Kiender van de Deeverse legere skoele in 1958

De redactie van ut Deevers Archief wil graag zoveel mogelijk olde skoelfotoos uut de gemiente Deever tonen. En dan het liefst volledig met de naam van alle leerlingen op de foto. Zoals het geval is met de hier getoonde afbeelding van de foto van de Openbare Lagere School aan de Tusschendarp in Deever in 1958. Zijn het de leerlingen uit de vierde, vijfde en zesde klas ? In elk geval leerlingen die geboren zijn in 1946, 1947 en 1948.
De redactie is op zoek naar aanvullende en ontbrekende gegevens van de meesters en de kinderen op deze foto. Zo zou de redactie bijvoorbeeld graag willen weten wat de voornaam van meester Ten Kate is. En waarom staat Roelofje (Roelie) de Vries, geboren in juni 1948, dochter van Frans de Vries en Nicolina Beuving, niet op de foto ? En waarom staat Trijntje Mos, geboren in maart 1948, dochter van wagenmaker Harm Mos en Aaltje Prikken, niet op de foto ? En waarom staat Hendrik (Henk, Henkie) de Graaf, geboren in december 1948, zoon van Hielke de Graaf en Roelofje Urff niet op de foto ? Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief en wie van de leerlingen wil reageren ?

Op de bovenste rij zijn van links naar rechts te zien:
1.  Meester Albertus (Bart) Andreae
2.  Ko Meyboom, geboren in 1946, zie zijn foto op het internet
3.  Catrinus (Rinus) Kannegieter (zoon van Jans Kannegieter)
4.  Bront (Bronnie) Hayo Andreae, geboren in augustus 1946.
5.  Wolter Baaiman
6.  Hilbert Smit, overleden
7.  Jan Schade, overleden
8.  Jan Mulder Lzn.
9.  Hendrik Jan Monis
10.  Theo Derksen
11.  Hendrik (Henk, Henkie) de Vries, overleden
12.  Meester L. ten Kate

Op de rij onder de bovenste rij zijn van links naar rechts te zien:
13.  Luchina (Ina) Vierhoven, geboren op 19 september 1947, overleden op 9 maart 2011.
14.  Aaltje (Alie) Berends
15.  Elisabeth (Liesje) Rolden
16.  Gezina (Ina) Zoer
17.  Trijntje van Wijk
18.  Jantje Klok, woonde op ’t Kastiel
19.  Jantje (Jannie) Mulder Hdr., overleden.
20.  Roelofje (Roelie) Stoker
21.  Hermina Kuiper
22.  Ineke van Elselo
23.  Geertje Kannegieter (dochter van Aaldert Kannegieter).
24.  Jannie Strik

Op de rij boven de onderste rij zijn van links naar rechts te zien:
25.  Hennie Tiemes
26.  Jantina Kannegieter (dochter van Jans Kannegieter).
27.  Margje Vierhoven Edr.
28.  Anje Krol
29.  Margje (Marrie) Smit Wdr.
30.  Grietje de Weerd, woonde in Oldendiever.
31.  Harmina (Mini) Greveling, geboren begin september 1947 op het adres Kalteren 10.
32.  Geesje Barelsg
33.  Jacob (Jaap, Japie) Barels
34.  Jan Krol, overleden.
35.  Mans Boelens
36.  Roelof Monis

Op de onderste rij rij zijn van links naar rechts te zien:
37.  Martijn Aaltinus Kraak, geboren op 17 april 1948 in Dwingel, zie het volgende bericht.
38.  Wout van Voorst
39.  Roel Andreae
40.  Geert Muggen
41.  Jantinus (Tinus) Bennen
42.  Arend Grit, woonde op Kalteren.
43.  Jacques (Sjakie) Dekker, geboren op 27 juni 1947.
44.  Jan Oostra (hij veranderde zijn achternaam later in Gritter).
45.  Hendrik (Henk) Tissingh, overleden.

Posted in Alle Deeversen, Skoele Openbaar Deever | Leave a comment

In de klasse bee meester Onstee in ut joar 1952 ?

Op Zorgvlied wordt zo nu en dan een reünie van oud-inwoners van Zorgvlied, Wateren en Oude Willem gehouden. Daar zitten ook oud-leerlingen van de Openbare Lagere School op Wateren bij. Zij kunnen wellicht de redactie van ut Deevers Archief helpen alle leerlingen op de hier afgebeelde foto te herkennen en alle gegevens van meester Hendrik Onstee en de op de foto aanwezige leerlingen geven. De redactie verneemt graag hun reacties. Een belangrijke vraag is natuurlijk in welk jaar deze foto is gemaakt.

Posted in Skoele Woater'n | Leave a comment

De parechutist’n koomt de ièste Deeves’n teeg’n

De redactie kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een echte Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte, later in Assen woonde en overleden is in Voorburg bij zijn dochter – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren en zo mogelijk van zijn foto’s te voorzien.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse berichten, artikeltjes, documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van ut Deevers Archief.
De redactie heeft het direct navolgende artikeltje van Anne Mulder ook gepubliceerd in nummer 2002/1 van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever.

De Franse parachutisten ontmoeten de eerste Dieversen
Op zondagmorgen 8 april 1945 maakten mijn broer Egbert, onze vriend Hendrik Jan Kiers en ondergetekende een wandeling door het bos bij de Hezeresch. Het was die ochtend prachtig weer. Op een gegeven moment stond er plotseling een parachutist in complete oorlogsuitrusting voor ons. We bleven als aan de grond genageld staan. De man hield een grote zware revolver op ons gericht.
Hij gaf een goedkeurend knikje, nadat mijn broer Egbert hem zijn persoonsbewijs had getoond. Vervolgens gaf hij ons een teken dat wij maar met hem mee moesten lopen. We liepen in de richting van de Haarweg. Naar ons bleek gingen we naar ‘het bosje van Jan Wesseling’.
Ik vroeg hem onder het lopen: “Are you an Englishman ?” (“Bent u een Engelsman ?”, redactie), waarop hij kort antwoordde: “I am a French patriot” (“Ik ben een Franse patriot”, redactie). En prompt voegde hij er aan toe: “We are friends” (“Wij zijn vrienden”, redactie). Ik dacht toen nog: “Dat is gauw.”
We belandden bij een groep parachutisten. De commandant (luitenant Edgard Thomé, redactie) was omringd door parachutisten met machinegeweren. Hij vroeg mij op een kaart aan te geven waar we ons bevonden. Dat deed ik, waarop hij direct zei dat zoiets niet het geval kon zijn. Ik werd toen giftig en vroeg hem of hij soms ook in Diever was geboren. Dat bleek te helpen.
Hij dacht in de buurt van het sanatorium in Appelscha te zijn. Daaruit trokken wij de conclusie dat ze de avond ervoor acht kilometer te vroeg waren gedropt. Op zijn kaart gaf ik aan dat de Dieverbrug, de Oldendieversebrug en de Wittelterbrug waren opgeblazen. Verder legde ik hem uit dat in de boerderij van Harman Bennen aan de Hoofdstraat in Diever en in de boerderij van Hendrik Haanstra te Wateren 26 een tentwagen met Duitsers was neergestreken.

Een andere min of meer overeenkomende versie van het verhaal van Anne Mulder is weergegeven in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ op bladzijde 5 van het nummer 1995/1 van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever. Deze luidt als volgt.  

Anne Mulder, zijn broer Egbert en hun vriend Hendrik Jan Kiers liepen tijdens een ochtendwandeling in de armen van de Franse para’s. Een militair die plotseling met een getrokken, grote, zwarte revolver voor hun stond, verzocht hen, in het Engels, op vriendelijke toon met hem mee te komen. Op de vraag van Mulder “Are you an Englishman?” werd zeer verheugd gereageerd met “Yes, I’m a French patriot! We are friends!”.
Deze ontmoeting vond plaats nabij de Haarweg ter hoogte van de Hezenes. De para’s lagen in een ring in “het bosje van Jan Wesseling”, met de mitrailleurs naar buiten gericht. Het bleek al snel dat men wilde weten waar men zich precies bevond. Toen Mulder op de kaart Diever aanwees, waren de Fransen stomverbaasd en wilden het eigenlijk niet geloven. Zij wezen een plaats aan nabij het sanatorium in Appelscha, waar zij zich moesten melden. Na verloop van tijd wist Mulder hen te overtuigen dat ze inderdaad in Diever waren.
Ook wist hij de commandant uit te leggen dat de bruggen over de Drentse Hoofdvaart waren vernield en dat er Duitsers met huifkarren waren ondergebracht bij Harman Bennen aan de Hoofdstraat in Diever en bij Hendrik Haanstra in Wateren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Stick 19 van de Franse parachutisten, onder commando van luitenant Edgard Thomé, had in de nacht van zaterdag 7 op zondag 8 april 1945 moeten landen in het Willemsveld bij Appelsga, één kilometer oostelijk van de jeugdherberg Us Blau Hiem, nu Boscamping Appelscha, maar kwam met een afwijking van zes kilometer naar het zuid-zuid-westen op de Hezeresch bij Diever neer.
Anne Mulder, zijn broer Egbert Mulder en Hendrik Jan Kiers kwamen de Franse parachutisten daar op zondagmorgen 8 april 1945 bij toeval tegen. Anne Mulder is geboren op …..  in Deever en is overleden op … in Voorburg. Egbert Mulder is geboren op 14 januari 1913 in Deever en is overleden op 8 december 1984 in Deever. Hendrik Jan Kiers is geboren op 3 december 1898 in Deever en is overleden op 22 september 1979 in Deever.
De trouwe bezoeker van ut Deevers Archief wordt tevens verwezen naar de vele berichten betreffende de Franse parachutisten in ut Deevers Archief, zij het dat de twee hier weergegeven korte artikelen de ervaringen van Anne Mulder zelf weergeven.

Deze onbekende Franse parachutist werd tijdens de operatie ‘Amherst’ ergens in Drenthe op de foto gezet (foto uit de verzameling van J. Kroesinga).

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Laan’n in de bos bee ut aar’mhuus: een bos te wiet

Het is 2020: een belangrijk kroonjaar voor het vieren en herdenken van 75 jaar vrijheid in de gemiente Deever. In dit jaar zal ut Deevers Archief in vele berichten het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenken en vieren.
De redactie van ut Deevers Archief blijft om niet voor zijn trouwe bezoeker aansprekende berichten over de Tweede Wereldoorlog in de gemiente Deever maken. De redactie heeft geen sappige vette subsidie van de Hoge Heren Van De Provincie Drenthe nodig voor het ontplooien van initiatieven en activiteiten die bijdragen aan het vastleggen van ut vrogger in de gemiente Deever.
De afgelopen periode heeft de redactie zonder sappige vette subsidie heel veel tijd besteed aan de vertaling van de verhalen die enige van de Fraanse parrechutist’n van stick 49 op papier hebben gezet, bijvoorbeeld in dit bericht is het lange verhaal van commandant luitenant Edgard Tüpet-Thomé weergegeven.
De redactie heeft hoofdstuk 35 ‘L’intermède hollandais’, hoofdstuk 36 ‘Embuscades’ en hoofdstuk 37 ‘Le dernier combat’ van het boek ‘Spécial Air Service, 1940-1945: L’épopée d’un parachutiste en France occupée’, geschreven door luitenant Edgard Tüpet-Thomé, speciaal voor de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief vanuit het Frans in het Nederlands vertaald.
Het boek heeft het formaat van een paperback en telt 346 bladzijden. Het boek is in 1980 in het Frans op de markt gebracht door uitgever B. Grasset. Het internationale standaard boeknummer is ISBN 9782246252610. Zie de in dit bericht afgebeelde voorkant van het boek.
De francofielen onder de liefhebbers van ut vrogger in de gemiente Deever, die op een toevallige wijze in het bezit zijn van het genoemde boek, of die het boek gaan aanschaffen, worden vriendelijk verzocht de Nederlandse vertaling van het Franse verhaal te controleren en de redactie van ut Deevers Archief te attenderen op mogelijke vertaalfouten of verbeteringen.
De hoofdstukken 36, 37 en 38 staan op de bladzijden 315 tot en met 335 van het genoemde boek. Bij een memorabel bezoek van de redactie van ut Deevers Archief, zo rond het begin van 2008, aan mevrouw Geesje van der Werf – Schoemaker, die toen nog in Den Helder woonde, mocht de redactie van haar de voorkant, de achterkant en de bladzijden 315 tot en met 335 van het boek in een plaatselijke zelfbedieningswinkel kopiëren.
Mevrouw Geesje van der Werf – Schoemaker had het boek cadeau gekregen van haar einde-van-de-oorlog-kameraad commandant luitenant Edgard Tüpet-Thomé, die het boek deed vergezellen van enige woorden van respect voor Gees, la postière de Diever. Zie de bijgevoegde afbeelding en zie verderop in het bericht de Franse tekst en de Nederlandse vertaling.
Luitenant Edgard Tüpet-Thomé was commandant van stick 49, een uit twee kleinere sticks samengestelde groep commando’s van vijftien Franse parachutisten van de Special Air Service, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in in de bos bee Deever landden. In plaats van bij Appelsga te landen, landde stick 49 in de bos bee ut aar’mhuus an de Grönnegerweg bee Deever, dat was een bos te ver.
Het bericht moet nog worden verluchtigd met enige afbeeldingen.
De redactie moet zijn aantekeningen aan het einde van het bericht nog verder uitwerken.
Als een lezer van dit bericht opmerkingen, enzovoort heeft bij dit bericht, aarzel dan niet een reactie naar de redactie te sturen.

35 – Het Nederlandse intermezzo
Het begon allemaal slecht… door een valfout: we zijn altijd gewend geweest om tussen de honderd en de honderdvijftig meter te springen. Die nacht worden we vanaf rond de drieduizend meter hoogte gedropt…
Mijn knie, die gewond is geraakt in de Jura, maakt me soms bijna gehandicapt. Om anderen niet te hinderen en voor hen in het vliegtuig te hinken, wisselde ik met Klein: hij springt als eerste en ik, voor die ene keer, als
laatste. Ik moet gewoon de menigte volgen en ik vind mezelf in de lucht zonder na te denken of mezelf vragen te stellen. De tijd die nodig is voor een afdaling van vierhonderd voet lijkt bijna ten einde en ik ben me aan het voorbereiden om de grond onmiddellijk te raken.
Maar ik ga nog steeds tussen mistige lakens naar beneden, in evenwicht gehouden door mijn beenzak, die eindeloos heen en weer beweegt aan het einde van zijn koord.
Er
was ergens iets mis in deze eindeloze afdaling… Ik hoor het geluid van de branding. Deze idioten moeten ons boven de zee hebben laten vallen. Als zelfs de piloten van de R.A.F. nonchalant beginnen te navigeren, wie is dan nog te vertrouwen, grote God !
Omdat het in dit geval sterk wordt aanbevolen om te doen, maak ik mijn tuig los en houd ik het op armlengte; wanneer je het water aanraakt, laat je het los, dan drijft de parachute weg en zwem je na het opblazen van je Mae West. Als u het tuig niet hebt losgemaakt, dan bedekt de parachute u en sleept de parachute u naar de bodem.
Ik hoor het gebrul van de golven steeds beter. Ik daal nog steeds, geslagen door een vuile koude wind. Hoeveel meters onder mij beweegt de zee ? Mijn verlamde handen weigeren nog langer vast te houden. A
h ! en dan … naar de hel ! Ik laat alles vallen ! En ik zit dom op mijn achterwerk temidden van varens: een goede minuut later had mijn parachute de enige belangrijke boom op twintig kilometer in de omtrek bedekt. Ik dacht dat ik weer daalde, terwijl ik idioot zwaaide, als een makaak aan het einde van een liaan. De branding, het geluid van de golven … Het was alleen het suizen van de harde wind in de aanplant van jonge dennen.
En in elk geval heeft deze nogal verontrustende fout, de tijd die nodig is voor een hergroepering op het land, verdrievoudigd. De dag is al gevaarlijk licht geworden, terwijl we elkaar nog steeds zoeken, terwijl we al lang veilig en gecamoufleerd hadden moeten zijn en op de uitkijk hadden moeten staan, ver van het springgebied. Alsof we bij toeval twintig kilometer van de geplande plaats waren geland.

Ik heb mijn troepen teruggevonden. Onzichtbare Duitse tanks rammelen over een nabijgelegen weg. Gelukkig vielen we in een vrij jong bos, waarvan de dennen nauwelijk hoger zijn dan een man en die golven zover het oog reikt.
Gilles Anspach had een beetje een ruwe landing. Hij is licht euforisch en zich nog niet erg bewust van de aardse werkelijkheid. – “Hoor je dat, Thomé ?”
“Ja, natuurlijk !”

“Dat zijn tanks !”
“Zonder enige twijfel… en zeker geen Canadese.”
“Wat gaan we doen ?”
“Niets… We halen
de parachutes op en verbergen ons in het bos.”
“En daarna ?”
“Daarna… slapen we.”
“En daarna ?”
“Daarna, zullen we zien.”
“En de brug over het kanaal, wanneer vallen we die aan ?”
“L
uister lastige man, ik vind je leuk, maar je praat te veel. Haal je mannen op en ga op weg. We gaan de hele dag slapen, als de Moffen het ons toestaan. Ik weet niet waar we zijn, maar in elk geval niet waar we zouden moeten zijn. Ik moet ons eerst lokaliseren en het terrein herkennen. Daarna zullen we de situatie in ogenschouw nemen. De brug over het kanaal is niet voor morgen. Hoor je de tanks die voorbijrijden ? Dat zijn geen Engelse tanks. Ik verwacht de Canadezen niet eerder dan over vier of vijf dagen… en ik ben zonder twijfel optimistisch. Herinner jij je Clerval ? Slechts één zo’n stommiteit is genoeg voor de rest van je leven. Ik heb mezelf beloofd jullie allemaal terug te brengen… en heel. Tijdens deze operatie zal niemand Fort Alamo spelen. We gaan eerst slapen. Daarna zullen we ons beraden, afhankelijk van de omstandigheden.”
“Vooruit, mijn konijnen, de gebruikelijke orders. Drie wachtposten, die elk uur worden afgelost. En een granaat in de helm binnen handbereik. Doe je laarzen uit en.. naar bed. En droom lekker, als jullie het kunnen. Luitenant Puydupin blijft ter plekke. Luitenant Anspach vergezelt me bij de verkenning. Gilles, kom je ?”
“We vertrekken om te gaan ontdekken.”

“Zeg, Thomé, we lopen al meer dan een uur… en we zijn nog steeds in het bos.”
“Des te beter, het bewijst alleen maar dat we geluk hebben. Het is waarschijnlijk het enige bosgebied in heel Noord-Nederland. Het verschijnt niet op de kaarten als een bos, maar als een omgeving met boomkwekerijen. Eerst moeten we eruit. Als we één of twee torens, een weg of een watertoren in zicht krijgen, dan weten we misschien waar we zijn. In elk geval ben ik bereid mijn volgende soldij te verwedden, dat onze verdomde brug niet naast de deur staat. Alsjeblieft, we komen bij een bosrand, kijk, daar is een weg.”
“Ja, en op de weg rijden vrachtwagens… en het zijn geen Canadese. Er
is ook een kanaal en, in het noordwesten, een dorp. Neem jouw kaart. Geef me jouw kompas om te verifiëren dat het overeenkomt met het mijne. Ok. Of ze wijken beide af, of ze werken normaal. In elk geval geven ze beiden hetzelfde resultaat. Doe jouw beoordeling, we zullen onze resultaten vergelijken.”
De resultaten zijn gelijk:
het kanaal loopt van Assen naar Meppel en ‘onze’ brug ligt twintig kilometer hier vandaan. Het dorp is Diever en de weg is die van Appelsga.
Wel nu, het is niet triest: ons doel bevindt zich op vier uur lopen in een gebied zo vlak als een biljart en dit gebied is waarschijnlijk vergeven van de Duitsers. We zullen ’s nachts gemakkelijk de brug kunnen bereiken. Hem in te nemen en hem te ontdoen van springstoffen zal niet onoverkomelijk zijn. Maar daarna ? Daarna moeten we hem bezet houden. Met dertig mannen en drie machinegeweren, zullen we het ongeveer… een uur volhouden ! Om het spel speelbaar te maken, moeten we de zekerheid hebben dat de komst van de Canadese tanks met een speling van een kwartier samenvalt met onze helpende hand.
“Zie je een elegante oplossing, mijn kleine oude man ?”
“Wat een stom spel ! En jij, heb jij een idee ?”
“A
ls ik echt cynisch was, dan zou ik denken dat ze het expres hebben gedaan: ons vanaf een ongewone hoogte laten springen, op goed geluk. De oorlog kan eindigen zonder ons en we zullen pissig zijn als de vredestijd terugkeert: als we zwijgend zouden verdwijnen, zou dat voor veel dingen beter zijn en misschien ook wel voor veel mensen. Ik ben het met je eens dat dit een waanhypothese is, maar geef toe dat het grappig zou zijn.”
“Dat denk je toch niet serieus, Thomé… Zo ben je niet. Niet jij !”
“Natuurlijk niet, gek ! Maar aangezien ik niet verantwoordelijk ben voor de foute landing, noch voor de navigatiefout, ga ik me niet uitsloven om ze koste wat kost te corrigeren door een verplaatsing vol risico’s. Integendeel, ik ben verantwoordelijk voor het leven van onze jongens. En ik weet hoe ik daar mee moet omgaan. We gaan uiterlijk morgen de Moffen het leven moeilijk maken. Wat betreft de brug, ik wil er voorlopig niets van weten. We zullen wachten om er zeker van te zijn dat de Canadezen oprukken. Als we zien dat de Duitsers zich voorbereiden op een terugtocht, dan zal ik beslissen of ik we ons al dan niet daar me bezig gaan houden. Ik wil er alles aan doen om de Canadezen te helpen, maar ik wil geen man meer verliezen.”
“De jongens gaan zeuren !…”
“En daarna ?… Ik heb liever dat ze levend dan stervend zeuren.”
“Ze zullen gaan geloven dat je niets durft te doen !”
“En daarna ?… Laat ze geloven wat ze willen, het kan me niets schelen. Maak je geen zorgen, ze zullen hun rantsoen gevechten krijgen, maar ik zal beslissen wanneer en hoe. De situatie is niet in overeenstemming met de missieverklaring. Er is een misrekening. Ergo, ik draai de factoren om, ik houd ik mij eerst bezig met de Moffen en daarna met de brug… als de omstandigheden het toelaten. Je weet goed, jammer genoeg zonder twijfel, dat ik nergens meer bang voor ben … behalve om een van onze jongens voor niets te zien sterven.”
“M
aak je geen zorgen, de geallieerden zullen niets te klagen hebben over onze prestaties en we zullen ze waarschijnlijk een hoop strijders besparen… Maar ik wil geen dode en geen gewonde meer onder onze mannen hebben.”

Dit begin van april in Nederland is nogal onverwacht: wolkenloos en een lucht en een zon van de volle zomer.
Ons dwergbos ziet eruit als een betoverend domein. Het is een kleine stille en geheime wereld waarvan we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat het inderdaad in het hart van de oorlog ligt. Voor ons is het de perfecte kalmte, zoals het lijkt in het centrum van alle cyclonen. De Duitsers zijn overal om ons heen, maar lijken ontwetend te zijn van onze aanwezigheid. Voor zolang het duurt. Dit is geen tijd en geen plaats om te sterven !
We zijn volledig uitgerust na een dutje van achtenveertig uur. Als we te lang inactief blijven, dan zullen vroeg of laat vijandelijke verkenners uiteindelijk over ons struikelen. Dan zal het nodig zijn om in de verdediging te vechten en te vluchten als opgejaagde hazen… Ik wil me liever niet voorstellen wat de uitkomst zal zijn. Sinds mannen vechten, heeft ervaring hen een onbetwistbaar principe doen ontdekken: de beste manier om je te verdedigen, dat is nog steeds aanvallen. Dat is hoe vanaf het begin der tijden de aanvaller, die aanvankelijk geen schijn van kans leken te hebben tegen een mammoet, een wollige neushoorn, een sabeltandkat of een holenbeer, toch veelvuldig overleefden door deze te doden. Aantrekkelijk of niet, het principe is ook op ons van toepassing. We zullen hem moeten volgen en het initiatief nemen de vijandelijkheden te starten.
Aantrekkelijk of niet, het moet een keer gebeuren: leg de Duitsers het idee op dat we met velen zijn, zeker van onszelf, onkwetsbaar en zonder medelijden. Het is de enige manier om al hun verlangens weg te nemen rond te snuffelen in ons jachtgebied. Toch… is het zo goed, op het warme mos te liggen en het boek Het eiland der Pinguïns te herlezen… Het boek met ezelsoren slingerde rond op een tafel in de mess en ik heb het bij het instappen in het voorbijgaan gegrepen.
“Er is bezoek, mijn luitenant !”
Het is
een kreupele Hollander, bruin als een zuiderling en met een wakkere blik. Hij woont op drie kilometer van ons kamp aan de rand van het bos en noemt zichzelf een verbindingman voor het plaatselijke verzet.
Bij wijze van verzoenend spijsoffer brengt hij ons een emmer, die tot aan de rand is gevuld met gekookte aardappelen… nog dampend ! Dat is wel verleidelijk na twee dagen van droge rantsoenen…
“Verboden om het op dit moment aan te raken !”
“Oh !”…
“Er is geen Oh !” E
en als het een valstrik is ?… Hoe zou je te instrueren zijn na het slikken van een dosis slaappillen of een dosis rattenvergif !”
Na het biechten van de man in het Engels, weet ik vrij zeker dat hij geen verhalen vertelt en dat ik hem kan vertrouwen.
Tijdens het babbelen schilde ik een aardappel en gaf deze aan het puntje van mijn dolk aan hem. Hij nam zonder aarzeling een hap. Ik word door deze verdomde oorlog overdreven voorzichtig. Door mijn streven te veel te combineren om alle valstrikken te vermijden, verlies ik zowel mijn instinct als mijn spontaniteit. Ik moet er voor zorgen dat deze neiging wordt gecorrigeerd, anders komt er een dag dat ik met niemand meer kan samenleven. Altijd op je hoede zijn vermijdt waarschijnlijk misrekeningen. maar op de lange termijn lopen we het risico niet meer dan een wild beest te zijn...

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester, mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een knap meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het gesprek.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden… en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, stortte in aan de voet van een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.
In het sterk onwaarschijnlijke geval dat de Duitsers ons bestaan tot nu toe niet kenden, zullen zij geen excuses meer hebben om het nu te blijven doen. De avond valt, dit zal waarschijnlijk onze laatste rustige nacht zijn.
Morgen zullen we de zaken serieus moeten nemen, anders zijn zij het die zich met ons zullen bezig houden !

36 – Hinderlagen
De weg naar Appelsga was de enige belangrijke weg waar de Duitsers ons met zwaar materieel konden aanvallen. Het is daarom noodzakelijk ze eerst af te schrikken zich daar te wagen. We gaan in een hinderlaag liggen en wachten op het wild.
Op honderd meter van ons staat een uitgebrande vrachtwagen, die door een Engelse jager met een machinegeweer in brand is geschoten. De weg loopt van west naar oost en vanaf onze aankomst rijdt het verkeer van west naar oost. Het is zes uur in de ochtend, de dag ervoor is al lang geleden. Het is tegen onze gewoonte in om op klaarlichte dag te vechten, maar een nachtelijke hinderlaag zou mijn doeleinden minder goed dienen: ik wil dat de Duitsers denken dat we met velen zijn en dat we zo zeker van onszelf zijn, dat we ons zelfs een aanval op klaarlichte dag op een drukke weg kunnen veroorloven. Het is de enige manier om hen ervan te weerhouden onze sector uit te kammen. Ons eerste slachtoffer is een zijspan met zijn berijder en zijn inzittende. Klein verbrijzelde, op iets minder dan honder meter afstand, met een kogel uit zijn karabijn de schedel van de bestuurder. De machine zigzagde stuurloos de sloot in. Mijn domoren, door woede bezeten, doorzeven tegen beter weten in, de reeds dode passagier. “Stop met schieten, idioten… Denken jullie dat jullie in het circus zijn ?”
In feite
wil ik vooral dat ze hun munitie sparen, maar deze zinloze schietpartij moet degenen die dit van ver hebben gehoord, doen geloven in de manoeuvres van een hele compagnie en dat is uiteindelijk helemaal in overeenstemming met mijn wensen.
De zijspan
bevat de archieven van de Gestapo uit Groningen en verschillende dossiers zijn gemerkt met ‘sehr geheim’. Ze mogen niet zonder belang zijn, maar dat kan me pas later wat schelen, ik laat ze met de machine naar onze schuilplaats in het bos rijden.
Terwijl ik mijn bevelen geef, wordt honderd meter aan mijn rechterkant opnieuw geschoten: Gilles Anspach en zijn stick moeten nieuwe klanten hebben gemaakt ! Ik voeg me zonder te wachten bij hen.
Een half dozijn lijken liggen midden op de weg… Burgers !… Gilles is helemaal gek geworden !
“Maak je geen zorgen, Thomé, het waren echt Moffen. Ze kwamen op de fiets, ik heb de eerste laten stoppen, ik pakte zijn papieren, hij was een man van de Gestapo ! Toen de anderen begrepen dat ik dat had begrepen, wilden ze wegrennen … en hebben we ze neergeschoten.” We verzamelen de wapens, de papieren, de vreemde voorraad in de bagage en ik besluit plotseling het beste deel uit de rotzooi te halen die me wordt aangeboden.
“Leg de lijken
en de twee dode soldaten op een rij langs de weg, alsof ze met opzet zijn geëxecuteerd !”
Kapotte koffers, lijken, bloed, de verwrongen fietsen, de uitgebrande vrachtwagen … Het geheel vormde
een nogal walgelijk schouwspel: een in scène gezette grote poppenkast.
“Laten we weer het bos ingaan, nu !”

Er gaat een uur voorbij. Geïnstalleerd aan de rand van het kamp, ​​observeer ik met verrekijker het weggedeelte dat we tot een massagraf hebben gemaakt. Twee Duitse motorrijders naderen.
“Verboden te schieten !”
De twee koeriers stappen af, aanschouwen even het tafereel en vertrekken dan zonder te treuzelen.
Nog tien minuten verstrijken…
Het is deze keer een commando-auto, met vijf officieren aan boord. Ze stoppen, stappen uit, lopen naar de lijken en ook zij maken rechtsomkeert.
“En nu, Thomé ?”
“Nu ?…
We gaan wachten”
Ik wilde dat de Duitse officieren op hun gemak konden vaststellen dat het alle schijn had van een moord met voorbedachten rade. Anderen van ons zouden
zichzelf het schieten wel hebben toegestaan, als ze geloven dat ze onoverwinnelijk zijn. Omgekeerd zullen die anderen denken dat wij ons, om zo te durven handelen, op onze beurt zeer machtig moeten voelen.
“Je denkt dat het zal werken ? ”
“Ik geloof dat er kansen zijn…”
Het lijkt te hebben gewerkt: tot de aankomst van de eerste Canadezen, drie dagen later, bleef de weg zo leeg als de pet van een politieman.

Georges, ‘onze’ verbindingsofficier, komt ons waarschuwen dat twee belangrijke boten in het kanaal zijn gesignaleerd: een sleepboot, naar het schijnt geladen met munitie, en een zelfvarend schip met onbekende vrachtbrieven. Als we niet de mogelijkheid hebben de Canadezen de brug aan te bieden, die we voor hen moesten innemen, dan denk ik dat twee schepen die dwars in het kanaal zijn gezonken, hen een beter bruikbare kruising zullen geven. Het is de gebruikelijke hinderlaagroutine: de Duitsers duikelen overboord als bowlingkegels. Ze vallen al dood naar beneden of verdrinken in het kanaal. Sommigen hebben meer geluk, zij springen op de oever en rennen met opgeheven armen naar ons toe. Zij zullen onze gevangenen zijn en zij zullen onze zakken dragen. Meer geluk ?… Niet allemaal: ik heb voor me staan, met opgeheven armen en handen in de nek, een Wehrmacht-adjudant en een S.S.-sergeant. De S.S.’er draagt ​​een vrij zeldzame badge op zijn tuniek, die van de elite-strijders van het Russische front. Klein, in zijn vrije tijd verzamelaar, strekt zijn linkerhand om het te grijpen. De andere gaat arrogant achteruit met een plotselinge beweging, hij laat de armen zakken en behandelt mijn verbaasde onder-officier als een varken. Jammer genoeg voor de Duitser heeft Klein reflexen … als bliksems: hij droeg zijn geweer niet, maar de S.S.’er kronkelt jameerend over de grond. Hij krijgt een kaliber dertig kogel in het midden van zijn maag, de arme idioot heeft daarvoor uren nodig om te sterven.
“M
aak het nu af, Lucien, want u bent begonnen.”
En Lucien schiet een kogel door zijn hoofd.
“U denkt dat het zo goed is ?” vraagt ​​de gevangen adjudant kalm.
“N
ee… het is niet goed, maar ondanks de schijn is het een ongeluk, niet een moord. Sinds Bretagne hebben we geen S.S.-gevangenen meer gemaakt. U weet waarschijnlijk ook dat uw meneer Hitler in een dagorder heeft bevolen de Franse parachutisten als sluipschutters te beschouwen en ze neer te schieten ? Uw collega heeft zijn kans gehad. Hij heeft het dom verpest. Laten we gaan.”
We hebben de boten dwars in het kanaal tot zinken gebracht. Het is zo al een geïmproviseerde brug. Als de knutselaars van de Canadese genie een beetje weten hoe ze het moeten doen, kunnen ze er een acceptabele doorgang van maken.
We dwingen onze gevangenen in de richting van het bos. De adjundant loopt zeer waardig met mij mee. Ik deel met hem een ​​plak chocolade, een grote schok voor mijn jongens. Als ze wisten hoeveel ik walgde van de slachting van de afgelopen twee dagen, dan zouden ze nog vele andere redenen hebben om geschokt te zijn.

Ik heb een dropping van materieel gevraagd. De dropping zal morgen gebeuren. We moeten gewoon wachten… Het gebeurt voortijdig, buiten de geplande vierhoek, en niemand is aanwezig om het te ontvangen. De risico’s hoeven niet toe te nemen: we vertrekken alleen, Gilles en ik, op zoek naar containers.
De middag is al vergevorderd en we lopen al uren rond zonder iets te hebben ontdekt, behalve een Nederlandse politieagent die, zo vertelt hij ons, ons kamp zoekt. De ongelukkige is mooi ontsnapt: Hij ziet er met zijn zwarte uniform als vreselijke S.S.’er uit. Toen ik hem zag, ging ik in dekking liggen en wachtte ik tot hij binnen mijn bereik zou zijn. Als hij te maken had gehad met een maniak die direct de trekker overhaalt, dan was hij misschien tien keer neergeschoten. Hij vertelt ons dat de Duitsers op volle sterkte Diever hebben bezet met tanks, artillerie en S.S.-infanterie.
“Laten we snel teruggaan naar het kamp, Gilles !”
In de richting van Diever worden de enkele schoten afgewisselend met lange salvo’s. W
e vinden geen meer mensen in het kamp, dan vier benauwde wachters, Gees en onze groep gevangenen.
“Waar zijn de anderen ?”
“Die zijn vertrokken naar Diever, mijn luitenant… met luitenant Puydupin.”
“Wat ?”
“Ja… We hoorden salvo’s schoten uit het dorp komen. Luitenant Puydupin
zei dat het de Canadezen waren en hij nam iedereen mee om hen te ontmoeten.”
“Zelfs mijn stick ?”
“Ja !”
De idioten !… Nog
verdomder was om de staccato te herkennen, toch heel bijzonder, Duitse machinegeweren ! En Puydupin ! Ah, die !… Vervanger van Robin Hood en tweederangs vrijbuiter, met zijn uiterlijk van een jonge eerste minister op zijn retour, die gelooft dat hij verplicht is altijd vertegenwoordiger te zijn. Het ontbreekt hem niet aan persoonlijke fysieke moed, maar aan de kant van het gezonde verstand heeft hij zorgwekkende hiaten. Een verwarrende persoonlijkheid, zijn stemming kan in hetzelde halve uur van uitzinnige opgetogenheid veranderen in zwartgallige verslagenheid. In zijn perioden van optimisme heeft hij een uniek talent om een ​​jong publiek te verleiden en zijn mannen volgen hem in vertrouwen, te onschuldig om de fout in zijn misleidende argumenten te ontdekken. Moedig en onbewust, Puydupin gaat er armzalig en tevreden roekeloos voor en leidt zijn mannen, te vaak naar mijn smaak, regelrecht de problemen in.
Gilles Anspach grijpt mijn arm.
“Waar ga je heen, Thomé ?”
“Ik ga kijken of ik ze uit de stront kan halen !”

37 – Het laatste gevecht
Mijn twintig idioten liggen met hun neus tegen de grond op vijfhonderd meter van het bos. Achthonderd meter verderop aan de rand van het dorp houden drie Duitse machinegeweren ze aan de grond genageld. Wat een kalveren ! Hoe hebben ze in zo’n situatie terecht kunnen komen ?
Ze hebben een kans weg te komen: de wei, waar ze liggen, heeft een soort greppel, veertig centimeter lager dan de grond waarover de Duitsers aan het schieten zijn. Misschien kunnen ze wegkomen, mits niemand van hen het hoofd opheft.
Onder bescherming van de verrassende rand vanwege het niveauverschil tussen de twee velden, kruip ik vooruit naar de man aan de staart. Het is Pantalacci. Voor één keer stottert hij nauwelijks.
“Breng ze aan het verstand dat iedereen achterwaarts naar mij moet terugkruipen… En
vooral dat ze als teken aan de grond blijven plakken !”
Ik tel mijn verloren kudde.
“Is iedereen aanwezig ?
“Iedereen… behalve Puydupin.”
Jammer ! L
uister nu aandachtig: u draait zich ter plaatse om en blijft aan de grond geplakt. Probeer niet te begrijpen wat er aan de hand is en kruip achter me aan… Doe net als ik en hef vooral niet je hoofd op. Wees ook absoluut stil !”
Voordat ik mijn jongens bereikte, kon ik zien dat een afwateringssloot de weide doorsnijdt. Evenwijdig aan de rand van het bos mondt het uit in een grote sloot, die zelf naar een dekmantel loopt: als ik bij de grote sloot kan komen, kunnen we terug naar het kamp zonder gezien te worden. Het Duitse geschiet komt dichterbij. Ze moeten heel snel op ons afkomen om ons te ontdekken.
“Kruip sneller… Sneller… Doe, zoals ik… En stil zijn !

Oef !… Ik glipte uiteindelijk in de grote sloot. Hij is overwoekerd met bramen en bijna ondoordringbaar. Ik ben zoals gewoonlijk blootshoofds en de doornen raken verstrikt in mijn haren.
“Geef me een helm.”
André le Nabour, met de neus op mijn laarzen, reikt me zijn helm aan. Nu beschermd,
kan ik lopen als een mol in zijn tunnel, terwijl ik met mijn dolk de grootste bramen doorsnij. Ik ga door en de rest volgt… Beschut op de bodem van de sloot zijn we helemaal onzichtbaar. De Duitsers stoppen met schieten, we zijn bijna bij de grote sloot. Voordat ik me er in laat zakken, zou ik me graag even niet meer als een blinde willen gedragen. Ik moet een idee hebben van wat de Moffen aan het voorbereiden zijn.
Ik geef zijn helm terug aan André, ik bedek mij met mijn camouflagenet, ik richt mij heel langzaam op, centimeter voor centimeter, en zonder duidelijke beweging steek ik mijn hoofd door de bramen.
Gelukkig gehoorzamen mijn jongens me tot op de letter en dat als ik zeg ‘stilte’, het betekent dat je nauwelijks nog moet ademen: op vijf meter voor mij speurt een S.S.-kapitein met een verrekijker het bos af ! Infanteristen en scherpschutters
komen vijftig meter achter hem op ons af. Ze zijn met meer dan veertig mannen.
Ik zou bezweet moeten zijn van angst. In feite ben ik onverschillig.
Ik ben ervan overtuigd dat de enigszins serieuze verantwoordelijkheden altijd verbonden zijn met de passende gratie.
Ik herinner me dat, op het moment dat ik normaal gesproken in paniek had moeten raken, ik werd gehypnotiseerd door de verrekijker van de Duitser: die zorgde ervoor dat ik wilde … en zou hem van hem afnemen. Ik heb hem nog steeds.
Een merkwaardige geheugenkronkel, tegelijkertijd kwam een gedicht van Paul Valery in mij op: Palm: Kalm… kalm… Blijf kalm… Ken het gewicht van een palm… Die zijn overvloed draagt. Natuurlijk was ik terug in het verleden, omdat het gedicht werd gebruikt om berichten te coderen, toen ik geheim agent was, maar ik zou logischerwijs andere beelden in mijn gedachten moeten hebben.
Ik liet me langzaam in mijn sloot zakken, als een schildpad in zijn schild… Alles gaat zich nu op de kleine oppervlakte afspelen.
“André ?”
“Ja ?”
“Geef door… Laat iedereen zich wapenen met een Gammon… De Moffen zijn heel dichtbij, recht vooruit.
Als ik uit de sloot spring, zullen jullie allemaal tevoorschijn komen, terwijl je schreeuwt en met je Gammons zwaait. Daarna schieten jullie op alles wat beweegt met alles wat je hebt.
“OK !”
Bj het verlaten van het bos pakte ik in het wilde weg een zwaar Thomson machinegeweer. Ik sta op het punt de S.S.-kapitein met een kogelregen te slopen. Maar mijn beschermengel moet me op mijn schouder hebben geslagen. Ik laat het wapen rusten en ik werp een granaat.
Een… twee… drie… vier… De granaat onploft juist bij het raken van
zijn doel en we springen allemaal uit de sloot en uiten onze oorlogskreet.

De met schalmen van fietskettingen gevulde Gammon-bommen maaiden de infanteristen neer, net zoals een mortiervuur.
“Mijn luitenant ! Ga liggen !”
En Lucien schiet, boven mijn hoofd, een sergeant neer, die me tot op tien meter was genaderd.
De Duitsers hebben niets begrepen van wat hen overkwam. Ze dachten een bange prooi na te jagen en zie daar de prooi die van hen de veren steelt. Het is erop of eronder. Mjn mannen schieten ze in de rug met korte, onverbiddelijke salvo’s.
Als we hier uiteindelijk uit geraken, dan schaf ik mij een pak aan. Hoe meer we nu naar het tapijt sturen, hoe minder we later op rug zullen hebben.
Tac…
Mijn slagpen slaat in de leegte, het machinepistool dat ik eerder leende was niet geladen. Als ik het tegen de S.S.-kapitein had gebruikt, zoals het eerst mijn bedoeling was, zou ik er niet in geslaagd zijn mijn aanwezigheid te tonen…
En God alleen weet wat toen had kunnen gebeuren !
We achtervolgen de Duitsers al blaffend als een roedel honden. Ze vluchten steeds sneller, steeds meer geschrokken. Nog steeds vallen sommige pechvogels onder onze schoten van steeds grotere afstand.
“Staakt het vuren ! Rechtsomkeert… en
allemaal de sloot in ! Loop langs me heen. Is iedereen er ? OK ! Go ! En een beetje snel !”
Tot onze middel in het modderige water gedoken, bereiken we ons kamp. Ik denk dat een bad me nog nooit zo aangenaam heeft geleken.

Onderweg kruisen we Puydupin. die ons tegemoet komt… Het maakt nu niet meer uit en, zoals de Engelsen zeggen: The less said about it, the better. Hoe minder erover wordt gezegd, hoe beter.
“Nou dan, mijn luitenant… Gelukkig dat…”
“Het gaat, het gaat, u
mag uw complimenten houden. U bent helemaal niets waard, juist goed genoeg om de mis te dienen. U hebt gezien hoe uw Canadezen werden ondermijnd. In Feldgrau. Met een mooie S.S.-speld op hun helmen. En hun gemeenschappelijke automatische wapens, die heten MG42, mijne heren… En die spugen helemaal niet, maar dan ook helemaal niet, zoals Engelse bren guns. We gaan, schiet op. We kunnen geen seconde langer wachten. Laad uw zakken, pak de reservemunitie en op pad !”
“Waar gaan we heen ?”, vraagt Gilles.
“Naar de duivel !… En zo snel mogelijk. A
ls de Duitsers een beetje verstand hebben, dan zullen ze hier over een uur met geweld zijn, met tanks en het hele zootje, om ons te laten boeten voor het pak slaag dat we ze hebben gegeven.”
“E
n maken we de gevangenen dood ?”
Nee maar ?… Het zijn gevangenen… en ze dragen onze zakken.”
“En
wat als ze schreeuwen om onze positie aan hun vrienden door te geven ? En wat als een van hen ontsnapt en vertelt waar we zijn?”
“Wacht, laten we het oplossen… Gunther, kom hier.”
De Duitse adjudant, die ik onder mijn hoede heb genomen,
nadert, nog steeds heel ontspannen.
“Ja, meneer.”
“We gaan zo snel mogelijk de andere rand van het bos bereiken. Als we hier blijven hangen, loopt iedereen het risico hier te blijven.”
“Ja, meneer.”
“De gevangenen zullen onze zakken dragen. Het kan zijn dat
uw collega’s ons zoeken. En wat ons betreft, mijn parachutisten en ik, zullen zij daarmee hun tijd en waarschijnlijk ook wat mannen verspillen.”
“Ja, meneer.”
“M
aar de gevangenen zouden in de verleiding kunnen komen te schreeuwen om onze positie aan te geven. Zeg hen niets te doen, anders zullen we ze doden.”
Pralon… wilt u hen laten zien hoe dat zal gebeuren ?”
Pralon zet zijn Sten, die speciaal is uitgerust met een geluiddemper, op scherp. Hij vuurt een kort salvo af, niet luidruchtiger dan het geritsel van vleugels in de bladeren boven de hoofden van de gevangenen.
“Ziet u wel ?”
“Ja, meneer.”
“Op pad !”
We komen zomaar het bos binnenstormen als een kudde wilde everzwijnen.

Gedurende vijftig minuten bewogen we ons snel voort zonder te vertragen. Gees springt als een geit, maar de enorme Posthumus, met de handen geketend, snakt naar adem, zodat we hem liever zouden willen doden.
“Kom op, Jules, geen theater ! Als je moet worden gedood, zullen de anderen zich daarmee belasten, daar zijn wij niet voor. Het enige
wat je met ons zult doen, dat is rennen. Ren, dikzak, dit is je beste kans.” Als per ongeluk voor jou, jouw kleine nazi-vrienden ons in de gaten krijgen… inderdaad, ja … zal je met de voeten vooruit vertrekken… vóór ons. Posthumus ! Dat is nogal een programma.”
Tien minuten om op adem te komen en opnieuw rennen we tussen de dennen. Behalve Gunther, die ik mijn zak laat dragen, kunnen de gevangenen ons niet helpen met de trein. Toch geven we ze precies hetzelfde als wat wij eten. Erg overschat, dat herenras ! Mijn weerzinwekkende jongens nemen hun bagage terug.
“We
hebben geen geluk, mijn luitenant, we kwamen slechteriken tegen.”
Honderd minuten op de vlucht, ruim acht kilometer afgelegd. Ik denk dat we nu kunnen kamperen en slapen.
“W
elterusten engeltjes… Zie je wat we winnen door stomme dingen te doen ? We hadden zo stil kunnen uitrusten in onze kleine optrekje, dat niets van iemand vroeg.
We worden uit onze eerste slaap gehaald door kanonsalvo’s die polyfonisch vergezeld gaan van schoten van zware machinegeweren.
Sinds ons vertrek heb ik me naar het noordoosten gehaast, zonder van de richting af te wijken: de flitsen van de explosies komen uit de diametraal tegenovergestelde richting.
“De Canadezen, mijn luitenant !”
“Alweer ! Beslist, dat wordt een obsessie… Probeer daarom in hun nek te springen, zoals eerder in Diever. De Canadezen… mijn reet: dat zijn de Duitsers die ons aanvallen. D
e kans is groot dat, als we terug zullen keren naar ons kamp, ​​jullie je kanten parachutes daar zult vinden. Als je de bedoeling had daar burgeroverhemden van te maken, dan heb je pech. Dus zeg, Gunther, ze zijn niet snel, jouw kleine maatjes. Het heeft hen meer dan drie uur gekost om onze schuilplaats te ontdekken… En ik vraag me zeker af waar ze hun munitie aan verspillen.”
Gunther glimlacht.
“U bent heel anders dan de Duitse officieren, weet u.”
Dat mag ik hopen…

De Canadezen zijn eindelijk aangekomen. Ze hadden een week nodig, langer dan in de planning van de operatie was voorzien ! Ons basiskamp is geëgaliseerd, onze individuele mangaten zijn verdwenen, de begraven parachutes bevinden zich, zoals verwacht, in een rommelige staat. We zien weer Georges, onze Nederlandse verbindingsofficier: zijn huis werd met de grond gelijk gemaakt door de tanks en de zelfrijdende kanonnen, die door de Duitsers waren meegebracht om ons te vernietigen…
Gees neemt ons mee naar haar familie, in het postkantoor van Diever. We worden als helden onthaald… Maar de helden zijn moe. A
lles wat ze nu vragen is een warm bad en schone lakens…
Dan is het vertrek naar Nijmegen, waar de twee regimenten elkaar vinden. Veel van onze vrienden zijn dood: Valayer, verbrandt door een vlammenwerper met zijn hele stick in de boerderij waar ze waren verschanst; de Sablé is 
verdronken in een kanaal tijdens het afwerpen van de parachutisten… Het waren jonge nog niet ervaren officieren, die zich na de Franse campagne bij ons hadden gevoegd om de gaten te vullen die de campagne ons had nagelaten. Taylor, een van mijn laatste familieleden, werd ook vermoord en zoveel jongens werden gevangen genomen en vervolgens vermoord door de S.S….
Aan de andere kant vind ik een Engelse kameraad die ik sinds september vorig jaar dood waande: John zat in de eerste luchtlandingsdivisie en gedurende die paar weken dat ik daar was geplaatst, waren we onafscheidelijk geworden. We hadden dezelfde smaak voor het gevecht met platte handen, de knokpartijen in het café, de mix van whisky-cider en hetzelfde ongeduld van elke pompeuze gezagsdrager.
“Thomé… oh ! Thomé…”
Wij zijn met zijn twintigen en zepen onszelf in in het geroezemoes van de gemeenschappelijke douches in de kazerne in Nijmegen. De jongen die mij begroet lijkt op de levende doden die we later in de films over Mauthausen te zien zullen krijgen. Zijn gezicht doet me aan niemand denken, maar om niets toe te voegen aan de angst die ik daar ontdek, doe ik alsof ik hem herken. Dan komen mijn herinneringen boven: John !… Hij is onherkenbaar. De atleet met wie ik Peterborough op stelten zetten, de onberispelijke luitenant van de Irish Guards, die me in het gevecht zijn arm over mijn schouder legde, is niets meer dan een arm skeletachtig lichaam bedekt met doorligwonden. Hij staat scheef op een verkort been met verzwakte pezen. Alleen zijn glimlach hielp me hem te herinneren.
Hij kreeg een salvo kogels in zijn been tijdens de catastrofale operatie van Arnhem. Hij werd
naar het ziekenhuis gebracht, waar hij ontsnapte, nadat hij zelf was verbonden en zeven maanden lang leefde hij alleen als een beest, op de vlucht voor de Nederlanders die hij wantrouwt, de nazi’s vermijdend, die hij haat en minacht. De optrekkende Canadezen vinden hem in het bos waar hij zich verstopt hield… En zie daar ! Hij vertelt me ​​rustig zijn verhaal, zonder naar effecten te zoeken, alsof het een normaale tegenslag is.
“Je verblijft in deze kazerne ?”
“Ja,
maar ik heb geen papieren meer, de tantes van de Inlichtingendienst willen mijn verhaal niet geloven en ik sleep mij elke vijf dagen van het ene bureau naar het andere, wachtend op een vliegtuig.”
“Wees niet ongerust, mijn konijntje, we gaan een rode baret voor jou vinden. Je zult Dupont heten en je zult met ons terugkomen.”

Een paar dagen ontspanning in Nijmegen, daarna de vlucht naar Engeland en weer terug naar Randelsham Hall.
In het nieuw gekleed keren de twee regimenten met verlof naar Frankrijk terug. We moeten elkaar weer ontmoeten op 8 mei 1945 in Fort Neuf in Vincennes, om terug te keren naar Londen, waar een nieuwe missie voor ons wordt voorbereid.
Op 8 mei geeft Duitsland zich over.
Het is duidelijk dat bijna niemand op het weerzien in Vincennes is ! Jammer… De geplande missie was een soort petjeaf missie: als dank voor de verleende diensten zouden de twee Franse regimenten in Noorwegen moeten landen om daar de nazi-overgave te verkrijgen. Dat had grappig kunnen zijn. De Engelse kameraden die daarheen zouden worden gestuurd in onze plaats spraken er dertig jaar later nog over.
In juni zijn we terug op onze Engelse uitvalsbasis. W
e bereiden ons voor om naar Ceylon te vertrekken: het lijkt erop dat we van wezenlijk belang zijn om de Japanners te overwinnen ! Maar het is Hiroshima, de Japanse capitulatie en de nacht van het jubelende gejuich in een Londen zonder verduistering, waar de sirenes eindeloos het wanordelijke geloei hervatten die, tot voor kort, het all clear aankondigden: einde van de waarschuwing…
De voorlopig laatste wereldoorlog is voorbij.
Terugkeer naar Frankrijk, kazerneleven. Ik word aangesteld als kapitein.
Sommige kameraden blijven in het leger. Persoonlijk zie ik echt niet wat ik daar zou kunnen doen: Ik heb voldaan aan het contract, dat ik mijzelf meer dan vijf jaar geleden had opgelegd, ik heb mijn best gedaan opdat de Duitsers mijn provincie verlaten.
Vaarwel aan de wapens !
Spijt ? Nee… Alleen een beetje nostalgie naar een tijdperk waarin we enorm veel geluk hadden ver weg te leven van de huichelaars, de bedriegers en de ‘bekwamen’ tussen de mensen van goede wil.
En, hoewel zonder spijt, de bitterheid die het najagen an een droom achterlaat in het hart dat het heeft uitgekozen, schreef Paul Valery…
Met het risico meer dan zeker door te gaan voor een romantische achterlijke of voor een mentale achterlijke, ondanks alle modieuze snobisme, ik zal altijd de centurion verkiezen boven de Romein die zich in orgies wentelt, en boven alle filosofieën de stoere drie geboden van de Kelten: “Eert de goden, doe niets verachtelijks, oefent uw moed.”

Edgard Tüpet-Thomé schreef in zijn boek voor mevrouw Geesje van der Werf – Schoemaker de volgende opdracht:
Pour Gees, mon ‘camerade de guerre’, dont le dévouement. la gentillesse et le courage nous ont été d’un grand reconfort, quand nous nous battions en enfants perdus dans son pays.
Elle nous a donné une haute idée de ce que pouvait été la qualité d’une jeune fille hollandaise.
C’est pourqoui se lui dedio ces quelques souvenirs acec toute le respet et toute l’affection fraternelle qui elle a suscitée parmi ses freres d’arme francais.
Hommage reconnaissant et amical de l’auteur.
Edgard Thomé

De Nederlands vertaling van de opdracht van Edgard Tüpet-Thomé luidt als volgt.
Voor Gees, mijn ‘oorlogskameraad’, wiens toewijding, vriendelijkheid en moed voor ons een grote troost zijn geweest, toen we als verdwaalde kinderen in haar land vochten.
Ze gaf ons een hoge dunk van wat de kwaliteit van een jong Nederlands meisje zou kunnen zijn.
Het is om deze reden dat deze paar herinneringen aan haar zijn opgedragen met alle respect en alle broederlijke genegenheid die ze onder haar broers in het Franse leger heeft opgewekt.
Dankbaar en vriendelijk eerbetoon van de auteur.
Edgard Thomé

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hoofdstuk 35 – Het Nederlandse intermezzo
De schrijver gaat in dit hoofdstuk 35 enigszins in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op 9 april 1945 in café Brinkzicht aan de Brink van Deever op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Geesje (Gees) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
In dit hoofdstuk 35 is sprake van een Mae West. Een Mae West is een reddingsvest, dat is vernoemd naar een beroemde actrice vanwege haar volle borsten.

Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tüpet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin van hoofdstuk 35 wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus van de gemiente Deever was in café Brinkzicht aan de brink van Deever in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
De redactie moet zijn aantekeningen bij het verhaal van luitenant Edgard Tüpet-Thomé nog verder uitwerken.

Afbeelding 1 – Luitenant Edgard Tüpet-Thomé

Afbeelding 2 – Voorkant van het boek van Edgard Tüpet-Thomé

Afbeelding 3 – Opdracht van Edgard Tüpet-Thome aan Geesje Schoemaker

Afbeelding 4 – Geesje Schoemaker en Edgard Tüpet-Thomé in Den Helder in juni 1981

Posted in Franse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Bouwers van de noodbrogge kriegt un gedenkplaete

De redactie van ut Deevers Archief besteedde op 5 augustus 2013, alweer in een tamelijk ver en grijs verleden, in zijn eerste versie van het bericht Plaquette voor de Royal Canadian Dragoons aandacht aan het veel te lang ontbreken van een gedenkteken voor de mannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge een noodbrogge over de Voat bouwden, de noodbrogge waarover in de vroege morgen van 12 april 1945 met succes zwaar materieel van het Eerste Canadese Leger, de Royal Canadian Dragoons, kon passeren, waarna in de gemiente Deever een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog en de Canadezen via de de Kop van Overijssel snel konden oprukken naar en in Friesland.

De redactie citeert het volgende stukje tekst uit zijn eigen hiervoor genoemde bericht:
Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld, de heemkundige vereniging van Deever en die van Dwingel, de oorlogsdeskundige van de heemkundige vereniging uut Deever en de plaatstelijke Dorpskrachten, die bezig zijn met de samenstelling van een boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de succesvolle bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadeze bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen vandien.

De redactie was bijzonder verbaasd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 14 februari 2020 het bericht ‘Historie wordt in beeld gebracht’ te lezen. In dit bericht wordt verslag gedaan van het tijdverdrijf van het stelletje steeds hoogbejaarder, eigenwijzer, eenkenniger en geraniumfähiger wordende vrijwilligers van de induttende heemkundige vereniging uut Deever in het kader van het herdenken van het feit dat het op 12 april 2020 het vijfenzeventig jaar zal zijn geleden dat in de gemiente Deever een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.

De redactie citeert uit het hier afgebeelde bericht ‘Historie wordt in beeld gebracht’ het volgende stukje tekst:
Op initiatief van de Historische Vereniging wordt er dit jaar ook een gedenkplaat geplaatst bij de Dieverbrug. In de nacht van 11 op 12 april 1945 werd door burgers van Dwingelo en Diever hier een noodbrug gebouwd, ter vervanging van de opgeblazen Dieverbrug. Dit gebeurde om de gevechtswagens van het Canadeze leger de mogelijkheid te bieden de Drentse Hoofdvaart over te steken om het getroffen Diever te bevrijden. ‘We willen de inspanningen die burgers uit Dwingelo en Diever hebben geleverd om een noodbrug te bouwen blijven herinneren.’, zo vult redactielid Henk ter Walle aan.

De redactie denkt dat hij in zijn hiervoor genoemde bericht uit 2017 het eerste stille voorzetje en het eerste stille aanzetje voor het plaatsen van een gedenkplaat an de Deeverbrogge heeft gegeven. Geen herrie, geen bombarie, geen poeha-publiciteit. De redactie is bijzonder verrast dat het stelletje steeds hoogbejaarder, eigenwijzer, eenkenniger en geraniumfähiger wordende vrijwilligers van de induttende heemkundige vereniging uut Deever nu, maar wel met veel herrie, veel bombarie en veel poeha-publiciteit, opvolging geeft aan het voorzetje en aanzetje van de redactie en eindelijk uitvoering gaan geven aan het plaatsen van de door de redactie bedoelde gedenkplaat bee, op, an, onder, boo’m, veur of aachter de Deeverbrogge. En dan doaluk mit ut hiele stellegie mit de snötkoker veuran bee de gedèènkplaete bee de brogge stoan veur de foto in de kraante. Dat kan ook weer een mooi sappig persmomentje opleveren voor de politiek gesneefde ex-wethouder en nog steeds voorzitter van de induttende heemkundige vereniging uut Deever.

De redactie van ut Deevers Archief wil de wakkere bezoeker van ut Deevers Archief graag aanraden vooral ook het bericht De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris te lezen. In dat bericht beschrijft wijlen Albert Schipper uut Leggel in zijn eigen streektaal op bijzonder nuchtere wijze de bouw van de noodbrogge an de Deeverbrogge. Geen herrie, geen bombarie, geen poeha-publiciteit en bij leven geen erkenning.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijder, Canadian First Army, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Plaquette voor de Royal Canadian Dragoons

In de voorgevel van het Stadskantoor van Leeuwarden is een plaquette ingemetseld. De tekst op de plaquette herinnert aan 15 april 1945, de dag waarop de Royal Canadian Dragoons (het eerste Canadeze leger) Leeuwarden bevrijdde van de Duitse bezetter.
De tekst op de plaquette luidt:
Het jaartal 1883. Het wapen van de Royal Canadian Dragoons. Het jaartal 1983.
De Engelse tekst: This plaque commemorates the liberation of Leeuwarden on 15 april 1945 by the Royal Canadian Dragoons. It was placed here during the centennial of the Regiment.
De versnelde bevrijding van Friesland was mogelijk geworden, omdat mannen uit de omgeving van de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945 met vereende krachten en met succes voor de tanks van het oprukkende Canadeze leger een sterke noodbrug bouwden ter plaatse van de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge over de Drentse Hoofdvaart.
Van wijlen de schrijver Reinder Smit uut Dwingel is het volgende korte citaat:
Het schijnt, dat de Canadeze bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het bruggehoofd Dieverbrug het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de Canadeze verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (onder andere Pingjum) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de man(nen) van Rijkswaterstaat en hun Drentse medewerkers.
Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld, de heemkundige vereniging van Deever en die van Dwingel, de oorlogsdeskundige van de heemkundige vereniging uut Deever en de plaatstelijke Dorpskrachten, die bezig zijn met de samenstelling van een boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de succesvolle bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadeze bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen vandien. Op verschillende plekken in Friesland zijn wel platen te vinden, die respectvol herinneren aan de Canadeze bevrijders. Zo ook de plaquette in de voorgevel van het Stadskantoor van Leeuwarden, zoals te zien op bijgaande foto.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De eerste versie van dit bericht is gepubliceerd op 5 augustus 2013.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijder, Dorpskracht, Gemiente Deever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De seu’m lange staarke ieser’n balk’n van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door hem gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1, nummer 1 van het jaar 2007, gepubliceerd.
Opraekelen is nog steeds het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.
Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op 25 mei 2008 in Hoogeveen. Zie het overlijdensbericht aan het einde van dit bericht.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an. Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de navolgende afbeelding van een luchtfoto is te zien de oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 
Op de navolgende kleurenafbeelding is het schild van de Royal Canadion Dragoons te zien
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 28 mei 2008 stond het navolgende overlijdensbericht van Albert Schipper.


Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijder, Canadian First Army, Deeverse dialect, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Schetsplan van oens mooie neeje Dingspilhuus

De redactie van ut Deevers Archief vond in zijn digitale archief het hier afgebeelde bericht ‘Werk loopt vertraging op – Nieuw Dingspilhuus laat nog even op zich wachten’, dat is gepubliceerd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 31 juli 2015.
In het bericht is te lezen dat de Stichting Dingspilhuus van het nieuwe Dingspilhuus een schetsontwerp heeft laten maken door het bouwkundige ontwerp- en adviesbureau Van der Salm uut Dwingel. Het betreft het schetsontwerp van een nieuw te bouwen Dingspilhuus.
Dit was voor de redactie ruim voldoende aanleiding de heer Bart van der Salm toestemming te vragen enige schetsen van het prachtige architectonische ontwerp te mogen tonen en op te bergen in ut Deevers Archief.
De heer Bart van der Salm gaf deze toestemming. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
Het architectonische ontwerp is gemaakt door de combinatie VANDERSALM-boa (gevestigd in Leggel) en VANDERSALM-aim (gevestigd in Zwolle).
De hier weergegeven achtergrondinformatie ‘Dingspilhuus – Buurthuis en sporthal’ bij het architectonische ontwerp van het nieuw te bouwen Dingspilhuus is letterlijk overgenomen uit de projectinformatie op de webstee van VANDERSALM-aim.
De redactie van ut Deevers Archief besteed in dit bericht geen aandacht aan het onthutsende geniepige kleingemeentelijke politieke proces rond de ondergang en de vernietiging van oens Dingspilhuus, oens Waarme Hart Van Deever.  

Dingspilhuus Diever – Buurthuis en sporthal
Het Dingspilhuus in het dorp Diever (gemeente Westerveld) vervult een belangrijke taak in de sociale structuur van de dorpsgemeenschap. Verschillende scholen en sportclubs uit het dorp gebruiken de gymzaal om te kunnen trainen en daarnaast doet het complex dienst als buurthuis voor lokale verenigingen, waar zij hun bijeenkomsten en vergaderingen kunnen houden. Ook wordt het Dingspilhuus gebruikt als uitvalsbasis voor dorpsfeesten en grote lokale gebeurtenissen, zoals de plaatselijke marathon. Kortom: het Dingspilhuus is een buurthuis dat intensief door de gemeenschap wordt gebruikt. Omdat de huidige staat van het complex bouwkundig en bouwfysisch niet meer voldoet is besloten het complex grondig te verbouwen, dan wel te vernieuwen. Na visiepresentatie op deze casus door vijf partijen koos Stichting Dingspilhuus dit vraagstuk op te pakken met de combinatie VanderSalm-boa en VanderSalm-aim.
Het huidige complex is gesitueerd in een woonwijk met kleinschalige bebouwing. Gaandeweg de jaren is het complex uitgebreid, maar heeft daarin weinig ruimtelijke samenhang gekregen. Ook zorgt deze opzet voor veel ‘achterkant’ richting de omliggende woningen met blinde gevels en donkere hoeken. Een belangrijk uitgangspunt voor een nieuw te bouwen Dingspilhuus is dan ook om de verbinding met de straat en het plein te herstellen en een complex te ontwerpen wat alzijdig functioneert. Daarbij is multifunctionaliteit een belangrijk uitgangspunt om te zorgen dat het complex adaptief is naar toekomstige veranderingen.
Wegens de slechte bouwkundige staat en de rommelige configuratie wordt in de planvorming uitgegaan van het scenario sloop-nieuwbouw. Het hoofdvolume is opgetrokken uit een hoog- en laagbouw gedeelte waarbij de laagbouw aan de westzijde de hoogbouw omsluit. Door de nieuwe positie en de heldere contour van het volume ontstaat er een duidelijk kader in de openbare ruimte die een nieuwe pleinfunctie onderstreept. De entreezijde van het gebouw is aan deze pleinzijde gesitueerd waardoor er een duidelijke verdeling ontstaat tussen het buurthuis aan de noordzijde (straatzijde) en de sportfunctie aan de zuidzijde. De maat van het hoofdvolume wordt door de metselwerk penanten optisch in omvang teruggebracht naar herkenbare proporties zodat het complex zich makkelijker voegt naar de maat en schaal van de omliggende bebouwing. Een rijk gemêleerde grijze steen in combinatie met prefab beton en aluminium kozijnwerk zorgt voor een ingetogen en tijdloos karakter. Samen met een flexibele indelingsmogelijkheid voor de binnenruimtes is het gebouw zo geschikt gemaakt om de komende decennia het uitgebreide programma van het Dingspilhuus opnieuw te huisvesten.


Afbeelding 1- Hoofdingang aan de kant van de Hoofdstraat

Afbeelding 2 – Hoofdingang aan de kant van de Hoofdstraat
Afbeelding 3 – Zijgevel met zijingang aan de kant van het plein en de grote parkeerplaats aan de Tusschendarp

Afbeelding 4 – Zijingang aan de kant van het plein en het grote parkeerterrein aan de Tusschendarp

Afbeelding 5 – Links zijgevel aan de kant van de Tusschendarp en rechts de achtergevel aan de Valkenakker

Afbeelding 6 – Achtergevel aan de kant van de Valkenakker

Afbeelding 7 – Achtergevel aan de Valkenakker en rechts de zijgevel aan de kant van Hoveniersbedrijf Benthem
Afbeelding 8 – Zijgevel aan de kant van Hoveniersbedrijf Benthem

Posted in Dingspilhuus | Leave a comment

Vrogger in de gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief beheert, onderhoudt en vergroot voortdurend ut Deevers Archief.
Je zult hier steeds meer berichten over het verleden en het heden (het heden is morgen verleden tijd) in de gemiente Deever vinden.
Als je een bijdrage wilt leveren aan ut Deevers Archief in de vorm van een (gedocumenteerde) foto, een tekst, een herinnering, een artikel, een krantenknipsel, een attendering, een interview, een reactie, een link naar belangwekkende gegevens, of anderszins, aarzel dan vooral niet dit te melden aan de redactie van ut Deevers Archief.
Als je wilt reageren, maak dan na het aanklikken van de knop ‘Leave a comment’ een bericht aan en verstuur dit naar de redactie.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Twee Tiktak-spelties van Aubet Kuper uut Deever

De firma Kuiper’s Levensmiddelenbedrijf Diever-Dieverbrug van de gebroeders Hendrik en Albert Krol verkocht in zijn kleine zelfbedieningswinkel an de Peperstroate en in zijn kleine winkel an de Riekseweg an de Deeverbrogge aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw koffie en thee van de firma Klaas Tiktak uut Grönning in de bekende op de speldjes afgebeelde verpakkingen.
Ter bevordering van de verkoop van deze koffie en thee kregen kopers van deze koffie en thee ten tijde van de grote speldjesverzamelrage in die jaren bij de aankoop van een pakje (?) of twee pakjes (?) koffie of thee een speldje cadeau. Deze zijn te zien op bijgaande afbeelding. In dit geval zijn de speldjes zelfs voorzien van de tekst ‘Kuiper’s Levensm. Bedrijf Diever-Dieverbrug’.
Jij moet als verzamelaar van prullaria uut de gemiente Deever deze speldjes natuurlijk wel in jouw verzameling hebben !
De redactie van ut Deevers Archief is naarstig op zoek naar foto’s van de bakkerij en de winkels van de gebroeders Hendrik en Albert Krol. Wie wil een goede scan van deze foto’s naar de redactie voor publicatie in ut Deevers Archief sturen ?

Posted in Neringdoende | Leave a comment

Drents Archief toont 50 foto’s uit WO II

In de digitale versie van het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 13 februari 2020 het korte bericht Drents Archief in Assen toont 50 (tot nu toe onbekende) foto’s uit de Tweede Wereldoorlog.

Deze vijftig foto’s zijn op het internet te vinden in Drente – De Tweede Wereldoorlog in vijftig foto’s.
In de serie foto’s is aanwezig een foto van de Joodse familie Lezer uit Amsterdam, die 22 maanden lang, vanaf februari 1943 tot aan de bevrijding in april 1945 zat ondergedoken in een paar schaftketen in de bossen bij de Grenspoel en de Tweede Wereldoorlog overleefden.

De redactie van ut Deevers Archief toont in dit bericht een afbeelding van deze foto, waarop Klara Lezer-van Kleef en haar kinderen Mia Artha en Philip Jozef zijn te zien. De maker van deze foto is zonder twijfel Jozef Lezer geweest. De scan voor deze afbeelding is gemaakt van de foto uit de verzameling van Mia Artha Lezer in de negentiger jaren van de vorige eeuw.

Op de afbeelding is te zien aan de linkerkant Klara Lezer-van Kleef, in het midden haar zoon Philip Jozef Lezer en aan de rechterkant met klompen aan dochter Mia Artha Lezer. Klompen zijn vooral lekker warm in de winter. Deze foto is gemaakt bee de liende waar de was aan werd opgehangen. Voor deze onderduikers ging het dagelijkse huishoudelijke werk ook gewoon door. Was maandag wasdag ? Haalden ze water uit de Grenspoel ?

Jozef Lezer is geboren op 15 december 1896 in Assen en is overleden op 18 april 1946. Hij is een zoon van Philippus Jozeph Lezer en Mietje Abraham Engers.
Klara van Kleef is geboren op 18 januari 1906 in Amsterdam en is overleden op 28 september 1984 in Amstelveen. Zij is een dochter van Nathan van Kleef en Rebecca Frankvoorder.
Mia Artha Lezer is geboren op 29 maart 1926. Zij is een dochter van Jozef Lezer en Klara van Kleef.
Philip Jozef Lezer‏‎ is geboren op 17 januari 1935 in Amsterdam en is overleden op 8 mei 1997 in Leiderdorp. Hij is een zoon van Jozef Lezer en Klara van Kleef‏.

Posted in Topstuk, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De Burgemeister Van Osbaank bee de Betonweg

De hier afgebeelde zeldzame zwart-wit ansichtkaart met witte rand is in mei 1950 uitgegeven en was te koop bij kantoorboekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Op deze afbeelding is de zo genoemde Burgemeester Van Osbank, een feodaal statussymbool, op zijn oorspronkelijke plaats te zien.
Ter wille van de kennis van en het inzicht in het verleden van de gemiente Deever is het wel goed te weten dat de originele standplaats van deze berg veldkeien zijn eerste en enige juiste standplaats is.
Aan de linkerkant op de afbeelding van de ansichtkaart is nog net een stukje van de asfaltweg, die in de volksmond en door echte Deeversen nog steeds de Betonweg wordt genoemd.
Burgemeester Hendrik Gerard van Os is de uitvinder van dit stukje rondweg om een stukje van Deever. De burgemeester woonde in de gemeentelijke burgemeestersvilla an de Heufdstroate en moet in zijn veel te lange ambtsperiode het gemotoriseerde verkeer voor zijn huis steeds meer hebben zien toenemen en heeft wellicht bij het uitvinden van de Betonweg gedacht: ‘Ik heb liever dat het drukke lawaaierige verkeer áchter dan vóór mijn woning langs rijdt.’
Voor de aanleg van zijn stukje weg van de Kruusstroate tot aan het einde van de Heufdstroate moest de Noorderesch wel grondig worden vernield. Daarom verdient het ten zeerste aanbeveling de Burgemeester Van Osbank te elimineren. Opdat wij vergeten. En als dat niet tot de mogelijkheden behoort de Burgemeester van Osbank te verplaatsen van zijn huidige derde standplaats naar zijn oorspronkelijke standplaats pal naast het begin van de Betonweg. Opdat wij niet vergeten.
De redactie van ut Deevers Archief toont hier de kleurenfoto van de archaïsche Burgemeester Van Osbank op het paardenmarktterrein, op zijn derde standplaats, die hij heeft gemaakt op vrijdag 29 november 2019. Voor wat deze foto waard is.

Posted in Ansichtkaart, Burgemeester Van Osbank, Marktterrein | Leave a comment

Dieveren op een topografische kaart uit 1599

Bijgaande afbeelding is een prachtige vroege kaart van Overijssel, Drente en delen van Gelderland en Friesland. De maker van deze kaart is Barent Langenes. De kaart is een afdruk op papier van een gegraveerde koperen plaat. De kaart is opgenomen in de ‘Thresor de Chartes, contenant les Tableaux de tous les Pays du Monde’. De oorspronkelijke Nederlandse titel van dit Franse werk is ‘Caert Thresoor’. Petrus Bertius schreef de teksten bij de kaarten.
De kaart is op bladzijde 261 gepubliceerd in de in 1599 door Corneille Nicolas in Den Haag uitgegeven tweede editie van de Nederlandse versie van dit boek. De eerste Nederlandse versie van dit boek is gepubliceerd in 1598.
Nota bene. Let op. Het noorden bevindt zich aan de rechterkant van de kaart !
De afbeelding heeft een lengte van 12,5 cm en een breedte van 8,5 cm. De afbeelding is gepubliceerd op een bladzijde met een lengte van 17,5 cm en een breedte van 12,5 cm.
Op deze kaart wordt Over-Ysel rechtsonder aangeduid met Trans-Isula.
Het dorp Deever is op deze kaart aangeduid met Dieveren. Dorpen in de buurt van Dieveren zijn Dwingele, Wapsterveen, Vledder en Havelt. De waterstromen in het zuidwesten van Drente zijn niet goed en volledig op de kaart ingetekend.

Posted in Diever, Tekening, Topografie | Leave a comment

Tiekening van de kaarke an de brink van Deever

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak (Historisch Jaarboek voor Drente, Orgaan van het Provinciaal Museum van Drente, het Drents Genootschap (Culturele Raad voor Drente), de Stichting Vrienden van het Provinciaal Museum van Drenthe, de Drentse Praehistorische Vereniging en de Drentse Historische Vereniging (Vereniging voor Geschiedenis en Genaeologie)), nummer 7, 1889 is het artikel ‘De kerk te Diever’ van mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer opgenomen.
Bij het artikel is ‘eene plaat’ opgenomen. Deze plaat is hier afgebeeld. Aan de tekening is te zien dat het blad, waarop deze plaat is opgenomen, in opgevouwen toestand aan de almanak is toegevoegd. De redactie heeft niet kunnen achterhalen wie de maker van de hier afgebeelde tekening is.
De hier afgebeelde tekening van het kerkgebouw van de Deeverse hervormde kerkgemeente en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever lijkt veel op de tekening van hetzelfde kerkgebouw en dezelfde toren in het boek ‘Drente van ’t Verleden tot het Heden’. Het boek is geschreven door dr. H. Blink en is in juli 1902 uitgegeven door C. Pet in Hoogeveen. De tekening is gemaakt door P. Krediet uit Lith.
De hier afgebeelde tekening van het kerkgebouw van de Deeverse hervormde kerkgemeente en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever lijkt ook veel op de tekening van de kerk van Diverde, die in 1756 werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795). Deze tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Zie verder het bericht De kerk aan de brink van Diverde in 1756.
Voor de hier afgebeelde tekening uit de Nieuwe Drentse Volksalmanak uit 1889 zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de tekening van Cornelis van Noorde uit 1756 mede als voorbeeld hebben gediend.
De grote vraag is natuurlijk of tekenaar P. Krediet in 1902 mede als voorbeeld heeft gebruikt de tekening van de kerk van Diverde uit 1756 of de tekening uit de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1889 ?

Posted in Kerk aan de brink, Kunst, Tekening | Leave a comment

De sloop van ut hüinebedde D52a an de Bolsweg

In de tijd dat hunebedden niet meer hüinebedden werden genoemd, maar gewoon hunnebedden en de overheid deze al als oudheidkundig waardevolle objecten in bescherming had genomen en het slopen van hunnebedden al vanaf 21 juli 1734 had verboden, kon het toch nog gebeuren dat de eigenaar deze dikke stien’n publiekelijk te koop aanbood, zoals mag blijken uit bijgaande bericht in de Drentsche Courant van 7 januari 1848, waarin nota bene de boermarke van Rolde de twee hunnebedden (hunnebed D17 en hunnebed D18) op de esch te koop aanbood.

Op Dinsdag den 11 januari 1848, des voormiddags te 10 uren, zal,  ten verzoeke van de markgenooten van Rolde ten huize van A. ten Oever aldaar, door Mr. A. Homan, Notaris te Assen, publiek en zonder palmslag, finaal worden verkocht: Een huis, erf en tuin of de zogenaamde scheperij, benevens onderscheidene percelen veld-, brink- en boschgrond, gelijk mede de beide op de Esch te Rolde gelegen hunnebedden. Assen, den 27 december 1847. Mr. A. Homan.

De twee hunnebedden, lagen in bouwland op de esch waarschijnlijk toch maar in de weg en konden bovendien geld opbrengen als bouwmateriaal voor kust- en oeverwerken. Echter na protest van de Gedupeerde Staten van Drenthe, en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd de openbare verkoop van de twee hunnebedden verhinderd.


In ut Wapser Saand liep het helaas wel verkeerd af met het hunnebed onder het zand van de heuvel die later ut Pottiesbaargie aan de Bolsweg op het landgoed Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (hunnebed D52a) viel in 1735 ten prooi aan de slopershamer.

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak, jaargang 64, 1946, verscheen in deel XIII van de serie ‘Oudheidkundige aanteekeningen over Drentsche vondsten’ door doctor Albert Egges van Giffen het zeer uitgebreide en zeer gedetailleerde artikel ‘Een vernield hunebed, DLII-a, het zogenaamde Pottiesbargien, in het vroegere Wapserveld, bij Diever, gemeente Diever’ van doctor Albert Egges van Giffen. De redactie van ut Deevers Archief toont hier alleen de eerste vier bladzijden van dit artikel en afbeelding 1 en afbeelding 2, die bij dit artikel behoren.

Een vernield hunebed, DLIIa, het zoogenaamde Pottiesbargien, in het (vroegere) Wapserveld bij Diever, Gem. Diever
In mijn ‘Aanteekeningen over Drentsche vondsten (XI), Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1944, beschreef ik een viertal vernielde hunebedden, te weten twee (DVIe-f) bij Tynaarloo en twee (DXIIIb-c) bij Eext. Thans kan ik, na deze vier en na de reeds veel eerder, namelijk in 1927, eveneens beschreven restanten van eertijds aanwezige hunebedden onder Valthe (DXXXVa), onder Spier (DLIVa), achtereenvolgens Weerdinge (DXXXVIIa), een ander verwoest steengraf (DLIIa) beschrijven. Dit is gelegen bij Diever, in rechte lijn circa 2,5 km N.O. van het dorp. Ook dit kon ik al vroeger vermelden, te weten in het eerste deel van mijn werk over ‘De hunebedden in Nederland’, dat verscheen in 1925.
Bij de nasporingen voor het juist geciteerde boek in het Rijksarchief te Assen, over den aankoop en den overdracht van de Drentsche hunebedden door, achtereenvolgens aan het Rijk of de Provincie, was ik namelijk onder andere ook gestoten op een resolutie van ‘Ridderschap en Eigenerfden, De Staten van de Landschap Drenthe’, waarbij sprake was van een hunebed onder Diever. Deze resolutie, genomen te Assen den 15den Maart 1735, betrof een verzoek van Jan Hindriks en Hindrik Jans, om in het Wapserveld eenige stenen te rooien, die ‘oorspronkelijk misschien van een hüinebedde waren’, en dus, gezien de sedert 1734 voor Drente geldende officiële verbodsbepalingen, niet ‘verbracht’ mochten worden. Het verzoek werd echter ingewilligd, aangezien de steenen vanwege ‘de freijigheijt des gesichtes niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven.’
Bovendien was bij de herinventarisatie van het Asser Museumbezit mijn aandacht getrokken door de herkomst van eenige scherven van hunebeddenaardewerk. Van deze scherven, sedert gemerkt 1883/VIII 3a-d en 1884/XI 3 (180 stuks) gevonden en geschonken door de Heeren Mr. S. Willinge Gratama, griffier van de Staten van Drenthe (Assen), achtereenvolgens Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen (Assen) en G. Kuiper (Hooghalen) stond namelijk als vindplaats aangegeven het landgoed Berkenheuvel onder Diever, terwijl het eenige aldaar tot op dien tijd, sinds 1818 bekende en toen nog ongeschonden, hunebed (DLII) gelegen is aan den ouden Groninger weg, ruim 1 km oostelijk van het dorp (afb. 2 : c).
Aangezien ik zeven jaren van mijn jeugd in Diever, waar mijn Vader destijds predikant was, heb doorgebracht, waren de verhoudingen in en bij dit dorp mij van ouds bekend. Dit te meer, omdat ook nadien het contact steeds bewaard bleef. Zoodoende was het voor mij duidelijk, dat de bovenvermelde vindplaats op Berkenheuvel een andere moest zijn dan de standplaats van het hunebed aan den ‘Groninger weg’. Ik schreef derhalve (in 1922) om eventueele andere inlichtingen aan den sedert overleden Heer Mr. A.C. van Daalen, den toenmaligen eigenaar van het genoemde landgoed. Deze deelde mij mede, dat er op zijn bezit, en wel aan de Bolsweg, tusschen de boschwachterswoning Berkenheuvel en het gehucht Doldersum, inderdaad een merkwaardige heuvel was gelegen, dien men van oudsher het ‘Pottiesbargien’ noemde. Een kort daarop, onder vriendelijk geleide van den Heer van Daalen, naar de bewuste plek gedane excursie en de daar bij die gelegenheid gevonden scherven van diepsteekceramiek bevestigden mijn vermoeden, dat het zogenaamde ‘Pottiesbargien’ het restant was van een hunebedheuvel, waaruit de groote steenen waren verdwenen.
De eigenaar gaf, behoudens eenige restrictie in verband met het dennenbestand op den heuvel, welwillend verlof tot eennader onderzoek. Dit is echter eerst vrij veel later, namelijk in Augustus 1929, ingesteld. Daarbij werd ik bijgestaan door den vroegeren teekenaar bij het Biologisch-Archeologisch Instituut der Rijksuniversiteit Groningen, den Heer L. Postema, en voorts door den Heer J. Lanting, thans technicus-voorgraver bij den Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, doch destijds nog als bediende-voorgraver aan genoemd Instituut verbonden. Overigens waren ons eenige grondwerkers behulpzaam.
Het onderzoek
In een kromming van den Bolsweg ligt het ‘Pottiesbargien’, het langgerekte, onregelmatige, eenigszins sauskomvormige Z.Z.O. – N.N.W. georiënteerde heuvelrestant van het vernielde hunebed. Het is gelegen in het perceel, kadastraal bekend F 1179, Gemeente Diever, circa 2,5 km N.W. van het gelijknamige dorp (Afbeelding 2 : d). Het terrein was vroeger een stuifzandgebied (Afbeelding 2 : c).
Bij het nader onderzoek begonnen wij met het uitzetten van een paar naar de windstreken gerichte lijnen, loodrecht op elkaar. Overeenkomstig dit assenstelsel werden eenige profielen afgestoken en geteekend. Voorts werd het langgerekte, verlaagde middengedeelte zoo zuinig mogelijk afgeschaafd en schoongemaakt.
In den aldus verkregen plattegrond kwamen nu duidelijk een aantal standsporen aan het licht, die tezamen onmiskenbaar het grondplan van een groot hunebed van ganggraftype vormden (Afbeelding 1). Een en ander werd geteekend en in een kadastraal extract vastgelegd (Afbeelding 2 : b).
Natuurlijk waren het alleen de standsporen van de draagsteenen, te weten:
1. aan de korte zijden, van telkens één sluitsteen, S1 1 en S1 2 ….. 2; 2. aan de lange zijden, van telkens acht zijsteenen, Z1 1-8 en Z1¹-8¹ ….. 16 [van de laatste vormden Z4¹ en Z5¹  klaarblijkelijk de toegangssteenen, ter weerskanten van de(n) verdwenen drempelsteen(en)]; 3. voor het midden van de zuidzijde, naar het schijnt -geheel zeker is dit niet- van twee paar poortzijsteenen, PZ 1-2 en PZ 1’-2” ….. 4; totaal 22.
Het aantal deksteenen heeft derhalve vermoedelijk negen beloopen, namelijk acht (D1-8) van de kelder en één (PD1) van de poort.
Overblijfselen van de vloer werden in situ niet aangetroffen. Ook constateerden wij geen sporen van een kring van randsteenen. Toch zou de aanwezigheid der laatste zeer wel te verwachten zijn geweest, gezien de configuratie der standkuilen. Deze pleit immers voor een geprononceerd ganggraftype, en dit gaat in den regel samen met een steenkrans om den dek- of mantelheuvel. Het geheel, zooals het echter door ons werd aangetroffen, kan mijns inziens het beste vergeleken worden met het Westelijke (D XIX) van de beide, door J.H. Holwerda in 1911 onderzochte hunebedden bij Drouwen. Alleen is het laatste één bouweenheid of trilithon grooter.
De maten waren als volgt:
lengte kelder: binnenmaats 15.25 m en buitenmaats 17.90 m; lengte poort: 4.40 m; breedte kelder westzijde: binnenmaats 1.80 m en buitenmaats 3.80 m; breedte kelder midden: binnenmaats 2.00 m en buitenmaats 3.40 m; breedte kelder oostzijde: binnenmaats 1.90 m en buitenmaats 3.95 m; breedte poort: binnenmaats 1.00 m ? en buitenmaats 3.10 m ?; dek- of mantelheuvel: grootste lengte 25.00 m en grootste breedte 20.00 m; hoogste deelen van het bewaarde heuvelrestant (top 11.50, zool 10.40): 1.10 m.
De ondergrond van de niet geroerde heuveldeelen bestond als gewoonlijk uit tamelijk, schoon, bruin geaderd zand; de vaste grond of moederbodem onderscheidde zich van den opgeworpen heuvelgrond door zijn oud humusdek, dat zich evenwel slechts zeer zwak afteekende. Een heidepodsolprofiel ontbrak ook onder dezen heuvel (Afbeelding 2 : A-E).
De ondergrond is pas in den laatsten tijd (Mei 1947) op pollen onderzocht. Hoewel een iets donkerder gekleurde, oogenschijnlijk eenigszins humeuze band de beste verwachtingen wekte, is het aan den Heer H. Tj. Waterbolk, die, zooals bekend, ook andere soortgelijke analyses verrichtte, niet gelukt de noodige pollen met voldoende zekerheid te bepalen; de conservatietoestand bleek daartoe ten eenenmale onttoereikend.

Hierna volgt de tekst van de resolutie van de ‘Ridderschap en Eigenerfden, de Staten van de Landschap Drenthe’, waarin de sloop van het hunnebed in ut Wapser Saand helaas toch wordt toegestaan. Volledig luidt de bewuste resolutie, die in het Drents Archief (de voortzetting van het vroegere Rijksarchief in Drente) in Assen aanwezig is in Dl X, folio 153, sub 25, aldus:

Op de Requeste van Jan Hindriks en Hindrik Jans bij Steenwijk, vertonende wat volgens de Remonstranten in den voorleden jare eenige weinige dagen voor Meij van de Boüren van Wapse hadden gehüurt het Wapserveld, om daar uit steenen te roden, so kleine als grote, en daar onder wel in specie eenige steenen bij kans of meest onder het zant bestoven, die misschien oirspronkelijk waren van een Hüinebedde, welke niet verbragt mogten worden. So versogten Remonstranten dat zij als kopers ( : vermits de verkopers haar contract mede wel wilden hoüden : ) en om de Freijigheijt des gesights niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven waren, deze hare steenen onnasprekelijk moghten wegh halen.
Hebben de Heeren Ridderschap en Eigenerfdens het gedane versoek, als een speciaal geval, geaccordeert, confirmerende voorts de ordonnantie bij de Heeren Drost en gedepüteerdens geëmaneert.

Posted in Diever, Hunnebed D52a, Landgoed Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van ut hüinebedde D52a an de Bolsweg

In ut Wapser Saand liep het verkeerd af met het hunnebed onder het zand van de heuvel die later ut Pottiesbaargie aan de Bolsweg op het landgoed Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (hunnebed D52a) viel in 1735 helaas ten prooi aan de slopershamer.
De redactie van ut Deevers Archief heeft toestemming van de redactie van het prachtige tijdschrift Noorderbreedte -en is de redactie van dit tijdschrift daarvoor uiteraard bijzonder erkentelijk- het volgende stuk tekst over ut Pottiesbaargie uit het artikel ‘Berkenheuvel, een bebost heide- en stuifzandgebied’ van Jan Abrahamse in Noorderbreedte 90 te citeren en de daarbij behorende afbeelding van ut Pottiesbaargie te mogen tonen.

Pottiesbargien
De route kronkelt zich rond een grafheuvel, Pottiesbargien geheten, die vroeger een hunebed bevatte. Dat is zo’n 250 jaar geleden gesloopt. Op 15 maart 1735 gaven de Staten van Drente toestemming tot het verwijderen van enige grote stenen in het Wapserveld, die waarschijnlijk (de resten van) een hunebed vormden. Omdat deze stenen gedeeltelijk overstoven waren, en omdat de indieners van het verzoek, Jan Hendriks en Hendrik Jans uit Steenwijk, reeds vóór 1734 een kontrakt voor het rooien van stenen in het Wapserveld hadden gesloten met de boeren van Wapse, verleenden de Staten ontheffing van de bepaling van 21 juli 1734, dat hunebedden niet vernield mochten worden. Als argumentatie voor dit besluit gaven de Staten op, dat het hunebed ‘om de Freijgheifs des gesights niet te verblijven’ hoefden!
Rond 1883 werden op het landgoed Berkenheuvel scherven van hunebedden-aardewerk gevonden, op een plaats die sindsdien als ‘Pottiesbargien’ bekend stond. Kennelijk betrof het de plaats van het in 1735 gesloopte hunebed. De ligging in de voormalige marke Wapse, aan de rand van het grote stuifzandgebied Dieverzand, komt overeen met de summiere omschrijving in de resolutie van 1735.
In 1922 kreeg Dr. A. E. van Giffen, direkteur van het Biologisch-Archaeologisch Instituut (BA1) van de Rijksuniversiteit Groningen, toestemming van Mr. A. C. van Daalen, tot onderzoek van het Pottiesbargien. Dit vond echter pas in 1925 plaats. Van Giffen had zich beperkt tot het vaststellen van de plattegrond van de verdwenen grafkelder.
Na het onderzoek van 1929 werden nog steeds grote hoeveelheden scherven en vuursteen verzameld, in de oorlogsjaren door de kleinzonen van Mr. Van Daalen en door de zonen van Dr. Van Nooten uit Diever, in de 50-er jaren door K. Vlierman uit Steenwijk en G. L. Brante uit Wapserveen. Van Giffen kende de verzameling Van Nooten-Van Daalen, maar meende dat deze afkomstig was uit de door hem niet onderzochte delen van het Pottiesbargien. Uit korrespondentie en gesprekken met de diverse vinders in de afgelopen jaren bleek echter, dat deze vondsten uit het stort van de opgraving van 1929 afkomstig moesten zijn.
Bij nader inzien is dat ook wel waarschijnlijk. Volgens de deklaraties in het archief van het BAI, duurde het onderzoek in 1929 maar 8 dagen. Gelijktijdig werd bovendien een tweede objekt, de zogenaamde steenkistheuvel aan de Oude Groningerweg in Diever, onderzocht. Deze tijd was veel te kort om de inhoud van een hunebed van de grootte van het Pottiesbargien ook maar bij benadering nauwkeurig te kunnen onderzoeken. Bovendien was Van Giffen in de eerste plaats geïnteresseerd in de plattegrond, niet in de vondsten. Dat veel scherven enzovoort op het stort terecht kwamen, is daarom niet vreemd. Uit de profieftekeningen van de opgraving van 1929 blijkt, dat van de oorspronkelijke aarden heuvel rond de stenen grafkelder, de zogenaamde dekheuvel, nog delen intakt aanwezig waren onder het stuifzand.
‘Van Giffen had nogal slordig gewerkt en dat heeft geresulteerd in een na-onderzoek, wat tegelijkertijd een rekonstruktie van Pottiesbargien zou betekenen’, vertelt Schuiling. ‘Dat onderzoek werd gedaan door J. N. Lanting’, die ook het rapport hierover samenstelde:
Het eigenlijke na-onderzoek vond plaats tussen 4 juli en 12 augustus 1988. Op drie plaatsen werd een uitgebreide stort van Van Giffen teruggevonden. Deze storthopen werden afgegraven en gezeefd. Dit leverde 15.800 scherven van aardewerk, 9 kralen van barnsteen, 1 kraal van git en 1580 stuks vuursteen op. Van het aardewerk behoren 54 scherven tot Middeleeuws
materiaal en 32 tot 17e en 18e eeuwse kleipijpen. De rest stamt uit het Neolithicum, de periode waarin dit hunebed in gebruik was. Van het vuursteen zijn 111 stuks werktuigen, nl. 88 pijlpunten, 14 vuurslagen, 7 schrobbers, één gave vuurstenen bijl en 1 snede van een vuurstenen bijl.
In overleg met Natuurmonumenten werd besloten een heuvel te konstrueren die de vorm van de dekheuvel zou hebben, zoals die er uitzag vlak na de bouw van het hunebed, rond 3200 v. Chr. De nog intakte delen van de dekheuvel zouden op die manier goed beschermd zijn, want de dekheuvel was door erosie in de loop der tijden veel lager geworden dan hij oorspronkelijk was. De gerekonstrueerde heuvel is ovaal, 26 x 16 m en reikt 1 m boven het oude maaiveld. Aangezien de omgeving is uitgestoven, lijkt de heuvel echter hoger. Ter plaatse van de oorspronkelijke toegang in het midden van de zuidelijke lange zijde is een smalle gang in de heuvel uitgespaard. De flanken van de heuvel werden met plaggen bekleed, om verspoeling tegen te gaan. Het is wenselijk te zijner tijd de bomen op de heuvel en in de direkte omgeving te verwijderen. Met gras en/of heide begroeid is de heuvel een opvallend monument. Door zijn ligging in een bocht van de weg wordt hij pas op het laatste moment zichtbaar.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto van een deel van ut Pottiesbaargie gemaakt op 9 april 2013. De verminkte grafheuvel is vervuild met een betuttelbord van de Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten.

Posted in Albert Egges van Giffen, Hunnebed D52a, Landgoed Berkenheuvel, Pottiesbaargie | Leave a comment

Een groepsleider heeft mij verschrikkelijk mishandeld

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 21 februari 2020 bijgaande heftige reactie van de heer Jan …, met de jongensnaam Jan van der Meulen, over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik ben ook in kamp ‘de Eikenhorst’ geweest in de jaren 1967-1968. Ik was elf  jaar toen ik daar binnenkwam. Ik heb daar mijn twaalfde verjaardag gevierd. Toen heette ik Jan van der Meulen. Ik heb inmiddels een andere achternaam.
Ik kan mij maar weinig van die tijd herinneren, omdat ik heel veel herinneringen aan het gebeurde in die tijd heb verdrongen. En de zaken die ik mij wel herinner van kamp ‘de Eikenhorst’ zijn niet zo leuk.
Ik heb jaren met wraakgevoelens rondgelopen. Ik wilde die groepsleider opzoeken, die mij op een verschrikkelijke manier heeft mishandeld. Het enigste wat ik deed was naar het toilet gaan. Het licht ging uit, toen ik uit het toilet kwam. Hij heeft mij toen geschopt en getrapt en in elkaar geslagen en zwaar toegetakeld. En ik weet echt nog steeds niet waarom.
Ik ben naar mijn bed gestrompeld, toen ik weer een beetje bij kwam. Alles zat onder het bloed, mijn gezicht, mijn rug. Mijn benen en nek waren bond en blauw.
De volgende ochtend heel vroeg, zo rond 5 uur ben ik weggeslopen. Ik ben gaan lopen. Ik heb er twee dagen over gedaan om de 56 kilometer van ‘de Eikenhorst’ bij Geeuwenbrug naar huis in Groningen te lopen op mijn sandalen. Ik heb een nacht in het bos geslapen. Dat was in het bos van de Appelbergen, zo’n vijf kilometer van Haren, want ik was bang gevonden te worden. De volgende dag werd ik wakker in het bos, waarna ik ben begonnen aan het laatste stuk naar de stad Groningen om weer thuis te kunnen zijn. Ik was liever thuis, dan maar op mijn donder krijgen van mijn dronken stiefvader. Dat duurde maar even, want ik was nog maar net thuis of ik werd al opgehaald en teruggebracht naar het kamp.
Ik moest toen veertien dagen in de ziekenboeg van het kamp liggen, dat moest omdat ik er niet uit zag.
In het kamp waren slechts twee personen, die ik voor mijn gevoel kon vertrouwen. Slechts één groepsleider was te vertrouwen, dat was de heer Dagelet. En de kok van de keuken was te vertrouwen.
Ik weet niet waarom van mijn zware mishandeling geen aangifte is gedaan. Ik kan daar geen antwoord op geven.
Ik plaats daarvan ben ik van kamp ‘de Eikenhorst’ naar kamp ‘Ekinga’ in Appelsga overgebracht. Ook kreeg ik in kamp ‘Ekinga’ een andere naam. Mij werd bruut en zonder enige uitleg gezegd: ‘Jij heet vanaf nu Jan ….’ En dat zeiden ze tegen een kind van twaalf jaar, die net in een ander internaat aankwam. Ik stond aan de grond genageld. Mijn wereld stortte in. Dat heeft me zoveel pijn en onbeschrijfelijk verdriet gedaan.
Ik wil hierover verder niet schrijven, het verleden doet mij pijn, ik krijg daar last van.
Ik ben wel op zoek naar jongens, die zich kunnen herinneren wat toen met mij in kamp ‘de Eikenhorst’ is gebeurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie is de heer Jan …., met de jongensnaam Jan van der Meulen, bijzonder erkentelijk voor zijn verhaal. De redactie heeft hem uitdrukkelijk om zijn toestemming voor publicatie in ut Deevers Archief gevraagd en gekregen. Ook daar is de redactie hem bijzonder erkentelijk voor. 

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Hiele mooie ansichtkoate van de olde Kruusstroate

De redactie van ut Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag mooie dorpsbeelden van ut olde Deever zien. De bijgaande afgebeelde zwart-wit ansichtkaart met witte rand is in 1950 uitgegeven door het bedrijf JosPé in Arnhem. Op de achterkant van deze kaart staat niet vermeld bij wie deze kaart te koop was. Deze ansichtkaart is in 1954 door politieagent Gerrit Temmingh en familie verzonden naar kennissen in Amsterdam.
Deze ansichtkaart is pas jaren later in 1955 heruitgegeven en verkocht door Kampeercentrum Ellert en Brammert, gevestigd tussen de Deeverbrogge en de Gowe en in 1955 nog een keer
 heruitgegeven, maar nu verkocht door de Firma Albert Kuiper, die een bakkerij en levensmiddelenbedrijf an de Peperstroate in Deever had.
Jij zal toch maar het oudste exemplaar van deze ansichtkaart met dat hiele mooie olde Deeverse dorpsbeeld in jouw verzameling hebben en deze ansichtkaart in een mooi zuurvrij plastic mapje in een luxe en dure verzamelmap bewaren. Dan hoor jij pas echt bij de top !
 

Aan de rechterkant is te zien het hotel-café-restaurant Centrum van Klaas Doorten en Berendina Slagter.
Daarnaast is te zien de Esso-benzinepomp van Jan Slagter, tevens eigenaar van een rijwielzaak en een fietsen- en bromfietsenmakerij, tevens winkelier in electrische en huishoudelijke apparaten, tevens uitbater van een taxi. Bij de Esso-benzinepomp staat het autootje van dorpszuster Broer.
Daarnaast staat het oude kerkgebouw van de gereformeerde geloofsgemeente. Daarnaast is het pand te zien waarin de kruidenierswinkel van Albert Fledderus was gevestigd. De familie Albert Fledderus emigreerde in 1951 naar Canada.
Achter het pand van Albert Fledderus is de boerderij van Arend Trompetter te zien.
Aan de linkerkant is helemaal links te zien de woning van De Graaf.
In het pand daarnaast is de winkel en de drukkerij van Roelof (Roef) van Goor te zien. Op het uithangbord aan de gevel van de winkel van Roelof (Roef) van Goor zijn twee merken te lezen, te weten Talens en Gluton.
Daarnaast staat de nieuwe woning van de dominee van de gereformeerde geloofsgemeente.
Naast de pastorie staat achter de leilinden de boerderij van
timmerman Roelof Santinge, Helprig Smit en Wietske van Leeuwen woonden daar in die tijd ook een poosje. Deze boerderij is in 1952 afgebrand.
Daarnaast staat de woning van de familie Hendrik Pook.
In het pand links op de achtergrond woonde Roelof Klasen en Reinder Postma.
De redactie weet niet wie in het pand rechts op de achtergrond woonde.
Let vooral op de bestrating van veldkeitjes links en rechts van de verharding van asfalt.
De redactie ontvangt bijzonder graag aanvullingen en verbeteringen op de voorgaande tekst.

Posted in Ansichtkaart, Kruisstraat, Verdwenen object | Leave a comment

Vernietiging van ut Waarme Hart van Deever

Op 16 september 2013 verscheen in de webstee van RadioTelevisieDrenthe (www.rtvdrenthe.nl) het volgende bijzonder hoopvolle en veel verwachting scheppende bericht over de financiering van de verbouwing van Oens Dingspilhuus, ut Waarme Hart Van Deever.

DIEVER – De gemeente Westerveld stopt 1,2 miljoen euro in de verbouw van zalencentrum Dingspilhuus in Diever. Dat bleek vanavond op een bijeenkomst. Dit is bijna 4 ton meer dan de gemeente eerst wilde investeren. Het extra geld is nodig om een veilig gebouw te krijgen, zo blijkt uit een rapport van een extern bureau.
Een deel wordt afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de exploitatie van het zalencentrum niet uit kan.
Gemeente en gebruikers gaan nu kijken hoe ze die wel passend kunnen krijgen.
Het bureau stelt onder meer voor om inwoners van Diever te vragen mee te helpen bij de bouw en om er vrijwilligerswerk te verrichten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het begon in de periode 2008-2013, in die tijd van crisis en stevige krimp, zo langzamerhand op te vallen dat in door allerlei dure en chique adviesbureau’s opgestelde documentjes en rapportjes en raadgevinkjes ten behoeve van de Hoge Heren en Dames Van Het Grote Onaantastbare Dorpshuizengelijk Van De Gemeente Westenveld aan de plaatselijke dorpskrachten schaamteloos werd gevraagd veel vrijwillig en veel gratis mee te werken aan met schaars belastinggeld betaalde projecten. Waren de plaatselijke kleine bouwbedrijven het eens met de gemeentelijke suggestie om bij de verbouwing van ut Waarme Hart Van Deever gratis dorpskrachten in te zetten, terwijl de schaarse werkgelegenheid bij die bouwbedrijven onder grote druk stond ?
Het resultaat van de in 2013 voorgenomen verbouwing van Oens Dingspilhuus, ut Waarme Hart
Van Deever, is anno 2019 gevoeglijk en pijnlijk bekend bij de bevolking van Deever. De vernietiging van ut Waarme Hart Van Deever was, zoals door de Minder Hoge Heertje en Dametje Van Het Grote Onaantastbare Dorpshuizengelijk Van De Gemeente Westenveld al ver van te voren was aangekondigd, gründlich en punktlich vóór het einde van 2019 afgerond. Zie de bijgevoegde afbeeldingen van drie kleurenfoto’s, die de redactie van ut Deevers Archief op 11 december 2019 heeft gemaakt.
De Hoge Heren en Dames Van Het Grote Onaantastbare Gemeentelijke Gelijk Van De Deeverse Sociale Samenhang 
hebben met de mededogenloze vernietiging van Oens Dingspilhuus ut Waarme Hart uit het dorp Deever gerukt, een grote open wond achtergelaten en de bevolking van Deever voor een hele lange tijd harteloos opgescheept met een sporthalletje en een theaterzaaltje en iets wat op een ontmoetingsruimtetje moet lijken, die zijn aangebouwd aan het Deeverse krimpkrimp-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje uit Meppel.
Dit alles is ogenschijnlijk bedoeld om het bestuur van scholenmoloch Stad en Westereschje uit Meppel te pamperen en dat bestuur, voor zo lang het nog duurt, of voor zolang het wellicht is afgesproken,
te weerhouden zijn Deeverse krimpkrimp-filiaaltje te sluiten. Want voor het voorspellen van de toekomstige sluiting van het Westereschjefiliaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje hoef je geen hoogdoorgestudeerde bevolkingskrimpdeskundge te zijn.
En een toppunt van mededogenloos asociaal cynisme van De Hoge Heren en Dames Van Het Onaantastbare Grote Gemeentelijke Gelijk Van De Deeverse Sociale Samenhang is toch wel aan die aanbouwseltjes van het Deeverse krimpkrimp-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje
 uit Meppel de treurige verdoezelnaam ‘Hart van Diever’ te geven. Maar dan wel het Stienkolde Hart Van Deever.
En een ander toppunt van mededogenloos asociaal cynisme is het Stienkolde Hart Van Deever 
niet te laten openen door twee of drie of vier of meer echte Deeversen, maar in het bijzijn van de breed grijnzende Hoge Heren Directeuren Van Scholenmoloch Stad en Westerseschje te laten openen door twee personen uut Dwingel, twee volslagen frömd’n, nooit van hen gehoord.
Het Stienkolde Hart Van Deever zal nooit de vervanger van ut Waarme Hart van Deever worden.

Posted in Diever, Dingspilhuus, Dorpskracht, Gemeentebestuur, Krimpsignaal, Verdwenen object | Leave a comment

Boerderijtje van Hendrik Nijboer brandt in 1939 af

In het Nieuwblad van Friesland (Hepkema’s courant) verscheen op 1 mei 1939 het navolgende bericht over de brand in het boerderijtje van Hendrik Nijboer an de Wittelterweg in Oldendeever..

Brand te Oldendiever.
Diever, 28 april. Hedenmiddag ongeveer half vijf ontstond brand in het boerderijtje van Hendrik Nijboer te Oldendiever. Het vuur greep zoo snel om zich heen, dat de bewoners zich overhaast in veiligheid moesten stellen.
Het op stal aanwezige vee wist men naar buiten te krijgen, doch overigens werd alles een prooi der vlammen.
De brand is vermoedelijk in of nabij den schoorsteen ontstaan.
Huis en inboedel waren verzekerd.
Even bestond er nog gevaar voor het in brand geraken van de arbeiderswoning van Cornelis Hunneman, doch doordat het flink regende, bleef dit huis gespaard.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de plek van het boerderijtje an de Wittelterweg in Oldendeever werd een grotere boerderij gebouwd. In deze boerderij is nu een leliekweker gevestigd. De arbeiderswoning (het was een hut) van Cornelis Hunneman bestaat al lang niet meer.

Reactie van Henk Nijboer, versie van 2015-03-30
Mooi stukkie, daar ben ik hartstikke blij mee.
Volgens mijn familie is de brand ontdekt door Hendrik Mulder uut 
Deever, die op zijn land aan het werk was bee de Liendert. Mijn vader vertelde altijd dat als een wagen met hooi op de deel stond, dan stond het paard op de Wittelterweg. Zo dicht stond het boerderijtje op de weg. Zou van dit boerderijtje nog ergens of bij iemand een foto bewaard zijn gebleven ? Wie het weet, die mag dit natuurlijk melden.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Boerderij, Keuterij, Oldendiever | Leave a comment

De dreejbrogge an de Gowe in 1938 en in 1945

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst over de olde dreejbrogge an de Gowe bij afbeelding 78 van een in ± 1938 gelopen zwart-wit ansichtkaart opgenomen.

78 – Geeuwenbrug – Draaibrug – ± 1938
De oude brug is omstreeks 1885 vervangen door de hier zichtbare ijzeren draaibrug. In die tijd konden schepen van Assen tot de Geeuwenbrug aan weerskanten van de vaart worden gejaagd of getrokken. Zo konden de schippers de tollen 4, 5, 6, 7 en 10 in de rijksweg ontduiken.
Het jagen en het trekken langs de stuwdijk was niet alleen ongewenst wegens het vertrappen van de aarden wal, maar ook vanwege het overbrengen van de lijnen bij de bruggen. Die hadden bijna allen hun draaipunt en hun spanwerken aan de stille kant van de vaart, zoals ook bij de Geeuwenbrug is te zien.
Een strakgetrokken lijn kon de spanstangen beschadigen. Voor het tegengaan van het gebruik van de stuwdijk waren op de spanstangen van de Smildiger bruggen tevergeefs mesvormige ijzers voor het beschadigen en doorsnijden van de lijnen aangebracht.
Bij gejaagde of getrokken schepen klom de jager of de trekker op de openstaande brug om de lijn over of langs de hoofdstijlen te kunnen gooien. Door het gesjor aan de lijn en het geloop op de brug begon deze te duiken en te schommelen. Daar had de draaispil nogal van te lijden. Bovendien kon de bewegende brug in aanraking komen met het passerende schip. Een en ander werd vermeden door een verbod op het jagen en trekken van schepen op de stille kant van de hoofdvaart. Op de stuwdijk tussen de Oude Dieverbrug en de Eerste Uffelterbrug werd omstreeks 1885 ook wel eens gejaagd en getrokken om zo tolgeld te ontduiken. Dit was afgelopen toen de vroegere sluiswachter van de Witteltersluis het jagen en trekken over zijn land niet langer toestond.
De draaibrug werd aan het eind van de oorlog opgeblazen door de Duitsers en na de oorlog vervangen door een ophaalbrug.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief neemt het de maker van het fotoboekje ‘Diever, ie bin ’t wel …’ toch wel een beetje kwalijk dat hij het bouwjaar van de nieuwe draaibrug an de Gowe niet helemaal goed heeft onderzocht. Omstreeks 1885 blijkt 1872 te zijn. Zie de bijgevoegde advertentie van het resultaat van de aanbesteding van de nieuwe draaibrug, die verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 28 december 1871.
Op de afbeelding van de wit omrande zwart-wit ansichtkaart is aan de linkerkant van de voat (de Drentse Hoofdvaart) de riekseweg in de gemiente Deever te zien. De huizen aan de rechterkant staan in de gemiente Dwingel. Aan de rechterkant van de afbeelding van de wit omrande zwart-wit ansichtkaart is nog net een deel van het brugwachtershuisje bij de draaibrug te zien.
Op de afbeelding van de zwart-wit foto is de in 1945 aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door de terugtrekkende Duitse bezetter flink vernielde dreejbrogge an de Gowe te zien. De boerdereeje mit pothokke aan de linkerkant van de zwart-wit foto staat in de gemiente Dwingel en heeft als adres Het Lot 1. Ook op deze foto is het brugwachtershuisje bij de draaibrug te zien. Deze zwart-wit foto is aanwezig in het Drentsch Archief in de Collectie Dwingels Eigen en is geregistreerd onder fotonummer DH0441113001.
De redactie zal te gelegener tijd, en zeker niet in geschwinde spoed en zeker ook niet in gestrekte draf, enige kleurenfoto’s van de huidige situatie ter plekke bij dit bericht opnemen.

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Geeuwenbrug, Greinse, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Vukaansiecentrum Ellert en Brammert an de Brogge

Deze ansichtkaart werd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht in vakantiecentrum Ellert en Brammert. Het kantoor van het vakantiecentrum is op de achtergrond van de ansichkaart te zien. Het gebouw aan de rechterkant is de kantine.
De ingang naar het vakantiecentrum was bij het huis met de naam ‘de Wildschut’ aan de rijksweg langs de Drentse Hoofdvaart tussen de Deeverbrogge en de Gowe.
Heel veel ansichtkaarten uut de gemiente Deever hebben het vakantiecentrum Ellert en Brammert als onderwerp. Deze zeker meer dan tachtig verschillende ansichtkaarten zijn niet zo zeldzaam, maar de grote kunst is wel van al die ansichtkaarten een mooi en gaaf gelopen en en een mooi en gaaf ongelopen exemplaar van de oudste uitgave in de verzameling te krijgen. Ech wè.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Ellert en Brammert, Toeristenindustrie | Leave a comment

Sölfklever van ammeteurzender Eenzame Jager

De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar ut vrogger van amateurzender Eenzame Jager vanaf de locatie Studio Deever.
Had de amateurzender ook andere lokaties ?
Bestaat de amateurzender nog ?
In welke periode was de amateurzender in gebruik ?
Wie was de eigenaar zenderamateur (etherpiraat ?) ?
De eigenaar zenderamateur (etherpiraat ?) van amateurzender Eenzame Jager heeft in elk geval wel een tijdje aan de weg getimmerd en geplakt met een mooie zwarte zelfklever met gele tekst en tekening.
Een zelfklever wordt ook wel met het rare woord plaksticker aangeduid.
Wanneer is deze sölfklever bemaakt ?
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie op het spoor zetten van de zenderamateur (etherpiraat ?) van deze amateurzender ? Was het un Deeverse ?

Posted in Cultuur, Etherpiraat | Leave a comment

Eetzaal in ut jongenskamp De Eikenhorst an de Gowe

De redactie van ut Deevers Archief wil uiteraard de afbeelding van mooie zwart-wit ansichtkaarten graag tonen aan de trouwe bezoekers van de webstee Deevers Archief. In dit geval in het bijzonder het tonen aan voormalige bewoners van het jongenskamp De Eikenhorst an de Gowe.
De afbeelding betreft die van een ansichtkaart van de eetzaal in het kamp De Eikenhorst. De kaart is in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven. Voormalige bewoners van het kamp worden vooral verzocht een en ander te vertellen over het reilen en zeilen in de eetzaal van het jongenskamp.

Posted in Ansichtkaart, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Foto’s jongenskamp De Eikenhorst uit 1961-1963

De redactie van ut Deevers Archief kreeg op 25 december 2019 van de toen 80-jarige heer Pieter Verdonk de melding dat hij een serie van 24 foto’s, die hij gemaakt heeft in zijn tijd als groepsleider in het V.B.S.-jongenskamp ‘de Eikenhorst’ (V.B.S. staat voor Vorming Buiten Schoolverband) an de Gowe (aan de Geeuwenbrug), geschikt had gemaakt voor publicatie op het internet.
De redactie verzocht hem toestemming te geven voor het publiceren van deze serie van 24 foto’s in ut Deevers Archief. Die toestemming gaf hij en de redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
De redactie vermeldt uitdrukkelijk dat alle rechten op de serie van 24 foto’s bij de heer Pieter Verdonk blijven berusten (© Pieter Verdonk).
De heer Pieter Verdonk stuurde ook een reactie naar ut Deevers Archief toe hij 75-jaar was. Hij stuurde ook de tekst van het kamplied naar ut Deevers Archief.
Jongens – aan het begin van 2020 mannen van bijna 70 jaar en ouder – die de foto’s hebben bekeken en zichzelf of medebewoners herkennen, worden uitdrukkelijk verzocht te reageren. De redactie neemt hun verhalen graag op in ut Deevers Archief.

Foto’s 1, 2 en 3
Kerstmis 1961. In de eetzaal, die omgetoverd was tot toneelzaal, werd een kerstuitvoering gehouden. Natuurlijk geruime tijd voor 25 en 26 december, want met kerstmis gingen alle jongens (van 10 tot 14 jaar) naar huis. De Eikenhorst was een internaat waar de kinderen op vrijwillige basis geplaatst werden.

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto’s 4, 5 en 6
In de groepen werd kerstmis natuurlijk ook gevierd. Het kerstverhaal werd voorgelezen, er was een broodmaaltijd (anders werd er altijd in de eetzaal gegeten). Per groep was er ook een kerstboompje. Met echte kaarsjes, want electrische kerstverlichting was een luxe, die nog maar enkelen hadden.

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Foto’s 7, 8 en 9
Het bos was natuurlijk een ideaal speelterrein. Ruimte was er meer dan genoeg, van Geeuwenbrug tot aan het landgoed Berkenheuvel bij Diever.

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto’s 10, 11 en 12
Vanaf het kampterrein was het maar een paar minuten lopen en je was in het bos. Er kon heerlijk gespeeld worden, vooral als er sneeuw lag… De jongens hebben hier bijna allemaal een overalletje aan. Of het verplicht was een overall te dragen als we naar het bos gingen, weet ik niet meer.

Foto 10

Foto 11

Foto 12

Foto’s 13 en 14
Het groepsverblijf was de huiskamer van de groep. Hier zijn we in de groep Transvaal. De vier groepsbarakken heetten Klondike, Perú, Transvaal en Alaska, landen waarin goud werd gevonden. In het kamp betekenden die namen, dat naar “het goud van de vriendschap” gezocht werd.

Foto 13

Foto 14

Foto 15
Deze foto geeft een kijkje in de slaapzaal van Transvaal. In zo’n zaal stonden 16 bedden. Naast de bedden staan de kastjes, waar de jongens hun eigendommen in konden opbergen.

Foto’s 16 en17
Sinterklaas was ook een van de feesten, die terdege werd gevierd. De jongens kregen ieder een handvol centen. De staf richtte in de eetzaal een soort markt met allerlei stands in. Voor een cent konden de jongens bij elke stand iets kopen, muziek laten spelen enzovoort. Op foto 16: links, lange man: “commandant” (directeur) R. Sanderman. Naast hem, met bril, magazijnmeester De Vries.

Foto 16

Foto 17

Foto 18
Op deze foto staan kampmonteur Harm Winter en zijn vrouw.

Foto’s 19 en 20
Ook in de eetzaal (multifunctionele ruimte) werden soms voorstellingen door artiesten gehouden. Foto 19 en foto 20 tonen het optreden van de Spaanse danser Frans Rafall met zijn pianist.

Foto 19

Foto 20

Foto 21
Op deze foto is te zien het sportveld van het kamp, met op de achtergrond de kinderboerderij met de naam ‘Bertus Frens Hoeve’.

Foto 22
Er waren dieren in het kamp, waar de jongens zelf voor konden zorgen. Er was een compleet marmottendorp. Op deze foto zien we het dierenverblijf van de groep Alaska of Transvaal, dat weet ik niet meer. Daar konden de jongens bezig zijn met hun eigen dieren.

Foto 23
Elke week moest een brief naar huis worden geschreven, waarin de gebeurtenissen
van de laatste tijd werden verteld.

Foto 24
Tenslotte, om niet te vergeten de kinderboerderij, waar de eigen pony Caesar in de buurt rondliep. In de kinderboerderij was een grote schouw, waarin je ’s avonds een prachtig open vuur kon aanleggen. En dan zingen… en verhalen vertellen…

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Sölfklever van ammeteurzender Zeemeermin

De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar ut vrogger van amateurzender Zeemeermin op de lokatie Deever.
Had de amateurzender ook andere lokaties ?
Bestaat de amateurzender nog ?
In welke periode was de amateurzender in gebruik ?
De eigenaar zenderamateur (etherpiraat ?) van amateurzender Zeemeermin heeft in elk geval wel een tijdje aan de weg getimmerd en geplakt met een mooie gele zelfklever met zwarte tekst en tekening.
Een zelfklever wordt ook wel met het rare woord plaksticker aangeduid.
Wanneer is deze sölfklever bemaakt ?
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie op het spoor zetten van de zenderamateur (etherpiraat ?) van deze amateurzender ? Was het un Deeverse ?
.

Posted in Cultuur, Etherpiraat | Leave a comment

Afscheid van burgemeester Hendrik Gerard van Os

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst over het aanbieden van de Van Osbank aan burgemeester Hendrik Gerard van Os bij zijn afscheid in 1939 opgenomen bij een afbeelding van deze gebeurtenis uit een tijdschrift.

81 – Diever – Afscheid van burgemeester Van Os – 16 november 1939
Het geïllustreerde christelijke gezinsweekblad De Spiegel besteedde aandacht aan het afscheid van burgemeester Van Os:
Een plechtigheid vol ernst en hartelijkheid had Woensdag 15 november te Diever plaats, toen burgemeester H.G. van Os afscheid nam van deze gemeente, waaraan hij zijn beste krachten had gewijd en oprecht dank en waardeering heeft geoogst.
Het mooie oude Schultehuis was de plaats van deze plechtigheid. De scheidende burgemeester hield bij al het moderne ook de folkloristische traditie in eere, met name het Palmpaaschfeest voor de jeugd. Het was daarom een zeer aardig en toepasselijk idee om door de schoolkinderen een fraaie foto van dat feest aan te laten bieden.
Den Donderdag daarop bood de burgerij een monumentale bank aan, die de tijden kan tarten. De overdracht had plaats, waar de oude en nieuwe weg naar Wapse samenkomen. Uit alle buurtschappen der gemeente zijn de keien voor deze bank aangevoerd, zoodat zij een symbool is geworden van een groote gemeenschappelijke dankbaarheid. Ondanks het slechte weer was er een groot publiek aanwezig, waaronder ook de schooljeugd.
Reeds op 18 November had de blijde intocht en installatie plaats van zijn ambtsopvolger, den heer Meyboom. Met vertrouwen is ieder hem tegemoet getreden, zoodat met gerustheid voorspeld kan worden, dat op de 40-jarige ambtsperiode van den scheidenden burgemeester in het belang van Diever nu door een jongere kracht zal worden voortgebouwd. De kennismaking was wederkeerig hartelijk en vol vertrouwen, eigenschappen die in deze zware tijden wel extra nodig zijn.
Bij de hier weergegeven foto uit een ander tijdschrift stond:
Bewoners van alle gehuchten in de gemeente Diever brachten in het hoofddorp een groot aantal keien bijeen, waarvan een monumentale bank werd gebouwd, zulks als een hulde aan den heer H.G. van Os, die na een 40-jarige ambtsperiode afscheid nam als burgemeester der gemeente. De heer van Os spreekt een woord van dank.
Rechts achter burgemeester Hendrik Gerard van Os en zijn vrouw is de dan juist onthulde Van Os Bank te zichtbaar. Op de voorgrond zijn enkele leden van het muziekcorps Advendo te zien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen in welk tijdschrift de hier afgebeelde foto heeft gestaan.
De redactie is nog niet in het bezit van een digitale kopie van het genoemde artikel in het geïllustreerde christelijke gezinsweekblad De Spiegel.
De redactie heeft in ut Deevers Archief uitputtend aandacht besteed aan burgemeester Hendrik Gerard van Os en aan de Van Osbank en verwijst de trouwe bezoeker naar de betreffende berichten in ut Deevers Archief, klik bijvoorbeeld in het rechter deel van het scherm of aan het einde van dit bericht op de categorie Burgemeester van Osbank.

Posted in Burgemeester Van Osbank | Leave a comment

Bidprentje van Johanna Josephina Maria Verwer

Een bidprentje is een gedachtenisprentje van een overledene met aan de voorzijde een foto of een religieuze afbeelding en aan de achterkant een In Memoriam met persoonsgegevens en eventueel een kort gebed of bijbeltekst. Het bidprentje van Johanna Josephine Maria Verwer voldoet aan de omschrijving van een bidprentje.

Johanna Josephina Maria Verwer werd geboren op 29 september 1879 te Leeuwarden, zij overleed op 11 februari 1942 in Overveen. Zij was een dochter van mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Johanna Josephina Maria Verwer zal langere tijd in villa Castra Vetera (ut Kastiel) op Zorgvlied hebben gewoond. Ze zal ook op Wateren naar de lagere school zijn geweest ?
Huwelijksakte nummer 15 van 15 juli 1908 in de Burgerlijke Stand van de gemiente Deever luidt als volgt:
Bruidegom: Theodorus van Sonsbeeck, geboren te Zwolle; oud: 37 jaren; beroep: burgemeester, zoon van Epimachus Jacobus Ignatius van Sonsbeeck en Sophia Susanna Caroline Helmich.
Bruid: Johanna Josephina Maria Verwer, geboren te Leeuwarden; oud: 28 jaren; beroep: zonder, dochter van Lodewijk Guillaume Verwer, beroep: advocaat, en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, beroep: zonder.
Theodorus van Sonsbeeck was van 1901 tot 1912 burgemeester van de gemeente Weerselo.
In het dagblad De Tijd verscheen op 13 februari 1942 een advertentie van het overlijden van Johanna Josephina Maria Verwer, die op 11 februari 1942 in huize Duinrust in Overveen overleed. Huize Duinrust was gebouwd als rusthuis voor welgestelde ouden van dagen. Dat zij in 1942 in huize Duinrust overleed is enigszins merkwaardig te noemen, omdat tussen mei 1940 en mei 1945 de Duitse Kriegsmarine in huize Duinrust was gevestigd. Of was de Duitse bezetter slechts bezetter van een deel of vleugel of verdieping van huize Duinrust ?

Posted in Bidprentje, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Een en ander behoort tot de historie van Deever ??

In het blaadje ‘Avondzon’ van de sectie Diever van de Stichting Welzijn Ouderen verscheen in april 1977 in nummer 4 van jaargang 5 het artikeltje ‘Diever’s mooiste’.

Diever’s mooiste
Wanneer we familie of vrienden van elders op visite krijgen, dan gaan we, als het goed is, reeds van te voren overleggen, op welke wijze we ze eens de mooiste punten van ons woongebied zullen laten zien. Alleen als er iets niet helemaal pluis is, zoals achter het ijzeren gordijn, waar dingen zijn die het daglicht niet kunnen verdragen, hebben we daar moeite mee.
Zulks is niet het geval met ons geliefd Diever. Mocht daar al eens iets zijn, dat minder fraai is, dan verbergen we dat niet, maar tonen dat openlijk, aan ieder die ons met een bezoek wil vereren.
Dan stellen we ons voor, de excursie te beginnen, daar waar we het gewoonlijk doen, bij, of tegenover de eendenvijver.
De daar ontstane ruimte, keurig en smaakvol van bestrating voorzien, met nog wat gelegenheid om te rusten, voor de wat ouderen, stellen we onze bezoekers voor, als een erfenis van onze vorige burgemeester. Voorwaar een nalatenschap, die de investering is waard gebleken.
Maar dan komt de grote schrik: Er is een bezoeker bij, die wat vrij rondkijkt en maling heeft aan onze explicatie. Hij ontdekt daar de wanstaltige overblijfselen, waar de familie Keizer eens woonde, en wilde daar ook wel eens van weten of dat soms Diever’s mooiste was.
U begrijpt, dat wij daardoor lelijk in verlegenheid kwamen. Heel wat woorden hadden we nodig om uit de doeken te doen, waarom een dergelijke puinhoop op oudejaarsnacht door de jeugd niet was opgeruimd.
Zo goed en zo kwaad als ons dat mogelijk was, hebben we geprobeerd, uiteen te zetten, dat onze vroegere burgervader, breed geschouderd als hij was, zich daar steeds als een hinderpaal heeft vóór gezet, maar dat we nu, met veel minder breed geschouderde, hoopten, spoedig van dit monsterlijke dorpsbeeld te worden verlost.
Het is een van buiten komende bezoeker niet goed duidelijk te maken, waarom met het fatsoeneren van deze plek, in ons mooie dorp, alsmaar wordt gewacht, terwijl het een ergernis voor de wandelaar is.
De handige bezoeker veronderstelde, dat onze burgemeester mogelijk nooit deze kant uitkomt, iets dat wijzelf voor onmogelijk hielden.
Het ware te wensen, dat nog vóór het komende seizoen, dit obstakel verwijderd gaat worden, anders kunnen we reclame ‘Ga liever naar Diever’ voorlopig wel in de ijskast bergen.
Mocht een en ander naar onze wens, vóór het verschijnen van ‘Avondzon’ zijn uitgevoerd, dan kan deze bijdragen toch nog als bladvulling dienen.
Een en ander behoort tot de historie van Diever.
Een wandelaar

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Een en ander behoort tot de historie van Deever ? De redactie denkt van niet en denkt volledig het tegendeel.
De redactie denkt dat het stukje tekst gewoon uit de dikke duim of de dikke pijp gezogen is.
Excursies beginnen natuurlijk niet bij de eendenvijver (een voormalige braandkoele) an de Kruusstroate (wie wil er nu naar eenden koekeloeren ?), maar op de brink van Deever, die ooit vol stond met erfgoed.
Wie zou toch die schrijver met de uiterst merkwaardige schuilnaam ‘Een wandelaar’ kunnen zijn ? Zou het een zwalkend rechts conservatief liberaal lid van de zogenaamde ‘dikke boerenstand’ uut Deever kunnen zijn geweest; een agrarisch toptalent, die zich in 1977 dood ergerde aan het bouwvallige arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer naast transportbedrijf De Graaf an de Kruusstroate in Deever ?
Schreef hij dit stukje tekst om een slijmerig wit voetje bij burgemeester Hermen Overweg te halen ?
Het is bepaald geen positief stukje tekst ter bevordering van het welzijn van de Deeverse ouden van dagen, die vast en zeker de familie Albert Keizer goed hebben gekend.
De schrijver ‘Een wandelaar’ vindt dat de Deeverse jeugd het bouwvallige keuterijtje in de oudejaarsnacht had moeten opruimen. Dit getuigd van een totale minachting van de Deeverse jeugd en de Deeverse oudejaarstraditie. De jeugd sleepte vroeger op oudejaarsavond alles wat los en vast zat naar de brink van Deever, maar vernielde niet. Wellicht dat de jeugd elders, bijvoorbeeld op Neejevene of op Koldervene, om een paar volstrekt willekeurige plaatsen te noemen, dit vroeger wel deed, maar de redactie denkt toch van niet.
De schrijver ‘Een wandelaar’ geeft de schuld van de voortdurende aanwezigheid van het bouwvallige arbeiderskeuterijtje naast transportbedrijf De Graaf an de Kruustroate aan 
de breedgeschouderde (??) burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), echter ome Kees en de zijnen hadden bewezen ware kampioenen in het afbreken van Deevers aarfgoed te zijn. Aan ome Kees kan het niet hebben gelegen.
Tijdens het bewind van burgemeester Hermen Overweg werd het arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer alsnog afgebroken en werd een eindje verder richting ’s Kasteel (Kasteel 2) als schrale troost een soort van nieuw nepkeuterijtje nagebouwd. En weer was een fraai Deevers erfgoedpand verdwenen.
De twee kleurenfoto’s van het huisje van de familie Albert Keizer zijn gemaakt door wijlen Henk van de Bos.
Op de tweede foto zijn te zien Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg) en Koendert Tissingh (geboren op 11 maart 1906, overleden op 20 mei 1983 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg).

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Diever, Keuterij, Kruisstraat, Verdwenen object | Leave a comment

Ansichtkoate van ut monement op Baark’nheuvel

Van het monument op het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom hebben Deeverse middenstanders verschillende foto’s op prentbriefkaarten uitgebracht, zo ook de bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1936..
Het monument is in 1925 geplaatst ter gelegenheid van de voleindiging van de ontwikkeling van het landgoed. Op de foto is mooi de oorspronkelijke omgeving van het monument te zien. De bos rododendrons bij het monument is niet goed te zien, maar oogt nog klein.
Op een van de zijkanten van het gedenkteken staat een voor de gelegenheid aangepast deel uit een strofe van het gedicht ‘Aan een heereboer’ van Petrus Augustus de Génestet (1829-1861):
Daar rijz’, uit stuivend zand en ledige aard, een lachend paradijs.
De originele tekst staat in het elfde couplet van het gedicht Aan een heereboer en luidt als volgt:
Daar, o Verhoorder ! rijz’, Uit stuivend zand en ledige aard, Een lachend Paradijs !

Posted in Ansichtkaart, Landgoed Berkenheuvel, Monument Berkenheuvel | Leave a comment

U.L.O.-skoele in Deever officieel eupend

In de Heerenveense Koerier van dinsdag 26 juni 1951 verscheen het navolgende bericht over de officiële opening van de uitbreiding van de U.L.O.-school an de Tusschendarp in Deever.

De in 1947 gebouwde hulpschool voor openbaar U.L.O.-onderwijs te Diever, die kort geleden werd uitgebreid met 2 lokalen en daardoor werd herschapen in een zeer moderne onderwijsinrichting, werd Zaterdagmiddag officieel geopend door de commissaris der koningin in de provincie Drente, baron de Vos van Steenwijk, in tegenwoordigheid van het gemeentebestuur, het personeel, alle leerlingen, de ouders der leerlingen en vele oud-leerlingen.
In de openingsrede wees burgemeester Meiboom er op, dat deze U.L.O.-school niet alleen voor Diever bestemd is, maar ook leerlingen aantrekt uit Dwingelo, Vledder, Havelte en andere plaatsen uit de wijde omgeving.
De commissaris der koningin begon zijn toespraak met de woorden: ‘Diever kan heel wat’, Dit heeft men vrijdagavond in het openluchttheater bewezen en nu bij de totstandkoming van deze school heeft men er opnieuw een bewijs van. Aan het slot van zijn rede wekte de commissaris de ouders op hun kinderen deze school te laten bezoeken en wenste het hoofd en het personeel der school veel succes bij de uitoefening van hun moeilijke maar mooie taak. Na een woord tot de jeugd om Diever helpen hoog te houden, verklaarde de commissaris de school voor geopend.
De inspecteur van het lager onderwijs in de inspectie Meppel, de heer Venema, bracht vervolgens dank aan het gemeentebestuur voor de voortvarendheid waarmee te werk was gegaan en verklaarde, dat de gemeente met een gerust hart de verantwoordelijkheid voor en juist gebruik van de pas voltooide school aan het personeel kon overdragen.
Verder werd nog het woord gevoerd door de heer R. Pit van Leggelo, die namens de oudercommissie een enveloppe met inhoud aanbood, wethouder Bijker van Dwingelo, de heer Nijrees, die namens het personeel een enveloppe met inhoud aanbood, de leerling Jan Berends, die namens zijn mede-leerlingen een draaitafel voor grammofoonplaten offreerde, de heer Andreae, hoofd van de openbare lagere school, en de heer Zijlstra, hoofd van de nieuwe school.
Na deze officiële bijeenkomst ontsloot de commissaris der koningin de deur van het gebouw, waarna de keurig en modern ingerichte school werd bezichtigd.
Tot slot speelden de leerlingen op het gemeentelijk sportterrein een voetbalwedstrijd tegen hun ouders. De oude lieden werden na een sportief gevecht, waarvan de leiding bij de heer Nijrees in goede handen was, door hun kroost met een 4-1 nederlaag, met gebogen hoofden en stijve benen naar huis gezonden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze twee zwart-wit foto’s van de oude U.L.O.-school an de Tusschendarp in Deever gemaakt op 11 november 1999, kort voor de millennium-wisseling.
Leerlingen van deze school, waar uitgebreid lager onderwijs werd gegeven, worden uitgenodigd verhalen en foto’s over de tijd dat zij les kregen in het hier zichtbare klaslokalen in te sturen. Publicatie in ut Deevers Archief zal dan zeker volgen.
De redactie van ut Deevers Archief is ook op zoek naar foto’s van deze school en van klassefoto’s.   

Abracadabra-391Abracadabra-392Abracadabra-319

Posted in Tusschendarp, U.L.O.-school, Verdwenen object | Leave a comment

Bidprentje van Bernardus Johannes Nibbelke

Een bidprentje is een gedachtenisprentje van een overledene met aan de voorzijde een foto of een religieuze afbeelding en aan de achterkant een In Memoriam met persoonsgegevens en eventueel een kort gebed of bijbeltekst. Het bidprentje van Bernardus Johannes Nibbelke voldoet aan de omschrijving van een bidprentje.

Bernardus Johannes Nibbelke werd geboren op maandag 22 november 1858 in Veendam, zoon van scheepsbouwer Johannes Jans Nibbelke en Jantje Hindriks Koenen. Hij overleed op 28 september 1930 op Zorgvlied. Bernardus Johannes Nibbelke was hoofdconducteur bij de Staats Spoorwegen. Hij ligt op Zorgvlied begraven op de Rooms Katholieke kerkhof. Hij trouwde op zondag 20 november 1887 met Gesina Maria Bernards, dochter van rijksambtenaar Arnoldus Jozef Bernards en Geertruida Elizabeth van de Horst. Zij overleed op vrijdag 11 maart 1955 op 93-jarige leeftijd op Zorgvlied.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in publiek toegankelijke archieven niet kunnen vinden of het echtpaar kinderen had. Waarschijnlijk niet. De redactie zou graag willen weten wanneer, waarom en waar het echtpaar op Zorgvlied ging wonen.

 

Posted in Bidprentje, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Rooms Katholieke kerkhof, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkoate van ut speulturrein in Ellert en Brammert

Van recreatiecentrum Ellert en Brammert is een groot aantal ansichtkaarten bekend. De redactie van ut Deevers Archief houdt een catalogus van alle bekende ansichtkoat’n uut de gemiente Deever bij. De redactie heeft in deze catalogus ook meer dan zeventig ansichtkaarten van het recreatiecentrum Ellert en Brammert geregistreerd.
Dit goedkope betaalbare recreatiecentrum lag an de Riekseweg tussen de Deeverbrogge en de Gowe met de ingang bij het huis met de naam de Wildschut. Na de sloop van de bebouwing is op het terrein het dure vakantiepark Landgoed ’t Wildryck gebouwd.
Van het klassiek ingerichte speelterrein in het recreatiecentrum Ellert en Brammert is ook een aantal ansichtkaarten bekend, onder meer de hier afgebeelde. Wellicht is het de mooiste en de oudste zwart-wit ansichtkaart van dit recreatiecentrum.
Jij kan deze zeldzame kaart toch maar beter wel in een mooi opbergmapje van zuurvrij plastic in een mooie viergats ordner in jouw eigen vursaemeling van ansichtkoat’n uut de gemiente Deever hebben; ech wè !
Op de afbeelding zijn te zien een paar tolters (schommels), wat zitplanken, een verhard volleybalveldje, een lange loopplank, een wupwap (wipwap), een draaidingetje en saand, veul saand, heel veul saand. Wat willen kinderen nou nog meer !?
Deze ansichtkaart is in 1956 uitgegeven door N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Bedrijf, Ellert en Brammert, Toeristenindustrie, Verdwenen object | Leave a comment

See hept de Van Osbaank wièr vusleept

De afdeling communicatie van de gemeente Westenveld publiceerde op de webstee van deze gemeente op 8 oktober 2019 het volgende persberichtje over de overbodige en redenloze versleping van de geschiedkundige Burgemeester Van Osbank van zijn tweede standplaats naar zijn derde standplaats.

Persbericht Historische Van Osbank verplaatst
8 oktober 2019
Op vrijdag 4 oktober 2019 is de verplaatsing van de bijna tachtig jaar oude Van Osbank in gang gezet. De bank stond aan de Hoofdstraat ter hoogte van het gemeentehuis, tegenover de bushalte.
Op dinsdag 8 oktober 2019 is de bank op de hoek Kasteel – Ten Darperweg geplaatst. De bank is verplaatst omdat deze op de nieuwe plek beter zichtbaar is. Daardoor komt de bank beter tot zijn recht en heeft ook meer functie dan op de oude plek.
Het was de tweede keer dat deze bank een verplaatsing heeft doorgemaakt. De eerste keer gebeurde dat toen de aansluiting van de Hoofdstraat op de Ten Darperweg haaks is gemaakt.

De Van Osbank
De Van Osbank is opgemetseld van veldkeien ter gelegenheid en herinnering aan het afscheid van burgemeester H.G. van Os, die van 1900 tot 1939 burgemeester van de gemeente Diever was. De bank was gelegen buiten de bebouwde kom op de plaats waar in die tijd de Hoofdstraat aansloot op de Ten Darperweg. De Hoofdstraat liep toen nog rechtdoor en sloot schuin aan op de Ten Darperweg.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Persberichtjes worden met een zekere bedoeling gepubliceerd en zijn bedoeld om geheel of deels overgenomen te worden. De redactie heeft het persberichtje wel in zijn geheel overgenomen, maar vindt het berichtje bepaald niet het beste in zijn soort.
De Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Communicatiegelijk Van De Gemeente Westenveld voeren in het persberichtje als eerste reden aan dat de bank is versleept, omdat deze op de nieuwe plek beter zichtbaar is. Niets is natuurlijk minder waar. Op de nieuwe derde plaats op het paardenmarktterrein is de bank tussen de ekkelboo’m veel minder zichtbaar. Voor gebruikers van de drukke doorgaande vroemvroembroembroemlawaaiklinkerweg, bestaande uit het Moleneinde, een deel van de Hoofdstraat en de Kruisstraat, door Deever, die de verbinding vormt tussen de provinciale weg N855 ten oosten van Deever en de provinciale weg N855 ten westen van Deever zal de bank zeker in het geheel niet opvallen.
Op zijn tweede plaats aan het einde van de Heufdstroate in Deever was deze grote berg veldkeien van alle kanten uiterst zichtbaar.
De Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Communicatiegelijk Van De Gemeente Westenveld voeren in het persberichtje als tweede reden aan dat de bank op zijn nieuwe plek meer functie heeft dan op zijn oude plek. Niets is natuurlijk minder waar. Deze bank heeft onafhankelijk van zijn plek gewoon zitruimte bieden als enige functie.
De redactie van ut Deevers Archief trekt dus resoluut en zonder enige slagen om de arm de definitieve conclusie dat de Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld de Burgemeester Van Osbank zonder vermelding van enige geldige reden van zijn tweede standplaats naar zijn derde standplaats hebben doen verslepen.
Het persberichtje mag dan wel een redenloos persberichtje voor de dorpsbühne zijn, maar wat is de reden van dit redenloze persberichtje ? Welke echte reden is niet in het berichtje genoemd ? Welke echte reden is verdoezeld ?
De redactie van ut Deevers Archief stelt wel vast dat de Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld de grote berg veldkeien met de naam Burgemeester Van Osbank welhaast heel precies, welhaast tot op de millimeter nauwkeurig, op de plek hebben doen plaatsen, waar tot 1 juli 2019 zesentwintig jaren lang de snackwagen van Gerrie Jissink stond. Toevallig ? Bestaat toeval ? Een Freudiaanse versleping ? Een Freudiaanse vergissing ? Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie van ut Deevers Archief heeft gemaakt op woensdag 11 december 2019.
Lees vooral ook aandachtig het bericht op de webstee van R.T.V.-Drenthe. Lees vooral ook aandachtig het bericht Ut is wè elokt, die hook is now leeg.
De grote berg veldkeien met de naam Burgemeester Van Osbank is het zoveelste voorwerp dat absoluut niet thuis hoort op het goede oude oorspronkelijk te houden paardenmarkterrein, dat in het kader van het overbodige zo genoemde project Diever op Drift is verworden tot een verhollandiseerd en vershakespearificeerd
paardenmarktterreinbrinkwandelpark.
De redactie van ut Deevers Archief is ten zeerste van mening dat de Minder Hoge Heertjes En Dametjes Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld de grote berg veldkeien met de naam Burgemeester Van Osbank, in plaats van naar zijn derde standplaats, veel beter terug had kunnen laten verslepen naar zijn eerste en oorspronkelijke en uiterst zichtbare standplaats, die plaats is nog steeds ongeveer aanwezig. Zie de bijgevoegde kleurenfoto, die de redactie op woensdag 11 december 2019 speciaal voor de gelegenheid heeft
 gemaakt.
De redactie van ut Deevers Archief is van mening dat de grote berg veldkeien met de persoonsverheerlijkende naam Burgemeester Van Osbank, ondanks het feit dat deze grote berg veldkeien meer dan tachtig jaren oud is, en ondanks het feit dat de bevolking van de gemiente Deever de veldkeien bij elkaar moest zoeken
, toch geen echt Deevers monument is, toch geen echt Deevers aarfgood is en ook nooit zal worden. Het moeten vernoemen van één straatje naar twee burgemeesters van de gemiente Deever in de periode 1875-1939 is meer dan voldoende.

Posted in Burgemeester Van Osbank, Marktterrein | Leave a comment

Ik heb rond 1953 in kamp ‘de Eikenhorst’ gezeten

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 27 januari 2020 van de heer P. Bos bijgaand kort bericht over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ aan de Geeuwenbrug. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor dit bericht.

Ik heb rond 1953 in kamp ‘de Eikenhorst’ gezeten.
Mijn leermeester was Peer. Wij noemden hem Peer de Schuimer. Hij was een aardige vent. Hij kwam uit Eck en Wiel. Hij was een oude auto aan het restaureren.
Ik mocht ook een boer helpen met aardappelen rooien en met houtzagen. Die boer was een soort tuin- en klusjesman. Hij heeft me veel bijgebracht over de natuur.
Het was ook mogelijk bij de sluis te vissen. Ik heb veel vrijheid in het kamp gehad.
Helaas is alles inmiddels zo lang geleden, dat ik geen scherp beeld meer heb van mijn medebewoners.
Ik kon na een jaar door naar het leerkamp in Appelscha, wat ik niet zag zitten.
Na allerlei te korte opleidingen ben ik in het transport beland en ik heb daar mijn werkzame leven afgesloten.
Ik heb altijd een mooie herinnering aan kamp ‘de Eikenhorst’ gehad. Ik heb daar geleerd voor mijzelf op te komen.
Enige vorm van kindermisbruik heb ik nooit ervaren, mogelijk was ik te jong om zulke dingen op te merken.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De koostal van un boerdereeje in Veenhuus’n

De redactie van ut Deevers Archief toont graag foto’s van het boerenleven uit de vorige eeuw in de gemiente Deever.en dan liefst nog foto’s die in boerderijen zijn gemaakt.
In het Drentsch Archief bevinden zich in de Collectie Monumentenzorg twee mooie foto’s van koeien op de stal in een boerderij aan de Veenhuizerweg in Veenhuizen, een van de kluften van Wapse. Deze boerderij had in 1981 als adres Veenhuizerweg 6.
In het Drentsch Archief is afbeelding 1 geregistreerd onder fotonummer MZ10705030106 (negatiefnummer 4261-08). Deze foto is gemaakt op 18 november 1981. In het Drentsch Archief is afbeelding 2 geregistreerd onder fotonummer MZ10705030107 (negatiefnummer 4261-09). Deze foto is gemaakt op 18 november 1981.
Wie van de vaste trouwe bezoekers van boerenafkomst kan een beschrijving van wat is te zien op beide afbeeldingen voor publicatie in ut Deevers Archief aanleveren ? De redactie is hem of haar bij voorbaat al bijzonder erkentelijk.

Afbeelding 1
Afbeelding 2

Posted in Boer'nlee'm, Boer'nwaark, Boerderij, Veenhuizen, Wapse | Leave a comment

Paviljoen Vierhoo’m an de Bosweg in Deever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op dinsdag 25 januari 1938 het volgende korte bericht over de verkoop van paviljoen Berk en Heuvel an de Bosweg in Deever.

Naar we vernemen heeft de heer P. Punter zijn paviljoen ‘Berk en Heuvel’ in de bosschen alhier, verkocht aan den heer C. Vierhoven te Dieverbrug voor f. 3100.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de hier afgebeelde zwart-wit-ansichtkaart uit omstreeks 1949-1950 is het nog originele paviljoen Berk en Heuvel an de Bosweg in Deever te zien. Wie kan de redactie gegevens met betrekking tot de juiste datum van uitgifte van deze ansichtkaart verschaffen ?
De in het bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) genoemde C. Vierhoven is Kornelis Vierhoven en de genoemde P. Punter is Pieter Punter. Kornelis Vierhoven is geboren op 11 februari 1915 en is overleden op 10 februari 1972. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Bij de ingang van paviljoen Vierhoven staat een witte ijsco-kar.
De redactie heeft het vermoeden dat de ijsco-kar, met op de zijkant van de kar de woorden consumptie en ijs, een kar is van de firma Huberts uit Steenwijk. Wie kan de redactie gegevens met betrekking tot deze ijco-kar verschaffen ?
Op de plek van paviljoen Vierhoven staat nu het zo genoemde restaurant Route 36.
In google.nl/maps is een afbeelding van de huidige bebouwing te vinden. Iets van het oorspronkelijke paviljoen, met name de vorm van het dak, is te herkennen in de huidige bebouwing.

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Landgoed Berkenheuvel, Paviljoen Berkenheuvel | Leave a comment

Ut Hoarschut an de Gowe in 1884

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst over het verleden van ut Hoarschut an de Gowe gepubliceerd bij afbeelding 2 van een zwart-wit foto uit 1884. De op de foto afgebeelde Haarschutsluis of Haarsluis, Hoarschut in ut Deevers, ligt weliswaar een paar meter over de grens in de gemiente Dwingel, maar de redactie van ut Deevers Archief vind het toch zeker wel de moeite waard een keer aandacht te besteden aan dit ‘grensgevalletje’.

Geeuwenbrug – Haarschutsluis – 1884
De bouw van een stenen schutsluis, een sluiswachterswoning en alle bijkomende werken werd op 1 november 1883 door ’s Rijks Waterstaat aanbesteed. Aannemer Frank van Balen Gzn. uit Nieuwe Schans was de laagste inschrijver. Aan hem werd het werk voor 87840 gulden gegund. De nieuwe 6 m brede en 43 m lange sluis werd gebouwd in een te maken bochtafsnijding boven de 350 m verderop liggende oude houten sluis.
De nieuwe sluis kwam zo in zijn geheel in de gemeente Dwingeloo te liggen. Na de bouw van de sluis werden de nieuwe hier zichtbare delen van de vaart gegraven en werd de oude sluis afgebroken.
De afgesneden bocht in de vaart loopt achter het nog juist zichtbare sluiswachtershuis langs en ligt naast ’s Rijks Grooten Weg van Meppel naar Assen. Om het zo ontstane eiland te kunnen bereiken werd ook een ijzeren brug met gemetselde landhoofden gebouwd. Mede door het toenemende gebruik van stoomschepen werd het pand boven de schutsluis tot aan de Veenesluis verdiept.
In de voorkamer van de nieuwe sluiswachterswoning bevonden zich twee beddesteden en een diepe kast. In het achterhuis was ruimte voor een schapen- en een varkenshok. In de keuken en in de bergplaats was een koperen pomp aangesloten op een diepe welput buiten het huis. Het huis had ook al een privaat en een privaatput.
In de verte zeilt een vrachtboot in de richting van de nieuwe Haarschutsluis. De scheepvaart op de Drentsche Hoofvaart was in die jaren nog belangrijk, alhoewel de vaarweg het karakter van turfvaart toen al had verloren.
In 1880 passeerden hier ongeveer 9350 schepen met een inhoud van ongeveer 41000 m³ en 18 houtvlotten met een inhoud van ongeveer 5000 m³.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grens tussen de gemiente Deever en de gemiente Dwingel loopt in het midden van de Drentsche Hoofdvaart, dus de helft van het zeilschip dat op de achtergrond in de bocht van de vaart is te zien, vaart ongeveer in de gemiente Deever.
De maker van de zwart-wit foto is fotograaf J.G. Kramer uit Groningen.
 
De redactie zal te gelegener tijd, dus niet met geschwinde spoed en niet in gestrekte draf, een kleurenfoto van ut Hoarschut an de Gowe maken vanuit het standpunt van fotograaf Kramer.
De redactie is daarnaast ook op zoek naar mooie foto’s van ut Hoarschut an de Gowe, die gemaakt zijn door bezoekers van ut Deevers Archief.

Posted in Drentsche Hoofdvaart, Geeuwenbrug | Leave a comment

Lochtfoto van ut olde Deever

In 1932 maakte K.L.M. Aerocarto, een nevenactiviteit van de K.L.M., bijgaand afgebeelde luchtfoto van ut olde Deever.
Niet helemaal ut olde Deever, want op de foto is linksonder de Brinkstroate te zien, die als een soort van eerste uitbreiding van ut olde Deever is te beschouwen.
De Betonweg, die nu ten onrechte Ten Darperweg heet, was toen gelukkig nog niet over de kwetsbare Noorderesch aangelegd.
Ut Schultehuus an de Brink saat toen gelokkug no vaaste an de Schulteboerdereeje.
Naast de pastorie aan de brink is het begin van het kerkepad te zien; het huis met de naam Iemenhof was toen nog niet gebouwd.
Let vooral ook op de fraaie oude bebouwing an de Peperstroate.
Let vooral ook op ut slietpad dat vanaf de brink langs ut Bultie over de bouwakkers van de Binnenesch hen Oll’ndeever löp.
Achter de boerderij an de Aachterstroate, waarin tegenwoordig een restaurant is gevestigd, is een groot weiland te zien, waar in die tijd voetbalwedstrijden werden gehouden.
Op de afbeelding is rechtboven duidelijk te zien dat ut maarkturrein an de Bosweg, bestaande uit het koeienmarktterrein en het paardenmarktterrein, rechthoekig en planmatig voor de markten is aangelegd. Het marktterrein mag in de verste verre verte geen marktbrink worden genoemd.
Maar die naam marktbrink willen nostalogielogen, histerielogen, historielogen, verhollandiseerders, cultuurbarbaren, popiejopiewauwelaars, duur betaalde mannetjes van chique adviesbureau’s en over het paard getilde Minder Duur Betaalde Heertjes Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Brinkenuitvindersgelijk Van De Gemeente Westenveld, de lang niet achterlijke echte Deeversen wel door de strot duwen.

Posted in Diever, Luchtfoto | Leave a comment

Lieste van de greinspoal’n 41 tot en mit 77

Het is vanuit historisch oogpunt van niet verwaarloosbaar belang te weten waar de grens tussen de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland ligt. De provinciale grens wordt gemarkeerd door gietijzeren grenspalen.
Greinspoal XLI (greinspoal 41) staat op het driegemeentenpunt Deever, Ooststellingwerf, Vledder.
Greinspoal LXXVII (greinspoal 77) staat op het driegemeentenpunt Deever, Ooststellingwerf, Smilde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft verdeeld over een aantal middagen van greinspoal XLI (greinspoal 41) tot aan greinspoal LXXVI (greinspoal 77) langs de uit rechte stukken bestaande grens gebanjerd om de nog aanwezige grenspalen op te zoeken en op de foto te zetten.

Op bijgaande twee afgebeelde tekeningen zijn de nog aanwezige grenspalen op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drenthe en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland aangegeven.

Grenspaal XLI (grenspaal 41) is niet meer aanwezig (de plaats van grenspaal 41 is een driegemeentenpunt);
Grenspaal XLII (grenspaal 42) is niet meer aanwezig;
Grenspaal XLIII (grenspaal 43) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal XLIV (grenspaal 44) staat op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens);
Grenspaal XLV (grenspaal 45) staat aan de Verwersweg op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens)
Grenspaal XLVI (grenspaal 46) staat op de oorspronkelijke plaats (knik in de grens);
Grenspaal XLVII (grenspaal 47) is aanwezig, maar staat 120 m van de oorspronkelijke plaats en 3,50 m uit de grens;
Grenspaal XLVIII (grenspaal 48) is niet aanwezig, staat hoogstwaarschijnlijk ergens op een erf;
Grenspaal XLIX (grenspaal 49) staat nu aan de Monden, staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 48 en 49;
Grenspaal L (grenspaal 50) is aanwezig, staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 50 en 51;
Grenspaal LI (grenspaal 51) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LII (grenspaal 52) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LIII (grenspaal 53) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LIV (grenspaal 54) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LV (grenspaal 55) is aanwezig; staat bijna op zijn oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LVI (grenspaal 56) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LVII (grenspaal 57) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LVIII (grenspaal 58) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LIX (grenspaal 59) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LX (grenspaal 60) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXI (grenspaal 61) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXII (grenspaal 62) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXIII (grenspaal 63) is aanwezig; staat bijna op zijn oorspronkelijke plaats op de knik in de grens;
Grenspaal LXIV (grenspaal 64) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXV (grenspaal 65) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 64 en 65;
Grenspaal LXVI (grenspaal 66) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXVII (grenspaal 67) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 67 en 68;
Grenspaal LXVIII (grenspaal 68) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXIX (grenspaal 69) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXX (grenspaal 70) is aanwezig; staat tussen de oorspronkelijke plaats van grenspalen 70 en 71;
Grenspaal LXXI (grenspaal 71) is aanwezig;
Grenspaal LXXII (grenspaal 72) was aanwezig; grenspaal LXXII (grenspaal 72) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXXIII (grenspaal 73) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXIV (grenspaal 74) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXV (grenspaal 75) is niet meer aanwezig;
Grenspaal LXXVI (grenspaal 76) staat op de oorspronkelijke plaats;
Grenspaal LXXVII (grenspaal 77) is niet meer aanwezig (de plaats van grenspaal 77 is een driegemeentenpunt).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

In de webstee www.varenius.nl is een en ander te lezen over de grensafbakening van Friesland met Drente en Overijssel in de 19de en 20ste eeuw.
De webstee www.frdrenthe.blogspot.nl biedt bijzonder interessante gegevens over de grenspalen tussen de provincie Drente en de provincie Friesland, waaronder veel grenspalen op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland. Na het aanklikken van de koppeling en het openen van het scherm wel even een flink eind naar beneden ‘scrollen’ (wie weet het juiste Nederlandse werkwoord ?).
In de webstee www.panoramio.com zijn ook afbeeldingen en plaatsen te bekijken van greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland.
De redactie nodigt bezoekers van ut Deevers Archief graag uit te reageren met een afbeelding en een juiste beschrijving van de positie van de nog aanwezige grenspalen, waarvan de gegevens nog niet zijn opgenomen en vooral van verdwenen grenspalen.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

De nepper van ut frutselwoap’m van Deever

De zo genoemde hoge raad van adel pleegde diverse plasjes over de ontwerpen van ut woap’m van de gemiente Deever van de Hoogste Heren Van Het Onaantastbare Archaïsche Gelijk Van De Gemiente Deever. Het wapen werd aan de gemiente Deever verleend op 3 september 1946 bij Koninklijk Besluit. Het definitieve ontwerp van ut woap’m van de gemiente Deever werd beschreven in het register van wapens van de zo genoemde hoge raad van adel. Zie de bijgevoegde afbeelding. Gegevens over ut woap’m van de gemiente Deever zijn ook te vinden in de webstee wikipedia.Voor wat deze gegevens waard zijn.

In het register van de zo genoemde hoge raad van adel is in de linker kolom met de archaïsche titel ‘namen der steden als mede der heerlijkheden en corporatiën’ de volgende tekst opgenomen.
Diever
In hermelijn een paal gedwarsbalkt van keel en zilver van zestien stukken, rechts boven vergezeld van een kraaghalskruikje van hunebed-aardewerk en links onder van een eschdoornblad, beide van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee paarlen.
In het register is in de rechter kolom ‘aftekening van het wapen’ het afgetekende voorbeeld van het in de linker kolom beschreven wapen opgenomen.

Het is natuurlijk in de stijve archaïsche wereld van de heraldiek juridisch zo strak en formeel geregeld dat een in sierlijk schoonschrift geschreven tekst boven een los uit de pols getekend figuurtje gaat.
In de beschrijving van het wapen staat dat het kraaghalskruikje van hunebed-aardewerk rechts boven in het wapen zit en dat het eschdoornblad links onder in het wapen zit.
De tekenaar van ut frommel-en-frutselwoap’m van de gemiente Deever heeft blijkbaar de beschrijving van het wapen niet goed gelezen. Hij heeft het wapen helaas niet overeenkomstig de vastgestelde en geldende beschrijving getekend. Hij tekende bij vergissing het kraaghalskruikje van hunebed-aardewerk links boven in het wapen en het eschdoornblad rechts onder in het wapen. Maar zo is het gemankeerde wapen wel in gebruik genomen.

De redactie trekt uit het voorgaande voorzichtig wel de verbazingwekkende voorlopige conclusie dat de niets vermoedende belastingbetalende bevolking van de gemiente Deever vanaf de ingebruikname van ut frommel-en-frutselwoap’m vlak na de Tweede Wereldoorlog tot aan de gedwongen fusie van de gemiente Deever mit de gemient’n Oavelte, Dwingel en Vledder in 1998 lelijk opgescheept heeft gezeten met een spiegelbeeldige nepper van ut echte frommel-en-frutselwoap’m. Zie de bijgaande afbeelding van ut echte frommel-en-frutselwoap’m, zoals beschreven in het register van de zo genoemde hoge raad voor adel, waarbij dus het kraaghalskruikje van hunebed-aardewerk rechts boven in het wapen zit en het eschdoornblad links onder in het wapen zit

Posted in Gemiente Deever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Hoe gaat het toch met de jongens van barak Perú ?

De heer Willem van Beek stuurde op 18 en 20 januari 2020 bijgaande korte reactie op het bericht Groepsverblijven Perú en Klondike an de Gowe en de in het bericht opgenomen afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de barakken voor de groepen Perú en Klondike in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in 1964 -1965 bij de heer Bekkering Vinkers in barak Perú gezeten.
Ik zie helaas niemand van de groep.
Ik ben benieuwd hoe het met de jongens gaat.
Uiteraard heb ik nog vele herinneringen aan de twee jaar die ik daar heb doorgebracht.
Wij klommen vaak in de grote boom.
De voornaam van de heer Bekkering Vinkers was Jaap. Hij kon hard slaan maar hij kocht ook snoep voor ons.
Ik ging veel om met Albert (uit Ameland), Otto Jaarsveld (uit Amsterdam) en Tin Cha Yu (?) (uit Amsterdam).
Wij zijn ook een keer ontsnapt ….. en helemaal tot Amersfoort gelopen ….. maar toen opgepakt. Albert niet. En dezelfde avond waren we weer in de barak.
Ik ben op de reünie geweest van de Eikenhorst, maar ik heb geen jaargenoten ontmoet.
Wat mij opviel was dat de jongens na ons het wel iets gemakkelijker dan wij hebben gehad.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie is de heer Willem van Beek zeer erkentelijk voor deze korte reactie.
Wie kan de redactie op het spoor zetten van de heer Jaap Bekkering Vinkers ? Leeft hij nog ?
Wie herinnert zich Willem van Beek ?
De redactie nodigt Albert uit Ameland en Otto Jaarsveld en Tin Cha Yu uit te reageren.
De redactie roept barakgenoten van de heer Willem van Beek vooral op te reageren !

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut naembröttie van de Greinsweg op Baark’nheuvel

Het lijkt de redactie van ut Deevers Archief een echte uitdaging voor de vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever om bij elk van de oorspronkelijke wegen op het landgoed Berkenheuvel, uiteraard in samenwerking met de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en het Staatbosbeheer, weer van die mooie witte kleine naambordjes met zwarte letters aan bomen te spijkeren.
En dan natuurlijk ook een naambordje plaatsen bij wegen die de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten al heeft laten overwoekeren door cultureluurnatuur.
Je mag van de Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen vastspijkeren ? Nestkastjes worden op het landgoed Berkenheuvel toch ook aan bomen vastgespijkerd ?
Laten we ons culturele erfgoed vooral behouden en de steeds meer verloren gaande namen van wegen op het landgoed Berkenheuvel aan de vergetelheid ontrukken.
Op bijgaande foto uit de tweede helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw, toen het landgoed Berkenheuvel nog eigendom was van de erven van mr. Albertus Christiaan van Daalen, is als voorbeeld het naambordje van de Grensweg bij de Hoekenbrink te zien.

Posted in Aarfgood, Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaart, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 28 januari 2015 van Ben van Erp het volgende korte beicht over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik heb in die tijd daar ook gezeten. Ik geloof in Klondike. Ik weet nog wel dat het de derde barak was, gerekend vanaf de hoofdbarak waar ook de douches waren en waar je je wasgoed kon halen en brengen. En één keer per week -geloof ik- kon je daar ook snoep kopen van je zakgeld. Ik geloof dat het zakgeld iets van 25 cent of zo was. En in die tijd is ook het sportzaalcomplex met het toneelpodium gebouwd. Herkennen jullie dit ook ?

Posted in Ansichtkaart, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De kleine Henduk en de grote Henduk an ’t waark

In de beeldbank van de Historische Vereniging Nijeeveen is een mooie kleurenfoto aanwezig van de gebroeders Klaas Kleine en Berend Kleine. Lourens Schipper, de beheerder van deze prachtige beeldbank (die zouden meer historische verenigingen moeten hebben), gaf de redactie toestemming deze kleurenfoto -zie de bijgaande afbeelding- in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is de Historische Vereniging Nijeveen bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Maar in welk jaar is deze foto gemaakt ? Wie het weet, die mag het melden aan de redactie !

Op de foto zijn de smeden Klaas Kleine (links) (de kleine Hendrik) (Klaas, hei neeje klomp’m an ?) en zijn oudere broer Berend Kleine (rechts) (de grote Hendrik) bezig met het leggen van een ijzeren band om een houten wagenwiel. Ze zijn bezig voor de smederij met de naam ‘de grote Hendrik’ van Berend Kleine an de Heufdstroate in Deever. Het wagenwiel ligt op een oude molensteen.
Let op het bankje rechts achter Berend Kleine, dat zo te zien is gemaakt door Bouwbedrijf Nijzingh an de Brinkstroate in Deever. Achter Klaas Kleine is te zien dat achter het plantenklimrek geen deur meer zit. Aan de muur is te zien dat de ruimte waar een deur zat, ooit is dicht gemetseld.
Klaas Kleine had zijn smederij met de naam ‘de kleine Hendrik’ (let op de woordspeling; Hendrik Kleine was de vader van Klaas Kleine en Berend Kleine) an de Peperstroate aachter de kaarke. Hendrik Kleine had eerst een smederij op Koldervene (vroeger Coldervene), later in Meppel.
In dit pand op de hier afgebeelde kleurenfoto was vroeger de smederij van de gebroeders Hendrik en Albert Kloeze gevestigd. In die tijd was de deur wel aanwezig.
In dit pand is later een winkel met de naam ‘In de Lindetuin’ gevestigd geweest. De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van deze winkel op 13 november 2008 gemaakt. Het was nog herfst. Blijkbaar was toen in de zijmuur weer een deur aangebracht en het metselwerk gerepareerd en waren de raamluiken weggehaald. In de bestrating was in 2008 de oude molensteen nog wel aanwezig.
Zie voor nog een kleurenfoto, die de redactie op 28 juli 2016 gemaakt, het bericht ‘Het leven moet niet vliegen, maar fladderen’.
Nu dit pand een rijksmonumentje is (voor zolang het duurt), zal het gesloop en geknutsel en gedoe aan de buitengevels wel onder curatele staan.

Posted in Aarfgood, Diever, Hoofdstraat, Klaas Kleine, Neringdoende, Rijksmonument | Leave a comment

Ik heb corvé gehad met mijn tent

In de zomer van 1940 -in het begin van de Tweede Wereldoorlog- stuurde student J. van der Plaats bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart naar den weledele heer A.J. van der Plaats in Beetgumermolen in Friesland.

Student J. van der Plaats schreef op de achterkant van de ansichtkaart :
Gisteren, zondag en vannacht en vanmorgen heeft het hier geregend.
Ik heb corvé gehad met mijn tent. Dan kun je zelf eerst eten krijgen en zo veel je wilt. De tent was vanmorgen vol zand. Alle strozakken in een hoek plus bagage en aan het schoonmaken.
We hebben zo wel plezier.
Ik eindig met de hartelijke voor allen.
J. van der Plaats.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De student J. van der Plaats vierde vakantie in de Studentenkamp. Dat was het vakantiekamp van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.) bee’j Mastenveltie an de Bosweg in Deever. Dat kon blijkbaar nog in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog.

Van de gedenknaald (monument) op het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom hebben Deeverse neringdoenden verschillende ansichtkaarten uitgegeven, zo ook de bijgaande.
De vraag is natuurlijk welke neringdoende in Deever de uitgever is van deze ansichtkaart ?
De gedenknaald (monument) is in 1925 geplaatst ter gelegenheid van de voleindiging van de ontwikkeling van het landgoed Berkenheuvel. Op de ansichtkaart is mooi een vroegere omgeving van de gedenknaald (monument) te zien. De bos rododendrons bij het monument is goed te zien, maar oogt nog klein.

Posted in Ansichtkaart, Landgoed Berkenheuvel, Monument Berkenheuvel, Studentenkamp, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

Greinspoal LXIII stiet vlak bee de Kaele Duun’n

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier hier afgebeelde kleurenfoto’s van greinspoal LXIII (greinspoal 63) op de grens van de gemiente Diever in de provincie Drente en de gemeente Ooststellingwerf in de provincie Friesland gemaakt op donderdag 22 november 2019.
Greinspoal LXIII (greinspoal 63) staat op de knik van de grens ten zuiden van de Kaele Duun’n in de buurt van een houten klimstellage, die aan de Friese kant van de grens staat.

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal | Leave a comment

Greinspoal LXI stiet woar hee altied hef estoan

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier kleurenfoto’s van greinspoal LXI (greinspoal 61) gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019. Greinspoal LXI (greinspoal 61) staat gelukkig wel op zijn oorspronkelijke plaats. Greinspoal LXI (greinspoal 61) staat waar hij altijd heeft gestaan. Greinspoal LXI (greinspoal 61) staat bijna aan de voet van de Kaele Duun’n in de buurt van de wateroverstort van ut Greinsstuwmeer (voorheen Greinspoele). Aan de linkerkant van afbeelding 1 en aan de rechterkant van afbeelding 4 is een omheining te zien. De redactie heeft zich suf gepiekerd over de functie van dit omheinde stukje grond, maar kon geen functie bedenken.
Op een greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat is bij deze keurig onderhouden greinspoal LXI (greinspoal 61) wel in orde.
De redactie van ut Deevers Archief is vastbesloten van alle nog aanwezige greinspoal’n op de grens tussen de gemiente Ooststellinwaarf in de provincie Friesland en de gemiente Deever in de provincie Drente een flink aantal zelf gemaakte foto’s in ut Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook veel foto’s van bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Greinse, Greinspoal, Greinspoele | Leave a comment

Deevers skildereegie van Hein Auke Kray uut 1957

De kunstschilder en illustrator Hein Auke Kray (geboren op 19 april 1901 in Assen, overleden op 22 maart 1995 in Assen) maakte in juni 1957 bijgaand schilderijtje van korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever en de gemeentelijk toren en het kerkgebouw van de hervormde gemeente an de brink van Deever. Helemaal aan de linkerkant is het dak van het kort daarvoor in gebruik genomen nieuwe gemeentehuis an de brink van Deever te zien. Vlak daarnaast is de zijgevel van het kort daarvoor nieuw gebouwde woonhuis van de familie Pieter Zijlstra an de Brinkstroate te zien. Pieter Zijlstra (die in de volksmond altijd ome Piet werd genoemd) was het hoofd van de U.L.O.- school en was uitvinder van de korfbalvereniging O.D.I.V.A.L. (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leerlingen). Toen hem bleek dat veel te weinig van zijn U.L.O.-leerlingen zich door inspanning bij zijn korfbalclub wilden ontspannen, veranderde hij zonder gezichtsverlies de naam van zijn club in O.D.I.V.A.L. (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leden). Ook niet-U.L.O.-leerlingen mochten lid van zijn club worden.
Dit schilderijtje heeft een breedte van 37 cm en een hoogte van 26 cm. Hein Auke Kray schilderde dit werkje op een stuk hard karton. Het schilderijtje lijkt niet helemaal rechthoekig te zijn. Hij maakte dit schilderijtje ter plekke, zittend achter zijn schildersezel an de Stienwieker saandweg in Oll’ndeever.
Wie kan de redactie van ut Deevers Archief informeren over wie in juni 1957 in het huisje aan het begin van de Stienwieker saandweg woonden ? Was het een keuterboertje ? Of woonden daar toen nog Albertus (Battus) Grit en Jantien Greveling en hun kinderen Roelie, Janna, Jacob en Harma ?
De redactie van ut Deevers Archief zal te gelegener tijd in juni van dit jaar en niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf een kleurenfoto van dit dorpsbeeld van Deever in ut Deevers Archief tonen.

Posted in Alle Deeversen, Kunst, Schilderij | Leave a comment

Ut fietsepad noast de olde Stienwieker saandweg

5In de collectie Dienst Landelijk Gebied van het Drents Archief is bijgaand getoonde zwart-wit foto aanwezig. Deze niet zo scherpe foto heeft fotonummer LG0507114 en is in 1971 gemaakt door de heer Constandse. Deze foto is gemaakt in het kader van de voorbereiding van de volkomen overbodige ruilverkaveling Deever.
De saandweg over de Westeresch tussen Oll’ndeever en de Dwarsdrift heeft wonder boven wonder de rampzalige cultuurvernietigende verkaveling van de oeroude esgronden in Deever en Oll’ndeever en Wittelte overleefd. Met het verdwijnen van de oeroude esgronden verdwenen ook de oeroude veldnamen. De ruilverkaveling was een cultuurhistorische ramp van de zwaarste orde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze saandweg op zijn lijst van Deevers aarfgood gezet.
Op de zwart-wit foto is ut fietsepad noast de Stienwieker saandweg te zien. Aan de linkerkant is de nieuwe U.L.O.-school te zien. Ook zijn te zien de gemeentelijk toren an de brink van Deever en korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever.
Te gelegener tijd, en zeker niet met geschwinde spoed en zeker ook niet in gestrekte draf, zal de redactie van ut Deevers Archief een recente foto van dit deel van de Stienwieker saandweg in dit bericht opnemen.

Posted in Aarfgood, Saandweg, Westeresch | Leave a comment

Vier muurschilderijen sieren biljartzaal

De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht bericht.. In de Meppeler Courant (Olde Möppeler) van 3 maart 1995 stond het volgende belangwekkende bericht inzake het aanbrengen van muurschilderijen door Jarig de Vries in de biljartzaal van het bejaardencentrum Jan Thijs Seinenhof in de Weiert in Deever. De redactie toont graag berichten in ut Deevers Archief die verband houden met Deeverse kunst.

In Jan Thijs Seinenhof te Diever
Muurschilderingen sieren biljartzaal
Diever. Kunstminnend Diever moet straks maar eens in de Jan Thijs Seinenhof gaan kijken, want wat daar op dit moment geschilderd wordt is meer dan de moeite waard.
De 72-jarige heer De Vries, lid van de Schilderskring Diever, heeft daar vier fraaie muurschilderingen gemaakt. Het gaat alle om karakteristieke plekjes in de gemeente Diever, zoals de Nederlands hervormde kerk, de kalkovens, de eendenvijver en de molen. De mogelijkheid bestaat nog voor een schildering van grazende koeien in Berkenheuvel.
De schilderingen beslaan een stuk muur van twee bij anderhalve meter. Per schildering is De Vries ongeveer dertig uur kwijt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie was totaal niet op de hoogte van het bestaan van deze vier muurschilderijen. Waarom wordt een op een muur aangebracht schilderij een muurschildering genoemd ? Beter ware het de term muurschilderij te gebruiken.

De schilder is Jarig de Vries, die in het pand an de Heufdstroate in Deever, waar eerder Geert Koster zijn schildersbedrijf had, ook een schildersbedrijf had. Hij stopte als huisschilder toen hij 62 jaar was en ging zich daarna toeleggen op het schilderen van kunst. De woningbouwvereniging Zuid-West Drenthe stelde geld beschikbaar voor de vier in het bericht genoemde muurschilderijen.
Het aardige van kunstschilder Jarig de Vries is dat hij eerst een kleine tekening van zijn onderwerpen maakte, waarna hij een onderwerp in het juiste formaat op de muur schilderde. Hij schilderde dus gelukkig niet klakkeloos een of andere foto over, daarvoor postuum alsnog hulde, hulde, hulde. 
De muurschilderijen zijn nog steeds te zien in de biljartzaal (is het wel een biljartzaal ?) van het bejaardenhuis op de hof van boer Jan Thijs Seinen. De verrassend helder gekleurde schilderijen zijn na meer dan vijfentwintig jaren gelukkig nog niet verdwenen onder lagen behang of lagen kalk. Maar wat niet is, dat kan zo maar komen.
De redactie heeft daarom voor de zekerheid op woensdag 6 november 2019 van de aanwezige muurschilderijen een kleurenfoto gemaakt; zie de bijgaande vier kleurenfoto’s. Het schilderij waarop de gemeentelijke toren aan de brink van Deever is te zien, is nota bene voorzien van een soort van lijst. In de ruimte (waar wordt die ruimte toch voor gebruikt ?) is geen muurschilderij van grazende koeien op Berkenheuvel aanwezig. 

De vraag is ook of de tekening van de vier muurschilderijen in de familie Jarig de Vries bewaard zijn gebleven. Wellicht heeft zijn oudste dochter Bregtje (of Brechtje, of Brechje, of Bregje ?) de Vries deze tekeningen in haar bezit. Bregtje (of Brechtje, of Brechje, of Bregje ?) waar ben je toch gebleven ?
De redactie zou graag in het bezit komen van een digitale versie (scan) van deze tekeningen om deze ook in ut Deevers Archief te tonen. Wie zet de redactie op het goede spoor ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Kunst, Kunstig gemaakt object, Schilderij | Leave a comment

Iens komp de tied, de tied die rose en ekkelboom velt

De redactie van ut Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht documentje. In dit geval gaat het om het blad ‘de Avondzon’ , 10e jaargang, nummer 3, januari 1982, in het bijzonder het op bladzijde 7 opgenomen nostalgische artikeltje ‘De oude eik’. Zie de bijgevoegde afbeelding van dit bericht. 

De oude eik
Bij de boerderij van Veenhuis staat een oude eik. Hoe oud ? ‘Zo oud als de weg’, wordt dan gezegd.
Maar hij is ouder dan de eerste straatweg. Die is er bij langs gelegd over het land van de boerderij. Dat is nu nog wel te zien.
Hij is zo fors, met geweldige takken. Als kinderen vingen wij daar altijd eekmulders (meikevers). Toen was het al een geweldige boom met zo’n dichte kruin dat hij niet doorzichtig was.
Veel gevechtswagens hebben daar een poosje gestopt. Zij meenden zich daar veilig. Ook woonwagens bleven daar wel eens een nacht over. En nu weer de huifkar. Er staat gras voor het hitje. En wat wil je dan meer. Hij was en is nog een sieraad voor de intrede van het dorp.
Nu begint zijn grootheid te tanen. Er is zomaar een dikke tak uit gevallen, niet door storm. Ze hebben het mooi vlak afgezaagd en men kan zo op het oog er niets van zien of het een ziekte is.
Vergane Glorie. Ook oude eiken moeten vallen.
‘Eens komt de tijd’. Om het met de dichter te zeggen: ‘De tijd die roos en eikebomen velt’.
Lida

Aantekeningen van de redactie van het ut Deevers Archief
De in het artikeltje bedoelde oude eik stond bij de boerderij van Veenhuis in Ten Darp bij Wapse. Een afbeelding van deze oude eik is opgenomen in ut Deevers Archief. Zie voor de begeleidende tekst bij die afbeelding het elders in ut Deevers Archief gepubliceerde bericht Ten Darp – Schilderachtig dorpsgezicht – ± 1930.
De redactie vraagt zich af of ergens bij iemand in of buiten de gemiente Deever alle jaargangen of enkele jaargangen of enkele nummers van het blad ‘de Avondzon’ bewaard zijn gebleven. Het blad werd in 1982 verzorgd door A. Andreae, T.S. de Groot, H.J. Klumpers en J. Moes. De redactie wil bijzonder graag van bewaard gebleven nummers een scan maken. Wie kan de redactie hierover informeren ?
De redactie vraagt zich af of de schrijfster met ‘gevechtwagens’ doelt op Duits oorlogsmaterieel of dat ze doelt op materieel van het Nederlandse leger, dat in de jaren na de oorlog vooral in het najaar veel oefeningen deed in de gemiente Deever.
De redactie vraag zich af wie de schrijfster Lida was. Of is het Alida ? Wie kan de redactie hierover informeren ?

De oude ekkelboom is al weer heel wat jaren geleden gesloopt door de Minder Hoge Heertjes Van Het Grote Gelijk Van Het Ecologische Beheer Van Monumentale Bomen Van De Gemeente Westenveld. De redactie vraagt zich wel af hoe de ekkel waaruit de boom is gegroeid daar terecht is gekomen. Kwam het door een vlaamse gaai ? In de herfst verzamelen gaaien veel ekkels, stoppen vier of vijf ekkels in hun krop en verstoppen die als wintervoorraad in de grond, soms wel tweehonderd per dag. In de winter vinden de gaaien lang niet al hun verstopte ekkels terug. Zou de ekkelboom bee Veenhuus zijn bestaan te danken hebben gehad aan vergeetachtige gaaien ?

Posted in Ten Darp, Verdwenen object | Leave a comment

Greinspoal LXV steet an ut begun van ut Ekingerdiekie

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vijf kleurenfoto’s van greinspoal LXV (greinspoal LXV) gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019.
Greinspoal 65 (greinspoal 65) stond altijd bij de Meeuwenpoel. Greinspoal LXV (greinspoal 65) staat nu aan het begin van ut Ekingerdiekie (voorheen Ekingerpad) bij de Schaapsdrift bij een paaltje met bordjes met aanduidingen van fietsroutes.
Op een greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat is bij deze keurig onderhouden greinspoal LXV (greinspoal 65) wel in orde.
De redactie van ut Deevers Archief is vastbesloten van alle nog aanwezige greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de puvincie Drente en de gemiente Ooststellinwaarf in de puvincie Freeslaand een flink aantal zelf gemaakte foto’s in ut Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook veel foto’s van bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Posted in de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ut mislukte padjongenkottie 1.0 is vot

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 januari 1999 verscheen het volgende bericht over de vernieling van het volledig mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 aan de Bosweg in Deever.

Overdekte picknickplaats vernield
Diever – Enkele jaren geleden hing de jeugd steeds rond de Sint Pancratiuskerk in Diever. Het gemeentebestuur kreeg hier veel klachten over en er ontstonden vernielingen aan deur en ramen van de kerk. Door overleg tussen burgemeester Sjraar Cox en de jeugd is men tot een oplossing gekomen. Op verzoek van de jeugd in Diever heeft het gemeentebestuur van de voormalige gemeente Diever een overdekt jeugdhonk gebouwd aan de Bosweg in Diever. Het zou dienen als ontmoetingsplaats voor de jeugd van Diever. Men kon er rondhangen en zelfs enigszins overdekt zitten. De gemeente heeft voor dit project een tweetal jaren geleden tienduizend gulden uitgetrokken. Toen de overdekte ‘picknick’ was geplaatst, sprak de jeugd direct zijn ongenoegen uit. Om dit te tonen, richting het gemeentebestuur van de voormalige gemeente Diever, deed een van de jeugd, juist toen het honk was geplaatst, zijn behoefte op de tafel.
Tot op heden heeft de jeugd nimmer gebruik gemaakt van het jeugdhonk. De toeristen hebben veel genoegen beleefd aan de overdekte picknickplaats. In de zomermaanden wordt er veel gebruik van gemaakt. Men kan er lekker zitten zijn broodje te eten en de meegenomen koffie of een bordje patat of visje nuttigen, want het is geplaatst naast de visboer en de patatwagen. De jeugd heeft nieuwjaarsdag de poten er onder weggegezaagd om hun ongenoegen nog eens richting het gemeentebestuur tot uitdrukking te brengen.
De gemeente Westerveld draait een jaar en heeft voor de jeugdactiviteiten in Diever nog geen oplossing gevonden en dat begint langzamerhand bij de jeugd te prikkelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto waarop het door de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Gelijk Van De Gemiente Deever helemaal zelf bedachte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 op het paardenmarktterrein is te zien, gemaakt op maandag 27 juli 2019. Onder het afdakje is een picknickplaatsje met inbegrip van bestrating en een afvalbakje te zien.
De Deeverse Hangjongeren Van De Achterkant Van Het Onaantastbare Gelijk hebben zich dit ouderwetse conservatieve tochtige nikspicknickenkotje natuurlijk niet door de strot laten duwen, want bijvoorbeeld in het kotje kon de gsm-telefoon niet worden opgeladen, de gratis betrouwbare draadloze verbinding met internet ontbrak en ook het gratis openbare toilet ontbrak.
De redactie heeft de kleurenfoto waarop alleen zichtbaar is de door woodcarver Henri Koeling uut de Peperstroate in Deever in de stam van een gesneuvelde ekkelboom uitgehakte en al enigszins verweerde Amerikaanse zeearend, gemaakt op woensdag 11 december 2019.
Het mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 is in het kader van de uitvoering van het project Deever op Drift in het najaar van 2019 gesloopt. Daarmee is een einde gekomen aan de bij dagjesmensen populaire overdekte picknickplaats. Over de plek van het mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 lopen nu wandelpaden van het paardenmarktterreinbrinkpark. Niet buiten de paden lopen, want dan zak je weg in het drijfzand.

Posted in Kunst, Kunstig gemaakt object, Marktterrein, Verdwenen object | Leave a comment

Ut bolder’n was, is en blef Deevers aarfgood

De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde zeven kleurenfoto’s gemaakt in de middag van woensdag 6 november 2019 tijdens ut bolder’n. De kleurenfoto’s zijn gemaakt op de Bolderbrink an de Dwarsdrift in Deever.
Na het overlijden van de gebroeders Gerrits (de Garries jongen) en Teunis Roozeboom was de vaste groep bolderaars hard aan uitbreiding en ‘verjonging’ toe. Gelukkig zijn enige echte ‘jonge’ Deeverse jongen met het spel mee gaan doen, zodat nu met gepaste trots kan worden gemeld dat in november 2019 de ‘jongste’ bolderaar achtenzestig jaar was. Maar de groep bolderaars kan nog wel met enige spelers worden uitgebreid, want er was een tijd dat ze met elf man speelden. Een nieuwe speler hoeft niet per sé een echte Deeverse te zijn. Want de speler met het donkerblauwe vest is een echte Dwingeler. Een nieuwe speler hoeft niet per sé direct bee ut bolder’n ut Deevers te proat’n, mor möt ut Deevers wè good vurstoan, 
De redactie van ut Deevers Archief signaleerde enige nieuwe ontwikkelingen in ut bolder’n.
Onder het blok met daarop de eurocenten ligt nu een zwarte rubberen mat. Door deze mat is het zicht op de eurocenten, die na het omgooien van het blok op de rubberen mat zijn gevallen, verbeterd. De gevallen eurocenten zijn gemakkelijker van de mat te rapen dan in het zand. Het zand moet zo nu en dan wel van de rubberen mat worden geveegd. Daarvoor dient de meegebachte bessem.
De eigenaar van het aangrenzende tippie gruunlaand heeft zijn tippie met gaas afgerasterd en heeft bij un vreenpoal un stiggeltie gemaakt. Als een bolderstien in het vuur van de strijd toch onverhoopt aan de andere kant van de afrastering terecht komt, dan hoeft het gaas niet verropt te worden, dan kan de bolderaar voor het passeren van de afrastering gebruik maken van ut stiggeltie. Ut stiggeltie kan ook gewoon worden gebruikt als rustplaats voor de minder jonge bolderaar.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst voor de volledigheid naar de berichten die zichtbaar worden na het aanklikken van de categorie Bolderen in het rechter deel van het scherm of onder aan het bericht.

 

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Bolder’n, Traditie | Leave a comment

Greinspoal LXX stiet now an un fietspad van asfalt

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vijf kleurenfoto’s van greinspoal LXX (greinspoal 70) gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019.
Greinspoal LXX (greinspoal 70) staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek, maar staat nu meer in de richting van de oorspronkelijke plek van greinspoal LXXI (greinspoal 71), langs het asfaltfietspad tussen de Olde Willem en de Bosweg bij Us Blau Hiem.
Op un greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat was bij deze keurig onderhouden greinspoal LXX (greinspoal 70) wel in orde.
De redactie van ut Deevers Archief is vastbesloten van alle nog aanwezige greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de puvincie Drente en de gemiente Ooststellinwaarf in de puvincie Freeslaand een flink aantal zelf gemaakte foto’s in ut Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook veel foto’s van bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Posted in de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoal L steet op 100 meter van sien olde plek

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier kleurenfoto’s gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019.
Greinspoal L (greinspoal 50) is aanwezig. Greinspoal L (greinspoal 50) staat op het rechte deel van de Drents-Friese grens tussen de wegen De Monden en de Appelsgascheweg, maar staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek. Greinspoal L (greinspoal 50) staat nu ongeveer honderd meter ten westen van zijn oorspronkelijke plaats.
Op een greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat is bij deze keurig onderhouden greinspoal L (greinspoal 50) wel in orde.
De redactie van ut Deevers Archief is vastbesloten van alle nog aanwezige greinspoal’n op de grens tussen de gemiente Ooststellinwaarf in de provincie Friesland en de gemiente Deever in de provincie Drente aan aantal zelf gemaakte foto s in het Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook foto’s van bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Posted in Algemeen | Leave a comment

Greinspoal LXVII steet neet meer op sien olde stee

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vijf kleurenfoto’s van greinspoal LXVII (greinspoal 67) gemaakt in de middag van donderdag 22 november 2019.
Greinspoal LXVII (greinspoal 67) staat niet meer op zijn oorspronkelijke plaats, maar staat nu 142 meter in de richting van de oorspronkelijke plek van greinspoal LXIIX (greinspoal 68), op het kruispunt van een zandweg en een zandweg met een fietspad, dat onderdeel is van een fietsroute.
Op un greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Friese kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Drentse kant te staan. Dat was bij deze keurig onderhouden greinspoal wel in orde.
De redactie is vastbesloten van alle nog aanwezige greinspoal’n op de greinse van de gemiente Deever in de puvincie Drente en de gemiente Ooststellinwaarf in de puvincie Freeslaand een flink aantal zelf gemaakte foto’s in ut Deevers Archief op te nemen. En zo mogelijk ook veel foto’s van bezoekers van ut Deevers Archief. Ech wè.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinse, Greinspoal, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ziet het huis er niet aardig uit ?

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van twee boerderijen an ut Brinkie in Deever is in 1906 verstuurd, de precieze datum was niet te ontcijferen. In die tijd mocht de achterkant van een ansichtkaart alleen worden gebruikt voor het vermelden van de naam van de geadresseerde en zijn adres. Vandaar dat uitgever H. ten Brink uit Meppel onder de afbeelding ruimte had vrijgelaten voor het beschrijven met vrije tekst van de afzender. 

Lieve Familie,
De briefkaart heb ik Maandag ontvangen.
Zeker een lekker tochtje gemaakt, het was ook heerlijk weer, en nog steeds is het heerlijk weer, nu begint de zomer.
Ziet het huis er niet aardig uit ? X is de huiskamer. XX Salon. Aan de achterkant boven slaap ik. Tuin voor het huis waar wij steeds zitten.
Een hartelijke zoen voor allen van …

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kon de naam van de afzender niet ontcijferen, maar heeft het sterke vermoeden dat het een lid van de burgemeestersfamilie Hendrik Gerard van Os was. Wellicht is Saakje Lena van der Veen, de echtgenote van burgemeester Hendrik Gerard van Os, de afzendster.
Hendrik Gerard van Os was van 1900 tot 1939 burgemeester van de gemiente Deever. In het begin van zijn ambtsperiode woonde hij en zijn gezin tijdelijk in de boerderij van Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt.
De redactie verwijst voor de volledigheid naar het bericht Diever – Kleine Brink – 1904.
Op de afbeelding van de ansichtkaart staat het kruisje (X) tussen de twee ramen aan de linkerkant van de voordeur en staan de twee kruisjes (XX) tussen de twee ramen aan de rechterkant van de voordeur. 

Posted in Ansichtkaart, Kleine Brink | Leave a comment

Is dit hangjongerenontmoetingskotje 3.0 ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het paardenmarktterrein op 29 november 2019 gemaakt. Toen was het donkere object, dat op de virtuele afbeelding is afgebeeld, nog niet gebouwd in het kader van de uitvoering van het project Deever op Drift.
De redactie tast in het duister, als een mol boven de grond bij fel zonlicht, wat betreft de bestemming van het in zijn aanstaande omgeving gevisualiseerde object.
De redactie denkt vooral dat het gaat om een constructie, die het goeie oude paardenmarktterrein nog verder gaat vernielen, dus vooral niet moet worden gebouwd.
De redactie denkt dat het kan gaan om hangjongerenontmoetingskotje 3.0, dat wil zegger de vervanger van hangjongerenontmoetingskotje 1.0 op het paardenmarkterrein en hangjongerenontmoetingskotje 2.0 op de langparkerenbrink bij de sportvelden in Deever, de hangjongerenontmoetingskotjes van voormalig C.D.A.-wethouder Homme Geertsma.
De redactie hoopt in dat geval dat in de futuristische dakconstructie wel apparatuur voor gratis wi-fi wordt geïnstalleerd en dat in de kolom (de stam van een vernielde ekkelboom ?), die de dakconstructie moet gaan dragen wel oplaadpunten voor de slimme telefoon van de hangjongeren worden opgenomen, anders gaat de doelgroep niet in hangjongerenontmoetingskotje 3.0 rondhangen. Ech neet !
De redactie denkt in iets mindere mate dat het kan gaan om een soort van podium voor een soort van mini-openluchtspel. De toeschouwers mogen dan zitten op stukken hout die wellicht gezaagd zijn uut de ekkelboo’m die in 2018/2019 wegeknooid bint uut ut pièrdemaarktturrein.
Een applausjewaardig feit is dat de Hoge Heren Van Het Grote En Wijze Beleid Voor Het Handhaven Van Het Traditionele Carbid Schieten In De Gemeente Westenveld ut kebied skeet’n op 31 december 2019 op het marktterrein van Deever hebben toegestaan. Het kebied skeet’n werd bij vergissing weliswaar op het koeienmarktterrein toegestaan en niet zoals vroeger altijd het geval was op het paardenmarktterrein. Maar was niet is geweest, zal zeker komen.
Als op 31 december 2020 de melkbussen voor het carbid schieten aan de stukken eikenhout, die te zien zijn op de virtuele afbeelding, kunnen worden vastgebonden, dan is de oeroude traditie van balder’n op ut maarktturrein helemaal in ere hersteld. Want waar kunnen boze geesten beter worden verjaagd, dan zo dicht mogelijk bij de kaarkhof ?

Noot van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft toestemming van adviesbureau Tauw (https://www.tauw.com) en het multimediacontentbureau 3Dimensions (https://www.3dimensions.nl) bijgaande virtuele afbeelding te tonen in het Deevers Archief.
Het adviesbureau Tauw heeft het ontwerp gemaakt van wat is te zien op de virtuele afbeelding.
Het multimediacontentbureau 3Dimensions is de bouwer van de virtuele omgeving van de herinrichting van het marktterrein in het kader van het project Diever op Dreef, die is gepresenteerd tijdens de bewonersavonden in 2019.
Helaas is het ontwerp van het toekomstige marktterrein na de bewonersavonden toch nog gewijzigd, dus zal de hier getoonde toekomstige situatie wellicht anders zijn geworden.

Posted in Carbid schieten, Marktterrein | Leave a comment

Allerheiligen en Allerzielen in de Sint Pancratiuskerk

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht documentje. In dit geval betreft het de ‘liturgie van de zondag Allerheiligen/Allerzielen’ op 7 november 2010 van de Nederlands Hervormde Gemeente Diever. Zie de bijgevoegde afbeelding van het voorblad van dit documentje. 

Allerzielen (het feest van alle zielen) is de dag waarop in de rooms-katholieke kerk alle gelovige zielen van gestorvenen worden herdacht. Allerzielen wordt sinds de twaalfde eeuw op 2 november gevierd, op de dag na Allerheiligen. In de nederlands-hervormde kerk worden Allerzielen en Allerheiligen niet gevierd. Allerzielen wordt niet gevierd, omdat de nederlands-hervormde kerk de leer van het vagevuur ontkent. Allerheiligen wordt niet gevierd, omdat de nederlands-hervormde kerk heiligenverering afwijst.
Het is dus op zijn minst merkwaardig, om niet te zeggen hoogst merkwaardig, te noemen dat de hiervoor genoemde liturigische herdenking -zonder bemiddeling tussen levenden en doden- op zondag 7 november 2010, op de laatste zondag van het kerkelijke jaar, voor allen die gedurende dat kerkelijke jaar zijn gestorven, te bestempelen als een viering van Allerzielen/Allerheiligen. En dat nota bene in een kerkgebouw die door nephistorielogen, cultuurbarbaren en religieuze nitwits hardnekkig de katholieke Sint Pancratius kerk wordt genoemd. En dat nota bene met muzikale begeleiding van een zangclupje met de katholieke naam Sint Pancratius Cantorij.
De tekening op het voorblad van de ‘liturgie voor de viering van de zondag Allerheiligen/Allerzielen’ is zonder enige twijfel nagetekend van een zwart-wit ansichtkaart van het nederlands-hervormde kerkgebouw an de brink van Deever, die in juni 1959 is uitgegeven door kantoorboekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Zie de bijgevoegde afbeelding.
Een uitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in juni 1959 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in februari 1961 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in november 1965 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in oktober 1967 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
Een heruitgave van de zwart-wit ansichtkaart is in november 1968 verkocht door Van Goor’s Kantoorboekhandel, Diever.
De redactie heeft het vermoeden dat Roelof (Roef) van Goor in de periode 1959-1968 meer uitgaven van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart heeft verkocht. Wie kan de redactie daarover gegevens verschaffen ?
Oense Abe Brouwer begon op maandag 4 maart 1957 op 56-jarige leeftijd, toen het wat slechter ging met zijn schrijverscarrière, as stroatemaeker van de gemiente Deever. Op de afbeelding van de zwart-wit ansichtkaart is aan de onderkant van de afbeelding straatwerk in uitvoering te zien. Beter gezegd: aan de onderkant van de afbeelding is veldkeitjeswerk in uitvoering te zien, want het betreft de door Oense Abe met veel geduld gemaakte veldkeitjesstrook met onder meer religieuze figuren om de kaarketuun van het kerkgebouw an de brink van Deever. Zijn de veldkeitjes onder meer afkomstig uit de vernielde Peperstroate ? De redactie heeft de veldkeitjesstrook met de figuren van Oense Abe op zijn lijst van Deevers aardgood geplaatst.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Oense Abe | Leave a comment

Plechtige afkondiging grondwetswijziging in 1953

De redactie kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte, later in Assen woonde en overleden is in Voorburg bij zijn dochter – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren en zo mogelijk van zijn foto’s te voorzien.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van ut Deevers Archief.
Tussen zijn foto’s zat ook een zwart-wit foto van de plechtige afkondiging van een wijziging van de grondwet in de deur van het oude gemeentehuis an de brink van Deever. Zie de bijgaande afbeelding.

Vanaf 1948 mocht een grondwetswijziging ook in het gemeentehuis worden voorgelezen, mits de voorleesruimte vrij toegankelijk was voor het publiek.
De redactie meende eerst dat de foto gemaakt moest zijn tijdens het voorlezen van de wijziging van de grondwet in 1956, denkende dat het oude gemeentehuis pas in 1956 is gesloopt. Dat bleek een vergissing van een jaar te zijn, die achteraf te voorkomen was geweest.
Jannes Smit, oud-inwoner van Dieverbrug en oud-burgemeester van de gemeente Oudewater en de gemeente Losser, wees de redactie op het feit dat de verhuizing uit het oude gemeentehuis aan de brink van Deever naar het noodgebouw op het Bultie plaats vond in het najaar van 1955, waarna de sloop van het oude gemeentehuis direct daarna een aanvang nam. Jannes Smit is zijn ambtelijke loopbaan in het noodgemeentehuis op het Bultie op 21 augustus 1956 begonnen. Hij was daar een collega van Anne Mulder.
De redactie heeft zich op het internet suf gezocht naar andere foto’s van deze plechtigheid, die gemaakt zijn in of voor het huis van andere gemeenten, maar heeft geen foto’s kunnen vinden. De redactie trekt voorzichtig en voorlopig de conclusie dat de hier getoonde kostelijke foto uit de verzameling van Anne Mulder historische waarde heeft. De foto is een topstuk. De foto behoort tot ut fotografiese aarfgood van Deever.
De zwart-wit foto van Anne Mulder is gemaakt op 22 juni 1953. Het voorlezen van de wijziging van de grondwet begon in de ochtend om half elf. Het geeft altijd weer voldoening als de datering van een historisch waardevolle foto helemaal klopt.
De wijziging van de grondwet werd voorgelezen door Anne Mulder. Let wel ! Nota bene ! Te doen gebruikelijk bij een dergelijke zeldzame plechtigheid is dat de wijziging van de grondwet wordt voorgelezen door De Hoge Heer Burgemeester of De Minder Hoge Heer Secretaris van de betreffende gemeente. Mor neet in de gemiente Deever.
De Hoge Heer Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) schitterde door afwezigheid. Hij had op zijn minst uit respect voor volk en vaderland in zijn zwarte pandjesjas en met zijn ambtsketting om rechts naast Anne Mulder moeten staan. Was hij in gemeentelijke werktijd voor het Openluchttheater op pad ? Had hij het te druk met het lobbywerk voor het nieuwe gemeentehuis op de plek van het oude gemeentehuis, in het bijzonder met de inrichting van zijn aanstaande nieuwe werkkamer ? Of is hij de maker van deze foto ?
En De Minder Hoge Heer Secretaris Jan Boesjes voelde zich blijkbaar ook niet geroepen die stroperige wetsteksten plechtig voor te lezen. Hij kijkt een beetje grammietug en verveeld in de lens van de camera. Hij heeft zijn armen over elkaar geslagen, lichaamstaal, een teken dat hij de plechtigheid al lang dik zat is.
De redactie van ut Deevers Archief herkende helaas niet alle personen op de foto.
De man op de voorgrond is gemeentesecretaris Jan Boesjes.
De redactie weet niet wie de man met de pijp is. Een gemeenteambtenaar ?
Achter de man die interessant aan het doen is met zijn pijp is nog net een deel van het gezicht van iemand te zien; de redactie weet niet wie die persoon is.
Rechts naast de vrouw staat commies Otte Franke van Elselo (hij is geboren op 3 april 1908 in Hindeloopen, hij is overleden op 11 september 1987 in Bergum).
De vrouw op de foto is Hennie Hulshof, die op de secretarie van het gemeentehuis werkte en die later trouwde met bakker en kruidenier Klaas Echten uit Wittelte.
De redactie weet niet wie die grote padvinder in de korte broek is.
De redactie weet niet wie de man aan de linkerkant van de foto is. Is het een wethouder ?
Te doen gebruikelijk bij een dergelijke zeldzame plechtigheid is dat de wethouders van de gemeente ook aanwezig zijn.
Wie kan de redactie voorzien van gegevens van de personen op de hier afgebeelde foto ?
Het is natuurlijk belangwekkend te weten of en hoeveel Deevers publiek stond mee te luisteren op de brink. Dat is op de foto niet te zien. In 1953 werd de grondwet beperkt herzien ten aanzien van de buitenlandse betrekkingen van het Rijk.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Gemiente Deever, Topstuk | Leave a comment

Die week in Giethoorn staat mij nog erg bij

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 31 december 2019 van de heer Addie Monster de volgende reactie over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. 

Ik heb in de groep Alaska in de periode 1965/1966 of in de periode 1967/1968 gezeten, dat weet ik niet precies meer.
Ik kan mij nog een naam heugen, ik denk dat het de heer Jan Leerkens is.
Ik herinner mij ook mijn zaalgenoot Alfons van Os uit Rotterdam. En ook een René, zijn achternaam weet ik niet meer, hij kwam uit Amsterdam. En ik denk een Henk Roos. Maar de naam Martin Kievits staat me niet bij.
Mijn naam is Addie Monster en ik kom uit Dordrecht.
Wat mij nog erg bijstaat, dat was die week in Giethoorn. We hebben toen een hele week op het water gepunterd, dat was erg leuk.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie verzoekt de in de reactie van de heer Addie Monster genoemde personen vooral te reageren.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ik vurwaagte altied bericht van oe

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is een zogenaamde vier-luiks ansichtkaart. De kaart is in 1922 verstuurd. De kaart werd in Wapse verkocht door bakker Marten Dijkstra. De kaart is gedrukt bij G. Riezebos in Ede.
De vier afbeeldingen op de hier afgebeelde ansichtkaart zijn elk ook op een aparte ansichtkaart uitgebracht.
Zie bijvoorbeeld de afbeelding Grootmoeder aan ’t spinnen.

De in Wapse wonende Aaltje Moes verstuurde de ansichtkaart in 1922 naar haar nicht mejuffrouw H. van Housselt, paviljoen 2, Dennenoord, Zuidlaren. Op de achterkant schreef ze de volgende tekst.

Lieve Nicht,
Gij schrijft nooit en nu moet ik maar weer beginnen. ’t Is net als wij geen familie meer zijn, wij hooren geen taal of teeken van u,  noch van de Dedemsvaart. Ik wou graag weten wanneer u met verlof gaat, want dan wou ik ook haast komen op de fiets. ‘k Wou graag met de Pinksteren, want dan gaat L. uit en mijn vriendin ook.
Groeten van ons allen,
Aaltje Moes

Het niet uit eigener beweging versturen van wenskaarten is een veel voorkomend a-sociaal verschijnsel, vooral met de kerstdagen en nieuwjaar. Ai’j mee neet ièst un koatie stuurt, dan stuur ik oe ur ok gien iene. Het geval van Aaltje Moes is nog erger. Wel steeds maar weer contact zoeken, wel steeds schitterende Wapser kaartjes versturen, maar nooit antwoord krijgen.

Posted in Ansichtkaart, Wapse | Leave a comment

Klaas Kleine, de siersmid en romanticus uut Deever

In het blad ‘Kijk op het Noorden, het maandelijkse signalement van het economische, culturele, maatschappelijke en recreatieve leven in Noord-Nederland’,  jaargang 15, nummer 76, uitgave april 1983, staat op bladzijde 13 bijgaand artikeltje over alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever). Bestaat het blad ‘Kijk op het Noorden’ nog ?

Klaas Kleine, siersmid en romanticus

Vroeger had ieder dorp minstens één hoefsmid. Het was in de tijd, dat er in de landbouw nog veel paarden werden gebruikt. Het smeden van de ijzers in het laaiende vuur en het beslaan van de paarden waren karweitjes die meestal door een groepje mensen werd gadegeslagen. De dorpssmederij was, evenals het café, de plaats waar meestal tegen de avond mannen zich verzamelden en vooral in de winter was het een lekker warm plaatsje om het nieuws uit te wisselen en herinneringen op te halen.
Tractoren hebben de meeste paarden verdreven en de dorpssmederijen zijn vrijwel alle verdwenen. Daarmee is een stukje romantiek verloren gegaan. Maar Diever heeft nog een hoefsmid en nog wel een die zeer romantisch is aangelegd. Klaas Kleine, 42 jaar, wiens markante hoofd getooid is met een baard, hecht zeer aan het verleden. Eenmaal per jaar, in de herfstvakantie, probeert hij het zelfs zo goed mogelijk te laten herleven. Dan trekt hij zich met vrouw en kinderen terug in het achterhuis. Elektriciteitsvoorziening en waterleiding worden dan volkomen genegeerd. Het vuur levert de warmte en een oude pomp zorgt voor het water. In de smidse wordt de blaasbalg met de hand bediend. De kinderen schikken zich met veel plezier in het terugzetten van de klok naar vroeger en vermaken zich met lei en griffel.
Ook het overige deel van het jaar is Klaas Kleine een echte romanticus. Hij zet het oude ambacht, dat zijn vader ook al beoefende, voort in het smederijtje aan de Brink. Met het maken van hoefijzers kan hij uiteraard niet meer aan de kost komen. Al geruime tijd geleden begon hij zich toe te leggen op her maken van siersmeedwerk. Evenals de hoefsmeden vroeger trekt hij daar mensen mee, niet in de laatste plaats toeristen. ’s Zomers geeft hij dan ook geregeld demonstraties van siersmeden.
Kleine heeft zich ook op het maken van violen toegelegd, want hij houdt veel van muziek, vooral uit de middeleeuwen. Zijn eerste viool maakte hij van hout van sigarenkistjes, daarna knapte hij een oude viool op en zijn grote kunststuk was het nabouwen van een middeleeuwse vedel. Een andere prestatie van hem is dat hij het oude landgeitenras van de ondergang heeft gered door een fokcentrum op te richten. Hij had het geluk, dat in een dierentuin nog een paar exemplaren van het vroeger zo geliefde, maar praktisch verdwenen ras, aanwezig waren.
Het ligt voor de hand dat Kleine van zijn eigen Drentse taal houdt. Hij spreekt en leest deze niet alleen, maar enkele jaren geleden is hij ook begonnen er zelf in te publiceren. Hij schreef gedichten en begon aan een Drentse vertaling van het boek Job uit het Oude Testament.
Wie een stukje oude Drentse sfeer wil proeven kan op weinig plaatsen zo goed terecht als bij de smid Klaas Kleine.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, geitenfokker, kaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) kocht op 14 oktober 1966 het huis op de hoek van de grote en kleine Peperstraat voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
Op een afbeelding uit 1955 is het erfgoedlijstwaardige pand nog met het achterhuis te zien, vóórdat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen besloten alvast het achterste deel van het erfgoedlijstwaardige pand af te laten breken. Op een afbeelding uit 1964 of 1965 is het overblijvende deel van het erfgoedlijstwaardige pand te zien ná de afbraak van het achterste gedeelte van het pand. Merk op dat toen in het bovenlicht van de voordeur geen levensboom als sierelement aanwezig was.
De foto in bijgaande afbeelding van het artikel is in april 1983 gemaakt in de smederij an de Peperstroate.
Op de kleurenfoto -die de redactie op 20 november 2005 heeft gemaakt- is de woning en smederij van Klaas Kleine te zien. Woonde toen de weduwe van Klaas Kleine nog in het pand, of woonde zij inmiddels elders ?
In Deever doen sterke geruchten de ronde dat ijverige dorpskrachten van de plaatselijke heemkundige vereniging weer eens bezig zijn met ‘een boekje’, deze keer is het onderwerp Klaas Kleine. Het kan bijna niet missen zo’n vijftien jaar na zijn verscheiden. De redactie adviseert de dorpskrachten ‘het boekje’ de titel ‘Klaas Kleine, het meraekel van Deever’ te geven, want de eretitel ‘oraekel’ is al vergeven.

Posted in Diever, Klaas Kleine, Neringdoende, Peperstraat | Leave a comment

Carbid schieten is nu een nationaal erfgoed

Op 30 juni 2014 verscheen in de Meppeler Courant het navolgende korte bericht over het kebid scheet’n (carbid schieten), dat op de lijst van zo genoemd immaterieel erfgoed is komen te staan.

Wapse – Carbid schieten krijgt een plaats op de nationale erfgoedlijst. De traditie waarbij een melkbus wordt gevuld met carbid die dan met veel kabaal moet ontploffen, komt als vijftigste op die lijst. Dat heeft Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) bekend gemaakt. De zo genoemde Nationale Inventaris van Immaterieel Erfgoed in Nederland moet gemaakt worden, omdat Nederland de conventie van de VN-organisatie heeft ondertekend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dit bericht is zeker de moeite waard in het Deevers Archief te worden opgenomen. Eindelijk is daar die nationale erkenning voor een breed over het Nederlandse platteland verspreide oudejaarsgebruik. Zie de webstee www.immaterieelerfgoed.nl.

Hebben de kebied scheeters in Deever en Wapse daar zo lang op zitten wachten ? Dat zal toch niet zo zijn ? Het nalaten van deze lawaaiige traditie aan komende generaties zal zonder die vijftigste plaats (en laatste ?) op die erfgoedlijst zeker ook wel lukken. Of zitten er voordelen aan om op zo’n lijst te staan ? Bijvoorbeeld stelt het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed uit een erfgoedfonds zo nu en dan geld beschikbaar voor het aanschaffen van nieuwe melkbussen (worden die nog wel gemaakt) ?

En waarom is de op sterven na dood zijnde prachtige traditie van bolderen niet, nog niet of nog steeds niet in die Nationale Inventaris Immateriaal Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland opgenomen ? En waarom staat het ‘poasvuur sleep’m’ niet op die lijst ?.

De vraag wanneer het kebied scheet’n binnen de gemiente Deever is begonnen lijkt niet zo moeilijk te beantwoorden.
De vraag is meer wanneer Grote Frièrik Ofrein an ’t Kleine Brinkie, de Kloeze in de Heufdstroate, de Kloeze in Wittelte en Santing in Wapse daadwerkelijk zijn begonnen met autogeen lassen, want bij deze lasmethode wordt kebied gebruikt.
Het autogeen lassen dateert van na 1880. Voorstelbaar is dat deze lasmethode ongeveer 110 jaar geleden voor het eerst binnen de gemiente Deever werd toegepast. Omstreeks die tijd of later zal in de gemiente Deever met kebied scheet’n zijn begonnen. Dus deze traditie zal ongeveer een eeuw oud zijn. Voorstelbaar is ook dat het kebied scheet’n uit andere streken is overgenomen en niet in de gemiente Deever is uitgevonden..

In de naoorlogse periode van weinig geld en weinig vuurwerk kocht de jeugd tegen het oude jaar voor een paar kwartjes een klompe kebied bij de smid. Voor het gewone lichtere gebolder (geknal) maakten de jongens gebruik van goed afsluitbare blikken (bijvoorbeeld verfblikken), hoe beter het blik afsloot hoe harder de knal, maar een Buisman-blikje deed het ook wel een tijdje. Met een hamer en een spijker een gaatje in het midden van de onderkant van het blik slaan, een klontje kebied in het blikje, flink wat speeje (spuug) erbij, lid (deksel) op het blikje drukken, even schudden voor een goede gasontwikkeling, blikje onder de klomp, vuurtje bij het gaatje houden en boem. En dan doorgaan met het gebolder, totdat het blikje het begaf. Je was een soort van held voor tien minuten als je de grotere blikken vanuit de hand durfde te laten knallen.

Maar als de culturele verscheidenheid in Nederland mag worden vergeleken met de zeer rijke culturele verscheidenheid in een land, zoals Perú, dan is het in Nederland maar armoedig gesteld met het nog overgebleven immateriële culturele erfgoed.

Posted in Aarfgood, Carbid schieten, Poasvuur sleep'm | Leave a comment

Pannekoekenboerderij Dieverszicht is niet meer

Op bladzijde 22 van de Recreatiekrant Drents-Friese Wold uit 2012, die is uitgegeven door Boom Regionale Uitgevers, stond een advertentie van de nu al niet meer bestaande pannekoekenboerderij Dieverszicht an de Aachterstroate.bee’j de Eendeviever.

De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. De boerderij met adres Aachterstroate 9 in Deever was toen in gebruik als woning. De redactie heeft nog niet uitgezocht wanneer (ergens in 2012, 2013, 2014, 2015 of 2016) de uitbaters van pannekoekenboerderij Dieverszicht in deze toeristisch volatiele omgeving met het bakken van pannekoeken zijn gestopt. De redactie vond vooral de pannekoek met gember erg lekker.
De redactie heeft helaas geen dossiertje van deze horeca-onderneming aangelegd, maar het internet biedt gedeeltelijk uitkomst.
De redactie weet niet wanneer de pannekoekenboerderij Dieverszicht is geopend. Kort na de sluiting van museum Radio Wereld, dat tot in 1999 in deze boerderij was gevestigd ?
Wel is het zo dat de webstee www.dieverzicht.nl niet meer is te bezoeken en dat de domeinnaam www.dieverszicht.nl op dit moment te koop is.
Het is een geruststelling dat de webstee van het Internetarchief (The Internet Way Back Archive) (archive.org/web) als doel heeft voor altijd (voor altijd is wel erg lang) universele toegang te bieden tot alle via het internet bereikbare menselijke kennis. Zo ook tot de erg beperkte kennis die is opgeslagen in alle versies van de webstee www.dieverszicht.nl van pannekoekenboerderij Dieverszicht. Klik op de navolgende link voor het raadplegen van een van de versies van de webstee van pannekoekenboerderij Dieverszicht.

Posted in Achterstraat, Bedrijf, Boerderij, Diever, Neringdoende, Toeristenindustrie | Leave a comment

Een vierkante band van straatklinkertjes

In de Volkskrant van 1 juni 1962 verscheen nummer 340 van de door Lijntrekker getekende rubriek ‘het merckwaerdigste meyn bekent’, waarin hij aandacht besteedde aan de kerk aan de brink van Deever.
Als Lijntrekker tekende en beschreef Jan Bouman decennia lang heemkundige varia voor de Volkskrant. Geen gevelsteen, windwijzer of tegeltableau in Amsterdam en de rest van Nederland sloeg hij over. Zo vergat hij ook de kerk aan de brink van Deever niet.
De tekst die boven de zuidelijke ingang van de kerk staat, is links boven in de afbeelding duidelijk te lezen, echter de tekst van de voetnoten niet, die luidt als volgt:
In het Drentse dorp Diever staat op het ruime plein de hervormde kerk, eertijds gewijd aan Sint Pancratius. Boven de zuidelijke ingang staat een vierregelig vers te lezen, verduidelijkt door twee voetnoten, dat herinnert aan de blikseminslag van 1759, die de toren trof. Het bovendeel van de toren en de kerk brandden uit.
Bij de restauratie van het kerkgebouw in 1955 werden de resten ontdekt van niet minder dan zeven voorgaande kerken, waarvan de eerste drie uit de negende en tiende eeuw dateren.
Aan de westkant van de toren is de opmerkelijkste ‘voetnoot’ aangebracht. Een vierkante band van straatklinkertjes geeft tussen het gras de grondslag aan van de vroegere toren, die los stond van een houten zaalkerkje met versmalde absis.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de vierkante band van straatklinkertjes, op 21 november 2014 gemaakt. De redactie heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de markante paarsgebroekte Jans Roelof Tabak, koster en klokkenluider (en orgelpomper en lijkwagenkoetsier ?) van de Heilige Sint Pancratius Kathedraal aan de Brink van Deever, op 13 november 2008 gemaakt.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekening, Tilgröppe, Toren aan de brink | Leave a comment

Deeverbrogge – Uit de diligence en op de boerenkar

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 24 juli 1852 verscheen het volgende grappige korte bericht over twee diligences die in de buurt van de Deeverbrogge met de assen tegen elkaar reden.

In den nacht van woensdag op donderdag jongstleden zijn de diligence van Burgers, die van Meppel kwam, en die van Visscher en Kiesbrink, die van Assen kwam, tusschen deze plaats en Dieverbrug met de assen tegen elkander gereden, zoodat de eerstgenoemde is beschadigd, en de reiziger, welke zich daarin bevond en welke toevallig de heer Visscher was, de reis in een boerenwagen moest vervolgen; de andere diligence heeft geen letsel bekomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever heeft in 2014 zijn 20-jarige bestaan ‘opgeluisterd’ met de uitgave van het jubileumboek ‘An de Brogge’.
In het boek zijn volgens zeggen de resultaten van een zoektocht naar de rijke historie van de Deeverbrogge gepubliceerd.
In het boek zijn volgens zeggen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde gekomen:
– scheepvaart;
– kalkovens;
– kampeer- en bungalowterrein Ellert- en Brammert;
– noodslachtplaats;
– bedrijvigheid aan de loswal;
– tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart;
– hotel-restaurant-café Blok;
– bouwmaterialen Concordia,
– postkantoor;
– steenfabriek;
– winning van ijzeroer;
– arrestantenlokaal achter hotel Blok;
– kermissen;
– markten;
– culturele voorstellingen en filmvoorstellingen;
– dansavonden.
Zowaar een zeer indrukwekkende en hopelijk niet-eindige lijst van onderwerpen.
De Deeverbrogge lag vanouds op het kruispunt van twee belangrijke routes. In het boek aandacht besteden aan de scheepvaart en de tramlijn is natuurlijk prima, maar ook aan het rijdende verkeer over de weg had gepaste aandacht mogen worden besteed.
In het midden van de negentiende eeuw was de diligence, een door paarden getrokken reiswagen of postwagen, een veel gebruikt vervoermiddel. Blijkbaar waren in die tijd twee concessiehouders actief op de route langs de Drentsche Hoofdvaart van Meppel naar Assen. En als een diligence het begaf, dan wachtte je als eigenaar van een diligence (Visscher) niet op de diligence van de concurrent, maar dan vervolgde je de reis op een boerenwagen.
De redactie van het Deevers Archief gaf destijds de samenstellers van het genoemde jubileumboek in overweging het hiervoor vermelde krantebericht als annekkedote op te nemen in het boek. Of dit grappige berichtje daadwerkelijk in het boek is opgenomen, dat is bij de redactie niet bekend.

Posted in An de Deeverbrogge, Openbaar vervoer | Leave a comment

De nieuwe gevangenis an de Deeverbrogge in 1852

In de Grunniger Kraante van 19 november 1852 verscheen het navolgende zeer korte berichtje over het nieuwe huis van bewaring an de Deeverbrogge.

Tot leden van het collegie van toezigt over het nieuw gesticht huis van bewaring te Dieverbrug, zijn  door den heer commissaris des Konings in  deze provincie benoemd: de heeren S. van Roijen, burgemeester van Diever en Vledder; mr. G. W. van der Feltz jr., burgemeester van Dwingelo, en mr. W.O. Servatius, advokaat en notaris ter laatstgenoemde plaats, terwijl tot cipier is aangesteld Jan Stoker, gewezen geregtsdienaar te Assen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De plaatselijke heemkundige vereniging heeft in 2014 haar 20-jarige bestaan opgeleukt met een jubileumboek, waarin volgens zeggen ten minste de volgende onderwerpen aan de orde zijn gekomen:
– scheepvaart;
– kalkovens;
– recreatiecentrum Ellert- en Brammert;
– noodslachtplaats;
– bedrijvigheid aan de loswal;
– tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart;
– hotel-restaurant-café Blok;
– bouwmaterialenhandel Concordia;
– postkantoor;
– steenfabriek;
– winning van ijzeroer;
– arrestantenlokaal achter hotel Blok;
– kermissen;
– markten;
– culturele voorstellingen en  filmvoorstellingen;
– dansavonden.
Voorwaar een hele kloeke uitdagende lijst, waar de dorpskrachten van de Deeverbrogge hun (kunst)tanden in stuk zullen hebben gebeten.

Het arrestantenlokaal stond bij het posthuis van kastelein Wind, later het logement van De Vroome, an de Deeverbrogge.
Mr. Stephanus van Roijen (geboren op 3 september 1798 in Vledder, overleden op 28 februari 1883 in Middelstum) was van 1848 tot 1872 burgemeester in de gemiente Deever. In de webstee wikipedia.org zijn meer gegevens van hem te vinden.
Mr. Gustaaf Willem van der Feltz (geboren op 21 juni 1817 in Groningen, overleden op 4 juli 1863 in Dwingel) was van 1852 tot 1855 burgemeester van de gemiente Dwingel. In de webstee wikipedia.org zijn meer gegevens van hem te vinden.
Mr. Wicher Onko Servatius (geboren op 26 juli 1822 in Zuidlaren, overleden op 2 februari 1892 in Assen) was in de periode 1851-1883 advocaat en notaris in Dwingel.
De cipier Jan Stoker werd geboren op 4 juli 1797 in Assen en overleed op 6 november 1854 an de Deevebrogge.
De redactie weet niet of de twee hier vermelde berichten zijn verwerkt in het jubileumboek ‘An de Brogge’ van de heemkundige vereniging uut Deever.


Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskracht | Leave a comment

Kamplied jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

Van de heer Pieter Verdonk (geboren in 1939) ontvingen wij op 16 september 2014 de navolgende bijdrage over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Dit keer bericht hij over het kamplied van het jongenskamp .
De redactie van ut Dievers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp. Wellicht lezen andere oud-kampbewoners dit bericht en kunnen zo nodig aangeven of de tekst van het kamplied aanpassingen behoeft.  

Leuk dat u mijn bijdrage over de organisatie van De Eikenhorst zo heeft gewaardeerd.  Ik heb nog iets, dat misschien leuk is: de tekst van het kamplied.  Wie het geschreven heeft weet ik niet, wel weet ik dat wij als jongens en staf het bij vele gelegenheden zongen.

Kamplied van De Eikenhorst
Heft aan Eikenhorsters, zingt allen het lied
van het kamp tussen eiken en berken.
Waar vind je in Nederland een mooier stuk natuur
om een jaar aan jezelf te werken.
Wij treden des morgens als jongens en staf
bij onze vlag tezamen,
en gaan dan eenieder naar ons eigen werk met spoed
om ‘s avonds te zeggen: de dag was goed,
met leren en sporten en spitten
met zingen en spelen en handarbeid.
Wij mopperen en fluiten
in groep en daarbuiten
Om na een jaar te zeggen: ‘t was een machtige tijd!

Ik hoop dat het helemaal goed is!

Vriendelijke groet,
Pieter Verdonk

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De stand der electrificatie van Deever in 1924

Op 5 september 1924 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het navolgende bericht over de stand der electrificatie in de gemiente Deever.

De electrificatie
Met de electriciteitsvoorziening onzer gemeente begint het al aardig op te schieten. In de kom van het dorp en ook te Dieverbrug zijn de meeste aansluitingen, zoowel buiten als binnenshuis gereed, het transformatorengebouwtje te Dieverbrug is zowat voltooid, terwijl met het bouwen van dat bij de boterfabriek een aanvang is gemaakt.
Het elektrisch licht belooft een heele verbetering te worden, vooral ook wat de straatverlichting betreft. Tot heden was alleen de kom door petroleumlantaarns verlicht; straks wordt ook de hele weg naar Dieverbrug electrisch verlicht, wat vooral een groot gemak beteekent voor menschen, die van of naar het tramstation Dieverbrug moeten.
Nu de avonden weer beginnen te komen, begint men allerwege reeds naar een spoedige stroomlevering te verlangen, hoewel dat nog wel enige tijd zal duren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De aanleg van de electriciteitsvoorziening van Oldendeever, Kaltern, Wapse, Wittelte en ’t Moer gebeurde in de jaren na 1924.
In het bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant wordt met de boterfabriek bedoeld de zuivelfabriek (de botterfebriek) aan het Moleneinde in Deever (nu is Garage Boer in het gebouw gevestigd). In dat bericht wordt met het tramstation Dieverbrug bedoeld het in het hotel-café an de Deeverbrogge gevestigde station van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij. De tramlijn langs de voart werd in 1933 opgeheven.
Op bijgaande afbeelding van de ‘overzichtkaart van den stand der electrificatie in de provincie Groningen en in het noordelijk deel der provincie Drente op 31 december 1924’ te zien. Deze overzichtskaart is afgebeeld in het gedenkboek ‘Tweestromenland, electriciteitsvoorziening in Groningen en Drenthe’ , dat is 1988 uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Electriciteitsbedrijf Groningen en Drenthe (EGD) 
Op de helaas niet zo scherpe afbeelding is zichtbaar de netkaart van het concessiegebied van het Electriciteitsbedrijf Groningen en Drenthe op 31 december 1924. Het concessiegebied in de provincie Drenthe werd aan de zuidzijde begrensd door een lijn lopende door de gemeenten Emmen en Sleen, langs de zuidgrens van de gemeente Zweeloo, door de gemeenten Westerbork en Beilen en langs de zuidgrens van de gemeenten Dwingelo, Diever en Vledder’.
De ononderbroken rode lijnen stellen de 10 kV (10.000 V) lijnen voor. De 10 kV-lijn langs de Drentsche Hoofdvaart eindigde in 1924 in Wittelte. An de Deeverbrogge liep een zijtak naar Deever en Vledder.
Op de kaart is aan de gele kleur te zien dat de aandere kaante van de bos (Olde Willem, Woater’n en Zorgvlied) niet was aangesloten op het hoogspanningsnet (voor zover 10.000 V als hoogspanning is te beschouwen) van het Electriciteitsbedrijf Groningen en Drenthe.

Posted in Gemiente Deever | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Hulppostkantoor

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 8 maart 1864 het volgende korte bericht over het hulppostkantoor an de Deeverbrogge.

Diever, 6 maart.  Volgens opgave van den brievengaarder van het hulp-postkantoor te Dieverbrug, zijn in het verloopen jaar de navolgende particuliere brieven ontvangen, als: 6408 van Meppel, 4245 van Assen, 605 van Groningen, 139 van Havelte, 968 van Smilde en 336 uit de bus, total 12701 en verzonden: naar Meppel 5695, Assen 4686, Havelte 157 en Smilde 1124, totaal 11662, zoodat het getal verzonden en ontvangen brieven bedraagt 24363.
Wanneer men nu aanneemt, dat van iedere brief 5 cent port wordt betaald, dan hebben deze brieven eene waarde opgebragt van f. 1218,15.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is wellicht van enig belang te weten dat an de Deeverbrogge ooit een hulppostkantoor heeft gestaan.
Of het kantoor in 1864 op de plek stond waar het hulppostkantoor (hulppostkantoorhouder Jan Doorten) in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw stond, dat is bij de redactie van ut Deevers Archief nog niet bekend.
In het jubileumboek ‘An de Brogge’ van de heemkundige vereniging uut Deever zullen ongetwijfeld beelden en woorden zijn besteed aan de postale, telefonische en telegrafische activiteiten an de Deeverbrogge.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Postkantoor | Leave a comment

Er staat een kerk op instorten !

In het christelijk georiënteerde weekblad ‘de Spiegel’ verscheen in het nummer van 23 juli 1955 het volgende artikel van de hand van de journalist P.W. Russel over de slechte staat van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de brink van Deever. Het artikel werd geschreven kort voor aanvang van de grote restauratie van het oude kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de jaren 1956/1957. 

‘Ja, dit is een ramp’, zei burgemeester J.C. Meyboom van Diever, toen ik hem opbelde om een afspraak te maken. ‘Beslist een ramp, zoals de kerk er nu bij ligt’, herhaalt hij, als wij op het kerkplein in het centrum van zijn dorp staan. Diever, het bijna vijf-en-dertig-honderd zielen tellende dorp tussen Assen en Meppel, kent in deze dagen nog maar één gesprek: de kerk. De bakker en de melkboer, de burgemeester en de jonge dominee Smit. allen zijn er vol van. ‘Er zijn twee mogelijkheden: óf we gaan de kerk het volgend jaar sluiten en schaffen een bordje aan ‘Ruïne te bezichtigen’, óf er wordt gerestaureerd.’ Zo stond het op een folder en het hele dorp is geschrokken.
De hervormde gezinnen in het dorp – het is hun kerk – brachten 22.000 gulden bij elkaar; vlugschriften leverden nog eens tien mille op en een fonds beschikte nog over drieduizend gulden. Vijf-en-dertig-duizend gulden dus. Die zijn er.
‘Maar weet u wat dit gaat kosten ?’ vraagt burgemeester Meyboom, die nu al zestien jaar zijn krachten aan Diever geeft. ‘We hadden een eerste begroting en daar stond als eindbedrag 170.000 gulden op. Daar was niet bij gerekend wat er allemaal in de kerk moet gebeuren, na de restauratie. Ik bedoel zaken zoals meubilair, verwarmingsinstallatie en verlichting.
‘Maar wacht even. Kijk, ziet u die meneer daar uit de kerk komen ? Juist, dat is de heer G.C. Helbers, de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. Moet u hem eens vragen, waarom het allemaal zo duur gaat worden.’ ‘Hierom’, zegt de heer Helbers, die breedgeschouderd en goedgehumeurd is, ‘we gaan deze kerk niet repareren, niet herstellen, maar restaureren. En dat betekent, dat we alles zoveel mogelijk in de oude en originele vorm terugbrengen.’
‘Deze kerk staat op instorten’, aldus de directeur van het museum in Assen. ‘Niets meer en niets minder. Alle maatregelen, die nodig waren, zijn genomen. We gaan restaureren, dat is één. We hebben een restauratiecomité, dat is twee. Gedeputeerde Staten zijn helemaal accoord, dat is drie en er is een begroting, nummer vier. We startten dus, twee weken geleden.’
‘Maar wat ontdekken we ? Tien centimeter onder de huidige tegelvloer in de kerk ligt een tweede vloer, van rode plavuizen. Oh, dachten we, de originele staat van de kerk was dus tien centimeter lager. Neen, helemaal niet, want nog eens vijfentwintig centimeter lager vinden we een tweede vloer, van groene en gele tegeltjes. Dat betekent dus, dat we de hele kerk vijf-en-dertig centimeter moeten uitgraven, om de oorspronkelijke diepte terug te krijgen.’
We lopen door de kerk, de burgemeester, de heer Helbers en ik. ‘Ga hier eens in dat gat staan’, zegt de heer Helbers. ‘Ziet u wel, de kerk wordt hoger en imponeert nu veel meer door zijn verhoudingen. We hebben verder inkassingen gevonden, waaruit blijkt, dat het middenschip en het hoogkoor eens overwelfd waren. Overal aan de zijkanten ziet u nog hele of halve colonetten; bij die halve heeft men in vroegere jaren de rest gewoon weggehakt, om ‘ruimte’ te krijgen. En kijkt u eens naar de zoldering. Half verteerde planken uit 1760. Het gewelf zit er onder. De manier, waarop vroeger aan deze kerk is gewerkt, is gewoon in-elkaar-timmeren geweest.’
‘Hoe oud is deze kerk van Diever eigenlijk, burgemeester ?’ vraag ik. ‘De kerk dateert uit 1400 en de toren uit 1100’, is het antwoord. ‘Naar die tijd moeten we met onze restauratie dus terug’, vult de heer Helbers aan. ‘Steeds doen we meer ontdekkingen: dichtgemetselde ramen, die open behoren te zijn; muren in zijbeuken die er maar gewoon tussen gemetseld werden en kostbare zandstenen randen rond pilaren, waar de een of andere optimist rustig overheen kalkte. Maar al die verrassingen doen de begroting van de restauratie angstig naar boven lopen. De tweede (definitieve’?) begroting moet nog komen, maar men vreest dik boven de twee ton te komen.
‘Maar dit kon niet langer’, zegt burgemeester Meyboom, die tegelijk voorzitter van de restauratiecommissie is. ‘Twee tot drie jaar duurt de restauratie, maar we zijn beslist tegenover het nageslacht verplicht een bouwwerk als dit, met zulk een rijkdom aan schoonheid, te bewaren.’ ‘Hier in dit hoekje moet U gaan staan en dan naar boven kijken’, adviseert de heer Helbers. Ik doe het en kijk dwars door het dak heen. Niet door een klein gaatje, maar door een opening, waar met gemak een divan in de breedte doorheen getrokken kan worden. Het dak van nieuwe pannen voorzien, kon ook niet meer, want geen mens durft meer naar boven. ‘Eerst moeten alle rotte balken weggehaald, want een kind zou er door vallen’, zegt de heer Helbers.
Tot 1 juni van dit jaar zijn de kerkdiensten in Diever gewoon doorgegaan. En het is goed, dat de dorpelingen het niet zo precies geweten hebben. Want toen men begon met breekijzers de planken van de zijvloeren los te breken, bleven de planken zitten en vielen de verteerde binten naar beneden. ‘Om niet eens te praten van de kerkbanken zelf’, merkte de burgemeester op. ‘Daar, vóór de kerk ziet u ze liggen: één hoop vermolmd hout. Ze vielen in elkaar toen men ze wilde wegdragen.’

Uitleg bij foto 1 in het artikel
Zo ziet de kerk er nu van binnen uit: de orgelpijpen, tijdig gered uit de ruïne, liggen in het zand; kruiwagens staan in het middenpad; de kansel wordt voorzichtig gesloopt en in de muren van het hoofdkoor ontdekt men steeds meer verborgen nissen.


Uitleg bij foto 2 in het artikel
Dit is de kerk van Diever, die op instorten staat. Aan de dakrand en vlak bij de toren zijn de gaten te zien, terwijl op de voorgrond een dichtgemetseld raam herinnert aan de eerste helft van de 17de eeuw, toen de kerk na een brand werd ‘vertimmerd’.

Uitleg bij foto 3 in het artikel
Oorspronkelijke hoge, smalle ramen in gotische stijl; sinds honderden jaren al dichtgemetseld, met hier en daar een recht raampje. ‘Maar voor we het open maken, moet de kerk eerst gestut’, zei de directeur van het Provinciaal Museum in Assen. ‘Anders valt de hele zaak in.’

Uitleg bij foto 4 in het artikel
Ik ben 79 jaar’, zegt Geert Dekker, ‘en gedurende 45 jaar daarvan heb ik de kerkklok van Diever geluid. Nu moet ik drie jaar wachten, maar ik weet niet wat ik in die tussentijd moet doen.’

Uitleg bij foto 5 in het artikel
Niet alleen in de kerk, maar ook in de toren zijn in de loop der eeuwen ramen dichtgemaakt. De steunbeer uit de vijftiende eeuw, vlak naast de ronde deur, kan elk ogenblik omvallen. De stenen, voor zover ze niet afbrokkelden, staan los op elkaar en de specie geeft geen enkel houvast meer.

Uitleg bij foto 6 in het artikel
Met het grootste gemak breekt burgemeester J.C. Meyboom van Diever een plank van een kerkbank door. Tot 1 juni van dit jaar volgden de dorpelingen, gezeten op deze banken, de kerkdiensten.

Uitleg bij foto 7 in het artikel
Als u in een zijbeuk van de Dieverse kerk staat en omhoog kijkt, dan ziet u dit: verteerde balken, gescheurde muren en een kapot dak.

Posted in Aarfgood, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

De olde brink van Deever mit de braandkoele in 1903

Op veel plaatsen in Deever waren braandkoel’n gegraven om in geval van brand snel te kunnen beschikken over bluswater. Zo ook de hier achter de kinderen zichtbare braandkoele op de brink van Deever. Om de braandkoele stonden witte glint’n (een wit hek).
In de gemiente Deever zijn de meeste braandkoel’n na de komst van de eerste motorspuit in de dertiger jaren van de vorige eeuw gedempt.
Echter deze braandkoele is pas tijdens de grote vernieling van de brink in het midden van de vijftiger jaren van de vorige eeuw gedempt.
Rechts is de oude pastorie van de nederlands-hervormde kerkgemeente te zien (een pastorie hoort in Deever an de brink te staan).
De fotograaf had de driepoot van zijn fototoestel zo geplaatst dat in het midden van de foto tussen de bomen juist korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever is te zien.
In het voorhuis van de boerderij aan de linkerkant woonden Hendrikje en Marie Mulder. In het achterhuis oefende Roelof (Roef) ten Buur zijn boerenbedrijf uit.
Fraai is het slijtpad over de brink te zien dat liep naar het niet zichtbare oude gemeentehuis (een gemeentehuis hoort in Deever an de brink te staan).
De oude ansichtkaart is door H. ten Brink uit Meppel uitgegeven in 1903.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de zwart-wit foto onder de oude ansichtkaart gemaakt op 13 mei 2002.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Molen 'de Vlijt', Pastorie aan de Brink, Topstuk | Leave a comment

Hotel Blok an de Deeverbrogge verbraand

In het krant De Sumatra Post (!) verscheen op 29 april 1932 een foto van het verbrande hotel-restaurant-café van Johan Blok an de Deeverbrugge. Bij de foto stond het volgende onderschrift.

Het uit de achttiende eeuw daterende dorpshotel te Dieverbrug (Drente), waarin tevens het plaatselijke kantoor van de Nederlandsche Tramwegmaatschappij gevestigd was, is door een fellen brand geteisterd. Het gebouw, dat vroeger als posthuis werd gebruikt, brandde tot den grond toe af. De schade bedraagt ongeveer achtduizend gulden.

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel-restaurant-café Blok, Verdwenen object | Leave a comment

Wittelter familienaam Bij de Berg bestaat niet meer

Jan bij de Berg (geboren op 19 juli 1860 te Wittelte, overleden op 3 april 1916 te Wittelte) en Lammigje Offerein (geboren op 18 mei 1860 te Wittelte, overleden op 9 juni 1932 te Wittelte) trouwden op 27 april 1888. Het echtpaar kreeg drie kinderen, te weten Jantje (Jantie), Roelof (Roef) en Jantiena.
De ongetrouwde Jantje (Jantie) bij de Berg overleed op 5 juni 1965. Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof (Roef) bij de Berg op 16 juli 1968 is de familienaam bij de Berg uitgestorven.
Roef en Jantie bee de Baarg woonden aan de Wapserveenseweg -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerderij aan de linkerkant.
Uit overlijdensakte nummer 15 van 2 november 1827 blijkt dat de op 1 november 1827 in Wittelte overleden landbouwer Jan Jakobs bij de Berg is geboren op 30 september 1754 in Wittelte. Hij was een zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans.
Het vermoeden bestaat dat de familienaam bij de Berg (bee de Baarg) in de Napoleontische tijd is ontstaan, toen de Franse bezetter bij het invoeren van de burgelijke stand de mensen dwong een achternaam aan te nemen. Deze Wittelter familie moet zich verbonden hebben gevoeld met de Wittelter Berg (de Baarg), woonde toen misschien wel dichter bij de Berg (de Baarg) dan Roef en Jantie. Op de vraag van de ambtenaar ‘wat is uw achternaam’ gaf Jan Jacobs wellicht als antwoord ‘’k hep gien aachternaeme’. Op de vraag van de ambtenaar ‘waar woont u’ gaf Jan Jacobs mogelijk als antwoord ‘bee de baarg’. De reactie van de ambtenaar zal wellicht geweest zijn ‘dan schrijf ik bij uw achternaam ‘bij de Berg’.’
De redactie heeft het graf van de familie Bij de Berg op de lijst van Deevers funerair aarfgood gezet.

Familie Bij de Berg – Geboorteakten

Diever, geboorteakte, 7 april 1851, aktenr. 14
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 05-04-1851, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 33 jaren.
Diever, geboorteakte, 10 april 1856, aktenr. 8
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 09-04-1856, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 37 jaren, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder; oud: 37 jaren.
Diever, geboorteakte, 17 oktober 1857, aktenr. 27
Kind: Janna bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 16-10-1857, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 39 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 39 jaren.
Diever, geboorteakte, 20 juli 1860, aktenr. 22
Kind: Jan bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 19-07-1860, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 41 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 41 jaren.
Diever, geboorteakte, 25 maart 1889, aktenr. 13
Kind: Jantje bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 24-03-1889, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 28 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 24 januari 1891, aktenr. 7
Kind: Roelof bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 23-01-1891, zoon van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 30 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 1 februari 1893, aktenr. 8
Kind: Jantiena bij de Berg, geboren te Wittelte (Diever) op 30-01-1893, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.

Familie Bij de Berg, huwelijksakten

Diever, huwelijksakte, 26 april 1828, aktenr. 4
Bruidegom: Roelof Veldkamp, oud: 36 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Heime Veldkamp en Jantje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Geesje bij de Berg, oud: 34 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. NB. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.
Diever, huwelijksakte, 24 december 1841, aktenr. 10
Bruidegom: Roelof Jannes Hessels, geboren te Diever; oud: 36 jaren; beroep: landbouwer; weduwnaar van Hendrikje Elting, zoon van Jannes Hessel en Janna Berents, beroep: landbouwersche. Bruid: Janna Jans bij de Berg, geboren te Diever; oud: 33 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. NB. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.
Diever, huwelijksakte, 7 mei 1850, aktenr. 9
Bruidegom: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Diever; oud: 31 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Jantje Willems Jonkers, geboren te Dwingelo; oud: 32 jaren; beroep: naaister, dochter van Willem Fredriks Jonkers, beroep: landbouwer, en Janna Schippers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 28 april 1877, aktenr. 7|
Bruidegom: Hendrik Hessels, geboren te Diever; oud: 34 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Hendriks Hessels en Hilligje Willems Mulder. Bruid: Lammigje bij de Berg, geboren te Diever; oud: 21 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 14 mei 1885, aktenr. 6
Bruidegom: Hendrik Boerhof, geboren te Smilde; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Harm Boerhof en Grietje Hendriks Eis. Bruid: Janna bij de Berg, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.
Diever, huwelijksakte, 27 april 1888, aktenr. 7
Bruidegom: Jan bij de Berg, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. Bruid: Lammigje Offerein, geboren te Diever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Fredrik Kornelis Offerein en Jantje Koops Eleveld. NB. vader bruid overleden; moeder bruid overleden.

Familie Bij de Berg, overlijdensakten

Diever, overlijdensakte, 2 november 1827, aktenr. 15
Overledene: Jan Jakobs by de Berg, geboren te Diever op 30-09-1754; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 01-11-1827; oud: 73 jaren, zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans. Gehuwd geweest met NN NN, in leven.
Diever, overlijdensakte, 24 september 1831, aktenr. 18
Overledene: Geesje Jans bij de Berg, geboren te Diever op 24-06-1803; overleden te Diever op 22-09-1831; oud: 28 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Roelof Heimen Veldkamp, in leven.
Diever, overlijdensakte, 16 oktober 1854, aktenr. 25
Overledene: Lammigje Roelofs by de Berg, geboren te Diever op 05-04-1851; beroep: zonder; overleden te Wittelte (Diever) op 15-10-1854; oud: 3 jaren, dochter van Roelof Jans by de Berg en Jantje Willems Jonkers.
Diever, overlijdensakte, 7 augustus 1857, aktenr. 14
Overledene: Grietje Jans by de Berg, geboren te Diever op 15-07-1798; beroep: zonder; overleden te Diever op 06-08-1857; oud: 59 jaren, dochter van Jan Jacobs by de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Harm Bartelds Bos, in leven.
Diever, overlijdensakte, 8 april 1880, aktenr. 13
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever op 07-05-1808; beroep: landbouwersche; overleden te Oldendiever (Diever) op 07-04-1880; oud: 71 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Roelof Jans Hessels, overleden.
Diever, overlijdensakte, 7 november 1888, aktenr. 39
Overledene: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Diever op 03-10-1818; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 06-11-1888, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Jantje Willems Jonkers, in leven.
Diever, overlijdensakte, 23 december 1903, aktenr. 47
Overledene: Jantiena bij de Berg, geboren te Diever op 30-01-1893; overleden te Wittele (Diever) op 22-12-1903; oud: 10 jaren, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer, en Lammigje Offerein.
Diever, overlijdensakte, 4 april 1916, aktenr. 13
Overledene: Jan bij de Berg, geboren te Diever; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 03-04-1916; oud: 55 jaren, zoon van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Lammigje Offerein, in leven.
Diever, overlijdensakte, 18 april 1918, aktenr. 7
Overledene: Lammigje bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Diever op 17-04-1918; oud: 62 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willem Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Roelofs Hessels, overleden.
Diever, overlijdensakte, 2 februari 1925, aktenr. 3
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Diever op 01-02-1925; oud: 67 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Boerhof, in leven.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Benoeming kok-beheerder in rijkswerkkamp Diever B

In december 1941 besloot de Duitse bezetter joodse Amsterdammers naar de Drentsche rijkswerkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen.
Het eerste resultaat was dat 905 mannen op zaterdag 10 januari 1942 naar Drenthe vertrokken, waarna ook mannen uit andere delen van het land gedwongen werden te gaan.
In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de rijkswerkkampen Diever A en Diever B door de Duitse bezetter ontruimd. De joodse mannen kwamen in het kamp Westerbork terecht. Vandaar werden ze gedeporteerd naar de Duitse vernietigingskampen.

Op 2 oktober 1942 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant het volgende bericht.
De heer A. Posthumus alhier is benoemd tot kok-beheerder van het werkverschaffingskamp B te Diever.

Op 7 oktober 1942 verscheen in het Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) het volgende bericht.
De chef kok kampbeheerder van de werkkampen A en B te Diever, de heer A. Polder, is in gelijke betrekking overgeplaatst naar Vledder.

De vraag rijst wie na het vertrek van de heer A. Polder de kok-beheerder van werkverschaffingskamp A is geworden.

De vraag rijst of deze benoemingen verband hebben gehouden met het gedwongen vertrek van de joodse mannen uit het kamp. Wellicht heeft de Heidemaatschappij al kort na de nacht van 2 op 3 oktober 1942 de rijkswerkkampen Diever A en Diever B weer als werkverschaffingskamp in gebruik genomen.

Posted in de Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

De aftakeling van een horeca-gelegenheid

Op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de boerderijtjes in het Groenendal uit 1955 is op de achtergrond het boerderijtje van de familie Booiman te zien, op de plek waar in november 2014 een vervallen horeca-gelegenheid stond.
Op de kleuren-ansichtkaart van hotel-restaurant ‘de Walhof’ uit 1988 ziet het gebouw aan de Hezenesch vlak bij het openluchtspel en landelijk gelegen tussen de bossen en akkers er nog prima uit.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 november 2014 gemaakt.
Het gebouw was toen na allerlei knutselachtige uitbreidingen en aanbouwseltjes verloederd, afgetakeld en verworden tot een ruïne, gereed voor de sloop of voor een zeer grondige opknapbeurt.

Hotel-Restaurant ‘de Walhof’, Familie R.A. ter Wal, Hezenes 6, 7981 LC, Diever, telefoon 05219-1793.
Uniek gelegen tussen de bossen en landbouwgronden. Prachtig tuinterras. Ansichtkaart uit 1988.

Posted in Ansichtkaart, Bedrijf, Diever, Heezenesch, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Bergplaats voor benzine en petroleum op ’t Kastiel

In de Provinciale-Drentsche en Asser Courant van 27 juli 1931 verscheen het volgende korte bericht over het verlenen van een hinderwetvergunning.

Door Burgemeester en Wethouders is vergunning verleend aan de N.V. ‘De Automaat’ tot het oprichten van een bergplaats voor benzine en petroleum bij het huis van J. Gerrits, Kasteel.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Automaat is de Maatschappij tot Detailverkoop van Petroleum ‘De Automaat’, gevestigd in Rotterdam.
J. Gerrits is Jan Gerrits (Garries) (hij is geboren op 23 januari 1899, hij is overleden op 13 mei 1968).
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt.
In 1931 was het adres van het boerderijtje van de familie Gerrits gewoon Kasteel. Tegenwoordig staat het boerderijtje vanwege een dwaling van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever in de straatnaamgeving nog steeds aan de Van Oslaan.

In de herinnering van de redactie moet de bergplaats voor de pietereulie achter het links zichtbare boerderijtje op ’t Kastiel zijn geweest, op de plek die op de foto is te zien. Jan en Pieter Gerrits -twee zonen van Jan Gerrits en Aafje van der Weij- waren ook pietereulieventer. Pieter is nog niet zo lang geleden overleden; hij is geboren op 3 oktober 1931 en is overleden op 13 april 1916,


Posted in Alle Deeversen, Boerderij, Diever, Kastiel | Leave a comment