De Doavidsterre mög neet boo’m de veurdeure blie’m

In Drente, Provinciaal Drents Maandblad, gewijd aan Praehistorie, Historie, Volkskunde, Dialectonderzoek, Heemschut, Opbouw en Toerisme, verscheen in jaargang 6, nummer 10 van maart 1935 het volgende bericht over het mogelijke behoud en de restauratie van het in vervallen staat verkerende Schultehuis an de brink van Deever.

Behoud van het Schultehuis te Diever mogelijk ?
In Diever bevind zich een oud huis, dateerend van 1604, dat achtereenvolgens is bewoond geweest door zes generaties van het geslacht Ketel, waarvan de voormannen al dien tijd schulte van Diever zijn geweest. Het is dus wel een eerenaam, dit ‘schultehuis’. Het huis zelf, waarvan een afbeelding hierbij gaat, is gelegen aan den brink, tegenover het gemeentehuis, welke bewoners en bezoekers het dus als het ware steeds wil herinneren aan de plichten jegens Drenthe’s en Diever’s historie.
De huidige Burgemeester van Diever, de Heer van Os, heeft de Stichting ‘Oud Drente’ en haar adviseur Dr. van Giffen niet alleen volkomen op zijn hand bij zijne pogingen tot behoud en restauratie van het mooie oude pand, doch hij heeft zelfs mogen ervaren dat door het werk van de stichting onder leiding van de Commissaris der Koningin reeds veel is bereikt: de Directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg heeft een rijkssubsidie van het Departement van Onderwijs in uitzicht kunnen stellen groot 40% der restauratiekosten, maximaal f. 1408,-, terwijl de Stichting zelve f. 1500,- geeft en van anderen reeds f. 1500,- aan toezeggingen heeft ontvangen, totaal dus ongeveer f. 4400,-. Aangezien voor aankoop en herstel noodig is totaal ongeveer f. 5500,-, komt de Stichting ‘Oud Drente’ nog ongeveer f. 1100,- tekort.
Het moet mogelijk zijn, ook deze f. 1100,- te vinden. Het Bestuur der Stichting zoekt dus ook langs dezen weg – er zijn reeds vele brieven en circulaires verzonden – contact met hen die willen helpen, dezen daad van piëteit jegens het Drentsche voorgeslacht te volvoeren. Weten de lezers van ‘Drente’ hier iets op ? Het is te hopen …. en stellig ook wel te verwachten. Men zende zijne raadgevingen of (en) bijdragen aan den secretaris, den Heer F. Lieftinck te Haren, die tevens gaarne bereid is, circulaires en inlichtingen te verstrekken. Wie helpt hier ?
J. L. H.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De intialen J.L.H. van de schrijver van het bericht in ‘Drente’ staan voor mr. Johannes Linthorst Homan te Frederiksoord.
Dat het schultehuis an de brink van Deever helaas is ‘gerestaureerd’ en helaas niet is ‘geconserveerd’ en ook nog eens is gescheiden van de schulteboerderij dat mag gevoeglijk bekend heten. Zie de berichten die verschijnen na het aanklikken van de categorie ‘Schultehuis’ in de lijst van categoriën in het rechter deel van het scherm.
De redactie van ut Deevers Archief vindt het onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat de Hoge Heren Van Het Grote Archaïsche Restauratiegelijk Van Het Rijksbureau Voor De Monumentenzorg In Het Verre Zeist bij de ‘grondige restauratie’ van het oude vervallen gebouw, opgetrokken uit eensteens muren, de in Nederland volstrekt unieke, enig in zijn soort zijnde, nergens anders aanwezige, eeuwenoude prachtige versiering in de vorm van de Davidster in het bovenlicht ‘wegrestaureerde’.
Op basis van welke geschiedkundige gronden moest bij de ‘grondige restauratie’ in het vlak voor de Tweede Wereldoorlogse Deever de Jodenster in het bovenlicht van de ingang van het schultehuis verdwijnen ? Is de bovenlichtversiering in de nacht en in de nevel verdwenen ? Of is de bovenlichtversiering wellicht terecht gekomen in het Drents Museum in Assen ? Was dat moar woar !
De redactie wil de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief een vlak voor de ‘grondige restauratie’ gemaakte foto van de ingang van het schultehuis met het bovenlicht versierd met de Jodenster niet onthouden. Zie de bijgaande afbeelding.

This entry was posted in Schultehuis. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *