Gedèènktiek’n veur de bouwers van de noodbrogge

In de krant Ons Noorden : Dagblad voor de Noorderlijke Provinciën verscheen op 21 mei 1945 een artikel over de bouw van de noodbrug over de Drentse Hoofdvaart an de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945. 

Drentse burgers bouwden een noodbrug en bevorderden Frieslands bevrijding
In de dagen rond 10 april, zo lezen we in de ‘De Vrije Pers’, toen het noorden des lands in angstige spanning op de bevrijdende Canadese legers wachten, ging er in de huizen van de gelukkigen, die nog op de een of andere elektrische stroom konden bemachtigen, geen uur voorbij of de radio werd ingeschakeld. De hoop op een spoedige verlossing van de onderdrukkers nam toe in de harten van de Drenten en Groningers, naarmate de tankspitsen ten oosten van de Drentse Hoofdvaart vorderen. Doch de Friezen werd het bang te moede, want wie beter dan zij wisten welk een barrière hen nog van de oprukkende geallieerden scheidde.
Op een goede dag meldde Herrijzend Nederland evenwel plotseling dat de Canadese spitsen tot in Diever doorgedrongen waren. Diever, over het kanaal dus ! En zie, dit bruggenhoofd is het geweest van waaruit Frieslands victorie begon. Dit bruggenhoofd danken zij aan een Drentse opzichter van de Rijkswarerstaat, die met een aantal burgers onder het bereik der Duitse kanonnen een noodbrug over het kanaal sloeg, waarover het materiaal naar het westen stroomde.
Canadezen en Polen rukten in Drente op: Coevorden werd bevrijd, de spoorbaan Hoogeveen – Meppel gepasseerd, in de loop van woensdag den 11de april werd Dwingeloo bereikt en even later stonden Canadezen aan de Drentse Hoofdvaart. Waarschijnlijk heeft het niet in de bedoeling gelegen om de operaties onmiddelijk aan de westzijde ervan voort te zetten, doch er zijn factoren geweest (onder andere een noodkreet van de bevolking van Diever, waar de terugtrekkende Duitsers een vreselijke terreur uitoefenden, die den commandant de wenselijkheid van een noodbrug bij Dieverbrug deden inzien.
Mer een opzichter van de Rijkswaterstaat te Dwingeloo werd overleg gepleegd en deze bood aan, met een aantal vrijwilligers een brug over het kanaal te slaan. Ondanks het feit, dat zowel Wittelte, de Haarsluis (ten zuiden van Geeuwenbrug) en Diever nog in Duitse handen was en het geenszins denkbeeldig was, dat deze tegen het vallen van de avond het vuur zouden openen, meldden zich tal van vrijwilligers aan. Uit deze groep werden zestien bekwame vaklui gekozen, die ’s avonds om negen uur met de bouw begonnen, terwijl de Canadezen de wegen naar Dieverbrug onder controle hielden.
De opdracht van den Canadesen commandant luidde: maak  mij een brug geschikt voor maximaal 9-tons wagens en zorg, dat die morgenvroeg half zeven klaar is. De hele nacht zwoegden en ploeterden de vrijwilligers, daarbij gebruik makend van een bok met marteriaal afkomstig van de op last van de Duitsers afgebroken Wittelterbrug, welk materiaal men speciaal met het oog op de bouw van een noodbrug in de buurt had weten vast te houden. De mannen smaakten tenslotte het genoegen debrug tien minuten voor de vastgestelde tijd gereed te hebben en onmiddellijk starten de geallieerde colonnes naar het westen.
Het schijnt dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het ‘bruggenhoofd Dieverbrug’ het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft ‘meegenomen’. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog de zelfde dag werd Wolvega bereikt.
Is het teveel gezegd, dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (Pingjum onder andere) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van de Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers ?

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in verschillende berichten aandacht besteed aan het ontbreken van een gedenkplaat of een plaquette voor de Deeverse en Dwingeler bouwers van de noodbrogge over de Drentse Hoofdvaart an de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945. De noodbrug is gebouwd geweest naast de Deeverbrogge, die de Duitse bezetter tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft opgeblazen. Op de hier afgebeelde helaas niet zo scherpe foto is de opgeblazen Deeverbrogge te zien; deze foto is vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog gemaakt door de an de Deeverbrogge wonende Wopke Veenstra.
Zie bijvoorbeeld het bericht Bouwers van de noodbrogge kriegt un gedenkplaete
en het bericht De seu’m lange staarke ieser’n balk’n van Oere Chris of het bericht Un ienvoldig gedèènktiek’n bee de Deeverbrogge.
De bedoeling van het bestuur van de Historische Vereniging Gemeente Diever was deze gedenkplaat, eigenlijk meer een vandalenbestendig informatiebord, met enig ceremonieel te plaatsen op 12 april 2010, vijfenzeventig jaar na de bevrijding van de gemiente Deever, te plaatsen, maar vanwege de corona-pandemie bleek dat helaas op die datum niet tot de mogelijkheden te behoren.
In de webstee van de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 3 augustus 1920 het bericht Historische Vereniging Gemeente Diever plaatst informatiepanelen
waarin ook verslag wordt gedaan van het plaatsen van een bord met gegevens over de bouw van de noodbrogge ter plaatse van de vernielde Deeverbrogge.
Het is er dus na 75 jaren en bijna 4 maanden na 12 april 1945 dan toch nog van gekomen. Niet op initiatief van de Hoge Heertjes En Dametjes Van Het Dagelijks Bestuur Van De Gemeente Westenveld En Hun Ambtelijke Medewerkers In Hun Luxe Onderkomen Aan de Gemeentehuislaan In Deever, maar wel op het zeer te waarderen intiatief van de Historische Vereniging Gemeente Diever.
De redactie zal te gelegener tijd bij een volgende fotoexpeditie door de gemiente Deever, dus zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf enige foto’s van dit gegevensbord maken, en toevoegen aan dit bericht.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadese bevrijders, Canadian First Army, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De sloop van ut Wittelterschut in 1880

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is bij afbeelding 1, een afbeelding van de oudst bekende zwart-wit foto van de streek Wittelte, nota bene een foto uit 1880, die gemaakt is tijdens het slopen van de Wittelter schutsluis, de volgende tekst vermeld.

1 – Wittelte – Wittelter schutsluis – 1880
De Smildiger veenschappen Molenwijk en aanhorigheden en De Zeven Blokken, de Drentsche Stoombootmaatschappij en anderen verzochten de Minister van Waterstaat om de opruiming der Witteltersluis op de Drentsche Hoofdvaart niet in den zomer, maar gedurende de wintermaanden December, January en February te doen verrigten.
De Waterstaat vond dat het winterseizoen met zijne korte dagen en sechte weersgesteldheid zich daartoe niet leent en dat het onverantwoord zou zijn om de vaart af te dammen en den geregelden afvoer van het water te versperren op een tijd dat aan een goeden afvoer de grootste behoefte kan bestaan.
Op 17 december 1879 schrijft de Minister aan de Commissaris des Konings in Drenthe dat het tijdstip voor de afsluiting zal worden bepaald tusschen 1 July en 15 Augustus 1880, gedurende welke tijd voor de vaart door het bovenpand naar zee toch nog altijd de weg langs de Kolonievaart open staat.
Na het slopen van de sluis zou het peil in het pand Dieversluis – Wittelte lager worden, waardoor geen gebruik meer kon worden
gemaakt van de overlaten boven de sluis voor het bevloeien van hooilanden. Op verzoek van de eigenaren van de hooilanden in
de Witteltermade en de aangrenzende Uffelter hooilanden werden in de kanaaldijk duikers aangelegd.
De stenen sluis werd in de zomer van 1880 opgeruimd, nadat het pand tussen deze sluis en de Dieversluis op zijn nieuwe diepte was gebracht. Voor het gebruik van ’s Lands Grooten Weg langs de vaart werd bij het niet zichtbare tolhuis tot in 1899 tol geheven. Achter de bomen is het sluiswachtershuis te zien. In het rechter deel van het voorhuis was een café gevestigd. Het huis is in 1905 op een openbare verkoping geveild.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Zie ook het bericht Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele.
De laatste zin van de tekst bij de foto van het slopen van het Wittelterschut is niet juist. Het huis van de sluiswachter is in 1881 geveild.

Afbeelding 1 – Foto uit 1880 van de sloop van het Wittelterschut

Afbeelding 2 – Afbeelding van de bladzijde met foto 1 met tekst uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Verdwenen object, Wittelterschut | Leave a comment

Bint klinkers uut un nazi-Duutse-rolbène aarfgood ?

In de nieuwsbrief ‘Brinkenplan Diever op Dreef’ van juni 2020, die te vinden is in de webstee van het zo genoemde Brinkenplan van de gemeente Westenveld, is aanwezig het artikeltje ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’. Dit artikeltje is hier als afbeelding opgenomen. Het ‘Brinkenplan Diever op Dreef” is de naam die de gemeente Westenveld heeft gegeven aan de in 2019 en 2020 uitgevoerde miljoenen euro’s belastinggeld verslindende herbestrating van de straten van ut olde Deever. De afbeeldingen in het artikeltje ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’ zijn overgenomen uit het bericht Fliegerhorst Havelte van de provincie Drente.  

Cultureel erfgoed in de brink van Diever
In Diever liggen op een aantal plaatsen nog stenen die afkomstig zijn van het vliegveld dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers is aangelegd op het Holtingerveld in Darp.
Deze stenen (broodjes) lagen in de startbaan waarvan op het Holtingerveld twee waren aangelegd (kleine startbaan en grote startbaan).
Veel jonge mannen uit de omgeving waren door de Duitsers hier te werk gesteld om het vliegveld aan te leggen. Het vliegveld werd tijdens de oorlog veelvuldig door de geallieerden gebombardeerd, waardoor het vliegveld vaak onbruikbaar was.
Na de oorlog is het vliegveld ontmanteld en zijn de stenen gebruikt bij de aanleg van wegen. In Diever liggen deze stenen in de brink en de Brinkstraat. Dit straatwerk is dus een stukje cultureel erfgoed waar we zuinig op moeten zijn.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de Tweede Wereldoorlog was de Duitse Luftwaffe in dienst van nazi-Duitsland. De nazi-Duitsers werkten vanaf oktober 1942 aan de aanleg van een groot militair vliegveld bij Havelte voor gebruik in de luchtstrijd tegen de geallieerden. De redactie verwijst voor meer gegevens naar het bericht Fliegerhorst Havelte van de provincie Drente

Veel overblijfselen van dit vliegveld zijn nog steeds terug te vinden in het Havelter landschap. Ook voormalige taxibanen of rolbanen, het Duitse woord voor rolbaan is Rollbahn, zijn nog steeds terug te vinden. In de volksmond heet een van die taxibanen nog steeds de Rolbène. In de verharding van de Kolonieweg, een voormalige nazi-Duitse-rolbaan die na de Tweede Wereldoorlog is versmald, zijn de originele broodjes, een type straatklinker, nog aanwezig. Voorstelbaar is dat de straatklinkers, die vrij kwamen bij de versmalling van de Kolonieweg, in Deever zijn gebruikt voor de verharding van een stuk van de Brinkstroate en de stroate op de brink.

De redactie wist tot het lezen van het bericht ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’ absoluut totaal volstrekt niet dat in de bestrating vóór het Schultehuis straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan zijn gebruikt. Nota bene in de Tweede Wereldoorlog heeft de beruchte in dienst van nazi-Duitsland staande bloedgroep Norg het Schultehuis als martelkamer gebruikt.

De redactie ergert zich aan de laatste zin van het bericht ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’, te weten de zin ‘Dit straatwerk is dus een stukje cultureel erfgoed waar we zuinig op moeten zijn’.
De redactie ergert zich bij het lezen van die zin aan het pleonasme ‘cultureel erfgoed waar we zuinig op moeten zijn.’
De redactie ergert zich bij het lezen van die zin nog het meest aan het gebruik van het autoritaire, domweg iedereen de mond willen snoerende woordje ‘dus’. 

De wet van 9 december 2015, houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed, in het dagelijks gebruik gewoon de Erfgoedwet genoemd, bevat het volgende artikel.
Artikel 3.16. Gemeentelijk erfgoed
1. De gemeenteraad kan een erfgoedverordening vaststellen.
2. De verordening ziet op het beheer en behoud van cultureel erfgoed gelegen binnen de desbetreffende gemeente, dat van bijzonder belang is voor die gemeente vanwege de cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis.
3. Het college van burgemeester en wethouders houdt een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed bij.

Vast staat wel dat de straatklinkers uit de nazi-Duitse-rolbaan in Deever geen cultureel erfgoed van de Nederlandse staat of de provincie Drente zijn. Dus cultureel erfgoed is dus alleen gemeentelijk cultureel erfgoed als dus het betreffende object dus in het gemeentelijk register van aangewezen cultureel erfgoed staat. Het is de redactie dus niet duidelijk wie in de gemeente Westenveld dus de grote wijze aanwijzer van cultureel erfgoed is. Is dat dus de burgemeester ? Is dat dus de wethouder van cultuur ? Is dat dus het college van burgemeester en wethouders ? Is dat dus de gemeenteraad ? Is dat dus een heemkundige vereniging ? Is dat dus in het geval van de aanwezige straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan in bestrating in Deever dus een op drift geraakt ambtenaartje die dus belast is met de uitvoering van het ‘Brinkenplan Diever op Dreef’ ? Is dat dus de redacteur van het artikeltje ‘Cultureel erfgoed in de brink van Diever’ ?

De redactie kan zich dus niet voorstellen dat enige vierkante meters hergebruikte straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan in bestrating in Deever zijn gebombardeerd tot gemeentelijk cultureel erfgoed. Als dus de Kolonieweg of een klein stukje van de Kolonieweg met de oorspronkelijke straatklinkers uit de nazi-Duitse-rolbaan dus al geen gemeentelijk erfgoed is, dan zijn dus die enkele vierkante meters hergebruikte straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan in Deever al helemaal geen gemeentelijk erfgoed. Die hebben dus voor Deever een negatieve cultuurhistorische betekenis, een negatieve historische waarde en een negatieve historische bijsmaak. Als die in Deever liggende straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan onverhoopt dus wel in het gemeentelijk erfgoedregister zijn opgenomen, dan moeten die dus ‘mit groszer Geschwindigkeit und im geraden Trab’ uit het gemeentelijk erfgoedregister worden geschrapt. En die straatklinkers uit een nazi-Duitse-rolbaan moeten dus ‘mit groszer Geschwindigkeit und im geraden Trab’ worden gesloopt. Than it will be right, but with just another filthy memory !  

Posted in Brink, Brinkstraat, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Op de pompestroate in un boerdereegie in Deever

De kunstschilder Adrianus (Arie) Johannes Zwart is geboren op 30 augustus 1903 in Rijswijk en is overleden op 27 augustus 1981 in het Rosa Spierhuis in Laren in Noord-Holland.
Na zijn huwelijk in 1926 was hij voor het levensonderhoud van zichzelf en zijn gezin afhankelijk van de inkomsten uit de verkoop van zijn schilderijen. Hij reisde veel door Nederland, eerst alleen, later met zijn gezin in een omgebouwde verhuiswagen. In 1936 werd deze vervangen door een speciaal voor het gezin gebouwde woonboot, die de naam De Trekschuit kreeg. Hiermee gingen hij en zijn gezin verder op reis door Nederland. Hij was vaak te vinden op de Beulakker Wiede en in Meppel. In de winter lag De Trekschuit in Meppel. Zwart is door zijn contacten met Meppeler schilders na 1940 overgestapt op het gebruik van lichtere kleuren, zoals op het afgebeelde schilderij is te zien. Donkere interieurs maakten plaats voor een lichter palet met een lossere penseelvoering. Zijn schilderijen werden in de kunsthandel voor goede prijzen verkocht en waren vaak te zien op tentoonstellingen.
Hij gaf zijn hier afgebeelde schilderij de naam Een van de straten van Diever. Het werk is met olieverf geschilderd op een linnen doek. Het schilderij is voorzien van de handtekening van de schilder. De kunstenaar schreef de locatie Diever en naam van het schilderij op de achterkant van het schilderij. Het schilderij heeft een breedte van 410 mm en een hoogte van 310 mm. Het schilderij is in september 2018 via een veiling van eigenaar verwisseld.
De grote vraag is natuurlijk of Arie Zwart dit schilderij daadwerkelijk binnen de grenzen van de gemiente Deever op de pompestroate van een boerdereegie heeft geschilderd. De pompestroate was de plek waar met name de melkbussen werden geborsteld en schoongespoeld. Het kan natuurlijk zo zijn dat hij met De Trekschuit een reis door de Drentse Hoofdvaart heeft gemaakt en enige tijd an de löswal an de Deeverbrogge heeft gelegen en zo boerderijen in Deever heeft leren kennen.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in zijn jeugd in de zestiger jaren van de vorige eeuw veel boerderijen in Deever en alle boerderijen in Oll’ndeever en Wittelte van binnen gekend en weet uit eigen herinnering dat alle boerderijen vanaf 15 mei 1957 zijn aangesloten op de drinkwaterleiding en geen waterpomp meer hadden. Als Arie Zwart zijn schilderij met de naam Een van de straten van Diever inderdaad wel op een pompestroate mit un wèterpompe van un boerdereegie in Deever heeft geschilderd, dan moet dit flink wat jaren voor 1957 zijn geweest. De redactie schat in dat Arie Zwart zijn schilderij dan tussen 1945 en 1950 heeft gemaakt.
Het is de redactie niet duidelijk waarom de schilder zijn werk de naam Een van de straten van Diever heeft gegeven. Door het raam en de geopende deur is geen straat te zien. Wel is in het tegenlicht een erf met kippen en een berg hooi te onderscheiden. Maar ut pothokke stond altijd tegenover de zijdeur aan de kant van de pompestroate. En op het schilderij is geen pothokke te zien. De pompestraote is impressionistisch, romantisch en nostalgisch geschilderd. Pompestroat’n in de gemiente Deever kunnen in oude boerderijen er vóór 1950 wel zo hebben uitgezien.

Posted in Boerderij, Kunst, Schilderij | Leave a comment

Vlag hijsen en breken in jongenskamp De Eikenhorst

De heer Pieter Verdonk stuurde op 10 september 2020 de volgende reactie naar ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze reactie. De heer Pieter Verdonk is van 1961 tot 1963 groepsleider geweest in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Van de heer Pieter Verdonk zijn verschillende bijdragen verwerkt in berichten in ut Deevers Archief.

Ik heb destijds een foto van de appèlplaats in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ gemaakt. Ik meende, dat ik van die foto nog een exemplaar had. Ik heb die foto helaas nog niet terug kunnen vinden.
Op die foto is de appèlplaats met de vlaggemast in het midden van de appélplaats te zien. Rond de vlaggemast staan de vier groepen jongens uit de barakken Perú, Klondike, Transvaal en Alaska, daar tegenover staan enkele stafleden. In bepaalde opzichten leken bepaalde zaken in het kamp op het doen en laten bij de toenmalige padvinderij. Daar werd in die tijd ook de vlag gehesen, terwijl men in de houding stond, enzovoorts.
Misschien is het leuk het volgende bij de hier ontbrekende foto van de appèlplaats op te merken. We hadden een enorm boek, de zogenaamde stafbijbel, waarin alle aanwijzingen, enzovoorts uit Den Haag waren opgeborgen. In die stafbijbel stond ook, dat als een lid van het Koninklijk Huis was overleden, dan de vlag ’s morgens tot halfstok moest worden gehesen en dan moest worden “gebroken”.
Op 28 november 1962 overleed prinses Wilhelmina. Dat moest worden meegedeeld bij het vlagappèl en de vlag moest na het hijsen worden gebroken. “Doe jij dat maar, dat kan ik niet”, fluisterde de adjudant, die anders het vlagappèl leidde, me toe. Tja, ’t was in de zestiger jaren en in die tijd kon zoiets al gezegd worden… Dus heb ik het overlijden van de prinses aangekondigd en het commando “vlag hijsen en breken” gegeven. Na drie dagen hoefde dat niet meer, want de prinses had in haar testament opgenomen dat ze geen plichtplegingen wilde.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Als een vlag na het hijsen moet worden “gebroken”, dan moet de vlag op een speciale manier zijn gevouwen.
Het “breken” van de vlag werd voornamelijk gedaan bij harde wind.
Wie van de voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’
an de Gowe is in het bezit van een exemplaar van de in het bericht beschreven foto van de appélplaats ? De redactie zou bijzonder graag een goede scan van deze foto bij dit bericht willen tonen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Haarm Hessels hef ut hunnebedde ok op de foto set

De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels heeft in maart 1984, de redactie van ut Deevers Archief weet de precieze datum nog niet, ook een keer ut hunnebedde D52 op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee Deever op de foto gezet. Een afbeelding van die foto is in dit bericht te zien. Voorwaar geen slechte foto. De foto is ook als illustratie gebruikt bij het artikel met de merkwaardige titel ‘Lijden en dood: en toch leven !” van de gereformeerde dominee O. Doorn. De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen in welk tijdschrift dit artikel heeft gestaan.
De redactie is een verwoed verzameling van afbeeldingen van hunnebedde D52. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid een scan van foto’s van dit hunnebedde naar de redactie te sturen, teneinde deze te kunnen tonen in ut Deevers Archief.

Posted in Grönnegerweg, Hunnebed D52 | Leave a comment

In de tillefooncel kö’j dag en naacht automaties bell’n

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op woensdag 11 november 1964 het volgende bericht over de opening van het nieuwe PTT-kantoor an de Peperstroate in Deever op 10 november 1964. 

Aanwinst voor de gemeente
Nieuw postkantoor in Diever geopend
In de toekomst brievenkastjes op de DVM-autobussen ?

Burgemeester J.C. Meyboom heeft dinsdagmiddag in Diever het nieuwe postkantoor aan de Peperstraat officieel geopend. Hij deed dit door de deur te ontsluiten met een sleutel die hij van de heer J. Folkers, directeur van het Postdistrict Zwolle had gekregen. Het nieuwe postkantoor van Diever biedt een fraaie indruk en is een aanwinst voor deze gemeente. Met de opening van dit gebouw is het postkantoor Dieverbrug opgeheven. Voortaan zullen alle postzaken voor Diever en omstreken door de heer J. Doorten, de postkantoorhouder, met zijn medewerkers worden afgehandeld.

Mozaïek van Abe Brouwer
Voor het kantoorgebouw heeft de straatmaker-schrijver Abe Brouwer met keistenen een fraai mozaïek aangelegd afbeeldende een briefkaart.
Voorafgaande aan de opening vond in hotel Doorten een bijeenkomst plaats van de vele genodigden. Bijzonder aardig was dat verschillende oud-postkantoorhouders(sters) deze feestelijke gebeurtenis bijwoonden.
De heer J. Folkers zei zeer verheugd te zijn dat Diever nu zo’n fraai postkantoor bezit. Hij wees op het feit dat reeds in mei 1955 begonnen werd met de planning van een nieuw kantoor in Diever. Toen was het al hard nodig, zei spreker, want de behuizing liet alles te wensen over. gelukkig zijn alle besprekingen nu achter de rug en heeft Diever een kantoor dat aan alle eisen voldoet. Spreker ging diep in op de geschiedenis van het postwezen in deze contreien. Hij releveerde dat in 1789 Dieverbrug al van belang was voor de post. Daar werden toen namelijk de paarden gewisseld van de postkoets Groningen-Zwolle. In 1995 werd in Diever een hulppostkantoor geopend.

Belang
De naam Schoemaker is van groot belang als men de ontwikkeling van de posterijen in Diever volgt. Enkele generaties van dit geslacht zijn namelijk postkantoorhouder geweest. Zij hebben altijd tot ieders tevredenheid de postzale zaken behandeld, aldus spreker.
In 1957 werd de heer J. Doorten aangesteld en deze gaat nu de PTT-scepter over het gebouw zwaaien.
Tot slot bracht de heer Folkers dank aan allen die aan de totstandkoming van het gebouw hebben meegewerkt.

Klachten
Burgemeester Meyboom gewaagde in zijn toespraak van de klachten van de inwoners van de buurtschappen dat er slechts zo’n gering aantal brievenbussen zijn. Tevens van het feit dat deze bussen per dag niet zo vaak worden gelicht. Zou het niet mogelijk zijn, zo vroeg de burgemeester zich af, dat men in navolging van Amsterdam aan de autobussen van de DVM brievenbussen bevestigd. Dit zou de verzending van de post aanmerkelijk versnellen en vergemakkelijken.
De heer A.K. Moerman, directeur van het postdistrict Meppel waaronder Diever ressorteert, die hierna het woord voerde, merkte hieromtrent op dat hij nimmer van deze klachten had gehoord. Hij zegde toe een en ander te laten onderzoeken.
Mr. dr. H.K. de Langen, voorzitter van de PTT-kamer voor Drenthe en secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe merkte op dat het nieuwe postkantoor zeer goed past in het typische toeristendorp Diever. Hij wees op het grote belang van een goed postkantoor in een gemeente.

Eer
De heer J. Doorten sloot de sprekersrij. Hij wees op de mogelijkheden die er nu door dit nieuwe gebouw zijn geschapen om de goede naam van Tante Pos zo veel mogelijk eer aan te doen.
Hierna begaf het gezelschap zich naar het postkantoor om een en ander in ogenschouw te kunnen nemen. Het gebouw bestaat uit een kantoorruimte met twee loketten en een hal voor het publiek. In deze hal zijn 25 postbussen bevestigd. Verder is er een telefooncel die van buiten bereikbaar is. Dit impliceert dat de cel dag en nacht beschikbaar is. Er kan volledig automatisch worden gebeld.
Aan het postkantoor is een woning gebouwd, waarin de heer J. Doorten met zijn gezin intrek heeft genomen.
Architect is de heer Van Keulen. Aannemers: de firma Mors en Zoer uit Dieverbrug. De bouwkosten bedragen f. 106.000.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Postkantoorhouder J. Doorten is Jan Doorten. Hij is geboren op 1 oktober 1910. Hij is overleden op 12 juni 1976 in Deever . Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Waren de aannemers Mors en Zoer of waren de aannemers Mos en Zoer ?
Het briefkaart-mozaïek van Abe Brouwer bij de ingang van het postkantoor is helaas verdwenen. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is in het bezit van een foto van dit briefkaart-mozaïek ? De redactie zou van deze foto graag een goede scan willen ontvangen, teneinde deze te tonen bij dit bericht.
Een namaak van het briefkaart-mozaïek van Abe Brouwer is te vinden in de bestrating bij de brievenbus bij de zelfbedieningswinkel an de Heufdstroate in Deever. Zie de hier getoonde kleurenfoto van dit namaak-mozaïek, die de redactie op woensdag 11 december 2019 heeft gemaakt.
De redactie heeft de foto van het voormalige postkantoor en de foto van de zijgevel van het voormalige postkantoor gemaakt op vrijdag 29 november 2019.
Aan het metselwerk om het grote raam in de zijgevel, achter het donkerbruine gemeentelijke betuttelpaaltje, is te zien waar de toegangsdeur van de openbare telefooncel, die ongeveer 1 meter breed en 1 meter lang was, heeft gezeten.

Posted in Algemeen | Leave a comment

Ut vroggere noodgemientehuus wöd ofebreuk’n

De ambtenaren van de gemiente Deever verhuisden op 11 november 1955 van het oude gemeentehuis an de brink van Deever naar het noodgemeentehuis in barakken op ’t Bultie.
De ambtenaren van de gemiente Deever namen op 19 juni 1957 het nieuwe gemeentehus an de brink van Deever in gebruik.
Met ingang van 28 juni 1957 is het postkantoor verplaatst van de woning van Lambertus Schoemaker an de Heufdstroate in Deever naar een noodpostkantoor in een barak van het voormalige noodgemeentehuis in het uitbreidingplan. Dat is de groene barak op de twee afbeeldingen.
De witte barak is toen in gebruik genomen als leslokaal voor een klas van de U.L.O.-school van Pieter Zijlstra (die in de Deeverse volksmond altijd ome Piet werd genoemd).
Het noodpostkantoor is op 10 november 1964 verhuisd naar het nieuwe postkantoor an de Peperstroate in Deever.
De nieuwe U.L.O.-school op de Westeresch is op 29 januari 1965 geopend en is op maandag 1 februari 1965 in gebruik genomen. Daarna konden de barakken op ut Bultie en an de Tusschendarp in Deever worden afgebroken.
De twee hier getoonde afbeeldingen (afdrukken van diapositieven) van de barakken op ut Bultie zijn dus na 1 februari 1965 gemaakt. De grote vragen zijn natuurlijk: op welke datum zijn de twee foto’s gemaakt en wie is de sloopaannemer van deze twee barakken ? De redactie heeft het vermoeden dat dit in februari of maart 1965 is gebeurd, gelet op de kale eikeboom an ut Swatte Pattie achter de groene barak. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan gegevens ? De redactie zou bijzonder graag willen weten wie de maker is van deze twee afbeeldingen.


Posted in Gemeentehuis, Gemiente Deever, Postkantoor, U.L.O.-school, Verdwenen object | Leave a comment

De hoefstal van de Kloeze an de Heufdstroate

Hoefstallen zijn nog steeds te vinden in allerlei soorten en maten en gemaakt van allerlei materialen.
Het paard wordt in de hoefstal geplaatst en vastgezet, waarna de smid rustiger en veiliger aan de hoeven kan werken.
Het gebruik van een hoefstal is niet echt nodig om een paard te kunnen beslaan.
Deze hoefstal heeft in elk geval nog tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw bij de voormalige smederij van de Kloeze an de Heufdstroate in Deever gestaan.
Het is bij de redactie van ut Deevers Archief niet bekend tot wanneer deze hoefstal is gebruikt, immers als gevolg van de mechanisatie van de landbouw in de zestiger jaren van de vorige eeuw maakten de boeren steeds minder gebruik en uiiteindelijk helemaal geen gebruik meer van trekpaarden.

Posted in Ambacht, de Kloeze, Hoofdstraat | Leave a comment

Ut bidprentie van Jurjen Bos uut Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die zijn geboren in de gemiente Deever en zijn overleden in de gemiente Deever of zijn geboren in de gemiente Deever, maar niet zijn overleden in de gemiente Deever of niet zijn geboren in de gemiente Deever, maar wel zijn overleden in de gemiente Deever. Dit bericht toont de voorkant en de achterkant van het bidprentje van Jurjen Bos. Hij is niet geboren in de gemiente Deever, maar hij is wel overleden in de gemiente Deever.

Gedenk in Uw gebeden en H.H. Misoffers Jurjen Bos, echtgenoot van Alida van den Akker,
Geboren te Blesdijke 28 maart 1875, overleed hij voorzien van het Heilige Oliesel te Zorgvlied 5 maart 1957; 9 maart daar aan volgend werd hij begraven op het Rooms Katholieke kerkhof te Zorgvlied in afwachting van de glorievolle verrijzenis.
Met kinderlijk blijde geest, die heel zijn leven kenmerkte, vervulde hij de plichten, die God hem had opgelegd. In liefdevolle toewijding zorgde hij voor zijn huisgezin, dat hem zo dierbaar was. Vol rechtvaardigheid en zorg gaf hij het voorbeeld van christelijke naastenliefde. Zo zal hij ook bij velen in dankbare herinnering blijven.
Vele jaren -van 15 maart 1920 tot 20 april 1956- was hij lid van het kerkgebestuur van de Sint Andreasparochie te Zorgvlied en stond hij op de bres voor kerk en parochianen, vooral gedurende de laatste oorlog.
Dierbare vrouw, heb dank voor Uw zorg. Lieve kinderen, eert mij in Uw moeder en volgt mijn voorbeeld na. Steeds bereid als God U roept.
Gebed
Open voor hem, o Heer, de deur des hemels en maak hem deelachtig aan de vreugde der heiligen in Gods eeuwige glorie.
Hij ruste in vrede.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jurjen Bos is begraven op de rooms katholieke kaarkhof an de Monden op Zorgvlied.

Posted in Bidprentje, Zorgvlied | Leave a comment

Uutkiektoorns en un uitkiekpoal op Baark’nheuvel

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst opgenomen bij de afbeeldingen 1 en 2, een afbeelding van een ansichtkaart van een brandtoren op Kijkduin en een afbeelding van een ansichtkaart van een brandtoren an de Gowe op het landgoed Berkenheuvel. Beide ansichtkaarten zijn vóór de Tweede Wereldoorlog uitgegeven.

82 en 83 – Berkenheuvel – Houten uitkijktorens – 1939
In het grote aaneengesloten bosgebied van Berkenheuvel kon het begin van brand alleen tijdig vanuit de hoogte worden ontdekt. In de twintiger jaren werden de hier afgebeelde houten uitkijktorens in gebruik genomen.
Op de linker foto is de toren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg te zien. Deze uitkijktoren stond op de hoogste heuvel van
de omgeving. Mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van Berkenheuvel, gaf deze heuvel een aardige naam: Kijkduin. Deze toren is aan het begin van de veertiger jaren afgebroken.
Op de rechter foto staat de torendie zich bevond op een heuvel in de buurt van de Pastoorszandweg bij de Geeuwenbrug. Bij de uitkijktoren stond een houten huis dat bewoond werd door een werknemer van het landgoed Berkenheuvel. Nadat de N.V. Berkenheuvel grond had verkocht aan het ministerie van Sociale Zaken lag de toren op het terrein van een werkkamp van de arbeidsdienst, later het kamp voor sociale jeugdzorg De Eikenhorst. Deze toren is in de vijftiger jaren afgebroken.
De twee houten uitkijktorens werden ontworpen door architect ir. Mello van Daalen, de jongste zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen en één van de latere bewindvoerders van de N.V. Berkenheuvel. Naar hem is de Mellolaan vernoemd.
Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over het bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange
houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Deze werd op 14 april 1934 centraal opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan, tegenover de Juniperusweg. Het is niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bart Buiter is de maker van de twee hier getoonde kleurenfoto’s van de nog steeds bestaande resten van de fundering van de brandpaal op de hoge heuvel aan de Middenlaan en tegenover de Juniperusweg. De redactie weet nog niet wanneer deze twee kleurenfoto’s zijn gemaakt.

Abracadabra-421

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

        Abracadabra-422

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaart, Brandtoren, Diever, ie bint 't wel ..., Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Verbonden met allen die van goeden wille zijn …..

In de verzameling van ut Deevers Archief is bijgaande zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Op de afbeelding is de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink van Deever te zien.
De zichtbare deur aan de linkerkant van de kerk dateert nog uit de tijd dat in het westelijke deel van de zuidelijke beuk van de kerk de lagere school van Deever was gevestigd. Deze deur is terecht verdwenen tijdens de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Let vooral ook op het zwaar vervallen dak van de kerk. En let vooral ook op de glint’n um de braandkoele op de brink.
De achterkant van de kaart is tussen 13 en 20 augustus 1948 beschreven. Daarmee is nog niet duidelijk of de kaart in 1948, 1947 of 1946 is uitgegeven en ook is op de achterkant van de kaart niet vermeld bij welke neringdoende in Deever deze meer dan 70 jaar oude ansichtkaart te koop was. De kaart werd zelfs in Deever nog verkocht in 1950 !
Uit de tekst op de achterkant blijkt dat de kaart is beschreven door de kampleiding van zomerkamp IV van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (V.C.J.C.). De redactie heeft het vermoeden dat iedere deelnemer aan zomerkamp IV met zo’n afscheidskaart naar huis ging. De V.C.J.C. hield haar zomerkampen in Deever an de Bosweg bee ut Mastenveltie. De redactie weet niet wat de afkortingen op de achterkant van de ansichtkaart betekenen en weet ook niet wie zijn naam bij een afkorting heeft geschreven.
In het tekstgedeelte van de ansichtkaart is de volgende tekst geschreven: Verbonden met allen die van goeden wille zijn ….
Volledig luidt deze nog steeds toepasselijke zegenspreuk: Verbonden met allen die van goeden wille zijn, geroepen tot vernieuwing van de wereld en ons leven, willen wij ieder voor zich en tezamen een teken van hoop, geloof en liefde zijn in de wereld van vandaag !
Op de plaats voor de postzegel is een wijnroodkleurig plaatje geplakt. De redactie zou graag willen weten of dit het logo van de V.C.J.C. was en wat de betekenis van dit logo was.
De V.C.J.C. maakte ook reclame voor haar zomerkampen, zie de bijgevoegde afbeelding van een aanplakbiljet, dat in 1938 werd ontworpen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De heer Henk Matthijssen stuurde naar aanleiding van de zin ‘Verbonden met allen die van goeden wille zijn’ op de achterkant van de hier afgebeelde ansichtkaart op 8 september 2020 een reactie naar ut Deevers Archief. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze reactie, die luidt als volgt.
Uit mijn tijd bij de Vrije Vogels (ook van de V.C.J.C.) herinner ik mij dat de hele spreuk was:
Verbonden met allen die van goeden wille zijn, gedragen door hoger kracht, geroepen tot vernieuwing van ons leven en de wereld, willen wij God met al onze krachten dienen.
Is deze langere spreuk bij iemand bekend?


Posted in Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Toren aan de brink, V.C.J.C.-kamp | Leave a comment

Frièrik Westerling hef ok mulder in Oll’ndeever ewest

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 31 maart 1881 het volgende berichtje over de brand in de molen van Frederikus Westerling in Oll’ndeever.

Diever, 29 maart. Hedennacht ten half twee is de voor twee jaar nieuw gebouwde korenmolen van Frederik Westerling totaal afgebrand. Oorzaak natuurlijk onbekend. De molenaar was sedert enige dagen afwezig. Alles verzekerd.


In het Het Nieuws van den Dag : Kleine Courant verscheen op 4 april 1881 het volgende berichtje over de brand in de molen van Frederikus Westerling in Oll’ndeever. De achternaam van de molenaar Westerling is in het berichtje per abuis als Wesseling vermeld.

In de gemeente Diever (Drente) is Maandagnacht de korenmolen van den Heer Wesseling geheel afgebrand. De oorzaak is nog onbekend.


In de Opregte Steenwijker Courant verscheen op 22 december 1884 de volgende advertentie over de verkoop van ‘den windkoornmolen’ van Frederikus Westerling in Oll’ndeever.

De Notaris Mr. J. Beckeringh van Loenen te Dwingelo, zal op Woensdag 24 december 1884, des namiddags om 3 uren, ten huize van Lense Dijkstra te Diever, ten verzoeke van F. Westerling te Oldendiever, bij palmslag publiek verkoopen den windkoornmolen te Oldendiever, gemeente Diever, met daarbij staand nieuw gebouwd huis, benevens eenige perceelen groenland, bouwland en heideveld, een en ander bij den eigenaar in gebruik.


In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op woensdag 15 juli 1891 de volgende advertentie over de verkoop van de ‘windkoornmolen’ en het daarbij staande huis van molenaar Frederikus Westerling in Oll’ndeever.

Uit de hand te koop: een goed onderhouden en welbeklante windkoornmolen te Oldendiever, met daarbij staand huis, toebehoorende aan en in gebruik bij F. Westerling.
Te aanvaarden 1 november 1891 of 1 mei 1892.
Te bevragen bij den eigenaar en ten kantore van mr. J. Beckeringh van Loenen, notaris te Dwingelo.


In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 9 april 1892 de volgende advertentie over de verkoop van dieren en inboedel van molenaar Frederikus Westerling ten huize van en op verzoek van Frederikus Westerling in Oll’ndeever.

Mr. J. Beckeringh van Loenen, notaris te Dwingelo, zal op woensdag 13 april eerstkomende, des voormiddags 10 uur, ten huize en ten verzoeke van Frederikus Westerling te Oldendiever, publiek verkoopen:
een best 12-jarig ruinpaard (mak in alle tuigen), melkkoe, 7 varkens (waarvan 2 drachtig), 2 beste wagensopzet, chais, groote sneeuwslede, koornwinde met sjouw, karn, kookpot van 100 hectoliter, trog en verder boeren-, deel- en melkgereedschappen, eet- en pootaardappelen, stroo, mest, zoden, gezaagd eikenhout, voorts huismeubelen als: ouderwets eikenhouten kabinet, kleerkast, groote kookkachel met ketels, klok, spiegels, tafels, stoelen, glas- en aardewerk en verder huisraad, naaimachine, groote harmonica, enzovoort.


Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Het moet molenaar Frederikus Westerling in 1884 niet zijn gelukt zijn ‘windkoormolen’  uit de hand te verkopen, want op 15 juli 1891 verscheen in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) een nieuwe advertentie over de voorgenomen verkoop van de ‘windkoornmolen’ van Oll’ndeever. Blijkbaar lukte het hem in juli 1891 wel de ‘windkoornmolen’ uit de hand te verkopen, met aanvaarding op 1 mei 1892, want op 9 april 1892 verscheen in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) een advertentie, waarin Frederikus Westerling de voorgenomen verkoop van levende have en nogal wat inboedel aankondigt. Frederikus Westerling en zijn gezin verhuisden op 3 juni 1892 van Oll’ndeever naar Odoorn.

Molenaar Jakob Friedrichs Westerling is geboren op 14 juli 1805 in Nieuwe Pekela. Hij is op 14 augustus 1884 op 79-jarige leeftijd overleden in Oll’ndeever. Aleid Geerds Penning is geboren op 11 november 1811 in Bunde in Duitsland. Zij is op 2 augustus 1882 op 70-jarige leeftijd in Oll’ndeever overleden. Zij zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Molenaar
Jacob Friedrichs Westerling en Aleid Geerds Penning zijn de ouders van molenaar Frederikus Westerling.

Molenaar Frederikus Westerling is geboren op 16 februari 1840 in Bunde in Duitsland. Hij is overleden op 11 mei 1912 in Duitsland. Zijn laatste woonplaats was ’t Haantje bij Sleen. Hij was toen in dat dorp de molenaar van molen ‘Alberdina’. Hij trouwde op 3 augustus 1867 in Borger met Geesien Middeljans. Zij is geboren op 24 december 1840 in Borger. Zij is overleden op 19 maart 1924 in ’t Haantje bij Sleen.
Aleida Westerling is geboren op 16 november 1868 in Anloo. Zij is een dochter van molenaar Frederikus Westerling en Geessien Middeljans. Zij trouwde op 8 februari 1918 met boschopzichter Jan Meijer. Zij is overleden op 7 december 1958 in Sleen.
Jacob Westerling is geboren op 31 januari 1871 in Buinen. Hij is een zoon van molenaar Frederikus Westerling en Geessien Middeljans. Hij is overleden op 25 februari 1872 in Buinen.
Jacob Westerling is geboren op 16 november 1872 in Elp. Hij is een zoon van molenaar Frederikus Westerling en Geessien Middeljans. Hij is overleden op 21 februari 1940 in Sleen.
Grietje Westerling is geboren op 18 maart 1875 in Balinge. Zij is een dochter van molenaar Frederikus Westerling en Geessien Middeljans.
Grietje Westerling is geboren op 13 december 1876 in Balinge. Zij is een dochter van molenaar Frederikus Westerling en Geessien Middeljans. Zij is overleden op 12 januari 1839 in Sleen.

Posted in Molen, Molen 'de Vlijt', Oldendiever | Leave a comment

Wie hef de olde sluuswaachterswoning ekocht ?

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 4 april 1881 een aankondiging van de verkoop van de oude sluiswachterswoning bij de afgebroken Witteltersluis.

Verkoop van een huis en land te Wittelte.
De ontvanger der registratie en domeinen te Meppel, zal op vrijdag 15 april 1881 des morgens elf uur, ten huize van Jan Wanders, herbergier aan de Wittelterbrug, ten overstaan van mr. W.O. Servatius, notaris te Dwingelo, publiek verkoopen:
de oude sluiswachterswoning te Wittelte, gemeente Diever, met omliggenden tuin, bouw- en weiland, kadastraal in die gemeente bekend in sectie D nummers 863, 1003, 865, 862 en 866, te zamen groot 98.24 aren, beide laatste perceelen thans in pacht bij Roelof Snijders, tolpachter te Wittelte.
Aanvaarding van huis en schuur met 1 mei, van tuin en een stukje weiland dadelijk, van een ander perceel weiland 1 november en van bouwland na den oogst.
Inlichtingen ten kantore van den ontvanger.
(Zie de gedrukte biljetten.)

Aantekeningen van de redacie van ut Deevers Archief
De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen wie de oude sluiswachterswoning en de tuin en het bouw- en weiland hebben gekocht in 1881.
Klaas de Boer schrijft in zijn onvolprezen boek ‘Wittelte. Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, dat te bekomen is bij de Wittelter Dorpsvereniging, dat de bewoners van het oude sluiswachterswoning, te weten Jan Pot en zijn gezin, in 1902 verhuisden naar de boerderij met het huidige adres Rijksweg 70 en dat de sluiswachterswoning in 1903 publiekelijk is geveild en dat de koper Klaas Klaassen is.
Dat is dan toch wel een niet te verdoezelen verschilletje tussen de aankondiging in de Provinciale Drentsche en Asser Courant en dat wat Klaas de Boer heeft geschreven ! Dat is toch wel een dingetje ! Dat behoeft wel enig grondig onderzoek !
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de boerderij ter plekke van de voormalige oude sluiswachterwoning bij ut Wittelterschut gemaakt op 9 april 2013. Het voorste woongedeelte van de boerderij is de oude sluiswachterswoning geweest. De redactie zal te gelegener tijd en zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf enige nieuwe kleurenfoto’s van deze locatie toevoegen aan dit bericht.
Zie in het bijzonder ook het bericht Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele.

Posted in Drentse Hoofdvaart, Wittelte, Wittelterschut | Leave a comment

Ièste anplakbiljet van ut eup’mlochtspel uut 1946

Dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema maakte in 1946 eigenhandig het eerste aanplakbiljet voor het aankondigen van de uitvoering van ‘een Midzomernachtsdroom’ van William Shakespeare.

De gedreven dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema was de grote man achter het succes van de opvoeringen van stukken van William Shakespeare in het openluchttheater van Diever. Hij was mede-oprichter van de toneelvereniging Diever op 24 mei 1946.
Hij was het die toen voorstelde die zomer de Midzomernachtsdroom van William Shakespeare te spelen. Leden vroegen zich af of dat niet te hoog gegrepen was. De dokter was echter de mening toegedaan dat Shakespeare zijn 37 stukken had geschreven voor het gewone volk. Hij had zijn toekomstplannen in gedachten al klaar.
Zo gebeurde het dat al kort daarna op 31 augustus en 2 september 1946 (beginnende op 8.30 precies) een voorstelling werd gegeven. Een lange en zeer succesvolle traditie van Shakespeare spelen door het volk en voor het volk was begonnen. Want nooit is iets verkeerd of ongepast, wat eenvoud in oprechten ijver biedt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In 2006 was het zestig jaar geleden dat in Deever in de bos voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in 2005 voor de zeer gewaardeerde leden van de heemkundige vereniging uut Deever voor het kalenderjaar 2006 een zogenaamde ‘historische kalender’ gemaakt. Het samenstellen van deze kalender was een echte wandeling op de wegen der vrijheid.
Deze kalender toont mooie beelden uit de beginjaren van het Openluchtspel. De redactie wil de zeer gewaardeerde
 bezoekers van ut Deevers Archief een afbeelding van het allereerste aanplakbiljet van het Openluchtspel van 1946, die ook het voorblad van genoemde kalender siert, niet onthouden.
Dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema heeft deze affiche met eigen hand gemaakt, de gedrevenheid straalt van deze afbeelding af. Het origineel van deze afbeelding bevindt zich in ut 
Drents Archief in Assen.
Opvallend is dat in het eerste jaar van het Openluchtspel maar twee uitvoeringen zijn gegeven. De entreeprijs was twee gulden. De kaarten voor het Openluchtspel van 1946 konden worden gekocht in café Figeland an de brink
 van Deever.

Posted in Cultuur, Diever, Historische kalender, Kunstig gemaakt object, Openluchtspel, Topstuk | Leave a comment

Maurice Domingo hef sien oorlogsherinneringskruus

De staat der Nederlanden kende op 2 januari 1951, wel een beetje erg rijkelijk laat, het Oorlogsherinneringskruis met de gesp ‘Krijg te land 1940 – 1945’ toe aan de Franse parachutist Maurice Domingo uit Narbonne. Bij de onderscheiding zat geen fraai gekalligrafeerd en door de koningin der Nederlanden ondertekend diploma, maar een tamelijk nogal in vette ambtelijke taal geschreven papperasje, niet ondertekend door de koningin der Nederlanden, die was even niet op kantoor, die was op wintersportvakantie in Sankt Anton, ook niet ondertekend door de minister van oorlog en ook niet ondertekend door de tijdelijke minister van buitenlandse zaken, maar uiteindelijk onder aan de hiërarchische ladder ondertekend door de secretaris-generaal van het ministerie van oorlog.

De tekst van het papperasje luidt als volgt.
Wij Juliana, bij de gratie Gods, koningin der Nederlanden, prinses van Oranje, enz., enz., enz. 
Op de gemeenschappelijke voordracht van onze minister van oorlog en van buitenlandse zaken van 20 december 1950, DG Litt, Z 310; en van 27 december 1950, directie kabinet en protocol  /DE, no. 127018; hebben goedgevonden en verstaan: Toe te kennen het oorlogsherinneringskruis met de gesp ‘Krijg te land 1940 – 1945’ aan Maurice Domingo, van het voormalig 3e ‘Regiment de Chasseurs Parachutistes’ der S.A.S. troops van het Franse leger; wegens: ‘Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden, door na in de nacht van 7 op 8 april 1945 per valscherm in Drenthe achter de vijandelijke linies te zijn geland, op onverschrokken wijze deel te nemen aan de daaropvolgende gevechten. Door dit optreden mede te werken aan de bevrijding van Nederland en daardoor de belangen van de Nederlandse staat te dienen.’ Onze ministers van oorlog en van buitenlandse zaken zijn, ieder voor zoveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit Besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de kanselier der Nederlandse orden. Sankt Anton, 2 januari 1951. Juliana. De minister van oorlog, H.L. s’ Jacob. De minister van buitenlandse zaken a.i., W. Drees. Overeenkomstig het oorspronkelijke, de secretaris-generaal van het ministerie van oorlog, Rietveld. Voor eensluidend uittreksel, de secretaris-generaal van het ministerie van oorlog.

De redactie van ut Deevers Archief heeft in enige berichten aandacht besteed aan de Franse parachutist Maurice Domingo. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan deze berichten vinden door in het rechter deel van het scherm de categorie ‘Franse parachutist’ aan te klikken of via het zoekvenster te zoeken naar ‘Maurice Domingo’.
Het Oorlogsherinneringskruis diende als beloning voor a). militairen, in dienst van het koninkrijk der Nederlanden; b). Nederlanders of Nederlandse onderdanen, dienende aan boord van Nederlandse koopvaardij- of vissersschepen onder Nederlands dan wel geallieerd beheer; c). Nederlanders of Nederlandse onderdanen, deel uitmakende van vliegtuigbemanningen der Nederlandse burgerluchtvaart onder Nederlands dan wel geallieerd beheer.
Desalniettemin deze voorwaarden is het Oorlogsherinneringskruis met de gesp ‘Krijg te land 1940 – 1945’ toegekend geworden aan de Franse luchtcommando Maurice Domingo. Dat was ur iene mit hoar op de koes’n.

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wie hef toch die plèsnème Zorgvlied bedaagt?

Historische kringen op Zorgvlied zijn bezig uit te zoeken wie toch de bedenker is van de naam Zorgvlied of hoe de naam Zorgvlied is ontstaan.
Was Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt de bedenker van deze naam ?
Of komt Lodewijk Guillaume Verwer de eer toe ?
Of heeft het dorp zijn naam ontleend aan Huize Zorgvlied, de villa die Jacobus de Ruijter de Wildt liet bouwen op het toen nagenoeg lege Wateren ?
Maar wie gaf de naam Huize Zorgvlied aan de villa ? Was het de eerste eigenaar Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt of was het de tweede eigenaar Lodewijk Guillaume Verwer ?
Had de villa eerst de naam Castra Vetera om vervolgens omgedoopt te worden tot Huize Zorgvlied of omgekeerd ? Of kreeg de villa pas veel later de naam Castra Vetera ?
De redactie van ut Deevers Archief wacht rustig de resultaten van dit diepgaande en belangwekkende heemkundige uitzoekwerk af en zal hier te zijner tijd over berichten.
Wellicht weet een zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief de antwoorden, aarzel dan niet een reactie in te sturen.

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment

Sukersakkie van pension Vierhoven an de Bosweg

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag hotel-café-restaurant-pension ‘Berk en Heuvel’ van Kornelis (Knelus) Vierhoven (hij is geboren op 11 februari 1915 en is overleden op 10 februari 1972, hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) an de Bosweg in Deever tegenover de Uitkijktoren.
Het was toen met name in de zomer een druk beklant hotel-café-restaurant-pension met nota bene een grote theetuin..
Het hotel-café-restaurant-pension met theetuin had net zoals zoveel andere hotels, cafés, restaurants, pensions, cafetaria’s, lunchrooms, kantines, enzovoort ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies – aanwezig in de verzameling van ut Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar waarschijnlijk min of meer heeft overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart.
Merkwaardig genoeg lijkt Kornelis Vierhoven zelf geen ansichtkaarten van zijn bedrijf te hebben uitgegeven.
De redactie van ut Deevers Archief is bekend met een aantal uitgaven van deze ansichtkaart.
In januari 1963 is de afgebeelde ansichtkaart uitgegeven door Roelof van Goor’s boekhandel, Deever (Dr.).
In november 1965 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Deever (Dr.), telefoon 05219-1221.
In november 1966 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Hendrik Koopman, Drogisterij ‘de Gaper’, Deever (Dr.).
In januari 1968 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Deever (Dr.), telefoon 05219-1221.
In november 1968 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Roelof van Goor’s boekhandel, Deever (Dr.).
Wellicht zijn er nog meer (hopelijk oudere) uitgaven geweest. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
De redactie heeft het vermoeden dat de gebruikte foto voor de ansichtkaart is gemaakt in de zomer van 1963.

 

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Bosweg, Sukersakkie, Toeristenindustrie, Uitkijktoren | Leave a comment

De Heufdstroate op un ansichtkoate uut 1904

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag mooie oude beelden van het dorp Deever aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. In dit bericht is een afbeelding van een sepiakleurige prentbriefkaart uit 1904 te zien. Zie afbeelding 1. De prentbriefkaart heeft als titel ‘Diever. Café Seinen’. De prentbriefkaart is uitgegeven door H. ten Brink in Möppel.

Afbeelding 1
Het hier getoonde sepiakleurige straatbeeld van de Heufdstroate van Deever is de prent van een prentbriefkaart, die op 12 november 1904 in Meppel en in Rotterdam van een poststempel voorzien. De prentbriefkaart is verstuurd naar Jongejuffrouw A.C.D. van der Kamp, Delftschestraat 81, Rotterdam.
In 1904 mocht de adreskant van een prentbriefkaart nog niet worden beschreven, daarom liet de uitgever van de prentbriefkaart onder de prent enige schrijfruimte vrij, die uiteraard bijna altijd werd benut. Zo ook onder de hier getoonde prent van de prentbriefkaart.
De met inkt geschreven tekst onder de prent van deze prentbriefkaart luidt als volgt:
11 november 1904, Lieve Ans, Wanneer ik niet word opgehouden, kom ik 5.32 station Maas. Laat Ma dus met het diner er op rekenen. Wees met Ma en zus gegroet van je vader.
Afbeelding 2
Dit is de adreskant van de prentbriefkaart, waarvan de prent in afbeelding 1 is te zien.
Afbeelding 3
Dit is een afbeelding van bladzijde 87 uit het in januari 1975 uitgegeven fotoboekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder. Bij de afbeelding op bladzijde 87 is de volgende begeleidende tekst opgenomen.
Café Seinen
Aan niets is te zien dat deze boerderij onder de lindeboom niet alleen een café, maar tevens het enige hotel destijds in Diever vertegenwoordigde. Wij zien hier de eigenaar Roelof Seinen als koetsier op de bok, vermoedelijk juist terug van Dieverbrug om enkele gasten naar de snikke te brengen.
Voor het huis van links naar rechts: z’n vrouw Hilligje Offerein, z’n dochter Grietje (in de volksmond Ete), z’n dochter Hilligje (met neef Roelof op de arm) en z’n dochter Aaltje. Met strohoed zoon Willem (onderwijzer te Meppel) en z’n vrouw Hilligje. Tussen hen beiden door is vaag te zien zoon Jan Thijs.
1e Huis rechts is van kleermaker R. van Kampen, 2e huis rechts de boerderij van Jan Manden en 3e huis rechts de boerderij van Jan Mulder. Op de voorgrond buurkinderen, waaronder uiterst links Willem Mulder. De rest is mij onbekend.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief bij afbeelding 3
Arend Mulder schrijft over de de rij buurtkinderen dat het kind uiterst links zijn broer Willem Mulder is. Dat kan niet juist zijn, want Willem Egbert Mulder is geboren op 30 maart 1904, terwijl de prentbriefkaart op 12 november 1904 is voorzien van twee poststempels.
Arend Mulder schrijft dat voor de boerderij van Roelof Seinen een lindeboom staat. Dat waren enige leilinden, die in de zomer de warme zonnestralen moesten weren. In Deever stonden voor veel boerderijen met de voorgevel op het zuiden enige leilinden.
Hij schrijft dat in de boerderij niet alleen een café, maar ook een hotel was gevestigd. In die tijd werd in Deever nog niet gesproken van een hotel, maar van een logement. Het café-logement van Willem Seinen in Deever. Het café-logement van Sjoert Benthem an de Deeverbrogge.
Arend Mulder schrijft dat Hilligje Offerein de vrouw was van Roelof Seinen. Dat is niet juist. De vrouw van Roelof Seinen was Hilligje Wichers.
Roelof Seinen is geboren op 23 november 1842 in Deever. Hij is een zoon van Jan Seinen en Hildegonda Offerein. Hij is overleden op 21 september 1925 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Roelof Seinen trouwde op 29 april 1871 in Deever met Hilligje Wichers.
Hilligje Wichers is geboren op 19 juli 1843 op de Smilde. Zij is een dochter van molenaar Jan Thijs Wichers en Grietje Dedden. Zij is overleden op 15 juni 1919 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De kinderen van Roelof Seinen en Hilligje Wichers zijn Jan Seinen, Grietje Seinen, Hildegonda Seinen, Jan Thijs Seinen, Aaltje Seinen, Hilligje Seinen en Willem Seinen.
Jan Seinen is geboren op 6 maart 1872 in Deever. Hij is overleden op 27 november 1913 in Deever.
Grietje (Iete) is geboren op 24 augustus 1873 in Deever. Zij is overleden op 21 oktober 1969 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever. Zij is niet getrouwd geweest.
Hillegonda Seinen is geboren op 28 november 1875 in Deever. Zij is op zevenjarige leeftijd overleden op 17 december 1882 in Deever.
Jan Thijs Seinen is geboren op 14 januari 1878 in Deever. Hij is overleden op 6 april 1956 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij is niet getrouwd geweest. Het bejaardenhuis in Deever staat op een stuk grond dat eigendom was van de erfgenamen van Roelof Seinen; het bejaardenhuis heeft onterecht de naam ‘Jan Thijs Seinenhof’ gekregen; een betere naam ware ‘de Weiert’ geweest.
Aaltje Seinen is geboren op 20 oktober 1879 in Deever. Zij is overleden op 27 augustus 1933 in Deever. Zij is niet getrouwd geweest.
Hilligje Seinen is geboren op 1 mei 1882 in Deever. Zij is overleden op 12 december 1987 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Zij is niet getrouwd geweest.
Willem Seinen is geboren op 4 maart 1884. Onderwijzer Willem Seinen trouwde op 13 mei 1911 in Staphorst met onderwijzeres Hilligje Rumpt. De redactie is nog op zoek naar aanvullende gegevens over Willem Seinen.
Arend Mulder schrijft dat naast zoon Willem (onderwijzer te Meppel) zijn vrouw Hilligje staat. Dit is niet juist, want zoon Willem was in 1904 nog vrijgezel en trouwde pas in 1911 met Hilligje Rumpt.
R. van Kampen is kleermaker Roelof van Kampen. Hij is geboren op 24 september 1869 in Oldeberkoop in de gemeente Ooststellingwerf. Hij is overleden op 21 mei 1933 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij trouwde op 16 oktober 1886 met Grietje Noorman, dochter van timmerman Jannes Noorman en Geesje Nijenhuis.
Jan Manden is geboren op 7 augustus 1852 in Steenwijkerwold. Hij is overleden op 3 maart 1920 in Deever. Hij trouwde op 1 april 1889 in Deever met Roeloffien Timmerman.

Barta Hendrika Manden is geboren op 9 februari 1891 in Deever. Zij is een dochter van Jan Manden en Roeloffien Timmerman.
Derk Vording trouwde op 5 mei 1917 in Deever met Barta Hendrika Manden.
Derk Vording en Barta Hendrika Manden zullen de boerderij in 1917 hebben overgenomen van Jan Manden en Roeloffien Timmerman. Barta Hendrika Manden is overleden op 3 mei 1952 in Deever. Derk Vording is overleden op 2 augustus 1957 in Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie heeft nog niet uitgezocht wie daarna de boerderij hebben voortgezet.
Arend Mulder is een zoon van boer Jan Mulder en Roelofje Tissingh. Hij is op 25 april 1906 geboren in de boerderij links naast de boederij van Jan Manden. De datum 3 maart 1903 stond op een zwarte stenen plaat aan de voorgevel, rechts naast de voordeur van de boerderij van Jan Mulder en Roelofje Tissingh. Deze plaat is niet meer aanwezig. 


Afbeelding 4
De redactie van ut Deevers Archief heeft voor de kalenderjaren 2003, 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008 een zo genoemde ‘historische kalender’ gemaakt voor de zeer gewaardeerde leden van de heemkundige vereniging uut Deever (Historische Vereniging Gemeente Diever).
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de kalender voor het jaar 2003 aandacht besteed aan de eerste en oudste prentbriefkaarten waarop objecten en mensen uut de gemiente Deever zijn te zien.
De redactie had de euvele moed bij elke prent enige begeleidende tekst op te nemen en dat was zeer tegen de meedogenloze, angstaanjagende en niemandontziende wil van De Almachtige Voorzitter en De Nog Almachtiger En Zich Volstrekt Onmisbare Vindende Secretaris en De Alleralmachtigste Niemandaankijkende Penningmeester Van De Historische Vereniging Gemeente Diever. Om de woorden van een niet geheel onbekende Engelse toneelschrijver te gebruiken: The Fear In The Board Is The Ending Of Freedom.
De redactie van ut Deevers Archief voorzag het kalenderblad voor de maand april van het jaar 2003 van de volgende begeleidende tekst.
Diever –  Hoofdstraat – 1903
Tot 1905 mocht op de achterkant van een ansichtkaart alleen een adres worden geschreven. Vandaar dat in de ondermarge van de voorkant vaak in kleine letters en vaak met de kroontjespen hele verhalen werden geschreven. Achter de leilinden staat het café-logement van Roelof Seinen en Hilligje Wichers. In een kamer van hun boerderij is nog het gemeentehuis ondergebracht geweest. In de boerderij achter de voerman op de brikke woont de familie Jan Mulder. De boerderij in het midden is van Jan Manden. In het huis aan de rechterkant wonen kleermaker Roelof van Kampen en Aaltje Noorman
.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Afbeelding 5

De redactie van ut Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt op 13 juni 2002.
Deze foto is in een kleiner formaat min of meer te zien in afbeelding 4.
De redactie verneemt bijzonder graag van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief wie toen in de zichtbare huizen woonden.

Afbeelding 6
David Samson heeft deze foto van de voorgevel van de vakantieboerderij ‘Onder de Eiken’, Hoofdstraat 76, gemaakt op 14 juni 2019.

Posted in Ansichtkaart, Boerderij, Cafe-Logement Roelof Seinen, Hoofdstraat | Leave a comment

Bezinepompe van Laamut Roll’n an de brink


In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 26 april 1926 in het krantenverslag van de vergadering van de raad van de gemiente Deever gehouden op 23 april 1926, dat Lambertus Rolden vergunning werd verleend voor het plaatsen van een ondergrondse benzine-tank met automatisch werkende pomp op gemeentegrond aan de brink van Deever.

Diever, 23 april.
In de heden gehouden raadsvergadering werd het benoemd-verklaarde lid van den raad, de heer J. Klaassen te Wittelte, na beëdiging als zoodanig toegelaten.
Verschillende ingekomen stukken werden voor kennisgeving aangenomen, onder andere besluit van Gedeputeerde Staten houdende goedkeuring instelling eiermarkt te Dieverbrug; verslag van den toestand der gemeente en dat betreffende de volkshuisvesting over 1925.
De handwerkonderwijzeressen te Wapse, mejuffrouw M. Oost en te Wateren, mej. K.H. Akkerman werden wederom voor één jaar benoemd.
Het vermenigvuldigingscijfer voor de plaatselijke inkomstenbelasting werd vastgesteld op 2,5 (vorig jaar 2,3). De opbrengst van genoemde belasting wordt dan geraamd op f. 28000.
De verordening op den keuringsdienst van vee en vleesch werd gewijzigd in verband met de aansluiting van de gemeente bij de N.V. Thermo-Chemische fabrieken te Bergum.
Vastgesteld werd een nieuwe verordening op de logementen, herbergen, tapperijen, enzovoort.
Op het verzoek van de Bataafsche Import Maatschappij, bijkantoor Groningen, om in gemeentegrond bij den rijwielhandelaar Rolden te Diever een benzine-tank met automatisch werkende pomp te mogen plaatsen, werd goedgunstig beschikt en de vergunning tot wederopzeggens verleend.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan Klaassen is geboren op
 16 juni 1884 in Lheebroek en is overleden  op 28 maart 1956 in Wittelte. Hij is getrouwd op 4 mei 1907 met Annigje ten Brink. Zij is geboren op 24 april 1880 in Wittelte en is overleden op 18 juli 1935 in Wittelte. Jan Klaassen hertrouwde in 1936 (?) met Grietje ten Brink. Zij is geboren op 9 maart 1882 in Wittelte en is overleden  op 15 juli 1958 in Wittelte. Zij was een zuster van Annigje ten Brink.
In 1925 werd de N.V. Nederlandsche Thermo Chemische Fabrieken (NTF) te Amsterdam opgericht door José Vigeveno, mr. M. Kan en Karel Mozes. Het gelukte deze N.V. om in 1926 haar eerste fabriek in Bergum op te richten. De eerste destructor van dit bedrijf werd op 15 april 1926 geopend. Vanaf die tijd werden kadavers van vee, zoals koeien, varkens en paarden, vervoerd naar Bergum om daar vernietigd te worden. Veel Deeversen zullen zich onder meer de stinkende kadaverbak op ’t Kasteel herinneren.
De Bataafsche Import Maatschappij was de voorloper van Shell Nederland en is vernoemd naar het olierijke Batavië (Indonesië). Rijwielhandelaar Lambertus Rolden was met zijn bedrijfje gevestigd aan de brink in Deever, op de plaats waar nu café-restaurant-cafetaria ’t Keernpunt is gevestigd. Zie bijgaande foto (gepubliceerd met toestemming van de familie Rolden). Op de foto is Hendrik Jan Rolden, de zoon van Lambertus Rolden bij de benzinepomp te zien.

 

 

 

 

 

Posted in Bedrijf, Brink, Diever, Neringdoende, Topstuk, ut Kastiel | Leave a comment

Bee de schièrboas

De redactie van ut Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in ut Deevers Archief.
Bijgaande vijf korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd op bladzijden 11, 12 en 13 van Opraekelen 04/2 (juni 2004).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden herinneringen en voorvallen (annekkedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten. De eerste aflevering van deze serie is gepubliceerd op bladzijden 19 tot en met 21 van Opraekelen 03/4 (zie het bericht Bee’j de scheerboas). Voor meer informatie over Lammert Joustra wordt de lezer verwezen naar de inleiding bij de eerste aflevering.
Deze aflevering gaat over de dorpsfiguur Jans (Jansie) Grit. Jans Grit werd op 8 maart 1897 geboren en overleed op 26 november 1969. Hij was de laatste verpleegde van ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg. Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde kerk ut Aar’mhuus in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op ut Kastiel in Deever te zijn gehuisvest, helaas terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wiek. Zijn lichaam is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deeverde.

Goeie mörn saem’m
Op de 2002-kalender van de Historische Vereniging Gemeente Diever staat Jans Grit afgebeeld. Hij woonde in het Armenhuis aan de Groningerweg in Deever. Jans was vaste klant bij ons, hij liet zich één keer per week scheren.
Wij scheerden Jans gratis, omdat hij weinig geld had. Maar… hij moest wel aan één voorwaarde voldoen. Zo gauw hij de zaak binnenstapte, moest hij zeggen: ‘Goeie mörn saem’m.’
Op een zaterdagmorgen vergat hij deze zin te zeggen bij het binnenstappen. We zeiden tegen Jans, toen hij aan de beurt was: ‘Jans, als we jou nu gaan scheren, dan moet je helaas wel betalen.’ Jans keek ons heel verwonderd aan. ‘Wat is dit nou toch’, moet hij gedacht hebben. Tijdens zijn consternatie zei een klant: ‘Hé, Jans, dan ga je toch even naar buiten en kom je weer binnen en dan zeg je: Goeie mörn saem’m.’ Jans vond dat de beste raad, hij ging naar buiten en kwam weer binnen met: ‘Goeie mörn saem’m.’ We hebben Jans die zaterdagmorgen net zo geschoren als op andere zaterdagen.

Betalen met een erfenis
Jans Grit was zeer gecharmeerd van horloges en klokken, dat was algemeen bekend. In de kapsalon hadden we boven op de kaptafel een klokje staan. Alleen Jans Grit mocht dit klokje opwinden.
Na ettelijke jaren van gratis scheren deden we Jans Grit een voorstel. Geert zei: ‘Jans, ik scheer je nu al zoveel jaren voor niks, kunnen we het niet zo regelen dat ik alle horloges krijg als jij er straks niet meer bent.’ Na veel nadenken -ja het duurde wel enkele weken- besloot Jans te voldoen aan die wens. ‘Now vuruit dan moar, dan doe’k dat wel.’ Er werd een stukje papier gepakt, waarop Jans eigenhandig schreef: ‘Als ik overleden ben, krijgt Geert alle horloges.’ Altijd is dat briefje bewaard in het klokje op de kaptafel. Na jaren is Jans van het Armenhuis verhuisd naar het bejaardenhuis Dickninge in de Wijk en is daar ook overleden. Maar de schenking van Jans is wel uitgevoerd. Hij was de enige klant die via een erfenis betaalde. Meer erfenissen hebben we niet gehad.

Jans en zijn horloges
Jans liep elke zondag op zijn gele klompen van het Armenhuis aan de Groningerweg naar Dwingelo, daar woonde horlogemaker Kempema. Al die uurwerken daar maakten veel indruk op de Jans. Daarom ruilde hij vaak een horloge of een klokje. Een kleine bijbetaling en hij had weer een ander uurwerk en Jans was weer de koning te rijk. Hij had twee polshorloges en twee zakhorloges. Een horloge had zelfs op de achterzijde een afbeelding van een paard. Dat horloge was zeer waardevol voor Jans.

Het luilekkerland van Jans
Jans wist zeker dat luilekkerland bestond. Wij ontkenden dat vaak, maar Jans hield vol dat het er wel was. Dat was niet uit z’n hoofd te praten. Hij wist niet precies waar het lag, ja in de buurt van Amerika. Hij wist wel dat als je daar naar binnen wilde je je dan door een berg rijstebrij met bruine suiker moest eten, maar die berg was zo groot, je kon je er gewoon niet doorheen vreten en daarom kwam je er volgens Jans nooit: ‘Ie muut oe deur ‘n baarg mit riesenbreej hen vreet’n en dat lokt oe neet, joh.’

Jans op de foto
Jans had een keer een foto bij zich waarop hij stond afgebeeld bij een dressoir, het was duidelijk te zien, de foto was genomen in een normale huiskamer. We vermoedden dat die foto was gemaakt bij horlogemaker Kempema in Dwingelo. Onze eerste vraag was: ‘Ja, hoe kom je toch aan die foto ?’ Volgens Jans was dat wel duidelijk, die had Frits, de zoon van Kempema meegenomen. Onze vraag was toen: ‘Waar woont die man dan toch ?’ ‘Now, die woont in Enschede.’ ‘Zeg Jans, ben je daar dan geweest ?’ ‘Nee’ zei Jans, ‘ik bin doar nooit ewest.’ Ik vroeg hem toen: ‘Is die foto dan misschien in Dwingelo gemaakt ?’ ‘Nee’, zei Jans ontkennend, maar toch wel iets venijniger vervolgde hij met: ‘Ie snapt ‘r ok niks van man, die Frits hef die foto mit eneum’m. Lammert, ie begriept ‘r ok niks van.’ Ik vroeg toen: ‘Hoe kan dat dan ?’ Hij antwoordde: ‘A joh, dat Fritsie kent mee’j wel van slag.’

Posted in Armenwerkhuis, Neringdoende, Opraekelen | Leave a comment

In ut Deevers Archief is ut gewoon Dwingel

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 19 mei 2006 verscheen in de rubriek ‘Eertieds in dizze streek’ van Lammert Huizing (inmiddels overleden) het artikel ‘Dwingel(oo), ien o te veul’.
De redactie van ut
 Deevers Archief is het roerend eens met wijlen Reinder Smit dat Dwingelo met één o behoort te worden geschreven. Vandaar dat in berichten in ut Deevers Archief waar nodig het dorp Dwingelo consequent met één o wordt geschreven, maar bij voorkeur gewoon als Dwingel wordt geschreven.
De redactie heeft het artikel van Lammert Huizing hierna overgezet in de Deeverse streektoal. De redactie ontvangt graag reacties op de tekst in het Deevers.

Het is nog altied een roadsel hoe as Dwingel an die tweide o in sien naeme ekoo’m is. Dik veur honderd joar wödde de naeme van de vroggere gemiente mit die tweide o opeknapt.
Veur 1898 wödde de naeme al seins de Middelieuwen eskree’m mit iene o. De spelling van de naeme is ok nooit chapiter van conversoazie ewest,
In 1898 was Frank Ernst Boudewijn van den Biesheuvel Schiffer börgemeister van Dwingel. Hee stön hier tot 1924. Sien amswoning stön an de Deeverbrogge. Net as bee sien veurgangers was dat de vroggere bajes mit cipierswoning ebouwd in 1852, Sien vae liefhebberde in woap’mkunde en die tiekende een woap’m veur de gemiente van sien zeune. De börgemeister stuurde dit woap’m veur goodviend’n hen de menister van justisie. In de breef an de menister vreug hee ‘te willen bevorderen’ dat de naeme van de gemiente in ’t raandschrift as Dwingeloo espelt wödt.
De börgemeister vurwees doarveur noar een besluut van de gemienteroad.
Het oardige is dat er in de notul’n van de road en ok in de vurslaeg’n van B en W niks is te viend’n van een besluut um van iene over te stapp’m noar de dubbele klinker. Ok is er gien enkel spoor van ienig historisch underzuuk noar de olde skriefwiezen van de naeme Dwingel.
De Dwingeler geschiedskriever Reinder Smit miende dat ’t toemoalige gemientebestuur amit de skriefwieze mit twee o’s deftiger vönd. Meer eernsachtig. Ok zul het könn’n dat see ansluting woll’n bee aandere plekk’n op loo in Drenthe, die sowat allemoale uutloopt op een dubbele oo. Het kön zöls weed’n dat Van den Biesheuvel Schiffer hielemoale eigenbannig ehaandeld hef.
Noa dat besluut begun de ellende over de juuste spelling van Dwingel. Van officiële en ok van niet-officiële kaante is algedurig evroagd um kloarheid in de kwestie van de extra o.
In 1950 kreeg börgemeister Wilhelm Arent Stork een breef van de P.T.T. Möt Dwingel now mit iene of mit twei o’s eskree’m wödd’n ? vreug’n see. De P.T.T. wol zökke neeje stempeltoestell’n veur ’t stempel’n van poststukk’n. Stork skreef weerumme dat de naeme mit twee o’s officieel was. Hee vurwees doarbee noar ’t vrömde roadsbesluut van 1898.
Dwingel(oo) buut’n de gemientegreins’n wöd overigens altied mit iene o eskree’m, so as de Dwingeloweg en de Dwingeloskoele in Winschoten en de Dwingelostroate in Den Haag.
Hoe dèènkt de Dwingelers sölf over de skriefwieze van de naeme van heur dörp ? See bint ewend an die o te veule en ’t heuft neet veraanderd te wödd’n, ‘umdat ’t altied so ewest hef”.
Dat de naeme sowat düzend joar lange eskree’m is mit iene o, speult gien enkele rolle.

Abracadabra-466

Posted in Aarfgood, Deevers | Leave a comment

N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus voor het hof

In de Heerenveensche Courier van 8 januari 1949 verscheen het volgende artikel over de berechting van de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus, die in het laatste deel van de Tweede Wereldoorlog burgemeester van de gemiente Deever was.

Bijzonder Gerechtshof Assen
De ex-burgemeester van Diever, Pier Obe (Obe) Posthumus voor het Hof.
De geestelijke vader van de beruchte bloedploeg.
De N.S.B. burgemeester van Diever was geen burgervader voor zijn ingezetenen. De nu 61-jarige Posthumus (vroeger reiziger in smeerolie en landbouwmachines), was in bezettingstijd blokleider en waarnemend groepsleider van de N.S.B.
Hij nam deel aan een burgemeesterscursus in Groningen; toen volgde de benoeming tot wethouder en loco-burgemeester van Haren en 2 april 1944 kwam zijn benoeming tot burgemeester van Diever af.
Verdachte haalde de landwacht in zijn gemeente, omdat de politie niet betrouwbaar was.
Dit was het begin van de beruchte bloedploeg, onder leiding van Sanner. Verdachte was kostganger van caféhouder Balsma te Diever en kon bijzonder goed met zijn kostbaas opschieten. Zo werden de te nemen maatregelen samen besproken.
De gevolgen waren niet best voor de burgerij. Zo werd door verdachte met medewerking van Balsma gearresteerd Brulsma (Bruursema), Druhla (Dinkla) en ds. M. Geertsema, van wie laatsgenoemde in Duitsland is omgekomen. Een dag tevoren was Zwanenburg gearresteerd.
Mensen die wegbleven van de O.T.-werken moesten het vooral ontgelden.
Uit de getuigenverklaringen blijkt, dat verdachte zich weinig bemoeide met gemeentezaken, maar veel aandacht besteedde aan de O.T.
Aan de leider van de distributiedienst werd opdracht gegeven om de stamkaarten van onderduikers in te houden.
Met medewerking van de beruchte Sanner en de commandant van de S.D. te Heerenveen Krombergen werden verschillende huiszoekingen verricht, rijwielen en potten en pannen gevorderd. Alles in het belang van de O.T.
Tot de arrestanten behoorden o.a. ook dr. van Nooten te Dwingelo en H. Poot te Diever.
De smid J. Kloeze te Wittelte werd een revolver op de borst gehouden, toen hij aanvankelijk weigerde om de woning van het hoofd der school te Wittelte, André, mee leeg te halen, nadat de landwacht hem gelast had deze open te breken.
Gevallen van ‘vordering’ zijn er vele. Een schandelijke feit voor verdachte was, dat hij in de hongerwinter de mensen uit het Westen, die in Diever kwamen om wat te halen, op straat aanhield en hen van de goederen beroofde, het meenam naar zijn kosthuis en daar het gestolene opmaakte.
Wachtmeester 1e klasse van de rijkspolitie Themming (Temmingh) is ook eens door de burgemeester gearresteerd toen hij weigerde zijn medewerking te verlenen om op één middag 30 fietsen te vorderen.
De president bepaalde het requisitoir en pleidooi op 20 januari a.s.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de tekst staat Brulsma, dit moet zijn Bruursema.
In de tekst staat Druhla, dit moet zijn Dinkla, huisdokter in Dwingel.
ds. M. Geertsema was dominee van de gereformeerde geloofsgemeente in Dwingel.
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse bouwmaatschappij tijdens het bestaan van nazi-Duitsland.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

Posted in Diever, N.S.B.'er, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Deur ut dakraem köj mooi de toor’n an de brink seen

De redactie van ut Deevers Archief kwam in het fotoalbum van de webstee van vakantieboerderij ‘Onder de eiken’ bijgaande kleurenfoto -een topstuk- tegen. David en Monique Samson zijn de eigenaren van deze tot vakantieboerderij omgebouwde woonboerderij. De boerderij heeft als adres Heufdstroate 76 in Deever. Langs de boerderij loopt ut Swatte Pattie van de Hoofdstraat naar de Vlasstraat. Dit paadje heeft abusievelijk de naam Bultie gekregen.  David Samson heeft deze foto op 17 maart 2015 gemaakt. De redactie heeft toestemming van hem bijgaande foto in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
De foto is gemaakt vanuit een van de tegenwoordige slaapkamerramen in het schuine dak van de vakantieboerderij aan de kant van ut Swatte Pattie. Ja, want alleen van de kant van ut Swatte Pattie en van die hoogte is de gemeentelijke toren aan de brink van Deever zo op de foto te zetten. Wat de foto bijzonder maakt is de zwarte omlijsting van het dakraam. Deze is niet zwart gemaakt met behulp van een modern fotobewerkingsprogramma op de computer. In werkelijkheid is de betimmering van het schuine dak licht gekleurd, maar door de camera als zwart waargenomen vanwege de inval van het vele zonlicht door het dakraam.

Posted in Topstuk, Toren aan de brink | Leave a comment

De Kalkoom’s tuss’n de Deeverbrogge en de Gowe

De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papperrassies scannen en vervolgens die papperrassies in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geachte afbeelding. In dit geval betreft het de foto op het voorblad van het niet meer bestaande maandblad Oeze Volk, nummer 7, jaargang 17, juli 1973. Wim Hiddingh uit Gasselte is de maker van de zwart-wit foto voor deze afbeelding.

In 2016 is na ruim zestig jaren helaas een einde gekomen aan het mooie Drentstalige maandblad Oeze Volk. Het Drentstalige tijdschrift Zinnig is met ingang van 1 januari 2017 de opvolger van Oeze Volk. Het Huus van de Toal is de uitgever van het tijdschrift Zinnig.

De redactie heeft toestemming van de redactie van het tijdschrift Zinnig dit mooie voorblad in ut Deevers Archief te tonen. De redactie van ut Deevers Archief is de redactie van Zinnig bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

An de Deeverbrogge in de buurt van de Drentse Hoofdvaart langs de provinciale weg tussen de Deeverbrogge en de Gowe zijn de restanten van een kalkovencomplex aanwezig. Dit industriële complex is in 1925 gesticht als schelpkalkbranderij en omvatte in dat jaar twee schelpkalkovens en een leschhuis.
Later is het complex uitgebreid met een elektrisch aangedreven transporteur, een derde oven en een schelpenbreker.
De derde oven en het leschhuis zijn in 1959/60 echter helaas jammer genoeg afgebroken, zodat nu nog de twee oudste identieke ovens resteren en het geraamte van de transporteur.
De grondstof schelpen en de brandstof turf werd aangevoerd in schepen. Het product schelpkalk werd afgevoerd in schepen, maar ook in vrachtwagens en tot 1933 ook in goederenwagons van de Nederlandse Tramweg Maatschappij (N.T.M.).

Posted in An de Deeverbrogge, de Kalkovens | Leave a comment

An de olde brink van Deever op 12 mei 1955

De maker van deze foto was zo slim om op 12 mei 1955, dus niet zo lang vóór het begin van de grote vernieling van de brink van Deever in de jaren 1955-1957, nog een foto te nemen. Een vernieling dit daarna tot op de dag van vandaag is doorgegaan. Let vooral op de rodondendronstruiken bee de braandkoele op de brink.
Dat deze foto vóór de restauratie van het kerkgebouw die in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente is gemaakt, dat is onder meer te zien aan de klok boven het galmgat in de gemeentelijke toren.
Tegenwoordig wordt dit kerkgebouw, dat nog steeds in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente te pas en vooral te onpas en onterecht en zonder respect voor de huidige gebruikers Sint Pancratiuskerk of Pancratiuskerk genoemd.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

Bidprentje van mr. dr. Lodewijk Guillaume Verwer

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die in de gemiente Deever zijn geboren en zijn overleden of in de gemiente Deever zijn geboren, maar niet zijn overleden of niet in de gemiente Diever zijn geboren, maar wel zijn overleden. Dit bericht toont het bidprentje van mr. dr. Lodewijk Guillaume Verwer. 

Tekst op het bidprentje
Gedenk in uwe gebeden de ziel van zaliger den weledelgestrengen heer mr. Lodewijk Guillaume Verwer, echtgenoot van mevrouw Johanna Cornelia Ludivica van Wensen, geboren te Makkum 4 maart 1846; gesterkt door de genademiddelen der Heilige Kerk, overleden op den Huize Zorgvlied te Zorgvlied (Dr.) 8 november 1910 en begraven op 11 november daar aan volgend in ’t familiegraf op ’t Rooms Katholieke Kerkhof aldaar.
Ontferm U mijner, o God, volgens Uwe groote barmhartigheid. Mijn lichaam en mijn geest zijn bezweken, maar Gij, o Heer, zijt de God mijns harten en zult mijn aandeel weezen in eeuwigheid. Dat Uw naam, o Heer, in mijn nageslacht gezegend zij !
Dierbare Echtgenoote en kinderen, ik sterf, maar mijne liefde tot u sterft niet; ik zal u beminnen in den hemel, zooals ik u bemind heb op aarde. Vergeet ook Gij mij niet, maar bidt voor mij.
Barmhartigheid mijn Jezus, Lieve Moeder Maria, bid voor mij.
Onze vader, wees gegroet.
Dat hij ruste in vrede.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Als plaats van overlijden wordt voor het herenhuis van de familie Verwer op Zorgvlied nota bene niet de naam Castra Vetera, maar de naam Huize Zorgvlied vermeld !
Het bidprentje is nota bene gedrukt bij drukkerij ’t Kasteel van Aemstel in het verre Amsterdam en niet bij een plaatselijke drukker !

De redactie heeft helaas niet de beschikking over een afbeelding van de achterkant van dit waardevolle bidprentje.

Posted in Bidprentje, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

’t Pattie hen van Wester sien koele

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw leerden de kinderen die in de buurt van de boerderij van de familie van Wester (van Wester’s jong’n) in Oll’ndeever woonden in de winter ook schaatsen op van Wester sien koele (de koele van van Wester). Dat was een niet zo kleine braandkoele aan de op bijgaande kleurenfoto zichtbare kant van de boerderij.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze foto gemaakt op 4 april 2013.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een goede scan van foto’s uit die wintertijd ?

Posted in Boerderij, Oldendiever, Pothokke | Leave a comment

Dree skiere tiekenings van de Dikke Stien’n

De redactie van ut Deevers Archief is – zoals mag blijken in de webstee ut Deevers Archief – geïnteresseerd in Deeverse kunst, maar is vooral geïnteresseerd in kunst rond hunnebed D52, dat bint de Dikke Stien’n in de Stienakkers op de Heezeresch an de Grönnegerweg bee Deever, ie weet wè, dat hunnebedde dat in vieftugger joar’n van de veurige eeuw is verinneweerd en verropt deur pefesser Van Giffen. De redactie is per slot van rekening op zo’n 300 meter van de Dikke Stien’n geboren. En per slot van rekening waren de Dikke Stien’n in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een populaire speelplaats voor de Deeverse schooljeugd.
De redactie kwam in de prachtige webstee Dolm (oeroude geschiedenis voor iedereen) van scheppend ondernemer Harry Witbier drie pentekeningen van hunnebed D52 van hem tegen. De tekeningen zijn staande of zittende of liggende bij de Dikke Stien’n gemaakt met fineliner pennen van verschillende diktes in een schetsboekje.
De tekeningen zijn, bijvoorbeeld weergegeven op een ansichtkaart of gedrukt op een T-shirt, nog niet te koop in de prachtige webstee Dolm (oeroude geschiedenis voor iedereen) of in de prachtige webstee Gallery Stone Age Art of bij een neringdoende in de toeristenindustrie in Deever.
De redactie kreeg toestemming van kunstenaar Harry Witbier zijn drie pentekeningen te tonen in ut Deevers Archief, onder de voorwaarde deze drie tekeningen uitsluitend en alleen in ut Deevers Archief te tonen; de redactie voldoet uiteraard graag aan deze voorwaarde. De redactie is kunstenaar Harry Witbier bijzonder erkentelijk voor zijn toestemming zijn drie tekeningen in ut Deevers Archief te mogen tonen. Hij stuurde een bestand van de drie hier getoonde tekeningen van de Dikke Stien’n zonder watermerk.

Posted in Hunnebed D52, Kunst, Tekening | Leave a comment

Groeten uit Wapse – Grootmoeder aan ’t spinnen

De redactie van ut Deevers Archief is graag bereid nieuwe aanwinsten te tonen aan de bezoekers van de webstee.
In dit geval betreft het bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die in 1908 werd verkocht door bakker Marten Dijkstra uit Wapse.
De spinnende vrouw is Janna Rodermond en de man achter het spinnewiel is haar zoon Gerard Rodermond.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet wat die man toch aan het doen is ?
Enig zoeken in de burgerlijke stand van de gemiente Deever, die te vinden is in de webstee Alledrenten, leverde de volgende huwelijksakte van 6 april 1867 op:
Bruidegom: Arent Rodermond, geboren te Vledder; oud: 28 jaren; beroep: dienstknecht, zoon van Oost Rodermond, beroep: landbouwer, en Hilligje Hendriks Folkerts, beroep: zonder.
Bruid: Janna Vos, geboren te Vledder; oud: 31 jaren; beroep: dienstmeid, dochter van Pieter Jannes Vos, beroep: landbouwer, en Klaaske Klaassen, beroep: zonder.
Gerard Rodermond werd op 15 juli 1867 geboren op de Smilde (Hoogersmilde).

Abracadabra-456

Posted in Alle Deeversen, Ambacht, Ansichtkaart, Wapse | Leave a comment

Sjoerd Aukes en sien gezin hept op Woater’n ewoond

Op 10 augustus 2020 ontving de redactie van ut Deevers Archief van Jan Nicolaas Aukes, die een zoon is van Johannes Ignatius Aukes, die een zoon is van Jan Nicolaas Aukes, die een zoon is van Sjoerd Aukes, een goede scan van de hier afgebeelde foto, die in 1894 is gemaakt bij de tijdelijke woning van de familie Sjoerd Aukes op Woater’n. De redactie kent geen foto’s, die zijn gemaakt op Woater’n, die ouder zijn dan de hier afgebeelde foto uit 1894. Zou het zo kunnen zijn dat de in Deever geboren en getogen en in Noordwolde gevestigde fotograaf Hans Kuiper, in opdracht van zijn goede kennis Lodewijk Guillaume Verwer, de maker is van deze foto ?

Sjoerd Aukes is geboren op 19 mei 1850 in Woudsend in de gemeente Wymbritseradeel. Sjoerd Aukes trouwde op 10 mei 1875 met Veronica Galema. Veronica Galema is geboren op 25 januari 1856 in Bolsward. Het echtpaar kreeg negen kinderen.
Dochter Hildegonda Isabella Aukes is geboren op 16 mei 1876 in Indijk. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes landbouwer is en woont in het dorp Indijk aan het Heegermeer.
Zoon Jan Nicolaas (Johan) is geboren op 14 maart 1878 in Indijk. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes landbouwer is en woont in het dorp Indijk aan het Heegermeer.
Dochter Klasina Johanna Aukes is geboren op 3 mei 1880 in Huizum. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in het dorp Huizum bij Leeuwarden.
Zoon Albertus Joannes Aukes is geboren op 13 oktober 1882 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Catharina Maria Aukes is geboren op 5 augustus 1885 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Ysabella Alida Aukes is eveneens geboren op 5 augustus 1885 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft eveneens aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Johanna Elisabeth Aukes is geboren op 30 april 1888 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Dochter Alida Agatha Aukes is geboren op 23 juli 1890 in Leeuwarden. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Leeuwarden.
Zoon George Michiel Ludovicus Aukes is geboren op 21 mei 1894 in het boerderijtje met adres Woater’n 25. De geboorteakte geeft aan dat Sjoerd Aukes commissionair is en woonachtig is in Zorgvlied

Sjoerd Aukes was in de periode 1875-1878 landbouwer. In de periode 1878-1893 was hij commissionair en vennoot van een graanhandel in Leeuwarden. Een commissionair in granen bemiddelt bij de verkoop van graanproducten van landbouwers. Een commissionair in granen handelt op een korenbeurs. De weduwe Klaaske Galema-Huitema, de moeder van Veronica Galema stond voor een groot bedrag borg in de graanhandel van haar schoonzoon. Die graanhandel werd in 1893 in staat van faillissement gesteld. De compagnon in de graanhandel was een oplichter en was er vandoor gegaan met al het geld, ook het geld van de bank en de juwelen van Veronica Galema. Sjoerd Aukes en Veronica Galema wachtten het faillissement niet af. Zij kwamen met een gedeelte van hun gezin terecht op Woater’n in Drente.
De reden van hun komst naar Woater’n was de volgende. Een van de tantes van Veronica Galema van haar vaders kant, Sytske, dochter van Ysbrand Galema was getrouwd met notaris Idse Verwer in Bolsward. Idse Verwer en Sytske Galema hadden twee zonen: Julius en Lodewijk Guillaume Verwer, beiden waren advocaat. In Leiden, waar de twee broers rechten hadden gestudeerd aan de universiteit, trouwde Julius met Elisabeth Maria Louise van Wensen en trouwde Lodewijk Guillaume Verwer met haar zuster Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. De gezusters Van Wensen kwamen uit een gefortuneerde familie. De twee broers kochten het landgoed Groot- en Klein Wateren alsmede Zorgvlied. Julius en Lodewijk Guilaume Verwer hebben het hun nicht Veronica Galema, haar echtgenoot Sjoerd Aukes en hun gezin vast en zeker mogelijk gemaakt een tijdje op Woater’n te komen wonen.

De familie Sjoerd Aukes werd in augustus 1893 ingeschreven op het adres Wateren 25. Met uitzondering van zoon Jan Nicolaas (Johan) Aukes, die in Megen op het Sint Anthonius Gymnasium van de paters Fransiscanen zat. Hij werd in november 1893 ingeschreven op het adres Wateren 25.
Het boerderijtje, dat vòòr 1900 het adres Wateren 25 had, is aangegeven op afbeelding 2. Paul Gols is de maker van afbeelding 2. De huidige plaats van dat boerderijtje is aangegeven op afbeelding 3.

Op de sepiakleurige foto zijn de volgende personen te zien.
De op een stoel zittende man is Sjoerd Aukes.
Naast hem staat zijn vrouw Veronica Galema.
Naast Veronica Galema staat haar oudste dochter Hildegonda Isabella Aukes. Zij is op de foto zeventien of achttien jaren oud.
Naast Hildagonda Isabella Aukes staat haar nicht Agatha Hettinga. Zij is een dochter van Jarig Hettinga en Johanna Galema, een oudere zus van Veronica Galema.
De staande man met het merkwaardige hoofddeksel is L…. Langemeier (Langemeijer ?, Langemeyer ?). Hij is op het herenhuis Castra Vetera de butler van de familie Lodewijk Guillaume Verwer. Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens van deze butler ? Wat was zijn voornaam ?
De op de grond zittende jongen bij de hond is Jan Nicolaas (Johan) Aukes, de oudste zoon van Sjoerd Aukes en Veronica Galema. Hij is op de foto vijftien of zestien jaren oud.
Het zou zo maar kunnen zijn geweest dat butler Langemeier (Langemeijer ?, Langemeyer ?) bij de familie Sjoerd Aukes langs is gekomen om de aanwezigen op de foto een paar dagen na de geboorte van zoon George Michiel Ludovicus Aukes op 21 mei 1894 namens Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, te trakteren op een borrel.
Het zou zo maar kunnen zijn geweest dat butler Langemeier (Langemeijer ?, Langemeyer ?) bij de familie Sjoerd Aukes langs is gekomen om de aanwezigen op de foto op 27 augustus 1894, vanwege het vijfentwintigjarig huwelijksfeest van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, die op die dag zelf in het buitenland verbleven, te trakteren op een borrel.

Sjoerd Aukes is na een ernstige ziekte overleden op 2 december 1894 op Woater’n. Hij is begraven op het kleine zeer landelijke katholieke kerkhofje aan de weg met de naam De Monden op Zorgvlied. Afbeelding 4 toont zijn grafsteen. Hij was de eerste persoon die op dit kerkhofje is begraven.

Zoon Albertus Joannes Aukes verhuisde op 3 juli 1895 van Woater’n naar Bolsward, naar de boerderij ‘It Heeghhout’ van zijn grootmoeder, de weduwe Klaaske Galema Huitema.
Dochter Klasina Johanna Aukes verhuisde op 4 december 1895 van Woater’n naar Harlingen.
De oudste zoon Jan Nicolaas Aukes verhuisde op 4 maart 1896 van Woater’n naar Haskerland.
De tweelingdochters Catharina Maria Aukes en Ysabella Alida Aukes en de dochters Johanna Elisabeth Aukes en Alida Agatha Aukes verhuisden op 22 september 1897 van Woater’n naar Harlingen.
De oudste dochter Hildegonda Isabella Aukes trouwde op 3 augustus 1897 in Deever met Klaas van der Werf, zij verhuisden in september 1897 van Woater’n naar België.
Veronica Galema, de weduwe van Sjoerd Aukes, verhuisde met haar jongste kind George Michiel Ludovicus op 2 februari 1898 van Woater’n naar Bolsward, naar de boerderij ‘It Heeghhout’ van haar moeder, de weduwe Klaaske Galema-Huitema.
De weduwe Klaaske Galema-Huitema overleefde haar man 25 jaar. Bijna al die tijd bleef de boedel ongedeeld. Klaaske stond herhaaldelijk borg voor haar kinderen. Haar eigen deel van de erfenis teerde steeds meer in, zo sterk zelfs dat zij in 1898 de boerderij ‘It Heeghhout’ in Bolsward publiek liet verkopen.

Jan Nicolaas (Johan) Aukes werd door Cornelis de Jong, een kleinzoon van Douwe Egberts, opgeleid in het kruideniersvak. Op 15 juli 1902 vestigde Jan Nicolaas Aukes zich vanuit het verre Haskerland in Friesland in de Vrijstraat in Eindhoven, waar hij direct daarna een winkel in comestibles en kruideniers- en grutterswaren opende. Het was al gauw een zeer goed lopende winkel. Kort daarna verhuisde een van zijn zusters vanuit Harlingen naar Eindhoven. Later volgden nog twee zusters, zijn moeder en zijn broer.

In 1910 richtten Jacobus Johannes Ebben, Servaes Bernardus Dames, Jan Nicolaas Aukes en Johannes Bernardus Hettema, allen afkomstig uit Friesland, in Helmond een eerste gezamenlijke bedrijf op onder de naam Combinatie EDAH (samengesteld uit de eerste letter van de achternaam van de vier oprichters). Dit bedrijf zou uitgroeien tot een grote Nederlandse supermarktketen. Jan Nicolaas Aukes trouwde op 11 februari 1909 met Sophia Aleida Maria Hettema een zuster van zijn latere compagnon Johannes Bernardus Hettema. Hij verhuisde op 30 december 1916 met zijn gezin naar Helmond. Op de hier afgebeelde foto is Jan Nicolaas Aukes de jongen bij de hond.

Afbeelding 1
De op een stoel zittende man is Sjoerd Aukes. De op de grond zittende jongen is Jan Nicolaas Aukes. De staande personen zijn van rechts naar links: Veronica Galema, Hildegonda Isabella Aukes, Agatha Hettinga en butler L…. Langemeier. Let ook op de duiventil links achter de butler.


Afbeelding 2
Eerste huisnummering van Woater’n, let op de plaats van de woning met adres Woater’n 25

Afbeelding 3
Op de topografische kaart uit 1997 is de plaats van het adres Woater’n 25 in 1893 aangegeven

Afbeelding 4
Grafzerk van Sjoerd Aukes op het Rooms Katholieke kerkhofje op Zorgvlied. Op de grafzerk zijn te zien de symbolen kruis, anker en hart, respectievelijk het symbool voor geloof, hoop en liefde.

Posted in Algemeen, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Café-Restaurant ’t Drentse Wold sluit definitief

In het streekblad De Westervelder verscheen op 19 april 2001 het navolgende bericht over de definitieve sluiting van café-restaurant-pension ’t Drentse Wold aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Drentse Wold sluit definitief
Zorgvlied – Hotel-restaurant Het Drentse Wold zal 1 mei voorgoed haar deuren sluiten. Daarom zal op maandag 30 april tussen 20.00 en 22.30 uur aan de inwoners en klantenkring de gelegenheid worden geboden afscheid te nemen. Onder het genot van een hapje en een drankje kan iedereen voor de laatste keer nog eens in het bedrijf rondkijken om de achterliggende periode te kunnen afsluiten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het archief met afbeeldingen van objecten op Zorgvlied zijn bijgaande afbeeldingen aanwezig.
De eerste twee afbeeldingen staan op een soort van wervingskaart (dus geen ansichtkaart), want op de achterkant staan ook wervende teksten.
De redactie heeft de kleurenfoto voor de derde afbeelding gemaakt op 17 april 2008, dat is alweer een aantal jaren geleden. Een foto heeft historische waarde, voordat je het in de gaten hebt.

Abracadabra-461

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-462

Abracadabra-463

Abracadabra-464

Posted in Bedrijf, Dorpsstraat, Recreatie, Zorgvlied | Leave a comment

Un swat-wit ansichtkoate uut de gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief is vastberaden van plan van elk van de ongeveer 2000 ooit uitgegeven ansichtkoat’n van onderwerpen uut de gemiente Deever een afbeelding in ut Deevers Archief te tonen. Dat zal niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf gebeuren, maar gestaag, zo nu en dan, net zoals het uitkomt.
Elk bericht in ut Deevers Archief met een afbeelding van een ansichtkoate uut de gemiente Deever is voorzien van de categorie Ansichtkaart. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief ziet na het aanklikken van deze categorie de stand van zaken.

Diever – Nederlands Hervormde Kerk
Deze ansichtkaart van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren is in 1960 uitgegeven door Van Leer’s Fotodrukindustrie N.V. en was te koop bij Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever.
De foto voor deze ansichtkaart is een paar jaar na de grote restauratie in 1955/1957 gemaakt. Op de foto is links achter de bomen naast café Brinkzicht de toen nog niet afgebroken schuur van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te zien. Ook in 1960 bestond in Deever de behoefte het kerkgebouw en de gemeentelijke toren aan de brink te verlichten, maar dan met grote schijnwerpers. Drie van die schijnwerpers zijn te zien in de kaarketuun. Rechts naast de kerk is nog een stukje van de winkel en bakkerij van de gebroeders Hendrik en Albert Krol an de Peperstroate te zien.

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Kerk aan de brink | Leave a comment

Geesje Jantina Schoemaker is overleden

Geesje Jantina Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden.
Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit het oude kerkgebouw aan de brink van Deever bij haar echtgenoot Jan van der Werf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever begraven.
Geesje Jantina Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het Deeverse verzet.
Geesje Jantina Schoemaker liet zichzelf Gees noemen. Haar roepnaam was Gees.
Het overlijdensbericht van Geesje Jantina Schoemaker is aan dit bericht toegevoegd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de grafsteen van Geesje Jantina Schoemaker maken en deze bij dit bericht plaatsen.

Posted in Alle Deeversen, Gees Schoemaker, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Un wit arbeidershüsie an de Ten Darperweg

In het programmaboekje voor het openluchtspel van 1954, het jaar waarin het toneelstuk Koning Van De Vlakte van Sjakie uut Spier werd opgevoerd in het openluchttheater an de Heezenesch bee Deever, staat op de voorlaatste bladzijde een afbeelding van een wit geschilderd arbeidershüsie, nota bene met een fors pothokke. Sinds wanneer stond in de gemiente Deever bij een arbeidershüsie een pothokke ? Zie de afbeeldingen 1 en 2.
Afbeelding 3 toont een foto van hetzelfde arbeidershüsie, die waarschijnlijk is gemaakt tussen 1930 een 1940. De maker van deze foto is Hubert Adriaan Veltman (hij is geboren op 2 februari 1874 in Weert, hij is overleden op 10 november 1956 in Wassenaar). Afbeelding 3 is in 1954 gebruikt voor het maken van afbeelding 1.
De redactie van ut Deevers Archief is bij toeval achter de standplaats van dit arbeidershüsie gekomen. Deze woning bestaat nog steeds. De woning heeft als adres Ten Darperweg 5 in Wapse.
De kleurenfoto voor afbeelding 4 is gemaakt op 10 april 2016.
De kleurenfoto voor afbeelding 5 is gemaakt in 2017 en is overgenomen uit Google Maps.
De redactie heeft het vermoeden dat het huisje in 1954 werd bewoond door Jans Benthem en Albertje Winters en hun kinderen Roelofje (Roelie) en Frederik (Frekie). Wellicht kan Frekie Benthem dat bevestigen.
Daarvoor woonde in het huisje Egbert (Eppie) van Leeuwen en Griet Grit en hun kinderen Grietje, Geziena en Jochem.
Het huisje is tegenwoordig (2020) in gebruik als tweede woning. Het huisje is tegenwoordig (2020) niet meer wit geschilderd. Ut pothokke is in elk geval niet beschreven in de onvolprezen publicatie ‘Pothokken in de voormalige gemeente Diever’ uit 2007 van de heemkundige vereniging uut Deever. Blijkbaar is ut pothokke in de loop van de tijd tochniet afgebroken. Het pothokke was zo verscholen in dicht struweel, dat zelfs de makers van de de onvolprezen publicatie ‘Pothokken in de voormalige gemeente Diever’ dit pothokke tijdens inventarisatieronden over het hoofd hebben gezien.
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief heeft aanvullende gegevens over dit arbeidershüsie ?

Afbeelding 1 – Vergrootte afbeelding van de foto in het programmaboekje van het openluchtspel uit 1954
Afbeelding 2 – Afbeelding van de voorlaatste bladzijde uit het programmaboekje voor het openluchtspel in 1954 

Afbeelding 3 – Deze zwart-wit is gemaakt in de periode 1930-1940
Afbeelding 4 – Deze kleurenfoto van het huisje met adres Ten Darperweg 5 is gemaakt op 10 april 2016

Afbeelding 5 – Deze kleurenfoto van het huisje is gemaakt in juli 2017 en is overgenomen uit Google Maps

Posted in Openluchtspel, Ten Darperweg | Leave a comment

Un mooie donkerazuurblauwe locht aachter de kaarke

De redactie van ut Deevers Archief las in de webstee www.westervelder.nl van 17 juli 2020 het bericht ‘Supertrio exposeert in De Tippe in Vledder’. Het bericht is geïllustreerd met bijgaande afbeelding van een schilderij van het kerkgebouw aan de brink van Deever met een prachtige donkerazuurblauwe hemel. Kunstenaar Erik Weterings is de maker van dit kleine op een houten paneeltje aangebrachte kostelijke olieverfschilderijtje. In galerie Weterings & Wijgaarden aan de Steenwijkerweg 2 in Oll’ndeever (ie weet wè, woar vrogger de familie Diekman woonde) zijn meer resultaten van zijn schilderwerk te zien. De redactie hoopt dat hij meer Deeverse objecten heeft geschilderd en wil daarvan ook graag een afbeelding opnemen in ut Deevers Archief.
De redactie heeft toestemming van kunstenaar Erik Weterings een afbeelding van het vermelde kunstwerkje in ut Deevers Archief te tonen. Hij noemt dat een leuk initiatief. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
De redactie neemt niet aan dat kunstenaar Erik Weterings voor het maken van het olieverfschilderijtje een foto als voorbeeld heeft gebruikt.
In de grote verzameling van ooit in de gemiente Deever uitgegeven ansichtkaarten komt ook bijgaande ansichtkaart van de oostkant van het kerkgebouw aan de brink van Deever voor. De ansichtkaart was te koop in drogisterij De Gaper van Hendrik Mulder (die in de Deeverse volksmond altijd Henduk Moessie of Moessie Peep werd genoemd; in Deever hadden de vele Mulders allemaal een bijnaam, er was zelfs een Mulder die Witte Jezus werd genoemd) an de Heufdstroate in Deever. De ansichtkaart is in mei 1963 uitgegeven door drukkerij JosPé in Arnhem). De ansichtkaart is in latere jaren nog vele keren herdrukt.
De redactie zal te gelegener tijd en zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf een kleurenfoto van de op het schilderijtje zichtbare situatie opnemen in ut Deevers Archief.

Posted in Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Kunst, Schilderij | Leave a comment

De Deeverse voetbal wödde opericht in de oorlog

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van dinsdag 8 juli 1941, nota bene ten tijde van het tweede oorlogsjaar van de Tweede Wereldoorlog, verscheen het hier afgebeelde bericht over de oprichting van de Voetbalvereniging Diever, heden ten dage de Voetbalvereniging Diever/Wapse.

Diever, 5 juli. Vrijdagavond werd in café Slagter een voetbalvereeniging opgericht. Als voorzitter werd gekozen de heer W.H. Stroop, hoofd der openbare lagere school alhier. Het bestuur werd als volgt gefomuleerd: de heer G. Klasen, secretaris, de heer Alb. Strik, penningmeester, de heeren Js. Bentum en M. Tigelaar, leden. Tot leden der elftalcommissie werden gekezoen de heeren J. Kamp en J. Mulder Jzn. Sr., terwijl in deze commissie bovendien een door het bestuur aan te wijzen bestuurslid zitting zal nemen. Burgemeester Meiboom accepteerde met eenige toepasselijke woorden het hem aangeboden eerevoorzitterschap. De contributie werd bepaald op f. 5,- per persoon per jaar voor leden van 16 jaar en ouder.
Het ligt in de bedoeling ook personen beneden 16 jaar als lid toe te laten tegen een nader vast te stellen contributie.
Aangaande het terrein werd een blik geslagen op het in de toekomst aan te leggen sportterrein bij de te stichten nieuwe openabare lagere school. Ter voorziening in de hiervóór liggende periode, zal het bestuur een geschikt terrein uitzoeken.
Besloten werd tot de Noord-Centrale Voetbalbond toe te treden. De vereeniging werd gedoopt met de naam: ‘Voetbalvereeniging Diever’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief besteedt graag aandacht aan het sportleven in de gemiente Deever. Daarom mag het geschiedkundig waardevolle bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van dinsdag 8 juli 1941, dat gewag maakt van de oprichting van Voetbalvereeniging Diever, uiteraard niet in ut Deevers Archief ontbreken.
Het zij zijdelings en helemaal links in de linker marge opgemerkt dat de redactie vanuit zijn jeugd in de vroege vijftiger jaren van de vorige eeuw weet dat de Olde Möppeler (Meppeler Courant) in elk geval toen niet meer op dinsdag, maar wel op maandag, woensdag en vrijdag verscheen, dat is heden ten dage nog steeds zo.
De krant verscheen op dinsdag 8 juli 1941, dus de Voetbalvereeniging Diever is op vrijdag 4 juli 1941 opgericht. Spelers van de liefhebberclubjes N.O.A.D. (Niet Ophouden Altijd Doorgaan), S.H.E.L.L. (Sport Houdt Elk Lichaam Lenig) en K.M.D. (Klein Maar Dapper) uit Diever, Wittelte en Dieverbrug gingen vanaf die datum voetballen bij Voetbalvereniging Diever. De voetballers uit het eenkennige Wapse werden uiteraard geen lid van de Deeverse voetbal.
Elke rechtgeaarde oprechte ondersteuner van Voetbalvereniging Diever heeft vanzelfsprekend een kostbaar puntvaantje van de vereniging van vóór de krimpfusie met Voetbalvereniging Wapse – zie bijgaande afbeelding – boven zijn bed of in het toilet aan de muur hangen.
W.H. Stroop is Willem Hendrik Stroop, bovenmeester van de openbare lagere school an de Heufdstroate in Deever. Hij is geboren op 31 mei 1905 in Idzard in Friesland. Hij is overleden op 16 januari 1981 in Borne in Overijssel.
G. Klasen is Goosem Klasen. Hij is geboren op 3 maart 1921 in Deever. Hij is overleden op 28 januari 2001 in Sneek.
Alb. Strik is Albert Strik. Hij is geboren op 1 maart 1894 in Buinerveen
Js. Bentum is Jans Bentum. Hij is geboren op 16 december 1905 in Dwingel en is overleden op 6 september 1974 in Deever.
M. Tigelaar is Marinus Henderikus Tigelaar. Hij is geboren op 3 november 1908 in Coevorden.
J. Kamp is Jochem Kamp. Jochem Kamp is geboren op 3 augustus 1904 in Steenwijk.
J. Mulder Jzn. is Jan Mulder
Burgemeester Meiboom is Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd). Hij is geboren op 9 april 1910 in Oldemarkt. Hij is overleden op 11 februari 1982 in Bilthoven.
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens over de hiervoor genoemde personen ?
In ut Deeverse Blattie (Van Goor’s Blattie) verscheen op 19 december 2007 mede ter gelegenheid van de presentatie van het onvolprezen boek met de officiële naam ‘Voetbalvereniging Diever vijfenzestig jaar – De geschiedenis van de sport- en supportersvereniging’ de hier afgebeelde ‘uitnodiging’. Het bijzonder zeer populaire boek is nog steeds verkrijgbaar bij de heemkundige vereniging uut Deever. Elke rechtgeaarde oprechte ondersteuner van heden ten dage Voetbalvereniging Diever/Wapse heeft vanzelfsprekend een exemplaar van dit kostelijke boek over de vereniging van vóór de krimpfusie met Voetbalvereniging Wapse in zijn boekenkast of op het nachtkastje liggen.

Posted in Diever, Sport, Voetbal | Leave a comment

N.A.D.’ers rooit ièpels op de Noorderesch

Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Gowe, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst gestuurd.
De arbeidsmannen van het N.A.D.-kamp an de Gowe werkten bij de ontginning van woeste gronden, maar deden ook boerenwerk.
Op deze foto, die in het najaar van 1942 is gemaakt, is te zien hoe een groepje N.A.D.-arbeidsmannen bezig is met het rooien van aardappelen op de Noorderesch van Deever.
De redactie zou graag willen weten welke boer eigenaar was van deze aardappelakker.
Of dit groepje N.A.D.-arbeidsmannen bewaakt werd door een landwachter uut de gemiente Deever valt helaas niet uit de foto af te leiden.
Wel is bekend dat een zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse elke dag in sien grüne pakkie mit ’t jachtgeweer op de nekke hen de kaamp an de Gowe gung.

Reactie van Wiert van der Veen van 19 juni 2017
Mijn moeder Jantje Haanstra is geboren in 1923, of op Leggele of op Bottervene, Zij was een dochter van Harm Haanstra en Hendrikje Hogenkamp.
Ze heeft mij wel verteld dat ze in een bepaalde periode in de de Tweede Wereldoorlog aardappelen moest schillen voor de bezetters in een kamp. Het komt mij nu voor dat dit het N.A.D. kamp geweest moet zijn geweest.
Frappant is wel dat ik enige jaren geleden werkzaam ben geweest in de beveiliging van dat kamp, toen was het een asielzoekerscentrum.
Als iemand kan bevestigen of vrouwen daar inderdaad in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet voor het schillen van aardappelen, dan is weer een stukje in onze familiegeschiedenis gereed !

Posted in Diever, Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Noorderesch, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Un neeje braandspuite veur de gemiente Deever

In het onvolprezen papieren fotoboekje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente’ zijn foto’s opgenomen uit de periode 1930-1980. Een werkgroep van vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever’ heeft dit onvolprezen papieren fotoboekje samengesteld. De eerste druk van dit onvolprezen papieren fotoboekje is in 2008 uitgegeven. De redactie van ut Deevers Archief weet niet of daarna een herdruk van dit onvolprezen papieren fotoboekje is uitgegeven.
Op bladzijde 55 van dit onvolprezen papieren fotoboekje is bijgaande afbeelding 1 te zien.
Afbeelding 1 is samen met afbeelding 2 en afbeelding 3 op 22 maart 1940 gepubliceerd op bladzijde 24 van de provinciale Groninger en Drentsche illustratie Het Noorden in woord en beeld, jaargang 16, 1940-1941, nummer 2; zie bijgaande afbeelding 4.
De tekst bij de afbeelding op bladzijde 55 van het onvolprezen papieren fotoboekje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente’ is voor het gemak klakkeloos overgenomen uit het bijschrift bij afbeelding 1.
De vraag is of de motorbrandspuit een nieuwe of een tweedehands motorbrandspuit is, want het zichtbare kenteken A-11249 aan het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief.
Echter kenteken A-11249 komt gelukkig wel voor in de webstee www.groningerkentekens.nl. Het Groninger kenteken is op 24 december 1925 op naam geschreven van Jan Jurrien van Bergen, fabrikant van torenklokken, torenuurwerken en hand- en motorbrandspuiten in Heiligerlee, gemeente Scheemda.
Het Groninger kenteken A-11249 was op 11 maart 1940 voor het rit van Heiligerlee naar Deever tijdelijk bevestigd aan de nieuwe motorbrandspuit van brandspuitenfabriek Van Bergen voor de gemiente Deever. De nieuwe motorbrandspuit voor de gemiente Deever kreeg kenteken D-4600. Dit Drentse kenteken werd op 26 maart 1940 op naam geschreven van de gemiente Deever.
Op afbeelding 1 is de nieuwe motorbrandspuit op de brink van Deever voor het oude gemeentehuis en de oude pastorie te zien. Het voor de demonstratie benodigde bluswater werd blijkbaar niet uit de braandkoele op de brink gepompt, maar uit een braandputte (?). Wie heeft kennis van deze braandputte ?
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief weet de locatie van wat op afbeeldng 2 is te zien ?

Afbeelding 1
Het bijschrift bij afbeelding 1 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
Maandag 11 Maart werd te Diever (Dr.) aan de gemeente een nieuwe motorbrandspuit afgeleverd en geprobeerd. Dat was een belangrijke gebeurtenis voor het dorp, want het blusschen van branden is in dergelijke plaatsen steeds een moeilijk probleem geweest. Dit uiterst moderne materiaal biedt een maximum van kracht en snelheid door een capaciteit van 4000 liter water per minuut bij 18 atmosfeer druk, door een dubbele schakelpomp, luide sirene en sterk zoeklicht. Verschillende deskundigen uit Meppel en Assen woonden de demonstratie bij.
Afbeelding 2
Het bijschrift bij afbeelding 2 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
De nieuwe spuit stond op 900 meter afstand van deze zogenaamde brand en leverde toch uitstekend werk met de drie stralen, waarin de slang verdeeld kon worden. Ook bij den toren was het succes te bewonderen.

Afbeelding 3
Het bijschrift bij afbeelding 3 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
Ook het oudje, eigenlijk een museumstuk, deed nog eens wat het kon… “Uit den tijd”; zal dat vonnis ook nog eens door een volgend geslacht worden uitgesproken over het thans zoo schitterende, moderne blusch-apparaat ?


Afbeelding 4
Dit is een afbeelding van bladzijde 24 van de provinciale Groninger en Drentsche illustratie Het Noorden in woord en beeld, jaargang 16, 1940-1941, nummer 2, 22 maart 1940.

Posted in Automobiel, Braandkoele, Brink, Deeverse braandweer, Gemiente Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Ut haentie van de toor’n wödde neet ereuk’n

In het Nieuwsblad van Friesland – Hepkema’s Courant van 13 maart 1940 verscheen het navolgende bericht over de  ingebruikneming van een zeer krachtige automobiel-brandspuit in Deever..

Ingebruikneming nieuwe brandspuit te Diever
Diever, 11 maart.  Onder grootte belangstelling vond hedenmiddag alhier de ingebruikstelling plaats van de nieuwe automobiel-brandspuit. Deze spuit is geleverd door de firma Van Bergen te Heiligerlee.
Onder de genodigden merkten we op den voltalligen gemeenteraad, het bestuur van de afdeling der Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming, burgemeester en wethouders van Vledder, een vertegenwoordiger van den Drentschen Brandweerbond, personeel van de brandweer te Hoogeveen en Meppel.
Als grootste prestatie van de nieuwe spuit vermelden we, dat op 900 meter afstand met drie stralen gespoten werd. Op dezen afstand werd met één straal nog 25 meter ver gespoten. Met 4 stralen tegelijk werd over het dak van de Nederlands Hervormde Kerk heen gespoten. Het haantje van de toren kon niet geheel worden bereikt,
Nadat het geheele kunnen van het brandbluschmiddel gedemonstreerd was, verzamelde men zich in café Brinkzicht, waar thee werd geserveerd. Daarbij werd het woord gevoerd door burgemeester Meiboom, die zijn vreugde er over uitte, dat thans een moderne brandspuit in de gemeente aanwezig is. Verder sprak de heer J. Boesjes, die dank bracht namens de afdeling Diever van de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming voor het feit, dat thans ook dit onderdeel van de luchtbescherming in orde is.
Op de foto links de nu buiten gebruik gestelde handspuit van ongeveer 100 jaar oud, waarbij men eerst water door middel van van een door een man bediende handpomp in de eigenlijke spuit moest pompen en pas daarna kon met deze het water naar den brand worden gespoten.
Rechts: de nieuwe autospuit met ruim 750 m slang. De pomp met motor is voorop het chassis gemonteerd, terwijl bemanning en materiaal, zoals slangen, standpijpen, enzovoort alle onder de kap in den gesloten rooden wagen komen. Bovenop zijn een ladder en aanvoerslang geplaatst.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de rechter foto zijn bij de automobiel-brandspuit te zien rechts Lambert Rolden (geboren op 15 maart 1891, overleden op 2 februari 1958) en links zijn zoon Hendrik Jan Rolden (geboren op …., overleden op ….).
De Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming werd in 1933 in ’s Gravenhage opgericht. De vereniging probeerde met behulp van alle burgemeesters in Nederland in elke gemeente een plaatselijke afdeling op te richten. In de gemiente Deever was dit blijkbaar gelukt. In de jaren twintig en dertig verwachten veel Europese militairen en politici dat steden in toekomstige oorlogen grootschalig gebombardeerd zouden worden. in de Tweede Wereldoorlog is dit maar al te bewaarheid. De vereniging stelde zich ten doel de zelfbescherming door de bevolking bij luchtaanvallen.
Op de linker foto is de oude handbrandspuit te zien, op de rechter foto is de nieuwe motorbrandspuit te zien. De vraag is of de brandspuit op de rechter foto een nieuwe of een tweedehands brandspuit is, want het kenteken van het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief.
Met de omstreden sluiting van de brandweerpost Deever per 1 januari 2014 door het bestuur van de gemeente Westenveld is een einde gekomen aan een periode van meer dan 120 jaar van snelle brandbestrijding door generaties betrouwbare en moedige vrijwilligers uut de gemiente Deever..
De vrijwillige brandweer van Deever is helaas geschiedenis geworden. Dat is nog steeds een mooie gelegenheid voor de boekenmakende dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever een boek samen te stellen over de ‘Geschiedenis van de vrijwillige brandweer in de gemiente Deever’. En dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zouden met gebruik van oude foto’s van de vrijwillige brandweer ook met gemak een zo genoemde ‘historische kalender’ van de heemkundige vereniging kunnen samenstellen.

Abracadabra-289

Posted in Deeverse braandweer, Dorpskracht | Leave a comment

De meule an de lege ruumte van de Westeresch

Op deze foto is de in verval rakende korenmolen ‘de Vlijt’ aan de rand van een gelukkig nog onbebouwde Westeresch in Oll’ndeever te zien. Een korenmolen hoort op de ruimte te staan om goed de wind te kunnen vangen.
De foto is tussen 1920 en 1940 gemaakt. De maker van deze foto is Hubert Adriaan Veltman (hij is geboren op 2 februari 1874 in Weert, hij is overleden op 10 november 1956 in Wassenaar).
De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto – gemaakt vanaf het standpunt van de fotograaf – van de huidige toestand ter plekke toevoegen aan dit bericht, weliswaar niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf.
Gelet op de deur die toegang geeft tot de molen zal op de foto van de huidige toestand ter plekke aan de linkerkant het Westeresch-krimpfiliaaltje van scholenmoloch Stad en Esch uut Möppel te zien zijn.

Posted in Molen 'de Vlijt', Westeresch | Leave a comment

Schultehuis: conserveeren in plaats van restaureeren

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het Schultehuis aan de brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten verminken. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. En waarom moest de Schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis ? Het voorhuis dat nu Schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

Posted in Brink, Diever, Rijksmonument, Schultehuis | Leave a comment

De kerk aan de brink van Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van het kerkgebouw aan de brink van Deever zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de heemkundige vereniging uut Deever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de plaatselijke heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekening, Topstuk | Leave a comment

Oprichting van de Noordelijke Hypotheekbank

Op 31 maart 1887 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Financieele Mededeelingen het volgende bericht over de door mr. Lodewijk Guillaume Verwer opgerichte Noordelijke Hypotheekbank. Deze hypotheekbank was gevestigd in het pand met de naam Aurora aan de Dorpsstraat in Zorgvlied.

Tot directeuren der te Zorgvlied, gemeente Diever, opgerichte Noordelijke Hypotheekbank zijn benoemd, de heeren L.W. van Os, te Diever, en G. Venhuizen, te Zorgvlied.
Commissarissen zijn de heeren mr. D.R. Brants, te Heerenveen, mr. J.T.H. Bekhuis te Leeuwarden, mr. G.H.M. Driessen, te Amsterdam, L.M. de Laat de Kanter, te Leiden, mr. H.W. de Blocq van Scheltinga, te Heerenveen, mr. W. Terpstra, te Leeuwarden, mr. L.G. Verwer, te Zorgvlied, dr. R. Wartena, te Noordwolde.
Het maatschappelijk kapitaal is f. 1.000.000, waarvan door de oprichters f. 229.000 is genomen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijzonder opmerkelijk is te noemen dat burgemeester Leonard Willem van Os werd benoemd tot een van de twee directeuren van een commerciële hypotheekbank. Daar zijn wel wat vragen bij te stellen.
Leonard Willem van Os nam bij oprichting vijfentwintig aandelen, dat wil zeggen dat hij voor f. 25.000,- deelnam in het gestorte beginkapitaal van f. 229.000,-. Die f. 25.000,- zouden heden ten dage heel veel eurootjes zijn ….
Waren die f. 25.000,- van hem zelf of was hij stroman voor iemand anders ?
Had hij voor deze schnabbelbaan toestemming van de Commissaris der Koningin in Drenthe ?
Hoeveel tijd was de burgemeester kwijt aan dit bijbaantje ?
Wat vond de gemeenteraad van dit directeurschapje ?
Ontving hij voor dit baantje een vergoeding ?
Zo ja, werd deze vergoeding in mindering gebracht op zijn burgemeestersloon ?
Waren de heren leden van de Raad  van Commissarissen de Leidse studievrindjes (Minerva ?) van Lodewijk Guillaume Verwer ?
Volgens het bericht woonde burgemeester Leonard Willem van Os blijkbaar in maart 1887 in Deever.
Directeur G. Venhuizen is Egge Venhuizen. Egge Venhuizen was directeur van ‘De Eerste Hollandse Levensverzekeringsbank’ te Amsterdam.


Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Zorgvlied | Leave a comment

Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, zunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aebel Wiekstroa, die Aebel Allen (zien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en zien oomzegger Geert Dekker.
Zee woond’n in ’n boerdereegie op ’t Bultie. Het is al mièr as veertug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vurzorgd deur Hillechien, un zuster van Geert. Hillechien was niet staark, vaeke zeek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkeluder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke op de Brink. Doe hee dit veertig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Een hok under de toor’n was het underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As er iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaeg’n. Doe in 1912 de liekwaegenverieneging wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daorveur wödde ’n boer’nwaegen gebruukt, woarop de kiste wödde ezet op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haelde Geert neet allennig uut ‘t staarfhuus in dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grunning, as doar iene uut ’t dörp was overleed’n. Dizze reizen, vaeke dagreizen, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aebel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaeke mit hum mit. Ome Aebel overleed in 1930, 93 joar old. Een paer joar laeter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de Hervormde kaarke. Zowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wödde. Elke zundagmörn um neeg’n ure en an ’t begun van de dienst bengelde hee de klokke. Het is bekend dat hee nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien staarke gestel.
Noa een köt ziekbedde oaverleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaekt an de ofdieling van ’t Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. Zee verkocht’n ’t huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um ‘t te sloop’m. Een ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 in Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Abel Allen genoemd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Geert Dekker overleed op 5 maart 1963 in Möppel. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra.
Hilligje Dekker werd geboren te Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen rücksichtslos al het oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit ut olde Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristen-industrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Boerderij, Brink, Bultie, Deevers, Diever, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Keuterij | Leave a comment

Jongenskamp ‘de Eikenhorst’ had eigen kampgeld

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 januari 2015 van Alexander Moes de volgende reactie over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

In een artikel uit de Tielse courant van 18 januari 1950 wordt een beschrijving gegeven van de organisatie van Kamp Eikenhorst.
In het artikel staat te lezen dat de jongens 50 cent zakgeld per week kregen, dat gebruikt kon worden voor aankopen in de kantine.
Maar ze konden er ook een duif of een konijn voor kopen als er genoeg gespaard was.
Het zakgeld was niet het normale Nederlandse geld, maar zogeheten kampgeld (biljetten of fiches), een eigen uitgifte, deze waren genummerd en er stond een stempel op.
De vraag is of lezers nog voorbeelden, afbeeldingen, hebben van dit kampgeld en indien mogelijk met ons zou willen delen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied – 1938

In de Leeuwarder Courant van 2 april 1938 verscheen het volgende bericht naar aanleiding van de verkoop van het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied door de heer Friedrich Wilhelm Ackermann.

Vlak bij het dorpje Zorgvlied, een plaatsje bij de Friesch-Drentsche grens, ligt het 40 ha groote landgoed Castra Vetera. daar de uitgestrekte terreinen met zijn groote villa onder de hamer zijn geweest en voor f. 17.113,50 aan den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van de Pasman’s fabrieken te Steenwijk is verkocht, willen we iets van de interessante geschiedenis van dit landgoed vertellen. Onderstaande bijzonderheden werden ons meegedeeld door den heer F.W. Ackermann, die Castra Vetera heeft verkocht.
Het huis is gebouwd in plusminus 1850 door den gepensioneerden schout bij nacht W.J. de Ruijter de Wildt, die tevens de omliggende heidevelden liet ontginnen. In 1861 ging het huis in eigendom over aan de familie Verwer. Vooral de heer L.G. Verwer heeft de ontginning krachtig voortgezet, waardoor aan honderd arbeiders gedurende lange tijd werk werd verschaft.
De heer Verwer heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van de streek rondom Zorgvlied. Hij stichtte er een zeevaartschool (!) welke later weer opgeheven is, een bankgebouw en mede bevorderde hij de oprichting van de tegenwoordige stoomzuivelfabriek ‘De drie gemeenten’ in 1887.
Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en werd het landgoed verwaarloosd, zelfs zoo erg, dat de villa bijna een ruïne gelijk werd.
De heer Ackermann kocht het landgoed in 1919 en besteedde honderden guldens om alles weer een goed aanzien te geven. In de daarop volgende jaren legde hij fraaie boschcomplexen aan, zoodat het landgoed er thans keurig verzorgd uitziet en een prachtig natuuroord vormt. Enkele jaren terug is midden in het bosch begonnen met de aanleg van een groot natuurbad. De grootsche plannen zijn echter door de plotselinge dood van mevrouw Ackermann niet geheel uitgevoerd.
De nieuwe eigenaar, de heer Pasman, zal op het landgoed speciaal de paardensport beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon men ons nog niets positiefs mededeelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De bouwer van het landhuis Zorgvlied is Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt, die was geen gepensioneerd schout bij nacht, maar een gepensioneerd koloniaal. Hij was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij in Nederlands Indië.

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

In de kaarke an de brink van Deever

De schilder Maarten ’t Hart (1950) schildert graag onderwerpen, zoals oude verlaten stationsgebouwen, afgelegen staande huizen en bijzondere gebouwen in binnen- en buitenland, met name vanwege de lichtval op oude muren van interieur en exterieur, die een object vaak onwerkelijk en verlaten doet lijken. Hij past bij het schilderen graag de tempera techniek toe.
Het tekenen en schilderen van interieurs en exterieurs van Middeleeuwse kerken is zijn specialiteit.
Dat is te zien op bijgaande afbeelding van zijn schilderij (olieverf op paneel) Interieur kerk te Diever naar het koor. Het betreft een deel van het interieur van het kerkgebouw aan de brink van Deever.
Het is de redactie van ut Deevers Archief  niet bekend in welk jaar dit schilderij is gemaakt.
De andere afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw, die de schilder gelukkig niet heeft gebruikt als voorbeeld voor zijn kunstwerk.
De schilder wekt de indruk van onwerkelijkheid en verlatenheid in het schilderij niet zozeer door de lichtinval, als wel door zoveel mogelijk in het schilderij weglaten van wel aanwezige voorwerpen in het interieur, zoals stoelen en kerkmeubilair en daarnaast door het licht-eiken-achtig schilderen van de preekstoel en de deur die toegang geeft tot de consistoriekamer.
Liggen vóór in het kerkgebouw aan de brink van Deever werkelijk zoveel plavuizen van natuursteen ? Het rechter raam is in werkelijkheid lager dan het linker raam. Wel heeft de schilder mooi de kringen van opgetrokken vocht onder in de muren van het koor geschilderd.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Schilderij | Leave a comment

Herinneringen uit den grond van de Kaamp in Wapse

Het tijdschrift ‘De Zaan’, geïllustreerd  weekblad voor Zaan- en Waterland, publiceerde op 23 maart 1927 twee foto’s met betrekking tot het vinden van zes urnen tijdens ontginningswerkzaamheden op de Oeren, een stuk woeste grond tussen Deever en Wapse.

De tekst bij de foto’s in het tijdschrift ‘De Zaan’ luidt als volgt:
Herinneringen uit den grond – In den Drentschen bodem worden herhaaldelijk urnen gevonden. Een dezer dagen vonden de heeren H. Koopman, D. Kuiper, J. Veldhuizen en J. Bolding er ook weer, terwijl zij te Wapse grondwerk verrichtten. Op de rechter foto ziet men deze belangrijke oudheidkundige vondsten fraai afgebeeld. In de urn links zijn nog duidelijke overblijfselen van beenderen enzovoort zichtbaar.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 13 maart 1927 verscheen het volgende bericht over deze vondst.
Diever, 11 maart. Terwijl eenige arbeiders in het vroegere ‘Soldatenkamp’ tusschen Diever en Wapse aan het slootgraven waren, stootten ze plotseling op eenige urnen. De eerste, die voor den dag werd gehaald werd, was juist midden door gestoken. Dit was een zeer groote met een middellijn van ongeveer 35 cm. Spoedig bleek dat er nog meer urnen in den grond verborgen zaten. In ’t geheel werden zes uitgegraven, zoodat het vermoeden is gewettigd dat men hier een heel urnenveld heeft ontdekt. Vier urnen, van verschillende grootte, zijn geheel gaaf en mooi heel gebleven. Ze berusten thans bij den onderwijzer Onstee te Wapse. Bij onderzoek naar den inhoud kwam -nadat het zand was verwijderd- een hoopje as te voorschijn. Ook werden er nog beenderen in gevonden, waarvan duidelijk eenige ribben en een schoudergewricht te onderscheiden waren. Het terrein, waar een en ander gevonden is, vormt eenigszins een verhooging bij de omliggende gronden vergeleken.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Oudheidkunde, Wapse | Leave a comment

Anthonij Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe

Akte van Schenking en Stichting 

Heden den twee en twintigsten September achttienhonderd acht en tachtig compareerden voor mij Anthonius Bernardus Sjerp, notaris te Leeuwarden, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
De heeren Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever, en Mr. Julius Verwer, advocaat, wonende te Leeuwarden.

Die verklaarden, omtniet en onherroepelijk af te staan aan de hiermede te Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, opgericht wordende Stichting van Weldadigheid, het St. Anthonij Gasthuis, bestemd tot verstrekking van huisvesting en zoover mogelijk eene wekelijksche toelage in geld, aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn.

Primo.
Een gebouw te Zorgvlied, gemeente
Diever, als Pastorij in gebruik bij de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied, en als zoodanig ten kadaster bekend gemeente Diever, sectie A, nummer 695, geheel groot twee roeden zestig el, wordende echter niet afgestaan het erf ten zuiden onder dit nummer begrepen, noch de turfloods op dat erf gebouwd, doch alleen het hoofdgebouw en voor de houders het recht van gebruik en bewoning van dit perceel, toekomende aan de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied tot het jaar negentien honderd zeventien, of zoveel vroeger als het door het Kerkbestuur zal worden ontruimd.

Secundo.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als schuur gemeente en sectie als voren, onder nummer 696, groot vier en twintig el.

Tertio.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als huis, gemeente en sectie als voren, onder nummer 697, groot vijf en dertig el.

Quarto.
Zoodanig gedeelte van het perceel ten kadaster als tuin bekend, gemeente en sectie als voren, onder nummer 693, geheel groot zeven en zeventig roeden vijftig el, als gelegen is tusschen de sub primo, secundo en tertio omschreven gebouwen en den publieken weg ten noorden, groot ongeveer tien roeden en zoals op het terrein door paaltjes is aangewezen; alles onder voorwaarde, dat de stichting zal moeten dichtmaken de deur tusschen den stal en perceel nummer 697 en al de deuren en lichtscheppingen in den zuidelijken muur, die in nummers 697 en 696 dadelijk, die in 695 bij het eindigen van het recht van gebruik en bewoning voorschreven, terwijl de comparanten zich voorbehouden het recht van deurslag in hun koetshuis en uitweg door de koetshuisdeur ten noorden, en het recht om in den zuidelijken muur balken te leggen en daartegen te timmeren, terwijl de goot aan den muur ter bede zal liggen, en de stichting gehouden zal zijn alle water op eigen erf te leiden en aftevoeren, zodra dit door de comparanten wordt gevorderd.

Welke perceelen door de comparanten, onder meer, zijn verkregen bij koopacte den twintigsten Mei achttien honderd negen en zeventig voor den notaris Johannes Gijsbertus Moll te Arnhem verleden, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Assen den vijfden Juni daaraanvolgende, in deel 474 nummer 43.

De comparanten verklaarden de voorschreven perceelen aftestaan onder de volgende

Voorwaarden en bepalingen:
1.
De stichting zal geheel onafhankelijk en vrij zijn van Staats-, Provinciaaal of Gemeente bestuur;
2.
Haar zetel zal zijn te Zorgvlied in de gebouwen op voorschreven perceelen aanwezig of te stichten;
3.
Zij zal den naam dragen van “St Anthonij Gasthuis”;
4.
De geldelijke baten, die het gasthuis verkrijgt, zullen door het Bestuur rentegevend worden belegd, van de renten, zoodra deze minstens twee en vijftig gulden ’s jaars bedragen, zal wekelijks aan den bewoner der eerste kamer een gulden worden uitgereikt en het restant worden opgelegd, zoodra het kapitaal door giften en opgelegde inkomsten drie duizend gulden zal bedragen zal ook de bewoner van de volgende kamer in het genot der bijdrage worden gesteld; vervolgens zal behoudens het hierna bepaalde, het restant der opkomsten worden opgelegd tot dat bij het einde van voorschreven recht van gebruik en bewoning, de ruimte, thans als Pastorie gebezigd, vrijkomt en voor provenierskamers zal worden ingericht, als wanneer de inkomsten dit toelatende, de bewoners van de derde, vierde en vijfde kamers evenzeer in het genot der toelage zullen worden gesteld.
De verder overig zijnde renten kunnen naar het goedvinden van het Bestuur tot kapitaal vorming en verdere uitbreiding der stichting of tot verhooging der bijdragen van de proveniers worden aangewend, terwijl het aan het Bestuur vrij zal staan , ook op andere wijze de zedelijke of maatschappelijke belangen der omgeving daaruit te bevorderen.
5.
De kamers zullen zoo veel mogelijk worden gegeven aan personen uit den burger of boerenstand, die om de eene of andere reden aan eenige bijstand behoefte te hebben, doch niet geheel onvermogend zijn; ten blijke daarvan zullen zij voor hunne intrede aan het Bestuur moeten aantoonen, dat zij een eigen en vast inkomen hebben van minstens twee gulden vijftig cents ’s weeks, of zoo gehuwde lieden als proveniers worden aangenomen, van vier gulden ’s weeks. Bij elke kamer zal na negentien honderd zeventien eene strook tuingrond ter breedte van de kamer in gebruik worden gegeven.
6.
De keuze van proveniers geschiedt door het Bestuur in volle vergadering, na gemeen overleg in eene vorige vergadering, bij meerderheid van stemmen, met gesloten briefjes.
7.
De proveniers of bewoners van elke kamer moeten vóór hunne intrede ten behoeve van het gasthuis storten eene som van vijftig gulden, welk bedrag eigendom wordt der stichting.
8.
De proveniers, die door slecht gedrag, verregaande onzindelijkheid of andere gewichtige redenen, naar het oordeel van het Bestuur zich het beneficie onwaardig maken, zullen na verloop van eene maand na waarschuwing en kennisgeving door het Bestuur, zonder eenigen vorm van proces, via facti uit de stichting kunnen worden verwijderd, in welk geval hun, het door hen gestorte bedrag wordt teruggegeven; alle proveniers zullen vóór hunne intrede eene verklaring teekenen, ten bewijze dat zij zich naar dien, en andere door voogden te maken bepalingen van orde onderwerpen, alzoo, dat hun genot van huisvesting en toelage geheel ter bede bestaat.
9.
De voogden zullen van bovenstaande bepalingen omtrent het minimum van eigen inkomsten der proveniers, het bedrag der toelagen en storting slechts mogen afwijken wanneer in enig geval, volgens hun oordeel, daartoe bijzondere aanleiding bestaat.
Mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de Voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve der stichting kunnen verhuren.
10.
Het bestuur der stichting zal bestaan uit drie voogden, die onderling hunne functiën zullen verdeelen en regelen, de voogd die met het geldelijke bestuur is belast, zal een nauwkeurigen staat bijhouden van de bezittingen der stichting, jaarlijks rekening doen en bij het eindigen van zijn bestuur, van zijn beheer door de gezamenlijken voogden worden gedéchargeerd.
De verdere wijze van uitvoering dezer beschikkingen, de regeling van het bestuur en van de huishoudelijke orde worden overgelaten aan het overleg en de rechtschapenheid der voogden, die uit de bovenstaande bepalingen de bedoelingen van de stichters genoegzaam zullen kunnen afleiden.
11.
Twee der voogden zullen bij voorkeur uit de bloed- of aanverwanten der stichters worden gekozen en zal in ieder geval één der drie voogden met derwoon moeten zijn gevestigd in eene der gemeenten Diever, Vledder, Oost- of Weststellingwerf.
Bij overlijden of ontstentenis door welke oorzaak dan ook, van één der voogden zullen de overgeblevenen zijn opvolger benoemen, terwijl bij tijdelijke verhindering om aan het beheer deel te nemen, iedere voogd een plaatsvervanger zal kunnen benoemen.
Als voogden van de stichting worden reeds aangesteld de stichters Mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Mr. Julius Verwer voornoemd.
Die verklaarden hunne benoeming aantenemen en de voorschreven goederen te zullen doen stellen ten name der stichting met bestemming als boven is omschreven, en zich een derden voogd te zullen assumeeren.

Waarvan akte.

Verleden te Leeuwarden, ten huize van mij notaris, in tegenwoordigheid van Anskarius Schelte Hoffman, kleermaker, en Lieuwe George Leenhart Hoekstein, boekdrukker, beiden wonende te Leeuwarden, als getuigen, even als de comparanten mij notaris bekend.

Onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen en mij  notaris deze minuut-akte onderteekend.

Geteekend: Mr. L.G. Verwer,  Mr. J. Verwer, A.S. Hoffman, L.G.L. Hoekstein, A.B. Sjerps , notaris.

Geregistreerd te Leeuwarden, den vijf en twintigsten September 1800 acht en tachtig, deel 168, folio 54, ve……vak 4, twee bladen drie renvooien.

Ontvangen voor recht één gulden twintig cent f. 1.20.

De Ontvanger B.A. (geteekend) van Walsem.

Uitgegeven voor Afschrift. A.B. Sjerps. Notaris te Leeuwarden.    

Het Gemeente-bestuur van Diever verklaart naar aanleiding van artikel 7 der wet van 12 Augustus 1854 (Staatsblad nr. 100) mededeling te hebben ontvangen van de bepalingen betreffende de inrichting en het bestuur van de Stichting van Weldadigheid “het St. Anthonij Gasthuis” te Zorgvlied gemeente Diever, opgericht bij akte van den 22 September 1888 voor den te Leeuwarden residerenden notaris A.B. Sjerps verleden.

Diever, 12 November 1888

Het Gemeente-bestuur voornoemd

L….. H. van Os, Burgemeester

W. Mulder, Wethouder

Rectificatie

De ondergetekende Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever en Mr. Julius Verwer, avocaat, wonende te Leeuwarden,

Partijen in eene akte van Schenking en Stichting op den 22 September 1888 voor den notaris Antonius Bernardus Sjerps te Leeuwarden verleden, overgeschreven ten kantore van bewaring der hypotheken te Assen, den 4 October 1888, in deel 603, n: 2.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony Stichting, Zorgvlied | Leave a comment

In de Heufdstroate van Deever in 1954

Bijgaande zwart-wit ansichtkaart was in 1954 te koop bij Roelof (Roef) van Goor, Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deeveraan. De fotograaf van deze mooie afbeelding stond ter hoogte van de boerderij van Hendrik Krol. Links is nog net een deel van het muurtje voor de Gereformeerde School te zien. Rechts staan de woningen van Hendrik Gruppen en … Eising. Wie kan meer gegevens verschaffen over de zichtbare panden en hun bewoners in die tijd ?

Posted in Ansichtkaart, Hoofdstraat, Kerk aan de brink | Leave a comment

Wie kent de familie Baaiman uit de Peperstraat nog ?

De redactie van ut Deevers Archief weet zich de familie Baaiman nog heel goed te herinneren, waar ze woonden aan de Peperstraat, dat ze vanwege de afbraak van het huis waar de familie aan de Peperstraat woonde naar de Wapserveenseweg in Wittelte verhuisden, waar de vijf kinderen Baaiman de Wittelter Skoele voorlopig van van sluiting redden, tot het vertrek van de kinderen Baaiman uit Wittelte naar diverse pleeggezinnen in het land.
De redactie van het ut Deevers Archief wil graag reageren op het verzoek van Theo Baaiman en Keitje Kei. Allereerst een foto van de leerlingen van de Wittelter Skoele uit 1959. Op deze foto staan de vijf oudste kinderen van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen: Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman.

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1959

De redactie van ut Deevers Archief is zeer actief bezig met het verzamelen van alle klassefoto’s van alle scholen in de voormalige gemiente Deever, te weten de voormalige openbare lagere school van Deever, thans openbare basisschool ‘De Singelier’, de gereformeerde school van Deever, thans de bijzondere basisschool ‘de Meester Roosjenschool’, de openbare lagere school van Wapse, thans ‘de Ten Darperschoele’, de openbare lagere school van Zorgvlied-Wateren (opgeheven) en de openbare lagere school van Wittelte (opgeheven in 1967).
Het uitzoeken van de namen en de verblijfplaats van kinderen op klassefoto’s levert altijd weer positieve reacties op. In de serie ‘Olde skoelfoto’s’ toont de redactie van ut Deevers Archief een foto van de voormalige openbare lagere school van Wittelte. We weten dat we daarmee in het bijzonder Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman een plezier kunnen doen.
De leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte zijn in de zomer van 1959 op het plein bij de school op de foto gezet.

Het gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstroate in Deever naar de Wapserveenseweg in Wittelte, vanwege de afbraak van hun huurwoning. Het toch al niet zo grote aantal leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte nam daardoor van de ene dag op de andere met vijf leerlingen toe. Dankzij het kinderrijke gezin Baaiman was het gevaar voor sluiting van de school weer voor jaren geweken.
Het nagaan in welk jaar een schoolfoto is genomen is altijd weer een kwestie van puzzelen. Dit keer was het niet zo moeilijk. Wolter Baaiman vertelde dat hij op 18 april 1947 is geboren en dat hij op zesjarige leeftijd in Deever naar de openbare lagere school is gegaan. Hij is daar nooit ‘blijven zitten’. Hij heeft in 1958 nog een paar maanden bij meester Albertus Andreae (die in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) in de zesde klas gezeten. Dus moet de foto, gelet op de korte broeken van de jongens, aan het einde van het schooljaar in de zomer van 1959 zijn genomen. De andere zesde-klassers Cornelis Hunneman en Henk Oosterhof zijn ook in april van het jaar 1947 geboren.

Bij de namen van de leerlingen op de hiervoor afgebeelde foto zijn achter een naam tussen haken de geboortedatum, de persoon waarmee de leerling getrouwd is en de huidige woonplaats vermeld.

In de bovenste rij staan van links naar rechts opgesteld:
Juffrouw Engel Broer-Van Delden (geboren op 12 mei 1923, was getrouwd met Luite Wolter Broer, Diever);
Theo Baaiman (geboren op 15 augustus 1948, getrouwd met Jannie Hazeleger, Amersfoort);
Cornelis Hunneman (geboren op 6 april 1947, getrouwd met Irma Jonkers, Diever);
Jacob Westerveen (geboren op 21 maart 1948, getrouwd met Geesje Otten, Meppel);
Wolter Baaiman (geboren op 18 april 1947, getrouwd met Luitje Dam, Meppel);
Hendrik Jacobus (Henk) Oosterhof (geboren op 19 april 1947, getrouwd met Femmy Schipper, Steenwijk);
Hendrik Willem (Henk) Broer (geboren op 18 februari 1950, getrouwd met Trijntje Roggen, Groningen);
Hendrik (Henk) Klok (geboren op 18 januari 1948, getrouwd met Maria Schipper, Dwingelo);
Jan Boerhof (geboren op 7 augustus 1948, getrouwd met Lies Gerdes, Diever);
Meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op februari 1996, echtgenote Geertje Wuite).

De rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Tietje Hunneman (geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, Uffelte);
Bertha Berends (geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert (Eppie) Warnders, Uffelte);
Grietje van de Berg (geboren op 31 maart 1951, getrouwd met Henk Bergman, Midwolda);
Jennie Soer (geboren op 21 november 1946, getrouwd met Henk Daleman, Wittelte);
Grietje Berends (geboren op 20 maart 1948, getrouwd met Gabriël (Gabie) Verboom, Frederiksoord);
Jennie Winters (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Nico Hardeman, Decatur-Nebraska-USA);
Alie Diever (geboren op 17 mei 1950, overleden op …., echtgenote van Meeuwis Tiemes, Diever);
Annie de Jong (geboren op 15 maart 1951, getrouwd met Henk Oort, Diever);
Klaasje Oosterhof (geboren op 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, Dwingelo);
Annie (An) Baaiman (geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Lafinus Schraal, Lelystad).

De rij jongens beneden de rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Klaasinus Jantinus (Gesinus) Baaiman (geboren 1 januari 1950, getrouwd met Jannie van Sleen, Vledder);
Jacob ten Buur (geboren op 14 juni 1952, getrouwd met Jannie Oostenbrink, Drachten);
Albertus (Bert) Jan de Boer (geboren op 21 december 1949, getrouwd met Cobie de Zeeuw, Wijk bij Duurstede);
Roelof ten Buur (geboren op 1 mei 1950, getrouwd met Grietje Westerbeek, De Wijk);
Albert (Appie) Baaiman (geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josephine Catharine Smit, Steenwijk);
Albert (Appie) Jongebloed (geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, Meppel);
Jans Tabak (geboren op 26 september 1953, getrouwd met Tineke Koning, Beilen);
Reinder de Weerd (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Grietje Scheper, Meppel).

De onderste rij jongens bestaat van links naar rechts uit:
Frens Winters (geboren op 11 juli 1947, getrouwd met Hillie Millekamp, Wittelte);
Albert Jan Oosterhof (geboren op 27 juni 1949, getrouwd met Jannie Beugels, Assen);
Gerard Klok (geboren op 20 september 1950, getrouwd met Hendrikje de Leeuw, Varsseveld);
Jacob Rozeboom (geboren op 24 juni 1953, overleden op 11 oktober 1969);
Arend Berends (geboren op 9 februari 1951, getrouwd met Jennie Segers, Uffelte);
Hendrik (Henk) Wesseling (geboren op 14 juni 1951, getrouwd met Trijntje Wever, De Wijk).

De redactie van ut Deevers Archief is zeer geïnteresseerd in het publiceren van verhalen over het schoolleven in Wittelte. De zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief worden uitdrukkelijk uitgenodigd te reageren !
De redactie van ut Deevers Archief heeft voorgaand artikel ook gepubliceerd in het nummer 2002/2 van Opraekelen, het papieren blad
van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Onderwijs, Opraekelen, Witteler skoele, Wittelte | Leave a comment

Twee doorvoerkampen voor Joden in de Olde Willem

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde het navolgende artikeltje met twee afbeeldingen in zijn fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Dit boekje werd in 1999 uitgegeven.

Het Ministerie van Sociale Zaken huisvestte in de rijkswerkkampen Diever en Diever B in de dertiger jaren van de vorige eeuw werklozen die onder meer heidevelden moesten omspitten. De kampen stonden bij Hoeve aan den Weg in de Olde Willem. Beiden boden plaats aan zesennegentig personen.
In december 1941 besloot de Duitse bezetter Joodse Amsterdammers naar de Drentsche werkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen. Het eerste resultaat was dat 905 mannen op zaterdag 10 januari 1942 naar Drenthe vertrokken, waarna ook mannen uit andere delen van het land gedwongen werden te gaan.
Hier volgen een paar aangrijpende citaten uit brieven die manufacturier Jozef Leefsma uit Gorredijk vanuit rijkswerkkamp Diever A aan een vriend schreef: De lui die hier zijn, lijken wel wolven. Die zijn uitgehongerd. Het lijken wel rovers. Ze zeggen dat wij, als we er veertien dagen zijn, ook zo worden, maar dat weet ik nog niet. Daar ben ik zelf bij. In het kamp mag niets, ofschoon de kampchef een beste kerel is. Maar dat is nu eenmaal voorschrift………. Ik kon jullie niet bedanken deze week. Ik was wat vol. Daar heb ik tegenwoordig meer last van. Zo gauw ik aan thuis denk of iemand mij er over spreekt, huil ik als een kind en ik kan er niets aan doen……….
In de nacht van zwarte vrijdag 2 oktober 1942 werden de rijkswerkkampen Diever A en Diever B door de Duitse bezetter ontruimd. De Joodse bewoners kwamen in het kamp Westerbork terecht. Vandaar werden ze gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen.
Jozef Leefsma heeft het niet overleefd. Welke andere Joodse Nederlanders zaten in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B ? …….. Wie van hen overleefden de hel van de vernietigingskampen ? ……….
Niets in de wijde omgeving herinnert aan het feit dat deze kampen als isolatie- en verzamelkamp van joodse landgenoten zijn gebruikt….. Van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B, lopend naar Westerbork, en dan per trein naar Auschwitz, Birkenau, Bergen-Belsen, Dachau, Majdanek, Mauthausen, Neuengamme, Schöppenitz, Sobibor, Sosnowiec, Theresienstadt, Treblinka ………………

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Inmiddels staat – mede dank zij voorgaande mini-essay – in de Olde Willem wel een gedenkteken bij de plaats van de voormalige rijkswerkkampen Diever A en Diever B.

Posted in Ansichtkaart, de Olde Willem, Diever, ie bint 't wel ..., Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Plaetie 16 uut Bussink’s album ‘Mijn land – Drenthe’

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer (ja, die van de Deventer koek). Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 16. De redactie van ut Deevers Archief toont dit topplaatje graag aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van zijn webstee.
Op de voorkant van het plaatje is ut olde skultehuus an de brink van Deever te zien. Let vooral op het zeldzaam originele licht boven de voordeur in de vorm van de Davidster. Het is het schultehuis, zoals het was in 1933, een paar jaar voor de ‘grote knutselrestauratie’, toen het schultehuis gelukkig nog niet gescheiden was van de schulteboerderij. De redactie van ut Deevers Archief vraagt zich nog steeds af waarom het zo zeldzaam originele bovenlicht in de vorm van de Ster van David bij de ‘restauratie’ is weggeknutseld.
En zoals het meestal met getekende onderwerpen uut de gemiente Deever gaat, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart moest op zijn tekening de vrijheid nemen een toegangshek in de ‘glinten’ voor het schultehuis te tekenen, omdat hij het wél op de ansichtkaart aanwezige perspectief niet voldoende volgde. Dat hek was wel aanwezig en is op de ansichtkaart nog net een beetje aan de linkerkant te zien. Ook rommelde de overtekenaar wat met de plaats van de bomen -zo te zien geen geleide linden- voor het schultehuis. De overtekenaar heeft zijn tekening ingekleurd, dat heeft hij bepaald niet slecht gedaan. De overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest.

Abracadabra-1291Abracadabra-1290

Abracadabra-1292

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kunst, Schultehuis, Tekening | Leave a comment

Over de organisatie van jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 september 2014 van de 75-jarige heer Pieter Verdonk bijgaand verhaal over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie van ut  Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp.

Van 1961 tot 1963 ben ik groepsleider geweest in het VBS-kamp, later BJ-kamp ‘de Eikenhorst’ te Geeuwenbrug. De Vorming Buiten Schoolverband, later Buitengewoon Jeugdzorgwerk in Internaatsverband kampen en internaten gingen uit van het toenmalige ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De grote baas in Den Haag was mr. A.J.M. Schats.

De jongens (van 10 tot 14 jaar) konden opgenomen worden als er bijvoorbeeld moeilijkheden thuis of op school waren. Voorwaarde was dan wel dat tijdens het verblijf van de jongen in het kamp aan de thuissituatie het nodige gedaan zou worden. De plaatsing van de jongens verliep via contactambtenaren, die verzoeken tot opnamen van bijvoorbeeld scholen, huisartsen of  de ouders zelf behandelden. Al naar gelang het inkomen van de ouders was er een ‘ouderbijdrage’.

Op ‘de Eikenhorst’ verbleven de jongens een jaar. Om in contact te blijven met de  gezinssituatie was er voor de jongens een paar maal ‘verlof”, bijvoorbeeld met Kerstmis.

Het kamp in Geeuwenbrug bood ruimte aan 64 jongens, die verdeeld waren over vier groepen van 16 jongens. In ‘mijn tijd’ is de bezetting altijd 100% geweest.

Wat het personeel betreft, de directie werd gevoerd door ‘de commandant’, die bijgestaan werd door ‘de adjudant’. Dan waren er minstens vier groepsleiders, twee (bevoegde) onderwijzers, een sportleider en een leider voor de creatieve vakken, zoals tekenen, knutselen en dergelijke. Er waren naar ik meen twee jonge vrouwen die voor de huishoudelijke dienst zorgden en tegelijkertijd ‘groepsdame’ waren. Ze draaiden naast hun hoofdtaak mee in de groepen om het ‘vrouwelijk element’ bij de benadering van de jongens te realiseren. De onderwijzers waren veelal militaire dienstweigeraars, die hun vervangende dienstplicht in het kamp doorbrachten.

De commandant en de adjudant hadden eigen woningen op het terrein, de overige stafleden hadden een (slaap)kamertje in de groepsbarakken. Voor de administratie was er een aparte kracht. Verder waren er een kok, een magazijnmeester en een kampmonteur, die buiten het terrein woonden.

Op ‘de Eikenhorst’ werd het ‘goudzoekersspel’ gespeeld. In de loop van hun jaar konden de jongens rangen van ‘kompel’ tot en met ‘goudzoeker’ doorlopen. Het ‘goudzoekersspel’ was bedoeld om de jongens het goud van de vriendschap bij te brengen en op die manier aan hun problematiek te werken. De vier groepsbarakken hadden de namen Peru, Klondike, Transvaal en Alaska, streken waar ‘echt’ goud werd gevonden.

Voor de dagelijkse activiteiten buiten de groep waren de jongens ingedeeld in vier aparte groepen. De jongens met de meeste mogelijkheden, bijvoorbeeld in schoolkennis, werden ingedeeld bij groep C, iets minder ontwikkelden kwamen in groep L, daarna volgde A en tenslotte N. Samen: Clan!

Overdag, op ongeveer dezelfde tijden als ‘thuis’, namen de jongens deel aan onderwijs, sport, creativiteit en corvee. De groepsbarak was het eigen home van de jongens. Er was een slaapzaal met 16 bedden, een toilettengroep en een ‘washalletje’. Verder was er het ‘schoenenhalletje’ en het groepsverblijf. In mijn tijd stonden in de groepsverblijven levensgrote kolenkachels. De eerste taak van een groepsleider na een verlof in de winter was de kachel aan te steken, want dan kon het venijnig koud zijn in de barakken.

Er was een aparte barak met douches en met wasmachines. De ‘gewone was’ werd niet in het kamp gedaan, maar de ‘straaljagerwas’ werd gedaan met de kamp-wasmachine. ‘Straaljagers’ waren jongens die in hun bed plasten. ‘Bommenwerpers’ heb ik in mijn tijd gelukkig niet meegemaakt.

In het dagelijks leven werd een forse discipline gehandhaafd. Ging men ‘s morgens van de groep naar de eetzaal, dan gebeurde dat netjes in een rij, die voor de barak gevormd werd. De groepsleider moest dan zeggen: ‘In de stand – staat!’,  waarop de jongens in de houding sprongen. Het volgende commando was dan ‘Kwartdraai linksom – naar de eetzaal!’.

Voor de dagactiviteiten begonnen was er nog het ‘vlagappel’, waarbij de jongens per leefgroep rond de vlaggenmast in de houding stonden en de vlag door een van hen gehesen werd.

Natuurlijk is in de loop der jaren het regime veranderd; daar kunnen anderen misschien nog eens over vertellen.

Verder: het is mogelijk, dat ik in mijn verhaal dingen ben vergeten of niet helemaal precies juist gesteld. Vergeet daarbij niet dat het meer dan een halve eeuw geleden is dat ik op ‘de Eikenhorst’ werkte en dat ik nu 75 ben!

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Al is de crisis nog zo fel, de liefde trotseert hem wel

De hier getoonde afbeeldingen zijn in 1933 gepubliceerd in het tijdschrift Eigen Erf (geïllustreerd familieweekblad voor Overijssel en Drente).

De tekst onder de afbeeldingen luidt als volgt.
Vanwege Kieskring I van het D.L.G. werd te Diever de jaarlijksche landbouwtentoonstelling annex veekeuring en volksfeest gehouden. Links een overzicht van de keuring. Recht een wagen uit den optocht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De afkorting van het Drentsch Landbouw Genootschap is D.L.G.
De linker foto is gemaakt op het koeienmarktterrein an de Bosweg in Deever. Veel boeren in een donkere colbertjas op zondagse schoenen met zondagse pet en vaak ook met wandelstok, die gebruikt werd om een koe de maat te nemen. Het koeienmarktterrein is tegenwoordig niet meer in gebruik als onverharde parkeerplaats voor de levende koe, maar als verharde voorlopig gratis langparkeerbrink voor de heilige blikken koe.
Op de rechter foto is een versierde wagen uit de optocht te zien. Het jaar 1933 was een slecht jaar in de grote vooroorlogse economische crisis. Dat blijkt ook wel uit de toepasselijke tekst op de versierde wagen: Al is de crisis nog zo fel, de liefde trotseert hem wel.
Wie herkent mensen die op de twee afbeeldingen zijn te zien ?
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie voorzien van een goede scan van foto’s van de Deevermaarkt van vóór de Tweede Wereldoorlog ? 

Posted in Bosweg, Landbouw, Marktterrein | Leave a comment

Stoomtram van de N.T.M. an de Deeverbrogge

Bijgaande afbeelding van een zwart-wit foto met begeleidende tekst is opgenomen in het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Diever, ie bint ‘t wel …’. Het betreft -voorzover bekend bij de redactie van ut Deevers Archief- de enige bewaard gebleven foto van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij bij de halte an de Deeverbrogge in de lijn Meppel – Hijkersmilde langs de Drentse Hoofdvaart.

57 – Dieverbrug – Stoomtram bij café-logement Johan Blok – 1930
De maker van deze unieke foto is de zeventienjarige student Laurent Jacobus Biezeveld, de zoon van de directeur van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij. Voor deze afbeelding is een nieuwe afdruk van het originele gave
negatief op glasplaat gebruikt.
Dieverbrug was altijd een belangrijke halte in de tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart. Locomotief 6502 staat voor het café-logement van Johan Blok. In het café bevonden zich de wachtkamer en het  agentschap van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij.
Uit de pijp van de met kolen gestookte stoomlocomotief komt rook, de veiligheidklep op de regulateur blaast stoom af en ook uit de demper van de vacuümrem ontsnapt stoom. De personeelswagen is aan de locomotief gekoppeld.
De drie mannen bij de locomotief zijn van links naar rechts van Benthem, de stationchef van de Hijkersmilde, controleur van Blanken en tramconducteur Koopmans. In het machinehuis zit machinist Jan Postuma.
In een heel aardig reisverslag uit 1926 is het volgende te lezen:
Ik was in Dieverbrug. U zult vrees ik het wijze voorhoofd rimpelen en trachten de geest te scherpen om zich te herinneren waar een plaats met zo’n naam dan wel in ons land mag liggen. Het ligt afgelegen, tenzij u een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt, tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent. Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkele reiziger, wat postzaken en een pakje. Door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats zijn te verstaan Meppel en het nog verderaf liggende Assen…………
In 1930 was alles al aan het veranderen. De stoomtram kreeg steeds meer concurrentie van de vrachtwagen. Op 15 februari 1933 reed de laatste tram, waarna de rails werd verwijderd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In ut Deevers wordt het Nederlandse woord tram niet op zijn Hooghaarlemmerdijks als trèm, maar gewoon als tram uitgesproken, vandaar dat in de titel van dit bericht het woord stoomtram gewoon als stoomtram is geschreven.
Voor de hier getoonde zwart-wit foto heeft de beheerder van het foto-archief van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen speciaal voor opname in het fotoboekje ‘Diever, ie bint ‘t wel …’ een nieuwe afdruk van het originele negatief op glasplaat laten maken. De redactie is de beheerder daarvoor bijzonder erkentelijk.
In de tekst staat abusievelijk vermeld dat N.T.M. de afkorting is voor Noord-Nederlandse Tram Maatschappij, dit moet zijn Nederlandsche Tramweg Maatschappij.
Het bedrijf Hohenzollern in Düsseldorf-Grafenberg leverde de hier afgebeelde locomotief in 1881 als rangeerlocomotief aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) met kenteken SS 401. In 1890 werd het kenteken van deze locomotief gewijzigd in SS 602. Bij de samenvoeging van het materieelpark van de Hollandse Spoorwegmaatschappij (H.S.M.) en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) in 1921 kreeg de hier afgebeelde locomotief het kenteken NS 6502. De Nederlandse Spoorwegen hebben de NS 6502 in 1930 uit dienst genomen. De N.T.M. was 
in dat jaar de huurder geworden van deze locomotief.
De zeventienjarige Laurent Jacobus Biezeveld is de maker van deze scherpe foto. Hij is geboren op 9 oktober 1913 in Nijehaske. Hij is overleden op 20 juli 1969 in Haren in de provincie Groningen. De foto is derhalve gemaakt tussen oktober 1931 en oktober 1932. En niet in het jaar van 1930, zoals abusievelijk staat vermeld in de tekst bij de foto in het boekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ .
Dan staat locomotief NS 6502 bij het café-logement van Johan Blok. Het oude café-logement brandde in de nacht van 30 op 31 maart 1932 af. Derhalve heeft Laurent Jacobus Biezeveld de foto gemaakt tussen 9 oktober 1931 en 30 maart 1932. Echter gelet op de bladeren aan de bomen, zal hij de foto uiterlijk een aantal weken na 9 oktober 1931 hebben gemaakt.
Locomotief NS 6502 oogde als een primitieve locomotief met een open stoomleiding van de regulateur naar de cilinders en een veiligheidsklep op de regulateur. De NS 6502 woog maar 18 ton en was niet zo’n sterke locomotief. Dat was bij de N.T.M. soms wel te merken. De NS 6502 kon een zware goederentrein best op gang brengen, maar als deze dan lang aan één stuk moest doorrijden, dan kon hij geen stoom houden. Toch voldeed de NS 6502 wel bij de N.T.M., met name in de personendienst.
Op bijgaande afbeelding staat de van Meppel komende locomotief NS 6502 met goederenwagons bij de halte an de Deeverbrogge. De halte an de Deeverbrogge was een belangrijke halte voor Deever en voor Dwingel, die beiden op een afstand van ruim twee kilometer van de halte waren gelegen.
Na het opheffen van de tramlijn in 1933 werd de halte an de Deeverbrogge een belangrijke overstapplaats, toen de Drentse Autobus Onderneming (D.A.B.O.) de personendienst overnam. De bussen uit Meppel en Assen ontmoetten elkaar hier, waarna de één doorreed naar Deever en de andere naar Dwingel. Bij terugkomst ontmoetten ze elkaar weer en vervolgde de bus uit Meppel zijn reis naar Assen en vervolgde de bus uit Assen zijn reis naar Meppel.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van de situatie op de zwart-wit foto gemaakt op 31 juli 2018.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Stoomtram, Topstuk, Vervoer | Leave a comment

De Kwoasloot begunt in de Stroet’n op Kalter’n

De redactie van ut Deevers Archief vroeg zich in het bericht Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker waar het groenland met de naam de Stroet is gelegen. Het groenland met de naam de Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’. Deze publicatie van de heemkundige vereniging uut Deever is nergens te vinden in de webstee van deze induttende vereniging. Nota bene de allerbelangrijkste van alle publicaties, die de heemkundige vereniging uut Deever in zijn vijfentwintig jarige bestaan heeft gemaakt, is niet te vinden in de webstee van deze vereniging.
Het groenland met de naam de Stroet of de Stroeten ligt aan de weg van Deever naar Wapse. De Stroetweg loopt langs de Stroeten. De redactie van ut Deevers Archief heeft deze twee namen in het rood in een detail van een wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1946 aangegeven. Zie de bijgaande afbeelding. Op het detail van de wandelkaart is te zien dat de Stroetweg bij de kruising met de Schaapsdrift overgaat in de Stroetlaene. Tegenwoordig heeft de Stroetweg de naam de Stroeten. De Stroetlaene is op tegenwoordige luchtfoto’s helaas niet meer terug te vinden. De Vereniging Voor De Grote Verwildering Van Natuurmonumenten is in de gemiente Deever al jaren en voortdurend stiekem bezig met het najagen van zijn archaïsche utopietje, het utopietje van een tot in de puntjes geplande en gemaakte en onderhouden cultuurwildernis en het achterbaks weren van alle menselijke aanwezigheid uit zijn deel van het landgoed Berkenheuvel.
In ut Deevers Archief is een zwart-wit ansichtkaart van koeien in het groenland met de naam de Stroet aanwezig. Zie de bijgaande afbeelding van deze zwart-wit ansichtkaart. Deze zwart-wit ansichtkaart is in 1943 uitgegeven door Copieer Inrichting Roelof (Roef) van Goor in Deever.
Het Drentse en Deeverse woord stroet heeft de betekenis van een laag nat terrein in een heideveld, waar water uit de omgeving zich verzamelt. Het groenland met de naam de Stroet langs de weg van Deever naar Wapse zal daarvoor heideveld met de naam de Stroet zijn geweest en komt als zodanig niet voor in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’. Die veldnamen hebben betrekking op bouwland en groenland. Dit heideveld zal zijn ontgonnen in de tijd dat mr. Albertus Christiaan van Daalen bezig was met de ontwikkeling van het landgoed Berkenheuvel, dus veel later dan 1832.
In het lage en natte heideveld en later het groenland met de naam de Stroet stroomt het water naar het begin van de Kwasloot. Het water in de Kwoasloot stroomt naar de Wapserveense Aa.
De redactie van ut Deevers Archief zal te zijner tijd en zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf enige kleurenfoto’s van de toestand ter plekke van de Stroet of de Stroeten maken en in dit bericht tonen.

Posted in Ansichtkaart, Kalteren, Landgoed Berkenheuvel, Veldnaam | Leave a comment

Kantinetente mit militaer’n in de kaamp op de Oeren

De redactie van ut Deevers Archief vond in de fotocollectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie de hier afgebeelde foto van de kaamp op de Oeren bee Kalter’n. De redactie is het Nederlands Instituut voor Militaire Historie bijzonder erkentelijk voor de vrije beschikbaarheid van deze afbeelding.
Op de foto is te zien een kantinetent in het soldatenkamp op het heideveld op de Oeren bij Kalteren in de gemiente Deever. De militairen in een voor de kantinetent zijn van het negende regiment infanterie van de landweer, zoals de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief hopelijk kunnen lezen op het bord bij de vlaggemast.
De maker van de foto is helaas niet bekend. De foto is in de collectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie gedateerd op 6 januari 1909. Op die datum kan de foto niet zijn gemaakt. De militairen oefenden in de periode 1905-1908 in de zomer op de heidevelden in de gemiente Deever. De foto is wellicht in 1908 gemaakt en wellicht aan het begin van 1909 gearchiveerd.
Als de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief meer berichten over het soldatenkamp op het heideveld op de Oeren bij Kalteren willen lezen, dan worden zij verzocht onder aan dit bericht of in de lijst met categorieën de categorie de Kaamp op de Oeren aan te klikken.

Posted in de Kaamp op de Oeren | Leave a comment

Winternoamedag op ’t Kastiel in jannewoari 1979

Wijlen U.L.O-meester Henk van de Bos, niet geboren, maar wel een leven lang getogen in Deever, heeft deze foto van de boerderij van Klaas Fledderus op ut Kastiel in Deever gemaakt bij het vallen van de avond in de sneeuwrijke winter van 1978 op 1979. Tussen de bomen is Klaas Fledderus te zien. Achter de boerderij van Klaas Fledderus is zichtbaar het boerderijtje, waarin de gezusters Janna (Jannoa) en Roelofje (Roefie) van Ankorven woonden. Wat een fraaie en stemmige foto.

Posted in Alle Deeversen, Boerderij, Diever, ut Kastiel | Leave a comment

Un lochtfoto van ut midd’n van ut olde Deever

De luchtfoto voor de hier afgebeelde ansichtkoate van ut midde’n van ut olde Deever is in 1952 gemaakt door Luchtfoto Nederland. Bijzonder fraai is de omheining van de kaarketuun te zien. Was dat nu nog maar zo ! Na de grote vernieling in de jaren 1955/1957 en als vervolg daarop de grote vernieling in de jaren 2019/2020 is niets echts meer over van de openbare ruimte in het midden van ut olde Deever.

Een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart is in 1952 verzonden aan den heer P. Barelds, p/a Knud Hansen, Ammendrup, Helsinge, N-Sjaelland, Denemarken. De kaart is verstuurd door de familie Jan Kloeze, Wittelte 13, post Dieverbrug, Holland.
De familie Barelds had en heeft een boerenbedrijf aan de Wittelterweg in Wittelte.
Hendrik Lefferts Barelds is een zoon van Pieter Barelds en Hilligje Wesseling. Hij is geboren op 6 oktober 1900 in Wittelte. Hij is overleden op 10 augustus 1954 in Wittelte. Hij trouwde op 9 juni 1926 met Aaltje Pieper
P. Barelds zal Pieter (Piet) Barelds zijn. Hij is een zoon van Hendrik Lefferts Barelds en Aaltje Pieper,.
De redactie heeft de gegevens van Pieter (Piet) Barelds niet in openbare bronnen op het internet kunnen vinden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hierbij helpen ?
Het is wel aannemelijk dat boerenzoon Pieter Barelds uut Wittelte een tijdje bij boer Knud Hansen in het gehucht Ammendrup bij het dorp Helsinge in het noorden van Zeeland in Denemarken in de leer is geweest. Een stage ? Een zomer lang ? Een heel jaar lang ? De redactie verwijst ook naar het bericht Café Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Posted in Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Luchtfoto, Toren aan de brink | Leave a comment

Ut olde postkantoor an de Heufdstroate in Deever

In de Friese koerier, onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden, verscheen op 8 juli 1957 het volgende bericht over de pensionering van Lambertus Schoemaker, kantoorhouder van het postkantoor an de Heufdstroate in Deever.

Kantoorhouder Schoemaker verlaat de dienst
Diever, – Ingaande 1 juli jongst leden heeft de heer L. Schoemaker, kantoorhouder der posterijen alhier, de P.T.T.-dienst mdet pensioen verlaten. De naam Schoemaker is verweven met de P.T.T. diensten in Diever. De thans scheidende functionaris is vanaf oktober 1916 bij de posterijen werkzaam, de eerste 4 jaar onder meer als hulpbesteller en sedert 20 december 1920 als kantoorhouder. In deze laatste functie volgede de heer Schoemaker zijn vader, de heer J, Schoemaker op, die 32 jaar lang kantoorhouder en besteller is geweest.
Het postkantoor is plusminus 70 jaar lang in hun woning aan de Hoofdstraat gevestigd geweest. Met ingang van 28 juni jongst leden is het verplaatst naar een barak van het voormalige noodgemeentehuisin het uitbreidingsplan.
De directeur-generaal van het staatsbedrijf der P.T.T. heeft in een schrijven zijn dank betuigd voor de vele arbeid en hem erkentelijkheid betuigd voor zijn betoonde activiteit in de bezettingsjaren. Te dien tijde ontving hij ook een schrijven van Z.K.H. Prins Berhard, die hem als bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten zeer verdiende dank bracht voor de belangrijke diensten, verleend bij het ondergrondse verzet.
Maar ook in velerlei ander opzicht heeft de heer Schoemaker de gemeenschap gediend. Zo is hij sedert de bevrijding lid van de raad van Diever voor de V.V.D. Verder is hij voorzitter van de afdeling Diever van de bond voor staatspensionering en secretaris van het bestuur van de coöperatieve boerenleenbank, terwijl hij in het verleden diverse andere functies heeft bekleed.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De heer L. Schoemaker is Lambertus Schoemaker. Hij is geboren op 16 oktober 1900 in Deever. Hij is overleden op 27 januari 1960 in Deever. Hij heeft maar een paar jaren van zijn pensioen kunnen genieten. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Lambertus Schoemaker trouwde op 26 maart 1920 met Hilligje van Es.
Hilligje van Es is geboren op 15 augustus 1898 in Beilen en is overleden op 18 februari 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De verzetsvrouw Geesje Jantina Schoemaker is een dochter van Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Lambertus Schoemaker was een zoon van brievengaarder Jan Schoemaker en Jantien Trompetter.
Jan Schoemaker is geboren op 1 oktober 1856 in Dwingel en is overleden op 23 februari 1946 in Deever. Jan Schoemaker trouwde op 29 april 1882 in Deever met Jantien Trompetter.
De redactie weet niet wanneer het blokkendoosvormige postkantoor met woning precies is gebouwd. Omstreeks 1900 ? De redactie verwijst ook naar het bericht Ut riekstillefoonkantoor is in 1902 eup’mt.

Het lukt de redactie niet goed de datum waarop of het jaar waarin de kleurenfoto met het oude postkantoor is gemaakt te schatten. De kleurenfoto is uiteraard na de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Gelet op de vrouw met de Solex brommer zou de kleurenfoto in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief herkent de vrouw met de Solex brommer ? De vrouw vóór het postkantoor zou Hilligje van Es kunnen zijn, zij is op de foto zeker in de buurt van de 65 jaren oud, dan zou de kleurenfoto in de eerste helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt.
De redactie heeft nog niet kunnen uitzoeken wanneer het blokkendoosvormige gebouw is afgebroken. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet wanneer dit postkantoor is afgebroken ? Wellicht zijn leden van de familie Zoer in het bezit van foto’s van de afbraak van het postkantoor ?
De redactie heeft de niet zo geslaagde kleurenfoto van het huis dat gebouwd is op de plek van het oude postkantoor gemaakt op donderdag 4 november 2017. De redactie zal te gelegener tijd deze kleurenfoto vervangen door een kleurenfoto van betere kwaliteit.

Posted in Alle Deeversen, Hoofdstraat, Postkantoor, Verdwenen object | Leave a comment

Un kwitaansie mit kwitaansiesegel van grote Frièrik

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd in de gemiente Deever het boerenwerk nog gedaan met behulp van werkpaarden.  De smeden in het dorp Deever hadden vooral de vele boeren als klant. Dorpssmid Frederik (grote Frièrik) Offerein was gediplomeerd hoefsmid. Zijn smederij was gevestigd aan ut kleine brinkie in Deever.
De boer ging met zijn paard naar de smederij, waar de hoeven van het paard warm werden beslagen. Voor een nieuw hoefijzer en het beslaan van een paard met dit nieuwe hoefijzer bracht grote Frièrik twee guldens in rekening.
De boeren konden voor het repareren van een houten handvat aan de boom van een zeis ook bij grote Frièrik terecht. Voor een nieuwe dol en het aanbrengen van die dulle aan de zeisboom bracht grote Frièrik tachtig centen in rekening. De kötte dulle saat ut wiedst van de sende.
Veel mensen liepen in die tijd op klompen. Vaak gebeurde het dat de roef van een klompe brak of scheurde. Dat kon gerepareerd worden met een klompkram of een kramband. Voor een klompkram en het aanbrengen van een klompkram over de bovenkant van een klomp bracht grote Frièrik tien centen in rekening.
Het was vaak de vrouw van de boer, die in ut pothokke naast de boerderij het voer voor de varkens in een grote ketel kookte. Die ketel kon door het gebruik lek raken. Grote Frièrik kon dit gat in de ketel door middel van solderen of lassen dicht maken. De redactie van ut Deevers Archief weet niet of boer Roelof Bennen met de grote zware ketel naar de smederij moest of dat grote Frièrik de ketel ter plekke in ut pothokke herstelde.
Blijbaar liep grote Frièrik twee keer per jaar met de kwitanties langs zijn klanten. De kwitantie voor geleverde materialen en gedane arbeid over de tweede helft van 1948 voor Roelof Bennen Kzn. is gedateerd op 1 januari 1949. Blijkbaar had grote Frièrik niet zo’n haast met het innen van de schulden, want pas in februari 1949 werd de kwitantie voldaan en voorzien van een kwitantiezegel met de handtekening van grote Frièrik.
Roelof Bennen is een zoon van Klaas Bennen en Hendrikje Bolding. Roelof Bennen is geboren op 13 november 1901 in Deever en is overleden op 28 mei 1982 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Roelof Bennen trouwde op 1 mei 1926 met Geesje Krol. Geesje Krol is geboren op 17 april 1899 op de Smilde en is overleden op 15 juni 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De boerderij van Roelof Bennen en Grietje Krol staat an de Aachterstroate in Deever. Wijlen Jans Tabak is een kleinzoon van Roelof Bennen en Grietje Krol en woonde in die boerderij.
Het origineel van de hier afgebeelde nota is aanwezig in de verzameling van wijlen Jans Tabak.

Posted in Alle Deeversen, Boer'nlee'm, Boer'nwaark, Neringdoende | Leave a comment

Mit de hondekarre onder de tolboom deur

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van ut Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over ut olde Deever, over het boerenleven, over het boerenwerk. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan te hebben vastgelegd. Zijn annekkedotes zijn -het kan niet anders- opgeschreven in ut Deevers. Jan Hessels sprak ut Deevers, net zoals Jantje Oost dat deed, zoals je ut Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat ut Deevers in het volledig verhollandiseerde en vercocacolariseerde Deever bijna dood is.

Mit de hondekarre onder de tolboom deur
Ik were neet of ut vurhoal woar is, mor ut is mee wè veur woar vurteld. Ut is gebeurd in de tied dai’j in Wittelte veur ut onderhold van de neeje stroate tuss’n Deever en de Wittellerbrogge tol möss’n betèèln.
Lète op de oam’d belde un knecht van un boer bee de Wittelerbrogge an bee de dokter in Deever. Sien bosschop was dat ut sowiet was mit de vrou van de boer. De dokter was neet so bliede mit disse bosschop, want heesölf, sien menner en ut pièrd haad’n een drokke dag ehad. Hee kön ur neet onderuut, mor he vönd ut toch wè een beetie bezwoaluk so lète ut pièrd wièr in te spann’n.
‘Dat gef neet’, see de knecht. ‘Ie kunt wè mit mee mitried’n, ai’j moar persies doot wa’k oe onderweg zegge.’ ‘Dat is goed’, see de dokter.
See stapt’n op de hondekarre en göng’n mit un flinke gaank deur Oll’ndeever hen de Wittelerbrogge. Iniens brulde de knecht bee ut tolhuus: ‘Now hiel diepe bukk’n !!’ See bukt’n glad en gauw en so steu’m see mit grote voat onder de tolboom deur.
Dat scheelde mooi wièr un pèèr cent’n tolgeld.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk of voor een hondekarre tolgeld moest worden bewaard.
Op het tolgeldbord aan de voorgevel van het voormalige tolhuisje an de Wittelerweg in Wittelte staat de hond niet vermeld, maar zal wel 1 cent zijn geweest.

Posted in Deevers, Tol, Verdwenen object, Wittelte | Leave a comment

De haandtiekening van Leonard Willem van Os

In de Opregte Steenwijker Courant verscheen op 4 juni 1900 het bericht van overlijden van Leonard Willem van Os, burgemeester van de gemiente Deever.

Heden overleed zacht en kalm, na eene korte ongesteldheid in den ouderdom van bijna 56 jaren, onze geliefde Echtgenoot en Vader, de Heer Leonard Willem van Os, Burgemeester en Secretaris der gemeente Diever.
Mede namens de Kinderen, Mevrouw de Weduwe L.W. van Os-Mulder.
Diever, 28 mei 1900.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Leonard Willem van Os, burgemeester en secretaris van de gemiente Deever stuurde op 3 mei 1899 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Havelte, zie afbeelding 2 en hij stuurde op 27 februari 1900 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Workum in Friesland, zie afbeelding 3. De redactie beschikt helaas niet over een afbeelding van het ongetwijfeld belangwekkende bericht op de achterkant van de twee open kaarten.
Toch mooi meegenomen dat op de adreskant van die twee open kaarten wel de handtekening van burgemeester Leonard Willem van Os is te zien.
Waarschijnlijk stond in het Koninklijk besluit van 7 november 1876 (Staatsblad no. 192) dat een gemeentebestuur voor het verzenden van een officieel bericht door middel van een open kaart vrijgesteld was van het plakken van postzegels op die kaart.
Leonard Willem van Os verstuurde de twee berichten op een open kaart een paar maanden voor zijn overlijden op 28 mei 1900.
Leonard Willem van Os is geboren op 6 juli 1844 in Sneek en is overleden op 28 mei 1900 in Deever.
De echtgenote van Leonard Willem van Os was Leentje Mulder. Zij is geboren op 10 februari 1846 in Oldemarkt en is overleden op 23 december 1924 in Deever.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Gemiente Deever, Overlijdensbericht | Leave a comment

Winkel van Hidde Visser en Trijntje Dijkstra – 1946

Het echtpaar Hidde Visser en Trijntje Dijkstra nam in april 1932 de kruidenierswinkel over van Kees Bos en Trui Beun.
Het pand had toen als adres Zorgvlied 4. Op de winkelruiten wordt reclame gemaakt voor Douwe Egberts koffie en thee, Ata, Imi, Erdal schoensmeer, Persil zeeppoeder, Henco was- en inweeksoda, Sunlight zeep en Radion zeep.
Hidde Visser en Trijntje Dijkstra hebben in 1963 hun winkel verkocht aan de familie Van der Heide.
Zo te zien aan de naam boven de deur had Klaas de Boer in het aangrenzende pand toen nog zijn manufacturenwinkeltje.
Het winkeltje in de voorkamer van Klaas de Boer was maar klein. Het was bijna helemaal gevuld met manufacturen. Er stond een toonbankje. Er was nauwelijks ruimte om te staan. In het gangetje achter de linker voordeur stonden stellages met rimmen (planken) die ook volgestouwd waren met stoffen.
De elektrische stroom werd in die jaren nog bovengronds getransporteerd, let op de twee keer twee zichtbare porceleinen potjes, de draden zijn niet te zien.
Op de foto (die eigendom is van de redactie van ut Deevers Archief) zijn van links naar rechts te zien: Tjebbe Visser, Hidde Visser, Sietske Visser, Trijntje Dijkstra en Wiebe Visser.
De redactie van ut Deevers Archief het Deevers heeft deze foto in 2004 ook gepubliceerd op de februari-pagina van de zo genoemde historische kalender van de heemkundige vereniging uut Deever voor de lezers van het blad Opraekelen.
Als tweede foto werd daarbij de situatie ter plekke op 9 november 2003 geplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt. Voorwaar nu al weer een bijna historisch waardevolle foto.

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Historische kalender, Neringdoende, Opraekelen, Topstuk, Zorgvlied | Leave a comment

Ie kriegt de groet’n uut Deever in Drente

In de gemiente Deever zijn vanaf het bestaan van de ansichtkaart in het begin van de twintigste eeuw door de jaren heen ook ansichtkaarten te koop geweest met de titel ‘Groeten uit Diever (Dr.). Zo ook bijgaand afgebeelde kleuren ansichtkaart met vier foto’s, een zo genoemd vijfluik. De hier afgebeelde kaart is in 1980 uitgegeven.
De redactie van ut Deevers Archief wil de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief het kijken naar oude mooie afbeeldingen van ut olde gemientehuus an de brink van Deever, de kaarke an de brink van Deever en de Kruusstroate in Deever niet onthouden.
Het mag de zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de foto van ut olde gemientehuus an de brink van Deever later is gemaakt dan de foto van de kaarke an de brink van Deever. Dat valt op te maken uit de grote zwerfsteen op het grasveld voor ut olde gemientehuus an de brink van Deever, die is niet aanwezig op de foto van de kaarke an de brink van Deever. Op de laatst genoemde foto is op de plek van de grote zwerfsteen een kleine zwerfsteen te zien. Stond op die kleine zwerfsteen ooit een zonnewijzer op ?

Posted in Ansichtkaart, Gemeentehuis, Kerk aan de brink, Kruisstraat | Leave a comment

Dames van de buurtvurening van ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief heeft als streven in zijn berichten zoveel mogelijk Deeversen op foto’s te tonen en daarbij ten minste de naam van de personen op de foto’s te noemen; iedere Deeverse heeft zijn of haar eigen geschiedenis.
Op bijgaande foto zijn enige dames van de buurtvereniging van ut Kastiel in Deever te zien.
De foto is zo te zien tijdens een Deevermaarkt in de zomer op het marktterrein gemaakt. Het is niet bekend op welke datum deze foto is gemaakt.
De redactie roept de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief vooral te reageren op dit bericht, want veel is nog onduidelijk. De redactie is dringend op zoek naar aanvullende gegevens.
Gelet op het feit dat Grietje Jonker afkomstig is uit Havelte, zal deze foto na haar trouwen met Willem Dijkman zijn gemaakt, dus na 1924, waarschijnlijk rond 1930 ?
Woonden alle dames op ut Kastiel ?
Of woonden maar een paar dames op ut Kastiel en waren de anderen vriendinnen ?
Zijn alle dames geboren op ut Kastiel ?
Woonde het echtpaar Willem Dijkman en Grietje Jonker op ut Kastiel, zo ja waar dan ? Of woonden ze in Oll’ndeever ?

Van links naar rechts zijn de dames op de foto voor het gemak van 1 tot en met 6 genummerd.

1.
Annigje (Anna) van Nijen
Zij is geboren op 22 september 1899 in Deever. Zij is een dochter van Roelof van Nijen en Geertje Westerhof. Zij is overleden op 7 december 1992 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zij is op 29 mei 1926 in Deever getrouwd met rietdekker Dirk Nijboer.
Dirk Nijboer is geboren op 17 februari 1898 in Deever. Hij is een zoon van rietdekker Mannes Nijboer en Eltje Kuiper. Hij is overleden op 18 augustus 1968 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

2.
Margje Bel
Zij is geboren op 7 november 1899 in Deever. Zij is een dochter van koopman Berend Bel en Zijntje Bakker.
Zij is op 25 april 1925 getrouwd met bakker Gerard Kloosterman.
Gerard Kloosterman is geboren op 30 januari 1897 an de Deeverbrogge. Hij is een zoon van arbeider Arent Kloosterman en Hilligje Booiman uut Oll’ndeever.

3.
Jantje Klaster
Zij is geboren op 19 maart 1898 in Deever. Zij is een dochter van arbeider Berend Klaster en Lammegien Moes
Zij is op 6 december 1924 in Deever getrouwd met boer Harm Kloosterman.
Harm Kloosterman is geboren op 16 januari 1893 in Deever. Hij is een zoon van boer Hendrik Kloosterman en Geertje Klaster. Hij is overleden op 28 maart 1963 in Meppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

4.
Grietje (Griet) Jonker
Zij is geboren op 17 januari 1902 in Havelte. Zij is een dochter van arbeider Lambert Jonker en Margje Pouwels. Zij is overleden op 7 december 1973 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zij is op 3 mei 1924 in Deever getrouwd met veekoopman Willem Dijkman.
Willem Dijkman is geboren op 16 maart 1901 in Oll’ndeever. Hij is een zoon van arbeider Harm Dijkman en Lammigje Woudstra. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

5.
Margaretha (Griet) Oost
Zij is geboren op 15 april 1903 op ut Kastiel in Deever. Zij is een dochter van arbeider Jacob Oost en Elsje Davids. Zij is overleden op 15 februari 2001.
Zij is getrouwd geweest met Jan Brugging.
Jan Brugging is geboren op 20 augustus 1901 in Wapse. Hij is een zoon van arbeider Lambert Brugging en Meintje Noorman. Een broer van Jan Brugging was Jan Bruggink, die was getrouwd met Roelofje Roelofs; zij woonden op het Achterste Kalteren. Jan Bruggink en Roelofje Roelofs waren de grootouders van schoolmeester en historicus wijlen Reinder Smit uut Dwingel.

6.
Albertje Folkerts
Zij is geboren op 28 november 1902 in Deever. Zij is een dochter van timmerman Wolter Folkerts en Maria Smit
Zij is getrouwd op 4 augustus 1923 in Deever met melkmeter Roelof Ofrein.
Roelof Ofrein is geboren op 1 januari 1889 in Deever. Hij is een zoon van boer Hendrikus Ofrein en Hillechien Bruggink. Hij is overleden op 1 april 1984 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

Abracadabra-1454
Posted in Alle Deeversen, Cultuur, Dievermarkt, Topstuk, ut Kastiel, Vereniging | Leave a comment

Bee’j de scheerboas in Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in ut Deevers Archief. Bijgaande drie korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd in Opraekelen 03/4 (december 2003).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden grappige herinneringen en voorvallen (annekedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten.
Hij begon in 1956 als leerling-kapper in de zaak van Geert Vierhoven an de Heufdstroate (tegenover de Wiba) in Deever. In de tijd dat hij leerling was, ging hij ’s maandagmiddags naar de vakschool in Groningen. Hij was tot in 1962 in dienst van Geert Vierhoven, toen nam Lammert de herenkapsalon van Geert over. Geert heeft toen nog een paar jaar bij Lammert gewerkt.
In 1965 begon Lammert zijn dames- en herenkapsalon in de voormalige Boerenleenbank an de Heufdstroate in Deever. In december 1991 heeft hij zijn zaak verkocht aan Wemmenhove, waarna hij naar Zuidwolde is verhuisd.
In sommige van zijn korte verhaaltjes worden om voor de hand liggende redenen geen namen van personen genoemd, maar misschien herkent iemand zichzelf of iemand uit zijn of haar familie.
In sommige verhaaltjes worden wel namen genoemd, maar dan gaat het om dorpsfiguren, zoals Geert Dekker, Harm Hessels, de gebroeders Mulder (Gaarke Bakker’s jongen) of Jans (Jansie) Grit.
Als lezers zich ook mooie of leuke voorvallen in de kapsalon herinneren, dan vernemen wij die graag! De redactie zoekt ook foto’s van het interieur van de zaak !

Over kauwers van sigarentabak
Wij hadden klanten die tabak pruimden, we hadden ook klanten die op sigarentabak kauwden. We verkochten aan onze klanten ook sigaren per stuk (losse sigaren). Als in een doos een kapotte sigaar zat, dan verkochten we die aan een kauwer van sigarentabak. Die klanten keken zelf of in de dozen kapotte sigaren zaten.
Er was op een gegeven moment één bepaalde klant, die altijd kapotte sigaren vond. Bij andere klanten was dat veel minder het geval. Toen we bij hem iets scherper opletten, bleek ons dat zo gauw hij een doos open deed, hij dan met zijn duim op de sigaren drukte. Zo ‘vond’ hij steeds één of twee beschadigde of kapotte sigaren, die hij dan voor weinig geld kon kopen. Toen hebben we zelf maar weer de controle van de dozen ter hand genomen.

Over het in model knippen van haar
Op een keer kwam een jonge klant binnen met in zijn hand een briefje, waarop de instructie stond hoe hij moest worden geknipt. De moeder had het duidelijk opgeschreven. Er stond: “Gaarne model zo laten, recht van voor, schuin af, van achteren aflopend op.” Ze moet gedacht hebben dat het zo voor ons wel duidelijk zou zijn.
Ik begreep de tekst toch niet helemaal. Harm Hessels kwam juist de zaak binnen en ik vroeg hem om advies. Harm was bekend in Diever als fotograaf en adviseur. Harm las het briefje en zei: “Wat hier staat is mij volkomen duidelijk, maar ik kan niet knippen.”

Over het knippen van kinderen op woensdagmiddag
We knipten in onze kapsalon op woensdagmiddag kinderen voor een gereduceerde prijs. De reden daarvan was dat de kinderen op woensdagmiddag vrij van school hadden. Zodoende hadden we minder kinderen op andere dagen te knippen.
Op een woensdagmiddag voor de kerstdagen was het ontzettend druk. Er zaten en stonden wel tweeëntwintig kinderen te wachten op hun beurt. Geert en ik deden wie het snelste de kinderen kon knippen. We werkten razendsnel en pakten zelf de kinderen op en zetten deze in de stoel.
Ik pakte een jongen op, zette hem in de kinderstoel, sloeg hem het kaplaken om, knipte hem, deed hem het kaplaken af en zette hem weer op grond. Toen keek hij mij verwonderd aan en zei: “Ik moest niet geknipt worden, maar ik moet sigaretten hebben voor mijn vader.” Deze zaak is gelukkig zonder problemen opgelost en werd hij toch nog een betalende klant voor ons.

Tekst bij de linker afbeelding
Geert Vierhoven werd op 3 oktober 1902 in Deever geboren en overleed op 14 augustus 1985 in Deever. Hij had van 1945 tot 1962 een kapperszaak an de Heufdstroate in Deever. De herenkapsalon werd overgenomen door Lammert Joustra. (foto gemaakt door wijlen Harm Hessels, Deever)

Tekst bij de rechter afbeelding
Een detail van een bladzijde uit het ‘opschrijfboek’ van de kapsalon; schulden van klanten werden vaak ‘opgeschreven’. In het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kostte een pakje North State sigaretten f. 1,40, een pakje Stuyvesant sigaretten f. 1,50 en een doos Hofnar sigaren f. 2,80. Als de schulden waren afbetaald, dan werd een streep door de betreffende schuld gehaald. (document van Lammert Joustra, Zuidwolde)

Posted in Diever, Dorpsfiguur, Hoofdstraat, Neringdoende, Opraekelen | Leave a comment

Tweehonderd eek’n in ut Grünedal

Op 11 januari 1919 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden de volgende advertentie over de publieke verkoop van bomen en schel- en weekhout in Deever..

Boomen en Schel- en Weekhout, Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op vrijdag 17 januari aanstaande, des voormiddags plusminus 11 uur, ten huize van B. Seinen te Diever, publiek verkoopen:
1.
Voor de Marktgenooten van Diever:
Plusminus 200 eikenboomen in het Groenendal te Diever. Aanwijzing J. Seinen.
2.
Voor Lucas Tijmes:
1 zware populier bij het huis.
3.
Voor gebroeders Offerein:
3 populieren bij het huis.
4.
Voor dezelfden en G. Krol:
de Wal in Kamp van G. Krol, die aanwijst.
5.
Voor mr. A.C. van Daalen:
5 percelen in het Oude Wapserzand.
1 perceel achter de Noordesch. Aanwijzing H. Smit op dinsdag 14 januari aanstaande.
Samenkomst voormiddag 10 uur op Berkenheuvel bij Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Wie was B. Seinen, was hij caféhouder ? Of wordt hier café- en logementhouder Roelof Seinen bedoeld ?

De weg vanaf de Bosweg tot aan het Openluchtspel zou gewoon weer Groenendal moeten heten. Of veel beter in ut Deevers: Grünedal.
Een mooie klus voor de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever om bij De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemeente Westenveld
 de verandering van de naam Hezenesch in Grünedal te bewerkstelligen.
Of is dit een mooi klusje voor de straatnamendeskundige van de politieke partij Dorpsbelangen ?
Met marktgenooten worden de markegenoten van de boermarke Deever bedoeld.
Jan Seinen (geboren 15 juli 1876 in Wapse, overleden op 13 december 1950 in Deever) was lid van het bestuur van de boermarke van Deever.
Lucas Tijmes (geboren op 25 maart 1855 in Beilen, overleden op 8 december 1934 in Deever).
Wie waren de gebroeders Offerein ?
Blijkbaar werd het hakhout op de wal langs de Kamp van Gerard Krol verkocht. Waar lag de Kamp van Gerard Krol ?
De naam Oude Wapser Zand komt niet voor op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel.
H. Smit is Harmen (Haarm) Smit. Hij is geboren op 10 december 1867 in Deever. Hij is overleden op 11 oktober 1944 in Deever. Hij
ligt begraven op de kerkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij is de tweede boschbaas van het landgoed Berkenheuvel.
In de advertentie komen ook enige veldnamen voor: Groenendal, Kamp van Gerard Krol, Oude Wapserzand.

Posted in Boermarke van Diever, Groenendal, Landgoed Berkenheuvel, Noorderesch, Veldnaam | Leave a comment

Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker ?

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 20 juni 1930 het volgende bericht over de verkoop van enige percelen vaste goederen in het café van Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Diever, 20 juni. Hedenmorgen had in het café B. Slagter alhier ten overstaan van notaris Bolk te Dwingeloo de palmslag plaats van de navolgende perceelen vaste goederen, ten verzoeke van mejuffrouw de weduwe J. Haveman en kinderen alhier.
Koopers werden:
Perceel 1.
Huis met tuin, groot 1.40 are, laatst bewoond door L. Wanningen;
Perceel 2.
Huis met tuin, groot 0,60 are, laatst bewoond door J. Leijer, gevoegd met perceel 1.
kooper F. Haveman voor f. 490;
Perceel 3.
Huis met tuin, groot 2.40 are, bewoond door F. Haveman, kooper IJ. Winters voor f. 400, overname f. 60.
Perceel 4
Boerenbehuizinge met hooibergen en hof, bewoond door H. Moes Dzn, groot 21.45 are,
kooper D. Moes voor f. 2920, overname f. 75.
Perceel 5
Groenland Stroet, groot 1.29.00 hectare, kooper J. van Nijen Sr. voor f. 1420.
Perceel 6
Groenland Kalterbroek, groot 1.44.69 hectare, kooper J. Seinen voor f. 2360.
Perceel 7
Groenland De Maat, groot 72.70 are, kooper H. Kerssies voor f. 1500.
Perceel 8
Bouwland Zandakker, groot 28.40 are, kooper D. Moes voor f. 250.
Perceel 9
Bouwland Bergakker, groot 29.20 are, kooper H. Houwer voor f. 300.
Perceel 10
Bouwland Gierakker, groot 16.10 are, kooper H.H. Smidt voor f. 60.
Perceel 11
Bouwland Zwarte Bergje, groot 26 are, kooper L. Meekhof voor f. 150.
Perceel 12
Bouwland Noord-Esch, groot 39 are, kooper D. Moes voor f. 190.
Perceel 13
Bouwland Iepenkamp, groot 19.90 are, kooper H. Smit, Berkenheuvel voor f. 250.
Perceel 14
Boerijwaardeel in de Marke van Diever, kooper H. Mulder Gzn. voor f. 30.
Voor den heer H. Koning te Kalteren,
1 perceel bouwland De Kreulenakker, kooper D. Moes voor f. 150.
Alle koopers wonen te Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
B. Slagter is Berend Slagter. Hij is geboren op 10 augustus 1882 en is overleden op 4 maart 1967. Zijn café stond an de Krussstroate in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Haveman is Jan Haveman  Hij is geboren op 8 december 1845 in Eemster. Hij is overleden op 24 oktober 1928 in Deever.
De weduwe L. Haveman is Stiena Boois. Zij is geboren op 21 juli 1853 in Lhee. Zij is overleden op 6 oktober 1932 in Wapse.
L. Wanningen is Lambert (Lamut) Wanningen. Hij is geboren op 4 april 1856 en is overleden op 21 april 1938. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Leijer is klompenmaker Johannes Leijer. Hij is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld (de Wiek). Hij is overleden op 3 mei 1942 in Deever.
F. Haveman is Frederik (Frièrik) Haveman. Hij is geboren op 8 mei 1876 in Deever. Hij is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is een zoon van Jan Haveman en Stiena Boois.
IJ. Winters is Eise Winters. Hij is geboren op 15 juni 1859 in Wittelte. Hij is overleden op 14 augustus 1943 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Moes is Harm Moes. Hij is geboren op 3 januari 1906 in Deever. Hij is overleden op 8 februari 1993. Hij is een zoon van Dirk Moes en Aaltje Timmerman. Hij trouwde op 3 mei 1930 met Janna Eggink uut Dwingel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
D. Moes is Dirk Moes. Hij is geboren op 5 januari 1876 in Deever. Hij is overleden op 14 juni 1952 in Möppel.
J. van Nijen Sr. is Jan van Nijen. Hij is geboren op 8 september 1896. Hij is overleden op 15 mei 1943. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Seinen is Jan Seinen. Hij is geboren op 25 juli 1876 in Wapse. Hij is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Kerssies is Hendrik Kerssies.
H. Houwer is Hendrik Houwer. Hij is geboren op 19 mei 1880. Hij is overleden op 20 februari 1970. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H.H. Smidt is Klaas Hummelen Smidt. Hij is geboren op 30 september 1898 in Deever.
L. Meekhof is Lubbert Meekhof. Hij is geboren op 25 april 1899 in Vledder. Hij is overleden op 7 september 1972 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Smit is Harm Smit. Hij is geboren op 12 september 1895 in Spier. Hij is overleden op 29 oktober 1972 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Mulder Gzn. is Hendrik Mulder. Hij is een zoon van Gerke Mulder. Harm Mulder is geboren op 29 oktober 1882 in Deever.

Het groenland met de naam Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam Kalterbroek lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Kaltersebroek of Kalterbroeken vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam De Maat lag in sectie E1 (Zuid-Wapse) en is onder de naam De Maat vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zandakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam De Zandakker vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Bergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Bargakkers vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Giergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Gieren vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zwarte Bergje lag in sectie B4 (Kalteren) en is vermeld onder de naam Zwarte Bergje of Zwarte Bargien in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Noord-Esch lag in sectie B4 (Kalteren), maar is in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’ niet vermeld onder deze naam, wel komen in die publicatie de namen Noordesch tegen de Boskamp en Noordesch tegen de Bos voor. De Noorderesch is nogal groot voor één bouwland.
Het bouwland met de naam Iepenkamp moet zijn met de naam Iemenkamp en lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Iemenkamp vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam De Kreulenakker is niet vermeld vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.

Posted in Veldnaam, Verdwenen object | Leave a comment

Woap’m van Deever an ’t tolhuussie an de Bosweg

Het direct na de Tweede Wereldoorlog bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven ‘grensstenen’.
Zo hangt een kennelijk goed onderhouden exemplaar, die voor het ontstaan van de gemeente Westenveld op 1 januari 1998 ergens op de gemeentegrens langs een weg stond, aan een muur van ut vroggere tolhuussie an de Bosweg 10 in Deever. Door het ronde raampje kon de (vrouw van de) tolgaarder het aankomende verkeer op de Bosweg uit de richting van Woater’n in de gaten houden.
Gegevens over het wapen van de gemiente Deever zijn te vinden in het Nederlandse deel van de webstee van Heraldry of the World (Internationale Overheidsheraldiek). De in die webstee opgenomen verklaring bij het wapen van Deever bevat helaas enige geschiedkundige onjuistheden.

Posted in Bosweg, Diever, Gemiente Deever, Tol, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Rijwielhandel van Lambert Rolden aan de Brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand aan de brink van Deever bouwen. In het aan de brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van caféhouder Klaas Marcus Balsma, die ook aan de brink van Deever woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan Rolden. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het pand aan de brink op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Bedrijf, Brink, Diever | Leave a comment

Woar is die plaquette van de köneginne eblee’m ?

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 20 juni 1957 het volgende bericht over de opening van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever an de brink van Deever (een gemientehuus heurt in Deever an de brink te stoan). Tijdens de opening van het nieuwe gemeentehuis an de brink van Deever bood de commissaris van de koningin mr. Jaap Cramer een fraai kostbaar kunstwerk in de vorm van een plaquette van koningin Juliana aan de bevolking van de gemiente Deever aan.

Van krotbewoner tot patriciër
Diever heeft het prachtige raadhuis officieel in gebruik genomen
De raad van de gemeente Diever nam in het jaar 1840 het besluit om in de kom van Diever een nieuwe school te bouwen voor de som van f. 1450,-, waarvan de helft voor rekening van het rijk kwam. In het jaar 1874 werd het gebouw als school afgekeurd, omdat er blijkbaar te veel kinderen kwamen, waarna een verbouwing volgde. De helft van de verbouwde school werd ingericht als gemeentehuis, de andere helft werd woning voor de vroedvrouw. Nog later vestigde de dokter van Diever zich in deze woning en daarna de plaatselijke schoenmaker, die het tot 1939 volhield…… Vervolgens werd het hele gebouw ingericht als gemeentehuis, uitgezonderd één kamer en toen op een gegeven moment de raadzaal moest worden ingericht als onderkomen van de nieuwe brandspuit, bleef de raad slchts één kamer meer over om te vergaderen. Het geheel werd bouwvallig, het was eigenlijk een schande dat hier het hoogste gezag van de gemeente Diever was gevestigd.
Dit vertelde de burgemeester van Diever, de heer J.C. Meyboom tijdens de offiële bijeenkomst, die gisteren in de raadzaal van het nieuwe gemeentehuis werd gehouden in verband met de ingebruikneming van dit fraaie gebouw.
Het gemeentebestuur van Diever is van krotbewoner patriciër geworden, aldus de Commissaris der Koningin in Drenthe mr. J. Cramer, in zijn openingsrede. Het oude onderkomen leek op veel, maar allerminst op een gemeentehuis. Het was zelfs geen prehistorisch monumentje dat waard was in het museum van Schoonoord bijgezet te worden.

Symbool van veranderde positie
Mr. Cramer verheugde zich er voorts over, dat de provincie Drenthe een verdere stap doet in de goede richting. Drenthe is de enige provincie die een goede eeuw geleden nog geen gemeentehuizen bezat. Café’s verschaften burgemeeester, B. en W., ambtenaar van de burgerlijke stand, de raad, enzovoort huisvesting en in 1880 schreef de secretaris van Emmen bijvoorbeeld in de notulen, dat de raad van de wenselijkheid van een gemeentehuis overtuigd is. Zoals thans de lokaliteit is, kan het niet blijven, zo staat in deze notulen vermeld. Ook de geest destijds verzich zich er hoe langer hoe meer tegen, dat gemeentehuizen worden gehouden in gebouwen waar sterke drank wordt geschonken. Honderden guldens, die anders op nuttiger wijze zouden kunnen besteed, worden nu min of meer gedwongen aan Bacchus geofferd. Zo was het in Emmen, zo was het overal.
De opening van dit gemeentehuis is echter niet alleen een mijlpaal in de geschiedenis van de huisvesting. De opening van dit moderne plattelandsgemeentehuis symboliseert de veranderde positie, die het gemeentebestuur en de gemeenteadministratie tegenwoordig innemen. Deze mijlpaal kan het beste gemarkeerd worden, aldus spreker door de begroting van Diever van 1857 te vergelijken met die van 1957. De raming van de totale begroting in 1857 bedroeg f. 2420,87½, waarvan f. 300 voor de jaarwedde van de burgemeester, f. 225 voor de secretaris, f. 100 voor de ontvanger, huur gemeentehuis f. 30, onderhoud wegen f. 30. Thans is de totale raming f. 291.610,31.

Mijlpaal
Natuurlijk is de waarde van het geld een andere dan in 1857, maar wat de begroting van 1957 in vergelijking met die van 1857 tot een mijlpaal stempelt is, dat het gemeentebestuur van thans meer is dan een administratief begrip en hoeder van de openbare orde en veiligheid.
Het veld der bemoeienissen van de gemeente, ook van plattelandsgemeenten, is nu een ander dan dat van 1857, het is uitgebreid en geïntensiveerd. In de gemeentebegroting weerspiegelt zich de veranderde instelling van gemeentebestuur en administratie ten aanzien van de burgers. Daarom is er reden om vandaag verheugd te zijn, aldus spreker.
Het nieuwe gebouw is een mijlpaal in het gemeentelijk bestel, omdat het onze gedachten richt naar de toekomst van de gemeente en de gemeentelijke samenleving. Een mijlpaal richt de gedachten ook op de weg die nog moet worden afgelegd, de bemoeienissen van het gemeentebestuur nieuwe stijl.

Agrarisch fundament verstevigen
Mr. Cramer herinnerde aan het officiële bezoek dat hij verleden jaar aan Diever had gebracht en waarbij tijdens de besprekingen met het college van B. en W., de raad en de agrariërs sterk naar voren kwam, dat Diever was, is en zal blijven een overwegend agrarische gemeente met twee hoofdproblemen: de ontwatering en de ruilverkaveling. Het zal niet lang meer duren of het vraagstuk van de waterbeheersing zal praktisch voor de gehele gemeente Diever opgelost zijn. Daarmede is men er evenwel niet, want de ruilverkaveling nieuwe stijl zal voor grotere delen van de gemeente aangevraagd dienen te worden, dan thans het geval is. Het gemeentebestuur nieuwe stijl kan ook op dit gebied initiatieven ontwikkelen, maar het is gelukkig nog zo, dat hier sprake zal moeten zijn van een samenspel tussen gemeente, rijk, provinciale diensten en agrariërs. Moge van deze dag een appèl uitgaan om het agrarisch fundament dezer gemeente steeds meer te verstevigen.

Veluwe van Drenthe
Diever is rijk met natuurschoon begiftigd en kan in recreatief opzicht dan ook een belangrijke rol spelen. Met 35 procent bos in Diever de bosrijkste gemeente van Drenthe. Wat evenwel belangrijker is, door zijn gevarieerdheid en uitgestrektheid heeft het recretief gebied van Diever een hoge recreatieve waarde. Deze gemeente wordt niet ten onrechte ‘de Veluwe van Drenthe’ genoemd, aldus de commissaris.
Dit rijke bezit is een kapitaal, waarmede gewoekerd moet worden, terwille natuurlijk van de Dieverse bevolking zelve, maar ook terwille van de honderdduizenden medeburgers, die in huizenblokken, fabrieken en kantoren het grootste deel van hun leven doorbrengen. Vacantie houden is voor hen geen luxe, maar een sociaal-hygiënische en sociaal-culturele noodzakelijkheid. Een rijk veld van activiteiten ligt voor ons. Moge het gemeentebestuur in samenwerking met V.V.V. en provinciale diensten in staat zijn de vakantierecreatie op een rustige en stijlvolle wijze te stimuleren.

Begrip in Nederland
De naam Diever is een begrip in Nederland geworden door de Shakespeare traditie; mogen andere manifestaties op sociaal, cultureel en geestelijk gebied in Diever eenzelfde hoogte bereiken, de bevolking tot zegen.
Terugkerende tot het gebouw, dit zal huisvesting bieden aan de raad, B. en W. en het gemeentelijk personeel, maar ook aan de bevolking, aldus spreker. Er is immers een publieke tribune. Moge die in de toekomst steeds goed bezet zijn door inwoners van Diever, want dit zal een barometer zijn van de belangstelling voor de publieke zaak. De middelen zijn beperkt, de wensen onbeperkt. Diever is thans zo gelukkig dat de ‘top-wens’ vervuld is. Spreker bood daarom de hartelijke gelukwensen aan en uitte de hoop, dat dit nieuwe gebouw een waarlijk tehuis mag zijn voor hen die er dagelijks werken en voor hen, ten behoeve van wie de arbeid geschiedt.
Daarna verhieven de aanwezigen zich van hun zetels, waarna door mr. Cramer een nog achter een oranjedoek verscholen prachtige plaquette met de beeltenis van H.M. Koningin Juliana werd onthuld. 

De kritiek zwijgt
De heer E. Bergsma sprak daarna namens de raad. Hij herinnerde er aan dat dit raadhuis vele jaren ‘in de pen’ is geweest. In 1946 werd reeds een aanvang gemaakt met de besprekingen. Van het oude gebouw deugde dan ook niets anders meer dan de plaats. Veel is er over gediscussieerd en vandaag kon de wens dan worden gerealiseerd. De kritiek zwijgt bij het zien van dit nieuwe gemeentehuis, maar de gemeente heeft hier recht op. Spreker noemde in dit verband de familie Meyboom, die zeer veel voor de totstandkoming van dit gebouw heeft gedaan en wij als raadsleden kunnen ons voorstellen, dat burgemeester Meyboom deze dag een van de belangrijkste in zijn carrière acht. Daarmede wilde spreker hem dan ook gelukwensen. De raad koestert de verwachting, dat men gaarne naar het gemeentehuis toe zal gaan en hij hoopte dat de inwoners daar geholpen worden, zoals het behoort in een democratische staat.
Tenslotte hield burgemeester Meyboom een rede waarin hij in het bijzonder de Commissaris der Koningin dank zegde voor de officiële opening en aan allen die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van het nieuwe gemeentehuis, dat onder architectuur van de heer J. Boelens Kzn. te Assen is gebouwd.

Bijschrift van de foto rechts boven
Burgemeester J.C. Meyboom gaf een overzicht van de totstandkoming van het nieuwe gemeentehuis nadat de Commissaris der Koningin, mr. J. Cramer de plaquette van H.M. Koningin Juliana had onthuld.

Bijschrift bij de foto rechts onder
Mr. J. Cramer, Commissaris der Koningin en burgemeester Meyboom, bezichtigen de schilderijenexpositie die op de ‘cultuurzolder’ van het nieuwe gemeentehuis van Diever is ingericht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

De redactie stuurde per elektronische post op 30 juni 2020 het volgende (derde) herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 een bericht per elektronische post.
Tot op de dag van vandaag heb ik geen antwoord van u ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil u graag attenderen op het bericht in ut Deevers Archief, dat wordt geopend na het aanklikken van de volgende link:
http://www.dieversarchief.nl/woar-is-toch-die-plaquette-van-de-koneginne-ebleem/, waarbij het met name gaat om mijn aantekeningen aan het einde van het bericht 12 mei 2020.
Ik verneem graag uw reactie.

De redactie stuurde per elektronische post op 7 juni 2020 het volgende (tweede) herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 een bericht per elektronische post.
Tot op de dag van vandaag heb ik geen antwoord van u ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil u graag attenderen op het bericht dat wordt geopend na het aanklikken van de volgende link:
http://www.dieversarchief.nl/woar-is-toch-die-plaquette-van-de-koneginne-ebleem/, waarbij het met name gaat om mijn aantekeningen aan het einde van het bericht.
Het is zoals raadlid E. Bergsma in het hiervoor bedoelde krantenbericht uit 1957 zegt:
De raad koestert de verwachting, dat men gaarne naar het gemeentehuis toe zal gaan en hij hoopte dat de inwoners daar geholpen worden, zoals het behoort in een democratische staat.
Ik verneem graag uw reactie.

De redactie stuurde per elekronische post op 22 mei 2020 het volgende (eerste) herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 een bericht per elektronische post.
Tot op de dag van vandaag heb ik geen antwoord van u ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil bij deze u beleefd verzoeken mijn bericht alsnog te beantwoorden, opdat ik het betreffende krantenartikel met de enig passende illustratie kan verluchtigen en in ut Deevers Archief kan opnemen.
Ik neem aan dat bij het opgaan van de gemeente Diever in de gemeente Westenveld een inventarisatie van de overgedragen kunst, kunstzinnige voorwerpen, kunstnijverheid, enzovoort in eigendom van de gemeente Diever en daarmee eigendom van de burgers van de gemeente Dieveris is opgemaakt en op papier is vastgelegd en wellicht ook fotografisch is vastgelegd. Ik zou graag een kopie van die inventarisatie ontvangen.
Ik wacht in spanning uw reactie af.

De redactie stuurde per elektronische post op 12 mei 2020 het volgende bericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw
Het ligt in mijn bedoeling het krantenartikel ‘Diever heeft het prachtige raadhuis officieel in gebruik genomen’ op te nemen in een bericht in ut Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Dit krantenartikel is te raadplegen na het aanklikken van de koppeling:
https://www.delpher.nl/nl/kranten/view query=diever+krotbewoner&coll=ddd&maxperpage=50&sortfield=date&identifier=MMKB23:001577142:mpeg21:a00036&resultsidentifier=MMKB23:001577142:mpeg21:a00036
Mijn vraag betreft de foto in het genoemde artikel, waarop burgemeeester J.C. Meyboom is te zien, waarbij boven zijn hoofd een plaquette van H.M. koningin Juliana is te zien.
Ik zou graag een scherpe foto van deze plaquette bij het bericht in ut Deevers Archief (www.dieversarchief.nl) willen tonen.
Ik veronderstel dat de gemeente Westerveld zuinig is op dit kostelijke stukje erfgoed van de gemeente Diever, en dat dit ergens in het raadhuis van de gemeente Westerveld een waardige plek heeft gekregen ?
Behoort het tot uw mogelijkheden mij een scherpe foto van deze plaquette te doen toekomen ?
Ik ben u bij voorbaat bijzonder erkentelijk voor de te nemen moeite.
Of zou ik langs kunnen komen om zelf een scherpe foto van dit object te maken ?
Ik verneem graag uw reactie.

Nog enige aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkoate van ut gemientehuus an de brink van Deever is in oktober 1957, een paar maanden na de opening van het gemeentehuis, uitgegeven door JosPé in Arnhem, de ansichtkoate was te koop bij boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever.
De redactie heeft de bijgevoegde kleurenfoto gemaakt op woensdag 6 november 2019 gemaakt.

Posted in Ansichtkaart, Gemeentehuis, Gemiente Deever, Kunst | Leave a comment

In het Grünedal in de winter van 1955-1956

Deze fraaie zwart-wit foto is in de winter van 1955 op 1956 gemaakt van de keuterijtjes (arbeiderswoningen) aan ut Grünedal (Groenendal), zeg maar de zandweg naar het Openluchtspel vlak bij het boerderijtje van de familie Booiman (in de volksmond werd Booiman altijd uitgesproken als Baaiman), dat op de achtergrond is te zien.
De elektrische energie werd in die tijd nog boven de grond getransporteerd door middel van koperen draden bevestigd aan houten palen.
In de zestiger of zeventiger jaren van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van ut Grünedal (Groenendal) vernield en door burgemeester Meiboom en de zijnen opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd helaas omgebouwd tot een rechte asfaltweg.
De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever voorkant heeft van deze weg helaas (wanneer ?) de eeuwenoude naam Grünedal (Groenendal) ten onrechte gewijzigd in Heezenesch. Een esch is een esch en geen zandweg.
In het voorste wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu ook nog maar een zandweg) naar het Openluchtspel woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) en Eltje (Eltie) Oost (zie de afgebeelde overlijdensadvertentie, die op 10 september 1997 in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) stond). Eltje Oost woonde in de winter van haar leven bij haar zoon Hendrik-Jan Warries in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, Groenendal, Heezenesch, Overlijdensbericht, Veldnaam | Leave a comment

De familie Zaligman uut de Heufdstroate in Deever

Op woensdag 29 januari 2020 verscheen in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) het hier bijgevoegde artikel ‘Elfde gebod: wees niet onverschillig’, zie afbeelding 2. In het artikel is onder meer beschreven dat 800 vrijwilligers in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork tot en met 27 januari 2020, de dag dat het vijfenzeventig jaar geleden was dat het Rode Leger het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau bevrijdde van de Nazi’s, de namen van de 102.000 uit Nederland weggevoerde Joodse landgenoten, Sinti en Roma voorlazen. Waaronder die van 235 Meppeler Joodse stadsgenoten.
De namen van deze 235 mensen zijn genoemd in het bericht in de Olde Möppeler. De namen van deze 235 mensen staan op het Joods Monument in het Slotplantsoen in Möppel. Aan de onderzijde van dit monument staat een tekst uit de Bijbel (Jesaja 56:5): Ik geef hun een eeuwige naam, die niet uitgeroeid zal worden.
Vier van deze 235 Meppeler Joodse stadsgenoten waren tot 26 april 1940 Deeverse Joodse dorpsgenoten. Het gaat om leden van de familie Zaligman:
– Philippus (Flip) Zaligman, geboren op 21 september 1893 in Dwingel, overleden op 28 februari 1944 in Auschwitz;|
– Heintje (Hennie) Wilda, geboren op 10 mei 1894 in Coevorden, overleden op 8 oktober 1942 in Auschwitz;
– Levie (Loeki) Salomon Zaligman, geboren op 21 december 1921 in Deever, overleden op 28 februari 1943 in Schöppenitz;
– Hendrika (Rikie) Henriëtte Zaligman, geboren op 26 oktober 1925 in Deever, overleden op 8 oktober 1942 in Auschwitz.
Martha Hendrika Zaligman, geboren op 8 december 1920 in Deever, en haar man en haar dochter overleefden het concentratiekamp Theresienstadt.
De redactie van ut Deevers Archief toont in afbeelding 1 uit afbeelding 2 het gedeelte van de lijst met omgekomen Meppeler Joodse stadsgenoten, waarin voorkomen de namen van Philippus (Flip) Zaligman, Heintje (Hennie) Wilda, Levie (Loeki) Salomon Zaligman en Hendrika (Rikie) Henriëtte Zaligman.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst tevens naar onder meer de berichten Bee de winkel van Flip Zaligman in de Heufdstroate en Ut gezin Zaligman vurhuusde in 1936 hen Móppel.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Greinspoal XLVI ten noorden van de Verwersweg

In de knik van de grens tussen de gemiente Ooststellingwaarf in de provincie Friesland en de gemiente Deever in de provincie Drente iets ten noorden van de Verwersweg op Zorgvlied staat de zwart-wit-geschilderde goed onderhouden gietijzeren provinciale greinspoal XLVI (greinspoal 46).
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee bijgaande kleurenfoto’s van dit greinspoaltie in de middag van woensdag 19 september 2018 gemaakt. De redactie stond daarvoor met toestemming van de eigenaar in een weiland in de provincie Friesland.
De redactie schat in dat minder dan 1 ‰ van alle inwoners van de gemiente Deever deze greinspoal ooit heeft gezien.
Op een greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Drentse kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Friese kant te staan. Dat is bij greinspoal XLVI (greinspoal 46) niet in orde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de loop van de jaren ongeveer alle 40 greinspoal’n op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemiente Ooststellingwaarf in de provincie Friesland zelf op de foto gezet en in ut Deevers Archief op te nemen.
Greinspoal 46 heeft ook een hele tijd in de sloot naast de grens gelegen, wat is te zien op foto 3. Grenspalenliefhebber en grenspalenkenner Herman Posthumus heeft foto 3 op 21 september 2007 gemaakt. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor het mogen opnemen van deze foto in ut Deevers Archief.

Foto 1 – Greinspaol 46 op 19 september 2018
Foto 2 – Greinspaol 46 op 19 september 2018
Foto 3 – Greinspoal 46 lag op 21 september 2007 in de grenssloot (foto Herman Posthumus)

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Deever. De stee um te weed’n ?

In de Heerenveense Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-, Zuid-, Oost-Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 14 juni 1950 het navolgende bericht met de titel ‘Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren’.

“De toeristische ontsluiting van het natuurgebied in de gemeente Diever, kan”, zo zeide burgemeester J. C. Meyboom, “indien zij niet op de juiste wijze wordt uitgevoerd, ongelooflijke rampen met zich medebrengen”.
De grootste ramp die de uitgestrekte bossen in deze gemeente zou kunnen treffen, zal zijn de “rode haan”. Om nu een mogelijke opstand van dit ongedierte op afdoende wijze te bestrijden en ontstane vuurhaarden zo spoedig mogelijk de kop te kunnen indrukken, was een brandwacht in Dievers prachtige boscomplexen onontbeerlijk.
Vooral dit punt baarde het gemeentebestuur grote zorg. Toch wist burgemeester Meyboom in samenwerking met de autoriteiten van de Bosbrandweer een oplossing te vinden
Het gelukte hen in Schoonebeek een boortoren op de kop te tikken, die nu in een zilveren kleed op het 1100 ha. omvattende landgoed “Berkenheuvel” als een fonkelende parel 25 m. boven A.P. Dievers natuurschoon staat uit te dragen.
De brandtoren, die vooreerst alleen op Zondag met een brandwacht zal worden bezet, zal voor de toeristen tevens dienst kunnen doen als uitzichttoren.
Daar het Dievers vroede vaderen al meermalen was gebleken, dat het natuurgebied in haar gemeente te weinig bekendheid in ons land genoot, hebben ze deze gelegenheid aangegrepen om vooraanstaande personen uit de Natuurbescherming, Staatsbosbeheer, Vreemdelingenverkeer en afdeling Bosbouw van de Stichting van de Landbouw, uit te nodigen de officiële opening van de toren te willen bijwonen.
De burgemeester kon dan gistermiddag als resultaat van zijn bemoeiïngen een illuster gezelschap welkom heten op het temidden der bossen gelegen paviljoen “Berkenheuvel”.
Onder de genodigden merkten wij op mr. M. C. Bloemers, hoofd van het Bureau Natuurbescherming van het Ministerie van O. K. en W.
Deze zeide onder meer, dat hij getroffen was door de grote liefde van het gemeentebestuur en noemde Diever een der fraaiste gemeenten van ons land.
Deze liefde kwam enige tijd geleden zeer sterk tot uiting, toen er een keuze moest worden gemaakt tussen Diever, Appelsga en Havelte, wat betreft het aanleggen van een militair oefenterrein. Hiertegen heeft het gemeentebestuur zich met hand en tand verzet, welker weerstand met succes is bekroond, nu de keus op Havelte is gevallen.
Hierna werd door de heer Bloemers met de hem door de burgemeester ter hand gestelde sleutel de brandtoren annex uitkijktoren geopend.
Van de toren heeft men een schitterend uitzicht over de bossen die met de belendingen in Appelsga, Doldersum en Smilde het grootste boscomplex in het noorden van ons land vormen.
Hierna werd langs bloeiende korenvelden en door oude dennenbossen een wandeling ondernomen, waarbij men kon genieten van de rijke flora in dit gebied.
Ook het zwembad, dat knusjes in de bossen ligt verscholen en door eendrachtige samenwerking door de dorpelingen zelf is gegraven, is evenals het openluchttheater een symbool van gemeenschapszin, die er in dit landelijke dorp heerst.
In het Schultehuis, waar het gezelschap hierna bijeenkwam, werd nog het woord gevoerd door ir. De Fremery, hoofd van de afdeling Bosbouw van de Stichting voor de Landbouw. Onder anderen gaven nog van hun belangstelling blijk mr. Halbertsma van de Stichting voor de Landbouw en de heer G. J. Comelfo, inspecteur van de brandweer in district V.
Dit gebied is voor de rustige vacantieganger, wars van amusement, een ideaal recreatieoord.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijgaand artikel werd als bladvulling op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014), het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever opgenomen. Echter de laatste vier alinea’s van het artikel zijn niet naar bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014) gekopieerd. Ook de foto (een vergroting van een deel van de foto op een in mei 1950 uitgegeven ansichtkaart van de uitkijktoren), die wel op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014) staat, die staat uiteraard niet in het artikel in de Heerenveense Koerier; werkelijk een oogstrelend jaloersmakend staaltje van dalemaniaanse redactievoering.
De bonusbladzijde in het blad Opraekelen is ontstaan, omdat de Rabobank (Raiffeisen- en Boerenleenbank) voor het laatst in Opraekelen 13/1 (maart 2013) op bladzijde 33 reclame wenste te maken. Wat zou daar toch de reden van zijn geweest ?
Burgemeester J.C. Meyboom is burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), die met de zijnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw al het oude, karakteristieke, fraaie en beeldbepalende erfgoed in de bebouwde kom van Deever wilde slopen en daar voor een groot deel ook in slaagde.
Bijgaand afgebeelde foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, maar stond niet bij het bijgaande bericht in de Heerenveense Koerier verscheen op 14 juni 1950.

Posted in Bosweg, Brandtoren, Jan Cornelis Meiboom, Opraekelen, Toeristenindustrie, Uitkijktoren | Leave a comment

Oaltie Keuning-Hoaveman bee huus op ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande zeldzame afbeelding van een oude foto van Koop Koning. Op de foto staat één van de overgrootmoeders van Koop Koning. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan ut Deevers Archief.
De redactie neemt bijzonder graag hiele olde foto’s mit un vurhoal op in ut Deevers Archief. Als het zo was dat in de jaren vòòr de Tweede Wereldoorlog zo nu en dan een beroepsfotograaf uut Möppel of uut Stienwiek een rondje door de gemiente Deever maakte en zoveel mogelijk mensen bij hun woning op de foto zette en die vervolgens aan de gefotografeerden verkocht, dan kunnen nog heel veel olde Deeverse foto’s uit oude albums te voorschijn komen.
Koop Koning is een zoon van Hendrik Koning en  Evertje Koopman. Hendrik Koning is geboren in 1932 in het huis met adres Kalteren 17, tegenwoordig Ten Darperweg 14. Evertje Koopman is geboren in 1936 in Wapse. Hendrik Koning is een zoon van Michiel Koning en Grietje Dorenbos.
Michiel Koning is geboren op 1 april 1905 in Deever en is overleden op 5 juli 1963 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Grietje Dorenbos is geboren op 14 november 1904 in Deever en is overleden op 8 april 1997 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Michiel Koning en Grietje Dorenbos trouwden op 4 mei 1929 in Deever. Grietje Dorenbos woonde na het overlijden van Michiel Koning in het huis met adres Vlasstraat 1 in Deever. Michiel Koning is een zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman.
Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is overleden op 28 december 1953 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning en Aaltje Haveman trouwden op 23 februari 1900 in Dwingel.
In Deever woonden Hendrik Koning (Henduk Keuning) en Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) op ut Kastiel. Op bijgaande afbeelding is Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) bij haar woning op ut Kastiel te zien. Let vooral op het eigengehaakte witte gordijn voor het bovenlicht van de voordeur van het boerderijtje. Dat was nog eens iets echts, echt anders dan zo’n gietijzeren of plastic nep-levensboom.
Het boerderijtje (keuterijtje) stond tussen het huis van Egbert Mulder en het huis van Harm Kloosterman. Het boerderijtje brandde op 27 januari 1914 af.  Van de plaatselijke correspondent verscheen over deze brand op 28 januari 1914 het navolgende bericht in het Nieuwsblad van het Noorden.
Koop Koning heeft het vermoeden dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman en hun kinderen na de brand naar de Ten Darperweg in Wapse (Kalteren ?) zijn verhuisd, maar dat wil hij nog uitzoeken.
De redactie heeft in het bericht Skoelfoto van de legere skoele van Deever – 1922 aandacht besteed aan Albert Koning, zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman. Het feit dat Albert Koning hen de legere skoele an de Heufdstroate in Deever ging, doet vermoeden dat de familie Koning niet in Wapse woonde, wellicht op Kalteren woonde, anders had Albert Koning wel op de Wapser skoele gezeten.
In het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman is beschreven dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman na het overlijden in 1939 van Frederik (Freerk) Haveman, een broer van Aaltje Haveman, zijn verhuisd hen de Peperstroate in Deever.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief beschikt over een topografische tekening van ut Kastiel van vòòr 1914, waarop de woningen van Egbert Mulder, Hendrik Koning en Harm Kloosterman duidelijk zijn te zien ?

Posted in Alle Deeversen, Keuterij, Topstuk, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Aubut Kuper hef ut Grünedal veur 65 gull’n ekocht

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 30 oktober 1912 bijgaand berichtje over de afloop van de verkoop van enige landbouwgronden in de gemiente Deever.

Diever, 29 october
Ten overstaan van notaris Bon werd heden bij Seinen voor de familie Hummelen palmslag gehouden.
Koopers werden van:
Perceel 1.
Het Broekje, R. Wever voor f. 2168.
Perceel 2.
De Geeuwenmaat, mr. van Daalen, f. 2401.
Perceel 3.
De Brinkemade, in twee perceelen: 1. A. Westerhof voor f. 230, 2. voor f. 194.
Perceel 4.
Vier perceelen in de Westerma, L. Warries voor f. 1308.
Perceel 5.
De Dikte, K. Offerein voor f. 415.
Perceel 6.
Bouwland:
Westereschakker, H. Krol voor f. 182,50;
Hilgensteen, J. Smit voor f. 555;
Groote Aarlange, R. Seinen voor f. 315,50;
Kleine Aarlange, K. Timmerman voor f. 110;
Het Beentje, J. Oost voor f. 94,50;
Bottekoele, R. van Nijen voor f. 122,50;
Klootzakkien, idem voor f. 71;
Noordeschakker, R.T. Barelds te Emmen voor f. 445;
Zandakker, W. Bakker voor f. 429,50;
Steenakker, R.H. Wesseling voor f. 188,50;
Groenendal, A. Kuiper voor f. 65.
Perceel 7.
Bosgrond:
Delakker, mr. van Daalen voor f. 21,50.
Er heerschte veel animo.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bij Seinen was in het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.

Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom was in 1912 nog steeds druk bezig beetje bij beetje zijn landgoed Berkenheuvel uit te breiden.
Na de opname van De Geeuwenmaat en de Delakker in het steeds groter wordende landgoed Berkenheuvel zal het gebruik van deze twee veldnamen in de volksmond verloren zijn gegaan.
Perceel 3 lag in Leggele en de percelen 4 en 5 lagen in Eemster.
Albert Kuiper, de koper van de akker met de veldnaam Groenendal, zal vast en zeker bakker Albert Kuiper uit de Peperstraat zijn geweest. Verbouwde hij zijn eigen rogge voor het bakken van roggebrood ? Zijn kleinzoon Gerard Krol weet dit wellicht uit overlevering.

Het is opvallend dat ook in 1912 de landbouwgronden niet met hun kadastrale aanduiding, maar nog steeds met hun veldnaam werden aangeduid; elke boer in Deever wist dan gelukkig voldoende.  
Wie van de olde Deeversen kent nu nog de veldnaam van bepaalde akkers buiten de bebouwing ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden. De redactie is zeker benieuwd naar de ligging van het akkertje met de veldnaam Klootzakkien.
De redactie verwijst voor een uitgebreid en volledig overzicht van de veldnamen in de gemiente Deever graag naar het vanuit cultuurhistorisch oogpunt uiterst belangrijke monnikenwerk van Bart Buiter met de zijnen, dat wellicht nog aanwezig is in het papieren archief van de heemkundige vereniging uit Deever. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Het bouwland met de veldnaam Groenendal ligt langs de weg naar het Openluchtspel. Zie de afgebeelde fraaie zwart-wit ansichtkaart, die in 1964 is uitgegeven. 
Wie woonden toen in het witte huisje aan de weg naar het Openluchtspel en wie woonden toen in het witte keuterijtje bij het Openluchtspel ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Bosweg, Groenendal, Landbouw, Veldnaam | Leave a comment