Category Archives: Overlijdensbericht

Fokke Dieuwko Lindeboom komp umme in Oekraïne

In Volk en Vaderland: weekblad der Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland verscheen op 16 juli 1943 het volgende berichtje over het overlijden van N.S.B.’er en Oostlandboer Fokke Dieuwko Lindeboom uut Woater’n. 

In den strijd voor Leider, Volk en Vaderland, tegen het Bolsjewisme, is gevallen de Oostlandboer
Fokke D. Lindeboom
Stbno. 52165,
Landwirtschaftsführer,
oud 45 jaar.
Zijn nagedachtenis leeft in onze rijen voort.
Namens de Groep Diever
K.M. Balsma,
Groepsleider.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie probeert zoveel als mogelijk is aandacht te besteden aan al het gebeurde in de gemiente Deever in de Tweede Wereldoorlog.
De redactie verwijst de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief voor meer begrip over dit bericht bijzonder graag naar de studententhesis ‘Fout werk in het Oosten’ van 26 juni 2011.
De redactie wist van horen zeggen van zijn moeder dat de op Woater’n bij haar in de buurt wonende boer Fokke Lindeboom een N.S.B.’er was en dood was gekomen in Oost-Europa. Het bijgaande overlijdensbericht getuigt daarvan.
Het overlijdensregister van de gemiente Deever vermeldt in aktenummer 19 van nota bene 3 juli 1952 het volgende:
Overleden: Fokke Dieuwko Lindeboom; geboren op 14 mei 1898 te Smallingerland, overleden op 7 juni 1943 te Oost-Europa,  zoon van Sipke Lindeboom en Trijntje Pool. Gehuwd geweest met: Engeltje Jager (in leven; echtgenote). Zie ook de afbeelding van de overlijdensakte (afbeelding 3)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog emigreerden Nederlandse boeren, waaronder een aantal boeren uit Drenthe, waaronder Fokke Dieuwko Lindeboom uut Woater’n, naar door de Duitsers bezette landen, zoals Estland, Letland, Litouwen en met name Oekraïne. Het waren voor een deel N.S.B.’ers en voor een deel boeren die zich hadden laten overhalen door de Nederlandse Heidemaatschappij. Is Fokke Dieuwko Lindeboom gerecruteerd door de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma ?
Fokke Dieuwko Lindeboom is overleden op 8 juni 1943 in Sitkowski in Oekraïne en is in die plaats ook begraven. De redactie kon nergens in de Oekraïne de plaats Sitkowski vinden.
De redactie weet niet wat de oorzaak van zijn dood is geweest. De Oostlandboeren werden vaak het slachtoffer van de strijdende partijen. Hebben partizanen Fokke Dieuwko Lindeboom om het leven gebracht ? De redactie weet ook niet of zijn vrouw Engeltje Jager met hem naar Oekraïne is vertrokken en waar zij na het einde van de Tweede Wereldoorlog terecht is gekomen. Engeltje Annes Jager is op 25 februari 1987 in Drachten overleden, zij was toen 88 jaar oud.
Denk nu niet dat N.S.B.-groepsleider Klaas Marcus Balsma, uitbater van café Brinkzicht an de Brink in Deever, zelf dit gehele bericht heeft bedacht. Nee. hij maakte gebruik van een soort van door de N.S.B. voorgekauwd overlijdensbericht waarbij de zin ‘In den strijd voor Leider, Volk en Vaderland tegen het Bolsjewisme, is gevallen …..’ en de zin ‘Zijn nagedachtenis leeft in onze rijen voort.’ vaste teksten waren. Wat zou het N.S.B.-stamboeknummer van Klaas Marcus Balsma zijn geweest ?

Fokke Dieuwko Lindeboom had als N.S.B.-stamboeknummer 52165. Hij was een landbouwleider in Oekraïne, wellicht gaf hij leiding aan een groepje geëmigreerde boeren.

Op 26 november 2017 reageerde de in Londen wonende Theo Veenstra als volgt:
De website genealogieonline.nl geeft aan dat Fokke Lindeboom in de Oekraïne is vermoord.
Ik doe via het internet genealogisch onderzoek naar mijn voorouders. Een van mijn overgrootmoeders is Geertje Lindeboom (1849-1922), die was gehuwd met Jurjen Veenstra (1841-1916).
Interessant is te weten dat Fokke Lindeboom’s broer Eize Jan en zuster Janna met hun partners en kinderen in het begin van de twintigste eeuw naar de U.S.A. zijn geëmigreerd en dat Eize Jan Lindeboom’s zoon George Sam (oorspronkelijk Gjalt Sipke), dus een volle neef van Fokke Lindeboom, in de Tweede Wereldoorlog als vrijwilliger in het Amerikaanse leger in de Stille Oceaan tegen de Japanners heeft gevochten.

Op 30 december 2017 reageerde de heer J. Stitselaar als volgt:
Fokke Dieuwko Lindeboom is volgens het Standesamt Berlin op 7 juni 1943 te Shitomir (UKR) overleden.
Volgens opgave is de doodsoorzaak ‘von partizanen ermordet’. Bijgaand de Duitse overlijdensakte van Fokke Dieuwko Lindeboom (zie afbeelding 2). De plaatsnaam Shitomir is volgens de Duitse spelling.

Op 28 juli 2018 reageerde de in Denemarken wonende heer Michel Dalstra als volgt:
Het volgende wil ik toevoegen aan de reactie van Theo Veenstra.
Eize Jan Lindeboom emigreerde naar Californië in de jaren 1920/1930.
Op zijn land bij Los Angeles werd het latere thema park Knott’s Berry Farm gevestigd.
Zijn dochter Trijntje (Tine) kwam al vóór de oorlog terug naar Nederland en was actief in het verzet in Drachten en omstreken. Zij werd gevangen genomen en heeft tot het einde van de Tweede Wereldoorlog in gevangenschap doorgebracht.
Eize Jan’s zuster Janna emigreerde met haar echtgenoot Brand Dalstra pas rond 1950 naar Californië.

Afbeelding 1
In Volk en Vaderland: weekblad der Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland verscheen op 16 juli 1943 het volgende berichtje over het overlijden van N.S.B.’er en Oostlandboer Fokke Dieuwko Lindeboom uut Woater’n.

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Klaas Marcus Balsma, N.S.B., N.S.B.'er, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog, Woater’n | Leave a comment

De groeve van mr. A.C. van Daalen besteet nog

De redactie van ut Deevers Archief vroeg zich al vele jaren af waar mr. Albertus Christiaan van Daalen, de ontwikkelaar van het landgoed Berkenheuvel bij Deever en daardoor de grondlegger van de hedendaagse lucratieve winstgevende toeristische industrie in de gemiente Deever, is begraven en of zijn graf nog bestaat. De redactie heeft dit nooit via openbare bronnen op het internet kunnen vinden en heeft ten langen leste en ten einde raad contact gezocht met de Historische Vereniging Oud-Bennekom (https://www.oudbennekom.nl). Het volgende bericht is onder meer samengesteld uit resultaten van onderzoek en teksten van leden van de werkgroep Begraafplaatsen van de Historische Vereniging Oud-Bennekom. De redactie is deze leden bijzonder erkentelijk voor de tijd en de moeite die zij hebben besteed om de plaats van het graf van mr. Albertus Christiaan van Daalen te achterhalen.

De genoemde werkgroep Begraafplaatsen stuurde bijgaande familieadvertentie van het overlijden van Albertus Christiaan van Daalen. Dit bericht van overlijden is verschenen in de Arnhemsche Courant van 17 januari 1939 en is te vinden in de webstee Delpher (https://www.delpher.nl). Zie afbeelding 4.
Hij is in 1939 overleden in zijn ‘huize Dorpszicht’ in Bennekom. Hij is begraven in het familiegraf op de Oude Begraafplaats in Wageningen. De Oude Begraafplaats lag aan de Rijksstraatweg, nu Generaal Foulkesweg. Deze begraafplaats is tot 1940 gebruikt. De graven zijn na 1940 geruimd. De begraafplaats is nu bebouwd. Het poortgebouwtje is wel bewaard gebleven.
Navraag van de Historische Vereniging Oud-Bennekom bij de gemeente Wageningen over de stoffelijke resten in het familiegraf en de grafsteen leverde de volgende gegevens van de gemeentearchivaris op.
Uit het register van graven (Archief Algemene Begraafplaatsen Wageningen 1829-1965 [archief nummer 12, inventaris nummer 2] blijkt dat de familiegraven Van Daalen zich bevonden in vak I, nummers 11 tot en met 14. Mr. Hermannus Bernardus van Daalen kocht die grafsteden op 10 februari 1829.
Met rode balpen is in het register aangetekend dat de stoffelijke resten uit deze graven zijn opgegraven op 4 november 1968. De resten zijn in drie nieuwe kisten geplaatst en overgebracht naar de nieuwe begraafplaats De Leeuwerenk en daar begraven in vak A, nummer 1091.
Daarmee was de vraag over de stoffelijke resten in het familiegraf en de grafsteen nog niet opgelost. De werkgroep Begraafplaatsen was er druk mee en bracht de mogelijke oplossing. Allereerst bleek dat het grafnummer A 1091 niet klopt. In dat graf ligt een echtpaar Pepplinkhuizen.
Een van de leden van de werkgroep Begraafplaatsen schrijft het volgende aan de andere leden van de werkgroep :
Ik ben gisteren voor een bezoek aan graf A 1091 naar De Leeuwerenk gefietst. Daar heb ik op de plattegrond naar het graf gezocht. In een uithoek vond ik inderdaad graf A 1091. Het leek me buitengewoon onwaarschijnlijk dat een welgestelde familie, die de moeite nam zich een nieuw graf op deze begraafplaats te verwerven voor het herbegraven van familieleden, dat in zo’n uithoek zou doen. Ik vermoedde dat A 1091 het graf van het echtpaar Pepplinkhuizen is; waar jullie het over hadden; ik heb het niet gecontroleerd.
Meestal bevindt zich het graf van vooraanstaande personen, die er eertijds het geld voor over hadden, op een meer centrale plaats op een begraafplaats. Op de plattegrond zag ik in de zichtlijn van de begraafplaats een rotonde getekend. Die zou potentieel aan ‘een plaats op stand’ kunnen voldoen. En zowaar, nauwelijks leesbaar, stond op de plattegrond in de rotonde in gele letters Vak A geschreven. En in die rotonde stond een los graf met het nummer 109f aangegeven. Ik ben er heen gelopen en heb de foto (afbeelding 2) van de grafsteen gemaakt. Het nummer 109f moet destijds fout zijn overgeschreven.
Op een prominente plek op de begraafplaats De Leeuwerenk is dus nog steeds het verzamelgraf van de familie Van Daalen aanwezig. Maar wel met een dreigend bordje (zie afbeelding 3) dat kan duiden op mogelijke ruiming van het familiegraf.
Het tweede jaartal 16-1-1939 op de grafsteen is de sterfdatum van Albertus Christiaan van Daalen. Voor het eerste jaartal 11-2-1829 op de steen heeft de werkgroep Begraafplaatsen nog geen verklaring gevonden. Verder is aannemelijk dat Albertina Johanna Sichterman (1861-1935), de echtgenote van mr. A.C. Van Daalen, ook in het familiegraf ligt. Ook is aannemelijk dat de derde persoon in het familiegraf hun ongehuwde dochter Antoinetta (1993-1934) is. Haar overlijden is geregistreerd in Ede. Zij is waarschijnlijk overleden in het ouderlijk huis in Bennekom. Van de oudste zoon Albert Christiaan (1891-1944) is geen graflocatie gevonden; hij stierf na sluiting van de Oude Begraafplaats in Wageningen. De datum van overlijden van de andere kinderen is niet bekend. De werkgroep Begraafplaatsen neemt aan dat Albertus Christiaan van Daalen, Albertina Johanna Sichterman en hun dochter Antoinetta in het verzamelgraf zijn gelegd en zijn herbegraven in De Leeuwerenk.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk wie van de familie Van Daalen tussen 1829 en 1934 in het familiegraf is begraven en of het graf tussentijds is geruimd ?
De redactie verwijst voor gegevens over de oudste zoon Albertus Christiaan van Daalen naar de betreffende pagina in de webstee van de Oorlogsgravenstiching
.

Op 15 augustus 2022 ontving de redactie de volgende bijzonder gewaardeerde reactie van de heer Menno Buijs
In de webstee van de Oorlogsgravenstichting zijn gegevens van Albert Christiaan van Daalen te vinden:
Albert Christiaan van Daalen;
1891-1944;
Oorlogsslachtoffer;
Is 52 jaar geworden;

Geboren op 28-12-1891 in Bennekom;
Overleden op 28-04-1944 in Tjimahi.
Dan staat er aan de rechterkant op deze website:
Nederlands ereveld Leuwigajah te Cimahi;
Vak/rij/nummer II 591 met een link naar een foto van het graf.
Op de foto staat een graf dat volgens mij van deze Albert Christiaan is.

Afbeelding 1
Meppeler Courant van 8 januari 1993 – Tekening van mr. Albertus Christiaan van Daalen.

Afbeelding 2

Steen op de laatste rustplaats van de familie Van Daalen (foto gemaakt op 13 april 2022, © Bert Lever).

Afbeelding 3
Bordje bij de grafsteen van de familie Van Daalen (foto gemaakt op 13 april 2022, © Bert Lever).

Afbeelding 4
Arnhemsche Courant van 17 januari 1939 – Bericht van overlijden van mr. Albertus Christiaan van Daalen.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Landgoed Berkenheuvel, Overlijdensbericht, Tiekening | Leave a comment

Jan Booiman is estör’m in Warnemünde

Op 21 augustus 1943 verscheen in het Drentsch dagblad de volgende advertentie over het overlijden van Jan Booiman in een werkkamp in Warnemünde in het Noorden van Duitsland.

Heden ontvingen wij de droeve tijding, dat door een noodlottig ongeval om het leven is gekomen, onze mede-arbeider Jan Booiman op den bloeiende leeftijd van ruim 19 jaar. Directie en personeel van de Meubelfabriek ‘de Toekomst’. Dieverbrug, Augustus 1943.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de Tweede Wereldoorlog kwamen drie mannelijke inwoners van de gemiente Deever om in werkkampen:
Jan Booiman (19 jaar) op 29 juli 1943 in Warnemünde in Duitsland;
Gerrit Kuiper (16 jaar) op 21 november 1942 in de Olde Willem;
Abraham Oostra (36 jaar) op 26 september 1944 in Osnabrück in Duitsland.
Hun naam staat gegraveerd op een plaat die zit vastgeschroefd aan het oorlogsmonument in de vorm van een zwerfsteen, die aan het begin van de Bosweg in Deever staat.
De advertentie leert ons ook dat Jan Booiman voor zijn gedwongen vertrek naar Duitsland als arbeider werkzaam was bij meubelfabriek ‘de Toekomst’ an de Deeverbrogge en dat deze meubelfabriek al in of vóór de Tweede Wereldoorlog an de Deeverbrogge was gevestigd.

Posted in An de Deeverbrogge, Bosweg, Meubelfabriek 'de Toekomst', Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Tante Nel is estör’m op 3 oktober 1994

In het NRC Handelsblad van dinsdag 4 oktober 1994 verscheen bijgaand bericht van overlijden van Nelly Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd met ontzag en eerbied tante Nel werd genoemd), oud-burgemeestersvrouw van de gemiente Deever.

O, hoe graag laat ik het leven
Achter mij, waar niets mij bindt.
Alles wordt mij om het even
Zie, mijn ziel begint te zweven
Tot mij alles gaat begeven,
Tot ik het geluk hervind.
Uit ‘Hunkering’
N. Meyboom-Veltman

Heden overleed toch nog onverwacht onze lieve moeder, schoonmoeder en grootmoeder
Nelly Veltman
weduwe van Jan Cornelis Meyboom
in de leeftijd van 86 jaar.
Northampton (Engeland):
P.E. Townsend-Meyboom
R.J. Townsend,
Walter en Emily.
Dedemsvaart:
W.A. Meyboom
H.J. Meyboom-Klok
Kees, Elke, Kars en Rozemarijn.
Groesbeek:
H.A. Meyboom
Chr. Meyboom-de Bruin
Jan-Kees en Kolja.
Eindhoven:
J.A. Meyboom
C.J.P. Meyboom-van der Schalk
Wilfred, Daniëlle en Carlijn.
Oss:
P. Meyboom
B. Meyboom-Donker
Marleen en Rianne.
Bilthoven, 3 oktober 1994.
‘Het Oosten’
Correspondentieadres:
Zuiderwijn 16
5653 PR Eindhoven.

Ingevolge de wens van de overledene geen bloemen.

De crematieplechtigheid zal plaatsvinden op vrijdag 7 oktober om 13.00 uur in aula 1 van het crematorium ‘Den en Rust’, Frans Halslaan te Bilthoven.
Na de plechtigheid is er gelegenheid tot condoleren in de ontvangkamer van het crematorium.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Nelly Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd met ontzag en eerbied tante Nel werd genoemd) was de echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd met ontzag en met eerbied ome Kees werd genoemd).
Na de pensionering van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd met ontzag en met eerbied ome Kees werd genoemd) zijn ze verhuisd naar een serviceflat in Bilthoven
Nelly Meyboom-Veltman schreef in de Tweede Wereldoorlog ook een bundel verzen (gedichten) met de titel ‘Hunkering’. De bundel is in 1945 uitgegeven. De uitgever van deze bundel was Van Gorcum & Compagnons in Assen. De bundel kostte toen f. 1.25.
In de webstee van het Geheugen van Drenthe is ook enige aandacht besteed aan Nelly Meiboom-Veltman.


Posted in Overlijdensbericht | Leave a comment

Johanna Cornelia Ludovica van Wensen is 70 ewöd’n

In de krant ‘De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad’ van 27 maart 1917 verscheen het bericht van overlijden van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, weduwe van mr. Lodewijk Guillaume Verwer.

Heden overleed tot onze diepe droefheid na voorzien te zijn van de H.H. Sacramenten der Stervenden, onze lieve Moeder, Behuwd- en Grootmoeder
Johanna Cornelia Ludovica van Wensen,
Weduwe van den Weledel Gestrenge Heer Mr. L.G. Verwer,
in den ouderdom van ruim 70 jaren.
Leiden:
L.Y.M. Verwer.
Oegstgeest:
C.J. Meddens-Verwer.
Mr. J.L.J. Meddens.
en kind.
Zwolle:
J.Joh. Verwer.
E.M. Verwer-Becker.
en kinderen.
Oegstgeest:
I.J.M. van Sonsbeeck-Verwer.
Th. van Sonsbeeck.
Leiden, 25 maart 1917.
Geen Bloemen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Johanna Cornelia Ludovica van Wensen
Zij is geboren op 17 juli 1846 in Leiden. Zij trouwde op 11 augustus 1869 met Lodewijk Guillaume Verwer. Zij is overleden op 25 maart 1917 in Leiden. Johanna Cornelia Ludovica van Wensen is niet bij mr. Lodewijk Guillaume Verwer op de rooms-katholieke begraafplaats.
L.Y.M. Verwer is Louisa IJsbranda Maria Verwer.
Zij is een dochter van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Zij is geboren op 27 juni 1870 in Leeuwarden. Zij trouwde op 3 juli 1924 in Zoeterwoude met Petrus Carolus Aloysius Wap. Zij is overleden op 28 juli 1944 in Zoeterwoude. Petrus Carolus Aloysius Maria Wap is burgemeester van Nibbixwoud geweest.
C.J. Meddens-Verwer is Cecilia Johanna Verwer.
Zij is een dochter van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Zij is geboren op 10 september 1872 in Leeuwarden. Zij trouwde op 3 augustus 1904 in Deever met Jacobus Livinus Joannes Meddens. Zij is overleden op 7 juni 1923 in Soest.
J.L.J. Meddens is Jacobus Livinus Joannes Meddens.
Hij is geboren op 2 oktober 1878 in Groningen. Mr. dr. Jacobus Livinus Joannes Meddens was als kassier werkzaam in de levensverzekeringenbranche.
I.Joh. Verwer is Idse Johannes Verwer.
Hij is een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen.
Hij is geboren op 27 augustus 1874 in Leeuwarden. Hij trouwde op 22 juli 1902 in Amsterdam met Elisabeth Maria Becker. Hij is overleden op 19 januari 1926 in Nijmegen. Hij was directeur van de Noordelijke Hypotheekbank.
E.M. Verwer-Becker is Elisabeth Maria Becker.
Zij is geboren op 2 februari 1878 in Amsterdam, Damrak 91. Zij is overleden op 15 juli 1948 in Amsterdam.
J.J.M. van Sonsbeeck-Verwer is Johanna Josephina Maria Verwer.
Zij is een dochter van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Zij is geboren op 29 september 1879 in Leeuwarden. Zij trouwde op 15 juli 1908 in Deever met Theodorus van Sonsbeeck. Zij is overleden op 11 februari 1942 in Overveen.
Th. van Sonsbeeck is Theodorus van Sonsbeeck.
Hij is geboren op 30 april 1871 in Zwolle. Hij is overleden op 13 augustus 1955 in Heemstede

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Overlijdensbericht, Zorgvlied | Leave a comment

Henkie hef sien glaès’n knikkes mitekreeg’n

De redactie van ut Deevers Archief was op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever nog nooit langs de groeve van Hendrik (Henkie) Jan Wesseling gelopen. Bij een rondgang op 22 april 2021 viel zijn oog wel op het graf van Hendrik (Henkie) Jan Wesseling en dat kwam met name door de naam Henk, die op het platte deksteen van de groeve is vormgegeven met behulp van glazen knikkers.
Hendrik (Henkie) Jan Wesseling is geboren op 4 december 1943 in Deever. Hij is in zijn vierenzeventigste levensjaar overleden op 10 september 2018 in Möppel. Wellicht is hij overleden in de Reesthoeve van de Stichting Vanboeijen aan de Hoogeveenseweg in Möppel. De redactie heeft zijn overlijdensbericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van woensdag 12 september 2018 hier opgenomen.
Hendrik (Henkie) Jan Wesseling is een zoon van Gerrit Jan (Gait Jan) Wesseling en Hendrikje Oostra. Gerrit Jan (Gait Jan) Wesseling is geboren op 8 juni 1900 in Deever. Hij is overleden op 22 oktober 1983 in Deever. Hendrikje Oostra is geboren op 6 mei 1897. Zij is overleden op 13 september 1974. Beide zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In het overlijdensbericht is Cor (Corrie) Wesseling genoemd. Dit is de zuster van Hendrik (Henkie) Jan Wesseling. Ten tijde van het overlijden van Hendrik (Henkie) Jan Wesseling leefde zij blijkbaar nog.
Hendrik (Henkie) Jan Wesseling was geestelijk gehandicapt. In Deever werd hij in de volksmond altijd gekke Henkie genoemd. Zelfs ontstond een gezegde: Ik bin gekke Henkie neet. Je denkt toch niet dat ik gek ben ?
De redactie weet niet wanneer Henkie Wesseling opgenomen is geworden in een inrichting voor geestelijk gehandicapten. In de vijftiger jaren en wellicht ook nog in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw was Henkie Wesseling nog thuis bij zijn ouders op de boerderij an de Achterstroate in Deever.
Het gebeurde regelmatig dat de goedmoedige Henkie ‘ontsnapte’ en dan ging hij steevast op zoek naar knikkes. Ook in de Kloosterstroate ging hij in zijn blauwe overall bij diverse huizen langs. Onder het lopen rammelden in de zakken van zijn overall glazen knikkers. Dan was steevast zijn vraag: Hei’j nog knikkes ? En onderwijl het vragen rammelde hij met een paar glazen knikkers in zijn hand. Hei’j nog knikkes ? Vaak gaven de mensen hem geen knikkers, maar soms wel een paar. Het moesten dan wel glazen knikkers zijn, want kalken knikkers rammelden niet in zijn hand en ook niet in zijn broekzak. Wellicht heeft Henkie dat rammelen met glazen knikkers zijn leven lang volgehouden. Dat weet Jan Hessel (Hessie) Mulder ongetwijfeld.
De redactie waardeert het bijzonder dan Jan Hessel (Hessie) Mulder, neef van Hendrik (Henkie) Jan Wesseling, zonder twijfel uit respect voor Henkie, zijn naam met glazen knikkers op het graf heeft laten plaatsen. Treffender kan het niet. Hei’j nog knikkes ? 
De redactie heeft de twee kleurenfoto’s gemaakt op donderdag 22 april 2021.

In De Westervelder van 16 maart 2022 verscheen het bericht van overlijden van Cornelia (Cor, Corrie) Wesseling, de zuster van Henkie Wesseling. Zie de bijgaande bericht van overlijden. De redactie heeft de kleurenfoto van het graf van Corrie Wesseling gemaakt op dinsdag 19 april 2022.


Posted in Aachterstroate, Overlijdensbericht | Leave a comment

Un duur rittie in un olde T-Ford over de Bosweg

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 40 een zwart-wit foto van drie Deeverse jongemannen op de achterbank van een T-Ford bij het marktterrein in Deever opgenomen. De zwart-wit foto voor deze ansichtkaart was aanwezig in de verzameling van wijlen Johannes Nijboer. In de tekst bij de afgebeelde ansichtkaart is onder meer enige aandacht aan de drie jongemannen in het automobiel. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen.

40 – Diever – Bij café Slagter en café Seinen – 24 oktober 1922
In het begin van de jaren twintig werd in Diever nog elke maand een markt gehouden. Jaarmarkten waren er op de tweede dinsdag in april, de eerste vrijdag in mei, de eerste woensdag in juli, de eerste zaterdag in augustus en de vierde dinsdag van oktober. In de andere maanden werd op de tweede dinsdag een beestenmarkt gehouden.
In die jaren was een automobiel nog geen gewoon verschijnsel. In de gemeente Diever zijn van 1911 tot 1923 zeventien houders van nummerbewijzen van motorvoertuigen geregistreerd, waaronder vier of vijf automobielbezitters. Zo kon het gebeuren dat een eigenaar uit Assen met zijn Ford Model T naar de toen nog druk bezochte grote oktobermarkt kwam om daar zijn voertuig als kermisattractie te verhuren aan marktbezoekers. De chauffeur maakte voor een kwartje per persoon een ritje van de Kruisstraat over de Bosweg tot aan de Grensweg en weer terug.
Zittend op de achterbank laten, gezien van links naar rechts, Jan Boelen, Johannes Nijboer en Arend Mulder hun voor die tijd dure ritje vereeuwigen door een misschien wel met de chauffeur meegereisde fotograaf. Johannes Nijboer was van begin jaren twintig tot eind jaren vijftig botermaker van de Dieverse zuivelfabriek. Arend Mulder werd geboren in Diever en was boer in Westervelde en is de maker van het boekje De historie en prehistorie van Diever in woord en beeld. Jan Boelen was eerst botermaker op de Dieverse zuivelfabriek, later werd hij de chef van de coöperatieve bakkerij, kruidenierswinkel en kolenhandel tegenover de zuivelfabriek op Ruinerwold.
Links is een deel van het café van Berend Slagter (Berend Pik) te zien. Deze mocht per 1 mei 1916 sterke drank verkopen in de woonkamer en de achterkamer. Na een verbouwing gold per 11 augustus 1920 de vergunning voor de woonkamer, de kleine gelagkamer en de grote gelagkamer. Rechts achter het automobiel is het boerencafé van Pieter Seinen zichtbaar. Helemaal rechts is nog een deel van de voormalige schaapskooi bij de braandkoele te zien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Een deel van de tekst bij de hier afgebeelde foto is opgetekend uit de mond van botermaker Johannes Nijboer.
Johannes Nijboer is geboren op 1 juli 1903 in Deever. Hij is overleden op 10 december 1997 in Dwingel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij was getrouwd met Harmke Grit. Hij heeft altijd in Oll’ndeever an de Kastanjelaan in zijn eigen huis naast de ijsbaan gewoond.
Arend Mulder is geboren op 25 april 1906 in een boerderij an de Heufdstroate in Deever. Hij is een zoon van boer Jan Mulder en Roelofje Tissingh. Hij was boer in Westervelde bij Norg. Hij is overleden op 16 december 1991 in Norg. Hij is gecremeerd. Zie het bijgaande bericht van overlijden van Arend Mulder, dat op 18 december 1991 in het Nieuwsblad van het Noorden is gepubliceerd..
In de tekst bij de foto staat abusievelijk Jan Boelen, dit moet Jan Boelens zijn. In het Deevers werd en wordt de s van deze achternaam niet uitgesproken. Jan Boelens is geboren op 13 november 1905 in Deever. In zijn werkzame leven was hij bedrijfsleider bij de Coöperatie Samenwerking in Ruinerwold. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft aanvullende gegevens van Jan Boelens ?
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op 3 oktober 2012. De automobiel stond ongeveer daar waar op de kleurenfoto het terras van de twee horeca-bedrijven is te zien    

Posted in Alle Deeversen, Diever, ie bint 't wel ..., Kruusstroate, Overlijdensbericht | Leave a comment

Dörpsfiguur Jan Hessels is veul te vrog estör’m

Jan Hessels overleed op 20 augustus 2001 na een kortstondige ziekte toch nog vrij plotseling in het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen. Hij is op velerlei manieren actief bezig geweest in de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.
De redactie wist in zijn jeugd in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw niet veel meer van Jan dan dat hij in die oude boerderij woonde waar je tegen aan keek als je vanaf de brink deur de Heufdstroate op weg was hen de Kruusstraote. En dat hij wat boerkte. Dat deed hij samen met zijn broer en dorpsfotograaf Harm. En dat hij vrijgezel was. En dat hij gereformeerd was.
De ouders van de redactie woonden na hun trouwen van 1948 tot 1 februari 1951, vanwege de naoorlogse woningnood, in het zomerhuisje van professor Albert Egges van Giffen op de Heezerbaarg. Over het bouwland van de familie Hessels liep destijds het zandpad naar de Heezerbaarg. Na het ploegen moest dit pad door belopen weer begaanbaar worden. De redactie wist van zijn moeder, dat zij een keer tijdens het ploegen met de redactie in de kinderwagen en zijn oudste zuster aan de hand op weg was naar het dorp. Jan was wel zo vriendelijk en behulpzaam om de kinderwagen met inhoud en al over het pas geploegde deel van de akker heen te tillen. Dat deed hij ook weer als zij met haar kinderen uit het dorp terugkwam. De redactie herinnert zich uit zijn jeugd dat hij hem in de zomer ’s middags teeg’n melk’nstied deur de Kloosterstroate zag fietsen hen mit de lege melkbusse an de hoake an de pakkiesdraèger en terogge mit de volle melkbusse veur op de stange. Hij en zijn broer weidden hun koeien ergens in Oll’ndeever.
De redactie heeft Jan meegemaakt bij activiteiten van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever. De redactie heeft daar heel goede herinneringen aan. Opvallend was dat hij zijn herinneringen in een plezierig leesbare stijl op papier kon zetten. Hij had een natuurlijke behoefte in verhalen grappige voorvallen te verwerken. Die noemde hij steevast anekkedotes.
Het was niet moeilijk om hem aan te zetten tot het schrijven van artikelen. Hij schreef zoals hij dacht en sprak. Als medewerker van het papieren blad Opraekelen van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever zette hij regelmatig verhalen op papier. Ze zijn allemaal gepubliceerd. Daar was hij in stilte hiel wies mit, ook al bromde hij wel eens als naar zijn zin te veel was aangepast in een verhaal. Hij had nog zo veel meer over ut olde Deever op papier kunnen zetten. Deever heeft node afscheid van hem moeten nemen.

Posted in Dorpsfiguur, Dorpskracht, Overlijdensbericht | Leave a comment

Ome Kees is op 11 febewoari 1982 estör’m

In het NRC Handelsblad van zaterdag 13 februari 1982 verscheen bijgaand bericht van overlijden van Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd met ontzag en eerbied ome Kees werd genoemd), oud-burgemeester van de gemiente Deever.

Heden overleed toch nog onverwacht mijn lieve man, onze vader, schoonvader en grootvader
Jan Cornelis Meyboom
oud-burgemeester van Diever (Dr.), op de leeftijd van 71 jaar.
Bilthoven:
N. Meyboom-Veltman.
Northampton (Engeland):
P.E. Townsend-Meyboom
R.J. Townsend
Walter
Dedemsvaart:
W.A. Meyboom
H.J. Meyboom-Klok
Kees, Elke, Kars en Rozemarijn.
Groesbeek:
H.A. Meyboom
Chr. Meyboom-de Bruin
Jan-Kees en Kolja.
Borkel en Schaft:
J.A. Meyboom
C.J.P. Meyboom-van der Schalk
Wilfred en Daniëlle.
Lelystad:
P. Meyboom
B. Meyboom-Donker.
3723 BM Bilthoven, 11 februari 1982.
Rubenslaan 1, flat 278.
Ingevolge de wens van de overledene geen bloemen.
De crematieplechtigheid zal plaatshebben op dinsdag 16 februari om 13.00 uur in aula 1 van het crematorium Daelwijck, Floridadreef te Utrecht-Noord (Overvecht).
Na de plechtigheid gelegenheid tot condoleren in de ontvangkamer van het crematorium.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd met ontzag en met eerbied ome Kees werd genoemd) was van 17 november 1939 tot 14 april 1944 en daarna van 20 april 1945 tot 1 mei 1975 burgemeester van de gemiente Deever. Hij was dus in de Tweede Wereldoorlog in de periode 14 april 1944 tot 20 april 1945 geen burgemeester van de gemiente Deever.
De nette rouwadvertentie van het college van burgemeester en wethouders van de gemiente Deever (afbeelding 2) stond eerder in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) dan het overlijdensbericht van de Meiboompjes in NRC Handelsblad (afbeelding 1).
Ook de naamloze vennootschap met de naam 
Intercommunaal Gasbedrijf Meppel en Omstreken (I.G.M.O.) (afbeelding 3) en de Shakespeare-vereniging (afbeelding 4) plaatsten een net bericht van medeleven in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante)
De redactie heeft in enige Olde Möppelers (Möppeler Kraant’n) van kort na 11 februari 1982 naarstig gezocht naar een door de Meiboompjes geplaatst bericht van overlijden van ome Kees, maar heeft deze niet kunnen vinden. De Meiboompjes
hadden het blijkbaar niet nodig gevonden via deze in de gemiente Deever stukgelezen regionale krant de Deeverse bevolking kond te doen van het verscheiden van zijn vroegere burgemeester Jan Cornelis Meiboom. En dat terwijl ome Kees ongeveer 34 jaar lang zijn brood met beleg verdiende in de gemiente Deever, daar samen met tante Nel Meiboompjes kreeg en waar zijn Meiboompjes opgroeiden. De vraag is of een bericht van zijn overlijden in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) enige beroering in de Deeverse gemeenschap teweeg zou hebben gebracht.

Afbeelding 1
Bericht in NRC Handelsblad van 13 februari 1982.

Afbeelding 2
Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 12 februari 1982.

Afbeelding 3
Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 15 februari 1982.

Afbeelding 4
Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 15 februari 1982.

Posted in Gemiente Deever, Jan Cornelis Meiboom, Overlijdensbericht | Leave a comment

Jan Jurjen de Boer is estör’m in Assen

De redactie van ut Deevers Archief is een verstokte verzamelaar van berichten van overlijden van bekende Deeversen. De redactie kwam in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 26 oktober 1992 de algemene kennisgeving, dus geen rouwkaarten, van het overlijden van dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer tegen. En kwam in ut Deeverse Blattie van 2 december 1999 het bericht van overlijden tegen van Grietje Sinnema, de weduwe van Jan Jurjen de Boer tegen. Zie de bijgevoegde afbeeldingen. Dat redactie toont deze berichten, want per slot van rekening is de redactie bijna twintig jaren, tot hun verhuizing van de Kloosterstraote hen de Kruusakkers in Deever, de buurjongen van Jan Jurjen de Boer en Griet Sinnema geweest.
Ook het bestuur van de gemiente Deever plaatste uit respect voor Jan Jurjen de Boer keurig en zoals het hoort een nette rouwadvertentie in de de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 26 oktober 1992. Per slot van rekening is Jan Jurjen de Boer lang in dienst van de gemiente Deever geweest. Zie het bericht Klaas Kleine over Kappie de Boer en Tante Nel. En zie het bericht Stroatveger Jan Jurjen de Boer stopt ur mit.

Alleskunner Klaas Kleine herinnerde zich de kleine edoch fijne rol die Jan Jurjen de Boer speelde in een uitvoering van een Midzomernachtsdroom in het openluchttheater an de Hezeresch bee Diever. Jan Jurjen de Boer speelde De Muur. Hij had een rood kleed om zijn schouders. Pyramos stond aan één kant van De Muur. Zijn geliefde Thisbe stond aan de andere kant van De Muur. Pyramos wilde graag wat tegen Thisbe zeggen, maar sprak eerst de woorden:
‘En gij, o Muur, o lieve, beste Muur,
Die ’t huis haars vaders en het mijne scheidt,
Gij Muur, o Muur, o lieve, beste Muur,
Toon mij uw spleet, waar ik mijn blik door weid.’
Jan Jurjen de Boer reageerde attent als De Muur door zijn wijs-en middelvinger in spreidstand omhoog te steken, een voortreffelijke spleet, waar de geliefden Pyramos en Thisbe doorheen konden praten.

De redactie heeft de kleurenfoto van het graf van Jan Jurjen de Boer (ome Jan) en Griet Sinnema (tante Griet) gemaakt op vrijdag 19 november 2021.

Het op de grafsteen vermelde Psalm 33 vers 10 luidt als volgt:
Zijn machtig’ arm beschermt de vromen,
En redt hun zielen van den dood;
Hij zal hen nimmer om doen komen
In duren tijd en hongersnood.
In de grootste smarten
Blijven onze harten
In den heer gerust;
‘k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn Helper heten,
Al mijn hoop en lust.

Het op de grafsteen vermelde Jesaja 41:13 luidt als volgt:
Want ik ben de Heer,
jouw God,
Ik neem jou bij jouw rechterhand en zeg jou:
Wees niet bang,
Ik zal jou helpen.



Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Overlijdensbericht | Leave a comment

Un hiele skiere foto van Villa Nova op Zorgvliet

Deze fraaie foto van de villa met de naam Villa Nova (Nieuw Landhuis) aan de Dorpsstraat op Zorgvliet (an de aandere kaante van de Deeverse bos) is wellicht gemaakt in de periode dat Albertus Odding in Villa Nova woonde. Albertus Odding was voor zijn pensionering en zijn komst naar Zorgvliet caféhouder in Meppel en namens de Vrijheidsbond (Liberale Liberalen) lid van de raad van de gemeente Meppel. Albertus Odding was eigenaar van café Centrum aan de Tweede Hoofdstraat in Meppel.
In het Nieuwsblad van het Noorden van 17 september 1928 was het volgend berichtje te lezen:
‘… Ook in de fractie van de Vrijheidsbond is mutatie te verwachten. De heer A. Odding heeft namelijk zijn café verkocht aan den heer E. Vos te Havelte en zal vermoedelijk onze stad verlaten …’.
In het Algemeen Handelsblad van 12 april 1929 verscheen het volgende korte bericht:
‘… Wegens vertrek zal de heer A. Odding (Vrijheidsbond) ophouden lid van den raad te zijn. Zijn opvolger op de lijst is de heer H. Stheeman. …’
In het Nieuwsblad van het Noorden van 22 april 1929 was de volgende tekst te lezen:
… Door den heer A. Odding, die jarenlang raadslid is geweest, maar nu binnenkort onze stad gaat verlaten, om zich te vestigen in Zorgvlied, gemeente Diever, werd een afscheidsrede gehouden, waarin hij de hoop uitsprak, dat de welvaart van Meppel in stijgende lijn moge gaan…’.
Albertus Odding is geboren in Meppel op 26 februari 1865 als zoon van tapper Arend Odding en Juliana Augusta Hendrietta Hubenet. Hij is overleden op 31 juli 1952 in de ouderdom van 87 jaren op Zorgvliet. Hij is begraven op de kaarkhof van Zorgvlied. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.
Albertus Odding is getrouwd geweest met Ida Christina van Dokkum en Sientje Martina van Riet. Ida Christina van Dokkum is op 22 december 1865 geboren in Stadskanaal en is op 6 juni 1921 overleden in Meppel, Sientje Martina van Riet is op 6 december 1875 geboren in Roermond en is op 26 december 1945 overleden op Zorgvliet.
Van Albertus Odding is bekend dat hij op Zorgvliet bijna elke dag, in de zomer en in de winter, in buitenwater zwom. Vaak fietste hij naar de Drentsche Hoofdvaart om daar een duik te nemen.
De vraag is of de foto vóór, in, of ná de Tweede Wereldoorlog is gemaakt. Let op het merkwaardige aan de boom bevestigde bord ‘Verboden toegang’ bij het toegangshek. Wie van de Zorgvliet-kenners kan de redactie van ut Deevers Archief gegevens verschaffen over deze fraaie foto ?
In het op vrijdag 9 juli 2021 uitgegeven Magnus Opus Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever is in het hoofdstuk Zorgvlied op bladzijde 203 een nogal bijgeknipte afbeelding van een exemplaar van de hier afgebeelde foto opgenomen.


Posted in De aandere kaante van de bos, Overlijdensbericht, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Wie was toch ok awièr Geert Koster ?

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in één van de dossiers inzake Deever in de Tweede Wereldoorlog bijgaande berichtjes over het overlijden van Geert Koster.

In het Weekblad voor de Gemeente Diever (Roef van Goor’s Blattie) verscheen op 4 april 1996 de rouwadvertentie (zie afbeelding 1) van de op 26 maart 1996 in zijn woning an de Vlasstroate in Deever overleden Geert Koster.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht (zie afbeelding 2) over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Geert Koster overleden
Diever –
Op 96-jarige leeftijd is gisteren Geert Koster in Diever overleden. Geert Koster was een zeer bekend figuur in de Dieverse gemeenschap.
Koster (‘Ome Joop’) heeft in de Tweede Wereldoorlog veel verzetswerk verricht en was in 1943 zeer nauw betrokken bij de totstandkoming van het onderduikershol in de bossen nabij Diever.
Het bestaan van het hol raakte aan het eind van de oorlog steeds meer bekend. Toen een N.S.B.’er zich liet ontvallen van het hol op de hoogte te zijn, besloten de onderduikers naar elders te verdwijnen. Kort daarop werd de omgeving door de S.S. uitgekamd, maar het hol werd niet gevonden.
Toen na enige tijd de rust was weergekeerd, besloten de verzetsstrijders om opnieuw in het hol te gaan wonen. Op deze morgen pleegde de S.D. een overval. Het hol was verraden. Er werden acht mensen gevangen genomen. Onderduikers, maar ook hulpverleners, die voor voedsel, medische hulp en dergelijke zorgden.
Van deze mensen keerde er na de oorlog slechts één terug.
Onder de gevangenen bevond zich ook de zoon van Geert Koster, Graddus Koster. Later is in Diever nog een straat naar hem vernoemd, die door Geert Koster is onthuld.
Geert Koster is de stimulator geweest om het hol in 1994 te renoveren en wel in de oorspronkelijke opzet. Hij stond op het standpunt dat het hol voor het nageslacht moest blijven bestaan.
Zaterdag zal Geert Koster worden begraven op de begraafplaats in Diever.

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht (zie afbeelding 3) over het overlijden van Geert Koster.  

Verzetsman Geert Koster overleden
Diever – In zijn woonplaats Diever is oud-verzetsman Geert Koster gisteren op 26-jarige leeftijd overleden.
Geert ‘Ome Joop’ Koster heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog veel verzetswerk verricht en was in 1943 nauw betrokken bij de aanleg van het onderduikershol in de bossen van Diever.
Het bestaan van het hol werd in de nadagen van de oorlog door een verrader doorgegeven aan de Duitse bezetter.
Acht mensen, zowel onderduikers als verzetsmensen, werden gevangen genomen. Onder hen ook Graddus Koster, de zoon van Geert Koster.
Later is in Diever een straat naar Graddus vernoemd.
Na de oorlog keerde slechts één persoon uit deze groep terug naar Diever.
Geert Koster was één van de stuwende krachten achter de renovatie van het onderduikershol in 1994. Hij vond dat dit monument voor het nageslacht bewaard moest blijven.
Geert Koster wordt zaterdag begraven op de begraafplaats in Diever.

In het blad Aanpakken verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Koster in Diever overleden
Diever – Op 96-jarige leeftijd is gisteren (dinsdag) Geert Koster in Diever overleden. Koster was een zeer bekend figuur in de Dieverse gemeenschap.
Als ‘Ome Joop’ heeft hij in de laatste wereldoorlog veel verzetswerk verricht. In 1943 was Koster zeer nauw betrokken bij de totstandkoming van het onderduikershol in de bossen nabij Diever.
Bij het hol namen de Duitsers acht mensen gevangen. Van hen keerde er na de oorlog slechts één terug.
Onder de gevangenen bevond zich ook Graddus Koster, de zoon van Geert Koster. Later is in Diever nog een straat naar hem vernoemd, die door Geert Koster is onthuld.
Koster was de stimulator om het hol in 1994 geheel te renoveren.
Zaterdag wordt Koster begraven op de begraafplaats in Diever.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 28 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Geert Koster dinsdag in Diever overleden
Diever – Oud-verzetsman Geert Koster is dinsdag in zijn woonplaats Diever overleden. Koster was behalve een bekend lokaal oud-verzetsstrijder ook de oudste inwoner van Diever. Koster werd 96 jaar.
Hij kwam de afgelopen jaren veel in de belangstelling, omdat hij de motor is geweest achter de renovatie van het onderduikershol van Diever.
Een zoon van Geert Koster zat ook in het hol toen het aan het eind van de oorlog door de Duitsers werd leeggehaald.
In totaal werden hierbij acht mensen gevangen genomen en weggevoerd. Samen met zes andere onderduikers liet Gradus Koster het leven.
Slechts één verzetsstrijder keerde na de oorlog terug.
Vernoemd
Diever heeft later een straat in de gemeente naar Gradus Koster vernoemd.
Geert Koster heeft het naambordje destijds onthuld.
Onder de titel De Wigwam is het verhaal over het onderduikershol ook in boekvorm verschenen.
Geert Koster wordt zaterdag op de begraafplaats van Diever begraven.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft het koffiedikbruine vermoeden dat alle vier de berichtjes door één en hetzelfde plaatselijke kranten-correspondentje zijn geproduceerd. En wel aan de lopende band. Hier en daar is een zinnetje veranderd, is een zinnetje weggelaten, is een zinnetje toegevoegd. Weer vier berichtjes klaar. En weer rinkelt de kassa !
Maar werd de zoon van Geert Koster nu Graddus of Gradus genoemd ?  Da’s wel een klein slordigheidje of verschrijvinkje van het plaatselijke kranten-correspondentje. De redactie denkt dat hij Gradus werd genoemd.
Volgens het in één van de berichtjes genoemde boekje ‘De Wigmam. Het onderduikershol in Diever’ gaat het om Geert Gerhardus Koster, geboren op 24 mei 1925, overleden op 24 maart 1945 te Paigerhorst (zie bladzijde 50).
De Kosterstraat is te vinden op de Westeresch van Deever. Eigenlijk is het meer een Kosterpaadje met van die betuttelende paaltjes aan het begin van het paadje. Meer kon er bij de Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamen Gelijk In De Gemeente Westenveld blijkbaar niet af.
Nog opmerkelijker is dat de tekst onder de padnaam na de dood van Geert Koster niet respectvol is aangepast.
Bijvoorbeeld, wat te denken van de meest voor de hand liggende tekst:
Geert Koster – 1900 – 1996. Geert Gerhardus Koster – 1925 – 1945. Deeverse verzetsmannen, strijders voor de vrijheid.
Maar dat kost de Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamen Gelijk In De Gemeente Westenveld wel enige goede wil en
moeite. En twee nieuw bordjes, aan weerskanten van het paadje staat een bordje. Of zijn de bestaande bordjes duurzaam weer te gebruiken ? Maar dat zullen de Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamen Gelijk In De Gemeente Westenveld wel te veel vinden. Of moet het volk zelf maar een sponsor voor de bordjes zoeken ?
Een kleinzoon of achterkleinzoon van Geert Koster zou de twee nieuwe bordjes kunnen onthullen. Zo’n onthullinkje is wel weer een sappig persmomentje voor de Wethouder Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In De Gemeente Westenveld, die Tweede-Wereldoorlog-zaken in zijn of haar zware portefeuille heeft. Denk aan die herverkiezing, elk persmomentje is toch maar weer een persmomentje. Zo’n onthullinkje betekent ook gerinkel in de kassa van het plaatselijke kranten-correspondentje.
In geen van de vier berichtjes is beschreven wat Geert Koster zo allemaal in zijn werkzame leven heeft gedaan.

Afbeelding 1
Bericht van overlijden van Geert Koster in ut Deeverse Blattie van 4 april 1996

Afbeelding 2
Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 27 maart 1996.

Afbeelding 3
Bericht in het Nieuwsblad van het Noorden van 27 maart 1996..

Afbeelding 4
Bericht in het blad Aanpakken van 27 maart 1996.

Afbeelding 5
Bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 28 maart 1996.

Posted in Alle Deeversen, Deever, Onderduikershol, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

De melbuss’n van Henduk Mulder op ut olde rikke

Enig zoeken leverde de redactie van ut Deevers Archief als resultaat bijgaande al tamelijk oude foto op.
Op deze op 29 juli 2002 door de redactie gemaakte zwart-wit foto zijn twee -speciaal voor de foto uitgestalde- melkbussen met deksel en een melkemmer op het half vergane houten melkrikke bij de boerderij van Hendrik Mulder en Jantje Wesseling an de brink in Deever te zien. Achter het melkgerak is een stalraam van het model Deever te zien.
Aan de nummers en met plakcijfers gewijzigde nummers is de oorspronkelijke nummering van de melkbussen, de naoorlogse hernummering, de hernummering na de fusie van de melkfabrieken van Deever en Wapse en de fusie van de melkfabriek Deever/Wapse met de DOMO af te lezen.
Boer Hendrik Mulder en boerin Jantje (Jantie) Wesseling zijn bij de onvermijdelijke overgang van de melkbus naar de melkkoeltank gestopt met boerk’n.
Hendrik Mulder is overleden op 31 oktober 2006. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.

abracadabra-488

Posted in Boerdereeje, Brink, Melkbusse, Overlijdensbericht, Stalraèm model Deever | Leave a comment

Koop Westerhof, de man mit un kogel in sien boek

De redactie van ut Deevers Archief is in de eerste maanden van 2021 – ten tijde van de coronapandemie – druk bezig geweest met het digitaliseren (scannen) van vele oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Diever, Van Goor’s Blattie). De redactie kwam bij het scannen van jaargang 1995 van ut Deeverse Blattie op bladzijde 2 van ut blattie van 21 september 1995 het hier afgebeelde bericht van overlijden van Koop Westerhof tegen. De redactie wil dit bericht van overlijden de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief uiteraard niet onthouden.
Koop Westerhof is geboren op 10 oktober 1916 aan ut Brinkie in Deever in het huis aan de linkerkant van deze afbeelding, hij is overleden op 18 september 1995.
Koop Westerhof is de enige overlevende van de moordpartij op 10 april 1945 op het marktterrein aan de Bosweg in Deever. De redactie verwijst voor de volledigheid naar de volgende berichten Un tragiese 10 april en un onvugetelokke 12 april en Op ut maarktturrein teeg’n de wal van de kaarkhof.
De redactie herinnert zich uit zijn jeugd in de zestiger jaren van de vorige eeuw dat we bij het tegenkomen van Koop Westerhof  – hij werkte als arbeider bij de gemiente Deever – altijd met eerbied en ontzag en ook wel een beetje met medelijden naar hem keken en dan vooral naar zijn buik keken. Onze ouders hadden ons verteld over het drama van 10 april 1945 op ut maarktterrein in Deever. En dat Koop Westerhof als enige die schietpartij had overleefd. En dat er nog steeds een Duitse kogel in zijn buik zat. Koop Westerhof, de man met een kogel in zijn buik. Koop Westerhof, de man mit un kogel in sien boek. De redactie weet niet of die kogel ooit uit zijn buik is gehaald, of dat hij met die kogel in zijn buik is overleden.

Posted in 10 april 1945, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Pufesser dokter Van Giffen is begreu’m in Deever

De redactie van ut Deevers Archief is een overtuigd verzamelaar van overlijdensberichten van personen die in verband staan met de gemiente Deever en toont deze berichten graag aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
In de Leeuwarder Courant (Hoofdblad van Friesland) verschenen op 2 juni 1973 twee op elkaar afgestemde berichten over het overlijden van de weledelzeergeleerde oud-hoogleraar doctor Albert Egges van Giffen. Een bericht van echtgenote de archeologe Guda Erica Gerharda van Giffen-Duyvis (ja, die van de pinda’s en de nootjes) en een bericht van kinderen, aangetrouwden, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Professor doctor Albert Egges van Giffen had een innige band met Deever. In zijn jeugd woonde hij in Deever. Vanaf 1934 had hij een zomerhuisje op de Heezerbaarg an de Heezeresch bee Deever. Professor doctor Albert Egges van Giffen overleed in de Zalné serviceflat in Zwolle. Hij is op 5 juni 1973 begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie verwijst de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief voor berichten over de weledelzeergeleerde oud-hoogleraar doctor Albert Egges van Giffen graag naar het onderwerp Albert Egges van Giffen, te vinden in de lijst van onderwerpen aan de rechterkant van het scherm of onder aan dit bericht te klikken op de categorie Albert Egges van Giffen.


Posted in Albert Egges van Giffen, Overlijdensbericht | Leave a comment

Bee de smedereeje van Roef Santing in Wapse

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 8 een ansichtkaart uit 1903 opgenomen. In de tekst bij de afgebeelde ansichtkaart is enige aandacht besteed aan het verleden van Wapse.

8 – Wapse – Smederij Roelof Santing en Lagere School – 1903
In het huis aan de rechterkant woonden Roelof Santing en Femmigje Dolsma. De voorkamer bevond zich links naast de voordeur. De kamer rechts naast de voordeur was de slaapkamer. Jannes en Zwaantje Santing werden daar in de beddestee geboren. Achter het huis bevond zich een stal voor een paar koeien en een varken. In 1902 werd rechts naast het huis een kleine smederij gebouwd. Die is helaas op deze afbeelding niet te zien.
Rechts onder de bomen is de Openbare Lagere School te zien. Jannes Santing (Jans van d’Olde Smit) herinnerde zich dat het schoolplein ’s avonds een geliefde plaats van samenkomst van de Wapser jeugd was. Als ze te ballorig waren, dan werden ze door veldwachter Albertus Martijn (Olde Mattijn) weggejaagd.
In 1898 verzocht het bestuur van de brandwaarborgmaatschappij De Vereniging te Wapse aan de raad van de gemeente Diever een brandspuit in het gehucht Wapse te plaatsen. Als reden werd aangevoerd dat in geval van brand in Wapse de brandspuit van Diever te ver weg was om tijdig genoeg hulp te kunnen bieden. De gemeenteraad stemde in met het verzoek. De vervolgens gekochte tweedehands handspuit werd na een opknapbeurt in het daarvoor gebouwde en hier zichtbare huisje aan de weg bij de school geplaatst.
In het huisje links achter de bomen woonde Abel Kamer. Hij was voerman van de Wapser zuivelfabriek. Met zijn brikke bracht hij boter naar Steenwijk en naar de snikke bij de loswal aan de Dieverbrug. Niet zichtbaar, maar achter het linker huisje stond de bakkerij en kruidenierswinkel van Marinus Dijkstra, die zo te zien ook de hier afgebeelde ansichtkaart heeft verkocht.
Achter de mensen op de weg is een brikke te zien. In de verte is het huis van Harm Noorman waar te nemen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Roelof Santing is geboren op 1 november 1874 in Wapse. Hij is overleden op 17 februari 1931 in Wapse.
Femmigje Dolsma is geboren op 29 november 1874 op Wapserveen. Zij is overleden op 12 februari 1927 op 52- jarige leeftijd in Wapse.
Jannes Santing was de opvolger in het bedrijf van zijn vader Roelof Santing. Jannes Santing is geboren op 26 september 1904 in Wapse. Hij is overleden op 7 juli 1999 op 94-jarige leeftijd in Wilhelminaoord. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.
Zwaantje Santing is geboren op 3 januari 1909 in Wapse. Zij is overleden op 25 juli 1964. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Dorpsveldwachter Albertus Martijn is geboren op 28 augustus 1862 in Assen. Hij is overleden op 26 maart 1926 in Wapse. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie moet gegevens van Abel Kamer nog in openbare bronnen proberen te vinden.
Bakker Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Vledder. Hij is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
De redactie moet gegevens van Harm Noorman nog in openbare bronnen proberen te vinden.
Op de perceel waar het huis en de smederij van Roelof Santing stond, heeft Roelof Santing – zoon van Jannes Santing en kleinzoon van Roelof Santing – zijn bedrijf V.O.F. Santing Mechanisatie, Ten Darperweg 46, Wapse.
De redactie zal te zijner tijd en zeker niet met turbospoed en ook niet in turbodraf een foto van de huidige situatie ter plekke opnemen in dit bericht.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3
De redactie van ut Deevers Archief is ten tijde van de coronapandemie druk bezig geweest met het digitaliseren (scannen) van vele oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Deever, Van Goor’s Blattie). De redactie kwam bij het scannen van jaargang 1999 van ut Deeverse Blattie op de eerste bladzijde van ut blattie van 15 juli 1999 het hier afgebeelde overlijdensbericht van Jannes Santing tegen. De redactie wil dit overlijdensbericht uiteraard niet onthouden aan de zeer gewaardeeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief.

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Overlijdensbericht, Smedereeje, Smedereeje Santing, Wapse | Leave a comment

Ut café van Roefie en Jentie Seinen

Op de hier getoonde zwart-wit foto van ut dorpscafé van Roefie en Jentie Seinen is op de voorgrond de ontgraving van één van de braankoel’n in Deever te zien. Na het aanleggen van de drinkwaterleiding in Deever had ook deze braandkoele zijn functie als bergplaats van water voor het blussen van branden verloren. Deze braandkoele werd niet gedempt, maar werd omgegraven tot de welbekende Eendenvijver. De grote vragen zijn: wanneer de hier getoonde zwart-wit foto is gemaakt en wie de maker is van deze foto ? Wellicht kan een van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief de redactie hierover informeren. Roelofje (Roefie) Seinen is geboren op 24 juli 1902 en is overleden op 19 maart 1996. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht. Jentje (Jentie) Seinen is geboren op 20 mei 1904 en is overleden op 25 december 2000. Roelofje (Roefie) en Jentje (Jentie) zijn dochters van Pieter Seinen en Geertje van Essen. Roelofje (Roefie) Seinen was getrouwd met Harman Bennen, die op 10 april 1945 op het marktterrein door de Duitser Fritz Habener is vermoord.
De redactie heeft de kleurenfoto gemaakt op woensdag 11 december 2019, ten tijde van de ernstige bestratingspandemie in het binnendorp van Deever in 2019/2020.

Posted in Eendeviever, Overlijdensbericht | Leave a comment

Dorpsfotograaf Haarm Hessels is in 1995 estör’m

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 22 maart 1995 stond het bericht van overlijden van dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels. Harm (Haarm) Hessels is geboren op 8 oktober 1927 an de Kruusstroate in Deever. Hij is overleden op 21 maart 1995 an de Kruusstroate in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Gröningerweg bee Deever. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de steen bij zijn graf gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Harm (Haarm) Hessels heeft in de periode 1970-1995 honderden, misschien wel duizenden foto’s van gebeurtenissen in de gemiente Deever gemaakt. Veel van zijn foto’s zijn geplaatst bij berichten in de Olde Möppeler (Meppeler Courant). In ut Deevers Archief zijn in heel wat berichten een zwart-wit foto van Harm (Haarm) Hessels opgenomen.

De redactie van ut Deevers Archief geeft hierbij de noeste ijverige toegewijde vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever, die zijn gevraagd of worden gevraagd of zullen worden gevraagd voor het maken van een zo nodig zo genoemde ‘historische jaarkalender’ en zich geen raad weten over welk onderwerp nu weer een jaarkalender in elkaar kan worden gedraaid, de suggestie een jaarkalender met ‘de mooiste en historisch waardevolste’ foto’s van Harm (Haarm) Hessels te maken. Als een soort van postume hulde aan Harm (Haarm) Hessels.

Op een foto uit omstreeks 1930 is Harm (Haarm) Hessels te zien, zie de bijgaand afgebeelde foto, samen met zijn vader Jacob (Jaap) Hessels, zijn moeder Margje Veenhuis en zijn zuster Jantje Hessels. Broer Jan Hessels was toen nog niet geboren of lag in de wieg.

De zwart-wit foto van de familie Jacob (Jaap) Hessels is gemaakt bij de voordeur van de oude boerderij an de Kruusstroate in Deever. Zie de voordeur die zichtbaar is op de kleurenfoto die de redactie van ut Deevers Archief niet geheel toevallig op donderdag 22 november 2019 heeft gemaakt, ten tijde van de glorieuze uitvoering van de te vele miljoenen euro’s gekost hebbende niet voldoende op klimaatverandering voorbereide en niet op hittestress voorbereide herbestrating van het oude Deever. Dit herbestratingsproject had de eufemistische wegkijknaam Deever op Drift.

Harm (Haarm) Hessels en zijn broer Jan Hessels zijn ongetrouwd gebleven en hadden samen een boerenbedrijfje an de Kruusstroate in Deever. Ze leverden melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever. Op hun melkbussen stond het nummer 59. De redactie ziet Harm (Haarm) Hessels nog voorbij gaan op zijn transportfiets, waarbij aan beide kanten van de bagagedrager een melkbus hing te rammelen. De redactie moet nog uitzoeken wanneer de broers Harm (Haarm) en Jan Hessels zijn gestopt met hun boerenbedrijfje.

Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Haarm Hessels, Kruusstroate, Overlijdensbericht | Leave a comment

Geesje Jantina Schoemaker is uut de tied ekoo’m

Geesje Jantina Schoemaker is geboren op 1 september 1920 in Deever. Zij trouwde op 30 januari 1947 met Jan van der Werf. Zie de bijgevoegde advertentie uit de Provinciale Drentse en Asser Courant van 28 januari 1947.
Zij is overleden op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder. Zie de bijgevoegde advertentie van haar overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit het oude kerkgebouw aan de brink van Deever bij haar echtgenoot Jan van der Werf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever begraven. Zie de bijgevoegde afbeelding van de foto van de grafsteen, die de redactie van ut Deevers Archief heeft gemaakt op vrijdag 28 november 2020.
Geesje Jantina Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het Deeverse verzet. Zie de diverse berichten waarin ze wordt genoemd in ut Deevers Archief.
Geesje Jantina Schoemaker liet zichzelf Gees noemen. Haar roepnaam was Gees. In ut Deevers: Geese.

Posted in Alle Deeversen, Gees Schoemaker, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Geert Dekker, Aèbel Wiekstroa en Hillegie Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, sunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aèbel Wiekstroa, die Aèbel Allen (sien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en sien oomzegger Geert Dekker.
See woon’n in un boerdereegie op ut Bultie. Ut is al mièr as vièrtug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vuzorgd deur Hillegie, un zuster van Geert. Hillegie was neet staark, vaèke seek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkelüder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke an de brink. Doe hee dit vièrtig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Un hok under de toor’n was ut underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As ur iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ut hokke veurseen van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaèg’n. Doe in 1912 de liekwaègenvurening wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daarveur wödde ’n boer’nwaeg’n ebruukt, woarop de kiste wödde eset op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haèlde Geert neet allennig uut ut staarfhuus in ut dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grönning, as doar iene uut ut dörp was overlee’n. Disse reizen, vaèke dagreiz’n, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aèbel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaèke mit hum mit. Ome Aèbel overleed in 1930, 93 joar old. Een paèr joar laèter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de hervormde kaarke. Sowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drente enuumd wöd. Elke sundagmörn um neeg’n ure en an ut begun van de dienst bengelde hee de klokke. Ut  is bekend dat hee nooit un dienst versuumd hef, wat een bewies is veur sien staarke gestel.
Noa een köt seekbedde overleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Ut boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaèkt an de ofdieling van ut Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. See veukocht’n ut hüsie an un annemer uut Beilen, die vurgunning kreeg um ut te sloop’m. Un ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 in Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Olde Abel, Abel Allen, Allen Abel, de Smorre of Abeltje Smok genoemnd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra. Geert Dekker overleed op 6 maart 1963 in het Diaconessenhuis in Möppel. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.
Hilligje Dekker werd geboren in Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen rücksichtslos en meedogenloos al het karakteristieke mooie oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit ut olde Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristenindustrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Deevers, Geert Dekker, Overlijdensbericht, Verdwenen object | Leave a comment

De haandtiekening van Leonard Willem van Os

In de Opregte Steenwijker Courant verscheen op 4 juni 1900 het bericht van overlijden van Leonard Willem van Os, burgemeester van de gemiente Deever.

Heden overleed zacht en kalm, na eene korte ongesteldheid in den ouderdom van bijna 56 jaren, onze geliefde Echtgenoot en Vader, de Heer Leonard Willem van Os, Burgemeester en Secretaris der gemeente Diever.
Mede namens de Kinderen, Mevrouw de Weduwe L.W. van Os-Mulder.
Diever, 28 mei 1900.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Leonard Willem van Os, burgemeester en secretaris van de gemiente Deever stuurde op 3 mei 1899 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Havelte, zie afbeelding 2 en hij stuurde op 27 februari 1900 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Workum in Friesland, zie afbeelding 3. De redactie beschikt helaas niet over een afbeelding van het ongetwijfeld belangwekkende bericht op de achterkant van de twee open kaarten.
Toch mooi meegenomen dat op de adreskant van die twee open kaarten wel de handtekening van burgemeester Leonard Willem van Os is te zien.
Waarschijnlijk stond in het Koninklijk besluit van 7 november 1876 (Staatsblad no. 192) dat een gemeentebestuur voor het verzenden van een officieel bericht door middel van een open kaart vrijgesteld was van het plakken van postzegels op die kaart.
Leonard Willem van Os verstuurde de twee berichten op een open kaart een paar maanden voor zijn overlijden op 28 mei 1900.
Leonard Willem van Os is geboren op 6 juli 1844 in Sneek en is overleden op 28 mei 1900 in Deever.
De echtgenote van Leonard Willem van Os was Leentje Mulder. Zij is geboren op 10 februari 1846 in Oldemarkt en is overleden op 23 december 1924 in Deever.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Gemiente Deever, Overlijdensbericht | Leave a comment

In het Grünedal in de winter van 1955-1956

Deze fraaie zwart-wit foto is in de winter van 1955 op 1956 gemaakt van de keuterijtjes (arbeiderswoningen) aan ut Grünedal (Groenendal), zeg maar de zandweg naar het Openluchtspel vlak bij het boerderijtje van de familie Booiman (in de volksmond werd Booiman altijd uitgesproken als Baaiman), dat op de achtergrond is te zien.
De elektrische energie werd in die tijd nog boven de grond getransporteerd door middel van koperen draden bevestigd aan houten palen.
In de zestiger of zeventiger jaren van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van ut Grünedal (Groenendal) vernield en door burgemeester Meiboom en de zijnen opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd helaas omgebouwd tot een rechte asfaltweg.
De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever voorkant heeft van deze weg helaas (wanneer ?) de eeuwenoude naam Grünedal (Groenendal) ten onrechte gewijzigd in Heezenesch. Een esch is een esch en geen zandweg.
In het voorste wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu ook nog maar een zandweg) naar het Openluchtspel woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) en Eltje (Eltie) Oost (zie de afgebeelde overlijdensadvertentie, die op 10 september 1997 in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) stond). Eltje Oost woonde in de winter van haar leven bij haar zoon Hendrik-Jan Warries in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, Grünedal, Heezeresch, Overlijdensbericht, Veldnaeme | Leave a comment

Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 18 mei 2020 verscheen het bericht van overlijden van Klaas de Boer, geboren en getogen Wittelter. 

Klaas de Boer is op 28 juli 1938 geboren in de voormalige woning van de verlaatmeester van het Wittelterverlaat, later woning van de schutmeester van het Wittelterschut in de Drentse Hoofdvaart, heden ten dage de woning met adres Rijksweg 74 in Wittelte. Hij is op 14 mei 2020 overleden in zijn woonplaats Nijeveen.
Klaas de Boer is een zoon van Kornelis de Boer en Christina Hendrika Klaassen. Christina Hendrika Klaassen is een dochter van Klaas Klaassen en Geertruida Pot. Geertruida Pot is een dochter van schutmeester Jan Pot en Christina Hendrika Leonora Bakker.
Nadat hij op zijn 65-ste was gestopt als boer raakte hij uiteindelijk door jaren bezig geweest te zijn met de geschiedenis van Nijeveen – de familie de Boer is afkomstig uit Nijeveen – weer geïnteresseerd in het vrogger in Wittelte, de boerderijen en de boerenfamilies die daar in de loop van de tijd woonden en de ontwikkelingen in de streek.
Zijn kennis van boerenfamilies en hun boerderijen in de streek Wittelte heeft hij vastgelegd in het mooie boek en zeer nuttige naslagwerk ‘Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, met als motto: De boer stön vrog opmit de vlegel döste hee dan ièst een legge rogge op de deele. Klaas de Boer hef ut veule waark veur sien book over Wittelte allenig edoane, doar haa’r hee gien leutergroep en gien nepskriever bee neudig. 
De hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte heeft het boek in 2018 in eigen beheer en nota bene zonder ISBN-nummer uitgegeven. Daarvoor alsnog een driewerf hulde: hulde, hulde, hulde.
De voorkant van het boek is hierbij afgebeeld, zie afbeelding 3. Hierop is de afbraak van de Witteltersluis vanaf het benedenpand in 1880 te zien. Maar de vooral voor wijlen Klaas de Boer van belang zijnde woning van zijn overgrootvader Jan Pot, die de laatste schutmeester van het Wittelterschut was, is helaas niet op afbeelding 3 te zien. De woning had ooit als adres Wittelte 126, nu heeft de woning als adres Rijksweg 74. Klaas de Boer heeft in zijn boek op bladzijden 78 tot en met 88 aandacht besteed aan de woning en zijn bewoners.
Op afbeelding 4 is deze woning aan de linkerkant min of meer achter de bomen te zien. De Wittelterbrug is niet te onderscheiden, maar ligt rechts achter de schepen in de vaart. De foto is op 23 juni 1880 gemaakt door de Duitse fotograaf Freiherr Friedrich Julius von Kolkow.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de voormalige woning van de meester van het Wittelterverlaat, daarna Wittelterschut gemaakt op 9 april 2013, zie afbeelding 5.
Het is ten zeerste te hopen dat de hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte een gratis exemplaar van het boek van wijlen Klaas de Boer naar het Nationaal Archief in ’s Gravenhage heeft gestuurd of dat alsnog zal doen.
Ter gelegenheid van het verschijnen van het boek van wijlen Klaas de Boer schreef de Deeverse correspondent in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018 sien stukkie veur de kraante, dat schreef de correspondent gewoon over van de tekst op de achterkant van het boek van wijlen Klaas de Boer. Dat mag toch wel een vlotte bijverdienste worden genoemd.
De nazaten van bewoners van boerderijen in de streek Wittelte en geïnteresseerden in het verleden van de streek Wittelte mogen wijlen Klaas de Boer dankbaar zijn voor het resultaat van zijn kennis, zijn inzet en zijn doorzettingsvermogen. Dat hij ruste in vrede.

Afbeelding 1: Bericht van overlijden van Klaas de Boer in de Olde Möppeler van 18 mei 2020

Afbeelding 2: Bericht over het boek van Klaas de Boer in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018

Afbeelding 3: Afbeelding van de voorkant van het boek van Klaas de Boer

Afbeelding 4: Afbeelding van een foto van het opruimen van het Wittelterschut in 1880

Afbeelding 5: Foto van de voormalige woning van de sluismeester van het Wittelterschut

Posted in Alle Deeversen, Overlijdensbericht, Verdwenen object, Witteler schut | Leave a comment

Jans Tabak is estör’m an de Saandhook in Deever

Jans Roelof Tabak is op 20 november 2019 estör’m in sien boerdereeje an de Aachterstroate. Op de stee woar hee op de wereld is ekoom’m, doar wol hee ok staar’m, doar is hee estör’m. In de boerdereeje an de weg die vrogger de Saandhook hedde.
Ut bericht over sien dood stön ok in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van vreedag 22 nevember 2019.
De redaksie van ut Deevers Archief hef op vreedag 29 nevember 2019 un kleur’nfoto emeuk’n van sien graf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. In de grond van wat vrogger de Baarkakkers waar’n. De plète op sien graf laag die dag nog vol mit mooie bloemstokk’n.
De redaksie van ut Deevers Archief hef op maendag 8 juni 2020 ok un kleur’nfoto emeuk’n van sien graf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Op de plète op sien graf stön’n die dag twee pott’n van posselein. De redactie wet neet of ut theepott’n of koffiepott’n bint. Ut sult wè pott’n uut de veinsterbaankversèmuling van Jans weed’n. Sien dochter sol die pott’n doar wel nièr eset hem’m. De redaksie van ut Deevers Archief hef de foto van de versèmuling pott’n in de veinsterbaank van sien booerdereeje an de Saandhook emeuk’n op woensdag 12 december 2019.
Jans was Deever. Jans wus alles van ut olde Deever. Jans wus alles van de olde Deeversen. Jans haar alles van ut olde Deever. Jans daacht in ut olde Deevers. Jans daacht over ut olde Deever. Jans daacht over de olde Deeversen, Jans preut in ut olde Deevers. Jans preut over ut olde Deever. Jans preut over de olde Deeversen. Mor Jans skreef neet over ut olde Deever, skreef neet over de olde Deeversen, skreef neet over ut vrogger in de gemiente Deever.
Jans hef al sien vurhoal’n miteneu’m in sie graf.
Ai’j un paer beriggies over hum wilt lees’n, dan kö’j dat hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n.
Un oarig fluttie foto’s van hum kö’j hier vien’n.

Posted in Alle Deeversen, Jans Roelof Tabak, Overlijdensbericht | Leave a comment

Ansichtkoate van de meule in Oll’ndeever

Op deze zwart-wit ansichtkaart uit 1963 is te zien dat het pand bij molen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever van oorsprong un boerdereegie mit siedbaander moet zijn geweest. De siedbaander van het pand van molenaar Arend Uiterwijk Winkel is al dichtgemetseld. De redactie van ut Deevers Archief weet niet wanneer dat is gebeurd; op een zwart-ansichtkaart uit 1954 was de siedbaander nog wel aanwezig.
Het pand stond redelijk dicht an de Brinkstroate (heet de weg ter plaatse van het pand nog Brinkstroate of heet de weg daar Oll’ndeever ?). Later is het pand afgebroken en is op een andere plaats een nieuwe woning gebouwd. De afgebroken boerderij heeft als voorbeeld gediend voor de nieuwe woning. Die kwam verder van de Brinkstroate en wat verder van de straat met de naam Dingspil te liggen. Is (een deel van) het bouwmateriaal dat is vrijgekomen bij het slopen van het oude pand weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe pand ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 13 november 2014 gemaakt.
De laatste beroepsmolenaar Arend Uiterwijk Winkel van molen ‘de Vlijt’ is in de zestiger jaren met zijn echtgenote en hun twee kinderen Bert en Anneke verhuisd naar Hoogeveen. Arend Uiterwijk Winkel is geboren op 22 september 1921 in Hoogeveen en is overleden op 31 december 2009 in Meppel. Zie het hier afgebeelde overlijdensbericht.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkoate, Meule van Oll’ndeever, Oll'ndeever, Overlijdensbericht, Verdwenen object | Leave a comment

Ut boer’ncafé van Haarm Hummel an de brink in 1903

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag meegenieten van alle prachige oude ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Bijgaande zwart-ansichtkaart van het boerencafé van Harm Pieter Hummelen is in 1903 verstuurd en is daarmee de bij de redactie oudst bekende ansichtkaart uut de gemiente Deever.
Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf in januari 1975 het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder uit. Op bladzijde 99 – zie de bijgevoegde afbeelding – is de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart opgenomen met de volgende tekst.

Café Brinkzicht
Alleen de ouden van dagen uit Diever zullen zich dit oude boerencafé nog herinneren. Staande achter tafeltje links is de vroegere eigenaar Harm Pieter Hummelen met naast hem z’n vrouw Anna List, die haar eerste zoon Pieter op schoot heeft. De dame naast de fiets is mej. Maria Hillegonda Mulder, aan wier nagedachtenis nog het gedenkraam in het koor van de Ned. Hervormde Kerk te zien is. De drie dames aan het tafeltje rechts zijn mij onbekend, evenals het oude echtpaar om het hoekje, dat schijnbaar niet op de foto wil, maar wel nieuwsgierig is naar wat gaat gebeuren. In plm. 1910 werd Harm Hummel boer in de Peperstraat en werd Jan Barelds eigenaar van het café. Deze verkocht het plm. 1925 weer aan Harm Smit van “Berkenheuvel”, die het liet afbreken en vernieuwen tot het hedendaagse hotel. Zijn dochter Siena, pas gehuwd met Klaas Balsma, plaatste hij er in. Toen na april 1945 Balsma als N.S.B.’er werd opgepakt, werd het hotel beheerd door H. Figelant. Enige jaren geleden ging dit over aan de tegenwoordige hotelhouder A. Benthem van Kalteren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Harm Pieter Hummelen werd in de volksmond natuurlijk gewoon Haarm Hummel genoemd.
De hier getoonde zwart-wit ansichtkaart is een topstuk, ondanks het feit dat de originele glasplaat overbelicht is. Het is tot nu toe de enig bekende afbeelding, waarop het boerencafé van Haarm Hummel van dichtbij is te zien.
Bij de redactie is de verblijfplaats van slechts vier exemplaren van deze ansichtkaart bekend. Jij kunt als verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever een exemplaar van deze kaart maar beter wel als topstuk in jouw verzameling hebben, want anders hoor jij niet bij de club.
Uit het ‘Register der Localiteiten waar Vergunning voor den Verkoop van Sterken Drank in het Klein in de Gemeente Diever is verleend’ blijkt dat Burgemeester en Wethouders op 18 maart 1893 aan Harm Pieter Hummelen een vergunning ‘voor den verkoop bij hoeveelheden van minder dan tien liter voor gebruik ter plaatse of elders’ verleenden.
Het boerencafé aan de brink had als adres Diever 6. Het verlof gold voor de beide op de afbeelding zichtbare voorkamers. Op 19 april 1906 werd de vergunning ingetrokken, omdat Harm Pieter Hummelen en zijn gezin verhuisden naar de Peperstraat.
Harm Pieter Hummelen is geboren op 27 juli 1863 in Deever en is overleden op 18 september 1933 in Zwolle.

Anna List is geboren op 26 januari 1874 in Eursinge in de gemeente Havelte en is overleden op 24 maart 1941 in Almelo. Zie het bijgevoegde rouwbericht.
Harm Pieter Hummelen en Anna List trouwden op 23 april 1902 in Deever.
In een aantal akten van de burgerlijke stand van de gemiente Deever wordt bij Harm Pieter Hummelen – toen hij aan de brink woonde – als beroep vermeld kastelein en logementhouder, later – toen hij an de Peperstroate woonde – wordt als beroep landbouwer vermeld.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat het poppie op de schoot van Anna List haar eerste zoon Pieter is. Deze zoon Pieter is Pieter Hendrikus Hummelen, hij is geboren op 19 april 1903 in Deever en is helaas overleden op 12 april 1904 in Deever.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat de vrouw links naast de boom Maria Hildegonda Mulder is. Maria Hildegonda Mulder is Maria Hillegiena Mulder. Zij is geboren op 23 januari 1879 in Oldendiever als dochter van boer Willem Mulder en Anna Catrina Seinen. Ze is geboren in de boerderij die nu als adres heeft Kastanjelaan 18. Maria Hillegiena Mulder was een tante van Arend Mulder. De vader van Arend Mulder was Jan Mulder en die was een broer van Maria Hillegiena Mulder.
Over het gebrandschilderde gedenkraam in het kerkgebouw aan de brink van Deever is een en ander te vinden op het internet.
In 1906 (dus niet in 1910) verhuisden Harm Pieter Hummelen en zijn gezin naar de Peperstraat, naar de boerderij op de plek die nu als adres heeft Peperstraat 13
.
Het boerencafé werd voortgezet door Jan Barelds. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 6 mei 1906 een vergunning voor de grote voorkamer aan de westkant, dat wil zeggen voor de kamer aan de kant van de Hoofdstraat.
De redactie heeft in het bericht in ut Deevers Archief aandacht besteed aan het boerencafé van Jan Barelds.
In 1927 werd de bouw van een nieuw café met concertzaal ter plekke van het afgebroken boerencafé aanbesteed. Het was, zoals Arend Mulder beschrijft. Harm Smit, de verbazingwekkend kapitaalkrachtige bosbaas van Berkenheuvel, kocht het oude boerencafé en financierde de bouw van het nieuwe café met concertzaal ten faveure van zijn dochter Siene en haar man, de in de Tweede Wereldoorlog zo beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
De bewindvoerder van de bezittingen van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma verpachtte café Brinkzicht na de Tweede Wereldoorlog, toen Klaas Marcus Balsma in de strafgevangenis Veenhuizen vast zat, aan Hendrik Figeland.
In 1958 ging de pacht van café Brinkzicht over op mevrouw Jantje (Jannie) Strampel.
Zij trouwde later met de van Kalteren afkomstige Lambertus (Bertus) Benthem.
De grote vraag is natuurlijk wanneer het café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma werd verkocht ?
Was dat nadat hij vrij kwam uit gevangenschap in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ?
Of was mevrouw Jantje (Jannie) Strampel niet de pachtster, maar de koopster van café Brinkzicht geworden ?
Of werd café Brinkzicht pas verkocht na het overlijden van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma op 12 maart 1970 ?

De redactie heeft de kleurenfoto can café Brinkzicht op woensdag 22 april 2020 gemaakt.


Posted in Alle Deeversen, Ansichtkoate, Café Balsma, Café Brinkzicht, Café Jan Barelds, Overlijdensbericht | Leave a comment

Willy Hielkema-Bos is estör’m op 11 december 2019

Op bladzijde 55 van de krant De Westervelder verscheen op 18 december 2019 het overlijdensbericht van mevrouw Wemke Wilhelmina Maria (Willy) Bos, sinds 22 november 1987 weduwe van Gerrit Hielkema.

Mevrouw Willy Hielkema-Bos is op 26 april 2013 voor haar vele vrijwilligerswerk voor de gemeenschap benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau, zie het bericht Drie lintjes in Westerveld.
In nummer 2014/1 (maart 2014) van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen op de bladzijden 14 tot en met 27 haar levensverhaal in het bericht Op de proatstoel zit Willy Hielkema-Bos (na het openen van het bestand even bladeren naar bladzijde 14). De redactie van ut Deevers Archief hoopt dat dit bericht nog lang via het internet bereikbaar zal zijn voor de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de periode 2010-2018 verschillende keren een bezoek gebracht aan mevrouw Willy Hielkema-Bos. De redactie bewaart goede herinneringen aan deze bijzonder aangename bezoeken. Zo wist ze zich nog goed mijn in de Tweede Wereldoorlog overleden grootmoeder, de moeder van mijn moeder, te herinneren.
De redactie heeft de bijgaande kleurenfoto van het graf van Wemke Wilhelmina Maria (Willy) Bos en haar man Gerrit Hielkema gemaakt op woensdag 11 mei 2022.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het inmiddels door de erfgenamen verkochte uit 1920 daterende woonhuis van mevrouw Willy Hielkema-Bos gemaakt op maandag 6 juni 2020.



Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Overlijdensbericht, Zorgvlied | Leave a comment

Een foto van de broers Anton en Jozeph Janssens

De Duitse bezetter gijzelde op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde en bij de familie Harm Kuiper op Kalteren ondergebrachte broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de Nederlandse gegijzelden op het marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan; op deze plek stond in 2019 nog respectvol een rhododendronbosje. Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de gegijzelde mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.
Antonius Maria Gerardus Janssens is geboren op 26 mei 1926 in Tilburg en is op 10 april 1945 op achttienjarige leeftijd overleden in Deever. Jozeph Cornelis Maria Janssens is geboren op 10 oktober 1930 in Berkel en is op 10 april 1945 op veertienjarige leeftijd overleden in Deever.
Mevrouw Loes Ravensteijn-Janssens, dochter van de jongste broer van de broers Anton en Jozeph, stelde op 10 mei 2020 bijgaande afbeelding van haar twee ooms beschikbaar voor opname in ut Deevers Archief. De redactie is haar daarvoor bijzonder erkentelijk en toont deze afbeelding hier met alle respect. Mevrouw Loes Ravensteijn-Janssens en haar man komen regelmatig naar de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever om het oorlogsgraf van hun oom Anton en oom Jozeph te verzorgen. De redactie heeft daar bijzonder veel waardering voor.
Op de foto is de jongen aan de linkerkant Anton Janssens en is de jongen aan de rechterkant Jozeph Janssens.

Afbeelding 1 – Foto van de broers Anton Janssens (links) en Jozeph Janssens (rechts)
Afbeelding 2 – Akte van overlijden van Anton Janssens

Afbeelding 3 – Akte van overlijden van Jozeph Janssens

Posted in 10 april 1945, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De seu’m lange staarke ieser’n balk’n van Oere Chris

De redactie van ut Deevers Archief heeft het navolgende door hem gehouden interview met Albert Schipper ook in het papieren blad Opraekelen 07/1, nummer 1 van het jaar 2007, gepubliceerd. Opraekelen is nog steeds het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever. Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op 25 mei 2008 in Hoogeveen. Zie zijn overlijdensbericht aan het einde van dit bericht.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuóudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an. Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de navolgende afbeelding van een luchtfoto is te zien de oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 
Op de navolgende kleurenafbeelding is het schild van de Royal Canadion Dragoons te zien
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 28 mei 2008 stond het navolgende overlijdensbericht van Albert Schipper.


Posted in An de Deeverbrogge, Canadezen, Operatie Amherst, Opraekelen, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Proat’n in ut Deevers-Hooghaarlemmerdieks

Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever wint de kwis Loos
De kwis Loos werd in het kader van Meertmoand Streektoalmoand dagelijks op de Drentse tillevisie uitgezonden. Loos was een samenwerkingsproject van RTV Drenthe en het Huus van de Taol. Harm Dijkstra presenteerde de tillevisiekwis. Elke dag kwisten twee streektaalliefhebbers tegen elkaar. De winnaar ging door naar de volgende ronde. De kandidaten die het langst in de kwis bleven, die kwisten de laatste week van maart mee in de finalerondes.
Wijlen Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever werd de winnaar. Jans was de looste van ’t hiele stel. Als prijs mocht hij zo’n platte computer, een tablet van het type Ipad van het merk Apple, mit hen de Aachterstroate nemen.
Was wijlen Jans Tabak zo ongeveer nog de enige inwoner van Deever die het Deevers vloeiend sprak ??? !!! Dat zou best eens zo kunnen zijn geweest.
Maar zijn Deevers kon bij lange na niet tippen aan het prachtige gesproken Deevers van wijlen Jantje Andreae-Oost van ’t Kastiel, dat doorspekt was met zelden meer gebruikte Deeverse woorden (bijvoorbeeld agin, seins, mit lieveloa, putie, wiemel, poppie, brummel, buunseling, driet’n, mieg’n).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is een illusie te denken dat via een Huus van de Toal of een kwis op de tillevisie de belangstelling voor de Dreinse streektoal (een verzameling dialecten), laat staan ut Deevers kan worden verzekerd.
Toen in het Deever van na de Tweede Wereldoorlog geboren en getogen Deeversen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, in plaats van in ut Deevers, in een soort van koeterwaals Deevers-Hooghaarlemmerdijks tegen hun eigen kinderen gingen praten, was het helaas gedaan met de toekomst van ut echte Deevers.

Maar wie weet desalniettemin nochthans evenwel de betekenis van het gezegde ‘De iene dag rök noar lodderein en de aandere dag noar siepels ? Wijlen Jantje Oost en wijlen Jans Tabak hadden het zeker wel geweten.

Posted in Aachterstroate, Aarfgood, Deever, Deevers, Jans Roelof Tabak, Overlijdensbericht | Leave a comment

Henduk Gièrad van Os is hielemoale kloar in Deever

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst uit het geïllustreerde christelijke gezinsweekblad De Spiegel over het aanbieden van de Van Osbank aan burgemeester Hendrik Gerard van Os bij zijn afscheid in 1939 opgenomen bij een afbeelding van deze gebeurtenis uit een ander tijdschrift.

81 – Diever – Afscheid van burgemeester Van Os – 16 november 1939
Het geïllustreerde christelijke gezinsweekblad De Spiegel besteedde aandacht aan het afscheid van burgemeester Van Os:
Een plechtigheid vol ernst en hartelijkheid had Woensdag 15 november te Diever plaats, toen burgemeester H.G. van Os afscheid nam van deze gemeente, waaraan hij zijn beste krachten had gewijd en oprecht dank en waardeering heeft geoogst.
Het mooie oude Schultehuis was de plaats van deze plechtigheid. De scheidende burgemeester hield bij al het moderne ook de folkloristische traditie in eere, met name het Palmpaaschfeest voor de jeugd. Het was daarom een zeer aardig en toepasselijk idee om door de schoolkinderen een fraaie foto van dat feest aan te laten bieden.
Den Donderdag daarop bood de burgerij een monumentale bank aan, die de tijden kan tarten. De overdracht had plaats, waar de oude en nieuwe weg naar Wapse samenkomen. Uit alle buurtschappen der gemeente zijn de keien voor deze bank aangevoerd, zoodat zij een symbool is geworden van een groote gemeenschappelijke dankbaarheid. Ondanks het slechte weer was er een groot publiek aanwezig, waaronder ook de schooljeugd.
Reeds op 18 November had de blijde intocht en installatie plaats van zijn ambtsopvolger, den heer Meyboom. Met vertrouwen is ieder hem tegemoet getreden, zoodat met gerustheid voorspeld kan worden, dat op de 40-jarige ambtsperiode van den scheidenden burgemeester in het belang van Diever nu door een jongere kracht zal worden voortgebouwd. De kennismaking was wederkeerig hartelijk en vol vertrouwen, eigenschappen die in deze zware tijden wel extra nodig zijn.
Bij de hier weergegeven foto uit een ander tijdschrift stond:
Bewoners van alle gehuchten in de gemeente Diever brachten in het hoofddorp een groot aantal keien bijeen, waarvan een monumentale bank werd gebouwd, zulks als een hulde aan den heer H.G. van Os, die na een 40-jarige ambtsperiode afscheid nam als burgemeester der gemeente. De heer van Os spreekt een woord van dank.
Rechts achter burgemeester Hendrik Gerard van Os en zijn vrouw is de dan juist onthulde Van Os Bank te zichtbaar. Op de voorgrond zijn enkele leden van het muziekcorps Advendo te zien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen in welk tijdschrift de hier afgebeelde foto heeft gestaan.
De redactie is nog niet in het bezit van een digitale kopie van het genoemde artikel in het geïllustreerde christelijke gezinsweekblad De Spiegel.
De redactie heeft in ut Deevers Archief uitputtend aandacht besteed aan burgemeester Hendrik Gerard van Os en aan de Van Osbank en verwijst de trouwe bezoeker van ut Deevers Archief naar de betreffende berichten in ut Deevers Archief, klik bijvoorbeeld in het rechter deel van het scherm of aan het einde van dit bericht op de categorie Burgemeester van Osbank.
Hendrik Gerard van Os overleed op 9 oktober 1958 in ’s Gravenhage. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.

Posted in Burgemeester Van Osbank, Overlijdensbericht | Leave a comment

Bidprentje van Johanna Josephina Maria Verwer

Een bidprentje is een gedachtenisprentje van een overledene met aan de voorzijde een foto of een religieuze afbeelding en aan de achterkant een In Memoriam met persoonsgegevens en eventueel een kort gebed of bijbeltekst. Het bidprentje van Johanna Josephine Maria Verwer voldoet aan de omschrijving van een bidprentje.

Johanna Josephina Maria Verwer werd geboren op 29 september 1879 te Leeuwarden, zij overleed op 11 februari 1942 in Overveen. Zij was een dochter van mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Johanna Josephina Maria Verwer zal langere tijd in villa Castra Vetera (ut Kastiel) op Zorgvlied hebben gewoond. Ze zal ook op Wateren naar de lagere school zijn geweest ?
Huwelijksakte nummer 15 van 15 juli 1908 in de Burgerlijke Stand van de gemiente Deever luidt als volgt:
Bruidegom: Theodorus van Sonsbeeck, geboren te Zwolle; oud: 37 jaren; beroep: burgemeester, zoon van Epimachus Jacobus Ignatius van Sonsbeeck en Sophia Susanna Caroline Helmich.
Bruid: Johanna Josephina Maria Verwer, geboren te Leeuwarden; oud: 28 jaren; beroep: zonder, dochter van Lodewijk Guillaume Verwer, beroep: advocaat, en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, beroep: zonder.
Theodorus van Sonsbeeck was van 1901 tot 1912 burgemeester van de gemeente Weerselo.
In het dagblad De Tijd verscheen op 13 februari 1942 een advertentie van het overlijden van Johanna Josephina Maria Verwer, die op 11 februari 1942 in huize Duinrust in Overveen overleed. Huize Duinrust was gebouwd als rusthuis voor welgestelde ouden van dagen. Dat zij in 1942 in huize Duinrust overleed is enigszins merkwaardig te noemen, omdat tussen mei 1940 en mei 1945 de Duitse Kriegsmarine in huize Duinrust was gevestigd. Of was de Duitse bezetter slechts bezetter van een deel of vleugel of verdieping van huize Duinrust ?

Reactie van de heer Hans Speurwerk (pseudoniem ?) van 18 oktober 2021:
Huize Duinlust is op 27 mei 1942 door de Duitse marine gevorderd. Op 8 juni 1942 is Huize Duinlust vrijgegeven, maar op 14 augustus 1942 weer gevorderd. Toen blijvend tot mei 1945.
Het is dus niet zo vreemd dat mevrouw Verwer in februari 1942 in Huize Duinlust is overleden.
Bron voor de data: het Noord-Hollands Archief, archiefnummer 285, inventarisnummer 511. Zie de papiertjes achterin. Alles is  online te raadplegen.

Posted in Bidplaètie, Lodewijk Guillaume Verwer, Overlijdensbericht, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Over Wolter Smit en twee vrachtauto’s van de fubriek

De redactie bezocht in het voorjaar van 2019, alweer enige tijd geleden, Roelof Smit in zijn aanleunwoning van het bejaardenhuis in De Weiert an de Heufdstroate in Deever. Heel veel Deeverse en Deeverbrogse onderwerpen waren al aan de orde geweest, totdat op een gegeven moment Roelof Smit vroeg: ‘Mor wat kooi’j hier doon ?’
De redactie vertelde hem dat hij was gekomen zijn toestemming te vragen het artikel ‘Over Wolter Smit en twee vrachtauto’s’, dat hij in 1999, toen hij nog in Nieuwe Pekela woonde, over zijn vader Wolter Smit schreef, en dat in juni 1999 is gepubliceerd in het papieren blad Opraekelen (nummer 99/2) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever
, in ut Deevers Archief op te nemen. Dat mocht, die toestemming gaf hij. De redactie is Roelof Smit bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Roelof Smit is overleden op 17 mei 2021 in Deever. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.

Over Wolter Smit en twee vrachtauto’s
Roelof Smit haalt herinneringen op aan zijn vader Wolter Smit en de vrachtauto’s D-6250 en D-8622 van de zuivelfabriek van Diever.

Mijn vader Wolter Smit werd geboren op 13 juli 1902. Mijn vader en moeder zijn op 28 april 1928 getrouwd en gingen in dat jaar wonen in het tolhuisje aan de Dieverse kant van de Dieverbrug. Mijn vader was toen hulpbesteller bij de post en mijn moeder beheerde het tolhek. Toen mijn moeder in 1929 in verwachting raakte van mijn zuster Margje keken ze uit naar ander werk. Trouwens ik geloof dat ook het tolhek in dat jaar werd opgeheven, daar is nog wel een verhaaltje over te maken. In 1929 kochten mijn ouders het huis tegenover Heluto. Op de plek van het afgebroken oude huis staat nu een nieuw huis. In 1934 bouwden mijn ouders een nieuw huis, Dieverbrug 2, nu Dieverbrug 3.

De Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmaalderij ‘Diever’ kocht aan het einde van de twintiger jaren voor het eerst een vrachtauto. Daarvoor werd een chauffeur gezocht. Mijn vader solliciteerde naar deze baan en werd aangenomen. Een bijzonder detail daarbij was dat hij op dat moment nog geen rijbewijs had.

Toen hij chauffeur werd in 1929 was hij 27 jaar. Hij heeft tot en met april 1945 op de zuivelfabriek gewerkt. Hij is toen naar het distributiekantoor in Diever gegaan, wetende dat de distributie van goederen en bonkaarten een aflopende zaak zou zijn, maar het loon was twee keer zo hoog als het loon van chauffeur en dat was te aanlokkelijk. Tot 1948 heeft hij deze baan gehad. Daarna is hij korte tijd vertegenwoordiger in textiel geweest en vanaf het begin van de vijftiger jaren tot zijn overlijden in 1967, vlak voor zijn pensioen, was hij medewerker van de kalkzandsteenfabriek te Smilde.

De eerste vrachtauto van de fabriek was van het merk Chevrolet en werd geleverd door een garagehouder uit Meppel, misschien was het Rijkmans aan het Zuideinde, voor zover ik weet was die Chevrolet-dealer. De Chevrolet was een gewone vrachtauto. De auto werd gebracht door een monteur. Hij gaf in één middag de instructie in de omgeving van Diever aan mijn vader. Aan de aanstaande chauffeur zonder rijbewijs werd uitgelegd en gedemonstreerd hoe alles werkte en hoe gehandeld moest worden. Daarna moest mijn vader zich maar zien te redden. Het instructieboek van deze vrachtauto heb ik nog steeds bewaard.

Mijn zuster heeft nog een hele kleine onduidelijk foto van de eerste vrachtauto voor de fabriek, waarop ook mijn vader Wolter Smit en Frederik (Freerk) Ofrein staan. Het is een hele rare foto, afgedrukt op een heel dun stukje blik, de voorkant lijkt wel van mica. De foto is zo donker, dat bijna niets is te onderscheiden. Ik heb deze foto met een loupe onder een felle lamp bekeken. Het is een auto met een kleine laadbak. De foto is verkeerd afgedrukt, want de nummerplaat aan de voorkant staat in spiegelschrift. Het nummer is bijna niet te ontcijferen, maar jawel hoor het is D-6250.

Na korte tijd moest Wolter Smit een proefrit doen. De examinator was iemand die in Frederiksoord woonde, vermoedelijk de burgemeester van Vledder. Op de dag van het examen was het koud en guur weer, waarschijnlijk in het najaar van 1929. De examinator bleef op de stoep voor zijn woning staan, omdat hij het eigenlijk te koud vond om naar buiten te komen. Hij gaf de kandidaat opdracht om voor z’n woning langs te rijden en bij de eerstvolgende kruising te keren en nogmaals langs te rijden. Alles werd dus op afstand bekeken. De proef werd geslaagd bevonden, dus werd het rijbewijs aan mijn vader verstrekt!

In het begin van de dertiger jaren schafte de fabriek een tweede vrachtauto aan. Dit was een Ford of een Dodge. Als het een Ford is geweest, dan is hij vermoedelijk geleverd door garage Greve aan het Noordeinde in Meppel. Mijn vader werd de chauffeur van deze op de foto afgebeelde trekker met oplegger. Frederik (Freerk) Ofrein werd toen de chauffeur van de Chevrolet. De oplegger werd onderhouden door machinefabriek Huisman, gevestigd aan de Galgenkampslaan bij de Galgenkampbrug, waarschijnlijk ook de bouwer van de oplegger.

De foto van de tweede vrachtauto is gemaakt in het begin van de dertiger jaren bij de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmaalderij aan het Moleneinde in Diever. Bij de vaten boter op de aanhanger zit botermaker Johannes Nijboer.
Achter het stuur van deze vrachtwagen zit Jan Boelens, een medewerker van de zuivelfabriek. Mijn vader Wolter Smit, de man die in die tijd de chauffeur van deze vrachtauto was, staat niet op deze foto.

Soms ging mijn vader vier keer per dag naar Meppel voor veekoeken en meel voor varkens, koeien en paarden, enzovoort. Veevoeder werd gehaald bij de Landbouwbank in Meppel, ingang Noordeinde, direct achter de Galgenkampbrug. Ook kunstmest werd gehaald bij de Landbouwbank in Meppel, ingang Zomerdijk, aan de haven. Dit alles ten behoeve van de aangesloten boeren van de coöperatieve zuivelfabriek. Verder werd kaas afgeleverd aan pakhuizen in onder meer Steenwijk en Leeuwarden. Het pakhuis in Steenwijk stond komende uit Frederiksoord direct over het spoor links. Leeuwarden was onbekend voor mij. Boter werd onder meer afgeleverd bij transportbedrijf Mastenbroek. Hun pakhuis stond, vanaf de watertoren komend, via de Ceintuurbaan, over de Wold Aa en rechts door de Eendrachtstraat, aan het water van de Grote Oever. Na het lossen van de vaten met boter werd een lading lege vaten mee terug genomen naar de fabriek. Steenkolen voor de stoomketel werden gehaald van het tramstation te Hijkersmilde.

In de dertiger jaren werd rogge ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie. Het zogenaamde kleuren van rogge werd gedaan in de loods naast de fabriek. De rogge werd gemengd met een rode kleurstof. Tonnen rogge moesten worden doorgeschept met deze kleurstof. De gekleurde rogge werd onder meer afgeleverd in Oldeberkoop.

De tweede vrachtauto is vlak voor de oorlog door het Nederlandse leger of vlak na de bezetting door de Duitsers gevorderd geweest. De vrachtauto is wel weer teruggekomen, maar is in de oorlog verkocht aan veetransporteur Danhof uit het gehucht Tweeloo bij Meppel, gelegen aan de Ruinerwoldseweg. Dit gehucht is later opgeslokt door de stad Meppel. Toen de auto was verkocht en de fabriek maar beperkt brandstof kreeg toegewezen, heeft mijn vader verschillende werkzaamheden gedaan op de fabriek en op het kantoor, ook hij was melkventer en melkrijder en ook bracht hij met paard en wagen kaas naar Steenwijk. Dat was een wagen op luchtbanden met daar op een autocabine ter bescherming van de voerman tegen weer en wind.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De foto van Wolter Smit, de afbeelding van het titelblad van het instructieboek van de Chevrolet-vrachtwagen, de foto van Wolter Smit en Frederik Ofrein en de foto van de tweede vrachtwagen van de Zuivelfabriek zijn afkomstig uit de verzameling van wijlen Roelof Smit.
De foto van de pijprokende Wolter Smit en Frederik (Frièrk) Ofrein is gemaakt in de Kruusstroate in Deever, achter de fietsers is het café van Berend Slagter (Berend Pikkie) te zien.
Volgens het registers van houders van nummerbewijzen in de provincie Drenthe, dat aanwezig is in het Drents Archief in Assen is het kenteken D-6250 voor de Chrevrolet-vrachtwagen van de Zuivelfabriek Diever op 17 juni 1929 afgegeven door de provincie Drente en is het kenteken D-8622 voor de Ford- of Dodge-vrachtwagen van de Zuivelfabriek Diever op 10 februari 1933 afgegeven door de provincie Drente.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van mooie foto’s op papier is, kan afbeelding 5 ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 25 van het in 2008 uitgegeven papieren boekwerkje Diever, zoals het was in de voormalige gemeente. 1930 – 1980, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Afbeelding 1
Wolter Smit

Afbeelding 2
Het eerste vrachtwagentje van de Coöperatieve Zuivelfabriek ‘Diever’ was een Chevrolet uit de LQ-serie (afbeelding uit een reclamefolder)

Afbeelding 3
Titelblad van het instructieboek

Afbeelding 4
Wolter Smit (rechts) en Frederik Ofrein (links)

Afbeelding 5
De foto van de tweede vrachtauto is gemaakt in het begin van de dertiger jaren bij de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmaalderij aan het Moleneinde in Deever. Bij de vaten boter op de aanhanger zit botermaker Johannes Nijboer.
Achter het stuur van deze vrachtwagen zit Jan Boelens, een medewerker van de zuivelfabriek. Mijn vader Wolter Smit, de man die in die tijd de chauffeur van deze vrachtauto was, staat niet op deze foto.

Posted in Alle Deeversen, Olde auto, Overlijdensbericht, Süvelfubriek Deever | Leave a comment

Kool’nbak aachter ut paand mit adres Binnenesch 6

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 15 november 2013. Tot aan de sloop van de huurwoningen aan de Binnenesch in Deever was achter de woning met adres Binnenesch 6 nog een gemetselde bak met betonnen dekplaat voor het bergen van een voorraad steenkolen compleet met deksel te zien.
Bij andere gelijksoortige woningen an de Kloosterstroate en an de de Binnenesch is de kolenbak wel gesloopt, dat was niet zo moeilijk, omdat de sta-in de-weg kolenbak geen geheel vormde met het schuurtje, maar gewoon koud tegen de muur van het schuurtje was aangebouwd.
De woning is vanaf de oplevering in 1957-1958 bewoond geweest door de familie Kraak. Geert Kraak was bakker bij de Coöperatie (de Koeperasie) an de Heufdstroate in Deever. Na het overlijden van Geert bleven zijn vrouw Rika en hun ongetrouwde zoon Chris daar wonen en na het overlijden van Rika bleef Chris daar alleen wonen tot aan zijn verhuizing naar de Weijert in Deever.
Geert Kraak is op 30 december 1910 in Oldemarkt geboren. Hij is overleden op 21 september 1988 in Deever op 77-jarige leeftijd. Hij was een zoon van Christoffel Kraak en Aaltje van Veen.
Frederika (Rika) Schultinge is op 26 januari 1918 geboren in Dwingel. Zij is overleden op 31 oktober 1999 te Meppel op 81-jarige leeftijd. Zij is overleden in verpleeghuis Reggersoord in Meppel en is op 5 november 1999 gecremeerd in het crematorium Zomerdijk 10a te Meppel. Rika is een tweelingzus van Hendrikje. Rika woonde na haar huwelijk met Geert Kraak in Deever. Ze was een dochter van Lucas Schultinge en Margje Eissen.
Geert Kraak en Rika Schultinge trouwden op 1 maart 1940 in Dwingel.
Uit dit huwelijk werden geboren Aaltje (geboren op 23 augustus 1940 in Dwingel, overleden op 3 juni 1942 in Meppel op 1-jarige leeftijd), Lukas (geboren op 10 juni 1942 in Dwingel), Christoffel (Chris) (geboren op 15 september 1944 in Dwingel, overleden op 2 oktober 2012 in Deever, zie de bijgevoegde overlijdensadvertentie uit de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) en Martijn Aaltinus (geboren op 17 april 1948 in Dwingel).
De vraag is natuurlijk wie na de verhuizing van Chris Kraak (wanneer ?) tot aan de ontruiming in de woning met adres Binnenesch 6 in Deever hebben gewoond ? Wie het weet die mag het de redactie melden.

Posted in Binnenes, Deever, Overlijdensbericht, Toevallige waarneming, Verdwenen object | Leave a comment

Overlijdensbericht van Klaas Marcus Balsma

De beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma was voor en in de Tweede Wereldoorlog eigenaar van Café Brinkzicht.
In een webstee op het internet zijn enige genealogische gegevens over Klaas Marcus Balsma te vinden.
Hij is geboren op 28 april 1892 in Eernewoude (Tietjerkseradeel). Het valt op dat de beheerder van deze webstee bij Klaas Marcus Balsma vermeldt dat hij is overleden na 1938, hij was toen 45 jaar oud.
Klaas Marcus Balsma heeft na de Tweede Wereldoorlog zeker meer dan vijf jaar gevangen gezeten in de strafgevangenis in Veenhuizen vanwege zijn misdaden in de Tweede Wereldoorlog.
De overlijdensadvertentie in krant ‘Leeuwarder Courant: hoofdblad van Friesland’ van 13 maart 1970 vermeldt dat hij op 12 maart 1970 op 77-jarige leeftijd is overleden in ‘het verpleeghuis’ te Appelscha (Ooststellingwerf) en op 16 maart 1970 is verbrand in Groningen. Van een commentaargever op dit bericht (commentaar van 24 februari 2014) is duidelijk geworden dat hij in het verpleeghuis ‘Stellinghaven’ in Appelscha is overleden.

Abracadabra-1244

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Het overlijden van de hoogwelgeboren jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth Holmberg de Beckfelt

In de Leeuwarder Courant van 7 december 1886 verscheen het volgende bericht van overlijden van jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth Holmberg de Beckfelt.

Op den 3en December 1886 overleed te Arnhem, in den ouderdom van 66 jaren, mijne geliefde Moeder Jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth Holmberg de Beckfelt, Weduwe van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt.
Arnhem, 6 December 1886. Mr. A. de Ruijter de Wildt. Volstrekt eenige en algemeene kennisgeving.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De koloniaal Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt leerde zijn vrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth Holmberg de Beckfelt kennen in de kolonie Nederlands Indië. Zij werd geboren op 19 december 1819 in Semarang. Zij was een dochter van Jonkheer Otto Carel Holmberg de Beckfeldt (geboren op 8 juli 1794 te Culemborg, overleden in 1857) en Henriëtte Marie Claire Smissaert (geboren 20 januari 1802, overleden op 13 augustus 1832).
Bij Koninklijk Besluit van 31 december 1838 werd de uit lage Zweedse adel afstammende Otto Carel Holmberg de Beckfelt in de Nederlandse adelstand opgenomen.
Het overlijdensbericht werd geplaatst door haar zoon mr. Alexander de Ruijter de Wildt (geboren op 2 juni 1841 te Semarang, Nederlands Indië, overleden op 3 januari 1913 in Arnhem), die toen burgemeester op de Smilde was.
Jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth Holmberg de Beckfelt zal zo’n kleine tien jaar op Zorgvlied gewoond hebben. N
a de verkoop van het landgoed Zorgvlied in 1871 verhuisde ze naar Arnhem.
Dat in het landhuis Zorgvlied een adellijke dame woonde, weliswaar niet afkomstig uit hoge landadel, maar uit laag stedelijk patriciaat, kan er toe hebben bijgedragen dat het statige landhuis in de volksmond de naam ‘het Kasteel’ kreeg.


Posted in de Ruiter de Wildt, Overlijdensbericht, Zorgvlied | Leave a comment

De laatste melkbussen, de laatste melkrit ……

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 24 december 1979 verscheen het navolgende berichtje over de laatste melkrit van de laatste melkrijder uut Deever. Het is goed zo nu en dan eens in het archief van de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) rond te neuzen en wat historisch archiefmateriaal tegen te komen.

De laatste bussen ….
Diever. De heer J. Kiers uit Diever maakte dezer dagen zijn laatste rit naar de Domo-fabriek in Beilen. Hij was 11,5 jaar melkrijder. De eerste zeven weken deed hij het met paard en wagen, daarna met de tractor.
Hij bracht eerst de melk naar de fabriek in Diever, maar toen die werd opgeheven, achtereenvolgens naar Dwingelo, Wapserveen, Kolderveen en de laatste jaren naar Beilen.
In de eerste jaren moest hij de melk afhalen bij 50 boeren, de laatste jaren nog maar bij 20 boeren. De komende jaren komt er een auto om de melk af te halen en dan moeten alle boeren in het bezit zijn van een tank.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De toen vijfenveertigjarige melkrijder Jan Kiers (Jan Kiersie) werd aan de Veentjesweg in Deever op de foto gezet. Voor de show had hij eerst een gedeukte melkbus van de wagen gehaald om deze voor de foto op de wagen te kunnen slingeren, zogenaamd de laatste melkbus…..
Op de plek waar dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels deze prachtige foto heeft gemaakt, is echter geen melkveehouder te vinden, want Jans Kruid, die woonde in de boerderij die te zien is rechts achter de melkbussen, was toen al gestopt met zijn boerderij.
Het lijkt wel of de melkbussen leeg zijn, want het lid (deksel) van sommige melkbussen is niet helemaal aangedrukt. Jan Kiers moet de melk al naar ‘de Domo’ in Beilen hebben gebracht en is bezig aan zijn echt laatste rit, te weten het afleveren van de lege melkbussen bij de boeren van zijn melkrit.
Het nummer op sommige melkbussen begint met een 4…, waaruit de melkrit van Jan Kiers (Jan Kiersie) ongeveer zou kunnen worden afgeleid.
Melkbussen doen in Deever op oudejaarsdag gelukkig nog steeds dienst als carbidkanon. En dat moet vooral zo blijven. Die traditie mogen de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld vooral niet betuttelen en verpesten.
Melkrijder Jan Kiers (Jan Kiersie) leeft niet meer. Zie de hier getoonde rouwadvertentie die op maandag 10 december 2018 in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is gepubliceerd.


 

 

Posted in Alle Deeversen, Haarm Hessels, Kebied skeet’n, Overlijdensbericht, Süvelfubriek Deever, Veentiesweg | Leave a comment

Poëzie van de dood op een grafsteen uit 1911

Op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever is het graf van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee te vinden. Op het graf staat één grafsteen voor de twee meisjes. Zie de bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 4 april 2013 heeft gemaakt.

Wat deze grafsteen zo bijzonder maakt, is de aanwezigheid van zeldzame funeraire rijmelarij op de steen, deze luidt als volgt:
Arme ouders .
Waarom treurt gij.
Waarom weent gij om ons lijk.
Boven leven wij. 
Boven zweven wij.
Als Engeltjes van ’t Hemelrijk.

De literair onderlegde bezoeker van het Deevers Archief wordt bij de kwaliteit van dit gedicht over de dood enkel ter vergelijking verwezen naar de welbekende en veel gelezen funeraire gedichten van Daniël Heinsius, Pieter Corneliszoon Hooft, Constantijn Huijgens en Joost van den Vondel.
Wellicht schreef William Shakespeare ook wel gedichten over de dood. To be or not to be, that’s the question. Zijn of niet zijn, dat is de vraag. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag. Het antwoord is: Wij zijn langer niet dan wel op deze aarde. Het antwoord is: Wij bestaan langer niet dan wel op deze aarde.

Aannemende dat het niet de diepbedroefde ouders zelf zijn geweest, die dit gedichtje op de grafsteen hebben laten zetten, rijst wel de vraag wie het dan wél heeft gedaan ? Waren het de zusters en de broeders van beide zusjes ? Waren het de zusters en de broeders van de beide ouders ?

Als de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk besluiten het perk, waarin deze prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen staat, om geldelijke of wat voor voorkant-van-het-gelijk-reden dan ook te ruimen en de familie van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee zou besluiten de grafrechten niet meer te betalen of niet weer te gaan betalen, dan nog zouden deze grafen met de prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen duurzaam gespaard moeten worden voor volgende generaties.

Saakje Hofstee is geboren op 9 september 1897 in Wapse. Zij is op 13-jarige leeftijd overleden op 14 juli 1911 in Wapse.
Lamkjen Hofstee is geboren op 13 mei 1899 in Wapse. Zij is op 12-jarige leeftijd overleden op 24 juli 1911 in Wapse.
Beiden waren dochters van boer Sieger Hofstee en Akke van der Burg en zusters van Froukje, Klaas en Tjibbe Hofstee.

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant’ verscheen op 29 juli 2011 het navolgende overlijdensbericht:
Werden wij den 14den Juli in rouw gedompeld door het overlijden van onze dochter en zusje Saakje, heden werden wij weer opnieuw getroffen door het overlijden van onze dochter en zuster Lamkjen, op den nog jeugdigen leeftijd van 12 jaar en ruim 2 maanden, een ziekte van slechts 2 dagen maakte ook een einde aan haar voor ons zoo dierbaar leven.
Wapse, 24 juli 1911,
De diepbedroefde Ouders, Zusters en Broeders,
S.K. Hofstee, A. Hofstee-van der Burg en kinderen
Algemene kennisgeving aan vrienden en bekenden.

Abracadabra-1625Abracadabra-1626

Posted in Aarfgood, Deever, Kaarkhof Grönnegerweg, Overlijdensbericht, Wapse | Leave a comment

Ansichtkoate van de Deeverbrogge uut 1954

De redactie van ut Deevers Archief laat zijn trouwe bezoekers graag meegenieten van mooie ansichtkaarten van objecten in de gemiente Deever.
Bijgaande ansichtkaart werd in 1954 uitgegeven door Fa. Kuiper, Levensmiddelenbedrijf in Deever. De firma Kuiper had ook een winkel an de Deeverbrogge bee de Sluus. Wellicht is deze kaart in de winkel an de Sluus verkocht. De kaart is an de Deeverbrogge gepost en gestempeld.
Grietje van Wijk stuurde deze kaart in december 1954 naar haar buurjongen Roelie Grit, die een paar huizen verderop woonde.
Roelie Grit was opgenomen in de Christelijke Kindervleugel van de Afdeling Professor Eerland van het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Roelie had bij de febriek (de zuivelfabriek) aan het Moleneinde natronloog gedronken uit een fles die ongewoon open en bloot tegen een muur buiten de febriek stond. Roelie had dorst en dacht dat in de fles gewoon water zat. Het natronloog verbrandde zijn slokdarm en zijn maag. Zijn lichaam is nooit volledig hersteld van dit afschuwelijke ongeluk. Roelie is niet oud geworden. Zie het bijgaande overlijdensbericht dat op 21 februari 2010 in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) stond.


 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkoate, Overlijdensbericht, Süvelfubriek Deever | Leave a comment