Deever is geen echte Saksische nederzetting

De heer Anne Post, de eigenaar van de webstee www.dorpshistorie.nl, heeft een bijzonder originele kijk op het ontstaan van het dorp Deever. Hij gaf de redactie van het Deevers Archief toestemming bijgaande – door de redactie enigszins geredigeerde – tekst en bijgaande afbeelding van de plattegrond van het dorp Deever in 1832 te publiceren. De redactie van het Deevers Archief is de heer Anne Post daarvoor bijzonder erkentelijk.

Diever is op de kaart van 1832 een vrij groot dorp.
In het bebouwingsbeeld is echter geen deel te ontdekken dat wijst op een oorspronkelijk Saksische nederzetting. Dat komt omdat het Saksische Diever gezocht moet worden in Oldendiever.
Diever zelf is ontstaan als gevolg van het aanleggen van een landgoed op basis van verordeningen van Karel de Grote (zie de webstee www.dorpshistorie.nl: deel 4 voor de ligging). Het is niet met zekerheid te zeggen wanneer deze aanleg heeft plaatsgevonden.
In 2004/2005 is ten noordwesten van Diever in het gebied van een nieuw aan te leggen woonwijk het verplichte archeologische onderzoek uitgevoerd. De plattegrond van een zeer groot gebouw is blootgelegd. Het onderzoek doet vermoeden dat dit gebouw, waarschijnlijk een grote hoeve, omstreeks 1150 moet zijn gebouwd.
Uit oorkonden is bekend dat er een leengoed Calthoren of Calthorne is geweest, in bezit van de bisschop van Utrecht, omstreeks 1200 in leen bij Hugo Sturm. Het leengoed zelf zal vermoedelijk zijn aangelegd na het jaar 1040, omdat dit landgoed niet wordt vermeld in de oorkonde van dat jaar, waarin de Duitse keizer zijn landgoederen in Drenthe schenkt aan de bisschop van Utrecht, vooruitlopend op de overdracht in 1047 van het wereldlijke bestuur over Drenthe aan diezelfde bisschop.
Maar ook het feit dat Diever zeker drie houten kerken heeft gehad vóór de bouw van de huidige. Elk landgoed moest een kapel hebben en evenals bij andere landgoederen in Drenthe, zoals bij Gieten, Gasselte en Een, heeft men ook hier een (houten) kerk gebouwd, ongeveer halverwege de Saksische nederzetting (Olden)Diever, zodat deze gekerstende Saksen hier ter kerke konden gaan. Rondom deze kerk heeft het huidige Diever zich ontwikkeld tot een centrum van handel en nijverheid.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heer Anne Post concludeert in zijn webstee dat Deever geen echte Saksische nederzetting is. Dan is de open ruimte bij het kerkgebouw ook geen echte Saksische brink, deze lijkt dus eigenlijk meer een soort van geforceerd ontstane NepBrinQ, waaraan de notabelen en de machtigen van de boerengemeenschap zich vestigden.  
Dan duidt het bebouwingsbeeld rond de Kleine Brink aanzienlijk meer op een echte Saksische brink, dat wil zeggen een willekeurige ongeordende organische samenklontering van boerderijen rond een open ruimte.
Gelukkig is op de plattegrond uit 1832 echt wel in de verste verte geen beeld te herkennen van wat de ronkende en zichzelf op de borst kloppende deskundologen, historologen, histerielogen, brinkologen en ietsologen de marktbrink van Deever durven te noemen.

Posted in Archeologie, Diever | Leave a comment

De dooie oop’mbare lägere skoele van Woater’n

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje. De redactie wil een dergelijk berichtje natuurlijk niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) verscheen op 7 juli 1995 het volgende wel erg treurige berichtje ‘Requiem bassisschool Groot en Klein Wateren’ over de sluiting van de openbare lagere school op Woater’n in het krimpgebied an de aandere kaante van de bos. 
Een requiem is een herdenking van een dode, in dit geval een dode openbare lagere school, vandaar dat de redactie een rouwkader om het berichtje heeft geplaatst.

Requiem basisschool Groot en Klein Wateren
Wateren. Het wordt stil rond de openbare basisschool Groot en Klein Wateren in Wateren (gemeente Diever). De leerlingen maakten woensdag hun laatste schooldag mee en vertrokken gisteren naar speelstad Oranje, terwijl het personeel de laatste werkzaamheden verricht, voordat de deuren sluiten. Na de zomervakantie worden deze niet heropend, de laatste lessen zijn gegeven. Groot en Klein Wateren gaat definitief dicht. Het wachten is voor het gebouw op een nieuwe bestemming: een bezoekerscentrum voor het nationaal park het Drents-Friese Woud, een museum of een atelier.
Niemand in Zorgvlied en Wateren is blij met de sluiting, dat bleek het afgelopen jaar al overduidelijk, toen het onderwerp ter sprake kwam in de gemeenteraad. Ouders en personeel leverden een ongelijk gevecht, een strijd die niet te winnen was. De school had gewoon te weinig leerlingen om zelfstandig verder te leven, een fusie was onvermijdelijk.
De sluiting van de school kwam een jaar later dan de gemeente eigenlijk van plan was. 1 Juli 1994 was de fatale datum, maar de opstelling van de personeelsgeleding van Wateren verhinderde dat; de fusie met de Meester Andreaeschool kon pas dit jaar plaats vinden. Het veranderde weinig aan de situatie, het was slechts uitstel van executie.
De sluiting doet pijn. In het dorpsblad van Zorgvlied, ’t Signaaltje, wordt daar duidelijk uiting aan gegeven onder de kop ‘Het wordt stil in Zorgvlied’. Het personeel van de school heeft er ook geen behoefte aan om de trieste werkelijkheid verder uit te dragen in een afscheidsverhaal, zo laat directeur Th. Hofstee weten. Het liefst laten ze het geruisloos voorbijgaan.
Met de sluiting van de school in Wateren is weer een dorpsschool verdwenen. De tijden dat de jeugd van De Stapel (de Wijk), Lhee (Dwingelo) en andere kleinere kernen onderwijs in het eigen dorp genoten is voorbij. Er zijn echter nog steeds volhouders, zoals de Ten Darperschoele in Wapse. Het leerlingenaantal daar is nog steeds voldoende. Voor Zorgvlied en Wateren wordt een hoofdstuk gesloten, de leerlingen verspreiden zich over de hele regio: van Diever tot Boijl en Elsloo. Het zal nooit meer zo zijn als vroeger.

Het wel erg pathetische onderschrift van de foto luidt als volgt: Vanaf vandaag ‘verboden toegang’ voor leerlingen. De openbare basisschool Groot en Klein Wateren heeft niet langer een onderwijsfunctie. 

Posted in De aandere kaante van de bos, School Wateren, Wateren | Leave a comment

De eerste 90 joodse Amsterdammers in kamp Diever A

In het kader van de systematische intimidatie, discriminatie, isolatie, deportatie en vernietiging van de joden besloot de Duitse bezetter in december 1941 joodse Amsterdammers naar de Drentse rijkswerkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen.
Het eerste resultaat was dat 905 van de 1402 geplaatste mannen op zaterdag 10 januari 1942 vanaf het Centraal Station in Amsterdam per trein vertrokken naar Drenthe.
Op een met potlood beschreven velletje papier, dat bewaard is gebleven en aanwezig is in collectie 216 van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD), is te lezen dat de mannen voor de rijkswerkkampen Diever A en Diever B om 9.45 uur vanaf het vijfde perron moesten vertrekken.
Een copie van de lijst met de eerste negentig in Diever A geplaatste joodse mannen uit Amsterdam is compleet met hun adres en geboortedatum bewaard gebleven en aanwezig in collectie 216 van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD).
Op deze lijst komen de volgende personen voor:
M. Aandagt; N. Achttienribben; A. Aldewereld; L. Appelboom; W.D. Augurkiesman; B. Ausson;
M. Bacharach; B. Barend; J. Baan; S. Bierman; I. Blitz; N. Bonewit; J. Bueno de Mesquita; H. Buijs;
J. Canes; D. Cavaljo; A. Cohen; I. Cohen; A. Couvern;
E. Degen; S. Degen; L.A. Drukker;
J. van Esse;
A. Fraenkel; L. Frenkel; M.E. Friezer;
S. Gobes; I. Gobets; J. Gobets; S.M. Goldstein; A. Groothuis;
D. Halmans; W. Harpman; M. Hartog; A.B. de Hes; B. van Hes; M. Hoed;
E. Jacobs; J. Jacobs; Ph. E. Jacobs; G. Jacobsohn;
A. Kats; J. Knegje; E. Korthoef;
A. de Leeuw; S. Lelie; B. de Levie; M. Lisser;
J.H. de Mesquita; E. Mok; S. Monnikendam;
J. Naarden; J. Neuman; A. Nunes Vas;
L. Pesaro; D. Polak; L. Polak; M. van Praag;
E. Querido;
J. Reens; J. de Roos; J. Roos; A. van Rooijen;
A. Salamons; D. Salomon; J. Sacksioni; D. Santen; N. Schuijer; L. Sluijter; S. Spoelman; E. van Sijs;
M. Tailleur; J. Tertans; A. Troeder; B. Troostwijk;
M. Veffer; D. Vierra; M. Vierra; C. Vos; H. de Vries;
B. Waas; G. Walvis; I. Walvisch; A. Winnik; J. Winnik; S. Wolder;
J. Zak; I. Zilverberg; J. Zwaab.
Voor rijkswerkkamp Diever A fungeerde als zogenaamde contactcommissie de heren J. Roos (registratienummer 174043, geboren op 20 maart 1893, laatste adres Tilanusstraat 83 II in Amsterdam) en S. Lelie (registratienummer 66086, geboren op 2 september 1880, laatste adres Tweede Jan van der Heijdenstraat 22 II in Amsterdam).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie wil zo veel als mogelijk is aandacht besteden aan de geschiedenis van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Woaterseweg in de Olde Willem.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief kan de reeds verschenen berichten over deze twee kampen in het Deevers Archief vinden door in de rechter kolom of onder aan dit bericht de categorie ‘Werkkampen Diever A en B’ aan te klikken.

Posted in De Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Diever raakt zijn barakken kwijt

In de Heerenveensche koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 10 oktober 1946 het navolgende bericht over de afbraak van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Bosweg in de Olde Willem.

Diever raakt zijn barakken kwijt
Diever, 7 october. Binnenkort zullen de barakken van werkkamp Diever A ook worden afgebroken en evenals die van kamp B naar het zuiden des lands worden overgebracht. Daarmede wordt een belangrijke periode in de geschiedenis der gemeente Diever afgesloten.
Oorspronkelijk zijn deze kampen gebouwd voor werklozen uit de grote steden en uit Oost-Drente. Daarna zijn ze bewoond geweest door joden, O.T.-arbeiders, N.S.B.’ers en a-socialen. Ook hebben er nog evacué’s huisvesting gevonden.
Stellig zal het terrein de eerste tijd een ledige plaats geven, want om en bij de kampen was steeds veel beweging.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De betekenis van de afkorting O.T. is Organization Todt.
De betekenis van de beruchte afkorting N.S.B. is Nationaal-Socialistische Beweging.
De redactie wil zo veel als mogelijk is aandacht besteden aan de rijkswerkkampen Diever A en Diever B.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief kan de reeds verschenen berichten over deze twee kampen in het Deevers Archief vinden door in de rechter kolom of onder aan dit bericht de categorie ‘Werkkampen Diever A en B’ aan te klikken.
In de rijkswerkkampen Diever A en Diever B zijn ook kinderen van geïnterneerde N.S.B.’ers en S.S.’ers opgevangen geweest.

Posted in Bosweg, De Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Zicht op het bedrijf van Hendrik Jan Rolden

Op de plek waar nu op de hoek van de Hoofdstraat en de Tusschendarp in Deever een zelfbedieningszaak staat, stond het bedrijf van Hendrik Jan Rolden: repareren van auto’s, fietsenzaak, repareren van fietsen, elektrotechnisch installatiewerk, winkel met elektrische huishoudelijke artikelen, Shell-benzinepompen en garages voor het stallen van auto’s. De foto dateert uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Let op de hoge mast met de antenne voor het ontvangen van de televisiesignalen, die vanaf de televisietoren op de Smilde werden uitgezonden. Let vooral ook op de emaille reclameborden aan de muren van het pand.
Duidelijk is te zien dat het pand daarvóór diende als boerderij, met het voorhuis dwars voor de boerderij gebouwd. Aan de rechterkant zijn de etalageruiten van de winkel te zien.
Toen vóór de Tweede Wereldoorlog het pand nog als boerderij in gebruik was, was in het voorhuis in de voorkamer aan de rechterkant café Wesseling gevestigd.
In het bijna autoloze tijdperk in de vijftiger jaren van de vorige eeuw was het hek voor de mooie kamer aan de kant van de Hoofdstraat een mooie hangplek voor jeugdigen om merk en nummerbord van de spaarzaam voorbijrijdende auto’s te noteren.
Op de door de redactie van het Deevers Archief gemaakte kleurenfoto is ter plekke van het bedrijf van Hendrik Jan Rolden de situatie op 4 november 2017 te zien. In het zichtbare pand is een zelfbedieningswinkel gevestigd.

Abracadabra-509

Posted in Bedrijven, Boerderijen, Café Wesseling, Hoofdstraat, Neringdoenden | Leave a comment

Eerst perk A op de kaarhof van Deever ruimen

Voordat je als kind of kleinkind of achterkleinkind of achterachterkleinkind het in de gaten zou kunnen hebben, zouden de overijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk – die hun bureautje in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben staan – op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever kunnen beginnen met het opruimen van de stoffelijke resten van een ouder of een grootouder of een overgrootouder of een overovergrootouder in één van de perken A tot en met Z.
Als vanwege het voorgewende of geveinsde ruimtegebrek op de kaarkhof van Deever dan zo nodig een perk zou moeten worden geruimd, dan is dat voor de erfgenamen van de stoffelijke resten en de grafsteen ethisch en juridisch gezien alleen te verantwoorden als de overijverige werkertjes beginnen bij de grafen in het zo genoemde perk A.
De Engelsen zeggen dat zo: first in, first out. Wie het eerst is begraven, die wordt ook het eerst geruimd. Dus de conclusie is dat de stoffelijke resten in perk A in volgorde van overlijden en zonder aanziens des persoons het eerst moeten worden geruimd.
En dan kan het wel zo zijn dat de overijverige bestuurdertjes van de zo genoemde Historische Vereniging Gemeente Diever -niet gehinderd door enige kennis- wel voortdurend en heel hard schreeuwen en brullen en lobbyen dat perk A van historisch belang is en dan kan het wel zo zijn dat de ijverige werkertjes van de genoemde vereniging als een soort van tijdverdrijf zo nu en dan in perk A hier en daar de gevallen bladeren opharken, hier en daar een grafsteentje rechtzetten, hier en daar de korstmosjes van een grafsteen wegkrabben of hier en daar de rode grafsteentor bestuderen, maar dat heeft nul en generlei waarde, dat doet niets af aan het ethische, objectieve en juridisch te volgen principe dat de oudste stoffelijke resten in het oudste perk A het eerst worden geruimd, en niet subjectief eerst perk D waar veel arbeiders liggen en dat perk K en dan perk B waar veel dikke boeren en notabelen liggen.
In het geval van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis, die begraven zijn in perk A, zal het overijverige werkertje van de voorkant van het gelijk inderdaad -als een soort van beginnend notarisklerkje- overijverig en gratis overuren makend op zoek moeten gaan naar alle erfgenamen van de stoffelijke resten van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis en de grafsteen en hen via een officieel document de wettelijke en objectieve mogelijkheden voor het omgaan met de stoffelijke resten en de grafsteen en de geldelijke gevolgen van een keuze mee te delen.
Jan Lefferts ten Brink is geboren op 1 juni 1850 in Deever en is op 30 april 1887 overleden in Wittelte. Hij is een zoon van Leffert ten Brink en Grietje Hessels. Jan Leffert ten Brink was boer in Wittelte.
Geertje Veenhuis is geboren op 18 maart 1858 in Wapse en is op 29 mei 1915 overleden in Wittelte. Zij is een dochter van Fokke Jans Veenhuis en Annechien Niklaas Krijthe.
Op de grafsteen staat de eerste regel van psalm 103, vers 8.
Dit vers heeft betrekking op de vergankelijkheid van het leven, het sterven en de rouw.
De tekst van psalm 103, vers 8 luidt als volgt:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachteloos is en teer,
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren,
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2017 gemaakt.
De redactie is bezig alle grafstenen in alle perken van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te fotograferen.

Posted in Diever, Kerkhof | Leave a comment

De Deeverse Hans Kuiper maakte foto’s en schilderijen

In het Weststellingwerver nieuwsblad Aanpakken (dit nieuwsblad houdt helaas per 1 januari 2018 op te bestaan) verscheen op 16 augustus 1997 (??) het artikel ‘Hans Kuiper maakte historische foto’s’ over de in Deever geboren huisschilder, fotograaf, kunstschilder, decorateur, glazenier en caféhouder Hans Kuiper. De vier bladzijden van het artikel zijn in dit bericht nagenoeg onleesbaar afgebeeld. De redactie van het Deevers Archief heeft enige op Deever en Zorgvlied betrekking hebbende stukken tekst uit genoemd artikel hierna weergegeven.

Verder is onder meer over Hans Kuiper bekend dat hij het plafond van de Rooms Katholieke huiskapel van de familie Lodewijk Guillaume Verwer in villa Castra Vetera in Zorgvlied heeft geschilderd gelijk Michelangelo de gewelven van de Sixtijnse Kapel beschilderde.

Hans Kuiper was de jongste van zeven kinderen. Zijn vader was huisschilder in Diever. Zoals toen te doen gebruikelijk trad Hans in de voetsporen van zijn vader. Hij werd huis- en decoratieschilder. Over zijn jeugd is minder bekend. Kuiper was erg ondernemend en nam aktief deel aan het verenigingsleven. Diever was te klein voor hem. Hij verbreedde zijn horizon met bezoeken aan verschillende plaatsen in Nederland.

Op 23 oktober 1890 trad hij in het gemeentehuis in Diever in het huwelijk met Margje Johanna Eits uit Noordwolde. Het huwelijk werd daar in de Nederlands Hervormde Kerk bevestigd. Uit het huwelijk werden vier dochters en een zoon geboren.

Tot de door Kuiper geportretteerden behoren de bekende familie Verwer uit Zorgvlied, de familie Fa. Becker & Co., Grossier en Groothandel Textiel in Amsterdam, B. Broekman van de Algemene Nederlandse Militie Verzekeringsmaatschappij te Heerenveen, vijf of meer portretschilderijen van familieleden E.D. de Jong, directie en/of voorheen directie Douwe Egberts, gezinsgroep schilderij familie Leemkoel uit Zorgvlied, Harlingen en Sneek plus circa vijf portretschilderijen. Ook Dreesman uit Bussum, oprichter/directeur van het Vroom & Dreesman-concern werd door de Noordwoldiger vereeuwigd.

De ongeschoolde schilder vergaarde veel kennis en kreeg waardevolle adviezen van bevriende en reeds bekende kunstschilders, zoals A.J. Sap (van Drenthe) van de bekende Schillergroep, vader en zoon Van Kregten (zoon Fedor was de bekendste) en Jan Manken. Zijn fotografische benadering van schilderen veranderde al vrij snel in de vereiste en juiste manier.

De Noordwoldiger schilderde ook het plafond van de Rooms Katholieke huiskapel van de familie Verwer in villa Castra Vetera in Zorgvlied. Verwer, grootgrondbezitter en eigenaar van Groot- en Klein Wateren en Zorgvlied had in zijn villa, ook wel ‘het Kasteel’, een eigen huiskapel. Later werd in Zorgvlied het nu nog bestaande Rooms Katholieke kerkje gebouwd. Daarin bevinden zich achter het altaar twee gebrandschilderde ramen met de portretten van Lodewijk Guillaume Verwer en zijn gemalin Eliza van Wensen. De door Kuiper gemaakte ontwerpfoto’s zijn bewaard gebleven. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat voornoemde glas-in-lood-portretten van het echtpaar Verwer zijn vervaardigd door Hans Kuiper. Hij was derhalve dus ook werkzaam als glazenier.

Van Hans Kuiper verschenen vele schilderijen (naar schatting zo’n 500) plus diverse (series) prentbriefkaarten, later ansichtkaarten genoemd. De eerste waren in zwart-wit, later werden de kaarten ingekleurd. De prentbriefkaarten werden veelal geleverd op bestelling van opdrachtgevers, winkeliers en verschenen meestal in een oplaag van 500 en in series van 24 verschillende onderwerpen. De door hem gekozen locaties lagen in Noordwolde en omliggende plaatsen, zoals Zorgvlied, Wateren, Boijl, Frederiksoord, Diever en Nijensleek. Verder maakte Kuiper (tover)lantaarnplaatjes, de voorloper van de latere dia’s.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie besteedt in een groeiende aantal berichten aandacht aan de an de Heufdstroate in Deever geboren Hans Kuiper.
Deze berichten zijn te selecteren door in de kolom aan de rechterkant de categorie Hans Kuiper aan te klikken of onder aan het bericht de categorie Hans Kuiper aan te klikken.
Als een trouwe bezoeker behoefte heeft een mooie digitale kopie van de vier bladzijden van het artikel, dan wordt hij of zij verzocht dit te melden bij de redactie. 

Posted in Alle Deeversen, Hans Kuiper | Leave a comment

Veertigjarig jubileum van de zuivelfabriek Diever

De Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Graanmaalderij Diever aan het Moleneinde in Deever bestond op woensdag 29 maart 1939 veertig jaar. De raad van commissarissen (in latere jaren commissie van toezicht genoemd), het bestuur en mijnheer de directeur van deze onderneming van boeren uut Deever, Oldendeever, Kalter’n, Wittelte en de Deeverbrogge zijn ter gelegenheid daarvan tussen de maartse buien door buiten bij de fabriek op de foto gezet. De jubilerende boeren hebben zo te zien hun mooiste en duurste zondagse pak aan. Let ook op de dikke (zilveren ?) horlogeketting van Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge. Het zichtbare deel van de zijgevel van ‘de febriek’ bestaat nog steeds. Het lijkt bijna vanzelfsprekend dat de zeer vele keuterboeren, die wel hun melk leverden aan ‘de febriek’, niet vertegenwoordigd waren in het bestuur en in de raad van commissarissen. 

In de wekelijks verschijnende krant ‘de Westervelder’ is een aantal jaren de rubriek ‘Ontbrekende namen op school- en verenigingsfoto’s’ opgenomen geweest. In ‘de Westervelder’ van 8 augustus 2007 werd in de genoemde rubriek bijgaande foto opgenomen. Bij deze foto stond de volgende tekst:
Deze week een foto van de commissarissen, bestuur en de directeur van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij te Diever. De Historische Vereniging wil graag in het bezit komen van de namen van de personen op de foto en verder uit welk jaar dateert de foto…………
De heemkundige vereniging uut Deever nam met de twee verzoeken de lezers van deze rubriek niet serieus, want de namen van alle personen op de foto en de datum waarop de foto is gemaakt waren al vóór 1999 op zijn minst bekend bij de secretaris van deze vereniging. Nog betreurenswaardiger is dat de oplossing van het ‘wekelijkse raadseltje’ niet één week of twee weken of drie weken later in ‘de Westervelder’ werd gepubliceerd en dat door goedwillende lezers verstrekte gegevens bij wijze van spreken verdwenen in de vele en dikke plakboeken en ordners van de heemkundige vereniging.
Op de foto zijn staande van links naar rechts te zien:
commissaris Tjeerd Ofrein van ’t Noord (melkbusnummer 133), commissaris Bertus Wemmenhove van de Deeverbrogge (melkbusnummer 119), voorzitter van de raad van commissarissen Jans Bult uut Oldendeever (melkbusnummer 192), secretaris van de raad van commissarissen Roelof (Roef) van Wester uut Oldendeever (melkbusnummer 204), commissaris Hendrik Jonkers van de Oldendeeversebrogge (melkbusnummer 114).
Op de foto zijn zittend van links naar rechts te zien:
bestuurslid Jan Berends van de Berg uut Wittelte (melkbusnummer 177), secretaris van het bestuur Jacob (Jaap) Hessels uut Deever (melbusnummer 59), bestuursvoorzitter Jan Seinen uut Deever (melkbusnummer 42), mijnheer de directeur Jan Andree (die dolgraag de achternaam Andreae zou willen hebben) (de enige met gleufhoed), bestuurslid Dirk (Dörk) Moes uut Deever (melkbusnummer 65), bestuurslid Jan Boerhof uut Wittelte (de enige met pet) (melkbusnummer 186).
De heren hebben allemaal hun glimmend gepoetste zondagse zwarte schoenen aan. Of heeft Tjeerd Ofrein zijn zondagse klompen aan ?
De redactie van het Deevers Archief verzoekt de lezers van dit bericht eventuele foute verwijzingen naar melkbusnummers door te geven.
De redactie heeft de kleurenfoto van een deel van de zijgevel van ‘de febriek’ op 21 januari 2016 gemaakt, voor wat deze waard is.

Posted in Diever, Kalteren, Moleneinde, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Bee’j de Hoarweg an de Bosweg in Deever

De zwart-wit ansichtkaart met een bosgezicht en een oude eik aan de Bosweg aan het begin van de Haarweg was gedurende twaalf jaren wel een erg succesvolle ansichtkaart.
Kantoorboekhandel Roelof van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf de kaart voor het eerst uit in juni 1955. Kantoorboekhandel Roelof van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf de kaart opnieuw uit in november 1964.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper an de Peperstroate in Deever gaf de kaart uit in februari 1962, november 1965 en januari 1967.
Pension Lunchroom Cafétaria Lubbert Wanningen an de Brink van Deever gaf de kaart uit in december 1964.
Je zal als verzamelaar van ansichtkoart’n uut de gemiente Deever van deze ansichtkaart maar een exemplaar van alle jaren van uitgave in de nooit volledige verzameling hebben !
De redactie moest bijgaande vijf kleurenfoto’s helaas op 4 november 2017 met tranen in de ogen maken. Er was geen ontkomen aan. De vereniging tot behoud (exploitatie ?) van natuurmonumenten was in die periode druk bezig met het niet-duurzaam slopen van heel veel oude natuur op het erfgoedmonument Berkenheuvel. De slopers hebben zo te zien op de grootste kleurenfoto de in 2017 zeker meer dan honderd jaar oude markante eik – een natuurmonument dat al op de ansichtkaart uit 1955 is te zien – bij het stapelen van het gesloopte winstgevende dennehout zonder ontzag en zonder eerbied de genadeklap gegeven.
Nu is het natuurlijk wel zo dat eikehout duurder is dan dennehout en bij verkoop betrekkelijk meer geld in de kas van de vereniging tot behoud (exploitatie ?) van natuurmonumenten doet vloeien. Waar de economie heerst moet de natuur wijken. Alles van waarde is weerloos.
De redactie schat de waarde van deze houtoogst toch wel op zeker zo ongeveer een halve ton. De komende jaren zullen de voortdurende geldbedelbrieven van de zichzelf armlastig beschouwende vereniging tot behoud (exploitatie ?) van natuurmonumenten regelrecht in de oud-papier-container verdwijnen.
De grote vraag is natuurlijk of het gesloopte hout met een keurmerk van een door de Timber Procurement Assessment Commitee geaccrediteerd keuringsbedrijf als duurzaam geproduceerd hout op de markt mag worden gebracht ? Wordt voor elke gesloopte den een nieuwe geplant ?
De grote vraag is of de vereniging tot behoud (exploitatie ?) van natuurmonumenten precariobelasting aan de gemeente Westenveld betaald of gaat betalen voor het gebruiken, het verrinnewièr’n en het veropp’m van de berm naast de Bosweg ? En wat is geregeld voor het afwikkelen van schade aan de met publieksgeld onderhouden Bosweg door zwaar beladen vrachtwagens met het dure dennehout ?


Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosweg, Economie | Leave a comment

Het huisje van klompenmaker Johannes Leijer

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm – zo mogelijk – te publiceren in Opraekelen, het papieren blad (papier is erg geduldig) van de ingedutte heemkundige vereniging uut Deever.
Het lukte d
e redactie het navolgende tekst van de hand van Anne Mulder gepubliceerd te krijgen in nummer 01/1 (maart 2001) van Opraekelen. Anne Mulder schreef deze tekst in de loop van het jaar 2000 na het zien van de hier afgebeelde zwart-wit foto.

Omstreeks 1932 werd het hoekhuis aan de Peperstraat bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de coöperatieve verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Diever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman.
Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis aan de Peperstraat.
Ik vind zeker het vermelden waard dat pal naast het hoekhuis een klein huisje heeft gestaan, dat bewoond werd door de ongehuwde klompenmaker Johannes Leijer. Hierover zijn mij geen bijzondere gegevens bekend. Wel herinner ik mij nog dat bij hem een paar klompen tussen de tachtig centen en één gulden kostte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft de zwart-wit foto op 20 mei 1998 gemaakt; duizendpoot Klaas Kleine woonde toen nog op de hoek van de Grote en Kleine Peperstroate.
De coöperatieve verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ was gevestigd in het pand Heufdstroate 42, waarin onder meer ook de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (V.V.V.) en rijwielbedrijf Jan Warnders gevestigd zijn geweest.
Frederik (Frièrik) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse.
Johannes Leijer is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld en is overleden op 3 mei 1942 op 76-jarige leeftijd in Deever. De redactie weet niet of Johannes Leijer is begraven in Deever. Johannes Leijer trouwde op 9 april 1892 met Klaasje Lamberts. Zij is overleden op 24 december 1909 in Zwolle.
Johannes Leijer was volgens verschillende akten in de burgerlijke stand op jongere leeftijd huisschilder van beroep. Volgens Anne Mulder (hij had een geheugen als een pot) was Johannes Leijer in de Peperstroate klompenmaker; er waren meer klompenmakers in de familie Leijer.


Posted in Alle Deeversen, Ambachten, Klaas Kleine, Neringdoenden, Peperstraat | Leave a comment

Stien van 13 tunne efun’n in ’t Oldendeeverseveld

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand krantenknipseltje, dat de redactie de trouwe bezoekers van het Deevers Archief niet wil onthouden.

De tekst van het onderschrift bij de foto luidt als volgt.
Bij grondwerk voor de ruilverkaveling in het Oldendieverseveld in Diever is een kei van 13 ton gevonden.
Bulldozermachinist J. van Beers haalde het gevaarte naar boven.
De kei, 3,5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,5 meter hoog, krijgt vermoedelijk een plaatsje op de brink voor het gemeentehuis van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie betreurt het wel dat hij op de achterkant van het knipseltje niet heeft genoteerd in welke krant het berichtje heeft gestaan en op welke datum (ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ?) het berichtje is gepubliceerd. Maar wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze gegevens melden bij de redactie ?
De stien van daartien tunne is een stien van de buten-categerie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De dikke stien is inderdaad naar de brinQ van Deever gesleept (en het was niet eens oudejaarsavond). De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief voor nog een foto van de Oldendeeverse Stien op de brinQ van Deever naar het berichtje Een hiele dikke stien veur’t gemientehuus van Deever.
De grote vraag is natuurlijk staat deze dikke stien op de lijst van gemeentelijke aardkundige monumenten ?|
De nog grotere vraag is natuurlijk wat de namen van de drie kinderen bee’j de hiele dikke stien zijn. Deze kinderen zullen inmiddels in de vijftig zijn. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief herkent de drie kinderen ? De redactie verneemt het graag.
Een scherpere versie van de foto staat op bladzijde 124 van het onvolprezen boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ (elk dorp, elke kluft en elk gehucht in de gemiente Deever heeft het onvervreembare recht op een eigen soort van geschiedkundig boekje, dus bewoners van de Gowe, Kalter’n,
 ’t Moer, ’t Noave, ’t Noord, Olde Willem, Veenhuus’n, Veldhuus’n, Soerte, Wapse, Woater’n en Zorgvlied aan de slag).
Is de Deeverse dorpsfotograaf wijlen Harm Hessels de maker van deze foto ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de Oldendeeverse Stien op de BadQualityBrinQ van Deever op 11 november 2017 gemaakt.

Posted in Aardkundige monumenten, Archeologie, Brink, Diever, Oldendiever | Leave a comment

Sukerzakkies mit ’t woap’m van Deever

De redactie van het Deevers Archief zou van zijn trouwe bezoekers graag willen weten in welk jaar of in welke jaren de klanten van hotel Blok of hotel café restaurant Blok an de Deeverbrogge de suker voor hun kopje koffie of kopje thee in een zakje bedrukt mit woap’m van de gemiente Deever kregen.
Sommige klanten namen het zakkie mee naar huis voor vergroting van hun verzameling sukerzakkies of om weg te geven aan een sukerzakkies verzamelend familielid of buurjongen.
De trouwe bezoeker wordt voor gegevens over het wapen van de gemiente Deever verwezen naar een bericht elders in het Deevers Archief.

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Sukerzakkies, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Het huisje van professor Van Giffen op de Heezebaarg

De kunstenaar Harm Kamerlingh Onnes maakte in 1946 een waterverfschilderijtje van 26 x 19 cm waarop zijn te zien een deel van de bos van het landgoed Heezebaarg en het dak van het zomerhuisje met de naam de Keet van professor doctor Albert Egges van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (ja, die van de pinda’s en de nootjes) op de Heezebaarg bee’j Deever. Hij gaf het kunstwerkje de naam ‘Het huisje van professor van Giffen te Deever’. Wellicht was de bekende familie Kamerlingh Onnes bevriend met de bekende familie Van Giffen en bracht Harm Kamerlingh Onnes in 1946 een schilderweekeinde door op de Heezebaarg.
Het dak van het zomerhuisje was inderdaad gedekt met rode dakpannen. In 1946 zullen de dakpannen nog rood zijn geweest, de dakpannen waren zeker niet rood meer op de dag voordat het zomerhuisje met de naam de Keet werd afgebroken.
Het geel geaquarelleerde land op de voorgrond moet het land met de naam Bunst of Buunst zijn. De redactie weet niet of dit land in 1946 als bouwland of als groenland in gebruik was. De redactie weet ook niet wie toen de eigenaar was.
Klaas Fledderus van ’t Kastiel was aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw de eigenaar van dit land.
De afgebeelde kleurenfoto van het zomerhuisje de Keet met de rode dakpannen is aanwezig in de verzameling van mevrouw Tineke Zweers-van Giffen, een kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen.

Posted in Albert Egges van Giffen, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Ansichtkaart en foto van ‘de Keet’ op de Heezebaarg

De oudheidkundige professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle, begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) staat op deze ansichtkaart in de voordeur van zijn geliefde buitenhuisje genaamd de Keet op zijn landgoed de Heezebaarg aan de rand van de Heezenesch bij Diever.
Professor doctor Albert Egges van Giffen stuurde deze fotokaart -gemaakt van een eigen foto- op 16 september 1956 naar de familie Zijp-Laan, Oostwoud 56 in Noord-Holland. De kaart is ondertekend door professor doctor Albert Egges van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (klik hier voor meer gegevens over Albert van Giffen). De tekst op de kaart luidt: Diever, de ‘Heezeberg’, ons buitenhuisje. Veel dank voor uw kaart van de reis. Met vele groeten.
De Keet is inderdaad de keet die bij de grote oudheidkundige afgraving van de terp van Ezinge stond (meer gegevens over de afgraving van de terp van Ezinge). Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezenesch).

In 1997 was met name de houten onderkant van de Keet in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen en haar echtgenote, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter stenen vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uut Dwingel (eerder gevestigd in Leggel).

De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van het Deevers Archief en de eigenaren van de Keet bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van de Keet op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De redactie van het Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto op de dag vóór de afbraak tegen het vallen van de avond met flitslicht gemaakt. Het zal de allerlaatste ooit gemaakte foto van dit huisje zijn geweest.

Reactie van J. Smit van 5 december 2017
Ik ben in de zestiger jaren van de vorige eeuw enkele keren met mijn vader Wolter Smit, die de exclusieve jachtrechten op de gronden rond de Heezenes had verkregen van de familie Van Giffen, in aanwezigheid van Jan van Giffen (de zoon van professor doctor Albert Egges van Giffen) in het verblijf geweest. Het was inderdaad een eenvoudig zomerhuisje op een prachtige locatie in een fraaie omgeving !

Abracadabra-1253
Abracadabra-844Abracadabra-1254

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Topstukken | Leave a comment

Beeldje ‘Het leven: geboorte, huwelijk en dood’

Voor het raam van de vroegere burgemeesterskamer van het vijfde en laatste gemeentehuis van de gemiente Deever staat het beeldje met de naam Het leven: geboorte, huwelijk en dood.
Anno Ferdinand Smith (geboren op 7 april 1915 in Groningen, overleden op 14 januari 1990 te Groningen) heeft het beeldje van keramiek in 1959 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto gemaakt op 3 oktober 2012. Het was die dag grauw, grijs en grienend, geen goede gelegenheid voor het maken van een mooie foto.
Een oudere foto van het beeldje is te vinden in de webstee wikipedia.org op de pagina met de lijst van beelden in de gemeente Westenveld.
In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens van Anno Ferdinand Smith aanwezig.

Posted in Beelden, Diever, Gemeentehuis, Kunst | Leave a comment

Gemeentehuis met pastorie Hervormde Kerk in 1941

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief graag meegenieten van mooie beelden uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde foto is aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, zo rond 1940 of 1941, gemaakt voor een ansichtkaart. Op de foto is de nog niet vernielde brink van Deever met een slijtpad over de brink naar het gemeentehuis te zien.
Het gemeentehuis stond gewoon aan de brink. Ook de pastorie van de hervormde geloofsgemeente stond gewoon aan de brink. In 1956 moesten deze twee karakteristieke panden helaas verdwijnen om ruimte te bieden aan een lelijk nieuw gemeentehuis.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Kerk op de brink, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Het wapen van de gemiente Deever

De volgende verklaring bij het wapen van de gemiente Deever is overgenomen uit de gegevens in de webstee ngw.nl van Heraldry of the World.

I : 3 september 1946 ” In hermelijn een paal, gedwarsbalkt van keel en zilver van 16 stukken, links boven vergezeld van een kraaghalskruikje van hunebedaardewerk en rechts onder van een eschdoornblad, beide van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 paarlen.”

Bij het ontwerp had de gemeente een aantal mogelijke motieven aangedragen:
Allereerst de aanwezigheid van hunebedden in de gemeente. Niet alleen de hunebedden, maar ook het daarin gevonden aardewerk zijn uniek in Drenthe. Verder een herinnering aan de kerk van Deever, een van de oudste van Drenthe, het wapen van de familie Ketel, die in de 16e-18e eeuw diverse schouten heeft geleverd. Tevens was een mogelijkheid de afwijkende lengtemaat in Deever te tonen. In geheel Drenthe bestond de roede uit 14 voeten, behalve in Deever waar de roede 16 voet lang was. Tenslotte wilde de gemeente nog een herinnering aan de bevrijding door de Canadezen. Hoewel dat laatste niet specifiek voor Deever is, werd er toch veel belang aan gehecht. In de nadagen van de oorlog werden er in en rond Deever felle gevechten geleverd tussen de Duitsers en Fransen/Canadezen. De Duitsers dreigden in Deever de orde goed te gaan herstellen en executeerden 11 willekeurige burgers. Om een verder bloedbad te voorkomen grepen de Canadezen in en bevrijdden Deever.
In het wapen wordt de afwijkende roede gesymboliseerd door de paal, het kraaghalsflesje geeft het unieke aardewerk aan, de Canadese Maple Leaf spreekt voor zich, terwijl het hermelijn, als kleine kruisjes, de oude kerk symboliseert.
De gemeente diende drie voorstellen in, allereerst het huidige wapen, met als uitzondering dat de paal golvend gedwarsbalkt was. De Hoge Raad van Adel ging er echter vanuit dat een lengtemaat recht is en niet golvend. Het tweede voorstel was identiek, alleen de Maple Leaf was weggelaten. Het derde ontwerp tenslotte toonde het kraaghalsflesje in de rechterbovenhoek van het wapen Ketel, in zilver een dwarsbalk van azuur.
Literatuur:  Bontekoe, 1947, Oorsprong/verklaring

Abracadabra-1300

Posted in Archeologie, Canadeze bevrijders, Diever, Gemeente Diever, Hunnebed, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Woap’m van Deever in Oldendeever

Het direct na de Tweede Wereldoorlog door de voorkant van het gelijk bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven grensstenen.
Zo staat een minder goed onderhouden exemplaar op zijn originele betonnen sokkeltje pal tegen de muur tussen de ramen van de in 1926 gebouwde boerderij van de familie Michels in Oldendeever; zie de bijgaande foto die de redactie van het Deevers Archief op 3 oktober 2012 heeft gemaakt. Hulde aan de familie Michels, die deze grenssteen gelukkig heeft gered uit de slopershanden van de gezagsgetrouwe medewerkers van de voorkant van het gelijk.
Het grappige is dat de eigenaren de naam Deever hebben uitgebreid tot Oldendeever. En terecht, want de gemiente Deever had eigenlijk de gemiente Oldendeever moeten hebben geheten.
Dit stuk versierd beton heeft, tot vóór de dag waarop de gemienten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelt gedwongen opgingen in de gemeente Westenveld, langs de Doldersummerweg op de grens van de gemiente Deever en de gemiente Vledder gestaan.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de voorgevel van de boerderij Oldendeever 10 mit pothokke op 4 november 2017 gemaakt. Het dak van het pothokke is in 2016 vernieuwd. Hulde aan de eigenaren die dit letterlijke en figuurlijke erfgoed goed weten te onderhouden. Echt wel.

Posted in Diever, Erfgoed, Gemeente Diever, Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Rogge döss’n bee’j Garriet Jan Wesseling

Deze afbeelding is met begeleidende tekst eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bin ‘t wel …’. De man met de pet links op de döskaaste is instopper Frederik (Frièrik) Houwer (geboren op 26-3-1900, overleden op 27-5-1989). De baandensnieder die naast Frederik (Frièrik) Houwer bezig is kon helaas niet worden herkend (Is het Gerrit Jan Wesseling ? Wie herkent deze man ?). De schoter, de man die de gaarven rogge naar de baandensnieder gooide, bevindt zich op de rogge in de boerderij. Links boven op het stro staat Willem Punt (geboren op 26-12-1896, overleden op 2-8-1985). De man die onder hem staat is Jan Oostra. In het midden staat smid Hendrik Kloeze (geboren op 13-7-1909, overleden op 30-7-1967) uut de Heufdstroate. Hij en zijn broer Albert (geboren op 24-4-1901, overleden op 22-4-1961) waren de eigenaren van deze döskaaste. De helaas niet herkende jongen (redactie: Is het Wijnand Hunneman ? Wie herkent deze man ?) bij de motor is waarschijnlijk de machinist. Deze motor liep op pieterölie en werd gekoeld met water in een bak om de motor. De motor staat op een oud autochassis. De döskaaste en zijn aandrijving werden verplaatst met behulp van een paar sterke paarden. Bij de motor hoorde registratiebewijs D-2138, dat op 30 augustus 1921 in Assen werd afgegeven aan Albert Kloeze.
De döskaaste staat in de baander en op de deele van de boerderij van Gerrit (Garriet) Jan Wesseling (geboren op 8-6-1900, overleden op 22-10-1983) in de Achterstraat. Hendrik Wesseling (geboren op 31-10-1869, overleden op 6-4-1942), die weduwe was van Kea (Kee) Janssen (geboren op 24-09-1865, overleden op 22-10-1934), liet deze boerderij voor zijn zoon Gerrit Jan en zijn vrouw Hendrikje Oostra (geboren op 6-5-1897, overleden op 13-9-1974) bouwen. Hendrik Wesseling was tot zijn pensionering hoofdmeester van de Wittelter school. Om de boerderij hier te kunnen bouwen moest de oude boerderij, die door Hendrik Wesseling was verhuurd aan Hendrikus Oostra en Aaltje Oostenbrink, worden afgebroken.
Het dorsen van rogge aan huis was één grote ellende, want het hele huis kwam onder het stof te zitten. Het kostte een paar dagen om alles weer schoon te krijgen. Alle deuren van het achterhuis werden opengezet, zodat de wind zoveel mogelijk stof weg kon blazen. Als de rogge kraekdröge was, dan ging het dorsen gemakkelijk en was er minder stof.

Posted in Achterstraat, Boer'nwaark, Boerderijen, Brink, Diever, ie bint 't wel ..., Topstukken | Leave a comment

Reclame voor mengvoeders van Pieter Sluis

Rechts van de ingang van korenmolen de Vlijt in Oldendeever hangt al zeker meer dan vijftig misschien wel zestig jaren een geëmailleerd reclamebordje met de bekende hanekop van Pieter Sluis, fabrikant van onder meer veevoeders, mengvoeders, diervoeders, vogelvoeders, pluimveevoeders, kippevoer en zangzaad.
Het bordje is helemaal verweerd en was oorspronkelijk kanariegeel van kleur, dat is nog een beetje te zien bij de letters E, N en G van het woord MENGVOEDERS.
Het email is bij de vier schroeven (of zijn het spijkers ?) op de hoeken verdwenen en de schroeven (of zijn het spijkers ?) zijn helemaal weggeroest. De tand van de tijd zal het bordje verder aantasten en op een dag zal de zwaartekracht het bordje van de muur trekken, maar daar zal waarschijnlijk geen haan naar kraaien. Zo te zien zal het bordje voor de verzamelaar weinig waarde hebben.
Het bordje moet daar zijn opgehangen in de beste jaren van Pieter Sluis, toen het merk Sluis nog een begrip in heel Nederland was. Heeft mulder Jan Albert (Ab) Jansen het bordje opgehangen of heeft de latere eigenaar Uiterwijk Winkel dit na 1953 gedaan ?
De redactie heeft de kleurenfoto van het reclamebordje op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Bronzen beeld van Titania en Spoel de Wever

Op de brinQ van Deever staat het bronzen beeld Titania en Spoel de Wever in een scene uit het toneelspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Arie Teeuwisse heeft het beeld in 1971 gemaakt.
Een foto van het beeld is te vinden in de webstee wikipedia.org.
Dezelfde foto is in de webstee wikipedia.org ook te vinden op de pagina met de lijst van beelden in de gemeente Westenveld (de gemiente Deever is helaas gedwongen opgegaan in de gemeente Westenveld).
Een andere foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en de ezel Spoel de Wever is te vinden in de webstee drenthekunstbreed.nl.
In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens over Arie Teeuwisse (geboren op 9 mei 1919 in Amsterdam, overleden op 21 augustus 1993 te Uffelte) te vinden.

Posted in Beelden, Brink, Diever, Kunst, Shakespeare | Leave a comment

Op zoek naar het geboortejaar van het dorp Zorgvlied

In de met de heemkundige vereniging van Deever verbonden heemkundige werkgroep in het dorp Zorgvlied an de aandere kaante van de bos wordt naarstig gezocht, gegist en gegokt naar het geboortejaar van het dorp Zorgvlied, dat is ontstaan in het gebied dat vroeger Woater’n heette.
Zo wordt getracht vast te stellen wanneer Zorgvlied, de naam van het landhuis van Johannes Fransiscus de Ruijter de Wildt, ook voor het eerst is gebruikt als naam voor de daarbij gelegen zich ontwikkelende bebouwing.
De redactie van het Deevers Archief adviseert niet langer te zoeken. Het advies is het jaar waarin begonnen is met de bouw van het landhuis Zorgvlied te beschouwen als geboortejaar van het dorp met de naam Zorgvlied.
Een plaatselijke heemkundige kan die datum wel in oude kranten vinden. Zonder de land- en bosbouwactiviteiten van de bouwer van het landhuis Zorgvlied was het dorp Zorgvlied zeker niet ontstaan, zoals dit dorp in de loop van de jaren is ontstaan en had het dorp Zorgvlied zeker niet de naam Zorgvlied gekregen als de bouwer van het landhuis Zorgvlied dat landhuis de naam Oase van Weldadigheid zou hebben gegeven. Hoe eenvoudig kan het toch zijn……..

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Fokke Lindeboom uut Woater’n komt om in Oekraïne

In Volk en Vaderland: weekblad der Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland verscheen op 16 juli 1943 het volgende berichtje over het overlijden van N.S.B.’er en Oostlandboer Fokke Dieuwko Lindeboom uut Woater’n. 

In den strijd voor Leider, Volk en Vaderland, tegen het Bolsjewisme, is gevallen de Oostlandboer
Fokke D. Lindeboom
Stbno. 52165,
Landwirtschaftsführer,
oud 45 jaar.
Zijn nagedachtenis leeft in onze rijen voort.
Namens de Groep Diever
K.M. Balsma,
Groepsleider.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie probeert zoveel als mogelijk is aandacht te besteden aan al het gebeurde in de gemiente Deever in de Tweede Wereldoorlog.
De redactie wist van horen zeggen van zijn moeder dat de op Woater’n wonende boer Fokke Lindeboom een N.S.B.’er was en dood was gekomen in Oost-Europa. Het bijgaande overlijdensbericht getuigt daarvan.
Het overlijdensregister van de gemiente Deever vermeldt in aktenummer 19 van nota bene 3 juli 1952 het volgende:
Overleden: Fokke Dieuwko Lindeboom; geboren op 14 mei 1898 te Smallingerland, overleden op 7 juni 1943 te Oost-Europa,  zoon van Sipke Lindeboom en Trijntje Pool. Gehuwd geweest met: Engeltje Jager (in leven; echtgenote).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog emigreerden Nederlandse boeren, waaronder een aantal boeren uit Drenthe, waaronder Fokke Dieuwko Lindeboom uut Woater’n, naar door de Duitsers bezette landen, zoals Estland, Letland, Litouwen en met name Oekraïne. Het waren voor een deel N.S.B.’ers en voor een deel boeren die zich hadden laten overhalen door de Nederlandse Heidemaatschappij. Is Fokke Dieuwko Lindeboom gerecruteerd door de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma ?
Fokke Dieuwko Lindeboom is overleden op 8 juni 1943 in Sitkowski in Oekraïne en is in die plaats ook begraven. De redactie weet niet wat de oorzaak van zijn dood is geweest. De Oostlandboeren werden vaak het slachtoffer van de strijdende partijen. Hebben partizanen Fokke Dieuwko Lindeboom om het leven gebracht ? De redactie weet ook niet of zijn vrouw Engeltje Jager met hem naar Oekraïne is vertrokken en waar zij na het einde van de Tweede Wereldoorlog is gebleven. Engeltje Annes Jager is op 25 februari 1987 in Drachten overleden, zij was toen 88 jaar oud.
Denk nu niet dat N.S.B.-groepsleider Klaas Marcus Balsma, uitbater van café Brinkzicht an de Brink in Deever, zelf dit gehele bericht heeft bedacht. Nee. hij maakte gebruik van een soort van door de N.S.B. voorgekauwd overlijdensbericht waarbij de zin ‘In den strijd voor Leider, Volk en Vaderland tegen het Bolsjewisme, is gevallen …..’ en de zin ‘Zijn nagedachtenis leeft in onze rijen voort.’ vaste teksten waren. Wat zou het N.S.B.-stamboeknummer van Klaas Marcus Balsma zijn geweest ?

Fokke Dieuwko Lindeboom had als N.S.B.-stamboeknummer 52165. Hij was een landbouwleider in Oekraïne, wellicht gaf hij leiding aan een groepje geëmigreerde boeren.

Op 26 november 2017 reageerde de in Londen wonende Theo Veenstra als volgt:
De website genealogieonline.nl geeft aan dat Fokke Lindeboom in de Oekraïne is vermoord.
Ik doe via het internet genealogisch onderzoek naar mijn voorouders. Een van mijn overgrootmoeders is Geertje Lindeboom (1849-1922), die was gehuwd met Jurjen Veenstra (1841-1916). Interessant is te weten dat Fokke Lindeboom’s broer Eize Jan en zuster Janna met hun partners en kinderen in het begin van de twintigste eeuw naar de U.S.A. zijn geëmigreerd en dat Eize Jan Lindeboom’s zoon George Sam (oorspronkelijk Gjalt Sipke), dus een volle neef van Fokke Lindeboom, in de Tweede Wereldoorlog als vrijwilliger in het Amerikaanse leger in de Stille Oceaan tegen de Japanners heeft gevochten.

Posted in Klaas Marcus Balsma, N.S.B., N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog, Wateren | Leave a comment

Oerzicht op het oerolde hunnebed van Deever

In de bijna oerolde Möppeler Kraante (Meppeler Courant) van 13 juli 2012 verscheen het volgende belangwekkende bericht van de hand van de Deeverse krantencorrespondent over het opschonen van het oerolde hunnebed an de oerolde Grönnegerweg in Deever.

Zicht op hunebed weer vrij
Diever – Vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever hebben deze week, in overleg met Staatsbosbeheer, een informatiebord geplaatst bij het hunebed van Diever. Met het plaatsen van het bord is het werk om het hunebed beter toegankelijk te maken, bijna afgerond. Met het opschonen van de omgeving van het hunebed aan de Groningerweg en het verplaatsen van het zitbankje, is de beleving van de bijzondere historische plaats geheel veranderd. Door enkele keien te verplaatsen, is het niet meer mogelijk om met de auto tot het hunebed te rijden. De vrijwilligers willen op korte termijn de grasklinkers bij de parkeerplaats nog schoon maken. Staatsbosbeheer plaatst nog een hekwerk voor het plaatsen van fietsen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Als gevolg van het verwijderen van enige bomen en struiken om het oerolde hunnebed an de Grönnegerweg is in 2012 vanaf de wegkant de zichtbaarheid van het oerolde hunnebed vergroot. Voorwaar een goed bedoelde vrijetijdsbesteding van enige vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever. Driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. Bij de snoeiactie kwam voor de vrijwilligers flink wat hout voor de open haard en de houtkachel vrij.
De vraag is natuurlijk of deze snoeiactie de kans op vandalisme heeft verkleind ?
De redactie is groot voorstander van het nog verder opschonen, sterker gezegd volledig, maar dan ook volledig opschonen en kaal maken van het gehele terrein om het oerolde hunnebed, dus met inbegrip van het verwijderen van alle bomen, het verwijderen van die vervelende kermis van betuttelende borden en weg met dat zitbankje en weg met die grasklinkers en weg met dat hekwerk voor het plaatsen van fietsen, dus van het gehele terrein weer een echt oerveld maken voor de ultieme oerconsumptie van dit oerobject uit de oertijd van ver voor het ontstaan van het lang niet oerolde Deever.
De redactie is wel benieuwd wat de oervrijwilligers van het verpretparkiserende oermuseum in het lang niet oerolde verprutste gebouw aan de lang niet oerolde verloederende brinQ van het lang niet oerolde Deever van dit voorstel voor een kwaliteitsimpuls vinden. Heeft het oerverleden wel een toekomst in de gemiente Deever ?
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het oerolde hunnebed bij een laagstaand zonnetje in de ochtend van 2 januari 2017 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.

 

Posted in Archeologie, Diever, Grönnegerweg, Hunnebed, Toeristenindustrie | Leave a comment

Diever – Op het kerkhof – ± 1914

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is gepubliceerd de volgende mini-essay (nummer 29) over de in Noordwolde geleefd hebbende, maar in het dorp Deever geboren huisschilder, decoratieschilder, kunstschilder en fotograaf Hans Kuiper met een zwart-wit afbeelding van Hans Kuiper, zijn vrouw Margje Johanna Eits, hun dochter Cornelia Johanna en haar verloofde Jan Willem Deuling op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever. 

De twee graven bevinden zich op het kerkhof van Diever.
Op de linker grafsteen staat vermeld: Rustplaats van Roelof Kuiper, geboren 20 juli 1808, overleden 24 december 1888, echtgenoot van M. Oosterveld. Het bijzondere is echter dat op de overlijdensacte van Roelof Kuiper is vermeld dat hij op 7 augustus 1808 is geboren.
Roelof Kuiper was huisschilder (verver) en winkelier. In 1888 was zijn adres Diever 129 en dat was in de Hoofdstraat in de buurt van het café van Willem Huiskes met adres Diever 123.
Op de rechter grafsteen is te lezen: Rustplaats van Margje Oosterveld, geboren 13 september 1813 en overleden op 1 maart 1888, echtgenote van R. Kuiper.
Het echtpaar Roelof Kuiper en Margje Oosterveld kreeg vijf kinderen: Grietje, Deeltje, Aaltje, Geertje en Hans.
Hans Roelofs Kuiper was hun jongste kind en werd op 8 juli 1855 in Diever geboren. Hij was aanvankelijk huis- en decoratieschilder. Op 23 oktober 1890 trad hij in het huwelijk met Margje Johanna Eits uit Noordwolde.
In die plaats begon hij zelf een schildersbedrijf. Op Zorgvlied schilderde hij het houtwerk van onder meer de villa Castra Vetera van mr. Lodewijk Guillaume Verwer. Ook maakte hij diverse decoraties in deze villa.
Mr. L.G. Verwer had gemerkt dat Hans Kuiper aanleg had voor tekenen en gaf hem zijn eerste betaalde opdracht voor het maken van een portret, waarna hij van de familie Verwer meer opdrachten voor portretten van familieleden en schilderijen van Zorgvlied kreeg. Daarnaast ontwikkelde hij zich als een goed fotograaf. Aan hem zijn de oudste en mooiste opnamen van Zorgvlied te danken.
Hans Kuiper overleed op 3 november 1937 te Blesdijke aan de gevolgen van een ongeval, dat gebeurde toen hij op zijn fiets in de mist werd aangereden door een automobiel.
Op deze niet alledaagse foto op het kerkhof staat Hans Kuiper aan de linkerkant. Naast hem staat zijn vrouw Margje Johanna Eits. De jonge vrouw op de foto is hun dochter Cornelia Johanna. De man aan de rechterkant is haar verloofde, de marechaussee Jan Willem Deuling. Het gezelschap maakte een uitstapje naar Diever ter gelegenheid van de verloving van Cornelia Johanna en Jan Willem.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De afgebeelde foto was in 1998 aanwezig in de collectie van Hermannus Deuling, zoon van Jan Willem Deuling en Cornelia Johanna Kuiper.
De redactie heeft het vermoeden dat Hans Kuiper is geboren in een voorloper van het huis dat nu als adres Hoofdstraat 68 in Deever heeft, maar zal nader onderzoek doen naar het geboortehuis van hem.

Jan Willem Deuling is geboren op 9 augustus 1898 in Ter Apelkanaal. Zijn ouders waren Harmannus Joannes Josephus Deuling en Engelina Maria Zudinga.
Cornelia Johanna Kuiper is geboren op 1 augustus 1896 in Noordwolde.
Jan Willem Deuling en Cornelia Johanna Kuiper trouwden op 6 juni 1925 in Noordwolde. 
Daarmee is wel duidelijk dat de foto niet omstreeks 1914, maar omstreeks 1923-1925 moet zijn gemaakt.
Het is natuurlijk belangwekkend te weten wie het fototoestel (op een driepoot) van Hans Kuiper heeft bediend. Was de fotograaf een vijfde lid van het gezelschap uit Noordwolde ? Was de fotograaf een toevallige behulpzame bezoeker van de kaarhof ? Was de fotograaf misschien Geert Dekker, de orgelpomper en de menner van de liekwaeg’n ? Of was het fototoestel van Hans Kuiper zo modern, dat het al een zelfontspanner had ?
In de webstee van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie zijn enige gegevens over de kunstschilder Hans Kuiper te vinden; als kunstwerken worden vermeld: portret van Hans Kuiper (zelfportret), portret van Anton Dreesman, portret van Clemens Becker, portret van De Jong, portret van Lodewijk Guillaume Verwer.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hans Kuiper, Kerkhof | Leave a comment

Diever – Hoofdstraat – Gezicht op Diever – ± 1912

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 22) over de Deeverse schilderijen van de in Noordwolde geleefd hebbende, maar in Diever geboren kunstschilder Hans Kuiper met een zwart-wit afbeelding van het schilderij ‘Gezicht op Diever’ uit ± 1912 gepubliceerd.

De in de Hoofdstraat (adres Diever 129) van Diever geboren fotograaf en schilder Hans Kuiper maakte van onderwerpen uit Diever ook een aantal schilderijen. In de catalogus van zijn kleinzoon Hermannus Deuling is het hier afgebeelde doek ‘Gezicht op Diever’ onder nummer 518 te vinden.
Links is de Hoofdstraat in de buurt van de dokterswoning te zien. Rechts achter de bomen is de toren van de Nederlands Hervormde Kerk zichtbaar. Het olieverfschilderij is omstreeks 1912 gemaakt.
Het eveneens omstreeks 1912 gemaakte schilderij ‘Laantje in Diever’ is in de genoemde catalogus onder nummer 520 geregistreerd.
Hans Kuiper was op Zorgvlied bevriend met mr. Lodewijk Guillaume Verwer en dr. Julius Johannes Verwer. Hij heeft tussen 1900 en 1910 in opdracht van de gebroeders Verwer een aantal doeken geschilderd. De genoemde catalogus vermeldt ‘Brug in ’t Bosch te Zorgvlied’ (nummer 104), Lodewijk Guillaume Verwer (nummer 109), ‘Landweg in Zorgvlied’ (nummer 110) en Familie Leemkoel (nummer 120).
Het schilderij ‘Landweg in Zorgvlied’ heeft lange tijd in Vancouver in Canada gehangen, maar is in ruil voor twee flessen jenever terug in Nederland. Het mooie schilderij ‘Familie Leemkoel’ hangt in de directiekamer van het Sint Joseph Ziekenhuis in Harlingen.
De nazaten van Hans Kuiper hebben een aantal van de genoemde schilderijen gekocht van de familie Verwer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het schilderij ‘Gezicht op Diever’ was in 1998, toen de tekst voor het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is geschreven, in het bezit van Hermannus Deuling, een kleinzoon van Hans Kuiper.
De redactie is bezig uit te zoeken wie de actuele eigenaar van dit schilderij is en waar het schilderij zich bevindt, teneinde een kleurenfoto van het schilderij te kunnen maken en deze te tonen in het Deevers Archief, want de trouwe bezoekers van het Deevers Archief hebben daar wel recht op.
In de tekst staat dat het schilderpunt in de buurt van de dokterswoning lag, maar het zal bij nadere beschouwing meer in de buurt van de voormalige burgemeesterswoning hebben gelegen.
De vraag is eigenlijk niet of Hans Kuiper het schilderij ter plekke heeft geschilderd, nee de vraag is meer of zijn eigen foto van de situatie op het schilderij en of het betreffende glasplaatnegatief door hem is bewaard en bewaard is gebleven.

Posted in Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hans Kuiper, Hoofdstraat, Kunst, Schilderijen, Topstukken, Toren op de brink | Leave a comment

Boerdereeje mit de koe boo’m de doake

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van een windvaan in de vorm van een koe op de doake van een boerdereeje in Oldendeever op 2 november 2017 toevallig in het voorbijgaan gemaakt.
Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief weet om welke boerderij het gaat ?

Posted in Boerderijen, Oldendiever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Villa Aurora aan de Dorpsstraat op Zorgvlied

In het villapand met de naam Aurora (Latijn = dageraad) aan de Dorpsstraat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) was in de tijd van mr. Lodewijk Guillaume Verwer het hoofdkantoor van zijn Noordelijke Hypotheekbank gevestigd.
De redactie van het Deevers Archief heeft in het voorbijgaan bijgaande foto van het zeer netjes opgeknapte, maar nogal dood aandoende villapand met de naam Aurora gemaakt op 2 november 2017.
Zie ook de betreffende andere berichten over dit villapand in het Deevers Archief.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Villa Aurora, Zorgvlied | Leave a comment

Het huis van de familie Andreae zal verdwijnen ?

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt.
Op de foto is de voorgevel van het huis op ’t Kastiel in Deever te zien waar vroeger de familie Albert Andreae woonde: Albert Andreae en Jantje Oost en hun kinderen Annaeus, Roelofje (Roelie), Hendrik (Henkie), Jan en Tinus.
De redactie weet niet wie de huidige bewoners van het huis zijn.
Aan een oud en mooi maar niet authentiek gerestaureerd pand kan een einde komen. Op ’t Kastiel in Deever gaan de geruchten dat de woning met adres Kasteel 10 tegen de vlakte zal gaan.
Het is daarom tijd dat dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zich met gezwinde spoed in gestrekte draf en in groten getale, gewapend met foto- en filmcamera’s en slimme telefoons naar het genoemde adres begeven om de binnenkant en de buitenkant grondig en uitgebreid te bestuderen, te fotograferen, te filmen en te documenteren. Voor het te laat is.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Kasteel, Keuterijen | Leave a comment

Nog een dakkapel op het geboortehuis van dr. Pol

De redactie van het Deevers Archief zag in het voorbijgaan op 2 november 2017 (toch nog gauw even bijgaande slecht belichte foto gemaakt) dat het geboortehuis van Jan Haarm Pol (the incredible dr. Pol) (de ongelooflijke dr. Pol) weer was uitgebreid met een flinke dakkapel, deze keer aan de voorkant van de boerderij.
Blijkbaar hadden de bewoners van deze zo te zien nogal kleine woning behoefte aan meer leefruimte en hebben daarom voor daglicht in de kamer of kamers aan de straatkant op de zolder een dakkapel laten aanbrengen. Het is wel jammer dat daarmee de fraaie uitstraling van deze boerderij verder te niet is gedaan.
Deze dakkapel was op 7 augustus 2015 nog niet aanwezig, zie de betreffende afbeelding in een ander bericht in het Deevers Archief.

Posted in Boerderijen, De aandere kaante van de bos, The incredible dr. Pol, Wateren | Leave a comment

Shakespeare ‘stencil wand’ naast de BrinQ van Deever

De Amsterdamse urban artist (stedelijke kunstenaar) Hugo Kaagman, die zichzelf de ‘stencil koning’ noemt, is de maker van een ‘stencil wand’ gevuld met Delftsblauwe afbeeldingen die verband houden met het ernstig aan shakespearitis lijdende dorp Deever, de toneelstukkenschrijver William Shakespeare en de toneelstukken van William Shakespeare, die zijn gespeeld in het openluchttheater an de Heezenesch. Zie de bijgevoegde afbeelding.
De sjabloonsnijder Hugo Kaagman heeft de ‘stencil wand’ in juni 2017 gemaakt in opdracht van de ‘Foundation Diever Village of Shakespeare’ (Stichting Deever Dorp van Shakespeare).
Deze foundation (stichting) is in Deever in het leven geroepen voor het bevorderen van het uitbaten in de gemiente Deever van de naam Shakespeare door middel van allerlei activiteiten, met als doel het trekken van veel meer toeristen naar de gemiente Deever, het trekken van veel meer bezoekers naar de toneelspeelplaatsen aan de Heezenesch, het bereiken van veel meer boekingen in de gemiente Deever voor overnachtingen het hele jaar door, het bereiken van veel meer omzet voor de neringdoenden, het bereiken van veel meer omzet in de toeristenindustrie en derhalve het sterk vergroten van de daadwerkelijke opbrengst van de gemeentelijke toeristenbelasting (resultaatsverwachting ten minste € 3.000.000).
En dat met de wetenschap dat de Deeverse toeristenbelasting geen doelbelasting is, maar in de schatkist met algemene middelen van de gemeente Westenveld terecht komt, waaruit bijvoorbeeld ook de dorpshuizen van Vledder, Dwingel en Oavelt zouden kunnen worden gesubsidieerd.
De ‘stencil wand’ heeft in de zomer van 2017 niet op maar naast de BadQualityBrinQ van Deever gestaan, op de plek waar vroeger het erfgoedboerderijtje (die in de volksmond ‘de Reddingsboei’ werd genoemd) van Albert Kuiper stond.
De ‘stencil wand’ heeft met name dienst gedaan als decor van een door Hugo Kaagman zo genoemde selfie spot (sölfie stee), dat wil zeggen dat de ‘stencil wand’ als achtergrond kon worden gebruikt bij het maken van foto’s, waarbij de makers met de telefoon in de hand of op een stok (tillefoontie op mien stokkie) zichzelf of zichzelf met anderen op de foto zetten. De verwachting was dat The Netherlands zou worden overspoeld met Shakespeare-selfies. To selfie, or not to selfie. That’s no question.
Wie denkt dat de ‘Foundation Diever Village of Shakespeare’ het reclamebordje zo maar naast de BadQualityBrinQ van Deever kon plaatsen, die vergist zich.
Nee, het openbare besluitenlijstje (blijkbaar bestaat een geheime besluitenlijstje ook) van het college van burgemeester en wethouders van 13 juni 2017 vermeldt bij de portefeuille Openbare Ruimte van de hoogedelgestrenge heer wethouder Homme Geertsma de volgende twee wel erg zware wik-en-weeg-beslissingen, te weten 1) instemmen met het plaatsen van de Selfie Wall door de Stichting Diever Village of Shakespeare en 2) ontheffing verlenen aan de Stichting Diever Village of Shakespeare voor het aanvragen van een omgevingsvergunning.
Maar het besluitenlijstje van de hoogedelgestrenge heer wethouder Homme Geertsma vermeldt niet tot wanneer de ontheffing geldig is. Toch wel een minpuntje voor de hoofdbeleidsmedewerker (zeg maar een soort van pseudo-wethouder) voor de openbare ruimte, die besluit welke besluiten op het openbare besluitenlijstje komen te staan.
Het is wel een slimme zet van Hugo Kaagman het wapen van de gemiente Deever op de ‘stencil wand’ te plakken en gelukkig niet het wapen van de gemeente Westenveld, want het Shakespeare-gedoe is niet van de gemeenten Vledder, Dwingel of Oavelt, maar enkel van de gemiente Deever.
De vraag is natuurlijk waar de Stichting Deever Dorp van Shakespeare het reclamebordje heeft gelaten ?
Wie het weet die mag het natuurlijk melden bij de redactie !
De redactie heeft de kleurenfoto van de plek waar de ‘stencil-wand’ heeft gestaan op 25 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Kunstige objecten, Shakespeare, Shakespeare-gedoe | Leave a comment

Het paardehoofdbankje voor Jan Haarm Pol

De op Woater’n geboren Jan Haarm Pol, meer bekend van de tillevisie als ‘the incredible dr. Pol’ (‘de ongelooflijke dr. Pol’), heeft bij Obadja aan de Dorpsstraat op Zorgvlied een eigen zitbankje aangeboden gekregen. Jan Haarm Pol was aanwezig bij de aanbieding van het paardehoofdbankje.
De voorkant van het gelijk van de gemeente Westenveld heeft dit bankje nota bene aan hem aangeboden. Het bankje is betaald met gemeentelijk publieksgeld en is dus niet gesponsord – wat echt wel had gekund – door een plaatselijk paardespul of een plaatselijke onderneming in de toeristenindustrie.
Houtbewerker Henri Koeling (die zichzelf woodcarver noemt) uut de Peperstroate in Deever is de snijder van het letterlijk enigszins laag-bij-de-grondse paardehoofdbankje. Het bankje is versierd met een paardehoofd, want het paard is het lievelingsdier van Jan Haarm Pol.
Het paardehoofdbankje nodigt uit hier een poosje te gaan zitten, bijvoorbeeld na de kerkdienst bij Obadja om zo het gehoorde bij Obadja te laten bezinken.
Toch is het wel een beetje merkwaardig te noemen dat het paardehoofdbankje bij Obadja is neergezet. Staat het paardehoofdbankje op particulier terrein ? Andere en mogelijk betere plaatsen voor het bankje zijn een plaats vlak bij het geboortehuis van Jan Haarm Pol op Woater’n, daar is ruimte genoeg, of een plaats op de koloniebrink (QoloniebrinQ) van Zorgvlied, daar is ruimte genoeg, bijvoorbeeld bij de nepklok van Tied Zat.
Het paardehoofdbankje is ontsierd met een informatieplaatje, waarin de volgende tekst is gegraveerd:
geplaatst door de gemeente Westenveld ter gelegenheid van het bezoek van dr. Pol aan zijn geboortegrond, september 2016.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt.

Posted in Kunstige objecten, The incredible dr. Pol, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Fotokaart van de Offescheid’n Skoele in Deever

De redactie van het Deevers Archief toont zijn trouwe bezoekers graag mooie beelden uut de gemiente Deever.
In dit bericht is een zeer zeldzame door fotograaf Sietze Mulder in Appelscha gemaakte foto en daarvan uitgegeven fotokaart van de Offescheid’n Skoele (Griffemeerde Skoele) an de Heufdstroate in Deever te zien.
De redactie kan niet goed inschatten in welk jaar deze kaart is uitgegeven, wellicht aan het einde van de veertiger jaren van de vorige eeuw. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze schatting verbeteren ?
Op de ansichtkaart is aan de kleur van de dakpannen en de kleur van het metselwerk in de voorgevel te zien dat het derde lokaal aan de rechterkant van de school later is bijgebouwd.
De tweelokalige school is op 31 mei 1904 geopend. De heer R. Offringa te Smilde heeft het bestek en de tekeningen voor de tweelokalige school gemaakt. Aannemer Paul Mos uut Eemster heeft de tweelokalige school voor f. 5.200,- gebouwd.
Op 1 oktober 1929 is het derde lokaal in gebruik genomen. De heer Hoekstra uit Appelscha heeft het bestek en de tekeningen voor de verbouwing van de school tot een drielokalige school gemaakt. Aannemer D. Oort en schilder Geert Koster uut Deever hebben de verbouwing voor f. 8385,95 uitgevoerd.
Op het terrein van deze school staat nu een christelijke lagere school (christelijke school voor primair onderwijs) (christelijke basisschool) (basisschool met den bijbel) met de naam Roosjenschool, adres Heufstroate 23, Deever.

De redactie denkt dat de Roosjenschool nog wel een tijdje zal bestaan, maar dat het in krimpgemeente Westenveld met onder meer steeds minder kinderen en steeds meer drentenierders onvermijdelijk is dat de openbare lagere school van Deever, de christelijke lagere school van Deever en de openbare lagere school van Wapse na lang en vergeefs verzet zullen worden samengevoegd tot één brede school, dit naar analogie van de vorming van de brede school in Dwingel.
De redactie denkt dat het op de Westeresch van Deever staande onderbouw-filiaaltje van de Meppeler scholengemeenschap Stad & Esch nog wel een tijdje zal bestaan, maar dat het in krimpgemeente Westenveld met onder meer steeds minder kinderen en steeds meer drentenierders het onvermijdelijk is dat dit te dure en te verwende filiaaltje na lang en vergeefs verzet zal worden opgegeven en dat in het dan vrijgekomen grote gebouw de brede school van Deever zal worden ondergebracht.

Posted in Diever, Gereformeerde school, Gesloopte panden, Hoofdstraat, Onderwijs | Leave a comment

54 – Wittelte – Bij de berg – Voorjaar 1930

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 54) over het verleden van de Wittelter Skoele met bijbehorende afbeelding van een foto van de leerlingen van deze school uit 1930 gepubliceerd.

Deze foto van de leerlingen van de Wittelter school is genomen door Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 onderwijzeres aan deze school.
Onderste rij van links naar rechts:
Lambert Jonker, Hendrik Berends, Jan Tabak Jzn., Hendrik Boerhof, Steven Jan van de Berg, Jan Winters, Albert Jongbloed, Etje Slot, Aaltje van Leeuwen, Annigje Jonker, Geertje Vrielink, Marinus Odie, Martinus Lensen en Jacoba Tabak.
Tweede rij van links naar rechts:
Jans Ofrein, Gelmer Siemens, Geert Kok, Sieme Jongbloed, Jan Kok Lzn., Jan Thijs Thijen, Harm Hessels, Klaas (Koos) Smak, Klaas van de Berg, Jantje Tabak en Albertje Berends.
Derde rij van links naar rechts:
Karel van Kooten, Hendrik Berends Jzn., Wim van Kooten, Wietske van Leeuwen, Griet Ofrein, Aaltje Hendrikje Tabak, Jantina Kok, Anna Koning, Albertje Lensen, Roelofje Vrielink.
Bovenste rij van links naar rechts:
Aaltje Thijen, Jentje Berends, Roelie Soer, Anna van Leeuwen, Willempje Siemens.
Harm Hessels zat niet op de Wittelter school, maar woonde in de boerderij tegenover de Baarg en kwam natuurlijk aangelopen toen deze foto werd genomen.
De kinderen hebben bekende Wittelter achternamen, behalve de broertjes Van Kooten. Zij zijn de zonen van de beheerder van het werkverschaffingskamp dat toen bij de Dwingeler Stroom stond.
De kinderen poseren bij de sterk in verval geraakte berg in het land van Klaas van de Berg. Op de berg staat een paar hulsebossen. Wittelters kunnen zich nog herinneren dat de platte bovenkant van de berg veel groter was.
Bij de berg bevond zich in die tijd nog een drinkenskoele. De berg werd steeds lager door afbrokkeling, boeren haalden grond weg voor het vullen van gaten in wegen, ook kinderen en koeien hebben zo het een en ander verropt.
Klaas van de Berg heeft de berg later bijna helemaal afgegraven, want op die bult wilde geen gras groeien en die hulsebossen stonden ook maar in de weg.

Posted in de Baarg van Wittelte, Diever, ie bint 't wel ..., Scholen, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Vakantiewoning De Witte Raaf in de Olde Willem

De redactie van het Deevers Archief is onlangs in het bezit gekomen van enige zwart-wit foto’s van een woning uit de veertiger of vijftiger jaren van de vorige eeuw, waarbij op de achterkant van de foto’s met potlood Diever staat geschreven. De redactie toont hierbij één van de zwart-wit foto’s van dat huis
De redactie piekert zich als enige dagen suf over waar dit huis zou kunnen staan of zou kunnen hebben gestaan, maar is er tot nu toe niet uitgekomen. Zo te zien staat de woning in een bosrijke omgeving.
Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief weet óf en zo ja wáár deze woning in de gemiente Deever staat of stond ? De redactie verneemt het bijzonder graag.

De heer Fred van der Zanden reageerde op 29 oktober 2017 als volgt
Het huis doet mijn denken aan het huis met adres Bosweg 23 of Bosweg 25 in de Oude Willem, schuin tegenover camping Hoeve aan den Weg ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Fred van der Zanden bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
Het is inderdaad zo dat de woning op de zwart-wit foto aan de Bosweg in de Olde Willem staat.
De woning heeft als adres Bosweg 23, 8439 SN Olde Willem.
De redactie heeft een serie kleurenfoto’s op 2 november 2017 gemaakt, waaronder de hier afgebeelde foto.
Het gaat om de ongeveer tachtig jaar oude vakantiewoning met de naam De Witte Raaf. Een witte raaf is iets wat zeer zeldzaam is. In de vooroorlogse gemiente Deever waren vakantiewoningen inderdaad zeer zeldzaam.
Zie ook de beschrijving van de vakantiewoning in de webstee van Airbnb.
Enige van de Franse parachutisten die in de nacht van 7 op 8 april 1945 bij Diever en Appelscha landden, zijn deze vakantiewoning, toen eigendom van de familie Veenstra uit Assen, zeer plotseling binnengevallen en hebben de woning van beneden tot boven doorzocht op de aanwezigheid van Duitsers.
In het in 2018 te verschijnen boek met de verkeerde titel ‘Wateren, een oase van weldaad’ zullen de auteurs ongetwijfeld de details van deze oorlogsactie van de Franse luchtcommando’s uit de doeken doen.

Posted in Bosweg, De Olde Willem, Gemeente Diever, Toeristenindustrie | Leave a comment

Versiering van een erfbestrating an de Binnenes

Bij een huis aan de Binnenes in Deever – het huis waar vroeger de familie Geert Kuiperwoon de – hebben de huidige bewoners voor de sier een mooi fietsje met berijdster (made in China ?) met -let wel- op elke pakkiesdraeger een klein echt plantje op de erfbestrating voor het huis geplaatst.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van dit voorwerpje op 3 oktober 2012 in het voorbijgaan gemaakt.
De redactie vraagt zicch af of dit voorwerpje nog steeds in het voorbijgaan is te bewonderen.

Posted in Binnenes, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

De koele van Van Wester sien jongen in Oldendeever

Schuin aachter de aamper sichtboare boerdereeje van Van Wester sien jongen midd’n in ’t laand in Oldendeever lig de koele van Van Wester. ’t Pothokke mit de rooie pann’n is wel te see’n.
Die koele is dichtegooid ewest, moar d’r is al hiel wat joar’n elee’n wièr ’n soort van koele van emeuk’n.
Sull’n de kleine jongen doar, as d’r ies is, nog steeds skeuveln lièr’n ?
De redaksie van ’t Deevers Archief hef disse foto op 2 november 2017 emeuk’n.

Posted in Boerderijen, Oldendiever | Leave a comment

Stalraam model Deever – Hoofdstraat 46 – Deever

In de tot woonhuisje omgebouwde voormalige schaapskooi van wijlen domeneer Theo Rutgers zijn ook enige kleine stalraampjes van het model Deever te bespeuren.
De vraag is of deze ook al in de voormalige schaapskooi aanwezig waren.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Stalraam van het model Diever | Leave a comment

’t Roadhuus an de Gemientehuuslaen in Deever

Is de voorkant van het gelijk van mening dat haar onderkomen een gemeentehuis of een raadhuis is ?
‘That’s the question’, zou de in de gemiente Deever veel vermakelijkheidsbelasting opleverende Shakespeare hebben geroepen. Dat is de vraag.
Deze wel in zeer goede staat en wel in zeer schone toestand verkerende gegevensbordjes aan het paaltje an de Heufdstroate in Deever wijzen naar de Raadhuislaan, het gemeentehuis, het politiebureau, het medisch centrum en de tennisbanen.
Worden de gegevensbordjes per toerbeurt wekelijks of maandelijks vrijwillig door een medewerker van de voorkant van het gelijk op zaterdagmorgen gepoetst ?
Voor wie is eigenlijk het bruine tennisbanen-bordje bedoeld. Zijn de tennisbanen een toeristenattractie, maken de tennisbanen deel uit van de Deeverse toeristenindustrie ?
De voorkant van het gelijk kan het tegenover de inwoners van de gemiente Deever natuurlijk niet maken haar kantorenparkje raadhuis te noemen. Want een raadhuis is het huis van de raad, dat wil zeggen de gemeenteraad. Wellicht heeft de voorkant van het gelijk zich op een Freudiaanse manier vergist door de Gemeentehuislaan de Raadhuislaan te noemen, want wellicht waart de voorkant van het gelijk zich stiekem wel een beetje op de punt van de stoel van de gemeenteraad gezeten.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Gemeentehuis, Hoofdstraat, Toeristenindustrie, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

De naam Westerveld is een historische blunder

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 6 december 1996 van Klaas Kleine de volgende ingezonden brief inzake de naamgeving van de gemeente die ging ontstaan na de gedwongen samenvoeging van de gemeenten Vledder, Oavelte, Dwingel en Deever.

Westenveld
De gemeenten Vledder, Havelte, Dwingeloo, Diever en een gedeelte van Ruinen zullen door de gemeentelijke herindeling samengevoegd worden. Om de bevolking daaraan alvast te laten wennen en in te wijden in de problemen waarmee dat gepaard gaat, is een infokrant uitgegeven. D66 heeft op de kwaliteit van die krant nogal wat kritiek geuit, wat andere partijen weer in het verkeerde keelgat schoot.
Veel lelijks valt er inderdaad te zeggen van het krantje, maar één positief ding moet ik toch even vermelden. Dat gaat over de naamgeving van de toekomstige gemeente. Als werknaam is gekozen ‘Westerveld’.
Het gevaar van een werknaam is, dat later blijkt dat die naam definitief is, omdat hij inmiddels is ingesleten. Persoonlijk vind ik de gekozen werknaam prima, ook als hij definitief wordt, ware het niet dat veel inwoners er moeite mee hebben, omdat die naam associaties oproept met het oudste crematorium van ons land.
Feitelijk is het ook absurd om te spreken van Westerveld. Veel beter is om er Westenveld van te maken, analoog aan Noordenveld, Middenveld en Zuidenveld.
Je bent van die vervelende associatie af en je hebt een prachtige nieuwe naam.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is het bijzonder roerend eens met wijlen Klaas Kleine de fusiegemeente de naam Westenveld te geven. De redactie gebruikt in zijn berichten, waar dit aan de orde is, de naam Westenveld.  

Posted in Gemeente Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

De achterkant van het nieuwe raadhuis

De gemeente Westenveld – ontstaan in 1998 – is de eerste elf jaar gevestigd geweest in Havelte. Het gemeentehuis van de voormalige gemeente Havelte -een monumentale saksische boerderij- was hiervoor elf jaar uitgebreid met noodgebouwen. Begin 2009 opende de gemeente Westenveld de deuren op de definitieve plek: het nieuw gebouwde raadhuis aan de zo genoemde Gemeentehuislaan in Deever.
Op foto’s van het nieuw gebouwde raadhuis aan de zo genoemde Gemeentehuislaan in Deever is meestal de mooie voorkant met de ingang van het gebouw te zien.
De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers echter een door hem op 3 oktober 2012 gemaakte foto, waarop de architectonisch zeer geslaagde grauwe achterkant van het raadhuis aan de zo genoemde Gemeentehuislaan in Deever is te zien, niet onthouden. Bewonder vooral de architectonisch fraai vormgegeven loods bovenop het gebouw.
De achterkant mag niet door groenblijvende bomen en bosschages aan het oog worden onttrokken, want enige sociale controle op het reilen en zeilen van de werkers van de voorkant van het gelijk moet mogelijk zijn.

 

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Gemeentehuis | Leave a comment

Het kunstwerk ‘Grauw is goud en goud is grauw’

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (papier scannen en vervolgens in de papier-container gooien) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje uit het juni-juli nummer van het jaar 1996 van het tijdschrift Metaal en Techniek van de Metaalunie, over een smeedmanifestatie op de brinQ van Deever.

Kunstwerk gemaakt ter ere van Shakespeare
Smeedmanifestatie trok duizenden bezoekers
‘Fair is foul and foul is fair’. Deze veelbetekenende tekst uit MacBeth van William Shakespeare is verwerkt in het kunstwerk dat gemaakt is tijdens de Smeedmanifestatie op 24 en 25 mei in het Drentse Diever. Zo’n veertig smeden van het Nederlandse Gilde van Kunstsmeden (NGK) hebben samen met een aantal buitenlandse gasten uit België, Luxemburg en Duitsland daarvoor samengewerkt. Het unieke resultaat daarvan werd aan het eind van de tweedaagse manifestatie aangeboden aan burgemeester Cox van Diever.
Aanleiding voor het houden van de manifestatie was het 50-jarig jubileum van de Shakespeare-vereniging en de uitvoering van één van Shakespeare’s toneelstukken in het plaatselijke openluchttheater.
Naar een idee van Klaas Kleine, NGK-bestuurslid en smid in Diever, is een boog met gesmede ornamenteningevuld, waaraan een rijk versierde kroon hangt (omgekeerd opgehangen). De boog symboliseert de vergankelijkheid van roem, een element dat zo typerend is voor de toneelstukken van Shakespeare.
Aan de manifestatie is door de regionale media veel aandacht besteed. Meer dan tweeduizend bezoekers hebben gedurende de twee dagen de verrichtingen van de deelnemers gadegeslagen. Ook de goede onderlinge sfeer in de gemoedelijke omgeving heeft er toe bijgedragen dat de deelnemers met veel genoegen op deze manifestatie terugkijken.
Op 7 augustus aanstaande zal de burgemeester van Stratford upon Avon, de geboorte- en woonplaats van Shakespeare, naar Diever komen om de première van het jubileumtoneelstuk ‘A winters tale’, bij te wonen en om tevens het NGK-kunstwerk te onthullen, dat een permanente plaats krijgt bij het openluchttheater van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt; let op de nog steeds bloeiende planten.
Het kunstig gemaakte object met de naam ‘Grauw is goud en goud is grauw’ staat net buiten de steeds meer verpretparkiserende toneelspeelplaatsen aan de Heezenesch van Deever.
Op het groene bordje bij het kunstig gemaakte object staat: ‘Fair is foul and foul is fair’ (MacBeth). Aangeboden door het Nederlands Gilde van Kunstsmeden op 7 augustus 1996 in verband met 50 jaar Shakespaere in Diever.
Aan de lange lijst van kundes en beroepen van Klaas Kleine kan een kunde worden toegevoegd, namelijk bestuurder van het Nederlands Gilde van Kunstsmeden.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was dus onder meer hoefsmid, siersmid, kunstsmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent Drents, bestuurder, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).

Posted in Brink, Diever, Heezenesch, Klaas Kleine, Kunst, Kunstige objecten, Openluchtspel | Leave a comment

Kunstwerk op de rotonde an de Deeverbrogge

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (papier scannen en daarna weggooien) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in één van de dossiertjes inzake kunstwerken in de gemiente Deever bijgaand berichtje uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 2 juni 1995.

In kader project Kunstrotondes Drenthe
Kunstwerk voor Zorgvlied
Zorgvlied – Het kunstwerk dat de gemeente Diever in het kader van het project Kunstrotondes Drenthe gaat plaatsen, komt op het dorpsplein in Zorgvlied. In de vergadering van de gemeenteraad van 24 november werd daar positief over beslist, ofschoon de raad aardig verdeeld was. De gemeente Diever heeft geen rotonde binnen de grenzen, maar het college vindt wel dat er plaats is voor een kunstwerk.
Voordat voor Zorgvlied gekozen werd, passeerde een aantal mogelijkheden de revue, zoals de Kruisstraat en de Achterstraat. Het dorpsplein in Zorgvlied werd echter vrij vlot als meest voor de hand liggende locatie gezien. Daar is de ruimte, want de plaats die door de gemeente wordt aangewezen wordt voorzien van een standaard sokkel met een uitwendige diameter van vierhonderd centimeter en een hoogte van vijftig centimeter. De sokkel is van geschuurd roestvrij staal en voorzien van een montagekruis. In Diever is in genoemde straten geen ruimte voor een dergelijk omvangrijk gevaarte.
Het college wijst er op dat in Zorgvlied de meeste toeristen van de gemeente verblijven. ‘In 1989 is in het hart van Zorgvlied een multifunctioneel dorpsplein aangelegd. Op dit plein worden diverse activiteiten georganiseerd, terwijl zitbanken voor de nodige rustpunten zorgen. Plaatselijk Belang Zorgvlied/Wateren/Oude Willem was in die jaren op zoek naar een kunstwerk, maar in verband met de investering is de aankoop op de lange baan geschoven’, aldus B en W.
Bij het kunstrotondeproject is gekozen voor het thema ‘Horizon Drenthe’. ‘Horizon’, omdat het lint van de zeer herkenbare sokkels altijd achter de horizon verdwijnt. Door wisseling van de beelden wordt eveneens de kunstzinnige horizon verbreed. Ook geeft ‘horizon’ de kunstenaar de mogelijkheid om zijn of haar blik op Drenthe in een eigen stijl middels een kunstwerk gestalte te geven.
Met Plaatselijk belang wordt op korte termijn overlegd omtrent de locatie op het dorpsplein.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het gooi maar in pet gehalte van dit bericht is tamelijk hoog: horizon Drenthe, een achter de horizon verdwijnend lint van zeer herkenbare sokkels, kunstzinnige horizon.
Al langere tijd is er wel een rotonde in de gemiente Deever, namelijk de rotonde bee’j de Deeverbrogge, maar de voorkant van het gelijk is er helaas nog steeds niet toe gekomen het kunstig gemaakte stalen voorwerp op de koloniebrink van Zorgvlied te verhuizen naar de rotonde bee’j de Deeverbrogge. Die tijd is nu toch echt wel aangebroken. Maar wellicht is die verhuizing aan de aandacht van de hoofdbeleidsmedewerker voor de schone kunsten van de voorkant van gelijk ontsnapt.
Het is in verleden al een keer voorgekomen dat een groot object van Zorgvlied naar de Deeverbrogge is verhuist, namelijk Villa Laanzicht.

Posted in An de Deeverbrogge, Kunst, Kunstige objecten, Zorgvlied | Leave a comment

Gemeente Diever – Arbeiderspet

De arbeiders in vaste dienst van de gemiente Deever konden beschikken over een werkpet, niet zo maar een werkpet, maar eentje die was versierd met het wapen van de gemiente Deever.
Velen zullen herinneringen hebben aan de mannen die deze pet droegen, zoals Jan van de Berg, Jan de Boer (kappertie de Boer), Jan Brugging en Hendrik Wilthinge.
De pet op deze foto lag op 3 oktober 1912 in een vitrinekast direct rechts bij de ingang van het steeds meer in vervallen staat verkerende Dingspilhuus an de Heufdstroate in Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 3 oktober 2012 gemaakt.

 

Posted in Gemeente Diever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Veur oldejoarsvurening Tied Zat bestee’t tied nee’t

De redactie van het Deevers Archief begreep maar steeds niet waarom de oudejaarsvereniging Tied Zat op Zorgvlied, an de aandere kaante van de bos, de naam Tied Zat heeft.
Maar het waarom daarvan is de redactie duidelijk geworden tijdens een foto-rondje door Zorgvlied.
De klok van Tied Zad aan de rand van de QoloniebrinQ van Zorgvlied heeft immers geen wijzers: teed bestee’t nee’t, dan hei tied zat. Zie de afgebeelde kleurenfoto, die de redactie op 2 november 2017 heeft gemaakt.
De vraag is wel of Tied Zat precariobelasting betaald aan de voorkant van het gelijk voor het hebben van deze tijdloze klok op de openbare QoloniebrinQ van Zorgvlied of dat de voorkant van het gelijk hiervoor een ontheffinkje heeft verleend ?

Posted in De aandere kaante van de bos, Zorgvlied | Leave a comment

Wie was toch ook alweer Jan van der Helm ?

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief (al het papier moet de prullebak in) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in één van de dossiers inzake Deeversen in de Tweede Wereldoorlog bijgaand berichtje over de Oldendeeverse verzetsman Jan van der Helm. Dit berichtje is op 30 april 1997 gepubliceerd in de Hoogeveensche Courant.

Wie was Jan van der Helm
In Hoogeveen zijn ruim twintig straten vernoemd naar mensen die een belangrijke rol speelden tijdens de Tweede Wereldoorlog en in het Hoogeveense verzet. Deze straten kregen onlangs nieuwe naamborden. Op de nieuwe bordjes staan voor-en achternaam met daaronder ‘1940-1945′.
In ’t Torentje besteden we elke week aandacht aan een Hoogeveense verzetsstrijder naar wie een straat is vernoemd. Vandaag Jan van der Helm.
Jan van der Helm werd in 1911 geboren te Diever. In 1939 verstigde hij zich aan het Zuideropgaande in Hollandscheveld, waar hij trouwde met Johanna Moes.
Daar verleende hij onderdak aan het joodse echtpaar Szaya en Lea Reiner-Goldberg. Ook andere onderduikers vonden op zijn boerderij een gastvrij onderdak.
Op 3 februari 1945, terwijl hij op zijn land aan het werk was, werd hij neergeschoten door een landwachter. Hij stierf ter plaatse.
Onder leiding van de S.S.-officier Robertson werd daarna zijn woning doorzocht, waarbij het joodse echtpaar werd ontdekt.
Szaya Reiner werd na zwaar te zijn mishandeld door een S.S.’er bij de boerderij gedood. Zijn vrouw overleefde het kamp Westerbork.
De familie Van der Helm is na de oorlog door de Israëlische regering onderscheiden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jan van der Helm is op 15 augustus 1911 geboren in Wittelte. Hij is een broer van Reinder van der Helm.
Zijn ouders waren Arend van der Helm (hij is geboren op 13 augustus 1880 in Oldendeever, hij is overleden op 22 februari 1949 in Möppel) en Lummigje Hofman (zij is geboren op 23 augustus 1886 in Dwingel, zij is overleden op 12 mei 1950 in Möppel).
Arend van der Helm en Lummigje Hofman trouwden op 20 maart 1909.
Arend van der Helm was toen 28 jaar oud geweest. Hij was een zoon van Jan van der Helm en Albertje Winters.
Lummigje Hofman was wat jonger. Ze was 22 toen ze trouwde. Zij was een dochter van Arend Hofman en Margje Kerssies.
Zij gingen na hun huwelijk wonen op een huurplaatsje in Wittelte. 

De Jan van der Helmweg is te vinden in Hollandscheveld bij Hoogeveen.

Posted in Alle Deeversen, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wie was toch ook alweer Geert Koster ?

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in één van de dossiers inzake Deever in de Tweede Wereldoorlog bijgaande berichtjes over het overlijden van Geert Koster.

In het Weekblad voor de Gemeente Diever (Roef van Goor’s Blattie) verscheen op 4 april 1996 bijgaande rouwadvertentie van de op 26 maart 1996 in zijn woning an de Vlasstroate in Deever overleden Geert Koster.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Geert Koster overleden
Diever –
Op 96-jarige leeftijd is gisteren Geert Koster in Diever overleden. Geert Koster was een zeer bekend figuur in de Dieverse gemeenschap.
Koster (‘Ome Joop’) heeft in de Tweede Wereldoorlog veel verzetswerk verricht en was in 1943 zeer nauw betrokken bij de totstandkoming van het onderduikershol in de bossen nabij Diever.
Het bestaan van het hol raakte aan het eind van de oorlog steeds meer bekend. Toen een N.S.B.’er zich liet ontvallen van het hol op de hoogte te zijn, besloten de onderduikers naar elders te verdwijnen. Kort daarop werd de omgeving door de S.S. uitgekamd, maar het hol werd niet gevonden.
Toen na enige tijd de rust was weergekeerd, besloten de verzetsstrijders om opnieuw in het hol te gaan wonen. Op deze morgen pleegde de S.D. een overval. Het hol was verraden. Er werden acht mensen gevangen genomen. Onderduikers, maar ook hulpverleners, die voor voedsel, medische hulp en dergelijke zorgden.
Van deze mensen keerde er na de oorlog slechts één terug.
Onder de gevangenen bevond zich ook de zoon van Geert Koster, Graddus Koster. Later is in Diever nog een straat naar hem vernoemd, die door Geert Koster is onthuld.
Geert Koster is de stimulator geweest om het hol in 1994 te renoveren en wel in de oorspronkelijke opzet. Hij stond op het standpunt dat het hol voor het nageslacht moest blijven bestaan.
Zaterdag zal Geert Koster worden begraven op de begraafplaats in Diever.

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.  

Verzetsman Geert Koster overleden
Diever – In zijn woonplaats Diever is oud-verzetsman Geert Koster gisteren op 26-jarige leeftijd overleden.
Geert ‘Ome Joop’ Koster heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog veel verzetswerk verricht en was in 1943 nauw betrokken bij de aanleg van het onderduikershol in de bossen van Diever.
Het bestaan van het hol werd in de nadagen van de oorlog door een verrader doorgegeven aan de Duitse bezetter.
Acht mensen, zowel onderduikers als verzetsmensen, werden gevangen genomen. Onder hen ook Graddus Koster, de zoon van Geert Koster.
Later is in Diever een straat naar Graddus vernoemd.
Na de oorlog keerde slechts één persoon uit deze groep terug naar Diever.
Geert Koster was één van de stuwende krachten achter de renovatie van het onderduikershol in 1994. Hij vond dat dit monument voor het nageslacht bewaard moest blijven.
Geert Koster wordt zaterdag begraven op de begraafplaats in Diever.

In het blad Aanpakken verscheen op 27 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Koster in Diever overleden
Diever – Op 96-jarige leeftijd is gisteren (dinsdag) Geert Koster in Diever overleden. Koster was een zeer bekend figuur in de Dieverse gemeenschap.
Als ‘Ome Joop’ heeft hij in de laatste wereldoorlog veel verzetswerk verricht. In 1943 was Koster zeer nauw betrokken bij de totstandkoming van het onderduikershol in de bossen nabij Diever.
Bij het hol namen de Duitsers acht mensen gevangen. Van hen keerde er na de oorlog slechts één terug.
Onder de gevangenen bevond zich ook Graddus Koster, de zoon van Geert Koster. Later is in Diever nog een straat naar hem vernoemd, die door Geert Koster is onthuld.
Koster was de stimulator om het hol in 1994 geheel te renoveren.
Zaterdag wordt Koster begraven op de begraafplaats in Diever.

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 28 maart 1996 het volgende bericht over het overlijden van Geert Koster.

Oud-verzetsman Geert Koster dinsdag in Diever overleden
Diever – Oud-verzetsman Geert Koster is dinsdag in zijn woonplaats Diever overleden. Koster was behalve een bekend lokaal oud-verzetsstrijder ook de oudste inwoner van Diever. Koster werd 96 jaar.
Hij kwam de afgelopen jaren veel in de belangstelling, omdat hij de motor is geweest achter de renovatie van het onderduikershol van Diever.
Een zoon van Geert Koster zat ook in het hol toen het aan het eind van de oorlog door de Duitsers werd leeggehaald.
In totaal werden hierbij acht mensen gevangen genomen en weggevoerd. Samen met zes andere onderduikers liet Gradus Koster het leven.
Slechts één verzetsstrijder keerde na de oorlog terug.
Vernoemd
Diever heeft later een straat in de gemeente naar Gradus Koster vernoemd.
Geert Koster heeft het naambordje destijds onthuld.
Onder de titel De Wigwam is het verhaal over het onderduikershol ook in boekvorm verschenen.
Geert Koster wordt zaterdag op de begraafplaats van Diever begraven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het koffiedikbruine vermoeden dat alle vier de berichtjes door één en hetzelfde plaatselijke kranten-correspondentje zijn geproduceerd. En wel aan de lopende band. Hier en daar is een zinnetje veranderd, is een zinnetje weggelaten, is een zinnetje toegevoegd. Weer vier berichtjes klaar. En weer rinkelt de kassa !
Maar werd de zoon van Geert Koster nu Graddus of Gradus genoemd ?  Da’s wel een klein slordigheidje of verschrijvinkje van het plaatselijke kranten-correspondentje. De redactie denkt dat hij Gradus werd genoemd.
Volgens het in één van de berichtjes genoemde boekje ‘De Wigmam. Het onderduikershol in Diever’ gaat het om Geert Gerhardus Koster, geboren op 24 mei 1925, overleden op 24 maart 1945 te Paigerhorst (zie bladzijde 50).
De Kosterstraat is te vinden op de Westeresch van Deever. Eigenlijk is het meer een Kosterpaadje met van die betuttelende paaltjes aan het begin van het paadje. Meer kon er bij de voorkant van het gelijk blijkbaar niet af.
Nog opmerkelijker is dat de tekst onder de padnaam na de dood van Geert Koster niet respectvol is aangepast.
Bijvoorbeeld, wat te denken van de meest voor de hand liggende tekst:
Geert Koster – 1900 – 1996. Geert Gerhardus Koster – 1925 – 1945. Deeverse verzetsmannen, strijders voor de vrijheid.
Maar dat kost de voorkant van het gelijk wel enige goede wil en 
moeite. En twee nieuw bordjes, aan weerskanten van het paadje staat een bordje. Of zijn de bestaande bordjes duurzaam weer te gebruiken ? Maar dat zal de voorkant van het gelijk wel te veel vinden. Of moet het volk zelf maar een sponsor voor de bordjes zoeken ?
Een kleinzoon of achterkleinzoon van Geert Koster zou de twee nieuwe bordjes kunnen onthullen. Zo’n onthullinkje is wel weer een sappig persmomentje voor de wethouder van de voorkant van gelijk, die Tweede-Wereldoorlog-zaken in zijn of haar zware portefeuille heeft. Denk aan die herverkiezing, elk persmomentje is er toch maar weer eentje. Zo’n onthullinkje betekent ook gerinkel in de kassa van het plaatselijke kranten-correspondentje.
In geen van de vier berichtjes is beschreven wat Geert Koster zo allemaal in zijn werkzame leven deed.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Onderduikershol, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Bolder’n is een traditie die nooit verloren mag gaan

In Deever wordt gelukkig nog door een beperkt aantal mannen een spel gespeeld, dat vroeger werd aangeduid met de naam bolder’n, tegenwoordig ook wel ‘blok gooien’ (met een steen naar een houten blok gooien) genoemd.
Het vermoeden bestaat dat dit spel ook nog in Dwingel wordt gespeeld of misschien daar al niet meer wordt gespeeld. De redactie van het Deevers Archief zal hier onderzoek naar doen.
Vroeger werd ebolderd aan het begin van de Bolderhoek an de weg hen de Deeverbrogge en werd ook in Oldendiever ebolderd op de hof van Geert Kok en misschien ook wel op andere plekken in de gemiente Deever, later bij het Openluchtspel en ook wel in de bos op het kampeerterrein.
In een ander bericht zal worden ingegaan op de spelregels. Hier wordt vooralsnog een op 31 oktober 2002 door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto van het bolder’n op een terreintje aan de Dwasdrift in Deever getoond.

Posted in Bolderen, Cultureel erfgoed, Immaterieel erfgoed, Openluchtspel, Tradities | Leave a comment

Seismisch onderzoek naar aardgasveldjes in Deever

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 2 mei 1997 over onderzoek naar aardgasvelden met behulp van mini-mini-mini-mini-aardbevingen.

Seismisch onderzoek in Diever
Diever.
In het kader van opsporingsactiviteiten naar mogelijke aardgasvelden zal door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een seismisch- en vibro-seismisch onderzoek worden verricht in de gemeenten Diever, Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland en Heerenveen. De werkzaamheden zijn inmiddels begonnen en zullen ongeveer 1 tot 2 maanden in beslag nemen.
Bij dit onderzoek worden door middel van trillingen ondergrondse bodemlagen in kaart gebracht.
Daar waar seismisch onderzoek wordt gedaan, worden de trillingen opgewekt door middel van lichte ondergrondse springladingen.
Daar waar vibro-seismisch onderzoek wordt gedaan, worden door trillingen opgewekt met behulp van op trucks geïnstalleerde vibratoren. Vibro-seismiek wordt ’s avonds en ’s nachts uitgevoerd.
In het betrokken gebied worden bewoners per brief nader geïnformeerd over het aanstaande onderzoek. In die gevallen waar de sticker ‘… geen ongeadresseerd drukwerk…’ is aangebracht, wordt deze brief mogelijk niet bezorgd.
Eigenaren/gebruikers van gronden waar het onderzoek moet plaats vinden, worden vooraf bezocht voor het verkrijgen van toestemming.
Dit onderzoek wordt in opdracht van de NAM uitgevoerd door het in dit werk gespecialiseerde bedrijf Compagnie Générale de Geophysique (CGG).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij seismisch onderzoek worden een soort van mini-mini-mini-mini-aardbevinkjes opgewekt. Het in 1997 uitgevoerde onderzoek naar aardgasveldjes in de gemeente Diever heeft blijkbaar voldoende gegevens opgeleverd om na een geslaagde proefboring in 2015 aan de Noordenveldweg in Wapse door het Canadese bedrijf Vermilion Energy met succes het daar aanwezige aardgasveldje leeg te gaan maken.
De NAM vindt het winnen van aardgas uit kleine veldjes nog steeds erg belangrijk. De NAM geeft wel aan dat het winnen van aardgas aardbevingen kan veroorzaken. Daar weten ze om Slochteren in de provincie Groningen heel veel over mee te praten.
Hoe dichter woningen of bedrijven in de buurt van het epicentrum van de gasboring in Wapse staan, hoe groter in de komende jaren de kans op enige vorm van schade aan deze woningen of bedrijven is, als gevolg van mini-mini-aardbevinkjes (wat voor kracht zouden die hebben op de logaritmische schaal van Richter ?) die zouden kunnen optreden, als gevolg van plotselinge en onvoorspelbare bodemverschuivinkjes, als gevolg van voorspelde bodemdalinkjes. Wellicht is het toch verstandig alvast een nul-meting van woningen en bedrijven te doen of te laten doen (foto’s en zo). Dit wordt ook gedaan bij heiwerken, die mini-mini-aardbevinkjes veroorzaken, die schade aan bebouwing kunnen toebrengen.

Posted in Aardgaswinning, Wapse | Leave a comment

Betonnen beeld op de Baarg in Wittelte

Op de Baarg in Wittelte staat een primitief betonnen beeld van een figuur met een zwaard in de hand.
Jacob Snoeken, een plaatselijke boer in ruste en kunstenaar en tevens de eigenaar van het rijksmonument de Baarg heeft het beeld in 1987 gemaakt. Het beeld zou Witto, een historisch niet verifieerbare figuur uit het verleden van Wittelte moeten voorstellen.
Om het beeld staat een laag houten hekje. Moet dat voorkomen dat de in het weiland rondlopende koeien het beeld en de Baarg kunnen verroppen ?
Bij het beeld staat een vlaggemast. Deze mast lijkt een afgedankte lantaarnpaal van het zogenaamde verjongde type te zijn (een op de kop getikt exemplaar van de gemeente Westenveld ?).
Na wat riskant springwerk over weideafzettingen van onder stroom staand schrikdraad kon de redactie van het Deevers Archief bijgaande kleurenfoto op 3 oktober 1912 maken.
De redactie van het Deevers Archief heeft in de webstee wikipedia.org geen pagina met gegevens over de kunstenaar Jacob Snoeken kunnen vinden.

Posted in Beelden, de Baarg van Wittelte, Kunstige objecten, Wittelte | Leave a comment

Un hiele dikke stien veur ’t Gemientehuus van Deever

De redactie van het Deevers Archief weet nog niet in welk jaar de foto van bijgaande afbeelding is gemaakt. Als een bezoeker van het Deevers Archief het wel weet, dan is hij bij deze uitgenodigd het te melden aan de redactie.
Op de brinQ voor het gemientehuus van de gemiente Deever ligt een hiele dikke stien die bij het uitvoeren van de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is gevonden in het Oldendeeverseveld.
De hiele dikke stien is een stien van de buiten-categorie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De grote vraag is of de voorkant van het gelijk binnenkort de brinQ gaat neerkalefateren naar een vroegere versie van deze ooit zo fraaie open ruimte (wellicht brinQ 1817 of 1818). Het zou best eens zo kunnen zijn dat de ijverige medewerkertjes en beterwetertjes van de voorkant van het gelijk dan eenzijdig besluiten de hiele dikke stien te laten verwijderen van de brinQ.
De redactie is van mening dat de beste bestemming voor deze hiele dikke stien ergens in de berm van de Stienwiekerweg zo dicht mogelijk in de buurt van de vindplaats is en dan de hiele dikke stien voor een deel te begraven (de voorbijganger moet voor de foto en de sölfie wel op de steen kunnen klimmen) (helemaal begraven is een beetje te veel van het goede).
Maar waarom is op veel foto’s van het gemientehuus van de gemiente Deever toch steeds weer die vervelende lange vlagstok zonder vlag te zien ? Was het voor de medewerkers van de voorkant van het gelijk teveel gedoe en gehannes om die stok op een vlagdag ’s morgens te plaatsen en na het dagje vlaggen weg te halen ? En als die lange vlagstok wel werd weggehaald, werd die dan in de dakgoot opgeborgen ?

Posted in Archeologie, Brink, Diever, Gemeentehuis, Hele mooie afbeeldingen | Leave a comment

De laatste melkritten naar de fabriek

Op een mooie winterdag in 1970 brachten de melkrijders van de coöperatieve melkfabriek aan het Moleneinde in Deever voor de laatste keer de bussen met melk van de bij de coöperatie aangesloten boeren naar de fubriek, ook vaak de botterfubriek genoemd.

Posted in Diever, Zuivelfabriek | Leave a comment

Plattegrond van het oude kamp ‘de Eikenhorst’

Het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe werd na de Tweede Wereldoorlog gevestigd in het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.), dat de Duitse bezetter ten tijde van de Tweede Wereldoorlog bouwde en gebruikte.
De grote vraag bij deze plattegrond van de beginsituatie van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ is natuurlijk of de bebouwing dezelfde als die van het N.A.D.-werkkamp ?
Het mag duidelijk zijn dat in het N.A.D.-werkkamp geen ‘kinderboerderij’, ‘marmottendorp’, ‘basketbalveld’ en ‘openluchttheater’ waren.
Maar was de ‘appelplaats’ dezelfde als de ‘appelplaats’ van de N.A.D.’ers ?
En was het ‘voetbalveld’ in de oorlog de ‘marcheerplaats’ ?
En waren de barakken dezelfde barakken als die van het N.A.D.-werkkamp ?
Merkwaardig op deze plattegrond is ook de aanduiding ‘woonruimte commandant’. Werd het hoofd van het jongenskamp commandant genoemd ?
Wie kan de redactie van het Deevers Archief meer duidelijkheid over deze plattegrond verschaffen ? Met name oud-bewoners van het jongenskamp worden uitgenodigd op dit bericht te reageren.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Tramhaltechef overgeplaatst naar Hijkersmilde

Op 3 maart 1933 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland het volgende bericht over de overplaatsing van Jan Benthem van de tramstation Dieverbrug naar het tramstation Hijkersmilde.

Hijkersmilde, 2 maart.
De heer J. Benthem, haltechef bij de Nederlandsche Tramweg Maatschappij te Dieverbrug, is met ingang van 1 maart jongstleden. overgeplaatst naar het station alhier.

Aantekeningen van het Deevers Archief
Jan Benthem is de jongste zoon van marktschipper, schipper, schuitenvoerder, tolgaarder, logementhouder en caféhouder Sjoert Benthem en Grietje Merk. Hij is geboren op 12 mei 1894 an de Deeverbrogge. Jan Benthem trouwde op 3 augustus 1923 in Avereest met Hillechina Helena de Roode. Toen hij trouwde was hij chef van het tramstation van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij an de Deeverbrogge.
Vanwege de sluiting van de tramlijn van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij tussen Meppel en Hijkersmilde in 1933 en derhalve vanwege de sluiting van de tramhalte an de Deeverbrogge werd Jan Benthem overgeplaatst naar het tramstation Hijkersmilde. Tramstation Hijkersmilde bleef toen vooralsnog wel bestaan als station in de tramlijn Assen-Hijkersmilde-Oosterwolde.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Stoomtram | Leave a comment

Dieverder landschappen – September 1643

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan zijn trouwe bezoekers. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen getoond kunnen worden, hoe liever het de redactie is.

De hier afgebeelde tekeningen zijn aanwezig in een bewaard gebleven schetsboek van Pieter Serwouters. Het schetsboek ‘Assens Album, folio 69v-70r’ bevindt zich in de collectie van het Drentsch Museum in Assen.

Pieter Serwouters (geboren in 1586 in Antwerpen, overleden in 1657 in Amsterdam) was boekhouder en cartograaf. Vanaf 1629 tot aan zijn dood was hij boekhouder van de Compagnie van de Hollandse Participanten van de Dieverder en Leggeler Smildervenen. Hij was blijkbaar ook een begaafd tekenaar.

De tekeningen zijn gemaakt in september 1643. De drager van de tekening in kleur is papier. De tekenaar gebruikte waterverf en inkt. De liggende rechthoek van de tekeningen heeft een breedte van 145 mm en een hoogte van 96 mm.

Het opschrift van de bovenste tekening luidt als volgt:
Dieveren in Drenthe gelegen, alsoot hem vertoont komende vande Leggeler brug a° 1643 in September / voorden middach.

De toren met het aangebouwde kerkgebouw is herkenbaar. De redactie heeft het vermoeden dat de afgebeelde molen die van Oldendeever is en niet de beltmolen aan het Katteneinde. De weg die zichtbaar is aan de linkerkant van de bovenste tekening zal de Stienwiekerweg zijn.

De redactie heeft het opschrift van de onderste tekening helaas nog niet kunnen ontcijferen.

De redactie wil de in Pieter Serwouters geïnteresseerde bezoekers van het Deevers Archief graag verwijzen naar het lezenswaardige artikel ‘De kunst van het boekhouden – Pieter Serwouters (1567-1657)’ van de Amerikaanse kunsthistorica Claudia Swan, dat in 2001 is verschenen in nummer 2 van het tijdschrift Waardeel. In dit artikel is bijgaande afbeelding opgenomen.

De topografische deskundige van de heemkundige vereniging uut Deever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).

De topografische deskundige van de heemkundige vereniging uut Deever zou op basis van het hiervoor genoemde jaartal 1643 Dieveren (1475) uit kunnen breiden tot Dieveren (1475-1643).

In de Deeverse streektoal is Deever de hedendaagse schrijfwijze van Diever.

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Diever, Kerk op de brink, Kunst, Molen 'de Vlijt', Tekeningen, Topstukken, Toren op de brink | Leave a comment

Groot en Klein Wateren gekocht met Indisch Goud

In de Java-bode (nieuws-, handels- en advertentieblad voor Nederlands Indië) van 11 oktober 1871 verscheen een anonieme reactie op het korte, eenvoudige, zakelijke en feitelijke berichtje over de verkoop van het landgoed Groot en Klein Wateren, dat werd gepubliceerd in nummer 27 van de Mail-Courant van 2 september 1871.

Het landgoed Groot en Klein Wateren, in de gemeenten Vledder en Diever, is, naar wij vernemen, voor negenennegentig duizend vierhonderd acht gulden verkocht aan den heer Enger, uit Oost-Indië, wonende te Arnhem.
Mail-Courant van 2 september 1871, nummer 27.

De Indische Goudmijn
Waarom niet f 99.408, in cijfers ? Waarom, door het voluit schrijven van die som, den lezer genoodigd, nee gedwongen, des te langer met zijne gedachten bij hare rondheid te vertoeven ?
De vraag behelst het antwoord. Even duidelijk alsof hij zich in uwe onmiddellijke nabijheid bevond, ziet gij op vierduizend mijlen afstand hem achter de lessenaar zitten, den provincialen correspondent, inboorling der gemeenten Vledder en Diever, die voor den vasten prijs van f. 2,50 het stuk provinciale nieuwtjes aan de dagbladen der groote steden zendt. Van zijne vroegste jeugd kent en benijdt hij de heerlijkheden van Groot en Klein Wateren. Zijn vader is er tuinbaas geweest. Met de zonen van den toenmaligen eigenaar heeft hij er gevischt, gejaagd, gerost, gereden, slootje gesprongen. Waar die ‘jongeheeren’ zich thans bevinden, weet hij niet.
Van den eenen eigenaar is het goed in den loop des tijds op den anderen overgegaan, tot het nu laatstelijk op nieuw te koop werd aangeboden. Hem zelven is het intusschen niet meedegelopen in de wereld. Ten einde hem te doen rijzen op de maatschappelijke ladder, hebben zijne ouders hem bij den burgemeester in de leer gedaan; doch bij die eerste sport is het gebleven, en nog op dit oogenblik heeft hij het niet verder gebracht dan tot klerk ter gemeente-secretarie. Zoetjes aan verstrijkt de tijd, dat hij aan trouwen zou kunnen denken. De langgewenschte traktementsverhooging blijft uit, en er valt te Vledder en Diever te zelden iets bijzonders voor, om de betrekking van korrespondent winstgevend te maken.
Wie is die Enger, van wien men verhaalt, dat hij voor bijna eene ton gouds Groot en Klein Wateren gekocht heeft ? Hij weet alleen, dat de man te Arnhem woont en uit Oost-Indië komt. Oost-Indië ? Waarom is ook hij daar indertijd niet heen gegaan ? Misschien was hij zelf dan op dit oogenblik insgelijks een rijk man en had hij een bod op Groot en Klein  Wateren kunnen doen. Waarom hij niet even goed als Enger ? Niemands heeft ooit gehoord of beweerd, dat Enger een genie of een prins was. Wie weet of Enger’s vader niet achter de varkens heeft geloopen, of Enger de zoon niet als koloniaal zijne loopbaan begonnen is ? Met dat al is die zoon thans een man van fortuin. Hij komt uit Oost-Indië en woont te Arnhem; dus bezit hij alvast eene villa en heeft de gelegenheid slechts afgewacht, ook nog een landgoed te koopen. Negen-en negentigduizend-vier-honderd-acht-gulden – ’t is geen kleinigheid !
De aldus redenerende Vledder -en Dieveraar is een type. Hij vertegenwoordigt het slechts langzaam uitstervend geslacht der Nederlanders, die onder den algemeenen naam van ‘Oost-Indië’ zich een land van belofte denken, waar men rijker vandaan komt, naarmate men voorheen in het moederland minder heeft willen deugen. Wat zoo iemand hier te lande heeft uitgevoerd, in welk gedeelte van den Archipel hij werkzaam is geweest, waarmee hij zich heeft bezig gehouden, welk soort van kundigheden hij heeft moeten aanleren; of hij fortuin heeft gemaakt als landbouwer, als industrieel, als toko-houder, als lid eener weeskamer, als pakhuismeester, als schout, op eerlijke of oneerlijke wijze – daarvan zijn zij te eenemaal onkundig en gaan alleen bij voorkeur van de onderstelling uit, dat vooral twee factoren den aankoop van Groot en Klein Wateren mogelijk hebben gemaakt: een ruim geweten en de partikuliere nijverheid.
Werd er met de partikuliere nijverheid in Oost-Indië geen geld verdiend, zij zouden het onbetamelijk achten, geen geweten te hebben. Nu het omgekeerde het geval is, – getuige zoo menigeen, die uit Oost-Indië kwam en te Arnhem woont, – laten zij de gewetensvraag rusten en zijn voorstanders van de particulieren nijverheid. Die of eene dergelijke hypothese is noodig, zal men het tegenstrijdig verschijnsel kunnen verklaren, dat zulk een overgroot aantal Nederlanders tezelfder tijd Indië als eene goudmijn beschouwen en alles aanwenden wat in hun vermogen is om het te doen ophouden, dat te zijn. Naar Oost-Indië gaan en bij terugkomst in Nederland eene buitenplaats kunnen kopen, daarin lost zich voor hun de koloniale kwestie op; en daar zij nooit vernomen hebben, dat Indische officieren of Indische ambtenaren, – met uitzondering welligt van een Gouverneur-Generaal of wat, – in die oplossing geslaagd zijn, leidt de logica hunner hebzucht daaruit de gevolgtrekking af, dat hoe luider een uitbreiding der particuliere nijverheid geroepen wordt, er des te meer landgoederen zullen gekocht worden. Zonderling mengsel van afgunst en brooddronkenheid ! Als wilden zij zeggen: daar hebt gij weer zoo ’n Indische fortuinzoeker, zoo’n parvenu, zoo’n koning geworden karvoerder ! vervaardigen zij met de eene hand een ellenlang woord van de koopprijs zijner buitenplaats, en helpen met de andere, op hoop dat nog meer karvoerders koning zullen worden., de stutten van Indie’s welvaart omver halen.
Het is niet gemakkelijk, de aandoeningen te beschrijven, waarmede de in Indië gevestigde Nederlanders, die het ekonomisch samenstel deze gewesten doorgrondt, dat drijven gadeslaat. Er zijn te allen tijde Europesche Staten geweest, die hunne overzeesche bezittingen verspeeld hebben; en uit dat oogpunt beschouwd kan het geene verwondering baren, Nederland thans een voorbeeld te zien volgen, dat ruim drie honderd jaren geleden door Portugal begon gegeven te worden. Doch aan den anderen kant is er in de verdwazing van landgenooten iets, dat men zich onwillekeurig aantrekt, alsof men er persoonlijk in gemoeid was. Het opkomend gevoel van geringschatting wordt halfweg gestuit door een overblijfsel van sympathie, en men weet zelf niet te bepalen, wat wijzer is: onverschillig toe te zien bij de moedwillige vernietiging van een gebouw, aan welke voltooiing eeuwen lang gearbeid werd, dan wel, door te waarschuwen voor het dreigend gevaar, een gedeelte der schande te aanvaarden, welke uit elk gemeenschap met Zwarte Benden voortvloeit. Zoo dobbert men voort tusschen twee klippen, en is blijde als de naïviteit van den klerk eener dorps-sekretarie een vrolijk ogenblik verschaft.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het rietsuikerbruine vermoeden dat de anonieme schrijver van het artikel ‘De Indische Goudmijn’ de heer Gerardus Frederik Enger zelf is.
De sagrijnig kijkende koloniale suikerlord Gerardus Frederik Enger was in Nederlands-Indië overgegaan van de indigo-cultuur naar de suiker-cultuur en was op Java eigenaar van de suikerfabrieken Tjibongan en Tegal Waroe, die hij financierde met het geld dat hij had verdiend in de indigo-cultuur.
Hij zal het landgoed Groot en Klein Wateren an de aandere kaante van de bos wellicht vanwege beleggingsdoeleinden hebben gekocht. Of lag het in zijn bedoeling op de schrale Waterense zandgronden suikerbieten te gaan telen (immers suikerriet wil niet groeien in het koude Wateren) ? Een Drentsche goudmijn ?
De grote vraag is wat de anonieme schrijver bewoog op zo’n arrogante, kleinerende, neerbuigende en minachtende manier te keer te gaan tegen die korte, eenvoudige, zakelijke en feitelijke zin van de plaatselijke krantencorrespondent ? Frustraties ? Tropenkolder ? Superioriteitscomplex ? Spijt van de aankoop ?
Vooral het gebruik van de denigrerende en discriminerende woorden ‘inboorling der gemeenten Vledder en Diever’ doet alle deuren dicht.   

Posted in De aandere kaante van de bos, Landgoed Groot en Klein Wateren, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Groot en Klein Wateren voor f. 99.408,- verkocht

In de krant De Locomotief verscheen op 10 oktober 1871 het volgende korte berichtje over de verkoop van het landgoed Groot en Klein Wateren.

Het landgoed Groot en Klein Wateren, in de gemeenten Vledder en Diever, is, naar wij vernemen, voor negenennegentig duizend vierhonderd acht gulden verkocht aan den heer Enger, uit Oost-Indië, wonende te Arnhem.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Na het overlijden op 25 november 1870 van landbouwondernemer en ex-koloniaal Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt (geboren op 20 december 1800) verkochten de weduwe mevrouw de hoogwelgeboren Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth de Ruijter de Wildt – Jonkvrouw van Holmberg de Beckfelt en haar zonen het landgoed Groot en Klein Wateren an de aandere kaante van de bos in 1871 voor f. 99.408,- . Dat is naar de hedendaagse waarde omgerekend het niet al te hoge, maar toch niet te versmaden bedragje van ongeveer € 1.045.000,-
Wellicht was de ex-koloniaal Enger een goede bekende uit Nederlands-Indië van de overleden ex-koloniaal Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt.

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Landgoed Groot en Klein Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Wij wensen u geluk met uw verjaardag

Het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever die kerkt in het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever had of heeft (?) de goede gewoonte elk lid een kaartje te sturen ter gelegenheid van zijn of haar verjaardag. Betalen leden tegenwoordig nog kaarkebelasting ?
Het bestuur stuurde of stuurt niet zo maar een bij een neringdoende gekocht dertien-in-een-dozijn verjaardagskaartje, maar stuurde of stuurt een kaartje met een tekening, die het bestuur speciaal liet maken. Driewerf hulde. Hulde, hulde, hulde.
Bij de hier afgebeelde eigenlijk niet zo goed gemaakte tekening gaat het om de hoofdingang aan de zijkant van het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever. De rechter deur van de hoofdingang staat uitnodigend open. Kom binnen, de koffie staat te pruttelen.

De tekst op achterkant van het kaartje, zie bijgaande afbeelding,  geeft de tekst op de plaat boven de hoofdingang weer:
Wier ’t oude heiligdom door blixemvuur verbrand +
Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zijnen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige stenen

+ Anno 1759 den 27 augustus
++ Anno 1760

En natuurlijk wenste of wenst het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever het lid geluk met zijn of haar verjaardag.

Het is jammer dat de tekenaar zijn tekening niet van zijn naam of initialen heeft voorzien, nu kan de redactie van het Deevers Archief weer een paar vragen aan zijn toch al zeer lange lijst van vragen toevoegen.
Wie is de maker van deze tekening ? Wanneer is deze tekening gemaakt ? Heeft een foto als lichtend voorbeeld gediend ? Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze vragen beantwoorden ?

De redactie van het Deevers Archief heeft zelf het vermoeden dat de tekenaar niet gebruik heeft gemaakt van bijgaande zwart-wit foto uit 1957 van de hoofdingang, ondanks dat de rechter deur op de foto ook open staat. Architect H.K. Kleijn uit Aerdenhout is de maker van deze zwart-wit foto.


Posted in Brink, Diever, Kerk op de brink, Tekeningen | Leave a comment

Diever – Kerk en toren op de Brink – 1938

De redactie van het Deevers Archief laat graag zijn bezoekers meegenieten van mooie afbeeldingen uut de gemiente Deever.
In het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Den Haag bevindt zich een prachtige zwart-wit foto van hert kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de nu verloederende brinQ van Deever. Deze hier afgebeelde foto is gemaakt in 1938. De naam van de fotograaf is niet bekend.
Het torenuurwerk van de kerk op de verloederende brinQ van Deever zat voor de grote restauratie in 1956-1957 boven de galmgaten. Aan de stand van de zon te zien moet de foto om zesentwintig minuten over tien uur in de ochtend zijn gemaakt. Dit is af te leiden uit de schaduw in de linker benedenhoek van de foto.
Was de fotograaf speciaal naar Deever gekomen voor deze foto en heeft hij naast deze foto nog een hele serie foto’s gemaakt ? Dat is wel te hopen. Wellicht was hij al daags tevoren aangekomen en had hij overnacht in hotel Brinkzicht an de brinQ van Deever.
In die tijd was de hof van de kerk voorzien van een afrastering van betonnen palen en gaas. Om te voorkomen dat de vertrekkende of terugkerende schaapskudde op de hof zou gaan grazen ? Of om te voorkomen dat het mit de Deevermaarkt een rotzooitje zou worden op de hof ? De grafstenen op de kerkhof zijn misschien al lang vóór 1938 verdwenen. De graven zijn pas bij de grote restauratie van de kerk in 1956-1957 geruimd. Wie in die jaren in Deever woonde, zal zich wellicht de berg botten bij het graafwerk rond de kerk nog herinneren. Zijn de nieuwe boompjes met de juiste kennis van de ligging van de graven geplant of kan het zijn dat onder de stammen van de thans aanwezige bomen nog resten van menselijke botten zijn te vinden ?
Aan de rechterkant is wit wasgoed in de hof van de kerk te zien. De met gras begroeide hof kon immers mooi worden gebruikt als bleek (de was lag op de blieke). Wie bleekte daar de was ? Was het de vrouw die in de boerderij op de hoek van de Peperstraat en de Kerkstraat woonde of was het de vrouw van Hendrik Gruppen (geboren op 10-07-1868, overleden op 15-8-1955), die in de boerderij op de hoek van de Hoofdstraat en de Kerkstaat woonde ?
Heette de verbindingsweg tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat toen ook al Kerkstraat of is die saaie naam later bedacht ? De naam van deze straat zou met enige goede wil nog steeds kunnen worden veranderd in Aquamanileweg of Orgelpomperstraat of Jans Tabaklaan. Deze straat bestond in 1938 uit een klinkerverharding met aan weerskanten zo’n mooie echte strook van veldkeien en veldkeitjes. Is de verharding van deze straat ten prooi gevallen aan de naoorlogse slooplust van de voorkant van het gelijk, dat Deever in de moderne vaart der volkeren wilde opstoten ?
Aan de rechterkant van de foto is een pand te zien. Of zijn het twee panden ? Bij vergroting van de foto is boven het rechter zonnescherm een niet te ontletteren naam te zien. Was in het pand een winkel gevestigd ? Van wie was het pand of de pandenl ? Van bakker Albert Kuiper (Aubert Kuper) ? Wat is na 1938 met dit pand of met deze panden gebeurd ?
Aan de rechterkant is een houten paal van het bovengrondse elektriciteitsnet te zien. Bij vergroting van de foto zijn aan de paal de porceleinen isolatiepotjes te zien en ook de stroomdraden. Was de spanning op de draden toen al 220 Volt ?
Aan de linker kant van de foto is te zien dat een hoekje van de hof in gebruik was als een soort plantentuintje. Was dit het tuintje van dorpsfiguur Geert Dekker, koster en orgelpomper van de kerk en menner van de lijkwagen ? Geert Dekker woonde immers aan de Hoofdstraat tegenover de Kerkstraat ? Het zou best kunnen, want Geert Dekker had zijn moestuin op ’t Bultie.
Aan de linkerkant van de foto is op de achtergrond de boerderij van Jan Seinen te zien. Deze boerderij bestaat nog steeds, zij het dat aan één kant de muren beetje bij beetje steeds meer scheef zakken.

Posted in Afbeeldingen, Brink, Diever, Kerk op de brink, Topstukken | Leave a comment

Hevige brand in logement ‘de Dieverbrug’ – 1864

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 14 december 1864 verscheen het navolgende bericht over de brand in het logement ‘de Dieverbrug’ in de nacht van 11 op 12 december 1864 an de Deeverbrogge.

Meppel, 12 december. Naar wij vernemen, heeft heden nacht een hevige brand gewoed aan de Dieverbrug, ten gevolge waarvan het bekende logement ‘de Dieverbrug’ met bijna alles wat zich daarin bevond, de prooi der vlammen is geworden.
De vlammen namen in korten tijd zoo zeer toe, dat te drie ure reeds alles verbrand was; terwijl te één uur, toen de postkar er passeerde, nog niets was bespeurd.
Alles was, naar men ons mededeelt, tegen brandschade verzekerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Wie denkt dat het oude cafe-logement Dieverbrug an de Deeverbrogge in de nacht van 30 op 31 maart 1932 voor het eerst door brand werd verwoest heeft het mis. Het pand dat in 1932 afbrandde was het pand dat in 1865 werd gebouwd als opvolger van het in de nacht van 11 op 12 december 1864 verbrandde logement ‘de Dieverbrug’.
In 1864 was het café-logement Dieverbrug nog de pleisterplaats van de dilligence, de postkar en de snikke.
De redactie weet niet of in het onvolprezen boekwerkje ‘An de Brogge’, dat de heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter feestelijke opleuking van haar 20-jarige bestaan, aandacht is besteed aan grote branden an de Deeverbrogge.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Dorpskrachten | Leave a comment

Deevers Archief zoekt namen van mensen

Een dagje uit in de arme en bijna autoloze jaren na de Tweede Wereldoorlog was voor veel mensen in de gemeente Deever iets bijzonders. Daarvoor was men lid van ‘de reisvereniging’, in dit geval van de buurtvereniging ‘Kasteel-Bolderhoek’.
Wie zijn toch al die mensen van ’t Kastiel uut Deever en uut de Bolderhook an de Deeverbrogge bij een hangar op Schiphol ?
De bezoekers van het Deevers Archief wordt uitdrukkelijk verzocht te reageren op deze foto uit 1951 !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft dit bericht ook al een keer in Opraekelen 2007/1 gepubliceerd.
Opraekelen is een papieren uitgave van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Alle Deeversen, Bolderhoek, Diever, Gemeente Diever, Kasteel, Opraekelen, Topstukken | Leave a comment

Dalletje – Ingang van het kamp de Eikenhorst

Het voormalige jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) werd in januari 1949 gevestigd in het voormalige werkkamp van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) an de Gowe. Het kamp was in het begin vanaf de rijksweg te bereiken langs de Pastoorszandweg naast café Jonkers (het café van Zwatte Hendekie).
Een mooie indruk van de ligging van het kamp is te verkrijgen met behulp van een satelietfoto van het kamp, die via het internet is te vinden in de webstee nederland-in-beeld.nl.
Het jongenskamp was een zogenaamd V.B.S.-kamp (Vorming Buiten Schoolverband). Dit kamp werd later een B.J.-kamp (Bijzonder Jeugdwerk), het was een kamp voor de sociale jeugdzorg, daarna werd het een B.J.-internaat. Alle B.J.-internaten zijn inmiddels opgegaan in provinciale verbanden.
In de webstee members.quicknet.nl (Drentse internaten) is te lezen dat voormalige bewoners van het jongenskamp de Eikenhorst contact met elkaar proberen te zoeken.
Op ansichtkaarten zijn foto’s van het jongenskamp te zien, waaronder ook de navolgende van de ingang van het kamp. De echte verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever heeft deze zwart-wit ansichtkaart ongetwijfeld in zijn verzameling.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 31 oktober 2012 ontving de redactie van Diever Archief de volgende reactie op dit bericht:
Helaas heb ik slechte ervaringen opgedaan in het jaar 1953.
Ik heb er 11 maanden gezeten, vanwege uithuisplaatsing door jeugdzorg, de reden was incest, maar het misbruik ging gewoon door in het kamp.

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Theo Rutgers speelt Peer Gynt van Henrik Ibsen

De redactie van het Deevers Archief heeft in het najaar van 2005 met veel zorg, plezier en voldoening de zo genoemde ‘historische kalender’ voor het jaar 2006 samengesteld voor de toen nog vele leden van de lokale heemkundige vereniging uut Deever. Het onderwerp van die kalender was ‘het Openluchtspel in de beginjaren van zijn bestaan’. Bijgaande tekst en afbeelding stonden op de bladzijde voor de maand april 2006 (grasmaand). 

Toneelvereniging Diever voerde in 1949 met veel succes het enige niet door William Shakespeare geschreven stuk in haar geschiedenis op. Het was het buitengewoon moeilijk speelbare stuk Peer Gynt van Henrik Ibsen.
De jonge dominee Theo Rutgers, die toen nog in de pastorie op de brinQ woonde, speelde de rol van Peer Gynt op fenomenale wijze.

Een krant beschreef de voorbereiding op het stuk van de zeer talentvolle Jantina Figeland als volgt:
In de herberg op de hoek (café Brinkzicht in Diever) stond een meisje te zemen. Naast haar op een tafeltje lag het opengeslagen boek ‘Peer Gynt’ van Henrik Ibsen. Zij wuifde naar de voorbijgangers en riep door de open deur dat zij terloops haar rol nog even doornam voor de voorstelling van die avond.

Busmaatschappij N.T.M. bood, vanwege het toen nog geringe particuliere autobezit, bezoekers van het openluchtspel gunstig geprijsd busvervoer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie vindt het bijzonder jammer dat in het openluchttheater aan het Groenendal in Deever ná 1949 steeds maar weer, op weliswaar bijna perfecte wijze, een toneelstuk van William Shakespearer is opgevoerd.
Wat een monocultur, wat een gebrek aan toneeldiversiteit. Schotel het grote publiek maar weer een lekker stuk fast cultural food voor in het verpretparkiserende William Shakespeare Theatre aan het Groenendal. Succes verzekerd. Hoge luister- en kijkcijfers. Hoge inkomsten. Hoog rendement. Hoge beoordelingen in De Telegraaf ……

Waarom niet elk jaar een toneelstuk van een andere, zo niet grotere toneelstukkenschrijver dan Willem Schudspeer opgevoerd ? Denk aan schrijvers, zoals: Aischylos, Aristofane, Armando, Edward Albee, Benno Barnard, Samuel Beckett, Thomas Bernhard, Marian Boyer, Berthold Brecht, Gerbrand Bredero, Abe Brouwer, Jacob Cats, Hugo Claus, Samuel Coster, Noël Coward, Jan Decorte, Euripides, August Defresne, Don Duyns, Rainer Werner Fassbinder, Dimitri Frenkel Frank, Esther Gerritsen, John Galsworthy, Johann Wolfgang Goethe, Maria Goos, Ron de Graaf, Günther Grass, Andreas Gryphius, Paul Haenen, Peter Handke, Herman Heijermans, Gerben Hellinga, Lillian Hellman, Judith Herzberg, Pieter Corneliszoon Hooft, Victor Hugo, Henrik Ibsen, Tom Lanoye, Lope de Vega, Federico Garcia Lorca, Sarah Kane, William Somerset Maugham, Arthur Miller, Molière, Heiner Müller, John Nederlof, Pablo Neruda, William Jan Otten, Harold Pinter, Jean Racine, Wanda Reisel, Gerard Jan Rijnders, Jean Paul Sartre, Wim T. Schippers, Werner Schwab, George Bernard Shaw, Sophokles, August Strindberg, Koos Terpstra, Anton Tsjechov, Lot Vekemans, Joost van den Vondel, Ton Vorstenbosch, Alex van Warmerdam, Oscar Wilde, Tennessee Williams, Willem de Wolf, Karst Woudstra en zeer zeer vele anderen.

Abracadabra-476Abracadabra-552

 

Posted in Cultuur, Diever, Dorpskrachten, Historische kalenders, Openluchtspel | Leave a comment

Stalraam model Deever – Schulteboerderij

In de Schulteboerderee’je achter het Schultehuus aan de verloederende brinQ van Deever, waar nu atelier en cadeauwinkel Hare Majesteit is gevestigd, trof de redactie van het Deevers Archief ook een stalraam van het model Deever aan.
De redactie heeft de kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Boerderijen, Brink, Schultehuis, Stalraam van het model Diever | Leave a comment

De allereerste recensie van het openluchtspel

Op dinsdag 3 september 1946 verscheen in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) het navolgende berichtje over de uitvoering van het openluchtspel in de bos bee’j Deever.

Midzomernachtsdroom 
Openluchtspel te Diever
Langs den steenen weg tussschen Diever en Wateren was het Zaterdag- en Maandagavond een ongewone drukte. Voetgangers, wielrijders, auto’s en zelfs groote bussen kwamen, sommige vanuit verder gelegen dorpen en steden naar Berkenheuvel, om daar, op dit zoo geschikte terrein, de uitvoering te zien van de Midzomernachtsdroom.
De zon was reeds onder en een kunstmatige lichtbundel toonde ’t kleine plateau, dat als tooneel dienst deed en waarvoor verscheidene honderden toeschouwers een plaats gevonden hadden.
Daar waar, naar men zegt, op gewone dagen nu en dan reeën grazen, zag men Theseus, hertog van Athene, hoog gezeten op zijn witte paard, binnenrijden, zag men ook andere, vreemdsoortiger gestalten, zoals Spoel de wever met zijn betooverden ezelskop, de wandelende maan met zijn grappige hondje en de zonderlinge leeuw, en aanschouwde men de elfjes, die, al dansende, plots het bos bevolkten en zoo hun onmisbaar deel vormden van den romantisch-droomerigen Midzomernacht ….
Vóór het echter zoover was, hield eerst de heer Ter Laan eenige inleidende beschouwingen, waarin hij wees op de diepere achtergronden, die zich bevinden achter de grillige vormen, waarin dit stuk tot ons komt.
Niet zonder reden is deze schepping van Shakespeare beroemd en talrijk zijn de rake en opvallend ongewone opmerkingen  die telkens weer voorkomen. Deze, zonder ook maar een oogenblik te haperen, steeds weer op de goede oogenblikken te hebben vertolkt, is een verdienste van de spelers, welke niet onvermeld mag blijven; hun rolvastheid bij dit moeilijke stuk was prijzenswaardig.
Hiermee echter is nog maar slechts een deel gezegd, immers, zoowel den spelers als niet minder den regisseur (dokter Broekema) komt een welgemeend woord van lof toe voor hetgeen zij op deze avonden hebben gepresteerd en het succes dat zij oogsten was geheel verdiend.
Op de bijzonderheden in te gaan voert ons hier thans te ver. Slechts enkele spelers willen wij noemen, die ons opvielen door hun uitnemende voordracht of uitbeelding. Zoo was daar de rol van Oberon, koning van het elfenrijk, gespeeld door den heer A. Andreae met een voortreffelijke voordracht; ook Oberon’s gemalin Titania (speelster mejuffrouw E.A. van Delden) viel op, vooral door haar charmante uitspraak, en dan niet te vergeten Puck, Oberon’s dienaar (mejuffrouw J. Figeland), die guitig en vlug, telkens nu hier dan daar verscheen en een levendige uitbeelding gaf van deze rol; maar behalve deze waren er nog talrijke anderen, die goed speelden, zooals Helena (mejuffrouw Z. Bel), hertog Theseus (de heer A. Mulder) en Spoel de wever (de heer M. Kruize ….).
Nogmaals, het voert te ver ze alle te noemen. Elk voor zijn deel heeft bijgedragen tot het doen slagen van deze opvoeringen, waarbij – dit moge gezegd – de resultaten ver uitgingen boven hetgeen velen der aanwezigen hadden verwacht en waarbij kans gezien werd het publiek ruim drie uur lang van het begin tot het eind te boeien; zóó, dat men welhaast vergat dat de Hollandse ‘midzomernacht’ (de Engelse trouwens evenzeer) nog wel eens iets te wenschen over laat, waar het betreft warmte en droogte. De dreigende regenbuitjes echter dreven voorbij en uit het bosch kwamen weer Mendelssohn’s (respectievelijk Chopin’s) schoone muziek tot ons, kleine jongetjes droegen welgevormde attributen voor Titania’s betoovering, de uil zag het weer aan met lichtend oog vanaf zijn tak en de elfjes dansten in hun luchtige gewaden …. werkelijkheid en droomwereld mengden zich weer zonderling dooreen tot een schoone verbeelding, afgewisseld door kwinkslagen en pittige scènes.
Toen de 700 bezoekers huiswaarts gingen, was dat met groote voldoening en, wij zijn er van overtuigd: ook de spelers zullen, wanneer vele jaren voorbij zijn, nog met tevredenheid en dankbaarheid terugzien op deze glorierijke dagen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het heeft in het geheel geen zin om alle ooit in kranten en tijdschriften verschenen routine-recensies van opgevoerde toneelstukken in het openluchtspel van Deever in het Deevers Archief te tonen. De redactie maakt voor het hier getoonde artikeltje wel graag een uitzondering.
De redactie komt na een lang en diepgravend onderzoek tot de gevolgtrekking dat het hier getoonde artikeltje uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 3 september 1946 de allereerste recensie in een krant van een opvoering van een toneelstuk in het openluchtspel is. Een toneelstuk over een droom midden in de zomer.
De recensie stond nota bene midden op de voorpagina van een uit slechts vier bladzijden bestaande Olde Möppeler (was krantenpapier toen nog op de bon ?) en verscheen daags na de tweede en laatste uitvoering.
En het toneel spelen op het kleine plateau in de bos bee’j Deever gebeurde vlak na de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van naoorlogse armoede, toen aardappelen nog op de bon waren, toen chocolade en snoep nog op de bon waren, toen de borrel nog op de bon was ….. Toen mensen het zich nog niet konden veroorloven in een auto te rijden.

Albertus Andreae
De heer A. Andreae is Albertus Andreae (die van jongs af aan in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd, omdat zijn vader pietereulieventer was). De redactie weet niet of Albertus Andreae toen nog schoolmeester in Wittelte was, of dat hij al schoolmeesterde aan de openbare lagere school in Deever. Albertus Andreae is geboren op 18 maart 1908 an ’t Meul’nende in Deever en is overleden op 27 maart 1988 in Deever.
Engeltje van Delden
De mejuffrouw E.A. van Delden is Engel van Delden. Engeltje kwam niet uit Delden, maar uit….. Zij was in de zomer van 1946 nog schooljuffrouw van de Wittelter Skoele. Zij was zo te lezen in 1946 nog een mejuffrouw en nog niet getrouwd met Luite (Lu) Wolter Broer. Engel van Delden is geboren op 12 mei 1923 in ……. en is overleden op ……. in ………
Jantien Figeland
De mejuffrouw J. Figeland is de achtienjarige Jantien (die zichzelf Jantina noemde) Figeland van café Figeland an de Brink in Deever. Zij is geboren op 13 september 1928 in Meppel en is overleden op 20 december 2016 in Lochem.
Zijntje Bel
De mejuffrouw Z. Bel is Zijntje Bel uut de Peperstroate. Zij was zo te lezen in 1946 nog een mejuffrouw en nog niet getrouwd met Hendrik Jan Rolden. Zij is geboren op 14 september 1922 in Deever en is overleden op 8 februari 2014 in Deever.
Anne Mulder
De heer A. Mulder is Anne Mulder uut de Aachterstroate. Hij is geboren op …. in ….. Hij is overleden op …. in …..
M…. Kruize
De heer M. Kruize is ….. Kruize. Hij is geboren op …. in ….. Hij is overleden op ….. in …..

De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen wie de in het artikel genoemde heer Ter Laan is.
De redactie is driftig op zoek naar gegevens van de vermelde toneelspelers. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan daarbij helpen ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Openluchtspel, Shakespeare | Leave a comment

Een tekening van de Brogge an de Gowe uut 1985

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in de map 1986 bijgaande afbeelding, die de redactie de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief niet wil onthouden.

Op de afbeelding is te zien het kalenderblad voor de maand maart van het jaar 1986 van een kalender die de RABO-bank uut Dwingel speciaal ter gelegenheidheid van zijn 75-jarig bestaan (1911-1986), zomaar grateloos cadeau gaf aan zijn vaste klanten.
Bij elke maand stond een tekening. De maart-tekening is een prachtige fantasierijke tekening van de brogge over de voart an de Gowe van de kunstenaar André Winkel. De tekening heeft als voor de hand liggende titel ‘Gezicht op Geeuwenbrug’.
De kunstenaar André Winkel beheerst de kunst van het weglaten van wel aanwezige bebouwing, waardoor de blik vooral naar de brogge wordt getrokken. En ook een beetje naar rechts, naar het café van Zwatte Hendekie. Of was in het pand in 1985 geen café meer gevestigd ?
Heeft de tekenaar André Winkel zijn tekening ter plekke gemaakt of heeft hij zich in zijn atelier laten inspireren door één of andere (door hem zelf gemaakte ?) foto ?
De redactie weet niet of de greinse tuss’n de gemiente Deever en de gemiente Dwingel links van de brug, rechts van de brug of precies midden over de brug loopt. Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.
De redactie vraagt zich af of de RABO-bank uut Dwingel ter gelegenheid van zijn 100-jarig bestaan (1911-2011) weer een kalender met mooie tekeningen heeft uitgegeven, met bijvoorbeeld een tekening van de brogge van Deever of een tekening van ’t Olde Voartie an de Oldendeeversebrogge of een tekening van de Stroombrogge in Wittelte. Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.
Of misschien komt de heemkundige vereniging uut Deever in 2018 ter gelegenheid van zijn 24-jarige bestaan wel met een door deze vereniging zo genoemde ‘historische kalender’ met afbeeldingen van oude tekeningen en schilderijen uut de gemiente Deever, waarop de drie laatst genoemde objecten staan.

Posted in Drentsche Hoofdvaart, Geeuwenbrug, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

De brinq van Deever neerkalefateren

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 38) over het verleden van de brink in Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1920 gepubliceerd.

Een onderhoudend reisverslag uit die tijd vermeldt het volgende:
Voor den zuidkant van de kerk is een pleintje met een brandput in het midden, waaraan pastorie en gemeentehuis en aan de andere zijde het vroegere schultehuis staan. De kerk is een imposant gebouw. Onder de schaduw der hooge boomen die het voormalige kerkhof omgeven, rijzen de grauwe, verweerde muren op. De zware toren is binnen de kerk opgetrokken, zoodat de westzijde een vlakken gevel vormt.
In tegenstelling met de meeste Drentsche kerken uit denzelfden tijd die meestal één schepping zijn, bestaat deze kerk uit een middenschip en twee zijbeuken. Acht zware vierkante zuilen droegen de gewelven, waarvan alleen nog maar die van de noorder zijbeuk over zijn. In het middenschip en de zuidelijke zijbeuk zijn zij verdwenen. In augustus 1759 werd de toren door de bliksem getroffen en het dak der kerk door brand vernield. Bij die gelegenheid zijn de gewelven ingestort of zoodanig beschadigd dat zij moesten worden afgebroken. In de plaats daarvan kwam een vlakke zoldering van ruwe balken en planken. Ook het kruisgewelf onder de toren is weggebroken.
Niettemin is het binnenaanzicht der kerk door zijn strenge lijnen en goede verhoudingen nog altijd indrukwekkend en zou het zeker de moeite loonen het gebouw in zijn ouden toestand te herstellen. Boven den ingang wordt van den herbouw in 1760 in rijmvorm gewag gemaakt.
De brink en de Nederlands Hervormde Kerk zijn vaak op de foto gezet, maar dit is tot nu toe de enige bekende prentbriefkaart van dit dorpsbeeld in een winterse omgeving. Mooi is in de sneeuw te zien hoe de wegen over de brink lopen. Binnen het omheinde gedeelte op de brink ligt de braandkoele. Het kleine gebouwtje links naast de kerk is het boarhusie. De openbare ruimte werd toen nog in het donker met petroleumlampen verlicht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld (de gemiente Deever is helaas onderdeel van de gemiente Westenveld) (Westerveld ? Nooit van gehoord ! Waar ligt in hemelsnaam Westerveld ? Is dat niet de naam van een crematorium of een vuilstortplaats ?) heeft een dichtgetimmerd en onwrikbaar plan met de citeertitel Beleid -en beheerplan Brinken gemeente Westerveld (nota bene: zelfs de citeertitel van het plan ligt vast !). De voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld houdt zichzelf ook al een tijdje bezig met het proces BrinQ.

Al direct in paragraaf 1 ‘beleidsvisie brinken’ van het door de voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld vastgestelde brinkenplan begint het overduidelijke adviesbureau-geleuter en -gezever over de bomen; lees het volgende afschuwelijke kippenvel-citaat:
Evenals de paragraaf ‘van functie naar visie’ (redactie: je zou verwachten dat zo ’n paragraaf ‘van visie naar functie’ zou heten) in het vastgestelde bomenbeleid van de gemeente, zijn de bomen die staan op de verschillende brinken beeldbepalend in het dorp of in enkele gevallen daarbuiten. De brinkbomen zijn bepalend voor de structuur van het dorp en vormen een bijdrage aan de leesbaarheid van de historische ontwikkeling van het dorp, geven hier identiteit aan, spelen een rol in de milieukwaliteit, verzachten de harde lijnen van de gebouwen en infrastructuur rond de brink en hebben een lange levensloop. De visie van de gemeente Westerveld is er op gericht om de bestaande brinken haar oude vorm te laten behouden of te herstellen, wat van groot belang is en blijft voor de herkenbaarheid van het dorp en de leefbaarheid voor haar inwoners.

Het is natuurlijk zo dat de BrinQ van Deever al lang niet meer haar oude qwaliteit en vorm (welke oude qwaliteit en welke oude vorm?) heeft.
De ‘historische leesbaarheid’ (is de BrinQ een geschiedenisboek ?) van de BrinQ van Deever is na de grote vernieling door de toenmalige voorkant van het gelijk in de jaren 1956-1957, en beetje bij beetje in de jaren daarna, volledig te niet gedaan. Echt wè.
Dus zal de tegenwoordige voorkant van het gelijk flinq wat geld moeten steken in het herstel van een soort van soort van oude qwaliteit en vorm van de BrinQ van Deever.
Maar dat zal wellicht worden getorpedeerd door de politieke krachten buiten de gemiente Deever (Deever hef ’t roadhuus an de gemientehuuslaen, dus moei nee’t zeur’n, wee bint now an de beurte).
Maar wat is de oude qwaliteit en vorm van de BrinQ van Deever ?
Is dat de qwaliteit en vorm uit 1920 (zie bijgaande afbeelding) ?
Un BrinQ mit un braandkoele en un vreding um de braandkoele ?
Un BrinQ mit un vreding um de kaarke (want biest’n mögt nee’t op de kaarkhof loop’m) ?
Un BrinQ mit un liek’nhüsie ?
Un BrinQ mit slietpaed’n ?
Un bijna boomloze BrinQ en veule iep’m op de kaarkhof ?
Un BrinQ sunder toerist’nindustrie ?
Un BrinQ mit un boer’ncafé ?
Un BrinQ mit de olde boerderee’jn (aarfgood);
Un BrinQ sunder auto’s ?
Un BrinQ sunder ut megalomane gemientehuus van de gemiente Deever ?
Un BrinQ woar ’t Schultehuus vaaste sit an de Schulteboerderee’je ?
Of is dat de qwaliteit en de vorm uit 1910 of 1890 of 1832 ?
Of naaien de ijverige medewerkers van de voorkant van het gelijk de Deeverse gemeenschap met het proces BrinQ (democrasietje spelen met geld van de belastingbetaler) een oor aan en laten ze vervolgens hun eigen fantasie en de fantasie van het voor veel geld ingehuurde adviesbureau de vrije loop gaan ?
Of is het proces BrinQ een verkapte actie om tot forse besparingen in het beheer van de openbare ruimte te komen ?
Meemummelen en meemompelen ? Echt wè. Meebeslissen ? Echt nee’t.
Het doorlopen van het proces BrinQ (de Q van quality; spreek uit kwalleti) is verloren tijd en het daarvoor uitgegeven belastinggeld is weggegooid geld. Echt wè.

We moeten ons over de BrinQ van Deever geen zorgen maken over een ver verwijderd later. Voor het beste voor de BrinQ van Deever zullen we ons inspannen. En hoe meer we ons voor de BrinQ van Deever inspannen, hoe meer we deze BrinQ zullen vernielen.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kerk op de brink | Leave a comment

Het algemeen protestants christelijke pepermuntje

In de Gereformeerd Kerkblad van 9 december 1995 neemt in de rubriek ‘Kris kras uit eigen archief’ de vroegere domeneer Onno Doorn van de gereformeerde gemeente uut Deever een artikeltje uit het Gereformeerd Kerkblad van 30 april 1966 van domeneer Goldschmeding uit Dussen over. Dit artikeltje luidt als volgt.

Het algemeen protestants christelijk pepermuntje
Een domme vraag. Onlangs vroeg iemand hoe het toch kwam, dat de eerste woorden van een preek de gemeente vaak zo in opschudding kunnen brengen.
Nauwelijks heeft de dominee een paar woorden gezegd, of je merkt hoe er een hele deining ontstaat onder het kerkvolk. Hij vroeg zich af, hoe het kwam, dat die eerste woorden zo ingeslagen waren.
U merkt wel: dit kan nooit een geoefend kerkganger zijn geweest, anders had hij het antwoord wel geweten. De gemeente was namelijk niet diep getroffen door ’s predikanten woorden. De man was nog maar pas begonnen. Het was iets anders. Zodra de dominee begonnen is, breekt voor de gemeente een bijna geheiligd ogenblik aan. Dan gaan de tassen open, opa graait in zijn broekzak … er ritselt papier; de gemeente eet.
Ik waag het niet, aan deze traditie te tornen. Die is misschien nog ouder dan de beste liturgische gebruiken. Je kunt het een christenmens ook niet aandoen hem een half uur naar een preek te laten luisteren zonder een kleine hartversterking. Dat zou bijna onmenselijk zijn.
Zelf heb ik hiervoor altijd zoveel mogelijk pastoraal begrip gehad. Voordat ik begin, wacht ik vaak even om de mensen de gelegenheid te geven hun hartversterking tot zich te nemen. Maar vreemd, zolang ik wacht maakt niemand van de gelegenheid gebruikt. Soms denk je: toe dan, pak die pepermunt dan ! Maar nee hoor, niemand. Pas als je met de preek begint, is het of het startsein gegeven is. Dan begint de smulpartij. Dat is niet typisch Dussens, o nee zo gaat het overal.
Ik dacht zo: als u uw pepermuntje, uw dropje, uw gombal, nu eens nam in die kleine pauze voor de preek . Dan kunnen we er allemaal van het begin af rustig met onze gedachten bij zijn. Gebruik de tijd, die u gegund wordt, goed.
Of dit stukje zal helpen ? Ik zou er blij om zijn. Maar ik weet: tradities zijn hecht, vooral die van het algemeen protestants christelijk pepermuntje. Maar wie weet, wie weet …… misschien zal het begin van onze preken minder deining veroorzaken ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat het kaarkvolk nogal sünig was en pas op zijn algemeen protestants christelijke pepermuntje wilde gaan zuigen, zodra oense domeneer echt begonnen was met zijn preek.
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat het kaarkvolk oense domeneer tijdens zijn preek in zijn geheel niet wilde storen met gehoest, geproest, genies, gekuch, gekeelschraap, gesnuif, gekwalster en gerochel en daarom respectvol en sünig tot het einde van de preek op een pepermuntje zoog, wat die domeneer Goldschmeding toch echt wel in zijn stukje had mogen noemen.

Het natuurzuivere King pepermuntje was een populair want hard pepermuntje, waar de sünige kerkganger lang op kon zuigen, zeker wel een preek lang. Echt wel.
Op de zwart-wit foto uit 1936 is vooral vrouwelijk kaarkvolk in de Gereformeerd Kerk an de Kruusstroate te zien tijdens de dienst ter gelegenheid van het feit dat op 31 oktober 1936 het 100 jaar geleden was dat in Deever de gereformeerde kerk werd gesticht. Moesten of wilden de vrouwen – veelal (voor de gelegenheid ?) met oorijzer (waar zijn toch al die oorijzers gebleven ?) – zo veel mogelijk bij elkaar zitten ?
Bezoekers van het Deevers Archief worden vriendelijke verzocht namen van personen op deze foto aan de redactie door te geven. Alvast daarvoor hartelijk dank.
De zwart-foto van het kaarkvolk  – een topstuk – is afkomstig uit de fotoverzameling van Margreeth Dijkstra, dochter van domeneer Harmen Ages Dijkstra en Aaltje Kok. Op de zwart-wit foto van het kaarkvolk is rechts onder de geridderde emeritus domeneer Harmen Ages Dijkstra te zien.

Op de afbeelding van de zwart-wit ansichtkaart uit 1965 is het oude kerkgebouw van de gereformeerde gemeente an de Kruusstroate te zien. Vlak achter de kruidenierswinkel van Jan Breimer is een auto te zien. Blijkbaar mocht de Peperstroate toen nog in twee richtingen worden bereden.


Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Gereformeerde kerk, Kruisstraat, Topstukken | Leave a comment

Diever – de Doolhof – Tekst van Arend Mulder

In nummer 09/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging uut Deever, is op bladzijden 24 en 25 als bladvulling het stukje tekst ‘de Doolhof’ uit het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder (uitgave Boekhandel van Goor, Diever, 1975) klakkeloos en zonder enige heemkundige kanttekeningen overgeschreven. Het betreft de navolgende tekst.

Aan de noordelijke rand van Diever, vlak aan het marktterrein, ligt een eendenvijver, ‘de Doolhof’ geheten. Deze naam heeft echter niets gemeen met de betekenis die men er aan zou willen geven. Hoe komt men dan aan deze bijzondere naam ‘de Doolhof” ?
D’r is een tijd geweest, dat er in Diever slechts enkele huizen om de kerk stonden. Op de plaats waar nu de eendenvijver ligt, was het toen een volslagen wildernis, aan de rand van zand en heide. De Dieverders kwamen er zelden. De es en het groenland lagen immers aan de andere kant van het dorp. Zodoende was het daar een ideale plaats voor het wilde gedierte. In deze wildernis heeft destijds waarschijnlijk een ‘loze’ Dieverse een grote kuil gegraven en er struiken omheen geplant, zodat er een ware eendenkooi of ‘dool’ ontstond. Wellicht van de Friezen afgekeken, omdat daar zo’n vanginrichting nog een ‘dool’ heet. Wie weet hoeveel ‘enten’ daar de nek zijn omgedraaid.
Toen Diever zich in deze richting ging uitbreiden, moest de dool verdwijnen en deed hij dienst als brandkuil. De eerste hof of boerderij bij de dool werd ‘de Doolhof’ genoemd. Zeer waarschijnlijk de boerderij van Sieme Smidt, die er de eenden en ganzen in liet zwemmen. De naam is later van de boerderij overgegaan op de brandkuil ‘de Doolhof’.
Het is dus voor de Dieversen een levensteken uit de grijze oudheid, die waard is behouden te blijven voor het nageslacht.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Het verhaal lijkt meer op een verzinsel, het is in elk geval geen met bronvermeldingen onderbouwd verhaal.
Zijn de bewoners van Deever nu Deeverders of Deeversen ?
Aan de noordelijke rand van Deever lagen en liggen de Noordesch en de Heezenesch, derhalve was het aan de noordelijke rand van Deever geen eenzame wildernis.
Aantoonbaar is dat op verschillende plaatsen in Deever en dicht in de buurt van meerdere boerderijen een braandkoele was gegraven voor de snelle en nabije beschikbaarheid van bluswater in geval van brand, bijvoorbeeld de braandkoele op de Brink, op ’t Kastiel, an ‘t Zwatte Pattie en aachter ’t Kleine Brinkie. Was de Koele van Van Wester ook een braandkoele ?
Arend Mulder beweert dat een doolhof een eeendenkooi is, dat valt gelet op de betekenis van doolhof te betwijfelen.
Arend Mulder beweert dat de dool moest verdwijnen om dienst te gaan doen als brandkuil. Het omgekeerde zal eerder het geval zijn geweest. De braandkoel’n raakten in onbruik, toen de gemotoriseerde brandspuit zijn intrede had gedaan in de gemeente Deever. Alle braandkoel’n werden gedempt, behalve blijkbaar de braandkoele op het marktterrein, daar werd een eendenvijver van gemaakt, nota bene voorzien van een omheining, waarvoor vervolgens de verkeerde naam ‘de Doolhof’ werd bedacht.
Het levensteken uit de grijze oudheid zal naar schatting zo’n 200 jaar oud zijn. Als het waard is dergelijke dode dingen te behouden voor het nageslacht, dan hebben de verschillende vrijwilligersploegen in Deever er een mooi en waardevol tijdverdrijf bij, namelijk het ontgraven en onderhouden van alle gedempte braandkoel’n.
Belangstellende bezoekers kunnen in de webstee encyclopediedrenthe.nl terecht voor gegevens over de schrijversloopbaan van Arend Mulder. In het boek ´Geschiedenis van de Drentse literatuur 1816/1956´ van Henk Nijkeuter wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de schrijver Arend Mulder.


Posted in Diever, Eendenvijver, Noordesch, Opraekelen | Leave a comment

Deepe joap’m in de ziele van de Deeversen

In de Leeuwarder Courant van 11 februari 2017 verscheen een twee-bladzijden groot artikel met de titel Een diepe kras in de ziel van Diever. Het artikel beschrijft een wandel- en fietsroute langs plaatsen in de gemiente Deever die getuigen van beladen gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Het twee-bladzijden grote artikel levert na verkleining een afbeelding op met een schier onleesbare tekst op, vandaar dat de tekst in dit bericht is geciteerd.

Een diepe kras in de ziel van Diever 
De Tweede Wereldoorlog liet in Diever diepe wonden achter. De Historische Vereniging Gemeente Diever maakt een tocht langs beladen plekken.
“Geen wonder dat de Duitsers die schuilplaats ontdekten, als de plek zo duidelijk met bordjes wordt aangegeven…” Fred Jansen kan er wel om lachen, waarom ook niet. Hij maakte het al een paar keer mee tijdens een rondleiding met een schoolklas naar het onderduikershol in de bossen tussen Diever en Wapse. Maar het is wel een lachje dat schuurt. Want als er iets is wat uit de onbevangen reactie van de kinderen naar voren komt, dan is het wel hoe moeilijk het is om een voorstelling te maken van het verleden, vooral als dat verleden een oorlog betreft. “En dat geldt heus niet voor kinderen.”
Diever heeft veel te verstouwen gehad in de Tweede Wereldoorlog. De bezetting liet diepe krassen achter in de ziel van het dorp, de diepste op het moment dat de bevrijders zich al hadden aangekondigd.
Er is de Historische Vereniging Gemeente Diever veel aan gelegen over dat verleden te vertellen. Jan Blaauw (1938), Bart Buiter (1941), Fred Jansen (1948) en Jans Tabak (1949) doen dat aan de hand van een tocht langs een aantal beladen plekken.
Het onderduikershol is een van die plekken. De schuilplaats tussen de destijds jonge dennen werd in 1943 gegraven door onderduikers die niet verplicht wilden werken in Duitsland. “Behoorlijk wat onderduikers waren van gereformeerde origine” vertelt Tabak, wijzend naar een bordje met daarop een Bijbeltekst uit Jesaja. Het invallende licht is net voldoende om te kunnen lezen Verberg de verdrevenen, verraad de vluchteling niet. Maar het bord buiten het hol is onverbiddelijk, het telt acht namen van mannen die werden opgepakt, nadat de Duitsers het hol in november 1944 ontdekten. “Drie andere mannen werden in de dagen daarna ook gearresteerd, slechts één keerde terug uit de concentratiekampen.
Noodlot
Was er een reden dat Diever zo zwaar werd getroffen ? Het is een vraag waarover het viertal van de historische vereniging de hele tocht niet raakt uitgepraat. Een pasklaar antwoord is natuurlijk ook niet te geven. Deels waren het ‘toevalligheden’, ‘een samenloop van omstandigheden die het noodlot veroorzaakte’, aldus de mannen. Een vliegtuig dat wordt neergeschoten kan immers overal terechtkomen, de werkkampen aan de weg naar Oude Willem dateren al van voor de oorlog en het onderduikershol in de bossen was heus niet het enige in Drenthe.
Maar er was meer aan de hand in Diever, zo blijkt uit de verhalen van de vier mannen. Die tekenen een beeld van een dorp waar je op je tellen moest passen. Zo was het oppassen geblazen voor de eigenaar van café Brinkzicht, een fanatiek lid van de NSB, en deed de postkantoorhouder belangrijk werk voor het verzet door berichten over aanstaande huiszoekingen door te spelen. De NSB-burgemeester vertrouwde daardoor ondertussen zijn politieapparaat niet meer en stelde orde op zaken. Op zijn verzoek kwam een groep landwachters uit het Westen naar het dorp.
Bloedgroep Norg
“Je kent de verhalen over de bloedgroep Norg ?” Op de Brink, in het hart van Diever, omsloten door de kerk, het voormalig gemeentehuis en café Brinkzicht, wijst Tabak naar het Schultehuis. “Mijn overgrootouders hadden hier een boerderij. In de oorlog werd het voorhuis gevorderd. Die landwachters namen hier hun intrek. Ze zijn in het Noorden berucht geworden door de gruweldaden die ze in Norg verrichten, maar in de omgeving van Diever hielden ze net zo huis.” Als voorbeeld vertelt Tabak over zijn overgrootmoeder, die hoorde hoe arrestanten met geweld tot praten werden gedwongen. “Het gegil ging door de muren heen.”
Het werd al genoemd: de diepste kras in de ziel liep Diever op in het zicht van de bevrijding. Bij het monument voor de oorlogsslachtoffers aan de rand van Diever, vertelt het kwartet hoe in de nacht van 7 op 8 april 1945 Franse parachutisten in de omgeving van het dorp landen. “Op 10 april leidde de komst van de parachutisten tot opwinding in het dorp. Het verzet durfde het aan de burgemeester te arresteren. Maar een naar Diever geëvacueerde NSB’er berichtte de in Steenwijk gelegerde Duitsers. Die kwamen met zo’n 150 soldaten en arresteerden lukraak mannen uit Diever.”
Buiter wijst naar een stel rodondendrons. “Daar stonden de mannen, elf stuks. Waarschijnlijk was het allemaal goed afgelopen als plots niet de Duitse commandant was komen opdagen, die was dronken en schoot meteen zijn machinegeweer leeg. Slechts één van de mannen overleefde door zich voor dood te houden. Een gruwelijke gebeurtenis, twee dagen voordat het dorp werd bevrijd.”

Het bijschrift bij de negen-luiks afbeelding luidt als volgt:
Met de klok mee, vanaf linksboven: de Hoofdstraat in Diever; het Oer-museum (Schultehuis); het monument voor de omgekomen bemanning van de geallieerde bommenwerper; het onderduikershol; plaque van de gemeente Diever; foto’s van de vermoorde verzetsmensen uit het onderduikershol; café Brinkzicht; de vier gidsen van de route: Fred Jansen, Jans Tabak, Jan Blaauw en Bart Buiter.

De tekst onder het kopje Bommerwerper luidt als volgt:
Op 22 november 1943 stortte een Canadese Halifax bommenwerper neer ten noorden van Diever. Alle inzittenden – zes Canadezen en een Engelsman – kwamen daarbij om het leven. In het bos staat een gedenksteen, de bemanningsleden zijn begraven op het kerkhof in Diever.

De tekst onder het kopje Werkkampen luidt als volgt:
Als antwoord op de grote werkloosheid werden in de jaren dertig van de vorige eeuw werkkampen opgericht. Werkloze arbeiders werden gedwongen de woeste grond te ontginnen. Diever A en Diever B waren twee van die kampen. In de oorlog bracht de Duitse bezetter er Joodse mannen onder. In 1942 werden zij overgebracht naar kamp Westerbork. Na de oorlog dienden de kampen voor de opvang van evacués en vermeende landverraders.

De beschrijving van de route luidt als volgt:
Lengte: 12 kilometer
De route kan zowel wandelend als fietsend worden afgelegd.
Start: Brink in Diever.
Aan de Brink staat het Schultehuis (thans Oer-museum), het voormalige gemeentehuis en café Brinkzicht, hoofdrolspelers in dit verhaal.
Ga de Hoofdstraat in, links van café Binkzicht.
Hoofdstraat 15, 13 en 11 waren de woningen van de notabelen van het dorp: de huisarts, de schoolmeester en de burgemeester. In de oorlog stonden de huizen iets buiten de bebouwde kom.
Op T met N855 LA, fietspad.
Bij P21504 RA, Doldersummerweg.
Bij P21642/fietsknooppunt 59 RA.
Bij P23273 RA naar onderduikershol en weer terug, sla bij P23273 RA om route te vervolgen.
Bij P24357 RA, een gravelfietspad.
Op T met P24358  LA naar gedenkplaat en informatiebord werkkampen Diever A en Diever B, dan terug langs P24358 en even verder bij P24359/fietsknooppunt 67 LA naar gedenksteen voor omgekomen piloten.
Terug naar P24359/fietsknooppunt 67 en LA.
Bij marktbrink aan dorpsrand Diever staat links een gedenksteen voor oorlogsslachtoffers, de rodondendrons daarachter markeren de plek waar lukraak opgepakte Dievenaren werden gefusilleerd.
Links ligt ook de begraafplaats, de ingang is aan de dorpszijde. Om de graven te bezoeken: op begraafplaats RA en neem eerste pad links voor de graven van de piloten, neem het derde pad voor de gefusilleerde Dievenaren.
Na begraafplaats route vervolgen.
Sla LA op driesprong bij Dorp, Ten Darperweg.
Neem tweede weg RA, Peperstraat, terug naar Brink.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is van mening dat de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever driewerf hulde verdienen voor het uitzetten van deze belangwekkende wandel- en fietsroute langs plaatsen die getuigen van beladen gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Hulde, hulde, hulde. Deever heeft zijn toeristische bewegingspakket met wéér een belangwekkende wandel- en fietsroute uitgebreid !! Wellicht is de beschrijving van deze route bij het V.V.V.-kantoor op het marktterrein an de Bosweg in Deever te verkrijgen, anders even een afdrukje van dit bericht maken.
De redactie geeft de heemkundige vereniging uut Deever in overweging de afbeelding van 9 fotootjes bij het artikel in de Leeuwarder Courant uit te geven als een zo genoemd 9-luiks kleuren ansichtkaart.
De wandel- en fietsroute zou onder meer nog kunnen worden uitgebreid met een bezoek aan de Canadezen-boom an de Kloasterstroate en de plek bee’j ut Aar’mhuus waar de Franse commando’s in de nacht van 7 op 8 april 1945 landden. Ook een mooi bezoekpunt zou zijn geweest het oude postkantoor van de familie Schoemaker, maar dat is helaas afgebroken; op die plek staat nu een woonhuis. En wat te denken van de mogelijkheid het huis van Geert Koster in de route op te nemen ?
De redactie heeft in het Deevers Archief al in heel veel berichten aandacht besteed aan het gebeurde in de gemiente Deever in de Tweede Wereldoorlog en beseft zich ten zeerste dat nog aan heel veel tweede-wereld-oorlog-onderworpen aandacht moet worden besteed.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief zou -alvorens de beschreven route te voet of te fiets af te leggen – bijvoorbeeld de volgende berichten kunnen lezen:
De vijand diensten bewezen in de oorlogstijd;
N.S.B.-propagandabijeenkomt in café Balsma in de Tweede Wereldoorlog;
Franse commando’s arresteren N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus;
Gees de postbeambte kijkt me triomfantelijk aan;
Plaatselijk distributiekantoor leeggehaald;
– De gemeentelijke dokterswoning op de Noordesch;
De gemeentelijke burgemeesterswoning op de Noordesch;
Eerste plattegrond van het onderduikershol;
 En meldt den omzwervende niet;
 Oorlogsvijanden sluiten nu vrede;
Twee doorvoerkampen voor joden in de Olde Willem;
Kinderkampen voor opvang van kinderen van N.S.B.’ers;
Teeg’n de wal bee’j de kaarkhof van Deever;
Fritz Habener – de moordenaar van 10 april 1945;
De graven van de geallieerden op de kaarkhof van Deever;
– De landingsplaats van de Franse commando’s bee’j ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg;
Canadezen-boom op 12 april 1985 geplant in Deever;

..

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Oorlogsvijanden sluiten nu vrede

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 23 augustus 1989 het navolgende bericht over de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph, die in de Tweede Wereldoorlog werd neergeschoten boven Zuidwest-Drenthe en enige tijd in het Onderduikershol op Berkenheuvel heeft gezeten.

Luchtgevecht boven Zuidwest-Drenthe in 1944
Oorlogsvijanden sluiten nu vrede
Van een onzer verslaggeefsters. Meppel.
‘Dit is een grote dag. Ik ben blij dat ik dit nog mag meemaken.’ Ernst Scheufele (66) uit het Westduitse Beinsheim kon zijn emoties gistermiddag in Meppel nauwelijks onderdrukken. En ook de 71-jarige Harry A. Dolph uit de Amerikaanse staat Texas was zichtbaar ontroerd. Het was voor beide heren dan ook een bijzondere dag. Voor het eerst na 45 jaar konden ‘de vijand’ en de ‘held’ elkaar als vrienden in de armen sluiten.
Op 15 augustus waren Scheufele en Dolph betrokken bij een luchtgevecht boven Zuidwest-Drenthe. Tijdens dat gevecht kwamen negentien Amerikanen en vier Duitsers om het leven. Maar luitenant Scheufele landde met zijn kist, een Messerschmidt 109, veilig op de luchthaven in Havelte. En Dolph, die die als schutter aan boord was gegaan van de bommenwerper B24 True Love, kon zichzelf met zijn parachute in veiligheid brengen.
Verstopt
‘Ik verstopte me in de bossen bij Havelte’, herinnert Dolph zich. ‘Ik had namelijk vernomen dat de Duitsers de jacht hadden geopend op Amerikaanse parachutisten. Drie dagen later kwam ik in contact met Peter van den Hurk. Hij verklaarde dat hij van de Verzetsgroep Meppel was en dat hij me ergens zou laten onderduiken.’
Van den Hurk, die gisteren als gastheer van Scheufele en Dolph optrad, zegt dat het op dat moment het belangrijkste was Dolph zo snel mogelijk in veiligheid te brengen. ‘Ik bracht hem naar weduwe De Groot in Meppel, die wel vaker Amerikaanse piloten verborgen hield. Na twee weken werd Dolph overgeplaatst naar het onderduikershol in Diever. Daar heeft hij zich zeker acht maanden schuil gehouden. Uiteindelijk werd hij op 15 april 1945 in Dokkum door de Royal Canadian Dragoons bevrijd’, aldus Van den Hurk.
Ooggetuige
Het was de Groninger Jan Mulder, op 14-jarige leeftijd in Ruinen ooggetuige van het luchtgevecht, die na jarenlang speuren  een ontmoeting tussen Scheufele, Dolph en Van den Hurk wist te bewerkstelliggen. En gisteren was het dus zover. ‘We waren natuurlijk erg nerveus. Maar toen we elkaar eenmaal de hand hadden gedrukt, was het ijs gebroken’, zegt Van den Hurk. ‘In kleine kring hebben we de strijders die tijdens het gevecht waren gedood, herdacht.’
Dolph kijkt nog eens naar zijn voormalige vijand. ‘In 1944 waren we nog jong, en deden we wat ons werd opgedragen. Maar Scheufele is een beste man. Ik wil hem zeker nog eens ontmoeten.’

Het bijschrift van de foto luidt als volgt.
Oorlogsvliegers bijeen met links de Duitse jachtvlieger Ernst Scheufele en rechts de Amerikaan Harry A. Dolph. Tussen hen in link Jan Mulder en rechts Peter van den Hurk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Als de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph op 15 augustus 1944 is neergeschoten en de Duitse bezetter het onderduikershol op Berkenheuvel op 22 november 1944 overviel en vernielde, dan kan de Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph geen acht maanden in het hol ondergedoken hebben gezeten, hooguit drie maanden.
Wellicht was het geheugen van de 71-jarige Amerikaanse boordschutter Harry A. Dolph in 1989 – 45 jaren na het gebeurde – wat wokkelig geworden en verdraaide hij acht maanden met acht weken of acht dagen. 
De redactie zal – voor zover mogelijk – uit andere bronnen proberen te achterhalen hoe het precies heeft gezeten.


Posted in Onderduikershol, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ver-geet-mij-niet – Trijntje Berends – Wapse 83

De redactie van het Deevers Archief is zich voortdurend bewust van het feit dat de redactie in het Deevers Archief te weinig aandacht besteed aan Wapse, bestaande uit Ten Darp en de vier omliggende kluften Soerte, ’t Noave, Veenhuus’n en Veldhuus’n en wil dat graag veranderen.

Bijgaande afbeelding toont een zwart-wit ansichtkaart, een door verzamelaars zo genoemd vierluik, omdat op de ansichtkaart vier kleine foto’s zijn te zien. Deze kleine foto’s tonen de zuivelfabriek ‘Ons Belang’, een gezicht op één de kluften (welke kluft ?), een veenplas (welke veenplas ? Diepenveen ?) en de boerderij van de familie Veenhuis aan de Ten Darperweg. Wie woonden in 1970 in het huis links naast de zuivelfabriek ? Van wie was het Volkswagen-busje vóór de fabriek ?
De uitgevers van deze kaart waren Henny Koning’s Zelfbediening en Café Louwes in Wapse, nu niet meer bestaande neringdoenden. De redactie weet niet, maar zou wel graag willen weten, welk bedrijf deze ansichtkaart heeft gedrukt.
De zwart-wit ansichtkaart is op 28 juli 1970 afgezonden. De afzendster is Trijntje Berends, die woonde op het adres Wapse 83. Wat is het tegenwoordige adres van de woning die in 1970 als adres Wapse 83 had ?
Wie was toch die Trijntje Berends en waar is toch die Trijntje Berends gebleven ? Wie het weet, die mag het de redactie natuurlijk melden. Ze stuurde de ansichtkaart naar J.W.J. de Wit, Paterswoldseweg 111, Groningen met de uitdrukkelijke tekst Ver-geet-mij-niet.

Waar het de redactie bij het tonen van deze afbeelding met name om gaat, dat is om de te kleine afbeelding van ‘de botterfebriek’  De coöperatieve landbouwvereniging voor boterbereiding en aanschaffing van veevoeder en kunstmeststoffen ‘Ons Belang’ te Wapse, gemiente Deever werd in 1897 opgericht. In november 1966 fuseerde de zuivelfabriek van Wapse met de zuivelfabriek van Deever. Op 1 mei 1970 werden beide fabrieken gesloten.

De redactie wil graag meer afbeeldingen van binnen en buiten de zuivelfabriek ‘Ons Belang’ in het Deevers Archief tonen en roept zijn bezoekers op de foto-albums in te duiken, mooie afbeeldingen te scannen en deze de redactie te doen toekomen. Bij voorbaat bijzonder hartelijk dank voor de te nemen moeite. De Wapser gemeenschap verdient het.

Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Neringdoenden, Wapse, Zuivelfabriek Wapse | Leave a comment

Koffiezaal van pension-theehuis ‘de Zandkamp’

Op 21 april 1965 verscheen in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) het volgende afgebeelde bericht over de opening van pension-theehuis ‘de Zandkamp’ door burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd).

De Zandkamp geopend
Diever –
Donderdagmiddag heeft burgemeester J.C. Meyboom het pension-theehuis van de heer H. Kamphuis aan de Hezenes te Diever bij het parkeerterrein van het openluchttheater officieel in gebruik gesteld door onthulling van een boven de schouw in het pand aangebracht bord met genoemde benaming van het pension.
Dank zij de vlijt en het doorzettingsvermogen van het echtpaar Kamphuis is het zover gekomen, dan men thans gereed is om pensiongasten te ontvangen.
Gezien de grote vraag, die op dit punt in Diever bestaat betekent ‘de Zandkamp’ aan de rand van Dievers uitgestrekte bossen een welkome aanwinst.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie dacht eerst dat de foto voor de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart was gemaakt in de recreatiezaal (kantine) van het niet meer bestaande (afgebroken) kampeercentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge. 
Na enig zoeken naar de ansichtkaart en bij nader inzien is op de afbeelding van deze zwart-wit ansichtkaart de koffiezaal (recreatiezaal) van pension-theehuis ‘de Zandkamp’ van de familie H. Kamphuis in het Grünedal an de Hezenesch te zien.
Her mag toch wel een beetje merkwaardig worden genoemd dat het pension-theehuis een koffiezaal had. Wellicht duikt vroeg of laat ook een ansichtkaart op van het interieur van de theezaal.
Het interieur van de koffiezaal straalt krachtig de knusse en kneuterige sfeer van recreatieondernemingen in de zestiger jaren van de vorige eeuw uit.
De redactie kan boven de schouw in de koffiezaal geen bord met de naam ‘de Zandkamp’ ontwaren. Of hing het bord boven de schouw in de theezaal ?
De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in juli 1965 uitgegeven door H. Kamphuis, eigenaar van pension-theehuis ‘de Zandkamp’, Hezenes 26, telefoon 05219-1793. De kaart is gedrukt bij JosPé in Arnhem.
De ansichtkaart is uitgegeven in het jaar dat pension-theehuis ‘de Zandkamp’ in gebruik werd genomen. Wellicht is het de eerste interieurfoto van dit pand.


Posted in Ansichtkaarten, Diever, Groenendal, Heezenesch, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Canadezen-boom op 12 april 1985 geplant in Deever

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 29 maart 1985 verscheen het volgende korte, maar daarom niet minder belangwekkende berichtje.

Maple leaf in Diever
Diever. Bij wijze van hommage aan ‘onze Canadese bevrijders’, zoals burgemeester H.G. Overweg het noemde, zal op 12 april om vijf uur een boom worden geplant tegenover het politiebureau van Deever. Op die dag is het 40 jaar geleden dat Diever werd bevrijd door de Canadese troepen.
Er zal een esdoorn worden geplant. Zoals bekend is de maple leaf, het blad van deze boom, het Canadeze symbool.

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 15 maart 1985 verscheen het volgende korte, maar daarom niet minder belangwekkende berichtje, nota bene met een foto.

Canadezen-boom
Ter herinnering aan de bevrijding van Diever is nabij het politiebureau een esdoorn geplant. Dit gebeurde uit erkentelijkheid voor de inzet van de Canadezen die veertig jaar geleden de gemeente Diever bevrijdden van de Duitse overheersing.
Na een korte toespraak van burgemeester H.G. Overweg werd de boom door de vier fractievoorzitters, te weten mevrouw A. Seinen-Brunsting (VVD), W. Dooren (PvdA), IJ. van der Veen (CDA) en J. Lok (Gemeentebelangen) in de grond gezet.
Dat het juist een esdoorn is, heeft te maken met het blad. Dit blad, de maple leaf, is het nationale symbool van Canada.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Canadese vlag met het esdoornblad (maple leaf flag) werd nota ben pas in 1964 aangenomen en in 1965 in gebruik genomen. Voor die tijd was het een officieus symbool voor de Canadezen.
In de symbolen van de Royal Canadion Dragoons, die Noord-Nederland bevrijdden in april 1945, komt ook geen esdoornblad (maple leaf) voor.
De redactie heeft de twee kleurenfoto’s op 21 januari 2016 zo rond 15.00 uur gemaakt. Het had die dag een beetje gesneeuwd. Op de kleurenfoto is te zien dat de zonnepanelen op het dak achter de alweer flinke ‘maple’ bedekt zijn met een laagje sneeuw.
De ‘maple’ staat in het veldje op de hoek van de Vlasstroate en de Kloosterstraote in Deever. Bij de ‘maple’ is – zoals gebruikelijk in de gemiente Deever – een niet al te grote zwerfsteen neergezet, waaraan een bordje is vastgezet met vier bolle plaatstaalschroeven.
De tekst op het bordje luidt als volgt:
Op 12 april 1985 werd deze esdoorn geplant door de fractievoorzitter uit de gemeenteraad. Als herinnering aan de bevrijding van Diever 40 jaar eerder.
Het is een tamelijk armoedig bordje en de hoofdbeleidsmedewerker van de voorkant voor het gelijk, die verantwoordelijk is voor het bedenken van juiste teksten voor gemeentelijke gedenktekens, kwam met een erg armoedige niet-eenduidige tekst; bovendien moet het woord ‘als’ met een hoofdletter worden geschreven. Zo worden de Canadese bevrijders van het Eerste Canadese Leger niet eens genoemd op het bordje, dit in tegenstelling tot de twee krantenberichten. Hoe anders herdenkt de gemeente Leeuwarden diezelfde bevrijders met een mooie plaquette, die is ingemetseld in de voorgevel van het gemeentehuis in Ljouwert.
Bij de ‘maple’ staat een bankje. De vraag is: wie is de sponsor van dit bankje ? Want de voorkant van het gelijk wil het aankopen, het plaatsen, het beheren en het onderhouden van dit soort straatmeubilair in de gemiente Deever zo veel mogelijk, liefst volledig, met particulier geld en particuliere arbeid betalen.
En wie sponsort het onderhouden van de ‘maple’ of wie heeft het onderhouden van de ‘maple’ geadopteerd ? Want die was op 21 januari 2016 zo te zien wel aan een snoeibeurt toe !


Posted in Canadeze bevrijders, Canadian First Army, Gemeente Diever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Vooral niet betalen met de Spoel

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 6 april 1998 verscheen het volgende bericht over de introductie van het door de leden van de handelsvereniging Deever – die zichzelf ondernemer noemen – geproduceerde en geaccepteerde betaalmiddel met de naam Spoel. 

Betalen met het Spoeltje
……
De ondernemersbeurs wordt donderdagavond 9 april om 19.00 uur officieel door de burgemeester van Westenveld Anne Meijer geopend. Vanaf dat moment heeft Diever een eigen betaalmiddel en wel het Spoeltje.
Vooruitlopend op de Euro is dit een geldig betaalmiddel in Diever met een waarde van zegge en schrijve vijf gulden.
Dinsdag gaat de burgemeester met de heren E. Brugging, J. Kuiper en A. Wemmenhove, allen ondernemers uit Diever, naar de Rijksmunt in Utrecht. Meijer zal daar het eerste Spoeltje slaan.
Het Spoeltje is ontworpen door de Nederlandse Munt. De achterzijde van het muntstuk toont het wapen van de voormalige gemeente Diever. De voorzijde is voorzien van het beeld bij de Nederlands hervormde kerk, wat voorstelt Titania de elfenkoning en Spoel de Wever uit het stuk de ‘Middernachtsdroom’. Vandaar de naam Spoeltje.
…..

In de Drentsche en Asser Courant van 4 april 1998 verscheen het volgende bericht over de introductie van het door de leden van de handelsvereniging Deever – die zichzelf ondernemer noemen – geproduceerde en geaccepteerde betaalmiddel ‘Spoeltje’.

…..
De ondernemers in Diever zijn sneller dan de Europese politici. Vooruitlopend op de Euro introduceert de handelsvereniging Diever donderdag het vijfguldenstuk het Spoeltje. De komende vijf jaar is het muntstuk een wettig betaalmiddel in Diever
De munt is in het reguliere betalingsverkeer van cupro-nikkel, maar voor de verzamelaars is de munt ook in zilveren en gouden uitvoering te verkrijgen. Het Spoeltje is ontworpen door de Nederlandse Munt.
Burgemeester A. Meijer van Westerveld reisde gisteren naar Utrecht om de eerste Dieverder Spoel te slaan bij de Rijksmunt.
De achterzijde van de munt laat het wapen van de voormalige gemeente Diever zien. Op de voorkant staat het beeld dat bij de nederlands hervormde kerk van Diever staat. Dit beeld stelt Titania de elkfenkoningin en Spoel de Wever voor uit de Midzomernachtsdroom van Shakespeare. Het nieuwe muntstuk van Diever wordt donderdag gepresenteerd bij de start van de ondernemersbeurs Diever.
…..

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft de introductie van het plaatselijke betaalmiddel met de naam Spoel (zie de afbeelding van de munt van de munt) altijd als een speelse en niet serieuze actie, maar ook als een lepe uitmelkactie van het merk Shakespeare van de Deeverse neringdoenden -leden van de handelsvereniging Deever, die zichzelf ondernemer noemen – beschouwd.
Wie in Deever betaalde de rekening van de Rijksmunt in Utrech ? Het zullen de kopers van de munten zijn geweest.
De redactie trekt uit niet eens zo nauwkeurig koekeloeren naar de kop (kop of munt) van het cupro-nikkelen (legering van koper, nikkel, ijzer en mangaan) muntstuk de conclusie dat een afbeelding van elfenkoningin Titania en wever Spoel of een afbeelding van het beeld bij de kerq op de brinq in geen velden of wegen is te bekennen.
Of stonden de elfenkoningin Titania en de wever Spoel als kop op de dure zilveren en gouden uitvoering van de munt voor verzamelaars ?
De redactie ziet op de kop (kop of munt) van de cupro-nikkelen munt wel de figuren Prospero en Ariel uit de romantische komedie De Storm van William Shakespeare staan.
Maar waarom maakt het ijverige plaatselijke correspondentje van de Olde Möppeler en waarom maakte de verslaggeefster van de Drentsche en Asser Courant dan hiervan geen gewag in hun berichtje ? Zaten zij te snurken ? Of zijn ze door de neringdoenden – leden van de handelsvereniging in Deever – niet goed voorgelicht?
De Deeverse bevolking deed natuurlijk niks met deze munt, het werd een regelrechte flop. Wie was bereid moeite te doen deze munten bij de RABO-bank te kopen en vervolgens met die munten pruimtabak of havermoutse pap te gaan kopen ? En wisselgeld krijgen in de vorm van rijksdaalders, guldens, kwartjes, dubbeltjes, stuivers en centen. En dan weer bij de RABO-bank een nieuwe voorraad spoelen te kopen. En ook de neringdoende gingen naar de RABO-bank om de ontvangen spoelen in te wisselen tegen harde guldens.
Nee, de Spoel, die naam staat wel op de munt (kop of munt) van het muntstuk, ook de cupro-nikkelen versie van deze munt, zal een verzamelobject zijn geworden. Wie weet hoeveel guldens de Deeverse neringdoenden – die zichzelf ondernemer noemen – en de RABO-bank hebben verdiend aan de verkoop van de cupro-nikkelen, zilveren en gouden uitvoering van de Spoel.
Het was ook 
slim in de cupro-nikkelen versie van de Spoel een gat te slaan en daar een kettinkje met een sleutelhanger aan vast te maken, en die vervolgens voor acht of tien gulden te verkopen aan openluchtspel-prullaria-verzamelaars, zoals de redactie van het Deevers archief.
In het berichtje in de Drentsche en Asser Courant is sprake van een wettig betaalmiddel. Dat is natuurlijk onjuist. Een wettig betaalmiddel is een door de overheid aangewezen geldsoort, die als betaalmiddel moet worden geaccepteerd. En aan die eis voldeed de spoel niet.

 

Posted in Algemeen, Diever, Neringdoenden, Openluchtspel | Leave a comment

Abe Brouwer heft ’t drok in Deever

In een Fries periodiek verscheen in 1957 het navolgende in het Fries geschreven bericht over de Friese straatmaker-schrijver Abe Brouwer, die van 1957 tot zijn pensionering in 1966 woonde en werkte in Deever.
De redactie heeft het vermoeden dat het merendeel van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief de Friese taal niet machtig is, daarom heeft de redactie het bericht voor het leesgemak en het leesplezier benaderd in het Deevers.

Abe heft ’t drok in Deever
Bee de uutvoering van ‘Veel leven om niets’ van Shakespeare’ in ’t oop’mlochttheater in Deever, hei’w in de schoft eempies de geleeg’nheid ekreeg’n um de Freese roman- en toneelskriever Abe Brouwer de haand te schudd’n en mit hum te proat’n. Dat mögt’n wee oens nee’t loat’n ontkoo’m, now wee in Deever waar’n, woar disse skriever now woont, want allicht bint de meins’n beneeit te weet’n hoe ’t hum doar bevalt en of hee miskien ok neej waark under haan’n hef.
Um de as Antonio vermomde Abe Brouwer te vien’n völ oens neet mit, moar langeleste kreeg’n wee hum toch bee’j de haand en an de proat, woar vansölf neet alle tied veur was.
Wee bint toch wel soveule te weet’n ekoo’m dat Brouwer tot now toe tied tekötte kom’p. Nee’t allennig deur sien neeje waark, moar ok deur disse uutvoering, woarveur see vanof 1 maert alle daeg’n an ’t rippeteer’n ewest bint. Ja, so hebt see dat in Deever loat’n see’n, van 1 meart tot de uutvoering op 1 juni, elke dag rippeteer’n op ’t toneel ! Wilt oense Freese toneelspeulers doar eempies acht op sloan ?
Vansölsspreek’nd dat ’t oens good lek dat Brouwer doar so gau al sien plekke in de Deeverse gemienschop meug innee’m en de kaans kreg hum as toneelman uut te lee’m. En dat hee sien plekke in disse toneelploog mit ere innemp en mit gemak, dat hei wee bee’j de uutvoering könn’n see’n.
Dat Brouwer tot now toe narungs aans an toe ekoo’m is, dat kö’j wel roa’n, moar ’t lek oens toe dat hee vrogger of laeter wel weer sal goan skrie’m. Tetman kön ’t indertied ok nee’t loat’n en Abe sal ’t ee’mmin könn’n loat’n. Olde liefde blef en roest nee’t.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie beging de stomme fout niet te noteren in welk periodiek en op welke datum het bericht is gepubliceerd, dat moet hij nog opnieuw gaan uitzoeken.
Abe Brouwer, sien vrouw en heur jongste seune woond’n ièrst op ut adres Veentiesweg 3 en laeter an de Kloosterstroate noast Lu Broer en Engeltje van Delden. Ut huus an de Kloosterstroate is esloopt en besteat dus nee’t meer. Ut huus an de Veentiesweg hef now as adres Veentiesweg 5.
De journalist van het artikeltje had wel gelijk, Abe Brouwer kon uiteraard ook in Deever het schrijven niet laten. Hij schreef in zijn Deeverse periode de delen 1, 2 en 3 van zijn roman Springtij; zie de bijgevoegde afbeelding.

Posted in Abe Brouwer, Deevers, Deeverse dialect, Openluchtspel | Leave a comment

Ouderwets Hollands Hamlet’s Super Snoepje

In het dagblad van het Noorden verscheen op 26 juni 2003 op bladzijde 14 het artikel Ruimschoots op tijd voor de Vrolijke Vrouwtjes. In het artikel komt onder het kopje Streekgebonden het navolgende stukje informatie over de Dieverder Spoeltjespot voor.

Dieverder Spoeltjespot
Shakespeare-dorp Diever mag niet worden verlaten zonder de aanschaf van de Dieverder Spoeltjespot, een zeskantig glazen potje gevuld met circa 200 gram ouderwets Hollands snoep, bereid op natuurlijke basis.
Het assortiment bestaat uit tien soorten. Op elk potje is een Dieverse munt, het Spoeltje geplakt. De munt is vernoemd naar Spoel de Wever uit Shakespeare’s Midzomernachtsdroom, Mijn keus viel op Hamlet’s Super Snoepjes, een anijsachtige salmiak lekkernij.
Op de ‘gouden’ Spoel-munt zijn Prospero en Ariel uit Shakespeare’s in 1612 geschreven stuk The Tempest afgebeeld.
De Spoeltjespotten zijn bij diverse winkels in diverse Diever verkrijgbaar, echter (voorlopig) niet bij de V.V.V. Uitverkocht !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De neringdoenden in Deever doen steeds verwoede pogingen het merk Shakespeare uit te baten op de golven van het succes van het Openluchtspel.
In 2003 werd de Spoeltjespot aan de man of de vrouw gebracht.
Vooral het feit dat ouderwetse Hollandse snoepjes (Batta Bolding in de Heufdstroate verkocht in de vijftiger jaren van de vorige eeuw de echte in haar winkeltje) in 2003 werden verkocht als bijvoorbeeld Hamlet’s Super Snoepjes getuigd van boerenslimheid. 
Maar hoe streekgebonden zijn ouderwetse Hollandse (niet Deeverse) snoepjes verpakt in een glazen of plastic of stenen pot te noemen ?
De vraag is wie heeft nog een al dan niet gevulde Spoeltjespot ?
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie helpen aan een afbeelding van een Spoeltjespot ?  
 

Posted in Diever, Shakespeare-gedoe | Leave a comment

De halte van de stoomtram van de N.T.M. an de Gowe

Jan Krol kreeg op 15 maart 1905 vergunning van burgemeester en wethouders van de gemiente Deever voor het verbouwen van zijn woning an de Gowe (de Geeuwenbrug), met daarin een boerderij en een vergunning (café). Bij de aanvraag voor de verbouwing had Jan Krol ook een tekening gevoegd. De voorgevel van het te verbouwen pand is hier als afbeelding opgenomen.

Dat de voorgevel wel volgens tekening moet zijn verbouwd, dat is deels te zien op de tweede afbeelding. De foto voor deze afbeelding is in 1928 gemaakt door Jacob Zandstra, stationschef van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij in Assen. Jacob Zandstra (overleden in Sneek op 21 april 1939 op 49-jarige leeftijd) maakte in 1928 een reisje met de stoomtram van Hijkersmilde naar Meppel en weer terug. Tijdens zijn uitstapje heeft hij onderweg een aantal foto’s gemaakt, waaronder foto’s van de tramhaltes van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) langs de Drentsche Hoofdvaart.
An de Gowe heeft hij merkwaardig genoeg geen foto van de stoomtram en de brogge gemaakt, maar wel een foto van de boerderij met café an de brogge.
Op de voorgevel staat: tramhalte Geeuwenbrug.
Op de foto is ook een zwaar beladen doorbuigende kar van een melkrijder of een vrachtrijder van de botterfebriek uut Eemster (?) te zien; aardig wat melkbussen, een pongel met meel, een kistje, een vaatje boter (?).
Werden deze goederen vanaf de kar overgeladen in een goederenwagon van de tram ? Zo te zien wel, want de beide mannen vóór de kar dragen immers een soort van officiële pet. De man aan de linkerkant houdt wat paperassen in zijn linkerhand vast.
De redactie weet niet wie deze mannen zijn. Is de man áchter de kar de melkrijder of de vrachtrijder ?

De derde afbeelding dateert uit juli 1972, uit de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart. Op de afgebeelde ansichtkaart is het café van Willem Jonkers (Zwatte Henderkie), adres Geeuwenbrug 10, te zien. Op de voorgevel is de naam Geeuwenbrug nog steeds te lezen. Let ook op de hoge televisieantenne op het dak van het café. De ontvangst van de televisiesignalen moet geweldig zijn geweest met de zo dichtbije hoge televisietoren op de Smilde. Had men an de Gowe eigenlijk wel een antenne nodig ?

Abracadabra-470

Abracadabra-472

Abracadabra-471

Posted in Ansichtkaarten, Café Jonkers, Geeuwenbrug, Stoomtram, Vervoer | Leave a comment

Verblijfplaats van boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!’

De redactie van het Deevers Archief vroeg een tijdje geleden in het bericht Op zoek naar ‘Sorry, mister Shakespeare …!’ de redactie op het spoor te zetten van het boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!’ van de Friesche schrijver Abe Brouwer, die jarenlang in Deever heeft gewoond, gewerkt en geschreven. Hij woonde eerst an de Veentiesweg (toen nummer 3) en later an de Kloosterstroate (huis is afgebroken).

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 26 juni 2015 liet de heemkundige vereniging uut Deever via de plaatselijke correspondent het volgende bericht (zie de bijgevoegde afbeelding) in genoemde krant publiceren:
Historische vereniging zoekt boek Brouwer
Diever. De Historische vereniging gemeente Diever is op zoek naar het boek ‘Sorry, mr. Shakespeare’. Het boek is geschreven door Abe Brouwer, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw stratenmaker, schrijver en dichter in Diever.

Op 28 juni 2017 stuurde Menno Nijmeijer de volgende reactie naar de redactie van het Deevers Archief.
Geachte redactie van het Deevers Archief,
Ik ben de kleinzoon van Abe Brouwer – hij was mijn pake – en ik heb misschien een antwoord op jullie vraag naar een exemplaar van het boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!.
Het manuscript is eigenlijk nooit uitgegeven. Het boek is helaas niet in ons bezit.
Toen mijn pake was overleden heeft mijn moeder (de dochter van Abe Brouwer) contact gezocht met Freark Dam, die is de oprichter van het Friese Documentatiecentrum. Hij heeft uit de nalatenschap van pake veel van zijn werk meegenomen. Hoogstwaarschijnlijk ook het manuscript van ‘Sorry, mister Shakespeare …!’
In Leeuwarden zit Tresoar. Dat is het voormalige Friese Documentatiecentrum. Daar kan een exemplaar aanwezig zijn.

Het was voor de redactie een hele verrassing deze reactie op het bericht in het Deevers Archief te mogen ontvangen van een kleinzoon van Abe Brouwer. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Mevrouw Wieke de Haan van Tresoar antwoordde op 4 juli 2017 op de vraag over de aanwezigheid van het boek in Tresoar het volgende:
Goedemorgen,
Ja hoor, we hebben het gevraagde:
https://tresoar.on.worldcat.org/search?databaseList=&queryString=Sorry%2C+mister+shakespeare
Dit zijn de gegevens:
‘Sorry, mister Shakespeare …! : di(e)vertimento van een stienelegger’ / Abe Brouwer;
Materiaalsoort: Gedrukt boek;
Publicatiejaar: [1981];
OCLC-nummer: 71454365;
In bezit van: Tresoar;
Publicatie: [Sneek: Abe Brouwer], [1981];
Fysieke beschrijving: 140 bladzijden: portret; 30 cm;
Taal: Nederlands.
Mei freonlike groetnis,

Wieke de Haan
Meiwurkster ynformaasje en presintaasje
Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum
Bûterhoeke 1, 8911 DH, Ljouwert

Het blijkt – na het aanklikken van de link – dat het manuscript van Abe Brouwer én de gedrukte versie van het manuscript aanwezig zijn bij Tresoar. Het manuscript kan natuurlijk niet worden geleend. Het gedrukte boek uiteraard wel.
Maar het boek kan ook gewoon via de Bibliotheek worden geleend.

In de Elburger Courant van 28 augustus 1970 verscheen een advertentie (zie de bijgevoegde afbeelding), waarin wordt aangekondigd dat de bekende schrijver-verteller Abe Brouwer zal spreken over zijn nieuwste en Nederlandse (dus niet in het Fries) en in Deever gesitueerde roman: Sorry, mister Shakespeare …! : di(e)vertimento van een stienelegger.
Een optreden van de gepensioneerde straatmaker-schrijver-dichter-verteller-voordrager-toneelspeler Abe Brouwer in het schnabbelcircuit !
Maar welke straat is de Corn. str. en in welke plaats is deze straat te vinden. Elburg ?


Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Diever, Openluchtspel, Schrijvers | Leave a comment

Anne Mulder sprak het allereerst in het openluchtspel

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.
Tussen de documenten zat ook een door hem zelf getypt verhaaltje met correcties – zie bijgaande afbeelding – over het eerste openluchtspel in Deever en zijn eigen rol als hertog Theseus in dat openluchtspel.

Waarom Shakespeare-toneel in Diever ?
De arts L.D. Broekema, die in juli 1945 huisarts te Diever werd, voelde veel voor toneelspel. Een toneelvereniging werd opgericht met Broekema als regisseur. Als eerste toneelstuk werd ‘de verdwenen ring’ van Jan Fabritius gespeeld.
Maar in dat stuk speelde maar een deel van het grote ledental mee. Vandaar dat dokter Broekema voorstelde een openluchtspel uit te voeren waar iedereen bij betrokken was. Het werd een midzomernachtsdroom van William Shakespeare (leefde van 1564 tot 1616 in Stratford upon Avon in Engeland). De eerste opvoering vond plaats op 31 augustus 1946.
Ik ga er prat op dat ik de allereerste woorden van de Dieverse openluchtspelen heb gesproken, namelijk als Theseus, hertog van Athene.
Sedertdien zijn steeds stukken van Shakespeare opgevoerd, behalve in 1949 toen ‘Peer Gynt’ van de Noorse schrijver Hendrik Ibsen werd gebracht.
Dokter Broekema werd na zijn overlijden opgevolgd door Wil ter Horst, die de regie na vele jaren in 1999 heeft overgedragen aan Jack Nieborg uit Groningen.
Was dokter Broekema de grote stimulator, er is in Diever nog een andere welkome omstandigheid die de spelen mogelijk maken. Dat is de HAVO/MAVO-scholengemeenschap. Een aantal leerkrachten speelt steeds in de stukken mee.
Handige Brabanders hebben op de bekendheid ingespeeld door van het reeds bestaande restaurant aan de Achterstraat in Diever een specialiteiten-restaurant met de naam ‘The Shakespeare’ te maken.
Een beeldje achter de Hervormde Kerk in Diever stelt een scene uit ‘een midzomernachtdroom’ voor, waarin handwerkslieden optreden. Deze scene is bedoeld als een spotternij op het amateurtoneel. Titiana, de elfenkoningin, wordt gekust door een ezel.
En toch de voornaamste spreuk uit ‘de droom’ is: ‘En nooit is iets verkeerd of ongepast wat eenvoud in oprechte ijver biedt’. Deze spreuk kan immers worden toegepast op het amateurtoneel !. Het is zelfs de lijfspreuk van de toneelvereniging Diever geworden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

Anne Mulder speelde in 1946 de rol van Theseus, hertog van Athene.
In het in 1980 uitgegeven 1264 bladzijden tellende standaardwerk ‘The complete works of William Shakespeare’  van W.J. Craig is te lezen dat in scene 1 van akte 1 hertog Theseus als eerste aan de beurt is zijn mond open te doen en de volgende tekst uit te spreken:

Now, fair Hippolyta, our nutial hour
Draws on apace: four happy days bring in
Another moon; but O ! methinks how slow
This old moon wanes; she slingers my desires,
Like to a step-dame, or a dowager
Long withering out a young man’s revenue.

Regisseur Ludolf Dirk Broekema gebruikte in 1946 voor de opvoering van ‘een midzomernachtsdroom’  van William Shakespeare de mooie Nederlandse benadering van Leendert Burgersdijk uit 1880. Het ligt wel voor de hand aan te nemen dat Anne Mulder deze benadering declameerde:

Thans komt, Hippolyta, ons huwlijksuur
Met spoed nabij. Vier blijde dagen brengen
Een nieuwe maan, maar O! wat talmt die oude
Met af te nemen! Wat ik vurig wensch
Vertraagt ze, dralend als een weduwvrouw,
Die van haars stiefzoons renten ’t leven rekt.

Jan Jonk probeerde deze Engelse tekst als volgt te benaderen:

Ons huwelijksuur, mooie Hippolyta 
Nadert nu snel; vier dagen is het nog maar
Tot nieuwe maan: maar, O, hoe langzaam
Neemt de oude af! Zij tempert mijn verlangen, 
Zoals door stiefmoeder of douairière
Het kindsdeel langzaam wegteert van de zoon.

Koos Terpstra benadert de Engelse tekst als volgt:

Het duurt niet lang meer, Hippolyta, voor
We gaan trouwen. Nog vier dagen,
Maar alle mensen wat duurt het lang voor die tijd
Voorbij is! Ik wil maar één ding
En het duurt en het duurt maar. Het voelt als zo’n
Ellenlange zondagmiddag toen ik 8 was

En zo zijn nog wel tientallen arrogante of gedreven toneelfreaks en eigenwijze zelfverklaarde anti-dikdoenerige amateurtoneelregisseurs te vinden die gemeend hebben voor die prachtige schier onvertaalbare teksten van die vermaledijde Willem uit Stratford aan het riviertje de Avon in het Engelse graafschap Warwickshire met een betere en meer eigentijdse Nederlandse benadering dan die van de fraai besnorde dr. L.A.J. Burgersdijk uit 1880 op de proppen te moeten komen. De redactie verontschuldigt zich nederig voor de lengte van deze zin.

Posted in Alle Deeversen, Cultuur, Diever, Openluchtspel | Leave a comment