Ik ben Wim Schouten, toen woonachtig in Schiedam

De heer Wim Schouten stuurde op 10 augustus 2018 het volgende bericht over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe naar het Deevers Archief. De redactie van het Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor dit bericht. Weer een mooie kleine uitbreiding van het dossier over het verleden van ‘de Eikenhorst’.

Ik ben Wim Schouten, toen woonachtig in Schiedam.
Op 28 november 1962 ben ik in het kamp gekomen, samen met Sjaak Duivenboden uit Rotterdam. Ik kan me de treinreis samen met hem nog goed herinneren. Wij werden beiden ondergebracht in de barak Perú.
Later die dag mocht je in de eetzaal op een grote kaart het vlaggetje plaatsen op de plek van je woonplaats. Je kon zien dat ze overal vandaan kwamen.
Ik heb in het jaar dat er op volgde veel leuke dingen beleefd. Ik heb veel aan sport gedaan. Er werden ook sportwedstrijden gehouden. Als je een onderdeel won, dan kreeg je bij de uitreiking een geel houten vierkantje overhandigd. Ik geloof dat ik alle onderdelen won, behalve hoogspringen. Hierdoor ben ik later nog aan atletiek gaan doen.
Ik kan mij nog wel wat namen herinneren: René Leis uit Zeeuws Vlaanderen. Jan Timmers. Wim Boon uit Texel. Andere namen komen nu even niet bij mij naar boven.
De vakantie in Giethoorn was gewoon geweldig.
Ik heb goede herinneringen aan enkele leraren: De heer Schokker. De heer Kruidenier. De heer Besseling (fantastische man).
Echter, en dat wil ik gezegd hebben: Mijn groepsleider de heer Derksen vond ik een gemeen iemand. Hij was onrechtvaardig en ik heb hem enkele dingen nooit vergeven.
Ik heb met de jongens een geweldige tijd gehad, om nooit te vergeten. Het heeft mijn leven een positieve draai gegeven. Ik zou graag met enkele jongens in contact willen komen, maar via internet heb ik nog niemand kunnen vinden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie nodigt alle bewoners van ‘de Eikenhorst’ , met name die van de barak Perú, uit de periode 1962-1963 uit te reageren. In het bijzonder Sjaak Duivenboden, René Leis, Jan Timmers en Wim Boon. 

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Een seismograaf op het dak van het Raadhuis ?

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 29 juni 2018 verscheen het volgende korte maar merkwaardige berichtje over de gaswinning in de gemeente Westenveld.

Trillingen in kaart brengen
Diever – Westerveld gaat aan de slag met het realiseren van meetpunten die er moeten komen om trillingen door gaswinning in kaart te brengen. Een door het CDA ingediende motie hierover is door de gemeenteraad unaniem aangenomen.
Door het oppompen van aardgas kan door trillingen schade ontstaan. Met de informatie van de meetpunten over mogelijke bevingen kan onrust bij de bewoners weggenomen worden.
Het college gaat nu aan de slag met de raadsopdracht om met Gedeputeerde Staten in gesprek te gaan om in Westerveld meetpunten aan te leggen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie dacht eerst dat het korte berichtje een nep-bericht was, maar was na ampele overwegingen bereid het bericht als een ernstig echt-bericht te aanvaarden.
De redactie heeft het trillingsvrije vermoeden dat in de eerste zin voor het woord ‘trillingen’ het woord ‘verzakkingen’ moet worden gelezen. Het meten van ongelijkmatige verzakkingen of zettingen van de bodem boven het  versneld leeglopende aardgasballonnetje in de buurt van de Wapsermadeweg in Wapse is uiteraard ook zeer nodig voor toekomstige claims van schade bij de Wapser aardgasballonnetjeuitbater. Maar het zal wel een behoorlijk dicht net van meetpunten en dicht bij bebouwing moeten zijn.
Belangrijker is echter het waarnemen van aardbevinkjes als gevolg van beweginkjes van de bodem boven de versneld leeglopende Wapser aardgasballonnetje. En het meten van aardbevinkjes wordt gedaan met een seismograaf. Het kan natuurlijk zo zijn dat in de eerste zin voor het woord ‘meetpunten’ het woord ‘seismografen’ moet worden gelezen. Die seismografen zouden dan bij voorkeur in het aanstaande epicentrum van de aardbevinkjes boven de versneld leeglopende Wapser aardgasballonnetje moeten worden geplaatst.
Maar je zou natuurlijk ook één van die seismografen op het dak van het kantoorparken- en kantoortuinencomplex van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever kunnen plaatsen en plaats en diepte en omvang en tijdstip van een Wapser aardbevinkje meteen en met gezwinde spoed digitaal op de webstee van de hiervoor genoemde Hoge Heren zichtbaar maken. Ter meerdere ongeruststelling van de volkomen terecht zeer argwanende inwoners van de gemiente Deever. Zijn en worden de huizen in de Kalterbroeken bee’j Deever al aarbevingsbestendig gebouwd ? Moeten de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk rekening houden met mogelijke aardbevinkjesschade aan hun Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever ? Is in het ontruimingsplan van dit gebouw met de fotogenieke voorgevel en gruwlelijke achtergevels al rekening gehouden met ontruimingen als gevolg van een aardbevinkje ?
De redactie heeft het aardbevinkjesbestendige vermoeden dat in de laatste zin van het bericht voor ‘Gedeputeerde Staten’ moet worden gelezen ‘Wapser aardgasballonnetjeuitbater’, maar dan is dat gesprek rijkelijk laat, want het doen van nulmetingen en het aanleggen van een net van meetpunten en het plaatsen van enige seismografen en het monitoren op kosten van de Wapser aardgasballonnetjeuitbater hadden direct als ontbindende voorwaarden in de omgevingsvergunning van die Wapser aardgasballonnetjeuitbater moeten staan. Het lijkt erop dat de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk bezig zijn met het spannen van een aantal koppige ezels achter een wagen met vierkante wielen.          

Posted in Aardgaswinning, Wapse | Leave a comment

Cent’n griep’m veur ut olde gemientehuus van Deever

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren. Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar postuum – en uiteraard met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.

Ook bijgaand zeldzaam mooie foto is afkomstig uit de verzameling van Anne Mulder. Anne Mulder was in zijn tijd in Deever werkzaam op de secretarie van de gemiente Deever. Hij was ook ambtenaar van de burgerlijke stand, hij voltrok huwelijken.
In de jaren vóór de restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw bij de brink, dus vóór 1956 bestond in Deever nog de oude traditie van het cent’n griep’m bij trouwerijen.
De bruidegom gooide bij het binnengaan van het gemeentehuis en na de voltrekking van het huwelijk bij het verlaten van het gemeentehuis muntstukken van een cent naar de verzamelde jongere jeugd.
De foto is vóór 1956 gemaakt bij het oude gemeentehuis aan de brink van Deever. De foto moet zijn gemaakt vroeg in het voorjaar of laat in het najaar, gelet op de kale bomen en gelet op de vele kinderen met muts en winterkleding. Anne Mulder heeft de redactie van het Deevers Archief niet verteld of hij de maker van deze foto is of iemand anders.
Op deze foto, die is gemaakt vóór de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, is het hek om de hof van de kaarke goed te zien.
Het brinkje van Deever is ontstaan, nadat ter plekke een kerk was gebouwd en dikke boeren en de schulte en de pastoor in de buurt van het kerkgebouw gingen wonen. Daarom kan de brink van Deever niet het keurmerk ‘Origineel Saksische Brink’ krijgen. Echt niet.
De grote vraag is natuurlijk: wie van de bezoekers van het Deevers Archief herkent zichzelf of herkent andere cent’n griep’mde kiender op dit topstuk. De redactie zou het heel graag willen weten.

Posted in Alle Deeversen, Brink, Kerk aan de brink, Kerkhof, Topstukken, Tradities | Leave a comment

Breimer – In ’t goede merk … is Centra sterk

De redactie van het Deevers Archief ontving naar aanleiding van zijn oproep in het bericht Breimer Zelfbediening op speldje van Tiktak thee de volgende reactie van de heer Tibbe Breimer, de oudste zoon van Jan Breimer en Lammigje Kloeze:
Ik kom puur toevallig op dit bericht. Ik lees het verzoek. Ik zal in mijn eigen archief moeten zoeken naar foto’s.
Ik ben uiteraard gaarne bereid nadere informatie te geven en naar foto’s te zoeken.
Waarschijnlijk beschikt mijn zuster Marianne over de meeste oude foto’s van de winkel.
De redactie van het Deevers Archief is de heer Tibbe Breimer bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
Zijn informatie is verwerkt in het bericht In de winkel van Jan Breimer en Lammigje Kloeze.
Ook bijgaande zwart-wit foto van een deel van het woongedeelte en het winkelgedeelte van het pand an de Peperstroate in Deever is afkomstig uit de foto-albums van mevrouw Marianne Breimer.
Bijgaande zwart-wit foto van het pand is gemaakt in 1964, ter gelegenheid van het 12½-jarig bestaan van Breimer’s bedrijf in levensmiddelen, verzorgde voeding, drogisterij-artikelen en tabaksartikelen; wat is af te lezen op de aankondiging achter de ruit van de rechter uitstalkast.
In 1964 hadden Jan Breimer en Lammigje Kloeze hun winkel al voor zelfbediening geschikt gemaakt en waren ze aangesloten bij de A&O-winkelformule. Dat is te zien aan de reclame achter de ruit van de twee uitstalkasten.
Jan Breimer en Lammigje Kloeze waren in 1953 nog kruidenier, drogist en chocolatist en waren toen aangesloten bij de Centra-winkelformule. Dat is te lezen in een advertentie uit het programmaboekje van het Openluchtspel uit 1953, toen voor de eerste en enige keer het lachstuk All’s Well That Ends Well van Sjakie uit Spier is opgevoerd. Zie de advertentie in bijgaande afbeelding. De advertentie vermeldt dat hun winkel als adres Kruisstraat 1 heeft, terwijl de ingang van de winkel aan de Peperstraat lag.

Posted in Alle Deeversen, Neringdoenden, Peperstraat | Leave a comment

Raadsstukken lezen in Ut Winkeltie op Zorgvlied

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 21 november 1996 een volgende kort berichtje bij een interieurfoto van het laatste winkeltje op Zorgvlied.

Raadsstukken te lezen in dorpswinkel
De sluiting van de openbare lagere school Groot en Klein Wateren in augustus dit jaar, betekende voor de inwoners van die dorpen ook dat de leestafel voor de raadsstukken wegviel. Deze lagen altijd in de school ter inzage. Plaatselijk Belang Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem liet het er niet bij zitten en vanaf deze week kunnen de inwoners van de drie dorpen de stukken van de gemeenteraad lezen aan de paktafel van Us Winkeltie in Zorgvlied.
Plaatselijk Belang heeft er ook een stoel geplaatst, zodat de mensen in alle rust de raadsstukken kunnen doornemen. Dat moet dan met de papieren op schoot, want de paktafel is te hoog om aan te lezen. De vereniging is daarom nog op zoek naar een barkruk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het laatste winkeltje an de aandere kaante van de bos stond niet op Groot Wateren of op Klein Wateren, maar an de Dörpsstroate op Zorgvlied. Het pand is na een flinke verbouwing en vernieuwing nu een woonhuis.
Het schrijvertje van de tekst bij de foto van het interieur van het laatste winkeltje op Zorgvlied moet wel een op Friesland georiënteerd persoontje zijn geweest of moet gedacht hebben dat de dörp’m an de Freese kaante van de bos van Deever bij Friesland horen, want hij of zij heeft het winkeltje de naam Us Winkeltie gegeven, terwijl de eigenaren zelf aan het winkeltje de naam Ut Winkeltie hadden gegeven, want op Zorgvlied en Woater’n wordt of misschien beter gezegd werd Weststellingwerfs gesproken.
Het jaar 1996 ligt nog zo’n beetje in het vóór-digitale papieren tijdperk. Tegenwoordig zijn de raadsstukken van de gemeente, waarin de gemiente Deever gedwongen is ondergebracht, gewoon thuis achter de vaste computer, op de schootcomputer, op de tablet of op de slimme telefoon te lezen in de webstee van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk.
Waar zijn de eigenaren van Ut Winkeltie gebleven ?
Wie kan de redactie een goede scan van de interieurfoto van het winkelje doen toekomen ?
Hebben de eigenaren van Ut Winkeltie andere foto’s van het interieur van hun winkeltje ?

Posted in De aandere kaante van de bos, Neringdoenden, Zorgvlied | Leave a comment

Sukersakkie uut 1963 van openluchtspel Deever

In 1963 werd in het openluchttheater in het Grünedal bee’j Deever op negen avonden in de zomer als openluchtspel het toneelstuk Juultje Keizer van Sjakie uut Spier opgevoerd. Het was in 1963 de eerste keer dat dit stuk werd gespeeld en is tot nu toe niet weer gespeeld.
In de pauze van het openluchtspel konden de bezoekers in het halfdonker en bijna op de tast buiten het theater bijvoorbeeld een kopje koffie of een kopje thee drinken. De kristalsuiker voor de koffie en de thee zat in een speciaal voor dat jaar gemaakt sukersakkie.
Op bijgaande afbeelding van het sukersakkie uit 1963 is de voorkant van het door W. van Oordt & Co. uit Rotterdam geleverde sukersakkie te zien. En er waren natuurlijk altijd bezoekers die dat sukersakkie of misschien wel een paar van die sukersakkies leeg of nog gevuld in de zak stak of in de zak staken, mee naar huis namen en vervolgens opnamen in hun verzameling sukersakkies, jaar in jaar uit.
Dit sukersakkie en andere soortgelijke sukersakkies uit andere jaren zijn wel als eerste heel lichte symptomen van de Shakespearitis-besmetting van Deever te beschouwen.
De redactie is in zijn geheel niet met het Shakespearitis-virus besmet, maar is vanwege het vastleggen van het verleden van Deever wel naarstig op zoek naar het sukersakkie uit 1962, toen de toen nog gewone echte eenvoudige talentvolle onbezoldigde amateur-toneelspelers uut de dörp’m van de gemiente Deever met heel veel geestdriftigheid het openluchtspel Twelfth Night, Or What You Will van Sjakie uut Spier opvoerden.
De redactie zou graag van een bezoeker van het Deevers Archief een goede scan van dat sukersakkie toegezonden willen hebben. De redactie is die bezoeker bij voorbaat bijzonder erkentelijk.

Posted in Openluchtspel, Shakespearitis, Sukersakkies | Leave a comment

Een stukje geschiedenis van Hotel Villa Nova

De redactie van het Deevers Archief nam bij één van zijn regelmatige bezoeken aan Zorgvlied, en dan iets drinken en eten bij Hotel Villa Nova van de familie Krans an de Dorpsstroate, in 2012 een exemplaar mee van de jubileumkrant ‘Villa Nova – 1952-2012’, uitgegeven in februari 2012 in een oplage van 5000 exemplaren. Op de eerste bladzijde van deze jubileumkrant is over Villa Nova het fijne berichtje ‘Een stukje geschiedenis’ te lezen. De redactie heeft toestemming van mevrouw Renate Krans dat bericht op te nemen in het Deevers Archief. De redactie is haar daarvoor bijzonder erkentelijk.

Een stukje geschiedenis
In 1952 was de villa vanaf de weg nagenoeg aan het oog onttrokken, zoveel struiken en heesters groeiden tot aan de voordeur toe. Het leek wel een jungle ! Het gebouw zelf verkeerde in een zeer slechte staat van onderhoud: verveloos aan de buitenkant, binnenin jurken als behang aan de muur. Bij de koop hebben opa en zijn vader, wel vastgesteld dat het hout van deuren en kozijnen van uitstekende kwaliteit was. Een mes van het merk Herder werd er tegenaan gedrukt en kwam nog geen millimeter naar binnen: het hout leek wel van graniet.
Rondom het huis was de tuin verwilderd. Er groeide van alles. Maar de oude kern was duidelijk te onderscheiden: de majestueuze rij lindebomen, prachtige beuk, kastanje, reusachtige tua, rododendrons… Een boomgaard met heerlijke appels. er waren allerlei soorten bessenstruiken, een grote moestuin. De vijver met eenden en in het midden een eilandje met een hunebedje van echte zwerfkeien. Vooral in de lente was het met bloeiende boomgaard en ontluikend groen een lustoord.
Achter de villa stond een houten schuur, waar opa een stal van heeft gemaakt. Hij was tenslotte ook nog boer, al was dat niet van ganser harte. Het was echt geen uitzondering dat de melkbussen te laat aan de weg stonden. Er zijn ansichtkaarten van ‘Vita Nova’ met de melkbussen op de voorgrond. In die tijd werd de melk bij de boerderijen opgehaald door een melkrijder met paard en wagen en naar de zuivelfabriek De Drie Gemeenten gebracht. Opa had land in Zorgvlied, maar ook in Vledder, tien kilometer verderop, aan de andere kant van de Koloniebossen. Dat Vledderse land was de erfenis van de ouders van oma. Er hoorde ook een boerderij bij. Die staat daar met rieten dak nog steeds, maar is nu verbouwd tot een appartementencomplex. Het was met paard en wagen een hele reis naar Vledder. Heerlijk was het te liggen bovenop een wagen met geurig hooi, terwijl het bladerdak van een tunnel van eikenbomen vlak boven je hoofd voorbij schoof. Weer iets anders was het verweiden van koeien. We moesten door bossen heen, wel over zandpaden, maar er wilde nog wel eens een beest de vlucht nemen. Alleen de voorste koe zat namelijk aan een touw vast, de andere liepen er los achteraan. Het leek soms wel Wild West.
Zorgvlied was weliswaar een klein dorp, maar… er waren twee kruidenierswinkels en een echte bakker in het dorp, en ook nog eens een bakker uit Elsloo, die het brood langs de huizen bracht. Zoals nu was er een kerk en een kapel, maar toen was er ook een pastoor en een predikant. De eerste woonde in een riante pastorie met grote tuin en de andere in het zogenaamde Amsterdamse Huis.
De pastorie is later op afbraak door opa gekocht. De stenen zijn stuk voor stuk gebruikt voor de bouw van de grote kelder, waar nu de vergaderzaal is.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Van Villa Nova zijn na de Tweede Wereldoorlog in het tijdperk van de zwart-wit foto enige ansichtkaarten uitgegeven, waaronder de bijgaande. Aan de rechterkant van de ansichtkaart zijn de melkbussen van Jan Krans te zien.
De tweede afbeelding toont een zwart-wit ansichtkaart met titel ‘Zorgvlied. Huize Vita Nova’, deze is in juli 1955 uitgegeven. Achter op deze ansichtkaart staat niet vermeld bij wie op Zorgvlied de ansichtkaart te koop was. Het ligt voor de hand aan te nemen dat dit bij Jan Krans in Villa Nova was.
In augustus 1955 verscheen een tweede druk van deze zwart-wit ansichtkaart, nu wel met de juiste titel ‘Zorgvlied. Huize Villa Nova’. Zie de derde afbeelding.


Posted in Ansichtkaarten, Dorpsstraat, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Kerk aan de brink van Deever op 11 maart 1933

De redactie van het Deevers Archief  kent maar weinig mooie oude foto’s van onderwerpen uit de gemiente Deever, waarvan de juiste datum van fotograferen bekend is. Van deze foto van de kerk aan de brink van Deever is die datum wel bekend, te weten 11 maart 1933. Deze foto, nota bene afgedrukt op papier met een kartelrand, is gemaakt door juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 onderwijzeres an de Wittelter skoele. Daarvoor had ze een tijdelijke aanstelling aan de openbare lagere school in Deever. Ze was in de kost bij Gosem Klasen, die in de Hoofdstraat woonde.
Aan de linker kant van de zuidelijke zijbeuk van de kerk is een deur te zien. Die deur is bij de restauratie van 1956/1957 weggehaald, omdat dit geen originele deur was, maar later is aangebracht, waarschijnlijk in de tijd dat de ruimte achter de deur, waar nu een drieluik hangt, in gebruik werd genomen als lagere school.
Op de hof van de kerk werden geen doden meer begraven, maar toch stond er nog een hek om de kerk, de reden daarvan kan zijn geweest dat de aanwezige graven nog niet waren geruimd, dat gebeurde bij de restauratie in 1956/1957. Straatjongens uit die tijd zullen zich de berg schedels en skeletten bij de zij-ingang van de kerk nog wel kunnen herinneren.
Aan de rechter kant van de foto is nog net een stukje van het hek om de braandkoele op de brink te zien.
Heel mooi is ook het slijtpad vanaf de Hoofdstraat over de brink naar de ingang van ‘het oude gemeentehuis’.
Uiteraard was het electriciteitsnet nog niet onder de grond aangebracht.
Het liek’nhusie op de brink is op deze foto niet meer te zien.

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

De Gaper aan de gevel van drogisterij Hendrik Mulder

De twee hier afgebeelde zwart-wit foto’s van ‘de Gaper’ aan de gevel boven de winkeldeur van de drogisterij van Hendrik Mulder an de Heufdstroate in Deever zijn afkomstig uit een collectie foto’s van Monumentenzorg, die aanwezig is in het Drentsch Archief in Assen. De twee foto’s zijn op 2 april 1959 gemaakt.

Hendrik Mulder (Hendrik Moesie; alle Mulders in Diever hadden een bijnaam; hij werd ook wel Moesie Peep genoemd) en zijn vrouw Christina (Stina) Klok openden in 1933 in Deever in een nieuw pand drogisterij ‘De Gaper’, Hoofdstraat 17, nu Hoofdstraat 43. Hendrik was ook huisschilder, zijn vrouw Christine (Stina) deed de drogisterij. Hendrik maakte ook graag foto’s.
Hendrik Mulder werd geboren op 24 mei 1905 en overleed op 30 januari 1977. Zijn vrouw Christina (Stina) Klok werd geboren op 24 januari 1910 en overleed op jonge leeftijd op 28 oktober 1961.
Per 1 januari 1966 deed Hendrik Mulder (Hendrik Moesie) zijn zaak over aan zijn neef Hendrik Koopman. In juni 1993 is Hendrik Koopman met zijn drogisterij verhuisd naar de Peperstraat. Zowel Hendrik Mulder als Hendrik Koopman waren uitgever van heel veel mooie ansichtkaarten met afbeeldingen uit de gemeente Deever. Deever is hen daar veel dank voor verschuldigd.
De Gaper, het beeld met de houten kop met de gapende mond (tong uit de mond), is gemaakt door een beeldhouwer uit Veendam. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw moest de fraaie kop worden verwijderd. Hij was totaal verrot.
Het gevelobject Gaper maakt steeds minder deel uit van het straatbeeld in dorpen en steden in Nederland. Er is al een webstee die zich speciaal richt op Gapers in Nederland. In deze webstee is ook een kleurenafbeelding van ‘de Gaper’ van Hendrik Mulder aanwezig. Boven in het scherm van de webstee Gapers in Nederland op de hoofdletter D klikken en vervolgens naar beneden ‘scrollen’.
Het gevelobject ‘de Gaper’ kan beschouwd worden als een jammer genoeg verloren gegaan Deevers kunstobject van historische waarde. Wellicht kan een groepje dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever of een groepje dorpskrachten van de vereniging van neringdoenden uut Deever in samenwerking met de huidige eigenaar van het pand een kleine inspanning doen om te komen tot het plaatsen van een nieuwe ‘de Gaper’.
Als in Deever daken van pothokken opgetuigd kunnen worden met lichtgevende dakpannen, dan behoort het opnieuw plaatsen van ‘de Gaper’ zeker tot de mogelijkheden. Wellicht zou ‘de Gaper’ bij wijze van experiment met behulp van een 3D-printer kunnen worden gemaakt van een duurzame kunststof en zou een lokale kunstenaar de zo ontstane ‘de Gaper’ kunnen beschilderen.  

De redactie van het Deevers Archief stelde in 2003 ten behoeve van de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging de zo door de heemkundige vereniging genoemde ‘historische kalender’ (hoe kan een kalender historisch zijn ?) voor het jaar 2004 samen. De bijgaande afbeelding toont het kalenderblad voor de louwmaand 2004, dat wil zeggen januari 2004.
De zwart-wit foto van de gevel van de drogisterij met ‘de Gaper’ is omstreeks 1962 gemaakt en is afkomstig uit het archief van de voormalige gemeente Diever.

Abracadabra-1207Abracadabra-1206Abracadabra-1208

Posted in Diever, Historische kalenders, Hoofdstraat, Kunst, Kunstig gemaakte objecten, Neringdoenden | Leave a comment

Arbeidsman heeft zijn Arbeidsdienstplicht vervuld

Arbeidsman Cornelis van der E…. (zijn achternaam is bekend bij de redactie van het Deevers Archief), een boerenzoon uit de polders ten noorden van Schiedam, heeft in den tijd van 7 juli 1943 tot 15 december 1943 in het kamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe in de gemeente Diever zijn Arbeidsdienstplicht vervuld.
Als dank voor het vervullen van deze dure plicht kreeg de jonge arbeidsman een snorkerig kartonnen plakkaat mee naar huis. Het plakkaat werd niet door den Afdelings Commandant ondertekend, maar door ene Reuter voor den Afdelings Commandant.
De schop is het wapen van de N.A.D. Onder aan het plakkaat is het motto van de N.A.D. te lezen: Ick dien.
In het N.A.D.-kamp an de Gowe diende als een bewaker van de arbeidsmannen een Duitsgezinde zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse.

Abracadabra-354

Posted in Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

In 1968 waren we in ‘de Streuper’ op vakantie

Van de heer Jan Oude Geerdink ontvingen wij bijgaande reactie op de berichten in het Deevers Archief, die betrekking hebben op het niet meer bestaande vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge.

Wij zijn twee jaar achter elkaar bij Ellert en Brammert geweest in 1967 en 1968. Ik ben geboren in 1957 en was dus een klein jochie, die veel minder te vertellen had dan de jeugd van tegenwoordig, haha.
Van het eerste jaar herinner ik mij alleen dat we een huisje hadden onder aan de bult in het park. In 1968 zijn we in het huisje op de bult geweest, omdat mijn vader dat huisje helemaal geweldig vond. Dat huisje had de naam ‘de Streuper’. Ik sta op de foto bij het naambord aan de muur.
Ik heb uit die tijd alleen nog wat foto’s waarop ik vol in beeld sta en waarbij je niets van de omgeving ziet.
Ik kan mij nog herinneren dat in 1968 veel werd georganiseerd, zoals spelletjes, speurtochten, een volleybal toernooi. Ook was er een wedstrijd wie met natuurlijke materialen een mooie kaart van Drenthe op de grond kon maken. Ons gezin werd derde, haha. Mijn vader en moeder zijn al overleden. Helaas zijn geen andere foto’s uit die tijd bewaard gebleven. Je was al dolgelukkig dat je met vakantie ging. Een fototoestel was zeker in die tijd nog bijzonder.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Jan Oude Geerding bijzonder erkentelijk voor zijn reactie en hoopt dat deze reactie voor mensen, die ooit in Ellert en Brammert op vakantie zijn geweest, een mooie aanleiding is ook te reageren.
Op bijgaande foto uit 1968 staat de 11-jarige Jan Oude Geerding bij het naambord van de bungalow met de naam ‘de Streuper’
Elk stenen kampeerhuisje, ook wel bungalow genoemd, had een eigen naam in het Deeverse dialect. Op heel veel ansichtkaarten komen namen voor, zoals de Baander, de Blekbèr, de Brummel, de Dankbèr, de Deel, de Dobbe, de Eveltas, ’t Hemeretien, de Hilde, de Karnmeule, ’t Knienegat, de Nes, de Schoapvoalt, de Sikke, ’t Spinwieffien, de Streuper, de Zödde. 

Aan deze opsomming ontbreken nog heel veel namen, omdat zeker meer dan veertig huisjes op Ellert en Brammert stonden. Wie kan deze lijst verder aanvullen ? Wie heeft foto’s of ansichtkaarten van deze huisjes ? Wie heeft een ansichtkaart van ‘de Streuper’.
De redactie vraagt aan bezoekers van deze webstee, die het Deeverse dialect nog machtig zijn, de Nederlandse vertaling van de hiervoor genoemde namen van de bungalows door te geven.

Abracadabra-1210

Posted in An de Deeverbrogge, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Een annekkedote in ’t Deevers van Jan Hessels

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van het Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over het oude Deever, over het boerenleven. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan digitaal te hebben opgenomen. De ‘annekkedote’ is -het kan niet anders- opgeschreven in het Deevers: Jan Hessels sprak het Deevers, net zoals Jantje Andreae-Oost dat deed, zoals je het Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat het Deevers in het hedendaagse Deever bijna dood is.

De grond van de febriek
De ièste grond veur de febriek is deur de gemiente Deever veur vieftien gulden vukogt an de vereniging. Aachter de febriek langes laag een akker bouwlaand van Haarm Hessels. Disse Haarm Hessels hef joar’n in ’t bestuur van de febriek eseet’n. Ik miene dat hee sölls vanof de oprichting in 1899 in ’t bestuur hef eseet’n. As de febriek weer uutebreid mös wödd’n, dan waar’n zee vansöllls laand van Haarm Hessels neudug. Op de vugeadering van ’t bestuur wödde dan seins teeg’n Haarm Hessels esègd: Haarm, we hept -seg moar- duusend veerkante meter neudig van oen akker, wat geet oens dat kost’n. Noa wat hen en weer geproat wödde de koop esleut’n, ’t geld wödde betealt en de saeke gunk wieder. In 1936 bee de vudeeling van de aarfenis kwaa’m wee ur aaachter dat de halve febriek op grond van de familie Hessels stön. D’r was nooit wat bee’j de netoaris beschree’m. ‘t Is toe recht etrökk’n mit ’n akte van vurjoaring.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers archief
Jan Hessels bedoelt met ‘vereniging’ de in 1899 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek aan het Moleneinde (Katteneinde). Harm Hessels (geboren op 3 oktober 1862, overleden op 23 juni 1936) was getrouwd met Aaltje Hessels (geboren op 23 maart 1868, overleden op 15 januari 1941). Harm Hessels was de grootvader van Jan Hessels. Hun boerderij stond, staat nog steeds, aan het begin van de Kruisstraat, je kijkt tegen de voorgevel aan als je vanaf de brink door de Hoofdstraat naar de Kruisstraat gaat. De zwart-wit foto van deze boerderij is gemaakt in de strenge winter van 1979 De redactie heeft de kleurenfoto gemaakt op 16 november 2013.

Posted in Boerderijen, Brink, Diever, Hoofdstraat, Kruisstraat | Leave a comment

De handbediende Shell pomp bij garage Rolden

Bij het bedrijf van de firma Rolden aan de Hoofdstraat stond aanvankelijk in 1936 één handbediende Shell-benzinepomp. Een paar jaar later is er een tweede pomp voor superbenzine bijgeplaatst.
In het voorhuis van het pand was in het rechter deel, het deel met de winkelruiten, de winkel ingericht. Deze ruimte was bij de vorige eigenaar, boer Teunis Wesseling, in gebruik als gelagkamer van zijn boerencafé.
De ruimte met de uitbouw achter de spelende kinderen was in gebruik als ruimte voor het repareren van fietsen, bromfietsen en motorfietsen.
De auto met kenteken D-832 was van veearts Nanne Brandenburg van de Deeverbrogge. Volgens Hendrik Jan Rolden had deze veearts een Chevrolet.
Het pand stond op de hoek van de Hoofdstraat en de Tusschendarp, waar nu een zelfbedieningswinkel staat (eerst Golff, nu Coop).
Deze foto is gepubliceerd met toestemming van de familie Rolden.

Abracadabra-368

Posted in Bedrijven, Diever, Hoofdstraat, Olde auto's, Opraekelen | Leave a comment

Het Studentenpad is voor een deel het Jeudenpad

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 14 juli 1934 het navolgende artikel over het Studentenwerkkamp Diever.

Studenten werken met hun handen. Het studentenwerkkamp Diever.
We reden door de prachtige bosschen bij Diever op weg naar het Studentenwerkkamp dat daar deze week is geopend.
Je rijdt maar recht door en dan zie je ze vanzelf, was het kort en bondige antwoord van een bewoner van het mooie Drentsche dorp op onze informatie. En dus reden we recht door, genietend van den mooien dag in dit aan natuurschoon zoo rijke deel van het Olde Landschap. Aan beide kanten van den straatweg strekken de bosschen zich uit …. vol beloften voor den wandelaar, den stillen genieter van een rustigen vacantie-dag. Daar zijn ze.
De vacantie-stemming is voorbij. De auto staat stil en we stappen uit op een punt, waar een dertig jonge menschen met schoppen en kruiwagens, bijlen en touwen manoeuvreeren. Ze werken in het zweet huns aanschijns. Ze hebben het niet gemakkelijk, want de overgang van het normale studentenleven naar de werkzaamheden, verbonden aan den aanleg van een fietspad dwars door de bosschen, is groot. Maar ze hebben het naar hun genoegen. De enkele dagen buiten hebben reeds een bronskleur aangebracht op de jonge koppen en de tengere maar meerendeels taaie bovenlijven.
Na de kennismaking met den heer C.G.L.J. Kusters, den kampsecretaris, hadden we de gelegenheid de werkzaamheden van deze vroolijke groep meer van nabij te bekijken.
Dit is nu het derde studentenkamp in ons land. In 1931 werd bij Havelte een rijwielpad gemaakt, dat zich in een druk gebruik mag verheugen. In 1932 waren de studiosi aan den arbeid te vinden op het terrein der Volkshoogeschool te Bakkeveen, waar ook geregeld de kampen voor jeugdige werkloozen worden gehouden. Verleden jaar had men reeds het oog laten vallen op het object, dat nu onder handen is genomen, maar de tijd was toen al te ver gevorderd om nog met kans van slagen een kamp te organiseeren. Deze tegenvaller had evenwel tengevolge, dat men de voorbereidingen voor dit jaar met te meer zorg kon treffen.
Er wordt nu door de bosschen van Staatsboschbeheer een rijwielpad en brandsingels aangelegd, waarvan de eerste een nieuwe verbinding naar de Smildervaart (in aansluiting op een bestaanden en nog te verbeteren weg) zal geven. Gemakkelijk is het werk niet: er moeten boomen worden gekapt, oneffenheden in het terrein gedeeltelijk worden weggewerkt en dit alles in 9 weken met gemiddeld een kleine 40 enthousiaste, maar ongeoefende krachten.
De algemeene organisatie en oorsprong der studentenwerkkampen (oorspronkelijk in Zwitserland begonnen) kunnen we wel als bekend veronderstellen, zoodat wij ons bepalen tot enkele bijzonderheden over het nu georganiseerde kamp.
Gedurende negen weken zullen er drie groepen van studenten en aanstaande studenten bijeenkomen. Zij vinden een onderkomen in de ruime stal van de boerderij Uilenhorst, waar zij -zooals wij onder leiding van mr. A.Th.E. Kastein konden constateeren- eenvoudig maar goed zijn gehuisvest. Hier wordt voor het huishouden gezorgd door een achttal dames, van wie mej. J.T. Hylkema het opperbewind voert. Een primitieve buitenkeuken is doelmatig ingericht en de voeding is een steeds weer werk brengende bezigheid, getuige de groeiende behoefte aan stevige maaltijden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De kampen werden gehouden van 8 juli/28 juli, van 29 juli/18 augustus en van 19 augustus/8 september 1934.
Het project werd tijdens de grote vooroorlogse crisis uitgevoerd. De kampleiding benadrukte echter dat het werk geenszins moest worden opgevat als concurrentie met ‘de werkeloozen’.
De besturen van de rechtste universitaire studentenverenigingen uit diverse steden van het land concurreerden niet met ‘de werkeloozen’, maar wel degelijk met kleine aannemers, kleine ondernemers, die dit soort zandwegen in concurrentie en in opdracht van Staatbosbeheer en met inzet van plaatselijke werklozen, ook hadden kunnen aanleggen.
Nu stuurde het rechtse netwerk een gemotoriseerde journalist van het Nieuwsblad van het Noorden op ‘het object’ af voor het schrijven van een snorkend propagandaverhaal, want wat was het toch bijzonder dat studenten met hun handen werkten.  Staatsboschbeheer gaf bovendien als dank voor hun inzet het fietspad de naam Studentenpad.
De studenten hebben echter niet het gehele fietspad van de Bosweg tot aan de Pastoorszandweg aangelegd, het laatste en op bijgevoegde kaart zichtbare deel van het fietspad is in 1941 door de joden uit de Rijkswerkkampen Diever A en Diever B aangelegd. De naam van dat deel van het pad zou daarom in Jeudenpad moeten worden gewijzigd.

Posted in Bosweg, de Oude Willem, Diever, Uilenhorst, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Deze plek wordt ook wel ut Bultie genoemd ?

De redactie van het Deevers Archief is sinds kort door een koopje op een tweedehandsspullenhandelwebstee in het bezit gekomen van een exemplaar van het onvolprezen fotoboekje ‘Voormalige Gemeente Diever in oude ansichtkaarten’. Dit boekje is samengesteld door enige ijverige oudeansichtkaartendeskundologen van de heemkundige vereniging uut Deever en in september 2007 uitgegeven door de toen nog bestaande Golff Supermarkt op de hoek van de Hoofdstraat en de Tusschendarp in Deever.
Het viel de redactie bij het bladeren door het onvolprezen fotoboekje op dat in de teksten onder de zestig afbeeldingen nogal wat onvolkomenheden vóórkomen. Dat had voorkómen kunnen worden met een zorgvuldige samenstelling van de teksten.
Uit de titel van het onvolprezen fotoboekje mag worden geconcludeerd dat in het onvolprezen fotoboekje zestig oude ansichtkaarten zijn afgebeeld, maar dat blijkt bij lange na niet te kloppen, zeker meer dan tien afbeeldingen zijn afbeeldingen van oude foto’s.
De redactie kwam na enig koekeloeren naar de afbeelding op bladzijde 30 van het onvolprezen fotoboekje, zie bijgaande afbeelding 1, tot de conclusie dat vanwege het zicht op de gemeentelijk toren en het kerkgebouw bij het niet-origineel Saksische boerenbrinkje in Deever in elk geval de tekst onder de afbeelding op bladzijde 30 niet klopt.
De redactie schat in dat de maker van deze foto zeker niet op ut Bultie stond, maar wel ongeveer bij benadering op de plek stond, wat nu de hoek van de Van Nootenstraat en de Zuster Broerstraat in Deever is. Let daarbij ter oriëntatie vooral op de luiken in de spits van de gemeentelijke toren aan de kant van de ingang onder de gemeentelijke toren.
Of zou de foto spiegelbeeldig in het onvolprezen fotoboekje zijn terecht gekomen, zie bijgaande afbeelding 2 ????
De redactie meent dat de afgebeelde foto nooit als ansichtkaart is uitgegeven.
De redactie verneemt graag van de bezoekers van het Deevers Archief op welke juiste plek de hier afgebeelde foto daadwerkelijk is gemaakt. De redactie zou ook graag willen weten in welk jaar de foto voor deze afbeelding is gemaakt.

Afbeelding 1
Afbeelding 2

Posted in Algemeen, Kerk aan de brink, Publicaties, Toren aan de brink | Leave a comment

Pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice

In de Meppeler Courant van 1 mei 1981 verscheen een artikeltje over boer in ruste Hendrik Bos uit Zorgvlied. De tekst van het artikeltje luidt als volgt.

De 77-jarige Hendrik Bos in Zorgvlied is onderscheiden met de eremedaille in goud, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau.
De heer Bos, thans rustend landbouwer, was van 1921 tot 1976 organist van de Rooms Katholieke te Zorgvlied en van 1925 tot 1976 kerkmeester van deze kerk.
Sedert 1962 is hij ook voogd van de Stichting Sint Anthony Gasthuis te Zorgvlied en in die functie was hij tot voor kort ook belast met de dagelijkse zorg voor de provenierswoningen naast de Rooms Katholieke kerk (welke binnenkort wort gerestaureerd).
Naast zijn jarenlange activiteiten voor de Rooms Katholieke kerk in Zorgvlied was hij ook hulp en toeverlaat voor de bewoners van de proveniershuisjes en voor vele anderen in de kleine dorpsgemeenschap.
Voor zijn verdiensten ontving de heer Bos enige jaren geleden reeds de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is goed zo nu en dan eens een middagje bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan en ter plekke -het archief van deze krant is immers nog steeds niet via het internet ontsloten- materiaal te verzamelen dat mogelijk de moeite waard is te verwerken in het in 2018 te verschijnen populair-wetenschappelijke geschiedenisboek over Oude-Willem-Wateren-Zorgvlied. De redactie hanteert voor dit aanstaande boek voor het gemak de werktitel ‘De aandere kaante van de bos’.
De Meppeler Courant, de krant van ‘de aandere kaante van de bos’ publiceert wel degelijk over zaken van ‘de aandere kaante van de bos’.
In het boek ‘De aandere kaante van de bos’ zal zeker aandacht moeten worden besteed aan ‘de katholieke kerk’ op Zorgvlied en wellicht ook aan de rol van Hendrik Bos (geboren op 2 juli 1903, overleden op 9 januari 1983), onderscheiden met de eremedaille in goud verbonden aan de Orde van Oranje Nassau en de medaille in goud verbonden aan Pro Ecclesia et Pontifice 
(Latijn voor: Voor Kerk en Paus)Hendrik Bos was drager van een respectabele wereldlijke en kerkelijke onderscheiding.
Burgemeester Hermen Gerrit Overweg reikte de gouden eremedaille van de Orde van Oranje Nassau uit aan Hendrik Bos.
De zwart-wit foto is gemaakt door boer en dorpsfotograaf Harm Hessels uut Deever, dat lig an de aandere kaante van de bos.

Abracadabra-1568Abracadabra-1567

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony Stichting, Zorgvlied | Leave a comment

Een hechte, sterke en welbeklantte korenmolen

Advertentieblad van het Departement van de Wester-Eems van 7 oktober 1811 vermeldt het volgende bericht over de verkoop van dd hechte, sterke en welbeklantte korenmolen, staande tusschen Diever en Oldendiever.

G.A. DE JONGE te Diever is voornemens, ten overstaan van den ondergeteekende KEIZERLYKEN NOTARIS, op Donderdag den 7 november 1811, des avonds met het opsteken der Kaars, ten huize van DANIËL HANSEN te Diever, publiek bij Strykgeld te doen inzetten, en Woensdag den 13 November daar aan volgende, by toeslag aan de meestbiedende te Verkoopen: een hechte, sterke en welbeklantte KOREN-MOLEN, staande tusschen Diever en Oldendiever, in het voormalig Departement Drenthe. Kunnende den Kooper (des begerende) de halve Koopprys tegens behoorlyke intrest, en op voor te lezen Conditien, over het gekochtte behouden.
S.J. van Royen, Keizerlyke Notaris.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de advertentie gaat het natuurlijk om de verkoop van de korenmolen, die tegenwoordig molen ‘de Vlijt’ wordt genoemd.
In 1811 was Geert Aalderts de Jonge de mulder van de korenmolen op de Westeresch tussen Deever en Oldendeever. Hij overleed op 22 mei 1815 op 69-jarige leeftijd. Hij was getrouwd met Geesje Hessels.
Stephanus Jacobus van Royen (gedoopt op 8 april 1764 in Vledder, overleden op 3 augustus 1834 in Bentheim) was notaris in Vledder. Hij was in de Franse tijd ook burgemeester en schulte van Deever.
Strijkgeld is een beloning die de verkopende partij van een onroerend goed uitlooft aan de hoogste bieder
.
Het departement Wester-Eems was de naam van een Frans departement in de Nederlanden ten tijde van het eerste Franse keizerrijk. Het departement werd gevormd op 1 januari 1811 na de annexatie door Frankrijk op 9 juli 1810 van het koninkrijk Holland. Het bestond uit de voormalige Hollandse departementen Groningen en Drenthe en het Duitse deel van het Reiderland.

Posted in Diever, Molen 'de Vlijt', Molens | Leave a comment

Sandige en harde sandige heyde en sand duinen

Bernardus Schotanus à Sterringa kreeg in 1682 opdracht van Gedeputeerde Staten van Frieslandt om nieuwe kaarten te maken van alle grietenijen in de provincie Frieslandt. Eerder had hij zijn vader Christianus Schotanus geassisteerd bij het maken van de kaarten en plattegronden in de Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt (1664).
De opdracht van Gedeputeerde Staten resulteerde in de Friesche Atlas uit 1698. Een tweede, verbeterde druk daarvan werd in 1718 samengesteld door François Halma, drukker voor de Friese Staten.
Op bijgaande afbeelding is een stukje van de verbeterde Schotanus-Halma-kaart van de grietenij van Ooststellingwerf te zien. Op deze afbeelding is linksonder (in het grijze deel van de afbeelding) ook een stukje van een uithoek van de gemeente Deever in Drenthe te zien.
In het grijze deel zijn de gehuchten Klein Wateren en Groot Wateren ingetekend als stemhebbende plaatsen met huizen (lees boerderijen). Het gehucht Klein Wateren zal zo genoemd zijn, omdat daar minder stemhebbende plaatsen met huizen waren dan in Groot Wateren.
De webstee van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever vermeldt over de naam Wateren:
In 1493 to Waethoeren genoemd. De plaatsnaam is samengesteld uit waet = nat en horn = hoek, wat natte hoek betekend.
Dat Wateren de betekenis van natte hoek zou hebben, dat klinkt belangwekkend, echter lijkt volstrekt ongeloofwaardig, omdat Klein Wateren en Groot Wateren op hoogliggende sandige heyde en hoogliggende harde sandige heyde lagen; bovendien kon al het hemelwater snel afwateren via de veelal droogstaande bedding van de rijkelijk aanwezige beekjes.
De op de afbeelding zichtbare Wech over de Heyde tussen Klein Wateren en Ter Wisga ligt heel dicht in de buurt van de huidige wegen met de namen Appelschaseweg en Canada.
Grazende schaapskudden hebben al ver voór 1700 een flink deel van de hoogliggende sandige heyde en de hoogliggende harde sandige heyde vernield met als gevolg dat de streek woestijnificeerde en sand duinen ontstonden.
Dat het uitgeplaatste Staatsboschbeheer nu door grootschalige vernieling van het cultuurbos de sand duinen weer te voorschijn heeft laten halen, heeft niets met herstel van oude bijna middeleeuwse natuur te maken, maar alles met decorbouw, met kunstnatuur, met een mentaliteit van wij bepalen wel wat goed voor u is.
Het uitgeplaatste Staatsboschbeheer vindt het eenvoudigweg niet voldoende dat de toevertrouwde terreinen goed worden beheerd. Waar het bij het uitgeplaatste Staatsboschbeheer om gaat is dat zij de decors willen bouwen, dat zij willen bepalen wat goed is voor het belastingbetalende publiek, dat zij bepalen waar het publiek van moet gaan genieten.
De externe positionering van Staatsboschbeheer heeft bij Wateren geen publieksbetrokkenheid bij besluitvorming tot gevolg gehad. De noodzakelijke maatschappelijke participatie is hier niet van de grond gekomen. Maatschappelijke participatie kan leiden tot maatschappelijk draagvlak, wat de legitimatie moet zijn voor financiering uit de openbare middelen. Geen maatschappelijk draagvlak, geen belastinggeld als inkomstenbron.

Abracadabra-1209

Posted in De aandere kaante van de bos, Staatsbosbeheer, Wateren | Leave a comment

Kapel van de evangelisatievereniging Obadja – 1908

De redactie van het Deevers Archief heeft in het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ de navolgende mini-essay (nummer 15) gepubliceerd. De mini-essay gaat over de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige belangen der Hervormden’, die later Obadja werd genoemd, en over de bouw van houten kapel van deze vereniging.

Op 4 februari 1904 werd onder leiding van predikant dr. Arnold Izak Kan de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige belangen der Hervormden’ opgericht in het boerencafé van Wolter Benthem. De vereniging werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1904.
Al op 18 oktober 1904 werd begonnen met de bouw van een eenvoudige kapel.
Deze is ontworpen door architect O.M. Meek uit Donkerbroek. De prijs van de houten kapel met stenen fundamenten, met uitzondering van het schilderwerk en het meubilair, werd begroot op duizend gulden.
Het werk is uitgevoerd door aannemer B. Offringa uit Makkinga. Het grondwerk is door de leden zelf gedaan. Andere leden voerden met boerenwagens de bouwmaterialen aan.
Al op 14 december 1904 werd de kapel in gebruik genomen. In het begin werd eens in de twee weken ‘s avonds een dienst gehouden, omdat de evangelisatieverenigng te weinig geld had om alleen een voorganger te kunnen betalen.
In 1908 werd het bos rond de kapel gerooid en werd bij de weg een hek geplaatst.
In 1915 werd de zondagschool opgericht.
In 1916 werd de erfpacht van het terrein voor 10 gulden afgekocht van mevrouw Johanna van Wensen, weduwe van mr. Lodewijk Guillaume Verwer.
In 1918 werd achter deze kapel een begraafplaats aangelegd. De gemeente Diever gaf daarvoor een subsidie van 250 gulden.
In 1928 kon eindelijk samen met de rechtzinnig Hervormde Kerk in Boijl een eigen evangelist worden aangetrokken.
De vereniging kocht het Amsterdamse huis van Paulus Mulder om de voorganger te kunnen huisvesten. Het huis werd in 1929 in gebruik genomen door evangelist Hendrik Betten en zijn gezin. Hij bleef de kerkgemeenschap tot aan zijn dood op zondag 2 februari 1947 dienen.
In 1932 werd het fraaie torentje door een blikseminslag vernield. Daarvoor in de plaats kwam een degelijk rechtlijnig exemplaar.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

Uit het Beleidsplan 2015-2015 van de Hervormde Gemeente te Diever van de Kerkenraad van de Hervormde Gemeente Diever van 8 oktober 2014 is het volgende belangwekkende citaat overgenomen:
De hervormde houten kapel te Zorgvlied is van de Nederlandse hervormde evangelisatievereniging. De kapel dateert uit 1904 en werd gebouwd door de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige Belangen der Hervormden’, later kreeg zij de naam Obadja.
De evangelisatievereniging is opgezet vanuit de hervormde gemeente Diever als afstandsevangelisatie. Later is de evangelisatie meer een richtingsevangelisatie geworden.
Tussen de evangelisatievereniging en de kerkenraad van de hervormde gemeente Diever is een plaatselijke regeling opgesteld. De kerkenraad van de hervormde gemeente Diever heeft 1 (één) boventallige ouderling en 1 (één) boventallige diaken ten behoeve van de evangelisatie Obadja. Eén keer per jaar worden de ambtsdragers met een bijzondere opdracht en het bestuur van de evangelisatievereniging Obadja uitgenodigd voor een moderamenvergadering.

Het bijbelboek Obadja is het vierde boek van de kleine profeten en is volgens het opschrift van het boek geschreven door de profeet Obadja. Zijn naam betekent ‘Dienaar van God’.

Op 14 juli 1932 verscheen in de krant ‘de Telegraaf’ het volgende korte bericht over de brand in het houten torentje van de houten kapel van de hervormde evangelisatievereniging:
In Zorgvlied sloeg de bliksem in een kerktoren welke in brand geraakte, doch met vereende krachten wist men het vuur te blusschen.

Abracadabra-1635

Abracadabra-1636

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Inrijlaan naar recreatiecentrum Ellert en Brammert

De zwart-wit ansichtkaart is in 1962 uitgegeven door: N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.
De kleuren ansichtkaart is in 1977 uitgegeven door vakantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 5219-1207-1298.
Recreatiecentrum Ellert en Brammert, later vakantiecentrum Ellert en Brammer lag tussen de Deeverbrogge en de Gowe an de Riekseweg bij het huis met de naam ‘de Wildschut’. De inrijlaan is het eerste stukje van de openbare Groningerweg, De feitelijke ingang was bij de plek waar de Grönnigerweg en de Olde Grönnigerweg bij elkaar komen.
Het op de ansichtkaarten zichtbare deel van de Grönnigerweg was gelukkig in die jaren nog een zandweg. Dit stukje Grönnigerweg is tegenwoordig helaas verhard en geteerd met asfalt.
De redactie van het Deevers Archief stelt voor dit stukje asfaltweg op te breken en de zandweg te herstellen. Zandwegen zijn tegenwoordig goed en duurzaam te stabiliseren, bovendien is het resterende onderhoud praktisch kostenloos bij dorpskrachten aan te besteden.  De zandwegen binnen de grenzen van gemeente Diever moeten gekoesterd worden als groot cultureel erfgoed.
Op beide ansichtkaarten zijn de toegangspoort en de twee masten met de Nederlandse en de Drentsche vlag te zien. De N.V. Recreratiecentrum Ellert en Brammert had blijkbaar toestemming van de ambtenaren op het gemeentehuis om de houten ereboog aan het begin van de Grönnigerweg te plaatsen. Merk op dat in 1962 de elektrische stroom voor het recreatiecentrum nog boven de grond via leidingen aan palen werd getransporteerd.

Abracadabra-220

Abracadabra-1213

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie, Zandwegen | Leave a comment

De Doldersumse camping ‘de Zonnekamp’

In de Leeuwarder Courant – Hoofdblad van Friesland verscheen op 10 februari 1962 voor het eerst een advertentie van camping ‘de Zonnekamp’. Deze luidt als volgt.

Doldersum (Dr.), camping ‘het Zonnekamp’, prachtige natuur, midden in bossen. Kampeerboerderij en kampeerterrein en zomerhuisje. J. Reinbergen, Doldersum 1, post Zorgvlied (Dr.), tel 05212-457.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Camping ‘de Zonnekamp’ heeft wel een uniek adres, te weten Doldersum 1 in de gemeente Vledder.
Eigenaar J. Reinbergen wilde zich blijkbaar met de advertentie op het Friese publiek richten.
Dit is ook wel begrijpelijk, want van oudsher stond de bevolking van Zorgvlied altijd al een beetje met de rug naar ‘de aandere kaante van de bos’ naar Friesland te kijken.
Tegenwoordig heeft camping Zonnekamp als adres: de Ruyter de Wildtlaan 7, 8437 PC, Zorgvlied.
Een van de eerste ansichtkaarten die de Doldersumse camping ‘de Zonnekamp’ heeft uitgegeven is op bijgaande afbeelding te zien. Deze kaart is in augustus 1964 uitgegeven.
Het kan van belang zijn dat de historische werkgroep ‘Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem-Zorgvlied’ in hun aanstaande populair-wetenschappelijke boek over de geschiedenis van Zorgvlied, Groot- en Klein Wateren en Oude Willem aandacht besteedt aan het ontstaan en de opkomst van de toeristenindustrie in de streek, en recreatie-ondernemingen ook met naam en toenaam te vermelden in het boek, temeer omdat dit de kans op sponsoring van het boek door deze ondernemingen sterk vergroot. Te denken valt bijvoorbeeld aan het opnemen van advertorials of publireportages.

Abracadabra-1590
Abracadabra-1575

Posted in Ansichtkaarten, Camping 'de Zonnekamp', De aandere kaante van de bos, Toeristenindustrie, Zorgvlied | Leave a comment

Heden nacht is de molen alhier weer bestolen

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 30 december 1854 verscheen het navolgende bericht over een grote diefstal van rogge uit de korenmolen van Wapse.

Wapse, 28 december, Heden nacht is de molen alhier weer bestolen. De dieven (er zijn zeker meer dan één geweest) hebben al de in de molen aanwezige rogge er uitgehaald, zoveel zij konden medegenomen, en de overige buiten den molen op den grond geworpen, terwijl ze de ledige zakken, insgelijks mede genomen hebben. Tot nu toe heeft men de daders niet ontdekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1854 zal Jan Klaassen Haveman (zie vijfde generatie Haveman in het navolgende artikel) de mulder van de Wapser korenmolen zijn geweest. De redactie van het Deevers Archief publiceerde het navolgende artikel in Opraekelen 02/2. Opraekelen is het nog steeds bestaande blad van de lokale heemkundige vereniging.

De molenaarstak van de familie Haveman in Wapse
Het navolgende artikel is een reactie op het artikel ‘Toen en nu – De korenmolen van Veldhuizen’ in Opraekelen 01/4. In dat artikel is toegezegd dat enig onderzoek zou worden gedaan naar de molenaarstak van de familie Haveman in Wapse. Het onderstaande is een samenvatting van genealogisch onderzoek dat uitgevoerd is door Bert Haveman uit Hoogezand en Egbert Sinkgraven uit Dieverbrug.

Eerste generatie Haveman
Tot nu toe kan Jan Klaesen Haveman de ‘oervader’ van de Wapser molenaarsfamilie Haveman worden genoemd. Zijn geboortedatum is niet bekend, maar hij moet omstreeks 1670 zijn geboren. Hij was getrouwd met Lummechien Pieters. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie tweede generatie Haveman).
Tweede generatie Haveman
Klaas Jans Haveman werd geboren op 17 februari 1697. Hij trouwde met Claesjen Jans. Een van hun kinderen was Jan Klaas (zie derde generatie Haveman).
Derde generatie Haveman
Jan Klaas Haveman zal in 1732 geboren zijn, want hij werd op 3 november 1732 gedoopt. Hij stierf op 24 mei 1811. Hij was getrouwd met Jantjen Hendriks Gerrits. Een zoon van het echtpaar was Klaas Jans (zie vierde generatie Haveman).
Vierde generatie Haveman
Klaas Jans Haveman moet in 1767 zijn geboren. De geboortedatum is niet bekend, maar uit de kerkelijke boeken is wel bekend dat hij op 3 mei 1767 werd gedoopt. Hij is in 1831 overleden. Klaas Jan was landbouwer en mulder te Wapse. Uit de archieven is niet te achterhalen of zijn voorvaders ook mulder zijn geweest. Hij trouwde met Aaltien Alberts Fokken, die rond 1750 werd geboren en in 1812 overleed. Zij was een dochter van Albert Fokken Veenhuis. De kinderen uit dit huwelijk waren Annigje (geboren rond 1794) en Jan Klaassen (zie vijfde generatie Haveman).
Vijfde generatie Haveman
Jan Klaassen Haveman werd geboren op 7 januari 1799 te Wapse. Hij was landbouwer en mulder te Wapse. Hij was in 1832 eigenaar van de windkoornmolen te Wapse. Hij trouwde op 9 juni 1822 op 23-jarige leeftijd met Geesje Mighiels, geboren op 11 september 1800, dochter van Michiel Roelofs en Klaasje Jans. Hun kinderen waren Klaas Jans (geboren rond 1823), Mighiel Jans (Michiel) (zie zesde generatie Haveman), Hendrik Jans (geboren rond 1834), Geesje (geboren rond 1836), Annigje (geboren rond 1838) en Berend (geboren rond 1840).
Zesde generatie Haveman
Landbouwer en korenmolenaar Migchiel Jans (Michiel) Haveman werd geboren op 9 juli 1826 te Wapse. Hij trouwde op 30 april 1853 te Diever met Stijna Roelofs van Noord, geboren op 9 maart 1827 te Lhee, dochter van Roelof Gelmerts van Noord, landbouwer te Lhee, en Klaasje Jans Wesseling. Uit dit huwelijk werd Roelof Machiel (zie zevende generatie Haveman) geboren.
Zevende generatie Haveman
Roelof Machiel Haveman was landbouwer en de laatste mulder van de Wapser molen. Hij werd geboren op 18 februari 1858 en overleed op 9 oktober 1941. Hij trouwde vóór 1900 met Jantje de Ruiter (overleden vóór 1900). Uit dit huwelijk werd zoon Michiel Jans in 1894 geboren, die op 2 juli 1952 overleed en niet getrouwd is geweest. Roelof Machiel Haveman hertrouwde op 41-jarige leeftijd op 21 januari 1900 te Diever met Aaltje Muggen, geboren op 21 augustus 1871 te Dwingelo, overleden op 22 april 1935, dochter van Lucas Muggen en Jantje Duker. De kinderen uit het tweede huwelijk waren: Stina (geboren op 28 november 1900, overleden op 11 augustus 1993), Lucas (geboren op 17 december 1902, overleden op 5 juni 1991) (zie achtste generatie Haveman), Lutina, geboren in 1905, overleden op 15 januari 1991) en Jantinus(geboren in 1907, overleden op 18 september 1988) (zie achtste generatie Haveman). Stina trouwde met Hendrik van der Berg (geboren in 1895, overleden op 12 juli 1967). Lutina trouwde met Klaas Snoeken (geboren op 29 september 1902, overleden op 28 november 1974).
Achtste generatie Haveman
Lucas Haveman trouwde met Roelofje Barelds (geboren op 13 november 1902, overleden op 19 mei 1948). Uit dit huwelijk werden geboren: Aaltje (geboren op 3 juni 1935) en Alida (geboren op 13 februari 1934). Jantinus trouwde met Trijntje Snoeken (geboren op 1 augustus 1907, overleden op 10 september 1972). Kinderen van hen waren Aaltje (geboren op 17 oktober 1936) en Jacob (geboren op 9 maart 1940, overleden op 31 maart 1992) (zie negende generatie Haveman).
Negende generatie Haveman
Jacob Haveman trouwde met Stijna van Zomeren (geboren op 16 januari 1940). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Jantinus Albertus (geboren op 13 september 1962) en Albertus Jantinus (geboren op 4 mei 1964). Beiden zijn getrouwd, maar hebben geen mannelijke nakomelingen.

Bronnen:
Informatie van Bert Haveman, Hoogezand;
Informatie van mevrouw Aaltje Wink-Haveman, Wapse;
Informatie van Egbert Sinkgraven, Dieverbrug.

Posted in An de Deeverbrogge, Molen van Veldhuizen, Molens, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

Deever – Drogisterij van Hendrik Moesie – ± 1962

De redactie van het Deevers Archief stelde in 2003 ten behoeve van de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging de zo door de heemkundige vereniging genoemde ‘historische kalender’ (hoe kan een kalender historisch zijn ?) voor het jaar 2004 samen. De hier afgebeelde zwart-wit foto stond afgebeeld op het kalenderblad voor de louwmaand 2004, dat wil zeggen januari 2004. De redactie herinnert zich het samenstellen van deze kalender als een leerzame wandeling op de wegen der vrijheid.
De zwart-wit foto is omstreeks 1962 gemaakt en is afkomstig uit het archief van de voormalige gemeente Deever. De redactie heeft de kleurenfoto van het nog immer bestaande pand ongeveer 50 jaar later op 3 oktober 2012 gemaakt. Zoek op de twee foto’s de wellicht meer dan 10 verschillen tussen de oude en de huidige voorgevel. Om treurig van te worden. De kleurenfoto heeft inmiddels ook al enige historische waarde. 

Hendrik Mulder (Hendrik Moesie; alle Mulders in Deever hadden een bijnaam, hij werd ook wel Moesie Peep genoemd) en zijn vrouw Stina Klok openden in 1933 in een nieuw pand drogisterij ‘De Gaper’, Hoofdstraat 17, nu Hoofdstraat 43. Hendrik was ook huisschilder, zijn vrouw Stina deed de drogisterij. Hendrik Mulder werd geboren op 24 mei 1905 en overleed op 30 januari 1977. Zijn vrouw Christina Klok werd geboren op 24 januari 1910 en overleed op jonge leeftijd op 28 oktober 1961.
De houten kop met gapende mond is gemaakt door een beeldhouwer uit Veendam. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw is de fraaie kop verwijderd. Hij was totaal verrot.
Per 1 januari 1966 deed Hendrik Moesie zijn zaak over aan zijn neef Hendrik Koopman. In juni 1993 is Hendrik Koopman met zijn drogisterij verhuisd naar de Peperstraat.
In de etalages en aan de zijmuur wordt reclame gemaakt voor pleegzuster Bloedwijn, Akkertjes pijnstillers, Babyderm, Vicks tegen hoest, Chefarine 4 en meer van dat soort merken van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Let vooral ook op de fraaie reclameborden van email aan de zijmuur van de winkel. Let vooral ook op de voorgevel die niet haaks op de zijmuur staat.

Reactie van Ricardo Marlo Ruiter van 3 mei 2016
Mijn naam is Ricardo Marlo Ruiter. Mijn familie en ik zijn de huidige bewoners van deze voormalige drogisterij.
Wij wonen hier sinds 2003 en zijn erg gelukkig met het huis. Het is heel groot en het heeft een leuke kelder.
Inmiddels is binnenshuis heel veel verbouwd.
De zolder is in drie slaapkamers verdeeld met drie opbergkasten. De schuur is in tweeën gedeeld. De ene helft is nu de woning van mijn oma. De andere helft is onze schuur. De winkelruimte is nu onze woonkamer.
Wij vinden het heel leuk dat de historie van ons pand op internet staat, dan kan iedereen wat lezen over ons huis.

Abracadabra-1204Abracadabra-1205

Posted in Diever, Historische kalenders, Hoofdstraat, Neringdoenden | Leave a comment

Roggemiet’n op de Noordesch van Deever

Bijgaande prachtige foto is aanwezig in de collectie van het Drentsch Archief in Assen.
Om te vermijden dat de loonwerker zijn tractor en zijn döskaaste vaak moest verplaatsen van de ene miete naar de andere miete, zetten de boeren hun miet’n altijd in zo groot mogelijke groepen op de nes, in dit geval in het najaar van een jaar tussen 1930 en 1940 op de Noordesch van Deever.
Op de voorgrond is nog ’n tippe heide te zien. Aan de linkerkant is de bebouwing langs de Bosweg en het Marktterrein te zien. Tuss’n de miet’n deur is de gemeentelijke toren aan de helemaal niet-Saksische brink van Deever te zien. Deze is ingebouwd in de Oude Kerk.
Een miete zett’n was een hele kunst. Als deze niet mooi gelijkmatig werd opgebouwd, dan kon het gebeuren dat deze scheef zakte en met palen moest worden gestut. Een paar van de hier zichtbare miet’n zijn wel scheef gezakt, maar niet zo erg dat ze gestut moesten worden. De schuine buitenkant van een miete was vergelijkbaar met een reet’n doake. In een goed gezette miete kon het regenwater net zoals bij een reet’n doake niet binnendringen.

De redactie van Dievers Archief is op zoek naar foto’s van boer’nwaark: rogge meej’n, miete zett’n, döss’n, enzovoort. Bezoekers worden verzocht deze foto’s te scannen en naar de redactie toe te sturen voor publicatie in de webstee Dievers Archief.

Abracadabra-1203

Posted in Boer'nwaark, Bosweg, Diever, Noordesch | Leave a comment

Foto’s van het SHELL-tankstation in Wapse gezocht

De redactie van het Deevers Archief is wel in het bezit van een sukersakkie van café-restaurant Het Witte Huis met daarbij afgebeeld het Shell-tankstation van E. Land, maar heeft in zijn verzameling geen foto’s van het Shell-tankstation en café-restaurant Het Witte Huis.
Wie van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief kan de redactie helpen aan een paar goede digitale scans van foto’s van het Shell-tankstation en café-restaurant Het Witte Huis  ?
Wie van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief weet tot wanneer E. Land de café- en restauranthouder was van Het Witte Huis ?
Wie van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief weet tot wanneer het Shell-tankstation in gebruik is geweest ?

Posted in Café-Restaurant Het Witte Huis, Sukersakkies, Wapse | Leave a comment

A&O-winkel van Jan Breimer en Lammigje Kloeze

De redactie van het Deevers Archief ontving naar aanleiding van zijn oproep in het bericht Breimer Zelfbediening op speldje van Tiktak thee de volgende reactie van de heer Tibbe Breimer, de oudste zoon van Jan Breimer en Lammigje Kloeze:

Ik kom puur toevallig op dit bericht. Ik lees het verzoek. Ik zal in mijn eigen archief moeten zoeken naar foto’s.
Ik ben uiteraard gaarne bereid nadere informatie te geven en naar foto’s te zoeken.
Waarschijnlijk beschikt mijn zuster Marianne over de meeste oude foto’s van de winkel.

De redactie van het Deevers Archief is de heer Tibbe Breimer bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
Zijn informatie is verwerkt in het bericht In de winkel van Jan Breimer en Lammigje Kloeze.
De zwart-wit foto bij dat bericht en bijgaande zwart-wit foto van het winkelgedeelte en het woongedeelte van het pand an de Peperstroate in Deever zijn afkomstig uit de foto-albums van mevrouw Marianne Breimer.
Bijgaande zwart-wit foto van het pand, dat vóór de verschillende verbouwingen ooit een boerderijtje was, is volgens de heer Tibbe Breimer omstreeks 1968 gemaakt.
Toen hadden Jan Breimer en Lammigje Kloeze hun winkel al voor zelfbediening geschikt gemaakt en waren ze aangesloten bij de A&O-winkelformule. Dat is te zien boven in de etalageramen aan de kant van de Peperstroate en aan het A&O-uithangbord aan de muur (of aan de lantaarnpaal ?).
Let vooral ook op het fietsenrekje met de reclame voor Persil-zeeppoeder. Op de zwart-wit foto is rechts achter de zijgevel aan de rechterkant het dak van een zijvleugel van de olde griffemeerde kaarke te zien. Aan de linkerkant is links naast het woongedeelte van het pand een stukje van de boerderij van varkenskoopman Marinus Bel en Jantje Bentum te zien.
Op de stee waar op de zwart-wit foto de lantaarnpaal staat, daar ongeveer staat op de kleurenfoto de paal met bruine richtingborden. De redactie heeft de kleurenfoto op 26 juni 2018 gemaakt.
Het verkeersbord voor de aanduiding van een éénrichtingweg (RVV-C03) stond op 26 juni 2018 ongeveer op dezelfde stee als in  ± 1968. Dus de Peperstroate is al meer dan een halve eeuw een éénrichtingsweg !! Voorwaar een Deevers geschiedkundig verkeerskundig feitje. Echt wel.

Posted in Alle Deeversen, Neringdoenden, Peperstraat | Leave a comment

Het brugwachtershuisje an de Gowe

Tijdens een stevige wandeling an de Deeverse kaante van de Gowe werd de aandacht van de redactie van het Deevers Archief plotsklaps in het voorbijgaan getrokken door het bordje onder het huisnummer van het brugwachtershuisje met adres Riekseweg 10. Het bordje geeft aan dat het pandje een gemeentelijk monumentje is, bij nadere inwinning van gegevens blijkt het pandje een vrijwillig gemeentelijk monumentje te zijn.

Op de betreffende bladzijde van de webstee van de Voorkant Van Het Gelijk is de volgende intrigerende uiterst merkwaardige stok-achter-de-deur-tekst te lezen:
Wat betekent de opname van uw pand of object voor u ?
De ‘vrijwillige’ status impliceert dat zaken, waarvoor u normaal gesproken geen vergunning nodig hebt, ook na opname op de vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst niet mag veranderen. Wel zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bij voorkomende aanvragen voor een omgevingsvergunning kijken of er eventueel cultuurhistorische waarden in de knel komen.
Door de opname van uw pand of object op de vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst, vervalt voor u de verplichting voor het energielabel.

Dus in het geval de eigenaar van het brugwachtershuisje an de Gowe het door de heer Bernard Stikfort, die de beleidsregisseur (beleidsdirecteur ?) voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk is, en de Hoge Leden Van De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit goedgekeurde vrijwillige gemeentelijke monumentje besluit loek’n in de witgeverfde maar zichtbare haken in de raamkozijnen op te hangen en deze overdag te vergrendelen achter de witgeverfde maar zichtbare grendels, dan moet de eigenaar van het pandje eerst nederig en met de pet in de hand toestemming vragen aan de heer beleidsregisseur (beleidsfluisteraar ?) Bernard Stikfort en de Hoge Leden Van De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Dan wordt natuurlijk in een speciale vergadering het nieuwe voorgevelbeeld diepgaand en uitputtend vergeleken met de nul-situatie van de voorgevel, dan zou het best eens zo kunnen zijn dat na ampel beraad voor het plaatsen van loek’n geen toestemming wordt gegeven.
De heer Bernard Stikfort, die de beleidsregisseur (beleidsknutselaar ?) voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk is, heeft het vrijwillige gemeentelijke monumentje opgenomen in zijn ogenschijnlijk erg persoonlijke hobby.
Dus in het geval de eigenaar van het brugwachtershuisje an de Gowe na de goedkeuring van het vrijwillige gemeentelijke monumentje door de heer Bernard Stikfort, die de beleidsregisseur (beleidsleider ?) voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk is, en de Hoge Leden Van De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, de loek’n uit de witgeverfde maar zichtbare haken in de raamkozijnen heeft verwijderd, dan moet de eigenaar van het pandje met grote vreze vrezen (the fear in the policy-director is the beginning of wisdom), want de eigenaar had daarvoor eerst nederig en met de pet in de hand toestemming moeten vragen aan de heer beleidsregisseur (beleidsuitstippelaar ?) Bernard Stikfort en de Hoge Leden Van De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Na de eerstvolgende inspectie van het gemeentelijke monumentje wordt natuurlijk in een speciale vergadering het nieuwe voorgevelbeeld diepgaand en uitputtend vergeleken met de nul-situatie van de voorgevel, dan is het schier zeker dat na ampel beraad het brugwachtershuisje uit de Bernard-Stikfort-lijst van vrijwillige gemeentelijke monumenten wordt geschrapt.
En dan geldt volgens beleidsregisseur (beleidssouffleur ?) Bernard Stikfort voor de eigenaar van het brugwachtershuisje de verplichting van het hebben van het energielabel. Maar dat is arrogante volksverlakkerij, dat is een stinkende sigaar uit eigen doos, want die wettelijke verplichting had de eigenaar al, daarvoor verwijst de redactie naar www.energielabel.nl/woningen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s gemaakt op 26 april 2018.


Posted in Geeuwenbrug, Gemeentelijke monumenten, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Waar staat de lijst van gemeentelijke monumenten ?

1.
De redactie van het Deevers Archief stuurde op 12 april 2018 het volgende bericht naar het e-mail adres van de Voorkant Van Het Gelijk in de gemeente Westenveld:

Geachte heer/mevrouw,
Het is mij helaas niet gelukt de door U zo genoemde vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst te vinden op Uw webstee www.gemeentewesterveld.nl.
Het kan zijn dat ik vanwege mijn digitale onhandigheid niet goed heb gezocht.
Als deze lijst wel op Uw webstee is te vinden, dan zou ik graag van U de digitale link naar deze lijst willen vernemen.
Als deze lijst niet op Uw webstee is te vinden, dan zou ik graag van U de meest recente digitale versie van deze lijst willen ontvangen.
Als deze lijst niet openbaar toegankelijk is, dan verneem ik daar graag de reden van.
Ik wil U bij voorbaat hartelijk danken voor de door U te nemen moeite voor het beantwoorden van dit e-mail bericht.
Met vriendelijke groet,
Redactie van het Deevers Archief

2.
Op 12 april 2018 ontving de redactie van het Deevers Archief per e-mail bericht het volgende automatisch gegenereerde bericht:

Dit is een automatisch aangemaakt bericht dat uw e-mail door de gemeente Westerveld is ontvangen. Alleen in geval van een nieuwe aanvraag, laten we u binnen vier werkdagen weten onder welk zaaknummer uw aanvraag bij ons is geregistreerd.

3.
Op 16 april 2018 ontving de redactie van het Deevers Archief per e-mail het volgende uiterst merkwaardige soort van ivoren-toren-bericht van de heer Bernard Stikfort, de beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk:

Geachte heer,
Graag verneem ik de reden voor uw verzoek.
Bernard Stikfort
Team leefomgeving, Projectleider UNESCO nominatie KvW Cp1, Beleidsregisseur erfgoed, cultuurhistorie en monumenten, Gemeente Westerveld, Postbus 50, 7970 AB Havelte, Raadhuislaan 1, 7981 EL Diever, telefoon 0521-349349, Fax 0521-349499, webstee https://www.gemeentewesterveld.nl, @gem_westerveld, @erfgoedwveld.

4.
De redactie van het Deevers Archief stuurde naar aanleiding van het ontvangen e-mail bericht van 16 april 2018 het volgende e-mail bericht naar de heer Bernard Stikfort, de beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk:

Geachte heer Bernard Stikfort,
In mijn veelbekeken webstee Deevers Archief (www.dieversarchief.nl) besteed ik erg graag aandacht aan erfgoed, cultuurhistorie en monumenten in de voormalige gemiente Deever.
Wellicht hebt u wel eens gehoord van mijn webstee Deevers Archief.
In mijn webstee Deevers Archief wil ik ook aandacht besteden aan het verschijnsel vrijwillige aanmelding (en afmelding) als gemeentelijk monument.
U kon ver weg van Deever al op donderdag 25 juni 2015 in Reutum in Twente uitgebreid over dit verschijnsel vertellen.
U kunt als beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de gemeente Westerveld door het beschikbaar stellen van de openbare dynamische lijst van gemeentelijke monumenten een zeer gewaardeerde positieve bijdrage aan mijn webstee Deevers Archief leveren.
Met vriendelijke groeten,
Redactie van het Deevers Archief

5.
De redactie van het Deevers Archief ontving op zijn bericht van 16 april 2018 vervolgens op 30 april 2018 per e-mail het volgende antwoord  van de heer Bernard Stikfort, de beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk:

Geachte meneer,
Dank voor deze uitvoerige toelichting.
De lijst staat volledig online op Wikipedia, u mag uiteraard vrijelijk hieruit putten !
Link: https://nl.wikipedia.org/wiki/lijst_van_gemeentelijke_monumenten_in_westerveld.
Bernard Stikfort
Team leefomgeving, Projectleider UNESCO nominatie KvW Cp1, Beleidsregisseur erfgoed, cultuurhistorie en monumenten, Gemeente Westerveld, Postbus 50, 7970 AB Havelte, Raadhuislaan 1, 7981 EL Diever, telefoon 0521-349349, Fax 0521-349499, webstee https://www.gemeentewesterveld.nl, @gem_westerveld, @erfgoedwveld.

6.
De redactie van het Deevers Archief stuurde op 30 april 2018 per e-mail het volgende bericht naar de heer Bernard Stikfort, de beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk:

Geachte heer Bernard Stikfort,
Hartelijk dank voor uw snelle en adequate reactie.
Tja, dat u alle betreffende gegevens in Wikipedia hebt opgenomen en vermoedelijk ook daar gaat onderhouden, dat moet je wel weten.
Ik zal onder vermelding van uw Wikipedia-link zeker gebruik maken van de daar vermelde gegevens.
Met vriendelijke groet,
Redactie van het Deevers Archief

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie blijft het uitermate merkwaardig vinden dat de lijst niet publiekelijk toegankelijk is te vinden in de webstee van de gemeente Westenveld en dat hij via een een wat stroperige wisseling van e-mail berichten met de beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk uiteindelijk gewaar moet worden waar de lijst van vrijwillige gemeentelijke monumenten in de gemeente Westenveld wel is te vinden.
Stel je eens voor wat een tijd dat kost voor de belangstellende in vrijwillige gemeentelijke monumenten en wat een tijd dat de met publieksgeld betaalde beleidsregisseur erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk kost.  

De lijst van vrijwillige gemeentelijke monumenten in de gemeente Westenveld is inderdaad te vinden in Wikipedia.
De beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk geeft zelfs hoogstpersoonlijk toestemming om vrijelijk uit deze met waarschijnlijk veel publieksgeld bekostigde lijst te putten. Uhhhh ???? Toestemming nodig ???? Uhhhh ???? Echt neet !!!!
Is deze lijst een soort van persoonlijke hobby of levensdoel van de beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk ? Weet de regerende wethouder met de portefeuille voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten eigenlijk wel van het bestaan van deze in Wikipedia verstopte lijst ?
Wat is toch eigenlijk de definitie van beleidsregisseur voor erfgoed, cultuurhistorie en monumenten van de Voorkant Van Het Gelijk ? Regisseert de beleidsregisseur het beleid van de gemeenteraad of regisseert de gemeenteraad het loyaal door de beleidsregisseur uit te voeren gemeentelijke beleid ?

Posted in Gemeentelijke monumenten | Leave a comment

Het boerenbedrijfje van de Bakker’s jong’n in Deever

De auteur van het bijgaande bericht is de heer Lammert Joustra uit Zuidwolde. Hij gaf de redactie toestemming zijn bericht op te nemen in het Deevers Archief. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
Het bericht is eerder opgenomen in het papieren blad Opraekelen nr. 06/2 (jaargang 13, nr. 2, juni 2006) van de heemkundige vereniging uut Deever.

Het boerenbedrijfje van de Bakker’s jong’n in Deever
In de eerste vijftien jaren na de oorlog kwam in de gemeente Diever aan het keuterboeren als gevolg van (inter)nationale ontwikkelingen totaal een einde.
Mijn opa heette Harm Mulder, maar iedereen noemde hem Haarm Bakker (redactie: alle Mulders in Diever hadden een bijnaam) [1]. Hij woonde met zijn broers Hendrik en Jacob in de Hoofdstraat van Diever. Ze werden de Bakker’s jongen genoemd. Zij hadden een boerderijtje in de Hoofdstraat met weinig eigen grond, daarom huurden ze akkerland en weiland om toch die paar koeien te kunnen houden om wat te verdienen. Ze huurden elk jaar weiland in de Oude Willem van de familie Gijs Jansen. De huurperiode was vanaf mei tot half november. Ze waren niet de enige huurders van weiland in de Oude Willem, ook andere keuterboertjes in Diever huurden daar weiland. Dat waren onder meer Albert Keizer, Jan Baaiman, Teunis Mulder (redactie: Teunis Kuper, alle Mulders in Diever hadden een bijnaam), Hendrik Jan Kiers, Roelof van Nijen en nog een aantal.
Als de koeien daar weer in het weiland liepen, dan fietsten mijn opa Harm en zijn broer Hendrik elke morgen en elke avond op en neer naar de Oude Willem. Ze hadden een transportfiets met voor op de fiets een vergrootte bagagedrager en aan de achterzijde van de fiets konden ze twee melkbussen aan de bagagedrager hangen. De gehele constructie was een verzwaarde fiets, soms vervoerden ze één melkbus, die hadden ze dan gewoon op de stang tussen het stuur en het zadel staan. Meestal was die stang omwikkeld met een jute zak. Mijn opa Harm en zijn broer Hendrik fietsten nooit naast elkaar, maar altijd achter elkaar aan naar het land in de Oude Willem en weer terug naar Diever.
Ze gingen elke dag op pad naar de Oude Willem, ondanks lichamelijke klachten. Mijn opa Harm had het op een dag zo in zijn rug, dat zijn wens was om nu maar vrij te nemen, want het op en van de fiets stappen was nu een probleem voor hem, maar toch moesten die koeien gemolken worden. De volgende oplossing werd besproken en vervolgens uitgevoerd. Jaap en Hendrik hielden de fiets schuin om mijn opa gemakkelijk op te kunnen laten stappen, zetten vervolgens mijn opa recht op de fiets en gaven hem een flinke drukker (redactie: duw, zet), zodat hij een beetje snelheid kreeg, waarna hij zelf door kon fietsen. Maar de weg terug naar Diever moest ook nog worden afgelegd. Bij het weiland van Gijs Jansen in de Oude Willem werd dezelfde opstapprocedure herhaald, waarna opa Harm met zijn transportfiets met de volle melkbussen naar Diever fietste. Hendrik fietste anders altijd achteraan, maar nu fietste hij als eerste vooruit het dorp in om zijn broer Jaap te roepen met de mededeling: ‘Hee komp ’r an.’ Jaap en Hendrik gingen vervolgens klaar staan om mijn opa Harm tijdens de rit op te vangen, waarna hij van de fiets werd geholpen.
De Bakker’s jong’n -Harm, Hendrik en Jaap Mulder- leverden hun melk aan de fabriek in Diever [2]. De zuivelfabriek stond aan het Moleneinde, waar nu garage Boer is gevestigd. De opbrengst van de geleverde melk werd één keer per veertien dagen contant uitbetaald [3]. In het begin werd de enveloppe met het geld, het zo genoemde melkgeld, aan de melkbus bevestigd, gewoon tussen de bus en het lid (redactie: het deksel van de melkbus). In die tijd dacht niemand er aan om dat geld te stelen, ondanks de armoede die er toch wel was. Later bezorgde Pieter Boelens het melkgeld bij de Bakker’s jongen, die ging met een tas met geld de boeren bij langs om het melkgeld uit te betalen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Lammert Joustra is de kleinzoon van Harm Mulder.

[1] Zie het bericht Het spinmoal en de snikke.
[2] In 1949/1950 kregen de gebroeders Mulder, Hoofdstaat 44 (nu Hoofdstraat 60) in Diever het melkbusnummer 45 toegewezen.
[3] Zie het artikel ‘Monsters nemen voor de Zuivelfabriek van Diever’ in Opraekelen 06/1.
De hier afgebeelde ansichtkaart uit 1934 is uitgegeven door de weduwe Johannes Vos an de Heufdstroate in Deever. Op de afbeelding is een deel van de Heufdstroate in Deever te zien.
Aan de linkerkant de smederij van de gebroeders Kloeze te zien. Naast de smederij staat Albertus (Battus) Kloeze. Naast de smederij staat achter de leilinden de woning met de klompenmakerij van Jouk van Goor. Roelof (Roef) van Goor begon in dit pand zijn drukkerij. Achter de klompenmakerij is de woning met de winkel van manufacturier Philippus (Flip) Zaligman te zien.
Aan de rechterkant is rechts op de voorgrond de woning en de winkel van de weduwe Johannes Vos te zien. Daarnaast staat de woning en het boerderijtje van de gebroeders Mulder (Garke Bakker’s jongen). Daarnaast staat de woning en het schildersbedrijf van Geert Koster. Aan het einde van de Heufdstroate is achter de leilinden de voorgevel van de boerderij van de familie Hessels te zien.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Boer'nwaark, Dorpsfiguren, Hoofdstraat, Keuterijen | Leave a comment

Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het bladzijdegrote poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de opening van een uitvaartmuseumpje in ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in Deever. Zie de bijgevoegde afbeelding van het onleesbaar gemaakte bericht.
Hier volgt een kort citaat uit het bericht.
Het gaat dan eindelijk toch gebeuren. Het lijkwagenhuisje aan de Bosweg in Deever wordt ingericht als een uitvaartmuseumpje. Het is de bedoeling dat het museum in het voorjaar van 2018 wordt geopend. Het museum is vanaf dat moment één middag per week en op afspraak toegankelijk voor het publiek.
Het voorjaar is inmiddels verstreken en bij ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in Deever is nog geen spoor van enige inrichtingsbezigheid te bekennen. De redactie leeft in de veronderstelling dat de timmerkunstenaar van de heemkundige vereniging uut Deever toch wel al een soort van fraai aankondigingsbord in elkaar had geknutseld of gekunsteld en aan de voorbaander van ut liekwaeg’nschuurtie had vastgespijkerd.
Maar dat bleek niet het geval. De redactie heeft voor alle zekerheid de foto voor bijgaande afbeelding van de voorgevel van ut liekwaeg’nschuurtie op zaterdag 16 juni 2018 gemaakt. Het was inderdaad nog in de lente. Nergens aan de gevel is te lezen dat hier een uitvaartmuseumpje is gevestigd of zal worden gevestigd. Of zou een en ander met een poster zijn aangekondigd op het groene elektriciteitskastje naast ut liekwaeg’nschuurtie en is daar inmiddels een poster van het popfestival Dauwpop 2018 overheen geplakt ?
Wat aan de op 16 juni 2018 gemaakte foto opvalt zijn de twee betekenisloze en hinderlijke betuttelpaaltjes van de voorkant van het gelijk en het ontbreken van een oud uitvaartsymbool in de bestrating van het opritje naar de voorbaander. De bestratoloog van de heemkundige vereniging uut Deever moet nog een middagje hard aan de slag om met rode of paarse stukjes straatklinker een stemmig en passend symbool in het opritje aan te brengen.
De redactie zou het niet openen van het uitvaartmuseumpje in ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in het museumloze Deever (het Oermuseum is geen museum, maar een soort van veredelde bezigheidstherapie) toch wel een klein rampje van de derde orde vinden, temeer omdat het mogelijk aanstaande uitvaartmuseumpje als kleinste museumpje ter wereld na opening regelrecht gaat worden vermeld in de volgende editie van het Grote Guiness Book Of Records. Echt wel.


Posted in Baanders, Bosweg, Lijkwagenschuurtje, Museums | Leave a comment

Wie was toch ook alweer Jan van der Helm ?

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief (al het papier moet de prullebak in) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever in één van de dossiers inzake Deeversen in de Tweede Wereldoorlog bijgaand berichtje over de Oldendeeverse verzetsman Jan van der Helm. Dit berichtje is op 30 april 1997 gepubliceerd in de Hoogeveensche Courant.

Wie was Jan van der Helm
In Hoogeveen zijn ruim twintig straten vernoemd naar mensen die een belangrijke rol speelden tijdens de Tweede Wereldoorlog en in het Hoogeveense verzet. Deze straten kregen onlangs nieuwe naamborden. Op de nieuwe bordjes staan voor-en achternaam met daaronder ‘1940-1945′.
In ’t Torentje besteden we elke week aandacht aan een Hoogeveense verzetsstrijder naar wie een straat is vernoemd. Vandaag Jan van der Helm.
Jan van der Helm werd in 1911 geboren te Diever. In 1939 vestigde hij zich aan het Zuideropgaande in Hollandscheveld, waar hij trouwde met Johanna Moes.
Daar verleende hij onderdak aan het joodse echtpaar Szaya en Lea Reiner-Goldberg. Ook andere onderduikers vonden op zijn boerderij een gastvrij onderdak.
Op 7 februari 1945 (redactie: in het krantenbericht stond 3 februari 1945), terwijl hij op zijn land aan het werk was, werd hij neergeschoten door een landwachter. Hij stierf ter plaatse.
Onder leiding van de S.S.-officier Robertson werd daarna zijn woning doorzocht, waarbij het joodse echtpaar werd ontdekt.
Szaya Reiner werd na zwaar te zijn mishandeld door een S.S.’er bij de boerderij gedood. Zijn vrouw overleefde het kamp Westerbork.
De familie Van der Helm is na de oorlog door de Israëlische regering onderscheiden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jan van der Helm is op 15 augustus 1911 geboren in Wittelte. Hij is een broer van Reinder van der Helm.
Zijn ouders waren Arend van der Helm (hij is geboren op 13 augustus 1880 in Oldendeever, hij is overleden op 22 februari 1949 in Möppel) en Lummigje Hofman (zij is geboren op 23 augustus 1886 in Dwingel, zij is overleden op 12 mei 1950 in Möppel).
Arend van der Helm en Lummigje Hofman trouwden op 20 maart 1909.
Arend van der Helm was toen 28 jaar oud geweest. Hij was een zoon van Jan van der Helm en Albertje Winters.
Lummigje Hofman was wat jonger. Ze was 22 toen ze trouwde. Zij was een dochter van Arend Hofman en Margje Kerssies.
Zij gingen na hun huwelijk wonen op een huurplaatsje in Wittelte. 

De Jan van der Helmweg is te vinden in Hollandscheveld bij Hoogeveen.
De familie Van der Helm kreeg de Yad Vashem-onderscheiding.

Op 17 juli 2018 stuurde mevrouw Klazien van der Helm-Bouw de volgende -zeer door de redactie gewaardeerde- reactie naar het Deevers Archief:
Ik wil even een correctie met betrekking tot de overlijdensdatum van Jan van der Helm doorgeven.
Oom Jan, de oudste broer van mijn schoonvader Arend van der Helm, is niet op 3 februari 1945 overleden, maar op 7 februari 1945.

Posted in Alle Deeversen, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Haentie op ’n stokkie – Palmpoas’n in Deever

In de tijd van het burgemeesterschap van Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond steevast ome Kees werd genoemd) was het in het dorp Deever de gewoonte dat met Palmpasen kinderen met ‘n haentie op ’n stokkie van de Brink in optocht naar het huis van de burgemeester aan de Hoofdstraat gingen, waar de vrouw (die in de volksmond steevast tante Nel werd genoemd) van de burgemeester aan elke versierde stok een zakje met eitjes hing.
De kinderen gingen, nadat alle kinderen aan de beurt waren geweest, weer in optocht terug naar de Brink, waar de stoet uit elkaar ging. Van Palmpasen in 1946 zijn enige foto’s bewaard gebleven, een foto van de kinderen voor de burgemeesterwoning en een foto van kinderen bij de vrouw van de burgemeester.
De traditie van haentie op ’n stokkie bestaat gelukkig nog steeds.

Posted in Haentie op mien stokkie, Palmpasen, Tradities | Leave a comment

Aquarel van ‘de Dikke Stien’n van Marjolein Kruijt

De redactie van het Deevers Archief toont haar trouwe bezoekers bijzonder graag prachtig getekende en prachtig geschilderde objecten uit de gemeente Diever. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen in het Deevers Archief afgebeeld kunnen worden, hoe liever het de redactie is.

De redactie vond in de webstee van de Amersfoortse kunstenares Marjolein Kruijt een afbeelding van haar prachtige aquarel van de Dikke Stien’n (hunnebed D52) op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
De kunstenares heeft haar aquarel van 30 cm x 17 cm de titel ‘Hunebed Diever’ gegeven.
Op haar webstee is in de categorie landschappen van haar portofolio een afbeelding van deze aquarel te vinden. Op de pagina even naar beneden scrollen, dan op de tegel met een deel van de aquarel klikken voor het kunnen zien van een volledige afbeelding. Dan wordt ook zichtbaar of deze aquarel te koop of verkocht is.
De kunstenares heeft het aquarel gemaakt kijkend in de richting van ’t Kastiel,
De oriëntatie van het hunnebed D52 is ongeveer oost-west. De ingang van het hunnebed lag aan de zuidkant. Werd de urn met de as van een dode om twaalf uur ’s middags bijgezet in de grafkelder ?
De redactie toont deze tekening met toestemming van de kunstenares Marjolein Kruijt. De redactie is haar daar bijzonder erkentelijk voor.
Het is te hopen dat Marjolein Kruijt nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten binnen de grenzen van de gemiente Deever zal maken. Hopelijk kunnen deze dan ook in de webstee van het Deevers Archief worden getoond.
Meer gegevens  over haar is te vinden op haar webstee www.marjoleinkruijt.nl.
De redactie verwijst voor gegevens over en afbeeldingen van het hunnebed D52 onder meer naar de betreffende berichten in het Deevers Archief, klik daarvoor aan de rechterkant van het scherm op de categorie Hunnebed.

Abracadabra-1645

Posted in Diever, Hunnebed, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Drie wandelingen rond Deever – Tekening hunnebed

Het boekje ‘Drie wandelingen rond Diever’ (dit leuke boekje is aanwezig in het Deevers Archief), dat is uitgegeven door de Provinciale VVV Drenthe, is voor de afwisseling verluchtigd met veel pentekeningen.
Bij route 1 begint de wandelaar bij de Olde Kaarke aan de Brink de lopen, giet deur de Peperstroate, slat dan linksof de Kruusstroate in, löp dan véur de Eendeveever rechtsof de Grönnegerweg in, en ziet dan na zo’n acht minuten lopen aan de linkerkant hunnebed D52 op de Steenakkers liggen.
In het boekje is op bladzijde 10 de hier getoonde pentekening van hunnebed D52 opgenomen. Het is altijd weer aardig na te gaan welke ansichtkaart of welke foto de tekenaar als inspirerend voorbeeld heeft gebruikt. De redactie denkt dat de tekenaar in dit geval de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart uit 1968 heeft gebruikt of eentje die daar op lijkt.
De hier getoonde ansichtkaart werd uitgegeven en verkocht door Boek-en Kantoorboekhandel Fa. van Goor an de Kruusstroate in Deever. Deever is Roelof van Goor veel dank verschuldigd. Hij heeft immers onbedoeld in de loop van zeker meer dan dertig jaren een historisch zeer waardevolle verzameling ansichtkaarten uitgegeven en verkocht.
De tekenaar heeft de creatieve vrijheid genomen de steen die op de ansichtkaart net wel aan de linkerkant is te zien, niet op te nemen in zijn tekening. Een kniesorige hunnebeddoloog die daar op let.
De hunnebeddologen van de heemkundige vereniging uut Deever zijn tot het inzicht gekomen dat rond de dikke stien’n geen struweel mag groeien, vandaar dat een groep dorpskrachten enige jaren geleden rond het hunnebed een flinke voorraad open haardhout heeft weggekapt en weggezaagd.
De redactie van het Deevers Archief is van mening dat ál het struweel en álle bomen rond de dikke stien’n moeten worden verwijderd, opdat het kale terrein rond de dikke stien’n gewoon weer als bouwland kan worden gebruikt.

Abracadabra-1642Abracadabra-1641

Posted in Diever, Grönnegerweg, Heezenesch, Hunnebed, Oudheden, Steenakkers, Tekeningen | Reacties uitgeschakeld voor Drie wandelingen rond Deever – Tekening hunnebed

Van wie was de Opel Olympia Record – UD-10-18 ?

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn topstukken aan zijn trouwe bezoekers. Tot zijn topstukken behoort ook bijgaande foto die gebruikt is op een zwart-wit ansichtkaart, die in 1955 is uitgegeven. Bij de redactie van het Deevers Archief zijn slechts drie exemplaren van deze ansichtkaart bekend.
De ansichtkaart is in de zomer van 1956 verstuurd. Op de achterkant van de ansichtkaart is het volgende te lezen. Vacantiecentrum Ellert en Brammert. Dieverbrug, telefoon 05219-207, Correspondentieadres van october tot april: Burgemeester Praamsmalaan 4, Bolsward, telefoon 05157-229 of 372.

Op de foto is het zomerhuisje met de naam De Dankber te zien. Het huisje stond op het terrein van vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge. Het is waarschijnlijk een achtpersoons huisje, want voor het huisje zitten drie kinderen en drie volwassen vrouwen. Maar waar zijn de mannen ?
Bij het huisje staat de trots van de vacantievierende familie: een Opel Olympia Record. Wie kon zich in de tweede helft van de bijna autoloze vijftiger jaren van de vorige eeuw zo’n auto veroorloven ? De redactie is op zoek naar de toenmalige eigenaren van deze auto, met kenteken UD-10-18, of kinderen van de eigenaren.
Boven de nummerplaat zijn drie schildjes te onderscheiden. De eigenaren waren zeker lid van de A.N.W.B. (Koninklijke Nederlandsche Toeristen Bond) en de W.W. (Wegen Wacht). Wellicht en hopelijk is de auto als old-timer bewaard gebleven.
Op de zichtbare witgeschilderde zijmuur van het huisje staat de naam: De Dankber. Op het vacantiecentrum Ellert en Brammert had elk zomerhuisje een naam, zo ook dit huisje. Dankber is een niet meer gebruikt woord uit het dialect van Zuidwest-Drenthe en betekent jeneverbes.
Veel vacantievierders bewaren geweldige herinneringen aan dit prachtige vacantiecentrum. Gezinnen keerden vaak jaren lang elk jaar voor een paar weken terug naar Ellert en Brammert en vaak ook nog in hetzelfde huisje. Over het terrein liepen zandpaden. Bij regenachtig weer konden spelletjes worden gedaan in de kantine. Voor de boodschappen was een gezellige kampwinkel aanwezig. En dan was er die altijd mooie natuur.

Abracadabra-1639

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Topstukken | Leave a comment

Monumentale boerderij afgebrand in Oldendeever

Op 28 december 1981 verscheen in de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) het navolgende bericht over een grote brand in de woonboerderij met adres Holtenweg 2 in Oldendeever.

Diever.
Een felle brand heeft in de nacht van zaterdag op zondag de kapitale woonboerderij van de familie Ten Cate in Oldendiever gedeeltelijk verwoest. De schade loopt in de tonnen. Het pand dat uit het midden van de zeventiende eeuw dateert, stond op de Monumentenlijst. Het is enige jaren geleden gerestaureerd.
De brandweer van Diever werd even voor twaalf uur gealarmeerd. Omdat het er erg slecht uitzag, werden spuitgasten van Dwingelo voor assistentie opgeroepen. Men kon echter niet voorkomen dat het voorhuis in een rokende puinhoop veranderde. De zwart geblakerde resten staken erg schril af tegen het rondom de woonboerderij liggende sneeuwtapijt…
Veel antieke voorwerpen en boeken liepen waterschade op.
De brand brak uit juist op het moment dat de familie Ten Cate bij de open haard aan het kerstdiner zat. Vermoedelijk zijn  vonken uit deze open haard de oorzaak geweest.
De blussingswerkzaamheden werden door een zeer groot aantal belangstellende gevolgd.
De brandweer heeft de hele nacht bij het perceel gewaakt.
Dat er van het voorhuis van de monumentale boerderij niet veel overbleef blijkt duidelijk uit bijgaande zwart-wit foto.

Het onderschrift bij de foto van de verbrande boerderij luidt als volgt:
Dat er van het voorhuis van de monumentale boerderij niet veel overbleef blijkt duidelijk uit deze foto.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Als de nabije vrijwillige brandweer uut Deever deze woonboerderij slechts voor een deel heeft kunnen redden, dan was het met riet gedekte pand zeer zeker volledig afgebrand, als Oldendeever toen enkel aangewezen zou zijn geweest op de vrijwillige brandweer van Dwingel of Vledder, vanwege de langere aanrijtijden.
Klaas Hofstee had het pand tot in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw in gebruik als boerderij. Klaas Hofstee werd geboren op 30 juli 1902 in Wapse en overleed op 21 mei 1988 in Dwingel. Hij was getrouwd met Jentje Schoenmaker, zij werd op 9 mei 1911 in Dwingel geboren en overleed op 3 juni 1996 in Dwingel.
Klaas Hofstee was de broer van Lamkjen en Saakje Hofstee.
In de in 1773 gebouwde boerderij heeft ook VVD-coryfee Hans Wiegel (het oraekel van Deever) gewoond.
Dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels uut Deever is de maker van de zwart-wit foto.
Wijlen Henk van de Bos is de maker van de tweede foto, die toen al vlak bij de verbande boerderij in Oldendeever woonde.
De redactie van het Deevers Archief heeft de derde foto van de teruggerestaureerde boerderij gemaakt op 4 april 2013.

 

 

 

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Deeverse braandweer, Dorpskrachten, Harm Hessels, Oldendiever | Leave a comment

Beeld op de kaarkhof krijgt een schoonbrandbeurt

De redactie van het Deevers Archief leefde altijd in de veronderstelling dat het gemeentelijke metalen Shakespearitis-beeld van de verliefde elfenkoningin Titania, die de wever Spoel met de ezelskop smokt, maar wat stond weg te roesten op de kaarkhof bij het helemaal niet-origineel Saksische brinkje van de gemiente Deever.
Maar dat blijkt toch wel een vergissing te zijn, want de regionale beeldenschoonmaker brandt één keer per jaar de korstmosjes en de algjes en andere vervelende groene aangroei en de resten van de oude beschermende bekleding grondig weg met een stevige gasbrander, waarna hij het metaal bekwast met een nieuwe beschermende bekleding en vervolgens deze beschermende bekleding met behulp van de hete gasvlam hecht aan het metaal.
De redactie heeft de foto voor bijgaande kleurenafbeelding op vrijdag 3 mei 2018 gemaakt.

Posted in Beelden, Brink, Kunst, Openluchtspel, Shakespearitis | Leave a comment

Ansichtkaarten van de kapel van Obadja op Zorgvlied

In het fotoboekje met de snorkerige titel ‘De historie en prehistorie van Diever in woord en beeld’ van de in Deever geboren, echter bij leven in Westervelde bij Norg wonende Arend Mulder (zoon van Jan Mulder, die in de volksmond Jan Boartie werd genoemd) is op de laatste bladzijde (bladzijde 140) enig aandacht besteed aan de houten kapel van de hervormde evangelisatievereniging op Zorgvlied.
Bij de foto op bladzijde 140 uit het genoemde boekje is de volgende tekst vermeld:
Dit zo vriendelijk aandoend houten kapelletje dateert van plusminus 1904 en werd gebouwd voor de vereniging tot behartiging van de godsdienstige belangen te Zorgvlied en kreeg later de naam Obadja. In 1968 werd er vóór een gedeelte aangebouwd, zoals op de foto duidelijk is te zien. Eerste evangelist van de evangelisatievereniging was de heer Hendrik Betten te Zorgvlied, aldaar overleden op 2 februari 1947. Achter de kapel vindt men een klein kerkhof.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De foto die op bladzijde 140 van het fotoboekje van Arend Mulder staat, is hier niet afgebeeld.
Op de eerste foto is de houten kapel van vóór de uitbreiding te zien. De hier getoonde foto is gebruikt op een ansichtkaart die in 1968 is verzonden, dus vlak voor de verbouwing van de houten kapel. Deze ansichtkaart is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief. De ansichtkaart is uitgegeven door A.v.d. Heide, Levensmiddelenbedrijf, Zorgvlied, telefoon 7242. Deze ansichtkaart is nota bene ná de verbouwing in juni 1972 en augustus 1973 nog een keer uitgegeven door A.v.d.Heide, Levensmiddelenbedrijf, Zorgvlied, telefoon 7242.
Op de tweede foto is de houten kapel ná de verbouwing te zien. Duidelijk is aan de voorkant het nieuwe gedeelte te zien. De vraag is of bij de uitbreiding het oude torentje en de oude voorgevel zijn vervangen of weer zijn gebruikt ? Zo te zien is de verbouwing nog niet helemaal af, want bij het nieuwe gedeelte ontbreekt de dakgoot. De hier getoonde foto is gebruikt op een ansichtkaart die in juni 1969 is uitgegeven door Villa Nova, Zorgvlied, telefoon  05212-7212. Deze ansichtkaart is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief.

Abracadabra-1637Abracadabra-1638

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Pentekening van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn

Op deze pentekening van de heer J. Minderaa is de achterkant van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn. an de Brink van Deever te zien. De tekening is gemaakt in het jaar 1975.
De pentekening maakte deel uit van een hele serie tekeningen, die als ansichtkaart is uitgegeven door de eigenaren van de winkel met de naam ‘de Boerderij’, Brink 2 in Deever. Voorheen was dat de boerderij van Cornelis Seinen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet welke foto als voorbeeld is gebruikt en heeft daarom bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal bijgaande door de redactie gemaakte kleurenfoto op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.
Zo te zien heeft tekenaar J. Minderaa (wat was toch de voornaam van die heer Minderaa ?) zich bij het natekenen van zijn voorbeeld redelijk aan de destijdse werkelijkheid gehouden. In 1975 waren de staldeuren in de achtergevel nog staldeuren (was Hendrik Mulder, zoon van Jan Mulder, die in de volksmond Jan Boartie werd genoemd, toen nog boer ?), heden ten dage zijn de staldeuren wellicht te gebruiken om de ramen in de deurkozijnen te luiken.

Abracadabra-1569Abracadabra-1570

Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Brink, Diever, J. Minderaa, Tekeningen | Leave a comment

Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland

De redactie van het Deevers Archief laat bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan haar trouwe bezoekers zien. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen, hoe liever het de redactie is.

Onlangs vond de redactie op de website Kunst Wereldwijd Netwerk een prachtige tekening van de Oude Kerk op de brink van Deever. Deze tekening heeft als titel: Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland.
De welbekende beeldend kunstenaar en schrijver Willem van Spronsen heeft deze tekening gemaakt. Hij is lid van de Gooise Kunstkring.
Willem van Spronsen heeft in het verleden in Deever gewoond en is daar nog voorzitter van de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Deever geweest. Ook zijn kinderen zijn in Deever geboren. Hij komt regelmatig in Deever, omdat hij daar een atelier heeft.
De redactie toont deze tekening met toestemming van Willem van Spronsen. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor. Daarbij stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de websteee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.
De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

Abracadabra-1632

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

Schets van den landbouw in min vruchtbaren streken

Jan Hessel van Wolda werd geboren op 3 oktober 1790 in Midwolde (Midwolle). Hij trouwde op 10 juli 1825 in Vledder met Roelofjen Eleveld. Roelofjen Eleveld is in 1798 geboren. Zij is op 1 maart 1882 op 83-jarige leeftijd overleden in Arnhem. Op 22 augustus 1831 werd Henderica Johanna van Wolda op Woater’n geboren.
Jan Hessel van Wolda gaf al een aantal jaren les aan de hoofdschool van Vledder, toen in 1818 de eerste kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid werd opgericht. Hij ging in zijn vrije tijd van vier uur ’s middags tot zeven uur ’s avonds ook les aan de openbare lagere school (rijksschool) in Frederiksoord. Hij was schoolmeester aan de hoofdschool van Vledder van 1812-1824 en schoolmeester aan de openbare lagere school (rijksschool) in Frederiksoord van 1818-1824.
In 1823 werd te Wateren het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding der Maatschappij van Weldadigheid opgericht.
Op 15 juli 1824 gaf hij het schoolmeesterschap van de hoofdschool van Vledder op om geheel in dienst van de Maatschappij van Weldadigheid te treden als adjunct-directeur voor het magazijn en voor het toezicht op het lager onderwijs in de koloniedorpen en de gestichten.
In 1831 werd hij aangesteld als instituteur van het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding der Maatschappij van Weldadigheid te Wateren. Zijn jaarsalaris bedroeg f 1000,- op 15 juli 1832. Hij genoot een toelage van f 200,- per jaar voor het toezicht op het lager onderwijs in de koloniedorpen en de gestichten.
Jan Hessel van Wolda is overleden op 21 april 1844 op Wateren. De redactie heeft de begraafplaats van Jan Hessel van Wolda nog niet kunnen achterhalen. In de Opregte Haarlemsche Courant van 25 april 1844 verscheen het navolgende overlijdensbericht:
Instituut te Wateren, 21 april 1844. Heden middag verloor ik, door den dood, aan eene hevige ziekte, mijnen geliefden Echtgenoot J.H. van Wolda, hoofd van dit gesticht en van het Onderwijs in de Koloniën der Maatschappij van Weldadigheid, zijn leven was Gode gewijd, het sterven zij hem gewin. 
R. Eleveld. Weduwe van Wolda.

Blijkbaar werd het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding der Maatschappij van Weldadigheid te Wateren ook Gesticht van Opvoeding voor den Landbouw der Maatschappij van Weldadigheid of ook wel Kweekschool voor den andbouw der Maatschappij van Weldadigheid genoemd. Ook werd wel de naam Instituut voor de Opvoeding der Koloniale Ambtenaren gebruikt.

Op 12 juni 1841 verscheen in de Opregte Haarlemsche Courant het volgende bericht
Bij J. Oomkens, te Groningen, is gedrukt:
Beknopte Schets van den Landbouw in min vruchtbare streken. Een Leesboek voor jonge lieden en kinderen ten Platten Lande, door J.H. van Wolda, Instituteur aan het Gesticht van Opvoeding voor den Landbouw der Maatschappij van Weldadigheid, te Wateren. Tweede druk, á 20 Cents.
Deze tweede druk verschijnt, zonder dat van den eersten eene algemeene verzending heeft kunnen plaats hebben, dewijl deze door den algemeenen bijval direct verdeeld is geworden.

Instituteur is een Frans woord en betekent gewoon lesgever, onderwijzer, leraar of schoolmeester. Iemand die een leesboek boek schrijft voor zeker niet-Frans sprekende jonge lieden en kinderen van arme en weinig geletterde boeren op de voor een groot deel nog niet ontgonnen zandgronden in het oosten en noorden van het land, zou zichzelf niet instituteur, maar gewoon schoolmeester of hoofdmeester moeten noemen.

J.H. Siddré gaf in 1853 in Utrecht een herdruk uit van de tweede druk van het hiervoor genoemde boek onder de titel:
Beknopte schets van den Landbouw in min vruchtbare streken. Een Leesboek voor jonge lieden en kinderen ten Platten Lande, door J.H. van Wolda, Instituteur aan de Kweekschool voor den Landbouw der Maatschappij van Weldadigheid, te Wateren.
Het uit vier paragrafen bestaande tweede hoofdstuk met de titel ‘Beschouwing van den landbouw in min vruchtbare streken’ luidt als volgt:
Paragraaf 1
De oude bouwakkers liggen meestal hoog, op de zoogenaamde essen, onmiddelijk bij de dorpen en gehuchten, terwijl de groenlanden in eene andere buurt en veel lager gelegen zijn.
Om de gezelligheid der menschen zijn de huizen, van ouds her, tamelijk digt bij elkanderen gebouwd, met eenige kampjes land, daarnevens, opdat er bij huis tuinvruchten zouden kunnen worden verbouwd, en het rundvee een gedeelte van den dag, of ook wel een gedeelte van den zomer, geweid. Vele der afgelegene groenlanden geven van nature gras, en van daar, dat men zulk land natuurlijk groenland noemt.
De koeijen en schapen komen des avonds te huis en gaan des morgens weer naar de weide. Dit te huis halen wordt gedaan om den mest, die op de hooge bowlanden volstrekt onontbeerlijk is. De bouwlanden liggen onder elkanderen verstrooid. Elke boer heeft doorgaans bouwland vooraan en ook achteraan op de esse. De bouwakkers zijn zeer verschillend in grootte. Sommige zijn één schepel land, andere twee, drie, vier en meer schepels groot. Die vóóraan op de esee, en dus het digtst bij huis, gelegen zijn, zijn meestal de beste.
Ieder dorp of gehucht heeft één of meer schaapherders, die eene gansche kudde, zelfs tot 1000 toe, met eenen hond, hoeden en oppassen. Ook zijn er plaatsen, waar iedere boer, wegens de afstand zijner woning van andere, zijne eigene schapen doet hoeden.
Hier en daar worden ook nog gemeene weiden voor het jongvee gevonden, dat is groenland en heideveld door elkander, bontland genaamd, waar de jongbeesten van het dorp of gehucht geweid en opgepast worden.
Paragraaf 2
Behalve het schadelijke, dat de ligging der landelijke eigendommen, door elkanderen, heeft, is daarin ook eenig goeds gelegen. En het is vooral de naijver der menschen, die hier gunstig werkt. Ieder wenscht zijne granen en ook zijne schapen en koeijen, boven die zijner naburen, te doen uitmunten. Daartoe wendt hij alle pogingen aan, zoo met zijn land te mesten, als het vee te voederen.
Het huishoudelijke wordt met overleg en met de meeste zuinigheid behartigd, anders zouden de landlieden niet kunnen bestaan, veel minder nog tot eenige welvaart komen. Algemeen wordt er niets nutteloos uitgegeven. Men beschouwt de dienstboden, knechten en meiden, indien dezelve eerlijk en trouw zijn, als leden van hetzelfde huisgezin, doch geeft hun, behalve kleeding en kost, geene hooge loonen. De kinderen, die al heel vroeg onderwezen en met de godsdienst bekend gemaakt worden, leeren van jongs af aan bezig te zijn, zelfs vóór en tusschen de schooltijden, hetwelk hen als van zelf aan den arbeid gewent, en de gewoonte toch is eene tweede natuur.
Paragraaf 3
Zijn de hofsteden of boerderijen daarentegen zóó aangelegd, dat de landerijen rondom het huis en alle aan elkanderen gelegen zijn, dan is dat voor het vee en den landbouw veel voordeeliger. De spreekwoorden: verre van zijn goed, is nabij zijne schade, en: land bij huis heeft eene dubbele waarde, gelden overal, maar ook hier.
Zoo heeft het vee dan ook minder te loopen, geniet het naauwkeuriger toezigt, meerderen tijd tot eten en rust, en verliest minder mest op den weg of op het veld. De mest behoeft niet zoo ver vervoerd te worden, de paarden kunnen derhalve meer doen en de bebouwde akkers zijn meer onder het gezigt. Is het nodig, dat de granen en andere veldvruchten gewied of schoon gemaakt worden, dan is men er digt bij en behoeft geenen tijd te verloopen. Is het hooiland nabij huis gelegen, dan krijgt het veel gemakkelijker eenigen mest, waardoor het grasgewas veel vermeerderd wordt en eene veel hoogere waarde verkrijgt; – en zoo hiertoe al geenen mest voorhanden mogt zijn, er wordt dan ten minste op gewerkt, en al bestond ook dat werk alléén in het overaarden van slootaarde of aarde uit greppen of andere grond, ook dit brengt reeds vele voordelen aan. Bestaat een stuk lands uit verschillende aardsoorten, bij voorbeeld is er op de ééne plaats leem, op eene andere veen, op eene derde alleen zandgrond, dan ondergaat het land eene groote verbetering, zoo de sloot- en grepaarde altijd op eene andere soort van grond gebragt wordt. Of wel, is er in de nabijheid van een stuk lands eene andere aardsoort gemakkelijk te krijgen, dan mag men zich de moeite van het er over te brengen wel getroosten: wijl zand op veen, en veen op zand, en leem op die beide zeer veel tot de meerdere vruchtbaarheid van het land toebrengt.
Paragraaf 4
Uit de verschillende bewerkingen van het land, de mindere of meerdere vlijt daar aan besteed, de betere of slechtere voeding van het vee, leert men den grond en het bestaan der huisgezinnen kennen. Heerscht er orde, worden alle dingen met overleg gedaan, is men ijverig en getrouw, dan woont er ook algemeen welvaart, voorspoed en zegen; terwijl daarentegen dáár, waar men des morgens lang slaapt, niet gaarne veel doet, en om zoo te spreken: Gods water over Gods akker laat loopen, bijna altijd armoede en schraalheid gevonden wordt, zowel voor de menschen als voor het vee, dat de Schepper aan de menschelijke zorg heeft toevertrouwd. Het bekende spreekwoord: armoede in de stal, armoede overal, wordt door alle landlieden nog niet genoeg geloofd, of liever er wordt nog geene moeite genoeg gedaan, om het nuttige rundvee ruim en goed te voeden: want welgevoed vee geeft vetten mest, terwijl schraal gevoed vee, magere beesten, ook minder krachtigen mest geeft.
Het vee geeft in volle ruimte alles terug, wat hetzelve ontvangt, zoowel aan zuivel als aan mest. Het eerste brengt geldelijke voordeelen aan, en de laatste maakt het land bekwaam, om rijken oogsten te geven. Beiden zijn van even veel belang.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de paragrafen 1 en 2 geeft instituteur Jan Hessel van Wolda zijn visie op het reilen en zeilen in een Drents esdorp.
Met name de inhoud van de derde paragraaf is belangwekkend. Met enige goede wil is Jan Hessel van Wolda op basis van zijn uiteenzetting in de derde paragraaf te beschouwen als de lokale uitvinder van de ruilverkaveling. Met zijn ideeën over het verhogen van de doelmatigheid van de werkzaamheden binnen een boerenbedrijf was hij zijn tijd ver vooruit.
In zijn geheel komt de beschouwing van den landbouw in min vruchtbare streken van de niet-landbouwkundig geschoolde instituteur Jan Hessel van Wolda erg prekerig en belerend over, de tekst lijkt niet zo erg geschikt voor jonge lieden en kinderen op de Drentse zandgronden.
Het is bij de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk an de aandere kaante van de bos aan te bevelen, een straat, een weg, een zandweg, een rijwielpad, een ruiterpad, een bospad, een boslaan, een plein of een park te vernoemen naar Jan Hessel van Wolda, eerste instituteur van het Gesticht van Opvoeding voor den Landbouw der Maatschappij van Weldadigheid op Woater’n.
De ruimte vóór de vier huisjes naast het gebouw van de rooms-katholieke geloofsgemeente zou bijvoorbeeld Jan Hessel van Wolda Hof kunnen worden genoemd.

Abracadabra-1630Abracadabra-1629Abracadabra-1620

Posted in Boer'nwaark, Boermarke, De aandere kaante van de bos, Maatschappij van Weldadigheid, Wateren | Leave a comment

Legerplaats Diever – 15 september 1915

Het Frysk Fotoarchyf (Fries Fotoarchief) (webstee: friesfotoarchief.nl) bewaart een foto van een groep gemobiliseerde mannen uit Harlingen tijdens de mobilisatie van 1914-1915. Nederlands was in de Eerste Wereldoorlog neutraal.
De foto is genomen op 15 september 1915 in de legerplaats bee’j Deever.
Op de foto zijn vaag de omtrekken van legertenten te zien.
Waar in de gemiente Deever het legerkamp stond, is in de tekst bij de foto niet vermeld, maar de redactie van het Deevers Archief heeft het vermoeden dat dit kaamp ook de heidevelden op de Oeren tussen Deever en Wapse heeft gestaan.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Eerste Wereldoorlog, Wapse | Leave a comment

De laatste melkbussen, de laatste melkrit ……

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 24 december 1979 verscheen het navolgende berichtje over de laatste melkrit van de laatste melkrijder uut Deever. Het is goed zo nu en dan eens in het archief van de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) rond te neuzen en wat historisch archiefmateriaal tegen te komen.

De laatste bussen ….
Diever. De heer J. Kiers uit Diever maakte dezer dagen zijn laatste rit naar de Domo-fabriek in Beilen. Hij was 11,5 jaar melkrijder. De eerste zeven weken deed hij het met paard en wagen, daarna met de tractor.
Hij bracht eerst de melk naar de fabriek in Diever, maar toen die werd opgeheven, achtereenvolgens naar Dwingelo, Wapserveen, Kolderveen en de laatste jaren naar Beilen.
In de eerste jaren moest hij de melk afhalen bij 50 boeren, de laatste jaren nog maar bij 20 boeren. De komende jaren komt er een auto om de melk af te halen en dan moeten alle boeren in het bezit zijn van een tank.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jan Kiers (Jan Kiersie) werd hier aan de Veentjesweg in Deever op de foto gezet. Voor de show had hij eerst een gedeukte melkbus van de wagen gehaald om deze voor de foto op de wagen te kunnen slingeren, zogenaamd de laatste melkbus…..
Op de plek waar dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels deze prachtige foto heeft gemaakt, is echter geen melkveehouder te vinden, want Jans Kruid, die woonde in de boerderij die te zien is rechts achter de melkbussen, was toen al gestopt met zijn boerderij.
Het lijkt wel of de melkbussen leeg zijn, want het lid (deksel) van sommige melkbussen is niet helemaal aangedrukt. Jan Kiers moet de melk al naar ‘de Domo’ in Beilen hebben gebracht en is bezig aan zijn echt laatste rit, te weten het afleveren van de lege melkbussen bij de boeren van zijn melkrit.
Het nummer op sommige melkbussen begint met een 4…, waaruit de melkrit van Jan Kiers ongeveer zou kunnen worden afgeleid.
Melkbussen doen in Deever op oudejaarsdag gelukkig nog steeds dienst als carbidkanon. En dat moet vooral zo blijven. Die traditie mogen de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk vooral niet verpesten.

Posted in Alle Deeversen, Boer'nwaark, Carbid schieten, Diever, Harm Hessels, Veentjesweg, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Grens tussen de gemienten Deever en Vledder

De redactie van het Deevers Archief acht het als zijn historische plicht aandacht te besteden aan de grenzen van de gemiente Deever met zijn omliggende gebieden.
Het gekanaliseerde en gestuwde riviertje de Vledder Oa is de grens tussen de gemiente Deever en de gemiente Vledder. Op bijgaande kleurenafbeelding is de Vledder Oa in de richting van de Wapserveense Oa te zien bij het begin of het einde (ut is moar hoe aij’t bekiekt) van de zo genoemde Ten Darperweg. Op de voorgrond is de aparte brug voor voetgangers en fietsers over de Vledder Oa te zien.
De redactie heeft het altijd merkwaardig gevonden dat het gekanaliseerde en gestuwde riviertje de Vledder Oa wordt genoemd en niet de Vledderse Oa. De redactie vindt het nog merkwaardiger dat het riviertje niet de naam de Veenhuuser Oa of de Veldhuuser Oa heeft, want de Wapser kluften Veenhuizen en Veldhuizen liggen dichter bij het riviertje dan het dorp Vledder en bovendien lagen de hooilanden van de boermarke van Wapse langs het riviertje.
De Ten Darperweg begint of eindigt (ut is moar hoe aij’t bekiekt) bij de Vledder Oa en begint of eindigt (ut is moar hoe aij’t bekiekt) bij de Bosweg in Deever en is daarmee in de gemiente Deever helaas de weg die over de grootste lengte dezelfde naam heeft. Dat is te veel eer voor een weg die niet eens van de gemiente is.
De redactie vindt het beter het gedeelte tussen Wapse en de Vledder Oa de Vledderseweg te noemen, het gedeelte tussen de Bosweg en de Heufdstroate gewoon weer de Betonweg te noemen, het gedeelte tussen de Heufdstroate en Soerte de Kalterseweg te noemen en dan het gedeelte tussen Soerte en Wapse inderdaad de Ten Darperweg te blijven noemen.
Het is met de pet in de hand maar een nederig en bescheiden voorstel van de redactie aan de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk. Echt wel.
De redactie heeft de foto voor deze afbeelding op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Straatnamen, Wapse | Leave a comment

Een wilde zwijnenfarm op Woater’n

Opraekelen is het papieren blad van de Heemkundige Vereniging uut Deever.  De redactie van het Deevers Archief las onlangs in Opraekelen, nummer 18/2, uitgebracht in juni 2018, een berichtje over wilde zwijnen in Wateren. Dit berichtje stond in de Friese Koerier, onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden, van 23 december 1959.
De oude-krantenknipsel-snuffelaar van de Historische Werkgroep Zorgvlied, Wateren en Oude Willem, zeg maar van het Heemkundige Genootschap op Zorgvlied, zeg maar van het filiaal van de Heemkundige Vereniging uut Deever an de aandere kaante van de bos, vond dit bericht de moeite van het opnemen in Opraekelen waard. Zij nam het bericht om voor de redactie onduidelijke redenen helaas niet helemaal over. Ook de daarbij geplaatste onscherpe afbeelding laat te wensen over, ook daar is een deel van de oorspronkelijke foto weggelaten.
De redactie vindt het uiteraard vanzelfsprekend de lezers van Opraekelen tegemoet te komen met het hier opnemen van het volledige artikel ‘Wilde zwijnen in Wateren’ en een volledige afbeelding van de ansichtkaart ‘Zorgvlied, Wilde zwijnenfarm’, want aan de linkerkant van de afbeelding was ook nog een wild swientie (zwijntje) te zien.

Wilde zwijnen bij Wateren
In augustus kreeg de heer Th. Broekema te Wateren vreemde klanten thuis: zes jonge wilde zwijnen, die hij met veel moeite had losgekregen van de Jagermeester van Hare Majesteit voor Gelderland, jonge zwijnen, geboren en gezoogd in de bossen van het Kroondomen bij het Loo te Apeldoorn.
De heer Broekeman woont sinds een paar jaar op de boerderij ‘Klein Eikhof’ onder Wateren, is eigenlijk makelaar van beroep, maar wilde graag wat rustiger wonen en leven. Hij heeft een tijdlang op het Kroondomein Hoog Soeren gewoond en had daar de wilde zwijnen al leren kennen. En omdat hij op zijn boerderijtje varkens hield, kwam deze zomer plotseling de gedachte aan die wilde bosbewoners bij hem boven. Om wilde varkens te fokken en om wat te kruisen met de landvarkens, misschien zat er iets in.
Zes jongen werden opgehaald uit Hoog Soeren, maar één heeft al gauw het loodje gelegd, vermoedelijk omdat de heer Broekema wat gekookte aardappelen had gevoerd. Niet veel, maar toch al te veel. Daarom staan aardappels voor de ruige beesten nu op de zwarte lijst en voert de heer Broekema eikels en slachtafval van een kippenslagerij. Dat gaat heel best, de zwijntjes zien er prima uit, en blijven goed gezond.
Reeds komen er van hier en daar kopers opdagen, maar Broekema wil niet verkopen: hij hoopt het volgende voorjaar mooie jonge wilde zwijnen te hebben.
Als speelgoeddieren
Het zijn mooie dieren, deze wilde zwijnen. Al hebben zij niet meer de helle strepen van het jeugdkleed over hun ruige borstels en harige flanken; de gitzwarte intelligente oogjes in hun ruige koppen; het dropzwarte neusje; de kleine stijve ruigbehaarde oren, ze zien er als leuke speelgoeddieren uit. Pas echter maar op, want reeds nu zijn de beide beertjes heel agressief en al stoten zij niet meer door tot het stevige harmonikagaas, zij probeerden gisteren nog wel, om ons op de vlucht te krijgen.
Hun hok is dan ook van een extra stevige afrastering voorzien en bovendien is er een gedeelte afgezet met hoge stobben, om de wilde dieren meer rust te geven. Hun ‘hol’ is eveneens een ruig stuk van allemaal grote stobben en graag schuilen zij daaronder, als er mensen in de buurt zijn.
Als het helemaal stil is, wordt er gespeeld; daarvoor zijn het jonge dieren. En als zij honger hebben, horen zij de voeremmer heel goed, al blijven zij altijd nog op een afstand, wanneer de heer Broekema voer in de trog doet. Is Broekema dan een eindje uit de buurt, dan rennen de dieren op hun hoge poten naar het voerhok en kijken, of er wat lekkers te vinden is.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zwart-wit ansichtkaart ‘Zorgvlied, Wilde zwijnenfarm’ was bij het levensmiddelenbedrijf van neringdoende J. Veenstra op Zorgvlied, an de aandere kaante van de bos, verkrijgbaar. Het exemplaar in de verzameling van het Deevers Archief is in juni 1962 uitgegeven.
De heer Th. Broekema kocht het boerderijtje/keuterijtje van Marie Donker, de weduwe van Klaas van der Veen. Marie Donker is geboren op 2 juli 1909 en is overleden op 4 januari 1977. Klaas van der Veen is geboren op 29 juni 1907 en is overleden op 30 juni 1957. Beiden liggen begraven op de kaarkhof aachter Obadja op Zorgvlied.
De heer Th. Broekema heeft de naam ‘Klein Eikhof’ voor het boerderijtje zelf verzonnen.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Wateren | Leave a comment

Poëzie van de dood op een grafsteen uit 1911

Op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever is het graf van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee te vinden. Op het graf staat één grafsteen voor de twee meisjes. Zie de bijgaande foto, die de redactie van het Deevers Archief op 4 april 2013 heeft gemaakt.

Wat deze grafsteen zo bijzonder maakt, is de aanwezigheid van zeldzame funeraire rijmelarij op de steen, deze luidt als volgt:
Arme ouders .
Waarom treurt gij.
Waarom weent gij om ons lijk.
Boven leven wij. 
Boven zweven wij.
Als Engeltjes van ’t Hemelrijk.

De literair onderlegde bezoeker van het Deevers Archief wordt bij de kwaliteit van dit gedicht over de dood enkel ter vergelijking verwezen naar de welbekende en veel gelezen funeraire gedichten van Daniël Heinsius, Pieter Corneliszoon Hooft, Constantijn Huijgens en Joost van den Vondel.
Wellicht schreef William Shakespeare ook wel gedichten over de dood. To be or not to be, that’s the question. Zijn of niet zijn, dat is de vraag. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag. Het antwoord is: Wij zijn langer niet dan wel op deze aarde. Het antwoord is: Wij bestaan langer niet dan wel op deze aarde.

Aannemende dat het niet de diepbedroefde ouders zelf zijn geweest, die dit gedichtje op de grafsteen hebben laten zetten, rijst wel de vraag wie het dan wél heeft gedaan ? Waren het de zusters en de broeders van beide zusjes ? Waren het de zusters en de broeders van de beide ouders ?

Als de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk besluiten het perk, waarin deze prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen staat, om geldelijke of wat voor voorkant-van-het-gelijk-reden dan ook te ruimen en de familie van Lamkjen Siegersdochter Hofstee en Saakje Siegersdochter Hofstee zou besluiten de grafrechten niet meer te betalen of niet weer te gaan betalen, dan nog zouden deze grafen met de prachtige cultuurhistorisch zeer waardevolle grafsteen duurzaam gespaard moeten worden voor volgende generaties.

Saakje Hofstee is geboren op 9 september 1897 in Wapse. Zij is op 13-jarige leeftijd overleden op 14 juli 1911 in Wapse.
Lamkjen Hofstee is geboren op 13 mei 1899 in Wapse. Zij is op 12-jarige leeftijd overleden op 24 juli 1911 in Wapse.
Beiden waren dochters van boer Sieger Hofstee en Akke van der Burg en zusters van Froukje, Klaas en Tjibbe Hofstee.

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant’ verscheen op 29 juli 2011 het navolgende overlijdensbericht:
Werden wij den 14den Juli in rouw gedompeld door het overlijden van onze dochter en zusje Saakje, heden werden wij weer opnieuw getroffen door het overlijden van onze dochter en zuster Lamkjen, op den nog jeugdigen leeftijd van 12 jaar en ruim 2 maanden, een ziekte van slechts 2 dagen maakte ook een einde aan haar voor ons zoo dierbaar leven.
Wapse, 24 juli 1911,
De diepbedroefde Ouders, Zusters en Broeders,
S.K. Hofstee, A. Hofstee-van der Burg en kinderen
Algemene kennisgeving aan vrienden en bekenden.

Abracadabra-1625Abracadabra-1626

Posted in Cultureel erfgoed, Diever, Erfgoed, Kerkhof, Wapse | Leave a comment

Zonpanelen op de doake van Kloosterstroate 9

De redactie van het Deevers Archief beschouwt het berichten over actuele ontwikkelingen in de gemiente Deever als het bedrijven van geschiedschrijving. In dat kader is het voor de redactie onvermijdelijk aandacht te besteden aan ontwikkelingen die inspelen op het volledig dichtdraaien van de aardgaskraan. De nabije toekomst is verleden tijd voordat je het in de gaten hebt.

Op het huis met vroeger het adres Kloosterstraote 9 (nu Kloosterstroate 27) in Deever, waar gelukkig nog een blok beton versierd met het wapen van de gemiente Deever op de dam steet, liggen op de ongunstig op het oosten gelegen doake toch acht zonpanelen, zo ook op het huis met vroeger het adres Kloosterstroate 10 (nu Kloosterstroate 29). Dit type dubbele woning an de Kloosterstroate is in januari/februari 1951 in het aardgasloze tijdperk opgeleverd, staat daar na 65 jaar nog steeds en zal daar in het volgende aardgasloze tijdperk nog steeds staan, terwijl de in 1956 opgeleverde dubbele woningen an de Kloosterstroate in de richting van de Brink in 2014 zijn gesloopt.
De woningbouwvereniging vond het blijkbaar rendabel (subsidie ?) voor dit type dubbele woning een klein begin te maken met de verduurzaming en de onvermijdelijke overgang van de fossiele brandstof gas naar duurzaam geproduceerde energie. Koken de bewoners van deze woningen al op een elektrische koopplaat of op een inductie kookplaat ?
Als binnen afzienbare tijd dit type woningen flink wordt geïsoleerd en ook een hele forse elektrische warmtepomp in of bij dit type woningen wordt geïnstalleerd en het aardgas wordt afgekoppeld, dan mogen op de doake aan de ongunstige oostkant, na het verleggen van de acht aanwezige zonpanelen, nog wel vier zonpanelen bij worden geplaatst en mogen op de doake aan de ongunstige westkant zeker ook nog wel ten minste acht zonpanelen worden geplaatst en mogen op de schuur achter de woningen ook nog wel zes zonpanelen worden geplaatst, want een forse elektrische warmtepomp verbruikt fors wat niet-zelf-geproduceerde elektrische energie, zeker in het stookseizoen in de winter bij een bewolkte hemel en laagstaande zon. Want waarom zou jij elektrische energie kopen als jij die zelf op de doake kunt produceren ? En zeker is wel te voorspellen dat dan de huur van deze woningen met zeker meer dan 25 procent zal stijgen.
En wat weerhoudt de eigenaar van de open onrendabele ruimte achter het gaas aan de linker kant van de afbeelding, die vroeger in gebruik was als ‘speelplaats’, later als ‘schapenweide’, hier een kleine rendabele zonpanelencentrale te bouwen ? Wellicht is het daarvoor nodig een zonpanelencoöperatie van omwonenden op te richten !
De redactie heeft de foto voor bijgaand afbeelding op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Kloosterstraat | Leave a comment

Kopafbeelding 25 van het Deevers Archief

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan voor de broodnodige variatie de kopafbeelding van het Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind als kopafbeelding van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
De redactie heeft de betreffende kleurenfoto van de Heezenesch bee’j Deever met op de achtergrond de Heezebaarg gemaakt op 3 mei 2018.
De smalle afbeelding is als kopafbeelding gepubliceerd op 21 juni 2018.

Posted in Heezebaarg, Heezenesch, Kopafbeeldingen | Leave a comment

De olde mestkrooie van Geert van Ankör’m

In de collectie Deevers Archief zijn de vier bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s aanwezig.
De vier kleurenfoto’s zijn gemaakt op ut Kastiel in Deever op de plek waar vroeger de familie Geert van Ankör’m (Ankorven) woonde.
Geert van Ankör’m stierf op 14 september 1956. Zijn echtgenote Lammigje Oost stierf op 28 juni 1967. Hun ongetrouwde dochter Janna (Jannoa) van Ankör’m stierf op 10 juni 1990. Hun ongetrouwde dochter Roelofje (Roefie) van Ankör’m stierf op 23 juni 1996.
De redactie van het Deevers Archief heeft afbeeldingen 1 en 2 gemaakt op 2 januari 2017. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Een mooi moment voor het nemen van een paar foto’s met enige symboliek. Op afbeelding 1 is het boerderijtje van de familie van Ankör’m in de laatste dagen van zijn leven te zien. Op afbeelding 1 is in het midden achter het hek nog net de olde mestkrooie van Geert van Ankör’m te zien. Die moet daar wel heel lang hebben gestaan, wel meer dan 22 jaren.
Op afbeelding 2 is van dichtbij de ogenschijnlijk niet meer op te kalefateren olde mestkrooie van Geert van Ankör’m in de winter van zijn leven te zien.
De redactie vraagt zich af of bij het volledig vervallen baanderloze boerderijtje (keuterijtje) van de familie van Ankör’m
een pothokke heeft gestaan. De vele pothokkologen van de heemkundige vereniging uut Deever weten vast wel of bij dit keuterijtje ooit een pothokke heeft gestaan. De redactie van het Deevers Archief verneemt het graag.
De redactie van het Deevers Archief heeft afbeeldingen 3 en 4 gemaakt op de zonnige ochtend van 3 mei 2018. Een mooi moment voor het nemen van een paar foto’s met enige symboliek. Op afbeelding 3 is een bijna afgebouwd keuterij-achtig huisje in de lente van zijn leven te zien. Op afbeelding 4 liggen de onderdelen van de olde mestkrooie van Geert van Ankör’m te wachten op een nieuw leven in een gerestaureerd olde boer’ngerak. Dat gaat de bewoners van de Fledderushoeve zeker lukken. Echt wel.
De architect van het keuterij-achtige huisje heeft zich zonder twijfel laten opporren door de vorm van het boerderijtje van de familie van Ankör’m. Of hebben de ijverige ambtsdragertjes van schoonheid en vergunningen van de voorkant van het gelijk, gezeten achter de zeer vele ramen van hun kantoortuinen en kantoorparken aan de Gemeentehuislaan in Deever, hun voorwaarden voor herbouw – zelfs met een schoorsteentje – bedacht en opgelegd (gij zult ons gehoorzamen) aan de eigenaren van het nieuwe pand ? Er zit geen voordeur meer in het nieuwe huisje. Gelukkig mochten de eigenaren van het keuterij-achtige huisje het schuine dak aan de zuidkant van het pand wel helemaal vol leggen met zonnepanelen. Dat weer wel.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Kasteel, Keuterijen, Old gerak, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Bouw van een eigen theaterlokaal en sportlokaal

De redactie van het Deevers Archief heeft van de webstee www.scholenopdekaart.nl het volgende citaat over het steeds maar verder krimpende plattelandsfiliaaltje van het Meppeler scholenconglomeraat Stad & Esch op de Westeresch in Deever overgenomen:

Stad & Esch Diever is een kleinschalige school, maar heeft van alle deelscholen van Stad & Esch de breedste onderbouw: VMBO, HAVO, VWO en Atheneum. Leerlingen in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg gaan na het tweede jaar naar het Stad & Esch Beroepencollege in Meppel. VWO-leerlingen gaan na het derde jaar verder op het Stad & Esch Lyceum in Meppel. De aansluiting verloopt altijd soepel. De school is onlangs gerenoveerd, de openbare bibliotheek huist onder hetzelfde dak en gewerkt wordt aan een nieuwe sportzaal en een eigen theaterzaal.

De beleving van de Deeverse gemeenschap bij de vervanger van het Dingspilhuus 1.0 an de Heufdstroate in Deever is een volledig andere dan de beleving van de Voorkant Van Het Gelijk en het Bestuur van de Stichting Onderwijsgroep Zuid-West Drenthe.
Terwijl de Deeverse dorpsgemeenschap denkt dat het Dingspilhuus 1.0 door een helaas uiterst sober Dingspilhuus 2.0, zeg maar een Dingspilhuus 0.5, gaat worden vervangen, staat in de gegevens van het scholenconglomeraat Stad & Esch dat het gaat om de bouw van een nieuwe sportzaal en een eigen theaterzaal. Let wel boven aan het dure en schreeuwerige indoctrinatiebord, zie afbeelding 1, staat dat het gaat om de nieuwbouw van een sportaccomodatie.
Dus het lekker lang hangen aan de bar, onder het genot van een niet te duur kopje koffie of pilsje of borreltje na het sporten en na het vergaderen of gewoon zo maar, is er straks niet mee bij ? Dus zelfs geen ontmoetingscentrum Dingspilhuus 0.5. Is de Deeverse dorpsgemeenschap een loer gedraaid ? Over een jaar zullen de Deeversen het weten.
Het onvermijdelijk krimpende Westeresch-filiaaltje van het scholenconglomeraat Stad & Esch heeft ongeveer 200 leerlingen (of al minder ?). Bij Stad & Esch in Meppel gaan bijna 2000 leerlingen naar school.
Voorstelbaar is dat de verborgen politieke agenda van (de beleidsregisseurs van) de Voorkant Van Het Gelijk was en is de sluiting van het Westeresch-filiaaltje voor de korte termijn te voorkomen en dat daarom het met publieksgeld pamperen van het Bestuur van de Stichting Onderwijsgroep Zuid-West Drenthe met een eigen nieuw sportlokaal en eigen theaterlokaal daar onderdeel van is.
De Deeversen mogen wel even blijven treuren, maar moeten zich wel alvast voorbereiden op de volgende klap. Na de onvermijdelijke sluiting van het op middellange termijn niet-levensvatbare krimpende Westeresch-filiaaltje van het scholenconglomeraat Stad & Esch uit Meppel kan het schoolgebouw worden omgebouwd tot een ‘zeer brede school’, waar de openbare lagere school Deever en de openbare christelijke lagere school Deever en de openbare lagere school Wapse in kunnen worden ondergebracht. Dat levert na afbraak van de bestaande scholen voor het grondhandeltje van de Voorkant Van Het Gelijk veel heel dure bouwgrond op, waarvan de opbrengst gebruikt kan gaan worden voor de financiering van de ‘zeer brede school Deever‘.
De bouw van het sportlokaal is inmiddels naast de bestaande gymnastieklokaal begonnen, zie afbeelding 2. Dit eigen gymnastieklokaal van het filiaal Esch zal na de bouw van het nieuwe sportlokaal met publieksgeld worden omgebouwd tot eigen theaterlokaal.
In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 18 mei 2018 staat een kleurenfoto van de onthulling van het luxe en groteske, op afbeelding 1 zichtbare, bouwbord ‘nieuwbouw sportaccomodatie’. Op die foto zijn in het geheel geen vertegenwoordigers van de Deeverse dorpsgemeenschap en het Deeverse verenigingsleven te bekennen. Wel staan vijf dragers van kreukelige colbertjasjes op de foto, te weten van links naar recht gezien, de heer Jaap Schipper, filiaalhouder van de Westeresch-locatie in Deever van het scholenconglomeraat Stad & Esch, de heer Homme Geertsma, wethouder van de Voorkant Van Het Gelijk, de heer Peter de Visser, directeur-bestuurder van het scholenconglomeraat Stad & Esch, de heer Erik van Schelven, wethouder van de Voorkant Van Het Gelijk en de heer Klaas Smidt, wethouder van de Voorkant Van Het Gelijk.
Het is bij de redactie niet bekend of de prachtig gedurfd geelgeschilderde houten barak, die al jarenlang het ontmoetings- en inspiratiecentrum voor de Deeverse kunstenaren, kunstmakers en kunstenmakers is, die op afbeelding 2 aan de linkerkant is te zien, zal worden gesloopt of zal blijven gedoogd. Of gaan op die plek de geplande ruimtes voor vergaderingen van verenigingen en organisaties uut Deever worden gebouwd en mag deze barak daar nog eventjes blijven staan ?
De redactie heeft beide kleurenfoto’s op 16 juni 2018 gemaakt.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Diever, Dingspilhuus, Signalen van krimp | Leave a comment

Versiering van een rustplaats op de kaarkhof

Op de kaarkhof an het begun van de Grönnegerweg in Deever zijn rustplaatsen te vinden, waarbij niet enkel en alleen een rustplaatssteen staat, maar die ook zijn versierd met dingen die herinneren aan de persoon die in de rustplaats ligt of de personen die in de rustplaats liggen.
Dit is ook het geval met de rustplaats van dorpsfiguur Albert (Aubert) Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overledenx op 30 december 1979) en zijn vrouw Jantje (Jantie) Warring (geboren op 12 november 1888, overleden op 30 november 1972).
Hun kinderen en kleinkinderen (geen achterkleinkinderen ?) kwamen op de erg oorspronkelijke gedachte de rustplaats van vader en moeder en opa en oma te versieren met een foto van hun oude keuterijtje an de Kruusstroate in Deever. Zie de afbeeldingen 1 en 2.
De redactie van het Deevers Archief is helaas niet in het bezit van een mooie digitale kopie van de echte foto van dit keuterijtje.
Wel is in de verzameling van het Deevers Archief de in afbeelding 3 zichtbare ansichtkaart van het keuterijtje te zien. Deze kaart was in het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw één van de eerste ansichtkaarten in kleuren uut de gemiente Deever en was te koop bij de boek- en kantoorboekhandel van Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in DeeverUt keutereejgie van Albert (Aubert) Keizer en Jantje (Jantie) Warring stön toen nog op sien olde stee an de Kruusstroate in Deever. Ut keutereejgie haar wel een siedbaander.
Blijkbaar hebben de nazaten van Albert (Aubert) Keizer en Jantje (Jantie) Warring voldoende rustplaatsrechtengeld in de kas van het kerkhofexploitatiebedrijf van de Voorkant Van Het Gelijk gestort, want er staat (nog) geen paars sloopbordje bij het graf. Paars is een keizerlijke kleur, maar paars is ook de kleur van de rouw en de dood en de kleur van het verdwijnen in ruimte en tijd. Daarom lijkt de kleur paars voor een ordinair sloopbordje geen toepasselijke, maar wel een cynische kleur.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s gemaakt op 16 juni 2018.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Baanders, Kerkhof, Keuterijen, Kruisstraat, Siedbaanders | Leave a comment

Roefie en Jannoa van Ankör’m worden geruimd

De redactie van het Deevers Archief besteedde tot nu toe in het bericht De olde krooie van Geert van Ankör’m, het bericht Tegen de winteravond op ’t Kastiel in januari 1979 en het bericht De oprichters van de koeperasie an de Heufdstroate aandacht aan de familie Van Ankorven, die op ut Kastiel in Deever woonde.

Geert van Ankör’m stierf op 14 september 1956.
Zijn echtgenote Lammigje Oost stierf op 28 juni 1967.
Hun ongetrouwde dochter Janna (Jannoa) van Ankör’m stierf op 10 juni 1990.
Hun ongetrouwde dochter Roelofje (Roefie) van Ankör’m stierf op 23 juni 1996.
Op de kaarkhof an ut begön van de Grönnegerweg in Deever stiet nog de grafstien op ut graf van de gezusters Jannoa van Ankör’m en Roefie van Ankör’m. Nog, want ur stiet een poars bröttie bee’j de stien.
Blijkbaar hebben familieleden van Jannoa en Roefie van Ankör’m geen of onvoldoende grafrechtengeld in de kas van het kerkhofexploitatiebedrijf van de Voorkant Van Het Gelijk gestort, want bij de scheefgezakte grafsteen staat een paars sloopbordje van de Voorkant Van Het Gelijk. Paars is de kleur van de rouw en de dood en de kleur van het verdwijnen in ruimte en tijd. Daarom lijkt de kleur paars voor een ordinair sloopbordje van de Voorkant Van Het Gelijk geen toepasselijke, maar wel een cynische kleur.
Binnen afzienbare tijd zullen de laatste resten van de familie Van Ankör’m in Deever zijn verdwenen. De familienaam Van Ankorven is niet uitgestorven, want elders in Nederland leven mensen met deze achternaam.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto bij tegenlicht gemaakt op 16 juni 2018. De redactie verontschuldigt zich voor de slechte belichting van deze foto.

Posted in Alle Deeversen, Kasteel, Kerkhof | Leave a comment

Gietijzeren stalraam – model Deever en model Wapse

De webstee www.marwill.nl van het bedrijf Marwill uit Houtigehage in de buurt van Drachten toont van het gietijzeren stalraam verschillende modellen, waaronder het stalraam van het model Deever en het stalraam van het model Wapse. Ga naar de webstee www.marwill.nl en klik vervolgens in het openingsscherm op het tabblad Stalramen.
Of het model Deever voor het gietijzeren stalraam in nieuwere na 1900 gebouwde boerderijen in Deever, Wittelte en Wapse streekgebonden was, dat valt te betwijfelen, maar dat is nog steeds in de praktijk te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoekje zullen hier worden gemeld en getoond.
In het gehucht met de naam ’t Noord bij Wittelte staat aan de bijna wel zeker origineel Saksische esbrink un olde boerderee’je mit de konte hen de brink. Origineel-Saksisch-brinkers kan bijna haast niet. Daar kunnen de brinkologen van de heemkundige vereniging uut Deever nog een puntje aan zuigen. Echt wel. Zie de bijgevoegde kleurenafbeelding.
In de als nieuw ogende achtergevel zit een kleine aachterbaander, maar in die achtergevel zitten ook drie kleine stalraampjes van het model Deever.
Vroeger was deze boerderij een stuk langer. Wellicht is de boerderij teruggerestaureerd naar zijn oorspronkelijk lengte, waarbij de hier zichtbare achtergevel, zo goed en zo kwaad als het kon, in een oude stijl is nagebouwd en voorzien is van een te kleine nep-aachterbaander. Of waren de eigenaren nog in het bezit van de originele bouwtekeningen ? Of hadden ze een foto van de achtergevel uit de tijd van vóór de verlenging van de boerderij ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de foto voor bijgaande afbeelding gemaakt op zaterdag 16 juni 2018.

Posted in 't Noord, Baanders, Boerderijen, Stalraam model Diever | Leave a comment

Twee boerderijtjes op de Baarg op ’t Kasteel

Op de Baarg op ’t Kastiel in Deever is links het keuterboerderijtje van de weduwe Evertje Davids-Vierhoven en rechts het keuterboerderijtje van de weduwe Elsje (Elle) Smit-Oost te zien in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Tussen de twee boerderijtjes staat een grote vlierboom; van de bessen van deze boom werd in het najaar lekkere jam gemaakt.
Evertje Vierhoven werd op 29 juli 1896 in Deever geboren als dochter van Albert Vierhoven en Trijntje Andree (Andrea of Andreae ?). Zij trouwde op 27 juni 1925 met Albert Davids, beroep arbeider, zoon van Hendrik Davids en Magrieta Sidonia Wibier. Albert Davids werd op 26 oktober 1881 geboren in Deever en overleed op 20 juni 1955 in Deever. Evertje Vierhoven overleed op 21 april 1972 in Deever.
In de webstee nieuwenhuis-genealogie is een mooie foto uit 1950 te zien van Albert Davids, Evertje Vierhoven en hun dochter Trijntje, de foto is genomen aan de voorkant van het boerderijtje.
Elsje (Elle) Oost werd op 20 maart 1893 in Deever geboren als dochter van Helprig Oost en Hilligje Prikken. Zij trouwde op 31 augustus 1912 met Hilbert Smit, beroep arbeider, zoon van Jan Smit en Margje Hilberts de Wit. Zij overleed op 4 oktober 1985.
Hilbert Smit werd op 18 september 1888 geboren in het Leggelerveld (gemiente Dwingel), hij overleed op jonge leeftijd op 5 juli 1931 in Deever, hij was toen landbouwer.
Het echtpaar ligt begraven op de kaarkhof an ut begun van de Grönnegerweg in Deever, zie afbeelding 2.
De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van de opvallen goed geconserveerd gebleven rustplaats van Hilbert Smit en Elsje Oost, zie afbeelding 2, gemaakt op vrijdag 3 mei 2018. De familie Smit heeft zich niet gek laten en vermelde gelukkig niet de onjuiste naam Dwingeloo, maar wel de juiste naam Dwingelo (Dwingel) als geboorteplaats van Hilbert Smit.

Aanvulling van mevrouw Sina Raadgever-Smit uit Amsterdam
In de zestiger jaren van de vorige eeuw woonde Elsje Smit-Oost, mijn opoe, niet meer op de Baarg. Het moet ongeveer 1955 zijn geweest dat wij, Helprig Smit en Wietske Smit-van Leeuwen, Sina, Elly, Hilbert en Jochem, daar gingen wonen. Er werd het een en ander verbouwd om het huis geschikt te maken voor ons gezin. Mijn moeder was de eerste die van de vlierbessen jam maakte, want voorheen deed niemand dat, de bessen zouden wel eens giftig kunnen zijn !

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Boerderijen, Diever, Kasteel, Kerkhof, Keuterijen | Leave a comment

Voor wie in de gemiente Deever de klokken luiden

Uit de nalatenschap van de heer Hendrik Onstee, die schoolmeester in Wapse en Zorgvlied was, is het volgende artikel afkomstig. Uit zijn nagelaten aantekeningen kon helaas niet worden opgemaakt welke bronnen hij voor dit artikel heeft geraadpleegd. De redactie heeft het vermoeden dat het een document uit het kerkelijke of het gemeentelijke archief betreft.
Het artikel werd de redactie ter beschikking gesteld door wijlen Hendrik Onstee uit Vledder, de zoon van Hendrik Onstee. 
Het artikel sluit mooi aan bij wat dorpsfiguur Jan Hessels in nummer 99/3 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, in het artikel ‘Naoberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden’ schrijft over het luiden van de klokken.

Bij overlijdensaangiften
Dit ging tot 1943 als volgt. De aangevers van een overlijden gingen eerst naar het gemeentehuis voor het doen van de aangifte en daarna gingen ze naar de kerk voor het ver luiden. Dan was een veel gestelde vraag op het dorp: ‘Wie zul ‘r verlut weed’n ?’.
Bij het overlijden van een man werd met de grote klok driemaal geklept, dat wil zeggen er werd drie keer geslagen met de klepel. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Bij het overlijden van een vrouw of een kind werd met de kleine klok drie keer geklept. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Heel vroeger kende men nog een derde wijze van verluiden. Die werd toegepast bij het overlijden van een kraamvrouw. Er werd dan drie keer geklept met de kleine klok en daarna enige tijd met beide klokken. Dit kleppen en luiden werd daarna nog twee keer herhaald.
Het drie keer kleppen en luiden bij al deze gevallen was bedoeld om het geloof in de heilige Drie-eenheid (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) aan te geven.
Sedert 1946 wordt bij overlijdensaangiften, zowel bij mannen als bij vrouwen en kinderen, gedurende korte tijd geluid met de klok. Vanaf die tijd werd niet meer geklept.

Bij begrafenissen, ongeacht de geloofsrichting van de overledenen
Eerder werd met beide klokken en nu wordt alleen met de grote klok geluid, voor zover het sterfhuis in het dorp Diever was gelegen, vanaf het moment dat de lijkstoet zich in beweging zet tot aan het ogenblik waarop de stoet weer bij het sterfhuis was teruggekeerd van het kerkhof.
Voor het geval het sterfhuis buiten het dorp Diever was gelegen, begon men te luiden vanaf het moment dat de lijkstoet de grens van het dorp Diever was genaderd tot aan het ogenblik waarop de lijkstoet de grens van het dorp Diever weer had bereikt.
Zodra op de dag van de begrafenis het graf gereed was, werd hiervan vroeger den volke kond gedaan door gedurende enige tijd met de grote klok te kleppen.

Bij openbare verkopingen en boelgoeden
Bij dit soort gebeurtenissen op doordeweekse dagen werd tot 1943 ongeveer dertig maal geklept met de grote klok.

Bij brand
Vroeger werd zowel overdag als ’s nachts verluid, dat wil zeggen dat het luiden en kleppen werd afgewisseld om het volk op de noodzaak tot het verlenen van hulp bij brand te wijzen.

Bij het zoekraken van kinderen
Als er een kind zoek was, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij het sneeuw ruimen
Als er sneeuw moest worden geruimd, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij boerwerken
Als men moest gaan boerwerken (redactie: boerwerken is werkzaamheden verrichten voor de boerschap), dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het artikel van Hendrik Onstee ook gepubliceerd in nummer 00/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. Toen de redactie besloot het artikel van Hendrik Onstee in Opraekelen te publiceren, was hij niet bekend met de inhoud van het in 1999 verschenen boekje ‘Het mirakel’ van Klaas Kleine. In dat boekje heeft Klaas Kleine het luiden van de klokken ook beschreven. Klaas Kleine baseerde zich daarbij op het artikel in de Meppeler Courant van 5 september 1955, getiteld ‘Diever – In en om de oude dingspilkerk’. De schrijver van dat artikel is vermoedelijk Jan Poortman.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de klok van de gemeentelijke toren aan de Brink van Deever op 8 februari 2006 ’s avonds om 18.52 uur onder winterse omstandigheden gemaakt. Gelukkig was het die avond niet nodig enige tijd met de grote klok te kleppen; het had niet zo veel gesneeuwd.

Abracadabra-1608

Posted in Afbeeldingen, Brink, Kerk aan de brink, Klaas Kleine, Opraekelen, Toren aan de brink | Leave a comment

De DNA-boom van Westenveld – Kunst ?

In de webstee van de gemeente Westenveld was een tijdlang een bericht te vinden over de kunst bij en in het raadhuis van de gemeente Westenveld an de Gemeentehuislaan in Deever, maar is niet meer te vinden. Dit bericht luidde als volgt.

Kunst – De DNA-boom van Westerveld
Het is gebruikelijk om een percentage van de bouwsom te bestemmen voor een kunstwerk. Ook de gemeente Westerveld heeft een kunstwerk laten ontwerpen en maken ter gelegenheid van de bouw van het nieuwe gemeentehuis in Diever. Op donderdag 16 april 2009 werd het kunstwerk als een van de openingshandelingen onthuld.
Het kunstwerk is een ontwerp van kunstenaar Merijn Bolink uit Amsterdam. Hij werd in 2008 door het college van burgemeester & wethouders gekozen voor deze opdracht, na een voordracht door de commissie beeldende kunst nieuwe gemeentehuis. In deze commissie hadden zitting: de wethouder Cultuur van Westerveld, de architect van het nieuwe gemeentehuis, een vertegenwoordiger vanuit het cultuurfonds Westerveld en een adviseur van het Centrum Beeldende Kunst Drenthe.
Het kunstwerk is een sculptuur, bestaande uit twee bronzen boomstammen die zo met elkaar vergroeid zijn, dat ze een fragment van een DNA-molecule vormen. Maar sommige mensen zien er een wokkel in, of de Jacobsladder die naar de hemel reikt. De huid van beide ‘stammen’ laten twee verschillende soorten boomschors zien. Het kunstwerk is rechts voor de hoofdingang van het gemeentehuis geplaatst, dichtbij een poel op de ‘kademuur’. Aan de andere zijde van de poel groeit een levende DNA-boom. Anders gezegd: twee levende bomen die zo gegroeid én vergroeid moeten raken, dat ze samen een DNA-structuur vormen. Het is nog ‘even’ afwachten of dit experiment zal slagen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Opvallend aan dit bericht is dat de gewone man in de Westenvelder straten geen deel uitmaakte van de Commissie Beeldende Kunst Nieuwe Gemeentehuis. Verder lijkt het deze commissie ontgaan te zijn dat de bouw van het raadhuis het gevolg is geweest van de gedwongen samenvoeging van de vier gemeenten Oavelte, Vledder, Dwingel en Diever en dat dit echt wel gesymboliseerd had kunnen zijn geweest geworden door een object van vier boomstammen, die om elkaar heen kronkelen, dus zeg maar een dubbele DNA-structuur, zeg maar een dubbele wokkel. Wat een gemiste kans.
Nu zit de gewone man in het dorp Deever voor erg lange tijd (totdat de gemeente Westenveld gedwongen wordt samen te gaan met de gemeente Meppel en het raadhuis van de fusiegemeente in Meppel komt te staan) opgescheept met een smakeloze wokkel bij een megalomanistisch raadhuis aan de Gemeentehuislaan.

Posted in Beelden, Diever, Gemeentehuis, Kunst | Leave a comment

Mijn naam is Rob Koghee. Wie kent mij nog ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 11 juni 2018 van Rob Koghee bijgaande wel erg korte bijdrage aan de beschrijving van het verleden van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Ik heb ook op ‘de Eikenhorst’ in de oude barakken gewoond.
Samen met Jan Houtman en Henk de Ruiter en Frank Uding.
Wij hadden een hut gebouwd bij de gymzaal, die stond op een berg kan ik me nog herinneren.
Ik zat daar in de tijd van de treinkaping bij de Punt in juni 1977. Er was toen ook een kaping van een school aan de gang.
Mijn naam is Rob (Robertino) Koghee.
Ik ben nu 56 jaar oud.
Wie kent mij nog uit die tijd ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Wellicht kunnen zijn barakmaten Jan Houtman, Henk de Ruiter en Frank Uding en anderen barakgenoten reageren op dit korte bericht van Rob Koghee. In welke barak zaten de jongens ?
Rob Koghee maakt in zijn berichtje gewag van een gymzaal. Deze zaal moet in latere jaren zijn gebouwd, want op de plattegrond van het kamp uit het begin van de zestiger jaren is geen gymnastiekzaal te vinden.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op 26 april 2018.
Op de afbeelding is aan de linkerkant de Pastoorszandweg in de richting van de Voart te zien. De Pastoorszandweg was een zandweg, maar is nu helaas een verharde weg. De naam van de Pastoorszandweg zou voor wat betreft het verharde gedeelte moeten worden gewijzigd in Pastoorsstraatweg of kortweg Pastoorsweg.
Aan de rechterkant is de toegangsweg naar het voormalige jongenskamp ‘de Eikenhorst’ te zien. De naam van deze nu verharde weg is omgedoopt tot ‘de Eikenhorst’. Weer een voorbeeld van een helaas verdwenen zandweg.
De voorkant van het gelijk is helemaal niet zuinig op zandwegen, te koesteren cultuurhistorisch erfgoed in de gemiente Deever. Echt wel.


Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Palmpoas’n en poasvuur sleep’m in 1939 in Deever

Abracadabra-1613In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland – Hepkema’s Courant’ verscheen op 5 april 1939 het volgende belangwekkende artikel over de tradities met Palmpasen en Pasen in de gemeente Deever.

Palmpaschen-viering

De burgemeester van Diever geeft het goede voorbeeld
Verleden Zondag was het Palmpaschen en hier en daar is deze dag, vooral door de jeugd, weer naar den ouden trant gevierd. Van de Palmpaschenviering te Akkrum, die ook dit jaar weer gehouden werd, hebben we vorige jaren reeds uitvoerige overzichten gegeven. Ditmaal brengen we enkele beelden van het feest te Diever.
Ook hier dreigde het loopen met de Paaschhaantjes in onbruik te geraken, doch enkele kindervrienden hebben het tot nieuw leven gewekt. Het is de burgervader, de heer Van Os, die met zijn echtgenoote de aloude traditie zoveel mogelijk bevordert.
Zoo trekt de Dieverder jeugd dan in den vroegen ochtend op Palmzondag in kleurigen stoet met de versierde Palmpaaschhaantjes naar de burgemeesterlijke residentie, om den Palmpaaschwensch te brengen, waarna mevrouw ieder kind gelukkig maakt met een netje met een groot Paaschei er in.
Vorigen Zondag namen er wel tachtig kinderen aan den stoet deel.
Ook het Paaschfeest wordt te Diever nog naar oud gebruik gevierd met het ontsteken van grote Paaschvuren.

Onderschrift bij de eerste foto
De Palmpaasch-stoet wordt geformeerd.

Onderschrift bij de tweede foto
Mevrouw Van Os temidden der Palmpaasch-wenschers.

Onderschrift bij de derde foto
Het Paaschvuur-togen in Drenthe en wel in de gemeente Diever.
De brandstof wordt uit het bosch Berkenheuvel naar den weg gebracht, waar de wagen klaar staat.
Dan volgt het transport op den weg naar het dorp, waarvan hierbij de foto. Men moet ruim een half uur loopen om op den berg te komen aan de Burgemeester van Oslaan, waar het vuur zal worden ontstoken.
Zelf trekken de knapen den wagen.

Onderschrift bij de vierde foto
Als ze bij de bult zijn aangekomen, zijn ze flink moe en laten zich al gauw in het gras neervallen om uit te rusten.
Andere jongens maken dan den wagen leeg en bouwen de bult op.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij de redactie zijn nagenoeg geen foto’s van het poasvuur sleep’m bekend en zeker geen foto’s van vóór de Tweede Wereldoorlog. In het hiervoor gepubliceerde artikel zijn gelukkig wel twee foto’s van deze traditie opgenomen. Helaas moet de bezoeker van de webstee het doen met bijgaande afbeeldingen. De redactie weet niet of het negatief van deze foto’s nog is te achterhalen. Wie heeft een afdruk van deze foto’s ?
Wie kan de redactie informeren over de plek van de derde foto, met het boerderijtje op de achtergrond ?
Als de jongens op de foto’s jongens van de lagere school zijn in de leeftijd van 8 tot 14 jaar, dan zullen de jongsten nu zo’n 85 jaren oud zijn. Wie van de oudere generatie kan zich deze foto’s herinneren ? Wie herkent de jongens op deze foto’s. Wie kan hier een verhaal bij vertellen ?
De naam van de weg over het Kasteel werd pas bij de pensionering van burgemeester Van Os gewijzigd in Burgemeester van Oslaan.

Posted in Bosweg, Diever, Haentie op mien stokkie, Kasteel, Poasvuur sleep'm, Tradities | Leave a comment

N.S.B.’er Posthumus benoemd tot burgemeester

Diverse kranten melden in een bericht over nieuwe burgemeesters dat de commissaris-generaal voor bestuur en justitie de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus met ingang van 1 januari 1945 benoemde tot burgemeester van de gemeente Diever.

In Het Vaderland van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
Burgemeesters-benoemingen. De commissaris-generaal voor bestuur en justitie heeft tot burgemeester benoemd de heeren: J.C. Wesseling te Voorst, J. Vleeming te Herwen en Aerdt, P.O. Posthumus te Diever, W.A. Pijbes te Westerbork, Joost van der Bent te Zweelo en Th. A. Dijksman te Zuilen.

In het Drentsch Dagblad van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
’s Gravenhage, 30 december. De commissaris-generaal voor Bestuur en Justitie heeft tot burgemeester benoemd de heeren: J.C. Wesseling te Voorst, J. Vleeming te Herwen en Aerdt, P.O. Posthumus te Diever, W.A. Pijbes te Westerbork, J. van der Bent te Zweelo en Th. A. Dijksman te Zuilen.

In de courant Het Nieuws van den Dag van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
Burgemeesters benoemd. Door den Rijkscommissaris zijn benoemd tot  burgemeester van Diever de heer P.O. Posthumus, van Westerbork de heer W.A.M. Pijbes, van Zweelo de heer J. v. d. Bent, thans waarnemende-burgemeesters van de betrokken gemeenten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Pier Obe Posthumus was in 1944, nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom werd gedwongen onder te duiken, waarnemend burgemeester van de gemeente Deever geworden.
Commissaris-generaal voor bestuur en justitie Friedrich Wimmer van het Duitse burgerbestuur benoemde de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus met ingang van 1 januari 1945 tot burgemeester van de gemeente De
ever. Aan zijn burgemeesterschap kwam op 8 april 1945 een einde, toen Franse luchtcommando’s van de geallieerde Special Air Service (S.A.S.) hem in een snelle actie en op klaarlichte dag tijdens het middageten in het café van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink van Deever gevangen namen.

 

 


Posted in Brink, Gemeente Diever, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Van deze prachtigen stoet werd menig kiekje genomen

In de krant ‘het Nieuwsblad van Friesland – Hepkema’s-Courant’ verscheen op 10 augustus 1904 het navolgende bericht over de festiviteiten op Zorgvlied ter gelegenheid van het kerkelijk huwelijk van Cecilia Johanna Verwer en Jacobus Livinus Joannes Meddens op 8 augustus 1904. 

Eerbetoon
Zorgvlied, 8 augustus. ’t Was feest in het dorp. De huizen met groen versierd, bijna overal de driekleur uit, eerebogen langs de wegen en ieder in feestelijke stemming. Wat was er aan de hand ? ’t Geld alles tot eerbetoon aan de hier zoo hooggeachte familie Verwer, van wie eene dochter in het huwelijk trad.
Een eerewacht geleidde den trouwstoet naar de kerk. Bij den terugkeer stond het hoofd der school met de onderwijzers en een aantal leerlingen het jonge paar op te wachten; een feestlied werd gezongen en het hoofd hield een toespraak.
Hierna werd een optocht met 17 versierde wagens gehouden, voorstellende het verleden en het heden. In volgorde stelde elke wagen voor:
1. Kweekschool voor zeevaart.
2. De goede oude tijd (een oude vrouw met spinnewiel op een ossewagen).
3. Het onderwijs.
4. Naaischool.
5. Veenderij.
6. Heidebewoners.
7. Boschcultuur.
8. Landbouw.
9. Zonder mij geen bier (hopteelt).
10. Het laatste voer.
11. Zorgvliedsche bouwtrant.
12. ’s Lands welvaren.
13. Voorheen en thans.
14. De gezonde apotheek (bakkerij).
15. Vliegende concurrent.
16. Leve de coöperatie (sigarenfabriek).
17. Zegewagen (handel en nijverheid)
Van deze prachtigen stoet werd menig kiekje genomen.
’s Avonds werd een vuurwerk afgestoken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dochter Cecilia Johanna van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen trouwde dan toch nog op 31-jarige leeftijd met blijkbaar een acceptabele partij.
Cecilia Johanna Verwer is op 10 september 1872 in Leeuwarden geboren, zij is op 7 juni 1923 in Soest overleden, ze was toen pas 50 jaren oud.
Cecilia Johanna Verwer en Jacobus Livinus Joannes Meddens waren al op 3 augustus 1904 voor de wet getrouwd in Diever. Het echtpaar is kerkelijk getrouwd in de door Lodewijk Guillaume Verwer tot kerk verbouwde schuur, de voorganger van de huidige kerk van de rooms-katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied
Het eerbetoon van de Zorgvlieders/Zorgvlieters/Zorgvliedenaren/Zorgvlietenaren was wel bedoeld voor dochter Cecilia Johanna, maar goed beschouwd toch meer voor vader Lodewijk Guillaume Verwer.
De onderwerpen van de 17 versierde wagens laten mooi zien wat de Zorgvlieters rond de eeuwwisseling bezig hield: vooruitgang, vooruitgang, vooruitgang.
Het onderwerp van versierde wagen 10 trekt de aandacht. Voor de vele ‘not-native-speakers’ die tegenwoordig Zorgvlied en Woater’n bevolken: het Deeverse woord ‘voer’ betekent ‘vracht’ of ‘lading’. Het laatste voer betekent de laatste lading, wellicht reed in de optocht een boerenwagen volgeladen met hooi mee, ‘ut laetste voer heuie’, of was ‘de heuiing’ begin augustus 1904 nog niet voorbij ?
Het onderwerp van versierde wagen 11 trekt ook de aandacht. Wat was de Zorgvliedsche bouwtrant ? Was dat de architectuur van de villa’s van de familie Verwer ? Of betrof het de wederopbouw van de van her en der aangesleepte huizen en boerderijtjes, zoals het Amsterdamsche huis ?
De redactie kan de onderwerpen van de versierde wagens 14 en 15 niet duiden. Wie kan dat wel ?
De redactie vindt het verheugend dat tijdens de optocht menig kiekje is genomen. Was de Deeverse fotograaf Hans Kuiper uit Noordwolde – in betaalde opdracht van Lodewijk Guillaume Verwer – de maker van deze kiekjes ?
De redactie heeft de goede hoop dat vroeg of laat meer mooie afbeeldingen van Zorgvlied boven wateren zullen komen.
De hiervoor beschreven trouwerij vond op 8 augustus 1904 plaats. De zwart-wit-ansichtkaart is in 1904 verzonden, da’s ook toevallig. De pastoor had het gemakkelijk. Hij hoefde voor het inzegenen van het huwelijk niet ver te reizen, want hij woonde in het huisje direct rechts van de kerk.

Abracadabra-1599

Abracadabra-1601Abracadabra-641

Posted in De aandere kaante van de bos, Hans Kuiper, Lagere School Wateren, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk | Leave a comment

Automobiel met kenteken D1 rijdt door Deever

Bijgaande afbeelding is een beeld uit een film die in 1927 in de provincie Drenthe is gemaakt. Een filmploeg trok dat jaar de hele provincie door om het leven in de provincie in beeld te brengen. De film betreft de oudste film uit de verzameling van het Drents Archief in Assen.

De automobiel met het bijzondere kenteken D1 rijdt in de Heufdstroate van Deever in de buurt van het Kleine Brinkie. Dit was de automobiel van het merk Daimler Benz van mr. Jan Tijmen Linthorst Homan, de commissaris van de koningin in de provincie Drenthe. In de boerderij aan de rechterkant woonden Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt.

Denk niet dat bij het eerste kenteken D1 van de provincie Drenthe ook de eerste auto in de provincie Drenthe hoorde.
Kenteken D1 werd op 12 januari 1906 afgegeven aan mr. Hendrik Gerard van Holthe tot Echten, woonachtig in de gemeente Assen.
Kenteken D1 is op 1 oktober 1924 vervallen.
Kenteken D1 werd op 28 november 1924 overgeschreven op naam van mr. Jan Tijmens Linthorst Homan, woonachtig in de gemeente Assen.
Kenteken D1 is op 9 augustus 1932 vervallen.
Kenteken D1 is op 9 augustus 1932 overgeschreven op naam van mevrouw Jeannette Madeleine Staal, de weduwe van mr. Jan Tijmens Linthorst Homan, woonachtig in de gemeente Havelte.

Kenteken D230 was het eerste kenteken dat werd afgegeven aan een inwoner van de gemeente Deever. Kenteken D230 werd op 20 juni 1911 afgegeven aan Gijsbertus Antonius Meijer, ontvanger der directe belastingen en accijnzen in Deever.
De vraag rijst of het motorvoertuig van Gijsbertus Antonius Meijer een motorfiets of een automobiel was ? Woonde Gijsbertus Antonius Meijer aan de Brink ? Wie van de Deever-kenners kan de redactie van het Deevers Archief hierover informeren ?

Abracadabra-1631

Posted in Automobielen, Diever, Hoofdstraat, Olde auto's | Leave a comment

Dieveren op een bord uit Parijs in het Rijksmuseum

In zaal 1.12 van het Rijksmuseum in Amsterdam bevinden zich 18 porceleinen borden met het decor van een Nederlandse provincie. De maker van de borden en de porceleinschilder (monogrammist RD) zijn niet bekend. De borden zijn gemaakt in 1822 in Parijs in Frankrijk. Het Rijksmuseum verwierf de borden op 6 juli 2010.
De rand van de borden is gemaakt in onderglazuur blauw, op glazuur vergulding, het decor op de glazuur is ‘petit feu’. De gouden decoratie is in neoclassicistische stijl. De rand is voorzien van bloem/blad krullen en harpijen in de stijl van omstreeks 1820-1830. Aan de bovenzijde staat het Nederlandse Rijkswapen, aan de onderzijde de wapens van de provincie. De diameter van de borden is 22,1 cm.
Het bord met de afbeelding van de provincie Drentije behoort tot een serie van 18 borden met elke het decor van een provincie in de tijd dat Nederland en België samen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vormden (1815-1830). Het koninkrijk bestond uit 17 provincies plus het groothertogdom Luxemburg.
De eerst navolgende afbeelding laat een detail van het bord zien. Diever heette toen nog Dieveren. Dieverbrug heette toen Dieverbrug en blijkbaar niet Dieverenbrug. Het streekdorp Wapserveen heette toen nog Wapsterveen. Dwingelo werd gelukkig geschreven zoals het hoort. Gehuchten zoals Wapse en Wateren zijn niet weergegeven.
De redactie van het Dievers Archief heeft de foto van het bord met de afbeelding van de provincie Drentije op 25 mei 2014 gemaakt.



Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Kunst | Leave a comment

Un hiele mooie tiekening van ut Kastiel in Deever

In de collectie Groninger Archieven is een prachtige door het Nieuwsblad van het Noorden uitgegeven kalender voor het jaar 1934 aanwezig. Deze kalender is in 1933 vervaardigd. De kalender heeft als identificatienummer: NL-GnGRA-1536-7587.
Het kalenderblad voor de maand augustus is verfraaid met de bijgaand afgebeelde waterverftekening van een dorpsbeeld van Deever. De redactie van het Deevers Archief heeft toestemming van de beheerder van de Groninger Archieven deze waterverftekening hier te tonen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet wie deze tekening heeft gemaakt. De redactie weet wel dat de tekening niet ter plekke is gemaakt, maar dat voor de tekening -zoveel veelal gebruikelijk bij tekeningen van Deeverse dorpsbeelden- een zwart-wit foto heeft gediend als voorbeeld. Zie de bijgaande afbeelding. Deze foto heeft gestaan bij de fotopagina De gemeente Diever in beeld in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 november 1932. De natekenaar van deze zwart-wit foto uit 1932 heeft helaas de bovengrondse elektriciteitsvoorziening niet nagetekend. Dat is door een geschiedkundige bril gezien toch wel een beetje jammer.
De tekening heeft als titel ‘Brink, Diever’, maar de tekening toont in werkelijkheid een deel van ut Kastiel in Deever. De natekenaar zij deze kleine onvolkomenheid in de titel vergeven. Want hij vertolkte in zijn tekening penseelscherp het zeer hoge echt Saksische brinkgehalte van het toen prachtigste deel van het dorp Deever. Echt wel.
De redactie wil daarom voorstellen aan de hoogdoorgeleerde brinkologen, historielogen en histerielogen, die het aangrenzende negentiende-eeuwse marktterrein hebben omgebombardeerd en opgepimpt tot marktbrink, en al die anderen die menen de Deeverse historische waarheid in pacht te hebben, ut Kastiel, dat nu niet meer zo prachtig is, op te fokken en op te pimpen tot kasteelbrink.
In 1933 was de weg over ut Kastiel nog gewoon een zandweg. Let op de vele karresporen op de foto.
In de collectie Deevers Archief is ook bijgaande en inmiddels al behoorlijk historisch waardevolle 6×6 zwart-wit foto aanwezig. De redactie heeft deze gemaakt op 10 november 1999. Op deze foto is aan de rechterkant nog net te zien de voorkant van het boerderijtje (keuterijtje), waar toen de weduwe Jantje Andreae-Oost en haar ongetrouwde zoon Tinus woonden.
De redactie is de heer Albert Koops, webmaster en systeembeheerder van de Groninger Archieven, bijzonder erkentelijk voor zijn medewerking aan dit bericht.

Posted in Kasteel, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

De elektrificatie van de streek Wittelte in 1928

Op 22 juni 1928 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht over de aanvang van de aanleg van het elektriciteitsnet in de streek Wittelte.

Diever, 21 juni. Wederom zal een nieuw gedeelte dezer gemeente binnen afzienbaren tijd van electrisch licht zijn voorzien. Met de voorbereidende maatregelen voor den bouw van het electriciteitsnet te Wittelte is dezer dagen aangevangen. De gemeenteraad besloot voor eenigen tijd dit dorp van electrischen stroom te voorzien. De geheele gemeente kan straks van de electrificatie profiteeren. Behalve Zorgvlied, waar de stroom van de Friesche centrale wordt betrokken, komt in de heele gemeente de electriciteit van de centrale te Groningen. Wittelte is het laatste dorp in zuidelijke richting, dan van Groningen uit bediend wordt.

Op 15 september 1928 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht over de voortgang van de aanleg van het elektriciteitsnet in de streek Wittelte.

Diever, 14 september. Binnenkort zal onze gemeente geheel van electrisch licht zijn voorzien. Het net te Zorgvlied -het eenige, dat de stroom van de centrale te Leeuwarden betrekt- is bijna voltooid. De straatverlichting is er dezer dagen ook in werking gesteld. Te Wittelte vordert de aanleg eveneens mooi. Het bovengrondsche net is bijna gereed. De transformator moet nog geplaatst worden. Tegen den aanstaande winter echter zal alles gereed zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De vraag is waar in Wittelte de transformator van het bovengrondse elektriciteitsnet heeft gestaan ? Bij de Wittelterbrug ? Wie heeft foto’s bewaard, waarop het Wittelter elektriciteitsnet is te zien ?

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Wittelte | Leave a comment

Onze beste wenschen bij de intrede van 1906

In het onvolprezen populair-wetenschappelijke bladerboek ‘An de Brogge. Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’ (het boek is merkwaardig genoeg niet voorzien van een ISBN-nummer), dat de heemkundige vereniging uit Diever in 2015 heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarige bestaan’, is enige aandacht besteed aan het huis van den opzichter van den Waterstaat bee’j de sluus an de Deeverbrogge.
De navolgende tekst moet beschouwd worden als een mineure en bescheiden aanvulling op het hiervoor vermelde bladerboek. In het bladerboek ‘An de Brogge’ is op bladzijde 27 bijgaande afbeelding zonder enige uitleg opgenomen.

Cornelis Leendert Dalebout is geboren op 21 juni 1874 te Goedereede op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee als zoon van Hendrik Dalebout, die was opzichter van den Waterstaat, en Pieternella van Beveren. Cornelis Leendert Dalebout trouwde op 14 augustus 1902 op 28-jarige leeftijd in Arnhem met de 27-jarige Anna Agatha Christina Rothfusz. Cornelis Leendert Dalebout is niet oud geworden. Hij is op 57-jarige leeftijd op 5 juni 1932 in Haarlem overleden. Zijn vrouw is op 78-jarige leeftijd op 24 juli 1953 in Arnhem overleden.

Rijksopzichter Cornelis Leendert Dalebout werd met ingang van 1 november 1905 overgeplaatst van de standplaats Wieringen naar de standplaats an de Deeversluus. In het ‘Vliegend blaadje: Nieuws- en advertentiebode voor Den Helder’ (hoe vind je zo’n blaadje) verscheen op 21 oktober 1905 het navolgende berichtje onder de korte berichten van het eiland Wieringen:
De heer C.L. Dalebout, opzichter van den Waterstaat alhier is met ingang van 1 november aanstaande overgeplaatst naar Dieverbrug in Drenthe.

Het echtpaar Dalebout kwam te wonen in het huis van den opzichter van den Waterstaat bee’j de sluus an de Deeverbrogge. De Drentsche Hoofdvaart en de weg langs de vaart (de Riekseweg) waren toen in beheer bij de Rijkswaterstaat. Het huis van de opzichter werd gebouwd in 1903. Cornelis Leendert Dalebout heeft dat huis op bijgaande ansichtkaart met de titel Sluis te Dieverbrug aangegeven met een pijl met daarbij de tekst ‘Onze woning’. In het huis bee’j de sluus werd op 25 april 1908 Johanna Maria Dalebout geboren. Wie hebben van 1903 tot 1 november 1905 in het nieuw gebouwde huis gewoond ?

Aan het einde van 1905 stuurde Cornelis Leendert Dalebout bijgaande ansichtkaart (deze is als topstuk opgenomen in het Deevers Archief) bij wijze van nieuwjaarskaart naar den heer A. Dijkshoorn in het buurtschap Belt op het eiland Wieringen in Noord-Holland. De kaart  met de fraaie afbeelding is bij verzending gestempeld in het postkantoor an de Deeverbrogge en is bij ontvangst op 1 januari 1906 op het postkantoor van Wieringen nog een keer gestempeld.
In die tijd mocht de adreskant van een briefkaart nog niet worden beschreven. Op de voorkant van de kaart was daarom onder de afbeelding ruimte voor een korte tekst uitgespaard, waar Cornelis Leendert Dalebout gebruik van heeft gemaakt. Dat maakt deze kaart nog fraaier. Het volgende bericht is op de voorkant te lezen:
Waarde familie Dijkshoorn,
Met de Uwen onze beste wenschen bij de intrede van 1906. Wij hopen dat het U in alle opzichten naar wensen moge gaan. Het begint hier zachtjes aan te wennen.
Onze groeten, Dalebout

Cornelis Leendert Dalebout kreeg bijna meteen na zijn begin als opzichter van de Waterstaat an de Deeverbrogge te maken met het toezicht op een voor die tijd stevige klus. Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft daarover op 21 april 1906 het volgende bericht:
Op Woensdag 6 mei, des voormiddags om 11½ uur, zal aan het gebouw voor het Provinciaal Bestuur te Assen, worden aanbesteed: Het aanbrengen van voorzieningen aan de draaipijlers van de drie draaibruggen over de Drentsche Hoofdvaart, genaamd de Geeuwenbrug, de Dieverbrug en de Oude Dieverbrug, het afbreken van een der landhoofden en het daarvoor in de plaats maken van een aanbrug met een ijzeren juk en gemetseld landhoofd voor elk dezer bruggen; een en ander behoorende tot de werken van de Drentsche Hoofdvaart. Raming f. 9070. Het bestek ligt na 25 April ter inzage aan de lokalen der provinciale besturen, en is voorts, op franco aanvrage, tegen betaling te bekomen bij de firma Gebroeders van Cleef te ’s Gravenhage. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij den hoofdingenieur-directeur jonkheer De Jong van Beek en Donk te Zwolle, bij den ingenieur du Croix te Assen en bij den opzichter Dalebout te Dieverbrug. De nota van inlichtingen ligt op 3, 4 en 5 mei ter inzage bij den ingenieur van den Waterstaat du Croix te Assen.

De fraaie horizontaal draaibare Deeverbrogge is op bijgaande afbeelding op de voorgrond te zien. Aan de rechterkant is achter de leilinden het witte café-logement van Sjoert Benthem. Links daarvan is opslagloods van Sjoert Benthem te zien. Links naast de loods is achter de leilinden het huis van de brugwachter te zien.
Het is drok an de Deeverbrogge  Voor het café-logement ligt de snikke van Sjoert Benthem afgemeerd. Voor de löswal liggen vrachtschepen. Op de löswal staat een grote wagen bij een vrachtschip, waar mannen bezig zijn met het laden of het lossen van het schip. Zijn ze bezig met het lossen van törf  ? Tussen de masten van de schepen is het huis van den opzichter van den Waterstaat te zien. Dit pand bee’j de sluus bestaat nog steeds.

De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de woning van den opzichter van den Waterstaat bee’j de sluus an de Deeverbrogge op 23 oktober 2012 gemaakt. In het pand was toen nog visrestaurant ‘Huis aan de Dieversluis’ gevestigd.

Abracadabra-1621Abracadabra-1624Abracadabra-1622
Abracadabra-1623

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Dieversluis, Loswal, Scheepvaart, Topstukken | Leave a comment

De sloop van het hunnebed in het Potties Baargie

In de tijd dat hunebedden nog hunnebedden werden genoemd en de overheid deze nog niet als oudheidkundig waardevolle objecten in bescherming had genomen, kon het voorkomen dat de eigenaar deze ‘dikke stenen’ publiekelijk te koop aanbood, zoals mag blijken uit dit bericht in de Drentsche Courant van 07-01-1848, waarin de boermarke van Rolde twee hunnebedden te koop aanbood.
De twee hunnebedden, lagen in bouwland op de esch waarschijnlijk toch maar in de weg en konden bovendien geld opbrengen als bouwmateriaal voor kust- en oeverwerken. Echter na protest van de Gedupeerde Staten van Drenthe, en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd de openbare verkoop verhinderd. Meer gegevens hierover zijn te lezen in de webstee Pelgrimspad.nl.
In Diever liep het wel verkeerd af met het hunnebed onder het zand van wat later het Potties Baargie in Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (D52a) viel al in 1735 ten prooi aan de slopershamer. Belangwekkende gegevens hierover zijn te vinden in de webstee Noorderbreedte.nl, waaruit het volgende citaat is overgenomen:
De route kronkelt zich rond een grafheuvel, Pottiesbargien geheten, die vroeger een hunebed bevatte. Dat is zo’n 250 jaar geleden gesloopt. Op 15 maart 1735 gaven de Staten van Drente toestemming tot het verwijderen van enige grote stenen in het Wapserveld, die waarschijnlijk (de resten van) een hunebed vormden. Omdat deze stenen gedeeltelijk overstoven waren, en omdat de indieners van het verzoek, Jan Hendriks en Hendrik Jans uit Steenwijk, reeds vóór 1734 een kontrakt voor het rooien van stenen in het Wapserveld hadden gesloten met de boeren van Wapse, verleenden de Staten ontheffing van de bepaling van 21 juli 1734, dat hunebedden niet vernield mochten worden. Als argumentatie voor dit besluit gaven de Staten op, dat het hunebed ‘om de Freijgheifs des gesights niet te verblijven’ hoefden!
In de webstee Panoramio.com is een foto van de plaats van het gesloopte hunnebed D52a te zien. Van Daalen gaf aan de weg langs het Potties Baargie de toepasselijke naam Hunnebedweg.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Hunnebed | Leave a comment

Andreas-parochie viert 100-jarig bestaan in 1984

In de Leeuwarder Courant van 29 september 1984 verscheen het navolgende artikel ‘Parochie in Zorgvlied ontstond uit liefdadigheid’ ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de rooms-katholieke Andreas-parochie op Zorgvlied.

Parochie in Zorgvlied ontstond uit liefdadigheid
De Andreas-parochie in Zorgvlied, waartoe ook een flink deel van Zuidoost-Friesland behoort, heeft al vele jaren geen eigen pastoor meer. Samen met Gorredijk en Oosterwolde, parochies die pas in de dertiger jaren ontstonden uit het initiatief van de paters Franciscanen, vormt de 100-jarige parochie een pastoraal verband onder leiding van pater Johan Meertens en pastoraal werkster Margaret Dekker.
De kiem van de parochie Zorgvlied werd gelegd door de Verwers, een rijke familie die veel aan liefdadigheid deed. Lodewijk Quillaume Verwer en zijn vrouw haalden arme Brabantse boeren naar het grensgebied tussen Friesland en Drenthe om kleine bedrijfjes te runnen op de grond die daar op grote schaal door de familie was aangekocht. In hun fraaie buiten ‘Huize Zorgvlied’ was ook een kapel ingericht en daar werden in 1880 de eerste kerkdiensten gehouden.
Al spoedig werd besloten één van de bijgebouwen van Huize Zorgvlied tot kerk om te bouwen. In september 1884 werd de eerste pastoor geïnstalleerd, Petrus Johannes Conradus van Haagen. Aan de Friese kant van de provinciegrens werkte hij onder meer in Appelscha, Haule, Oosterwolde, Donkerbroek, Makkinga, Noordwolde en Olde en Nieuwe Bercoop.
Een paar jaar later kocht de parochie een stuk grond van de familie Verwer op voorwaarde dat er een kerk, een pastorie en een eigen kerkhof zouden komen. De kerk verrees in 1923 en 1924, terwijl de pastorie werd gevestigd in ‘het Witte Huis’, dat de familie in 1919 aan de rooms-katholiek gemeenschap schonk.
Vanaf 1936 heeft Zorgvlied geen eigen pastoor meer gehad. Er ontstond eerst samenwerking met Veenhuizen, later met Wateren. Sinds de komst van pater Meertens, die tevens deken is van Heerenveen, werkt Zorgvlied samen met Oosterwolde en Gorredijk. De parochie telt ongeveer driehonderd zielen.
Het 100-jarig jubileum wordt morgen gevierd met een eucharistieviering om 10.00 uur en een receptie na afloop in ‘Villa Nova’. ’s Middags is er een feestprogramma voor de kinderen en ’s avonds samenzang en de opvoering van een revue. Over de geschiedenis van de jubilerende parochie is een boekje verschenen. 

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De familie Lodewijk Guillaume (dus niet Quillaume) Verwer gaf aan ‘Huize Zorgvlied’ de naam ‘Castra Vetera’.
De vraag is of de parochiegrond van de familie Verwer heeft gekocht of ten geschenke heeft gekregen.
De eerste pastoor Petrus Johannes Conradus van Haagen is op 24 september 1847 in Nijmegen geboren. Hij overleed op 22 april 1933 in Groenlo. Hij was toen 85 jaren oud. Hij schopte het in de rooms-katholieke kerk tot deken.
Volgens het bijgaande bidprentje werd Petrus Johannes Conradus van Haagen op 18 september 1884 niet pastoor op Zorgvlied, maar pastoor te Wateren. Zelfs in 1884 was de naam van het dorp Zorgvlied nog niet gevestigd. Dus het 150-jarig bestaan van het dorp Zorgvlied voor alle zekerheid maar na 2034 vieren ?
Wie kan de redactie op het spoor zetten van het uit 1984 daterende boekje over de geschiedenis van de 100-jarige Andreas parochie ? Wie is in het bezit van dit boekje ? Wat is de titel van het boekje ?
De foto bij het artikel is gekopieerd van een ansichtkaart, die in 1935 is uitgegeven door de firma J.F. le Roux te Assen. Deze ansichtkaart is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief, zie de bijgaande afbeelding. Het huis ‘het Witte Huis’ aan de linkerkant van de foto op de ansichtkaart is de pastorie van de rooms-katholieke geloofsgemeente.

Abracadabra-1616
Abracadabra-1615Abracadabra-1612Abracadabra-1611

Posted in Afbeeldingen, Ansichtkaarten, Bidprentjes, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony Stichting, Wateren, Witte Huis, Zorgvlied | Leave a comment

Het verleden in de gemiente Deever

Het Deevers Archief wordt voortdurend beheerd, onderhouden en uitgebreid.
Jij zult hier steeds meer berichten over het verleden en het heden (het heden is morgen het verleden) in de gemiente Deever vinden.
Als jij een bijdrage wilt leveren aan het Deevers Archief in de vorm van een (gedocumenteerde) foto, een tekst, een herinnering, een artikel, een krantenknipsel, een attendering, een interview, een reactie, een link naar belangwekkende gegevens, of anderszins, aarzel dan vooral niet dit te melden aan de redactie van het Deevers Archief.
Als jij wilt reageren, maak dan na het aanklikken van de knop ‘Leave a comment’ een bericht aan en verstuur dit naar de redactie.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Fotokaart van de Offescheid’n Skoele in Deever

De redactie van het Deevers Archief toont zijn trouwe bezoekers graag mooie beelden uut de gemiente Deever.
In dit bericht is een zeer zeldzame door fotograaf Sietze Mulder in Appelscha gemaakte foto en daarvan uitgegeven fotokaart van de Offescheid’n Skoele (Griffemeerde Skoele) an de Heufdstroate in Deever te zien.
De redactie kan niet goed inschatten in welk jaar deze kaart is uitgegeven, wellicht aan het einde van de veertiger jaren van de vorige eeuw. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze schatting verbeteren ?
Op de ansichtkaart is aan de kleur van de dakpannen en de kleur van het metselwerk in de voorgevel te zien dat het derde lokaal aan de rechterkant van de school later is bijgebouwd.
De tweelokalige school is op 31 mei 1904 geopend. De heer R. Offringa te Smilde heeft het bestek en de tekeningen voor de tweelokalige school gemaakt. Aannemer Paul Mos uut Eemster heeft de tweelokalige school voor f. 5.200,- gebouwd.
Op 1 oktober 1929 is het derde lokaal in gebruik genomen. De heer Hoekstra uit Appelscha heeft het bestek en de tekeningen voor de verbouwing van de school tot een drielokalige school gemaakt. Aannemer D. Oort en schilder Geert Koster uut Deever hebben de verbouwing voor f. 8385,95 uitgevoerd.
Op het terrein van deze school staat nu een christelijke lagere school (christelijke school voor primair onderwijs) (christelijke basisschool) (basisschool met den bijbel) met de naam Roosjenschool, adres Heufstroate 23, Deever.

De redactie denkt dat de Roosjenschool nog wel een tijdje zal bestaan, maar dat het in krimpgemeente Westenveld met onder meer steeds minder kinderen en steeds meer drentenierders onvermijdelijk is dat de openbare lagere school van Deever, de christelijke lagere school van Deever en de openbare lagere school van Wapse na lang en vergeefs verzet zullen worden samengevoegd tot één brede school, dit naar analogie van de vorming van de brede school in Dwingel.
De redactie denkt dat het op de Westeresch van Deever staande onderbouw-filiaaltje van de Meppeler scholengemeenschap Stad & Esch nog wel een tijdje zal bestaan, maar dat het in krimpgemeente Westenveld met onder meer steeds minder kinderen en steeds meer drentenierders het onvermijdelijk is dat dit te dure en te verwende filiaaltje na lang en vergeefs verzet zal worden opgegeven en dat in het dan vrijgekomen grote gebouw de brede school van Deever zal worden ondergebracht.

Posted in Diever, Gereformeerde school, Hoofdstraat, Onderwijs, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Ten huize van Jan Pot an ’t Wittelterschut

Op 10 december 1868 verscheen in de Drentsche en Asser Courant het navolgende bericht over de verkoop van hout op stam ten huize van Jan Pot an ’t Wittelterschut.

De notaris mr. W.O. Servatius te Dwingelo zal, op vrijdag den 18 december 1868, des morgens om elf uren, ten huize van Jan Pot, aan het Wittelterschut publiek verkoopen: Eenige perceelen schel- en weekhout en dennen, op stam staande te Wittelte, in de gemeente Diever, en toebehoorende aan de markegenooten van Wittelte en aan B.H. Barelds te Dwingelo, kunnende van die perceelen aanwijzing worden bekomen bij H.L. Barelds te Wittelte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In dit bericht wordt Dwingelo geschreven, zoals het met één o behoort te worden geschreven: Dwingelo.
In 1868 bestond het Wittelterschut in de Drentsche Hoofdvaart nog. Dit overbodige en te smal geworden schut werd tussen 1 juli en 15 augustus 1880 afgebroken.
Ten huize van Jan Pot was ten huize van de schutmeester Jan Pot van het Wittelterschut. Jan Pot zal in één van de voorkamers (de voorkamer aan de kant van de Wittelterbrug) van de schutmeesterswoning (de sluiswachterswoning) een café hebben gehad, waar de publiek verkoop van hout op stam plaats moet hebben gevonden. Jan Pot was naast schutmeester (sluiswachter) ook landbouwer.

Jan Pot werd op 22 juli 1835 geboren te Wittelte, als zoon van Jan Pot en Aaltje Jans Duiker. Hij overleed op 21 januari 1920 te Wittelte. Hij was getrouwd met Christina Henderika Leonora Bakker. 
De schutmeesterswoning, die eigendom was van het Rijk, werd in 1905 op een openbare veiling verkocht.
Het pand heeft tegenwoordig als adres: Rijksweg 74, Wittelte. In het pand was jarenlang een Old Timer Museum gevestigd.
H.L. Barelds was Hendrik Lefferts Barelds (geboren op 1 april 1834, overleden op 11 mei 1895).
Met weekhout wordt bedoeld hout van de populier (geschikt voor het maken van klompen).

abracadabra-146

Posted in Drentsche Hoofdvaart, Wittelte, Wittelterschut | Leave a comment

Oud en nieuw bij de brandbestrijding in Deever

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 12 maart 1940, kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog, het navolgende bericht over de aanschaf van een nieuwe brandspuit.

De gemeente heeft een flinke nieuwe spuit aangeschaft, welke in uitvoering en capaciteit wel belangrijk verschilt van het oude romantische spuitje, dat nu, na jarenlangen arbeid, op stal wordt gezet.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de bovenste foto A is de oude brandspuit te zien, op de onderste foto B is de nieuwe brandspuit te zien. De redactie van het Deevers Archief herkent op de onderste foto B recht voor de brandspuit Lambertus Rolden. De vraag is of de brandspuit op de onderste foto B een nieuwe of een tweedehands brandspuit is, want het kenteken van het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief. Wel is het voertuig voorzien van het Groninger kenteken A-11249.
Met de omstreden sluiting van de brandweerpost Deever per 1 januari 2014 door het bestuur van de gemeente Westenveld (Deever, wen er maar aan, de komende jaren zal nog veel meer worden weggekrompen) is een einde gekomen aan een periode van meer dan 120 jaar van snelle brandbestrijding door generaties betrouwbare en moedige vrijwilligers uut de gemiente Deever.
De vrijwillige brandweer van Deever is helaas geschiedenis geworden. Een ‘mooie’ gelegenheid voor de dorpskrachten die lid zijn van de in Deever gevestigde heemkundige vereniging om met gezwinde spoed een boek samen te stellen over de ‘Geschiedenis van de vrijwillige brandweer in de gemeente Deever’, dan kan deze bijvoorbeeld in een maand november te koop worden aangeboden, mooi om weg te geven als geschenk voor in de schoen of voor onder de kerstboom. Echt wel.
Maar de dorpskrachten die lid zijn van de in Deever gevestigde heemkundige vereniging zouden met gebruik van oude foto’s van de vrijwillige brandweer ook een zogenaamde ‘historische jaarkalender’ van de heemkundige vereniging kunnen samenstellen. Echt wel.

De heer Albert Koops, webmaster en systeembeheerder van de Groninger Archieven stuurde op 29 mei 2018 de volgende door de redactie van het Deevers Archief zeer gewaardeerde reactie.
De brandweerauto, een Ford V8, op foto B heeft hier nog het kenteken A-11249 van de brandspuitenfabrikant Van Bergen uit Heiligerlee. Zie in de Groninger Archieven de gegevens over dit kenteken A-11249.

.

 

Posted in Deeverse braandweer, Dorpskrachten, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Signalen van krimp | Leave a comment

Duitse piloten storten neer in de gemiente Deever

In het archief van de gemiente Deever is aanwezig een tweetalige brief, opgesteld door gemeentesecretaris Jan Boesjes, de commandant van de luchtbeschermingsdienst te Deever en Pier Obe Posthumus, de N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever.

Luchtbeschermingsdienst Diever
Op Dinsdag 15 augustus 1944 te ongeveer 13 uur zijn in deze gemeente twee Duitse piloten neergestort doordat het valscherm zich niet ontplooide.
In een weiland in Wittelte (Noord) stortte neer de piloot Karl Lampen, geboren 10 augustus 1920 te Gahlen, Rheinland, wonende Hafenstrasse 25 te Dorsten, Westfalen, wiens vliegtuig waarschijnlijk in de gemeente Dwingelo gevallen is.
Te Oude Willem, bij Hoeve aan den Weg, kwam neer de oberführer Horst Starzinski, geboren 9 november 1923 te Schloppe, wonende Horst Wesselstrasse 4 te Schloppe, wiens toestel in de gemeente Vledder neerstortte.
Beide vliegeniers moeten onmiddelijk dood geweest zijn. De lijken zijn op bevel van den Ortskommandant te assen overgebracht naar het lijkenhuisje te Diever, en zullen blijkens ontvangen mededeling naar Zwolle worden vervoerd, teneinde aldaar te worden begraven.
Hiervan wordt kennis gegeven aan:
1. De rijksinspectie voor de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen te ’s Gravenhage (in duplo);
2. De Polizeioffizier te Assen.
Diever, 16 augustus 1944.
De commandant van de luchtbeschermingsdienst te Diever, getekend Jan Boesjes.
Gezien, 16 augustus 1944.
De burgemeester van Diever, getekend Pier Obe Posthumus.

Luftschutzdienst Diever
Am Dienstag 15 August 1944 um ungefähr 13 Uhr sind in dieser Gemeinde zwei Deutsche Pilote abgestürzt, weil ihr Parachute sich nicht entfaltete.
In einer Wiese in Wittelte (Nord) stürzte der Pilot Karl Lampen ab, geboren den 10. August 1920 in Gahlen, Rheinland, wohnhaft in Dorsten Westfalen, Hafenstrasse 25, dessen Flugzeug warscheinlich in der Gemeinde Dwingelo heruntergekommen ist.
In Oude Willem bei dem Bauernhof ‘Hoeve aan den Weg’ stürzte ab der Oberführer Horst Starzinski, geboren den 9. November 1923 in Schloppe, wohnhaft Horst Wesselstrasse 4 in Schloppe, dessen Flugzeug in der Gemeinde Vledder herunterkam.
Beide Flieger sind zweifelsohne sofort tot gewesen. Die Leichen sind auf Befehl der Ortskommandanten in Assen nach der Leichenhalle in Diever transportiert worden und werden wie es sich aus der erhaltenen Mitteilung ergibt nach Zwolle weiterbefördert werden zur dortigen Beerdiging.
Obiges wird zur Kenntnis gebracht von
1. Der Reichinspection der zivilen Luftschutzes im Haag (in zwei exemplaren);
2. Dem Polizeioffizier beim Beauftragten des Reichskommissares für die Provinz Drenthe in Assen.
Diever, den 16. August 1944.
Der Kommandant des Luftschutzdienstes in Diever, Jan Boesjes.
Beglaubigt, den 16. August 1944.
Der Bürgermeister von Diever, Pier Obe Posthumus.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De piloot Karl Lampen stortte neer in een weiland op ’t Noord bij Wittelte.

Het vliegtuig van de piloot Karl Lampen stortte neer op het landgoed Oldengaerde in de gemiente Dwingel.
De piloot Horst Starzinski stortte neer bij de boerderij ‘Hoeve aan den weg’ in de Olde Willem.
Het vliegtuig van de piloot Horst Starzinski stortte neer bij Bosoord in de gemiente Vledder.
Zie ook het bericht Messerschmitt stort in 1944 neer bij Bosoord.
Was het de ijverige gemeentesecretaris Jan Boesjes die deze brief in het Duits vertaalde of was de vertaler van de brief N.S.B.-burgemeester, voormalig reiziger in smeerolie en landbouwmachines, Pier Obe Posthumus ?
Gemeentesecretaris Jan Boesjes heeft eigenhandig de Nederlandse en de Duitse versie van de brief ondertekend, maar voor de handtekening van N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus is zijn stempel gebruikt.

Posted in De Olde Willem, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Duitse piloot stort in 1944 neer in de Olde Willem

Een tamelijk warrig bericht over een Duits jachtvliegtuig dat op 15 augustus 1944 neerstortte tussen Bosoord en Wateren is te vinden in de webstee backtonormandy.org. Voor de volledigheid, voor het leesgemak en voor het geven van commentaar op dit bericht is hier de tekst opgenomen. Sommige gegevens staan twee keer opgenomen in het bericht.

Bf 109-6 lost at Diever (between Rosoord and Wateren) on 15-08-1944 (SGLO ref: T3939)
At the date of 15-08-1944, time: 1300, the aircraft type Bf 109 has been lost.
The location of the plane was found at: Diever (between Rosoord and Wateren).
The unit of crew and plane is: II/JG 53. First flyer rank: Ofhr., name: H. Starzinski.
The plane belonged to the German forces.
13:00 – Diever (“Oude Willem”) – Bf-109G-6 – 166043 – II/JG53 – Ofhr. Horst Starzinski – Age 20 – KIA Człopa (in German Schloppe) (nowadays Poland ) – initial buried in Groningen.
Born 09 Nov 1923, Schloppe, Oberfähnrich – II./JG 53 – Grave in Ysselsteyn – Block AX Reihe 9 Grab 218

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 15 augustus 1944 werd boven Drenthe een luchtslag uitgevochten tussen de Geallieerden en de Duitsers. Bij deze slag werden ook Duitse jachtvliegtuigen neergehaald. Zo ook het jachtvliegtuig met piloot Horst Starzinski. Piloot Horst Starzinski probeerde te landen op het vliegveld van Havelte (Diwa-vliegveld), maar zijn vliegtuiig werd neergehaald door een Mustang P-51. In de database van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 is het Duitse jachtvliegtuig geregistreerd op verlieskaart T3939. Rosoord is natuurlijk Bosoord.
Het Duitse vliegtuig stortte neer bij Bosoord in de gemiente Vledder.
 Wat zouden de coördinaten van het neerstortpunt zijn ? Het Duitse jachtvliegtuig was een Messerschmitt van het model Bf-109-G6.
De piloot van het vliegtuig was de 20-jarige oppervaandrig Horst Starzinski uit Czlopa (Schloppe). Hij kon zich met zijn schietstoel uit het neerstortende vliegtuig redden, maar kwam om, omdat zijn parachute niet open ging. Hij stortte neer bij de boerderij Hoeve aan den Weg in de Olde Willem. De redactie weet niet waar hij precies neerstortte.
De afkorting KIA betekent: killed in action (gedood in de strijd).
Horst Starzinski werd op 18 augustus 1944 begraven op de begraafplaats Esserveld in Groningen en werd later (wanneer ?) herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselstein in Limburg. Hij ligt begraven in blok AX, rij 9, graf 218.

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Sloop schoorsteen Zuivelfabriek Diever op 8 mei 1978

De gammel wordende schoorsteen van de voormalige Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever is 8 mei 1978 gesloopt. De nieuwe eigenaren van de veelal in de volksmond genoemde ‘botterfabriek’ waren de gebroeders Boer uut Dwingel, die er een autobedrijf in vestigden.
Het kon gewoon echt niet missen dat dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm Hessels dit klusje op de gevoelige plaat vastlegde. Zie de hier getoonde zwart-wit foto van hem. Daarvoor posthuum driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. Foto’s van Harm Hessels behoren tot het culturele erfgoed uut de gemiente Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft, ongeveer 30 jaar later, bijgaande kleurenfoto op 26 mei 2018 gemaakt. Heden ten dage is gevestigd in het pand met adres Moleneinde 28 het door Harm Jan Boer, zoon van Roelof Boer en Jantje Pouwels, geleide Autobedrijf Boer.

Posted in Bedrijven, Moleneinde, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

In de winkel van Jan Breimer en Lammigje Kloeze

De redactie van het Deevers Archief ontving naar aanleiding van zijn oproep in het bericht Breimer Zelfbediening op speldje van Tiktak thee de volgende reactie van Tibbe Breimer, de oudste zoon van Jan Breimer  en Lammigje Kloeze:
Ik kom puur toevallig op dit bericht. Ik lees het verzoek. Ik zal in mijn eigen archief moeten zoeken naar foto’s. Ik ben uiteraard gaarne bereid nadere informatie te geven en naar foto’s te zoeken. Waarschijnlijk beschikt mijn zuster Marianne over de meeste oude foto’s van de winkel.

Van Tibbe Breimer is de navolgende tekst over de winkel van zijn ouders an de Peperstroate in Deever.
Foto’s van de winkel
Ik ben ondertussen bij mijn zuster Marianne geweest. Ze heeft enige foto’s van de winkel gedigitaliseerd, die ik hierbij stuur. Op twee foto’s is mijn moeder in de winkel te zien, die twee foto’s zijn gemaakt in 1951.
Ik heb geen foto’s van de achterkant van de winkel.
De winkel
Mijn ouders hadden in het begin van de vijftiger jaren een kruidenierswinkel op de hoek van de Peperstroate en de Kruussstroate. Zij kochten deze winkel in 1951 van de familie Albert Fledderus.
Zij hebben de winkel later omgebouwd tot een zelfbedieningswinkel.
Aanvankelijk was aan de achterkant van de winkel een behoorlijk grote moestuin met een pruimenboom en nog een stukje met keien geplaveid (voor de waterput). De tuin is ook nog benut geweest voor de noodwinkel van Rinse Kamp. Of dat voor of na de aanbouw van het magazijn was, dat weet ik niet meer.
Later is dit terrein gedeeltelijk bebouwd met het magazijn en nog weer later door een nieuwe uitbreiding van de winkel. Toen kwam de ingang aan de Kruisstraat. Deze verbouwing vond plaats, nadat mijn ouders de winkel hadden verkocht.
Mijn ouders verkochten de winkel in 1970 aan Henk ten Hoor, de latere textielbaron (al is hij dat nu niet meer).
Mijn ouders zijn in 1970 verhuisd naar Assen. Mijn vader ging toen werken bij de grossier Firma Van Dijken. Ze zijn daarna nog een keer binnen Assen verhuisd. Daarna zijn ze verhuisd naar Vries en in 1989 zijn ze verhuisd naar Beilen, de geboorteplaats van mijn vader.
De winkel is al vrij kort na 1970 door Henk ten Hoor doorverkocht, als ik het mij goed herinner aan de grossier Firma Van Dijken, die na een fusie opereerde onder de naam Flevozoom.
De familie van mijn moeder Lammigje Kloeze
Mijn moeder is de oudste dochter van Jan Kloeze en Trijntje Gerding.
Jan Kloeze was een broer van Albert en Hendrik Kloeze. Opa Jan had een smederij in Wittelte, die is later overgenomen door oom Harm, de jongste broer van mijn moeder (er was nog een jongere broer, die is op jeugdige leeftijd).
Albert en Hendrik Kloeze namen de smederij van mijn overgrootvader in Diever over. De zonen van Hendrik Kloeze, Albert en Rikus (mijn achterneven) leven nog en wonen in Diever. Albert nam ooit de smederij in Diever over en maakte er een garage van. Deze werd later verplaatst van de Hoofdstraat naar het Moleneinde, tegenover de voormalige zuivelfabriek.
Mijn oom Harm Kloeze is overleden en dit jaar is ook zijn vrouw Jannie overleden. Hun tweede dochter Geke, mijn nicht dus, woont samen met haar man Rien Hage in het huis in Wittelte. Het huis is wel grondig verbouwd, maar de smederij is intact gelaten. Deze smederij was dit jaar en ook al eerder te bezichtigen tijdens de open monumentendag. Van de smederij aan de Hoofdstraat in Diever is niets of nauwelijks iets meer te zien.
De geschiedenis van onze winkel in Diever
We kunnen proberen de geschiedenis van onze winkel in Diever te reconstrueren. Dat zal niet zo eenvoudig zijn. Mijn ouders, de belangrijkste bron, leven niet meer. Mijn eigen geheugen en dat van mijn zus zijn naast foto’s en nog vindbare archiefstukken relevante bronnen. Mijn zuster Marianne is een tijdlang werkzaam geweest in de winkel. Ik heb zelf in de vakanties ook meegeholpen. Mogelijk kunnen ook nog in leven zijnde Dievenaren uit die tijd worden geraadpleegd.
Landverhuizers
Mijn ouders hebben de winkel in 1951 gekocht van de familie Albert Fledderus, zoals ik al aangaf. Ik weet daar weinig van. Mij staat bij dat de familie Fledderus is geëmigreerd naar Canada.
Emigreren was, met name onder Gereformeerden, in die tijd nogal in zwang. Ik geef een voorbeeld. Van de 10 kinderen van mijn opa Tibbe en mijn oma Marchien zijn twee jongens en twee meisjes geëmigreerd. Drie zijn naar Canada gegaan en één is naar Nieuw Zeeland gegaan.
Of de familie Fledderus echt naar Canada is geëmigreerd durf ik niet te zeggen. Dat zou mogelijk uit een andere bron kunnen worden bevestigd.
Andere levensmiddelenwinkels in de gemeente Diever
Ik kan mij uit mijn jeugd nog herinneren, dat in de voormalige gemeente Diever in de vijftiger jaren van de vorige eeuw meerdere levensmiddelenzaken waren.
In Diever: de coöperatie (tevens bakkerij) en de winkel van Bram Moesker (Vivo) in de Hoofdstaat en Albert Kuiper (met een vestiging in Dieverbrug, tevens bakkerij) in de Peperstraat.
In Geeuwenbrug: annex aan café Jonkers.
In Zorgvlied: Hunse (tevens bakkerij).
In Wapse: een winkel naast de school.
In Wittelte: Klaas Echten (tevens bakkerij).
De meeste levensmiddelenwinkels bestonden in 1970 niet meer. De winkel van Klaas Echten in Wittelte bestond nog wel. Gerard Krol (eigenaar van de winkel van Albert Kuiper) ging zich specialiseren als bakker. Of dit voor of na 1970 gebeurde weet ik niet meer. In 1970 was ik student in Groningen en volgde ik de ontwikkelingen in Diever op afstand.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is Tibbe en Marianne Breimer bijzonder erkentelijk voor hun bijdrage aan de geschiedschrijving van de gemiente Deever.
De toezegging van Tibbe Breimer leverde mooie oude foto’s van de dorpswinkel op, die de redactie in het Deevers Archief met veel plezier gaat plaatsen, te beginnen met bijgaande prachtige zwart-wit interieurfoto van Lammigje Kloeze achter de toonbank in de kruidenierswinkel op de hoek van de Peperstroate en de Kruusstroate. De andere foto’s zullen in andere berichten worden gepubliceeerd in het Deevers Archief.
Deze foto is gemaakt in 1951 en is aanwezig in de fotoboeken van de familie Breimer, die worden bewaard door Marianne Breimer, zuster van Tibbe Breimer.

Jan Breimer (geboren op 24 juni 1922 in Beilen, overleden op 10 december 2012 in Assen) en Lammigje Kloeze (geboren op 12 februari 1927 in Wittelte, overleden op 30 juni 2011 in Assen).
De redactie kent helaas geen foto’s die in de interieurs van winkels in de gemiente Deever zijn gemaakt. En dat is toch wel erg te betreuren. Elke goed gemaakte foto in het interieur van een oude niet meer bestaande winkel in de gemiente Deever behoort wat de redactie betreft direct tot het fotografische erfgoed van de gemiente Deever. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief zou foto’s van het interieur van winkels kunnen en willen insturen ?

Op de zwart-wit foto (echt een topstuk) is een stralende en zelfverzekerde Lammigje Kloeze achter haar toonbank te zien. Op de toonbank staan een machine voor het snijden van vlees en kaas (?) en twee weegschalen. Een schaal voor het wegen van kleinere en lichtere hoeveelheden en een schaal voor het wegen van grotere en zwaardere hoeveelheden ? De redactie heeft het vermoeden dat de weegschalen van het merk Berkel zijn.
Aan de rechter weegschaal hangt een blaadje met de weekaanbiedingen: Patent tarwebloem 59 cent, G
roene erwten 35 cent en Theekransjes 45 cent. Het echtpaar Breimer zal vast en zeker elke week ook reclame hebben gemaakt in Van Goor’s Blattie.
Op de toonbank staan doosjes Aspirin van Bayer, Royco, de echte krachtige erwtensoep en Friesche tafelkoeken in een blik met de Friesche vlag. En -let op- aan de rechterkant op de toonbank staat -echt wel- een tonnetje met Hollandsche nieuwe haring.
De redactie kan in de schappen achter Lammigje Kloeze helaas maar een aantal producten van bekende merken onderscheiden: Honig’s vermicelli, Honig’s macaroni, Nescafé en Maggi-blokjes……. Maar misschien kan Tibbe of Marianne Breimer met het vergrootglas op de originele foto wel meer namen van producten onderscheiden.
De familie Albert Fledderus emigreerde inderdaad naar Canada.
Op bijgaande afbeelding van een fraaie zwart-wit ansichtkaart uit de verzameling van het Deevers Archief, die in 1948 is uitgegeven (door Albert Fledderus ?), is in het midden achter de leilinden de kruidenierswinkel van Albert Fledderus en Reintje Timmerman  te zien. Zo moet de situatie ook nog ongeveer zijn geweest in 1951, toen Jan Breimer en Lammigje Kloeze eigenaren van de winkel waren geworden, de winkel is pas later verbouwd tot een zelfbedieningswinkel.
De redactie heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Kruisstraat, Landverhuizers, Neringdoenden, Peperstraat, Topstukken | Leave a comment

Oens Dreins gepraot dat nog lang hier zal blieven

Ik was aangenaam verrast toen ik – al weer heel wat jaren geleden – bij een transactie met Roelof Boer, garagehouder aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever, de fraaie bundel ‘Wat was en was is’, geschreven door zijn vader Harm Boer, cadeau kreeg.
Deze bundel met nagelaten werk van schrijver en dichter Harm Boer is samengesteld door Meine Hoekstra in samenwerking met de kinderen van Harm Boer en werd in oktober 1999 uitgegeven door Reclamebureau Drokwark uut Dwingel.
De bundel ‘Wat was en wat is’ is verschenen na het overlijden van schrijver en dichter Harm Boer op 1 april 1995.
Ik publiceer hier – met toestemming van de familie Boer – het gedicht ‘Dialect’, waarin Harm Boer op prachtige zacht humoristische wijze beschrijft hoe hij het dialect van Lhee met name van zijn moeder (mow’s toal) leerde en hoe gehecht hij was aan het Dreins.
De tekst van het gedicht heb ik letterlijk overgenomen uit de bundel, aan de spelling van de woorden heb ik niet getornd en daarom heb ik  geen ‘verbeteringen’ in de spelling aangebracht.
Ik stel de organisatoren van de activiteit ‘Verdieverderen um de stamtoafel’ ten stelligste voor in een volgende bijeenkomst aandacht te besteden aan het Dreinse en zo mogelijk ook Deeverse gedicht.
Wellicht is in Deever of in een omliggend dorp een huiseigenaar te vinden die op een kale en saaie muur het fraaie gedicht Dialect wil laten schilderen. Wat te denken van het benutten van het grijze muurvlak links naast de ingang van de cultuurstimulerende Rabobank an de Peperstroate in Deever ? Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2018 heeft gemaakt. De voorbijganger kan dan na het lezen van het gedicht van Harm Boer even op het Rabobankbankje gaan zitten en dan rustig zijn gedachten laten gaan over het nut van het behoud van het Deeverse dialect. Hoe het was en hoe het zal zijn.

Dialect
’t Hung in de ruumte
waor ik lag
vanof de eerste dag.
Bij alles wat ik
heb edrunken
hebt lieve woordties
klunken
en elke luier
voel of nat
gung zachies praotend
van mien gat.
Toen ik kreup
kreup ik te wied
en toen ik leup
hetzelfde lied.
Uut angst dat ik verzeup
was het moeder
die mij reup
maor ieder woord
dat spreuken weur
had in zien spraok
dezelde kleur
herkenbaor veur het volk
en veur de streek
gienien die
daorvan week.
En daorum onder het proaten
onder het schrieven
hol ik vaaste:
Oens Dreins gepraot
dat lang nog
hier zal blieven.

Abracadabra-1497

Posted in Cultuur, Deevers, Deeverse dialect, Dorpskrachten, Erfgoed, Immaterieel erfgoed | Leave a comment

Jonge Wacht Buitencentrum – Het Witte Huis

De Katholieke Jeugdbeweging ‘de Jonge Wacht’ voor jongens in de leeftijd van 12 tot 17 jaren had in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw een zo genoemd ‘buitencentrum’ op Zorgvlied. Dit aspect van het rijke roomsche leven op Zorgvlied moet zeker aan de orde komen in een aanstaand populair-wetenschappelijk geschiedenisboek over Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem.
Het was geen vast buitencentrum met barakken voor de jongens, een barak voor de leiders, een sanitaire barak, een keukenbarak, een kapelbarak, maar het was meer een tijdelijk kampeercentrum voor in de zomer, bij de pastorie met de naam ‘het Witte Huis’ naast de rooms-katholiek kerk.
Als de jongens op kamp gingen, dan droegen ze frisse en fruitige groene uniformhemden. Waarschijnlijk waren het Katholieke Verkenners.
De jongens sliepen in tenten achter ‘het Witte Huis’, ze maakten gebruik van de sanitaire voorzieningen in ‘het Witte Huis’. De leiders sliepen in ‘het Witte Huis’. Ongetwijfeld zal ook gebruik zijn gemaakt van de keuken in ‘het Witte Huis’. Voor het deelnemen aan de mis hoefden de jongens niet ver te lopen.
Volgens wijlen Gerard Goettsch waren het buut’nlaanders, waren het jong’n uut de grote stad.
De vraag is of ‘het Witte Huis’ in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw leeg stond of dat het nog werd bewoond door een pastoor ?
De bijgaand afgebeelde voorkant van een in 1938 verstuurde -nu zeldzame- ansichtkaart (je zal maar zo’n prachtig exemplaar in de verzameling hebben) toont de achtertuin en de achterkant van ‘het Witte Huis’. Let daarbij ook op de twee masten waaraan een vlag is bevestigd, te denken valt aan de vlag van Nederland en de vlag van de Katholieke Jeugdbeweging of de Katholieke Verkenners.

Abracadabra-1607

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Witte Huis, Zorgvlied | Leave a comment

Zicht op een stuk dijk rond het zwembad Dieverzand

De besloten vennootschap Berkenheuvel van de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, heeft in het begin van 2018 een perceel bos aan de weg naar het Monument op Berkenheuvel geoogst. Hadden de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. een voorraadje hout nodig voor de open haard in hun drukbezette landhuis Berkenheuvel aan de Noordesch van Deever ?
Een gelukkige bijkomstigheid van deze kaalslag is het ontstane zicht op een deel van de dijk rond het voormalige zwembad Dieverzand. De achterkant van deze dijk is op de tweede kleurenfoto aan de linkerkant te zien. De dijk bestaat uit grond die vrijkwam bij het graven van het zwembad Dieverzand an de Bosweg in Deever. De resten van het voormalige zwembad Dieverzand zijn te beschouwen als een gemeentelijk archeologisch post-bellum monument van de eerste categorie. Echt wel.
De voorkant van dit deel van de dijk is op de zwart-wit foto te zien achter het publiek aan de kant van het zwembad. De zwart-wit foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Op de spriet (de stam van een denneboom) boven het water balanceert mejuffrouw Sina Smit, verkleed als verpleegster.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Thijs, Jan en Roelof Eggink geëerd met straatnaam

In Wapse zijn de Wapser verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog Thijs, Jan en Roelof Eggink geëerd met een straatnaam. Dat is toch wel het minste wat de voorkant van het gelijk kon doen voor deze drie mannen, die in Duitse concentratiekampen stierven voor de vrijheid van ons land.
In Diever is slechts een klein doodlopend straatje op de Westeresch helaas alleen vernoemd naar Geert Gerhardus Koster en niet naar Geert Gerhardus Koster én zijn vader Geert Koster, Deeverse verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. Dat is toch wel het minste wat de voorkant van het gelijk zou kunnen doen voor vader en zoon Koster, waarvan Geert Gerhardus Koster overleed in het kamp Paigerhorst te Wöbelin bij Ludwigslust Duitsland.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Alle Deeversen, Straatnamen, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Eerst perk A op de kaarhof van Deever ruimen

Voordat je als kind of kleinkind of achterkleinkind of achterachterkleinkind het in de gaten zou kunnen hebben, zouden de overijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk – die hun bureautje in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben staan – op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever kunnen beginnen met het opruimen van de stoffelijke resten van een ouder of een grootouder of een overgrootouder of een overovergrootouder in één van de perken A tot en met Z.
Als vanwege het voorgewende of geveinsde ruimtegebrek op de kaarkhof van Deever dan zo nodig een perk zou moeten worden geruimd, dan is dat voor de erfgenamen van de stoffelijke resten en de grafsteen ethisch en juridisch gezien alleen te verantwoorden als de overijverige werkertjes beginnen bij de grafen in het zo genoemde perk A.
De Engelsen zeggen dat zo: first in, first out. Wie het eerst is begraven, die wordt ook het eerst geruimd. Dus de conclusie is dat de stoffelijke resten in perk A in volgorde van overlijden en zonder aanziens des persoons het eerst moeten worden geruimd.
En dan kan het wel zo zijn dat de overijverige bestuurdertjes van de zo genoemde Historische Vereniging Gemeente Diever -niet gehinderd door enige kennis- wel voortdurend en heel hard schreeuwen en brullen en lobbyen dat perk A van historisch belang is en dan kan het wel zo zijn dat de ijverige werkertjes van de genoemde vereniging als een soort van tijdverdrijf zo nu en dan in perk A hier en daar de gevallen bladeren opharken, hier en daar een grafsteentje rechtzetten, hier en daar de korstmosjes van een grafsteen wegkrabben of hier en daar de rode grafsteentor bestuderen, maar dat heeft nul en generlei waarde, dat doet niets af aan het ethische, objectieve en juridisch te volgen principe dat de oudste stoffelijke resten in het oudste perk A het eerst worden geruimd, en niet subjectief eerst perk D waar veel arbeiders liggen en dat perk K en dan perk B waar veel dikke boeren en notabelen liggen.
In het geval van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis, die begraven zijn in perk A, zal het overijverige werkertje van de voorkant van het gelijk inderdaad -als een soort van beginnend notarisklerkje- overijverig en gratis overuren makend op zoek moeten gaan naar alle erfgenamen van de stoffelijke resten van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis en de grafsteen en hen via een officieel document de wettelijke en objectieve mogelijkheden voor het omgaan met de stoffelijke resten en de grafsteen en de geldelijke gevolgen van een keuze mee te delen.
Jan Lefferts ten Brink is geboren op 1 juni 1850 in Deever en is op 30 april 1887 overleden in Wittelte. Hij is een zoon van Leffert ten Brink en Grietje Hessels. Jan Leffert ten Brink was boer in Wittelte.
Geertje Veenhuis is geboren op 18 maart 1858 in Wapse en is op 29 mei 1915 overleden in Wittelte. Zij is een dochter van Fokke Jans Veenhuis en Annechien Niklaas Krijthe.
Op de grafsteen staat de eerste regel van psalm 103, vers 8.
Dit vers heeft betrekking op de vergankelijkheid van het leven, het sterven en de rouw.
De tekst van psalm 103, vers 8 luidt als volgt:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachteloos is en teer,
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren,
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2017 gemaakt.
De redactie is bezig alle grafstenen in alle perken van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te fotograferen.

Posted in Diever, Kerkhof | Leave a comment