Deever is ien tuneel en besükers bint mor figerant’n

De in het voorjaar van 2020 bedachte zo genoemde Terras Route Diever pretendeert een non-discriminatoire consumptie-stimulerende fietsroute langs alle eet- en drinkgelegenheden in de gemiente Deever te zijn, maar daar valt wel het een en ander op af te dingen.
Want waarom is het terras de maatstaf ? Want waarom loopt de fietsroute niet over het prachtige Zorgvlied langs het fraaie met beelden gelardeerde terras van hotel-restaurant Villa Nova en langs het terras van eethuis-cafetaria Zorgvlied ? Want waarom zijn in de legenda van de kaart bepaalde eet- en drinkgelegenheden met terras niet met naam of toenaam genoemd en moeten het doen met een vervelende blauwe stip op de kaart of helemaal geen blauwe stip ? Want waarom zijn de vele oplaadpunten voor elektrisch aangedreven fietsen op de hoek van de Kruusstroate en ut Kastiel niet ingetekend op de kaart ? Want waarom wordt op de kaart alleen die fietswinkel an de Heufdstroate in Deever genoemd, terwijl an de Deeverbrogge ook een fietswinkel aan de route is gevestigd ?
Niet alle eigenaren van een eet- en drinkgelegenheid of een toeristische vermakelijkheid (welke ?) binnen de grenzen van de gemiente Deever mochten meedoen met dit merkwaardige reclameproject met de merkwaardige naam Terras Fiets Route Diever van het Ondernemersfonds Van De Gemeente Westenveld, de Ondernemersvereniging Diever, de Stichting Toeristische Promotie Westerveld en de neringdoende B&B Groepsaccomodatie Aangenaam-Olde Horst Diever. En dat terwijl dit merkwaardige reclameproject met de merkwaardige naam Terras Fiets Route Diever mede is gefinancierd door het Ondernemersfonds Van De Gemeente Westenveld.  Dus een aantal eigenaren van een eet- en drinkgelegenheid hebben daardoor wel meebetaald aan de consumptie-stimulerende reclame voor de profiterende concurrentie. Die eigenaren zijn wellicht ook lid van Ondernemersvereniging Diever. Vrij naar George Orwell: alle uitbaters van eet- en drinkgelegenheden in de gemiente Deever zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen
Wie op het internet zoekt naar de webstee van de Stichting Toeristische Promotie Westenveld komt uit bij de webstee van de gemeente Westenveld. Is deze stichting een gemeentelijke onderneming ? Is deze stichting een profit of een not-for-profit stichting ? In het jaarplan 2020 van deze stichting is voor 2020 wat geld gereserveerd voor de ontwikkeling van een toeristische route. Maar welke route ?
En wat is in de rechter bovenhoek van de kaart de betekenis van het gortdroge saaie onbeweeglijke futloze logo van Deever en de betekenis van de naam van de reclamestichting Village of Shakespeare ? Pronkt de reclamestichting Village of Shakespeare gratis met de veren van anderen ? Zijn de twee Shakespeare-figuren op doordrammen van de reclamestichting Village of Shakespeare gratis op de kaart ingetekend ?
Wordt de argeloze bezoeker van het terras van een uitverkoren uitbater van een eet- en drinkgelegenheid na twintig of dertig kilometer doortrappen tegen de wind op een gewone fiets bij het drinken van een lekker Belgisch biertje ongewild doodgemonoculturaliseerd en doodgeïndoctrineerd met Shakespeare ? Want heel Deever is verworden tot een gemankeerd schouwtoneel en alle bezoekers zijn maar simpele betalende figuranten.
De kaart is ook op een lekker groot A3-formaat verkrijgbaar bij de uitverkoren uitbaters van eet- en drinkgelegenheden en toeristische vermakelijkheden (welke ?).

Posted in Shakespearitis, Toeristenindustrie | Leave a comment

Op Woater’n is ut hoogste huusnummer now 34

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 6 januari 1890 het volgende bericht over de sterke groei van het dorp Wateren an de aandere kaante van de bos. 

Diever, 3 Januari.
Wist men voor eenige jaren nauwelijks, dat er een Wateren (Zorgvlied) bestond, thans trekt dit plaatsje meer en meer de aandacht. En geen wonder. Wat daar in de laatste jaren tot stand is gekomen, grenst aan ’t ongelooflijke.
’t Is nu zes jaren geleden dat daar de openbare school feestelijk werd ingewijd. Voor ruim drie jaar werd de Noordelijke Hypotheekbank opgericht en dat die zaak rendeert, blijkt hieruit, dat dezen zomer voor rekening dier bank drie gebouwen worden gesticht (twee directeurswoningen en een kantoor met conciergewoning). Voor den hoofd-agent der Eerste Hollandsche Levensverzekeringmaatschappij werd een keurig huis met kantoor gebouwd. Het gebouw daarnaast is tot een flinke bakkerij en logement met billard ingericht. En verder is een groote winkel tot stand gekomen, die binnenkort door den heer Berkemeier zal betrokken worden, waarin hij zijne manufactuur- en kruidenierszaak zal uitoefenen. Ook verdient de keurige villa van den heer Du Crocq ieders bewondering.
In ’t vorige jaar werden door den heer Verwer, mede-eigenaar van de uitgestrekte bezitting, proeven genomen met den tabaksbouw, die zoo goed schijnen geslaagd te zijn, dat thans voor den zich daar te vestigen tabaksboer een huis met tabaksschuur is gebouwd.
Verder bestaat ’t plan tot stichting eener sigarenfabriek, leerlooijerij en Brabantse schoenenfabriek. Deze laatste zal evenals in de Langstraat hoofdzakelijk huis huisindustrie zijn. Tot directeur der maatschappij tot exploitatie dezer inrichting is iemand uit Waalwijk benoemd op eene jaarwedde van tweeduizend gulden en vrije woning, voor welke betrekking hij evenwel heeft bedankt.
Was het hoogste huisnummer voor vijftien jaar 16, thans is dit 34.
Hoewel er reeds dikwijls sprake van is geweest, een straatweg van Wateren naar Diever te leggen, zal deze nog wel eenigen tijd op zich laten wachten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het begin van 1890 was de naam van het sterk gegroeide dorp Wateren nog steeds Wateren, echter in het getoonde artikel is tussen haakjes al wel de naam Zorgvlied vermeld.
De redactie is aan het uitzoeken welke van de vermelde panden waar stond of nog staat en voor wie of voor welk doel dat pand bestemd was.
De Eerste Hollandsche Levensverzekeringsbank – in het bericht abusievelijk Eerste Hollandse Levensverzekeringmaatschappij genoemd – was ook een financiële onderneming van mr. Lodewijk Guilaume Verwer.

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Vurbeeldingskracht redt ut neet op Woater’n

Museum Wateren vrijdag geopend

Wateren – Vrijdag (21 maart) om 16.00 uur zal het natuurmuseum ‘Het Drents-Friese Woud’ in Wateren officieel worden geopend. De opening van het museum zal worden verricht door de heer Lok, voorzitter van de Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer in Diever.
Het museum is gevestigd in de voormalige school ‘Groot en Klein Wateren’. In de voormalige multifunctionele ruimte van de school zijn de vier jaargetijden uitgebeeld. In het museum zijn honderden dieren, voornamelijk vogels en zoogdieren, in allerlei soorten en maten te zien. Het museum is zeer professioneel ingericht.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 januari 2004 verscheen het volgende korte bericht over de tekoopstelling van natuurmuseum Het Drents-Friese Woud op Woater’n.

Museum te koop
Wateren – Sinds een half jaar staat het Natuurmuseum in Wateren te koop. Het museum besteedt nu nog aandacht aan cultuur-historische aspecten van het Drents-Friese Wold. Eigenaar J. van der Vooren wilde wel eens iets anders en besloot het pand te koop te zetten. Hij heeft echter geen haast bij de verkoop: “Als er iemand voor is die het wil kopen, verkoop ik het, maar ik hoef het niet per se kwijt”, aldus Van der Vooren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief prijst zich bijzonder gelukkig bijgaande kleuren ansichtkaart voor zijn zeer gewaardeerde bezoekers opgenomen te hebben in ut Deevers Archief. Op de voorkant van deze bij verzamelaars weinig bekende ansichtkaart zijn te zien een afbeelding van enige museale, driedimensionale opstellingen met de resultaten van menselijke verbeeldingskracht, die worden getoond in het natuurmuseum Het Drents-Friese Woud van beroepsdierenpreparateur John van der Voorn. De ansichtkaart was te koop in dit museum, dat was gevestigd in de gebouw van de Laegere Skoele an de Woaterseweg op Woater’n. De ansichtkaart is – gelet op de kinderpostzegel van de striphelden Suske en Wiske – in het najaar van 1997 verstuurd.

Het in 1997 met ontzettend veel enthousiamse in de olde skoele op Woater’n geopende zeer professioneel ingerichte natuurmuseum, werd in juli 2003 al te koop gezet. Het openen van een natuurmuseum in een nationaal parkje is natuurlijk toch wel een beetje de kat op het spek binden. Wie ging kijken naar opgezette dode dieren in een museum in een gebied waar je deze dieren ook levend in de bos kunt zien rondlopen ?

In 1997 werd de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe door de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram nog Het Drents-Friese Woud genoemd. Dat klinkt aannemelijk, maar is het niet. Woud betekent gewoon bos, dus de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe had gewoon De Drents-Friese Bos moeten worden genoemd. Dat klinkt aannemelijk en dat is het ook. Ech wè.
De naam Het Drents-Friese Woud, laat staan de naam De Drents-Friese Bos, klonk te armoedig, klonk te eenvoudig, klonk niet commercieel en klonk niet parkerig genoeg, dus klopten de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram de naam van de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe op tot de naam Het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Maar ‘het wold’ betekent nog steeds ‘de bos’. In het Duits: Das Drentischer-Friesischer Wald. Of naar de gekopieerde analogie van de Amerikaanse nationale parken, zoals Yellowstone National Park: Drentian-Frisian National Park. Vergeleken met de enorme Amerikaanse nationale parken is Het Nationaal Park Drents-Friese Wold maar een provincieparkje, maar wat gefröbel in de marge. Maar wat voor eufemistische term de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram ook wensen te bedenken voor de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe, die bos is voorgoed verworden tot een van ver bovenaf geregisseerd, gedirigeerd, weggemotorzaagd, vormgegeven, geboetseerd, aangeharkt, gemankeerd surogaatparkje. Fantasie kan in zo’n parkje nooit werkelijkheid worden.


Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 17 maart 1997

Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 januari 2004

Posted in Ansichtkaart, Museum, Wateren | Leave a comment

Wie kent Jan Giessen uit Rotterdam nog ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 24 mei 2020 van Jan Giessen uit Rotterdam het volgende korte bericht over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie is hem daarvoor erkentelijk. Ook korte berichten dragen bij aan de beschrijving van de geschiedenis van jongenskamp ‘de Eikenhorst’. Jan Giessen zoekt met name contact met jongens uit barak Transvaal. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers, voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ wil reageren ? 

Mijn naam is Jan Giessen uit Rotterdam.
Ik was in de periode 1958-1959 een jaar in kamp ‘de Eikenhorst’ bij Diever.
Ik zat daar samen met nog een jongen uit Rotterdam.
Ik zat in barak Transvaal. Mijn bed stond bij de ingang van de slaapzaal.
We hadden een leuke groep jongens en we hadden altijd veel lol.
Wat mij tegenviel was dat wij pap moesten eten. Baaaaah.
Wie mij nog kan herinneren, daar hoor ik graag van …..

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut boer’ncafé van Haarm Hummel an de brink in 1903

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag meegenieten van alle prachige oude ansichtkaarten uut de gemiente Diever. Bijgaande zwart-ansichtkaart van het boerencafé van Harm Pieter Hummelen is in 1903 verstuurd en is daarmee de bij de redactie oudst bekende ansichtkaart uut de gemiente Deever.
Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf in januari 1975 het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder uit. Op bladzijde 99 – zie de bijgevoegde afbeelding – is de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart opgenomen met de volgende tekst.

Café Brinkzicht
Alleen de ouden van dagen uit Diever zullen zich dit oude boerencafé nog herinneren. Staande achter tafeltje links is de vroegere eigenaar Harm Pieter Hummelen met naast hem z’n vrouw Anna List, die haar eerste zoon Pieter op schoot heeft. De dame naast de fiets is mej. Maria Hillegonda Mulder, aan wier nagedachtenis nog het gedenkraam in het koor van de Ned. Hervormde Kerk te zien is. De drie dames aan het tafeltje rechts zijn mij onbekend, evenals het oude echtpaar om het hoekje, dat schijnbaar niet op de foto wil, maar wel nieuwsgierig is naar wat gaat gebeuren. In plm. 1910 werd Harm Hummel boer in de Peperstraat en werd Jan Barelds eigenaar van het café. Deze verkocht het plm. 1925 weer aan Harm Smit van “Berkenheuvel”, die het liet afbreken en vernieuwen tot het hedendaagse hotel. Zijn dochter Siena, pas gehuwd met Klaas Balsma, plaatste hij er in. Toen na april 1945 Balsma als N.S.B.’er werd opgepakt, werd het hotel beheerd door H. Figelant. Enige jaren geleden ging dit over aan de tegenwoordige hotelhouder A. Benthem van Kalteren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Harm Pieter Hummelen werd in de volksmond natuurlijk gewoon Haarm Hummel genoemd.
De hier getoonde zwart-wit ansichtkaart is een topstuk, ondanks het feit dat de originele glasplaat overbelicht is. Het is tot nu toe de enig bekende afbeelding, waarop het boerencafé van Haarm Hummel van dichtbij is te zien.
Bij de redactie is de verblijfplaats van slechts vier exemplaren van deze ansichtkaart bekend. Jij kunt als verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever een exemplaar van deze kaart maar beter wel als topstuk in jouw verzameling hebben; anders hoor jij niet bij de club.
Uit het ‘Register der Localiteiten waar Vergunning voor den Verkoop van Sterken Drank in het Klein in de Gemeente Diever is verleend’ blijkt dat Burgemeester en Wethouders op 18 maart 1893 aan Harm Pieter Hummelen een vergunning ‘voor den verkoop bij hoeveelheden van minder dan tien liter voor gebruik ter plaatse of elders’ verleenden.
Het boerencafé aan de brink had als adres Diever 6. Het verlof gold voor de beide op de afbeelding zichtbare voorkamers. Op 19 april 1906 werd de vergunning ingetrokken, omdat Harm Pieter Hummelen en zijn gezin verhuisden naar de Peperstraat.
Harm Pieter Hummelen is geboren op 27 juli 1863 in Deever en is overleden op 18 september 1933 in Zwolle.

Anna List is geboren op 26 januari 1874 in Eursinge in de gemeente Havelte en is overleden op 24 maart 1941 in Almelo.
Harm Pieter Hummelen en Anna List trouwden op 23 april 1902 in Deiever.
In een aantal akten van de burgerlijke stand van de gemiente Deever wordt bij Harm Pieter Hummelen – toen hij aan de brink woonde – als beroep vermeld kastelein en logementhouder, later – toen hij an de Peperstroate woonde – wordt als beroep landbouwer vermeld.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat het poppie op de schoot van Anna List haar eerste zoon Pieter is. Deze zoon Pieter is Pieter Hendrikus Hummelen, hij is geboren op 19 april 1903 in Deever en is helaas overleden op 12 april 1904 in Deever.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat de vrouw links naast de boom Maria Hildegonda Mulder is. Maria Hildegonda Mulder is Maria Hillegiena Mulder. Zij is geboren op 23 januari 1879 in Oldendiever als dochter van boer Willem Mulder en Anna Catrina Seinen. Ze is geboren in de boerderij die nu als adres heeft Kastanjelaan 18. Maria Hillegiena Mulder was een tante van Arend Mulder. De vader van Arend Mulder was Jan Mulder en die was een broer van Maria Hillegiena Mulder.
Over het gebrandschilderde gedenkraam in het kerkgebouw aan de brink van Deever is een en ander te vinden op het internet.
In 1906 (dus niet in 1910) verhuisden Harm Pieter Hummelen en zijn gezin naar de Peperstraat, naar de boerderij op de plek die nu als adres heeft Peperstraat 13
.
Het boerencafé werd voortgezet door Jan Barelds. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 6 mei 1906 een vergunning voor de grote voorkamer aan de westkant, dat wil zeggen voor de kamer aan de kant van de Hoofdstraat.
De redactie heeft in het bericht in ut Deevers Archief aandacht besteed aan het boerencafé van Jan Barelds.
In 1927 werd de bouw van een nieuw café met concertzaal ter plekke van het afgebroken boerencafé aanbesteed. Het was, zoals Arend Mulder beschrijft. Harm Smit, de verbazingwekkend kapitaalkrachtige bosbaas van Berkenheuvel, kocht het oude boerencafé en financierde de bouw van het nieuwe café met concertzaal ten faveure van zijn dochter Siene en haar man, de in de Tweede Wereldoorlog zo beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
De bewindvoerder van de bezittingen van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma verpachtte café Brinkzicht na de Tweede Wereldoorlog, toen Klaas Marcus Balsma in de strafgevangenis Veenhuizen vast zat, aan Hendrik Figeland.
In 1958 ging de pacht van café Brinkzicht over op mevrouw Jantje (Jannie) Strampel.
Zij trouwde later met de van Kalteren afkomstige Lambertus (Bertus) Benthem.
De grote vraag is natuurlijk wanneer het café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma werd verkocht ?
Was dat nadat hij vrij kwam uit gevangenschap in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ?
Of was mevrouw Jantje (Jannie) Strampel niet de pachtster, maar de koopster van café Brinkzicht geworden ?
Of werd café Brinkzicht pas verkocht na het overlijden van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma op 12 maart 1970 ?

De redactie heeft de kleurenfoto can café Brinkzicht op woensdag 22 april 2020 gemaakt.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Café Balsma, Café Barelds, Café Brinkzicht | Leave a comment

In Ellert en Brammert stön somerhuussie ‘de Sikke’

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 23 mei 2020 de navolgende reactie van mevrouw Jannie de Jong – Van der Hoek. De redactie is haar bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage. Ze heeft goede herinneringen aan vacantiecentrum Ellert en Brammert in de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Elk stenen kampeerhuisje, ook wel zomerhuisje of bungalow genoemd, had een eigen naam. Op ansichtkaarten komen namen voor, zoals de Dankbèr, de Deele, de Karnmeule, de Nes, de Zödde, ’t Spinwiefien, ’t Knienegat, ’t Hemeretien, de Hilde, de Dobbe, de Eveltas, de Blekbèr en de Brummel. De redactie heeft veel gegevens over en afbeeldingen van zomerhuisjes in vacantiecentrum Ellert en Brammert tussen de Deeverbrogge en de Hoarsluus verzameld, maar had nog nooit gelezen of gehoord van het zomerhuisje met de naam ‘de Sikke’.
Wie van de zeer gewaardeeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie voorzien van een goede scherpe scan van een foto van het zomerhuisje ‘de Sikke’ ? 

Ik was op zoek naar gegevens over Abe Brouwer en kwam daarbij in het Dievers Archief terecht. Dat was leuk, want zo las ik ook dingen over vacantiecentrum Ellert en Brammert. Ik heb goede herinneringen aan Ellert en Brammert. Ik logeerde in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw bij de familie Lammertsma in het zomerhuisje met de naam ‘de Sikke’. De naam aan de muur was samengesteld uit boomtakken die de vorm van een letter hadden.
Ik ben geboren in 1953 en ik geloof dat ik een jaar of 10 was toen ik daar samen met mijn klasgenootje Akkie Koopal was.
De speeltuin was ons favoriete plek. Daar leerden we volleyballen. Ook gingen we op de camping op zondag wel naar de kerkdienst in de open lucht. We wandelden veel. We zijn als jonge meisjes ook eens echt verdwaald. Bij de Tolweg waren we verkeerd afgeslagen. Op de zandvlakte hebben rode mieren mij gebeten en mij een week koorts bezorgd. Voor de rest hebben we een geweldige tijd op de camping gehad.
We gingen in Ruinen naar de schaapskudde en in Dwingelo naar de sterrenwacht. We hebben ook gevaren op een groot water, ik weet niet meer precies waar, maar volgens mij in de buurt van Giethoorn.
Ik heb ook een keer de kerstdagen doorgebracht in het huis bij de kantine. In mijn herinnering zijn die kerstdagen in de sneeuw op de camping een sprookje geweest.

Posted in Ansichtkaart, Ellert en Brammert | Leave a comment

Willy Hielkema-Bos is estör’m op 11 december 2019

Op bladzijde 55 van de krant De Westervelder verscheen op 18 december 2019 het overlijdensbericht van mevrouw Wemke Wilhelmina Maria (Willy) Bos, sinds 22 november 1987 weduwe van Gerrit Hielkema.

Mevrouw Willy Hielkema-Bos is op 26 april 2013 voor haar vele vrijwilligerswerk voor de gemeenschap benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau, zie het bericht Drie lintjes in Westerveld.
In nummer 2014/1 (maart 2014) van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen op de bladzijden 14 tot en met 27 haar levensverhaal in het bericht Op de proatstoel zit Willy Hielkema-Bos (na het openen van het bestand even bladeren naar bladzijde 14).
De redactie van ut Deevers Archief hoopt dat dit bericht voor de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief nog lang via het internet bereikbaar zal zijn.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de periode 2010-2018 verschillende keren een bezoek gebracht aan Willy Hielkema-Bos. De redactie bewaart goede herinneringen aan deze bijzonder aangename bezoeken. Zo wist ze zich nog goed mijn in de Tweede Wereldoorlog overleden grootmoeder, de moeder van mijn moeder, te herinneren.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Overlijdensbericht, Zorgvlied | Leave a comment

De botterfubriek bestön 40 joar op 30 mièt 1939

 In het Nieuwsblad van Friesland verscheen op 31 maart 1939 het volgende artikel over het 40-jarig jubileum van de Coöperatieve Zuivelfabriek aan het Moleneinde in Diever.

40-jarig jubileum Coöperatieve Zuivelfabriek Diever
Diever, 30 maart.
Gisteren was het 40 jaar geleden, dat alhier werd opgericht de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’ te Diever. Dit feit is op grootsche wijze herdacht. De gansche bevolking van het dorp leefde met deze herdenking mede. Van tal van huizen wapperde de Nederlandsche driekleur.
De feestelijkheid begon reeds des middags, toen in de fabriek een gedenksteen onthuld werd, aangeboden door directeur en personeel der fabriek. Deze gedenksteen is met een toepasselijk woord door den directeur, den heer J. Andree, aan het bestuur aangeboden en bevat de namen van de leden van het bestuur en de raad van commissarissen.
In den loop van den middag werd in het café Slagter een openbare bestuursvergadering gehouden. Hier bestond tevens gelegenheid tot feliciteeren, waarvan door verschillende personen gebruik werd gemaakt.
Het eigenlijke feest vond echter ’s avonds plaats.
Niet minder dan 19 prachtige bloemstukken waren aangeboden.
De voorzitter, de heer J. Seinen, heette de leden en gasten welkom en in het bijzonder den Burgemeester en mevrouw van Os, wiens vader de oprichter van deze Coöperatie is geweest; den heer J.H. Bentum, oud-directeur; de oud-bestuursleden H.L. Barelds en G. Meijering; de nog in leven zijnde eerste leden, de heeren B. de Ruiter, J. Bult, J. de Ruiter, C. Andree, J. Bennen, en K. Bennen; de eerste draaier J. Jonkers; de bestuursleden van de N.C.Z., de heeren Van Leusen, te Frederiksoord en Lettinga te Amsterdam; het bestuur van de D.B.K.; de besturen van de Boerenleenbank te Diever; de Coöperatie ‘Samenwerking’ te Diever, de V.V.V. te Diever; het comité Zonnedag Ouden van Dagen Diever; de kantoorhouder der posterijen te Diever; bestuursleden en directeuren van omliggende fabrieken.
De directeur, de heer J. Andree, gaf vervolgens een historisch overzicht, waarna het muziekcorps ‘Excelsior’ ’n serenade bracht.
Verschillende sprekers voerden daarna het woord. Burgemeester H.G. van Os bood namens het gemeentebestuur van Diever de gelukwenschen aan. De boterfabriek neemt een belangrijke plaats in. We kunnen ons er niet zonder denken. Het begint reeds als ’s morgens de emmers op ’t plaveisel komen; ’s middags weer als de sirene de tijd aangeeft en tenslotte bij den maaltijd, wanneer we de kostelijke producten nuttigen. We zijn blij met de fabriek, aldus spreker. Spreker eindigt met de wensch, dat de volgende 10 jaren zich zoodanig mogen ontwikkelen, dat het vijftigjarig bestaan kan worden herdacht, bevrijd van crisismaatregelen, als een vrije fabriek, in een vrije maatschappij.
Vervolgens spraken de heeren G. van Leusen te Frederiksoord namens de N.C.Z.; de heer J. Klijzing, directeur der zuivelfabriek te Dwingelo; R.J. Lubbers, voorzitter van de D.B.K. te Zweeloo; Jager, directeur der zuivelfabriek te Uffelte; J. Boesjes voor de V.V.V. Diever en ’t Comité Zonnedag Ouden van Dagen Diever; L. Schoemaker als kantoorhouder P.T.T. en namens de Boerenleenbank; G. Post, namens de Coöperatie ‘Samenwerking’ te Diever; S. Keizer, namens de Zuivelfabriek te Wapse; Moes, namens de Zuivelfabriek te Eemster. Als oud-lid van het personeel spreekt de heer J. Boelens te Ruinerwold; de heer J, Driesen dankt namens het personeel en hun echtgenooten; de heer K. Timmerman tenslotte vertelt in dichtvorm het voorheen en het thans.
De directeur las vervolgens een heele lijst van telegrammen en gelukwenschen voor, waaraan schier geen einde scheen te komen.
Daarna werd opgevoerd de historische revue ‘Eendracht maakt macht’ van het 40-jarig bestaan van de vereniging ‘Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ te Diever, met proloog, in 2 bedrijven, 14 tafereelen en 1 tableau ‘Hoe het groeide’, samengesteld door den heer J. Andree, directeur.
De revue gaf een beeld uit het boerenleven in 1898, een vergadering op 20 februari 1899 bij Huiskes, enzovoort. Het mooist vonden we wel ‘Het lied van den oogst’ en ‘29 maart 1899’. Dit laatste gaf eerst te zien de tegenwoordige fabriek in transparante verlichting en daarna hetzelfde bij schijnwerperverlichting. Na de vertooning voerden nog de directeur en de burgemeester het woord.
Wat in Diever gisteravond is vertoond, en ook de komende week nog een drietal keeren vertoond zal worden, heeft hier nog nimmer eerder plaats gevonden. Er zijn hier tal van vereenigingen, waarin alle richtingen samenwerken. En juist daardoor kan hier in Diever worden bereikt, wat elders faalt.
Voor de geheele gemeente hebben we één Groene Kruis, één Vereeniging voor Ziekenhuisverpleging, één Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, één Comité Zonnedag Ouden van Dagen, één Boerenleenbank, één Vereeniging voor Luchtbescherming en in al deze vereenigingen werken links en rechts, rijk en arm, alle richtingen, gezamenlijk mede, tot heil van de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan Andree
Berend Slagter
Harm Lefferts Barelds
G… Meijering
Barteld de Ruiter
Jans Bult
Jan de Ruiter
Cornelis Andree
J… Bennen
K… Bennen
J. Jonkers
Hendrik Gerard van Os
Jan Boesjes
Lambert Schoemaker
Gerrit Post
S…. Keizer
J… Boelens
J… Driesen
K. Timmerman

Posted in Alle Deeversen, Bedrijf, Diever, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Saut en Hollande: Mission Amherst

De Franse parachutist René Gaston Giguelay nam van 5-18 augustus 1944 deel aan S.A.S.-operatie Derry (regiment 3, compagnie 1, stick 4) in Normandië, hij nam van 27 augustus 1944 tot 22 september 1944 deel aan S.A.S.-operatie Abel (regiment 3, stick 3) in Doubs in Franche-Compté aan de Zwitsers grens en hij nam van 4 april 1945 tot 20 april 1945 deel aan S.A.S.-operatie Amherst (regiment 3, compagnie 2, stick 8) in Drenthe.
René Gaston Giguelay heeft zijn herinneringen vastgelegd in het boek ‘Van Oran tot aan de Ardennen, via Bretagne, het Midden-Oosten, Schotland, de Doubs en Nederland’ met als ondertitel ‘Het relaas van een S.A.S.-parachutist van het vrije Frankrijk (1941-1945)’. Zie de bijgaande afbeelding van de voorkant van dit boek.

Herinneringen van René Gaston Giguelay
Landing in Nederland: Missie Amherst

Het was slechts een uitstel van vertrek, want op 5 april waren wij, de zevenhonderd parachutisten van het derde en vierde regiment van de S.A.S. (redactie: Special Air Service), bij elkaar op de afgelegen basis van Mushroom om op verzoek van koningin Wilhelmina van Nederland een militaire operatie uit te voeren in het Noorden van haar land, in de provincie Drenthe. Deze militaire operatie had als doel het vergemakkelijken van het offensief van het eerste Canadese leger, dat slechts een gemiddelde opmars van twee kilometer per dag maakte. Dit kwam, omdat zij meerdere kanalen moest oversteken. Daarnaast had zij moeilijkheden om in dit platte land onder vijandelijk vuur bruggen te bouwen.

De vijftig sticks (redactie: groepen) bestonden elk uit dertien tot vijftien man. Zij hadden zich op 6 april in de namiddag verzameld voor de briefing, waar de Britse generaal Calvert, commandant van de S.A.S.-brigades, ons de tactiek van de militaire operatie precies uitlegde: zorgen voor wanorde in de vijandelijke achterhoede en de bruggen en de sluizen beschermen. Vervolgens gingen wij in een cirkel om de jeep van generaal Montgomery staan, die zijn toespraak beëindigde met: “Succes”.

Wij waren gewaarschuwd dat Hitler het bevel had gegeven om iedere S.A.S.’er, die gevangen werd genomen in de door het Duitse leger bezette gebieden, te fusilleren. Daar het grote Canadese leger zojuist Zutphen en Almelo had bereikt, moesten wij aan beide kanten van de verkeersweg en het kanaal tussen Meppel, Assen en Groningen opereren: het derde S.A.S.-regiment aan de westkant en het vierde S.A.S.-regiment aan de oostkant, dus zo’n vijftig tot negentig kilometer achter de vijandelijke linies.

Luitenant Thomé was de commandant van onze stick, die verder bestond uit de tweede luitenanten Anspach en Puy-Dupin, sergeant Klein, Dubosc, Domingo, Mendiondo, Pralon, Pantalacci, Uranga, Le Nabour, Morandi, Bertrand, Coppi en ik zelf.

Op 7 april tegen de avondschemering steeg ons vliegtuig van het type Sterling op, koerste eerst in zuidelijke richting en vloog vervolgens over het departement Pas-de-Calais, België en Nederland. Tegen tien uur ’s avonds sprongen wij uit het vliegtuig. De nacht was aardedonker, het waaide en de landing duurde erg lang. In tegenstelling tot gewoonlijk werden wij op een hoogte van vijfhonderd meter gedropt. Eindelijk kwam de grond naderbij, deze was donker met een lichte strook: het was een bos met een open plek. Ik viel door de takken van een boom naar beneden, waarbij enkele takken knakten. Mijn parachute bedekte de kruin van de boom, ik bleef hangen, mijn voeten bungelden vijftig centimeter boven de grond. Ik ontkoppelde de gesp van mijn tuig en maakte dan de zachtste landing van de tien sprongen die ik heb gemaakt.

Ik moest eerst de parachute uit de boom halen, vervolgens moest ik in die duisternis mijn kameraden terugvinden. Gelukkig had luitenant Thomé met dit soort omstandigheden rekening gehouden: we waren allemaal voorzien van een kompas en een rond lichtje op onze helmen, met het gegeven dat het vliegtuig ons in noordelijke richting zou droppen. De parachutist die in de achtste positie landde, bleef waar hij was geland, terwijl de eerste in noordelijke richting ging om vervolgens onderweg de zes anderen mee te nemen. Tegelijkertijd bewoog de vijftiende parachutist zich in zuidelijke richting, onderweg de zes mannen die voor hem waren gesprongen, meenemend. Zo slaagden wij erin om ons binnen twintig minuten te verzamelen zonder lawaai te maken.

In onze parachutes gewikkeld namen wij een rustpauze. Deze werd echter af en toe onderbroken door ontploffingen en schoten van automatische wapens. Zouden de andere sticks (redactie: groepen) al in gevecht zijn geraakt ? Nee, later kwamen we te weten, dat onze vliegtuigen ook poppen hadden gedropt, die bij het landen gevechtsgeluiden maakten, die de vijand moesten doen geloven dat het om een grote militaire operatie ging.

In de ochtend (redactie: zondag 8 april) gingen we met z’n drieën, samen met Anspach, op zoek naar de containers die de dispatcher (lid van de bemanning van de Sterling) had gedropt, nadat wij waren gesprongen. Plotseling bemerkten wij een grote man gekleed in een zwart uniform met een zwarte pet op. Een S.S.’er? Wij gingen om hem heen staan en richtten onze wapens op hem. Wij ondervroegen hem eerst in het Frans en vervolgens in het Engels. Hij maakte ons duidelijk dat hij een Nederlander was en dat hij boswachter was (redactie: wie was die boswachter?). Hij maakte ons eveneens duidelijk dat er in de omgeving geen vijandelijke soldaten waren gelegerd en dat het ‘bos’ in werkelijkheid een woud van vijf bij vijf kilometer was, dat voor een groot deel bestond uit jonge dennebomen. We vonden de containers dankzij het kompas. We namen er één mee, die bevatte voedsel; de tweede container zou in de loop van de dag door andere kameraden worden opgehaald.

Wij installeerden ons op een heuvel, waar we een eventuele vijand al van ver zouden kunnen zien aankomen.

Via onze radio-ontvanger vernamen we van de zender van Londen, die ons onder meer instructies over onze militaire operatie moest geven onder het pseudoniem ‘Jeanette 45’, dat twee luchtmachtdivisies, een Amerikaanse en een Britse divisie en een Franse brigade (dat was dus ongeveer 5000 mannen) een grote aanval waren begonnn in het gehele noorden van Nederland. Wij waren hierover erg verbaasd ! Vervolgens begrepen wij dat het ging om een psychologisch bericht, dat tot doel had de vijand te doen laten geloven dat onze operatie veel groter was dan in werkelijkheid (zevenhonderd parachutisten).

De volgende dag (redactie: dit moet maandag 9 april zijn geweest) kwam een manke Nederlander met een emmer vol met gekookte aardappelen bij ons. Hij vertelde aan de commandant van onze stick in het Engels dat hij bij het verzet hoorde. Georges vertelde ons dat wij twee kilometer ten noorden van Diever waren, laten we zeggen een twintig kilometer van onze bestemming vandaan.

Vervolgens kwam een dapper meisje langs: Gees, de postbeambte. Zij bood aan ons naar het dorp te brengen, waar geen Duitsers waren gestationeerd. Zij wees ons op het belang dat er zou zijn om de burgemeester (Posthumus) en enkele andere collaborateurs van de nazi’s uit te schakelen.

Begeleid door Puy-Dupin en Anspach, begaven wij ons met tien S.A.S.’ers naar Diever, naar de woning van de burgemeester en van twee andere collaborateurs. Deze drie personen namen wij mee naar onze basis. Thomé besloot om hen gevangen te nemen en bij het vallen van de nacht bonden wij hun armen en voeten vast met de koorden van een parachute.

Die middag van de volgende dag, 10 april (redactie: dit moet maandag 9 april zijn geweest), vormden Thomé en Anspach twee groepen van vijf S.A.S.’ers en vertrokken naar de verkeersweg van Meppel naar Assen, ten einde daar twee hinderlagen op te kunnen stellen. De eerste slachtoffers van de groep van Thomé zijn de bestuurder van een motor met zijspan en zijn medepassagier. Klein raakte op een afstand van honderd meter van de verkeersweg met één karabijnschot het hoofd van de bestuurder. De motor slingerde en viel in een sloot. Door de val kwam de medepassagier om het leven.

In het zijspan ontdekten wij documenten van de Gestapo, die we hebben geborgen om ze naar het opperbevel te sturen.

De groep van Anspach verraste drie burgers te voet, gevolgd door een grote zwarte auto met een vaantje, die stapvoets reed. De burgers werden uitgenodigd hun armen omhoog doen. Zij zagen ons uniform aan voor het uniform van Duitse parachutisten en riepen daarom “Reichs Polizei, Reichs Polizei”. Deze leden van de Gestapo werden direct neergeschoten. De zwarte auto reed in op de S.A.S.’ers, die vervolgens de chauffeur en de twee passagiers neerschoten en het voertuig vernietigden met een ‘gamon bom’. Slechts één soldaat werd gespaard door Dubosc, die hem meenam naar de basis en hem drie op de vijand buit gemaakte zakken liet dragen.

Op onze basis zag ik zo deze gevangene van ongeveer veertig jaar oud binnenkomen (voor ons een oudje), hij was klein en verpletterd door die zware lading en uitgeput door de gedwongen mars van een kilometer. Dubosc gaf de gevangene het bevel om de zakken neer te zetten en verklaarde opgewonden tegen mij: “Van die persoon wil ik af”. Ik keurde het af en onmiddelijk gooide de soldaat zich op zijn knieën voor mijn voeten en smeekte: “Ik ben nooit in Frankrijk geweest!… Ik heb drie kinderen van zo oud, zo oud en zo oud” en hij wees met zijn hand drie verschillende hoogtes aan. Geëmotioneerd richtte ik mij tot Dubosc: “Philippe, je gaat deze ellendige toch niet fusilleren, nadat je hem gevangen hebt genomen?” Dubosc was verbaasd door deze tegenstand. Zijn vastberadenheid verminderde. Ik kon hem overhalen te wachten op de commandant, die de beslissing moest nemen.

Tien angstige minuten wachtten voor de soldaat. Thomé was edelmoedig en was het met mij eens. Wij waren toen belast met vier gevangenen. Ik begreep echter de houding van Dubosc, omdat de Gestapo familieleden van hem had vermoord en gemarteld in Normandië.

De volgende dag, 11 april (redactie: dit moet maandag 9 april zijn geweest), kwam verzetsman Georges (redactie: Van der Hengel) ons waarschuwen dat twee boten met materieel door het kanaal naar het noorden voeren. Deze boten waren ongeveer in de buurt van onze basis in het bos. Onmiddelijk ging onze groep van zeven parachutisten, onder bevel van Thomé, in snel tempo op weg naar het kanaal. Onderweg namen wij een afgezonderd geraakte jonge soldaat met een verbonden arm gevangen. Plotseling zagen wij voor ons op driehonderd meter afstand aan de andere kant van het kanaal een dozijn gewapende mannen opduiken. Vrienden of vijanden? Ik haalde de oranje sjaal te voorschijn, ons herkenningsteken, en zwaaide ermee.

Het antwoord was gunstig: dezelfde sjaal. Het was de stick van kapitein Sicaud (die tijdens de landing gewond was geraakt), die nu onder leiding van Drablier stond.

De boten bevonden zich vijfhonderd meter verderop. Toen gaf Anspach mij en Uranga de opdracht om terug te keren naar het kamp om versterking te halen. Wij legden de vijftienhonderd meter af om het bevel over te brengen naar Puy-Dupin, vervolgens keerden we met de versterking van zes S.A.S.’ers terug naar het kanaal, maar we kwamen aan op het moment dat het gevecht net voorbij was. De beide boten waren onmiddelijk uitgeschakeld geweest door de schoten van de groep van Thomé op de bemanning en vervolgens door de groep van Drablier tot zinken gebracht met ‘gamon bommen’.

Tijdens het gevecht kwamen acht vijandelijke soldaten om, twee anderen werden gevangen genomen. Klein wilde zich meester maken van het teken van een S.S.-sergeant, die zich verzette en schreeuwde: “Schwein” (varken). Een dodelijk woord, zou men kunnen zeggen. Klein, afkomstig uit Lotharingen, begreep de belediging en doodde de S.S.’er met twee schoten uit zijn Colt pistool. Thomé uitte zijn ongenoegen, maar matigde zijn reactie tegenover zijn onderofficier, rekening houdend met het feit dat Hitler het bevel had gegeven gevangen S.A.S.’ers te fusilleren.

Wij kwamen terug in ons kamp met twee nieuwe gevangenen. Hun aantal was nu zes. Een zware taak voor een stick van vijftien S.A.S.’ers, die vijftig kilomer verwijderd was van de geallieerde troepen.

De volgende dag, 12 april (redactie: dit moet dinsdag 10 april zijn geweest), gingen Thomé en Anspach op verkenning uit. Aan het begin van de middag hoorde wij geluiden van tanks uit de richting van Diever. Puy-Dupin dacht dat de Canadezen waren aangekomen, en nam tien kameraden mee in de richting van het dorp. Maar halverwege kwamen zij onder vuur te liggen. Drie lichte Duitse mitrailleurs hielden hen met verspreide schoten aan de grond genageld.

Die schoten begrepen hebbende, kwam Thomé het kamp ingesneld en vroeg mij: “Waar zijn de anderen ?”

Direct na mijn antwoord, en mijn aanbod hem te vergezellen afwijzend, vertrok hij snel in de richting van Diever en voegde zich bij de nog steeds onbeweeglijk liggende groep. Op zijn bevel kropen de tien S.A.S.’ers door een greppel die uitkwam in een sloot. Een groot aantal vijandelijke infanteristen kwam in hun richting. Thomé begon snel achter elkaar te gooien met granaten en met ‘gamon-bommen’. De S.A.S.’ers hadden nauwelijks tijd om te zien dat de lichamen van vijandelijke soldaten vielen, ze zijn allemaal in de sloot gesprongen, ze zakten tot hun middel in het modderige water en zijn er pas aan de rand van ‘ons bos’ weer uitgekropen. Zo zijn ze teruggekeerd naar ons kamp. We waren tevreden dat ze het er zonder verliezen hadden afgebracht, dankzij de tussenkomst en de bekwaamheid van de commandant (redactie: eerste luitenant Edgard Thomé) van de stick.

Tijdens deze verwikkelingen was het geluk nog een keer aan mijn kant. Ik lag op de heuvel voor een grote boom om de komst van de vijand en de terugkeer van de kameraden waar te nemen, toen ik de waarschuwende raad van Coppi hoorde. Ik deed mijn hoofd omlaag en op hetzelfde moment sloeg een kogel in de stam van de boom in, precies op de plek waar mijn hoofd zich had bevonden. “Merci Coppi”, zei ik tegen hem, terwijl ik mijn ogen ten hemel richtte.

De luitenant (redactie: eerste luitenant Edgard Thomé) besloot direct te vertrekken, toen de stick weer bij elkaar was, want hij voorzag een krachtige reactie van onze vijanden, die in groten getale in Diever waren aangekomen. Wij lieten onze parachutes en de lege containers achter, we namen onze uitrusting mee en voerden de zes gevangenen onder strenge bewaking af om vluchtpogingen of te onpas komend lawaai te voorkomen.

Wij hadden nauwelijks honderd meter gelopen, toen ons kamp werd geraakt door een granaat. We waren op tijd vertrokken. Wij liepen meer dan een uur in noordelijke richting, waarna we bijna aan de andere kant van het bos waren.

Rond middernacht (redactie: de avond van dinsdag 10 april) werden wij gewekt door geroep, geschiet en geschreeuw uit de richting van Diever, dat toen op zes kilometer afstand lag. Een uur later kwam Gees bij ons. Het was haar gelukt om uit het dorp te ontsnappen en wist ons blindelings te bereiken. Buiten adem geraakt en in een uitbarsting van tranen vertelde zij ons dat S.S.’ers twaalf burgers hadden doodgeschoten (redactie: Jan Koning op de Hezeresch en elf mannen op het marktterrein aan de Bosweg; pas de volgende ochtend zou blijken dat Koop Westerhof de moordpartij op het marktterrein had overleefd). Wij waren ontdaan door deze ontketening van haat en geweld tegen niet-strijders.

De volgende ochtend, 13 april (redactie: dit moet zijn woensdag 11 april) rustten wij uit. In de middag nam ik deel aan een beperkte verkenningspatrouille in noordelijke richting, toen op vijhonderd meter afstand van ons vier jachtbommenwerpers een vijandelijk konvooi met granaten aanvielen. We waren op een open plek, toen één van de vliegtuigen, na het voltooien van zijn missie, op kleine hoogte over ons heen vloog. De piloot moet ons zeker hebben opgemerkt, want hij maakte rechtsomkeerd. Ik zwaaide onmiddelijk met mijn oranje sjaal. De piloot liet de vleugels van zijn vliegtuig bewegen als teken van herkenning en vloog verder.

De volgende ochtend, 14 april (redactie: dit moet zijn donderdag 12 april) vernamen wij dat de geallieerde troepen op enkele kilometers ten oosten van Diever waren gearriveerd. Wij verlieten hierop het bos, staken de verkeersweg en het kanaal over en na een mars in klassieke formatie (achter elkaar in een rij) kwamen we de eerste tank met een witte ster tegen. Onder het tonen van de oranje sjaal riepen we: “Franse S.A.S.”. De commandant van de tank antwoordde: “Frans-Canadees, Chaudière-regiment”. Vreugde, gelukwensen en omhelzingen volgden.

Wij kwamen aan in Dwingeloo, waar de bevolking ons enthousiast verwelkomde onder het zingen van het Nederlandse volkslied en met de uitroep ”Oranje… Oranje…”. Jonge meiden omhelsden ons en gaven ons souvenirs (foto’s van dorpsgezichten en plaatjes met het beeld van koningin Wilhelmina). De hele dag was het feest! Voor ons lag er echter een schaduw over het feest: de twaalf burgers, die de vorige avond (redactie: de avond van 10 april) waren gefusilleerd…

Onze gevangenen werden overgedragen aan een Engels sprekende Canadese kapitein, die hen met een zekere ruwheid ‘onder zijn hoede’ nam. Nadat Thomé zijn verbazing had uitgesproken, legde de kapitein hem uit, dat de vorige dag twintig vijandelijke soldaten zich met de handen omhoog overgaven, toen anderen, ongetwijfeld S.S.’ers, die verborgen waren achter struikgewas, op zijn sectie hadden geschoten. Daarbij stierven zes van zijn mannen, die vertrouwen hadden in de wens van de vijand de strijd te staken.

Wij werden ’s avonds (redactie: de avond van 12 april) in vrachtwagens overgebracht naar Coevorden, een stad in de buurt van de Duitse grens. Onze vriend Layral (redactie: hij maakte deel uit van stick 12 onder commando van eerste luitenant Duno) leidde ons de volgende twee dagen rond over het Duitse platteland in een kleine bus, die was buitgemaakt na een gevecht in Appelscha (redactie: op 10 april viel een Duitse autobus in handen van de Franse parachutisten). Het was voor ons een mooi vervoermiddel voor een kennismaking met het land van de vijand, met name met haar burgers en hun woonomgeving.

Thomé nam een klein deel van zijn mannen mee terug naar Diever om het verwoeste kamp te bekijken, om enkele parachutes op te halen en om Georges en Gees, onze ‘inlichtingen-agenten’, weer te ontmoeten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het verhaal van René Gaston Giguelay is vertaald door mevrouw Karin Broekema, die een dochter is van Coen Broekema, die een zoon is van dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema. De redactie is bezig met een herziening van deze vertaling.
De eerste vertaling van het verhaal is opgenomen in Opraekelen 04/1 (maart 2004), het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie verwijst voor de samenstelling van de stick van commandant Edgard Tüpet-Thomé naar het bericht Operatie Amherst: De parachutisten van stick 8.

De manke Nederlander, die door de Franse parachutisten Georges werd genoemd, moet Van der Hengel zijn geweest, die vlak bij het kamp van de parachutisten in het zomerhuis met de naam ‘de Ossekoele’ an de Grönnegerweg woonde.
Stick 10 van commandant Pierre Sicaud bestond uit de volgende vijftien commando’s: kapiteit Piere Sicaud, Jean-Louis Albert, Charles Baudry, Pierre Beylier, Victor Boyer, Coulier (voornaam ombekend), Raymond Denis, Roger Dilenseger, Pierre Drablier, Faigt (voornaam onbekend), adjudant Piere Laboube, Octave Merlin, Néblot (voornaam onbekend), Jacques Ourinowski en Schepers (voornaam onbekend)
Enige foto’s van René Gaston Giguelay zijn te vinden in een webstee op het internet.
Een andere foto van René Gaston Giguelay is te vinden in de webstee https://www.chemin-de-memoire-parachutistes.org

Posted in Franse parachutist, Operatie Amherst, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Camping Diever v/h Gemeentelijk Kampeerterrein

In de Friese koerier – onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden – van 21 april 1967 verscheen de hier afgebeelde advertentie van Camping Diever voorheen Gemeentelijk Kampeerterrein in de bos an de Bosweg tegenover zwembad Deeversaand. Het Gemeentelijke Kampeerterrein was eigendom geworden van Marinus Mulder, schoenhandelaar en schoenmaker an de Heufdstroate in Deever en kreeg als nieuwe naam Camping Diever.
Marinus Mulder verkocht in 1970 in het campinghuis op de camping bijgaand afgebeelde fraaie kleuren-ansichtkaart van het campinghuis op de camping.
De redactie van ut Deevers Archief zou van zijn zeer gewaardeerde bezoekers graag willen weten van wel merk en welk type het rode automobiel is. Wie reageert ?
De redactie van ut Deevers Archief is ook op zoek naar verhalen en foto’s van mensen die in de zestiger en zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw op deze camping hun vakantie hebben gevierd. Wie reageert ?

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Camping Diever | Leave a comment

Obbe Verwer groet zijn zuster Euphemia Verwer

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag de mooiste ansichtkaarten uut de gemiente Deever zien. De hier getoonde ansichtkaart – een zo genoemd drieluik – is op 2 maart 1904 verstuurd en is daarmee een van de oudste bewaard gebleven ansichtkaarten uut de gemiente Deever.  

Bijgaande ansichtkaart is op 2 maart 1904 op Zorgvlied verstuurd naar mejuffrouw E. Verwer, woonachtig aan de Oosterdijk in Sneek. De kaart is in Noordwolde gestempeld. De afzender is Obbe Verwer. De redactie van ut Deevers Archief zal uitzoeken wie Obbe Verwer en mejuffrouw E. Verwer waren. De redactie zal ook uitzoeken wat hun familierelatie met de gebroeders Lodewijk Guillaume en Julius Verwer was.
De foto’s op de ansichtkaart zijn waarschijnlijk gemaakt door de fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.
Op de foto rechtsboven op de ansichtkaart is de voorgevel van het grote landhuis Castra Vetera op Zorgvlied te zien. Dit is een van de weinige foto’s waarop Castra Vetera is te zien. De familie Lodewijk Guillaume Verwer woonde tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer in 1910 in dat landhuis, dat ook wel het Heerenhuis of het Kasteel werd genoemd.
Is op de foto linksonder de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien ?
Links boven is een foto van een brug in het wandelbos van villa Castra Vetera te zien, die heeft gediend als voorbeeld voor het schilderij Brug in ’t bos op Zorgvlied van fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.

De redactie hoefde het in het bericht toegezegde uitzoekwerk niet te doen, want de heer Claudio Verwer stuurde naar aanleiding van dit bericht op 19, 21 en 22 september 2016 en 9 oktober 2016 enige waardevolle reacties. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze reacties. De redactie heeft de vier reacties geredigeerd tot de volgende tekst.
De schrijver van de getoonde ansichtkaart uit 1904 was een verre oom van mij. Ik heb hem nooit gekend. Mijn vader en zijn broers en zusters zijn in Zeeland opgegroeid en voor zover ik weet hadden zij geen contact (meer) met de Friese tak.
Abondus Theodorus Franciscus (Obbe)Verwer stuurt op 2 maart 1904 een prentbriefkaart naar zijn moeder Elise Verwer-Thies. Hij is op 8 augustus 1886 in Sneek geboren. Hij is op 30 maart 1945 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 15 april 1920 met Geertruida Agatha Wajer. Zij is in 1899 in Medemblik geboren, Zij is op 28 mei 1981 in Sneek overleden.
Albertus Regnerus Obbes Verwer is de vader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 20 december 1851 in Sneek geboren. Hij is op 26 december 1895 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 18 april 1882 in Rethen an der Leine in Duitsland met Maria Margaretha (Elise) Thies. Zij is op 8 oktober 1856 in Brandlecht in het graafschap Bentheim in Duitsland geboren. Zij is op 14 december 1928 in Sneek overleden.
Obbe Verwer is de grootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 4 oktober 1813 in Sneek geboren. Hij is op 23 december 1863 in Sneek overleden. Hij was koopman en drankhandelaar en tot zijn dood exploitant van de Buiten-Sociëteit De Harmonie in Sneek. Hij trouwde op 6 juni 1841 in Bolsward met Johanna Sijbes Oosterbaan. Zij is op 27 september 1813 in Bolsward geboren. Zij is op 10 juli 1904 in Sneek overleden.
Lodewijk Guillaumes Verwer is de overgrootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 29 januari 1790 in Leeuwarden geboren, Hij is op 24 november 1827 in Sneek overleden. Hij was koopman. Hij trouwde op 5 augustus 1810 in met Thekele Obbes Schaap. Zij is op 14 maart 1785 in Sneek gedoopt. Zij is op 8 augustus 1850 in Sneek overleden.
Idse (Ytzen) Johannes Verwer was een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Thekele Obbes Schaap en een jongere broer van Obbe Verwer. Hij is op 5 november 1815 in Sneek geboren. Hij is op 28 juni 1877 in Bolsward overleden. Hij is op 2 juli 1877 in Blauwhuis op de Rooms Katholieke begraafplaats ter aarde besteld. Hij was notaris te Makkum tot september 1866 en daarna te Bolsward. Hij trouwde op 18 mei 1845 in Bolsward met Sytske IJsbrands Galama. Zij is op 11 juni 1823 in Tjerkwerd geboren. Zij is op 1 september 1897 in Bolsward overleden. 
Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama kregen vier zonen, waarvan alleen Lodewijk Guillaume en Julius volwassen werden:
Lodewijk Guillaume Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is geboren op 4 maart 1846 in Makkum. Hij is overleden op 8 november 1910 op Zorgvlied. Hij was advocaat. Hij trouwde met Johanna Cornelia Ludovica van Wensen (zuater van Elisabeth Maria Louisa van Wensen). Zij is geboren op 17 juli 1846 in Leiden. Zij is overleden op 25 maart 1917 in Leiden. 
Julius Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is op 11 augustus 1853 in Makkum geboren. Hij is op 6 november 1917 in Hilversum overleden. Hij was advocaat. Hij trouwde met Elisabeth Maria Louisa van Wensen (zuster van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen). Zij is geboren op 19 januari 1850 in Leiden. Zij is overleden op 19 november 1921 in Hilversum.
De conclusie is als volgt. De opa van Abondus Theodorus Franciscus Verwer (Obbe) (de verzender van de ansichtkaart) was een broer van de vader van Lodewijk Guillaume Verwer en Julius Verwer.
Op de website wordt vermeld dat de familie Verwer tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied woonde. De Leidse Courant bericht op 10 april 1912 dat Johanna Cornelia Ludovica van Wensen met haar gezin in Leiden is ingeschreven op het adres Hoogewoerd 144. Op 8 mei 1916 verscheen nog een advertentie waarin gevraagd werd naar een huishoudelijke hulp op hetzelfde adres. Vermoedelijk is zij dus in Leiden begraven.
De uit Friesland afkomstige familie Verwer was belijdend rooms-katholiek. De bemoeienis van de twee broers in Zorgvlied moet mijns inziens vooral in het licht van de emancipatiebeweging van de katholieken in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw worden beoordeeld.
Ik complimenteer u met uw website die ik met veel genoegen en interesse heb bekeken en ook verder zal volgen. De geschiedenis rond Zorgvlied heeft namelijk vele aspecten die ik interessant vind. Ruim een week geleden heb ik samen met mijn vrouw nog heerlijk op het terras van Villa Nova gezeten.

De heer Klaas van der Hoek stuurde op 18 mei 2020 de volgende reactie
Onlangs kocht ik een ansichtkaart van Workum die in 1907 is verstuurd aan een mejuffrouw E. Verwer, Oosterdijk, Sneek. Zoekend naar haar identiteit kwam ik onder meer op deze website terecht. 

De geadresseerde Mej. E. Verwer is, denk ik, niet Obbe Verwers moeder Maria Margaretha Elisabeth Verwer-Thies, maar zij moet wel Euphemia Agatha Lucia Verwer zijn., het jongere zusje van Obbe Verwer. Zij is geboren op 9 januari 1889 in Sneek en is overleden op 21 december 1973 in Amsterdam. Zij huwde in 1915 met Theodorus Anthonius Wajer (1889–1975), een broer van de latere echtgenote van Obbe.

abracadabra-1490

abracadabra-1489

Posted in Ansichtkaart, Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Hans Kuiper, Julius Verwer, Lodewijk Guillaume Verwer, Topstuk, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Een foto van de broers Anton en Jozeph Janssens

De Duitse bezetter gijzelde op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde en bij de familie Harm Kuiper op Kalteren ondergebrachte broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de Nederlandse gegijzelden op het marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan; op deze plek stond in 2019 nog respectvol een rhododendronbosje. Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de gegijzelde mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.
Antonius Maria Gerardus Janssens is geboren op 26 mei 1926 in Tilburg en is op 10 april 1945 op achttienjarige leeftijd overleden in Deever. Jozeph Cornelis Maria Janssens is geboren op 10 oktober 1930 in Berkel en is op 10 april 1945 op veertienjarige leeftijd overleden in Deever.
Mevrouw Loes Ravensteijn-Janssens, dochter van de jongste broer van de broers Anton en Jozeph, stelde op 10 mei 2020 bijgaande afbeelding van haar twee ooms beschikbaar voor opname in ut Deevers Archief. De redactie is haar daarvoor bijzonder erkentelijk en toont deze afbeelding hier met alle respect. Mevrouw Loes Ravensteijn-Janssens en haar man komen regelmatig naar de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever om het oorlogsgraf van hun oom Anton en oom Jozeph te verzorgen. De redactie heeft daar bijzonder veel waardering voor.
Op de foto is de jongen aan de linkerkant Anton Janssens en is de jongen aan de rechterkant Jozeph Janssens.

Afbeelding 1 – Foto van de broers Anton Janssens (links) en Jozeph Janssens (rechts)
Afbeelding 2 – Akte van overlijden van Anton Janssens

Afbeelding 3 – Akte van overlijden van Jozeph Janssens

Posted in 10 april 1945, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Coöperatie Samenwerking U.A. Diever

In het programmaboekje van het Openluchtspel uit 1952 is een reclameboodschap van de Coöperatie Samenwerking U.A. Diever opgenomen. Zie de bijgevoegde afbeelding van deze reclameboodschap. Het programmaboekje van het Openluchtspel stond vol met reclameboodschappen van de Deeverse middenstand (neringdoenden).
In de volksmond werd de Coöperatie Samenwerking U.A. Diever (bakkerij en kruidenierswinkel en brandstoffenhandel) altijd de koeperasie genoemd.
Dit bedrijf was gevestigd an de Heufdstroate in Deever. In dit pand is tegenwoordig een winkel met de naam Boerenbonje gevestigd.
De afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in 1952 uitgegeven. De koeperasie is gevestigd in het pand met het neergelaten zonnescherm.
Tegenwoordig is an de Heufdstroate nummer 82 in Deever een supermarkt met de naam Coop gevestigd, die volgens de beschikbare informatie op internet in coöperatief verband opereert. Maar niet in een verband zoals de koeperasie was bedoeld.

Posted in Ansichtkaart, Hoofdstraat, Neringdoende, Openluchtspel | Leave a comment

Uutzicht op de gemientelukke toor’n an de brink

De redactie van ut Deevers Archief heeft deze kleurenfoto, staande op ut Zwatte Pattie tussen de Heufdstroate en de Vlasstroate, kijkend in de richting van de brink Deever, gemaakt op vrijdag 29 november 2019. Ut was al laete in de haast. De Nederlandse vertaling van dit zinnetje in ut Deevers is: Het was al laat in de herfst.
De redactie vond een uitsnede van deze kleurenfoto wel geschikt als kopafbeelding van de webstee van ut Deevers Archief. Als zodanig is deze uitsnede op 14 mei 2020 als kopafbeelding opgenomen.
De redactie vervangt regelmatig de kopafbeelding van de webstee van ut Deevers Archief. Als je in het bezit van een mooie scherpe afbeelding van een onderwerp uut de gemiente Deever en je acht een uitsnede van deze afbeelding geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.

Posted in Kopafbeelding, Toren aan de brink | Leave a comment

Jans Tabak is estör’m an de Saandhook in Deever

Jans Roelof Tabak is op 20 november 2019 estör’m in sien boerdereeje an de Aachterstroate. Op de plek woar hee op de wereld kwaam, doar wol hee ok staar’m, doar is hee estör’m. In de boerdereeje an de weg die vrogger de Saandhoek hedde.
Ut bericht over sien dood stön ok in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vreedag 22 nevember 2019.
De redactie van ut Deevers Archief hef de kleur’nfoto van sien graf op vreedag 29 nevember 2020 emeuk’n op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. De plaete op sien graf laag die dag nog vol mit mooie bloemstokk’n.
Jans was Deever. Jans wus alles van ut olde Deever. Jans wus alles van de olde Deeversen. Jans haar alles van ut olde Deever. Jans daacht in ut olde Deevers. Jans daacht over ut olde Deever. Jans daacht over de olde Deeversen, Jans preut in ut olde Deevers. Jans preut over ut olde Deever. Jans preut over de olde Deeversen. Mor Jans skreef neet over ut olde Deever, skreef neet over de olde Deeversen, over ut vrogger in de gemiente Deever. Jans hef al sien vurhoal’n miteneu’m.
Ai’j un paer beriggies over hum wilt lees’n, dan kö’j dat hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n.
Un oarig fluttie foto’s van hum kö’j hier vien’n.

Posted in Alle Deeversen, Overlijdensbericht | Leave a comment

Pentekening van Peperstraat en kerk aan de Brink

De foto voor deze zwart-wit ansichtkaart van de Kleine Peperstroate en de kerk en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, maar wel vóór de restauratie van de kerk in 1956/1957. Dit is af te leiden van de klok boven het galmgat in de toren, die eigendom is van de gemiente Deever. Bij de restauratie werd de klok naast het galmgat geplaatst.
Het boerderijtje van de familie Wijnand Hunneman op de hook van de Aachterstroate en de Peperstroate, te zien aan de linkerkant van de foto, was gelukkig nog niet gesloopt. Ook de schuur van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, te zien aan de rechterkant van de foto, stond er toen nog.
De naam van de overtekenaar van deze ansichtkaart staat rechts onder op de tekening, maar was niet te lezen. Wie kent de naam van de overtekenaar ?

Posted in Ansichtkaart, Boerderij, Kerk aan de brink, Peperstraat, Tekening | Leave a comment

Koaties uut ut 3e maegieskaamp V.C.S.B. in 1926

In het slimme-telefoonloze tijdperk – ver voor de Tweede Wereldoorlog – was de brief en de ansichtkaart het middel om met elkaar in verbinding te zijn. In dit geval gaat het om de hier afgebeelde ansichtkaart van het V.C.S.B.-kamp bij het Mastenveldje aan de Bosweg tussen Deever en de Olde Willem.
Op 21 augustus 1926 stuurde mejuffrouw Jeanne Ackermann een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart naar den Heer A. Ackermann, Weimarstraat 28 in Den Haag met de volgende met potlood geschreven tekst:
Diever, 21 augustus 1926.
Lieve Pa en Ma,
Lucie en Ik zijn goed en wel in ’t kamp aangekomen.Van Meppel af hebben we gefietst. Iedereen loopt hier met een roode doek op ’t hoofd. Ik heb de mijne dus ook maar op gezet. Nu dag pa en ma ! Met een zoen van Jeanne.
Afzender: J. Ackermann, 3e Meisjeskamp V.C.S.B., Diever (Dr.), Station Dieverbrug N.T.M.
Op 26 augustus 1926 stuurde mejuffrouw Jeanne Ackermann nogmaals een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart, deze keer naar mejuffrouw A. Godefroy, van Speijkstraat 8 in Den Haag met de volgende met de inktpen geschreven tekst:
Diever, 25 augustus 1926.
Lieve Annie,
Eindelijk eens bericht van me hè. Ja, we hebben ’t hier zoo druk, dat  ik haast niet tot schrijven kom. Over 5 minuten gaan we een fietstocht maken, dus ik moet me haasten. Hoe gaat ’t met Willytje ? Is ze al weer helemaal beter. Nu dag An, tot ziens, je vriendin Jeanne.
Afzender: J. Ackermann, 3e Meisjeskamp V.C.S.B., Diever (Dr.)

Posted in Ansichtkaart, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

De holt’n noodgebouw’n van de U.L.O.

Op de hoek van de Tusschendarp en de Vlasstroate in Deever stond jarenlang – tot in het jaar van de de opening van de nieuwe U.L.O.-school op de Westeresch van Deever in 1965 – een houten noodgebouw, dat diende als leslokaal voor een eerste klas van de U.L.O.-school van ome Piet Zijlstra. De zichtbare linker kortere kant van het gebouw grensde an de Vlasstroate. De zichtbare rechter langere kant van het gebouw grensde an de Tusschendarp. De ingang zat aan de andere niet zichtbare kortere kant van het gebouw. Achter het deel zonder ramen aan de rechterkant waren de kapstokken en de toiletten. De redactie herinnert zich zeer wel dat hij hier in het schooljaar 1962-1963 de eerste klas heeft doorlopen.
Aan de rechterkant van het éénklassige houten gebouw stond op enige afstand een tweeklassig houten noodgebouw an de Tusschemdarp. De nog net zichtbare ingang zat in het midden van het gebouw. De redactie herinnert zich zeer wel dat hij in het rechter klaslokaal in het schooljaar 1963-1964 de tweede klas heeft doorlopen.

Posted in Tusschendarp, U.L.O.-school, Verdwenen object, Vlasstraat | Leave a comment

In de winter van 1925 in de olde Peperstroate

Op 9 april 2020 kreeg de redactie van ut Deevers Archief toestemming van de Deeverse kunstenaar Ernest Mols bijgaande afbeelding van een door hem gemaakt waterverfschilderij in ut Deevers Archief op te nemen. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Hij was zo vriendelijk een goede digitale afbeelding van zijn schilderij ter beschikking te stellen voor opname in ut Deevers Archief.
De veelzijdige kunstenaar Ernest Mols, die in 2015 en 2018 Deevers, Drents en daarmee eigenlijk ech wè meteen ook Nederlands, Europees en Werelds kampioen vuistbijl hakken werd, liet zich bij het maken van dit waterverfschilderij, ook wel aquarel genoemd, bijzonder inspireren door bijgaand afgebeelde prachtige zwart-wit ansichtkaart van de olde Peperstroate in Deever.
Bezoekers van ut Deevers Archief kunnen met de kunstenaar Ernest Mols in contact treden via zijn telefoonnummer 0521-592005 of via de webstee van Kunstrondje Diever of via de Schilderskring Diever. Hij is bezig met de ontwikkeling van een eigen webstee.
De foto van de olde Peperstroate in de winter is gemaakt door Willem Egbert Mulder, geboren in Deever op 30 maart 1904 in de boerderij an de Heufdstroate, tegenover bejaardencentrum de Weiert, waar eerder ‘de Koetsenman’ woonde, waar daarvoor de familie Roelof Fransen woonde, waar daarvoor de familie Jan Mulder woonde.
De zwart-wit ansichtkaart is in juli 1925 uitgegeven. De redactie weet helaas nog niet welke neringdoende in Deever deze ansichtkaart heeft verkocht. Het bij de redactie bekende oudste verzonden en gestempelde exemplaar van deze ansichtkaart dateert uit 1926.

Posted in Ansichtkaart, Kunst, Peperstraat, Schilderij | Leave a comment

Drents Archief toont 50 foto’s uit WO II

In de digitale versie van het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 13 februari 2020 het korte bericht Drents Archief in Assen toont 50 (tot nu toe onbekende) foto’s uit de Tweede Wereldoorlog.

Deze vijftig foto’s zijn op het internet te vinden in Drente – De Tweede Wereldoorlog in vijftig foto’s.
In de serie foto’s is aanwezig een foto van de Joodse familie Lezer uit Amsterdam, die 22 maanden lang, vanaf februari 1943 tot aan de bevrijding in april 1945 zat ondergedoken in een paar schaftketen in de bossen bij de Grenspoel en de Tweede Wereldoorlog overleefden.

De redactie van ut Deevers Archief toont in dit bericht een afbeelding van deze foto, waarop Klara Lezer-van Kleef en haar kinderen Mia Artha en Philip Jozef zijn te zien. De maker van deze foto is zonder twijfel Jozef Lezer geweest. De scan voor deze afbeelding is gemaakt van de foto uit de verzameling van Mia Artha Lezer in de negentiger jaren van de vorige eeuw.

Op de afbeelding is te zien aan de linkerkant Klara Lezer-van Kleef, in het midden haar zoon Philip Jozef Lezer en aan de rechterkant met klompen aan dochter Mia Artha Lezer. Klompen zijn vooral lekker warm in de winter. Deze foto is gemaakt bee de liende waar de was aan werd opgehangen. Voor deze onderduikers ging het dagelijkse huishoudelijke werk ook gewoon door. Was maandag wasdag ? Haalden ze water uit de Grenspoel ?

Jozef Lezer is geboren op 15 december 1896 in Assen en is overleden op 18 april 1946. Hij is een zoon van Philippus Jozeph Lezer en Mietje Abraham Engers.
Klara van Kleef is geboren op 18 januari 1906 in Amsterdam en is overleden op 28 september 1984 in Amstelveen. Zij is een dochter van Nathan van Kleef en Rebecca Frankvoorder.
Mia Artha Lezer is geboren op 29 maart 1926. Zij is een dochter van Jozef Lezer en Klara van Kleef.
Philip Jozef Lezer‏‎ is geboren op 17 januari 1935 in Amsterdam en is overleden op 8 mei 1997 in Leiderdorp. Hij is een zoon van Jozef Lezer en Klara van Kleef‏.

Posted in Topstuk, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Aan Oosting hebben we ons leven te danken

De redactie van ut Deevers Archief besteed in veel berichten aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. In het papieren blad Zoolstede van de Historische Vereniging Appelsga verscheen in nummer 1 van het jaar 2005 het artikel ‘Aan Oosting hebben we ons leven te danken’. Het artikel is geschreven door Johan Oosterloo. Hij beschrijft op basis van een interview met Mia Lezer hoe het Joodse gezin Lezer 22 maanden lang tot aan de bevijding zat ondergedoken in twee schaftketen in het bos bij de Grenspoel. De redactie heeft toestemming van het bestuur van de Historische Vereniging Appelsga dit artikel op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie is het bestuur van de Historische Vereniging Appelsga bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

Historische Vereniging Appelsga – Zoolstede 2005/1 – Bladzijde 4

Aan Oosting hebben we ons leven te danken

Mia Lezer zat 22 maanden met haar ouders en broertje ondergedoken in het bos bij de Grenspoel.

Johan Oosterloo

In oktober 2003 bezocht ik Mia Lezer.
In onze eerste Zoolstede (2000-0) publiceerde ik reeds het verhaal van Arend Oosting over de familie Lezer en ik prees mij gelukkig het enige nog in leven zijnde lid van dit gezin in Amsterdam te ontmoeten.
Het meest werd ik getroffen door haar openheid en vooral door haar verhaal over de angsten, de moeilijkheden en de zorgen die ze hadden en de dankbaarheid naar Oosting toe.
Mia deed twee doctoraalstudies: Algemene Taalwetenschap (1953) en Nederlandse Taal en Letterkunde, met geschiedenis als verplicht bijvak (1958).
Haar vader Jozef Lezer was voor de oorlog handelsagent/importeur van een Duitse fabriek, de Radium Gummiwerke. Hij trok (eerst met de trein, later per auto) met koffers vol rubberproducten door het hele land (badmatten, hospiltaallinnen, enz.).
Na mei 1940 dreven de Duitsers geen handel meer met de Joodse Nederlanders en de heer Lezer zat dus thuis.
De grootvader van Mia was oorspronkelijk onderwijzer in Drenthe. Hij kwam in 1902 naar Amsterdam. Hij zette daar een textielfirma op en kreeg toen de agentuur van de Radium Gummiwerke.
In de jaren twintig zei hij de vader van Mia: Hier kunnen wel twee gezinnen van leven en hij trok vader Jozef in zijn zaak, maar dan moest hij wel gaan trouwen. Zo kon het zijn dat Jozef (toen 29 jaar) Klara van Kleef ten huwelijk vroeg. Moeder was 20 toen Mia geboren werd.
De zaak bleef de naam de Firma Ph. J. Lezer houden. Vader was op 2 juli 1925 compagnon geworden. Dat was de trouwdag van vader en moeder.
Nadat de agentuur verdwenen was, was vader gewoon thuis. Hij ontmoette toen Louis Meyer, directeur en oprichter van de Koninklijke Fabriek van Meyers Suikerwerken. De fabriek bestond niet meer, maar de naam was gepatenteerd.
Vader Jozef Lezer nam de naam en het patent over en het recht op suikertoewijzing. Hij huurde het onderstuk van een huis aan de Nieuwe Prinsengracht. ’t Was maar een klein bedrijfje.
Vader Jozef vond het werk heel leuk. Hij kocht een machine, een plastomaat, om zuurtjes te maken. Louis Meyer was de uitvinder van de lolly, maar vader had het patent.
Met Pasen moesten vrome joden kosjer eten. De fa. Meyer maakte kosjere zaken onder rabbinaal toezicht o.a. citroenballetjes en kokosballetjes (een soort kussentjes). Daaroe moest de kokende suikermassa op een koeienhuid gestort worden. De koeienhuis was voordien met kosjere olie ingesmeerd.
Al spoedig na de Duitse inval in mei stelde de nieuwe overheid een toezichthouder (een Verwalter) aan voor ieder joods bedrijf. Het geld werd dan rechtstreeks naar de onder Duitse leiding staande bank Lippmann Rosenthal gesluisd.

Historische Vereniging Appelsga – Zoolstede 2005/1 – Bladzijde 5

Ondertussen was de jodenvervolging begonnen. Als er ’s nachts een vrachtauto door de straat reed was je blij dat hij doorreed volgens Mia. Elke morgen miste er op school weer een aantal leerlingen.
Op een gegeven ogenblik moest Mia zich melden bij de Duitsers. Ze was er al twee keer aan ontsnapt. Oom Arthur was al vermoord in Mauthausen. Hij was zeer geliefd binnen de familie.
Iedere dag zat je in angst. Ze wilde niet naar Duitsland. Je wist niet wat er zou gebeuren.
Het jaar 1943 was een moeilijke tijd voor Mia om onder te duiken. Immers de studenten moesten de loayaliteitsverklaring ondertekenen. Het was ook het jaar waarin de in 1940 uit dienst ontslagen Nederlandse milititairen zich weer moesten melden. De meeste studenten tekenden niet, de soldaten meldden zich niet en doken onder. En het was nu eenmaal zo dat de Nederlanders gauwer een Hollandse jongen dan een joods meisje namen, in verband met de risico’s.
Ze dook onder in Amsterdam in het huis aan de Prins Hendrikkade hoek Martelaarsgracht waar nu café ‘de Karpershoek’ is.
Er kwam een razzia. Moeder en broertje Philip doken onder aan de Westerdoksdijk in Amsterdam bij een dochter van de mensen waar Mia zat. Vader had in Kampen bij een neef een onderkomen gevonden.
Broer Philip was erg lastig. Moeder kon hem niet de baas.
Ze konden naar het Noorden en de familie Lezer kreeg een duikadres bij de familie Dien en Jan de Bruin in Veenwouden. eerst waren Philip en Mia er samen, later kwamen de ouders ook.
Ze werden daar uitgezogen. Mevrouw nam alle vier bonkaarten, waar de L.O. voor zorgde en pa Lezer moest veel bijbetalen. Ze kregen nauwelijks eten. Bovendien was Dien zwarthandelaarster.
De L.O.-organisatie Friesland had het in de gaten en wilde hen daar vandaan hebben.
En de kans kwam. De L.O. zei dat ze met zijn vieren langs de weg moesten gaan lopen.
Een dag tevoren waren ze ook even aan het wandelen. Er raakte toen een meisje te water, dat niet kon zwemmen. Vader Jozef redde haar. Hij kon goed zwemmen.
De volgende dag moesten ze, zoals gezegd, ook gaan lopen, maar deze keer de andere kant op. Er kwam een auto langszij. (In de L.O. Friesland was ook Ds. Miedema actief, die later bij hen ondergedoken was).
De koffer met kleren werd apart verstuurd. Die is echter gestolen op het station in Gorredijk, de familie bezat dus alleen nog de kleding die ze droegen.
Een auto bracht hen bij ‘Us Blau Hiem’, bij boswachter Assies. Ze kregen een plaats in het bos bij het ven achter ‘Us Blau Hiem’ in een soort schaftkeet. Dit was in juni/juli 1943.
Vader Jozef heeft een artikel over het begin van zijn onderduikerstijd. Het begon met:

Historische Vereniging Appelsga – Zoolstede 2005/1 – Bladzijde 6

“Dit is Uw huis, zei de boswachter (assies J.O.) en hij wees op een stel planken.”
In de buurt van het ven zaten ook Bram Gans (bijnaam Jodocus), de twee broers F.H. en J.C. van der Linde van Sprankhuizen, allen uit Assen, een joodse kleermaker uit Amsterdam. (Mia heeft van hem later een overlijdensadvertentie gezien.)
In een andere hut in een ander vak zat Rein Koole.
Vaak gingen ze naar de keuken van Assies om te fourageren.
Op een dag moest er een put gegraven worden. Bram, Hans, Frits en Mia haalden twee ladders van 1½ meter elk. Er op lag een zak aardappelen. Ze kwamen een hele groep mensen tegen, die door de vader van de jeugdherberg rond geleid werden. Hij scheen hun met een zaklantaarn recht in het gezicht. Het was eigenlijk te link. Ze hadden het advies gekregen dart ze net moesten doen alsof ze een vrijend paartje waren als ze mensen tegen kwamen, maar hoe moest je dat doen met twee ladders op de schouder ?
Sommige jongens brachten hun verzorgers in gevaar. Ze hielden zich niet gedeisd.
In een ander vak in het bos zaten twee oude mensen (Leo en Tiny) in een hol onder de grond. Er was sprake van dat men hen wilde dood schieten.
Op15 december 1943 heeft Oosting de familie Lezer verhuisd naar de plaats in de buurt van de Grenspoel.
Er zou verraad in het spel kunnen zijn, omdat een boer die tegenover de jeugdherberg woonde wist dat er joden bij het ven verscholen zaten. Die boer had tegen Oosting gezegd: “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar jij hebt mensen in het bos, hè ?”
Op de nieuwe locatie werden twee schaftketen tegen elkaar gezet. De deur zat in het hoogste gedeelte. De deuren werden tegenover elkaar gezet op een meter afstand van elkaar. Die ene meter werd voorzien van een dak en een autoruit. Daaronder stond de tafel met aan weerszijden een vaste bank. Samen was het 2 bij 5 meter. De autoruit moest altijd goed verduisterd worden. Aan elke kant van de tafel stond een tweepersoons bed.
Op 15 december, toen ze verhuisden, de verjaardag van haar vader, was de grond hard bevroren. Ze konden “haast niet in de grond komen” met de schep. “Het vroor dat het kraakte”, aldus Mia. De keten moesten ongeveer een halve meter in de grond staan.
De buitendeur bestond uit twee halve deuren.
Arend Oosting bracht meestal het eten, maar ook zijn beide broers deden dat wel.
Van haar zeventiende tot haar negentiende heeft Mia nooit een meisje gezien. Ook haar broertje ontmoette nooit een kind. Philip was geboren in 1935 en dus 8 jaar. Hij moest altijd heel stil zijn. Het geluid droeg namelijk heel ver. Bij stormachtig weer vroeg hij soms of hij één keer heel hard mocht schreeuwen. Wel klom hij vaak in de bomen of zette strikken.
Ze hadden altijd een poes.
Het was heel erg vochtig in de keet. Ze hadden veel last van vlooien. Kwam dat door de poes ? Vooral vader had er erg veel  last van. Hij werd vaak gebeten. Moeder en Mia haalden iedere dag de dekens naar buiten in de hoop dat ze de vlooien weg kon den krijgen.
Mia vraagt zich nu af of de vlooien, die vooral in het stro zaten, omdat ze twee jaar lang op hetzelfde (vochtige) stro sliepen.
Ze liepen op klompen.
Eerst werd er op carbid gekookt en met een carbidlamp hadden ze verlichting.
Maar het carbid werd schaars. Soms hadden ze een kaars, maar meestal niet en dan duurden de nachten in de winter lang. Om vier werd het donker en om acht à negen uur was het weer licht. Je kon dan niets doen en je zocht de warmte onder de dekens.
Spoedig hadden ze een potkacheltje om op te koken. Daar weckte moeder Lezer ook op, bijvoorbeeld een deel van een varken of cantarellen. Onder andere toen Oosting een paar dagen vast zat in het Scholtenshuis in Groningen hebbenze die voorraden aangesproken.
Er mocht bij helder weer niet gestookt worden, want dan ging de rook recht omhoog en was zichtbaar vanaf de brandtoren.
Het koken duurde lang. Er kon maar één gerecht tegelijk op het kacheltje.
Het kon in de winter de keet niet verwarmen. Daarbij komt nog dat de winter van 1944 erg streng was. Vaak kropen ze dan maar onder de dekens in het altijd vochtig aanvoelende bed.
Vader Jozef hakte meestal nieuw hout. Dit werd gedroogd op de kachel. ’s Nachts was die uit. Soms waren dan de stukken hout ’s morgens vastgevroren aan de kachel.
Ze zaten altijd binnen. Mia is in die tijd drie keer naar tandarts Rodermond geweest in Assen. Dat was eigenlijk wel gevaarlijk.
Vader is één keer op jacht geweest. De poes liep achter hem aan en sprong onverhoeds op de loop van zijn geweer.
Je zat altijd in angst. Als het waaide kon er hout gehakt worden. Dan overstemde de wind wel het andere geluid. Je moest altijd zachtjes spreken. Je was altijd op je qui-vive.
Maar ze hadden het er voor over. Vader zei altijd volgens Mia: “Wij hebben geen huisnummer hier, dus de Duitsers weten niet waar we zijn.

Historische Vereniging Appelsga – Zoolstede 2005/1 – Bladzijde 7

Later kwamen ds. Miedema uit Drachtster Compagnie en Leffert Klok, de postkantoorhouder uit Hoogersmilde ook in een hut vlak bij hen.
Het was voor Oosting soms ook moeilijk voldoende eten te brengen. Daarom hebben ze op advies van Oosting een schaap weggehaald uit het land van een boer. (’t Was toch een ‘rotboer’, volgens Oosting) en hebben dat geslacht. Ds. Miedema zou het dood schieten. Hij schoot drie keer., maar het schaap bleef staan. Het schaap was echter rond de paal voor de hut gaan lopen. Het had zichzelf met de riem opgehangen. Daarom viel het niet.
Helaas bleek het schaap niet van de boer, maar van één van de arbeiders te zijn. Die mocht zijn enige schaap er bij in het land laten lopen. Men kon op dat moment niets zeggen, maar Lezer heeft het na de oorlog vergoed.
In augustus 1944 werd er een razzia gehouden. Ook het bos werd uitgekamd. De dag voor de razzia hoorde Mia twee mannen die het blijkbaar mee organiseerden zeggen: “Deze bossen lijken wel ondoordringbaar.”
De Duitsers zijn niet in het vak gekomen waar de onderduikers zaten, anders hadden ze hen gevonden. Ze zijn gestopt bij de Drents-Friese grens. Als ze honderd meter verder gegaan waren hadden ze de keten ontdekt.
De familie Lezer heeft niets gemerkt van de razzia. De beide kinderen waren rustig aan het schie-

Historische Vereniging Appelsga – Zoolstede 2005/1 – Bladzijde 8

ten met een luchtbuks met pluimpjes en vader was zich in de hut aan het wassen.
In april 1945 landden er Franse parachutisten. Oosting maakte contact met hen. Vader Jozef had hem een briefje mee gegeven waarin stond: “I know somebody who can speak French, German and English.” Dit kon hij aan de para’s geven. Hij kwam op een gegeven moment terug met een Franstalige Canadese officier. Deze had tegen zijn mensen gezegd: “Als ik binnen een uur niet met hem terug ben, schiet je deze mensen (de familie Oosting) allemaal neer.
Allen waren echter te vertrouwen en de groep Fransen kwam naar de hut.
De parachutisten hadden ook twee landwachters opgepakt, die met een paard en wagen wilden wegvluchten. De landwachters hadden een pan met gekookte eieren bij zich. Het pannetje is nog op een foto te zien. Eén was al dood.
De overgebleven landwachter had een leren jasje aan. Voor ze hem neerschoten moest hij het uittrekken.
De familie Lezer heeft de eieren opgegeten.
Tijdens deze ‘bevrijding’ was moeder net bezig snert te koken. De parachutisten lagen om de hut in het bos. Mia ging rond met ‘du thé’ en ‘de la soupe’ (de snert). Het was erg opwindend. Later hebben ze nooit weer iets van de Fransen gemerkt.
Mia besluit haar verhaal: “Ja, aan Oosting hebben we ons leven te danken.”
Tenslotte: Vader is in 1946 overleden, moeder in 1984 en Philip in 1997, alle drie aan een hartaanval.

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De parechutist’n koomt de ièste Deeves’n teeg’n

De redactie kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een echte Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte, later in Assen woonde en overleden is in Voorburg bij zijn dochter – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren en zo mogelijk van zijn foto’s te voorzien.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse berichten, artikeltjes, documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van ut Deevers Archief.
De redactie heeft het direct navolgende artikeltje van Anne Mulder ook gepubliceerd in nummer 2002/1 van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever.

De Franse parachutisten ontmoeten de eerste Dieversen
Op zondagmorgen 8 april 1945 maakten mijn broer Egbert, onze vriend Hendrik Jan Kiers en ondergetekende een wandeling door het bos bij de Hezeresch. Het was die ochtend prachtig weer. Op een gegeven moment stond er plotseling een parachutist in complete oorlogsuitrusting voor ons. We bleven als aan de grond genageld staan. De man hield een grote zware revolver op ons gericht.
Hij gaf een goedkeurend knikje, nadat mijn broer Egbert hem zijn persoonsbewijs had getoond. Vervolgens gaf hij ons een teken dat wij maar met hem mee moesten lopen. We liepen in de richting van de Haarweg. Naar ons bleek gingen we naar ‘het bosje van Jan Wesseling’.
Ik vroeg hem onder het lopen: “Are you an Englishman ?” (“Bent u een Engelsman ?”, redactie), waarop hij kort antwoordde: “I am a French patriot” (“Ik ben een Franse patriot”, redactie). En prompt voegde hij er aan toe: “We are friends” (“Wij zijn vrienden”, redactie). Ik dacht toen nog: “Dat is gauw.”
We belandden bij een groep parachutisten. De commandant (luitenant Edgard Thomé, redactie) was omringd door parachutisten met machinegeweren. Hij vroeg mij op een kaart aan te geven waar we ons bevonden. Dat deed ik, waarop hij direct zei dat zoiets niet het geval kon zijn. Ik werd toen giftig en vroeg hem of hij soms ook in Diever was geboren. Dat bleek te helpen.
Hij dacht in de buurt van het sanatorium in Appelscha te zijn. Daaruit trokken wij de conclusie dat ze de avond ervoor acht kilometer te vroeg waren gedropt. Op zijn kaart gaf ik aan dat de Dieverbrug, de Oldendieversebrug en de Wittelterbrug waren opgeblazen. Verder legde ik hem uit dat in de boerderij van Harman Bennen aan de Hoofdstraat in Diever en in de boerderij van Hendrik Haanstra te Wateren 26 een tentwagen met Duitsers was neergestreken.

Een andere min of meer overeenkomende versie van het verhaal van Anne Mulder is weergegeven in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ op bladzijde 5 van het nummer 1995/1 van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever. Deze luidt als volgt.  

Anne Mulder, zijn broer Egbert en hun vriend Hendrik Jan Kiers liepen tijdens een ochtendwandeling in de armen van de Franse para’s. Een militair die plotseling met een getrokken, grote, zwarte revolver voor hun stond, verzocht hen, in het Engels, op vriendelijke toon met hem mee te komen. Op de vraag van Mulder “Are you an Englishman?” werd zeer verheugd gereageerd met “Yes, I’m a French patriot! We are friends!”.
Deze ontmoeting vond plaats nabij de Haarweg ter hoogte van de Hezenes. De para’s lagen in een ring in “het bosje van Jan Wesseling”, met de mitrailleurs naar buiten gericht. Het bleek al snel dat men wilde weten waar men zich precies bevond. Toen Mulder op de kaart Diever aanwees, waren de Fransen stomverbaasd en wilden het eigenlijk niet geloven. Zij wezen een plaats aan nabij het sanatorium in Appelscha, waar zij zich moesten melden. Na verloop van tijd wist Mulder hen te overtuigen dat ze inderdaad in Diever waren.
Ook wist hij de commandant uit te leggen dat de bruggen over de Drentse Hoofdvaart waren vernield en dat er Duitsers met huifkarren waren ondergebracht bij Harman Bennen aan de Hoofdstraat in Diever en bij Hendrik Haanstra in Wateren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Stick 19 van de Franse parachutisten, onder commando van luitenant Edgard Thomé, had in de nacht van zaterdag 7 op zondag 8 april 1945 moeten landen in het Willemsveld bij Appelsga, één kilometer oostelijk van de jeugdherberg Us Blau Hiem, nu Boscamping Appelscha, maar kwam met een afwijking van zes kilometer naar het zuid-zuid-westen op de Hezeresch bij Diever neer.
Anne Mulder, zijn broer Egbert Mulder en Hendrik Jan Kiers kwamen de Franse parachutisten daar op zondagmorgen 8 april 1945 bij toeval tegen. Anne Mulder is geboren op …..  in Deever en is overleden op … in Voorburg. Egbert Mulder is geboren op 14 januari 1913 in Deever en is overleden op 8 december 1984 in Deever. Hendrik Jan Kiers is geboren op 3 december 1898 in Deever en is overleden op 22 september 1979 in Deever.
De trouwe bezoeker van ut Deevers Archief wordt tevens verwezen naar de vele berichten betreffende de Franse parachutisten in ut Deevers Archief, zij het dat de twee hier weergegeven korte artikelen de ervaringen van Anne Mulder zelf weergeven.

Deze onbekende Franse parachutist werd tijdens de operatie ‘Amherst’ ergens in Drenthe op de foto gezet (foto uit de verzameling van J. Kroesinga).

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Laan’n in de bos bee ut aar’mhuus: een bos te vrog

Het is 2020: een belangrijk kroonjaar voor het vieren en herdenken van 75 jaar vrijheid in de gemiente Deever. In dit jaar zal ut Deevers Archief in vele berichten het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenken en vieren.
De redactie van ut Deevers Archief blijft om niet voor zijn trouwe bezoeker aansprekende berichten over de Tweede Wereldoorlog in de gemiente Deever maken. De redactie heeft geen sappige vette subsidie van de Hoge Heren Van De Provincie Drenthe nodig voor het ontplooien van initiatieven en activiteiten die bijdragen aan het vastleggen van ut vrogger in de gemiente Deever.
De afgelopen periode heeft de redactie zonder sappige vette subsidie heel veel tijd besteed aan de vertaling van de verhalen die enige van de Fraanse parrechutist’n van stick 49 op papier hebben gezet, bijvoorbeeld in dit bericht is het lange verhaal van commandant luitenant Edgard Tüpet-Thomé weergegeven.
De redactie heeft hoofdstuk 35 ‘L’intermède hollandais’, hoofdstuk 36 ‘Embuscades’ en hoofdstuk 37 ‘Le dernier combat’ van het boek ‘Spécial Air Service, 1940-1945: L’épopée d’un parachutiste en France occupée’, geschreven door luitenant Edgard Tüpet-Thomé, speciaal voor de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief vanuit het Frans in het Nederlands vertaald.
Het boek heeft het formaat van een paperback en telt 346 bladzijden. Het boek is in 1980 in het Frans op de markt gebracht door uitgever B. Grasset. Het internationale standaard boeknummer is ISBN 9782246252610. Zie de in dit bericht afgebeelde voorkant van het boek.
De francofielen onder de liefhebbers van ut vrogger in de gemiente Deever, die op een toevallige wijze in het bezit zijn van het genoemde boek, of die het boek gaan aanschaffen, worden vriendelijk verzocht de Nederlandse vertaling van het Franse verhaal te controleren en de redactie van ut Deevers Archief te attenderen op mogelijke vertaalfouten of verbeteringen.
De hoofdstukken 36, 37 en 38 staan op de bladzijden 315 tot en met 335 van het genoemde boek. Bij een memorabel bezoek van de redactie van ut Deevers Archief, zo rond het begin van 2008, aan mevrouw Geesje van der Werf – Schoemaker, die toen nog in Den Helder woonde, mocht de redactie van haar de voorkant, de achterkant en de bladzijden 315 tot en met 335 van het boek in een plaatselijke zelfbedieningswinkel kopiëren.
Mevrouw Geesje van der Werf – Schoemaker had het boek cadeau gekregen van haar einde-van-de-oorlog-kameraad commandant luitenant Edgard Tüpet-Thomé, die het boek deed vergezellen van enige woorden van respect voor Gees, la postière de Diever. Zie de bijgevoegde afbeelding en zie verderop in het bericht de Franse tekst en de Nederlandse vertaling.
Luitenant Edgard Tüpet-Thomé was commandant van stick 49, een uit twee kleinere sticks samengestelde groep commando’s van vijftien Franse parachutisten van de Special Air Service, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in in de bos bee Deever landden. In plaats van bij Appelsga te landen, landde stick 49 in de bos bee ut aar’mhuus an de Grönnegerweg bee Deever, dat was een bos te ver.
Het bericht moet nog worden verluchtigd met enige afbeeldingen.
De redactie moet zijn aantekeningen aan het einde van het bericht nog verder uitwerken.
Als een lezer van dit bericht opmerkingen, enzovoort heeft bij dit bericht, aarzel dan niet een reactie naar de redactie te sturen.

35 – Het Nederlandse intermezzo
Het begon allemaal slecht… door een valfout: we zijn altijd gewend geweest om tussen de honderd en de honderdvijftig meter te springen. Die nacht worden we vanaf rond de drieduizend meter hoogte gedropt…
Mijn knie, die gewond is geraakt in de Jura, maakt me soms bijna gehandicapt. Om anderen niet te hinderen en voor hen in het vliegtuig te hinken, wisselde ik met Klein: hij springt als eerste en ik, voor die ene keer, als
laatste. Ik moet gewoon de menigte volgen en ik vind mezelf in de lucht zonder na te denken of mezelf vragen te stellen. De tijd die nodig is voor een afdaling van vierhonderd voet lijkt bijna ten einde en ik ben me aan het voorbereiden om de grond onmiddellijk te raken.
Maar ik ga nog steeds tussen mistige lakens naar beneden, in evenwicht gehouden door mijn beenzak, die eindeloos heen en weer beweegt aan het einde van zijn koord.
Er
was ergens iets mis in deze eindeloze afdaling… Ik hoor het geluid van de branding. Deze idioten moeten ons boven de zee hebben laten vallen. Als zelfs de piloten van de R.A.F. nonchalant beginnen te navigeren, wie is dan nog te vertrouwen, grote God !
Omdat het in dit geval sterk wordt aanbevolen om te doen, maak ik mijn tuig los en houd ik het op armlengte; wanneer je het water aanraakt, laat je het los, dan drijft de parachute weg en zwem je na het opblazen van je Mae West. Als u het tuig niet hebt losgemaakt, dan bedekt de parachute u en sleept de parachute u naar de bodem.
Ik hoor het gebrul van de golven steeds beter. Ik daal nog steeds, geslagen door een vuile koude wind. Hoeveel meters onder mij beweegt de zee ? Mijn verlamde handen weigeren nog langer vast te houden. A
h ! en dan … naar de hel ! Ik laat alles vallen ! En ik zit dom op mijn achterwerk temidden van varens: een goede minuut later had mijn parachute de enige belangrijke boom op twintig kilometer in de omtrek bedekt. Ik dacht dat ik weer daalde, terwijl ik idioot zwaaide, als een makaak aan het einde van een liaan. De branding, het geluid van de golven … Het was alleen het suizen van de harde wind in de aanplant van jonge dennen.
En in elk geval heeft deze nogal verontrustende fout, de tijd die nodig is voor een hergroepering op het land, verdrievoudigd. De dag is al gevaarlijk licht geworden, terwijl we elkaar nog steeds zoeken, terwijl we al lang veilig en gecamoufleerd hadden moeten zijn en op de uitkijk hadden moeten staan, ver van het springgebied. Alsof we bij toeval twintig kilometer van de geplande plaats waren geland.

Ik heb mijn troepen teruggevonden. Onzichtbare Duitse tanks rammelen over een nabijgelegen weg. Gelukkig vielen we in een vrij jong bos, waarvan de dennen nauwelijk hoger zijn dan een man en die golven zover het oog reikt.
Gilles Anspach had een beetje een ruwe landing. Hij is licht euforisch en zich nog niet erg bewust van de aardse werkelijkheid. – “Hoor je dat, Thomé ?”
“Ja, natuurlijk !”

“Dat zijn tanks !”
“Zonder enige twijfel… en zeker geen Canadese.”
“Wat gaan we doen ?”
“Niets… We halen
de parachutes op en verbergen ons in het bos.”
“En daarna ?”
“Daarna… slapen we.”
“En daarna ?”
“Daarna, zullen we zien.”
“En de brug over het kanaal, wanneer vallen we die aan ?”
“L
uister lastige man, ik vind je leuk, maar je praat te veel. Haal je mannen op en ga op weg. We gaan de hele dag slapen, als de Moffen het ons toestaan. Ik weet niet waar we zijn, maar in elk geval niet waar we zouden moeten zijn. Ik moet ons eerst lokaliseren en het terrein herkennen. Daarna zullen we de situatie in ogenschouw nemen. De brug over het kanaal is niet voor morgen. Hoor je de tanks die voorbijrijden ? Dat zijn geen Engelse tanks. Ik verwacht de Canadezen niet eerder dan over vier of vijf dagen… en ik ben zonder twijfel optimistisch. Herinner jij je Clerval ? Slechts één zo’n stommiteit is genoeg voor de rest van je leven. Ik heb mezelf beloofd jullie allemaal terug te brengen… en heel. Tijdens deze operatie zal niemand Fort Alamo spelen. We gaan eerst slapen. Daarna zullen we ons beraden, afhankelijk van de omstandigheden.”
“Vooruit, mijn konijnen, de gebruikelijke orders. Drie wachtposten, die elk uur worden afgelost. En een granaat in de helm binnen handbereik. Doe je laarzen uit en.. naar bed. En droom lekker, als jullie het kunnen. Luitenant Puydupin blijft ter plekke. Luitenant Anspach vergezelt me bij de verkenning. Gilles, kom je ?”
“We vertrekken om te gaan ontdekken.”

“Zeg, Thomé, we lopen al meer dan een uur… en we zijn nog steeds in het bos.”
“Des te beter, het bewijst alleen maar dat we geluk hebben. Het is waarschijnlijk het enige bosgebied in heel Noord-Nederland. Het verschijnt niet op de kaarten als een bos, maar als een omgeving met boomkwekerijen. Eerst moeten we eruit. Als we één of twee torens, een weg of een watertoren in zicht krijgen, dan weten we misschien waar we zijn. In elk geval ben ik bereid mijn volgende soldij te verwedden, dat onze verdomde brug niet naast de deur staat. Alsjeblieft, we komen bij een bosrand, kijk, daar is een weg.”
“Ja, en op de weg rijden vrachtwagens… en het zijn geen Canadese. Er
is ook een kanaal en, in het noordwesten, een dorp. Neem jouw kaart. Geef me jouw kompas om te verifiëren dat het overeenkomt met het mijne. Ok. Of ze wijken beide af, of ze werken normaal. In elk geval geven ze beiden hetzelfde resultaat. Doe jouw beoordeling, we zullen onze resultaten vergelijken.”
De resultaten zijn gelijk:
het kanaal loopt van Assen naar Meppel en ‘onze’ brug ligt twintig kilometer hier vandaan. Het dorp is Diever en de weg is die van Appelsga.
Wel nu, het is niet triest: ons doel bevindt zich op vier uur lopen in een gebied zo vlak als een biljart en dit gebied is waarschijnlijk vergeven van de Duitsers. We zullen ’s nachts gemakkelijk de brug kunnen bereiken. Hem in te nemen en hem te ontdoen van springstoffen zal niet onoverkomelijk zijn. Maar daarna ? Daarna moeten we hem bezet houden. Met dertig mannen en drie machinegeweren, zullen we het ongeveer… een uur volhouden ! Om het spel speelbaar te maken, moeten we de zekerheid hebben dat de komst van de Canadese tanks met een speling van een kwartier samenvalt met onze helpende hand.
“Zie je een elegante oplossing, mijn kleine oude man ?”
“Wat een stom spel ! En jij, heb jij een idee ?”
“A
ls ik echt cynisch was, dan zou ik denken dat ze het expres hebben gedaan: ons vanaf een ongewone hoogte laten springen, op goed geluk. De oorlog kan eindigen zonder ons en we zullen pissig zijn als de vredestijd terugkeert: als we zwijgend zouden verdwijnen, zou dat voor veel dingen beter zijn en misschien ook wel voor veel mensen. Ik ben het met je eens dat dit een waanhypothese is, maar geef toe dat het grappig zou zijn.”
“Dat denk je toch niet serieus, Thomé… Zo ben je niet. Niet jij !”
“Natuurlijk niet, gek ! Maar aangezien ik niet verantwoordelijk ben voor de foute landing, noch voor de navigatiefout, ga ik me niet uitsloven om ze koste wat kost te corrigeren door een verplaatsing vol risico’s. Integendeel, ik ben verantwoordelijk voor het leven van onze jongens. En ik weet hoe ik daar mee moet omgaan. We gaan uiterlijk morgen de Moffen het leven moeilijk maken. Wat betreft de brug, ik wil er voorlopig niets van weten. We zullen wachten om er zeker van te zijn dat de Canadezen oprukken. Als we zien dat de Duitsers zich voorbereiden op een terugtocht, dan zal ik beslissen of ik we ons al dan niet daar me bezig gaan houden. Ik wil er alles aan doen om de Canadezen te helpen, maar ik wil geen man meer verliezen.”
“De jongens gaan zeuren !…”
“En daarna ?… Ik heb liever dat ze levend dan stervend zeuren.”
“Ze zullen gaan geloven dat je niets durft te doen !”
“En daarna ?… Laat ze geloven wat ze willen, het kan me niets schelen. Maak je geen zorgen, ze zullen hun rantsoen gevechten krijgen, maar ik zal beslissen wanneer en hoe. De situatie is niet in overeenstemming met de missieverklaring. Er is een misrekening. Ergo, ik draai de factoren om, ik houd ik mij eerst bezig met de Moffen en daarna met de brug… als de omstandigheden het toelaten. Je weet goed, jammer genoeg zonder twijfel, dat ik nergens meer bang voor ben … behalve om een van onze jongens voor niets te zien sterven.”
“M
aak je geen zorgen, de geallieerden zullen niets te klagen hebben over onze prestaties en we zullen ze waarschijnlijk een hoop strijders besparen… Maar ik wil geen dode en geen gewonde meer onder onze mannen hebben.”

Dit begin van april in Nederland is nogal onverwacht: wolkenloos en een lucht en een zon van de volle zomer.
Ons dwergbos ziet eruit als een betoverend domein. Het is een kleine stille en geheime wereld waarvan we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat het inderdaad in het hart van de oorlog ligt. Voor ons is het de perfecte kalmte, zoals het lijkt in het centrum van alle cyclonen. De Duitsers zijn overal om ons heen, maar lijken ontwetend te zijn van onze aanwezigheid. Voor zolang het duurt. Dit is geen tijd en geen plaats om te sterven !
We zijn volledig uitgerust na een dutje van achtenveertig uur. Als we te lang inactief blijven, dan zullen vroeg of laat vijandelijke verkenners uiteindelijk over ons struikelen. Dan zal het nodig zijn om in de verdediging te vechten en te vluchten als opgejaagde hazen… Ik wil me liever niet voorstellen wat de uitkomst zal zijn. Sinds mannen vechten, heeft ervaring hen een onbetwistbaar principe doen ontdekken: de beste manier om je te verdedigen, dat is nog steeds aanvallen. Dat is hoe vanaf het begin der tijden de aanvaller, die aanvankelijk geen schijn van kans leken te hebben tegen een mammoet, een wollige neushoorn, een sabeltandkat of een holenbeer, toch veelvuldig overleefden door deze te doden. Aantrekkelijk of niet, het principe is ook op ons van toepassing. We zullen hem moeten volgen en het initiatief nemen de vijandelijkheden te starten.
Aantrekkelijk of niet, het moet een keer gebeuren: leg de Duitsers het idee op dat we met velen zijn, zeker van onszelf, onkwetsbaar en zonder medelijden. Het is de enige manier om al hun verlangens weg te nemen rond te snuffelen in ons jachtgebied. Toch… is het zo goed, op het warme mos te liggen en het boek Het eiland der Pinguïns te herlezen… Het boek met ezelsoren slingerde rond op een tafel in de mess en ik heb het bij het instappen in het voorbijgaan gegrepen.
“Er is bezoek, mijn luitenant !”
Het is
een kreupele Hollander, bruin als een zuiderling en met een wakkere blik. Hij woont op drie kilometer van ons kamp aan de rand van het bos en noemt zichzelf een verbindingman voor het plaatselijke verzet.
Bij wijze van verzoenend spijsoffer brengt hij ons een emmer, die tot aan de rand is gevuld met gekookte aardappelen… nog dampend ! Dat is wel verleidelijk na twee dagen van droge rantsoenen…
“Verboden om het op dit moment aan te raken !”
“Oh !”…
“Er is geen Oh !” E
en als het een valstrik is ?… Hoe zou je te instrueren zijn na het slikken van een dosis slaappillen of een dosis rattenvergif !”
Na het biechten van de man in het Engels, weet ik vrij zeker dat hij geen verhalen vertelt en dat ik hem kan vertrouwen.
Tijdens het babbelen schilde ik een aardappel en gaf deze aan het puntje van mijn dolk aan hem. Hij nam zonder aarzeling een hap. Ik word door deze verdomde oorlog overdreven voorzichtig. Door mijn streven te veel te combineren om alle valstrikken te vermijden, verlies ik zowel mijn instinct als mijn spontaniteit. Ik moet er voor zorgen dat deze neiging wordt gecorrigeerd, anders komt er een dag dat ik met niemand meer kan samenleven. Altijd op je hoede zijn vermijdt waarschijnlijk misrekeningen. maar op de lange termijn lopen we het risico niet meer dan een wild beest te zijn...

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester, mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een knap meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het gesprek.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden… en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, stortte in aan de voet van een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.
In het sterk onwaarschijnlijke geval dat de Duitsers ons bestaan tot nu toe niet kenden, zullen zij geen excuses meer hebben om het nu te blijven doen. De avond valt, dit zal waarschijnlijk onze laatste rustige nacht zijn.
Morgen zullen we de zaken serieus moeten nemen, anders zijn zij het die zich met ons zullen bezig houden !

36 – Hinderlagen
De weg naar Appelsga was de enige belangrijke weg waar de Duitsers ons met zwaar materieel konden aanvallen. Het is daarom noodzakelijk ze eerst af te schrikken zich daar te wagen. We gaan in een hinderlaag liggen en wachten op het wild.
Op honderd meter van ons staat een uitgebrande vrachtwagen, die door een Engelse jager met een machinegeweer in brand is geschoten. De weg loopt van west naar oost en vanaf onze aankomst rijdt het verkeer van west naar oost. Het is zes uur in de ochtend, de dag ervoor is al lang geleden. Het is tegen onze gewoonte in om op klaarlichte dag te vechten, maar een nachtelijke hinderlaag zou mijn doeleinden minder goed dienen: ik wil dat de Duitsers denken dat we met velen zijn en dat we zo zeker van onszelf zijn, dat we ons zelfs een aanval op klaarlichte dag op een drukke weg kunnen veroorloven. Het is de enige manier om hen ervan te weerhouden onze sector uit te kammen. Ons eerste slachtoffer is een zijspan met zijn berijder en zijn inzittende. Klein verbrijzelde, op iets minder dan honder meter afstand, met een kogel uit zijn karabijn de schedel van de bestuurder. De machine zigzagde stuurloos de sloot in. Mijn domoren, door woede bezeten, doorzeven tegen beter weten in, de reeds dode passagier. “Stop met schieten, idioten… Denken jullie dat jullie in het circus zijn ?”
In feite
wil ik vooral dat ze hun munitie sparen, maar deze zinloze schietpartij moet degenen die dit van ver hebben gehoord, doen geloven in de manoeuvres van een hele compagnie en dat is uiteindelijk helemaal in overeenstemming met mijn wensen.
De zijspan
bevat de archieven van de Gestapo uit Groningen en verschillende dossiers zijn gemerkt met ‘sehr geheim’. Ze mogen niet zonder belang zijn, maar dat kan me pas later wat schelen, ik laat ze met de machine naar onze schuilplaats in het bos rijden.
Terwijl ik mijn bevelen geef, wordt honderd meter aan mijn rechterkant opnieuw geschoten: Gilles Anspach en zijn stick moeten nieuwe klanten hebben gemaakt ! Ik voeg me zonder te wachten bij hen.
Een half dozijn lijken liggen midden op de weg… Burgers !… Gilles is helemaal gek geworden !
“Maak je geen zorgen, Thomé, het waren echt Moffen. Ze kwamen op de fiets, ik heb de eerste laten stoppen, ik pakte zijn papieren, hij was een man van de Gestapo ! Toen de anderen begrepen dat ik dat had begrepen, wilden ze wegrennen … en hebben we ze neergeschoten.” We verzamelen de wapens, de papieren, de vreemde voorraad in de bagage en ik besluit plotseling het beste deel uit de rotzooi te halen die me wordt aangeboden.
“Leg de lijken
en de twee dode soldaten op een rij langs de weg, alsof ze met opzet zijn geëxecuteerd !”
Kapotte koffers, lijken, bloed, de verwrongen fietsen, de uitgebrande vrachtwagen … Het geheel vormde
een nogal walgelijk schouwspel: een in scène gezette grote poppenkast.
“Laten we weer het bos ingaan, nu !”

Er gaat een uur voorbij. Geïnstalleerd aan de rand van het kamp, ​​observeer ik met verrekijker het weggedeelte dat we tot een massagraf hebben gemaakt. Twee Duitse motorrijders naderen.
“Verboden te schieten !”
De twee koeriers stappen af, aanschouwen even het tafereel en vertrekken dan zonder te treuzelen.
Nog tien minuten verstrijken…
Het is deze keer een commando-auto, met vijf officieren aan boord. Ze stoppen, stappen uit, lopen naar de lijken en ook zij maken rechtsomkeert.
“En nu, Thomé ?”
“Nu ?…
We gaan wachten”
Ik wilde dat de Duitse officieren op hun gemak konden vaststellen dat het alle schijn had van een moord met voorbedachten rade. Anderen van ons zouden
zichzelf het schieten wel hebben toegestaan, als ze geloven dat ze onoverwinnelijk zijn. Omgekeerd zullen die anderen denken dat wij ons, om zo te durven handelen, op onze beurt zeer machtig moeten voelen.
“Je denkt dat het zal werken ? ”
“Ik geloof dat er kansen zijn…”
Het lijkt te hebben gewerkt: tot de aankomst van de eerste Canadezen, drie dagen later, bleef de weg zo leeg als de pet van een politieman.

Georges, ‘onze’ verbindingsofficier, komt ons waarschuwen dat twee belangrijke boten in het kanaal zijn gesignaleerd: een sleepboot, naar het schijnt geladen met munitie, en een zelfvarend schip met onbekende vrachtbrieven. Als we niet de mogelijkheid hebben de Canadezen de brug aan te bieden, die we voor hen moesten innemen, dan denk ik dat twee schepen die dwars in het kanaal zijn gezonken, hen een beter bruikbare kruising zullen geven. Het is de gebruikelijke hinderlaagroutine: de Duitsers duikelen overboord als bowlingkegels. Ze vallen al dood naar beneden of verdrinken in het kanaal. Sommigen hebben meer geluk, zij springen op de oever en rennen met opgeheven armen naar ons toe. Zij zullen onze gevangenen zijn en zij zullen onze zakken dragen. Meer geluk ?… Niet allemaal: ik heb voor me staan, met opgeheven armen en handen in de nek, een Wehrmacht-adjudant en een S.S.-sergeant. De S.S.’er draagt ​​een vrij zeldzame badge op zijn tuniek, die van de elite-strijders van het Russische front. Klein, in zijn vrije tijd verzamelaar, strekt zijn linkerhand om het te grijpen. De andere gaat arrogant achteruit met een plotselinge beweging, hij laat de armen zakken en behandelt mijn verbaasde onder-officier als een varken. Jammer genoeg voor de Duitser heeft Klein reflexen … als bliksems: hij droeg zijn geweer niet, maar de S.S.’er kronkelt jameerend over de grond. Hij krijgt een kaliber dertig kogel in het midden van zijn maag, de arme idioot heeft daarvoor uren nodig om te sterven.
“M
aak het nu af, Lucien, want u bent begonnen.”
En Lucien schiet een kogel door zijn hoofd.
“U denkt dat het zo goed is ?” vraagt ​​de gevangen adjudant kalm.
“N
ee… het is niet goed, maar ondanks de schijn is het een ongeluk, niet een moord. Sinds Bretagne hebben we geen S.S.-gevangenen meer gemaakt. U weet waarschijnlijk ook dat uw meneer Hitler in een dagorder heeft bevolen de Franse parachutisten als sluipschutters te beschouwen en ze neer te schieten ? Uw collega heeft zijn kans gehad. Hij heeft het dom verpest. Laten we gaan.”
We hebben de boten dwars in het kanaal tot zinken gebracht. Het is zo al een geïmproviseerde brug. Als de knutselaars van de Canadese genie een beetje weten hoe ze het moeten doen, kunnen ze er een acceptabele doorgang van maken.
We dwingen onze gevangenen in de richting van het bos. De adjundant loopt zeer waardig met mij mee. Ik deel met hem een ​​plak chocolade, een grote schok voor mijn jongens. Als ze wisten hoeveel ik walgde van de slachting van de afgelopen twee dagen, dan zouden ze nog vele andere redenen hebben om geschokt te zijn.

Ik heb een dropping van materieel gevraagd. De dropping zal morgen gebeuren. We moeten gewoon wachten… Het gebeurt voortijdig, buiten de geplande vierhoek, en niemand is aanwezig om het te ontvangen. De risico’s hoeven niet toe te nemen: we vertrekken alleen, Gilles en ik, op zoek naar containers.
De middag is al vergevorderd en we lopen al uren rond zonder iets te hebben ontdekt, behalve een Nederlandse politieagent die, zo vertelt hij ons, ons kamp zoekt. De ongelukkige is mooi ontsnapt: Hij ziet er met zijn zwarte uniform als vreselijke S.S.’er uit. Toen ik hem zag, ging ik in dekking liggen en wachtte ik tot hij binnen mijn bereik zou zijn. Als hij te maken had gehad met een maniak die direct de trekker overhaalt, dan was hij misschien tien keer neergeschoten. Hij vertelt ons dat de Duitsers op volle sterkte Diever hebben bezet met tanks, artillerie en S.S.-infanterie.
“Laten we snel teruggaan naar het kamp, Gilles !”
In de richting van Diever worden de enkele schoten afgewisselend met lange salvo’s. W
e vinden geen meer mensen in het kamp, dan vier benauwde wachters, Gees en onze groep gevangenen.
“Waar zijn de anderen ?”
“Die zijn vertrokken naar Diever, mijn luitenant… met luitenant Puydupin.”
“Wat ?”
“Ja… We hoorden salvo’s schoten uit het dorp komen. Luitenant Puydupin
zei dat het de Canadezen waren en hij nam iedereen mee om hen te ontmoeten.”
“Zelfs mijn stick ?”
“Ja !”
De idioten !… Nog
verdomder was om de staccato te herkennen, toch heel bijzonder, Duitse machinegeweren ! En Puydupin ! Ah, die !… Vervanger van Robin Hood en tweederangs vrijbuiter, met zijn uiterlijk van een jonge eerste minister op zijn retour, die gelooft dat hij verplicht is altijd vertegenwoordiger te zijn. Het ontbreekt hem niet aan persoonlijke fysieke moed, maar aan de kant van het gezonde verstand heeft hij zorgwekkende hiaten. Een verwarrende persoonlijkheid, zijn stemming kan in hetzelde halve uur van uitzinnige opgetogenheid veranderen in zwartgallige verslagenheid. In zijn perioden van optimisme heeft hij een uniek talent om een ​​jong publiek te verleiden en zijn mannen volgen hem in vertrouwen, te onschuldig om de fout in zijn misleidende argumenten te ontdekken. Moedig en onbewust, Puydupin gaat er armzalig en tevreden roekeloos voor en leidt zijn mannen, te vaak naar mijn smaak, regelrecht de problemen in.
Gilles Anspach grijpt mijn arm.
“Waar ga je heen, Thomé ?”
“Ik ga kijken of ik ze uit de stront kan halen !”

37 – Het laatste gevecht
Mijn twintig idioten liggen met hun neus tegen de grond op vijfhonderd meter van het bos. Achthonderd meter verderop aan de rand van het dorp houden drie Duitse machinegeweren ze aan de grond genageld. Wat een kalveren ! Hoe hebben ze in zo’n situatie terecht kunnen komen ?
Ze hebben een kans weg te komen: de wei, waar ze liggen, heeft een soort greppel, veertig centimeter lager dan de grond waarover de Duitsers aan het schieten zijn. Misschien kunnen ze wegkomen, mits niemand van hen het hoofd opheft.
Onder bescherming van de verrassende rand vanwege het niveauverschil tussen de twee velden, kruip ik vooruit naar de man aan de staart. Het is Pantalacci. Voor één keer stottert hij nauwelijks.
“Breng ze aan het verstand dat iedereen achterwaarts naar mij moet terugkruipen… En
vooral dat ze als teken aan de grond blijven plakken !”
Ik tel mijn verloren kudde.
“Is iedereen aanwezig ?
“Iedereen… behalve Puydupin.”
Jammer ! L
uister nu aandachtig: u draait zich ter plaatse om en blijft aan de grond geplakt. Probeer niet te begrijpen wat er aan de hand is en kruip achter me aan… Doe net als ik en hef vooral niet je hoofd op. Wees ook absoluut stil !”
Voordat ik mijn jongens bereikte, kon ik zien dat een afwateringssloot de weide doorsnijdt. Evenwijdig aan de rand van het bos mondt het uit in een grote sloot, die zelf naar een dekmantel loopt: als ik bij de grote sloot kan komen, kunnen we terug naar het kamp zonder gezien te worden. Het Duitse geschiet komt dichterbij. Ze moeten heel snel op ons afkomen om ons te ontdekken.
“Kruip sneller… Sneller… Doe, zoals ik… En stil zijn !

Oef !… Ik glipte uiteindelijk in de grote sloot. Hij is overwoekerd met bramen en bijna ondoordringbaar. Ik ben zoals gewoonlijk blootshoofds en de doornen raken verstrikt in mijn haren.
“Geef me een helm.”
André le Nabour, met de neus op mijn laarzen, reikt me zijn helm aan. Nu beschermd,
kan ik lopen als een mol in zijn tunnel, terwijl ik met mijn dolk de grootste bramen doorsnij. Ik ga door en de rest volgt… Beschut op de bodem van de sloot zijn we helemaal onzichtbaar. De Duitsers stoppen met schieten, we zijn bijna bij de grote sloot. Voordat ik me er in laat zakken, zou ik me graag even niet meer als een blinde willen gedragen. Ik moet een idee hebben van wat de Moffen aan het voorbereiden zijn.
Ik geef zijn helm terug aan André, ik bedek mij met mijn camouflagenet, ik richt mij heel langzaam op, centimeter voor centimeter, en zonder duidelijke beweging steek ik mijn hoofd door de bramen.
Gelukkig gehoorzamen mijn jongens me tot op de letter en dat als ik zeg ‘stilte’, het betekent dat je nauwelijks nog moet ademen: op vijf meter voor mij speurt een S.S.-kapitein met een verrekijker het bos af ! Infanteristen en scherpschutters
komen vijftig meter achter hem op ons af. Ze zijn met meer dan veertig mannen.
Ik zou bezweet moeten zijn van angst. In feite ben ik onverschillig.
Ik ben ervan overtuigd dat de enigszins serieuze verantwoordelijkheden altijd verbonden zijn met de passende gratie.
Ik herinner me dat, op het moment dat ik normaal gesproken in paniek had moeten raken, ik werd gehypnotiseerd door de verrekijker van de Duitser: die zorgde ervoor dat ik wilde … en zou hem van hem afnemen. Ik heb hem nog steeds.
Een merkwaardige geheugenkronkel, tegelijkertijd kwam een gedicht van Paul Valery in mij op: Palm: Kalm… kalm… Blijf kalm… Ken het gewicht van een palm… Die zijn overvloed draagt. Natuurlijk was ik terug in het verleden, omdat het gedicht werd gebruikt om berichten te coderen, toen ik geheim agent was, maar ik zou logischerwijs andere beelden in mijn gedachten moeten hebben.
Ik liet me langzaam in mijn sloot zakken, als een schildpad in zijn schild… Alles gaat zich nu op de kleine oppervlakte afspelen.
“André ?”
“Ja ?”
“Geef door… Laat iedereen zich wapenen met een Gammon… De Moffen zijn heel dichtbij, recht vooruit.
Als ik uit de sloot spring, zullen jullie allemaal tevoorschijn komen, terwijl je schreeuwt en met je Gammons zwaait. Daarna schieten jullie op alles wat beweegt met alles wat je hebt.
“OK !”
Bj het verlaten van het bos pakte ik in het wilde weg een zwaar Thomson machinegeweer. Ik sta op het punt de S.S.-kapitein met een kogelregen te slopen. Maar mijn beschermengel moet me op mijn schouder hebben geslagen. Ik laat het wapen rusten en ik werp een granaat.
Een… twee… drie… vier… De granaat onploft juist bij het raken van
zijn doel en we springen allemaal uit de sloot en uiten onze oorlogskreet.

De met schalmen van fietskettingen gevulde Gammon-bommen maaiden de infanteristen neer, net zoals een mortiervuur.
“Mijn luitenant ! Ga liggen !”
En Lucien schiet, boven mijn hoofd, een sergeant neer, die me tot op tien meter was genaderd.
De Duitsers hebben niets begrepen van wat hen overkwam. Ze dachten een bange prooi na te jagen en zie daar de prooi die van hen de veren steelt. Het is erop of eronder. Mjn mannen schieten ze in de rug met korte, onverbiddelijke salvo’s.
Als we hier uiteindelijk uit geraken, dan schaf ik mij een pak aan. Hoe meer we nu naar het tapijt sturen, hoe minder we later op rug zullen hebben.
Tac…
Mijn slagpen slaat in de leegte, het machinepistool dat ik eerder leende was niet geladen. Als ik het tegen de S.S.-kapitein had gebruikt, zoals het eerst mijn bedoeling was, zou ik er niet in geslaagd zijn mijn aanwezigheid te tonen…
En God alleen weet wat toen had kunnen gebeuren !
We achtervolgen de Duitsers al blaffend als een roedel honden. Ze vluchten steeds sneller, steeds meer geschrokken. Nog steeds vallen sommige pechvogels onder onze schoten van steeds grotere afstand.
“Staakt het vuren ! Rechtsomkeert… en
allemaal de sloot in ! Loop langs me heen. Is iedereen er ? OK ! Go ! En een beetje snel !”
Tot onze middel in het modderige water gedoken, bereiken we ons kamp. Ik denk dat een bad me nog nooit zo aangenaam heeft geleken.

Onderweg kruisen we Puydupin. die ons tegemoet komt… Het maakt nu niet meer uit en, zoals de Engelsen zeggen: The less said about it, the better. Hoe minder erover wordt gezegd, hoe beter.
“Nou dan, mijn luitenant… Gelukkig dat…”
“Het gaat, het gaat, u
mag uw complimenten houden. U bent helemaal niets waard, juist goed genoeg om de mis te dienen. U hebt gezien hoe uw Canadezen werden ondermijnd. In Feldgrau. Met een mooie S.S.-speld op hun helmen. En hun gemeenschappelijke automatische wapens, die heten MG42, mijne heren… En die spugen helemaal niet, maar dan ook helemaal niet, zoals Engelse bren guns. We gaan, schiet op. We kunnen geen seconde langer wachten. Laad uw zakken, pak de reservemunitie en op pad !”
“Waar gaan we heen ?”, vraagt Gilles.
“Naar de duivel !… En zo snel mogelijk. A
ls de Duitsers een beetje verstand hebben, dan zullen ze hier over een uur met geweld zijn, met tanks en het hele zootje, om ons te laten boeten voor het pak slaag dat we ze hebben gegeven.”
“E
n maken we de gevangenen dood ?”
Nee maar ?… Het zijn gevangenen… en ze dragen onze zakken.”
“En
wat als ze schreeuwen om onze positie aan hun vrienden door te geven ? En wat als een van hen ontsnapt en vertelt waar we zijn?”
“Wacht, laten we het oplossen… Gunther, kom hier.”
De Duitse adjudant, die ik onder mijn hoede heb genomen,
nadert, nog steeds heel ontspannen.
“Ja, meneer.”
“We gaan zo snel mogelijk de andere rand van het bos bereiken. Als we hier blijven hangen, loopt iedereen het risico hier te blijven.”
“Ja, meneer.”
“De gevangenen zullen onze zakken dragen. Het kan zijn dat
uw collega’s ons zoeken. En wat ons betreft, mijn parachutisten en ik, zullen zij daarmee hun tijd en waarschijnlijk ook wat mannen verspillen.”
“Ja, meneer.”
“M
aar de gevangenen zouden in de verleiding kunnen komen te schreeuwen om onze positie aan te geven. Zeg hen niets te doen, anders zullen we ze doden.”
Pralon… wilt u hen laten zien hoe dat zal gebeuren ?”
Pralon zet zijn Sten, die speciaal is uitgerust met een geluiddemper, op scherp. Hij vuurt een kort salvo af, niet luidruchtiger dan het geritsel van vleugels in de bladeren boven de hoofden van de gevangenen.
“Ziet u wel ?”
“Ja, meneer.”
“Op pad !”
We komen zomaar het bos binnenstormen als een kudde wilde everzwijnen.

Gedurende vijftig minuten bewogen we ons snel voort zonder te vertragen. Gees springt als een geit, maar de enorme Posthumus, met de handen geketend, snakt naar adem, zodat we hem liever zouden willen doden.
“Kom op, Jules, geen theater ! Als je moet worden gedood, zullen de anderen zich daarmee belasten, daar zijn wij niet voor. Het enige
wat je met ons zult doen, dat is rennen. Ren, dikzak, dit is je beste kans.” Als per ongeluk voor jou, jouw kleine nazi-vrienden ons in de gaten krijgen… inderdaad, ja … zal je met de voeten vooruit vertrekken… vóór ons. Posthumus ! Dat is nogal een programma.”
Tien minuten om op adem te komen en opnieuw rennen we tussen de dennen. Behalve Gunther, die ik mijn zak laat dragen, kunnen de gevangenen ons niet helpen met de trein. Toch geven we ze precies hetzelfde als wat wij eten. Erg overschat, dat herenras ! Mijn weerzinwekkende jongens nemen hun bagage terug.
“We
hebben geen geluk, mijn luitenant, we kwamen slechteriken tegen.”
Honderd minuten op de vlucht, ruim acht kilometer afgelegd. Ik denk dat we nu kunnen kamperen en slapen.
“W
elterusten engeltjes… Zie je wat we winnen door stomme dingen te doen ? We hadden zo stil kunnen uitrusten in onze kleine optrekje, dat niets van iemand vroeg.
We worden uit onze eerste slaap gehaald door kanonsalvo’s die polyfonisch vergezeld gaan van schoten van zware machinegeweren.
Sinds ons vertrek heb ik me naar het noordoosten gehaast, zonder van de richting af te wijken: de flitsen van de explosies komen uit de diametraal tegenovergestelde richting.
“De Canadezen, mijn luitenant !”
“Alweer ! Beslist, dat wordt een obsessie… Probeer daarom in hun nek te springen, zoals eerder in Diever. De Canadezen… mijn reet: dat zijn de Duitsers die ons aanvallen. D
e kans is groot dat, als we terug zullen keren naar ons kamp, ​​jullie je kanten parachutes daar zult vinden. Als je de bedoeling had daar burgeroverhemden van te maken, dan heb je pech. Dus zeg, Gunther, ze zijn niet snel, jouw kleine maatjes. Het heeft hen meer dan drie uur gekost om onze schuilplaats te ontdekken… En ik vraag me zeker af waar ze hun munitie aan verspillen.”
Gunther glimlacht.
“U bent heel anders dan de Duitse officieren, weet u.”
Dat mag ik hopen…

De Canadezen zijn eindelijk aangekomen. Ze hadden een week nodig, langer dan in de planning van de operatie was voorzien ! Ons basiskamp is geëgaliseerd, onze individuele mangaten zijn verdwenen, de begraven parachutes bevinden zich, zoals verwacht, in een rommelige staat. We zien weer Georges, onze Nederlandse verbindingsofficier: zijn huis werd met de grond gelijk gemaakt door de tanks en de zelfrijdende kanonnen, die door de Duitsers waren meegebracht om ons te vernietigen…
Gees neemt ons mee naar haar familie, in het postkantoor van Diever. We worden als helden onthaald… Maar de helden zijn moe. A
lles wat ze nu vragen is een warm bad en schone lakens…
Dan is het vertrek naar Nijmegen, waar de twee regimenten elkaar vinden. Veel van onze vrienden zijn dood: Valayer, verbrandt door een vlammenwerper met zijn hele stick in de boerderij waar ze waren verschanst; de Sablé is 
verdronken in een kanaal tijdens het afwerpen van de parachutisten… Het waren jonge nog niet ervaren officieren, die zich na de Franse campagne bij ons hadden gevoegd om de gaten te vullen die de campagne ons had nagelaten. Taylor, een van mijn laatste familieleden, werd ook vermoord en zoveel jongens werden gevangen genomen en vervolgens vermoord door de S.S….
Aan de andere kant vind ik een Engelse kameraad die ik sinds september vorig jaar dood waande: John zat in de eerste luchtlandingsdivisie en gedurende die paar weken dat ik daar was geplaatst, waren we onafscheidelijk geworden. We hadden dezelfde smaak voor het gevecht met platte handen, de knokpartijen in het café, de mix van whisky-cider en hetzelfde ongeduld van elke pompeuze gezagsdrager.
“Thomé… oh ! Thomé…”
Wij zijn met zijn twintigen en zepen onszelf in in het geroezemoes van de gemeenschappelijke douches in de kazerne in Nijmegen. De jongen die mij begroet lijkt op de levende doden die we later in de films over Mauthausen te zien zullen krijgen. Zijn gezicht doet me aan niemand denken, maar om niets toe te voegen aan de angst die ik daar ontdek, doe ik alsof ik hem herken. Dan komen mijn herinneringen boven: John !… Hij is onherkenbaar. De atleet met wie ik Peterborough op stelten zetten, de onberispelijke luitenant van de Irish Guards, die me in het gevecht zijn arm over mijn schouder legde, is niets meer dan een arm skeletachtig lichaam bedekt met doorligwonden. Hij staat scheef op een verkort been met verzwakte pezen. Alleen zijn glimlach hielp me hem te herinneren.
Hij kreeg een salvo kogels in zijn been tijdens de catastrofale operatie van Arnhem. Hij werd
naar het ziekenhuis gebracht, waar hij ontsnapte, nadat hij zelf was verbonden en zeven maanden lang leefde hij alleen als een beest, op de vlucht voor de Nederlanders die hij wantrouwt, de nazi’s vermijdend, die hij haat en minacht. De optrekkende Canadezen vinden hem in het bos waar hij zich verstopt hield… En zie daar ! Hij vertelt me ​​rustig zijn verhaal, zonder naar effecten te zoeken, alsof het een normaale tegenslag is.
“Je verblijft in deze kazerne ?”
“Ja,
maar ik heb geen papieren meer, de tantes van de Inlichtingendienst willen mijn verhaal niet geloven en ik sleep mij elke vijf dagen van het ene bureau naar het andere, wachtend op een vliegtuig.”
“Wees niet ongerust, mijn konijntje, we gaan een rode baret voor jou vinden. Je zult Dupont heten en je zult met ons terugkomen.”

Een paar dagen ontspanning in Nijmegen, daarna de vlucht naar Engeland en weer terug naar Randelsham Hall.
In het nieuw gekleed keren de twee regimenten met verlof naar Frankrijk terug. We moeten elkaar weer ontmoeten op 8 mei 1945 in Fort Neuf in Vincennes, om terug te keren naar Londen, waar een nieuwe missie voor ons wordt voorbereid.
Op 8 mei geeft Duitsland zich over.
Het is duidelijk dat bijna niemand op het weerzien in Vincennes is ! Jammer… De geplande missie was een soort petjeaf missie: als dank voor de verleende diensten zouden de twee Franse regimenten in Noorwegen moeten landen om daar de nazi-overgave te verkrijgen. Dat had grappig kunnen zijn. De Engelse kameraden die daarheen zouden worden gestuurd in onze plaats spraken er dertig jaar later nog over.
In juni zijn we terug op onze Engelse uitvalsbasis. W
e bereiden ons voor om naar Ceylon te vertrekken: het lijkt erop dat we van wezenlijk belang zijn om de Japanners te overwinnen ! Maar het is Hiroshima, de Japanse capitulatie en de nacht van het jubelende gejuich in een Londen zonder verduistering, waar de sirenes eindeloos het wanordelijke geloei hervatten die, tot voor kort, het all clear aankondigden: einde van de waarschuwing…
De voorlopig laatste wereldoorlog is voorbij.
Terugkeer naar Frankrijk, kazerneleven. Ik word aangesteld als kapitein.
Sommige kameraden blijven in het leger. Persoonlijk zie ik echt niet wat ik daar zou kunnen doen: Ik heb voldaan aan het contract, dat ik mijzelf meer dan vijf jaar geleden had opgelegd, ik heb mijn best gedaan opdat de Duitsers mijn provincie verlaten.
Vaarwel aan de wapens !
Spijt ? Nee… Alleen een beetje nostalgie naar een tijdperk waarin we enorm veel geluk hadden ver weg te leven van de huichelaars, de bedriegers en de ‘bekwamen’ tussen de mensen van goede wil.
En, hoewel zonder spijt, de bitterheid die het najagen an een droom achterlaat in het hart dat het heeft uitgekozen, schreef Paul Valery…
Met het risico meer dan zeker door te gaan voor een romantische achterlijke of voor een mentale achterlijke, ondanks alle modieuze snobisme, ik zal altijd de centurion verkiezen boven de Romein die zich in orgies wentelt, en boven alle filosofieën de stoere drie geboden van de Kelten: “Eert de goden, doe niets verachtelijks, oefent uw moed.”

Edgard Tüpet-Thomé schreef in zijn boek voor mevrouw Geesje van der Werf – Schoemaker de volgende opdracht:
Pour Gees, mon ‘camerade de guerre’, dont le dévouement. la gentillesse et le courage nous ont été d’un grand reconfort, quand nous nous battions en enfants perdus dans son pays.
Elle nous a donné une haute idée de ce que pouvait été la qualité d’une jeune fille hollandaise.
C’est pourqoui se lui dedio ces quelques souvenirs acec toute le respet et toute l’affection fraternelle qui elle a suscitée parmi ses freres d’arme francais.
Hommage reconnaissant et amical de l’auteur.
Edgard Thomé

De Nederlands vertaling van de opdracht van Edgard Tüpet-Thomé luidt als volgt.
Voor Gees, mijn ‘oorlogskameraad’, wiens toewijding, vriendelijkheid en moed voor ons een grote troost zijn geweest, toen we als verdwaalde kinderen in haar land vochten.
Ze gaf ons een hoge dunk van wat de kwaliteit van een jong Nederlands meisje zou kunnen zijn.
Het is om deze reden dat deze paar herinneringen aan haar zijn opgedragen met alle respect en alle broederlijke genegenheid die ze onder haar broers in het Franse leger heeft opgewekt.
Dankbaar en vriendelijk eerbetoon van de auteur.
Edgard Thomé

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hoofdstuk 35 – Het Nederlandse intermezzo
De schrijver gaat in dit hoofdstuk 35 enigszins in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op 9 april 1945 in café Brinkzicht aan de Brink van Deever op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Geesje (Gees) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
In dit hoofdstuk 35 is sprake van een Mae West. Een Mae West is een reddingsvest, dat is vernoemd naar een beroemde actrice vanwege haar volle borsten.

Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tüpet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin van hoofdstuk 35 wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus van de gemiente Deever was in café Brinkzicht aan de brink van Deever in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
De redactie moet zijn aantekeningen bij het verhaal van luitenant Edgard Tüpet-Thomé nog verder uitwerken.

Afbeelding 1 – Luitenant Edgard Tüpet-Thomé

Afbeelding 2 – Voorkant van het boek van Edgard Tüpet-Thomé

Afbeelding 3 – Opdracht van Edgard Tüpet-Thome aan Geesje Schoemaker

Afbeelding 4 – Geesje Schoemaker en Edgard Tüpet-Thomé in Den Helder in juni 1981

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Bouwers van de noodbrogge kriegt un gedenkplaete

De redactie van ut Deevers Archief besteedde op 5 augustus 2013, alweer in een tamelijk ver en grijs verleden, in zijn eerste versie van het bericht Plaquette voor de Royal Canadian Dragoons aandacht aan het veel te lang ontbreken van een gedenkteken voor de mannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge een noodbrogge over de Voat bouwden, de noodbrogge waarover in de vroege morgen van 12 april 1945 met succes zwaar materieel van het Eerste Canadese Leger, de Royal Canadian Dragoons, kon passeren, waarna in de gemiente Deever een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog en de Canadezen via de de Kop van Overijssel snel konden oprukken naar en in Friesland.

De redactie citeert het volgende stukje tekst uit zijn eigen hiervoor genoemde bericht:
Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld, de heemkundige vereniging van Deever en die van Dwingel, de oorlogsdeskundige van de heemkundige vereniging uut Deever en de plaatstelijke Dorpskrachten, die bezig zijn met de samenstelling van een boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de succesvolle bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadeze bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen vandien.

De redactie was bijzonder verbaasd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 14 februari 2020 het bericht ‘Historie wordt in beeld gebracht’ te lezen. In dit bericht wordt verslag gedaan van het tijdverdrijf van het stelletje steeds hoogbejaarder, eigenwijzer, eenkenniger en geraniumfähiger wordende vrijwilligers van de induttende heemkundige vereniging uut Deever in het kader van het herdenken van het feit dat het op 12 april 2020 het vijfenzeventig jaar zal zijn geleden dat in de gemiente Deever een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.

De redactie citeert uit het hier afgebeelde bericht ‘Historie wordt in beeld gebracht’ het volgende stukje tekst:
Op initiatief van de Historische Vereniging wordt er dit jaar ook een gedenkplaat geplaatst bij de Dieverbrug. In de nacht van 11 op 12 april 1945 werd door burgers van Dwingelo en Diever hier een noodbrug gebouwd, ter vervanging van de opgeblazen Dieverbrug. Dit gebeurde om de gevechtswagens van het Canadeze leger de mogelijkheid te bieden de Drentse Hoofdvaart over te steken om het getroffen Diever te bevrijden. ‘We willen de inspanningen die burgers uit Dwingelo en Diever hebben geleverd om een noodbrug te bouwen blijven herinneren.’, zo vult redactielid Henk ter Walle aan.

De redactie denkt dat hij in zijn hiervoor genoemde bericht uit 2017 het eerste stille voorzetje en het eerste stille aanzetje voor het plaatsen van een gedenkplaat an de Deeverbrogge heeft gegeven. Geen herrie, geen bombarie, geen poeha-publiciteit. De redactie is bijzonder verrast dat het stelletje steeds hoogbejaarder, eigenwijzer, eenkenniger en geraniumfähiger wordende vrijwilligers van de induttende heemkundige vereniging uut Deever nu, maar wel met veel herrie, veel bombarie en veel poeha-publiciteit, opvolging geeft aan het voorzetje en aanzetje van de redactie en eindelijk uitvoering gaan geven aan het plaatsen van de door de redactie bedoelde gedenkplaat bee, op, an, onder, boo’m, veur of aachter de Deeverbrogge. En dan doaluk mit ut hiele stellegie mit de snötkoker veuran bee de gedèènkplaete bee de brogge stoan veur de foto in de kraante. Dat kan ook weer een mooi sappig persmomentje opleveren voor de politiek gesneefde ex-wethouder en nog steeds voorzitter van de induttende heemkundige vereniging uut Deever.

De redactie van ut Deevers Archief wil de wakkere bezoeker van ut Deevers Archief graag aanraden vooral ook het bericht De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris te lezen. In dat bericht beschrijft wijlen Albert Schipper uut Leggel in zijn eigen streektaal op bijzonder nuchtere wijze de bouw van de noodbrogge an de Deeverbrogge. Geen herrie, geen bombarie, geen poeha-publiciteit en bij leven geen erkenning.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijder, Canadian First Army, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Plaquette voor de Royal Canadian Dragoons

In de voorgevel van het Stadskantoor van Leeuwarden is een plaquette ingemetseld. De tekst op de plaquette herinnert aan 15 april 1945, de dag waarop de Royal Canadian Dragoons (het eerste Canadeze leger) Leeuwarden bevrijdde van de Duitse bezetter.
De tekst op de plaquette luidt:
Het jaartal 1883. Het wapen van de Royal Canadian Dragoons. Het jaartal 1983.
De Engelse tekst: This plaque commemorates the liberation of Leeuwarden on 15 april 1945 by the Royal Canadian Dragoons. It was placed here during the centennial of the Regiment.
De versnelde bevrijding van Friesland was mogelijk geworden, omdat mannen uit de omgeving van de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945 met vereende krachten en met succes voor de tanks van het oprukkende Canadeze leger een sterke noodbrug bouwden ter plaatse van de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge over de Drentse Hoofdvaart.
Van wijlen de schrijver Reinder Smit uut Dwingel is het volgende korte citaat:
Het schijnt, dat de Canadeze bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het bruggehoofd Dieverbrug het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de Canadeze verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (onder andere Pingjum) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de man(nen) van Rijkswaterstaat en hun Drentse medewerkers.
Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld, de heemkundige vereniging van Deever en die van Dwingel, de oorlogsdeskundige van de heemkundige vereniging uut Deever en de plaatstelijke Dorpskrachten, die bezig zijn met de samenstelling van een boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de succesvolle bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadeze bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen vandien. Op verschillende plekken in Friesland zijn wel platen te vinden, die respectvol herinneren aan de Canadeze bevrijders. Zo ook de plaquette in de voorgevel van het Stadskantoor van Leeuwarden, zoals te zien op bijgaande foto.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De eerste versie van dit bericht is gepubliceerd op 5 augustus 2013.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijder, Dorpskracht, Gemiente Deever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De brink en de kaarkhof bint now ech wè vurknooid

Het verbijsterend veel belastinggeld verslindende doodgewone herbestratingsplan met de snorkende, intimiderende en arrogante titel Deever op Drift van de Hoge en Minder Hoge Dames En Heren Van De Verhollandiseerde Voorkant Van Het Onevenaarbare Gelijk Van De Gemeente Westenveld Belast Met Het Toekomstbestendig En Shakespeareproof Maken Van Het Commerciële Centrum Van Deever voorziet in de grondige en definitieve vernietiging van wat nog over is van de oorspronkelijke brink en de kaarkhof bee de brink van Deever. Het lukt de redactie van ut Deevers Archief vooralsnog niet zijn verbijstering over deze dieptreurige gang van zaken onder woorden te brengen, söls neet in ut Deevers.
Wel heeft de redactie op woensdag 22 april 2020 met veel moeite en met tranen in de ogen enige kleurenfoto’s kunnen nemen van de uitvoering in volle gang van de vernieling van de brink en de kaarkhof bee de brink. Die prachtige zonovergoten voorjaarsdag was wis en waarachtig een veel te mooie dag voor het fotograferen van zoveel vernielzucht en zoveel ellende.
Op de afbeeldingen 1 tot en met 7 zijn de in aanbouw zijnde gele kunstpaden over de brink te zien
Op de afbeeldingen 8 tot en met 11 zijn de in aanbouw zijnde gele kunstpaden over de kaarkhof bee de brink te zien.
Het is historisch gezien wel even goed te vermelden dat de hof van de kaarke bee de brink niet bij de brink hoort. De kaarkhof werd gebruik als de plaats waar dode mensen werden begraven, het was een dodenakker, die ook wel kaarketuun werd genoemd..
De Hoge En Minder Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Gelijk Van De Verhollandiseerde Gemeente Westenveld En Belast Met De Verbijsterende En Ongenaakbare Betutteling Van De Deeverse Bevolking hebben in hun niet te beteugelen betuttel- en regeldrang bedacht de bevolking voorgeprogrammeerde, kaarsrechte, uiterst saaie, volstrekt overbodige, gele kunstpaden over de brink en de kaarkhof bee de brink door de strot te duwen. De gele kunstpaden lijken in de verste verste niet op de echte kronkelende slijtpaden in ut Deeverse saand, die vrogger al naar behoefte over de brink en de kaarkhof bee de brink liepen. De gele kunstpaden zijn niet duurzaam, zijn niet toekomstbestendig, zijn niet mens- en diervriendelijk en belemmeren de bewegingsvrijheid van de burger in de Deeverse openbare ruimte. Streng vingertje in de lucht. Gij zult over de paden lopen !
Het viel de redactie van ut Deevers Archief wel op dat in één van de gele kunstpaden een rare kronkel zit. Zie afbeelding 3. Die rare kronkel was zeer zeker niet de bedoeling, maar blijkbaar was het de verantwoordelijke rechte lijnentrekker in het luxe kantorencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever ontgaan dat een boom de rechtlijnigheid van het gele kunstpad onderbreekt. En wellicht hebben De Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Boomkapgelijk Van De Verhollandiseerde Gemeente Westenveld het vervolgens niet aangedurfd de sta-in-de-weg-eik op te offeren voor het verwezenlijken van de grote gele kunstdroom.
Of zijn de rechtlijnige gele kunstpaden over de brink en de hof van de kaarke bee de brink civiele kunstwerken die passen in het Grote Kunstenmakersplan van het Miljoenen Euros Belastinggeld Verslindende Project Deever Op Drift ?
Overigens is het ontstaan van een echt stukje slijtpad nu al voorspelbaar. Zie afbeelding 11; mensen die over het gele kunstpad naar de patat- en ijszaak aan de Hoofdstraat willen lopen, zullen niet omlopen, maar gewoon rechtdoor langs het beeld op de kaarkhof naar de ingang van de patat- en ijszaak lopen. De redactie van ut Deevers Archief zal te zijner tijd, dus niet met geschwinde spoed en ook niet in getrekte draf een kleurenfoto van dit echte slijtpad in ut Deeverse saand in ut Deevers Archief tonen.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7

Afbeelding 8

Afbeelding 9

Afbeelding 10

Afbeelding 11

Posted in Brink, De kaarkhof bee de brink | Leave a comment

Ut holt’n sitbaankie bee de Van Osbaank redt ut neet

In het schrikbarende en benauwende kader van de uitvoering in 2019 en 2020 van het miljoenen euro’s belastinggeld verslindende onderbestratingsproject van het centrum van Deever met de opschepperige naam Deever op Drift moest ook de merkwaardige klomp zwerfstenen met de naam Burgemeester Van Osbank op ut kaampie grond naast de woning met adres Hoofdstraat 1 van de op afbeelding 1 zichtbare standplaats verdwijnen. De Van Osbank werd verbannen naar het paardenmarktterrein. De Van Osbaank lag in het verlengde van de Gemeentehuislaan en was daardoor vanaf het luxe kantorencomplex van de Hoge En Lage Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld Op De Eerste Verdieping Van Het Raadhuis te zien. Zij hebben het wellicht als erg storend ervaren steeds maar weer aan te moeten kijken tegen het afscheidscadeau van de bevolking van de gemiente Deever voor een scheidende burgemeester van de gemiente Deever. En wie een hond wil slaan, kan gauw een stok vinden.
Het duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke houten zitbankje met de reclamesticker van de Koninklijke Landmacht met de wervende tekst ‘Reservist bij de Koninkljke Landmacht. Je moet het maar kunnen’ was op woensdag 22 april 2020 nog aanwezig. Op die datum heeft de redactie van ut Deevers Archief bij wijze van afscheid nog even op het duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke houten zitbankje in de zon gezeten, zij het met opgetrokken benen op de berg zand voor het bankje. Het was de redactie op die datum volstrekt duidelijk dat de Hoge En Lage Dametjes en Heertjes Van Het Grote Openbare-Metalen-Zitbankjes-Gelijk dit duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke houten zitbankje binnenkort zullen vernietigen en hopelijk niet zullen vervangen door een snorkerige, derkerige, superluxe, superdure, onduurzame, toekomstonbestendige en milieuonvriendelijke geverfde metalen zitbank van het type Ikarus van Gardelux b.v. Geverfde metalen zitbanken voldoen bij lange na niet aan de voorwaarden die een duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke circulaire economie aan objecten in de openbare ruimte stelt. Met plaatselijk bewerkt hout uit duurzaam beheerde plaatselijke bossen zijn de doelstellingen van de circulaire economie wel direct en met geschwinde spoed en in gestrekte draf te bereiken.

Afbeelding 1 – Situatie in maart 2019 – Bron: google.nl/maps

Afbeelding 2 – Situatie op woensdag 11 december 2019

Afbeelding 3 – Situatie op woensdag 22 april 2020

Afbeelding 4 – Situatie op woensdag 22 april 2020

Afbeelding 5 – Situatie op woensdag 22 april 2020

Posted in Burgemeester Van Osbank, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Un paer olde woor’n in ut Deevers

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren van zijn papieren archief een dezer dagen toevallig een kattebelletje (chartabello) met aantekeningen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw van nu niet meer gebruikte woorden in het onweerstaanbaar mooie Deevers.
De redactie wil deze woorden uiteraard niet onthouden aan de trouwe bezoekers
ut Deevers Archief. De redactie kent de betekenis van al deze Deeverse woorden, maar wie van de trouwe bezoekers kent deze ook ? Wie reageert ?

Bente – Die olde dreuge bente wol wel braan’n.
Boldern – Boldern doei op ’n bolderhoek.
Braanekkel – Hee leup mit de kötte broek an deur de braanekkels.
Buunseling – De buuseling stönk ’n ure in de wiend.
Buust – De Buust is de naeme van ’n akker bee’j de dikke stien’n.
Döskaaste – De boer’n in Oll’ndeever haad’n vrogger ’n döskaaste.
Frabbe –  Ut is een frabbe van ’n kiend.
Koagies – Koagies bint lekker op ’n brokkie.
Ophemmel’n – De kaemer is nog neet opehemmeld.
Sproakeling’n – De Sproakeling’n ligt in Oldendeever.
Veraldereerd – Ik waare veraldereerd van ’t mooie kedogie.
Wiemel De dreuge wost’n en ut spek hung’n in de wiemel.

Posted in Aarfgood, Cultuurhistorie, Deevers, Diever | Leave a comment

De seu’m lange staarke ieser’n balk’n van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door hem gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1, nummer 1 van het jaar 2007, gepubliceerd.
Opraekelen is nog steeds het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.
Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op 25 mei 2008 in Hoogeveen. Zie het overlijdensbericht aan het einde van dit bericht.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuóudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an. Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de navolgende afbeelding van een luchtfoto is te zien de oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 
Op de navolgende kleurenafbeelding is het schild van de Royal Canadion Dragoons te zien
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 28 mei 2008 stond het navolgende overlijdensbericht van Albert Schipper.


Posted in An de Deeverbrogge, Canadian First Army, Deevers, Operatie Amherst, Opraekelen, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Zaandweg van ’t Kastiel hen de Heezenesch – 1969

De zwart-wit foto voor deze ansichtkaart van ‘t Kastiel in Deever werd in de zomer van 1969 gemaakt. De ansichtkaart werd verkocht door de firma Roelof van Goor, boek- en kantoorboekhandel aan de Kruisstraat in Deever. Op de foto is het nog steeds bestaande openbare zandpad tussen de huidige adressen ‘t Kastiel 15 en ‘t Kastiel 17‘ te zien. Dit was in die jaren vanaf ‘t Kastiel  de toegangsweg tot de Heezenesch. Bij de uitvoering van de ruilverkaveling in de eerste helft van de zeventiger jaren van de vorige eeuw, die de doelmatigheid van die paar nog overgebleven boeren moest vergroten, is een asfaltweg vanaf ‘t Kastiel over de Heezenesch tot aan de weg met de naam Hezenes aangelegd, waardoor de Heezenesch lelijk werd doorsneden en het oorspronkelijke karakter grondig werd vernield. Deze volstrekt overbodige asfaltweg kreeg ook nog eens ten onrechte de naam Steenakkers.

Posted in Ansichtkaart, Heezenesch, Kastiel, Keuterij, Neringdoende, Saandweg | Leave a comment

Ansichtkaart van de Rollestraat in Wapse

Op deze zwart-wit foto is een deel van de Rollestraat in Wapse te zien.
Deze foto is in de zestiger jaren van de vorige eeuw gemaakt voor een ansichtkaart.
Neringdoenden in Wapse hebben door de jaren heen heel weinig ansichtkaarten laten maken en verkocht.
De hier afgebeelde ansichtkaart is uitgegeven door Koning’s Zelfbediening en Café Louwes in Wapse. Beide bedrijven bestaan niet meer.
De huizen die op de foto zijn te zien, die bestaan nog wel. Wie woonden daar ?
Van wie is de auto met het niet goed te onderscheiden kenteken ?

Posted in Ansichtkaart, Neringdoende, Rollestraat, Wapse | Leave a comment

An ’t ende van ’t Meul’nende – Winter 1978-1979

Henk van de Bos is de maker van deze twee foto’s van het Moleneinde bij ‘de Fabriek’ in de sneeuwrijke winter van 1978-1979.

Posted in Diever, Moleneinde, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Sukersakkies van een kantine van Ellert en Brammert

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in januari van het jaar 1968 uitgegeven door N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.
In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag het bondsvacantiecentrum later recreatiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge bij het huis met de naam de Wildschut aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de voart tussen Meppel en Assen. Het was in de zomer een druk bezocht vacantiecentrum.
In de zoveelste versie van de recreatiezaal in het hoofdgebouw– zeg maar de kantine – van het vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge kon men natuurlijk ook koffie en thee drinken. In de kampwinkel naast de kantine van het vacantiecentrum waren – gelet op het reclamebord – ook zakjes Smtih’s Chips te verkrijgen.
De kantine had net zoals zoveel andere kantines, lunchrooms, hotels, restaurants en cafés ‘eigen’ sukersakkies. Twee van die sukersakkies zijn aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief en zijn hier voor de trouwe bezoeker van het Deevers Archief afgebeeld.
De maker van de tekening op de sukersakkies heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar deze min of meer overgetekend van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (?). De lange mast met de televisieantenne heeft de overtekenaar op zijn tekening weggelaten. Wellicht bestaat van het sukersakkie ook een blauwe of een gele of een andere uitvoering. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
Wie heeft andere sukersakkies van Ellert en Brammert en is bereid daarvan een goede scan naar de redactie te sturen voor publicatie in het Deevers Archief ?
Zie ook een ander bericht in het Deevers Archief.

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Ellert en Brammert, Recreatie, Sukersakkie, Tekening, Toeristenindustrie | Leave a comment

Sukersakkies van een kantine van Ellert en Brammert

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in februari van het jaar 1959 uitgegeven door vacantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 05219-207.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw lag het bondsvacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge bij het huis met de naam de Wildschut aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de voart tussen Meppel en Assen. Het was in de zomer een druk bezocht vacantiecentrum.
In de zoveelste versie van de recreatiezaal – zeg maar de kantine – van het bondsvacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge kon men natuurlijk ook koffie en thee drinken.
De kantine had net zoals zoveel andere kantines, lunchrooms, hotels, restaurants en cafés ‘eigen’ sukersakkies. Twee van die sukersakkies zijn aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief en zijn hier voor de trouwe bezoeker van het Deevers Archief afgebeeld.
De maker van de tekening op de sukersakkies heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar deze min of meer overgetekend van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart. Wellicht bestaat van het sukersakkie ook een blauwe of een gele of een andere uitvoering. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
Wie heeft andere sukersakkies van Ellert en Brammert en is bereid daarvan een goede scan naar de redactie te sturen voor publicatie in het Deevers Archief ?
Zie ook een andere bericht in het Deevers Archief

abracadabra-569abracadabra-570
abracadabra-568

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Ellert en Brammert, Sukersakkie, Tekening, Toeristenindustrie | Leave a comment

Hier stön ut Waarme Hart Van Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande twee kleurenfoto’s op 22 april 2020 gemaakt.
Op ut kèle turrein an de Heufdstroate stön ut Dingspilhuus, ut echte dorpshuus van Deever, ut ienige Waarme Hart Van Deever. De Hoge Heren En Dames Van Het Inbreiden Van De Deeverse Bebouwde Kom Van De Gemeente Westenveld hept ut Waarme Hart Van Deever in december 2019 wegeknooit.
De redactie is wel bijzonder benieuwd of de grote monumentale bomen om het bouwterrein ook gesloopt gaan worden.

Posted in Dingspilhuus | Leave a comment

Deever – ‘t Kleine Brinkie – 1904

De redactie van het Deevers Archief heeft in het najaar van 2002 met veel zorg en plezier de zo genoemde ‘historische kalender’ voor de toen nog vele leden van de lokale heemkundige vereniging uit Deever samengesteld. Bijgaande tekst en foto’s stonden op de bladzijde voor de maand mei 2003 (bloeimaand). 

Diever – ‘t Kleine Brinkie – 1904
Op het mooie Kleine Brinkie poseren heel veel kinderen geduldig voor het oog van de camera. De fotograaf heeft die dag ook andere dorpsbeelden gefotografeerd.
In het huis (adres Diever 12) aan de linkerkant woonde en werkte kleermaker en scheerbaas Fredrik Westerhof. Hij was getrouwd met Christina Houwer. In de voorgevel bevonden zich destijds nog twee ramen die de vorm hadden van de grote ramen in de Hervormde Kerk.
In het huis (adres Diever 13) aan de rechterkant woonden Abel Offerein en zijn zuster Lutina. Abel Offerein was smid en bijker. Frederik Offerein, die ook aan ‘t Kleine Brinkie woonde, was een neef van hen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Fredrik Westerhof werd geboren op 23 september 1866 op Kalteren, hij overleed op 28 november 1934 in Deever.
Hij was eerst getrouwd met Margje Houwer, later met Christina Houwer.

Abel Offerein werd geboren op 31 mei 1859 en overleed op 26 november 1921. Zijn vader Fredrik Jacobs Offerein was ook smid. Luitje (Lutina) Offerein werd op 17 januari 1861 geboren en overleed op 24 januari 1936.

Frederik Offerein werd in de volksmond Grote Frièrik genoemd. Frederik Offerein werd geboren op 28 januari 1887 en overleed op 3 september 1967. Frederik Offerein was getrouwd met Anna Barelds. Zij werd geboren op 11 april 1888 in Wapse en overleed op 22 mei 1979 in Deever.
De zwart-wit foto onder de ansichtkaart uit 1904 is in 2002 gemaakt (precieze datum is helaas niet bekend).
De redactie van ut 
Deevers Archief heeft de kleurenfoto onder de zwart-wit foto op 13 november 2008 gemaakt.

Abracadabra-403

 

 

 

 

Abracadabra-405

Abracadabra-404

 

Abracadabra-406

 

Posted in Achterstraat, Ansichtkaart, Historische kalender, Hoofdstraat, Kleine Brink | Leave a comment

Boerderij van Cornelis Seinen an de brink in Deever

Deze afbeelding van een pentekening van de heer Johannes Minderaa uit 1975 is minder of meer nagetekend van een kleurenansichtkaart. De verjongde lantaarnpaal met een armatuur voor een TL-buis, die zichtbaar is op de kleurenansichtkaart, mocht blijkbaar van de tekenaar niet op te tekening staan. Drie muurankers in de voorgevel van de boerderij zijn ook niet overgetekend.
De heer Johannes Minderaa maakte deze tekening in opdracht van de eigenaren van de winkel – met de wel erg oorspronkelijke naam de Boerderij – die in deze boerderij was gevestigd. De naam de Boerderij is nog net boven de voorbaander te zien. Welke boerderijen in de gemiente Deever hadden een voorbaander ?
Een hele serie pentekeningen van objecten in Deever werd zo in de vorm van een ansichtkaart in de Boerderij verkocht.
Cornelis (Knelus) Seinen was de laatste boer in deze boerderij aan de Brink in Deever. Cornelis (Knelus) Seinen is geboren op 8 september 1912 (in Wapse ?) en is overleden op 6 november 1989. Hij was getrouwd met Hendrikje Schiphorst. Zij is geboren op 5 november 1912 en is overleden op 14 oktober 1989. Zij liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

Posted in Ansichtkaart, Bedrijf, Boerderij, Brink, Johannes Minderaa, Tekening | Leave a comment

De hartelijke groeten voor de familie Keimpe Roosjen

In ut Deevers Archief is aanwezig een ansichtkaart, die in 1948 -voorzien van een blauwe postzegel van 2 cent- is verstuurd naar de familie Keimpe Roosjen, Regentesselaan 54, ’s Gravenhave.
De familie Keimpe Roosjen krijgt de hartelijke groeten van Koos, Nel en Tonny. De vraag is natuurlijk: wie zijn Koos, Nel en Tonny ? Wie het weet, die mag het natuurlijk aan de redactie melden.
In het Deevers Archief is al een keer in een berichtje aandacht besteed aan de in Deever geboren en getogen Keimpe Roosjen, Hij is een zoon van Broer Roosjen (geboren op 20 januari 1884, overleden op 2 januari 1939 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) en Jacoba Tiemersma (geboren op 30 mei 1888, overleden op 1 mei 1955, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever). 
Op de zwart-wit ansichtkaart zijn aan de rechterkant het doktershuis, het huis van schoolmeester Strating en de burgemeesterswoning slechts een beetje te zien. De redactie heeft de kleurenfoto van dit deel van de Hoofdstraat in de druilerige namiddag van 2 januari 2017 gemaakt. Toen was de eerder op die dag gevallen sneeuw helaas al gesmolten.
Op de kleurenfoto is aan de linkerkant gebodsbord G7 te zien. Dit bord staat daar blijkbaar om aan te geven dat het pad dat links naast het bord is te zien, moet worden gebruikt door voetgangers en personen die de regels voor voetgangers in acht moeten nemen. Dus de voetgangers mogen niet op dit diel van de Heufdstroate lopen ? Wat zou daarvoor de boete zijn ? En mag de postbode nu wel of niet op de fiets over het al dan niet verlaten voetpad rijden ?
Het lijkt een beetje heel erg overdreven van de hoofdbeleidsmedewerker voor verkeersdeskundige zaken van de gemeente Westenveld op deze plek het gebodsbord G7 uit het wettelijke Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) neer te zetten. Want dan is de gehele bebouwde kom van Deever wel vol te plempen met gebodsbord G7. Wat is de reden van deze overdadige regelzucht ? Welke verkeersdeskundige gegevens liggen ten grondslag aan deze beslissing ? Gelooft de hoofdbeleidsmedewerker voor verkeersdeskundige zaken van de gemeente Westenveld niet in de zelfredzaamheid van de burgers in de gemiente Deever ?

Reactie van mevrouw Marieke Roosjen van 22 maart 2017
Wat leuk om deze ansichtkaart te zien die Nel Groeneweg aan mijn vader Keimpe Roosjen stuurde. 
Zij waren goede vrienden van mijn ouders. Ik heb haar goed gekend.
Zij was secretaresse op het ministerie van Defensie in Den Haag waar mijn vader indertijd werkte.
Sierd Okke Roosjen (geboren op 7 oktober 1908) was de broer van mijn vader (geboren op 28 februari 1913) en niet zijn vader, zoals in het bericht stond.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief van 27 maart 2017
De redactie is mevrouw Marieke Roosjen bijzonder erkentelijk voor deze reactie.
Keimpe Roosjen is derhalve geen zoon van Sierd Okke Roosjen (geboren op 7 oktober 1908 in Deever, overleden op 5 februari 1973 in Amsterdam) en Grietje Fokkinga Grietje Fokkinga (geboren op 22 september 1907, overleden op 19 augustus 1998 in Deever). maar een zoon van Broer Roosjen (geboren op 20 januari 1884, overleden op 2 januari 1939 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) en Jacoba Tiemersma (geboren op 30 mei 1888, overleden op 1 mei 1955, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever).
De redactie heeft het betreffende tekstdeel aangepast.

abracadabra-549

abracadabra-557

Posted in Ansichtkaart, Burgemeesterwoning, Dokterswoning, Gemeente Westenveld, Hoofdstraat, Skoele Gereformeerd | Leave a comment

Bee de femilie van Ankör’m op ut Kastiel in Deever

Op 9 april 2020 kreeg de redactie van ut Deevers Archief toestemming van de Deeverse kunstenaar Ernest Mols bijgaande afbeelding van een door hem gemaakt waterverfschilderij in ut Deevers Archief op te nemen. Zie de bijgaande afbeelding. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
De veelzijdige kunstenaar Ernest Mols, die in 2015 en 2018 Deevers, Drents en daarmee eigenlijk meteen ook Nederlands en Werelds kampioen vuistbijl hakken werd, liet zich bij het maken van dit waterverfschilderij, ook wel aquarel genoemd, bijzonder inspireren door bijgaande zwart-wit foto met kalf. Hij nam gelukkig de vrijheid zijn aquarel wat aan te vullen met een paar kippen en de afgebeelde vrouw heeft een emmertje met kippenvoer (?) in haar rechter hand. Hij was zo vriendelijk een goede digitale afbeelding van zijn schilderij ter beschikking te stellen voor opname in ut Deevers Archief.
Bezoekers van ut Deevers Archief kunnen met de kunstenaar Ernest Mols in contact treden via zijn telefoonnummer 0521-592005 of via de webstee van Kunstrondje Diever of via de Schilderskring Diever. Hij is bezig met de ontwikkeling van een eigen webstee.
De redactie herinnert zich uit zijn jeugd dat in het rechter boerderijtje (keuterijtje), dat op het aquarel en de bijgevoegde zwart-wit foto met kalf is te zien, de zusters Jannoa van Ankör’m (Janna van Ankorven) (geboren op 20 januari 1903, overleden op 10 juni 1990) en Roefie van Ankör’m (Roelofje van Ankorven) (geboren op 24 januari 1909, overleden op 23 juni 1996) woonden.
Geert van Ankör’m (van Ankorven) was de vader van Jannoa van Ankör’m (Janna van Ankorven) en Roefie van Ankör’m (Roelofje van Ankorven). Geert van Ankör’m (Geert van Ankorven) (geboren op 10 februari 1877 en overleden op 14 september 1956). De moeder van Jannoa en Roefie was Lammigje Oost (geboren op 30 juli 1879, overleden op 28 juni 1973). Zij zijn allen begraven op de kaarkhof an de Grönnigerweg bee Deever.
De redactie schat in dat de twee bijgevoegde zwart-wit foto’s in de zestiger van de vorige eeuw zijn gemaakt. Op de zwart-wit foto met kalf is een vrouw te zien, die wat ouderdom betreft Lammigje Oost zou kunnen zijn. Wie de vrouw op de andere zwart-wit foto is, dat heeft de redactie nog niet kunnen achterhalen. De redactie ontvangt graag een reactie van de bezoekers van ut Deever Archief. De grote vraag is natuurlijk of het kalf van de familie van Ankör’m (van Ankorven) was of van boer en buurman Klaas Fledderus.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. Op de kleurenfoto is het volledig vervallen keuterijtje van de familie van Ankör’m (van Ankorven) te zien. Aachter ut hekke hef altied de krooje van Geert van Ankör’m estoane.

Posted in Alle Deeversen, Kastiel, Kunst, Schilderij, Verdwenen object | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof bij de brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof bij de brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof bij de brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw aan de brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof bij de brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw bij de brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252
Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 10 mei 2016 :
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Aarfgood, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kerkhof, Rijksmonument | Leave a comment

Riekstoll’n in de gemiente Deever vurpacht in 1869

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 29 december 1868 het volgende korte bericht over de verpachting van de rijkstollen Veeneschut, Dieverwegje en Wittelterschut in de rijksweg langs de Drentsche Hoofdvaart.

Bestuur der Registratie & Domeinen.
Provinciën Groningen & Drenthe
Verpachting van rijkstollen voor den tijd van 1 jaar en 3 maanden

De ontvanger der registratie & domeinen te Groningen zal op maandag den 11den januarij 1869, ten overstaan van mr. N. van Hasselt, notaris te Groningen, ten huize van de logementhouder Struve, aan de Grote Markt aldaar, in het openbaar verpachten de ontvangst der tolgelden van:
I. den tol no. 1 te Helpman, nabij Groningen, op den Grooten Weg van Groningen naar de Punt.
II. de tollen op dien weg tusschen de Punt en Overijssel, als: den tol te Punterdijk, te Peelo, Assen, Smilde, Leembrug, Veeneschut, Dieverwegje, Wittelterschut en Uffelterschut.
De verpachting geschiedt voor den tijd van 1 jaar en 3 maanden, ingaande den 1sten februarij 1869, te middernacht; liggende de voorwaarden van verpachting ter lezing op de gebruikelijke plaatsen in de provinciën Groningen en Drenthe en ten kantore van genoemden notaris, terwijl op de kantoren van Registratie & Domeinen, waaronder de tollen gelegen zijn, en bij den ondergeteekende inlichtingen betreffende deze verpachting te bekomen zijn.
De ontvanger voornoemd, Van Sonsbeeck.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie weet vanuit zijn jeugd in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw dat de rijksweg langs de Drentsche Hoofdvaart in de volksmond toen nog altijd de Groote Weg werd genoemd.
De rijkstollen Veenesluis, Dieverwegje en Wittelterschut in de gemiente Deever zijn aan het begin van de twintigste eeuw opgeheven.

De redactie weet wel dat de rijkstol Wittelterschut en het bijbehorende tolhuisje op den Grooten Weg langs de Drentsche Hoofdvaart zich precies in de Stienbaarger Bochte bevonden, dus in de bocht tussen Wittelte en Uffelte, waar zich nu ongeveer de inrit van een boomkwekerij bevindt. De redactie heeft de juiste plaats van de rijkstollen Dieverwegje en Veeneschut helaas nog niet kunnen vinden. Dan maar een keer een bezoek brengen aan het Nationaal Archief in ’s Gravenhage.  

Posted in Verdwenen object, Verkeer en vervoer, Wittelte | Leave a comment

Wie hef olde joarverslèg’n van de botterfebriek ?

De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar nog bewaard gebleven jaarverslagen uit de periode 1899-1970 van de voormalige Coöperatieve Zuivelfabriek en Malerij ‘Diever’, die gevestigd was aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever. Deze zuivelfabriek, in de volksmond ‘de febriek’ of  ‘de botterfebriek’ genoemd, werd in 1899 opgericht.
Zo is de redactie van ut Deevers Archief wel in het bezit van een digitale kopie van het 51-ste jaarverslag (boekjaar 24 april 1949 – 6 mei 1950); zie de afgebeelde voorkant. Dit jaarverslag was in het bezit van de boer die busnummer 97 (oude nummering) had.
Wie kan de redactie helpen aan een papieren, maar bij voorkeur een goede digitale kopie van andere jaarverslagen ?
Je helpt daarmee de redactie op een bijzondere wijze bij zijn onderzoek naar het verleden van deze coöperatieve boerenonderneming.
De ansichtkaart met de hier afgebeelde zwart-wit foto is in de vijtiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 27 februari 2015 gemaakt. Zoek de ten minste vijfentwintig verschillen.

Abracadabra-284

Abracadabra-283

Posted in Ansichtkaart, Bedrijf, Diever, Moleneinde, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Ut domme, dröge, dorre, drammerige D-logo

De afdeling communicatie van de gemeente Westenveld publiceerde op de webstee van deze gemeente op 15 mei 2019 het volgende snorkende en ronkende persberichtje over de onthulling van een beeldmerk voor het dorp Deever.

Wethouder Doeven onthult een uniek beeldmerk voor Diever
Op woensdag 15 mei onthulde wethouder Doeven een uniek beeldmerk voor Diever. De D van Diever is eigenzinnig, dynamisch en karaktervol. Het logo zet het dorp vol in de spotlight.
Het nieuwe logo is onderdeel van een ambitieus plan voor Diever. De afgelopen jaren is er door de inwoners van Diever hard gewerkt aan de vraag: ‘Hoe maken we Diever klaar voor de toekomst?’ Het resultaat hiervan is een inrichtingsplan. De aanbesteding voor de uitvoering van dit plan is definitief gegund aan Fa. Otten Infra BV uit Wapse.

Kunstenplan
De openbare ruimte ondergaat de komende jaren een metamorfose. Onder andere op het gebied van verlichting, bestrating en beplanting. In nauwe samenwerking met de Stichting Village of Shakespeare is een kunstenplan gemaakt om ook kunst deel uit te laten maken van de herinrichting die Diever klaar maakt voor de toekomst. Om de uniekheid van Diever te benadrukken en eenheid te creëren in de promotie van Diever is een speciaal beeldmerk ontwikkeld.

De Ronners
De branding voor Diever is ontwikkeld door studio De Ronners: een prijswinnend bureau voor grafische communicatie uit Rotterdam en Groningen. Voor Drenthe zijn zij geen onbekende. Zo zijn ze de vormgevers voor Bierbrouwerij Maallust uit Veenhuizen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Persberichtjes van de gemeente Westenveld worden zonder uitzondering met een zekere politieke bedoeling gepubliceerd en zijn bedoeld om geheel of deels overgenomen te worden. De redactie heeft het gemeentelijke persberichtje hier wel in zijn geheel overgenomen, maar vindt het berichtje bepaald niet het beste in zijn soort.
Bovendien lijkt het er zonder twijfel zeer zeker bijzonder veel op dat De
Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Communicatiegelijk Van De Gemeente Westenveld het snorkende en ronkende hallelujah-persberichtje niet zelf hebben geschreven, maar hebben laten schrijven door het ingehuurde deftige dure bureau dat het magere beeldmerk in de vorm van een ‘vette dichte hoofdletter D’ bij elkaar heeft bedacht, gefantaseerd en gebrainstormt. Want in de laatste alinea van het persberichtje is het Engelse woord ‘branding’ gebruikt en dat woord betekent in het Nederlands ongeveer ‘huisstijl’ en dat is waar het ingehuurde deftige dure bureau zich mee bezig heeft gehouden. Het ingehuurde dure deftige bureau heeft het ontstaan van de ‘vette dichte hoofdletter D’ als huisstijl voor het dorp Deever weergegeven in de bijgaande afbeelding met allerlei rare onzinfiguren en allerlei rare onzinbrabbelteksten.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 september 2019.
Op de kleurenfoto is de vermeende gemetamorfoseerde openbare ruimte op de hoek van de Kruusstroate en ut Kastiel te zien. Die hoek was in de ogen van De Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Wazige Glazen Bol Kijken Van De Gemeente Westenveld op die dag waarschijnlijk klaar voor de toekomst, waarschijnlijk duurzaam ingericht.
Op de foto zijn drie stuks straatmeubilair in de vorm van een open hoofdletter D in spiegelbeeld bij vier oplaadpunten voor fietsen met een elektrische hulpmotor te zien. Waarom is niet bij elk oplaadpunt een stuk wegmeubilair in de vorm van een open hoofdletter D in spiegelbeeld geplaatst ?
De bedoeling is ongetwijfeld een fiets met een elektrische hulpmotor tijdens het opladen van de accu te plaatsen tegen het straatmeubilair in de vorm van een open 
hoofdletter D in spiegelbeeld. De dringende bedoeling is ongetwijfeld dat de eigenaar van een fiets met een elektrische hulpmotor tijdens het opladen van de accu Shakespeare gaat beleven tijdens een wandeling langs de rode Shakespeare-theatre-indoctrinatie-borden, die langs de Shakespeare-lightshow-alley (voorheen gewoon Bosweg) zijn geplaatst, waarvan twee op de foto zijn te zien. De dringende bedoeling is ongetwijfeld dat de eigenaar van een fiets met een elektrische hulpmotor tijdens het opladen van de accu ook iets consumeert bij een neringdoende in de toeristenindustrie an de aandere kaante van de Kruusstroate. Een pint schuimloze Stratford-aan-de Avon pale ale of een Hamletomelet of een Shakespearesteak ? Mits goedgekeurd door de ballotagecommissie van de Stichting Dorp Van Shakespeare. 

Posted in Gemeente Westenveld, Kruisstraat | Leave a comment

In Deever vind ik vaak verrassende hoekjes

De favoriete bezigheid van kunstenaar Arie Goedhart is tekenen met pen en inkt, dat is arceren en werken met natuurlijke structuren, maar vooral het weergeven van de stilte en de rust van de natuur. Het motto van kunstenaar Arie Goedhart is: Het is een voorrecht bezig te zijn met de schoonheid van de natuur.
Maar ook het schilderen met olieverf gaat hem goed af. De redactie van ut Deevers Archief kreeg op 10 april 2020 toestemming van kunstenaar Arie Goedhart een afbeelding van zijn mooie olieverfschilderij Gezicht op Diever te tonen in ut Deevers Archief. Arie Goedhart merkte bij dit schilderij op: In de omgevingen waar ik mijn inspiratie zoek vind je vaak verrassende hoekjes. Zo ook hier bij Diever, een oud dorp in Drenthe. Vooral het fraaie perspectief, ontstaan door de stroken gewas, maakte het plaatje compleet.
De redactie is wel al enige tijd aan het piekeren en puzzelen vanuit welk gezichtspunt de kunstenaar het doek heeft geschilderd. Ligt het punt ergens op de Noorderesch ? Of bij de Betonweg ? Of heeft de kunstenaar het schilderij spiegelbeeldig geschilderd ? De redactie kon geen bij het schilderij passende zwart-wit foto of kleurenfoto in zijn archief vinden.
Maar het kan natuurlijk zo zijn dat kunstenaar Arie Goedhart een stukje van het kerkgebouw aan de brink van Deever en de gemeentelijke toren als herkenningspunten voor zijn schilderij heeft gekozen en voor de rest zich ongedwongen heeft laten inspireren door verrassende, niet passende en niet te lokaliseren hoekjes van Deever en zijn omgeving. Daar is niks mis mee.

Posted in Kunst, Schilderij | Leave a comment

Wie heeft een foto van een marcherende Excelsior

Van Hendrik (Henk of Henkie) Nijboer uit Beilen ontving de redactie van ut Deevers Archief het volgende bericht.

Ik ben vanaf 1958 tot en met 1964 lid geweest van muziekvereniging Excelsior en had de kleine trom.
Ik liep samen met Anne Nijzingh altijd voorop bij een mars.
Bijvoorbeeld als de bejaarden na een busreis Diever weer binnen kwamen, dan werden ze altijd opgehaald met de muziek vanaf de fabriek.
Nu is mijn vraag wie o wie heeft er een foto van Excelsior waarbij Anne Nijzingh en ik voorop lopen bij een marcherende Excelsior.

Aantekeningen van de redactie ut Deevers Archief
Henk (Hendrik, Henkie) Nijboer woonde eerst aan de Wiitelterweg in Oldendeever (waar nu een of andere commerciële milieuvervuilende leliekweker uit het Westen is gevestigd) (moest dus in Wittelte op school en niet in Deever) en woonde daarna an de Kloosterstroate (komende vanaf Deever, toen het laatste huis aan de rechterkant van de Kloosterstraat, beter gezegd op ut Bultie) (waar daarvoor de familie Van der Laan woonde, waar o waar is Siegertje gebleven ?).
De redactie van ut Deevers archief is bijzonder geïnteresseerd in het reilen en het zeilen van deze prachtige muziekvereniging Excelsior. Wie o wie heeft foto’s, jaarverslagen of krantenknipsels ?? Stuur een scan naar de redactie van ut Deevers Archief !!
Henk Nijboer doelt op de zo genoemde Zonnedag, die jaarlijks voor de Ouden van Dagen in de gemeenge Diever werd georganiseerd. Over participatie-maatschappij gesproken ………………..

Posted in Cultuur, Diever, Oldendiever, Participatie-maatschqappij, Vereniging | Leave a comment

Bee Garke Bakker in de Heufdstroate van Deever

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is bij foto 4, de oudst bekende zwart-wit foto van het gedeelte van de Heufdstroate van Deever, tussen het begin van de Kruusstroate en de brink, de volgende tekst vermeld.

4 – Diever – Hoofdstraat -1891
Dit is de oudste en de mooiste foto die ik tot nu toe ken van de Hoofdstraat. Het heeft zo te zien geregend en door het weerkaatsen van het zonlicht op de natte veldkeitjes in het plaveisel ligt de straat er op deze voorjaarsdag prachtig bij.
De maker van deze opname bij tegenlicht is mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. In 1890 was hij eigenaar geworden van het landgoed Berkenheuvel. Vanaf dat jaar was hij regelmatig in Diever.
Griet Oost herinnerde zich dat in dit deel van de Hoofdstraat twee boerderijen met de voorgevel tegen elkaar hebben gestaan. Dit is inderdaad links op de foto te zien. Helaas zijn deze panden in 1914 als gevolg van blikseminslag verbrand. Griet Oost, die toen elf jaar was, wist van die dag nog het volgende:
Ja, ik weet het nog wel. Het moet op 30 mei zijn geweest. Toen was er een dikke onweersbui. We bleven thuis. We gingen niet naar school, omdat het zo’n heel zwaar onweer was. Later kwam de inspecteur op school. Die zag op de lijst dat ik en ook anderen die middag hadden verzuimd. Daar was hij kwaad om, want je mocht toch niet zonder geldige reden verzuimen…….
De linker boerderij was van Roelof Egberts Bennen. In de boerderij daaraan grenzend woonden bakker en boer Gerke Harms Mulder (Garke Bakker), Lammigje Klaster en hun zonen Harm, Hendrik en Jakob (Garke Bakker’s jongen).
In het rechter huis woonde de familie Harm Moes.
In het pand achter de leilinden bevonden zich het boerencafé van Willem Huiskes en de bakkerij van Jan Grit. Het gemeentebestuur had Willem Huiskes met ingang van 1 mei 1882 een tapvergunning verleend voor de woon- en de opkamer. Tussen de schoorstenen is nog net de punt van de toren te zien.
Op de achtergrond bevindt zich het gemeentehuis aan de brink.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Gerke Harms Mulder is geboren op 27 februari 1826 in Deever en is overleden op 30 maart 1897 in Deever. Hij was een zoon van Harm Times Mulder en Arentje Veldkamp.
Lammige Klaster is geboren op 2 oktober 1847 in Wittelte en is overleden op 24 juni 1931 in Deever in de ouderdom van 83 jaren. Zij was een dochter van boer Jacob Jans Klaster en Eltje Gerken Dolsma.
Boer en broodbakker Gerke Harms Mulder en Lammigje Klaster trouwden op 21 juli 1882 in Deever, toen was Gerke Harms Mulder 56 jaar en Lammigje Klaster 34 jaar.
Ze kregen drie kinderen: Harm is geboren op 19 november 1882 in Deever, Hendrik is geboren op 19 april 1884 in Deever en Jakob is geboren op 11 maart 1886 in Deever.

Roelof Egberts Bennen is geboren op 29 augustus 1821 in Deever en is overleden op 18 februari 1895 in Deever. Roelof Egberts Bennen was een zoon van Egbert Bennen en Hendrikje Wolters.
Roelof Egberts Bennen trouwde op 18 september 1861 op 40-jarige leeftijd met de 27-jarige Aaltje Mulder. Zij is geboren op 6 november 1833 in Deever en is overleden op 9 februari 1867 op 33-jarige leeftijd in Deever. Zij was een dochter van Klaas Tijmes Mulder en Jantje Hendriks Warries.
Roelof Egberts Bennen trouwde voor de tweede keer op 18 juni 1870 op 48-jarige leeftijd met de 39-jarige Grietje Timmer. Zij is op 31 december 1830 geboren in Beilen en is overleden op 12 mei 1891 in Deever. Zij was een dochter van Willem Timmer en Willemtje Bakker.
De zwart-wit foto is afkomstig uit een fotoalbum van de N.V. Berkenheuvel, dat wordt bewaard in het landhuis Berkenheuvel, het buitenhuis van de ondertussen zeer zeer vele nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, bij de Noorderesch van Deever. De redactie heeft in de jaren 2000-2008 enige keren een bezoek gebracht aan Albertus (Bert) Doorman, een kleinzoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen. Albertus (Bert) Doorman woonde in de bungalow Kontiki bij de Noorderesch aan
de Bosweg in Deever. De redactie mocht van hem een aantal foto’s uit dat album kopiëren, waaronder bijgaand afgebeelde foto. De redactie kreeg toestemming van Albertus (Bert) Doorman de gekopieerde foto’s met bronvermelding te gebruiken in berichten over het landgoed Berkenheuvel.
Op 9 april 2020 kreeg de redactie toestemming van de kunstenaar Ernest Mols bijgaande afbeelding van een door hem gemaakt en op 30 januari 2012 voltooid waterverfschilderij in ut Deevers Archief op te nemen. Zie de bijgaande afbeelding. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Ernest Mols liet zich bij het maken van dit waterverfschilderij inspireren door bijgaande zwart-wit foto. Hij was zo vriendelijk een goede digitale afbeelding van zijn schilderij ter beschikking te stellen.
Bezoekers van ut Deevers Archief kunnen met Ernest Mols in contact treden via zijn telefoonnummer 0521-592005 of via de webstee van Kunstrondje Diever of via de Schilderskring Diever. Hij is bezig met de ontwikkeling van een eigen webstee.
De redactie heeft de kleurenfoto van het betreffende deel van de Heufdstroate van Deever gemaakt op 6 november 2019.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Diever, ie bint 't wel ..., Hoofdstraat, Kunst, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

Arbeiders weigeren naar fascistisch Duitsland te gaan

De communistische krant ‘de Tribune’ werd na het verdwijnen in 1937 voortgezet als ‘Het Volksdagblad’. Die naam lag dicht bij ‘Het Vrije Volk’, de krant van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij. Communisten en sociaal-democraten bestreden elkaar destijds op leven en dood. Het Volksdagblad werd na de inval van de Duisters in 1940 verboden. Daarvoor in de plaats kwam het illegale verzetsblad ‘De Waarheid’, dat na de bevrijding in 1945 bleef verschijnen tot het laatste nummer van 28 april 1990.
In ‘Het Volksdagblad’ van dinsdag 29 mei 1939 verscheen het navolgende bericht over een mogelijke staking in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B.

300 Arbeiders in Emmen bijeen
Emmen, 9 mei. Zaterdagavond 6 mei werd in de gemeente Emmen een vergadering gehouden door de geschorste arbeiders uit het kamp Diever. De vergadering was door 300 personen bezocht. Een van de geschorste zette de onmenselijke toestand, welke in het kamp heersen, uiteen.  De arbeiders moeten 14 dagen in het kamp blijven en mogen in die tijd niet naar huis. Zij, die Zaterdags een fiets huren en zodoende toch de kans zien om naar hun familie te gaan, worden op staande voet ontslagen.

Werken voor steun
Met het loon is het nog slechter gesteld. Verschillende ploegen hadden lonen van f. 6,25, f. 7,40 en f. 8.60 per week. Onnodig te vermelden dat hierdoor een grote ontevredenheid ontstond. 51 Arbeiders zijn van deze toestanden het slachtoffer geworden. Het aantal slachtoffers schijnt den heren nog niet genoeg te zijn, want Zaterdag ontvingen een 50 kameraden bericht om zich te Diever te melden, om de plaats van de geschorste kameraden in te nemen.

Algemene staking in de Drentsche werkkampen ?
Allen hebben besloten om aanstaande Maandag niet naar het kamp Diever te vertrekken. Ook de arbeiders aan andere werkobjecten, waar de toestand eveneens diep treurig is, hebben toegezegd aanstaande Maandag het werk neer te leggen. Zij hebben besloten het werk niet eerder weer te aanvaarden alvorens een betere regeling in de werkverschaffing is getroffen. De arbeiders eisen betere lonen, een goede werkkleding en het verlof om elke week naar huis te gaan. Indien deze regeling niet wordt ingewilligd, zullen zij trachten alle werkverschaffingen in de omtrek stop te leggen. In ieder geval is het nu al zeker dat Maandag een gedeeltelijke staking ingaat.

Arbeiders weigeren naar Duitsland te gaan
Ook zijn een 50-tal arbeiders aangewezen om Maandag in fascistisch Duitsland te gaan werken. De meesten denken er niet aan om te gaan. De houding der autoriteiten is onbegrijpelijk. Hoe hard wordt er op ’t ogenblik bij ons aan de grens gewerkt om een eventuele inval van Duitsland te verhinderen. En dan te denken dat de Nederlandse arbeiders naar Duitsland gezonden worden om daar behulpzaam te zijn bij de oorlogsvoorbereiding tegen ons. De arbeiders keuren dan ook een dergelijke politiek verontwaardigd af. Zij wensen aan de oorlogsvoorbereiding tegen Nederland niet deel te nemen.

Aantekekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De vraag is of toen daadwerkelijk in de twee kampen is gestaakt, dat is een punt van nader onderzoek.
Het artikel heeft betrekking op de Rijkswerkkampen Diever A en Diever B aan de Bosweg in de Olde Willem. Vooral de laatste twee
linea’s geven aanleiding tot nader onderzoek. Op welke autoriteiten wordt gedoeld ?


Posted in de Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Waterverfschilderij ‘Bee de löswal an de Brogge’

In het onvolprezen boekje An de Brogge met zwart-wit afbeeldingen (het boekje bevat dus erg helaas geen afbeeldingen in kleur), dat de heemkundige vereniging uut Deever in 2014 heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarige bestaan, hebben de samenstellers op bladzijde 216 ook bijgaande door ondernemer Sjoert Benthem in 1905 uitgegeven ansichtkaart opgenomen.
Echter in het boekje is van de ansichtkaart helaas het rechter gedeelte naast de snikke niet opgenomen en dat gedeelte laat juist zo mooi en beeldend de olde dreejbrogge met op de achtergrond een zeilend vrachtschip zien.
Op de ansichtkaart is aan de linkerkant een opslagloods (van hout ?) te zien, met direct rechts daarvan het kruidenierswinkeltje van Olde Oalida.
Het witgekalkte oude gebouw achter de leilinden is het café-logement van Sjoert Benthem en Griet Merk. De grafstenen van beide personen zijn nog steeds te vinden op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In de vaart ligt voor de löswal een bezeild vrachtschip en een snikke (de snikke van Sjoert Benthem en Hendrik Warries ?).
De schilderskring Diever houdt de laatste jaren elk jaar een door haar zo genoemde zomerexpositie in het kerkgebouw aan de brink van Deever, waarbij werkstukken van de leden worden getoond.
Op de door de redactie van ut Deevers Archief op vrijdag 7 augustus 2015 in genoemde kerkgebouw gemaakte kleurenfoto is het fraaie waterverfschilderij ‘Aan de Dieverbrug’ (an de Deeverbrogge) van Ernest Mols te zien.
Het mag de bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de zwart-wit-ansichtkaart uit 1905 als kleur-inspirerend voorbeeld voor het fraaie waterverfschilderij van kunstenaar Ernest Mols heeft gediend. De kunstenaar haalt zijn inspiratie graag uit oude ansichtkaarten.
Gelukkig heeft de schilder niet de afbeelding op bladzijde 216 van het boekje An de Brogge als voorbeeld gebruikt.
De redactie van ut Deevers Archief kon het schilderij door de spiegeling van het glas in de omlijsting van het schilderij helaas in het kerkgebouw niet goed fotograferen.
Op 9 april 2020 kreeg de redactie toestemming van de heer Ernest Mols een afbeelding van zijn waterverfschilderij aan dit bericht toe voegen. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Hij was zo vriendelijk een goede afbeelding van dit schilderij voor publicatie in ut Deevers Archief ter beschikking te stellen. Zie de bijgaande afbeelding.
Bezoekers van ut Deevers Archief kunnen met hem in contact treden via zijn telefoonnummer 0521-592005 of via de webstee van Kunstrondje Diever of via de Schilderskring Diever. Hij is bezig met de ontwikkeling van een eigen webstee.

Abracadabra-437

Abracadabra-438

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Café-Logement Sjoert Benthem, Kunst, Scheepvaart, Schilderij, Topstuk | Leave a comment

Un olde foto van ut tolhuussie in Wittelte

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 26 september 1928 het volgende korte bericht over het besluit van de raad van de gemiente Deever tot het afschaffen van de gemeentelijke tollen an de Deeverbrogge, in Wapse, op Zorgvlied en in Wittelte.

Diever tolvrij
De gemeenteraad van Diever heeft – overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders – waarvan wij reeds melding maakten besloten tot het afschaffen van den tol tusschen Dieverbrug en Vledder, ingaande 1 mei 1929 en tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling inzake den straatweg Dieverbrug – Vledder, ingaande 1 januari 1930.
Eveneens is besloten tot opheffing van de tollen te Wittelte en Zorgvlied, ingaande 1 mei aanstaande.
Al deze tolhuizen en tolboomen zullen publiek worden verkocht.


In de Nieuwe Venlosche Courant verscheen op 26 september 1928 het volgende bericht over de opheffing van de tol an de Deeverbrogge, op Zorgvlied en in Wittelte.

De tollenkwestie. Opheffing van verschillende tollen.
Aan den gemeenteraad van Diever (Dr.) zal worden voorgesteld de afschaffing der nog resteerende tollen te Dieverbrug, Wittelte en Zorgvlied. Reeds eerder werden 2 tollen afgeschaft.


In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 28 september 1928 het volgende bericht over het besluit van de gemeenteraad tot afschaffing van de gemeentelijke tollen.

Besloten werd tot afschaffing van den tol te Dieverbrug en tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling inzake den straatweg Dieverbrug-Vledder. Door den Raad van Vledder is eenzelfde besluit genomen, zoodat met ingang van 1 mei 1929 deze gemeenschappelijk regeling ontbonden zal zijn en genoemde tol opgeheven. Eveneens werd besloten tot afschaffing met ingang van 1 mei 1929 van de tollen te Wittelte en Zorgvlied en tot verkoop van de tolhuizen.


In de Meppeler Courant van 11 januari 1929 verscheen op bladzijde 17 het volgende bericht over de verkoop van het gemeentelijke tolgaarderswoning an de Deeverbrogge, op Zorgvlied en in Wittelte.

Diever, 9 januari. Ten overstaan van notaris Bolk te Dwingeloo en ten verzoeke van het gemeentebestuur van Diever werd hedenmorgen in ’t café Brinkzicht de palmslag gehouden van de laatste 3 tolgaarderswoningen in de gemeente Diever.
Koopers werden:
1. tolhuis Dieverbrug, J.H. Bentum te Diever voor f. 2000. 2. tolhuis Wittelte, K.R. Fledderus te Wittelte voor f. 1510. Naar we vernemen sloot F dezen koop voor den heer J. Kloeze Azn. te Diever. 3. tolhuis Zorgvlied, E. Jongstra te Wateren voor f. 1410.


Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Van het tolgaardershuisje an de Wittelterweg in Wittelte is een foto van vlak na de verkoop in 1929 bewaard gebleven. Zie de bijgaande afbeelding van deze foto. De smederij van Jan Kloeze moest toen nog aan het tolgaardershuisje worden gebouwd.
Let vooral op de plek tussen de twee ramen waar het bord met de tarieven heeft gehangen.
Let vooral ook op wat aan de linkerkant van het tolgaardershuisje in de verte is te zien, te weten de Wittelter Baarg, het knuffel- en vertroetelbergje van wijlen Jacob (Jaap, Japie) Snoeken.
Let vooral ook op de bevestiging van de electriciteitsvoorziening aan de gevel van het tolgaardershuisje.
Het tolgaardershuisje is in 1906 bij het tolhek in Wittelte gebouwd. De tol werd geheven voor het onderhoud van de nieuwe klinkerweg tussen de Wittelterbrug en Diever. In 1929 zijn de tollen in de gemiente Deever opgeheven en zijn de tolgaardershuisjes publiekelijk verkocht. Zie de hiervoor afgebeelde krantenknipsels.
Jan Kloeze was de koper van het  tolgaardershuisje. Jan Kloeze is geboren in Deever op 24 mei 1906 als zoon van smid Albert Kloeze en Lammigje Santing. Jan Kloeze is overleden op 27 januari 1983. Jan Kloeze was getrouwd met Trijntje Gerding. Zij is geboren op 8 augustus 1907 in Beilen en is overleden op 26 juni 1975.
Jan Kloeze heeft de smederij aan het tolhuis laten bouwen.
De redactie heeft de kleurenfoto van het voormalige tolgaardershuisje en de kleurenfoto van het tarievenbord met de in 1915 vastgestelde tarieven gemaakt op maandag 3 september 2018. 

Posted in Gemiente Deever, Verkeer en vervoer, Wittelte | Leave a comment

Ik liz op ‘e knibbels en arbeidzje yn stien

In de Friese Koerier van woensdag 6 februari 1957 verscheen het navolgende bericht van de verhuizing van de bekende Friese straatmaker en schrijver Abe Brouwer naar Diever.

Abe Brouwer naar het Shakespearedorp Diever
Leeuwarden – Abe Brouwer uit Sneek, auteur van dertig toneelstukken, een jongensboek, een dichtbundel en een aantal romans, wordt gemeentestraatmaker in Diever, zo meldden we gisteren. Dat klinkt in eerste aanleg als een grap. Maar het is bittere ernst. Het is jammer voor Friesland, voor de Friese litteratuur en voor Brouwer zelf, zou men zo zeggen. Er is echter één, die het niet eens zo heel erg jammer vindt en dat is Brouwer zelf. Deze benoeming van Brouwer tot gemeentestraatmaker is minder merkwaardig dan men in eerste instantie zou denken, ook al is Brouwers jongensboek ‘Siderius, de granaet’ nog zo veel gelezen.
En ook al schreef hij de romans ‘Marijke’, ‘De Nijboer fan Lyclama State’ (in het Nederlands verschenen onder de titel ‘Harten en hectares’) en ‘Syn griete Kammeraedt’, en ook al is Brouwer de auteur van de Friese verzetsroman ‘Tusken dea en libben’, de in het Nederlands verschenen roman ‘De Zandduivel’, waarvan onder de titel ‘de Sandduvel’ een toneelstuk verscheen. En dan nog de zeer bekend geworden roman ‘De gouden swipe’, die ook in het Nederlands, Noors, Engels en Duits verschenen.
Het is allemaal niet zo merkwaardig als men weet, dat deze schrijver van komaf eigenlijk straatmaker is. Abe Brouwer komt uit een hele familie van straatmakers. De Brouwers hebben sedert tientallen jaren ettelijke kilometers weg in Friesland geplaveid, want Brouwers grootvader en vader waren straatmaker en hij heeft vijf broers, die dit vak uitoefenen. Zelf was hij straatmaker van zijn elfde jaar tot kort voor de oorlog en naast zijn werk in de vrije natuur schreef hij boeken.
Hij had succes, en na de oorlog had hij zoveel te schrijven, dat hij aan straatmaken eigenlijk niet meer dacht. ‘Maar toch bevredigde het mij nooit, dat ik hier rondliep als schrijver’, zegt Abe Brouwer, ‘en naarmate ik mij nu meer in bochten moest wringen, omdat de schrijver slecht wordt betaald, dacht ik vaker aan mijn vak. Vroeger beschouwde ik mijn beroep en de schrijverij als een ideale combinatie. Ik ben een man van de natuur en niet een man om altijd in huis te zitten. Toen ik de kans kreeg in Diever heb ik die gegrepen, omdat ik daar geestelijke uitwijkmogelijkheden heb. Ik kan er schrijven en ook op het punt van regisseren heb ik daar mogelijkheden. Diever is het Shakespearedorp, ik ga er met plezier heen. Ik ben geen man, die in hokjes past. Deze verandering is voor mij een terugkeer naar de natuur.’
Zo raakt Friesland dus Abe Brouwer kwijt, de schrijver die soms een omstreden figuur was en bij wiens vertrek men kan zeggen dat het Shakespearedorp Diever bij deze benoeming wellicht verder heeft nagedacht dan aan z’n straten. Brouwer keert terug naar de natuur en naar zijn oude werk. Niet voor niets noemde hij zijn enige dichtbundel ‘Klinkerts’ en niet voor niets schreef hij hierin: ‘Ik liz op ‘e knibbels, en arbeidzje yn stien, dat haw ik al myn libbensdagen hast al dien’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief 
De webstee Wikipedia vermeldt de volgende informatie
Abe Brouwer (geboren op de Bergumerheide bij Noordbergum op 18 september 1901 – overleden in Franeker op 18 maart 1985) was een Fries schrijver en dichter. Brouwer publiceerde romans, toneelstukken en gedichten in het Fries. Deze werden vertaald naar het Nederlands en diverse andere talen. Zijn bekendste werk is ‘De gouden swipe’ uit 1941, die verfilmd is door Steven de Jong..
Na zijn school werkte hij als straatmaker in Friesland. Daardoor kreeg hij meer interesse in de Fries taal. Daarna werkte hij in een gesticht voor zwakzinnigen in Eindhoven. Zijn schrijverscarrière begon met het sturen van een gedicht naar het lokale Friese advertentieblad De Hepkema. Het ging hem bij het schrijven meer om het verhaal van de mensen dan de literaire beschrijvingen ervan. Als toneelschrijver schreef Brouwer vaak over het boerenleven. Samen met J.P. Wiersma was hij actief in het Nij Frysk Toaniel. Vooral vanwege zijn sterk in elkaar gezette karakters waren Brouwers stukken populair. Ook werden zijn toneelstukken opgevoerd in het openluchttheater van Diever.
In de periode 1958-1965 schreef hij aan de Veentjesweg (nummer 3) in Diever (dus buiten Friesland) de trilogie Springtij.

Zijn bekendste roman ‘De gouden swipe’ is nog steeds in de boekhandel verkrijgbaar.
Oude exemplaren van zijn boeken zijn bij handelaren in oude boeken te koop.
De vertaling van ‘Ik liz op ‘e knibbels, en arbeidzje yn stien, dat haw ik al myn libbensdagen hast al dien.’ in het Deevers is als volgt: ”k ligge op de kneej’n en waarke mit stien’n, dat he ‘k al mien leemsdaeg’n hoast altied edoane.’.

Abracadabra-321

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-396

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-322

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-394

 

Abracadabra-323

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-395

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-393

 

 

 

 

 

 

Posted in Ambacht, Diever, Oense Abe, Schrijver | Leave a comment

Deever is mooi oppeknapt mit ’t liekwaeg’nschuurtie

In de Meppeler Courant van 14 september 2016 verscheen het bijgevoegde bericht over het opknappen van het lijkwagenschuurtje op het marktterrein an de Bosweg in Deever.

Uit het genoemde bericht is het volgende kleine citaat overgenomen:
Het gebouwtje in Diever is één van de weinige overgebleven lijkenhuisjes in Drenthe. Het huisje werd in het verleden gebruikt om de lijkkoets te stallen.
De Historische Vereniging Gemeente Diever liep al jaren rond met plannen om het 110 jaar oude gebouwtje in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Het gebouwtje is na het opheffen van de lijkwagendienst in de jaren zestig van de vorige eeuw verkocht aan de padvinderij in Diever.
Nu is het eigendom van de Ondernemingsvereniging Diever. Die gebruikt het als opslagplaats van materialen en verder was er de verlichting in aangebracht voor de jaarlijks te houden Paaskermis en markten. Door bijdragen van de Ondernemingsvereniging Diever en Dorpsbelangen Diever is het nu mogelijk geworden het lijkenhuisje te renoveren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Het is natuurlijk een kleine omissie van de schrijver of schrijfster van het bericht in de Olde Möppeler om een aantal keren de term ‘lijkenhuisje’ te bezigen in plaats van ‘lijkwagenschuurtje’. Het zij hem of haar niet kwalijk genomen. Vroeger stond op de brink van Deever wel een lijkenschuurtje.

De redactie heeft voor alle zorgvuldigheid even het oude archief van de gemiente Deever geraadpleegd. dat was een kleine moeite. In de bouwtekening uit 1913 is sprake van het ‘Ontwerp van een te bouwen schuurtje voor den lijkwagen op het marktterrein te Diever’. Burgemeester en wethouders van de gemiente Deever gaven op 20 februari 1913 vergunning voor de bouw van het schuurtje aan het bestuur van de Vereniging Lijkwagendienst. Jan Bennen uut Deever, (waar woonde Jan Bennen ?), van beroep timmerman, was de aannemer van het werkje an de Bosweg.

Bij de vergunning uit 1913 zat een beschrijving van het schuurtje. Deze beschrijving vermeldt dat het gebouwtje zal worden bedekt met cementpannen. Zijn deze pannen geproduceerd bij de Concordia an de Deeverbrogge ? Ook vermeldt de beschrijving dat het schuurtje zal worden voorzien van een ijzeren ventilatieraam in het voorgeveltje en in het achtergeveltje.
Op de bouwtekening van het schuurtje is het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) voorzien van een enkele deur. Op de bouwtekening van het schuurtje is het voorgeveltje (an de oostkaante, an de kaante van de Bosweg) voorzien van een dubbele deur. Dat wil zeggen dat de liekwaeg’nmenner de liekwaeg’n door de geopende deuren an de veurkaante vóór de groeve naar buiten en na de groeve naar binnen moest rijden. Op de bouwtekening van het schuurtje is in het zijgeveltje (an de noordkante, an de kaante van de bos) een soort van stalraam (niet het Deeverse model) voorzien. Het zijgeveltje van het schuurtje an de südkaante (an de kaante van Deever) is waarschijnlijk een blinde gevel. Zie de ‘oude gevels’ op de navolgende afbeelding.
.
De afdeling Deever van het Nederlands Padvinders Gilde (kantoor houdende in de gemeentelijke dokterswoning, Hoofdstraat 6 in Deever) diende als eigenaar van het liekwaeg’nschuurtie op 14 maart 1966 een bouwaanvraag voor het veranderen van het schuurtie op het marktterrein in Deever in een clubschuurtie voor zijn zo genoemde Pioniersvendel (een vendel is een legeronderdeel; de commandant van een vendel was een hopman; hopman is een verbastering van het Duitse woord Hauptmann) in bij de gemiente Deever. De kadastrale ligging van het liekwaeg’nschuurtie is sectie B, nummer 3128 (gedeeld). Mevrouw Hendrika Johanna Wilhelmina Friedrich, de vrouw van huisarts Ludolf Dirk Broekema uut Deever, heeft de bouwaanvraag ondertekend.

De gerenommeerde gemeentelijke bouwmeester G. Keulen (woonde hij an de Tusschendarp in Deever ?) (Wie heeft gegevens van G. Keulen ? Wat was zijn voornaam ?) is de ontwerper van het briljante vernielplan voor het liekwaeg’nschuurtie. Hij is de maker van de in november 1965 gemaakte bouwtekening. Zie de bijgevoegde afbeelding. De gebroeders Goitse (geboren op 18 maart 1904 en overleden op 16 september 1988, ligt begraven op de kaarhof an de Grönnegerweg in Deever) en Jan van Wijk (geboren op 21 oktober 1905, overleden op 26 november 1996, ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever, een dochter van hem woont nog an de Deeverbrogge) van de Deeverbrogge hebben het werkje voor 800 gulden uitgevoerd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het voorgeveltje (an de oostkaante, an de kaante van de Bosweg) de dubbele deur plaats moest maken voor een enkele deur, bestaande uit een wit geverfde onder- en bovendeur en een zijraampje en dat het voorgeveltje donkerrood moest worden geverfd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) de enkele deur plaats moest maken voor een wit geverfde dubbele deur en dat het achtergeveltje lichtgroen moest worden geverfd. De gebroeders Goitse en Jan van Wijk hebben waarschijnlijk de dubbele deur uit het voorgeveltje gesloopt en in het achtergeveltje geplaatst en zij hebben waarschijnlijk de enkele deur uit het achtergeveltje gesloopt en in het voorgeveltje geplaatst. De gebroeders Goitse en Jan van Wijk hebben waarschijnlijk de stenen die vrijkwamen bij het slopen van het achtergeveltje gebruikt bij het repareren van het voorgeveltje. Maar waarom moesten de deuren zonodig van plaats worden verwisseld ?
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat in het blinde zijgeveltje (an de südkaante, an de kaante van Deever) drie ramen moesten worden aangebracht en dat dit zijgeveltje lichtgroen moest worden geverfd.
Bouwmeester G. Keulen bedacht dat het raampje in het zijgeveltje (an de noordkaante, an de kaante van de bos) plaats moest maken voor een groter raam en dat dit zijgeveltje donkerrood moest worden geverfd.

De gevraagde vergunning werd op 22 maart 1966 verleend onder de voorwaarden dat het geheel moest worden uitgevoerd in overleg met de gemeentelijke bouwmeester G. Keulen en dat alles ten volle genoegen van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond ome Kees werd genoemd) en wethouders moest zijn en dat van de aanvang en voltooiing van de werkzaamheden kennis moest worden gegeven aan de gemeentelijke bouwmeester G. Keulen.
Het ontwerp van bouwmeester G. Keulen is uitgevoerd, met dien verstande dat het verven van de muren helaas niet is uitgevoerd. En dat in die mooie en spannende tijd van de flower-power en de flower-power-kleuren en de blow-power en de psychedelische-muziek-power, die de knopen leggen lerende pioniervendeliertjes ogenschijnlijk is ontgaan. Of mochten de vendeliertjes de geveltjes niet verven, omdat dit bij nader inzien toch niet ten volle genoegen van de voorkant van het gelijk was ?

De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever het ‘in de oorspronkelijke staat terugbrengen’ van het liekwaeg’nschuurtie hebben uitgevoerd op grond van overleg met de gemeentelijke erfgoedinspectie en op basis van een bouwaanvraag en een (lichte of zware) vergunning van de voorkant van het gelijk ?
De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever overleg hebben gehad met de provinciale erfgoedinspectie (het liekwaeg’nschuurtie wordt immers een provinciaal erfgoedpandje)
De vraag is of de heren dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever, in al die jaren dat zij rondliepen met plannen om het liekwaeg’nschuurtie onder hun jeukende handen te nemen, enig historisch onderzoek hebben verricht, alvorens massaal aan de afwas te beginnen ? Bezint eer gij begint !

De redactie brengt niets anders dan zeer veel hulde aan de immer hardwerkende, goedwillende en goedbedoelende dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever. De redactie stelt uit het voorgaande echter wel vast, dat voor het wel enigszins benaderen van de oorspronkelijke staat van het liekwaeg’nschuurtie in het zijgeveltje an de noordkaante (an de kaante van de bos) nog het raampje moet worden geplaatst (zie de oude noordgevel op de afbeelding) en dat in het achtergeveltje (an de westkaante, an de kaante van de Noordesch) de dubbele deur nog moet worden vervangen door een enkele deur (zie de oude westgevel op de afbeelding). Zie ook de foto’s in het bericht ‘Liekwaeg’nschuurtie wöd een groevemuseumpie’. De dorpskrachten van de Historische Vereniging Gemeente Deever moeten de eenmaal begonnen klus wel massaal en goed afmaken.

Posted in Aarfgood, Bosweg, Diever, Dorpskracht, Lijkwagendienst, Marktterrein, Museum | Leave a comment

Winkel en verlof van Hendrik Pook

Deze foto is gemaakt in 1920. An de Kruusstroate in Deever stond de winkel, het verlof en de klompenmakerij van Hendrik Pook en Lammigje Wever. Hendrik Pook was klompenmaker. Het pand staat nog steeds an de Kruusstroate.
Hendrik Pook werd in 1868 in Westerbork geboren en overleed op 17 april 1922, oud 54 jaren in Diever. Hij was een zoon van Jan Pook en Jantje Oost. Hij trouwde op 25 april 1891 met Lammigje Wever. Lammigje Wever werd geboren op 7 maart 1859 en overleed op 3 januari 1946. Ze was een dochter van Harm Wever, beroep kuiper en Margje Fledderus. Het ligt voor de hand dat vóór de winkel Hendrik Pook en twee van zijn kinderen staan.

Posted in Bedrijf, Diever, Kruisstraat | Leave a comment

Wittelte – Bij de waterpomp op het schoolplein – 1936

De redactie van het Deevers Archief publiceerde bijgaande foto uit 1936 met bijgaande tekst in het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Deever, Ie bint ‘t wel …’. Wie heeft aanvullingen op deze tekst ?

Deze foto werd op een zonnige najaarsmiddag genomen door juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij maakte daarmee één van de weinige foto’s, misschien wel de enige foto van de waterpomp op het schoolplein.
Juffrouw ter Horst was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 werkzaam op de Wittelter school. De kinderen waren bijzonder op haar gesteld. Dat blijkt uit bewaard gebleven brieven die ze naar hun juffrouw in Harderwijk schreven, toen zij in de winter van 1936-1937 lange tijd ziek was.
In die tijd kregen de kinderen op school warme melk. ’s Morgens in het speelkwartier haalden twee jongens de pulle met melk op. De melkrijder zette deze elke schooldag bij het huis van meester Hendrik Wesseling neer.
In een dankzij juffrouw ter Horst bewaard gebleven brief schrijft Geert Kok: Hendrik Jan Zegeren en ik halen ’s morgens de melk nog.
Uit een brief van Trijntje Gelmers blijkt dat Rika Odie, haar buurmeisje in de schoolbank, de beker met melk seins omgooide. Na het eten in de pauze wasten de meisjes de bekers, de pannen en de melkpul af en daarvoor was water nodig. Deze middag moesten Albert Noorman (rechts) en Albertus Berends een emmer water halen bij de pomp op het schoolplein. Tegen de pomp staat het deksel van de mantel van de pomp.
De linker boerderij werd bewoond door Jan Boerhof en Geertje Jonkers.
De rechter boerderij en het huisje daarnaast waren van Hildegonda (Gonne) Seinen, de weduwe van Wolter Bennen. In het huisje woonden Jochem van Leeuwen en Gezina Oosterkamp met hun kinderen Anna, Wietske, Aaltje, Egbert en Klaas. Jochem van Leeuwen was voorwerker bij de weduwe Gonne Bennen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Schooljuffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst werd op 24 december 1909 in Zwolle geboren. Ze werd op 7 april 1930 in het bevolkingsregister ingeschreven op het adres Diever 4. Haar vorige woonplaats was Amersfoort. Wie weet de datum en plaats van overlijden van Christina Augusta Johanna ter Horst ?
Meester Hendrik Wesseling is op 31 oktober 1869 geboren in Oldendiever en is op 6 april 1942 in Diever overleden.
Trijn (Trijntje) Gelmers is op 25 december 1927 geboren op ’t Moer.
Frederika (Rika) Jantina Odie is op 17 februari 1930 geboren op ’t Moer.
Gegevens van Albert Noorman zijn bij de redactie nog niet bekend.
Gegevens van Albertus Berends zijn bij de redactie nog niet bekend.
Jan Boerhof is geboren op 18 januari 1893 in Wittelte en is overleden op 30 september 1949 in Assen. Hij was een zoon van Hendrik Boerhof en Janna bij de Berg. Jan Boerhof trouwde op 7 mei 1921 met Geertje Jonkers. Geertje Jonkers is geboren op 10 februari 1898 in Oldendiever en is overleden op 12 december 1972. Zij was een dochter van Hendrik Jonkers en Hilligje Koops.
Hildegonda (Gonne) Seinen is geboren op 20 mei 1882 en is op 6 augustus 1975 overleden. Ze was getrouwd met Wolter Bennen. Hij is op 19 november 1867 geboren en is op 2 november 1920 overleden.
Gegevens van de familie van Leeuwen zijn bij de redactie nog niet bekend.

Abracadabra-1435

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Skoele Wittelte, Topstuk, Wittelte | Leave a comment

Kiender van de Deeverse legere skoele in 1958

De redactie van ut Deevers Archief wil graag zoveel mogelijk olde skoelfotoos uut de gemiente Deever tonen. En dan het liefst volledig met de naam van alle leerlingen op de foto. Zoals het geval is met de hier getoonde afbeelding van de foto van de Openbare Lagere School aan de Tusschendarp in Deever in 1958. Zijn het de leerlingen uit de vierde, vijfde en zesde klas ? In elk geval leerlingen die geboren zijn in 1946, 1947 en 1948.
De redactie is op zoek naar aanvullende en ontbrekende gegevens van de meesters en de kinderen op deze foto. Zo zou de redactie bijvoorbeeld graag willen weten wat de voornaam van meester Ten Kate is. En waarom staat Roelofje (Roelie) de Vries, geboren in juni 1948, dochter van Frans de Vries en Nicolina Beuving, niet op de foto ? En waarom staat Trijntje Mos, geboren in maart 1948, dochter van wagenmaker Harm Mos en Aaltje Prikken, niet op de foto ? En waarom staat Hendrik (Henk, Henkie) de Graaf, geboren in december 1948, zoon van Hielke de Graaf en Roelofje Urff niet op de foto ? Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief en wie van de leerlingen wil reageren ?

Op de bovenste rij zijn van links naar rechts te zien:
1.  Meester Albertus (Bart) Andreae
2.  Ko Meyboom, geboren in 1946, zie zijn foto op het internet
3.  Catrinus (Rinus) Kannegieter (zoon van Jans Kannegieter)
4.  Bront (Bronnie) Hayo Andreae, geboren in augustus 1946.
5.  Wolter Baaiman
6.  Hilbert Smit, overleden
7.  Jan Schade, overleden
8.  Jan Mulder Lzn.
9.  Hendrik Jan Monis
10.  Theo Derksen
11.  Hendrik (Henk, Henkie) de Vries, overleden
12.  Meester L. ten Kate

Op de rij onder de bovenste rij zijn van links naar rechts te zien:
13.  Luchina (Ina) Vierhoven, geboren op 19 september 1947, overleden op 9 maart 2011.
14.  Aaltje (Alie) Berends
15.  Elisabeth (Liesje) Rolden
16.  Gezina (Ina) Zoer
17.  Trijntje van Wijk
18.  Jantje Klok, woonde op ’t Kastiel
19.  Jantje (Jannie) Mulder Hdr., overleden.
20.  Roelofje (Roelie) Stoker
21.  Hermina Kuiper
22.  Ineke van Elselo
23.  Geertje Kannegieter (dochter van Aaldert Kannegieter).
24.  Jannie Strik

Op de rij boven de onderste rij zijn van links naar rechts te zien:
25.  Hennie Tiemes
26.  Jantina Kannegieter (dochter van Jans Kannegieter).
27.  Margje Vierhoven Edr.
28.  Anje Krol
29.  Margje (Marrie) Smit Wdr.
30.  Grietje de Weerd, woonde in Oldendiever.
31.  Harmina (Mini) Greveling, geboren begin september 1947 op het adres Kalteren 10.
32.  Geesje Barelsg
33.  Jacob (Jaap, Japie) Barels
34.  Jan Krol, overleden.
35.  Mans Boelens
36.  Roelof Monis

Op de onderste rij rij zijn van links naar rechts te zien:
37.  Martijn Aaltinus Kraak, geboren op 17 april 1948 in Dwingel, zie het volgende bericht.
38.  Wout van Voorst
39.  Roel Andreae
40.  Geert Muggen
41.  Jantinus (Tinus) Bennen
42.  Arend Grit, woonde op Kalteren.
43.  Jacques (Sjakie) Dekker, geboren op 27 juni 1947.
44.  Jan Oostra (hij veranderde zijn achternaam later in Gritter).
45.  Hendrik (Henk) Tissingh, overleden.

Posted in Alle Deeversen, Skoele Openbaar Deever | Leave a comment

In de klasse bee meester Onstee in ut joar 1952 ?

Op Zorgvlied wordt zo nu en dan een reünie van oud-inwoners van Zorgvlied, Wateren en Oude Willem gehouden. Daar zitten ook oud-leerlingen van de Openbare Lagere School op Wateren bij. Zij kunnen wellicht de redactie van ut Deevers Archief helpen alle leerlingen op de hier afgebeelde foto te herkennen en alle gegevens van meester Hendrik Onstee en de op de foto aanwezige leerlingen geven. De redactie verneemt graag hun reacties. Een belangrijke vraag is natuurlijk in welk jaar deze foto is gemaakt.

Posted in Skoele Woater'n | Leave a comment

Mevrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth de Ruijter de Wildt – hoogwelgeboren jonkvrouwe Holmberg de Beckfelt verkoopt haar aanzienlijke inboedel van ‘het Kasteel’ op Zorgvlied

In de Leeuwarder Courant van 17 oktober 1871 verscheen het volgende bericht over de openbare verkoop van levende have en een aanzienlijke inboedel van het landgoed Zorgvlied. Het landhuis Zorgvlied staat afgebeeld op de bijgevoegde foto.

Openbare verkoop van levende have en een aanzienlijken inboedel
De Notarissen Mr. W.O. Servatius te Dwingelo, provincie Drenthe, en P.H.P. van Marle te Oldemarkt, provincie Overijssel, zullen op Dingsdag 24 en Woensdag 25 oktober eerstkomend, telkens des voormiddags ten 10 uur precies, ten verzoeke van de Erven wijlen den Heer J.F. de Ruijter de Wildt, op het Landgoed Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, publiek verkoopen:
Op 24 oktober:
20 stuks melkgevende en dragtige Koeijen, 12 stuks dragtige Pinkvaarzen en Pinken, 7 Kalven, 1 Stier, 235 Schapen, 8 Varkens; eenige Boerengereedschappen en Inboedel en hetgeen verder te voorschijn zal gebracht worden.
Ten verzoeke van den Weledelgeboren Heer G.F Enger te Arnhem: plusminus 35 stuks Hoornvee, waaronder dragtige, melkgevende en jongvee.
Op 25 oktober:
Den Inboedel van het Heerenhuis, voornamentlijk bestaande uit fraai uitgesneden mahonijhouten en andere meubels, als: Canapés, Fauteuils, Stoelen, Consoles, Eet-, Thee-, Speel-, Wasch- en Nachttafels, Spiegels, Schilderijen,  Kroonkandelaars, Pendules, mahonijhouten en andere Ledekanten met Matras, vederen Bedden en verder Beddegoed, Chineesch en Japansch lakwerk, waaronder Salontafel en Speeldoos, fraai wit Fransch Porcelein, Eetservies met gouden randen en bloemwerk, compleet voor 24 personen, Japansche Theekopjes en Schoteltjes, prachtig Kristalwerk, Goud- en Zilverwerken, waaronder Zilveren Presenteertrommels met Kristallen Bladen, Hernhutters en Kristallen Karaffen, met Zilver gemonteerd, Zilveren Eet-, Dessert-, Thee- en IJslepels, gewoon Porcelein Servies, Stook- en Keukengereedschappen, en wat verder tot een compleete Inboedel behoort, voorts Rijtuigen met eenige Tuigen en een Billard.
De goederen f. 3 en daar beneden geldende moeten dadelijk worden betaald.
De Inboedel te bezigtigen op Vrijdag 20 en Zaterdag 21 October eerst komende particulier tegen betaling van 25 centen, ten voordeele der armen, en op Maandag 23 October eerst komende voor een ieder van des voormiddags 10 tot des namiddags 4 uren.
Voor stalling van Paarden en het gebruik van Ververschingen zal op de verkoopdagen gelegenheid zijn.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de hof van de kerk van Boijl (Buil) ligt landbouwondernemer Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt (geboren op 20 december 1800 te Nieuwer Amstel, overleden op 25 november 1870 op Wateren). Mevrouw de jonkvrouw Henriëtte Ottoline Clara Elisabeth de Ruijter de Wildt – van Holmberg de Beckfelt verhuisde na het overlijden van haar echtgenoot Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt van het Landgoed Zorgvlied naar Arnhem. Ze zal in Arnhem kleiner zijn gaan wonen, wellicht heeft ze slechts enige spullen uit Wateren meegenomen naar Arnhem, wellicht heeft ze haar nieuwe optrekje in Arnhem met nieuwe spullen ingericht, want een groot deel van de aanzienlijke inboedel of misschien wel de hele aanzienlijke inboedel van het landhuis Zorgvlied, ook wel ‘het Kasteel’ genoemd, werd pas een klein jaar na het overlijden van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt openbaar verkocht. En dat in een tijd dat veel inwoners van de gemiente Deever nog in een plaggenhut woonden.

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Landgoed Zorgvlied, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ik hoop weer terug te komen, zoo gauw mogelijk

Vanuit de Huis van Bewaring in Zwolle schreef de op Woateren geboren Hendrik Donker in de loop van november 1944 het volgende met potlood op een kladblokvelletje geschreven briefje aan zijn zuster op Zorgvlied.

Beste zuster,
Je zult me wel gemist hebben, maak je echter niet ongerust, alles is goed. We zijn met zijn zevenen opgepakt in het kamp op 11 november. We zitten in het Huis van Bewaring in Zwolle bij de Sigerheidspolitie.
We hoopen gauw weer los te komen, we hebben nog niets gehoord, er wordt niks gezegd. Er zijn er die hier al 5 á 6 weken zitten en die nog niets gehoord hebben.
Dit briefje gaf ik mee aan een van de mannen uit Raalte, die het verzonden heeft. Uit Raalte zijn menschen vrij gelaten van de Heide Mij.
Er mag schoon goed gebracht worden. Zie maar of de mogelijkheid bestaat.
Nogmaals maak je niet ongerust, ik red me wel. Ik hoop weer terug te komen, zoo gauw mogelijk.
Wil je de groeten doen aan alle bekenden.
Het eten gaat wel, we zijn met 16 man in de cel.
Ontvang ook zelf in bijzonder de hartelijke groeten van je liefhebbende broer Henk.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hendrik Donker werd op 11 november 1944 in kamp Beugelen in Staphorst opgepakt.

Met de Sigerheids politie wordt de Sicherheitspolizei bedoeld. De Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst waren de apparaten van de Duitse politieke recherche en de Duitse geheime inlichtingendienst, die vanaf het begin nauw met elkaar verbonden waren en in alle door Duitsland bezette landen tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerden. In Nederland werden de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst meestal ‘de SD’ genoemd.
Er mochten schone kleren (schoon goed) naar het Huis van Bewaring gebracht worden. Dat heeft de zuster van Hendrik Donker ook trouw heel wat keren gedaan, van Zorgvlied naar Zwolle en weer terug.
Hendrik Donker kwam echter niet snel weer los. Na een tijd in het Huis van Bewaring in Zwolle te hebben gezeten, werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort.
Vandaar werd hij in gezelschap van de mannen die op 22 november 1944 waren gearresteerd vóór, tijdens en ná de Duitse overval op het Onderduikershol in de bossen van Bekenheuvel, in dezelfde trein op transport gezet naar het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland.
Hendrik Donker wist echter aan de Duitsers en de dood te ontsnappen, toen de trein enige tijd op een rangeerterrein bij Enschede moest wachten. Hij heeft de laatste maanden van de oorlog overleefd.

 

Posted in Tweede Wereldoorlog, Zorgvlied | Leave a comment

De keun könn’n so moar deur de gliev’m hen binn’n

De redactie van het Deevers Archief publiceerde bijgaande foto uit 1918 en bijgaande tekst in het fotoboekje ‘Deever, Ie bint ’t wel …’ Wie de in het Deevers weergegeven titel van dit bericht kan vertalen in het Nederlands, wordt uitgenodigd deze vertaling aan de redactie door te geven.

Het oude gebouw werd in 1918 in zijn geheel bewoond door het echtpaar Jan Krol en Romkje van der Burg en hun kinderen Saakje, Geesje, Koendert, Jan en Tjibbe. Voor het huis zitten de breiende Saakje en haar zuster Geesje. Achter hen is nog net naast het linker gordijn een glimp van hun moeder Romkje te zien.
Door verbouwingen in de achtiende eeuw kreeg de voorgevel het aanzien, zoals dat gedeeltelijk op deze foto is te zien. In 1933 achtte het Rijksbureau voor de Monumentenzorg het gebouw absoluut onbewoonbaar, vanwege de gevaarlijke toestand van het dak en de zeer vervallen staat van een groot gedeelte van het metselwerk. Het achterhuis was zelfs zo zwaar vervallen dat Koendert Krol zich nog herinnerde dat de keun so moar deur de gliev’m hen binn’n könn’n.
De Stichting Oud Drenthe heeft de bouwval van de ondergang gered. In 1934 kocht zij het unieke gebouw voor 2000 gulden van Marria Hillagonda Mulder. Met een eerste rijkssubsidie en een bijdrage van de gemeente Diever werd op 12 juli 1935 onder leiding van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg begonnen aan de restauratie, die om diverse redenen tot in 1941 zou duren.
Het belendende huis aan de zuidzijde werd tegen het einde van 1935 afgebroken. Het Rijksbureau voor de Monumentenzorg meende toen uit een dichtgemetseld kruiskozijn in de vrijgekomen gevel de oorspronkelijke grootte en vorm van de kozijnen in de voorgevel af te kunnen leiden. In het najaar van 1936 werd met de restauratie van de voorgevel begonnen. Daarbij werden de ramen, waarvan er drie op de foto zijn te zien, en de ingang vervangen, bleef de wapensteen boven de ingang behouden, maar moest het fraaie bovenlicht met de Davidster om onduidelijke redenen verdwijnen.

Posted in Brink, Diever, ie bint 't wel ..., Rijksmonument, Schultehuis, Topstuk | Leave a comment

Ik wil even reageren op het verhaal over ’t Bultie

De redactie ontving op 15 februari 2015 van Henk Nijboer uit Beilen de volgende korte reactie op de vraag van Jacob (Jaap, Japie) Koning over de juiste ligging van ’t Bultie.

Ik wil even reageren op het verhaal over ‘t Bultie. Wij woonden vroeger in de Kloosterstraat op de hoek met de Veentjesweg. Voor ons was het Bultie het zandpad tussen de boerderij van Jan de Ruiter en de Veentjesweg, dus het verlengde van de Kloosterstraat.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De reactie van Henk Nijboer geeft aan dat ’t Bultie een grotere oppervlakte moet hebben beslaan dan alleen de plek waar ooit een houten keet als nood-gemeentehuis heeft gefungeerd. De redactie is benieuwd wie deze aanname verder kan onderbouwen. 

Posted in Bultie, Kloosterstraat, Veldnaam | Leave a comment

Groet’n uut kaamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

Op deze tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart uit het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw zijn enige kleine afbeeldingen te zien, te weten een afbeelding van de gemeenschappelijke ruimte in de Alaska-barak, de handenarbeidruimte zat in de barak waarin ook de douches en het drooghok waren, de kantoren met de stafverblijven en de sportles op het voetbalveld. Voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe worden verzocht vooral te reageren.

Abracadabra-453

Posted in Ansichtkaart, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Een oud hekje op een rooms-katholiek kerkhof

Bij het wandelen op de wegen der vrijheid kwam de redactie van ut Deevers Archief het Deevers op de kerkhof van de rooms-katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) in een hoek van dit kerkhof een merkwaardig oud hekje tegen. Markeert dit hekje de oorspronkelijke ingang van deze dodenakker ? Of was het de privé-ingang van de familie Verwer ? Of stond dit hekje eerst aan de weg en is het hier neergezet, nadat het was vervangen door het huidige toegangshek ? Wie het weet, die mag het de redactie uitleggen.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke kerkhof, Toevallige waarneming, Zorgvlied | Leave a comment

Paviljoen of theehuus Baark en Heuvel an de Bosweg

Bijgaande tekst met bijbehorende afbeelding is eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. De oorspronkelijke tekst is enigszins bewerkt.

In die jaren was grond aan beide zijden van de weg van Diever naar Wateren tussen de Schaapsdrift en de Haarweg bestemd als bouwterrein. De N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het Landgoed Berkenheuvel wilde geld verdienen door de verkoop van villa-terreinen van diverse grootte.
Timmerman-architect Pieter Punter en zijn vrouw kochten in 1932 voor vijfhonderd gulden het eerste bouwterrein van 0.23.00 ha van mr. Albertus Christiaan van Daalen, bewindvoerder van N.V. Berkenheuvel.
Pieter Punter was een zoon van Jan Punter, bakker te Smilde en Maria Seinen, een dochter van koopman Pieter Seinen uit Dwingelo en Grietje Schipper. Pieter Punter werd geboren op 8 januari 1912 te Bovensmilde.
In 1932 werd het door Pieter Punter ontworpen paviljoen of theehuis door hem gebouwd. Daartoe werd eerst het terrein opgehoogd met zand uit de Paaschberg, die aan de overkant van de Bosweg lag. Het zand werd met boerenkarren naar het bouwterrein vervoerd. Dit zo genoemde zaand menn’’n was aangenomen werk en werd uitgevoerd door Tieme Bakker, Hendrik Bakker, Marinus Bakker, Jan Bakker en Roelof Bennen.
Op de achterkant van de afgebeelde ansichtkaart staat het volgende: Bezoekt paviljoen Berk en Heuvel te midden van 1300 ha bosch, heide en zandverstuivingen, moderne speeltuin, te Diever.
De toegang tot de speeltuin samen met een glas ranja kostte wel tien cent. Van deze speeltuin met glijbaan en schommels is niets overgebleven. Enkelen herinneren zich nog dat het hout van de glijbaan niet al te hard was, want soms bleef een splinter in de billen achter.
Het paviljoen was voor wandelaars en fietsers een heel mooi vertrek- en aankomstpunt. Een jaarkaart voor de bossen, de heide en de zandverstuivingen van Berkenheuvel kostte tien cent. Leden van diverse verenigingen hadden echter op vertoon van hun bewijs van lidmaatschap vrij toegang, evenals kunstschilders en tekenaars.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie twijfelt of de jonge Pieter Punter het eerste bouwterrein zelf kocht, wellicht was het zijn vader Jan Punter. De redactie zal enig aanvullend onderzoek doen.

Abracadabra-299

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Diever, ie bint 't wel ..., Landgoed Berkenheuvel, Paviljoen Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

Ut hunnebed van Deever wordt zichtbaarder

In de Meppeler Courant van 6 januari 2012 verscheen het volgende korte bericht over de vernielingen aan het hunnebed op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

Vernielingen vorig jaar aan het hunnebed in Diever hield de gemoederen flink bezig. Inmiddels is de steen vakkundig gerepareerd en is het hunnebed onder toezicht gesteld.
Met de Historische Vereniging Gemeente Diever en de gemeente is een plan van aanpak gemaakt om vernielingen in de toekomst te voorkomen.
Binnenkort worden struiken en enkele bomen verwijderd. ‘We willen dat het hunebed goed te zien is vanuit de omgeving. Dit maakt het voor vandalen moeilijker’, aldus boswachter Corne Joziasse. Voorzitter Jan Blaauw is blij dat er nu actie wordt ondernomen. Hij houdt met zijn club een oogje in het zeil.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Inmiddels zijn in die tijd heel veel bomen en bosschages rond het hunnebed verwijderd, zodat het hunnebed inderdaad van alle kanten was te zien, een lust voor het oog, maar helaas zijn toen de Stienakkers niet geheel in hun oorspronkelijke staat gebracht, gewoon helemaal kaal, wat dikke stien’n in un bouwakker, een gemiste kans.
Het enige bewoonde (?) huis, van waaruit het hunnebed wellicht vanuit de voorkamer is te zien, staat op enige honderden meters van het hunnebed.
Hebben de bewoners van dat huis een dagverrekijker en ook een nachtverrekijker gekregen van de Stoat, de verantwoordelijke beheerder belast met het toezicht op het hunnebed, om voor de Stoat gratis en voor niks het hunnebed in de gaten te houden ?
En wat te doen als baldadige jeugd uut Deever na schooltijd op een donkere namiddag in de herfst weer een vuurtje gaat stoken onder een van de onbeschadigde dekstenen of onder de vernielde deksteen ? Dan kon daar in 2012 geen oogje in het zeil houdende hunnebedwachter van de heemkundige club uut Deever als een soort van onbezoldigde veldwachter vanachter een boom of een bosschage tevoorschijn springen, want die waren door ijverige vrijwilligers van dezelfde vereniging opgeruimd.

Posted in Diever, Hunnebed D52 | Leave a comment

Militair kamp is bijna in gereedheid gebracht – 1905

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 13 juli 1905 verscheen het volgende korte bericht over het in gereedheid brengen van het militaire oefenkamp op de Oeren tussen Kalteren en Wapse.

Frederiksoord, 12 juli.
Met het in gereedheid brengen van het militair kamp te Diever is men druk bezig. Dagelijke rijden van Diever naar Steenwijk militaire transportwagens en dikwijls ook boerenwagens, om verschillende benoodigdheden, die aldaar aankomen, naar het kamp te vervoeren. De menage wordt voor een groot gedeelte uit Steenwijk aangevoerd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de zomer van 1905 oefende het negende regiment van de landweer voor het eerst op de heidevelden bij Wapse. Het bericht beschrijft enige werkzaamheden van de kwartiermakers van het militaire oefenkamp.
Van het soldatenkamp is in de jaren 1005, 1906, 1907 en 1908 een flink aantal ansichtkaarten uitgegeven, waaronder bijgaande.

Posted in Ansichtkaart, de Kaamp op de Oeren, Kalteren, Wapse | Leave a comment

Nog un monement’nschiltie an de toren an de brink

In de Meppeler Courant van 8 september 2014 verscheen het navolgende kleine berichtje over de presentatie van het nieuwe landelijke monumentenschildje.

Primeur in Pancratiuskerk
Diever. De openingshandeling van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld vindt vrijdag om 16.00 uur plaats in de Sint Pancratiuskerk in Diever. Tijdens de openingshandeling heeft er een primeur plaats: landelijk wordt tijdens het Open Monumentendag weekeinde het nieuwe landelijke ‘moumentenschildje’ gepresenteerd en de gemeente Westenveld mag de Drentse onthulling voor haar rekening nemen. Voor het weekeinde van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld heeft zich een record aantal monumenteneigenaren en bewoners aangemeld. In totaal zijn 33 monumenten geopend voor het publiek.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Sint Pancratiuskerk, het blijft merkwaardig het kerkgebouw aan de brink van Deever te bestempelen als de kerk van een rooms-katholieke geloofsgemeente, terwijl deze kerk al eeuwen niet meer in gebruik is bij deze geloofsgemeente.
Het kerkgebouw aan de brink van Deever, die in gebruik is bij de Nederlands hervormde geloofsgemeente (dominee, schrijf ik het zo goed ?), is een rijksmonument en is voorzien van het sinds 1954 internationaal gebruikte blauw-witte schildje. Zie de kleurenfoto die de redactie van ut Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. Het schildje is keurig met 3 roestvast stalen schroefjes bevestigd aan de gemeentelijke toren, die blijkbaar onderdeel is van het rijksmonument. Niet alle rijksmonumenten zijn voorzien van het blauw-witte schildje. Het schildje geeft aan dat het betreffende pand in oorlogstijd moet worden beschermd en moet leiden tot eerbiediging van het pand door strijdende partijen tijdens gevechtshandelingen.

Een rijksmonument is een bouwwerk of object, of het restant daarvan, die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde.
Tijdens de Open Monumentendagen 2014 in het tweede weekeinde van september is het nieuwe schildje in gebruik genomen.
Zie de kleurenfoto die de redactie van ut Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. In Drenthe werd het eerste schildje bevestigd aan de gemeentelijke toren aan de brink staat. Voorwaar een gebeurtenis van groot historisch belang. Opvallend is dat het wit-oranje schildje niet gewoon naast het blauw-witte schildje is bevestigd.
Maar hoe is het nieuwe schildje aan de gemeentelijk toren bevestigd ? Schroefjes zijn niet te zien. Met lijm soms ?
De toren was eigendom van de gemiente Deever en is nu eigendom van de gemeente Westenveld. De Nederlands hervormde geloofsgemeente is erfpachter van de gemeentelijke toren aan de brink. Subsidietechnisch gezien schijnt dat een betere constructie te zijn.
Wellicht is het nieuwe schildje aan het verkeerde pand geschroefd en moet ook een schildje naast de hoofdingang van het kerkgebouw aan de tufstenen muur worden bevestigd.
Binnen de grenzen van de gemiente Deever zal het wit-oranje schildje naar verwachting aan de volgende rijksmonumenten worden bevestigd:
Restanten van een kalkovencomplex bij Rijksweg 26, Deeverbrogge;
Kerk aan de brink van Deever, Hoofdstraat 45, Deever;
Voormalig schultehuis, Brink 7, Deever;
Voormalig armenwerkhuis, Grönnigerweg 6, Deever;
Voormalige boerderij ‘de Caathof’, Holtenweg 2, Deeverbrogge;
Korenmolen ‘de Vlijt’, Dingspil 17, Deever;
Hunebed D52, op de Stienakkers an de Grönnigerweg, Diever;
Boerderij met zijbaander, Achterstraat 14, Deever;
Voormalige smederij, Hoofdstraat 49, Deever;
Boerderij met zijbaander, Kruisstraat 2, Deever;
Dubbel verdiepingsloos woonhuis, Kruisstraat 4, Deever;
Boerderij met zijbaander, Kastanjelaan 18, Deever;
Hallenhuisboerderij met voorgeplaatst dwarshuis, Brink 11, Deever;
Pothok met potstal bij hallenhuisboerderij, bij Brink 11, Deever;
Hollenhuisboerderij met dwarsdeel, Hoofdstraat 34, Deever. Continue reading

Posted in Aarfgood, Brink, Kerk aan de brink, Rijksmonument, Toren aan de brink | Leave a comment

De valse aquamanile in ut Schultehuus an de brink

De redactie van ut Deevers Archief verwijst voor de goede orde en de volledigheid naar het uitstekende artikel ‘De aquamanile van Diever’ van Jan Albert Zoer, dat hij publiceerde in nummer 15/3 van Opraekelen, het papieren tijdschrift van de heemkundige vereniging uut Deever.

Een aquamanile is niet meer dan een enigszins lompe kan, waarmee water, in dit geval over handen, kon worden gegoten. Een dergelijke kan werd eerst in de rooms-katholieke kerk ten behoeve van het wassen van de vuile handen van de priester gebruikt, later ook wel buiten de rooms-katholieke kerk. Een misdienaar goot het water uit de waterkan over de vuile handen van de priester, die deze vervolgens waste en droogde, waarna hij de mis opdiende en met schone handen de ouwel aan de gelovigen uitdeelde. De priester kon in die tijd in Deever niet even langs de Wiba lopen en voor zijn doeleinden een bloemengieter van blik of plastic kopen.
De maker van een aquamanile kon het voorwerp allerlei fantastische vormen geven, vaak kreeg het de vorm van een beest en was het gemaakt van metaal. Zo ook de aquamanile van Deever.
De aquamanile die door Jan Albert Zoer, zoon van straatmaker Hendrik Zoer en Wilhelmina (Mina) Vos, in de tuin achter de voormalige smederij van ‘de Kloeze’ an de Heufdstroate in Deever is gevonden, schijnt gemaakt te zijn in de periode die ligt tussen de tiende en de twaalfde eeuw.
In het zo genaamde Oermuseum, voorheen Archeologisch Centrum, dat gevestigd is in ut Schultehuus an de brink van Deever, bevindt zich een kopie van de originele waterschenkkan, zie de bijgaande kleurenfoto.
Een citaat uit het voornoemde artikel van Jan Albert Zoer over zijn aan het Oermuseum (voorheen Archeologisch Centrum) uitgeleende echte aquamanile luidt als volgt: ‘…. Toen ik op retournering bleef aandringen, vroeg de directeur conservator mij of er een kopie mocht worden gemaakt voor het Centrum. Ik heb geantwoord dat ik daar geen voorstander van was en weigerde mijn toestemming hiervoor…. Uiteindelijk bleek dat er toch illegaal kopieën zijn gemaakt. Eén daarvan is in het bezit van het Centrum….’.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de valse aquamanile op 7 augustus 2015 gemaakt in het zo genoemde Oermuseum, voorheen Archeologisch Centrum, dat gevestigd is in ut Schultehuus an de brink van Deever.
Maar waarom houdt een museum, dat zichzelf nota bene Oermuseum is gaan noemen, zich bezig met een niet-oeroud gebruiksvoorwerp uit de rooms-katholieke kerk van Deever ?
Wordt de valse aquamanile nog wel tentoongesteld in het zo genoemde Oermuseum ?
En waarom is een zo genoemd Oermuseum gevestigd in een gebouw dat niet echt past bij de aard van het zo genoemde Oermuseum ?

Abracadabra-1473

Posted in de Kloeze, Diever, Kunstig gemaakt object, Opraekelen, Rooms Katholieke Kerk | Leave a comment

Het haantje van de toren werd niet geheel bereikt

In het Nieuwsblad van Friesland – Hepkema’s Courant van 13 maart 1940 verscheen het navolgende bericht over de  ingebruikneming van een zeer krachtige automobiel-brandspuit in Deever..

Ingebruikneming nieuwe brandspuit te Diever

Diever, 11 maart.  Onder grootte belangstelling vond hedenmiddag alhier de ingebruikstelling plaats van de nieuwe automobiel-brandspuit. Deze spuit is geleverd door de firma Van Bergen te Heiligerlee.
Onder de genodigden merkten we op den voltalligen gemeenteraad, het bestuur van de afdeling der Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming, burgemeester en wethouders van Vledder, een vertegenwoordiger van den Drentschen Brandweerbond, personeel van de brandweer te Hoogeveen en Meppel.
Als grootste prestatie van de nieuwe spuit vermelden we, dat op 900 meter afstand met drie stralen gespoten werd. Op dezen afstand werd met één straal nog 25 meter ver gespoten. Met 4 stralen tegelijk werd over het dak van de Nederlands Hervormde Kerk heen gespoten. Het haantje van de toren kon niet geheel worden bereikt,
Nadat het geheele kunnen van het brandbluschmiddel gedemonstreerd was, verzamelde men zich in café Brinkzicht, waar thee werd geserveerd. Daarbij werd het woord gevoerd door burgemeester Meiboom, die zijn vreugde er over uitte, dat thans een moderne brandspuit in de gemeente aanwezig is. Verder sprak de heer J. Boesjes, die dank bracht namens de afdeling Diever van de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming voor het feit, dat thans ook dit onderdeel van de luchtbescherming in orde is.
Op de foto links de nu buiten gebruik gestelde handspuit van ongeveer 100 jaar oud, waarbij men eerst water door middel van van een door een man bediende handpomp in de eigenlijke spuit moest pompen en pas daarna kon met deze het water naar den brand worden gespoten.
Rechts: de nieuwe autospuit met ruim 750 m slang. De pomp met motor is voorop het chassis gemonteerd, terwijl bemanning en materiaal, zoals slangen, standpijpen, enzovoort alle onder de kap in den gesloten rooden wagen komen. Bovenop zijn een ladder en aanvoerslang geplaatst.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de rechter foto zijn bij de automobiel-brandspuit te zien rechts Lambert Rolden (geboren op 15 maart 1891, overleden op 2 februari 1958) en links zijn zoon Hendrik Jan Rolden (geboren op …., overleden op ….).
De Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming werd in 1933 in ’s Gravenhage opgericht. De vereniging probeerde met behulp van alle burgemeesters in Nederland in elke gemeente een plaatselijke afdeling op te richten. In de gemiente Deever was dit blijkbaar gelukt. In de jaren twintig en dertig verwachten veel Europese militairen en politici dat steden in toekomstige oorlogen grootschalig gebombardeerd zouden worden. in de Tweede Wereldoorlog is dit maar al te bewaarheid. De vereniging stelde zich ten doel de zelfbescherming door de bevolking bij luchtaanvallen.
Op de linker foto is de oude brandspuit te zien, op de rechter foto is de nieuwe brandspuit te zien. De vraag is of de brandspuit op de rechter foto een nieuwe of een tweedehands brandspuit is, want het kenteken van het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief.
Met de omstreden sluiting van de brandweerpost Deever per 1 januari 2014 door het bestuur van de gemeente Westenveld (bewoners van Deever wen er maar aan, de komende jaren zal nog veel meer worden weggekrompen) is een einde gekomen aan een periode van meer dan 120 jaar van snelle brandbestrijding door generaties betrouwbare en moedige vrijwilligers uut de gemiente Deever..
De vrijwillige brandweer van Deever is helaas geschiedenis geworden. Een mooie gelegenheid voor de boekenmakende dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever een boek samen te stellen over de ‘Geschiedenis van de vrijwillige brandweer in de gemiente Deever’. En dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zouden met gebruik van oude foto’s van de vrijwillige brandweer ook een zo genoemde ‘historische kalender’ van de heemkundige vereniging kunnen samenstellen.

Abracadabra-289

Posted in Deeverse braandweer, Dorpskracht | Leave a comment

Hier ga ik wonen, afzender Rob

Op 29 oktober 1966 stuurde Rob Ditmeyer, waarschijnlijk vlak na zijn aankomst in de jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe, bijgaande ansichtkaart van de kinderboerderij in de kamp ‘de Eikenhorst’ naar de familie Ditmeyer, Nieuwe Kerkstraat 36II in Amsterdam-Centrum.
Achter op de ansichtkaart schreef hij niet geheel zonder gevoel voor humor of wellicht cynisch bedoeld:
Hier ga ik wonen, afzender Rob.
Wie van de voormalige bewoners kan wat vertellen over deze kinderboerderij ?

Posted in Ansichtkaart, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren

In de Heerenveense Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-, Zuid-, Oost-Friesland en Noord-Overijssel verscheen op 14 juni 1950 het navolgende bericht met de titel ‘Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren’.

“De toeristische ontsluiting van het natuurgebied in de gemeente Diever, kan”, zo zeide burgemeester J. C. Meyboom, “indien zij niet op de juiste wijze wordt uitgevoerd, ongelooflijke rampen met zich medebrengen”.
De grootste ramp die de uitgestrekte bossen in deze gemeente zou kunnen treffen, zal zijn de “rode haan”. Om nu een mogelijke opstand van dit ongedierte op afdoende wijze te bestrijden en ontstane vuurhaarden zo spoedig mogelijk de kop te kunnen indrukken, was een brandwacht in Dievers prachtige boscomplexen onontbeerlijk.
Vooral dit punt baarde het gemeentebestuur grote zorg. Toch wist burgemeester Meyboom in samenwerking met de autoriteiten van de Bosbrandweer een oplossing te vinden
Het gelukte hen in Schoonebeek een boortoren op de kop te tikken, die nu in een zilveren kleed op het 1100 ha. omvattende landgoed “Berkenheuvel” als een fonkelende parel 25 m. boven A.P. Dievers natuurschoon staat uit te dragen.
De brandtoren, die vooreerst alleen op Zondag met een brandwacht zal worden bezet, zal voor de toeristen tevens dienst kunnen doen als uitzichttoren.
Daar het Dievers vroede vaderen al meermalen was gebleken, dat het natuurgebied in haar gemeente te weinig bekendheid in ons land genoot, hebben ze deze gelegenheid aangegrepen om vooraanstaande personen uit de Natuurbescherming, Staatsbosbeheer, Vreemdelingenverkeer en afdeling Bosbouw van de Stichting van de Landbouw, uit te nodigen de officiële opening van de toren te willen bijwonen.
De burgemeester kon dan gistermiddag als resultaat van zijn bemoeiïngen een illuster gezelschap welkom heten op het temidden der bossen gelegen paviljoen “Berkenheuvel”.
Onder de genodigden merkten wij op mr. M. C. Bloemers, hoofd van het Bureau Natuurbescherming van het Ministerie van O. K. en W.
Deze zeide onder meer, dat hij getroffen was door de grote liefde van het gemeentebestuur en noemde Diever een der fraaiste gemeenten van ons land.
Deze liefde kwam enige tijd geleden zeer sterk tot uiting, toen er een keuze moest worden gemaakt tussen Diever, Appelsga en Havelte, wat betreft het aanleggen van een militair oefenterrein. Hiertegen heeft het gemeentebestuur zich met hand en tand verzet, welker weerstand met succes is bekroond, nu de keus op Havelte is gevallen.
Hierna werd door de heer Bloemers met de hem door de burgemeester ter hand gestelde sleutel de brandtoren annex uitkijktoren geopend.
Van de toren heeft men een schitterend uitzicht over de bossen die met de belendingen in Appelsga, Doldersum en Smilde het grootste boscomplex in het noorden van ons land vormen.
Hierna werd langs bloeiende korenvelden en door oude dennenbossen een wandeling ondernomen, waarbij men kon genieten van de rijke flora in dit gebied.
Ook het zwembad, dat knusjes in de bossen ligt verscholen en door eendrachtige samenwerking door de dorpelingen zelf is gegraven, is evenals het openluchttheater een symbool van gemeenschapszin, die er in dit landelijke dorp heerst.
In het Schultehuis, waar het gezelschap hierna bijeenkwam, werd nog het woord gevoerd door ir. De Fremery, hoofd van de afdeling Bosbouw van de Stichting voor de Landbouw. Onder anderen gaven nog van hun belangstelling blijk mr. Halbertsma van de Stichting voor de Landbouw en de heer G. J. Comelfo, inspecteur van de brandweer in district V.
Dit gebied is voor de rustige vacantieganger, wars van amusement, een ideaal recreatieoord.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijgaand artikel werd als bladvulling op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever opgenomen.
Echter de laatste vier alinea’s van het artikel zijn niet naar bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 gekopieerd en ook de foto die wel op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 staat, die staat niet in het artikel in de Heerenveense Koerier; werkelijk een oogstrelend staaltje van dalemaniaanse redactievoering.
De bonusbladzijde in het blad Opraekelen is ontstaan, omdat de Rabobank (Raiffeisen- en Boerenleenbank) voor het laatst in Opraekelen 13/1 reclame op bladzijde 33 heeft gemaakt. Wat zou daar toch de reden van zijn geweest ?
Burgemeester J.C. Meyboom is burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), die met de zijnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw al het oude, karakteristieke, fraaie en beeldbepalende erfgoed in de bebouwde kom van Deever wilde slopen en daar voor een groot deel ook in slaagde.

Posted in Bosweg, Brandtoren, Jan Cornelis Meiboom, Opraekelen, Toeristenindustrie, Uitkijktoren | Leave a comment

Op de plokhoare

Ut Deeverse dialect wordt nu nog maar door weinig veelal oudere echte Deeversen goed gesproken en zal over een generatie of zo een dood dialect zijn, immers ouders en dan met name moeders praten niet meer in ut Deeverse dialect tegen hun kinderen.
In ut Deeverse dialect bestaat de uitdrukking op de plokhoare.
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief kent nog de betekenis van deze bij het knikkeren gebruikte uitdrukking ?

Posted in Deevers | Leave a comment

Schetsplan van oens mooie neeje Dingspilhuus

De redactie van ut Deevers Archief vond in zijn digitale archief het hier afgebeelde bericht ‘Werk loopt vertraging op – Nieuw Dingspilhuus laat nog even op zich wachten’, dat is gepubliceerd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 31 juli 2015.
In het bericht is te lezen dat de Stichting Dingspilhuus van het nieuwe Dingspilhuus een schetsontwerp heeft laten maken door het bouwkundige ontwerp- en adviesbureau Van der Salm uut Dwingel. Het betreft het schetsontwerp van een nieuw te bouwen Dingspilhuus.
Dit was voor de redactie ruim voldoende aanleiding de heer Bart van der Salm toestemming te vragen enige schetsen van het prachtige architectonische ontwerp te mogen tonen en op te bergen in ut Deevers Archief.
De heer Bart van der Salm gaf deze toestemming. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
Het architectonische ontwerp is gemaakt door de combinatie VANDERSALM-boa (gevestigd in Leggel) en VANDERSALM-aim (gevestigd in Zwolle).
De hier weergegeven achtergrondinformatie ‘Dingspilhuus – Buurthuis en sporthal’ bij het architectonische ontwerp van het nieuw te bouwen Dingspilhuus is letterlijk overgenomen uit de projectinformatie op de webstee van VANDERSALM-aim.
De redactie van ut Deevers Archief besteed in dit bericht geen aandacht aan het onthutsende geniepige kleingemeentelijke politieke proces rond de ondergang en de vernietiging van oens Dingspilhuus, oens Waarme Hart Van Deever.  

Dingspilhuus Diever – Buurthuis en sporthal
Het Dingspilhuus in het dorp Diever (gemeente Westerveld) vervult een belangrijke taak in de sociale structuur van de dorpsgemeenschap. Verschillende scholen en sportclubs uit het dorp gebruiken de gymzaal om te kunnen trainen en daarnaast doet het complex dienst als buurthuis voor lokale verenigingen, waar zij hun bijeenkomsten en vergaderingen kunnen houden. Ook wordt het Dingspilhuus gebruikt als uitvalsbasis voor dorpsfeesten en grote lokale gebeurtenissen, zoals de plaatselijke marathon. Kortom: het Dingspilhuus is een buurthuis dat intensief door de gemeenschap wordt gebruikt. Omdat de huidige staat van het complex bouwkundig en bouwfysisch niet meer voldoet is besloten het complex grondig te verbouwen, dan wel te vernieuwen. Na visiepresentatie op deze casus door vijf partijen koos Stichting Dingspilhuus dit vraagstuk op te pakken met de combinatie VanderSalm-boa en VanderSalm-aim.
Het huidige complex is gesitueerd in een woonwijk met kleinschalige bebouwing. Gaandeweg de jaren is het complex uitgebreid, maar heeft daarin weinig ruimtelijke samenhang gekregen. Ook zorgt deze opzet voor veel ‘achterkant’ richting de omliggende woningen met blinde gevels en donkere hoeken. Een belangrijk uitgangspunt voor een nieuw te bouwen Dingspilhuus is dan ook om de verbinding met de straat en het plein te herstellen en een complex te ontwerpen wat alzijdig functioneert. Daarbij is multifunctionaliteit een belangrijk uitgangspunt om te zorgen dat het complex adaptief is naar toekomstige veranderingen.
Wegens de slechte bouwkundige staat en de rommelige configuratie wordt in de planvorming uitgegaan van het scenario sloop-nieuwbouw. Het hoofdvolume is opgetrokken uit een hoog- en laagbouw gedeelte waarbij de laagbouw aan de westzijde de hoogbouw omsluit. Door de nieuwe positie en de heldere contour van het volume ontstaat er een duidelijk kader in de openbare ruimte die een nieuwe pleinfunctie onderstreept. De entreezijde van het gebouw is aan deze pleinzijde gesitueerd waardoor er een duidelijke verdeling ontstaat tussen het buurthuis aan de noordzijde (straatzijde) en de sportfunctie aan de zuidzijde. De maat van het hoofdvolume wordt door de metselwerk penanten optisch in omvang teruggebracht naar herkenbare proporties zodat het complex zich makkelijker voegt naar de maat en schaal van de omliggende bebouwing. Een rijk gemêleerde grijze steen in combinatie met prefab beton en aluminium kozijnwerk zorgt voor een ingetogen en tijdloos karakter. Samen met een flexibele indelingsmogelijkheid voor de binnenruimtes is het gebouw zo geschikt gemaakt om de komende decennia het uitgebreide programma van het Dingspilhuus opnieuw te huisvesten.


Afbeelding 1- Hoofdingang aan de kant van de Hoofdstraat

Afbeelding 2 – Hoofdingang aan de kant van de Hoofdstraat
Afbeelding 3 – Zijgevel met zijingang aan de kant van het plein en de grote parkeerplaats aan de Tusschendarp

Afbeelding 4 – Zijingang aan de kant van het plein en het grote parkeerterrein aan de Tusschendarp

Afbeelding 5 – Links zijgevel aan de kant van de Tusschendarp en rechts de achtergevel aan de Valkenakker

Afbeelding 6 – Achtergevel aan de kant van de Valkenakker

Afbeelding 7 – Achtergevel aan de Valkenakker en rechts de zijgevel aan de kant van Hoveniersbedrijf Benthem
Afbeelding 8 – Zijgevel aan de kant van Hoveniersbedrijf Benthem

Posted in Dingspilhuus | Leave a comment

Vrogger in de gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief beheert, onderhoudt en vergroot voortdurend ut Deevers Archief.
Je zult hier steeds meer berichten over het verleden en het heden (het heden is morgen verleden tijd) in de gemiente Deever vinden.
Als je een bijdrage wilt leveren aan ut Deevers Archief in de vorm van een (gedocumenteerde) foto, een tekst, een herinnering, een artikel, een krantenknipsel, een attendering, een interview, een reactie, een link naar belangwekkende gegevens, of anderszins, aarzel dan vooral niet dit te melden aan de redactie van ut Deevers Archief.
Als je wilt reageren, maak dan na het aanklikken van de knop ‘Leave a comment’ een bericht aan en verstuur dit naar de redactie.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Twee Tiktak-spelties van Aubet Kuper uut Deever

De firma Kuiper’s Levensmiddelenbedrijf Diever-Dieverbrug van de gebroeders Hendrik en Albert Krol verkocht in zijn kleine zelfbedieningswinkel an de Peperstroate en in zijn kleine winkel an de Riekseweg an de Deeverbrogge aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw koffie en thee van de firma Klaas Tiktak uut Grönning in de bekende op de speldjes afgebeelde verpakkingen.
Ter bevordering van de verkoop van deze koffie en thee kregen kopers van deze koffie en thee ten tijde van de grote speldjesverzamelrage in die jaren bij de aankoop van een pakje (?) of twee pakjes (?) koffie of thee een speldje cadeau. Deze zijn te zien op bijgaande afbeelding. In dit geval zijn de speldjes zelfs voorzien van de tekst ‘Kuiper’s Levensm. Bedrijf Diever-Dieverbrug’.
Jij moet als verzamelaar van prullaria uut de gemiente Deever deze speldjes natuurlijk wel in jouw verzameling hebben !
De redactie van ut Deevers Archief is naarstig op zoek naar foto’s van de bakkerij en de winkels van de gebroeders Hendrik en Albert Krol. Wie wil een goede scan van deze foto’s naar de redactie voor publicatie in ut Deevers Archief sturen ?

Posted in Neringdoende | Leave a comment

Inbreken in het ‘lijkhuisje’ aan de Bosweg

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 augustus 2014 verscheen het volgende korte bericht over een inbraak in ut liekwaeg’nschuurtie op ut maarkterrein an de Bosweg in Deever.

Inbrekers vinden niets in Dievers lijkhuisje
Onbekenden hebben het een meer dan een eeuw oude, historische lijkhuisje op het marktterrein in Diever opengebroken.
Waar de inbrekers wellicht tuingereedschap hadden verwacht te vinden, werd enkel en alleen een lege baar aangetroffen.
De Historische Vereniging Gemeente Diever, beheerder van het lijkhuisje, is gedupeerd door de inbraak.
Vrijwilligers zullen op korte termijn de veroorzaakte schade herstellen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
Voor de Deeverse correspondent van de Olde Möppeler lijkt het allemaal wel een beetje ingewikkeld aan het worden.
Het lijkhuisje stond vroeger op de kaarkhof bij de brink van Deever, maar bestaat niet meer.
Het ‘lijkhuisje’ op het marktterrein is geen lijkhuisje, maar een liekwaeg’nschuurtie (lijkwagenschuurtje).

Dan vinden de inbrekers nota bene in het liekwaeg’nschuurtie enkel en alleen een ‘lege baar’. Je zal als inbreker maar een ‘volle baar’ in een liekwaeg’nschuurtie vinden.
En waarom dacht de correspondent dat in het liekwaeg’nschuurtie tuingereedschap opgeborgen zou zijn ?
En waarom stond die ‘lege baar’ niet in het boarhuussie (baarhuisje) op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever ?
En wat voor begravenismaterieel zou dan wel in het boarhuussie op de kaarkhof staan ? Of staat daar het tuingereedschap ? Of zou in het boarhuussie op de kaarkhof een liekwaeg’n staan ?
En waarom staat in het liekwaeg’nschuurtie geen liekwaeg’n ?
Wie duidelijkheid kan verschaffen, die mag dat natuurlijk melden.

Posted in Bosweg, Diever, Kerkhof, Marktterrein | Leave a comment

Sukersakkie van hotel Blok an de Deeverbrogge

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag hotel-café-restaurant Johan Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de Drentse Hoofdvaart. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-restaurant-café.
Het hotel-restaurant-café had net zoals zoveel andere hotels, restaurants en cafés, enzovoort ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies – aanwezig in de verzameling van ut Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart, die Johan Blok in juni 1956 heeft uitgegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Hotel-restaurant-café Blok, Sukersakkie | Leave a comment

Passeneel van annemer Niesing in de Peperstroate

EDe redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande foto van de heer Henk Nijboer uit Beilen. Hij is de jongere broer van de op deze foto aanwezige Willem Nijboer. De redactie is Henk Nijboer bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Op deze fraaie foto staan werknemers van aannemersbedrijf Nijzingh uut Deever. De foto is genomen tijdens de bouw van de Boerenleenbank (nu RABO-bank) an de Peperstroate in Deever in 1967.
Van links naar rechts zitten op en staan bij de bulte metselstien’n:
– Jans Schade;
– Teun (Teuni) Daleman;
– Willem Nijboer;
– Piet Maas;
– Mans Nijzingh;
– Bertus Bijker;
– Hendrik Nijzingh.
Dus Anne Nijzingh, de andere zoon van Hendrik Nijzingh, staat niet op deze foto. Of was hij de maker van deze foto ?
Jans Schade is geboren op 12 oktober 1918 en is overleden op 3 mei 1970.
Teun Daleman is geboren op 1 maart 1950, hij woont in Deever.
Willem Nijboer is geboren op 2 augustus 1945 en is overleden op 18 december 1967.
Hendrik Nijzingh is geboren op 18 juli 1901 en is overleden op 12 mei 1969.
Wie kan aanvullende gegevens over de personen op deze foto verstrekken ?
Wie heeft gegevens over Piet Maas ?

Posted in Alle Deeversen, Bedrijf, Boerenleenbank, Diever, Peperstraat, Topstuk | Leave a comment

Van harte beterschap – Familie Hendrik Mulder

De redactie van ut Deevers Archief laat de bezoekers van ut Deevers Archief graag meegenieten van zijn aanwinsten in de verzameling ansichtkaarten.
In het voorjaar van 1960 verstuurde de familie Hendrik Mulder, Drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufdstroate in Deever, deze ansichtkaart van de omgeving van de brink en de Heufdstroate naar mevrouw Brouwer-van Sleen, kamer 3a van het Dianonessenhuis in Meppel.
Drogisterij ‘de Gaper’ stond  achter café Brinkzicht en is op deze foto niet te zien.
De twee eikebomen op de zwart-wit foto zijn nog steeds op de brink van Deever aanwezig.
De vraag is wie is mevrouw Brouwer-van Sleen ? Is het Diene van Sleen, de moeder van Hendrik Brouwer, de rijschool- en taxihouder uit de Hoofdstraat ? Wie kan de redactie daar informatie over verschaffen ?
De redactie heeft de kleurenfoto op 27 februari 2015 gemaakt.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Café Brinkzicht, Hoofdstraat | Leave a comment

Voorkant van het gelijk organiseert bijeenkomst

In de Meppeler Courant van 5 december 2014 verscheen het volgende zorgwekkende bericht over een bijeenkomst over het ‘kebied scheet’n’ in de gemeente Westenveld.

Informatiebijeenkomst over carbid schieten.
Diever. In het gemeentehuis in Diever wordt maandagavond een informatiebijeenkomst gehouden over het schieten met carbid. Burgemeester Rikus Jager roept iedereen die van plan is om bij de oudjaarviering met carbid te schieten om aanwezig te zijn bij deze bijeenkomst. Tijdens de avond die om 19,00 uur begint, worden de organisatie, traditie en de regels besproken. De wijkagenten en toezichthouders in de gemeente zijn ook aanwezig.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is zorgwekkend dat de voorkant van het gelijk zich in grote getale op de oudejaarstraditie van het ‘kebied scheet’n’ heeft gestort. Het bericht wekt de suggestie dat de burgemeester van de gemeente Westenveld zelf ook aanwezig zal zijn bij de mineure bijeenkomst. Wat is de reden van de bemoeizucht en regeldrang van de voorkant van het gelijk met deze toch al jaren door de voorkant van het gelijk verregelde traditie, die daarmee dreigt te verworden tot een plastic traditie ? Is het niet veel beter een en ander te delegeren en per ‘balderplaats’ een gratis dorpskracht als ‘kebied-scheet-coördinator’ te benoemen, dan dat de voorkant van het gelijk er zijn dure tijd in steekt’ ?

 

 

 

Posted in Carbid schieten, Diever, Dorpskracht, Traditie | Leave a comment

Van schoolfoto uit 1920 zijn alle leerlingen bekend

De redactie publiceerde de inhoud van dit bericht in een enigszins andere volgorde in nummer 02/4 (december 2002) van het blad Opraekelen. Dit is het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. De tekst van het artikel is enigszins geredigeerd en aangepast aan de feiten.

De heer Albertus Andreae (die in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) schreef in 1978 in het fotoboekje ‘Diever in oude ansichten’ bij de hier afgebeelde foto uit 1920 de tekst:
“Hier nogmaals een foto van een schoolklas van de openbare lagere school (van Deever, redactie). We plaatsen deze niet alleen om de kinderen die hier op staan, maar ook om de man die geheel rechts staat. Dit was meester C. Klijn, hoofd van de school. Hij was de opvolger van meester Kuiper. Uiteraard was deze nieuwe meester nog jong en vol idealen. Hij gaf op moderne wijze onderwijs aan zijn leerlingen. Voordien was er van “doorleren” op het dorp weinig of geen sprake. Vaak was er op de boerderij of anderzins thuis wel werk. Doch deze nieuwe meester wees de leerlingen op, voor zover mogelijk, doorstuderen en hoewel hij natuurlijk wel eens weerstand bij de ouders ontmoette, heeft hij toch bij enkelen wel succes gehad. En zo was meester Klijn toch wel een pionier.” (verzameling Alberdina Doorten-Slagter, Diever)

Bij de afgebeelde foto, die buiten voor de school aan de Hoofdstraat is gemaakt, schreef wijlen de heer Albertus Andreae (geboren 18 maart 1908 te Diever, overleden 27 maart 1988 te Diever, hij had ook op de foto moeten staan) (Die in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) in 1978 mooie woorden over meester Klijn. Je zou zeggen een goed voorbeeld doet goed volgen, maar dat gaat niet altijd op. Helaas nam hij niet de kleine moeite bij de foto de namen van de kinderen te vermelden. Het origineel van deze foto leende hij van mevrouw Alberdina Doorten-Slagter (geboren 27 januari 1914 te Diever, overleden 7 januari 2008 te Dwingelo). Wij hoefden weinig moeite te doen om achter de namen te komen van de leerlingen op de foto, want dezelfde mevrouw Alberdina Doorten-Slagter noemde ze zelfs in 2002 achter elkaar aan Jans Tabak, de alles-van-Deever-weter. De redactie is haar daarvoor posthuum dankbaar en is zich bewust dat zij ons veel wist te verhalen. De redactie is ook Jans Tabak erkentelijk voor de grote volhardendheid waarmee hij de namen van leerlingen op oude schoolfoto’s tracht te achterhalen. Het is bij de redactie niet bekend of er oudere schoolfoto’s dan deze uit de gemeente Diever zijn, waarvan alle namen ook bekend zijn.

De bovenste rij bestaat van links naar rechts uit:
– Jantina (Tine) Doorten, geboren op 25-11-1908, overleden op ……., echtgenote van Jan Dekker, Diever.
– Dina Klasen, dochter van snikkevaarder Gerard Klasen, van haar zijn geen gegevens bekend.
– Jansje Daleman, geboren op 25-10-1907, overleden op 8-1-1976, echtgenote van Aafko Voorma.
– Jantje Wesseling Gdr., geboren op 2-8-1911, overleden op 26-12-2004, echtgenote van Hendrik Mulder, Diever.
– Reina Mulder Wdr., geboren op 5-11-1910, overleden op 4-1-1970, echtgenote van Roelof Remmelts.
– Roelofje Kloosterman, echtgenote van Gerrit Noorman, overige gegevens zijn nog onbekend.
– Jantje Oost Adr. geboren op 27-3-1908, overleden op 9-11-1996, echtgenote van Jans Daalman.
– Albertje ter Mast, geboren op 26-12-1909, overleden op 29-7-1998, echtgenote van Barteld Oost (eerste huwelijk) en Jan  Wicher Bosman (tweede huwelijk).
– Annigje Boelens, geboren op 2-10-1908, overleden op 10-3-1999, echtgenote van Aaldert Barelds.
– Lammigje Seinen, geboren op 29-4-1909, overleden op 5-8-1998, echtgenote van Teunis Wesseling.
– Meester Cornelis Klijn, van hem zijn nog geen gegevens bekend.
De vier zittende jongens op de tweede rij zijn van links naar rechts:
– Roelof Willem van Wester, geboren op 6-8-1908, overleden op 28-7-1987, echtgenoot van Lammigje Zegeren.
– Hendrik Seinen, geboren op 14-7-1907, overleden op 15-8-1992, echtgenoot van Annigje Prins.
– Albert Koning Hzn., geboren op 19-5-1909, overleden op 27-9-1929, jong overleden.
– Hendrik van Wester, geboren op 6-8-1908, overleden op 6-3-1986, ongehuwd.
De zeven op het schoolplein zittende jongens zijn van links naar rechts:
– Arend Bennen Ezn., geboren op 29-9-1907, overleden op 26-11-1998, echtgenoot van Zwaantje Santing.
– Harm Buiter, geboren op 3-11-1908, overleden op 7-9-1977, echtgenoot van Rensje Donker.
– Klaas Daleman, geboren op 22-5-1906, overleden op 10-4-1945, echtgenoot van Jacoba Fledderus.
– Pieter Folkerts, geboren op 22-3-1907, overleden op 17-11-1995, echtgenoot van Albertje Vos.
– Geert Kok Gzn., geboren op 7-11-1909, overleden op 5-5-1987, ongehuwd.
– Jan Slagter Bzn., geboren 23-6-1908, overleden in oktober 1986, echtgenoot van Beertje Mennink.
– Tjibbe Krol, geboren op 9-9-1907, overleden op 11-3-1994, echtgenoot van Jantje Kok.

Een aantal kinderen blijkt relatie met het Schultehuis te hebben. De moeder van Klaas en Jansje Daleman was Jantje Oldenkamp. Haar vader Engbert Oldenkamp woonde in het Schultehuis en was daar boer en postkantoorhouder aan het begin van de vorige eeuw. In die tijd was het Schultehuis nog het voorhuis van de er tegenaan gebouwde boerderij (en soort hoort het ook). In 1918 werd het Schultehuis bewoond door het echtpaar Jan Krol en Romkje van der Burg en hun kinderen Saakje, Geesje, Koendert en de rechts vooraan op de foto zittende Tjibbe.
Bij de razzia op 10 april 1945 pakten de Duitsers ook Klaas Daleman op. Hij woonde met zijn gezin tegenover de Gereformeerde School. Klaas Daleman werd samen met negen andere mannen op het marktterrein vermoord (zie ook Opraekelen 02/1).

Posted in Opraekelen, Skoele Openbaar Deever | Leave a comment

Juniorenelftal van v.v. Diever kampioen in 1958/1959

De redactie van het Deevers Archief ontving bijgaande foto van de heer Henk Nijboer uit Beilen. Hij is de jongste broer van de op deze foto aanwezige Willem Nijboer. De redactie is Henk Nijboer bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Op deze foto staat het elftal van de A- of B-junioren van voetbalvereniging Diever, dat in het seizoen 1968/1969 1958/1959 kampioen werd. Wie weet of het de A-junioren of de B-junioren waren ? De mogelijke reservespelers staan niet op de foto.
Staande zijn van links naar rechts te zien:
– Willem (Wim, Wimpie) Jansen (uut de Aachterstroate);
– Schelte Betten (van de Veentiesweg);
– Albert Klok (overleden) (uut Oldendeever);
– Hendrik de Leeuw;
– Albert Vierhoven (overleden) (uut de Peperstroate);
– Hilbertus (Bertus) Noorman (overleden) (uut de Kloosterstroate);
– Lambertus (Bertus) Barels (van de Bosweg);
Op de knieën zijn van links naar rechts te zien:
– Wolter Smit (van de Deeverbrogge);
– Willem Nijboer (overleden) (uut Oldendeever);
– Hendrik (Henk, Henkie) Koning (van de Veentiesweg);
– Bennie Doorten (van de Deeverbrogge).
Zo te zien is Schelte Betten de doelman van dit elftal.
Niet bekend is waar deze foto is gemaakt.
Enige personen op deze foto zijn al overleden.
Hilbertus Noorman is geboren op …. en is overleden op …..
Albert Vierhoven is geboren op 23 augustus 1944 en is overleden op 10 april 2004.
Willem Nijboer is geboren op 2 augustus 1945 en is overleden op 18 december 1967.
Wie van de personen op deze foto kan aanvullende gegevens verstrekken ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 11 juli 2016 de volgende zeer gewaardeerde reactie van Wim Jansen:
Wat is deze site een verrassing !
Ik sta zelf helemaal links op de foto. Met een bos bloemen, want ik was de aanvoerder.
De foto is genomen op het veld van de v.v. Wapse in verband het kampioenschap van de B-junioren (seizoen 1958/1959).
Dus niet wat in de tekst wordt genoemd seizoen 1968-1969.

Nog een aanvulling op de tekst: ook Bertus Noorman is -alweer jaren geleden- overleden in zijn toenmalige woonplaats Heerenveeen

Posted in Diever, Sport, Voetbal | Leave a comment