Kopafbeelding 25 van het Deevers Archief

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan voor de broodnodige variatie de kopafbeelding van het Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind als kopafbeelding van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
De redactie heeft de betreffende kleurenfoto van de Heezenesch bee’j Deever met op de achtergrond de Heezebaarg gemaakt op 3 mei 2018.
De smalle afbeelding is als kopafbeelding gepubliceerd op 21 juni 2018.

Posted in Heezebaarg, Heezenesch, Kopafbeeldingen | Leave a comment

Bouw van een eigen theaterlokaal en sportlokaal

De redactie van het Deevers Archief heeft van de webstee www.scholenopdekaart.nl het volgende citaat over het steeds maar verder krimpende plattelandsfiliaaltje van het Meppeler scholenconglomeraat Stad & Esch op de Westeresch in Deever overgenomen:

Stad & Esch Diever is een kleinschalige school, maar heeft van alle deelscholen van Stad & Esch de breedste onderbouw: VMBO, HAVO, VWO en Atheneum. Leerlingen in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg gaan na het tweede jaar naar het Stad & Esch Beroepencollege in Meppel. VWO-leerlingen gaan na het derde jaar verder op het Stad & Esch Lyceum in Meppel. De aansluiting verloopt altijd soepel. De school is onlangs gerenoveerd, de openbare bibliotheek huist onder hetzelfde dak en gewerkt wordt aan een nieuwe sportzaal en een eigen theaterzaal.

De beleving van de Deeverse gemeenschap bij de vervanger van het Dingspilhuus 1.0 an de Heufdstroate in Deever is een volledig andere dan de beleving van de Voorkant Van Het Gelijk en het Bestuur van de Stichting Onderwijsgroep Zuid-West Drenthe.
Terwijl de Deeverse dorpsgemeenschap denkt dat het Dingspilhuus 1.0 door een helaas uiterst sober Dingspilhuus 2.0, zeg maar een Dingspilhuus 0.5, gaat worden vervangen, staat in de gegevens van het scholenconglomeraat Stad & Esch dat het gaat om de bouw van een nieuwe sportzaal en een eigen theaterzaal. Let wel boven aan het dure en schreeuwerige indoctrinatiebord, zie afbeelding 1, staat dat het gaat om de nieuwbouw van een sportaccomodatie.
Dus het lekker lang hangen aan de bar, onder het genot van een niet te duur kopje koffie of pilsje of borreltje na het sporten en na het vergaderen of gewoon zo maar, is er straks niet mee bij ? Dus zelfs geen ontmoetingscentrum Dingspilhuus 0.5. Is de Deeverse dorpsgemeenschap een loer gedraaid ? Over een jaar zullen de Deeversen het weten.
Het onvermijdelijk krimpende Westeresch-filiaaltje van het scholenconglomeraat Stad & Esch heeft ongeveer 200 leerlingen (of al minder ?). Bij Stad & Esch in Meppel gaan bijna 2000 leerlingen naar school.
Voorstelbaar is dat de verborgen politieke agenda van (de beleidsregisseurs van) de Voorkant Van Het Gelijk was en is de sluiting van het Westeresch-filiaaltje voor de korte termijn te voorkomen en dat daarom het met publieksgeld pamperen van het Bestuur van de Stichting Onderwijsgroep Zuid-West Drenthe met een eigen nieuw sportlokaal en eigen theaterlokaal daar onderdeel van is.
De Deeversen mogen wel even blijven treuren, maar moeten zich wel alvast voorbereiden op de volgende klap. Na de onvermijdelijke sluiting van het op middellange termijn niet-levensvatbare krimpende Westeresch-filiaaltje van het scholenconglomeraat Stad & Esch uit Meppel kan het schoolgebouw worden omgebouwd tot een ‘zeer brede school’, waar de openbare lagere school Deever en de openbare christelijke lagere school Deever en de openbare lagere school Wapse in kan worden ondergebracht. Dat levert na afbraak van de bestaande scholen voor het grondhandeltje van de Voorkant Van Het Gelijk veel heel dure bouwgrond op, waarvan de opbrengst gebruikt kan gaan worden voor de financiering van de ‘zeer brede school Deever‘.
De bouw van het sportlokaal is inmiddels naast de bestaande gymnastieklokaal begonnen, zie afbeelding 2. Dit eigen gymnastieklokaal van het filiaal Esch zal na de bouw van het nieuwe sportlokaal met publieksgeld worden omgebouwd tot eigen theaterlokaal.
In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 18 mei 2018 staat een kleurenfoto van de onthulling van het luxe en groteske, op afbeelding 1 zichtbare, bouwbord ‘nieuwbouw sportaccomodatie’. Op die foto zijn in het geheel geen vertegenwoordigers van de Deeverse dorpsgemeenschap en het Deeverse verenigingsleven te bekennen. Wel staan vijf dragers van kreukelige colbertjasjes op de foto, te weten van links naar recht gezien, de heer Jaap Schipper, filiaalhouder van de Westeresch-locatie in Deever van het scholenconglomeraat Stad & Esch, de heer Homme Geertsma, wethouder van de Voorkant Van Het Gelijk, de heer Peter de Visser, directeur-bestuurder van het scholenconglomeraat Stad & Esch, de heer Erik van Schelven, wethouder van de Voorkant Van Het Gelijk en de heer Klaas Smidt, wethouder van de Voorkant Van Het Gelijk.
Het is bij de redactie niet bekend of de prachtig gedurfd geelgeschilderde houten barak, die al jarenlang het ontmoetings- en inspiratiecentrum voor de Deeverse kunstenaren, kunstmakers en kunstenmakers is, die op afbeelding 2 aan de linkerkant is te zien, zal worden gesloopt of zal blijven gedoogd. Of gaan op die plek de geplande ruimtes voor vergaderingen van verenigingen en organisaties uut Deever worden gebouwd en mag deze barak daar nog eventjes blijven staan ?
De redactie heeft beide kleurenfoto’s op 16 juni 2018 gemaakt.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Diever, Dingspilhuus, Signalen van krimp | Leave a comment

Versiering van een rustplaats op de kaarkhof

Op de kaarkhof an het begun van de Grönnegerweg in Deever zijn rustplaatsen te vinden, waarbij niet enkel en alleen een rustplaatssteen staat, maar die ook zijn versierd met dingen die herinneren aan de persoon die in de rustplaats ligt of de personen die in de rustplaats liggen.
Dit is ook het geval met de rustplaats van dorpsfiguur Albert (Aubert) Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overledenx op 30 december 1979) en zijn vrouw Jantje (Jantie) Warring (geboren op 12 november 1888, overleden op 30 november 1972).
Hun kinderen en kleinkinderen (geen achterkleinkinderen ?) kwamen op de erg oorspronkelijke gedachte de rustplaats van vader en moeder en opa en oma te versieren met een foto van hun oude keuterijtje an de Kruusstroate in Deever. Zie de afbeeldingen 1 en 2.
De redactie van het Deevers Archief is helaas niet in het bezit van een mooie digitale kopie van de echte foto van dit keuterijtje.
Wel is in de verzameling van het Deevers Archief de in afbeelding 3 zichtbare ansichtkaart van het keuterijtje te zien. Deze kaart was in het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw één van de eerste ansichtkaarten in kleuren uut de gemiente Deever en was te koop bij de boek- en kantoorboekhandel van Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in DeeverUt keutereejgie van Albert (Aubert) Keizer en Jantje (Jantie) Warring stön toen nog op sien olde stee an de Kruusstroate in Deever. Ut keutereejgie haar wel een siedbaander.
Blijkbaar hebben de nazaten van Albert (Aubert) Keizer en Jantje (Jantie) Warring voldoende rustplaatsrechtengeld in de kas van het kerkhofexploitatiebedrijf van de Voorkant Van Het Gelijk gestort, want er staat (nog) geen paars sloopbordje bij het graf. Paars is een keizerlijke kleur, maar paars is ook de kleur van de rouw en de dood en de kleur van het verdwijnen in ruimte en tijd. Daarom lijkt de kleur paars voor een ordinair sloopbordje geen toepasselijke, maar wel een cynische kleur.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s gemaakt op 16 juni 2018.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Baanders, Kerkhof, Keuterijen, Kruisstraat, Siedbaanders | Leave a comment

Graf van Roefie en Jannoa van Ankör’m wordt geruimd

De redactie van het Deevers Archief besteedde tot nu toe in het bericht De olde krooie van Geert van Ankör’m, het bericht Tegen de winteravond op ’t Kastiel in januari 1979 en het bericht De oprichters van de koeperasie an de Heufdstroate aandacht aan de familie Van Ankorven, die op ut Kastiel in Deever woonde.

Geert van Ankör’m stierf op 14 september 1956.
Zijn echtgenote Lammigje Oost stierf op 28 juni 1967.
Hun ongetrouwde dochter Janna (Jannoa) van Ankör’m stierf op 10 juni 1990.
Hun ongetrouwde dochter Roelofje (Roefie) van Ankör’m stierf op 23 juni 1996.
Op de kaarkhof an ut begön van de Grönnegerweg in Deever stiet nog de grafstien op ut graf van de gezusters Jannoa van Ankör’m en Roefie van Ankör’m. Nog, want ur stiet een poars bröttie bee’j de stien.
Blijkbaar hebben familieleden van Jannoa en Roefie van Ankör’m geen of onvoldoende grafrechtengeld in de kas van het kerkhofexploitatiebedrijf van de Voorkant Van Het Gelijk gestort, want bij de scheefgezakte grafsteen staat een paars sloopbordje van de Voorkant Van Het Gelijk. Paars is de kleur van de rouw en de dood en de kleur van het verdwijnen in ruimte en tijd. Daarom lijkt de kleur paars voor een ordinair sloopbordje van de Voorkant Van Het Gelijk geen toepasselijke, maar wel een cynische kleur.
Binnen afzienbare tijd zullen de laatste resten van de familie Van Ankör’m in Deever zijn verdwenen. De familienaam Van Ankorven is niet uitgestorven, want elders in Nederland leven mensen met deze achternaam.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto bij tegenlicht gemaakt op 16 juni 2018. De redactie verontschuldigt zich voor de slechte belichting van deze foto.

Posted in Alle Deeversen, Kasteel, Kerkhof | Leave a comment

Twee boerderijtjes op de Baarg op ’t Kasteel

Op de Baarg op ’t Kastiel in Deever is links het keuterboerderijtje van de weduwe Evertje Davids-Vierhoven en rechts het keuterboerderijtje van de weduwe Elsje (Elle) Smit-Oost te zien in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Tussen de twee boerderijtjes staat een grote vlierboom; van de bessen van deze boom werd in het najaar lekkere jam gemaakt.
Evertje Vierhoven werd op 29 juli 1896 in Deever geboren als dochter van Albert Vierhoven en Trijntje Andree (Andrea of Andreae ?). Zij trouwde op 27 juni 1925 met Albert Davids, beroep arbeider, zoon van Hendrik Davids en Magrieta Sidonia Wibier. Albert Davids werd op 26 oktober 1881 geboren in Deever en overleed op 20 juni 1955 in Deever. Evertje Vierhoven overleed op 21 april 1972 in Deever.
In de webstee nieuwenhuis-genealogie is een mooie foto uit 1950 te zien van Albert Davids, Evertje Vierhoven en hun dochter Trijntje, de foto is genomen aan de voorkant van het boerderijtje.
Elsje (Elle) Oost werd op 20 maart 1893 in Deever geboren als dochter van Helprig Oost en Hilligje Prikken. Zij trouwde op 31 augustus 1912 met Hilbert Smit, beroep arbeider, zoon van Jan Smit en Margje Hilberts de Wit. Zij overleed op 4 oktober 1985.
Hilbert Smit werd op 18 september 1888 geboren in het Leggelerveld (gemiente Dwingel), hij overleed op jonge leeftijd op 5 juli 1931 in Deever, hij was toen landbouwer.
Het echtpaar ligt begraven op de kaarkhof an ut begun van de Grönnegerweg in Deever, zie afbeelding 2.
De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van de opvallen goed geconserveerd gebleven rustplaats van Hilbert Smit en Elsje Oost, zie afbeelding 2, gemaakt op vrijdag 3 mei 2018. De familie Smit heeft zich niet gek laten en vermelde gelukkig niet de onjuiste naam Dwingeloo, maar wel de juiste naam Dwingelo (Dwingel) als geboorteplaats van Hilbert Smit.

Aanvulling van mevrouw Sina Raadgever-Smit uit Amsterdam
In de zestiger jaren van de vorige eeuw woonde Elsje Smit-Oost, mijn opoe, niet meer op de Baarg. Het moet ongeveer 1955 zijn geweest dat wij, Helprig Smit en Wietske Smit-van Leeuwen, Sina, Elly, Hilbert en Jochem, daar gingen wonen. Er werd het een en ander verbouwd om het huis geschikt te maken voor ons gezin. Mijn moeder was de eerste die van de vlierbessen jam maakte, want voorheen deed niemand dat, de bessen zouden wel eens giftig kunnen zijn !

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Boerderijen, Diever, Kasteel, Kerkhof, Keuterijen | Leave a comment

Voor wie in de gemiente Deever de klokken luiden

Uit de nalatenschap van de heer Hendrik Onstee, die schoolmeester in Wapse en Zorgvlied was, is het volgende artikel afkomstig. Uit zijn nagelaten aantekeningen kon helaas niet worden opgemaakt welke bronnen hij voor dit artikel heeft geraadpleegd. De redactie heeft het vermoeden dat het een document uit het kerkelijke of het gemeentelijke archief betreft.
Het artikel werd de redactie ter beschikking gesteld door wijlen Hendrik Onstee uit Vledder, de zoon van Hendrik Onstee. 
Het artikel sluit mooi aan bij wat dorpsfiguur Jan Hessels in nummer 99/3 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, in het artikel ‘Naoberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden’ schrijft over het luiden van de klokken.

Bij overlijdensaangiften
Dit ging tot 1943 als volgt. De aangevers van een overlijden gingen eerst naar het gemeentehuis voor het doen van de aangifte en daarna gingen ze naar de kerk voor het ver luiden. Dan was een veel gestelde vraag op het dorp: ‘Wie zul ‘r verlut weed’n ?’.
Bij het overlijden van een man werd met de grote klok driemaal geklept, dat wil zeggen er werd drie keer geslagen met de klepel. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Bij het overlijden van een vrouw of een kind werd met de kleine klok drie keer geklept. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Heel vroeger kende men nog een derde wijze van verluiden. Die werd toegepast bij het overlijden van een kraamvrouw. Er werd dan drie keer geklept met de kleine klok en daarna enige tijd met beide klokken. Dit kleppen en luiden werd daarna nog twee keer herhaald.
Het drie keer kleppen en luiden bij al deze gevallen was bedoeld om het geloof in de heilige Drie-eenheid (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) aan te geven.
Sedert 1946 wordt bij overlijdensaangiften, zowel bij mannen als bij vrouwen en kinderen, gedurende korte tijd geluid met de klok. Vanaf die tijd werd niet meer geklept.

Bij begrafenissen, ongeacht de geloofsrichting van de overledenen
Eerder werd met beide klokken en nu wordt alleen met de grote klok geluid, voor zover het sterfhuis in het dorp Diever was gelegen, vanaf het moment dat de lijkstoet zich in beweging zet tot aan het ogenblik waarop de stoet weer bij het sterfhuis was teruggekeerd van het kerkhof.
Voor het geval het sterfhuis buiten het dorp Diever was gelegen, begon men te luiden vanaf het moment dat de lijkstoet de grens van het dorp Diever was genaderd tot aan het ogenblik waarop de lijkstoet de grens van het dorp Diever weer had bereikt.
Zodra op de dag van de begrafenis het graf gereed was, werd hiervan vroeger den volke kond gedaan door gedurende enige tijd met de grote klok te kleppen.

Bij openbare verkopingen en boelgoeden
Bij dit soort gebeurtenissen op doordeweekse dagen werd tot 1943 ongeveer dertig maal geklept met de grote klok.

Bij brand
Vroeger werd zowel overdag als ’s nachts verluid, dat wil zeggen dat het luiden en kleppen werd afgewisseld om het volk op de noodzaak tot het verlenen van hulp bij brand te wijzen.

Bij het zoekraken van kinderen
Als er een kind zoek was, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij het sneeuw ruimen
Als er sneeuw moest worden geruimd, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij boerwerken
Als men moest gaan boerwerken (redactie: boerwerken is werkzaamheden verrichten voor de boerschap), dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het artikel van Hendrik Onstee ook gepubliceerd in nummer 00/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. Toen de redactie besloot het artikel van Hendrik Onstee in Opraekelen te publiceren, was hij niet bekend met de inhoud van het in 1999 verschenen boekje ‘Het mirakel’ van Klaas Kleine. In dat boekje heeft Klaas Kleine het luiden van de klokken ook beschreven. Klaas Kleine baseerde zich daarbij op het artikel in de Meppeler Courant van 5 september 1955, getiteld ‘Diever – In en om de oude dingspilkerk’. De schrijver van dat artikel is vermoedelijk Jan Poortman.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de klok van de gemeentelijke toren aan de Brink van Deever op 8 februari 2006 ’s avonds om 18.52 uur onder winterse omstandigheden gemaakt. Gelukkig was het die avond niet nodig enige tijd met de grote klok te kleppen; het had niet zo veel gesneeuwd.

Abracadabra-1608

Posted in Afbeeldingen, Brink, Kerk aan de brink, Klaas Kleine, Opraekelen, Toren aan de brink | Leave a comment

Mijn naam is Rob Koghee. Wie kent mij nog ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 11 juni 2018 van Rob Koghee bijgaande wel erg korte bijdrage aan de beschrijving van het verleden van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Ik heb ook op ‘de Eikenhorst’ in de oude barakken gewoond.
Samen met Jan Houtman en Henk de Ruiter en Frank Uding.
Wij hadden een hut gebouwd bij de gymzaal, die stond op een berg kan ik me nog herinneren.
Ik zat daar in de tijd van de treinkaping bij de Punt in juni 1977. Er was toen ook een kaping van een school aan de gang.
Mijn naam is Rob (Robertino) Koghee.
Ik ben nu 56 jaar oud.
Wie kent mij nog uit die tijd ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Wellicht kunnen zijn barakmaten Jan Houtman, Henk de Ruiter en Frank Uding en anderen barakgenoten reageren op dit korte bericht van Rob Koghee. In welke barak zaten de jongens ?
Rob Koghee maakt in zijn berichtje gewag van een gymzaal. Deze zaal moet in latere jaren zijn gebouwd, want op de plattegrond van het kamp uit het begin van de zestiger jaren is geen gymnastiekzaal te vinden.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op 26 april 2018.
Op de afbeelding is aan de linkerkant de Pastoorszandweg in de richting van de Voart te zien. De Pastoorszandweg was een zandweg, maar is nu helaas een verharde weg. De naam van de Pastoorszandweg zou voor wat betreft het verharde gedeelte moeten worden gewijzigd in Pastoorsstraatweg of kortweg Pastoorsweg.
Aan de rechterkant is de toegangsweg naar het voormalige jongenskamp ‘de Eikenhorst’ te zien. De naam van deze nu verharde weg is omgedoopt tot ‘de Eikenhorst’. Weer een voorbeeld van een helaas verdwenen zandweg.
De voorkant van het gelijk is helemaal niet zuinig op zandwegen, te koesteren cultuurhistorisch erfgoed in de gemiente Deever. Echt wel.


Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De olde mestkrooie van Geert van Ankör’m

In de collectie Deevers Archief zijn de vier bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s aanwezig.
De vier kleurenfoto’s zijn gemaakt op ut Kastiel in Deever op de plek waar vroeger de familie Geert van Ankör’m (Ankorven) woonde.
Geert van Ankör’m stierf op 14 september 1956. Zijn echtgenote Lammigje Oost stierf op 28 juni 1967. Hun ongetrouwde dochter Janna (Jannoa) van Ankör’m stierf op 10 juni 1990. Hun ongetrouwde dochter Roelofje (Roefie) van Ankör’m stierf op 23 juni 1996.
De redactie van het Deevers Archief heeft afbeeldingen 1 en 2 gemaakt op 2 januari 2017. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Een mooi moment voor het nemen van een paar foto’s met enige symboliek. Op afbeelding 1 is het boerderijtje van de familie van Ankör’m in de laatste dagen van zijn leven te zien. Op afbeelding 1 is in het midden achter het hek nog net de olde mestkrooie van Geert van Ankör’m te zien. Die moet daar wel heel lang hebben gestaan, wel meer dan 22 jaren.
Op afbeelding 2 is van dichtbij de ogenschijnlijk niet meer op te kalefateren olde mestkrooie van Geert van Ankör’m in de winter van zijn leven te zien.
De redactie vraagt zich af of bij het volledig vervallen baanderloze boerderijtje (keuterijtje) van de familie van Ankör’m
een pothokke heeft gestaan. De vele pothokkologen van de heemkundige vereniging uut Deever weten vast wel of bij dit keuterijtje ooit een pothokke heeft gestaan. De redactie van het Deevers Archief verneemt het graag.
De redactie van het Deevers Archief heeft afbeeldingen 3 en 4 gemaakt op de zonnige ochtend van 3 mei 2018. Een mooi moment voor het nemen van een paar foto’s met enige symboliek. Op afbeelding 3 is een bijna afgebouwd keuterij-achtig huisje in de lente van zijn leven te zien. Op afbeelding 4 liggen de onderdelen van de olde mestkrooie van Geert van Ankör’m te wachten op een nieuw leven in een gerestaureerd olde boer’ngerak. Dat gaat de bewoners van de Fledderushoeve zeker lukken. Echt wel.
De architect van het keuterij-achtige huisje heeft zich zonder twijfel laten opporren door de vorm van het boerderijtje van de familie van Ankör’m. Of hebben de ijverige ambtsdragertjes van schoonheid en vergunningen van de voorkant van het gelijk, gezeten achter de zeer vele ramen van hun kantoortuinen en kantoorparken aan de Gemeentehuislaan in Deever, hun voorwaarden voor herbouw – zelfs met een schoorsteentje – bedacht en opgelegd (gij zult ons gehoorzamen) aan de eigenaren van het nieuwe pand ? Er zit geen voordeur meer in het nieuwe huisje. Gelukkig mochten de eigenaren van het keuterij-achtige huisje het schuine dak aan de zuidkant van het pand wel helemaal vol leggen met zonnepanelen. Dat weer wel.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Kasteel, Keuterijen, Old gerak, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Un hiele mooie tiekening van ut Kastiel in Deever

In de collectie Groninger Archieven is een prachtige door het Nieuwsblad van het Noorden uitgegeven kalender voor het jaar 1934 aanwezig. Deze kalender is in 1933 vervaardigd. De kalender heeft als identificatienummer: NL-GnGRA-1536-7587.
Het kalenderblad voor de maand augustus is verfraaid met de bijgaand afgebeelde waterverftekening van een dorpsbeeld van Deever. De redactie van het Deevers Archief heeft toestemming van de beheerder van de Groninger Archieven deze waterverftekening hier te tonen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet wie deze tekening heeft gemaakt. De redactie weet wel dat de tekening niet ter plekke is gemaakt, maar dat voor de tekening -zoveel veelal gebruikelijk bij tekeningen van Deeverse dorpsbeelden- een zwart-wit foto heeft gediend als voorbeeld. Zie de bijgaande afbeelding. Deze foto heeft gestaan bij de fotopagina De gemeente Diever in beeld in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 november 1932. De natekenaar van deze zwart-wit foto uit 1932 heeft helaas de bovengrondse elektriciteitsvoorziening niet nagetekend. Dat is door een geschiedkundige bril gezien toch wel een beetje jammer.
De tekening heeft als titel ‘Brink, Diever’, maar de tekening toont in werkelijkheid een deel van ut Kastiel in Deever. De natekenaar zij deze kleine onvolkomenheid in de titel vergeven. Want hij vertolkte in zijn tekening penseelscherp het zeer hoge echt Saksische brinkgehalte van het toen prachtigste deel van het dorp Deever. Echt wel.
De redactie wil daarom voorstellen aan de hoogdoorgeleerde brinkologen en historielogen, die het aangrenzende negentiende-eeuwse marktterrein hebben omgebombardeerd en opgepimpt tot marktbrink, en al die anderen die menen de Deeverse historische waarheid in pacht te hebben, ut Kastiel, dat nu niet meer zo prachtig is, op te fokken en op te pimpen tot kasteelbrink.
In 1933 was de weg over ut Kastiel nog gewoon een zandweg. Let op de vele karresporen op de foto.
In de collectie Deevers Archief is ook bijgaande en inmiddels al behoorlijk historisch waardevolle 6×6 zwart-wit foto aanwezig. De redactie heeft deze gemaakt op 10 november 1999. Op deze foto is aan de rechterkant nog net te zien de voorkant van het boerderijtje (keuterijtje), waar toen de weduwe Jantje Andreae-Oost en haar ongetrouwde zoon Tinus woonden.
De redactie is de heer Albert Koops, webmaster en systeembeheerder van de Groninger Archieven, bijzonder erkentelijk voor zijn medewerking aan dit bericht.

Posted in Kasteel, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

De sloop van het hunnebed in het Potties Baargie

In de tijd dat hunebedden nog hunnebedden werden genoemd en de overheid deze nog niet als oudheidkundig waardevolle objecten in bescherming had genomen, kon het voorkomen dat de eigenaar deze ‘dikke stenen’ publiekelijk te koop aanbood, zoals mag blijken uit dit bericht in de Drentsche Courant van 07-01-1848, waarin de boermarke van Rolde twee hunnebedden te koop aanbood.
De twee hunnebedden, lagen in bouwland op de esch waarschijnlijk toch maar in de weg en konden bovendien geld opbrengen als bouwmateriaal voor kust- en oeverwerken. Echter na protest van de Gedupeerde Staten van Drenthe, en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd de openbare verkoop verhinderd. Meer gegevens hierover zijn te lezen in de webstee Pelgrimspad.nl.
In Diever liep het wel verkeerd af met het hunnebed onder het zand van wat later het Potties Baargie in Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (D52a) viel al in 1735 ten prooi aan de slopershamer. Belangwekkende gegevens hierover zijn te vinden in de webstee Noorderbreedte.nl, waaruit het volgende citaat is overgenomen:
De route kronkelt zich rond een grafheuvel, Pottiesbargien geheten, die vroeger een hunebed bevatte. Dat is zo’n 250 jaar geleden gesloopt. Op 15 maart 1735 gaven de Staten van Drente toestemming tot het verwijderen van enige grote stenen in het Wapserveld, die waarschijnlijk (de resten van) een hunebed vormden. Omdat deze stenen gedeeltelijk overstoven waren, en omdat de indieners van het verzoek, Jan Hendriks en Hendrik Jans uit Steenwijk, reeds vóór 1734 een kontrakt voor het rooien van stenen in het Wapserveld hadden gesloten met de boeren van Wapse, verleenden de Staten ontheffing van de bepaling van 21 juli 1734, dat hunebedden niet vernield mochten worden. Als argumentatie voor dit besluit gaven de Staten op, dat het hunebed ‘om de Freijgheifs des gesights niet te verblijven’ hoefden!
In de webstee Panoramio.com is een foto van de plaats van het gesloopte hunnebed D52a te zien. Van Daalen gaf aan de weg langs het Potties Baargie de toepasselijke naam Hunnebedweg.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Hunnebed | Leave a comment

Andreas-parochie viert 100-jarig bestaan in 1984

In de Leeuwarder Courant van 29 september 1984 verscheen het navolgende artikel ‘Parochie in Zorgvlied ontstond uit liefdadigheid’ ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de rooms-katholieke Andreas-parochie op Zorgvlied.

Parochie in Zorgvlied ontstond uit liefdadigheid
De Andreas-parochie in Zorgvlied, waartoe ook een flink deel van Zuidoost-Friesland behoort, heeft al vele jaren geen eigen pastoor meer. Samen met Gorredijk en Oosterwolde, parochies die pas in de dertiger jaren ontstonden uit het initiatief van de paters Franciscanen, vormt de 100-jarige parochie een pastoraal verband onder leiding van pater Johan Meertens en pastoraal werkster Margaret Dekker.
De kiem van de parochie Zorgvlied werd gelegd door de Verwers, een rijke familie die veel aan liefdadigheid deed. Lodewijk Quillaume Verwer en zijn vrouw haalden arme Brabantse boeren naar het grensgebied tussen Friesland en Drenthe om kleine bedrijfjes te runnen op de grond die daar op grote schaal door de familie was aangekocht. In hun fraaie buiten ‘Huize Zorgvlied’ was ook een kapel ingericht en daar werden in 1880 de eerste kerkdiensten gehouden.
Al spoedig werd besloten één van de bijgebouwen van Huize Zorgvlied tot kerk om te bouwen. In september 1884 werd de eerste pastoor geïnstalleerd, Petrus Johannes Conradus van Haagen. Aan de Friese kant van de provinciegrens werkte hij onder meer in Appelscha, Haule, Oosterwolde, Donkerbroek, Makkinga, Noordwolde en Olde en Nieuwe Bercoop.
Een paar jaar later kocht de parochie een stuk grond van de familie Verwer op voorwaarde dat er een kerk, een pastorie en een eigen kerkhof zouden komen. De kerk verrees in 1923 en 1924, terwijl de pastorie werd gevestigd in ‘het Witte Huis’, dat de familie in 1919 aan de rooms-katholiek gemeenschap schonk.
Vanaf 1936 heeft Zorgvlied geen eigen pastoor meer gehad. Er ontstond eerst samenwerking met Veenhuizen, later met Wateren. Sinds de komst van pater Meertens, die tevens deken is van Heerenveen, werkt Zorgvlied samen met Oosterwolde en Gorredijk. De parochie telt ongeveer driehonderd zielen.
Het 100-jarig jubileum wordt morgen gevierd met een eucharistieviering om 10.00 uur en een receptie na afloop in ‘Villa Nova’. ’s Middags is er een feestprogramma voor de kinderen en ’s avonds samenzang en de opvoering van een revue. Over de geschiedenis van de jubilerende parochie is een boekje verschenen. 

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De familie Lodewijk Guillaume (dus niet Quillaume) Verwer gaf aan ‘Huize Zorgvlied’ de naam ‘Castra Vetera’.
De vraag is of de parochiegrond van de familie Verwer heeft gekocht of ten geschenke heeft gekregen.
De eerste pastoor Petrus Johannes Conradus van Haagen is op 24 september 1847 in Nijmegen geboren. Hij overleed op 22 april 1933 in Groenlo. Hij was toen 85 jaren oud. Hij schopte het in de rooms-katholieke kerk tot deken.
Volgens het bijgaande bidprentje werd Petrus Johannes Conradus van Haagen op 18 september 1884 niet pastoor op Zorgvlied, maar pastoor te Wateren. Zelfs in 1884 was de naam van het dorp Zorgvlied nog niet gevestigd. Dus het 150-jarig bestaan van het dorp Zorgvlied voor alle zekerheid maar na 2034 vieren ?
Wie kan de redactie op het spoor zetten van het uit 1984 daterende boekje over de geschiedenis van de 100-jarige Andreas parochie ? Wie is in het bezit van dit boekje ? Wat is de titel van het boekje ?
De foto bij het artikel is gekopieerd van een ansichtkaart, die in 1935 is uitgegeven door de firma J.F. le Roux te Assen. Deze ansichtkaart is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief, zie de bijgaande afbeelding. Het huis ‘het Witte Huis’ aan de linkerkant van de foto op de ansichtkaart is de pastorie van de rooms-katholieke geloofsgemeente.

Abracadabra-1616
Abracadabra-1615Abracadabra-1612Abracadabra-1611

Posted in Afbeeldingen, Ansichtkaarten, Bidprentjes, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony Stichting, Wateren, Witte Huis, Zorgvlied | Leave a comment

Het verleden in de gemiente Deever

Het Deevers Archief wordt voortdurend beheerd, onderhouden en uitgebreid.
Jij zult hier steeds meer berichten over het verleden en het heden (het heden is morgen het verleden) in de gemiente Deever vinden.
Als jij een bijdrage wilt leveren aan het Deevers Archief in de vorm van een (gedocumenteerde) foto, een tekst, een herinnering, een artikel, een krantenknipsel, een attendering, een interview, een reactie, een link naar belangwekkende gegevens, of anderszins, aarzel dan vooral niet dit te melden aan de redactie van het Deevers Archief.
Als jij wilt reageren, maak dan na het aanklikken van de knop ‘Leave a comment’ een bericht aan en verstuur dit naar de redactie.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Gietijzeren stalramen – model Diever en model Wapse

De webstee www.marwill.nl van het bedrijf Marwill uit Houtigehage in de buurt van Drachten toont van het gietijzeren stalraam verschillende modellen, waaronder het stalraam van het model Diever en het stalraam van het model Wapse. Klik vervolgens in het openingsscherm op het tabblad Stalramen.
Of het model voor het gietijzeren stalraam in nieuwere na 1900 gebouwde boerderijen in Deever en Wapse streekgebonden was, dat valt te betwijfelen, maar dat is nog steeds in de praktijk te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoekje zullen hier worden gemeld en getoond.

Posted in Boerderijen, Stalraam model Diever | Leave a comment

Ten huize van Jan Pot an ’t Wittelterschut

Op 10 december 1868 verscheen in de Drentsche en Asser Courant het navolgende bericht over de verkoop van hout op stam ten huize van Jan Pot an ’t Wittelterschut.

De notaris mr. W.O. Servatius te Dwingelo zal, op vrijdag den 18 december 1868, des morgens om elf uren, ten huize van Jan Pot, aan het Wittelterschut publiek verkoopen: Eenige perceelen schel- en weekhout en dennen, op stam staande te Wittelte, in de gemeente Diever, en toebehoorende aan de markegenooten van Wittelte en aan B.H. Barelds te Dwingelo, kunnende van die perceelen aanwijzing worden bekomen bij H.L. Barelds te Wittelte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In dit bericht wordt Dwingelo geschreven, zoals het met één o behoort te worden geschreven: Dwingelo.
In 1868 bestond het Wittelterschut in de Drentsche Hoofdvaart nog. Dit overbodige en te smal geworden schut werd tussen 1 juli en 15 augustus 1880 afgebroken.
Ten huize van Jan Pot was ten huize van de schutmeester Jan Pot van het Wittelterschut. Jan Pot zal in één van de voorkamers (de voorkamer aan de kant van de Wittelterbrug) van de schutmeesterswoning (de sluiswachterswoning) een café hebben gehad, waar de publiek verkoop van hout op stam plaats moet hebben gevonden. Jan Pot was naast schutmeester (sluiswachter) ook landbouwer.

Jan Pot werd op 22 juli 1835 geboren te Wittelte, als zoon van Jan Pot en Aaltje Jans Duiker. Hij overleed op 21 januari 1920 te Wittelte. Hij was getrouwd met Christina Henderika Leonora Bakker. 
De schutmeesterswoning, die eigendom was van het Rijk, werd in 1905 op een openbare veiling verkocht.
Het pand heeft tegenwoordig als adres: Rijksweg 74, Wittelte. In het pand was jarenlang een Old Timer Museum gevestigd.
H.L. Barelds was Hendrik Lefferts Barelds (geboren op 1 april 1834, overleden op 11 mei 1895).
Met weekhout wordt bedoeld hout van de populier (geschikt voor het maken van klompen).

abracadabra-146

Posted in Drentsche Hoofdvaart, Wittelte, Wittelterschut | Leave a comment

Oud en nieuw bij de brandbestrijding in Deever

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 12 maart 1940, kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog, het navolgende bericht over de aanschaf van een nieuwe brandspuit.

De gemeente heeft een flinke nieuwe spuit aangeschaft, welke in uitvoering en capaciteit wel belangrijk verschilt van het oude romantische spuitje, dat nu, na jarenlangen arbeid, op stal wordt gezet.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de bovenste foto A is de oude brandspuit te zien, op de onderste foto B is de nieuwe brandspuit te zien. De redactie van het Deevers Archief herkent op de onderste foto B recht voor de brandspuit Lambertus Rolden. De vraag is of de brandspuit op de onderste foto B een nieuwe of een tweedehands brandspuit is, want het kenteken van het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief. Wel is het voertuig voorzien van het Groninger kenteken A-11249.
Met de omstreden sluiting van de brandweerpost Deever per 1 januari 2014 door het bestuur van de gemeente Westenveld (Deever, wen er maar aan, de komende jaren zal nog veel meer worden weggekrompen) is een einde gekomen aan een periode van meer dan 120 jaar van snelle brandbestrijding door generaties betrouwbare en moedige vrijwilligers uut de gemiente Deever.
De vrijwillige brandweer van Deever is helaas geschiedenis geworden. Een ‘mooie’ gelegenheid voor de dorpskrachten die lid zijn van de in Deever gevestigde heemkundige vereniging om met gezwinde spoed een boek samen te stellen over de ‘Geschiedenis van de vrijwillige brandweer in de gemeente Deever’, dan kan deze bijvoorbeeld in een maand november te koop worden aangeboden, mooi om weg te geven als geschenk voor in de schoen of voor onder de kerstboom. Echt wel.
Maar de dorpskrachten die lid zijn van de in Deever gevestigde heemkundige vereniging zouden met gebruik van oude foto’s van de vrijwillige brandweer ook een zogenaamde ‘historische jaarkalender’ van de heemkundige vereniging kunnen samenstellen. Echt wel.

De heer Albert Koops, webmaster en systeembeheerder van de Groninger Archieven stuurde op 29 mei 2018 de volgende door de redactie van het Deevers Archief zeer gewaardeerde reactie.
De brandweerauto, een Ford V8, op foto B heeft hier nog het kenteken A-11249 van de brandspuitenfabrikant Van Bergen uit Heiligerlee. Zie in de Groninger Archieven de gegevens over dit kenteken A-11249.

.

 

Posted in Dorpskrachten, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Signalen van krimp, Vrijwillige brandweer | Leave a comment

Duitse piloten storten neer in de gemiente Deever

In het archief van de gemiente Deever is aanwezig een tweetalige brief, opgesteld door gemeentesecretaris Jan Boesjes, de commandant van de luchtbeschermingsdienst te Deever en Pier Obe Posthumus, de N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever.

Luchtbeschermingsdienst Diever
Op Dinsdag 15 augustus 1944 te ongeveer 13 uur zijn in deze gemeente twee Duitse piloten neergestort doordat het valscherm zich niet ontplooide.
In een weiland in Wittelte (Noord) stortte neer de piloot Karl Lampen, geboren 10 augustus 1920 te Gahlen, Rheinland, wonende Hafenstrasse 25 te Dorsten, Westfalen, wiens vliegtuig waarschijnlijk in de gemeente Dwingelo gevallen is.
Te Oude Willem, bij Hoeve aan den Weg, kwam neer de oberführer Horst Starzinski, geboren 9 november 1923 te Schloppe, wonende Horst Wesselstrasse 4 te Schloppe, wiens toestel in de gemeente Vledder neerstortte.
Beide vliegeniers moeten onmiddelijk dood geweest zijn. De lijken zijn op bevel van den Ortskommandant te assen overgebracht naar het lijkenhuisje te Diever, en zullen blijkens ontvangen mededeling naar Zwolle worden vervoerd, teneinde aldaar te worden begraven.
Hiervan wordt kennis gegeven aan:
1. De rijksinspectie voor de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen te ’s Gravenhage (in duplo);
2. De Polizeioffizier te Assen.
Diever, 16 augustus 1944.
De commandant van de luchtbeschermingsdienst te Diever, getekend Jan Boesjes.
Gezien, 16 augustus 1944.
De burgemeester van Diever, getekend Pier Obe Posthumus.

Luftschutzdienst Diever
Am Dienstag 15 August 1944 um ungefähr 13 Uhr sind in dieser Gemeinde zwei Deutsche Pilote abgestürzt, weil ihr Parachute sich nicht entfaltete.
In einer Wiese in Wittelte (Nord) stürzte der Pilot Karl Lampen ab, geboren den 10. August 1920 in Gahlen, Rheinland, wohnhaft in Dorsten Westfalen, Hafenstrasse 25, dessen Flugzeug warscheinlich in der Gemeinde Dwingelo heruntergekommen ist.
In Oude Willem bei dem Bauernhof ‘Hoeve aan den Weg’ stürzte ab der Oberführer Horst Starzinski, geboren den 9. November 1923 in Schloppe, wohnhaft Horst Wesselstrasse 4 in Schloppe, dessen Flugzeug in der Gemeinde Vledder herunterkam.
Beide Flieger sind zweifelsohne sofort tot gewesen. Die Leichen sind auf Befehl der Ortskommandanten in Assen nach der Leichenhalle in Diever transportiert worden und werden wie es sich aus der erhaltenen Mitteilung ergibt nach Zwolle weiterbefördert werden zur dortigen Beerdiging.
Obiges wird zur Kenntnis gebracht von
1. Der Reichinspection der zivilen Luftschutzes im Haag (in zwei exemplaren);
2. Dem Polizeioffizier beim Beauftragten des Reichskommissares für die Provinz Drenthe in Assen.
Diever, den 16. August 1944.
Der Kommandant des Luftschutzdienstes in Diever, Jan Boesjes.
Beglaubigt, den 16. August 1944.
Der Bürgermeister von Diever, Pier Obe Posthumus.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De piloot Karl Lampen stortte neer in een weiland op ’t Noord bij Wittelte.

Het vliegtuig van de piloot Karl Lampen stortte neer op het landgoed Oldengaerde in de gemiente Dwingel.
De piloot Horst Starzinski stortte neer bij de boerderij ‘Hoeve aan den weg’ in de Olde Willem.
Het vliegtuig van de piloot Horst Starzinski stortte neer bij Bosoord in de gemiente Vledder.
Zie ook het bericht Messerschmitt stort in 1944 neer bij Bosoord.
Was het de ijverige gemeentesecretaris Jan Boesjes die deze brief in het Duits vertaalde of was de vertaler van de brief N.S.B.-burgemeester, voormalig reiziger in smeerolie en landbouwmachines, Pier Obe Posthumus ?
Gemeentesecretaris Jan Boesjes heeft eigenhandig de Nederlandse en de Duitse versie van de brief ondertekend, maar voor de handtekening van N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus is zijn stempel gebruikt.

Posted in De Olde Willem, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Duitse piloot stort in 1944 neer in de Olde Willem

Een tamelijk warrig bericht over een Duits jachtvliegtuig dat op 15 augustus 1944 neerstortte tussen Bosoord en Wateren is te vinden in de webstee backtonormandy.org. Voor de volledigheid, voor het leesgemak en voor het geven van commentaar op dit bericht is hier de tekst opgenomen. Sommige gegevens staan twee keer opgenomen in het bericht.

Bf 109-6 lost at Diever (between Rosoord and Wateren) on 15-08-1944 (SGLO ref: T3939)
At the date of 15-08-1944, time: 1300, the aircraft type Bf 109 has been lost.
The location of the plane was found at: Diever (between Rosoord and Wateren).
The unit of crew and plane is: II/JG 53. First flyer rank: Ofhr., name: H. Starzinski.
The plane belonged to the German forces.
13:00 – Diever (“Oude Willem”) – Bf-109G-6 – 166043 – II/JG53 – Ofhr. Horst Starzinski – Age 20 – KIA Człopa (in German Schloppe) (nowadays Poland ) – initial buried in Groningen.
Born 09 Nov 1923, Schloppe, Oberfähnrich – II./JG 53 – Grave in Ysselsteyn – Block AX Reihe 9 Grab 218

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 15 augustus 1944 werd boven Drenthe een luchtslag uitgevochten tussen de Geallieerden en de Duitsers. Bij deze slag werden ook Duitse jachtvliegtuigen neergehaald. Zo ook het jachtvliegtuig met piloot Horst Starzinski. Piloot Horst Starzinski probeerde te landen op het vliegveld van Havelte (Diwa-vliegveld), maar zijn vliegtuiig werd neergehaald door een Mustang P-51. In de database van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 is het Duitse jachtvliegtuig geregistreerd op verlieskaart T3939. Rosoord is natuurlijk Bosoord.
Het Duitse vliegtuig stortte neer bij Bosoord in de gemiente Vledder.
 Wat zouden de coördinaten van het neerstortpunt zijn ? Het Duitse jachtvliegtuig was een Messerschmitt van het model Bf-109-G6.
De piloot van het vliegtuig was de 20-jarige oppervaandrig Horst Starzinski uit Czlopa (Schloppe). Hij kon zich met zijn schietstoel uit het neerstortende vliegtuig redden, maar kwam om, omdat zijn parachute niet open ging. Hij stortte neer bij de boerderij Hoeve aan den Weg in de Olde Willem. De redactie weet niet waar hij precies neerstortte.
De afkorting KIA betekent: killed in action (gedood in de strijd).
Horst Starzinski werd op 18 augustus 1944 begraven op de begraafplaats Esserveld in Groningen en werd later (wanneer ?) herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselstein in Limburg. Hij ligt begraven in blok AX, rij 9, graf 218.

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Sloop schoorsteen Zuivelfabriek Diever op 8 mei 1978

De gammel wordende schoorsteen van de voormalige Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever is 8 mei 1978 gesloopt. De nieuwe eigenaren van de veelal in de volksmond genoemde ‘botterfabriek’ waren de gebroeders Boer uut Dwingel, die er een autobedrijf in vestigden.
Het kon gewoon echt niet missen dat dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm Hessels dit klusje op de gevoelige plaat vastlegde. Zie de hier getoonde zwart-wit foto van hem. Daarvoor posthuum driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. Foto’s van Harm Hessels behoren tot het culturele erfgoed uut de gemiente Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft, ongeveer 30 jaar later, bijgaande kleurenfoto op 26 mei 2018 gemaakt. Heden ten dage is gevestigd in het pand met adres Moleneinde 28 het door Harm Jan Boer, zoon van Roelof Boer en Jantje Pouwels, geleide Autobedrijf Boer.

Posted in Bedrijven, Moleneinde, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

In de winkel van Jan Breimer en Lammigje Kloeze

De redactie van het Deevers Archief ontving naar aanleiding van zijn oproep in het bericht Breimer Zelfbediening op speldje van Tiktak thee de volgende reactie van Tibbe Breimer, de oudste zoon van Jan Breimer  en Lammigje Kloeze:
Ik kom puur toevallig op dit bericht. Ik lees het verzoek. Ik zal in mijn eigen archief moeten zoeken naar foto’s. Ik ben uiteraard gaarne bereid nadere informatie te geven en naar foto’s te zoeken. Waarschijnlijk beschikt mijn zuster Marianne over de meeste oude foto’s van de winkel.

Van Tibbe Breimer is de navolgende tekst over de winkel van zijn ouders an de Peperstroate in Deever.
Foto’s van de winkel
Ik ben ondertussen bij mijn zuster Marianne geweest. Ze heeft enige foto’s van de winkel gedigitaliseerd, die ik hierbij stuur. Op twee foto’s is mijn moeder in de winkel te zien, die twee foto’s zijn gemaakt in 1951.
Ik heb geen foto’s van de achterkant van de winkel.
De winkel
Mijn ouders hadden in het begin van de vijftiger jaren een kruidenierswinkel op de hoek van de Peperstroate en de Kruussstroate. Zij kochten deze winkel in 1951 van de familie Albert Fledderus.
Zij hebben de winkel later omgebouwd tot een zelfbedieningswinkel.
Aanvankelijk was aan de achterkant van de winkel een behoorlijk grote moestuin met een pruimenboom en nog een stukje met keien geplaveid (voor de waterput). De tuin is ook nog benut geweest voor de noodwinkel van Rinse Kamp. Of dat voor of na de aanbouw van het magazijn was, dat weet ik niet meer.
Later is dit terrein gedeeltelijk bebouwd met het magazijn en nog weer later door een nieuwe uitbreiding van de winkel. Toen kwam de ingang aan de Kruisstraat. Deze verbouwing vond plaats, nadat mijn ouders de winkel hadden verkocht.
Mijn ouders verkochten de winkel in 1970 aan Henk ten Hoor, de latere textielbaron (al is hij dat nu niet meer).
Mijn ouders zijn in 1970 verhuisd naar Assen. Mijn vader ging toen werken bij de grossier Firma Van Dijken. Ze zijn daarna nog een keer binnen Assen verhuisd. Daarna zijn ze verhuisd naar Vries en in 1989 zijn ze verhuisd naar Beilen, de geboorteplaats van mijn vader.
De winkel is al vrij kort na 1970 door Henk ten Hoor doorverkocht, als ik het mij goed herinner aan de grossier Firma Van Dijken, die na een fusie opereerde onder de naam Flevozoom.
De familie van mijn moeder Lammigje Kloeze
Mijn moeder is de oudste dochter van Jan Kloeze en Trijntje Gerding.
Jan Kloeze was een broer van Albert en Hendrik Kloeze. Opa Jan had een smederij in Wittelte, die is later overgenomen door oom Harm, de jongste broer van mijn moeder (er was nog een jongere broer, die is op jeugdige leeftijd).
Albert en Hendrik Kloeze namen de smederij van mijn overgrootvader in Diever over. De zonen van Hendrik Kloeze, Albert en Rikus (mijn achterneven) leven nog en wonen in Diever. Albert nam ooit de smederij in Diever over en maakte er een garage van. Deze werd later verplaatst van de Hoofdstraat naar het Moleneinde, tegenover de voormalige zuivelfabriek.
Mijn oom Harm Kloeze is overleden en dit jaar is ook zijn vrouw Jannie overleden. Hun tweede dochter Geke, mijn nicht dus, woont samen met haar man Rien Hage in het huis in Wittelte. Het huis is wel grondig verbouwd, maar de smederij is intact gelaten. Deze smederij was dit jaar en ook al eerder te bezichtigen tijdens de open monumentendag. Van de smederij aan de Hoofdstraat in Diever is niets of nauwelijks iets meer te zien.
De geschiedenis van onze winkel in Diever
We kunnen proberen de geschiedenis van onze winkel in Diever te reconstrueren. Dat zal niet zo eenvoudig zijn. Mijn ouders, de belangrijkste bron, leven niet meer. Mijn eigen geheugen en dat van mijn zus zijn naast foto’s en nog vindbare archiefstukken relevante bronnen. Mijn zuster Marianne is een tijdlang werkzaam geweest in de winkel. Ik heb zelf in de vakanties ook meegeholpen. Mogelijk kunnen ook nog in leven zijnde Dievenaren uit die tijd worden geraadpleegd.
Landverhuizers
Mijn ouders hebben de winkel in 1951 gekocht van de familie Albert Fledderus, zoals ik al aangaf. Ik weet daar weinig van. Mij staat bij dat de familie Fledderus is geëmigreerd naar Canada.
Emigreren was, met name onder Gereformeerden, in die tijd nogal in zwang. Ik geef een voorbeeld. Van de 10 kinderen van mijn opa Tibbe en mijn oma Marchien zijn twee jongens en twee meisjes geëmigreerd. Drie zijn naar Canada gegaan en één is naar Nieuw Zeeland gegaan.
Of de familie Fledderus echt naar Canada is geëmigreerd durf ik niet te zeggen. Dat zou mogelijk uit een andere bron kunnen worden bevestigd.
Andere levensmiddelenwinkels in de gemeente Diever
Ik kan mij uit mijn jeugd nog herinneren, dat in de voormalige gemeente Diever in de vijftiger jaren van de vorige eeuw meerdere levensmiddelenzaken waren.
In Diever: de coöperatie (tevens bakkerij) en de winkel van Bram Moesker (Vivo) in de Hoofdstaat en Albert Kuiper (met een vestiging in Dieverbrug, tevens bakkerij) in de Peperstraat.
In Geeuwenbrug: annex aan café Jonkers.
In Zorgvlied: Hunse (tevens bakkerij).
In Wapse: een winkel naast de school.
In Wittelte: Klaas Echten (tevens bakkerij).
De meeste levensmiddelenwinkels bestonden in 1970 niet meer. De winkel van Klaas Echten in Wittelte bestond nog wel. Gerard Krol (eigenaar van de winkel van Albert Kuiper) ging zich specialiseren als bakker. Of dit voor of na 1970 gebeurde weet ik niet meer. In 1970 was ik student in Groningen en volgde ik de ontwikkelingen in Diever op afstand.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is Tibbe en Marianne Breimer bijzonder erkentelijk voor hun bijdrage aan de geschiedschrijving van de gemiente Deever.
De toezegging van Tibbe Breimer leverde mooie oude foto’s van de dorpswinkel op, die de redactie in het Deevers Archief met veel plezier gaat plaatsen, te beginnen met bijgaande prachtige zwart-wit interieurfoto van Lammigje Kloeze achter de toonbank in de kruidenierswinkel op de hoek van de Peperstroate en de Kruusstroate. De andere foto’s zullen in andere berichten worden gepubliceeerd in het Deevers Archief.
Deze foto is gemaakt in 1951 en is aanwezig in de fotoboeken van de familie Breimer, die worden bewaard door Marianne Breimer, zuster van Tibbe Breimer.

Jan Breimer (geboren op 24 juni 1922 in Beilen, overleden op 10 december 2012 in Assen) en Lammigje Kloeze (geboren op 12 februari 1927 in Wittelte, overleden op 30 juni 2011 in Assen).
De redactie kent helaas geen foto’s die in de interieurs van winkels in de gemiente Deever zijn gemaakt. En dat is toch wel erg te betreuren. Elke goed gemaakte foto in het interieur van een oude niet meer bestaande winkel in de gemiente Deever behoort wat de redactie betreft direct tot het fotografische erfgoed van de gemiente Deever. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief zou foto’s van het interieur van winkels kunnen en willen insturen ?

Op de zwart-wit foto (echt een topstuk) is een stralende en zelfverzekerde Lammigje Kloeze achter haar toonbank te zien. Op de toonbank staan een machine voor het snijden van vlees en kaas (?) en twee weegschalen. Een schaal voor het wegen van kleinere en lichtere hoeveelheden en een schaal voor het wegen van grotere en zwaardere hoeveelheden ? De redactie heeft het vermoeden dat de weegschalen van het merk Berkel zijn.
Aan de rechter weegschaal hangt een blaadje met de weekaanbiedingen: Patent tarwebloem 59 cent, G
roene erwten 35 cent en Theekransjes 45 cent. Het echtpaar Breimer zal vast en zeker elke week ook reclame hebben gemaakt in Van Goor’s Blattie.
Op de toonbank staan doosjes Aspirin van Bayer, Royco, de echte krachtige erwtensoep en Friesche tafelkoeken in een blik met de Friesche vlag. En -let op- aan de rechterkant op de toonbank staat -echt wel- een tonnetje met Hollandsche nieuwe haring.
De redactie kan in de schappen achter Lammigje Kloeze helaas maar een aantal producten van bekende merken onderscheiden: Honig’s vermicelli, Honig’s macaroni, Nescafé en Maggi-blokjes……. Maar misschien kan Tibbe of Marianne Breimer met het vergrootglas op de originele foto wel meer namen van producten onderscheiden.
De familie Albert Fledderus emigreerde inderdaad naar Canada.
Op bijgaande afbeelding van een fraaie zwart-wit ansichtkaart uit de verzameling van het Deevers Archief, die in 1948 is uitgegeven (door Albert Fledderus ?), is in het midden achter de leilinden de kruidenierswinkel van Albert Fledderus en Reintje Timmerman  te zien. Zo moet de situatie ook nog ongeveer zijn geweest in 1951, toen Jan Breimer en Lammigje Kloeze eigenaren van de winkel waren geworden, de winkel is pas later verbouwd tot een zelfbedieningswinkel.
De redactie heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Kruisstraat, Landverhuizers, Neringdoenden, Peperstraat, Topstukken | Leave a comment

Oens Dreins gepraot dat nog lang hier zal blieven

Ik was aangenaam verrast toen ik – al weer heel wat jaren geleden – bij een transactie met Roelof Boer, garagehouder aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever, de fraaie bundel ‘Wat was en was is’, geschreven door zijn vader Harm Boer, cadeau kreeg.
Deze bundel met nagelaten werk van schrijver en dichter Harm Boer is samengesteld door Meine Hoekstra in samenwerking met de kinderen van Harm Boer en werd in oktober 1999 uitgegeven door Reclamebureau Drokwark uut Dwingel.
De bundel ‘Wat was en wat is’ is verschenen na het overlijden van schrijver en dichter Harm Boer op 1 april 1995.
Ik publiceer hier – met toestemming van de familie Boer – het gedicht ‘Dialect’, waarin Harm Boer op prachtige zacht humoristische wijze beschrijft hoe hij het dialect van Lhee met name van zijn moeder (mow’s toal) leerde en hoe gehecht hij was aan het Dreins.
De tekst van het gedicht heb ik letterlijk overgenomen uit de bundel, aan de spelling van de woorden heb ik niet getornd en daarom heb ik  geen ‘verbeteringen’ in de spelling aangebracht.
Ik stel de organisatoren van de activiteit ‘Verdieverderen um de stamtoafel’ ten stelligste voor in een volgende bijeenkomst aandacht te besteden aan het Dreinse en zo mogelijk ook Deeverse gedicht.
Wellicht is in Deever of in een omliggend dorp een huiseigenaar te vinden die op een kale en saaie muur het fraaie gedicht Dialect wil laten schilderen. Wat te denken van het benutten van het grijze muurvlak links naast de ingang van de cultuurstimulerende Rabobank an de Peperstroate in Deever ? Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2018 heeft gemaakt. De voorbijganger kan dan na het lezen van het gedicht van Harm Boer even op het Rabobankbankje gaan zitten en dan rustig zijn gedachten laten gaan over het nut van het behoud van het Deeverse dialect. Hoe het was en hoe het zal zijn.

Dialect
’t Hung in de ruumte
waor ik lag
vanof de eerste dag.
Bij alles wat ik
heb edrunken
hebt lieve woordties
klunken
en elke luier
voel of nat
gung zachies praotend
van mien gat.
Toen ik kreup
kreup ik te wied
en toen ik leup
hetzelfde lied.
Uut angst dat ik verzeup
was het moeder
die mij reup
maor ieder woord
dat spreuken weur
had in zien spraok
dezelde kleur
herkenbaor veur het volk
en veur de streek
gienien die
daorvan week.
En daorum onder het proaten
onder het schrieven
hol ik vaaste:
Oens Dreins gepraot
dat lang nog
hier zal blieven.

Abracadabra-1497

Posted in Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Dorpskrachten, Erfgoed, Immaterieel erfgoed | Leave a comment

Jonge Wacht Buitencentrum – Het Witte Huis

De Katholieke Jeugdbeweging ‘de Jonge Wacht’ voor jongens in de leeftijd van 12 tot 17 jaren had in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw een zo genoemd ‘buitencentrum’ op Zorgvlied. Dit aspect van het rijke roomsche leven op Zorgvlied moet zeker aan de orde komen in een aanstaand populair-wetenschappelijk geschiedenisboek over Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem.
Het was geen vast buitencentrum met barakken voor de jongens, een barak voor de leiders, een sanitaire barak, een keukenbarak, een kapelbarak, maar het was meer een tijdelijk kampeercentrum voor in de zomer, bij de pastorie met de naam ‘het Witte Huis’ naast de rooms-katholiek kerk.
Als de jongens op kamp gingen, dan droegen ze frisse en fruitige groene uniformhemden. Waarschijnlijk waren het Katholieke Verkenners.
De jongens sliepen in tenten achter ‘het Witte Huis’, ze maakten gebruik van de sanitaire voorzieningen in ‘het Witte Huis’. De leiders sliepen in ‘het Witte Huis’. Ongetwijfeld zal ook gebruik zijn gemaakt van de keuken in ‘het Witte Huis’. Voor het deelnemen aan de mis hoefden de jongens niet ver te lopen.
Volgens wijlen Gerard Goettsch waren het buut’nlaanders, waren het jong’n uut de grote stad.
De vraag is of ‘het Witte Huis’ in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw leeg stond of dat het nog werd bewoond door een pastoor ?
De bijgaand afgebeelde voorkant van een in 1938 verstuurde -nu zeldzame- ansichtkaart (je zal maar zo’n prachtig exemplaar in de verzameling hebben) toont de achtertuin en de achterkant van ‘het Witte Huis’. Let daarbij ook op de twee masten waaraan een vlag is bevestigd, te denken valt aan de vlag van Nederland en de vlag van de Katholieke Jeugdbeweging of de Katholieke Verkenners.

Abracadabra-1607

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Witte Huis, Zorgvlied | Leave a comment

Zicht op een stuk dijk rond het zwembad Dieverzand

De besloten vennootschap Berkenheuvel van de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, heeft in het begin van 2018 een perceel bos aan de weg naar het Monument op Berkenheuvel geoogst. Hadden de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. een voorraadje hout nodig voor de open haard in hun drukbezette landhuis Berkenheuvel aan de Noordesch van Deever ?
Een gelukkige bijkomstigheid van deze kaalslag is het ontstane zicht op een deel van de dijk rond het voormalige zwembad Dieverzand. De achterkant van deze dijk is op de tweede kleurenfoto aan de linkerkant te zien. De dijk bestaat uit grond die vrijkwam bij het graven van het zwembad Dieverzand an de Bosweg in Deever. De resten van het voormalige zwembad Dieverzand zijn te beschouwen als een gemeentelijk archeologisch post-bellum monument van de eerste categorie. Echt wel.
De voorkant van dit deel van de dijk is op de zwart-wit foto te zien achter het publiek aan de kant van het zwembad. De zwart-wit foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Op de spriet (de stam van een denneboom) boven het water balanceert mejuffrouw Sina Smit, verkleed als verpleegster.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Thijs, Jan en Roelof Eggink geëerd met straatnaam

In Wapse zijn de Wapser verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog Thijs, Jan en Roelof Eggink geëerd met een straatnaam. Dat is toch wel het minste wat de voorkant van het gelijk kon doen voor deze drie mannen, die in Duitse concentratiekampen stierven voor de vrijheid van ons land.
In Diever is slechts een klein doodlopend straatje op de Westeresch helaas alleen vernoemd naar Geert Gerhardus Koster en niet naar Geert Gerhardus Koster én zijn vader Geert Koster, Deeverse verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. Dat is toch wel het minste wat de voorkant van het gelijk zou kunnen doen voor vader en zoon Koster, waarvan Geert Gerhardus Koster overleed in het kamp Paigerhorst te Wöbelin bij Ludwigslust Duitsland.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Alle Deeversen, Straatnamen, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Eerst perk A op de kaarhof van Deever ruimen

Voordat je als kind of kleinkind of achterkleinkind of achterachterkleinkind het in de gaten zou kunnen hebben, zouden de overijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk – die hun bureautje in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben staan – op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever kunnen beginnen met het opruimen van de stoffelijke resten van een ouder of een grootouder of een overgrootouder of een overovergrootouder in één van de perken A tot en met Z.
Als vanwege het voorgewende of geveinsde ruimtegebrek op de kaarkhof van Deever dan zo nodig een perk zou moeten worden geruimd, dan is dat voor de erfgenamen van de stoffelijke resten en de grafsteen ethisch en juridisch gezien alleen te verantwoorden als de overijverige werkertjes beginnen bij de grafen in het zo genoemde perk A.
De Engelsen zeggen dat zo: first in, first out. Wie het eerst is begraven, die wordt ook het eerst geruimd. Dus de conclusie is dat de stoffelijke resten in perk A in volgorde van overlijden en zonder aanziens des persoons het eerst moeten worden geruimd.
En dan kan het wel zo zijn dat de overijverige bestuurdertjes van de zo genoemde Historische Vereniging Gemeente Diever -niet gehinderd door enige kennis- wel voortdurend en heel hard schreeuwen en brullen en lobbyen dat perk A van historisch belang is en dan kan het wel zo zijn dat de ijverige werkertjes van de genoemde vereniging als een soort van tijdverdrijf zo nu en dan in perk A hier en daar de gevallen bladeren opharken, hier en daar een grafsteentje rechtzetten, hier en daar de korstmosjes van een grafsteen wegkrabben of hier en daar de rode grafsteentor bestuderen, maar dat heeft nul en generlei waarde, dat doet niets af aan het ethische, objectieve en juridisch te volgen principe dat de oudste stoffelijke resten in het oudste perk A het eerst worden geruimd, en niet subjectief eerst perk D waar veel arbeiders liggen en dat perk K en dan perk B waar veel dikke boeren en notabelen liggen.
In het geval van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis, die begraven zijn in perk A, zal het overijverige werkertje van de voorkant van het gelijk inderdaad -als een soort van beginnend notarisklerkje- overijverig en gratis overuren makend op zoek moeten gaan naar alle erfgenamen van de stoffelijke resten van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis en de grafsteen en hen via een officieel document de wettelijke en objectieve mogelijkheden voor het omgaan met de stoffelijke resten en de grafsteen en de geldelijke gevolgen van een keuze mee te delen.
Jan Lefferts ten Brink is geboren op 1 juni 1850 in Deever en is op 30 april 1887 overleden in Wittelte. Hij is een zoon van Leffert ten Brink en Grietje Hessels. Jan Leffert ten Brink was boer in Wittelte.
Geertje Veenhuis is geboren op 18 maart 1858 in Wapse en is op 29 mei 1915 overleden in Wittelte. Zij is een dochter van Fokke Jans Veenhuis en Annechien Niklaas Krijthe.
Op de grafsteen staat de eerste regel van psalm 103, vers 8.
Dit vers heeft betrekking op de vergankelijkheid van het leven, het sterven en de rouw.
De tekst van psalm 103, vers 8 luidt als volgt:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachteloos is en teer,
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren,
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2017 gemaakt.
De redactie is bezig alle grafstenen in alle perken van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te fotograferen.

Posted in Diever, Kerkhof | Leave a comment

In Oldendeever staat nog een grenssteen

Het direct na de Tweede Wereldoorlog door de voorkant van het gelijk bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever gelukkig terug te vinden op bewaard gebleven grensstenen.
Zo staat een door de eigenaar zeer goed onderhouden exemplaar – daarvoor driewerf hulde – op zijn originele betonnen sokkeltje bij de zijgevel en bij de zo te zien nog steeds in gebruik zijnde regenput van een woonboerderij an de Wittelterweg in Oldendeever.
Hulde aan de bewoners van dit pand, die deze grenssteen gelukkig hebben gered uit de sloopgrage handen van de gezagsgetrouwe medewerkers van de voorkant van het gelijk.
Zie de twee kleurenfoto’s die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2018 van de bewoners mocht maken en in het Deevers Archief mag tonen; daarvoor hartelijk dank.
Dit stuk versierd beton heeft, tot vóór de dag waarop de gemienten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelt helaas gedwongen opgingen in de gemeente Westenveld, langs een weg op de grens van de gemiente Deever en een aangrenzende gemeente gestaan.
Wellicht weten de eigenaren van deze grenssteen langs welke weg deze grenssteen stond ?

Posted in Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Houtskoolschets van een boerderijtje op ’t Kastiel

De redactie van het Deevers Archief toont graag mooie afbeeldingen van onderwerpen uit de gemiente Deever op tekeningen en schilderijen.

De in Boyl (Buil) geboren Stellingwerfse kunstenaar Johannes Mulders (1899-1989) maakte illustraties voor kinderboeken, ontwierp boekbanden en boekomslagen, maakte illustraties voor rijmprenten, kranten en tijdschriften en maakte houtsneden. Hij was kassier van de Boerenleenbank in Boyl (Buil). Nadat hij in 1964 met pensioen was gegaan, legde hij zich vooral toe op schilderen en tekenen.
Zo maakte hij ook de hier afgebeelde houtskoolschets van een boerderijtje op ’t Kastiel in Deever. De redactie weet niet in welk jaar deze fraaie schets is gemaakt.
De vragen zijn wanneer deze schets is gemaakt, om welk boerderijtje het gaat en wie daar woonden……
Is hier soms de achterkant van het boerderijtje van de weduwe Smit met de nog steeds bestaande zandweg van ’t Kastiel hen de Heezenesch te zien ? Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.

Mevrouw Gina Raadgever-Smit reageerde op 4 november 2016 als volgt:
Ik denk wel dat dit het huisje van mijn opoe Elsje Smit-Oost is. Al die bomen en het weggetje en aan het eind nog een huis, dat moet dan van Roelof Fledderus zijn. Kan eigenlijk niet missen !

Mevrouw Gina Raadgever-Smit stuurde op 7 november 2016 bijgaande foto van de achterkant van het boerderijtje van haar grootmoeder de weduwe Elsje Smit-Oost. De redactie is haar daarvoor zeer erkentelijk.
De foto is omstreeks 1965 gemaakt. De familie Smit woonde toen al een paar jaar elders. De man die toen in het boerderijtje woonde, onderhield blijkbaar zijn achtertuin niet. De kinderen op de zandweg zijn kinderen uit Capelle aan den IJssel.

Het mag duidelijk zijn dat de kunstenaar Johannes Mulders zijn houtskoolschets van het boerderijtje van de weduwe Elsje Smit-Oost heeft gemaakt. Die kunstenaar werkte wel ter plekke en tekende thuis geen ansichtkaarten of zwart-foto’s over. Hij zal de tekening hebben gemaakt in de tijd vóór 1963, toen de familie Smit nog in het boerderijtje woonde, toen was de achtergevel nog niet ontsierd met die merkwaardige metalen pijp.

De heer Fred van der Zanden meldde op 9 november 2016 het volgende.
Na de familie Smit woonde een zekere Brouwer in het boerderijtje. Hij kwam uit Haren bij Groningen. Ik weet zijn voornaam niet. Hij heeft zeker tot 1970 daar gewoond. Ik weet dit, omdat mijn vriendje ook op ’t Kasteel woonde en wij wel bij hem kwamen. Hij leed aan astma. Hij leefde als een kluizenaar.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Na de heer Brouwer kwam het huis in het bezit van de familie Brakel, die op de plaats van het boerderijtje en nieuw woonhuis heeft laten bouwen.
De redactie heeft de kleurenfoto van de tegenwoordige bebouwing en het zandpad op 2 januari 2017 gemaakt.

Abracadabra-1276 abracadabra-495abracadabra-558

Posted in Boerderijen, Diever, Kasteel, Keuterijen, Kunst, Tekeningen, Zandwegen | Leave a comment

Wat is nu het adres van Wittelte 38 en Diever 73 ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 8 mei 2018 de volgende reactie van de heer J.W.F. Spitzen.

De grootouders van mijn moeder waren Kornelis Veen en Grietje Dol. Zij zijn volgens het gedigitaliseerde bevolkingsregister uit de periode 1860-1930 op 26 november 1914 ingeschreven in de gemeente Diever op het adres Wittelte 38. Het boerderijtje met dit adres stond op ’t Moer.
Zij zijn op 18 mei 1917 uitgeschreven naar De Wijk (Drenthe), maar zijn op 30 augustus 1918 weer in de gemeente Diever ingeschreven op het adres Wittelte 38. In de gemeente Diever zijn ze later verhuisd naar het adres Diever 73.
Zij zijn op 30 april 1919 uitgeschreven naar Zuidwolde (Drenthe).
Mijn grootmoeder was Jentje Veen. Haar ouders waren Kornelis Veen en Grietje Dol.
Kunt U mij iets vertellen over waar zij destijds precies hebben gewoond?
Is het adres Wittelte 38 op ’t Moer nog te achterhalen ?
Is het adres Diever 73 in Diever nog te achterhalen ?
Bestaan de panden misschien nog?
Ik hoop dat U mij iets meer kunt vertellen.
Alvast bedankt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Kornelis Veen is geboren op 24 januari 1891 in Dwingel. Hij is overleden op 25 maart 1955.
Grietje Dol is geboren op 15 januari 1890 in Oldemarkt. Zij is overleden op 7 april 1965.
Kornelis Veen en Grietje Dol trouwden op 30 september 1914 in Vledder.
Kornelis Veen en Grietje Dol zijn begraven op de begraafplaats IJpenhof in Eesveen.
Jentje Veen is geboren op 17 september 1914. Zij is niet geboren op ’t Moer, maar in Vledder. Zij trouwde met Willem Akkerman.
Hun dochter Martha Akkerman is geboren in 1937 en is overleden in 2011.
Martha Akkerman trouwde in 1958 met Gerhardus (Ger) Franciscus Marie Spitzen.
De redactie zal uitzoeken in welk adres het oude adres Wittelte 38 op ’t Moer en het oude adres Diever 73 in de loop van de tijd zijn gewijzigd, zo dat nog te achterhalen is in het oude archief van de gemiente Deever.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief heeft een antwoord op de vragen van de heer J.W.F. Spitzen ?

Posted in 't Moer | Leave a comment

Tekening met titel Diever van Willem van Spronsen

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw bij de brink van Deever en een stukje bebouwing an de Peperstroate te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Zo te zien heeft de tekening als titel: Diever.

Deze tekening heeft in mei 2016 gehangen in een internationale tentoonstelling in het museum Hermitage in Amsterdam.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de website Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de website Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat in Deever.

abracadabra-492

Posted in Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Peperstraat, Tekeningen | Leave a comment

De scheepshouwer met zilver handvat van Michieltje

In het Leidsch Dagblad van 9 januari 1913 verscheen het volgende verrassende bericht over de nazaten van admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruijter.

Mr. A. de Ruijter de Wildt
Naar aanleiding van het bericht van overlijden van mr. A. de Ruijter de Wildt, mag in herinnering worden gebracht, dat deze een van de nakomelingen was van den grooten zeeheld.
In een levensbeschrijving van De Ruijter werd in ‘Levensberichten van Zeeuwen’ medegedeeld, dat op de tentoonstelling in 1870 te Middelburg aanwezig waren tal van voorwerpen van De Ruijter afkomstig, berustende bij den heer Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt, te Diever, afstammeling van Alida, de oudste dochter van den admiraal, eerst in kinderloozen echt gehuwd met Johan Schorer en daarna met den predikant Thomas Potts, aan welke nakomelingen bij koninklijk besluit van februari 1817, vergunning werd verleend, om den naam en het wapen van De Ruijter aan te nemen.
Onder de voorwerpen bij die familie bewaard, werd ook in eere gehouden een met edele stenen bezette koammando-staf van schildpad door den Koning van Spanje aan den admiraal geschonken; een kostbaar rapier met gevest van bloedkoraal; een scheepshouwer met zilver handvat door De Ruijter gewoonlijk gedragen, en een Turksche sabel in 1655 verkregen na een gevecht met een roover bij Salee.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dus eigenlijk had de op de kerkhof van Boijl begraven ex-koloniaal Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt (hij was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij in Nederlands Indië) gewoon de achternaam Potts of Pietersen of Jansen moeten hebben, maar mochten de nazaten van de admiraal zich na februari 1817 legaal De Ruijter noemen. De contacten van de nazaten van de admiraal in het ambtelijke en politieke Haagse circuit moeten wel erg goed zijn geweest om zo’n privilege voor elkaar te krijgen. Is er dan nog een koninklijk besluit aan te pas gekomen om ook de tweede achternaam De Wildt (of was het De Wild ?) blijvend aan de eerste nep-achternaam te mogen plakken ? Of was dat op eigen initiatief van de familie ? Klinkt erg voornaam en heldhaftig: de Ruijter de Wildt.
De voorkant van het gelijk an de aandere kaante van de bos vond die ‘ij’ (ij met puntjes) niet voornaam genoeg, want gaf een laan op Zorgvlied de naam ‘de Ruyter de Wildtlaan’, dus met ‘y’ (y zonder puntjes).
Het moet de leden van de historische werkgroep ‘Oude-Willem-Groot-en-Klein-Wateren-Zorgvlied’ wel een kick geven dat in het landhuis Zorgvlied ooit zeker meer dan 50 voorwerpen van admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruijter aanwezig zijn geweest. Dat kan bij een historische wandeling bij de standplaats van het landhuis mooi als ‘annekkedote’ worden verteld.
Wellicht zijn deze voorwerpen ter plekke nooit aan de bescheiden bevolking van Groot- en Klein Wateren getoond.
De trouwe bezoekers van het Deevers Archief kunnen de voorwerpen gelukkig wel zien. En wel in de zalen 0.7, 0.9, 0.12 en 0.123 van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Abracadabra-1591

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Zorgvlied | Leave a comment

Oprichting van een tabakskerverij op Zorgvlied ?

Op 1 september 1896 verscheen in de krant Het Nieuws van den Dag het volgende bericht over de tabaksindustrie op Zorgvlied.

Te Zorgvlied (Dr.), alwaar de tabaksbouw voortdurend gunstige uitkomsten oplevert, zal naast de sigarenfabriek ook eene tabakskerverij worden opgericht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Mr. Lodewijk Guillaume Verwer begon met de verbouw van tabak op Wateren en Zorgvlied an de aandere kaante van de bos. De verbouwde tabak werd verwerkt tot sigaren, maar tabak kon ook worden gekerft, dat wil zeggen fijn worden gesneden voor rook- of pruimtabak. Of de tabakskerverij ooit op Zorgvlied is opgericht, dat is nog een onderwerp van onderzoek van de redactie. Maar dit onderzoek zou ook door de deskundigen van de heemkundige werkgroep Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem kunnen worden uitgevoerd.

Posted in Tabak, Zorgvlied | Leave a comment

Gedraaide vierkante ramen in een boerderij

In de boerderij an de Heufdstroate in Deever, waar eerder de familie Bakker -wie heeft gegevens over de familie Marinus (?) Bakker ?- woonde, bevinden zich in de zijgevel aan de straatzijde drie gedraaide ramen, zo te zien zitten de kozijnen keurig in de verf en bevindt zich in de siedbaander ook een gedraaid raam, dat nota bene ook kan worden geopend. Zie de twee kleurenfoto’s. Die vier op deze manier aangebrachte ramen moeten enigst zijn in Nederland. Echt wel.
Wat ook opvalt is het mooie grote lange dubbele muuranker. Dit anker brengt blijkbaar voldoende kracht over op de constructie, want de buitenmuur staat nog steeds mooi recht.
Wel is het de eigenaar van het pand aan te raden bij de hoofdbeleidsambtenaar voor de openbare ruimte van de voorkant van het gelijk vergunning aan te vragen voor het verwijderen van het openbare groen uit het looppad bij de gevel, want wortelgroei is op den duur schadelijk voor de fundering. Echt wel. Zou funderingsschade ook het geval zijn geweest bij de netjes gerepareerde scheur onder het rechtse raam in de zijgevel ?
De reet’n doake is mooj mit grüne mos begröjt, moar so loat’n meins’n, aans verrop ie de bool.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de ramen in de zijgevel gemaakt op 3 oktober 2012 en heeft de kleurenfoto van de zijbaander gemaakt op 26 april 2018.
Ter vergelijking of juist niet ter vergelijking is op bijgevoegde ansichtkaart uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, aan de rechterkant de boerderij te zien, waarvan de drie ramen in de zijgevel en het raampje in de baander deel uitmaken.
Aan de linkerkant van de ansichtkaart was in het tweede pand met de hoge rechte voorgevel an de Heufdstroate in Deever het postkantoor gevestigd. Het pand was in Deever het enige pand met een plat dak. Het pand werd bewoond door de postkantoorhouder met zijn gezin. Wie kan de redactie van het Deevers Archief helpen met het benoemen van de bewoners van de andere panden. De foto is genomen in de richting van de Kruusstroate.


Posted in Ansichtkaarten, Baanders, Boerderijen, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Roelof Offerein uit het bestuur van de Boermarke

In de Meppeler Courant van 12 januari 1981 verscheen het volgende bericht over het aftreden van Roelof Offerein van de Deeverbrogge als boekhouder-secretaris van de Boermarke van Diever.

Diever. Tijdens de vergadering van de Boermarke, die in café De Lange werd gehouden, trad de heer H. Offerein (75 jaar) uit Dieverbrug af als boekhouder-sekretaris van deze organisatie. De heer Offerein blijft wel volmacht.
Door voorzitter H. Moes Dzn. werd aan de deze functionaris een wandelstok met inscriptie aangeboden. De heer Moes sprak woorden van dank voor het vele werk en de grote plichtsgetrouwheid waarmee de heer Offerein zijn werk heeft uitgevoerd.
De heer Offerein is 45 jaar lang volmacht bij de Boermarke in Diever geweest. Vanaf 1939 was hij boekhouder-sekretaris. Hij volgde toen zijn oom in deze funktie op.
Vier gulden
Deze functie is niet geheel onbezoldigd. Vanaf 1939 ontving de heer Offerein f 4,- per jaar voor zijn werkzaamheden. De heer Jan Hessels Jaczn. die tot zijn opvolger werd gekozen, ontvangt ook hetzelfde honorarium.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is toch wel handig om zo nu en dan eens bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan om wat meer te weten te komen over het boerenleven in de gemeente Diever.
Het was wel een bijzonder gul gebaar van de ‘dikke boer’n uut Deever’ dat ze Roelof Offerein (niet Hendrik Offerein, zie de attente reactie van kleindochter Gea Offerein) voor 45 jaar trouwe inzet voor de boermarke een wandelstok gaven, nota bene eentje met inscriptie. Wat zou de tekst van deze inscriptie zijn geweest ? Hebben de nazaten van Roelof Offerein de stok bewaard ?
Van links naar rechts zijn op de foto te zien: Jan Hessels Jaczn, Roelof Offerein, Cornelis Seinen, Harm Moes Dzn. en Hendrik Mulder Jzn.
Jan Hessels (geboren op 4 mei 1934 te Diever, overleden 20 augustus 2001 te Diever) was een zoon van Jacob Hessels (geboren op 3 mei 1896 te Diever, overleden op 7 maart 1979 te Diever) en Margje Veenhuis (geboren op 25 juni 1899 te Wapse, overleden op 23 mei 1985 te Diever).
Roelof Offerein werd op 28 mei 1905 op ’t Kastiel in Deever geboren in de boerderij die nu als adres Van Osstraat 2 heeft en is op 17 mei 1983 overleden an de Deeverbrogge in de boerderij met adres Dieverbrug 33.
Cornelis Seinen (geboren op 8 september 1912, overleden op 6 november 1989) was getrouwd met Hendrikje Schiphorst (geboren op 5 oktober 1912, overleden op 14 oktober 1989).
Harm Moes (geboren op 3 januari 1906, overleden op 8 februari 1993) was getrouwd met Janna Eggink (geboren op 1 maart 1907, overleden op 6 december 1983). Zijn ouders waren Dirk Moes (geboren op 5 januari 1876, overleden op 14 juni 1952) en Aaltje Timmerman (geboren op 10-april 1880, overleden op 6 juli 1960).
Gegevens van Hendrik Mulder moeten nog worden uitgezocht.
De boermarke stamt uit de middeleeuwen en was van oorsprong een verband van grotere boeren die onderling het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden. Het woord marke betekent grens en werd gebruikt om het gebied aan te geven dat bij een dorp hoorde: de boermarke van Diever, de boermarke van Wapse, de boermarke van Wittelte en de boermarke van Wateren. In de tachtiger van de vorige eeuw ging het in Diever nog om het beheer van kleine resten van de oorspronkelijke boermarke, zoals bijvoorbeeld de ‘boer’nbos an de Grönnegerweg’.
De foto bij het berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is gemaakt door de Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie ontving op 13 juni 2015 de volgende reactie van Gea Offerein.
Beste mensen,
Op jullie heel mooie website kwam ik bij het onderwerp Boermarke een stukje over mijn opa tegen.
Hij heette echter Roelof Offerein, niet Hendrik Offerein.
Hendrik Offerein is een andere persoon uit Diever, inmiddels ook overleden, neef van mijn vader en moest dus oom zeggen tegen mijn opa.
Mijn vader is Cornelis Frederik Offerein.
Met vriendelijke groet,
Gea Offerein

Posted in Alle Deeversen, An de Deeverbrogge, Boermarke van Diever, Cultureel erfgoed, Diever | Leave a comment

Sukersakkie van Hotel Blok an de Deeverbrogge

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag Hotel Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-restaurant.
Het hotel-restaurant had net zoals zoveel andere hotels, cafés en restaurants ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart uit het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
De D.A.B.O.-bus bee’j de brogge heeft de overtekenaar voor het gemak maar weggelaten. Ook de boerderij van Hendrik Warries heeft hij niet overgetekend. Wie kan de redactie informeren over de bewoners van deze boerderij ?
De luchtfoto is gemaakt door het bedrijf Lucht Foto Nederland (L.F.N.). Dit bedrijf was vooral in het noorden van Nederland bezig. L.F.N. heeft in die jaren in de gemiente Deever van bijna alle boerderijen (en dat waren er toen nogal wat) een luchtfoto gemaakt. De redactie zou graag L.F.N.-luchtfoto’s van boerderijen in de gemiente Deever willen tonen in het Deevers Archief. Wie stuurt een mooie scan van een L.F.N.-foto van een boerderij ?
Rechts naast het rechthoekige stenen electriciteitsgebouwtje naast het brugwachtershuisje ligt een stuk grond waar in de periode 1919-1933 een emplacement van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) was ingericht. Heden ten dage is op dat stuk grond Shell Benzinestation Blok V.O.F. gevestigd.

abracadabra-494

abracadabra-493

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boerderijen, Hotel Blok, LFN-luchtfoto's, Luchtfoto's, Sukersakkies, Tekeningen | Leave a comment

Wapse – Winkel van Marinus Dijkstra – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 16) over het verleden van de bakkerij en kruidenierswinkel van Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1908 gepubliceerd.

Voor de bakkerij en kruidenierszaak van Marinus Dijkstra poseren veel buurtbewoners. Alle meisjes zijn links opgesteld en alle jongens aan de rechterkant.
Marinus Dijkstra werd op 24 augustus 1854 in Doldersum geboren en overleed op 30 september 1920 in dit huis. Hij was getrouwd met Geertje Wouwenaar (Bakkers Geertie), de dochter van bosbaas Marten Wouwenaar. Zij werd op 9 maart 1859 geboren te Berkenheuvel en overleed op 3 mei 1945 in dit huis. Hier werden hun kinderen Marten, Lambert, Arnold en Trijntje geboren. Geertje is de middelste van de vijf dames midden op de foto.
De broodoven werd met bakkersturf aangemaakt en vervolgens met takkebossen warm gestookt. Het brandhout werd gesnoeid uit holtwall’n of uit boerenbos in de buurt. Marinus Dijkstra betaalde een gulden tot een daalder voor honderd takkebossen.
Bakker Dijkstra had ook een lösse karre met kleppen, waarmee hij bee’j de weg ventte. Geertje deed de winkel, ze had wel aardig verstand van zaken.
Het winkeltje was niet zo groot, maar er was van alles te krijgen, onder meer groene zeep, lösse süker, zeemleer en kachelpoets. Jannes Santing (Jans van d’Olde Smit) wist zich nog goed te herinneren dat sien mow hum seins mit de pot hen Geertie stuurde um lösse stroop te koop’m. Remmelt Kamer herinnerde zich het sütholt voor één cent en de klompen die door elkaar op de zolder lagen. Hendrikje Buiter-Roelofs wist nog dat in de winter een ton met pekelharing op de grote deele stond. Voor een stuiver kocht je een zoute haring tegen de griep. Ze herinnerde zich ook dat ze ronde boll’n en zwarte roggestoete bakten. Ook kon eigen meel naar de bakkerij worden gebracht, waar dan brood van werd gebakken.
Tegenover de school en tussen het pand van Marinus Dijkstra en het daarachter liggende huis van Abel Kamer en Aaltje Pit lag het schoelpattie hen ‘’t Noave.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1959 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Marten Dijkstra is geboren op 28 maart 1893 in Wapse en is overleden op 18 augustus 1893 in Wapse.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren,
Arnold Frederik Dijkstra is geboren op 14 oktober 1900 in Wapse en is overleden op 2 april 1986 in Varsseveld. Arnold Frederik Dijkstra was getrouwd met Elisabeth Keizer.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Trijntje Dijkstra was getrouwd met Hendrik Trompetter.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief wordt vriendelijk verzocht meer gegevens van de familie Dijkstra aan de redactie te melden. Zie voor meer gegevens over de familie Dijkstra ook het artikel Foto van groep I van de Wapser skoele uut 1905.

abracadabra-535

Posted in Ambachten, Ansichtkaarten, Diever, ie bint 't wel ..., Neringdoenden, Wapse | Leave a comment

Woater’n – Openbare Lagere School – Zomer 1925

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is bijgaande tekst en bijgaande foto van leerlingen van de Openbare Lagere School op Woater’n opgenomen. De redactie van het Deevers Archief zal op zoek gaan naar aanvullende gegevens van het onderwijzende personeel en de leerlingen en deze in dit bericht publiceren. Wie helpt de redactie bij al dat zoekwerk ?? 

Het leek mij aardig om een foto te tonen die niet is opgenomen in de mooie gelegenheidsuitgave ‘1884-1984 – 100 jaar Openbare Lagere School Wateren’. Temeer, omdat het meisje aan de rechterkant, met de mooie strik in haar haren, mijn moeder is.
Op de foto staat alleen groep I, dat wil zeggen ongeveer de helft van de leerlingen en de drie leerkrachten uit het schooljaar 1924-1925 op het plein bij de school.
Ik hoefde bij deze foto weinig moeite te doen om achter de namen van de leerlingen en de leerkrachten te komen, want zelfs na meer dan zeventig jaar wist mijn moeder deze namen zonder te aarzelen achter elkaar op te noemen.
Op deze foto zijn te zien:
Jantje Dolsma (1), Margje de Boer (2), Geesje Benedictus (3), Gerritje Bruursema (4), Roelofje Schipper (5), Bernadetta Ackermann (6), Johanna Dekker (7), Jan Bos (8), meester Gerrit Bakker (9), Ferdinand Jacob Damhuis (10), Gerritje Ekkels (11), Hitsje van Aarsen (12), Geesje Blaauw (13), Hessel Donker (14), Martin Ackermann (15), Alie Bos (16), juffrouw Naleke Bos-Evers (17), hoofdmeester Hendrik van Delden (18), Johanna Alida Brinkmann (19), Margaretha Bernardina Halman (20), Johannes Joseph Halman (21), Antonius Hendrikus Damhuis (22), Bernardus Valentinus Halman (23), Hendrikus Hugo Damhuis (24), Roelof Blaauw (25), Rensje Donker Wdr. (26), Hielke Ekkels (27), Rensje Haanstra (28), Trijntje Haanstra (29), Rensje Donker Rdr. (30), Maria Bos (31), Hennie Bos (32), Jacob Donker (33), Harm Donker (34), Johan Ekkels (35), Jene Haanstra (36), Ignatius Willebrordus Brinkmann (37), Johannes Frederik Brinkmann (38), Piet Bos (39), Jan Bruursema (40) en Gerrit Haanstra (41).

Abracadabra-1594Abracadabra-1595

Gegevens van de kinderen op de foto:

1. Jantje Dolsma
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

2. Margje de Boer
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

3. Geesje Benedictus
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

4. Gerritje Bruursema
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

5. Roelofje Schipper
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

6. Bernadetta Ackermann
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

7. Johanna Dekker
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

8. Jan Bos
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

9. Meester Gerrit Bakker
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

10. Ferdinand Jacob Damhuis
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

11. Gerritje Ekkels
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

12. Hitsje van Aarsen
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

13, Geesje Blaauw
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

14. Hessel Donker
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

15. Martin Ackermann
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

16. Alie Bos
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

17. Juffrouw Naleke Bos-Evers
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

18. Hoofdmeester Hendrik van Delden
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

19. Johanna Alida Brinkmann
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

20. Margaretha Bernardina Halman
Zij is geboren op 9 juni 1918 op Zorgvlied. Zij is overleden op 24 december 2008 in Eindhoven. Zij is een dochter van Johannes Halman (geboren op 23 oktober 1881 in Weststellingwerf, overleden op 2 februari 1966 in Eindhoven) en Maria Margaretha Brinkmann (geboren op 7 juni 1886 op Woater’n, overleden op 31 mei 1959 in Eindhoven).

21. Johannes Joseph Halman
Hij is geboren op 24 januari 1915 op Zorgvlied. Hij is overleden op 4 april 1984 in Eindhoven. Hij is een zoon van Johannes Halman (geboren op 23 oktober 1881 in Weststellingwerf, overleden op 2 februari 1966 in Eindhoven) en Maria Margaretha Brinkmann (geboren op 7 juni 1886 op Woater’n, overleden op 31 mei 1959 in Eindhoven).

22. Antonius Hendrikus Damhuis
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

23. Bernardus Valentinus Halman
Hij is geboren op 26 september 1916 op Zorgvlied. Hij is overleden op 16 mei 1999 in Eindhoven. Hij is een zoon van Johannes Halman (geboren op 23 oktober 1881 in Weststellingwerf, overleden op 2 februari 1966 in Eindhoven) en Maria Margaretha Brinkmann (geboren op 7 juni 1886 op Woater’n, overleden op 31 mei 1959 in Eindhoven).

24. Hendrikus Hugo Damhuis
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

25. Roelof Blaauw
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

26. Rensje Donker Wdr.
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

27. Hielke Ekkels
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

28. Rensje Haanstra
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

29. Trijntje Haanstra
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

30. Rensje Donker Rdr.
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

31. Maria Bos
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

32. Hennie Bos|
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

33. Jacob Donker
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

34. Harm Donker
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

35. Johan Ekkels
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

36. Jene Haanstra
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

37. Ignatius Willebrordus Brinkmann
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

38. Johannes Frederik Brinkmann
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

39. Piet Bos
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

40. Jan Bruursema
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

41. Gerrit Haansstra
Nog te onderzoeken. Wie kan gegevens aanleveren ?

Posted in De aandere kaante van de bos, Diever, ie bint 't wel ..., Lagere School Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Maar de boer, hij ploegde voort …. op de Westeresch

De redacteur van het Deevers Archief rekent de hier getoonde foto, die gebruikt is voor één van de eerste kleuren-ansichtkaarten uut de gemiente Deever, tot de mooiste beelden van agrarisch Deever. Het beeld markeert de veranderende tijd van paarden en ploegen naar gemechaniseerde landbouw met tractoren.
Tot op de dag van vandaag weet de redacteur niet wie aan het ploegen is aachter op de Westeresch. Wie herkent deze boer ?
Rechts naast het hoofd van het paard is een keet te zien. Deze keet was bij korfbalvereniging ODIVAL (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leden), de sportvereniging van ome Piet Zijlstra, in gebruik als kleedgebouwtje.
De kaart is in 1972 uitgegeven door het bedrijf Van der Meulen uit Sneek. Wellicht is de foto een aantal jaren eerder gemaakt. Na 1972 is deze ansichtkaart nog een paar keer heruitgegeven.

Abracadabra-1598

Posted in Ansichtkaarten, Boer'nwaark, Gemeentehuis, Kerk aan de brink, Molen 'de Vlijt', Westeresch | Leave a comment

Mooie oude ansichtkaart van zwembad Dieverzand

Van het openluchtzwembad Dieverzand an de Bosweg op Berkenheuvel in Deever is in de loop van de jaren van het bestaan van dit zwembad in de open lucht een aardig aantal mooie zwart-wit ansichtkaarten uitgegeven. Stel jij je eens voor dat jij deze allemaal in jouw mooie verzamelalbum zou hebben.
De redactie wil de trouwe bezoekers van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart, die vlak na de Tweede Wereldoorlog werd uitgegeven, niet onthouden.
Let vooral op de primitieve lage houten duikplank aan de linker kant en de hoge houten duikplank in het midden, die later is vervangen door een stalen duuktoor’n (duiktoren).
Bezoekers worden opgeroepen van ansichtkaarten en foto’s die zij in hun bezit hebben een goede scan te maken en deze naar de redactie van het Deevers Archief te sturen (klik onder aan het bericht op Leave a comment). De redactie zal deze met veel plezier publiceren.

abracadabra-129

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosweg, Diever, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Gezicht op Deever vanaf de Uitkijktoren – 1952

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 18 januari 1950 het navolgende korte bericht over het de bouw van een uitkijktoren aan de Bosweg.

In het bos van Berkenheuvel te Diever is een door het Staatbosbeheer overgenomen boortoren gebouwd, welke van trappen en bordessen zal worden voorzien, en dan als uitkijktoren dienst zal doen. Het stalen gevaarte steekt een heel eind boven het bos uit en geeft een prachtig overzicht over de omgeving. De toren zal na gereedkomen worden beheerd door de V.V.V. Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hergebruikte boortoren van de Nederlandse Aardolie Maatschappij stond aan de Bosweg in Deever tegenover Paviljoen Vierhoven op een heuvel aan de kant van het Openluchtspel.
Boven op de toren had de beklimmer naar alle kanten een heel mooi uitzicht op de omgeving. Bij helder weer was zelfs de kerktoren van Steenwijk te zien.

De V.V.V. Diever is de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer in Deever.

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosweg, Diever, Openluchtspel, Paviljoen Berkenheuvel, Uitkijktorens | Leave a comment

Openbare Lagere School aan de Tusschendarp

De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto van de Openbare Lagere School aan de Tusschendarp in Deever op 2 maart 1996 gemaakt.
Het rechter deel van de school met twee lokalen is -voor zover de redactie dit na kan gaan- in 1961 in gebruik genomen. Wie verschaft de redactie hierover gegevens ?

Abracadabra-1432

Posted in Openbare Lagere School Diever, Tusschendarp, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Deever – Moleneinde in 1958 en in 2012

 

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Moleneinde, Verleden en heden | Leave a comment

Sigarenfabriekje van Lodewijk Guillaume Verwer – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 17) over enige activiteiten van mr. Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied en Groot Wateren en Klein Wateren gepubliceerd.

In 1859 verkocht de Maatschappij van Weldadigheid de kolonie Groot- en Klein-Wateren in twee delen. Jacobus Fransiscus de Ruijter de Wildt kocht het deel dat de naam Zorgvlied kreeg. Het tweede deel kreeg een andere eigenaar en behield de naam Groot- en Klein-Wateren. Zo’n tien jaar later kwamen Zorgvlied en Groot- en Klein-Wateren in het bezit van de heer Enger uit Arnhem. In 1879 kochten de gebroeders mr. Lodewijk Guillaume en dr. Julius Verwer uit het Friese Makkum beide landgoederen.
Een eerste citaat uit het boek Erf en Wereld luidt:
Met name mr. Lodewijk Guillaume Verwer was een man van initiatief, wiens geest zich vermeide in zakelijke bespiegelingen, en wiens hand niets liever deed dan zijn zakelijk denken in daden om te zetten.
Een tweede citaat uit hetzelfde boek luidt:
Hij ontgon het land, waarbij hij aanvankelijk van terpaarde en later van kunstmest gebruik maakte; hij bouwde boerderijen en arbeidershuizen; hij stichtte een sigarenfabriek, die een bezetting kreeg van dertig jongens en twee directeuren, voorts een cichoreifabriek, terwijl hij tegelijkertijd zijn pachters tot het verbouwen van cichorei verplichtte. Te Zorgvlied vestigde hij de Noord-Nederlandse Hypotheekbank en een levensverzekeringsmaatschappij. Hij liet uit Brabant tabaksplanters met kinderrijke gezinnen overkomen en bouwde grote schuren voor de berging van de tabaksoogst. Uit Friesland trok hij verspreid wonende katholieke boeren aan, liet hun schuren en huizen afbreken en van de materialen nieuwe boerderijen in Zorgvlied en Wateren opbouwen, kortom mr. Lodewijk Guillaume Verwer bouwde een nieuwe parochie, en hij deed dat met de allure van een groot zakenman en met een vermetelheid die inderdaad verbluffend was.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het in 1959 bij uitgeverij Laverman in Drachten verschenen boek ‘Erf en wereld’ van J.P. Wiersma gaat over de agrarische toestand in Friesland na 1870, de doorbraak van de coöperatieve gedachte en de opkomst van de Friese landbouwcoöperatie en haar ontwikkeling tot in onze tijd.
De samenstellers van een populair-wetenschappelijk geschiedenisboek over Zorgvlied, Olde Willem, Klein Wateren en Groot Wateren kunnen in het boek ‘Erf en wereld’ nuttig bronmateriaal voor hun geschiedenisboek vinden.
De afgebeelde foto laat mensen bij de coöperatieve sigarenfabriek op Zorgvlied zien. De redactie denkt niet dat alle mannen, grotere jongens en kleine jongens werkzaam waren bij deze sigarenfabriek. Op de voorgrond is een houten sigarenpers te zien.
Het pand waarin de coöperatieve sigarenfabriek was gevestigd bestaat nog steeds en staat aan de weg naar Elsloo vlak bij de Drents-Friese grens.

Abracadabra-1211

Posted in De aandere kaante van de bos, Diever, ie bint 't wel ..., Lodewijk Guillaume Verwer, Tabak, Zorgvlied | Leave a comment

Deever – Hunnebed op de Stienakkers – 1933

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 64) over het verleden van het hunnebed op de Stienakkers an de Grönnigerweg in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1933 gepubliceerd. …

Op 6 januari 1855 werd ter voldoening aan het Koninklijk Besluit van 28 december 1854 aan het Rijk gemeld dat op de Heezeresch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed lag. Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van het hunebed lagen.
Het Rijk besloot pas op 20 oktober 1871 de akker en het hunebed aan te kopen. Het Rijk verzocht wethouder Klaas Kok om met de eigenaar te onderhandelen over de aankoop en het verplaatsen van de schuur, opdat het hunebed in zijn geheel vrij zou komen.
Hendrik ter Mast was wel bereid de akker met het hunebed te verkopen. Voor de grond vroeg hij 12 gulden. Voor het verplaatsen van zijn schuur vroeg hij 200 gulden. Ook bedong hij dat een op zijn akker aanwezig voetpad over de publieke weg moest gaan lopen. Uiteindelijk ging hij accoord met een vergoeding van 88 gulden voor de schuur. Daarbij stelde het Rijk wel als voorwaarde dat deze niet hoger zou zijn, als de schuur in zo’n slechte staat zou blijken te zijn, dat deze na het afbreken niet meer zou kunnen worden herbouwd. De totale verkoopprijs kwam zo op 100 gulden te liggen. Op 2 november 1871 werd de koop gesloten. Na het afbreken van de schuur konden de daar onder liggende stenen worden blootgelegd.
De archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen beschreef het hunebed later als volgt:
Het hunebed is onregelmatig spits-eivormig. Het heeft een ongeveer noord-oostelijk-zuidwestelijk gerichte lengte-as. De ingang bevindt zich vermoedelijk aan de zuidkant, doch de plaats waar is niet zonder meer vast te stellen. Het steengraf bestaat uit minstens 10 draagstenen en totaal uit 22 stenen. Ze bestaan allen uit graniet. Toen het hunebed nog geheel ongeschonden was, werd als bijzonderheid aangegeven dat in één der dekstenen een grote mensenhand was gegraveerd of uitgehouwen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De afbeelding van het hunnebed dateert uit 1933. In de achtergrond van de afbeelding is de bebouwing van de Dwarsdrift en ’t Kastiel te zien.
Had meneer de weledelgestrenge professor doctor in de oudheidkunde Albert Eggen van Giffen het hunnebed maar nooit naar eigen inzichten ‘gerestaureerd’. Het hunnebed op bijgaande afbeelding oogt veel echter, zo zijn het mooie dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
Hedendaagse professoren in de archeologie ‘restaureren’ niet zo maar meer een oudheidkundig object, maar proberen dit zo mogelijk te ‘conserveren’, in de staat te houden waarin het zich bevindt, dus plat en kort door de bocht gezegd: met de fikken er van af te blijven.

Abracadabra-465

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, ie bint 't wel ..., Grönnegerweg, Hunnebed, Steenakkers | Leave a comment

De kerk aan de Brink van Deever – 1935-1936

Met de naamgeving van het kerkgebouw aan de brink van Deever is iets merkwaardigs aan de hand. In de webstee van Wikipedia is te lezen dat de Sint Pancratiuskerk een Nederlands hervormde kerk is. Dit is een contradictio in terminis, een tegenstrijdigheid in de gebruikte woorden.
Tot 1598 was het kerkgebouw in gebruik bij de rooms-katholieke geloofsgemeente, het gebouw was gewijd aan de heilige Pancratius. In de periode van de beeldenstorm is het kerkgebouw gestript van alles wat met heiligen had te maken. Het kerkgebouw was daarom niet meer gewijd aan de heilige Pancratius. Toen was het afgelopen met die naam. Echt wel. Vanaf 1598 was het niet meer dan een veel te groot en veel te duur kerkgebouw aan de brink, nu het kerkgebouw aan de brink dat in gebruik is bij de kleine hervormde geloofsgemeente.
De zwart-wit-foto is gemaakt in 1936, toen het kerkgebouw gelukkig nog niet tot Sint Pancratiuskerk was gebombardeerd. De vrienden van het kerkgebouw aan de brink van Deever gebruiken de naam Oude Kerk, een enigszins beter passende naam.
Let op het hekwerk om de hof van de kerk. In die jaren werden op de kerkhof al geen doden meer begraven, stonden op de kerkhof geen grafstenen meer, maar was de hof bij de kerk nog niet geruimd, dat gebeurde pas bij de Zeer Grote Restauratie van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Toren aan de brink | Leave a comment

Zorgvlied – Gegevens in de webstee dbnl.org

In de webstee dbnl.org van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren zijn in de rubriek Monumenten in Drenthe enige wetenswaardige gegevens over Zorgvlied te vinden. In de gegevens wordt nergens verwezen naar bronnen. In de webstee is ook niet te vinden wie de schrijver/toevoeger/bedenker van deze gegevens is. Wel zijn in de webstee een aardige foto te vinden van de Openbare Lagere School en de Rooms Katholieke kerk met het rijtje woonhuizen naast de kerk.

Posted in Rooms Katholieke Kerk, School Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Een katholieke jeugdherberg op Zorgvlied

De redactie van het Deevers Archief laat de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief graag meegenieten van al het moois uit de gemeente Diever. De redactie toont hierbij haar nieuwste uitbreiding van zijn verzameling ansichtkaarten. 
De historische werkgroep Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem, deel uitmakend van de heemkundige vereniging uit Deever heeft in de beschrijving van een historische wandeling door Zorgvlied en Wateren de volgende tekst (voor wat deze waard is) over het op bijgaande ansichtkaart afgebeelde pand opgenomen.

Dit huis stond aanvankelijk in Oldeterp. Een tegenover het huis wonende freule vond het een lelijk huis en wilde dat het afgebroken zou worden. Dat geschiedde rond 1900. Timmerman Dalstra kocht het huis en bouwde het in Zorgvlied weer op. Daarna was het een timmerwinkel en een boerderij, annex kruidenierswinkel. Ook was het enige tijd een jeugdherberg voor Rooms Katholieke jongeren.

In de Heerenveensche Koerier van 17 februari 1950 verscheen het volgende bericht

Een katholieke jeugdherberg te Zorgvlied 
Diever. Naar we vernemen, ligt het in de bedoeling van de Katholieke Vacantiehuizen- en Jeugdherbergencentrale een jeugdherberg te stichten te Zorgvlied in de gemeente Diever. De mooie omgeving leent zicht uitstekend voor dit doel.

Abracadabra-1576
In het Limburgsch Dagblad van 19 juli 1952 verscheen de volgende advertentie van de Katholieke Vacantiehuizen- en Jeugdherbergencentrale, waarin ook de jeugdherberg van Zorgvlied wordt genoemd. Aardig is te lezen wat destijds de kosten voor het verblijf in een katholieke jeugdherberg waren.

Abracadabra-1578
De katholieke jeugdherberg, adres Zorgvlied 3, bestond nog in 1965, gelet op de volgende advertentie in de krant De Telegraaf van 9 april 1965.

Abracadabra-1577Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-02-03
Er is op Zorgvlied heel wat afgesjouwd met panden. Het afgebeelde pand zou afkomstig zijn uit Oldeterp. Het Amsterdamse huis aan de Dorpsstraat zou helemaal vanuit Amsterdam zijn versleept naar Zorgvlied, Villa Laanzicht is vanaf de Dorpsstraat op Zorgvlied versjouwd naar de Deeverbrogge.
Het is van belang dat de historische werkgroep ‘Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem-Zorgvlied’ in hun aanstaande populair-wetenschappelijke boek over de geschiedenis van Zorgvlied, Groot- en Klein Wateren en Oude Willem aandacht besteedt aan de invloed van de katholieke kerk in deze streek, een kathlieke jeugdherberg is daar een exponent van.

Abracadabra-1574

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

De Ruijter de Wildt overleed in 1870 op Woater’n

De redactie van het Deevers Archief heeft al een keer in een bericht en nog een bericht aandacht besteed aan speculaties over het geboortejaar van het dorp Zorgvlied. Is het 1861 of 1862 of 1863 ?
In de webstee Zorgvlied-Drenthe.nl is een populair-wetenschappelijk artikel te vinden met de titel 150 jaar Zorgvlied. Een van de leden van de historische werkgroep ‘Groot-en-Klein-Wateren-Zorgvlied-Oude-Willem’ gaat in dat artikel op basis van de resultaten van enig onderzoek uit van het geboortejaar 1863.
Het is dan ook best opmerkelijk te noemen dat aan de aandere kaante van de bos de ambtenaar van de burgerlijke stand in 1870 nota bene in de overlijdensakte van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt, nota bene de bedenker van de naam Zorgvlied, als plaats van overlijden gewoon Wateren vermeldde.
‘Het kan verkeren’, zei Gerbrand Adriaenszoon Bredero (geboren op 16-03-1585, overleden op 23-08-1618), die bijna een tijdgenoot was van Michiel Adriaenszoon de Ruijter (geboren op 24 maart 1607, overleden op 29 april 1676).
Dus 150-jaren Zorgvlied voor alle zekerheid toch maar in een nader te bepalen jaar na 2020 vieren ?

Abracadabra-1592

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Zorgvlied | Leave a comment

An de Deeverbrogge stonden ooit stoplocht’n

Stoplocht’n ? See hebt an de Deeverbrogge estoan ! Ja, echt ! Echt woar !

De redactie van het Deevers Archief is al lange tijd op zoek naar foto’s van het kruispunt an de Deeverbrogge, waarbij het kruispunt vanwege de verkeersveiligheid is voorzien van een verkeersregelinstallatie, in de volksmond veelal stoplocht’n genoemd. Op bijgaande foto uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw is aan de linkerkant van de foto één van de vier stoplocht’n te zien.
De vier stoplocht’n hebben niet zoveel jaren dienst gedaan. Na de grote opkomst van de rotonde in Nederland is ook het kruispunt an de Deeverbrogge ongebouwd tot een rotonde.
De redactie heeft de zwart-wit-foto van de rotonde gemaakt op 8 februari 2000.
Het is de redactie niet bekend wanneer de stoplocht’n in gebruik zijn genomen en wanneer de rotonde in gebruik is genomen. Wie kan de redactie hierover informeren ?
De redactie van het Deevers is op zoek naar andere foto’s waarop de stoplocht’n op dit kruispunt zijn te zien. Wie kan de redactie aan deze foto’s helpen ?

Abracadabra-1552Abracadabra-1553

Posted in An de Deeverbrogge | Leave a comment

Wapse – In ’t Bakkersveentie – Zomer 1926

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 48) over het verleden van Wapse met bijbehorende afbeelding van een foto uit de zomer van 1926 uit de collectie van echte Wapsenaar Hennie Nijzingh gepubliceerd. Zie de bijgaande afbeelding van de betreffende bladzijde uit het genoemde fotoboekje.

Voor de Tweede Wereldoorlog werden voor gebruik als brandstof in diverse veentjes in de gemeente Diever törf en zödden gestoken. Dat was ook zo het geval in het Bakkersveentie. Dit veentje lag in de Aarlanden op de plaats waar zich nu het gelijknamige dierenparkje in de Haarsmastraat bevindt. Het veentje werd Bakkersveentie genoemd, omdat dit het eigendom was van bakker Marinus Dijkstra.
Het is blijkbaar schoft in het veen. De turfstekers rusten even uit, want de drie vrouwen hebben zo te zien net een pul met verse koffie gebracht. Dit was voor de fotograaf een prachtig moment voor het maken van deze sfeervolle opname.
Aan de linkerkant zit Lambert Dijkstra, een zoon van de op 30 september 1920 overleden bakker Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar. Lambert Dijkstra heeft na de dood van zijn vader nog een tijdje de bakkerij voortgezet.
Zijn zwager Hendrik Trompetter zit naast hem. Naast Hendrik Trompetter zit zijn vrouw Trijntje Dijkstra, de zuster van Lambert Dijkstra. Toen Lambert op Kalteren woonde, heeft Trijntje het winkeltje van haar ouders voortgezet. Achter haar staat Janna Trompetter, de zuster van Hendrik Trompetter. Zij was getrouwd met boer en timmerman Hendrik Houwer uit Diever. Naast Trijntje Dijkstra zit Margje Houwer, dochter van timmerman Hendrik Houwer en Janna Trompetter. Margje Houwer was getrouwd met Johannes Nijzingh. Ze heeft haar pasgeboren en zo te zien goed ingepakte, naar haar grootmoeder vernoemde, dochter Janna op schoot. Rechts staat Jan van der Weij (Jan Kanon). Hij was geen familie van de genoemde mensen.
Ook op andere plaatsen in de gemeente werd turf gewonnen. Jan en Harm Hessels staken turf uit een veentje aan de Geeuwenbrug. Wittelter boeren wonnen turf uit het Holleveen en de Zandlotten. Ook langs de Vledder Aa werd turf gestoken. Rensje Donker herinnerde zich dat ze vaak turven moest keren in een veentje bij Wateren. Ook bij het Adderveen en in de Hertenkamp werd lange tijd turf gestoken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het dierenparkje met de naam Bakkersveentie aan de Haarsmastraat in Wapse op 26 april 2018 gemaakt.
Op het internet is het dierenparkje aan de Haarsmastraat in Wapse ook te vinden. Let op de afbeelding van het dierenparkje vooral op het erg zeldzame zitbankje.
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1859 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren.
Hendrik Trompetter is geboren op 24 maart 1892 in Wapse en is overleden op 16 december 1985 in Wapse. Hendrik Trompetter was getrouwd met Trijntje Dijkstra.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Janna Trompetter is geboren op 3 september 1881 in Wapse en is overleden op 8 november 1973 in Deever.
Hendrik Houwer is geboren op 19 mei 1880 in Deever en is overleden op 20 februari 1970 in Deever.
Margje Houwer is geboren op 21 augustus 1905 in Deever. Ze trouwde op 15 mei 1926 op twintigjarige leeftijd met Johannes Nijzingh. Zij is in 1987 op 77-jarige leeftijd overleden.
Johannes Nijzingh is geboren op 19 mei 1904 in Deever en is overleden op …… in …..
De gegevens van het poppie Janna Nijzingh ontbreken nog. Ze moet al kort na het huwelijk van Johannes Nijzingh en Margje Houwer zijn geboren. Het zou kunnen zijn dat Janna Nijzingh nog leeft.
De gegevens van Jan van der Weij ontbreken nog.
De bezoekers van het Deevers Archief worden vriendelijk verzocht ontbrekende, aanvullende of verbeterende gegevens van de personen op de foto bij de redactie te melden, in het bijzonder van Janna Nijzingh.

Posted in Alle Deeversen, Diever, ie bint 't wel ..., Topstukken, Wapse | Leave a comment

Vincent en Daniëlle houden van elkaar

In de buurt van het Monument van mr. A.C. op Berkenheuvel staan beuken, die een bast hebben, die heel geschikt is om met een scherp mes (bijvoorbeeld een Kloezie) in te snijden. Zeker in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw kwam het nog wel voor dat verliefde stelletjes hun verkering ‘vereeuwigden’ in een houtsnede in een beuk. Vincent en Daniëlle. Twee namen met daartussen een met een pijl doorboord hart. De letters van de houtsnede worden door het groeien van de boom elk jaar iets groter en deze letters zijn door de jaren heen steeds slechter te lezen en zullen uiteindelijk vervagen.
De rodondendrons bij het Monument op Berkenheuvel bevinden zich in een verhoute en slecht onderhouden staat. Het lijkt alsof de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. in geen zestig jaar naar deze struiken hebben omgekeken. De redactie raad de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C aan deze hinderlijke struiken te verwijderen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 25 april 2018 gemaakt. De rodondendrons bloeiden nog niet.
De zwart-wit ansichtkaart is in juli 1951 uitgegeven. In die tijd stonden geen rodondendrons bij het monument, zodat het monument van alle kanten goed was te zien.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Monument Berkenheuvel | Leave a comment

Oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-leunstoelen

Zo nu en dan is het mogelijk tweede-hands of derde-hands of vierde-hands oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-stoelen via een webstee op het internet te kopen. In dit geval gaat het om vier retro-design stoelen met een leuning. Zie de bovenste twee afbeeldingen.
N.V. Meubelfabriek ‘De Toekomst’ an de Deeverbrogge was de maker van deze STApelbare en KOppelbare leunstoelen.
Achter op een STAKO-stoel zit een metalen plaatje met daarop de tekst Meubelfabriek de Toekomst, STAKO, Dieverbrug, Tel. 15. Later had het maakbedrijf telefoonnummer 415 en nog weer later telefoon 1415.
De redactie van het Deevers Archief beschouwt nog bestaande STAKO-stoelen als zeldzaam Deevers industrieel erfgoed. Goed onderhouden exemplaren zijn museumwaardig en zouden zeker niet misstaan in het Drentsch Museum in Assen.
Zie ook het bericht Sukersakkie van Meubelfabriek De Toekomst.
Zie ook het bericht STAKO-meubelen: STApelbaar en KOppelbaar.
De maker van deze foto’s, de heer Joost Flikweert van de kringloopwinkel Het Groene Wonen in Drachten, gaf welwillend toestemming de drie foto’s in het Deevers Archief te publiceren. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Erfgoed, Meubelfabriek 'de Toekomst', STAKO-meubelen | Leave a comment

Tekening van de Aachterstroate van Jan Planting

Het Museum van Smallingerland in Drachten heeft een grote verzameling tekeningen van de kunstenaar Jan Planting, waaronder een fraaie tekening van de Aachterstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Jan Planting heeft deze tekening in augustus 1948 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft lang gezocht naar een goed gelijkende foto van dit getekende dorpsbeeld, maar heeft deze niet kunnen vinden. De redactie is vooralsnog van mening dat de kunstenaar de tekening ter plekke heeft gemaakt en dat daardoor aan deze tekening een zekere documentaire waarde moet worden toegevoegd. Het dorpsbeeld op de kleurenfoto wordt op de voorgrond ontsierd door gemeentelijke betuttelpaaltjes en bij het huis aan de linkerstaat staat een overbodig gemeentelijk metalen voorwerp waarin buurtbewoners opgeveegde boombladeren kunnen gooien.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 4 november 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van deze kleurenfoto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de tekening in 1948. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een positie in de buurt van de wit geverfde zwerfsteen maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.
De bezoeker van de webstee Deevers Archief wordt tevens verwezen naar het bericht Beeld van de Aachterstroate in 1906.


Posted in Achterstraat, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

Het einde van het landgoed Berkenheuvel

In 1851 verkocht de boermarke van Wapse 50 hectare grond aan Johannes Bernardus Stoop (1781-1856). Het is niet meer na te gaan of deze de naam Berkenheuvel voor het eerst gebruikte, of dat dit al een bestaande streeknaam was.
Het bezit werd geleidelijk uitgebreid en wisselde enige keren van eigenaar. In 1890 kwam het in handen van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. Van Daalen had het landgoed leren kennen als jachtvriend van de eigenaren en was zeer getroffen door het grote natuurschoon. Toen hij het verwierf was het landgoed 954 hectare groot: 500 hectare zand, 320 hectare bos, 130 hectare heide en 4 hectare bouwland.
In Drenthe waren in die tijd nog zandverstuivingen aanwezig, Soms werd een dorp bedreigd door het oprukkende zand. Enkele zandverstuivingen lagen op het landgoed Berkenheuvel. Waren die bij de overheersende zuidwestenwinden een bedreiging voor Diever of Wapse ? Van Daalen heeft echter geijverd voor het vastleggen van deze zandverstuivingen. In 1925 was dat doel bereikt: op het landgoed, toen 1360 ha groot was nog slechts 20 ha zand, dat geen gevaar meer opleverde. In de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw is nog ongeveer 30 hectare heide ontgonnen tot bouwland, voornamelijk in de Hertekamp en deels langs de Doldersumsweg.
Het landgoed was doorsneden door smalle, langgerekte stroken grond van andere eigenaren. Door koop of door ruiling heeft Van Daalen het landgoed tot een aaneensluitend geheel gemaakt.
Op de arme gronden van Berkenheuvel was bosbouw een armoedig bedrijf. Van Daalen heeft veel geëxperimenteerd met exotische boomsoorten in de hoop, dat hij een soort zou vinden, die het ook op de schrale grond wat beter zou doen. Daardoor is een zeer gevarieerd bosbeeld ontstaan met een grote afwisseling van boomsoorten.
Er zijn veel plannen gemaakt om het landgoed meer rendabel te maken: exploitatie van een hotel, paddestoelenkwekerijen (cantharel en eekhoorntjesbrood kwamen in overvloed voor), enzovoort.  Het enige wat enig resultaat heeft gehad is de aanschaf van een houtzaagmachine geweest, die planken zaagde, zowel voor eigen gebruik als voor afnemers.
In 1927 kreeg het landgoed de juridische vorm van naamloze vennootschap: N.V. Maatschappij tot exploitatie van het landgoed Berkenheuvel.
Door aan- en verkoop van grond wisselde de grootte van het landgoed vrij sterk. Toen Van Daalen in 1939 overleed, was het ongeveer 1200 hectare groot. Het beheer werd overgenomen door zijn jongste zoon, ir. Mello van Daalen. Deze was zich zeer bewust, dat hij niet zoveel tijd in het beheer kon steken als zijn vader, maar ook dat hij veel minder van bosbouw en landbeheer afwist dan zijn vader. Mr. A.C., zoals hij in de familie werd genoemd, had het beheer gevoerd met de goede boswachters Marten Wouwenaar en Wolter Smit. Ir. Mello van Daalen vond meer deskundige hulp in de persoon van ir. W.K.J. de Wit, gepensioneerd opperhoutvester uit het voormalige Nederlands-Oost-@Indië. De Wit en Wolter Smit maakten in 1940 het eerste vijfjarenplan en in 1946 een tienjarenplan.
Berkenheuvel heeft in de Tweede Wereldoorlog weinig te lijden gehad van directe oorlogshandelingen, echter wel werd enorme schade geleden in de laatste oorlogswinter, toen de bezetter willekeurig door het hele landgoed heen het beste en zwaarste hout velde. Na afloop van de oorlog is slechts een deel daarvan teruggevonden en daarvan is weer een groot deel gestolen en in beslag genomen.
De sterke steiging van lonen en sociale lasten en de daling van de houtprijzen, samen met de sluiting van de mijnen (Berkenheuvel leverde veel mijnhout) maakten na de Tweede Wereldoorlog, dat de exploitatie steeds meer verliesgevend werd. In 1969 besloot de N.V. het landgoed te verkopen. Staatbosbeheer en Natuurmonumenten verwierven elk ongeveer de helft.
De nakomelingen van mr. Albertus Christiaan van Daalen bezitten nog ongeveer 26 ha.

Posted in Berkenheuvel | Leave a comment

De zaandweg deur ’t Grünedal

De redactie van het Deevers Archief laat van het oude Deever graag mooie beelden uit haar archief zien. Een van de meest fotogenieke plaatsen in de gemiente Deever is de slingerende zandweg door het Grünedal, gezien vanaf de Bosweg.
De eerste afbeelding van het Grünedal is van een ansichtkaart, die in 1953 is uitgegeven door Roelof van Goor, Kantoorboekhandeld an de Kruusstroate in Deever. In die tijd werd er nog rogge verbouwd op de nes.
In het eerste huis woonde het echtpaar Jitse Betten en Eltje Oost.
De tweede afbeelding van het Grünedal is van een ansichtkaart die in juli 1953 is uitgegeven door Hendrik Mulder (Moessie Peep), Drogisterij ‘de Gaper’, Deever.
Wijlen mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, wist al direct bij zijn aankomst in Deever in 1891 dat de veldnaam van de akkers aan de rechterkant van de eerste foto Grünedal was.
Toch gaf de voorkant van het gelijk – al dan niet gehinderd door enige historische kennis van de gemiente Deever – de weg door het Grünedal volkomen onterecht de naam Heezenesch.
In de zestiger (?) of zeventiger jaren (?) van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van het Grünedal door burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen vernield en opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de fraaie bochtige zandweg werd omgebouwd tot een rechte asfaltweg.

Abracadabra-1551

Abracadabra-1550

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Groenendal, Veldnamen, Zandwegen | Leave a comment

Gebroeders Harm en Jaap Mulder weten er alles van

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend bericht. De redactie wil zo één bericht natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 1967 verscheen op de volledige bladzijde 15 het volgende artikel over de Deeverse dorpsfiguren gebroeders Harm en Jaap Mulder, die an de Heufdstroate tegenover de smederij van ‘de Kloeze’ woonden.

De gebroeders Mulder weten er alles van
Het spinmoal en de snikke
“De ruimtevaart ? Je moet even aan het idee wennen. Als je vijftig jaar geleden zou zeggen dat er nog eens een tijd zou komen, dat je in één nacht van Nederland naar Canada zou kunnen vliegen, verklaarden de mensen je voor gek, maar het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld en niemand kijkt er meer van op.” Deze woorden worden gesproken door Harm Mulder uit Diever, die ondanks het feit dat hij al 84 jaar oud is, deze wereld van automatisering beslist niet verafschuwt en in al zijn weloverwogen zinnen overduidelijk naar voren laat komen dat hij het oog houdt voor de reusachtige ontwikkelingen, die zich in de afgelopen decennia hebben voltrokken en zich in de toekomst nog voltrekken zullen. “Vroeger ? O, ja, het leven was veel gemoedelijker. Nu schijnt iedereen zich te moeten haasten, maar of het vroeger beter was … Sociale voorzieningen waren er bijna niet. De mensen leefden vaak in bittere armoede. Landarbeiders, die soms met grote gezinnen in krotten hokten, hadden midden in de winter geen aardappel meer in huis en hun bestaan hing af van de liefdadigheid van anderen. Het laatste toevluchtsoord was vaak het armenhuis. Meneer, de mensen leven nu in welvaart, maar ze beseffen het niet altijd. Ze zijn nog ontevreden; is het niet droevig ?”

Harm Mulder woont met zijn 80-jarige broer Jaap in een keuterboerderijtje aan de Hoofdstraat in Diever. Aan die straat wonen de Mulders hun lange leven al. Tot 1915 woonden ze met hun ouders in een boerderij een eindje verderop, maar in dat jaar ging deze boerderij in vlammen op en al het vee en huisraad verbrandde. De inboedel, die in die jaren al antiek was, vertegenwoordigde een kapitaal. Harm Mulder wijst op een paar grote koperen ketels, die in de hoek van de kamer staan. “Dat soort spullen bedoel ik nou.” Dan neemt hij ons mee naar buiten en wijst naar een manufacturenwinkel. “Daar woonden we vroeger, samen met de familie Boelens.”
Als Harm en Jaap Mulder op de praatstoel zitten komen ze er niet zo gemakkelijk af. Het zijn gezellige vertellers, die vaak herinneringen uit het oude Diever ophalen en het is dan ook niet verwonderlijk dat er voortdurend oudere inwoners even bij hen komen aanwippen, om ’t laatste dorpsnieuws te horen of om ‘zomaar’ een praatje te maken. Harm en Jaap Mulder zijn uit Diever even moeilijk weg te denken als de oude hervormde kerk, die vanaf de Brink het dorpsbeeld beheerst.
De Mulders gingen vroeger, evenals hun leeftijdgenoten, op school bij meester Kuper, die lange tijd de scepter zwaaide in het gebouw, waar nu het gymnastieklokaal is.
De onderwijsmethoden verschilden heel wat met die van nu en het was helemaal geen uitzondering als de leerlingen ‘lijfstraffen’ kregen. “De lineaal kwam er wel eens aan te pas als het niet helemaal naar de zin van de meester ging”, zegt Harm nu, lachend als hij aan die tijd terugdenkt. “Het leerlingental was erg onregelmatig. Leerplicht was er niet en de arbeiderskinderen zag je ’s zomers niet komen. Die moesten op hun broertjes en zusjes passen als de ouders aan het werk waren of ze liepen met de schapen langs de weg. Tegen de winter kwamen ze weer op school. ‘Winterkraaien’, noemde meester Kuper die kinderen.”
Harm en Jaap hebben hun leven doorgebracht met werken in de landbouw, als houthakker of ze groeven waterputten voor de boeren in de omtrek. Jaap weet nog dat hij als houthakker twee gulden per dag verdiende, wat een hoog loon was. Harm: “Een daggelder in de landbouw verdiende maar een gulden.” Jaap verbetert: “Nee, zo was het niet, zestig cent en ’s winters veertig cent. ”
Als de 71-jarige oud PTT-besteller Arend Trompetter binnenkomt, vindt hij het gezellig als hij hoort dat er over oud-Diever wordt gepraat. Hij gaat zitten en vertelt dat er in Diever vroeger een grote paardenmarkt was, die bekend was in het gehele noorden en waar kooplui uit het buitenland soms honderd paarden tegelijk kochten. Ook was er een schapen- en een geitenmarkt, die op de Brink werd gehouden. Trompetter: “Deze markten waren altijd hele feestdagen voor het dorp. Bij de kerk stond een draaimolen en een Kop van Jut. Maar het was allemaal geen pais en vree, want dit waren juist de dagen dat de onderlinge vetes tussen jongelui uit Diever en die uit de naburige dorpen werden uitgevochten, waarbij dikwijls het mes werd getrokken. Als een jongen uit een ander dorp met een Dieverse uit wilde, kostte hem dat een kruik jenever van tachtig cent. Het ‘glaasje op, laat je rijden’ was er niet bij, want iedereen moest lopen.”
De gebroeders Mulder gingen vroeger met de trekschuit naar de Meppeler markt. Om vijf uur vertrok de boot, de zogenaamde snikke vanuit Dieverbrug. In het vooronder liepen de varkens, die in Meppel van eigenaar zouden veranderen, in het ruim krioelden de biggen en in de bedompte kajuit zaten de passagiers, die tegen elkaar hele verhalen afstaken, die wel leuk waren om te horen, maar die vaak niet geheel op waarheid berustten. “Dat waren de snikkepraatjes”, zegt Harm, die nog best weet dat de schippers van de trekschuit, de ‘snikkevaarders’, Klasens en Warries heetten. “De vrouwen moesten wel eens in de lijn lopen en dan zei de schipper: “Je moet de vrouwen altijd in de gaten houden.””
In de jaren 1915-1916 ging de tram van Dieverbrug naar Meppel rijden en toen werd het vervoer wat gemakkelijker. Harm weet niet hoe lang een dergelijke reis duurde, maar als hij in Meppel een sigaar opstak en langzaam rookte kon hij tot Dieverbrug met de sigaar doen.
Harm en Jaap Mulder waren trouwe bezoekers van de catechisatie van de gereformeerde kerk, die werd gegeven door de oude dominee Dijkstra, die in Diever zijn veertigjarig ambtsjubileum vierde. Zo’n zestig jaar geleden was dominee Van Dalsem voorganger in de Hervormde Kerk. “Op één van deze catechisaties miste dominee Dijkstra een jongen, die niet was gekomen. Wij vertelden de dominee, dat de jongen naar Hijken was, naar een meisje waarop de dominee vermanend zei: “Hijken, Hijken, het land van wellust en vermakelijkheid, Hijken het oude spinnehuis.””, zegt Harm, die ondeugend begint te lachen als het gesprek op de liefde komt. “Ja”, zegt Trompetter, “vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes.”
Als Jaap zich even in de keuken heeft teruggetrokken om een kopje koffie te zetten, beginnen Harm en Trompetter te praten over de toenaderingen tot het vrouwelijk geslacht, en vooral over de spinmoalen die na Nieuwjaarsdag plaatsvonden. “De huwbare dochters zaten dan in het achterhuis aan het spinnewiel te wachten op de komst van de jongelieden, die hun hoofd voorzichtig om de deur staken. Als de meisjes dan begonnen te zingen: “Snor, snor, snor, wat zijn de jongens dor.”, dan was dit een stille wenk dat de jongelieden wel binnen mochten komen. Er zijn wel huwelijken uit dit soort bijeenkomsten voortgekomen.”
Trompetter vertelt dat er vroeger in het café van zijn ouders ook wel eens dansavonden werden gehouden, die alleen toegankelijk waren voor paren. Vrijgezellen werden angstvallig geweerd en als ze toch naar binnen wilden, werden ze zonder pardon van de trap gegooid.
Deze dansavonden, de bijeenkomsten die door de kerk waren georganiseerd en de jaarmarkten, waren eigenlijk de enige vorm van ontspanning, die de mensen in Diever kenden en daarom vormden ook de bezoeker van een zekere Slieker een welkome afwisseling, vooral voor de schooljeugd. Slieker kwam in Diever met een voorloper van de moderne projector, de cinematograaf, die hij voor café Brinkzicht, in die dagen geëxploiteerd door kastelein Hummel, liet afdraaien. Hij maakte dan gebruik van de volgende slagzin: “Hij komt, wie komt, Slieker komt met zijn cinematograaf of levende beelden.”
Een jaar of tien later, het zal in de twintiger jaren zijn geweest, zo vertelt Harm Mulder, ontstond er op warme zomeravonden voor de winkel van manufacturier Zaligman, een oploop als die grammofoonplaten draaide op zijn piepende patofoon. Het waren de dagen van de uitvindingen, die ook Diever bereikten. Zo herinnert Mulder zich nog dat de eerste automobiel, piepend en knallend door het centrum van het dorp reed, gevolgd door de schooljeugd, die het vehikel gemakkelijk bij kon houden. En verder het verhaal van de landbouwer Jan Haveman Mzn. uit Wapse, die zestig jaar geleden de eerste hulpmeststoffen in ’t nachtelijke duister op zijn akkers strooide, omdat hij bang was dat de bevolking anders zou zeggen dat hij niet goed wijs was door de toepassing van de nieuwe bemestingsstoffen.
De klederdrachten hebben zich in Diever niet kunnen handhaven; alleen bij bijzondere gebeurtenissen komen de Drentse kostuums nog uit de kast. Harm: “Vroeger droegen de mannen een duffelse jas, die wel een leven lang meeging als hij een keer gekeerd werd. De vrouwen kregen oorijzers als ze zestien of zeventien jaar werden en het haar mochten opsteken. Aan deze oorijzers kon je zien uit welk milieu de vrouwen kwamen. Arbeidersvrouwen hadden een zilveren oorijzer, de andere vrouwen een gouden en de ‘upper ten’ had nog een gouden plaat op het oorijzer.
Aan de klederdrachten kon je ook zien of iemand in de rouw was, want in die dagen werd bij het overlijden van een familielid een jaar lang diepe rouw betracht.”, zegt Harm. “Ja,”, vult Jaap aan, die inmiddels weer in de kamer is gekomen en een kopje koffie met een Drents koekje presenteert, “de vrouwen die in de rouw waren droegen een dichte muts over het oorijzer. In de periode na de diepe rouw droeg de vrouw weer een andere muts.
Trompetter is blij dat de tijden veranderd zijn. “Er was vroeger bittere armoede. De arbeider had een achttienurige werkdag en als hij zes gulden in de week verdiende had hij een reuzeloon. In de wintermaanden als er voor hen geen werk was, werd er door de kerken brood uitgereikt en als er een noodslachting was, werd het vlees verdeeld onder de armen. Nu is er welvaart.”
Terwijl Harm Mulder met zijn hand langs de kin strijkt, komt zijn gesprek nog even op barbier Vierhoven, die de inwoners op de deel van de baard bevrijdde. Het kostte drie cent en dan kreeg je koffie toe.
Als we Harm en Jaap Mulder en Arend Trompetter vragen wat ze van het Diever anno 1967 denken, een Diever dat zich steeds meer gaat toeleggen op de recreatie, zeggen ze: “De boeren houden niet van de recreatie. Je moet eens zien wat de stadse bevolking in de zomermaanden vernield. Maar ja, de middenstand heeft in de zomermaanden belang bij recreatie en daar moet je ook naar kijken. De tijden zijn nu eenmaal veranderd.”

De tekst bij de afbeelding van ansichtkaart van de Kleine Peperstraat luidt als volgt:
Een dorpsbeeld van Diever, dat op deze foto doet denken aan een Zwitsers bergdorp. De foto, die dateert uit 1910, is genomen vanaf de Pepersteeg.

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van café Brinkzicht luidt als volgt:
Café Brinkzicht in vroeger dagen (1910).

De tekst bij de afbeelding van Arend Trompetter luidt als volgt:
… vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes …

De tekst bij de afbeelding van Jaap Mulder luidt als volgt:
… kopje koffie met Drentse koek …

De tekst bij de afbeelding van Harm Mulder luidt als volgt:
… er is nu welvaart …

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge luidt als volgt:
Boven: De Drentse Hoofdvaart bij de Dieverbrug, een oud vrachtschip wordt geladen (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de plaggenhut luidt als volgt:
Links: Een plaggenhut in Wapse (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de Kruusstroate in Deever luidt als volgt:
Onder: De schooljeugd van Diever kwam in 1910 op de foto.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het interview met Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter werd gehouden in het huis met adres Hoofdstraat 60 in Deever. Dit huis is te zien op bijgaande kleurenfoto. De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 20 november 2005 gemaakt.
De redactie wil graag zo snel mogelijk van alle vijf in het artikel ‘Het spinmoal en de snikke’ getoonde ansichtkaarten een afbeelding in het Deevers Archief tonen. De redactie wil ook graag een afbeelding van Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter bij dit bericht in het Deevers Archief tonen.
De afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge is al opgenomen in het bericht Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’. Deze ansichtkaart is niet in 1910, maar in 1905 uitgegeven. 

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Dorpsfiguren, Hoofdstraat | Leave a comment

Een Spartaans hangkotje op de Langparkeerbrink

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 25 september 2017 stond het volgende berichtje over een culturele gebeurtenis van de eerste orde binnen de grenzen van de gemiente Deever. Deze gedenkwaardige gebeurtenis zal ongetwijfeld rechtstreeks en zonder enige betuttelende ballotage in het geschiedenisboek van de gemiente Deever worden vermeld.

Jeugd Diever heeft eigen plek
Jongeren Ontmoetings Plaats bij sportvelden
Diever. De jongeren in Diever hebben een eigenplek. Wethouder Homme Geertsma heeft samen met een aantal jongeren de JOP, een Jongeren Ontmoetings Plaats, geopend.

De Jongeren Ontmoetings Plaats in Diever is gerealiseerd in de nabijheid van scholengemeenschap ‘Stad en Esch’ en het sportterrein Westeres van de voetbalvereniging Diever/Wapse. Hij is geplaatst op het parkeerterrein. De JOP is geheel van metaal en voorzien van banken. De jeugd kan nu overdekt zitten en elkaar gezellig ontmoeten. De JOP is voorzien van de tekst: ‘Hangen oké  ! Overlast nee ! En rotzooi opruimen !’
Geertsma opende de JOP door samen met jongeren uit Diever de poster te plaatsen waarop de afspraken staan die zijn gemaakt. Men mag geen lawaai maken en harde muziek is geheel niet toegestaan. De wethouder zei dat het goed was om te zien dat de gemeente, de jongeren en de omwonenden gezamenlijk tot een prachtige ontmoetingsplek waren gekomen.
‘Een JOP waarin jongeren gezellig kunnen praten en bij elkaar kunnen zijn. En doordat we onderling goede en duidelijke afspraken hebben gemaakt, ga ik er van uit dat we allemaal plezier beleven aan de JOP.
Overlast
Naast de Jongeren Ontmoetings Plaats is een afvalbak geplaatst. Deze is volgens omwonenden nog niet heel erg opgevallen, gezien het vele afval in de JOP afgelopen weekeinde.
In Diever wordt gehoopt dat door de realisatie van de JOP de overlast die rondhangende jeugd regelmatig veroorzaakt bij de openbare lagere school ‘de Singelier’ en in de overdekte picknickplaats aan de Bosweg minder wordt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Volgens de webstee van de voorkant van het gelijk is de hoogedelachtbare heer Homme Geertsma de CDA-wethouder voor het beheer van de openbare ruimte, milieu, onderwijs, sport en jeugdzorg. Dat zijn heel wat dikke zware, vette, dure portefeuilles bij elkaar, maar dat kwam bij deze topgebeurtenis mooi uit: één wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het beheer van duurzame objecten in een duurzame openbare ruimte binnen de gemiente Deever én bovendien politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd.
JOPsbode Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk kwam met een opgeheven moraliserend wijsvingertje en met het volgende JOPsbericht naar het Spartaanse rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink aan de straat met de naam Westeresch in Deever: ‘Hangen oké ! Overlast nee ! Rotzooi opruimen ! Geen lawaai maken !’  ‘Geen harde muziek afspelen !’
Als de rondhangjeugd in de buurt van het rondhangkotje toevallig eens een keer een beetje afval maakt in de vorm van bijvoorbeeld een leeg blikje van een energiedrankje, dan is het bevel ‘En rotzooi opruimen !’. Rondhangjeugd trapt rotzooi, rondhangjeugd maakt rotzooi, rondhangjeugd is rotzooi.
Dat minachtende woord rotzooi geeft al meteen aan dat de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma de Deeverse jeugd om het op zijn Deevers te zeggen ‘veur gien cent in de reek’n hef’ of anders gezegd ‘minder in de reek’n hef dan un vurrotte kool’, 
want op de webstee van de voorkant van het gelijk wordt wel degelijk gebruik gemaakt van de termen afval en zwerfafval en niet rotzooi en zwerfrotzooi.
De hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma hoefde in zijn JOPsbericht niet het bevel ‘Niets vernielen !’ op te nemen, want het massief dikstalen en militair-donkergroen gespoten Spartaanse rondhangkotje valt niet te vernielen.
Het zware orkaanbestendige Spartaanse rondhangkotje kan ook onmogelijk worden omgeduwd.
Hij had voor alle zekerheid in zijn JOPsbericht wel het bevel ‘Niet spuitverven !’ kunnen opnemen.
Het Spartaanse rondhangkotje kan ook niet in brand gestoken worden, want staal is nog steeds niet brandbaar.
Kortom de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk is er volledig in geslaagd de Deeverse rondhangjongeren een onpersoonlijk, onaantrekkelijk, ongezellig en afstotelijk Spartaans rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink op de Westeresch van Deever door de strot te duwen.
Deze indruk wordt versterkt door de slechte anti-propagandafoto van de voorkant van het gelijk, waarop een erg eenzame hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma nota bene met de rug naar de fotograaf bezig is met het doorknippen van een wellicht door hemzelf meegebracht en opgehangen rood-wit geblokt plastic wegenbouwlintje met een wellicht door hemzelf meegebracht schaartje. Of heeft hij voor de zekerheid altijd een schaartje in zijn binnenzak ? Je zou verwachten dat het doorknippen van dat lintje gedaan mocht worden door een vertegenwoordiger van de rondhangjongeren, maar nee …. Op de foto zijn in de verste verte geen, ook niet achter de bosjes bij de twee langparkeerauto’s, rondhangjongeren te bekennen. Echt niet ! Maar deze staan ongetwijfeld in groten getale achter de maker van de krantenfoto. Echt wel ?
Dan is de onthulling van het Spartaanse rondhangkotje voor de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma zo in de aanloop naar de 2018-gemeenteraadsverkiezingen toch wel als een soort van negatief persmomentje, als een soort van deceptietje te beschouwen, want een wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd moet op zijn minst zorgen wel omringd door rondhangjongeren op de foto te komen. Toch nog maar gauw even een schriftelijk snelcursusje ‘Hoe ga ik om met mijn klanten’ volgen ? Want rondhangjongeren mogen tegenwoordig al stemmen als ze achttien jaren jong zijn.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s van het Spartaanse rondhangkotje op 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

De Leendert is de ijsbaan van ijsclub Deever

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 30 november 1937 het volgende bericht over de jaarvergadering van de IJsclub Diever.

Diever
In het café Slagter vergaderden de leden van de ijsclub Diever, onder presidium van burgemeester Van Os.
De ontvangsten bedroegen f. 314.31 (inclusief het batig saldo van het vorig jaar ad f. 179,87), de uitgaven f. 132.77, batig saldo f. 181.54. Het ledental bedraagt 249.
Bovendien werd een cassagebouwtje voor de club gemaakt, wat een uitgaaf vorderde van f 65.10.
Het aftredend bestuurslid, de heer J. Boesjes, werd herkozen.
De contributie voor het vereenigingsjaar 1937/1938 werd bepaald op f. 0.50 per lid.
De voorzitter deelde mede, dat het bestuur de vorige vergadering is gemachtigd tot het uitvoeren van een verdiepingsplan van de ijsbaan ‘de Leendert’. Dit plan zou van de club f. 240,- vorderen. De uitvoerende maatschappij wilde echter niet toezeggen, dat ‘de Leendert’ dan voor jaren goed en vrij van biezen enzovoort zou blijven. Daarom werd een proef genomen met het afmaaien van de biezen. Blijkt dat dezen winter goed te voldoen, dan wordt van het uitdiepingsplan afgezien.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Met café Slagter wordt het café van Berend Slagter, later het café van Klaas Doorten en Alberdine Slagter, an de Kruusstroate in Deever bedoeld.
Het was voor de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk dat de zo genoemde ‘vooraanstaanden’ in de gemeente in de meeste verenigingsbesturen een functie bekleedden, zo ook bij de ijsclub Diever. Hendrik Gerard van Os, burgemeester van de gemeente Deever, was in 1937 voorzitter van de ijsclub. Jan Boesjes, secretaris van de gemeente Deever was in 1937 lid van het bestuur van de ijsclub.
Vanaf de Wittelterweg liepen de schaatsers over het land van de familie Bult naar het veentje ‘de Leendert’. Het kassagebouwtje zal bij de Leendert hebben gestaan, blijkbaar moesten niet-leden bij de kassa toegang tot de ijsbaan betalen.
Wie van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief heeft verhalen over het schaatsen op de Leendert, wie heeft foto’s van het schaatsen op de Leendert ? De redactie wil deze graag publiceren.
Bijgaande foto is gemaakt op 11 april 2013. De Leendert is nu volledig dichtgegroeid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Diever, Kruisstraat, Oldendiever, Verenigingen | Leave a comment

Plattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemienten DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de nieuwe voorkant van het gelijk het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.
Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van het dorp Deever.
De voorkant van het gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te plaatsen. Zie de twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief gelukkig op 2 januari 2017 heeft kunnen maken.
De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de voorkant van het gelijk hebben overgedragen ? Of dat de voorkant van het gelijk het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.
En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar staan toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma ??) het plaatje niet verwijderen.
De vraag is of het nederlandsebondvanplattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, op de Schultehuisbrink niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de voorkant van het gelijk op de plaats van het prachtige zitbankje veel reclame voor William Shakespeare zal gaan maken.
De voorkant van het gelijk lijdt immers ook zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-Saksiche Schultehuisbrink voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink aan de Heezenesch van Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de voorkant van het gelijk binnenharkt uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.
Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de Schultehuisbrink zal worden verbannen ?
De redactie van het Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van de voorkant van het gelijk met al de vele zijnen van de voorkant van het gelijk achter de vele ramen van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-Saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeerscirculatieplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer meer) op deze niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel Saksische Schultehuisbrink zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet origineel-Saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven ..


Posted in Achterstraat, Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kleine Brink, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

De Koekoeksvijver op Berkenheuvel

De Koekoeksvijver op Berkenheuvel is op een aantal zwart-wit ansichtkaarten afgebeeld, De wat de redactie van het Deevers Archief betreft mooiste afbeelding is bijgaande afbeelding uit het einde de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Bij nadere beschouwing is aan de linker boom op de voorgrond een bordje met daarop de naam Koekoeksvijver bevestigd.
De huidige eigenaar van dit deel van Berkenheuvel doet niet meer aan onderhoud van aan bomen gespijkerde bordjes van mr. A.C. van Daalen en ook niet meer aan het plaatsen en onderhouden van zitbankjes en het onderhouden van wegen.
De bezoeker van Berkenheuvel wordt geacht bij de Koekoeksvijver vooral door te lopen, fietsen is daar nog nauwelijks mogelijk, een zitbankje is niet meer aanwezig, dus snel weg te wezen of sterker nog: niet te komen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van een toevallig met een laagje ijs bedekte Koekoeksvijver gemaakt op 21 januari 2016.
Wie herinnert zich nog die echte winters in de zestiger jaren van de vorige eeuw, waarin de Deeverse jeugd deze vijver gebruikte als schaats- en ijshockeybaan ?


Posted in Afbeeldingen, Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosgezichten, Koekoeksvijver | Leave a comment

Ansichtkoate van de Deeverbrogge uut 1954

De redactie van het Deevers Archief laat zijn trouwe bezoekers graag meegenieten van nieuwe aanwinsten.
Bijgaande ansichtkaart werd in 1954 uitgegeven door Fa. Kuiper, Levensmiddelenbedrijf te Deever. De firma Kuiper had ook een winkel an de Deeverbrogge bee’j de Sluus. Wellicht is deze kaart in de winkel an de Sluus verkocht. De kaart is an de Deeverbrogge gepost en gestempeld.
Grietje van Wijk stuurde deze kaart in december 1954 naar haar buurjongen Roelie Grit, die een paar huizen verderop woonde.
Roelie Grit was opgenomen in de Christelijke Kindervleugel van de Afdeling Professor Eerland van het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Roelie had bij ‘de febriek’ (de zuivelfabriek) aan het Moleneinde natronloog gedronken uit een fles die ongewoon open en bloot tegen een muur buiten ‘de febriek’ stond. Roelie had dorst en dacht dat in de fles gewoon water zat. Het natronloog verbrandde zijn slokdarm en zijn maag. Zijn lichaam is nooit volledig hersteld van dit afschuwelijke ongeluk. Roelie is niet oud geworden.  Zie het bijgaande overlijdensbericht dat op 21 februari 2010 in de Meppeler Courant stond.

Abracadabra-1536
Abracadabra-1537

Abracadabra-1535

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Voetbalclub SHELL – Sport Houdt Elk Lichaam Lenig

Bijgaande foto uit de jaren 1935/1936 is afkomstig uit de verzameling van Jochem Smit uit Steenbergen. Hij kreeg deze foto van zijn vader Helprig Smit, die op deze foto staat.
De foto van het elftal van voetbalclub SHELL (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) is gemaakt op het weiland van boer Roelof Bisschop an de Aachterstroate in Deever, het weiland naast het huidige restaurant The Shakespeare.
De jongens staan in elftalformatie opgesteld.
In het midden vooraan zit de keeper met de voetbal, geflankeerd door de twee backs, de drie spelers in het midden zijn de linkshalf, de stopperspil en de rechtshalf. Achteraan staan de linksbuiten, de linksbinnen, de midvoor, de rechtsbinnen en de rechtsbuiten.
1.
De linksback is Jan Mulder Tzn.
Hij is geboren op 18 april 1910 in Deever als zoon van Teunis Mulder en Maria Houwer.
Zijn dochter Monique Mulder vulde deze gegevens op 29 oktober 2016 als volgt aan.
Hij is geboren op ’t Kasteel in Deever. Hij is in 1947 getrouwd met Pietertje de Jong. Zij is geboren op 8 september 1915 in Bleskensgraaf. Jan Mulder is overleden op 14 mei 1988 in Apeldoorn. Zijn beroep was timmerman.
2.
De keeper is Jacob (Jaap) Kannegieter.
Hij is geboren op 18 februari 1913 en is overleden op 26 mei 1974.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

3.
De rechtsback is Albert Vos
Hij is geboren op 10 augustus 1915 in Deever. Hij was een zoon van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Hij is op 26 januari 2005 overleden.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

4.
De linkshalf is Albert Geerts.
Hij is op 25 juni 1912 geboren in Eursinge (Havelte) als zoon van Klaas Geerts en Femmigje van de Pol,
Hij is geëmigreerd naar Zuid-Afrika.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ? 

5.
De stopperspil is Jan Oostenbrink.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

6.
De rechtshalf is Johannes Mulder Tzn.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

7.
De linksbuiten is Helprig Smit.
Zijn dochter mevrouw Sina Raadgever-Smit (woonachtig in Amsterdam) stuurde op 3 november 2016 de volgende gegevens (hartelijk dank daarvoor).
Hij is op 14 mei 1916 in Deever geboren. Hij was een zoon van Hilbert Smit en Elsje Oost. Hij is op 25 oktober 2003 overleden in Capelle aan de IJssel.
8.
De linksbinnen is Jacob Hulshof.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

9.
De midvoor is Hendrik Punt.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

10.
De rechtsbinnen is Geert Andreae (Andree ?)
Hij is op 30 oktober 1913 geboren in Deever als zoon van Cornelis Andreae (Andree ?) en Jantje Schoenmaker. Hij is overleden in Groningen op 1 februari 1968, hij was toen 54 jaar oud.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

11,
De rechtsbuiten is Arend de Groot.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

Op 3 november 1932 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht:
Diever, 2 november. De voetbalclub SHELL alhier is toegetreden tot den Drentsche Voetbal Bond. Een onmiddelijk gevolg hiervan was dat een nieuw terrein gehuurd moest worden, aangezien het oude niet aan de eischen voldeed. Het bestuur is er in geslaagd een stuk weiland te vinden en heeft nu het terrein meteen in het dorp liggen, hetgeen aan het bezoek zeker ten goede zal komen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
SHELL speelde in de dertiger jaren eerst op het Mastenveldje bij de Studentenkamp aan de Bosweg.
In het jubileumboekje ‘Geschiedenis van de voetbalvereniging Diever’ dat ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de voetbalvereniging Diever is uitgegeven, is bijgaande foto helaas niet opgenomen, is bijgaand artikeltje helaas niet opgenomen en is helaas maar heel beperkt aandacht besteed aan de voorlopers van de voetbalvereniging Diever.
Bijgaande foto is ook gepubliceerd in nummer 10/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Abracadabra-1521Abracadabra-1528

Posted in Afbeeldingen, Diever, Opraekelen, Topstukken, Voetbal | Leave a comment

De resten van de brandpaal bij de Juniperusweg

Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over de bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Zie de bijgevoegde foto’s.
Deze werd op 14 juni 1931 centraal opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam), tegenover de Juniperusweg (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam).
Het was bij Albertus (Bert) Doorman (de kleinzoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen) niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan.
Heb als klant van de eigenaar van Berkenheuvel vooral niet de illusie de plek aan de Middenlaan (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) tegenover de Juniperusweg (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) heden ten dage zo maar te kunnen vinden. De huidige eigenaar doet niet aan bomen vastgespijkerde naambordjes, is systematisch bezig de oorspronkelijke boswegen (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom te doen verdwijnen of te blokkeren. Zijn de klanten van de huidige eigenaar wel welkom op Berkenheuvel ?
Maar hoe moet het dan als de huidige eigenaar de inkomsten uit bosbouw in zijn verdienmodel gaat opnemen ? Dan moet bosbouwmaterieel over de boswegen kunnen rijden. Worden dan de oude boswegen (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) weer in ere hersteld ?
De vraag is wel hoe zo’n brandwacht bij de brandpaal verliep. De dorpskracht kwam op de fiets naar de brandpaal. Was het zijn eigen fiets, was de fiets van de brandweer of had de gulle mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom uit eigen belang een fiets ter beschikking gesteld ? De dorpskracht van de vrijwillige brandweer zat wellicht op een stoeltje onder aan de paal een boek te lezen of te keuvelen met zijn vriendinnetje. Wellicht moest de brandwacht om het kwartier, om het halfuur of om het uur, afhankelijk van de droogte in de bos, in de paal klimmen voor het doen van een waarneming. De brandwacht zal daarvoor in het bezit moeten zijn geweest van een horloge. En als hij een brand waarnam, wat deed hij dan ? Bellen via de slimme telefoon was er toen nog niet bij. Een vuurpijl afschieten ? Of op de fiets gesprongen en naar de dichtsbijzijnde telefoon gesjeesd ? Was in het landhuis Berkenheuvel een telefoon geïnstalleerd ? Of moest de arme dorpskracht helemaal naar Deever racen om alarm te slaan ?
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande vier kleurenfoto’s op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Berkenheuvel, Brandweer | Leave a comment

Mooie oude ansichtkaart van zwembad Dieverzand

Van het zwembad Dieverzand aan de Bosweg in Deever zijn in de loop van de jaren van het bestaan van dit zwembad in de open lucht veel mooie zwart-wit ansichtkaarten uitgegeven. Stel jij jou eens voor dat jij deze allemaal in jouw mooie collectie zou hebben.

De redactie wil de trouwe bezoekers van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart, die tussen 1945 en 1950 moet zijn uitgegeven, graag tonen.

De foto voor deze ansichtkaart moet buiten het badseizoen zijn gemaakt, want de waterstand in het zwembad is laag.

Let vooral op de houten omkleedhokken op de achtergrond. In het midden was de ingang. Links van de ingang waren de omkleedhokken voor de meisjes en de vrouwen en rechts waren de hokken waar de jongens en mannen zich moesten omkleden.

Bezoekers van het Deevers Archief worden opgeroepen van ansichtkaarten of foto’s van het zwembad, die zij in hun bezit hebben, een goede scan te maken en deze in te sturen naar het Deevers Archief. De redactie zal deze met veel plezier publiceren.

abracadabra-133

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Diever, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Over ‘de Baarg’ in het Nieuwsblad van het Noorden

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen het volgende artikeltje over de Baarg van Wittelte. 

Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik III van 12 mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulfo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peelo, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting.
De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de zogenaamde St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de gebroeders zijn bewoond.

Posted in de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

V.C.S.B.-kampen aan de Bosweg – 1922

In de krant Het Vaderland (staat- en letterkundig nieuwblad) van 20 februari 1922 verscheen het navolgende bericht over het kampterrein van de op 8 december 1915 opgerichte Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) in de buurt van het Mastenveldje aan de Bosweg.

Evenals vorige jaren zal de V.C.S.B. dezen zomer op haar kampterreinen te Diever en te Sleen in Drente jongens- en meisjeskampen houden, in totaal vijf, waarvan drie voor jongens, alle 10 dagen durende. Uitnemende instelling! H.B.S.’ers, Gymnasiasten en dat soort volkje worden zoo geleidelijk aan voorbereid om later den V.C.S.B. of C.J.B. te beschouwen als hun geestelijk huis. Vooral de zoogenaamde novietenkampen voor jongens en voor meisjes afzonderlijk, zijn van groot belang. Uit elke academiestad zijn daar studenten, die aan de nieuwelingen alle mogelijke inlichtingen verstrekken. Men verwacht van deze kampen, welke buiten het kader der gewone studentenconferenties worden gehouden, door meer sport en eenvoudiger besprekingen, veel vrucht.
En voor de studenten die deze kampen leiden heeft de omgang met de jongeren groote bekoring en groot nut. Te midden van de vele gevaren die het geestelijk en zedelijk leven bedreigen zijn deze kampen een prachtige tegenweer. Juist ook door hun vroolijkheid en sportieven geest. Voetbal, korfbal, hockey, zwemmen, hardloopen, fietsen, naast het zingen van een ernstig lied, zijn aan de orde van de dag. De jongens worden door de kampboekjes al ingelicht dat hun leiders, ook de predikanten en professoren, uitstekende sportlui zijn.
De kampboekjes! Wat zien ze er, met hun leuke kiekjes, aantrekkelijk uit! En wat is de uitnoodiging prettig en hartelijk!.
Ouders en voogden, als ge uw kinderen een heerlijken, naar lichaam en ziel gezonden en stralenden tijd wilt gunnen, gedurende de lange vacantie, stuur ze dan naar een V.C.S.B.-kamp. Vraagt een kampboekje aan voor uw jongens of meisjes bij het secretariaat van den V.C.S.B., Nutsgebouw, Langebrug te Leiden. Maar: ge moet u haasten. Ik weet zeker dat volgend jaar de grootste wensch van uw kind voor de zomervacantie zal zijn: naar het kamp te Diever of te Sleen. En wij zelf? Als onze kinderen met opgetogen verhalen thuiskomen, zouden we, alleen voor zoo’n kamp nog eens 15 jaar willen worden!
J.J.M.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond wilde de vereniging zijn voor alle vrijzinnige universitaire studenten in Nederland. Deze bond was ontstaan uit de vrijzinnig christelijke studenten verenigingen te Utrecht, Leiden en Groningen. De bond trachtte in studentensteden waar deze nog niet bestond ook een plaatselijke vereniging op te richten.
De hier afgebeelde foto op de ansichtkaart uit 1920 toont het zogenoemde ‘professorenhuis’, waarin ook de kampkeuken was ondergebracht. In dit houten gebouwtje sliep de leiding van het kamp.
Na de Tweede Wereldoorlog vorderde de gemeente gedurende een aantal jaren het pand, vanwege de toen heersende woningnood en vestigde daar toen pas getrouwden in, totdat deze konden verhuizen naar een woning in de eerste naoorlogse nieuwbouw. De stapel zwerfstenen is ter plekke nog steeds aanwezig.


Posted in Bosweg, Diever, Gemeente Diever, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Cultureel erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Date et dabitur vobis. Geeft en u zal gegeven worden.

Op 9 oktober 1923 kreeg het bestuur van de Sint Andreas parochie op Zorgvlied van de aartsbisschop van Utrecht toestemming voor het bouwen van een nieuw kerkgebouw voor de Rooms Katholieke geloofsgemeente. Het inzamelen van het benodigde geld voor de bouw verliep voorspoedig, zodat al op 27 november 1923 de eerste steen kon worden gelegd. Op 15 juli 1924 werd de kerk op plechtige wijze ingewijd.
Bij het inzamelen van het benodigde geld kreeg een donateur als dank bijgaande kaart met daarop de tekst:
Date et dabitur vobbis. Geeft en u zal gegeven worden.
De tekst is afkomstig uit de Bijbel: Lucas 6:38.
In het Latijn luidt de tekst van Lucas 6:38 als volgt:
Date dabitur vobis mensuram bonam confersam et coagitatam et supereffluentem dabunt in sinum vestrum eadem quippe mensura qua mensi fueritis remetietur vobis.
In het Nederlands luidt de tekst van Lucas 6:38 als volgt:
Geeft, en u zal gegeven worden: eene goede, neergedrukte en geschudde overlopende maat zal men in uwen schoot geven; want met dezelfde maat waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.
De tekst uit de Bijbel zal wel niet letterlijk en niet materieel, naar overdrachtelijk en spiritueel bedoeld zijn geweest.
Blijkbaar waren na de geldinzamelingsactie nog wat kaartjes overgebleven, want meneer pastoor M.D.N.J. Epping verzond bijgaand exemplaar in 1926 aan den Weledele Heer C. Willemse, Strijbeek 359, te Ginneken. Ginneken ligt bij Breda in Noord-Brabant. Kwam meneer pastoor M.D.N.J. Epping uit Ginneken ?
De redactie van het Deevers Archief raadt de makers van het beoogde populair-wetenschappelijke geschiedenisboek over Zorgvlied-Wateren-Oude Willem aan bijgaande prachtige afbeelding op te nemen in het boek.
Het voordeel van het onderhouden van een webstee, zoals die van het Deevers Archief, boven een boek (ik heb al een boek), is dat niet veel teksten over de Sint Andreas kerk hoeven te worden overgeschreven, linken naar van belang zijnde gegevens in andere webstees volstaat, bijvoorbeeld naar de betreffende pagina in de webstee van het Monumentenregister.

Voor het overschrijven van teksten is gebruikt gemaakt van de Bijbel, dat is de gansche heilige schrift, bevattende alle de canonieke boeken boeken des ouden en nieuwen testaments; de gebruikte uitgave is op last van de hoogmogende heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit van de nationale synode gehouden te Dordrecht in de jaren MDCXVIII en MDCXIX, uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandsche getrouwelijk overgezet en in 1902 uitgegeven door het Nederlands bijbelgenootschap, Herengracht 366, Amsterdam.

Abracadabra-1517Abracadabra-1518

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’

In de Meppeler Courant, jaargang 1963, nummer 118 verscheen het navolgende artikel over het slijpen van de stenen van molen ‘de Vlijt’ in Oldendiever. De redactie van het Deevers Archief  vond dit artikel bij het digitaliseren van zijn archief in een van de vele dozen met krantenknipsels.

Abracadabra-1406

Molen staat sinds 1858
Er zijn in Nederland nog maar weinig molens, die gebruikt worden voor het malen van graan tot meel. Dit aantal wordt bovendien doorlopend kleiner, want wanneer de molensteen éénmaal stomp is geworden, is er niemand die de molenstenen opnieuw kan scherpen. Dit is een oude kunst, die de rasechte molenaars verstonden. Met het verdwijnen van dit ambacht zijn degenen die deze bijzondere werkzaamheden kunnen verrichten, nagenoeg geheel verdwenen.
Sinds 1958 staat in Diever (Oldendiever) de molen ‘de Vlijt’ bij de bevolking beter bekend als de Dieverse molen, In 1958 onderging deze molen een grondige restauratie, die twintigduizend gulden kostte. Rijk, gemeente, provincie en de vereniging ‘de Hollandse Molen’ brachten dit omvangrijke bedrag bij elkaar.
Nu in 1963 zijn de molenstenen stomp geworden en het zou bijzonder jammer zijn, indien ook deze molen non-actief zou worden. Niet omdat de molenaar dan niet meer zijn brood kan verdienen, want het molenaarsvak levert geen ‘zout op de aardappels’ op. De eigenaar van de Dieverse molen, de heer A. Uiterwijk Winkel, gebruikt de molen zo nu en dan, terwijl nu zijn hoofdberoep meelhandelaar is. Een stukje folklore zou echter verloren gaan en juist dat zou zo bijzonder jammer zijn.

Op zoek
De vereniging ‘de Hollandse Molen’ ging op zoek naar een molenaar, die de stenen zou kunnen slijpen. Om een dergelijk persoon te vinden, moest zij bij de oudere generatie zijn. Zelfs bij de heel oudere, want dan had men nog een kans. Men kwam tenslotte terecht bij de heer W. Zeephat uit Makkinga en hem werd gevraagd dit zaakje even op te knappen. ‘Natuurlijk’, zei de heer Zeephat en hij nam zijn broer mee.
Jong zijn de gebroeders Zeephat geenszins, doch voor een dergelijk karweitje deinzen zij niet terug. Wijert Zeephat is negentig jaar oud en beslist de oudste molewaar van ons land. Nog altijd woont hij in een molen en nog steeds maalt hij, zij het dan slechts zo nu en dan. Vanaf zijn achttiende jaar is de heer Zeephat al in het vak, hetgeen dus betekent dat hij nu al 72 jaar lang molenaar is.
Wijert en Roelof, die 77 jaar oud is, hebben de molenstenen snel en goed geslepen. Dat deden zij in ongeveer vijf uur. Dat is snel en toen de gebroeders Zeephat daarover gecomplimenteerd werden, antwoorden zij: ‘Och, wee bint jonge kièrels’.
Dank zij deze ‘jonge kerels’ kan de molen in Oldendiever nu weer dienst doen en is een stukje folklore behouden.

Tekst bij de eerste foto
De oudste molenaar van ons land Wijert Zeephat uit Makkinga (rechts) die 90 jaar is, is hier met zijn 77-jarige broer Roelof, ook molenaar van beroep, in actie met het scherpen van de stenen van de molen in Diever,

Tekst bij de tweede foto
Al sinds 1858 siert de molen ‘de Vlijt’ het Dieverse landschap. De molen kan nu weer dienst doen, nu de stenen zijn gescherpt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het scherp maken van molenstenen wordt ‘billen’ genoemd. De schrijver van dit artikel overdrijft uiteraard wat betreft het verloren gaan van de kennis en de kunde van het scherpen van molenstenen. Het is daar heden ten dage minder dramatisch mee gesteld, dan het artkikel doet vermoeden. Gemakshalve wordt hier verwezen naar gegevens over molenstenen in de webstee Wikipedia.

Abracadabra-1405Abracadabra-1404

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Verkoop van Klein en Groot Wateren en Zorgvlied

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 16 september 1871 het volgende bericht over de verkoping van het  landgoed Klein- en Groot Wateren en het landgoed Zorgvlied. 

Westhoek van Drenthe, 15 september
Die dagbladen leest en de advertenties niet onopgemerkt voorbijgaat, zal misschien wel de aandacht gevestigd hebben op de belangrijke verkoopingen van gronden, die in de laatste weken geannonceerd zijn.
Tot de meest uitgebreide verkoopingen behoorde voorzeker die van Klein- en Groot Wateren en Zorgvlied, respectievelijk in eigendom behorende aan de h.h. van Gelder van Delft en wijlen de Ruijter de Wildt, wiens familie het landgoed nog bewoont.
Deze goederen zijn te zamen ongeveer 1400 hectaren groot en grootendeels gelegen onder de gemeente Diever.
Vóór 1859 behoorden zij in eigendom aan de Maatschappij van Weldadigheid en was er het opvoedings-instituut gevestigd van een 70tal jonge lieden uit de koloniën dier Maatschappij, welke daar een meer speciaal onderwijs ontvingen in den landbouw en aanverwante vakken.
Sedert die 12 jaren hebben er veranderingen en verbeteringen plaats gevonden, waardoor het oude instituut te Wateren en annexen bijna niet te herkennen is.
Vele gebouwen, waaronder een fraai heerenhuis, boerenwoningen en schapenstallen zijn er gebouwd, wegen en bosschen aangelegd, bouw- en weiland aangemaakt, ’t geen niet weinig tot de welvaart der arbeidende klasse in deze streken bijgedragen heeft.
De heer Enger van Arnhem was kooper van Groot- en Klein Wateren; het verheugt ons te kunnen melden dat ook Zorgvlied thans zijn eigendom is.
Hebben de h.h. de Ruijter de Wildt en van Gelder veel bijgedragen om de arbeidende klasse in den winter werk te verschaffen, er bestaat hoop dat ook de heer Enger dit voetspoor zal volgen.
Onze Drentsche heidestreken zijn helaas nog maar te onbekend en wachten slechts op kapitaal, maar ook op kennis om voordeelig geëxploiteerd te worden. Veel mislukkingen zijn te wijten aan het ontbreken van een of beide dier factoren. Dat het den heer Enger gegeven zij door de vereeniging van beiden een goed geheel te vormen, wordt in deze streken hartelijk gewenscht.
De koopsom van Klein- en Groot Wateren bedroeg plusminus f. 100.000, die van Zorgvlied (met inbegrip van het kapbare houtgewas) is ongeveer f. 73.000.

Posted in de Ruijter de Wildt, Huize Zorgvlied, Landgoed Groot en Klein Wateren, Landgoed Zorgvlied, Maatschappij van Weldadigheid | Leave a comment

Sportterrein van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De jongens in het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) hoefden voor het kopen van een ansichtkaartje, om deze te versturen naar familie, vrienden of kennissen, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw niet naar een neringdoende in het dorp Deever, maar konden deze gewoon in het jongenskamp verkrijgen.
Bijgaand afgebeelde zeldzame zwart-wit ansichtkaart van het sportterrein van het jongenskamp is in oktober 1957 heruitgegeven en in 1958 verstuurd naar mejuffrouw Elza Blok, Zaagmolendrift 53 in Rotterdam.
De ansichtkaart van het sportterrein is voor het eerst uitgegeven in november 1954. Een exemplaar van deze kaart is in 1955 door Johan Drost verstuurd aan de familie A. Drost, Lonnekerweg 37 in Glanerbrug.
Het jongenskamp was in de beginjaren gevestigd in de barakken van het werkkamp van de Nationale Arbeidsdienst (N.A.D.) uit de Tweede Wereldoorlog. Het sportterrein van het N.A.D.-werkkamp was ook het sportterrein van het jongenskamp.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet gelukt de naam van de afzender van de afgebeelde ansichtkaart te ontcijferen. Wie van de bezoekers van de webstee kan dit wel ? De redactie wil graag de naam van de afzender in het bericht vermelden.
De redactie nodigt de voormalige bewoners van het jongenskamp uit een en ander over het sportterrein op papier te zetten en dit verhaal naar de redactie te sturen (klik onder aan het bericht op ‘Leave a comment’). Wellicht kan Johan Drost reageren ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Aankomst der DSM-stoomboot an de Deeverbrogge

In het boekje ‘An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’, dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan, wordt op bladzijde 75 summier aandacht besteed aan de Drentsche Stoomboot Maatschappij (DSM).
De vormgever van dit onvolprezen boekje heeft een grote kans laten liggen bijgaand afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart van de aankomst van de stoomboot Assen II an de Deeverbrogge uit de richting van de Gowe in 1914 in zijn geheel op te nemen in het genoemde boekje.
An de Deeverbrogge werd aangelegd bij het café-logement van Sjoert Benthem. Hij staan helemaal aan de linker kant op de foto (de man mit ’t sikkie). De stoomboot uit de richting Assen arriveerde om ongeveer elf uur ’s morgens an de Deeverbrogge.
In plaats van de gehele afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart (bij de verzamelaars zijn maar vijf exemplaren bekend) in het boekje op te nemen, gebruikte de vormgever een uitsnede uit deze ansichtkaart voor het vullen van de voorkant van dit boekje. De leden van de plaatselijke heemkundige vereniging is veel moois onthouden. De redactie van het Deevers Archief wil haar trouwe bezoekers helemaal niets onthouden, integendeel.

Abracadabra-1513Abracadabra-1514Abracadabra-1515

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Loswal, Snikke, Stoombootdienst, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

Kennis Drentse bodem nu breed toegankelijk

In de Meppeler Courant van 14 december 2011 verscheen het volgende bericht.

Diever – De nieuwe Drentse bodematlas is beschikbaar. Op die manier wordt de kennis die er over de bodem is, voor een breed publiek toegankelijk. De atlas is te vinden op www.drenthe.info/website/bodematlas/ is een waardevolle informatiebron voor bedrijven, beleidsmakers en andere geïnteresseerden.
Het voor een breder publiek toegankelijk maken van de kennis van de Drentse bodem, is belangrijk voor een duurzaam beheer van de bodem. Het gaat om bescherming van bijvoorbeeld de archeologische waarden en de drinkwatervoorraden, maar de bodem levert ook vele kansen, zoals delfstoffen en bodemwarmte. De kunst is om de kansen zodanig te benutten dat daardoor de bodemwaarden niet verdwijnen. En dat kan beter wanneer alle belanghebbenden over goede bodeminformatie beschikken.

Digitaal beschikbaar
De atlas bevat gegevens over de kenmerken van de Drentse bodem, over het gebruik ervan en tevens over de bodemaantasting en het bodembeheer. De informatie is beschikbaar in de vorm van digitale bodemkaarten, die afzonderlijk op te roepen en desgewenst over elkaar heen te leggen zijn. Bij de kaarten vindt u een korte uitleg en tevens de contactpersoon van de provincie die verder toelichting kan geven.

Posted in Websites | Leave a comment

Nee’jbouw an de Kloosterstroate en an de Binnenesch

De omstreeks 1956 gebouwde gemeentelijke dubbele huurwoningen an de Kloosterstroate en an de Binnenesch in Deever zijn in 2014 gesloopt, waarna de bouw is begonnen van twaalf huurwoningen en vier koopwoningen.
Dat heeft een nogal aanzienlijke verandering van het beeld van de Kloosterstroate en de Binnenesch tot gevolg gehad. Zo een grote verandering moet toch wel in het Deevers Archief worden bericht en gefotodocumenteerd. Bij deze.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande serie foto’s van de al redelijk ver in aanbouw zijnde woningen gelukkig op 13 november 2014 tijdens een fotorontie deur de gemiente Deever kunnen maken. Eergisteren is immers gisteren geschiedenis geworden. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief wil deze serie aanvullen met een eigen serie foto’s ?



Posted in Binnenes, Diever, Kloosterstraat | Leave a comment

Ik denk met veel plezier terug aan ‘de Eikenhorst’

Fred Pothuizen stuurde het volgende verhaal over zijn verblijf in 1963 in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in 1963 in het kamp ‘de Eikenhorst’ gezeten. Ik was 11 jaar. Ik zal het ook nooit meer vergeten. Het was het jaar dat president John F. Kennedy werd vermoord. Ik zat in de groep Peru. Toen we het hoorden begonnen we allemaal te huilen. We waren bang dat er oorlog zou komen.
Ik kan mij nog herinneren, toen ik daar aankwam, dat ik werd gebracht door mijn ome Cor en mijn ouders. Mijn oom had een auto en bracht mij helemaal uit Rotterdam naar ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug. Bij het Dalletje stonden twee jongens mij op te wachten, die brachten mij naar de groep. Mijn ouders moesten nog bij de directie (de commandant) komen en ik wilde alleen maar met die jongens mee. Ik moet daar nog een foto van hebben, één van de weinige uit mijn jeugd. Ik liep langs de grote kampkeuken en volgens mij langs twee schoollokalen.
Nu had ik helemaal niks met scholen, daarom moest ik ook naar het kamp toe. Ik hier eigenlijk de mooiste tijd van mijn jonge jeugdjaren gehad en ben ervan overtuigd dat als de mogelijkheid er was geweest daar langer te mogen blijven, ik daarna nooit in zoveel andere tehuizen en internaten had gezeten. Ik vond iedereen in het kamp mooi en lief, zowel mijn vriendjes als de leiding,
’s Morgens zongen we het kamplied op school. Ik ken het nog helemaal. In het kamp vond ik de school wel leuk. We werkten ook op de kinderboerderij. Ik mocht ook op de paardenkar rijden, ik heb daar leren mennen, We gingen veel naar het Slangenveen, wat was het daar mooi. We visten in de Drentse Hoofdvaart. We vingen voorntjes en die mochten we bakken in de grote keuken. Ja, ik heb een geweldige tijd in het kamp gehad.
Ik ben nu 64 jaar. Ik ben schilder en 10 jaar schildersleermeester geweest. Ik ben nu afgekeurd en ik heb nu tijd om alle tehuizen en internaten op te zoeken en een stukje te schrijven over mijn verblijf daar. Het zijn er in totaal acht geweest. Alleen aan jongenskamp ‘de Eikenhorst’ denk ik met veel plezier terug.
Ik kwam op mijn negentiende jaar weer bij mijn ouders. Toen ik 21 jaar was, ben ik uit huis gegaan en ben ik gaan samen wonen. We trouwden snel en ik kreeg mijn eerste dochter. Dit was volgens mij een noodweg, want die relatie heeft maar dertien maanden geduurd.
Ik ben snel daarna waarschijnlijk wel iemand tegengekomen met een luisterend oor, want met haar ben ik alweer 38 jaar getrouwd en bij haar heb ik ook een dochter.
Van mijn twee dochters heb ik 6 kleinkinderen. Zo zie je, ik ben toch nog goed terecht gekomen. We hebben het saampjes en met de twee hondjes goed thuis.
Maar ik bedank als enige instelling het jongenskamp ‘de Eikenhorst’. Die is goed geweest voor de kinderen en dus ook voor mij. Bedankt !.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Burgemeester Meiboom maakt film van aanleg weg

In de krant ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 15 april 1944 het volgende belangstelling wekkende berichtje over het aanleggen van een weg naar ’t Moer.

Plaatselijk nieuws. Diever. Door de gezamenlijke aangelanden is een weg tot stand gebracht naar ’t Moer. Vanwege dit feit werd in het Schultehuis een bijeenkomst gehouden voor de werkers. Burgemeester Meiboom vertoonde een door hem zelf gemaakte film van dat werk. Ook het fietspad werd hierbij niet vergeten. De aanwezigen werden op koffie en koek getracteerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is bij de redactie niet bekend om welke weg het gaat. Gaat het om de zandweg van ’t Noord naar ’t Moer ? Zijn hierover in het archief van de voormalige gemeente Diever documenten te vinden ? Was het een project in het kader van werkverschaffing ?
Het artikel verscheen in de Tweede Wereldoorlog in een Duits gezinde courant. Het artikel verscheen kort voordat het Dieverse verzet tegen de Duitse bezetter Jan Cornelis Meiboom dwong onder te duiken. In april 1944 nam de 61-jarige N.S.B.’er Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Het is bij de redactie niet bekend of de door burgemeester Jan Cornelis Meiboom zelf gemaakte film bewaard is gebleven.

Abracadabra-1404

Posted in 't Moer, Jan Cornelis Meiboom, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Foto uut Oldendeever in ’t Frese meul’nbook uut 1980

De heer Nico Meinsma, vrijwillig molenaar van korenmolen ‘de Weyert’ in Makkinga stuurde op 11 januari 2016 de volgende gewaardeerde reactie over een van de twee afbeeldingen die bij het artikel ‘Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’ in het Deevers Archief zijn opgenomen.

Ik ben vrijwillig molenaar te Makkinga en ik was leerling-molenaar in Diever bij Meint Noordhoek.
Achter Wijert Zeephat zijn rug op de foto van de twee gebroeders ziet u een vlek op een korbeel die nog steeds te zien is.
Deze foto staat in het Fries molenboek van 1980 in een artikel dat over de molen van Makkinga gaat. Helaas wordt in dat boek niet vermeld waar deze foto vandaan komt en ook niet dat deze foto in Diever is gemaakt.
Molenaar Meint Noordhoek heeft ons altijd gewezen op deze vlek als bewijs dat de foto in Diever is gemaakt.
Ik ben bezig wat historische beelden te verzamelen voor de website van de molen ‘de Weyert’ in Makkinga en had genoemde foto gekozen uit het Fries molenboek.
Dat de foto in Diever is gemaakt, daar waren we al van overtuigd, maar ik zal nu ook vermelden dat we dit beeld aan de fotograaf van de Meppeler Courant te danken hebben en aan het Deevers Archief uiteraard.
Intussen heeft de molenaar van molen ‘de Vlijt’ de steenkraan, de kraan waar een molensteen aan kan worden gehangen, vernieuwd, het moet wel veilig blijven. Zie de bijgevoegde foto’s van voor en na de vernieuwing van de steenkraan. Zie ook de laatste foto in de fotocollage van het binnenwerk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Fries molenboek, Leeuwarden, de Tille, 1980, 264 bladzijden, stof omslag, ingebonden. Het boek is samengesteld met medewerking van de Fryske Mole, Gild Fryske Mouders, De Hollandsche Molen en Fryske Akademy.
Meint Noordhoek is de vrijwillige hobby-molenaar van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.
Met Wijert wordt Wijert Zeephat bedoeld, zie op bijgaande afbeelding de man aan de rechterkant.
Een korbeel is de schoor, de schuinstaande balk, die het spant met de spantbalk verbindt.
Belangwekkende gegevens over de molen ‘de Weyert’ in Makkinga zijn te vinden in de webstee www.museummolenmakkinga.nl. De dorpskrachten in Makkinga zijn erg goed bezig, daar kunnen de vrijwillige hobby-dorpskrachten die zich bekommeren om korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever’ toch nog wel wat van leren.
De afgebeelde ansichtkaart van molen ‘de Vlijt’ is in 1964 uitgegeven. In die tijd verbouwden de boeren nog rogge op de Westeresch.

Abracadabra-1505

Abracadabra-1507

Abracadabra-1509

Abracadabra-1506

Posted in Ansichtkaarten, Landbouw, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Dorpsstraat in de tachtiger jaren van de vorige eeuw

De situatie aan het begin van de Dorpsstraat bij de Verwersweg, de Ruijter de Wildtlaan en de Waterseweg op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) was in de tachtiger jaren van de vorige eeuw wel een beetje anders en dorpser dan tegenwoordig.
Nu staat in de buurt van de plek, waar het bord met de naam Zorgvlied in de berm aan het begin van de Dorpsstraat stond, helaas een niet-duurzame nutteloze overbodige berg aan elkaar gemetselde zwerfkeitjes en wordt onterecht de suggestie gewekt dat de passeerder van deze berg zwerfkeitjes het nationaal park Drents-Friese Wold binnenloopt of binnenrijdt.
Op het schild aan de linkerkant op de berg zwerfkeitjes is het ‘wapen’ van het dorp Zorgvlied te zien. Is dit ‘wapen’ ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van het dorp in ongeveer 2011/2012 bij elkaar gefantaseerd of is het ‘wapen’ al eerder in elkaar gesleuteld ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s, waarop aan de rechterkant de boerderij met de naam Castra Vetera is te zien, gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Zorgvlied | Leave a comment

Diever – Weg naar Dieverbrug – vóór 1915

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn mooiste ansichtkaarten aan de bezoekers van zijn webstee. In dit geval betreft het bijgaande zwart-wit ansichtkaart, die op 11 juli 1921 is verstuurd vanuit Diever naar Den Haag. Uitgeverij H. ten Brink te Meppel is de uitgever van deze kaart.

Op de kaart is in het vrije tekst gedeelte de volgende tekst te lezen:
Beste Amalia,
Hartelijke groeten ui Drenthe ! Ik heb het heerlijk op de hei en tusschen de dennen.Alleen is het erg warm. Wil je tante de groeten doen ? Ontvang ook zelf de groeten van …… (naam van de afzender is niet leesbaar). 11 juli 1921.
De kaart is verzonden aan Mejuffrouw A. van Willigenburg, Beeklaan 440, Den Haag.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hier afgebeelde ansichtkaart is ook opgenomen in het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.
Op de ansichtkaart zijn de stoomzuivelfabriek en de in 1915 afgebroken beltmolen van Jan Rabinge te zien. Dat wil zeggen dat de op 11 juli 1921 verzonden kaart dateert van vóór de afbraak van de molen. De winkelier, die het kaartje verkocht, had waarschijnlijk nog een oud voorraadje ?
Aan de linker kant is een deel van de boerderij van Egbert (Eppe) Bennen te zien.

De redactie wil in het Deevers Archief tevens graag verwijzen naar het bericht Stoomzuivelfabriek aan het Katteneinde – 1908, naar het bericht Einde van de molen een het Moleneinde en naar het bericht Korenmolen van den Heer Wesseling afgebrand.

Abracadabra-1400
Abracadabra-1401

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Molen aan het Moleneinde, Moleneinde, Topstukken, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Veiling goederen Maatschappij van Weldadigheid

In de regionale Provinciale Drentsche en Asser Courant van 22 november 1860 verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van goederen van de Maatschappij van Weldadigheid in Wateren.

Gisteren heeft de finale veiling van de goederen der Maatschappij van Weldadigheid te Wateren plaats gehad; zij zijn gebracht op de som van f. 52.905,50 en getrokken door de heeren de Ruyter de Wildt te Amsterdam en van Gelder te Leiden, die deze goederen dadelijk onder elkander hebben verscheiden, en, naar men zegt, de cultuur daarvan met kracht ter hand willen nemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 21 november 1860 kwam op Woater’n een einde aan de aanwezigheid van de Maatschappij van Weldadigheid.
Op Zorgvlied of op Woater’n herinnert niets aan deze particuliere organisatie.
De redactie stelt bescheiden voor de openbare ruimte aan de Dorpsstraat tegenover het bedrijf Villa Nova om te dopen tot Maatschappij van Weldadigheid brink of een straat in een eventueel uitbreidingsplannetje van Zorgvlied de naam Laan van de Maatschappij van Weldadigheid te geven.

Posted in de Ruijter de Wildt, Maatschappij van Weldadigheid, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Titania smokt Spoel met de ezelskop op de Brink

3Op de Brink van Deever staat een beeld van de elfenkoningin Titania met de wever Spoel met de ezelskop. Dit beeld stelt een scène uit William Shakespeare’s komedie ‘Een midzomernachtsdroom’ voor.
De elfenkoning Oberon is jaloers op zijn vrouw de elfenkoningin Titania, omdat zij zo’n aantrekkelijke dienstknaap heeft en die niet aan hem wil afstaan. Zijn wraaklust zorgt voor grote verwarring in het bos. Zo laat Oberon zijn dienaar Puck toversap halen en druppelt dat in de ogen van zijn sla­pende vrouw Titania. Hierdoor zal ze verliefd worden op het eerste levende wezen dat ze ziet. Na haar ontwaken ziet ze als eerste een handwerksman, de wever Spoel, die tot overmaat van ramp door Puck tijdelijk met een ezelskop is uitgerust. Titania zegt na haar ontwaken in haar mooiste Oud-Engels tegen Spoel met de ezelskop:
I pray thee, gentle mortal, sing again:
Mine ear is much enamour’d of thy note;
So is mine eye enthralled to thy shape;
And thy fair virtue’s force perforce doth move me
On the first view to say, to swear, I love thee.
De verliefde elfenkoningin Titania smokt vervolgens de wever Spoel met de ezelskop. Het beeld op de Brink in Deever is geplaatst ter gelegenheid van het vijfentwintig-jarig bestaan van het openluchttheater. Sinds 1946 wordt elke zomer in het openluchttheater aan het Groenendal een toneelstuk van William Shakespeare opgevoerd, met de gelukkige uitzondering in het jaar 1949, toen werd het prachtige stuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen opgevoerd (werd de jongste zoon Peer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom vernoemd naar Peer Gynt ?).
De linker afbeelding van de wever Spoel met ezelskop is opgenomen in het programmaboekje van het in 1955 opgevoerde openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en Speol met de ezelskop op de Brink van Deever in de avond van 23 december 2015 gemaakt.

Abracadabra-1502Abracadabra-1501Abracadabra-1504

Posted in Ansichtkaarten, Beelden, Brink, Diever, Groenendal, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied’ dat op 25 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland. 

Even over de grens tusschen Friesland en Drenthe ligt het aardige dorpje Zorgvlied. Van verre is het al te herkennen aan den rijzigen toren van de Rooms-Katholieke kerk en het hooge gebouw Castra Vetera.
Komen we uit de richting Elsloo, dan ligt aan onze rechterhand het uitgestrekte, plm. 40 H.A. groote landgoed. Zuidelijk sluiten de Staatsbosschen bij de bosschen, die bij het landgoed hooren, aan. Veel vacantiegangers zullen op hun doorreis naar Appelscha of Diever de groote, massale villa wel hebben opgemerkt en misschien hebben ze zich wel eens afgevraagd, hoe men men er toch toe heeft kunnen komen, om in zoo’n kleine plaatsje zoo’n groot heerenhuis te bouwen. Daar het heele landgoed en de villa a.s. dinsdag verkocht zullen worden, leek het ons wel interessant, om eens iets meer van Castra Vetera te weten te komen. Daarom hebben we een dezer dagen den tegenwoordigen eigenaar van het landgoed, den heer F.W. Ackermann, eens opgezocht en hij was dadelijk bereid het een en ander te vertellen.
Direct bij het binnentreden van de villa werden we getroffen door de groote gang met de marmeren vloer. Aan de wanden zagen we een tiental opgezette hertekoppen en tal van andere jachttropheeën. Daartusschen hangen enkele oude wapens, zooals krissen, dolken, sabels, die getuigden van de liefhebberij voor de jacht van de eigenaar.

De geschiedenis
De naam Castra Vetera herinnert ons aan een Romeinse nederzetting in de buurt van Emmerich (Duitsland). Dit gebouw zouden we dan ook best met een vesting kunnen vergelijken. Van buiten lijkt het één massale steenklomp, van binnen ziet alles er ook hecht en solide uit. De vloeren bestaan uit heel dikke planken, waaronder lange eiken balken, die een doorsnee hebben van 30 bij 30 cm. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen, met daarboven een zeer ruime zolder. Vanaf den beganen grond is het plm. 15 meter hoog. Boven op het platte dak staande, heeft men een prachtig vergezicht en ‘kan bij helder weer de toren van Steenwijk en de belvedère in Oranjewoud worden waargenomen’. Als bijzonderheid menen we te moeten vertellen, dat het Duitsche luchtschip Graf Zeppelin op zijn tocht over Nederland mede Castra Vetera als orieënteeringspunt gebruikte. Vóór het huis is een bordes en rechts bij de hoofddeur is een looden gevelsteen aangebracht met de naam van den bouwer J.F. de Ruyter de Wildt, die het plm. 1850 bouwde. Deze heer kwam toen als gepensioneerde Schout bij Nacht uit Indië en vatte het plan op, temidden van de heide een heerenhuis te bouwen.

Uit den naam zien we ook al wel, dat genoemde heer een verre nakomeling van den bekenden Michiel Adriaansz. de Ruijter was. Hij bracht niet alleen den naam mee, maar ook enkele erfstukken van zijn voorvaderen. Nadat deze voorwerpen een poos op Castra Vetera waren geweest, werden ze afgestaan aan het Rijksmuseum te Amsterdam.

Het bouwen leverde vele moeilijkheden op: zoo moesten bijvoorbeeld de benoodigde steenen (ongeveer 250.000) vanuit Willemsoord naar Zorgvlied worden vervoerd. Dit gebeurde met paard en wagen langs de moeilijk begaanbare zandwegen en de paarden hadden het tijdens den langen tocht zwaar te verantwoorden. Zelfs moesten enkele het met den dood bekoopen. Vooral de lange balken leverden bij het transport vele moeilijkheden op.

Tezelfder tijd werd ook een aanvang gemaakt met het ontginnen van de heide. In het jaar 1861 werd de familie Verwer eigenares vaan het landgoed, alsmede van groote delen van het tegenwoordige Wateren. Vooral van den heer L.G. Verwer ging veel initiatief uit en in die dagen werd de ontginning met kracht voortgezet. Een hondertal arbeiders hielp mee bij dit reusachtige werk. Enkele dezer kwamen heel uit Noordwolde loopen en na een harden dag werken hadden ze slechts 30 cent verdiend. Aan dezen heer was het ook te danken, dat in Zorgvlied een zeevaartschool verrees (midden op de heide!!), een bankgebouw kwam en mede gaf hij een krachtigen stoot tot de oprichting van de tegenwoordige zuivelfabriek De Drie Gemeenten. In 1997 werd deze fabriek opgericht onder den naam van Zorgvliedsche Natuurboterfabriek. Deze fabriek was de eerste in den Zuidoosthoek van Friesland, spoedig gevolgd door die van Steggerda en Oosterwolde. Vlak voor 1900 beleefde Zorgvlied zijn glorietijd!

Tegenwoordig is van de zeevaartschool nog over de rij huizen naast de nieuwe Roomsch Katholiek kerk en enkele leegstaande villa’s wijzen op de vergane glorie van Zorgvlied.

Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en het bijbehoorende boschcomplex werd aan de natuur overgeleverd. Houthakkers e.d. vernielden zooveel van de aanplantingen en de woning, dat het eens zoo trotsche landgoed er als een wildernis uitzag en het huis veel had van een ruïne. ‘Toen ik in 1919 met mijn vrouw en twee jongens hier kwam’, aldus onze zegsman, ‘was er bijna geen ruit meer heel. De schoorsteenen hingen scheef en het heeft me honderden guldens gekost om alles weer in orde te maken. Het was net, alsof ook Nederland had deelgenomen aan den wereldoorlog en Castra Vetera was gebombardeerd. Toen had ik ook wel een bordje kunnen maken met de woorden Ruïne Castra Vetera. Bij de plaats Emmerich staat ook een dergelijk bordje, maar dit verwijst naar het werkelijke Castra Vetera.’

Het heele huis werd gerestaureerd en met forsche hand werd begonnen de wildernis te veranderen in een gecultiveerd bosch; nieuwe boomen werden geplant en diverse paden aangelegd. Heel oude, dikke boomen (enkele hadden een doorsnee van anderhalve meter) werden met behulp van Duitsche springstoffen, die oorspronkelijk voor Turkije bestemd waren, gerooid. Geleidelijk werd nu een boschcomplex aangelegd, waarbij enkele jongens van de stichting Kinderzorg, waarop de heer Ackermann het toezicht had, behulpzaam waren. Bij het aanplanten van nieuwe boomen had men veel last van de konijnen en daarom werd een 4 kilometer lange afrastering aangebracht, om de knagers te weren. In den loop der jaren is er nu een oppervlakte van ongeveer 20 H.A. bosch aangelegd en met den heer Ackermann hebben we alles eens op ons gemak bekeken. Het heele boschcomplex met zijn talrijke kronkelpaden zag er prachtig verzorgd uit. Op enkele plaatsen ontwaarden we te midden der sparren aardige veldjes met tulpen.

Nadat we een twintig minuten hadden geloopen, zagen we plotseling midden in het bosch een zwembad! Het bleek hier een grootsch opgezet plan te zijn voor den aanleg van een soort natuurbad, hetwelk echter door den plotselingen dood van Mevrouw Ackermann, geboren Hahne, niet heelemaal was voltooid. Over een oppervlakte van 3000 m2 was alle grond weggegraven en zoodoende was het bassin verkregen. De vrijgekomen aarde was aan den kant opgeworpen tot een grooten heuvel van plm. 10 m. hoogte en hierop staande heeft men een prachtig uitzicht over het geheel. Midden in het bad is een geul gegraven van 3 m. diepte en overigens is het er 1,50 m. diep. Zelfs een kinderbad en een strand ontbreken niet. Wanneer we nu nog meedeelen, dat er helder water is en de heele zwemgelegenheid is omringd door bosch, kunnen we gerust zeggen, dat we hier met een fraai natuurbad hebben te doen. Vele bezoekers en vooral jongens, die in de leegstaande pastorie, een buitencentrum van de Katholieke Jeugdvereeniging De Jonge Wacht, verblijf hielden, maakten reeds druk gebruik van deze schitterend gelegen zwemgelegenheid, die bereikt wordt langs slingerpaadjes.


Op den terugweg naar Castra Vetera ging het langs een anderen weg. Natuurliefhebbers kunnen hier hun hart ophalen. Primitieve bruggetjes en talrijke kronkelpaadjes vormen met het lage struikgewas en opgaande geboomte een prachtig stukje natuurschoon. Wat er nu verder met het landgoed gaat gebeuren, moeten we afwachten. In elk geval is het te hopen, dat het in zijn geheel wordt bewaard. We vernamen, dat er groote belangstelling voor deze verkooping wordt getoond uit vele streken van ’t land.

Posted in Castra Vetera, de Ruijter de Wildt, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment