Category Archives: An de Deeverbrogge

Oude posthuis an de Deeverbrogge brandde in 1932 af

In de krant Het Vaderland (Staat- en letterkundig nieuwsblad) verscheen op 31 maart 1932 het volgende berichtje over de brand in hotel Dieverbrug, het oude voormalige posthuis, café en logement an de Deeverbrogge.

Dorpshotel te Dieverbrug afgebrand.
Hedennacht omstreeks half één is door tot nu toe onopgehelderde oorzaak brand ontstaan in het bekende dorpshotel te Diever, gelegen aan de kruising van den Rijksweg Assen-Meppel, en den straatweg Diever-Dwingeloo.
Op het oogenblik dat de brand uitbrak, kwam de eigenaar van het hotel, de heer Blok, juist thuis. Hij snelde het brandende gebouw binnen en slaagde erin zijn vrouw en drie kinderen te redden. Bij zijn verdere pogingen om nog enkele voorwerpen in veiligheid te brengen, werd de heer Blok door den rook bedwelmd en raakte hij bewusteloos. Men wist hem echter spoedig uit het huis te halen, waarna hij weer bij kennis kwam. Gasten bevonden zich niet in het hotel.
De brandweren uit Diever en Dwingelo waren spoedig ter plaatse, doch konden weinig tegen de vuurzee uitrichten. Het gebouw, dat uit de achttiende eeuw dateert, en in den ouden tijd als posthuis werd gebruikt, is tot den grond toe afgebrand.
In het hotel was tevens gevestigd het plaatselijk kantoor van de Nederlandse Tramweg Maatschappij, dat door het vuur geheel is verwoest. Ook eenig geld ging verloren. Het blusschingswerk was om 5 uur hedenmorgen afgeloopen. De schade bedraagt ongeveer f. 8000,- en wordt door de verzekering gedekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met de heer Blok wordt de heer Johan Blok bedoeld.
In 1933 werd de lijn van de Nederlandse Tramweg Maatschappij tussen Meppel en Hoogersmilde opgeheven.

 

 

 

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok | Leave a comment

Sukerzakkie van Hotel Blok – TT Assen – 29 juni 1957

De klanten van het hotel-café-restaurant van Johan Blok an de Deeverbrogge kregen in 1957 bij hun kopje koffie of kopje thee ter gelegenheid van de motorracewedstrijden op het oude TT-circuit bij Assen op 29 juni 1957 een tijdlang -zolang de … Continue reading

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Suikerzakjes | Leave a comment

Ansichtkaart – Groeten uit Dieverbrug – 1910

Café- en Logementhouder Sjoert Benthem is de uitgever en verkoper van deze in 1910 verstuurde fraaie ansichtkaart met vijf kleine afbeeldingen van objecten/onderwerpen an de Deeverbrogge.
Van elk van de vijf objecten/onderwerpen heeft Sjoert Benthem gelukkig ook een ‘gewone’ ansichtkaart uitgegeven en verkocht.
De redactie van het Deevers Archief toont van drie van deze ansichtkaarten al een afbeelding en zal bij gelegenheid van de andere twee ansichtkaarten ook een afbeelding tonen.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van de Opzichterswoning an de Deeversluus.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart met de stoomboot Assen-Zwolle.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van Hôtel S. Benthem.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café Sjoert Benthem, Café-Logement Sjoert Benthem, Dieversluis | Leave a comment

Ansichtkaart van een zandvlakte in Ellert en Brammert

Deze ansichtkaart van een zandvlakte in recreatiecentrum Ellert en Brammert is in 1968 uitgegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Bosgezichten, Ellert en Brammert | Leave a comment

Fietsende vrouw op de Riekseweg an de Deeverbrogge

Niet veel verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever zijn in het bezit van een exemplaar van deze fraaie zwart-wit ansichtkaart. Let vooral op de auto bij het Hotel Dieverbrug van Johan Blok. Het merk van de auto is helaas niet te onderscheiden.
Werden dit soort ansichtkaarten in oplagen van 100 of 200 of 500 exemplaren gedrukt ? Je kan dus maar beter wel een fysiek exemplaar van deze kaart in je verzameling hebben.
Deze ansichtkaart uit juli 1954 is gedrukt door Jos-Pé in Arnhem en werd verkocht door de Firma Kuiper, Levensmiddelenbedrijf Diever, die toen ter tijd ook een vestinkje had an de Deeverbrogge an de Riekseweg bee’j ’t schut.
Wie zou de Riekseweg overstekende vrouw op de fiets toch kunnen zijn ? Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Hotel Blok | Leave a comment

Ansichtkaart speelterrein in Ellert en Brammert

Van recreatiecentrum Ellert en Brammert, gelegen an de Riekseweg tussen de Deeverbrogge en de Gowe (ingang bij het huis met de naam de Wildschut), is een groot aantal ansichtkaarten bekend.
Van het klassiek ingerichte speelterrein in het recreatiecentrum is ook een aantal ansichtkaarten bekend, waarvan de hier afgebeelde er een van is. Wellicht de mooiste en de oudste. Je zal deze kaart maar in een opbergmapje van zuurvrij plastic in een mooie viergats ordner in je verzameling hebben !
Een paar schommels (tolters), wat zitplanken, een verhard volleybalveldje, een lange loopplank, een wipwapje, een draaidingetje en zand, veel zand, heel veel zand.
Deze ansichtkaart is in 1956 uitgegeven door N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Bedrijven, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Sukerzakkie van Hotel Johan Blok an de Deeverbrogge

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag hotel-café-restaurant Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-café-restaurant.
Het hotel-café-restaurant had net zoals zoveel andere hotels, cafés en restaurants, enzovoort ‘eigen’ sukerzakkies. Eén van die sukerzakkies – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukerzakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart, die Johan Blok in juni 1956 heeft uitgegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Hotel Blok, Suikerzakjes | Leave a comment

Aanlegplaats en Kantoor der D.S.M. te Dieverbrug

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van de webstee Dieversarchief.nl graag meegenieten van zijn aanwinsten in de verzameling ansichtkaarten. Slechts enkele verzamelaars van ansichtkaaren uit de gemeente Diever zullen bijgaande ansichtkaart in hun album hebben.
Het gaat in dit geval niet zozeer om de fraaie sfeervolle opname van de aanlegplaats van de stoomboot bij en het kantoor van de Drentsche Stoomboot Maatschappij in het café-logement van Sjoert Benthem, waarbij Sjoert Benthem, met wit overhemd, links naast de stoomboot zit, dan wel om de twee afzenders van deze kaart.
Neef en nicht, Sjoert Benthem en echtgenoote, verstuurden deze eigen ansichtkaart op 2 januari 1907 aan den heer Johan Jacob Pieter Merk, Agent van Politie, Korte Lijdsche Dwarsstraat 25 in Amsterdam. Johan Jacob Pieter Merk was een broer van Griet Merk, de vrouw van Sjoert Benthem. Sjoert Benthem moet deze kaart geschreven hebben en wel in een redelijk handschrift, met inkt en kroontjespen, in de schrijfstijl uit die tijd.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café Sjoert Benthem, Drentsche Hoofdvaart, Drentsche Stoomboot Maatschappij, Loswal | Leave a comment

Sukerzakkies van een kantine van Ellert en Brammert

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in januari van het jaar 1968 uitgegeven door N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.
In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag het bondsvacantiecentrum later recreatiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge bij het huis met de naam de Wildschut aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de voart tussen Meppel en Assen. Het was in de zomer een druk bezocht vacantiecentrum.
In de zoveelste versie van de recreatiezaal in het hoofdgebouw– zeg maar de kantine – van het vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge kon men natuurlijk ook koffie en thee drinken. In de kampwinkel naast de kantine van het vacantiecentrum waren – gelet op het reclamebord – ook zakjes Smtih’s Chips te verkrijgen.
De kantine had net zoals zoveel andere kantines, lunchrooms, hotels, restaurants en cafés ‘eigen’ sukerzakkies. Twee van die sukerzakkies zijn aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief en zijn hier voor de trouwe bezoeker van het Deevers Archief afgebeeld.
De maker van de tekening op de sukerzakkies heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar deze min of meer overgetekend van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (?). De lange mast met de televisieantenne heeft de overtekenaar op zijn tekening weggelaten. Wellicht bestaat van het sukerzakkie ook een blauwe of een gele of een andere uitvoering. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
Wie heeft andere sukerzakkies van Ellert en Brammert en is bereid daarvan een goede scan naar de redactie te sturen voor publicatie in het Deevers Archief ?
Zie ook een ander bericht in het Deevers Archief.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Recreatie, Suikerzakjes, Tekeningen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Sukerzakkies van een kantine van Ellert en Brammert

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in februari van het jaar 1959 uitgegeven door vacantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 05219-207.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag het bondsvacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge bij het huis met de naam de Wildschut aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de voart tussen Meppel en Assen. Het was in de zomer een druk bezocht vacantiecentrum.
In de zoveelste versie van de recreatiezaal – zeg maar de kantine – van het bondsvacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge kon men natuurlijk ook koffie en thee drinken.
De kantine had net zoals zoveel andere kantines, lunchrooms, hotels, restaurants en cafés ‘eigen’ sukerzakkies. Twee van die sukerzakkies zijn aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief en zijn hier voor de trouwe bezoeker van het Deevers Archief afgebeeld.
De maker van de tekening op de sukerzakkies heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar deze min of meer overgetekend van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart. Wellicht bestaat van het sukerzakkie ook een blauwe of een gele of een andere uitvoering. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
Wie heeft andere sukerzakkies van Ellert en Brammert en is bereid daarvan een goede scan naar de redactie te sturen voor publicatie in het Deevers Archief ?
Zie ook een andere bericht in het Deevers Archief

abracadabra-569abracadabra-570
abracadabra-568

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Suikerzakjes, Tekeningen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Dorpsboerenleider benoemd leden dorpsboerenraad

In het Agrarisch Nieuwsblad (waarin opgenomen het orgaan Landbouw en Maatschappij) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 6 maart 1942 het navolgende merkwaardige bericht over de dorpsboerenraad.

Dorpsboerenraad.
Door den dorpsboerenleider, den heer J.B. Oostra te Wapse, werden tot leden van den dorpsboerenraad benoemd de heeren K. Snoeken en W. de Vries te Wapse, A. Muggen te Dieverbrug, E. Jongstra te Wateren en H. van Wester te Oldendiever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bladzijde 482 van het boek ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 6. Eerste helft. Juli 1942 – Mei 1943’ is in het hoofdstuk de ‘foute sector’ een en ander over te lezen over dorpsboerenleiders, dorpsboerenraden, buurtboerenraden.

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog, Wapse, Wateren | Leave a comment

Dieverbrug, Vakantiecentrum Ellert en Brammert

Deze ansichtkaart werd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht in de kampwinkel van het vakantiecentrum Ellert en Brammert.
De ingang naar het vakantiecentrum was bij het huis met de naam ‘de Wildschut’ aan de weg langs de Drentsche Hoofdvaart tussen de Deeverbrogge en de Gowe.
Heel veel ansichtkaarten hebben Ellert en Brammert als onderwerp, deze zeker meer dan tachtig ansichtkaarten zijn niet zo zeldzaam, maar de kunst is wel van al die ansichtkaarten een mooi en gaaf gelopen en ongelopen exemplaar in je verzameling te krijgen.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Toeristenindustrie | Leave a comment

Deeverbrogge – Uit de diligence en op de boerenkar

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 24 juli 1852 verscheen het volgende grappige korte bericht over twee diligences die in de buurt van de Deeverbrogge met de assen tegen elkaar reden.

In den nacht van woensdag op donderdag jongstleden zijn de diligence van Burgers, die van Meppel kwam, en die van Visscher en Kiesbrink, die van Assen kwam, tusschen deze plaats en Dieverbrug met de assen tegen elkander gereden, zoodat de eerstgenoemde is beschadigd, en de reiziger, welke zich daarin bevond en welke toevallig de heer Visscher was, de reis in een boerenwagen moest vervolgen; de andere diligence heeft geen letsel bekomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft in 2014 zijn 20-jarige bestaan ‘opgeluisterd’ met de uitgave van het jubileumboek ‘An de Brogge’.
In het boek zijn volgens zeggen de resultaten van een zoektocht naar de rijke historie van de Deeverbrogge gepubliceerd.
In het boek zijn volgens zeggen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde gekomen:
– scheepvaart;
– kalkovens;
– kampeer- en bungalowterrein Ellert- en Brammert;
– noodslachtplaats;
– bedrijvigheid aan de loswal;
– tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart;
– hotel-restaurant-café Blok;
– bouwmaterialen Concordia,
– postkantoor;
– steenfabriek;
– winning van ijzeroer;
– arrestantenlokaal achter hotel Blok;
– kermissen;
– markten;
– culturele voorstellingen en filmvoorstellingen;
– dansavonden.
Zowaar een zeer indrukwekkende en hopelijk niet-eindige lijst van onderwerpen.
De Deeverbrogge lag vanouds op het kruispunt van twee belangrijke routes. In het boek aandacht besteden aan de scheepvaart en de tramlijn is natuurlijk prima, maar ook aan het rijdende verkeer over de weg had gepaste aandacht mogen worden besteed.
In het midden van de negentiende eeuw was de diligence, een door paarden getrokken reiswagen of postwagen, een veel gebruikt vervoermiddel. Blijkbaar waren in die tijd twee concessiehouders actief op de route langs de Drentsche Hoofdvaart van Meppel naar Assen. En als een diligence het begaf, dan wachtte je als eigenaar van een diligence (Visscher) niet op de diligence van de concurrent, maar dan vervolgde je de reis op een boerenwagen.
De redactie van het Deevers Archief gaf destijds de samenstellers van het genoemde jubileumboek in overweging het hiervoor vermelde krantebericht als annekkedote op te nemen in het boek. Of dit grappige berichtje daadwerkelijk in het boek is opgenomen, dat is bij de redactie niet bekend.

Posted in An de Deeverbrogge, Openbaar vervoer | Leave a comment

De nieuwe gevangenis an de Deeverbrogge in 1852

In de Grunniger Kraante van 19 november 1852 verscheen het navolgende zeer korte berichtje over het nieuwe huis van bewaring an de Deeverbrogge.

Tot leden van het collegie van toezigt over het nieuw gesticht huis van bewaring te Dieverbrug, zijn  door den heer commissaris des Konings in  deze provincie benoemd: de heeren S. van Roijen, burgemeester van Diever en Vledder; mr. G. W. van der Feltz jr., burgemeester van Dwingelo, en mr. W.O. Servatius, advokaat en notaris ter laatstgenoemde plaats, terwijl tot cipier is aangesteld Jan Stoker, gewezen geregtsdienaar te Assen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De plaatselijke heemkundige vereniging heeft in 2014 haar 20-jarige bestaan opgeleukt met een jubileumboek, waarin volgens zeggen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde zijn gekomen:
– scheepvaart;
– kalkovens;
– recreatiecentrum Ellert- en Brammert;
– noodslachtplaats;
– bedrijvigheid aan de loswal;
– tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart;
– hotel-restaurant-café Blok;
– bouwmaterialenhandel Concordia;
– postkantoor;
– steenfabriek;
– winning van ijzeroer;
– arrestantenlokaal achter hotel Blok;
– kermissen;
– markten;
– culturele voorstellingen en  filmvoorstellingen;
– dansavonden.
Voorwaar een hele kloeke uitdagende lijst, waar de dorpskrachten van de Deeverbrogge hun (kunst)tanden in stuk zullen hebben gebeten.

Het arrestantenlokaal stond bij het posthuis van kastelein Wind, later het logement van De Vroome, an de Deeverbrogge.
Mr. Stephanus van Roijen (geboren op 3 september 1798 in Vledder, overleden op 28 februari 1883 in Middelstum) was van 1848 tot 1872 burgemeester in de gemiente Deever. In de webstee wikipedia.org zijn meer gegevens van hem te vinden.
Mr. Gustaaf Willem van der Feltz (geboren op 21 juni 1817 in Groningen, overleden op 4 juli 1863 in Dwingel) was van 1852 tot 1855 burgemeester van de gemiente Dwingel. In de webstee wikipedia.org zijn meer gegevens van hem te vinden.
Mr. Wicher Onko Servatius (geboren op 26 juli 1822 in Zuidlaren, overleden op 2 februari 1892 in Assen) was in de periode 1851-1883 advocaat en notaris in Dwingel.
De cipier Jan Stoker werd geboren op 4 juli 1797 in Assen en overleed op 6 november 1854 an de Deevebrogge.
De redactie weet niet of de twee hier vermelde berichten zijn verwerkt in het jubileumboek ‘An de Brogge’ van de heemkundige vereniging uut Deever.


Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskrachten | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Hulppostkantoor

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 8 maart 1864 het volgende korte bericht over het hulppostkantoor an de Deeverbrogge.

Diever, 6 maart.  Volgens opgave van den brievengaarder van het hulp-postkantoor te Dieverbrug, zijn in het verloopen jaar de navolgende particuliere brieven ontvangen, als: 6408 van Meppel, 4245 van Assen, 605 van Groningen, 139 van Havelte, 968 van Smilde en 336 uit de bus, total 12701 en verzonden: naar Meppel 5695, Assen 4686, Havelte 157 en Smilde 1124, totaal 11662, zoodat het getal verzonden en ontvangen brieven bedraagt 24363.
Wanneer men nu aanneemt, dat van iedere brief 5 cent port wordt betaald, dan hebben deze brieven eene waarde opgebragt van f. 1218,15.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is wellicht van enig belang te weten dat an de Deeverbrogge ooit een hulppostkantoor heeft gestaan.
Of het kantoor in 1864 op de plek stond waar het hulppostkantoor (hulppostkantoorhouder Jan Doorten) in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw stond, dat is bij de redactie van het Deevers Archief nog niet bekend.
In het jubileumboek ‘An de Brogge’ van de heemkundige vereniging uut Deever zullen ongetwijfeld beelden en woorden zijn besteed aan de postale, telefonische en telegrafische activiteiten an de Deeverbrogge.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Postkantoren | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Deeverder schutsluus – 1906

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 11) over het verleden van de Deeverder schutsluis en de opzichterswoning van de Rijkswaterstaat an de Deeverbrogge met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1906 gepubliceerd.

In 1878 was voor het eerst geld gereserveerd op de begroting van het Departement van Waterstaat, Handel en Nijverheid voor de bouw van een stenen sluis ter vervanging van de houten Dieverschutsluis op de Drentsche Hoofdvaart. De nieuwe schutsluis
kwam ongeveer tweehonderd meter ten zuidwesten van de oude sluis te liggen en kwam daardoor in zijn geheel in de gemeente Dwingeloo te liggen.
Na aankoop van de benodigde gronden in het voorjaar van 1878 vond op 27 december 1878 de aanbesteding plaats. Alle inschrijvers zaten echter ver boven de raming, zodat op 31 januari 1879 een herbesteding plaats vond. Het werk werd toen voor 91700 gulden gegund aan Peter Rijnders, aannemer te Valkenswaard.
Het werk bestond uit het maken van een stenen schutsluis, het maken van een afsnijding in de bocht beneden de houten sluis, het gedeeltelijk dempen, verbreden en verdiepen van het bestaande kanaal voor een stroomkanaal en een loswal, het bouwen van een stenen duiker, het bouwen van een ijzeren brug over het stroomkanaal, het bouwen van een sluiswachterswoning, het
opruimen van de houten schutsluis en het maken van een beschoeiing langs de loswal.
Voor het opruimen van de oude sluis en het afdammen van het te verlaten gedeelte moest de vaart een korte periode worden afgesloten. Op 6 oktober 1879 kon de Commissaris des Konings aan de Minister van Verkeer, Handel en Nijverheid melden dat op 4 oktober voor het eerst door de nieuwe sluis was geschut.
Op de foto boomt een schipper zijn houten dekschiptjalkje uit de stenen sluis in de richting van de Dieverbrug. De woning van de schippersfamilie bevindt zich onder het niet verhoogde achterdek.
Recht achter het schip is links de sluiswachterswoning en rechts de woning van de opzichter van de Rijkswaterstaat te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de dag dat de foto in 1906 werd gemaakt, waaide het -aan het wateroppervlak te zien- blijkbaar te weinig om te zeilen van het schip te kunnen hijsen.
De Commissaris van koning Willem III was de heer Van Kuijk.

Het dekschiptjalkje of de dektjalk is geen echt scheepstype, maar een tjalk zonder roef. 
De redactie heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. Het was die ochtend omstreeks 9.00 uur bij de opkomende zon nagenoeg windstil. De op de kleurenfoto zichtbare wit geverfde ruime erker was in 1906 nog niet aan de opzichterswoning gebouwd.

abracadabra-547
abracadabra-548

Posted in An de Deeverbrogge, Dieversluis, Scheepvaart, Verkeer en vervoer | Leave a comment

Sukerzakkie van Hotel Blok an de Deeverbrogge

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-11-03

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag Hotel Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-restaurant. Het hotel-restaurant had net zoals zoveel andere hotels, cafés en restaurants ‘eigen’ suikerzakjes. Eén van die suikerzakjes – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het suikerzakje heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart uit het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
De D.A.B.O.-bus bee’j de brogge heeft de overtekenaar voor het gemak maar weggelaten. Ook de boerderij van ……… Warries heeft hij niet overgetekend. Wie kan de redactie informeren over de bewoners van deze boerderij ?
De luchtfoto is gemaakt door het bedrijf Lucht Foto Nederland (LFN). Dit bedrijf was vooral in het noorden van Nederland bezig. LFN heeft in die jaren in de gemeente Diever van bijna alle boerderijen (en dat waren er toen nogal wat) een luchtfoto gemaakt. De redactie zou graag LFN-luchtfoto’s van boerderijen in de gemiente Deever willen tonen in het Deevers Archief. Wie stuurt een mooie scan van een LFN-foto ?
Rechts naast het rechthoekige stenen electriciteitsgebouwtje naast het brugwachtershuisje ligt een stuk grond waar in de periode 1919-1933 een emplacement van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) was ingericht. Heden ten dage is op dat stuk grond Shell Benzinestation Blok VOF gevestigd.

abracadabra-494

abracadabra-493

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boerderijen, Hotel Blok, LFN-luchtfoto's, Luchtfoto's, Suikerzakjes, Tekeningen | Leave a comment

Aanbesteding van de Coöperatieve Boerenleenbank

In de Nieuwe Provinciale Groninger Courant van 24 mei 1941 verscheen het volgende bericht over de aanbesteding van de bouw van de Coöperatieve Boerenleenbank aan de Hoofdstraat in Deever.

Diever. Aanbesteding Coöperatieve Boerenleenbank.
In café Trompetter vond Woensdag j.l. de aanbesteding plaats van het bouwen van een kantoorgebouw met kassierswoning voor rekening van de Coöperatieve Boerenleenbank alhier onder architectuur van den heer J. Hubregtse, architect te Smilde.
Perceel I (metsel-, timmer- en grondwerken):
J. Mos, Dieverbrug f. 9667; H. Daalman, Wapse f. 9565, Gebroeders van Wijk, Dieverbrug f. 9244 en Nijzingh en Koning, alhier f. 9215.
Perceel II (glas- en verfwerk): H. Mulder, alhier f. 845; A. Kannegieter, alhier f. 814 en G. Koster, alhier f. 798,60.
Perceel III (aanleg electrische installaties): J. Slagter, alhier f. 305.
Gegund aan de laagste inschrijvers.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 20 februari 1940 brandde manufacturenwinkel ‘de Toekomst’ van Flip Zaligman an de Heufdstroate in Deever af. Blijkbaar is de grond waar de winkel op stond al snel verkocht aan de Coöperatieve Boerenleenbank, die tot dan toe kantoor hield in de voorkamer van een boerderij aan de Achterstraat in Diever.
De bouw van het kantoorgebouw met kassierswoning vond in de Tweede Wereldoorlog plaats, blijkbaar ging het in die jaren goed met de geldhandel in de gemiente Deever.
Ook aardig is te lezen welke plaatselijke bedrijven op de aanbesteding hebben ingeschreven, deze bestaan al lang niet meer. Café Trompetter stond direct naast de bouwlocatie en bestond in de Tweede Wereldoorlog nog.

Posted in Achterstraat, An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boerenleenbank, Café Trompetter, Diever, ie bint 't wel ..., Hoofdstraat, Joodse inwoners | Leave a comment

Ansichtkaart – Groet uit Dieverbrug – 1914

Dank zij het ondernemerschap van Sjoert Benthem, marktschipper, schipper, schuitenvoerder, tolgaarder, logementhouder en kroegbaas an de Deeverbrogge, zijn door hem in de tijd dat hij kroegbaas en logementhouder an de Deeverbrogge was een hele mooie serie ansichtkaarten van met name café-logement Dieverbrug en de omgeving daarvan uitgegeven.

Op deze ansichtkaart uit ongeveer 1914 is aan de linkerkant café-logement Dieverbrug te zien. In de vaart voor het logement ligt een snikke (die van Sjoert Benthem ?). Bij het logement staan twee vrouwen (Grietje Benthem-Merk en haar dochter Jantje Benthem ?). De brug is nog een draaibrug. In het rechts zichtbare huis heeft later een … Benthem gewoond, Roelof Stoker (Harrio) heeft hier ook gewoond. En ook zuster Broer heeft in het huis gewoond. Het huis is afgebroken, nadat zuster Broer met haar zoon hen de Brinkstroate in Deever was verhuisd (in het jaar … ?).

Sjoert Benthem werd op 18 november 1864 geboren an de Deeverbrogge  (zoon van schipper Hendrik Benthem en Meika Roelfsema). Sjoert Benthem, toen van beroep marktschipper, trouwde op 5 mei 1886 op 21-jarige leeftijd met Grietje Merk, geboren te Zuidlaren; oud: 21 jaren; beroep: dienstmeid (dochter van Willem Richard Merk, beroep: rijksveldwachter, en Jantje Noorda, beroep: zonder). Sjoert Benthem overleed op 50-jarige leeftijd op 20 maart 1915 an de Deeverbrogge.

De titel ‘An de Deeverbrogge’ zou geen slechte titel zijn voor het boek dat een groepje Dorpskrachten bezig is samen te stellen ter gelegenheid van het aanstaande 20-jarig bestaan van de plaatselijke heemkundige.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Dorpskrachten, Scheepvaart | Leave a comment

An de Deeverbrogge – IJzeren draaibrug – 1909

Op 6 april 1880 om 12 uur ’s middags werd het bouwen van een ijzeren draaibrug over de Drentsche Hoofdvaart ter vervanging der Oude Dieverbrug, gemeente Diever in het gebouw van het Provinciaal Bestuur te Assen aanbesteed. Het werk werd voor 5077 gulden gegund aan aannemer Roelof Hunse Jr. uit Assen.
Het werk bestond uit het maken, onderhouden en afbreken van een hulpbrug, het slopen van de oude draaibrug, het bouwen van twee landhoofden, het maken van een draaipijler, het bouwen van een draaibrug, het plaatsen van een remmingwerk, het maken van een loopbrugje, grond-, straat-, teer- en voegwerk en het bouwen van een dagverblijf.
De draaibrug was 13,60 m lang en 3,60 m breed. De doorvaartwijdte tussen het landhoofd en het remmingwerk was 6,00 m. De gesmede afgedraaide ijzeren draaispil woog 110 kg, vier geslagen en getrokken ijzeren liggers wogen 3130 kg en de gegoten ijzeren broekbalk woog 1600 kg. De ballastbak onder de brug was gevuld met 1100 kg ruwijzer. Het onderdek van de brug was gemaakt van eikehout. Het bovendek bestond uit Dantzichs grenehout.
Op de brug zijn de gegoten ijzeren spanstijlen, de koppelstangen en de smeedijzeren leuningen te zien. De brug werd met de hand bewogen met behulp van een Engelse schroefsleutel met verstaalde bek.
De aannemer moest zorgen voor een veilig verkeer over en een onbelemmerde doorgang door de hulpbrug. Aan beide zijden van de hulpbrug moest van zonsondergang tot zonsopgang een helder lichtgevende lantaarn branden.
Hij kreeg een boete van drie gulden voor elk uur tussen zonsondergang en zonsopgang dat een lantaarn niet helder lichtgevend was!
Achter de brug is het café-logement van Sjoert Benthem en Grietje Merk te zien. Links naast de witte schuur is de woning van de brugwachter te zien. Aan de rechterkant is het dagverblijf van de brugwachter te zien.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Diever, ie bint 't wel ..., Drentsche Hoofdvaart | Leave a comment

Ansichtkaart van een gezicht op de Deeverbrogge

De uit Wanneperveen afkomstige caféhouder Hendrik Benthem Szn. overleed op 17 februari 1906. Zijn zoon Sjoert nam toen het café-logement van zijn vader over.
Tussen de houten schuur, die gebruikt werd als opslagplaats, wagenschuur en paardestal, en het witte logement bevond zich een kruidenierswinkeltje. Daar konden de schippers inkopen doen.
De Drentsche Hoofdvaart werd in die jaren nog druk bevaren. Dieverbrug was door zijn centrale ligging een belangrijke laad- en losplaats. Vrachtschepen werden in die jaren nog gezeild, let daarbij op het zeilende schip in de vaart op de achtergrond.
Sjoert Benthem was ook schipper. Hij en Johannes (Hans) Warries voeren met de trekschuit wekelijks op woensdag van Dieverbrug naar Assen en weer terug.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zwart-wit ansichtkaart van de löswal met café-logement Dieverbrug is in 1906 verstuurd. De ansichtkaart is uitgegeven door Sjoert Benthem.
De plaatselijke dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever die gewerkt hebben aan het in 2014 verschenen boek ‘An de Brogge in woord en beeld’ mogen Sjoert Benthem wel erg dankbaar zijn dat hij in die tijd het lef had zoveel mooie ansichtkaarten uit te geven. Van deze kaarten kan nu iedereen grateloos mooie sier maken.
Al die mooie Sjoert-Benthem-ansichtkaarten horen thuis in dat mooie album van de fanatieke verzamelaar van ansichtkaarten uit de gemiente Deever. Je moet er echt niet aan denken dat eentje aan de verzameling zou ontbreken. 

De redactie heeft de zwart-wit foto van het Chinese restaurant Hui Moa an de Deeverbrogge op 15 mei 2002 gemaakt. Die foto is een kwart eeuw geleden gemaakt en heeft ondertussen ook al historische waarde.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Dorpskrachten, Drentsche Hoofdvaart, Historische kalenders, Scheepvaart | Leave a comment

Dienstregeling Nederlandsche Tramweg Maatschappij

In het Nieuwsblad van Friesland verscheen op 5 juni 1925 het volgende bericht over de per 5 juni 1925 ingaande dienstregeling van de stoomtrams op de tramlijn Meppel – Hijkersmilde vice versa langs de Drentsche Hoofdvaart.
De Nederlandsche Tramweg Maatschappij exploiteerde deze tramlijn.
In de gemiente Deever stopte de stoomtram op drie plaatsen, te weten an de Wittelterbrogge, an de Deeverbrogge en an de Gowe. De halte Geeuwenbrug komt echter niet voor in de hier getoonde dienstregeling.
Een ritje met de stoomtram van de Deeverbrogge hen Möppel of van Möppel hen de Deeverbrogge duurde ongeveer anderhalf uur, voorwaar geen slechte prestatie voor een stoomtram.

Posted in An de Deeverbrogge, Geeuwenbrug, Stoomtram, Wittelterbrug | Leave a comment

Plaquette voor de Royal Canadian Dragoons

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

In de voorgevel van het Stadskantoor van Leeuwarden is een plaquette ingemetseld. De tekst op de plaquette herinnert aan 15 april 1945, de dag waarop de Royal Canadian Dragoons (het eerste Canadeze leger) Leeuwarden bevrijdde van de Duitse bezetter.
De tekst op de plaquette luidt: Het jaartal 1883. Het wapen van de Royal Canadian Dragoons. Het jaartal 1983. De Engelse tekst This plaque commemorates the liberation of Leeuwarden on 15 april 1945 by the Royal Canadian Dragoons. It was placed here during the centennial of the Regiment.
De versnelde bevrijding van Friesland was mogelijk geworden, omdat mannen uit de omgeving van de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945 met vereende krachten en met succes voor de tanks van het oprukkende Canadeze leger een sterke noodbrug bouwden ter plaatse van de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge over de Drentsche Hoofdvaart.
Van wijlen de schrijver Reinder Smit uut Dwingel is het volgende korte citaat:
Het schijnt, dat de Canadeze bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het bruggehoofd Dieverbrug het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de Canadeze verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (onder andere Pingjum) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de man(nen) van Rijkswaterstaat en hun Drentse medewerkers.
Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld, de heemkundige vereniging van Deever en die van Dwingel, de oorlogsdeskundige van de heemkundige vereniging uut Deever en de plaatstelijke Dorpskrachten, die bezig zijn met de samenstelling van een boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de succesvolle bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadeze bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen vandien. Op verschillende plekken in Friesland zijn wel platen te vinden, die respectvol herinneren aan de Canadeze bevrijders. Zo ook de plaquette in de voorgevel van het Stadskantoor van Leeuwarden, zoals te zien op bijgaande foto.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijders, Dorpskrachten, Gemeente Diever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

An de Deeverbrogge zagen huizen vaak geheel wit

In het Nieuwsblad vaan Friesland (Hepkema’s Courant) verscheen op 23-10-1928 het navolgende bericht over overlast van wegwaaiend kalk op het emplacement van de Nederlandse Tramweg Maatschappij.

Dieverbrug, 20 october. Het emplacement van de Nederlandse Tramweg Maatschappij ondergaat een groote verbetering. Bij het laden en lossen van kalk en dergelijke licht-wegwaaiende stoffen hadden de omwonenden grooten hinder. Doordat hier veel kalk gelost wordt, zagen sommige huizen vaak geheel wit. Thans wordt voor het lossen een groote loods gebouwd, zoodat genoemde ongeriefelijkheid weldra tot het verleden zal behoren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is een mooie taak voor de Dieverse dorpskrachten, leden van de plaatselijke heemkundige vereniging, die bezig zijn met de samenstelling van een boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge om uit te zoeken waar het emplacement, dat wil zeggen het laad- en losterrein, bij de tramhalte an de Deeverbrogge precies was gelegen en waar de genoemde loods heeft gestaan (konden de tramwagons de loods in worden gereden ?).Kalk werd ook gebruikt om jonge ontginningen van woeste grond vruchtbaar te maken en werd in grote hoeveelheden aangevoerd. In die jaren had men nog nooit gehoord van wat tegenwoordig een omgevingsvergunning heet.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskrachten, Stoomtram | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Ansichtkaart Rijksstraatweg

Niet veel verzamelaars van ansichtkaarten uit de gemeente Diever zijn in het bezit van een exemplaar van deze stemmige zwart-wit ansichtkaart, let vooral op de auto op de Rijksweg (Riekseweg). Het merk van de auto is niet te onderscheiden. Werden dit soort ansichtkaarten in oplagen van 100 of 200 of 500 exemplaren gedrukt ? Je kan dus beter maar beter wel een fysiek exemplaar van deze in je verzameling hebben. Deze ansichtkaart uit 1958 is gedrukt door Jos-Pé in Arnhem en werd verkocht door Kuiper’s Bakkerij en Levensmiddelenbedrijf, die was gevestigd in Diever aan de Peperstraat en an de Deeverbrogge an de Riekseweg bij de schutsluis.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Rijksstraatweg | Leave a comment

Interview met burgemeester van Os – November 1932

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen in de serie ‘Burgemeesters over hun gemeenten’ een lang interview met burgemeester H.G. van Os.

81. De gemeente Diever
Waar groote bosschen zich uitstrekken en nieuwe aanplantingen in voorbereiding zijn. 

Bij kampeerders en rondtrekkende touristen, die zich den tijd gunnen, is de gemeente Diever bekend om haar rijk en af- wisselend natuurschoon. Groote loof- en naaldbosschen strekken zich binnen haar uit en dagen, ja weken lang kan men er ronddwalen om telkens weer wat nieuws te zien en telkens weer getroffen te worden door verrassende vergezichten.
De gemeente Diever is 7409 H.A  groot en daarvan is 772 H.A. in cultuur als bouw- en 2011 als grasland. Niet minder dan 1231 bunder is bedekt door bosch en dan is er nog 3167 H.A. heide en zandverstuivingen. Die heide zal nu ook wel grootendeels in bosch veranderen, want 2 jaar geleden kocht de Staat een groot deel van het Dieverscheveld voor bebossching aan, nadat een jaar daarvoor dr. L. Janssen, de zoon van den bekenden philantroop aan den Staat het Waterscheveld ten geschenke aanbood met gelijk doel.
Dat beteekent, zei de heer H.G. van Os, de Burgemeester dezer schoone gemeente die ons met veel ingenomenheid van deze plannen vertelde, dat hier op den duur een reusachtig complex aaneengesloten bosch van 4500 H.A. groot zal komen, waarvan het landgoed Berkenheuvel van plm. 1300 H.A. de kern zal vormen. De bebosschingen in Smilde en Ooststellingwerf sluiten zich bij die in Diever aan.
Dat zal het vreemdelingenverkeer zeker sterk doen toenemen , veronderstellen wij.
Dat is al vrij groot, Berkenheuvel is door het geheele land bekend. De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond en de Groningse C.J.O. hebben er hun vaste kampen en verder komen er iederen zomer tal van groepen kampeeren. Een mooie wandelweg van den A.N.W.B., dit jaar door onze gemeente tot stand gekomen, bevordert dit touristenverkeer.
Het gemeentebestuur stelt het kampeertourisme ook vooral daarom zoo op prijs, omdat de omgeving er niet door verandert, wat zoo gemakkelijk gebeurt, wanneer er overal optrekjes verrijzen.

Historische notitie
Het bleek ons al spoedig, dat het Hoofd dezer gemeente niet alleen een minnaar is natuurschoon, maar zich ook sterk in- teresseert voor de geschiedenis van Diever waarvan helaas door het afbranden van het gemeente-archief voor plm. 70 jaar, niet zoo heel veel bewaard is gebleven.
De naam Diever komt, als Dever, het eerst voor in een oorkonde van 1181. Van Oldendiever lezen we voor ’t eerst in 1298, van Kalteren (Kalthorne) in 1269, van Wit telte in 1040 en van Wapse in 1384.
Diever is heel vroeger veel grooter geweest. In 1633 werd een gedeelte -Hoogersmilde- geformeerd tot een heerlijkheid door den bekenden Adr. Pouw van Wieldrecht (de kerkelijke afscheiding volgde in 1845) en in 1811 (kerkelijk in 1823) volgde de afscheiding van de welvarendste gedeelten, n.l. Leggelo en Eemster, die bij Dwingelo werden gevoegd.
We noemden hier boven enkele jaartallen, die spreken van een 1000 jaar geleden. Maar reeds veel en veel eerder, was de streek, die nu de gemeente Diever is, bewoond. Daarvan getuigen de tallooze vondsten van urnen, steenen werktuigen, pijlspitsen e.d.
Aan den ouden Groningerweg – zoo bracht de Burgemeester in herinnering – ligt een tamelijk vervallen hunebed. In de nabijheid daarvan heeft dr. Van Giffen een open steengraf blootgelegd en bovendien vond hij verleden jaar op het landgoed Berkenheuvel nog de standsporen van een hunebed, waarvan de steenen in 1735 met toestemming van de Staten van Drenthe door de Wapster boeren zijn weggevoerd. Ook heeft dr. Van Giffen het vorige jaar tusschen Diever en Wapse een kringgrepurnenveld ontdekt, waar zeer fraaie urnen zijn gevonden.
Uit jongeren tijd – maar toch van respectabelen ouderdom, n.l. ongeveer 10 eeuwen – is de gedeeltelijk afgegraven heuvel bij de school te Wittelte. Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik 111 van 21 Mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulffo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peeio, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting. De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de z.g. St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de genoemde broeders zijn bewoond. Soortgelijke burchten zijn die te Leiden en de Klinkersberg bij Gees.
Tot voor eenige jaren trof men in het Wittelterveld nog een ouden schans aan, verbonden met een eigenaardig gevormden heuvel. Het middengedeelte van dezen heuvel was omringd door een droge sloot, deze weder door een ringwal, deze weder door een sloot, terwijl een laag walletje het geheel omgaf. De Schans heeft waarschijnlijk in 1591 gediend als legerplaats voor de verbonden legers van Prins Maurits en Willem Lodewijk, die, na de inneming van verschillende schansen en forten in de Ommelanden, door Drenthe trokken en zich „tot Dieveren” legerden. De ronde heuvel is blijkbaar een oude openlucht-vergaderplaats, waar de hagespraken in Dieverder-dingspil werden, gehouden. Immers, op de hagespraak van 5 December 1617 werd besloten, dat deze vergaderingen zouden worden uitgeschreven als volgt: bij wintertijd, n.l. van St. Maarten tot Paschen, te Uffelte.bij zomertijd te Wittelter Weere. Als gevolg-van de ontginning is dit monument der oudheid verdwenen.
De kerk te Diever behoort tot de oudste kerken van Drenthe, ze was een van de weinige kerken uit de omgeving, die niet schatplichtig was aan die te Steenwijk en dus vermoedelijk even oud. Het tegenwoordige gebouw is natuurlijk niet het oorspronkelijke; het is uit tufsteen, overigens uit baksteen en heeft een driebeukig schip. Het koor had oorspronkelijk een lager steenen gewelf dan de middenbeuk en is gesloten met drie zijden van een achthoek. De Noordelijke beuk, rechthoekig gesloten, had oorspronkelijk geen steenen gewelf, maar heeft thans een steenen kruisgewelf met ribben. de Zuidelijke beuk, gesloten met drie zijden van een achthoek, had oorspronkelijk een gewelf van dezelfde hoogte als dat van den middenbeuk en zal dus een afzonderlijk dak hebben gehad. De toren heeft een koepelgewelf in het onderste gedeelte en dateert uit de 12de eeuw; bij het bouwen van de tegenwoordige kerk werd de toren verhoogd. Op 27 Aug. 1759 werd de toren door den bliksem getroffen en brandden de spits en het dak van de kerk af.
Aan den Brink ziet men het typische oude Schultehuis, in 1604 gebouwd door den Schulte Berend Ketel, wiens wapen boven de deur in steen is gehouwen. Van deze familie, afkomstig uit Hackfort, hebben een zestal leden het Schuitambt van Diever bekleed.
De Burgemeester had ons reeds enkele malen in zijn historische uiteenzetting vertelt van branden, die Diever geteisterd hebben. Deze branden zijn waarschijnlijk ook de oorzaak, dat het dorp Diever een afwijkend, meer stedelijk, karakter heeft bij andere oude Drentsche dorpen. Bij het opbouwen kwam men tot een meer aaneengesloten bebouwing en zoo heeft Diever geen Brink.
Den 9 Februari 1581 is nagenoeg het heele dorp door krijgslieden plat gebrand. In den nacht van 10-11 Maart 1862 brak een brand uit, die 18 huizen in asch legde, en twee jaar later kraaide opnieuw de roode haan in het dorp, waarbij ook de gemeentekamer in het logement (en daarmee het reeds genoemde gemeentearchief) verloren gingen.

Het Diever van thans
Na deze uitvoerige uitweiding over het verleden kwam de heer Van Os op het heden. Wij vinden daaromtrent in onze notities de volgende, bijzonderheden.
De 2724 inwoners zijn over de voornaamste dorpen en hun directe omgeving als volgt verdeeld: Diever (met Kalteren, Oldendiever en Vaart) 1285, Wittelte 370, Wapse 655 en Zorgvlied-Wateren 414. Er zijn 1995 inwoners, dit tot de Hervormde kerk behooren, 536 Gereformeerden en 72 Roomsch-Kath.
Landbouw en veeteelt zijn de hoofdmiddelen van bestaan, veelal is het bedrijf gemengd. Boterfabrieken vindt men te Diever en Wapse en bovendien is de gemeente nog een cement-industrie en een kalkbranderij rijk.
Het onderwijs wordt verzorgd door 4 openbare en 1 bijzondere school, de laatste te Diever.
Terwijl er geen aanleiding was om woningen met overheidssteun te stichten, is er ook niet zoo heel veel gedaan aan de uitvoering der landarbeiderswet.
Slechts viermaal werd een aanvrage toegestaan. De oorzaak hiervan is, aldus de Burgemeester, gelegen in het feit van de afwezigheid van woningnood, die elders veelal tot de stichting van landarbeidersplaatsjes meewerkte, en door de gelegenheid, welke de Boerenleenbank vroeger op vrij gemakkelijke voorwaarden bood om geld op te nemen voor het stichten van woningen voor landarbeiders.

Moelijke oeconomische omstandigheden, maar waarschijnlijk nog geen saneering
En hoe staat uw gemeente er financieelvoor? vroegen wij.
Er heeft hier altijd een bescheiden welvaart geheerscht, leidde de Burgemeester zijn antwoord in. Diever heeft geen rijke ingezetenen, maar ook geen groote armoede. De gemeentelijke financiën zijn daarvan een getrouwe afspiegeling. De schulden beloopen rond f 125.000. Daarvan komt f 36.000 ten laste van de electrificatie, die waar mogelijk is doorgevoerd. Ons net sluit op Groningen aan behalve dat van Zorgvlied, dat op het Friesehe net is aangesloten. Wateren valt hier nog buiten.
De financiëele toestand was tot dusver vrij gunstig ,maar dit jaar ziet het er wel wat anders uit. Dat komt doordat de werkloosheid zich aanmerkelijk heeft uitgebreid. Onze zorgen ter bestrijding daarvan behoefden tot voor kort niet zoo groot te zijn. ’s Winters waren er een 15 à 20 menschen zonder werk, maar die konden we wel bij de wegen te werk stellen en zoo was er van eigenlijke werkverschaffing geen sprake.
Hierin is nu helaas verandering gekomen. We kunnen rekenen op een 50 à 60 werkloozen en zelfs den geheelen zomer zijn er nog een 30 naar de werkverschaffing gegaan. Bovendien is de opbrengst der gemeentefondsbelasting een klassificatieverschil (ruim f 6000) gedaald. We kunnen het vermoedelijk nog zonder saneering bolwerken dit jaar, maar daartoe moeten we overgaan tot 200 opcenten op de personeele en 80 op de fondsbelasting.
De wegen vragen uiteraard ook nog al wat aan onderhoud. Behalve 8.7 K.M. Rijksweg langs de Smildervaart liggen er in de gemeente 35.6 K.M. verharde wegen, waarvoor de gemeente heeft te zorgen. De laatste jaren zijn we in de gehuchten bezig met het verharden der modderwegen met paardenklinkers. In Wapse en Kalteren is dit al gebeurd en nu geschiedt het in Wittelte. Dit wordt uit de gewone middelen betaald.

Vereenigingsleven en watervoorziening
Deze beide onderwerpen zijn natuurlijk tijdens dit onderhoud ook besproken.
De Burgemeester gaf ons de volgende opsomming van instellingen en vereenigingen. In Diever is een bloeiende boerenleenbank. Landbouwcoöperaties zijn gevestigd te Diever en Wapse; landbouwvereenigingen te Diever, Wapse en Zorgvlied-Wateren. Het Groene Kruis strekt zich uit over de geheele gemeente, het heeft een eigen wijkverpleegster en een consultatiebureau voor gezonde zuigelingen. Naast een afdeeling der Vereniging tot het uitzenden van Kinderen naar Vacantiekolonies en een Vereniging van Ziekenhuisverpleging kunnen nog genoemd worden tal van andere meer plaatselijke vereenigingen als voet- en korfbalverenigingen, muziekkorpsen en tooneelvereenigingen.
Diever is geïnteresseerd bij het waterleidingplan voor West-Drenthe. Vermoedelijk zullen alleen Dieverbrug en Diever -althans voorloopig- kunnen worden aangesloten. Dieverbrug heeft slecht drinkwater en in Diever is dat zeer afwisselend door bodemvervuiling van stallen. Ter bestrijding van branden is waterleiding natuurlijk ook van groote beteekenis. De reeds tientallen jaren werkende verordening, waarbij nieuwbouw met rieten daken verboden werd heeft het brandgevaar aanzienlijk verminderd.

Posted in Albert Egges van Giffen, An de Deeverbrogge, Diever, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Hunebed, Kasteel, Kerk op de brink, Schultehuis | Leave a comment

Stoomzuivelfabriek aan het Katteneinde – 1908

Op 29 februari 1899 werd op initiatief van den heer H. Krol, landbouwer en veehouder te Diever een bijeenkomst gehouden voor de oprichting van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’. Aanwezig waren 50 belanghebbenden, die besloten tot oprichting over te gaan.
Op 29 maart 1899 werd voor notaris Beckering van Loenen te Dwingelo de akte gepasseerd, waarbij 46 leden tot de vereniging toetraden. Het eerste bestuur bestond uit de heeren L.W. van Os, voorzitter, C. Offerein, K.W. Fledderus, H.H. Hessels, R. Seinen, de eerste raad van commissarissen uit de heeren H. Krol, B. de Ruiter, H. Kok, W. Bakker, R. Hummelen. Eerste directeur was de heer J.H. Bentum, die 19 mei 1899 als zoodanig in functie trad, en eerste personeel de heeren Jan Jonkers, Arend Klaster en Roelof van Nijen.
Onder architectuur van de heer Ten Bosch, opzichter van de Rijkswaterstaat te Dieverbrug, werd op 1 april 1899 de bouw der fabriek aanbesteed. De bouw werd opgedragen aan timmerman Johannes Noorman te Diever voor f. 2736. Binnen 3 maanden was het gebouw gereed en de inventaris, welke werd geleverd door de fa. Boeke en Huidekoper te Groningen, opgesteld. Het was toen nog een handkrachtbedrijf.
Op 25 juli 1899 werd de fabriek in werking gesteld. De eerste morgen werd 2194 kg melk verwerkt, het eerste boekjaar (25 juli 1899 – 30 april 1900) 450.000 liter. Het gemiddelde vetgehalte bedroeg toen 3,10 %.
De vereniging dreef vanaf het begin wel handel in koeken en rijstmeel, maar pas later en wel in 1908 werd de korenmalerij ingericht. Het bedrijf ging toen meteen over op stoomkracht en eveneens uitgebreid, omdat de boeren van Wittelte toetraden.
Op de foto is links naast de fabriek de schoorsteen te zien, de foto zal derhalve gemaakt zijn in 1908, direct na de overgang op stoomkracht. Bij het hek zullen de eerste personeelsleden staan, waaronder  J. Jonkers, A. Klaster en R. van Nijen. Links achter de fabriek is de beltmolen van Jan Rabinge te zien. Deze windkorenmolen werd in 1915 geveild en daarna afgebroken.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Molen aan het Moleneinde, Moleneinde, Molens, Zuivelfabriek | Leave a comment

Drentse burgers bouwden een noodbrug

In de krant ‘Ons Noorden: dagblad voor de Noordelijke provinciën’ verscheen op 22 mei 1945 het navolgende artikel over de bouw van de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart bij Dieverbrug tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. 

Drentse burgers bouwden een noodbrug en bevorderden Frieslands bevrijding
In de dagen rond 10 april, zo lezen we in „De Vrije Pers”, toen het noorden des lands in angstige spanning op de bevrijdende Canadese legers wachtte, ging er in de huizen van de gelukkigen, die nog op de een of andere manier electrische stroom konden bemachtigen, geen uur voorbij, of de radio werd ingeschakeld. De hoop op een spoedige verlossing van de onderdrukkers nam toe in de harten van de Drenten en Groningers, naarmate de tankspitsen ten oosten van de Drentsche Hoofdvaart vorderden. Doch de Friezen werd het bang te moede, want wie beter dan zij wisten welk een barrière hen nog van de oprukkende geallieerden scheidde.
Op een goede dag meldde Herrijzend Nederland evenwel plotseling, dat de Canadese spitsen tot in Diever doorgedrongen waren. Diever, over het kanaal dus! En zie, dit bruggenhoofd is het geweest, van waaruit Frieslands victorie begon. Dit bruggenhoofd danken zij aan een Drents opzichter van de Rijkswaterstaat, die met een aantal burgers onder het bereik der Duitse kanonnen een noodbrug over het kanaal sloeg, waarover het materiaal naar het westen stroomde.
Canadezen en Polen rukten in Drente op; Coevorden werd bevrijd, de spoorbaan Hoogeveen – Meppel gepasseerd, in de loop van woensdag de 11e April werd Dwingelo bereikt en even later stonden Canadezen aan de Drentse Hoofdvaart. Waarschijnlijk heeft het niet in de bedoeling gelegen om de operaties onmiddellijk aan de westzijde ervan voort te zetten, doch er zijn factoren geweest (o.a. een noodkreet van de bevolking van Diever, waar de terugtrekkende Duitsers een vreselijke terreur uitoefenden), die den commandant de wenselijkheid van een noodbrug bij Dieverbrug deden inzien.
Met een opzichter van de Rijkswaterstaat te Dwingelo werd overleg gepleegd en deze bood aan, met een aantal vrijwilligers een brug over het kanaal te slaan. Ondanks het feit, dat zowel Wittelte, de Haarsluis (ten zuiden van Geeuwenbrug) en Diever nog in Duitse handen waren en het geenszins denkbeeldig was, dat deze tegen het vallen van de avond het vuur zouden openen, meldden zich tal van vrijwilligers aan. Uit deze groep werden zestien bekwame vaklui gekozen, die ’s avonds om negen uur met de bouw begonnen, terwijl de Canadezen de wegen naar Dieverbrug onder controle hielden.
De opdracht van den Canadezen commandant luidde: maak mij een brug, geschikt voor maximaal 9-tons wagens en zorg, dat die morgenvroeg half zeven klaar is. De hele nacht zwoegden en ploeterden de vrijwilligers, daarbij gebruik makend van een bok met materiaal, afkomstig van de op last van de Duitsers afgebroken Wittelterbrug, welk materiaal men speciaal met het oog op de bouw van een noodbrug in de buurt had weten vast te houden. De mannen smaakten tenslotte het genoegen, de brug tien minuten voor de vastgestelde tijd gereed te hebben en onmiddellijk startten de geallieerde colonnes naar het westen.
Het schijnt, dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het „bruggenhoofd Dieverbrug” het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijsel heeft „meegenomen”. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog de zelfde dag werd Wolvega bereikt.
Is het teveel gezegd, dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (Pingjum onder andere) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van de Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De bezoeker van het Deevers Archief wordt ook verwezen naar andere artikelen, die betrekking hebben op de bouw van de noodbrug, in het Deevers Archief.

Posted in An de Deeverbrogge, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Bouw noodbrug aan de Dieverbrug

Om het voor het Canadeze leger mogelijk te maken via Dieverbrug op te trekken naar Diever bouwden vrijwilligers in de nacht van 11 op 12 april 1945 op de landhoofden van de vernielde Dieverbrug een noodbrug. Op het internet is in de webstee ‘vortmes.nl‘ hierover de volgende informatie over te vinden.

Noodbrug
“Wat de ene mens voor de ander kan betekenen”. Het zijn woorden die vele mensen zullen aanspreken. Zo zal een heel dorp en met name Diever in dankbaarheid terugdenken aan de heer R. Koers, toen (in april 1945) opzichter van Rijkswaterstaat en wonend te Dwingelo.
De heer Koers bouwde met een aantal vrijwilligers in de nacht van 11 op 12 april een complete noodbrug over de Drentse Hoofdvaart waardoor de Canadese troepen Diever en zelfs Steenwijk, Wolvega en de rest van Friesland konden bevrijden.
In het nummer van vrijdag 12 april 1946 van de vrije Pers onafhankelijk weekblad van het Noordererf staat het zo: “Het schijnt dat de Canadese bevelhebber na deze voorspoedige vorming van het “bruggehoofd Dieverbrug” ‘t krijgsplan heeft gewijzigd en meteen Friesland en de kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen die op enkele plaatsen na bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers”.

Moord
De directe aanleiding tot het slaan van het bruggehoofd was een zinloze moordpartij door de Duitsers in Diever. Zonder vorm van proces werden kort voor de bevrijding negen mensen die op straat liepen, doodgeschoten. De reden was dat de NSB-burgemeester door enkele inwoners aan een boom was gebonden en dat hadden de Duitsers gezien.
“De volgende dag zouden ze terugkomen om nog meer mensen te vermoorden. Ik ben toen direkt naar de Canadezen gestapt en heb ze voorgesteld een noodbrug te bouwen, zodat ze nog op tijd Diever konden bevrijden.” vertelt de heer Koers.
De Dieverbrug was er niet meer. Die hadden de Duitsers, zoals trouwens vrijwel alle bruggen over de Drentse Hoofdvaart, afgebroken. Toen al speelde de heer Koer(t)s een slim spelletje.
“Ze wilden de bruggen in de berm langs de rijksweg gooien. Ik heb ze toen voorgesteld om bokschuiten te gebruiken en ze dan aan de stille kant te leggen, onder het mom van als de vijand nu eens over die rijksweg komt. Zodoende hadden we het materiaal voor het bruggehoofd direct bij de hand toen het nodig was”.
En het was nodig. De Canadese commandant gaf de heer Koer(t)s opdracht om de volgende morgen half zeven de brug klaar te hebben.
“Dat is een nacht keihard werken geworden onder hoogspanning. Voor alle zekerheid zorgden de Canadezen voor bewaking. We zijn ons nog een keer rot geschrokken toen midden in de nacht een van die soldaten over de brug wilde lopen en er prompt doorzakte. Zijn geweer ging daarbij af. Hij kwam ons direct narennen dat het een vergissing was, want wij waren al bezig om er vandoor te gaan”.
Om half zeven was de noodbrug klaar, berekend op een gewicht van ongeveer acht tot negen ton. Maar de Canadezen hadden materiaal bij zich dat zeker veertien ton woog. Toch hield de […ontbreekt een regel….] vrijwilligers.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-29
Het valt te betwijfelen of het verhaal van opzichter Koers een juiste weergave van het gebeurde in Diever en van de gebeurtenissen bij de bouw van de noodbrug aan de Dieverbrug is.
Het Dievers Archief zal voor de noodzakelijke nuancering ook gegevens uit andere bronnen publiceren. In een nieuwe versie van dit bericht zal de tekst worden voorzien van enig commentaar.

Posted in An de Deeverbrogge, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Bouw café met concertzaal van Klaas Marcus Balsma

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 januari 1927 het volgende bericht over de uitslag van de publieke aanbesteding van de bouw van een café met concertzaal voor rekening van Klaas Marcus Balsma. 

Diever, 26 januari.
Voor rekening van den heer K.M. Balsma te Jubbega had heden alhier de publieke aanbesteding plaats van een café met concertzaal enzovoort aan de Brink te Diever.
I. Timmerwerk, enzovoort, hoogste inschrijver J. Coenraads te Noordwolde, f. 12479, laagste Mos en Zoer te Dwingelo, f. 11475.
II. Schilderwerk. Hoogste inschrijver G. Koster, alhier, f. 1290,-, laagste B. ter Wal, alhier, f. 1175.
III. Betonwerken. Hoogste inschrijver G.F. Bijl, Meppel, f. 879.30, laagste D. Faber te Assen, f. 348.
IV. Grondwerk. Hoogste inschrijver M. Punt, alhier f. 400, laagste L. Klok te Dieverbrug, f. 335.

Posted in An de Deeverbrogge, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma | Leave a comment

Lonen omlaag met respectievelijk 10, 7,5 en 5 %

De redactie van het Deevers Archief houdt er een merkwaardige hobby op na en dat is onder meer het verzamelen van jaarverslagen en andere documenten van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’, die was gevestigd aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever. Elk jaarverslag bevat een schat aan gegevens over de melkveehoudende boerenstand in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte.
De redactie vond het ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ bij toeval in een achtergelaten doos in het kaaspakhuis in het toen nog bestaande oude pand van de zuivelfabriek aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever.

De jaren 1931 en 1932 waren jaren in de grote vooroorlogse crisis. In het ‘Verslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ zijn slechts twee zinnetjes in het verslag van de bestuursvergaderingen besteedt aan de beloning van zijn arbeiders:
Verder werd besloten tot loonsverlaging van het personeel over te gaan en wel met percentages van respectievelijk 10, 7½ en 5. Voor de hierna geldende salarissen zie men de tusschen haakjes geplaatste bedragen bij de loonlijst personeel.
Het bestuur was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jan Seinen, Diever, voorzitter;
– Gerard Meijering, Diever, secretaris;
– Dirk Moes, Diever, vice-voorzitter;
– Hendrik Lefferts Barelds, Wittelte, vice-secretaris;
– Jan Berends van der Berg, Wittelte, lid.
De raad van commissarissen was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jans Bult, Oldendiever, voorzitter;
– Roelof van Wester, Oldendiever, secretaris;
– Hendrik Jonkers, Dieverbrug;
– Klaas Geerts, Oldendiever;
– Bertus Wemmenhove, Dieverbrug.

De genoemde loonlijst is te zien op de hier afgebeelde bladzijde 4 van het genoemde jaarverslag.
De Heer Directeur J.H. Benthem en de Heer Assistent J. Andree (die zichzelf altijd maar Andreae wilde
noemen)
bleven -ook in die zware crisis- gespaard van deze groffe gedwongen loonsverlaging. Zij hadden bovendien het grote voorrecht van ‘vrij wonen’. Ook de eerste kaasmaker had ‘vrij wonen’.
Op de hier afgebeelde bladzijde 5 van het genoemde jaarverslag is te lezen hoe ook de melkrijders het er van langs kregen. Merkwaardig genoeg namen de melkrijders het voorstel aan voortaan op de zondag gratis te rijden.

Het schrille contrast met de groffe gedwongen loonsverlaging van de fabrieksarbeiders van de toch wel mededogenloze boerenonderneming ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ is te lezen in het hier afgebeelde kort-door-de-bocht bericht, dat verscheen op 29 juni 1932 in het Nieuwsblad van het Noorden:
Diever, 28 juni. Van gemeentewege vond dezer dagen de uitkeering plaats van gelden ingevolge de Crisis-Zuivelwet. Bijna 400 veehouders ontvingen kleinere en grootere bedragen, tot een totaal van f. 4369,50. Het gaf een heele drukte.

Om voorlopig in ‘de ergste nood’ van de melkveehouders te voorzien, kon in 1932 elke melkveehouder krachtens de Crisis-Zuivelwet steun ontvangen. Per melkgevende koe, die aanwezig was op 15 juni 1932, kon elke melkveehoudende boer, die zich voor steun aanmeldde f, 2,25 ontvangen. In de gemeente Diever ging het om 376 boeren, die tezamen 1959 koeien hadden, dus het steunbedrag was f. 4407,75. De boerenorganisaties moeten ook in die jaren al krachtige lobbyisten in het Haagsche hebben gehad.
Van hoeveel koeien in 1932 de melk naar de ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ werd gebracht, is niet bekend, dus is het ook niet bekend hoeveel steun naar de boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte is gegaan.
Na de gedwongen groffe loonsverlaging van de arbeiders van de melkfabriek een maand eerder gaf het met die 203 boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte wel een hiele drokte daar bij het gemeentehuis an de Brink in Deever (een gemeentehuis hoort aan de Brink staan). Bestuursleden, commissarissen en leden van de coöperatie, allemaal in de rij staan voor een beetje steun. Hand ophouden. Niet klagen, maar dragen. Geld van de arbeider en geld van de belastingbetaler. Alle beetjes helpen om de crisis door te komen.
De redactie kan belangstellenden een pdf-bestand van het belangwekkende ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932′ toesturen. Stuur een berichtje.

Abracadabra-1224Abracadabra-1225Abracadabra-1223

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Kalteren, Landbouw, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Inrijlaan naar recreatiecentrum Ellert en Brammert

De zwart-wit ansichtkaart is in 1962 uitgegeven door: N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.
De kleuren ansichtkaart is in 1977 uitgegeven door vakantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 5219-1207-1298.
Recreatiecentrum Ellert en Brammert, later vakantiecentrum Ellert en Brammer lag tussen de Deeverbrogge en de Gowe an de Riekseweg bij het huis met de naam ‘de Wildschut’. De inrijlaan is het eerste stukje van de openbare Groningerweg, De feitelijke ingang was bij de plek waar de Grönnigerweg en de Olde Grönnigerweg bij elkaar komen.
Het op de ansichtkaarten zichtbare deel van de Grönnigerweg was gelukkig in die jaren nog een zandweg. Dit stukje Grönnigerweg is tegenwoordig helaas verhard en geteerd met asfalt.
De redactie van het Deevers Archief stelt voor dit stukje asfaltweg op te breken en de zandweg te herstellen. Zandwegen zijn tegenwoordig goed en duurzaam te stabiliseren, bovendien is het resterende onderhoud praktisch kostenloos bij dorpskrachten aan te besteden.  De zandwegen binnen de grenzen van gemeente Diever moeten gekoesterd worden als groot cultureel erfgoed.
Op beide ansichtkaarten zijn de toegangspoort en de twee masten met de Nederlandse en de Drentsche vlag te zien. De N.V. Recreratiecentrum Ellert en Brammert had blijkbaar toestemming van de ambtenaren op het gemeentehuis om de houten ereboog aan het begin van de Grönnigerweg te plaatsen. Merk op dat in 1962 de elektrische stroom voor het recreatiecentrum nog boven de grond via leidingen aan palen werd getransporteerd.

Abracadabra-220

Abracadabra-1213

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie, Zandwegen | Leave a comment

In 1968 waren we in ‘de Streuper’ op vakantie

Van de heer Jan Oude Geerdink ontvingen wij bijgaande reactie op de berichten in het Deevers Archief, die betrekking hebben op het niet meer bestaande vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge.

Wij zijn twee jaar achter elkaar bij Ellert en Brammert geweest in 1967 en 1968. Ik ben geboren in 1957 en was dus een klein jochie, die veel minder te vertellen had dan de jeugd van tegenwoordig, haha.
Van het eerste jaar herinner ik mij alleen dat we een huisje hadden onder aan de bult in het park. In 1968 zijn we in het huisje op de bult geweest, omdat mijn vader dat huisje helemaal geweldig vond. Dat huisje had de naam ‘de Streuper’. Ik sta op de foto bij het naambord aan de muur.
Ik heb uit die tijd alleen nog wat foto’s waarop ik vol in beeld sta en waarbij je niets van de omgeving ziet.
Ik kan mij nog herinneren dat in 1968 veel werd georganiseerd, zoals spelletjes, speurtochten, een volleybal toernooi. Ook was er een wedstrijd wie met natuurlijke materialen een mooie kaart van Drenthe op de grond kon maken. Ons gezin werd derde, haha. Mijn vader en moeder zijn al overleden. Helaas zijn geen andere foto’s uit die tijd bewaard gebleven. Je was al dolgelukkig dat je met vakantie ging. Een fototoestel was zeker in die tijd nog bijzonder.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, 2016-03-23
De redactie is de heer Jan Oude Geerding bijzonder erkentelijk voor zijn reactie en hoopt dat deze reactie voor mensen, die ooit in Ellert en Brammert op vakantie zijn geweest, een mooie aanleiding is ook te reageren.
Op bijgaande foto uit 1968 staat de 11-jarige Jan Oude Geerding bij het naambord van de bungalow met de naam ‘de Streuper’
Elk stenen kampeerhuisje, ook wel bungalow genoemd, had een eigen naam in het Deeverse dialect. Op heel veel ansichtkaarten komen namen voor, zoals de Baander, de Blekbèr, de Brummel, de Dankbèr, de Deel, de Dobbe, de Eveltas, ’t Hemeretien, de Hilde, de Karnmeule, ’t Knienegat, de Nes, de Schoapvoalt, de Sikke, ’t Spinwieffien, de Streuper, de Zödde. 

Aan deze opsomming ontbreken nog heel veel namen, omdat zeker meer dan veertig huisjes op Ellert en Brammert stonden. Wie kan deze lijst verder aanvullen ? Wie heeft foto’s of ansichtkaarten van deze huisjes ? Wie heeft een ansichtkaart van ‘de Streuper’.
De redactie vraagt aan bezoekers van deze webstee, die het Deeverse dialect nog machtig zijn, de Nederlandse vertaling van de hiervoor genoemde namen van de bungalows door te geven.

Abracadabra-1210

Posted in An de Deeverbrogge, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Heden nacht is de molen alhier weer bestolen

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 30 december 1854 verscheen het navolgende bericht over een grote diefstal van rogge uit de korenmolen van Wapse.

Wapse, 28 december, Heden nacht is de molen alhier weer bestolen. De dieven (er zijn zeker meer dan één geweest) hebben al de in de molen aanwezige rogge er uitgehaald, zoveel zij konden medegenomen, en de overige buiten den molen op den grond geworpen, terwijl ze de ledige zakken, insgelijks mede genomen hebben. Tot nu toe heeft men de daders niet ontdekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1854 zal Jan Klaassen Haveman (zie vijfde generatie Haveman in het navolgende artikel) de mulder van de Wapser korenmolen zijn geweest. De redactie van het Deevers Archief publiceerde het navolgende artikel in Opraekelen 02/2. Opraekelen is het nog steeds bestaande blad van de lokale heemkundige vereniging.

De molenaarstak van de familie Haveman in Wapse
Het navolgende artikel is een reactie op het artikel ‘Toen en nu – De korenmolen van Veldhuizen’ in Opraekelen 01/4. In dat artikel is toegezegd dat enig onderzoek zou worden gedaan naar de molenaarstak van de familie Haveman in Wapse. Het onderstaande is een samenvatting van genealogisch onderzoek dat uitgevoerd is door Bert Haveman uit Hoogezand en Egbert Sinkgraven uit Dieverbrug.

Eerste generatie Haveman
Tot nu toe kan Jan Klaesen Haveman de ‘oervader’ van de Wapser molenaarsfamilie Haveman worden genoemd. Zijn geboortedatum is niet bekend, maar hij moet omstreeks 1670 zijn geboren. Hij was getrouwd met Lummechien Pieters. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie tweede generatie Haveman).
Tweede generatie Haveman
Klaas Jans Haveman werd geboren op 17 februari 1697. Hij trouwde met Claesjen Jans. Een van hun kinderen was Jan Klaas (zie derde generatie Haveman).
Derde generatie Haveman
Jan Klaas Haveman zal in 1732 geboren zijn, want hij werd op 3 november 1732 gedoopt. Hij stierf op 24 mei 1811. Hij was getrouwd met Jantjen Hendriks Gerrits. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie vierde generatie Haveman).
Vierde generatie Haveman
Klaas Jans Haveman moet in 1767 zijn geboren. De geboortedatum is niet bekend, maar uit de kerkelijke boeken is wel bekend dat hij op 3 mei 1767 werd gedoopt. Hij is in 1831 overleden. Klaas Jan was landbouwer en mulder te Wapse. Uit de archieven is niet te achterhalen of zijn voorvaders ook mulder zijn geweest. Hij trouwde met Aaltien Alberts Fokken, die rond 1750 werd geboren en in 1812 overleed. Zij was een dochter van Albert Fokken Veenhuis. De kinderen uit dit huwelijk waren Annigje (geboren rond 1794) en Jan Klaassen (zie vijfde generatie Haveman).
Vijfde generatie Haveman
Jan Klaassen Haveman werd geboren op 7 januari 1799 te Wapse. Hij was landbouwer en mulder te Wapse. Hij was in 1832 eigenaar van de windkoornmolen te Wapse. Hij trouwde op 9 juni 1822 op 23-jarige leeftijd met Geesje Mighiels, geboren op 11 september 1800, dochter van Michiel Roelofs en Klaasje Jans. Hun kinderen waren Klaas Jans (geboren rond 1823), Mighiel Jans (Michiel) (zie zesde generatie Haveman), Hendrik Jans (geboren rond 1834), Geesje (geboren rond 1836), Annigje (geboren rond 1838) en Berend (geboren rond 1840).
Zesde generatie Haveman
Landbouwer en korenmolenaar Migchiel Jans (Michiel) Haveman werd geboren op 9 juli 1826 te Wapse. Hij trouwde op 30 april 1853 te Diever met Stijna Roelofs van Noord, geboren op 9 maart 1827 te Lhee, dochter van Roelof Gelmerts van Noord, landbouwer te Lhee, en Klaasje Jans Wesseling. Uit dit huwelijk werd Roelof Machiel (zie zevende generatie Haveman) geboren.
Zevende generatie Haveman
Roelof Machiel Haveman was landbouwer en de laatste mulder van de Wapser molen. Hij werd geboren op 18 februari 1858 en overleed op 9 oktober 1941. Hij trouwde vóór 1900 met Jantje de Ruiter (overleden vóór 1900). Uit dit huwelijk werd zoon Michiel Jans in 1894 geboren, die op 2 juli 1952 overleed en niet getrouwd is geweest. Roelof Machiel Haveman hertrouwde op 41-jarige leeftijd op 21 januari 1900 te Diever met Aaltje Muggen, geboren op 21 augustus 1871 te Dwingelo, overleden op 22 april 1935, dochter van Lucas Muggen en Jantje Duker. De kinderen uit het tweede huwelijk waren: Stina (geboren op 28 november 1900, overleden op 11 augustus 1993), Lucas (geboren op 17 december 1902, overleden op 5 juni 1991) (zie achtste generatie Haveman), Lutina, geboren in 1905, overleden op 15 januari 1991) en Jantinus(geboren in 1907, overleden op 18 september 1988) (zie achtste generatie Haveman). Stina trouwde met Hendrik van der Berg (geboren in 1895, overleden op 12 juli 1967). Lutina trouwde met Klaas Snoeken (geboren op 29 september 1902, overleden op 28 november 1974).
Achtste generatie Haveman
Lucas Haveman trouwde met Roelofje Barelds (geboren op 13 november 1902, overleden op 19 mei 1948). Uit dit huwelijk werden geboren: Aaltje (geboren op 3 juni 1935) en Alida (geboren op 13 februari 1934). Jantinus trouwde met Trijntje Snoeken (geboren op 1 augustus 1907, overleden op 10 september 1972). Kinderen van hen waren Aaltje (geboren op 17 oktober 1936) en Jacob (geboren op 9 maart 1940, overleden op 31 maart 1992) (zie negende generatie Haveman).
Negende generatie Haveman
Jacob Haveman trouwde met Stijna van Zomeren (geboren op 16 januari 1940). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Jantinus Albertus (geboren op 13 september 1962) en Albertus Jantinus (geboren op 4 mei 1964). Beiden zijn getrouwd, maar hebben geen mannelijke nakomelingen.

Bronnen:
Informatie van Bert Haveman, Hoogezand;
Informatie van mevrouw Aaltje Wink-Haveman, Wapse;
Informatie van Egbert Sinkgraven, Dieverbrug.

Posted in An de Deeverbrogge, Molen van Wapse, Molens, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

Van wie was de Opel Olympia Record – UD-10-18 ?

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn topstukken aan zijn trouwe bezoekers. Tot zijn topstukken behoort ook bijgaande foto die gebruikt is op een zwart-wit ansichtkaart, die in 1955 is uitgegeven. Bij de redactie van het Deevers Archief zijn slechts drie exemplaren van deze ansichtkaart bekend.
De ansichtkaart is in de zomer van 1956 verstuurd. Op de achterkant van de ansichtkaart is het volgende te lezen. Vacantiecentrum Ellert en Brammert. Dieverbrug, telefoon 05219-207, Correspondentieadres van october tot april: Burgemeester Praamsmalaan 4, Bolsward, telefoon 05157-229 of 372.

Op de foto is het zomerhuisje met de naam De Dankber te zien. Het huisje stond op het terrein van vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge. Het is waarschijnlijk een achtpersoons huisje, want voor het huisje zitten drie kinderen en drie volwassen vrouwen. Maar waar zijn de mannen ?
Bij het huisje staat de trots van de vacantievierende familie: een Opel Olympia Record. Wie kon zich in de tweede helft van de bijna autoloze vijftiger jaren van de vorige eeuw zo’n auto veroorloven ? De redactie is op zoek naar de toenmalige eigenaren van deze auto, met kenteken UD-10-18, of kinderen van de eigenaren.
Boven de nummerplaat zijn drie schildjes te onderscheiden. De eigenaren waren zeker lid van de A.N.W.B. (Koninklijke Nederlandsche Toeristen Bond) en de W.W. (Wegen Wacht). Wellicht en hopelijk is de auto als old-timer bewaard gebleven.
Op de zichtbare witgeschilderde zijmuur van het huisje staat de naam: De Dankber. Op het vacantiecentrum Ellert en Brammert had elk zomerhuisje een naam, zo ook dit huisje. Dankber is een niet meer gebruikt woord uit het dialect van Zuidwest-Drenthe en betekent jeneverbes.
Veel vacantievierders bewaren geweldige herinneringen aan dit prachtige vacantiecentrum. Gezinnen keerden vaak jaren lang elk jaar voor een paar weken terug naar Ellert en Brammert en vaak ook nog in hetzelfde huisje. Over het terrein liepen zandpaden. Bij regenachtig weer konden spelletjes worden gedaan in de kantine. Voor de boodschappen was een gezellige kampwinkel aanwezig. En dan was er die altijd mooie natuur.

Abracadabra-1639

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Topstukken | Leave a comment

Onze beste wenschen bij de intrede van 1906

In het onvolprezen populair-wetenschappelijke bladerboek ‘An de Brogge. Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’ (het boek is merkwaardig genoeg niet voorzien van een ISBN-nummer), dat de heemkundige vereniging uit Diever in 2015 heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarige bestaan’, is enige aandacht besteed aan het huis van den opzichter van den Waterstaat bee’j de sluus an de Deeverbrogge.
De navolgende tekst moet beschouwd worden als een mineure en bescheiden aanvulling op het hiervoor vermelde bladerboek. In het bladerboek ‘An de Brogge’ is op bladzijde 27 bijgaande afbeelding zonder enige uitleg opgenomen.

Cornelis Leendert Dalebout is geboren op 21 juni 1874 te Goedereede op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee als zoon van Hendrik Dalebout, die was opzichter van den Waterstaat, en Pieternella van Beveren. Cornelis Leendert Dalebout trouwde op 14 augustus 1902 op 28-jarige leeftijd in Arnhem met de 27-jarige Anna Agatha Christina Rothfusz. Cornelis Leendert Dalebout is niet oud geworden. Hij is op 57-jarige leeftijd op 5 juni 1932 in Haarlem overleden. Zijn vrouw is op 78-jarige leeftijd op 24 juli 1953 in Arnhem overleden.

Rijksopzichter Cornelis Leendert Dalebout werd met ingang van 1 november 1905 overgeplaatst van de standplaats Wieringen naar de standplaats an de Deeversluus. In het ‘Vliegend blaadje: Nieuws- en advertentiebode voor Den Helder’ (hoe vind je zo’n blaadje) verscheen op 21 oktober 1905 het navolgende berichtje onder de korte berichten van het eiland Wieringen:
De heer C.L. Dalebout, opzichter van den Waterstaat alhier is met ingang van 1 november aanstaande overgeplaatst naar Dieverbrug in Drenthe.

Het echtpaar Dalebout kwam te wonen in het huis van den opzichter van den Waterstaat bee’j de sluus an de Deeverbrogge. De Drentsche Hoofdvaart en de weg langs de vaart (de Riekseweg) waren toen in beheer bij de Rijkswaterstaat. Het huis van de opzichter werd gebouwd in 1903. Cornelis Leendert Dalebout heeft dat huis op bijgaande ansichtkaart met de titel Sluis te Dieverbrug aangegeven met een pijl met daarbij de tekst ‘Onze woning’. In het huis bee’j de sluus werd op 25 april 1908 Johanna Maria Dalebout geboren. Wie hebben van 1903 tot 1 november 1905 in het nieuw gebouwde huis gewoond ?

Aan het einde van 1905 stuurde Cornelis Leendert Dalebout bijgaande ansichtkaart (deze is als topstuk opgenomen in het Deevers Archief) bij wijze van nieuwjaarskaart naar den heer A. Dijkshoorn in het buurtschap Belt op het eiland Wieringen in Noord-Holland. De kaart  met de fraaie afbeelding is bij verzending gestempeld in het postkantoor an de Deeverbrogge en is bij ontvangst op 1 januari 1906 op het postkantoor van Wieringen nog een keer gestempeld.
In die tijd mocht de adreskant van een briefkaart nog niet worden beschreven. Op de voorkant van de kaart was daarom onder de afbeelding ruimte voor een korte tekst uitgespaard, waar Cornelis Leendert Dalebout gebruik van heeft gemaakt. Dat maakt deze kaart nog fraaier. Het volgende bericht is op de voorkant te lezen:
Waarde familie Dijkshoorn,
Met de Uwen onze beste wenschen bij de intrede van 1906. Wij hopen dat het U in alle opzichten naar wensen moge gaan. Het begint hier zachtjes aan te wennen.
Onze groeten, Dalebout

Cornelis Leendert Dalebout kreeg bijna meteen na zijn begin als opzichter van de Waterstaat an de Deeverbrogge te maken met het toezicht op een voor die tijd stevige klus. Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft daarover op 21 april 1906 het volgende bericht:
Op Woensdag 6 mei, des voormiddags om 11½ uur, zal aan het gebouw voor het Provinciaal Bestuur te Assen, worden aanbesteed: Het aanbrengen van voorzieningen aan de draaipijlers van de drie draaibruggen over de Drentsche Hoofdvaart, genaamd de Geeuwenbrug, de Dieverbrug en de Oude Dieverbrug, het afbreken van een der landhoofden en het daarvoor in de plaats maken van een aanbrug met een ijzeren juk en gemetseld landhoofd voor elk dezer bruggen; een en ander behoorende tot de werken van de Drentsche Hoofdvaart. Raming f. 9070. Het bestek ligt na 25 April ter inzage aan de lokalen der provinciale besturen, en is voorts, op franco aanvrage, tegen betaling te bekomen bij de firma Gebroeders van Cleef te ’s Gravenhage. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij den hoofdingenieur-directeur jonkheer De Jong van Beek en Donk te Zwolle, bij den ingenieur du Croix te Assen en bij den opzichter Dalebout te Dieverbrug. De nota van inlichtingen ligt op 3, 4 en 5 mei ter inzage bij den ingenieur van den Waterstaat du Croix te Assen.

De fraaie horizontaal draaibare Deeverbrogge is op bijgaande afbeelding op de voorgrond te zien. Aan de rechterkant is achter de leilinden het witte café-logement van Sjoert Benthem. Links daarvan is opslagloods van Sjoert Benthem te zien. Links naast de loods is achter de leilinden het huis van de brugwachter te zien.
Het is drok an de Deeverbrogge  Voor het café-logement ligt de snikke van Sjoert Benthem afgemeerd. Voor de löswal liggen vrachtschepen. Op de löswal staat een grote wagen bij een vrachtschip, waar mannen bezig zijn met het laden of het lossen van het schip. Zijn ze bezig met het lossen van törf  ? Tussen de masten van de schepen is het huis van den opzichter van den Waterstaat te zien. Dit pand bee’j de sluus bestaat nog steeds.

De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de woning van den opzichter van den Waterstaat bee’j de sluus an de Deeverbrogge op 23 oktober 2012 gemaakt. In het pand was toen nog visrestaurant ‘Huis aan de Dieversluis’ gevestigd.

Abracadabra-1621Abracadabra-1624Abracadabra-1622
Abracadabra-1623

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Dieversluis, Loswal, Scheepvaart, Topstukken | Leave a comment

Roelof Offerein uit het bestuur van de Boermarke

In de Meppeler Courant van 12 januari 1981 verscheen het volgende bericht over het aftreden van Roelof Offerein van de Deeverbrogge als boekhouder-secretaris van de Boermarke van Diever.

Diever. Tijdens de vergadering van de Boermarke, die in café De Lange werd gehouden, trad de heer H. Offerein (75 jaar) uit Dieverbrug af als boekhouder-sekretaris van deze organisatie. De heer Offerein blijft wel volmacht.
Door voorzitter H. Moes Dzn. werd aan de deze functionaris een wandelstok met inscriptie aangeboden. De heer Moes sprak woorden van dank voor het vele werk en de grote plichtsgetrouwheid waarmee de heer Offerein zijn werk heeft uitgevoerd.
De heer Offerein is 45 jaar lang volmacht bij de Boermarke in Diever geweest. Vanaf 1939 was hij boekhouder-sekretaris. Hij volgde toen zijn oom in deze funktie op.
Vier gulden
Deze functie is niet geheel onbezoldigd. Vanaf 1939 ontving de heer Offerein f 4,- per jaar voor zijn werkzaamheden. De heer Jan Hessels Jaczn. die tot zijn opvolger werd gekozen, ontvangt ook hetzelfde honorarium.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is toch wel handig om zo nu en dan eens bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan om wat meer te weten te komen over het boerenleven in de gemeente Diever.
Het was wel een bijzonder gul gebaar van de ‘dikke boer’n uut Deever’ dat ze Roelof Offerein (niet Hendrik Offerein, zie de attente reactie van kleindochter Gea Offerein) voor 45 jaar trouwe inzet voor de boermarke een wandelstok gaven, nota bene eentje met inscriptie. Wat zou de tekst van deze inscriptie zijn geweest ? Hebben de nazaten van Roelof Offerein de stok bewaard ?
Van links naar rechts zijn op de foto te zien: Jan Hessels Jaczn, Roelof Offerein, Cornelis Seinen, Harm Moes Dzn. en Hendrik Mulder Jzn.
Jan Hessels (geboren op 4 mei 1934 te Diever, overleden 20 augustus 2001 te Diever) was een zoon van Jacob Hessels (geboren op 3 mei 1896 te Diever, overleden op 7 maart 1979 te Diever) en Margje Veenhuis (geboren op 25 juni 1899 te Wapse, overleden op 23 mei 1985 te Diever).
Roelof Offerein werd op 28 mei 1905 op ’t Kastiel in Deever geboren in de boerderij die nu als adres Van Osstraat 2 heeft en is op 17 mei 1983 overleden an de Deeverbrogge in de boerderij met adres Dieverbrug 33.
Cornelis Seinen (geboren op 8 september 1912, overleden op 6 november 1989) was getrouwd met Hendrikje Schiphorst (geboren op 5 oktober 1912, overleden op 14 oktober 1989).
Harm Moes (geboren op 3 januari 1906, overleden op 8 februari 1993) was getrouwd met Janna Eggink (geboren op 1 maart 1907, overleden op 6 december 1983). Zijn ouders waren Dirk Moes (geboren op 5 januari 1876, overleden op 14 juni 1952) en Aaltje Timmerman (geboren op 10-april 1880, overleden op 6 juli 1960).
Gegevens van Hendrik Mulder moeten nog worden uitgezocht.
De boermarke stamt uit de middeleeuwen en was van oorsprong een verband van grotere boeren die onderling het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden. Het woord marke betekent grens en werd gebruikt om het gebied aan te geven dat bij een dorp hoorde: de boermarke van Diever, de boermarke van Wapse, de boermarke van Wittelte en de boermarke van Wateren. In de tachtiger van de vorige eeuw ging het in Diever nog om het beheer van kleine resten van de oorspronkelijke boermarke, zoals bijvoorbeeld de ‘boer’nbos an de Grönnegerweg’.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie ontving op 13 juni 2015 de volgende reactie van Gea Offerein.
Beste mensen,
Op jullie heel mooie website kwam ik bij het onderwerp Boermarke een stukje over mijn opa tegen.
Hij heette echter Roelof Offerein, niet Hendrik Offerein.
Hendrik Offerein is een andere persoon uit Diever, inmiddels ook overleden, neef van mijn vader en moest dus oom zeggen tegen mijn opa.
Mijn vader is Cornelis Frederik Offerein.
Met vriendelijke groet,
Gea Offerein

Posted in An de Deeverbrogge, Boermarke van Diever, Cultureel erfgoed, Diever, Gemeente Diever | Leave a comment

An de Deeverbrogge stonden eens stoplocht’n

Stoplocht’n ? See hebt an de Deeverbrogge estoan. Ja, echt ! Alleen waren de overstekers geen koeien, maar voetgangers, fietsers, bromfietsers, motorrijders, automobilisten, enzovoort.

De redactie van het Deevers Archief is al lange tijd op zoek naar foto’s van het kruispunt an de Deeverbrogge, waarbij het kruispunt vanwege de verkeersveiligheid is voorzien van een verkeersregelinstallatie, in de volksmond veelal stoplocht’n genoemd. Op bijgaande foto uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw is aan de linkerkant van de foto één van de vier stoplocht’n te zien.
De vier stoplocht’n hebben niet zoveel jaren dienst gedaan. Na de grote opkomst van de rotonde in Nederland is ook het kruispunt an de Deeverbrogge ongebouwd tot een minirotonde.
De redactie van het Deevers Archief heeft de zwart-wit-foto van de mini-rotonde gemaakt op 8 februari 2000.
Het is de redactie niet bekend wanneer de stoplocht’n in gebruik zijn genomen en wanneer de minirotonde in gebruik is genomen. Wie kan de redactie hierover informeren ?
De redactie van het Deevers is op zoek naar andere foto’s waarop de stoplocht’n op dit kruispunt zijn te zien. Wie kan de redactie aan deze foto’s helpen ?

Abracadabra-1552Abracadabra-1553

Posted in An de Deeverbrogge | Leave a comment

Ansichtkoate van de Deeverbrogge uut 1954

De redactie van het Deevers Archief laat zijn trouwe bezoekers graag meegenieten van nieuwe aanwinsten.
Bijgaande ansichtkaart werd in 1954 uitgegeven door Fa. Kuiper, Levensmiddelenbedrijf te Deever. De firma Kuiper had ook een winkel an de Deeverbrogge bee’j de Sluus. Wellicht is deze kaart in de winkel an de Sluus verkocht. De kaart is an de Deeverbrogge gepost en gestempeld.
Grietje van Wijk stuurde deze kaart in december 1954 naar haar buurjongen Roelie Grit, die een paar huizen verderop woonde.
Roelie Grit was opgenomen in de Christelijke Kindervleugel van de Afdeling Professor Eerland van het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Roelie had bij ‘de febriek’ (de zuivelfabriek) aan het Moleneinde natronloog gedronken uit een fles die ongewoon open en bloot tegen een muur buiten ‘de febriek’ stond. Roelie had dorst en dacht dat in de fles gewoon water zat. Het natronloog verbrandde zijn slokdarm en zijn maag. Zijn lichaam is nooit volledig hersteld van dit afschuwelijke ongeluk. Roelie is niet oud geworden.  Zie het bijgaande overlijdensbericht dat op 21 februari 2010 in de Meppeler Courant stond.

Abracadabra-1536
Abracadabra-1537

Abracadabra-1535

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Zuivelfabriek | Leave a comment

Op zoek naar de geschiedenis van de Deeverbrogge

In het artikel ‘Op zoek naar historie Dieverbrug’ in de Meppeler Courant van 18 januari 2012 kondigt de plaatselijke heemkundige vereniging aan dat in 2014 het 20-jarige bestaan van deze vereniging zal worden opgeluisterd met het verschijnen van een boek over de lange en rijke historie van Dieverbrug.
In het boek zullen onderwerpen aan de orde komen, zoals scheepvaart, kalkovens, kampeer- en bungalowterrein Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats en de bedrijvigheid aan de loswal.
Daarnaast zullen ook de trambaan, hotel Blok, Concordia en het postkantoor worden beschreven.
Verder zal in het boek aandacht worden besteed aan de steenfabriek, die nabij de huidige zuiveringsinstallatie stond, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen en dansavonden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-01-18
Het boek ‘An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’ is inderdaad in 2014 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de heemkundige vereniging uut Deever uitgegeven.
De aangegeven onderwerpen zijn inderdaad behandeld in de diverse hoofdstukken van het boek. Het boek is verluchtigd met heel veel mooie foto’s.

Posted in An de Deeverbrogge, Ellert en Brammert | Leave a comment

Aankomst der DSM-stoomboot an de Deeverbrogge

In het boekje ‘An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’, dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan, wordt op bladzijde 75 summier aandacht besteed aan de Drentsche Stoomboot Maatschappij (DSM).
De vormgever van dit onvolprezen boekje heeft een grote kans laten liggen bijgaand afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart van de aankomst van de stoomboot Assen II an de Deeverbrogge uit de richting van de Gowe in 1914 in zijn geheel op te nemen in het genoemde boekje.
An de Deeverbrogge werd aangelegd bij het café-logement van Sjoert Benthem. Hij staan helemaal aan de linker kant op de foto (de man mit ’t sikkie). De stoomboot uit de richting Assen arriveerde om ongeveer elf uur ’s morgens an de Deeverbrogge.
In plaats van de gehele afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart (bij de verzamelaars zijn maar vijf exemplaren bekend) in het boekje op te nemen, gebruikte de vormgever een uitsnede uit deze ansichtkaart voor het vullen van de voorkant van dit boekje. De leden van de plaatselijke heemkundige vereniging is veel moois onthouden. De redactie van het Deevers Archief wil haar trouwe bezoekers helemaal niets onthouden, integendeel.

Abracadabra-1513Abracadabra-1514Abracadabra-1515

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Loswal, Snikke, Stoombootdienst, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

Stoomspinnerij an de Deeverbrogge

In het Nieuwblad van Friesland verscheen op 23 november 1901 het navolgende bericht van de correspondent uit Frederiksoord.

Frederiksoord, 21 bovember – Onze ondernemende plaatsgenoot, de heer J.F. Hilkemereijer, breidt zijne zaken voortdurend uit. Naast de stoomkoffiebranderij alhier is een machinale brei-inrichting, waar tegenwoordig een veertigtal meisjes werken.
De stoomzuivelfabriek van Diever is in den loop van dit jaar veranderd in een stoomspinnerij, die zoveel produceert, dat alles lang niet verwerkt kan worden aan de brei-inrichting.
Daarom wil de heer Hilkemeijer nu, naast de bestaande, een vijftal brei-machines plaatsen, welke door stoom gedreven worden. Deze machines van de nieuwste constructie, zijn al besteld en komen in ’t begin van het volgende jaar in werking.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-26
Na de oprichting in 1899 van de coöperatieve zuivelfabriek aan het Katteneinde in Deever kwam de particuliere stoomzuivelfabriek van J.F. Hilkemeijer an de Deeverbrogge (en niet in Deever, zoals het artikel vermeldt) uiteraard zonder melk te zitten, vandaar dat hij dit fabriekje in 1901 ombouwde tot een stoomspinnerij.
De stoomzuivelfabriek, later stoomspinnerij stond an de Deeverbrogge aan de weg van de Deeverbrogge hen Deever. In het gebouw is later en nog steeds de Concordia gevestigd.
De vraag is of in de dubbele woning aan de weg van Deever hen de Deeverbrogge de an de Deeverbrogge geproduceerde wol eerst werd geverfd, alvorens naar Nijensleek te worden afgevoerd ? Wie heeft daar meer gegevens over ?

Posted in An de Deeverbrogge, Stoomspinnerij | Leave a comment

IJsvermaak an de Deeverbrogge

Op 28 december 1917 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het navolgende bericht.

Diever, 25 december – Te Dieverbrug heeft het ijsvermaak Zondagavond een schandelijk verloop gehad. ’s Avonds ontstond in de herberg van de weduwe Benthem ruzie, zoodat de politie genoodzaakt was reeds vroeg deze plaats van samenkomst te sluiten, waarop een paar glasruiten werden verbrijzeld. Later in den avond werd er buiten gevochten, waarbij een in de nabijheid wonend jongmensch een schot in ’t hoofd ontving, dat hem waarschijnlijk een oog zal kosten. Op raad van dr. Houwert heeft de gewonde zich direct naar Groningen begeven om zich daar onder behandeling te stellen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-21
Aardig is te lezen dat in december 1917 an de Deeverbrogge wel op de Drentsche Hoofdvaart kon worden geschaatst, blijkbaar waren de winters in die tijd veel strenger. Met de herberg van de weduwe Benthem wordt het café van Grietje Merk, de weduwe van Sjoert Benthem an de Deeverbrogge bedoeld. Café-logementhouder Sjoert Benthem overleed op 50-jarige leeftijd op 20 maart 1915 an de Deeverbrogge. Zijn vrouw Grietje Merk zette het café tot aan haar overlijden op 30 november 1932 voort, daarbij geholpen door haar dochter Jantje. Ook in die tijd kon het binnen en buiten uitgaansgelegenheden ruig toegaan.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement Sjoert Benthem | Leave a comment

Hengelossche bieren an de Deeverbrogge

Deze foto moet in het begin van de twintigste eeuw, in 1903, 1904 of 1905 zijn gemaakt. De man met de baard is een bekend figuur. Hij is ook op oude door hem uitgegeven ansichtkaarten van zijn café-logement an de Deeverbrogge te zien. Hij en zijn vrouw liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
De mensen om hem heen moeten zijn vrouw en kinderen zijn. Het sjofel geklede jongetje op klompen, dat op enige afstand van de -wellicht speciaal voor de foto geschoeide en netjes geklede- familie, het wiel van de kiddewagen vasthoudt, hoorde uiteraard niet bij de familie. En waarom staat de vrouw van de kroegbaas achter de kidde ? Vond ze haar jurk niet mooi genoeg voor de foto ?
Was de fotograaf bezig met het maken van foto’s voor een nieuwe serie ansichtkaarten voor de caféhouder en daarom zo aardig was een gratis fotootje voor zijn klant en familie te maken ? Wellicht prepareerde de fotograaf de glasplaten met lichtgevoelige emulsie in het donker in één van de schuren en ontwikkelde hij de glasplaat daar ook direct na de opname. Hij deed het wel vakkundig, want aan de randen van de foto zijn geen rafelingen te zien. Zou het jongetje op klompen ook een afdruk van het glasplaatnegatief hebben gekregen ?
Op de kiddewagen staat aan de zijkant Hengelossche bieren. Dit moet een verschrijving zijn geweest, het ging om Hengelosche bieren, want op 1 juni 1879 werd de Hengelosche Stoom Beiersch Bierbrouwerij opgericht, in 1918 werd de naam gewijzigd in Hengelosche bierbrouwerij. Uit deze schrijffout kan wel de conclusie worden getrokken dat de caféhouder deze kiddewagen niet van de bierbrouwer had gekregen.
Was de caféhouder ook de distributeur van Hengelossche bieren in de dorpen in de buurt van de Deeverbrogge ? Het Hengelossche bier kon gemakkelijk via de Drentssche Hoofdvaart worden aangevoerd. Zit de oudste zoon van de kroegbaas met zijn zweepje in de aanslag klaar op de bok van deze solide ogende niet overdekte kiddewagen zonder veren om de kidde aan te sporen, om vervolgens bier naar kroegbazen in de omgeving te brengen ? Of is alles voor de foto in scène gezet ?
Het is wel een bijzondere kiddewagen, want deze is voorzien van een houten deksel, waarop enige kisten staan. Vanwege de bok voor de voerman moet de wagen veel gebruikt zijn voor het afleggen van grotere afstanden.
Stonden de schuren aan de loswal van de Deeverbrogge ? Tussen de benen van het trekpaardje bij de achtermuur naast de baander van de stenen schuur is een merkwaardig aanbouwsel te zien.
Wat opvalt is dat de ondergrond niet verhard is, dan zou de foto dus toch niet bee’j de löswal zijn genomen ? Maar waar dan wel ?

Aantekeningen van de redactie van Dievers Archief, versie van 2015-11-16
Sjoert Benthem werd op 18 november 1864 geboren an de Deeverbrogge (Deever) als zoon van schipper Hendrik Benthem en Meika Roelfsema.
Sjoert Benthem, toen van beroep marktschipper, trouwde op 5 mei 1886 op 21-jarige leeftijd met Grietje Merk, geboren te Zuidlaren; oud: 21 jaren; beroep: dienstmeid (dochter van Willem Richard Merk, beroep: rijksveldwachter, en Jantje Noorda, beroep: zonder). Sjoert Benthem overleed op 50-jarige leeftijd op 20 maart 1915 an de Deeverbrogge.
De jongen op de bok van de bierkar is Hendrik Benthem, hij werd op 27 mei 1887 geboren te Dieverbrug.
Het meisje is Jantje Benthem, de jongste dochter van Sjoert Benthem en Grietje Merk. Jantje Benthem werd geboren op 3 juni 1897 an de Deeverbrogge.
Naast het meisje staat Richard Benthem de tweede zoon van Sjoert Benthem en Grietje Merk. Hij werd op 9 maart 1892 an de Deeverbrogge geboren.
Achter het paard staat Grietje Merk, geboren op 31 oktober 1864 te Zuidlaren, overleden op 30 november 1932 an de Deeverbrogge. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
De jongen aan de rechterkant is Jan Benthem, hij is de jongste zoon van Sjoert Benthem en Grietje Merk, hij is geboren op 12 mei 1894 an de Deeverbrogge. Jan Benthem trouwde op 3 augustus 1923 in Avereest met Hillechina Helena de Roode. Toen hij trouwde was hij chef van het tramstationschef  van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij an de Deeverbrogge.
In geboorte- en trouwakten van zijn kinderen geeft Sjoert Benthem achtereenvolgens als beroep op: marktschipper (1887), schipper (1889), schuitenvoerder (1891), schipper (1891), schipper (1892), tolgaarder (1894), schipper (1897), logementhouder (1910) en logementhouder (1914).
Het meisje Jantje Benthem zal op de foto zes, zeven of acht jaar oud zijn, zodat de foto in 1903, 1904 of 1905 moet zijn gemaakt. Jantje Benthem trouwde op 25 november 1914 op 17-jarige leeftijd met de 27-jarige dienstknecht Klaas Oldenkamp uut Deever. Jantje Benthem heeft het café tot aan de dood van haar moeder in 1932 voortgezet.
De op 3 maart 1889 an de Deeverbrogge geboren dochter Meika Benthem staat niet op de foto. Was zij toen al het huis uit, had zij toen al ergens een dienstbetrekking ? 

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement Sjoert Benthem | Leave a comment

De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door haar gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1 gepubliceerd. Opraekelen is het blad van de heemkundige vereniging uit Diever. Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op ……. in Dwingelo. Meer informatie over het bouwbedrijf Schipper is te vinden in de webstee van dit bedrijf.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).



De oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Posted in An de Deeverbrogge, Boer'nwaark, Brink, Canadeze bevrijders, Deeverse dialect, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Villa Laanzicht is verplaatst hen de Deeverbrogge

De gemeente Diever verleende op 26 november 1915, nu bijna honderd jaar geleden, aan de ondernemer Jan Frederik Hilkemeijer (geboren op 13 december 1858 te Nijensleek, overleden op 23 juni 1935 te Groningen), woonachtig te Nijensleek in de gemeente Vledder een vergunning voor een het bouwen van een burgerwoonhuis met als adres Dieverbrug 41.
Het burgerwoonhuis bestond al. Het burgerwoonhuis was Villa Laanzicht op Zorgvlied.
Deze villa moest worden afgebroken, vervolgens in onderdelen worden vervoerd naar de Deeverbrogge en daar weer worden opgebouwd. Dat moet in een tijd zonder gemotoriseerde vrachtwagens een niet gemakkelijke logistieke klus zijn geweest.
De ondernemer Jan Frederik Hilkemeijer had voor het afbreken van het huis Villa Laanzicht met schuur op Zorgvlied en het weer opbouwen van dit woonhuis met schuur met bijkomende werkzaamheden naast zijn wolspinnerij an de Deeverbrogge een bestek met bijbehorende voorwaarden van algemene aard en voorschriften voor de uitvoering bij de aanvraag voor de bouwvergunning gevoegd.
Het werk werd opgedragen aan de timmerman Albert Koeling te Dwingelo.
De redactie heeft de kleurenfoto van het burgerwoonhuis naast ‘de Concordia’ an de Deeverbrogge op 4 april 2013 gemaakt.
De redactie weet nog steeds niet zeker of het op de foto zichtbare burgerwoonhuis daadwerkelijk Villa Laanzicht is. In het Deevers Archief is geen scherpe foto van Villa Laanzicht op Zorgvlied aanwezig. Wie kan de redactie helpen aan een scherpe foto: wellicht de op Zorgvlied wonende vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-05

Abracadabra-1439

Abracadabra-1441

Abracadabra-1443

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, De aandere kaante van de bos, Jan Frederik Hilkemeijer, Stoomspinnerij, Villa Laanzicht | Leave a comment

Het gedenkteken voor de Canadeze bevrijders

In de nacht van 11 op 12 april 1944 bouwden mannen uit de omgeving met vereende krachten en met succes voor de tanks van het oprukkende Canadese leger een noodbrug ter plaatse van de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge over de Drentsche Hoofdvaart.

Van wijlen de schrijver Reinder Smit uit Dwingelo is het volgende citaat: Het schijnt, dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het bruggehoofd Dieverbrug het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de Canadese verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (onder andere Pingjum) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de man(nen) van Rijkswaterstaat en hun Drentse medewerkers.

In de gemiente Deever herinnert alleen het esdoornblad (maple leaf, het nationale symbool van Canada) in het na de Tweede Wereldoorlog door burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis bij elkaar gefantaseerde wapen van de niet meer bestaande gemiente Deever aan de Canadese bevrijders, een wel erg magere herinnering.
De gemiente Deever heeft dit wapen bij het opgaan van de gemiente Deever in de gemeente Westenveld (officieel of officieus ?) in eigendom overgedragen aan de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever. Daarmee bestaat geen officiële band meer tussen het lokale bestuur en de Canadese bevrijders.

In de gemiente Deever staat een gedenksteen bij het onderduikershol, is een omgekomen Canadese vliegtuigbemanning op het kerkhof van Diever begraven, zijn de tien op 10 april 1945 vermoorde mensen op het kerkhof van Diever begraven, staat een herinneringsteken in de Olde Willem op de plek waar een Canadese bommenwerper is neergestort, staat een herinneringsteken bij de als kamp voor de doorvoer van joden gebruikte rijkswerkkampen Diever A en Diever B, en staat een herinneringsteken op het marktterrein voor de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen mensen in de gemiente DeeverDeever toont veel respect voor de tragische gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld en de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever en die van Dwingelo toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadese bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen van dien. Op verschillende plekken in Friesland zijn wel platen te vinden, die respectvol herinneren aan de Canadese bevrijders.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-03

Commies der Belastingen Wopke Veenstra maakte deze unieke foto op 12 april 1945. Op de foto is bij de Dieverbrug aan de Dieverse kant een Canadeze gevechtswagen te zien. Deze pantserwagen van het type Brengun carrier had een kaliber 0.303 Brengun als bewapening. Dit wapen is op de foto goed te zien. De man met geweer links op de voorgrond is brandstoffenhandelaar Jan Oostenbrink, wonende bij de Dieverbrug aan de Dwingeler kant. Het meisje met pop is Alone (Lonnie) Veenstra, dochter van Wopke Veenstra en Lia van Delden. Het huis met de gesloten luiken op de achtergrond is vanwege een latere reconstructie van het kruispunt aan de Dieverbrug afgebroken. Juffrouw Rigtje van der Land van de Openbare Lagere School in Diever (wie heeft haar niet als juffrouw gehad ?) en haar ouders (haar vader overleed in 1944 en haar moeder in 1950) woonden in de oorlog in het huis (adres Rijksweg 34), dat rechts naast het huis met de gesloten luiken is te zien. Zij en haar moeder hebben niets gemerkt van de bouw van de noodbrug bij de opgeblazen Dieverbrug. Dit gebeurde immers ’s nachts. Het bleek dat ze bevrijd waren, toen ze ’s morgens ontwaakten. De eerste geallieerde tank, die over de noodbrug kwam, hebben ze in het geheel niet gezien. (foto uit de verzameling van mevrouw Lonnie Zoer-Veenstra, Dwingelo)

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijders, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Protesten tegen opheffen tramlijn Meppel – Smilde

In de krant Het Vaderland (Staat- en Letterkundig Nieuwsblad) van maandag 6 juli 1931 verscheen het volgende bericht over protesten tegen een mogelijke opheffing van de tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart van Meppel naar Hijkersmilde.

De tramlijn Meppel – Smilde
De besturen van de coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Handelsvereeniging te Dwingelo, de coöperatieve Zuivelfabriek en Graanmalerij Eemster en Leggelo te Eemster, gemeente Dwingelo, de coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Diever, te Diever, de coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Ons Belang te Wapse, gemeente Diever, en de coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Graanmalerij Nooit Gedacht te Hoogersmilde, pleiten in een adres aan den minister van Waterstaat voor het behoud van de tramlijn Meppel-Smilde. De opheffing van deze tramlijn zou volgens hen een groote ramp betekenen voor den geheelen Zuidwesthoek van Drente, als zijnde het eenige middel voor geregeld snelvervoer, niet alleen voor personen, maar ook voor goederen, die de streek voor haar ontwikkeling noodig heeft en dient af te voeren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het bestuur en de directie van de coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Diever aan het Katteneinde in Deever en het bestuur en directie van de coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Ons Belang te Wapse laten met het behoudende adres aan de minister van Waterstaat zien weinig oog te hebben voor de toen al duidelijke zichtbare ontwikkeling van het vervoer van goederen in vrachtauto’s, waarmee de stoomtram tussen Meppel en Smilde in toenemende mate moest wedijveren, wat uiteindelijk leidde tot het opheffen van de tramlijn in 1933-1934. De twee boerenondernemingen zullen bevreesd zijn geweest voor verstoring van onder meer de aanvoer van veevoer vanuit Meppel en de afvoer van zuivelproducten van de twee fabrieken naar de afnemers. Maar hoe was het vervoer van de goederen naar en van de twee fabrieken naar de tramhalte an de Deeverbrogge geregeld ? Met paard en wagen ?
De plaatselijke heemkundige vereniging heeft in 2014 haar 20-jarige bestaan opgeluisterd met een jubileumboek, waarin onderwerpen aan de orde komen, zoals scheepvaart, kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de löswal, de tramlijn Meppel-Hijkersmilde, hotel Blok, Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen en dansavonden.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskrachten, Gemeente Diever, Stoomtram, Zuivelfabriek, Zuivelfabriek Wapse | Leave a comment

Stoomtram van de N.T.M. an de Deeverbrogge – 1925

De maker van deze unieke foto is de zeventienjarige student Laurent Jacobus Biezeveld, zoon van de directeur van de Nederlandse Tramweg Maatschappij. Voor deze afbeelding heeft de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen een nieuwe afdruk van het originele negatief gemaakt.
Dieverbrug was altijd een belangrijke halte in de tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart. Stoomlocomotief NS 6502 staat voor het café-logement van Sjoert Benthem. In het café bevonden zich de wachtkamer en het agentschap van de Nederlandse Tramweg Maatschappij.
Uit de pijp van de met kolen gestookte stoomlocomotief komt rook, de veiligheidklep op de regulateur blaast stoom af en ook uit de demper van de vacuümrem ontsnapt stoom. De personeelswagen is aan de locomotief gekoppeld.
De drie mannen bij de locomotief zijn van links naar rechts van  Jan Benthem, de stationschef van de Deeverbrogge, controleur van Blanken en tramconducteur Koopmans. In het machinehuis zit machinist Jan Postuma.
In een heel aardig reisverslag uit 1926 is het volgende te lezen:
Ik was in Dieverbrug. U zult vrees ik het wijze voorhoofd rimpelen en trachten de geest te scherpen om zich te herinneren waar een plaats met zo’n naam dan wel in ons land mag liggen. Het ligt afgelegen, tenzij u een plaatsje, dat een uur stoomtram hobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt, tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent. Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkele reiziger, wat postzaken en een pakje. Door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats zijn te verstaan Meppel en het nog verderaf liggende Assen…………
In 1930 was alles al aan het veranderen. De stoomtram kreeg steeds meer concurrentie van de vrachtwagen. Op 15 februari 1933 reed de laatste tram, waarna de rails werden verwijderd.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Canon van de gemeente Diever, Stoomtram, Topstukken | Leave a comment

STAKO-meubelen: STApelbaar en KOppelbaar

Meer dan twintig jaar stond N.V. Meubelfabriek ‘de Toekomst’ an de Deeverbrogge,
In het najaar van 1966 ging de fabriek failliet, verloren 18 medewerkers hun baan en werd de inventaris geveild.
Een bekend product van deze fabriek was de stapelbare en koppelbare stoel, die onder het merk STAKO (STApelbaar en KOppelbaar) op de markt werd gebracht.
In de krant Het Vrije Volk (democratisch-socialistisch dagblad) verscheen op 10 augustus 1963 bijgaande personeelsadvertentie.
Het kan voorkomen dat STAKO-stoelen heden ten dage nog via internet worden geveild. Wees er dan snel bij. Het zijn degelijke stoelen. De op de foto’s zichtbare stoelen waren zo te zien wel STApelbaar, maar niet KOppelbaar.
De stoelen moeten een flink aantal jaren vóór 1963 zijn gemaakt, want het abonnee-nummer van de telefoon is in de personeelsadvertentie 1415 en op het metalen merkplaatje op de stoel 15.

Abracadabra-1415

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1416

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1418

 

 

 

 

 

Abracadabra-1417

 

 

 

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven | Leave a comment

Veiling van eene boerenplaats van Pieter de Vroome

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 4 november 1906 de volgende advertentie over de veiling van een boerenplaats -vroeger gediend hebbende als logement- van Pieter de Vroome an de Deeverbrogge.

Notaris Stuart te Dwingelo zal op zaterdag 10 november aanstaande des voormiddags elf uur, in het logement Seinen te Diever, voor Pieter de Vroome, publiek bij inzate veilen:
Eene boerenplaats bestaande uit:
Eene flinke Behuizinge, vroeger gediend hebbende tot Logement en thans nog van zeer ruime Stallingen voorzien, staande aan den Rijksstraatweg in de nabijheid van Dieverbrug, tegenover de opslagplaats en ten gevolge daarvan gunstig gelegen voor de uitoefening van een Bier- en Koffiehuis, benevens daarbij staande Arbeiderswoning, uitmuntend Wei- en Hooiland, Bouwland, Veld- en Zandgronden, samen ter grootte van 12 hectaren, 21 aren en 16 centiaren.

Aantekeningen van het redactie van het Deevers Archief
In de advertentie wordt Dwingelo gelukkig nog geschreven, zoals het moet worden geschreven. De meeste van de zelfstandige naamwoorden in de advertentie worden nog -op zijn Duits- met hoofdletters geschreven.
De boerenplaats, het voormalige logement an de Deeverbrogge, bij de loswal aan de Drentsche Hoofdvaart, was in het bezit van de ongehuwde Pieter de Vroome. Hij werd op 28 juni 1846 an de Deeverbrogge geboren als zoon van Roelof de Vroome en Ebeldina Pieter ten Wolde. Hij overleed op 30 november 1910 an de Deeverbrogge. Sjoert Benthem moet het voormalige logement hebben gekocht.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement | Leave a comment

Brand in de kap van de postkar van Meppel op Assen

Op 13 september 1851 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant een uiterst merkwaardig bericht over een brand in een postkar in de buurt van de Deeverbrogge.

Den 8 dezer is de postkar van Meppel op Assen korten tijd na het verlaten van de Dieverbrug in brand geraakt; de kap was nedergeslagen, en hierin schijnt eene vonk van een sigaar, welke door een op de postkar zittenden passagier gerookt werd, te zijn geraakt en waarschijnlijk door den togt te zijn aangewakkerd, de pakketten van Havelte en Dieverbrug had de postillon gemakshalve in de kap gelegd en deze zijn gedeeltelijk verbrand, benevens de hoed van den passagier, enzovoort. Het is te wenschen, dat dergelijke ongelukken zoveel mogelijk worden voorgekomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heemkundige vereniging uut Deever wil in 2014 haar 20-jarige bestaan opluisteren met een zogenaamd jubileumboek, waarin ongetwijfeld onderwerpen aan de orde zullen komen, zoals scheepvaart, kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de loswal, de bedrijven an de Deeverbrogge, de tramlijn, het tramemplacement, hotel Blok, Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen en dansavonden. 
De redactie van het Deevers Archief publiceert dit bericht, teneinde het de Dorpskrachten, die met het zogenaamde jubileumboek bezig zijn, wat gemakkelijker te maken bij het zoeken naar gegevens over het posthuis van kastelein Wind, later het logement van De Vroome, an de Deeverbrogge.
Het bericht geeft een indruk hoe in 1851 post werd vervoerd langs de Drentsche Hoofdvaart. Aardig is te weten dat de postkar ook passagiers vervoerde. Of het logement, annex bier- en koffiehuis an de Deeverbrogge, toen ook nog posthuis was, dat is bij de redactie niet bekend. En of het logement toen al eigendom was van Roelof de Vroome is ook niet bekend bij de redactie.
Dit is een mooie uitzoekklus voor de genoemde Dorpskrachten. Het staat buiten kijf dat in het zogenaamde jubileumboek zeker ook aandacht moet worden besteed aan posthuis, postkar, postillon en postpakket.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskrachten | Leave a comment

Brand in café-hotel Blok an de Deeverbrogge – 1932

In het Nieuwblad van het Noorden verscheen op 31 maart 1932 het navolgende bericht over de brand in het café-hotel van Johan Blok an de Deeverbrogge in de nacht van 30 op 31 maart 1932.

Hotel Blok te Dieverbrug afgebrand – De schade geschat op f. 8000.
Het bekende café Blok te Dieverbrug, gelegen aan de Rijksstraatweg Assen – Meppel en den straatweg Diever – Dwingelo is hedennacht geheel afgebrand. De bewoners moesten in nachtgewaad het perceel verlaten. Van de inboedel is niets gered. Alleen een luxe- en een vrachtauto werden aan de vlammen onttrokken. Ook de inventaris van het in hetzelfde gebouw ondergebrachte tramstation ging verloren.
De oorzaak is onbekend. Verzekering dekt de schade. De brandweer van Diever en die van Dwingelo waren aanwezig.
Nader vernemen wij nog:
Op het ogenblik dat de brand uitbrak kwam de eigenaar van het hotel, de heer Blok, juist thuis. Hij snelde het brandende gebouw in en slaagde er in zijn vrouw en drie kinderen te redden. Bij zijn verdere pogingen om nog enkele voorwerpen in veiligheid te brengen, werd Blok door den rook bedwelmd en raakte hij bewusteloos. Men wist hem echter spoedig uit het huis te halen, waarna hij weer bij kennis kwam. Gasten bevonden zich niet in het hotel.
De brandweren uit Diever en Dwingelo waren spoedig ter plaatse, doch konden weinig tegen de vuurzee uitrichten.
Het gebouw dateerde uit de 18e eeuw en werd in den ouden tijd als posthuis gebruikt.
In het hotel was tevens gevestigd het plaatselijk kantoor van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij dat verwoest is.
Ook enig geld is verloren.
Het blusschen was om 5 uur hedenmorgen afgeloopen.
De schade bedraagt ongeveer f. 8000 en wordt door verzekering gedekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Nog te vermelden.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Café-Logement Sjoert Benthem | Leave a comment

Jan Booiman komt in de oorlog om in Warnemünde

Op 21 augustus 1943 verscheen in het Drentsch dagblad de volgende advertentie over het overlijden van Jan Booiman in een werkkamp in Warnemünde in het Noorden van Duitsland.

Heden ontvingen wij de droeve tijding, dat door een noodlottig ongeval om het leven is gekomen, onze mede-arbeider Jan Booiman op den bloeiende leeftijd van ruim 19 jaar. Directie en personeel van de Meubelfabriek ‘de Toekomst’. Dieverbrug, Augustus 1943.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Tweede Wereldoorlog kwamen drie mannelijke inwoners van de gemiente Deever om in werkkampen:
Jan Booiman (19 jaar) op 29 juli 1943 in Warnemünde;
Gerrit Kuiper (16 jaar) op 21 november 1942 in de Oude Willem;
Abraham Oostra (36 jaar) op 26 september 1944 in Osnabrück.
Hun naam staat gegraveerd op een plaat die zit vastgeschroefd aan het oorlogsmonument in de vorm van een zwerfsteen, die aan het begin van de Bosweg in Deever staat.
De advertentie leert ons ook dat Jan Booiman voor zijn gedwongen vertrek naar Duitsland als arbeider werkzaam was bij meubelfabriek ‘de Toekomst’ an de Deeverbrogge en dat deze meubelfabriek al in of vóór de oorlog an de Deeverbrogge was gevestigd.

Posted in An de Deeverbrogge, Bosweg, Meubelfabriek 'de Toekomst', Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wol uit de Stoomwolspinnerij an de Deeverbrogge

Op 16 mei 1903 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland de volgende advertentie van de Stoomwolspinnerij aan de Deeverbrogge.

Wolspinnen. Tot 1 juli aanstaande wordt evenals vorige jaren, goede Friesche wol gesponnen, á 20 cent per pond, aan 1, 2, 8, 4, 4 of 6 draads. Ook gewasschen á 5 cent en geverfd in alle kleuren á 20 cent per pond. Zend uwe wol per postpakket met duidelijk adres en wat U er van gemaakt wenscht, aan de Stoomwolspinnerij te Dieverbrug, gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
 Na de oprichting in 1899 van de coöperatieve zuivelfabriek aan het Katteneinde in Diever kwam de particuliere stoomzuivelfabriek van J.F. Hilkemeijer an de Deeverbrogge uiteraard zonder melk te zitten, vandaar dat hij dit fabriekje in 1901 ombouwde tot een stoomspinnerij. De stoomzuivelfabriek, later stoomspinnerij stond an de Deeverbrogge aan de weg van de Deeverbrogge hem Deever, in het gebouw is later en nog steeds de Concordia gevestigd.
De vraag is of in de dubbele woning aan de weg van Diever naar Dieverbrug de an de Deeverbrogge geproduceerde wol eerst werd geverfd, alvorens naar Nijensleek te worden afgevoerd. Wie heeft daar meer gegevens over ?

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Stoomspinnerij | Leave a comment

Webstee www.drentschehoofdvaart.nl

In de Westervelder van 4 februari 2009 verscheen het volgende artikeltje ‘Vaart ook op internet’. Bij het artikel staat ook een foto van Henk Daleman bij de Paradijssluis in Meppel, het begin van de Drentsche Hoofdvaart.

Hij woont al tientallen jaren niet meer in Zuidwest-Drenthe. Vanwege studie en werk verliet Henk Daleman al op jonge leeftijd de ouderlijke boerderij in Dieverbrug om via verschillende tussenstations in Noord-Holland in het Gelderse Lent te belanden. Door familie en kennissen bleef hij op de hhogte van en betrokken bij de omgeving waar zijn ‘roots’ liggen.
De betrokkenheid bij het gebied waar Henk Daleman opgroeide, bracht hem enkele jaren geleden op het idee om daar iets mee te doen. Hij ontwikkelde de website www.drentschehoofdvaart.nl, een digitaal platform voor de toervaartrecreatie.
De site kan als startpunt dienen voor de voorbereiding van een vaartocht over een van de meest interessante watererfgoederen van de provincie Drenthe, de Drentsche Hoofdvaart.
Ruim een jaar later ging de website van Daleman de lucht in en sindsdien hebben al vijfduizend internetbezoekers de site bezocht. ‘Het is een informatieve website waar informatie gegeven wordt over culturele en folkloristische evenementen, musea, markten en cultuurhistorische bezienswaardigheden in de stadjes, dorpen en buurtschappen die aan of nabij de Drentsche Hoofdvaart liggen’, vertelt Daleman.
Als kleine jongen trok de Vaart hem als bijzonder aan. ‘We woonden op de boerderij in Dieverbrug, vlak bij de Drentsche Hoofdvaart. ’s Zomers gingen we vaak met schippers mee richting Havelte. Daar stapten we dan van boord om te proberen met een andere schipper terug te varen richting Dieverbrug.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-05
Bij de redactie van het Deevers Archief is niet bekend dat de ouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) een boerderij aan de Deeverbrogge vlak bij de vaart hadden. Bezoekers van het Deevers Archief worden verzocht hier duidelijkheid over te verschaffen.
De vraag is: waar stond deze boerderij ? Was het een eigen boerderij of huurden ze deze boerderij ? Wel is het zo dat de grootouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) in een boerderij naast drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufdfdstroate in Deever woonden. Ook is bekend dat de ouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) al vanaf het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw aan de Veentjesweg in Deever woonden.

Reactie van Henk Daleman (Henkie Doaleman) van 2012-12-21
Een persoonlijke reactie. Ik, Henk Daleman, was niet woonachtig in Dieverbrug. Kennelijk heeft de toenmalige journalist mijn verstrekte gegevens niet correct genoteerd. Ik ben geboren in de boerderij van mijn grootouders Hendrik Daleman en Aaltje Daleman-Noorman, aan de Hoofdstraat nr. 18 te Diever. Begin vijftiger jaren ben ik met mijn ouders Hendrik Daleman en Aaltje Daleman-Schieving verhuisd naar de Veentjesweg te Diever. Mijn ouders hebben nooit in een boerderij te Dieverbrug gewoond.

Posted in An de Deeverbrogge, Veentjesweg, Websites | Leave a comment

Tramhaltechef overgeplaatst naar Hijkersmilde

Op 3 maart 1933 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland het navolgende bericht over de overplaatsing van Jan Benthem van de tramstation Dieverbrug naar het tramstation Hijkersmilde.

Hijkersmilde, 2 maart.
De heer J. Benthem, haltechef bij de Nederlandsche Tramweg Maatschappij te Dieverbrug, is met ingang van 1 maart jongstleden. overgeplaatst naar het station alhier.

Aantekeningen van het Deevers Archief
Jan Benthem is de jongste zoon van marktschipper, schipper, schuitenvoerder, tolgaarder, logementhouder en caféhouder Sjoert Benthem en Grietje Merk. Hij is geboren op 12 mei 1894 an de Deeverbrogge. Jan Benthem trouwde op 3 augustus 1923 in Avereest met Hillechina Helena de Roode. Toen hij trouwde was hij chef van het tramstation van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij an de Deeverbrogge.
Vanwege de sluiting van de tramlijn van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij tussen Meppel en Hijkersmilde in 1933 en derhalve vanwege de sluiting van de tramhalte an de Deeverbrogge werd Jan Benthem overgeplaatst naar het tramstation Hijkersmilde. Tramstation Hijkersmilde bleef toen vooralsnog wel bestaan als station in de tramlijn Assen-Hijkersmilde-Oosterwolde.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Stoomtram | Leave a comment

Dieveren op een bord uit Parijs in het Rijksmuseum

In zaal 1.12 van het Rijksmuseum in Amsterdam bevinden zich 18 porceleinen borden met het decor van een Nederlandse provincie. De maker van de borden en de porceleinschilder (monogrammist RD) zijn niet bekend. De borden zijn gemaakt in 1822 in Parijs in Frankrijk. Het Rijksmuseum verwierf de borden op 6 juli 2010.
De rand van de borden is gemaakt in onderglazuur blauw, op glazuur vergulding, het decor op de glazuur is ‘petit feu’. De gouden decoratie is in neoclassicistische stijl. De rand is voorzien van bloem/blad krullen en harpijen in de stijl van omstreeks 1820-1830. Aan de bovenzijde staat het Nederlandse Rijkswapen, aan de onderzijde de wapens van de provincie. De diameter van de borden is 22,1 cm.
Het bord met de afbeelding van de provincie Drentije behoort tot een serie van 18 borden met elke het decor van een provincie in de tijd dat Nederland en België samen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vormden (1815-1830). Het koninkrijk bestond uit 17 provincies plus het groothertogdom Luxemburg.
De eerst navolgende afbeelding laat een detail van het bord zien. Diever heette toen nog Dieveren. Dieverbrug heette toen Dieverbrug en blijkbaar niet Dieverenbrug. Het streekdorp Wapserveen heette toen nog Wapsterveen. Dwingelo werd gelukkig geschreven zoals het hoort. Gehuchten zoals Wapse en Wateren zijn niet weergegeven.
De redactie van het Dievers Archief heeft de foto van het bord met de afbeelding van de provincie Drentije op 25 mei 2014 gemaakt.



Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Kunst | Leave a comment

Hevige brand in logement ‘de Dieverbrug’ – 1864

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 14 december 1864 verscheen het navolgende bericht over de brand in het logement ‘de Dieverbrug’ in de nacht van 11 op 12 december 1864 an de Deeverbrogge.

Meppel, 12 december. Naar wij vernemen, heeft heden nacht een hevige brand gewoed aan de Dieverbrug, ten gevolge waarvan het bekende logement ‘de Dieverbrug’ met bijna alles wat zich daarin bevond, de prooi der vlammen is geworden.
De vlammen namen in korten tijd zoo zeer toe, dat te drie ure reeds alles verbrand was; terwijl te één uur, toen de postkar er passeerde, nog niets was bespeurd.
Alles was, naar men ons mededeelt, tegen brandschade verzekerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Wie denkt dat het oude cafe-logement Dieverbrug an de Deeverbrogge in de nacht van 30 op 31 maart 1932 voor het eerst door brand werd verwoest heeft het mis. Het pand dat in 1932 afbrandde was het pand dat in 1865 werd gebouwd als opvolger van het in de nacht van 11 op 12 december 1864 verbrandde logement ‘de Dieverbrug’.
In 1864 was het café-logement Dieverbrug nog de pleisterplaats van de dilligence, de postkar en de snikke.
De redactie plaatst dit bericht ter ondersteuning van het zoekwerk van de Dorpskrachten die, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan in 2014 van de plaatselijke heemkundige vereniging, druk bezig zijn met het samenstellen van een boekje over het verleden van de Deeverbrogge.  De redactie heeft dit boekje voor het gemak de werktitel ‘an de Deeverbrogge’ gegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Dorpskrachten | Leave a comment

Cafe-logement an de Deeverbrogge verbrand

In het krant De Sumatra Post verscheen op 29 april 1932 een foto van het verbrande café-logement an de Deeverbrugge. Bij de foto stond het volgende onderschrift.

Het uit de achttiende eeuw daterende dorpshotel te Dieverbrug (Drente), waarin tevens het plaatselijke kantoor van de Nederlandsche Tramwegmaatschappij gevestigd was, is door een fellen brand geteisterd. Het gebouw, dat vroeger als posthuis werd gebruikt, brandde tot den grond toe af. De schade bedraagt ongeveer achtduizend gulden.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement Sjoert Benthem | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Burgers bouwden noodbrug

In de courant ‘Ons Noorden: dagblad voor de Noordelijke provinciën’ verscheen op 21 mei 1945 het navolgende artikel ‘Drentsche burgers bouwden noodbrug en bevorderden Frieslands bevrijding’.

In de dagen rond 10 april (1945), zo lezen we in „De Vrije Pers”, toen het noorden des lands in angstige spanning op de bevrijdende Canadese legers wachtte, ging er in de huizen van de gelukkigen, die nog op de een of andere manier electrische stroom konden bemachtigen, geen uur voorbij, of de radio werd ingeschakeld. De hoop op een spoedige verlossing van de onderdrukkers nam toe in de harten van de Drenten en Groningers, naarmate de tankspitsen ten oosten van de Drentsche Hoofdvaart vorderden. Doch de Friezen werd het bang te moede, want wie beter dan zij wisten welk een barrière hen nog van de oprukkende geallieerden scheidde.
Op een goede dag meldde Herrijzend Nederland evenwel plotseling, dat de Canadese spitsen tot in Diever doorgedrongen waren. Diever, over het kanaal dus! En zie, dit bruggenhoofd is het geweest, van waaruit Frieslands victorie begon. Dit bruggenhoofd danken zij aan een Drents opzichter van de Rijkswaterstaat, die met een aantal burgers onder het bereik der Duitse kanonnen een noodbrug over het kanaal sloeg, waarover het materiaal naar het westen stroomde.
Canadezen en Polen rukten in Drenthe op; Coevorden werd bevrijd, de spoorbaan Hoogeveen-Meppel gepasseerd, in de loop van woensdag de 11e april werd Dwingelo bereikt en even later stonden Canadezen aan de Drentsche Hoofdvaart. Waarschijnlijk heeft het niet in de bedoeling gelegen om de operaties onmiddellijk aan de westzijde ervan voort te zetten, doch er zijn factoren geweest (o.a. een noodkreet van de bevolking van Diever, waar de terugtrekkende Duitsers een vreselijke terreur uitoefenden) die den commandant de wenselijkheid van een noodbrug bij Dieverbrug deden inzien.
Met een opzichter van de Rijkswaterstaat te Dwingelo werd overleg gepleegd en deze bood aan, met een aantal vrijwilligers een brug over het kanaal te slaan. Ondanks het feit, dat zowel Wittelte, de Haarsluis (ten zuiden van Geeuwenbrug) en Diever nog in Duitse handen en het geenszins denkbeeldig was, dat deze tegen het vallen van de avond het vuur zouden openen, meldden zich tal van vrijwilligers aan. Uit deze groep werden zestien bekwame vaklui gekozen, die ’s avonds om negen uur met de bouw begonnen, terwijl de Canadezen de wegen naar Dieverbrug onder controle hielden.
De opdracht van den Canadesen commandant luidde: maak mij een brug, geschikt voor maximaal 9-tons wagens en zorg, dat die morgenvroeg half zeven klaar is. De hele nacht zwoegden en ploeterden de vrijwilligers, daarbij gebruik makend van een bok met materiaal, afkomstig van de op last van de Duitsers afgebroken Wittelterbrug, welk materiaal men speciaal met het oog op de bouw van een noodbrug in de buurt had weten vast te houden. De mannen smaakten tenslotte het genoegen, de brug tien minuten voor de vastgestelde tijd gereed te hebben en onmiddellijk startten de geallieerde colonnes naar het westen.
Het schijnt, dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het ‘bruggenhoofd Dieverbrug’ het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijsel heeft ‘meegenomen’. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog de zelfde dag werd Wolvega bereikt.
Is het teveel gezegd, dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (Pingjum onder andere) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van de Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bezoekers van deze webstee worden tevens verwezen naar andere artikelen over de situatie an de Deeverbrogge aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Dorpskrachten, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

We gaan met de snikke als het markt te Meppel is

In het Nieuwsblad van het Noorden van 9 december 1896 verscheen het navolgende bericht over ervaringen bij het vervoer per snikke van Dieverbrug naar Meppel.

Gemengd Nieuws.
Uit Drenthe’s Zuidwesthoek schrijft men aan de ‘Telegraaf’:
Drente is door natuur en menschen beide al zeer stiefmoederlijk bedeeld. De dorre heidevelden worden door een armoedige bevolking bewoond, die tracht van den schralen zandgrond nog te halen wat er van te halen is. En de noodige middelen om de producten van het land te vervoeren en het vee ter markt te brengen, zijn slechts in geringe mate aanwezig en vaak nog zeer primitief. In deze streken moet men zich nog behelpen met het vervoer per trekschuit, een vaartuig dat de bewoners van meer bevoorrechte oorden alleen nog uit de Camera Obscura kennen.
’t Is waar, er bestaat een dagelijksche stoombootdienst der Duitsche Stoomvaartmaatschappij. Hare booten, die geregeld vice-versa voorbij Smilde, Dieverbrug, Uffelte en Havelte tusschen Meppel en Assen varen, maken het mogelijk aan de bewoners deze streken iederen dag naar Assen of Meppel te komen en hunne goederen daarheen te zenden.
Maar wat voor het personenvervoer nogal lastig is, deze booten gaan zeer langzaam (moeten langzaam varen om de wallen der Drentsche Hoofdvaart niet te beschadigen) en, dit geldt ook voor het goederenvervoer, zijn erg duur. Onze boeren maken er dan ook zoo weinig mogelijk gebruik van. Wie op een niet-marktdag te Meppel moet wezen, en ieder onzer moet er zo nu en dan zijn, gaat per as (op een hortenden boerenwagen) of te voet.
Als het markt te Meppel is (Donderdag) echter gaan we met de trekschuit. We staan vroeg op, vroeg althans naar steedsche opvatting en hebben als we te Uffelte of Havelte wonen, keus uit vier trekschuiten, twee Dieversche en twee Uffelter ‘snikken’ (trekschuiten). Haasten we ons een goed plaatsje uit te zoeken, want als gewoonlijk zijn de ‘snikken’ meer dan vol, zoowel aan personen als goederen.
Wat ’n drukte in het vroege morgenuur. Boeren op klompen (de boer draagt altijd klompen, ’s zomers en ’s winters, op zon- en werkdagen), die varkens of geiten voortdrijven, boerinnen met oorijzers en witte muts, die manden met boter of eieren torsen, allen eenigszins gehaast om in de ‘snikke’ te komen. Als allen er op zijn, gaat het vooruit, natuurlijk bedaard, doodbedaard, zooals het ’n trekschuit past.
Laten we nu eens ’n kijkje in de schuit nemen. Op vier banken zitten de passagiers opeeengepakt. Geen wonder bij zo’n volte, dat het er na een half uur al benauwd wordt en dat veelen te Meppel met ‘heufdzeerte’ (hoofdpijn) aankomen. Men gaat er niet licht toe over een raampje open te zetten, want de plattelandbewoner vreest niets zoozeer als tocht. De meest verpestende atmosfeer is hem liever dan het gevaar van op den tocht te zitten. Opgeschoven ramen ziet men zelfs op snikheete zomerdagen slechts bij uitzondering.
Zo’n reisje per trekschuit is, vooral als men het reeds eenige malen meegemaakt heeft, verre van gezellig. Luister slechts waar die passagiers over redeneeren, die beide bejaarden in den hoek. De een beweert dat goede mest toch het ware is op het land, waarop zijn buurman bevestigend knikt.
Deze bewering is niet juist nieuw voor hem; vóór een halve eeuw was hij reeds van de waarheid ervan overtuigd. Een oud moedertje weidt lang en breed uit over de goedkoopte van de varkens, welke mededeeling voor hare toehoorders ook al geen nieuws bevat. Maar wie ter wereld zou in een trekschuit ook met wat nieuws voor den dag komen ? Toch heb ik eens een nieuwe stelling hooren te berde brengen, door een man met bakkebaardjes en laarzen. Hij was dus geen boer. Een boer heeft baard noch knevel en draagt geene laarzen. De man beweerde met kracht van woorden en gebaren (hij sloeg bij iederen zin met flinken slag op knie van zijn buurman), dat het liggen gaan van koren niet zooals de heerschende mening wil, het gevolg is van ‘geilheid’ (overmaat aan vruchtbaarheid), maar juist van gebrek aan voedsel. In de ‘snikke’ is men het altijd met elkaar eens, maar met iemand, die wat nieuws zegt, nooit. Een opgewekt debat volgde dan ook. Gelukkig, want dit verkortte den drie uren langen, anders eindeloos vervelende tocht.
Godsdienst-quaesties of politieke dito worden nooit besproken.  Eens hoorde ik ’n ouden boer beweren, dat die van Houten toch een flinke kerel was en dat de nieuwe kieswet … Maar de man praatte voor doove oren. Niemand interesseerde dit onderwerp. Er is maar ééne enkele zaak, die den boer belang inboezemt, dat is het boerenbedrijf. Al wat daar buiten ligt, is voor hem terra incognita en daar bemoeit hij zich niet mee.
Eindelijk zijn wij te Meppel, want zelfs een trekschuit komt ten slotte op de plaats harer bestemming.
Meppel is onze stad. Meppel is de plaats waar we onze producten en onze ‘diers’ (dieren) aan den man brengen. Meppel is ook de stad, waar we onze inkoopen doen. Veele huishoudelijke benodigdheden, kleederen, eetwaren (vleesch bijvoorbeeld) zijn op onze landbouwdorpen niet te krijgen of erg duur en slecht.
We zijn dan erg ingenomen met onze ‘snikken’, die ons den tocht naar Meppel mogelijk maken en zeer goedkoop zijn. Toch zouden we het oogenblik zegenen, dat we hier een tram kregen. Er is al eens over gepraat. En we hopen dus !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-08-28
De schrijver van bovenstaand artikel probeert op enigszins negatieve manier de sfeer in de snikke te beschrijven tijdens het vervoer van mensen, dieren en goederen van de Deeverbrogge naar Meppel, Desalniettemin had publicatie van dit verhaal in hoofdstuk 6 Transport van het onvolprezen boekje ‘An de Brogge’ niet misstaan.
In het artikel is sprake van ‘Duitsche Stoomvaartmaatschappij’, dit moet zijn ‘Drentsche Stoomvaartmaatschappij’.
Op de zwart-wit ansichtkaart uit 1906 ligt voor de löswal’ an de Deeverbrogge de snikke van waarschijnlijk Sjoert Benthem.

Abracadabra-449

Abracadabra-450

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-451

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Drentsche Hoofdvaart, Snikke, Vervoer, Verzet | Leave a comment

Noodbrugbouwers en The Canadian First Army

De Amerikaanse Begraafplaats in Margraten, in het Engels: Netherlands American Cemetery and Memorial, is een Amerikaanse militaire begraafplaats en een monument ter nagedachtenis van de overleden Amerikaanse soldaten ten tijde van de strijd in Zuid-Limburg, het Ardennenoffensief en in het Roergebied, gedurende de Tweede Wereldoorlog.
De begraafplaats ligt tussen de plaatsen Margraten en Cadier en Keer aan de provinciale weg N278 in Zuid-Limburg.
In een soort van museumkapel zijn drie grote landkaarten te zien, deze zijn in steen uitgebeiteld, met beschrijvingen van de verrichtingen van het 1e Amerikaanse leger in de regio gedurende de Tweede Wereldoorlog.
Op één van de kaarten is met een grote rode pijl naar het noorden van Nederland de opmars van the Canadian First Army, het Canadese Eerste Leger aangegeven. Zie de bijgevoegde kleurenfoto.
De naam Canadian First Army is samen met de andere geallieerde legers ook onder de kaarten vermeld. Zie de bijgevoegde kleurenfoto. Dit Canadese Eerste Leger speelde een belangrijke rol bij de bevrijding van Noord-Nederland van de Duitse bezetter aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
De aanleg van een noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart ter plaatse van de opgeblazen Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945 maakte de bevrijding van Deever mogelijk en versnelde en vergemakkelijkte de opmars van de Canadezen naar Friesland, Drenthe en Groningen.
Het mag toch wel nalatig worden genoemd dat in de buurt van de Deeverbrogge nog steeds geen teken van respect voor de bouwers van de noodbrug en voor het Canadese Eerste Leger is te vinden. Dit teken had mooi alsnog na zeventig jaar op 12 april 2015 onthuld geweest kunnen zijn geworden. Daar is het helaas niet van gekomen.
De redactie van het Deevers Archief heeft beide kleurenfoto’s op 16 augustus 2015 op de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten gemaakt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-08-25

Abracadabra-439 Abracadabra-440

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Canadian First Army, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’

In het onvolprezen boekje ‘An de Brogge’ met zwart-wit afbeeldingen (het boekje bevat dus helaas geen afbeeldingen in kleur), dat de heemkundige vereniging uit Deever in 2014 heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarige bestaan, hebben de samenstellers op bladzijde 216 ook bijgaande door ondernemer Sjoert Benthem in 1905 uitgegeven ansichtkaart opgenomen. Echter in het boekje is van de ansichtkaart helaas het rechter gedeelte naast de snikke niet opgenomen en dat gedeelte laat juist zo mooi en beeldend de olde dreejbrogge met op de achtergrond een zeilend vrachtschip zien. Op de ansichtkaart is aan de linkerkant een opslagloods (van hout ?) te zien, met direct rechts daarvan het kruidenierswinkeltje van ‘Olde Oalida’. Het witgekalkte oude gebouw achter de leilinden is het café-logement van Sjoert Benthem en Griet Merk. In de vaart ligt voor de löswal een bezeild vrachtschip en een snikke (de snikke van Sjoert Benthem en Hendrik Warries ?).
De schilderskring Diever houdt de laatste jaren elk jaar een door haar zo genoemde zomerexpositie in de kerk op de brink van Deever, waarbij werkstukken van de leden worden getoond. Op de door de redactie van het Deevers Archief op vrijdag 7 augustus 2015 in genoemde kerk gemaakte kleurenfoto is het waterverfschilderij ‘Aan de Dieverbrug’ (An de Deeverbrogge) van Ernest Mols te zien. Het mag de bezoeker van het Deevers Archief duidelijk zijn dat de zwart-wit-ansichtkaart uit 1905 als kleur-inspirerend voorbeeld voor het waterverfschilderij heeft gediend. Gelukkig heeft de schilder niet de afbeelding op bladzijde 216 van het boekje ‘An de Brogge’ als voorbeeld gebruikt. De redactie van het Deevers Archief kon het schilderij door de spiegeling van het glas van de omlijsting van het schilderij helaas niet goed fotograferen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-08-24

Abracadabra-437

Abracadabra-438

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Dorpskrachten, Kunst, Scheepvaart, Schilderijen, Toevallige waarnemingen, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

Het steenfabriekje van Willem Bolt in de Holthe

In de Provinciale en Asser Courant van 13 september 1856 verscheen de navolgende advertentie van Willem Nicolaus Bolt, eigenaar van een steenfabriekje aan de Deeverbrogge.

Ondergetekende beveelt zich beleefdelijk aan tot het leveren van metselsteenen aan zijne fabriek in de nabijheid van Dieverbrug voorhanden. Diever, augustus 1856.
W.N. Bolt.

In de Provinciale en Asser Courant van 4 juli 1857 verscheen de navolgende advertentie van Willem Nicolaus Bolt, eigenaar van een steenfabriekje aan de Deeverbrogge.

Ondergetekende beveelt zich beleefdelijk aan tot het leveren van oude graauwe mondsteenen, klinkers en andere metselsteenen, aan zijne fabriek in de nabijheid van Dieverbrug voorhanden.
W.N. Bolt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De plaatselijke heemkundige vereniging heeft in 2014 haar 20-jarige bestaan opgeluisterd met een jubileumboek, waarin volgens zeggen onderwerpen aan de orde zijn komen, zoals scheepvaart, kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de loswal, de tramlijn, hotel Blok, Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen en dansavonden.
De redactie publiceert dit bericht, teneinde de dorpskrachten, die met het jubileumboek bezig zijn geweest, te complimenteren met het zoeken naar gegevens over de steenfabriek an de Deeverbrogge.
Volgens de lokale deskundige heemkundigen zou deze steenfabriek, beter gezegd dit steenfabriekje, nabij de huidige zuiveringsinstallatie hebben gestaan.
Willem Nicolaus Bolt werd in 1826 in Rottevalle in Friesland geboren. Hij trouwde op 35-jarige leeftijd op 2 maart 1861 met Hennetta Zuanna Slomp uit Havelte. In de Holthe was hij landbouwer en koopman. Maar in welke boerderij woonde hij ? Kinderen van het echtpaar werden in de Holthe geboren.
Het lijkt er meer op dat zijn steenfabriekje meer in de richting van de Holthe en waarschijnlijk ook dichter in de buurt van de vaart moet hebben gestaan.
Als grondstof voor zijn steenfabriekje moest hij natuurlijk zand gebruiken, want waar in de gemeente Diever is goede klei te vinden ? Het is bekend dat Willem Bolt zandduinen kocht van de marke van Diever om daar kalkhoudend zand uit af te graven. Zijn fabriekje zal dus witte kalkzandsteen hebben geproduceerd. Het zou best wel eens zo kunnen zijn geweest dat de plaggenhutten achter in de Bolderhoek zijn herbouwd met kalkzandsteen van het lokale steenfabriekje.
Maar wat zijn oude graauwe mondsteenen en waarom adverteerde Willem Bolt met oude en geen nieuwe ?
Willem Bolt verkocht ook klinkers, maar die waren gemaakt van klei. Voerde de koopman Willem Bolt deze klinkers per schip aan van elders ?
Het was een mooie taak en uitdaging voor de Dieverbrug-deskundigen van de plaatselijke heemkundige vereniging om één en ander goed en grondig uit te zoeken en in het jubileumboek met een heemkundig verantwoord verhaal te komen, maar daar is het niet van gekomen..


Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Dorpskrachten, Steenfabriekje | Leave a comment

Pakschuitendienst tusschen Assen, Deever en Meppel

In de krant Het nieuws van den dag (kleine courant) verscheen op 20 april 1877 het navolgende bericht over de oprichting der naamlooze vennooschap ‘Drentsche Stoombootmaatschappij’ te Assen.

De Koninklijke bewilliging is verleend op de akte van oprichting der naamlooze vennootschap ‘Drentsche Stoombootmaatschappij’ te Assen. Vooreerst zal de werkkring der Maatschappij zich bepalen tot het voortzetten der volgende bestaande diensten: de stoombootdienst tusschen Assen en Zwolle, de bargedienst tusschen Assen en Groningen, de bargedienst tusschen Assen en Veenhuizen en de pakschuitendienst tusschen Assen, Deever en Meppel.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heemkundige vereniging uut Deever wil in 2014 haar 20-jarige bestaan opluisteren met een zogenaamd jubileumboek, waarin aandacht zal worden besteed aan de geschiedenis van de Deeverbrogge, waarin ongetwijfeld onderwerpen aan de orde zullen komen, zoals de bewoners, de boerderijen, de pothokken, de snikke, de barge, de stoombootdiensten, de postkar, de scheepvaart, de turfschippers, de kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de loswal, de bedrijven an de Deeverbrogge, de stoomtram, de tramlijn, het tramemplacement, hotel Blok, logementen, café-logement Sjoert Benthem, Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, meubelfabriek ‘de Toekomst’, de sluis, de brug, de Tweede Wereldoorlog, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen, dansavonden, enzovoort.  
De redactie publiceert dit bericht, teneinde het de Dorpskrachten, die met het zogenaamde jubileumboek bezig zijn, wat gemakkelijker te maken bij het zoeken naar gegevens over de Drentsche Stoombootmaatschappij.
Het is interessant te lezen dat ook vóór 1877 een pakschuitendienst werd onderhouden tussen Assen, Meppel en Deever. Waren dat door paarden getrokken pakschuiten ? Een mooie klus voor de Dorpskrachten om dit uit te zoeken.

 

 

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Scheepvaart, Stoombootdienst | Leave a comment

Gillend rijdt de zandtrein langs de Deeverbrogge

In het Nieuwsblad van het Noorden van 3 maart 1916 verscheen het volgende bericht over de aanleg van de stoomtramlijn van de N.V. Nederlandsche Tramweg Maatschappij tussen het treinstation van Meppel en de Hijkersmilde langs de Drentsche Hoofdvaart. 

Diever, 2 maart. De aanleg van den stoomtramweg Meppel-Smilde gaat verbazend snel vooruit. Gillend beweegt zich de zandtrein langs Dieverbrug tot aanvoer van zand uit de Havelterberg. Later denkt men het benoodigde zand tot aanvulling van den weg op de Smilde te vinden. Gaat alles naar wensch, dan is per 1 mei, naar men ons verzekert, de verbinding Meppel-Smilde tot stand gekomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het artikel geeft aan dat de aannemer van de aanleg van de tramlijn het zand voor de aardebaan van de tramlijn uit de Havelterberg haalde en dat zand via het reeds aangelegde deel van de lijn tot ver voorbij de Deeverbrogge naar het werk vervoerde. Een op het oog nogal kostbaar lijkende operatie, want de boermarke van Diever had de aannemer ongetwijfeld voor weinig geld wel een geschikt zandduin in de buurt van de Drentsche Hoofdvaart willen verkopen.
De plaatselijke heemkundige vereniging wil in 2014 haar 20-jarige bestaan opluisteren met een Deeverbrogge-jubileumboek, waarin volgens eigen zeggen onderwerpen aan de orde zullen komen, zoals scheepvaart, kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de loswal, de tramlijn, hotel Blok, Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen en dansavonden.
De redactie van het Dievers Archief publiceert dit korte bericht, teneinde het de verenigde dorpskrachten, die met het jubileumboek bezig is, wat gemakkelijker te maken bij het zoeken naar gegevens over de tramlijn an de Deeverbrogge. Het is voor hen een mooie taak en uitdaging om een en ander nader uit te zoeken en in het jubileumboek te komen met een heemkundig verantwoord verhaal over de tramlijn, hopelijk vergezeld van nog nooit vertoonde foto’s van dampende stoomtramlocomotieven an de Deeverbrogge. 

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskrachten, Stoomtram | Leave a comment

De situatie an de Deeverbrogge bij tegenlicht

Deze afbeelding van de Deeverbrogge en van hotel-café-restaurant Blok staat op een ansichtkaart die in augustus 1955 is uitgegeven door Hotel Blok, telefoon 05219-456.
Diverse Deeverse verzamelaars zijn in het bezit van een exemplaar van deze ansichtkaart.
Van deze ansichtkaart is ook een herdruk bekend uit juni 1959.
Deze kaart is dus veel verstuurd. Blijkbaar hadden toen lang onderweg zijnde handelsreizigers en vrachtvervoerders tijdens een eet- en drinkpauze in café-restaurant Blok even de tijd een kaartje met een berichtje naar huis te sturen.

Op de kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op 21 november om ongeveer twee uur in de middag heeft gemaakt, is de tegenwoordige situatie te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2014-11-30

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Hotel Blok, Drentsche Hoofdvaart | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Proef met nagloeiende verf

De provincie Drenthe is een proef gestart met glow-in-the-dark-markeringen op het wegdek. Deze markering is aangebracht op één van de twee fietspaden tussen Dieverbrug en Diever langs de provinciale weg N855.

De provincie Drenthe onderzoekt of de toepassing van dit materiaal voordelen heeft boven het gebruik van de gebruikelijke markeringsstrepen. Aanleiding voor de proef is de vraag vanuit de omgeving om de zichtbaarheid van de fietspaden te verbeteren. Langs dit weggedeelte staan geen lichtmasten, omdat de provincie er naar streeft de openbare verlichting in het buitengebieden te beperken.
Omdat de fietspaden aan weerzijden van de N855 tussen Dieverbrug en Diever vanaf één richting worden bereden, hebben de paden geen middenlijn. Daardoor zijn de fietspaden in het donker niet altijd goed te zien en kunnen fietsers in de berm belanden.
De proef die nu wordt uitgevoerd, vindt plaats op een gedeelte van 650 meter van beide fietspaden tussen Dieverbrug en Diever. In de richting Diever is een reguliere strepenmarkering aangebracht. In de richting Dieverbrug zijn ronde plaatjes aangebracht die overdag licht absorberen. In het donker geven ze licht af. Het fietspad zou daardoor beter zichtbaar moeten zijn.
Via een enquête onder gebruikers van de fietspaden wil de provincie onderzoeken welk type markering het meeste effect heeft. De enquête wordt in het begin van 2015 uitgevoerd.

Bron: Provincie Drenthe, 7 november 2014

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2014-11-08
Glow-in-the-dark-verf is nagloeiende verf, die als het donker is nog geruime tijd oplicht. Dit heeft als voordeel dat men gemakkelijk een weg kan volgen. Deze vorm van markering wordt voornamelijk toegepast in parkeergarages. Het toepassen van nagloeiende verf is in Duitsland in parkeergarages voor vluchtroutes al verplicht.
De vraag is of de genoemde plaatjes tussen pakweg een half uur na zonsondergang en pakweg een half uur voor zonsopkomst wel voldoende gelijkmatig blijven gloeien of dat ze bijna letterlijk als een nachtkaars uitgaan. En wat als het najaar of winter is, de zon de hele dag niet schijnt en het heel vroeg donker en heel laat licht is ?
Door blijven gloeien zou wel moeten, want de alcoholnuttigende jeugd op de brommer en op de fiets moet bij het zwalken over de weg bij nacht en ontij en regen en wind wel de mogelijkheid worden geboden tijdig bij te sturen. En wie heeft er tegenwoordig nog licht op zijn fiets ?
Maar zijn die ronde plaatjes nu aan beide kanten of in het midden van het fietspad aangebracht ?
In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw waren in de betonweg tussen de Deeverbrogge en Deever in het midden van de weg twee rijstroken lichtweerkaatsende ‘katteogen’ aangebracht. Die vier ‘katteogen’ (voor beide richtingen twee) zaten nooit lang in het rubberen omhulsel, omdat de ‘padjongen’ deze mooie ‘hebbedingetjes’ met hun ‘kloezie’ uit het rubber peuterden. Als de proef met de nagloeiende verf mislukt, dan zou het aanbrengen van ‘katteogen’ een keuzemogelijkheid kunnen zijn.
De redactie beseft dat in het Deevers Archief tot nu weinig aandacht is besteed aan verkeer en vervoer in de gemeente Diever. De redactie biedt haar bezoekers excuses aan voor dit ongemak. In het vervolg zal over dit onderwerp regelmatig een berichtje worden geplaatst. Hopelijk zijn de Deeverbrogse dorpskrachten niet vergeten dit voor het knoopunt Deeverbrogge zo belangrijke onderwerp, wellicht belangrijkste onderwerp in het aanstaande boek ‘An de Brogge’ uit te werken: snikke, baarge, stoomboot, diligence, tram, tramhalte, tramemplacement, jaegpad, löswal, zeilende vrachtschepen, gemotoriseerde vrachtschepen, turfschepen, turfschippers, snikkejaeger, logementen, café’s, hotels, kanaal, bruggen, noodbrug, brugwachter, sluus, sluuswachter, autobus, autobushalte, overstapplaats, autobusgarage, DABO, DVM, benzinestation, rijksweg, provinciale weg, straatwegen, knooppunt van wegen, auto’s, vrachtwagens, vertegenwoordigers, het jaarlijkse TT-gebeuren an de Brogge (moters kiek’n), en zo verder.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Diever, Verkeer en vervoer | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Barge van snikkevaeder Beijer

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 24 juli 1852 verscheen het volgende bericht over de nieuwe ijzeren barge van snikkevaeder Beijer.

Met verneemt, dat waarschijnlijk door den snikkevaarder Beijer de door hem bestelde ijzeren barge in het veer tusschen Assen en Meppel in de vaart zal gebragt worden, alsmede dat de snikkevaarders voorhands van hun voornemen, om ook een nacht-barge-dienst in werking te brengen, hebben afgezien, om de te bezwarende voorwaarden, welke, naar hunne meening, door het Provinciaal bestuur, in het belang van de werken der Hoofdvaart, voor de vergunning, om des nachts te varen, zijn gesteld.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2014-10-31
Hoe krijgt de schrijver van dit artikeltje het voor elkaar er een artikeltje van één zin van te maken !
Dat het bestuur van de provincie Drenthe het varen in de nacht van de snikke tegen hield, dat is wellicht te verklaren vanwege de noodzaak  dan ’s nachts bruggen en sluizen te moeten bemannen.
Een barge was een bepaald type ijzeren trekschuit met een recht vallend voorsteven, een rond klipperachtig achtersteven. en een houten ruime kajuit over de gehele lengte, welke van enkele ramen was voorzien. De barge was in gebruik tussen ongeveer 1850 en 1920. De barge werd evenals de snikke getrokken door een paard. De redactie van het Dievers Archief heeft in het verleden wel met olde Deeversen, Deeverbroggers gesproken, die in hun jonge jaren nog snikkejaeger waren geweest.
Uiteraard deed snikkevaarder Beijer ook Dieverbrug aan.
De redactie van het Deevers Archief durft wel te voorspellen dat de dorpskrachten van de heemkundige vereniging, die bezig zijn geweest met het maken van het boek ‘An de Brogge’, in het boek ook enige aandacht zullen besteden aan de snikkevaeders, de snikkejaegers, de snikke en de barge.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Economie, Loswal, Scheepvaart, Vervoer | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Vervanging van de Dieversluis

In het Algemeen Handelsblad van 14 april 1878 verscheen het navolgende bericht over het koninklijk besluit inzake het vervangen van de Dieversluis.

Besluiten en benoemingen
Bij koninklijk besluit van 7 dezer is bepaald dat ten behoeve van het maken eener afsnijding in de Drentsche Hoofdvaart, ten einde eene nieuwe sluis op die vaart ter vervanging van de bestaande Dieversluis te bouwen, ten algemeenen nutte, in het publiek belang en ten name van den Staat, ter uitvoering der wet van 9 December 1877, onteigend zullen worden eenige eigendommen, aangeduid in het plan en de kaarten, die op de secretarie der gemeente Dwingelo ter openbare inzage hebben gelegen.

In de krant De Tijd van 14 april 1878 verscheen het volgende korte bericht.

Aanwijzing van de te onteigenen percelen
De Staats-Courant bevat de aanwijzing der perceelen, welke onteigend moeten worden ten behoove van het maken van eene nieuwe sluis op de Drentsche Hoofdvaart, ter vervanging van de bestaande Dieversluis.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2014-10-28
De Dieversluis was in 1878 aan vervanging toe, er voeren meer schepen en grotere schepen door de vaart. De Dieversluis lag in de gemeente Dwingelo, vandaar dat de betreffende documenten op de secretarie van het gemeentehuis in Dwingel ter openbare inzage lagen. Of in Deever en Dwingel vóór het koninklijk besluit ook allerlei inspraakprocedures zijn doorlopen, dat is niet bekend.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Dieversluis, Economie, Scheepvaart | Leave a comment

An de Deeverbrogge – An de Sluus – 1929

De redactie van het Deevers Archief publiceerde het navolgende artikeltje met afbeelding in zijn fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Dit boekje werd in 1999 uitgegeven.

Door de drukke scheepvaart was het waterpeil in de Drentsche Hoofdvaart lange tijd moeilijk te handhaven. Daar kwam op maandag 10 november 1925 met het in bedrijf stellen van de nieuwe electrische gemalen bij de Paradijs-, Havelter-, Uffelter-, Diever-, Haar- en Veenesluis drastisch verandering in.
Een krantebericht meldt daarover het volgende: Het heeft zeer veel moeite gekost het zoo ver te krijgen. Ongeveer een jaar is nodig geweest om deze veelomvattende bouwwerken met toeleidingskanalen, stortebedden, grondwerken, enzovoort te voltooien………. De gemalen zijn er en de opening ervan, mag een voor Drenthe zeer gewichtige gebeurtenis genoemd worden. Al is er op den openingsdag geen feest gevierd, ons inziens was daartoe voor de betrokken streek, ja voor een groot deel van Drenthe alle reden geweest………. Zijn wij juist ingelicht, dan hebben de nieuwe gemalen een capaciteit van 100 m3 per minuut, dus van 6000 m3 per uur, voorwaar een niet geringe hoeveelheid. Vooral als men weet dat de oude gemalen dateerdend van 1863 het slechts tot 30 m3 per minuut konden brengen. De pompen, zogenaamde verticale schroefpompen, zijn geleverd door de Machinefabriek van Gebr. Stork te Hengelo. De electrische apparaten werden geleverd door Heemaf te Hengelo. Beide fabrieken zijn specialist op dit gebied……….
De ellende, gepaard gaande met den lagen waterstand, is nu geleden. Een beperking tot een diepte van 90 cm zal niet meer voorkomen. Overlading van groote schepen in lichters, wat tot nu toe te Meppel geschiedde, zal niet meer voorkomen……….
Wij zullen eindigen met den wensch, dat deze werken een vooruitgang zullen zijn voor de scheepvaart en tevens voor de landbouwende bevolking van Drenthe……….

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, 2014-10-27
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 november 2014 gemaakt.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Dieversluis | Leave a comment

An de Deeverbrogge: Resten woning Arend Muggen

De redactie van het Dievers is zeer benieuwd of de Deeverbrogse dorpskrachten in hun aanstaande boek ‘An de Brogge in beeld en woord’ ook uitgebreid aandacht besteden aan ‘de Deeverbrogge in oorlogstijd’.

In de geparametriseerde krant het ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 4 augustus 1942 het navolgende bericht.

Diever. In café Balsma was een vergadering belegd om te komen tot een vrijwillige organisatie van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
De leiding van dezen avond berustte bij het wijkhoofd den heer Muggen te Dieverbrug.
De spreker de heer Zuurveen gaf een uiteenzetting van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
Het doel van deze vergadering is volkomen geslaagd, aangezien een voldoend aantal personen aanwezig was om een vrijwillige organisatie tot stand te brengen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2014-10-26

De vergadering werd gehouden in het café van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de Brink van Diever.
Tussen de regels door van het gecensureerde bericht is le lezen dat in Diever de belangstelling voor beide genoemde organisaties te verwaarlozen was.

Voor wat het waard is meldt de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de Nederlandsche Volksdienst:
De Nederlandsche Volksdienst werd in juli 1941 opgericht naar voorbeeld van de National Sozialistische Volkswohlfahrt in nazi-Duitsland. De oprichters van de Nederlandsche Volksdienst wilden al het sociale werk in Nederland bundelen in de Nederlandsche Volksdienst. De Nederlandsche Volksdienst werd opgericht op initiatief en met hulp van de Duitse bezetter. Het ging de bezetters om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor de Nederlandsche Volksdienst steunde men in feite de vijand.

Voor wat het waard is meldt de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de organisatie Winterhulp Nederland:
Winterhulp was de gemeenzame benaming van de Stichting Winterhulp Nederland, de nationaal-socialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening, zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moest overnemen.

De publiek toegankelijke webstee www.alledrenten.nl levert de volgende informatie op over het wijkhoofd Muggen te Dieverbrug:
Beilen, huwelijksakte, 1 mei 1931, aktenr. 18
Bruidegom: Arend Muggen, geboren te Diever; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.
Bruid: Henderika Ovinge, geboren te Beilen; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Hendrik Ovinge, beroep: landbouwer, en Jantje Lutken, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 17 september 1902, aktenr. 47
Kind: Arend Muggen, geboren te Diever op 16-09-1902, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer; oud: 29 jaren, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.

Op de foto, die gemaakt is op 8 februari 2008, is de situatie te zien, zoals deze al sinds jaar en dag is te zien op de plek waar de woning van Arend Muggen tot in de Tweede Wereldoorlog stond. Het is niet meer te verifiëren of het waar is  dat de woning in de Tweede Wereldoorlog in brand is gestoken door een lid van het Drentsche verzet. In de volksmond was het: Zee’j hept hum in de braand esteuk’n.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Café Balsma, N.S,B,, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Kalkovens staan op instorten

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 21 januari 1983 het navolgende artikel ‘Voor 1 februari omheining Kalkovens in Dieverbrug’ naar aanleiding van gedoe over de bouwvallige restanten van de kalkovens an de Deeverbrogge.

Burgemeester en Wethouders van Diever hebben eigenaar H.J. Schoenmaker uit Haren gesommeerd vóór 1 februari de kalkovens in Dieverbrug af te schermen voo het publiek. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat stukken van de schoorsteenpijp naar beneden vallen. Twee jaar geleden is dat al eens gebeurd, overigens zonder dat zich ongelukken voordeden. Ook toen hebben Burgemeester en Wethouders gevraagd te zorgen voor een deugdelijke afrastering rond de uit het begin van deze eeuw stammende kalkovens. Hieraan heeft Schoenmaker niet voldaan.

Omdat het gevaar voor instorten nog groter is geworden, wil het college op grond van de bouwverordening nu kracht achter het verzoek zetten. ‘De tand des tijds heeft haar nimmer aflatende invloed steeds sterker doen gelden.’ staat in een brief aan Schoenmaker. Hij krijgt een maand de tijd in beroep te gaan. Anders zal de gemeente op zijn kosten voor een deugdelijke omheining zorgen. De gemeente heeft overigens al diverse pogingen ondernomen de kalkovens te behouden. ‘Ons is gebleken dat de helft van de kalkovens in ons land de laatste jaren verloren is gegaan.’ zegt burgemeester H.G. Overweg. ‘Het is goed om er dan een paar te bewaren. Deze ovens zijn daarvoor uitermate geschikt, omdat uit de plaats een relatie blijkt met de omgeving. De schelpen werden altijd aangevoerd via de Drentsche Hoofdvaart.
Als bestuurslid wist Overweg de Stichting Oud-Drenthe voor de ovens te interesseren. Onderhandelingen met de eigenaar liepen echter op niets uit. ‘Schoenmaker vroeg zo’n hoge prijs dat de stichting daar niet op in kon gaan. Er zijn altijd mensen die denken dat in een dergelijk bezit geld zit. Het is echter eigenlijk een negatief bezit, want je hebt er geen donder aan. Voor het behoud van de ovens was het voor de stichting echter wel interessant.
De suggestie van Schoenmaker de gemeengte de oven te laten opknappen leverde geen gehoor op. ‘Wanneer je geen eigenaar bent moet je niet gaan prutsen aan dit soort dingen.’ zegt Overweg. ‘Ook in het belang van de toeristen willen we wel graag iets doen. De kalkovens zijn een monumentje van industrie en techniek.’
Ondersteuning krijgt het gemeentebestuur van G.J.P. Bloemen uit Doesburg. Tijdens zijn vakantie maakte hij kennis met de ovens. In een brief aan de gemeenteraad pleit Bloemen voor het behoud ervan. De gemeenteraad van Diever vergadert donderdagavond.

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Drentsche Hoofdvaart, Economie, Erfgoed | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Restanten van de kalkovens

Pas nu ontdekte de redactie van het Deevers Archief dat in de webstee van het Deevers Archief nog geen bericht over ‘de kalkovens an de Deeverbrogge’ is gepubliceerd.
De redactie van het Deevers Archief hoopt niet dat de flinke groep dorpskrachten (Deevebroggers, Deevebroggenaren, Broggers, Broggenaren of hoe noemen zij zichzelf ?), die bezig waren met het samenstellen van het boek ‘An de Brogge in beeld en woord’, deze cultuurhistorich waardevolle objecten vergeten zijn te beschrijven in hun binnenkort te verschijnen boek.
Hopelijk zijn de dorpskrachten niet vergeten in hun boek ‘annekkedotes’ op te nemen van de arbeiders van de kalkovens.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto op 1 april 2005 (geen grap) gemaakt.  

An de Deeverbrogge zijn langs de provinciale weg tussen de Deeverbrogge en de Gowe restanten aanwezig van een kalkovencomplex, gesticht in 1925 als schelpkalkbranderij en in dat jaar omvattende twee schelpkalkovens en een leschhuis. Leter is het complex uitgebreid met een transporteur, een derde oven en een schelpenbreker. De derde oven en het leschhuis zijn in 1959/60 echter afgebroken, zodat nu nog de twee oudste identieke ovens resteren en het geraamte van de transporteur.
De restanten liggen in de buurt van Drentsche Hoofdvaart, die van belang was voor de aanvoer van de grondstof schelpen, de brandstof turf en de afvoer van het product schelpkalk.
Het zijn de restanten van twee flesvormige kalkovens van het sedert 1860 door de Alkmaarse koopman W.F. Stoel verbeterde schachtoven-type. De te halver hoogte taps toelopende schacht van de ovens is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde zachtrode baksteen en heeft enkele lichtgetoogde lucht-, laad- en los- en kijkgaten; de slanke cilindrische schoorsteen is opgetrokken uit helderrode strengperssteen, heeft klimijzers en ijzeren banden; de top wordt benadrukt door een even uitgemetselde rand. Tussen beide ovens in staat nog het geraamte van een ijzeren transporteur.
De restanten van het kalkovencomplex zijn van cultuurhistorisch en industrieel-archeologisch belang monument vanwege de geschiedenis van de Nederlandse schelpkalkbranderij in het algemeen en die van de provincie Drenthe in het bijzonder, de betekenis van het complex voor de 20e-eeuwse economie van Drenthe en de gemeente Diever in het bijzonder en de herinnering aan deze in de 20e eeuw aldaar bloeiende bedrijfstak, het feit dat (restanten van) schelpkalkbranderijen in Drenthe, maar ook in Nederland inmiddels zeer zeldzaam zijn geworden, vanwege het hiervoor vermelde type met een relatief kleine middellijn en een grote hoogte en vanwege de historische belangrijke ligging aan een waterweg en een provinciale weg.

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Economie | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Hotel Johan Blok – 1949

Op deze foto, die gemaakt is in 1949, is een druk bezocht hotel-restaurant-café Blok te zien.
De weg langs de vaart was een belangrijke noord-zuid route door Drenthe, totdat de route langs Meppel, Hoogeveen, Beilen en Assen werd omgebouwd tot de A28 autosnelweg.
Het restaurant was met name een pleisterplaats voor gemotoriseerde vertegenwoordigers van stofzuigerfabrieken, verzekeringsmaatschappijen en al het andere wat via vertegenwoordigers aan de man werd gebracht.
Wie kan de merken van de auto’s aan de redactie van het Deevers Archief doorgeven ?
Zo’n historisch zeer waardevolle foto (er is veel op de foto te zien) mag zeker niet ontbreken in een soort van heemkundig boekje over de omgeving van de Deeverbrogge, die bijvoorbeeld de passende titel ‘An de Deeverbrogge’ gegeven zou kunnen worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, 2014-19-18

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Hotel Blok, Rijksstraatweg | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Interieur van Hotel Blok

Op deze kleurenfoto uit het einde van de zestiger jaren van de vorige eeuw is het van het interieur van het restaurant van Hotel Restaurant Café Blok an de Deeverbrogge te zien, met name het duur en sjiek ogende linker deel van de ruimte. In die tijd stonden er nog geen plastic bloemen op tafel.
Zijn de stoelen gemaakt door meubelfabriek ‘de Toekomst’ an de Deeverbrogge ?
De ruimte was niet altijd ingericht, zoals hier is te zien, want soms, in elk geval enige keren aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw, was deze ingericht als een soort van bioscoop, rijen stoelen achter elkaar, zonder tafeltjes daartussen.
Voor de kinderen van de openbare lagere school aan de Tusschendarp werd dan op een woendagmiddag een kinderfilm gedraaid.
Het is de redacteur van het Deevers Archief niet bekend of daar ook kinderen van andere scholen uit de gemeente bij aanwezig waren of dat deze op een andere middag naar de film gingen kijken. Wie kan hier duidelijkheid over verschaffen ?
Het was in die tijd in elk geval wel een ware gebeurtenis naar een echte film te kunnen kijken.
Vanwege de hier zichtbare ruimte, waar in november het eerste exemplaar van het aanstaande boek met de titel ‘An de Brogge’ van de heemkundige vereniging uit Diever zal worden uitgereikt, zal een afdruk van deze historisch waardevolle kleurenfoto in het genoemde boek zeker niet misstaan.

Posted in Afbeeldingen, An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Café-Hotel Blok | Leave a comment

An de Deeverbrogge – An de sluus in 1915

Links is gedeeltelijk de Dieversluis te zien. Deze stenen schutsluis werd gebouwd in 1879 in een ten zuidoosten van de Drentsche Hoofdvaart gelegen afsnijding van die vaart. Daardoor kwamen de Dieversluis en Woning van den Opzichter van de Rijkswaterstaat van de toenmalige Dienstkring Dieverbrug geheel binnen de grenzen van de gemeente Dwingelo te liggen.
De voor die tijd bijzonder mooie dienstwoning werd in 1903 gebouwd. De hier zichtbare pereboom direct links naast het huis leeft nog steeds. In deze woning hebben de opzichters Dalebout, De Ruiter, Koers, Zoer en Van Tellingen gewoond. In de Tweede Wereldoorlog is het huis bij de sluis ook nog een tijdje bewoond door dominee de Vries. Opzichter Jantinus van Tellingen en zijn vrouw Heiltje Klinkhamer mochten hier na zijn pensionering in november 1978 bljven wonen.
Omstreeks 1915 konden de opzichters en de wegwerkers van de Rijkswaterstaat de beschikking krijgen over een motorrijwiel. Opzichter Jan Pieter de Ruiter voelde daar wel voor, want het drukke gebruik van een gewone fiets viel hem zwaar. Temeer, omdat hij nu mooi zijn eigen motorrijwiel als dienstvoertuig kon gebruiken. Het gebruik maken van de paar keer per dag passerende nieuwe stoomtram langs de vaart werd door hem niet als een geode transportmogelijkheid gezien.
Volgens artikel 7 van het Motorregistreerbesluit, behorende bij de Motor- en Rijwielwet uit 1905, moest ook de provincie Drenthe de houders van nummerbewijzen registreren. Uit het bewaard gebleven register in het Rijksarchief te Assen blijkt dat Jan Pieter de Ruiter reeds op 20 april 1912 houder werd van nummerbewijs D-256. Dit bewijs behoorde bij zijn motorrijwiel. Hij was daarmee de tweehonderd en zesenvijftigste geregistreerde bezitter van een motorvoertuig in Drenthe en tevens de eerste in de omgeving van de Deeverbrogge.
Let op dat ook deze kaart werd uitgegeven door café- en logementhouder Sjoert Benthem an de Deeverbrogge.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Diever, ie bint 't wel ..., Dieversluis | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Winkel van Jan Derks – 1920

In dit kleine pandje was in 1920 de bakkerij en het winkeltje met grutterwaren van de familie Jan Derks gevestigd.
De zaak stond an de Riekseweg vlak bee’j de sluus.
Deze was van belang voor schippers die de Drentsche Hoofdvaart met hun vrachtschepen bezeilden.
Schippersvrouwen konden hier inkopen doen tijdens het schutten van hun schip in de Dieversluis.
Maar waar in dit kleine pandje woonde de familie Derks ?
Is het raam dat is te zien aan de rechterkant het raam van de woonkamer ?
In 1920 was Jan Derks de eigenaar.
Jan Derks, geboren te Ruinerwold, trouwde op 18 mei 1905 met Grietje Zantinge, geboren te Dwingelo.
Latere eigenaren van deze zaak waren Siems, Alle Brouwer en Albert Kuiper.
De bovenste foto is gemaakt in 1920.
De redactie van het Deevers Archief heeft de onderste foto in 2003 gemaakt, voorwaar nu alweer een historische foto.

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Neringdoenden | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Hotel Dieverbrug – 1934

An de Deeverbrogge -heel dicht an de Deeverbrogge- brandde het café-hotel van Johan Blok brandde in de nacht van 30 op 31 maart 1932 helemaal af.  Reeds aan het einde van 1932 werd het nieuwe café-hotel in gebruik genomen.
Gelukkig zette Johan Blok in navolging van Sjoert Benthem de traditie van het uitgeven van mooie ansichtkaarten voort. In dit geval gaat het om een prachtige fotokaart (!) uit 1933 met daarop te zien het nieuwe hotel café pension Dieverbrug van Johan Blok.
Deze fotokaart (!) bevindt zich gelukkig in het Deevers Archief, zodat de redactie van het Deevers Archief deze kaart ook digitaal kan tonen. Want wat heb je er aan om dit soort prachtige afbeeldingen alleen maar in dure zuurvrij plastic hoesjes in dure opbergmappen ergens op een zolder te hebben staan of in een boek ‘An de Brogge’ met een beperkte oplage op te nemen.
Johan Blok bleef -gelet op de reclame aan de gevel, net zoals Sjoert Benthem, Hengeloosche Bieren verkopen, moet lekker bier zijn geweest, niks mis mee. En wat te denken van het modern aandoende overkapte terras met rieten stoelen ?
In het nieuwe café-hotel was tot de opheffing van de tramlijn Meppel-Hijkersmilde in 1933 nog het tramstation Dieverbrug van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij gevestigd. Zo te zien staat bij de deur de haltechef van het tramstation. Wie dat is en wie de kinderen zijn, dat is bij de redactie niet bekend. Het is jammer dat het nummerbord van de auto niet herkenbaar is.

Redactie van het Deevers Archief, versie 2014-09-13

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Hotel Pension Blok | Leave a comment