’t Is Sunt Joapik, de hongermaand is voorbij

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 25 juli 1952 verscheen het volgende bericht over het begin van de oogst van de rogge in de tijd dat de boermarke nog bestond.

Sunt Joapik
Vandaag is het Sunt Joapik, Sint Jacobi. De tijd van de rogge-oogst is als vanouds op deze dag aangebroken. Ten gevolge van het stijgen van de temperatuur in het begin van deze week is het koren hard aangerijpt. Is het niet:
Veertien dagen bluijen
Veertien dagen gruijen
Veertien dagen striepen
Veertien dagen riepen ?
Sommige landbouwers in onze omgeving zijn al in de rogge bezig. Vroeger was dat meer ‘geordend’, wat ook wel nodig was in verband met de ligging van de percelen op de es. Dan werd de tijd van het maaien en de tijd van het binnenhalen van de oogst bij algemeen overleg bepaald. Dan werd door klokkleppinge of met de boerhoorn het sein van beginnen en ophouden gegeven. De Boerwilkeur van Diever uit 1723 geeft hier nog regels voor.
Over het algemeen wordt de stand van het roggegewas goed genoemd, al zijn sommige percelen wat legerig. Men spreekt van goedgevulde aren.
Van ouds is de oogsttijd een belangrijke tijd; het is de oogst die de volkeren voeden moet. ”t Is Sunt Joapik; de hongermaand is voorbij’, zei men vroeger. Want de laatste maand vóór de rogge-oogst kon men wel eens krap zitten, vooral in de tijd toen de aardappelen nog niet bekend waren.
De tijd van de mooie maar zware arbeid, het oogsten van het gewas dat men zelf gezaaid heeft, is aangebroken. Het oude versje zegt:
‘Sint Jacobi reikt ons blij te moe,
Den overrijpen graanhalm toe,
Als weldaad uit den Hogen,
Op Landvolk, op,
’t Wordt meer dan tijd,
Dat ge die swellend’ aren snijdt,
Van zwaarte neergebogen.’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie van het Deevers Archief is bezig achter de vindplaats van die ene wilkeur van de boermarke van Deever uit 1723 te komen. Daar moeten belangwekkende regels voor het oogsten van de rogge staan.
In die jaren was het nog zo dat de bouwakkers op de nes aaneengesloten lagen en niet alle bouwakkers rechtstreeks via een weg bereikbaar waren, derhalve de akkers in een bepaalde volgorde möss’n wödd’n emeeid.
De redactie wil van bezoekers van deze webstee, die het Deeverse dialect (nog) beheersen of gaan beheersen graag vernemen wat de betekenis is van de vier werkwoorden bluij’n, gruij’n, striep’m en riep’m.
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd in Deever de rogge an de miete ezet, waarna een loonbedrijf de rogge döste mit un döskaaste. Op bijgaande afbeelding zijn behoorlijk wat miet’n op de Heezenesch bee’j Deever te zien.
Het deel van de Grönnegerweg bee’j Deever van de Stienakkerweg tot an ut gesticht Aarm’mhuus was gelukkig toen nog een saandweg, was dat nu nog maar zo. Naast de saandweg lag gescheiden door betonnen paaltjes een schelpenpad voor de fietsers en de wandelaars.
De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels uut de Kruusstroate maakte bijgaande fraaie zwart-wit foto omstreeks 1960, ongetwijfeld na 25 juli, na Sunt Joapik.
De redactie heeft de kleurenfoto van de Heezenesch bee’j Deever gemaakt op vrijdag 3 mei 2018 gemaakt. De redactie betreurt het zeer ten zeerste dat over de ooit zo schitterende maar nu vernielde Heezenesch, ooit Deevers cultureel erfgoed van buiten-categorie, een volstrekt overbodige asfaltweg loopt. De redactie raadt de Hoge Heren Van De Absolute En Onvermurwbare Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld zeer ten zeerste aan deze asfaltweg te slopen en de oorspronkelijke situatie ter plekke te herstellen.

This entry was posted in Boer'nwaark, Boermarke van Diever, Harm Hessels, Heezenesch, Landbouw, Topstuk. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *