelding is het oogsten van rogge met een combined harvester, in het Deeverse dialect is deze Engelse naam verbasterd tot combein. De machine is een combinatie van een maaimachine en een dorsmachine.
Voor de belangstellende bezoekers van het Deevers Archief is een koppeling naar enige afbeeldingen van combined harvesters opgenomen.
Het is opmerkelijk dat de combined harvester al vóór het begin van de Tweede Wereldoorlog volop in gebruik was in de Verenigde Staten van Amerika, terwijl in Zuid-West-Drenthe nog tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw de rogge apart werd gemaaid, an de miete werd gezet en daarna door een loonwerker met de döskaaste werd gedorst.

Posted in Boer'nwaark, Wapse | Leave a comment

Woordenboek Drentsche dialecten staat op internet

Eén van de onderwerpen die aandacht krijgen in het Deevers Archief is het grootste immateriële erfgoed van de gemeente Deever, te weten de Deeverse streektaal. De redactie van het Deevers Archief wil en zal waar mogelijk aandacht besteden aan de Deeverse streektaal en zo nu dan berichten in het Deevers publiceren.
Heel veel van de Deeverse streektaal is te vinden in het ‘Woordenboek van de Drentsche Dialecten’ van dr. Geert Hendrik Kocks.
In de Meppeler Courant van 29 mei 2009 verscheen het navolgende bijzonder belangrijke bericht over het beschikbaar komen van de digitale versie van het onvoltooide ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’.

Drentsche dialecten op internet
Assen. Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ komt woensdag beschikbaar op internet. Dat gebeurt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het provinciehuis in Assen. De nieuwbakken commissaris van de koningin in Drenthe, Jacques Tichelaar, verricht de starthandeling.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’, het levenswerk van dr. Geert Kocks, was tot dusver alleen beschikbaar in de papieren versie. Kocks begon in 1969 al aan het woordenboek. In september van hetzelfde jaar begon Kocks met het opzetten van woordenboekgroepen in Sleen, waarna in 1973 uitbreiding naar heel Drenthe volgde. Uiteindelijk zouden 620 vrijwilligers afkomstig uit 88 plaatsen in Drenthe meewerken aan de totstandkoming van het woordenboek.
Een paar maanden voor zijn overlijden in 2003, gaf Kocks Siemon Reker en Jan Germs de ‘opdracht’ te blijven werken aan elektronische ontsluiting van het woordenboek.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is vanaf woensdag op drie manieren op internet te vinden: via de webstee van het Huus van de Toal, de webstee van de Rijksuniversiteit Groningen en via www.drentswoordenboek.nl.

Suggesties
De digitale versie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ biedt ongekende zoekmogelijkheden. Niet alleen Drentsche woorden zijn te vinden, maar men kan ook uitgebreid zoeken van het Nederlands naar het Drentsch, alle voorbeeldzinnen met een bepaald woord zijn in een fractie van een seconde te voorschijn te toveren en fout ingetikte woorden worden van suggesties voorzien om toch achter de juiste betekenis te kunnen komen. Ook kan men zoeken op delen van woorden, bijvoorbeeld op eindletters, waardoor het gebruikt kan worden als rijmwoordenboek.
De internetversie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is gemaakt door vijf studenten van de afdeling alfainformatica van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij voerden de digitalisering als stageopdracht uit.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialectenkan door de digitalisering eenvoudig up-to-date gehouden en uitgebreid worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Aan het in 1996 op papier uitgegeven ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ hebben ook twee woordenboekgroepen uit de gemeente Deever meegewerkt.
De woordenboekgroep uit Deever bestond uit: Albertus Andreae, Lutina Andreae-Talen, Roelof Fransen, Fam. J. Hessels, J, Moes Hzn, en Hendrik Mulder Jzn.
De woordenboekgroep uit Wapse bestond uit: A. Barelds, A. Bennen, Roelof Remmelt Booy, Klaas Hessels, T. Santing-Veenhuis, H. Timmerman-Haveman, G. Veenhuis-Klaassen en K. Warnders.
Wie kan de redactie informeren over de ontbrekende voornamen ?
Merkwaardigerwijs was er geen woordenboekgroep in Wittelte en in de streek Zorgvlied, Wateren en Oude Willem, toch wordt ook daar de streektaal gesproken.
Voorwaar een grote tekortkoming in het onderzoek naar de Drentsche dialecten, in het bijzonder het onderzoek naar de dialecten van Zuid-West Drenthe.

Even in de webstee van het Huus van de Toal een test doen met het niet meer gebruikte en wellicht al vergeten Deeverse woord ophemmeln. Het woord ophemmeln komt inderdaad in het woordenboek voor. Bij dit woord is echter geen Deeverse voorbeeldzin vermeld. Zie de tweede afbeelding. Dan maar even de in die afbeelding weergegeven negen zinnen vertalen in het Deevers:
Wee’j zult de boel ies good ophemmeln.
De kaemer is nog neet opehemmeld.
Ie möt dat ee’m mooi ophemmeln.

Wee’j möt de törf ophemmeln.
De hof möt opehemmeld wödd’n,
De tuun mö’j in het veurjoar weer ophemmeln.
Now wi’k mee’j eerst wat ophemmeln.

De gröppe ophemmeln.
Ik moe de biest nog ophemmeln veur de keuring.

Suggestie
De tijd is al lang geleden aangebroken in elk van de dorpen en gehuchten van de gemeente Diever weer een woordenboekgroep aan het werk te zetten. Een mooie taak voor Deeverse dorpskrachten die zich betrokken voelen bij het behoud van de streektaal.

Abracadabra-459Abracadabra-460

 

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Diever, Dorpskrachten, Immaterieel erfgoed, Wapse | Leave a comment

Herinneringen uit den grond van de Kaamp in Wapse

Het tijdschrift ‘De Zaan’, geïllustreerd  weekblad voor Zaan- en Waterland, publiceerde op 23 maart 1927 twee foto’s met betrekking tot het vinden van zes urnen tijdens ontginningswerkzaamheden op de Oeren, een stuk woeste grond tussen Diever en Wapse.

De tekst bij de foto’s in het tijdschrift ‘De Zaan’ luidt als volgt:
Herinneringen uit den grond – In den Drentschen bodem worden herhaaldelijk urnen gevonden. Een dezer dagen vonden de heeren H. Koopman, D. Kuiper, J. Veldhuizen en J. Bolding er ook weer, terwijl zij te Wapse grondwerk verrichtten. Op de rechter foto ziet men deze belangrijke oudheidkundige vondsten fraai afgebeeld. In de urn links zijn nog duidelijke overblijfselen van beenderen enzovoort zichtbaar.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 13 maart 1927 verscheen het volgende bericht over deze vondst.
Diever, 11 maart. Terwijl eenige arbeiders in het vroegere ‘Soldatenkamp’ tusschen Diever en Wapse aan het slootgraven waren, stootten ze plotseling op eenige urnen. De eerste, die voor den dag werd gehaald werd, was juist midden door gestoken. Dit was een zeer groote met een middellijn van ongeveer 35 cm. Spoedig bleek dat er nog meer urnen in den grond verborgen zaten. In ’t geheel werden zes uitgegraven, zoodat het vermoeden is gewettigd dat men hier een heel urnenveld heeft ontdekt. Vier urnen, van verschillende grootte, zijn geheel gaaf en mooi heel gebleven. Ze berusten thans bij den onderwijzer Onstee te Wapse. Bij onderzoek naar den inhoud kwam -nadat het zand was verwijderd- een hoopje as te voorschijn. Ook werden er nog beenderen in gevonden, waarvan duidelijk eenige ribben en een schoudergewricht te onderscheiden waren. Het terrein, waar een en ander gevonden is, vormt eenigszins een verhooging bij de omliggende gronden vergeleken.

Posted in Archeologie, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Militair kamp is bijna in gereedheid gebracht – 1905

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 13 juli 1905 verscheen het volgende korte bericht over het in gereedheid brengen van het militaire oefenkamp op de Oeren tussen Kalteren en Wapse.

Frederiksoord, 12 juli.
Met het in gereedheid brengen van het militair kamp te Diever is men druk bezig. Dagelijke rijden van Diever naar Steenwijk militaire transportwagens en dikwijls ook boerenwagens, om verschillende benoodigdheden, die aldaar aankomen, naar het kamp te vervoeren. De menage wordt voor een groot gedeelte uit Steenwijk aangevoerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de zomer van 1905 oefende het negende regiment van de landweer voor het eerst op de heidevelden bij Wapse. Het bericht beschrijft enige werkzaamheden van de kwartiermakers van het militaire oefenkamp.
Van het soldatenkamp is in de jaren 1005, 1906, 1907 en 1908 een flink aantal ansichtkaarten uitgegeven, waaronder bijgaande.

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Kalteren, Wapse | Leave a comment

Ansichtkaart van de Rollestraat in Wapse

Op deze zwart-wit foto is een deel van de Rollestraat in Wapse te zien.
Deze foto is in de zestiger jaren van de vorige eeuw gemaakt voor een ansichtkaart.
Neringdoenden in Wapse hebben door de jaren heen heel weinig ansichtkaarten laten maken en verkocht.
De hier afgebeelde ansichtkaart is uitgegeven door Koning’s Zelfbediening en Café Louwes in Wapse. Beide bedrijven bestaan niet meer.
De huizen die op de foto zijn te zien, die bestaan nog wel. Wie woonden daar ?
Van wie is de auto met het niet goed te onderscheiden kenteken ?

Posted in Ansichtkaarten, Neringdoenden, Rollestraat, Wapse | Leave a comment

Dorpsboerenleider benoemd leden dorpsboerenraad

In het Agrarisch Nieuwsblad (waarin opgenomen het orgaan Landbouw en Maatschappij) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 6 maart 1942 het navolgende merkwaardige bericht over de dorpsboerenraad.

Dorpsboerenraad.
Door den dorpsboerenleider, den heer J.B. Oostra te Wapse, werden tot leden van den dorpsboerenraad benoemd de heeren K. Snoeken en W. de Vries te Wapse, A. Muggen te Dieverbrug, E. Jongstra te Wateren en H. van Wester te Oldendiever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bladzijde 482 van het boek ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 6. Eerste helft. Juli 1942 – Mei 1943’ is in het hoofdstuk de ‘foute sector’ een en ander over te lezen over dorpsboerenleiders, dorpsboerenraden, buurtboerenraden.

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog, Wapse, Wateren | Leave a comment

Foto van leerlingen van de Wapser Skoele uut 1905

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag olde skoelfoto’s uut de gemiente Deever.
De redactie ontving bijgaande foto van leerlingen (groep I) van de Wapser Skoele uut 1905 van Lambert (Bert) Dijkstra, zoon van Arnold Dijkstra, kleinzoon van bakker Lambert Dijkstra uut Wapse, achterkleinzoon van bakker Marinus Dijkstra uut Wapse. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.
De foto is afkomstig uit de verzameling van het echtpaar Lambert Dijkstra en Jantina van Zomeren uut Wapse. Het is Jantina van Zomeren, die zelf ook op deze foto staat, die de namen van de leerlingen en de schoolmeester achter op de foto heeft geschreven. .
Voor zover bij de redactie bekend is dit de oudste schoolfoto uut de gemiente Deever, waarvan dank zij Jantina van Zomeren alle namen van de leerlingen bekend zijn.
Uit de gegevens bij de leerlingen mag duidelijk blijken dat de Wapser gemeenschap in 1905 vooral een boerengemeenschap was.
De redactie is nog bezig met enig zoekwerk naar gegevens van de leerlingen op de foto. De redactie kan met name geen gegevens van de kinderen uit de familie Hogeveen vinden. Wie van de trouwe bezoekers kan de redactie helpen met het zoeken naar gegevens ?

abracadabra-540

De kinderen op de eerste (bovenste) rij zijn:

1 – Harm Hogeveen
Wie kan gegevens van Harm Hogeveen aanleveren ?  

2 – Hendrik Trompetter
Hij is geboren op 24 maart 1892 in Wapse als zoon van boer Sikke Trompetter en Aaltje Trompetter. Hij is getrouwd op 7 mei 1927 in Deever met Trijntje Dijkstra. Hij was boer. Hij is overleden op 16 december 1985 in Wapse.
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Sikke Trompetter en Aaltje Trompetter stond ?
ie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Hendrik Trompetter en Trijntje Dijkstra stond ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

3 – Willem van Es
Hij is geboren op 30 januari 1892 in Leggel als zoon van boer Abram van Es en Geesje Fledderus. Hij is getrouwd op 26 maart 1920 in Dwingel met Catrina Vlot uut Rune. Hij was boer. Hij is overleden op 1 juni 1948 in Dwingel.
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Abram van Es en Geesje Fledderus stond ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

4 – Geert Haveman
Hij is geboren op 2 mei 1892 in Wapse als zoon van boer Jan Haveman en Aaltje Moes. Hij is getrouwd op 3 mei 1924 in Deever met Jantje Zantinge. Hij was boer. Hij is overleden op 15 mei 1972 in Wapse.
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Jan Haveman en Aaltje Moes stond ?
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Geert Haveman en Jantje Zantinge stond ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

5 – Jacob van der Veen
Hij is geboren op 12 april 1894 in Wapse als zoon van boer Hendrik van der Veen en Zwaantje Offerein. Hij is getrouwd op 9 mei 1925 in Deever met Stijna Haveman. Hij was boer. Hij is overleden op 30 augustus 1935 in Wapse.
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Hendrik van der Veen en Zwaantje Offerein stond ?
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Jacob van der Veen en Stijna Haveman stond ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

De kinderen op de tweede rij (rij onder de bovenste rij) zijn:

6 – Hielktje Jongebloed
Zij is geboren op 16 maart 1892 in Frederiksoord als dochter van schoenmaker Hendrik Jongebloed en Janna Gezina Kroes. Zij is getrouwd op 22 augustus 1914 in Vledder met de assistent-directeur-zuivelfabriek Wiebe Koning. Zij is overleden op 14 februari 1954 in Zwolle.
Wie weet waar in Wapse schoenmaker Hendrik Jongebloed zijn schoenmakerij had ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

7 – … Hogeveen
Wie weet welk kind Hogeveen op deze foto staat ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

8 – Catrien Kruizenga
Catharina Maria Aleida Kruizenga is geboren op 16 december 1895 in Lutjegast (gemeente Grootegast) in de provincie Groningen. Zij is een dochter van onderwijzer Jan Kruizenga en onderwijzeres Henderika Dolfsma. De onderwijzeres Catharina Aleida Kruizenga is getrouwd op 7 augustus 1920 in Hardenberg met boekhouder Hendrik Wolters Plinsinga. Catharina Aleida Kruizenga is overleden op 23 mei 1940 in Hoogezand.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

9 – Jantje Vos
Zij is geboren op 28 oktober 1895 in Oldendeever als dochter van arbeider Gelmer Vos en Willempje Punt, Zij is getrouwd op 17 januari 1920 in Deever met arbeider Sjouke Heskamp uit Vledder. Zij is overleden op … in  …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

10 – Annichje van Es
Zij is geboren op 24 maart 1896 in Leggel als dochter van boer Abram van Es en Geesje Fledderus. Zij is getrouwd op 29 april 1921 in Dwingel met boer Frens Luning uut Rune. Zij is overleden op 7 juni 1982 in Rune.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

11 – Antje Albers
Zij is geboren op 31 juli 1892 in Wapserveen als dochter van arbeider Albert Albers en Roelofje Winter. Zij is getrouwd op 16 oktober 1915 in Oavelte met timmerman Jan Vos. Zij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

De brildragende man is: 

12 – Meester Jan Kruizenga
Jan Kruizenga is geboren op 5 april 1869 in Ulrum als zoon van bakkersknecht Roelf Kruizenga en Catharina Maria de Boer. Hij is getrouwd op 26 juli 1895 in Grootegast met Henderika Dolsma. Hij is overleden op … in … Hij is in 1904 tot hoofd der school in Wapse benoemd. Daarvoor was hij onderwijzer in Ruinen.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

De kinderen op de derde rij (rij onder de tweede rij) zijn:

13 – Jantje van Zomeren
Zij is geboren op 18 april 1895 in Wapse als dochter van landbouwer Hendrik van Zomeren en Geesje Haveman. Zij is getrouwd op 2 november 1918 in Deever met landbouwer Lambert Vos. Zij is overleden op 5 januari 1940 in Assen.
Wie weet waar in Wapse de boerderij (het boerderijtje) van boer Hendrik van Zomeren en Geesje Haveman stond ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

14 – Gezina Jongebloed
Zij is geboren op 8 mei 1897 in Frederiksoord als dochter van schoenmaker Hendrik Jongebloed en Janna Gezina Kroes. Zij is getrouwd op 9 mei 1923 in Vledder met kellner Karel Ludovicus Nuijten. Zij scheiddden op 26 februari 1936 in Utrecht. Zij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

15 – … Hogeveen
Wie weet welk kind Hogeveen op deze foto staat ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

16 – Aaltje Punt
Zij is geboren op 28 juni 1893 in Oldendeever als dochter van Hilbert Punt en Grietje Schoemaker. Zij is getrouwd op 26 april 1919 in Deever met dienstknecht Arend Pit. Zij is overleden op 16 augustus 1965 in Deever.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

17 – Janna van Zomeren
Zij is geboren op 21 mei 1892 op Wapservene als dochter van boer Hendrik van Zomeren en Geesje Haveman.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

18 – Antje Mathuizen
Zij is geboren op 26 maart 1893 in Wapse als dochter van smid Hielke Madhuizen en Geertje Piest. Zij is getrouwd op 27 april 1912 in Deever met dienstknecht Reinder Postema. Zij is overleden op 6 oktober 1974 in Deever.
Wie weet waar de smederij van Hielke Madhuizen stond ?
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

19 – Roelofje (Roelina) Klaster
Zij is geboren op 23 oktober 1891 in Wapse als dochter van arbeider Roelof Klaster en Wllempje Punt. Zij is getrouwd op 22 juni 1912 in Deever met timmermansknecht Jan Winters. Zij is overleden op 12 maart 1947 in Wapse.
Wie weet waar arbeider Roelof Klaster in Wapse woonde  ?  |
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

20 – Grietje Haveman
Zij is geboren op 18 oktober 1894 in Wapse als dochter van boer Gerard Haveman en Aaltje Krol.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

21 – Grietje Booij
Zij is geboren op 27 januari 1895 in Wapse als dochter van boer Roelof Booij en Janna Smit. Zij is getrouwd op 3 augustus 1918 in Rune met boer Albert Waninge. Zij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

22 – Jan Haveman
Hij is geboren op 12 oktober 1894 in Wapse als  zoon van boer Jan Klazen Haveman en Aaltje Moes.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

De kinderen op de vierde rij (rij onder de derde rij) zijn:

23 – Roelofje Punt
Zij is geboren op 25 augustus 1898 in Wapse als dochter van arbeider Hilbert Punt en Grietje Schoemaker. Zij is op 27 april 1922 in Dwingel getrouwd met arbeider Jan Bernier Hovingh van de Smilde. Zij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

24 – Jantina van Zomeren
Zij is geboren op 22 december 1898 in Wapse als dochter van boer Hendrik van Zomeren en Geesje Haveman. Zij is getrouwd op 2 juni 1923 in Deever met bakker Lambert Dijkstra uit Wapse. Zij is overleden op 6 mei 1997 in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

25 – Klaasje van Zomeren
Zij is op 21 mei 1897 geboren in Wapse als dochter van boer Hendrik van Zomeren en Geesje Haveman. Zij is getrouwd op 29 november 1919 in Deever met boer Harm Boverhof uit Steenwijkerwold. Zij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

26 – Jantje Barelds
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

27 – Janna Barelds
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

28 – Hilligje van Es
Zij is geboren op 15 augustus 1898 an de Beilervoart als dochter van landbouwer Abram van Es en Geesje Fledderus. Zij is een tweelingzuster van Albertje van Es. Zij is getrouwd op 26 maart 1920 in Dwingel met notarisklerk Lambertus Schoemaker uut Deever (zoon van brievengaarder Jan Schoemaker en Jantien Trompetter). Zij is de moeder van Geesje Schoemaker, de vrouw die in de Tweede Wereldoorlog moedig koerierswerk deed voor het Deeverse verzet. Zij is overleden op 18 februari 1978 in Deever.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

29 – Albertje van Es
Zij is geboren op 15 augustus 1898 an de Beilervoart als dochter van boer Abram van Es en Geesje Fledderus. Zij is een tweelingzuster van Hilligje van Es. Zij is getrouwd op 29 april 1921 in Dwingel met boer Egbert Mulder, zoon van Jan Mulder en Klaasje van Noord. Zij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

30 – Jan van Es
Hij is geboren op 17 december 1893 in Leggel als zoon van boer Abram van Es en Geesje Fledderus. Hij is getrouwd op 29 april 1921 in Dwingel met Annigje Snijder uut Sudwolde.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

31 – Egbert Brugging
Hij is geboren op 11 maart 1893 in Wapse als zoon van arbeider Marinus Brugging en Annigje Bos. Hij is op 2 mei 1924 in Oavelte getrouwd met Jentje Vrielink uut Oavelte. Hij was boer. Hij is overleden op 23 april 1951 in Wapse.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

32 – Willem Punt
Hij is geboren op 16 december 1896 an de Beilervoart als zoon van arbeider Hendrik Punt en Aaltien Punt.
Wie kan de ontbrekende gegevens aanvullen ?  

De kinderen op de vijfde rij (rij onder de vierde rij) zijn: 

33 – Jantje van der Veen
Zij is geboren op 20 juni 1898 in Wapse als dochter van arbeider Andries van der Veen en Evertien Warries.
Wie kan de ontbrekende gegevens aanvullen ?  

34 – Grietje Haveman
Zij is geboren op 18 maart 1897 in Wapse als dochter van boer Jan Klazen Haveman en Aaltje Moes. Zij is getrouwd op 1 mei 1926 in Deever met boer Albertus Zantinge uit Wittelte. Zij is overleden op 20 januari 1981 in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

35 – Anna Bruggink
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

36 – Klaas Barelds
Hij is geboren op 16 december 1898 in Wapse als zoon van boer Harm Barelds en Janna van Zomeren. Hij is getrouwd op 28 april 1923 in Deever met Janna Bakker. Hij is overleden op ….. in …..
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

37 – Jan Haveman
Hij is geboren op 11 mei 1899 in Wapse als zoon van boer Gerard Haveman en Aaltje Krol.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

38 – Harm Booij
Hij is geboren op 2 december 1896 in Wapse en is overleden op 17 april 1974 in Wapse. Hij is getrouwd op 28 november 1925 in Deever met Aaltje Kleene uit Wapse.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

39 – Machiel Jan Haveman
Hij is geboren op 14 december 1893 in Wapse als zoon van molenaar Roelof Haveman en Jantje de Ruiter.
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

40 – Arent van Zomeren
Hij is geboren op 29 april 1892 in Wapse als zoon van boer Hendrik van Zomeren en Geesje Haveman. Hij is gehuwd op 15 mei 1920 in Deever met Roelofje Jonkers uut Dwingel. Hij is overleden op … in …
Wie kan aanvullende gegevens aanleveren ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De geschreven gegevens op de afbeelding kloppen niet helemaal. De namen van alle kinderen op de vierde rij zijn wel bekend. De redactie heeft de juiste namen in de lijst vermeld.

Posted in Scholen, Wapse, Wapser skoele | Leave a comment

Huygen Groote Maeth, een veldnaam uit 1639

In het Drents Archief komt in het archief van Cornelis Varlet uit de periode 1678-1720, onderdeel van de archiefstukken onder archiefnummer 0603 ‘Hollandse Participanten Dieverder en Leggeler Smildervenen’ een document uit 1639 met inventarisnummer 154 voor, zijnde de akte van transport door Hermanna Arents, weduwe van Berent Ketel, en haar zoon Hendrick Ketel, aan Steven Henricx Huygen en Hilbrant Henricx Huygen van 1/4e part van een stuk land Huygen Groote Maeth geheten, in de marke van Diever gelegen bij Vledder. Huygen Groote Maeth zal ongeveer te betekenis hebben gehad van ‘Grote Hooiland van Huygen’, het stuk land van de familie Huygen zal daarom in de buurt van de Vledder Aa hebben gelegen. In het kadasterloze tijdperk van vóór 1832 was het gebruikelijk dat elk stuk land of veld een eigen naam had. Bij de verkoop van een stuk land of veld was het blijkbaar voldoende de naam van het betreffende stuk land in de verkoopakte en de akte van transport (akte van levering) te vermelden. Merkwaardig is dat Hermanna Arents en Hendrick Ketel een deel van het stuk land met de naam Huygen Groote Maeth verkochten aan Steven Henricx Huygen en Hilbrant Henricx Huygen. Kochten de Huygen’s een stuk land dat al eerder eigendom was van de familie Huygen ?

Posted in Boermarke van Diever, Cultuurhistorie, Veldnamen, Wapse | Leave a comment

Lucas Muggen wordt beheerder over enige vermogens

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog op 10 september 1945 het navolgende bericht over de benoeming van Lucas Muggen, de kassier van de Boerenleenbank in Deever, tot beheerder van het vermogen van de Wapsenaren J. Oostra Sr., J. Oostra Jr., B. Bos, H. Bos en H. Beugeling.

Oproeping. Ondergeteekende, Lucas Muggen, Wapse 49, Diever, maakt bekend dat hij door den Militairen Commissaris van de provincie Drenthe met ingang van 4 augustus 1945 is benoemd tot beheerder over de vermogens van:
1. J. Oostra Sr., landbouwer;
2. J. Oostra Jr., zonder beroep;
3. B. Bos, landbouwer;
4. H. Bos, zonder beroep;
5. H. Beugeling, landbouwer,
allen wonende te Wapse, gemeente Diever.
Hij roept allen op, die zaken of bescheiden van één of meer der bovengenoemden personen onder zich hebben, voor 15 september 1945 hiervan aangifte bij hem te doen.
Nalatigheid wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in artikel 153 van het Besluit Herstel Rechtsverkeer.
De beheerder: L. Muggen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie leefde in de veronderstelling dat Lucas Muggen vlak na de Tweede Wereldoorlog al was verhuist naar de kassierswoning in het gebouw van de Boerenleenbank aan de Hoofdstraat in Deever, maar dat was blijkbaar nog niet het geval. Hij woonde toen nog op ’t Noave in de boerderij van zijn ouders met adres Wapse 48.
Al tijdens de Duitse bezetting van Nederland bereidde de Nederlandse regering in ballingschap maatregelen voor ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Het uitgangspunt was dat alle getroffenen alles wat hen tijdens de Tweede Wereldoorlog was ontstolen moesten terugontvangen. In 1942 werd door de Nederlandse regering in Londen de Commissie Herstel Rechtsverkeer ingesteld om een aantal wetten, die het vermogensbeheer na de oorlog zouden regelen, moesten voorbereiden. Achtereenvolgens kwamen in 1944 het Besluit Herstel Rechtsverkeer en het Besluit Vijandelijk Vermogen tot stand. Bepaald werd dat van overheidswege beheerders en bewindvoerders over vermogens zouden worden benoemd. Met de uitvoering van beide besluiten werd voorlopig het Militair Commissariaat voor het Rechtsherstel belast, dat onderdeel vormde van het Militair Gezag; in augustus 1945 werd deze taak overgenomen door de Raad voor het Rechtsherstel. De Raad had als doelstelling ‘het door de Duitsers tijdens de bezetting 1940-1945 gepleegde onrecht van het zich toe-eigenen en liquideren van vermogensbestanddelen van personen en instellingen zoveel mogelijk ongedaan maken’. De Raad bestond uit zes afdelingen, waaronder de afdeling Beheer. Deze afdeling had een aantal omvangrijke taken. Zij voerde onder meer het beheer over de vermogens van vijanden en landverraders, zoals N.S.B.’ers.

Posted in Boerenleenbank, Gemeente Diever, Tweede Wereldoorlog, Wapse | Leave a comment

Wapse – Winkel van Marinus Dijkstra – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 16) over het verleden van de bakkerij en kruidenierswinkel van Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1908 gepubliceerd.

Voor de bakkerij en kruidenierszaak van Marinus Dijkstra poseren veel buurtbewoners. Alle meisjes zijn links opgesteld en alle jongens aan de rechterkant.
Marinus Dijkstra werd op 24 augustus 1854 in Doldersum geboren en overleed op 30 september 1920 in dit huis. Hij was getrouwd met Geertje Wouwenaar (Bakkers Geertie), de dochter van bosbaas Marten Wouwenaar. Zij werd op 9 maart 1859 geboren te Berkenheuvel en overleed op 3 mei 1945 in dit huis. Hier werden hun kinderen Marten, Lambert, Arnold en Trijntje geboren. Geertje is de middelste van de vijf dames midden op de foto.
De broodoven werd met bakkersturf aangemaakt en vervolgens met takkebossen warm gestookt. Het brandhout werd gesnoeid uit holtwall’n of uit boerenbos in de buurt. Marinus Dijkstra betaalde een gulden tot een daalder voor honderd takkebossen.
Bakker Dijkstra had ook een lösse karre met kleppen, waarmee hij bee’j de weg ventte. Geertje deed de winkel, ze had wel aardig verstand van zaken.
Het winkeltje was niet zo groot, maar er was van alles te krijgen, onder meer groene zeep, lösse süker, zeemleer en kachelpoets. Jannes Santing (Jans van d’Olde Smit) wist zich nog goed te herinneren dat sien mow hum seins mit de pot hen Geertie stuurde um lösse stroop te koop’m. Remmelt Kamer herinnerde zich het sütholt voor één cent en de klompen die door elkaar op de zolder lagen. Hendrikje Buiter-Roelofs wist nog dat in de winter een ton met pekelharing op de grote deele stond. Voor een stuiver kocht je een zoute haring tegen de griep. Ze herinnerde zich ook dat ze ronde boll’n en zwarte roggestoete bakten. Ook kon eigen meel naar de bakkerij worden gebracht, waar dan brood van werd gebakken.
Tegenover de school en tussen het pand van Marinus Dijkstra en het daarachter liggende huis van Abel Kamer en Aaltje Pit lag het schoelpattie hen ‘’t Noave.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1959 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Marten Dijkstra is geboren op 28 maart 1893 in Wapse en is overleden op 18 augustus 1893 in Wapse.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren,
Arnold Frederik Dijkstra is geboren op 14 oktober 1900 in Wapse en is overleden op 2 april 1986 in Varsseveld. Arnold Frederik Dijkstra was getrouwd met Elisabeth Keizer.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Trijntje Dijkstra was getrouwd met Hendrik Trompetter.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief wordt vriendelijk verzocht meer gegevens van de familie Dijkstra aan de redactie te melden. Zie voor meer gegevens over de familie Dijkstra ook het artikel Foto van groep I van de Wapser skoele uut 1905.

abracadabra-535

Posted in Ambachten, Ansichtkaarten, Diever, ie bint 't wel ..., Neringdoenden, Wapse | Leave a comment

Roelof Santing verkoopt Shell Butagas reclamebord

De redactie van het Dievers Archief kwam op 22 juli 2014 in de webstee van Marktplaats een advertentie tegen, waarin Roelof Santing uit Wapse een gebruikt Shell Butagas reclamebord van emaille te koop aanbiedt. Voor € 49,- (klinkt beter dan € 50) en op te halen in Wapse.
Het bord is 75 cm lang en 25 cm breed. De fabrikant van het bord was de destijds welbekende fabriek Langcat in Bussum.
De redactie heeft het vermoeden dat het door de tand des tijds aangetaste bord lange tijd aan de buitenmuur van het bedrijf van Roelof Santing aan de Ten Darperweg in Wapse heeft gehangen. Wie kan dit vermoeden bevestigen ?

Posted in Bedrijven, Smederij Santing, Ten Darperweg, Toevallige waarnemingen, Wapse | Leave a comment

Plaatsnaambord Wapse – Gemeente Deever

De redactie van het Deevers Archief toont bijgaande foto van het fraaie plaatsnaambord ‘Wapse – Gemeente Diever’ graag aan de trouwe bezoekers van zijn webstee. Het plaatsnaambord stond langs de Ten Darperweg tussen Kalteren en Wapse, toen de gemeente Deever gelukkig nog een zelfstandige gemeente was. Op 1 januari 1999 fuseerden de zelfstandige gemeenten Havelte, Vledder, Dwingelo en Deever. De afgebeelde foto moet een aantal jaren vóór die fusie zijn genomen.
De nijvere werkers van de voorkant van het gemeentelijke gelijk zullen ongetwijfeld op 1 januari 1999 om 0.00 uur alle oude plaatsnaamborden in de fusiegemeente uit de grond hebben gerukt en naar de schroothoop hebben gebracht. De redactie vraagt zich af of her en der soms een plaatsnaambord van de schroothoop is gered en voor het nageslacht is bewaard ?
De redactie wil graag weten waar het hier afgebeelde plaatsnaambord stond ? Wie van de oplettende bezoekers zou willen reageren ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 21 juni 2016 de volgende reactie van mevrouw Carla:
Het plaatsnaambord ‘Wapse Gemeente Diever’ stond tussen de woningen met huisnummer 12 en huisnummer 14 aan de Ten Darperweg, de weg van Diever naar Wapse, ter hoogte van het hectometerpaaltje 14.6. Nu staat op dezelfde plek het plaatsnaambord met de tekst ‘Wapse Gemeente Westerveld’. Zie de volgende afbeelding. Die weg kan ik nog steeds dromen, dat mag met deze reactie blijken.

Abracadabra-1269

Posted in Gemeente Diever, Ten Darperweg, Wapse | Leave a comment

De bronzen vuurpot uit de Vledder Aa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drentsch Museum:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drentsch Museum:
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Cultureel erfgoed, Vledder Aa, Wapse | Leave a comment

Grote Bosch en Heidebrand te Zorgvlied en Wateren

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant van 5 augustus 1905 verschenen de volgende berichten over een grote bos- en heidebrand te Zorgvlied en Wateren.

Grote Bosch en Heidebrand te Zorgvlied en Wateren
ZORGVLIED, 2 augustus.
Hedenmorgen omstreeks 10 uur zag men in westelijke richting een zware rookwolk opstijgen. Aanvankelijk dacht men aan een gewoon heidebrandje, doch weldra zag men over een groote oppervlakte een vuurgloed, die zich ernstig liet aanzien.
Door den wind meer en meer voortgedreven, bereikten de vlammen weldra de dennenbosschen, deels toebehoorende aan de Maatschappij van Weldadigheid, deels aan Mr. L.G. Verwer alhier, zoodat men vreesde dat ook huizen en op het veld staande granen door het felle vuur aangetast zouden worden. Dit zou ongetwijfeld zijn gebeurd, wanneer niet krachtige hulp was toegesneld. Een paar afdeelingen soldaten, onder leiding van officieren, kwamen uit het kamp te Diever met schoppen en bijlen te hulp en aan hen is het blusschingswerk hoofdzakelijk te danken. Op verschillende punten werden loopgraven aangebracht en op sommige plaatsen werden gangen door de bosschen gehakt. Ook werden door de Maatschappij van Weldadigheid met een met vijf ossen bespannen groote ploeg groote geulen geploegd om het vuur binnen zekeren kring te houden.
Vele boeren en arbeiders brachten hun have en goed zoo goed mogelijk in veiligheid. Een akker aardappelen verschroeide en ook een partijtje nog op ’t veld staande rogge werd aangetast. Eene woning, welke vuur vatte, wist men nog te behouden. Een militair bekwam ernstige brandwonden aan het been. Hij werd voorloopig alhier verbonden en is daarna per rijtuig naar het kamp teruggevoerd.
Het is nu 10 uur ’s avonds. Ik word weer opgeroepen. Men zegt, dat het vuur opnieuw is uitgebroken.
(Tot op zeer verren afstand is deze brand te zien geweest. Midden over dag kon men op het vrije veld bij Heerenveen en zelfs tusschen Grouw en Wartena ver in het Oosten en Zuidoosten dikke rookwolken zien opstijgen. Redactie)

Later bericht
ZORGVLIED, 3 augustus
Nog altijd is het gevaar voor ons dorp niet geheel geweken. Den geheelen nacht en ook hedenmiddag woedde het vuur nog door, hoewel men ijverig met het blusschingswerk door gaat, terwijl het terrein voortdurend bewaakt wordt door militairen en birgers.
De militairen, die gisteren zoo vlug en vaardig loopgraven maakten, waardoor Wateren voor verder vuur bevrijd bleef, waren onder bevel van Kapitein Thomson.
In sommige huizen blijft nog de inboedel etc. gepakt. Voor Zorgvlied is heden de wind gunstiger geworden. Over een uitgetrektheid bosch en heideveld van minstens een half uur lengte en breedte heeft het vuur zich brandende en smeulende nu reeds verbreid. Veel schoons gaat verloren. Men hoopt echter door waken en werken ons dorp vrij te houden.
Naar men mededeelt is de brand ontstaan door onvoorzichtigheid van twee personen, die in het waren te plaggensteken en de slechte gewoonte volgden om in het open veld hunne koffie te koken. Door den Rijksveldwachter Dijkermans moeten ze reeds in verhoor zijn genomen en, naar we vernemen, hebben ze erkend, dat op boven omschreven wijze de brand was ontstaan.
Uit Frederiksoord schrijft men ons, dat ongeveer 40 H.A. is afgebrand en dat voor de Maatschappij van Weldadigheid de schade geschat wordt op f. 4000.

Wat een soldaat ons van den boschbrand vertelde.
LEEUWARDEN, 3 Augustus.
Uit het kamp tusschen Wapse en Diever zijn heden morgen alhier gearriveerd met een extra trein van Steenwijk een 700 man soldaten, na een verblijf van 10 dagen aldaar. Opgewacht dooreen breede schare nieuwsgierigen, ging het met de muziek voorop in optocht naar de kazerne, waar een welverdiende rust werd gevonden. Vierdehalf uur toch hadden de manschappen van morgen moeten marcheeren om aan hot station Steenwijk te komen, terwijl de meesten ook gisteren een zwaren werkdag hadden gehad, ’t Was de verjaardag van H.M. de Koningin-Moeder, die met het houden van volksspelen gevierd zou worden, doch om middag kwam de tijding van een geweldigen heide- en boschbrand onder Zorgvlied en Wateren en kapitein Thomson verzocht zijn bataillon hulp te verleenen, waaraan eenparig bereidwillig gevolg werd gegeven. Een der manschappen deelde ons dienaangaande het volgende mede.
Om halftien moet onder Frederiksoord de brand zijn ontstaan tengevolge van een koffievuurtje van een paar arbeiders, werkzaam in het veld. Aangewakkerd door den stevigen wind, verbreidde zich het vuur met een verbazende snelheid. Aller gemoederen in wijden omtrek vervuld van angst en zorg. De gevolgen waren niet te overzien en het volk stond machteloos. Zo werd der soldaten hulp ingeroepen en trok het gehele bataillon van Thomson, onder diens leiding derwaarts. Gewapend met schoppen, kwamen na een geforceerden marsch van ongeveer vijf kwartier ter plaatse bij de vlammenzee, die pas een groot dennenbosch, geschat op wel 40 hectare, had aangetast, dat met zijn hooge, droge heide onder de stammen, dan ook totaal is verloren gegaan. Het was niet meer te behouden en voor den wind lagen weer andere uitgestrekte bosschen en er stonden huizen die bedreigd werden, evenals Zorgvlied met zijn omgeving, eigen aan de familie Verwer.
Al een paar uur gaans had de brand zich uitgestrekt en groote schade aangericht. Fluks begonnen we met man en macht in goede orde een geul te graven, een paar honderd meter vóór de snel naderende vlammen, die zich ook zijwaarts voortplantte. Bij ’t graven der geul, werd naar de zijde van den te bekampen vijand de heide in brand gestoken, zoodat de vlammen tegen elkander ingingen en het vuur geen voedsel meer vond, om vóór den wind verder te gaan.
Wel ging het zijwaarts af, en wat daar in de verte gedaan werd door burgers, weet ik niet, doch ons gelukte het na een inspannenden arbeid van eenige uren den voortgang van den brand te stuiten. Een uitgestrekt bosch voor ons en wat daarachter lag werd door ons behouden. Naar mijne berekening hebben we met ons bataillon van klein 400 man van ’s middags goed twee uur tot ’s avonds bijna zeven, een geul gegraven van pl.m. 20 minuten gaans.
Toen was het gevaar zoo goed als geweken en hebben manschappen van het andere bataillon nog dienst gedaan. Ook heb ik een ploeg met vier ossen aan het reddingswerk zien deelnemen.
Heden in de kazerne werd ons medegedeeld, dat een gift, van f 100 was ingekomen, waarvan ik 29 cnt als mijn rechtmatig deel heb ontvangen. Dat is betrekkelijk weinig, doch om geld was het niet begonnen alleen de attentie mag worden gewaardeerd. Een der soldaten heeft zijn voeten gebrand en zou in het kamp zijn achtergebleven.
Van het kamp zelf hoorden we dat het veel grooter is en beter drinkwater heeft, dan dat te Mildam en dat het direct weer in orde wordt gemaakt voor de ontvangst van een 1500 manschappen in September.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Lodewijk Guillaume Verwer, Maatschappij van Weldadigheid, Wapse, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Cantinehouders in de Kaamp zijn tot dusver tevreden

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 juni 1906 het navolgende bericht over de 2e afdeeling van de landweer.

DIEVER, 25 Juni
Hedenmiddag arriveerde hier in ’t kamp de 2e afdeeling landweer, komende van Steenwijk. Van deze plaats tot Frederiksoord werden ze begeleid door een deel der marechaussee-brigade Steenwijk en van daar naar het kamp door een deel der brigade Dwingelo.
Tot Vledder schijnt de troep nogal wat luidruchtig geweest te zijn en moesten de begeleiders de orde herstellen.
De landweer mannen verlaten over ’t algemeen noode hun haardsteden: de werkzaamheden op het land zijn thans in vollen gang en eischen dringend hun tegenwoordigheid.
In ’t kamp was Maandagavond alles leven en beweging en naar ’t ons toescheen heerschte er een opgewekte stemming. Persoonlijk kan men zich daarvan moeilijk overtuigen: burgers werden niet in het kamp toegelaten, ’t Vorige jaar heeft men ons op dat punt wel wat verwend.
Morgenavond beginnen de schietoefeningen. Zaterdag heeft men bij de kogelvangers alles heel leuk opgeborgen: de seinborden sluiten de openingen der observatie-posten af en worden door sloten op hun plaatsen gehouden.
De cantinehouders zijn tot dusver goed tevreden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tot nu toe meende de redactie van het Deevers Archief dat alleen Koop Boer van de Deeverbrogge een cantine in de Kaamp op de Oeren had. Maar dat blijkt uit het voorgaande krantartikeltje niet helemaal juist te zijn, in dat artikeltje is in de laatste zin sprake van cantinehouders. Maar ja, met zoveel soldaten in de zomermaanden en in een aantal jaren durfden wellicht ook andere lokale ondernemers het risico wel aan.
Op bijgaande ansichtkaart, die op 18 september 1905 is verstuurd is een tamelijk grote en ogenschijnlijk snel in elkaar gezette houten cantine te zien. Het hout zal wel Berkenheuvel hout zijn.  De vraag is of deze cantine van Koop Boer was.

Abracadabra-830

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Soldatenkamp op de Oeren bij Wapse – 1908

Op 12 augustus 1908 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het navolgende bericht.

De twee bataljons van het 9e regiment infanterie te Leeuwarden zullen morgen, woensdag, voor tien dagen het kamp bij Diever betrekken voor het houden van bataljonsoefeningen. Deze troepenafdeelingen, ter gezamenlijke sterkte van 37 officieren, 823 onderofficieren en manschappen, 2 officierspaarden en vier bagagewagens, zullen des morgens om 7.16 uur spoortijd per extra trein van Leeuwarden vertrekken en om 8.42 uur te Steenwijk aankomen. Van hier zal naar de legerplaats worden gemarcheerd. Met het bevel in het kamp is belast de luitenant-kolonel J.F. Rappold van voornoemd regiment.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het soldatenkamp bij Deever stond op de Oeren tussen Deever en Wapse.
Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Diever.
De redactie van het Deevers Archief is steeds op zoek naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen.
Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen, waaronder bijgaande.

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Schietbanen bij de Nul in Wapse – 1906

In het Algemeen Handelsblad van 17 mei 1906 verscheen het navolgende bericht over de oprichting van schietbanen (bij de Kogelvangers) nabij Wapse. De schietbanen waren bedoeld voor schietoefeningen van de soldaten in ‘de kaamp’ op de Oeren. Zie de situering op de navolgende afbeelding. Blijkens bij de Raad van State, afdeling voor de geschillen van bestuur, ingekomen koninklijke besluiten, zijn in vroeger vermelde zaken beslissingen genomen, waaronder de navolgende beslissing over de schietbanen bij Wapse.

De bezwaren tegen de door het Departement van Oorlog voorgenomen oprichting van een viertal dubbele schietbanen nabij den weg van Diever naar Doldersum in de gemeente Diever, rapporteur de Staatsraad mr. Asser. Bezwaren werden ontwikkeld door een eigenaar van bosschen, die vreesde: 1o. voor het publiek op den weg bij de schietbanen, en 2o voor de arbeiders in nabijzijnde bosschen. In deze trad voor den Minister ter bestrijding van de bezwaren op de kapitein eerstaanwezend ingenieur te Zwolle. De Koninklijke beslissingen volgen later.

In het Algemeen Handelsblad van 27 juni 1906 verscheen het volgende bericht over het koninklijke besluit over de oprichting van de schietbanen (bij de Kogelvangers) nabij Wapse.

Schietbanen te Diever
De Staatcourant nr. 147 bevat een Koninklijk besluit van 16 juni 1906 (Staatsblad nr. 130) houdende ongegrondverklaring van de bezwaren, ingebracht tegen de oprichting, door het Departement van Oorlog, van een viertal dubbele schietbanen nabij den weg van Diever naar Doldersum in de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De schietbanen op de plek die in de volksmond de Kogelvangers werd en wordt genoemd en de schietschijvenloods lagen op de Nul bee’j Wapse. Zie de afbeelding van een deel van een topografische kaart uit 1906.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Gemeente Diever, Kogelvangers, Wapse | Leave a comment

Soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren – 1907

Deze afbeelding is met begeleidende tekst eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bin ‘t wel …’.

Wapse – Soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren – 1907
Een deel van het grote tentenkamp van de landmacht is op de foto rechts op de achtergrond te zien. Het kamp op de Oeren stond op kroem heideveld, dat wil zeggen onvlak en drassig heideveld, vol met veldkeien. De schietoefeningen werden gehouden bij de kogelvangers in het Wapser Zand. Als de soldaten naar de schietbaan marcheerden, dan werden ze begeleid door een eigen muziekcorps. In de buurt van de schietbaan stond ook de schijvenloods.
De in 1904 geboren Jannes Santing herinnerde zich uit zijn jonge jaren dat Wapsers vertelden dat in de kaamp een helder köppeltie soldoat’n zaat. Op prentbriefkaarten is te lezen dat bijvoorbeeld gelegerd waren het 9-de regiment, 1-ste bataljon, 3-de compagnie en het 9-de regiment, 2-de bataljon, 3-de compagnie. In het tentenkamp waren ongeveer 2400 soldaten gelegerd. Op de voorgrond is één van de veldkeukens met zijn watervoorziening te zien. Het water werd met behulp van pompen uit de grond gehaald. Daarvoor had de genie buizen tot in de welle geslagen.
Bij het zien van deze foto herinnerde Jannes Santing zich dat op het land van Johannes Hilberts nog jaren daarna zogenaamde Norton-pompen hebben gestaan. Ook wist hij te vertellen dat zijn vader en hij de achtergebleven buizen later uit het heideveld van Harm Eleveld (Harm Prakken) mochten halen.
Ik vertelde Jannes Santing dat het zo jammer was dat van de kaamp heel weinig op papier is terug te vinden. Zijn reactie was aandoenlijk. Hij zei: ’t Is moar net hoe aij ’t bekiekt. Vervolgens rommelde hij wat in de krantenbak naast zijn stoel in zijn gezellige kamer in het rusthuis en haalde het boekje van Arend Mulder te voorschijn. Feilloos zocht de krasse negentiger bladzijde honderdentwintig op en zei: Zuuk moar neet langer. Hier steet alles over de kaamp. ‘K mag ’t so now en dan nog graeg ies lees’n.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jannes Santing was in zijn werkzame leven de smid van Wapse.
Johannes Hilberts is geboren op 29 november 1908 en is overleden op 30 januari 1983. Hij was getrouwd met Margje Eggink. Zij is geboren op 25 januari 1910 en is overleden op 17 januari 1959.
Harm Eleveld (Harm Prakken) is geboren op 26 november 1879 en is overleden op 3 september 1955. Hij was getrouwd met Aaltje Stevens. Zij is geboren op 5 februari 1883 en is overlden op 7 juni 1919.

Op 10 augustus 1905 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het navolgende korte bericht.

De zorg voor de officieren-menage bij de in September aanstaande te houden manoeuvres in den omtrek van Diever is opgedragen aan onzen stadgenoot den restaurateur Th. Bakker.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-24
De schrijver gebruikte in dit éénregelige berichtje drie Franse woorden. In het Nederlands luidt deze zin:
De zorg voor het eten van de officieren bij de in September aanstaande te houden troepenbewegingen in den omtrek van Diever is opgedragen aan onzen stadgenoot den gaarkok Th. Bakker.
Blijkbaar kregen de heren officieren niet te eten uit een gewone soldatenkeuken in de kaamp op de Oeren, maar werd hun eten apart bereid door een daarvoor ingehuurde gaarkok uit Assen.

Abracadabra-1286

Abracadabra-510

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, ie bint 't wel ..., Smederij Santing, Wapse | Leave a comment

Soldatenkamp op de Oeren bee’j Wapse – 1905

In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) van 26 juli 1905 verscheen het volgende bericht.

Leeuwarden, 24 juli. De twee bataljons van het 9e regiment infanterie alhier gaan morgenvroeg per extra-trein, ter sterkte van 26 officieren en ongeveer 800 onderofficieren en manschappen, naar Steenwijk, om vandaar naar Diever te marcheeren, waar zij het in gereedheid gebrachte kamp zullen betrekken voor het houden van bataljons- en velddienstoefeningen. Met het bevel in de legerplaats is belast de majoor M.W. de Vries, commandant van het 1e bataljon van het Regiment.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De twee bataljons van het negende regiment infanterie oefenden in 1905 voor het eerst op de heidevelden tussen Wapse en Diever. Het soldatenkamp (de Kaamp) stond op de Oeren, langs de weg die nu als naam heeft de Kamp (de Kaamp). De Landweer huurde de heidevelden van de plaatselijke eigenaren.
De afgebeelde ansichtkaart is op 15 september 1905 verstuurd. De kaart is uitgegeven door bakker en kruidenier Marten Dijkstra uut Wapse.

Abracadabra-1524

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Ansichtkaart – Aan het middagmaal. Kamp te Diever.

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant verscheen op 26 juli 1905 het navolgende korte bericht over oefeningen van de landweer in de gemeente Diever.

Leeuwarden, 24 Juli.
De twee bataljons van het 9e regiment infanterie alhier gaan morgenvroeg per extra-trein, ter sterkte van 26 officieren en ongeveer 800 onderofficieren en manschappen naar Steenwijk, om vandaar naar Diever te marcheeren, waar zij het in gereedheid gebrachte kamp zullen betrekken voor het houden van bataljons- en velddienstoefeningen.
Met het bevel in de legerplaats is belast de majoor M.W. de Vries, commandant van het 1e bataljon van het Regiment.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Middenstanders uit de omgeving van het soldatenkamp beseften dat er met zo’n grote groep soldaten op oefening kansen waren enig geld te verdienen aan de verkoop van ansichtkaarten van het legerkamp.
Bijgaand afgebeelde ansichtkaart uit 1906 is één van een redelijk groot aantal uitgegeven verschillende ansichtkaarten.  

Abracadabra-1444
Abracadabra-1445

 

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Negende regiment, tweede bataljon, derde compagnie

Op 8 augustus 1907 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het volgende korte bericht.

Het kamp bij Diever is heden, Woensdag, betrokken door den staf en de twee bataljons van het 9e regiment infanterie te Leeuwarden, alsmede door afdeelingen trein- en hospitaalsoldaten, voor het houden van compagnies-, bataljons- en velddienstoefeningen. Met de leiding dier oefeningen is belast de kolonel C.P. de Veer, commandant van het regiment alhier.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het soldatenkamp (de Kaamp) bij Deever stond op de Oeren tussen Deever en Wapse.
Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Deever. In 1907 werden de oefeningen in de zomer gehouden.
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen.
Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen. Bij een grote vraag van de soldaten in het kamp naar briefkaarten, ontstond vanzelf een aanbod van ansichtkaarten. Bij de redactie van het Deevers Archief is een flink aantal verschillende ansichtkaarten bekend, maar hopelijk zal dit aantal in de komende tijd groter worden.
De kaarten zijn zeer gewild bij en gezocht door hedendaagse verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Sommige verzamelaars stoppen dit soort kaarten in een schoenendoos diep weg in een kabinet, andere verzamelaars bewaren de kaarten voor zichzelf in zuurvrije plastic opbergmappen in dure opbergsystemen.
De bedoeling van de redactie van het Deevers Archief is zoveel mogelijk ansichtkaarten uut de gemiente Deever liefst uit eigen verzameling aan een breed publiek te tonen. Elke bezoeker van het Deevers Archief moet kunnen meegenieten van al het moois uit het verleden van de gemiente Deever.
Op de hier afgebeelde ansichtkaart is de derde compagnie van het derde bataljon van het negende regiment te zien, althans dat is te lezen op het bordje dat vóór de soldaten is geplaatst. Als van elke compagnie een foto is gemaakt, dan moeten nog vijf soortgelijke ansichtkaarten worden opgespoord. De hier afgebeelde ansichtkaart is op 9 augustus 1907 verstuurd.
In nummer 3 van 2014 (nr. 14/3) van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, is deze kaart ook afgebeeld in het artikeltje ‘Uit de verzameling van Klaas Vording’. Het artikeltje vermeldt niet wie Klaas Vording is. Dus de vraag is: Wie is toch die Klaas Vording ?

Abracadabra-1250Abracadabra-1249

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, Topstukken, Wapse | Leave a comment

Voor de tent in de soldatenkamp te Deever in 1906

Op 21 augustus 1906 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Stadsnieuws het volgende korte bericht.

De beide bataljons van het 9e regiment infanterie alhier hebben heden het kamp bij Diever betrokken tot het houden van compagnie- en bataljonsoefeningen.
Met de leiding dier oefeningen is belast de kolonel C.P. de Veer, commandant van het regiment alhier.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het soldatenkamp (de Kaamp) bij Deever stond op de Oeren tussen Deever en Wapse. Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Deever.
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen.
Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen. Bij een grote vraag van de soldaten in het kamp naar briefkaarten, ontstond vanzelf een aanbod van ansichtkaarten.
De kaarten zijn zeer gewild bij en gezocht door hedendaagse verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Sommige slordige verzamelaars stoppen dit soort kaarten diep weg in een schoenendoos in een kabinet, andere verzamelaar bewaren de kaarten voor zichzelf in zuurvrije plastic opbergmappen in dure opbergsystemen.
De bedoeling van de redactie van het Deevers Archief is zoveel mogelijk ansichtkaarten uut de gemiente Deever uit eigen verzameling aan een breed publiek te tonen. Elke bezoeker van het Deevers Archief moet kunnen meegenieten van al het moois uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde ansichtkaart, waarop een deel van de derde compagnie van het derde bataljon van het negende regiment is te zien, is in 1906 verstuurd vanuit Diever.
In nummer 3 van 2014 (nr. 14/3) van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, is deze kaart ook afgebeeld in het artikeltje ‘Uit de verzameling van Klaas Vording’. Het artikeltje vermeldt niet wie Klaas Vording is. Dus de vraag is: Wie is toch die Klaas Vording ?

Abracadabra-1246Abracadabra-1247

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

Gevraagd net en eenvoudig kosthuis te Den Haag

In nota bene Volk en Vaderland, het weekblad van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.), verscheen op 11 december 1942 de volgende kleine advertentie:
Gevraagd net, eenvoudig kosthuis te Den Haag, J. Bos, Wapse 48, Diever (Dr.).
Het kan zijn dat het ging om mevrouw Jantje Bos, geboren te Wapse op 14 januari 1912, dochter van boer Barteld Bos en Jentje de Vries.
Wapse 48 zal het adres van de boerderij van Barteld Bos en Jentje de Vries op ’t Noave zijn geweest.
Of mevrouw Jantje Bos ook daadwerkelijk een kosthuis in Den Haag heeft gevonden, dat is niet bekend.
Maar waarom wilde mevrouw Jantje Bos vanuit Wapse naar Den Haag verhuizen ?
Had ze een werkkring gevonden ?
Als ze wel naar Den Haag is vertrokken, is ze dan na de Tweede Wereldoorlog teruggekeerd naar Wapse of Drenthe of is ze in het Westen blijven wonen ?

Posted in Tweede Wereldoorlog, Wapse | Leave a comment

Poasvuur in Deever, Wapse en Wittelte – Pasen 2016

Op drie plaatsen binnen de grenzen van de gemeente Deever is met de paasdagen een poasbulte verbrand.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij Wittelteweg 18 – Wapserveenseweg 1.
De Wapser Gemeenschap heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij de Landweg in Wapse.
De Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek aan de Steenakkerweg op de Heezenesch.
De plek van de poasbulte van de Buurtvereniging Geeuwenbrug lag buiten de grens van de gemeente Diever.
De poasbulte in Wapse is tegen de traditie in al op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte in Wittelte is eveneens tegen de traditie in op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte van Deever is zoals de traditie dat wil wel op Tweede Paasdag 28 maart aangestoken.

De voorkant van het gelijk heeft zo genoemde beleidsregels voor poasbult’n opgesteld. In de webstee van de gemeente Westenveld is sprake van een vreugdevuur, dit is een volstrekt verkeerde term, de juiste term is poasvuur. De betreffende tekstschrijver van de gemeente Westenveld wil de burgers blijkbaar een nieuwe term opdringen..
Een vereniging die niet aan deze zo genoemde beleidsregels voldoet, krijgt van de met de uitvoering van het paasvuurbeleid belaste ambtenaar geen tijdelijke stookvergunning. Gelukkig voldeden de Dorpsvereniging Wittelte, de Wapser Gemeenschap en de Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift blijkbaar vooraf wel al aan zo genoemde beleidsregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n 
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat in Oude Willem, Groot Wateren, Klein Wateren en Zorgvlied (de aandere kaante van de bos) en an de Deeverbrogge geen poasbulte is gesleept. Haar Tied Zat gien zat tied veur ’t sleep’m van ’n poasbulte ?

In de webstee van de gemeente Westenveld is ook nog de volgende overbodige zin te lezen: Het is alleen aan de organisaties die een ontheffing hebben gekregen toegestaan, een paasvuur (vreugdevuur) te organiseren. Vingertje in de lucht, ah, ah. En let vooral op de term tussen haken: vreugdevuur. Om droevig van te worden.

De met de uitvoering van de zo genoemde beleidsregelds voor het slepen en verbranden van poasbult’n belaste ambtenaar geeft alleen een tijdelijke stookvergunning aan een vereniging af als is voldaan aan de volgende beleidsregels:
1. de vereniging is niet eerder dan vier dagen vóór het verbranden van de poasbulte begonnen met het slepen.
2. de poasbulte is door de vereniging aangestoken.
3. de poasbulte bestaat alleen uit snoeihout.
4. de poasbulte is schoon opgebrand.
5. de vereniging heeft de verbrandingsresten van de poasbulte afgevoerd.

De vraag is hoe van te voren kan worden nagegaan of achteraf is voldaan aan de hiervoor zo genoemde vijf beleidsregels.
Regel 1 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren. Maar wat als vanwege wind of regen de poasbulte niet op een geplande zaterdag voor Pasen, maar op Tweede Paasdag ’s avonds om acht uur wordt aangestoken en ’s zaterdags, na de vierde dag, wordt nog een vrachtje mooi schoon opbrandbaar snoeihout naar de paosbulte gesleept. Wat dan ? Dan kan regel 1 niet worden afgevinkt. Maar hoe gaat het bevoegd gezag dit controleren ?
Regel 2 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. Pas dan kan al dan niet een vinkje bij regel 2 worden gezet.
Regel 3 is wel tijdens het slepen van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. De poasbulte mag alleen van snoeihout worden gemaakt. Dus gien olde maan’n of stobb’m of olde witt’n. Maar wat als een vrachtje stobb’m onder in het hart van de poasbulte wordt verwerkt en direct wordt bedekt met schoon opbrandbaar snoeihout. Geen rode haan die daar naar kraait. Regel 3 is echter alleen te controleren als voortdurend iemand van het bevoegd gezag bij het slepen van de poasbulte staat te koekeloeren.
Regel 4 is ook pas na het opbranden van de poasbulte te controleren. In de webstee van de gemeente Westenveld was geen omschrijving van het begrip ‘schoon opbranden’ te vinden. Dit biedt erg veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Wat is schoon opbranden en hoe schoon moet schoon opbranden zijn, is schoon opbranden te meten en wie controleert deze zo genoemde beleidsregel ? Of wordt met ‘schoon opbranden’ bedoeld dat de poasbulte volledig moet zijn verbrand ?
Regel 5 is ook pas achteraf af te vinken. Waarschijnlijk moeten de verbrandingsresten worden vervoerd naar en afgegeven aan een inrichting die een omgevingsvergunning heeft voor het accepteren van verbrandingsresten van een poasbulte.  Bijvoorbeeld afvoeren naar de afvalverwerking in Wijster ? Afvalstroomnummer aanvragen ? Dus het acceptatiebewijs van de afvalverwerking inleveren bij de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de poasbulte-regelties ?

De gevolgtrekking is dat de vijf zo genoemde beleidregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n niet zijn te handhaven, zeker niet vooraf, maar ook niet achteraf zijn af te vinken, tenzij dag en nacht een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bij een poasbulte staat te controleren en zodra een vereniging een van de vijf zo genoemde beleidsregels overtreedt, het repressieve vingertje in de lucht steekt, heel hard ah ah roept, en overgaat tot het intrekken van de tijdelijke stookvergunning.
De voorkant van het gelijk zal de vijf zo genoemde beleidsregels ongetwijfeld aangrijpen om – net zoals bij het kebied scheet’n – het onderwerp op te blazen en vooraf een erg belangrijke informatiebijeenkomst te organiseren om op de betreffende verenigingen in te praten. En bij de traditie van het verbranden van de poasbulte is direct na het verbranden van de poasbulte dan ook nog een erg belangrijke zo genoemde evaluatiebijeenkomst met de verenigingen noodzakelijk, want dan moet voor elke vereniging worden vastgesteld welke van de vijf zo genoemde beleidsregels daadwerkelijk zijn af te vinken. Dan kan het bakkeleien beginnen. En dan ? Geen vijf vinkjes, geen keurmerk, dus repressie en geen tijdelijke stookvergunning voor het volgende jaar ? Kan de gemeente Westenveld het zich in deze tijden van vergrijzing, krimp en geldschaarste eigenlijk wel veroorloven bestuur en ambtenaren tijd te laten besteden aan een klein onderwerpje, zoals het sleep’m en vurbraan’n van een poasbulte ?

Posted in Diever, Dorpskrachten, Gemeentebestuur, Heezenesch, Immaterieel erfgoed, Poasvuur sleep'm, Tradities, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Dorpskrachten beheren de openbare buitenruimte

In de Meppeler Courant verschenen in 2015 een aantal terloopse maar wel opmerkelijke berichten over het onderhands uitbesteden en overdragen van het beheer van twee percelen van de openbare buitenruimte van de gemeente Westenveld aan de boermarke van Wapse en aan de boermarke van Wittelte.

In de Meppeler Courant van 10 april 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse.

Boermarke beheert voortaan buitengebied rond Wapse
Wapse
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse, ligt het komende jaar in handen van de boermarke in het dorp. Voorzitter Wessels van de boermarke en wethouder Geertsma hebben het contract ondertekend.
Volgens Geertsma is bij eerdere projecten gebleken dat door de inzet van dorpskracht, de kwaliteit van het onderhoud aan de openbare ruimte verbetert. ‘We zien dat onder meer in Vledderveen, Zorgvlied en Wapserveen, waar al geruime tijd het beheer en het onderhoud door inwoners wordt uitgevoerd. Inwoners voelen zich meer betrokken bij het onderhoud en verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving.’
Kwaliteit verhogen
Boermarke Wapse heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan de bermen, sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. De gemeente heeft een nulmeting uitgevoerd, om inzichtelijk te maken wat het huidige onderhoudsniveau is van de onderhoudsarealen in het buitengebied van Wapse. Drie keer per jaar wordt een schouw uitgevoerd om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Na één jaar wordt een evaluatiegesprek gevoerd en bekeken of het contract wordt verlengd.

In de Meppeler Courant van 22 mei 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte.

Wittelte neemt beheer en onderhoud in eigen hand
Wittelte
Boermarke Wittelte gaat de komende drie jaar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte uitvoeren. Deze week heeft wethouder Homme Geertsma het beheer en onderhoud officieel overgedragen. Boermarke Wittelte heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan bermen en sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. Ook gaan ze in eigen beheer zorgen voor compostering van het maaisel.
Westerveld voert drie keer per jaar een schouw uit om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Boermarke Wittelte is de vijfde op rij, die met inzet van dorpskracht het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in hun dorp en omgeving overneemt van de gemeente. De werktuigenvereniging Vledderveen, boermarke Wapserveen, oudejaarsvereniging Tied Zat uit Zorgvlied en boermarke Wapse gingen hun voor. Ook met de dorpsgemeenschap Geeuwenbrug wordt gesproken over een overdracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Is het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden in de gemeente Diever een levering van spullen of het verlenen van een dienst of het uitvoeren van een werk ? Het antwoord is natuurlijk het verlenen van een dienst.
Op het aanbesteden van een dienst die wordt betaald met geld van de gemeenschap (belastinggeld) is de Aanbestedingswet van toepassing, daarnaast zijn binnen de grenzen van de gemeente Diever en passend binnen het kader van de Aanbestedingswet de Algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten van de gemeente Westenveld van toepassing.
Blijkbaar is volgens de twee artikeltjes een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?) de politiek verantwoordelijke wethouder voor het juist toepassen van de Aanbestedngswet en de gemeentelijke inkoopvoorwaarden.
In de gemeentelijke inkoopvoorwaarden is het begrip dienst als volgt omschreven: de door de contractant te verrichten werkzaamheden ten behoeve van een specifieke behoefte van de gemeente, niet zijnde werken of leveringen.
De gemeente Westenveld heeft blijkbaar de behoefte het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden binnen de grenzen van de gemeente uit te besteden aan een ondernemer, die contractant wordt genoemd.
Een ondernemer van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden kan in de gemeente Westenveld blijkbaar ook een hobby-ondernemer zijn, bijvoorbeeld een boermarke, een grappenmakersvereneniging, een groepje dorpskrachten, een werktuigenvereniging. Maar dan kan een ondernemer ook een voetbalvereniging of een klootschietvereniging zijn.
En wat te denken van bijvoorbeeld reguliere kleine professionele ondernemers, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector ? Kunnen die ook letterlijk aan bod komen ?
De gemeente Westenveld heeft het oppervlak van de gemeente voor het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen blijkbaar opgedeeld in een groot aantal percelen: Wapse, Wittelte, Zorgvlied/Wateren/Oude Willem, omgeving Diever, Geeuwenbrug, Wapserveen, Havelte, Uffelte, Dieverbrug, Lhee, Lheebroek, Leggelo, Eemster, omgeving Dwingelo, omgeving Havelte, omgeving Vledder, Vledderveen, Doldersum, Frederiksoord, Darp en mogelijk andere percelen.
Het is waarschijnlijk dat – zeker omdat het bij sommige percelen om contracten met een looptijd van veelal drie jaren gaat – dat de geraamde waarde van de opdracht voor de te leveren diensten voor het totale beheer en onderhoud van de bermen, sloten en zandwegen in de gemeente Westenveld het Europese drempelbedrag van € 207.000 te boven gaat.
Zo ja, dan mag wel de zo genoemde percelenregeling worden toegepast. En dan zou het best zo kunnen zijn dat op basis van een zuivere toepassing van die zo genoemde percelenregeling de percelen Wapse, Wittelte en Zorgvlied wel onderhands mochten worden aanbesteed, maar misschien ook niet. En welke percelen zijn dan wel Europees aanbesteed of gaan Europees aanbesteed worden ?
Reguliere kleine professionele ondernemers in de gemeente Westenveld, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector, hebben bij het door de verantwoordelijke wethouder onderhands uitventen van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen aan dorpskrachten wel erg lelijk het nakijken, ze maken zo te lezen geen schijn van kans op een fatsoenlijke opdracht.
Maar niets hoeft hen te weerhouden van het stellen van kritische vragen aan een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?), de politiek verantwoordelijke wethouder van de gemeente Westenveld (waar in hemelsnaam ligt de gemeente Westenveld ?). Desnoods eerst alle gewenste gegevens opvragen via een verzoek volgens de Wet openbaarheid bestuur.
In beide artikelen is vermeld dat ook het beheer van bermen, sloten en zandpaden aan de dorpskrachten is opgedragen. Dat houdt in dat een gemeentelijke taak is overgedragen aan dorpskrachten, derhalve zal er gesneden moeten worden in de omvang van het ambtelijke apparaat. Eén 40-uurs-baan schrappen ?

Abracadabra-1643
Abracadabra-1644

Posted in Boermarke, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Heden nacht is de molen alhier weer bestolen

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 30 december 1854 verscheen het navolgende bericht over een grote diefstal van rogge uit de korenmolen van Wapse.

Wapse, 28 december, Heden nacht is de molen alhier weer bestolen. De dieven (er zijn zeker meer dan één geweest) hebben al de in de molen aanwezige rogge er uitgehaald, zoveel zij konden medegenomen, en de overige buiten den molen op den grond geworpen, terwijl ze de ledige zakken, insgelijks mede genomen hebben. Tot nu toe heeft men de daders niet ontdekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1854 zal Jan Klaassen Haveman (zie vijfde generatie Haveman in het navolgende artikel) de mulder van de Wapser korenmolen zijn geweest. De redactie van het Deevers Archief publiceerde het navolgende artikel in Opraekelen 02/2. Opraekelen is het nog steeds bestaande blad van de lokale heemkundige vereniging.

De molenaarstak van de familie Haveman in Wapse
Het navolgende artikel is een reactie op het artikel ‘Toen en nu – De korenmolen van Veldhuizen’ in Opraekelen 01/4. In dat artikel is toegezegd dat enig onderzoek zou worden gedaan naar de molenaarstak van de familie Haveman in Wapse. Het onderstaande is een samenvatting van genealogisch onderzoek dat uitgevoerd is door Bert Haveman uit Hoogezand en Egbert Sinkgraven uit Dieverbrug.

Eerste generatie Haveman
Tot nu toe kan Jan Klaesen Haveman de ‘oervader’ van de Wapser molenaarsfamilie Haveman worden genoemd. Zijn geboortedatum is niet bekend, maar hij moet omstreeks 1670 zijn geboren. Hij was getrouwd met Lummechien Pieters. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie tweede generatie Haveman).
Tweede generatie Haveman
Klaas Jans Haveman werd geboren op 17 februari 1697. Hij trouwde met Claesjen Jans. Een van hun kinderen was Jan Klaas (zie derde generatie Haveman).
Derde generatie Haveman
Jan Klaas Haveman zal in 1732 geboren zijn, want hij werd op 3 november 1732 gedoopt. Hij stierf op 24 mei 1811. Hij was getrouwd met Jantjen Hendriks Gerrits. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie vierde generatie Haveman).
Vierde generatie Haveman
Klaas Jans Haveman moet in 1767 zijn geboren. De geboortedatum is niet bekend, maar uit de kerkelijke boeken is wel bekend dat hij op 3 mei 1767 werd gedoopt. Hij is in 1831 overleden. Klaas Jan was landbouwer en mulder te Wapse. Uit de archieven is niet te achterhalen of zijn voorvaders ook mulder zijn geweest. Hij trouwde met Aaltien Alberts Fokken, die rond 1750 werd geboren en in 1812 overleed. Zij was een dochter van Albert Fokken Veenhuis. De kinderen uit dit huwelijk waren Annigje (geboren rond 1794) en Jan Klaassen (zie vijfde generatie Haveman).
Vijfde generatie Haveman
Jan Klaassen Haveman werd geboren op 7 januari 1799 te Wapse. Hij was landbouwer en mulder te Wapse. Hij was in 1832 eigenaar van de windkoornmolen te Wapse. Hij trouwde op 9 juni 1822 op 23-jarige leeftijd met Geesje Mighiels, geboren op 11 september 1800, dochter van Michiel Roelofs en Klaasje Jans. Hun kinderen waren Klaas Jans (geboren rond 1823), Mighiel Jans (Michiel) (zie zesde generatie Haveman), Hendrik Jans (geboren rond 1834), Geesje (geboren rond 1836), Annigje (geboren rond 1838) en Berend (geboren rond 1840).
Zesde generatie Haveman
Landbouwer en korenmolenaar Migchiel Jans (Michiel) Haveman werd geboren op 9 juli 1826 te Wapse. Hij trouwde op 30 april 1853 te Diever met Stijna Roelofs van Noord, geboren op 9 maart 1827 te Lhee, dochter van Roelof Gelmerts van Noord, landbouwer te Lhee, en Klaasje Jans Wesseling. Uit dit huwelijk werd Roelof Machiel (zie zevende generatie Haveman) geboren.
Zevende generatie Haveman
Roelof Machiel Haveman was landbouwer en de laatste mulder van de Wapser molen. Hij werd geboren op 18 februari 1858 en overleed op 9 oktober 1941. Hij trouwde vóór 1900 met Jantje de Ruiter (overleden vóór 1900). Uit dit huwelijk werd zoon Michiel Jans in 1894 geboren, die op 2 juli 1952 overleed en niet getrouwd is geweest. Roelof Machiel Haveman hertrouwde op 41-jarige leeftijd op 21 januari 1900 te Diever met Aaltje Muggen, geboren op 21 augustus 1871 te Dwingelo, overleden op 22 april 1935, dochter van Lucas Muggen en Jantje Duker. De kinderen uit het tweede huwelijk waren: Stina (geboren op 28 november 1900, overleden op 11 augustus 1993), Lucas (geboren op 17 december 1902, overleden op 5 juni 1991) (zie achtste generatie Haveman), Lutina, geboren in 1905, overleden op 15 januari 1991) en Jantinus(geboren in 1907, overleden op 18 september 1988) (zie achtste generatie Haveman). Stina trouwde met Hendrik van der Berg (geboren in 1895, overleden op 12 juli 1967). Lutina trouwde met Klaas Snoeken (geboren op 29 september 1902, overleden op 28 november 1974).
Achtste generatie Haveman
Lucas Haveman trouwde met Roelofje Barelds (geboren op 13 november 1902, overleden op 19 mei 1948). Uit dit huwelijk werden geboren: Aaltje (geboren op 3 juni 1935) en Alida (geboren op 13 februari 1934). Jantinus trouwde met Trijntje Snoeken (geboren op 1 augustus 1907, overleden op 10 september 1972). Kinderen van hen waren Aaltje (geboren op 17 oktober 1936) en Jacob (geboren op 9 maart 1940, overleden op 31 maart 1992) (zie negende generatie Haveman).
Negende generatie Haveman
Jacob Haveman trouwde met Stijna van Zomeren (geboren op 16 januari 1940). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Jantinus Albertus (geboren op 13 september 1962) en Albertus Jantinus (geboren op 4 mei 1964). Beiden zijn getrouwd, maar hebben geen mannelijke nakomelingen.

Bronnen:
Informatie van Bert Haveman, Hoogezand;
Informatie van mevrouw Aaltje Wink-Haveman, Wapse;
Informatie van Egbert Sinkgraven, Dieverbrug.

Posted in An de Deeverbrogge, Molen van Wapse, Molens, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

Legerplaats Diever – 15 september 1915

Het Frysk Fotoarchyf (Fries Fotoarchief) (webstee: friesfotoarchief.nl) bewaart een foto van een groep gemobiliseerde mannen uit Harlingen tijdens de mobilisatie van 1914-1915. De foto is genomen op 15 september 1915 in de legerplaats in Diever. Nederlands was in de Eerste Wereldoorlog neutraal. Op de foto zijn vaag de omtrekken van legertenten te zien. Waar in de gemeente Diever het legerkamp stond, is in de tekst bij de foto niet vermeld, maar het vermoeden bestaat dat dit kaamp stond op de Oeren tussen Diever en Wapse.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-03-05

Posted in Eerste Wereldoorlog, Wapse | Leave a comment

Poëzie van de dood op een grafsteen uit 1911

Op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever is het graf van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee te vinden. Op het graf staat één grafsteen voor de twee meisjes. Zie de bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 4 april 2013 heeft gemaakt.

Wat deze grafsteen zo bijzonder maakt, is de aanwezigheid van zeldzame funeraire rijmelarij op de steen, deze luidt als volgt:
Arme ouders .
Waarom treurt gij.
Waarom weent gij om ons lijk.
Boven leven wij. 
Boven zweven wij.
Als Engeltjes van ’t Hemelrijk.

De literair onderlegde bezoeker van het Deevers Archief wordt bij de kwaliteit van dit gedicht over de dood enkel ter vergelijking verwezen naar de welbekende en veel gelezen funeraire gedichten van Daniël Heinsius, Pieter Corneliszoon Hooft, Constantijn Huijgens en Joost van den Vondel. Wellicht schreef William Shakespeare ook wel gedichten over de dood. To be or not to be, that’s the question. Zijn of niet zijn, dat is de vraag. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag. Het antwoord is: Wij zijn langer niet dan wel op deze aarde. Het antwoord is: Wij bestaan langer niet dan wel op deze aarde.

Aannemende dat het niet de diepbedroefde ouders zelf zijn geweest, die dit gedichtje op de grafsteen hebben laten zetten, rijst wel de vraag wie het dan wél heeft gedaan ? Waren het de zusters en de broeders van beide zusjes ? Waren het de zusters en de broeders van de beide ouders ?

Als de voorkant van het gelijk besluit het perk, waarin deze prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen staat, om geldelijke of wat voor voorkant-van-het-gelijk-reden dan ook te ruimen en de familie van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee zou besluiten de grafrechten niet meer te betalen of niet weer te gaan betalen, dan nog zouden de grafen met de prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen duurzaam gespaard moeten worden voor volgende generaties.

Saakje Hofstee is geboren op 9 september 1897 in Wapse. Zij is op 13-jarige leeftijd overleden op 14 juli 1911 in Wapse, Lamkjen Hofstee is geboren op 13 mei 1899 in Wapse. Zij is op 12-jarige leeftijd overleden op 24 juli 1911 in Wapse. Beiden waren dochters van boer Sieger Hofstee en Akke van der Burg en zusters van Froukje, Klaas en Tjibbe Hofstee.

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant’ verscheen op 29 juli 2011 het navolgende overlijdensbericht:
Werden wij den 14den Juli in rouw gedompeld door het overlijden van onze dochter en zusje Saakje, heden werden wij weer opnieuw getroffen door het overlijden van onze dochter en zuster Lamkjen, op den nog jeugdigen leeftijd van 12 jaar en ruim 2 maanden, een ziekte van slechts 2 dagen maakte ook een einde aan haar voor ons zoo dierbaar leven.
Wapse, 24 juli 1911,
De diepbedroefde Ouders, Zusters en Broeders,
S.K. Hofstee, A. Hofstee-van der Burg en kinderen
Algemene kennisgeving aan vrienden en bekenden.

Abracadabra-1625Abracadabra-1626

Posted in Cultureel erfgoed, Diever, Erfgoed, Kerkhof, Wapse | Leave a comment

Veldhuizen – Korenmolen – omstreeks 1910

De volgende tekst met bijbehorende foto is ook opgenomen in het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Het betreft de korenmolen die tot in 1914 in de buurtschap Veldhuizen in Wapse stond. De molen van Wapse was een achtkantige grondzeiler, zoals op de foto is te zien.

Boer en mulder Roelof Haveman (Roelof Machiel) staat in de deur van zijn korenmolen. Hij was getrouwd met Aaltje Muggen. Op een zonnige zomerse dag zitten, van links naar rechts gezien, hun kinderen Stina, Lutina, Lucas en Jantinus in het gras.
Aaltje, de dochter van Lucas Haveman en Roelofje Barelds en de huidige eigenares van deze echt unieke foto, heeft nooit geweten welke Wapser boer of boerenknecht bij het paard staat.
De molen stond wat van de weg af op de hoger gelegen meulebaarg in de buurtschap Veldhuizen. In het boerderijtje links naast de molen woonde mulder Roelof Haveman en zijn gezin.
In 1912 werd de op 1 maart 1897 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek Oens Belang te Wapse uitgebreid met een korenmaalderij. De meule kön mit lieveloa neet meer uut, omdat steeds meer boeren kun koren naar de maalderij brachten.
Op 21 maart 1914 werd de stellingmolen van Havelte door brand verwoest. Daardoor kreeg Roelof Haveman de kans zijn nagenoeg werkloze molen te verkopen aan de Havelter mulder Berend Hendrik de Vegt. Zijn kleindochter kan zich nog herinneren dat haar opa zijn geluk zo verwoordde: Wej hept de meule nog mooi hen Aovelte kunn’n vurkop’n.
De molen werd in 1914 afgebroken. Het draaiwerk is gebruikt bij de herbouw van de Havelter molen, zodat de iene meule mit de aandere oppeknapt wödde.
Op het stuk land dat na de afbraak van de molen vrijkwam, werden later de boerderij van Hendrik van den Berg en Stina Haveman en die van Klaas Snoeken en Lutina Haveman gebouwd.
Roelof Haveman heeft met het mooie geld dat hij voor de molen beurde zijn boerenbedrijfje vergroot en verzekerde zich zo van een beter bestaan.
Roelof Haveman gebruikte de molen ook nog wel eens voor iets anders. Rijksveldwachter brigadier Albertus Martijn was in die tijd nog bij hem in de kost. Als de mulder wist dat de veldwachter ’s avonds thuis bleef, dan zette hij de wieken in een bepaalde stand. Dat was voor de stropers het teken dat ze die avond veilig hun strikken leeg konden halen. Reint Pit was een bekende stroper die in de buurt van de molen woonde.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-01-03
In de webstee molendatabase.org zijn enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.
In de webstee haveltermolen.nl zijn ook enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.

Posted in Molen van Wapse, Molens, Veldhuizen, Wapse | Leave a comment

Verhuizen naar een nieuwe plaggenhut op Kalteren

In de Leeuwarder Courant van 9 augustus 1892 verscheen het navolgende korte bericht over de mensonterende woonomstandigheden van een Wapser familie aan het einde van de negentiende eeuw.

Uit Diever schrijft men aan de Asser Courant:
Wanneer men van Wapse naar Vledder gaat, ziet men aan den weg eenige woningen staan, welke die naam eigenlijk niet verdienen. Vooral die van zekeren Bauke Grit ziet er treurig uit. Een gat in den grond, waarboven een dak van heideplaggen; een oude blikken emmer den dienst voor schoorsteen doende; twee gaten, waarin geen spoor van glas, zijn de vensters; eene grootere opening, door een zak afgesloten, is de deur.
Ziedaar een tamelijk getrouw beeld.
Het scheen Grit daar niet langer te bevallen en de woning achterlaten ging toch niet. Daarom werd op Kalteren eene geschikte plaats uitgezocht, de woning in zijn geheel met den inboedel op een boerenwagen geladen en ’s avonds gaf een rookkolommetje uit den blikken emmer te kennen, dat men met de overbrenging kant en klaar was.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-29
Het zal anders gegaan zijn, dan het korte bericht beschrijft.
Het bouwen van een nieuwe plaggenhut voor de familie Grit op Kalteren zal ongetwijfeld niet overdag zijn uitgevoerd, maar ’s nachts. Het feodale gewoonterecht wilde dat de nachtelijke bouwer van een hut, daarbij natuurlijk geholpen door familie en kameraden, eigenaar werd van het stukje woeste grond -veelal een stukje heidegrond, want dan waren de heideplaggen vlakbij te steken- waarop de plaggenhut was gebouwd, mits bij het opkomen van de zon, rook uit de schoorsteen kwam.
De woningwet van 1901, ingesteld door het kabinet Pierson, verplichtte een gemeente wel tot het vaststellen van normen, waaraan woningen moesten voldoen bij ingebruikname of ingebruikgave van woonruimte, maar het duurde nog tot na de Tweede Wereldoorlog voordat alle bewoonde maar onbewoonbare hutten uit de gemeente Diever waren verdwenen.
Bauke Grit werd geboren in Oldendiever op 18 juni 1842 als zoon van arbeider Jan Grit en IJdechien Jans. Hij trouwde op 2 maart 1876 met Lutgardina Koerts. Bauke Grit overleed op 10 december 1913.

Abracadabra-1462Abracadabra-1463

Posted in Hutten, Kalteren, Wapse, Woningbouw | Leave a comment

Boerenwaark bee’j de Kaamp in Wapse

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto van boer’nwaark in de namiddag van 3 oktober 2012 gemaakt vanaf de Ten Darperweg tussen de Kaamp en Soerte.
Het rooien en afvoeren van aardappels gebeurt tegenwoordig volledig gemechaniseerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-28

Posted in Boer'nwaark, Ten Darperweg, Wapse | Leave a comment