De krotbewoners zijn patriciërs geworden

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaande fotokaart van de grond die braak kwam te liggen na de sloop van het olde gemientehuus an de Brinq van Deever. De redactie wil deze fraaie fotokaart niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.

Op de grond die in 1956 vrijkwam na het afbreken van het oude bouwvallige, uitgewoonde en uitgeleefde gemeentehuis aan de Brinq van Deever is het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever gebouwd.
De in het verre Assen residerende commissaris van de koningin mr. Jacob Cramer opende het overheidsgebouw an de brinq van Deever op 19 juni 1957. Hij sprak daarbij tot de gemeentelijke ambtenaren ongeveer de volgende min of meer gevleugelde woorden: van krotbewoner bent u patriciër geworden.
Het was wellicht aan de hoog- en weledelgestrenge socialistische bestuursbobo uit het verre Assen voorbij gegaan dat hij met deze uitspraak de mensen die in 1957 in de gemiente Deever nog wel in krotten en hutten moesten wonen voor het hoofd zou kunnen stoten.
Op de zwart-wit fotokaart -die gemaakt is door fotograaf B. Annen uit Beilen- is het braakliggende terrein naast de boerderij van Cornelis (Knelus) Seinen an de verneelde brinq te zien. Zo is ook mooi het nog steeds bestaande flinke pothokke naast de boerderij te zien.
In het bericht Volvo van veearts Van der Eijk beej ’t gemientehuus is de eerste zwart-wit ansichtkaart van ’t neeje gemientehuus an de brinq van Deever te zien.
In dit bericht is bij de zwart-wit foto van het bouwterrein de afbeelding van een andere ansichtkaart van het gemientehuus opgenomen. Jan Brugging (de Wiba an de Heufdstroate) gaf deze kaart in juli 1963 uit. Daarvoor postuum hulde, hulde, hulde.
Maar waar is de op de ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ?

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Pothokke, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Blik, Wringe, Boekweitenveen, Giere, Kleine Kwabbik

In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 december 1964 -alweer meer dan vijftig jaar geleden- verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van bouwland en groenland in café Brinkzicht an de brinq in Deever.

Diever. Ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo werd in café Brinkzicht te Diever bij toeslag, wegens voorgenomen beëindiging van het bedrijf, in het openbaar verkocht:
1.
Voor de heer R. Hummelen te Almelo:
Bouwland ’t Blik op de Westeres, groot 48 are 10 ca.
Kopers werden gebroeders Elting te Wittelte voor f. 3690,-.
2.
Voor de heer A. Vierhoven te Ruinerwold:
Groenland de Wringe bij de Bolderhoek, groot 97 are en 70 ca.
Koper werd de heer J. Pot te Wittelte voor f. 5650,-.
3.
Voor de  heer H.J. Bennen te Diever:
Groenland Boekweitenveen op de Westeres, groot 2.63.20 ha.
Kopers werden gebroeders Van Wester te Oldendiever voor f. 15.800,-.
Bouwland de Giere op de Hezenes, groot 46 are.
Koper werd de heer H. Offerein te Diever voor f. 3000,-.
Groenland de Kleine Kwabbik aan de Groningerweg, groot 62 are 60 ca.
Koper werd de heer W. Bakker te Diever voor f. 3440,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden bouwlanden en groenlanden aangeduid met hun eeuwen oude veldnaam. Hoe eenvoudig kon het zijn.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft met langdurend en geduldig uitzoekwerk gelukkig zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever in kaart gebracht. Deze hebben grote cultuurhistorische waarde. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude veldnamen van bouw- en groenlanden verdwenen.
Als men nu een willekeurige inwoner van de gemiente Deever vraagt waar ’t Blik, de Wringe, ‘t Boekweitenveen, de Giere en de Kleine Kwabbik liggen, dan zal die inwoner het antwoord hoogstwaarschijnlijk schuldig blijven.
Of wellicht weet die inwoner waar de Wringe heeft gelegen, omdat die veldnaam terug is te vinden op een straatnaambordje an de Deeverbrogge.
De redactie weet het niet zeker, maar denkt dan de gebroeders Elting nog leven.

Jan Pot is geboren op 3 augustus 1919 en is overleden op 12 november 1987.
De gebroeders Van Wester waren Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester.
H.J. Bennen is Harman Jan Bennen.
W. Bakker is Willem Bakker.

Posted in Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Diever, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment

Een kijkje in een van de intieme straatjes van Deever

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand knipsel met een afbeelding van een boer met een door een paard getrokken geladen kar in de Heufdstroate in Deever vroeg in de ochtend.

De redactie weet helaas nog niet in welke tijdschrift deze fraaie afbeelding heeft gestaan en in welk jaar de foto is gemaakt. De redactie heeft het vermoeden dat de foto voor deze afbeelding ongeveer rond 1935 is gemaakt. Wie het wel weet, die mag het de redactie natuurlijk melden.
De maker van de foto voor de kleuren ansichtkaart met de titel Groet’n uut Deever stond ongeveer op hetzelfde punt als de maker van de foto voor de afbeelding uit het tijdschrift. De maker van de kleurenfoto deed dat op de vuilnisophaaldag. Ee’m de conteen’r an de weg zett’n.
De organisatie Diever Sportief heeft de kleuren ansichtkaart in 2016 uitgegeven ter gelegenheid van de Internationale Drents-Friese Woud Wandelvierdaagse. Daarvoor hulde, hulde, hulde.

Posted in Ansichtkaarten, Boer'nwaark, Diever, Hoofdstraat, Kerk op de brink, Topstukken, Toren op de brink | Leave a comment

Frits van den Boogaard zat in barak Transvaal

De redactie van het Deevers Archief ontving op 29 augustus 2017 bijgaande wel erg korte reactie van Frits van den Boogaard, die ook verbleef in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Hij reageert op het bericht Ben van Erp vraagt: Herkennen jullie dit ook ?.  Hij wil graag in contact treden met oude bekenden uit die tijd.. Als een bezoeker van het Deevers Archief zich Frits van den Boogaard herinnert, dan wordt deze persoon uitgenodigd te reageren op dit bericht.

Mijn naam is Frits van den Bogaard.
Ik woon in Helmond in Noord-Brabant.
Ik heb zelf ook ook in groep Transfaal gezeten.
In die tijd was mijn leidster Lenie de Win uit Noord-Brabant en mijn leider was de heer Hofman.
Veel groetjes.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Peter van Tiel zat ook in ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

De redactie van het Deevers Archief ontving op 10 september 2017 bijgaande reactie van Peter van Tiel, die in de jaren 1962/1964 verbleef in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Hij wil graag in contact treden met oude bekenden uit die tijd.. Als een bezoeker van het Deevers Archief zich Peter van Tiel herinnert, dan wordt deze persoon uitgenodigd te reageren op dit bericht.

Ik ben Peter van Tiel.
Graag zou ik nog in contact willen komen met de jongens van het internaat aan de Geeuwenbrug.
Zelf zat ik in het kamp ‘de Eikenhorst’ in de jaren 1962/1964.
Ik woonde toen in Middelburg.
Ik zou het geweldig vinden als ik wat oude bekenden van toen zou kunnen spreken.
Ook om oude herinneringen op te kunnen halen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Haentie op mien stokkie met Palm Paschen in 1939

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand knipsel -nota bene een hele bladzijde- uit het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, Jaargang 15, Nummer 4, 7 april 1939, van de ‘Haentie op mien stokkie’ traditie met Palmpasen. In 1939 viel Palmzondag op 2 april. Dat deze tradtie in de dorpen van de gemiente Deever nooit verloren moge gaan.

Het bijschift bij de bovenste foto luidt als volgt
Op Palmzondagmorgen ontving de burgemeester van Diever de palmpaaschdragers op hartelijke wijze. Een 80-tal kinderen waren ditmaal van de partij ! Onze foto laat dit aardige, oude gebruik hier zien. De optocht met al de fraaie ‘haenties op ’n stokkie’ lokt heel wat belangstelling.

Het bijschrift bij de tweede foto luidt als volgt.
Links: Mevrouw Van Os, de echtgenoote van den burgemeester, zien we op deze foto geheel rechts.

Het bijschrift bij de derde foto luidt als volgt.
Hieronder: De Paascheieren worden uitgereikt. Een mooi moment

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het moge duidelijk zijn dat de eerste foto voor de Griffemeerde Skoele an de Heufdstroate is genomen en de twee andere foto’s bij het huis van de burgemeester an de Heufdstroate.
Zou mevrouw Saakje Lena van der Veen -getooid met cowgirlhoed- zelf de eiernetjes hebben gehaakt ?
Wie herkent personen op de derde foto ?

De redactie is op zoek naar oude foto’s van de ‘Haentie op mien stokkie’ traditie in de dorpen van de gemiente Deever. Wie zou een scan van deze foto’s ter beschikking willen stellen ?
De redactie is op zoek naar nazaten van het burgemeestersechtpaar Hendrik Gerard van Os en Saakje Lena van der Veen. Mogelijke kinderen van dochter Jacqueline van Os zouden nog kunnen leven.
Het is te betreuren dat heden ten dage mevrouw de echtgenote van de burgemeester de kinderen niet meer ontvangt of niet wenst te ontvangen. Of woont de burgemeester van de gemeente Westenveld buiten de gemiente Deever ?

Posted in Diever, Haentie op mien stokkie, Palmpasen, Tradities | Leave a comment

Ansichtkaart van een oude boerderij in Oldendeever

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de boerderij van ….. Hessels in Oldendeever is uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) in juli 1960. Wat was de voornaam van deze Hessels ?
De redactie heeft de eerste kleurenfoto van deze boerderij met pothokke gemaakt op 3 oktober 2012.
De tweede afbeelding in kleur is een scan van de voorkant van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’. De heemkundige vereniging uut Deever heeft dit onvolprezen boekje in 2009 uitgegeven ter gelegenheid van haar 15-jarige bestaan.
Wellicht is het boekje voor een paar eurootjes of een habbekratsje te koop bij een handeltje in tweedehandsboeken ergens in den lande.
Het mag toch wel merkwaardig worden genoemd dat de makers in het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ geen aandacht hebben besteed aan de boerderij die op de voorkant van het boekje is te zien. Het moet toch wel enigszins belangwekkend zijn wie daar sinds de nieuwbouw in 1818 zoal hebben gewoond en gewerkt en zijn geboren en overleden ?
De redactie kwam de derde afbeelding in kleur in een webstee op het internet tegen.


Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Oldendiever | Leave a comment

Als ’t kouder wordt in Drenthe’s landschap

De redactie van het Deevers Archief kwam bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief – bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal en zo voort en zo voort uut de gemiente Deever – bijgaande foto van de Kleine Brink van Deever tegen in een knipsel uit het geïllustreerde blad Het Noorden in Woord en Beeld, jaargang 11, 1935-1936, datum 20 december 1935.

In het boerderijtje met de twee gotische ramen in de voorgevel woonde tot 28 november 1934 kleermaker Fredrik (Frièrik) Westerhof. Hij was op 25 oktober 1919 medeoprichter van de ‘Coöperatieve Bakkerij en Winkelvereeniging ‘Samenwerking’ te Diever’. Fredrik Westerhof is op 28 november 1934 overleden in Deever.
In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 31 december 1928 wensen kleermaker Frederik (Frièrik) Westerhof en echtgenote Christina Houwer familie, vrienden en begunstigers een gelukkig nieuwjaar.
De redactie verzoekt zijn trouwe bezoekers gegevens te verschaffen over de bewoners van de andere zichtbare huizen.


Posted in Alle Deeversen, Diever, Kerk op de brink, Kleine Brink, Neringdoenden, Toren op de brink | Leave a comment

Een rondje langs kunst, historie en ambacht in Deever

De redactie van het Deevers Archief kwam bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief – bestaande uit vooral veel dozen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels en reclamemateriaal uut de gemiente Deever – bijgaande folder van een beschrijving uit 1993 van een rondje door het dorp Deever langs aantrekkelijkheden van de Deeverse toeristenindustrie.

De redactie merkt op dat het door de jaren heen in Deever een komen en gaan is van ondernemers in de toeristenindustrie.
Van de zaken waarvoor de negen ondernemers reclame maken bestaan alleen nog korenmolen De Vlijt,  atelier/winkel Maaike Bakker (toen an de Heufdstroate, nu op ’t Kastiel) en het Openluchtspel.
De eigenaren van Radio Wereld sloten hun museum op 1 oktober 1999.
Met het overlijden van de eigenaar kwam een einde aan het koetshuis De Koetsenman.
Tegenwoordig is gevestigd in het zo genoemde Schultehuis het zo genoemde Oermuseum, een soort van museum dat aandacht probeert te besteden aan de non-factieve en factieve prehistorie van Zuid-West Drenthe.
De Kleine Hendrik (Klaas Kleine) leeft niet meer, de Grote Hendrik woont tegenwoordig in Ruinerwold.
In de boerderij van Cornelis Seinen an de Brink is het een komen en gaan van neringdoenden.
De toeristische zomerattractie Openluchtspel, gevestigd aan het Grünedal, is heden ten dage helaas afgegleden tot een soort van steeds maar uitdijend toneelpretpark met Shakespeare als saai monoproduct. Maar het is met de grote aantallen bezoekers wel een flinke melkkoe voor de gemiente Westenveld.
Met het geld dat de gemiente Westenveld door de vele jaren heen aan het Openluchtspel heeft verdiend, had gemakkelijk ter plekke van het Dingspilhuus een vervanger van dit onmisbare culturele centrum gebouwd kunnen zijn geworden. To be or not te be, that’s the question. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag.  Deever een nieuw Dingspilhuus gunnen of niet gunnen, dat is de vraag. Niet gunnen is het politieke antwoord aan Deever.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Musea, Neringdoenden, Openluchtspel, Toeristenindustrie | Leave a comment

Diever, bonito rincón restaurado en su estado orginal

De redactie van het Deevers Archief kwam bij het digitaliseren van zijn papieren archief – bestaande uit vooral veel dozen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels uut de gemiente Deever – bijgaande afbeelding van het huis van Klaas Kleine an de Peperstroate in Deever tegen.

De redactie heeft het donkerbruine vermoeden – vanwege het bijschrift in het Nederlands, het Engels, het Duits, het Frans en het Spaans – dat deze foto heeft gestaan in een nummer van het periodiek Kijk op het Noorden, maar heeft op de achterkant van de afbeelding niet aangetekend in welk nummer van dit periodiek de afbeelding heeft gestaan.
Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief weet in welk nummer van Kijk op het Noorden deze foto heeft gestaan ?
Of Klaas Kleine het pand van de familie Koning in zijn oorspronkelijke staat heeft gerestaureerd, dat is de vraag. Want zeker is dat de levensboom in het bovenlicht van de voordeur vóór de restauratie niet aanwezig was; zie het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman.
De redactie vermoedt dat siersmid Klaas Kleine deze levensboom zelf wel zal hebben gesmeed.
De redactie heeft al in verschillende berichten aandacht besteed aan Klaas Kleine. De trouwe bezoeker van het Deevers Archief die meer wil lezen over Klaas Kleine wordt uitgenodigd aan de rechterkant op de categorie ‘Klaas Kleine’ te klikken.

Posted in Diever, Dorpsfiguren, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

Muurschilderijen sieren biljartzaal Jan Thijs Seinenhof

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 3 maart 1995 stond het volgende artikel inzake het aanbrengen van muurschilderijen door Jarig de Vries in de biljartzaal van het bejaardencentrum Jan Thijs Seinenhof in de Weiert in Deever.

In Jan Thijs Seinenhof te Diever
Muurschilderingen sieren biljartzaal
Diever. Kunstminnend Diever moet straks maar eens in de Jan Thijs Seinenhof gaan kijken, want wat daar op dit moment geschilderd wordt is meer dan de moeite waard.
De 72-jarige heer De Vries, lid van de Schilderskring Diever, heeft daar vier fraaie muurschilderingen gemaakt. Het gaat alle om karakteristieke plekjes in de gemeente Diever, zoals de Nederlands hervormde kerk, de kalkovens, de eendenvijver en de molen. De mogelijkheid bestaat nog voor een schildering van grazende koeien in Berkenheuvel.
De schilderingen beslaan een stuk muur van twee bij anderhalve meter. Per schildering is De Vries ongeveer dertig uur kwijt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bijgaand bericht tegen tijdens het digitaliseren (scannen) van dozen vol met oude krantenknipsels. De redactie was totaal niet op de hoogte van het bestaan van deze muurschilderijen. Waarom wordt een op een muur aangebracht schilderij een muurschildering genoemd ? Beter ware het de term muurschilderij te gebruiken.
De redactie toont graag berichten in het Deevers Archief die verband houden met Deeverse kunst.
De schilder is Jarig de Vries, die in het pand an de Heufdstroate in Deever waar eerder Geert Koster zijn schildersbedrijf had, ook een schildersbedrijf had. Hij stopte als huisschilder toen hij 62 jaar was en ging zich daarna toeleggen op het schilderen van kunst.
De woningbouwvereniging Zuid-West Drenthe stelde geld beschikbaar voor deze muurschilderijen.

Het aardige van kunstschilder Jarig de Vries is dat hij eerst een kleine tekening van zijn onderwerpen maakte, waarna hij een onderwerp in het juiste formaat op de muur schilderde. Hij schilderde dus gelukkig niet klakkeloos een of andere foto over, daarvoor postuum alsnog hulde, hulde, hulde. 
De vraag is of de muurschilderijen nog in de biljartzaal (bestaat de biljartzaal nog ?) van de Jan Thijs Seinenhof zijn te zien, of dat deze verdwenen zijn onder lagen behang of lagen kalk ? 
De vraag is ook of de tekening van de muurschilderijen in de familie De Vries bewaard zijn gebleven. Wellicht heeft zijn dochter Bregtje (of Brechtje ?) de Vries deze tekeningen in haar bezit. Bregtje (of Brechtje ?) waar ben je toch gebleven ?
De redactie zou graag in het bezit komen van een digitale versie (scan) van deze tekeningen om deze in het Deevers Archief te tonen. Wie zet de redactie op het goede spoor ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Zorgvlied – Ansichtkaart van de Dorpsstraat in 1934

Deze zwart-wit ansichtkaart ‘Groeten uit Zorgvlied’ is vóór 28 december 1929 verstuurd.
Aan de linkerkant is de nog niet verlengde kapel (kerkje) van de Nederlands hervormde gemeente aan de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien.
Op het zandpad naast de weg -blijkbaar liet de begaanbaarheid van de klinkerweg voor voetgangers te wensen over- staat een vrouw met twee emmers.
De verstuurders van deze kaart waren de familie Sjouke Benthem, Gerrit en Boukje (Baukje ?).
De kaart is verstuurd naar Jan Benthem, Tweede Oostwijkstraat 2 in Steenwijk.
Jan Benthem is de eerste zoon van Wolter Benthem (geboren op 11 juli 1850 op Wateren, overleden op 1 juli 1925 op Wateren) en Baukje Stelma (geboren op 16 juni 1854 in Makkinga, overleden op 28 december 1929 op Wateren). Jan Benthem is geboren op 22 mei 1878 op Wateren. Hij werkte -toen hij de kaart ontving- in Steenwijk bij de N.V. Stoomtabak- en Sigarenfabriek ‘de Tabaksplant’.
Sjouke Benthem is de jongste broer van Jan Benthem. Sjouke Benthem is geboren op 23 december 1891 en is op 2 oktober 1976 overleden in Meppel.
Baukje is de hiervoor genoemde Baukje Stelma, de moeder van Jan en Sjouke Benthem
De redactie moet nog uitzoeken wie de mede-afzender Gerrit is. Gerrit Benthem ?
De uitgever van de kaart is volgens het logo v.d.L te D. De redactie moet nog uitzoeken wie achter dit logo schuil gaat.

Posted in Ansichtkaarten, Dorpsstraat, Kerk op de brink, Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Straatveger Jan Jurjen de Boer stopt ermee

In de Meppeler Courant van woensdag 1 november 1972 verscheen het volgende artikel over het afscheid van gemeentewerker Jan Jurjen de Boer uut de Kloasterstroate in Deever.

Straatveger de Boer stopt ermee
Laten ze er in Diever nu geen smeerboel van maken
Diever. De heer J. de Boer, straatveger van de gemeente Diever heeft maandagavond in café Centrum afscheid van het gemeentepersoneel genomen. Iedere zaterdagmorgen en in de week veegde Jan Jurjen de Boer de straten in het dorp Diever. Het vegen van de straten op zaterdagmorgen was een traditie, die niet zal terugkomen. De opvolger van de oude veger zal in het vervolg de straten alleen door de week vegen.
De heer de Boer is in al die jaren een bekend figuur in het dorp geworden. De Boer heeft het straatvegen in de gemeente bijna 25 jaar gedaan. Iedere morgen trok hij er met zijn karretje op uit, om de route van die dag af te leggen. Zaterdagmorgens werd hij wel door de inwoners geholpen, want dan veegde men het vuil op hoopjes en dan behoefde hij het alleen maar in de kar te doen. Ook had hij dan altijd een vast adres om koffie te drinken.
Onprettig
Trouwens, ook onprettige werkzaamheden, zoals het schoonhouden van de kadaverbakken werden hem niet bespaard. Daarnaast was hij de rattenvanger van de gemeente. Met het met pensioen gaan van de heer J.J. de Boer verdwijnt een bekend en moeilijk te vergeten figuur uit het dorp.
Receptie
Tijdens de afscheidsreceptie voerde J.C. Meyboom, burgemeester van Diever als eerste het woord. Daarna sprak de heer K.T. de Vries als voorzitter van de personeelsvereniging Diever. Hij bood namens het personeel een vuilniswagentje op schaal aan. Het vuilniswagentje werd gemaakt door plaatsgenoot K. Kleine.
Door beide sprekers werd de heer de Boer geschetst als een man die men in de gemeente niet gauw zal vergeten, want alle werkzaamheden die hem werden opgedragen heeft hij met volle overgave gedaan.
Namens de motorclub sprak de heer Snoeken, die de heer de Boer een gouden dasspeld aanbood, terwijl mevrouw de Boer een zilveren kandelaar kreeg.
De heer de Boer sprak aan het einde een dankwoord, waarin hij ook het personeel van de gemeente-secretarie betrok. ‘Ik heb altijd prettig samengewerkt’, zei hij onder meer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen vol met oude krantenknipsels bijgaand afgebeeld bericht over dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer tegen. 

Dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer heeft in zijn vrije tijd ook toneel gespeeld in het openluchttheater. Jan Jurjen de Boer begon ooit als kapper. In Diever heeft hij als een soort van hobby en om een beetje bij te verdienen nog lange tijd in zijn vrije tijd een aantal voornamelijk wat oudere mannen het haar geknipt.
De in de Lemmer in Friesland opgegroeide Jan Jurjen de Boer (geboren op 30 oktober 1907 in de Lemmer, overleden op 24 oktober 1992 in Assen) en zijn vrouw Grietje Sinnema (geboren op 28 mei 1911 in de Lemmer, overleden op 26 november 1999 in Assen) liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguren, Gemeente Diever, Klaas Kleine | Leave a comment

Een steenen potje met tien oude muntstukken

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 4 december 1928 het volgende belangwekkende bericht over de vondst van oude munten in een weiland op Kalteren.

Oude munten gevonden
Terwijl een zoon van den landbouwer Seinen met een knecht op het weiland te Kalteren bezig was met graafwerk, deden ze een merkwaardige vondst. Reeds eenige malen waren op dit land voorwerpen gevonden, welke er op duidden dat daar vroeger een woning had gestaan. Toen de knecht nu wederom op iets stootte met zijn schoffel, zei hij uit de grap, dat hij nu de pot met goud had gevonden. En waarlijk kwam er een steenen potje te voorschijn, hetwelk door een kei afgedekt was.
De inhoud werd zorgvuldig nagezocht en bestond uit 10 oude muntstukken, 4 gouden en 6 zilveren. Tussen de munten zat telkens een stukje zak (nog geheel gaaf). De gouden munten waren ter grootte van bijna een gulden, de zilveren als van een rijksdaalder.
Bij nadere beschouwing bleek ons dat de muntstukken verschillende randschriften droegen.
Op een gouden munt stond: P. HS. D.G. HISPZ. REX. DUX. BR aan de eene zijde en aan de andere DOMINUS MIHI ADJUTOR, benevens een beeld van Philips II.
De tweede gouden munt bevatte eveneens het woord Philips.
Deze beide munten zijn dus uit den tijd van Philips de Tweede. Koning van Spanje.
Van de beide overige gouden munten bevatte de eene een massa (vermoedelijk) Hebreeuwse letterteekens en de andere een wapen, voorstellende een Engel.
Vier van de zes zilveren munten waren gelijk. Aan de eene zijde stond een wapen, voorstellende een leeuw met als randschrift CON FIDENS DNO NON MOVETVR, benevens het jaartal 1616. Aan de andere zijde een wapen, voorstellende een geharnaste ridder met een leeuw in een apart wapen er onder. Het randschrift vermeldde: FOE BELG IRAN MO. ARG PRO : CON.
De beide andere zilveren munten waren eveneens gelijk en vertoonden aan beide zijden een wapen. Het randschrift aan de een zijde luidde: Albert et Elisabeth Dei Gratia en als vervolg daarop aan de andere zijde: Archid. Aust. Duces. Burg. Brab. Zd.
De heer Seinen heeft de muntstukken onder zijn berusting gehouden, terwijl kennis is gegeven aan dr. A.E. van Giffen te Groningen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Landbouwer Seinen moet Jan Seinen uit Wapse zijn geweest. Wellicht is de bijzondere muntschat nog steeds in het bezit van een nazaat van Jan Seinen.

Dominus mihi adiutor (DOMINVS MIHI ADIVTOR) (de Heer is mijn helper) was de lijfspreuk van de Spaanse koning Philips II, daarmee ligt de datering van de betreffende munt ongeveer vast, namelijk 1555-1581. 
PHS. D.G. HISP. Z. REX. DUX. BR is voluit: Philippus Dei gratia Hispaniarum z rex dux Brabant. Dit betekent: Philips, bij de gratie Gods koning van Spanje en hertog van Brabant.

Posted in Alle Deeversen, Archeologie, Kalteren, Wapse | Leave a comment

Jeugd van Deever dient verlanglijst in

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 30 november 1970 verscheen het volgende bericht over de plannen voor een nieuw te stichten gemeenschapshuis, dat na de bouw de naam het Dingspilhuus kreeg.

Voor gemeenschapshuis
Jeugd van Diever dient verlanglijst in
De jeugd van Diever kon vrijdagavond op de cultuurzolder van het gemeentehuis te Diever haar mening geven over de plannen van een nieuw te stichten gemeenschapshuis. In totaal waren 70 van de 350 genodigden aanwezig. De bijeenkomst stond onder leiding van de heer K. de Vries, van de raad voor jeugdaangelegenheden in Drenthe.
‘Als de jeugd zegt dat er een gemeenschapshuis moet komen, dan moeten ze ook maar zeggen hoe het er uit moet zien’, aldus de heer de Vries.
Volgens de aanwezige jongelui moeten de volgende ruimten in het gemeenschapshuis worden geprojecteerd:
1. een dancing;
2. een koffiebar;
3. een ruimte waar men kan sporten zonder lid te zijn van een vereniging;
4. een zaaltje voor films;
5. een ruimte om creatief bezig te zijn;
6. een zaal voor biljarten, tafeltennis, enzovoort;
7. een ruimte voor een goede beatband;
8. een ruimte voor cursussen;
9. een ruimte waar overnacht kan worden, bijvoorbeeld in vakantietijd.
Deze ruimte zal speciaal zijn voor jongeren, die op doortocht zijn, die niet in een jeugdherberg of camping willen overnachten.
Volgens de heer de Vries zijn al deze ruimten met een beetje goede wil in één gebouw onder te brengen.
Er waren verschillende jongeren, die graag een gesprek met de architect, de heer Kalfsbeek uit Borger wilden hebben. Er werden 10 jongeren in de zaal aangewezen, die 15 december met de werkcommissie en de architect rond de tafel gaan zitten.
De heer de Vries merkte op dat er in Drenthe verscheidene dorpshuizen staan, maar dat het nog nooit is gebeurd, dat een gemeente zijn jeugdige inwoners heeft gehoord, hoe een gemeenschapshuis er nu eigenlijk moet uit zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen met papieren knipsels uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) bijgaand verbazingwekkende berichtje tegen.
Watte ?? Ehhh ?? Mocht de Deeverse jeugd bij het ontwerp van het Dingspilhuus zijn verlanglijstje indienen als ware het een lijstje voor Sinterklaas en mochten zij ook een paar uurtjes meemompelen met de werkcommissie van de voorkant van het gelijk en de architect ?
Inspraak ? Het effect van het democratiseringsgolfje in de zestiger jaren van de vorige eeuw ? Waar een benepen gemientebestuur zich zoal groot in wilde achten.
Kreeg de bepaald niet verwende Deeverse jeugd alle cadeautjes die op het verlanglijstje stonden.?
Dit valt nu nog ter plekke te toetsen aan het net nog niet afgebroken Dingspilhuus.
Nee dus. Inspraak ? Vergeet het maar.

Posted in Cultuur, Diever, Dingspilhuus | Leave a comment

Oude posthuis an de Deeverbrogge brandde in 1932 af

In de krant Het Vaderland (Staat- en letterkundig nieuwsblad) verscheen op 31 maart 1932 het volgende berichtje over de brand in hotel Dieverbrug, het oude voormalige posthuis, café en logement an de Deeverbrogge.

Dorpshotel te Dieverbrug afgebrand.
Hedennacht omstreeks half één is door tot nu toe onopgehelderde oorzaak brand ontstaan in het bekende dorpshotel te Diever, gelegen aan de kruising van den Rijksweg Assen-Meppel, en den straatweg Diever-Dwingeloo.
Op het oogenblik dat de brand uitbrak, kwam de eigenaar van het hotel, de heer Blok, juist thuis. Hij snelde het brandende gebouw binnen en slaagde erin zijn vrouw en drie kinderen te redden. Bij zijn verdere pogingen om nog enkele voorwerpen in veiligheid te brengen, werd de heer Blok door den rook bedwelmd en raakte hij bewusteloos. Men wist hem echter spoedig uit het huis te halen, waarna hij weer bij kennis kwam. Gasten bevonden zich niet in het hotel.
De brandweren uit Diever en Dwingelo waren spoedig ter plaatse, doch konden weinig tegen de vuurzee uitrichten. Het gebouw, dat uit de achttiende eeuw dateert, en in den ouden tijd als posthuis werd gebruikt, is tot den grond toe afgebrand.
In het hotel was tevens gevestigd het plaatselijk kantoor van de Nederlandse Tramweg Maatschappij, dat door het vuur geheel is verwoest. Ook eenig geld ging verloren. Het blusschingswerk was om 5 uur hedenmorgen afgeloopen. De schade bedraagt ongeveer f. 8000,- en wordt door de verzekering gedekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met de heer Blok wordt de heer Johan Blok bedoeld.
In 1933 werd de lijn van de Nederlandse Tramweg Maatschappij tussen Meppel en Hoogersmilde opgeheven.

 

 

 

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok | Leave a comment

Dr. Pol was op 10 maart 2017 op de tillevisie

In het onvolprezen huis-aan-huisblad Da’s Mooi van 7 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvlied en Deever.

Dr. Pol op 10 maart op tv
Diever.
Het nieuwe seizoen programma’s van The Incredible Dr. Pol op National Geograhic start met een speciale aflevering waar zijn bezoek aan Nederland is te zien.
De 73-jarige in Amerika woonachtige veearts Jan Harm Pol, geboren in Wateren, kwam in september naar Nederland voor opnames van een jubileumuitzending van zijn realityserie.
Zo liep hij mee met Nederlandse veeartsen en bracht hij een bezoekje aan zijn oude universiteit in Utrecht.
Ook bezocht hij Wateren, het dorp waar hij is opgegroeid, en zijn middelbare school in Diever.
Deze activiteiten zijn op vrijdag 10 maart om 22.00 uur te zien op National Geographic.

In de Meppeler Courant van 1 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvlied en Deever.

Dr. Pol goes Dutch
Wateren
Het bezoek dat dr. Jan Pol, bekend van de tv-serie ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic, vorig jaar bracht aan zijn geboortegrond in de gemeente Westenveld, wordt op vrijdag 10 maart uitgezonden.
In de uitzending, die om 22.00 uur te zien is op National Geographic, bezoekt dr. Pol het dorp Wateren, waar hij is opgegroeid. Verder is zijn bezoek aan de eendenvijver in Diever te zien in ‘dr. Pol goes Dutch’.
Na de Nederlandse aflevering begint het nieuwe seizoen van ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic. Het belooft weer een seizoen vol avonturen in de kliniek van dr. Pol te worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al in enige berichten aandacht besteed aan Jan Harm Pol. Zie de berichten:
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n;
Een paar foto’s van Jan Harm Pol op Woater’n;
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n.
Wellicht is de op 10 maart 2017 uitgezonden aflevering nog een keer via een soort van ‘uitzending gemist’ te zien.
Maar niet getreurd, wie dr. Jan Harm Pol met eigen ogen wil zien en eigen oren wil horen, die kan op zaterdag 7 oktober 2017 terecht bij zijn theatercollege in theater en congrescentrum Orpheus in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, Diever, The incredible dr. Pol, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ee’m kiek’n of ‘r ok gesellige doo’jn bee’j bint

De redactie van het Deevers Archief ontkomt niet aan de besteding van enige aandacht aan Nell Meiboom-Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd), de echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd). Nell Veltman is op 4 mei 1908 geboren in Makkinga in Friesland. Nell Veltman is op … 1994 overleden in Bilthoven. 

Nell Veltman ging na drie jaar HBS als correctrice werken bij het Leeuwarder Nieuwsblad en de Haagsche Courant. Op 19 juli 1935 trouwde ze in Wassenaar met Jan Cornelis Meiboom, die werkzaam was op het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1939 werd hij benoemd tot burgemeester van Diever. Dat bleef hij tot april 1975, slechts onderbroken in het laatste bezettingsjaar, toen hij ondergedoken was.
Zij vergezelde haar man in de onderduik (vanaf 14 april 1944) en begon zich op het schrijven toe te leggen. Ze schreef gedichten, onder meer over haar actuele situatie, die in 1945 verschenen in de bundel ‘Hunkering’.
Na haar debuut schreef Nell Veltman meisjesboekjes, zoals Heleen heeft vacantie [1948], Een mand vol letters [1951] en Een nazaat van Marijke Meu ? (1951).
Zie de bijgevoegde afbeelding van de drie vermelde boekjes. Deze boekjes zijn voor een habbekratsje of paar eurootjes op de kop te tikken in onder meer tweedehandsboekwinkels.
In de courant De Heerenveensche Koerier (Onafhankelijk dagblad voor Midden, Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel) schreef een recensent – zie de bijgevoegde afbeelding van de recensie – over het meisjesboekje Een nazaat van Marijke Meu ? als conclusie: Met litteratuur heeft dit boek weinig te maken.
Ook als (gelegenheids)toneelschrijfster kreeg ze bekendheid. Enkele titels van haar toneelstukken zijn: ‘Het uitbreidingsplan’ [1948], ‘Witte cyclamen’ (1948) en – in samenwerking met Jan Naarding – het openluchtspel ‘Zwedera van Ruinen’.
Voor het 25-jarig jubileum van de Vereniging Voor Veel Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.V) in Deever schreef ze samen met stratenmaker en schrijver Abe Brouwer en politieagent en schrijver Roel de Lange de revue ‘Liever naar Diever’.
Ze was betrokken bij de oprichting van de Toneelvereniging Diever, waarvoor ze jarenlang actief bleef als regieassistente en souffleuse.
In 1975 reikte de gemeente Diever haar een oorkonde uit voor haar werk als ambassadrice van de openluchtspelen en voor het organiseren van folkloristische evenementen.
Vanaf de oprichting was ze bestuurslid van de Drentse Schrieverskring.
Voor de Drentse schrieversalmanak 1954 en de Drentse schrieversalmanak 1956 leverde ze bijdragen.
Voorts schreef ze toneelrecensies.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het orgaan ‘Het Amateur Toneel’ – zie de bijgevoegde afbeelding van een citaat uit bladzijde 572 van het boek Geschiedenis van de Drentse literatuur, 1816-1956 – deed Nell Meiboom-Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd) zich in 1953 – in de naoorlogse periode van armoede en hard werken – nogal laatdunkend uit over het culturele peil in de provincie Drenthe, lees de gemiente Deever.
Haar in het Deevers (met spelfouten) geschreven uitspraak ‘Ee’m kiek’n of ’t er ok gezellige dojen bi’j bint’ werd haar niet in dank afgenomen, maar gaf wel juist haar houding tegenover de inwoners van de gemiente Deever weer. See haar de Deeversen nee’t in de reken. Waren haar hoogculturele meisjesboekjes wel te lenen in de eerste leesbevorderende (openbare) bibliotheek in de gemiente Deever ?
In het citaat staat NATU voor Nederlandse Amateur Toneel Unie.

Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Cultuur, Jan Cornelis Meiboom | Leave a comment

Bungalow naast Villa Nova op Zorgvlied

Verzamelaars van ansichtkaarten uit de gemiente Deever zullen de getoonde zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw zelden tegen komen op verzamelbeurzen. Je zal deze zwart-wit ansichtkaart kaart maar in jouw verzameling hebben !
Op deze ansichtkaart is de bungalow naast Villa Nova op Zorgvlied te zien.
Bestaat deze bungalow nog ?

René Mesken reageerde op 25 augustus 2017 als volgt.
Mijn grootouders Jan en Geertje Krans hebben deze bungalow destijds gebouwd. Ik ben in de tachtiger jaren van de vorige eeuw vaak op bezoek geweest bij mijn opa en oma.
Onder dat lange rechthoekige raam in de zijgevel stond binnen vroeger een groot aquarium. Bij de achterdeur stond buiten een elektrische aardappelschilmachine. Die gebruikte mijn opa Jan. Dat zijn van die dingen die je nooit meer vergeet.
Nu staat ter plekke van de bungalow een groot vrijstaand huis, dat wordt bewoond door de zoon van Jan en Geertje.
Dus het antwoord op de vraag is: nee, deze bungalow staat er helaas niet meer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Mesken bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Verdwenen bouwwerken, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Wapser gemeenschap krijgt wapen en vlag

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 31 juli 2000 verscheen het volgende korte verbazingwekkende berichtje over het wapen en de vlag van het dorp Wapse in de gemiente Deever. 

Wapse krijgt wapen en vlag
Wapse. Op dinsdag 15 augustus zal wethouder Roelof Martens van de gemeente Westenveld het ontworpen dorpswapen van Wapse onthullen. Naast het dorpswapen zal Wapse worden verrijkt met een dorpsvlag.
De vlag zal door wethouder Martens om 19.30 uur worden gehesen in de vlaggemast van het dorpshuis Oens Huus.
Muziekvereniging Vogido zal het een en ander muzikaal omlijsten en na de ceremonie zal Th. Hessels, voorzitter van de Wapser Gemeenschap, zowel wapen als vlag symbolisch overdragen aan het dorp Wapse.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen met papieren knipsels uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) bijgaand korte verbazingwekkende bericht tegen.
Wat ? Ehhh? Heeft Wapse -net zoals Deever en Zorgvlied- ook een bij elkaar gefantaseerd wapen en een bij elkaar gefantaseerde vlag ?
Waar een klein dorp zich zoal groot in kan achten. Zijn dit wapen en deze vlag bevorderlijk voor de Wapser identiteit en de Wapser gemeenschapszin ?
Waar een wethouder (van cultuur of van het geld ?) van de gemeente Westenveld zich zoal voor laat lenen. Is het hijsen van de Wapser vlag bevorderlijk voor de politieke overlevingskansen van een wethouder ?
Toch maar even naar de gegevens in de online encyclopedie Wikipedia gekeken onder Wapse, voor wat deze waard zijn. Wie van de Wapser Gemeenschap is de ijverige beheerder/bewaker van deze pagina ?
Ook maar even gekeken naar de gegevens in de webstee van Heraldry of the World.

In de laatst genoemde webstee is over het dorpswapen het volgende te lezen:
In zilver een zwarte vierpuntige ster met over het snijpunt der armen een rood gezoomde zilveren penning, beladen met een rode klokberker; het geheel in het eerste kwartier vergezeld van een rode aanziende koeienkop, in het tweede kwartier van een rode aanziende hertenkop, in het derde kwartier van een groene eikel met twee bladeren en de steel omlaag, en in het vierde kwartier van een groene korenschoof.
De uitleg bij dit wapen is de volgende:
De kleuren rood zwart en wit zijn de kleuren uit de vlag van de provincie Drenthe.
De ring staat voor het dorp zelf, het is namelijk een zogenaamd kring-esdorp.
De vierpuntige ster staat voor de vier windstreken en de vier jaargetijden.
Bovendien staan de punten voor de vier dorpsdelen, Soerte, Ten Have, Veenhuizen en Veldhuizen.
De overige symbolen geven het landbouwkarakter van het dorp aan.
De urn in het midden van het wapen geeft de zeer lange bewoning van de streek weer, die uit archeologische opgravingen is gebleken.

Met de kop van een edelhert in het wapen hebben de bedenkers van het wapen aan willen geven dat het edelhert in deze streken in het verleden van nature voorkwam, dus zonder de betuttelende bemoeienis en tussenkomst van de beterweters van de natuurfabrieken Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
De urn lijkt een verwijzing te zijn naar gevonden urnen op de Tweeënberg op de Oeren bij Wapse.

Posted in Wapse | Leave a comment

Langs de Wapserweg bij het Adderveen in 1891

De redactie van het Deevers Archief mocht van wijlen Albertus (Bert) Doorman aan het einde van de vorige eeuw van enige door zijn grootvader mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom op Berkenheuvel gemaakte foto’s een scan maken. Opnieuw, maar nu posthuum, hartelijk dank daarvoor.
Mr. Albertus Christiaan van Daalen kocht in 1890 het landgoed Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemiente Deever. Hij maakte de hier afgebeelde foto op Berkenheuvel.
De tekst bij deze foto in zijn fotoalbum luidt als volgt: Langs Wapserweg bij Adderveen in 1891.
De redactie van het Deevers Archief kent van het landgoed Berkenheuvel vooralsnog geen oudere bosgezichten dan deze.
Wel is nu enig lastig uitzoekwerk ontstaan, want op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936 is bij het Adderveen geen Wapserweg te vinden, wel Adderveenweg en Jacobaweg. Wie weet waar de Wapserweg lag ? In elk geval in heuvelachtig terrein.

Reactie van Marten Wouwenaar van 16 februari 2016 
De achterkleinzoon van boschbaas Marten Wouwenaar gaf in zijn reactie aan waar volgens hem de Wapserweg ligt of moet hebben gelegen. Deze reactie is verwerkt in het bericht Achterkleinzoon van Marten Wouwenaar reageert.

Reactie van Peter Haveman van 15 augustus 2017
Het Adderveen ligt tegenover het boshuis van roofvogelkenner Rob Bijlsma, aan het zandpad met de naam Doldersummerweg, vroeger Wapserweg.

Abracadabra-1603

Posted in Afbeeldingen, Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Bosgezichten | Leave a comment

Achterkleinzoon van Marten Wouwenaar reageert

De redactie van het Deevers Archief publiceerde enige tijd geleden het bericht Langs de Wapserweg bij het Adderveen in 1891. In het betreffende bericht schreef de redactie:
Wel is nu enig lastig uitzoekwerk ontstaan, want op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936 is bij het Adderveen geen Wapserweg te vinden, wel Adderveenweg en Jacobaweg. Wie weet waar de Wapserweg lag ? In elk geval in heuvelachtig terrein.
Het was niet nodig uitzoekwerk te doen. Op 16 februari 2016 schreef de 70-jarige Marten Wouwenaar, nota bene een achterkleinzoon van Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel, de volgende reactie:
De Wapserweg staat wel op de kaart, die in 1946 is uitgegeven, maar dat heeft u misschien intussen ook al gevonden. Hij loopt van de Marten Wouwenaarweg naar Martenshoek. Nu ik dit toch schrijf: Bosbaas Marten Wouwenaar was mijn overgrootvader.
De redactie van het Deevers Archief is bijzonder verheugd dat zo veel mensen, die om de een of andere reden een band met de gemeente Diever hebben, de webstee Deevers Archief bezoeken en steeds weer en meer blijven bezoeken.
De redactie roept alle bezoekers op vooral te reageren op alles wat in de webstee wordt gepubliceerd.
Bijgaande afbeelding toont de in mei 1946 opnieuw uitgegeven wandelkaart van Berkenheuvel uit 1936.
Bij nadere beschouwing loopt de Wapserweg van de Boltsweg bij Martenshoek, ten oosten langs het Adderveen, dan de Doldersummerweg kruisend, tot in de Nul.

Abracadabra-1634

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Alle Deeversen, Berkenheuvel, Marten Wouwenaar | Leave a comment

Sukerzakkie van Hotel Blok – TT Assen – 29 juni 1957

De klanten van het hotel-café-restaurant van Johan Blok an de Deeverbrogge kregen in 1957 bij hun kopje koffie of kopje thee ter gelegenheid van de motorracewedstrijden op het oude TT-circuit bij Assen op 29 juni 1957 een tijdlang -zolang de voorraad strekte- suiker in een zakje met rode opdruk: 29 juni 1957, TT, Hotel Blok, Dieverbug (Dr), aan de weg Assen-Meppel, telefoon 05219-456.
In die tijd -de autosnelweg A28 bestond nog niet- gingen veel inwoners uut de gemiente Deever in de namiddag na afloop van de TT hen de Gowe, de Deeverbrogge, de Oldendeeversebrogge of de Wittelterbrogge om -stinkende uitlaatgassen trotserend- naar de zeer vele voorbij komende motoren te kijken.

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Suikerzakjes | Leave a comment

De jonge landgeitjes van Klaas Kleine in Deever

De redactie van het Deevers Archief kwam bij het scannen van grote stapels Deeverse krantenknipsels bijgaand berichtje uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 8 februari 1980 tegen. Het is een berichtje over geitenfokker Klaas Kleine uut de Peperstroate in Deever.
De redactie probeert zo veel als mogelijk is over deze markante en veel te vroeg overleden dorpsfiguur te publiceren. Wie van de trouwe bezoekers helpt de redactie een handje ?

Jonge landgeitjes in Diever
Diever. De bok Gerold, die op 12 september vorig jaar door burgemeester H.G. Overweg van Diever naar het op die dag geopende fokcentrum ‘de Veentjes’ geleid werd, heeft een actiever rol gespeeld bij de instandhouding van zijn ras.
Woensdagmorgen aanschouwden zijn eerste nakomelingen van dit jaar het levenslicht.
Op de foto burgemeester Overweg (rechts) en de heer Kleine, eigenaar van het fokcentrum met de lammetjes Christoffel en Cecile. Tussen hen in moeder Yfke.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent cursus Drents, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) kocht op 14 oktober 1966 het huis op de hoek van de grote en kleine Peperstraat voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
Burgemeester Overweg is burgemeester Hermen Gerrit Overweg.
Gegevens over de landgeit zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguren, Klaas Kleine | Leave a comment

Ansichtkaart van toren en kerk op de brinq van Deever

In het papieren clubblad met de merkwaardige titel Opraekelen van januari 2017 (jaargang 23, 2017, nummer 1) van de heemkundige vereniging uut Deever is als bladvulling op bladzijde 33 een afbeelding van een mooie zwart-wit ansichtkaart van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw op de brink van Deever opgenomen. De betreffende ansichtkaart is afkomstig uit de verzameling van J.F. Dekker. Wie is toch die J.F. Dekker ?
Wie leest tegenwoordig nog het papieren clubblad van de hiervoor genoemde vereniging ? Wie leest in het huidige tijdperk van snel en veel beelden kijken op smartphone, tablet en laptop überhaupt eigenlijk nog wel tekst op papier ?
De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers een afbeelding van de hiervoor genoemde zwart-wit ansichtkaart uit eigen verzameling niet onthouden. Deze ansichtkaart is in 1948 uitgegeven. De kaart is vóór de grote vernieling van de brink in de jaren 1955/1957 uitgegeven en laat derhalve een oudere versie van een deel van de brink zien.
De redactie weet nog niet welke neringdoende deze kaart heeft uitgegeven.
De redactie kwam er onlangs achter dat de voorkant van het gelijk de schrijfwijze van brink rücksichtlos heeft gewijzigd in brinq.
De grote vraag is wat voor soort brinq de brink bij de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in Deever is. Is het een marktbrinq, een torenbrinq, een kerkbrinq, een boerderijbrinq, een brandkoelebrinq, een schapenbrinq, een gemeentehuisbrinq, een cafébrinq, een cafetariabrinq, een toeristenindustriebrinq, een schultehuisbrinq, een nostalgiebrinq of ….. ?
Voor het beoogde oppimpen van deze schaarse ruimte naar versie 13.8 schijnt het voor de voorkant van het gelijk merkwaardig genoeg wel van belang te zijn wat voor soort ruimte het in het verleden is geweest. Het was in alle gevallen een brinq zonder trottoirbanden en zonder automobielen en zonder toeristenindustrie, maar wel met veel erfgoed.


Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Kerk op de brink, Toren op de brink | Leave a comment

Echtpaar in Deever viert 60-jarig huwelijksfeest

In de papieren uitgave met de merkwaardige titel Opraekelen van januari 2017 (jaargang 23, 2017, nummer 1) van de heemkundige vereniging uut Deever is op bladzijde 1 bijgaande foto als bladvulling opgenomen. Wie leest tegenwoordig nog dit papieren clubblad van de hiervoor genoemde vereniging ?
De hier afgebeelde foto is op 24 januari 1962 gepubliceerd in de Friesche Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden).
Bij de foto in de Friesche Koerier is ook een artikeltje geplaatst. Ter wille van de onvolledigheid of misschien vanwege ruimtegebrek of gemakzucht is in het hiervoor genoemde papieren blad Opraekelen helaas niet dit volledige artikeltje gepubliceerd. De redactie van het Deevers Archief wil met de publicatie van dit artikeltje uiteraard -zoals het hoort- wel volledigheid betrachten.

Echtpaar in Diever viert 60-jarig huwelijksfeest
Jacob (88) en Elsje (84) Oost nog steeds op dezelfde boerderij
Diever. Op 25 januari zal het voor het echtpaar Oost-Davids uit Diever de 60ste keer zijn, dat zij hun huwelijksdag beleven. En weer zal dat gebeuren in de boerderij aan de Burgemeester van Oslaan, waar het al die jaren al gevierd is.
Jacob Oost is 88 en zijn Elsje is 84. Het gaat nog best samen. Naar de boerderij hebben zij geen omkijken meer, het land is verhuurd en de koeien zijn verdwenen.
Hun drie kinderen en hun 15 kleinkinderen zullen allemaal tegenwoordig zijn op hun trouwdag.
De muren van de gezellige woonkamer zijn bedekt met grote plakkaten. Jacob Oost als militair aan het einde van de vorige eeuw. Gewapend met een sabel kijkt hij het leven tegemoet. Het leven met zijn vrouw, dat hem, zo zegt hij tevreden, genoeg heeft gebracht.
Feestelijke oorkondes, die zij van hun kinderen kregen toen zij 25, 30, 35 en 40 jaar getrouwd waren. Foto’s van hun kinderen, die trouwden, foto’s van hun kleinkinderen, die trouwden. Foto’s van drie kleinkinderen, die ook Jacob heten. Allemaal dingen waar ze aan gehecht zijn.
De ouderwetse olielamp hangt naast de kachel. In plaats van het oliereservoir hangt er nu echter een gloeipeertje in. Het oliereservoir staat klaar achter de bedsteedeur, want zo zegt Jacob met een schorre stem (hij heeft het in zijn keel en mag eigenlijk niet op praten, maar het is zo moeilijk om je mond te houden), het gebeurt wel eens, dat de electriciteit uitvalt en dan hoeven wij maar een lucifer af te strijken en we hebben weer licht.
Geen van de drie kinderen van het echtpaar is het boerenbedrijf ingegaan, maar dat vinden zij niet jammer. Ze hebben het goed en dat is het belangrijkste.
Jacob is nooit naar school geweest. Elsje wel. Dat was voor Jacob een beetje vernederend en zijn diensttijd heeft hij een avondcursus gevolgd, die hem leerde lezen en schrijven.
Jaren heeft Jacob, toen zijn boerderijtje niet genoeg opleverde, in Friesland gewerkt; hij kent Friesland dan ook goed.
Ze hebben het leuk samen op hun eigen boerderijtje, ze kunnen nog wandelen, voor zich zelf zorgen en met elkaar praten. Want al zijn ze zestig jaar getrouwd, uitgepraat zijn ze nog niet. ‘Hij kan zo kletsen’, zegt Elsje tegen ons. En Jacob is mans genoeg om dat te verdedigen, en zo is een nieuw gesprek tussen hen geboren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief.
Tevens wordt voor de verdere volledigheid verwezen naar het bericht Keuterijtje op ’t Kastiel in Deever in 1958.

Posted in Alle Deeversen, Kasteel, Keuterijen | Leave a comment

Laat jouw topstukken in het Deevers Archief zien

De redactie van het Deevers Archief biedt uiteraard ruimte in het Deevers Archief voor het tonen van jouw eigen topstukken van de geschiedenis van de gemiente Deever. Een topstuk kan zijn een verhaal, een artikel, een document, een foto, een afbeelding, een ……. Overal is wel wat over de geschiedenis van de gemiente Deever te vinden !
Wat vind jij een topstuk dat behoort tot de geschiedenis van de gemiente Deever en volgens jou een plekje in het Deevers Archief verdient ?
Is het een foto van een niet meer bestaand pand ?
Is het een foto van een melkboer ?
Is het een verkoopakte van een boerderij uit 1833 ?
Is het een verhaal over een dorpsfiguur ?
Is het een foto van het interieur van een smederij ?
Is het een vooroorlogs jaarverslag van de zuivelfabriek ?
Is het een beschrijving van een archeologische vondst ?
Is het een foto van een klompenmaker ?
Is het een beschrijving van de regels van het bolderen ?
Is het een foto van een auto met een D-nummer op de kentekenplaat ?
Is het een verhaal uit de Tweede Wereldoorlog ?
Is het een foto van overgrootmoeder met oorijzer ?
Reageer of stuur een digitale versie van jouw topstukken in.
De redactie zal deze zeker tonen in het Deevers Archief !
Bij voorbaat hartelijk dank !

Posted in Alle Deeversen, Bolderen, Gesloopte panden, Neringdoenden, Topstukken | Leave a comment

Gemiente Deever liquideert zwembad ‘de Calthorne’

In de Leeuwarder Courant (Hoofdblad van Friesland) verscheen op 26 maart 1988 het volgende bericht over de liquidatie van het gemeentelijke zwembad ‘de Calthorne’ an de weg hen Kalter’n bee’j Deever.

Gemeente Diever stoot ‘de Calthorne’ af
Diever wil ook subtropisch zwembad 

Diever. Ook Diever krijgt waarschijnlijk een subtropisch zwembad. Plannen van het gemeentebestuur om het zwembad ‘de Calthorne’ daartoe te bestemmen zijn in een vergevorderd stadium. De gemeente wil het bad echter niet zelf verbouwen en exploiteren, maar dit op de korte termijn overdragen aan een groep particuliere ondernemers, die daartoe een BV willen oprichten.
De gemeenteraad wordt binnenkort gevraagd toestemming te verlenen voor de transactie die de gemeente volgens burgemeester en wethouders ‘een belangrijke toeristische attractie’ rijker maakt en haar bovendien een besparing van ruim f. 100.000 per jaar oplevert.
Het gemeentebestuur heeft contact met de ondernemers gezocht, omdat de exploitatie van het bad de gemeente al jaren een omvangrijk tekort oplevert, dat op meer dan twee ton per jaar wordt geraamd. Dit ondanks het feit dat de boekwaarde van het complex vorig jaar december tot f. 1 werd teruggebracht.
De ondernemersgroep heeft ook het gemeentelijke openluchtbad in Zuidhorn overgenomen, dat tot een overdekte accommodatie wordt omgebouwd.
Om het zwembad te kunnen exploiteren hebben de toekomstige eigenaars als voorwaarde gesteld dat de gemeente het bad voor één gulden aan de BV verkoopt en bovendien een bijdrage ineens van f. 825.000, alsmede een renteloze lening van f. 250.000 verleent. De lening moet vanaf het tweede jaar in zeven jaar worden afgelost.
Om de gelegenheid tot zwemmen voor de eigen bewoners in de toekomst veilig te stellen, laat het gemeentebestuur in de notariële acte een kettingbeding opnemen, waarin omtrent de hoogte van de toegangsprijzen, de openstelling van het complex en de mogelijkheden voor schoolzwemmen voorwaarden worden gesteld.
Omdat de gemeente veel geld in de BV zal steken, zal zij voorstellen de burgemeester tot commissaris te benoemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dat was wel een ‘erg boerenslimme’, maar wel erg dure manoeuvre van de heren van het voorkant van het gelijk om het zwembad ‘de Calthorne’ met een negatieve opbrengst als gemeentelijke voorziening te liquideren.
De heren ondernemers werden voor één gulden (ongeveer de waarde van twee appels en twee eier) eigenaren van een zwembad –
let op de waardevolle grote met huizen bebouwbare oppervlakte van het zwembadterrein- en kregen bovendien een bruidschat van f 825.000 mee. Daarmee zal het ondernemersrisico van de BV voor de bouw van het subtropische zwembad wel bijna helemaal afgekocht zijn geweest, misschien heeft de BV wel geld overgehouden van deze bruidschat. Heeft de voorkant van het gelijk voor die bruidschat van f. 825.000 een lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten moeten sluiten ?
De bewoners van de gemiente Deever liepen met het verstrekken van een renteloze lening (moest de gemeente het geld voor de renteloze lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten tegen rente lenen ?) aan de BV wel een stevig risico, want hoe zouden de bewoners van de gemiente Deever hun geld terug krijgen als de heren van de BV het ‘subtropische zwembad’ binnen een jaar of een iets langere periode failliet zou laten gaan ?
De redactie zou graag willen weten wanneer de afgebeelde luchtfoto van het gemeentelijke zwembad ‘de Colthorne’  is gemaakt. De foto moet vóór 1988 zijn gemaakt, maar wanneer ? Wie het weet, die wordt vriendelijk verzocht het aan de redactie te melden.
De redactie is op zoek naar foto’s van dit gemeentelijke zwembad. Wie kan en wil een digitale kopie van zijn foto’s van dit zwembad ter beschikking stellen ?

 

Posted in Diever, Zwembad De Calthorne | Leave a comment

Bee’j de scheerboas – Deel 2

De redactie van het Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in het Deevers Archief.
Bijgaande vijf korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd op bladzijden 11, 12 en 13 van Opraekelen 04/2 (juni 2004).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden herinneringen en voorvallen (annekkedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten. De eerste aflevering van deze serie is gepubliceerd op bladzijden 19 tot en met 21 van Opraekelen 03/4 (zie het bericht Bee’j de scheerboas). Voor meer informatie over Lammert Joustra wordt de lezer verwezen naar de inleiding bij de eerste aflevering.
Deze aflevering gaat over de dorpsfiguur Jans (Jansie) Grit. Jans Grit werd op 8 maart 1897 geboren en overleed op 26 november 1969. Hij was de laatste verpleegde van het Armenhuis aan de Groningerweg. Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde kerk het Armenhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op het Kasteel in Deever te zijn gehuisvest, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk. Zijn lichaam is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Goeie mörn saem’m
Op de 2002-kalender van de Historische Vereniging Gemeente Diever staat Jans Grit afgebeeld. Hij woonde in het Armenhuis aan de Groningerweg in Deever. Jans was vaste klant bij ons, hij liet zich één keer per week scheren.
Wij scheerden Jans gratis, omdat hij weinig geld had. Maar… hij moest wel aan één voorwaarde voldoen. Zo gauw hij de zaak binnenstapte, moest hij zeggen: ‘Goeie mörn saem’m.’
Op een zaterdagmorgen vergat hij deze zin te zeggen bij het binnenstappen. We zeiden tegen Jans, toen hij aan de beurt was: ‘Jans, als we jou nu gaan scheren, dan moet je helaas wel betalen.’ Jans keek ons heel verwonderd aan. ‘Wat is dit nou toch’, moet hij gedacht hebben. Tijdens zijn consternatie zei een klant: ‘Hé, Jans, dan ga je toch even naar buiten en kom je weer binnen en dan zeg je: Goeie mörn saem’m.’ Jans vond dat de beste raad, hij ging naar buiten en kwam weer binnen met: ‘Goeie mörn saem’m.’ We hebben Jans die zaterdagmorgen net zo geschoren als op andere zaterdagen.

Betalen met een erfenis
Jans Grit was zeer gecharmeerd van horloges en klokken, dat was algemeen bekend. In de kapsalon hadden we boven op de kaptafel een klokje staan. Alleen Jans Grit mocht dit klokje opwinden.
Na ettelijke jaren van gratis scheren deden we Jans Grit een voorstel. Geert zei: ‘Jans, ik scheer je nu al zoveel jaren voor niks, kunnen we het niet zo regelen dat ik alle horloges krijg als jij er straks niet meer bent.’ Na veel nadenken -ja het duurde wel enkele weken- besloot Jans te voldoen aan die wens. ‘Now vuruit dan moar, dan doe’k dat wel.’ Er werd een stukje papier gepakt, waarop Jans eigenhandig schreef: ‘Als ik overleden ben, krijgt Geert alle horloges.’ Altijd is dat briefje bewaard in het klokje op de kaptafel. Na jaren is Jans van het Armenhuis verhuisd naar het bejaardenhuis Dickninge in de Wijk en is daar ook overleden. Maar de schenking van Jans is wel uitgevoerd. Hij was de enige klant die via een erfenis betaalde. Meer erfenissen hebben we niet gehad.

Jans en zijn horloges
Jans liep elke zondag op zijn gele klompen van het Armenhuis aan de Groningerweg naar Dwingelo, daar woonde horlogemaker Kempema. Al die uurwerken daar maakten veel indruk op de Jans. Daarom ruilde hij vaak een horloge of een klokje. Een kleine bijbetaling en hij had weer een ander uurwerk en Jans was weer de koning te rijk. Hij had twee polshorloges en twee zakhorloges. Een horloge had zelfs op de achterzijde een afbeelding van een paard. Dat horloge was zeer waardevol voor Jans.

Het luilekkerland van Jans
Jans wist zeker dat luilekkerland bestond. Wij ontkenden dat vaak, maar Jans hield vol dat het er wel was. Dat was niet uit z’n hoofd te praten. Hij wist niet precies waar het lag, ja in de buurt van Amerika. Hij wist wel dat als je daar naar binnen wilde je je dan door een berg rijstebrij met bruine suiker moest eten, maar die berg was zo groot, je kon je er gewoon niet doorheen vreten en daarom kwam je er volgens Jans nooit: ‘Ie muut oe deur ‘n baarg mit riesenbreej hen vreet’n en dat lokt oe neet, joh.’

Jans op de foto
Jans had een keer een foto bij zich waarop hij stond afgebeeld bij een dressoir, het was duidelijk te zien, de foto was genomen in een normale huiskamer. We vermoedden dat die foto was gemaakt bij horlogemaker Kempema in Dwingelo. Onze eerste vraag was: ‘Ja, hoe kom je toch aan die foto ?’ Volgens Jans was dat wel duidelijk, die had Frits, de zoon van Kempema meegenomen. Onze vraag was toen: ‘Waar woont die man dan toch ?’ ‘Now, die woont in Enschede.’ ‘Zeg Jans, ben je daar dan geweest ?’ ‘Nee’ zei Jans, ‘ik bin doar nooit ewest.’ Ik vroeg hem toen: ‘Is die foto dan misschien in Dwingelo gemaakt ?’ ‘Nee’, zei Jans ontkennend, maar toch wel iets venijniger vervolgde hij met: ‘Ie snapt ‘r ok niks van man, die Frits hef die foto mit eneum’m. Lammert, ie begriept ‘r ok niks van.’ Ik vroeg toen: ‘Hoe kan dat dan ?’ Hij antwoordde: ‘A joh, dat Fritsie kent mee’j wel van slag.’

Posted in Armenwerkhuis, Neringdoenden, Opraekelen | Leave a comment

Voor allen die Julialaantje 7 binnengaan

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 17 oktober 1939 het volgende korte bericht over het vieren van het veertigjarige ambtsjubileum van burgemeester Hendrik Gerard van Os. 

Diever.
Op initiatief van de afdeling Diever van den Boerinnenbond is alhier een comité gevormd voor het aanbieden van een huldeblijk aan burgemeester van Os, die medio November, na een veertigjarige ambtsvervulling, de gemeente gaat verlaten.
Den ingezetenen is verzocht keisteenen bijeen te brengen, teneinde op deze wijze bij te dragen tot het plaatsen van een Burgemeester Van Osbank
Bovendien zal een lijst circuleeren voor bijdragen ter dekking van de onkosten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Overal in de gemeente Diever zijn veldkeitjes, veldkeien, kleine veldstenen, grotere veldstenen, grote veldstenen en hele grote veldstenen (zo genoemde hunnebedstenen) uit de IJstijd te vinden. Het lag voor de hand om de zo genoemde Burgemeester van Osbank van deze gratis voorhanden zijnde bouwstof te maken. Deeversen bint sunig.
De stenen bank werd geplaatst op het punt waar de weg naar Wapse (de Hoofdstraat) en de betonweg (de asfaltweg achter Diever langs werd in de volksmond ‘de betonweg’ genoemd) samen kwamen. De bank werd op 16 november 1939 aan burgemeester Hendrik Gerard van Os aangeboden.
Op de bijgevoegde afbeelding van een tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart is de Burgemeester van Osbank op zijn oorspronkelijke plaats te zien.
De ansichtkaart is in november 1949 uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever. De foto voor de ansichtkaart moet in de zomer of het vroege najaar van 1949 zijn gemaakt; de bladeren zitten nog aan de bomen. Aan de rechterkant is de Heufdstroate te zien, aan de linkerkant is de ‘betonweg’ te zien.
Is of wordt de (verplaatste) Burgemeester van Osbank een gemeentelijk monumentje ?

Een zekere Chris verstuurde deze ansichtkaart met een blauwe postzegel van twee cent naar mejuffrouw C. Botter, Julialaantje 7 in Rijswijk. Mejuffrouw Botter woont niet meer op dit adres, maar het huis bestaat nog wel. De huidige naam van het huis staat in het groene vlak boven de voordeur: Voor allen die hier binnengaan. Hoe lang zal de getoonde ansichtkaart in dit huis bewaard zijn geweest ? In een schoenendoos op zolder ? De kaart heeft in elk geval niet in een of ander album vastgeplakt gezeten.

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Gemeente Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Verblijfplaats van boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!’

De redactie van het Deevers Archief vroeg een tijdje geleden in het bericht Op zoek naar ‘Sorry, mister Shakespeare …!’ de redactie op het spoor te zetten van het boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!’ van de Friesche schrijver Abe Brouwer, die jarenlang in Deever heeft gewoond, gewerkt en geschreven. Hij woonde an de Veentiesweg en an de Kloosterstroate.

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 26 juni 2015 liet de heemkundige vereniging uut Deever via de plaatselijke correspondent het volgende bericht (zie de bijgevoegde afbeelding) in genoemde krant publiceren:
Historische vereniging zoekt boek Brouwer
Diever. De Historische vereniging gemeente Diever is op zoek naar het boek ‘Sorry, mr. Shakespeare’. Het boek is geschreven door Abe Brouwer, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw stratenmaker, schrijver en dichter in Diever.

Op 28 juni 2017 stuurde Menno Nijmeijer de volgende reactie naar de redactie van het Deevers Archief.
Geachte redactie van het Deevers Archief,
Ik ben de kleinzoon van Abe Brouwer – hij was mijn pake – en ik heb misschien een antwoord op jullie vraag naar een exemplaar van het boek ‘Sorry, mister Shakespeare …!.
Het manuscript is eigenlijk nooit uitgegeven. Het boek is helaas niet in ons bezit.
Toen mijn pake was overleden heeft mijn moeder (de dochter van Abe Brouwer) contact gezocht met Freark Dam, die is de oprichter van het Friese Documentatiecentrum. Hij heeft uit de nalatenschap van pake veel van zijn werk meegenomen. Hoogstwaarschijnlijk ook het manuscript van ‘Sorry, mister Shakespeare …!’
In Leeuwarden zit Tresoar. Dat is het voormalige Friese Documentatiecentrum. Daar kan een exemplaar aanwezig zijn.

Het was voor de redactie een hele verrassing deze reactie op het bericht in het Deevers Archief te mogen ontvangen van een kleinzoon van Abe Brouwer. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Mevrouw Wieke de Haan van Tresoar antwoordde op 4 juli 2017 op de vraag over de aanwezigheid van het boek in Tresoar het volgende:
Goedemorgen,
Ja hoor, we hebben het gevraagde:
https://tresoar.on.worldcat.org/search?databaseList=&queryString=Sorry%2C+mister+shakespeare
Dit zijn de gegevens:
‘Sorry, Mister Shakespeare …! : di(e)vertimento van een Stienelegger’ / Abe Brouwer;
Materiaalsoort: Gedrukt boek;
Publicatiejaar: [1981];
OCLC-nummer: 71454365;
In bezit van: Tresoar;
Publicatie: [Sneek: Abe Brouwer], [1981];
Fysieke beschrijving: 140 bladzijden: portret; 30 cm;
Taal: Nederlands.
Mei freonlike groetnis,

Wieke de Haan
Meiwurkster ynformaasje en presintaasje
Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum
Bûterhoeke 1, 8911 DH, Ljouwert

Het blijkt -na het aanklikken van de link- dat het manuscript van Abe Brouwer én de gedrukte versie van het manuscript aanwezig zijn bij Tresoar. Het manuscript kan natuurlijk niet worden geleend. Het gedrukte boek uiteraard wel.
Maar het boek kan ook gewoon via de Bibliotheek worden geleend.


Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Diever, Openluchtspel, Schrijvers | Leave a comment

Eerste aanplakbiljet van het Openluchtspel uit 1946

Dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema maakte in 1946 eigenhandig het eerste aanplakbiljet voor het aankondigen van de uitvoering van ‘een Midzomernachtsdroom’ van William Shakespeare.

De gedreven dokter Ludolf Dirk Broekema was de grote man achter het succes van de opvoeringen van stukken van William Shakespeare in het openluchttheater van Diever. Hij was mede-oprichter van de toneelvereniging Diever op 24 mei 1946.
Hij was het die toen voorstelde die zomer de Midzomernachtsdroom van William Shakespeare te spelen. Leden vroegen zich af of dat niet te hoog gegrepen was. De dokter was echter de mening toegedaan dat Shakespeare zijn 37 stukken had geschreven voor het gewone volk. Hij had zijn toekomstplannen in gedachten al klaar.
Zo gebeurde het dat al kort daarna op 31 augustus en 2 september 1946 (beginnende op 8.30 precies) een voorstelling werd gegeven. Een lange en zeer succesvolle traditie van Shakespeare spelen door het volk en voor het volk was begonnen.
Want nooit is iets verkeerd of ongepast, wat eenvoud in oprechten ijver biedt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 2006 was het zestig jaar geleden dat in Diever in de bos voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van het Deevers Archief heeft in 2005 voor de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging voor het kalenderjaar 2006 een zogenaamde ‘historische kalender’ gemaakt. Het samenstellen van deze kalender was een echte wandeling op de wegen der vrijheid.
Deze kalender toont mooie beelden uit de beginjaren van het Openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief wil haar bezoekers een afbeelding van het allereerste aanplakbiljet van het Openluchtspel van 1946, die ook het voorblad van genoemde kalender siert, niet onthouden.
Dokter Ludolf Dirk Broekema heeft deze affiche met eigen hand gemaakt, de gedrevenheid straalt van deze afbeelding af. Het origineel van deze afbeelding bevindt zich in het Drentsch Archief in Assen.
Opvallend is dat in het eerste jaar van het Openluchtspel maar twee uitvoeringen zijn gegeven. De entreeprijs was twee gulden. De kaarten voor het Openluchtspel van 1946 konden worden gekocht in café Figeland aan de Brink van Deever.

Posted in Cultuur, Cultuurhistorie, Diever, Historische kalenders, Kunstige objecten, Openluchtspel, Topstukken | Leave a comment

De luider van de klokken in de gemeentelijke toren

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2005 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder, Deeverse uut de Aachterstroate, die eerst in Gasselte en later in Assen woonde, steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum en beetje bij beetje opnemen in het Deevers Archief.

Tussen de documenten zat ook het rijmsel, dat wijlen Anne Mulder voor dorpsfiguur Geert Dekker schreef ter gelegenheid van diens veertigjarige luiderschap van de klokken in de gemeentelijke toren op de brinq van Deever.

Geachte gemeente
Veertig lange, lange jaren
Werd het orgel en de klok
Van de kerk in ’t dorpje Diever
Regelmatig als een klok
Trouw bediend door steeds dezelfde
Alom bekende dorpsfiguur
Geert Dekker en wij weten
Hoe trouw en hoe secuur
Hij deze functies naast veel anderen
Als nevenfuncties heeft verricht
En hoe hem dit werk bezielde
Als man van eer en deugd en plicht.

Geachte jubilaris
Ik weet, U bent een man van eerzucht
Niet één, die graag gehuldigd wordt
Maar toch, als Diever dit thans naliet
Schoot het schromelijk tekort
Aan z’n verplichting tegen iemand
Als U, die hier bij groot en klein
De klokkenluider van ’t dorp Diever
Was en is en nog zal zijn
Wat hebt ge in al die veertig jaren
Niet aan Uw oog voorbij zien gaan
Bij hoeveel verenigingen en burgers
Hebt ge al niet in dienst gestaan ?
U bent, in dubbele zin gesproken
Naast de kerk hier opgegroeid
Zelfs met begrafenis en ’t kerkhof
Was u jarenlang gemoeid
Nooit, in al die veertig jaren
Was u daarbij eens absent
Hetgeen getuigd, hoe kerngezond U
En uit welk houd U gesneden bent
Diever, zonder een Geert Dekker
Zou bepaald ondenkbaar zijn
In deze dorpsgemeenschap vast verankert
Is U, bij oud en jong, bij groot en klein
Naast U, zie ik voor mijn oog verschijnen
Eén, die thans met u jubileert
Een vrouwspersoon achter ’t gordijntje
Van ’t olde huus, Uw zuster Geert
Zij was die U steeds verzorgde
Meeleefde met haar werk en geest
Als een figuur achter de schermen
Zij is deelachtig aan dit feest
Ik hoop van harte, trouwe dienaar
Dat u nog lang het klokketouw
Als voorheen moogt bedienen
Zowel bij vreugde, als bij rouw
En dat ook de orgeltonen
Nog zullen galmen jarenlang
Met behulp van Uwe krachten
Bij des Heerens lofgezang.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie verwijst voor berichten over Geert Dekker naar het bericht Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker en naar het bericht Er staat een kerk op instorten. In het laatst genoemde bericht is ook een foto van Geert Dekker opgenomen.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Toren op de brink | Leave a comment

Uitkijktorens en een uitkijkpaal op Berkenheuvel

Bijgaande zwart-wit foto’s en bijgaande tekst is overgenomen uit het in 1999 gepubliceerde fotoboekje ‘Deever, Ie bint ’t wel …’ De tekst is hier enigszins aangepast en uitgebreid.

In het grote aaneengesloten bosgebied van Berkenheuvel kon het begin van brand alleen tijdig vanuit de hoogte worden ontdekt. In de twintiger jaren van de vorige eeuw werden de hier afgebeelde houten uitkijktorens in gebruik genomen.
Op de eerste zwart-wit foto (ansichtkaart) is de toren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg te zien. Deze uitkijktoren stond op de hoogste heuvel van de omgeving. Mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van Berkenheuvel, gaf deze heuvel een aardige naam: Kijkduin. Deze toren is aan het begin van de veertiger jaren afgebroken.
Op de tweede zwart-wit foto (ansichtkaart) staat de toren die zich bevond op een heuvel in de buurt van de Pastoorszandweg bij de Geeuwenbrug. Bij de uitkijktoren stond een houten huis dat bewoond werd door een werknemer van het landgoed Berkenheuvel. Nadat de N.V. Berkenheuvel grond had verkocht aan het ministerie van Sociale Zaken lag de toren op het terrein van een werkkamp van de arbeidsdienst, later het kamp voor sociale jeugdzorg ‘De Eikenhorst’. Deze toren is in de vijftiger jaren afgebroken.
De twee houten uitkijktorens werden ontworpen door architect ir. Mello van Daalen, de jongste zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen en één van de latere bewindvoerders van de N.V. Berkenheuvel. Naar hem is de Mellolaan vernoemd.
Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over het uitgestrekte bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Deze werd op 14 april 1934 centraal en strategisch opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan, tegenover de Juniperusweg. Het is niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan. Op de twee door Bart Buiter gemaakte kleurenfoto’s zijn ter plekke de nog steeds bestaande resten van de fundering van de brandpaal te zien.

Abracadabra-421

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

        Abracadabra-422

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Brandtorens, Diever, ie bint 't wel ... | Leave a comment

Stuifmeel hing als eene dichte wolk rondom ons dorp

In het supplement ‘de Landbouwgids’ van de courant ‘de Grondwet’ (Rosendaalsche en Nieuwe Zevenbergsche courant voor godsdienst, koning en vaderland) verscheen op 28 juni 1892 bijgaand korte maar bijzondere bericht uit de veraf gelegen kleine gemeente Diever.

Diever, 6 juni. Zelden heeft de rogge zoo heerlijk gebloeid als dit jaar. De groei was buitengewoon snel, de bloei inderdaad prachtig. Het stuifmeel hing als eene dichte wolk rondom ons dorp. Soms was dit zoo erg, alsof wij in eenen dichten nevel gehuld waren. Het vochtige weder der laatste dagen heeft ook de groenlanden uitstekend doen ontwikkelen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1892 waren in Diever nog geen uitbreidingsplannen, er was nog geen enkele ‘nieuwbouw’, de Brinkstraat, de Vlasstraat, de Tusschendarp, de Binnenes bestonden nog niet. De essen met de akkers rogge reikten tot in het dorp, tot direct achter de boerderijen. Het is heel goed voorstelbaar dat Diever in die zomer van 1892 helemaal was omringd door akkers met rogge.
De korrels van het stuifmeel (de pollen) van rogge zijn betrekkelijk groot en blijven bij verwaaien liggen in de buurt waar zij groeien, maar toch zal het voor mensen met hooikoorts een beroerde periode zijn geweest.
Bijgaande foto toont een goed voorbeeld van hoe dicht de akkers met rogge bij de bebouwing lagen.
Boer Roelof Fransen (die in de volksmond ‘de Fraanse’ werd genoemd) uit de Hoofdstraat heeft bij het ‘gaarv’n bien’n’ enige hulp van een stadse struise schone, die op vakantie was op zijn boerderij. Weet Wil Fransen of weet Bertus Fransen nog de naam van dit meisje ? Op de hier zichtbare Tusschendarpakkers bevindt zich nu de bebouwing aan de straten Tusschendarp, de Vlasstraat en de Binnenes. Rechts achter het meisje is de toen nog nieuwe Lagere School aan de Tusschendarp te zien. Links achter het meisje bevindt zich de oude Lagere School aan de Hoofdstraat en het huis van de schoolschoonmaker naast de oude school. Links van Roelof Fransen is het pand van garagehouder Lambert Rolden te zien. De boerderij van Roelof Fransen en Klaassien Mulder is aan de linkerkant van de foto net niet te zien. De foto moet vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt.
Roelof Fransen werd geboren op 8 oktober 1904 te Nijeveen en is overleden op 22 september 1977 te Diever. Klaassien Mulder werd geboren op 28 januari 1911 te Diever en is overleden op 22 december 1969 te Diever. Wie giet ee’m hen de stien op ’t kaarkhof um ’t noa te kiek’n ?

Abracadabra-426

 

 

Abracadabra-427

 

 

 

Abracadabra-428

Posted in Binnenes, Boer'nwaark, Essen, Openbare Lagere School Diever, Opraekelen, Tusschendarp, Veldnamen, Vlasstraat | Leave a comment

Sukerzakkie van pension Vierhoven an de Bosweg

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag hotel-café-restaurant-pension ‘Berk en Heuvel’ van Kornelis (Knelus) Vierhoven (hij is geboren op 11 februari 1915 en is overleden op 10 februari 1972, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) an de Bosweg in Deever tegenover de Uitkijktoren.
Het was toen met name in de zomer een druk beklant hotel-café-restaurant-pension met nota bene een grote theetuin..
Het hotel-café-restaurant-pension met theetuin had net zoals zoveel andere hotels, cafés, restaurants, pensions, cafetaria’s, lunchrooms, enzovoort ‘eigen’ sukerzakkies. Eén van die sukerzakkies – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukerzakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar waarschijnlijk min of meer heeft overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart.
Merkwaardig genoeg lijkt Kornelis Vierhoven zelf geen ansichtkaarten van zijn bedrijf te hebben uitgegeven.
De redactie van het Deevers Archief is bekend met een aantal uitgaven van deze ansichtkaart.
In januari 1963 is de afgebeelde ansichtkaart uitgegeven door Roelof van Goor’s boekhandel, Diever (Dr.).
In november 1965 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), telefoon 05219-1221.
In november 1966 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Hendrik Koopman, Drogisterij ‘de Gaper’, Diever (Dr.).
In januari 1968 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), telefoon 05219-1221.
In november 1968 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Roelof van Goor’s boekhandel, Diever (Dr.).
Wellicht zijn er nog meer (hopelijk oudere) uitgaven geweest. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
De redactie heeft het vermoeden dat de gebruikte foto voor de ansichtkaart is gemaakt in de zomer van 1963.

 

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Bosweg, Toeristenindustrie, Uitkijktorens | Leave a comment

Diever kreeg nieuw gemeentehuis an de brinq

In de Leeuwarder Courant van 20 juni 1957 verscheen het volgende korte bericht over de ingebruikname van een nieuw gemeentehuis aan de brinq van Deever.

Diever kreeg nieuw gemeentehuis
De Drentse gemeente Diever heeft de gewoonte, belangrijke evenementen in het gemeentelijke leven of in de dorpsgemeenschap te laten samenvallen met de première van de jaarlijkse Shakespeare-uitvoeringen en het dient daarmee zowel het een als het ander. Immers: wie niet voor Shakespeare naar Diever zou komen, komt wel voor ‘het evenement’ en omgekeerd, waarmee geenszins gezegd wil zijn, dat de uitvoeringen in ’t sprookjesachtige openluchttheater géén evenement zouden zijn. Integendeel ! Was het vorig jaar de ingebruikneming van de geheel gerestaureerde korenmolen De Vlijt, waarvoor mede de Dieverse gasten van heinde en verre waren gekomen, gisteren gold ‘het evenement’ de opening van het nieuwe gemeentehuis aan de Brink -een gebeurtenis, die het volgend jaar moeilijk zal zijn te evenaren, want het gemeentehuis is gebouwd volgens plannen, waaraan de bestedingsbeperking nog vreemd was.
Het is een gebouw geworden, dat vele andere noordelijke gemeentebesturen ertoe zal brengen, Diever te benijden. Niet alleen qua stijl (het doet het uitstekend aan de Brink) en qua omvang, maar vooral om zijn inrichting zal het beantwoorden aan de wensen van meer dan één burgemeester en secretaris.
Van waarde vooral zijn de geschenken van de burgerij en de organisaties (waarvan wij noemen de originele aardewerken krans met de symbolen van bijna alle plaatselijke sociale en culturele instellingen in de hall en het enorme, esthetisch zeer verantwoorde gezandstraalde raam van de plaatselijke coöperaties), omdat zij tonen dat dit het huis der gemeente is in de beste zin des woords.
Daarvan getuigt ook de oplossing, die voor enkele ruime zolderzalen is gevonden: de ene is gepromoveerd tot ‘cultuurzolder’, waarin bijeenkomsten met ruim 200 mensen kunnen worden gehouden en de andere is ‘expositiezolder’ geworden. Daarin is nu tentoonstelling van schilderijen, verbazend aardige kindertekeningen over eigen dorp en een collectie foto’s en ansichtkaarten van Diever. Een prima idee !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bijgaande afbeelding (aanwezig in de beeldbank van het Drentsch Archief in Assen) is de cultuurzolder van het gemeentehuis an de brinq (de voorkant van het gelijk heeft een nieuwe schrijfwijze voor deze vernielde openbare ruimte bedacht) van Deever te zien. Let vooral op de Stako-stoelen (stapelbare en koppelbare stoelen), die an de Deeverbrogge zijn geproduceerd.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw dacht de voorkant van het gelijk tegen beter weten in dat de vraag naar ruimte bij Deeverse verenigingen opgelost kon worden met een ‘cultuurzolder’ in het gemeentehuis.
De redactie herinnert zich dat schaakclub ‘Koning Schaak’, waar burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) ook spelend lid van was, zijn clubavond op de ‘cultuurzolder’ hield.  
De ‘cultuurzolder’ op de bovenste verdieping van het gemeentehuis an de brinq van Deever zou beschouwd kunnen worden als een soort van voorloper van het voor Deever onmisbare Dingspilhuus, de spil van het sociale en culturele leven in Deever. Wellicht kan de ‘cultuurzolder’ na de rampzalige sloop van het Dingspilhuus worden opgedeeld in kleinere ruimten, die in gebruik genomen kunnen worden door enige verenigingen; een geschikte kandidaat is bijvoorbeeld de heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie blijft wel met een grote vraag zitten: waar zijn de ten toon gestelde kindertekeningen, foto’s en ansichtkaarten gebleven ? Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.


Posted in Cultuur, Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

N.A.D.-mannen rooien aardappelen op de Noordesch

Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Gowe, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst gestuurd.
De arbeidsmannen van het N.A.D.-kamp an de Gowe werkten bij de ontginning van woeste gronden, maar deden ook boerenwerk.
Op deze foto, die in het najaar van 1942 is gemaakt, is te zien hoe een groepje N.A.D.-arbeidsmannen bezig is met het rooien van aardappelen op de Noordesch van Deever.
De redactie zou graag willen weten welke boer eigenaar was van deze aardappelakker.
Of dit groepje N.A.D.-arbeidsmannen bewaakt werd door een landwachter uut de gemiente Deever valt helaas niet uit de foto af te leiden.
Wel is bekend dat een zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse elke dag in sien grüne pakkie mit ’t jachtgeweer op de nekke hen ’t kaamp an de Gowe gung.

Reactie van Wiert van der Veen van 19 juni 2017
Mijn moeder Jantje Haanstra is geboren in 1923, of op Leggele of op Bottervene, Zij was een dochter van Harm Haanstra en Hendrikje Hogenkamp.
Ze heeft mij wel verteld dat ze in een bepaalde periode in de de Tweede Wereldoorlog aardappelen moest schillen voor de bezetters in een kamp. Het komt mij nu voor dat dit het N.A.D. kamp geweest moet zijn geweest.
Frappant is wel dat ik enige jaren geleden werkzaam ben geweest in de beveiliging van dat kamp, toen was het een asielzoekerscentrum.
Als iemand kan bevestigen of vrouwen daar inderdaad in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet voor het schillen van aardappelen, dan is weer een stukje in onze familiegeschiedenis gereed !

Posted in Diever, Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Noordesch, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De kerk op de brink te Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van de kerk op de Brink zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de lokale heemkundige vereniging uit Diever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Diever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de lokale heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Diever, Kerk op de brink, Kunst, Tekeningen, Topstukken | Leave a comment

Schultehuis: conserveeren in plaats van restaureeren

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het Schultehuis aan de Brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten verminken. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. En waarom moest de Schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis ? Het voorhuis dat nu Schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

Posted in Brink, Diever, Rijksmonumenten, Schultehuis | Leave a comment

Rijwielhandel van Lambert Rolden aan de Brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand bij de Brink bouwen. In het aan de Brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van caféhouder Klaas Marcus Balsma, die ook aan de Brink woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan Rolden,. De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de huidige situatie aan de Brink op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Bedrijven, Brink, Diever | Leave a comment

De woning van de bovenmeester an de Heufdstroate

Juffrouw van der Land (zeer velen hebben bij haar in de klas gezeten), schooljuffrouw van de Openbare Lagere School van Diever, eerst in de school aan de Hoofdstraat, daarna in de school aan de Tusschendarp, ze woonde in het eerst gebouwde huis aan de Binnenes, had deze zwart-wit foto uit 1935 in haar foto-verzameling. Ze was zo bereidwillig toestemming te geven voor het scannen en publiceren van haar fraaie verzameling. Op de zwart-foto is onder de bomen (bepaald geen keurig in het gelid staande leilinden) de gemeentelijke woning van de bovenmeester te zien. In 1935 was dat meester Hendrik van Eisden.
Let vooral ook op de houten paal voor het huis met bovenin de porceleinen potjes voor het bevestigen van de draden voor de stroomvoorziening. De bovenkant van de houten paal was ter bescherming tegen neerslag en inwateren voorzien van een metalen mutsje,
In het in de zestiger jaren van de vorige eeuw en daarna behoorlijk verbouwde pand is nu Bloemenhuis Hofman gevestigd, daarvoor zat Bloemenhuis Bolding in het pand. De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Hoofdstraat, Neringdoenden, Openbare Lagere School Diever | Leave a comment

‘Drie fasen van een gedachte’ hangen in de griffie

De set van drie bij elkaar horende schilderijen met de naam ‘De drie fasen van een gedachte’ hangen helaas niet in de raadzaal maar in de zo genoemde griffie van het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.

Mevrouw Paula van Hees -de tegenwoordige projectleider voor de schone kunsten en de cultuur- van de gemeente Westenveld meldde op 12 juni 2017 via een elektronisch postbericht het volgende:
U heeft gereageerd op de e-mail, die ik u op 6 mei 2017 heb verzonden. Het drieluik hang bij ons bij de Griffie, om zo de link met de raad te behouden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Over het drieluik ‘De drie fasen van een gedachte’ zijn in het Deevers Archief twee berichten gepubliceerd, te weten het bericht Drie fasen van een gedachte hangen in het raadhuis en het bericht Drieluik in raadzaal Diever gepresenteerd.
De Griffie (mevrouw Paula van Hees schrijft het woord met een hoofdletter) is het kantoor van de griffier.
Een griffier is een ander woord voor secretaris. Het kantoor van een griffier of zijn ambt in het algemeen wordt de griffie (zonder hoofdletter, het is geen Duits). Voor de voorkant van het gelijk van de gemeente Westenveld was het gebruik van de naam secretaris blijkbaar te armoedig, nee het moest het duur klinkende griffier worden. En een griffier kantoort in een griffie. Je kan toch maar beter secretaris heten, want griffier of greffier is ontleend aan het Latijn en Frans en betekent schrijver. Een griffel is een schrijfstift van leisteen.
Dus blijkbaar secretarieert de griffier niet in het ambtelijke kantoorpark van het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, maar in een aparte kamer, die de griffie wordt genoemd. Het is in elk geen openbaar toegankelijke ruimte; de vraag is zelfs welke raadsleden het bij de besluitvorming in de raad ter inspiratie bedoelde drieluik ‘De drie fasen van een gedachte’ ooit hebben gezien.
Het verdient overweging de drie schilderijen terug te geven aan de maakster.

Posted in Gemeente Westenveld, Kunst | Leave a comment

‘Drie fasen van een gedachte’ hangen in het raadhuis

Naar aanleiding van op 3 november 2016 per e-mail bericht door de redactie van het Deevers Archief gestelde vragen inzake de verblijfplaats van het drieluik ‘Drie fasen van een gedachte’ aan de hoofdbeleidsmedewerker voor de schone kunsten van de gemeente Westenveld (waar ligt toch die gemeente Westenveld ?), een op 6 mei 2017 in het Deevers Archief gepubliceerd bericht over het drieluik ‘Drie fasen van een gedachte’ en een op 8 mei 2017 per e-mail verzonden dringerig herinneringsbericht, reageerde ten langen leste op 9 mei 2017 mevrouw Paula van Hees, de projectleider voor de schone kunsten en de cultuur en medewerkster van het team Maatschappelijk Welzijn van de gemeente Westenveld per e-mail bericht als volgt.
Allereerst mijn excuses dat het antwoord op uw vragen de dato 3 november 2016 op zich heeft laten wachten.
Ik ben voor u op zoek gegaan in ons gemeentehuis aan de Raadhuislaan of het kunstwerk van Cecile van Spronsen hier hangt.
Het goede nieuws is dat deze bij ons permanent in het gemeentehuis hangt.
In de bijlage heb ik een foto van het drieluik toegevoegd.

Mevrouw Paula van Hees, de projectleider voor de schone kunsten en de cultuur van de gemeente Westenveld, heeft deze foto waarschijnlijk op 9 mei 2017 zelf gemaakt.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet duidelijk of de drie slordig opgehangen schilderijen al hingen op de plek waar de foto is gemaakt of dat de drie schilderijen daar in de gauwigheid speciaal voor de foto zijn opgehangen (en weer weg zijn gehaald ?).
De projectleider voor de schone kunsten en de cultuur van de gemeente Westenveld moet toch zonder rondgang door het toch niet al te grote raadhuisje aan de Gemeentehuislaan in Deever weten wat voor kunst in de gemeentelijke kuip zit en waar deze kunst uithangt ? Was zij dan nog nooit langs die drie in het oog springende schilderijen gewandeld ?
Het is de redactie van het Deevers Archief ook niet duidelijk waar in het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever deze foto is gemaakt.
Kortom, de redactie heeft direct op 9 mei 2017 door middel van een e-mail bericht een aantal eenvoudige vragen gesteld aan mevrouw Paula van Hees, maar zij heeft tot op heden geen antwoord gegeven.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Gemeentehuis, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Drieluik in raadzaal gemiente Deever gepresenteerd

In de Meppeler Courant van 24 april 1992 is een kort artikeltje gepubliceerd over de onthulling van een verzameling van drie abstracte kunstwerken met de naam ‘Three phases of the thought’ (‘Drie fasen van de gedachte’) in de gerenoveerde raadzaal van de gemiente Deever.

Drieluik in raadzaal Diever gepresenteerd
Met de onthulling van het drieluik van mevrouw Van Spronsen is er een definitieve punt gezet achter de renovatie van de raadzaal van de gemeente Diever. De onthulling van het drieluik werd verricht door de drie kinderen van de familie Van Spronsen Elisa, Myrthe en Florantijn.
Nadat in 1989 de raadzaal van Diever was gerenoveerd heeft de gemeenteraad besloten om in verband met de verdere aankleding van de raadzaal een wandversiering aan te brengen. Inwoners van Diever werden uitgenodigd iets te vervaardigen en het ontwerp aan het gemeentebestuur te zenden.
Een zestal inwoners uit Diever heeft daaraan meegedaan, waarna de selectiecommissie bestaande uit de heer J. Lok, mevrouw A. Seinen-Brunsting en mevrouw Haarsma, uiteindelijk mevrouw C. van Spronsen de opdracht gunden. Dat gebeurde, omdat de door haar toegepaste kleurstellingen en figuratie zeer goed passen in het totaalbeeld van de raadzaal.
Het kunstwerk heeft van de kunstenares de titel gekregen ‘Three phases of the thought’ (drie fasen van de gedachte).
Het eerste doek is de verbeelding van een ontluikende gedachte of idee.
Het middelste doek laat een volgende stadium van die eerste gedachte zien.
En het derde doek, dat rechts hangt, gaat over de uiteindelijke gestalte van de gedachte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is mevrouw Cecile van Spronsen, de kunstenares van de drie genoemde schilderijen, bijzonder erkentelijk voor het beschikbaar stellen van de hier afgebeelde kleurenfoto van deze schilderijen en het mogen publiceren van deze foto in het Deevers Archief.
De grote vraag is – nu heden ten dage de oude raadzaal in het voormalige gemeentehuis aan de brink van Deever (een gemeentehuis in Deever hoort aan de brink te staan) geen raadzaal meer is – waar deze drie met publieksgeld aangeschafte schilderijen zijn gebleven ?
Hangen de drie kunstwerken nog in de oude raadzaal in het voormalige gemeentehuis aan de brink van Deever of hangen deze drie doeken in de nieuwe raadzaal van het raadhuis aan de Gemeentehuislaan of zijn deze tijdelijk of permanent uitgeleend of zijn deze weggegeven of zijn deze bij de verhuizing van het oude gemeentehuis naar het nieuw raadhuis in een afvalcontainer gegooid of zijn deze netjes opgeslagen in het kunstdepot van de gemeente Westenveld of …… ?
Is de gemeente Westenveld nog steeds eigenaar van de drie doeken of heeft de gemeente Westenveld de drie kunstwerken verkocht of ……. ?
Wie het weet, die mag het de redactie melden; in het bijzonder wordt de hoofdbeleidsmedewerker voor de schone kunsten van de gemeente Westenveld uitgenodigd de verblijfplaats en de status van deze drie schilderijen te melden.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeente Westenveld, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Herinneringen aan ’t Aar’mhuus an de Grönnegerweg

De redactie van het Deevers Archief ontving op 23 april 2016 van de heer Guido Schoonheim bijgaand fraai en vlot geschreven bericht over zijn herinneringen aan de mensen in het Aar’mhuus an de Grönnegerweg in Deever. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor. Wellicht kan hij in een tweede bijdrage meer van zijn herinneringen op papier zetten. De redactie is graag bereid ook die te publiceren in het Deevers Archief.  

Binnenkort is Janny Goettsch-Veen in Noordwolde jarig. Ik hoop haar dan even op te zoeken; dat doe ik namelijk al 56 jaar !
Gôh, denkt u wellicht, wat interessant: een ons volkomen onbekende ‘vogel’ bericht ons even, dat een ons al even onbekende kennis van hem jarig is …
Maar het zóu kunnen zijn, dat u die namen Goettsch en Veen toch wel kent. Zij waren de eerste (en voor zover ik weet ook laatste) boeren in het voormalige Armenwerkhuis van de hervormde kerk te Diever. Piet Goettsch (afkomstig uit Zorgvlied) en Janny Veen (afkomstig uit Wapserveen) zijn met elkaar getrouwd op 29 april 1959 en zijn toen neergestreken aan de Groningerweg 3 in Diever.
In augustus stopte daar een ‘karretje dat op de zandweg reed’. Ik weet het zeker, want ik zat in dat karretje. Verder zaten daarin mijn vader en mijn moeder mijn twee zusjes; mijn broer was al te ‘oud’ om nog met de ouwelui mee op vakantie te willen.
Wij zochten een kampeerplekje, niet op een camping, maar bij een boer. Dat mochten toen alleen zogeheten kampeerpaspoorthouders: mensen, die bij de ANWB (in Ommen-Hardenberg) het kamperen hadden geleerd en zogezegd ‘gediplomeerd’ waren; dát waren mijn ouders. Papa is op verzoek van Piet Goettsch nog naar ’t gemeentehuis -schuin tegenover de kerk in Diever- geweest om één en ander te regelen.
We hebben drie weken bij Piet en Janny op het erf gestaan. Papa en mama en mijn zusjes maakten lange wandelingen. Tot aan Wateren toe, hoor !

Ik bleef liever bij boer Piet. Ik wilde leren melken. Dat kon ! Maar dan moest ik wel klompen aan, want koeien kunnen soms even op een voetje gaan staan en doet pijn. Ik was een stadsjongen en ik had geen klompen. Nou, ik ging melken op oude klompen van Piet, waar ik met mijn sandaaltjes aan precies in paste. Ik heb het melken geleerd. Ik weet nog dat mijn ‘leer-koe’ Nellie 4 was. Ze had maar drie spenen, want eentje was gesneuveld ‘an ’t stiekeldroad’. Zij was een oude tamme koe, ze was ook tam voor ‘vreemde’ stadse leerling-melkers. Ze was niet bepaald moeders mooiste, wel moeders lelijkste, maar dat interesseerde mij niet.
Het ‘boerenarbeider’ zijn beviel van weerskanten zo goed, dat ik werd uitgenodigd om het volgende jaar terug te komen. Dat heb ik gedaan. Dat heb ik tien of elf keer gedaan. En …. ik ken Piet en Janny nog altijd. We zien elkaar in elk geval op onze verjaardagen en verder zo nu en dan tussendoor. Ik was in mijn vakanties van de middelbare school áltijd in het Armenwerkhuis aan de Groningerweg 3 in Diever en later in Zorgvlied.
Piet en Janny waren niet alleen boer en boerin, maar waren óók de laatste ‘vader’ en ‘moeder’ van de laatste twee ‘armen’: Jans Grit en Geert ….. (zijn achternaam heb ik nooit gehoord). Over deze beide mannen wil ik graag iets vertellen.

Jan en Geert waren totaal verschillende mannetjes, ze waren maar klein van stuk. Ze deelden in het Armenwerkhuis samen één grote kamer. De inrichting van die kamer is gauw omschreven: daar was zogezegd ‘niks’ aanwezig. Nou ja…., in de kamer waren twee bedsteden. Die hadden nog de ouderwetse afmetingen, dat wil zeggen deze waren klein, want mensen waren vroeger kleiner. Jans en Geert pasten er perfect in. Ze hadden wel een divanbed aangeboden gekregen, maar dat vonden ze maar een neimoeds ding, dus die wilden ze niet. Zo konden ze ook ‘iets voor op de vloer’ krijgen. Ook dat vonden ze onnuttig en neimoeds. Een gewone kale plankenvloer was goed genoeg, toch ?

Zo ook het warme eten, waar Janny dagelijks voor zorgde. Daar had ze een makkie aan, want het favoriete menu van beide heren was gebakken aardappeltjes en uitgebakken spek. Nee, géén groente, want dat was ook neimoeds spul, althans als ze die dag een goed humeur hadden. Als ze een dag een minder goed humeur hadden, dan was groente knienevoer en dus niet bedoeld voor menselijke consumptie ! ’s Zondags kregen ze een waar feestmaal, want dan kregen ze ook soep en pudding.

Jans en Geert waren verschillend. Jans was altijd vrolijk, maar Geert kon zo nu en dan mopperen. Geert was namelijk de ‘opzichter’ op het boerenbedrijf. Hij had zichzelf daarvoor ‘aangesteld’, maar daar was iedereen het mee eens. Ik hoorde Geert een keer duidelijk een vloek mompelen, toen ik een volle kuip met waai ondersteboven had gereden met paard en wagen. Ik dacht toen even: je bent zeker vergeten dat dit een christelijk Armenwerkhuis is. Ik ben later dominee geworden. Ik heb Geert deze vloek nooit als ‘zonde’ aangerekend, maar slecht als ‘gebrek aan een beter woord’.

Jans hoefde op de boerderij niets te doen, want Jans kón bijna niks. Jans was niet helemaal honderd procent. Jans kon alleen aardappelen schillen. Dat deed hij zo nu en dan. Soms schilde hij de hele ochtend aardappelen ! Dat spaarde Janny dan natuurlijk veel tijd uit, tijd die zij nodig had voor het doen van de huishouding.

Jans had een speciale ‘hobby’: klokjes. Jawel, in het ‘huis’ van Jans en Geert hingen maar liefst twéé klokjes. Er hing een echt koekoeksklokje, dat ook echt koekoekte. Piet gaf zo nu en dan een ruk aan het opwind-kettinkje, daar dacht Jans zelf nooit aan.  En er hing een ombeschrijfbaar ‘geval’, dat niet liep. Buitenshuis droeg Jans altijd een polshorloge en soms tot wel vier ‘onderarmhorloges’. Let wel: Jans kon niet klokkijken. Hij en Geert konden trouwens ook niet lezen en schrijven. Als al eens iets ‘ondertekend’ moest worden -beide heren genoten AOW-, dan wees Piet even aan waar ze precies een kruisje moesten zetten. Ik heb het over de zestiger jaren van de vorige eeuw, hoor !

Eén dag in ’t jaar was echt helemaal de dag van Jans: de dag van de dorpskermis. Daar móest Jans altijd naar toe, want daar kon hij ‘voordelig’ klokjes kopen van de plaatselijke jeugd, die wel eens geluk had bij het uit zo’n schuifautomaat halen van een botterhorloge. De inkoopprijs van die botterhorloges zal vermoedelijk wel drie of vier kwartjes hebben bedragen, want de eigenaren zijn natuurlijk niet gek: de automaten zijn zó afgesteld, dat je ten minste drie of meer kwartjes moest besteden voor één botterhorloge. Maar de verkoopprijs van die ‘prullen’ (sorry kermisexploitanten) aan Jans kon wel f. 2,50 bedragen….
De dag na de kermis had Piet daardoor enig ‘maatschappelijk werk’ te doen. Dan ging hij bij de klokjesverkopers langs, om hen aan het verstand te peuteren, dat ze eigenlijk ‘crimineel’ bezig waren geweest die ‘prullen’ voor te veel geld te verkopen aan die straatarme Jans. ‘Foei, niet meer doen !’ Piet gaf het horloge terug aan de verkopers en inde het door Jans bestede geld.

Bij dit punt van Jans’s klokjes heb ik trouwens nog een leuk en echt gebeurd verhaaltje. Toen ik Jans eens op zo’n rijke-klokjes-dag vroeg, hoe laat het nou was, stroopte hij zijn linker mouw tot op de elleboog op en keek met geleerde blik op al zijn vier horloges. En toen zei hij: ‘Wil je mij dat morgen nog eens vragen, want kijk, deze klokjes zijn nog erg nieuw; ze lopen nog niet allemaal gelijk, daar ga ik vanavond mee aan de gang; dan kan ik je morgen wel vertellen hoe laat het is, snap je wel ? Ik snapte het wel. Jans was dan wel niet helemaal honderd procent, maar niet dom.

Het is wellicht aardig om te weten, hoe anno 1959 de ‘technische toestand’ op de boerderij was.  Nou, er was toen nog géén aansluiting op enige nutsvoorziening’ Het water kwam uit de pomp op het ‘nekkie’ tussen de woning en de stal. Koel helder water, van zo’n goede kwaliteit, dat het ongekookt kon worden gebruikt.
Gas was er alleen in flessen. Die je in het dorp kon kopen. Janny’s strijkijzer werkte op flessengas. In de woonkamer kon een gaslamp branden. Heerlijk koud, maar geen sfeervol licht, zal ik maar zeggen. In alle andere vertrekken was het behelpen met een olielampje, ja ook op de stal, ook op de deel, overal. Dus ook in de ‘woning’ van Jans en Geert.
Elektriciteit was er gewoon niet. Janny had een stofzuiger, die werkte op kracht, die werd ontleend aan de wielen, dus aan menselijke duwkracht.
Een wasmachine hadden ze ook niet. Janny verstond nog het ‘oude ambacht’ van wassen op de plank. Centrifuge ? Nee, waslijnen !
Melkmachine ? Nee, maar dat was met zeven koeien ook niet echt nodig.
Telefoon ? Nee, die was toen aan de Groningerweg totaal onbekend.
Ik heb alle voorzieningen zien komen. Nou ja, behalve een ordentelijke gasleiding. De gemeente Diever vond de aanleg daarvan waarschijnlijk te duur.
Voor de waterleiding moest een ‘tank’ op de koezolder komen te staan, om ten minste enige druk op het tapwater te krijgen, dan kon gewoon water uit de kraan komen. Die druk kon niet vanuit het centrum van Diever worden gerealiseerd.

Aan de telefoon-aansluiting kleeft weer een leuk verhaaltje. Dat ding deed het altijd prima, totdat Janny aan Piet had gevraagd om de voortuin eens om te spitten. Dat heeft Piet gedaan, maar met paard en ploeg. Daarna deed de telefoon raar. Het geluid viel soms zo maar weg en kwam gelukkig vaak ook weer terug, totdat het op een keer helemaal weg bleef. Toen heeft Piet alle verbindingen binnenshuis gecontroleerd. Daar was niks mee. Dan moest het probleem dus buiten zitten. De P.T.T. werd gebeld. Een man kwam de leiding vakkundig repareren. Hij zei tegen Piet, toen hij even binnen koffie kwam drinken:  ‘Wilt u dat nooit weer doen.’ Piet zei: ‘Wat wil ik nooit meer doen ?’ De man zei: ‘De tuin omspitten met paard en ploeg. Kijk, nu weet ik dat u een ploeg van 30 cm werkbreedte heeft, want de buitenkabel is om de 30 cm beschadigd. Ik heb de kabel vervangen door een nieuwe, maar de P.T.T. is natuurlijk niet gek. Ik denk niet dat u ooit nog een nieuwe buitenkabel van ons krijgt. Dus als u ooit weer eens de tuin gaat omploegen, dan zou dat wel eens definitief het einde van uw telefoonverbinding kunnen betekenen. Piet heeft nooit weer de tuin omgeploegd.

Ik heb aan Diever meer herinneringen. Zo zie ik dokter Broekema nog rijden op zijn motor met aanhangwagen. Zijn grijze kuif wapperde in de wind. Motorhelmen waren toen nog niet verplicht. Zijn colbertje wapperde ook in de wind, ik geloof dat de man een leren jas niet nodig vond. Jawel, dokter Broekema hield spreekuur op de verschillende campings in de omgeving. Ik heb me laten vertellen, dat hij dat later deed met een camper-spreekkamer.

Het zomerhuis ‘de Ossekoele’ schuin tegenover het Armenwerkhuis was -als ik me niet vergis- van professor Van Giffen. Ik heb hem daar nooit gezien, maar ik heb wel zijn dochter en haar man daar vaak in de zomer gezien, nadat de ‘vaste bewoners’, een echtpaar, naar de Veentjesweg waren verhuisd. Ik zou ook het plekje in het bos nog terug kunnen vinden, waar de professor begraven wilde worden, wat niet mocht. Dat is toch gek, hè !

Naast Piet Goettsch en Janny Veen woonde de familie Bijker. Ik herinner mijn van één van de twee zonen, dat hij zingend over het erf reed op een stokoude Solex: ‘Hij doet het weer, hij doet het weer, hij heeft vandaag weer zin !’.

Tegenover de familie Bijker woonde de familie Gerrits (Garries). Daarvan hoorde ik een keer, dat pa Gerrits niet in orde was en dat dokter Broekema was ‘ontboden’. Toen ik tegen Piet zei, dat de dokter nog steeds niet was geweest, zei Piet: ‘Ach ja, de dokter kent zijn pappenheimers hoor. Als ik de dokter bel, dan komt hij al ’s morgens. Bij Gerrits weet de dokter dat het ook best wat later in de middag kan. Gerrits is vast niet zo heel erg ziek.’

Ach ja, ik heb veel herinneringen aan Diever. Zo zaten twee zonen van dokter Broekema een keer ‘vast’ in de Groningerweg. Let wel, in pa’s Amerikaanse slee, want die had de dokter óók, maar die gebruikte hij niet voor zijn praktijk, want met zo’n ding kom je onherroepelijk een keer vast te zitten in een zandweg. Toen hebben we letterlijk ‘het paard achter de wagen’ gespannen, want zo was het Amerikaanse ding wel uit de penarie te trekken. Het waren een beetje stoute jongens, geloof ik, die twee jongens van Broekema. Mochten ze van hun pa wel met zijn auto spelen ?
De Groningerweg was toen nog een onverharde weg, het was een zandweg, met daarnaast een schelpenpattie voor de fietsers. Als ik nú nog wel eens naar het vroegere Armenwerkhuis rij, dan rij ik tot aan het vroegere Armenwerkhuis over een klinkerweg, daarna is de Groningerweg nog steeds een zandweg.

Anno 1960 was de boerderij een ‘gemengd bedrijf’. Dus ik ben zogezegd van alle markten thuis geraakt. Ik kon dus melken. Ik kon ook bij varkens waken, als die moesten bevallen. Een moedervarken is soms zo dom om op haar pasgeborenen te gaan staan. Dus was het raadzaam, dat enig ‘toezicht’ werd gehouden tijdens de bevalling. Nou, in huize Goettsch is onder mijn ‘toezicht’ een twaalfling geboren. En ja, uit een halfwilde moeder, want met die keurige roze varkens kon Piet niet overweg, dus hij had een halfwild zwijn, waar je voor moest oppassen, want madame had een indrukwekkende bek vol tanden, die ze ook wel eens wilde gebruiken. Ze hield blijkbaar wel van bijten in kuiten van mensen. Piet had ook een geheel zwart ‘hangbuikzwijn’, dat nooit enige kip of zelfs vlieg kwaad zou doen.

Die bevalling van het halfwilde zwijn, zal ik me waarschijnlijk de rest van mijn leven blijven herinneren. Piet heeft namelijk de volgende morgen één van de twaalfling afgemaakt. ‘Die is debiel’, zei hij. En een debiele big heeft te midden van zijn broertjes en zusjes geen kans van leven. De broertjes en zusjes laten zo’n big domweg verhongeren. Het is prachtig te zien hoe biggen direct na de geboorte een rangorde instellen: ‘Denk erom broertje of zusje, dit is mijn ‘knopje’ op moeders buik, daar mag jij niet aankomen, want dan krijg je een knauw van mij.’ Het is ook prachtig te zien hoe alle jonkies na het drinken mama ‘bedanken’, ze lopen naar mama’s kop en geven haar een ‘kopje’, zoals katten ook wel doen. Mama knort dan even ‘lief’ naar ze. Ja, ik ben onder de indruk gekomen van het gedrag van varkens. Varkens zijn eigenlijk ‘hoger staande’ dieren dan bijvoorbeeld koeien en paarden. Een koe of paard piest en schijt waar het haar of hem uitkomt. Een big leert die zaken te doen op veilige afstand van z’n ‘etensbordje’, want als hij dit naast of in zijn ‘etendbordje’ doet, dan krijgt hij van mama een geweldige opsodemieter naar het uiterste hoekje van hun hok, ja dat begrijpt een big snel.

We hebben enkele jaren achtereen aan de weg slachtkippen verkocht. Op de boerderij liepen zo’n 35 kippen rond. Die werden op deze manier ‘ververst’, als ze waren uitgelegd, dan gingen ze als ‘slachtkippen’ van de hand. Piet maakte ze af en ik slachtte ze. Ik weet dus precies hoe een kip in elkaar zit. Menig kampeerder op Ellert en Brammert heeft bij het Armenwerkhuis een kippetje ‘opgedaan’, dat kan ik jullie verzekeren. Eentje vond het niet nodig dat het kippetje was geslacht, dat kon hij zelf onderweg wel doen. Ja, dat zagen we dan later, dan hingen langs de Groningerweg plukjes kippenveren an ‘t stiekeldroad. Die had de wandelende slachter dan laten waaien.

Een aparte vermelding verdient de hond Frieda. Ze was een Schotse colly, dus niet bepaald eentje van het type ‘waakhond’, zou je zeggen. Nou, dat was Frieda dan ook niet. Als iemand langs het Armenwerkhuis fietste, dan blafte ze. Als iemand het erf op liep, dan gaf ze geen kik, dan dacht ze kennelijk: ‘Die hoort hier zeker thuis’. Frieda besteedde haar dagen voornamelijk aan …. slapen. Dat deed ze bij voorkeur voor de deur van het woongedeelte naar het werkgedeelte van de boerderij. Als je daar door wilde, dan moest je even over Frieda heen stappen. Toen Piet en Janny kinderen kregen, bleken de pootjes van de kinderen te kort, dus die stapten gewoon op Frieda. En Frieda ? Die vond het allemaal best.
Piet vertelde mij ooit, dat Schotse collies eigenlijk nogal zenuwachtige honden waren. ‘Oh,’, zei ik, ‘behalve Frieda dan’. ‘Nou,’, zei Piet zei, ‘vergis je niet in Frieda, hoor. Ze heeft toen ze jong was, letterlijk het foefje van ‘de postbode en de hond’ uitgehaald. Ze vloog de postbode echt naar zijn keel. Nou toen heb ik haar een pak op haar donder gegeven en gezegd dat ze dat nooit weer mocht doen. Dat heeft ze inderdaad nooit weer gedaan. Ik schaam me nog altijd wel een beetje, dat ik haar toen zo heb gestraft, dat was niet echt nodig geweest.

Piet en Janny zijn verhuisd naar zijn ouderlijk huis in Zorgvlied, toen Jans en Geert in Diever waren overleden -ik heb dat niet meer meegemaakt- én de ouders van Piet waren overleden. Daar heeft Piet nog een aantal jaren geboerd, samen met zijn jongste broer, die in een ‘burgerhuisje’ woonde. Daar ben ik toen nog enkele zomers boerenarbeider geweest. Daar heb ik kennis gemaakt met het fenomeen ‘trekker’, zo’n lekker blaffende Porsche. En met hun span paarden Ria en de Fries, want de broer van Piet was paardenman in hart en nieren.

Ria heb ik eens van Wateren naar Zorgvlied ‘thuis gebracht’, want ze was even niet nodig naast de Fries. Ik had Ria aan een hele lange teugel beet en ik zat op opa’s oude Solex. Ria wilde heel graag naar huis én ging heel hard lopen. Het is een wonder dat ik nog leef. Een paard dat de stal ruikt en een oude Solex is geen ideale combinatie. Gelukkig hebben we het overleefd. Aan het einde van de rit was Ria blij dat ze bij de stal was en ik was blij dat ik weer op beide benen stond. Ik heb sinds die gebeurtenis nooit weer op een Solex gereden. Het ‘motorreke’ van de Solex ligt bovenop het wiel, waardoor het zwaartepunt te hoog ligt en daardoor een waardeloze wegligging heeft. En dan die hefboom naast het stuur, waarmee je de aandrijfrol van de motor op de band kon brengen of kon ontkoppelen. En dan het remmetje, dat was een terugtraprem, zoals op een gewone fiets. Een Solex is met deze ‘comfortabele uitrusting’ echt een levensgevaarlijk ding, hoor ! Ik wilde echt van m’n leven nóóit meer op een Solex rijden.

Ter zake nu weer. Ik heb jullie ‘betrapt’ op een missertje op jullie site. De auto voor het gemeentehuis is niet de auto van de dierenarts. Het is namelijk geen Volvo, zoals jullie beweren. Als ik goed gekeken heb, dan is het een oud model Austin, dan kan het niet de auto van de veearts zijn. Voortaan ietsje beter kijken dus, maar het zij jullie vergeven.

Voor jullie mij een ‘vervelend mannetje’ vinden, stop ik met dit geschrijf. Als jullie ooit met mij willen ‘door praten’ over dingen die Diever betreffen, dan hoef je me maar te bellen, dan spoed ik mij naar het nieuwe gemeentehuis.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het gesticht Armen-Werkhuis van de Nederlands Hervormde gemeente an de Grönnegerweg in Deever werd in het jaar 1861 opgericht. Voor de gang van zaken in het gesticht Armen-Werkhuis onderhield de kerkeraad een reglement dat om de zoveel tijd werd aangepast aan nieuwe inzichten.
De laatste ‘verpleegde’ was de in Deever welbekende Jans (Jansie) Grit (geboren 8 maart 1897 in Wapse, overleden 26 november 1969). Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde gemeente het gesticht Armen-Werkhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op ’t Kastiel in Deever te zijn ondergebracht, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk. Is hij in de Wijk gestorven ? Jansie Grit (hij droeg altijd een pet) is op bijgaande foto van het Aar’mhuus uit de collectie van Monumentenzorg in het Drentsch Archief in Assen net aan de rechterkant te zien. Deze foto is op 24 april 1959 gemaakt.
De redactie schaamt zich wel een beetje dat hij de achternaam van Geert … niet weet. Maar wie het wel weet, die wordt bij deze uitgenodigd die te melden aan de redactie.
Piet Goettsch was wel de laatste boer in het Aar’mhuus, maar zeker niet de eerste. De redactie verwijst bijvoorbeeld naar het bericht Albert van Gijssel en Aaltje Hagewoud met kleinkind.

Posted in Alle Deeversen, Armenwerkhuis, Boer'nwaark, Boerderijen, Dorpsfiguren, Grönnegerweg | Leave a comment

Interieur van het kerkgebouw op de brink van Deever

De schilder Maarten ’t Hart (1950) schildert graag onderwerpen, zoals oude verlaten stationsgebouwen, afgelegen staande huizen en bijzondere gebouwen in binnen- en buitenland, met name vanwege de lichtval op oude muren van interieur en exterieur, die een object vaak onwerkelijk en verlaten doet lijken. Hij past bij het schilderen graag de tempera techniek toe.
Het tekenen en schilderen van interieurs en exterieurs van Middeleeuwse kerken is zijn specialiteit.
Dat is te zien op bijgaande afbeelding van zijn schilderij (olieverf op paneel) Interieur kerk te Diever naar het koor. Het betreft een deel van het interieur van het kerkgebouw op de brink van Deever.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet bekend in welk jaar dit schilderij is gemaakt.
De andere afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw, die de schilder gelukkig niet heeft gebruikt als voorbeeld voor zijn kunstwerk.
De schilder wekt de indruk van onwerkelijkheid en verlatenheid in het schilderij niet zozeer door de lichtinval, als wel door zoveel mogelijk in het schilderij weglaten van wel aanwezige voorwerpen in het interieur, zoals stoelen en kerkmeubilair en daarnaast door het licht-eiken-achtig schilderen van de preekstoel en de deur die toegang geeft tot de consistoriekamer.
Liggen vóór in het kerkgebouw op de brink van Deever werkelijk zoveel plavuizen van natuursteen ? Het rechter raam is in werkelijkheid lager dan het linker raam. Wel heeft de schilder mooi de kringen van opgetrokken vocht onder in de muren van het koor geschilderd.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Kerk op de brink, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Bee’j de scheerboas – Deel 1

De redactie van het Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in het Deevers Archief. Bijgaande drie korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd in Opraekelen 03/4 (december 2003).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden grappige herinneringen en voorvallen (annekedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten.
Hij begon in 1956 als leerling-kapper in de zaak van Geert Vierhoven an de Heufdstroate (tegenover de Wiba) in Deever. In de tijd dat hij leerling was, ging hij ’s maandagmiddags naar de vakschool in Groningen. Hij was tot in 1962 in dienst van Geert Vierhoven, toen nam Lammert de herenkapsalon van Geert over. Geert heeft toen nog een paar jaar bij Lammert gewerkt.
In 1965 begon Lammert zijn dames- en herenkapsalon in de voormalige Boerenleenbank an de Heufdstroate in Deever. In december 1991 heeft hij zijn zaak verkocht aan Wemmenhove, waarna hij naar Zuidwolde is verhuisd.
In sommige van zijn korte verhaaltjes worden om voor de hand liggende redenen geen namen van personen genoemd, maar misschien herkent iemand zichzelf of iemand uit zijn of haar familie.
In sommige verhaaltjes worden wel namen genoemd, maar dan gaat het om dorpsfiguren, zoals Geert Dekker, Harm Hessels, de gebroeders Mulder (Gaarke Bakker’s jongen) of Jans (Jansie) Grit.
Als lezers zich ook mooie of leuke voorvallen in de kapsalon herinneren, dan vernemen wij die graag! De redactie zoekt ook foto’s van het interieur van de zaak !

Over kauwers van sigarentabak
Wij hadden klanten die tabak pruimden, we hadden ook klanten die op sigarentabak kauwden. We verkochten aan onze klanten ook sigaren per stuk (losse sigaren). Als in een doos een kapotte sigaar zat, dan verkochten we die aan een kauwer van sigarentabak. Die klanten keken zelf of in de dozen kapotte sigaren zaten.
Er was op een gegeven moment één bepaalde klant, die altijd kapotte sigaren vond. Bij andere klanten was dat veel minder het geval. Toen we bij hem iets scherper opletten, bleek ons dat zo gauw hij een doos open deed, hij dan met zijn duim op de sigaren drukte. Zo ‘vond’ hij steeds één of twee beschadigde of kapotte sigaren, die hij dan voor weinig geld kon kopen. Toen hebben we zelf maar weer de controle van de dozen ter hand genomen.

Over het in model knippen van haar
Op een keer kwam een jonge klant binnen met in zijn hand een briefje, waarop de instructie stond hoe hij moest worden geknipt. De moeder had het duidelijk opgeschreven. Er stond: “Gaarne model zo laten, recht van voor, schuin af, van achteren aflopend op.” Ze moet gedacht hebben dat het zo voor ons wel duidelijk zou zijn.
Ik begreep de tekst toch niet helemaal. Harm Hessels kwam juist de zaak binnen en ik vroeg hem om advies. Harm was bekend in Diever als fotograaf en adviseur. Harm las het briefje en zei: “Wat hier staat is mij volkomen duidelijk, maar ik kan niet knippen.”

Over het knippen van kinderen op woensdagmiddag
We knipten in onze kapsalon op woensdagmiddag kinderen voor een gereduceerde prijs. De reden daarvan was dat de kinderen op woensdagmiddag vrij van school hadden. Zodoende hadden we minder kinderen op andere dagen te knippen.
Op een woensdagmiddag voor de kerstdagen was het ontzettend druk. Er zaten en stonden wel tweeëntwintig kinderen te wachten op hun beurt. Geert en ik deden wie het snelste de kinderen kon knippen. We werkten razendsnel en pakten zelf de kinderen op en zetten deze in de stoel.
Ik pakte een jongen op, zette hem in de kinderstoel, sloeg hem het kaplaken om, knipte hem, deed hem het kaplaken af en zette hem weer op grond. Toen keek hij mij verwonderd aan en zei: “Ik moest niet geknipt worden, maar ik moet sigaretten hebben voor mijn vader.” Deze zaak is gelukkig zonder problemen opgelost en werd hij toch nog een betalende klant voor ons.

Tekst bij de linker afbeelding
Geert Vierhoven werd op 3 oktober 1902 in Deever geboren en overleed op 14 augustus 1985 in Deever. Hij had van 1945 tot 1962 een kapperszaak an de Heufdstroate in Deever. De herenkapsalon werd overgenomen door Lammert Joustra. (foto gemaakt door wijlen Harm Hessels, Deever)

Tekst bij de rechter afbeelding
Een detail van een bladzijde uit het ‘opschrijfboek’ van de kapsalon; schulden van klanten werden vaak ‘opgeschreven’. In het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kostte een pakje North State sigaretten f. 1,40, een pakje Stuyvesant sigaretten f. 1,50 en een doos Hofnar sigaren f. 2,80. Als de schulden waren afbetaald, dan werd een streep door de betreffende schuld gehaald. (document van Lammert Joustra, Zuidwolde)

Posted in Diever, Dorpsfiguren, Hoofdstraat, Neringdoenden, Opraekelen | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied – 1938

In de Leeuwarder Courant van 2 april 1938 verscheen het volgende bericht naar aanleiding van de verkoop van het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied door de heer Friedrich Wilhelm Ackermann.

Vlak bij het dorpje Zorgvlied, een plaatsje bij de Friesch-Drentsche grens, ligt het 40 ha groote landgoed Castra Vetera. daar de uitgestrekte terreinen met zijn groote villa onder de hamer zijn geweest en voor f. 17.113,50 aan den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van de Pasman’s fabrieken te Steenwijk is verkocht, willen we iets van de interessante geschiedenis van dit landgoed vertellen. Onderstaande bijzonderheden werden ons meegedeeld door den heer F.W. Ackermann, die Castra Vetera heeft verkocht.
Het huis is gebouwd in plusminus 1850 door den gepensioneerden schout bij nacht W.J. de Ruijter de Wildt, die tevens de omliggende heidevelden liet ontginnen. In 1861 ging het huis in eigendom over aan de familie Verwer. Vooral de heer L.G. Verwer heeft de ontginning krachtig voortgezet, waardoor aan honderd arbeiders gedurende lange tijd werk werd verschaft.
De heer Verwer heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van de streek rondom Zorgvlied. Hij stichtte er een zeevaartschool (!) welke later weer opgeheven is, een bankgebouw en mede bevorderde hij de oprichting van de tegenwoordige stoomzuivelfabriek ‘De drie gemeenten’ in 1887.
Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en werd het landgoed verwaarloosd, zelfs zoo erg, dat de villa bijna een ruïne gelijk werd.
De heer Ackermann kocht het landgoed in 1919 en besteedde honderden guldens om alles weer een goed aanzien te geven. In de daarop volgende jaren legde hij fraaie boschcomplexen aan, zoodat het landgoed er thans keurig verzorgd uitziet en een prachtig natuuroord vormt. Enkele jaren terug is midden in het bosch begonnen met de aanleg van een groot natuurbad. De grootsche plannen zijn echter door de plotselinge dood van mevrouw Ackermann niet geheel uitgevoerd.
De nieuwe eigenaar, de heer Pasman, zal op het landgoed speciaal de paardensport beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon men ons nog niets positiefs mededeelen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De bouwer van het landhuis Zorgvlied is Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt, die was geen gepensioneerd schout bij nacht, maar een gepensioneerd koloniaal. Hij was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij in Nederlands Indië.

Posted in Castra Vetera, de Ruijter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Jongenskamp ‘de Eikenhorst’ had eigen kampgeld

De redactie van het Deevers Archief ontving op 7 januari 2015 van Alexander Moes de volgende reactie over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

In een artikel uit de Tielse courant van 18 januari 1950 wordt een beschrijving gegeven van de organisatie van Kamp Eikenhorst.
In het artikel staat te lezen dat de jongens 50 cent zakgeld per week kregen, dat gebruikt kon worden voor aankopen in de kantine.
Maar ze konden er ook een duif of een konijn voor kopen als er genoeg gespaard was.
Het zakgeld was niet het normale Nederlandse geld, maar zogeheten kampgeld (biljetten of fiches), een eigen uitgifte, deze waren genummerd en er stond een stempel op.
De vraag is of lezers nog voorbeelden, afbeeldingen, hebben van dit kampgeld en indien mogelijk met ons zou willen delen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Centrale Raad Kampterrein Deever – Bosweg – 1932

De Verenigde Christelijke Jongeren Bond (V.C.J.B.) begon in 1922 met kampen, goedkoper van opzet en met meer zelfwerkzaamheid. Deelnemers waren aanvankelijk leerlingen van het voortgezet lager onderwijs.
In 1923 werd door de V.C.S.B. en V.C.J.B. gezamenlijk kampwerk opgezet.
In 1924 kwam tot stand de ‘Centrale Raad van het Vrijzinnig Christelijk Jeugdwerk’. Het was een samenwerkingsverband van beide bonden voor wat betreft het jeugdwerk, meer in het bijzonder het kampwerk. Onder andere werden van beide zijden leiders geleverd voor de gemeenschappelijke kampen.
Een van de kampen was het kamp aan de Bosweg bij het Mastenveldje. Het kampterrein in de gemiente Deever bij het Mastenveldje aan de Bosweg was van de Centrale Raad.
De zwerfstenen op de voorgrond van deze eenvoudige tekening uit 1932 zijn nog steeds aanwezig op het voormalige kampterrein.

Posted in Bosweg, Mastenveldje, Tekeningen, V.C.J.C.-kamp, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van het Dievers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, zunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aebel Wiekstroa, die Aebel Allen (zien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en zien oomzegger Geert Dekker.
Zee woond’n in ’n boerdereegie op ’t Bultie. Het is al mièr as veertug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vurzorgd deur Hillechien, un zuster van Geert. Hillechien was niet staark, vaeke zeek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkeluder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke op de Brink. Doe hee dit veertig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Een hok under de toor’n was het underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As er iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaeg’n. Doe in 1912 de liekwaegenverieneging wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daorveur wödde ’n boer’nwaegen gebruukt, woarop de kiste wödde ezet op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haelde Geert neet allennig uut ‘t staarfhuus in dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grunning, as doar iene uut ’t dörp was overleed’n. Dizze reizen, vaeke dagreizen, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aebel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaeke mit hum mit. Ome Aebel overleed in 1930, 93 joar old. Een paer joar laeter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de Hervormde kaarke. Zowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wödde. Elke zundagmörn um neeg’n ure en an ’t begun van de dienst bengelde hee de klokke. Het is bekend dat hee nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien staarke gestel.
Noa een köt ziekbedde oaverleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaekt an de ofdieling van ’t Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. Zee verkocht’n ’t huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um ‘t te sloop’m. Een ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van het Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 te Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Abel Allen genoemd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Geert Dekker overleed op 5 maart 1963 in Möppel. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra.
Hilligje Dekker werd geboren te Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de  Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen rücksichtslos al het oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit het oude Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristen-industrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Brink, Bultie, Deevers, Deeverse dialect, Diever, Erfgoed, Hoofdstraat, Kerk op de brink, Keuterijen | Leave a comment

In de Heufdstroate van Deever in 1954


Bijgaande zwart-wit ansichtkaart was in 1954 te koop bij Roelof (Roef) van Goor, Kantoorboekhandel aan de Kruisstraat in Deever. De fotograaf van deze mooie afbeelding stond ter hoogte van de boerderij van Hendrik Krol. Links is nog net een deel van het muurtje voor de Gereformeerde School te zien. Rechts staan de woningen van Hendrik Gruppen en … Eising. Wie kan meer gegevens verschaffen over de zichtbare panden en hun bewoners in die tijd ?

Posted in Ansichtkaarten, Hoofdstraat, Kerk op de brink | Leave a comment

Over de organisatie van jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van het Deevers Archief ontving op 7 september 2014 van de 75-jarige heer Pieter Verdonk bijgaand verhaal over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie van het Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp.

Van 1961 tot 1963 ben ik groepsleider geweest in het VBS-kamp, later BJ-kamp ‘de Eikenhorst’ te Geeuwenbrug. De Vorming Buiten Schoolverband, later Buitengewoon Jeugdzorgwerk in Internaatsverband kampen en internaten gingen uit van het toenmalige ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De grote baas in Den Haag was mr. A.J.M. Schats.

De jongens (van 10 tot 14 jaar) konden opgenomen worden als er bijvoorbeeld moeilijkheden thuis of op school waren. Voorwaarde was dan wel dat tijdens het verblijf van de jongen in het kamp aan de thuissituatie het nodige gedaan zou worden. De plaatsing van de jongens verliep via contactambtenaren, die verzoeken tot opnamen van bijvoorbeeld scholen, huisartsen of  de ouders zelf behandelden. Al naar gelang het inkomen van de ouders was er een ‘ouderbijdrage’.

Op ‘de Eikenhorst’ verbleven de jongens een jaar. Om in contact te blijven met de  gezinssituatie was er voor de jongens een paar maal ‘verlof”, bijvoorbeeld met Kerstmis.

Het kamp in Geeuwenbrug bood ruimte aan 64 jongens, die verdeeld waren over vier groepen van 16 jongens. In ‘mijn tijd’ is de bezetting altijd 100% geweest.

Wat het personeel betreft, de directie werd gevoerd door ‘de commandant’, die bijgestaan werd door ‘de adjudant’. Dan waren er minstens vier groepsleiders, twee (bevoegde) onderwijzers, een sportleider en een leider voor de creatieve vakken, zoals tekenen, knutselen en dergelijke. Er waren naar ik meen twee jonge vrouwen die voor de huishoudelijke dienst zorgden en tegelijkertijd ‘groepsdame’ waren. Ze draaiden naast hun hoofdtaak mee in de groepen om het ‘vrouwelijk element’ bij de benadering van de jongens te realiseren. De onderwijzers waren veelal militaire dienstweigeraars, die hun vervangende dienstplicht in het kamp doorbrachten.

De commandant en de adjudant hadden eigen woningen op het terrein, de overige stafleden hadden een (slaap)kamertje in de groepsbarakken. Voor de administratie was er een aparte kracht. Verder waren er een kok, een magazijnmeester en een kampmonteur, die buiten het terrein woonden.

Op ‘de Eikenhorst’ werd het ‘goudzoekersspel’ gespeeld. In de loop van hun jaar konden de jongens rangen van ‘kompel’ tot en met ‘goudzoeker’ doorlopen. Het ‘goudzoekersspel’ was bedoeld om de jongens het goud van de vriendschap bij te brengen en op die manier aan hun problematiek te werken. De vier groepsbarakken hadden de namen Peru, Klondike, Transvaal en Alaska, streken waar ‘echt’ goud werd gevonden.

Voor de dagelijkse activiteiten buiten de groep waren de jongens ingedeeld in vier aparte groepen. De jongens met de meeste mogelijkheden, bijvoorbeeld in schoolkennis, werden ingedeeld bij groep C, iets minder ontwikkelden kwamen in groep L, daarna volgde A en tenslotte N. Samen: Clan!

Overdag, op ongeveer dezelfde tijden als ‘thuis’, namen de jongens deel aan onderwijs, sport, creativiteit en corvee. De groepsbarak was het eigen home van de jongens. Er was een slaapzaal met 16 bedden, een toilettengroep en een ‘washalletje’. Verder was er het ‘schoenenhalletje’ en het groepsverblijf. In mijn tijd stonden in de groepsverblijven levensgrote kolenkachels. De eerste taak van een groepsleider na een verlof in de winter was de kachel aan te steken, want dan kon het venijnig koud zijn in de barakken.

Er was een aparte barak met douches en met wasmachines. De ‘gewone was’ werd niet in het kamp gedaan, maar de ‘straaljagerwas’ werd gedaan met de kamp-wasmachine. ‘Straaljagers’ waren jongens die in hun bed plasten. ‘Bommenwerpers’ heb ik in mijn tijd gelukkig niet meegemaakt.

In het dagelijks leven werd een forse discipline gehandhaafd. Ging men ‘s morgens van de groep naar de eetzaal, dan gebeurde dat netjes in een rij, die voor de barak gevormd werd. De groepsleider moest dan zeggen: ‘In de stand – staat!’,  waarop de jongens in de houding sprongen. Het volgende commando was dan ‘Kwartdraai linksom – naar de eetzaal!’.

Voor de dagactiviteiten begonnen was er nog het ‘vlagappel’, waarbij de jongens per leefgroep rond de vlaggenmast in de houding stonden en de vlag door een van hen gehesen werd.

Natuurlijk is in de loop der jaren het regime veranderd; daar kunnen anderen misschien nog eens over vertellen.

Verder: het is mogelijk, dat ik in mijn verhaal dingen ben vergeten of niet helemaal precies juist gesteld. Vergeet daarbij niet dat het meer dan een halve eeuw geleden is dat ik op ‘de Eikenhorst’ werkte en dat ik nu 75 ben!

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ansichtkaart van de molen van Oldendeever

Het pand op de zwart-wit foto moet van oorsprong een boerderij mit siedbaander zijn geweest. De baander van het pand van molenaar Uiterwijk Winkel is op deze zwart-wit foto uit 1963 al dichtgemetseld. Het pand stond redelijk dicht aan de Brinkstraat (heet de weg ter plaatse van het pand nog Brinkstraat of heet de weg daar Oldendiever ?).
Later is het pand afgebroken en is op een andere plaats een nieuwe woning gebouwd. Die kwam van verder van de Brinkstaat en wat verder van de straat met de naam Dingspil te liggen. Is (een deel van) het bouwmateriaal dat is vrijgekomen bij het slopen van het oude pand weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe pand ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Ansichtkaarten, Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Woap’m van de gemiente Deever – Bosweg 2 – Deever

Het direct na de Tweede Wereldoorlog bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven ‘grensstenen’.
Zo hangt een kennelijk goed onderhouden exemplaar, die voor het ontstaan van de gemeente Westenveld op 1 januari 1998 ergens op de gemeentegrens langs een weg stond, aan een muur van het vroegere tolhuis aan de Bosweg 10 in Deever. Door het ronde raampje kon de (vrouw van de) tolgaarder het aankomende verkeer op de Bosweg uit de richting van Woater’n in de gaten houden.
Gegevens over het wapen van de gemiente Deever zijn te vinden in het Nederlandse deel van de webstee van Heraldry of the World (Internationale Overheidsheraldiek). De in die webstee opgenomen verklaring bij het wapen van Diever bevat helaas enige historische onjuistheden.

Posted in Bosweg, Diever, Gemeente Diever, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

In het Grünedal in de winter van 1955-1956

Deze fraaie zwart-wit foto is in de winter van 1955 op 1956 gemaakt van de keuterijtjes (arbeiderswoningen) aan het Grünedal (Groenendal), zeg maar de zandweg naar het Openluchtspel vlak bij het boerderijtje van de familie Booiman (in de volksmond werd Booiman altijd uitgesproken als Baaiman), dat op de achtergrond is te zien.
De elektrische energie werd in die tijd nog boven de grond getransporteerd door middel van koperen draden bevestigd aan houten palen.
In de zestiger of zeventiger jaren van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van het Grünedal (Groenendal) vernield en door burgemeester Meiboom en de zijnen opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd helaas omgebouwd tot een rechte asfaltweg.
De voorkant van het gelijk heeft van deze weg helaas (wanneer ?) de eeuwenoude naam Grünedal (Groenendal) ten onrechte gewijzigd in Heezenesch. Een esch is een esch en geen zandweg.
In het voorste wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu ook nog maar een zandweg) naar het Openluchtspel woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) en Eltje (Eltie) Oost (zie de afgebeelde overlijdensadvertentie, die op 10 september 1997 in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) stond). Eltje Oost woonde in de winter van haar leven bij haar zoon Hendrik-Jan Warries.

Posted in Alle Deeversen, Groenendal, Heezenesch, Veldnamen | Leave a comment

Herinneringen uit den grond van de Kaamp in Wapse

Het tijdschrift ‘De Zaan’, geïllustreerd  weekblad voor Zaan- en Waterland, publiceerde op 23 maart 1927 twee foto’s met betrekking tot het vinden van zes urnen tijdens ontginningswerkzaamheden op de Oeren, een stuk woeste grond tussen Diever en Wapse.

De tekst bij de foto’s in het tijdschrift ‘De Zaan’ luidt als volgt:
Herinneringen uit den grond – In den Drentschen bodem worden herhaaldelijk urnen gevonden. Een dezer dagen vonden de heeren H. Koopman, D. Kuiper, J. Veldhuizen en J. Bolding er ook weer, terwijl zij te Wapse grondwerk verrichtten. Op de rechter foto ziet men deze belangrijke oudheidkundige vondsten fraai afgebeeld. In de urn links zijn nog duidelijke overblijfselen van beenderen enzovoort zichtbaar.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 13 maart 1927 verscheen het volgende bericht over deze vondst.
Diever, 11 maart. Terwijl eenige arbeiders in het vroegere ‘Soldatenkamp’ tusschen Diever en Wapse aan het slootgraven waren, stootten ze plotseling op eenige urnen. De eerste, die voor den dag werd gehaald werd, was juist midden door gestoken. Dit was een zeer groote met een middellijn van ongeveer 35 cm. Spoedig bleek dat er nog meer urnen in den grond verborgen zaten. In ’t geheel werden zes uitgegraven, zoodat het vermoeden is gewettigd dat men hier een heel urnenveld heeft ontdekt. Vier urnen, van verschillende grootte, zijn geheel gaaf en mooi heel gebleven. Ze berusten thans bij den onderwijzer Onstee te Wapse. Bij onderzoek naar den inhoud kwam -nadat het zand was verwijderd- een hoopje as te voorschijn. Ook werden er nog beenderen in gevonden, waarvan duidelijk eenige ribben en een schoudergewricht te onderscheiden waren. Het terrein, waar een en ander gevonden is, vormt eenigszins een verhooging bij de omliggende gronden vergeleken.

Posted in Archeologie, de Kaamp op de Oeren, Wapse | Leave a comment

Ontginningswerkzaamheden in de Olde Willem

De redactie van het Deevers Archief ontving op 5 januari 2015 van de heer Paul Gols, woonachtig op Zorgvlied, bijgaande fraaie foto -een afdruk van een glasplaatnegatief- van ontginningswerkzaamheden in de Olde Willem.

Deze foto is afkomstig uit de collectie van Wessel Jansema, een kleinzoon van de rentmeester van ‘De drie Provinciën’, die in de jaren 1911-1920 onder meer de ontginningen in de Olde Willem leidde.
Op de foto is heel veel werkvolk bij een stoom- of benzinetrekker met nummerplaat G2673 te zien en mogelijkerwijs ook de rentmeester zelf en de eigenaar van de te ontginnen gronden.
De redactie van het Deevers Archief is de heer Paul Gols bijzonder erkentelijk voor het beschikbaar stellen van deze historisch waardevolle afbeelding.

De redactie van het Deevers Archief ontving op 15 februari 2015 van de heer Hans Salverda de volgende reactie op de bijgaande foto. De redactie is de heer Salverda erkentelijk voor deze bijdrage

Dit is een prachtige foto van de ontginning en wat een grote groep mensen.
Het kenteken van de ‘trekker’ geeft aan dat deze afkomstig was uit de provincie Noord-Holland.
Naast Jansema kunnen nog enkele andere namen genoemd worden, zoals Arthur Bigot en Floris Vos.
Floris Vos woonde in het Gooi en mogelijk heeft hij gezorgd dat deze trekker naar Oude Willem is gebracht en kon worden ingezet bij de ontginning. Deze Floris Vos was een kleurrijk figuur en had een landelijke partij opgericht om de tolwegen in Nederland af te schaffen. Voor deze partij zat hij ook in de Tweede Kamer. Hij ligt begraven op het kerkhof van Naarden.
Arthur Bigot was ook medewerker van de Heidemaatschappij en zijn vrouw heeft volgens het telefoonboek, dat onlangs in het Deevers Archief is gepubliceerd, nog gewoond in het huis Goede Weide dat nu nog in Oude Willem staat. De camping van de familie Theunissen heeft dezelfde naam: Groene Weide.
Arbeiders die bij Arthur Bigot (op zijn Frans uitgesproken als Biegoo) werkten zeiden al gauw dat ze ‘bij God’ werkten………..

Posted in de Drie Provinciën, de Oude Willem, Landbouw, Ontginning | Leave a comment

Tegen de winteravond op ’t Kastiel in januari 1979

Wijlen meester Henk van de Bos, niet geboren, maar wel een leven lang getogen in Deever, heeft deze foto van de boerderij van Klaas Fledderus op ’t Kastiel in Deever gemaakt bij het vallen van de avond  in de sneeuwrijke winter van 1978 op 1979. Wat een fraaie en stemmige foto.

Posted in Afbeeldingen, Boerderijen, Diever, Kasteel | Leave a comment

Deever – Haverschoven in het Grünedal – 1968

In de nadagen van het aan schoven zetten van het koren (in dit geval gaat het zo te zien om haver) brachten neringdoenden in Deever nog een prachtige zwart-wit ansichtkaart uit.
De foto is gemaakt in het Grünedal (Groenendal) an de Bosweg in Deever.
In het wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu nog maar een zandweg) naar het Openluchtspel woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnerweg in Deever) en Eltje (Eltie) Oost (geboortedatum en precieze overlijdensdatum zijn niet bekend bij de redactie).
Van deze door het bedrijf JosPé in Arnhem gedrukte ansichtkaart zijn meerdere uitgaven bekend.
Roelof van Goor (Van Goor’s Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deever) gaf deze kaart in november 1964 voor het eerst uit.
Hendrik Koopman (Drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufdstroate in Deever) gaf in november 1966 ook een oplage van deze kaart 1966.
Roelof van Goor (Van Goor’s Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deever) gaf in oktober 1967 nog een keer een oplage van deze kaart uit.
Wellicht zijn er nog andere uitgaven geweest.
Welke trouwe bezoeker van het Deevers Archief kan ontbrekende of aanvullende gegevens doorgeven ?

abracadabra-330

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Boer'nwaark, Diever, Groenendal, Openluchtspel, Veldnamen | Leave a comment

Toren en kerk op de Brink van Deever

Abracadabra-430De gemeentelijke toren van de kerk op de Brink van Diever was vóór de Grote Restauratie in 1955 in een zeer beroerde en vervallen toestand, wat mag blijken uit de bovenste foto die tijdens de restauratie in 1956-1957 van de noordkant van de kerk en de gemeentelijke toren is gemaakt. Op deze foto is aan de linker kant het toen nog gelukkig niet gesloopte pand bij de kerk te zien.
De foto onder de bovenste foto toont de noordkant van de gerestaureeerde kerk en de gemeentelijke toren en het pand bij de kerk, nadat Klaas Kleine het eerder gesloopte pand bij de kerk eigenhandig weer helemaal had opgebouwd. Hière mien tied, wat ’n klus.
De redactie van het Deevers Archief heeft de onderste foto op 7 augustus 2015 tijdens een periodieke visuele inspectie van de gemeentelijke toren vanaf het terras van Café Brinkzicht gemaakt.

Abracadabra-431

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-432

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Erfgoed, Kerk op de brink, Klaas Kleine | Leave a comment

Keuterijtje op ’t Kastiel in Deever in 1958

De beeldbank van het Drentsch Archief in Assen bevat in de collectie Monumentenzorg drie foto’s van het keuterijtje van Jacob Oost en Elsje Davids op ’t Kastiel in Deever.
Het zijn de ouders van Jantje Andreae-Oost, de laatste bewoonster van dit keuterijtje mit un siedbaandertie en sönder un pothokke.
De drie foto’s zijn op 28 augustus 1958 gemaakt. De naam van de maker van de drie foto’s is niet bekend.
Het keuterijtje had toen huisnummer 2; zie het bordje boven de voordeur op de eerste foto. Deze straat werd in de volksmond altijd ’t Kastiel (je woonde op ’t Kastiel en niet aan ’t Kastiel) genoemd, ook nadat de voorkant van het gelijk na het afscheid van burgemeester Hendrik Gerard van Os in 1939 deze straat wel erg abusievelijk Burgemeester van Oslaan ging noemen. En dat heeft de voorkant van het gelijk veel te lang volgehouden.
Op de plek van dit oude keuterijtje staat nu een uiterst merkwaardig nieuw pand. Zie de bijgevoegde kleurenfoto van dit pand, die de redactie van het Deevers Archief op 2 januari 2017 heeft gemaakt. Zie ook het bericht De woning van de familie Andreae is verdwenen.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Gesloopte panden, Kasteel, Keuterijen | Leave a comment

Kopafbeelding webstee Deevers Archief is vervangen

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan de kopafbeelding van de webstee van het Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze mooie afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij bijgaande kopafbeelding niet geschikt acht als kopafbeelding van de webstee van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening aan de redactie kenbaar te maken.
Op deze kopafbeelding is tussen de bomen door het mooie dak van de gemeentelijke toren op de brink van Deever te zien. Let op de zichtbare vlaggestok. De betreffende kleurenfoto is gemaakt op 7 juli 2015.
Deze kopafbeelding is geplaatst op 29 mei 2017.

Posted in Brink, Diever, Kopafbeeldingen, Toren op de brink | Leave a comment

Lantaarnplaatje van het gemeentehuis en de pastorie

Zo zag een deel van de brink van Deever er in de Tweede Wereldoorlog uit als je boven op de gemeentelijke toren op de brink van Deever klom en vanuit het geopende luik een foto nam.
De brink van Deever leek toen nog een beetje op een brink, zoals een brink hoort te zijn.
Bij de grote vernieling in de jaren 1955-1957 verdwenen het oude gemeentehuis (in Deever hoort een gemeentehuis op de brink te staan) op de voorgrond met daarnaast de pastorie van de Nederlands hervormde gemeente (in Deever hoort een pastorie op de brink te staan).
Het gemeentehuis, dat daarvóór de openbare lagere school en daarvóór een boerderij was geweest, werd in de jaren 1955-1957 vervangen door een lomp bouwwerk, dat heden ten dage nog steeds de brink ontsierd.
Let vooral op de slijtpaden over de brink.
Links onder aan de foto is een deel van de omheinde braandkoele te zien, met daaromheen rhodhodhendhron struiken. Dit kenmerkende onderdeel van de brink werd tijdens de grote vernieling van de brink in de jaren 1955-1957 dicht gegooid.
De pastorie had zo te zien achter het huis een grote tuin met een soort van slecht onderhouden boomgaard.
Achter de pastorie staat het huis met de naam Iemenhof, dat gebouwd is op een deel van de akker met de naam Iemenkamp. Het huis met de naam Iemenhof staat heden ten dage nog steeds aan de brink.

Posted in Brink, Brinkstraat, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Topstukken, Toren op de brink, Veldnamen | Leave a comment

Dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis

Het Deevers Archief is onlangs uitgebreid met een bijzonder fraaie cultuurhistorische aanwinst, te weten een beschreven ansichtkaart uit 1906, dus uit de begintijd van Zorgvlied. De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers een afbeelding van deze aanwinst natuurlijk niet onthouden.

De ansichtkaart is op 12 oktober 1906 vanuit Zorgvlied verstuurd naar Amsterdam, waar het al op 13 oktober 1906 bij de geadresseerde aankwam. De afzender, ene juffrouw Cato, woonde in ’t Witte Huis naast het oude Rooms Katholieke kerkje.

De tekst op de aan de voor en achterkant beschreven ansichtkaart luidt als volgt:
B, D en Chr, Een hartelijken groet van mij uit Zorgvlied. Hoe maken jullie het ? Nog steeds naar omstandigheden redelijk wel ? Hebt ge nog geen nieuws mede te delen ? Tweemaal per dag komt de post hier en dan kijk ik reikhalzend uit, doch tot heden nog geen nieuws. Ik maak het best en profiteer den geheelen dag van de buitenlucht, ’t is hier nog volop zomer. De natuur vooral de bosschen zijn hier prachtig. a.s. Zondag gaan wij dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis. Jammer dat geen der beide villa’s hier op staan, alleen de Bank. Nu adieu, houdt je maar goed Door, misschien hoor ik nog wel wat.
Hartelijke groeten van Jan, Elsa en Agnes en een zoen van je liefhebbende Cato.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De ansichtkaart met de titel ‘Groete uit Zorgvlied bij Noordwolde (Fr.)’ laat een foto van zes objecten zien: de protestantse kerk (Obadja) (bestaat nog), de sigarenfabriek van Lodewijk Guillaume Verwer (bestaat nog), villa Laanzicht (steet an de Deeverbrogge), het eerste rooms katholieke kerkje (bestaat niet meer), het pand van de noordelijke hypotheekbank (bestaat nog) en de winkel van Wollfs (bestaat niet meer in de oorspronkelijke vorm).
De zes foto’s zijn gemaakt door de in Deever geboren huisschilder, amateur-kunstschilder en fotograaf Roelof Kuiper uit Noordwolde. Roelof Kuiper was ook de maker van de plafondbeschilderingen in ‘Heerenhuis, dat in de volksmond niet ’t Heerenhuis maar ’t Kastiel werd genoemd.
De schrijfster van de tekst op de ansichtkaart bedoelt met ‘beide villa’s’, de villa ‘Het witte huis’ en de villa ‘Castra Vetera’.

Op 22 oktober 2014 ontving de redactie van het Deevers Archief de volgende reactie:
Ik heb even op de website van Dievers Archief gekeken. Daar werd onder meer bericht dat men een interessante ansichtkaart had verworven. Mijn aandacht werd echter niet zozeer getrokken door de afbeeldingen op de ansichtkaart, maar wel door het bestemmingsadres in Amsterdam. Dat bleek het toenmalige adres te zijn van de grootouders van mijn echtgenote. De afzender, die op vakantie was in Diever, had op de kaart geschreven dat men zeer benieuwd was of er al iets te melden was. De kaart is verzonden op 12 oktober 1905. Uit andere bronnen weten we dat enkele dagen nadien in Amsterdam een dochter werd geboren. Dat was de tante met wie mijn echtgenote later een bijzondere band heeft gehad. Hoeveel toevalligheden komen hier tezamen ?

Posted in Ansichtkaarten, Cultureel erfgoed, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Obadja, Rooms Katholieke Kerk, Topstukken, Villa Aurora, Villa Laanzicht | Leave a comment

Tweehonderd eikenboomen in het Grünedal

Op 11 januari 1919 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden de volgende advertentie over de publieke verkoop van bomen en schel- en weekhout in Diever.

Boomen en Schel- en Weekhout, Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op vrijdag 17 januari aanstaande, des voormiddags plusminus 11 uur, ten huize van B. Seinen te Diever, publiek verkoopen:
1.
Voor de Marktgenooten van Diever:
Plusminus 200 eikenboomen in het Groenendal te Diever. Aanwijzing J. Seinen.
2.
Voor Lucas Tijmes:
1 zware populier bij het huis.
3.
Voor gebroeders Offerein:
3 populieren bij het huis.
4.
Voor dezelfden en G. Krol:
de Wal in Kamp van G. Krol, die aanwijst.
5.
Voor mr. A.C. van Daalen:
5 percelen in het Oude Wapserzand.
1 perceel achter de Noordesch. Aanwijzing H. Smit op dinsdag 14 januari aanstaande.
Samenkomst voormiddag 10 uur op Berkenheuvel bij Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Wie was B. Seinen, was hij caféhouder ? Of wordt hier café- en logementhouder Roelof Seinen bedoeld ?

De weg vanaf de Bosweg tot aan het Openluchtspel zou gewoon weer Groenendal moeten heten.
Een mooie klus voor de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever om bij het gemeentebestuur van de gemeente Westenveld de verandering van de naam Hezenesch in Groenendal te bewerkstelligen.
Of is dit een klusje voor de straatnamendeskundige van de politieke partij Dorpsbelangen ?
Met marktgenooten worden de markegenoten van de boermarke Diever bedoeld.
Jan Seinen (geboren 15 juli 1876 te Wapse, overleden op 13 december 1950 te Deever) was lid van het bestuur van de boermarke van Deever.
Lucas Tijmes (geboren op 25 maart 1855 te Beilen, overleden op 8 december 1934 te Deever).
Wie waren de gebroeders Offerein ?
Blijkbaar werd het hakhout op de wal langs de Kamp van Gerard Krol verkocht. Waar lag de Kamp van Gerard Krol ?
De naam Oude Wapser Zand komt niet voor op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel.
H. Smit is Harmen (Haarm) Smit (geboren op 10 december 1867, overleden op 11 oktober 1944, hij ligt begraven op de kerkhof an de Grönnegerweg in Deever), de tweede boschbaas van het landgoed Berkenheuvel.
In de advertentie komen ook enige veldnamen voor: Groenendal, Kamp van Gerard Krol, Oude Wapserzand.

Posted in Berkenheuvel, Boermarke van Diever, Groenendal, Noordesch, Veldnamen | Leave a comment

Anthonij Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe

Akte van Schenking en Stichting 

Heden den twee en twintigsten September achttienhonderd acht en tachtig compareerden voor mij Anthonius Bernardus Sjerp, notaris te Leeuwarden, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
De heeren Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever, en Mr. Julius Verwer, advocaat, wonende te Leeuwarden.

Die verklaarden, omtniet en onherroepelijk af te staan aan de hiermede te Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, opgericht wordende Stichting van Weldadigheid, het St. Anthonij Gasthuis, bestemd tot verstrekking van huisvesting en zoover mogelijk eene wekelijksche toelage in geld, aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn.

Primo.
Een gebouw te Zorgvlied, gemeente
Diever, als Pastorij in gebruik bij de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied, en als zoodanig ten kadaster bekend gemeente Diever, sectie A, nummer 695, geheel groot twee roeden zestig el, wordende echter niet afgestaan het erf ten zuiden onder dit nummer begrepen, noch de turfloods op dat erf gebouwd, doch alleen het hoofdgebouw en voor de houders het recht van gebruik en bewoning van dit perceel, toekomende aan de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied tot het jaar negentien honderd zeventien, of zoveel vroeger als het door het Kerkbestuur zal worden ontruimd.

Secundo.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als schuur gemeente en sectie als voren, onder nummer 696, groot vier en twintig el.

Tertio.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als huis, gemeente en sectie als voren, onder nummer 697, groot vijf en dertig el.

Quarto.
Zoodanig gedeelte van het perceel ten kadaster als tuin bekend, gemeente en sectie als voren, onder nummer 693, geheel groot zeven en zeventig roeden vijftig el, als gelegen is tusschen de sub primo, secundo en tertio omschreven gebouwen en den publieken weg ten noorden, groot ongeveer tien roeden en zoals op het terrein door paaltjes is aangewezen; alles onder voorwaarde, dat de stichting zal moeten dichtmaken de deur tusschen den stal en perceel nummer 697 en al de deuren en lichtscheppingen in den zuidelijken muur, die in nummers 697 en 696 dadelijk, die in 695 bij het eindigen van het recht van gebruik en bewoning voorschreven, terwijl de comparanten zich voorbehouden het recht van deurslag in hun koetshuis en uitweg door de koetshuisdeur ten noorden, en het recht om in den zuidelijken muur balken te leggen en daartegen te timmeren, terwijl de goot aan den muur ter bede zal liggen, en de stichting gehouden zal zijn alle water op eigen erf te leiden en aftevoeren, zodra dit door de comparanten wordt gevorderd.

Welke perceelen door de comparanten, onder meer, zijn verkregen bij koopacte den twintigsten Mei achttien honderd negen en zeventig voor den notaris Johannes Gijsbertus Moll te Arnhem verleden, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Assen den vijfden Juni daaraanvolgende, in deel 474 nummer 43.

De comparanten verklaarden de voorschreven perceelen aftestaan onder de volgende

Voorwaarden en bepalingen:
1.
De stichting zal geheel onafhankelijk en vrij zijn van Staats-, Provinciaaal of Gemeente bestuur;
2.
Haar zetel zal zijn te Zorgvlied in de gebouwen op voorschreven perceelen aanwezig of te stichten;
3.
Zij zal den naam dragen van “St Anthonij Gasthuis”;
4.
De geldelijke baten, die het gasthuis verkrijgt, zullen door het Bestuur rentegevend worden belegd, van de renten, zoodra deze minstens twee en vijftig gulden ’s jaars bedragen, zal wekelijks aan den bewoner der eerste kamer een gulden worden uitgereikt en het restant worden opgelegd, zoodra het kapitaal door giften en opgelegde inkomsten drie duizend gulden zal bedragen zal ook de bewoner van de volgende kamer in het genot der bijdrage worden gesteld; vervolgens zal behoudens het hierna bepaalde, het restant der opkomsten worden opgelegd tot dat bij het einde van voorschreven recht van gebruik en bewoning, de ruimte, thans als Pastorie gebezigd, vrijkomt en voor provenierskamers zal worden ingericht, als wanneer de inkomsten dit toelatende, de bewoners van de derde, vierde en vijfde kamers evenzeer in het genot der toelage zullen worden gesteld.
De verder overig zijnde renten kunnen naar het goedvinden van het Bestuur tot kapitaal vorming en verdere uitbreiding der stichting of tot verhooging der bijdragen van de proveniers worden aangewend, terwijl het aan het Bestuur vrij zal staan , ook op andere wijze de zedelijke of maatschappelijke belangen der omgeving daaruit te bevorderen.
5.
De kamers zullen zoo veel mogelijk worden gegeven aan personen uit den burger of boerenstand, die om de eene of andere reden aan eenige bijstand behoefte te hebben, doch niet geheel onvermogend zijn; ten blijke daarvan zullen zij voor hunne intrede aan het Bestuur moeten aantoonen, dat zij een eigen en vast inkomen hebben van minstens twee gulden vijftig cents ’s weeks, of zoo gehuwde lieden als proveniers worden aangenomen, van vier gulden ’s weeks. Bij elke kamer zal na negentien honderd zeventien eene strook tuingrond ter breedte van de kamer in gebruik worden gegeven.
6.
De keuze van proveniers geschiedt door het Bestuur in volle vergadering, na gemeen overleg in eene vorige vergadering, bij meerderheid van stemmen, met gesloten briefjes.
7.
De proveniers of bewoners van elke kamer moeten vóór hunne intrede ten behoeve van het gasthuis storten eene som van vijftig gulden, welk bedrag eigendom wordt der stichting.
8.
De proveniers, die door slecht gedrag, verregaande onzindelijkheid of andere gewichtige redenen, naar het oordeel van het Bestuur zich het beneficie onwaardig maken, zullen na verloop van eene maand na waarschuwing en kennisgeving door het Bestuur, zonder eenigen vorm van proces, via facti uit de stichting kunnen worden verwijderd, in welk geval hun, het door hen gestorte bedrag wordt teruggegeven; alle proveniers zullen vóór hunne intrede eene verklaring teekenen, ten bewijze dat zij zich naar dien, en andere door voogden te maken bepalingen van orde onderwerpen, alzoo, dat hun genot van huisvesting en toelage geheel ter bede bestaat.
9.
De voogden zullen van bovenstaande bepalingen omtrent het minimum van eigen inkomsten der proveniers, het bedrag der toelagen en storting slechts mogen afwijken wanneer in enig geval, volgens hun oordeel, daartoe bijzondere aanleiding bestaat.
Mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de Voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve der stichting kunnen verhuren.
10.
Het bestuur der stichting zal bestaan uit drie voogden, die onderling hunne functiën zullen verdeelen en regelen, de voogd die met het geldelijke bestuur is belast, zal een nauwkeurigen staat bijhouden van de bezittingen der stichting, jaarlijks rekening doen en bij het eindigen van zijn bestuur, van zijn beheer door de gezamenlijken voogden worden gedéchargeerd.
De verdere wijze van uitvoering dezer beschikkingen, de regeling van het bestuur en van de huishoudelijke orde worden overgelaten aan het overleg en de rechtschapenheid der voogden, die uit de bovenstaande bepalingen de bedoelingen van de stichters genoegzaam zullen kunnen afleiden.
11.
Twee der voogden zullen bij voorkeur uit de bloed- of aanverwanten der stichters worden gekozen en zal in ieder geval één der drie voogden met derwoon moeten zijn gevestigd in eene der gemeenten Diever, Vledder, Oost- of Weststellingwerf.
Bij overlijden of ontstentenis door welke oorzaak dan ook, van één der voogden zullen de overgeblevenen zijn opvolger benoemen, terwijl bij tijdelijke verhindering om aan het beheer deel te nemen, iedere voogd een plaatsvervanger zal kunnen benoemen.
Als voogden van de stichting worden reeds aangesteld de stichters Mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Mr. Julius Verwer voornoemd.
Die verklaarden hunne benoeming aantenemen en de voorschreven goederen te zullen doen stellen ten name der stichting met bestemming als boven is omschreven, en zich een derden voogd te zullen assumeeren.

Waarvan akte.

Verleden te Leeuwarden, ten huize van mij notaris, in tegenwoordigheid van Anskarius Schelte Hoffman, kleermaker, en Lieuwe George Leenhart Hoekstein, boekdrukker, beiden wonende te Leeuwarden, als getuigen, even als de comparanten mij notaris bekend.

Onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen en mij  notaris deze minuut-akte onderteekend.

Geteekend: Mr. L.G. Verwer,  Mr. J. Verwer, A.S. Hoffman, L.G.L. Hoekstein, A.B. Sjerps , notaris.

Geregistreerd te Leeuwarden, den vijf en twintigsten September 1800 acht en tachtig, deel 168, folio 54, ve……vak 4, twee bladen drie renvooien.

Ontvangen voor recht één gulden twintig cent f. 1.20.

De Ontvanger B.A. (geteekend) van Walsem.

Uitgegeven voor Afschrift. A.B. Sjerps. Notaris te Leeuwarden.    

Het Gemeente-bestuur van Diever verklaart naar aanleiding van artikel 7 der wet van 12 Augustus 1854 (Staatsblad nr. 100) mededeling te hebben ontvangen van de bepalingen betreffende de inrichting en het bestuur van de Stichting van Weldadigheid “het St. Anthonij Gasthuis” te Zorgvlied gemeente Diever, opgericht bij akte van den 22 September 1888 voor den te Leeuwarden residerenden notaris A.B. Sjerps verleden.

Diever, 12 November 1888

Het Gemeente-bestuur voornoemd

L….. H. van Os, Burgemeester

W. Mulder, Wethouder

Rectificatie

De ondergetekende Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever en Mr. Julius Verwer, avocaat, wonende te Leeuwarden,

Partijen in eene akte van Schenking en Stichting op den 22 September 1888 voor den notaris Antonius Bernardus Sjerps te Leeuwarden verleden, overgeschreven ten kantore van bewaring der hypotheken te Assen, den 4 October 1888, in deel 603, n: 2.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony Stichting, Zorgvlied | Leave a comment

Wie kent de familie Baaiman uit de Peperstraat nog ?

Wel, de redactie van het Deevers Archief weet zich de familie Baaiman nog heel goed te herinneren, waar ze woonden aan de Peperstraat, dat ze vanwege de afbraak van het huis waar de familie aan de Peperstraat woonde naar de Wapserveenseweg in Wittelte verhuisden, waar de vijf kinderen Baaiman de Wittelter Skoele voorlopig van van sluiting redden, tot het vertrek van de kinderen Baaiman uit Wittelte naar diverse pleeggezinnen in het land.
De  redactie van het Dievers Archief wil graag reageren op het verzoek van Theo Baaiman en Keitje Kei. Allereerst een foto van de leerlingen van de Wittelter Skoele uit 1959. Op deze foto staan de vijf oudste kinderen van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen: Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman.

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1959

De redactie van het Deevers Archief is zeer actief bezig met het verzamelen van alle klassefoto’s van alle scholen in de voormalige gemeente Diever, te weten de voormalige openbare lagere school van Diever, thans openbare basisschool ‘De Singelier’, de gereformeerde school van Diever, thans de bijzondere basisschool ‘de Meester Roosjenschool’, de openbare lagere school van Wapse, thans ‘de Ten Darperschoele’, de openbare lagere school van Zorgvlied-Wateren (opgeheven) en de openbare lagere school van Wittelte (opgeheven in 1967).
Het uitzoeken van de namen en de verblijfplaats van kinderen op klassefoto’s levert altijd weer positieve reacties op. In de serie ‘Olde schoelfoto’s’ toont de redactie van het Deevers Archief een foto van de voormalige openbare lagere school van Wittelte. We weten dat we daarmee in het bijzonder Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman een plezier kunnen doen.
De leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte zijn in de zomer van 1959 op het plein bij de school op de foto gezet.

Het gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstraat in Diever naar de Wapserveenseweg in Wittelte, vanwege de afbraak van hun huurwoning. Het toch al niet zo grote aantal leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte nam daardoor van de ene dag op de andere met vijf leerlingen toe. Dankzij het kinderrijke gezin Baaiman was het gevaar voor sluiting van de school weer voor jaren geweken.
Het nagaan in welk jaar een schoolfoto is genomen is altijd weer een kwestie van puzzelen. Dit keer was het niet zo moeilijk. Wolter Baaiman vertelde dat hij op 18 april 1947 is geboren en dat hij op zesjarige leeftijd in Diever naar de openbare lagere school is gegaan. Hij is daar nooit ‘blijven zitten’. Hij heeft in 1958 nog een paar maanden bij meester Albertus Andreae in de zesde klas gezeten. Dus moet de foto, gelet op de korte broeken van de jongens, aan het einde van het schooljaar in de zomer van 1959 zijn genomen. De andere zesde-klassers Cornelis Hunneman en Henk Oosterhof zijn ook in april van het jaar 1947 geboren.

Bij de namen van de leerlingen op de hiervoor afgebeelde foto zijn achter een naam tussen haken de geboortedatum, de persoon waarmee de leerling getrouwd is en de huidige woonplaats vermeld.

In de bovenste rij staan van links naar rechts opgesteld:
Juffrouw Engel Broer-Van Delden (geboren op 12 mei 1923, was getrouwd met Luite Wolter Broer, Diever);
Theo Baaiman (geboren op 15 augustus 1948, getrouwd met Jannie Hazeleger, Amersfoort);
Cornelis Hunneman (geboren op 6 april 1947, getrouwd met Irma Jonkers, Diever);
Jacob Westerveen (geboren op 21 maart 1948, getrouwd met Geesje Otten, Meppel);
Wolter Baaiman (geboren op 18 april 1947, getrouwd met Luitje Dam, Meppel);
Hendrik Jacobus (Henk) Oosterhof (geboren op 19 april 1947, getrouwd met Femmy Schipper, Steenwijk);
Hendrik Willem (Henk) Broer (geboren op 18 februari 1950, getrouwd met Trijntje Roggen, Groningen);
Hendrik (Henk) Klok (geboren op 18 januari 1948, getrouwd met Maria Schipper, Dwingelo);
Jan Boerhof (geboren op 7 augustus 1948, getrouwd met Lies Gerdes, Diever);
Meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op februari 1996, echtgenote Geertje Wuite).

De rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Tietje Hunneman (geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, Uffelte);
Bertha Berends (geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert (Eppie) Warnders, Uffelte);
Grietje van de Berg (geboren op 31 maart 1951, getrouwd met Henk Bergman, Midwolda);
Jennie Soer (geboren op 21 november 1946, getrouwd met Henk Daleman, Wittelte);
Grietje Berends (geboren op 20 maart 1948, getrouwd met Gabriël (Gabie) Verboom, Frederiksoord);
Jennie Winters (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Nico Hardeman, Decatur-Nebraska-USA);
Alie Diever (geboren op 17 mei 1950, overleden op …., echtgenote van Meeuwis Tiemes, Diever);
Annie de Jong (geboren op 15 maart 1951, getrouwd met Henk Oort, Diever);
Klaasje Oosterhof (geboren op 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, Dwingelo);
Annie (An) Baaiman (geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Lafinus Schraal, Lelystad).

De rij jongens beneden de rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Klaasinus Jantinus (Gesinus) Baaiman (geboren 1 januari 1950, getrouwd met Jannie van Sleen, Vledder);
Jacob ten Buur (geboren op 14 juni 1952, getrouwd met Jannie Oostenbrink, Drachten);
Albertus (Bert) Jan de Boer (geboren op 21 december 1949, getrouwd met Cobie de Zeeuw, Wijk bij Duurstede);
Roelof ten Buur (geboren op 1 mei 1950, getrouwd met Grietje Westerbeek, De Wijk);
Albert (Appie) Baaiman (geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josephine Catharine Smit, Steenwijk);
Albert (Appie) Jongebloed (geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, Meppel);
Jans Tabak (geboren op 26 september 1953, getrouwd met Tineke Koning, Beilen);
Reinder de Weerd (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Grietje Scheper, Meppel).

De onderste rij jongens bestaat van links naar rechts uit:
Frens Winters (geboren op 11 juli 1947, getrouwd met Hillie Millekamp, Wittelte);
Albert Jan Oosterhof (geboren op 27 juni 1949, getrouwd met Jannie Beugels, Assen);
Gerard Klok (geboren op 20 september 1950, getrouwd met Hendrikje de Leeuw, Varsseveld);
Jacob Rozeboom (geboren op 24 juni 1953, overleden op 11 oktober 1969);
Arend Berends (geboren op 9 februari 1951, getrouwd met Jennie Segers, Uffelte);
Hendrik (Henk) Wesseling (geboren op 14 juni 1951, getrouwd met Trijntje Wever, De Wijk).

De redactie van Deevers Archief is zeer geïnteresseerd in het publiceren van verhalen over het schoolleven in Wittelte. De bezoekers van het Deevers Archief worden uitdrukkelijk uitgenodigd te reageren !
De redactie van het Deevers Archief heeft voorgaand artikel ook gepubliceerd in het nummer 2002/2 van Opraekelen, het orgaan van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Afbeeldingen, Onderwijs, Opraekelen, Scholen, Wittelte, Wittelter skoele | Leave a comment

Twee doorvoerkampen voor Joden in de Olde Willem

De redactie van het Deevers Archief publiceerde het navolgende artikeltje met twee afbeeldingen in zijn fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Dit boekje werd in 1999 uitgegeven.

Het Ministerie van Sociale Zaken huisvestte in de rijkswerkkampen Diever en Diever B in de dertiger jaren van de vorige eeuw werklozen die onder meer heidevelden moesten omspitten. De kampen stonden bij Hoeve aan den Weg in de Olde Willem. Beiden boden plaats aan zesennegentig personen.
In december 1941 besloot de Duitse bezetter Joodse Amsterdammers naar de Drentsche werkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen. Het eerste resultaat was dat 905 mannen op zaterdag 10 januari 1942 naar Drenthe vertrokken, waarna ook mannen uit andere delen van het land gedwongen werden te gaan.
Hier volgen een paar aangrijpende citaten uit brieven die manufacturier Jozef Leefsma uit Gorredijk vanuit rijkswerkkamp Diever A aan een vriend schreef: De lui die hier zijn, lijken wel wolven. Die zijn uitgehongerd. Het lijken wel rovers. Ze zeggen dat wij, als we er veertien dagen zijn, ook zo worden, maar dat weet ik nog niet. Daar ben ik zelf bij. In het kamp mag niets, ofschoon de kampchef een beste kerel is. Maar dat is nu eenmaal voorschrift………. Ik kon jullie niet bedanken deze week. Ik was wat vol. Daar heb ik tegenwoordig meer last van. Zo gauw ik aan thuis denk of iemand mij er over spreekt, huil ik als een kind en ik kan er niets aan doen……….
In de nacht van zwarte vrijdag 2 oktober 1942 werden de rijkswerkkampen Diever A en Diever B door de Duitse bezetter ontruimd. De Joodse bewoners kwamen in het kamp Westerbork terecht. Vandaar werden ze gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen.
Jozef Leefsma heeft het niet overleefd. Welke andere Joodse Nederlanders zaten in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B ? …….. Wie van hen overleefden de hel van de vernietigingskampen ? ……….
Niets in de wijde omgeving herinnert aan het feit dat deze kampen als isolatie- en verzamelkamp van joodse landgenoten zijn gebruikt….. Van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B, lopend naar Westerbork, en dan per trein naar Auschwitz, Birkenau, Bergen-Belsen, Dachau, Majdanek, Mauthausen, Neuengamme, Schöppenitz, Sobibor, Sosnowiec, Theresienstadt, Treblinka ………………

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Inmiddels staat – mede dank zij voorgaande mini-essay – in de Olde Willem wel een gedenkteken bij de plaats van de voormalige rijkswerkkampen Diever A en Diever B.

Posted in Ansichtkaarten, de Oude Willem, Diever, ie bint 't wel ..., Joodse inwoners, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Diever – Een wijds uitzicht naar alle kanten

Deze zwart-wit ansichtkaart werd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht door de Firma Brugging (Jan Brogg’n), Luxe- en Huishoudelijke artikelen an de Heufdstroate van Deever.
De ULO-skoele van Piet Zijlstra is nog in aanbouw of bijna afgebouwd, dat is niet duidelijk te zien. De Westeresch is nog niet volgebouwd. Het huis met praktijkruimte van huisdokter Ludolf Dirk Broekema moet nog worden gebouwd. Wel is daar in de buurt de woning van Mans Nijzingh (?) te zien. Korenmolen ‘de Vlijt’ staat nog mooi ‘op de ruumte’.
Op de achtergrond is in het midden de Noordesch te zien en is rechts boven de Hezenesch te zien.
Op dit wijdse uitzicht naar alle kanten is ook fraai te zien dat de Kloosterstroate de slingerende loop van het oude zandpad met de naam ’t Bultie volgt. De huizen die zichtbaar zijn aan de rechterkant van de Kloosterstroate, die staan op ’t Bultie. Het Groene Kruisgebouw staat ook ongeveer op ’t Bultie.

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Heezenesch, Luchtfoto's, Noordesch, Westeresch | Leave a comment

De Zonnekamp ligt niet in de gemiente Deever

De redactie van het Deevers Archief beperkt zich tot het aandacht besteden aan het verleden van alles wat zich binnen de grenzen van de gemiente Deever bevindt of heeft afgespeeld.
Laat het nu toevallig zo zijn dat kampeerboerderij en camping ‘Het Zonnekamp’ net niet binnen de grens van de gemiente Deever ligt, maar net daarbuiten, dus in de gemeente Vledder.
Afgezien van dit bericht zal het Deevers Archief verder geen aandacht meer besteden aan dit onderwerp, hoe belangwekkend het ook zou kunnen zijn, de gemeentegrens is de gemeentegrens.
De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is in augustus van 1964 uitgegeven door ‘Het Zonnekamp’, Zorgvlied, telefoon 05212-475,
Zo te zien aan de bouwvalligheden bevindt het bedrijf zich net in de overgangsfase van boerenbedrijf naar recreatieonderneming. Tegenwoordig heet het bedrijf ‘Camping Zonnekamp’, adres: de Ruijter de Wildtlaan 7, 8337 PC Zorgvlied.

Posted in Net over de grens | Leave a comment

Wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936

In Opraekelen 09/4 (december 2009), het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’. De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De redactie van het Deevers Archief prijst zich gelukkig ook een exemplaar van deze kaart, uitgegeven in mei 1936, in haar archief te hebben (waar het aflopen van veilingen al niet goed voor is). De twee hier zichtbare afbeeldingen betreffen de voorkant en de achterkant van de wandelkaart.
De redactie kan de belangstellende bezoeker van het Deevers Archief gratis een digitale versie van beide afbeeldingen toesturen, dan kan de bezoeker zo nodig geacht zelf een scherpe afdruk op A3-formaat maken en de op de achterkant van de kaart vermelde routes gaan wandelen. Het toesturen van een e-mail bericht via de knop ‘leave a comment’ aan het einde van het artikel volstaat.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Kogelvangers, Mastenveldje, Opraekelen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Van Daalen in Bennekom en Deever

In de Kostersteen, het orgaan van de Vereniging Oud-Bennekom, verscheen in nr. 58 van november 1996 het navolgende artikel ‘Van Daalen in Bennekom en Diever’. Het bestuur van deze historische vereniging was zo welwillend toestemming te geven voor publicatie van dit artikel in het Deevers Archief. De redactie  van het Deevers Archief is het bestuur van de Vereniging Oud-Bennekom bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Het artikel draagt bij aan de geschiedschrijving over het landgoed Berkenheuvel. Het publiceren  van oude jaargangen van haar verenigingsorgaan in digitale vorm op haar webstee is een bijzonder goed initiatief van deze historische vereniging. Dat zou de heemkundige vereniging uut Deever ook ernstig in overweging moeten nemen. Wellicht een onderwerpje voor een aanstaande jaarvergadering ?

Aanleiding
Tijdens een recent bezoek aan het landgoed Berkenheuvel in de gemeente Diever (Dr), eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, vertelde de beheerder mij dat het bezit in 1970 was verkregen door aankoop van de familie Van Daalen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Wie waren die Van Daalens en wat had hen tot de verwerving van ruim 1000 ha in midden Drenthe gebracht ?

Familiebeschrijving
Er bestaat een genealogie van de familie Van Daalen. die in 1925 geschreven is door de gepensioneerd generaal-majoor E.A.F. Blokhuis.  Uit deze publikatie ontleen ik het volgende.
De Van Daalens zijn afkomstig uit Brakel in de Bommelerwaard. De voor dit verhaal van belang zijnde tak van de familie is via Harderwijk in Wageningen en Bennekom terecht gekomen.

Herrnannus B. van Daalen (1782-1850)
Geboren te Harderwijk vestigde hij zich vóór l811 in Wageningen. Hij werkte daar als advocaat, notaris, stadssecretaris en houthandelaar. Hij was maatschappelijk zeer actief en genoot het nodige aanzien. Alleen de huidige Wageningse houthandelaar Daniëls heeft nog slechte herinneringen aan de man. In zijn familie is bekend dat zijn betovergrootvader in 1811-midden in de Franse Tijd- uit Wageningen moest vluchten, omdat Van Daalen hem van anti-Franse uitlatingen had beschuldigd. Hernannus van Daalen had vijftien kinderen uit drie huwelijken. Voor dit verhaal is zijn zoon Albertus van belang.

Albertus van Daalen (l8l2-1864)
Hij werd opgeleid voor de militaire dienst en trok in 1830 als achttienjarige cadet op tegen de Belgische opstandelingen. Te velde werd hij tot officier bevorderd. In 1842 nam hij ontslag uit het leger en vestigde zich in Bennekom, waar hij werkzaam was als Rijksontvanger. Hij werd lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland en bevorderde de verbetering van de afwatering in de Gelderse Vallei. Bij de watersnoden van 1855 en l86l begeleidde hij Koning Willem III in het rampgebied en ontving hem in zijn huis te Bennekom. Dat huis Dorpzicht had hij in 1853 laten bouwen aan de weg naar Wageningen op de plaats waar nu het Bart van Elstplantsoen is.
Albert is twee maal getrouwd geweest. In beide gevallen met een gezuster Cau uit Zierikzee. De Cau’s waren een zeer gegoede familie, die veel hebben bijgedragen aan de welstand van de Van Daalens.
Albert bemoeide zich met allerlei bestuurlijke aangelegenheden in Bennekom, zoals de verkoop van de onontgonnen domeinen ten oosten van het dorp. Hij kreeg acht kinderen, waarvan alleen de jongste, Albertus Christiaan volwassen werd.

Albertus Christiaan van Daalen (1853-1939)
A.C. van Daalen studeerde rechten in Leiden, promoveerde in 1880 en vestigde zich in Arnhem. Daar was hij secretaris van de Militieraad en een ijveraar voor de bevordering van het toerisme naar Arnhem en omgeving.
Zo richtte hij de VVV in Arnhem op en nam het initiatief tot de aanleg van de weg Roozendaal-Beekhuizen-Heuven (langs de Posbank).
Albertus C. van Daalen trouwde in 1890 met Albertina Johanna Sichterman uit Groningen. Het echtpaar ging in zijn ouderlijk huis Dorpzicht wonen.
Uit het huwelijk werden vijf kinderen geboren, te weten: Albert Christiaan (189l), Antoinette (1893), Josephina Hermanna Johanna (1894). Christina Albertina (1896) en Mello (1897).
Josephina trouwde in l913 met Paul Carel Louis Doorman. Hun zoon Albert Christiaan werd in 1918 geboren en woont in Diever.

De familie Sichterman is verbonden met het gelijknamige patriciërshuis aan de Ossemarkt in Groningen. De voorvaderen van Albertina Johanna kwamen in de zeventiende eeuw als militairen naar Groningen. In 1716 moest Jan Albert Sichterman vluchten als gevolg van een duel met dodelijke afloop voor zijn tegenstander. Hij vertrok op een schip van de VOC naar Indië, waar hij carrière maakte onder andere als Directeur van Bengalen. In 1744 voer hij thuis als admiraal van de jaarlijkse retourvloot.
In Indië had hij een groot fortuin vergaard en een indrukwekkende inboedel verzameld. Bij zijn thuiskomst liet hij het Sichtermanhuis aan de Ossemarkt bouwen, dat in die tijd een ware bezienswaardigheid was in de stad en dat nog steeds een belangrijk monument in Groningen is.
Door de vorstelijke staat die hij voerde, werd Jan Albert wel ‘de Koning van Groningen’ genoemd. Of het ruimhartige beheer van zijn vermogen bij zijn overlijden in 1764 tot rijke erfgenamen geleid heeft, valt te betwijfelen.

Mr. A.C. van Daalen moet -als enig erfgenaam- bij zijn huwelijk in l890 een gefortuneerd man geweest zijn met veel maatschappelijke invloed en relaties. Hij was vele jaren Dijkgraaf van het polderdistrict Wageningen en Bennekom en voorzitter van de collegiën der Exonereerende Landen (de gezamenlijke waterschappen in de Gelderse vallei), die de Grebbedijk en de waterlossing via de ‘Rode Haan’ bij Veenendaal onderhielden.
Zijn welstand blijkt uit de aankoop in 1890 van Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemeente Diever. De aankoop en ontginning van de Drentse markegronden (grond in gemeenschappelijk bezit van de bewoners) was omstreeks 1850 begonnen door Friese ondernemers.
De laatste van deze ontginners, mr. A.J. Hoekwater, verkocht Berkenheuvel aan Van Daalen. Volgens zijn kleinzoon, A.C. Doorman, die nu nog op een deel van het oorspronkelijk landgoed woont,  kocht Van Daalen het vooral voor de jacht, waarvan hij een groot liefhebber was.
Onder invloed van zijn vrouw, die tegen de jacht was, ging hij zich steeds meer op het beheer. de uitbreiding, ontginning en bebossing van het gebied richten. Ln 1925 was Berkenheuvel uitgebreid tot 1300 ha en waren er een tiental woningen op gebouwd.

Van Daalen voerde het beheer samen met een Dieverse bosbaas en bezocht zijn bezittingen regelmatig. Rond 1900 reisde hij met de trein van Ede naar Nijkerk om daar over te stappen naar Meppel. Daar werd hij per rijtuig opgehaald om de laatste twintig kilometer naar Diever af te leggen. Later kwam er een stoomtram. maar dan moest hij de laatste kilometers van Dieverbrug naar Berkenheuvel te voet afleggen. Volgens oude Dieversen waren er dan altijd wel jongens die een centje wilden verdienen met het dragen van zijn koffer. Van Daalen logeerde tijdens zijn verblijf in een bescheiden optrekje op het erf van de bosbaas. Later is het uitgebreid tot een chalet-achtig familiehuis.

Het spreekt vanzelf dat Van Daalen het landgoed op economische basis wilde exploiteren. Volgend Doorman vergde dit hoge investeringen, waar tegenover in de lange aanloopperiode slechts geringe opbrengsten stonden. In de jaren dertig is het zelfs gebeurd dat een deel van het Bennekomse bezit werd afgestoten om Berkenheuvel te kunnen financieren. Toch heeft Van Daalen veel bevrediging gevonden in zijn Drentse ontginning en hij liet anderen daarvan mee profiteren. Zo stelde hij ruimte beschikbaar voor studentenkampen, legde wegen aan en liet een zwembad voor de Dieverse bevolking maken.
Na het overlijden van A.C. van Daalen in 1939 heeft de familie de eigendommen in Bennekom verkocht. waaronder het huis Dorpzicht, Neder-Veluwe en de Hullenberg (met het koepeltje). De exploitatie van Berkenheuvel is voortgezet tot 1970, toen het in twee ongeveer gelijke delen verkocht werd aan Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Het gebied is een bezoek zeker waard. Het Handboek van Natuurmonumenten zegt er onder meer het volgende over: ‘Uitgestrekte oude grove dennenbossen op sterk geaccidenteerd stuifzand bepalen grotendeels het karakter van het terrein. Onder de licht doorlatende kronen hebben zich uitgebreide tapijten kraaiheide ontwikkeld, rijk aan mossen en korstmossen, plaatselijk met rode bosbes. Door deze altijd groene onderbegroeiing maakt het bos ook ’s winters een levendige indruk. Dit bostype wordt nergens in Nederland over een zo grote aaneengesloten oppervlakte aangetroffen’.

Ir. N.H.A. Greve

Literatuur
E. A. F. Blokhuis. Het Brakel-Harderwijksche geslacht Van Daalen.  1925, (niet in de handel).
Gerrit Breman. Alleen in het belang en ten behoeve van de gemeente Bennekom. De Kostersteen 54 (oktober 1995) en 55 (januari 1996).
Coevorder Courant, 8 januari 1993 (over Berkenheuvel).
Eigen Haard 51, l9 september 1925 (over Berkenheuvel).
C.A. Heitink. Ter dankbare herinnering aan Mr. A.C. van Daalen. De Kostersteen 22 (oktober l987).
De Kampioen (ANWB), 11 en 18 september 1925 (over Berkenheuvel).
Wiet Kuhne-van Diggelen, Jan Albert Sichterman, VOC-dienaar en ‘Koning’ van Groningen. Regio-project Groningen 1995. ISBN 90-5028-058-7.
A.C’. Zeven. Hermannus Bernardus van Daalen. Oud-Wageningen l5 (1987).

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Albertus Christiaan van Daalen liet niet het zwembad ‘Dieverzand’ bouwen, de bevolking van Deever deed dat zelf in de Tweede Wereldoorlog. Zie de diverse artikelen in het Deevers Archief over het zwembad Dieverzand.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel | Leave a comment

Winkel van Hidde Visser en Trijntje Dijkstra – 1946

Het echtpaar Hidde Visser en Trijntje Dijkstra nam in april 1932 de kruidenierswinkel over van Kees Bos en Trui Beun.
Het pand had toen als adres Zorgvlied 4. Op de winkelruiten wordt reclame gemaakt voor Douwe Egberts koffie en thee, Ata, Imi, Erdal schoensmeer, Persil zeeppoeder, Henco was- en inweeksoda, Sunlight zeep en Radion zeep.
Hidde Visser en Trijntje Dijkstra hebben in 1963 hun winkel verkocht aan de familie Van der Heide.
Zo te zien aan de naam boven de deur had Klaas de Boer in het aangrenzende pand toen nog zijn manufacturenwinkeltje.
Het winkeltje in de voorkamer van Klaas de Boer was maar klein. Het was bijna helemaal gevuld met manufacturen. Er stond een toonbankje. Er was nauwelijks ruimte om te staan. In het gangetje achter de linker voordeur stonden stellages met rimmen (planken) die ook volgestouwd waren met stoffen.
De elektrische stroom werd in die jaren nog bovengrond getransporteerd, let op de twee keer twee zichtbare porceleinen potjes, de draden zijn niet te zien.
Op de foto (die eigendom is van de redactie van het Deevers Archief) zijn van links naar rechts te zien: Tjebbe Visser, Hidde Visser, Sietske Visser, Trijntje Dijkstra en Wiebe Visser.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto in 2004 ook gepubliceerd op de februari-pagina van de zo genoemde historische kalender van de heemkundige vereniging uit Deever voor de lezers van het blad Opraekelen.
Als tweede foto werd daarbij de situatie ter plekke op 9 november 2003 geplaatst.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt. Voorwaar nu al weer een bijna historisch waardevolle foto.

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Historische kalenders, Neringdoenden, Opraekelen, Topstukken, Zorgvlied | Leave a comment

Kinderkamp voor opvang van kinderen van N.S.B.’ers

Na de Tweede Wereldoorlog werden N.S.B.’ers en S.S.’ers geïnterneerd (gevangen gezet) in kampen. Kinderen waarvan beide ouders waren opgepakt, moesten worden opgevangen. Het Militair Gezag, dat na de bevrijding het dagelijkse bestuur op zich nam, stelde daarom commissarissen aan, die zich met de opvang van deze kinderen bezighielden.
Het Kinderkamp Diever viel onder de afdeling Jeugdzorg van het Militair Gezag te Assen. Het Kinderkamp Diever was van 1945 tot 1948 gevestigd in de Rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Woaterseweg in de Olde Willem. Op het terrein waar zich de twee kampen bevonden is nu Camping Hoeve aan den Weg, Bosweg 12, de Olde Willem gevestigd.
Gerhard V. was een van die kinderen waarvan beide ouders fanatieke N.S.B.’er waren.
De moeder van Gerhard V. was geïnterneerd (zat gevangen) in het kamp dat was gevestigd in de strokartonfabriek ‘Ons Belang’ aan de rand van Stadskanaal op de grens van Groningen en Drenthe.
Het is de redactie van het Deevers Archief bekend waar de vader was geïnterneerd (hij zat op meerdere plaatsen gevangen), maar moet deze gegevens nog opzoeken uit de vele aantekeningen die de redactie heeft gemaakt tijdens een aantal interviews met Gerhard V.
Gerhard V was ondergebracht in Rijkswerkkamp Diever B. Hij mocht na een verblijf van een aantal maanden worden opgehaald door familie.
Van hem zijn twee brieven aan zijn moeder bewaard gebleven, zie de bijgaande afbeeldingen. De brieven mochten blijkbaar maar één bladzijde lang zijn. De tekst van de eerste brief is blijkbaar door de negenjarige Gerard V. zelf geschreven, terwijl de tweede door iemand anders is geschreven (een oppasser ?).

De tekst van de eerste brief, die geschreven is op 18-**-1945 luidt als volgt:
Lieve Moeder,
Hoe gaat het daar in Stadskanaal. Wij hebben het hier goed Mama. Wij gaan eten en als we gegeten hebben gaan we wandelen in de bossen en heide een hut van stenen. En we zijn op de witte bergen. Probeer eens schrijven naar Oom Jan te komen en met Ernst gaat het goed. En Zondags vlees en pudig en witebrood en chocolade. En is het damspel klaar en ik lig met z’n 8ten op 1 kamer. En we gaan ook naar de zweevmolen geweest. Ik heb ook een vose hol gezien en een strik gezet maar has kregen. We moeten om 7 uur er uit en 8 uur naar bed.

De tekst van de tweede brief, datum van schrijven niet bekend, luidt als volgt:
Het is hier fijn. We hebben goed te eten. Het is hier allemaal bos en hei er zijn veel hazen en konijnen. Er zijn veel jarig. We hebben een bisquitje gehad ! We moeten rusten van 1-2.30. We worden ’s nachts gewekt. Het is hier mooi groen. Ze halen hier ook veel turf. We ….. niet ….. We worden ’s morgens lekker met koud water en zeep gewassen. We maken ringen van vliegtuigglas ook hangertjes maken we. Als er iemand jarig is moet hij op de stoel staan en wij zingen. Verder weet ik niets meer. Dag Moeder. Een zoen van Gerhard aan Vader en Moeder. Daag Gerhard.

Posted in de Oude Willem, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Telefoonnet Zorgvlied bijgewerkt tot 21 maart 1955

Vanwege de vele hedendaagse mogelijkheden om zich via een draad of draadloos met elkaar in verbinding te stellen is het wel aardig om te zien dat op 21 maart 1955 op Zorgvlied, op Woater’n en in de Olde Willem slechts enige huizen waren aangesloten op het openbare telefoonnet. Het kengetal van Zorgvlied, Woater’n en de Olde Willen was 05212.

De aangeslotenen waren:
Telefoon 1
Gerrit Hielkema, Textielhandel en luxe autoverhuur, Zorgvlied 29.
Telefoon 2
Meinte Jan Boersma, Landbouw- en veeteeltbedrijf, Wateren 3.
Telefoon 3
Thijs Oenema, Landbouw- en veeteeltbedrijf, Wateren 4.
Telefoon 4
J…. R…. Doornbos, Landbouwer, Wateren 39.
Telefoon 6
Rijkspolitie, Post Zorgvlied van de groep Diever, woonhuis postcommandant, Zorgvlied 24a.
Telefoon 7
Weduwe A. Bigot, Landbouwonderneming ‘Het Oude Willemsveld’, Hoeve De Goede Weide
Telefoon 8
I… Hunse, Brood- en banketbakker, kruidenier, Zorgvlied 37.
Telefoon 9
H…. Kooistra, Nederlands Hervormde Pastorie.
Telefoon 10
J… van der Leij, Klompenfabriek en loonzagerij, Zorgvlied 12.
Telefoon 13
Willem Zwiers, Rijwiel-, motoren- en bandenhandel, Zorgvlied 24b.
Telefoon 14
Hendrik Onstee, Hoofdonderwijzer, Wateren 16 a
Telefoon 15
Rooms Katholieke pastorie, Zorgvlied 9.
Telefoon 18
Franke Tjassing, Zorgvlied 13.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De lijst van aangeslotenen geeft een mooi beeld van de aanwezige en in opkomst zijnde ondernemers. Zo had bijvoorbeeld Jan Krans van Villa Nova in 1955 nog geen telefoon. In de zeer vele advertenties van Pension Villa Nova is pas op 15 april 1961 in de Leeuwarder Courant het telefoonnummer te lezen: 05212-467. Ergens tussen 1955 en 1961 is de telefoonmaatschappij overgegaan op driecijferige abonneenummers.

Telefoon 1
Gerrit Hielkema werd geboren op 25 april 1928 en overleed op 22 november 1987. Het ligt begraven op de kaarkhof bee’j de kapel van Obadja.
Telefoon 2
Meinte Jan Boersma werd geboren op 31 mei 1862 en overleed op 20 juli 1954 op Zorgvlied. Hij ligt begraven op de kaarkhof bee’j de kapel van Obadja. Hij was getrouwd met Marianne Terwisscha van Scheltinga.
Telefoon 7
Hoeve De Goede Weide is tegenwoordig Minikampeerterrein De Goede Weide in de Olde Willem, Oude Willemsweg 1, de Olde Willem, telefoon 0521-388494.
Telefoon 8
De redactie van het Deevers Archief probeert al lange tijd gegevens van bakker Hunse te achterhalen, wie kan helpen met informatie ? Bakker Hunse ventte in de zestiger jaren van de vorige eeuw ook met een Citroën bestelwagentje. Hij kwam ook wel in Diever te venten.
Telefoon 10
Zie de navolgende advertentie uit de krant De Heerenveensche koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel) van 11 maart 1952, waarin het nummer van de telefoon en het bedrijf je van J. van der Leij wordt bevestigd. Het bedrijfje was gevestigd op de plaats van het voormalige ‘koetshuis’ van de villa Castra Vetera (was het pand in 1952 al vernieuwd ?).
Telefoon 13
Willem Zwiers vertrok later naar Meppel, waar hij een autobedrijf begon, dit bedrijf bestaat nog steeds.
Telefoon 18
Franke Tjassing was boer op de boerderij met de naam Castra Vetera, deze boerderij (nu woonboerderij) bestaat nog steeds.
Hij werd geboren op 30 augustus 1909 en overleed op 28 januari 1990 op Zorgvlied. Hij ligt begraven op de kaarkhof bee’j de kapel van Obadja.

  

Posted in Bedrijven, Communicatie, De aandere kaante van de bos, de Oude Willem, Neringdoenden, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart – Groeten uit Dieverbrug – 1910

Café- en Logementhouder Sjoert Benthem is de uitgever en verkoper van deze in 1910 verstuurde fraaie ansichtkaart met vijf kleine afbeeldingen van objecten/onderwerpen an de Deeverbrogge.
Van elk van de vijf objecten/onderwerpen heeft Sjoert Benthem gelukkig ook een ‘gewone’ ansichtkaart uitgegeven en verkocht.
De redactie van het Deevers Archief toont van drie van deze ansichtkaarten al een afbeelding en zal bij gelegenheid van de andere twee ansichtkaarten ook een afbeelding tonen.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van de Opzichterswoning an de Deeversluus.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart met de stoomboot Assen-Zwolle.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van Hôtel S. Benthem.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café Sjoert Benthem, Café-Logement Sjoert Benthem, Dieversluis | Leave a comment

Ansichtkaart van een zandvlakte in Ellert en Brammert

Deze ansichtkaart van een zandvlakte in recreatiecentrum Ellert en Brammert is in 1968 uitgegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Bosgezichten, Ellert en Brammert | Leave a comment

Albert Kuiper koopt akker Grünedal voor 65 guldens

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 30 oktober 1912 bijgaand berichtje over de afloop van de verkoop van enige landbouwgronden in de gemiente Deever.

Diever, 29 october
Ten overstaan van notaris Bon werd heden bij Seinen voor de familie Hummelen palmslag gehouden.
Koopers werden van:
Perceel 1.
Het Broekje, R. Wever voor f. 2168.
Perceel 2.
De Geeuwenmaat, mr. van Daalen, f. 2401.
Perceel 3.
De Brinkemade, in twee perceelen: 1. A. Westerhof voor f. 230, 2. voor f. 194.
Perceel 4.
Vier perceelen in de Westerma, L. Warries voor f. 1308.
Perceel 5.
De Dikte, K. Offerein voor f. 415.
Perceel 6.
Bouwland:
Westereschakker, H. Krol voor f. 182,50;
Hilgensteen, J. Smit voor f. 555;
Groote Aarlange, R. Seinen voor f. 315,50;
Kleine Aarlange, K. Timmerman voor f. 110;
Het Beentje, J. Oost voor f. 94,50;
Bottekoele, R. van Nijen voor f. 122,50;
Klootzakkien, idem voor f. 71;
Noordeschakker, R.T. Barelds te Emmen voor f. 445;
Zandakker, W. Bakker voor f. 429,50;
Steenakker, R.H. Wesseling voor f. 188,50;
Groenendal, A. Kuiper voor f. 65.
Perceel 7.
Bosgrond:
Delakker, mr. van Daalen voor f. 21,50.
Er heerschte veel animo.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij Seinen was in het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.

Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom was in 1912 nog steeds druk bezig beetje bij beetje zijn landgoed Berkenheuvel uit te breiden.
Na de opname van De Geeuwenmaat en de Delakker in het steeds groter wordende landgoed Berkenheuvel zal het gebruik van deze twee veldnamen in de volksmond verloren zijn gegaan.
Perceel 3 lag in Leggele en de percelen 4 en 5 lagen in Eemster.
Albert Kuiper, de koper van de akker met de veldnaam Groenendal, zal vast en zeker bakker Albert Kuiper uit de Peperstraat zijn geweest. Verbouwde hij zijn eigen rogge voor het bakken van roggebrood ? Zijn kleinzoon Gerard Krol weet dit wellicht uit overlevering.

Het is opvallend dat ook in 1912 de landbouwgronden niet met hun kadastrale aanduiding, maar nog steeds met hun veldnaam werden aangeduid; elke boer in Deever wist dan gelukkig voldoende.  
Wie van de olde Deeversen kent nu nog de veldnaam van bepaalde akkers buiten de bebouwing ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden. De redactie is zeker benieuwd naar de ligging van het akkertje met de veldnaam Klootzakkien.
De redactie verwijst voor een uitgebreid en volledig overzicht van de veldnamen in de gemiente Deever graag naar het vanuit cultuurhistorisch oogpunt uiterst belangrijke monnikenwerk van Bart Buiter met de zijnen, dat wellicht nog aanwezig is in het papieren archief van de heemkundige vereniging uit Deever. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Het bouwland met de veldnaam Groenendal ligt langs de weg naar het Openluchtspel. Zie de afgebeelde fraaie zwart-wit ansichtkaart, die in 1964 is uitgegeven. 
Wie woonden toen in het witte huisje aan de weg naar het Openluchtspel en wie woonden toen in het witte keuterijtje bij het Openluchtspel ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden.

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Cultureel erfgoed, Erfgoed, Groenendal, Landbouw, Veldnamen | Leave a comment