Category Archives: Poasvuur sleep’m

Poasvuur in Deever, Wapse en Wittelte – Pasen 2016

Op drie plaatsen binnen de grenzen van de gemiente Deever is met de paasdagen een poasbulte verbrand.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij Wittelteweg 18 – Wapserveenseweg 1.
De Wapser Gemeenschap heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij de Landweg in Wapse.
De Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek aan de Steenakkerweg op de Heezenesch.
De plek van de poasbulte van de Buurtvereniging Geeuwenbrug lag buiten de grens van de gemiente Deever.
De poasbulte in Wapse is tegen de traditie in al op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte in Wittelte is eveneens tegen de traditie in op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte van Deever is zoals de traditie dat wil wel op Tweede Paasdag 28 maart aangestoken.

De voorkant van het gelijk heeft zo genoemde beleidsregels voor poasbult’n opgesteld. In de webstee van de gemeente Westenveld is sprake van een vreugdevuur, dit is een volstrekt verkeerde term, de juiste term is poasvuur. De betreffende tekstschrijver van de gemeente Westenveld wil de burgers blijkbaar een nieuwe term opdringen..
Een vereniging die niet aan deze zo genoemde beleidsregels voldoet, krijgt van de met de uitvoering van het paasvuurbeleid belaste ambtenaar geen tijdelijke stookvergunning. Gelukkig voldeden de Dorpsvereniging Wittelte, de Wapser Gemeenschap en de Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift blijkbaar vooraf wel al aan zo genoemde beleidsregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n 
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat in Oude Willem, Groot Wateren, Klein Wateren en Zorgvlied (de aandere kaante van de bos) en an de Deeverbrogge geen poasbulte is gesleept. Haar Tied Zat gien zat tied veur ’t sleep’m van ’n poasbulte ?

In de webstee van de gemeente Westenveld is ook nog de volgende overbodige zin te lezen: Het is alleen aan de organisaties die een ontheffing hebben gekregen toegestaan, een paasvuur (vreugdevuur) te organiseren. Vingertje in de lucht, ah, ah. En let vooral op de term tussen haken: vreugdevuur. Om droevig van te worden.

De met de uitvoering van de zo genoemde beleidsregelds voor het slepen en verbranden van poasbult’n belaste ambtenaar geeft alleen een tijdelijke stookvergunning aan een vereniging af als is voldaan aan de volgende beleidsregels:
1. de vereniging is niet eerder dan vier dagen vóór het verbranden van de poasbulte begonnen met het slepen.
2. de poasbulte is door de vereniging aangestoken.
3. de poasbulte bestaat alleen uit snoeihout.
4. de poasbulte is schoon opgebrand.
5. de vereniging heeft de verbrandingsresten van de poasbulte afgevoerd.

De vraag is hoe van te voren kan worden nagegaan of achteraf is voldaan aan de hiervoor zo genoemde vijf beleidsregels.
Regel 1 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren. Maar wat als vanwege wind of regen de poasbulte niet op een geplande zaterdag voor Pasen, maar op Tweede Paasdag ’s avonds om acht uur wordt aangestoken en ’s zaterdags, na de vierde dag, wordt nog een vrachtje mooi schoon opbrandbaar snoeihout naar de paosbulte gesleept. Wat dan ? Dan kan regel 1 niet worden afgevinkt. Maar hoe gaat het bevoegd gezag dit controleren ?
Regel 2 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. Pas dan kan al dan niet een vinkje bij regel 2 worden gezet.
Regel 3 is wel tijdens het slepen van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. De poasbulte mag alleen van snoeihout worden gemaakt. Dus gien olde maan’n of stobb’m of olde witt’n. Maar wat als een vrachtje stobb’m onder in het hart van de poasbulte wordt verwerkt en direct wordt bedekt met schoon opbrandbaar snoeihout. Geen rode haan die daar naar kraait. Regel 3 is echter alleen te controleren als voortdurend iemand van het bevoegd gezag bij het slepen van de poasbulte staat te koekeloeren.
Regel 4 is ook pas na het opbranden van de poasbulte te controleren. In de webstee van de gemeente Westenveld was geen omschrijving van het begrip ‘schoon opbranden’ te vinden. Dit biedt erg veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Wat is schoon opbranden en hoe schoon moet schoon opbranden zijn, is schoon opbranden te meten en wie controleert deze zo genoemde beleidsregel ? Of wordt met ‘schoon opbranden’ bedoeld dat de poasbulte volledig moet zijn verbrand ?
Regel 5 is ook pas achteraf af te vinken. Waarschijnlijk moeten de verbrandingsresten worden vervoerd naar en afgegeven aan een inrichting die een omgevingsvergunning heeft voor het accepteren van verbrandingsresten van een poasbulte.  Bijvoorbeeld afvoeren naar de afvalverwerking in Wijster ? Afvalstroomnummer aanvragen ? Dus het acceptatiebewijs van de afvalverwerking inleveren bij de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de poasbulte-regelties ?

De gevolgtrekking is dat de vijf zo genoemde beleidregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n niet zijn te handhaven, zeker niet vooraf, maar ook niet achteraf zijn af te vinken, tenzij dag en nacht een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bij een poasbulte staat te controleren en zodra een vereniging een van de vijf zo genoemde beleidsregels overtreedt, het repressieve vingertje in de lucht steekt, heel hard ah ah roept, en overgaat tot het intrekken van de tijdelijke stookvergunning.
De voorkant van het gelijk zal de vijf zo genoemde beleidsregels ongetwijfeld aangrijpen om – net zoals bij het kebied scheet’n – het onderwerp op te blazen en vooraf een erg belangrijke informatiebijeenkomst te organiseren om op de betreffende verenigingen in te praten. En bij de traditie van het verbranden van de poasbulte is direct na het verbranden van de poasbulte dan ook nog een erg belangrijke zo genoemde evaluatiebijeenkomst met de verenigingen noodzakelijk, want dan moet voor elke vereniging worden vastgesteld welke van de vijf zo genoemde beleidsregels daadwerkelijk zijn af te vinken. Dan kan het bakkeleien beginnen. En dan ? Geen vijf vinkjes, geen keurmerk, dus repressie en geen tijdelijke stookvergunning voor het volgende jaar ? Kan de gemeente Westenveld het zich in deze tijden van vergrijzing, krimp en geldschaarste eigenlijk wel veroorloven bestuur en ambtenaren tijd te laten besteden aan een klein onderwerpje, zoals het sleep’m en vurbraan’n van een poasbulte ?

Posted in Diever, Dorpskrachten, Gemeentebestuur, Heezenesch, Immaterieel erfgoed, Poasvuur sleep'm, Tradities, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Palmpoas’n en poasvuur sleep’m in 1939 in Deever

Abracadabra-1613In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland – Hepkema’s Courant’ verscheen op 5 april 1939 het volgende belangwekkende artikel over de tradities met Palmpasen en Pasen in de gemeente Deever.

Palmpaschen-viering

De burgemeester van Diever geeft het goede voorbeeld
Verleden Zondag was het Palmpaschen en hier en daar is deze dag, vooral door de jeugd, weer naar den ouden trant gevierd. Van de Palmpaschenviering te Akkrum, die ook dit jaar weer gehouden werd, hebben we vorige jaren reeds uitvoerige overzichten gegeven. Ditmaal brengen we enkele beelden van het feest te Diever.
Ook hier dreigde het loopen met de Paaschhaantjes in onbruik te geraken, doch enkele kindervrienden hebben het tot nieuw leven gewekt. Het is de burgervader, de heer Van Os, die met zijn echtgenoote de aloude traditie zoveel mogelijk bevordert.
Zoo trekt de Dieverder jeugd dan in den vroegen ochtend op Palmzondag in kleurigen stoet met de versierde Palmpaaschhaantjes naar de burgemeesterlijke residentie, om den Palmpaaschwensch te brengen, waarna mevrouw ieder kind gelukkig maakt met een netje met een groot Paaschei er in.
Vorigen Zondag namen er wel tachtig kinderen aan den stoet deel.
Ook het Paaschfeest wordt te Diever nog naar oud gebruik gevierd met het ontsteken van grote Paaschvuren.

Onderschrift bij de eerste foto
De Palmpaasch-stoet wordt geformeerd.

Onderschrift bij de tweede foto
Mevrouw Van Os temidden der Palmpaasch-wenschers.

Onderschrift bij de derde foto
Het Paaschvuur-togen in Drenthe en wel in de gemeente Diever.
De brandstof wordt uit het bosch Berkenheuvel naar den weg gebracht, waar de wagen klaar staat.
Dan volgt het transport op den weg naar het dorp, waarvan hierbij de foto. Men moet ruim een half uur loopen om op den berg te komen aan de Burgemeester van Oslaan, waar het vuur zal worden ontstoken.
Zelf trekken de knapen den wagen.

Onderschrift bij de vierde foto
Als ze bij de bult zijn aangekomen, zijn ze flink moe en laten zich al gauw in het gras neervallen om uit te rusten.
Andere jongens maken dan den wagen leeg en bouwen de bult op.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij de redactie zijn nagenoeg geen foto’s van het poasvuur sleep’m bekend en zeker geen foto’s van vóór de Tweede Wereldoorlog. In het hiervoor gepubliceerde artikel zijn gelukkig wel twee foto’s van deze traditie opgenomen. Helaas moet de bezoeker van de webstee het doen met bijgaande afbeeldingen. De redactie weet niet of het negatief van deze foto’s nog is te achterhalen. Wie heeft een afdruk van deze foto’s ?
Wie kan de redactie informeren over de plek van de derde foto, met het boerderijtje op de achtergrond ?
Als de jongens op de foto’s jongens van de lagere school zijn in de leeftijd van 8 tot 14 jaar, dan zullen de jongsten nu zo’n 85 jaren oud zijn. Wie van de oudere generatie kan zich deze foto’s herinneren ? Wie herkent de jongens op deze foto’s. Wie kan hier een verhaal bij vertellen ?
De naam van de weg over het Kasteel werd pas bij de pensionering van burgemeester Van Os gewijzigd in Burgemeester van Oslaan.

Posted in Bosweg, Diever, Haentie op mien stokkie, Kasteel, Poasvuur sleep'm, Tradities | Leave a comment

Carbid schieten is nu een nationaal erfgoed

Op 30 juni 2014 verscheen in de Meppeler Courant het navolgende korte bericht over het kebid scheet’n (carbid schieten), dat op de lijst van zo genoemd immaterieel erfgoed is komen te staan.

Wapse – Carbid schieten krijgt een plaats op de nationale erfgoedlijst. De traditie waarbij een melkbus wordt gevuld met carbid die dan met veel kabaal moet ontploffen, komt als vijftigste op die lijst. Dat heeft Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) bekend gemaakt. De zo genoemde Nationale Inventaris van Immaterieel Erfgoed in Nederland moet gemaakt worden, omdat Nederland de conventie van de VN-organisatie heeft ondertekend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dit bericht is zeker de moeite waard in het Deevers Archief te worden opgenomen. Eindelijk is daar die nationale erkenning voor een breed over het Nederlandse platteland verspreide oudejaarsgebruik. Zie de webstee immaterieelerfgoed.nl.

Hebben de kebied scheeters in Diever en Wapse daar zo lang op zitten te wachten ? Zal toch niet zo zijn ? Het nalaten van deze lawaaiige traditie aan komende generaties zal zonder die vijftigste plaats (en laatste ?) op die erfgoedlijst zeker ook wel lukken. Of zitten er voordelen aan om op zo’n lijst te staan ? Bijvoorbeeld stelt het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed uit een erfgoedfonds zo nu en dan geld beschikbaar voor het aanschaffen van nieuwe melkbussen (worden die nog wel gemaakt) ?

En waarom is de op sterven na dood zijnde prachtige traditie van bolderen niet, nog niet of nog steeds niet in die Nationale Inventaris Immateriaal Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland opgenomen ? En waarom staat het ‘poasvuur sleep’m’ niet op die lijst ?.

De vraag wanneer het kebied scheet’n binnen de gemeente Deever is begonnen lijkt niet zo moeilijk te beantwoorden.
De vraag is meer wanneer Grote Frièrik Ofrein an ’t Kleine Brinkie, de Kloeze in de Heufdstroate, de Kloeze in Wittelte en Santing in Wapse daadwerkelijk zijn begonnen met autogeen lassen, want bij deze lasmethode wordt kebied gebruikt.
Het autogeen lassen dateert van na 1880. Voorstelbaar is dat deze lasmethode ongeveer 110 jaar geleden voor het eerst binnen de gemeente Diever werd toegepast. Omstreeks die tijd of later zal in de gemeente Deever met kebied scheet’n zijn begonnen. Dus deze traditie zal ongeveer een eeuw oud zijn. Voorstelbaar is ook dat het kebied scheet’n uit andere streken is overgenomen en niet in de gemeente Deever is uitgevonden..

Maar als de culturele verscheidenheid in Nederland mag worden vergeleken met de zeer rijke culturele verscheidenheid in een land, zoals Perú, dan is het in Nederland maar armoedig gesteld met het nog overgebleven immateriële culturele erfgoed.

In de naoorlogse periode van weinig geld en weinig vuurwerk kocht de jeugd tegen het oude jaar voor een paar kwartjes een klompe kebied bij de smid. Voor het gewone lichtere gebolder (geknal) maakten de jongens gebruik van goed afsluitbare blikken (bijvoorbeeld verfblikken), hoe beter het blik afsloot hoe harder de knal, maar een Buisman-blikje deed het ook wel. Met een hamer en een spijker een gaatje in het midden van de onderkant van het blik slaan, een klontje kebied in het blikje, flink wat speeje (spuug) erbij, lid (deksel) op het blikje drukken, even schudden voor een goede gasontwikkeling, blikje onder de klomp, vuurtje bij het gaatje houden en boem. En dan doorgaan met het gebolder, totdat het blikje het begaf. Je was een soort van held voor tien minuten als je de grotere blikken vanuit de hand durfde te laten knallen.

Posted in Carbid schieten, Erfgoed, Immaterieel erfgoed, Poasvuur sleep'm | Leave a comment