Category Archives: Aarfgood

Een en ander behoort tot de historie van Deever ??

In het blaadje ‘Avondzon’ van de sectie Diever van de Stichting Welzijn Ouderen verscheen in april 1977 in nummer 4 van jaargang 5 het artikeltje ‘Diever’s mooiste’.

Diever’s mooiste
Wanneer we familie of vrienden van elders op visite krijgen, dan gaan we, als het goed is, reeds van te voren overleggen, op welke wijze we ze eens de mooiste punten van ons woongebied zullen laten zien. Alleen als er iets niet helemaal pluis is, zoals achter het ijzeren gordijn, waar dingen zijn die het daglicht niet kunnen verdragen, hebben we daar moeite mee.
Zulks is niet het geval met ons geliefd Diever. Mocht daar al eens iets zijn, dat minder fraai is, dan verbergen we dat niet, maar tonen dat openlijk, aan ieder die ons met een bezoek wil vereren.
Dan stellen we ons voor, de excursie te beginnen, daar waar we het gewoonlijk doen, bij, of tegenover de eendenvijver.
De daar ontstane ruimte, keurig en smaakvol van bestrating voorzien, met nog wat gelegenheid om te rusten, voor de wat ouderen, stellen we onze bezoekers voor, als een erfenis van onze vorige burgemeester. Voorwaar een nalatenschap, die de investering is waard gebleken.
Maar dan komt de grote schrik: Er is een bezoeker bij, die wat vrij rondkijkt en maling heeft aan onze explicatie. Hij ontdekt daar de wanstaltige overblijfselen, waar de familie Keizer eens woonde, en wilde daar ook wel eens van weten of dat soms Diever’s mooiste was.
U begrijpt, dat wij daardoor lelijk in verlegenheid kwamen. Heel wat woorden hadden we nodig om uit de doeken te doen, waarom een dergelijke puinhoop op oudejaarsnacht door de jeugd niet was opgeruimd.
Zo goed en zo kwaad als ons dat mogelijk was, hebben we geprobeerd, uiteen te zetten, dat onze vroegere burgervader, breed geschouderd als hij was, zich daar steeds als een hinderpaal heeft vóór gezet, maar dat we nu, met veel minder breed geschouderde, hoopten, spoedig van dit monsterlijke dorpsbeeld te worden verlost.
Het is een van buiten komende bezoeker niet goed duidelijk te maken, waarom met het fatsoeneren van deze plek, in ons mooie dorp, alsmaar wordt gewacht, terwijl het een ergernis voor de wandelaar is.
De handige bezoeker veronderstelde, dat onze burgemeester mogelijk nooit deze kant uitkomt, iets dat wijzelf voor onmogelijk hielden.
Het ware te wensen, dat nog vóór het komende seizoen, dit obstakel verwijderd gaat worden, anders kunnen we reclame ‘Ga liever naar Diever’ voorlopig wel in de ijskast bergen.
Mocht een en ander naar onze wens, vóór het verschijnen van ‘Avondzon’ zijn uitgevoerd, dan kan deze bijdragen toch nog als bladvulling dienen.
Een en ander behoort tot de historie van Diever.
Een wandelaar

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Een en ander behoort tot de historie van Deever ? De redactie denkt van niet en denkt volledig het tegendeel.
De redactie denkt dat het stukje tekst gewoon uit de dikke duim of de dikke pijp gezogen is.
Excursies beginnen natuurlijk niet bij de eendenvijver (een voormalige braandkoele) an de Kruusstroate (wie wil er nu naar eenden koekeloeren ?), maar op de brink van Deever, die ooit vol stond met erfgoed.
Wie zou toch die schrijver met de uiterst merkwaardige schuilnaam ‘Een wandelaar’ kunnen zijn ? Zou het een zwalkend rechts conservatief liberaal lid van de zogenaamde ‘dikke boerenstand’ uut Deever kunnen zijn geweest; een agrarisch toptalent, die zich in 1977 dood ergerde aan het bouwvallige arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer naast transportbedrijf De Graaf an de Kruusstroate in Deever ?
Schreef hij dit stukje tekst om een slijmerig wit voetje bij burgemeester Hermen Overweg te halen ?
Het is bepaald geen positief stukje tekst ter bevordering van het welzijn van de Deeverse ouden van dagen, die vast en zeker de familie Albert Keizer goed hebben gekend.
De schrijver ‘Een wandelaar’ vindt dat de Deeverse jeugd het bouwvallige keuterijtje in de oudejaarsnacht had moeten opruimen. Dit getuigd van een totale minachting van de Deeverse jeugd en de Deeverse oudejaarstraditie. De jeugd sleepte vroeger op oudejaarsavond alles wat los en vast zat naar de brink van Deever, maar vernielde niet. Wellicht dat de jeugd elders, bijvoorbeeld op Neejevene of op Koldervene, om een paar volstrekt willekeurige plaatsen te noemen, dit vroeger wel deed, maar de redactie denkt toch van niet.
De schrijver ‘Een wandelaar’ geeft de schuld van de voortdurende aanwezigheid van het bouwvallige arbeiderskeuterijtje naast transportbedrijf De Graaf an de Kruustroate aan 
de breedgeschouderde (??) burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), echter ome Kees en de zijnen hadden bewezen ware kampioenen in het afbreken van Deevers aarfgoed te zijn. Aan ome Kees kan het niet hebben gelegen.
Tijdens het bewind van burgemeester Hermen Overweg werd het arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer alsnog afgebroken en werd een eindje verder richting ’s Kasteel (Kasteel 2) als schrale troost een soort van nieuw nepkeuterijtje nagebouwd. En weer was een fraai Deevers erfgoedpand verdwenen.
De twee kleurenfoto’s van het huisje van de familie Albert Keizer zijn gemaakt door wijlen Henk van de Bos.
Op de tweede foto zijn te zien Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg) en Koendert Tissingh (geboren op 11 maart 1906, overleden op 20 mei 1983 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg).

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Diever, Keuterij, Kruisstraat, Verdwenen object | Leave a comment

Lieste van de greinspoal’n 41 tot en mit 77

Het is vanuit historisch oogpunt van niet verwaarloosbaar belang te weten waar de grens tussen de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland ligt. De provinciale grens wordt gemarkeerd door gietijzeren grenspalen.
Greinspoal XLI (greinspoal 41) staat op het driegemeentenpunt Deever, Ooststellingwerf, Vledder.
Greinspoal LXXVII (greinspoal 77) staat op het driegemeentenpunt Deever, Ooststellingwerf, Smilde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft verdeeld over een aantal middagen van greinspoal XLI (greinspoal 41) tot aan greinspoal LXXVI (greinspoal 77) langs de uit rechte stukken bestaande grens gebanjerd om de nog aanwezige grenspalen op te zoeken en op de foto te zetten.

Op bijgaande twee afgebeelde tekeningen zijn de nog aanwezige grenspalen op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drenthe en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland aangegeven.

Grenspaal XLI (grenspaal 41) is niet meer aanwezig (de plaats van grenspaal 41 is een driegemeentenpunt);
Grenspaal XLII (grenspaal 42) is niet meer aanwezig;
Grenspaal XLIII (grenspaal 43) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal XLIV (grenspaal 44) staat op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens);
Grenspaal XLV (grenspaal 45) staat aan de Verwersweg op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens)
Grenspaal XLVI (grenspaal 46) staat op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens);
Grenspaal XLVII (grenspaal 47) is aanwezig, maar staat 120 m van de oorspronkelijke plaats en 3,50 m uit de grens;
Grenspaal XLVIII (grenspaal 48) is niet aanwezig, staat hoogstwaarschijnlijk ergens op een erf;
Grenspaal XLIX (grenspaal 49) staat nu aan de Monden, staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 48 en 49;
Grenspaal L (grenspaal 50) is aanwezig, staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 50 en 51;
Grenspaal LI (grenspaal 51) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LII (grenspaal 52) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LIII (grenspaal 53) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LIV (grenspaal 54) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LV (grenspaal 55) is aanwezig; staat bijna op zijn oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LVI (grenspaal 56) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LVII (grenspaal 57) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LVIII (grenspaal 58) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LIX (grenspaal 59) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LX (grenspaal 60) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXI (grenspaal 61) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXII (grenspaal 62) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXIII (grenspaal 63) is aanwezig; staat bijna op zijn oorspronkelijke plaats op de knik in de grens;
Grenspaal LXIV (grenspaal 64) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXV (grenspaal 65) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 64 en 65;
Grenspaal LXVI (grenspaal 66) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXVII (grenspaal 67) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 67 en 68;
Grenspaal LXVIII (grenspaal 68) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXIX (grenspaal 69) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXX (grenspaal 70) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 70 en 71;
Grenspaal LXXI (grenspaal 71) is aanwezig;
Grenspaal LXXII (grenspaal 72) was aanwezig; grenspaal LXXII (grenspaal 72) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXXIII (grenspaal 73) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXIV (grenspaal 74) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXV (grenspaal 75) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXXVI (grenspaal 76) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXVII (grenspaal 77) is niet meer aanwezig (de plaats van grenspaal 77 is een driegemeentenpunt).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

In de webstee www.varenius.nl is een en ander te lezen over de grensafbakening van Friesland met Drente en Overijssel in de 19de en 20ste eeuw.
De webstee www.frdrenthe.blogspot.nl biedt bijzonder interessante gegevens over de grenspalen tussen de provincie Drente en de provincie Friesland, waaronder veel grenspalen op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland. Na het aanklikken van de koppeling en het openen van het scherm wel even een flink eind naar beneden ‘scrollen’ (wie weet het juiste Nederlandse werkwoord ?).
In de webstee www.panoramio.com zijn ook afbeeldingen en plaatsen te bekijken van greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland.
De redactie nodigt bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met een afbeelding en een juiste beschrijving van de positie van de nog aanwezige grenspalen, waarvan de gegevens nog niet zijn opgenomen en vooral van verdwenen grenspalen.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ut naembröttie van de Greinsweg op Baark’nheuvel

Het lijkt de redactie van ut Deevers Archief een echte uitdaging voor de vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever om bij elk van de oorspronkelijke wegen op het landgoed Berkenheuvel, uiteraard in samenwerking met de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en het Staatbosbeheer, weer van die mooie witte kleine naambordjes met zwarte letters aan bomen te spijkeren.
En dan natuurlijk ook een naambordje plaatsen bij wegen die de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten al heeft laten overwoekeren door cultureluurnatuur.
Je mag van de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen vastspijkeren ? Nestkastjes worden op het landgoed Berkenheuvel toch ook aan bomen vastgespijkerd ?
Laten we ons culturele erfgoed vooral behouden en de steeds meer verloren gaande namen van wegen op het landgoed Berkenheuvel aan de vergetelheid ontrukken.
Op bijgaande foto uit de tweede helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw, toen het landgoed Berkenheuvel nog eigendom was van de erven van mr. Albertus Christiaan van Daalen, is als voorbeeld het naambordje van de Grensweg bij de Hoekenbrink te zien.

Posted in Aarfgood, Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaart, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

De kleine Henduk en de grote Henduk an ’t waark

In de beeldbank van de Historische Vereniging Nijeeveen is een mooie kleurenfoto aanwezig van de gebroeders Klaas Kleine en Berend Kleine. Lourens Schipper, de beheerder van deze prachtige beeldbank (die zouden meer historische verenigingen moeten hebben), gaf de redactie toestemming deze kleurenfoto -zie de bijgaande afbeelding- in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is de Historische Vereniging Nijeveen bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Maar in welk jaar is deze foto gemaakt ? Wie het weet, die mag het melden aan de redactie !

Op de foto zijn de smeden Klaas Kleine (links) (de kleine Hendrik) (Klaas, hei neeje klomp’m an ?) en zijn oudere broer Berend Kleine (rechts) (de grote Hendrik) bezig met het leggen van een ijzeren band om een houten wagenwiel. Ze zijn bezig voor de smederij met de naam ‘de grote Hendrik’ van Berend Kleine an de Heufdstroate in Deever. Het wagenwiel ligt op een oude molensteen.
Let op het bankje rechts achter Berend Kleine, dat zo te zien is gemaakt door Bouwbedrijf Nijzingh an de Brinkstroate in Deever. Achter Klaas Kleine is te zien dat achter het plantenklimrek geen deur meer zit. Aan de muur is te zien dat de ruimte waar een deur zat, ooit is dicht gemetseld.
Klaas Kleine had zijn smederij met de naam ‘de kleine Hendrik’ (let op de woordspeling; Hendrik Kleine was de vader van Klaas Kleine en Berend Kleine) an de Peperstroate aachter de kaarke. Hendrik Kleine had eerst een smederij op Koldervene (vroeger Coldervene), later in Meppel.
In dit pand op de hier afgebeelde kleurenfoto was vroeger de smederij van de gebroeders Hendrik en Albert Kloeze gevestigd. In die tijd was de deur wel aanwezig.
In dit pand is later een winkel met de naam ‘In de Lindetuin’ gevestigd geweest. De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van deze winkel op 13 november 2008 gemaakt. Het was nog herfst. Blijkbaar was toen in de zijmuur weer een deur aangebracht en het metselwerk gerepareerd en waren de raamluiken weggehaald. In de bestrating was in 2008 de oude molensteen nog wel aanwezig.
Zie voor nog een kleurenfoto, die de redactie op 28 juli 2016 gemaakt, het bericht ‘Het leven moet niet vliegen, maar fladderen’.
Nu dit pand een rijksmonumentje is (voor zolang het duurt), zal het gesloop en geknutsel en gedoe aan de buitengevels wel onder curatele staan.

Posted in Aarfgood, Diever, Hoofdstraat, Klaas Kleine, Neringdoende, Rijksmonument | Leave a comment

Greinspoal LXIII stiet vlak bee de Kaele Duun’n

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier hier afgebeelde kleurenfoto’s van greinspoal LXIII (greinspoal 63) op de grens van de gemiente Diever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland gemaakt op donderdag 22 november 2019.
Greinspoal LXIII (greinspoal 63) staat op de knik van de grens ten zuiden van de Kaele Duun’n in de buurt van een houten klimstellage, die aan de Friese kant van de grens staat.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal | Leave a comment

Ut fietsepad noast de olde Stienwieker saandweg

5In de collectie Dienst Landelijk Gebied van het Drents Archief is bijgaand getoonde zwart-wit foto aanwezig. Deze niet zo scherpe foto heeft fotonummer LG0507114 en is in 1971 gemaakt door de heer Constandse. Deze foto is gemaakt in het kader van de voorbereiding van de volkomen overbodige ruilverkaveling Deever.
De saandweg over de Westeresch tussen Oll’ndeever en de Dwarsdrift heeft wonder boven wonder de rampzalige cultuurvernietigende verkaveling van de oeroude esgronden in Deever en Oll’ndeever en Wittelte overleefd. Met het verdwijnen van de oeroude esgronden verdwenen ook de oeroude veldnamen. De ruilverkaveling was een cultuurhistorische ramp van de zwaarste orde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze saandweg op zijn lijst van Deevers aarfgood gezet.
Op de zwart-wit foto is ut fietsepad noast de Stienwieker saandweg te zien. Aan de linkerkant is de nieuwe U.L.O.-school te zien. Ook zijn te zien de gemeentelijk toren an de brink van Deever en korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever.
Te gelegener tijd, en zeker niet met geschwinde spoed en zeker ook niet in gestrekte draf, zal de redactie van ut Deevers Archief een recente foto van dit deel van de Stienwieker saandweg in dit bericht opnemen.

Posted in Aarfgood, Saandweg, Westeresch | Leave a comment

Ut bolder’n was, is en blef Deevers aarfgood

De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde zeven kleurenfoto’s gemaakt in de middag van woensdag 6 november 2019 tijdens ut bolder’n. De kleurenfoto’s zijn gemaakt op de Bolderbrink an de Dwarsdrift in Deever.
Na het overlijden van de gebroeders Gerrits (de Garries jongen) en Teunis Roozeboom was de vaste groep bolderaars hard aan uitbreiding en ‘verjonging’ toe. Gelukkig zijn enige echte ‘jonge’ Deeverse jongen met het spel mee gaan doen, zodat nu met gepaste trots kan worden gemeld dat in november 2019 de ‘jongste’ bolderaar achtenzestig jaar was. Maar de groep bolderaars kan nog wel met enige spelers worden uitgebreid, want er was een tijd dat ze met elf man speelden. Een nieuwe speler hoeft niet per sé een echte Deeverse te zijn. Want de speler met het donkerblauwe vest is een echte Dwingeler. Een nieuwe speler hoeft niet per sé direct bee ut bolder’n ut Deevers te proat’n, mor möt ut Deevers wè good vurstoan, 
De redactie van ut Deevers Archief signaleerde enige nieuwe ontwikkelingen in ut bolder’n.
Onder het blok met daarop de eurocenten ligt nu een zwarte rubberen mat. Door deze mat is het zicht op de eurocenten, die na het omgooien van het blok op de rubberen mat zijn gevallen, verbeterd. De gevallen eurocenten zijn gemakkelijker van de mat te rapen dan in het zand. Het zand moet zo nu en dan wel van de rubberen mat worden geveegd. Daarvoor dient de meegebachte bessem.
De eigenaar van het aangrenzende tippie gruunlaand heeft zijn tippie met gaas afgerasterd en heeft bij un vreenpoal un stiggeltie gemaakt. Als een bolderstien in het vuur van de strijd toch onverhoopt aan de andere kant van de afrastering terecht komt, dan hoeft het gaas niet verropt te worden, dan kan de bolderaar voor het passeren van de afrastering gebruik maken van ut stiggeltie. Ut stiggeltie kan ook gewoon worden gebruikt als rustplaats voor de minder jonge bolderaar.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst voor de volledigheid naar de berichten die zichtbaar worden na het aanklikken van de categorie Bolderen in het rechter deel van het scherm of onder aan het bericht.

 

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Bolder’n, Traditie | Leave a comment

Greinspoal LXVII steet neet meer op sien olde stee

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vijf kleurenfoto’s van greinspoal LXVII (greinspoal 67) gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019.
Greinspoal LXVII (greinspoal 67) staat niet meer op zijn oorspronkelijke plaats, maar staat nu 142 meter in de richting van de oorspronkelijke plek van greinspoal LXIIX (greinspoal 68), op het kruispunt van een zandweg en een zandweg met een fietspad, dat onderdeel is van een fietsroute.
Op un greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat was bij deze keurig onderhouden greinspoal wel in orde.
De redactie is vastbesloten van alle nog aanwezige greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de puvincie Drente en de gemiente Ooststellinwaarf in de puvincie Freeslaand een flink aantal zelf gemaakte foto’s in ut Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook veel foto’s van bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Allerheiligen en Allerzielen in de Sint Pancratiuskerk

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht documentje. In dit geval betreft het de ‘liturgie van de zondag Allerheiligen/Allerzielen’ op 7 november 2010 van de Nederlands Hervormde Gemeente Diever. Zie de bijgevoegde afbeelding van het voorblad van dit documentje. 

Allerzielen (het feest van alle zielen) is de dag waarop in de rooms-katholieke kerk alle gelovige zielen van gestorvenen worden herdacht. Allerzielen wordt sinds de twaalfde eeuw op 2 november gevierd, op de dag na Allerheiligen. In de nederlands-hervormde kerk worden Allerzielen en Allerheiligen niet gevierd. Allerzielen wordt niet gevierd, omdat de nederlands-hervormde kerk de leer van het vagevuur ontkent. Allerheiligen wordt niet gevierd, omdat de nederlands-hervormde kerk heiligenverering afwijst.
Het is dus op zijn minst merkwaardig, om niet te zeggen hoogst merkwaardig, te noemen dat de hiervoor genoemde liturigische herdenking -zonder bemiddeling tussen levenden en doden- op zondag 7 november 2010, op de laatste zondag van het kerkelijke jaar, voor allen die gedurende dat kerkelijke jaar zijn gestorven, te bestempelen als een viering van Allerzielen/Allerheiligen. En dat nota bene in een kerkgebouw die door nephistorielogen, cultuurbarbaren en religieuze nitwits hardnekkig de katholieke Sint Pancratius kerk wordt genoemd. En dat nota bene met muzikale begeleiding van een zangclupje met de katholieke naam Sint Pancratius Cantorij.
De tekening op het voorblad van de ‘liturgie voor de viering van de zondag Allerheiligen/Allerzielen’ is zonder enige twijfel nagetekend van een zwart-wit ansichtkaart van het nederlands-hervormde kerkgebouw an de brink van Deever, die in juni 1959 is uitgegeven door kantoorboekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Zie de bijgevoegde afbeelding.
Een uitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in juni 1959 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in februari 1961 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in november 1965 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in oktober 1967 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in november 1968 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
De redactie heeft het vermoeden dat Roelof (Roef) van Goor in de periode 1959-1968 meer uitgaven van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart heeft verkocht. Wie kan de redactie daarover gegevens verschaffen ?
Oense Abe Brouwer begon op maandag 4 maart 1957 op 56-jarige leeftijd, toen het wat slechter ging met zijn schrijverscarrière, as stroatemaeker van de gemiente Deever. Op de afbeelding van de zwart-wit ansichtkaart is aan de onderkant van de afbeelding straatwerk in uitvoering te zien. Beter gezegd: aan de onderkant van de afbeelding is veldkeitjeswerk in uitvoering te zien, want het betreft de door Oense Abe met veel geduld gemaakte veldkeitjesstrook met onder meer religieuze figuren om de kaarketuun van het kerkgebouw an de brink van Deever. Zijn de veldkeitjes onder meer afkomstig uit de vernielde Peperstroate ? De redactie heeft de veldkeitjesstrook met de figuren van Oense Abe op zijn lijst van Deevers aardgood geplaatst.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Oense Abe | Leave a comment

Plechtige afkondiging grondwetswijziging in 1953

De redactie kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte, later in Assen woonde en overleden is in Voorburg bij zijn dochter – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren en zo mogelijk van zijn foto’s te voorzien.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van ut Deevers Archief.
Tussen zijn foto’s zat ook een zwart-wit foto van de plechtige afkondiging van een wijziging van de grondwet in de deur van het oude gemeentehuis an de brink van Deever. Zie de bijgaande afbeelding.

Vanaf 1948 mocht een grondwetswijziging ook in het gemeentehuis worden voorgelezen, mits de voorleesruimte vrij toegankelijk was voor het publiek.
De redactie meende eerst dat de foto gemaakt moest zijn tijdens het voorlezen van de wijziging van de grondwet in 1956, denkende dat het oude gemeentehuis pas in 1956 is gesloopt. Dat bleek een vergissing van een jaar te zijn, die achteraf te voorkomen was geweest.
Jannes Smit, oud-inwoner van Dieverbrug en oud-burgemeester van de gemeente Oudewater en de gemeente Losser, wees de redactie op het feit dat de verhuizing uit het oude gemeentehuis aan de brink van Deever naar het noodgebouw op het Bultie plaats vond in het najaar van 1955, waarna de sloop van het oude gemeentehuis direct daarna een aanvang nam. Jannes Smit is zijn ambtelijke loopbaan in het noodgemeentehuis op het Bultie op 21 augustus 1956 begonnen. Hij was daar een collega van Anne Mulder.
De redactie heeft zich op het internet suf gezocht naar andere foto’s van deze plechtigheid, die gemaakt zijn in of voor het huis van andere gemeenten, maar heeft geen foto’s kunnen vinden. De redactie trekt voorzichtig en voorlopig de conclusie dat de hier getoonde kostelijke foto uit de verzameling van Anne Mulder historische waarde heeft. De foto is een topstuk. De foto behoort tot ut fotografiese aarfgood van Deever.
De zwart-wit foto van Anne Mulder is gemaakt op 22 juni 1953. Het voorlezen van de wijziging van de grondwet begon in de ochtend om half elf. Het geeft altijd weer voldoening als de datering van een historisch waardevolle foto helemaal klopt.
De wijziging van de grondwet werd voorgelezen door Anne Mulder. Let wel ! Nota bene ! Te doen gebruikelijk bij een dergelijke zeldzame plechtigheid is dat de wijziging van de grondwet wordt voorgelezen door De Hoge Heer Burgemeester of De Minder Hoge Heer Secretaris van de betreffende gemeente. Mor neet in de gemiente Deever.
De Hoge Heer Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) schitterde door afwezigheid. Hij had op zijn minst uit respect voor volk en vaderland in zijn zwarte pandjesjas en met zijn ambtsketting om rechts naast Anne Mulder moeten staan. Was hij in gemeentelijke werktijd voor het Openluchttheater op pad ? Had hij het te druk met het lobbywerk voor het nieuwe gemeentehuis op de plek van het oude gemeentehuis, in het bijzonder met de inrichting van zijn aanstaande nieuwe werkkamer ? Of is hij de maker van deze foto ?
En De Minder Hoge Heer Secretaris Jan Boesjes voelde zich blijkbaar ook niet geroepen die stroperige wetsteksten plechtig voor te lezen. Hij kijkt een beetje grammietug en verveeld in de lens van de camera. Hij heeft zijn armen over elkaar geslagen, lichaamstaal, een teken dat hij de plechtigheid al lang dik zat is.
De redactie van ut Deevers Archief herkende helaas niet alle personen op de foto.
De man op de voorgrond is gemeentesecretaris Jan Boesjes.
De redactie weet niet wie de man met de pijp is. Een gemeenteambtenaar ?
Achter de man die interessant aan het doen is met zijn pijp is nog net een deel van het gezicht van iemand te zien; de redactie weet niet wie die persoon is.
Rechts naast de vrouw staat commies Otte Franke van Elselo (hij is geboren op 3 april 1908 in Hindeloopen, hij is overleden op 11 september 1987 in Bergum).
De vrouw op de foto is Hennie Hulshof, die op de secretarie van het gemeentehuis werkte en die later trouwde met bakker en kruidenier Klaas Echten uit Wittelte.
De redactie weet niet wie die grote padvinder in de korte broek is.
De redactie weet niet wie de man aan de linkerkant van de foto is. Is het een wethouder ?
Te doen gebruikelijk bij een dergelijke zeldzame plechtigheid is dat de wethouders van de gemeente ook aanwezig zijn.
Wie kan de redactie voorzien van gegevens van de personen op de hier afgebeelde foto ?
Het is natuurlijk belangwekkend te weten of en hoeveel Deevers publiek stond mee te luisteren op de brink. Dat is op de foto niet te zien. In 1953 werd de grondwet beperkt herzien ten aanzien van de buitenlandse betrekkingen van het Rijk.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Gemiente Deever, Topstuk | Leave a comment

Carbid schieten is nu een nationaal erfgoed

Op 30 juni 2014 verscheen in de Meppeler Courant het navolgende korte bericht over het kebid scheet’n (carbid schieten), dat op de lijst van zo genoemd immaterieel erfgoed is komen te staan.

Wapse – Carbid schieten krijgt een plaats op de nationale erfgoedlijst. De traditie waarbij een melkbus wordt gevuld met carbid die dan met veel kabaal moet ontploffen, komt als vijftigste op die lijst. Dat heeft Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) bekend gemaakt. De zo genoemde Nationale Inventaris van Immaterieel Erfgoed in Nederland moet gemaakt worden, omdat Nederland de conventie van de VN-organisatie heeft ondertekend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dit bericht is zeker de moeite waard in het Deevers Archief te worden opgenomen. Eindelijk is daar die nationale erkenning voor een breed over het Nederlandse platteland verspreide oudejaarsgebruik. Zie de webstee www.immaterieelerfgoed.nl.

Hebben de kebied scheeters in Deever en Wapse daar zo lang op zitten wachten ? Dat zal toch niet zo zijn ? Het nalaten van deze lawaaiige traditie aan komende generaties zal zonder die vijftigste plaats (en laatste ?) op die erfgoedlijst zeker ook wel lukken. Of zitten er voordelen aan om op zo’n lijst te staan ? Bijvoorbeeld stelt het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed uit een erfgoedfonds zo nu en dan geld beschikbaar voor het aanschaffen van nieuwe melkbussen (worden die nog wel gemaakt) ?

En waarom is de op sterven na dood zijnde prachtige traditie van bolderen niet, nog niet of nog steeds niet in die Nationale Inventaris Immateriaal Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland opgenomen ? En waarom staat het ‘poasvuur sleep’m’ niet op die lijst ?.

De vraag wanneer het kebied scheet’n binnen de gemiente Deever is begonnen lijkt niet zo moeilijk te beantwoorden.
De vraag is meer wanneer Grote Frièrik Ofrein an ’t Kleine Brinkie, de Kloeze in de Heufdstroate, de Kloeze in Wittelte en Santing in Wapse daadwerkelijk zijn begonnen met autogeen lassen, want bij deze lasmethode wordt kebied gebruikt.
Het autogeen lassen dateert van na 1880. Voorstelbaar is dat deze lasmethode ongeveer 110 jaar geleden voor het eerst binnen de gemiente Deever werd toegepast. Omstreeks die tijd of later zal in de gemiente Deever met kebied scheet’n zijn begonnen. Dus deze traditie zal ongeveer een eeuw oud zijn. Voorstelbaar is ook dat het kebied scheet’n uit andere streken is overgenomen en niet in de gemiente Deever is uitgevonden..

In de naoorlogse periode van weinig geld en weinig vuurwerk kocht de jeugd tegen het oude jaar voor een paar kwartjes een klompe kebied bij de smid. Voor het gewone lichtere gebolder (geknal) maakten de jongens gebruik van goed afsluitbare blikken (bijvoorbeeld verfblikken), hoe beter het blik afsloot hoe harder de knal, maar een Buisman-blikje deed het ook wel een tijdje. Met een hamer en een spijker een gaatje in het midden van de onderkant van het blik slaan, een klontje kebied in het blikje, flink wat speeje (spuug) erbij, lid (deksel) op het blikje drukken, even schudden voor een goede gasontwikkeling, blikje onder de klomp, vuurtje bij het gaatje houden en boem. En dan doorgaan met het gebolder, totdat het blikje het begaf. Je was een soort van held voor tien minuten als je de grotere blikken vanuit de hand durfde te laten knallen.

Maar als de culturele verscheidenheid in Nederland mag worden vergeleken met de zeer rijke culturele verscheidenheid in een land, zoals Perú, dan is het in Nederland maar armoedig gesteld met het nog overgebleven immateriële culturele erfgoed.

Posted in Aarfgood, Carbid schieten, Poasvuur sleep'm | Leave a comment

Er staat een kerk op instorten !

In het christelijk georiënteerde weekblad ‘de Spiegel’ verscheen in het nummer van 23 juli 1955 het volgende artikel van de hand van de journalist P.W. Russel over de slechte staat van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de brink van Deever. Het artikel werd geschreven kort voor aanvang van de grote restauratie van het oude kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de jaren 1956/1957. 

‘Ja, dit is een ramp’, zei burgemeester J.C. Meyboom van Diever, toen ik hem opbelde om een afspraak te maken. ‘Beslist een ramp, zoals de kerk er nu bij ligt’, herhaalt hij, als wij op het kerkplein in het centrum van zijn dorp staan. Diever, het bijna vijf-en-dertig-honderd zielen tellende dorp tussen Assen en Meppel, kent in deze dagen nog maar één gesprek: de kerk. De bakker en de melkboer, de burgemeester en de jonge dominee Smit. allen zijn er vol van. ‘Er zijn twee mogelijkheden: óf we gaan de kerk het volgend jaar sluiten en schaffen een bordje aan ‘Ruïne te bezichtigen’, óf er wordt gerestaureerd.’ Zo stond het op een folder en het hele dorp is geschrokken.
De hervormde gezinnen in het dorp – het is hun kerk – brachten 22.000 gulden bij elkaar; vlugschriften leverden nog eens tien mille op en een fonds beschikte nog over drieduizend gulden. Vijf-en-dertig-duizend gulden dus. Die zijn er.
‘Maar weet u wat dit gaat kosten ?’ vraagt burgemeester Meyboom, die nu al zestien jaar zijn krachten aan Diever geeft. ‘We hadden een eerste begroting en daar stond als eindbedrag 170.000 gulden op. Daar was niet bij gerekend wat er allemaal in de kerk moet gebeuren, na de restauratie. Ik bedoel zaken zoals meubilair, verwarmingsinstallatie en verlichting.
‘Maar wacht even. Kijk, ziet u die meneer daar uit de kerk komen ? Juist, dat is de heer G.C. Helbers, de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. Moet u hem eens vragen, waarom het allemaal zo duur gaat worden.’ ‘Hierom’, zegt de heer Helbers, die breedgeschouderd en goedgehumeurd is, ‘we gaan deze kerk niet repareren, niet herstellen, maar restaureren. En dat betekent, dat we alles zoveel mogelijk in de oude en originele vorm terugbrengen.’
‘Deze kerk staat op instorten’, aldus de directeur van het museum in Assen. ‘Niets meer en niets minder. Alle maatregelen, die nodig waren, zijn genomen. We gaan restaureren, dat is één. We hebben een restauratiecomité, dat is twee. Gedeputeerde Staten zijn helemaal accoord, dat is drie en er is een begroting, nummer vier. We startten dus, twee weken geleden.’
‘Maar wat ontdekken we ? Tien centimeter onder de huidige tegelvloer in de kerk ligt een tweede vloer, van rode plavuizen. Oh, dachten we, de originele staat van de kerk was dus tien centimeter lager. Neen, helemaal niet, want nog eens vijfentwintig centimeter lager vinden we een tweede vloer, van groene en gele tegeltjes. Dat betekent dus, dat we de hele kerk vijf-en-dertig centimeter moeten uitgraven, om de oorspronkelijke diepte terug te krijgen.’
We lopen door de kerk, de burgemeester, de heer Helbers en ik. ‘Ga hier eens in dat gat staan’, zegt de heer Helbers. ‘Ziet u wel, de kerk wordt hoger en imponeert nu veel meer door zijn verhoudingen. We hebben verder inkassingen gevonden, waaruit blijkt, dat het middenschip en het hoogkoor eens overwelfd waren. Overal aan de zijkanten ziet u nog hele of halve colonetten; bij die halve heeft men in vroegere jaren de rest gewoon weggehakt, om ‘ruimte’ te krijgen. En kijkt u eens naar de zoldering. Half verteerde planken uit 1760. Het gewelf zit er onder. De manier, waarop vroeger aan deze kerk is gewerkt, is gewoon in-elkaar-timmeren geweest.’
‘Hoe oud is deze kerk van Diever eigenlijk, burgemeester ?’ vraag ik. ‘De kerk dateert uit 1400 en de toren uit 1100’, is het antwoord. ‘Naar die tijd moeten we met onze restauratie dus terug’, vult de heer Helbers aan. ‘Steeds doen we meer ontdekkingen: dichtgemetselde ramen, die open behoren te zijn; muren in zijbeuken die er maar gewoon tussen gemetseld werden en kostbare zandstenen randen rond pilaren, waar de een of andere optimist rustig overheen kalkte. Maar al die verrassingen doen de begroting van de restauratie angstig naar boven lopen. De tweede (definitieve’?) begroting moet nog komen, maar men vreest dik boven de twee ton te komen.
‘Maar dit kon niet langer’, zegt burgemeester Meyboom, die tegelijk voorzitter van de restauratiecommissie is. ‘Twee tot drie jaar duurt de restauratie, maar we zijn beslist tegenover het nageslacht verplicht een bouwwerk als dit, met zulk een rijkdom aan schoonheid, te bewaren.’ ‘Hier in dit hoekje moet U gaan staan en dan naar boven kijken’, adviseert de heer Helbers. Ik doe het en kijk dwars door het dak heen. Niet door een klein gaatje, maar door een opening, waar met gemak een divan in de breedte doorheen getrokken kan worden. Het dak van nieuwe pannen voorzien, kon ook niet meer, want geen mens durft meer naar boven. ‘Eerst moeten alle rotte balken weggehaald, want een kind zou er door vallen’, zegt de heer Helbers.
Tot 1 juni van dit jaar zijn de kerkdiensten in Diever gewoon doorgegaan. En het is goed, dat de dorpelingen het niet zo precies geweten hebben. Want toen men begon met breekijzers de planken van de zijvloeren los te breken, bleven de planken zitten en vielen de verteerde binten naar beneden. ‘Om niet eens te praten van de kerkbanken zelf’, merkte de burgemeester op. ‘Daar, vóór de kerk ziet u ze liggen: één hoop vermolmd hout. Ze vielen in elkaar toen men ze wilde wegdragen.’

Uitleg bij foto 1 in het artikel
Zo ziet de kerk er nu van binnen uit: de orgelpijpen, tijdig gered uit de ruïne, liggen in het zand; kruiwagens staan in het middenpad; de kansel wordt voorzichtig gesloopt en in de muren van het hoofdkoor ontdekt men steeds meer verborgen nissen.


Uitleg bij foto 2 in het artikel
Dit is de kerk van Diever, die op instorten staat. Aan de dakrand en vlak bij de toren zijn de gaten te zien, terwijl op de voorgrond een dichtgemetseld raam herinnert aan de eerste helft van de 17de eeuw, toen de kerk na een brand werd ‘vertimmerd’.

Uitleg bij foto 3 in het artikel
Oorspronkelijke hoge, smalle ramen in gotische stijl; sinds honderden jaren al dichtgemetseld, met hier en daar een recht raampje. ‘Maar voor we het open maken, moet de kerk eerst gestut’, zei de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. ‘Anders valt de hele zaak in.’

Uitleg bij foto 4 in het artikel
Ik ben 79 jaar’, zegt Geert Dekker, ‘en gedurende 45 jaar daarvan heb ik de kerkklok van Diever geluid. Nu moet ik drie jaar wachten, maar ik weet niet wat ik in die tussentijd moet doen.’

Uitleg bij foto 5 in het artikel
Niet alleen in de kerk, maar ook in de toren zijn in de loop der eeuwen ramen dichtgemaakt. De steunbeer uit de vijftiende eeuw, vlak naast de ronde deur, kan elk ogenblik omvallen. De stenen, voor zover ze niet afbrokkelden, staan los op elkaar en de specie geeft geen enkel houvast meer.

Uitleg bij foto 6 in het artikel
Met het grootste gemak breekt burgemeester J.C. Meyboom van Diever een plank van een kerkbank door. Tot 1 juni van dit jaar volgden de dorpelingen, gezeten op deze banken, de kerkdiensten.

Uitleg bij foto 7 in het artikel
Als u in een zijbeuk van de Dieverse kerk staat en omhoog kijkt, dan ziet u dit: verteerde balken, gescheurde muren en een kapot dak.

Posted in Aarfgood, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

Wittelter familienaam Bij de Berg bestaat niet meer

Jan bij de Berg (geboren op 19 juli 1860 te Wittelte, overleden op 3 april 1916 te Wittelte) en Lammigje Offerein (geboren op 18 mei 1860 te Wittelte, overleden op 9 juni 1932 te Wittelte) trouwden op 27 april 1888. Het echtpaar kreeg drie kinderen, te weten Jantje (Jantie), Roelof (Roef) en Jantiena.
De ongetrouwde Jantje (Jantie) bij de Berg overleed op 5 juni 1965. Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof (Roef) bij de Berg op 16 juli 1968 is de familienaam bij de Berg uitgestorven.
Roef en Jantie bee de Baarg woonden aan de Wapserveenseweg -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerderij aan de linkerkant.
Uit overlijdensakte nummer 15 van 2 november 1827 blijkt dat de op 1 november 1827 in Wittelte overleden landbouwer Jan Jakobs bij de Berg is geboren op 30 september 1754 in Wittelte. Hij was een zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans.
Het vermoeden bestaat dat de familienaam bij de Berg (bee de Baarg) in de Napoleontische tijd is ontstaan, toen de Franse bezetter bij het invoeren van de burgelijke stand de mensen dwong een achternaam aan te nemen. Deze Wittelter familie moet zich verbonden hebben gevoeld met de Wittelter Berg (de Baarg), woonde toen misschien wel dichter bij de Berg (de Baarg) dan Roef en Jantie. Op de vraag van de ambtenaar ‘wat is uw achternaam’ gaf Jan Jacobs wellicht als antwoord ‘’k hep gien aachternaeme’. Op de vraag van de ambtenaar ‘waar woont u’ gaf Jan Jacobs mogelijk als antwoord ‘bee de baarg’. De reactie van de ambtenaar zal wellicht geweest zijn ‘dan schrijf ik bij uw achternaam ‘bij de Berg’.’
De redactie heeft het graf van de familie Bij de Berg op de lijst van Deevers funerair aarfgood gezet.

Familie Bij de Berg – Geboorteakten

Diever, geboorteakte, 7 april 1851, aktenr. 14
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 05-04-1851, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 33 jaren.
Diever, geboorteakte, 10 april 1856, aktenr. 8
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 09-04-1856, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 37 jaren, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder; oud: 37 jaren.
Diever, geboorteakte, 17 oktober 1857, aktenr. 27
Kind: Janna bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 16-10-1857, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 39 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 39 jaren.
Diever, geboorteakte, 20 juli 1860, aktenr. 22
Kind: Jan bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 19-07-1860, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 41 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 41 jaren.
Diever, geboorteakte, 25 maart 1889, aktenr. 13
Kind: Jantje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 24-03-1889, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 28 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 24 januari 1891, aktenr. 7
Kind: Roelof bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 23-01-1891, zoon van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 30 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 1 februari 1893, aktenr. 8
Kind: Jantiena bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 30-01-1893, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.

Familie Bij de Berg, huwelijksakten

Diever, huwelijksakte, 26 april 1828, aktenr. 4
Bruidegom: Roelof Veldkamp, oud: 36 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Heime Veldkamp en Jantje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Geesje bij de Berg, oud: 34 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. NB. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.
Diever, huwelijksakte, 24 december 1841, aktenr. 10
Bruidegom: Roelof Jannes Hessels, geboren te Diever; oud: 36 jaren; beroep: landbouwer; weduwnaar van Hendrikje Elting, zoon van Jannes Hessel en Janna Berents, beroep: landbouwersche. Bruid: Janna Jans bij de Berg, geboren te Diever; oud: 33 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. NB. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.
Diever, huwelijksakte, 7 mei 1850, aktenr. 9
Bruidegom: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Diever; oud: 31 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Jantje Willems Jonkers, geboren te Dwingelo; oud: 32 jaren; beroep: naaister, dochter van Willem Fredriks Jonkers, beroep: landbouwer, en Janna Schippers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 28 april 1877, aktenr. 7|
Bruidegom: Hendrik Hessels, geboren te Diever; oud: 34 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Hendriks Hessels en Hilligje Willems Mulder. Bruid: Lammigje bij de Berg, geboren te Diever; oud: 21 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 14 mei 1885, aktenr. 6
Bruidegom: Hendrik Boerhof, geboren te Smilde; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Harm Boerhof en Grietje Hendriks Eis. Bruid: Janna bij de Berg, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 27 april 1888, aktenr. 7
Bruidegom: Jan bij de Berg, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. Bruid: Lammigje Offerein, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Fredrik Kornelis Offerein en Jantje Koops Eleveld. NB. vader bruid overleden; moeder bruid overleden.

Familie Bij de Berg, overlijdensakten

Diever, overlijdensakte, 2 november 1827, aktenr. 15
Overledene: Jan Jakobs by de Berg, geboren te Diever op 30-09-1754; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 01-11-1827; oud: 73 jaren, zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans. Gehuwd geweest met NN NN, in leven.
Diever, overlijdensakte, 24 september 1831, aktenr. 18
Overledene: Geesje Jans bij de Berg, geboren te Diever op 24-06-1803; overleden te Diever op 22-09-1831; oud: 28 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Roelof Heimen Veldkamp, in leven.
Diever, overlijdensakte, 16 oktober 1854, aktenr. 25
Overledene: Lammigje Roelofs by de Berg, geboren te Diever op 05-04-1851; beroep: zonder; overleden te Wittelte (Diever) op 15-10-1854; oud: 3 jaren, dochter van Roelof Jans by de Berg en Jantje Willems Jonkers.
Diever, overlijdensakte, 7 augustus 1857, aktenr. 14
Overledene: Grietje Jans by de Berg, geboren te Diever op 15-07-1798; beroep: zonder; overleden te Diever op 06-08-1857; oud: 59 jaren, dochter van Jan Jacobs by de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Harm Bartelds Bos, in leven.
Diever, overlijdensakte, 8 april 1880, aktenr. 13
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever op 07-05-1808; beroep: landbouwersche; overleden te Oldendiever (Diever) op 07-04-1880; oud: 71 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Roelof Jans Hessels, overleden.
Diever, overlijdensakte, 7 november 1888, aktenr. 39
Overledene: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Diever op 03-10-1818; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 06-11-1888, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Jantje Willems Jonkers, in leven.
Diever, overlijdensakte, 23 december 1903, aktenr. 47
Overledene: Jantiena bij de Berg, geboren te Diever op 30-01-1893; overleden te Wittele (Diever) op 22-12-1903; oud: 10 jaren, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer, en Lammigje Offerein.
Diever, overlijdensakte, 4 april 1916, aktenr. 13
Overledene: Jan bij de Berg, geboren te Diever; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 03-04-1916; oud: 55 jaren, zoon van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Lammigje Offerein, in leven.
Diever, overlijdensakte, 18 april 1918, aktenr. 7
Overledene: Lammigje bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Diever op 17-04-1918; oud: 62 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willem Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Roelofs Hessels, overleden.
Diever, overlijdensakte, 2 februari 1925, aktenr. 3
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Diever op 01-02-1925; oud: 67 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Boerhof, in leven.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Greinspoal LXXII is now vot

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op donderdag 22 november 2019. Op de kleurenfoto ligt het zichtbare deel van de Olde Willemsweg in de provincie Friesland.
Greinspoal LXXII (greinspoal 72) op de greinse van de gemiente Deever in de puvincie Drente en de gemiente Oooststellingwaarf in de puvincie Freeslaand stön in de baarm van de Olde Willemsweg an de kaante van de Tilgröppe, mor is now vot. De paal is op de afgebeelde kleurenfoto niet meer aan de rechterkant te zien.
De redactie heeft in de middag van 22 november 2019 aan beide kanten van de weg over een langer stuk in de bermen, in de bermsloten en in de weilanden nauwkeurig gezocht, maar heeft greinspoal LXXII (greinspoal 72) helaas niet gevonden.
De afgelopen maanden (najaar 2019) is gewerkt aan de verharding en de bermen van de Olde Willemsweg. Wellicht is greinspoal LXXII (greinspoal 72) daarvoor tijdelijk even verwijderd en aan de kant gelegd. Daardoor was greinspoal LXXII (greinspoal 72) helaas gemakkelijk en snel oplaadbaar en vervoerbaar geworden.
Wellicht heeft een fanatieke verzamelaar de swoare greinspoal alleen of met de hulp van een tweede persoon op een aanhangwagentje achter een auto geladen en meegenomen.
Bij de strikt noodzakelijke herplaatsing van greinspoal LXXII (greinspoal 72) zal zorgvuldig aandacht moeten worden besteed aan een stevige verankering van de paal in de bodem.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal | Leave a comment

Weinigen hebben Geert Dekker uitgeleid

De kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever is de laatste rustplaats van de Deeverse dorpsfiguur Geert Dekker. Hee was keuterboertie, mor ok liekwaeg’nmenner, koster, orgelpomper en klokkelüder. Dorpsfiguur Geert Dekker is geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij is een zoon van arbeider Jan Dekker en Marchje Wijkstra. Na een kort ziekbed overleed dorpsfiguur Geert Dekker op 5 maart 1963 op 87-jarige leeftijd in het ziekenhuis in Meppel. Dorpsfiguur Geert Dekker is niet getrouwd geweest.

Zijn stoffelijke resten en zijn zerk zijn anno 2019 gelukkig nog wel aanwezig op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van ut Deevers Archief op woensdag 12 december 2019 van zijn zerk heeft gemaakt. De redactie heeft dit graf op zijn lijst van Deevers aarfgood gezet. De zerk van dorpsfiguur Geert Dekker moet toekomstbestendig, klimaatbestendig, grafsteenblunderbestendig, sloopbestendig en duurzaam bewaard blijven voor de komende generaties.

De zerk van Geert Dekker behoeft wel enig onderhoud, bijvoorbeeld flink schrobben met heet sodawater. De zerkenecoloog van de gemeente Westenveld zou echter na diepgaande bestudering van de begroeiing van de zerk van Geert Dekker tot de conclusie kunnen komen dat bijvoorbeeld een witte ronde vlek op de zerk het beschermde, uiterst zeldzame en met uitsterven bedreigde Deeverse zerkenkorstmosje is en vervolgens het schoonmaken door middel van bijvoorbeeld het flink schrobben met sodawater per gemeentelijk decreet verbiedt.

Arend Mulder schreef in 1975 in zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ op bladzijde 93 over dorpsfiguur Geert Dekker: Tallozen heeft hij uitgeluid, weinigen hebben hem uitgeleid.

Weinigen hebben hem uitgeleid. De redactie zou wel graag willen weten: wie was de menner van de liekwaeg’n waarop de kist met het lichaam van liekwaeg’nmenner Geert Dekker naar de kaarkhof is gebracht ? Nog minder dan weinigen zullen na zijn dood op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever zijn geweest om zijn graf te bezoeken. Anno 2019 zal niemand, behalve misschien wellicht alleen de kaarkhofstrüners en kaarkhofkenners wijlen Jans Tabak en de redactie van ut Deevers Archief, zijn graf hebben bezocht.

De Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld, die zijn belast met de positieve financiële uitbating van de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever, hebben bij graven waarvoor weer de exorbitant hoge huurpenningen voor de grafgrond moeten worden afgedragen, bedacht dat bij het passeren van het uiterlijke tijdstip van afdracht van deze exorbitant hoge huurpenningen, de betreffende zerk direct, maar dan ook direct, en met geschwinde spoed en in gestrekte draf, moet worden gesloopt.

Een dergelijk overijverig, fanatiek, gründlich en pünktlich sloopgedrag kent zijn gelijke niet in de keiharde wereld van het met een positief financieel resultaat uitbaten van kerkhoven. En levert bij het minste of geringste foutje of haperingetje of kortsluitinkje in de vertaling van de resultaten van de Grote Gemeentelijke Geautomatiseerde Grafpenningen Vergaarsysteem naar een Betrouwbare Actuele Slooplijst fatale oerdomme fouten op, bijvoorbeeld in de vorm van het onlangs onterecht slopen van zerken op de kaarkhof bee Deever. En getroffen nabestaanden konden daardoor witheet, roodwoedend en gewelddadig worden.

Maar het leverde in 2019 natuurlijk voor het Van Dale Groot Woordenboek Van De Nederlandse Taal wel een van de prachtigste nieuwe woorden op: grafstenenblunder. En wie van de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld was toch die grafstenenblunderaar ? De Deeverse vertaling van het woord grafstenenblunderaar zou ongeveer bij benadering zaark’nknooier zijn.

De stoffelijke resten in een graf, waarvan de zerk is gesloopt, worden vooralsnog niet geruimd. Vooralsnog niet, maar wanneer dan wel ? Rechthebbenden en nabestaanden en anderen kunnen dus voorlopig nog wel naar de plaats van het graf gaan (wel de plek goed onthouden, even een fotootje maken), mogen van de uitbater van de kaarkhof misschien nog wel een bloemetje of een plantje of een frutseldingetje op het graf zetten, maar kunnen niet meer naar de zerk van hun dierbare kijken.

Dat lijkt de stok te zijn waarmee de rechthebbenden en nabestaanden en anderen worden geslagen voor het niet meer willen, niet meer kunnen, of helaas niet op tijd afdragen van de exorbitant hoge huurpenningen voor de grafgrond aan de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld. Dat lijkt het nieuwe, verhollandiseerde, zakelijke, keiharde, kille, no nonsence, lik-op-stuk beleid te zijn van de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld.

Zit het slopen van een zerk bij de exorbitant hoge huurpenningen voor de grafgrond inbegrepen ?
Of wordt voor het slopen van een zerk een aparte rekening naar de ex-rechthebbenden gestuurd ?
Worden de kosten voor het herstellen van de materiële en vooral de immateriële schade na een grafsteenblunder verrekend in nieuwe exorbitanter hoge penningen voor het huren van grafgrond ?
Zijn de rechthebbenden van een te slopen zerk eigenaar van hun eigen zelf betaalde zerk of is de gemeente Westenveld plotsklaps eigenaar van die te slopen zerk geworden ?

De redactie schat in dat de exorbitant hoge huurpenningen voor de grond waarin Geert Dekker is begraven, al lang niet meer zijn afgedragen. Er zijn geen rechthebbenden. Er zijn geen nabestaanden. Er zijn geen belangstellenden. Er zijn geen bezoekers. En dan faalt het nieuwe, verhollandiseerde, zakelijke, keiharde, kille, no nonsence, lik-op-stuk beleid van de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Kaarkhof Uitbaten Van De Gemeente Westenveld. Want niemand kan met de uitvoering van dat beleid worden getroffen. Dus is het gevaar voor accute sloop van de zerk van Geert Dekker betrekkelijk klein te noemen.

Posted in Aarfgood, Dorpsfiguur, Geert Dekker, Kerkhof | Leave a comment

Liekwaeg’nschuutie wöd gien groevemuseumpie

In het dorp Deever is in 1913 een liekwaeg’nschuutie gebouwd op het gemeentelijke marktterrein an de Bosweg. Het huisje is in opdracht van de Vereeniging Lijkwagendienst uut Deever gebouwd. Het schuurtje was de stalling voor de liekwaeg’n.
De om werk verlegen dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben het in verval geraakte liekwaeg’nschuutie in 2016 een flinke opknapbeurt gegeven.
De Deeverse padvinderij heeft in het verleden het schuurtje in gebruik gehad als een soort van clubschuurtje en heeft -volgens zeggen- ramen en raampjes in de twee zijgeveltjes aangebracht en heeft -volgens zeggen- in het voorgeveltje aan de kant van de Bosweg de oorspronkelijke dubbele deur vervangen door een enkele deur en een raampje. Dus de Deeverse padvinders hebben het huisje flink verropt.
De om werk verlegen dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben vorig jaar de ramen en de raampjes in de zijgeveltjes met een soort van gelijklijkende baksteen dichtgemetseld. Deze plaatsen blijven helaas wel duidelijk zichtbaar. Het is niet anders. De dakpannen zijn van de doake gehaald en hebben een grondige wasbeurt gehad.
De om werk verlegen dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben vorig jaar de enkele deur en het raampje in de voorgeveltje vervangen door een dubbele deur. Het voorbeeld voor deze dubbele deur zit in het achtergeveltje, maar is niet nagemaakt.
Het is toch wel intrigerend waarom in het voorgeveltje ook een dubbele deur zat en nu weer zit.
Opende de liekwaeg’nmenner Geert Dekker noa un groeve beide baanders en reed hij dan met paard en lijkwagen de aachterbaander in, om zo de (zware ?) liekwaeg’n alvast in de goede uitrijrichting op te stellen ? De liekwaeg’nmenner spande daarna het paard uit en sloot vervolgens beide baanders ? Dan moet het paard wel onder de niet al te hoge baanderdeuren door hebben gekund.
De redactie is wel benieuwd of het bestek en de bouwtekening van het liekwaeg’nschuutie bewaard zijn gebleven. Want de redactie wil nog wel controleren of zijn beweringen ten aanzien van de vier geveltjes van het schuurtje juist zijn.
De beroemde autodidactische groevedeskundige van de plaatselijke heemkundige vereniging wijlen Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever was bijzonder geïnteresseerd en onderlegd in groeverituelen en was voornemens in het schuurtje een soort van particulier groevemuseumpie in te richten. Het zal er door zijn overlijden helaas ook niet meer van komen. Van zijn kennis van groeverituelen is niets op papier vastgelegd.
Het liekwaeg’nschuutie staat ook vermeld op de lijst van zogenaamde provinciale monumenten. Maar wat is eigenlijk zo’n vermelding waard ? Wat zijn de lusten en de lasten van een vermelding op deze lijst ? Levert zo’n vermelding geld voor beheer en onderhoud op ? Of zijn de lasten groter dan de lusten ?
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto’s op 2 januari 2017 gemaakt.

Posted in Aarfgood, Bosweg, Diever, Lijkwagendienst, Marktterrein, Vereniging | Leave a comment

De Deeverse greinsstien op ut maarktturrein

De redactie van ut Deevers Archief toonde in het bericht Woar is de greinsstien bee ut Schultehuus eblee’m ? een door de redactie op 13 november 1998 gemaakte kleurenfoto, waarop een Deeverse greinsstien (Deevers aarfgood) voor het V.V.V.-kantoor in het Schultehuus aan de brink van Deever is te zien.
De redactie miste deze Deeverse greinsstien (Deevers aarfgood) na de oprichting van de gemeente Westenveld en leefde in de treurige veronderstelling dat de Lagere Heertjes Van Het Grote Fusiegeweld Van De Gemeente Westenveld deze Deeverse greinsstien (Deevers aarfgood) op 1 januari 1999 om 0.00 uur hadden geruimd en vervolgens later op die dag hadden getranporteerd naar een puinbreekbedrijf, bijvoorbeeld die koninklijk onderscheiden puinbreker op de Smilde.
Maar dat blijkt gelukkig niet waar te zijn geweest. De Deeverse greinsstien, die bij het Schultehuis aan de brink van Deever stond, staat nu een beetje scheef op het vernielde niet zo toekomstbestendige maarktturrein bij het gebouw waarin een kantoor is gevestigd waar bezoekers toeristische gegevens kunnen verkrijgen, zeg maar een soort van V.V.V.-kantoor.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee hier afgebeelde kleurenfoto’s van de in slechte staat verkerende Deeverse greinssteen op woensdag 6 november 2019 gemaakt.
De grote vraag is natuurlijk: langs welke weg heeft deze Deeverse greinsstien vroeger gestaan ?

Posted in Aarfgood, Gemiente Deever, Marktterrein, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Greinspoal LVIII steet an ut Ekingerpad

De redactie van ut Deevers Archief heeft in een apart bericht een lijst van negenendertig greinspoalties op de grens van de gemiente Deever en de gemeente Ooststellingwerf die tevens grens is tussen de provincie Drente en de provincie Friesland opgenomen.
Greinspoal LVIII (greinspoal 58) steet an ut Ekingerpad, ten oosten van de Appelschaseweg-Canada en een beetje ten oosten van greinspoal LVI (greinspoal 56). Greinspoal LVII (greinspoal 57) is vot.
De redactie heeft de kleurenfoto van de afbeeldingen 1 en 2 gemaakt op woensdag 6 november 2019, tegen het vallen van de avond. De redactie heeft de kleurenfoto van de afbeeldingen 3, 4, 5, 6 en 7 gemaakt op donderdag 22 november 2019.
De redactie verwijst hier ook naar een stukje van een topografische kaart uit omstreeks 1932. Op dit stukje kaart zijn de nummers van enige Drents-Friese greinspoal’n aangegeven, waaronder greinspoal 58 (greinspoal 58).
De greinspoal staat keurig onderhouden op een soort van heuveltje. Het wapen van de provincie Friesland is aan de Drentse kant van de grens te zien en het wapen van de provincie Drente is aan de Friese kant van de grens te zien.
De redactie wil van elk van de negenendertig greinspoal’n, te weten greinspoal XLI (greinspoal 41) tot en met greinspoal LXXVI (greinspoal 76), een afbeelding in ut Deevers Archief opnemen. Dat gaat zeker wel lukken.
De redactie nodigt bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met foto’s van greinspoal’n en een juiste beschrijving van de plaats waar een foto van een greinspoal is gemaakt.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoal LVI stiet oosteluk van de Appelsgascheweg

De redactie van ut Deevers Archief heeft in een apart bericht een lijst van negenendertig greinspoalties op de grens van de gemiente Deever en de gemeente Ooststellingwerf, die tevens grens is tussen de provincie Drente en de provincie Friesland opgenomen.
Greinspoal LVI (greinspoal 56) staat langs een schelpenpad, een beetje ten oosten van de Appelsgascheweg-Canada.
De redactie heeft de kleurenfoto’s van de afbeeldingen 1, 2 en 3 gemaakt op woensdag 6 november 2019, tegen het vallen van de avond. De redactie heeft de kleurenfoto’s van de afbeeldingen 4, 5, 6 en 7 gemaakt op donderdag 22 november 2019.
De redactie verwijst hier ook naar een stukje van een topografische kaart uit omstreeks 1932. Op dit stukje kaart zijn de nummers van enige Drents-Friese greinspoalties aangegeven, waaronder greinspoal LV (greinspoal 55).
De redactie heeft eerst greinspoal LVI (greinspoal 56) eerst weer keurig recht moeten zetten en het zand om het paaltje flink aan moeten stampen om daarna de foto’s te kunnen nemen. Vandalen hadden de greinspoal helemaal los en scheef getrapt, maar gelukkig niet van zijn plaats verwijderd en ook niet gestolen.
De redactie zag achteraf bij het bekijken van de derde foto dat de vandalen greinspoal LVI (greinspoal 56) ook hebben gedraaid. Greinspoal LVI (greinspoal 56) moet nog negentig graden worden gedraaid, zodat het wapen van de provincie Drente naar de Friese kant en het wapen van de provincie Friesland naar de Drentse kant van de grens is gericht.
De redactie wil van elk van de negenendertig greinspoal’n, te weten greinspoal XLI (greinspoal 41) tot en met greinspoal LXXIX (greinspoal 79), een afbeelding in ut Deevers Archief opnemen.
De redactie nodigt bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met foto’s van greinspoal’n en een juiste beschrijving van de plaats waar een foto van un greinspoal is gemaakt.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

De sproanust’n in de beuk’n an de Toor’nlaene

Op ontzettend veel zwart-wit ansichtkaarten uit de vijftiger, zestiger en ook nog uit het begin van zeventiger jaren van de vorige eeuw is een fraai bosgezicht van de Deeverse bos te zien. Heden ten dage is de grote uitdaging uit te vinden waar precies zo’n zichtbaar stukje van de Deeverse bos op zo’n ansichtkaart zich bevond. Voor de meeste bosgezichten is het schier onmogelijk die uitdaging aan te gaan.
Bijgaand afgebeelde wit-omrande zwart-wit ansichtkaart is in november 1949 uitgegeven door Van Leer’s Fotodrukkerij N.V. De ansichtkoate was in de Wiba-winkel van Jan Brogg’n (Jan Brugging) en Griet Oost an de Heufdstroate in Deever te koop. De foto voor deze ansichtkaart is wellicht en allicht al in de zomer of herfst van 1949 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief weet de plaats van het bijgaand afgebeelde bosgezicht toevallig wel, want aan dit bosgezicht zijn eigen herinneringen verbonden.
De foto voor de zwart-ansichtkaart is aan het begin van de Torenlaan op Berkenheuvel gemaakt, dus vlak bij de Westerschaapsdrift. De redactie heeft voor de duidelijkheid op een stukje topografische kaart uit 1949 een vette zwarte pijl bij de plaats gezet, zie de bijgevoegde afbeelding.
De natuurfabriek Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten, gevestigd in het verre verre ’s Graveland in de provincie Utrecht, is niet van plan de zandwegen in zijn deel van het natuurmonument Berkenheuvel te onderhouden, laat staan te behouden; die zandwegen worden steeds onbegaanbaarder, moeten blijkbaar uit het landschap verdwijnen. Toch zal de Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten ook een Vereniging Tot Behoud van Cultuurmonumenten moeten zijn, want de kronkelige zandweg Westerschaapsdrift is zo’n te behouden cultuurmonument, die is eeuwenlang een looproute van Deeverse skoap’m tuss’n ut dörp en de heide ewest. De Westerskoapsdrift is Deevers aarfgood ! Mr. Albertus Christiaan van Daalen had daar in elk geval wel respect voor.
De wandelaar en de fietser kunnen steeds moeilijker hun eigen weg volgen deur de bos, die moeten steeds meer een eigen weg deur de bos banen. En dat lijkt de bedoeling te zijn. De wandelende klanten worden ten zeerste geacht braaf en uitsluitend de door de natuurfabriek vastgestelde en voorgekauwde en gemarkeerde routes door zijn natuurwinkel te volgen. En het parool is: met de fikken overal van afblijven. De fietser wordt ten zeerste geacht weg te blijven.
In de vijfiger en zestiger jaren van de vorige eeuw bestond in Deever in het voorjaar in de eierlegperiode onder de sterkere niet zo benauwde straatjongens van de hogere klassen van de lagere school nog de traditie van het eier seuk’n.
In de op de afbeelding zichtbare beuken aan het begin van de Torenlaan zaten op een behoorlijke klimhoogte van de grond holen van spechten. Spreeuwen bezetten verlaten spechtenholen of verjoegen brutaal de spechten uit hun hol voor het bouwen van een eigen nest. Het uithalen van eieren van kraaien, spreeuwen, eksters en duiven betekende in bomen klimmen. Dus na schooltijd oude kleren aantrekken voor het onvermijdelijke en vaak zware klimwerk en een pet opzetten.
Een keer in de paar dagen werden ook de holen in de beuken aan het begin van de Torenlaan, maar ook holen in beuken op andere plekken in de bos, gecontroleerd op de aanwezigheid van nog niet bebroede sproaeier. Gevonden eieren werden na het uithalen direct onder de pet gestopt, dan gingen de eieren niet kapot en waren de handen weer vrij voor het klimwerk. Niet alle eieren in een nest werden meegenomen. Eén ei moest blijven liggen, bij een leeg nest zouden de vogels het nest kunnen verlaten.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Landgoed Berkenheuvel, Saandweg, Traditie | Leave a comment

Ut kaarkepad over de Westeresch is vurneeld

Ut kaarkepad leup vrogger van de brink van Deever hen Wapse. Ut pad begun an de brink noast de pasterie van de hervormde kaarke, zeg mor woar now ut huus mit de naeme Iemenhof steet. Ut ièrste stuk van ut pad leup noast de akker mit de naeme Iemenhof en leup verder over de Westeresch hen de Westerdrift.
Bee ut dörpsbouwkundige ontwaarp van de uutbreiding op de Westeresch in de zestiger joar’n van de veurige eeuw hept see in Deever flink sitt’n sloap’m. Toe is un flink stuk van ut pad verneeld. Ut was in de tied dat Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altied ome Kees wödde enuumd) nog burgemeister was. Ut ièrste stuk van ut pad haar nooit vurneeld meug’n wöd’n. Doodsönde. Ut pad is hiel old cultureel aarfgood. As ur twee woord’n waar’n woar burgemeister Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altied ome Kees wödde enuumd) un hekel an haar, dan waar’n dat wè de woord’n ‘cultureel aarfgood’. As hiele skroale troost is de stroate in de buurte van ut vurneelde stuk van ut kaarkepad Kerkepad enuumd.
De redactie van ut Deevers Archief hef de dree kleur’nfoto’s van ut nog bestoande stuk van ut kaarkepad tot an de Westerdrift op 26 april 2018 emeuk’n.


Posted in Aarfgood, Westeresch | Leave a comment

Huuswaark veur ut husie van de toal

De redactie van het Deevers Archief ontving zo nu en dan van wijlen Anne Mulder, geboren en getogen an de Aachterstroate in Deever, een lijstje met Deeverse woorden. Deze woorden zijn wellicht nu in onbruik geraakt in de streek. In 2001 stuurde hij onder meer de navolgende woorden in:
– blaauwbekk’n;
– gien klap veur ’t gat wièrt;
– glèrig;
– hiele post offelegd;
– keu, keun;
– kunschop;
– ‘k heb mee d’r lillijk mit mishaad;
– motte, mott’n;
– mott’n;
– nuver;
– ote, ootien;
– roepe.
Het rijtje Deeverse woorden is speciaal ter lering opgenomen voor personen die het Deevers echt willen gaan beheersen, zoals kiender van Deeversen die het Deevers neet meer van heur Deevers proat’nde vae en mow hept eleerd, en Drenthenierders (import) die druk en ernstig bezig zijn met een indeeveringscursus Deevers voor Drenthenierders, en de Hoge Veelal Niet Deevers Kunnen Of Willen Sprekende Hoge Heren Van De Hollandse Voorkant Van Het Grote Gelijk In De Gemeente Westenveld, die het gebruik van het Dreins met geschwinde spoed en in gestrekte draf in de openbare ruimte moeten gaan uitdragen.
Maar alle bezoekers van het Deevers Archief, en in het bijzonder ook de dorpskrachten, die bewoners zijn van ut Deeverse filiaaltie van ut Dreinse husie van de toal, worden vriendelijk verzocht bovenstaande Deeverse woorden om te zetten in het Nederlands en die omzetting door te geven aan de redactie.
De goede vertalingen zullen uiteraard in het Deevers Archief worden gepubliceerd.

Posted in Aarfgood, Cultuur, Deevers, Deeverse dialect | Leave a comment

Vurdeevern mit dé historicus van de gemiente Deever

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Meppeler Courant van 22 april 2015 verscheen het volgende korte bericht over een activiteit die veel vaker zou kunnen worden gehouden in het kader van het behoud van het Deevers. Deze activiteit wordt nog steeds ‘verdieverderen’ genoemd: ik verdieverdeer, jij verdieverdeert, wij verdieverderen ….
De behandelde onderwerpen zijn belangwekkend te noemen: het graven van het zwembad Dieverzand, de padvinderij in de bossen, het V.C.J.C.-kamp en het voetbalveld op het Mastenveldje. Dit zijn onderwerpen die ook uitgebreid zijn of worden behandeld in het Deevers Archief.
Ook is het belangwekkend en geruststellend te lezen dat de leiding van de avond in handen was van Jans Tabak uut de Aachterstroate, de enige en echte historicus-oppervurdeeverdeerderaar van de gemiente Deever.
Niks mis mit ’n oamtie Deevers proat’n. Alle lof hiervoor. Nog beter is ’t gewoon elke dag te doon, ok en veural woar de kiender bee bint.

Verdieverderen slaat weer aan
Diever – Ruim veertig belangstellenden kwamen maandag af op ‘Verdieverderen’. Deze avond, georganiseerd door de Historische Vereniging Gemeente Diever, Bibliotheek en Huis van de Taol, werd er gesproken over ‘de bos’ rondom Diever. Er kwamen in het Dingspilhuus weer vele verhalen los, zoals het graven van het zwembad ‘Dieverzand’ in de oorlogsjaren, de padvinderij die in de bossen na de oorlog werd gehouden, het V.C.J.C.-kamp en het voetbalveld op het Mastenveldje.
De leiding was in handen van Jans Tabak, de historicus van Diever. In het najaar krijgt de avond een vervolg. Over de avond ‘Neringdoenden in Diever’ zijn drie dvd’s uitgebracht en te koop voor 10 euro.

Abracadabra-1475
Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Meppeler Courant van 23 oktober 2013 verscheen het volgende korte bericht over een activiteit die veel vaker zou kunnen worden gehouden in het kader van het behoud van het Deevers.
Op het nieuw bedachte werkwoord ‘verdieverderen’ valt wel wat aan te merken.
Dit neo-werkwoord lijkt op het in onbruik geraakte werkwoord ‘daevern’. Wat ’n gedaever an de stamtoafel. Overigens neemt de redactie aan dat de ‘verdieverdeerderaars’ de betekenis van ‘daevern’ weten.
Het ware beter geweest het nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ te gebruiken. Niet te verwarren met ‘vurnuvern’. De redactie zou aan dat nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ graag de betekenis ‘steeds meer het Deever gevoel krijgen’ willen hechten.
Verder zou de redactie de organisatoren van deze avonden willen adviseren bij het schrijven in het Deevers de Anne-Mulder-regel te volgen, dus niet ‘stamtaofel’ te schrijven, maar ‘stamtoafel’, dus niet ‘aomtie’ te schrijven, maar oamtie. Deze woorden worden in het Deevers immers meer met de o-klank dan met het a-klank uitgesproken.
Niks mis mit ’n oamtie Deevers proatn. Alle lof hiervoor. Nog beter is ’t gewoon elke dag te doon, ok en veural woar de kiender bee bint.

Verdieverderen um de stamtaofel in de bibliotheek
Diever – In de bibliotheek in Diever vindt dinsdagavond 29 oktober weer een edititie plaats van ‘Verdieverderen um de stamtaofel’. Dit betekent ontspannen door vermaak – um de stamtaofel.
Het thema deze keer is: ‘Neringdoenden’. Ondernemers toen en nu in Diever en Omstreken. Hebt u leuke anekdotes, verhalen om te vertellen bij ons aan de stamtafel, of wilt u alleen maar leuke verhalen aanhoren… U bent voor beide van harte welkom in de bibliotheek in Diever. De toegang is gratis voor leden en niet leden en de koffie en thee staat klaar om 19.45 uur. Deze avond wordt georganiseerd door de Historische Vereniging Gemeente Diever, Huus van de Taol en de Bibliotheek.

Abracadabra-473
Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Meppeler Courant van 23 november 2012 verscheen het volgende korte bericht over een activiteit die veel vaker zou kunnen worden gehouden in het kader van het behoud van het Deevers.
Op het gebruik van het nieuw bedachte werkwoord ‘dieverderen’ valt wel wat aan te merken. Dit  neo-werkwoord lijkt op het in onbruik geraakte werkwoord ‘daevern’. Wat ’n gedaever an de stamtoafel. Overigens neemt de redactie aan dat de ‘dieverdeerderaars’  de betekenis van ‘daevern’ weten.
Het ware beter geweest het nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ te gebruiken. Niet te verwarren met ‘vurnuvern’. De redactie zou aan dat nieuwe werkwoord ‘vurdeevern’ graag de betekenis ‘steeds meer het Deever gevoel krijgen’ willen hechten.
Verder zou de redactie de organisatoren van deze avonden willen adviseren bij het schrijven in het Deevers de Anne-Mulder-regel te volgen, dus niet ‘stamtaofel’ te schrijven, maar ‘stamtoafel’, dus niet ‘aomtie’ te schrijven, maar oamtie. Deze woorden worden in het Deevers immers meer met de o-klank dan met het a-klank uitgesproken.
Niks mis mit ’n oamtie Deevers proatn. Alle lof hiervoor. Nog beter is ’t gewoon elke dag te doon, ok en veural woar de kiender bee bint.

Drukte rond de stamtafel
Diever – ‘Dieverderen om de stamtaofel’ is een succes geworden. Liefst 45 belangstellenden kwamen af op de avond van de Historische Vereniging Gemeente Diever, de bibliotheek en Huus van de Taol. ‘Dieverderen um de stamtaofel’ stond in het teken van de Novembermaand slachtmaand.
Gea Tiemens opende de avond met een gedicht en Jans Tabak las een verhaal voor van Ans Klok. Het is de bedoeling om de komende winter nog een ‘Dieverderen um de stamtaofel’ te organiseren.
Abracadabra-467

Posted in Aarfgood, Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Dorpskracht, Landgoed Berkenheuvel, Mastenveldje, V.C.J.C.-kamp, V.C.S.B.-kamp, Voetbal, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Eapels rooi’n mit de mesiene in de Olde Willem

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papperrassjus scannen en vervolgens die papperrassjus in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geachte afbeelding, in dit geval de foto op het voorblad van het maandblad Oeze Volk, nummer 8, jaargang 11, augustus 1967.

In 2016 is na ruim zestig jaren helaas een einde gekomen aan het mooie Drentstalige maandblad Oeze Volk. Het Drentstalige tijdschrift Zinnig is met ingang van 1 januari 2017 de opvolger van het maandblad Oeze Volk. Het Huus van de Toal is de uitgever van het tijdschrift Zinnig.
In augustus 1967 verscheen op het voorblad van nummer 8 van jaargang 11 van het maandblad Oeze Volk bijgaande prachtige foto van het machinaal aardappelen rooien in de Olde Willem. De redactie van het Deevers Archief heeft toestemming van de redactie van het tijdschrift Zinnig dit voorblad in het Deevers Archief te tonen. De redactie van het Deevers Archief is de redactie van Zinnig bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Bijgaande afbeelding is slechts een zo scherp mogelijke scan van het voorblad. De redactie weet niet of in het hopelijk wel bewaard gebleven archief van het niet meer bestaande maandblad Oeze Volk het negatief of een afdruk van de in 1967 gemaakte zwart-wit foto van het aardappelen rooien met een machine in de Olde Willem bewaard is gebleven. De grote vraag is natuurlijk: wie herkent de personen op de foto ? Deze foto behoort wat de redactie van het Deevers Archief betreft volkomen terecht tot het fotografische erfgoed van de gemiente Deever.
Vijftig jaren nadat de foto van het machinaal aardappelen rooien is gemaakt is het verbouwen van eigen landbouwproducten in de Olde Willem helaas niet meer mogelijk. De Hoge Heren Van Het Grote Gelijk Van Staatschboschbeheer In Hun Ivoren Toren In Het Verre Amersfoort hebben alle landbouwgronden in de Olde Willem met veel te schaars belastinggeld opgekocht en zijn daar nu met veel te schaars belastinggeld bezig met het verbouwen van eigen nepnatuurproducten.
Bijvoorbeeld de slingerende bedding van een zogenaamde beek in goed drainerende waterdoorlatende zandgrond, waar dus in ten minste honderdduizend jaar geen beek heeft gestroomd. Zie de twee kleurenfoto’s van een machinaal geschraapt fantasiebeekbed in de vaak door middel van zware handarbeid ontgonnen woeste gronden in de Olde Willem. De redactie heeft bijgaande drie kleurenfoto’s gemaakt op woensdag 19 september 2018 ten noorden van de Olde Willemsweg in de Olde Willem. Op de tweede foto is nog net een berg in groen plactic verpakt hooi te zien. Deze berg hooibalen is is te zien op de derde foto. Ut sal wè ut laeste heu’j uut de Olde Willem ewest wee’n.
Voor personen die het Deevers echt willen beheersen, zoals bijvoorbeeld Drentenierders (import) die druk en ernstig bezig zijn met een indeeveringcursus Deevers voor Drentenierders, volgt hier de vertaling van de titel van dit bericht: Machinaal aardappelen rooien in de Olde Willem.
En voor wie de zin Ut sal wè ut laeste heu’j uut de Olde Willem ewest wee’n niet begrijpt volgt hier de vertaling: Het zal wel het laatste hooi uit de Olde Willem zijn geweest.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Landbouw, Staatsbosbeheer | Leave a comment

As see d’r allemoale bint, dan binne wee mit elf man

In het periodiek Da’s Mooi van 27 november 2005 verscheen het navolgende bericht over het ‘bolderen’ in Deever. De redactie van het Deevers Archief is – als groot liefhebber van het ‘bolderen’ bereid alles wat over het ‘bolderen’ is of wordt gepubliceerd op te nemen in het Deevers Archief, immers ‘bolderen’ staat sinds 9 juli 2015 op de wereldlijst voor immaterieel erfgoed. Het bolderen mag als zeer oude traditie daarom niet verloren gaan in Deever.

Abracadabra-1494Blokgooien om een cent
Diever. ‘As ze der allemaole bint, binne wij mit elf man’, zegt Koop Berlijn uit Dwingelo. Hij en anderen uit Diever en omgeving vermaken zich iedere maandag- en donderdagmiddag aan de Dwarsdrift in Diever met blokgooien of ‘blokkiegooien’, zo ze het zelf noemen. Een oud volksspel dat vroeger op meer plaatsen in Nederland werd gespeeld.
Met veel enthousiasme gooien de mannen met een bal naar het blok of de bal van de tegenstander. En dat allemaal voor een paar centen, maar ook een heleboel plezier.
Hier en daar ziet men de belangstelling voor oude volksspelen terugkomen. Sporten als klootschieten, neutjesschieten, zwientietikken staan weer op de activiteitenprogramma’s.
In Diever heeft men het blokgooien nieuw leven ingeblazen. Iedere maandag- en donderdagmiddag wordt er op een locatie aan de Dwarsdrift gespeeld. De mannen trotseren daarbij de kou. Slechts wanneer het speelveld door de regenval te nat is geworden slaat men een middag over.
‘Let op’, wordt er waarschuwend gezegd, ‘as die gooit kuj wel een foto maeken, want hij rak ’t blok vaste’. En zoals voorspeld gooit de speler van een behoorlijke afstand het blok met de centen omver.
‘Wij speult volgens de echte regels’, weet Jan Baas. Vanaf een bepaald punt gooit een speler de ‘eerste gooi’ naar het blok. Valt dit om, dan zijn alle centen, vroeger met de leeuw of koningin Juliana, nu met koningin Beatrix naar boven, voor de speler. Ligt de munt boven dan moet die cent weer op het blok. De bal blijft liggen waar hij naar toe is gegooid. Nu mag de volgende gooien. Elkaar ‘of’ gooien mag ook.
De bedrijvigheid op de maandag- en donderdagmiddag wordt door iedere passant opgemerkt, want het gaat er soms fanatiek aan toe. Pas aan het eind van de middag is de rust op de Dwarsdrift weer gekeerd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De oorspronkelijke Deeverse naam voor het blokgooien is bolderen. In de Bolderhoek an de Deeverbrogge werd vroeger ook gebolderd (geblokgooid, blok gegooid, met een steen naar een blok gegooid) en ook in Oldendeever op de hof van Geert Kok.
Rudy de Groot uit Roden verschaft veel informatie over het bolderen in zijn webstee over het bolderen. Hij heeft ook het initiatief genomen voor het vullen van een bladzijde met gegevens over het bolderen in de internet-encyclopedie Wikipedia.
De locatie aan de Dwarsdrift is in Street View te zien op Google Maps.
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie informeren over de naam van de personen op de foto ?

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Bolder’n, Dwarsdrift, Traditie | Leave a comment

Verkoop Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 31 maart 1965 het navolgende artikeltje over de verkoop van drie in Wittelte gelegen bouwakkers met de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust.

Diever.
In café Brinkzicht vond ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo, de openbare verkoping bij toeslag plaats van de volgende drie te Wittelte gelegen bouwakkers ten verzoeke van de heer Hessel Hessels aldaar:
1. De met rogge ingezaaide Bloemakker, groot 0.37.10 ha., ingezet op f. 2.100,-; koper werd de heer A. Westerveen, Wittelte voor f. 3.200,-.
2. De met rogge ingezaaide Kleine Ouwel, groot 0.21.70 ha., ingezet op f. 1.500,-; koper werd de heer A. Berends, Wittelte, voor f. 1.810,-.
3. Bouwland Hoendernust, groot 0.57.20 ha., ingezet op f. 3.800,-; koper werd de heer J. Pot, Wittelte, voor f. 3.900,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hessel Hessels was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd op 9 februari 1899 geboren en overleed op 30 december 1990. Hij was getrouwd met Albertje Eggink, zij werd in 1901 geboren en overleed op 3 december 1971. Ten tijde van de verkoop van de drie akkers was Hessel Hessels 66 jaren oud.
Albert Westerveen was boer aan de Wapserveense weg in Wittelte. Hij werd op 2 februari 1914 geboren en overleed op 3 juni 1990. Hij was getrouwd met Aaltje Thijen. Zij werd geboren op 2 februari 1917 te Wapse en overleed op 14 juni 1999.
Jan Pot was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd geboren op 3 augustus 1918 in Wittelte en overleed op 12 november 1987. Hij was getrouwd met Margje Moes. Zij werd geboren op 28 oktober 1918 in Deever en overleed op 27 maart 1972.
De heemkundige vereniging uut Deever presenteerde op zaterdag 18 februari 2013 de publicatie ‘Veldnamen van de gemiente Deever omstreeks 1832’. Dorpskrachten van de heemkundige vereniging hebben ruim vijf jaar aan deze uitgave gewerkt. Van deze publicatie is helaas maar een beperkt aantal exemplaren gedrukt en verkocht. Veel mensen beseffen de cultuurhistorische waarde van de veldnaam niet.
In 1811 werd in Nederland het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Het proces van kadastrering werd in 1832 voltooid. In het kadaster werd h
et eigendom van grond op systematische wijze vastgelegd. Dat was in de gemiente Deever niet zo moeilijk, want bijvoorbeeld iedereen in Wittelte wist wel welke akker de veldnaam Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust had en wie de eigenaar daarvan was. In de genoemde publicatie zijn de veldnamen uit 1832 vastgelegd, welke nieuwe namen na deze periode zijn ontstaan, als gevolg van opdeling of samenvoeging, is niet terug te vinden in deze publicatie.
Het kan best zo zijn dat de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust in 1832 nog niet bestonden. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden deze veldnamen nog in de volksmond gebruikt, wat ook uit bijgaand artikeltje mag blijken. Maar wie weet heden ten dage de Bloemakker, de Kleine Ouwel of het Hoendernust nog te vinden ?

Posted in Aarfgood, Brink, Café Brinkzicht, Cultuurhistorie, Dorpskracht, Veldnaam, Wittelte | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Restanten van de kalkovens

An de Deeverbrogge zijn langs de provinciale weg tussen de Deeverbrogge en de Gowe restanten aanwezig van een kalkovencomplex, gesticht in 1925 als schelpkalkbranderij en in dat jaar omvattende twee schelpkalkovens en een leschhuis. Leter is het complex uitgebreid met een transporteur, een derde oven en een schelpenbreker. De derde oven en het leschhuis zijn in 1959/60 echter afgebroken, zodat nu nog de twee oudste identieke ovens resteren en het geraamte van de transporteur.
De restanten liggen in de buurt van Drentsche Hoofdvaart, die van belang was voor de aanvoer van de grondstof schelpen, de brandstof turf en de afvoer van het product schelpkalk.
Het zijn de restanten van twee flesvormige kalkovens van het sedert 1860 door de Alkmaarse koopman W.F. Stoel verbeterde schachtoven-type. De te halver hoogte taps toelopende schacht van de ovens is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde zachtrode baksteen en heeft enkele lichtgetoogde lucht-, laad- en los- en kijkgaten; de slanke cilindrische schoorsteen is opgetrokken uit helderrode strengperssteen, heeft klimijzers en ijzeren banden; de top wordt benadrukt door een even uitgemetselde rand. Tussen beide ovens in staat nog het geraamte van een ijzeren transporteur.
De restanten van het kalkovencomplex zijn van cultuurhistorisch en industrieel-archeologisch belang monument vanwege de geschiedenis van de Nederlandse schelpkalkbranderij in het algemeen en die van de provincie Drenthe in het bijzonder, de betekenis van het complex voor de 20ste-eeuwse economie van Drenthe en de gemeente Diever in het bijzonder en de herinnering aan deze in de 20ste eeuw aldaar bloeiende bedrijfstak, het feit dat (restanten van) schelpkalkbranderijen in Drenthe, maar ook in Nederland inmiddels zeer zeldzaam zijn geworden, vanwege het hiervoor vermelde type met een relatief kleine middellijn en een grote hoogte en vanwege de historisch belangrijke ligging aan een waterweg en een provinciale weg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie hoopt niet dat de flinke groep dorpskrachten (Deevebroggers, Deevebroggenaren, Broggers, Broggenaren of hoe noemen zij zichzelf eigenlijk ?), die de samenstellers van het boek ‘An de Brogge’ zijn, de cultuurhistorisch waardevolle kalkovens zijn vergeten te beschrijven in hun boek, dat in 2014 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de heemkundige vereniging uut Deever is verschenen.
Hopelijk zijn de dorpskrachten niet vergeten in hun boek enige ‘annekkedotes’ op te nemen van de arbeiders van de kalkovens.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 1 april 2005 (geen grap) gemaakt.  

Posted in Aarfgood, An de Deeverbrogge, Bedrijf, Boek An de Brogge, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Economie | Leave a comment

Het reglement van de Lijkwagendienst uit 1912

In het Deevers Archief bevindt zich een exemplaar van het reglement van de Vereniging “Lijkwagendienst” voor de gemiente Deever. Het reglement is vastgesteld op 23 december 1912. Het exemplaar is afkomstig uit het papieren archief van de erven Hendrik Donker uut Woater’n (de aandere kaante van de bos).
De lijkwagendienst was de voorloper van de begrafenisvereniging en was mede het gevolg van het opheffen van de boermarken, de verminderende sociale binding binnen boerengemeenschappen, de groei van de dorpen en de verwatering van het noaberschop. Door de noabers hen de kaarkhof gebracht worden op een boerenkar is op een gegeven moment uit de tijd geraakt.   

Reglement van de Vereniging “Lijkwagendienst” voor de gemeente Diever
Artikel 1
De vereeniging “Lijkwagendienst” voor de gemeente Diever stelt voor begrafenissen beschikbaar een lijkwagen met toebehoren.
Artikel 2
Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot 1 januari.
Artikel 3
Leden zijn zij, die vóór 1 februari 1913 hunne contributie betaald hebben.1
Artikel 4
Na 1 februari 1913 worden nieuwe leden slechts toegelaten met den aanvang van een nieuw vereenigingsjaar.
Personen die in den loop van een vereenigingsjaar zich metterwoon in de gemeente vestigen, of een zelfstandig gezin vormen, kunnen onmiddelijk lid worden, mits binnen een maand na de vestiging of na de gezinsvorming zich daarvoor aangevende tegen betaling der volle contributie. Laten zij dezen termijn voorbijgaan, dan is de eerste zinsnede van dit artikel van toepassing.
Artikel 5
De contributie wordt jaarlijks vastgesteld en geïnd in januari. Wie niet betaalt wordt geacht niet meer lid te zijn.
Een eventueel tekort wordt gedekt door een hoofdelijke omslag over de leden.
Artikel 6
Het lidmaatschap eindigt ook door bedanken of vertrek uit de gemeente Diever. Als een lid sterft, gaat zijn lidmaatschap over op wie dan als ’t hoofd van ’t gezin wordt beschouwd.
Artikel 7
Het bestuur bestaat uit 7 leden, waarvan 3 in Diever, 1 in Wapse, 1 in Wittelte, 1 in Wateren en 1 te Dieverbrug en omstreken.
Op den in artikel 8 bedoelde algemeene vergadering treden ieder jaar 3 of 4 bestuursleden af volgens rooster. Ze zijn herkiesbaar.
Het bestuur verdeelt de functies onderling.
Artikel 8
Elk jaar wordt in Januari een algemeene ledenvergadering gehouden. De agenda bevat onder andere rekening over het afgeloopen, en behandeling der begrooting voor het komende dienstjaar.
Artikel 9
Indien 40 leden het verlangen, is het Bestuur verplicht binnen 14 dagen een buitengewone vergadering te beleggen.
Artikel 10
Het rijden van den wagen en ’t schoonhouden van dezelve en ’t schuurtje enzovoort, wordt door het Bestuur geregeld.
Artikel 11
Het gebruik van den wagen is voor leden kosteloos. Indien hij buiten de gemeente Diever gebruikt wordt door een lid, is deze verplicht, de meerdere onkosten te betalen tegen een door het Bestuur vast te stellen tarief.
Armlastigen hebben kosteloos ’t gebruik van den wagen.
Artikel 12
Aanvraag van den wagen geschiedt bij den Secretaris, minstens 2 x 24 uur voor de begrafenis (buitengewone gevallen uitgezonderd).
Artikel 13
Bij meerdere aanvragen op één dag, gaat de eerste voor. De Secretaris kan door schikking in de uren der begrafenis, trachten aan meerdere aanvragen te voldoen.
Artikel 14
Stemming over personen geschiedt schriftelijk, over zaken mondeling; bij staking beslist het lot. Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid der op de vergadering uitgebrachte stemmen.
Artikel 15
Geen voorstellen ter verandering van dit Reglement worden behandeld, tenzij minstens 1/4 der op de vergadering aanwezige leden of het Bestuur zulks verlangd.
Artikel 16
In onvoorziene gevallen beslist het Bestuur.

Alsdus vastgesteld in de vergadering van 23 december 1912.
Het Bestuur:
J.B.M. van Dalfsen, Voorzitter
A. Kloeze, Secretaris
J. Mulder Wzn., Penningmeester
R. Haveman
A. Kruit
S. Benthem

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-11-24
Het bestuur bestond bij vaststelling van het reglement niet uit 7 reglementaire leden, maar uit 6. Deever was vertegenwoordigd met 4 leden, Wapse met 1 en deDeeverbrogge met 1. Wittelte en Woater’n waren niet vertegenwoordigd. Opvallend is dat Zorgvlied in artikel 10 niet wordt genoemd.
J.B.M. van Dalfsen was de predikant Jochem Berend Martinus van Dalfsen. Hij is geboren op 11 juli 1978 in Aalsmeer en is overleden op 6 mei 1957 in Zutphen. Hij was van 1905 tot 1931 dominee in de hervormde kerk van Diever.
A. Kloeze was de dorpsmid Albert (Aubert) Kloeze uut de Heufdstroate in Deever. Hij is geboren op 18 maart 1873 in Veeningen (Zuidwolde) en is overleden op 15 mei 1944 in Deever. Nazaten van Albert Kloeze wonen nog in Deever.
J. Mulder Wzn, was boer Jan Mulder uut de Heufdstroate in Deever, zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht. Nazaten van hem wonen nog in de gemeente Deever.
R. Haveman was boer Roelof Haveman uit Wapse. Roelof Haveman is geboren op 17 februari 1858 en is overleden op 9 oktober 1941.
De gegevens van A. Kruit zijn nog niet gevonden.
S. Benthem was café-logementhouder Sjoert Benthem van de Deeverbrogge. Sjoert Benthem is geboren op 18 november 1864 an de Deeverbrogge, hij is overleden op 50-jarige leeftijd op 20 maart 1915 an de Deeverbrogge. Was hij toen nog bestuurslid van de Lijkwagendienst ? Zou hij na zijn dood ook met de lijkwagen van de Deeverbrogge hen de kaarkhof van Deever zijn vervoerd ? Of besloot zijn familie hem toch maar met de kiddewaegen naar zijn laatste rustplaats op de kaarkhof van Deever te brengen ?

In artikel 10 van het reglement is sprake van ’t schuurtje. Daarmee wordt het gebouwtje voor de lijkwagen van de Lijkwagendienst op het marktterrein aan de Bosweg in Deever bedoeld, zoals deze is te zien op een op 3 oktober 2012 gemaakte foto. De baander zit aan de andere kant van het schuurtje. Bij de bouw van het schuurtje moet een vergissing zijn gemaakt, want de achteringang van het schuurtje zit goed beschouwd aan de kant van de Bosweg.
Het schuurtje van de Lijkwagendienst is eigendom van de ondernemersvereniging in het dorp, maar die heeft het schuurtje al jaren lang niet meer onderhouden.
De plaatselijke heemkundige vereniging is van mening dat het honderd jaar oude schuurtje, waar de lijkwagen stond van grote waarde is voor het dorp. De vereniging hoopt dat de gemeente het gebouwtje van de ondernemersvereniging wil overnemen. De ;plaatselijke heemkundige vereniging staat te popelen om met behulp van dorpskrachten het schuurtje een grote opknapbeurt te geven. De gemeente wil het bouwvallige schuurtje niet overnemen, vanwege de bezuinigingen, zij wil juist zoveel mogelijk voorzieningen en panden en projecten privatiseren en wil daarom geen panden aankopen. Ook niet voor het symbolische bedrag van 1 euro ? De dorpskrachten doet de rest wel.

De Mepperler Courant van 9 april 2012 meldt het volgende:
Het lijkwagenhuisje aan de Bosweg in Diever heeft een schoonmaakbeurt gehad. Samen met drie vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever heeft Rian van de Berg donderdag het huisje van de buitenzijde schoongemaakt. Het honderd jaar oude lijkwagenhuisje is eigendom van de ondernemingsvereniging Diever. Die heeft het gebouwtje aangeboden aan de historische vereniging. Die wil het stukje erfgoed graag voor Diever behouden, maar het onroerend goed niet overnemen. In een schrijven aan de ondernemigsvereniging verzoekt het bestuur van de historische vereniging de handelsvereniging contact op te nemen met het gemeentebestuur van Westerveld om het lijkwagenhuisje over te nemen. De historische vereniging heeft wel toegezegd de onderhoudswerkzaamheden voor haar rekening te nemen. Een eerste bespreking over de toekomst van het gebouwtje heeft inmiddels plaatsgevonden, maar duidelijkheid is er nog niet.

Posted in Aarfgood, Atlas van de gemeente Diever, Bosweg, Canon van de gemeente Diever, Diever, Dorpskracht, Kerk aan de brink, Lijkwagendienst | Leave a comment

De vergeten veldnamen in de gemiente Deever

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 17 september 2012 verscheen het volgende mini-berichtje.

Boekwerkje bijna afgerond
Diever – Over enkele maanden presenteert de werkgroep van de Historische Vereniging Gemeente Diever het boekje met veldnamen in de voormalige gemeente Diever. Momenteel wordt hard gewerkt aan de afronding van de laatste items. Het is de bedoeling het boek met daarin de historische namen begin volgend jaar te presenteren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijzonder veel respect voor het langdurende en geduldige uitzoeken van zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever.
Wel moet beseft worden dat het boekje niet alle ooit gebruikte veldnamen bevat, want het is bekend dat aan stukken land door de tijd heen een andere naam kan zijn gegeven, niet alles was en is naspeurbaar.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude namen van bouw- en weidegronden verdwenen.
Een veldnaam is soms terug te vinden op een straatnaambordje. Soms ligt zo’n straat niet op de plek van het op het straatnaambordje vermelde veld.
Zo nu en dan heeft de voorkant van het gelijk een cultuurhistorische oprisping en mogen de veldnaam-deskundigen van de plaatselijke heemkundige vereniging komen opdraven om aan straten in een dorpsuitbreiding een veldnaam te geven.
De redactie ziet graag dat ‘de veldnamen’ op de lijst van te koesteren ‘immaterieel cultureel erfgoed’ van de gemiente Westenveld worden opgenomen.
De redactie ziet dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever in haar webstee op de bladzijde Publicaties totaal geen aandacht besteed aan deze publicatie. Waarom is de belangrijkste publicatie van deze vereniging niet gewoon te koop ?

abracadabra-482

Posted in Aarfgood, Landbouw, Veldnaam | Leave a comment

Bolder’n is een traditie die nooit verloren zal gaan

In Deever wordt gelukkig nog door een beperkt aantal mannen een spel gespeeld, dat vroeger werd aangeduid met de naam bolder’n, tegenwoordig ook wel onterecht blok gooi’n (met een verzwaarde houten bal naar een houten blok gooien) genoemd.
De redactie van het Deevers Archief weet zeker dat in het dorp Roden heden ten dage wordt gebolderd. Daar wordt elke donderdagmiddag gespeeld op het Moltmakersstuk, een restant stuk heidegrond ten zuiden van het Mensingebos van Roden op de grens van Alteveer.
Het vermoeden bestaat dat dit spel ook nog in Dwingel wordt gespeeld of misschien daar al niet meer wordt gespeeld. De redactie van het Deevers Archief zal hier bij gelegenheid onderzoek naar doen.
Vroeger werd ebolderd aan het begin van de Bolderhook an de weg hen de Deeverbrogge en werd ook in Oldendeever ebolderd op de hof van Geert Kok en misschien ook wel op andere plekken in de gemiente Deever, later bij het Openluchtspel, in de winter ook wel in de bos op het gemeentelijke kampeerterrein, tegenwoordig op een speelveld an de Dwasdrift in Deever. De redactie weet niet of en waar in Wittelte en Wapse ebolderd wödde.
In een ander bericht zal worden ingegaan op de spelregels.
Hier wordt vooralsnog een omstreeks 1955 door drogist en huisschilder Hendrik Mulder (die in de volksmond Henduk Moessie of Moessie Peep genoemd; alle Mulders hadden vrogger in Deever een bijnaam) gemaakt kleurenpositief van ut bolder’n op de Bolderbrink bij de ingang van het openluchttheater. Ut blok steet in ‘midd’n van de foto. De mann’n bint an ut bolder’n op un sundagmiddag, want see hept allemoal ut sundagse pak an.
In het kader van de verstikkende Shakespirificatie van Deever is de kans aanwezig dat de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk van de gemeente Westenveld het op een akkoordje gooien met de Hoge Heren Van Het Hoge Shakespearetheater en Bolderbrink, de naam van het terrein bij de ingang van het toneelspeeltheater (dat nog steeds niet is overkapt), te wijzigen in Shakespearebrink.

Posted in Aarfgood, Bolder’n, Traditie | Leave a comment

Kaarke an de brink van Deever in 1905

Op 24 augustus 1905 stuurde een zekere mejuffrouw Nel bijgaande ansichtkaart met een afbeelding van de kaarke an de brink van Deever naar mejuffrouw G. IJnzonides in Buitenpost. De kaart is op 25 augustus 1905 gestempeld op het postkantoor in Buitenpost.
De adreskant van de ansichtkaart mocht in die jaren helaas nog niet worden beschreven, vandaar dat mejuffrouw Nel de lege ruimte onder de foto van de oostkant van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren an de brink van Deever gebruikte om met de kroontjespen en met inkt het volgende tekstje te schrijven:
L.G. We zijn nu in Diever. Tot midden volgende week denk ik. Mijn adres is bij R. Bult. We genieten hier van de mooie natuur. Vele groeten van Nel.
Mejuffrouw G. IJnzonides in Buitenpost is mejuffrouw Gerbina Eelcina Simonetta IJnzonides. Zij is op 1 februari 1885 geboren als dochter van huisarts Gerben IJnzonides en Simontje Leeman. Zij trouwde op 30 november 1916 met Jan Wierda.
De redactie van het Deevers Archief vermoedt dat de afkorting L.G. betekent Lieve Gerbina.
Drie zonen van het echtpaar Jan Wierda en Gerbina IJnzonides kwamen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog om bij de fusillade bij Dronrijp.
Mejuffrouw Nel zal een vriendin van Gerbina IJnzonides zijn geweest. Mejuffrouw Nel logeerde op de boerderij van de familie Roelof Bult an de Wittelterweg in Oldendeever. Roelof Bult is geboren op 26 januari 1857 in Oldendeever en is op 3 juli 1933 overleden in Drachten.
De redactie van het Deevers Archief vermoedt dat student-medicijnen Gerben IJnzonides in Groningen bevriend was met student-medicijnen Koert Jacob Bult en dat mejuffrouw Nel via de vader van haar vriendin Gerbina aan het logeeradresje in Oldendeever was gekomen.
De ansichtkaart is een topstuk en behoort tot de oudste ansichtkaarten van het dorp Deever en is daarmee Deevers aarfgood. Ech wè. De kaart (nummer 4210) is uitgegeven door drukkerij H. ten Brink in Möppel. Wie allemaal op de foto bij het kerkgebouw an de brink van Deever staan, dat is jammer genoeg nooit vastgelegd. Let vooral op de glint’n um de kaarketuun (de kaarkhof). Het is bijzonder te betreuren dat in 2019 in het geldverslindende prestigeproces Deever op Drift niet voorzien is in het herstel van deze fraaie glint’n. Let vooral ook op de jongen, die hept allemoale un pette op.

Op 19 mei 2019 stuurde mevrouw Janny Franssens de volgende reactie, waarvoor de redactie haar bijzonder erkentelijk is:
Wat bijzonder leuk deze foto/ansichtkaart. Gerbina IJnzonides was een tante van mijn oma Bergsma, de moeder van mijn moeder. Met vriendelijke groet, Janny Franssens.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Oldendiever, Topstuk | Leave a comment

Greinspoal LXXII stiet an de Olde Willemsweg

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto van greinspoal LXXII (greinspoal 72) (afbeelding 1) gemaakt op 21 november 2014.
In google.nl/maps is een afbeelding te vinden van greinspoal LXXII (greinspoal 72) (afbeelding 2), die gemaakt is in juni 2016. Op deze afbeelding 2 loopt de grens evenwijdig aan de sloot, die aan de linkerkant van de afbeelding is te zien, in de richting van de in 2016 nog bestaande Tilgröppe, die in de achtergrond langs de bosrand loopt. 
Greinspoal LXXII (greinspoal 72)
op de grens van de provincie Drente en de provincie Friesland en daarmee op de grens van de gemiente Deever stön op die doatum in de baarm van de Olde Willemsweg an de kaante van de Tilgröppe.
Dus op de foto ligt het zichtbare deel van de Olde Willemsweg in de provincie Friesland.
Ook deze roestgevoelige gietijzeren greinspoal bevindt zich in een uitstekende staat van onderhoud. De greinspoal is helaas wel bereikbaar met een auto met een aanhangertje, waarop de grenspaal kan worden getild.
Op de greinspoal moet het wapen van de provincie Friesland an de Dreinse kaante van de greinse zijn te zien en moet het wapen van de provincie Drente an de Freese kaante van de greinse zijn te zien. Dat is bij greinspoal LXXII (greinspoal 72) wel het geval.
De redactie zou bijzonder graag zien dat nadat de laatste menselijke bewoners uit dit aanstaande natuurcultureluurlandschap deur de Stoat bint wegeknoojd, dan deze asfaltweg wordt opgebroken en wordt veranderd in een soort van saandweg. De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Asfalteergelijk Van De Gemiente Deever hebben in het verleden te veel saandweeg’n opgeofferd aan het niet-duurzame snelle autoverkeer.

Afbeelding 1

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal | Leave a comment

Ome Kees roskamt de leden van de gemeenteraad

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 10 mei 1957 het volgende bericht over een vergadering van de raad van de gemeente Deever.

Burgemeester van Diever kapittelt raadsleden 
Diever.
In de vergadering van de gemeenteraad uitte de voorzitter, burgemeester Meiboom, zijn teleurstelling over het feit dat bij een gehouden speciale bijeenkomst over het onderwerp ‘Overheid en cultuur’, waar als sprekers optraden de burgemeester van Hilvarenbeek, de heer Meuwese, en dokter Broekema te Diever, van de 11 raadsleden slechts 5 aanwezig waren en van de echtgenotes der raadsleden slechts. Ook al had dit onderwerp -dat toch zeer belangrijk is- niet de belangstelling van de leden persoonlijk, dan toch had spreker verwacht dat ze in het algemeen belang aanwezig waren geweest.

In verband met de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de daardoor nodig geworden ombouw van de Brink was het eveneens dat de openbare verlichting wijziging ondergaat. Het gevraagde crediet van f. 9000,- voor dit doel werd zonder discussie aanvaard.

Aan de Jeugdraad Diever werd een subsidie van f. 500 in uitzicht gesteld, zijnde de helft der totale kosten, voor het houden van een zogenaamd ‘vacantiespel’ voor de schooljeugd. Het is de bedoeling van de jeugdraad gedurende de week van 22-27 juli aanstaande de kinderen van de vierde, vijfde en zesde klas van alle lagere scholen in de gemeente onder deskundige leiding een verantwoorde ontspanning te bieden.

Besloten werd tot de bouw van 5 dubbele woningen en wel 2 te Wittelte en 3 aan de Kloosterstraat te Diever. Eveneens werd besloten deze woningen van een warmwatervoorziening te voorzien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw -toen de Deeversen nog gezagsgetrouw waren- meende burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) het zich blijkbaar te kunnen veroorloven in een nota bene openbare vergadering van de raad van de gemiente Deever eens even flink de roskam te halen over de leden van de raad.
Overheid en cultuur ? Gemeentelijke overheid en cultuur ? Gemiente Deever en cultuur ? Ome Kees en cultuur ? Ome Kees en openluchtspel-cultuur ? Ome Kees en cultuurzolder-cultuur ? Waarschijnlijk beviel het ome Kees niet dat bij het afwerken van punten van zijn eigen agenda naar zijn zin te weinig ja-knikkers in de zaal zaten..
In het krantenbericht wordt over de grote vernieling van de Brink van Deever in 1956/1957 na de bouw van het nieuwe gemeentehuis verzachtenderwijs geschreven over de ‘nodig geworden ombouw van de Brink’. Het nieuwe gemeentehuis was niet aangepast aan de oeroude Brink, nee de oeroude Brink moest na de bouw van het nieuwe gemeentehuis worden aangepast aan het megalomanistische bouwwerk. Maar blijkbaar stond het onderwerp ‘Overheid en behoud van cultureel erfgoed’ niet op de agenda van ome Kees.
Wie heeft herinneringen aan het zogenaamde ‘vacantiespel’ ?
De vijf (niet drie) dubbele woningen an de Kloasterstroate in Deever zijn in 2014 afgebroken. De warmwatervoorziening in de vijf dubbele woningen zal een geiser zijn geweest ? Wie het weet mag, die mag het zeggen.

Reactie van de heer Wobke Vermaat, versie van 2016-10-13
Ik ben opgegroeid (familie Vermaat) in één van de dubbele woningen in de Kloosterstraat.
De warmwatervoorziening in de dubbele woningen was inderdaad een geiser.
(redactie: Wobke Vermaat’s vader was leraar aan deze ULO-school; de familie Vermaat woonde op nummer 18 in de Kloosterstraat).

Abracadabra-1283

Posted in Aarfgood, Cultuur, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Jan Cornelis Meiboom, Kloosterstraat | Leave a comment

De huisjes van de Stichting Sint Anthony Gasthuis

Op bijgaande afbeelding van een zwart-wit foto (afdruk van een 6 cm bij 6 cm negatief), die in april 1976 door een fotograaf van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is gemaakt, is in een min of meer oorspronkelijke staat de voorgevel van de huisjes van de toen nog bestaande liefdadigheidsinstelling Stichting Sint Anthony Gasthuis van de familie Verwer naast het kerkgebouw van de rooms-katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied an de aandere kaante van de bos te zien.
De voordeur in het midden van het rijtje van vijf woningen bood via een tot de achtergevel doorlopende gang toegang tot twee woningen. Alleen die twee woningen hadden un dakkapelle an de kaante van de Dorpsstroate.
De huisjes in hun oorspronkelijke staat waren Deevers aarfgood, ech wè.
De redactie heeft enige berichten over de Stichting Sint Anthony Gasthuis in het Deevers Archief opgenomen; de bezoeker gelieve voor het openen van deze berichten te klikken op de categorie Sint Anthony Stichting onder aan dit bericht.

Posted in Aarfgood, De aandere kaante van de bos, Sint Anthony Stichting, Zorgvlied | Leave a comment

Zoals je ziet ben ik nog te Diever

Ansichtkaarten zijn een belangrijke bron van gegevens voor het schrijven over vrogger in de gemiente Deever.
De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is op zondag 23 juli 1939 in Deever in het postkantoor an de Heufdstroate gestempeld, wellicht door postkantoorhouder Lambert Schoemaker.
Een ansichtkaart van dit type wordt een vierluik genoemd; op de kaart worden vier kleine fotootjes getoond, in dit geval gebouwen in het dorp Deever. De vier kleine fotootjes staan elk apart ook afgebeeld op een gewone ansichtkaart.
Aan de linkerkant van de ansichtkaart is het café Centrum van Berend Slagter an de Kruusstroate te zien; dit nu wit geschilderde gebouw bestaat in enigszins verbouwde vorm nog steeds.
Boven in het midden van de ansichtkaart is het café Brinkzicht van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te ziet, dit gebouw bestaat in enigszins verbouwde vorm nog steeds.
Onder in het midden van de ansichtkaart is de oude kerk van de gereformeerde geloofsgemeente an de Kruusstroate te zien, dit gebouw -met uitzondering van het torentje- bestaat niet meer, op deze plek staat nu een andere kerk van de gereformeerde geloofsgemeente, die Kruiskerk is genoemd, maar gelukkig wel met het oude torentje. Het oude torentje moet toch èch wè as Deevers aarfgood worden beschouwd.
Aan de rechterkant van de ansichtkaart is de kaarke an de brink van Deever te zien. De kaarkhof (ook wel kaarketuun genoemd) was volkomen terecht afgezet met glint’n. De kaarkhof of kaarketuun behoort duidelijk niet tot de niet-origineel Saksische brink van Deever. De al in 1939 sterk vervallen kerk aan de brink is in 1956/1957 grondig gerestaureerd.
Het is jammer dat het fotootje aan de linkerkant van de ansichtkaart iets wordt overlapt door het fotootje boven in het midden van de ansichtkaart; dat was helemaal niet nodig.
De ansichtkaart is op vrijdag 21 juli 1939 door Joop geschreven aan mejuffrouw Mathilde L. Groenewoud, Wilhelminastraat 39, Den Haag. Afzender Joop schreef de volgende tekst op de achterkant van de ansichtkaart:
Zooals je ziet ben ik nog te Diever. Zondag als ’t goed weer is, ga ik met Cor een tocht maken en ga dan in Meppel slapen en Maandag naar huis, trein Roosendaal, verder fietsen. Ik kom misschien nog wel eens naar den Haag, maar er ligt zooveel werk thuis, dat ik er nu tegenop zie. Wees hartelijk gegroet van Cor en Joop en tot een volgende keer.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Café Balsma, Café Centrum, Diever, Gereformeerde kerk, Kerk aan de brink | Leave a comment

Greinsstien langs de Voart tussen Wittelte en Uffelte

De redactie van het Deevers Archief heeft de navolgende kleurenfoto op zaterdag 16 augustus 1997 gemaakt.
Op de foto is de greinsstien langs het fietspad van de provinciale weg langs de Drentsche Hoofdvaart tussen Wittelte en Uffelte op de grens van de gemiente Deever en de gemiente Oavelte te zien. Komende van de kant van Uffelte was op de greinsstien de naam Diever en het wapen van de gemiente Deever te zien. Rechts op de achtergrond ligt in de weg de Stienbaarger bochte. De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk, onder aanvoering van burgemeester Jan Cornelis Meiboom, moeten wel een vergunning voor het plaatsen van deze gemeentelijke grenssteen in de berm van de provinciale weg hebben losgepeuterd bij de provincie Drenthe.
Om de sokkel van de greinsstien zijn nota bene 10 betontegels van 30 cm bij 30 cm aangebracht, waarschijnlijk om te voorkomen dan de greinsstien door lang gras minder goed zichtbaar zou kunnen worden.
Op 1 januari 1998, ’s nachts om 0.00 uur, als een soort van kreupele start van de gemeente Westenveld, moesten de nijvere gemeentearbeiders (van de gemiente Diever ?) in opdracht van de verse Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk, vooruit voor één keer dan, meedoen met de oeroude traditie van het oldejoars sleep’m.
De nijvere mannen moesten alle blikstienders mooie greinsstien’n van de gemiente Deever hen ut gemientehuus an de brink van Deever sleep’m om daarna in gestrekte draf en met gezwinde spoed te kunnen worden gedeporteerd naar een puinbreker.
Welke wakkere en zonder twijfel echte Deeverse heeft zich geen oor aan laten naaien en heeft zich ontfermd over deze gloepens mooie greinsstien ?? Driewerf hulde voor deze held: hulde, hulde, hulde !! Zo’n greinsstien is toch èch wè Deevers aarfgood. Zo’n greinsstien steet èch wè good op un Deevers aarf.
Deze greinsstien is nu te bewonderen vóór het huis met adres Meulakkers 20 in Deever. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie een foto van andere greinsstienen op hun oorspronkelijke plek bezorgen ?

Posted in Aarfgood, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Deeverse oorlogsgrafstenen staan bijna in Duitsland

In het ontzagwekkende Museum Collectie Brands – ga vooral daar eens kijken- in Nieuw-Dordrecht, in het zuidoosten van Drenthe, op nog geen vijf kilometer van de Duutse greinse, zijn de grafsteen van het oorlogsgraf van vader Nicolaas Houwer en de grafsteen van het oorlogsgraf van zoon Klaas Houwer gelukkig wel bewaard gebleven. Zie de twee bijgevoegde kleurenfoto’s.
De twee grafstenen, die èch wè tot ut Deeverse aarfgood beheurt, ook al staan ze in Nieuw-Dordrecht, zijn bewaard gebleven dank zij de onstuitbare verzamelwoede van topverzamelaar Jan Brands. Hij verzamelde weliswaar voorwerpen, maar het ging hem daarbij vooral om het verhaal bij de voorwerpen. Bij deze twee Deeverse oorlogsgrafstenen is wis en zeker een verhaal te vertellen. Zie onder meer de berichten Frits Habener is de moordenaar van 10 april 1945 en Plotseling en wreed stond de dood voor de broers.
Deze twee kleurenfoto’s zijn op 5 februari 2019 gemaakt door Henk Meijer, fotograaf van het Museum Collectie Brands. De redactie van het Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor zijn moeite deze foto’s te willen maken en voor zijn toestemming deze foto’s in het Deevers Archief te mogen tonen.
De twee oorlogsgrafstenen stonden op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee’j Deever bij de graven van de andere oorlogsslachtoffers,  maar zijn bij of na de overdracht van de grafrechten van de familie van beide mannen aan de Oorlogsgravenstichting op 1 januari 1964 (en niet op 13 april 1965, twintig jaar na de begrafenis van beide mannen ?) zeer erg helaas door die stichting vervangen door die kille, steriele en anoniemachtige standaardgrafsteen van die stichting.
De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk van de gemiente Deever, onder aanvoering van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) hebben in 1964 blijkbaar geen enkele moeite gedaan deze oorlogsgrafstenen voor de gemiente Deever te behouden.
De grote vraag is natuurlijk hoe kwam de niet te stoppen superverzamelaar Jan Brands achter het feit dat de Oorlogsgravenstichting op 1 januari 1964 of daarna de twee voor haar overbodig geworden Deeverse oorlogsgrafstenen kwijt moest ?
De medewerkers van Museum Collectie Brands hebben wel moeite gedaan de letters, cijfers en tekens op de oorlogsgrafstenen die meer dan zestig jaren in weer en wind hebben gestaan, weer goed leesbaar te maken. Daarvoor driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. Daarvoor dank aan de conservator mevrouw Hilde van den Berg.
Nu kunnen we lezen dat op de oorlogsgrafsteen van vader Nicolaas Houwer staat:
Onschuldig werd hij uit het leven weggerukt door de wreede vijand 2 dagen voor de bevrijding.
Nu kunnen we lezen dat op de oorlogsgrafsteen van zoon Koop Houwer staat:
Zijn jong leven eindigde 2 dagen voor de bevrijding door vijands wreede moordenaars hand.
De redactie verwijst voor de volledigheid naar de met dit bericht verband houdende berichten Het oorloggraf van Nicolaas en Klaas Houwer en Nicolaas en Klaas Houwer zijn niet geruimd.

Bij de navolgende afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1965 is het volgende te berichten.
In de Tweede Wereldoorlog woonden in dit huis aan het begin van de Bosweg (nu Bosweg 4) in Deever het echtpaar Nicolaas Houwer en Willempje Been en hun kinderen Koop, Albert, Margje en Christina (Stina). Ze hadden wat land op de Noordesch waarop een en ander werd verbouwd en ze hielden een paar varkens. Nicolaas Houwer werkte bij de Concordia an de Deeverbrogge.
Op 10 april 1945 waren Willempje Houwer-Been, Margje Houwer en Christina (Stina) Houwer getuige van wat op die dag op en om het marktterrein gebeurde. Op de afbeelding is het huis te zien, nadat Gerard Krol dit huis had laten ombouwen tot pension.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Ansichtkaart, Kerkhof, Oorlogsgraf, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Nicolaas en Klaas Houwer zijn niet geruimd

De redactie van het Deevers Archief publiceerde in het Deevers Archief het bericht De oorlogsgraven van Koop en Nicolaas Houwer. Naar aanleiding van de in dat bericht gestelde vragen ontving de redactie op 30 januari 2019 de navolgende reactie van de dienstdoende ambtenaar van de gemeente Westenveld, gevestigd in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.  De redactie is de dienstdoende ambtenaar van de gemeente Westenveld zeer bijzonder erkentelijk voor zijn snelle reactie. Desalniettemin nochthans evenwel zijn niet alle gestelde vragen beantwoord en roepen de onduidelijkheden in de reactie ook weer enige vragen op.

Op de openbare begraafplaats in Diever zijn meerdere graven van oorlogsslachtoffers die tijdens de tweede wereldoorlog zijn omgekomen.
Oorlogsgraven zijn te onderscheiden in:
– militaire rijksgraven: dit zijn graven van Nederlandse en geallieerde militairen.
– civiele rijksgraven: dit zijn graven van Nederlandse burgers (meestal verzetsstrijders);
– stichtingsgraven: dit zijn graven die eigendom zijn van de oorlogsgravenstichting;
– particuliere graven: dit zijn graven van Nederlandse burgers (meestal represaille slachtoffers) die eigendom zijn nabestaanden/rechthebbenden.
Op de openbare begraafplaats in Diever bevinden zich:
– 7 militaire graven in vak E, rij 5, nummers 26 tot en met 32;
– 5 stichtingsgraven in vak I, rij 3, nummers 7, 9, 11, 13 en 14;
– 6 particuliere graven in vak I, rij 3, nummers. 2, 3, 5, 12, 15 en 17;
– geen civiele rijksgraven.
Na de oorlog waren op de openbare begraafplaats in Diever alleen militaire rijksgraven en particuliere graven.
Het onderhoud aan de particuliere graven neemt in de loop van de jaren vaak af, omdat nabestaanden overlijden of vanwege minder belangstelling of aandacht. Nabestaanden/rechthebbenden van een oorlogsslachtoffer kunnen de rechten van een particulier graf overdragen aan de oorlogsgravenstichting. Van oorlogsgraven op de begraafplaats in Diever zijn de rechten van 6 particuliere graven door de jaren heen overgedragen aan de oorlogsgravenstichting. Deze graven zijn daarmee stichtingsgraven geworden.
De grafrechten van de door u genoemde oorlogsslachtoffers, de heren vader Nicolaas Houwer en zoon Klaas Houwer, zijn op 1 januari 1964 overgedragen aan de oorlogsgravenstichting en is vanaf die datum verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van beide oorlogsgraven. Uit archiefstukken blijkt dat beide genoemde oorlogsslachtoffers op 10 april 1945 zijn begraven in de aangegeven graven en van ruimen of van herbegraven van hun stoffelijke resten is geen sprake. Vader Nicolaas en zoon Klaas Houwer liggen begraven in hun oorspronkelijke graf.
De oorlogsgravenstichting kan monumenten op stichtingsgraven vervangen en meestal wordt dit gedaan als de kwaliteit van het oorspronkelijke monument matig tot slecht is. De oorlogsgravenstichting vervangt monumenten door een standaard (landelijk) herdenkingsmonument. Het mag duidelijk zijn dat beide monumenten pas zijn vervangen, nadat de grafrechten op 1 januari 1964 zijn overgedragen aan de oorlogsgravenstichting. Voor het vervangen van grafstenen op de begraafplaats in Diever is geen vergunning, mits wordt voldaan  aan de voorwaarden, zoals gesteld in de gemeentelijke verordening voor het beheer van begraafplaatsen.
Op uw vraag hoe de oorspronkelijke monumenten in het bezit zijn gekomen bij Museum Collectie Brands in Nieuw Dordrecht moet ik het antwoord schuldig blijven. Maar kan het zijn dat de oorlogsgravenstichting de grafstenen heeft geschonken aan Jan Brands ? Dit zou u kunnen navragen bij de oorlogsgravenstichting of bij het Museum Collectie Brands).
De laatste jaren kiest de oorlogsgravenstichting steeds meer voor het overbrengen van de stoffelijke resten van oorlogsslachtoffers naar het ereveld in Loenen. De oorlogsgravenstichting kiest hiervoor, opdat oorlogsslachtoffers niet worden vergeten en omdat het onderhoud aan de graven op het ereveld in Loenen gegarandeerd is. De verwachting is dat de komende decennia veel meer oorlogsslachtoffers worden overgebracht naar het ereveld in Loenen.
Zoals u (vast) heeft opgemerkt, is hiervoor aangegeven, dat op de begraafplaats in Diever 5 stichtingsgraven zijn en dat 6 particuliere graven zijn overgedragen aan de oorlogsgravenstichting. Vanaf de begraafplaats in Diever zijn op 1 mei 2013 de stoffelijke resten van oorlogsslachtoffer de heer Jan Booiman (vak I, rij 5, nummer 13) overgebracht naar het ereveld in Loenen. De heer Jan Booiman is op 4 april 1924 geboren in Diever en is op 29 juli 1943 gefusilleerd in Rostock (Duitsland). De oorlogsgravenstichting heeft dit besluit in overleg met de voormalige rechthebbenden genomen.
Het onderhoud aan de 6 particuliere graven wordt jaarlijks uitgevoerd door vrijwilligers uit Diever, waardoor nu nog het onderhoud is gegarandeerd en waardoor de nabestaanden/rechthebbenden nu nog geen behoefte hebben deze graven over te dragen aan de oorlogsgravenstichting.

Posted in Aarfgood, Grönnegerweg, Kerkhof, Oorlogsgraf, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Het oorlogsgraf van Nicolaas en Koop Houwer

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papperrassjus scannen en vervolgens die papperrassjus in de oud-papier-bak gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, maar ook volledige jaargangen van tijdschriften, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht bericht. De redactie wil zo één bericht natuurlijk niet onthouden aan de bezoeker van het Deevers Archief.
In het tijdschrift Waardeel, nummer 1, jaargang 2001, van de Drentsche Historische Vereniging is het artikel ‘Gestolde herinneringen. De oorlogsverzameling van Jan Brands’ te vinden. De redactie weet niet wie de auteur van dit artikel is.

Waar het de redactie bij het genoemde artikel met name om gaat is de foto met bijschrift op de eerste bladzijde van het artikel, in dit geval bladzijde 33, zie het bijgaand afgebeelde citaatje uit het hiervoor genoemde tijdschrift.
De foto toont de grafsteen van de Deeverse oorlogsslachtoffer vader Nicolaas Houwer en de grafsteen van de Deeverse oorlogsslachtoffer zoon Koop Houwer. Die stonden in 2001 niet meer op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever. Die stonden in 2001 wel tegen een muur van de boerderij van superverzamelaar Jans Brands in Nieuw-Dordrecht.
De twee grafstenen staan nu in het Museum Collectie Brands in Nieuw-Dordrecht. Zie de hier afgebeelde kleurenfoto van de twee grafstenen.
Vooral het bijschrift bij de foto in het tijdschrift Waardeel is belangwekkend en zorgwekkend. Deze luidt als volgt:
Twee grafstenen. Vader en zoon Houwer werden twee dagen voor de bevrijding door de Duitsers in Zuidwest-Drenthe vermoord. Toen hun graven na jaren werden geruimd, plaatste Jans Brands de grafstenen achter zijn huis.
Nu staan op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever tussen de graven van andere oorlogsslachtoffers twee witte grafstenen. Zie de bijgevoegde twee kleurenfoto’s. Toen hun graven na jaren werden geruimd ?? De volgende vragen liggen voor de hand.
Waar lagen vader Nicolaas Houwer en zoon Klaas Houwer oorspronkelijk begraven ?
Zijn de twee grafstenen na het ruimen van de stoffelijke resten van vader Nicolaas Houwer en zoon Koop Houwer aan familieleden overgedragen ?
Waarom werden de stoffelijke resten van vader Nicolaas Houwer en zoon Koop Houwer geruimd ?
Wanneer werden de stoffelijke resten van vader Nicolaas Houwer en zoon Koop Houwer geruimd ?
Waar zijn de stoffelijke resten van de twee oorlogsslachtoffers gebleven ?
Zijn de stoffelijke resten van de twee oorlogsslachtoffers herbegraven bij de twee witte grafstenen ?
Of zit de bezoeker van de kaarkhof naar twee witte grafstenen op twee lege graven te kijken ?
En als vader en zoon Houwer bij de witte grafstenen zijn herbegraven, waarom konden dan de twee oorspronkelijke grafstenen niet worden hergebruikt ?
Zijn de twee witte grafstenen voor rekening van de Nederlandse staat (de Nederlandse belastingbetaler) geplaatst ?
Zijn voor deze twee graven casu quo grafstenen grafrechten verschuldigd ?
Kortom het is tijd deze vragen te stellen aan de ambtenaar van de gemeente Westenveld die is belast met de exploitatie van de begraafplaatsen in de gemeente Westenveld, in het bijzonder de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever, kantoor houdende in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.

Posted in Aarfgood, Grönnegerweg, Kerkhof, Oorlogsgraf, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Greinspoal XLVI ten noorden van de Verwersweg

In de knik van de grens tussen de gemiente Ooststellingwaarf in de provincie Friesland en de gemiente Deever in de provincie Drente iets ten noorden van de Verwersweg op Zorgvlied staat de zwart-wit-geschilderde goed onderhouden gietijzeren provinciale greinspoal XLVI (greinspoal 46).
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee bijgaande kleurenfoto’s van dit greinspoaltie in de middag van woensdag 19 september 2018 gemaakt. De redactie stond daarvoor met toestemming van de eigenaar in een weiland in de provincie Friesland.
De redactie schat in dat minder dan 1 ‰ van alle inwoners van de gemiente Deever deze greinspoal ooit heeft gezien.
Op een greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat is bij greinspoal XLVI (greinspoal 46) wel in orde.
De redactie van ut Deevers Archief is vastbesloten van alle 40 greinspoal’n op de grens van de gemiente Ooststellingwaarf in de provincie Friesland en de gemiente Deever in de provincie Drente zoveel mogelijk zelf gemaakte foto’s in het ut Deevers Archief op te nemen. Ech wè.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Groevegoeroe is zeker nog wat aan het trainen

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) verscheen op 7 november 2018 het volgende korte berichtje over een lezing over rouwgebruiken in südwest Drenthe op 8 november 2018 in het buurthuis De Wiekslag op Wapservene.

Lezing over rouwgebruiken
Op initiatief van de Historische Vereniging Havelte en omstreken vindt er donderdag om 20.00 uur in De Wiekslag in Wapserveen een lezing plaats over ‘Rouwgebruiken in onze streek’.
Jans Tabak uit Diever laat bezoekers onder meer aan de hand van meegebrachte attributen ervaren hoe de bewoners uit onze dorpen en streken omgingen met rouw.
De leden van de Historische Vereniging Havelte e.o. hebben vrij toegang, niet-leden betalen € 3,- per persoon.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het ronkende en snorkende poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de opening van een groevemuseumpie in ut liekwaeg’nschuurtie bee’j de gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Bosweg in Deever. De redactie verwijst daarvoor naar het bericht ‘Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open .
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het liekwaeg’nschuurtie bee’j de gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Bosweg op maandag 3 september 2018 gemaakt. Toen was in het liekwaeg’nschuurtie nog steeds niet het kleinste museumpje ter wereld gevestigd.
Tot directeur-conservator van het groevemuseumpje is na een zorgvuldige selectieprocedure benoemd de Deeverse tophistoricus en groevegoeroe Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever.
Het kan natuurlijk zo zijn dat de directeur-conservator zich nog niet helemaal zeker voelt in zijn aanstaande belangrijke functie en daarom het jaar 2018 heeft gebruikt om eerst nog wat te trainen en te schnabbelen in de buurthuizen in de dorpen in de omgeving van Deever, bijvoorbeeld in het buurthuis De Wiekslag op Wapservene.
Het zou toch ech wè een dingetje zijn als hij in de toeristenzomer van 2019 in staat zou zijn het enige museumpje in de gemiente Deever (de redactie vient ut Oermuseum in ut Schultehuus an de brink in Deever gien museum, moar un gedoegie in ut vurkeerde gebouw) te openen.

 

Posted in Aarfgood, Bosweg, Museum | Leave a comment

Foto uut 1918 van hunnebed D52 in de Stienakkers

De weledelgestrenge hooggeleerde en hoogdoorgeleerde professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen schreef in 1925 in de atlas bij zijn lijvige opus magnum ‘De Hunebedden in Nederland’:
Het hunebed verkeert in geheel vervallen staat, zoodat zelfs enkele hoofdbijzonderheden nauwelijks herkenbaar zijn; het geheel is dan ook zonder meer niet reconstrueerbaar.
In gewoon begrijpelijk Nederlands schreef hij: het hunnebed bij Deever is een grote onherstelbare in elkaar gevallen hoop stenen.
Van Giffen telde in 1918 in totaal 22 stenen, maar moest bij meer dan de helft van de stenen vraagtekens over de aard en de plaats zetten.
Kortom aan hunnebed D52 an de Grönnegerweg bee’j Deever had nooit mogen worden geknutseld.
Wat de grote hordes beterweters, natuurknutselaars, oerknutselaars, stenenknutselaars, stenenknuffelaars, histerielogen en spitterties wel al lang hadden moeten doen is alle, maar dan ook echt alle begroeiing rond het hunnebed radicaal en voor altijd te blijven verwijderen.
Als voorbeeld mag de foto van hunnebed D52 uit 1918 van professor dr. Albert Egges van Giffen dienen. Het hunnebed D52 lag in 1918 toch maar mooi ontzettend prachtig te wezen ín de Stienakkers an de Grönnegerweg. Mooier kö’j ’t neet krieg’n.

Posted in Aarfgood, Albert Egges van Giffen, Grönnegerweg, Hunnebed D52 | Leave a comment

Twee stervende fageus sylvatica atropunicera

Twee rode beuken (fagus sylvatica atropunicera) an de brink van Deever, die in de tuin vóór het huis met adres Brink 5 staan, zijn vergiftigd, zijn bezig een langzame dood te sterven, en zullen binnen afzienbare tijd moeten worden gekapt.
Zie ook het artikel Wie is de moordenaar van twee beuken an de brink elders in het Deevers Archief.
Deze twee rode beuken zijn in de meer dan honderd jaren van hun bestaan Deevers erfgoed geworden. Ech wè. Een rode beuk kan wel een leeftijd van vierhonderd jaren bereiken.
Het is natuurlijk volstrekt onbestaanbaar en dus volstrekt ondenkbaar dat deze twee oude prachtige en beeldbepalende rode beuken door iemand uit de nabijheid van deze bomen zijn vergiftigd. Ech neet.
Nee, de vergiftelaar zal zeker elders moeten worden gezocht, bijvoorbeeld onder beukenhaters of beukenvernielers van ergens buiten, misschien wel heel ver buiten de gemiente Deever, die er niet tegen kunnen dat aan de niet-origineel Saksische brink van het dorp Deever twee mooie oude prachtige en beeldbepalende rode beuken staan te pronken. Ech wè.
Op de bijgevoegde afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die is verstuurd op 31 augustus 1958, zijn achter het witte hekje langs het voetpad de bedoelde twee rode beuken te zien. Deze twee beuken waren zestig jaar geleden al uitgegroeid tot flinke bomen.
De zwart-wit ansichtkaart is uitgegeven door Lubbert Wanningen, neringdoende in luxe- en huishoudelijke artikelen, die later een cafetaria uitbaatte. Zijn winkel en later zijn cafetaria waren gevestigd in het pand an de Brink waar nu cafetaria ’t Keernpunt is gevestigd.
De redactie prijst zich bijzonder ongelukkig dat hij voor het onverbiddelijke maar noodzakelijke vastleggen van vrogger in de gemiente Deever bijgaande kleurenfoto treurig genoeg toch nog op vrijdag 30 november 2018 toevallig in het voorbijgaan heeft kunnen maken.
De redactie van het Deevers Archief kan het niet nalaten te melden dat hij vindt dat de voorgevel van het huis met adres Brink 5 in augustus 1958 veel mooier en brinkwaardiger was dan in november 2018.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Brink, Toevallige waarneming | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof bij de brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof bij de brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof bij de brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw aan de brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof bij de brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw bij de brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252
Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 2016-05-10:
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Aarfgood, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kerkhof, Rijksmonument | Leave a comment

De bronzen vuurpot uit de Vledder Aa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drentsch Museum in Assen:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drentsch Museum in Assen
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Aarfgood, Albert Egges van Giffen, Oudheidkunde, Vledder Aa, Wapse | Leave a comment

Greinspoal LXXIV stiet bee de vurneelde Tilgröppe

De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto (afbeelding 1) van greinspoal LXXIV (greinspoal 74) gemaakt op 21 november 2014. Deze greinspoal stond op de genoemde datum bij de toen nog bestaande Tilgröppe in de Olde Willem. De greinspoal staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto voor afbeeldingen 2, 3, 4 en 5 van greinspoal LXXIV (greinspoal 74) gemaakt op donderdag 22 november 2019.
Greinspoal LXXIV (greinspoal 74) staat op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland en staat nu bij de vernielde Tilgröppe, daar waar de grens tussen greinspoal LXXIII (greinspoal 73) en greinspoal LXXIV (greinspoal 74) de vernielde Tilgröppe kruist. Zie afbeelding 2, waarop greinspoal LXXIII (greinspoal 73) op de achtergrond en greinspoal LXXIV (greinspoal 74) op de voorgrond is te zien.
Dus greinspoal LXXIV (greinspoal 74) staat aan de Drentse kant van de vernielde Tilgröppe.
Ook deze roestgevoelige gietijzeren grenspaal bevindt zich in een uitstekende staat van onderhoud. Deze grenspaal is alleen te voet of op een bergfiets bereikbaar.

Afbeelding 1
Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Tilgröppe | Leave a comment

De ingang tot het weiland ‘de Helprichskaampe’

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar postuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.
Tussen de documenten zat ook een kleurenfoto, die Anne Mulder omstreeks 1970 heeft gemaakt. Het betreft een foto van het toegangsweggetje naar het weiland met de naam de Helprichskaampe an de Hoarweg in de bos van Deever. Deze tijdloos lijkende foto is het zeker waard uitgegeven te worden als ansichtkaart.
De redactie vermoedt dat de veldnaam de Helprichskaampe niet is vermeld in het voor Deever onvolprezen en uiterst belangrijke cultuurhistorische standaardwerk ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’, dat de heemkundige vereniging uut Deever in 2013 in een te beperkte oplage heeft uitgegeven. In dit standaardwerk zijn de veldnamen van alle percelen in de gemiente Deever op de kadastrale atlas van 1832 verzameld en in kaart gebracht.
Het zou best eens zo kunnen zijn dat het perceel land met de naam de Helprichskaampe na 1832 via vererving of verkoop is ontstaan uit een opdeling van een groter perceel land met een veldnaam, die wél in het genoemde standaardwerk is vermeld en dat het nieuwe perceel pas (ver) na 1832 de naam de Helprichskaampe (het stuk land van Helprich …..) heeft gekregen. De redactie heeft de veldnaam de Helprichskaampe toegevoegd aan de Deeverse erfgoedlijst.
De redactie nodigt bij deze de Heren Veldnamenexperts Van De Heemkundige Vereniging Uut Deever uit te reageren op dit bericht.

Posted in Aarfgood, Veldnaam | Leave a comment

Greinspoal LV bee de Appelsgascheweg-Canada

De redactie van ut Deevers Archief heeft in een apart bericht een lijst van negenendertig grenspaaltjes op de grens van de gemiente Deever die tevens grens is tussen de provincie Drente en de provincie Friesland opgenomen.
Greinspoal LV (greinspoal 55) staat iets ten westen van de Appelschaseweg-Canada.
De redactie heeft de eerste hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op woensdag 19 september 2018.
De redactie heeft de hier afgebeelde tweede, derde, vierde en vijfde kleurenfoto met de herfstkleuren gemaakt op donderdag 22 november 2019.
In google.nl/maps zijn ook afbeeldingen van greinspoal LV (greinspoal 55) te vinden, waaronder bijgaande afbeelding uit maart 2019.
De redactie toont hier een stukje van een topografische kaart uit omstreeks 1932. Op dit stukje kaart zijn de nummers van enige Drents-Friese grenspaaltjes aangegeven, waaronder greinspoal LV (greinspoal 55).
De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Ooststellingwerf hebben helaas pal naast de fraaie goed onderhouden gietijzeren grenspaal een vreselijk storend en schreeuwerig propagandabord neergezet. Het bord staat nog net niet in de gemiente Deever. Maar zou wel moeten worden geëlimineerd.
Gelukkig is de tekst op het bord niet in het Fries weergegeven, dat zou niet zo aardig zijn voor de bewoners van de gemeente Ooststellingwerf die ut Stellingwaarfs (het Stellingwerfs) nog spreken. Ut Stellingwaarfs (het Stellingwerfs) is geen Nederlands dialect maar een Nedersaksisch dialect dat alleen nog door ouderen wordt gesproken in met name de kleine kernen van de gemeenten Oost- en Weststellingwerf.
De redactie zal van elk van de nog aanwezige greinspoal’n op de Dreins-Friese grens in de gemiente Deever een afbeelding in ut Deevers Archief opnemen. Ech wè.
De redactie nodigt bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met foto’s van Deeverse greinspoal’n en een juiste beschrijving van de plaats waar een foto van een Deevers greinspoal is gemaakt.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoal IL an de Monden op Zorgvlied

In de webstee www.lc.nl van de Leeuwarder Courant verscheen op 22 september 2011 het volgende bericht:
Grenspaaltjes Friesland-Drenthe gerestaureerd
ZORGVLIED – Met de herplaatsing van grenspaal 49 op de Fries-Drentse grens bij Zorgvlied is een restauratieproject van de provincie Fryslân voltooid. Van de 148 gietijzeren palen die de grens sinds 1894 afbakenden, waren nog 51 over. Deze zijn allemaal opgeknapt. Beide provinciewapens zijn op de paaltjes te zien.

Greinspoal IL (je mag blijkbaar ook XLIX of XXXXVIIII of XXXXIX noteren) (dat wil zeggen greinspoal 49) op de grens van de provincie Friesland en de provincie Drente staat op Zorgvlied in de gemiente Deever bij camping De Twee Provinciën.
Bij deze greinspoal staat een paaltje waaraan het straatnaambordje ‘De Monden’ is bevestigd. Het gegalvaniseerde paaltje staat op kosten van de gemeente Westenveld in het gebied van de gemiente Deever op ongeveer 20 cm van de grens. Daar komt de gemeente Ooststellingwerf mooi mee weg.
De roestgevoelige gietijzeren greinspoal IL (greinspoal 49) bevond zich op 11 december 2019 nog in een goede staat van onderhoud. De greinspoal is helaas wel kwetsbaar voor diefstal, want gemakkelijk bereikbaar met een auto met aanhanger.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de eerste kleurenfoto gemaakt op 21 november 2014.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de tweede en de derde kleurenfoto, waarop een stukje van de weg met de naam ‘de Monden’ is te zien, gemaakt op woensdag 11 december 2019.
In google.nl/maps zijn ook afbeeldingen van greinspoal IL (greinspoal 49) te vinden, waaronder bijgaande afbeelding uit maart 2019.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoal XLIV an de südkaante van de Verwersweg

In 1886 werden de gemeenten op de grens van Friesland en Drenthe gevraagd het tracé en de markering van de grens te controleren. In 1894 zijn 147 gietijzeren grenspalen geplaatst. Veertig van deze provinciale grenspalen staan op de grens van de gemiente Diever en de gemiente Ooststellingwaarf.
De zwart-wit geverfde grenspalen staan ongeveer 60 cm boven het maaiveld en een even groot deel van de paal zit onder de grond. De palen stonden gemiddeld 500 meter uit elkaar en staan op oude kaarten als GP (grenspaal) met een getal aangegeven.
Grenspaal XLIV (grenspaal 44) staat bij een sloot (een grensslootje) een paar honderd meter ten zuiden van de Verwersweg op Zorgvlied bij een knik in de grens. De gietijzeren en roestgevoelige paal zat in april 2013 keurig in de verf, het lijkt alsof het paaltje in 2012 of 2013 een verfbeurtje heeft gehad. In september 2018 vertoonde de bovenkant van het paaltje al weer enige roeststrepen.
Het is wel zaak het Deeverse aarfgood blijvend goed te onderhouden !
Op de twee kleurenfoto’s is op de achtergrond de Verwersweg op Zorgvlied te zien. De grens loopt aan de linkerkant van de sloot.
Het kan zijn dat de grens tussen de twee provincies van invloed is op de inrichting van het cultuurlandschap, zeg maar het aanharken van de uithoeken van de gemiente Deever.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de eerste foto gemaakt op 9 april 2013, in het vroege voorjaar, met water in de sloot, met bomen zonder bladeren.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de tweede foto gemaakt op woensdag 19 september 2018, in de late zomer, zonder water in de sloot, met bomen met bladeren.

Posted in Aarfgood, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

De Baarg in de 20-er jaren van de vorige eeuw

Burgemeester Hendrik Gerard Van Os fotografeerde de in verval geraakte maar nog aardig op hoogte zijnde Baarg van Wittelte in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Volgens oude Wittelters stonden op de Baarg hulseboss’n.
De uitgestorven familie Bij de Berg moet in Wittelte eeuwen lang bee’j de Baarg (in de buurt van de Baarg) hebben gewoond. Het zou aardig zijn te weten of deze familie, naast de boerderij aan de Wapserveenseweg, waar ze het laatst woonde, eerder ook een andere boerderij dichter in de buurt van de Baarg heeft bewoond.

Abracadabra-237

Posted in Aarfgood, Canon van de gemeente Diever, de Baarg van Wittelte, Opraekelen, Topstuk, Wittelte | Leave a comment

Wie is de moordenaar van twee beuken an de brink ?

Op twee particuliere rode beuken an de brink van Deever vóór het huis met adres Brink 5 hangt een aankondiging over het zoeken van de moordenaars van deze twee onvervangbare bomen.

Gezocht
Tussen januari 2017 en nu zijn deze schitterende, ongeveer 100 jaar oude bomen, slachtoffer geworden van vernieling.
Er zijn gaten in de stammen van onze bomen geboord waar (meerdere keren ?) vergif is ingespoten.
Meerdere experts hebben onafhankelijk van elkaar geconstateerd dat beide bomen deze aanval niet zullen overleven; ze zijn al aan het doodgaan. Vanwege het gevaar voor de omgeving worden ze binnenkort gekapt.
Er is aangifte gedaan bij de politie maar bij gebrek aan een verdachte kan er op dit moment niet gebeuren. Heeft u iets gezien of gehoord ? Iemand die geklaagd heeft over overlast door onze bomen ? Meld het alstublieft aan ons of anoniem bij de politie !
Wij betreuren dit verlies ten zeerste, niet alleen voor het aanzicht van de brink, maar ook voor de leefomgeving van mossen, insecten, vogels en eekhoorns die hier leven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Binnen afzienbare tijd zullen deze twee rode beuken (fagus sylvatica atropunicera), die door de meer dan honderd jaren van hun bestaan heen steeds meer tot het Deeverse erfgoed zijn gaan behoren, door toedoen van een sluipmoordenaar zullen zijn verdwenen.
De redactie prijst zich bijzonder ongelukkig dat hij voor het onverbiddelijke maar noodzakelijke vastleggen van ‘vrogger in de gemiente Deever’ de vier bijgaande kleurenfoto’s treurig genoeg toch nog op vrijdag 30 november 2018 toevallig in het voorbijgaan heeft kunnen maken.
Op de bijgevoegde afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van de niet-origineel Saksische brink van Deever uit omstreeks 1950 zijn de twee rode beuken al flinke beeldbepalende bomen geworden.





Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Brink, Toevallige waarneming | Leave a comment

Korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever

De redactie van het Deevers Archief is een groot liefhebber van korenmolen ‘de Vlijt’ aan de rand van de Westeresch in Oldendeever. Dat dit ouderwetse werktuig tot in lengte van jaren toch maar in een goede staat van onderhoud en werkend mag blijven.
De redactie kon het niet laten en heeft daarom bijgaande kleurenfoto op woensdag 19 september 2018 in het voorbijgaan gemaakt.
De bebouwing aan de linkerkant van de foto rukt wel steeds meer op in de richting van de molen.

Posted in Aarfgood, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Hunnebed van Deever vooral wel en veel beklimmen

Het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger bedacht tot verbijstering en verbolgenheid van de honderdduizenden binnen- en buitenlandse Hunnebeddenbeklimliefhebbers een eigen en juridisch waardeloos verbodsbetuttelbord met de betekenis ‘Hunnebed niet beklimmen’. Zie de bijgaande figuur.
Het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger vindt het beklimmen van hunnebedden erg gevaarlijk.
Je zou toch maar eens van zo één herstapelde en dus al lang niet meer in originele staat verkerende stapel dikke stien’n uut Scandinavië kunnen vallen. Beschikt het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger over betrouwbare gegevens over het aantal en de ernst van de valpartijen van de 53 Drentsche hunnebedden in de afgelopen tien jaren ? Of hebben de doorgeleerde leden van het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger op een regenachtige vrijdagmiddag tijdens een uitgebreide vrijdagmiddagborrel eens flink en lekker op hun dikke duim gezogen ?
Het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger vindt het beklimmen van hunnebedden een ernstige vorm van grafschennis.
De grond onder de gerestaureerde en dus al lang niet meer in ooorspronkelijke staat verkerende en vervangbare stapels dikke stien’n uut Skandinavië is echter al zo vaak geschonden, mishandeld, afgegraven, uitgegraven, vergraven, doorploegd, gezeefd, geplunderd, dat daar dus geen urnscherfje, schedeltje of botje meer is te vinden. Het beklimmen van deze vervangbare en al duizenden jaren in onbruik geraakte stapels dikke stien’n is in de allerverste verre verte niet als grafschennis te beschouwen. Het tonen van urnen en schedels en botjes uit hunnebedden en urnenvelden in het Hunnebeddencentrum van het Hunnenbeddenbezoekersbetuttelteam in Borger, het Drentsch Museum in Assen en het zo genoemde Oermuseum in Deever is als een oneindig veel grotere grafschennis aan te merken. En wat te denken van het serieuze idee van de weledelgestrenge hooggeleerde en hoogdoorgeleerde professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen, die de grond onder alle Drentsche hunnebedden diep door zijn arbeiders liet doorploegen, zich na zijn dood te laten begraven in de steenkistheuvel bee’j ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg bee’j Deever ?
Het zou ook kunnen zijn dat het Hunnebeddenbezoekersbetuttelteam van het Hunnebeddencentrum in Borger zo maar plotseling tijdens een oergezellige vrijdagmiddagborrel vindt dat door het beklimmen ernstige slijtage optreedt aan deze vervangbare en al duizenden jaren in onbruik geraakte stapels dikke stien’n.
Stel dat het bovenste deel van een dikke dekstien per beklimming gemiddeld 0,000000001 meter slijt en stel dat een deksteen ruim geschat 10000 keren per klauter- en klimseizoen wordt bezocht, dan slijt die deksteen 0,00001 meter per jaar, dus ongeveer ten hoogste 1 mm per honderd jaar.
De redactie van het Deevers Archief hoopt ten zeerste dat de door de weledelgestrenge hooggeleerde en hoogdoorgeleerde professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen in 1955/1956 vernielde stapel dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever tot in lengte van jaren door elke, maar dan ook door elke, bezoeker uitgebreid zal worden beklommen.
De redactie van het Deevers Archief vreest dat het betuttelteam van de beheerder van de bossen van de Nederlandse Staat (de eigenaar van de vernielde stapel dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever), het betuttelteam van de heemkundige vereniging uut Deever en het betuttelteam van het zo genoemde Oermuseum uut Deever, met instemming van het betuttelteam van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk, wellicht in de persoon van de cultuurbeleidsbeïnvloeder en monumentenballoteur Bernard Stickfort, het hier afgebeelde verbodsbetuttelbordje (gij zult het hunnebed niet beklimmen) wel heel graag zullen willen plaatsen bij de vele betuttelbordjes bee’j de verropte staepel dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 26 juni 2012 gemaakt.

Posted in Aarfgood, Albert Egges van Giffen, Grönnegerweg, Hunnebed D52 | Leave a comment

Zicht op ut Brinkie en de kleine Peperstroate

De Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer (V.v.V.V) van Deever stelde in 1953 een toeristisch reclameboekje met de erg oorspronkelijke titel ‘Diever’ samen; dit ter gelegenheid van het Openluchtspel. In dat jaar werd in het openluchttheater an de Shakespearebrink (voorheen Bolderbrink) in het Grünedal an de Heezenesch van Deever het door William Shakespeare geschreven toneelstuk ‘Eind goed, al goed’ opgevoerd.
Op bladzijde 25 van genoemd reclameboekje is bijgaande foto afgebeeld van een deel van ut Brinkie en de kleine Peperstroate.
In het huis in het midden en staand an ut Brinkie (is ut Brinkie wel een echt origineel Saksisch brinkje ?) woonde de familie Westerhof. De hier wonende Koop Westerhof overleefde op 10 april 1945 op wonderbaarlijke wijze de Duitse moordpartij op het marktterrein.
In het huis aan de linkerkant en staand an de kleine Peperstroate woonde de familie Roelof Hunneman. De hier wonende Roelof Hunneman overleefde op 10 april 1945 de Duitse moordpartij op het marktterrein niet.
Het monumentale en rijksmonumentwaardige keuterboerderijtje van de familie Roelof Hunneman was in 1953 nog niet rücksichtlos und gründlich ten prooi gevallen aan de megalomane sloopdrift van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd, zijn vrouw werd in de volksmond altijd tante Nel genoemd, zijn hond werd in de volksmond altijd Krentestoete genoemd) en de gelijkgerichten onder de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Sloopgelijk Van De Gemiente Deever.

Posted in Aarfgood, Keuterij, Kleine Brink, Peperstraat, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Waterverftekening van de Peperstroate in Deever

De kunstenaar Jan Planting maakte in de tweede helft van de veertiger jaren van de vorige eeuw (waarschijnlijk in 1948) met waterverf op papier de toen nog fraaie en tekenwaardige Peperstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Het resultaat van deze kunstzinnige werkzaamheid hangt in Drachten in het Museum Dr8888 (Museum Drachten).
Gegevens over deze waterverftekening zijn te vinden in de Collectie Nederland: Museum, Monumenten en Archeologie.
De redactie van het Deevers Archief neemt voor alsnog aan dat de kunstenaar Jan Planting wel een foto als voorbeeld voor zijn waterverftekening heeft gebruikt, maar de redactie is helaas niet bekend met deze foto.
Om de bezoeker van het Deevers Archief toch een indruk te geven van de situatie in de Peperstroate rond 1948 verwijst de redactie naar een zwart-wit ansichtkoate van de Peperstroate.
Flink wat olde huus’n an de Peperstroate werden in de zestiger en zeventiger van de vorige eeuw gründlich en rücksichtlos gesloopt door de megalomanistische burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd, zijn hond werd altijd Krentestoete genoemd) en zijn gelijkgestemden onder de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk. Alleen al de bestrating van de Peperstroate zou op zijn minst beschermd Deevers erfgoed zijn geworden.

Posted in Aarfgood, Kunst, Peperstraat, Tekening, Topstuk | Leave a comment

’t Pothokke in de gemiente Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft in jaar 2007 de zogenaamde Historische Kalender voor het jaar 2008 voor de leden van de heemkundige vereniging uut Deever samengesteld, zo ook de teksten bij de foto’s en de eerste bladzijde met enige uitleg over de betekenis van het pothokke.

Het pothokke staat nu bijna altijd bij boerderijen die al lang niet meer daadwerkelijk in gebruik zijn als boerderij. Wie let er in het vooorbijgaan op ? Wie hecht nu nog belang aan dit kleine huisje ? Toch hoorde het pothokke honderden jaren bij het boerenleven, want in dat kleine gebouwtje werd brood gebakken, melk gekarnd, de was opgekookt, varkensvoer gekookt, het vlees van het geslachte varken verwerkt, geweckt, in de zomer huisde het boerengezin in het pothokke. Een kleine, maar onmisbare ruimte voor het leven op de boerderij in vroeger tijden. Niet alleen nuttig, maar ook aangenaam. In de avonduren trof de jeugd elkaar in het stookhok, er werd in gevrijd, jenever gestookt, geboomd, tabak gedroogd.
De voormalige werkgroep ‘Pothokken in de gemeente Diever’, bestaande uit Dieverse Dorpskrachten, waaronder wijlen Jan Hessels, is vanaf 1999 bezig geweest met het lokaliseren, inventariseren, bestuderen en fotograferen van alle pothokken in de gemeente Diever en zijn de afmetingen, het bouwjaar, de opdrachtgever van de bouw, de bouwaannemer, de aard van de gebruikte materialen, de huidige staat van onderhoud en de huidige bestemming vastgelegd. daarbij zijn de nijvere verzamelaars van gegevens wel vergeten de verhalen bij de pothokken vast te leggen. Het geheel is in 2007 als een losbladig boekwerk ’Pothokken in de gemeente Diever’ uitgegeven. Gelukkig heeft de redactie van het Deevers Archief wel het verhaal uit de mond van wijlen Jan Hessels opgeschreven en dit bericht verwerkt.
In de gemeente Diever stond vroeger bij de meeste boerderijen een pothokke, bij de meeste boerderijen staat gelukkig nog steeds een pothokke. Er waren kleine en grote pothokken. Een klein pothokke was meestal alleen bestemd voor het koken van de pot met varkensvoer. Dat was een grote pot waarin, afhankelijk van het aantal te voeren varkens, enkele keren per week aardappels werden gekookt. In de kookpot ging als regel dree maande eapels, ongeveer vijfenzeventig kilo aardappelen. Als de aardappels gaar waren, dan werden ze met een aparte klauw fijn gestampt.
Het vuur onder de pot werd meestal gestookt van takkenbossen of oude verrotte afrasteringspalen. De takkenbossen stonden in een bult bij de boerderij. Ze stonden in weer en wind. Bij flinke regen werden de takkenbossen behoorlijk nat, wat bij het opstoken veel rookontwikkeling gaf.
De familie Hessels aan de Kruisstraat in Diever had twee binnenpotten. ’s Maandags werd in de buitenpot een geëmailleerde binnenpot geplaatst, waarin de was werd opgekookt. Kinderen moesten vaak het vuur onder de pot stoken. Ook werd in het najaar in de pot water gekookt voor het slachten van het varken. Het warme water was nodig om het haar van het varken te broeien. Het haar kon dan beter van het varken worden verwijderd. Daarna werd in de pot de bloedworst gekookt en vervolgens het zogenaamde kortgoed. Dit waren de kop, de lever en het hart van het varken. Die werden verwerkt in de leverworst en hoofdkaas. Hiervoor werd een grote pot gebruikt.
Bij de familie Hessels aan de Kruistraat stond een wat groter pothokke, dit pothokke bestaat staat steeds (zie de bij dit bericht gepubliceerde foto, die op 20 november 2005 is gemaakt). In het pothokke stond ook een kachel, waarop drie pannen konden worden geplaatst. In de winter werd in de huiskamer gekookt. In de zomermaanden was het in de huiskamer te warm en werd in het pothokke gekookt. Dit was een manier om de warmte van het koken buiten het huis te houden. Ook stond in het pothokke de wasmachine. Dit was een wasmachine, die met de hand moest worden gedraaid. Wijlen Jan Hessels moest ook wel eens draaien. Hij moest dan tweehonderenvijftig slagen draaien. Hij was de tel nog wel eens kwijt, maar begon dan niet opnieuw.
De kachel in het pothokke werd in de regel gestookt met hout en turf of zudden. Grotere pothokken bestonden uit twee gedeelten. In één gedeelte werd in de zomer gegeten. Het was voor de huisvrouw wel gemakkelijk, want de kachel, waarop het eten werd gekookt, was dan dichtbij. Je hoefde daarnaast niet zo ver te lopen met de pannen. Het eten vond plaats naast de pot waar het varkensvoer werd gekookt. Je zorgde dan wel dat je snel at, want het stikte in het pothokke van de vliegen.
In het  pothokke werd veel water gebruikt bij het koken van varkensvoer, bij het slachten, bij het wecken en bij het wassen. Daarom stond het pothokke aan de kant van de pompestroate en kon men via de zijdeur van de boerderij zo het pothokke in lopen.
Vanwege het brandgevaar was het pothokke altijd bedekt met dakpannen, bij voorkeur met cementpannen, omdat deze het meest afdichtend gelegd konden worden. Altijd met dakpannen ? Niet altijd, want in Wapse staat een pothokke mit’n reet’n doake.
Het pothokke heeft in de loop van jaren zijn oude functies verloren. Sommige pothokken zijn helaas afgebroken, maar pothokken kregen vooral een nieuwe bestemming. Uit de inventarisatie van de pothokken in de gemeente Diever blijkt dat het gebruik van het pothokke verrassend veelzijdig is. Veel pothokken zijn helaas in gebruik als fantasieloos baarghokke, maar gelukkig ook veel als fietsenhok, voorraadruimte, kippenhok, konijnenhok, paardenbox, keuken, galerietje, schildersatelier, expositieruimtetje, cv-ketelhuisje, tuinhuisje, garage, strijkkamertje, zomerverblijf, trainingsruimte, washok, kantoor en badkamer.
Dat deze bestemmingen tot voorbeeld moge zijn van de eigenaren, die hun pothokke gebruiken als baarghokke. Ook het kleinste pothokke in de gemeente Diever, met een binnenoppervlak van slecht 3,6 m2, is in gebruik als baarghokke, het verdient een beter lot. In het verleden was op Zorgvlied een pothokke in gebruik als werkruimte van een fietsenmaker.
Elders zijn pothokken in gebruik als winkeltje en als sauna en wie weet wat voor bestemmingen nog meer. Kortom het pothokke is voor veel doeleinden geschikt. Uit de inventarisatie bleek ook dat bij een oude boerderij in 2004 een pothokke is ingestort en is afgebroken. Het is zeker de moeite waard dat voor onze streek zo karakteristieke gebouwtje te herbouwen.

Posted in Aarfgood, Atlas van de gemeente Diever, Canon van de gemeente Diever, Diever, Dorpskracht, Kruisstraat, Pothokke | Leave a comment

Het leven moet niet vliegen, maar fladderen

De oude smederij van de gebroeders Albert en Hendrik Kloeze an de Heufdstroate in Deever is een rijksmonument. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vermeldt over dit object:
Laat 19e eeuwse voormalige smederij. Het woongedeelte is dwarsgeplaatst en gedekt door een met pannen belegd schilddak met uileborden en makelaar; even omlopende gootlijst; staafankers. Symmetrische indeling door opgeklampte deur met bovenlicht met snijwerk en sierroosters en zesruitsschuifvensters met en zonder opgeklampte luiken; alle lichtgetoogd en met 1,5 steens hanekammen. De voormalige smederij onder pannengedekt zadeldak met windveren; de detaillering van deuren en vensters niet meer oorspronkelijk.
Dat is een indrukwekkende beschrijving van dit rijksmonument, maar wat heb je aan die bijna onbegrijpelijke vaktaal als het rijksmonument, ten tijde dat de redactie de kleurenfoto’s maakte, onbewoond was en behoorlijk aan het vervallen was.
Maar ja, dat kan gemakkelijk gebeuren, want in dit land gaat het om het in stand houden van ongeveer 63.000 rijksmonumenten. Dus de vraag bij de immer beperkte geldelijke mogelijkheden is, wanneer dit niet al te belangrijke rijksmonumentje in aanmerking komt voor restauratie ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de drie kleurenfoto’s op 28 juli 2016 gemaakt.
Op de derde foto is aan de rechterkant op een groot raam de volgende tekst gekalkt: het leven moet niet vliegen, maar fladderen. Voor het behoud van een rijksmonument geldt vast en zeker: het onderhoud moet niet fladderen, maar vliegen.

abracadabra-1294 abracadabra-1295 abracadabra-1296

Posted in Aarfgood, de Kloeze, Diever, Hoofdstraat, Rijksmonument | Leave a comment

Een doodlopende of niet doodlopende saandweg ?

Het gedeelte van de Stienwiekerweg tussen Oldendeever en de Westerdrift is gelukkig nog steeds een saandweg. Dat moet vooral zo blijven. Maar voor hoelang nog ? Het is in enige mate lovenswaardig dat de veelal niet-Deeverse Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk hebben begrepen dat doorgaand verkeer erg schadelijk is voor deze saandweg. Maar hoe kan doorgaand verkeer worden geweerd ?
De saandweg kan natuurlijk het beste aan beide einden worden geblokkeerd met een afsluitbare slagboom. Maar dan kunnen de gebruikers van de grond langs de saandweg niet met een voertuig bij hun land komen ? Dat zou kunnen worden opgelost door die gebruikers een sleutel voor het slot van die afsluitbare slagboom te geven. Maar dat lijkt te veel gedoe te zijn.
De boerenslimme verkeerskundoloog van De Voorkant Van Het Gelijk heeft zijn ogenschijnlijke gelijk al een hele tijd gehaald in het aan beide einden van de saandweg plaatsen van verkeersbord RVV – L08 (doodlopende weg). Maar dat is regelrechte volksverlakkerij. Daar trappen we niet in, want de redactie van het Deevers Archief is ook op woensdag 19 september 2018 weer eens met een automobiel van het ene einde naar het ander einde van de saandweg gereden zonder een blokkade tegen te komen.
Het ware voor de boerenslimme verkeerskundoloog juridisch gezien beter aan beide einden van de saandweg het verkeersbord RVV C01 (gesloten in beide richtingen) te plaatsen.
Aan de kant van de Westerdrift ontbreekt het witte bord onder verkeersbord RVV – L08.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op woensdag 19 september 2018 gemaakt.

Posted in Aarfgood, Oldendiever, Saandweg | Leave a comment

Ut skoelpattie van ut Kastiel hen ut Meul’nende

Tussen het Kasteel en het begin van het Moleneinde in Deever liep tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw een fraai smal pattie tussen de weilandjes van de Kleine Es door, aan weerszijden begrensd door kromme weidepalen met prikkeldraad. Ut pattie werd vroeger door de schoolgaande jeugd van ut Kastiel – en had daarom in de volksmond de naam ut skoelpattie – gebruikt om zonder om te hoeven lopen bij de lagere school aan de Hoofdstraat te komen.
De lagere school aan de Hoofdstraat stond waar tot eind 2019 ut Dingspilhuus stond en waar daarvóór de lagere school stond. Later stond de lagere school aan de Tusschendarp.
Een deel van ut skoelpattie bestaat nog steeds. Ut pattie loopt nu van de straat met de naam Van Osstraat tot aan de straat met de naam Kleine Es. Het gedeelte tussen de straat met de naam Kleine Es en het Moleneinde bestaat helaas niet meer.
De met de kneuterig kleindorpse planologie belaste Mindere Hogere Heertjes Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever waren om onduidelijke redenen volstrekt niet bij machte dit kleine stukje culturele erfgoed volledig te laten bestaan. Het deel tussen de straat met de naam Kleine Es en het Moleneinde werd volkomen onnodig opgeofferd aan het uitbreidingsplan met de naam Kleine Es waarin ut skoelpattie lag.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de ongedateerde foto’s gemaakt op 13 november 2014.
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief heeft een foto van ut skoelpattie uit de vijftiger of zestiger jaren van de vorige eeuw ?

Abracadabra-331

Abracadabra-333Abracadabra-332

Abracadabra-336 Abracadabra-337

Posted in Aarfgood, Cultuur, Kastiel, Kleine Es, Moleneinde | Leave a comment

Ut verropp’m van un saandweggie in Oldendeever

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 6 september 2010 stond een ingestuurde brief van de zeer geachte heer Wim Dooren over ut verropp’m van een old saandweggie in Oldendeever.

Een zandweggetje in Westerveld
Inwoners van Oldendiever, gemeente Westerveld, voeren een handtekeningenactie. Ze willen dat Burgemeester en Wethouders een oud zandweggetje van zo’n 200 meter lengte in stand houdt. Dat betekent zo nu en dan wat takken snoeien en de begroeiing van het weggetje verwijderen.
Dit Oostwegje komt voor op oude landkaarten uit 1853 en is alleen daarom al cultuur-historisch en landschappelijk waardevol. Veel van zulke weggetjes zijn gesneuveld tijdens de ruilverkaveling. Wat er in het Westerveldse landschap nog over is aan oud en authentiek moet worden behouden.
De Oldendieverse actievoerders zullen ongetwijfeld succes behalen. Zo maakte Progressief Westerveld zich al eerder eens sterk voor een stukje zandweg nabij de openbare basisschool in Diever. Het Oostwegje in Oldendiever is ontegenzeggelijk van veel groter cultuur-historisch belang.
Nog belangrijker dan dit ene weggetje is een gemeentebestuur dat zulke blunders gewoon niet maakt. Zodat burgers niet om de haverklap handtekeningenacties moeten voeren voor iets waarover elke discussie overbodig is.
Nodig is een gemeentebestuur dat simpelweg oog heeft voor de zaken die Westerveld maken tot wat het is: natuurwaarden, cultuur-historische waarden in bebouwd én onbebouwd gebied, kleinschalige economische bedrijvigheid en toerisme vanwege natuur, landschap en cultuur. Projecten zoals Culturele gemeente 2009, Dorpskern Dwingeloo, Havelterberg 2009, Duurzame Landschapsontwikkeling zijn uiteindelijk veel minder belangrijk dan cultureel, historisch en groen besef in de dagelijkse van gewone lopende zaken. Als dat dagelijkse besef ontbreekt, dan zijn die grootschalige projecten eigenlijk alleen maar bestuurlijke protserigheid: de kleren van de keizer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De veelal niet Deeverse Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben zich voor geen ene cultuur-historische mallemoer wat aangetrokken van de ingestuurde zeer terechte brief van de zeer verontruste zeer geachte heer Wim Dooren.
Want heden ten dage is het deel van het verdwenen saandweggie bee’j ut hüsie van de Oosies an de Holteweg niet meer openbaar toegankelijk. Het publiek wordt via het groene bordje an de stiele van ut hekke gesommeerd vooral weg te wezen en rond te lopen. An de stiele van ut hekke is geen bordje ‘Verboden toegang’ en ook geen bordje ‘Eigen weg’ bevestigd. Ut saandweggie is klaarblijkelijk wel toegevoegd aan het landgoedje met de naam Oostkaampie van de twee uitvinders van het midwintertoeteren in Oldendeever, top-Oldendeeversen , top-interviewers en mede-redacteurs van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’. Hebben de twee midwintertoeteraars ut saandweggie gekocht van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk ?
Zouden de twee midwintertoeteraars uut Oldendeever, top-Oldendeeversen, top-interviewers en mede-redacteurs van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ en bewoners van het landgoedje met de naam Oostkaampie ook deelgenomen hebben aan de handtekeningenactie voor het behoud van het openbare saandweggie vóór hun landhuisje ? Ut saandweggie was een cultuur-historisch juweeltje van de eerste orde.
De redactie betwijfeld ten zeerste dat ut saandweggie ooit de naam Oostweggie heeft gehad. En Oostkaampie is ook geen oude veldnaam. De redactie heeft het kastanjebruine vermoeden dat de twee midwintertoeteraars de bedenkers van de namen Oostweggie, Oostkaampie en Oosthüsie zijn. Maar was is de cultuur-historisch juiste naam van ut saandweggie ?
Het aan het landgoedje Oostkaampie toegevoegde deel van ut saandweggie is op de eerste foto te zien en is door middel van een hek afgesloten van het openbare deel van ut saanweggie.
Het openbare deel van ut saandweggie is te zien op de tweede foto. De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk, kantoor houdende in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zijn wellicht voor ut saandweggie bewust vergeten voor het snoeien van overhangende takken en het verwijderen van begroeiing een onbetaald contract te sluiten met de midwintertoeterverening uut Oldendeever.
Op de derde foto is de bijna (bewust ?) verborgen ingang van ut saandweggie vanaf de saandweg met de naam Zuurlanderes te zien.
De redactie heeft de drie kleurenfoto’s op woensdag 19 september 2018 gemaakt.

Posted in Aarfgood, Oldendiever, Saandweg | Leave a comment

Bolder’n op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 december 2015 verscheen het volgende voor de redactie van het Deevers Archief zeer verheugende bericht over de traditie van het bolder’n.

Blokgooien immaterieel erfgoed
Diever. Het spelletje blokgooien dat nog wekelijks gespeeld wordt op het speelveldje aan de Dwarsdrift in Diever, is door Unesco erkend als immaterieel erfgoed. Blokgooien is een oeroud volksspelletje uit het Nedersaksisch taalgebied.
Volgens de overlevering is het spelletje in deze streken terecht gekomen door de Romeinen. De spelregels van het blokgooien zijn altijd doorgegeven van de ouders aan de kinderen, Men moet het niet vergelijken met klootschieten.
Bij het blokgooien worden centen op een blok gelegd en gooi je raak dan mag je de centen omhoog behouden. Hert gooien vindt plaats met een rond zwerfkeitje.
Ze hebben veel benamingen voor het spel, zoals bolderen, klobbejagen en klobbegooien. Zo komt het ook voor onder de naam van piksjitten in Friesland en kaalbakken in Groningen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Unesco heeft het oeroude Drentse bolder’n eindelijk erkend als immaterieel werelderfgoed. Het spel wordt in delen van Drenthe nog in ere gehouden, onder meer in en rond Roden en Westerbork en natuurlijk in Deever..
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief wordt -na het misschien wel, maar beter niet lezen van het voorgaande in de gauwigheid in elkaar gedraaide stukje rammelende tekst- vooral aangeraden de webstee Blokgooien te raadplegen. De beheerder van deze website heeft zich het vuur uit zijn klompen gelopen om het bolder’n op de lijst van immaterieel werelderfgoed van de Unesco te krijgen. Hulde. Hulde. Hulde.
Het berichtje vermeldt dat heden ten dage in Deever wordt gebolderd met een rond zwerfkeitje. Dat is uit de duim gezogen onzin. De bolderstien wordt zeker al een generatie lang niet meer gebruikt in Deever. Gebruikte bolderstien’n zijn uiterst zeldzaam en museumwaardig geworden. In de collectie van het Deevers Archief bevinden zich de twee bewaard gebleven bolderstien’n van Hendrik Krol Jzn.

abracadabra-525

Posted in Aarfgood, Bolder’n, Diever, Traditie | Leave a comment

Over de Baarg van Wittelte

Waarschijnlijk is de Baarg van Wittelte het laatste restje van een zogenaamde motte. Als de Baarg inderdaad een motte is geweest, dan is het waarschijnlijk dat op de Baarg ook een soort van kasteel of kasteeltje heeft gestaan.
In de lijst van ‘mottes en mottekastelen in Nederland‘ in de website Wikipedia is de Baarg van Wittelte niet genoemd, nu zegt dat niet alles, want de inhoud van Wikipedia moet voortdurend kritisch worden beoordeeld.
In Wikipedia is een en ander te lezen over het mottekasteel.
Op het internet is ook een voorbeeld van een mottekasteel in België te vinden.
Nog meer afbeeldingen van ‘mottekastelen’ zijn te vinden via het aanklikken van: meer afbeeldingen van mottekastelen.
In de website Wikipedia hebben direct belanghebbenden ook een bladzijde volgeschreven met grotendeels subjectieve gegevens over de Baarg van Wittelte.
In de website Wikipedia is ook een grappige foto uit 2009 van de Baarg te vinden. In de tekst bij die foto wordt de Baarg aangeduid als ‘Wittesheuvel’, maar die naam is gewoon een verzinsel van de eigenaar van het land waarin de Baarg ligt. Het is aardig om op deze foto te zien dat om het rijksmonument eindelijk schrikdraad is gespannen.
Nog tot niet zo lang geleden liet de eigenaar van het land gewoon zijn koeien over de Baarg lopen, wat bij heeft gedragen aan het grote vernielen (verropp’m) van deze archeologische rest. Het is ook vermakelijk om te zien dat de eigenaar het kale heuveltje leuk heeft opgedirkt en opgepimpt met een eigengemaakte grijze (gewapend?) betonnen pop. Zwaait de pop met zijn zwaard in de richting van Utrecht ?
Op de website Geheugen van Drenthe is ook enige aan oudere bronnen ontlede gegevens over de Baarg te vinden.
Ook de website Encyclo Online Encyclopedie biedt enkel bekende gegevens uit oudere bronnen.
De website home.kpn.nl/ekats doet enige beweringen die niet worden onderbouwd met verwijzingen naar bronnen. Wel is op deze site een aardige foto van de Baarg te zien.

Posted in Aarfgood, de Baarg van Wittelte, Oudheidkunde, Wittelte | Leave a comment

Wittelte – Kasteelheuvel in bescherming

In de Meppeler Courant van 25 februari 1981 verscheen het volgende bericht over de noodzakelijk geachte bescherming ingevolge de Monumentenwet van ‘de Baarg’ van Wittelte.

Kasteelheuvel in bescherming
Wittelte – De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort heeft Gedeputeerde Staten van Drenthe geattendeerd op de aanwezigheid van een kasteelheuvel in Wittelte. De rijksdienst wijst erop dat zich in het grasland ten zuidoosten van Wittelte een ongeveer vier meter hoge kunstmatige heuvel met een diameter van 20 meter bevindt.
Rondom deze heuvel wijst een depressie op een vroeger hier aanwezige gracht. Het betreft hier één van een drietal (de andere zijn het Borgbarchien ten zuidwesten van Rheebruggen tussen Uffelte en Ansen en de Klinkenberg in het dal van de Geeserstroom ten zuidwesten van Gees) Drentsche kasteelheuvels, die dateren uit de Middeleeuwen.
Op grond van wetenschappelijk- en cultuurhistorische betekenis zal deze kasteelheuvel met het rondom aanwezige grachtprofiel te zijner tijd worden voorgedragen voor bescherming ingevolge de Monumentenwet. Het is de rijksdienst gebleken dat in het rapport voor de ruilverkaveling ‘Diever’ dit archeologische monument nergens wordt genoemd, hetgeen zou kunnen inhouden dat met deze heuvel en zijn naaste omgeving geen rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden. De rijksdienst meent er goed aan te doen Gedeputeerde Staten op dit moment te attenderen en de waarde ervan nog eens duidelijk te onderstrepen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is de redactie niet duidelijk wat de schrijver van dit artikel met ‘op grond van wetenschappelijke betekenis ….’ heeft bedoeld. Zeker is dat ‘de Baarg’ van Wittelte nooit archeologisch (zeg wetenschappelijk) is onderzocht.
Jacob Snoeken, de eigenaar van het land waarin ‘de Baarg’ van Wittelte ligt, heeft persoonlijk verhinderd dat ‘de Baarg’ van Wittelte tijdens de uitvoering van de ruilverkaveling werd afgegraven.
Zo kon ‘de Baarg’ van Wittelte in 2002, meer dan 20 jaar na de ruilverkaveling, als mosterd na de maaltijd, alsnog op de lijst van rijksmonumenten (beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988) worden opgenomen. Voor wat dit waard is.
De bijgaande zwart-witfoto is in 1927 gemaakt door burgemeester Hendrik Gerard van Os.
De redactie heeft de kleurenfoto van wat nog over is van ‘de Baarg’ van Wittelte op 3 oktober 2012 gemaakt.

Abracadabra-1407Abracadabra-1440

Posted in Aarfgood, de Baarg van Wittelte, Oudheidkunde, Wittelte | Leave a comment

Poasvuur in Deever, Wapse en Wittelte – Pasen 2016

Op drie plaatsen binnen de grenzen van de gemiente Deever is met de paasdagen een poasbulte verbrand.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij Wittelteweg 18 – Wapserveenseweg 1.
De Wapser Gemeenschap heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij de Landweg in Wapse.
De Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek aan de Steenakkerweg op de Heezenesch.
De plek van de poasbulte van de Buurtvereniging Geeuwenbrug lag buiten de grens van de gemiente Deever.
De poasbulte in Wapse is tegen de traditie in al op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte in Wittelte is eveneens tegen de traditie in op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte van Deever is zoals de traditie dat wil wel op Tweede Paasdag 28 maart aangestoken.

De voorkant van het gelijk heeft zo genoemde beleidsregels voor poasbult’n opgesteld. In de webstee van de gemeente Westenveld is sprake van een vreugdevuur, dit is een volstrekt verkeerde term, de juiste term is poasvuur. De betreffende tekstschrijver van de gemeente Westenveld wil de burgers blijkbaar een nieuwe term opdringen..
Een vereniging die niet aan deze zo genoemde beleidsregels voldoet, krijgt van de met de uitvoering van het paasvuurbeleid belaste ambtenaar geen tijdelijke stookvergunning. Gelukkig voldeden de Dorpsvereniging Wittelte, de Wapser Gemeenschap en de Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift blijkbaar vooraf wel al aan zo genoemde beleidsregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n 
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat in Oude Willem, Groot Wateren, Klein Wateren en Zorgvlied (de aandere kaante van de bos) en an de Deeverbrogge geen poasbulte is gesleept. Haar Tied Zat gien zat tied veur ’t sleep’m van ’n poasbulte ?

In de webstee van de gemeente Westenveld is ook nog de volgende overbodige zin te lezen: Het is alleen aan de organisaties die een ontheffing hebben gekregen toegestaan, een paasvuur (vreugdevuur) te organiseren. Vingertje in de lucht, ah, ah. En let vooral op de term tussen haken: vreugdevuur. Om droevig van te worden.

De met de uitvoering van de zo genoemde beleidsregelds voor het slepen en verbranden van poasbult’n belaste ambtenaar geeft alleen een tijdelijke stookvergunning aan een vereniging af als is voldaan aan de volgende beleidsregels:
1. de vereniging is niet eerder dan vier dagen vóór het verbranden van de poasbulte begonnen met het slepen.
2. de poasbulte is door de vereniging aangestoken.
3. de poasbulte bestaat alleen uit snoeihout.
4. de poasbulte is schoon opgebrand.
5. de vereniging heeft de verbrandingsresten van de poasbulte afgevoerd.

De vraag is hoe van te voren kan worden nagegaan of achteraf is voldaan aan de hiervoor zo genoemde vijf beleidsregels.
Regel 1 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren. Maar wat als vanwege wind of regen de poasbulte niet op een geplande zaterdag voor Pasen, maar op Tweede Paasdag ’s avonds om acht uur wordt aangestoken en ’s zaterdags, na de vierde dag, wordt nog een vrachtje mooi schoon opbrandbaar snoeihout naar de paosbulte gesleept. Wat dan ? Dan kan regel 1 niet worden afgevinkt. Maar hoe gaat het bevoegd gezag dit controleren ?
Regel 2 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. Pas dan kan al dan niet een vinkje bij regel 2 worden gezet.
Regel 3 is wel tijdens het slepen van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. De poasbulte mag alleen van snoeihout worden gemaakt. Dus gien olde maan’n of stobb’m of olde witt’n. Maar wat als een vrachtje stobb’m onder in het hart van de poasbulte wordt verwerkt en direct wordt bedekt met schoon opbrandbaar snoeihout. Geen rode haan die daar naar kraait. Regel 3 is echter alleen te controleren als voortdurend iemand van het bevoegd gezag bij het slepen van de poasbulte staat te koekeloeren.
Regel 4 is ook pas na het opbranden van de poasbulte te controleren. In de webstee van de gemeente Westenveld was geen omschrijving van het begrip ‘schoon opbranden’ te vinden. Dit biedt erg veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Wat is schoon opbranden en hoe schoon moet schoon opbranden zijn, is schoon opbranden te meten en wie controleert deze zo genoemde beleidsregel ? Of wordt met ‘schoon opbranden’ bedoeld dat de poasbulte volledig moet zijn verbrand ?
Regel 5 is ook pas achteraf af te vinken. Waarschijnlijk moeten de verbrandingsresten worden vervoerd naar en afgegeven aan een inrichting die een omgevingsvergunning heeft voor het accepteren van verbrandingsresten van een poasbulte.  Bijvoorbeeld afvoeren naar de afvalverwerking in Wijster ? Afvalstroomnummer aanvragen ? Dus het acceptatiebewijs van de afvalverwerking inleveren bij de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de poasbulte-regelties ?

De gevolgtrekking is dat de vijf zo genoemde beleidregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n niet zijn te handhaven, zeker niet vooraf, maar ook niet achteraf zijn af te vinken, tenzij dag en nacht een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bij een poasbulte staat te controleren en zodra een vereniging een van de vijf zo genoemde beleidsregels overtreedt, het repressieve vingertje in de lucht steekt, heel hard ah ah roept, en overgaat tot het intrekken van de tijdelijke stookvergunning.
De voorkant van het gelijk zal de vijf zo genoemde beleidsregels ongetwijfeld aangrijpen om – net zoals bij het kebied scheet’n – het onderwerp op te blazen en vooraf een erg belangrijke informatiebijeenkomst te organiseren om op de betreffende verenigingen in te praten. En bij de traditie van het verbranden van de poasbulte is direct na het verbranden van de poasbulte dan ook nog een erg belangrijke zo genoemde evaluatiebijeenkomst met de verenigingen noodzakelijk, want dan moet voor elke vereniging worden vastgesteld welke van de vijf zo genoemde beleidsregels daadwerkelijk zijn af te vinken. Dan kan het bakkeleien beginnen. En dan ? Geen vijf vinkjes, geen keurmerk, dus repressie en geen tijdelijke stookvergunning voor het volgende jaar ? Kan de gemeente Westenveld het zich in deze tijden van vergrijzing, krimp en geldschaarste eigenlijk wel veroorloven bestuur en ambtenaren tijd te laten besteden aan een klein onderwerpje, zoals het sleep’m en vurbraan’n van een poasbulte ?

Posted in Aarfgood, Diever, Dorpskracht, Gemeentebestuur, Heezenesch, Poasvuur sleep'm, Traditie, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Poëzie van de dood op een grafsteen uit 1911

Op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever is het graf van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee te vinden. Op het graf staat één grafsteen voor de twee meisjes. Zie de bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 4 april 2013 heeft gemaakt.

Wat deze grafsteen zo bijzonder maakt, is de aanwezigheid van zeldzame funeraire rijmelarij op de steen, deze luidt als volgt:
Arme ouders .
Waarom treurt gij.
Waarom weent gij om ons lijk.
Boven leven wij. 
Boven zweven wij.
Als Engeltjes van ’t Hemelrijk.

De literair onderlegde bezoeker van het Deevers Archief wordt bij de kwaliteit van dit gedicht over de dood enkel ter vergelijking verwezen naar de welbekende en veel gelezen funeraire gedichten van Daniël Heinsius, Pieter Corneliszoon Hooft, Constantijn Huijgens en Joost van den Vondel.
Wellicht schreef William Shakespeare ook wel gedichten over de dood. To be or not to be, that’s the question. Zijn of niet zijn, dat is de vraag. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag. Het antwoord is: Wij zijn langer niet dan wel op deze aarde. Het antwoord is: Wij bestaan langer niet dan wel op deze aarde.

Aannemende dat het niet de diepbedroefde ouders zelf zijn geweest, die dit gedichtje op de grafsteen hebben laten zetten, rijst wel de vraag wie het dan wél heeft gedaan ? Waren het de zusters en de broeders van beide zusjes ? Waren het de zusters en de broeders van de beide ouders ?

Als de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk besluiten het perk, waarin deze prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen staat, om geldelijke of wat voor voorkant-van-het-gelijk-reden dan ook te ruimen en de familie van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee zou besluiten de grafrechten niet meer te betalen of niet weer te gaan betalen, dan nog zouden deze grafen met de prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen duurzaam gespaard moeten worden voor volgende generaties.

Saakje Hofstee is geboren op 9 september 1897 in Wapse. Zij is op 13-jarige leeftijd overleden op 14 juli 1911 in Wapse.
Lamkjen Hofstee is geboren op 13 mei 1899 in Wapse. Zij is op 12-jarige leeftijd overleden op 24 juli 1911 in Wapse.
Beiden waren dochters van boer Sieger Hofstee en Akke van der Burg en zusters van Froukje, Klaas en Tjibbe Hofstee.

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant’ verscheen op 29 juli 2011 het navolgende overlijdensbericht:
Werden wij den 14den Juli in rouw gedompeld door het overlijden van onze dochter en zusje Saakje, heden werden wij weer opnieuw getroffen door het overlijden van onze dochter en zuster Lamkjen, op den nog jeugdigen leeftijd van 12 jaar en ruim 2 maanden, een ziekte van slechts 2 dagen maakte ook een einde aan haar voor ons zoo dierbaar leven.
Wapse, 24 juli 1911,
De diepbedroefde Ouders, Zusters en Broeders,
S.K. Hofstee, A. Hofstee-van der Burg en kinderen
Algemene kennisgeving aan vrienden en bekenden.

Abracadabra-1625Abracadabra-1626

Posted in Aarfgood, Diever, Kerkhof, Wapse | Leave a comment

Oens Dreins gepraot dat nog lang hier zal blieven

Ik was aangenaam verrast toen ik – al weer heel wat jaren geleden – bij een transactie met Roelof Boer, garagehouder aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever, de fraaie bundel ‘Wat was en was is’, geschreven door zijn vader Harm Boer, cadeau kreeg.
Deze bundel met nagelaten werk van schrijver en dichter Harm Boer is samengesteld door Meine Hoekstra in samenwerking met de kinderen van Harm Boer en werd in oktober 1999 uitgegeven door Reclamebureau Drokwark uut Dwingel.
De bundel ‘Wat was en wat is’ is verschenen na het overlijden van schrijver en dichter Harm Boer op 1 april 1995.
Ik publiceer hier – met toestemming van de familie Boer – het gedicht ‘Dialect’, waarin Harm Boer op prachtige zacht humoristische wijze beschrijft hoe hij het dialect van Lhee met name van zijn moeder (mow’s toal) leerde en hoe gehecht hij was aan het Dreins.
De tekst van het gedicht heb ik letterlijk overgenomen uit de bundel, aan de spelling van de woorden heb ik niet getornd en daarom heb ik  geen ‘verbeteringen’ in de spelling aangebracht.
Ik stel de organisatoren van de activiteit ‘Verdieverderen um de stamtoafel’ ten stelligste voor in een volgende bijeenkomst aandacht te besteden aan het Dreinse en zo mogelijk ook Deeverse gedicht.
Wellicht is in Deever of in een omliggend dorp een huiseigenaar te vinden die op een kale en saaie muur het fraaie gedicht Dialect wil laten schilderen. Wat te denken van het benutten van het grijze muurvlak links naast de ingang van de cultuurstimulerende Rabobank an de Peperstroate in Deever ? Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2018 heeft gemaakt. De voorbijganger kan dan na het lezen van het gedicht van Harm Boer even op het Rabobankbankje gaan zitten en dan rustig zijn gedachten laten gaan over het nut van het behoud van het Deeverse dialect. Hoe het was en hoe het zal zijn.

Dialect
’t Hung in de ruumte
waor ik lag
vanof de eerste dag.
Bij alles wat ik
heb edrunken
hebt lieve woordties
klunken
en elke luier
voel of nat
gung zachies praotend
van mien gat.
Toen ik kreup
kreup ik te wied
en toen ik leup
hetzelfde lied.
Uut angst dat ik verzeup
was het moeder
die mij reup
maor ieder woord
dat spreuken weur
had in zien spraok
dezelde kleur
herkenbaor veur het volk
en veur de streek
gienien die
daorvan week.
En daorum onder het proaten
onder het schrieven
hol ik vaaste:
Oens Dreins gepraot
dat lang nog
hier zal blieven.

Abracadabra-1497

Posted in Aarfgood, Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Dorpskracht | Leave a comment

Zicht op een stuk dijk rond het zwembad Dieverzand

De besloten vennootschap Berkenheuvel van de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, heeft in het begin van 2018 een perceel bos aan de weg naar het Monument op Berkenheuvel geoogst. Hadden de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. een voorraadje hout nodig voor de open haard in hun drukbezette landhuis Berkenheuvel aan de Noordesch van Deever ?
Een gelukkige bijkomstigheid van deze kaalslag is het ontstane zicht op een deel van de dijk rond het voormalige zwembad Dieverzand. De achterkant van deze dijk is op de tweede kleurenfoto aan de linkerkant te zien. De dijk bestaat uit grond die vrijkwam bij het graven van het zwembad Dieverzand an de Bosweg in Deever. De resten van het voormalige zwembad Dieverzand zijn te beschouwen als een gemeentelijk archeologisch post-bellum monument van de eerste categorie. Echt wel.
De voorkant van dit deel van de dijk is op de zwart-wit foto te zien achter het publiek aan de kant van het zwembad. De zwart-wit foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Op de spriet (de stam van een denneboom) boven het water balanceert mejuffrouw Sina Smit, verkleed als verpleegster.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Aarfgood, Bosweg, Cultuurhistorie, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Roelof Offerein uit het bestuur van de Boermarke

In de Meppeler Courant van 12 januari 1981 verscheen het volgende bericht over het aftreden van Roelof Offerein van de Deeverbrogge als boekhouder-secretaris van de Boermarke van Diever.

Diever. Tijdens de vergadering van de Boermarke, die in café De Lange werd gehouden, trad de heer H. Offerein (75 jaar) uit Dieverbrug af als boekhouder-sekretaris van deze organisatie. De heer Offerein blijft wel volmacht.
Door voorzitter H. Moes Dzn. werd aan de deze functionaris een wandelstok met inscriptie aangeboden. De heer Moes sprak woorden van dank voor het vele werk en de grote plichtsgetrouwheid waarmee de heer Offerein zijn werk heeft uitgevoerd.
De heer Offerein is 45 jaar lang volmacht bij de Boermarke in Diever geweest. Vanaf 1939 was hij boekhouder-sekretaris. Hij volgde toen zijn oom in deze funktie op.
Vier gulden
Deze functie is niet geheel onbezoldigd. Vanaf 1939 ontving de heer Offerein f 4,- per jaar voor zijn werkzaamheden. De heer Jan Hessels Jaczn. die tot zijn opvolger werd gekozen, ontvangt ook hetzelfde honorarium.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is toch wel handig om zo nu en dan eens bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan om wat meer te weten te komen over het boerenleven in de gemeente Diever.
Het was wel een bijzonder gul gebaar van de ‘dikke boer’n uut Deever’ dat ze Roelof Offerein (niet Hendrik Offerein, zie de attente reactie van kleindochter Gea Offerein) voor 45 jaar trouwe inzet voor de boermarke een wandelstok gaven, nota bene eentje met inscriptie. Wat zou de tekst van deze inscriptie zijn geweest ? Hebben de nazaten van Roelof Offerein de stok bewaard ?
Van links naar rechts zijn op de foto te zien: Jan Hessels Jaczn, Roelof Offerein, Cornelis Seinen, Harm Moes Dzn. en Hendrik Mulder Jzn.
Jan Hessels (geboren op 4 mei 1934 te Diever, overleden 20 augustus 2001 te Diever) was een zoon van Jacob Hessels (geboren op 3 mei 1896 te Diever, overleden op 7 maart 1979 te Diever) en Margje Veenhuis (geboren op 25 juni 1899 te Wapse, overleden op 23 mei 1985 te Diever).
Roelof Offerein werd op 28 mei 1905 op ’t Kastiel in Deever geboren in de boerderij die nu als adres Van Osstraat 2 heeft en is op 17 mei 1983 overleden an de Deeverbrogge in de boerderij met adres Dieverbrug 33.
Cornelis Seinen (geboren op 8 september 1912, overleden op 6 november 1989) was getrouwd met Hendrikje Schiphorst (geboren op 5 oktober 1912, overleden op 14 oktober 1989).
Harm Moes (geboren op 3 januari 1906, overleden op 8 februari 1993) was getrouwd met Janna Eggink (geboren op 1 maart 1907, overleden op 6 december 1983). Zijn ouders waren Dirk Moes (geboren op 5 januari 1876, overleden op 14 juni 1952) en Aaltje Timmerman (geboren op 10-april 1880, overleden op 6 juli 1960).
Gegevens van Hendrik Mulder moeten nog worden uitgezocht.
De boermarke stamt uit de middeleeuwen en was van oorsprong een verband van grotere boeren die onderling het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden. Het woord marke betekent grens en werd gebruikt om het gebied aan te geven dat bij een dorp hoorde: de boermarke van Diever, de boermarke van Wapse, de boermarke van Wittelte en de boermarke van Wateren. In de tachtiger van de vorige eeuw ging het in Diever nog om het beheer van kleine resten van de oorspronkelijke boermarke, zoals bijvoorbeeld de ‘boer’nbos an de Grönnegerweg’.
De foto bij het berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is gemaakt door de Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie ontving op 13 juni 2015 de volgende reactie van Gea Offerein.
Beste mensen,
Op jullie heel mooie website kwam ik bij het onderwerp Boermarke een stukje over mijn opa tegen.
Hij heette echter Roelof Offerein, niet Hendrik Offerein.
Hendrik Offerein is een andere persoon uit Diever, inmiddels ook overleden, neef van mijn vader en moest dus oom zeggen tegen mijn opa.
Mijn vader is Cornelis Frederik Offerein.
Met vriendelijke groet,
Gea Offerein

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, An de Deeverbrogge, Boermarke van Diever, Diever | Leave a comment

Oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-leunstoelen

Zo nu en dan is het mogelijk tweede-hands of derde-hands of vierde-hands oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-stoelen via een webstee op het internet te kopen. In dit geval gaat het om vier retro-design stoelen met een leuning. Zie de bovenste twee afbeeldingen.
N.V. Meubelfabriek ‘De Toekomst’ an de Deeverbrogge was de maker van deze STApelbare en KOppelbare leunstoelen.
Achter op een STAKO-stoel zit een metalen plaatje met daarop de tekst Meubelfabriek de Toekomst, STAKO, Dieverbrug, Tel. 15. Later had het maakbedrijf telefoonnummer 415 en nog weer later telefoon 1415.
De redactie van het Deevers Archief beschouwt nog bestaande STAKO-stoelen als zeldzaam Deevers industrieel erfgoed. Goed onderhouden exemplaren zijn museumwaardig en zouden zeker niet misstaan in het Drentsch Museum in Assen.
Zie ook het bericht Sukersakkie van Meubelfabriek De Toekomst.
Zie ook het bericht STAKO-meubelen: STApelbaar en KOppelbaar.
De maker van deze foto’s, de heer Joost Flikweert van de kringloopwinkel Het Groene Wonen in Drachten, gaf welwillend toestemming de drie foto’s in het Deevers Archief te publiceren. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

 

Posted in Aarfgood, An de Deeverbrogge, Bedrijf, Meubelfabriek 'de Toekomst', STAKO-meubel | Leave a comment

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Aarfgood, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant), jaargang 1963, nummer 118, van 4 oktober 1963 verscheen het volgende bericht over het slijpen van de stenen van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever. De redactie van het Deevers Archief vond dit artikel bij het digitaliseren van zijn papieren archief in een van de vele dozen met krantenknipsels.

Molen staat sinds 1858
Er zijn in Nederland nog maar weinig molens, die gebruikt worden voor het malen van graan tot meel. Dit aantal wordt bovendien doorlopend kleiner, want wanneer de molensteen éénmaal stomp is geworden, is er niemand die de molenstenen opnieuw kan scherpen. Dit is een oude kunst, die de rasechte molenaars verstonden. Met het verdwijnen van dit ambacht zijn degenen die deze bijzondere werkzaamheden kunnen verrichten, nagenoeg geheel verdwenen.
Sinds 1958 staat in Diever (Oldendiever) de molen ‘de Vlijt’ bij de bevolking beter bekend als de Dieverse molen, In 1958 onderging deze molen een grondige restauratie, die twintigduizend gulden kostte. Rijk, gemeente, provincie en de vereniging ‘de Hollandse Molen’ brachten dit omvangrijke bedrag bij elkaar.
Nu in 1963 zijn de molenstenen stomp geworden en het zou bijzonder jammer zijn, indien ook deze molen non-actief zou worden. Niet omdat de molenaar dan niet meer zijn brood kan verdienen, want het molenaarsvak levert geen ‘zout op de aardappels’ op. De eigenaar van de Dieverse molen, de heer A. Uiterwijk Winkel, gebruikt de molen zo nu en dan, terwijl nu zijn hoofdberoep meelhandelaar is. Een stukje folklore zou echter verloren gaan en juist dat zou zo bijzonder jammer zijn.

Op zoek
De vereniging ‘de Hollandse Molen’ ging op zoek naar een molenaar, die de stenen zou kunnen slijpen. Om een dergelijk persoon te vinden, moest zij bij de oudere generatie zijn. Zelfs bij de heel oudere, want dan had men nog een kans. Men kwam tenslotte terecht bij de heer W. Zeephat uit Makkinga en hem werd gevraagd dit zaakje even op te knappen. ‘Natuurlijk’, zei de heer Zeephat en hij nam zijn broer mee.
Jong zijn de gebroeders Zeephat geenszins, doch voor een dergelijk karweitje deinzen zij niet terug. Wijert Zeephat is negentig jaar oud en beslist de oudste molewaar van ons land. Nog altijd woont hij in een molen en nog steeds maalt hij, zij het dan slechts zo nu en dan. Vanaf zijn achttiende jaar is de heer Zeephat al in het vak, hetgeen dus betekent dat hij nu al 72 jaar lang molenaar is.
Wijert en Roelof, die 77 jaar oud is, hebben de molenstenen snel en goed geslepen. Dat deden zij in ongeveer vijf uur. Dat is snel en toen de gebroeders Zeephat daarover gecomplimenteerd werden, antwoorden zij: ‘Och, wee bint jonge kièrels’.
Dank zij deze ‘jonge kerels’ kan de molen in Oldendiever nu weer dienst doen en is een stukje folklore behouden.

Tekst bij de foto van de molen
Al sinds 1858 siert de molen ‘de Vlijt’ het Dieverse landschap. De molen kan nu weer dienst doen, nu de stenen zijn gescherpt.

Tekst bij de foto van de stenenslijpers
De oudste molenaar van ons land Wijert Zeephat uit Makkinga (rechts) die 90 jaar is, is hier met zijn 77-jarige broer Roelof, ook molenaar van beroep, in actie met het scherpen van de stenen van de molen in Diever,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het scherp maken van molenstenen wordt ‘billen’ genoemd. De schrijver van dit artikel overdreef uiteraard wat betreft het verloren gaan van de kennis en de kunde van het scherpen van molenstenen.
Het is daar heden ten dage minder dramatisch mee gesteld, dan het artikel in de Olde Möppeler doet vermoeden. De redactie verwijst hier gemakshalve naar gegevens over molenstenen in de webstee Wikipedia.
Wijert Zeephat is geboren op 15 april 1873 en is 97-jarige leeftijd overleden op 8 mei 1970 in Makkinga.
Roelof Zeephat is geboren op ….. en is overleden op …. Wie weet zijn gegevens ?
De redactie zou wel graag weten welke vrouw op de akker bij de molen bezig is met het rooien van aardappelen ?


 

Posted in Aarfgood, Molen, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Beeld van de Aachterstroate in 1906

Elke ansichtkaart die Uitgeverij Nauta uit Velsen in de beginjaren van de ansichtkaart -zo rond 1906- uitgaf van straatbeelden in de gemiente Deever, is – wat de redactie van het Deevers Archief betreft – een absoluut topstuk. Op bijgaande afbeelding is de ansichtkaart van Uitgeverij Nauta met het nummer 3974 te zien.
Op de afbeelding is de bebouwing an de Aachterstroate in Deever te zien. De fotograaf stond met de rug naar Ut Kleine Brinkie (één van de vele (echte en nep) brinken in de gemiente Deever).

Het eerste huis aan de linkerkant werd bewoond door de weduwe Meek.
In het tweede huis aan de linkerkant woonde de familie Jan Monsieur en Rika Wanningen. Jan Monsieur is geboren op 13 oktober 1879 in Deever en is overleden op 15 februari 1960 in Deever. Rika Wanningen is geboren op 26 april 1883 en is overleden op 3 april 1936 in Deever. Jan Monsieur was arbeider. Hij was tot 1 november 1924 ook lantaarnopsteker.
In de boerderij naast de woning van de familie Jan Monsieur staat de boerderij van de familie Jan Seinen en Hilligje Hessels.
Jan Seinen is geboren op 15 juli 1876 in Wapse en is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hilligje Hessels is geboren op 27 augustus 1878 in Oldendeever en is op 1 maart 1948 overleden in Deever.
In de boerderij op de achtergrond (deze boerderij staan aan de doolhofbrink) woonde de familie Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker. Klaas Hummelen Smidt is geboren op 22 mei 1824 in Deever en is overleden op 28 maart 1895 in Deever. Jentje Dekker is geboren op 6 februari 1834 in Dwingel en is overleden op 13 mei 1900 in Deever. Hun kinderen waren Sime (geboren op 29 maart 1864), Geert (geboren op 8 september 1865), Annigje (geboren op 4 januari 1867), Geesje (geboren op 8 juli 1869) en Hilligje (geboren op 8 mei 1871). Wellicht is de boerderij na het overlijden van Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker voortgezet door de oudste zoon Sime.
Aan de rechter is het voorhuis van de familie Hilbert Folkerts en Egbertje Winter te zien. Hilbert Folkerts is geboren op 14 mei 1870 en is overleden op 2 juli 1953. Egbertje Winter is geboren op 29 september 1887 en is overleden op 22 april 1952. Hilbert Folkerts was timmerman.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van de foto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de foto voor de ansichtkaart uit 1906. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een betere positie maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.

Posted in Aarfgood, Achterstraat, Alle Deeversen, Ansichtkaart, Topstuk | Leave a comment

Eerste aanzet voor Atlas van de gemeente Westenveld

In de Meppeler Courant van maandag 14 mei 2012 verscheen het volgende bericht over de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westenveld.

Diever – Vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in Westerveld hebben vrijdag de eerste aanzet gegeven voor het samenstellen van de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westerveld. Het samenstellen van een atlas was het winnende idee van een door de gemeente uitgeschreven prijsvraag na het winnen van de BNG Erfgoedprijs door Westerveld.
De gemeente had monumenteneigenaren, organisaties en inwoners opgeroepen om ideeën aan te dragen om de prijs, 25.000 euro, goed te besteden. Als winnaar kwam uit de bus het idee van de vier historische verenigingen. Hun plan was het beste uitgewerkt en voorziet in het gemeentebreed uitventen van het gemeentelijk erfgoed en cultuurhistorie. De vier historische verenigingen komen met haar vertegenwoordigers op zeer korte termijn bijeen om te kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben, wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas.
Het bureau RAAP en Jan Bos van het Drents Archief hebben de vertegenwoordigers nader geïnformeerd.
Op vrijdag 8 juni krijgt het gesprek een vervolg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De BNG Erfgoedprijs (met als hoofdsponor het Cultuurfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten) is ingesteld om gemeenten te stimuleren cultuurhistorie te gebruiken als onderlegger van lokaal beleid. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan De Beste Erfgoedgemeente van Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van € 25.000.-, een oorkonde en juryrapport. Het prijsbedrag moet binnen een bepaalde termijn worden besteed aan een samen met de hoofdsponsor Cultuurfonds BNG te bepalen doel binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid.

Bureau RAAP is een commercieel onderzoeks- en adviesbureau voor archeologische monumentenzorg en cultuurhistorie dat van de prijs van € 25.000,- natuurlijk graag een flinke korrel mee wil pikken.

In verschillende webstees op het internet zijn beschrijvingen van het begrip cultuurhistorie te vinden.
Bijvoorbeeld de webstee http://www.aquo.nl/aquo-standaard/aquo-lex/aquo-lex-begrippen/  vermeldt bij cultuurhistorie als definitie:  beschavingsgeschiedenis. Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw-/kunsthistorie).

De gemeente Westenveld heeft een cultuurhistorische waardenkaart op basis waarvan de gemeente onder meer ruimtelijk beleid kan en moet voeren. De te maken cultuurhistorische atlas van de gemeente Westenveld moet waarschijnlijk worden beschouwd als een vrijblijvende inkleuring van de cultuurhistorische waardenkaart. Voor € 25.000,- en veel gratis vrijwilligers van de vier locale heemkundige verenigingen moet toch een mooie atlas en een mooie webstee zijn samen te stellen.

Het is merkwaardig te lezen dat de vier heemkundige verenigingen niet besluiten eerst een goed plan uit te werken, gedegen advies in te winnen en vervolgens met deskundige vrijwilligers grondig cultuurhistorisch onderzoek te doen, maar dat meteen tot hyperactie wordt overgegaan: op zeer korte termijn bijeen komen en kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben. wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas. Begint eer gij bezint. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

In een ander bericht in de Meppeler Courant is gemeld dat de Cultuurhistorische Atlas van Westenveld in het najaar van 2012 zal worden uitgebracht. We zitten al een heel eind in het najaar van 2012. De redactie heeft daarom op 6 november 2012 in een e-mail bericht de gemeente Westenveld gevraagd gegevens te sturen over de stand van zaken bij de ontwikkeling van het fotoboek en de webstee.
De ambtenaar van dienst antwoordde op 16 november 2012:
– de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs 2012 is niet openbaar en op uitnodiging;
– de Atlas van Westerveld verschijnt naar verwachting eind 2013;
– wij zullen het publiek hierover te zijner tijd via de pers en onze website informeren;
– het boek zal niet digitaal beschikbaar komen;
– wel worden erfgoed app’s ontwikkeld voor gebruik op de smartphone;
– over de kosten van het boek kunnen wij u helaas nog niets zeggen.
De schrijver van het bericht in de Meppeler Courant vergiste zich dus een jaar, de Cultuurhistorisch Atlas van Westenveld zal niet in 2012 verschijnen, maar pas aan het einde van 2013.

Posted in Aarfgood, Atlas van de gemeente Diever, Cultuurhistorie, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Stelling van korenmolen ‘de Vlijt’ bezwijkt

In het Duits-gezinde Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 24 december 1942 het volgende korte bericht over molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.

Diever. Toen de molenaar Jansen zijn molen, een z.g. kruien, op den wind wilde zetten, bezweek plotseling de stelling. Alles liep zonder ongelukken goed af. De molen echter heeft een vreemd aanzicht gekregen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met ‘kruien’ wordt waarschijnlijk bedoeld een zogenaamde bovenkruier. Het is jammer dat bij het berichtje geen foto stond. In de Tweede Wereldoorlog werden weinig foto’s gemaakt.
Wel is de redactie in de gelukkige omstandigheid van de stellingloze korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever een afbeelding van een op 13 september 1948 verzonden zwart-wit ansichtkaart met witte rand te kunnen tonen. De molen heeft zonder stelling inderdaad een vreemd en kaal aanzicht.
Let vooral ook op het pothokke bij de boerderij van molenaar Jan Albert (Ab) Jansen.
Het meisje op de boomstam is Tinie van Goor, een dochter van Roef van Goor uut de Kruusstroate in Deever.
Tinie van Goor zal wellicht met haar vader of moeder op bezoek zijn geweest bij tante Roelofje van Goor, die getrouwd was met Jacobus (Kobus) Kruid en een zuster van Roef van Goor was. De familie Kruid woonde dicht bij molen ‘de Vlijt’ in de boerderij op de hoek van de Veentjesweg en de Brinkstraat. De redactie acht het daarom aannemelijk dat Roef van Goor deze ansichtkaart verkocht in zijn boekhandel an de Kruusstroate in Deever.


Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Gesloopt erfgoedpand an de Peperstroate in Deever

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis (met de zijnen) nogal bewust wat fraai erfgoed in Diever laten slopen. Dit erfgoed is voor altijd verdwenen.
Een van de fraaie panden die nooit gesloopt had mogen worden, maar op de lijst van rijksmonumenten had moeten staan, is de keuterboerderij an de Peperstroate, op de plek waar zogenaamd nodig het bankgebouw van de Boerenleenbank moest komen te staan (wie een hond wil slaan, die kan altijd wel een stok vinden).
Wie kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over de bewoners van dit pand ?
U.L.O.-schoolmeester Henk van de Bos is de maker van deze prachtige foto.
Henk van de Bos moet de foto in de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben gemaakt.

Posted in Aarfgood, Brink, Keuterij, Peperstraat, Verdwenen object | Leave a comment

Woap’m van Deever in Oldendeever

Het direct na de Tweede Wereldoorlog door de voorkant van het gelijk bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven grensstenen.
Zo staat een minder goed onderhouden exemplaar op zijn originele betonnen sokkeltje pal tegen de muur tussen de ramen van de in 1926 gebouwde boerderij van de familie Michels in Oldendeever; zie de bijgaande foto die de redactie van het Deevers Archief op 3 oktober 2012 heeft gemaakt. Hulde aan de familie Michels, die deze grenssteen gelukkig heeft gered uit de slopershanden van de gezagsgetrouwe medewerkers van de voorkant van het gelijk.
Het grappige is dat de eigenaren de naam Deever hebben uitgebreid tot Oldendeever. En terecht, want de gemiente Deever had eigenlijk de gemiente Oldendeever moeten hebben geheten.
Dit stuk versierd beton heeft, tot vóór de dag waarop de gemienten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelt gedwongen opgingen in de gemeente Westenveld, langs de Doldersummerweg op de grens van de gemiente Deever en de gemiente Vledder gestaan.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de voorgevel van de boerderij Oldendeever 10 mit pothokke op 4 november 2017 gemaakt. Het dak van het pothokke is in 2016 vernieuwd. Hulde aan de eigenaren die dit letterlijke en figuurlijke erfgoed goed weten te onderhouden. Echt wel.

Posted in Aarfgood, Diever, Gemiente Deever, Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Blik, Wringe, Boekweitenveen, Giere, Kleine Kwabbik

In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 december 1964 -alweer meer dan vijftig jaar geleden- verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van bouwland en groenland in café Brinkzicht an de brinq in Deever.

Diever. Ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo werd in café Brinkzicht te Diever bij toeslag, wegens voorgenomen beëindiging van het bedrijf, in het openbaar verkocht:
1.
Voor de heer R. Hummelen te Almelo:
Bouwland ’t Blik op de Westeres, groot 48 are 10 ca.
Kopers werden gebroeders Elting te Wittelte voor f. 3690,-.
2.
Voor de heer A. Vierhoven te Ruinerwold:
Groenland de Wringe bij de Bolderhoek, groot 97 are en 70 ca.
Koper werd de heer J. Pot te Wittelte voor f. 5650,-.
3.
Voor de  heer H.J. Bennen te Diever:
Groenland Boekweitenveen op de Westeres, groot 2.63.20 ha.
Kopers werden gebroeders Van Wester te Oldendiever voor f. 15.800,-.
Bouwland de Giere op de Hezenes, groot 46 are.
Koper werd de heer H. Offerein te Diever voor f. 3000,-.
Groenland de Kleine Kwabbik aan de Groningerweg, groot 62 are 60 ca.
Koper werd de heer W. Bakker te Diever voor f. 3440,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden bouwlanden en groenlanden aangeduid met hun eeuwen oude veldnaam. Hoe eenvoudig kon het zijn.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft met langdurend en geduldig uitzoekwerk gelukkig zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever in kaart gebracht. Deze hebben grote cultuurhistorische waarde. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude veldnamen van bouw- en groenlanden verdwenen.
Als men nu een willekeurige inwoner van de gemiente Deever vraagt waar ’t Blik, de Wringe, ‘t Boekweitenveen, de Giere en de Kleine Kwabbik liggen, dan zal die inwoner het antwoord hoogstwaarschijnlijk schuldig blijven.
Of wellicht weet die inwoner waar de Wringe heeft gelegen, omdat die veldnaam terug is te vinden op een straatnaambordje an de Deeverbrogge.
De redactie weet het niet zeker, maar denkt dan de gebroeders Elting nog leven.

Jan Pot is geboren op 3 augustus 1919 en is overleden op 12 november 1987.
De gebroeders Van Wester waren Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester.
H.J. Bennen is Harman Jan Bennen.
W. Bakker is Willem Bakker.

Posted in Aarfgood, Cultuurhistorie, Diever, Landbouw, Veldnaam | Leave a comment

Knallen met carbid wint terecht aan populariteit

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 29 december 1988 het navolgende bericht over het kebied scheet’n in Deever,

Neveninkomst voor de gebroederers Kleine in Diever
Knallen met carbid wint aan populariteit
Diever – Onze ouders wisten eigenlijk niet anders. Rondom de jaarwisseling lekker knallen met een blikje met carbid. Was je echt ruig, dan gebruikte je een melkbus en waren de dreunen tot ver in de omtrek te horen. Uren was je er mee bezig. Tegenwoordig wordt er voor miljoenen aan vuurwerk ‘verknald’. Lontje aansteken, weggooien, volgende ronde. Van echt tijdverdrijf is geen sprake, althans dat vinden de gebroeders Klaas en Berend Kleine uit Diever.
Ze zijn smid van beroep, maar hebben deze dagen bescheiden neveninkomsten aan de verkoop van carbid. Dat wordt de laatste tijd weer aardig populair volgens Berend, die namens de twee het woord voert. ‘Dit is het derde jaar dat we het verkopen en aanvankelijk waren we de enige in de wijde omtrek. Maar er komen steeds meer verkooppunten, zodat we vorig jaar tien kilo overhielden. Dat betekent tien procent van de omzet, want de gebroeders Kleine kopen niet meer dan honderd kilo in. ‘Het moet een lolletje blijven’ vinden ze.
Carbid is een gangbare afkorting van calciumcarbide, staat in de encyclopdie te lezen. Het is een verbinding van calcium en koolstof , die wordt verkregen door calciumoxide met cokes in een elektrische oven te verhitten. Met water geeft het acetyleen, Vroeger werd carbid gebruikt voor verlichtingsdoeleinden en bij het lassen. Tegenwoordig tracht een enkeling de mollen in zijn tuin met de gasontwikkeling van carbid te verdrijven. De mogelijke knaleffecten zijn echter de belangrijkste attractie.
Het toevoegen van de juiste hoeveelheid water is erg belangrijk, vertelt Berend Kleine. ‘Doe je er teveel bij, dan doet het niets. Dan heb je een te rijk mengsel. Dan moet je het blikje maar weggooien en weglopen en wachten tot hij helemaal uit is.’
Mits er verantwoord mee wordt omgesprongen, hoeft knallen van carbid niet gevaarlijker te zijn dan het afsteken van gewoon vuurwerk. Het is in elk geval veel spannender, want je moet er zelf heel wat voor doen om een mooie knal te krijgen. Doorgaans wordt een stevig blikje met een precies sluitend deksel gebruikt. Via een gaatje onderin wordt de carbid aangestoken. Dank zij de gasontwikkeling ontstaat de explosie. Doordat de deksel er af vliegt, blijft het blikje voor een volgende keer behouden, maar soms zoek je je natuurlijk wel een ongeluk naar deze afsluiter. ‘Wij deden er vroeger wel eens een lang touw aan’, vertelt Berend, wiens ogen gaan glinsteren bij de herinneringen aan vroeger. Een lang stuk touw is zeker geen luxe aan het deksel van een melkbus, waarmee ook wordt geschoten. Dat is zeker niet zonder gevaar, want zo’n zwaar deksel kan een eind vliegen. Ook komt het wel voor dat achter uit de bus, als het deksel er te stevig op is gedrukt, een forse steekvlam komt. Uitkijken, dus.
Voor de verkoop van carbid heb je geen vergunning nodig, zoals bij vuurwerk. Ook de jeugd loopt geen gevaar door de politie in de kraag te worden gevat. ‘Hoogstens voor ordeverstoring. De wet zal er nog wel op aangepast worden, denk ik. Een bromfiets die te veel lawaai maakt, mag toch ook niet.’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Berend Kleine (de grote Hendrik) beschrijft in het artikel op sublieme wijze hoe je op een veilige en mooie manier op oudejaarsdag en oudejaarsavond voor 10 gulden per kilo met carbid kunt schieten. Het artikel is een kleine maar goede handleiding voor de doe-het-zelver.
Lekker bolder’n zonder de aanwezigheid van politieagenten en zonder de hinderlijke bemoeienissen van de voorkant van het gelijk. Heeft de voorkant van het gelijk de verkoop van carbid inmiddels al vergunningsplichtig gemaakt ? Dat zou best eens zo kunnen zijn.

Abracadabra-441

Posted in Aarfgood, Carbid schieten, Hoofdstraat, Traditie | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Kalkovens staan op instorten

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 21 januari 1983 het navolgende artikel ‘Voor 1 februari omheining Kalkovens in Dieverbrug’ naar aanleiding van gedoe over de bouwvallige restanten van de kalkovens an de Deeverbrogge.

Burgemeester en Wethouders van Diever hebben eigenaar H.J. Schoenmaker uit Haren gesommeerd vóór 1 februari de kalkovens in Dieverbrug af te schermen voor het publiek. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat stukken van de schoorsteenpijp naar beneden vallen. Twee jaar geleden is dat al eens gebeurd, overigens zonder dat zich ongelukken voordeden. Ook toen hebben Burgemeester en Wethouders gevraagd te zorgen voor een deugdelijke afrastering rond de uit het begin van deze eeuw stammende kalkovens. Hieraan heeft Schoenmaker niet voldaan.

Omdat het gevaar voor instorten nog groter is geworden, wil het college op grond van de bouwverordening nu kracht achter het verzoek zetten. ‘De tand des tijds heeft haar nimmer aflatende invloed steeds sterker doen gelden.’ staat in een brief aan Schoenmaker. Hij krijgt een maand de tijd in beroep te gaan. Anders zal de gemeente op zijn kosten voor een deugdelijke omheining zorgen. De gemeente heeft overigens al diverse pogingen ondernomen de kalkovens te behouden. ‘Ons is gebleken dat de helft van de kalkovens in ons land de laatste jaren verloren is gegaan.’ zegt burgemeester H.G. Overweg. ‘Het is goed om er dan een paar te bewaren. Deze ovens zijn daarvoor uitermate geschikt, omdat uit de plaats een relatie blijkt met de omgeving. De schelpen werden altijd aangevoerd via de Drentsche Hoofdvaart.
Als bestuurslid wist Overweg de Stichting Oud-Drenthe voor de ovens te interesseren. Onderhandelingen met de eigenaar liepen echter op niets uit. ‘Schoenmaker vroeg zo’n hoge prijs dat de stichting daar niet op in kon gaan. Er zijn altijd mensen die denken dat in een dergelijk bezit geld zit. Het is echter eigenlijk een negatief bezit, want je hebt er geen donder aan. Voor het behoud van de ovens was het voor de stichting echter wel interessant.
De suggestie van Schoenmaker de gemeengte de oven te laten opknappen leverde geen gehoor op. ‘Wanneer je geen eigenaar bent moet je niet gaan prutsen aan dit soort dingen.’ zegt Overweg. ‘Ook in het belang van de toeristen willen we wel graag iets doen. De kalkovens zijn een monumentje van industrie en techniek.’
Ondersteuning krijgt het gemeentebestuur van G.J.P. Bloemen uit Doesburg. Tijdens zijn vakantie maakte hij kennis met de ovens. In een brief aan de gemeenteraad pleit Bloemen voor het behoud ervan. De gemeenteraad van Diever vergadert donderdagavond.

Posted in Aarfgood, An de Deeverbrogge, Bedrijf, Boek An de Brogge, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Drentsche Hoofdvaart, Economie | Leave a comment