Category Archives: 10 april 1945

Teeg’n de wal bee’j de kaarkhof van Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.
Op de foto is de bos rododendrons op het marktterrein tegen de wal van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te zien.
Op deze plaats vermoordden de Duitsers op 10 april 1945 de volgende personen:
Hendrik Akkerman uit Diever;
Harman Bennen uit Diever;
Klaas Daleman uit Diever;
Jan Houwer uit Diever;
Nicolaas Houwer uit Diever;
Koop Houwer uit Diever;
Roelof Hunneman uit Diever;
Antonius Maria Gerardus Janssens uit Oss;
Joseph Antonius Cornelis Maria Janssens uit Berkel;
Kornelis Kerssies uit Diever;
Koop Westerhof (overleefde de moordpartij).

Posted in 10 april 1945, Canon van de gemeente Diever, Kerkhof, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Deever rouwt om zijn doden

Het navolgende artikel is op 2 augustus 1945 gepubliceerd in de Provinciale en Asser Courant. Dit artikel is ook als bladvulling opgenomen op bladzijden 23 t/m 25 van nummer 09/1 van het blad Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Men zou het uiterlijk aan het vriendelijke, vreedzame boerendorp Diever niet zeggen, dat het ’t toneel geweest is van een vreeselijk drama in de laatste dagen van de oorlog. Alles gaat er zoo gewoon z’n gang, het boerenvolk is druk bezig met den oogst, uit den hoogen schoorsteen van de melkfabriek kringelt rook omhoog, de jeugd speelt in de mooie bosschen en haar vrolijke lach schalt uit boven het rumoer van de werkende menschen. Om de mond van velen dier menschen echter ligt een sombere trek als bewijs van innerlijk doorleefde droevenis en nimmer te vergeten smart. Hier heeft de wreede oorlog zijn sporen achtergelaten en ofschoon de vrede in zijn allesontfermende goedheid ook over deze menschen is gekomen, dat, wat het gemoed en de ziel heeft geraakt, laat zich niet vergeten.
De dorpelingen van Diever hebben den oorlog gezien in heel zijn meedoogenlooze wreedheid. Het was toen men zich reeds verkneukelde in zijn naderend einde. De Canadeesche bevrijders slopen rond in de bosschen en de angst van degenen die zich aan den vijand hadden vergooid voorspelde veel goeds, maar was tenslotte oorzaak van groot menschelijk leed. In het dorp bevond zich een evacué, die door de menschen van Diever geschuwd werd om zijn politieke gezindheid. Deze man was tegen den tijd dat de bevrijding naderde bezeten van een panischen angst, omdat hij zich omringd meende van vijanden. Op den 10den April heeft hij op kortzichtige wijze getracht zich van hen te ontdoen en de plaatselijke Duitsche bevelvoerder, die dronken was, bleek een willig werktuig in zijn handen. Het kostte tien eerbare, onschuldige burgers het leven. Ze werden neergeschoten, omdat Gerrit van V. zich belaagd meende en geloofde dat hij het recht had naar willekeur te beschikken over het leven van anderen. En toen ieder elders zijn vreugde uitte over de herwonnen vrijheid rouwde Diever om zijn dooden, die nutteloos gevallen waren als slachtoffers van ’s werelds grootste onrecht. Niet om zijn wraak te bekoelen, want zoo is het volk van Diever niet, maar om de mensheid te verlossen van een zeer gevaarlijk individu, heeft men na het vreeselijke gebeurde, dat diepe smart veroorzaakte, waarin de heele dorpsgemeenschap deelde, niets nagelaten bij de plaatselijke N.B.S. (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) en Politie om Gerrit de V. op te sporen en het is een gelukkige omstandigheid dat men hem tenslotte in het Bewaringskamp te Amersfoort heeft kunnen achterhalen. Men bracht hem over naar Diever en daar had de N.B.S. hem sins kort in veilige bewaring.
Elk mensch, hoe vuig van inborst ook, heeft echter een geweten en op de plaats van het gruwelijke misdrijf, waaraan hij zich schuldig wist, is ook het geweten van de V. gaan knagen en tenslotte is de wroeging hem temachtig geworden en toen men Dinsdagmorgen aan zijn cel kwam, vond men zijn lijk. Hij had de hand aan zichzelf geslagen.
Daarmeede zijn de wonden, die deze mensch in Diever maakte, niet geheeld. De dooden op het vredige kerkhof zijn een eeuwige aanklacht tegen hen die dwaalden en verstrikt raakten in hoogmoed en haat.

Posted in 10 april 1945, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Plotseling en wreed stond de dood voor de broers

Ter godvruchtige nagedachtenis van de broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens werd bijgaand doodsprentje gemaakt. Een doodsprentje is een klein prentje dat binnen de Rooms Katholieke Kerk wordt uitgegeven als herinnering aan een overlijden. Een doodsprentje wordt tijdens de uitvaart aan de aanwezigen uitgedeeld. Het hier afgebeelde doodsprentje -aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief- zal derhalve op 14 april 1945 in de Kerk op de Brink van Deever zijn uitgedeeld tijdens de uitvaartdienst van de tien mannen die op 10 april 1945 op het Marktterrein in Deever werden vermoord.  

De Duitsers gijzelden op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de gegijzelden op het Marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan. Zie de afgebeelde foto, die op 15 februari 2001 is gemaakt. Op deze plek staat heden ten dage een rododendronbosje.
Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.

De tekst van het doodsprentje luidt als volgt:
Jezus, Maria, Joseph.
Ter godvruchtige nagedachtenis van Antonius Maria Gerardus Janssens, geboren 26 mei 1926 te Tilburg en van Jozef Cornelis Maria Janssens, geboren 10 october 1930 te Berkel, gevallen voor het vuurpeloton 10 april 1945.
Plotseling en wreed stond de dood voor deze beide jonge menschen, die nog aan ’t begin, aan de lente stonden van hun leven.
Maar toch roept onze Moeder de Heilige Kerk, ook bij deze wreede sterfgevallen ons toe om niet te blijven treuren, maar om te denken aan de opstanding en ’t eeuwig leven, dat deze jongens tegemoet gaan.
Beste ouders, broers en zusjes weent niet over ons. Eens zullen we allen weer in blijdschap vereenigd zijn.
Mijn Jezus, barmhartigheid !

Een doodsprentje werd vaak van een passende bijbeltekst voorzien. En niet te vergeten voorzien van een aanwijzing voor een aflaat. Een aflaat is de vermindering van tijdelijke straffen die de overledene in het vagevuur moet ondergaan. Deze straffen kunnen worden verminderd door het uitspreken van gebedjes voor de overledene, zoals bijvoorbeeld op dit doodsprentje het gebed ‘Mijn Jezus, barmhartigheid’. Dit leverde voor de gestorvenen per gebed 100 dagen aflaat op.
De term ‘Cum approbatione ecclesia’ betekent in het Nederlands ‘Met goedkeuring van de kerk’.
Het prentje van de religieuze scène is getekend door Augustin Müller-Warth (1864-1943). Het is bij de redactie niet bekend of ook een kleuren-versie van dit doodsprentje is uitgegeven.

Abracadabra-1255Abracadabra-1256Abracadabra-1258Abracadabra-1257

Posted in 10 april 1945, Bidprentjes, Diever, Oorlogsgraven, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment