Bouwverbod tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat

In de Friese-koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 5 april 1956 het navolgende korte bericht.

Bouwverbod in Diever
Diever
De gemeenteraad van Diever heeft besloten over te gaan tot de aankoop van een strook bouwterrein van de heer J.T. Seinen c.s. te Diever voor f. 11.458,–. Deze grond is bestemd voor de bouw van winkels en dergelijke.
Over het algemeen was de raad van mening, dat de gemeente deze grond moest kopen, maar over de bestemming van de grond liepen de meningen uiteen. Omdat men echter geen beslissing hoefde te nemen over de bestemming van het terrein werd er slechts gestemd over de aankoop van dit stuk grond. Zeven leden stemden voor het voorstel; twee waren er tegen.
Voort werd in deze vergadering een verordening inzake bebouwingsvoorschriften voor de kom van Diever vastgesteld. Nu het voorstel in dezen is aanvaard bestaat er een bouwverbod voor het blok tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat, waar in de toekomst een soort brink zal komen. Op een vijftal percelen zal de herbouw van een boerderij evenwel mogelijk blijven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-08-25
Gelukkig is op het stuk grond van Jan Thijs Seinen met de zijnen nooit een soort van een door de voorkant van het gelijk beoogd megalomanistisch winkelcentrum gebouwd, maar werden later op het stuk grond (in de Weiert) de eerste bejaardenhuisjes van de gemiente Deever gebouwd. Veel hulde aan de gemeenteraad, die niet in de lompe plannetjes van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees) met de zijnen wenste te trappen.
Het is wel zeer te betreuren dat de gemeenteraad een bouwverbod voor het blok tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat in Deever aanvaardde. Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees) met de zijnen wilde de bebouwing tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat -zie bijgaande zwart-wit foto- slopen en op de vrijgekomen grond een grasveld wellicht met bomen aanleggen en die dan brink gaan noemen. Alsof je een willekeurig grasveld zo maar brink kunt gaan noemen. Gelukkig is het zover nooit gekomen. Bijgaande zwart-wit foto is gemaakt in de Tweede Wereldoorlog. De fotograaf stond boven in de gemeentelijke toren op de Brink.

Abracadabra-1284

Abracadabra-1285

Posted in Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Hoofdstraat, Peperstraat | Leave a comment

Ome Kees roskamt de leden van de gemeenteraad

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 10 mei 1957 het volgende bericht over een vergadering van de raad van de gemeente Diever.

Burgemeester van Diever kapittelt raadsleden 
Diever.
In de vergadering van de gemeenteraad uitte de voorzitter, burgemeester Meiboom, zijn teleurstelling over het feit dat bij een gehouden speciale bijeenkomst over het onderwerp ‘Overheid en cultuur’, waar als sprekers optraden de burgemeester van Hilvarenbeek, de heer Meuwese, en dokter Broekema te Diever, van de 11 raadsleden slechts 5 aanwezig waren en van de echtgenotes der raadsleden slechts. Ook al had dit onderwerp -dat toch zeer belangrijk is- niet de belangstelling van de leden persoonlijk, dan toch had spreker verwacht dat ze in het algemeen belang aanwezig waren geweest.

In verband met de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de daardoor nodig geworden ombouw van de Brink was het eveneens dat de openbare verlichting wijziging ondergaat. Het gevraagde crediet van f. 9000,- voor dit doel werd zonder discussie aanvaard.

Aan de Jeugdraad Diever werd een subsidie van f. 500 in uitzicht gesteld, zijnde de helft der totale kosten, voor het houden van een zogenaamd ‘vacantiespel’ voor de schooljeugd. Het is de bedoeling van de jeugdraad gedurende de week van 22-27 juli aanstaande de kinderen van de vierde, vijfde en zesde klas van alle lagere scholen in de gemeente onder deskundige leiding een verantwoorde ontspanning te bieden.

Besloten werd tot de bouw van 5 dubbele woningen en wel 2 te Wittelte en 3 aan de Kloosterstraat te Diever. Eveneens werd besloten deze woningen van een warmwatervoorziening te voorzien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-08-24
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw -toen de Deeversen nog gezagsgetrouw waren- meende burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees) het zich blijkbaar te kunnen veroorloven in een nota bene openbare vergadering van de raad van de gemiente Deever eens even de roskam te halen over de leden van de raad.
Overheid en cultuur ? Gemeentelijke overheid en cultuur ? Gemiente Deever en cultuur ? Ome Kees en cultuur ? Ome Kees en openluchtspel-cultuur ? Ome Kees en cultuurzolder-cultuur ? Waarschijnlijk beviel het ome Kees niet dat bij het afwerken van punten van zijn eigen agenda naar zijn zin te weinig ja-knikkers in de zaal zaten..
In het krantenbericht wordt over de grote vernieling van de Brink van Deever in 1956/1957 na de bouw van het nieuwe gemeentehuis verzachtenderwijs geschreven over de ‘nodig geworden ombouw van de Brink’. Het nieuwe gemeentehuis was niet aangepast aan de oeroude Brink, nee de oeroude Brink moest na de bouw van het nieuwe gemeentehuis worden aangepast aan het megalomanistische bouwwerk. Maar blijkbaar stond het onderwerp ‘Overheid en behoud van cultureel erfgoed’ niet op de agenda van ome Kees.
Wie heeft herinneringen aan het zogenaamde ‘vacantiespel’ ?
De vijf dubbele woningen aan de Kloosterstraat zijn in 2014 afgebroken. De warmwatervoorziening in de vijf dubbele woningen zal een geiser zijn geweest ? Wie het weet mag, die mag het zeggen.

Abracadabra-1283

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuur, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Jan Cornelis Meiboom, Kloosterstraat | Leave a comment

Landschap bij Diever in Drenthe ?

De kunstenaar Adrianus Johannes Zwart (geboren op 30 augustus 1903 in Rijswijk, overleden op 27 augustus 1981 in Laren) maakte het hier afgebeelde olieverfschilderij op doek in 1947.
Het schilderij heeft als afmetingen 60 x 100 cm. Het schilderij is rechts onder gemerkt met: A J Zwart.
Hij gaf het schilderij nota bene de titel ‘Landschap bij Diever in Drenthe’.
De redactie van het Deevers Archief heeft al lang de grote vraag waar dit glooiende landschap toch in de gemeente Diever is te vinden ? Hoe getrouw aan de werkelijkheid is dit schilderij gemaakt ? Wie het weet mag het melden bij de redactie van het Deevers Archief !

Abracadabra-1282

Posted in Afbeeldingen, Diever, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Lest we forget – Opdat wij niet vergeten

Op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg bevinden zich zeven oorlogsgraven van het Gemenebest. Hier liggen begraven de zeven bemanningsleden van een geallieerde bommenwerper- zes Canadezen en een Engelsman- die zijn gesneuveld op 22 november 1943, toen hun vliegtuig werd neergeschoten in de Olde Willem.
In een serie ansichtkaarten met als onderwerp ‘World War II Heroes – Lest we forget’ is van deze zeven oorlogsgraven bijgaand afgebeelde ansichtkaart uitgegeven, Het is jammer dat de tekst op de grafstenen niet leesbaar is.
De redactie van het Deevers Archief verwijst gemakshalve naar de betreffende gegevens in de webstee Tracesofwar.com.
De Engelse term ‘lest we forget’ in de linker bovenhoek van de ansichtkaart betekent in het Nederlands ‘opdat wij niet vergeten’. Dat is een mooi thema voor de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei.
Het is bij de redactie van het Deevers Archief niet bekend wanneer en door wie de foto voor deze ansichtkaart is gemaakt. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.

Abracadabra-1281

Posted in Ansichtkaarten, de Oude Willem, Diever, Groningerweg, Kerkhof, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Mijn dagen als nieuwe pees zal ik niet gauw vergeten

De redactie van het Deevers Archief ontving op 23 maart 2016 van de heer Rob Tijssen het volgende uitgebreide verhaal over zijn jaar in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik ben Rob Tijssen en ik ben geboren op 19 april 1950 in Nieuwer-Amstel. Mijn verhaal over het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ bestrijkt de periode 3 september 1962 tot 18 juli 1963.
Ik ben na mijn lagere schooltijd naar het jeugdinternaat ‘de Eikenhorst’ gestuurd. De redenen en de juiste motivatie daarvoor zijn mij nooit verteld en zeker niet uitgelegd.
Ik was niet een van de gemakkelijkste. Ik had een hekel aan leugens en ik had ook een groot rechtvaardigheid gevoel. Iets wat mij vaak in conflictsituaties bracht, die ik dan vaak met losse handjes oploste.
Mijn ouders hebben mij op mijn twaalfde weggebracht naar het verre Geeuwenbrug in Drenthe. Mijn vader mocht daarvoor de bedrijfswagen van zijn werkgever L.J. Kramer gebruiken, een Fiat.
Op maandag 3 september 1962 gingen wij op pad met een koffer met kleding, waar door mijn moeder speciaal besteld, een geborduurd naam- en nummerstrookje was ingenaaid (het wasnummer). Ik had nummer 38, voor zover ik mij kan herinneren. Dit gebeurde aan de hand van een lijst die mijn ouders was toegezonden. Hierop stond ook precies welke kleding ik bij mij moest hebben. Verders wat persoonlijke dingen, zoals een foto en dergelijke.
Na ongeveer 2,5 uur rijden arriveerden wij na enig zoeken en vragen bij het internaat, wat je van de rijksweg af niet zag liggen. We vroegen de weg bij café Jonkers tegenover de Geeuwenbrug. Over een zandpad langs het café kwamen we bij de ingang van het internaat en stopten voor -wat later bleek- de stafbarak.
Wij hadden in het jongenskamp veel meer reuring verwacht, maar het was uitgestorven. We zagen niemand. We hoorden na het uitstappen een typemachine, dus er was wel iemand. Na op het geluid af te zijn gegaan, maakten we kennis met de heer Schievink, de administrateur van het internaat. Hij vertelde ons dat niemand aanwezig was en dat de jongens die middag terug zouden komen van hun verlof. Eens in de zes tot acht weken kreeg je verlof. Dit was onder andere afhankelijk van hoe het uitkwam met de feestdagen, zoals Kerstmis en Pasen. De heer Schieving stuurde ons letterlijk en figuurlijk het bos in met het verzoek later die middag terug te komen.
Nadat we de omgeving hadden verkend en foto’s hadden genomen, gingen wij terug naar het internaat.
Ik was ingedeeld in de groep ‘Klondike’. Ik bracht mijn spullen naar de barak en zette die op het aan mij toegewezen bed. We sliepen met ongeveer zestien jongens op een zaal. Naast een bed stond een kast voor het opbergen van eigen spullen en kleding. Deze plek heb ik gedurende mijn periode daar gehouden.
Later die dag werd mij een oudere jongen toegewezen, die mij uitlegde hoe ik mijn kast moest inrichten en indelen en gaande weg uitlegde wat de regels waren en waar ik me aan moest houden. Ook heeft die jongen mij geholpen mijn bed op te maken, wat heel strak volgens militair voorschrift moest gebeuren. Bij een inspectie of zo, je stond dan voor jouw bed, werden jouw gepoetste kistjes (kleine maat militaire schoenen) en jouw kast geïnspecteerd. De liniaal werd langs jouw stapeltje kleding gelegd, Als jouw bed niet in orde was, dan kreeg je een berisping en werd het bed door de leider afgehaald en kon je opnieuw beginnen. Mijn leider was in die periode Harry Peek uit Breukelen. Soms trok hij ook zo jouw hele kast leeg op de grond als hij vond dat je te vaak een loopje met hem nam, en niet alles erin lag, zoals het volgens de regels moest.
Abracadabra-1280

Mijn eerste dagen als nieuwe pees -dit was de bijnaam voor een nieuwkomer- zal ik niet gauw vergeten. Vooral de jongens die al langere tijd in het kamp waren, voelden zich heel wat. Maar met mijn vechtersmentaliteit (letterlijk en figuurlijk) had ik al snel mijn draai gevonden.
De dag na mijn aankomst moest ik naar de foerier, de heer de Vries, om mijn kistjes, overall, sportkleding en verdere kampuitrusting te halen. Bij hem kwam je ook één keer per week om het zakgeld -ik meen f. 0,50- op te halen. Hij had ook een ruimte, waar we wat snoepgoed konden kopen, dat met het zakgeld werd verrekend. Ik weet niet meer of je de rest van je centen dan mee kreeg of dat het werd opgeschreven.
Na een soort test -meen ik- werd ik voor onderwijs ingedeeld in groep C en kreeg les in O II (zie de tekening van de plattegrond), wat voor mij inhield V.G.L.O. (Voortgezet Lager Onderwijs). We kregen les van van mijnheer Bergsma. Mijnheer Sjoerd Schokker gaf les in O I aan de -wat leren betreft- wat mindere broeders. We kregen sportles van mijnheer Bosman, die trompet speelde. Handenarbeid kregen we van mijnheer Besselink.
In de naschoolse tijd was je op je groepsleider aangewezen voor vermaak en dergelijke of je had corvee. Je had vaak ook wel tijd voor jezelf, maar je mocht alleen niet van het terrein af. Ik ging vaak naar wat wij het ‘Zandje’ noemde. Daar stond een schommel en daar was een klimboom.
In het weekeinde werd een programma gedaan met ’s zaterdagmorgen corvee, waarbij eenmaal in de vier weken jouw groep iemand naar de eetzaal moest sturen om die te reinigen en de vloer daar in de boenwas (bruine drab uit een groot blik) te zetten met een blokker. Dat was een zwaar metalen blok met een steel en met daaronder een borstel. De anderen van jouw groep maakten dan de slaapzaal, de gemeenschappelijke ruimte, het halletje, de wasruimte en de toiletten van de groep schoon. Hierbij kreeg iedereen een taak toegewezen. Als je dacht dat je het corvee goed had uitgevoerd, dan meldde je je bij de groepsleider en als deze vond dat je het goed had gedaan, dan kreeg je tot de lunch vrij. Regelmatig kreeg ook wel iemand strafcorvee. In de middag maakten we vaak een boswandeling of deden we een spel in het bos, meestal wel iets sportiefs. Soms organiseerde de groepsleider ’s avonds iets met een toneelstukje of zingen in jouw eigen groep of een spelletjesavond. In de winter werd dan die grote zwarte oliekachel aangestoken, als die al bij de gratie Gods mocht branden. Ook was meestal op zondag gelegenheid (lees verplicht) om een briefje naar huis te sturen. Die werd gecensureerd. De envelop mocht je niet dicht plakken. Dit gebeurde nadat de kerkgangers terug waren van hun kerkbezoek, iets wat de meesten van hen als een uitje zagen. Wat we dan ook wel deden en georganiseerd door de groepsleiders, was op het voetbalveld tegen een ander groep voetballen. Soms kregen we vrijaf en mochten we wat voor ons zelf doen.
In die tijd was mijnheer Verdonk de leider van de groep Perú. Hij trok volgens mij ook veel op met mijnheer Peek, want soms trokken die groepen wel eens met elkaar op.
Zo ook was jouw groep regelmatig verantwoordelijk om de tafels in de eetzaal te dekken of na het eten af te ruimen en de afwas te doen. Vele handen maken licht werk.
Elke week was een jongen of waren twee jongens -dat weet ik niet meer- koksmaatje. Een koksmaatje moest de kok helpen in de keuken. Als ik me goed herinner heette de kok Westerhof. Ik zie me daar nog zitten met die teil met aardappelen, die gepit moesten worden voor ongeveer zeventig personen, want de leiders aten ook mee. Zo ook de adjudant mijnheer van Tilburg, die ons dan om stilte vroeg, om hen die wilden bidden de gelegenheid te geven dit te doen. Ouders die op bezoek kwamen bij hun kind aten ook wel een enkele keer mee.
Een doordeweekse dag begon om ongeveer 7.30 uur met opstaan en wassen en na het aankleden bed opmaken, waarna de inspectie werd gehouden met aantreden voor het bed of voor de barak waar je een en ander werd medegedeeld en de opdrachten voor die dag werden verdeeld. Dan rechtsom in colonne naar de appelplaats waar we stonden opgesteld. Het appel werd afgenomen door de adjudant, waarna de vlag werd gehesen. Na deze ceremonie gingen we in colonne terug naar onze barak, waar we wachten tot de bel werd geluid, waardoor we wisten dat we konden gaan ontbijten. Het kan ook zijn dat het appel na het ontbijt plaats vond, dat weet ik niet meer.
Na het eten gingen we terug naar de barak en wachtten op de bel om naar ons leslokaal te gaan. Rond het middaguur gingen die jongens met een taak (corvee) die vervullen. De rest ging terug naar zijn barak om te wachten op de bel, waarna we warm gingen eten. Op donderdag -vaste prik- kregen we lever als vlees. Ik kon lever niet door mijn strot krijgen.
Na het warme eten gingen we weer naar de barak, waar je even tijd had v oor jezelf of waar je corvee ging doen, zoals je was opgedragen. Na de bel gingen we weer naar ons klaslokaal tot 15.30 uur, daarna had je wat vrije tijd voor jezelf of om met een vriendje uit jouw groep iets te ondernemen op het kampterrein.
Als de bel luidde gingen we eten of hadden we eerst appel met de vlaggenceremonie (strijken van de vlag), dat weet ik niet meer, waarna we -als iedereen zijn corvee en dergelijke had gedaan- nog even wat buiten gingen doen of gezamenlijk in de groep, dat was ook afhankelijk van het weer. Om 20.00 uur moesten we ons wassen, onze tanden poetsen en dan naar bed. Om 20.30 uur ging het licht uit en dan moest iedereen stil zijn. Als je dat niet was, dan moest je in jouw nachtkleding in het halletje staan bij de kamer van de leider, soms wel een uur en geloof me je kreeg het dan eigenlijk wel koud. Ik weet ook nog dat een keer een jongen buiten voor de barak moest staan, nou dat was helemaal geen lolletje.
Als we terug kwamen van een verlof, dan hield de kok daar zeker de eerste dagen rekening mee, dan was er wat minder te eten, omdat iedereen wel snoep en snaaiwerk mee van huis had gekregen van oma en van moeder, die je dat dan wat toestopten.
Maar toen wij in januari 1963 terugkwamen van verlof, had zowat niemand wat te snaaien, want thuis was ook alles nodig om die strenge winter te overleven. Na een paar dagen ging het fout en lagen we met honger in bed en konden we in de onverwarmde slaapzaal niet in slaap komen. Twee Rotterdammers gingen er toen op uit en zijn door het kolenhok de keuken in gegaan en hebben daar een paar rode kolen gestolen, die we rauw in bed hebben verorberd. Dat gaf de volgende dag bij de warme maaltijd de nodige consternatie, we werden toegesproken door de adjudant, maar het had wel tot gevolg dat we wel weer genoeg te eten kregen. Volgens mij was alles financieel strak geregeld om binnen een budget te blijven en werd de kachel daardoor ook minimaal gestookt.
Mijn oma overleed, toen ik net enige weken in het kamp zat. We noemde het internaat in die tijd ‘het kamp’. De Drent noemde ons kampjongens. In het Drents kaampjong’n. Ik moest tussen de middag naar het kantoortje van de adjudant in de stafbarak en kreeg daar plompverloren te horen dat mijn oma was overleden. Ik kon weer gaan met al mijn verdriet. Ik werd door mijn groepsleider, die het ook gehoord had, enigszins opgevangen, Aan hem vertelde ik dat ik minstens naar de begrafenis wilde en dat de adjudant dat bij voorbaat al had geweigerd. Harry Peek reed motor en zei tegen mij dat we desnoods samen op zijn motor naar Aalsmeer zouden gaan, maar dat ik daar zou zijn. Op stafniveau is daar toen over gesproken, waarna ik bij uitzondering de nodige reisbescheiden kreeg op kosten van het internaat. De dag vóór de begrafenis heeft Harry Peek mij op zijn motor naar het station in Meppel gebracht.
Een ander voorval was, toen op het avondappel een jongen ontbrak. Hij was weggelopen om een of andere reden. De commandant, de heer Sanderman, is met zijn auto (een van de eerste DAFjes van het type 33, de trutteschudder) achter hem aangegaan en heeft de jongen teruggebracht. Deze jongen is daarna flink bestraft en was een paar weken later met groot verlof, maar was waarschijnlijk naar een ander internaat gestuurd. Als je na ongeveer 1 jaar naar huis ging, dan noemden wij dat je met groot verlof ging.
Er waren soms wel leiders, die niet capabel waren om leiding te geven en je dan maar een klap of meerdere klappen gaven. Gelukkig is mij dat nooit overkomen, want ik vermoed dat het kampterrein dan te klein was geweest.
Sjoerd Schokker woonde volgens mij een paar huizen verwijderd van café Jonkers. Hij reed in een bestelwagen Citroën 2 CV (Lelijke eend).
Verders herinner ik mij nog wel wat namen van jongens uit de groep Klondike. Maar de bezetting van de groep veranderde telkens weer. Jan Schipper uit Den Bosch (hij wilde graag bokser worden), Ben Vermeulen uit Duivendrecht, Hans Hurk uit Eindhoven, Charles Tisserand uit Amsterdam, Frits Riemers, Tjang Jhen Chao uit Arnhem, Sier Koning, Cor Broertjes uit Amsterdam.
Ook was er een tuinman en klusjesman, de heer Winters, waar je ook wel heen werd gestuurd als je strafcorvee had. Dan moest je hem helpen. Ik vond dat eigenlijk niet eens zo erg en vond het wel een aardige man. De heer Winters woonde met zijn gezin buiten het kamp aan het zandweggetje dat langs café Jonkers liep op ongeveer 150 meter achter Café Jonkers. Zijn vrouw deed wat verstel- en reparati werk aan kapotte kleding, zoals sokken stoppen en knopen aanzetten.
Eind januari begin februari was ik erg ziek en lag in de ziekenboeg in de stafbarak tegenover de kamer van Veronika Jong, de leidster van groep Alaska. De andere kamer grenzend aan haar kamer was die van Tineke de Graaf, tegenover de ziekendienst waar je s’ avonds terecht kon voor een pleister, aspirientje of wat levertraanzalf als je schrale lippen had. Maar dat even terzijde. Ze durfden mij in eerste instantie niet te vervoeren, omdat ik spontaan bewusteloos was geraakt en ik ben daar volgens mij door dokter Broekema uit Diever behandeld, die dat deed in overleg met het ziekenhuis in Meppel. Deze huisarts kwam mij dagelijks op zijn motor met zijspan vanuit Diever bezoeken. De kok kookte voor mij toen speciaal licht verteerbaar voedsel bestaande uit droge rijst met jam.
Als je jarig was, dan had je een dag vrij en mocht je met een vriendje op de fiets in de omgeving rondtoeren. Op mijn verjaardag ben ik samen met Charles naar mijnheer Winters geweest om een fiets op te halen. We gingen om 10.00 met een lunchpakketje op stap. Over het zandpad langs camping Ellert en Brammert en langs het hunebed naar Diever, waar eigenlijk niets te beleven viel en we al gauw waren uitgekeken. We waren daar compleet vreemd en ook werden we herkend als kaampjong’n. Toen zijn we maar naar Dwingeloo gegaan en hebben het dorp verkend en over de Brink gelopen. Ergens op een van de binnenwegen hebben we ons lunchpakketje genuttigd en we zijn toen via een omweg terug gefietst naar Geeuwenbrug. We waren om 15.00 uur terug in het kamp, waar we overgingen tot de orde van de dag.
Verder heb ik nog wel prettige herinnering aan een vakantie op de fiets naar Giethoorn van 15 juni tot en met 19 juni 1963, zie ook de kopie van het logboek, We deden een piratenspel met geheimschrift en een schatkaart  Het spel was bedacht door mijnheer Besselink. We begonnen het spel al een week voordat we naar Giethoorn gingen. We konden met corvee en sport nepgeld verdienen, dat bestond uit glad gestreken zilverpapier van bonbon snoepjes, zilverpapier uit een pakje sigaretten en dergelijke. Als je genoeg geld had, dan kon je de schatkaart kopen of een deel van de brief, die uiteraard in geheimschrift was geschreven. In Giethoorn sliepen we in tenten en hadden we een paar punters tot onze beschikking. De eerste nacht stormde het en vielen er stortbuien. Tenten storten in, Nadat we de tenten in de regen met zelfgemaakte haringen weer hadden opgezet, bleken deze zo lek als een mandje te zijn, want het waren enkeldoeks tentjes. Maar dat mocht de pret niet drukken. Het spel op zich was hartstikke leuk en goed bedacht door de leiding, Volgens mij kookten we zelf en was onze groepsleidster juf Tineke de Graaf ook aanwezig.
Ik zou mogelijk nog wel meer weten, maar ik denk dat ik zo wel een redelijke indruk heb gegeven van hoe het er in het kamp aan toeging.

Abracadabra-1279

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

S.S.-Jongenskamp in het voormalige N.A.D.-kamp

In de krant De Heerenveensche Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 5 februari 1947 het navolgende bericht.

S.S.-Jongenskamp te Diever
Diever. 3 februari.
Het kamp van de voormalige N.A.D. te Geeuwenbrug, dat de laatste maanden buiten gebruik was, heeft thans een nieuwe bestemming gekregen. Het kamp is overgegaan in beheer bij het departement van onderwijs. Er zullen thans jongens van 16 tot 21 jaar in ondergebracht worden, die behoord hebben tot de S.S. en dergelijke. In de afgelopen week is de eerste groep reeds gearriveerd,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-07-14
Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Geeuwenbrug, in de vijftiger jaren van de vorige werd daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Het was bij de redactie van het Deevers Archief tot nu toe niet bekend dat het voormalige kamp van de N.A.D, na de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt is voor het onderbrengen van jongens die in de Tweede Wereldoorlog lid waren geweest van de S.S. en dergelijke.
De Germaansche S.S. was de verzamelnaam van verschillende paramilitaire groepen, die van 1939 tot 1945 ontstonden in door Duitsland bezette gebieden. De Germaansche S.S. was gebaseerd op het model van de Schutzstaffel (S.S.) en had als doel de nationaalsocialistische rassendoctrine en het antisemitisme op te leggen. Dit deed zij voornamelijk door lokale politietaken op zich te nemen en eenheden van de Gestapo, de Sicherheitsdienst (S.D.) en andere afdelingen van de Reichssicherheitshauptamt te versterken.
De Nederlandse organisatie werd opgericht onder de naam Nederlandsche S.S., maar later omgedoopt tot Germaansche S.S. Ze was betrokken bij razzia’s tegen joden voor deportatie naar vernietigingskampen. Na de oorlog werden de meeste leden van de Germaansche S.S. in Nederland gebrandmerkt als landverraders en werd een deel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden.

Abracadabra-1278

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Deever – In steen gehouwen : J. SL. B.M. 16-9-53

De redactie van het Deevers Archief heeft op 3 oktober 2012 des morgens om 10.14 uur toevallig in het voorbijgaan de hier afgebeelde eenvoudige gevelsteen waargenomen en natuurlijk op de foto gezet: J.SL. B.M. 16-9-53.
Blijkbaar heeft het echtpaar J.SL en B.M de ‘eerste steen’ van het betreffende leegstaande pand op 16 september 1953 ‘gelegd’ in de vorm van een gevelsteen. Heeft hij of heeft zij hem ‘gelegd’ ?
Het pand stond op 3 oktober 2012 nog te koop. De staat van het pand was toen niet al te best meer. Hopelijk hebben de kopers van dit pand de gevelsteen bij het opknappen van het pand niet verwijderd.
Hopelijk herkennen bezoekers van de webstee Deevers Archief deze gevelsteen en kunnen en willen zij een en ander vertellen over het echtpaar J.SL en B.M.

Abracadabra-1277

Posted in Diever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Houtskoolschets van een boerderijtje op ’t Kasteel

De redactie van het Deevers Archief toont graag mooie afbeeldingen van onderwerpen uit de gemeente Deever op tekeningen en schilderijen.

De in Boyl (Buil) geboren Stellingwerfse kunstenaar Johannes Mulders (1899-1989) maakte illustraties voor kinderboeken, ontwierp boekbanden en boekomslagen, maakte illustraties voor rijmprenten, kranten en tijdschriften en maakte houtsneden. Hij was kassier van de Boerenleenbank in Boyl. Nadat hij in 1964 met pensioen was gegaan, legde hij zich vooral toe op schilderen en tekenen.
Zo maakte hij ook de hier afgebeelde houtskoolschets van een boerderijtje op ’t Kasteel in Deever. De redactie weet niet in welk jaar deze fraaie schets is gemaakt.
De vragen zijn wanneer deze schets is gemaakt, om welk boerderijtje het gaat en wie daar woonden……
Is hier soms de achterkant van het boerderijtje van de weduwe Smit met de nog steeds bestaande zandweg van ’t Kasteel naar de Heezenesch te zien ? Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.

Abracadabra-1276

Posted in Diever, Kasteel, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

Foto’s en verhalen van het boerenleven gezocht

De redactie van het Deevers Archief toont graag afbeeldingen van het boerenwerk en het boerenleven van vroeger in de gemeente Deever.
Bezoekers van de webstee die in het bezit zijn van foto’s van het boerenwerk en het boerenleven -ploegen, maaien, zaaien, hooien, melken, dorsen, melkbussen borstelen, koestal schoonmaken, hond voor de melkkar, de eerste tractor, opoe met het oorijzer, in huis genomen foto’s, enzovoort, enzovoort- worden vriendelijk verzocht deze te scannen of te laten scannen en deze met enige uitleg naar het Deevers Archief te sturen.
De redactie is u bij voorbaat zeer erkentelijk en zal deze foto’s zeker tonen in het Deevers Archief.

Abracadabra-1275

Posted in Boer'nwaark, Landbouw | Leave a comment

De herstapeling van de stenen van het hunnebed

De hooggeleerde heer professor doctor Albert Egges van Giffes gaf in 1953/1954 leiding aan het populair wetenschappelijke herstapelen van de stenen van het al eeuwen en eeuwen geleden in elkaar gezakte hunnebed op de Stienakkers an de Grönnigerweg in Deever.
Bijgaand afgebeelde ansichtkaart is de eerste kaart die na de zo genoemde ‘restauratie’ is uitgegeven. Op de afbeelding is het resultaat van het knutselwerk te zien.
Winkelier Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate gaf deze nu zeer zeldzaam geworden ansichtkaart in juli 1955 uit. De redactie van het Deevers Archief prijst zich gelukkig wel een exemplaar van deze kaart in zijn collectie te hebben en deze aan zijn trouwe bezoekers van de webstee te kunnen tonen.

Abracadabra-1274

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, Groningerweg, Hunebed, Rijksmonumenten | Leave a comment

Plaatje 88 uit Bussink’s album Mijn land – Drenthe

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer. Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 88. De redactie van het Deevers Archief toont dit onlangs verworven plaatje graag aan zijn trouwe bezoekers van de webstee,
Op de voorkant van het plaatje is de Kleine Peperstraat en de Kerk op de Brink van Deever te zien. En zoals het meestal met getekende onderwerpen uit de gemeente Deever ging, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart heeft op zijn tekening de op de ansichtkaart zichtbare mensen en de twee zichtbare houten palen van de electriciteitsvoorziening niet overgetekend. Wel heeft de overtekenaar zijn tekening ingekleurd, bepaald niet slecht gedaan. Of de aan de rechterkant zichtbare schuur van de N.S.B,’er Klaas Marcus Balsma inderdaad met rode pannen was gedekt, dat is bij de redactie niet bekend, maar valt wel te betwijfelen, want de overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest

Abracadabra-1271Abracadabra-1272
Abracadabra-1273

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Kerk op de Brink, Klaas Marcus Balsma, N.S.B.'ers, Peperstraat, Tekeningen | Leave a comment

De eerste kroeg an de aandere kaante van de bos

In de Nederlandsche Staatscourant Nummer 261 van zaterdag 3 november 1888 verscheen het volgende bericht over de verlening van een vergunning voor het uitoefenen van een kleinhandel in sterke drank, zeg maar voor het uitbaten van de eerste kroeg met een vergunning op Zorgvlied.

Plaatselijke besturen
Burgemeester en wethouders van Diever brengen naar aanleiding van artikel 8, alinea 2, der wet van 28 juni 1881 (Staatsblad nummer 97), zooals dat is luidende na de wijziging bij de wet van 16 april 1885 (Staatsblad nummer 78), ter kennis:
1°. dat zij, ingevolge machtiging van Gedeputeerde Staten van Drenthe, bij resolutie van 24 augustus 1888, nummer 13, aan Johannes Steenbergen, koffie- en bierhuishouder en winkelier te Wateren, vergunning hebben verleend tot het uitoefenen van den kleinhandel in sterken drank in het door hem bewoonde huis nummer 8a te Zorgvlied;
2°. dat heeren Gedeputeerde Staten hebben overwogen:
a. dat in Wateren en Zorgvlied, welke te zamen eene afzonderlijke buurtschap uitmaken en respectievelijk 1½ en 2 uur zijn verwijderd van de kom van het dorp Diever, op geen enkele plaats sterke drank in het klein wordt verkocht;
b. dat vooral Zorgvlied door verschillende omstandigheden druk wordt bezocht en het belang en het gemak der bezoekers het wenschelijk maken daar een lokaal aanwezig te doe zijn, waarin het tappersbedrijf wordt uitgeoefend.
Diever, 31 October 1888.
Burgemeester en Wethouders, voornoemd,
L.W. van Os, Burgemeester.
K. H. Smidt, Wethouder,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-06-30
In de gemeente Deever waren ook illegale kroegen, kroegen zonder vergunning, zogenaamde stille kroegen,
Het verkrijgen van een vergunning voor het tappen van sterke drank was in die jaren toch wel een heel bureaucratisch en betuttelend gedoe, tot en met het publiceren van de verlening van de vergunning in de Nederlandsche Staatscourant.
De burgemeester – waarvan de volksmond zei dat hij ‘er niet in speejde’ – zal bij de verlening van de sterke-drank-vergunning aan Johannes Steenbergen vast en zeker niet in zijn overwegingen hebben meegenomen dat hij zelf op het jonge en groeiende Zorgvlied woonde. 
De redactie is met het publiceren van dit berichtje wel twee uitdagingen rijker geworden, want waar stond het pand van Johannes Steenbergen met adres Zorgvlied 8a en waar woonde burgemeester Leonard Willem van Os op Zorgvlied ?

Abracadabra-1270

Posted in Burgemeesterwoning, De aandere kaante van de bos, Gemeentebestuur, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Plaatsnaambord Wapse – Gemeente Deever

De redactie van het Deevers Archief toont bijgaande foto van het fraaie plaatsnaambord ‘Wapse – Gemeente Diever’ graag aan de trouwe bezoekers van zijn webstee. Het plaatsnaambord stond langs de Ten Darperweg tussen Kalteren en Wapse, toen de gemeente Deever gelukkig nog een zelfstandige gemeente was. Op 1 januari 1999 fuseerden de zelfstandige gemeenten Havelte, Vledder, Dwingelo en Deever. De afgebeelde foto moet een aantal jaren vóór die fusie zijn genomen.
De nijvere werkers van de voorkant van het gemeentelijke gelijk zullen ongetwijfeld op 1 januari 1999 om 0.00 uur alle oude plaatsnaamborden in de fusiegemeente uit de grond hebben gerukt en naar de schroothoop hebben gebracht. De redactie vraagt zich af of her en der soms een plaatsnaambord van de schroothoop is gered en voor het nageslacht is bewaard ?
De redactie wil graag weten waar het hier afgebeelde plaatsnaambord stond ? Wie van de oplettende bezoekers zou willen reageren ?

De redactie van het Deevers Archief ontving op 21 juni 2016 de volgende reactie van mevrouw Carla:
Het plaatsnaambord ‘Wapse Gemeente Diever’ stond tussen de woningen met huisnummer 12 en huisnummer 14 aan de Ten Darperweg, de weg van Diever naar Wapse, ter hoogte van het hectometerpaaltje 14.6. Nu staat op dezelfde plek het plaatsnaambord met de tekst ‘Wapse Gemeente Westerveld’. Zie de volgende afbeelding. Die weg kan ik nog steeds dromen, dat mag met deze reactie blijken.

Abracadabra-1269

Posted in Gemeente Diever, Ten Darperweg, Wapse | Leave a comment

De avond dat Kennedy werd vermoord

De redactie van het Deevers Archief ontving op 9 juni 2016 bijgaande wel erg korte reactie van de heer Paul Bosman over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik ben Paul Bosman.
De avond dat we hoorden dat Kennedy was vermoord, staat mij nog heel helder voor de geest.
Onze groepsleider was Ben Derksen uit Wijchen.
Later was Klein Hofmeester onze groepsleider.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie 2016-06-14
Het is verheugend dat steeds meer oud-Eikenhorsters een reactie -hoe kort dan ook- naar het Deevers Archief sturen. De redactie is Paul Bosman erkentelijk voor deze reactie.
De moord op president John Fitzgerald Kennedy, de vijfendertigste president van de Verenigde Staten van Amerika, vond op 22 november 1963 plaats in Dallas in de Noord-Amerikaanse deelstaat Texas om 12.30 uur lokale tijd.
In Texas is het 7 uur vroeger dan in Nederland. In Nederland was het op dat tijdstip 19.30 uur.
Wie van de oud-Eikenhorsters kan zich Paul Bosman herinneren ? Wie zaten bij hem in de groep ? Wie wil het Eikenhorst-verhaal verder uitbreiden ?

Posted in Algemeen, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Het huisje waar mijn grootouders hebben gewoond

De in Amsterdam wonende, maar in Deever geboren en getogen Jaap Koning stuurde op 22 mei 2016 de volgende reactie naar het Deevers Archief. Het betreft een reactie op het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman. De redactie is Jaap Koning zeer erkentelijk voor deze reactie. 

Volgens mij wordt het woord ‘kouwe’ hier gebruikt in de denigrerende betekenis van ‘kooi’. Een aanduiding voor een in elkaar getimmerd schuurtje, waarvan het dak lekt en waar de wind doorheen blaast door de kieren tussen de planken.
Het was het huisje waar mijn grootouders hebben gewoond. Ik kwam er als kind vaak.
Het dak lekte niet en de wind kwam niet binnen, maar verder was het behoorlijk primitief. De vloer bestond nog uit leem en stromend water of een pomp was er niet. De laatste jaren woonde mijn grootmoeder daar alleen en ik haalde als jongetje een paar keer per week een grote emmer water bij de buren en zette die dan in een halletje neer, zodat opoe Koning altijd water in huis had.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-23
Het woord ‘kouwe’ heeft -voor zover de redactie zich dat kan herinneren- in het Deeverse dialect drie betekenissen, te weten: kooi, huis en snee.
Alleskunner Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken) -van nature wel kritisch en een beetje cynisch- heeft het woord ‘kouwe’ hier vast en zeker in de betekenis van ‘huis’ gebruikt. 

Posted in Diever, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

Verkoop van het huispijporgel van Castra Vetera

In de Provincale Drentsche en Asser Courant van 21 oktober 1924 verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van het pijporgel uit de huize ‘Castra Vetera’ op Zorgvlied an de aandere kaante van de bos.

Zorgvlied. Aankoop van een orgel.
Naar men ons bericht is het fraaie pijporgel uit de huize Castra Vetera te Zorgvlied, aangekocht door het Protestantse Kerkbestuur te Beilen, en zal dezer dagen worden overgeplaatst.
’t Is een schoon stuk en gebouwd door een bekwaam orgelbouwer in de 18e eeuw.
Wij wenschen het kerkbestuur geluk met dezen aankoop, terwijl het kerkbezoek er ongetwijfeld door zal toenemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-24
Van de heer Geert Jan Potjjewijd -organist van de Kerk op de Brink van Deever- is op 24 mei 2016 de volgende reactie ontvangen: 
Volgens een krantenbericht uit de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 21 oktober 1924 heeft de Protestantenbond van Beilen het huispijporgel uit de villa Castra Vetera te Zorgvlied aangekocht. Zie de gegevens over het pijporgel in de webstee Orgels in Drenthe. Graag zou ik willen weten waar meer gegevens van deze villa en het inventarisdeel huisorgel zijn te vinden.
De redactie is de heer Geert Jan Pottjewijd bijzonder erkentelijk voor zijn attente reactie.
De redactie verwijst de heer Geert Jan Pottjewijd graag naar de berichten over het landhuis Castra Vetera in het Deevers Archief (klik aan de rechterkant op de categorieën Castra Vetera en Lodewijk Guillaume Verwer).
Bij de redactie zijn vooralsnog geen gegevens van het huispijporgel uit het landhuis Castra Vetera bekend.

Abracadabra-1262

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Zorgvlied – Kerk van de Sint Andreas parochie – 1968

De redactie van het Deevers Archief wil graag alle in zijn verzameling aanwezige en ooit uitgegeven ansichtkaarten van ‘de aandere kaante van de bos’ tonen aan zijn trouwe bezoekers.
De foto voor deze ansichtkaart is gemaakt in het najaar van 1968. De kaart is uitgegeven in maart 1969 en werd blijkbaar goed verkocht, want deze kaart werd in elk geval heruitgegeven in juni 1972 en in juli 1973, de heruitgave vond plaats in de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf A. v.d. Heide, Zorgvlied, telefoon 7242 is de uitgever van deze kaart. De redactie zal nog enig populair-wetenschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van deze neringdoende. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan bruikbare gegevens aanleveren ?
Op de kaart is onder meer het kerkgebouw van de rooms-katholieke Sint Andreas parochie te zien. De fotograaf heeft zijn best gedaan om tussen de bomen door ook de spits van de toren geheel zichtbaar op de foto te krijgen.

Abracadabra-1516

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Rooms Katholieke Kerk, Zorgvlied | Leave a comment

Terras voor buitenzitten en paardenboxen beschikbaar

De redactie van het Deevers Archief toont graag zijn aanwinsten in de verzameling aan zijn trouwe bezoekers. De redactie was al heel lang zoek naar een exemplaar van de hier afgebeelde zeldzaam geworden ansichtkaart (een zo genoemd vijfluik), dat is onlangs gelukt.
De eigenaar, zijnde de familie Dijkstra, van ’t Ruterhuus (’t Aarm’mhuus) an de Grönnigerweg in Deever heeft deze kaart in maart 1969 uitgegeven, Dat is alweer bijna een halve eeuw geleden. De familie Dijkstra had voordat ze aan ’t Ruterhuus begonnen een ‘peerdespul’ in Oldendeever. Op de achterkant van de kaart staat vermeld: Hotel Restaurant Manege ’t Ruterhuus, Diever (Dr.), telefoon 05219-1680. Gelegenheid voor buiten zitten en paardenboxen beschikbaar.
Op de hier afgebeelde ansichtkaart is geen gelegenheid voor buiten zitten te zien, echter deze gelegenheid is wel te zien op een andere in het Deevers Archief afgebeelde kleuren-ansichtkaart (even naar beneden scrollen). Op de hier afgebeelde ansichtkaart is wel een afbeelding van enige paardenboxen te zien.
De familie Dijkstra maakte voor ’t Ruterhuus veel reclame in de landelijke en regionale kranten, zie als voorbeeld de hier afgebeelde advertentie uit de Leeuwarder Courant van 26 februari 1969.

Abracadabra-1259Abracadabra-1260

 

Posted in Ansichtkaarten, Armenwerkhuis, Groningerweg, Neringdoenden, Toeristenindustrie | Leave a comment

Plotseling en wreed stond de dood voor de broers

Ter godvruchtige nagedachtenis van de broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens werd bijgaand doodsprentje gemaakt. Een doodsprentje is een klein prentje dat binnen de Rooms Katholieke Kerk wordt uitgegeven als herinnering aan een overlijden. Een doodsprentje wordt tijdens de uitvaart aan de aanwezigen uitgedeeld. Het hier afgebeelde doodsprentje -aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief- zal derhalve op 14 april 1945 in de Kerk op de Brink van Deever zijn uitgedeeld tijdens de uitvaartdienst van de tien mannen die op 10 april 1945 op het Marktterrein in Deever werden vermoord.  

De Duitsers gijzelden op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de gegijzelden op het Marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan. Zie de afgebeelde foto, die op 15 februari 2001 is gemaakt. Op deze plek staat heden ten dage een rododendronbosje.
Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.

De tekst van het doodsprentje luidt als volgt:
Jezus, Maria, Joseph.
Ter godvruchtige nagedachtenis van Antonius Maria Gerardus Janssens, geboren 26 mei 1926 te Tilburg en van Jozef Cornelis Maria Janssens, geboren 10 october 1930 te Berkel, gevallen voor het vuurpeloton 10 april 1945.
Plotseling en wreed stond de dood voor deze beide jonge menschen, die nog aan ’t begin, aan de lente stonden van hun leven.
Maar toch roept onze Moeder de Heilige Kerk, ook bij deze wreede sterfgevallen ons toe om niet te blijven treuren, maar om te denken aan de opstanding en ’t eeuwig leven, dat deze jongens tegemoet gaan.
Beste ouders, broers en zusjes weent niet over ons. Eens zullen we allen weer in blijdschap vereenigd zijn.
Mijn Jezus, barmhartigheid !

Een doodsprentje werd vaak van een passende bijbeltekst voorzien. En niet te vergeten voorzien van een aanwijzing voor een aflaat. Een aflaat is de vermindering van tijdelijke straffen die de overledene in het vagevuur moet ondergaan. Deze straffen kunnen worden verminderd door het uitspreken van gebedjes voor de overledene, zoals bijvoorbeeld op dit doodsprentje het gebed ‘Mijn Jezus, barmhartigheid’. Dit leverde voor de gestorvenen per gebed 100 dagen aflaat op.
De term ‘Cum approbatione ecclesia’ betekent in het Nederlands ‘Met goedkeuring van de kerk’.
Het prentje van de religieuze scène is getekend door Augustin Müller-Warth (1864-1943). Het is bij de redactie niet bekend of ook een kleuren-versie van dit doodsprentje is uitgegeven.

Abracadabra-1255Abracadabra-1256Abracadabra-1258Abracadabra-1257

Posted in 10 april 1945, Bidprentjes, Diever, Oorlogsgraven, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof op de Brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof op de Brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof op de Brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw op de Brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof op de Brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de Brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de Brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de Brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw op de Brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 2016-05-10:
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Brink, Cultureel erfgoed, Diever, Kerk op de Brink, Kerkhof, Rijksmonumenten | Leave a comment

Museum Dieverza an de Brink in Deever

In de gemeente Deever houdt ogenschijnlijk geen enkel particulier museum het lang uit. Voorbeelden van dit komen en gaan zijn het Glasmuseum an de Heufdstroate in Deever en het Radiomuseum an de Aachterstroate in Deever, Zo ook het particuliere museum Dieverza an de Brink in Deever. Blijkbaar is het erg moeilijk om zelfs in een toeristisch gebied, zoals de gemeente Diever, dergelijke museums uit te baten. Van Ron en Eefke Zegers, de bedenkers van het museum Dieverza, is de volgende tekst over hun museum geciteerd.

Na jaren van verzamelen hebben we in 1990 onze eerste winkel geopend. Dat was verzamelwinkel ‘de Bumper’ op de ringdijk in Ridderkerk. In 1998 wilde we graag een museum beginnen voor onze enorme verzameling. De droom was een oude boerderij. We zijn daarvoor verhuisd naar de Brink in Diever in Drenthe. In een oude boerderij uit 1863 zijn we ons museum met winkel, café, snuffelschuur, theetuin en speeltuin begonnen. We veranderden onze naam in ‘Museum Dieverza’.
Het was een prachtig avontuur, maar het zoeken naar antiek en brocante op markten in België en Frankrijk bleef ons meer trekken dan de horeca …… Na een groot gedeelte van onze collectie van ons museum te hebben verkocht aan het Nobel Museum op Ameland, zijn we eind 2002 verhuisd naar ons huidige adres in Schoondijke in Zeeuws-Vlaanderen in Zeeland. Daar zijn we een brocante-winkel begonnen. Ons pand in Schoondijke is het voormalig ‘winkelcentrum’ of zoals ze het hier noemen ‘de centrale winkel’. Het pand heeft een oppervlakte van 400 m² en staat bomvol. We hebben de naam Dieverza veranderd in Diverza, want dat is tevens een leuke afkorting van diverse verzamelingen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De achterkant van deze ansichtkaart uit 1999 (dat is al weer zeventien jaar geleden) vermeldt het volgende:
Museum Dieverza:
– een museum met diverse oude winkeltjes;
– een gezellig oud dorpscafeetje;
– een museum met antiek, curiosa en verzamelingen;
– een nostalgisch snoepwinkeltje;
Brink 2, 7981 BZ Diever, Telefoon 0521-591194.
De bezoekers wordt tevens gewezen op een eerder verschenen bericht over deze boerderij in het Deevers Archief.

Abracadabra-1251

Posted in Boerderijen, Brink, Diever, Musea, Neringdoenden, Toeristenindustrie | Leave a comment

De bronzen vuurpot uit de Vledder Aa

In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het volgende korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa.

Diever. Bij de graafwerken voor het maken van een nieuwe brug over de Vledder Aa kwam op een diepte van ongeveer 1 meter beneden den bodem van het stroompje een bronzen vuurpot te voorschijn.
Het voorwerp kon geheel gaaf geborgen worden, alleen het hengsel werd beschadigd.
Naar we vernemen is de vuurpot afgestaan aan dr. van Giffen, de bekende archeoloog.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De redactie is bezig met pogingen te achterhalen waar deze vuurpot, een zo genoemde Spaanse legerpot, is gebleven.

Op 21 oktober 2015 verstuurde de redactie het volgende e-mail bericht naar het Drentsch Museum:
Geachte heer/mevrouw,
In de krant ‘de Grondwet’ verscheen op 3 augustus 1937 het bijgevoegde korte bericht over de vondst van een bronzen vuurpot in de Vledder Aa bij Diever.
Is het Drentsch Museum in het bezit van deze vuurpot ? Zo nee, weet u waar deze vuurpot is gebleven ? Wanneer werden in Drenthe bronzen vuurpotten gebruikt ?

Al direct op 22 oktober 2015 ontving de redactie het volgende antwoord van de conservator archeologie drs. Vincent van Vilsteren van het Drentsch Museum:
Geachte heer,
Hartelijk dank voor uw bericht over de bronzen pot uit de Vledder Aa.
Mij is de vondst van deze pot niet bekend. En ik heb toch al verschillende malen over bronzen potten in Drenthe gepubliceerd. Ik ben daarom heel blij met deze nieuwe pot. Nog blijer zou ik zijn als ik wist waar die gebleven is. Hij is in ieder geval niet in de collectie van het Drents Museum terecht gekomen.
Ik zal eens proberen iets te achterhalen via de dagboekjes van professor doctor Albert Egges van Giffen, maar mijn hoop is niet groot. Mocht U nog meer informatie tegenkomen, dan houd ik mij aanbevolen.

Als U meer wilt weten over dergelijke bronzen potten, dan verwijs ik naar twee van mijn artikelen gepubliceerd in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van respectievelijk 1998 en 2000.

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 115 van 1998 verscheen op de bladzijden 142 tot en met 170 het artikel Voor hutspot en de duivel – over de betekenis der zoogenaamde Spaansche legerpotten.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 117 van 2000 verscheen op de bladzijden 169 tot en met 187 het artikel Die potten in deze ruwe veenen’; aanvullende vondsten van zgn. Spaansche legerpotten.

Abracadabra-1403

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Cultureel erfgoed, Vledder Aa, Wapse | Leave a comment

Arbeider vindt volkomen ongeschonden urn

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 7 april 1905 het volgende bericht over de vondst van een volkomen ongeschonden urn in de buurt van het hunebed.

Diever, 6 april. In de nabijheid van het hunnebed bij ons dorp vond een arbeider op ongeveer 1 meter diepte een urn, die volkomen ongeschonden is gebleven.
De hoogte is 18 cm, de halswijdte bedraagt 49 cm, de buikwijdte 66 cm. De inhoud bestaat uit asch en gedeeltelijk verbrande beenderen. Op ongeveer anderhalven meter afstand vond men op dezelfde diepte overblijfsels van een vuur. Het is te hopen, dat de urn voor het Drentsch museum worde aangekocht.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie 2016-05-09
De vraag is wat die arbeider bewoog om in de Stienakkers een gat met een oppervlakte van een paar vierkante meters en zeker 1 meter diepte te graven. Was hij een amateur-archeoloog of deed hij werkzaamheden in opdracht van een archeoloog ? Zeker is wel dat de kleine Albert Egges van Giffen in die tijd in Diever woonde, zijn vader was dominee van de hervormde kerkgemeente van Diever en woonde in de pastorie aan de Brink. Stond hij bij het gat naar de opgraving te kijken ? Is de urn inderdaad in het Drentsch museum in Assen terecht gekomen ?
Op de ansichtkaart is het hunebed te zien, dat door professor doctor Albert Egges van Giffen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw met veel ‘deskundige fantasie’ is ‘gerestaureerd’.

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Brink, Hunebed, Kerk op de Brink | Leave a comment

Professor doctor Albert Egges van Giffen

Een gemakkelijk leesbaar verhaal over de archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen is via het internet te vinden in de webstee www.dodenakkers.nl. De laatste paragraaf van het artikel beschrijft de plechtigheid voorafgaand aan de begrafenis van professor doctor Albert Egges van Giffen op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever.
Een ander aanvullend verhaal over professor doctor Albert Egges van Giffen is via het internet te vinden in de webstee In en om Assen.
Ook is in de webstee Wikipedia een en ander te vinden over professor doctor Albert Eggen van Giffen.

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Diever | Leave a comment

Anne Mulder over Albert Egges van Giffen

De Deeverse wijlen Anne Mulder vertelde in een interview in 1991 in Assen enige persoonlijke herinneringen aan professor doctor Albert Egges van Giffen aan de redactie van het Deevers Archief. Deze heeft de herinneringen van wijlen Anne Mulder op papier uitgewerkt en in maart 2000 gepubliceerd in nummer 00/1 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Mijn ambtelijke contacten met Van Giffen
In de negentwintig jaren die ik heb gewerkt op de secretarie van het gemeentehuis in Diever, heb ik met de professor op prettige wijze over verschillende zaken contact gehad.

Van Giffen, de bosbewoner
Hij had een tweede woning op de Heezeberg. Daar vertoefde hij regelmatig. Dat was de plaats waar hij het liefst verbleef. Op de Heezeberg was het bosonderhoud een geliefde bezigheid van hem. Hij had altijd een tang bij zich om takken af te kunnen knippen. Na zijn dood heeft zijn oudste zoon Jan daar gewoond.

Van Giffen, zijn contacten met het dorp
Voor zover mij bekend hebben Van Giffen en zijn vrouw nooit deelgenomen aan het gemeenschaps- en verenigingsleven in Diever. Op één uitzondering na. Hij was lid van de commissie van aanbeveling van een geldinzamelingsactie voor de restauratie van de Nederlands Hervormde kerk van Diever. Die actie heeft succes gehad, want de restauratiecommissie heeft de kerk in 1959 schuldenvrij overgedragen aan de kerkvoogdij.

Van Giffen, de altijd gedrevene
Hendrik Jan ter Mast fungeerde als toezichthouder op zijn bosgebied op de Heezeberg. Op een gegeven moment vertelde de professor aan Hendrik Jan over zijn grootse plannen voor de komende jaren inzake de beplanting en het onderhoud van het areaal bos. Hendrik Jan reageerde daarop met: “Mor dan moei’t oasemhael’n neet vergeet’n meneer”, waarop de professor antwoordde met: “Ik zal erom denken Ter Mast”.

Van Giffen, de grappenmaker
Het kwam wel eens voor dat hij bij het hunnebed mensen aantrof die uit het westen van het land kwamen. Hij maakte met zijn kleine gestalte en een pet op zijn hoofd dan niet bepaald een professorale indruk. Hij vertelde dan die mensen wel eens de gekste verhalen over de hunnebedden en de wijze waarop ze waren ontstaan. En met die verhalen togen ze dan huiswaarts.

Van Giffen, de onverbiddelijke
Mijn broer Egbert had een tijdlang het alleenrecht van jagen op zijn grondgebied. Totdat de Dieverse jagers, waaronder mijn broer, eens op de rand van dat gebied de jacht uitoefenden. De oude Hendrik Jubbega uit Oldendiever was op een gegeven moment moe en ging even zitten. Op dat moment was ook professor Van Giffen ter plaatse en constateerde dat Hendrik Jubbega op het uiterste puntje van zijn bosgebied was gaan zitten. Meteen ontnam de professor Egbert definitief het alleenrecht op de jacht in zijn bosgebied. Maar daarmee was de professor niet van mijn broer af, want wie ligt naast hem en zijn vrouw begraven op de algemene begraafplaats in Diever ? Jawel, de jager Egbert Mulder ! Nu zijn en blijven ze nog buren ook.

Van Giffen, de opmerker
Bij een wandeling door het dorp ontdekte professor Van Giffen een pol huislook op het dak van onze boerderij, Achterstraat 10. Hij vroeg aan mijn moeder, die buiten stond, of hij een stuk huislook mocht hebben. “Eiglijk neet”, zei mijn moeder, “want ‘k vun oe vrogger in de skoele moar een kreng, want ie kneep’m mee’j altied in de wange”. Ze zaten immers bij elkaar in de klas toen de professor als jongen in Diever woonde. Zij werd geboren op 9 januari 1884 en hij op 14 maart 1884.
De professor wenste zich niet te herinneren wat mijn moeder zei. Het had ook niets met hunnebedden, grafheuvels en urnenvelden te maken. Desondanks heeft hij wel een stukje huislook meegekregen. Ik weet niet hoe die pol huislook op ons dak is gekomen. Misschien is die pol meegebracht door mijn vader, want die was rietdekker van beroep.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
Professor doctor Albert Egges van Giffen was namens de Drentsche Praehistorische Vereniging lid van het bestuur van de Stichting ‘Oud-Drenthe’ te Assen, de stichting die in het voorjaar van 1935 meende in de eerste plaats zijn gehele aandacht te moeten concentreren op het behoud en herstel van het zo genoemde Schultehuis an de Brink in Deever.
In het zo genoemde Schultehuis is nu gevestigd het zo genoemde Oermuseum, dat wel bijzonder schatplichtig is aan de niet in Deever geboren en ook niet in Deever getogen professor doctor Albert Egges van Giffen.
Lezers die Deeverse herinneringen hebben aan professor doctor Albert Egges van Giffen worden verzocht deze op papier te zetten en voor publicatie in het Deevers Archief in te sturen.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde zwart-wit foto van het boerderijtje an de Aachterstroate in Deever, waar vroeger de familie Mulder woonde, op 10 februari 2000 gemaakt, da’s ook al weer meer dan zestien jaar geleden.

Abracadabra-1248

Posted in Achterstraat, Albert Egges van Giffen, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Hunebed, Kerk op de Brink, Opraekelen | Leave a comment

De sloop van ‘de Keet’ op de Heezebaarg in 1997

De archeloog professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle, begraven op de kerkhof van Deever) en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (ja, die van de pinda’s) hadden een vakantiehuisje op de Heezeberg aan de rand van de Heezenesch. Het huisje heette eerst ‘de Keet’, later ‘de Heezeberg’.
De Keet is inderdaad de directiekeet die bij de grote archeologische afgraving van de wierde van Ezinge stond, Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezenesch).
In 1997 was met name de houten onderkant van ‘de Keet’ in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van proefessor doctor Albert Egges van Giffen en haar echtgenoot, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uit Dwingelo (eerder gevestigd in Leggelo).
De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van het Deevers Archief en de eigenaren bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van ‘de Keet’ op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De kleindochter van professor doctor Albert Egges van Giffen heeft de kleurenfoto’s van het interieur van ‘de Keet’ een paar dagen vóór de afbraak van ‘de Keet’ gemaakt, Zij heeft ook de kleurenfoto van de afbraak gemaakt.
Let bij de foto’s van het interieur vooral op de originele elementen, zoals de gaslampen en de koperen pomp.

Abracadabra-1561Abracadabra-1555Abracadabra-1556Abracadabra-1557Abracadabra-1558Abracadabra-1560

Posted in Albert Egges van Giffen, Archeologie, Gesloopte panden, Heezebaarg, Heezenesch | Leave a comment

Ansichtkaarten en foto van ‘de Keet’ op de Heezebaarg

De archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle) staat op deze ansichtkaart in de voordeur van zijn geliefde buitenhuisje genaamd ‘de Keet’ op zijn landgoed ‘de Heezebaarg’ aan de rand van de Heezenesch bij Diever.
Professor doctor Albert van Giffen stuurde deze fotokaart -gemaakt van een eigen foto- op 16 september 1956 naar de familie Zijp-Laan, Oostwoud 56 in Noord-Holland. De kaart is ondertekend door professor doctor Albert van Giffen en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (klik hier voor meer gegevens over Albert van Giffen). De tekst op de kaart luidt: Diever, de ‘Heezeberg’, ons buitenhuisje. Veel dank voor uw kaart van de reis. Met vele groeten.
De Keet is inderdaad de keet die bij de grote archeologische afgraving van de terp van Ezinge stond (meer gegevens over de afgraving van de terp van Ezinge). Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezenesch).

In 1997 was met name de houten onderkant van ‘de Keet’ in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van professor dotor Albert Egges van Giffen en haar echtgenote, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter stenen vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uit Dwingelo (eerder gevestigd in Leggelo).

De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van het Deevers Archief en de eigenaren bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van ‘de Keet’ op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De redactie van het Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleiurenfoto op de dag vóór de afbraak tegen het vallen van de avond met flitslicht gemaakt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Abracadabra-1253
Abracadabra-844Abracadabra-1254Abracadabra-842

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, Heezebaarg, Heezenesch, Topstukken | Leave a comment

Diever – Hunnebed op de Stienakkers – 1933

Bijgaand bericht is opgenomen in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …

Op 6 januari 1855 werd ter voldoening aan het Koninklijk Besluit van 28 december 1854 aan het Rijk gemeld dat op de Heezeresch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed lag. Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van het hunebed lagen.
Het Rijk besloot pas op 20 oktober 1871 de akker en het hunebed aan te kopen. Het Rijk verzocht wethouder Klaas Kok om met de eigenaar te onderhandelen over de aankoop en het verplaatsen van de schuur, opdat het hunebed in zijn geheel vrij zou komen.
Hendrik ter Mast was wel bereid de akker met het hunebed te verkopen. Voor de grond vroeg hij 12 gulden. Voor het verplaatsen van zijn schuur vroeg hij 200 gulden. Ook bedong hij dat een op zijn akker aanwezig voetpad over de publieke weg moest gaan lopen. Uiteindelijk ging hij accoord met een vergoeding van 88 gulden voor de schuur. Daarbij stelde het Rijk wel als voorwaarde dat deze niet hoger zou zijn, als de schuur in zo’n slechte staat zou blijken te zijn, dat deze na het afbreken niet meer zou kunnen worden herbouwd. De totale verkoopprijs kwam zo op 100 gulden te liggen. Op 2 november 1871 werd de koop gesloten. Na het afbreken van de schuur konden de daar onder liggende stenen worden blootgelegd.
De archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen beschreef het hunebed later als volgt:
Het hunebed is onregelmatig spits-eivormig. Het heeft een ongeveer noord-oostelijk-zuidwestelijk gerichte lengte-as. De ingang bevindt zich vermoedelijk aan de zuidkant, doch de plaats waar is niet zonder meer vast te stellen. Het steengraf bestaat uit minstens 10 draagstenen en totaal uit 22 stenen. Ze bestaan allen uit graniet. Toen het hunebed nog geheel ongeschonden was, werd als bijzonderheid aangegeven dat in één der dekstenen een grote mensenhand was gegraveerd of uitgehouwen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
De afbeelding van het hunnebed dateert uit 1933. In de achtergrond van de afbeelding is de bebouwing van de Dwarsdrift en ’t Kastiel te zien.
Had meneer de weledelgestrenge professor doctor Albert Eggen van Giffen het hunnebed maar nooit naar eigen inzichten ‘gerestaureerd’. Het hunnebed op bijgaande afbeelding oogt veel echter, zo zijn het mooie dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnigerweg.
Hedendaagse professoren in de archeologie ‘restaureren’ niet zo maar meer een object, maar proberen dit zo mogelijk te ‘conserveren’, in de staat te houden waarin het zich bevindt, dus plat en kort door de bocht gezegd: met de fikken er van af te blijven.

Abracadabra-465

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Groningerweg, Hunebed, Steenakkers | Leave a comment

De Baarg in de 20-er jaren van de vorige eeuw

Burgemeester Hendrik Gerard Van Os fotografeerde de in verval geraakte maar nog aardig op hoogte zijnde Baarg van Wittelte in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Volgens oude Wittelters stonden op de Baarg hulseboss’n.
De uitgestorven familie Bij de Berg moet in Wittelte eeuwen lang in de buurt van de Baarg hebben gewoond. Het zou aardig zijn te weten of deze familie, naast de boerderij aan de Wapserveenseweg, waar ze het laatst woonde, eerder ook een andere boerderij dichter in de buurt van de Baarg heeft bewoond.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Abracadabra-237

Posted in Canon van de gemeente Diever, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Opraekelen, Topstukken, Wittelte | Leave a comment

Foto van een landweg in de gemeente Deever in 1920

In het nummer van 14 februari 1920 van het tijdschrift ‘Buiten’ is in het artikel ‘Diever en Dwingelo’ bijgaande foto van een landweg in Deever opgenomen. De foto is gemaakt  door Cornelis Johannes Steenbergh. In de collectie Steenbergh is het glasplaatnegatief van deze foto niet bewaard gebleven. Cornelis Johannes Steenbergh maakte foto’s met de bedoeling deze direct te kunnen publiceren. Zo is ook de foto van de landweg in Deever van hoge kwaliteit. De foto laat vooral de schilderachrige aspecten van het Deeverse landschap zien..
De redactie van het Deevers Archief breekt zich al jaren het hoofd over waar deze foto in de gemeente Deever is gemaakt. Ook erkende Deever-kenners weten zich geen raad met deze fraaie foto. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie uitleggen waar deze foto is gemaakt ? Of is op de foto een deel van de Landweg in Wapse te zien ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09 

Abracadabra-1484

Posted in Afbeeldingen, Kunst, Oldendiever, Topstukken | Leave a comment

Negende regiment, tweede bataljon, derde compagnie

Op 8 augustus 1907 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het volgende korte bericht.

Het kamp bij Diever is heden, Woensdag, betrokken door den staf en de twee bataljons van het 9e regiment infanterie te Leeuwarden, alsmede door afdeelingen trein- en hospitaalsoldaten, voor het houden van compagnies-, bataljons- en velddienstoefeningen. Met de leiding dier oefeningen is belast de kolonel C.P. de Veer, commandant van het regiment alhier.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-24
Het soldatenkamp (de Kaamp) bij Deever stond op de Oeren tussen Deever en Wapse.
Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Deever. In 1907 werden de oefeningen in de zomer gehouden.
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen.
Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen. Bij een grote vraag van de soldaten in het kamp naar briefkaarten, ontstond vanzelf een aanbod van ansichtkaarten. Bij de redactie van het Deevers Archief is een flink aantal verschillende ansichtkaarten bekend, maar hopelijk zal dit aantal in de komende tijd groter worden.
De kaarten zijn zeer gewild bij en gezocht door hedendaagse verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Sommige verzamelaars stoppen dit soort kaarten in een schoenendoos diep weg in een kabinet, andere verzamelaars bewaren de kaarten voor zichzelf in zuurvrije plastic opbergmappen in dure opbergsystemen.
De bedoeling van de redactie van het Deevers Archief is zoveel mogelijk ansichtkaarten uut de gemiente Deever liefst uit eigen verzameling aan een breed publiek te tonen. Elke bezoeker van het Deevers Archief moet kunnen meegenieten van al het moois uit het verleden van de gemiente Deever.
Op de hier afgebeelde ansichtkaart is de derde compagnie van het derde bataljon van het negende regiment te zien, althans dat is te lezen op het bordje dat vóór de soldaten is geplaatst. Als van elke compagnie een foto is gemaakt, dan moeten nog vijf soortgelijke ansichtkaarten worden opgespoord. De hier afgebeelde ansichtkaart is op 9 augustus 1907 verstuurd.
In nummer 3 van 2014 (nr. 14/3) van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, is deze kaart ook afgebeeld in het artikeltje ‘Uit de verzameling van Klaas Vording’. Het artikeltje vermeldt niet wie Klaas Vording is. Dus de vraag is: Wie is toch die Klaas Vording ?

Abracadabra-1250Abracadabra-1249

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, Topstukken, Wapse | Leave a comment

Voor de tent in de soldatenkamp te Deever in 1906

Op 21 augustus 1906 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Stadsnieuws het volgende korte bericht.

De beide bataljons van het 9e regiment infanterie alhier hebben heden het kamp bij Diever betrokken tot het houden van compagnie- en bataljonsoefeningen.
Met de leiding dier oefeningen is belast de kolonel C.P. de Veer, commandant van het regiment alhier.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-22
Het soldatenkamp (de Kaamp) bij Deever stond op de Oeren tussen Deever en Wapse. Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Deever.
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen.
Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen. Bij een grote vraag van de soldaten in het kamp naar briefkaarten, ontstond vanzelf een aanbod van ansichtkaarten.
De kaarten zijn zeer gewild bij en gezocht door hedendaagse verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Sommige slordige verzamelaars stoppen dit soort kaarten diep weg in een schoenendoos in een kabinet, andere verzamelaar bewaren de kaarten voor zichzelf in zuurvrije plastic opbergmappen in dure opbergsystemen.
De bedoeling van de redactie van het Deevers Archief is zoveel mogelijk ansichtkaarten uut de gemiente Deever uit eigen verzameling aan een breed publiek te tonen. Elke bezoeker van het Deevers Archief moet kunnen meegenieten van al het moois uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde ansichtkaart, waarop een deel van de derde compagnie van het derde bataljon van het negende regiment is te zien, is in 1906 verstuurd vanuit Diever.
In nummer 3 van 2014 (nr. 14/3) van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, is deze kaart ook afgebeeld in het artikeltje ‘Uit de verzameling van Klaas Vording’. Het artikeltje vermeldt niet wie Klaas Vording is. Dus de vraag is: Wie is toch die Klaas Vording ?

Abracadabra-1246Abracadabra-1247

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, Opraekelen, Wapse | Leave a comment

Soldatenkamp op de Oeren bee’j Wapse – 1905

In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) van 26 juli 1905 verscheen het volgende bericht.

Leeuwarden, 24 juli. De twee bataljons van het 9e regiment infanterie alhier gaan morgenvroeg per extra-trein, ter sterkte van 26 officieren en ongeveer 800 onderofficieren en manschappen, naar Steenwijk, om vandaar naar Diever te marcheeren, waar zij het in gereedheid gebrachte kamp zullen betrekken voor het houden van bataljons- en velddienstoefeningen. Met het bevel in de legerplaats is belast de majoor M.W. de Vries, commandant van het 1e bataljon van het Regiment.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-24
De twee bataljons van het negende regiment infanterie oefenden in 1905 voor het eerst op de heidevelden tussen Wapse en Diever. Het soldatenkamp (de Kaamp) stond op de Oeren, langs de weg die nu als naam heeft de Kamp (de Kaamp). De Landweer huurde de heidevelden van de plaatselijke eigenaren.
De afgebeelde ansichtkaart is op 15 september 1905 verstuurd. De kaart is uitgegeven door bakker en kruidenier Marten Dijkstra uut Wapse.

Abracadabra-1524

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Ansichtkaart – Aan het middagmaal. Kamp te Diever.

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant verscheen op 26 juli 1905 het navolgende korte bericht over oefeningen van de landweer in de gemeente Diever.

Leeuwarden, 24 Juli.
De twee bataljons van het 9e regiment infanterie alhier gaan morgenvroeg per extra-trein, ter sterkte van 26 officieren en ongeveer 800 onderofficieren en manschappen naar Steenwijk, om vandaar naar Diever te marcheeren, waar zij het in gereedheid gebrachte kamp zullen betrekken voor het houden van bataljons- en velddienstoefeningen.
Met het bevel in de legerplaats is belast de majoor M.W. de Vries, commandant van het 1e bataljon van het Regiment.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-11-17
Middenstanders uit de omgeving van het soldatenkamp beseften dat er met zo’n grote groep soldaten op oefening kansen waren enig geld te verdienen aan de verkoop van ansichtkaarten van het legerkampkamp. Bijgaand afgebeelde ansichtkaart uit 1906 is één van een redelijk groot aantal uitgegeven verschillende ansichtkaarten.  

Abracadabra-1444
Abracadabra-1445

 

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren – 1907

Deze afbeelding is met begeleidende tekst eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bin ‘t wel …’.

Wapse – Soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren – 1907
Een deel van het grote tentenkamp van de landmacht is op de foto rechts op de achtergrond te zien. Het kamp op de Oeren stond op kroem heideveld, dat wil zeggen onvlak en drassig heideveld, vol met veldkeien. De schietoefeningen werden gehouden bij de kogelvangers in het Wapser Zand. Als de soldaten naar de schietbaan marcheerden, dan werden ze begeleid door een eigen muziekcorps. In de buurt van de schietbaan stond ook de schijvenloods.
De in 1904 geboren Jannes Santing herinnerde zich uit zijn jonge jaren dat Wapsers vertelden dat in de kaamp een helder köppeltie soldoat’n zaat. Op prentbriefkaarten is te lezen dat bijvoorbeeld gelegerd waren het 9-de regiment, 1-ste bataljon, 3-de compagnie en het 9-de regiment, 2-de bataljon, 3-de compagnie. In het tentenkamp waren ongeveer 2400 soldaten gelegerd. Op de voorgrond is één van de veldkeukens met zijn watervoorziening te zien. Het water werd met behulp van pompen uit de grond gehaald. Daarvoor had de genie buizen tot in de welle geslagen.
Bij het zien van deze foto herinnerde Jannes Santing zich dat op het land van Johannes Hilberts nog jaren daarna zogenaamde Norton-pompen hebben gestaan. Ook wist hij te vertellen dat zijn vader en hij de achtergebleven buizen later uit het heideveld van Harm Eleveld (Harm Prakken) mochten halen.
Ik vertelde Jannes Santing dat het zo jammer was dat van de kaamp heel weinig op papier is terug te vinden. Zijn reactie was aandoenlijk. Hij zei: ’t Is moar net hoe aij ’t bekiekt. Vervolgens rommelde hij wat in de krantenbak naast zijn stoel in zijn gezellige kamer in het rusthuis en haalde het boekje van Arend Mulder te voorschijn. Feilloos zocht de krasse negentiger bladzijde honderdentwintig op en zei: Zuuk moar neet langer. Hier steet alles over de kaamp. ‘K mag ’t so now en dan nog graeg ies lees’n.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-24
Jannes Santing was in zijn werkzame leven de smid van Wapse.
Johannes Hilberts is geboren op 29 november 1908 en is overleden op 30 januari 1983. Hij was getrouwd met Margje Eggink. Zij is geboren op 25 januari 1910 en is overleden op 17 januari 1959.
Harm Eleveld (Harm Prakken) is geboren op 26 november 1879 en is overleden op 3 september 1955. Hij was getrouwd met Aaltje Stevens. Zij is geboren op 5 februari 1883 en is overlden op 7 juni 1919.

Abracadabra-510

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Diever, Ie bin 't wel ..., Smederij Santing, Wapse | Leave a comment

Schietbanen bij de Nul in Wapse – 1906

In het Algemeen Handelsblad van 17 mei 1906 verscheen het navolgende bericht over de oprichting van schietbanen (bij de Kogelvangers) nabij Wapse. De schietbanen waren bedoeld voor schietoefeningen van de soldaten in ‘de kaamp’ op de Oeren. Zie de situering op de navolgende afbeelding. Blijkens bij de Raad van State, afdeling voor de geschillen van bestuur, ingekomen koninklijke besluiten, zijn in vroeger vermelde zaken beslissingen genomen, waaronder de navolgende beslissing over de schietbanen bij Wapse.

De bezwaren tegen de door het Departement van Oorlog voorgenomen oprichting van een viertal dubbele schietbanen nabij den weg van Diever naar Doldersum in de gemeente Diever, rapporteur de Staatsraad mr. Asser. Bezwaren werden ontwikkeld door een eigenaar van bosschen, die vreesde: 1o. voor het publiek op den weg bij de schietbanen, en 2o voor de arbeiders in nabijzijnde bosschen. In deze trad voor den Minister ter bestrijding van de bezwaren op de kapitein eerstaanwezend ingenieur te Zwolle. De Koninklijke beslissingen volgen later.

In het Algemeen Handelsblad van 27 juni 1906 verscheen het volgende bericht over het koninklijke besluit over de oprichting van de schietbanen (bij de Kogelvangers) nabij Wapse.

Schietbanen te Diever
De Staatcourant nr. 147 bevat een Koninklijk besluit van 16 juni 1906 (Staatsblad nr. 130) houdende ongegrondverklaring van de bezwaren, ingebracht tegen de oprichting, door het Departement van Oorlog, van een viertal dubbele schietbanen nabij den weg van Diever naar Doldersum in de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie van 2016-04-24
De schietbanen op de plek die in de volksmond de Kogelvangers werd en wordt genoemd en de schietschijvenloods lagen op de Nul bee’j Wapse. Zie de afbeelding van een deel van een topografische kaart uit 1906.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Gemeente Diever, Kogelvangers, Wapse | Leave a comment

Cantinehouders in de Kaamp zijn tot dusver tevreden

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 juni 1906 het navolgende bericht over de 2e afdeeling van de landweer.

DIEVER, 25 Juni
Hedenmiddag arriveerde hier in ’t kamp de 2e afdeeling landweer, komende van Steenwijk. Van deze plaats tot Frederiksoord werden ze begeleid door een deel der marechaussee-brigade Steenwijk en van daar naar het kamp door een deel der brigade Dwingelo.
Tot Vledder schijnt de troep nogal wat luidruchtig geweest te zijn en moesten de begeleiders de orde herstellen.
De landweer mannen verlaten over ’t algemeen noode hun haardsteden: de werkzaamheden op het land zijn thans in vollen gang en eischen dringend hun tegenwoordigheid.
In ’t kamp was Maandagavond alles leven en beweging en naar ’t ons toescheen heerschte er een opgewekte stemming. Persoonlijk kan men zich daarvan moeilijk overtuigen: burgers werden niet in het kamp toegelaten, ’t Vorige jaar heeft men ons op dat punt wel wat verwend.
Morgenavond beginnen de schietoefeningen. Zaterdag heeft men bij de kogelvangers alles heel leuk opgeborgen: de seinborden sluiten de openingen der observatie-posten af en worden door sloten op hun plaatsen gehouden.
De cantinehouders zijn tot dusver goed tevreden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09
Tot nu toe meende de redactie van het Deevers Archief dat alleen Koop Boer van de Deeverbrogge een cantine in de Kaamp op de Oeren had. Maar dat blijkt uit het voorgaande krantartikeltje niet helemaal juist te zijn, in dat artikeltje is in de laatste zin sprake van cantinehouders. Maar ja, met zoveel soldaten in de zomermaanden en in een aantal jaren durfden wellicht ook andere lokale ondernemers het risico wel aan.
Op bijgaande ansichtkaart, die op 18 september 1905 is verstuurd is een tamelijk grote en ogenschijnlijk snel in elkaar gezette houten cantine te zien. Het hout zal wel Berkenheuvel hout zijn.  De vraag is of deze cantine van Koop Boer was.

Abracadabra-830

Posted in Ansichtkaarten, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Soldatenkamp op de Oeren bij Wapse – 1908

Op 12 augustus 1908 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het navolgende bericht.

De twee bataljons van het 9e regiment infanterie te Leeuwarden zullen morgen, woensdag, voor tien dagen het kamp bij Diever betrekken voor het houden van bataljonsoefeningen. Deze troepenafdeelingen, ter gezamenlijke sterkte van 37 officieren, 823 onderofficieren en manschappen, 2 officierspaarden en vier bagagewagens, zullen des morgens om 7.16 uur spoortijd per extra trein van Leeuwarden vertrekken en om 8.42 uur te Steenwijk aankomen. Van hier zal naar de legerplaats worden gemarcheerd. Met het bevel in het kamp is belast de luitenant-kolonel J.F. Rappold van voornoemd regiment.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-24
Het soldatenkamp bij Diever stond op de Oeren tussen Diever en Wapse. Vanaf 1905 oefende de Landweer een aantal jaren achter elkaar elk jaar in de zomer of het najaar op de heidevelden tussen Wapse en Diever. De redactie van het Deevers Archief zal op zoek gaan naar meer historisch feitenmateriaal over deze soldatenkampen. Van dit kamp zijn ook hele mooie ansichtkaarten verschenen.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

De Nederlandsche Volksdienst en de Winterdienst

In het Drentsch dagblad, het officiële door de Duitse bezetter gecontroleerde orgaan voor de provincie Drenthe van 4 augustus 1942 (eerste jaargang, nummer 56), verscheen het navolgende bericht van een bijeenkomst in café Balsma an de Brink in Deever.

Diever. In café Balsma was een vergadering belegd om te komen tot een vrijwillige organisatie van den Nederlandschen Volksdienst en Winterhulp Nederland. De leiding van deze avond berustte bij het wijkhoofd den heer Muggen te Dieverbrug. De spreker de heer Zuurveen gaf een uiteenzetting van den N.V.D. en de W.H.N.
Het doel van deze vergadering is volkomen geslaagd aangezien een voldoend aantal personen aanwezig was om een vrijwillige organisatie tot stand te brengen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-22
De Nederlandsche Volksdienst (N.V.D.) werd in juli 1941 op initiatief en met hulp van de Duitse bezetter opgericht naar het voorbeeld van de National Sozialistische Volkswohlfahrt in Duitsland. De oprichters wilden al het sociale werk in Nederland bundelen in de Nederlandsche Volksdienst (N.V.D.). Het ging de bezetter om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor de Nederlandsche Volksdienst (N.V.D.), steunde men in feite de vijand. De Nederlandsche Volksdienst (N.V.D.) was per gemeente georganiseerd. Uit de zuinig geformuleerde laatste alinea van het bericht mag blijken dat de Nederlandsche Volksdienst (N.V.D.) niet zo’n succes zou worden in de gemeente Deever.
De Stichting Winterhulp Nederland (W.H.N.) was de nationaalsocialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening, zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moest overnemen.
Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de woning van het wijkhoofd Muggen an de Deeverbrogge in brand gestoken.

Abracadabra-1245

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, N.S,B,, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

N.S.B.’ers na de bevrijding gevangen in café Balsma

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21

In Deever hielden de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) hielden zich in de eerste dagen na de Tweede Wereldoorlog met name bezig met het opsporen en vastzetten van N.S.B.’ers en pro-Duitse Nederlanders uit de omgeving van Deever.
Ze werden vastgezet in café Brinkzicht an de Brink in Deever, dit café was eigendom van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, die zelf eerst ook in zijn eigen café werd vastgezet, nadat hij in Appelscha was opgepakt.
Voor het luchten van deze mensen was een omheind stuk grond buiten het café beschikbaar. Na verhoor en na opmaak van een eerste proces verbaal door de leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) mochten sommigen naar huis, anderen kwamen terecht in kamp Westerbork.
Het is een goede zaak dat betrokkenen over het gebeurde in de Tweede Wereldoorlog willen getuigen. In de webstee easy.dans.knaw.nl van Data Archiving and Networked Services zijn getuigen-verhalen van N.S.B.’ers die hebben vastgezeten in kamp Westerbork te vinden. Zo ook interview 16 waarin een in de Tweede Wereldoorlog pro-Duits gezinde vrouw uit Oldendiever vertelt over haar ervaringen in en na de Tweede Wereldoorlog.

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, N.A.D.-kamp, N.S,B,, Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma zoekt een dienstbode

In  het Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe), jaargang 1, nummer 176, van 22 december 1942 verscheen het navolgende bericht, waaruit blijkt de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma op zoek was naar een dienstbode.

Gevraagd: een dienstbode voor de dag of voor dag en nacht of een werkster, 3 dagen per week. K.M. Balsma, café, Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21
De N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma was weduwnaar. Zijn vrouw Gezina Catharina Smit, geboren op 7 april 1895, overleed op 27 september 1938. Haar graf met grafsteen is te vinden op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever .
Klaas Marcus Balsma werd geboren op 28 april 1892 in Eernewoude (Tietjerkseradeel).
De overlijdensadvertentie in de Leeuwarder Courant van 13 maart 1970 vermeldt dat hij op 12 maart 1970 op 77-jarige leeftijd is overleden in Appelscha (Ooststellingwerf) en op 16 maart 1970 is verbrand in Groningen.

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Bouw café met concertzaal van Klaas Marcus Balsma

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 januari 1927 het volgende bericht over de uitslag van de publieke aanbesteding van de bouw van een café met concertzaal voor rekening van Klaas Marcus Balsma. 

Diever, 26 januari.
Voor rekening van den heer K.M. Balsma te Jubbega had heden alhier de publieke aanbesteding plaats van een café met concertzaal enzovoort aan de Brink te Diever.
I. Timmerwerk, enzovoort, hoogste inschrijver J. Coenraads te Noordwolde, f. 12479, laagste Mos en Zoer te Dwingelo, f. 11475.
II. Schilderwerk. Hoogste inschrijver G. Koster, alhier, f. 1290,-, laagste B. ter Wal, alhier, f. 1175.
III. Betonwerken. Hoogste inschrijver G.F. Bijl, Meppel, f. 879.30, laagste D. Faber te Assen, f. 348.
IV. Grondwerk. Hoogste inschrijver M. Punt, alhier f. 400, laagste L. Klok te Dieverbrug, f. 335.

Posted in An de Deeverbrogge, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma | Leave a comment

N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus

In het Nieuwsblad van het Noorden van 1 juli 1949 verscheen het volgende bericht over de rechtzaak tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus van Diever.

Bijzonder Gerechtshof Assen
N.S.B.-burgemeester P.O. Posthumus
In April 1944 nam de 61-jarige spinnerijmeester en reiziger Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Van 1942-1943 was hij waarnemend burgemeester van Hoogezand en wethouder en loco-burgemeester van Haren.
Posthumus heeft zich als burgemeester bezig gehouden met de opsporing, de arrestatie en het verhoor van verschillende personen, in samenwerking met de bende landwachters, waaruit later de beruchte ‘Norger bloedploeg’ is ontstaan. Toen hij de plaatselijke politie niet meer vertrouwde, kwam op zijn verzoek een detachement van zeven landwachters ter versterking. Hij kon het goed met hen vinden (verdachte: ‘Later niet !’) en gaf hun na afloop van dienstverrichtingen een tevredenheidsbetuiging mee….
Ook de tekenkunst beoefende hij. Een N.S.B.-meisje tekende op de muur van het Schultehuis in Diever een doodshoofd, welke tekening hij verbeterde. Daaronder kwam nu en dan een streepje te staan. President: ‘Wat was daar de betekenis van ?’. Verdachte: ‘Hoofdzakelijk een bedreiging door de landwacht. Wanneer iemand naar de S.D. was opgezonden of de doodstraf had gekregen, werd een streepje onder de tekening gezet’. Bij de bevrijding vertoonde de muur 18 streepjes.
Onder meer werden tijdens een tocht met Sanner, Balsma, de Krijger en Burgman de heren Bruulsma te Beilen, dominee Geertsema en dokter J.L. Dinkla te Dwingelo gearresteerd. Van hen is dominee Geertsema overleden.
Voorts vorderde hij fietsen en wasblikken voor de O.T.-werkers, plakte aan het distributiebureau een lijst met namen aan van hen, aan wie geen bonkaarten verstrekt mochten worden, omdat zij weigerden voor de O.T. te werken, liet haver en hooi vorderen en nam de etenshalers in de hongerwinter het voedsel af om zelf daarvan te profiteren.
De gemeentesecretaris van Diever, de heer J. Boesjes, verklaarde geen hoge indruk van de burgemeesterscapaciteiten van de verdachte te hebben gekregen. Hij toonde veel belangstelling voor de O.T. en legde grote bereidwilligheid aan de dag voor alles wat de Duitsers hem vroegen.
De zaak werd aangehouden tot 20 Januarie aanstaande.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21
Tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumes werd tien jaar straf geëist.
Zie het bericht elders in het Deevers Archief.
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse organisatie.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

De N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus werd op 9 april 1945 op klaarlichte tijdens het middageten in de serre van café Brinkzicht, het café van de N.S.B.’ er Klaas Marcus Balsma, opgepakt door enige parachutisten (wijlen Jantje Andreae-Oost: ’t waar’n van die kleine mannegies die laangs oens huus sleup’m) van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambertus Schoemaker van Diever, optrad als gids. Bij deze bliksemactie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
De afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van café Brinkzicht is in 1949 uitgegeven, dus ten tijde van het proces bij het bijzondere gerechtshof te Assen. De rechterkant van het café, waar de serre zich bevindt, is jammer genoeg niet op de afbeelding te zien, echter is wel te zien op andere afbeeldingen in het Deevers Archief.
De vraag is wat er in de eerste jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog is gedaan met café Brinkzicht, wanneer is het van eigenaar veranderd ?
De redactie van het Deevers Archief weet tot op de dag van vandaag niet wat de betekenis is van de houten palen die op de afbeelding aan de rechterkant zijn te zien. Wie weet dit wel ?
Naast het café staat de dan al behoorlijk dikke kastanjeboom, die helaas in de negentiger jaren van de vorige eeuw werd verwijderd.

Abracadabra-468
Abracadabra-469

 

 

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Franse parachutisten, Klaas Marcus Balsma, N.S.B.'ers, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Duivel van Diever veroodeeld tot levenslang

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 17 april 1947 het navolgende bericht over het Bijzonder Gerechtshof te Assen, inzake het proces tegen de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma uit Diever.

Duivel van Diever veroordeeld tot levenslang
Het Bijzonder Gerechtshof te Assen veroordeelde heden den 64-jarigen caféhouder Klaas Marcus Balsma te Diever, den ‘duivel van Diever’ tot levenslange gevangenisstraf, ontzetting uit de kiesrechten en uit het recht het beroep van caféhouder uit te oefenen. Eisch was doodstraf met ontzetting uit de rechten. Het recht van cassatie werd Balsma toegekend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-05-22
Het recht van cassatie is het recht beroep aan te tekenen bij het hoogste rechtsprekende orgaan van het land tegen het vonnis van een lagere rechter. Het is bij de redactie van het Deevers Archief niet bekend of Klaas Marcus Balsma van dat recht gebruik heeft gemaakt.

Posted in Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma, N.S,B,, N.S.B.'ers | Leave a comment

Café Balsma in de Tweede Wereldoorlog

In het Drentsch Dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) werd op 27 februari 1943 de navolgende advertentie gepubliceerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-06
Op maandag 1 maart 1943 hield de Germaansche S.S. een propagandabijeenkomst in café Balsma aan de Brink in Diever. Niet bekend is of en zo ja welke inwoners van de gemeente Diever lid zijn geweest van de Germaansche S.S.
De Germaansche S.S. was de verzamelnaam van verschillende paramilitaire groepen, die van 1939 tot 1945 opstonden in door Duitsland bezette gebieden. De Germaansche S.S. was gebaseerd op het model van de Schutzstaffel (S.S.) en had als doel de nationaalsocialistische rassendoctrine en het antisemitisme op te leggen. Dit deed zij voornamelijk door lokale politietaken op zich te nemen en eenheden van de Gestapo, de Sicherheitsdienst (S.D.) en andere afdelingen van de Reichssicherheitshauptamt te versterken. De Nederlandse organisatie werd opgericht onder de naam Nederlandsche S.S., maar later omgedoopt tot Germaansche S.S. Ze was betrokken bij razzia’s tegen joden voor deportatie naar vernietigingskampen. Na de oorlog werden de meeste leden van de Germaansche S.S. in Nederland gebrandmerkt als landverraders en werd een deel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. De taak van een Beauftragte was toezicht houden op het openbaar bestuur en het economisch leven. Daarnaast moest hij zich bezig houden met het nazificeren van de publieke opinie.

Posted in Brink, Café Balsma, Klaas Marcus Balsma, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Pacht Café Brinkzicht in andere handen

In de Meppeler Courant van …. 1948 verscheen het volgende bericht over het opnieuw verpachten van Café Brinkzicht aan de Brink van Diever.

Pacht Café Brinkzicht in andere handen
Diever. De pacht van het café Brinkzicht zal ingaande 3 maart aanstaande overgaan op mejuffrouw J. Strampel (Jannie Strampel) te Rottum bij Heerenveen, zulks in de plaats van de heer H. Figeland (Hendrik Figeland), die vanaf de bevrijding pachter van dit café is geweest.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief, versie van 2016-04-21
De juiste datum van publicatie van dit berichtje moet nog worden uitgezocht.
Hoe zal het in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn gegaan met het beheer van het café, toen de eigenaar de N.S.B.’er Klaas Markus Balsma vanwege oorlogsmisdaden in de gevangenis zat ?
Nam een van zijn kinderen zijn zaken waar of was een bewindvoerder aangesteld ?
Zie de afbeelding van het suikerzakje, waaruit blijkt dat Jannie Strampel de uitbaatster van hotel-café Brinkzicht is  Dit suikerzakje is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief.

Abracadabra-175

 

Posted in Afbeeldingen, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma | Leave a comment

Vergadering van de N.S.B. in café Balsma uitgesteld

Op 6 maart 1943 verscheen in het Agrarisch Nieuwsblad de volgende korte advertentie over het uitstellen van een vergadering van de afdeling Diever van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.) in café Balsma an de Brink in Deever.

Nationaal Socialistische Beweging – Diever
De aangekondigde Openbare Vergadering op 7 maart in café Balsma wordt tot nader datum uitgesteld.

Posted in Brink, Café Balsma, Diever, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Overlijdensbericht van Klaas Marcus Balsma

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21

De N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma was voor en in de Tweede Wereldoorlog eigenaar van Café Brinkzicht.
In een webstee op het internet zijn enige genealogische gegevens over Klaas Marcus Balsma te vinden.
Hij is geboren op 28 april 1892 in Eernewoude (Tietjerkseradeel). Het valt op dat de beheerder van deze webstee bij Klaas Marcus Balsma vermeldt dat hij is overleden na 1938, hij was toen 45 jaar oud.
Klaas Marcus Balsma heeft na de Tweede Wereldoorlog zeker meer dan vijf jaar gevangen gezeten in de strafgevangenis in Veenhuizen vanwege zijn wangedrag in de Tweede Wereldoorlog.
De overlijdensadvertentie in krant ‘Leeuwarder Courant: hoofdblad van Friesland’ van 13 maart 1970 vermeldt dat hij op 12 maart 1970 op 77-jarige leeftijd is overleden in ‘het verpleeghuis’ te Appelscha (Ooststellingwerf) en op 16 maart 1970 is verbrand in Groningen. Van een commentaargever op dit bericht (commentaar van 2014-02-24) is duidelijk geworden dat hij in het verpleeghuis ‘Stellinghaven’ in Appelscha is overleden.

Abracadabra-1244

Posted in Café Balsma, Café Brinkzicht, Klaas Marcus Balsma, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De vijand diensten bewezen in de oorlogdstijd

In de Heerenveensche Courant verscheen op 8 april 1947 het volgende bericht over het Drents Bijzonder Gerechtshof inzake het proces tegen de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma uit Diever.

Drents Bijzonder Gerechtshof.
3 april.
Doodstraf geëist.
De vijand diensten bewezen in de oorlogstijd.

Klaas Marcus Balsma, 54 jaar, caféhouder te Diever, gedetineerd, heeft als landwachter de gehele omgeving van Diever onveilig gemaakt. Bij de landwachters was hij sectie-commandant en deed steeds actief mede aan vele huiszoekingen, aan arrestaties en vooral het opsporen van onderduikers.
Het dikke dossier van hetgeen deze man ten laste wordt gelegd, bevat een aantal bewijsstukken van verdachtes wandaden.
Getuige H. Dijkstra, wachtmeester, die in de bezettingstijd bij de A.K.D. te Meppel gedetacheerd was, zeide dat de verdachte als gids dienst deed, om met zijn kameraden (?) in Diever jacht op onderduikers te maken.
Getuige weduwe Kiers deelt mee, hoe de verdachte aanwezig was bij de arrestatie van haar man en vier onderduikers. Haar man kwam helaas nimmer terug.
Verdachte was zeer ijverig en actief bij de arrestatie van Zwanenburg te Beilen, die door de Moffen gefusilleerd is geworden.
De beide getuigen Jacob Hessels en Jan Hilberts uit Diever, verklaren dat ze de gevolgen van verdachte’s handelen aan den lijve hebben gevoeld.
De advocaat-fiscal meent, dat deze verdachte met zijn volle verstand heeft gehandeld en eist voor deze verdachte, ‘de duivel van Diever’ meermalen genoemd, de doodstraf.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21
In het Deevers Archief is inmiddels al heel wat gepubliceerd over de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, de houder van café Brinkzicht aan de Brink van Diever, zie de navolgende afbeelding.
De A.K.D. is de Arbeidscontroledienst.
De N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma maakte in Diever en omstreken met name jacht op mannen die de Arbeitseinsatz ontliepen.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma, N.S,B,, N.S.B.'ers | Leave a comment

Oproeping van de beheerder van cafébedrijf Balsma

In de Provinciale en Asser Courant van 15-08-1945 verscheen het volgende bericht.
Ondergetekende Lambertus Schoemaker, Hoofdstraat 21, Diever, maakt bekend, dat hij door den Militairen Commissaris van het District Meppel is benoemd tot beheerder over het Cafébedrijf van K.M. Balsma te Diever en diens verdere privé-vermogen, met ingang van 21 juli 1945.
Hij roept allen op, die zaken of bescheiden van K.M. Balsma onder zich hebben vóór 26 augustus 1945 hiervan aangifte bij ondergetekende te doen. Nalatigheid wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in artikel 153 van het Besluit Herstel Rechtsverkeer.
De beheerder L. Schoemaker.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-21
Met K.M. Balsma wordt de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma bedoeld.
Met het cafébedrijf wordt bedoeld café Brinkzicht an de Brink in Deever.
L. Schoemaker is postkantoorhouder Lambertus Schoemaker van het postkantoor an de Heufdstroate in Deever. 

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Publicaties over ‘de Baarg’ van Wittelte

Dit artikel bevat een niet-begrensde lijst van literatuur die verband houdt met de Baarg van Wittelte.

Leonard Johannes Friedrich Janssen
Drenthsche Oudheden, Uitgegeven door Kemink – Utrecht – 1848.
Nieuwsblad van het Noorden
Artikel in het nummer van woensdag 2 november 1932.
Nederlands Volkskundig Genootschap
Neerlands Volksleven – Uitgegeven in 1962.
D.P. Blok
De vroege Middeleeuwen tot ca. 1150 – Uitgegeven in 1985
Huib D. Minderhoud
Dwars door Drenthe – Uitgegeven door Krips Repro – Meppel – 1986.
Geïllustreerd met aquarellen van Jouke Nijman.
Ebelina Bruins – Jeannet Boverhof
Wittelte na Witto – Uitgegeven door Werkgroep Historisch Wittelte – 2004.
Het boek is samengesteld door Jeannet Boverhof en de Werkgroep Historisch Wittelte.
Michiel Alexander Wilhelm Gerding en consorten.
De Canon van Westerveld – Kennismaking met cultuur en historie – Uitgegeven door Koninklijke Van Gorkum Assen – 2009.
A.W. Ritman (Lex Ritman)
Witto’s heuvel- Uitgegeven door Antonius Pius – ’s Gravenhage – 2010.
Dit boek is uitgegeven in verband met het zogenaamde 970-jarige bestaan van het gehucht Wittelte in 2010.
A.W. Ritman (Lex Ritman)
Wikipediaanse studie over Kasteelberg en tekenaar en uitgeverij – Uitgegeven door Antonius Pius – ’s Gravenhage – 2010.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Posted in Archeologie, de Baarg van Wittelte, Publicaties, Wittelte | Leave a comment

Over ‘de Baarg’ van Wittelte

Waarschijnlijk is de Baarg van Wittelte het laatste restje van een zogenaamde motte.  Als de Baarg inderdaad een motte is geweest, dan is het waarschijnlijk dat op de Baarg ook een soort van kasteel of kasteeltje heeft gestaan.
In de lijst van ‘mottes en mottekastelen in Nederland‘ in de website Wikipedia is de Baarg van Wittelte niet genoemd, nu zegt dat niet alles, want de inhoud van Wikipedia moet voortdurend kritisch worden beoordeeld.
In Wikipedia is een en ander te lezen over het mottekasteel.
Op het internet is ook een voorbeeld van een mottekasteel in België te vinden.
Nog meer afbeeldingen van ‘mottekastelen’ zijn te vinden via het aanklikken van: meer afbeeldingen van mottekastelen.
In de website Wikipedia hebben direcht belanghebbenden ook een bladzijde volgeschreven met grotendeels subjectieve gegevens over de Baarg van Wittelte.
In de website Wikipedia is ook een grappige foto uit 2009 van de Baarg te vinden. In de tekst bij die foto wordt de Baarg aangeduid als ‘Wittesheuvel’, maar die naam is gewoon een verzinsel van de eigenaar van het land waarin de Baarg ligt. Het is aardig om op deze foto te zien dat om het rijksmonument eindelijk schrikdraad is gespannen.
Nog tot niet zo lang geleden liet de eigenaar van het land gewoon zijn koeien over de Baarg lopen, wat bij heeft gedragen aan het vernielen (verropp’m) van deze archeologische rest. Het is ook vermakelijk om te zien dat de eigenaar het kale heuveltje leuk heeft opgedirkt en opgepimpt met een eigengemaakte grijze (gewapend?) betonnen pop. Zwaait de pop met zijn zwaard in de richting van Utrecht ?
Op de website Geheugen van Drenthe is ook enige aan oudere bronnen ontlede gegevens over de Baarg te vinden.
Ook de website Encyclo Online Encyclopedie biedt enkel bekende gegevens uit oudere bronnen.
De website home.kpn.nl/ekats doet enige beweringen die niet worden onderbouwd met verwijzingen naar bronnen. Wel is op deze site een aardige foto van de Baarg te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-05-09

Posted in Archeologie, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Wittelte – Kasteelheuvel in bescherming

In de Meppeler Courant van 25 februari 1981 verscheen het volgende bericht over de noodzakelijk geachte bescherming ingevolge de Monumentenwet van ‘de Baarg’ van Wittelte.

Kasteelheuvel in bescherming
Wittelte – De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort heeft Gedeputeerde Staten van Drenthe geattendeerd op de aanwezigheid van een kasteelheuvel in Wittelte. De rijksdienst wijst erop dat zich in het grasland ten zuidoosten van Wittelte een ongeveer vier meter hoge kunstmatige heuvel met een diameter van 20 meter bevindt.
Rondom deze heuvel wijst een depressie op een vroeger hier aanwezige gracht. Het betreft hier één van een drietal (de andere zijn het Borgbarchien ten zuidwesten van Rheebruggen tussen Uffelte en Ansen en de Klinkenberg in het dal van de Geeserstroom ten zuidwesten van Gees) Drentsche kasteelheuvels, die dateren uit de Middeleeuwen.
Op grond van wetenschappelijk- en cultuurhistorische betekenis zal deze kasteelheuvel met het rondom aanwezige grachtprofiel te zijner tijd worden voorgedragen voor bescherming ingevolge de Monumentenwet. Het is de rijksdienst gebleken dat in het rapport voor de ruilverkaveling ‘Diever’ dit archeologische monument nergens wordt genoemd, hetgeen zou kunnen inhouden dat met deze heuvel en zijn naaste omgeving geen rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden. De rijksdienst meent er goed aan te doen Gedeputeerde Staten op dit moment te attenderen en de waarde ervan nog eens duidelijk te onderstrepen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2015-10-22
Het is de redactie niet duidelijk wat de schrijver van dit artikel met ‘op grond van wetenschappelijke betekenis ….’ heeft bedoeld. Zeker is dat ‘de Baarg’ van Wittelte nooit archeologisch (zeg wetenschappelijk) is onderzocht.
Jacob Snoeken, de eigenaar van het land waarin ‘de Baarg’ van Wittelte ligt, heeft persoonlijk verhinderd dat ‘de Baarg’ van Wittelte tijdens de uitvoering van de ruilverkaveling werd afgegraven.
Zo kon ‘de Baarg’ van Wittelte in 2002, meer dan 20 jaar na de ruilverkaveling, als mosterd na de maaltijd, alsnog op de lijst van rijksmonumenten (beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988) worden opgenomen. Voor wat dit waard is.
De bijgaande zwart-witfoto is in 1927 gemaakt door burgemeester Hendrik Gerard van Os.
De redactie heeft de kleurenfoto van wat nog over is van ‘de Baarg’ van Wittelte op 3 oktober 2012 gemaakt.

Abracadabra-1407Abracadabra-1440

Posted in Archeologie, Cultureel erfgoed, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

Met de nachtboot van de Lemmer naar Amsterdam

Bij het verzamelen van ansichtkaarten uut de gemiente Deever gaat het de redactie van het Deevers Archief in de eerste plaats om de afbeelding, maar vaak is het aanschaffen van een kaart pas echt de moeite waard als op de achterkant iets staat dat verband houdt met het verleden van de gemiente Deever, bijvoorbeeld bekende namen (elke Deeverse maakt deel uit van het verleden van de gemeente Deever) of een mooie tekst.
De afgebeelde ansichtkaart met op de achterkant de hierna weergegeven tekst bevindt zich in de verzameling van het Deevers Archief. De ansichtkaart van de gemeentelijk toren met het kerkgebouw op de Brink van Deever is op 2 augustus 1931 verstuurd. Deze ansichtkaart is uitgegeven door de weduwe van Johannes Vos an de Heufdstroate in Deever.

De tekst op de achterkant van de ansichtkaart luidt als volgt.
Lieve Zus,
’t Is nu Dinsdagmorgen drie uur en kom ik je even bedanken voor je brief.
Je hoeft niet meer zo lang te wachten voor ik er weer ben. Ik ga vanavond met de vrachtboot uit Lemmer naar Amsterdam en ben dan morgen 3 Augustus weer thuis.
Vanavond was er kampvuur, een fijn vuur.
Van Zondag op Maandag ben ik in bed gebleven, ik was toen verkouden en juist toen onweerde en regende het verschrikkelijk, ’t kampterrein stond blank, maar alles is goed afgelopen.
Nu tot morgen dus. Groeten aan Vader, Moeder en Tante Marie.
Gerrit

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant van 31 juli 1931 stond het volgende korte krantenvulbericht.

Kampeeren.
Diever, 29 juli.
De vele kampeerders in onze bosschen treffen het niet bijster goed. Ongunstig weer werkt voor kampeeren al heel slecht mee. En er zijn momenteel talrijke kampementen in de bosschen.
In het kamp van den V.C.S.B. zijn reeds een tweetal jongens door de kou ziek geworden, van wie een naar de ouderlijke woning is teruggebracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-18
Er is wel iets merkwaardigs aan de hand met deze ansichtkaart.
Gerrit heeft de kaart op 2 augustus 1931 ’s morgens om 3.00 uur (na een stevige borrel aan het fijne kampvuur ?) met een gewoon potlood volgeschreven. Hij moet de kaart vervolgens in de loop van de ochtend bij een postkantoor (in Deever of op Zorgvlied ?) hebben afgeleverd, teneinde de volgende dag (dat is wel snel) in Amsterdam te kunnen worden besteld. Gerrit zal de kaart in een enveloppe hebben verstuurd, want het adresgedeelte van de kaart is ook beschreven. Maar waarom verstuurde Gerrit op 2 augustus 1931 een kaart, waarin hij aangeeft dat hij op 3 augustus 1931 in Amsterdam zal zijn. Wellicht arriveerde hij zelf eerder in Amsterdam dan de kaart.
De redactie heeft het donkerbruine vermoeden dat Gerrit de kaart nooit heeft verstuurd, maar dat hij deze gewoon in zijn valiesje of karbiesje mee naar Amsterdam heeft genomen en deze persoonlijk bij lieve zus heeft besteld.
Gerrit zal van het kampeerterrein van de Vrijzinnig Christelijke Studentenbond (V.C.S.B.) bij het Mastenveldje aan de Bosweg naar Diever of Zorgvlied zijn gegaan (lopend of op de fiets ?) en vandaar verder zijn gereisd. Maar waarom reisde Gerrit zo ingewikkeld ? Hoe kwam hij vanuit Diever of Zorgvlied in de Lemmer ? Reisde hij met het sukkeltrammetje van Elsloo naar Steenwijk ? En hoe reisde hij dan van Steenwijk naar de Lemmer ? En dan die nachtelijke boottocht van de Lemmer naar Amsterdam.over de Zuiderzee (de Afsluitdijk was nog niet dicht).
Waarom reisde Gerrit niet gewoon via Dieverbrug met het boemeltrammetje langs de Drentsche Hoofdvaart naar Meppel ? Het eindpunt van het trammetje was bij het treinstation in Meppel. Vandaar kon Gerrit met de trein naar Amsterdam reizen. Wie het weet mag het vertellen.

Abracadabra-1242Abracadabra-1241Abracadabra-1243

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Brink, Diever, Kerk op de Brink, Mastenveldje, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

De keuken van het jongenskamp an de Gowe

De redactie van het Deevers Archief toont graag foto’s die in de gemeente Diever in gebouwen, huizen, boerderijen, fabrieken, en zo voort zijn gemaakt. Rob Tijssen (jongenskamp ‘de Eikenhorst’, barak Klondike, periode 1962-1963) stuurde bijgaande foto op 16 april 2016 naar het Deevers Archief. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor zijn toestemming deze foto te tonen in het Deevers Archief. 

De foto is gemaakt in de keuken van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Rob Tijssen die in die tijd in het kamp verbleef, heeft de volgende waardevolle herinneringen bij deze foto.
De foto is op 25 juni 1963 ’s morgens om even na 11.00 uur in de keuken gemaakt. Mijn ouders waren die dag op bezoek in het kamp. Mijn vader heeft deze foto gemaakt. Ik heb het kamp op 18 juli 1963 verlaten.
Ik ben de jongen die aan de linkerkant naar het fornuis staat te kijken.
De man op klompen, die in de pan staat te roeren, is de kok. Ik denk dat de kok in mijn tijd mijnheer Westerhof was. Hij droeg die klompen altijd alleen in de keuken. Als de heer Westerhof naar huis ging, dan passeerde hij bij café Jonkers de brug over de Drentsche Hoofdvaart en sloeg dan bij de eerste of tweede kruising rechtsaf en aan die straat woonde hij met zijn gezin.
De jongen naast hem had die dag keukendienst. Dat is te zien aan zijn koksmaatjes-pet en -kleding. Deze jongen kwam uit een andere groep, dus weet ik de naam van deze jongen niet.
De kok staat bij de kookketel, die is gemaakt bij G. Mulders ‘Muvero’ (metaalindustrie, ketelfabriek) in Venray. Deze kookketel kon op hout of op kolen worden gestookt. Ik denk dat -in geval van- de gasbrander, die aan de muur hangt, in de kookketel kon worden geschoven.
In de kookketel werd dagelijks een wasteil met aardappelen gekookt, die door de koksmaatjes werden gepit (van pitten ontdaan). Ik herinner mij dat aan de andere kant van de keuken een eenvoudige elektrische (aardappel)schrapmachine stond. Op het witte fornuis staan naast de pan acht juskommen alvast warm te worden, voordat de jus in de kommen werd gedaan.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-18
De redactie wil graag meer weten van kok Westerhof. Hoe was zijn voornaam ? Waar woonde hij ? Leeft hij nog ? En wie was de jongen aan de rechterkant ? 
De redactie nodigt in het bijzonder ook andere voormalige bewoners van het jongenskamp uit hun verhaal te vertellen over het reilen en zeilen in de keuken van het jongenskamp.

Aantekeningen van Jan Oost, Bloemendaal, versie van 2016-05-09
Ik heb wat navraag gedaan naar de heer Westerhof.
De heer Westerhof was ongeveer vijftig jaar geleden mijn overbuurman. De voornaam van de heer Westerhof was Willem. Zijn vrouw heette Haitske Smit. Zowel de heer als mevrouw Westerhof zijn volgens mijn zwager niet meer in leven.
De familie Westerhof woonde in die tijd in het huis dat nu als adres Tolweg 12 heeft. Het huis is te vinden met behulp van Google Maps. 

Abracadabra-1240

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

In het nieuwe gemeentehuis an de Brink in Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande zwart-wit foto ontvangen van Jannes Smit, die in 1939 is geboren an de Deeverbrogge. De redactie is hem zeer erkentelijk voor het toezenden van deze foto en het mogen publiceren van deze foto in het Deevers Archief. 

De foto is gemaakt in de secretarie, afdeling voor algemene zaken, bevolking en militaire zaken, van het nieuwe gemeentehuis an de Brink in Deever (een gemeentehuis hoort aan de Brink te staan). Door de ramen is vaag de Brink te zien. Op de foto zijn van links naar rechts te zien: Otte Frederik van Elselo (overleden, gegevens moeten nog worden uitgezocht), Lambert Brugging (overleden, gegevens moeten nog worden uitgezocht), Hennie Hulshof en Jannes Smit.

De foto is gemaakt na de ingebruikname van het nieuwe gemeentehuis, waarschijnlijk direct na de ingebruikname in juni 1957, in de zomer, want Otte Frederik en Lambert zitten met keurig opgestroopte mouwen aan hun bureau. Waren er toen nog geen overhemden met korte mouwen ? Otte Frederik en Lambert hebben hun stropdas niet afgedaan, maar dat zal wel aan het vigerende kledingprotocolletje liggen. Hennie is gekleed in een zomerjurk. Jannes is nog leerling-ambtenaar en heeft het colbert van zijn donkere pak niet uitgedaan, hij wil waarschijnlijk een beetje een nette indruk maken op zijn superieuren.

Zo te zien speelt Otte Frederik speciaal voor de foto een beetje toneel met de telefoon. Wat Lambert nu precies aan het doen is met dat stapeltje kaartjes, dat is niet duidelijk. Bij zijn arm ligt op het bureau wel een stempelkussen, maar de stempels liggen op het bureau van Otte Frederik.

De gemeente Diever was in die jaren eigenlijk best wel een beetje vooruitstrevend te noemen, want de ambtenaren ter secretarie werkten niet in aparte kantoortjes van gestandaardiseerde maten, maar werkten toen al, werkten eigenlijk altijd al, in een soort van ‘kantoortuin’, maar dan zonder planten en bloemen.

Opvallend is dat het kantoormeubilair niet strak in het gelid staat opgesteld, maar redelijk losjes en een beetje schots en scheef in de ruimte is verdeeld. Standaard kantoormeubilair; stalen kasten, stalen bureau’s met een bureaublad van linoleum, standaard bureaustoelen en op elk bureau staat een zwarte bakelieten telefoon. Hennie moet het zo te zien zonder telefoon doen. Alle vier de ambtenaren zijn rechtshandig. Typemachines zijn in geen velden of wegen te ontwaren.

Onderscheid is wel te onderscheiden. Otte Frederik is waarschijnlijk de ambtenaar met de hoogste rang, want hij zit achter in het zaaltje en kijkt uit over de aanwezige ambtenaren en is gezeten aan een groter bureau met gesloten front (erg lastig voor mensen met lange benen, maar Otte Frederik was niet zo lang), met aan beide zijden een ladenblok. Lambert een Jannes zitten ook aan een bureau met aan beide zijden een ladenblok, maar met een open front. Henny moet het met nog minder doen, zij zit aan een bureautje met open front met alleen aan de linkerkant een ladenblok.
De deur in het midden geeft waarschijnlijk toegang tot het kantoor van de gemeentesecretaris. Vandaar dat secretaresse Hennie waarschijnlijk haar bureautje in de buurt van die deur heeft staan. Ze zit bij het grote raam, dus ze kan zo nu en dan even naar het komen en gaan over de Brink kijken.

Abracadabra-1236

Posted in Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

De gemeentelijke dokterswoning op de Noordesch

Veel trouwe bezoekers van het Deevers Archief stellen prijs op berichten over de Tweede Wereldoorlog en dan het liefst voorzien van afbeeldingen. De redactie probeert zo veel als mogelijk is aandacht te besteden aan die donkere periode in de geschiedeenis van de gemiente Deever.
Het tonen van afbeeldingen bij een bericht is niet altijd mogelijk. In de Tweede Wereldoorlog zijn immers weinig foto’s gemaakt 
in de gemiente Deever. Het is voor de redactie dan ook een hele toer om van die weinige foto’s zo veel mogelijk op te sporen. Beste bezoekers, stuur vooral uw gescande materiaal en gescande foto’s naar de redactie !
Hier worden de voorkant en de achterkant van een ansichtkaart uit de Tweede Wereldoorlog getoond. Deze ansichtkaart is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief. Bij deze afbeelding is een verhaal te 
vertellen over ‘de gemeentelijke dokterswoning op de Noordesch’.

Op 3 januari 1919 werd de bouw van de gemeentelijke dokterswoning op de Noordesch voor 35.790 gulden gegund aan een aannemerscombinatie uit Meppel. De bouwgronden ten noorden van de Hoofdstraat tussen de Kleine Brink en de weg naar Wapse lagen, vòòrdat helaas de ‘betonweg’ (die nu Ten Darperweg wordt genoemd) werd aangelegd, op de Noordesch van Deever.
De eerste bewoners van deze grote gemeentewoning waren dokter Alexander Leonardus van Eldik en zijn gezin. Van Eldik is hier van 1917 tot in 1931 geneesheer geweest. De vier vertrekken die het gezin van de gemeentelijke geneesheer Van Eldik tot in de najaar van 1919 in het gemeentehuis op de Brink bewoonde, werden daarna bij het gemeemtehuis betrokken.
Van 1931 tot in 1946 woonde de familie van Nooten in het huis.
De Duitse Sicherheitspolizei (S.P.) arresteerde verzetsman dokter Sebastiaan van Nooten op 22 november 1944 in dit huis. Hij overleed op 24 mei 1945 in het General Britisch Hospital in het Duitse Rothenburg Unterstedt.
Van 1946 tot in 1968 werd het huis bewoond door dokter Ludolf Dirk Broekema en zijn gezin.
De gemeente Diever heeft het pand daarna verkocht aan Gerard Seinen, die er een pension van heeft gemaakt.

De ansichtkaart is op 11 september 1942 verzonden aan mejuffrouw J.J.G. van Nooten, Kettingweg 31 te Baarn. De afgebeelde ansichtkaart is aan de achterkant en aan de voorkant helemaal volgeschreven met tekst. Deze luidt als volgt.
Diever (Dr), 11 september 1942. Lieve Bé,
Hierachter een kiek van Basje’s [1] huis, waar we al heel wat keeren geweest zijn. De kinderen zijn erg leuk en dat kleine Marietje net een engeltje [2]. Ze zijn allen erg vlug en leenig.
We hebben al heel wat gezien van Diever, waar het heel rustig logeeren is. Men merkt niets van de oorlog, behalve dan de bonnen. Er zijn hier prachtige bosschen, en toch is het zoo onbekend eigenlijk en overal schilderachtige boerderijen.
Wij zijn nu de laatste gasten van dit hotelletje [3]. Zondag komt zus ook nog enkele dagen en aanstaande woensdag gaan we weer naar Laren. We hebben prachtig weer en niet te warm.
We zouden vandaag naar Meppel hebben gewild, maar bij W. en B. [4] was hun meisje ziek en ze hadden bezoeken te brengen, dus dat was jammer. W. heeft moeite gedaan voor eene fiets voor zus, die hier niet te krijgen was. Maar misschien komt zij per fiets van Meppel dus. Er is heel veel te wandelen, maar dat is voor mij niet zoo goed. Toch zien wij veel en het bosch is dichtbij.
Was het leuk op 7 september bij Nellie ? Zeker wel. Ben je nog wat nagebleven? Is je logée er nog? En hoe staat het met mevrouw Donk? Gaat dat nog door?
Hartelijke groeten van G. Zuilen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-15

Toelichting op de tekst in het artikel:
[1]
Dokter Sebastiaan van Nooten werd in de familie blijkbaar Basje genoemd.
[2]
Zij was de jongste van de vier kinderen van het echtpaar Van Nooten: Basje, Jacques, Stans en Marietje.
[3]
De afzendster van deze zeldzame ansichtkaart van de dokterswoning logeerde bij Berend Slagter in Hotel Centrum an de Kruusstroate in Deever.
[4]
In Meppel woonde aan het Zuideinde het echtpaar dominee W.N. van Nooten en B.D. Westra.

De afbeelding van de kleurenfoto is op 16 februari 2005 gemaakt. Zo te zien is tussen 1942 en 2005 het een en ander gesleuteld aan het huis. 

Abracadabra-1237Abracadabra-1239


Abracadabra-1238

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Dokterswoning, Hoofdstraat, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De Dikke Stien’n in de Stienakkers op de Heezenesch

In het prachtig uitgevoerde fotoboek ’Uit het album van meester Boneneschanscher – Dwingelo en omgeving in foto’s, circa 1895- 1930′ staat een foto van het hunnebed in de Stienakkers op de Heezenesch bee’j Deever. De originele zwart-wit foto is aanwezig in de collectie van het Drentsch Archief in Assen. De foto is als ansichtkaart uitgegeven in 1911. De redactie van het Deevers Archief hoopt ten zeerste een exemplaar van deze zeldzame ansichtkaart op de kop te kunnen tikken.
Meester Engelke Jan Boneschanser (1858-1946) uut Dwingel heeft deze foto omstreeks 1910 gemaakt.
Het hunnebed was toen niet meer dan een groep dikke stenen en lag op de kaele ruumte in bouwakkers op de Heezenesch bee’j Deever. Die bouwakkers heten natuurlijk de Stienakkers (elke akker in Deever heeft zijn eigen naam en moet zijn eigen naam houden). De jongen links in de boom is Eppo Boneschanser, zoon van meester Engelke Jan Bodeschanser. Het is niet meer te achterhalen wie de andere personen op de foto zijn.
De redactie van het Deevers Archief is van mening dat de situatie van 1910 snel moet worden hersteld, teneinde het goedbedoelde stenen laten stapelen van wijlen de weledelgestrenge hooggeleerde professor doctor Albert Egges van Giffen ongedaan te maken. Dan kunnen bij de derestauratie van het hunnebed de stenen weer half of voor driekwart onder het zand worden begraven, per slot van rekening hebben de stenen daar al zo’n vijfduizend jaar in uit elkaar gezakte toestand gelegen Vandalen mogen de stenen niet meer kunnen vernielen en mogen ook geen fikje meer kunnen stoken onder de stenen.
Het werk zou kunnen worden uitgevoerd door een lokale loonwerker of wellicht gratis door een hobby-onderneming, zoals de boermarke van Deever, de boermarke van Wittelte of de boermarke van Wapse of wellicht gratis door dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever, die dan natuurlijk wel de gezaagde bomen en het verwijderde struweel mee mogen nemen voor de open haard. En vooral niet vergeten alle stobben uit de akker te verwijderen. Wie weet wat daarbij nog te voorschijn kan komen.
Dan wordt het hunnebed, zoals op de foto is te zien, gewoon weer een groepje dikke stien’n in de Stienakkers op de Heezenesch, dat op de kaele ruumte al van ver zichtbaar is. En dan mag tussen de dikke stien’n best een berkje of een eikje of een appelboompje gaan groeien. Niks mis mee. Laten we vooral niet hysterisch historisch doen. Het advies is echt al het struweel en alle bomen en al het gras te verwijderen, dus de akker rond de stenen weer kaal te maken. En ook het overdadig betuttelende en zichtbelemmerende bordengedoe bij het hunnebed kan dan worden verwijderd. Tegenwoordig loopt iedereen met een zo genoemde ‘knappe telefoon’ of een zo genoemde ‘tablet computer’ rond, zodat via internet op elk ogenblik alle gewenste gegevens over het hunnebed zijn te vinden.

Abracadabra-1235

Posted in Ansichtkaarten, Boermarke van Diever, Diever, Heezenesch, Opraekelen, Rijksmonumenten, Topstukken | Leave a comment

Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud met kleinkind

De redactie ontving bijgaande zwart-wit foto van Carla Kragt, een dochter van Karel Kragt en Geertje van Gijssel. De redactie is haar bijzonder erkentelijk voor haar toestemming deze foto te mogen publiceren in het Deevers Archief.
Geertje van Gijssel is opgegroeid in ’t Aar’mhuus an de Grönnigerweg bee’j Deever. Zij is een dochter van Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud.
Op de zwart-wit foto zijn te zien het echtpaar Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud en hun kleinkind Carla Kragt. De zwart-wit foto is in het najaar van 1952 gemaakt aan de zijkant van het  gesticht Armenwerkhuis.
In het Deevers Archief bevindt zich bijgaande ansichtkaart in kleur. Deze kaart is in januari 1972 uitgegeven door hotel-restaurant-manege ’t Ruterhuus an de Grönnigerweg bee’j Deever, telefoon 05219-1680. Op de achterkant van de kaart is ook nog vermeld: Gelegenheid voor buitenritten, paardenboxen beschikbaar.
De Nederlands Hervormde Kerk verkocht het gesticht Armenwerkhuis in 1967.
Bij de grondige verbouwing van het Armenwerkhuis in 1967-1968 zijn de baanders in de hier zichtbare zijgevel vervangen door grote ramen en werden in de hier zichtbare zijgevel extra ‘stalramen’ en een zijdeur aangebracht. Zo te zien waren en zijn de ‘stalramen’ helaas niet van het model Deever. Let bij de ansichtkaart in kleuren ook op de televisieantenne, die is vastgemaakt aan de schoorsteen.
Het Armenwerkhuis werd of bleef na de grondige verbouwing een zo genoemd rijksmonument (voor zolang het duurt, want eeuwig is wel erg lang), ondanks al het gesleutel en gerommel aan de buitengevels. Zijn bij de verbouwing de originele bakstenen wel opnieuw gebruikt ? Hoe ruim worden de voorwaarden voor het verkrijgen of behouden van de status van een zo genoemd rijksmonument geïnterpreteerd ? Of is een zo genoemd rijksmonument niet meer dan een onbetrouwbaar conjunctuurgevoelig bordje aan de muur ?

Abracadabra-1234Abracadabra-1233

Posted in Ansichtkaarten, Armenwerkhuis, Boerderijen, Diever, Groningerweg, Kerk op de Brink, Rijksmonumenten, Toeristenindustrie | Leave a comment

Een trouwjurk van zijde van een Franse parachute

De redactie ontving bijgaande reactie van Carla Kragt, een dochter van Karel Kragt en Geertje van Gijssel. Haar reactie ging vergezeld van de hier afgebeelde scan van de trouwfoto van haar ouders. De redactie is haar bijzonder erkentelijk voor haar bijdrage aan het beschrijven van de geschiedenis van Deever. Alle beetjes helpen. Haar moeder Geertje van Gijssel is opgegroeid in ’t Armenhuus an de Grönnigerweg bee’j Deever. Geertje van Gijssel is een dochter van Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud.

Ik ben een kleinkind van Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud.
Het bevreemde mij dat het Armenwerkhuis door de gereformeerde gemeente was opgezet, maar voor zover ik weet waren mijn grootouders hervormd.
Sommige mensen die het over het Armenwerkhuis hadden, dachten dat daar arme mensen woonden, maar mijn grootouders waren niet arm. De mensen die verzorgd werden, die waren arm. Jans en Geert waren de laatste twee mannen, die in het Armenwerkhuis werden verzorgd.
Ook kwamen in de zomer groepen jongens (padvinders ?) naar het Armenwerkhuis. Daar herinner ik mij nog een voorval van. Enige jongens hadden zout in de custard pudding gegooid en werden voor straf naar huis gestuurd. Ik zie nog voor mij hoe mijn oma in hele grote gietijzeren potten kookte voor de jongens. De groepen jongens aten in de half open schuur. De tafels waren planken op balen stro. De jongens sliepen ook in die schuur, op balen stro.
Geertje van Gijssel is mijn moeder. Zij was gehuwd met Karel Kragt. Mijn vader gaf vroeger dansles, ook in Diever. Ik weet niet of hij in Diever ook dansles gaf tijdens de oorlog, maar ik denk het wel.
Geertje was de oudste van de vier dochters van Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud.
Ik weet dat mijn oma de scepter zwaaide in het Armenwerkhuis, mede omdat mijn opa een beroerte – wat nu een TIA wordt genoemd – had gehad en als gevolg daarvan was verlamd in zijn aangezicht.
Over het einde van de oorlog in april 1945 vertelde mijn moeder ooit, dat de lijkkoets toen wel erg vaak door de Groningerweg (toen nog een zandweg) kwam. Achteraf had ze het idee dat met de lijkkoets verzetsmensen werden verplaatst of parachutisten.
Mijn moeder vertelde mij dat mijn opa en anderen aan het einde van de oorlog parachutes van de Franse parachutisten uit de bomen in het bos tegenover het Armenwerkhuis haalden. Ook haalden ze daar een Franse parachutist, die in een boom hing, naar beneden. Dat werd in het donker gedaan om geen risico te lopen.
Mijn ouders Karel Kragt en Geertje van Gijssel trouwden op 30 oktober 1945. Op hun trouwfoto -zie de bijgaande afbeelding- is het niet goed te zien, maar de trouwjurk van mijn moeder is gemaakt van stof afkomstig van een van de parachutes van de Franse parachutisten. De eerste tijd na de Tweede Wereldoorlog was alles schaars. Dus stof van een parachute, die van echte zijde was gemaakt, was zeer gewild bij de dames.
Mijn grootouders Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud zijn na hun tijd in het Armenwerkhuis verhuisd naar Ruinerwold. Daar zijn zij ook in een boerderij gaan wonen. Die boerderij kon je bezichtigen, die is nog steeds te bezichtigen. Na het overlijden van mijn grootvader is mijn grootmoeder daar nog een aantal jaren blijven wonen, waarna ze naar het bejaardenhuis in Dwingelo is gegaan, waar zij is overleden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-11
De boerenknecht Albert van Gijssel trouwde op 15 augustus 1924 op 29-jarige leeftijd in Zuidwolde met de 20-jarige Aaltje Hagewoud.

Albert van Gijssel is geboren op 16 januari 1895 in Ruinerwold. Hij is overleden op 10 januari 1967 in Ruinerwold. Hij is een zoon van Jan van Gijssel en Geertje Ridderman. Albert van Gijssel ligt begraven op de kaarkhof van Runerwold.
Aaltje Hagewoud is op 6 juni 1904 geboren in Hoogeveen. Zij is op 8 maart 1992 overleden in Dwingelo. Zij is een dochter van Theunis Hagewoud en Hilligje Schipper. Aaltje Hagewoud ligt begraven op de kaarkhof van Runerwold. 
Karel Kragt is geboren op 27 juni 1916 in Vledderveen. Hij is overleden op 30 januari 1990.
Geertje van Gijssel is geboren op 30 december 1924. Zij is op 9 augustus 2008 overleden in Deever.
Boven de voordeur van het Armenwerkhuis is te lezen: Armenwerkhuis der Gereformeerde Gemeente van Diever, opgerigt in het jaar 1861′. In die jaren werd naast de term ‘Nederlands Hervormde Gemeente’ ook nog de term ‘Christelijk Gereformeerde Gemeente’ of ‘Gereformeerde Gemeente’ gebruikt.
Jan Havermans maakte bestek en tekeningen voor het Armenwerkhuis aan de Groningerweg, ver buiten het dorp Deever. Het Armenwerkhuis werd in 1861 gebouwd in opdracht van de diaconie van de Nederlands Hervormde Kerk. Voor de bouw van het Armenwerkhuis schreef hij met 750 gulden te hoog in. Aannemer werd Harm Roelfs Kuiper uut Deever voor het inschrijfbedrag van 725 gulden.

Abracadabra-1232

Posted in Armenwerkhuis, Boerderijen, Groningerweg, Kerk op de Brink, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wij feliciteren je met het slagen voor het examen

Veel bezoekers van het Deevers Archief stellen prijs op berichten met als onderwerp ‘toen en nu’, voorzien van afbeeldingen. De redactie van het Deevers Archief heeft wel moeite met het berichten over zinnige onderwerpen uit de Tweede Wereldoorlog, want in die periode zijn in de gemiente Deever immers weinig foto’s en weinig teksten gemaakt.
Het is voor de redactie van het Deevers Archief dan ook een hele toer om die weinige afbeeldingen en berichten uit de oorlog zoveel mogelijk op te sporen en te publiceren. Dit keer laat de redactie de voor- en achterkant van een ansichtkaart uit eigen archief zien, waarbij het met name om de tekst op de achterkant van de ansichtkaart gaat.
De getoonde ansichtkaart is uitgegeven door de weduwe van Johannes Vos, ze had een manufacturenwinkel an de Heufdstroate in Deever.

De ansichtkaart is op 18 juni 1944 gestuurd naar Agatha Cornelia van Nooten, Zuideinde 53 in Meppel. De tekst op de achterkant van deze ansichtkaart luidt als volgt.
Diever, 18 juni 1944, Lieve Agatha,
Allemaal feliciteren wij je met ’t slagen voor het examen van het gymnasium en wat een mooie cijfers had je ! Je zult het zeker wel heerlijk vinden om met Augustus naar Zwolle te gaan. En nu heb je zo’n fijne lange vacantie, ’t is jammer dat oma niet meer in haar eigen huis is, want dan kon je met Mieke eens een heele tijd komen logeeren. Maar nu ga je thuis zeker van allerlei prachtige werkjes doen, waar je anders geen tijd voor hebt.
De groeten aan allemaal en een kus van oma,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-07
De familie Willem Nicolaas 
van Nooten woonde op het adres Zuideinde 53 in Meppel.
Agatha Cornelia is op 5 oktober 1930 geboren in Boskoop, zij is de dochter van dominee Willem Nicolaas van Nooten, die vanaf 9 oktober 1932 remonstrants predikant in Meppel was. Dominee Willem Nicolaas van Nooten is een broer van dokter Sebastiaan van Nooten in Deever. De redactie heeft niet gevonden met wie Willem Nicolaas van Nooten was getrouwd. Ook Willem Nicolaas van Nooten zat in de Tweede Wereldoorlog in het verzet. Na de bevrijding was hij tijdelijk burgemeester van Meppel.
Het is niet zo dat uit de tekst gelezen mag worden dat Agatha was geslaagd voor haar eindexamen gymnasium. Nee, ze was geslaagd voor haar toelatingsexamen voor het Gymnasium Celeanum in Zwolle. En dat terwijl aan het Zuideinde in Meppel op loopafstand ook een heel goed gymnasium was. Of was het Gymnasium Celeanum in Zwolle een gymnasium van de remonstrantse broederschap ?
Het gezin van dokter Sebastiaan van Nooten woonde in de gemeentelijke dokterswoning aan de Hoofdstraat. Het huis is nog net in de achtergrond van de foto op de ansichtkaart te zien. Zie ook het huis aan de rechterkant van de kleurenfoto. De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 11 april 2013 gemaakt.
Onder aan de kaart staan ook de namen van J. van Nooten, Stansje, Tante, Jetje, oom Bas en Bas
J. van Nooten is Jacques van Nooten, zoon van Sebastiaan van Nooten en Constance Goedbloed. Hij is op 24-jarige leeftijd overleden op 30 mei 1958 in Baarn.
Stansje is Stans, dochter van Sebastiaan van Nooten en Constance Goedbloed.

Tante is tante Constance Goedbloed, de echtgenote van Sebastiaan van Nooten. Zij trouwden op 10 december 1931 in Leiden. Constance Goedbloed is geboren in Middelburg in 1907. Gegevens van Constance Goedbloed zijn erg moeilijk te vinden.
Ietje is Marietje, dochter van Sebastiaan van Nooten en Constance Goedbloed.
Bas is Sebastiaan, zoon van Sebastiaan van Nooten en Constance Goedbloed. Hij is geboren tussen 16 en 31 oktober 1932.
Het meisje Mieke is Mieke Cornelia van Nooten, dochter van dominee Willem Nicolaas van Nooten. Zij slaagde in juni 1941 voor het toelatingsexamen van het Gymnasium Celeanum in Zwolle.

Oom Bas is dokter Sebastiaan van Nooten. Hij is geboren in Schoonhoven op 27 mei 1905. De Duitse bezetter arresteerde Sebastiaan van Nooten op 22 november 1944 in het doktershuis an de Heufdstraote in Deever. Hij werd gedeporteerd naar een concentratiekamp in Duitsland. Hij is op 24 mei 1945 op 39-jarige leeftijd overleden in het General British Hospital in Rothenburg Unterstedt in Duitsland. 

Abracadabra-1230Abracadabra-1229Abracadabra-1231

Posted in Ansichtkaarten, Gereformeerde school, Hoofdstraat, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Fritz Habener – de moordenaar van 10 april 1945

Op 4 mei worden elk jaar bij het oorlogsmonument op het Marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen burgerslachtoffers herdacht waarvan de namen zijn gegraveerd in de koperen plaat, die is vastgemaakt aan de zwerfsteen van het monument. De redactie van het Deevers Archief heeft de hier afgebeelde foto van het oorlogsmonument gemaakt op 27 april 2008.

Op deze koperen plaat staan ook de namen van de tien burgers, die op 10 april 1945 op brute wijze op het Marktterrein zijn vermoord:
– Nicolaas Houwer, geboren op 8 mei 1882 in Deever;
– Kornelis Kerssies, geboren op 15 maart 1885 in Wittelte;
– Harman Bennen, geboren op 4 augustus 1891 in Deever;
– Roelof Hunneman, geboren op 5 juni 1898 in Deever;
– Hendrik Akkerman, geboren op 15 februari 1904 in Zwolle;
– Klaas Daleman, geboren op 22 mei 1906 in Wittelte;
– Jan Houwer, geboren op 23 juli 1911 op Kalter’n;
– Koop Houwer, geboren op 16 mei 1915 in Deever;
– Antonius Maria Gerardus Janssens, geboren op 26 mei 1926 in Tilburg;
– Joseph Cornelis Maria Janssens, geboren op 10 oktober 1930 in Berkel.

De beruchte Duitse S.S. Hauptscharfüher Fritz Habener -zie de afgebeelde foto- is de moordenaar van de tien onschuldige mannen, hij schoot ze eigenhandig met zijn machinegeweer dood. Dat was tegen de wal van de kaarkhof op de plek waar nu een rododendronbosje staat; zie de op 3 oktober 2010 door de redactie gemaakte gemaakte kleurenfoto.

S.S.  Hauptscharfüher Frits Habener is geboren op 17 mei 1909 in Hamburg in Duitsland. Op 30 september 1950 is hij wegens oorlogsmisdaden in het Fort de Pontessy bij Lyon in Frankrijk gefusilleerd. De foto van Frits Habener is afkomstig uit de collectie van het Bundesarchif in Berlijn, Duitsland.

Meer gegevens over dit oorlogsmonument zijn te vinden in de webstee Traces of War en in de webstee van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Abracadabra-1226

Abracadabra-1227Abracadabra-1228

Posted in Bosweg, Diever, Oorlogsmonumenten, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Lonen omlaag met respectievelijk 10, 7,5 en 5 %

De redactie van het Deevers Archief houdt er een merkwaardige hobby op na en dat is onder meer het verzamelen van jaarverslagen en andere documenten van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’, die was gevestigd aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever. Elk jaarverslag bevat een schat aan gegevens over de melkveehoudende boerenstand in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte.
De redactie vond het ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ bij toeval in een achtergelaten doos in het kaaspakhuis in het toen nog bestaande oude pand van de zuivelfabriek aan het Katteneinde (Moleneinde) in Deever.

De jaren 1931 en 1932 waren jaren in de grote vooroorlogse crisis. In het ‘Verslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932’ zijn slechts twee zinnetjes in het verslag van de bestuursvergaderingen besteedt aan de beloning van zijn arbeiders:
Verder werd besloten tot loonsverlaging van het personeel over te gaan en wel met percentages van respectievelijk 10, 7½ en 5. Voor de hierna geldende salarissen zie men de tusschen haakjes geplaatste bedragen bij de loonlijst personeel.
Het bestuur was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jan Seinen, Diever, voorzitter;
– Gerard Meijering, Diever, secretaris;
– Dirk Moes, Diever, vice-voorzitter;
– Hendrik Lefferts Barelds, Wittelte, vice-secretaris;
– Jan Berends van der Berg, Wittelte, lid.
De raad van commissarissen was in het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932 als volgt samengesteld:
– Jans Bult, Oldendiever, voorzitter;
– Roelof van Wester, Oldendiever, secretaris;
– Hendrik Jonkers, Dieverbrug;
– Klaas Geerts, Oldendiever;
– Bertus Wemmenhove, Dieverbrug.

De genoemde loonlijst is te zien op de hier afgebeelde bladzijde 4 van het genoemde jaarverslag.
De Heer Directeur J.H. Benthem en de Heer Assistent J. Andree (die zichzelf altijd maar Andreae wilde
noemen)
bleven -ook in die zware crisis- gespaard van deze groffe gedwongen loonsverlaging. Zij hadden bovendien het grote voorrecht van ‘vrij wonen’. Ook de eerste kaasmaker had ‘vrij wonen’.
Op de hier afgebeelde bladzijde 5 van het genoemde jaarverslag is te lezen hoe ook de melkrijders het er van langs kregen. Merkwaardig genoeg namen de melkrijders het voorstel aan voortaan op de zondag gratis te rijden.

Het schrille contrast met de groffe gedwongen loonsverlaging van de fabrieksarbeiders van de toch wel mededogenloze boerenonderneming ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ is te lezen in het hier afgebeelde kort-door-de-bocht bericht, dat verscheen op 29 juni 1932 in het Nieuwsblad van het Noorden:
Diever, 28 juni. Van gemeentewege vond dezer dagen de uitkeering plaats van gelden ingevolge de Crisis-Zuivelwet. Bijna 400 veehouders ontvingen kleinere en grootere bedragen, tot een totaal van f. 4369,50. Het gaf een heele drukte.

Om voorlopig in ‘de ergste nood’ van de melkveehouders te voorzien, kon in 1932 elke melkveehouder krachtens de Crisis-Zuivelwet steun ontvangen. Per melkgevende koe, die aanwezig was op 15 juni 1932, kon elke melkveehoudende boer, die zich voor steun aanmeldde f, 2,25 ontvangen. In de gemeente Diever ging het om 376 boeren, die tezamen 1959 koeien hadden, dus het steunbedrag was f. 4407,75. De boerenorganisaties moeten ook in die jaren al krachtige lobbyisten in het Haagsche hebben gehad.
Van hoeveel koeien in 1932 de melk naar de ‘Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ werd gebracht, is niet bekend, dus is het ook niet bekend hoeveel steun naar de boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte is gegaan.
Na de gedwongen groffe loonsverlaging van de arbeiders van de melkfabriek een maand eerder gaf het met die 203 boeren in Deever, an de Deeverbrogge, in Oldendeever, op Kalter’n en in Wittelte wel een hiele drokte daar bij het gemeentehuis an de Brink in Deever (een gemeentehuis hoort aan de Brink staan). Bestuursleden, commissarissen en leden van de coöperatie, allemaal in de rij staan voor een beetje steun. Hand ophouden. Niet klagen, maar dragen. Geld van de arbeider en geld van de belastingbetaler. Alle beetjes helpen om de crisis door te komen.
De redactie kan belangstellenden een pdf-bestand van het belangwekkende ‘Jaarverslag over het boekjaar 4 mei 1931 – 30 april 1932′ toesturen. Stuur een berichtje.

Abracadabra-1224Abracadabra-1225Abracadabra-1223

Posted in An de Deeverbrogge, Diever, Kalteren, Landbouw, Oldendiever, Wittelte, Zuivelfabriek | Leave a comment

Gereformeerde school onder de slopershamer – 1982

Het is goed zo nu en dan eens een middagje bij het archief van de Meppeler Courant langs te gaan en ter plekke -het archief van deze krant zal immers niet via het internet worden ontsloten- materiaal te verzamelen dat de moeite waard is te publiceren in het Deevers Archief.
Bijgaande foto en bijgaand berichtje verschenen in de Meppeler Courant van 11 januari 1982.

Diever.
De sloop van de ‘Meester Roosjenschool’ in Diever is in volle gang. De nieuwe school is enige weken geleden al in gebruik genomen, maar de officiële opening zal pas de komende zomer plaats vinden.
De school die nu wordt afgebroken is bijna tachtig jaar oud. Vanaf 1 juni 1904 was de school in gebruik, die nu moet wijken voor de moderne tijd.
De school heeft de naam Meester Roosjenschool gekregen, daar meer dan 65 jaar het hoofd van de school de naam Roosjen droeg en wel Broer en Sierd Okke Roosjen.

Abracadabra-1222Abracadabra-1221

Posted in Afbeeldingen, Diever, Gereformeerde school, Hoofdstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Even een leevensteeken vanuit Diever, 22 juli 1943

Bij het verzamelen van ansichtkaarten uut de gemiente Deever gaat het de redactie van het Deevers Archief in de eerste plaats om de afbeelding, maar vaak is het aanschaffen van een kaart pas echt de moeite waard als op de achterkant iets staat dat verband houdt met het verleden van de gemiente Deever, bijvoorbeeld bekende namen (elke Deevenaar maakt deel uit van het verleden van de gemeente Deever) of een mooie waardevolle tekst.
De afgebeelde ansichtkaart met op de achterkant de hierna weergegeven tekst bevindt zich in de verzameling van het Deevers Archief.
De redactie van het Deevers Archief publiceerde bijgaand bericht in nummer 2001/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging in Deever.

De afgebeelde ansichtkaart was al vanaf 1938 te koop bij Copieerinrichting Roelof van Goor an de Kruusstroate in Deever. Deze mooie kaart werd blijkbaar goed verkocht, want van deze kaart is een aantal herdrukken gemaakt.

De kaart werd op 22 juli 1943 door een zekere Martha verstuurd naar mejuffrouw Lena Marree, Fultonstraat 140, ’s Gravenhage. De Fultonstraat in ’s Gravenhage is niet ver verwijderd van de kust.

De tekst op de achterkant van de kaart luidt als volgt:
Beste Lena,
Even een levensteeken vanuit Diever. Je zult wel snappen dat we geweldig boffen met het weer. We hebben nog geen mantel aan gehad.
De omgeving van Diever is schitterend. Prachtige bosschen en korenvelden.
Ook een mooi bad. Annie en ik hebben er al gezwommen.
Verder merken we totaal niets van den oorlog. Geen vliegmachines, geen militairen, geen N.S.B.-ers en natuurlijk nooit luchtalarm.
We drinken iedere dag ettelijke bekers volle melk en ook het middagmaal is goed, maar niet overdadig.
Hoe gaat het in ‘t Haagje? Nog geen Engelschen op de kust? Wegens plaatsgebrek stop ik.
Groet je Moeder en Hanna van ons en wees zelf van ons allen hartelijk gegroet.
Martha.

De rijkswerkkampen Diever A en Diever B in de Oude Willem werden in 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, door de Duitse bezetter gebruikt als verzamel- en isolatiekamp van joodse Nederlanders. Het waren voorportalen van het kamp
Westerbork, zoals Westerbork een voorportaal was van de Duitse vernietigingskampen in Duitsland en Polen.
In de loop van 1943 werden de twee rijkswerkkampen in gebruik genomen voor het huisvesten van evacué’s, voornamelijk vrouwen en kinderen, die in plaatsen vlak aan de kust woonden.
Martha en de in tekst genoemde Annie waren, gelet op de verwijzing naar ‘Engelschen op de kust’, waarschijnlijk vrouwen die vanwege de aanleg van Duitse verdedigingswerken langs de Nederlandse kust tijdelijk in de Dieverse rijkswerkkampen waren ondergebracht.
Met het door Martha genoemde mooie bad kan niet het bosbad Dieverzand aan de Bosweg zijn bedoeld. Dat was in de zomer van 1943 nog niet gegraven. Wellicht doelde de schrijfster op het grote diepe zandgat, dat in het heideveld achter de twee rijkswerkkampen werd gegraven ten behoeve van de aanleg van het Duitse schijnvliegveld. Dat zandgat bevatte helder grondwater. In dat gat gingen na de oorlog ook wel mensen uit Diever zwemmen.

Abracadabra-1219Abracadabra-1220

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Gereformeerde school, Hoofdstraat, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De school met den Bijbel aan de Hoofdstraat – 1938

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 77) over het verleden van de School met den Bijbel aan de Hoofdstraat in Diever gepubliceerd. 

Onder leiding van dominee Harmen Ages Dijkstra, predikant van de Gereformeerde kerk, werd op 26 december 1902 door een groep van 27 personen besloten tot de oprichting van een Vereniging tot stichting en instandhouding ener school met den Bijbel.
Op 1 mei 1904 kon het eerste lokaal van de school in gebruik worden genomen, zodat bovenmeester Geert de Boer kon beginnen met het geven van christelijk onderwijs aan 53 kinderen. Op 9 september 1904 werd de school officieel in gebruik genomen. De kerkeraad was toen van oordeel dat de zondagschool kon worden opgeheven.
Per 1 januari 1908 werd Geert de Boer als hoofd van de school opgevolgd door Broer Roosjen. Hij bleef hier tot zijn overlijden op 2 januari 1939. Het schoolbestuur benoemde toen per 1 april 1939 Sierd Okke Roosjen, een zoon van Broer Roosjen, als hoofdonderwijzer.
In zijn toespraak ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de school memoreerde dominee Jan Anthony van Arkel dat met het overlijden van Broer Roosjen de school een punctueel mens in de kracht van zijn leven was ontvallen en dat het schoolbestuur met de benoeming van Sierd Okke Roosjen de nagedachtenis van het overleden schoolhoofd niet beter had kunnen eren.
Sierd Okke Roosjen overleed op 5 februari 1973. Het schoolbestuur besloot toen de school te noemen naar vader en zoon Roosjen. Op 25 juni 1973 werd de naam Roosjenschool officieel onthuld.
Het rechter huis hoorde bij de school en werd toen bewoond door Jan Houwer en Jantje Boelens. Hij staat rechts bij het hek.
Links naast de school is te zien een deel van de zijgevel van het huis waar de hoofdonderwijzer met zijn gezin woonde. Achter de meesterswoning en achter de bomen staat de boerderij van de familie Jaopie Krol en Aoltie Odie. In de verte is nog net de dokterswoning te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-04-03
Deze school werd in de volksmond altijd de Griffemeerde Skoele (Gereformeerde School) genoemd. In Deever hadden de fervente voorstanders van openbaar lager onderwijs het ook wel over de Grifverkeerde Skoele. Tegenwoordig staat op het betreffende terrein an de Heufdstroate de christelijke basisschool met de naam Roosjenschool (christelijke school voor primair onderwijs). Ook kinderen uit gezinnen van onder meer hervormde en katholieke gezindte kunnen vanwege de krimpende aantallen kinderen blijkbaar nu wel terecht op deze school.
De verwachting van de redactie van het Deevers Archief is dat -nadat het streven is gelukt de openbare basisschool in Wapse over enige jaren op te heffen – de openbare en de christelijke basisschool in Deever om voor de hand liggende redenen (krimpgebied, geldgebrek, de steeds meer seculariserende samenleving, enzovoort) zullen worden samengeknepen tot één zo genoemde ‘brede basisschool’. Want hoe christelijk moet het vak rekenen, het vaak taal of het vak aardrijkskunde zijn? Na de sanering zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de naam ‘Roosjenschool’ verdwijnen. Dat zal voor de christenen in de gemeente Deever wellicht aanleiding kunnen zijn tot de wederoprichting van een christelijke zondagschool, want actie roept altijd reactie op.
Broer Roosjen is geboren op 20 januari 1884 in IJlst. Hij is op 2 januari 1939 overleden in Deever. Hij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg. Hij was getrouwd met Jacoba Tiemersma. Zij is geboren op 30 mei 1888 in Hennaarderadeel en is op 1 mei 1955 overleden in Deever. Zij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg.
Domeneer Harmen Ages Dijkstra is geboren op 8 april 1854 in Oosterend. Hij is op 27 februari 1941 overleden in de stichting Dennenoord te Zuidlaren. Hij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg. Hij was getrouwd met Aaltje Kok. Zij is op 8 april 1856 geboren in Dwingelo. Zij is overleden op 23 mei 1960 in Deever. Zij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg
Sierd Okke Roosjen is geboren op 7 oktober 1908 te Deever. Hij is overleden op 5 februari 1973 te Amsterdam. Hij ligt begraven op op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg. Hij was getrouwd met Grietje Fokkinga. Zij is geboren op 22 september 1907 en is overleden op 19 augustus 1998 in Deever. Zij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg.
Broodventer Jan Houwer is geboren op 23 november 1911 op Kalteren en is op 10 april 1945 door de Duitse bezetter vermoord op het Marktterrein in Deever. Hij is een zoon van Nicolaas Houwer en Lammigje Westerhof. Hij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg. Jantje Boelens is geboren op 9 augustus 1909 in Deever an de Brink. Zij was een dochter van schoenmaker Mans Boelens en Geesje de Leeuw. Zij ligt begraven op de kaarkhof van Deever an de Grönnigerweg,
Het schoolgebouw op de afgebeelde ansichtkaart bestaat niet meer.

Abracadabra-1219

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Diever, Ie bin 't wel ..., Gereformeerde school, Hoofdstraat, Tweede Wereldoorlog, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Keimpe Roosjen in de Deutsche Polizeigefängnis

Bij het verzamelen van ansichtkaarten uut de gemiente Deever gaat het de redactie van het Deevers Archief in de eerste plaats om de afbeelding, maar vaak is het aanschaffen van een kaart pas echt de moeite waard als op de achterkant iets staat dat verband houdt met het verleden van de gemiente Deever, bijvoorbeeld bekende namen (elke Deevenaar maakt deel uit van het verleden van de gemeente Deever) of een mooie waardevolle tekst. Zo ook het verhaal bij de achterkant van de afgebeelde ansichtkaart. 

In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, stuurde de familie Kuiper (welke familie Kuiper ?) bijgaande ansichtkaart van de gedenknaald in ’t bosch bij Diever (het nu in bouwvallige staat verkerende monument op Berkenheuvel) naar de Deeverse Keimpe Roosjen, die gevangen zat in cel 778 van de beruchte Deutsche Polizeigefängnis (Oranjehotel) aan de Van Alkemadelaan 850 in Scheveningen.
Keimpe Roosjen is een zoon van Sierd Okke Roosjen (geboren op 7 oktober 1908 te Diever, overleden op 5 februari 1973 te Amsterdam), hoofdonderwijzer van de Gereformeerde School in Deever, en Grietje Fokkinga (geboren op 22 september 1907, overleden op 19 augustus 1998).
Keimpe Roosjen slaagde in 1932 aan de Christelijke Kweekschool in Zwolle voor zijn examen van onderwijzer. Hij slaagde in 1936 voor de zo genoemde hoofdacte (na de lagere acte kon je de hoofdacte halen). In 1936 werd hij tijdelijk onderwijzer aan de bijzondere school op Koekange. Hij ging daarna werken als ambtenaar op het Departement van Defensie. In december 1940 werd hij bevorderd tot adjunct-commies op het Departement van Justitie.
De redactie heeft tot op de dag van vandaag niet kunnen achterhalen waarom Keimpe Roosjen gevangen zat. Had het iets te maken met zijn werk op het Departement van Defensie in oorlogstijd ? Wie weet het wel ?

Abracadabra-1217
Abracadabra-1216

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Poasvuur in Deever, Wapse en Wittelte – Pasen 2016

Op drie plaatsen binnen de grenzen van de gemeente Deever is met de paasdagen een poasbulte verbrand.
De Dorpsvereniging Wittelte heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij Wittelteweg 18 – Wapserveenseweg 1.
De Wapser Gemeenschap heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek bij de Landweg in Wapse.
De Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift heeft zijn poasbulte gemaakt op een plek aan de Steenakkerweg op de Heezenesch.
De plek van de poasbulte van de Buurtvereniging Geeuwenbrug lag buiten de grens van de gemeente Diever.
De poasbulte in Wapse is tegen de traditie in al op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte in Wittelte is eveneens tegen de traditie in op zaterdag 26 maart 2016 rond acht uur ’s avond aangestoken.
De poasbulte van Deever is zoals de traditie dat wil wel op Tweede Paasdag 28 maart aangestoken.

De voorkant van het gelijk heeft zo genoemde beleidsregels voor poasbult’n opgesteld. In de webstee van de gemeente Westenveld is sprake van een vreugdevuur, dit is een volstrekt verkeerde term, de juiste term is poasvuur. De betreffende tekstschrijver van de gemeente Westenveld wil de burgers blijkbaar een nieuwe term opdringen..
Een vereniging die niet aan deze zo genoemde beleidsregels voldoet, krijgt van de met de uitvoering van het paasvuurbeleid belaste ambtenaar geen tijdelijke stookvergunning. Gelukkig voldeden de Dorpsvereniging Wittelte, de Wapser Gemeenschap en de Buurtvereniging Kasteel-Dwarsdrift blijkbaar vooraf wel al aan zo genoemde beleidsregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n 
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat in Oude Willem, Groot Wateren, Klein Wateren en Zorgvlied (de aandere kaante van de bos) en an de Deeverbrogge geen poasbulte is gesleept. Haar Tied Zat gien zat tied veur ’t sleep’m van ’n poasbulte ?

In de webstee van de gemeente Westenveld is ook nog de volgende overbodige zin te lezen: Het is alleen aan de organisaties die een ontheffing hebben gekregen toegestaan, een paasvuur (vreugdevuur) te organiseren. Vingertje in de lucht, ah, ah. En let vooral op de term tussen haken: vreugdevuur. Om droevig van te worden.

De met de uitvoering van de zo genoemde beleidsregelds voor het slepen en verbranden van poasbult’n belaste ambtenaar geeft alleen een tijdelijke stookvergunning aan een vereniging af als is voldaan aan de volgende beleidsregels:
1. de vereniging is niet eerder dan vier dagen vóór het verbranden van de poasbulte begonnen met het slepen.
2. de poasbulte is door de vereniging aangestoken.
3. de poasbulte bestaat alleen uit snoeihout.
4. de poasbulte is schoon opgebrand.
5. de vereniging heeft de verbrandingsresten van de poasbulte afgevoerd.

De vraag is hoe van te voren kan worden nagegaan of achteraf is voldaan aan de hiervoor zo genoemde vijf beleidsregels.
Regel 1 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren. Maar wat als vanwege wind of regen de poasbulte niet op een geplande zaterdag voor Pasen, maar op Tweede Paasdag ’s avonds om acht uur wordt aangestoken en ’s zaterdags, na de vierde dag, wordt nog een vrachtje mooi schoon opbrandbaar snoeihout naar de paosbulte gesleept. Wat dan ? Dan kan regel 1 niet worden afgevinkt. Maar hoe gaat het bevoegd gezag dit controleren ?
Regel 2 is pas na het aansteken van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. Pas dan kan al dan niet een vinkje bij regel 2 worden gezet.
Regel 3 is wel tijdens het slepen van de poasbulte te controleren door het bevoegde gezag. De poasbulte mag alleen van snoeihout worden gemaakt. Dus gien olde maan’n of stobb’m of olde witt’n. Maar wat als een vrachtje stobb’m onder in het hart van de poasbulte wordt verwerkt en direct wordt bedekt met schoon opbrandbaar snoeihout. Geen rode haan die daar naar kraait. Regel 3 is echter alleen te controleren als voortdurend iemand van het bevoegd gezag bij het slepen van de poasbulte staat te koekeloeren.
Regel 4 is ook pas na het opbranden van de poasbulte te controleren. In de webstee van de gemeente Westenveld was geen omschrijving van het begrip ‘schoon opbranden’ te vinden. Dit biedt erg veel ruimte voor persoonlijke interpretatie. Wat is schoon opbranden en hoe schoon moet schoon opbranden zijn, is schoon opbranden te meten en wie controleert deze zo genoemde beleidsregel ? Of wordt met ‘schoon opbranden’ bedoeld dat de poasbulte volledig moet zijn verbrand ?
Regel 5 is ook pas achteraf af te vinken. Waarschijnlijk moeten de verbrandingsresten worden vervoerd naar en afgegeven aan een inrichting die een omgevingsvergunning heeft voor het accepteren van verbrandingsresten van een poasbulte.  Bijvoorbeeld afvoeren naar de afvalverwerking in Wijster ? Afvalstroomnummer aanvragen ? Dus het acceptatiebewijs van de afvalverwerking inleveren bij de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de poasbulte-regelties ?

De gevolgtrekking is dat de vijf zo genoemde beleidregels voor het slepen en verbranden van poasbult’n niet zijn te handhaven, zeker niet vooraf, maar ook niet achteraf zijn af te vinken, tenzij dag en nacht een vertegenwoordiger van het bevoegd gezag bij een poasbulte staat te controleren en zodra een vereniging een van de vijf zo genoemde beleidsregels overtreedt, het repressieve vingertje in de lucht steekt, heel hard ah ah roept, en overgaat tot het intrekken van de tijdelijke stookvergunning.
De voorkant van het gelijk zal de vijf zo genoemde beleidsregels ongetwijfeld aangrijpen om – net zoals bij het kebied scheet’n – het onderwerp op te blazen en vooraf een erg belangrijke informatiebijeenkomst te organiseren om op de betreffende verenigingen in te praten. En bij de traditie van het verbranden van de poasbulte is direct na het verbranden van de poasbulte dan ook nog een erg belangrijke zo genoemde evaluatiebijeenkomst met de verenigingen noodzakelijk, want dan moet voor elke vereniging worden vastgesteld welke van de vijf zo genoemde beleidsregels daadwerkelijk zijn af te vinken. Dan kan het bakkeleien beginnen. En dan ? Geen vijf vinkjes, geen keurmerk, dus repressie en geen tijdelijke stookvergunning voor het volgende jaar ? Kan de gemeente Westenveld het zich in deze tijden van vergrijzing, krimp en geldschaarste eigenlijk wel veroorloven bestuur en ambtenaren tijd te laten besteden aan een klein onderwerpje, zoals het sleep’m en vurbraan’n van een poasbulte ?

Posted in Diever, Dorpskrachten, Gemeentebestuur, Heezenesch, Immaterieel erfgoed, Poasvuur sleep'm, Tradities, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Er was geen water en de brandspuit was defect

In onder meer de navolgende kranten verscheen een bericht over de felle brand in manufacturenmagazijn ‘de Toekomst’ van de heer Philippus (Flip) Zaligman an de Heufdstroate in Deever.
– De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad van 21 februari 1940;

– Nieuwsblad van het Noorden van 21 februari 1940;
– De Banier: staatkundig gereformeerd dagblad van 21 februari 1940;
– Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant : staats-, handels-, nieuws- en advertentieblad van 21 februari 1940;
– Nieuwe Provinciale Groninger Courant van 21 februari 1940;
– Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant van 21 februari 1940;
– Utrechts Volksblad: sociaal-democratisch dagblad van 21 februari 1940;
– De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad van 21 februari 1940;
– De Residentiebode van 21 februari 1940;
– De Maasbode van 21 februari 1940;
– De Standaard van 21 februari 1940;
– Delftsche Courant: nieuwsblad voor Delft en Delfland van 21 februari 1940;
– Limburgs Dagblad van 22 februari 1940.

In de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche-Courant van 21 februari 1940 werd het volgende -hierna afgebeelde- bericht gepubliceerd.

Felle brand te Diever
Er was geen water en de brandspuit was defect.
Gistermiddag heeft een felle brand gewoed in het manufacturenmagazijn ‘de Toekomst’ van den heer P. Zaligman, aan de Hoofdstraat te Diever. Het vuur, dat op de bovenverdieping is ontstaan, kon in verband met gebrek aan bluschwater, niet worden bestreden. Bovendien bleek de brandspuit van Diever niet in orde te zijn, weshalve de burgemeester, de heer J.C. Meiboom, gezien den omvang, welke de brand dreigde aan te nemen, de brandweer van Dwingelo en later die van Assen, om assistentie verzocht.
Inmiddels was ook het benedengedeelte van het manufacturenmagazijn door het vuur aangetast. Men slaagde er nog in het huisraad en enkele bescheiden in veiligheid te brengen. Evenwel deelde het vuur zich korten tijd later mede aan de naast gelegen copieerinrichting van den heer Van Goor, terwijl aan de achterzijde de vlammen oversloegen op het woonhuis van den landbouwer Vierhoven.
De brandweer slaagde er in samenwerking met de intusschen ter plaatse verschenen brandweer van Dwingelo en Assen in, het huis van den landbouwer behouden, evenals twee daar aan grenzende woonhuizen.
Het manufacturenmagazijn en de copieerinrichting brandden echter geheel uit. Slechts een gedeelte van den inventaris van de copieerinrichting wist men te redden.
De schade wordt door verzekering gedekt. De oorzaak van den brand is niet bekend.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 21 februari 1940 werd het volgende bericht gepubliceerd.

Twee huizen te Diever afgebrand
Gevaar voor uitbreiding kon nog worden voorkomen.
Te Diever is gistermiddag brand uitgebroken door tot dusver onbekende oorzaak in het manufacturenmagazijn ‘de Toekomst’ van den heer Ph. Zaligman aldaar.
Het vuur, dat in de bovenverdieping woedde, was niet te blusschen, voornamelijk door gebrek aan bluschwater. Na korten tijd stond het gehele pand in lichterlaaie. Alleen de boeken en enig huisraad kon men redden.
Doordat de brandspuit niet werkte, geraakte ook het naastgelegen huis, waarin de copieerinrichting van den heer R. van Goor is gevestigd, in brand.
De burgemeester der gemeente, de heer J.C. Meyboom, achtte het toen geraden de brandweer van Dwingelo en later die van Assen te hulp te roepen. Het was een kritiek moment, want een drietal aan de overzijde van de Peperstraat gelegen gebouwen liepen ernstig gevaar. Het huis van den landbouwer A. Vierhoven (Albert Vierhoven) vatte zelfs even vlam. Gelukkig slaagde men er echter in deze huizen te behouden.
Toen later ook de bedoelde brandweren van Dwingelo en Assen arriveerden en werden aangesloten op de nieuw geslagen nortonput voor het gemeentehuis, was het gevaar spoedig bezworen.
De huizen en de inboedels waren verzekerd. De inventaris van de copiëer-inrichting werd nog gedeeltelijk gered.

Aantekeningen van redactie van het Deevers Archief van 2016-03-30
R. van Goor is Roelof van Goor, de uitgever van het Deeverse Blattie. Zijn copieerinrichting was gevestigd in een pand dat eigendom was mejuffrouw L. Oostenbrink. De landbouwer A. Vierhoven is Albert Vierhoven, die an de Peperstroate woonde.
Het mag duidelijk zijn dat met een oude niet-werkende brandspuit (een betere naam voor dit materieel is waterspuit) en zonder water geen branden kunnen worden geblust. Voor de bestelde maar nog niet geleverde moderne brandweerwagen was al een nortonput vóór het gemeentehuis geslagen. Een nortonput is een inrichting voor het onttrekken van water aan diep gelegen grondlagen via buizen.
De artikelen melden dat het verbrande manufacturenmagazijn ‘de Toekomst’ van den heer Ph. Zaligman (Philippus Zaligman) is. Of de joodse familie Zaligman toen nog in de woning boven de winkel woonde, dat is de redactie niet helemaal duidelijk, omdat deze familie in 1936 naar Meppel verhuisde. Het kan zijn dat het pand toen aan iemand was verhuurd. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan hier duidelijkheid over verschaffen ?
Op de grond van het verbrande pand van Philippus (Flip) Zaligman an de Heufdstroate is in de Tweede Wereldoorlog het gebouw van de Boerenleenbank gebouwd en in gebruik genomen. Heeft de Boerenleenbank de grond van de familie Zaligman direct na de brand gekocht ? Waar is het puin van het verbrande pand van de familie Zaligman en van mejuffrouw L. Ooostenbrink gebleven ?
Op de afgebeelde zwart-wit ansichtkaart uit 1948 is de Boerenleenbank met woning voor de kassier aan de rechterkant van de afbeelding te zien. Helemaal rechts achter de leilinden staat café Trompetter. Aan de linkerkant is op de voorgrond de schilderswinkel van Geert Koster te zien. Achter de Boerenleenbank is nog net een stukje van de smederij van Albert Kloeze zichtbaar. Het hoekige gebouw met het platte dak achter de smederij is het postkantoor (Deever had toen een postkantoor).

Abracadabra-1215
Abracadabra-1212

 

Posted in Ansichtkaarten, Boerenleenbank, Brandweer, Café Trompetter, Diever, Hoofdstraat, Joodse inwoners, Neringdoenden, Verdwenen bouwwerken, Vrijwillige brandweer | Leave a comment

De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van de webstee www.dieversarchief.nl graag meegenieten van nieuwe aanwinsten in zijn verzameling objecten uit de gemeente Deever. Eén daarvan is bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. 

Uit de mond van wijlen Anne Mulder schreef de redactie van het Deevers Archief het volgende op over het hoekhuis aan de Peperstraat:
Omstreeks 1932 werd het hoekhuis aan de Peperstraat bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de Coöperatieve Verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Diever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman. Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis aan de Peperstraat.

Roelof Santing herinnert zich het volgende van de mensen die in zijn jeugd in dit huis woonden:
Voordat Aaltje Koning-Haveman bewoonster van het huis aan de Peperstraat werd, woonde daar haar broer Frederik Haveman. Op het dorp stond hij bekend als Freerk Punt of Freerk Puntien. In mijn herinnering was dit een markante persoonlijkheid, al kwam dit niet tot uitdrukking in zijn figuur. Gezeten op de steen, zoals die te zien is op de afbeelding, gaf hij in de dertiger jaren van de vorige eeuw zijn visie op de politieke toestand van die tijd, waarbij hij het uit het Oosten dreigende gevaar zeer wel onderkende.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-03-30
Frederik (Freerk) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij ligt begraven op de kaarkhof van Deever. Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingelo en is overleden op 28 december 1953 in Meppel. Hij ligt begraven op de kaarkhof van Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij ligt begraven op de kaarkhof van Deever.
In het begin van de twintigste eeuw woonden in het zichtbare pand schoenmaker Berend Slagter met zijn vrouw Femmigje Mulder.
De foto voor de zwart-wit ansichtkaart is in 1964 of 1965 gemaakt. Dat is een paar jaar nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (ome Kees) van de gemeente Diever in 1956, 1957 of 1958 (?) alvast het achterste deel van het pand liet afbreken in het kader van de zo genoemde krotopruiming. Het achterste deel is bewoond geweest door bakker Jonkman, kapper Jan de Boer en de familie Hendrik Baaiman. De familie Baaiman werd eerst naar een woning aan de Wapserveenseweg in Wittelte verbannen, waarna het achterste deel kon worden gesloopt.
Ome Kees had grootse -ja bijna megalomanistische- plannen met de dorpskern. Vele prachtige en beeldbepalende cultuurhistorisch waardevolle ‘olde kouw’n’ in het hart van het dorp Deever pasten niet in zijn plannen en moesten daarom bij voorbaat al worden gesloopt. Volop en niet te weinig.
De gemeente Diever onder leiding van ome Kees werd gelukkig op tijd een zogenaamde artikel 12-gemeente, zodat niet het hele hart van Deever vernield en gesloopt is geworden, maar waren wel de mooiste en oudste panden verdwenen.
Bij de sloop van het achterste deel van het pand ontstonden gaten in de tussenmuur, die toen buitenmuur van de achtergevel van het op de afbeelding zichtbare pand van de weduwe Koning was geworden. Van oude stenen werd een muur tegen de kapotte achtergevel gemetseld. Het rieten dak werd gesloten met een wolfseind.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940, overleden op 24 oktober 2000) kocht op 14 oktober 1966 de ‘olde kouwe’ voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
De redactie merkt op dat in het bovenlicht van de voordeur van het pand geen levensboom aanwezig is.
Wie van de weinige sprekers van het Deeverse dialect weet nog de betekenis van het niet meer gangbare woord ‘kouwe’ ? Bijvoorbeeld in de zin: See haad’n kolt in de olde kouwe. Wie is bereid te reageren ?  

Abracadabra-1214

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

Inrijlaan naar recreatiecentrum Ellert en Brammert

De zwart-wit ansichtkaart is in 1962 uitgegeven door: N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.
De kleuren ansichtkaart is in 1977 uitgegeven door vakantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 5219-1207-1298.
Recreatiecentrum Ellert en Brammert, later vakantiecentrum Ellert en Brammer lag tussen de Deeverbrogge en de Gowe an de Riekseweg bij het huis met de naam ‘de Wildschut’. De inrijlaan is het eerste stukje van de openbare Groningerweg, De feitelijke ingang was bij de plek waar de Grönnigerweg en de Olde Grönnigerweg bij elkaar komen.
Het op de ansichtkaarten zichtbare deel van de Grönnigerweg was gelukkig in die jaren nog een zandweg. Dit stukje Grönnigerweg is tegenwoordig helaas verhard en geteerd met asfalt.
De redactie van het Deevers Archief stelt voor dit stukje asfaltweg op te breken en de zandweg te herstellen. Zandwegen zijn tegenwoordig goed en duurzaam te stabiliseren, bovendien is het resterende onderhoud praktisch kostenloos bij dorpskrachten aan te besteden.  De zandwegen binnen de grenzen van gemeente Diever moeten gekoesterd worden als groot cultureel erfgoed.
Op beide ansichtkaarten zijn de toegangspoort en de twee masten met de Nederlandse en de Drentsche vlag te zien. De N.V. Recreratiecentrum Ellert en Brammert had blijkbaar toestemming van de ambtenaren op het gemeentehuis om de houten ereboog aan het begin van de Grönnigerweg te plaatsen. Merk op dat in 1962 de elektrische stroom voor het recreatiecentrum nog boven de grond via leidingen aan palen werd getransporteerd.

Abracadabra-220

Abracadabra-1213

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie, Zandwegen | Leave a comment

Coöperatief sigarenfabriekje op Zorgvlied – 1908

In het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 17) over enige activiteiten van mr. Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied en Groot Wateren en Klein Wateren gepubliceerd.

In 1859 verkocht de Maatschappij van Weldadigheid de kolonie Groot- en Klein-Wateren in twee delen. Jacobus Fransiscus de Ruijter de Wildt kocht het deel dat de naam Zorgvlied kreeg. Het tweede deel kreeg een andere eigenaar en behield de naam Groot- en Klein-Wateren. Zo’n tien jaar later kwamen Zorgvlied en Groot- en Klein-Wateren in het bezit van de heer Enger uit Arnhem. In 1879 kochten de gebroeders mr. Lodewijk Guillaume en dr. Julius Verwer uit het Friese Makkum beide landgoederen.
Een eerste citaat uit het boek Erf en Wereld luidt:
Met name mr. Lodewijk Guillaume Verwer was een man van initiatief, wiens geest zich vermeide in zakelijke bespiegelingen, en wiens hand niets liever deed dan zijn zakelijk denken in daden om te zetten.
Een tweede citaat uit hetzelfde boek luidt:
Hij ontgon het land, waarbij hij aanvankelijk van terpaarde en later van kunstmest gebruik maakte; hij bouwde boerderijen en arbeidershuizen; hij stichtte een sigarenfabriek, die een bezetting kreeg van dertig jongens en twee directeuren, voorts een cichoreifabriek, terwijl hij tegelijkertijd zijn pachters tot het verbouwen van cichorei verplichtte. Te Zorgvlied vestigde hij de Noord-Nederlandse Hypotheekbank en een levensverzekeringsmaatschappij. Hij liet uit Brabant tabaksplanters met kinderrijke gezinnen overkomen en bouwde grote schuren voor de berging van de tabaksoogst. Uit Friesland trok hij verspreid wonende katholieke boeren aan, liet hun schuren en huizen afbreken en van de materialen nieuwe boerderijen in Zorgvlied en Wateren opbouwen, kortom mr. Lodewijk Guillaume Verwer bouwde een nieuwe parochie, en hij deed dat met de allure van een groot zakenman en met een vermetelheid die inderdaad verbluffend was.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-03-24
Het in 1959 bij uitgeverij Laverman in Drachten verschenen boek ‘Erf en wereld’ van J.P. Wiersma gaat over de agrarische toestand in Friesland na 1870, de doorbraak van de coöperatieve gedachte en de opkomst van de Friese landbouwcoöperatie en haar ontwikkeling tot in onze tijd.
De samenstellers van een populair-wetenschappelijk geschiedenisboek over Zorgvlied, Olde Willem, Klein Wateren en Groot Wateren kunnen in het boek ‘Erf en wereld’ nuttig bronmateriaal voor hun geschiedenisboek vinden.
De afgebeelde foto laat mensen bij de coöperatieve sigarenfabriek op Zorgvlied zien. De redactie denkt niet dat alle mannen, grotere jongens en kleine jongens werkzaam waren bij deze sigarenfabriek. Op de voorgrond is een houten sigarenpers te zien.
Het pand waarin de coöperatieve sigarenfabriek was gevestigd bestaat nog steeds en staat aan de weg naar Elsloo vlak bij de Drents-Friese grens.

Abracadabra-1211

Posted in De aandere kaante van de bos, Diever, Ie bin 't wel ..., Lodewijk Guillaume Verwer, Tabak, Zorgvlied | Leave a comment

In 1968 waren we in ‘de Streuper’ op vakantie

Van de heer Jan Oude Geerdink ontvingen wij bijgaande reactie op de berichten in het Deevers Archief, die betrekking hebben op het niet meer bestaande vacantiecentrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge.

Wij zijn twee jaar achter elkaar bij Ellert en Brammert geweest in 1967 en 1968. Ik ben geboren in 1957 en was dus een klein jochie, die veel minder te vertellen had dan de jeugd van tegenwoordig, haha.
Van het eerste jaar herinner ik mij alleen dat we een huisje hadden onder aan de bult in het park. In 1968 zijn we in het huisje op de bult geweest, omdat mijn vader dat huisje helemaal geweldig vond. Dat huisje had de naam ‘de Streuper’. Ik sta op de foto bij het naambord aan de muur.
Ik heb uit die tijd alleen nog wat foto’s waarop ik vol in beeld sta en waarbij je niets van de omgeving ziet.
Ik kan mij nog herinneren dat in 1968 veel werd georganiseerd, zoals spelletjes, speurtochten, een volleybal toernooi. Ook was er een wedstrijd wie met natuurlijke materialen een mooie kaart van Drenthe op de grond kon maken. Ons gezin werd derde, haha. Mijn vader en moeder zijn al overleden. Helaas zijn geen andere foto’s uit die tijd bewaard gebleven. Je was al dolgelukkig dat je met vakantie ging. Een fototoestel was zeker in die tijd nog bijzonder.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, 2016-03-23
De redactie is de heer Jan Oude Geerding bijzonder erkentelijk voor zijn reactie en hoopt dat deze reactie voor mensen, die ooit in Ellert en Brammert op vakantie zijn geweest, een mooie aanleiding is ook te reageren.
Op bijgaande foto uit 1968 staat de 11-jarige Jan Oude Geerding bij het naambord van de bungalow met de naam ‘de Streuper’
Elk stenen kampeerhuisje, ook wel bungalow genoemd, had een eigen naam in het Deeverse dialect. Op heel veel ansichtkaarten komen namen voor, zoals de Baander, de Blekbèr, de Brummel, de Dankbèr, de Deel, de Dobbe, de Eveltas, ’t Hemeretien, de Hilde, de Karnmeule, ’t Knienegat, de Nes, de Schoapvoalt, de Sikke, ’t Spinwieffien, de Streuper, de Zödde. 

Aan deze opsomming ontbreken nog heel veel namen, omdat zeker meer dan veertig huisjes op Ellert en Brammert stonden. Wie kan deze lijst verder aanvullen ? Wie heeft foto’s of ansichtkaarten van deze huisjes ? Wie heeft een ansichtkaart van ‘de Streuper’.
De redactie vraagt aan bezoekers van deze webstee, die het Deeverse dialect nog machtig zijn, de Nederlandse vertaling van de hiervoor genoemde namen van de bungalows door te geven.

Abracadabra-1210

Posted in An de Deeverbrogge, Ellert en Brammert, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Sandige en harde sandige heyde en sand duinen

Bernardus Schotanus à Sterringa kreeg in 1682 opdracht van Gedeputeerde Staten van Frieslandt om nieuwe kaarten te maken van alle grietenijen in de provincie Frieslandt. Eerder had hij zijn vader Christianus Schotanus geassisteerd bij het maken van de kaarten en plattegronden in de Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt (1664).
De opdracht van Gedeputeerde Staten resulteerde in de Friesche Atlas uit 1698. Een tweede, verbeterde druk daarvan werd in 1718 samengesteld door François Halma, drukker voor de Friese Staten.
Op bijgaande afbeelding is een stukje van de verbeterde Schotanus-Halma-kaart van de grietenij van Ooststellingwerf te zien. Op deze afbeelding is linksonder (in het grijze deel van de afbeelding) ook een stukje van een uithoek van de gemeente Deever in Drenthe te zien.
In het grijze deel zijn de gehuchten Klein Wateren en Groot Wateren ingetekend als stemhebbende plaatsen met huizen (lees boerderijen). Het gehucht Klein Wateren zal zo genoemd zijn, omdat daar minder stemhebbende plaatsen met huizen waren dan in Groot Wateren.
De webstee van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever vermeldt over de naam Wateren:
In 1493 to Waethoeren genoemd. De plaatsnaam is samengesteld uit waet = nat en horn = hoek, wat natte hoek betekend.
Dat Wateren de betekenis van natte hoek zou hebben, dat klinkt belangwekkend, echter lijkt volstrekt ongeloofwaardig, omdat Klein Wateren en Groot Wateren op hoogliggende sandige heyde en hoogliggende harde sandige heyde lagen; bovendien kon al het hemelwater snel afwateren via de veelal droogstaande bedding van de rijkelijk aanwezige beekjes.
De op de afbeelding zichtbare Wech over de Heyde tussen Klein Wateren en Ter Wisga ligt heel dicht in de buurt van de huidige wegen met de namen Appelschaseweg en Canada.
Grazende schaapskudden hebben al ver voór 1700 een flink deel van de hoogliggende sandige heyde en de hoogliggende harde sandige heyde vernield met als gevolg dat de streek woestijnificeerde en sand duinen ontstonden.
Dat het uitgeplaatste Staatsboschbeheer nu door grootschalige vernieling van het cultuurbos de sand duinen weer te voorschijn heeft laten halen, heeft niets met herstel van oude bijna middeleeuwse natuur te maken, maar alles met decorbouw, met kunstnatuur, met een mentaliteit van wij bepalen wel wat goed voor u is.
Het uitgeplaatste Staatsboschbeheer vindt het eenvoudigweg niet voldoende dat de toevertrouwde terreinen goed worden beheerd. Waar het bij het uitgeplaatste Staatsboschbeheer om gaat is dat zij de decors willen bouwen, dat zij willen bepalen wat goed is voor het belastingbetalende publiek, dat zij bepalen waar het publiek van moet gaan genieten.
De externe positionering van Staatsboschbeheer heeft bij Wateren geen publieksbetrokkenheid bij besluitvorming tot gevolg gehad. De noodzakelijke maatschappelijke participatie is hier niet van de grond gekomen. Maatschappelijke participatie kan leiden tot maatschappelijk draagvlak, wat de legitimatie moet zijn voor financiering uit de openbare middelen. Geen maatschappelijk draagvlak, geen belastinggeld als inkomstenbron.

Abracadabra-1209

Posted in De aandere kaante van de bos, Staatsbosbeheer, Wateren | Leave a comment

Dorpskrachten beheren de openbare buitenruimte

In de Meppeler Courant verschenen in 2015 een aantal terloopse maar wel opmerkelijke berichten over het onderhands uitbesteden en overdragen van het beheer van twee percelen van de openbare buitenruimte van de gemeente Westenveld aan de boermarke van Wapse en aan de boermarke van Wittelte.

In de Meppeler Courant van 10 april 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse.

Boermarke beheert voortaan buitengebied rond Wapse
Wapse
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse, ligt het komende jaar in handen van de boermarke in het dorp. Voorzitter Wessels van de boermarke en wethouder Geertsma hebben het contract ondertekend.
Volgens Geertsma is bij eerdere projecten gebleken dat door de inzet van dorpskracht, de kwaliteit van het onderhoud aan de openbare ruimte verbetert. ‘We zien dat onder meer in Vledderveen, Zorgvlied en Wapserveen, waar al geruime tijd het beheer en het onderhoud door inwoners wordt uitgevoerd. Inwoners voelen zich meer betrokken bij het onderhoud en verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving.’
Kwaliteit verhogen
Boermarke Wapse heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan de bermen, sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. De gemeente heeft een nulmeting uitgevoerd, om inzichtelijk te maken wat het huidige onderhoudsniveau is van de onderhoudsarealen in het buitengebied van Wapse. Drie keer per jaar wordt een schouw uitgevoerd om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Na één jaar wordt een evaluatiegesprek gevoerd en bekeken of het contract wordt verlengd.

In de Meppeler Courant van 22 mei 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte.

Wittelte neemt beheer en onderhoud in eigen hand
Wittelte
Boermarke Wittelte gaat de komende drie jaar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte uitvoeren. Deze week heeft wethouder Homme Geertsma het beheer en onderhoud officieel overgedragen. Boermarke Wittelte heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan bermen en sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. Ook gaan ze in eigen beheer zorgen voor compostering van het maaisel.
Westerveld voert drie keer per jaar een schouw uit om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Boermarke Wittelte is de vijfde op rij, die met inzet van dorpskracht het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in hun dorp en omgeving overneemt van de gemeente. De werktuigenvereniging Vledderveen, boermarke Wapserveen, oudejaarsvereniging Tied Zat uit Zorgvlied en boermarke Wapse gingen hun voor. Ook met de dorpsgemeenschap Geeuwenbrug wordt gesproken over een overdracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-03-09
Is het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden in de gemeente Diever 
een levering van spullen of het verlenen van een dienst of het uitvoeren van een werk ? Het antwoord is natuurlijk het verlenen van een dienst.
Op het aanbesteden van een dienst die wordt betaald met geld van de gemeenschap (belastinggeld) is de Aanbestedingswet van toepassing, daarnaast zijn binnen de grenzen van de gemeente Diever en passend binnen het kader van de Aanbestedingswet de Algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten van de gemeente Westenveld van toepassing.
Blijkbaar is volgens de twee artikeltjes een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?) de politiek verantwoordelijke wethouder voor het juist toepassen van de Aanbestedngswet en de gemeentelijke inkoopvoorwaarden.
In de gemeentelijke inkoopvoorwaarden is het begrip dienst als volgt omschreven: de door de contractant te verrichten werkzaamheden ten behoeve van een specifieke behoefte van de gemeente, niet zijnde werken of leveringen.
De gemeente Westenveld heeft blijkbaar de behoefte het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden binnen de grenzen van de gemeente uit te besteden aan een ondernemer, die contractant wordt genoemd.
Een ondernemer van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden kan in de gemeente Westenveld blijkbaar ook een hobby-ondernemer zijn, bijvoorbeeld een boermarke, een grappenmakersvereneniging, een groepje dorpskrachten, een werktuigenvereniging. Maar dan kan een ondernemer ook een voetbalvereniging of een klootschietvereniging zijn.
En wat te denken van bijvoorbeeld reguliere kleine professionele ondernemers, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector ? Kunnen die ook letterlijk aan bod komen ?
De gemeente Westenveld heeft het oppervlak van de gemeente voor het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen blijkbaar opgedeeld in een groot aantal percelen: Wapse, Wittelte, Zorgvlied/Wateren/Oude Willem, omgeving Diever, Geeuwenbrug, Wapserveen, Havelte, Uffelte, Dieverbrug, Lhee, Lheebroek, Leggelo, Eemster, omgeving Dwingelo, omgeving Havelte, omgeving Vledder, Vledderveen, Doldersum, Frederiksoord, Darp en mogelijk andere percelen.
Het is waarschijnlijk dat – zeker omdat het bij sommige percelen om contracten met een looptijd van veelal drie jaren gaat – dat de geraamde waarde van de opdracht voor de te leveren diensten voor het totale beheer en onderhoud van de bermen, sloten en zandwegen in de gemeente Westenveld het Europese drempelbedrag van € 207.000 te boven gaat.
Zo ja, dan mag wel de zo genoemde percelenregeling worden toegepast. En dan zou het best zo kunnen zijn dat op basis van een zuivere toepassing van die zo genoemde percelenregeling de percelen Wapse, Wittelte en Zorgvlied wel onderhands mochten worden aanbesteed, maar misschien ook niet. En welke percelen zijn dan wel Europees aanbesteed of gaan Europees aanbesteed worden ?
Reguliere kleine professionele ondernemers in de gemeente Westenveld, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector, hebben bij het door de verantwoordelijke wethouder onderhands uitventen van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen aan dorpskrachten wel erg lelijk het nakijken, ze maken zo te lezen geen schijn van kans op een fatsoenlijke opdracht.
Maar niets hoeft hen te weerhouden van het stellen van kritische vragen aan een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?), de politiek verantwoordelijke wethouder van de gemeente Westenveld (waar in hemelsnaam ligt de gemeente Westenveld ?). Desnoods eerst alle gewenste gegevens opvragen via een verzoek volgens de Wet openbaarheid bestuur.
In beide artikelen is vermeld dat ook het beheer van bermen, sloten en zandpaden aan de dorpskrachten is opgedragen. Dat houdt in dat een gemeentelijke taak is overgedragen aan dorpskrachten, derhalve zal er gesneden moeten worden in de omvang van het ambtelijke apparaat. Eén 40-uurs-baan schrappen ?

Abracadabra-1643
Abracadabra-1644

Posted in Boermarke, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Wapse, Wittelte | Leave a comment

De Gaper aan de gevel van drogisterij Hendrik Mulder

De twee hier afgebeelde zwart-wit foto’s van ‘de Gaper’ aan de gevel boven de winkeldeur van de drogisterij van Hendrik Mulder an de Heufdstroate in Deever zijn afkomstig uit een collectie foto’s van Monumentenzorg, die aanwezig is in het Drentsch Archief in Assen. De twee foto’s zijn op 2 april 1959 gemaakt.

Hendrik Mulder (Hendrik Moesie; alle Mulders in Diever hadden een bijnaam; hij werd ook wel Moesie Peep genoemd) en zijn vrouw Christina (Stina) Klok openden in 1933 in Deever in een nieuw pand drogisterij ‘De Gaper’, Hoofdstraat 17, nu Hoofdstraat 43. Hendrik was ook huisschilder, zijn vrouw Christine (Stina) deed de drogisterij. Hendrik maakte ook graag foto’s.
Hendrik Mulder werd geboren op 24 mei 1905 en overleed op 30 januari 1977. Zijn vrouw Christina (Stina) Klok werd geboren op 24 januari 1910 en overleed op jonge leeftijd op 28 oktober 1961.
Per 1 januari 1966 deed Hendrik Mulder (Hendrik Moesie) zijn zaak over aan zijn neef Hendrik Koopman. In juni 1993 is Hendrik Koopman met zijn drogisterij verhuisd naar de Peperstraat. Zowel Hendrik Mulder als Hendrik Koopman waren uitgever van heel veel mooie ansichtkaarten met afbeeldingen uit de gemeente Deever. Deever is hen daar veel dank voor verschuldigd.
De Gaper, het beeld met de houten kop met de gapende mond (tong uit de mond), is gemaakt door een beeldhouwer uit Veendam. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw moest de fraaie kop worden verwijderd. Hij was totaal verrot.
Het gevelobject Gaper maakt steeds minder deel uit van het straatbeeld in dorpen en steden in Nederland. Er is al een webstee die zich speciaal richt op Gapers in Nederland. In deze webstee is ook een kleurenafbeelding van ‘de Gaper’ van Hendrik Mulder aanwezig. Boven in het scherm van de webstee Gapers in Nederland op de hoofdletter D klikken en vervolgens naar beneden ‘scrollen’.
Het gevelobject ‘de Gaper’ kan beschouwd worden als een jammer genoeg verloren gegaan Deevers kunstobject van historische waarde. Wellicht kan een groepje dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever of een groepje dorpskrachten van de vereniging van neringdoenden uut Deever in samenwerking met de huidige eigenaar van het pand een kleine inspanning doen om te komen tot het plaatsen van een nieuwe ‘de Gaper’.
Als in Deever daken van pothokken opgetuigd kunnen worden met lichtgevende dakpannen, dan behoort het opnieuw plaatsen van ‘de Gaper’ zeker tot de mogelijkheden. Wellicht zou ‘de Gaper’ bij wijze van experiment met behulp van een 3D-printer kunnen worden gemaakt van een duurzame kunststof en zou een lokale kunstenaar de zo ontstane ‘de Gaper’ kunnen beschilderen.  

De redactie van het Deevers Archief stelde in 2003 ten behoeve van de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging de zo door de heemkundige vereniging genoemde ‘historische kalender’ (hoe kan een kalender historisch zijn ?) voor het jaar 2004 samen. De bijgaande afbeelding toont het kalenderblad voor de louwmaand 2004, dat wil zeggen januari 2004.
De zwart-wit foto van de gevel van de drogisterij met ‘de Gaper’ is omstreeks 1962 gemaakt en is afkomstig uit het archief van de voormalige gemeente Diever.

Abracadabra-1207Abracadabra-1206Abracadabra-1208

Posted in Diever, Historische kalenders, Hoofdstraat, Kunst, Kunstige objecten, Neringdoenden | Leave a comment

Diever – Drogisterij van Hendrik Moesie – ± 1962

De redactie van het Deevers Archief stelde in 2003 ten behoeve van de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging de zo door de heemkundige vereniging genoemde ‘historische kalender’ (hoe kan een kalender historisch zijn ?) voor het jaar 2004 samen. De hier afgebeelde zwart-wit foto stond afgebeeld op het kalenderblad voor de louwmaand 2004, dat wil zeggen januari 2004. De redactie herinnert zich het samenstellen van deze kalender als een leerzame wandeling op de wegen der vrijheid.
De zwart-wit foto is omstreeks 1962 gemaakt en is afkomstig uit het archief van de voormalige gemeente Diever. De redactie heeft de kleurenfoto van het nog immer bestaande pand ongeveer 50 jaar later op 3 oktober 2012 gemaakt. Zoek op de twee foto’s de wellicht meer dan 10 verschillen tussen de oude en de huidige voorgevel. Om treurig van te worden. De kleurenfoto heeft inmiddels ook al enige historische waarde. 

Hendrik Mulder (Hendrik Moesie; alle Mulders in Diever hadden een bijnaam, hij werd ook wel Moesie Peep genoemd) en zijn vrouw Stina Klok openden in 1933 in een nieuw pand drogisterij ‘De Gaper’, Hoofdstraat 17, nu Hoofdstraat 43. Hendrik was ook huisschilder, zijn vrouw Stina deed de drogisterij. Hendrik Mulder werd geboren op 24 mei 1905 en overleed op 30 januari 1977. Zijn vrouw Christina Klok werd geboren op 24 januari 1910 en overleed op jonge leeftijd op 28 oktober 1961.
De houten kop met gapende mond is gemaakt door een beeldhouwer uit Veendam. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw is de fraaie kop verwijderd. Hij was totaal verrot.
Per 1 januari 1966 deed Hendrik Moesie zijn zaak over aan zijn neef Hendrik Koopman. In juni 1993 is Hendrik Koopman met zijn drogisterij verhuisd naar de Peperstraat.
In de etalages en aan de zijmuur wordt reclame gemaakt voor pleegzuster Bloedwijn, Akkertjes pijnstillers, Babyderm, Vicks tegen hoest, Chefarine 4 en meer van dat soort merken van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Let vooral ook op de fraaie reclameborden van email aan de zijmuur van de winkel. Let vooral ook op de voorgevel die niet haaks op de zijmuur staat.

Reactie van Ricardo Marlo Ruiter, versie van 2016-05-03
Mijn naam is Ricardo Marlo Ruiter. Mijn familie en ik zijn de huidige bewoners van deze voormalige drogisterij.
Wij wonen hier sinds 2003 en zijn erg gelukkig met het huis. Het is heel groot en het heeft een leuke kelder.
Inmiddels is binnenshuis heel veel verbouwd.
De zolder is in drie slaapkamers verdeeld met drie opbergkasten. De schuur is in tweeën gedeeld. De ene helft is nu de woning van mijn oma. De andere helft is onze schuur. De winkelruimte is nu onze woonkamer.
Wij vinden het heel leuk dat de historie van ons pand op internet staat, dan kan iedereen wat lezen over ons huis.

Abracadabra-1204Abracadabra-1205

Posted in Diever, Historische kalenders, Hoofdstraat, Neringdoenden | Leave a comment

Roggemiet’n op de Noordesch van Deever

Bijgaande prachtige foto is aanwezig in de collectie van het Drentsch Archief in Assen.
Om te vermijden dat de loonwerker zijn tractor en zijn döskaaste vaak moest verplaatsen van de ene miete naar de andere miete, zetten de boeren hun miet’n altijd in zo groot mogelijke groepen op de nes, in dit geval in het najaar van een jaar tussen 1930 en 1940 op de Noordesch van Diever.
Op de voorgrond is nog ’n tippe heide te zien. Aan de linkerkant is de bebouwing langs de Bosweg en het Marktterrein te zien. Tuss’n de miet’n deur is de gemeentelijke toren op de Brink van Deever te zien. Deze is ingebouwd in de Oude Kerk.
Een miete zett’n was een hele kunst. Als deze niet mooi gelijkmatig werd opgebouwd, dan kon het gebeuren dat deze scheef zakte en met palen moest worden gestut. Een paar van de hier zichtbare miet’n zijn wel scheef gezakt, maar niet zo erg dat ze gestut moesten worden. De schuine buitenkant van een miete was vergelijkbaar met een reet’n doake. In een goed gezette miete kon het regenwater net zoals bij een reet’n doake niet binnendringen.

De redactie van Dievers Archief is op zoek naar foto’s van boer’nwaark: rogge meej’n, miete zett’n, döss’n, enzovoort. Bezoekers worden verzocht deze foto’s te scannen en naar de redactie toe te sturen voor publicatie in de webstee Dievers Archief.

Abracadabra-1203

Posted in Boer'nwaark, Bosweg, Diever, Noordesch | Leave a comment

Aquarel van ‘de Dikke Stien’n van Marjolein Kruijt

De redactie van het Deevers Archief toont haar trouwe bezoekers bijzonder graag prachtig getekende en prachtig geschilderde objecten uit de gemeente Diever. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen in het Deevers Archief afgebeeld kunnen worden, hoe liever het de redactie is.

Onlangs vond de redactie op de website van de Amersfoortse kunstenares Marjolein Kruijt een afbeelding van haar prachtige aquarel van de Dikke Stien’n (hunebed D52) op de Stienakkers an de Grönnigerweg bee’j Deever.
De kunstenares heeft haar aquarel van 30 cm x 17 cm de titel ‘Hunebed Diever’ gegeven.
Op haar website is in de categorie landschappen van haar portofolio een afbeelding van deze aquarel te vinden. Op de pagina even naar beneden scrollen, dan op de tegel met een deel van de aquarel klikken voor het kunnen zien van een volledige afbeelding. Dan wordt ook zichtbaar of deze aquarel te koop of verkocht is.
De kunstenares heeft het aquarel gemaakt kijkend in de richting van ’t Kastiel,
De oriëntatie van het hunebed D52 is ongeveer oost-west. De ingang van het hunebed lag aan de zuidkant. Werd de urn met de as van een dode om twaalf uur ’s middags bijgezet in de grafkelder ?
De redactie toont deze tekening met toestemming van de kunstenares Marjolein Kruijt. De redactie is haar daar bijzonder erkentelijk voor.
Het is te hopen dat Marjolein Kruijt nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten binnen de grenzen van de gemeente Deever zal maken. Hopelijk kunnen deze dan ook in de webstee Deevers Archief worden getoond.
Meer informatie over haar is te vinden op haar webstee www.marjoleinkruijt.nl.
De redactie verwijst voor gegevens over en afbeeldingen van het hunebed D52 onder meer naar de betreffende berichten in het Deevers Archief, klik daarvoor aan de rechterkant van het scherm op de categorie Hunebed.

Abracadabra-1645

Posted in Diever, Hunebed, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Drie wandelingen rond Diever – Tekening hunebed

Het boekje ‘Drie wandelingen rond Diever’ (dit leuke boekje is aanwezig in het Deevers Archief), dat is uitgegeven door de Provinciale VVV Drenthe, is voor de afwisseling verluchtigd met veel pentekeningen.
Bij route 1 begint de wandelaar bij de Olde Kaarke op de Brink de lopen, giet deur de Peperstroate, slaat vervolgens linksaf de Kruisstraat in, loopt vervolgens vóór de Eendevijver rechtaf de Grönnigerweg in en ziet dan na zo’n acht minuten lopen aan de linkerkant hunebed D52 op de Steenakkers liggen.
In het boekje is op bladzijde 10 de hier getoonde pentekening van hunebed D52 opgenomen. Het is altijd weer aardig na te gaan welke ansichtkaart of welke foto de tekenaar als inspirerend voorbeeld heeft gebruikt. De redactie denkt dat de tekenaar in dit geval de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart uit 1968 heeft gebruikt of eentje die daar op lijkt.
De hier getoonde ansichtkaart werd uitgegeven en verkocht door Boek-en Kantoorboekhandel Fa. van Goor an de Kruusstroate in Deever. Deever is Roelof van Goor veel dank verschuldigd. Hij heeft immers onbedoeld in de loop van zeker meer dan dertig jaren een historisch zeer waardevolle verzameling ansichtkaarten uitgegeven en verkocht.
De tekenaar heeft de creatieve vrijheid genomen de steen die op de ansichtkaart net wel aan de linkerkant is te zien, niet op te nemen in zijn tekening. Een kniesoor die daar op let.
De hunebed-deskundigen van de heemkundige vereniging uut Deever zijn tot het inzicht gekomen dat rond de dikke stien’n geen struweel mag groeien, vandaar dat een groep dorpskrachten enige jaren geleden rond het hunebed een flinke voorraad open haardhout heeft weggekapt en weggezaagd.
De redactie van het Deevers Archief is van mening dat ál het struweel en álle bomen rond de dikke stien’n moeten worden verwijderd, opdat het kale terrein rond de dikke stien’n gewoon weer als bouwland kan worden gebruikt.

Abracadabra-1642Abracadabra-1641

Posted in Diever, Groningerweg, Heezenesch, Hunebed, Oudheden, Steenakkers, Tekeningen | Reacties staat uit voor Drie wandelingen rond Diever – Tekening hunebed