Messerschmitt stort in 1944 neer in de Olde Willem

Een tamelijk warrig bericht over een Duits jachtvliegtuig dat op 15 augustus 1944 neerstortte tussen Bosoord en Wateren is te vinden in de webstee backtonormandy.org. Voor de volledigheid, voor het leesgemak en voor het geven van commentaar op dit bericht is hier de tekst opgenomen. Sommige gegevens staan twee keer opgenomen in het bericht.

Bf 109-6 lost at Diever (between Rosoord and Wateren) on 15-08-1944 (SGLO ref: T3939)
At the date of 15-08-1944, time: 1300, the aircraft type Bf 109 has been lost.
The location of the plane was found at: Diever (between Rosoord and Wateren).
The unit of crew and plane is: II/JG 53. First flyer rank: Ofhr., name: H. Starzinski.
The plane belonged to the German forces.
13:00 – Diever (“Oude Willem”) – Bf-109G-6 – 166043 – II/JG53 – Ofhr. Horst Starzinski – Age 20 – KIA Człopa (in German Schloppe) (nowadays Poland ) – initial buried in Groningen.
Born 09 Nov 1923, Schloppe, Oberfähnrich – II./JG 53 – Grave in Ysselsteyn – Block AX Reihe 9 Grab 218

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 15 augustus 1944 werd boven Drenthe een luchtslag uitgevochten tussen de Geallieerden en de Duitsers. Bij deze slag werden ook Duitse jachtvliegtuigen neergehaald. Zo ook het jachtvliegtuig met piloot Horst Starzinski.
In de database van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 is dit jachtvliegtuig geregistreerd op verlieskaart T3939. Rosoord is natuurlijk Bosoord.
Stortte het Duitse jachtvliegtuig neer bij Bosoord in de gemiente Vledder of in de buurt van de Olde Willem in de gemiente Diever ? 
Maar waar in de buurt van de Olde Willem ? Wat zouden de coördinaten van het neerstortpunt zijn ?
Het Duitse jachtvliegtuig was een Messerschmitt van het model Bf-109-G6.
De piloot van het vliegtuig was de 20-jarige oppervaandrig Horst Starzinski uit Czlopa (Schloppe). Hij kon zich met zijn schietstoel uit het neerstortende vliegtuig redden, maar kwam om, omdat zijn parachute niet open ging.
Horst Starzinski werd op 18 augustus 1944 begraven op de begraafplaats Esserveld in Groningen en werd later (wanneer ?) herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats in Ysselstein in Limburg. Hij ligt begraven in blok AX, rij 9, graf 218.

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Tekening met titel Diever van Willem van Spronsen

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw bij de brink van Deever en een stukje bebouwing an de Peperstroate te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Zo te zien heeft de tekening als titel: Diever.

Deze tekening heeft in mei 2016 gehangen in een internationale tentoonstelling in het museum Hermitage in Amsterdam.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de website Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de website Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat in Deever.

abracadabra-492

Posted in Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Peperstraat, Tekeningen | Leave a comment

In Oldendeever staat nog een grenssteen

Het direct na de Tweede Wereldoorlog door de voorkant van het gelijk bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever gelukkig terug te vinden op bewaard gebleven grensstenen.
Zo staat een door de eigenaar zeer goed onderhouden exemplaar – daarvoor driewerf hulde – op zijn originele betonnen sokkeltje bij de zijgevel en bij de zo te zien nog steeds in gebruik zijnde regenput van een woonboerderij an de Wittelterweg in Oldendeever.
Hulde aan de bewoners van dit pand, die deze grenssteen gelukkig hebben gered uit de sloopgrage handen van de gezagsgetrouwe medewerkers van de voorkant van het gelijk.
Zie de twee kleurenfoto’s die de redactie van het Deevers Archief op 26 april 2018 van de bewoners mocht maken en in het Deevers Archief mag tonen; daarvoor hartelijk dank.
Dit stuk versierd beton heeft, tot vóór de dag waarop de gemienten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelt helaas gedwongen opgingen in de gemeente Westenveld, langs een weg op de grens van de gemiente Deever en een aangrenzende gemeente gestaan.
Wellicht weten de eigenaren van deze grenssteen langs welke weg deze grenssteen stond ?

Posted in Oldendiever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Thijs, Jan en Roelof Eggink geëerd met straatnaam

In Wapse zijn de Wapser verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog Thijs, Jan en Roelof Eggink geëerd met een straatnaam. Dat is toch wel het minste wat de voorkant van het gelijk kon doen voor deze drie mannen, die in Duitse concentratiekampen stierven voor de vrijheid van ons land.
In Diever is slechts een klein doodlopend straatje op de Westeresch helaas alleen vernoemd naar Geert Gerhardus Koster en niet naar Geert Gerhardus Koster én zijn vader Geert Koster, Deeverse verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog. Dat is toch wel het minste wat de voorkant van het gelijk zou kunnen doen voor vader en zoon Koster, waarvan Geert Gerhardus Koster overleed in het kamp Paigerhorst te Wöbelin bij Ludwigslust Duitsland.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Alle Deeversen, Straatnamen, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Gedraaide vierkante ramen in een boerderij

In de boerderij an de Heufdstroate in Deever, waar eerder de familie Bakker -wie heeft gegevens over de familie Marinus (?) Bakker ?- woonde, bevinden zich in de zijgevel aan de straatzijde drie gedraaide ramen, zo te zien zitten de kozijnen keurig in de verf en bevindt zich in de siedbaander ook een gedraaid raam, dat nota bene ook kan worden geopend. Zie de twee kleurenfoto’s. Die vier op deze manier aangebrachte ramen moeten enigst zijn in Nederland. Echt wel.
Wat ook opvalt is het mooie grote lange dubbele muuranker. Dit anker brengt blijkbaar voldoende kracht over op de constructie, want de buitenmuur staat nog steeds mooi recht.
Wel is het de eigenaar van het pand aan te raden bij de hoofdbeleidsambtenaar voor de openbare ruimte van de voorkant van het gelijk vergunning aan te vragen voor het verwijderen van het openbare groen uit het looppad bij de gevel, want wortelgroei is op den duur schadelijk voor de fundering. Echt wel. Zou funderingsschade ook het geval zijn geweest bij de netjes gerepareerde scheur onder het rechtse raam in de zijgevel ?
De reet’n doake is mooj mit grüne mos begröjt, moar so loat’n meins’n, aans verrop ie de bool.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de ramen in de zijgevel gemaakt op 3 oktober 2012 en heeft de kleurenfoto van de zijbaander gemaakt op 26 april 2018.
Ter vergelijking of juist niet ter vergelijking is op bijgevoegde ansichtkaart uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, aan de rechterkant de boerderij te zien, waarvan de drie ramen in de zijgevel en het raampje in de baander deel uitmaken.
Aan de linkerkant van de ansichtkaart was in het tweede pand met de hoge rechte voorgevel an de Heufdstroate in Deever het postkantoor gevestigd. Het pand was in Deever het enige pand met een plat dak. Het pand werd bewoond door de postkantoorhouder met zijn gezin. Wie kan de redactie van het Deevers Archief helpen met het benoemen van de bewoners van de andere panden. De foto is genomen in de richting van de Kruusstroate.


Posted in Ansichtkaarten, Baanders, Boerderijen, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Roelof Offerein uit het bestuur van de Boermarke

In de Meppeler Courant van 12 januari 1981 verscheen het volgende bericht over het aftreden van Roelof Offerein van de Deeverbrogge als boekhouder-secretaris van de Boermarke van Diever.

Diever. Tijdens de vergadering van de Boermarke, die in café De Lange werd gehouden, trad de heer H. Offerein (75 jaar) uit Dieverbrug af als boekhouder-sekretaris van deze organisatie. De heer Offerein blijft wel volmacht.
Door voorzitter H. Moes Dzn. werd aan de deze functionaris een wandelstok met inscriptie aangeboden. De heer Moes sprak woorden van dank voor het vele werk en de grote plichtsgetrouwheid waarmee de heer Offerein zijn werk heeft uitgevoerd.
De heer Offerein is 45 jaar lang volmacht bij de Boermarke in Diever geweest. Vanaf 1939 was hij boekhouder-sekretaris. Hij volgde toen zijn oom in deze funktie op.
Vier gulden
Deze functie is niet geheel onbezoldigd. Vanaf 1939 ontving de heer Offerein f 4,- per jaar voor zijn werkzaamheden. De heer Jan Hessels Jaczn. die tot zijn opvolger werd gekozen, ontvangt ook hetzelfde honorarium.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is toch wel handig om zo nu en dan eens bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan om wat meer te weten te komen over het boerenleven in de gemeente Diever.
Het was wel een bijzonder gul gebaar van de ‘dikke boer’n uut Deever’ dat ze Roelof Offerein (niet Hendrik Offerein, zie de attente reactie van kleindochter Gea Offerein) voor 45 jaar trouwe inzet voor de boermarke een wandelstok gaven, nota bene eentje met inscriptie. Wat zou de tekst van deze inscriptie zijn geweest ? Hebben de nazaten van Roelof Offerein de stok bewaard ?
Van links naar rechts zijn op de foto te zien: Jan Hessels Jaczn, Roelof Offerein, Cornelis Seinen, Harm Moes Dzn. en Hendrik Mulder Jzn.
Jan Hessels (geboren op 4 mei 1934 te Diever, overleden 20 augustus 2001 te Diever) was een zoon van Jacob Hessels (geboren op 3 mei 1896 te Diever, overleden op 7 maart 1979 te Diever) en Margje Veenhuis (geboren op 25 juni 1899 te Wapse, overleden op 23 mei 1985 te Diever).
Roelof Offerein werd op 28 mei 1905 op ’t Kastiel in Deever geboren in de boerderij die nu als adres Van Osstraat 2 heeft en is op 17 mei 1983 overleden an de Deeverbrogge in de boerderij met adres Dieverbrug 33.
Cornelis Seinen (geboren op 8 september 1912, overleden op 6 november 1989) was getrouwd met Hendrikje Schiphorst (geboren op 5 oktober 1912, overleden op 14 oktober 1989).
Harm Moes (geboren op 3 januari 1906, overleden op 8 februari 1993) was getrouwd met Janna Eggink (geboren op 1 maart 1907, overleden op 6 december 1983). Zijn ouders waren Dirk Moes (geboren op 5 januari 1876, overleden op 14 juni 1952) en Aaltje Timmerman (geboren op 10-april 1880, overleden op 6 juli 1960).
Gegevens van Hendrik Mulder moeten nog worden uitgezocht.
De boermarke stamt uit de middeleeuwen en was van oorsprong een verband van grotere boeren die onderling het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden. Het woord marke betekent grens en werd gebruikt om het gebied aan te geven dat bij een dorp hoorde: de boermarke van Diever, de boermarke van Wapse, de boermarke van Wittelte en de boermarke van Wateren. In de tachtiger van de vorige eeuw ging het in Diever nog om het beheer van kleine resten van de oorspronkelijke boermarke, zoals bijvoorbeeld de ‘boer’nbos an de Grönnegerweg’.
De foto bij het berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is gemaakt door de Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De redactie ontving op 13 juni 2015 de volgende reactie van Gea Offerein.
Beste mensen,
Op jullie heel mooie website kwam ik bij het onderwerp Boermarke een stukje over mijn opa tegen.
Hij heette echter Roelof Offerein, niet Hendrik Offerein.
Hendrik Offerein is een andere persoon uit Diever, inmiddels ook overleden, neef van mijn vader en moest dus oom zeggen tegen mijn opa.
Mijn vader is Cornelis Frederik Offerein.
Met vriendelijke groet,
Gea Offerein

Posted in Alle Deeversen, An de Deeverbrogge, Boermarke van Diever, Cultureel erfgoed, Diever | Leave a comment

Sukersakkie van Hotel Blok an de Deeverbrogge

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag Hotel Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-restaurant.
Het hotel-restaurant had net zoals zoveel andere hotels, cafés en restaurants ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart uit het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
De D.A.B.O.-bus bee’j de brogge heeft de overtekenaar voor het gemak maar weggelaten. Ook de boerderij van Hendrik Warries heeft hij niet overgetekend. Wie kan de redactie informeren over de bewoners van deze boerderij ?
De luchtfoto is gemaakt door het bedrijf Lucht Foto Nederland (L.F.N.). Dit bedrijf was vooral in het noorden van Nederland bezig. L.F.N. heeft in die jaren in de gemiente Deever van bijna alle boerderijen (en dat waren er toen nogal wat) een luchtfoto gemaakt. De redactie zou graag L.F.N.-luchtfoto’s van boerderijen in de gemiente Deever willen tonen in het Deevers Archief. Wie stuurt een mooie scan van een L.F.N.-foto van een boerderij ?
Rechts naast het rechthoekige stenen electriciteitsgebouwtje naast het brugwachtershuisje ligt een stuk grond waar in de periode 1919-1933 een emplacement van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (N.T.M.) was ingericht. Heden ten dage is op dat stuk grond Shell Benzinestation Blok V.O.F. gevestigd.

abracadabra-494

abracadabra-493

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boerderijen, Hotel Blok, LFN-luchtfoto's, Luchtfoto's, Sukersakkies, Tekeningen | Leave a comment

Wapse – Winkel van Marinus Dijkstra – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 16) over het verleden van de bakkerij en kruidenierswinkel van Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1908 gepubliceerd.

Voor de bakkerij en kruidenierszaak van Marinus Dijkstra poseren veel buurtbewoners. Alle meisjes zijn links opgesteld en alle jongens aan de rechterkant.
Marinus Dijkstra werd op 24 augustus 1854 in Doldersum geboren en overleed op 30 september 1920 in dit huis. Hij was getrouwd met Geertje Wouwenaar (Bakkers Geertie), de dochter van bosbaas Marten Wouwenaar. Zij werd op 9 maart 1859 geboren te Berkenheuvel en overleed op 3 mei 1945 in dit huis. Hier werden hun kinderen Marten, Lambert, Arnold en Trijntje geboren. Geertje is de middelste van de vijf dames midden op de foto.
De broodoven werd met bakkersturf aangemaakt en vervolgens met takkebossen warm gestookt. Het brandhout werd gesnoeid uit holtwall’n of uit boerenbos in de buurt. Marinus Dijkstra betaalde een gulden tot een daalder voor honderd takkebossen.
Bakker Dijkstra had ook een lösse karre met kleppen, waarmee hij bee’j de weg ventte. Geertje deed de winkel, ze had wel aardig verstand van zaken.
Het winkeltje was niet zo groot, maar er was van alles te krijgen, onder meer groene zeep, lösse süker, zeemleer en kachelpoets. Jannes Santing (Jans van d’Olde Smit) wist zich nog goed te herinneren dat sien mow hum seins mit de pot hen Geertie stuurde um lösse stroop te koop’m. Remmelt Kamer herinnerde zich het sütholt voor één cent en de klompen die door elkaar op de zolder lagen. Hendrikje Buiter-Roelofs wist nog dat in de winter een ton met pekelharing op de grote deele stond. Voor een stuiver kocht je een zoute haring tegen de griep. Ze herinnerde zich ook dat ze ronde boll’n en zwarte roggestoete bakten. Ook kon eigen meel naar de bakkerij worden gebracht, waar dan brood van werd gebakken.
Tegenover de school en tussen het pand van Marinus Dijkstra en het daarachter liggende huis van Abel Kamer en Aaltje Pit lag het schoelpattie hen ‘’t Noave.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1959 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Marten Dijkstra is geboren op 28 maart 1893 in Wapse en is overleden op 18 augustus 1893 in Wapse.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren,
Arnold Frederik Dijkstra is geboren op 14 oktober 1900 in Wapse en is overleden op 2 april 1986 in Varsseveld. Arnold Frederik Dijkstra was getrouwd met Elisabeth Keizer.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Trijntje Dijkstra was getrouwd met Hendrik Trompetter.
De trouwe bezoeker van het Deevers Archief wordt vriendelijk verzocht meer gegevens van de familie Dijkstra aan de redactie te melden. Zie voor meer gegevens over de familie Dijkstra ook het artikel Foto van groep I van de Wapser skoele uut 1905.

abracadabra-535

Posted in Ambachten, Ansichtkaarten, Diever, ie bint 't wel ..., Neringdoenden, Wapse | Leave a comment

Wat is nu het adres van Wittelte 38 en Diever 73 ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 8 mei 2018 de volgende reactie van de heer J.W.F. Spitzen.

De grootouders van mijn moeder waren Kornelis Veen en Grietje Dol. Zij zijn volgens het gedigitaliseerde bevolkingsregister uit de periode 1860-1930 op 26 november 1914 ingeschreven in de gemeente Diever op het adres Wittelte 38. Het boerderijtje met dit adres stond op ’t Moer.
Zij zijn op 18 mei 1917 uitgeschreven naar De Wijk (Drenthe), maar zijn op 30 augustus 1918 weer in de gemeente Diever ingeschreven op het adres Wittelte 38. In de gemeente Diever zijn ze later verhuisd naar het adres Diever 73.
Zij zijn op 30 april 1919 uitgeschreven naar Zuidwolde (Drenthe).
Mijn grootmoeder was Jentje Veen. Haar ouders waren Kornelis Veen en Grietje Dol.
Kunt U mij iets vertellen over waar zij destijds precies hebben gewoond?
Is het adres Wittelte 38 op ’t Moer nog te achterhalen ?
Is het adres Diever 73 in Diever nog te achterhalen ?
Bestaan de panden misschien nog?
Ik hoop dat U mij iets meer kunt vertellen.
Alvast bedankt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Kornelis Veen is geboren op 24 januari 1891 in Dwingel. Hij is overleden op 25 maart 1955.
Grietje Dol is geboren op 15 januari 1890 in Oldemarkt. Zij is overleden op 7 april 1965.
Kornelis Veen en Grietje Dol trouwden op 30 september 1914 in Vledder.
Kornelis Veen en Grietje Dol zijn begraven op de begraafplaats IJpenhof in Eesveen.
Jentje Veen is geboren op 17 september 1914. Zij is niet geboren op ’t Moer, maar in Vledder. Zij trouwde met Willem Akkerman.
Hun dochter Martha Akkerman is geboren in 1937 en is overleden in 2011.
Martha Akkerman trouwde in 1958 met Gerhardus (Ger) Franciscus Marie Spitzen.
De redactie zal uitzoeken in welk adres het oude adres Wittelte 38 op ’t Moer en het oude adres Diever 73 in de loop van de tijd zijn gewijzigd, zo dat nog te achterhalen is in het oude archief van de gemiente Deever.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief heeft een antwoord op de vragen van de heer J.W.F. Spitzen ?

Posted in 't Moer | Leave a comment

Werk mee aan het Deevers Archief

Het Deevers Archief wordt voortdurend beheerd, onderhouden en uitgebreid.
Je zult hier steeds meer over het verleden van de gemiente Deever vinden.
Als je een bijdrage wilt leveren aan het Deevers Archief in de vorm van een (gedocumenteerde) foto, een tekst, een herinnering, een artikel, een krantenknipsel, een attendering, een interview, een reactie, een link naar belangwekkende gegevens, enzovoort, aarzel dan vooral niet dit te melden aan de redactie van het Deevers Archief.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Zicht op een stuk dijk rond het zwembad Dieverzand

De besloten vennootschap Berkenheuvel van de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, heeft in het begin van 2018 een perceel bos aan de weg naar het Monument op Berkenheuvel geoogst. Hadden de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. een voorraadje hout nodig voor de open haard in hun drukbezette landhuis Berkenheuvel aan de Noordesch van Deever ?
Een gelukkige bijkomstigheid van deze kaalslag is het ontstane zicht op een deel van de dijk rond het voormalige zwembad Dieverzand. De achterkant van deze dijk is op de tweede kleurenfoto aan de linkerkant te zien. De dijk bestaat uit grond die vrijkwam bij het graven van het zwembad Dieverzand an de Bosweg in Deever. De resten van het voormalige zwembad Dieverzand zijn te beschouwen als een gemeentelijk archeologisch post-bellum monument van de eerste categorie. Echt wel.
De voorkant van dit deel van de dijk is op de zwart-wit foto te zien achter het publiek aan de kant van het zwembad. De zwart-wit foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s op 26 april 2018 gemaakt.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Mooie oude ansichtkaart van zwembad Dieverzand

Van het openluchtzwembad Dieverzand an de Bosweg op Berkenheuvel in Deever is in de loop van de jaren van het bestaan van dit zwembad in de open lucht een aardig aantal mooie zwart-wit ansichtkaarten uitgegeven. Stel jij je eens voor dat jij deze allemaal in jouw mooie verzamelalbum zou hebben.
De redactie wil de trouwe bezoekers van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart, die vlak na de Tweede Wereldoorlog werd uitgegeven, niet onthouden.
Let vooral op de primitieve lage houten duikplank aan de linker kant en de hoge houten duikplank in het midden, die later is vervangen door een stalen duuktoor’n (duiktoren).
Bezoekers worden opgeroepen van ansichtkaarten en foto’s die zij in hun bezit hebben een goede scan te maken en deze naar de redactie van het Deevers Archief te sturen (klik onder aan het bericht op Leave a comment). De redactie zal deze met veel plezier publiceren.

abracadabra-129

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosweg, Diever, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Gezicht op Deever vanaf de Uitkijktoren – 1952

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 18 januari 1950 het navolgende korte bericht over het de bouw van een uitkijktoren aan de Bosweg.

In het bos van Berkenheuvel te Diever is een door het Staatbosbeheer overgenomen boortoren gebouwd, welke van trappen en bordessen zal worden voorzien, en dan als uitkijktoren dienst zal doen. Het stalen gevaarte steekt een heel eind boven het bos uit en geeft een prachtig overzicht over de omgeving. De toren zal na gereedkomen worden beheerd door de V.V.V. Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hergebruikte boortoren van de Nederlandse Aardolie Maatschappij stond aan de Bosweg in Deever tegenover Paviljoen Vierhoven op een heuvel aan de kant van het Openluchtspel.
Boven op de toren had de beklimmer naar alle kanten een heel mooi uitzicht op de omgeving. Bij helder weer was zelfs de kerktoren van Steenwijk te zien.

De V.V.V. Diever is de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer in Deever.

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosweg, Diever, Openluchtspel, Paviljoen Berkenheuvel, Uitkijktorens | Leave a comment

Openbare Lagere School aan de Tusschendarp

De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto van de Openbare Lagere School aan de Tusschendarp in Deever op 2 maart 1996 gemaakt.
Het rechter deel van de school met twee lokalen is -voor zover de redactie dit na kan gaan- in 1961 in gebruik genomen. Wie verschaft de redactie hierover gegevens ?

Abracadabra-1432

Posted in Openbare Lagere School Diever, Tusschendarp, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Deever – Moleneinde in 1958 en in 2012

 

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Moleneinde, Verleden en heden | Leave a comment

Sigarenfabriekje van Lodewijk Guillaume Verwer – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 17) over enige activiteiten van mr. Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied en Groot Wateren en Klein Wateren gepubliceerd.

In 1859 verkocht de Maatschappij van Weldadigheid de kolonie Groot- en Klein-Wateren in twee delen. Jacobus Fransiscus de Ruijter de Wildt kocht het deel dat de naam Zorgvlied kreeg. Het tweede deel kreeg een andere eigenaar en behield de naam Groot- en Klein-Wateren. Zo’n tien jaar later kwamen Zorgvlied en Groot- en Klein-Wateren in het bezit van de heer Enger uit Arnhem. In 1879 kochten de gebroeders mr. Lodewijk Guillaume en dr. Julius Verwer uit het Friese Makkum beide landgoederen.
Een eerste citaat uit het boek Erf en Wereld luidt:
Met name mr. Lodewijk Guillaume Verwer was een man van initiatief, wiens geest zich vermeide in zakelijke bespiegelingen, en wiens hand niets liever deed dan zijn zakelijk denken in daden om te zetten.
Een tweede citaat uit hetzelfde boek luidt:
Hij ontgon het land, waarbij hij aanvankelijk van terpaarde en later van kunstmest gebruik maakte; hij bouwde boerderijen en arbeidershuizen; hij stichtte een sigarenfabriek, die een bezetting kreeg van dertig jongens en twee directeuren, voorts een cichoreifabriek, terwijl hij tegelijkertijd zijn pachters tot het verbouwen van cichorei verplichtte. Te Zorgvlied vestigde hij de Noord-Nederlandse Hypotheekbank en een levensverzekeringsmaatschappij. Hij liet uit Brabant tabaksplanters met kinderrijke gezinnen overkomen en bouwde grote schuren voor de berging van de tabaksoogst. Uit Friesland trok hij verspreid wonende katholieke boeren aan, liet hun schuren en huizen afbreken en van de materialen nieuwe boerderijen in Zorgvlied en Wateren opbouwen, kortom mr. Lodewijk Guillaume Verwer bouwde een nieuwe parochie, en hij deed dat met de allure van een groot zakenman en met een vermetelheid die inderdaad verbluffend was.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het in 1959 bij uitgeverij Laverman in Drachten verschenen boek ‘Erf en wereld’ van J.P. Wiersma gaat over de agrarische toestand in Friesland na 1870, de doorbraak van de coöperatieve gedachte en de opkomst van de Friese landbouwcoöperatie en haar ontwikkeling tot in onze tijd.
De samenstellers van een populair-wetenschappelijk geschiedenisboek over Zorgvlied, Olde Willem, Klein Wateren en Groot Wateren kunnen in het boek ‘Erf en wereld’ nuttig bronmateriaal voor hun geschiedenisboek vinden.
De afgebeelde foto laat mensen bij de coöperatieve sigarenfabriek op Zorgvlied zien. De redactie denkt niet dat alle mannen, grotere jongens en kleine jongens werkzaam waren bij deze sigarenfabriek. Op de voorgrond is een houten sigarenpers te zien.
Het pand waarin de coöperatieve sigarenfabriek was gevestigd bestaat nog steeds en staat aan de weg naar Elsloo vlak bij de Drents-Friese grens.

Abracadabra-1211

Posted in De aandere kaante van de bos, Diever, ie bint 't wel ..., Lodewijk Guillaume Verwer, Tabak, Zorgvlied | Leave a comment

Deever – Hunnebed op de Stienakkers – 1933

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 64) over het verleden van het hunnebed op de Stienakkers an de Grönnigerweg in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1933 gepubliceerd. …

Op 6 januari 1855 werd ter voldoening aan het Koninklijk Besluit van 28 december 1854 aan het Rijk gemeld dat op de Heezeresch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed lag. Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van het hunebed lagen.
Het Rijk besloot pas op 20 oktober 1871 de akker en het hunebed aan te kopen. Het Rijk verzocht wethouder Klaas Kok om met de eigenaar te onderhandelen over de aankoop en het verplaatsen van de schuur, opdat het hunebed in zijn geheel vrij zou komen.
Hendrik ter Mast was wel bereid de akker met het hunebed te verkopen. Voor de grond vroeg hij 12 gulden. Voor het verplaatsen van zijn schuur vroeg hij 200 gulden. Ook bedong hij dat een op zijn akker aanwezig voetpad over de publieke weg moest gaan lopen. Uiteindelijk ging hij accoord met een vergoeding van 88 gulden voor de schuur. Daarbij stelde het Rijk wel als voorwaarde dat deze niet hoger zou zijn, als de schuur in zo’n slechte staat zou blijken te zijn, dat deze na het afbreken niet meer zou kunnen worden herbouwd. De totale verkoopprijs kwam zo op 100 gulden te liggen. Op 2 november 1871 werd de koop gesloten. Na het afbreken van de schuur konden de daar onder liggende stenen worden blootgelegd.
De archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen beschreef het hunebed later als volgt:
Het hunebed is onregelmatig spits-eivormig. Het heeft een ongeveer noord-oostelijk-zuidwestelijk gerichte lengte-as. De ingang bevindt zich vermoedelijk aan de zuidkant, doch de plaats waar is niet zonder meer vast te stellen. Het steengraf bestaat uit minstens 10 draagstenen en totaal uit 22 stenen. Ze bestaan allen uit graniet. Toen het hunebed nog geheel ongeschonden was, werd als bijzonderheid aangegeven dat in één der dekstenen een grote mensenhand was gegraveerd of uitgehouwen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De afbeelding van het hunnebed dateert uit 1933. In de achtergrond van de afbeelding is de bebouwing van de Dwarsdrift en ’t Kastiel te zien.
Had meneer de weledelgestrenge professor doctor in de oudheidkunde Albert Eggen van Giffen het hunnebed maar nooit naar eigen inzichten ‘gerestaureerd’. Het hunnebed op bijgaande afbeelding oogt veel echter, zo zijn het mooie dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
Hedendaagse professoren in de archeologie ‘restaureren’ niet zo maar meer een oudheidkundig object, maar proberen dit zo mogelijk te ‘conserveren’, in de staat te houden waarin het zich bevindt, dus plat en kort door de bocht gezegd: met de fikken er van af te blijven.

Abracadabra-465

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, ie bint 't wel ..., Grönnegerweg, Hunnebed, Steenakkers | Leave a comment

De kerk aan de Brink van Deever – 1935-1936

Met de naamgeving van het kerkgebouw aan de brink van Deever is iets merkwaardigs aan de hand. In de webstee van Wikipedia is te lezen dat de Sint Pancratiuskerk een Nederlands hervormde kerk is. Dit is een contradictio in terminis, een tegenstrijdigheid in de gebruikte woorden.
Tot 1598 was het kerkgebouw in gebruik bij de rooms-katholieke geloofsgemeente, het gebouw was gewijd aan de heilige Pancratius. In de periode van de beeldenstorm is het kerkgebouw gestript van alles wat met heiligen had te maken. Het kerkgebouw was daarom niet meer gewijd aan de heilige Pancratius. Toen was het afgelopen met die naam. Echt wel. Vanaf 1598 was het niet meer dan een veel te groot en veel te duur kerkgebouw aan de brink, nu het kerkgebouw aan de brink dat in gebruik is bij de kleine hervormde geloofsgemeente.
De zwart-wit-foto is gemaakt in 1936, toen het kerkgebouw gelukkig nog niet tot Sint Pancratiuskerk was gebombardeerd. De vrienden van het kerkgebouw aan de brink van Deever gebruiken de naam Oude Kerk, een enigszins beter passende naam.
Let op het hekwerk om de hof van de kerk. In die jaren werden op de kerkhof al geen doden meer begraven, stonden op de kerkhof geen grafstenen meer, maar was de hof bij de kerk nog niet geruimd, dat gebeurde pas bij de Zeer Grote Restauratie van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Toren aan de brink | Leave a comment

Zorgvlied – Gegevens in de webstee dbnl.org

In de webstee dbnl.org van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren zijn in de rubriek Monumenten in Drenthe enige wetenswaardige gegevens over Zorgvlied te vinden. In de gegevens wordt nergens verwezen naar bronnen. In de webstee is ook niet te vinden wie de schrijver/toevoeger/bedenker van deze gegevens is. Wel zijn in de webstee een aardige foto te vinden van de Openbare Lagere School en de Rooms Katholieke kerk met het rijtje woonhuizen naast de kerk.

Posted in Rooms Katholieke Kerk, School Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Een katholieke jeugdherberg op Zorgvlied

De redactie van het Deevers Archief laat de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief graag meegenieten van al het moois uit de gemeente Diever. De redactie toont hierbij haar nieuwste uitbreiding van zijn verzameling ansichtkaarten. 
De historische werkgroep Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem, deel uitmakend van de heemkundige vereniging uit Deever heeft in de beschrijving van een historische wandeling door Zorgvlied en Wateren de volgende tekst (voor wat deze waard is) over het op bijgaande ansichtkaart afgebeelde pand opgenomen.

Dit huis stond aanvankelijk in Oldeterp. Een tegenover het huis wonende freule vond het een lelijk huis en wilde dat het afgebroken zou worden. Dat geschiedde rond 1900. Timmerman Dalstra kocht het huis en bouwde het in Zorgvlied weer op. Daarna was het een timmerwinkel en een boerderij, annex kruidenierswinkel. Ook was het enige tijd een jeugdherberg voor Rooms Katholieke jongeren.

In de Heerenveensche Koerier van 17 februari 1950 verscheen het volgende bericht

Een katholieke jeugdherberg te Zorgvlied 
Diever. Naar we vernemen, ligt het in de bedoeling van de Katholieke Vacantiehuizen- en Jeugdherbergencentrale een jeugdherberg te stichten te Zorgvlied in de gemeente Diever. De mooie omgeving leent zicht uitstekend voor dit doel.

Abracadabra-1576
In het Limburgsch Dagblad van 19 juli 1952 verscheen de volgende advertentie van de Katholieke Vacantiehuizen- en Jeugdherbergencentrale, waarin ook de jeugdherberg van Zorgvlied wordt genoemd. Aardig is te lezen wat destijds de kosten voor het verblijf in een katholieke jeugdherberg waren.

Abracadabra-1578
De katholieke jeugdherberg, adres Zorgvlied 3, bestond nog in 1965, gelet op de volgende advertentie in de krant De Telegraaf van 9 april 1965.

Abracadabra-1577Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-02-03
Er is op Zorgvlied heel wat afgesjouwd met panden. Het afgebeelde pand zou afkomstig zijn uit Oldeterp. Het Amsterdamse huis aan de Dorpsstraat zou helemaal vanuit Amsterdam zijn versleept naar Zorgvlied, Villa Laanzicht is vanaf de Dorpsstraat op Zorgvlied versjouwd naar de Deeverbrogge.
Het is van belang dat de historische werkgroep ‘Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem-Zorgvlied’ in hun aanstaande populair-wetenschappelijke boek over de geschiedenis van Zorgvlied, Groot- en Klein Wateren en Oude Willem aandacht besteedt aan de invloed van de katholieke kerk in deze streek, een kathlieke jeugdherberg is daar een exponent van.

Abracadabra-1574

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

De Ruijter de Wildt overleed in 1870 op Woater’n

De redactie van het Deevers Archief heeft al een keer in een bericht en nog een bericht aandacht besteed aan speculaties over het geboortejaar van het dorp Zorgvlied. Is het 1861 of 1862 of 1863 ?
In de webstee Zorgvlied-Drenthe.nl is een populair-wetenschappelijk artikel te vinden met de titel 150 jaar Zorgvlied. Een van de leden van de historische werkgroep ‘Groot-en-Klein-Wateren-Zorgvlied-Oude-Willem’ gaat in dat artikel op basis van de resultaten van enig onderzoek uit van het geboortejaar 1863.
Het is dan ook best opmerkelijk te noemen dat aan de aandere kaante van de bos de ambtenaar van de burgerlijke stand in 1870 nota bene in de overlijdensakte van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt, nota bene de bedenker van de naam Zorgvlied, als plaats van overlijden gewoon Wateren vermeldde.
‘Het kan verkeren’, zei Gerbrand Adriaenszoon Bredero (geboren op 16-03-1585, overleden op 23-08-1618), die bijna een tijdgenoot was van Michiel Adriaenszoon de Ruijter (geboren op 24 maart 1607, overleden op 29 april 1676).
Dus 150-jaren Zorgvlied voor alle zekerheid toch maar in een nader te bepalen jaar na 2020 vieren ?

Abracadabra-1592

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Zorgvlied | Leave a comment

An de Deeverbrogge stonden ooit stoplocht’n

Stoplocht’n ? See hebt an de Deeverbrogge estoan ! Ja, echt ! Echt woar !

De redactie van het Deevers Archief is al lange tijd op zoek naar foto’s van het kruispunt an de Deeverbrogge, waarbij het kruispunt vanwege de verkeersveiligheid is voorzien van een verkeersregelinstallatie, in de volksmond veelal stoplocht’n genoemd. Op bijgaande foto uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw is aan de linkerkant van de foto één van de vier stoplocht’n te zien.
De vier stoplocht’n hebben niet zoveel jaren dienst gedaan. Na de grote opkomst van de rotonde in Nederland is ook het kruispunt an de Deeverbrogge ongebouwd tot een rotonde.
De redactie heeft de zwart-wit-foto van de rotonde gemaakt op 8 februari 2000.
Het is de redactie niet bekend wanneer de stoplocht’n in gebruik zijn genomen en wanneer de rotonde in gebruik is genomen. Wie kan de redactie hierover informeren ?
De redactie van het Deevers is op zoek naar andere foto’s waarop de stoplocht’n op dit kruispunt zijn te zien. Wie kan de redactie aan deze foto’s helpen ?

Abracadabra-1552Abracadabra-1553

Posted in An de Deeverbrogge | Leave a comment

Wapse – In ’t Bakkersveentie – Zomer 1926

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 48) over het verleden van Wapse met bijbehorende afbeelding van een foto uit de zomer van 1926 uit de collectie van echte Wapsenaar Hennie Nijzingh gepubliceerd. Zie de bijgaande afbeelding van de betreffende bladzijde uit het genoemde fotoboekje.

Voor de Tweede Wereldoorlog werden voor gebruik als brandstof in diverse veentjes in de gemeente Diever törf en zödden gestoken. Dat was ook zo het geval in het Bakkersveentie. Dit veentje lag in de Aarlanden op de plaats waar zich nu het gelijknamige dierenparkje in de Haarsmastraat bevindt. Het veentje werd Bakkersveentie genoemd, omdat dit het eigendom was van bakker Marinus Dijkstra.
Het is blijkbaar schoft in het veen. De turfstekers rusten even uit, want de drie vrouwen hebben zo te zien net een pul met verse koffie gebracht. Dit was voor de fotograaf een prachtig moment voor het maken van deze sfeervolle opname.
Aan de linkerkant zit Lambert Dijkstra, een zoon van de op 30 september 1920 overleden bakker Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar. Lambert Dijkstra heeft na de dood van zijn vader nog een tijdje de bakkerij voortgezet.
Zijn zwager Hendrik Trompetter zit naast hem. Naast Hendrik Trompetter zit zijn vrouw Trijntje Dijkstra, de zuster van Lambert Dijkstra. Toen Lambert op Kalteren woonde, heeft Trijntje het winkeltje van haar ouders voortgezet. Achter haar staat Janna Trompetter, de zuster van Hendrik Trompetter. Zij was getrouwd met boer en timmerman Hendrik Houwer uit Diever. Naast Trijntje Dijkstra zit Margje Houwer, dochter van timmerman Hendrik Houwer en Janna Trompetter. Margje Houwer was getrouwd met Johannes Nijzingh. Ze heeft haar pasgeboren en zo te zien goed ingepakte, naar haar grootmoeder vernoemde, dochter Janna op schoot. Rechts staat Jan van der Weij (Jan Kanon). Hij was geen familie van de genoemde mensen.
Ook op andere plaatsen in de gemeente werd turf gewonnen. Jan en Harm Hessels staken turf uit een veentje aan de Geeuwenbrug. Wittelter boeren wonnen turf uit het Holleveen en de Zandlotten. Ook langs de Vledder Aa werd turf gestoken. Rensje Donker herinnerde zich dat ze vaak turven moest keren in een veentje bij Wateren. Ook bij het Adderveen en in de Hertenkamp werd lange tijd turf gestoken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het dierenparkje met de naam Bakkersveentie aan de Haarsmastraat in Wapse op 26 april 2018 gemaakt.
Op het internet is het dierenparkje aan de Haarsmastraat in Wapse ook te vinden. Let op de afbeelding van het dierenparkje vooral op het erg zeldzame zitbankje.
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1859 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren.
Hendrik Trompetter is geboren op 24 maart 1892 in Wapse en is overleden op 16 december 1985 in Wapse. Hendrik Trompetter was getrouwd met Trijntje Dijkstra.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Janna Trompetter is geboren op 3 september 1881 in Wapse en is overleden op 8 november 1973 in Deever.
Hendrik Houwer is geboren op 19 mei 1880 in Deever en is overleden op 20 februari 1970 in Deever.
Margje Houwer is geboren op 21 augustus 1905 in Deever. Ze trouwde op 15 mei 1926 op twintigjarige leeftijd met Johannes Nijzingh. Zij is in 1987 op 77-jarige leeftijd overleden.
Johannes Nijzingh is geboren op 19 mei 1904 in Deever en is overleden op …… in …..
De gegevens van het poppie Janna Nijzingh ontbreken nog. Ze moet al kort na het huwelijk van Johannes Nijzingh en Margje Houwer zijn geboren. Het zou kunnen zijn dat Janna Nijzingh nog leeft.
De gegevens van Jan van der Weij ontbreken nog.
De bezoekers van het Deevers Archief worden vriendelijk verzocht ontbrekende, aanvullende of verbeterende gegevens van de personen op de foto bij de redactie te melden, in het bijzonder van Janna Nijzingh.

Posted in Alle Deeversen, Diever, ie bint 't wel ..., Topstukken, Wapse | Leave a comment

Vincent en Daniëlle houden van elkaar

In de buurt van het Monument van mr. A.C. op Berkenheuvel staan beuken, die een bast hebben, die heel geschikt is om met een scherp mes (bijvoorbeeld een Kloezie) in te snijden. Zeker in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw kwam het nog wel voor dat verliefde stelletjes hun verkering ‘vereeuwigden’ in een houtsnede in een beuk. Vincent en Daniëlle. Twee namen met daartussen een met een pijl doorboord hart. De letters van de houtsnede worden door het groeien van de boom elk jaar iets groter en deze letters zijn door de jaren heen steeds slechter te lezen en zullen uiteindelijk vervagen.
De rodondendrons bij het Monument op Berkenheuvel bevinden zich in een verhoute en slecht onderhouden staat. Het lijkt alsof de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C. in geen zestig jaar naar deze struiken hebben omgekeken. De redactie raad de zeer vele erfgenamen/nazaten van mr. A.C aan deze hinderlijke struiken te verwijderen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 25 april 2018 gemaakt. De rodondendrons bloeiden nog niet.
De zwart-wit ansichtkaart is in juli 1951 uitgegeven. In die tijd stonden geen rodondendrons bij het monument, zodat het monument van alle kanten goed was te zien.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Monument Berkenheuvel | Leave a comment

Oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-leunstoelen

Zo nu en dan is het mogelijk tweede-hands of derde-hands of vierde-hands oerdegelijke en onverwoestbare STAKO-stoelen via een webstee op het internet te kopen. In dit geval gaat het om vier retro-design stoelen met een leuning. Zie de bovenste twee afbeeldingen.
N.V. Meubelfabriek ‘De Toekomst’ an de Deeverbrogge was de maker van deze STApelbare en KOppelbare leunstoelen.
Achter op een STAKO-stoel zit een metalen plaatje met daarop de tekst Meubelfabriek de Toekomst, STAKO, Dieverbrug, Tel. 15. Later had het maakbedrijf telefoonnummer 415 en nog weer later telefoon 1415.
De redactie van het Deevers Archief beschouwt nog bestaande STAKO-stoelen als zeldzaam Deevers industrieel erfgoed. Goed onderhouden exemplaren zijn museumwaardig en zouden zeker niet misstaan in het Drentsch Museum in Assen.
Zie ook het bericht Sukersakkie van Meubelfabriek De Toekomst.
Zie ook het bericht STAKO-meubelen: STApelbaar en KOppelbaar.
De maker van deze foto’s, de heer Joost Flikweert van de kringloopwinkel Het Groene Wonen in Drachten, gaf welwillend toestemming de drie foto’s in het Deevers Archief te publiceren. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Erfgoed, Meubelfabriek 'de Toekomst', STAKO-meubelen | Leave a comment

Tekening van de Aachterstroate van Jan Planting

Het Museum van Smallingerland in Drachten heeft een grote verzameling tekeningen van de kunstenaar Jan Planting, waaronder een fraaie tekening van de Aachterstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Jan Planting heeft deze tekening in augustus 1948 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft lang gezocht naar een goed gelijkende foto van dit getekende dorpsbeeld, maar heeft deze niet kunnen vinden. De redactie is vooralsnog van mening dat de kunstenaar de tekening ter plekke heeft gemaakt en dat daardoor aan deze tekening een zekere documentaire waarde moet worden toegevoegd. Het dorpsbeeld op de kleurenfoto wordt op de voorgrond ontsierd door gemeentelijke betuttelpaaltjes en bij het huis aan de linkerstaat staat een overbodig gemeentelijk metalen voorwerp waarin buurtbewoners opgeveegde boombladeren kunnen gooien.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 4 november 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van deze kleurenfoto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de tekening in 1948. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een positie in de buurt van de wit geverfde zwerfsteen maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.
De bezoeker van de webstee Deevers Archief wordt tevens verwezen naar het bericht Beeld van de Aachterstroate in 1906.


Posted in Achterstraat, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

Het einde van het landgoed Berkenheuvel

In 1851 verkocht de boermarke van Wapse 50 hectare grond aan Johannes Bernardus Stoop (1781-1856). Het is niet meer na te gaan of deze de naam Berkenheuvel voor het eerst gebruikte, of dat dit al een bestaande streeknaam was.
Het bezit werd geleidelijk uitgebreid en wisselde enige keren van eigenaar. In 1890 kwam het in handen van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. Van Daalen had het landgoed leren kennen als jachtvriend van de eigenaren en was zeer getroffen door het grote natuurschoon. Toen hij het verwierf was het landgoed 954 hectare groot: 500 hectare zand, 320 hectare bos, 130 hectare heide en 4 hectare bouwland.
In Drenthe waren in die tijd nog zandverstuivingen aanwezig, Soms werd een dorp bedreigd door het oprukkende zand. Enkele zandverstuivingen lagen op het landgoed Berkenheuvel. Waren die bij de overheersende zuidwestenwinden een bedreiging voor Diever of Wapse ? Van Daalen heeft echter geijverd voor het vastleggen van deze zandverstuivingen. In 1925 was dat doel bereikt: op het landgoed, toen 1360 ha groot was nog slechts 20 ha zand, dat geen gevaar meer opleverde. In de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw is nog ongeveer 30 hectare heide ontgonnen tot bouwland, voornamelijk in de Hertekamp en deels langs de Doldersumsweg.
Het landgoed was doorsneden door smalle, langgerekte stroken grond van andere eigenaren. Door koop of door ruiling heeft Van Daalen het landgoed tot een aaneensluitend geheel gemaakt.
Op de arme gronden van Berkenheuvel was bosbouw een armoedig bedrijf. Van Daalen heeft veel geëxperimenteerd met exotische boomsoorten in de hoop, dat hij een soort zou vinden, die het ook op de schrale grond wat beter zou doen. Daardoor is een zeer gevarieerd bosbeeld ontstaan met een grote afwisseling van boomsoorten.
Er zijn veel plannen gemaakt om het landgoed meer rendabel te maken: exploitatie van een hotel, paddestoelenkwekerijen (cantharel en eekhoorntjesbrood kwamen in overvloed voor), enzovoort.  Het enige wat enig resultaat heeft gehad is de aanschaf van een houtzaagmachine geweest, die planken zaagde, zowel voor eigen gebruik als voor afnemers.
In 1927 kreeg het landgoed de juridische vorm van naamloze vennootschap: N.V. Maatschappij tot exploitatie van het landgoed Berkenheuvel.
Door aan- en verkoop van grond wisselde de grootte van het landgoed vrij sterk. Toen Van Daalen in 1939 overleed, was het ongeveer 1200 hectare groot. Het beheer werd overgenomen door zijn jongste zoon, ir. Mello van Daalen. Deze was zich zeer bewust, dat hij niet zoveel tijd in het beheer kon steken als zijn vader, maar ook dat hij veel minder van bosbouw en landbeheer afwist dan zijn vader. Mr. A.C., zoals hij in de familie werd genoemd, had het beheer gevoerd met de goede boswachters Marten Wouwenaar en Wolter Smit. Ir. Mello van Daalen vond meer deskundige hulp in de persoon van ir. W.K.J. de Wit, gepensioneerd opperhoutvester uit het voormalige Nederlands-Oost-@Indië. De Wit en Wolter Smit maakten in 1940 het eerste vijfjarenplan en in 1946 een tienjarenplan.
Berkenheuvel heeft in de Tweede Wereldoorlog weinig te lijden gehad van directe oorlogshandelingen, echter wel werd enorme schade geleden in de laatste oorlogswinter, toen de bezetter willekeurig door het hele landgoed heen het beste en zwaarste hout velde. Na afloop van de oorlog is slechts een deel daarvan teruggevonden en daarvan is weer een groot deel gestolen en in beslag genomen.
De sterke steiging van lonen en sociale lasten en de daling van de houtprijzen, samen met de sluiting van de mijnen (Berkenheuvel leverde veel mijnhout) maakten na de Tweede Wereldoorlog, dat de exploitatie steeds meer verliesgevend werd. In 1969 besloot de N.V. het landgoed te verkopen. Staatbosbeheer en Natuurmonumenten verwierven elk ongeveer de helft.
De nakomelingen van mr. Albertus Christiaan van Daalen bezitten nog ongeveer 26 ha.

Posted in Berkenheuvel | Leave a comment

De zaandweg deur ’t Grünedal

De redactie van het Deevers Archief laat van het oude Deever graag mooie beelden uit haar archief zien. Een van de meest fotogenieke plaatsen in de gemiente Deever is de slingerende zandweg door het Grünedal, gezien vanaf de Bosweg.
De eerste afbeelding van het Grünedal is van een ansichtkaart, die in 1953 is uitgegeven door Roelof van Goor, Kantoorboekhandeld an de Kruusstroate in Deever. In die tijd werd er nog rogge verbouwd op de nes.
In het eerste huis woonde het echtpaar Jitse Betten en Eltje Oost.
De tweede afbeelding van het Grünedal is van een ansichtkaart die in juli 1953 is uitgegeven door Hendrik Mulder (Moessie Peep), Drogisterij ‘de Gaper’, Deever.
Wijlen mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, wist al direct bij zijn aankomst in Deever in 1891 dat de veldnaam van de akkers aan de rechterkant van de eerste foto Grünedal was.
Toch gaf de voorkant van het gelijk – al dan niet gehinderd door enige historische kennis van de gemiente Deever – de weg door het Grünedal volkomen onterecht de naam Heezenesch.
In de zestiger (?) of zeventiger jaren (?) van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van het Grünedal door burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen vernield en opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de fraaie bochtige zandweg werd omgebouwd tot een rechte asfaltweg.

Abracadabra-1551

Abracadabra-1550

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Groenendal, Veldnamen, Zandwegen | Leave a comment

Gebroeders Harm en Jaap Mulder weten er alles van

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend bericht. De redactie wil zo één bericht natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 1967 verscheen op de volledige bladzijde 15 het volgende artikel over de Deeverse dorpsfiguren gebroeders Harm en Jaap Mulder, die an de Heufdstroate tegenover de smederij van ‘de Kloeze’ woonden.

De gebroeders Mulder weten er alles van
Het spinmoal en de snikke
“De ruimtevaart ? Je moet even aan het idee wennen. Als je vijftig jaar geleden zou zeggen dat er nog eens een tijd zou komen, dat je in één nacht van Nederland naar Canada zou kunnen vliegen, verklaarden de mensen je voor gek, maar het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld en niemand kijkt er meer van op.” Deze woorden worden gesproken door Harm Mulder uit Diever, die ondanks het feit dat hij al 84 jaar oud is, deze wereld van automatisering beslist niet verafschuwt en in al zijn weloverwogen zinnen overduidelijk naar voren laat komen dat hij het oog houdt voor de reusachtige ontwikkelingen, die zich in de afgelopen decennia hebben voltrokken en zich in de toekomst nog voltrekken zullen. “Vroeger ? O, ja, het leven was veel gemoedelijker. Nu schijnt iedereen zich te moeten haasten, maar of het vroeger beter was … Sociale voorzieningen waren er bijna niet. De mensen leefden vaak in bittere armoede. Landarbeiders, die soms met grote gezinnen in krotten hokten, hadden midden in de winter geen aardappel meer in huis en hun bestaan hing af van de liefdadigheid van anderen. Het laatste toevluchtsoord was vaak het armenhuis. Meneer, de mensen leven nu in welvaart, maar ze beseffen het niet altijd. Ze zijn nog ontevreden; is het niet droevig ?”

Harm Mulder woont met zijn 80-jarige broer Jaap in een keuterboerderijtje aan de Hoofdstraat in Diever. Aan die straat wonen de Mulders hun lange leven al. Tot 1915 woonden ze met hun ouders in een boerderij een eindje verderop, maar in dat jaar ging deze boerderij in vlammen op en al het vee en huisraad verbrandde. De inboedel, die in die jaren al antiek was, vertegenwoordigde een kapitaal. Harm Mulder wijst op een paar grote koperen ketels, die in de hoek van de kamer staan. “Dat soort spullen bedoel ik nou.” Dan neemt hij ons mee naar buiten en wijst naar een manufacturenwinkel. “Daar woonden we vroeger, samen met de familie Boelens.”
Als Harm en Jaap Mulder op de praatstoel zitten komen ze er niet zo gemakkelijk af. Het zijn gezellige vertellers, die vaak herinneringen uit het oude Diever ophalen en het is dan ook niet verwonderlijk dat er voortdurend oudere inwoners even bij hen komen aanwippen, om ’t laatste dorpsnieuws te horen of om ‘zomaar’ een praatje te maken. Harm en Jaap Mulder zijn uit Diever even moeilijk weg te denken als de oude hervormde kerk, die vanaf de Brink het dorpsbeeld beheerst.
De Mulders gingen vroeger, evenals hun leeftijdgenoten, op school bij meester Kuper, die lange tijd de scepter zwaaide in het gebouw, waar nu het gymnastieklokaal is.
De onderwijsmethoden verschilden heel wat met die van nu en het was helemaal geen uitzondering als de leerlingen ‘lijfstraffen’ kregen. “De lineaal kwam er wel eens aan te pas als het niet helemaal naar de zin van de meester ging”, zegt Harm nu, lachend als hij aan die tijd terugdenkt. “Het leerlingental was erg onregelmatig. Leerplicht was er niet en de arbeiderskinderen zag je ’s zomers niet komen. Die moesten op hun broertjes en zusjes passen als de ouders aan het werk waren of ze liepen met de schapen langs de weg. Tegen de winter kwamen ze weer op school. ‘Winterkraaien’, noemde meester Kuper die kinderen.”
Harm en Jaap hebben hun leven doorgebracht met werken in de landbouw, als houthakker of ze groeven waterputten voor de boeren in de omtrek. Jaap weet nog dat hij als houthakker twee gulden per dag verdiende, wat een hoog loon was. Harm: “Een daggelder in de landbouw verdiende maar een gulden.” Jaap verbetert: “Nee, zo was het niet, zestig cent en ’s winters veertig cent. ”
Als de 71-jarige oud PTT-besteller Arend Trompetter binnenkomt, vindt hij het gezellig als hij hoort dat er over oud-Diever wordt gepraat. Hij gaat zitten en vertelt dat er in Diever vroeger een grote paardenmarkt was, die bekend was in het gehele noorden en waar kooplui uit het buitenland soms honderd paarden tegelijk kochten. Ook was er een schapen- en een geitenmarkt, die op de Brink werd gehouden. Trompetter: “Deze markten waren altijd hele feestdagen voor het dorp. Bij de kerk stond een draaimolen en een Kop van Jut. Maar het was allemaal geen pais en vree, want dit waren juist de dagen dat de onderlinge vetes tussen jongelui uit Diever en die uit de naburige dorpen werden uitgevochten, waarbij dikwijls het mes werd getrokken. Als een jongen uit een ander dorp met een Dieverse uit wilde, kostte hem dat een kruik jenever van tachtig cent. Het ‘glaasje op, laat je rijden’ was er niet bij, want iedereen moest lopen.”
De gebroeders Mulder gingen vroeger met de trekschuit naar de Meppeler markt. Om vijf uur vertrok de boot, de zogenaamde snikke vanuit Dieverbrug. In het vooronder liepen de varkens, die in Meppel van eigenaar zouden veranderen, in het ruim krioelden de biggen en in de bedompte kajuit zaten de passagiers, die tegen elkaar hele verhalen afstaken, die wel leuk waren om te horen, maar die vaak niet geheel op waarheid berustten. “Dat waren de snikkepraatjes”, zegt Harm, die nog best weet dat de schippers van de trekschuit, de ‘snikkevaarders’, Klasens en Warries heetten. “De vrouwen moesten wel eens in de lijn lopen en dan zei de schipper: “Je moet de vrouwen altijd in de gaten houden.””
In de jaren 1915-1916 ging de tram van Dieverbrug naar Meppel rijden en toen werd het vervoer wat gemakkelijker. Harm weet niet hoe lang een dergelijke reis duurde, maar als hij in Meppel een sigaar opstak en langzaam rookte kon hij tot Dieverbrug met de sigaar doen.
Harm en Jaap Mulder waren trouwe bezoekers van de catechisatie van de gereformeerde kerk, die werd gegeven door de oude dominee Dijkstra, die in Diever zijn veertigjarig ambtsjubileum vierde. Zo’n zestig jaar geleden was dominee Van Dalsem voorganger in de Hervormde Kerk. “Op één van deze catechisaties miste dominee Dijkstra een jongen, die niet was gekomen. Wij vertelden de dominee, dat de jongen naar Hijken was, naar een meisje waarop de dominee vermanend zei: “Hijken, Hijken, het land van wellust en vermakelijkheid, Hijken het oude spinnehuis.””, zegt Harm, die ondeugend begint te lachen als het gesprek op de liefde komt. “Ja”, zegt Trompetter, “vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes.”
Als Jaap zich even in de keuken heeft teruggetrokken om een kopje koffie te zetten, beginnen Harm en Trompetter te praten over de toenaderingen tot het vrouwelijk geslacht, en vooral over de spinmoalen die na Nieuwjaarsdag plaatsvonden. “De huwbare dochters zaten dan in het achterhuis aan het spinnewiel te wachten op de komst van de jongelieden, die hun hoofd voorzichtig om de deur staken. Als de meisjes dan begonnen te zingen: “Snor, snor, snor, wat zijn de jongens dor.”, dan was dit een stille wenk dat de jongelieden wel binnen mochten komen. Er zijn wel huwelijken uit dit soort bijeenkomsten voortgekomen.”
Trompetter vertelt dat er vroeger in het café van zijn ouders ook wel eens dansavonden werden gehouden, die alleen toegankelijk waren voor paren. Vrijgezellen werden angstvallig geweerd en als ze toch naar binnen wilden, werden ze zonder pardon van de trap gegooid.
Deze dansavonden, de bijeenkomsten die door de kerk waren georganiseerd en de jaarmarkten, waren eigenlijk de enige vorm van ontspanning, die de mensen in Diever kenden en daarom vormden ook de bezoeker van een zekere Slieker een welkome afwisseling, vooral voor de schooljeugd. Slieker kwam in Diever met een voorloper van de moderne projector, de cinematograaf, die hij voor café Brinkzicht, in die dagen geëxploiteerd door kastelein Hummel, liet afdraaien. Hij maakte dan gebruik van de volgende slagzin: “Hij komt, wie komt, Slieker komt met zijn cinematograaf of levende beelden.”
Een jaar of tien later, het zal in de twintiger jaren zijn geweest, zo vertelt Harm Mulder, ontstond er op warme zomeravonden voor de winkel van manufacturier Zaligman, een oploop als die grammofoonplaten draaide op zijn piepende patofoon. Het waren de dagen van de uitvindingen, die ook Diever bereikten. Zo herinnert Mulder zich nog dat de eerste automobiel, piepend en knallend door het centrum van het dorp reed, gevolgd door de schooljeugd, die het vehikel gemakkelijk bij kon houden. En verder het verhaal van de landbouwer Jan Haveman Mzn. uit Wapse, die zestig jaar geleden de eerste hulpmeststoffen in ’t nachtelijke duister op zijn akkers strooide, omdat hij bang was dat de bevolking anders zou zeggen dat hij niet goed wijs was door de toepassing van de nieuwe bemestingsstoffen.
De klederdrachten hebben zich in Diever niet kunnen handhaven; alleen bij bijzondere gebeurtenissen komen de Drentse kostuums nog uit de kast. Harm: “Vroeger droegen de mannen een duffelse jas, die wel een leven lang meeging als hij een keer gekeerd werd. De vrouwen kregen oorijzers als ze zestien of zeventien jaar werden en het haar mochten opsteken. Aan deze oorijzers kon je zien uit welk milieu de vrouwen kwamen. Arbeidersvrouwen hadden een zilveren oorijzer, de andere vrouwen een gouden en de ‘upper ten’ had nog een gouden plaat op het oorijzer.
Aan de klederdrachten kon je ook zien of iemand in de rouw was, want in die dagen werd bij het overlijden van een familielid een jaar lang diepe rouw betracht.”, zegt Harm. “Ja,”, vult Jaap aan, die inmiddels weer in de kamer is gekomen en een kopje koffie met een Drents koekje presenteert, “de vrouwen die in de rouw waren droegen een dichte muts over het oorijzer. In de periode na de diepe rouw droeg de vrouw weer een andere muts.
Trompetter is blij dat de tijden veranderd zijn. “Er was vroeger bittere armoede. De arbeider had een achttienurige werkdag en als hij zes gulden in de week verdiende had hij een reuzeloon. In de wintermaanden als er voor hen geen werk was, werd er door de kerken brood uitgereikt en als er een noodslachting was, werd het vlees verdeeld onder de armen. Nu is er welvaart.”
Terwijl Harm Mulder met zijn hand langs de kin strijkt, komt zijn gesprek nog even op barbier Vierhoven, die de inwoners op de deel van de baard bevrijdde. Het kostte drie cent en dan kreeg je koffie toe.
Als we Harm en Jaap Mulder en Arend Trompetter vragen wat ze van het Diever anno 1967 denken, een Diever dat zich steeds meer gaat toeleggen op de recreatie, zeggen ze: “De boeren houden niet van de recreatie. Je moet eens zien wat de stadse bevolking in de zomermaanden vernield. Maar ja, de middenstand heeft in de zomermaanden belang bij recreatie en daar moet je ook naar kijken. De tijden zijn nu eenmaal veranderd.”

De tekst bij de afbeelding van ansichtkaart van de Kleine Peperstraat luidt als volgt:
Een dorpsbeeld van Diever, dat op deze foto doet denken aan een Zwitsers bergdorp. De foto, die dateert uit 1910, is genomen vanaf de Pepersteeg.

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van café Brinkzicht luidt als volgt:
Café Brinkzicht in vroeger dagen (1910).

De tekst bij de afbeelding van Arend Trompetter luidt als volgt:
… vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes …

De tekst bij de afbeelding van Jaap Mulder luidt als volgt:
… kopje koffie met Drentse koek …

De tekst bij de afbeelding van Harm Mulder luidt als volgt:
… er is nu welvaart …

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge luidt als volgt:
Boven: De Drentse Hoofdvaart bij de Dieverbrug, een oud vrachtschip wordt geladen (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de plaggenhut luidt als volgt:
Links: Een plaggenhut in Wapse (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de Kruusstroate in Deever luidt als volgt:
Onder: De schooljeugd van Diever kwam in 1910 op de foto.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het interview met Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter werd gehouden in het huis met adres Hoofdstraat 60 in Deever. Dit huis is te zien op bijgaande kleurenfoto. De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 20 november 2005 gemaakt.
De redactie wil graag zo snel mogelijk van alle vijf in het artikel ‘Het spinmoal en de snikke’ getoonde ansichtkaarten een afbeelding in het Deevers Archief tonen. De redactie wil ook graag een afbeelding van Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter bij dit bericht in het Deevers Archief tonen.
De afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge is al opgenomen in het bericht Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’. Deze ansichtkaart is niet in 1910, maar in 1905 uitgegeven. 

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Dorpsfiguren, Hoofdstraat | Leave a comment

Een Spartaans hangkotje op de Langparkeerbrink

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 25 september 2017 stond het volgende berichtje over een culturele gebeurtenis van de eerste orde binnen de grenzen van de gemiente Deever. Deze gedenkwaardige gebeurtenis zal ongetwijfeld rechtstreeks en zonder enige betuttelende ballotage in het geschiedenisboek van de gemiente Deever worden vermeld.

Jeugd Diever heeft eigen plek
Jongeren Ontmoetings Plaats bij sportvelden
Diever. De jongeren in Diever hebben een eigenplek. Wethouder Homme Geertsma heeft samen met een aantal jongeren de JOP, een Jongeren Ontmoetings Plaats, geopend.

De Jongeren Ontmoetings Plaats in Diever is gerealiseerd in de nabijheid van scholengemeenschap ‘Stad en Esch’ en het sportterrein Westeres van de voetbalvereniging Diever/Wapse. Hij is geplaatst op het parkeerterrein. De JOP is geheel van metaal en voorzien van banken. De jeugd kan nu overdekt zitten en elkaar gezellig ontmoeten. De JOP is voorzien van de tekst: ‘Hangen oké  ! Overlast nee ! En rotzooi opruimen !’
Geertsma opende de JOP door samen met jongeren uit Diever de poster te plaatsen waarop de afspraken staan die zijn gemaakt. Men mag geen lawaai maken en harde muziek is geheel niet toegestaan. De wethouder zei dat het goed was om te zien dat de gemeente, de jongeren en de omwonenden gezamenlijk tot een prachtige ontmoetingsplek waren gekomen.
‘Een JOP waarin jongeren gezellig kunnen praten en bij elkaar kunnen zijn. En doordat we onderling goede en duidelijke afspraken hebben gemaakt, ga ik er van uit dat we allemaal plezier beleven aan de JOP.
Overlast
Naast de Jongeren Ontmoetings Plaats is een afvalbak geplaatst. Deze is volgens omwonenden nog niet heel erg opgevallen, gezien het vele afval in de JOP afgelopen weekeinde.
In Diever wordt gehoopt dat door de realisatie van de JOP de overlast die rondhangende jeugd regelmatig veroorzaakt bij de openbare lagere school ‘de Singelier’ en in de overdekte picknickplaats aan de Bosweg minder wordt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Volgens de webstee van de voorkant van het gelijk is de hoogedelachtbare heer Homme Geertsma de CDA-wethouder voor het beheer van de openbare ruimte, milieu, onderwijs, sport en jeugdzorg. Dat zijn heel wat dikke zware, vette, dure portefeuilles bij elkaar, maar dat kwam bij deze topgebeurtenis mooi uit: één wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het beheer van duurzame objecten in een duurzame openbare ruimte binnen de gemiente Deever én bovendien politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd.
JOPsbode Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk kwam met een opgeheven moraliserend wijsvingertje en met het volgende JOPsbericht naar het Spartaanse rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink aan de straat met de naam Westeresch in Deever: ‘Hangen oké ! Overlast nee ! Rotzooi opruimen ! Geen lawaai maken !’  ‘Geen harde muziek afspelen !’
Als de rondhangjeugd in de buurt van het rondhangkotje toevallig eens een keer een beetje afval maakt in de vorm van bijvoorbeeld een leeg blikje van een energiedrankje, dan is het bevel ‘En rotzooi opruimen !’. Rondhangjeugd trapt rotzooi, rondhangjeugd maakt rotzooi, rondhangjeugd is rotzooi.
Dat minachtende woord rotzooi geeft al meteen aan dat de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma de Deeverse jeugd om het op zijn Deevers te zeggen ‘veur gien cent in de reek’n hef’ of anders gezegd ‘minder in de reek’n hef dan un vurrotte kool’, 
want op de webstee van de voorkant van het gelijk wordt wel degelijk gebruik gemaakt van de termen afval en zwerfafval en niet rotzooi en zwerfrotzooi.
De hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma hoefde in zijn JOPsbericht niet het bevel ‘Niets vernielen !’ op te nemen, want het massief dikstalen en militair-donkergroen gespoten Spartaanse rondhangkotje valt niet te vernielen.
Het zware orkaanbestendige Spartaanse rondhangkotje kan ook onmogelijk worden omgeduwd.
Hij had voor alle zekerheid in zijn JOPsbericht wel het bevel ‘Niet spuitverven !’ kunnen opnemen.
Het Spartaanse rondhangkotje kan ook niet in brand gestoken worden, want staal is nog steeds niet brandbaar.
Kortom de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk is er volledig in geslaagd de Deeverse rondhangjongeren een onpersoonlijk, onaantrekkelijk, ongezellig en afstotelijk Spartaans rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink op de Westeresch van Deever door de strot te duwen.
Deze indruk wordt versterkt door de slechte anti-propagandafoto van de voorkant van het gelijk, waarop een erg eenzame hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma nota bene met de rug naar de fotograaf bezig is met het doorknippen van een wellicht door hemzelf meegebracht en opgehangen rood-wit geblokt plastic wegenbouwlintje met een wellicht door hemzelf meegebracht schaartje. Of heeft hij voor de zekerheid altijd een schaartje in zijn binnenzak ? Je zou verwachten dat het doorknippen van dat lintje gedaan mocht worden door een vertegenwoordiger van de rondhangjongeren, maar nee …. Op de foto zijn in de verste verte geen, ook niet achter de bosjes bij de twee langparkeerauto’s, rondhangjongeren te bekennen. Echt niet ! Maar deze staan ongetwijfeld in groten getale achter de maker van de krantenfoto. Echt wel ?
Dan is de onthulling van het Spartaanse rondhangkotje voor de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma zo in de aanloop naar de 2018-gemeenteraadsverkiezingen toch wel als een soort van negatief persmomentje, als een soort van deceptietje te beschouwen, want een wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd moet op zijn minst zorgen wel omringd door rondhangjongeren op de foto te komen. Toch nog maar gauw even een schriftelijk snelcursusje ‘Hoe ga ik om met mijn klanten’ volgen ? Want rondhangjongeren mogen tegenwoordig al stemmen als ze achttien jaren jong zijn.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s van het Spartaanse rondhangkotje op 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Eerst perk A op de kaarhof van Deever ruimen

Voordat je als kind of kleinkind of achterkleinkind of achterachterkleinkind het in de gaten zou kunnen hebben, zouden de overijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk – die hun bureautje in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben staan – op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever kunnen beginnen met het opruimen van de stoffelijke resten van een ouder of een grootouder of een overgrootouder of een overovergrootouder in één van de perken A tot en met Z.
Als vanwege het voorgewende of geveinsde ruimtegebrek op de kaarkhof van Deever dan zo nodig een perk zou moeten worden geruimd, dan is dat voor de erfgenamen van de stoffelijke resten en de grafsteen ethisch en juridisch gezien alleen te verantwoorden als de overijverige werkertjes beginnen bij de grafen in het zo genoemde perk A.
De Engelsen zeggen dat zo: first in, first out. Wie het eerst is begraven, die wordt ook het eerst geruimd. Dus de conclusie is dat de stoffelijke resten in perk A in volgorde van overlijden en zonder aanziens des persoons het eerst moeten worden geruimd.
En dan kan het wel zo zijn dat de overijverige bestuurdertjes van de zo genoemde Historische Vereniging Gemeente Diever -niet gehinderd door enige kennis- wel voortdurend en heel hard schreeuwen en brullen en lobbyen dat perk A van historisch belang is en dan kan het wel zo zijn dat de ijverige werkertjes van de genoemde vereniging als een soort van tijdverdrijf zo nu en dan in perk A hier en daar de gevallen bladeren opharken, hier en daar een grafsteentje rechtzetten, hier en daar de korstmosjes van een grafsteen wegkrabben of hier en daar de rode grafsteentor bestuderen, maar dat heeft nul en generlei waarde, dat doet niets af aan het ethische, objectieve en juridisch te volgen principe dat de oudste stoffelijke resten in het oudste perk A het eerst worden geruimd, en niet subjectief eerst perk D waar veel arbeiders liggen en dat perk K en dan perk B waar veel dikke boeren en notabelen liggen.
In het geval van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis, die begraven zijn in perk A, zal het overijverige werkertje van de voorkant van het gelijk inderdaad -als een soort van beginnend notarisklerkje- overijverig en gratis overuren makend op zoek moeten gaan naar alle erfgenamen van de stoffelijke resten van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis en de grafsteen en hen via een officieel document de wettelijke en objectieve mogelijkheden voor het omgaan met de stoffelijke resten en de grafsteen en de geldelijke gevolgen van een keuze mee te delen.
Jan Lefferts ten Brink is geboren op 1 juni 1850 in Deever en is op 30 april 1887 overleden in Wittelte. Hij is een zoon van Leffert ten Brink en Grietje Hessels. Jan Leffert ten Brink was boer in Wittelte.
Geertje Veenhuis is geboren op 18 maart 1858 in Wapse en is op 29 mei 1915 overleden in Wittelte. Zij is een dochter van Fokke Jans Veenhuis en Annechien Niklaas Krijthe.
Op de grafsteen staat de eerste regel van psalm 103, vers 8.
Dit vers heeft betrekking op de vergankelijkheid van het leven, het sterven en de rouw.
De tekst van psalm 103, vers 8 luidt als volgt:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachteloos is en teer,
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren,
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2017 gemaakt.
De redactie is bezig alle grafstenen in alle perken van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te fotograferen.

Posted in Diever, Kerkhof | Leave a comment

Plattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemienten DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de nieuwe voorkant van het gelijk het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.
Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van het dorp Deever.
De voorkant van het gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te plaatsen. Zie de twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief gelukkig op 2 januari 2017 heeft kunnen maken.
De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de voorkant van het gelijk hebben overgedragen ? Of dat de voorkant van het gelijk het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.
En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar staan toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma ??) het plaatje niet verwijderen.
De vraag is of het nederlandsebondvanplattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, op de Schultehuisbrink niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de voorkant van het gelijk op de plaats van het prachtige zitbankje veel reclame voor William Shakespeare zal gaan maken.
De voorkant van het gelijk lijdt immers ook zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-Saksiche Schultehuisbrink voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink aan de Heezenesch van Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de voorkant van het gelijk binnenharkt uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.
Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de Schultehuisbrink zal worden verbannen ?
De redactie van het Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van de voorkant van het gelijk met al de vele zijnen van de voorkant van het gelijk achter de vele ramen van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-Saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeerscirculatieplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer meer) op deze niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel Saksische Schultehuisbrink zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet origineel-Saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven ..


Posted in Achterstraat, Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kleine Brink, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

De Koekoeksvijver op Berkenheuvel

De Koekoeksvijver op Berkenheuvel is op een aantal zwart-wit ansichtkaarten afgebeeld, De wat de redactie van het Deevers Archief betreft mooiste afbeelding is bijgaande afbeelding uit het einde de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Bij nadere beschouwing is aan de linker boom op de voorgrond een bordje met daarop de naam Koekoeksvijver bevestigd.
De huidige eigenaar van dit deel van Berkenheuvel doet niet meer aan onderhoud van aan bomen gespijkerde bordjes van mr. A.C. van Daalen en ook niet meer aan het plaatsen en onderhouden van zitbankjes en het onderhouden van wegen.
De bezoeker van Berkenheuvel wordt geacht bij de Koekoeksvijver vooral door te lopen, fietsen is daar nog nauwelijks mogelijk, een zitbankje is niet meer aanwezig, dus snel weg te wezen of sterker nog: niet te komen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van een toevallig met een laagje ijs bedekte Koekoeksvijver gemaakt op 21 januari 2016.
Wie herinnert zich nog die echte winters in de zestiger jaren van de vorige eeuw, waarin de Deeverse jeugd deze vijver gebruikte als schaats- en ijshockeybaan ?


Posted in Afbeeldingen, Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosgezichten, Koekoeksvijver | Leave a comment

Ansichtkoate van de Deeverbrogge uut 1954

De redactie van het Deevers Archief laat zijn trouwe bezoekers graag meegenieten van nieuwe aanwinsten.
Bijgaande ansichtkaart werd in 1954 uitgegeven door Fa. Kuiper, Levensmiddelenbedrijf te Deever. De firma Kuiper had ook een winkel an de Deeverbrogge bee’j de Sluus. Wellicht is deze kaart in de winkel an de Sluus verkocht. De kaart is an de Deeverbrogge gepost en gestempeld.
Grietje van Wijk stuurde deze kaart in december 1954 naar haar buurjongen Roelie Grit, die een paar huizen verderop woonde.
Roelie Grit was opgenomen in de Christelijke Kindervleugel van de Afdeling Professor Eerland van het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Roelie had bij ‘de febriek’ (de zuivelfabriek) aan het Moleneinde natronloog gedronken uit een fles die ongewoon open en bloot tegen een muur buiten ‘de febriek’ stond. Roelie had dorst en dacht dat in de fles gewoon water zat. Het natronloog verbrandde zijn slokdarm en zijn maag. Zijn lichaam is nooit volledig hersteld van dit afschuwelijke ongeluk. Roelie is niet oud geworden.  Zie het bijgaande overlijdensbericht dat op 21 februari 2010 in de Meppeler Courant stond.

Abracadabra-1536
Abracadabra-1537

Abracadabra-1535

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Zuivelfabriek | Leave a comment

Voetbalclub SHELL – Sport Houdt Elk Lichaam Lenig

Bijgaande foto uit de jaren 1935/1936 is afkomstig uit de verzameling van Jochem Smit uit Steenbergen. Hij kreeg deze foto van zijn vader Helprig Smit, die op deze foto staat.
De foto van het elftal van voetbalclub SHELL (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) is gemaakt op het weiland van boer Roelof Bisschop an de Aachterstroate in Deever, het weiland naast het huidige restaurant The Shakespeare.
De jongens staan in elftalformatie opgesteld.
In het midden vooraan zit de keeper met de voetbal, geflankeerd door de twee backs, de drie spelers in het midden zijn de linkshalf, de stopperspil en de rechtshalf. Achteraan staan de linksbuiten, de linksbinnen, de midvoor, de rechtsbinnen en de rechtsbuiten.
1.
De linksback is Jan Mulder Tzn.
Hij is geboren op 18 april 1910 in Deever als zoon van Teunis Mulder en Maria Houwer.
Zijn dochter Monique Mulder vulde deze gegevens op 29 oktober 2016 als volgt aan.
Hij is geboren op ’t Kasteel in Deever. Hij is in 1947 getrouwd met Pietertje de Jong. Zij is geboren op 8 september 1915 in Bleskensgraaf. Jan Mulder is overleden op 14 mei 1988 in Apeldoorn. Zijn beroep was timmerman.
2.
De keeper is Jacob (Jaap) Kannegieter.
Hij is geboren op 18 februari 1913 en is overleden op 26 mei 1974.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

3.
De rechtsback is Albert Vos
Hij is geboren op 10 augustus 1915 in Deever. Hij was een zoon van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Hij is op 26 januari 2005 overleden.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

4.
De linkshalf is Albert Geerts.
Hij is op 25 juni 1912 geboren in Eursinge (Havelte) als zoon van Klaas Geerts en Femmigje van de Pol,
Hij is geëmigreerd naar Zuid-Afrika.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ? 

5.
De stopperspil is Jan Oostenbrink.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

6.
De rechtshalf is Johannes Mulder Tzn.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

7.
De linksbuiten is Helprig Smit.
Zijn dochter mevrouw Sina Raadgever-Smit (woonachtig in Amsterdam) stuurde op 3 november 2016 de volgende gegevens (hartelijk dank daarvoor).
Hij is op 14 mei 1916 in Deever geboren. Hij was een zoon van Hilbert Smit en Elsje Oost. Hij is op 25 oktober 2003 overleden in Capelle aan de IJssel.
8.
De linksbinnen is Jacob Hulshof.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

9.
De midvoor is Hendrik Punt.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

10.
De rechtsbinnen is Geert Andreae (Andree ?)
Hij is op 30 oktober 1913 geboren in Deever als zoon van Cornelis Andreae (Andree ?) en Jantje Schoenmaker. Hij is overleden in Groningen op 1 februari 1968, hij was toen 54 jaar oud.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

11,
De rechtsbuiten is Arend de Groot.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

Op 3 november 1932 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht:
Diever, 2 november. De voetbalclub SHELL alhier is toegetreden tot den Drentsche Voetbal Bond. Een onmiddelijk gevolg hiervan was dat een nieuw terrein gehuurd moest worden, aangezien het oude niet aan de eischen voldeed. Het bestuur is er in geslaagd een stuk weiland te vinden en heeft nu het terrein meteen in het dorp liggen, hetgeen aan het bezoek zeker ten goede zal komen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
SHELL speelde in de dertiger jaren eerst op het Mastenveldje bij de Studentenkamp aan de Bosweg.
In het jubileumboekje ‘Geschiedenis van de voetbalvereniging Diever’ dat ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de voetbalvereniging Diever is uitgegeven, is bijgaande foto helaas niet opgenomen, is bijgaand artikeltje helaas niet opgenomen en is helaas maar heel beperkt aandacht besteed aan de voorlopers van de voetbalvereniging Diever.
Bijgaande foto is ook gepubliceerd in nummer 10/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Abracadabra-1521Abracadabra-1528

Posted in Afbeeldingen, Diever, Opraekelen, Topstukken, Voetbal | Leave a comment

De resten van de brandpaal bij de Juniperusweg

Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over de bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Zie de bijgevoegde foto’s.
Deze werd op 14 juni 1931 centraal opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam), tegenover de Juniperusweg (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam).
Het was bij Albertus (Bert) Doorman (de kleinzoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen) niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan.
Heb als klant van de eigenaar van Berkenheuvel vooral niet de illusie de plek aan de Middenlaan (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) tegenover de Juniperusweg (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) heden ten dage zo maar te kunnen vinden. De huidige eigenaar doet niet aan bomen vastgespijkerde naambordjes, is systematisch bezig de oorspronkelijke boswegen (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom te doen verdwijnen of te blokkeren. Zijn de klanten van de huidige eigenaar wel welkom op Berkenheuvel ?
Maar hoe moet het dan als de huidige eigenaar de inkomsten uit bosbouw in zijn verdienmodel gaat opnemen ? Dan moet bosbouwmaterieel over de boswegen kunnen rijden. Worden dan de oude boswegen (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) weer in ere hersteld ?
De vraag is wel hoe zo’n brandwacht bij de brandpaal verliep. De dorpskracht kwam op de fiets naar de brandpaal. Was het zijn eigen fiets, was de fiets van de brandweer of had de gulle mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom uit eigen belang een fiets ter beschikking gesteld ? De dorpskracht van de vrijwillige brandweer zat wellicht op een stoeltje onder aan de paal een boek te lezen of te keuvelen met zijn vriendinnetje. Wellicht moest de brandwacht om het kwartier, om het halfuur of om het uur, afhankelijk van de droogte in de bos, in de paal klimmen voor het doen van een waarneming. De brandwacht zal daarvoor in het bezit moeten zijn geweest van een horloge. En als hij een brand waarnam, wat deed hij dan ? Bellen via de slimme telefoon was er toen nog niet bij. Een vuurpijl afschieten ? Of op de fiets gesprongen en naar de dichtsbijzijnde telefoon gesjeesd ? Was in het landhuis Berkenheuvel een telefoon geïnstalleerd ? Of moest de arme dorpskracht helemaal naar Deever racen om alarm te slaan ?
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande vier kleurenfoto’s op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Berkenheuvel, Brandweer | Leave a comment

Mooie oude ansichtkaart van zwembad Dieverzand

Van het zwembad Dieverzand aan de Bosweg in Deever zijn in de loop van de jaren van het bestaan van dit zwembad in de open lucht veel mooie zwart-wit ansichtkaarten uitgegeven. Stel jij jou eens voor dat jij deze allemaal in jouw mooie collectie zou hebben.

De redactie wil de trouwe bezoekers van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart, die tussen 1945 en 1950 moet zijn uitgegeven, graag tonen.

De foto voor deze ansichtkaart moet buiten het badseizoen zijn gemaakt, want de waterstand in het zwembad is laag.

Let vooral op de houten omkleedhokken op de achtergrond. In het midden was de ingang. Links van de ingang waren de omkleedhokken voor de meisjes en de vrouwen en rechts waren de hokken waar de jongens en mannen zich moesten omkleden.

Bezoekers van het Deevers Archief worden opgeroepen van ansichtkaarten of foto’s van het zwembad, die zij in hun bezit hebben, een goede scan te maken en deze in te sturen naar het Deevers Archief. De redactie zal deze met veel plezier publiceren.

abracadabra-133

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Diever, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Over ‘de Baarg’ in het Nieuwsblad van het Noorden

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen het volgende artikeltje over de Baarg van Wittelte. 

Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik III van 12 mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulfo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peelo, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting.
De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de zogenaamde St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de gebroeders zijn bewoond.

Posted in de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

V.C.S.B.-kampen aan de Bosweg – 1922

In de krant Het Vaderland (staat- en letterkundig nieuwblad) van 20 februari 1922 verscheen het navolgende bericht over het kampterrein van de op 8 december 1915 opgerichte Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) in de buurt van het Mastenveldje aan de Bosweg.

Evenals vorige jaren zal de V.C.S.B. dezen zomer op haar kampterreinen te Diever en te Sleen in Drente jongens- en meisjeskampen houden, in totaal vijf, waarvan drie voor jongens, alle 10 dagen durende. Uitnemende instelling! H.B.S.’ers, Gymnasiasten en dat soort volkje worden zoo geleidelijk aan voorbereid om later den V.C.S.B. of C.J.B. te beschouwen als hun geestelijk huis. Vooral de zoogenaamde novietenkampen voor jongens en voor meisjes afzonderlijk, zijn van groot belang. Uit elke academiestad zijn daar studenten, die aan de nieuwelingen alle mogelijke inlichtingen verstrekken. Men verwacht van deze kampen, welke buiten het kader der gewone studentenconferenties worden gehouden, door meer sport en eenvoudiger besprekingen, veel vrucht.
En voor de studenten die deze kampen leiden heeft de omgang met de jongeren groote bekoring en groot nut. Te midden van de vele gevaren die het geestelijk en zedelijk leven bedreigen zijn deze kampen een prachtige tegenweer. Juist ook door hun vroolijkheid en sportieven geest. Voetbal, korfbal, hockey, zwemmen, hardloopen, fietsen, naast het zingen van een ernstig lied, zijn aan de orde van de dag. De jongens worden door de kampboekjes al ingelicht dat hun leiders, ook de predikanten en professoren, uitstekende sportlui zijn.
De kampboekjes! Wat zien ze er, met hun leuke kiekjes, aantrekkelijk uit! En wat is de uitnoodiging prettig en hartelijk!.
Ouders en voogden, als ge uw kinderen een heerlijken, naar lichaam en ziel gezonden en stralenden tijd wilt gunnen, gedurende de lange vacantie, stuur ze dan naar een V.C.S.B.-kamp. Vraagt een kampboekje aan voor uw jongens of meisjes bij het secretariaat van den V.C.S.B., Nutsgebouw, Langebrug te Leiden. Maar: ge moet u haasten. Ik weet zeker dat volgend jaar de grootste wensch van uw kind voor de zomervacantie zal zijn: naar het kamp te Diever of te Sleen. En wij zelf? Als onze kinderen met opgetogen verhalen thuiskomen, zouden we, alleen voor zoo’n kamp nog eens 15 jaar willen worden!
J.J.M.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond wilde de vereniging zijn voor alle vrijzinnige universitaire studenten in Nederland. Deze bond was ontstaan uit de vrijzinnig christelijke studenten verenigingen te Utrecht, Leiden en Groningen. De bond trachtte in studentensteden waar deze nog niet bestond ook een plaatselijke vereniging op te richten.
De hier afgebeelde foto op de ansichtkaart uit 1920 toont het zogenoemde ‘professorenhuis’, waarin ook de kampkeuken was ondergebracht. In dit houten gebouwtje sliep de leiding van het kamp.
Na de Tweede Wereldoorlog vorderde de gemeente gedurende een aantal jaren het pand, vanwege de toen heersende woningnood en vestigde daar toen pas getrouwden in, totdat deze konden verhuizen naar een woning in de eerste naoorlogse nieuwbouw. De stapel zwerfstenen is ter plekke nog steeds aanwezig.


Posted in Bosweg, Diever, Gemeente Diever, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Cultureel erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Date et dabitur vobis. Geeft en u zal gegeven worden.

Op 9 oktober 1923 kreeg het bestuur van de Sint Andreas parochie op Zorgvlied van de aartsbisschop van Utrecht toestemming voor het bouwen van een nieuw kerkgebouw voor de Rooms Katholieke geloofsgemeente. Het inzamelen van het benodigde geld voor de bouw verliep voorspoedig, zodat al op 27 november 1923 de eerste steen kon worden gelegd. Op 15 juli 1924 werd de kerk op plechtige wijze ingewijd.
Bij het inzamelen van het benodigde geld kreeg een donateur als dank bijgaande kaart met daarop de tekst:
Date et dabitur vobbis. Geeft en u zal gegeven worden.
De tekst is afkomstig uit de Bijbel: Lucas 6:38.
In het Latijn luidt de tekst van Lucas 6:38 als volgt:
Date dabitur vobis mensuram bonam confersam et coagitatam et supereffluentem dabunt in sinum vestrum eadem quippe mensura qua mensi fueritis remetietur vobis.
In het Nederlands luidt de tekst van Lucas 6:38 als volgt:
Geeft, en u zal gegeven worden: eene goede, neergedrukte en geschudde overlopende maat zal men in uwen schoot geven; want met dezelfde maat waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.
De tekst uit de Bijbel zal wel niet letterlijk en niet materieel, naar overdrachtelijk en spiritueel bedoeld zijn geweest.
Blijkbaar waren na de geldinzamelingsactie nog wat kaartjes overgebleven, want meneer pastoor M.D.N.J. Epping verzond bijgaand exemplaar in 1926 aan den Weledele Heer C. Willemse, Strijbeek 359, te Ginneken. Ginneken ligt bij Breda in Noord-Brabant. Kwam meneer pastoor M.D.N.J. Epping uit Ginneken ?
De redactie van het Deevers Archief raadt de makers van het beoogde populair-wetenschappelijke geschiedenisboek over Zorgvlied-Wateren-Oude Willem aan bijgaande prachtige afbeelding op te nemen in het boek.
Het voordeel van het onderhouden van een webstee, zoals die van het Deevers Archief, boven een boek (ik heb al een boek), is dat niet veel teksten over de Sint Andreas kerk hoeven te worden overgeschreven, linken naar van belang zijnde gegevens in andere webstees volstaat, bijvoorbeeld naar de betreffende pagina in de webstee van het Monumentenregister.

Voor het overschrijven van teksten is gebruikt gemaakt van de Bijbel, dat is de gansche heilige schrift, bevattende alle de canonieke boeken boeken des ouden en nieuwen testaments; de gebruikte uitgave is op last van de hoogmogende heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit van de nationale synode gehouden te Dordrecht in de jaren MDCXVIII en MDCXIX, uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandsche getrouwelijk overgezet en in 1902 uitgegeven door het Nederlands bijbelgenootschap, Herengracht 366, Amsterdam.

Abracadabra-1517Abracadabra-1518

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’

In de Meppeler Courant, jaargang 1963, nummer 118 verscheen het navolgende artikel over het slijpen van de stenen van molen ‘de Vlijt’ in Oldendiever. De redactie van het Deevers Archief  vond dit artikel bij het digitaliseren van zijn archief in een van de vele dozen met krantenknipsels.

Abracadabra-1406

Molen staat sinds 1858
Er zijn in Nederland nog maar weinig molens, die gebruikt worden voor het malen van graan tot meel. Dit aantal wordt bovendien doorlopend kleiner, want wanneer de molensteen éénmaal stomp is geworden, is er niemand die de molenstenen opnieuw kan scherpen. Dit is een oude kunst, die de rasechte molenaars verstonden. Met het verdwijnen van dit ambacht zijn degenen die deze bijzondere werkzaamheden kunnen verrichten, nagenoeg geheel verdwenen.
Sinds 1958 staat in Diever (Oldendiever) de molen ‘de Vlijt’ bij de bevolking beter bekend als de Dieverse molen, In 1958 onderging deze molen een grondige restauratie, die twintigduizend gulden kostte. Rijk, gemeente, provincie en de vereniging ‘de Hollandse Molen’ brachten dit omvangrijke bedrag bij elkaar.
Nu in 1963 zijn de molenstenen stomp geworden en het zou bijzonder jammer zijn, indien ook deze molen non-actief zou worden. Niet omdat de molenaar dan niet meer zijn brood kan verdienen, want het molenaarsvak levert geen ‘zout op de aardappels’ op. De eigenaar van de Dieverse molen, de heer A. Uiterwijk Winkel, gebruikt de molen zo nu en dan, terwijl nu zijn hoofdberoep meelhandelaar is. Een stukje folklore zou echter verloren gaan en juist dat zou zo bijzonder jammer zijn.

Op zoek
De vereniging ‘de Hollandse Molen’ ging op zoek naar een molenaar, die de stenen zou kunnen slijpen. Om een dergelijk persoon te vinden, moest zij bij de oudere generatie zijn. Zelfs bij de heel oudere, want dan had men nog een kans. Men kwam tenslotte terecht bij de heer W. Zeephat uit Makkinga en hem werd gevraagd dit zaakje even op te knappen. ‘Natuurlijk’, zei de heer Zeephat en hij nam zijn broer mee.
Jong zijn de gebroeders Zeephat geenszins, doch voor een dergelijk karweitje deinzen zij niet terug. Wijert Zeephat is negentig jaar oud en beslist de oudste molewaar van ons land. Nog altijd woont hij in een molen en nog steeds maalt hij, zij het dan slechts zo nu en dan. Vanaf zijn achttiende jaar is de heer Zeephat al in het vak, hetgeen dus betekent dat hij nu al 72 jaar lang molenaar is.
Wijert en Roelof, die 77 jaar oud is, hebben de molenstenen snel en goed geslepen. Dat deden zij in ongeveer vijf uur. Dat is snel en toen de gebroeders Zeephat daarover gecomplimenteerd werden, antwoorden zij: ‘Och, wee bint jonge kièrels’.
Dank zij deze ‘jonge kerels’ kan de molen in Oldendiever nu weer dienst doen en is een stukje folklore behouden.

Tekst bij de eerste foto
De oudste molenaar van ons land Wijert Zeephat uit Makkinga (rechts) die 90 jaar is, is hier met zijn 77-jarige broer Roelof, ook molenaar van beroep, in actie met het scherpen van de stenen van de molen in Diever,

Tekst bij de tweede foto
Al sinds 1858 siert de molen ‘de Vlijt’ het Dieverse landschap. De molen kan nu weer dienst doen, nu de stenen zijn gescherpt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het scherp maken van molenstenen wordt ‘billen’ genoemd. De schrijver van dit artikel overdrijft uiteraard wat betreft het verloren gaan van de kennis en de kunde van het scherpen van molenstenen. Het is daar heden ten dage minder dramatisch mee gesteld, dan het artkikel doet vermoeden. Gemakshalve wordt hier verwezen naar gegevens over molenstenen in de webstee Wikipedia.

Abracadabra-1405Abracadabra-1404

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Verkoop van Klein en Groot Wateren en Zorgvlied

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 16 september 1871 het volgende bericht over de verkoping van het  landgoed Klein- en Groot Wateren en het landgoed Zorgvlied. 

Westhoek van Drenthe, 15 september
Die dagbladen leest en de advertenties niet onopgemerkt voorbijgaat, zal misschien wel de aandacht gevestigd hebben op de belangrijke verkoopingen van gronden, die in de laatste weken geannonceerd zijn.
Tot de meest uitgebreide verkoopingen behoorde voorzeker die van Klein- en Groot Wateren en Zorgvlied, respectievelijk in eigendom behorende aan de h.h. van Gelder van Delft en wijlen de Ruijter de Wildt, wiens familie het landgoed nog bewoont.
Deze goederen zijn te zamen ongeveer 1400 hectaren groot en grootendeels gelegen onder de gemeente Diever.
Vóór 1859 behoorden zij in eigendom aan de Maatschappij van Weldadigheid en was er het opvoedings-instituut gevestigd van een 70tal jonge lieden uit de koloniën dier Maatschappij, welke daar een meer speciaal onderwijs ontvingen in den landbouw en aanverwante vakken.
Sedert die 12 jaren hebben er veranderingen en verbeteringen plaats gevonden, waardoor het oude instituut te Wateren en annexen bijna niet te herkennen is.
Vele gebouwen, waaronder een fraai heerenhuis, boerenwoningen en schapenstallen zijn er gebouwd, wegen en bosschen aangelegd, bouw- en weiland aangemaakt, ’t geen niet weinig tot de welvaart der arbeidende klasse in deze streken bijgedragen heeft.
De heer Enger van Arnhem was kooper van Groot- en Klein Wateren; het verheugt ons te kunnen melden dat ook Zorgvlied thans zijn eigendom is.
Hebben de h.h. de Ruijter de Wildt en van Gelder veel bijgedragen om de arbeidende klasse in den winter werk te verschaffen, er bestaat hoop dat ook de heer Enger dit voetspoor zal volgen.
Onze Drentsche heidestreken zijn helaas nog maar te onbekend en wachten slechts op kapitaal, maar ook op kennis om voordeelig geëxploiteerd te worden. Veel mislukkingen zijn te wijten aan het ontbreken van een of beide dier factoren. Dat het den heer Enger gegeven zij door de vereeniging van beiden een goed geheel te vormen, wordt in deze streken hartelijk gewenscht.
De koopsom van Klein- en Groot Wateren bedroeg plusminus f. 100.000, die van Zorgvlied (met inbegrip van het kapbare houtgewas) is ongeveer f. 73.000.

Posted in de Ruijter de Wildt, Huize Zorgvlied, Landgoed Groot en Klein Wateren, Landgoed Zorgvlied, Maatschappij van Weldadigheid | Leave a comment

Sportterrein van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De jongens in het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) hoefden voor het kopen van een ansichtkaartje, om deze te versturen naar familie, vrienden of kennissen, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw niet naar een neringdoende in het dorp Deever, maar konden deze gewoon in het jongenskamp verkrijgen.
Bijgaand afgebeelde zeldzame zwart-wit ansichtkaart van het sportterrein van het jongenskamp is in oktober 1957 heruitgegeven en in 1958 verstuurd naar mejuffrouw Elza Blok, Zaagmolendrift 53 in Rotterdam.
De ansichtkaart van het sportterrein is voor het eerst uitgegeven in november 1954. Een exemplaar van deze kaart is in 1955 door Johan Drost verstuurd aan de familie A. Drost, Lonnekerweg 37 in Glanerbrug.
Het jongenskamp was in de beginjaren gevestigd in de barakken van het werkkamp van de Nationale Arbeidsdienst (N.A.D.) uit de Tweede Wereldoorlog. Het sportterrein van het N.A.D.-werkkamp was ook het sportterrein van het jongenskamp.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet gelukt de naam van de afzender van de afgebeelde ansichtkaart te ontcijferen. Wie van de bezoekers van de webstee kan dit wel ? De redactie wil graag de naam van de afzender in het bericht vermelden.
De redactie nodigt de voormalige bewoners van het jongenskamp uit een en ander over het sportterrein op papier te zetten en dit verhaal naar de redactie te sturen (klik onder aan het bericht op ‘Leave a comment’). Wellicht kan Johan Drost reageren ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Aankomst der DSM-stoomboot an de Deeverbrogge

In het boekje ‘An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’, dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan, wordt op bladzijde 75 summier aandacht besteed aan de Drentsche Stoomboot Maatschappij (DSM).
De vormgever van dit onvolprezen boekje heeft een grote kans laten liggen bijgaand afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart van de aankomst van de stoomboot Assen II an de Deeverbrogge uit de richting van de Gowe in 1914 in zijn geheel op te nemen in het genoemde boekje.
An de Deeverbrogge werd aangelegd bij het café-logement van Sjoert Benthem. Hij staan helemaal aan de linker kant op de foto (de man mit ’t sikkie). De stoomboot uit de richting Assen arriveerde om ongeveer elf uur ’s morgens an de Deeverbrogge.
In plaats van de gehele afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart (bij de verzamelaars zijn maar vijf exemplaren bekend) in het boekje op te nemen, gebruikte de vormgever een uitsnede uit deze ansichtkaart voor het vullen van de voorkant van dit boekje. De leden van de plaatselijke heemkundige vereniging is veel moois onthouden. De redactie van het Deevers Archief wil haar trouwe bezoekers helemaal niets onthouden, integendeel.

Abracadabra-1513Abracadabra-1514Abracadabra-1515

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Loswal, Snikke, Stoombootdienst, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

Kennis Drentse bodem nu breed toegankelijk

In de Meppeler Courant van 14 december 2011 verscheen het volgende bericht.

Diever – De nieuwe Drentse bodematlas is beschikbaar. Op die manier wordt de kennis die er over de bodem is, voor een breed publiek toegankelijk. De atlas is te vinden op www.drenthe.info/website/bodematlas/ is een waardevolle informatiebron voor bedrijven, beleidsmakers en andere geïnteresseerden.
Het voor een breder publiek toegankelijk maken van de kennis van de Drentse bodem, is belangrijk voor een duurzaam beheer van de bodem. Het gaat om bescherming van bijvoorbeeld de archeologische waarden en de drinkwatervoorraden, maar de bodem levert ook vele kansen, zoals delfstoffen en bodemwarmte. De kunst is om de kansen zodanig te benutten dat daardoor de bodemwaarden niet verdwijnen. En dat kan beter wanneer alle belanghebbenden over goede bodeminformatie beschikken.

Digitaal beschikbaar
De atlas bevat gegevens over de kenmerken van de Drentse bodem, over het gebruik ervan en tevens over de bodemaantasting en het bodembeheer. De informatie is beschikbaar in de vorm van digitale bodemkaarten, die afzonderlijk op te roepen en desgewenst over elkaar heen te leggen zijn. Bij de kaarten vindt u een korte uitleg en tevens de contactpersoon van de provincie die verder toelichting kan geven.

Posted in Websites | Leave a comment

Nee’jbouw an de Kloosterstroate en an de Binnenesch

De omstreeks 1956 gebouwde gemeentelijke dubbele huurwoningen an de Kloosterstroate en an de Binnenesch in Deever zijn in 2014 gesloopt, waarna de bouw is begonnen van twaalf huurwoningen en vier koopwoningen.
Dat heeft een nogal aanzienlijke verandering van het beeld van de Kloosterstroate en de Binnenesch tot gevolg gehad. Zo een grote verandering moet toch wel in het Deevers Archief worden bericht en gefotodocumenteerd. Bij deze.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande serie foto’s van de al redelijk ver in aanbouw zijnde woningen gelukkig op 13 november 2014 tijdens een fotorontie deur de gemiente Deever kunnen maken. Eergisteren is immers gisteren geschiedenis geworden. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief wil deze serie aanvullen met een eigen serie foto’s ?



Posted in Binnenes, Diever, Kloosterstraat | Leave a comment

Ik denk met veel plezier terug aan ‘de Eikenhorst’

Fred Pothuizen stuurde het volgende verhaal over zijn verblijf in 1963 in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in 1963 in het kamp ‘de Eikenhorst’ gezeten. Ik was 11 jaar. Ik zal het ook nooit meer vergeten. Het was het jaar dat president John F. Kennedy werd vermoord. Ik zat in de groep Peru. Toen we het hoorden begonnen we allemaal te huilen. We waren bang dat er oorlog zou komen.
Ik kan mij nog herinneren, toen ik daar aankwam, dat ik werd gebracht door mijn ome Cor en mijn ouders. Mijn oom had een auto en bracht mij helemaal uit Rotterdam naar ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug. Bij het Dalletje stonden twee jongens mij op te wachten, die brachten mij naar de groep. Mijn ouders moesten nog bij de directie (de commandant) komen en ik wilde alleen maar met die jongens mee. Ik moet daar nog een foto van hebben, één van de weinige uit mijn jeugd. Ik liep langs de grote kampkeuken en volgens mij langs twee schoollokalen.
Nu had ik helemaal niks met scholen, daarom moest ik ook naar het kamp toe. Ik hier eigenlijk de mooiste tijd van mijn jonge jeugdjaren gehad en ben ervan overtuigd dat als de mogelijkheid er was geweest daar langer te mogen blijven, ik daarna nooit in zoveel andere tehuizen en internaten had gezeten. Ik vond iedereen in het kamp mooi en lief, zowel mijn vriendjes als de leiding,
’s Morgens zongen we het kamplied op school. Ik ken het nog helemaal. In het kamp vond ik de school wel leuk. We werkten ook op de kinderboerderij. Ik mocht ook op de paardenkar rijden, ik heb daar leren mennen, We gingen veel naar het Slangenveen, wat was het daar mooi. We visten in de Drentse Hoofdvaart. We vingen voorntjes en die mochten we bakken in de grote keuken. Ja, ik heb een geweldige tijd in het kamp gehad.
Ik ben nu 64 jaar. Ik ben schilder en 10 jaar schildersleermeester geweest. Ik ben nu afgekeurd en ik heb nu tijd om alle tehuizen en internaten op te zoeken en een stukje te schrijven over mijn verblijf daar. Het zijn er in totaal acht geweest. Alleen aan jongenskamp ‘de Eikenhorst’ denk ik met veel plezier terug.
Ik kwam op mijn negentiende jaar weer bij mijn ouders. Toen ik 21 jaar was, ben ik uit huis gegaan en ben ik gaan samen wonen. We trouwden snel en ik kreeg mijn eerste dochter. Dit was volgens mij een noodweg, want die relatie heeft maar dertien maanden geduurd.
Ik ben snel daarna waarschijnlijk wel iemand tegengekomen met een luisterend oor, want met haar ben ik alweer 38 jaar getrouwd en bij haar heb ik ook een dochter.
Van mijn twee dochters heb ik 6 kleinkinderen. Zo zie je, ik ben toch nog goed terecht gekomen. We hebben het saampjes en met de twee hondjes goed thuis.
Maar ik bedank als enige instelling het jongenskamp ‘de Eikenhorst’. Die is goed geweest voor de kinderen en dus ook voor mij. Bedankt !.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Burgemeester Meiboom maakt film van aanleg weg

In de krant ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 15 april 1944 het volgende belangstelling wekkende berichtje over het aanleggen van een weg naar ’t Moer.

Plaatselijk nieuws. Diever. Door de gezamenlijke aangelanden is een weg tot stand gebracht naar ’t Moer. Vanwege dit feit werd in het Schultehuis een bijeenkomst gehouden voor de werkers. Burgemeester Meiboom vertoonde een door hem zelf gemaakte film van dat werk. Ook het fietspad werd hierbij niet vergeten. De aanwezigen werden op koffie en koek getracteerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is bij de redactie niet bekend om welke weg het gaat. Gaat het om de zandweg van ’t Noord naar ’t Moer ? Zijn hierover in het archief van de voormalige gemeente Diever documenten te vinden ? Was het een project in het kader van werkverschaffing ?
Het artikel verscheen in de Tweede Wereldoorlog in een Duits gezinde courant. Het artikel verscheen kort voordat het Dieverse verzet tegen de Duitse bezetter Jan Cornelis Meiboom dwong onder te duiken. In april 1944 nam de 61-jarige N.S.B.’er Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Het is bij de redactie niet bekend of de door burgemeester Jan Cornelis Meiboom zelf gemaakte film bewaard is gebleven.

Abracadabra-1404

Posted in 't Moer, Jan Cornelis Meiboom, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Foto uut Oldendeever in ’t Frese meul’nbook uut 1980

De heer Nico Meinsma, vrijwillig molenaar van korenmolen ‘de Weyert’ in Makkinga stuurde op 11 januari 2016 de volgende gewaardeerde reactie over een van de twee afbeeldingen die bij het artikel ‘Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’ in het Deevers Archief zijn opgenomen.

Ik ben vrijwillig molenaar te Makkinga en ik was leerling-molenaar in Diever bij Meint Noordhoek.
Achter Wijert Zeephat zijn rug op de foto van de twee gebroeders ziet u een vlek op een korbeel die nog steeds te zien is.
Deze foto staat in het Fries molenboek van 1980 in een artikel dat over de molen van Makkinga gaat. Helaas wordt in dat boek niet vermeld waar deze foto vandaan komt en ook niet dat deze foto in Diever is gemaakt.
Molenaar Meint Noordhoek heeft ons altijd gewezen op deze vlek als bewijs dat de foto in Diever is gemaakt.
Ik ben bezig wat historische beelden te verzamelen voor de website van de molen ‘de Weyert’ in Makkinga en had genoemde foto gekozen uit het Fries molenboek.
Dat de foto in Diever is gemaakt, daar waren we al van overtuigd, maar ik zal nu ook vermelden dat we dit beeld aan de fotograaf van de Meppeler Courant te danken hebben en aan het Deevers Archief uiteraard.
Intussen heeft de molenaar van molen ‘de Vlijt’ de steenkraan, de kraan waar een molensteen aan kan worden gehangen, vernieuwd, het moet wel veilig blijven. Zie de bijgevoegde foto’s van voor en na de vernieuwing van de steenkraan. Zie ook de laatste foto in de fotocollage van het binnenwerk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Fries molenboek, Leeuwarden, de Tille, 1980, 264 bladzijden, stof omslag, ingebonden. Het boek is samengesteld met medewerking van de Fryske Mole, Gild Fryske Mouders, De Hollandsche Molen en Fryske Akademy.
Meint Noordhoek is de vrijwillige hobby-molenaar van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.
Met Wijert wordt Wijert Zeephat bedoeld, zie op bijgaande afbeelding de man aan de rechterkant.
Een korbeel is de schoor, de schuinstaande balk, die het spant met de spantbalk verbindt.
Belangwekkende gegevens over de molen ‘de Weyert’ in Makkinga zijn te vinden in de webstee www.museummolenmakkinga.nl. De dorpskrachten in Makkinga zijn erg goed bezig, daar kunnen de vrijwillige hobby-dorpskrachten die zich bekommeren om korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever’ toch nog wel wat van leren.
De afgebeelde ansichtkaart van molen ‘de Vlijt’ is in 1964 uitgegeven. In die tijd verbouwden de boeren nog rogge op de Westeresch.

Abracadabra-1505

Abracadabra-1507

Abracadabra-1509

Abracadabra-1506

Posted in Ansichtkaarten, Landbouw, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Dorpsstraat in de tachtiger jaren van de vorige eeuw

De situatie aan het begin van de Dorpsstraat bij de Verwersweg, de Ruijter de Wildtlaan en de Waterseweg op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) was in de tachtiger jaren van de vorige eeuw wel een beetje anders en dorpser dan tegenwoordig.
Nu staat in de buurt van de plek, waar het bord met de naam Zorgvlied in de berm aan het begin van de Dorpsstraat stond, helaas een niet-duurzame nutteloze overbodige berg aan elkaar gemetselde zwerfkeitjes en wordt onterecht de suggestie gewekt dat de passeerder van deze berg zwerfkeitjes het nationaal park Drents-Friese Wold binnenloopt of binnenrijdt.
Op het schild aan de linkerkant op de berg zwerfkeitjes is het ‘wapen’ van het dorp Zorgvlied te zien. Is dit ‘wapen’ ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van het dorp in ongeveer 2011/2012 bij elkaar gefantaseerd of is het ‘wapen’ al eerder in elkaar gesleuteld ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s, waarop aan de rechterkant de boerderij met de naam Castra Vetera is te zien, gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Zorgvlied | Leave a comment

Diever – Weg naar Dieverbrug – vóór 1915

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn mooiste ansichtkaarten aan de bezoekers van zijn webstee. In dit geval betreft het bijgaande zwart-wit ansichtkaart, die op 11 juli 1921 is verstuurd vanuit Diever naar Den Haag. Uitgeverij H. ten Brink te Meppel is de uitgever van deze kaart.

Op de kaart is in het vrije tekst gedeelte de volgende tekst te lezen:
Beste Amalia,
Hartelijke groeten ui Drenthe ! Ik heb het heerlijk op de hei en tusschen de dennen.Alleen is het erg warm. Wil je tante de groeten doen ? Ontvang ook zelf de groeten van …… (naam van de afzender is niet leesbaar). 11 juli 1921.
De kaart is verzonden aan Mejuffrouw A. van Willigenburg, Beeklaan 440, Den Haag.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hier afgebeelde ansichtkaart is ook opgenomen in het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.
Op de ansichtkaart zijn de stoomzuivelfabriek en de in 1915 afgebroken beltmolen van Jan Rabinge te zien. Dat wil zeggen dat de op 11 juli 1921 verzonden kaart dateert van vóór de afbraak van de molen. De winkelier, die het kaartje verkocht, had waarschijnlijk nog een oud voorraadje ?
Aan de linker kant is een deel van de boerderij van Egbert (Eppe) Bennen te zien.

De redactie wil in het Deevers Archief tevens graag verwijzen naar het bericht Stoomzuivelfabriek aan het Katteneinde – 1908, naar het bericht Einde van de molen een het Moleneinde en naar het bericht Korenmolen van den Heer Wesseling afgebrand.

Abracadabra-1400
Abracadabra-1401

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Molen aan het Moleneinde, Moleneinde, Topstukken, Zuivelfabriek | Leave a comment

Veiling goederen Maatschappij van Weldadigheid

In de regionale Provinciale Drentsche en Asser Courant van 22 november 1860 verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van goederen van de Maatschappij van Weldadigheid in Wateren.

Gisteren heeft de finale veiling van de goederen der Maatschappij van Weldadigheid te Wateren plaats gehad; zij zijn gebracht op de som van f. 52.905,50 en getrokken door de heeren de Ruyter de Wildt te Amsterdam en van Gelder te Leiden, die deze goederen dadelijk onder elkander hebben verscheiden, en, naar men zegt, de cultuur daarvan met kracht ter hand willen nemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 21 november 1860 kwam op Woater’n een einde aan de aanwezigheid van de Maatschappij van Weldadigheid.
Op Zorgvlied of op Woater’n herinnert niets aan deze particuliere organisatie.
De redactie stelt bescheiden voor de openbare ruimte aan de Dorpsstraat tegenover het bedrijf Villa Nova om te dopen tot Maatschappij van Weldadigheid brink of een straat in een eventueel uitbreidingsplannetje van Zorgvlied de naam Laan van de Maatschappij van Weldadigheid te geven.

Posted in de Ruijter de Wildt, Maatschappij van Weldadigheid, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Titania smokt Spoel met de ezelskop op de Brink

3Op de Brink van Deever staat een beeld van de elfenkoningin Titania met de wever Spoel met de ezelskop. Dit beeld stelt een scène uit William Shakespeare’s komedie ‘Een midzomernachtsdroom’ voor.
De elfenkoning Oberon is jaloers op zijn vrouw de elfenkoningin Titania, omdat zij zo’n aantrekkelijke dienstknaap heeft en die niet aan hem wil afstaan. Zijn wraaklust zorgt voor grote verwarring in het bos. Zo laat Oberon zijn dienaar Puck toversap halen en druppelt dat in de ogen van zijn sla­pende vrouw Titania. Hierdoor zal ze verliefd worden op het eerste levende wezen dat ze ziet. Na haar ontwaken ziet ze als eerste een handwerksman, de wever Spoel, die tot overmaat van ramp door Puck tijdelijk met een ezelskop is uitgerust. Titania zegt na haar ontwaken in haar mooiste Oud-Engels tegen Spoel met de ezelskop:
I pray thee, gentle mortal, sing again:
Mine ear is much enamour’d of thy note;
So is mine eye enthralled to thy shape;
And thy fair virtue’s force perforce doth move me
On the first view to say, to swear, I love thee.
De verliefde elfenkoningin Titania smokt vervolgens de wever Spoel met de ezelskop. Het beeld op de Brink in Deever is geplaatst ter gelegenheid van het vijfentwintig-jarig bestaan van het openluchttheater. Sinds 1946 wordt elke zomer in het openluchttheater aan het Groenendal een toneelstuk van William Shakespeare opgevoerd, met de gelukkige uitzondering in het jaar 1949, toen werd het prachtige stuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen opgevoerd (werd de jongste zoon Peer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom vernoemd naar Peer Gynt ?).
De linker afbeelding van de wever Spoel met ezelskop is opgenomen in het programmaboekje van het in 1955 opgevoerde openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en Speol met de ezelskop op de Brink van Deever in de avond van 23 december 2015 gemaakt.

Abracadabra-1502Abracadabra-1501Abracadabra-1504

Posted in Ansichtkaarten, Beelden, Brink, Diever, Groenendal, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied’ dat op 25 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland. 

Even over de grens tusschen Friesland en Drenthe ligt het aardige dorpje Zorgvlied. Van verre is het al te herkennen aan den rijzigen toren van de Rooms-Katholieke kerk en het hooge gebouw Castra Vetera.
Komen we uit de richting Elsloo, dan ligt aan onze rechterhand het uitgestrekte, plm. 40 H.A. groote landgoed. Zuidelijk sluiten de Staatsbosschen bij de bosschen, die bij het landgoed hooren, aan. Veel vacantiegangers zullen op hun doorreis naar Appelscha of Diever de groote, massale villa wel hebben opgemerkt en misschien hebben ze zich wel eens afgevraagd, hoe men men er toch toe heeft kunnen komen, om in zoo’n kleine plaatsje zoo’n groot heerenhuis te bouwen. Daar het heele landgoed en de villa a.s. dinsdag verkocht zullen worden, leek het ons wel interessant, om eens iets meer van Castra Vetera te weten te komen. Daarom hebben we een dezer dagen den tegenwoordigen eigenaar van het landgoed, den heer F.W. Ackermann, eens opgezocht en hij was dadelijk bereid het een en ander te vertellen.
Direct bij het binnentreden van de villa werden we getroffen door de groote gang met de marmeren vloer. Aan de wanden zagen we een tiental opgezette hertekoppen en tal van andere jachttropheeën. Daartusschen hangen enkele oude wapens, zooals krissen, dolken, sabels, die getuigden van de liefhebberij voor de jacht van de eigenaar.

De geschiedenis
De naam Castra Vetera herinnert ons aan een Romeinse nederzetting in de buurt van Emmerich (Duitsland). Dit gebouw zouden we dan ook best met een vesting kunnen vergelijken. Van buiten lijkt het één massale steenklomp, van binnen ziet alles er ook hecht en solide uit. De vloeren bestaan uit heel dikke planken, waaronder lange eiken balken, die een doorsnee hebben van 30 bij 30 cm. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen, met daarboven een zeer ruime zolder. Vanaf den beganen grond is het plm. 15 meter hoog. Boven op het platte dak staande, heeft men een prachtig vergezicht en ‘kan bij helder weer de toren van Steenwijk en de belvedère in Oranjewoud worden waargenomen’. Als bijzonderheid menen we te moeten vertellen, dat het Duitsche luchtschip Graf Zeppelin op zijn tocht over Nederland mede Castra Vetera als orieënteeringspunt gebruikte. Vóór het huis is een bordes en rechts bij de hoofddeur is een looden gevelsteen aangebracht met de naam van den bouwer J.F. de Ruyter de Wildt, die het plm. 1850 bouwde. Deze heer kwam toen als gepensioneerde Schout bij Nacht uit Indië en vatte het plan op, temidden van de heide een heerenhuis te bouwen.

Uit den naam zien we ook al wel, dat genoemde heer een verre nakomeling van den bekenden Michiel Adriaansz. de Ruijter was. Hij bracht niet alleen den naam mee, maar ook enkele erfstukken van zijn voorvaderen. Nadat deze voorwerpen een poos op Castra Vetera waren geweest, werden ze afgestaan aan het Rijksmuseum te Amsterdam.

Het bouwen leverde vele moeilijkheden op: zoo moesten bijvoorbeeld de benoodigde steenen (ongeveer 250.000) vanuit Willemsoord naar Zorgvlied worden vervoerd. Dit gebeurde met paard en wagen langs de moeilijk begaanbare zandwegen en de paarden hadden het tijdens den langen tocht zwaar te verantwoorden. Zelfs moesten enkele het met den dood bekoopen. Vooral de lange balken leverden bij het transport vele moeilijkheden op.

Tezelfder tijd werd ook een aanvang gemaakt met het ontginnen van de heide. In het jaar 1861 werd de familie Verwer eigenares vaan het landgoed, alsmede van groote delen van het tegenwoordige Wateren. Vooral van den heer L.G. Verwer ging veel initiatief uit en in die dagen werd de ontginning met kracht voortgezet. Een hondertal arbeiders hielp mee bij dit reusachtige werk. Enkele dezer kwamen heel uit Noordwolde loopen en na een harden dag werken hadden ze slechts 30 cent verdiend. Aan dezen heer was het ook te danken, dat in Zorgvlied een zeevaartschool verrees (midden op de heide!!), een bankgebouw kwam en mede gaf hij een krachtigen stoot tot de oprichting van de tegenwoordige zuivelfabriek De Drie Gemeenten. In 1997 werd deze fabriek opgericht onder den naam van Zorgvliedsche Natuurboterfabriek. Deze fabriek was de eerste in den Zuidoosthoek van Friesland, spoedig gevolgd door die van Steggerda en Oosterwolde. Vlak voor 1900 beleefde Zorgvlied zijn glorietijd!

Tegenwoordig is van de zeevaartschool nog over de rij huizen naast de nieuwe Roomsch Katholiek kerk en enkele leegstaande villa’s wijzen op de vergane glorie van Zorgvlied.

Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en het bijbehoorende boschcomplex werd aan de natuur overgeleverd. Houthakkers e.d. vernielden zooveel van de aanplantingen en de woning, dat het eens zoo trotsche landgoed er als een wildernis uitzag en het huis veel had van een ruïne. ‘Toen ik in 1919 met mijn vrouw en twee jongens hier kwam’, aldus onze zegsman, ‘was er bijna geen ruit meer heel. De schoorsteenen hingen scheef en het heeft me honderden guldens gekost om alles weer in orde te maken. Het was net, alsof ook Nederland had deelgenomen aan den wereldoorlog en Castra Vetera was gebombardeerd. Toen had ik ook wel een bordje kunnen maken met de woorden Ruïne Castra Vetera. Bij de plaats Emmerich staat ook een dergelijk bordje, maar dit verwijst naar het werkelijke Castra Vetera.’

Het heele huis werd gerestaureerd en met forsche hand werd begonnen de wildernis te veranderen in een gecultiveerd bosch; nieuwe boomen werden geplant en diverse paden aangelegd. Heel oude, dikke boomen (enkele hadden een doorsnee van anderhalve meter) werden met behulp van Duitsche springstoffen, die oorspronkelijk voor Turkije bestemd waren, gerooid. Geleidelijk werd nu een boschcomplex aangelegd, waarbij enkele jongens van de stichting Kinderzorg, waarop de heer Ackermann het toezicht had, behulpzaam waren. Bij het aanplanten van nieuwe boomen had men veel last van de konijnen en daarom werd een 4 kilometer lange afrastering aangebracht, om de knagers te weren. In den loop der jaren is er nu een oppervlakte van ongeveer 20 H.A. bosch aangelegd en met den heer Ackermann hebben we alles eens op ons gemak bekeken. Het heele boschcomplex met zijn talrijke kronkelpaden zag er prachtig verzorgd uit. Op enkele plaatsen ontwaarden we te midden der sparren aardige veldjes met tulpen.

Nadat we een twintig minuten hadden geloopen, zagen we plotseling midden in het bosch een zwembad! Het bleek hier een grootsch opgezet plan te zijn voor den aanleg van een soort natuurbad, hetwelk echter door den plotselingen dood van Mevrouw Ackermann, geboren Hahne, niet heelemaal was voltooid. Over een oppervlakte van 3000 m2 was alle grond weggegraven en zoodoende was het bassin verkregen. De vrijgekomen aarde was aan den kant opgeworpen tot een grooten heuvel van plm. 10 m. hoogte en hierop staande heeft men een prachtig uitzicht over het geheel. Midden in het bad is een geul gegraven van 3 m. diepte en overigens is het er 1,50 m. diep. Zelfs een kinderbad en een strand ontbreken niet. Wanneer we nu nog meedeelen, dat er helder water is en de heele zwemgelegenheid is omringd door bosch, kunnen we gerust zeggen, dat we hier met een fraai natuurbad hebben te doen. Vele bezoekers en vooral jongens, die in de leegstaande pastorie, een buitencentrum van de Katholieke Jeugdvereeniging De Jonge Wacht, verblijf hielden, maakten reeds druk gebruik van deze schitterend gelegen zwemgelegenheid, die bereikt wordt langs slingerpaadjes.


Op den terugweg naar Castra Vetera ging het langs een anderen weg. Natuurliefhebbers kunnen hier hun hart ophalen. Primitieve bruggetjes en talrijke kronkelpaadjes vormen met het lage struikgewas en opgaande geboomte een prachtig stukje natuurschoon. Wat er nu verder met het landgoed gaat gebeuren, moeten we afwachten. In elk geval is het te hopen, dat het in zijn geheel wordt bewaard. We vernamen, dat er groote belangstelling voor deze verkooping wordt getoond uit vele streken van ’t land.

Posted in Castra Vetera, de Ruijter de Wildt, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Marmottendorpje in jongenskamp ‘de Eikenhorst’

In zijn artikel ‘Het kamp bij het gehucht Geeuwenbrug’ (zie het artikel elders in www.dieversarchief.nl) heeft Jan van den Berg uit Zevenaar het over een marmottenveldje. Een citaat uit zijn artikel luidt als volgt: Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
Teneinde Jan van den Berg een plezier te doen, en wellicht ook anders bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw (de redactie verneemt graag hun reactie), toont de redactie van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart van het zogenaamde ‘marmottendorp’ uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Dit marmottendorp zal ongetwijfeld wel met de beste opvoedkundige bedoelingen zijn gebouwd. Maar waar zijn de marmotten, die tegenwoordig om onduidelijke redenen cavia’s worden genoemd ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Het bijzonder aardige van deze zo genoemde vijfluiks-ansichtkaart is dat de vijf getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven. Je zal die vijf afzonderlijke ansichtkaarten maar in jouw verzameling hebben.
De hier getoonde vijfluiks-ansichtkaart is in november 1953 uitgegeven.
Burgemeester van Osbank
Deze ter meerdere eer en glorie van burgemeester Hendrik Gerard van Os aan elkaar gemetselde berg zwerfkeien staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek, die plek is wel op de afbeelding te zien. Op de afbeelding is aan de rechterkant de Hoofdstraat te zien.
Bij het marktterrein
Het marktterrein aan het begin van de Bosweg is eigenlijk een complex van vier niet-origineel-Saksische brinken. Het terrein om de koele, die tegenwoordig Eendenvijver wordt genoemd, is de Doolhofbrink. Kijkend in de richting van het tolhuisje ligt aan de linkerkant van de Bosweg de Paaskermisbrink. Sommige mensen noemen deze brink ook wel de Lijkwagenschuurtjebrink. Aan de rechterkant van de Bosweg ligt de Kaarkhofbrink. Daar is ook het 4 mei 1945 brinkje te vinden.
Peperstraat
Op de afbeelding is de Kleine Peperstraat te zien.
In het huis aan de linkerkant woonde de familie Roelof Hunneman. Roelof Hunneman is op 10 april 1945 op het marktterrein door de Duitse S.S.’er Fritz Habener vermoord.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) had, nadat hij na de oorlog, uit een door nota bene het Deeverse verzet afgedwongen onderduiking, terug was gekomen als burgemeester van de gemiente Deever, zeer grote haast alle oude erfgoedpanden in het centrum van Deever onbewoonbaar te verklaren en vervolgens zo snel mogelijk te laten slopen. Dat gebeurde ook met het erfgoedpand van de familie Roelof Hunneman op de hoek van de Kleine Peperstroate en de Aachterstroate.
Burgemeester van Oslaan
Het Kasteel is een tijdlang door de voorkant van het gelijk volledig onterecht Burgemeester van Oslaan genoemd. In de volksmond bleef de weg over ’t Kastiel gelukkig gewoon Kastiel heten.
Aan de rechterkant loopt de weg over ’t Kastiel. Aan de linkerkant is de zandweg met de naam Grönnegerweg te zien.
Uitkijktoren
In het Deevers Archief is in een aantal berichten aandacht besteed aan de uitkijktoren tegenover paviljoen Berkenheuvel.

Posted in Ansichtkaarten, Burgemeester Van Osbank, Diever, Jan Cornelis Meiboom, Kasteel, Marktterrein, Peperstraat, Uitkijktorens | Leave a comment

Het kamp dicht bij het gehucht Geeuwenbrug

De redactie van het Deevers Archief ontving het navolgende artikel ‘Het kamp’ van Jan van den Berg uit Zevenaar. Hij gaf toestemming dit artikel met vermelding van zijn naam te publiceren. De redactie van het Deevers Archief is hem daarvoor erkentelijk. Hij schrijft: In  www.dieversarchief.nl/ zie ik slechts heel weinig staan over de tijd dat er bij Geeuwenbrug een kamp was voor jongens van ongeveer 11 à 12 jaar. Ik heb mijn herinneringen aan de tijd die ik daar in 1962 heb doorgebracht, verwoord in bijgaand artikel. Misschien dat het Deevers Archief dit een aardige bijdrage vindt.
Zo mogelijk zullen binnenkort enige foto’s van hem aan het artikel worden toegevoegd.

Het kamp
Dicht bij de brug over de Drentse Hoofdvaart bij het gehucht Geeuwenbrug leidde een zandweg naar ‘het kamp’. Daar brachten mijn ouders mij op dinsdag 2 mei 1962 naar toe, enkele weken voor mijn tiende verjaardag. Nu lees ik op internet dat dit het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ was. Wij, de jongens, en ook alle volwassenen noemden het kamp altijd ‘het kamp’.
Op de lagere school in Oss was ik bang voor een aantal wilde jongens. Er werd een psycholoog ingeschakeld, en die heeft dit kamp bij mijn ouders aanbevolen. Daar zouden te wilde en te timide jongens samen in een jaar tijd er allemaal op vooruit gaan. Als een deskundige dat adviseerde, dan konden mijn ouders er natuurlijk alleen maar mee instemmen. En ik wilde er ook wel heen, want we hadden op school gehoord over de Hoge Veluwe: daar was de natuur geweldig mooi. Vlak bij het kamp was er ook zulke mooie natuur, en Drenthe was zelfs maar liefst twee provincies verder weg! Ook kregen we een foldertje over het kamp, waarin tekeningetjes stonden van jongens die allemaal heel vriendelijk keken en elkaar hielpen. Bij zulke aardige jongens wilde ik wel zijn.
Ik vond het in het begin wel prima daar. Ik had een bed met nachtkastje in de barak Alaska. Aan beide kanten van de slaapzaal waren acht bedden met nachtkastjes. En er waren vier van zulke barakken, met de namen Alaska, Transvaal, Peru en Klondike. Dat waren gebieden waar vroeger goud gevonden was. Wij zouden ook goudzoekers worden: je begon als ‘pionier’ en kreeg een kaart waarop opdrachten stonden. Ik kan me niet meer herinneren wat voor opdrachten dat waren. Als je ze af had en ze waren afgetekend, werd je ‘delver’ en tot slot ‘goudzoeker’. Dat waren onze drie rangen. Aan het hoofd van het kamp stond de commandant en de tweede man was de adjudant. Er was een appelplaats waar we soms in rijen stonden bij het hijsen of strijken van de vlag.
In elk van onze vier barakken was er ook een huiskamer, waar we ieder een eigen (open) vakje hadden. En er was een w.c., en een slaapkamer voor de groepsleiding.
Toch gaf het me allemaal niet zo’n militaristische indruk. Ik keek al wel met angst uit naar de militaire diensttijd. Ik verwachtte dat ik het erg moeilijk zou krijgen tussen de soldaten. Maar dat zou nog wel bijna tien jaar duren, en intussen was vast en zeker het laatste oordeel wel geweest, dus daar zou ik op die manier wel onder uit komen.
We wisten wel dat ons kamp in de oorlog al een soort kamp was geweest, maar daar wisten we verder niets van. Het waren zeker nog dezelfde barakken. Nu lees ik in het Dievers Archief dat het vanaf januari 1942 een mannenkamp is geweest van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD), voor mannen die moesten werken aan de ontginning van woeste gronden. Mijn moeder zegt dat het dezelfde barakken waren als in kamp Vught, waar ze na de oorlog ook is geweest, gelukkig slechts op bezoek.
De meeste jongens waren 11 of 12 jaar oud. Als je 10 of 13 jaar oud was, dan was je een uitzondering. Van de groepsleiding herinner ik me mijnheer Van Zutphen en juffrouw Veronica. Een jongen wees me erop hoe haar heupen wiegden als ze liep. Ik zag dat nog niet als iets speciaals. Maar ik heb dit blijkbaar wel onthouden.
Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
We kregen alleen ’s morgens les. Van de twee leslokalen weet ik nog dat in de ene, waar we onder andere aardrijkskunde kregen, een oliekachel stond en dat in de andere, waar we taal en rekenen kregen, een kachel stond waarin de onderwijzer turf stookte. Dat vond ik bijzonder, van thuis kende ik alleen kolenkachels, ook op school. Ieder werkte in stilte aan de hand van werkschriften op zijn eigen niveau, want er was immers een behoorlijk leeftijdsverschil.
’s Middags deden we eerst corvee, zoals helpen met de afwas of de eetzaal vegen. En we moesten aan onze opdrachten werken, om een hogere rang te behalen. Verder maakten we vaak boswandelingen en deden aan spel in het bos of sport op het sportveld. In het bos was er een knap gebouwde blokhut, grotendeels ondergronds.
Er werd van alles georganiseerd voor ons. Regelmatig maakten we een lange wandeltocht door de bossen naar het zwembad. We gingen er ook wel eens met een bus op uit. Voor moederdag maakten we iets moois. We zijn eens een paar dagen naar een jeugdherberg in Giethoorn geweest, waar we ook mochten kanovaren. We gingen ook eens eetbare paddestoelen plukken in het bos. De leidsters bakten ze en we kregen ze op sneetjes brood. Bijzonder lekker was dat! En we hebben eens geholpen om het openluchttheater van Diever schoon te maken.
Wie wilde, mocht een konijn houden, als de ouders er een betaalden, daar waren hokjes voor. Ik kreeg er ook een.
Voor zover ik me herinner hebben we één keer t.v. gekeken, naar ‘Open het dorp’, dus op 16 juni 1962. Verder hoorden we wel eens iets van buiten, zoals op 28 november 1962, toen prinses Wilhelmina overleden was.
De jongens waren afkomstig uit het hele land. Er waren protestanten, katholieken en buitenkerkelijken. Elke zondag gingen de protestanten naar een kerk die dicht bij was, waarschijnlijk in Diever, en wij, katholieken moesten een flinke bustocht maken om naar een katholieke kerk te gaan.
In de eetzaal werden goede manieren gehandhaafd. We aten ons brood met mes en vork. Thuis namen we de boterhammen altijd in onze handen. Toen mijn ouders eens aan de broodmaaltijd deelnamen, wees ik mijn moeder daar op. Ze heeft nooit vergeten dat ik haar daar publiekelijk heb terecht gewezen. Sindsdien aten wij ook thuis het brood met mes en vork.
De gelovigen moesten bidden voor het eten. Dat was niet eerlijk, want de buitenkerkelijken, die hun handen niet hoefden te vouwen, hadden na het bidden altijd de kapjes van de broden te pakken.
Eens per week, waarschijnlijk op zondag, schreven we in de huiskamer allemaal een briefje naar huis. We mochten de enveloppen natuurlijk niet zelf dichtplakken, controle hoorde er bij.
Er was een jongen uit Zuid-Limburg, die van plan was om later mijnwerker te worden. Het kan goed zijn dat hij nog een aantal jaren in de mijnschachten heeft gewerkt.
We kregen een kwartje per week zakgeld. Na ontvangst van dat kapitaal kochten bijna alle jongens daar meteen snoep voor, maar daar gaf ik niets om. Ik spaarde het liever.
Ik werd wel eens geplaagd of uitgelachen. In mijn vakje in de huiskamer lag mijn kerkboekje (‘Mijn Pascha’heette het). Dat was een paar keer in een vakje van een andere jongen gelegd. Die deed daar kwaad over en zei: ‘Als het nog eens in mijn vakje ligt, gooi ik het weg.’ Ik had, net als voorheen op school in Oss, het gevoel dat dat allemaal heel erg was. Ik zei daar niets over tegen mijn ouders, want ik wist dat ik er nu eenmaal een heel jaar moest blijven en ik wilde ze niet belasten. Maar nu ik deze herinneringen met mijn moeder bespreek, zegt ze dat zij en mijn vader al bij hun eerste bezoek een slechte indruk kregen. Ze merkten heel goed aan het gedrag en de taal van veel jongens dat het geen zoontjes van doktoren en advocaten waren, zoals aan hen was voorgespiegeld, maar vooral ‘grote deugnieten’. Toen ze naar huis gingen zeiden ze tegen elkaar: ‘Waar zijn we toch aan begonnen.’ Maar ze lieten het doorgaan, omdat ze van mij niets negatiefs hoorden.
Er liep wel eens een jongen weg, misschien is dat maar één of twee keer voorgekomen. toen ik in het kamp was, maar dat was wel indrukwekkend.
Eens per zes weken gingen we een weekend naar huis. Dan reden we met een bus naar het station in Meppel, en dan verder met de trein. Ik weet niet meer of in de trein nog begeleiding was, maar in elk geval niet helemaal tot Oss. En op het midden van die zes weken kwamen mijn ouders een middagje bij mij op bezoek. Zo zagen we elkaar eens per drie weken. En we hadden een zomervakantie thuis van maar liefst tien dagen.
Twee jongens hebben mij seksuele voorlichting gegeven, beknopt maar duidelijk. Ik geloofde het niet zomaar: het vieste van de jongen in het vieste van het meisje, dat kon toch niet waar zijn? Hoe verzinnen ze het! Toen ik weer thuis was vroeg ik het aan mijn moeder, zonder het allemaal uit te spreken, maar door het met mijn vingers uit te beelden. Beschaamd knikte ze ja. En heel snel daarna, op 10 december, haalden ze me op uit het kamp, met mijn konijn. Ik legde het verband niet, maar die voorlichting had hen er toe gebracht om er een punt achter te zetten. Ik was heel opgelucht, toen ze mij kwamen halen, maar ook dat liet ik niet merken, want anders zouden ze alsnog weten hoe erg ik het op het kamp had gevonden. En ik was nog steeds ‘pionier’, de laagste rang, want ik had nog maar weinig aan mijn opdrachten gewerkt. Er was dan wel nooit aan mij gevraagd hoe ik vorderde, maar nu kon ik daar in elk geval geen last meer mee krijgen.
Het konijn ging zo maar in de achterbak van de auto. Bij aankomst in Oss bleek hij enkele kabels te hebben doorgebeten.
En zo was het onverwacht alweer afgelopen voor mij. Met Kerstmis aten we konijn. Natuurlijk niet míjn konijn, dat was ergens heen gebracht, iets vaags voor mij, waar hij het fijn zou hebben. Dat heb ik lang geloofd.
Ik heb vaak aan het kamp teruggedacht. Het laatste oordeel is tot nader order uitgesteld, maar in mijn militaire diensttijd heb ik geen problemen gehad.
Rond 1981 heb ik met mijn zus en zwager het kamp eens opgezocht. Het bleek dat enkele jaren daarvoor de barakken waren afgebroken, er stonden nu stenen gebouwen. Het was nu een instelling voor de opvang van jongens en meisjes vanaf ongeveer 14 jaar. Ieder kind had zijn of haar eigen kamer.
Toen ik er in 2001 eens langs reed was het kamp een asielzoekerscentrum. En nu lees ik op internet dat er een opvangvoorziening komt voor verstandelijk beperkte vreemdelingen, slachtoffers van mensenhandel en mensen met een verstandelijke beperking.

Deze jongen ben ik. Dit is de enige foto die duidelijk te maken heeft met mijn periode in het kamp. Hij is gemaakt toen we een paar dagen in een jeugdherberg in Giethoorn logeerden. Het was half kamperen, hier eten we buiten van metalen borden.

Jan van den Berg, Zevenaar, 23 december 2013

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Bij de manufacturenwinkel van Flip Zaligman – 1936

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 76) over het verleden van de manufacturenwinkel van Flip Zaligman en Heintje Wilda an de Heufdstraote (adres Deever 189) in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

In het rechter pand was de grootste en mooiste manufacturenwinkel van het dorp gevestigd.
Het werd bewoond door de in Dwingeloo geboren Philippus (Flip) Zaligman, zijn vrouw Heintje Wilda en hun in Diever geboren kinderen Martha Hendrika (8-12-1920), Levie (Loekie) Salomon (21-12-1921) en Hendrika (Rikie) Henriëtta (26-10-1925).
Flip Zaligman was mit ’t pak bee’j ’t pad. In het begin bezocht hij zijn klanten op een transportfiets. Het pak was toen een grote koffer die onder meer was gevuld met rollen stof. Als hem werd gevraagd hoe de zaken gingen, dan kon het zijn dat hij antwoordde: Het gaat goed, maar het goed gaat niet…..
Het ging echter zo goed met het goed dat hij de transportfiets kon vervangen door een automobiel. Bij de winkel staat zijn voertuig met kenteken D-3386. Het nummerbewijs werd afgegeven op 11 maart 1924.
De winkel brandde op 20 februari 1940 af. De familie Zaligman vestigde zich op 26 april 1940 in Meppel op het Noordeinde 7.
De Duitse bezetter arresteerde in de nacht van vrijdag 2 op zaterdag 3 oktober 1942 ongeveer 14.000 joodse landgenoten. Zo kwam het dat in de grauwe morgen van zaterdag 3 oktober, op sabbat en bovendien op Grote Verzoendag, de joodse gemeenschap van Meppel op het station stond te wachten op een trein naar het kamp Westerbork. Daarbij bevonden zich Flip, Heintje, Loekie en Rikie Zaligman. Martha was ondergedoken en werd later verraden. Haar dochter Thea werd in Westerbork geboren. Vanuit Westerbork zijn ze gedeporteerd naar de Duitse vernietigingskampen.
Heintje en Rikie werden kort daarna in 1942 vergast in Auschwitz. Loekie kwam in 1943 om in Schöppenitz. Flip vond in 1944 de dood in Auschwitz. Martha, haar man en hun dochter Thea overleefden het concentratiekamp Theresienstadt. Martha overleed in 1970 in Zandvoort. Thea emigreerde naar Israël, waar ze met Marcel Gaby trouwde. Zij heeft nog regelmatig contact met Jans Tabak.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Philippus (Flip) Zaligman is op 21 september 1893 geboren in Dwingelo. Hij was manufacturier.
Hij huwde op 10 mei 1894 in Coevorden met Heintje Wilda.
Zij verhuisden op 20 mei 1920 van Dwingelo naar het adres Deever 189.
Martha Hendrika Zaligman is op 8 december 1920 in Deever geboren.
Levie (Loekie) Salomon Zaligman is op 21 december 1921 in Deever geboren.
Hendrika (Rika) Henriëtte is op 26 oktober in Deever geboren.
De familie Zaligman verhuisde op 7 juni 1936 naar het adres Eerste Hoofdstraat 34 in Meppel.
De familie Zaligman verhuisde op 28 april 1939 naar het adres Deever 189.
De familie Zaligman verhuisde op 26 april 1940 naar het adres Noordeinde 7 in Meppel.
De winkel van Flip Zaligman brandde op 20 februari 1940 af.
Het zou zeker van respect getuigen als in het trottoir voor de drogisterij op het adres Hoofdstraat 51 in Deever (zeg maar voor de ‘oude boerenleenbank’) vijf  zo genoemde stolpersteine (straampelstien’n), waarbij op elke steen de naam van een lid van de familie Flip Zaligman is gegraveerd.
Een  mooie klus voor bestuursvoorzitter Homme Geertsma met de vele zijnen van de ingedutterige heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

abracadabra-491

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hoofdstraat, Joodse inwoners, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Verwerende tufsteen van de kerk aan de brink

De muren van de kerk aan de brink van Deever zijn voor een deel gebouwd van tufsteen. Dit betrekkelijk zachte bouwmateriaal is door de eeuwen heen aan de zon- en regen- en windkant op een prachtige manier aan het verweren.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van een detail van de muur aan de kant van de brink op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Sukersakkie van het Schultehuus in Deever

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het deel rechts van de voordeur van het Schultehuus an de niet-origineel-Saksische Schultehuusbrink van Deever ook allerlei culturele activiteiten georganiseerd. Het Schultehuus zou met een beetje goede wil echt wel kunnen worden beschouwd als een soort van mini-Dingspilhuus.
Het Schultehuus had net zoals hotels, cafés, restaurants, lunchrooms, kantines, enzovoort, enzovoort een ‘eigen’ sukersakkie. Dit sukersakkie – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar minder of meer (meer meer dan minder) overgetekend van een mooie ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Zie de bijgaande afbeelding van deze ansichtkaart.
Op de achterkant van de ansichtkaart staat de volgende tekst:
Het schultehuis te Diever na de restauratie van 1935 – 1941.
Dit huis is in 1604 gebouwd door Berend Ketel. Deze was als schulte van Diever aangesteld door graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Stad Groningen en Ommelanden en Drenthe, nadat in 1594 de stad Groningen was ingenomen en de Spanjaarden uit genoemde gewesten waren verdreven. Zijn wapen staat gebeiteld in de steen boven de voordeur. Toen het huis in 1934 dreigde te worden afgebroken, is het aangekocht door de Stichting ‘Oud-Drenthe’.
De redactie weet niet precies in welk jaar deze ansichtkaart is uitgegeven. Wie weet het wel ?
Het Schultehuus zat na de mislukte restauratie, die van 1935 tot 1941 duurde, helaas niet meer vast aan de bijbehorende Schulteboerderij.
Let bij de ansichtkaart vooral direct rechts naast het Schultehuus op de nog net deels zichtbare roggemiete bij de Schulteboerderij van Koendert Krol.


Posted in Brink, Diever, Schultehuis, Sukersakkies | Leave a comment

N.S.B.-gezinnen in werkkampen Diever A en Diever B

Op het internet zijn in de webstee ‘het verhalenarchief.nl’ steeds meer verhalen te vinden over ervaringen van kinderen van ‘foute ouders’ in de periode direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Uit die verhalen blijkt dat in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Bosweg in de Olde Willem in die roerige periode na de bevrijding gezinnen van N,S,B,’ers werden vastgehouden.
Op 9 juni 2011 werd het verhaal ‘Het antwoord na 53 jaar‘ van Ed Struik gepubliceerd.

Posted in de Oude Willem, N.S.B., Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Windkorenmolen van Veldhuizen wordt afgebroken

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) stond op 25 april 1914 op bladzijde 7 het volgende korte bericht over de voorgenomen afbraak van de windkorenmolen op de molenberg in de kluft Veldhuizen bij Wapse.

Wapse.
De windkorenmolen die nog ten huidigen dage ten westen van deze plaats op een hoogte aan den straatweg staat, die stormen en onweders heeft getrotseerd, die geslachten zag komen en heengaan, het gevaarte dat reeds op verren afstand zichtbaar was en menigeen tot gids diende, in ’t kort, de oude molen, die als ’t ware één werd met onze plaats – hij wordt afgebroken. Echter om elders weer te verrijzen, want hij zal de plaatsvervanger worden van den te Havelte afgebranden collega.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De windkorenmolen, een grondzeiler, stond op de molenberg in de kluft Veldhuizen bij Wapse.
De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief graag naar het bericht Veldhuizen – Korenmolen – Plusminus 1910 en het bericht Heden nacht is de molen alhier weer bestolen.
In de zo genoemde Molendatabase is bij de verdwenen molens de verplaatste molen van Veldhuizen te vinden via het intikken van Wapse in het zoekvenstertje recht boven aan het scherm, enzovoort.

Posted in Molen van Veldhuizen, Molens, Veldhuizen, Verdwenen bouwwerken, Wapse | Leave a comment

Molen ‘de Vlijt’ afgebeeld op een lucifersdoosje

Lucifers van het merk Molen werden gemaakt in de fabriek van Mennen en Keunen in Eindhoven. Het lag natuurlijk voor de hand om op het etiket van de doosjes Nederlandse molens af te beelden. Die werden in de zestiger jaren van de vorige eeuw met het oog op de sterke Nederlandse verzamel- en spaarmentaliteit in series van tien verschillende molens uitgebracht, teneinde de verkoop van deze lucifers fors te vergroten.
Zo ontkwam ook de in 1882 (?) gebouwde en in de tweede helft van de vijftiger jaren gerestaureerde stellingmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever niet aan een afbeelding op een doosje van Molen lucifers.
De afbeelding kreeg nummer 378. De redactie van het Deevers Archief heeft het vermoeden dat het bij serie 371 tot en met 380 om de Drentsche molens ging.

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij

De redactie van het Deevers Archief ontving op 18 januari 2016 het volgende korte bericht van de heer Harm van der Sloep. Hij beschrijft in het bericht enige van zijn herinneringen aan het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik was daar in de periode 1959-1960. Ik heb daar -vergeleken met thuis- een hele goede tijd gehad.
Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij.
Onze kok was de heer Westerhof. Onze leraar heette de heer Van der Zee. Dan waren er nog jufrouw Bouman en de heer Spiegelenberg. De heer Mooy gaf handenarbeid.
De heer Van der Duim was de commandant en de heer Pols was de adjunct-commandant.
Dan was er ook nog een leraar de heer Hofman, die was later directeur in de Losserse Zandbergen.
Onze groepsleider was de heer Rookers.
De heer de Vries was de baas van het magazijn.
Bij mij in de groep zat een jongen met wie ik het goed kon vinden. Hij kwam uit Den Haag en heette Klaas Ozinga.
De kinderboerderij is volgens mij gebouwd door de jongens uit kamp Appelscha. Die waren in opleiding om een beroep te leren. Dat was in 1959-1960. Ik heb het nog meegemaakt
Meer weet ik op dit moment niet te zeggen, maar het was een goede tijd.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut Rabobankbankje an de Peperstroate in Deever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de bovenste foto staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank of Rabobankbankje. De redactie houdt het op Rabobankbankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van de voorkant van het gelijk vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat de voorkant van het gelijk het Rabobankbankje gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte.
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankbankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
De vraag is of het Rabobankbankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankbankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend. Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Gemeente Westenveld, Peperstraat | Leave a comment

Openbare vergadering van de N.S.B. in café Balsma

In de krant Drentsch Dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, jaargang 2, nummer 606, van 22 mei 1944 verscheen het volgende bericht.

Ons nationalisme uw redding. Openbare vergadering op vrijdag 26 mei, in zaal Balsma te Diever. Aanvang 8 uur, Spreker Ph. van Kampen. Ons socialisme uw toekomst.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Nationaal Socialistische Beweging (afgekort N.S.B.) kondigde op 22 mei 1944 in het Duits gezinde Drentsch Dagblad aan dat de beweging een openbare vergadering in Deever ging houden.
De N.S.B. was een Nederlandse politieke beweging, die van 1931 tot 1945 heeft bestaan. De N.S.B. was op nationaal-socialistische leest geschoeid en fungeerde in de Tweede Wereldoorlog als colloboratiepartij voor de Duitsers.

De propaganda-teksten ‘Ons Nationalisme uw redding!’ en ‘Ons Socialisme uw toekomst!’ en ook ‘Steunt de N.S.B. in de strijd voor Volk en Vaderland!’ werden op allerlei affiches van de N.S.B. gebruikt.
De N.S.B.’er J.Ph. van Kampen was afkomstig uit IJmuiden.
Het is niet precies bekend in de gemiente Deever naar dit soort propaganda-bijeenkomsten kwamen. 

Abracadabra-1264

Posted in Café Balsma, Diever, N.S.B., N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Bij de redactie van het Deevers Archief zijn van bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw een aantal uitgaven bekend. De uitgever van deze kaart was JosPé in Arnhem.
Firma Albert Kuiper, Bakker en Levensmiddelenbedrijf, Diever-Dieverbrug, verkocht in 1956 een druk van deze ansichtkaart.
Lubbert Wanningen, Diever, verkocht in 1956 een herdruk van deze ansichtkaart (uitgevoerd in bromo-color).
Lubbert Wanningen, Luxe en huishoudelijke artikelen, Diever, verkocht in 1957 een herdruk van deze ansichtkaart.
Firma Albert Kuiper, Bakker en Levensmiddelenbedrijf, Diever-Dieverbrug, Telefoon 05219-221, verkocht in 1959 een herdruk van deze ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221, verkocht in 1962 een herdruk van deze ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221, verkocht in 1965 een herdruk van deze ansichtkaart.
Wellicht zijn er bij verzamelaars andere uitgaven bekend, de redactie van het Deevers Archief verneemt het zeer graag.
Het bijzonder aardige van zo’n zogenaamde vijfluiks-ansichtkaart is dat de getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven.
En daar zit voor de redactie van het Deevers Archief nu juist het  grote probleem. In het Deevers Archief ontbreken namelijk een exemplaar van de ansichtkaart met de Peperstraat met de winkel van Albert Kuiper (zie op de afbeelding midden boven) en een exemplaar van de ansichtkaart met de Hoofdstraat met een deel van de Kleine Brink met op de achtergrond de gemeentelijke toren aan de brink (zie op de afbeelding rechts boven). De redactie zou bijzonder graag in het het bezit willen komen van beide genoemde ansichtkaarten.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief is in het bezit van één van deze twee ansichtkaarten of van beide ansichtkaarten ? En wie van de bezitters is bereid één van de twee of beide te verkopen ? De redactie van het Deevers Archief verneemt het bijzonder graag.

Posted in Ansichtkaarten, Hoofdstraat, Hunnebed, Kerk aan de brink, Kleine Brink, Peperstraat, Toren aan de brink, Uitkijktorens | Leave a comment

Berkenheuvel – Een levenswerk

Het artikel ‘Een levenwerk’ van de onbenoemde journalist D …… is gepubliceerd op 19 september 1925 in nummer 38, jaargang 51 van het blad Eigen Haard. Het artikel is zonder bronvermelding ook al een keer in helaas bewerkte vorm in 2008 als een flinke bladvulling opgenomen in het papieren blad Opraekelen, deels in nummer 08/2 en deels in nummer 08/3 van de heemkundige vereniging uut Deever.

Wij waren in Dieverbrug. Als ge geen lid bent van de Vrijzinnige Christelijke Studenten Bond of de Nederlandse Tenten Kampeer Vereniging zult ge, vrees ik, het wijze voorhoofd rimpelen en trachten, den geest te scherpen, om u te herinneren, waar een plaats van dien naam in ons land wel ligt.
’t Is waar, ’t ligt afgelegen, dat zult ge moeten toestemmen, tenzij ge een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent.
Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkelen reiziger, wat postzaken, een pakje, en door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zoo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats te verstaan zijn het reeds genoemde Meppel en het nog verder af liggende Assen. Tusschen die twee, aan de Drentsche Hoofd- of Smildervaart ligt Dieverbrug.
De naam doet veronderstellen, dat er ook wel een plaatsje Diever zal zijn en dat is zoo. Twintig minuten verder de rimboe in ligt het dorp. Men bereikt het langs een landweg met praehistorische rariteiten als een tol en als tegenhanger electrische verlichting. Wat kinderen kijken de wandelaar verbaasd aan, die door hun dorp stapt en ’t vrouwtje in ’t winkeltje, dat prentbriefkaarten verkoopt, kan niet nalaten eens te informeren: vanwaar en waarheen ?
Och heere, zult ge zeggen. Wacht wat! We moeten het dorp nog door en links zien we al dra de oneindigheid van ’t Drentsche landschap.
Rechts liggen de villa’s van den dokter en den burgemeester. Dan begint ook aan dezen kant de wijde natuur….. maar nu leidt een zandpad naar rechts. ‘Berkenheuvel’ staat op het bordje, en nu naderen we het doel der reis. Daar ligt reeds de boschwachterswoning in de schaduw van wat boomen, aan den ingang van het landgoed, dat niemand zal aarzelen, een levenswerk te noemen.
Bosch en nog eens bosch is wat ge hier ziet en als ge vraagt, waar dat levenswerk dan wel in zit, behoef ik u slechts te wijzen juist op dat bosch. Want wie hier een halve eeuw geleden doolde – och, ’t zal niet veel anders geweest zijn dan een schaapherder, een strooper, een landlooper – nog zand, zand en nog eens zand, ter afwisseling misschien een beetje hei of een heideplas, maar voor ’t overige zandverstuivingen, binnenduinen, opgewaaide en zich verplaatsende heuvels, een oord van dorre verlatenheid.
Hier, op deze geblakerde dan wel grimmig ijzige omgeving – naarmate het zomer of winter was – was de aandacht gevallen van een paar mannen met pioniersbloed in de aderen. Voor ’t bekende bange gezicht kochten ze zeventig, vijf en zeventig jaar gelden een 700 H.A. grond.
Doel was, deze gronden te bebosschen. Er werden door deze heeren of hun opvolgers nieuwe complexen aangekocht, zoodat ten slotte een kleine 1400 H.A. in bezit van eenige particulieren kwam. Bebosschen dus. Maar het leek nog niet erg op wat men daaronder heden ten dage verstaat, nu boschbouwkundigen zich beijveren, uit ieder stukje grond te halen, wat er in zit, en geleerd hebben, met zooveel rekening te houden, wat de aandacht van den eenvoudigen arbeider ontsnapt.
Want boschbouw is – het hoeft in deze tijd, nu we alles wel weten, wat Staatsboschbeheer en de Heidemaatschappijen presteeren, bijna niet gezegd, – een zeer apart, zeer lastig en dikwijls weinig rendabel bedrijf, dat buitengewone toewijding en zeer veel vakkennis vraagt, en tot die overtuiging, beter gezegd tot die door ondervinding gesteunde wetenschap was men driekwart eeuw geleden nog niet gekomen. De boschbaas en zijn arbeiders plantten waar een plek hun geschikt leek en de uitkomst bewees dat wat dikwijls een gunstige plaats had geschenen, maar gansch niet beantwoordde aan de verwachtingen…… Wat er meer van te zeggen ? Met vallen en opstaan leert men loopen en dat in een particulier bedrijf in het midden van de vorige eeuw in de binnenlanden van Drente nu niet altijd de methoden werden gevolgd, die thans, vijf en zeventig jaar later zouden worden uitgevoerd, ligt voor de hand.
Ja, ook de meer moderne opvattingen, die het richtsnoer waren voor het bedrijf gedurende de laatste jaren konden de gevolgen niet geheel ongedaan maken. En dat moge voor den eigenaar minder voordeelig zijn,voor het landschap heeft het wel degelijk zijn profijten opgeleverd. We bedoelen dit: Een boschbedrijf zonder meer is tot in alle onderdeelen ingericht op de rente, die het bosch moet opleveren. Hier een perceel éénjarig hout, daar twééjarig, daar driejarig, een eind verder dertig-, veertigjarig, liefst zoo economisch aangelegd, dus niet al te grillig, niet al te natuurlijk zou men haast zeggen. Kijk, dat is Berkenheuvel nu juist helemaal niet: Het is een plek natuur geworden met al dat zorgelooze in den aanleg, met dien krachtigen groei, die weelderige vegetatie, die ten eenenmale doet vergeten, dat dit dan toch maar aangeplant is, door menschenhand aangebracht, door menschen onderhouden. Neen, daar lijkt het inderdaad niet veel op: Het is àl natuur, àl ongebreidelde groei. Het is een landschap geworden, overweldigend schoon, dit golvend terrein, overal, overal begroeid met dennen in diverse variëteiten met berken en ander geboomte. Neen, toch niet overal, want daar zijn ook complexen grond, die thans geschikt geworden zijn voor landbouw en veeteelt. Maar ’t allergrootste gedeelte van de 1350 H.A. is toch bosch geworden en wordt als zoodanig geëxploiteerd.
Wat voor 75 jaar nog woest en verlaten hier lag, is dus een vriendelijk landschap geworden. Waar ’t schrale zand zich op de vleugels van den wind telkenmale verplaatste, brengen bosschen, weiden en bouwland hun rente op. Uit de dorre aarde is een lachend stuk natuur opgebloeid. En hiermede komen we op het opschrift boven dit artikel. Een levenswerk ! Ja, dat is het toch wel geweest en het past hier, den naam te noemen van den man, die dertig jaar geleden den grond hier vond, slecht toebereid, ter nauwernood hier en daar van een armelijk boschje voorzien en voor ’t overige niets dan zand en heide. Een domein voor schapen en konijnen !
De nieuwe eigenaar, mr. A.C. van Daalen, was geen man van half werk. Hij wist van aanpakken en overtuigd, dat er hier aangepakt moest worden spaarde hij zichzelf niet en wist zijn helpers te bewegen tot een krachtsinspanning, die al spoedig het geel van het zand en het grauw en paars van de heide deed verkeeren in het frissche groen der eerste aanplantingen. Wat al belofte zat er in die gronden, die stilaan bedekt werden met opgroeiend geboomte, wat al vooruitgang kon ieder jaar worden geconstateerd, gestadige – schoon langzame – vooruitgang.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Dit artikel is nog niet helemaal overgetikt.
In het artikel zijn ook vier foto’s opgenomen. Deze moet hier ook nog worden geplaatst.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Opraekelen | Leave a comment

Verkoop bezittingen van de erven Roef bee’j de Baarg

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend berichtje. De redactie wil zo één berichtje natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 28 mei 1969 verscheen het volgende berichtje over de opbrengst van de verkoop van de bezittingen van de erven van Roelof bij de Berg (Roef bee’j de Baarg) uit Wittelte. 

Verkoop boerderij en landerijen
Totale opbrengst meer dan f. 170.000,-
Diever.
Dezer dagen vond in café Brinkzicht te Diever de openbare verkoping plaats ten behoeve van de erven Roelof bij de Berg uit Wittelte. De belangstelling was vooral van de zijde van de inwoners van Wittelte bijzonder groot. De verkoop, verricht door notaris Botje te Dwingelo, had het volgende verloop:
Een pachtvrije boerenbehuizing op en met ongeveer 40.59 are erf en grond, ingezet op f. 13.400, hieraan grenzend, verpacht groen- en bouwland, ongeveer 1.50.00 hectare, ingezet op f. 6.400, een perceel verpacht groen- en bouwland ongeveer 3.50.00 hectare, ingezet op f. 15.400 en een verpacht perceel groenland en bos groot 1.90.91 hectare, ingezet op f. 7.600. Bovengenoemde percelen werden gecombineerd verkocht aan Jan Pot te Wittelte voor f. 60.500.
Verpacht weiland de Oerten, 61.90 are ingezet op f. 2.200, dit perceel werd gekocht door Jan Pot te Wittelte voor f. 6.300.
Perceel 6, verpacht bouwland Bergrug, groot 55.70 are, ingezet op f. 2.000, gekocht door Hendrik Jan Tabak te Wittelte voor f. 3.000.
Verpacht weiland Broeken, groot 1.47.65 hectare, ingezet op f. 5.700, aangekocht door Hendrik Jan Tabak te Wittelte voor f. 7.600.
Verpacht groenland aan de Stroom, groot 82.77 are, ingezet op f. 2.300, gekocht door Albert (Appie) Winters voor f. 2.500.
Groenland Witteltermade, groot 3.31.10 hectare, ingezet op f. 11.600, gekocht door Albert (Appie) Winters voor f. 11.700.
Bouwland op de Witteleres, groot 24.70 are, ingezet op f. 990, verkocht aan Albert Westerveen te Wittelte voor f. 1.010.
Bouwland op de Witteleres, groot 90.40 are, ingezet op f. 3.800, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 6.100.
Bouwland op de Witteleres, groot 33.70 are, ingezet op f. 1.300, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 2.700.
Bouwland op de Witteleres, groot 50.40 are, ingezet op f. 2.400, gekocht door J. Boerhof te Wittelte voor f. 3.100.
Bouwland op de Witteleres, groot 40.10 are, ingezet op f. 1.800, gekocht door Jantje Elting te Wittelte voor f. 2.530.
Bouwland op de Witteleres, groot 60.80 are, ingezet op f. 2.400, verkocht aan Hendrik Jan Klaassen te Wittelte voor f. 4.500.
Groenland aan de weg naar Wapserveen, groot 1.71.25 hectare, ingezet op f. 7.600, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 11.500.
Groenland in het Wittelterveld, groot 1.50.00 hectare, ingezet op f. 5.200, gekocht door Albert Lensen te Wittelte voor f. 6.700.
Heide en woeste grond en ongeveer 33 are ontginning, te zamen ongeveer 7.72.30 hectare, ingezet op f. 7.500, gekocht door Brunsing voor f. 23.500.
Groenland aan de straatweg bij de Wittelterbrug, groot 77.20 are, ingezet op f. 2.900, gekocht door A.J. Boerhof te Wittelte voor f. 4.600.
Groenland in de Witteltermade, water en overhoeken, groot 1.29.50 hectare, ingezet op f. 3.800, gekocht door H. Boerhof te Wittelte voor f. 7.000.
Perceel bos, groot 1.07.90 hectare, ingezet op f. 880, gekocht door A.J. Boerhof te Wittelte voor f. 4.100.
Erf en straat aan de straatweg Wittelte – Diever, groot 5 are, ingezet op f. 50, gekocht door Geert van Eerten te Wittelte voor f. 51.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al een keer in een bericht aandacht besteed aan de uitgestorven Wittelter familie Bij de Berg.
Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof bij de Berg op 16 juli 1968 is de Wittelter familienaam bij de Berg uitgestorven.
Roef en Jantie bee’j de Baarg woonden -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerenbehuizing aan de linkerkant van de Wapserveenseweg. De redactie heeft de kleurenfoto van de voorgevel van deze boerenbehuizing gemaakt op 9 april 2013.
Het is bijzonder te betreuren dat in het artikel in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) bij de meeste percelen niet de oude veldnaam is vermeld. Het gebruik van oude veldnamen in Wittelte is met name na de Tweede Wereldoorlog helaas sterk afgenomen door schaalvergroting en later versterkt door ‘de ruilverkaveling’.
Slechts bij drie percelen is de veldnaam vermeld, te weten weiland de Oerten, bouwland Bergrug en weiland Broeken.
De veldnamen de Oerten (de Oerte) en Broeken komen voor in het onvolprezen, maar uiterst belangrijke cultuurhistorische standaardwerk ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’, dat in 2013 is uitgegeven door de heemkundige vereniging uut Deever. In dit standaardwerk zijn de veldnamen van alle percelen in de gemiente Deever op de kadastrale atlas van 1832 verzameld en in kaart gebracht.
De veldnaam Bergrug komt in dit standaardwerk niet voor. Het kan zijn dat hier sprake is van een mineure omissie, het kan ook zijn dat een 1832-perceel door vererving, verkoop of andere redenen is opgesplitst in kleinere percelen, die een eigen andere naam kregen. De grote vraag is natuurlijk waar het bouwlandje Bergrug lag.
De kopers van de percelen waren boeren uit de omgeving van de boerenbehuizing van Roef bee’j de Baarg an de Wapserveenseweg:
Jan Pot van de Wittelterweg, Hendrik Jan Tabak van de Wapserveenseweg, Albert (Appie) Winters van de Wittelterbrogge, Albert Westerveen van de Wapserveenseweg, Roelof Stapel van ’t Moer, de weduwe Jantje Elting-Bakker van de Wapserveenseweg, Hendrik Jan Klaassen van de Wittelterweg/Wapserveenseweg, Albert Lensen van ’t Moer en Geert van Eerten uut de Sproakeling’n.
De redactie moet nog uitzoeken wie J. Boerhof, A.J. Boerhof en H. Boerhof zijn en waar de boerenbehuizing van deze mensen stond. Wellicht heeft een Wittelter bezoeker van het Deevers Archief hier gegevens over. De redactie weet wel dat 1969 een familie Boerhof aan de Steenwijkerweg en een familie Boerhof aan de Wittelterweg woonde, maar weet hun voornamen niet.
De redactie weet niet wie koper Brunsing was.

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Cultuurhistorie, Veldnamen, Wittelte | Leave a comment

Is het dorp Zorgvlied in 1861 of 1862 geboren ?

In het Algemeen Handelsblad van 16 januari 1861 plaatste Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt een advertentie inzake de uit te besteden bouw van een herenhuis in de nabijheid van het voormalige Gesticht op Klein Wateren, op een stuk grond dat had toebehoord aan de Maatschappij van Weldadigheid.
De bouw van het herenhuis moet na een aanbestedingsprocedure van hooguit enkele maanden zijn gegund. De aannemer zal kort na de gunning zijn begonnen met de bouw en zal het herenhuis mogelijk uiterlijk in het begin van 1862 hebben opgeleverd. Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt gaf het herenhuis de naam Huize Zorgvlied.
Het is vooralsnog moeilijk aan te tonen wanneer de bewoners van de streek voor de bebouwing op Klein Wateren de naam Zorgvlied zijn gaan gebruiken. Het meest voor de hand liggend is 1861 als geboortejaar van het dorp Zorgvlied te beschouwen, wat zou betekenen dat in 2011 Zorgvlied 150 jaar heeft bestaan.
Als de heemkundigen van de aandere kaante van de bos echter 1862 -het opleverjaar van het heerenhuis- als geboortejaar van de dorpsnaam Zorgvlied zouden willen beschouwen, dan zou in 2022 op feestelijke wijze het 160-jarig bestaan van Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) kunnen worden gevierd.

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Huize Zorgvlied, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Sic transit gloria mundi

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Castra Vetera wordt afgebroken”, dat op 27 december 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Diever – Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied in deze gemeente, dat voor eenigen tijd in andere handen is overgegaan, zal de laatste phase intreden van het einde eener glansperiode. Aan het einde van de vorige eeuw en begin deze eeuw een prachtig natuurschoon-rijk park met groote villa, de laatste tientallen van jaren van haar bosschen beroofd, zal het in de toekomst een meer nuchtere metamorphose ondergaan. Gesticht in de heidevelden, later omgeven door een reeks van zeer nederige arbeiderswoningen en landbouwbedrijfjes, zal het nu passend gemaakt worden bij de omgeving. Het groote oude heerenhuis zal worden afgebroken, de bosschage, die er nog is, wordt gekapt en er voor in de plaats zullen treden een tweetal boerderijen met bijbehoorende gronden.
Sic transit gloria mundi (betekent: Zo vergaat de wereldse grootsheid).

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Deeverse sluus an de Deeverbrogge vrog in de mörn

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de Deeverse sluus bee’j de Deeverse brogge vroeg in de ochtend van 2 januari 2017 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.
Het is bepaald niet de gewoonte van de voorkant van het gelijk, gevestigd in de kantoortuinen en kantoorparken in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zitbankjes, zoals er nog net één aan de rechterkant van de foto is te zien, met publieksgeld te betalen. De kans is groot dat het ook hier een gesponsord exemplaar betreft.

Posted in An de Deeverbrogge, Dieversluis, Drentsche Hoofdvaart | Leave a comment

Marktterrein aan het begin van de Bosweg in 1924

Bijgaande prachtige foto van het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever is gemaakt in 1924.
De foto is gemaakt in de richting van het tolhuis.
Links en rechts van de Bosweg zijn betonnen palen en buizen te zien. Aangevoerde paarden en koeien werden aan de buizen vastgebonden. De paardenmarkt werd aan de rechterkant van de Bosweg gehouden. De koeienmarkt werd aan de linkerkant van de Bosweg gehouden.
Op de foto is aan de rechter kant achter het hek een woonwagen te zien. Het marktterrein was de plek waar woonwagens mochten staan. De paarden van de eigenaar van de woonwagen zijn eveneens aan de rechter kant van de foto te zien.
Aan de rechterkant van de foto ligt ook de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
Zo te zien hebben de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever voor het restaureren van de oude situatie nog wel enig hekwerk te verrichten.
In die jaren werd een paar keer per jaar veemarkt gehouden op dit marktterrein, Zie de bijgevoegde advertentie die op 28 oktober 1924 nota bene in de Nieuwe Rotterdamsche Courant verscheen.
De niet met enige cultuurhistorische kennis behepte brinkexperts van de heemkundige vereniging uut Deever noemen het marktterrein bij gelegenheid te onpas een marktbrink, wellicht zijn zij daarbij zó ver op drift geraakt dat zij het gedeelte aan de linker kant van de Bosweg een koeienbrink noemen en het gedeelte van het marktterrein aan de rechter kant van de Bosweg een paardenbrink. Gelukkig staat op de kleurenfoto op de richtingaanwijzer het parkeerterrein op het markterrein wel met Markterrein aangeduid.
Verontrustend is echter wel dat de in Diever geboren en getogen projectdirecteur en de vele zijnen achter de vele ramen van het kantorencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan van Deever niet erg op dreef zijn, maar wel erg op drift zijn geraakt – echt wel – en in hun ontwerp- en bouwtekening van het binnenkort uit te voeren peperdure Brinkenplan 2018-2019 het marktterrein helaas wel de naam Marktbrink hebben gegeven.
De Bosweg was vroeger een schapendrift.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 januari 2016 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.

Abracadabra-1500
Abracadabra-1532
Abracadabra-1503

Posted in Bosweg, Diever, Dievermarkt, Topstukken | Leave a comment

Kale en saaie muren gezocht in de gemiente Deever

In de gemiente Deever, met name in het dorp Deever, komt de oplettende, maar ook de niet-oplettende burger steeds meer Shakespeare-gedoe tegen: op tegels die aan muren zijn bevestigd, op tegels in bestratingen, een buitenwijk met de naam Park Midzomernachtsdroom, straatnamen zoals Pucklaan, Oberonlaan, Spoellaan, Helenalaan, Hermialaan en Titanialaan, op nepmunten (het Spoeltje), en restaurant met de naam Shakespeare,  sukersakkies, bierviltjes, plakplaatjes en wat dies meer zij, een shakespearetheater (eerst openluchtspel genoemd, later openluchttheater). Deever lijdt aan shakespearitis, echt wel
Echter in Deever is nog geen straat vernoemd naar William Shakespeare zelf. De redactie van het Deevers Archief stelt dan ook voor de weg naar het gemeentehuis, de nu zo genoemde Raadhuislaan, te wijzigen in William Shakespeare Avenue.

In ‘Hamlet, Prince of Denmark’ zegt Hamlet in de tweede scene van de tweede acte tegen Polonius, Lord Chamberlain:
Ay, sir; to be honest, as this world goes, is to be one man picked out of ten thousand.
Deze tekst zou in het Nederlands min of meer als volgt kunnen luiden:
Ach, meneer: een eerlijk man te zijn in deze wereld, betekent één uit tienduizend te zijn.
Dit lijkt een vertaling te zijn die de originele Engelse versie redelijk benadert.
Op de tegeldecoratie aan de muur van de voormalige Wiba-winkel an de Heufdstroate in Deever is de originele Engelse tekst echter als volgt vertaalt: Eerlijk zijn in een wereld als de onze wil zeggen: één uit tienduizend zijn. Deze vertaling wijkt nogal behoorlijk van de originele Engelse tekst af.
Als het toch om vrije vertalingen gaat dan lijkt de volgende vertaling waarschijnlijk nog het meest de bedoeling van de oorspronkelijke Engelse tekst te benaderen:
De kans een eerlijk mens te zijn in deze wereld is één op tienduizend.

De redactie van het Deevers Archief begrijpt niet – als het dan toch zo nodig noodzakelijk wordt geacht – waarom binnen de grenzen van de gemiente Deever geen betere spreuken of teksten uit ‘Hamlet, Prince of Denmark’ aan muren zijn gehangen. Bijvoorbeeld de sterke filosofische tekst: ‘To be or not to be: that is the question’.
In het Nederlands luidt de tekst als volgt: ‘Zijn of niet zijn: dat is de vraag’ of ‘Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag’.
Deze spreuk zou zeker niet misstaan op een keramisch tegeltje dat duurzaam is bevestigd naast de dienstingang van de voorkant van het gelijk.

Andere niet te versmaden spreuken uit ‘Hamlet, Prince of Denmark’ zijn:
Take each man’s censure, but reserve thy judgment.
Luister naar ieders kritiek, maar behoud uw eigen oordeel.
Of:
There is nothing either good or bad, but thinking makes it so.
Er is geen goed of slecht, maar het denken maakt het ervan.
Of:
Brevity is the soul of wit.
Beknoptheid is het kenmerk van verstand.

Bij gebrek aan originaliteit zouden in Deever en omliggende dorpen ook muren kunnen worden volgekalkt met sonnetten van William Shakespeare. Als voorbeeld moge dienen sonnet XXX van William Shakespeare, dat te lezen is op de muur van het studentenhuis aan het Rapenburg 30 in Leiden en constateer tevens hoe moeilijk het is teksten van William Shakespeare te vertalen. Wie van de huizenbezitters in de gemiente Deever stelt een kale en saaie muur ter beschikking ?

De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto’s op 23 december 2015 gemaakt.

Bronvermelding:
In boekvorm: The complete works of William Shakespeare, W.J. Craig (Trinity College, Dublin), London, 1980.
In digitale vorm via de link The complete works of William Shakespeare.

Abracadabra-1498Abracadabra-1499

Posted in Cultuur, Openluchtspel, Shakespearitis, Toevallige waarnemingen, William Shakespeare | Leave a comment

Wol uit de Stoomwolspinnerij an de Deeverbrogge

Op 16 mei 1903 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland de volgende advertentie van de Stoomwolspinnerij aan de Deeverbrogge.

Wolspinnen. Tot 1 juli aanstaande wordt evenals vorige jaren, goede Friesche wol gesponnen, á 20 cent per pond, aan 1, 2, 8, 4, 4 of 6 draads. Ook gewasschen á 5 cent en geverfd in alle kleuren á 20 cent per pond. Zend uwe wol per postpakket met duidelijk adres en wat U er van gemaakt wenscht, aan de Stoomwolspinnerij te Dieverbrug, gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
 Na de oprichting in 1899 van de coöperatieve zuivelfabriek aan het Katteneinde in Deever kwam de particuliere stoomzuivelfabriek van J.F. Hilkemeijer an de Deeverbrogge uiteraard zonder melk te zitten, vandaar dat hij dit fabriekje in 1901 ombouwde tot een stoomspinnerij. De stoomzuivelfabriek, later stoomspinnerij stond an de Deeverbrogge aan de weg van de Deeverbrogge hen Deever, in het gebouw is later en nog steeds de Concordia gevestigd.
De vraag is of in de dubbele woning aan de weg van Deever naar de Deeverbrogge de an de Deeverbrogge geproduceerde wol eerst werd geverfd, alvorens naar Nijensleek te worden afgevoerd. Wie heeft daar meer gegevens over ?

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Stoomspinnerij | Leave a comment

Landgoed Castra Vetera verkocht

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Diever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Landgoed Castra Vetera verkocht’ dat op 30 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Zorgvlied, 29 maart – Zooals algemeen ook verwacht werd, was er voor de palmslag van het landgoed Castra Vetera buitengewoon groote belangstelling. In het café van den heer De Bree, waar de verkooping plaats vond, waren meer dan 100 personen aanwezig, onder wie enkelen uit andere provincies.
Na diverse verhoogingen is het geheele landgoed tenslotte aangekocht door den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van Pasman’s fabrieken te Steenwijk voor de som van f. 16.850,-, met een overname van f. 533,50, zoodat het totaal bedrag f. 17.113,50 was. Wij vernamen dat de heer Pasman hier speciaal de paardensport wil beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon de aanstaande eigenaar nog niets positiefs meedelen.

Posted in Castra Vetera, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Café Petit-Restaurant ‘de Harmonie’ op Zorgvlied

De eigenaar van café restaurantje ‘de Harmonie’ op Zorgvlied heeft met de uitgave in juni 1972 (0672) van bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart, zonder het toen in de gaten te hebben, een mooie bijdrage geleverd aan het in beelden vastleggen van de geschiedenis van de Dorpsstroate op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos). Het witgeschilderde café restaurantje ‘de Harmonie’ is op de zwart-wit ansichtkaart aan de linkerkant te zien. Eén beeld zegt vaak meer dan duizend geschreven woorden.
Voor deze uiterst zeldzame ansichtkaart uit de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart hebben verzamelaars heel veel geld over. Jij kunt dit topstuk toch maar beter wel netjes in een mooi duur zuurvrij beschermhoesje in jouw verzameling hebben. Echt wel.
De redactie van het Deevers Archief zou van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief heel graag willen weten wie in 1972 de bewoners van de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare panden an de Dorpsstroate op Zorgvlied waren.
De redactie heeft de kleurenfoto op 4 april 2013 gemaakt. De redactie zou van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief toch wel heel graag willen weten wie op 4 april 2013 de bewoners van de op de kleurenfoto zichtbare panden an de Dorpsstroate op Zorgvlied waren.

Posted in Ansichtkaarten, Café De Harmonie, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Topstukken, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart van de Lagere School op Woater’n

Bijgaand afgebeelde erg zeldzame, dus erg dure zwart-wit ansichtkaart van de Openbare Lagere School en de daarbij staande woning van de hoofdmeester op Woater’n (an de aandere kaante van de bos) is uitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Van der Heide an de Dorpsstroate op Zorgvlied.
De ansichtkaart is in elk geval na juni 1954, dus vermoedelijk in de tweede helft van de vijftiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven. Wie de precieze maand en het precieze jaar van uitgave weet, die mag het natuurlijk melden aan de redactie van het Deevers Archief.
In de woning bij de school woonde hoofdmeester Hendrik Onstee  (geboren op 3 januari 1900 in de Wijk, overleden in 1994 (?) in Deever (?)), zijn vrouw Jantje Otten (geboren op 22 augustus 1905 in Wapse, overleden op … in …) en hun zoon Hendrik Onstee (geboren op … in …, overleden op … in …).
De redactie moet de ontbrekende gegevens nog uitzoeken.

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, School Wateren, Wateren | Leave a comment

De palmslag van het landgoed Castra Vetera

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant verscheen op 25 maart 1938 de navolgende advertentie.

Zorgvlied (Dr.)
De palmslag van het langoed Castra Vetera te Zorgvlied, geheel groot ruim 34 H.A. en ingezet in 26 percelen op f. 13.692,-, alsmede van 1 perceel heideveld, groot 6.05.80 H.A., ingezet op f. 601,-, alles breeder omschreven in vorige advertentie, blijft bepaald op dinsdag 29 maart eerstkomend, des voormiddags 10 uur, in de Harmonie te Zorgvlied.
Boekjes met kaart verkrijgbaar bij den bewoner van de op het landgoed staande villa, den heer F.W. Ackermann, die dagelijks om 10 uur en om 2 uur aanwijst.
D.G. Heering, Notaris, Dwingelo (Dr.)

 

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment