Oorlogsvijanden sluiten nu vrede

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 23 augustus 1989 het navolgende bericht over de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph, die in de Tweede Wereldoorlog werd neergeschoten boven Zuidwest-Drenthe en enige tijd in het Onderduikershol op Berkenheuvel heeft gezeten.

Luchtgevecht boven Zuidwest-Drenthe in 1944
Oorlogsvijanden sluiten nu vrede
Van een onzer verslaggeefsters. Meppel.
‘Dit is een grote dag. Ik ben blij dat ik dit nog mag meemaken.’ Ernst Scheufele (66) uit het Westduitse Beinsheim kon zijn emoties gistermiddag in Meppel nauwelijks onderdrukken. En ook de 71-jarige Harry A. Dolph uit de Amerikaanse staat Texas was zichtbaar ontroerd. Het was voor beide heren dan ook een bijzondere dag. Voor het eerst na 45 jaar konden ‘de vijand’ en de ‘held’ elkaar als vrienden in de armen sluiten.
Op 15 augustus waren Scheufele en Dolph betrokken bij een luchtgevecht boven Zuidwest-Drenthe. Tijdens dat gevecht kwamen negentien Amerikanen en vier Duitsers om het leven. Maar luitenant Scheufele landde met zijn kist, een Messerschmidt 109, veilig op de luchthaven in Havelte. En Dolph, die die als schutter aan boord was gegaan van de bommenwerper B24 True Love, kon zichzelf met zijn parachute in veiligheid brengen.
Verstopt
‘Ik verstopte me in de bossen bij Havelte’, herinnert Dolph zich. ‘Ik had namelijk vernomen dat de Duitsers de jacht hadden geopend op Amerikaanse parachutisten. Drie dagen later kwam ik in contact met Peter van den Hurk. Hij verklaarde dat hij van de Verzetsgroep Meppel was en dat hij me ergens zou laten onderduiken.’
Van den Hurk, die gisteren als gastheer van Scheufele en Dolph optrad, zegt dat het op dat moment het belangrijkste was Dolph zo snel mogelijk in veiligheid te brengen. ‘Ik bracht hem naar weduwe De Groot in Meppel, die wel vaker Amerikaanse piloten verborgen hield. Na twee weken werd Dolph overgeplaatst naar het onderduikershol in Diever. Daar heeft hij zich zeker acht maanden schuil gehouden. Uiteindelijk werd hij op 15 april 1945 in Dokkum door de Royal Canadian Dragoons bevrijd’, aldus Van den Hurk.
Ooggetuige
Het was de Groninger Jan Mulder, op 14-jarige leeftijd in Ruinen ooggetuige van het luchtgevecht, die na jarenlang speuren  een ontmoeting tussen Scheufele, Dolph en Van den Hurk wist te bewerkstelliggen. En gisteren was het dus zover. ‘We waren natuurlijk erg nerveus. Maar toen we elkaar eenmaal de hand hadden gedrukt, was het ijs gebroken’, zegt Van den Hurk. ‘In kleine kring hebben we de strijders die tijdens het gevecht waren gedood, herdacht.’
Dolph kijkt nog eens naar zijn voormalige vijand. ‘In 1944 waren we nog jong, en deden we wat ons werd opgedragen. Maar Scheufele is een beste man. Ik wil hem zeker nog eens ontmoeten.’

Het bijschrift van de foto luidt als volgt.
Oorlogsvliegers bijeen met links de Duitse jachtvlieger Ernst Scheufele en rechts de Amerikaan Harry A. Dolph. Tussen hen in link Jan Mulder en rechts Peter van den Hurk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Als de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph op 15 augustus 1944 is neergeschoten en de Duitse bezetter het onderduikershol op Berkenheuvel op 22 november 1944 overviel en vernielde, dan kan de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph geen acht maanden in het hol ondergedoken hebben gezeten, hooguit drie maanden.
Wellicht was het geheugen van de 71-jarige Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph in 1989 – 45 jaren na het gebeurde – wat wokkelig geworden en verdraaide hij acht maanden met acht weken of acht dagen. 
De redactie zal – voor zover mogelijk – uit andere bronnen proberen te achterhalen hoe het precies heeft gezeten.


This entry was posted in Onderduikershol, Tweede Wereldoorlog. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *