Category Archives: Wittelte

Wie kent de familie Baaiman uit de Peperstraat nog ?

Wel, de redactie van het Deevers Archief weet zich de familie Baaiman nog heel goed te herinneren, waar ze woonden aan de Peperstraat, dat ze vanwege de afbraak van het huis waar de familie aan de Peperstraat woonde naar de Wapserveenseweg in Wittelte verhuisden, waar de vijf kinderen Baaiman de Wittelter Skoele voorlopig van van sluiting redden, tot het vertrek van de kinderen Baaiman uit Wittelte naar diverse pleeggezinnen in het land.
De  redactie van het Dievers Archief wil graag reageren op het verzoek van Theo Baaiman en Keitje Kei. Allereerst een foto van de leerlingen van de Wittelter Skoele uit 1959. Op deze foto staan de vijf oudste kinderen van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen: Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman.

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1959

De redactie van het Deevers Archief is zeer actief bezig met het verzamelen van alle klassefoto’s van alle scholen in de voormalige gemeente Diever, te weten de voormalige openbare lagere school van Diever, thans openbare basisschool ‘De Singelier’, de gereformeerde school van Diever, thans de bijzondere basisschool ‘de Meester Roosjenschool’, de openbare lagere school van Wapse, thans ‘de Ten Darperschoele’, de openbare lagere school van Zorgvlied-Wateren (opgeheven) en de openbare lagere school van Wittelte (opgeheven in 1967).
Het uitzoeken van de namen en de verblijfplaats van kinderen op klassefoto’s levert altijd weer positieve reacties op. In de serie ‘Olde schoelfoto’s’ toont de redactie van het Deevers Archief een foto van de voormalige openbare lagere school van Wittelte. We weten dat we daarmee in het bijzonder Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman een plezier kunnen doen.
De leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte zijn in de zomer van 1959 op het plein bij de school op de foto gezet.

Het gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstraat in Diever naar de Wapserveenseweg in Wittelte, vanwege de afbraak van hun huurwoning. Het toch al niet zo grote aantal leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte nam daardoor van de ene dag op de andere met vijf leerlingen toe. Dankzij het kinderrijke gezin Baaiman was het gevaar voor sluiting van de school weer voor jaren geweken.
Het nagaan in welk jaar een schoolfoto is genomen is altijd weer een kwestie van puzzelen. Dit keer was het niet zo moeilijk. Wolter Baaiman vertelde dat hij op 18 april 1947 is geboren en dat hij op zesjarige leeftijd in Diever naar de openbare lagere school is gegaan. Hij is daar nooit ‘blijven zitten’. Hij heeft in 1958 nog een paar maanden bij meester Albertus Andreae in de zesde klas gezeten. Dus moet de foto, gelet op de korte broeken van de jongens, aan het einde van het schooljaar in de zomer van 1959 zijn genomen. De andere zesde-klassers Cornelis Hunneman en Henk Oosterhof zijn ook in april van het jaar 1947 geboren.

Bij de namen van de leerlingen op de hiervoor afgebeelde foto zijn achter een naam tussen haken de geboortedatum, de persoon waarmee de leerling getrouwd is en de huidige woonplaats vermeld.

In de bovenste rij staan van links naar rechts opgesteld:
Juffrouw Engel Broer-Van Delden (geboren op 12 mei 1923, was getrouwd met Luite Wolter Broer, Diever);
Theo Baaiman (geboren op 15 augustus 1948, getrouwd met Jannie Hazeleger, Amersfoort);
Cornelis Hunneman (geboren op 6 april 1947, getrouwd met Irma Jonkers, Diever);
Jacob Westerveen (geboren op 21 maart 1948, getrouwd met Geesje Otten, Meppel);
Wolter Baaiman (geboren op 18 april 1947, getrouwd met Luitje Dam, Meppel);
Hendrik Jacobus (Henk) Oosterhof (geboren op 19 april 1947, getrouwd met Femmy Schipper, Steenwijk);
Hendrik Willem (Henk) Broer (geboren op 18 februari 1950, getrouwd met Trijntje Roggen, Groningen);
Hendrik (Henk) Klok (geboren op 18 januari 1948, getrouwd met Maria Schipper, Dwingelo);
Jan Boerhof (geboren op 7 augustus 1948, getrouwd met Lies Gerdes, Diever);
Meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op februari 1996, echtgenote Geertje Wuite).

De rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Tietje Hunneman (geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, Uffelte);
Bertha Berends (geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert (Eppie) Warnders, Uffelte);
Grietje van de Berg (geboren op 31 maart 1951, getrouwd met Henk Bergman, Midwolda);
Jennie Soer (geboren op 21 november 1946, getrouwd met Henk Daleman, Wittelte);
Grietje Berends (geboren op 20 maart 1948, getrouwd met Gabriël (Gabie) Verboom, Frederiksoord);
Jennie Winters (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Nico Hardeman, Decatur-Nebraska-USA);
Alie Diever (geboren op 17 mei 1950, overleden op …., echtgenote van Meeuwis Tiemes, Diever);
Annie de Jong (geboren op 15 maart 1951, getrouwd met Henk Oort, Diever);
Klaasje Oosterhof (geboren op 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, Dwingelo);
Annie (An) Baaiman (geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Lafinus Schraal, Lelystad).

De rij jongens beneden de rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Klaasinus Jantinus (Gesinus) Baaiman (geboren 1 januari 1950, getrouwd met Jannie van Sleen, Vledder);
Jacob ten Buur (geboren op 14 juni 1952, getrouwd met Jannie Oostenbrink, Drachten);
Albertus (Bert) Jan de Boer (geboren op 21 december 1949, getrouwd met Cobie de Zeeuw, Wijk bij Duurstede);
Roelof ten Buur (geboren op 1 mei 1950, getrouwd met Grietje Westerbeek, De Wijk);
Albert (Appie) Baaiman (geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josephine Catharine Smit, Steenwijk);
Albert (Appie) Jongebloed (geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, Meppel);
Jans Tabak (geboren op 26 september 1953, getrouwd met Tineke Koning, Beilen);
Reinder de Weerd (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Grietje Scheper, Meppel).

De onderste rij jongens bestaat van links naar rechts uit:
Frens Winters (geboren op 11 juli 1947, getrouwd met Hillie Millekamp, Wittelte);
Albert Jan Oosterhof (geboren op 27 juni 1949, getrouwd met Jannie Beugels, Assen);
Gerard Klok (geboren op 20 september 1950, getrouwd met Hendrikje de Leeuw, Varsseveld);
Jacob Rozeboom (geboren op 24 juni 1953, overleden op 11 oktober 1969);
Arend Berends (geboren op 9 februari 1951, getrouwd met Jennie Segers, Uffelte);
Hendrik (Henk) Wesseling (geboren op 14 juni 1951, getrouwd met Trijntje Wever, De Wijk).

De redactie van Deevers Archief is zeer geïnteresseerd in het publiceren van verhalen over het schoolleven in Wittelte. De bezoekers van het Deevers Archief worden uitdrukkelijk uitgenodigd te reageren !
De redactie van het Deevers Archief heeft voorgaand artikel ook gepubliceerd in het nummer 2002/2 van Opraekelen, het orgaan van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Afbeeldingen, Onderwijs, Opraekelen, Scholen, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Het diepvrieskluizenhuisje van de Wittelter boeren

De redactie van het Deevers Archief kwam een dezer dagen in het bezit van het merkwaardige boekwerkje ‘Cultuurhistorische rijkdom van de gemeente Westenveld – Het erfgoed van Zuidwest-Drenthe”. Bij een eerste lezing valt op dat de inhoud van boek, dat gemaakt is met het geld van BNG-erfgoedprijs 2012, een beetje als los zand aan elkaar hangt.

Het is goed is dat in het boek ruim aandacht wordt besteed aan de boermarke, die ook in de moderne vorm ervan, bijdraagt aan de sociale cohesie in plattelandsgemeenschappen. De redactie van het Deevers Archief is van mening dat de boermarken van Wittelte en Wapse het verdienen opgenomen te worden in de nationale inventaris van het immaterieel cultureel erfgoed van Nederland.
In het boek wordt ook aandacht besteed aan het verschijnsel ‘gemeenschappelijk diepvrieskluis’ en aan het verschijnsel ‘diepvrieshuisje’ vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw. Daarbij rijst direct de vraag: is een ‘gemeenschappelijke diepvrieskluis’ of een ‘gemeenschappelijk diepvrieskluizenhuisje’ van een boerengemeenschap erfgoed ? Het antwoord lijkt nee te zijn. Waarom is in een duur boek over erfgoed aandacht besteed aan niet-erfgoed ?
In de bijdrage aan het boek wordt gerefereerd aan de diepvrieskluizen van Dwingelo, Lhee, Westeinde en Leggelo in de gemeente Dwingelo. Het reilen en zeilen van het gemeenschappelijke diepvriesgebeuren in de gemeenten Diever, Havelte en Vledder wordt echter in het artikel niet beschreven. Het blijft op bladzijde 77 beperkt tot het tonen van een foto van het tot opbergschuurtje verworden diepvrieskluizenhuisje in Vledder en het volgende stukje tekst:
 “….. Naast de genoemde diepvrieskluizen stonden er ooit diepvrieshuisjes in onder meer Havelte, Wapse, Vledder en Wittelte. De diepvrieshuisjes in Havelte, Wapse en Vledder bestaan als gebouwtje nog steeds: veel van de huisjes zijn echter verloren gegaan, zoals in Wittelte en aan het Westeinde in Dwingelo.”
De term ‘onder meer’ doet vermoeden dat in andere dorpen ook een diepvrieskluizenhuisje heeft gestaan, bijvoorbeeld op Zorgvlied, op Wateren, in de Olde Willem of an de Deeverbrogge. De maker van het artikel had met weinig moeite en met enig navragen de opsomming volledig kunnen maken. De laatste zin van het citaat deugt ook niet. Ook hier was de maker van het artikel er in hetzelfde navraagrondje achter gekomen welke diepvrieskluizenhuisjes nog bestaan. De conclusie dat het diepvrieskluizenhuisje in Wittelte verloren is gegaan is in elk geval onjuist. Deze bestaat.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto’s van het Wittelter diepvrieskluizenhuisje op 13 november 2014 in het voorbijgaan gemaakt.
Het huisje staat een beetje verscholen (op grond van de boermarke ?) achter de berken achter de boerderij van boer-kunstenaar-historicus-de-baargbeschermer Jacob (Japie) Snoeken aan de neo-brink van Wittelte. Het tegelpad naar de deur van het diepvrieskluizenhuisje is verdwenen of  overwoekerd, kan gebeuren. Op de tweede foto is het huisje beter te zien. Kan het zijn dat de gegolfde dakplaten gemaakt zijn van asbesthoudend materiaal ? Op het dak groeit gelukkig het zeldzame diepvrieskluizenhuisjesmos. Erfgoed of niet-erfgoed, dat lijkt in dit geval geen vraag te zijn. (vrij naar: to be or not to be, that’s the question).

Posted in Wittelte | Leave a comment

Hier mö’j Deevers proat’n

De eigenaar van de boerderij met adres Wittelterweg 21, gelegen aan de ‘neo-namaak-brink’ in Wittelte, heeft een plakplaatje bevestigd op de brievenbus bij het enigszins roestende, maar fraai en kunstzinnig versierde, toegangshekje.
De tekst op het plakplaatje luidt: Hier kuj Drents praoten. In het Nederlands: Hier kun je Drents spreken. Vertaald in de Deeverse streektaal staat op de sticker: Hier kö’j Dreins proat’n.
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat voor Deever en omliggende dorpen geen plakplaatje is gemaakt met de tekst: Hier mö’j Deevers proat’n.
De redactie is het met wijlen Anne Mulder (uut de Aachterstroate) eens dat het fonetisch gezien juister is het woord ‘praten’ in het Dreins of Deevers te schrijven als ‘proat’n’ en niet als ‘praot’n’.
De redactie is zich zeer bewust van de steeds grotere wordende armoe van de Deeverse streektoal en de noodzaak van activiteiten van een soort van ‘Huus van de toal’ met bijhorende webstee. Maar bij uitstervende streektalen blijft het dweilen met de kraan open. Maar bij het uitstervende Dreins moet op een plakplaatje niet staan ‘Hier kö’j Dreins proat’n’, maar ‘Hier mö’j Dreins proat’n’. Of wordt het Deevers onder de jeugd ooit weer hip en wordt er een paar uur per week op de lagere scholen Deeverse les gegeven ?
De kleurenfoto’s zijn op donderdag 13 november 2014 gemaakt.

Abracadabra-295Abracadabra-296 Abracadabra-297

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Wittelte | Leave a comment

Café Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-11-19

In het Deevers Archief is van bijgaande fraaie zwart-wit ansichtkaart van het café van Berend Slagter (die in de volksmond Berend Pik werd genoemd) an de Kruusstroate in Deever een aantal exemplaren aanwezig. De redactie wil een afbeelding deze ansichtkaart niet onthouden aan de trouwe bezoekers van zijn dynamische webstee.
Berend Slagter (die in de volksmond Berend Pik werd genoemd) was in die jaren voor Deeverse begrippen zijn tijd ver vooruit, want het café had een terras, dat bovendien overdadig overdekt was om aan alle terraszitters bescherming te bieden tegen zon en regen.
Links naast het café van Berend Slagter (die in de volksmond Berend Pik werd genoemd) is het oude gebouw van de gereformeerde geloofsgemeente te zien. Daarnaast is de zijgevel van de kruidenierswinkel van neringdoende Albert Fledderus zichtbaar.
Let vooral ook op de benzinepomp van Jan Slagter, die te zien is bij de houten paal, waaraan de draden voor het transport van elektrische energie zijn bevestigd.
Van deze ansichtkaart was het moeilijk een goede scan te maken, omdat de foto die gebruikt is voor de ansichtkaart, eigenlijk te donker en eigenlijk niet geschikt was.

Een exemplaar van de ansichtkaart is op 24 juli 1948 verstuurd aan de heer en mevrouw A. en K. van Leusen, Anthonie van Dijckstraat 9 boven, Amsterdam-Zuid. Logeerden de verstuurders van deze ansichtkaart bij Berend Slagter (die in de volksmond Berend Pik werd genoemd) ? Als de verstuurders van deze ansichtkaart zo’n anderhalve maand later op vakantie waren gegaan in Deever, dan hadden zij – volgens de advertentie in de Provinciale en Asser Courant van 7 september 1948 – op 10 september 1948 op de muziek van een prima orkest al vroeg in de middag een walsje, een foxtrotje of een tangootje mee kunnen dansen op het jubileum- en kroningsfeest in het café van Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever. Op maandag 6 september 1948, precies vijftig jaar na haar moeder koningin Wilhelmina, werd immers de toen 39-jarige prinses Juliana in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd als koningin.Wie de tekst op de achterzijde van de ansichtkaart kan ontletteren, die mag het aan de redactie melden. Bij voorbaat dank daarvoor.

Een ander exemplaar van de ansichtkaart is in 1952 verzonden aan den heer P. Barelds, p/a Knud Hansen, Ammendrup, Helsinge, N-Sjaelland, Danmark. De kaart is verstuurd door de Wed. P. Barelds en L.B. Barelds, Wittelte bij Dieverbrug, Drenthe, Nederland.
De familie Barelds had en heeft een boerenbedrijf aan de Wittelterweg in Wittelte.
Pieter Barelds, geboren te Diever; leeftijd: 26 jaar; beroep: landbouwer, zoon van Hendrik Lefferts Barelds en Berendina Veeze trouwde op 21 mei 1899 met Hilligje Wesseling, geboren te Diever; leeftijd: 24, dochter van Teunis Wesseling, beroep: landbouwer en Lummina Hessels. Pieter Barelds overleed op 5 mei 1926 in Wittelte.
De weduwe P. Barelds is Hilligje Wesseling. Zij overleed op 28 mei 1959 in Wittelte.
L.B. Barelds is Lummina Berendina Barelds, geboren op 6 maart 1903 in Wittelte, dochter van Pieter Barelds en Hilligje Wesseling.
Hendrik Lefferts Barelds is een zoon van Pieter Barelds en Hilligje Wesseling. Hij is geboren op 6 oktober 1900 in Wittelte. Hij is overleden op 10 augustus 1954.
De vraag is wie de ontvanger van deze kaart is. P. Barelds zal Pieter (Piet) Barelds zijn. Hij is wellicht een zoon van Hendrik Hendrik Lefferts Barelds en Aaltje Pieper, maar zijn gegevens zijn niet te vinden in de webstee www.alledrenten.nl. De redactie is op zoek naar zijn gegevens. Wie kan helpen ?
Het is wel aannemelijk dat boerenzoon Pieter Barelds uut Wittelte een tijdje bij boer Knud Hansen in het dorp Helsinge in het noorden van Zeeland in Denemarken in de leer is geweest. Een zomer lang ? Een heel jaar lang ?

abracadabra-496

abracadabra-497abracadabra-498
abracadabra-553

Posted in Ansichtkaarten, Boer'nwaark, Café Slagter, Gereformeerde kerk, Kruisstraat, Neringdoenden, Wittelte | Leave a comment

De Wittelter skoele in de zomer van 1965

De redactie van het Deevers Archief is actief bezig met het verzamelen van alle schoolfoto’s van alle scholen binnen de grenzen. In dit bericht is een foto uit 1965 opgenomen van de Wittelter skoele.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto ook gepubliceerd in Opraekelen 05/2.
In de zomer van 1965 zijn de leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte (de Wittelter skoele) met hun onderwijzers begeleiders en de buschauffeur tijdens een schoolreisje (naar Eelde en de speeltuin in Paterswolde?) op de foto gezet.

In de bovenste rij staan van links naar rechts de volgende leerlingen:
Klaasje Oosterhof, geboren 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, woont in Dwingelo;
Bertha Berends, geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert Warnders, woont in Uffelte;
Jans Tabak, geboren op 26 september 953, getrouwd met Tineke Koning, woont in Beilen;
Jacob Rozeboom, geboren op 24 juni-1953, overleden op 11 oktober 1969;
Albert (Appie) Baaiman, geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josefien Smit, woont in Steenwijk;
Jan Roelof Stapel, geboren op 31 januari 1954, overleden op 13 december 2011, was getrouwd met Marga Schoonvelde, woonde in Havelte;
Albert (Appie) Jongebloed, geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, woont in Meppel;
Tietje Hunneman, geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, woont in Uffelte;
Jan Tabak geboren op 7 oktober 1954, getrouwd met Siska Benniks, woont in Groningen.

Tussen de onderste en de bovenste rij staan van links naar rechts de volgende leerlingen:
Jan Krol, geboren op 26 maart 1957, getrouwd met Aly Meinders, woont in Beilen;
Jan Westerveen, geboren op 29 oktober 1957, getrouwd met Sita Karsten, woont in Appelscha;
Grietje Lensen, geboren op 8 mei 1954, getrouwd met Koop Zoer, woont in Dwingelo;
Dinie Oosterhof, geboren op 24 december 1954, getrouwd met Hilbert Zoer, woont in Dwingelo;
Egbert van de Berg, geboren op 17 maart 1954, overleden op ….., woonde in Wittelte an de Wapserveenseweg;
Gerrit Vrielink, geboren op 18 februari 1954, getrouwd met Trijntje Pekel, woont in Havelte;
Annigje (Annie, An) Baaiman, geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Schraal, woont in Lelystad;
Lidia Berends, geboren op 24 januari 1955, getrouwd met Lambertus Tiemes. woont in Havelte;
Jacoba (Cobie) Boerhof, geboren op 13 juli 1954, overleden op 23 mei 1989, was getrouwd met Henk Schra;
Margje (Marie) Baaiman, geboortedatum niet  bekend, getrouwd met Hilko Nijenbrink, woont in Pesse;

De onderste rij wordt gevormd door de volgende volwassenen en leerlingen:
Mevrouw Lina Berends-Poepe, geboren op 8 september, overleden op ,,,,,, was getrouwd met Hendrik Berends, woonde in Wittelte en Deever;
Juffrouw Engel Broer-van Delden, geboren op 12 mei 1923, overleden op …, was getrouwd met Luite Wolter Broer, woonde in Deever;
Lambert Baaiman, geboren op 23 december 1956, getrouwd met Marja Pak, woont in Kamerik;
Jacoba (Cobie) Baaiman, geboren op 16 maart 1958, getrouwd met Kees Nap, woont in Kamerik;
Jan de Weerd, geboren op 5 oktober 1957, getrouwd met Pietje Gerrits, woont in Meppel;
Annigje (Annie) Vrielink, geboren op 9 juni 1957, getrouwd met Geert Jaspers, woont in Kallenkote;
Janneke Berends, geboren op 5 juni 1957, getrouwd met Paul Hogerheyde, woont in Dwingelo;
Chauffeur Luchie Jan Smit, geboren op 2 april 1936, getrouwd met Trijntje Oord, woont in Ruinen;
Wemmigje (Wemmie) Berends, geboren op 18 december 1957, getrouwd met André van Eisden, woont in Meppel;
Peter Seggers, geboren op 22 oktober 1956, getrouwd met Marion Bralds, woont in Groningen;
Jacob Oost, geboren op 18 maart 1958, getrouwd met Lammie van Wester, woont in Hoogeveen;
Hendrik (Henk) Boer, geboren op 15 september 1957, niet getrouwd, woont in Oldendreever;
Lamminus Tabak, geboren op 1 mei 1957, getrouwd met Anna Scholtens, woont in Deever;
Mevrouw Geertje Broer-Wuite, geboren op 29 januari 1922, overleden op ……, was getrouwd met Hendrik (Henk) Broer, woonde in Wittelte en Deever;
Meester Hendrik (Henk) Broer, geboren op 26 augustus, overleden op 1 februari 1996, was getrouwd met Geertje Wuite, woonde in Wittelte en Deever.

Het grote gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstraat in Diever naar Wittelte. Elders in het Deevers Archief is een foto van de Wittelter skoele uit 1959 gepubliceerd, waarop Wolter, Theo, Klaasinus (Sinus), Albert (Appie) en Annigje (Annie, An) Baaiman zijn te zien.
Op deze foto, die gemaakt is in de zomer van 1965, zijn Albert (Appie), Annigje (Annie, An), Margje (Marrie), Lambert en Jacoba (Cobie) te zien.
Bij kinderen uit het gezin Baaiman zijn weinig foto’s aanwezig uit de tijd dat ze aan de Wapserveense weg in Wittelte woonden. De redactie van het Deevers Archief denkt ze een plezier te kunnen doen met deze schoolfoto.
In het midden op de voorgrond zit buschauffeur Luchie Jan Smit uit Dwingelo. Hij was in die tijd in dienst van touringcarbedrijf Van Echten in Ruinen. Het is niet bekend wat de bestemming was van het schoolreisje. Wie reageert ?

Bezoekers van het Deevers Archief worden uitdrukkelijk gevraag te reageren op de juistheid van de vermelde gegevens en zo mogelijk een verhaal te vertellen bij deze foto.

Posted in Opraekelen, Scholen, Schoolfoto's, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1949

De redactie van het Dievers Archief heeft zich, ook in de tijd dat hij in het blad Opraekelen van de plaatselijke heemkundige vereniging artikelen publiceerde voor mensen binnen en buiten de gemeente Diever met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever, actief bezig gehouden met het verzamelen en documenteren van schoolfoto’s van alle scholen en voormalige scholen in de voormalige gemiente Deever.
Het ambitieuze streven is nog steeds zoveel mogelijk schoolfoto’s te verzamelen en te documenteren en deze zo mogelijk per school in boekvorm uit te brengen. In de categorie ‘olde schoelfotoos’ plaatsen we hier een foto van leerlingen en leerkrachten van de voormalige openbare lagere school van Wittelte (zie ook Opraekelen 02/3).
De leerlingen van het schooljaar 1948-1949 en leerkrachten van de voormalige openbare school van Wittelte (de Wittelter skoele) zijn in de zomer van 1949 bij de school op het nog onverharde schoolplein op de foto gezet.

Het uitzoeken van namen en het opsporen van de huidige verblijfplaats van kinderen en leerkrachten op de foto is niet altijd even gemakkelijk. Het zoekwerk voor deze foto was echter niet zo moeilijk. Een flink aantal kinderen staat ook op de schoolfoto uit 1953 (nog te publiceren in het Dievers Archief). De overigen waren voor een deel bekend bij de redactie. Daarnaast is mevrouw Klaasje Geerts-Rozeboom uit Nijverdal behulpzaam geweest bij het verifiëren van de namen van de kinderen. Zij maakte de redactie attent op het feit dat op de foto in elk geval Klaasje Berends (geboren 29 september 1936) ontbreekt. Op basis van enig onderzoek is de conclusie getrokken dat ook Jacob Oostra (geboren 22 oktober 1939), Lammie Houwer (geboren op 21 februari 1940), Gerda Klok (geboren 20 juni 1941) en Roelie Rozeboom (geboren 5 februari 1942) op de foto hadden kunnen staan.
De achterste rij leerkrachten en jongens bestaat van links naar rechts uit: Juffrouw Jantje Koopman (geboren op 4 januari, weduwe van Esdert de Glind), juffrouw Magda Zijlstra (gegevens nog onbekend, wie van de lezers kan ons helpen ?), Jannes Siemens (geboren op 27 augustus 1939, getrouwd met Jantje Wolters, Bovensmilde), Albertus Gerardus (Bertus) Pril (geboren op 13 juni 1937, Amsterdam), Teunis Rozeboom (geboren op 12 oktober 1937, samenwonend met Rita Kristeerius, Diever), Berend Jonker (geboren op 11 januari 1936, getrouwd met Fennie Bügel, Lhee), Jantinus Hendrikus (Jannes) Boer (geboren op 8 november 1935, getrouwd met Roelien Huisman, Wassenaar), Albert Wanningen (geboren op 7 maart 1937, overleden op 1 december 1964), Albert van Zomeren (geboren op 31 januari 1938, getrouwd met Hilligje (Hillie) Oosterhof, Meppel), Jochem van Leeuwen geboren op 11 maart 1938, getrouwd met Willie Schuitert, Enschede), Tiede Oosterhof (geboren op 17 april 1939, overleden op 1 juni 1955) en meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op  februari 1996, bij leven getrouwd met Geertje Wuite).
De bovenste rij meisjes wordt van links naar rechts gevormd door: Roelina Willemtje (Roelie) Klok (geboren op 2 juli 1938, getrouwd met Gerrit Grit, Hoogeveen), Willemtje (Willie) Klok (geboren op 20 mei 1937, weduwe van Hendrikus (Rieks) Bos, Diever), Hilligje (Hillie) Oosterhof (geboren op 13 februari 1938, getrouwd met Albert van Zomeren, Meppel), Roelina (Roelie) Siemens (geboren op 21 februari 1938, getrouwd met Jan Lubbinge, Steenwijk), Jacobje (Cobie) Nijboer (geboren op 5 april 1937, getrouwd met Hendrik Roelof Liezen, Wanneperveen), Klaasje Rozeboom (geboren op 25 november 1936, getrouwd met Aaltinus Geerts, Nijverdal), Gezina (Sina) van Leeuwen (geboren op 23 augustus 1936, getrouwd met Berend Mos, Dwingelo), Roelofje (Roelie) Soer (geboren op 27 juli 1937, getrouwd met Jan Kiers, Diever), Elsje Oost (geboren op 17 augustus 1939, Epe) en Christina Wilhelmina (Stiena) Klok (geboren op 16 februari 1940, getrouwd met Johannes van der Weij, Diever).
De twee kleine meisjes onder de rij meisjes zijn van links naar rechts:
Alie Pril (geboren op 12 juni 1943, weduwe van Rob Pino, Baarn) en Willemina (toen Mina, nu Wilmie) Oost (geboren op 14 februari 1941, Den Haag).
De vier staande jongens in de rij daar beneden zijn van links naar rechts:
Geert Soer (geboren op 30 april 1939, getrouwd met Geesje Vrieling, Steenwijk), Jan Willem Echten geboren op 8 april 1940, getrouwd met Roelie Noorman, Havelte), Albertus (Bertus) Dijkman (geboren op 13 juni 1937, overleden, (datum onbekend), bij leven getrouwd met Gea Hartkamp) en Roelof Jonker (geboren op 11 april 1939, getrouwd met Dinie Nijstad, Eext).
De rij zittende jongens op de voorgrond wordt van links naar rechts gevormd door: Reinder van Leeuwen (geboren op 13 juni 1941, getrouwd met Dinie Jansen, Vledder), Arend van Zomeren (geboren op 1 mei 1942, getrouwd met Hannie Annevelink,Westerbork), Aaldert Soer (geboren op 16 juni 1941, getrouwd met Roelie Stoker, Wittelte), Jan Barelds (geboren op 17 februari 1941, getrouwd met Jantje Prins, Emmeloord), Wolter Jonkers (geboren op 17 februari 1943, getrouwd met Ivonne Meier, Voorthuizen), Jan Klok (geboren op 3 april 1942, overleden op 12 november 1992, bij leven getrouwd met Hennie Meulenbelt) en Arend (Arie) Oosterhof (geboren op 4 september 1941, getrouwd met Everdina (Dinie) de Vrieze, Meppel).

Posted in Olde schoelfotoos, Opraekelen, Scholen, Wittelte | Leave a comment

De Baarg in de 20-er jaren van de vorige eeuw

Burgemeester Hendrik Gerard Van Os fotografeerde de in verval geraakte maar nog aardig op hoogte zijnde Baarg van Wittelte in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Volgens oude Wittelters stonden op de Baarg hulseboss’n.
De uitgestorven familie Bij de Berg moet in Wittelte eeuwen lang in de buurt van de Baarg hebben gewoond. Het zou aardig zijn te weten of deze familie, naast de boerderij aan de Wapserveenseweg, waar ze het laatst woonde, eerder ook een andere boerderij dichter in de buurt van de Baarg heeft bewoond.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Abracadabra-237

Posted in Canon van de gemeente Diever, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Opraekelen, Topstukken, Wittelte | Leave a comment

Publicaties over ‘de Baarg’ van Wittelte

Dit artikel bevat een niet-begrensde lijst van literatuur die verband houdt met de Baarg van Wittelte.

Leonard Johannes Friedrich Janssen
Drenthsche Oudheden, Uitgegeven door Kemink – Utrecht – 1848.
Nieuwsblad van het Noorden
Artikel in het nummer van woensdag 2 november 1932.
Nederlands Volkskundig Genootschap
Neerlands Volksleven – Uitgegeven in 1962.
D.P. Blok
De vroege Middeleeuwen tot ca. 1150 – Uitgegeven in 1985
Huib D. Minderhoud
Dwars door Drenthe – Uitgegeven door Krips Repro – Meppel – 1986.
Geïllustreerd met aquarellen van Jouke Nijman.
Ebelina Bruins – Jeannet Boverhof
Wittelte na Witto – Uitgegeven door Werkgroep Historisch Wittelte – 2004.
Het boek is samengesteld door Jeannet Boverhof en de Werkgroep Historisch Wittelte.
Michiel Alexander Wilhelm Gerding en consorten.
De Canon van Westerveld – Kennismaking met cultuur en historie – Uitgegeven door Koninklijke Van Gorkum Assen – 2009.
A.W. Ritman (Lex Ritman)
Witto’s heuvel- Uitgegeven door Antonius Pius – ’s Gravenhage – 2010.
Dit boek is uitgegeven in verband met het zogenaamde 970-jarige bestaan van het gehucht Wittelte in 2010.
A.W. Ritman (Lex Ritman)
Wikipediaanse studie over Kasteelberg en tekenaar en uitgeverij – Uitgegeven door Antonius Pius – ’s Gravenhage – 2010.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Posted in Archeologie, de Baarg van Wittelte, Publicaties, Wittelte | Leave a comment

Over ‘de Baarg’ van Wittelte

Waarschijnlijk is de Baarg van Wittelte het laatste restje van een zogenaamde motte.  Als de Baarg inderdaad een motte is geweest, dan is het waarschijnlijk dat op de Baarg ook een soort van kasteel of kasteeltje heeft gestaan.
In de lijst van ‘mottes en mottekastelen in Nederland‘ in de website Wikipedia is de Baarg van Wittelte niet genoemd, nu zegt dat niet alles, want de inhoud van Wikipedia moet voortdurend kritisch worden beoordeeld.
In Wikipedia is een en ander te lezen over het mottekasteel.
Op het internet is ook een voorbeeld van een mottekasteel in België te vinden.
Nog meer afbeeldingen van ‘mottekastelen’ zijn te vinden via het aanklikken van: meer afbeeldingen van mottekastelen.
In de website Wikipedia hebben direcht belanghebbenden ook een bladzijde volgeschreven met grotendeels subjectieve gegevens over de Baarg van Wittelte.
In de website Wikipedia is ook een grappige foto uit 2009 van de Baarg te vinden. In de tekst bij die foto wordt de Baarg aangeduid als ‘Wittesheuvel’, maar die naam is gewoon een verzinsel van de eigenaar van het land waarin de Baarg ligt. Het is aardig om op deze foto te zien dat om het rijksmonument eindelijk schrikdraad is gespannen.
Nog tot niet zo lang geleden liet de eigenaar van het land gewoon zijn koeien over de Baarg lopen, wat bij heeft gedragen aan het vernielen (verropp’m) van deze archeologische rest. Het is ook vermakelijk om te zien dat de eigenaar het kale heuveltje leuk heeft opgedirkt en opgepimpt met een eigengemaakte grijze (gewapend?) betonnen pop. Zwaait de pop met zijn zwaard in de richting van Utrecht ?
Op de website Geheugen van Drenthe is ook enige aan oudere bronnen ontlede gegevens over de Baarg te vinden.
Ook de website Encyclo Online Encyclopedie biedt enkel bekende gegevens uit oudere bronnen.
De website home.kpn.nl/ekats doet enige beweringen die niet worden onderbouwd met verwijzingen naar bronnen. Wel is op deze site een aardige foto van de Baarg te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Posted in Archeologie, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Wittelte – Kasteelheuvel in bescherming

In de Meppeler Courant van 25 februari 1981 verscheen het volgende bericht over de noodzakelijk geachte bescherming ingevolge de Monumentenwet van ‘de Baarg’ van Wittelte.

Kasteelheuvel in bescherming
Wittelte – De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort heeft Gedeputeerde Staten van Drenthe geattendeerd op de aanwezigheid van een kasteelheuvel in Wittelte. De rijksdienst wijst erop dat zich in het grasland ten zuidoosten van Wittelte een ongeveer vier meter hoge kunstmatige heuvel met een diameter van 20 meter bevindt.
Rondom deze heuvel wijst een depressie op een vroeger hier aanwezige gracht. Het betreft hier één van een drietal (de andere zijn het Borgbarchien ten zuidwesten van Rheebruggen tussen Uffelte en Ansen en de Klinkenberg in het dal van de Geeserstroom ten zuidwesten van Gees) Drentsche kasteelheuvels, die dateren uit de Middeleeuwen.
Op grond van wetenschappelijk- en cultuurhistorische betekenis zal deze kasteelheuvel met het rondom aanwezige grachtprofiel te zijner tijd worden voorgedragen voor bescherming ingevolge de Monumentenwet. Het is de rijksdienst gebleken dat in het rapport voor de ruilverkaveling ‘Diever’ dit archeologische monument nergens wordt genoemd, hetgeen zou kunnen inhouden dat met deze heuvel en zijn naaste omgeving geen rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden. De rijksdienst meent er goed aan te doen Gedeputeerde Staten op dit moment te attenderen en de waarde ervan nog eens duidelijk te onderstrepen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-22
Het is de redactie niet duidelijk wat de schrijver van dit artikel met ‘op grond van wetenschappelijke betekenis ….’ heeft bedoeld. Zeker is dat ‘de Baarg’ van Wittelte nooit archeologisch (zeg wetenschappelijk) is onderzocht.
Jacob Snoeken, de eigenaar van het land waarin ‘de Baarg’ van Wittelte ligt, heeft persoonlijk verhinderd dat ‘de Baarg’ van Wittelte tijdens de uitvoering van de ruilverkaveling werd afgegraven.
Zo kon ‘de Baarg’ van Wittelte in 2002, meer dan 20 jaar na de ruilverkaveling, als mosterd na de maaltijd, alsnog op de lijst van rijksmonumenten (beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988) worden opgenomen. Voor wat dit waard is.
De bijgaande zwart-witfoto is in 1927 gemaakt door burgemeester Hendrik Gerard van Os.
De redactie heeft de kleurenfoto van wat nog over is van ‘de Baarg’ van Wittelte op 3 oktober 2012 gemaakt.

Abracadabra-1407Abracadabra-1440

Posted in Archeologie, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Lonen omlaag met respectievelijk 10, 7,5 en 5 %

De redactie van het Deevers Archief houdt er een merkwaardige hobby op na en dat is onder meer het verzamelen van jaarverslagen en andere documenten van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’, die was gevestigd aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever. Elk jaarverslag bevat een schat aan gegevens over de melkveehoudende boerenstand in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte.
De redactie vond het ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ bij toeval in een achtergelaten doos in het kaaspakhuis in het toen nog bestaande oude pand van de zuivelfabriek aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever.

De jaren 1931 en 1932 waren jaren in de grote vooroorlogse crisis. In het ‘Verslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ zijn slechts twee zinnetjes in het verslag van de bestuursvergaderingen besteedt aan de beloning van zijn arbeiders:
Verder werd besloten tot loonsverlaging van het personeel over te gaan en wel met percentages van respectievelijk 10, 7½ en 5. Voor de hierna geldende salarissen zie men de tusschen haakjes geplaatste bedragen bij de loonlijst personeel.
Het bestuur was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jan Seinen, Diever, voorzitter;
– Gerard Meijering, Diever, secretaris;
– Dirk Moes, Diever, vice-voorzitter;
– Hendrik Lefferts Barelds, Wittelte, vice-secretaris;
– Jan Berends van der Berg, Wittelte, lid.
De raad van commissarissen was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jans Bult, Oldendiever, voorzitter;
– Roelof van Wester, Oldendiever, secretaris;
– Hendrik Jonkers, Dieverbrug;
– Klaas Geerts, Oldendiever;
– Bertus Wemmenhove, Dieverbrug.

De genoemde loonlijst is te zien op de hier afgebeelde bladzijde 4 van het genoemde jaarverslag.
De Heer Directeur J.H. Benthem en de Heer Assistent J. Andree (die zichzelf altijd maar Andreae wilde
noemen)
bleven -ook in die zware crisis- gespaard van deze groffe gedwongen loonsverlaging. Zij hadden bovendien het grote voorrecht van ‘vrij wonen’. Ook de eerste kaasmaker had ‘vrij wonen’.
Op de hier afgebeelde bladzijde 5 van het genoemde jaarverslag is te lezen hoe ook de melkrijders het er van langs kregen. Merkwaardig genoeg namen de melkrijders het voorstel aan voortaan op de zondag gratis te rijden.

Het schrille contrast met de groffe gedwongen loonsverlaging van de fabrieksarbeiders van de toch wel mededogenloze boerenonderneming ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ is te lezen in het hier afgebeelde kort-door-de-bocht bericht, dat verscheen op 29 juni 1932 in het Nieuwsblad van het Noorden:
Diever, 28 juni. Van gemeentewege vond dezer dagen de uitkeering plaats van gelden ingevolge de Crisis-Zuivelwet. Bijna 400 veehouders ontvingen kleinere en grootere bedragen, tot een totaal van f. 4369,50. Het gaf een heele drukte.

Om voorlopig in ‘de ergste nood’ van de melkveehouders te voorzien, kon in 1932 elke melkveehouder krachtens de Crisis-Zuivelwet steun ontvangen. Per melkgevende koe, die aanwezig was op 15 juni 1932, kon elke melkveehoudende boer, die zich voor steun aanmeldde f, 2,25 ontvangen. In de gemeente Diever ging het om 376 boeren, die tezamen 1959 koeien hadden, dus het steunbedrag was f. 4407,75. De boerenorganisaties moeten ook in die jaren al krachtige lobbyisten in het Haagsche hebben gehad.
Van hoeveel koeien in 1932 de melk naar de ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ werd gebracht, is niet bekend, dus is het ook niet bekend hoeveel steun naar de boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte is gegaan.
Na de gedwongen groffe loonsverlaging van de arbeiders van de melkfabriek een maand eerder gaf het met die 203 boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte wel een hiele drokte daar bij het gemeentehuis an de Brink in Deever (een gemeentehuis hoort aan de Brink staan). Bestuursleden, commissarissen en leden van de coöperatie, allemaal in de rij staan voor een beetje steun. Hand ophouden. Niet klagen, maar dragen. Geld van de arbeider en geld van de belastingbetaler. Alle beetjes helpen om de crisis door te komen.
De redactie kan belangstellenden een pdf-bestand van het belangwekkende ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932′ toesturen. Stuur een berichtje.

Abracadabra-1224Abracadabra-1225Abracadabra-1223

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Kalteren, Landbouw, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Poasvuur in Deever, Wapse en Wittelte – Pasen 2016

Op drie plaatsen binnen de grenzen van de gemeente Deever is met de paasdagen een poasbulte verbrand.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij Wittelteweg 18 – Wapserveenseweg 1.
De Wapser Gemeenschap heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij de Landweg in Wapse.
De Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek aan de Steenakkerweg op de Heezenesch.
De plek van de poasbulte van de Buurtvereniging Geeuwenbrug lag buiten de grens van de gemeente Diever.
De poasbulte in Wapse is tegen de traditie in al op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte in Wittelte is eveneens tegen de traditie in op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte van Deever is zoals de traditie dat wil wel op Tweede Paasdag 28 maart aangestoken.

De voorkant van het gelijk heeft zo genoemde beleidsregels voor poasbult’n opgesteld. In de webstee van de gemeente Westenveld is sprake van een vreugdevuur, dit is een volstrekt verkeerde term, de juiste term is poasvuur. De betreffende tekstschrijver van de gemeente Westenveld wil de burgers blijkbaar een nieuwe term opdringen..
Een vereniging die niet aan deze zo genoemde beleidsregels voldoet, krijgt van de met de uitvoering van het paasvuurbeleid belaste ambtenaar geen tijdelijke stookvergunning. Gelukkig voldeden de Dorpsvereniging Wittelte, de Wapser Gemeenschap en de Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift blijkbaar vooraf wel al aan zo genoemde beleidsregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n 
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat in Oude Willem, Groot Wateren, Klein Wateren en Zorgvlied (de aandere kaante van de bos) en an de Deeverbrogge geen poasbulte is gesleept. Haar Tied Zat gien zat tied veur ’t sleep’m van ’n poasbulte ?

In de webstee van de gemeente Westenveld is ook nog de volgende overbodige zin te lezen: Het is alleen aan de organisaties die een ontheffing hebben gekregen toegestaan, een paasvuur (vreugdevuur) te organiseren. Vingertje in de lucht, ah, ah. En let vooral op de term tussen haken: vreugdevuur. Om droevig van te worden.

De met de uitvoering van de zo genoemde beleidsregelds voor het slepen en verbranden van poasbult’n belaste ambtenaar geeft alleen een tijdelijke stookvergunning aan een vereniging af als is voldaan aan de volgende beleidsregels:
1. de vereniging is niet eerder dan vier dagen vóór het verbranden van de poasbulte begonnen met het slepen.
2. de poasbulte is door de vereniging aangestoken.
3. de poasbulte bestaat alleen uit snoeihout.
4. de poasbulte is schoon opgebrand.
5. de vereniging heeft de verbrandingsresten van de poasbulte afgevoerd.

De vraag is hoe van te voren kan worden nagegaan of achteraf is voldaan aan de hiervoor zo genoemde vijf beleidsregels.
Regel 1 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren. Maar wat als vanwege wind of regen de poasbulte niet op een geplande zaterdag voor Pasen, maar op Tweede Paasdag ’s avonds om acht uur wordt aangestoken en ’s zaterdags, na de vierde dag, wordt nog een vrachtje mooi schoon opbrandbaar snoeihout naar de paosbulte gesleept. Wat dan ? Dan kan regel 1 niet worden afgevinkt. Maar hoe gaat het bevoegd gezag dit controleren ?
Regel 2 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. Pas dan kan al dan niet een vinkje bij regel 2 worden gezet.
Regel 3 is wel tijdens het slepen van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. De poasbulte mag alleen van snoeihout worden gemaakt. Dus gien olde maan’n of stobb’m of olde witt’n. Maar wat als een vrachtje stobb’m onder in het hart van de poasbulte wordt verwerkt en direct wordt bedekt met schoon opbrandbaar snoeihout. Geen rode haan die daar naar kraait. Regel 3 is echter alleen te controleren als voortdurend iemand van het bevoegd gezag bij het slepen van de poasbulte staat te koekeloeren.
Regel 4 is ook pas na het opbranden van de poasbulte te controleren. In de webstee van de gemeente Westenveld was geen omschrijving van het begrip ‘schoon opbranden’ te vinden. Dit biedt erg veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Wat is schoon opbranden en hoe schoon moet schoon opbranden zijn, is schoon opbranden te meten en wie controleert deze zo genoemde beleidsregel ? Of wordt met ‘schoon opbranden’ bedoeld dat de poasbulte volledig moet zijn verbrand ?
Regel 5 is ook pas achteraf af te vinken. Waarschijnlijk moeten de verbrandingsresten worden vervoerd naar en afgegeven aan een inrichting die een omgevingsvergunning heeft voor het accepteren van verbrandingsresten van een poasbulte.  Bijvoorbeeld afvoeren naar de afvalverwerking in Wijster ? Afvalstroomnummer aanvragen ? Dus het acceptatiebewijs van de afvalverwerking inleveren bij de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de poasbulte-regelties ?

De gevolgtrekking is dat de vijf zo genoemde beleidregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n niet zijn te handhaven, zeker niet vooraf, maar ook niet achteraf zijn af te vinken, tenzij dag en nacht een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bij een poasbulte staat te controleren en zodra een vereniging een van de vijf zo genoemde beleidsregels overtreedt, het repressieve vingertje in de lucht steekt, heel hard ah ah roept, en overgaat tot het intrekken van de tijdelijke stookvergunning.
De voorkant van het gelijk zal de vijf zo genoemde beleidsregels ongetwijfeld aangrijpen om – net zoals bij het kebied scheet’n – het onderwerp op te blazen en vooraf een erg belangrijke informatiebijeenkomst te organiseren om op de betreffende verenigingen in te praten. En bij de traditie van het verbranden van de poasbulte is direct na het verbranden van de poasbulte dan ook nog een erg belangrijke zo genoemde evaluatiebijeenkomst met de verenigingen noodzakelijk, want dan moet voor elke vereniging worden vastgesteld welke van de vijf zo genoemde beleidsregels daadwerkelijk zijn af te vinken. Dan kan het bakkeleien beginnen. En dan ? Geen vijf vinkjes, geen keurmerk, dus repressie en geen tijdelijke stookvergunning voor het volgende jaar ? Kan de gemeente Westenveld het zich in deze tijden van vergrijzing, krimp en geldschaarste eigenlijk wel veroorloven bestuur en ambtenaren tijd te laten besteden aan een klein onderwerpje, zoals het sleep’m en vurbraan’n van een poasbulte ?

Posted in Diever, Dorpskrachten, Gemeentebestuur, Heezenesch, Immaterieel erfgoed, Poasvuur sleep'm, Tradities, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Dorpskrachten beheren de openbare buitenruimte

In de Meppeler Courant verschenen in 2015 een aantal terloopse maar wel opmerkelijke berichten over het onderhands uitbesteden en overdragen van het beheer van twee percelen van de openbare buitenruimte van de gemeente Westenveld aan de boermarke van Wapse en aan de boermarke van Wittelte.

In de Meppeler Courant van 10 april 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse.

Boermarke beheert voortaan buitengebied rond Wapse
Wapse
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse, ligt het komende jaar in handen van de boermarke in het dorp. Voorzitter Wessels van de boermarke en wethouder Geertsma hebben het contract ondertekend.
Volgens Geertsma is bij eerdere projecten gebleken dat door de inzet van dorpskracht, de kwaliteit van het onderhoud aan de openbare ruimte verbetert. ‘We zien dat onder meer in Vledderveen, Zorgvlied en Wapserveen, waar al geruime tijd het beheer en het onderhoud door inwoners wordt uitgevoerd. Inwoners voelen zich meer betrokken bij het onderhoud en verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving.’
Kwaliteit verhogen
Boermarke Wapse heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan de bermen, sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. De gemeente heeft een nulmeting uitgevoerd, om inzichtelijk te maken wat het huidige onderhoudsniveau is van de onderhoudsarealen in het buitengebied van Wapse. Drie keer per jaar wordt een schouw uitgevoerd om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Na één jaar wordt een evaluatiegesprek gevoerd en bekeken of het contract wordt verlengd.

In de Meppeler Courant van 22 mei 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte.

Wittelte neemt beheer en onderhoud in eigen hand
Wittelte
Boermarke Wittelte gaat de komende drie jaar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte uitvoeren. Deze week heeft wethouder Homme Geertsma het beheer en onderhoud officieel overgedragen. Boermarke Wittelte heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan bermen en sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. Ook gaan ze in eigen beheer zorgen voor compostering van het maaisel.
Westerveld voert drie keer per jaar een schouw uit om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Boermarke Wittelte is de vijfde op rij, die met inzet van dorpskracht het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in hun dorp en omgeving overneemt van de gemeente. De werktuigenvereniging Vledderveen, boermarke Wapserveen, oudejaarsvereniging Tied Zat uit Zorgvlied en boermarke Wapse gingen hun voor. Ook met de dorpsgemeenschap Geeuwenbrug wordt gesproken over een overdracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-03-09
Is het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden in de gemeente Diever 
een levering van spullen of het verlenen van een dienst of het uitvoeren van een werk ? Het antwoord is natuurlijk het verlenen van een dienst.
Op het aanbesteden van een dienst die wordt betaald met geld van de gemeenschap (belastinggeld) is de Aanbestedingswet van toepassing, daarnaast zijn binnen de grenzen van de gemeente Diever en passend binnen het kader van de Aanbestedingswet de Algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten van de gemeente Westenveld van toepassing.
Blijkbaar is volgens de twee artikeltjes een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?) de politiek verantwoordelijke wethouder voor het juist toepassen van de Aanbestedngswet en de gemeentelijke inkoopvoorwaarden.
In de gemeentelijke inkoopvoorwaarden is het begrip dienst als volgt omschreven: de door de contractant te verrichten werkzaamheden ten behoeve van een specifieke behoefte van de gemeente, niet zijnde werken of leveringen.
De gemeente Westenveld heeft blijkbaar de behoefte het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden binnen de grenzen van de gemeente uit te besteden aan een ondernemer, die contractant wordt genoemd.
Een ondernemer van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden kan in de gemeente Westenveld blijkbaar ook een hobby-ondernemer zijn, bijvoorbeeld een boermarke, een grappenmakersvereneniging, een groepje dorpskrachten, een werktuigenvereniging. Maar dan kan een ondernemer ook een voetbalvereniging of een klootschietvereniging zijn.
En wat te denken van bijvoorbeeld reguliere kleine professionele ondernemers, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector ? Kunnen die ook letterlijk aan bod komen ?
De gemeente Westenveld heeft het oppervlak van de gemeente voor het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen blijkbaar opgedeeld in een groot aantal percelen: Wapse, Wittelte, Zorgvlied/Wateren/Oude Willem, omgeving Diever, Geeuwenbrug, Wapserveen, Havelte, Uffelte, Dieverbrug, Lhee, Lheebroek, Leggelo, Eemster, omgeving Dwingelo, omgeving Havelte, omgeving Vledder, Vledderveen, Doldersum, Frederiksoord, Darp en mogelijk andere percelen.
Het is waarschijnlijk dat – zeker omdat het bij sommige percelen om contracten met een looptijd van veelal drie jaren gaat – dat de geraamde waarde van de opdracht voor de te leveren diensten voor het totale beheer en onderhoud van de bermen, sloten en zandwegen in de gemeente Westenveld het Europese drempelbedrag van € 207.000 te boven gaat.
Zo ja, dan mag wel de zo genoemde percelenregeling worden toegepast. En dan zou het best zo kunnen zijn dat op basis van een zuivere toepassing van die zo genoemde percelenregeling de percelen Wapse, Wittelte en Zorgvlied wel onderhands mochten worden aanbesteed, maar misschien ook niet. En welke percelen zijn dan wel Europees aanbesteed of gaan Europees aanbesteed worden ?
Reguliere kleine professionele ondernemers in de gemeente Westenveld, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector, hebben bij het door de verantwoordelijke wethouder onderhands uitventen van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen aan dorpskrachten wel erg lelijk het nakijken, ze maken zo te lezen geen schijn van kans op een fatsoenlijke opdracht.
Maar niets hoeft hen te weerhouden van het stellen van kritische vragen aan een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?), de politiek verantwoordelijke wethouder van de gemeente Westenveld (waar in hemelsnaam ligt de gemeente Westenveld ?). Desnoods eerst alle gewenste gegevens opvragen via een verzoek volgens de Wet openbaarheid bestuur.
In beide artikelen is vermeld dat ook het beheer van bermen, sloten en zandpaden aan de dorpskrachten is opgedragen. Dat houdt in dat een gemeentelijke taak is overgedragen aan dorpskrachten, derhalve zal er gesneden moeten worden in de omvang van het ambtelijke apparaat. Eén 40-uurs-baan schrappen ?

Abracadabra-1643
Abracadabra-1644

Posted in Boermarke, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Wapse, Wittelte | Leave a comment

De elektrificatie van de streek Wittelte in 1928

Op 22 juni 1928 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht over de aanvang van de aanleg van het elektriciteitsnet in de streek Wittelte.

Diever, 21 juni. Wederom zal een nieuw gedeelte dezer gemeente binnen afzienbaren tijd van electrisch licht zijn voorzien. Met de voorbereidende maatregelen voor den bouw van het electriciteitsnet te Wittelte is dezer dagen aangevangen. De gemeenteraad besloot voor eenigen tijd dit dorp van electrischen stroom te voorzien. De geheele gemeente kan straks van de electrificatie profiteeren. Behalve Zorgvlied, waar de stroom van de Friesche centrale wordt betrokken, komt in de heele gemeente de electriciteit van de centrale te Groningen. Wittelte is het laatste dorp in zuidelijke richting, dan van Groningen uit bediend wordt.

Op 15 september 1928 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht over de voortgang van de aanleg van het elektriciteitsnet in de streek Wittelte.

Diever, 14 september. Binnenkort zal onze gemeente geheel van electrisch licht zijn voorzien. Het net te Zorgvlied -het eenige, dat de stroom van de centrale te Leeuwarden betrekt- is bijna voltooid. De straatverlichting is er dezer dagen ook in werking gesteld. Te Wittelte vordert de aanleg eveneens mooi. Het bovengrondsche net is bijna gereed. De transformator moet nog geplaatst worden. Tegen den aanstaande winter echter zal alles gereed zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-02-22
De vraag is waar in Wittelte de transformator van het bovengrondse elektriciteitsnet heeft gestaan ? Bij de Wittelterbrug ? Wie heeft foto’s bewaard, waarop het Wittelter elektriciteitsnet is te zien ?

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Wittelte | Leave a comment

Ten huize van Jan Pot an ’t Wittelterschut

Op 10 december 1868 verscheen in de Drentsche en Asser Courant het navolgende bericht over de verkoop van hout op stam ten huize van Jan Pot an ’t Wittelterschut.

De notaris mr. W.O. Servatius te Dwingelo zal, op vrijdag den 18 december 1868, des morgens om elf uren, ten huize van Jan Pot, aan het Wittelterschut publiek verkoopen: Eenige perceelen schel- en weekhout en dennen, op stam staande te Wittelte, in de gemeente Diever, en toebehoorende aan de markegenooten van Wittelte en aan B.H. Barelds te Dwingelo, kunnende van die perceelen aanwijzing worden bekomen bij H.L. Barelds te Wittelte.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie van 2013-02-16
In dit bericht wordt Dwingelo geschreven, zoals het met één o behoort te worden geschreven: Dwingelo.
In 1868 bestond het Wittelterschut in de Drentsche Hoofdvaart nog. Dit overbodige en te smal geworden schut werd tussen 1 juli en 15 augustus 1880 afgebroken.
Ten huize van Jan Pot was ten huize van de schutmeester Jan Pot van het Wittelterschut. Jan Pot zal in één van de voorkamers (de voorkamer aan de kant van de Wittelterbrug) van de schutmeesterswoning (de sluiswachterswoning) een café hebben gehad, waar de publiek verkoop van hout op stam plaats moet hebben gevonden. Jan Pot was naast schutmeester (sluiswachter) ook landbouwer.

Jan Pot werd op 22 juli 1835 geboren te Wittelte, als zoon van Jan Pot en Aaltje Jans Duiker. Hij overleed op 21 januari 1920 te Wittelte. Hij was getrouwd met Christina Henderika Leonora Bakker. 
De schutmeesterswoning, die eigendom was van het Rijk, werd in 1905 op een openbare veiling verkocht.
Het pand heeft tegenwoordig als adres: Rijksweg 74, Wittelte. In het pand is een Old Timer Museum gevestigd.
H.L. Barelds was Hendrik Lefferts Barelds (geboren op 1 april 1834, overleden op 11 mei 1895).
Met weekhout wordt bedoeld hout van de populier (geschikt voor het maken van klompen).

abracadabra-146

Posted in Wittelte, Wittelterschut | Leave a comment

Over ‘de Baarg’ in het Nieuwsblad van het Noorden

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen het volgende artikeltje over de Baarg van Wittelte. 

Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik III van 12 mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulfo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peelo, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting.
De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de zogenaamde St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de gebroeders zijn bewoond.

Posted in de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

De eerste echte ansichtkaart van het gehucht Wittelte

Van Wittelte zijn geen ansichtkaarten van echte dorpsbeelden, zoals wegen, boerderijen, huizen, scholen, enzovoort bekend.
De eerste ansichtkaart die hiervoor wel in aanmerking komt, is de op een verzamelbeurs gekochte ansichtkaart, zoals te zien is op bijgaande afbeelding. Hulde aan de bedenker/uitgever van deze kaart, te weten de eigenaren van galerie “de Herkenning”, Wittelte, The Netherlands. Ga zo door !

Op de achterkant van de kaart staat als uitleg bij de foto’s op de voorkant van de kaart:  Jacob Snoeken, “Graaf Witto 21 mei 1040, betonnen beeld op de Wittesheuvel”, Herberg “de Twijfelaar” en Monument op de Brink.
Bij de tekst “Graaf Witto 21 mei 1040, betonnen beeld op de Wttesheuvel” zijn natuurlijk de nodige vraagtekens te zetten. Heeft Witto bestaan ? Zo ja, was hij graaf en zo ja van welk graafschap was hij graaf ? Zijn hierover oorkonden bewaard gebleven ?
Is de datum van 21 mei 1040 de geboortedatum van die zogenaamde Witto ? Zo ja, aan welk document is de geboortedatum van die zogenaamde Witto ontleend ?
Is de naam Wittesheuvel ontleent aan een document, zo ja aan welk document ?
Of hebben we bij het betonnen beeld van “graaf Witto” op de “Wittesheuvel” te maken met een gevalletje van onnavolgbare en onverbeterlijke pseudo-histo-romantiek ?

De heer Peter van Wijk reageerde op 22 september 2012 als volgt:
Blij verrast door de hulde die we kregen voor deze kaart. Hartelijk dank. We hebben nog wel een stapeltje van deze kaarten liggen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-01-06
De redactie wil ondernemers uit Wittelte graag adviseren ook nieuwe kaarten met andere echte dorpsbeelden uit te brengen.

abracadabra-562

Posted in Ansichtkaarten, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

De toestand van de Baarg van Wittelte in 1847

De volgende tekst is overgenomen uit het boek ‘Drenthsche Oudheden’ van Leonardus Jan Frederik Jansen, Lit. Doct. Conservator bij het Museum van Oudheden te Leyden, uitgegeven in 1848 bij Kemink en Zoon in Utrecht. Het is een verslag van een ooggetuige van de toestand van de Baarg van Wittelte in 1847.

Waterburgten
Met dezen naam bestempelen wij die geizoleerde aardhoogten, die omgeven zijn van eene of meerdere grachten, waarin zich water bevindt, en soms daarenvoven ook van een of meer wallen. Van deze soort zijn er mij in de Provincie Drenthe slechts twee bekend geworden.
De ééne ligt te Wittelte, in den kom van het gehucht. Het is een heuvel van p.m. 6 ellen hoogte en van eene middellijn van 30 ellen, omringd van eene thans gedempte gracht van 20 ellen breedte. Door veelvuldig afgraven der landlieden, om aarde en vooral zand te erlangen, is hij aan de west- en zuidzijde zeer geschonden, en ofschoon de opgegeven grootte nagenoeg de oorspronkelijke zal zijn, is het toch mogelijk, dat hij nog iets hooger geweest is. Of hij oorspronkelijk een’ op- of toegang gehad had, was niet meer na te gaan. Van twee landlieden, die deel hadden in zijn eigendom, meen ik verstaan te hebben, dat de gracht vroeger den geheelen heuvel zóó omringd had, dat er geen toegang geweest was. Hiertoe zal dus oorspronkelijk eene brug gediend hebben. Rondom deeze hoogte en gracht ligt groenland, en de met struikgewas begroeide heuvel komt daardoor zeer treffend uit. Op zijn’ kruin heeft men een niet gewoon vergezigt. Toen ik de afgegraven zijden onderzocht bleek mij duidelijk, dat de heuvel door menschenhanden was opgeworpen, waarschijnlijk uit de hem thans omringende gracht. De grond was nu eens zand, dan klei, en ik vond daarin op onderscheiden plaatsen potscherven. Deze werden b.v. in den versch afgegraven buik des heuvels, omstreeks 1 el hoog van den grond, aangetroffen, en leverde dus het bewijs, dat zij er bij het ophoogen des heuvels ingekomen waren. Zij waren van vier onderscheiden potten, donkerbruin, roodachtig, lichtrood en geel van kleur, hard gebakken en fiks bewerkt; een was van tamelijk fijne, de overigen waren van grover aarde. Daar van dit aardewerk geheel hetzelfde geldt als wat boven, bladzijde 125, omtrent het aardewerk uit de bevloering tusschen de wildgraven te Odoorn is opgemerkt, zou ik, zonder evenwel iets te willen beslissen, vermeenen, dat deze waterburgt mede tot de Karlowingischen tijd behoorde. Eene opgraving zou waarschijnlijk gronden voor een bepaald oordeel aan het licht brengen. Tot zulk eene opgraving zouden de tegenwoordige eigenaren, naar het mij uit gesprekken met twee hunner toescheen, de vergunning niet weigeren. Deze eigenaren zijn vier in getal; F. Smid en B. Barels te Dwingelo bezitten de noordelijke, en H. Hessels en de wed. B. Roelofs, te Wittelte, de zuidelijke helft.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-01-06
Geen

Posted in de Baarg van Wittelte, Oudheden, Wittelte | Leave a comment

Een flesch cognac gestolen uit café Trompetter

In het Nieuwsblad van het Noorden van 1 juli 1930 verscheen het volgende bericht over het stelen van een flesch cognac uit café Trompetter op de hoek van de Hoofdstraat en de Kruisstraat in Diever.

Terwijl een tweetal Utrechtsche werkloozen – te werk gesteld bij de normalisatie van de Oude Vaart en gehuisvest in de barakken te Wittelterbrug – gisteren hun vrije dag hadden, belandden ze in het café van den heer A. Trompetter alhier. Na het gebruiken van eenige consumptie, vertrokken zij. De dochter van Trompetter, die bediende, had, toen de mannen nog aanwezig waren, even het café verlaten en in dien tijd had één van hen kans gezien een flesch cognac te stelen. Direct na het vertrek van de mannen werd de daad ontdekt. Een achtervolging begon en de mannen waren spoedig ingehaald. Een hunner bleek de flesch in den binnenzak te hebben. De man bekende de daad te hebben gepleegd. Door Trompetter is aangifte bij de politie gedaan, die procesverbaal opmaakte. Naar we vernemen hebben reeds vaker dergelijke diefstalletjes plaats gehad, zoodat de diverse caféhouders op hun qui vive zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
A. Trompetter is natuurlijk Arend (Oarend) Trompetter. 
Een flesch cognac (skink mee’j moar ‘n cojakkie in) is natuurlijk geen fles echte Franse cognac, maar een fles echte Schiedamse vieux (namaakcognac).
Het bericht leert dat aan het begin van de dertiger jaren van de vorige eeuw een barakkenkamp voor te werk gestelde werklozen an de Wittelterbrogge stond. Het kamp stond op de plaats waar nu camping Wittelterbrug is gevestigd.  De afbeelding toont een afbeelding van het kampgebouw van camping Wittelterbrug uit het jaar 1976.

Posted in Ansichtkaarten, Café Trompetter, Diever, Kruisstraat, Wittelte | Leave a comment

Verkoop Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 31 maart 1965 het navolgende artikeltje over de verkoop van drie in Wittelte gelegen bouwakkers met de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust.

Diever.
In café Brinkzicht vond ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo, de openbare verkoping bij toeslag plaats van de volgende drie te Wittelte gelegen bouwakkers ten verzoeke van de heer Hessel Hessels aldaar:
1. De met rogge ingezaaide Bloemakker, groot 0.37.10 ha., ingezet op f. 2.100,-; koper werd de heer A. Westerveen, Wittelte voor f. 3.200,-.
2. De met rogge ingezaaide Kleine Ouwel, groot 0.21.70 ha., ingezet op f. 1.500,-; koper werd de heer A. Berends, Wittelte, voor f. 1.810,-.
3. Bouwland Hoendernust, groot 0.57.20 ha., ingezet op f. 3.800,-; koper werd de heer J. Pot, Wittelte, voor f. 3.900,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hessel Hessels was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd op 9 februari 1899 geboren en overleed op 30 december 1990. Hij was getrouwd met Albertje Eggink, zij werd in 1901 geboren en overleed op 3 december 1971. Ten tijde van de verkoop van de drie akkers was Hessel Hessels 66 jaren oud.
Albert Westerveen was boer aan de Wapserveense weg in Wittelte. Hij werd op 2 februari 1914 geboren en overleed op 3 juni 1990. Hij was getrouwd met Aaltje Thijen. Zij werd geboren op 2 februari 1917 te Wapse en overleed op 14 juni 1999.
Jan Pot was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd geboren op 3 augustus 1918 in Wittelte en overleed op 12 november 1987. Hij was getrouwd met Margje Moes. Zij werd geboren op 28 oktober 1918 in Deever en overleed op 27 maart 1972.
De heemkundige vereniging uut Deever presenteerde op zaterdag 18 februari 2013 de publicatie ‘Veldnamen van de gemiente Deever omstreeks 1832’. Dorpskrachten van de heemkundige vereniging hebben ruim vijf jaar aan deze uitgave gewerkt. Van deze publicatie is helaas maar een beperkt aantal exemplaren gedrukt en verkocht. Veel mensen beseffen de cultuurhistorische waarde van de veldnaam niet.
In 1811 werd in Nederland het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Het proces van kadastrering werd in 1832 voltooid. In het kadaster werd h
et eigendom van grond op systematische wijze vastgelegd. Dat was in de gemiente Deever niet zo moeilijk, want bijvoorbeeld iedereen in Wittelte wist wel welke akker de veldnaam Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust had en wie de eigenaar daarvan was. In de genoemde publicatie zijn de veldnamen uit 1832 vastgelegd, welke nieuwe namen na deze periode zijn ontstaan, als gevolg van opdeling of samenvoeging, is niet terug te vinden in deze publicatie.
Het kan best zo zijn dat de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust in 1832 nog niet bestonden. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden deze veldnamen nog in de volksmond gebruikt, wat ook uit bijgaand artikeltje mag blijken. Maar wie weet heden ten dage de Bloemakker, de Kleine Ouwel of het Hoendernust nog te vinden ?

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Cultuurhistorie, Dorpskrachten, Veldnamen, Wittelte | Leave a comment

Achterkant ansichtkaart, verzonden in 1914

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-09

Het kan soms zeer leerzaam zijn de achterkant van helemaal beschreven ‘gelopen’ ansichtkaarten te bestuderen.

Op de voorkant van deze kaart staat een ingekleurde foto van de Openbare Lagere School, die op de plaats stond waar nu het Dingspilhuus staat. Een paar grote verzamelaars in Deever hebben deze ansichtkaart in hun verzameling en die kaarten zijn tussen 1914 en 1916 verstuurd.
Een van de verzendsters van deze kaart moet speciaal naar Deever zijn geweest om deze ansichtkaart, die tevens briefkaart was, bij een Deeverse winkelier te kopen, want de twee verzendsters woonden in Wittelte en de plaatselijke Wittelter bakker en kruidenier Berend Wolters verkocht geen ansichtkaarten.
De kaart is gestuurd naar mejuffrouw Froukje Bosscha, Rusthof, Zeist. Het herenhuis Rusthof in Zeist was een herstellingsoord voor dames. Had Froukje Bosscha tuberculose ?

De tekst in het linker gedeelte dat beschreven mocht worden, luidt als volgt.
Vriendin Froukje, Wij hebben uw kaartje ontvangen en gezien dat ge daar zijt, nu in de hoop dat ge daar beter moogt worden, gij moet maar goede moed houden en als gij weer in Groningen zijt, moet ge maar eens overkomen, dan is de drukte wat aan de kant, wij zijn nu aan het hooien. Akkerman met de draaimolen staat aan de brug, daar hebben wij zondagavond naar toe geweest. Daaaaag. A. en G. Odie.

A. Odie is Aaltje Odie (geboren op 28 maart 1891, overleden op 24 december 1959 te Diever), zij trouwde met Jacob Krol (geboren op 1 augustus 1889, overleden op 4 november 1948 te Diever). Ze woonden naast de Gereformeerde School an de Heufdstroate in DeeverOaltie Odie was de muss’nsteefster van Deever. Beiden zijn begraven op de kerkhof van Deever. G. Odie is Grietje Odie (geboren op 2 mei 1892 te Uffelte, overleden op ……). Zij trouwde op 23 april 1919 in Deever met de rijkswegwerker Harm Jonker (geboren op 5 juli 1890, overleden op ……).
Vader Jan Odie was boer op het Moer, hun moeder was Grietje Hoekman. De kaart werd blijkbaar verstuurd in de hooiing, waaraan de beide jonge vrouwen mee moesten helpen.
Aardig is te lezen dat Akkerman met de draaimolen aan de brug staat. De vraag is: was dit an de Wittelterbrogge of an de Deeverbrogge ? Waarschijnlijk an de Deeverbrogge. Het moet heel wat geweest zij als je in die tijd als jonge meid op een zondagavond naar de kermis kon, dat was een mooie gelegenheid om jongens te ontmoeten. Wellicht kwam Aaltje (Oaltie) daar Jacob (Joapie) tegen of kwam Grietje daar Harm (Haarm) tegen.
Nazaten van kermisexploitant Hendrik Akkerman staan nog steeds met de zweefmolen op de Paaskermis van Deever, die vroeger an de Deeverbrogge stond. Hendrik Akkerman werd op 10 april 1945 bij de wal van de kerkhof van Deever vermoord door de Duitsers.

Posted in Ansichtkaarten, Openbare Lagere School Diever, Scholen, Wittelte | Leave a comment

Wittelte – Bij de waterpomp op het schoolplein – 1936

De redactie van het Deevers Archief publiceerde bijgaande foto uit 1936 met bijgaande tekst in het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Deever, Ie bint ‘t wel …’. Wie heeft aanvullingen op deze tekst ?

Deze foto werd op een zonnige najaarsmiddag genomen door juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij maakte daarmee één van de weinige foto’s, misschien wel de enige foto van de waterpomp op het schoolplein.
Juffrouw ter Horst was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 werkzaam op de Wittelter school. De kinderen waren bijzonder op haar gesteld. Dat blijkt uit bewaard gebleven brieven die ze naar hun juffrouw in Harderwijk schreven, toen zij in de winter van 1936-1937 lange tijd ziek was.
In die tijd kregen de kinderen op school warme melk. ’s Morgens in het speelkwartier haalden twee jongens de pulle met melk op. De melkrijder zette deze elke schooldag bij het huis van meester Hendrik Wesseling neer.
In een dankzij juffrouw ter Horst bewaard gebleven brief schrijft Geert Kok: Hendrik Jan Zegeren en ik halen ’s morgens de melk nog.
Uit een brief van Trijntje Gelmers blijkt dat Rika Odie, haar buurmeisje in de schoolbank, de beker met melk seins omgooide. Na het eten in de pauze wasten de meisjes de bekers, de pannen en de melkpul af en daar- voor was water nodig. Deze middag moesten Albert Noorman (rechts) en Albertus Berends een emmer water halen bij de pomp op het schoolplein. Tegen de pomp staat het deksel van de mantel van de pomp.
De linker boerderij werd bewoond door Jan Boerhof en Geertje Jonkers.
De rechter boerderij en het huisje daarnaast waren van Hildegonda (Gonne) Seinen, de weduwe van Wolter Bennen. In het huisje woonden Jochem van Leeuwen en Gezina Oosterkamp met hun kinderen Anna, Wietske, Aaltje, Egbert en Klaas. Jochem van Leeuwen was voorwerker bij de weduwe Gonne Bennen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-31
Schooljuffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst werd op 24 december 1909 in Zwolle geboren. Ze werd op 7 april 1930 in het bevolkingsregister ingeschreven op het adres Diever 4. Haar vorige woonplaats was Amersfoort. Wie weet de datum en plaats van overlijden van Christina Augusta Johanna ter Horst ?
Meester Hendrik Wesseling is op 31 oktober 1869 geboren in Oldendiever en is op 6 april 1942 in Diever overleden.
Trijn (Trijntje) Gelmers is op 25 december 1927 geboren op ’t Moer.
Frederika (Rika) Jantina Odie is op 17 februari 1930 geboren op ’t Moer.
Gegevens van Albert Noorman zijn niet bekend.
Gegevens van Albertus Berends zijn niet bekend.
Jan Boerhof is geboren op 18 januari 1893 in Wittelte en is overleden op 30 september 1949 in Assen. Hij was een zoon van Hendrik Boerhof en Janna bij de Berg. Jan Boerhof trouwde op 7 mei 1921 met Geertje Jonkers. Geertje Jonkers is geboren op 10 februari 1898 in Oldendiever en is overleden op 12 december 1972. Zij was een dochter van Hendrik Jonkers en Hilligje Koops.
Hildegonda (Gonne) Seinen is geboren op 20 mei 1882 en is op 6 augustus 1975 overleden. Ze was getrouwd met Wolter Bennen. Hij is op 19  november 1867 geboren en is op 2 november 1920 overleden.
Gegevens van de familie van Leeuwen zijn niet bekend.

Abracadabra-1435

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Topstukken, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Boerderij van Harm Hessels op 21 februari 1933

Schooljuffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst maakte deze zwart-wit winterfoto op 21 februari 1933. Zij was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 werkzaam aan de Wittelter skoele. Na Wittelte ging ze werken in Harderwijk. Ze had zelf een fotocamera, iets wat in die tijd weinig voorkwam. Ze maakte deze foto staande op het schoolplein van de Wittelter skoele.
Rechts op het schoolplein is de waterpomp te zien; Wittelte had in die jaren nog geen waterleiding.
Links achter de bomen is de boerderij van Harm Hessels te zien. Deze boerderij ligt aan de weg die tegenwoordig de meester Henk Broerweg wordt genoemd.
Deze foto is in fors ingekort formaat ook als bladvulling te zien op bladzijde 1 van het blad Opraekelen 10/4 (december 2010); dit is het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uit Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-30

Abracadabra-1434

Posted in Boerderijen, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

De situatie van Wittelte in 1868

In de Gemeente Atlas van Nederland van J. Kuyper, 1865-1870 is ook een kaart van de gemiente Deever opgenomen. Een detail van die kaart geeft de situatie van Wittelte in 1868 weer.

In 1868 werd De Baarg van Wittelte Wittesheuvel genoemd, in die tijd stond in de Stienbaarger bochte van de Rijksweg langs de Drentsche Hoofdvaart nog een Tol, was de Wittelter Schutsluis nog niet afgebroken, was de school zo te zien in een boerderij of woning gevestigd, bestond de boermarke van Wittelte nog en heette de Dwingeler Stroom in die tijd de Oude Smilder Vaart.
Dit geeft aanleiding tot onder meer de volgende vragen: wanneer is de Wittelter skoele gebouwd, wanneer is de boermarke van Wittelte verdeeld, wanneer is de tol aan de Rijksweg opgeheven en wanneer is de Wittelter Schutsluis gesloopt ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-14

Posted in Boermarke, de Baarg van Wittelte, Wittelte, Wittelter skoele, Wittelterbrug, Wittelterschut | Leave a comment

Beeld op de Baarg in Wittelte

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-14
Op de Baarg in Wittelte staat een primitief betonnen beeld van een figuur met een zwaard in de hand.
Jacob Snoeken, een plaatselijke boer in ruste en kunstenaar en tevens de eigenaar van het rijksmonument de Baarg heeft het beeld in 1987 gemaakt. Het beeld zou Witto, een historisch niet verifieerbare figuur uit het verleden van Wittelte moeten voorstellen.
Om het beeld staat een laag houten hekje. Moet dat voorkomen dat de in het weiland rondlopende koeien het beeld kunnen verroppen ?
Bij het beeld staat een vlaggemast. Deze mast lijkt een afgedankte lantaarnpaal van het zogenaamde verjongde type te zijn (een op de kop getikt exemplaar van de gemeente Westenveld ?).
Na wat riskant springwerk over weideafzettingen van onder stroom staand schrikdraad kon de redactie van het Deevers Archief bijgaande foto maken.
De redactie van het Deevers Archief heeft in de webstee wikipedia.org geen pagina met gegevens over de kunstenaar Jacob Snoeken kunnen vinden.

Posted in Beelden, de Baarg van Wittelte, Kunstige objecten, Wittelte | Leave a comment

Wittelter skoele – Beej de Baarg – Voorjaar 1930

Deze foto van de leerlingen van de Wittelter school is genomen door Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 onderwijzeres aan deze school.
Onderste rij van links naar rechts:
Lambert Jonker, Hendrik Berends, Jan Tabak Jzn., Hendrik Boerhof, Steven Jan van de Berg, Jan Winters, Albert Jongbloed, Etje Slot, Aaltje van Leeuwen, Annigje Jonker, Geertje Vrielink, Marinus Odie, Martinus Lensen en Jacoba Tabak.
Tweede rij van links naar rechts:
Jans Ofrein, Gelmer Siemens, Geert Kok, Sieme Jongbloed, Jan Kok Lzn., Jan Thijs Thijen, Harm Hessels, Klaas  (Koos) Smak, Klaas van de Berg, Jantje Tabak en Albertje Berends.
Derde rij van links naar rechts:
Karel van Kooten, Hendrik Berends Jzn., Wim van Kooten, Wietske van Leeuwen, Griet Ofrein, Aaltje Hendrikje Tabak, Jantina Kok, Anna Koning, Albertje Lensen, Roelofje Vrielink.
Bovenste rij van links naar rechts:
Aaltje Thijen, Jentje Berends, Roelie Soer, Anna van Leeuwen, Willempje Siemens.
Harm Hessels zat niet op de Wittelter school, maar woonde in de boerderij tegenover de Baarg en kwam natuurlijk aangelopen toen deze foto werd genomen.
De kinderen hebben bekende Wittelter achternamen, behalve de broertjes Van Kooten. Zij zijn de zonen van de beheerder van het werkverschaffingskamp dat toen bij de Dwingeler Stroom stond.
De kinderen poseren bij de sterk in verval geraakte berg in het land van Klaas van de Berg. Op de berg staan een paar hulsebossen. Wittelters kunnen zich nog herinneren dat de platte bovenkant van de berg veel groter was.
Beej de Baarg bevond zich in die tijd nog een drinkenskoele. De Baarg werd steeds lager door afbrokkeling, boeren haalden grond weg voor het vullen van gaten in wegen, ook kinderen en koeien hebben zo het een en ander verropt.
Klaas van de Berg heeft de Baarg later bijna helemaal afgegraven, want op die bulte wilde geen gras groeien en die hulsebossen stonden ook maar in de weg.

Posted in de Baarg van Wittelte, Scholen, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Veertigjarig jubileum van de zuivelfabriek Diever

De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Graanmaalderij Diever bestond op woensdag 29 maart 1939 veertig jaar. De raad van commissarissen (in latere jaren commissie van toezicht genoemd), het bestuur en mijnheer de directeur van deze onderneming van boeren uit Diever, Oldendiever, Kalteren, Wittelte en Dieverbrug zijn ter gelegenheid daarvan tussen de maartse buien door buiten bij de fabriek op de foto gezet. De jubilerende boeren hebben zo te zien hun mooiste en duurste zondagse pak aan. Let ook op de dikke (zilveren ?) horlogeketting van Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge. Het zichtbare deel van de zijgevel van ‘de febriek’ bestaat nog steeds. Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat de zeer vele keuterboeren, die wel hun melk leverden aan ‘de febriek’, niet vertegenwoordigd waren in het bestuur en de raad van commissarissen. 

In de wekelijks verschijnende krant ‘de Westervelder’ is een aantal jaren de rubriek ‘Ontbrekende namen op school- en verenigingsfoto’s’ opgenomen geweest. In ‘de Westervelder’ van 8 augustus 2007 werd in de genoemde rubriek bijgaande foto opgenomen. Bij deze foto stond de volgende tekst:
Deze week een foto van de commissarissen, bestuur en de directeur van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij te Diever. De Historische Vereniging wil graag in het bezit komen van de namen van de personen op de foto en verder uit welk jaar dateert de foto…………
De heemkundige vereniging uit Diever nam met de twee verzoeken de lezers van deze rubriek niet serieus, want de namen van alle personen op de foto en de datum waarop de foto is gemaakt waren al vóór 1999 op zijn minst bekend bij de secretaris van deze vereniging. Nog betreurenswaardiger is dat de oplossing van het ‘wekelijkse raadseltje’ niet één week of twee weken of drie weken later in ‘de Westervelder’ werd gepubliceerd en dat door goedwillende lezers verstrekte gegevens bij wijze van spreken verdwenen in de vele en dikke plakboeken en ordners van de heemkundige vereniging.
Op de foto zijn staande van links naar rechts te zien:
commissaris Tjeerd Ofrein van ’t Noord (melkbusnummer 133), commissaris Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge (melkbusnummer 119), voorzitter van de raad van commissarissen Jans Bult uut Oldendeever (melkbusnummer 192), secretaris van de raad van commissarissen Roelof (Roef) van Wester uut Oldendeever (melkbusnummer 204), commissaris Hendrik Jonkers van de Oldendeeverse Brogge (melkbusnummer 114).
Op de foto zijn zittend van links naar rechts te zien:
bestuurslid Jan Berends van de Berg uut Wittelte (melkbusnummer 177), secretaris van het bestuur Jacob (Jaap) Hessels uut Deever (melbusnummer 59), bestuursvoorzitter Jan Seinen uut Deever (melkbusnummer 42), mijnheer de directeur Jan Andree (die graag de achternaam Andreae zou willen hebben) (de enige met gleufhoed), bestuurslid Dirk (Dörk) Moes uut Deever (melkbusnummer 65), bestuurslid Jan Boerhof uut Wittelte (melkbusnummer 186).
De redactie van het Deevers Archief verzoekt de lezers van dit bericht eventuele foute verwijzingen naar melkbusnummers door te geven,

Abracadabra-477Abracadabra-478

Posted in Diever, Kalteren, Moleneinde, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Wittelter familienaam Bij de Berg bestaat niet meer

Jan bij de Berg (geboren op 19-07-1860 te Wittelte, overleden op 03-04-1916 te Wittelte) en Lammigje Offerein (geboren op 18-05-1860 te Wittelte, overleden op 09-06-1932 te Wittelte) trouwden op 27-04-1888. Het echtpaar kreeg drie kinderen, te weten Jantje, Roelof en Jantiena.
De ongetrouwde Jantje bij de Berg overleed op 05-06-1965. Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof bij de Berg op 16 juli 1968 is de familienaam Bij de Berg uitgestorven. Roef en Jantie bee de Baarg woonden -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerderij aan de linkerkant van de Wapserveenseweg.
Uit overlijdensakte nr. 15 van 02-11-1827 blijkt dat de op 01-11-1827 in Wittelte overleden landbouwer Jan Jakobs bij de Berg is geboren op 30-09-1754 in Wittelte (Diever). Hij was een zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans.
Het vermoeden bestaat dat de familienaam Bij de Berg (bee de Baarg) in de Napoleontische tijd is ontstaan, toen de Franse bezetter bij het invoeren van de burgelijke stand de mensen dwong een achternaam aan te nemen. Deze Wittelter familie moet zich verbonden gevoeld hebben met de Wittelter Berg (de Baarg), woonde toen misschien wel dichter bij de Berg dan Roef en Jantie.

Familie Bij de Berg – Geboorteakten

Diever, geboorteakte, 7 april 1851, aktenr. 14
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 05-04-1851, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 33 jaren.
Diever, geboorteakte, 10 april 1856, aktenr. 8
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 09-04-1856, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 37 jaren, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder; oud: 37 jaren.
Diever, geboorteakte, 17 oktober 1857, aktenr. 27
Kind: Janna bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 16-10-1857, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 39 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 39 jaren.
Diever, geboorteakte, 20 juli 1860, aktenr. 22
Kind: Jan bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 19-07-1860, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 41 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 41 jaren.
Diever, geboorteakte, 25 maart 1889, aktenr. 13
Kind: Jantje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 24-03-1889, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 28 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 24 januari 1891, aktenr. 7
Kind: Roelof bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 23-01-1891, zoon van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 30 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 1 februari 1893, aktenr. 8
Kind: Jantiena bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 30-01-1893, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.

Familie Bij de Berg, huwelijksakten

Diever, huwelijksakte, 26 april 1828, aktenr. 4
Bruidegom: Roelof Veldkamp, oud: 36 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Heime Veldkamp en Jantje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Geesje bij de Berg, oud: 34 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. NB. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.
Diever, huwelijksakte, 24 december 1841, aktenr. 10
Bruidegom: Roelof Jannes Hessels, geboren te Diever; oud: 36 jaren; beroep: landbouwer; weduwnaar van Hendrikje Elting, zoon van Jannes Hessel en Janna Berents, beroep: landbouwersche. Bruid: Janna Jans bij de Berg, geboren te Diever; oud: 33 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. NB. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.
Diever, huwelijksakte, 7 mei 1850, aktenr. 9
Bruidegom: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Diever; oud: 31 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Jantje Willems Jonkers, geboren te Dwingelo; oud: 32 jaren; beroep: naaister, dochter van Willem Fredriks Jonkers, beroep: landbouwer, en Janna Schippers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 28 april 1877, aktenr. 7|
Bruidegom: Hendrik Hessels, geboren te Diever; oud: 34 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Hendriks Hessels en Hilligje Willems Mulder. Bruid: Lammigje bij de Berg, geboren te Diever; oud: 21 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 14 mei 1885, aktenr. 6
Bruidegom: Hendrik Boerhof, geboren te Smilde; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Harm Boerhof en Grietje Hendriks Eis. Bruid: Janna bij de Berg, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 27 april 1888, aktenr. 7
Bruidegom: Jan bij de Berg, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. Bruid: Lammigje Offerein, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Fredrik Kornelis Offerein en Jantje Koops Eleveld. NB. vader bruid overleden; moeder bruid overleden.

Familie Bij de Berg, overlijdensakten

Diever, overlijdensakte, 2 november 1827, aktenr. 15
Overledene: Jan Jakobs by de Berg, geboren te Diever op 30-09-1754; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 01-11-1827; oud: 73 jaren, zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans. Gehuwd geweest met NN NN, in leven.
Diever, overlijdensakte, 24 september 1831, aktenr. 18
Overledene: Geesje Jans bij de Berg, geboren te Diever op 24-06-1803; overleden te Diever op 22-09-1831; oud: 28 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Roelof Heimen Veldkamp, in leven.
Diever, overlijdensakte, 16 oktober 1854, aktenr. 25
Overledene: Lammigje Roelofs by de Berg, geboren te Diever op 05-04-1851; beroep: zonder; overleden te Wittelte (Diever) op 15-10-1854; oud: 3 jaren, dochter van Roelof Jans by de Berg en Jantje Willems Jonkers.
Diever, overlijdensakte, 7 augustus 1857, aktenr. 14
Overledene: Grietje Jans by de Berg, geboren te Diever op 15-07-1798; beroep: zonder; overleden te Diever op 06-08-1857; oud: 59 jaren, dochter van Jan Jacobs by de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Harm Bartelds Bos, in leven.
Diever, overlijdensakte, 8 april 1880, aktenr. 13
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever op 07-05-1808; beroep: landbouwersche; overleden te Oldendiever (Diever) op 07-04-1880; oud: 71 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Roelof Jans Hessels, overleden.
Diever, overlijdensakte, 7 november 1888, aktenr. 39
Overledene: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Diever op 03-10-1818; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 06-11-1888, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Jantje Willems Jonkers, in leven.
Diever, overlijdensakte, 23 december 1903, aktenr. 47
Overledene: Jantiena bij de Berg, geboren te Diever op 30-01-1893; overleden te Wittele (Diever) op 22-12-1903; oud: 10 jaren, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer, en Lammigje Offerein.
Diever, overlijdensakte, 4 april 1916, aktenr. 13
Overledene: Jan bij de Berg, geboren te Diever; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 03-04-1916; oud: 55 jaren, zoon van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Lammigje Offerein, in leven.
Diever, overlijdensakte, 18 april 1918, aktenr. 7
Overledene: Lammigje bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Diever op 17-04-1918; oud: 62 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willem Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Roelofs Hessels, overleden.
Diever, overlijdensakte, 2 februari 1925, aktenr. 3
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Diever op 01-02-1925; oud: 67 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Boerhof, in leven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-09-19

Posted in de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Wel en wee paardenfonds Diever van 1905 tot 1965

Een van de resultaten van een aantal bezoeken van de redactie van het Deevers Archief in de periode 2000-2008 aan wijlen Anne Mulder (uut de Aachterstroate in Deever), eerst in zijn woonplaats Gasselte, later in Assen, is het boven water komen van zijn navolgende uit 1965 daterend verslag over het 60-jarig bestaan van het ‘onderlinge paardenfonds’ van Diever (Wapse had een eigen vee- en paardenfonds). Het onderlinge paardenfonds van Diever hield stand tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw, totdat ‘de trekker’ het werkpaard in de landbouw had verdrongen. 

Wel en wee van het paardenfonds Diever van 1905 tot 1965
In een vergadering van het onderlinge veefonds te Diever werd op initiatief van Hendrik Krol en Jan Hilberts besloten dat het bestuur van dit fonds een vergadering zou doen beleggen op 27 februari 1905 ten huize van Roelof Seinen om tot oprichting van een onderling paardenfonds te geraken. De heren Hendrik Krol, Roelof van Wester, Hendrik Warries en Lucas Benning boden aan om ieder in hun omgeving de paardenhouders met genoemde vergadering in kennis te stellen en tot toetreding als lid te verzoeken.
Velen hadden aan de oproep gehoor gegeven. Alleen uit Wittelte was Lucas Benning de enige belangstellende. Op een vraag van Hendrik Offerein of de aanwezige 29 personen (houders van 43 paarden) genegen waren tot het oprichting, antwoordden allen toestemmend, zodat het fonds was geboren. Aan de hand van reglementen van naburige fondsen werd een reglement samengesteld, passend voor Diever.
Als bestuurslid werden gekozen: Lucas Benning, Hendrik Offerein, Jan Mulder Wzn., Roelof van Wester, Barteld de Ruiter en Jan Hilberts. Bij onderling overleg trok Barteld de Ruiter zich terug, zodat Jan Hilberts, die evenveel stemmen had verkregen, gekozen was. Tot schatter werden gekozen Hendrik Warries, Jan Seinen en Hendrik Krol. Bij deze verkiezingen werd buiten het voorlopig reglement om, diegene verkozen verklaard, die de meeste stemmen had verkregen.
In een vergadering op 3 maart 1905 werd het reglement nog eens bekeken en bijgewerkt. Enkele interessante artikelen hieruit zijn de volgende:
Artikel 1.
Deelnemers der vereniging kunnen worden zij, die woonachtig zijn in de gemeente Diever.
Artikel 2.
Het fonds verzekert de paardenhouders onderling tegen alle verliezen en ernstige ongevallen van paarden, behalve tegen brand en hemelvuur. Iedere deelnemer is verplicht al zijn paarden te verzekeren, ten minste één jaar oud zijnde.
Artikel 3.
De paarden, welke ter verzekering worden aangenomen, moeten bij inschrijving een waarde hebben van minstens f. 75,– en mogen niet hoger geschat worden dan f. 300,–.
Artikel 4.
Paarden van scheepsjagers en schuitvervoerders zijn van de verzekering uitgesloten.
Artikel 8.
Bij de hertaxatie in mei en november wordt van elk ingeschreven paard 5 cent aan de schatters betaald.
Artikel 9.
Opgenomen paarden moeten zijn voorzien van een brandmerk op de linker voorhoef.
Artikel 13.
De omslag bedraagt 1% van de verzekerde waarde voor gewone paarden en 1½%  voor veulenmerries, venters- en melkrijderspaarden.
Artikel 14.
Het verlies van verzekerde paarden wordt met 70% vergoed.
Het fonds treedt in werking op 1 april 1905
Na Hendrik Offerein zijn voorzitter geweest Klaas van de Berg, vanaf 1921; Jans Bult vanaf 1928, Geert Kok vanaf 1946 en Hendrik Mulder Jzn. vanaf 1957.
Jan Mulder Wzn. werd in 1941 opgevolgd door Roelof Bisschop als secretaris-penningmeester. Na een jaar vertrok deze en droeg kas en boeken over aan Lambertus Vos, die in 1957 plaats maakte voor Cornelis Klok.
Bestuursleden zijn in 1965 verder Arnold Goettsch, sedert 1930, dus al 35 jaar; Gerrit Vrielink, sedert 1950; A… Barelds, sedert 1944; J… H… H… Bult, sedert 1962; en E… Benthem, sedert 1964.
Schatter zijn Jacobus Kruid, sedert 1949; Hendrik van Wester, sedert 1950 en Jans de Ruiter, sedert 1963.
Er werd steeds in de beste harmonie samengewerkt, maar het is toch gebleken, dat ook bestuursleden wel eens kunnen steigeren. Zo legde Jan Mulder Wzn. in 1920 de functie van secretaris-penningmeester neer wegens een meningsverschil met het bestuur. Na langdurig gehaspel nam betrokkene deze functie weer aan onder beding dat voortaan enkel kreupele paarden, die geen stappend werk meer kunnen verrichten, zullen worden opgenomen door het fonds. Bovendien werd Jan Mulder Wzn. een beloning van f. 50,– per jaar toegekend.
Ook het jaar 1936 vermeldt strubbelingen in het bestuur. De bestuursleden J… H… H… Bult en Geert Kok stellen de portefeuillekwestie, maar na enig geharrewar tussen bestuursleden wordt de zaak bijgelegd en accepteren betrokkenen een herbenoeming als bestuurslid.
In 1906 probeerde G… H… Klaassen het een wijziging van het reglement gedaan te krijgen in zoverre, dat paarden van schuitenvoerders en scheepsjagers niet langer van verzekering zouden zijn uitgesloten. Men voelde daar evenwel niet voor. Het moest nog tot 1915 duren eer deze paarden wel konden worden opgenomen. In 1917 werd de premie voor veulenmerries, venterspaarden en paarden van melkrijders en scheepsjagers gelijk gesteld aan die van zogenaamde gewone paarden.
Ook al in 1906 werd overwogen de maximum-verzekerde waarde met f. 100,– te verhogen, maar het bleef bij f. 300,–. In 1909 -men sprak toen van een dure tijd- gebeurde dit wel, zodat toen hooguit f. 400,– voor een paard kon worden betaald. In 1915 werd dit bedrag verhoogd tot f. 500,– en in 1916 werd de maximum-waarde onbeperkt gelaten.
In 1913 konden ook paardenhouders uit Wateren en Zorgvlied lid worden. Met de paarden moest men voor schatting naar Diever komen.
In 1917 werd het eerste bestuurslid te Wateren benoemd, namelijk W… Barelds. Er waren toen daar al 15 leden en er was een mogelijkheid van uitbreiding.
Om door het fonds overgenomen paarden te kunnen uitbetalen, moest de bode rond bij de leden. Vele jaren fungeerde als zodanig Geert Dekker. Er wordt gesproken van een beloning van f. 5,–. Per ronde staat er niet bij. Herhaaldelijk werd op jaarvergaderingen aangedrongen om het bodelopen uit te besteden, maar het bestuur beriep zich er steeds op, dat het reglement aangaf, dat het bodelopen een bestuurszaak is. Voor verandering werd niet gevoeld, omdat men een zeer goede bode had. Echter in 1932 werd Geert de Leeuw als bode benoemd, in 1934 Willem Punt, die f. 2,80 per ronde ontving. in de loop van de volgende jaren zie we de volgende namen en bedragen per ronde: Geert de Leeuw, f. 23,74; Roelof Pouwels, f, 2,80; L… Oost, f. 2,54½; Bertus Moes, f. 2,95; Willem Punt, f. 3,75; Bertus Moes, f. 5,95 voor 3 jaar; Willem Punt, f. 7,50; en Jan Gerrits sedert 1957. In 1962 wordt een bodeloon van f. 30,– genoemd,
Dat men de belangen rond het paard in het algemeen steeds goed in het oog hield moge blijken uit het feit dat in 1908 de mededeling van Jan Mulder Wzn. op de jaarvergadering, houdende het stationeren van een dekhengst bij Hendrik Krol met ingenomenheid wordt begroet. En verder dat in 1928 en 1933 voor de tentoonstelling van kieskring I van het Drentsch Landbouw Genootschap, die te Diever wordt gehouden, een medaille beschikbaar wordt gesteld voor de rubriek jonge paarden.
Gering bezoek aan vergaderingen is niet van de laatste tijd, want in 1920 wordt besloten een kistje sigaren te verloten onder de leden, die vóór 7 uur ter vergadering aanwezig zijn, dit om het bezoek aan de vergaderingen te doen toenemen. Het heeft succes, want in 1921 zijn er 40 leden komen opdagen. /ingaande 1928 is niet 1 lid met dit kistje gaan strijken, maar is de inhoud van het kistje onder de ter vergadering aanwezige leden verdeeld, zodat een ieder het zijne had.
Niet het kistje sigaren, maar wel een sigarenkistje kwam aan de orde op de jaarvergadering in 1947. De kascommissie had geconstateerd dat een dergelijk kistje dienst deed als geldkist. Men vond dat niet deugdelijk genoeg. Een oproep onder de leden om een ongebruikte brandkast werd in overweging genomen.
De schatters deden altijd goed hun best, maar in 1937 achten sommigen het nodig de schatters er op te wijzen goede controle te houden op dampigheid en ooggebreken. De raadgeving werd door de schatters voor kennisgeving aangenomen.
Het paard had en heeft de liefde van bestuur, schatters en leden.
In 1953 werd dan ook gewezen op de ergerlijke gewoonte om werkpaarden tot laat in het najaar bij slecht weer buiten te laten lopen. Besloten werd per advertentie betrokkenen te waarschuwen dat schade hierdoor ontstaan niet vergoed zal worden.
In 1948 werd besloten afgekeurde paarden over een heel jaar ineens bij inschrijving te verkopen.
In 1954 werd erover geklaagd dat alle paarden naar het abattoir gingen, waardoor de kooplui geen kans kregen. Dit zou een gevolg zijn van een actie van het Landbouwhuis in Assen, dat had aangeraden om zulks te doen, ten einde te voorkomen, dat een afgekeurd paard een schadepost voor een volgende eigenaar zou kunnen worden of dat een ander fonds ervoor zou kunnen opdraaien. Bij een stemming hierover werd weer tot een inschrijving besloten.
Van sommige dingen wilde het fonds beslist niet weten. Dat bewijst het tot drie maal toe afwijzen van een verzoek van een lid om paarden met hogere graad (stamboek- model- of stermerries) voor een hoger bedrag in het fonds op te nemen.
Aan herdenking van jubilea van het fonds is in het verleden weinig gedaan. Er is slechts vermeld, dat het 15-jarig bestaan niet onbetuigd werd gelaten. Over het 25-jarig bestaan is niets vermeld. Het 30-jarige jubileum werd gevierd met een extra rondje.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-09-03
De redactie van het Deevers Archief was -toen zij nog trekker, duwer en samensteller van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uit Deever was- voortdurend bezig met het verzamelen van mogelijke interessante artikelen voor de lezers van het blad en met het interviewen van zoveel mogelijke oude Deeversen. Dat heeft geleid tot een grote verzameling nooit in het blad van genoemde heemkundige vereniging.
Anne Mulder merkte bij het bespreken van het verslag: Ik heb dit verslag gemaakt op verzoek van de secretaris-penningmeester Cornelis Klok. Ik vroeg een vergoeding van f. 5,– voor het verslag. Hij schrok zich wild, maar ik kreeg het geld wel.
Verrassend is dat de dorpsfiguur Geert Dekker ook bode van het paardenfonds is geweest.
De Diever-kenners worden verzocht de voornamen van de in het verslag genoemde personen te controleren en mogelijke verbeteringen door te geven aan de redactie van het Deevers Archief. Wellicht is ergens een vooroorlogse ledenlijst van het paardenfonds bewaard gebleven. De redactie van het Deevers Archief wil zo’n lijst graag publiceren.

Reeds eerder was een poging gedaan een onderling paardenfonds in Diever op te richten maar dat mislukte. Zie het navolgende op 21 maart 1903 gepubliceerde zeer korte artikeltje in het Nieuwsblad van Friesland. Maar wat waren de bezwaren ?
Abracadabra-458

Posted in Boer'nwaark, de Oude Willem, Diever, Landbouw, Wateren, Wittelte, Zorgvlied | Leave a comment

Grensveranderingen in het kerspel Diever

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1905, bladzijden 22 tot en met 39, verscheen het artikel ‘Het voormalige kerspel Diever en de latere grensveranderingen’ van burgemeester H. G. van Os van de gemeente Diever

Bij de mededeling van de oorspronkelijke uitgestrektheid van het kerspel Diever heb ik gemeend niet verder te moeten teruggaan dan tot het begin der 15de eeuw, omdat gegevens omtrent de vroegere indeling van Drenthe in kerspelen nagenoeg ontbreken en ongeveer op dat tijdstip in de oude Landschap ene gewijzigde orde van zaken intrad, welke gedurende de volgende vier eeuwen in hoofdzaak onveranderd bleef. Immers eerst na den afstand van Drenthe door Reynold van Coevorden aan de Utrechtsen bisschop Frederik van Blankenheim in 1395, werd door laatstgenoemde een meer geregeld bestuur in Drenthe ingesteld en het is dan ook van omstreeks deze tijd, dat enigszins betrouwbare inlichtingen, vooral ook aangaande het burgerlijk bestuur in de kerspelen, tot ons zijn gekomen en de benaming kerspel een scherper omlijnde betekenis kreeg.

Deze betekenis van een tweeledige: de indeling in kerspelen betrof zowel het werkelijk als het kerkelijk machtsgebied, zodat men sedert genoemde afstand in de regel in elk kerspel een schulte en een pastoor aantrof.

De oudst bekende volledige opgaaf van de Drentse kerspelen vindt men in een handschrift van omstreeks het jaar 1435, medegedeeld in den Nieuwe Volksalmanak van 1904, bladzijde 182, waarin Diever voorkomt als ‘Deueren’. Uit de vermelding van de namen van de overige kerspelen is na te gaan, dat het kerspel Diever ten Noorden en Noord-Oosten begrensd werd door het kerspel Beilen, ten Oosten door Dwingelo, ten Zuiden door Westerhessel en Wapserveen en ten Westen door Vledder. Overigens grensde het noordelijk aan Friesland (Stellingwerf).

Men zal tegenwoordig deze grenzen niet overal met even grote juistheid kunnen aanwijzen, onder andere op die plaatsen, waar vroeger uitgestrekte onbewoonde heidevelden, moerassen of venen werden aangetroffen; nauwkeuriger echter waar een riviertje of stroom een natuurlijke grens vormde. En daar dergelijke natuurlijke grenzen tussen de tegenwoordige burgerlijke gemeente en de meeste der omliggende gemeenten, in de opgaaf van 1435 reeds als kerspelen voorkomende (de gemeente Havelte als gevormd uit de kerspelen Westerhessel en Wapserveen), bijna overal aanwezig zijn, mag men, ook gelet op de benamingen en grenzen der marken, velden, maden enzovoort van de verschillende buurtschappen en kluften, die natuurlijke grensscheiding veilig aannemen als de grens van het oude kerspel Diever, behoudens de plaats gehad hebbende grensveranderingen, waaromtrent echter voldoende zekerheid bestaat. Deze grenzen waren: de Oude of Beilerstroom tegen het kerspel Dwingelo, de Wapserveensche Aa tegen het kerspel Wapserveen, de Vledder Aa tegen het kerspel Vledder.

De grens tegen het kerspel Westerhessel vormde waarschijnlijk een moeras ter plaatse van het tegenwoordige gehucht ‘het Moer’, dat daaraan blijkbaar zijn naam heeft ontleend (voetnoot 1), terwijl in het Noorden en Noord-Oosten uitgestrekte moerassen en venen werden aangetroffen tussen het kerspel Diever aan de ene zijde, Friesland en het kerspel Beilen aan de andere zijde. Juist terwijl deze streek niet bewoond was, zal het vergeefse moeite zijn, na te sporen, hoever in die tijden het kerspil zich in deze richting uitstrekte. Van ene eigenlijke grenslijn zal wel geen sprake zijn geweest. Eerst later, toen de venen vergraven en de gronden dientengevolge productief gemaakt werden, zal de grens der onder de verschillende kerspelen gelegen marken, als gevolg van het op de voorgrond tredend eigenbelang van de wederzijdse deelgerechtigden, door deze zijn vastgesteld. En deze markegrenzen, welke ook thans nog wel zijn aan te wijzen, werden alzo tevens de grenzen tussen de kerspelen, van welke die marken deel uitmaakten.

Op het tijdstip, waarmede deze verandering begint, bestond het kerspel Diever, behalve uit het dorp Diever (in ene acte van 1181 of 1182 reeds voorkomende als Devere), uit de buurtschappen of gehuchten Kalteren (in 1209 of 1210 Calthorne), Oldendiever (in een register van de jaren 1298-1304 Oldendene, waarschijnlijk een schrijffout voor Oldendever), Wittelte (21 mei 1040 Withelte), Wapse (5 februari 1384), Leggelo (in 1207 of 1208 Leggelo) en Eemster (in 1210 of 1211 Hemsere) (voetnoot 2). Enige kleinere gehuchten schijnen eerst later te zijn ontstaan, zoals Krommevoort (reeds in 1633 bekend), Wateren (in de 17e eeuw bekend als Achter- en Voor-Wateren, terwijl de benaming Klein-Wateren voor ’t eerst in 1761 voorkomt), ’t Moer in 1683, de Brugge of Dieverbruggge in 1685, de Voshaar in 1737, de Geeuwenbrug in 1768 en de Haart in 1772 (voetnoot 3).

Magnin (voetnoot 4) vermeldt nog, dat na de 14e eeuw Lhee onder ’t kerspel Diever heeft gehoord. Ik heb niet kunnen ontdekken, waarop deze mening gegrond is en ben geneigd aan een onwillekeurige vergissing bij die schrijver te denken. Volgens die mening zou Dwingelo, dat toen reeds een afzonderlijk kerspil vormde, behalve aan den kant van Ruinen geheel door ’t kerspel Diever zijn ingesloten geweest, terwijl Lheebroek, dat steeds een deel van Dwingelo heeft uitgemaakt, een enclave zou hebben gevormd. Een en ander komt mij zeer onwaarschijnlijk voor en ook bij overlevering is van een vereniging van Lhee met het kerspel Diever niets bekend.

De enige malen uitgesproken mening, dat Wapserveen nog geruime tijd, althans nog in de 15de eeuw, onder Diever heeft behoord, zal wel op een dwaling berusten. Volgens Romein (voetnoot 4) en waarschijnlijk in navolging daarvan de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 73, zou het in 1461 kerkelijk van Diever zijn afgescheiden, terwijl op laatstgenoemde plaats nog vermeld wordt, dat er toen eveneens een schulte werd aangesteld en de schrijver blijkens de bewoordingen wil te kennen geven, dat Wapserveen voor ‘t eerst sedert dat jaar zowel in ’t burgerlijke als in ’t kerkelijke een afzonderlijk kerspel uitmaakte, in overeenstemming met de stelling onder andere bij Magnin (voetnoot 4). Dat dit niet het geval geweest is, mag blijken uit een open brief van het jaar 1285 (voetnoot 4), waarin van de kerk aldaar reeds als van een parochiekerk wordt melding gemaakt, alsook uit de lijst der kerspelen van 1435, waarop Wapserveen eveneens reeds als zodanig voorkomt.

Wel is het aan te nemen, dat Wapserveen in vroegere tijd met Diever en de omgelegen buurtschappen een kerspil vormde. Niet alleen de naam, in verband met die van de buurtschap Wapse onder Diever, maakt dit zeer waarschijnlijk, doch ook de omstandigheid, dat Wapserveen, sedert het een afzonderlijk kerspel werd, meest met Diever tot een schultambt verenigd was. Tot dusver heeft men alleen in de jaren 1461, 1469 en 1480 (voetnoot 4) afzonderlijke schulte van Wapserveen aangetroffen; overigens was de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen, althans van 1595 tot 14 april 1795, toen laatstgenoemd kerspel bij besluit van de Representanten van het volk van Drenthe in ’t burgerlijke bij Havelte werd gevoegd.

Een eigenaardige illustratie van de verhouding tussen de kerspelen Diever en Wapserveen (misschien wel een uitvloeisel van de vroegere afscheiding), leverde de sinds onheugelijke tijden bestaande gewoonte, dat de schulte van Diever van elk erf te Wapserveen een voer turf genoot, waartegenover de schulte om het andere jaar twee tonnen bier placht te geven.

Bij een contract van 17 juni 1768 (voetnoot 6) werd tussen de schulte L. Nysingh en de carspellieden van Wapserveen tot onderling gemak en gerief overeengekomen, dat de carspellieden, zolang de heer Nysingh schulte zou zijn, in plaats van turf voor elk voer zouden betalen 14 stuivers, terwijl de schulte vrij zou zijn van het geven van bier. Er waren toen te Wapserveen 59 of 60 erven.

Behalve Wapserveen, schijnt ook Vledder enige tijd met het kerspel Diever in het burgerlijke te zijn verenigd geweest. Met zou dit kunnen opmaken uit een ordel van de Etstoel, in 1454 te Rolde gewezen, aldus aanvangende: “Soe iss gewiset tusschen den Drost unde den Kasspil van Deueren unde Vledderen…”. Deze vereniging is dan echter slechts zeer tijdelijk geweest, want op de lijst van 1435 komt Vledder als een afzonderlijk kerspel voor, in 1595 weer, terwijl het korte tijd daarna dezelfde schulte had als Havelte. Wellicht dat dus een enkele schulte van Diever tevens schulte van Vledder was, evenals later Hendrik van Barneveld, bijgenaamd Magere Hein, sedert 1530 tegelijkertijd schulte was van Meppel en Diever en Arent Dannenberg in 1737 en 1738 tegelijkertijd van Diever en Hoogersmilde.

In de loop der jaren is de grens van het kerspel Diever, zoals die hierboven is aangegeven als te zijn geweest in het begin van de 15de eeuw, meermalen gewijzigd door de afscheiding van enkele buurtschappen. Deze afscheiding betrof nu eens het wereldlijk, dan weder het kerkelijk gebied, doch nimmer het een en ander tegelijk.

De eerste afscheiding had plaats in 1633 en betrof de uitgestrekte hoge venen in het Noorden en Noord-Oosten van het kerspel onder de marken Diever en Leggeloo, tot de vervening waarvan in 1612 octrooi was verleend. In 1625 waren de meeste gronden reeds van veen ontbloot en ontgonnen, terwijl zich daar inmiddels een kolonie gevormd had, de Hoogersmilde genoemd. Bij een acte van 19 februari 1633 werden door Ridderschap en Eigenerfden ten behoeve van Adriaan Pauw, Ridder, Heer van Heemstede, Raadpensionaris van Holland en Westfriesland, deze venen, genaamd de Dieverder en Leggelder Smilder venen ‘beginnende t’eydens de Crommevoerder veenen (voetnoot 7), streckende opwaerts aen tot aen Hycker- ende andere Marcken ende tot aen de Vriesche Custen respective’ tot een Heerlijkheid verheven onder de naam van ‘de Heerlickheyt van Hooger-Smilde’. Dientengevolge kreeg Hoogersmilde een eigen schulte; een enkele maal was de schulte van Diever tevens schulte van de Heerlijkheid (voetnoot 8).

Kerkelijk bleef ze onder Diever ressorteren en ook de armenzorg, destijds uitsluitend een zaak van de diaconie, bleef aanvankelijk op de oude voet bestendigd. Op de duur gaf dit laatste echter aanleiding tot bezwaren en onenigheden, welke bij de Ridderschap en Eigenerfden werden aanhangig gemaakt. Een notitie in een oud kerkelijk register (voetnoot 6) leert ons de uitslag. Op 22 maart 1711 werd namelijk de kerk te Diever afgekondigd, dat ingevolge sententie van Ridderschap en Eigenerfden, op de laatstgehouden landdag genomen, de diakenen van het kerspil Diever ‘van alle gemeynschap met de Smildinger armen of armcassa ten enemaal aftreden en niet voornemens sijn eenich support an deselve te verlienen. Noch oock van haar armpenningen te profiteeren en dat diensvolgens de Smildinger haar armgeld en almosen separaat sullen konnen manieren, distribueren end imployeren so als sullen goedvinden’. Doch hiermee was het geschil niet uit de weg geruimd, want daarna vinden wij de zaak voor de Etstoel gebracht. Bij een uitspraak van 6 juni 1714 (voetnoot 9) van Gecommitteerden namens de Etstoel werd, na verhoor van diakenen en volmachten van Diever en Smilde, een minnelijke overeenkomst tot stand gebracht, in hoofdzaak hierop neerkomende, dat het armoortjesgeld (voetnoot 10) van de verpachtingen en de opbrengst van de bussen, in de herbergen hangende, door elke diaconie op haar eigen gebied zou worden genoten; evenzo hetgeen in het bekken op het kerkhof te Diever gegeven werd bij de begrafenissen van doden uit het kerspil Diever en uit Smilde. Daarentegen zou de opbrengst  der collecten in de kerk te Diever voor 9/10 aan Diever, voor het overige 1/10 gedeelte aan de Smilder diaconie komen en zouden in dezelfde verhouding de rente en huur van de armengoederen verdeeld worden, uitgezonderd de goederen, welke reeds voor de stichting van Hoogersmilde aanwezig waren en waarvan de opbrengst geheel aan de diaconie van Diever verbleef.

Zoals gezegd , bleef Hoogersmilde kerkelijk onder Diever behoren en het is vrij nauwkeurig na te gaan, hoever zich destijds het gebied van de kerk te Diever noordelijk uitstrekte. Deze grens moet worden aangenomen ongeveer ter plaatse, waar zich tegenwoordig de Leembrug over de Drentse Hoofdvaart bevindt. In de oude doopboeken immers ziet men, dat herhaaldelijk personen van den- achter den- of tegenover de Wolvenberg (gelegen in de nabijheid van de vervening van het Oranjekanaal met de Drentse Hoofdvaart) hun kinderen in de kerk te Diever lieten dopen.

Een grote verandering bracht de vereniging van het Koninkrijk Holland met het Franse Keizerrijk, bij Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 en de daarop gevolge verdeling in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten, definitief omschreven bij decreet van 21 oktober 1811, ten opzichte van Diever teweeg.

Werd bij deze verdeling Vledder met Diever tot een commune verenigd, de welvarende buurtschappen Eemster en Leggeloo werden van Diever afgescheiden en in het burgerlijke bij Dwingelo gevoegd. Bij deze afscheiding wens ik enigszins uitvoeriger stil te staan, omdat ze – en vooral de daaruit gevolgde kerkelijke afscheiding – op hevig verzet van de zijde van de belanghebbenden stuitte en vooral ook omdat, zonderling genoeg, noch Magnin in zijn overigens zo volledig ‘Overzicht van de Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe’, noch Romein in ‘de Hervormde Predikanten van Drenthe’ hiervan met een enkel woord gewag maken.

De beweegreden voor deze afscheiding schijnt minder te moeten worden gezocht in de wens om de ingezetenen van deze buurtschappen welgevallig te zijn, dan wel om het zielental van Dwingelo tot een behoorlijk cijfer op te voeren; van een andere overweging is mij althans niet gebleken. In Diever schreef men de afscheiding toe aan kuiperijen van de zijde van Dwingelo, gegrond als men ze noemde op willekeurigheid, misverstand, overijling of persoonlijke berekeningen. In elk geval is het duidelijk, dat daarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de bevolking van de beide buurtschappen, die op ondubbelzinnige wijze blijk gaf van haar tegenzin tegen deze verandering.

In Dwingelo daarentegen heeft men zich gemakkelijker bij het geval neergelegd en haastte men zich de nieuwe gemeentenaren ook de voorrechten van een kerkelijke vereniging te doen deelachtig worden. Reeds in november 1811 richtte de maire van Dwingelo een verzoek tot de prefect van het departement van de Wester-Eems, om de beide buurtschappen thans ook in de geestelijke onder Dwingelo te doen ressorteren. Dit verzoek werd in dier voege toegestaan, dat bij besluit van de perfect van 16 december daar aan volgende, no. 15, werd verklaard, dat met ingang van 1 januari 1812 Eemster en Leggelo ten aanzien van het kerkelijk zouden gehouden worden tot de mairie van Dwingelo te behoren ‘tenzij daartegen gegronde inconvenienten mogten militeeren, dewelke existerende, door den onderprefekt opgegeven en ter kennisse van den prefekt moeten gebragt worden.’

Niettegenstaande de laatste zinsnede van deze beschikking, die door de onderprefect in het arrondissement Assen ook aan de maire van Diever werd gezonden en die als ’t ware een uitnodiging was aan belanghebbenden om met hun bezwaren voor de dag te komen, bleef men van die zijde aanvankelijk stilzitten. De maire van Dwingelo schijnt daaruit niet zonder reden te hebben afgeleid, dat er geen ‘inconvenienten’ aanwezig waren, waarom hij de vrijheid nam om op de 7 mei 1812 in de kerk te doen afkondigen, dat sedert 1 januari van dat jaar Eemster en Leggelo kerkelijk met Dwingelo verenigd waren.

Deze mededeling was wel in staat, de belanghebbenden op onzachte wijze uit de slaap te wekken. Reeds de 16 mei daarop volgende werd een adres, door een aanzienlijk getal inwoners van Eemster en Leggelo en leden van het Hervormde kerkgenootschap te Diever ondertekend, ingezonden, waarbij zij te kennen gaven ‘niets hartelijker te verlangen dan met de gemeente Diever op de oude voet verknocht te blijven en wel op grond van een door de tijd diep ingewortelde en door niets te wraken gehechtheid aan een gemeente, in welke kring hun voorvaderen sedert onheugelijke jaren en zijzelf de zegeningen van de godsdienst genoten hebben, alsmede op grond van de nadelen, die door de voorgenoemde afscheidingen bedreigen’.

Nu ook achtte de maire van Diever de tijd gekomen om te voldoen aan de aanschrijving van de onderprefect te Assen van 23 december van het vorige jaar, om ten spoedigste te rapporteren ten aanzien van de inconvenienten, die bij hem tegen het besluit van de prefect mochten aanwezig zijn. En nu worden wij bekend gemaakt met tal van bezwaren, sommige wel wat al te breed uitgemeten, andere daarentegen volstrekt niet denkbeeldig, uit welke opsomming blijkt, dat men het ook destijds reeds een goede gewoonte achtte, de meest afdoende argumenten tot het laatst te bewaren.

In de eerste plaats dan zouden de ingezetenen van Diever voor de afscheiding in de onmogelijkheid worden gebracht, hun kerkgebouw en aanhoren naar eis te onderhouden. Deze kerk zou veel te groot worden en die van Dwingelo te klein voor de vermeerderde bevolking. Verder hadden de bewoners van Eemster en Leggelo te Diever in de nabijheid van de kerk sedert jaren bij hun oude vrienden en bloedverwanten, met wie zij – zowel als deze met hen – de broederlijke gemeenschap wensten te onderhouden, een zogenaamde ‘vrije intrek’, waar zij bij slecht weer, te vroege aankomst en tot verblijf tussen de kerkdiensten kosteloos vertoefden en verfrissing vonden, hetgeen zij te Dwingelo misten en zich dus tegen betaling moesten verschaffen. Te Diever hadden zij merendeels in de kerk hun vaste zitplaatsen en eigen voorouderlijke graven; hier waren zij gedoopt en in de echt verbonden, hier stonden ook hun familie van de oudste tijden er in de kerkelijke registers opgetekend en hadden zij van hun jeugd af het godsdienstonderwijs genoten, zodat een onlaakbare vooringenomenheid en van hun kindsheid af aan de plaats, medelidmaten en leraar verbond. Bovendien viel hun de uitoefening van de eredienst te Diever gemakkelijker, terwijl de weg daarheen korter en te allen tijde te voet en per rijtuig begaanbaar was, terwijl die naar Dwingelo, vooral in de winter wanneer de Oude stroom buiten zijn oevers was getreden, veelal onbruikbaar was, bepaaldelijk voor voetgangers. Het slotargument, dat naar de mening van adressanten moest beslissen, was, dat zij voor hun aandeel wettige eigenaars waren van de kerk en pastorie te Diever van welke eigendom zij door de afscheiding verstoken zouden worden, terwijl hun aandeel in de lasten voor rekening van de Dieverse leden zou komen.

De zaak schijnt daarna geruime tijd hangende te zijn gebleven, waarschijnlijk een gevolg van de algemene toestand van het land, welke in het volgende jaar tot de val van het Franse Keizerrijk en de herstelling van onze onafhankelijkheid leidde. Wel opmerkelijk is het, dat juist tussen januari 1812 en juli 1813 geen enkel kind uit Eemster of Leggelo te Diever is gedoopt, later wel weer.

Uit een in mijn bezit gekomen ontwerpadres van ingezeten uit Eemster en Leggelo blijkt, dat men nu de tijd gekomen achtte om opnieuw, ditmaal bij de Staten van de Landschap Drenthe, aan te dringen op een hereniging met Diever, waartoe de op handen zijnde reorganisatie van het inwendig bestuur een ongezochte gelegenheid aanbood. Dit verzoek betrof zowel de burgerlijke als de kerkelijke indeling, zodat wij, behalve de reeds vroeger gebezigde argumenten, daarin ook de bezwaren tegen de politieke afscheiding aantreffen.

Vooropstellende, dat van de oudste tijden er de Oude stroom de natuurlijke grens was geweest tussen de kerspelen Diever en Dwingelo, betoogde men, dat door de afscheiding de evenredigheid tussen bouwland, heide en zandgrond met hooi- en weilanden in eenmaal verbroken werd, daar bijna al het groenland van de gemeente onder de afgescheiden buurtschappen gelegen was. Dientengevolge zou de gemeente niet bestand zijn tegen de aanmerkelijke quota’s en aanslagen, inzonderheid van de grondbelasting, welke over de zo weinig opleverende overgebleven gronden moest worden verdeeld. Talloze onenigheden zouden hieruit voortvloeien, daar de grondeigendommen wederzijds zodanig door elkander waren gelegen, dat dit alleen reeds de afscheiding als geheel absurd en als zonder kennis van zaken tot stand gebracht moest doen voorkomen. Ook had door de afscheiding het traktement van de schoolmeester te Diever een aanmerkelijke vermindering ondergaan, terwijl deze functionaris toch mede door adressanten was beroepen, welke verbintenis zij voor hun aandeel thans verhinderd waren na te komen (voetnoot 11). Ten slotte gaven zij hun vast voornemen te kennen, niettegenstaande alle politie betrekkingen, bij voortduring van het kerkgebouw te Diever gebruik te zullen maken en tot het onderhoud van kerk en eredienst aldaar te blijven bijdragen, wat toch wel niemand hun zou kunnen beletten. Ook hun liefdegaven ten bate van de diaconie zouden zij te Diever blijven besteden.

Deze poging heeft evenmin het gewenst gevolg gehad. In het burgerlijke bleven Eemster en Leggelo met Dwingelo verenigd, terwijl Diever en Vledder afzonderlijke gemeenten werden.

Op 15 juli 1817 heeft de commissaris-generaal, provisioneel belast met de zaken van de Nederlands Hervormde kerk enzovoort, Eemster en Leggelo kerkelijk van Diever afgescheiden en met Dwingelo verenigd. Bij Koninklijk Besluit van 12 september 1823, no. 103, werd die afscheiding definitief tot stand gebracht.

De bedreiging, dat de ingezetenen van de buurtschappen niettegenstaande de burgerlijke afscheiding toch te Diever de bevrediging van hun godsdienstige behoeften zouden blijven zoeken, is niet lang volgehouden. Werden in de eerste jaren na 1823 hun kinderen nog op de oude voet te Diever gedoopt, spoedig verminderde dit, om in 1830 geheel op te houden. Reeds sedert 1814 waren uit Leggelo, sedert 1816 uit Eemster geen nieuwe lidmaten meer te Diever aangenomen. Enkele families daarentegen bleven nog een 30-tal jaren te Diever naar de kerk gaan.

Nog tweemaal moest de kerk te Diever een deel van haar gebied afstaan.
De eerste maal was dit een gevolg van de kolonisatie der buurtschappen Wateren door de Maatschappij van Weldadigheid, die daar een opvoedingsgesticht vestigde. Bij beschikking van de Minister voor de zaken van de Hervormde eredienst enzovoort van 17 april 1834, no. 3, werden de godsdienstige belangen der Protestantse kwekelingen van het opvoedingsgesticht te Wateren en van de Protestantse bewoners van de te Groot-Wateren gelegen woningen aanbevolen aan de predikant te Vledder. Nadat in 1860, dus een jaar nadat de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen door het Rijk van de Maatschappij van Weldadigheid waren overgenomen, alle bezittingen van de Maatschappij te Wateren, de kweekschool daaronder begrepen, in openbare veiling waren verkocht en in handen aan bijzondere personen overgegaan, werd bij besluit van dezelfde Minister van 7 maart 1862, no. 8, op een adres van het Classicaal bestuur van Meppel vorenbedoelde beschikking van 1834 ingetrokken, zodat sedert dat jaar geheel Wateren weer kerkelijk onder Diever behoort.
De laatste afscheiding betrof de voormalige Heerlijkheid Hoogersmilde, in 1633 reeds in het burgerlijke van Diever gescheiden. Met het oog op de verre afstand ligt het voor de hand, dat het voor de bewoners op de duur een groot ongerief was, hun godsdienstplichten te Diever blijven te vervullen. Een deel van hen bezocht dan ook reeds sedert jaren de op 17 februari 1788 ingewijde nieuwe kerk te Kloosterveen. Op verzoek van de Hervormde ingezetenen van Hoogersmilde werd hun bij Koninklijk Besluit van 23 maart 1844, no. 70, toegezegd, dat zij van Diever zouden worden afgescheiden en een afzonderlijke kerkelijke gemeente uitmaken, indien zonder bezwaar van ’s lands kas aldaar een geschikt kerkgebouw met predikantswoning werd gebouwd. De kerk te Diever zou alle kerkelijke bezittingen behouden, de ingezetenen van Hoogersmilde zouden daarentegen worden vrijgesteld van de kerkelijke omslag te Diever, in te gaan op 1 januari na het jaar waarin de nieuwe kerk zou zijn ingewijd. Deze inwijding had plaats op 26 december 1844, zodat op 1 januari 1845 ook deze afscheiding haar beslag kreeg.

Volledigheidshalve werd nog vermeld, dat te Wateren, waar voor de afscheiding van de Maatschappij van Weldadigheid door de Rooms Katholieke bewoners gebruik werd gemaakt van de Rooms Katholieke kerk te Frederiksoord. (rectoraat onder de parochie Steenwijkerwold), zich vooral sedert het jaar 1880 meer Rooms Katholieke gezinnen vestigden, zodat zich langzamerhand de behoefte aan een eigen kerk deed gevoelen. In 1883, toen het getal van de gezinnen 9 bedroeg met 50 gezinsleden, richtte de Vikaris Kapitulair van het Aartsbisdom Utrecht tot de Minister van Financiën het verzoek om ten behoeve van de pastoor een te Wateren op te richten parochie een rijksjaarwedde, benevens een subsidie voor de bouw van een kerk, toe te kennen. Niettegenstaande dit verzoek, met het oog op de weinig talrijke nederzetting, werd afgewezen, werd bij beschikking van de Aartsbisschop van Utrecht van 3 september 1884 met ingang van 18 september daaropvolgende te Wateren een kerkelijke parochie opgericht onder de bescherming van de H. Andreas.

Voetnoten:
1)
Van de vroegste tijden af, dat deze naam in oude stukken voorkomt, werd de bevolking van dit gehucht steeds aangeduid als wonende “op het Moer”.
2)
Deze oorkonden zijn te vinden in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe onder de nrs. 39, 48, 199, 19, 726, 44 en 49.
3)
Deze jaartallen zijn geput uit de oude kerkelijke doopboeken, aanwezig op het gemeentearchief te Diever, beginnende op het jaar 1676.
4)
Magnin. Overzicht der Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe, bladzijde 141.
5)
De Hervormde Predikanten van Drenthe.
6)
In het gemeentearchief van Diever.
7)
In de nabijheid van de Geeuwenbrug.
8)
Zie de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 197.
9)
Kopie in het “Protocol aangaande de administratie der armen wegens de Hooger Smilde”, in het gemeentearchief te Smilde.
10)
Een vierde gedeelte, namelijk een oortje (2 duiten of 4 penningen) van elke stuiver, welke van elke gulden op de pachtsommen der Generale Middelen ten laste van de pachters werd geheven.
11)
Dat Eemster en Leggeloo inderdaad het welvarendste deel van het kerspil Diever hebben uitgemaakt, mag blijken uit de volgende lijst van zuivere bezittingen (daaronder begrepen de gekapitaliseerde waarde van revenuen van ambten, bedieningen en beneficiën) van de ingezeten, welke tot een bedrag van minstens 100 gulden gegoed waren. Deze lijst strekte ten behoeve der heffing van den 100sten penning, ingevolge resolutie van de representanten van het Drentse volk van 11 oktober 1796.
Diever                 83 huizen     201515,– gulden
Oldendiever        19 huizen       38525,– gulden
Kalteren                3 huizen           400,– gulden
Wateren                6 huizen         5400,– gulden
Wittelte               12 huizen       32050,– gulden
’t Moer                  4 huizen         1450,– gulden
Wapse                36 huizen       61990,– gulden
Leggeloo            22 huizen       79550,– gulden
Eemster              25 huizen       57635,– gulden

Posted in 't Moer, Diever, Kalteren, Kerk op de brink, Kerspel Diever, Oldendiever, Wapse, Wateren, Wittelte | Leave a comment