Tekening van de Aachterstroate van Jan Planting

Het Museum van Smallingerland in Drachten heeft een grote verzameling tekeningen van de kunstenaar Jan Planting, waaronder een fraaie tekening van de Aachterstroate in Deever. Zie de bijgaande afbeelding. Jan Planting heeft deze tekening in augustus 1948 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft lang gezocht naar een goed gelijkende foto van dit getekende dorpsbeeld, maar heeft deze niet kunnen vinden. De redactie is vooralsnog van mening dat de kunstenaar de tekening ter plekke heeft gemaakt en dat daardoor aan deze tekening een zekere documentaire waarde moet worden toegevoegd. Het dorpsbeeld op de kleurenfoto wordt op de voorgrond ontsierd door gemeentelijke betuttelpaaltjes en bij het huis aan de linkerstaat staat een overbodig gemeentelijk metalen voorwerp waarin buurtbewoners opgeveegde boombladeren kunnen gooien.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 4 november 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van deze kleurenfoto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de tekening in 1948. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een positie in de buurt van de wit geverfde zwerfsteen maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.
De bezoeker van de webstee Deevers Archief wordt tevens verwezen naar het bericht Beeld van de Aachterstroate in 1906.


Posted in Achterstraat, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

Het einde van het landgoed Berkenheuvel

In 1851 verkocht de boermarke van Wapse 50 hectare grond aan Johannes Bernardus Stoop (1781-1856). Het is niet meer na te gaan of deze de naam Berkenheuvel voor het eerst gebruikte, of dat dit al een bestaande streeknaam was.
Het bezit werd geleidelijk uitgebreid en wisselde enige keren van eigenaar. In 1890 kwam het in handen van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. Van Daalen had het landgoed leren kennen als jachtvriend van de eigenaren en was zeer getroffen door het grote natuurschoon. Toen hij het verwierf was het landgoed 954 hectare groot: 500 hectare zand, 320 hectare bos, 130 hectare heide en 4 hectare bouwland.
In Drenthe waren in die tijd nog zandverstuivingen aanwezig, Soms werd een dorp bedreigd door het oprukkende zand. Enkele zandverstuivingen lagen op het landgoed Berkenheuvel. Waren die bij de overheersende zuidwestenwinden een bedreiging voor Diever of Wapse ? Van Daalen heeft echter geijverd voor het vastleggen van deze zandverstuivingen. In 1925 was dat doel bereikt: op het landgoed, toen 1360 ha groot was nog slechts 20 ha zand, dat geen gevaar meer opleverde. In de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw is nog ongeveer 30 hectare heide ontgonnen tot bouwland, voornamelijk in de Hertekamp en deels langs de Doldersumsweg.
Het landgoed was doorsneden door smalle, langgerekte stroken grond van andere eigenaren. Door koop of door ruiling heeft Van Daalen het landgoed tot een aaneensluitend geheel gemaakt.
Op de arme gronden van Berkenheuvel was bosbouw een armoedig bedrijf. Van Daalen heeft veel geëxperimenteerd met exotische boomsoorten in de hoop, dat hij een soort zou vinden, die het ook op de schrale grond wat beter zou doen. Daardoor is een zeer gevarieerd bosbeeld ontstaan met een grote afwisseling van boomsoorten.
Er zijn veel plannen gemaakt om het landgoed meer rendabel te maken: exploitatie van een hotel, paddestoelenkwekerijen (cantharel en eekhoorntjesbrood kwamen in overvloed voor), enzovoort.  Het enige wat enig resultaat heeft gehad is de aanschaf van een houtzaagmachine geweest, die planken zaagde, zowel voor eigen gebruik als voor afnemers.
In 1927 kreeg het landgoed de juridische vorm van naamloze vennootschap: N.V. Maatschappij tot exploitatie van het landgoed Berkenheuvel.
Door aan- en verkoop van grond wisselde de grootte van het landgoed vrij sterk. Toen Van Daalen in 1939 overleed, was het ongeveer 1200 hectare groot. Het beheer werd overgenomen door zijn jongste zoon, ir. Mello van Daalen. Deze was zich zeer bewust, dat hij niet zoveel tijd in het beheer kon steken als zijn vader, maar ook dat hij veel minder van bosbouw en landbeheer afwist dan zijn vader. Mr. A.C., zoals hij in de familie werd genoemd, had het beheer gevoerd met de goede boswachters Marten Wouwenaar en Wolter Smit. Ir. Mello van Daalen vond meer deskundige hulp in de persoon van ir. W.K.J. de Wit, gepensioneerd opperhoutvester uit het voormalige Nederlands-Oost-@Indië. De Wit en Wolter Smit maakten in 1940 het eerste vijfjarenplan en in 1946 een tienjarenplan.
Berkenheuvel heeft in de Tweede Wereldoorlog weinig te lijden gehad van directe oorlogshandelingen, echter wel werd enorme schade geleden in de laatste oorlogswinter, toen de bezetter willekeurig door het hele landgoed heen het beste en zwaarste hout velde. Na afloop van de oorlog is slechts een deel daarvan teruggevonden en daarvan is weer een groot deel gestolen en in beslag genomen.
De sterke steiging van lonen en sociale lasten en de daling van de houtprijzen, samen met de sluiting van de mijnen (Berkenheuvel leverde veel mijnhout) maakten na de Tweede Wereldoorlog, dat de exploitatie steeds meer verliesgevend werd. In 1969 besloot de N.V. het landgoed te verkopen. Staatbosbeheer en Natuurmonumenten verwierven elk ongeveer de helft.
De nakomelingen van mr. Albertus Christiaan van Daalen bezitten nog ongeveer 26 ha.

Posted in Berkenheuvel | Leave a comment

Gebroeders Harm en Jaap Mulder weten er alles van

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend bericht. De redactie wil zo één bericht natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 1967 verscheen op de volledige bladzijde 15 het volgende artikel over de Deeverse dorpsfiguren gebroeders Harm en Jaap Mulder, die an de Heufdstroate tegenover de smederij van ‘de Kloeze’ woonden.

De gebroeders Mulder weten er alles van
Het spinmoal en de snikke
“De ruimtevaart ? Je moet even aan het idee wennen. Als je vijftig jaar geleden zou zeggen dat er nog eens een tijd zou komen, dat je in één nacht van Nederland naar Canada zou kunnen vliegen, verklaarden de mensen je voor gek, maar het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld en niemand kijkt er meer van op.” Deze woorden worden gesproken door Harm Mulder uit Diever, die ondanks het feit dat hij al 84 jaar oud is, deze wereld van automatisering beslist niet verafschuwt en in al zijn weloverwogen zinnen overduidelijk naar voren laat komen dat hij het oog houdt voor de reusachtige ontwikkelingen, die zich in de afgelopen decennia hebben voltrokken en zich in de toekomst nog voltrekken zullen. “Vroeger ? O, ja, het leven was veel gemoedelijker. Nu schijnt iedereen zich te moeten haasten, maar of het vroeger beter was … Sociale voorzieningen waren er bijna niet. De mensen leefden vaak in bittere armoede. Landarbeiders, die soms met grote gezinnen in krotten hokten, hadden midden in de winter geen aardappel meer in huis en hun bestaan hing af van de liefdadigheid van anderen. Het laatste toevluchtsoord was vaak het armenhuis. Meneer, de mensen leven nu in welvaart, maar ze beseffen het niet altijd. Ze zijn nog ontevreden; is het niet droevig ?”

Harm Mulder woont met zijn 80-jarige broer Jaap in een keuterboerderijtje aan de Hoofdstraat in Diever. Aan die straat wonen de Mulders hun lange leven al. Tot 1915 woonden ze met hun ouders in een boerderij een eindje verderop, maar in dat jaar ging deze boerderij in vlammen op en al het vee en huisraad verbrandde. De inboedel, die in die jaren al antiek was, vertegenwoordigde een kapitaal. Harm Mulder wijst op een paar grote koperen ketels, die in de hoek van de kamer staan. “Dat soort spullen bedoel ik nou.” Dan neemt hij ons mee naar buiten en wijst naar een manufacturenwinkel. “Daar woonden we vroeger, samen met de familie Boelens.”
Als Harm en Jaap Mulder op de praatstoel zitten komen ze er niet zo gemakkelijk af. Het zijn gezellige vertellers, die vaak herinneringen uit het oude Diever ophalen en het is dan ook niet verwonderlijk dat er voortdurend oudere inwoners even bij hen komen aanwippen, om ’t laatste dorpsnieuws te horen of om ‘zomaar’ een praatje te maken. Harm en Jaap Mulder zijn uit Diever even moeilijk weg te denken als de oude hervormde kerk, die vanaf de Brink het dorpsbeeld beheerst.
De Mulders gingen vroeger, evenals hun leeftijdgenoten, op school bij meester Kuper, die lange tijd de scepter zwaaide in het gebouw, waar nu het gymnastieklokaal is.
De onderwijsmethoden verschilden heel wat met die van nu en het was helemaal geen uitzondering als de leerlingen ‘lijfstraffen’ kregen. “De lineaal kwam er wel eens aan te pas als het niet helemaal naar de zin van de meester ging”, zegt Harm nu, lachend als hij aan die tijd terugdenkt. “Het leerlingental was erg onregelmatig. Leerplicht was er niet en de arbeiderskinderen zag je ’s zomers niet komen. Die moesten op hun broertjes en zusjes passen als de ouders aan het werk waren of ze liepen met de schapen langs de weg. Tegen de winter kwamen ze weer op school. ‘Winterkraaien’, noemde meester Kuper die kinderen.”
Harm en Jaap hebben hun leven doorgebracht met werken in de landbouw, als houthakker of ze groeven waterputten voor de boeren in de omtrek. Jaap weet nog dat hij als houthakker twee gulden per dag verdiende, wat een hoog loon was. Harm: “Een daggelder in de landbouw verdiende maar een gulden.” Jaap verbetert: “Nee, zo was het niet, zestig cent en ’s winters veertig cent. ”
Als de 71-jarige oud PTT-besteller Arend Trompetter binnenkomt, vindt hij het gezellig als hij hoort dat er over oud-Diever wordt gepraat. Hij gaat zitten en vertelt dat er in Diever vroeger een grote paardenmarkt was, die bekend was in het gehele noorden en waar kooplui uit het buitenland soms honderd paarden tegelijk kochten. Ook was er een schapen- en een geitenmarkt, die op de Brink werd gehouden. Trompetter: “Deze markten waren altijd hele feestdagen voor het dorp. Bij de kerk stond een draaimolen en een Kop van Jut. Maar het was allemaal geen pais en vree, want dit waren juist de dagen dat de onderlinge vetes tussen jongelui uit Diever en die uit de naburige dorpen werden uitgevochten, waarbij dikwijls het mes werd getrokken. Als een jongen uit een ander dorp met een Dieverse uit wilde, kostte hem dat een kruik jenever van tachtig cent. Het ‘glaasje op, laat je rijden’ was er niet bij, want iedereen moest lopen.”
De gebroeders Mulder gingen vroeger met de trekschuit naar de Meppeler markt. Om vijf uur vertrok de boot, de zogenaamde snikke vanuit Dieverbrug. In het vooronder liepen de varkens, die in Meppel van eigenaar zouden veranderen, in het ruim krioelden de biggen en in de bedompte kajuit zaten de passagiers, die tegen elkaar hele verhalen afstaken, die wel leuk waren om te horen, maar die vaak niet geheel op waarheid berustten. “Dat waren de snikkepraatjes”, zegt Harm, die nog best weet dat de schippers van de trekschuit, de ‘snikkevaarders’, Klasens en Warries heetten. “De vrouwen moesten wel eens in de lijn lopen en dan zei de schipper: “Je moet de vrouwen altijd in de gaten houden.””
In de jaren 1915-1916 ging de tram van Dieverbrug naar Meppel rijden en toen werd het vervoer wat gemakkelijker. Harm weet niet hoe lang een dergelijke reis duurde, maar als hij in Meppel een sigaar opstak en langzaam rookte kon hij tot Dieverbrug met de sigaar doen.
Harm en Jaap Mulder waren trouwe bezoekers van de catechisatie van de gereformeerde kerk, die werd gegeven door de oude dominee Dijkstra, die in Diever zijn veertigjarig ambtsjubileum vierde. Zo’n zestig jaar geleden was dominee Van Dalsem voorganger in de Hervormde Kerk. “Op één van deze catechisaties miste dominee Dijkstra een jongen, die niet was gekomen. Wij vertelden de dominee, dat de jongen naar Hijken was, naar een meisje waarop de dominee vermanend zei: “Hijken, Hijken, het land van wellust en vermakelijkheid, Hijken het oude spinnehuis.””, zegt Harm, die ondeugend begint te lachen als het gesprek op de liefde komt. “Ja”, zegt Trompetter, “vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes.”
Als Jaap zich even in de keuken heeft teruggetrokken om een kopje koffie te zetten, beginnen Harm en Trompetter te praten over de toenaderingen tot het vrouwelijk geslacht, en vooral over de spinmoalen die na Nieuwjaarsdag plaatsvonden. “De huwbare dochters zaten dan in het achterhuis aan het spinnewiel te wachten op de komst van de jongelieden, die hun hoofd voorzichtig om de deur staken. Als de meisjes dan begonnen te zingen: “Snor, snor, snor, wat zijn de jongens dor.”, dan was dit een stille wenk dat de jongelieden wel binnen mochten komen. Er zijn wel huwelijken uit dit soort bijeenkomsten voortgekomen.”
Trompetter vertelt dat er vroeger in het café van zijn ouders ook wel eens dansavonden werden gehouden, die alleen toegankelijk waren voor paren. Vrijgezellen werden angstvallig geweerd en als ze toch naar binnen wilden, werden ze zonder pardon van de trap gegooid.
Deze dansavonden, de bijeenkomsten die door de kerk waren georganiseerd en de jaarmarkten, waren eigenlijk de enige vorm van ontspanning, die de mensen in Diever kenden en daarom vormden ook de bezoeker van een zekere Slieker een welkome afwisseling, vooral voor de schooljeugd. Slieker kwam in Diever met een voorloper van de moderne projector, de cinematograaf, die hij voor café Brinkzicht, in die dagen geëxploiteerd door kastelein Hummel, liet afdraaien. Hij maakte dan gebruik van de volgende slagzin: “Hij komt, wie komt, Slieker komt met zijn cinematograaf of levende beelden.”
Een jaar of tien later, het zal in de twintiger jaren zijn geweest, zo vertelt Harm Mulder, ontstond er op warme zomeravonden voor de winkel van manufacturier Zaligman, een oploop als die grammofoonplaten draaide op zijn piepende patofoon. Het waren de dagen van de uitvindingen, die ook Diever bereikten. Zo herinnert Mulder zich nog dat de eerste automobiel, piepend en knallend door het centrum van het dorp reed, gevolgd door de schooljeugd, die het vehikel gemakkelijk bij kon houden. En verder het verhaal van de landbouwer Jan Haveman Mzn. uit Wapse, die zestig jaar geleden de eerste hulpmeststoffen in ’t nachtelijke duister op zijn akkers strooide, omdat hij bang was dat de bevolking anders zou zeggen dat hij niet goed wijs was door de toepassing van de nieuwe bemestingsstoffen.
De klederdrachten hebben zich in Diever niet kunnen handhaven; alleen bij bijzondere gebeurtenissen komen de Drentse kostuums nog uit de kast. Harm: “Vroeger droegen de mannen een duffelse jas, die wel een leven lang meeging als hij een keer gekeerd werd. De vrouwen kregen oorijzers als ze zestien of zeventien jaar werden en het haar mochten opsteken. Aan deze oorijzers kon je zien uit welk milieu de vrouwen kwamen. Arbeidersvrouwen hadden een zilveren oorijzer, de andere vrouwen een gouden en de ‘upper ten’ had nog een gouden plaat op het oorijzer.
Aan de klederdrachten kon je ook zien of iemand in de rouw was, want in die dagen werd bij het overlijden van een familielid een jaar lang diepe rouw betracht.”, zegt Harm. “Ja,”, vult Jaap aan, die inmiddels weer in de kamer is gekomen en een kopje koffie met een Drents koekje presenteert, “de vrouwen die in de rouw waren droegen een dichte muts over het oorijzer. In de periode na de diepe rouw droeg de vrouw weer een andere muts.
Trompetter is blij dat de tijden veranderd zijn. “Er was vroeger bittere armoede. De arbeider had een achttienurige werkdag en als hij zes gulden in de week verdiende had hij een reuzeloon. In de wintermaanden als er voor hen geen werk was, werd er door de kerken brood uitgereikt en als er een noodslachting was, werd het vlees verdeeld onder de armen. Nu is er welvaart.”
Terwijl Harm Mulder met zijn hand langs de kin strijkt, komt zijn gesprek nog even op barbier Vierhoven, die de inwoners op de deel van de baard bevrijdde. Het kostte drie cent en dan kreeg je koffie toe.
Als we Harm en Jaap Mulder en Arend Trompetter vragen wat ze van het Diever anno 1967 denken, een Diever dat zich steeds meer gaat toeleggen op de recreatie, zeggen ze: “De boeren houden niet van de recreatie. Je moet eens zien wat de stadse bevolking in de zomermaanden vernield. Maar ja, de middenstand heeft in de zomermaanden belang bij recreatie en daar moet je ook naar kijken. De tijden zijn nu eenmaal veranderd.”

De tekst bij de afbeelding van ansichtkaart van de Kleine Peperstraat luidt als volgt:
Een dorpsbeeld van Diever, dat op deze foto doet denken aan een Zwitsers bergdorp. De foto, die dateert uit 1910, is genomen vanaf de Pepersteeg.

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van café Brinkzicht luidt als volgt:
Café Brinkzicht in vroeger dagen (1910).

De tekst bij de afbeelding van Arend Trompetter luidt als volgt:
… vroeger kwamen de jongens ook wel aan de meisjes …

De tekst bij de afbeelding van Jaap Mulder luidt als volgt:
… kopje koffie met Drentse koek …

De tekst bij de afbeelding van Harm Mulder luidt als volgt:
… er is nu welvaart …

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge luidt als volgt:
Boven: De Drentse Hoofdvaart bij de Dieverbrug, een oud vrachtschip wordt geladen (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de plaggenhut luidt als volgt:
Links: Een plaggenhut in Wapse (1910).

De tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart van de Kruusstroate in Deever luidt als volgt:
Onder: De schooljeugd van Diever kwam in 1910 op de foto.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het interview met Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter werd gehouden in het huis met adres Hoofdstraat 60 in Deever. Dit huis is te zien op bijgaande kleurenfoto. De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 20 november 2005 gemaakt.
De redactie wil graag zo snel mogelijk van alle vijf in het artikel ‘Het spinmoal en de snikke’ getoonde ansichtkaarten een afbeelding in het Deevers Archief tonen. De redactie wil ook graag een afbeelding van Harm Mulder, Jaap Mulder en Arend Trompetter bij dit bericht in het Deevers Archief tonen.
De afbeelding van de ansichtkaart van de löswal an de Deeverbrogge is al opgenomen in het bericht Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’. Deze ansichtkaart is niet in 1910, maar in 1905 uitgegeven. 

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Dorpsfiguren, Hoofdstraat | Leave a comment

Een Spartaans hangkotje op de Langparkeerbrink

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 25 september 2017 stond het volgende berichtje over een culturele gebeurtenis van de eerste orde binnen de grenzen van de gemiente Deever. Deze gedenkwaardige gebeurtenis zal ongetwijfeld rechtstreeks en zonder enige betuttelende ballotage in het geschiedenisboek van de gemiente Deever worden vermeld.

Jeugd Diever heeft eigen plek
Jongeren Ontmoetings Plaats bij sportvelden
Diever. De jongeren in Diever hebben een eigenplek. Wethouder Homme Geertsma heeft samen met een aantal jongeren de JOP, een Jongeren Ontmoetings Plaats, geopend.

De Jongeren Ontmoetings Plaats in Diever is gerealiseerd in de nabijheid van scholengemeenschap ‘Stad en Esch’ en het sportterrein Westeres van de voetbalvereniging Diever/Wapse. Hij is geplaatst op het parkeerterrein. De JOP is geheel van metaal en voorzien van banken. De jeugd kan nu overdekt zitten en elkaar gezellig ontmoeten. De JOP is voorzien van de tekst: ‘Hangen oké  ! Overlast nee ! En rotzooi opruimen !’
Geertsma opende de JOP door samen met jongeren uit Diever de poster te plaatsen waarop de afspraken staan die zijn gemaakt. Men mag geen lawaai maken en harde muziek is geheel niet toegestaan. De wethouder zei dat het goed was om te zien dat de gemeente, de jongeren en de omwonenden gezamenlijk tot een prachtige ontmoetingsplek waren gekomen.
‘Een JOP waarin jongeren gezellig kunnen praten en bij elkaar kunnen zijn. En doordat we onderling goede en duidelijke afspraken hebben gemaakt, ga ik er van uit dat we allemaal plezier beleven aan de JOP.
Overlast
Naast de Jongeren Ontmoetings Plaats is een afvalbak geplaatst. Deze is volgens omwonenden nog niet heel erg opgevallen, gezien het vele afval in de JOP afgelopen weekeinde.
In Diever wordt gehoopt dat door de realisatie van de JOP de overlast die rondhangende jeugd regelmatig veroorzaakt bij de openbare lagere school ‘de Singelier’ en in de overdekte picknickplaats aan de Bosweg minder wordt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Volgens de webstee van de voorkant van het gelijk is de hoogedelachtbare heer Homme Geertsma de CDA-wethouder voor het beheer van de openbare ruimte, milieu, onderwijs, sport en jeugdzorg. Dat zijn heel wat dikke zware, vette, dure portefeuilles bij elkaar, maar dat kwam bij deze topgebeurtenis mooi uit: één wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het beheer van duurzame objecten in een duurzame openbare ruimte binnen de gemiente Deever én bovendien politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd.
JOPsbode Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk kwam met een opgeheven moraliserend wijsvingertje en met het volgende JOPsbericht naar het Spartaanse rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink aan de straat met de naam Westeresch in Deever: ‘Hangen oké ! Overlast nee ! Rotzooi opruimen ! Geen lawaai maken !’  ‘Geen harde muziek afspelen !’
Als de rondhangjeugd in de buurt van het rondhangkotje toevallig eens een keer een beetje afval maakt in de vorm van bijvoorbeeld een leeg blikje van een energiedrankje, dan is het bevel ‘En rotzooi opruimen !’. Rondhangjeugd trapt rotzooi, rondhangjeugd maakt rotzooi, rondhangjeugd is rotzooi.
Dat minachtende woord rotzooi geeft al meteen aan dat de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma de Deeverse jeugd om het op zijn Deevers te zeggen ‘veur gien cent in de reek’n hef’ of anders gezegd ‘minder in de reek’n hef dan un vurrotte kool’, 
want op de webstee van de voorkant van het gelijk wordt wel degelijk gebruik gemaakt van de termen afval en zwerfafval en niet rotzooi en zwerfrotzooi.
De hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma hoefde in zijn JOPsbericht niet het bevel ‘Niets vernielen !’ op te nemen, want het massief dikstalen en militair-donkergroen gespoten Spartaanse rondhangkotje valt niet te vernielen.
Het zware orkaanbestendige Spartaanse rondhangkotje kan ook onmogelijk worden omgeduwd.
Hij had voor alle zekerheid in zijn JOPsbericht wel het bevel ‘Niet spuitverven !’ kunnen opnemen.
Het Spartaanse rondhangkotje kan ook niet in brand gestoken worden, want staal is nog steeds niet brandbaar.
Kortom de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk is er volledig in geslaagd de Deeverse rondhangjongeren een onpersoonlijk, onaantrekkelijk, ongezellig en afstotelijk Spartaans rondhangkotje op de gratis Langparkeerbrink op de Westeresch van Deever door de strot te duwen.
Deze indruk wordt versterkt door de slechte anti-propagandafoto van de voorkant van het gelijk, waarop een erg eenzame hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma nota bene met de rug naar de fotograaf bezig is met het doorknippen van een wellicht door hemzelf meegebracht en opgehangen rood-wit geblokt plastic wegenbouwlintje met een wellicht door hemzelf meegebracht schaartje. Of heeft hij voor de zekerheid altijd een schaartje in zijn binnenzak ? Je zou verwachten dat het doorknippen van dat lintje gedaan mocht worden door een vertegenwoordiger van de rondhangjongeren, maar nee …. Op de foto zijn in de verste verte geen, ook niet achter de bosjes bij de twee langparkeerauto’s, rondhangjongeren te bekennen. Echt niet ! Maar deze staan ongetwijfeld in groten getale achter de maker van de krantenfoto. Echt wel ?
Dan is de onthulling van het Spartaanse rondhangkotje voor de hoogedelachtbare heer CDA-wethouder Homme Geertsma zo in de aanloop naar de 2018-gemeenteraadsverkiezingen toch wel als een soort van negatief persmomentje, als een soort van deceptietje te beschouwen, want een wethouder die politiek verantwoordelijk is voor het duurzaam zorgen voor de jeugd moet op zijn minst zorgen wel omringd door rondhangjongeren op de foto te komen. Toch nog maar gauw even een schriftelijk snelcursusje ‘Hoe ga ik om met mijn klanten’ volgen ? Want rondhangjongeren mogen tegenwoordig al stemmen als ze achttien jaren jong zijn.
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s van het Spartaanse rondhangkotje op 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Eerst perk A op de kaarhof van Deever ruimen

Voordat je als kind of kleinkind of achterkleinkind of achterachterkleinkind het in de gaten zou kunnen hebben, zouden de overijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk – die hun bureautje in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever hebben staan – op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever kunnen beginnen met het opruimen van de stoffelijke resten van een ouder of een grootouder of een overgrootouder of een overovergrootouder in één van de perken A tot en met Z.
Als vanwege het voorgewende of geveinsde ruimtegebrek op de kaarkhof van Deever dan zo nodig een perk zou moeten worden geruimd, dan is dat voor de erfgenamen van de stoffelijke resten en de grafsteen ethisch en juridisch gezien alleen te verantwoorden als de overijverige werkertjes beginnen bij de grafen in het zo genoemde perk A.
De Engelsen zeggen dat zo: first in, first out. Wie het eerst is begraven, die wordt ook het eerst geruimd. Dus de conclusie is dat de stoffelijke resten in perk A in volgorde van overlijden en zonder aanziens des persoons het eerst moeten worden geruimd.
En dan kan het wel zo zijn dat de overijverige bestuurdertjes van de zo genoemde Historische Vereniging Gemeente Diever -niet gehinderd door enige kennis- wel voortdurend en heel hard schreeuwen en brullen en lobbyen dat perk A van historisch belang is en dan kan het wel zo zijn dat de ijverige werkertjes van de genoemde vereniging als een soort van tijdverdrijf zo nu en dan in perk A hier en daar de gevallen bladeren opharken, hier en daar een grafsteentje rechtzetten, hier en daar de korstmosjes van een grafsteen wegkrabben of hier en daar de rode grafsteentor bestuderen, maar dat heeft nul en generlei waarde, dat doet niets af aan het ethische, objectieve en juridisch te volgen principe dat de oudste stoffelijke resten in het oudste perk A het eerst worden geruimd, en niet subjectief eerst perk D waar veel arbeiders liggen en dat perk K en dan perk B waar veel dikke boeren en notabelen liggen.
In het geval van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis, die begraven zijn in perk A, zal het overijverige werkertje van de voorkant van het gelijk inderdaad -als een soort van beginnend notarisklerkje- overijverig en gratis overuren makend op zoek moeten gaan naar alle erfgenamen van de stoffelijke resten van Jan Lefferts ten Brink en Grietje Veenhuis en de grafsteen en hen via een officieel document de wettelijke en objectieve mogelijkheden voor het omgaan met de stoffelijke resten en de grafsteen en de geldelijke gevolgen van een keuze mee te delen.
Jan Lefferts ten Brink is geboren op 1 juni 1850 in Deever en is op 30 april 1887 overleden in Wittelte. Hij is een zoon van Leffert ten Brink en Grietje Hessels. Jan Leffert ten Brink was boer in Wittelte.
Geertje Veenhuis is geboren op 18 maart 1858 in Wapse en is op 29 mei 1915 overleden in Wittelte. Zij is een dochter van Fokke Jans Veenhuis en Annechien Niklaas Krijthe.
Op de grafsteen staat de eerste regel van psalm 103, vers 8.
Dit vers heeft betrekking op de vergankelijkheid van het leven, het sterven en de rouw.
De tekst van psalm 103, vers 8 luidt als volgt:
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar krachteloos is en teer,
Wanneer de wind zich over ’t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren,
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2017 gemaakt.
De redactie is bezig alle grafstenen in alle perken van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te fotograferen.

Posted in Diever, Kerkhof | Leave a comment

Plattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemienten DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de nieuwe voorkant van het gelijk het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.
Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van het dorp Deever.
De voorkant van het gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te plaatsen. Zie de twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief gelukkig op 2 januari 2017 heeft kunnen maken.
De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de voorkant van het gelijk hebben overgedragen ? Of dat de voorkant van het gelijk het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.
En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar staan toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma ??) het plaatje niet verwijderen.
De vraag is of het nederlandsebondvanplattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, op de Schultehuisbrink niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de voorkant van het gelijk op de plaats van het prachtige zitbankje veel reclame voor William Shakespeare zal gaan maken.
De voorkant van het gelijk lijdt immers ook zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-Saksiche Schultehuisbrink voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink aan de Heezenesch van Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de voorkant van het gelijk binnenharkt uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.
Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de Schultehuisbrink zal worden verbannen ?
De redactie van het Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van de voorkant van het gelijk met al de vele zijnen van de voorkant van het gelijk achter de vele ramen van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-Saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeerscirculatieplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer meer) op deze niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel Saksische Schultehuisbrink zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet origineel-Saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven ..


Posted in Achterstraat, Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kleine Brink, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

De Koekoeksvijver op Berkenheuvel

De Koekoeksvijver op Berkenheuvel is op een aantal zwart-wit ansichtkaarten afgebeeld, De wat de redactie van het Deevers Archief betreft mooiste afbeelding is bijgaande afbeelding uit het einde de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Bij nadere beschouwing is aan de linker boom op de voorgrond een bordje met daarop de naam Koekoeksvijver bevestigd.
De huidige eigenaar van dit deel van Berkenheuvel doet niet meer aan onderhoud van aan bomen gespijkerde bordjes van mr. A.C. van Daalen en ook niet meer aan het plaatsen en onderhouden van zitbankjes en het onderhouden van wegen.
De bezoeker van Berkenheuvel wordt geacht bij de Koekoeksvijver vooral door te lopen, fietsen is daar nog nauwelijks mogelijk, een zitbankje is niet meer aanwezig, dus snel weg te wezen of sterker nog: niet te komen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van een toevallig met een laagje ijs bedekte Koekoeksvijver gemaakt op 21 januari 2016.
Wie herinnert zich nog die echte winters in de zestiger jaren van de vorige eeuw, waarin de Deeverse jeugd deze vijver gebruikte als schaats- en ijshockeybaan ?


Posted in Afbeeldingen, Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosgezichten, Koekoeksvijver | Leave a comment

Ansichtkoate van de Deeverbrogge uut 1954

De redactie van het Deevers Archief laat zijn trouwe bezoekers graag meegenieten van nieuwe aanwinsten.
Bijgaande ansichtkaart werd in 1954 uitgegeven door Fa. Kuiper, Levensmiddelenbedrijf te Deever. De firma Kuiper had ook een winkel an de Deeverbrogge bee’j de Sluus. Wellicht is deze kaart in de winkel an de Sluus verkocht. De kaart is an de Deeverbrogge gepost en gestempeld.
Grietje van Wijk stuurde deze kaart in december 1954 naar haar buurjongen Roelie Grit, die een paar huizen verderop woonde.
Roelie Grit was opgenomen in de Christelijke Kindervleugel van de Afdeling Professor Eerland van het Academisch Ziekenhuis in Groningen.
Roelie had bij ‘de febriek’ (de zuivelfabriek) aan het Moleneinde natronloog gedronken uit een fles die ongewoon open en bloot tegen een muur buiten ‘de febriek’ stond. Roelie had dorst en dacht dat in de fles gewoon water zat. Het natronloog verbrandde zijn slokdarm en zijn maag. Zijn lichaam is nooit volledig hersteld van dit afschuwelijke ongeluk. Roelie is niet oud geworden.  Zie het bijgaande overlijdensbericht dat op 21 februari 2010 in de Meppeler Courant stond.

Abracadabra-1536
Abracadabra-1537

Abracadabra-1535

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Zuivelfabriek | Leave a comment

Voetbalclub SHELL – Sport Houdt Elk Lichaam Lenig

Bijgaande foto uit de jaren 1935/1936 is afkomstig uit de verzameling van Jochem Smit uit Steenbergen. Hij kreeg deze foto van zijn vader Helprig Smit, die op deze foto staat.
De foto van het elftal van voetbalclub SHELL (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) is gemaakt op het weiland van boer Roelof Bisschop an de Aachterstroate in Deever, het weiland naast het huidige restaurant The Shakespeare.
De jongens staan in elftalformatie opgesteld.
In het midden vooraan zit de keeper met de voetbal, geflankeerd door de twee backs, de drie spelers in het midden zijn de linkshalf, de stopperspil en de rechtshalf. Achteraan staan de linksbuiten, de linksbinnen, de midvoor, de rechtsbinnen en de rechtsbuiten.
1.
De linksback is Jan Mulder Tzn.
Hij is geboren op 18 april 1910 in Deever als zoon van Teunis Mulder en Maria Houwer.
Zijn dochter Monique Mulder vulde deze gegevens op 29 oktober 2016 als volgt aan.
Hij is geboren op ’t Kasteel in Deever. Hij is in 1947 getrouwd met Pietertje de Jong. Zij is geboren op 8 september 1915 in Bleskensgraaf. Jan Mulder is overleden op 14 mei 1988 in Apeldoorn. Zijn beroep was timmerman.
2.
De keeper is Jacob (Jaap) Kannegieter.
Hij is geboren op 18 februari 1913 en is overleden op 26 mei 1974.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

3.
De rechtsback is Albert Vos
Hij is geboren op 10 augustus 1915 in Deever. Hij was een zoon van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Hij is op 26 januari 2005 overleden.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

4.
De linkshalf is Albert Geerts.
Hij is op 25 juni 1912 geboren in Eursinge (Havelte) als zoon van Klaas Geerts en Femmigje van de Pol,
Hij is geëmigreerd naar Zuid-Afrika.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ? 

5.
De stopperspil is Jan Oostenbrink.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

6.
De rechtshalf is Johannes Mulder Tzn.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

7.
De linksbuiten is Helprig Smit.
Zijn dochter mevrouw Sina Raadgever-Smit (woonachtig in Amsterdam) stuurde op 3 november 2016 de volgende gegevens (hartelijk dank daarvoor).
Hij is op 14 mei 1916 in Deever geboren. Hij was een zoon van Hilbert Smit en Elsje Oost. Hij is op 25 oktober 2003 overleden in Capelle aan de IJssel.
8.
De linksbinnen is Jacob Hulshof.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

9.
De midvoor is Hendrik Punt.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

10.
De rechtsbinnen is Geert Andreae (Andree ?)
Hij is op 30 oktober 1913 geboren in Deever als zoon van Cornelis Andreae (Andree ?) en Jantje Schoenmaker. Hij is overleden in Groningen op 1 februari 1968, hij was toen 54 jaar oud.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

11,
De rechtsbuiten is Arend de Groot.
Zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Wie kan deze gegevens verstrekken ?

Op 3 november 1932 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende bericht:
Diever, 2 november. De voetbalclub SHELL alhier is toegetreden tot den Drentsche Voetbal Bond. Een onmiddelijk gevolg hiervan was dat een nieuw terrein gehuurd moest worden, aangezien het oude niet aan de eischen voldeed. Het bestuur is er in geslaagd een stuk weiland te vinden en heeft nu het terrein meteen in het dorp liggen, hetgeen aan het bezoek zeker ten goede zal komen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
SHELL speelde in de dertiger jaren eerst op het Mastenveldje bij de Studentenkamp aan de Bosweg.
In het jubileumboekje ‘Geschiedenis van de voetbalvereniging Diever’ dat ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de voetbalvereniging Diever is uitgegeven, is bijgaande foto helaas niet opgenomen, is bijgaand artikeltje helaas niet opgenomen en is helaas maar heel beperkt aandacht besteed aan de voorlopers van de voetbalvereniging Diever.
Bijgaande foto is ook gepubliceerd in nummer 10/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Abracadabra-1521Abracadabra-1528

Posted in Afbeeldingen, Diever, Opraekelen, Topstukken, Voetbal | Leave a comment

De resten van de brandpaal bij de Juniperusweg

Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over de bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Zie de bijgevoegde foto’s.
Deze werd op 14 juni 1931 centraal opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam), tegenover de Juniperusweg (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam).
Het was bij Albertus (Bert) Doorman (de kleinzoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen) niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan.
Heb als klant van de eigenaar van Berkenheuvel vooral niet de illusie de plek aan de Middenlaan (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) tegenover de Juniperusweg (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) heden ten dage zo maar te kunnen vinden. De huidige eigenaar doet niet aan bomen vastgespijkerde naambordjes, is systematisch bezig de oorspronkelijke boswegen (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom te doen verdwijnen of te blokkeren. Zijn de klanten van de huidige eigenaar wel welkom op Berkenheuvel ?
Maar hoe moet het dan als de huidige eigenaar de inkomsten uit bosbouw in zijn verdienmodel gaat opnemen ? Dan moet bosbouwmaterieel over de boswegen kunnen rijden. Worden dan de oude boswegen (elke bosweg op Berkenheuvel heeft een naam) weer in ere hersteld ?
De vraag is wel hoe zo’n brandwacht bij de brandpaal verliep. De dorpskracht kwam op de fiets naar de brandpaal. Was het zijn eigen fiets, was de fiets van de brandweer of had de gulle mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom uit eigen belang een fiets ter beschikking gesteld ? De dorpskracht van de vrijwillige brandweer zat wellicht op een stoeltje onder aan de paal een boek te lezen of te keuvelen met zijn vriendinnetje. Wellicht moest de brandwacht om het kwartier, om het halfuur of om het uur, afhankelijk van de droogte in de bos, in de paal klimmen voor het doen van een waarneming. De brandwacht zal daarvoor in het bezit moeten zijn geweest van een horloge. En als hij een brand waarnam, wat deed hij dan ? Bellen via de slimme telefoon was er toen nog niet bij. Een vuurpijl afschieten ? Of op de fiets gesprongen en naar de dichtsbijzijnde telefoon gesjeesd ? Was in het landhuis Berkenheuvel een telefoon geïnstalleerd ? Of moest de arme dorpskracht helemaal naar Deever racen om alarm te slaan ?
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande vier kleurenfoto’s op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERAOLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Berkenheuvel, Brandweer | Leave a comment

Mooie oude ansichtkaart van zwembad Dieverzand

Van het zwembad Dieverzand aan de Bosweg in Deever zijn in de loop van de jaren van het bestaan van dit zwembad in de open lucht veel mooie zwart-wit ansichtkaarten uitgegeven. Stel jij jou eens voor dat jij deze allemaal in jouw mooie collectie zou hebben.

De redactie wil de trouwe bezoekers van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart, die tussen 1945 en 1950 moet zijn uitgegeven, graag tonen.

De foto voor deze ansichtkaart moet buiten het badseizoen zijn gemaakt, want de waterstand in het zwembad is laag.

Let vooral op de houten omkleedhokken op de achtergrond. In het midden was de ingang. Links van de ingang waren de omkleedhokken voor de meisjes en de vrouwen en rechts waren de hokken waar de jongens en mannen zich moesten omkleden.

Bezoekers van het Deevers Archief worden opgeroepen van ansichtkaarten of foto’s van het zwembad, die zij in hun bezit hebben, een goede scan te maken en deze in te sturen naar het Deevers Archief. De redactie zal deze met veel plezier publiceren.

abracadabra-133

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Diever, Zwembad Dieverzand | Leave a comment

Over ‘de Baarg’ in het Nieuwsblad van het Noorden

In het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 2 november 1932 verscheen het volgende artikeltje over de Baarg van Wittelte. 

Dit is een overblijfsel van een zoogenaamden Frankischen burcht, waarop vermoedelijk betrekking heeft de giftbrief van Keizer Hendrik III van 12 mei 1040, waarbij hij de goederen van zekeren Ulfo en zijn broeders, gelegen te Uffelte, Wittelte en Peelo, verbeurd verklaarde en aan de kerk van Utrecht schonk als allodiale bezitting.
De proostdij van St. Pieter te Utrecht trok nog vele eeuwen inkomsten uit deze omgeving; de zogenaamde St. Peters roggepachten. De burcht te Wittelte zou door een van de gebroeders zijn bewoond.

Posted in de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

V.C.S.B.-kampen aan de Bosweg – 1922

In de krant Het Vaderland (staat- en letterkundig nieuwblad) van 20 februari 1922 verscheen het navolgende bericht over het kampterrein van de op 8 december 1915 opgerichte Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) in de buurt van het Mastenveldje aan de Bosweg.

Evenals vorige jaren zal de V.C.S.B. dezen zomer op haar kampterreinen te Diever en te Sleen in Drente jongens- en meisjeskampen houden, in totaal vijf, waarvan drie voor jongens, alle 10 dagen durende. Uitnemende instelling! H.B.S.’ers, Gymnasiasten en dat soort volkje worden zoo geleidelijk aan voorbereid om later den V.C.S.B. of C.J.B. te beschouwen als hun geestelijk huis. Vooral de zoogenaamde novietenkampen voor jongens en voor meisjes afzonderlijk, zijn van groot belang. Uit elke academiestad zijn daar studenten, die aan de nieuwelingen alle mogelijke inlichtingen verstrekken. Men verwacht van deze kampen, welke buiten het kader der gewone studentenconferenties worden gehouden, door meer sport en eenvoudiger besprekingen, veel vrucht.
En voor de studenten die deze kampen leiden heeft de omgang met de jongeren groote bekoring en groot nut. Te midden van de vele gevaren die het geestelijk en zedelijk leven bedreigen zijn deze kampen een prachtige tegenweer. Juist ook door hun vroolijkheid en sportieven geest. Voetbal, korfbal, hockey, zwemmen, hardloopen, fietsen, naast het zingen van een ernstig lied, zijn aan de orde van de dag. De jongens worden door de kampboekjes al ingelicht dat hun leiders, ook de predikanten en professoren, uitstekende sportlui zijn.
De kampboekjes! Wat zien ze er, met hun leuke kiekjes, aantrekkelijk uit! En wat is de uitnoodiging prettig en hartelijk!.
Ouders en voogden, als ge uw kinderen een heerlijken, naar lichaam en ziel gezonden en stralenden tijd wilt gunnen, gedurende de lange vacantie, stuur ze dan naar een V.C.S.B.-kamp. Vraagt een kampboekje aan voor uw jongens of meisjes bij het secretariaat van den V.C.S.B., Nutsgebouw, Langebrug te Leiden. Maar: ge moet u haasten. Ik weet zeker dat volgend jaar de grootste wensch van uw kind voor de zomervacantie zal zijn: naar het kamp te Diever of te Sleen. En wij zelf? Als onze kinderen met opgetogen verhalen thuiskomen, zouden we, alleen voor zoo’n kamp nog eens 15 jaar willen worden!
J.J.M.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond wilde de vereniging zijn voor alle vrijzinnige universitaire studenten in Nederland. Deze bond was ontstaan uit de vrijzinnig christelijke studenten verenigingen te Utrecht, Leiden en Groningen. De bond trachtte in studentensteden waar deze nog niet bestond ook een plaatselijke vereniging op te richten.
De hier afgebeelde foto op de ansichtkaart uit 1920 toont het zogenoemde ‘professorenhuis’, waarin ook de kampkeuken was ondergebracht. In dit houten gebouwtje sliep de leiding van het kamp.
Na de Tweede Wereldoorlog vorderde de gemeente gedurende een aantal jaren het pand, vanwege de toen heersende woningnood en vestigde daar toen pas getrouwden in, totdat deze konden verhuizen naar een woning in de eerste naoorlogse nieuwbouw. De stapel zwerfstenen is ter plekke nog steeds aanwezig.


Posted in Bosweg, Diever, Gemeente Diever, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Cultureel erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Date et dabitur vobis. Geeft en u zal gegeven worden.

Op 9 oktober 1923 kreeg het bestuur van de Sint Andreas parochie op Zorgvlied van de aartsbisschop van Utrecht toestemming voor het bouwen van een nieuw kerkgebouw voor de Rooms Katholieke geloofsgemeente. Het inzamelen van het benodigde geld voor de bouw verliep voorspoedig, zodat al op 27 november 1923 de eerste steen kon worden gelegd. Op 15 juli 1924 werd de kerk op plechtige wijze ingewijd.
Bij het inzamelen van het benodigde geld kreeg een donateur als dank bijgaande kaart met daarop de tekst:
Date et dabitur vobbis. Geeft en u zal gegeven worden.
De tekst is afkomstig uit de Bijbel: Lucas 6:38.
In het Latijn luidt de tekst van Lucas 6:38 als volgt:
Date dabitur vobis mensuram bonam confersam et coagitatam et supereffluentem dabunt in sinum vestrum eadem quippe mensura qua mensi fueritis remetietur vobis.
In het Nederlands luidt de tekst van Lucas 6:38 als volgt:
Geeft, en u zal gegeven worden: eene goede, neergedrukte en geschudde overlopende maat zal men in uwen schoot geven; want met dezelfde maat waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.
De tekst uit de Bijbel zal wel niet letterlijk en niet materieel, naar overdrachtelijk en spiritueel bedoeld zijn geweest.
Blijkbaar waren na de geldinzamelingsactie nog wat kaartjes overgebleven, want meneer pastoor M.D.N.J. Epping verzond bijgaand exemplaar in 1926 aan den Weledele Heer C. Willemse, Strijbeek 359, te Ginneken. Ginneken ligt bij Breda in Noord-Brabant. Kwam meneer pastoor M.D.N.J. Epping uit Ginneken ?
De redactie van het Deevers Archief raadt de makers van het beoogde populair-wetenschappelijke geschiedenisboek over Zorgvlied-Wateren-Oude Willem aan bijgaande prachtige afbeelding op te nemen in het boek.
Het voordeel van het onderhouden van een webstee, zoals die van het Deevers Archief, boven een boek (ik heb al een boek), is dat niet veel teksten over de Sint Andreas kerk hoeven te worden overgeschreven, linken naar van belang zijnde gegevens in andere webstees volstaat, bijvoorbeeld naar de betreffende pagina in de webstee van het Monumentenregister.

Voor het overschrijven van teksten is gebruikt gemaakt van de Bijbel, dat is de gansche heilige schrift, bevattende alle de canonieke boeken boeken des ouden en nieuwen testaments; de gebruikte uitgave is op last van de hoogmogende heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit van de nationale synode gehouden te Dordrecht in de jaren MDCXVIII en MDCXIX, uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandsche getrouwelijk overgezet en in 1902 uitgegeven door het Nederlands bijbelgenootschap, Herengracht 366, Amsterdam.

Abracadabra-1517Abracadabra-1518

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’

In de Meppeler Courant, jaargang 1963, nummer 118 verscheen het navolgende artikel over het slijpen van de stenen van molen ‘de Vlijt’ in Oldendiever. De redactie van het Deevers Archief  vond dit artikel bij het digitaliseren van zijn archief in een van de vele dozen met krantenknipsels.

Abracadabra-1406

Molen staat sinds 1858
Er zijn in Nederland nog maar weinig molens, die gebruikt worden voor het malen van graan tot meel. Dit aantal wordt bovendien doorlopend kleiner, want wanneer de molensteen éénmaal stomp is geworden, is er niemand die de molenstenen opnieuw kan scherpen. Dit is een oude kunst, die de rasechte molenaars verstonden. Met het verdwijnen van dit ambacht zijn degenen die deze bijzondere werkzaamheden kunnen verrichten, nagenoeg geheel verdwenen.
Sinds 1958 staat in Diever (Oldendiever) de molen ‘de Vlijt’ bij de bevolking beter bekend als de Dieverse molen, In 1958 onderging deze molen een grondige restauratie, die twintigduizend gulden kostte. Rijk, gemeente, provincie en de vereniging ‘de Hollandse Molen’ brachten dit omvangrijke bedrag bij elkaar.
Nu in 1963 zijn de molenstenen stomp geworden en het zou bijzonder jammer zijn, indien ook deze molen non-actief zou worden. Niet omdat de molenaar dan niet meer zijn brood kan verdienen, want het molenaarsvak levert geen ‘zout op de aardappels’ op. De eigenaar van de Dieverse molen, de heer A. Uiterwijk Winkel, gebruikt de molen zo nu en dan, terwijl nu zijn hoofdberoep meelhandelaar is. Een stukje folklore zou echter verloren gaan en juist dat zou zo bijzonder jammer zijn.

Op zoek
De vereniging ‘de Hollandse Molen’ ging op zoek naar een molenaar, die de stenen zou kunnen slijpen. Om een dergelijk persoon te vinden, moest zij bij de oudere generatie zijn. Zelfs bij de heel oudere, want dan had men nog een kans. Men kwam tenslotte terecht bij de heer W. Zeephat uit Makkinga en hem werd gevraagd dit zaakje even op te knappen. ‘Natuurlijk’, zei de heer Zeephat en hij nam zijn broer mee.
Jong zijn de gebroeders Zeephat geenszins, doch voor een dergelijk karweitje deinzen zij niet terug. Wijert Zeephat is negentig jaar oud en beslist de oudste molewaar van ons land. Nog altijd woont hij in een molen en nog steeds maalt hij, zij het dan slechts zo nu en dan. Vanaf zijn achttiende jaar is de heer Zeephat al in het vak, hetgeen dus betekent dat hij nu al 72 jaar lang molenaar is.
Wijert en Roelof, die 77 jaar oud is, hebben de molenstenen snel en goed geslepen. Dat deden zij in ongeveer vijf uur. Dat is snel en toen de gebroeders Zeephat daarover gecomplimenteerd werden, antwoorden zij: ‘Och, wee bint jonge kièrels’.
Dank zij deze ‘jonge kerels’ kan de molen in Oldendiever nu weer dienst doen en is een stukje folklore behouden.

Tekst bij de eerste foto
De oudste molenaar van ons land Wijert Zeephat uit Makkinga (rechts) die 90 jaar is, is hier met zijn 77-jarige broer Roelof, ook molenaar van beroep, in actie met het scherpen van de stenen van de molen in Diever,

Tekst bij de tweede foto
Al sinds 1858 siert de molen ‘de Vlijt’ het Dieverse landschap. De molen kan nu weer dienst doen, nu de stenen zijn gescherpt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het scherp maken van molenstenen wordt ‘billen’ genoemd. De schrijver van dit artikel overdrijft uiteraard wat betreft het verloren gaan van de kennis en de kunde van het scherpen van molenstenen. Het is daar heden ten dage minder dramatisch mee gesteld, dan het artkikel doet vermoeden. Gemakshalve wordt hier verwezen naar gegevens over molenstenen in de webstee Wikipedia.

Abracadabra-1405Abracadabra-1404

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Verkoop van Klein en Groot Wateren en Zorgvlied

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 16 september 1871 het volgende bericht over de verkoping van het  landgoed Klein- en Groot Wateren en het landgoed Zorgvlied. 

Westhoek van Drenthe, 15 september
Die dagbladen leest en de advertenties niet onopgemerkt voorbijgaat, zal misschien wel de aandacht gevestigd hebben op de belangrijke verkoopingen van gronden, die in de laatste weken geannonceerd zijn.
Tot de meest uitgebreide verkoopingen behoorde voorzeker die van Klein- en Groot Wateren en Zorgvlied, respectievelijk in eigendom behorende aan de h.h. van Gelder van Delft en wijlen de Ruijter de Wildt, wiens familie het landgoed nog bewoont.
Deze goederen zijn te zamen ongeveer 1400 hectaren groot en grootendeels gelegen onder de gemeente Diever.
Vóór 1859 behoorden zij in eigendom aan de Maatschappij van Weldadigheid en was er het opvoedings-instituut gevestigd van een 70tal jonge lieden uit de koloniën dier Maatschappij, welke daar een meer speciaal onderwijs ontvingen in den landbouw en aanverwante vakken.
Sedert die 12 jaren hebben er veranderingen en verbeteringen plaats gevonden, waardoor het oude instituut te Wateren en annexen bijna niet te herkennen is.
Vele gebouwen, waaronder een fraai heerenhuis, boerenwoningen en schapenstallen zijn er gebouwd, wegen en bosschen aangelegd, bouw- en weiland aangemaakt, ’t geen niet weinig tot de welvaart der arbeidende klasse in deze streken bijgedragen heeft.
De heer Enger van Arnhem was kooper van Groot- en Klein Wateren; het verheugt ons te kunnen melden dat ook Zorgvlied thans zijn eigendom is.
Hebben de h.h. de Ruijter de Wildt en van Gelder veel bijgedragen om de arbeidende klasse in den winter werk te verschaffen, er bestaat hoop dat ook de heer Enger dit voetspoor zal volgen.
Onze Drentsche heidestreken zijn helaas nog maar te onbekend en wachten slechts op kapitaal, maar ook op kennis om voordeelig geëxploiteerd te worden. Veel mislukkingen zijn te wijten aan het ontbreken van een of beide dier factoren. Dat het den heer Enger gegeven zij door de vereeniging van beiden een goed geheel te vormen, wordt in deze streken hartelijk gewenscht.
De koopsom van Klein- en Groot Wateren bedroeg plusminus f. 100.000, die van Zorgvlied (met inbegrip van het kapbare houtgewas) is ongeveer f. 73.000.

Posted in de Ruijter de Wildt, Huize Zorgvlied, Landgoed Groot en Klein Wateren, Landgoed Zorgvlied, Maatschappij van Weldadigheid | Leave a comment

Sportterrein van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De jongens in het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ an de Gowe (aan de Geeuwenbrug) hoefden voor het kopen van een ansichtkaartje, om deze te versturen naar familie, vrienden of kennissen, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw niet naar een neringdoende in het dorp Deever, maar konden deze gewoon in het jongenskamp verkrijgen.
Bijgaand afgebeelde zeldzame zwart-wit ansichtkaart van het sportterrein van het jongenskamp is in oktober 1957 heruitgegeven en in 1958 verstuurd naar mejuffrouw Elza Blok, Zaagmolendrift 53 in Rotterdam.
De ansichtkaart van het sportterrein is voor het eerst uitgegeven in november 1954. Een exemplaar van deze kaart is in 1955 door Johan Drost verstuurd aan de familie A. Drost, Lonnekerweg 37 in Glanerbrug.
Het jongenskamp was in de beginjaren gevestigd in de barakken van het werkkamp van de Nationale Arbeidsdienst (N.A.D.) uit de Tweede Wereldoorlog. Het sportterrein van het N.A.D.-werkkamp was ook het sportterrein van het jongenskamp.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet gelukt de naam van de afzender van de afgebeelde ansichtkaart te ontcijferen. Wie van de bezoekers van de webstee kan dit wel ? De redactie wil graag de naam van de afzender in het bericht vermelden.
De redactie nodigt de voormalige bewoners van het jongenskamp uit een en ander over het sportterrein op papier te zetten en dit verhaal naar de redactie te sturen (klik onder aan het bericht op ‘Leave a comment’). Wellicht kan Johan Drost reageren ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp | Leave a comment

Aankomst der DSM-stoomboot an de Deeverbrogge

In het boekje ‘An de Brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld’, dat de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan, wordt op bladzijde 75 summier aandacht besteed aan de Drentsche Stoomboot Maatschappij (DSM).
De vormgever van dit onvolprezen boekje heeft een grote kans laten liggen bijgaand afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart van de aankomst van de stoomboot Assen II an de Deeverbrogge uit de richting van de Gowe in 1914 in zijn geheel op te nemen in het genoemde boekje.
An de Deeverbrogge werd aangelegd bij het café-logement van Sjoert Benthem. Hij staan helemaal aan de linker kant op de foto (de man mit ’t sikkie). De stoomboot uit de richting Assen arriveerde om ongeveer elf uur ’s morgens an de Deeverbrogge.
In plaats van de gehele afgebeelde prachtige zeldzame ansichtkaart (bij de verzamelaars zijn maar vijf exemplaren bekend) in het boekje op te nemen, gebruikte de vormgever een uitsnede uit deze ansichtkaart voor het vullen van de voorkant van dit boekje. De leden van de plaatselijke heemkundige vereniging is veel moois onthouden. De redactie van het Deevers Archief wil haar trouwe bezoekers helemaal niets onthouden, integendeel.

Abracadabra-1513Abracadabra-1514Abracadabra-1515

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Logement Sjoert Benthem, Loswal, Snikke, Stoombootdienst, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

Kennis Drentse bodem nu breed toegankelijk

In de Meppeler Courant van 14 december 2011 verscheen het volgende bericht.

Diever – De nieuwe Drentse bodematlas is beschikbaar. Op die manier wordt de kennis die er over de bodem is, voor een breed publiek toegankelijk. De atlas is te vinden op www.drenthe.info/website/bodematlas/ is een waardevolle informatiebron voor bedrijven, beleidsmakers en andere geïnteresseerden.
Het voor een breder publiek toegankelijk maken van de kennis van de Drentse bodem, is belangrijk voor een duurzaam beheer van de bodem. Het gaat om bescherming van bijvoorbeeld de archeologische waarden en de drinkwatervoorraden, maar de bodem levert ook vele kansen, zoals delfstoffen en bodemwarmte. De kunst is om de kansen zodanig te benutten dat daardoor de bodemwaarden niet verdwijnen. En dat kan beter wanneer alle belanghebbenden over goede bodeminformatie beschikken.

Digitaal beschikbaar
De atlas bevat gegevens over de kenmerken van de Drentse bodem, over het gebruik ervan en tevens over de bodemaantasting en het bodembeheer. De informatie is beschikbaar in de vorm van digitale bodemkaarten, die afzonderlijk op te roepen en desgewenst over elkaar heen te leggen zijn. Bij de kaarten vindt u een korte uitleg en tevens de contactpersoon van de provincie die verder toelichting kan geven.

Posted in Websites | Leave a comment

Nee’jbouw an de Kloosterstroate en an de Binnenesch

De omstreeks 1956 gebouwde gemeentelijke dubbele huurwoningen an de Kloosterstroate en an de Binnenesch in Deever zijn in 2014 gesloopt, waarna de bouw is begonnen van twaalf huurwoningen en vier koopwoningen.
Dat heeft een nogal aanzienlijke verandering van het beeld van de Kloosterstroate en de Binnenesch tot gevolg gehad. Zo een grote verandering moet toch wel in het Deevers Archief worden bericht en gefotodocumenteerd. Bij deze.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande serie foto’s van de al redelijk ver in aanbouw zijnde woningen gelukkig op 13 november 2014 tijdens een fotorontie deur de gemiente Deever kunnen maken. Eergisteren is immers gisteren geschiedenis geworden. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief wil deze serie aanvullen met een eigen serie foto’s ?



Posted in Binnenes, Diever, Kloosterstraat | Leave a comment

Ik denk met veel plezier terug aan ‘de Eikenhorst’

Fred Pothuizen stuurde het volgende verhaal over zijn verblijf in 1963 in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in 1963 in het kamp ‘de Eikenhorst’ gezeten. Ik was 11 jaar. Ik zal het ook nooit meer vergeten. Het was het jaar dat president John F. Kennedy werd vermoord. Ik zat in de groep Peru. Toen we het hoorden begonnen we allemaal te huilen. We waren bang dat er oorlog zou komen.
Ik kan mij nog herinneren, toen ik daar aankwam, dat ik werd gebracht door mijn ome Cor en mijn ouders. Mijn oom had een auto en bracht mij helemaal uit Rotterdam naar ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug. Bij het Dalletje stonden twee jongens mij op te wachten, die brachten mij naar de groep. Mijn ouders moesten nog bij de directie (de commandant) komen en ik wilde alleen maar met die jongens mee. Ik moet daar nog een foto van hebben, één van de weinige uit mijn jeugd. Ik liep langs de grote kampkeuken en volgens mij langs twee schoollokalen.
Nu had ik helemaal niks met scholen, daarom moest ik ook naar het kamp toe. Ik hier eigenlijk de mooiste tijd van mijn jonge jeugdjaren gehad en ben ervan overtuigd dat als de mogelijkheid er was geweest daar langer te mogen blijven, ik daarna nooit in zoveel andere tehuizen en internaten had gezeten. Ik vond iedereen in het kamp mooi en lief, zowel mijn vriendjes als de leiding,
’s Morgens zongen we het kamplied op school. Ik ken het nog helemaal. In het kamp vond ik de school wel leuk. We werkten ook op de kinderboerderij. Ik mocht ook op de paardenkar rijden, ik heb daar leren mennen, We gingen veel naar het Slangenveen, wat was het daar mooi. We visten in de Drentse Hoofdvaart. We vingen voorntjes en die mochten we bakken in de grote keuken. Ja, ik heb een geweldige tijd in het kamp gehad.
Ik ben nu 64 jaar. Ik ben schilder en 10 jaar schildersleermeester geweest. Ik ben nu afgekeurd en ik heb nu tijd om alle tehuizen en internaten op te zoeken en een stukje te schrijven over mijn verblijf daar. Het zijn er in totaal acht geweest. Alleen aan jongenskamp ‘de Eikenhorst’ denk ik met veel plezier terug.
Ik kwam op mijn negentiende jaar weer bij mijn ouders. Toen ik 21 jaar was, ben ik uit huis gegaan en ben ik gaan samen wonen. We trouwden snel en ik kreeg mijn eerste dochter. Dit was volgens mij een noodweg, want die relatie heeft maar dertien maanden geduurd.
Ik ben snel daarna waarschijnlijk wel iemand tegengekomen met een luisterend oor, want met haar ben ik alweer 38 jaar getrouwd en bij haar heb ik ook een dochter.
Van mijn twee dochters heb ik 6 kleinkinderen. Zo zie je, ik ben toch nog goed terecht gekomen. We hebben het saampjes en met de twee hondjes goed thuis.
Maar ik bedank als enige instelling het jongenskamp ‘de Eikenhorst’. Die is goed geweest voor de kinderen en dus ook voor mij. Bedankt !.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Burgemeester Meiboom maakt film van aanleg weg

In de krant ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 15 april 1944 het volgende belangstelling wekkende berichtje over het aanleggen van een weg naar ’t Moer.

Plaatselijk nieuws. Diever. Door de gezamenlijke aangelanden is een weg tot stand gebracht naar ’t Moer. Vanwege dit feit werd in het Schultehuis een bijeenkomst gehouden voor de werkers. Burgemeester Meiboom vertoonde een door hem zelf gemaakte film van dat werk. Ook het fietspad werd hierbij niet vergeten. De aanwezigen werden op koffie en koek getracteerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is bij de redactie niet bekend om welke weg het gaat. Gaat het om de zandweg van ’t Noord naar ’t Moer ? Zijn hierover in het archief van de voormalige gemeente Diever documenten te vinden ? Was het een project in het kader van werkverschaffing ?
Het artikel verscheen in de Tweede Wereldoorlog in een Duits gezinde courant. Het artikel verscheen kort voordat het Dieverse verzet tegen de Duitse bezetter Jan Cornelis Meiboom dwong onder te duiken. In april 1944 nam de 61-jarige N.S.B.’er Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Het is bij de redactie niet bekend of de door burgemeester Jan Cornelis Meiboom zelf gemaakte film bewaard is gebleven.

Abracadabra-1404

Posted in 't Moer, Jan Cornelis Meiboom, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Foto uut Oldendeever in ’t Frese meul’nbook uut 1980

De heer Nico Meinsma, vrijwillig molenaar van korenmolen ‘de Weyert’ in Makkinga stuurde op 11 januari 2016 de volgende gewaardeerde reactie over een van de twee afbeeldingen die bij het artikel ‘Gebroeders Zeephat slepen stenen molen ‘de Vlijt’ in het Deevers Archief zijn opgenomen.

Ik ben vrijwillig molenaar te Makkinga en ik was leerling-molenaar in Diever bij Meint Noordhoek.
Achter Wijert Zeephat zijn rug op de foto van de twee gebroeders ziet u een vlek op een korbeel die nog steeds te zien is.
Deze foto staat in het Fries molenboek van 1980 in een artikel dat over de molen van Makkinga gaat. Helaas wordt in dat boek niet vermeld waar deze foto vandaan komt en ook niet dat deze foto in Diever is gemaakt.
Molenaar Meint Noordhoek heeft ons altijd gewezen op deze vlek als bewijs dat de foto in Diever is gemaakt.
Ik ben bezig wat historische beelden te verzamelen voor de website van de molen ‘de Weyert’ in Makkinga en had genoemde foto gekozen uit het Fries molenboek.
Dat de foto in Diever is gemaakt, daar waren we al van overtuigd, maar ik zal nu ook vermelden dat we dit beeld aan de fotograaf van de Meppeler Courant te danken hebben en aan het Deevers Archief uiteraard.
Intussen heeft de molenaar van molen ‘de Vlijt’ de steenkraan, de kraan waar een molensteen aan kan worden gehangen, vernieuwd, het moet wel veilig blijven. Zie de bijgevoegde foto’s van voor en na de vernieuwing van de steenkraan. Zie ook de laatste foto in de fotocollage van het binnenwerk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Fries molenboek, Leeuwarden, de Tille, 1980, 264 bladzijden, stof omslag, ingebonden. Het boek is samengesteld met medewerking van de Fryske Mole, Gild Fryske Mouders, De Hollandsche Molen en Fryske Akademy.
Meint Noordhoek is de vrijwillige hobby-molenaar van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.
Met Wijert wordt Wijert Zeephat bedoeld, zie op bijgaande afbeelding de man aan de rechterkant.
Een korbeel is de schoor, de schuinstaande balk, die het spant met de spantbalk verbindt.
Belangwekkende gegevens over de molen ‘de Weyert’ in Makkinga zijn te vinden in de webstee www.museummolenmakkinga.nl. De dorpskrachten in Makkinga zijn erg goed bezig, daar kunnen de vrijwillige hobby-dorpskrachten die zich bekommeren om korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever’ toch nog wel wat van leren.
De afgebeelde ansichtkaart van molen ‘de Vlijt’ is in 1964 uitgegeven. In die tijd verbouwden de boeren nog rogge op de Westeresch.

Abracadabra-1505

Abracadabra-1507

Abracadabra-1509

Abracadabra-1506

Posted in Ansichtkaarten, Landbouw, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Dorpsstraat in de tachtiger jaren van de vorige eeuw

De situatie aan het begin van de Dorpsstraat bij de Verwersweg, de Ruijter de Wildtlaan en de Waterseweg op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) was in de tachtiger jaren van de vorige eeuw wel een beetje anders en dorpser dan tegenwoordig.
Nu staat in de buurt van de plek, waar het bord met de naam Zorgvlied in de berm aan het begin van de Dorpsstraat stond, helaas een niet-duurzame nutteloze overbodige berg aan elkaar gemetselde zwerfkeitjes en wordt onterecht de suggestie gewekt dat de passeerder van deze berg zwerfkeitjes het nationaal park Drents-Friese Wold binnenloopt of binnenrijdt.
Op het schild aan de linkerkant op de berg zwerfkeitjes is het ‘wapen’ van het dorp Zorgvlied te zien. Is dit ‘wapen’ ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van het dorp in ongeveer 2011/2012 bij elkaar gefantaseerd of is het ‘wapen’ al eerder in elkaar gesleuteld ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s, waarop aan de rechterkant de boerderij met de naam Castra Vetera is te zien, gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Zorgvlied | Leave a comment

Diever – Weg naar Dieverbrug – vóór 1915

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn mooiste ansichtkaarten aan de bezoekers van zijn webstee. In dit geval betreft het bijgaande zwart-wit ansichtkaart, die op 11 juli 1921 is verstuurd vanuit Diever naar Den Haag. Uitgeverij H. ten Brink te Meppel is de uitgever van deze kaart.

Op de kaart is in het vrije tekst gedeelte de volgende tekst te lezen:
Beste Amalia,
Hartelijke groeten ui Drenthe ! Ik heb het heerlijk op de hei en tusschen de dennen.Alleen is het erg warm. Wil je tante de groeten doen ? Ontvang ook zelf de groeten van …… (naam van de afzender is niet leesbaar). 11 juli 1921.
De kaart is verzonden aan Mejuffrouw A. van Willigenburg, Beeklaan 440, Den Haag.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hier afgebeelde ansichtkaart is ook opgenomen in het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.
Op de ansichtkaart zijn de stoomzuivelfabriek en de in 1915 afgebroken beltmolen van Jan Rabinge te zien. Dat wil zeggen dat de op 11 juli 1921 verzonden kaart dateert van vóór de afbraak van de molen. De winkelier, die het kaartje verkocht, had waarschijnlijk nog een oud voorraadje ?
Aan de linker kant is een deel van de boerderij van Egbert (Eppe) Bennen te zien.

De redactie wil in het Deevers Archief tevens graag verwijzen naar het bericht Stoomzuivelfabriek aan het Katteneinde – 1908, naar het bericht Einde van de molen een het Moleneinde en naar het bericht Korenmolen van den Heer Wesseling afgebrand.

Abracadabra-1400
Abracadabra-1401

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Molen aan het Moleneinde, Moleneinde, Topstukken, Zuivelfabriek | Leave a comment

Veiling goederen Maatschappij van Weldadigheid

In de regionale Provinciale Drentsche en Asser Courant van 22 november 1860 verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van goederen van de Maatschappij van Weldadigheid in Wateren.

Gisteren heeft de finale veiling van de goederen der Maatschappij van Weldadigheid te Wateren plaats gehad; zij zijn gebracht op de som van f. 52.905,50 en getrokken door de heeren de Ruyter de Wildt te Amsterdam en van Gelder te Leiden, die deze goederen dadelijk onder elkander hebben verscheiden, en, naar men zegt, de cultuur daarvan met kracht ter hand willen nemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 21 november 1860 kwam op Woater’n een einde aan de aanwezigheid van de Maatschappij van Weldadigheid.
Op Zorgvlied of op Woater’n herinnert niets aan deze particuliere organisatie.
De redactie stelt bescheiden voor de openbare ruimte aan de Dorpsstraat tegenover het bedrijf Villa Nova om te dopen tot Maatschappij van Weldadigheid brink of een straat in een eventueel uitbreidingsplannetje van Zorgvlied de naam Laan van de Maatschappij van Weldadigheid te geven.

Posted in de Ruijter de Wildt, Maatschappij van Weldadigheid, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Titania smokt Spoel met de ezelskop op de Brink

3Op de Brink van Deever staat een beeld van de elfenkoningin Titania met de wever Spoel met de ezelskop. Dit beeld stelt een scène uit William Shakespeare’s komedie ‘Een midzomernachtsdroom’ voor.
De elfenkoning Oberon is jaloers op zijn vrouw de elfenkoningin Titania, omdat zij zo’n aantrekkelijke dienstknaap heeft en die niet aan hem wil afstaan. Zijn wraaklust zorgt voor grote verwarring in het bos. Zo laat Oberon zijn dienaar Puck toversap halen en druppelt dat in de ogen van zijn sla­pende vrouw Titania. Hierdoor zal ze verliefd worden op het eerste levende wezen dat ze ziet. Na haar ontwaken ziet ze als eerste een handwerksman, de wever Spoel, die tot overmaat van ramp door Puck tijdelijk met een ezelskop is uitgerust. Titania zegt na haar ontwaken in haar mooiste Oud-Engels tegen Spoel met de ezelskop:
I pray thee, gentle mortal, sing again:
Mine ear is much enamour’d of thy note;
So is mine eye enthralled to thy shape;
And thy fair virtue’s force perforce doth move me
On the first view to say, to swear, I love thee.
De verliefde elfenkoningin Titania smokt vervolgens de wever Spoel met de ezelskop. Het beeld op de Brink in Deever is geplaatst ter gelegenheid van het vijfentwintig-jarig bestaan van het openluchttheater. Sinds 1946 wordt elke zomer in het openluchttheater aan het Groenendal een toneelstuk van William Shakespeare opgevoerd, met de gelukkige uitzondering in het jaar 1949, toen werd het prachtige stuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen opgevoerd (werd de jongste zoon Peer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom vernoemd naar Peer Gynt ?).
De linker afbeelding van de wever Spoel met ezelskop is opgenomen in het programmaboekje van het in 1955 opgevoerde openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en Speol met de ezelskop op de Brink van Deever in de avond van 23 december 2015 gemaakt.

Abracadabra-1502Abracadabra-1501Abracadabra-1504

Posted in Ansichtkaarten, Beelden, Brink, Diever, Groenendal, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied’ dat op 25 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland. 

Even over de grens tusschen Friesland en Drenthe ligt het aardige dorpje Zorgvlied. Van verre is het al te herkennen aan den rijzigen toren van de Rooms-Katholieke kerk en het hooge gebouw Castra Vetera.
Komen we uit de richting Elsloo, dan ligt aan onze rechterhand het uitgestrekte, plm. 40 H.A. groote landgoed. Zuidelijk sluiten de Staatsbosschen bij de bosschen, die bij het landgoed hooren, aan. Veel vacantiegangers zullen op hun doorreis naar Appelscha of Diever de groote, massale villa wel hebben opgemerkt en misschien hebben ze zich wel eens afgevraagd, hoe men men er toch toe heeft kunnen komen, om in zoo’n kleine plaatsje zoo’n groot heerenhuis te bouwen. Daar het heele landgoed en de villa a.s. dinsdag verkocht zullen worden, leek het ons wel interessant, om eens iets meer van Castra Vetera te weten te komen. Daarom hebben we een dezer dagen den tegenwoordigen eigenaar van het landgoed, den heer F.W. Ackermann, eens opgezocht en hij was dadelijk bereid het een en ander te vertellen.
Direct bij het binnentreden van de villa werden we getroffen door de groote gang met de marmeren vloer. Aan de wanden zagen we een tiental opgezette hertekoppen en tal van andere jachttropheeën. Daartusschen hangen enkele oude wapens, zooals krissen, dolken, sabels, die getuigden van de liefhebberij voor de jacht van de eigenaar.

De geschiedenis
De naam Castra Vetera herinnert ons aan een Romeinse nederzetting in de buurt van Emmerich (Duitsland). Dit gebouw zouden we dan ook best met een vesting kunnen vergelijken. Van buiten lijkt het één massale steenklomp, van binnen ziet alles er ook hecht en solide uit. De vloeren bestaan uit heel dikke planken, waaronder lange eiken balken, die een doorsnee hebben van 30 bij 30 cm. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen, met daarboven een zeer ruime zolder. Vanaf den beganen grond is het plm. 15 meter hoog. Boven op het platte dak staande, heeft men een prachtig vergezicht en ‘kan bij helder weer de toren van Steenwijk en de belvedère in Oranjewoud worden waargenomen’. Als bijzonderheid menen we te moeten vertellen, dat het Duitsche luchtschip Graf Zeppelin op zijn tocht over Nederland mede Castra Vetera als orieënteeringspunt gebruikte. Vóór het huis is een bordes en rechts bij de hoofddeur is een looden gevelsteen aangebracht met de naam van den bouwer J.F. de Ruyter de Wildt, die het plm. 1850 bouwde. Deze heer kwam toen als gepensioneerde Schout bij Nacht uit Indië en vatte het plan op, temidden van de heide een heerenhuis te bouwen.

Uit den naam zien we ook al wel, dat genoemde heer een verre nakomeling van den bekenden Michiel Adriaansz. de Ruijter was. Hij bracht niet alleen den naam mee, maar ook enkele erfstukken van zijn voorvaderen. Nadat deze voorwerpen een poos op Castra Vetera waren geweest, werden ze afgestaan aan het Rijksmuseum te Amsterdam.

Het bouwen leverde vele moeilijkheden op: zoo moesten bijvoorbeeld de benoodigde steenen (ongeveer 250.000) vanuit Willemsoord naar Zorgvlied worden vervoerd. Dit gebeurde met paard en wagen langs de moeilijk begaanbare zandwegen en de paarden hadden het tijdens den langen tocht zwaar te verantwoorden. Zelfs moesten enkele het met den dood bekoopen. Vooral de lange balken leverden bij het transport vele moeilijkheden op.

Tezelfder tijd werd ook een aanvang gemaakt met het ontginnen van de heide. In het jaar 1861 werd de familie Verwer eigenares vaan het landgoed, alsmede van groote delen van het tegenwoordige Wateren. Vooral van den heer L.G. Verwer ging veel initiatief uit en in die dagen werd de ontginning met kracht voortgezet. Een hondertal arbeiders hielp mee bij dit reusachtige werk. Enkele dezer kwamen heel uit Noordwolde loopen en na een harden dag werken hadden ze slechts 30 cent verdiend. Aan dezen heer was het ook te danken, dat in Zorgvlied een zeevaartschool verrees (midden op de heide!!), een bankgebouw kwam en mede gaf hij een krachtigen stoot tot de oprichting van de tegenwoordige zuivelfabriek De Drie Gemeenten. In 1997 werd deze fabriek opgericht onder den naam van Zorgvliedsche Natuurboterfabriek. Deze fabriek was de eerste in den Zuidoosthoek van Friesland, spoedig gevolgd door die van Steggerda en Oosterwolde. Vlak voor 1900 beleefde Zorgvlied zijn glorietijd!

Tegenwoordig is van de zeevaartschool nog over de rij huizen naast de nieuwe Roomsch Katholiek kerk en enkele leegstaande villa’s wijzen op de vergane glorie van Zorgvlied.

Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en het bijbehoorende boschcomplex werd aan de natuur overgeleverd. Houthakkers e.d. vernielden zooveel van de aanplantingen en de woning, dat het eens zoo trotsche landgoed er als een wildernis uitzag en het huis veel had van een ruïne. ‘Toen ik in 1919 met mijn vrouw en twee jongens hier kwam’, aldus onze zegsman, ‘was er bijna geen ruit meer heel. De schoorsteenen hingen scheef en het heeft me honderden guldens gekost om alles weer in orde te maken. Het was net, alsof ook Nederland had deelgenomen aan den wereldoorlog en Castra Vetera was gebombardeerd. Toen had ik ook wel een bordje kunnen maken met de woorden Ruïne Castra Vetera. Bij de plaats Emmerich staat ook een dergelijk bordje, maar dit verwijst naar het werkelijke Castra Vetera.’

Het heele huis werd gerestaureerd en met forsche hand werd begonnen de wildernis te veranderen in een gecultiveerd bosch; nieuwe boomen werden geplant en diverse paden aangelegd. Heel oude, dikke boomen (enkele hadden een doorsnee van anderhalve meter) werden met behulp van Duitsche springstoffen, die oorspronkelijk voor Turkije bestemd waren, gerooid. Geleidelijk werd nu een boschcomplex aangelegd, waarbij enkele jongens van de stichting Kinderzorg, waarop de heer Ackermann het toezicht had, behulpzaam waren. Bij het aanplanten van nieuwe boomen had men veel last van de konijnen en daarom werd een 4 kilometer lange afrastering aangebracht, om de knagers te weren. In den loop der jaren is er nu een oppervlakte van ongeveer 20 H.A. bosch aangelegd en met den heer Ackermann hebben we alles eens op ons gemak bekeken. Het heele boschcomplex met zijn talrijke kronkelpaden zag er prachtig verzorgd uit. Op enkele plaatsen ontwaarden we te midden der sparren aardige veldjes met tulpen.

Nadat we een twintig minuten hadden geloopen, zagen we plotseling midden in het bosch een zwembad! Het bleek hier een grootsch opgezet plan te zijn voor den aanleg van een soort natuurbad, hetwelk echter door den plotselingen dood van Mevrouw Ackermann, geboren Hahne, niet heelemaal was voltooid. Over een oppervlakte van 3000 m2 was alle grond weggegraven en zoodoende was het bassin verkregen. De vrijgekomen aarde was aan den kant opgeworpen tot een grooten heuvel van plm. 10 m. hoogte en hierop staande heeft men een prachtig uitzicht over het geheel. Midden in het bad is een geul gegraven van 3 m. diepte en overigens is het er 1,50 m. diep. Zelfs een kinderbad en een strand ontbreken niet. Wanneer we nu nog meedeelen, dat er helder water is en de heele zwemgelegenheid is omringd door bosch, kunnen we gerust zeggen, dat we hier met een fraai natuurbad hebben te doen. Vele bezoekers en vooral jongens, die in de leegstaande pastorie, een buitencentrum van de Katholieke Jeugdvereeniging De Jonge Wacht, verblijf hielden, maakten reeds druk gebruik van deze schitterend gelegen zwemgelegenheid, die bereikt wordt langs slingerpaadjes.


Op den terugweg naar Castra Vetera ging het langs een anderen weg. Natuurliefhebbers kunnen hier hun hart ophalen. Primitieve bruggetjes en talrijke kronkelpaadjes vormen met het lage struikgewas en opgaande geboomte een prachtig stukje natuurschoon. Wat er nu verder met het landgoed gaat gebeuren, moeten we afwachten. In elk geval is het te hopen, dat het in zijn geheel wordt bewaard. We vernamen, dat er groote belangstelling voor deze verkooping wordt getoond uit vele streken van ’t land.

Posted in Castra Vetera, de Ruijter de Wildt, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Marmottendorpje in jongenskamp ‘de Eikenhorst’

In zijn artikel ‘Het kamp bij het gehucht Geeuwenbrug’ (zie het artikel elders in www.dieversarchief.nl) heeft Jan van den Berg uit Zevenaar het over een marmottenveldje. Een citaat uit zijn artikel luidt als volgt: Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
Teneinde Jan van den Berg een plezier te doen, en wellicht ook anders bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw (de redactie verneemt graag hun reactie), toont de redactie van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart van het zogenaamde ‘marmottendorp’ uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Dit marmottendorp zal ongetwijfeld wel met de beste opvoedkundige bedoelingen zijn gebouwd. Maar waar zijn de marmotten, die tegenwoordig om onduidelijke redenen cavia’s worden genoemd ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Het bijzonder aardige van deze zo genoemde vijfluiks-ansichtkaart is dat de vijf getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven. Je zal die vijf afzonderlijke ansichtkaarten maar in jouw verzameling hebben.
De hier getoonde vijfluiks-ansichtkaart is in november 1953 uitgegeven.
Burgemeester van Osbank
Deze ter meerdere eer en glorie van burgemeester Hendrik Gerard van Os aan elkaar gemetselde berg zwerfkeien staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek, die plek is wel op de afbeelding te zien. Op de afbeelding is aan de rechterkant de Hoofdstraat te zien.
Bij het marktterrein
Het marktterrein aan het begin van de Bosweg is eigenlijk een complex van vier niet-origineel-Saksische brinken. Het terrein om de koele, die tegenwoordig Eendenvijver wordt genoemd, is de Doolhofbrink. Kijkend in de richting van het tolhuisje ligt aan de linkerkant van de Bosweg de Paaskermisbrink. Sommige mensen noemen deze brink ook wel de Lijkwagenschuurtjebrink. Aan de rechterkant van de Bosweg ligt de Kaarkhofbrink. Daar is ook het 4 mei 1945 brinkje te vinden.
Peperstraat
Op de afbeelding is de Kleine Peperstraat te zien.
In het huis aan de linkerkant woonde de familie Roelof Hunneman. Roelof Hunneman is op 10 april 1945 op het marktterrein door de Duitse S.S.’er Fritz Habener vermoord.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) had, nadat hij na de oorlog, uit een door nota bene het Deeverse verzet afgedwongen onderduiking, terug was gekomen als burgemeester van de gemiente Deever, zeer grote haast alle oude erfgoedpanden in het centrum van Deever onbewoonbaar te verklaren en vervolgens zo snel mogelijk te laten slopen. Dat gebeurde ook met het erfgoedpand van de familie Roelof Hunneman op de hoek van de Kleine Peperstroate en de Aachterstroate.
Burgemeester van Oslaan
Het Kasteel is een tijdlang door de voorkant van het gelijk volledig onterecht Burgemeester van Oslaan genoemd. In de volksmond bleef de weg over ’t Kastiel gelukkig gewoon Kastiel heten.
Aan de rechterkant loopt de weg over ’t Kastiel. Aan de linkerkant is de zandweg met de naam Grönnegerweg te zien.
Uitkijktoren
In het Deevers Archief is in een aantal berichten aandacht besteed aan de uitkijktoren tegenover paviljoen Berkenheuvel.

Posted in Ansichtkaarten, Burgemeester Van Osbank, Diever, Jan Cornelis Meiboom, Kasteel, Marktterrein, Peperstraat, Uitkijktorens | Leave a comment

Het kamp dicht bij het gehucht Geeuwenbrug

De redactie van het Deevers Archief ontving het navolgende artikel ‘Het kamp’ van Jan van den Berg uit Zevenaar. Hij gaf toestemming dit artikel met vermelding van zijn naam te publiceren. De redactie van het Deevers Archief is hem daarvoor erkentelijk. Hij schrijft: In  www.dieversarchief.nl/ zie ik slechts heel weinig staan over de tijd dat er bij Geeuwenbrug een kamp was voor jongens van ongeveer 11 à 12 jaar. Ik heb mijn herinneringen aan de tijd die ik daar in 1962 heb doorgebracht, verwoord in bijgaand artikel. Misschien dat het Deevers Archief dit een aardige bijdrage vindt.
Zo mogelijk zullen binnenkort enige foto’s van hem aan het artikel worden toegevoegd.

Het kamp
Dicht bij de brug over de Drentse Hoofdvaart bij het gehucht Geeuwenbrug leidde een zandweg naar ‘het kamp’. Daar brachten mijn ouders mij op dinsdag 2 mei 1962 naar toe, enkele weken voor mijn tiende verjaardag. Nu lees ik op internet dat dit het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ was. Wij, de jongens, en ook alle volwassenen noemden het kamp altijd ‘het kamp’.
Op de lagere school in Oss was ik bang voor een aantal wilde jongens. Er werd een psycholoog ingeschakeld, en die heeft dit kamp bij mijn ouders aanbevolen. Daar zouden te wilde en te timide jongens samen in een jaar tijd er allemaal op vooruit gaan. Als een deskundige dat adviseerde, dan konden mijn ouders er natuurlijk alleen maar mee instemmen. En ik wilde er ook wel heen, want we hadden op school gehoord over de Hoge Veluwe: daar was de natuur geweldig mooi. Vlak bij het kamp was er ook zulke mooie natuur, en Drenthe was zelfs maar liefst twee provincies verder weg! Ook kregen we een foldertje over het kamp, waarin tekeningetjes stonden van jongens die allemaal heel vriendelijk keken en elkaar hielpen. Bij zulke aardige jongens wilde ik wel zijn.
Ik vond het in het begin wel prima daar. Ik had een bed met nachtkastje in de barak Alaska. Aan beide kanten van de slaapzaal waren acht bedden met nachtkastjes. En er waren vier van zulke barakken, met de namen Alaska, Transvaal, Peru en Klondike. Dat waren gebieden waar vroeger goud gevonden was. Wij zouden ook goudzoekers worden: je begon als ‘pionier’ en kreeg een kaart waarop opdrachten stonden. Ik kan me niet meer herinneren wat voor opdrachten dat waren. Als je ze af had en ze waren afgetekend, werd je ‘delver’ en tot slot ‘goudzoeker’. Dat waren onze drie rangen. Aan het hoofd van het kamp stond de commandant en de tweede man was de adjudant. Er was een appelplaats waar we soms in rijen stonden bij het hijsen of strijken van de vlag.
In elk van onze vier barakken was er ook een huiskamer, waar we ieder een eigen (open) vakje hadden. En er was een w.c., en een slaapkamer voor de groepsleiding.
Toch gaf het me allemaal niet zo’n militaristische indruk. Ik keek al wel met angst uit naar de militaire diensttijd. Ik verwachtte dat ik het erg moeilijk zou krijgen tussen de soldaten. Maar dat zou nog wel bijna tien jaar duren, en intussen was vast en zeker het laatste oordeel wel geweest, dus daar zou ik op die manier wel onder uit komen.
We wisten wel dat ons kamp in de oorlog al een soort kamp was geweest, maar daar wisten we verder niets van. Het waren zeker nog dezelfde barakken. Nu lees ik in het Dievers Archief dat het vanaf januari 1942 een mannenkamp is geweest van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD), voor mannen die moesten werken aan de ontginning van woeste gronden. Mijn moeder zegt dat het dezelfde barakken waren als in kamp Vught, waar ze na de oorlog ook is geweest, gelukkig slechts op bezoek.
De meeste jongens waren 11 of 12 jaar oud. Als je 10 of 13 jaar oud was, dan was je een uitzondering. Van de groepsleiding herinner ik me mijnheer Van Zutphen en juffrouw Veronica. Een jongen wees me erop hoe haar heupen wiegden als ze liep. Ik zag dat nog niet als iets speciaals. Maar ik heb dit blijkbaar wel onthouden.
Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
We kregen alleen ’s morgens les. Van de twee leslokalen weet ik nog dat in de ene, waar we onder andere aardrijkskunde kregen, een oliekachel stond en dat in de andere, waar we taal en rekenen kregen, een kachel stond waarin de onderwijzer turf stookte. Dat vond ik bijzonder, van thuis kende ik alleen kolenkachels, ook op school. Ieder werkte in stilte aan de hand van werkschriften op zijn eigen niveau, want er was immers een behoorlijk leeftijdsverschil.
’s Middags deden we eerst corvee, zoals helpen met de afwas of de eetzaal vegen. En we moesten aan onze opdrachten werken, om een hogere rang te behalen. Verder maakten we vaak boswandelingen en deden aan spel in het bos of sport op het sportveld. In het bos was er een knap gebouwde blokhut, grotendeels ondergronds.
Er werd van alles georganiseerd voor ons. Regelmatig maakten we een lange wandeltocht door de bossen naar het zwembad. We gingen er ook wel eens met een bus op uit. Voor moederdag maakten we iets moois. We zijn eens een paar dagen naar een jeugdherberg in Giethoorn geweest, waar we ook mochten kanovaren. We gingen ook eens eetbare paddestoelen plukken in het bos. De leidsters bakten ze en we kregen ze op sneetjes brood. Bijzonder lekker was dat! En we hebben eens geholpen om het openluchttheater van Diever schoon te maken.
Wie wilde, mocht een konijn houden, als de ouders er een betaalden, daar waren hokjes voor. Ik kreeg er ook een.
Voor zover ik me herinner hebben we één keer t.v. gekeken, naar ‘Open het dorp’, dus op 16 juni 1962. Verder hoorden we wel eens iets van buiten, zoals op 28 november 1962, toen prinses Wilhelmina overleden was.
De jongens waren afkomstig uit het hele land. Er waren protestanten, katholieken en buitenkerkelijken. Elke zondag gingen de protestanten naar een kerk die dicht bij was, waarschijnlijk in Diever, en wij, katholieken moesten een flinke bustocht maken om naar een katholieke kerk te gaan.
In de eetzaal werden goede manieren gehandhaafd. We aten ons brood met mes en vork. Thuis namen we de boterhammen altijd in onze handen. Toen mijn ouders eens aan de broodmaaltijd deelnamen, wees ik mijn moeder daar op. Ze heeft nooit vergeten dat ik haar daar publiekelijk heb terecht gewezen. Sindsdien aten wij ook thuis het brood met mes en vork.
De gelovigen moesten bidden voor het eten. Dat was niet eerlijk, want de buitenkerkelijken, die hun handen niet hoefden te vouwen, hadden na het bidden altijd de kapjes van de broden te pakken.
Eens per week, waarschijnlijk op zondag, schreven we in de huiskamer allemaal een briefje naar huis. We mochten de enveloppen natuurlijk niet zelf dichtplakken, controle hoorde er bij.
Er was een jongen uit Zuid-Limburg, die van plan was om later mijnwerker te worden. Het kan goed zijn dat hij nog een aantal jaren in de mijnschachten heeft gewerkt.
We kregen een kwartje per week zakgeld. Na ontvangst van dat kapitaal kochten bijna alle jongens daar meteen snoep voor, maar daar gaf ik niets om. Ik spaarde het liever.
Ik werd wel eens geplaagd of uitgelachen. In mijn vakje in de huiskamer lag mijn kerkboekje (‘Mijn Pascha’heette het). Dat was een paar keer in een vakje van een andere jongen gelegd. Die deed daar kwaad over en zei: ‘Als het nog eens in mijn vakje ligt, gooi ik het weg.’ Ik had, net als voorheen op school in Oss, het gevoel dat dat allemaal heel erg was. Ik zei daar niets over tegen mijn ouders, want ik wist dat ik er nu eenmaal een heel jaar moest blijven en ik wilde ze niet belasten. Maar nu ik deze herinneringen met mijn moeder bespreek, zegt ze dat zij en mijn vader al bij hun eerste bezoek een slechte indruk kregen. Ze merkten heel goed aan het gedrag en de taal van veel jongens dat het geen zoontjes van doktoren en advocaten waren, zoals aan hen was voorgespiegeld, maar vooral ‘grote deugnieten’. Toen ze naar huis gingen zeiden ze tegen elkaar: ‘Waar zijn we toch aan begonnen.’ Maar ze lieten het doorgaan, omdat ze van mij niets negatiefs hoorden.
Er liep wel eens een jongen weg, misschien is dat maar één of twee keer voorgekomen. toen ik in het kamp was, maar dat was wel indrukwekkend.
Eens per zes weken gingen we een weekend naar huis. Dan reden we met een bus naar het station in Meppel, en dan verder met de trein. Ik weet niet meer of in de trein nog begeleiding was, maar in elk geval niet helemaal tot Oss. En op het midden van die zes weken kwamen mijn ouders een middagje bij mij op bezoek. Zo zagen we elkaar eens per drie weken. En we hadden een zomervakantie thuis van maar liefst tien dagen.
Twee jongens hebben mij seksuele voorlichting gegeven, beknopt maar duidelijk. Ik geloofde het niet zomaar: het vieste van de jongen in het vieste van het meisje, dat kon toch niet waar zijn? Hoe verzinnen ze het! Toen ik weer thuis was vroeg ik het aan mijn moeder, zonder het allemaal uit te spreken, maar door het met mijn vingers uit te beelden. Beschaamd knikte ze ja. En heel snel daarna, op 10 december, haalden ze me op uit het kamp, met mijn konijn. Ik legde het verband niet, maar die voorlichting had hen er toe gebracht om er een punt achter te zetten. Ik was heel opgelucht, toen ze mij kwamen halen, maar ook dat liet ik niet merken, want anders zouden ze alsnog weten hoe erg ik het op het kamp had gevonden. En ik was nog steeds ‘pionier’, de laagste rang, want ik had nog maar weinig aan mijn opdrachten gewerkt. Er was dan wel nooit aan mij gevraagd hoe ik vorderde, maar nu kon ik daar in elk geval geen last meer mee krijgen.
Het konijn ging zo maar in de achterbak van de auto. Bij aankomst in Oss bleek hij enkele kabels te hebben doorgebeten.
En zo was het onverwacht alweer afgelopen voor mij. Met Kerstmis aten we konijn. Natuurlijk niet míjn konijn, dat was ergens heen gebracht, iets vaags voor mij, waar hij het fijn zou hebben. Dat heb ik lang geloofd.
Ik heb vaak aan het kamp teruggedacht. Het laatste oordeel is tot nader order uitgesteld, maar in mijn militaire diensttijd heb ik geen problemen gehad.
Rond 1981 heb ik met mijn zus en zwager het kamp eens opgezocht. Het bleek dat enkele jaren daarvoor de barakken waren afgebroken, er stonden nu stenen gebouwen. Het was nu een instelling voor de opvang van jongens en meisjes vanaf ongeveer 14 jaar. Ieder kind had zijn of haar eigen kamer.
Toen ik er in 2001 eens langs reed was het kamp een asielzoekerscentrum. En nu lees ik op internet dat er een opvangvoorziening komt voor verstandelijk beperkte vreemdelingen, slachtoffers van mensenhandel en mensen met een verstandelijke beperking.

Deze jongen ben ik. Dit is de enige foto die duidelijk te maken heeft met mijn periode in het kamp. Hij is gemaakt toen we een paar dagen in een jeugdherberg in Giethoorn logeerden. Het was half kamperen, hier eten we buiten van metalen borden.

Jan van den Berg, Zevenaar, 23 december 2013

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Bij de manufacturenwinkel van Flip Zaligman – 1936

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 76) over het verleden van de manufacturenwinkel van Flip Zaligman en Heintje Wilda an de Heufdstraote (adres Deever 189) in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

In het rechter pand was de grootste en mooiste manufacturenwinkel van het dorp gevestigd.
Het werd bewoond door de in Dwingeloo geboren Philippus (Flip) Zaligman, zijn vrouw Heintje Wilda en hun in Diever geboren kinderen Martha Hendrika (8-12-1920), Levie (Loekie) Salomon (21-12-1921) en Hendrika (Rikie) Henriëtta (26-10-1925).
Flip Zaligman was mit ’t pak bee’j ’t pad. In het begin bezocht hij zijn klanten op een transportfiets. Het pak was toen een grote koffer die onder meer was gevuld met rollen stof. Als hem werd gevraagd hoe de zaken gingen, dan kon het zijn dat hij antwoordde: Het gaat goed, maar het goed gaat niet…..
Het ging echter zo goed met het goed dat hij de transportfiets kon vervangen door een automobiel. Bij de winkel staat zijn voertuig met kenteken D-3386. Het nummerbewijs werd afgegeven op 11 maart 1924.
De winkel brandde op 20 februari 1940 af. De familie Zaligman vestigde zich op 26 april 1940 in Meppel op het Noordeinde 7.
De Duitse bezetter arresteerde in de nacht van vrijdag 2 op zaterdag 3 oktober 1942 ongeveer 14.000 joodse landgenoten. Zo kwam het dat in de grauwe morgen van zaterdag 3 oktober, op sabbat en bovendien op Grote Verzoendag, de joodse gemeenschap van Meppel op het station stond te wachten op een trein naar het kamp Westerbork. Daarbij bevonden zich Flip, Heintje, Loekie en Rikie Zaligman. Martha was ondergedoken en werd later verraden. Haar dochter Thea werd in Westerbork geboren. Vanuit Westerbork zijn ze gedeporteerd naar de Duitse vernietigingskampen.
Heintje en Rikie werden kort daarna in 1942 vergast in Auschwitz. Loekie kwam in 1943 om in Schöppenitz. Flip vond in 1944 de dood in Auschwitz. Martha, haar man en hun dochter Thea overleefden het concentratiekamp Theresienstadt. Martha overleed in 1970 in Zandvoort. Thea emigreerde naar Israël, waar ze met Marcel Gaby trouwde. Zij heeft nog regelmatig contact met Jans Tabak.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Philippus (Flip) Zaligman is op 21 september 1893 geboren in Dwingelo. Hij was manufacturier.
Hij huwde op 10 mei 1894 in Coevorden met Heintje Wilda.
Zij verhuisden op 20 mei 1920 van Dwingelo naar het adres Deever 189.
Martha Hendrika Zaligman is op 8 december 1920 in Deever geboren.
Levie (Loekie) Salomon Zaligman is op 21 december 1921 in Deever geboren.
Hendrika (Rika) Henriëtte is op 26 oktober in Deever geboren.
De familie Zaligman verhuisde op 7 juni 1936 naar het adres Eerste Hoofdstraat 34 in Meppel.
De familie Zaligman verhuisde op 28 april 1939 naar het adres Deever 189.
De familie Zaligman verhuisde op 26 april 1940 naar het adres Noordeinde 7 in Meppel.
De winkel van Flip Zaligman brandde op 20 februari 1940 af.
Het zou zeker van respect getuigen als in het trottoir voor de drogisterij op het adres Hoofdstraat 51 in Deever (zeg maar voor voor de ‘oude boerenleenbank’) vijf  zo genoemde stolpersteine (straampelstien’n), waarbij op elke steen de naam van een lid van de familie Flip Zaligman is gegraveerd.
Een  mooie klus voor bestuursvoorzitter Homme Geertsma met de vele zijnen van de ingedutterige heemkundige vereniging uut Deever.

abracadabra-491

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hoofdstraat, Joodse inwoners, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Verwerende tufsteen van de kerk aan de brink

De muren van de kerk aan de brink van Deever zijn voor een deel gebouwd van tufsteen. Dit betrekkelijk zachte bouwmateriaal is door de eeuwen heen aan de zon- en regen- en windkant op een prachtige manier aan het verweren.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van een detail van de muur aan de kant van de brink op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Sukersakkie van het Schultehuus in Deever

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het deel rechts van de voordeur van het Schultehuus an de niet-origineel-Saksische Schultehuusbrink van Deever ook allerlei culturele activiteiten georganiseerd. Het Schultehuus zou met een beetje goede wil echt wel kunnen worden beschouwd als een soort van mini-Dingspilhuus.
Het Schultehuus had net zoals hotels, cafés, restaurants, lunchrooms, kantines, enzovoort, enzovoort een ‘eigen’ sukersakkie. Dit sukersakkie – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar minder of meer (meer meer dan minder) overgetekend van een mooie ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Zie de bijgaande afbeelding van deze ansichtkaart.
Op de achterkant van de ansichtkaart staat de volgende tekst:
Het schultehuis te Diever na de restauratie van 1935 – 1941.
Dit huis is in 1604 gebouwd door Berend Ketel. Deze was als schulte van Diever aangesteld door graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Stad Groningen en Ommelanden en Drenthe, nadat in 1594 de stad Groningen was ingenomen en de Spanjaarden uit genoemde gewesten waren verdreven. Zijn wapen staat gebeiteld in de steen boven de voordeur. Toen het huis in 1934 dreigde te worden afgebroken, is het aangekocht door de Stichting ‘Oud-Drenthe’.
De redactie weet niet precies in welk jaar deze ansichtkaart is uitgegeven. Wie weet het wel ?
Het Schultehuus zat na de mislukte restauratie, die van 1935 tot 1941 duurde, helaas niet meer vast aan de bijbehorende Schulteboerderij.
Let bij de ansichtkaart vooral direct rechts naast het Schultehuus op de nog net deels zichtbare roggemiete bij de Schulteboerderij van Koendert Krol.


Posted in Brink, Diever, Schultehuis, Sukersakkies | Leave a comment

N.S.B.-gezinnen in werkkampen Diever A en Diever B

Op het internet zijn in de webstee ‘het verhalenarchief.nl’ steeds meer verhalen te vinden over ervaringen van kinderen van ‘foute ouders’ in de periode direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Uit die verhalen blijkt dat in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Bosweg in de Olde Willem in die roerige periode na de bevrijding gezinnen van N,S,B,’ers werden vastgehouden.
Op 9 juni 2011 werd het verhaal ‘Het antwoord na 53 jaar‘ van Ed Struik gepubliceerd.

Posted in de Oude Willem, N.S.B., Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Windkorenmolen van Veldhuizen wordt afgebroken

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) stond op 25 april 1914 op bladzijde 7 het volgende korte bericht over de voorgenomen afbraak van de windkorenmolen op de molenberg in de kluft Veldhuizen bij Wapse.

Wapse.
De windkorenmolen die nog ten huidigen dage ten westen van deze plaats op een hoogte aan den straatweg staat, die stormen en onweders heeft getrotseerd, die geslachten zag komen en heengaan, het gevaarte dat reeds op verren afstand zichtbaar was en menigeen tot gids diende, in ’t kort, de oude molen, die als ’t ware één werd met onze plaats – hij wordt afgebroken. Echter om elders weer te verrijzen, want hij zal de plaatsvervanger worden van den te Havelte afgebranden collega.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De windkorenmolen, een grondzeiler, stond op de molenberg in de kluft Veldhuizen bij Wapse.
De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief graag naar het bericht Veldhuizen – Korenmolen – Plusminus 1910 en het bericht Heden nacht is de molen alhier weer bestolen.
In de zo genoemde Molendatabase is bij de verdwenen molens de verplaatste molen van Veldhuizen te vinden via het intikken van Wapse in het zoekvenstertje recht boven aan het scherm, enzovoort.

Posted in Molen van Veldhuizen, Molens, Veldhuizen, Verdwenen bouwwerken, Wapse | Leave a comment

Molen ‘de Vlijt’ afgebeeld op een lucifersdoosje

Lucifers van het merk Molen werden gemaakt in de fabriek van Mennen en Keunen in Eindhoven. Het lag natuurlijk voor de hand om op het etiket van de doosjes Nederlandse molens af te beelden. Die werden in de zestiger jaren van de vorige eeuw met het oog op de sterke Nederlandse verzamel- en spaarmentaliteit in series van tien verschillende molens uitgebracht, teneinde de verkoop van deze lucifers fors te vergroten.
Zo ontkwam ook de in 1882 (?) gebouwde en in de tweede helft van de vijftiger jaren gerestaureerde stellingmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever niet aan een afbeelding op een doosje van Molen lucifers.
De afbeelding kreeg nummer 378. De redactie van het Deevers Archief heeft het vermoeden dat het bij serie 371 tot en met 380 om de Drentsche molens ging.

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij

De redactie van het Deevers Archief ontving op 18 januari 2016 het volgende korte bericht van de heer Harm van der Sloep. Hij beschrijft in het bericht enige van zijn herinneringen aan het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik was daar in de periode 1959-1960. Ik heb daar -vergeleken met thuis- een hele goede tijd gehad.
Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij.
Onze kok was de heer Westerhof. Onze leraar heette de heer Van der Zee. Dan waren er nog jufrouw Bouman en de heer Spiegelenberg. De heer Mooy gaf handenarbeid.
De heer Van der Duim was de commandant en de heer Pols was de adjunct-commandant.
Dan was er ook nog een leraar de heer Hofman, die was later directeur in de Losserse Zandbergen.
Onze groepsleider was de heer Rookers.
De heer de Vries was de baas van het magazijn.
Bij mij in de groep zat een jongen met wie ik het goed kon vinden. Hij kwam uit Den Haag en heette Klaas Ozinga.
De kinderboerderij is volgens mij gebouwd door de jongens uit kamp Appelscha. Die waren in opleiding om een beroep te leren. Dat was in 1959-1960. Ik heb het nog meegemaakt
Meer weet ik op dit moment niet te zeggen, maar het was een goede tijd.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut Rabobankbankje an de Peperstroate in Deever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de bovenste foto staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank of Rabobankbankje. De redactie houdt het op Rabobankbankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van de voorkant van het gelijk vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat de voorkant van het gelijk het Rabobankbankje gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte.
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankbankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
De vraag is of het Rabobankbankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankbankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend. Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Gemeente Westenveld, Peperstraat | Leave a comment

Openbare vergadering van de N.S.B. in café Balsma

In de krant Drentsch Dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, jaargang 2, nummer 606, van 22 mei 1944 verscheen het volgende bericht.

Ons nationalisme uw redding. Openbare vergadering op vrijdag 26 mei, in zaal Balsma te Diever. Aanvang 8 uur, Spreker Ph. van Kampen. Ons socialisme uw toekomst.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Nationaal Socialistische Beweging (afgekort N.S.B.) kondigde op 22 mei 1944 in het Duits gezinde Drentsch Dagblad aan dat de beweging een openbare vergadering in Deever ging houden.
De N.S.B. was een Nederlandse politieke beweging, die van 1931 tot 1945 heeft bestaan. De N.S.B. was op nationaal-socialistische leest geschoeid en fungeerde in de Tweede Wereldoorlog als colloboratiepartij voor de Duitsers.

De propaganda-teksten ‘Ons Nationalisme uw redding!’ en ‘Ons Socialisme uw toekomst!’ en ook ‘Steunt de N.S.B. in de strijd voor Volk en Vaderland!’ werden op allerlei affiches van de N.S.B. gebruikt.
De N.S.B.’er J.Ph. van Kampen was afkomstig uit IJmuiden.
Het is niet precies bekend in de gemiente Deever naar dit soort propaganda-bijeenkomsten kwamen. 

Abracadabra-1264

Posted in Café Balsma, Diever, N.S.B., N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Bij de redactie van het Deevers Archief zijn van bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw een aantal uitgaven bekend. De uitgever van deze kaart was JosPé in Arnhem.
Firma Albert Kuiper, Bakker en Levensmiddelenbedrijf, Diever-Dieverbrug, verkocht in 1956 een druk van deze ansichtkaart.
Lubbert Wanningen, Diever, verkocht in 1956 een herdruk van deze ansichtkaart (uitgevoerd in bromo-color).
Lubbert Wanningen, Luxe en huishoudelijke artikelen, Diever, verkocht in 1957 een herdruk van deze ansichtkaart.
Firma Albert Kuiper, Bakker en Levensmiddelenbedrijf, Diever-Dieverbrug, Telefoon 05219-221, verkocht in 1959 een herdruk van deze ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221, verkocht in 1962 een herdruk van deze ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221, verkocht in 1965 een herdruk van deze ansichtkaart.
Wellicht zijn er bij verzamelaars andere uitgaven bekend, de redactie van het Deevers Archief verneemt het zeer graag.
Het bijzonder aardige van zo’n zogenaamde vijfluiks-ansichtkaart is dat de getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven.
En daar zit voor de redactie van het Deevers Archief nu juist het  grote probleem. In het Deevers Archief ontbreken namelijk een exemplaar van de ansichtkaart met de Peperstraat met de winkel van Albert Kuiper (zie op de afbeelding midden boven) en een exemplaar van de ansichtkaart met de Hoofdstraat met een deel van de Kleine Brink met op de achtergrond de gemeentelijke toren aan de brink (zie op de afbeelding rechts boven). De redactie zou bijzonder graag in het het bezit willen komen van beide genoemde ansichtkaarten.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief is in het bezit van één van deze twee ansichtkaarten of van beide ansichtkaarten ? En wie van de bezitters is bereid één van de twee of beide te verkopen ? De redactie van het Deevers Archief verneemt het bijzonder graag.

Posted in Ansichtkaarten, Hoofdstraat, Hunnebed, Kerk op de brink, Kleine Brink, Peperstraat, Toren op de brink, Uitkijktorens | Leave a comment

Berkenheuvel – Een levenswerk

Het artikel ‘Een levenwerk’ van de onbenoemde journalist D …… is gepubliceerd op 19 september 1925 in nummer 38, jaargang 51 van het blad Eigen Haard. Het artikel is zonder bronvermelding ook al een keer in helaas bewerkte vorm in 2008 als een flinke bladvulling opgenomen in het papieren blad Opraekelen, deels in nummer 08/2 en deels in nummer 08/3 van de heemkundige vereniging uut Deever.

Wij waren in Dieverbrug. Als ge geen lid bent van de Vrijzinnige Christelijke Studenten Bond of de Nederlandse Tenten Kampeer Vereniging zult ge, vrees ik, het wijze voorhoofd rimpelen en trachten, den geest te scherpen, om u te herinneren, waar een plaats van dien naam in ons land wel ligt.
’t Is waar, ’t ligt afgelegen, dat zult ge moeten toestemmen, tenzij ge een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent.
Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkelen reiziger, wat postzaken, een pakje, en door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zoo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats te verstaan zijn het reeds genoemde Meppel en het nog verder af liggende Assen. Tusschen die twee, aan de Drentsche Hoofd- of Smildervaart ligt Dieverbrug.
De naam doet veronderstellen, dat er ook wel een plaatsje Diever zal zijn en dat is zoo. Twintig minuten verder de rimboe in ligt het dorp. Men bereikt het langs een landweg met praehistorische rariteiten als een tol en als tegenhanger electrische verlichting. Wat kinderen kijken de wandelaar verbaasd aan, die door hun dorp stapt en ’t vrouwtje in ’t winkeltje, dat prentbriefkaarten verkoopt, kan niet nalaten eens te informeren: vanwaar en waarheen ?
Och heere, zult ge zeggen. Wacht wat! We moeten het dorp nog door en links zien we al dra de oneindigheid van ’t Drentsche landschap.
Rechts liggen de villa’s van den dokter en den burgemeester. Dan begint ook aan dezen kant de wijde natuur….. maar nu leidt een zandpad naar rechts. ‘Berkenheuvel’ staat op het bordje, en nu naderen we het doel der reis. Daar ligt reeds de boschwachterswoning in de schaduw van wat boomen, aan den ingang van het landgoed, dat niemand zal aarzelen, een levenswerk te noemen.
Bosch en nog eens bosch is wat ge hier ziet en als ge vraagt, waar dat levenswerk dan wel in zit, behoef ik u slechts te wijzen juist op dat bosch. Want wie hier een halve eeuw geleden doolde – och, ’t zal niet veel anders geweest zijn dan een schaapherder, een strooper, een landlooper – nog zand, zand en nog eens zand, ter afwisseling misschien een beetje hei of een heideplas, maar voor ’t overige zandverstuivingen, binnenduinen, opgewaaide en zich verplaatsende heuvels, een oord van dorre verlatenheid.
Hier, op deze geblakerde dan wel grimmig ijzige omgeving – naarmate het zomer of winter was – was de aandacht gevallen van een paar mannen met pioniersbloed in de aderen. Voor ’t bekende bange gezicht kochten ze zeventig, vijf en zeventig jaar gelden een 700 H.A. grond.
Doel was, deze gronden te bebosschen. Er werden door deze heeren of hun opvolgers nieuwe complexen aangekocht, zoodat ten slotte een kleine 1400 H.A. in bezit van eenige particulieren kwam. Bebosschen dus. Maar het leek nog niet erg op wat men daaronder heden ten dage verstaat, nu boschbouwkundigen zich beijveren, uit ieder stukje grond te halen, wat er in zit, en geleerd hebben, met zooveel rekening te houden, wat de aandacht van den eenvoudigen arbeider ontsnapt.
Want boschbouw is – het hoeft in deze tijd, nu we alles wel weten, wat Staatsboschbeheer en de Heidemaatschappijen presteeren, bijna niet gezegd, – een zeer apart, zeer lastig en dikwijls weinig rendabel bedrijf, dat buitengewone toewijding en zeer veel vakkennis vraagt, en tot die overtuiging, beter gezegd tot die door ondervinding gesteunde wetenschap was men driekwart eeuw geleden nog niet gekomen. De boschbaas en zijn arbeiders plantten waar een plek hun geschikt leek en de uitkomst bewees dat wat dikwijls een gunstige plaats had geschenen, maar gansch niet beantwoordde aan de verwachtingen…… Wat er meer van te zeggen ? Met vallen en opstaan leert men loopen en dat in een particulier bedrijf in het midden van de vorige eeuw in de binnenlanden van Drente nu niet altijd de methoden werden gevolgd, die thans, vijf en zeventig jaar later zouden worden uitgevoerd, ligt voor de hand.
Ja, ook de meer moderne opvattingen, die het richtsnoer waren voor het bedrijf gedurende de laatste jaren konden de gevolgen niet geheel ongedaan maken. En dat moge voor den eigenaar minder voordeelig zijn,voor het landschap heeft het wel degelijk zijn profijten opgeleverd. We bedoelen dit: Een boschbedrijf zonder meer is tot in alle onderdeelen ingericht op de rente, die het bosch moet opleveren. Hier een perceel éénjarig hout, daar twééjarig, daar driejarig, een eind verder dertig-, veertigjarig, liefst zoo economisch aangelegd, dus niet al te grillig, niet al te natuurlijk zou men haast zeggen. Kijk, dat is Berkenheuvel nu juist helemaal niet: Het is een plek natuur geworden met al dat zorgelooze in den aanleg, met dien krachtigen groei, die weelderige vegetatie, die ten eenenmale doet vergeten, dat dit dan toch maar aangeplant is, door menschenhand aangebracht, door menschen onderhouden. Neen, daar lijkt het inderdaad niet veel op: Het is àl natuur, àl ongebreidelde groei. Het is een landschap geworden, overweldigend schoon, dit golvend terrein, overal, overal begroeid met dennen in diverse variëteiten met berken en ander geboomte. Neen, toch niet overal, want daar zijn ook complexen grond, die thans geschikt geworden zijn voor landbouw en veeteelt. Maar ’t allergrootste gedeelte van de 1350 H.A. is toch bosch geworden en wordt als zoodanig geëxploiteerd.
Wat voor 75 jaar nog woest en verlaten hier lag, is dus een vriendelijk landschap geworden. Waar ’t schrale zand zich op de vleugels van den wind telkenmale verplaatste, brengen bosschen, weiden en bouwland hun rente op. Uit de dorre aarde is een lachend stuk natuur opgebloeid. En hiermede komen we op het opschrift boven dit artikel. Een levenswerk ! Ja, dat is het toch wel geweest en het past hier, den naam te noemen van den man, die dertig jaar geleden den grond hier vond, slecht toebereid, ter nauwernood hier en daar van een armelijk boschje voorzien en voor ’t overige niets dan zand en heide. Een domein voor schapen en konijnen !
De nieuwe eigenaar, mr. A.C. van Daalen, was geen man van half werk. Hij wist van aanpakken en overtuigd, dat er hier aangepakt moest worden spaarde hij zichzelf niet en wist zijn helpers te bewegen tot een krachtsinspanning, die al spoedig het geel van het zand en het grauw en paars van de heide deed verkeeren in het frissche groen der eerste aanplantingen. Wat al belofte zat er in die gronden, die stilaan bedekt werden met opgroeiend geboomte, wat al vooruitgang kon ieder jaar worden geconstateerd, gestadige – schoon langzame – vooruitgang.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Dit artikel is nog niet helemaal overgetikt.
In het artikel zijn ook vier foto’s opgenomen. Deze moet hier ook nog worden geplaatst.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Opraekelen | Leave a comment

Verkoop bezittingen van de erven Roef bee’j de Baarg

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend berichtje. De redactie wil zo één berichtje natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 28 mei 1969 verscheen het volgende berichtje over de opbrengst van de verkoop van de bezittingen van de erven van Roelof bij de Berg (Roef bee’j de Baarg) uit Wittelte. 

Verkoop boerderij en landerijen
Totale opbrengst meer dan f. 170.000,-
Diever.
Dezer dagen vond in café Brinkzicht te Diever de openbare verkoping plaats ten behoeve van de erven Roelof bij de Berg uit Wittelte. De belangstelling was vooral van de zijde van de inwoners van Wittelte bijzonder groot. De verkoop, verricht door notaris Botje te Dwingelo, had het volgende verloop:
Een pachtvrije boerenbehuizing op en met ongeveer 40.59 are erf en grond, ingezet op f. 13.400, hieraan grenzend, verpacht groen- en bouwland, ongeveer 1.50.00 hectare, ingezet op f. 6.400, een perceel verpacht groen- en bouwland ongeveer 3.50.00 hectare, ingezet op f. 15.400 en een verpacht perceel groenland en bos groot 1.90.91 hectare, ingezet op f. 7.600. Bovengenoemde percelen werden gecombineerd verkocht aan Jan Pot te Wittelte voor f. 60.500.
Verpacht weiland de Oerten, 61.90 are ingezet op f. 2.200, dit perceel werd gekocht door Jan Pot te Wittelte voor f. 6.300.
Perceel 6, verpacht bouwland Bergrug, groot 55.70 are, ingezet op f. 2.000, gekocht door Hendrik Jan Tabak te Wittelte voor f. 3.000.
Verpacht weiland Broeken, groot 1.47.65 hectare, ingezet op f. 5.700, aangekocht door Hendrik Jan Tabak te Wittelte voor f. 7.600.
Verpacht groenland aan de Stroom, groot 82.77 are, ingezet op f. 2.300, gekocht door Albert (Appie) Winters voor f. 2.500.
Groenland Witteltermade, groot 3.31.10 hectare, ingezet op f. 11.600, gekocht door Albert (Appie) Winters voor f. 11.700.
Bouwland op de Witteleres, groot 24.70 are, ingezet op f. 990, verkocht aan Albert Westerveen te Wittelte voor f. 1.010.
Bouwland op de Witteleres, groot 90.40 are, ingezet op f. 3.800, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 6.100.
Bouwland op de Witteleres, groot 33.70 are, ingezet op f. 1.300, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 2.700.
Bouwland op de Witteleres, groot 50.40 are, ingezet op f. 2.400, gekocht door J. Boerhof te Wittelte voor f. 3.100.
Bouwland op de Witteleres, groot 40.10 are, ingezet op f. 1.800, gekocht door Jantje Elting te Wittelte voor f. 2.530.
Bouwland op de Witteleres, groot 60.80 are, ingezet op f. 2.400, verkocht aan Hendrik Jan Klaassen te Wittelte voor f. 4.500.
Groenland aan de weg naar Wapserveen, groot 1.71.25 hectare, ingezet op f. 7.600, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 11.500.
Groenland in het Wittelterveld, groot 1.50.00 hectare, ingezet op f. 5.200, gekocht door Albert Lensen te Wittelte voor f. 6.700.
Heide en woeste grond en ongeveer 33 are ontginning, te zamen ongeveer 7.72.30 hectare, ingezet op f. 7.500, gekocht door Brunsing voor f. 23.500.
Groenland aan de straatweg bij de Wittelterbrug, groot 77.20 are, ingezet op f. 2.900, gekocht door A.J. Boerhof te Wittelte voor f. 4.600.
Groenland in de Witteltermade, water en overhoeken, groot 1.29.50 hectare, ingezet op f. 3.800, gekocht door H. Boerhof te Wittelte voor f. 7.000.
Perceel bos, groot 1.07.90 hectare, ingezet op f. 880, gekocht door A.J. Boerhof te Wittelte voor f. 4.100.
Erf en straat aan de straatweg Wittelte – Diever, groot 5 are, ingezet op f. 50, gekocht door Geert van Eerten te Wittelte voor f. 51.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al een keer in een bericht aandacht besteed aan de uitgestorven Wittelter familie Bij de Berg.
Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof bij de Berg op 16 juli 1968 is de Wittelter familienaam bij de Berg uitgestorven.
Roef en Jantie bee’j de Baarg woonden -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerenbehuizing aan de linkerkant van de Wapserveenseweg. De redactie heeft de kleurenfoto van de voorgevel van deze boerenbehuizing gemaakt op 9 april 2013.
Het is bijzonder te betreuren dat in het artikel in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) bij de meeste percelen niet de oude veldnaam is vermeld. Het gebruik van oude veldnamen in Wittelte is met name na de Tweede Wereldoorlog helaas sterk afgenomen door schaalvergroting en later versterkt door ‘de ruilverkaveling’.
Slechts bij drie percelen is de veldnaam vermeld, te weten weiland de Oerten, bouwland Bergrug en weiland Broeken.
De veldnamen de Oerten (de Oerte) en Broeken komen voor in het onvolprezen, maar uiterst belangrijke cultuurhistorische standaardwerk ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’, dat in 2013 is uitgegeven door de heemkundige vereniging uut Deever. In dit standaardwerk zijn de veldnamen van alle percelen in de gemiente Deever op de kadastrale atlas van 1832 verzameld en in kaart gebracht.
De veldnaam Bergrug komt in dit standaardwerk niet voor. Het kan zijn dat hier sprake is van een mineure omissie, het kan ook zijn dat een 1832-perceel door vererving, verkoop of andere redenen is opgesplitst in kleinere percelen, die een eigen andere naam kregen. De grote vraag is natuurlijk waar het bouwlandje Bergrug lag.
De kopers van de percelen waren boeren uit de omgeving van de boerenbehuizing van Roef bee’j de Baarg an de Wapserveenseweg:
Jan Pot van de Wittelterweg, Hendrik Jan Tabak van de Wapserveenseweg, Albert (Appie) Winters van de Wittelterbrogge, Albert Westerveen van de Wapserveenseweg, Roelof Stapel van ’t Moer, de weduwe Jantje Elting-Bakker van de Wapserveenseweg, Hendrik Jan Klaassen van de Wittelterweg/Wapserveenseweg, Albert Lensen van ’t Moer en Geert van Eerten uut de Sproakeling’n.
De redactie moet nog uitzoeken wie J. Boerhof, A.J. Boerhof en H. Boerhof zijn en waar de boerenbehuizing van deze mensen stond. Wellicht heeft een Wittelter bezoeker van het Deevers Archief hier gegevens over. De redactie weet wel dat 1969 een familie Boerhof aan de Steenwijkerweg en een familie Boerhof aan de Wittelterweg woonde, maar weet hun voornamen niet.
De redactie weet niet wie koper Brunsing was.

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Cultuurhistorie, Veldnamen, Wittelte | Leave a comment

Is het dorp Zorgvlied in 1861 of 1862 geboren ?

In het Algemeen Handelsblad van 16 januari 1861 plaatste Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt een advertentie inzake de uit te besteden bouw van een herenhuis in de nabijheid van het voormalige Gesticht op Klein Wateren, op een stuk grond dat had toebehoord aan de Maatschappij van Weldadigheid.
De bouw van het herenhuis moet na een aanbestedingsprocedure van hooguit enkele maanden zijn gegund. De aannemer zal kort na de gunning zijn begonnen met de bouw en zal het herenhuis mogelijk uiterlijk in het begin van 1862 hebben opgeleverd. Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt gaf het herenhuis de naam Huize Zorgvlied.
Het is vooralsnog moeilijk aan te tonen wanneer de bewoners van de streek voor de bebouwing op Klein Wateren de naam Zorgvlied zijn gaan gebruiken. Het meest voor de hand liggend is 1861 als geboortejaar van het dorp Zorgvlied te beschouwen, wat zou betekenen dat in 2011 Zorgvlied 150 jaar heeft bestaan.
Als de heemkundigen van de aandere kaante van de bos echter 1862 -het opleverjaar van het heerenhuis- als geboortejaar van de dorpsnaam Zorgvlied zouden willen beschouwen, dan zou in 2022 op feestelijke wijze het 160-jarig bestaan van Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) kunnen worden gevierd.

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Huize Zorgvlied, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Sic transit gloria mundi

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Castra Vetera wordt afgebroken”, dat op 27 december 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Diever – Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied in deze gemeente, dat voor eenigen tijd in andere handen is overgegaan, zal de laatste phase intreden van het einde eener glansperiode. Aan het einde van de vorige eeuw en begin deze eeuw een prachtig natuurschoon-rijk park met groote villa, de laatste tientallen van jaren van haar bosschen beroofd, zal het in de toekomst een meer nuchtere metamorphose ondergaan. Gesticht in de heidevelden, later omgeven door een reeks van zeer nederige arbeiderswoningen en landbouwbedrijfjes, zal het nu passend gemaakt worden bij de omgeving. Het groote oude heerenhuis zal worden afgebroken, de bosschage, die er nog is, wordt gekapt en er voor in de plaats zullen treden een tweetal boerderijen met bijbehoorende gronden.
Sic transit gloria mundi (betekent: Zo vergaat de wereldse grootsheid).

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Deeverse sluus an de Deeverbrogge vrog in de mörn

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de Deeverse sluus bee’j de Deeverse brogge vroeg in de ochtend van 2 januari 2017 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.
Het is bepaald niet de gewoonte van de voorkant van het gelijk, gevestigd in de kantoortuinen en kantoorparken in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zitbankjes, zoals er nog net één aan de rechterkant van de foto is te zien, met publieksgeld te betalen. De kans is groot dat het ook hier een gesponsord exemplaar betreft.

Posted in An de Deeverbrogge, Dieversluis, Drentsche Hoofdvaart | Leave a comment

Marktterrein aan het begin van de Bosweg in 1924

Bijgaande prachtige foto van het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever is gemaakt in 1924.
De foto is gemaakt in de richting van het tolhuis.
Links en rechts van de Bosweg zijn betonnen palen en buizen te zien. Aangevoerde paarden en koeien werden aan de buizen vastgebonden. De paardenmarkt werd aan de rechterkant van de Bosweg gehouden. De koeienmarkt werd aan de linkerkant van de Bosweg gehouden.
Op de foto is aan de rechter kant achter het hek een woonwagen te zien. Het marktterrein was de plek waar woonwagens mochten staan. De paarden van de eigenaar van de woonwagen zijn eveneens aan de rechter kant van de foto te zien.
Aan de rechterkant van de foto ligt ook de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
Zo te zien hebben de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever voor het restaureren van de oude situatie nog wel enig hekwerk te verrichten.
In die jaren werd een paar keer per jaar veemarkt gehouden op dit marktterrein, Zie de bijgevoegde advertentie die op 28 oktober 1924 nota bene in de Nieuwe Rotterdamsche Courant verscheen.
De niet met enige cultuurhistorische kennis behepte brinkexperts van de heemkundige vereniging uut Deever noemen het marktterrein bij gelegenheid te onpas een marktbrink, wellicht zijn zij daarbij zó ver op drift geraakt dat zij het gedeelte aan de linker kant van de Bosweg een koeienbrink noemen en het gedeelte van het marktterrein aan de rechter kant van de Bosweg een paardenbrink. Gelukkig staat op de kleurenfoto op de richtingaanwijzer het parkeerterrein op het markterrein wel met Markterrein aangeduid.
Verontrustend is echter wel dat de in Diever geboren en getogen projectdirecteur en de vele zijnen achter de vele ramen van het kantorencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan van Deever niet erg op dreef zijn, maar wel erg op drift zijn geraakt – echt wel – en in hun ontwerp- en bouwtekening van het binnenkort uit te voeren peperdure Brinkenplan 2018-2019 het marktterrein helaas wel de naam Marktbrink hebben gegeven.
De Bosweg was vroeger een schapendrift.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 januari 2016 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.

Abracadabra-1500
Abracadabra-1532
Abracadabra-1503

Posted in Bosweg, Diever, Dievermarkt, Topstukken | Leave a comment

Kale en saaie muren gezocht in de gemiente Deever

In de gemiente Deever, met name in het dorp Deever, komt de oplettende, maar ook de niet-oplettende burger steeds meer Shakespeare-gedoe tegen: op tegels die aan muren zijn bevestigd, op tegels in bestratingen, een buitenwijk met de naam Park Midzomernachtsdroom, straatnamen zoals Pucklaan, Oberonlaan, Spoellaan, Helenalaan, Hermialaan en Titanialaan, op nepmunten (het Spoeltje), en restaurant met de naam Shakespeare,  sukersakkies, bierviltjes, plakplaatjes en wat dies meer zij, een shakespearetheater (eerst openluchtspel genoemd, later openluchttheater). Deever lijdt aan shakespearitis, echt wel
Echter in Deever is nog geen straat vernoemd naar William Shakespeare zelf. De redactie van het Deevers Archief stelt dan ook voor de weg naar het gemeentehuis, de nu zo genoemde Raadhuislaan, te wijzigen in William Shakespeare Avenue.

In ‘Hamlet, Prince of Denmark’ zegt Hamlet in de tweede scene van de tweede acte tegen Polonius, Lord Chamberlain:
Ay, sir; to be honest, as this world goes, is to be one man picked out of ten thousand.
Deze tekst zou in het Nederlands min of meer als volgt kunnen luiden:
Ach, meneer: een eerlijk man te zijn in deze wereld, betekent één uit tienduizend te zijn.
Dit lijkt een vertaling te zijn die de originele Engelse versie redelijk benadert.
Op de tegeldecoratie aan de muur van de voormalige Wiba-winkel an de Heufdstroate in Deever is de originele Engelse tekst echter als volgt vertaalt: Eerlijk zijn in een wereld als de onze wil zeggen: één uit tienduizend zijn. Deze vertaling wijkt nogal behoorlijk van de originele Engelse tekst af.
Als het toch om vrije vertalingen gaat dan lijkt de volgende vertaling waarschijnlijk nog het meest de bedoeling van de oorspronkelijke Engelse tekst te benaderen:
De kans een eerlijk mens te zijn in deze wereld is één op tienduizend.

De redactie van het Deevers Archief begrijpt niet – als het dan toch zo nodig noodzakelijk wordt geacht – waarom binnen de grenzen van de gemiente Deever geen betere spreuken of teksten uit ‘Hamlet, Prince of Denmark’ aan muren zijn gehangen. Bijvoorbeeld de sterke filosofische tekst: ‘To be or not to be: that is the question’.
In het Nederlands luidt de tekst als volgt: ‘Zijn of niet zijn: dat is de vraag’ of ‘Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag’.
Deze spreuk zou zeker niet misstaan op een keramisch tegeltje dat duurzaam is bevestigd naast de dienstingang van de voorkant van het gelijk.

Andere niet te versmaden spreuken uit ‘Hamlet, Prince of Denmark’ zijn:
Take each man’s censure, but reserve thy judgment.
Luister naar ieders kritiek, maar behoud uw eigen oordeel.
Of:
There is nothing either good or bad, but thinking makes it so.
Er is geen goed of slecht, maar het denken maakt het ervan.
Of:
Brevity is the soul of wit.
Beknoptheid is het kenmerk van verstand.

Bij gebrek aan originaliteit zouden in Deever en omliggende dorpen ook muren kunnen worden volgekalkt met sonnetten van William Shakespeare. Als voorbeeld moge dienen sonnet XXX van William Shakespeare, dat te lezen is op de muur van het studentenhuis aan het Rapenburg 30 in Leiden en constateer tevens hoe moeilijk het is teksten van William Shakespeare te vertalen. Wie van de huizenbezitters in de gemiente Deever stelt een kale en saaie muur ter beschikking ?

De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto’s op 23 december 2015 gemaakt.

Bronvermelding:
In boekvorm: The complete works of William Shakespeare, W.J. Craig (Trinity College, Dublin), London, 1980.
In digitale vorm via de link The complete works of William Shakespeare.

Abracadabra-1498Abracadabra-1499

Posted in Cultuur, Openluchtspel, Shakespearitis, Toevallige waarnemingen, William Shakespeare | Leave a comment

Wol uit de Stoomwolspinnerij an de Deeverbrogge

Op 16 mei 1903 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland de volgende advertentie van de Stoomwolspinnerij aan de Deeverbrogge.

Wolspinnen. Tot 1 juli aanstaande wordt evenals vorige jaren, goede Friesche wol gesponnen, á 20 cent per pond, aan 1, 2, 8, 4, 4 of 6 draads. Ook gewasschen á 5 cent en geverfd in alle kleuren á 20 cent per pond. Zend uwe wol per postpakket met duidelijk adres en wat U er van gemaakt wenscht, aan de Stoomwolspinnerij te Dieverbrug, gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
 Na de oprichting in 1899 van de coöperatieve zuivelfabriek aan het Katteneinde in Deever kwam de particuliere stoomzuivelfabriek van J.F. Hilkemeijer an de Deeverbrogge uiteraard zonder melk te zitten, vandaar dat hij dit fabriekje in 1901 ombouwde tot een stoomspinnerij. De stoomzuivelfabriek, later stoomspinnerij stond an de Deeverbrogge aan de weg van de Deeverbrogge hen Deever, in het gebouw is later en nog steeds de Concordia gevestigd.
De vraag is of in de dubbele woning aan de weg van Deever naar de Deeverbrogge de an de Deeverbrogge geproduceerde wol eerst werd geverfd, alvorens naar Nijensleek te worden afgevoerd. Wie heeft daar meer gegevens over ?

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Stoomspinnerij | Leave a comment

Landgoed Castra Vetera verkocht

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Diever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Landgoed Castra Vetera verkocht’ dat op 30 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Zorgvlied, 29 maart – Zooals algemeen ook verwacht werd, was er voor de palmslag van het landgoed Castra Vetera buitengewoon groote belangstelling. In het café van den heer De Bree, waar de verkooping plaats vond, waren meer dan 100 personen aanwezig, onder wie enkelen uit andere provincies.
Na diverse verhoogingen is het geheele landgoed tenslotte aangekocht door den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van Pasman’s fabrieken te Steenwijk voor de som van f. 16.850,-, met een overname van f. 533,50, zoodat het totaal bedrag f. 17.113,50 was. Wij vernamen dat de heer Pasman hier speciaal de paardensport wil beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon de aanstaande eigenaar nog niets positiefs meedelen.

Posted in Castra Vetera, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Café Petit-Restaurant ‘de Harmonie’ op Zorgvlied

De eigenaar van café restaurantje ‘de Harmonie’ op Zorgvlied heeft met de uitgave in juni 1972 (0672) van bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart, zonder het toen in de gaten te hebben, een mooie bijdrage geleverd aan het in beelden vastleggen van de geschiedenis van de Dorpsstroate op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos). Het witgeschilderde café restaurantje ‘de Harmonie’ is op de zwart-wit ansichtkaart aan de linkerkant te zien. Eén beeld zegt vaak meer dan duizend geschreven woorden.
Voor deze uiterst zeldzame ansichtkaart uit de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart hebben verzamelaars heel veel geld over. Jij kunt dit topstuk toch maar beter wel netjes in een mooi duur zuurvrij beschermhoesje in jouw verzameling hebben. Echt wel.
De redactie van het Deevers Archief zou van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief heel graag willen weten wie in 1972 de bewoners van de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare panden an de Dorpsstroate op Zorgvlied waren.
De redactie heeft de kleurenfoto op 4 april 2013 gemaakt. De redactie zou van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief toch wel heel graag willen weten wie op 4 april 2013 de bewoners van de op de kleurenfoto zichtbare panden an de Dorpsstroate op Zorgvlied waren.

Posted in Ansichtkaarten, Café De Harmonie, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Topstukken, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart van de Lagere School op Woater’n

Bijgaand afgebeelde erg zeldzame, dus erg dure zwart-wit ansichtkaart van de Openbare Lagere School en de daarbij staande woning van de hoofdmeester op Woater’n (an de aandere kaante van de bos) is uitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Van der Heide an de Dorpsstroate op Zorgvlied.
De ansichtkaart is in elk geval na juni 1954, dus vermoedelijk in de tweede helft van de vijftiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven. Wie de precieze maand en het precieze jaar van uitgave weet, die mag het natuurlijk melden aan de redactie van het Deevers Archief.
In de woning bij de school woonde hoofdmeester Hendrik Onstee  (geboren op 3 januari 1900 in de Wijk, overleden in 1994 (?) in Deever (?)), zijn vrouw Jantje Otten (geboren op 22 augustus 1905 in Wapse, overleden op … in …) en hun zoon Hendrik Onstee (geboren op … in …, overleden op … in …).
De redactie moet de ontbrekende gegevens nog uitzoeken.

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, School Wateren, Wateren | Leave a comment

De palmslag van het landgoed Castra Vetera

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant verscheen op 25 maart 1938 de navolgende advertentie.

Zorgvlied (Dr.)
De palmslag van het langoed Castra Vetera te Zorgvlied, geheel groot ruim 34 H.A. en ingezet in 26 percelen op f. 13.692,-, alsmede van 1 perceel heideveld, groot 6.05.80 H.A., ingezet op f. 601,-, alles breeder omschreven in vorige advertentie, blijft bepaald op dinsdag 29 maart eerstkomend, des voormiddags 10 uur, in de Harmonie te Zorgvlied.
Boekjes met kaart verkrijgbaar bij den bewoner van de op het landgoed staande villa, den heer F.W. Ackermann, die dagelijks om 10 uur en om 2 uur aanwijst.
D.G. Heering, Notaris, Dwingelo (Dr.)

 

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment

Jammer dat de koek bijna op is

De redactie van het Deevers Archief is een groot liefhebber van oude ansichtkaarten uut de gemiente Deever die aan de achterkant of voorkant helemaal zijn beschreven. En zeker als zo een oude ansichtkaart is verstuurd in de Tweede Wereldoorlog. Bijgaand afgebeelde voorkant en achterkant van een zwart-wit ansichtkaart met als titel ‘Uitzichttoren in de bosschen bij Diever’ is voorzien van staccato tekst op donderdagmorgen 20 augustus 1942 vanuit het postkantoor an de Deeverbrogge verstuurd naar mevrouw J. M. Ploegsma in het Christelijk Sanatorium in Zeist in de provincie Utrecht.   

De tekst op de achterkant van de fraaie zwart-wit ansichtkaart luidt als volgt.
Donderdagmorgen.
Lieve Moeder.
Dank voor je brief van Dinsdag. Hoe bevalt ’t je op kamer 16 ? En wie was ’t bezoek Woensdag ? Ik denk Mevrouw den Houter. Lastig dat Meneer Keller nog niet is geweest. Heb je nog veel last bij ’t lopen ? Fijn dat Mien 2 x kwam.
Wij gaan hier Zaterdagmorgen weg en zijn Zondagavond thuis. We rijden door Friesland. Dinsdag om 3 uur ben ik bij je. Wij hadden 3 dagen prachtig weer, maar gisteren onweer. Jammer dat de koek bijna op is.
Dag Moeder. Tot ziens dus.
Veel liefs van je Toos en Pien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de ansichtkaart is de uitkijktoren op het Kijkduin op Berkenheuvel te zien. De redactie heeft al eerder over deze houten uitkijktoren bericht. Zie het bericht Uitkijktoren op Kijkduin gezien vanuit het oosten.
De twee dochters Toos en Pien Ploegsma hadden zo te lezen de beschikking over een automobiel en flink wat benzine en konden het zich blijkbaar veroorloven in de Tweede Wereldoorlog gewoon op vakantie naar Drenthe en Friesland te gaan. Het leven ging in de Tweede Wereldoorlog voor sommige mensen gewoon zijn gang. En daar hoorde blijkbaar ook vakantiekoek bij. Maar de overlevingskoek raakte door de oorlogsjaren heen voor heel veel mensen helemaal op.

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Tweede Wereldoorlog, Uitkijktorens | Leave a comment

Openbare Lagere School op Woater’n in 1948 (?)

Vijfenzestig leerlingen en twee onderwijzers (moest deze school het doen met twee onderwijzers ?) van de openbare lagere school op Woater’n (an de aandere kaante van de bos) zijn in de periode 1946-1948 op het schoolplein bij de school op de foto gezet.
Deze mooie scherpe foto moet laat in het najaar, in de winter of vroeg in het voorjaar zijn gemaakt. Maar de grote vraag en de grote puzzel is in welk jaar deze foto is gemaakt ?

Op de bovenste rij zijn links naar rechts te zien:
01 – Piet Jongsma
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
02 – Albert (Appie) Groen
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
03 – Egbert Marinus Urff
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
04 – Sieger de Vries
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
05 – Evert Hof
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
06 – Hendrik (Henk) Goettsch
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
07 – Edy (Eddie) Jongstra
Hij is geboren in 1934. Hij was een goede amateur-wielrenner.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
08 – Rinke Betten
Hij is een zoon van Andries Betten en Tjitske Pijpstra.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

09 – Martinus Hummel
Hij is een zoon van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
10 – Ko Stuiver
Zijn vader werkte op de zuivelfabriek van Elsloo.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
11 – Harm Hummel
Hij is een zoon van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.

Op de tweede rij (van boven af gezien) staan van links naar rechts:
12 – Hinderkien (Hennie) van Loenen
Zij is geboren op 17 maart 1932. Zij is op 76-jarige leeftijd overleden op 27 juli 2008.
Zij was getrouwd met Reint Veenstra.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.

13 – Rennie Mailly
Haar vader werkte op de zuivelfabriek in Elsloo.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

14 – Eefje Jongsma
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
15 – Onherkenbare leerling in de achtergrond
Wie zou het toch kunnen zijn ?
Is het een onderwijzer ?
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

16 – Juffrouw Naleke Bos-Evers (?)
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

17 – Sietske Krans
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
18 – Jan Krans
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
19 – Hendrikje (Hennie) Hof (?)
Gegevens moeten nog worden uitgezocht..

20 – Annie van Opzeeland
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
21 – Brechtje de Boer
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
22 – Sijke de Vries
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
23 – Lientje Kievit
Haar vader was tractorchauffeur.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

24 – Klazina Groen
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
25 – Roelie Mulder
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
26 – Janna Hunneman
Zij was een zuster van Wijnand Hunneman en Hillie Hunneman.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

27 – Aaltje de Vries
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
28 – Hillie Mulder
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
29 – Margje Tjassing
Zij is een dochter van Franke Tjassing en Tinie Boerhof.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

30 – Alberdina Wieldraaier
Haar vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
31 – Hendrica Adriana van Loenen (of Berendina ?)
Hedrica Adriana is geboren op 11 januari 1936, Berendina is geboren op 6 mei 1937.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

32 – Geertje Dijkstra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
33 – Meester Hendrik (Henk) Onstee (met hoed)
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

Op de tweede rij (van onder af gezien) staan van links naar rechts:
34 – Grietje Mailly
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
35 – Willie Jongsma
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
36 – Geertje Hofman
Zij is overleden op ……. Zij was getrouwd met Mans Nijsingh uut Deever.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
37 – Hillie Terpstra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
38 – Aaltje Sikkema
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
39 – Sietske Visser
Zij is een dochter van winkelier Hidde Visser en Trijntje Dijkstra.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

40 – Geesje Hummel
Zij is een dochter van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
41 – Baukje Donker
Zij is geboren op ..-..-1938. Zij is overleden op ..-..-2014.
Zij is een dochter van Jan Donker en Ida Schipper.

42 – Lena Meijerink
Zij is geboren op 15 mei 1937.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

43 – Margje Goettsch
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
44 – Annie Benthem
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
45 – Leentje Oostra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
46 – Jacoba (Cobie) Hummel
Zij is een dochter van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
47 – Geesje Vrieling
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
48 – Akke Wieldraaier
Haar vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
49 – Hennie Tjassing
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
50 – Marietje Mulder
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

Op de onderste rij liggen op de knieën van links naar rechts:
51 – Hendrik (Henk) Meijerink
Hij is geboren op 2 april 1940. Hij is overleden op 24 september 1972.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

52 – Jelke de Boer
Hij woonde in de boerderij waar eerder Fokke Dieuwko Lindeboom woonde.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

53 – Georgius (Jurrie) Hendrikus Meijerink
Hij is geboren op 19 oktober 1938.
Hij is vernoemd naar zijn grootvader Georgius (Jurrie) Hendrikus Bos.
Hij woont op Zorgvlied.

Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
54 – Dirk Landman
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
55 – Piet Meijerink
Hij is geboren op 5 december 1939.
56 – Jacob Oostra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
57 – Albert (Appie) Ekkels
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
58 – Molle Hummel
Hij is een zoon van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
59 – Cornelis Goettsch
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
60 – Egbert Vrieling
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
61 – ….. Landman
Wat is zijn voornaam  ?
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

62 – Menno Wieringa
Hij woonde aan de weg naar Appelscha.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

63 – Dries Wieldraaier
Zijn vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

64 – Klaasje Hunneman
Zij is geen zuster van Janna Hunneman.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

65 – Tjitske Wieldraaier
Haar vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

66 – Roelof Krans
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
67 – Foeke Dijkstra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De bezoeker van het Dievers Archief kan de redactie bijzonder behulpzaam zijn met het controleren en het aanvullen van de gegevens van de leerlingen en de onderwijzers van de Openbare Lagere School op Woater’n, die te zien zijn op bijgaande schoolfoto, die omstreeks 1948 is gemaakt.
Als Edy (Eddie) Jongstra (geboren in 1934) op de foto 12 jaar is, dan zal de foto omstreeks 1946 zijn gemaakt. Als Edy Jongstra op de foto 14 jaar (gingen de kinderen toen nog tot hun veertiende naar de lagere school ?) is, dan zal de foto omstreeks 1948 zijn gemaakt.
Heel veel gegevens van de leerlingen en de onderwijzers ontbreken helaas nog.
De redactie zoekt daarom alle gegevens van de genoemde leerlingen en heeft bijvoorbeeld de volgende vragen:
– waren dit alle leerlingen van het betreffende schooljaar;
– staat de juiste naam bij de juiste leerling;
– geboortedatum van de leerling;
– of de leerling nog in leven is;
– voornamen en roepnaam van de leerling;
– naam van de ouders van de leerling;
– waar woonde de leerling;
– waar woont de leerling nu;
– mogelijk andere interessante gegevens.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Lagere School Wateren, Schoolfoto's | Leave a comment

’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt

In dit bericht is afgebeeld een zwart-wit ansichtkaart, die in 1958 is uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor in Deever. De redactie van het Deevers Archief brengt de kleine wakkere Roelof (Roef) van Goor daarvoor alsnog posthuum hulde: hulde, hulde, hulde.
Op die ansichtkaart is het in 1957 geopende lelijke megalomane gemientehuus van de gemiente Deever an de brinQ van Deever te zien. Wie heeft ooit de bliend’n dicht voor de ramen gezien ? Ook is een stukje van de brinQ van na de grote vernieling in 1956/1957 te zien.
Het gebouw is onder neo-drenthiaans-boerse-postbellum-architectuur gebouwd en moest het oude wel volmaakt bij de brinQ passende gemientehuus snel doen vergeten.
De redactie heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Bij de kleurenfoto valt op dat aan het ontwerp van de architect Jans Boelens een beetje is gesleuteld. In het dak boven de voormalige gemeente-secretarie is een dakkapel flink vergroot en zijn dakramen aangebracht. Wellicht wordt de ruimte nu gebruikt als een soort van kantoor. Werd die zolder in de gemeentehuis-tijd gebruikt als opslagplaats ? De zij-ingang naar de secretarie is vervangen door een raam. Zijn al deze veranderingen een inbreuk op het auteursrecht van de architect ?
En waar is de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ? Ligt de zonnewijzer soms nog ergens op een van de vele en te grote zolderverdiepingen van het megalomane gebouw ? En is het zwerfsteentje verplaatst naar de hoek van de Kerkstraat en de Peperstraat ?
De geruchten gaan dat de niet-echt-Saksische brinQ van Deever in 2018 op de schop gaat, mits de politieke anti-Deever lobby (Deever möt niet seur’n, Deever hef sien roadhuus) daar natuurlijk geen stokje voor steekt.
De brinQ krijgt dan een echte Qualiteitsimpuls; trottoirs worden gesloopt, de braandkoele wordt weer gegraven, de hiele dikke stien wordt verwijderd, de bestrating van zwerfkeitjes met de Abe-Brouwer-figuren wordt verwijderd, er komen glint’n om de hof van de kaarke, de hof van de kaarke wordt volgeplant met iepen, de onterecht gesloopte erfgoedboerderijen worden herbouwd, de brinQ wordt helemaal autovrij, de toeristenindustrie verdwijnt van de brinQ, het Schultehuis wordt weer Schultehuis, het zo genoemde Oermuseum wordt verplaatst naar het bedrijventerrein an de Deeverbrogge, en zo voort, en zo voort.
De brinQ zal worden opgestoten, opgeklopt of neergekalefaterd in de vaart der hedendaagse bevolkers van Deever. ’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt. De hedendaagse bevolkers van Deever mochten zelfs bij wijze van soort van proef een paar keer een beetje hun eigen mening mompelen over brinQ 8.2 in het bijzijn van de ijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk uit de kantoorparkjes en uit de kantoortuintjes achter de wel erg vele ramen van het Roadhuus an de Gemientehuuslaene in Deever.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

In de winkel van Jan Breimer en Lammigje Kloeze

De redactie van het Deevers Archief ontving naar aanleiding van zijn oproep in het bericht Breimer Zelfbediening op speldje van Tiktak thee de volgende reactie van Tibbe Breimer, de oudste zoon van Jan Breimer  en Lammigje Kloeze:
Ik kom puur toevallig op dit bericht. Ik lees het verzoek. Ik zal in mijn eigen archief moeten zoeken naar foto’s. Ik ben uiteraard gaarne bereid nadere informatie te geven en naar foto’s te zoeken. Waarschijnlijk beschikt mijn zuster Marianne over de meeste oude foto’s van de winkel.

Van Tibbe Breimer is de navolgende tekst over de winkel van zijn ouders an de Peperstroate in Deever.
Foto’s van de winkel
Ik ben ondertussen bij mijn zuster Marianne geweest. Ze heeft enige foto’s van de winkel gedigitaliseerd, die ik hierbij stuur. Op twee foto’s is mijn moeder in de winkel te zien, die twee foto’s zijn gemaakt in 1951.
Ik heb geen foto’s van de achterkant van de winkel.
De winkel
Mijn ouders hadden in het begin van de vijftiger jaren een kruidenierswinkel op de hoek van de Peperstroate en de Kruussstroate. Zij kochten deze winkel in 1951 van de familie Albert Fledderus.
Zij hebben de winkel later omgebouwd tot een zelfbedieningswinkel.
Aanvankelijk was aan de achterkant van de winkel een behoorlijk grote moestuin met een pruimenboom en nog een stukje met keien geplaveid (voor de waterput). De tuin is ook nog benut geweest voor de noodwinkel van Rinse Kamp. Of dat voor of na de aanbouw van het magazijn was, dat weet ik niet meer.
Later is dit terrein gedeeltelijk bebouwd met het magazijn en nog weer later door een nieuwe uitbreiding van de winkel. Toen kwam de ingang aan de Kruisstraat. Deze verbouwing vond plaats, nadat mijn ouders de winkel hadden verkocht.
Mijn ouders verkochten de winkel in 1970 aan Henk ten Hoor, de latere textielbaron (al is hij dat nu niet meer).
Mijn ouders zijn in 1970 verhuisd naar Assen. Mijn vader ging toen werken bij de grossier Firma Van Dijken. Ze zijn daarna nog een keer binnen Assen verhuisd. Daarna zijn ze verhuisd naar Vries en in 1989 zijn ze verhuisd naar Beilen, de geboorteplaats van mijn vader.
De winkel is al vrij kort na 1970 door Henk ten Hoor doorverkocht, als ik het mij goed herinner aan de grossier Firma Van Dijken, die na een fusie opereerde onder de naam Flevozoom.
De familie van mijn moeder Lammigje Kloeze
Mijn moeder is de oudste dochter van Jan Kloeze en Trijntje Gerding.
Jan Kloeze was een broer van Albert en Hendrik Kloeze. Opa Jan had een smederij in Wittelte, die is later overgenomen door oom Harm, de jongste broer van mijn moeder (er was nog een jongere broer, die is op jeugdige leeftijd).
Albert en Hendrik Kloeze namen de smederij van mijn overgrootvader in Diever over. De zonen van Hendrik Kloeze, Albert en Rikus (mijn achterneven) leven nog en wonen in Diever. Albert nam ooit de smederij in Diever over en maakte er een garage van. Deze werd later verplaatst van de Hoofdstraat naar het Moleneinde, tegenover de voormalige zuivelfabriek.
Mijn oom Harm Kloeze is overleden en dit jaar is ook zijn vrouw Jannie overleden. Hun tweede dochter Geke, mijn nicht dus, woont samen met haar man Rien Hage in het huis in Wittelte. Het huis is wel grondig verbouwd, maar de smederij is intact gelaten. Deze smederij was dit jaar en ook al eerder te bezichtigen tijdens de open monumentendag. Van de smederij aan de Hoofdstraat in Diever is niets of nauwelijks iets meer te zien.
De geschiedenis van onze winkel in Diever
We kunnen proberen de geschiedenis van onze winkel in Diever te reconstrueren. Dat zal niet zo eenvoudig zijn. Mijn ouders, de belangrijkste bron, leven niet meer. Mijn eigen geheugen en dat van mijn zus zijn naast foto’s en nog vindbare archiefstukken relevante bronnen. Mijn zuster Marianne is een tijdlang werkzaam geweest in de winkel. Ik heb zelf in de vakanties ook meegeholpen. Mogelijk kunnen ook nog in leven zijnde Dievenaren uit die tijd worden geraadpleegd.
Landverhuizers
Mijn ouders hebben de winkel in 1951 gekocht van de familie Albert Fledderus, zoals ik al aangaf. Ik weet daar weinig van. Mij staat bij dat de familie Fledderus is geëmigreerd naar Canada.
Emigreren was, met name onder Gereformeerden, in die tijd nogal in zwang. Ik geef een voorbeeld. Van de 10 kinderen van mijn opa Tibbe en mijn oma Marchien zijn twee jongens en twee meisjes geëmigreerd. Drie zijn naar Canada gegaan en één is naar Nieuw Zeeland gegaan.
Of de familie Fledderus echt naar Canada is geëmigreerd durf ik niet te zeggen. Dat zou mogelijk uit een andere bron kunnen worden bevestigd.
Andere levensmiddelenwinkels in de gemeente Diever
Ik kan mij uit mijn jeugd nog herinneren, dat in de voormalige gemeente Diever in de vijftiger jaren van de vorige eeuw meerdere levensmiddelenzaken waren.
In Diever: de coöperatie (tevens bakkerij) en de winkel van Bram Moesker (Vivo) in de Hoofdstaat en Albert Kuiper (met een vestiging in Dieverbrug, tevens bakkerij) in de Peperstraat.
In Geeuwenbrug: annex aan café Jonkers.
In Zorgvlied: Hunse (tevens bakkerij).
In Wapse: een winkel naast de school.
In Wittelte: Klaas Echten (tevens bakkerij).
De meeste levensmiddelenwinkels bestonden in 1970 niet meer. De winkel van Klaas Echten in Wittelte bestond nog wel. Gerard Krol (eigenaar van de winkel van Albert Kuiper) ging zich specialiseren als bakker. Of dit voor of na 1970 gebeurde weet ik niet meer. In 1970 was ik student in Groningen en volgde ik de ontwikkelingen in Diever op afstand.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is Tibbe en Marianne Breimer bijzonder erkentelijk voor hun bijdrage aan de geschiedschrijving van de gemiente Deever.
De toezegging van Tibbe Breimer leverde mooie oude foto’s van de dorpswinkel op, die de redactie in het Deevers Archief met veel plezier gaat plaatsen, te beginnen met bijgaande prachtige zwart-wit interieurfoto van Lammigje Kloeze achter de toonbank in de kruidenierswinkel op de hoek van de Peperstroate en de Kruusstroate. De andere foto’s zullen in andere berichten worden gepubliceeerd in het Deevers Archief.
Deze foto is gemaakt in 1951 en is aanwezig in de fotoboeken van de familie Breimer, die worden bewaard door Marianne Breimer, zuster van Tibbe Breimer.

Jan Breimer (geboren op 24 juni 1922 in Beilen, overleden op 10 december 2012 in Assen) en Lammigje Kloeze (geboren op 12 februari 1927 in Wittelte, overleden op 30 juni 2011 in Assen).
De redactie kent helaas geen foto’s die in de interieurs van winkels in de gemiente Deever zijn gemaakt. En dat is toch wel erg te betreuren. Elke goed gemaakte foto in het interieur van een oude niet meer bestaande winkel in de gemiente Deever behoort wat de redactie betreft direct tot het fotografische erfgoed van de gemiente Deever. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief zou foto’s van het interieur van winkels kunnen en willen insturen ?

Op de zwart-wit foto (echt een topstuk) is een stralende en zelfverzekerde Lammigje Kloeze achter haar toonbank te zien. Op de toonbank staan een machine voor het snijden van vlees en kaas (?) en twee weegschalen. Een schaal voor het wegen van kleinere en lichtere hoeveelheden en een schaal voor het wegen van grotere en zwaardere hoeveelheden ? De redactie heeft het vermoeden dat de weegschalen van het merk Berkel zijn.
Aan de rechter weegschaal hangt een blaadje met de weekaanbiedingen: Patent tarwebloem 59 cent, G
roene erwten 35 cent en Theekransjes 45 cent. Het echtpaar Breimer zal vast en zeker elke week ook reclame hebben gemaakt in Van Goor’s Blattie.
Op de toonbank staan doosjes Aspirin van Bayer, Royco, de echte krachtige erwtensoep en Friesche tafelkoeken in een blik met de Friesche vlag. En -let op- aan de rechterkant op de toonbank staat -echt wel- een tonnetje met Hollandsche nieuwe haring.
De redactie kan in de schappen achter Lammigje Kloeze helaas maar een aantal producten van bekende merken onderscheiden: Honig’s vermicelli, Honig’s macaroni, Nescafé en Maggi-blokjes……. Maar misschien kan Tibbe of Marianne Breimer met het vergrootglas op de originele foto wel meer namen van producten onderscheiden.
De familie Albert Fledderus emigreerde inderdaad naar Canada.
Op bijgaande afbeelding van een fraaie zwart-wit ansichtkaart uit de verzameling van het Deevers Archief, die in 1948 is uitgegeven (door Albert Fledderus ?), is in het midden achter de leilinden de kruidenierswinkel van Albert Fledderus en Reintje Timmerman  te zien. Zo moet de situatie ook nog ongeveer zijn geweest in 1951, toen Jan Breimer en Lammigje Kloeze eigenaren van de winkel waren geworden, de winkel is pas later verbouwd tot een zelfbedieningswinkel.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Kruisstraat, Landverhuizers, Neringdoenden, Peperstraat, Topstukken | Leave a comment

De eerste echte ansichtkaart van het gehucht Wittelte

Van Wittelte zijn geen ansichtkaarten van echte dorpsbeelden, zoals wegen, boerderijen, huizen, scholen, enzovoort bekend.
De eerste ansichtkaart die hiervoor wel in aanmerking komt, is de op een verzamelbeurs gekochte ansichtkaart, zoals te zien is op bijgaande afbeelding. Hulde aan de bedenker/uitgever van deze kaart, te weten de eigenaren van galerie ‘de Herkenning’, Wittelte, The Netherlands. Ga zo door !

Op de achterkant van de kaart staat als uitleg bij de foto’s op de voorkant van de kaart:  Jacob Snoeken, ‘Graaf Witto 21 mei 1040, betonnen beeld op de Wittesheuvel’, Herberg ‘de Twijfelaar’ en Monument op de Brink.
Bij de tekst ‘Graaf Witto 21 mei 1040, betonnen beeld op de Wittesheuvel’ zijn natuurlijk de nodige vraagtekens te zetten. Heeft Witto bestaan ? Zo ja, was hij graaf en zo ja van welk graafschap was hij graaf ? Zijn hierover oorkonden bewaard gebleven ?
Is de datum van 21 mei 1040 de geboortedatum van die zogenaamde Witto ? Zo ja, aan welk document is de geboortedatum van die zogenaamde Witto ontleend ?
Is de naam Wittesheuvel ontleent aan een document, zo ja aan welk document ?
Of hebben we bij het betonnen beeld van ‘graaf Witto’ op de ‘Wittesheuvel’ te maken met een gevalletje van onnavolgbare en onverbeterlijke pseudo-histo-romantiek ?

De heer Peter van Wijk reageerde op 22 september 2012 als volgt:
Blij verrast door de hulde die we kregen voor deze kaart. Hartelijk dank. We hebben nog wel een stapeltje van deze kaarten liggen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie wil ondernemers uit Wittelte graag adviseren nieuwe ansichtkaarten met andere echte Wittleter dorpsbeelden uit te brengen. Daarvoor alvast hulde, hulde, hulde.

abracadabra-562

Posted in Ansichtkaarten, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

De zaandweg deur ’t Grunedal

De redactie van het Deevers Archief laat graag mooie beelden van het oude Deever zien. Een van de meest fotogenieke plaatsen in de gemeente Deever is de slingerende zandweg door het Groenendal, gezien vanaf de Bosweg.
De eerste foto van het Groenendal is gemaakt in 1934 en is gepubliceerd in het tijdschrift ‘het Noorden in Woord en Beeld’.
De Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels (geboren op 8 oktober 1927 te Diever, overleden op 21 maart 1995 te Diever) maakte de tweede foto van het Groenendal in de strenge winter van 1967-1968.
Wijlen mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, wist al direct bij zijn aankomst in Diever in 1891 dat de veldnaam van de akkers aan de rechterkant van de foto’s Groenendal was.
Toch gaf de voorkant van het gelijk – niet gehinderd door enige historische kennis van Deever – de weg door het het Groenendal volkomen onterecht de naam Heezenesch.
In de zestiger (?) of zeventiger jaren (?) van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van het Groenendal vernield en opgeofferd aan het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd omgebouwd tot een rechte asfaltweg.

Abracadabra-1495Abracadabra-1493

Posted in Bosweg, Groenendal, Topstukken, Veldnamen, Zandwegen | Leave a comment

Roggemiet’n op de Hezenesch van Deever in 1960

Bijgaande foto is gekopieerd uit de reclamefolder ‘Ga liever naar Diever’ uit 1961 van de Vereniging Voor Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.) uut Deever.

Om te vermijden dat de loonwerker zijn tractor en zijn döskaaste vaak moest verplaatsen van de ene miete naar de andere miete, zetten de boeren hun miet’n altijd in zo groot mogelijke groepen op de nes, in dit geval in het najaar van 1960 op de Hezenesch van Deever.
Een miete zett’n was een hele kunst. Als deze niet mooi gelijkmatig werd opgebouwd, dan kon het gebeuren dat deze scheef zakte en met palen moest worden gestut. De schuine buitenkant was vergelijkbaar met een reet’n doake. In een goed gezette miete kon het regenwater net zoals bij een reet’n doake niet binnendringen.

De redactie van Dievers Archief is op zoek naar foto’s van rogge meej’n, miete zett’n, döss’n, enzovoort.
Bezoekers worden verzocht deze foto’s te scannen en naar de redactie toe te sturen voor publicatie in de webstee Deevers Archief.

Posted in Boer'nwaark, Diever, Heezenesch | Leave a comment

Bouw Villa Nova aanbesteed voor 6777 guldens

In de Leeuwarder Courant van 3 februari 1888 verscheen het volgende bericht over het bouwen van een villa op het landgoed Wateren.

Ooststellingwerf, 29 februari. Het bouwen eener villa op het landgoed Wateren (Zorgvlied) voor den heer H.G. du Crocq te Amsterdam is gegund aan den laagsten inschrijver Jan Eitz Mz. te Noordwolde, voor f. 6777. Verdere inschrijvers waren: O. Offringa te Donkerbroek f 6785, J.L. Eggenga te Lippenhuizen f. 6900, R.A. v. d. Veen te Terwispel f 6944, Jan E. Mulder te Noordwolde f. 7580, A.R. v. d. Wijk te Lippenhuizen f. 7587, J. Eizinga te Kortzwaag f. 8150.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Opvallend is dat alleen Friesche aannemers en geen Drentsche (Deeverse, Vledderse) aannemers inschreven op dit bouwwerk van de Friesche mr. Lodewijk Guillaume Verwer. Betrof het een aanbesteding met voorafgaande selectie van Friesche aannemers ?
Met de villa op het landgoed Wateren wordt Villa Nova bedoeld, dit pand bestaat nog steeds. De eerste steen van de villa werd gelegd op 23 juni 1888 door de op 27 augustus 1874 geboren Idse Johannes Verwer, de zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovika van Wensen.
De heer H.G. du Crocq uit Amsterdam was de architect van de villa en zal als bouwmeester van het werk zijn opgetreden. Hij was ook de architect van het hoofdkantoor met conciërgewoning van de Noordelijke Hypotheekbank, dat in 1890 vlak bij Villa Nova werd gebouwd, dit pand bestaat ook nog steeds.

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Afbraak van het mooie oude boerencafé Trompetter ?

In de Friese Koerier verscheen op 1 februari 1964 het volgende bericht met foto over de mogelijke afbraak van de mooie oude boerderij van Arend Trompetter en Roelina Pit op de hoek van de Hoofdstraat en de Kruisstraat in Deever

Afbraak mooie oude boerderij ?
Dit is de boerderij van de heer A. Trompetter, Hoofdstraat 25 te Diever, vroeger onder meer in gebruik als dorpsherberg, ook als betaalplaats voor de belastingen. Omdat het gebouw van 1720 vooral ook inwendig merkwaardig is, heeft het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen besloten het op de Monumentenlijst te plaatsen. Maar de raad heeft andere plannen. Het komplan komt er door in gevaar en het pand is ook hinderlijk voor het verkeer. Daarom heeft de raad aan de minister gevraagd, het huis van de Monumentenlijst te doen afvoeren.

Posted in Boerderijen, Café Trompetter, Diever, Gemeentebestuur, Hoofdstraat, Kruisstraat, Opraekelen | Leave a comment

Beeld van de Aachterstroate in 1906

Elke ansichtkaart die Uitgeverij Nauta uit Velsen in de beginjaren van de ansichtkaart -zo rond 1906- uitgaf van straatbeelden in de gemiente Deever, is – wat de redactie van het Deevers Archief betreft – een absoluut topstuk. Op bijgaande afbeelding is de ansichtkaart van Uitgeverij Nauta met het nummer 3974 te zien.
Op de afbeelding is de bebouwing an de Aachterstroate in Deever te zien. De fotograaf stond met de rug naar Ut Kleine Brinkie (één van de vele (echte en nep) brinken in de gemiente Deever).

Het eerste huis aan de linkerkant werd bewoond door de weduwe Meek.
In het tweede huis aan de linkerkant woonde de familie Jan Monsieur en Rika Wanningen. Jan Monsieur is geboren op 13 oktober 1879 in Deever en is overleden op 15 februari 1960 in Deever. Rika Wanningen is geboren op 26 april 1883 en is overleden op 3 april 1936 in Deever. Jan Monsieur was arbeider. Hij was tot 1 november 1924 ook lantaarnopsteker.
In de boerderij naast de woning van de familie Jan Monsieur staat de boerderij van de familie Jan Seinen en Hilligje Hessels.
Jan Seinen is geboren op 15 juli 1876 in Wapse en is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hilligje Hessels is geboren op 27 augustus 1878 in Oldendeever en is op 1 maart 1948 overleden in Deever.
In de boerderij op de achtergrond (deze boerderij staan aan de doolhofbrink) woonde de familie Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker. Klaas Hummelen Smidt is geboren op 22 mei 1824 in Deever en is overleden op 28 maart 1895 in Deever. Jentje Dekker is geboren op 6 februari 1834 in Dwingel en is overleden op 13 mei 1900 in Deever. Hun kinderen waren Sime (geboren op 29 maart 1864), Geert (geboren op 8 september 1865), Annigje (geboren op 4 januari 1867), Geesje (geboren op 8 juli 1869) en Hilligje (geboren op 8 mei 1871). Wellicht is de boerderij na het overlijden van Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker voortgezet door de oudste zoon Sime.
Aan de rechter is het voorhuis van de familie Hilbert Folkerts en Egbertje Winter te zien. Hilbert Folkerts is geboren op 14 mei 1870 en is overleden op 2 juli 1953. Egbertje Winter is geboren op 29 september 1887 en is overleden op 22 april 1952. Hilbert Folkerts was timmerman.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van de foto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de foto voor de ansichtkaart uit 1906. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een betere positie maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.

Posted in Achterstraat, Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Fotografisch Erfgoed, Topstukken | Leave a comment

Fraaie foto van Villa Nova op Zorgvlied

Deze fraaie foto van de villa met de naam Villa Nova (Nieuw Landhuis) aan de Dorpsstraat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) is wellicht gemaakt in de periode dat Albertus Odding in Villa Nova woonde. Albertus Odding was voor zijn pensionering en zijn komst naar Zorgvlied caféhouder in Meppel en namens de Vrijheidsbond (liberale Liberalen) lid van de raad van de gemeente Meppel. Albertus Odding was eigenaar van café Centrum aan de Tweede Hoofdstraat in Meppel.
In het Nieuwsblad van het Noorden van 17 september 1928 was het volgend berichtje te lezen:
‘… Ook in de fractie van de Vrijheidsbond is mutatie te verwachten. De heer A. Odding heeft namelijk zijn café verkocht aan den heer E. Vos te Havelte en zal vermoedelijk onze stad verlaten …’.
In het Algemeen Handelsblad van 12 april 1929 verscheen het volgende korte bericht:
‘… Wegens vertrek zal de heer A. Odding (Vrijheidsbond) ophouden lid van den raad te zijn. Zijn opvolger op de lijst is de heer H. Stheeman. …’
In het Nieuwsblad van het Noorden van 22 april 1929 was de volgende tekst te lezen:
… Door den heer A. Odding, die jarenlang raadslid is geweest.maar nu binnenkort onze stad gaat verlaten, om zich te vestigen in Zorgvlied, gemeente Diever, werd een afscheidsrede gehouden, waarin hij de hoop uitsprak, dat de welvaart van Meppel in stijgende lijn moge gaan…’.
Albertus Odding is geboren in Meppel op 26 februari 1865 als zoon van tapper Arend Odding en Juliana Augusta Hendrietta Hubenet. Hij is overleden op 31 juli 1952 in de ouderdom van 87 jaren op Zorgvlied. Hij is begraven op de kaarkhof van Zorgvlied.
Albertus Odding is getrouwd geweest met Ida Christina van Dokkum en Sientje Martina van Riet. Ida Christina van Dokkum is op 22 december 1865 geboren in Stadskanaal en is op 6 juni 1921 overleden in Meppel, Sientje Martina van Riet is op 6 december 1875 geboren in Roermond en is op 26 december 1945 overleden op Zorgvlied.
Van Albertus Odding is bekend dat hij op Zorgvlied bijna elke dag, in de zomer en in de winter, in buitenwater zwom. Vaak fietste hij naar de Drentsche Hoofdvaart om daar een duik te nemen.
De vraag is of de foto vóór, in, of ná de Tweede Wereldoorlog is gemaakt. Let op het merkwaardige aan de boom bevestigde bord ‘Verboden toegang’ bij het toegangshek. Wie van de Zorgvlied-kenners kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over deze fraaie foto ?

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Veel groeten voor nichtje Carla Verwer

De redactie van het Deevers Archief kwam de hier afgebeelde ansichtkaart bij wel heel erg veel toeval tegen in een doos met Nederlandse ansichtkaarten in een winkel met tweedehands spullen in Den Hoorn en kon deze kopen voor 7 gulden. Je kunt zo’n merkwaardig goed bewaard gebleven kaart maar beter wel in de verzameling hebben.
De kaart is op 6 juni 1908 verzonden door Hans en Clemens Becker aan Fraulein Carla Verwer, Witte Huis, Zorgvlied, Drente, Holland. De tekst in de Raum für Mittellungen luidt als volgt: Oom Hans en Clemens zenden hun nichtje vele groeten, en wensen hun nichtje, tevens Pa en Ma plezierig Pinksterfeest.
Caroline (Carla) Elisabeth Maria Verwer is op 5 januari 1905 geboren op Zorgvlied als dochter van Idse Johannes Verwer en Elisabeth Maria Becker. Idse Johannes Verwer is een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Idse Johannes Verwer was de directeur van Noordelijke Hypotheekbank,
Blijkbaar beschikten de zonen van koopman Clemens Anton Arnold Franz Becker en Francisca Josephina Carolina Strater voor die tijd over voldoende geld om zich zo’n Pinkstervakantiereisje langs de Rijn te kunnen permitteren. Of wellicht waren ze op familiebezoek in Remagen en bezochten ze de burcht Rolandseck en het Zevengebergte.

Abracadabra-1477

Abracadabra-1478

Posted in Ansichtkaarten, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Witte Huis, Zorgvlied | Leave a comment

Tjeerd Bottema is de ontwerper van de Sluis-haan

Rechts van de ingang van korenmolen de Vlijt in Oldendeever hangt al zeker meer dan vijftig misschien wel zestig of zeventig jaren een geëmailleerd reclamebordje met de bekende hanekop van Pieter Sluis, ooit fabrikant van onder meer veevoeders, mengvoeders, diervoeders, vogelvoeders, pluimveevoeders, kippevoer en zangzaad.
Het bordje is helemaal verweerd en was oorspronkelijk kanariegeel van kleur, dat is nog een beetje te zien bij de letters E, N en G van het woord MENGVOEDERS.
Het email is bij de vier schroeven (of zijn het spijkers ?) op de hoeken verdwenen en de schroeven (of zijn het spijkers ?) zijn helemaal weggeroest.
De tanden van de tijd zullen het bordje verder aanvreten en op een dag zal de zwaartekracht het bordje van de muur trekken, maar daar zal waarschijnlijk geen haan naar kraaien.
Zo te zien zal het bordje voor de verzamelaar weinig waarde hebben.
Het bordje moet daar zijn opgehangen in de beste jaren van Pieter Sluis, toen het merk Sluis nog een begrip in heel Nederland was. Heeft mulder Jan Albert (Ab) Jansen het bordje opgehangen, voordat hij naar het land Verenigde Staten van Amerika (U.S.A) verhuisde, misschien wel vóór de Tweede Wereldoorlog of heeft zijn opvolger Arend Uiterwijk Winkel dit na 1953 gedaan ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het reclamebordje op 3 oktober 2012 gemaakt.

Op 14 februari 2018 schreef Evert de Jong de volgende reactie, waarvoor de redactie hem bijzonder erkentelijk is:
Vermeld mag worden dat de Sluis-haan voor reclamedoeleinden is ontworpen door tekenaar, schilder, etser en illustrator Tjeerd Bottema. Dat moet ver voor de Tweede Wereldoorlog zijn geweest.
Rond 1905 had Tjeerd Bottema het beroemde affiche voor verzekeringsmaatschappij RVS gemaakt: vrouw met paraplu, man met wandelstok en hondje.
In die periode moet hij hoogstwaarschijnlijk ook het beroemde embleem voor P. Sluis hebben gemaakt.
Ik heb ruim 40 jaar geleden een boek geschreven over het leven van Tjeerd Bottema (ISBN 9062720013), getiteld ‘Mijn leven’. Daarin staat een fraaie Friestalige affiche van P. Sluis Ochtendvoer afgedrukt. De datum waarop deze prent werd gemaakt staat er helaas niet bij. Bottema zegt in het boek onder meer over zijn studententijd aan de Rijksacademie voor Schilderkunst in Amsterdam: ‘Het ging me daar goed. Ik kreeg veel opdrachten voor illustraties en voor reclamewerk’. Later maakte hij furore als illustrator van voornamelijk kinderboeken en als etser. In het voorjaar van 1978 is Tjeerd Bottema in Katwijk overleden. Ik hoop u hiermee naar genoegen te hebben geïnformeerd.

Posted in Diever, Kunst, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Zorgvlied – Pension Villa Nova- Ansichtkaart

Van het pension Villa Nova van de familie Jan Krans zijn na de Tweede Wereldoorlog in het tijdperk van de zwart-wit foto enige ansichtkaarten uitgegeven, waaronder de bijgaande.
Was de auto op de foto de auto van Jan Krans ?

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Villa Nova, Zorgvlied | Reacties uitgeschakeld voor Zorgvlied – Pension Villa Nova- Ansichtkaart

Wapse – In ’t Bakkersveentie – Zomer 1926

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 48) over het verleden van Wapse met bijbehorende afbeelding van een foto uit de zomer van 1926 uit de collectie van echte Wapsenaar Hennie Nijzingh gepubliceerd. Zie de bijgaande afbeelding van de betreffende bladzijde uit het genoemde fotoboekje.

Voor de Tweede Wereldoorlog werden voor gebruik als brandstof in diverse veentjes in de gemeente Diever törf en zödden gestoken. Dat was ook zo het geval in het Bakkersveentie. Dit veentje lag in de Aarlanden op de plaats waar zich nu het gelijknamige dierenparkje in de Haarsmastraat bevindt. Het veentje werd Bakkersveentie genoemd, omdat dit het eigendom was van bakker Marinus Dijkstra.
Het is blijkbaar schoft in het veen. De turfstekers rusten even uit, want de drie vrouwen hebben zo te zien net een pul met verse koffie gebracht. Dit was voor de fotograaf een prachtig moment voor het maken van deze sfeervolle opname.
Aan de linkerkant zit Lambert Dijkstra, een zoon van de op 30 september 1920 overleden bakker Marinus Dijkstra en Geertje Wouwenaar. Lambert Dijkstra heeft na de dood van zijn vader nog een tijdje de bakkerij voortgezet.
Zijn zwager Hendrik Trompetter zit naast hem. Naast Hendrik Trompetter zit zijn vrouw Trijntje Dijkstra, de zuster van Lambert Dijkstra. Toen Lambert op Kalteren woonde, heeft Trijntje het winkeltje van haar ouders voortgezet. Achter haar staat Janna Trompetter, de zuster van Hendrik Trompetter. Zij was getrouwd met boer en timmerman Hendrik Houwer uit Diever. Naast Trijntje Dijkstra zit Margje Houwer, dochter van timmerman Hendrik Houwer en Janna Trompetter. Margje Houwer was getrouwd met Johannes Nijzingh. Ze heeft haar pasgeboren en zo te zien goed ingepakte, naar haar grootmoeder vernoemde, dochter Janna op schoot. Rechts staat Jan van der Weij (Jan Kanon). Hij was geen familie van de genoemde mensen.
Ook op andere plaatsen in de gemeente werd turf gewonnen. Jan en Harm Hessels staken turf uit een veentje aan de Geeuwenbrug. Wittelter boeren wonnen turf uit het Holleveen en de Zandlotten. Ook langs de Vledder Aa werd turf gestoken. Rensje Donker herinnerde zich dat ze vaak turven moest keren in een veentje bij Wateren. Ook bij het Adderveen en in de Hertenkamp werd lange tijd turf gestoken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie beschikt nog niet over een actuele foto van het dierenparkje aan de Haarsmastraat, maar op het internet is het dierenparkje aan de Haarsmastraat in Wapse wel te vinden. Let op de afbeelding van het dierenparkje vooral op het erg zeldzame zitbankje.
Marinus Dijkstra is geboren op 24 augustus 1854 in Doldersum en is overleden op 30 september 1920 in Wapse.
Geertje Wouwenaar is geboren op 9 maart 1859 op Berkenheuvel en is overleden op 3 mei 1945 in Wapse.
Marinus Dijkstra trouwde op 25 december 1883 met Geertje Wouwenaar.
Lambert Dijkstra is geboren op 28 augustus 1898 in Wapse en is overleden op 10 december 1975 in Wapse. Lambert Dijkstra was getrouwd met Jantina van Zomeren.
Hendrik Trompetter is geboren op 24 maart 1892 in Wapse en is overleden op 16 december 1985 in Wapse. Hendrik Trompetter was getrouwd met Trijntje Dijkstra.
Trijntje Dijkstra is geboren op 1 juni 1891 in Wapse en is overleden op 27 oktober 1957 in Wapse.
Janna Trompetter is geboren op 3 september 1881 in Wapse en is overleden op 8 november 1973 in Deever.
Hendrik Houwer is geboren op 19 mei 1880 in Deever en is overleden op 20 februari 1970 in Deever.
Margje Houwer is geboren op 21 augustus 1905 in Deever. Ze trouwde op 15 mei 1926 op twintigjarige leeftijd met Johannes Nijzingh. Zij is in 1987 op 77-jarige leeftijd overleden.
Johannes Nijzingh is geboren op 19 mei 1904 in Deever en is overleden op …… in …..
De gegevens van het poppie Janna Nijzingh ontbreken nog. Ze moet al kort na het huwelijk van Johannes Nijzingh en Margje Houwer zijn geboren. Het zou kunnen zijn dat Janna Nijzingh nog leeft.
De gegevens van Jan van der Weij ontbreken nog.
De bezoekers van het Deevers Archief worden vriendelijk verzocht ontbrekende, aanvullende of verbeterende gegevens van de personen op de foto bij de redactie te melden, in het bijzonder van Janna Nijzingh.

 

Posted in Alle Deeversen, Diever, ie bint 't wel ..., Topstukken, Wapse | Leave a comment

Veldhuizen – Korenmolen – omstreeks 1910

De volgende tekst met bijbehorende foto is ook opgenomen in het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Het betreft de korenmolen die tot in 1914 in de buurtschap Veldhuizen in Wapse stond. De molen van Wapse was een achtkantige grondzeiler, zoals op de foto is te zien.

Boer en mulder Roelof Haveman (Roelof Machiel) staat in de deur van zijn korenmolen. Hij was getrouwd met Aaltje Muggen. Op een zonnige zomerse dag zitten, van links naar rechts gezien, hun kinderen Stina, Lutina, Lucas en Jantinus in het gras.
Aaltje, de dochter van Lucas Haveman en Roelofje Barelds en de huidige eigenares van deze echt unieke foto, heeft nooit geweten welke Wapser boer of boerenknecht bij het paard staat.
De molen stond wat van de weg af op de hoger gelegen meulebaarg in de buurtschap Veldhuizen. In het boerderijtje links naast de molen woonde mulder Roelof Haveman en zijn gezin.
In 1912 werd de op 1 maart 1897 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek Oens Belang te Wapse uitgebreid met een korenmaalderij. De meule kön mit lieveloa neet meer uut, omdat steeds meer boeren kun koren naar de maalderij brachten.
Op 21 maart 1914 werd de stellingmolen van Havelte door brand verwoest. Daardoor kreeg Roelof Haveman de kans zijn nagenoeg werkloze molen te verkopen aan de Havelter mulder Berend Hendrik de Vegt. Zijn kleindochter kan zich nog herinneren dat haar opa zijn geluk zo verwoordde: Wej hept de meule nog mooi hen Aovelte kunn’n vurkop’n.
De molen werd in 1914 afgebroken. Het draaiwerk is gebruikt bij de herbouw van de Havelter molen, zodat de iene meule mit de aandere oppeknapt wödde.
Op het stuk land dat na de afbraak van de molen vrijkwam, werden later de boerderij van Hendrik van den Berg en Stina Haveman en die van Klaas Snoeken en Lutina Haveman gebouwd.
Roelof Haveman heeft met het mooie geld dat hij voor de molen beurde zijn boerenbedrijfje vergroot en verzekerde zich zo van een beter bestaan.
Roelof Haveman gebruikte de molen ook nog wel eens voor iets anders. Rijksveldwachter brigadier Albertus Martijn was in die tijd nog bij hem in de kost. Als de mulder wist dat de veldwachter ’s avonds thuis bleef, dan zette hij de wieken in een bepaalde stand. Dat was voor de stropers het teken dat ze die avond veilig hun strikken leeg konden halen. Reint Pit was een bekende stroper die in de buurt van de molen woonde.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de webstee molendatabase.org zijn enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.
In de webstee haveltermolen.nl zijn ook enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.

Posted in Molen van Veldhuizen, Molens, Veldhuizen, Wapse | Leave a comment

Diever, London, Paris, New York, Mexico, Caïro, …

De redactie van het Deevers Archief komt bij het ofstruun’n van het internet regelmatig bijgaande afbeelding tegen. Is het een plakaat ? Is het een poster ? Is het een kunstwerk ? Is het een reclamestunt ? Is het uitsnede van een veel grotere afbeelding ? Toch maar voor alle zekerheid bijgaande afbeelding in het Deevers Archief bewaard.

Wat zou toch het verband kunnen zijn tussen het betrekkelijk kleine dorp Deever en de wel erg grote wereldsteden London (Londen), Paris (Parijs), New York (Nieuw Amsterdam), Caïro, Mexico City (Mexico-Stad) en Hong Kong.
De redactie heeft lang moeten piekeren en peinzen – hij kon soms van al dat gepieker en gepeins slecht in slaap komen – om uiteindelijk tot de voor hem enige gevolgtrekking te komen dat geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare (Sjakie uut Spier) de verbindende schakel is tussen de kleine muis en de grote olifanten.
Want overal op de wereld zijn handige uitbaters er achter gekomen dat met het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare goed geld is te verdienen.
In London (Londen) staat al lang een Shakespeare’s Globe Theatre, bestaat de Shakespeare Tour al lang, staat al lang een Shakespeare Hotel, wordt al lang het verblijf van Shakespeare in London (Londen) uitgebaat, enzovoort, enzovoort.
In Paris (Parijs) is in het Quartier Latin (Latijnse Wijk) natuurlijk de wereldberoemde boekhandel Shakespeare and Company gevestigd en in 2015 opende het Shakespeare and Company Café haar deuren en dan is er ook het theater de Verdure du Jardin Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
New York (Nieuw Amsterdam) heeft The Shakespeare Exchange, heeft het gratis Shakespeare in the Park (doar begunt see in Deever neet an, dan löp de gemiente te veule geld mis), heeft het Theatre For A New Audience, is er een restaurant The Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
In Caïro in Egypte -je zou het niet verwachten- is een café restaurant Shakespeare and Co., en is Shakespeare de speciale gast op het Caïro International Film Festival, enzovoort, enzovoort.
In Mexico City bestaat het Foro Shakespeare, enzovoort, enzovoort
In Hong Kong bestaat het bedrijf Shakespeare4All Company Limited, het bedrijf The Law Society of Hong Kong besteed aandacht aan Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
Ook neringdoenden en ondernemers in de toeristenindustrie in de betrekkelijk kleine gemiente Deever willen geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare. En de schatkist van de voorkant van het gelijk moet wel de hele zomer van al het binnenstromende vermakelijkheidsbelastinggeld blijven rinkelen, want het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is een profijtelijke zaak en moet een veel profijtelijker zaak worden en mag onder geen beding worden veronachtzaamd.
Het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is in het door de voorkant van het gelijk bedachte peperdure Brinkenplan 2018 een waar speerpunt van het gemeentelijke verdienmodel geworden. Dat is in vergelijking met de commerciële Shakespeare activiteiten in de erg grote wereldsteden wel rijkelijk laat te noemen.
Het zal de redactie van het Deevers Archief dan ook niet verbazen als de weg vanaf de Eendenvijverbrink langs de Kerkhofbrink door het Grünedal tot aan de Shakespearebrink voor het Openluchtspel (de open ruimte voor het Openluchtspel was vroeger een Bolderbrink, de plek waar de echte Deeversen bolderden) zal worden gewijzigd in Shakespeare Avenue. Maar dan heb je ook wel wat. Echt wel. Na het koekeloeren naar als die opdringerige Shakespeare-informatieborden lekker even uitrusten op het Bert-Haanstra-Zitbankje aan de Shakespeare Avenue. En aan de aanstaande Shakespeare Avenue is ruimte voor meer gesponsorde zitbankjes, bijvoorbeeld het Jantina-Figeland-Zitbankje en het Kappertie-de-Boer-Zitbankje, twee Deeverse toneelspelers, die hebben meegeplaveid aan de weg naar het succes van het Openluchtspel.
De grote vraag is natuurlijk: wie is de bedenker van bijgaande afbeelding ? Wie het weet, die mag het bij de redactie melden.

Posted in Diever, Kunstig gemaakte objecten, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Teeg’n de wal bee’j de kaarkhof van Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.
Op de foto is de bos rododendrons op het marktterrein tegen de wal van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te zien.
Op deze plaats vermoordden de Duitsers op 10 april 1945 de volgende personen:
Hendrik Akkerman uit Diever;
Harman Bennen uit Diever;
Klaas Daleman uit Diever;
Jan Houwer uit Diever;
Nicolaas Houwer uit Diever;
Koop Houwer uit Diever;
Roelof Hunneman uit Diever;
Antonius Maria Gerardus Janssens uit Oss;
Joseph Antonius Cornelis Maria Janssens uit Berkel;
Kornelis Kerssies uit Diever;
Koop Westerhof (overleefde de moordpartij).

Posted in 10 april 1945, Canon van de gemeente Diever, Kerkhof, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De zeer grote brand in Deever op 27-8-1759

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op 27 augustus 1759, dat de lokale correspondent op 28 augustus 1759 instuurde.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 2 Augusty. Gisteren namiddag om 1 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 48 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de asche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kant van de Heufdstroate. Het kerkgebouw en veel huizen en boerderijen aan de brink, langs de Heufdstroate en de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd. Ook het huis van de schout, dat wil zeggen het schultehuis, verbrandde. 

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Eerste aanzet voor Atlas van de gemeente Westenveld

In de Meppeler Courant van maandag 14 mei 2012 verscheen het volgende bericht over de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westenveld.

Diever – Vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in Westerveld hebben vrijdag de eerste aanzet gegeven voor het samenstellen van de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westerveld. Het samenstellen van een atlas was het winnende idee van een door de gemeente uitgeschreven prijsvraag na het winnen van de BNG Erfgoedprijs door Westerveld.
De gemeente had monumenteneigenaren, organisaties en inwoners opgeroepen om ideeën aan te dragen om de prijs, 25.000 euro, goed te besteden. Als winnaar kwam uit de bus het idee van de vier historische verenigingen. Hun plan was het beste uitgewerkt en voorziet in het gemeentebreed uitventen van het gemeentelijk erfgoed en cultuurhistorie. De vier historische verenigingen komen met haar vertegenwoordigers op zeer korte termijn bijeen om te kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben, wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas.
Het bureau RAAP en Jan Bos van het Drents Archief hebben de vertegenwoordigers nader geïnformeerd.
Op vrijdag 8 juni krijgt het gesprek een vervolg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De BNG Erfgoedprijs (met als hoofdsponor het Cultuurfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten) is ingesteld om gemeenten te stimuleren cultuurhistorie te gebruiken als onderlegger van lokaal beleid. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan De Beste Erfgoedgemeente van Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van € 25.000.-, een oorkonde en juryrapport. Het prijsbedrag moet binnen een bepaalde termijn worden besteed aan een samen met de hoofdsponsor Cultuurfonds BNG te bepalen doel binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid.

Bureau RAAP is een commercieel onderzoeks- en adviesbureau voor archeologische monumentenzorg en cultuurhistorie dat van de prijs van € 25.000,- natuurlijk graag een flinke korrel mee wil pikken.

In verschillende webstees op het internet zijn beschrijvingen van het begrip cultuurhistorie te vinden.
Bijvoorbeeld de webstee http://www.aquo.nl/aquo-standaard/aquo-lex/aquo-lex-begrippen/  vermeldt bij cultuurhistorie als definitie:  beschavingsgeschiedenis. Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw-/kunsthistorie).

De gemeente Westenveld heeft een cultuurhistorische waardenkaart op basis waarvan de gemeente onder meer ruimtelijk beleid kan en moet voeren. De te maken cultuurhistorische atlas van de gemeente Westenveld moet waarschijnlijk worden beschouwd als een vrijblijvende inkleuring van de cultuurhistorische waardenkaart. Voor € 25.000,- en veel gratis vrijwilligers van de vier locale heemkundige verenigingen moet toch een mooie atlas en een mooie webstee zijn samen te stellen.

Het is merkwaardig te lezen dat de vier heemkundige verenigingen niet besluiten eerst een goed plan uit te werken, gedegen advies in te winnen en vervolgens met deskundige vrijwilligers grondig cultuurhistorisch onderzoek te doen, maar dat meteen tot hyperactie wordt overgegaan: op zeer korte termijn bijeen komen en kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben. wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas. Begint eer gij bezint. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

In een ander bericht in de Meppeler Courant is gemeld dat de Cultuurhistorische Atlas van Westenveld in het najaar van 2012 zal worden uitgebracht. We zitten al een heel eind in het najaar van 2012. De redactie heeft daarom op 6 november 2012 in een e-mail bericht de gemeente Westenveld gevraagd gegevens te sturen over de stand van zaken bij de ontwikkeling van het fotoboek en de webstee.
De ambtenaar van dienst antwoordde op 16 november 2012:
– de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs 2012 is niet openbaar en op uitnodiging;
– de Atlas van Westerveld verschijnt naar verwachting eind 2013;
– wij zullen het publiek hierover te zijner tijd via de pers en onze website informeren;
– het boek zal niet digitaal beschikbaar komen;
– wel worden erfgoed app’s ontwikkeld voor gebruik op de smartphone;
– over de kosten van het boek kunnen wij u helaas nog niets zeggen.
De schrijver van het bericht in de Meppeler Courant vergiste zich dus een jaar, de Cultuurhistorisch Atlas van Westenveld zal niet in 2012 verschijnen, maar pas aan het einde van 2013.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Cultuurhistorie, Erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Hier werd landverhuizer Harm Kerssies geboren

De redactie van het Deevers Archief ontving op 29 januari 2018 bijgaande reactie van Richard Kerssies. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Ik ben onlangs via het internet in contact gekomen met mijn heel verre achterneef Brian Kerssies. Hij is geboren in Canada, maar is verhuisd naar de Verenigde Staten van Amerika (U.S.A.).
Hij stuurde mij bijgaande afbeelding van een foto die bij hem aan de muur hangt. Ik kan hem wel vragen van de foto een nette scan te maken.
Volgens mijn heel verre achterneef is zijn grootvader Harm Kerssies in dat huis geboren. Zijn vader, die ook Harm Kerssies heet, vertelde hem dat het huis op het Kasteel in Deever stond.
Volgens mijn vader gaat het om het huis waarin Schokkenkamp een tandartsenpraktijk heeft of heeft gehad. En dat huis staat niet op het Kasteel, maar aan de Dwarsdrift in Deever, te weten het huis met adres Dwarsdrift 20.
Mijn heel verre achterneef komt deze zomer op familiebezoek in Nederland en zou graag de juiste plek van het huis op de foto willen bezoeken.
Wie weet waar het huis op de foto heeft gestaan ?
Wie heeft wellicht andere foto’s van dit huis ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de verzameling van het Deevers Archief is bijgaand afgebeelde toch wel fraaie zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Het exemplaar in de verzameling van het Deevers Archief is in maart 1970 uitgegeven door Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. De ansichtkaart heeft een gekartelde rand, maar die heeft de redactie voor het gemak maar weggelaten. De redactie biedt daarvoor zijn excuses aan.
Op de zwart-wit ansichtkaart zijn drie boerderijtjes (keuterijtjes) aan de Dwarsdrift in Deever te zien. In de vijftiger/zestiger jaren van de vorige eeuw woonde in het voorste boerderijtje de familie (Jeene ?) Haanstra, woonde in het middelste boerderijtje de familie Wolter Oost en woonde in het achterste boerderijtje de familie Roelof (Roef) van Nijen. Groepen personen konden toen in de zomer kamperen in de boerderij van de familie Haanstra.
Het mag duidelijk zijn dat het voorste boerderijtje hetzelfde merkwaardig gebouwde boerderijtje is als het boerderijtje dat op de foto van Brian Kerssies is te zien, en stond op de plek waar nu het huis met adres Dwarsdrift 20 staat.
Waarschijnlijk is het rechter voorhuisje onderdeel van het oorspronkelijke boerderijtje en is het linker voorhuisje er vóór de Tweede Wereldoorlog vanwege ruimtegebrek bij aangebouwd ? Gingen daar de bejaarde ouwelui wonen ? Let wel, de eerste bejaardenhuisjes werden in de gemiente Deever pas in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw in de Weiert in Deever gebouwd ! 

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Boerderijen, Diever, Dwarsdrift, Emigranten, Keuterijen, Landverhuizers | Leave a comment

Kogels uut de kogelvangers op de Nul

De redactie van het Deevers Archief ontving op 3 februari 2018 van Richard Kerssies bijgaande afbeelding met bijbehorende uitleg over kogels die hij en zijn vader hebben gevonden in het zand van één van de vier kogelvangers op de Nul.

Ik ben geboren in 1971 en heb als kind met mijn vader Jan Kerssies veel lopen struun’n in de bos in de buurt van de kogelvangers, maar nooit wat gevonden.
Totdat we op een keer op ooghoogte bij een plek keken waar een konijn was begonnen met het graven van een hol. In het gele zand vonden we bruine strepen die ongeveer 30 tot 40 centimeters de kogelvanger in liepen. Als we een streep volgden, dan vonden we aan het einde van deze streep een kogel.
Ik denk dat de buitenmantel van de kogel uit zwaar gecorrodeerd koper bestond; de mantel was omhuld met verbrand of geoxideerd zand. In de kern zat een nog gave loden kogel. Volgens mij hebben we op die manier zo’n tien kogels gevonden.
Ik zal proberen de plek waar we de kogels hebben gevonden terug te vinden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is Richard Kerssies bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan het beschrijven van het verleden van de kogelvangers aan de Doldersummerweg ter hoogte van de Nul.
De tien (acht ?) kogels van Richard Kerssies zijn zonder enige twijfel te beschouwen als Deevers militair erfgoed en de redactie plaatst deze zonder enig politiek en ambtelijk gedoe en gedraai en gedraal op de erfgoedlijst van het Deevers Archief.
Richard Kerssies en zijn vader kunnen worden beschouwd
als de eerste twee Deeverse beoefenaren van de militaire archeologie.
Dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben in het begin van 2017 wat geknutseld aan één van de vier kogelvangers om deze weer wat zichtbaar en herkenbaar te maken.
Het ligt voor de hand dat vervolgens de dienstdoende wethouders Erik Van Schelven en Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk er als de kippen bij waren om aan de Doldersummerweg een door de heemkundige vereniging uut Deever en de vereniging tot behoud van natuurmonumenten uut ‘s Graveland betaald informatiebord te onthullen.

Posted in Archeologie, de Kaamp op de Oeren, Kogelvangers, Wapse | Leave a comment

Joden met de achternaam Zaligman in Deever

Heiman Wolf Zaligman werd geboren op 20 december 1827 in Dwingel en stierf op 4 maart 1904 op de Smilde. Hij trouwde op 30 april 1855 in Dwingelo met Sara Israël van Zuiden. Zij werd geboren op 9 april 1825 in Hoogeveen. Heiman Wolf Zaligman was koopman. Het echtpaar moet direct na hun huwelijk in Deever zijn gaan wonen, want hun kinderen Siptje, Mietje, Mina, Israël, Wolf, Henderika en Simon zijn in Deever geboren. Het gezin verhuisde op 27 april 1868 naar de Smilde.
Siptje Zaligman werd geboren op 22 mei 1856 in Deever en overleed op 15 juni 1856 in Deever.
Mietje Zaligman werd geboren op 1 augustus 1857 in Deever. Zij overleed op 7 december 1927 in Amsterdam.
Mina Zaligman werd geboren op 12 december 1859 in Deever en overleed op 30 januari 1942 in Amsterdam. Zij trouwde op 17 mei 1900 met Levie Pam in Amsterdam. Leva Pam werd geboren op 26 mei 1869 in Amsterdam en stierf op 73-jarige leeftijd op 21 januari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Hun dochter Bloeme Pam werd geboren op 11 oktober 1901 in Amsterdam en stierf op 9 augustus 1942 in het concentratiekamp  Auschwitz in Polen.
Hun dochter Sara Pam werd geboren op 23 juni 1904 in Amsterdam en stierf op 26 augustus 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Israël Zaligman werd geboren op 16 november 1861 in Deever en overleed op 16 augustus 1932 in Assen. Hij was koopman. Hij trouwde op 17 mei 1889 op de Smilde met Eva van Zuiden. Eva van Zuiden werd geboren op 22 oktober 1860 in Hoogeveen en stierf op 1 oktober 1942 op 81-jarige leeftijd in Katowice in Polen.
Hun dochter Rebecca Zaligman werd geboren op 12 mei 1893 in Hijkersmilde en stierf op 26 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen
Hun dochter Saartje Zaligman werd geboren op 18 april 1890 in Hijkersmilde en stierf op 4 juni 1943 in het concentratiekamp Sobibor in Polen.
Wolf Zaligman werd geboren op 6 januari 1864 in Deever en overleed op 16 juni 1881 in Ommen.
Henderika Zaligman werd geboren op 5 mei 1866 in Deever en overleed op 3 april 1867 in Deever.
Simon Zaligman werd geboren op 2 februari 1868 in Deever en overleed op 26 augustus 1880 op de Smilde.

Philippus (Flip) Zaligman werd geboren op 21 september 1893 in Dwingel, hij stierf op 28 februari 1944 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Philippus Zaligman was manufacturier. Hij trouwde op 31 maart 1920 in Coevorden met Heintje (Hennie) Levie Wilda. Zij werd geboren op 10 mei 1894 in Coevorden en stierf op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
De echtelieden moeten kort na hun huwelijk in 1920 aan de Hoofdstraat in Deever zijn gaan wonen, want hun kinderen Martha Hendrika, Levie Salomon, en Hendrika Henriëtte zijn in Diever geboren. Op 7 januari 1936 verhuisde het gezin naar Meppel, keerde na enige tijd terug naar Deever, waarna het gezin officieel op 26 april 1940 -vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog- naar het adres Noordeinde 7 in Meppel verhuisde. Op 20 februari 1940 was hun winkel en huis aan de Hoofdstraat helemaal uitgebrand.
Martha Hendrika werd geboren op 8 december 1920 in Deever. Zij overleefde de Tweede Wereldoorlog. Zij overleed op 19 mei 1977 in Haarlem.
Levie (Loek) Salomon werd geboren op 29 dcecember 1921 in Deever en stierf op 28 februari 1943 in het concentratiekamp Schöppenitz. Hij was manufacturier.
Hendrika (Rikie) Henriëtte werd geboren op 26 oktober 1925 in Deever en stierf op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.

Posted in Diever, Joodse inwoners | Leave a comment

Winkelbehuizinge van de gebroeders Zaligman

Op 29 november 1913 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden inzake de veiling van een flink huis de volgende advertentie.

Winkelbehuizinge-Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op Maandag 8 december a.s. des voormiddags elf uur, in het logement van Roelof Seinen, te Diever, voor de gebroeders B. en A. Zaligman, publiek bij inzate veilen: Een flink Huis, waarin vroeger een druk beklante zaak in manufacturen werd uitgeoefend en ook thans nog voor de uitoefening van alle affaires zeer geschikt, erf en tuin aan de Hoofdstraat te Diever, ter grootte van 11 are en 20 centiare.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De koopmannen (manufacturiers) Benjemin Zaligman (geboren op 28 december 1873 in Dwingel, gestorven op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen) en Anton Zaligman (geboren op 1 december 1875 in Dwingel, overleden op 19 oktober 1942 in Assen) waren zonen van de koopman (manufacturier) Jacob Zaligman en Roosje Heijmans uut Dwingel.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Joodse inwoners | Leave a comment

Het beeld op het grasveld van de huisartsenpraktijk

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto tijdens een van zijn periodieke fotografeerrondes deur de gemiente Deever op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
De apotheekhoudende huisartsenpraktijk Deever is gevestigd in een gebouw aan de Gemeentehuislaan in de buurt van het Raadhuis van de gemeente Westenveld op de Westeresch van Deever.
Op het grasveld voor het raam waarboven de twee woorden ‘medisch centrum’ zijn te lezen, staat een beeld van een zittende man. Het is de redactie niet duidelijk of het beeld een uitbeelding is van een zieke man of een gezonde man. Het ligt wel een beetje voor de hand te veronderstellen dat het een zieke man moet voorstellen, want gezonde mannen zullen niet zo gauw naar apotheekhoudende huisartsen gaan.
Deze nepversie van het beeld de Denker van Auguste Rodin moet tamelijk recent op het grasveld zijn gezet, want op de foto die is te vinden op de openingsbladzijde van de webstee van de apotheekhoudende huisartsenpraktijk Diever is het nepbeeld niet te zien.
De grote vragen zijn natuurlijk of het beeld van metaal of plastic is gemaakt, of het beeld is gemaakt in opdracht van de twee apotheekhoudende huisartsen of dat het beeld is gekocht bij een postorderbedrijf voor nepversies van echte beelden.
Het echte antwoord is natuurlijk dat het om kitsch gaat.
Wellicht kan één van de twee in de praktijk spreekuurhoudende en apotheekhoudende huisartsen op dit bericht reageren.

Posted in Beelden, Kunstig gemaakte objecten | Leave a comment

Alle Deeversen

In de webstee www.alledrenten.nl die een onderdeel is van het Drentsch Archief, zijn gegevensbronnen voor onderzoek naar mensen uut de gemiente Deever te raadplegen.
Als u zoekt voor 1600 is de volgende bron te raadplegen:
– oorkonden 1040 – 1600.
Als u zoekt in de periode 1600 – 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– kerkregisters 1600 – 1811;
– 30e/40e penning 1682 – 1797;
– haardstedengeld 1672 – 1804;
– bezaaide landen 1612;
Als u zoekt na 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– burgerlijke stand van 1811 – 1952;
– notariële akten 1810 – 1915;
– successiememories 1806 – 1928.

Posted in Alle Deeversen | Leave a comment