Category Archives: Verdwenen object

Ut café van Barteld Smit an de Deeverbrogge

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 42 een foto uit 1924 van het café van Barteld Smit an de Deeverbrogge opgenomen. In de tekst bij de foto is enige aandacht besteed aan het verleden van het oude café-logement an de Deeverbrogge, bedrijvigheid an de löswal en enige inwoners van de Deeverbrogge.

42 – Dieverbrug- Café Barteld Smit – ± 1924
In het pand achter de keurig geknipte leilinden was van 1 mei 1886 tot 19 april 1906 het café van Hendrik Benthem Szn. gevestigd. De schuur werd gebruikt als opslagplaats, wagenschuur en paardenstal. Zijn zoon Sjoert zette daarna het bedrijf voort. Na het overlijden van Sjoert Benthem op 20 maart 1915 heeft zijn vrouw Griet Merk het café-logement tot 1 mei 1921 voortgezet.
Toen werd het café overgenomen door Barteld Smit. Met ingang van 15 mei 1921 mocht hij sterke drank verkopen in de gelagkamer, in de wachtkamer van de stoomtram en in de keuken.
Het pand werd in januari 1929 gekocht door Johan Blok uit Wapserveen. De drankvergunning van Barteld Smit werd met ingang van 1 februari 1929 op naam van Johan Blok gesteld.
In 1932 liet hij het oude pand na een grote brand afbreken, waarna in 1933 het nieuw gebouwde voor die tijd moderne hotel Blok in gebruik werd genomen.
Links naast de witte schuur is nog net het kruidenierswinkeltje van Olde Aolida te zien.
Bij het café ligt een vrachtschip voor de wal. Schepen werden in die tijd veelal nog door windkracht voortbewogen. In het jaar 1918 waren de turfschippers Lieuwe de Harder en zijn zoon Lieuwe nog inwoners van de gemeente Diever (adres: aan boord). Dit was ook het geval met de turfschippers Johannes Hoogeveen, Thomas Hoogeveen en Jan Hoogeveen (adres: aan boord).
Achter het zeilschip bevindt zich het houten dagverblijf van de brugwachter. Rechts naast dit gebouwtje is de bergplaats op het rangeerterrein van de stoomtram van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij te zien. Aan de rechterkant is de in 1880 gebouwde ijzeren draaibrug te zien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de tekst bij afbeelding 43 in het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel … staat abusievelijk als trammaatschappij de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij genoemd. Dit moet natuurlijk de Nederlandse Tram Maatschappij zijn. De tramlijn Meppel – Hoogersmilde is in 1933 opgeheven.
De redactie zal te gelegener tijd en zeker niet met turbo spoed en ook niet in turbo draf enige foto’s van de huidige situatie ter plekke van café Barteld Smit aan dit bericht toevoegen.


Posted in An de Deeverbrogge, Café Barteld Smit, Diever, ie bint 't wel ..., Verdwenen object | Leave a comment

Stelling van korenmolen ‘de Vlijt’ bezwijkt

In het Duits-gezinde Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 24 december 1942 het volgende korte bericht over molen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever.

Diever. Toen de molenaar Jansen zijn molen, een z.g. kruien, op den wind wilde zetten, bezweek plotseling de stelling. Alles liep zonder ongelukken goed af. De molen echter heeft een vreemd aanzicht gekregen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Met ‘kruien’ wordt waarschijnlijk bedoeld een zogenaamde bovenkruier. Het is jammer dat bij het berichtje geen foto stond. In de Tweede Wereldoorlog zijn in de gemiente Deever heel weinig foto’s gemaakt.
Wel is de redactie in de gelukkige omstandigheid van de stellingloze korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever een afbeelding van een op 13 september 1948 verzonden zwart-wit ansichtkaart met witte rand te kunnen tonen. De molen heeft zonder stelling inderdaad een vreemd en kaal aanzicht.
Let vooral ook op ut pothokke bij de boerderij van molenaar Jan Albert (Ab) Jansen. Deze boerderij en ut pothokke zijn afgebroken (wanneer ?).

Het meisje op de boomstam is Tinie van Goor, een dochter van Roef van Goor uut de Kruusstroate in Deever.
Tinie van Goor zal wellicht met haar vader of moeder op bezoek zijn geweest bij tante Roelofje van Goor, die getrouwd was met Jacobus Kruid (Kobus Kruut) en een zuster van Roef van Goor was. De familie Kruid woonde dicht bij molen ‘de Vlijt’ in de boerderij op de hoek van de Veentjesweg en de Brinkstraat. De redactie acht het daarom aannemelijk dat Roef van Goor deze ansichtkaart verkocht in zijn boekhandel an de Kruusstroate in Deever.


Posted in Aarfgood, Ansichtkoate, Meule 'de Vlijt', Oll'ndeever, Tweede Wereldoorlog, Verdwenen object | Leave a comment

Wièr un aarfgoodpaand esloopt an de Peperstroate

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis (met de zijnen) nogal bewust wat fraaie erfgoedpanden in Deever laten slopen. Zijn sloophamer was het rücksichtlos en doelbewust onbewoonbaar verklaren van deze erfgoedpanden. Dit erfgoed is voor altijd verdwenen.
Een van de fraaie panden die nooit gesloopt had mogen worden, maar op de lijst van rijksmonumenten had moeten staan, is de keuterboerderij an de Peperstroate, op de plek waar zogenaamd nodig het bankgebouw van de Boerenleenbank moest komen te staan (wie een hond wil slaan, die kan altijd wel een stok vinden).
Wie kan de redactie van ut Deevers Archief gegevens verschaffen over de bewoners van dit pand ?
U.L.O.-schoolmeester Henk van den Bos is de maker van de hier afgebeelde fraaie kleurendia.
Henk van de Bos moet de foto in de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben gemaakt.

Posted in Aarfgood, Brink, Keutereeje, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Anne Mulder over Geert Dekker en Abel Wijkstra

De redactie van ut Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever woonde, daarna in Gasselte woonde, na zijn pensionering in Assen woonde, en is overleden bij zijn dochter in Voorburg – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het papieren blad Opraekelen van de heemkunduge vurening uut Deever te publiceren, dan maar postuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in ut Deevers Archief.
Het navolgende artikel is de Nederlandse vertaling van het in ut Deevers geschreven artikel van Anne Mulder, dat wèl in het papieren blad Opraekelen is gepubliceerd, om precies te zijn in Opraekelen nr. 00/2 (juni 2000).
Dit in ut Deevers geschreven artikel ‘Geert Dekker en Abel Wijkstra’ is in geredigeerde vorm ook als bericht opgenomen in ut Deevers Archief.

Anne Mulder over Geert Dekker en Abel Wijkstra
Aan de Hoofdstraat in Deever woonden jarenlang Geert Dekker met zijn zuster Hilligje en hun oom Abel Wijkstra. Abel Wijkstra werd in de Deeverse volksmond altijd Abel Allen of de Smorre (= ondeugend persoon) genoemd. Hilligje was haast altijd ziek, maar zij is wel behoorlijk oud geworden, 87 jaar.

Het was een huisje waar je altijd terecht kon. Enige dorpsbewoners, waaronder de gemeentelijke veldwachter Johannes Ekkelboom, kwamen daar geregeld om de dorpsnieuwtjes uit te wisselen. Het was daar altijd erg gezellig. Als kind ging ik wel eens met mijn vader mee. Ik kreeg dan van Geert lekkere appels.

Geert was in dienst van de lijkwagenvereniging. Hij is zesentwintig jaren koetsier van de lijkwagen geweest. Hij had daar een prachtig paard voor. Het paard was glimmend zwart en mak en heel geschikt en stijlvol voor de lijkwagen. Geert en Abel pasten goed op het paard. Als er niet veel sterfgevallen waren, dan placht Abel te zeggen: ‘Een slechte tijd. Er gaat geen mens dood.’

Gemeente-ambtenaar Jan Boesjes, die in de kost was bij buurman Jannes Mos, de wagenmaker, was eens een paar dagen ziek. Hij kreeg later bezoek van Abel. En die zei: ‘Wij hadden gedacht dat wij jou wel in de lijkwagen hadden gekregen.’ Hij was altijd uit op klandizie.

De voorzitter van de lijkwagenvereniging was de dominee van de hervormde kerk. Reikhalzend keken de leden van de kerkeraad elk jaar uit naar de jaarvergadering, want dan konden zij zich weer verlustigen aan de smeuïge verhalen van Geert.

Niet te overtreffen
Geert verkocht groente- en bloemzaden voor een firma. De bonensoort met de naam ‘non plus ultra’ (niet te overtreffen) prees hij altijd aan met de naam ‘plus nultra’. ‘Nou ja, die moeilijke woorden ook.’ Maar het zaad werd wel besteld.

Een wonderlijke kronkel
Geert was orgelpomper, klokkeluider en koster in de hervormde kerk. Dat heeft hij meer dan veertig jaren gedaan. Hij had ook een wonderlijke kronkel in zijn  hoofd. Als weer eens een nieuwe dominee kwam, dan vertelde de vertrekkende predikant aan zijn opvolger het volgende: ‘Als je geen blijvende onenigheid met orgelpomper Geert Dekker wilt hebben, dan moet je tegen kerstmis naar hem toe gaan en hem vragen of hij ook op tweede kerstdag tijdens het kerstfeest van de zondagschool wil orgelpompen. Geert zegt dan: ‘Ja’’. De nieuwe dominee  knoopte dat goed in zijn oren en volgde de raad op.

Ere-medaille in brons
Geert Dekker werd in 1955 op koninginnedag voor zijn verdiensten koninklijk onderscheiden met de eremedaille in brons, verbonden aan Orde van Nassau.

Roggepachten
Geert haalde ook de roggepachten op.

Geert en de landlopers
Geert was door de gemeente belast met het verschaffen van onderdak aan landlopers. Dat onderdak was een ruimte aan de noordkant van de kerk. Een laadloper kreeg dan van Geert koffie en een half brood. De gemeente betaalde daar de kosten van.

Geert en Abel en het boerwerken
Geert en Abel gingen ook wel zo genoemd uit boerwerken. Als je een stuk grond voor de verbouw van zeg maar aardappels had, dan kwamen Geert en Abel met hun paard om de grond te bewerken. Maar als je graag wilde, dat zij op een bepaalde dag kwamen, dan moest je tegen hun zeggen dat het op die dag niet schikte. Dan zeiden Geert en Abel prompt dat het hun juist op die dag wel schikte. Zij waren altijd tegen de draad in. ‘Nou ja,’, zei men dan grif, ‘dat moet dan maar. Wij hangen van jullie af.’
Geert verzorgde ook een paar tuintjes van particulieren.

Geert in het ziekenhuis
Toen Geert in het ziekenhuis belandde, kreeg hij zoveel fruit dat hij dat niet allemaal alleen kon opeten. Hij heeft toen geprobeerd het fruit wat over was bij opbod te verkopen aan de andere patiënten. Dat zal wel niet zijn gelukt. Het was een zuinigerd ! Hij is is op 6 maart 1963 overleden op 87-jarige leeftijd.

Abel en het broodmeel
Roelof (Roef) Wesseling ging met meel naar de bakker om daar broden van te laten bakken. Toen kwam hij Abel tegen. Die zei: ‘Ik kan je een reis besparen. Ik moet toch die kant op. Geef mij dat meel maar mee.’ En tegen de bakker zei Abel: ‘Dit is het broodmeel van Roelof Wesseling. Je moet er voor zorgen dat alle broden propvol met krenten zitten, want ze krijgen zondag grote visite.’ Roelof Wesseling schrok zich dood toen hij de broden ophaalde. Thuis gekomen schrok zijn vrouw Annigje ook, maar die zei: ‘Ja jongen, dan moet je zoiets ook niet meegeven aan Abel. Je weet hoe hij is.’

Abel heeft het weer
Bij hun boerderijtje waren stratenmakers bezig met de straat. Er was ook een leerling bij. Abel merkte dat die jongen ban voor hem was. Daar was munt uit te slaan en hij stelde zich in verbinding met postbode Roelof Vos (bode Vossie), die daar vlakbij woonde.  Abel zei tegen bode Vossie: ‘Als je vanmiddag van de bestelling thuis komt, dan moet je komen en mij het touw aan mijn been binden, de baanderdeur open doen en dan moet je mij naar buiten leiden en dan ga ik al rollend en brullend naar de jongen toe. Als de stratenmakers dan vragen: ‘Wat is er aan de hand’, dan schreeuw je: ‘Hij heeft het weer ! Hij heeft het weer !’ Aldus gebeurde. Die jonge is spoorslags vertrokken en zij hebben hem daar nooit weer gezien.

Abel en de meisjes
Abel had het altijd te doen met de vrouwen. Als hij ergens was, dan zegde hij als er meisjes in de buurt waren het volgende versje op:
Wie slaap’rig is, wie gaap’rig is, wat doet die bij de bruid.
Kan er nog geen klein zoentje af, dan is de vriendschap uit.
Dan vroeg hij aan de meisjes: ‘Mag ik er nu ook één ?’ Maar die waren daar niet van gediend. Abel werd daarom ook vaak Abeltje Smok (un smok = een kus) genoemd.

Abel op de sokken
In een kamer van de tegenwoordige boerderij van Hendrik Krol aan de Hoofdstraat gaf een mevrouw Heida naailes aan een paar jongedames. Abel liep daar geregeld langs naar hun land op Kalteren. De jongedames maakten altijd grimassen tegen Abel als hij voorbij kwam. Totdat hij een keer naar het huis liep, het raam open schoof en alle kleren die bij het raam lagen onder de arm nam en deed alsof hij daarmee naar Kalteren ging. Nu was Diever in last ! Hoe kregen zij dat naaigoed terug ? Uit nood deden zij de deur open en toen kwam Abel met het naaigoed naar binnen. Hij ging met dat goed achter de vluchtende meisjes aan tot buiten de boerderij. Op het laatst gaf hij hen hun goed terug en ging naar Kalteren. ‘Ik zat achter hen aan op de sokken, zei Abel later.

Abel als adviseur van Shell
Bij buurman Lambert Rolden moest een Shell benzinepomp worden geplaatst. Een beambte had daar de leiding bij. Abel was er ook bij met zijn ongevraagde aanwijzingen. Die beambte was daar natuurlijk niet van gediend en zei op een gegeven moment: ‘Ouwe man, ik heb eerbied voor je ouderdom, maar niet voor je verrotte praatjes.’ En Abel droop af. Abel is 93 jaar geworden. Abel was een mooi figuur, wellicht een van de mooiste figuren die Deever ooit heeft gekend.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Abel Wijkstra werd Oude Abel, Abel Allen, Allen Abel, de Smorre of Abeltje Smok genoemd.
Abel Wijkstra is geboren op 26 maart 1837 in Deever, als zoon van Alle Abels Wijkstra en Jacobje Jans Kremer. Hij is overleden op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Deever. Abel Wijkstra is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In het in het Deevers geschreven artikel Anne Mulder over Geert Dekker en Aèbel Wiekstra is een afbeelding van een fraaie zwart-wit foto van Abel Wijkstra bij het boerderijtje van Geert Dekker an de Heufdstroate opgenomen.
De redactie heeft het vermoeden dat die foto van Abel Wijkstra is gemaakt omstreeks 1925.

Afbeelding 1
Deze fraaie zwart-wit foto is gemaakt bij het niet meer bestaande boerderijtje van Geert Dekker an de Heufdstroate. De foto laat zien dat Abel Wijkstra even niet bezig is met touw draaien, maar een pijpje aan het roken is. Het instrument in de rechterhand van Abel Wijkstra is een soort spintol waarmee het garen wordt getwijnd. Het getwijnde garen wordt op de haspel gewonden. De redactie heeft het vermoeden dat deze foto van Abel Wijkstra is gemaakt omstreeks 1925.

Posted in Alle Deeversen, Deevers, Dorpsfiguur, Geert Dekker, Verdwenen object | Leave a comment

Anne Mulder over Geert Dekker en Aèbel Wiekstra

De redactie van ut Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het papieren blad Opraekelen van de heemkunduge vurening uut Deever te publiceren, dan maar posthuum – en met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in ut Deevers Archief. Bijgaande artikel van Anne Mulder is wèl in het papieren blad Opraekelen gepubliceerd, om precies te zijn in Opraekelen nr. 00/2 (juni 2000).
Anne Mulder haalt in zijn artikel wat eigen herinneringen op aan Geert Dekker en Abel Wijkstra, twee bekende dorpsfiguren in Deever. Anne Mulder was bereid zijn verhaal in ut Deevers te schrijven. De redactie is hem daar postuum zeer erkentelijk voor. Wel heeft de redactie de tekst van het artikel waar nodig wat aangepast. De redactie verneemt van zijn zeer gewaardeerde bezoekers graag aanvullingen op dit verhaal.

An de Heufdstroate in Deever woond’n joar’nlang Geert Dekker mit sien zuster Hillegie en heur ome Abel Wijkstra. Abel Wijkstra wödde in de Deeverse volksmond altied Aèbel Allen of de Smorre (= ondeugend persoon) enuumd. Hillegie was hoast altied seek, mor see is wè oar’g old ewödd’n, 87 jaor.

Ut was doar un hüsie van holan (= een huis waar je altijd terecht kon). Un paèr dörpsbewoners, so ok de gemiente-veldwaachter Johannes Ekkelboom, kwaam’m doar geregeld um de dörpsneegies uut te wissel’n. Altied aarg gezellig. As kiend gung ik wel ies mit mien vaè mit. Ik krege dan van Geert lekkere appels.

Geert was in deenst van de liekwaèg’nvurening. Hee is zess’ntwintig joar koetsier van de liekwaèg’n ewest. Hee haar doar un prachtig peerd veur. Ut was glimm’nd zwat, mak en hiel geschikt en stijlvol veur de liekwaèg’n. Geert en Aèbel past’n d’r good op. As ur neet veule staarfgevall’n waar’n, dan placht Aèbel te segg’n: ‘Un slechte tied. D’r geet gien meinse dood.’

Gemiente-ambtenoar Jan Boesjes, die in de kost was bee buurman Jannes Mos, de waègenmaèker, was ies un paèr daèg’n seek. Hee kreeg laèter besuuk van Aèbel. En die see: ‘Wee haad’n edaacht da’w oe wè in de koetse (= lijkwagen) kreeg’n haad’n.’ Hee was dus altied uut op klandizie.

De veurzitter van de liekwaèg’nvurening was de domeneer van de hervormde kaarke. Riekhals’nd keek’n de leed’n van de kaarkeroad elk joar uut noar de joarvurgaèdering, want dan könn’n see heur wièr vurlustugg’n an de smeuïge verhaèl’n van Geert.

Niet te overtreffen
Geert vurkochte greunte- en bloemsoad’n veur un firma. De bonesoort mit de naème ‘non plus ultra’ (niet te overtreffen) prees hee altied an mit de naème ‘plus nultra’. ‘Noo ja die meulukke woord’n ok.’ Mor ut soad wödde wè besteld.

Un wondelukke kronkel
Geert was orgelpomper, klokkelüder en koster in de hervormde kaarke. Dat hef hee meer dan vièrtig joar edoane. Hee haar ok un wondelukke kronkel in sien heufd.
As ur wièr ies un neeje domeneer kwaamp, dan vurtelde de vertrekkende predikant an sien opvolger ut voll’nde: ‘Als je geen blijvende onenigheid met orgelpomper Geert Dekker wilt hebben, dan moet je tegen kerstmis naar hem toe gaan en hem vragen of hij ook op tweede kerstdag tijdens het kerstfeest van de zondagschool wil orgelpompen. Geert zegt dan: ‘Ja’.’ De neeje domeneer knöpte dat good in sien oren en voldeed doaran.

Ere-medallie in brons
Geert Dekker wödde in 1955 op Keuninginnedag veur sien vurdienst’n keuninkluk underscheid’n mit de eremedallie in brons, verbun’n an de Orde van Nassau.

Roggepacht’n
Geert heul ook de roggepacht’n op.

Geert en de laandlopers
Geert was deur de gemiente belast mit ut verschaff’n van onderdak an laandlopers. Dat onderdak was un ruumte an de noordkaante van de kaarke. Un laandloper kreeg dan van Geert koffie en un halve stoete. De gemiente beteul doar de kost’n van.

Geert en Aebel en ut boerwaark’n
Geert en Aèbel gung’n ok wè sogenaèmd uut boerwaark’n. Ai’j un stuk grond veur de vurbouw van seg mor ièpels haar’n, dan kwaam’n Geert en Aèbel mit heur pièrd um de grond te bewaark’n. Mor ai’j graèg woll’n, dat see op un bepoalde dag kwaa’m, dan mus ie tegen heur segg’n dat ut op die dag neet schikte. Dan seed’n Geert en Aèbel prompt dat ut heur juust op die dag wel schikte. See waar’n altied teeg’n de droad in. ‘Now ja’, see men dan grif, ‘dat möt dan mor. Wee hangt van oe of.’
Geert vurzörgde ok un paèr tuunties van parteculieren.

Geert in ut seek’nhuus
Toen Geert in ut seek’nhuus belaandde kreeg hee soveule fruit dat hee dat neet allemoale allent kun opeet’n. Hee hef toen probeerd ut fruit wat over was bee opbod te vurkoop’m an de aandere pesjent’n. Dat zal wel neet elokt weed’n. Ut was un sünigerd ! Hee is op 6 maert 1963 overlee’n op 87-joarige leeftied.

Aèbel en ut stoetemèèl
Roelof (Roef) Wesseling gung mit mèèl hen de bakker um d’r stoet’n van te loat’n bakk’n. Toen kwaamp hee Aèbel teeg’n. Die see: ‘Ik kan oe un reize beschoon’n (= besparen). Ik moe toch die kaante uut. Geef mee dat mèèl mor mit.’ En teeg’n de bakker see Aèbel: ‘Dit is ut stoetemèèl van Roef Wesseling. Ie meut ur veur sörg’n dat alle stoet’n stiefvol krent’n zit, want see kriegt sundag grote vesite.’ Roef Wesseling skruk hum dood toen hee de stoet’n opheul. Thuus ekoo’m skruk sien vrouw Annegie ok, moar see see: Ja jong, dan moei zöks neet an Aèbel mitgee’m. Ie weet hoe hee is.

Aèbel hef’t weer
Bee heur boerdereegie waar’n stroatemaèkers an de gaank mit de stroate. D’r was ok un lièrling bee. Aèbel maarkte dat die jonge bange veur hum was. Doar was munt uut te sloan en hee stelde hum in verbiending mit postbode Roef Vos (bode Vossie), die doar vlakbee woonde.  Aèbel see bode Vossie: ‘Ai’j ’t noamedag van de bestelling thuus koompt, dan moei koo’m en mee un touw an ’t bien bien’n, de baanderdeure lös doon en dan moei mee hen buut’n leid’n en dan goa ik al rül’nd en brull’nd op die jonge of. As de stroatemaèkers dan vroagt: ‘Wat is ur an de haand’, dan skrow ie: ‘Hee hef’t weer ! Hee hef’t weer !’
Aldus gebeurde. Die jonge is spoorslags vertrökk’n en see hept hum doar nooit wièr esiene.

Aèbel en de maegies
Aebel haar ut altied te doon mit de vrouw’n. As hee aarg’ns was, dan see hee as ur maègies in de buute waar’n ut voll’nde vassie op:
Wie slaap’rig is, wie gaap’rig is, wat doet die bij de bruid.
Kan er nog geen klein zoentje af, dan is de vriendschap uit.
Dan vreug hee an de maègies: Mag ik ur now ok iene ? Mor die waar’n doar neet van edeend. Aèbel wödde doarumme ok vaèke Aèbeltie Smok (un smok = een kus) enuumd.

Aebel op de hoozevöttels
In un kaèmer van de teeg’nwoordige boerdereeje van Hendrik Krol an de Heufdstroate gaaf iene mevrouw Heida neeiles an un paèr jongedames. Aebel leup doar geregeld langes hen heur laand op Kalter’n. De jongedames meuk’n altied grimass’n teeg”n Aèbel as hee veurbee kwaamp …… Totdat hee un keer hen ut huus leup, ‘t raèm oop’mscheuf en alle klièr’n die bee ‘t raèm laag’n under de naarm naamp en deu asof hee ur mit hen Kalter’n gung. Now was Deever in last ! Hoe kreeg’n see dat neeigood terogge ? Van nood deed’n see de deure lös en doar kwaamp Aèbel mit ut neeigood binn’n. Hee gung mit dat good aachter de vluchtende maègies an tot buut’n de boerdereeje. In ut lèest gaaf hee heur good of en gung hen Kalter’n. ‘Ik sate aachter heur an op de hoozevöttels (= sokken)’, see Aèbel laèter.

Aèbel as adviseur van Shell
Bee buurman Lambert Rolden mus un Shell besienepompe eplaest wödd’n. Un beambte haar doar de leiding bee. Aèbel was d’r ok bee mit sien ongevroagde anwiezings. Die beambte was doar netuurluk neet van edeend en see op un gegee’m moment: ‘Ouwe man, ik heb eerbied voor je ouderdom, maar niet voor je verrotte praatjes.’ En Aèbel dreup of. Aèbel is 93 joar ewödd’n.
Aèbel was un mooi feguur, ammit ien van de mooiste feguren die Deever ooit hef ekend.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Abel Wijkstra werd Olde Aébel, Aèbel Allen, Allen Aèbel, de Smorre of Aèbeltie Smok genoemd.
Abel Wijkstra is geboren op 26 maart 1837 in Deever, als zoon van Alle Abels Wijkstra en Jacobje Jans Kremer. Hij is overleden op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Deever. Abel Wijkstra is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 9 augustus 1929 verscheen het volgende korte bericht (zie afbeelding 2) over Abel Wijkstra: De ruim 91-jarige A. Wijkstra alhier, beter bekend onder den naam Olde Aébel, zagen we gisteren nog bezig op het land te ‘rogge wellen’. Abel werkte er nog geducht op los en menige jonge landbouwer zou hem dit karweitje niet kunnen verbeteren.
Rogge wellen is van de gemaaide rogge met de welhaak garven maken en deze in de lengterichting van het korenveld leggen.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van mooie afbeeldingen van foto’s op papier is, kan de hier afgebeelde foto ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 36 van Opraekelen nr. 00/2 (juni 2000). Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van foto’s op papier is, kan de hier afgebeelde foto ook ten zeerste bewonderen als afbeelding 26 van het in 1981 uitgegeven papieren boekwerkje Diever in oude ansichten, dat is samengesteld door de gepensioneerde schoolmeester Albertus Andree (Andrea ?, Andreae ?) (die in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Bij afbeelding 26 in het boekwerkje ‘Diever in oude ansichten’ staat de volgende tekst (citaat): De ouderen onder u zullen zich zeker deze man herinneren. Het is Abel Wijkstra, die jarenlang heeft gewoond in het huis van de klokkeluider, op de plaats waar nu het nieuwe huis van Geertje Vos staat. Hij woonde daar samen met zijn oomzegger en oomzegster Geert en Hillegie. Onze karakteristieke figuur werd Aèbel Allen genoemd (of omgekeerd Allen Aèbel). Hij stond bekend als een gezellige prater, maar de kinderen (en vooral de meisjes) waren vaak bang voor hem, omdat hij probeerde hen een kusje te geven. Als zijn oomzegger Geert de lijkwagen reed, dan zat Aèbel vaak naast hem op de bok of liep naast de koets.

Afbeelding 1
De foto is gemaakt bij het niet meer bestaande boerderijtje van Geert Dekker an de Heufdstroate. De foto laat zien dat Abel Wijkstra bezig is met touw draaien. Het instrument in de rechterhand van Abel Wijkstra is een soort spintol waarmee het garen wordt getwijnd. Het getwijnde garen wordt op de haspel gewonden. De redactie heeft het vermoeden dat deze foto van Abel Wijkstra is gemaakt omstreeks 1925.

Afbeelding 2
Berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 9 augustus 1929

Posted in Alle Deeversen, Deevers, Dorpsfiguur, Geert Dekker, Verdwenen object | Leave a comment

De boerdereeje mit adres Wittelterweg 3 is ofebraand

Op zondagmiddag 30 mei 2021 om ongeveer 16.35 uur ontstond brand in de woonboerderij met adres Wittelterweg 3 in Oll’ndeever. Door nog onbekende oorzaak is de woning in vlammen opgegaan. De brand is overgeslagen van de schuur achter de woonboerderij naar de woonboerderij. De brandweer kampte tijdelijk met een tekort aan bluswater en moest de bluswerkzaamheden staken, totdat voldoende water beschikbaar was. De woonboerderij en de schuur zijn volledig uitgebrand en zijn als verloren te beschouwen.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst gemakshalve ook naar het RTV-Drente bericht Weinig over van afgebrande boerderij in Diever. De redactie was tijdens de brand niet ter plekke en daarom niet in de gelegenheid enige foto’s van de brand te maken. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie wel een digitale kopie van enige foto’s van deze brand ter beschikking stellen ?
De redactie toont hier vier kleurenfoto’s (afbeeldingen 1 tot en met 4)  van de woonboerderij en de schuur, welke zijn overgenomen van www.google.com/maps. Deze foto’s zijn in oktober 2010 gemaakt en hebben daarom nu – na de brand – al geschiedkundige waarde.
Inmiddels hebben de eigenaren van het pand Wittelterweg 3 op 30 juni 2021 bij de gemeente Westenveld een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van een tijdelijke wooneenheid voor nota bene 2 jaar in verband met de afgebrande woning. Zie afbeelding 5.
En pas op 19 juli 2021 behaagde het de Hoge En Lage Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Almachtige Ambtelijke Vergunningen Gelijk, nota bene in strijd met de wet- en regelgeving voor de ruimtelijke ordening, een vergunning af te geven voor het plaatsen van een tijdelijke woning voor een periode van nota bene ten hoogste 2 jaren. Zie afbeelding 6.
De redactie verwijst ook naar het bericht In Oll’ndeever stiet nog een Deeverse greinsstien. De redactie is wel bijzonder benieuwd of de grenssteen – die eigendom is geweest van de gemiente Deever – de fatale brand en het bluswater heeft overleefd. De redactie biedt zich bij deze ten zeerste aan te helpen met de restauratie van deze grenssteen. Het beton van de steen schuren en opnieuw verven ? Dit echte stukje Deevers aarfgoed moet duurzaam bewaard blijven voor toekomstige generaties.

Afbeelding 1
Deze foto van het pand Wittelterweg 3 is in oktober 2010 gemaakt (bron: www.google.com/maps)

Afbeelding 2
Deze foto van het pand Wittelterweg 3 is in oktober 2010 gemaakt (bron: www.google.com/maps)

Afbeelding 3
Deze foto van het pand Wittelterweg 3 is in oktober 2010 gemaakt (bron: www.google.com/maps)

Afbeelding 4
Deze foto van het pand Wittelterweg 3 is in oktober 2010 gemaakt (bron: www.google.com/maps)

Afbeelding 5
Aankonding zaaknummer 233367 in het gemeenteblad van de gemeente Westenveld van 16 juli 2021.

Afbeelding 6
Aankonding zaaknummer 234122 in het gemeenteblad van de gemeente Westenveld van 19 juli 2021.

Posted in Boerdereeje, Oll'ndeever, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van de hüsies van de Sint Anthony Stichting

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 15 juni 1981 verscheen het volgende korte bericht over het slopen van de gasthuisjes van de Sint Anthony Stichting naast de Rooms Katholieke Kerk op Zorgvlied.

Slopershamer in gasthuisjes
Zorgvlied. De vier gasthuisjes in Zorgvlied naast de rooms katholieke kerk worden afgebroken. Op dezelfde plaats zullen door de Stichting Woningbouw Zuidwest-Drenthe nieuwe woningen worden gebouwd. De gasthuisjes hebben jaren op de monumentenlijst gestaan, maar zijn onlangs afgevoerd.
De huisjes zijn altijd eigendom geweest van de Stichting van Weldadigheid ‘Het Sint Anthony Gasthuis’. Men is jaren bezig geweest om te proberen ze te laten restaureren. Het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk had echter geen geld voor de restauratie. Door de slechte toestand van de woningen was men genoodzaakt om ze toen dicht te spijkeren.
Wanneer met de nieuwbouw wordt begonnen is nog niet bekend, want financieel is de zaak nog niet helemaal rond.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie verwijst de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief tevens naar het bericht Anthony Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe, naar het bericht Op de kneien veur Lodewijk en Johanna en naar het bericht Zorgvlied, een bakermat voor Neerlands zeehelden ?.
De eerste afbeelding is een afbeelding van een foto, die gemaakt is door de welbekende Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels, en die de situatie van de gasthuisjes tijdens de sloop toont.
De tweede afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart en toont de situatie van de gasthuisjes vóór de sloop.

Abracadabra-1409
Abracadabra-1408

Posted in Ansichtkoate, Lodewijk Guillaume Verwer, Sint Anthonij Gasthuis, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Ut hüsie van klompemaeker Johannes Leijer

De redactie van ut Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde en overleden is bij zijn dochter in Voorburg, steeds van hem verhalen, schrijfsels, foto’s, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm – zo mogelijk – te publiceren in Opraekelen, het papieren blad (papier is erg geduldig) van de induttende heemkunduge vurening uut Deever.
Het lukte d
e redactie de navolgende tekst van de hand van Anne Mulder gepubliceerd te krijgen in Opraekelen 01/1 (maart 2001). Anne Mulder schreef deze tekst in de loop van het jaar 2000 na het zien van de hier afgebeelde zwart-wit foto.

Omstreeks 1932 werd het hoekhuis aan de Peperstraat bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de coöperatieve verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Diever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman.
Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis aan de Peperstraat.
Ik vind zeker het vermelden waard dat pal naast het hoekhuis een klein huisje heeft gestaan, dat bewoond werd door de ongehuwde klompenmaker Johannes Leijer. Hierover zijn mij geen bijzondere gegevens bekend. Wel herinner ik mij nog dat bij hem een paar klompen tussen de tachtig centen en één gulden kostte.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de hier afgebeelde zwart-wit foto op 20 mei 1998 gemaakt; alleskunner met twee rechterhanden en duizend poten Klaas Kleine woonde toen nog op de hoek van de Grote en de Kleine Peperstroate.
De coöperatieve verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ was gevestigd in het pand Heufdstroate 42, waarin onder meer ook de Vereniging Voor Vreselijk Veel Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.) en rijwielbedrijf Jan Warnders gevestigd zijn geweest.
Frederik (Frièrik) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse.
Johannes Leijer is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld en is overleden op 3 mei 1942 op 76-jarige leeftijd in Deever. De redactie weet niet of Johannes Leijer is begraven in Deever. Johannes Leijer trouwde op 9 april 1892 met Klaasje Lamberts. Zij is overleden op 24 december 1909 in Zwolle.
Johannes Leijer was volgens verschillende akten in de burgerlijke stand op jongere leeftijd huisschilder van beroep. Volgens Anne Mulder (hij had een geheugen als een pot) was Johannes Leijer in de Peperstroate klompenmaker; er waren meer klompenmakers in de familie Leijer.

Posted in Alle Deeversen, Ambacht, Klaas Kleine, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Gemientehuus mit pasterie an de brink in 1941

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag meegenieten van mooie beelden uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde foto is aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, zo rond 1940 of 1941, gemaakt voor een ansichtkaart. Op de foto is de nog niet vernielde brink van Deever met een slijtpad over de brink naar het gemeentehuis te zien.
Het gemeentehuis stond gewoon aan de brink. Ook de pastorie van de hervormde geloofsgemeente stond gewoon aan de brink. In 1956 moesten deze twee karakteristieke panden helaas verdwijnen om ruimte te bieden aan een lelijk nieuw gemeentehuis van de gemiente Deever. Ter vervanging van de afgebroken pastorie werd voor de dominee een nieuwe dienstwoning aan de Vlasstraat gebouwd.

Posted in Ansichtkoate, Brink, Deever, Gemiente Deever, Gemientehuus, Kaarke an de brink, Verdwenen object | Leave a comment

Skiere plaeties van de verropte Uilenhorst

De redactie van ut Deevers Archief verkeert in de gelukkige omstandigheid een serie mooie plaatjes van de vernielde boerderij de Uilenhorst van de heer Laurens Hesseling in ut Deevers Archief te mogen tonen. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. De foto’s zijn gemaakt in de zomer van het jaar 2012.
Op de foto’s is boerderij de Uilenhorst in verval te zien. Het op afstand van de Nederlandse Staat (de Nederlandse belastingbetaler) gezette zelfstandige bestuursorgaan Staatsbosbeheer, het zetbaasje van de Nederlandse Staat (de Nederlandse belastingbetaler), wilde destijds, ongelukkigerwijs en om volstrekt onduidelijke redenen, de boerderij niet direct na verwerving in één keer, in een dag of een paar dagen, volledig slopen en het sloopmateriaal afvoeren, maar sluipenderwijs en achterbaks en uitgestreken over flink wat jaren zo nu en dan wat aan de ruïne vernielen, zo nu en dan een muurtje in elkaar beuken en verwijderen, dus een soort van in de tijd vertraagd, maar versneld en onnatuurlijk vervalproces simulerend. Maar daar trapt het argeloos en dom geachte publiek (de Nederlandse belastingbetaler) natuurlijk niet in.

Afbeelding 1
Laurens Hesseling heeft deze foto gemaakt op 30 juli 2012 (© Laurens Hesseling).

Afbeelding 2
Laurens Hesseling heeft deze foto gemaakt op 30 juli 2012 (© Laurens Hesseling).
Aan de linkerkant van de foto is het pothokke met schoorsteen van de Uilenhorst nog te zien.

Afbeelding 3
Laurens Hesseling heeft deze foto gemaakt op 30 juli 2012 (© Laurens Hesseling).
Op deze foto is de binnenkant van de schoorsteen van ut pothokke van de Uilenhorst te zien.

Afbeelding 4
Laurens Hesseling heeft deze foto gemaakt op 30 juli 2012 (© Laurens Hesseling).
Aan de rechterkant van de foto is het pothokke met schoorsteen van de Uilenhorst nog te zien.

Afbeelding 5
Laurens Hesseling heeft deze foto gemaakt op 30 juli 2012 (© Laurens Hesseling).
Door de poort is het pothokke met schoorsteen van de Uilenhorst nog te zien.
Let vooral ook op het bordje met brabbel-betuttel-indoctrinatie-informatie van Staatsbosbeheer an de holt’n stiele an de linkerkaante van de foto.

Afbeelding 6
Laurens Hesseling heeft deze foto gemaakt op 3 augustus 2012 (© Laurens Hesseling).
Let vooral ook op de bordjes met brabbel-betuttel-indoctrinatie-informatie van Staatsbosbeheer an de kalksaandstien’n binn’nmure van de ruïne.

Afbeelding 7
Laurens Hesseling heeft deze foto van ut pothokke van de Uilenhorst gemaakt op 8 augustus 2012 (© Laurens Hesseling).

Afbeelding 8
Laurens Hesseling heeft deze foto bij de Uilenhorst gemaakt op 8 augustus 2012 (© Laurens Hesseling).
Staatsbosbeheer zal deze twee rijen Fremdkörper op het erf van boerderij de Uilenhorst ondertussen wel de nek hebben omgedraaid, wel met zijn zo populaire broem-broem kettingzaag hebben gemold.

Posted in de Olde Willem, de Uilenhorst, Verdwenen object | Leave a comment

Ut huus van Willie Hielkema-Bos is vot

Mevrouw Wempke Wilhelmina (Willie) Maria Hielkema-Bos heeft tot haar overlijden op 11 december 2019 op Zorgvlied gewoond. De redactie weet niet wanneer ze is verhuisd naar het op de afbeeldingen zichtbare huis met adres Dorpsstraat 48. Haar kinderen hebben het huis na haar overlijden verkocht. Het huis is inmiddels afgebroken. De redactie weet niet wanneer dit huis is gebouwd en wie het huis heeft laten bouwen. Het is om geschiedkundige en andere redenen onvermijdelijk het zicht op haar huis vanaf de straat en vanaf verschillende standpunten te bewaren. Zie de bijgaande afbeeldingen.

Afbeelding 1
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 2
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 3
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 4
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 5
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 6
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Afbeelding 7
Deze foto is gemaakt in maart 2019 (© Google).

Posted in Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

De villa Castra Vetera op een lochtfoto

De redactie van ut Deevers Archief is al vanaf 1 maart 1996 in het bezit van een afdruk van het negatief van een luchtfoto, waarop het dorp Zorgvlied, in het bijzonder villa Castra Vetera, is te zien. Het negatief van deze luchtfoto is geregistreerd als minuut 185, nummer 50, 193 in het archief van de Topografische Dienst in Emmen. Deze luchtfoto is gemaakt in 1932, de Topografische Dienst in Emmen heeft op de afdruk niet de opnamedatum vermeld. Het bijzondere aan deze luchtfoto is dat het negatief van de foto is samengesteld uit stroken film, die aan elkaar zijn gepast, waarna een afdruk is gemaakt, vandaar de zichtbare evenwijdige rechte strepen op afbeelding 1, die een detail is van de hiervoor genoemde luchtfoto.
De redactie heeft met een rode pijl de plaats van de villa Castra Vetera aangegeven. De oprijlaan van het landhuis lag in het verlengde van de weg naar Elsloo, deze weg heet nu niet Jacobus Fransiscus de Ruiter de Wildtlaan, maar helaas Verwersweg. Jacobus Fransiscus de Ruiter de Wildt, bouwer en bewoner van Villa Zorgvliet, en visonaire veroorzaker van het dorp Zorgvlied, wordt helaas slechts povertjes herinnerd door de aanwezigheid van zijn verkeerd geschreven naam op het naambordje van een onnozel oprijlaantje naar enige toeristisch industriële ondernemingen.

Afbeelding 1 – © Topografische Dienst, Emmen

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Greinspoaltie 72 in de Olde Willem is nog steeds vot

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op maandag 22 april 2021. Op de kleurenfoto ligt het zichtbare deel van de weg deur de Olde Willem in de provincie Fryslân.
Greinspoaltie 72 (greinspoaltie LXXII) op de greinse van de gemiente Deever in Drente en de gemiente Oooststellingwaarf in Fryslân stön in de baarm van de weg deur de Olde Willem an de kaante van de Tilgröppe, mor is nog steeds vot. Het paaltje is op de afgebeelde kleurenfoto niet meer aan de rechterkant te zien.
De redactie heeft in de middag van maandag 22 april 2021 nog eens aan beide kanten van de weg over een langer stuk in de bermen, in de bermsloten en in de weilanden lang en nauwkeurig gezocht, maar heeft greinspoaltie 72 (greinspoaltie LXXII) helaas weer niet gevonden.
In het najaar van 2019 is gewerkt aan het ten zeerste bemoeilijken en vertragen van het autoverkeer op de weg deur de Olde Willem. Dat is bereikt door het plaatsen van veel niet erg duurzame dikke hinderpalen in de berm. Zie bijgaande kleurenfoto.
De redactie vermoedt dat greinspoaltie 72 (greinspoaltie LXXII) daarvoor tijdelijk even was verwijderd en aan de kant gelegd. Daardoor was greinspoaltie 72 (greinspoaltie LXXII) helaas gemakkelijk en snel oplaadbaar en vervoerbaar geworden. Wellicht heeft een fanatieke verzamelaar ut swoare greinspoaltie alleen of met de hulp van een tweede persoon op een aanhangwagentje achter een auto geladen en meegenomen.
Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat ut skiere greinspoaltie 72 (greinspoaltie LXXII) bewust niet is terug geplaatst, omdat die vele lompe autoberijderpestpalen volledig uit de toon vallen bij zo’n fraai waardevol wit-zwart geverfd erfgoed Drens-Fries grenspaaltje. En alles van waarde is weerloos.
Bij de toch strikt noodzakelijke herplaatsing van greinspoaltie 72 (greinspoaltie LXXII) zal zorgvuldig aandacht moeten worden besteed aan een stevige verankering van de paal in de bodem.

Posted in Aarfgood, de Olde Willem, Greinspoele, Verdwenen object | Leave a comment

Wiendhose vurneelt un boerdereeje in Oll’ndeever

In het Nieuwsblad van het Noorden van 14 september 1932 verscheen het navolgende artikeltje ‘Een windhoos teistert Diever. Belangrijke schade aan woningen’.
Tijdens het slechte weer der laatste dagen is te Diever een windhoos gepasseerd, welke heel wat schade heeft aangericht.
In Oldendiever ging de hoos rakelings langs de korenmolen van den heer Jansen, vernielde een gedeelte van de stelling alsmede een gedeelte van het dak van de woning.
De woning van J. Kruid werd vervolgens geheel vernield. Alleen het woonvertrek bleef eenigszins in tact.
Toen moesten de woningen aan den weg naar Dieverbrug het ontgelden. De huizen en schuren van Moes, Figeland, Bolding, Andree en Bennen liepen allen min of meer schade op. De een verloor een schoorsteen, andere hadden groote gaten in het dak.

In de krant ‘Onze Toekomst’ van 5 oktober 1932 verscheen het navolgende bericht over de windhoos in Deever:
Te Diever is door een windhoos, welke vele boomen ontwortelde, de boerderij van den landbouwer J.K. ingewaaid. Het gezin, waaronder een tweeling van slechts eenige dagen, bevond zich in de woning. Doordat de muren van het voorhuis gedeeltelijk bleven staan bekwamen deze geen letsel.

Op de Illustratiepagina van het Nieuwsblad van het Noorden van 13 september 1932 werd een foto van de vernielde boerderij geplaatst. Zie de eerste bijgevoegde zwart-wit afbeelding. In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) van 14 september 1932 werd eveneens een zwart-wit afbeelding van de vernielde boerderij gepubliceerd. Zie de tweede bijgevoegde zwart-wit afbeelding.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De boerderij van Jacobus Kruid (Kobus Kruut) stond aan het zandpad met de naam ’t Bultie, dat Deever met Oldendeever verbond. De huidige Kloosterstraat ligt ongeveer op de plaats van het zandpad met de naam ’t Bultie. De boerderij stond ongeveer op de hoek van de huidige Kloosterstraat en de huidige Veentjesweg aan de kant van de Brinkstraat. Op die plek wordt nu iets meer in de richting van de Brinkstraat een nieuwe woning gebouwd.
De redactie heeft de kleurenfoto van de woning in aanbouw op 11 april 2013 gemaakt.

Abracadabra-446

 

 

 

Abracadabra-447

 

Abracadabra-448

Posted in Brinkstroate, Bultie, Deever, Kloosterstroate, Veentiesweg, Verdwenen object | Leave a comment

Ut somerhuussie De Dobbe wödde as ièste ebaud

Bijgaande afbeelding van de voorkant en de achterkant van een ansichtkaart, waarop ut somerhuussie De Dobbe is te zien, is in de zomer van 1963 verstuurd naar mevrouw Ruth Maria Helena van Ouwerkerk-Roothaan, Camping Buwalbee, Ingolstadt aan de Donau, Beieren, Deutschland.

De tekst op de achterkant van de ansichtkaart luidt als volgt.
Beste Ruth,
Hartelijk dank voor je kaartje. Jullie genieten daar wel hè ? Wij zijn gisteren hier gekomen in stromende regen, maar vandaag hadden we een fijne dag.
We wonen in het huisje op deze kaart, leuk hè ? Even moesten we wennen, want er is geen waterleiding, maar dat gaat nu best.
De kinderen genieten geweldig. De kleintjes spelen veel in een speeltuintje vlakbij ons huis.
Wat worden de avonden al lang ! ’t Is zo weer september.
Tot over een dag of 14.
Hartelijke groeten van huis tot huis,
je Lydia.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De samenstellers van de tekst bij de afbeelding van de ansichtkaart met het onbenoemde somerhuussie op bladzijde 14 van de onvolprezen publicatie ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’ van de Historische Vereniging Gemeente Diever, willen zeer ten zeerste de suggestie wekken dat het gaat om ut somerhuussie met de naam De Dobbe, maar dat is geenszins het geval.
De redactie toont hier graag aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief wel een afbeelding van een in 1963 verstuurde ansichtkaart, waarop ut somerhuussie met de naam De Dobbe is te zien. De oudste ansichtkaarten van N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert werden gemaakt bij het bedrijf Polo in Wageningen.


Posted in Ellert en Brammert, Toeristenindustrie, Verdwenen object | Leave a comment

De stee van de diek köj vanuut de locht nog seen

Op de topografische kaart van de Topografische Dienst stond het in 1942 geopende zwembad Dieverzand aan de Bosweg bij Diever pas voor het eerst in 1954 ingetekend. Zie de bijgevoegde afbeelding.
Swömbad Deeversaand an de Bosweg bee Deever is al in de zeventiger jaren van de vorige eeuw uit de tijd geraakt en in verval geraakt en met bomen en struiken begroeid geraakt.
Echter de plaats van de rechthoekige dijk rond het zwembad van afgegraven grond uit het zwembad is door kleurverschillen in de begroeiing nog steeds herkenbaar vanuit de lucht. Zelfs de plaats waar de ingang was en waar de kleedhokken waren is te herkennen. Zie het bijgevoegde detail van een satelietfoto uit 2012.

Posted in Swömbad Deeverse Saand, Verdwenen object | Leave a comment

Braand in un olde klièrnwinkel an ut Brinkie

Op afbeelding 1 is een fraaie zwart-wit foto –un Deevers topstuk– uit omstreeks 1910 te zien. Op de foto zijn van links naar rechts veur de boerdereeje an ut Brinkie in Deever te zien Roelof Hendrik Wesseling, Annigje Smidt, Klaas Hummelen Smidt en Harm Smidt. Mit de sundagse klièr’n an en Annegie Schmidt hef ut goll’n oorieser op.
Klaas Hummelen Smidt en Harm Smidt zijn de zonen van Sime Smidt en Geertien Dunning. Sime Smidt overleed op 10 juni 1905 en Geertien Dunning overleed op 30 juli 1907. Hun twee zonen zijn grootgebracht door het kinderloze echtpaar Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt. Annigje Smidt was een zuster van Sime Smidt.
De redactie van ut Deevers Archief bracht in 1998 een bezoek aan de in Assen woonachtige Roelof Smidt, zoon van Harm Smidt en Janna Vos. De redactie kreeg van hem een scan van de hier afgebeelde fraaie foto. De redactie is hem daar postuum bijzonder erkentelijk voor.
Roelof Hendrik Wesseling is geboren op 11 juli 1868. Hij is overleden op 27 januari 1928 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Annigje Smidt is geboren op 4 januari 1867 in Deever. Zij is overleden op 13 mei 1924 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Harm Smidt is geboren op 3 december 1899 in Rüne. Hij is overleden op 10 december 1981 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Harm Smidt trouwde met Janna Vos. Zij is geboren op 17 januari 1900 in Lhee. Zij is overleden op 9 januari 1969 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Klaas Hummelen Smidt is geboren op 30 september 1897 in Deever. Hij trouwde op 1 mei 1926 met Hendrikje Vos. De redactie van ut Deevers Archief heeft in de openbare bronnen helaas nog geen andere gegevens van Klaas Hummelen Smidt kunnen vinden.
Roelof Smidt, zoon van Harm Smidt, is geboren op 12 juli 1924 in Deever in de op afbeelding 1 zichtbare boerderij. Hij is overleden op 25 maart 2001 is Assen. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Na het overlijden van zijn pleegvader Roelof Hendrik Wesseling boerkte Harm Smidt verder op de boerdereeje an ut Brinkie. In 1939 verhuisde hij naar een nieuw gebouwde boerderij op Kalteren, waarna hij de boerdereeje an ut Brinkie verkocht aan veehouder Johannes Wiersma, die op Zorgvlied woonde. Het voorhuis van de boerderij werd verbouwd tot manufacturenwinkel voor zijn zoon Paulus Wiersma.
Paulus Wiersma is geboren op 26 september 1918 in Boornbergum in de gemeente Smallingerland in Friesland. Hij was van beroep manufacturier. Hij trouwde op 28 september 1939 in Deever met Geessien Mulder. Geessien Mulder is geboren op 16 augustus 1914 in Deever. Zij is een dochter van Harm Mulder en Hendrikje Bruursema.
Paul Wiersma verkocht in november 1955 zijn manufacturenwinkel aan Hendrik de Vries, die een manufacturenwinkel had bee de Wittewieke op de Hiekersmilde. Zie afbeelding 2.
De echtelieden Paulus Wiersma en Geessien Mulder emigreerden in 1956 naar Brantford in Ontario in Canada, niet ver van de Niagarawatervallen. Paul was de voornaam van Paulus in Canada. Grace was de voornaam van Geessien in Canada. Paulus Wiersma is op 26 november 1977 op 59-jarige leeftijd overleden in Brantford, Ontario, Canada. Geessien Mulder is op … april 1998 op 83-jarige leeftijd overleden in Brantford, Ontario, Canada. Zie de afbeelding van hun grafsteen op het Mount Hope Cemetery in Brantford, Ontario. Canada.
Hendrik de Vries liet het voorhuis van de boerderij van Harm Smidt in 1956 verbouwen tot winkel. De hier afgebeelde foto, zie afbeelding 3, is ongeveer in 1959 gemaakt. Let op de naam boven de voordeur. Fa. H. de Vries & Zn. Zoon Jacob ging de nering in de winkel an ut kleine Brinkie in Deever doen. Zie afbeelding 4. Zoon Jacob de Vries was goed opgeleid; zie afbeelding 3. In de uitstalkasten is onder meer dameskleding, kinderkleding, beddegoed, een kinderwagen en een kinderlooprek te zien.
De redactie heeft nog niet uitgezocht wanneer de Fa. Hendrik de Vries en Zn. gestopt is met de manufacturenwinkel in Deever.
Op 1 december 1973 brak omstreeks 16.30 uur brand uit in het voorhuis. Toen de brandweer aankwam was het al een uitslaande brand geworden, de eerste en de tweede verdieping waren een grote vuurzee geworden. Tegen donkeravond kon na een uur blussen met heel veel water om 17.30 uur het sein brand meester worden gegeven. Dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels is wellicht tijdens het koeien melken in alle haast en in het schemerdonker met zijn fotografeerspullen naar de plek des onheils gefietst om de hier afgebeelde zwart-wit foto te maken, zie afbeelding 5. Het pand was niet bewoond. De eigenaar leraar A.G.J.M. Borms woonde aan de Gerritsstraat in Deever. Hij was bezig met verbouwings- en opknapwerkzaamheden in het voormalige winkelpand. Het voorhuis is niet weer opgebouwd, wel is het achterhuis verbouwd tot woonhuis.
De redactie heeft nog niet uitgezocht wie vanaf 1974 tot heden in het pand hebben gewoond.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier getoonde afbeeldingen 1 en 4 ook ten zeerste bewonderen op bladzijden 12 en 13 van het in december 1996 verschenen papieren boekwerkje Opraekelen, Nr. 96/4, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Afbeelding 1
Voor de boerderij staan Roelof Hendrik Wesseling, Annigje Smidt, Klaas Hummelen Smidt en Harm Smidt

Afbeelding 2
Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 18 november 1955

Afbeelding 3
Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 augustus 1957

Afbeelding 4
Het voorhuis van de boerderij van Roelof Hendrik Wesseling casu qou Harm Smidt is in 1956 verbouwd tot maufacturenwinkel. De hier afgebeelde foto is ongeveer in 1959 gemaakt. 

Afbeelding 5
Dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels maakte de hier afgebeelde zwart-foto van het brandende pand op 1 december 1973.

Afbeelding 6
Het achterhuis van de boerderij van Roelof Hendrik Wesseling, later van Harm Smidt, is verbouwd tot woonhuis.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt op 25 november 2003. 


Afbeelding 7
Het achterhuis van de boerderij van Roelof Hendrik Wesseling, later van Harm Smidt, is verbouwd tot woonhuis.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze kleurenfoto gemaakt op 6 november 2019.

Posted in Alle Deeversen, Boerdereeje, Emigrant, Kleine Brink, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

De ièste huussies veur oll’n van daeg’n in Deever

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van De Weiert an de Heufdstroate in Deever was nota bene te koop bij N.V. Recreatie Centrum Ellert en Brammert an de Deeverbrogge. De ansichtkaart is in december 1969 uitgegeven door JosPé in Arnhem. Wellicht en hopelijk bestaat een oudere uitgave van deze ansichtkaart. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie daar positief over berichten.
In het pand aan de linkerkant woonde in 1969 nog de familie Hendrik Jan Rolden. De werkplaats zat in het voormalige boerderijgedeelte van het pand aan de kant van de Tusschendarp. De linkerkant van het voorhuis was in gebruik als zondagse voorkamer. De rechterkant achter de twee grote rechthoekige etalageramen was de winkel voor elektrische huishoudelijke apparaten. De Deeversen konden daar terecht voor onder meer stofzuigers, wasmachines, elektrische fornuizen en snelkokers ! Zie de hier afgebeelde advertentie uit het programmaboekje voor het in 1953 opgevoerde openluchtspel in het openluchttheater an de Heezeresch. Het pand van de familie Rolden is afgebroken om een bouwplaats te verkrijgen voor een Golff zelfbedieningwinkel.
In het oude rietgedekte boerderijtje met het zijbaandertje woonden Jan Krol en Vrouwgje Bakker. Jan Krol is geboren op 27 januari 1884 in Deever en is overleden op 16 oktober 1968. Vrouwgje Bakker is geboren op 23 april 1886 in Deever en is overleden op 7 december 1968 in Deever. Ze zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Het kan dus zo zijn dat Jan Krol en Vrouwgje Bakker net niet meer leefden op het moment dat de foto voor deze ansichtkaart is gemaakt. Het boederijtje van Jan Krol en Vrouwgje Bakker is afgebroken om een bouwplaats te verkrijgen voor een burgerwoning.
Tussen de bejaardenwoningen is het nog steeds bestaande pand van de familie Schuil te zien.
De hier zichtbare bejaardenwoningen zijn in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw gebouwd en zijn al in het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw afgebroken om een bouwplaats te verkrijgen voor de Jan Thijs Seinen Hof. De dubbele bejaardenwoning an de kaante van de Heufdstroate werd als eerste opgeleverd.
Op de voorgrond is de visvormige vijver te zien, volstrekt niet te verwarren met de vroeger aanwezige poel met de naam De Weiert.
De redactie zal te gelegener tijd en zeker niet met turbospoed en ook niet in turbodraf in de buurt van het stapunt van de maker van de foto voor deze ansichtkaart een kleurenfoto van de huidige situatie maken en deze in dit bericht tonen.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook nog steeds een liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 9 van het fotoboekje Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever en in september 2007 is uitgegeven door de toen nog bestaande Golff zelfbedieningswinkel in Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren fotoboekje zijn of dat papieren fotoboekje bij iemand in kunnen zien.

Posted in de Weier, Heufdstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Ut ende van café De Harmonie op Zorgvlied

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van maandag 8 april 1963 verscheen het navolgende bericht over de brand op zondagavond 7 april 1963 in café De Harmonie van de gebroeders Jan en Marten van der Helm aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Café De Harmonie te Zorgvlied afgebrand
Zondagavond is te Zorgvlied het bekende café De Harmonie van de gebroeders J. en M. van der Helm door brand verwoest. Het woongedeelte kon behouden blijven, maar leed veel waterschade. De materiële schade is groot. Over de oorzaak van de brand tast men nog in het duister.
De brand is ontstaan in het schuurgedeelte. Te ruim zes uur werd ontdekt dat er iets niet in orde was. Het achterhuis stond toen praktisch reeds geheel inlichterlaaie. Mede met het oog op het gevaar voor belendende percelen werden naast de brandweer van Diever ook die van Vledder, Noordwolde en Oosterwolde gealarmeerd. Ze waren alle snel ter plaatse. De beide laatsgenoemde korpsen behoefden evenwel niet in actie te komen. Door kordaat optreden van die van Diever en Vledder gelukte het het woongedeelte van het pand voor afbranden te behoeden. Dit gedeelte wordt bewoond door de gezinnen van de gebr. Van der Helm.
Belendende bakkerij bedreigd
Overigens liet deze brand zich vrij ernstig aanzien. Gasflessen kwamen tot ontploffing en vlogen uit het brandende perceel. Op een gegeven moment sloeg het vuur over naar het naastgelegen pand van bakker-kruidenier I. Hunse. Het schuurgedeelte daarvan werd door het vuur aangetast, maar erger kon hier worden voorkomen. Gelukkig was de richting van de sterke wind nogal gunstig, zodat niet meer belendende percelen werden bedreigd. Tegen acht uur was het vuur bedwongen.
In het verbrande gedeelte van café De Harmonie gingen naast inventaris onder meer een auto, een bromfiets, drie rijwielen en een jukebox verloren. De gebr. Van der Helm waren wel tegen brand verzekerd, maar te laag.
Burgemeester Meiboom was de gehele tijd op het terrein van de brand aanwezig. Zoals gezegd, over de oorzaak is nog niets bekend. De Rijkspolitie van Diever stelt een onderzoek in.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan van der Helm is geboren op 24 maart 1920 en is overleden op 20 juni 2004. Hij is begraven op de kaarkhof in Oosterwolde.
Marten van der Helm is geboren op 27 april 1925 en is overleden op 3 juni 2011. Hij is begraven op ut neeje kaarkhof bee Obadja an de Woaterseweg op Zorgvlied.
Bakker en kruidenier Ido Hunze is geboren op 16 augustus 1912.
De redactie schat in dat de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart in 1954 of een jaar eerder is uitgegeven. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie informeren over de datum van de eerste uitgave van deze ansichtkaart. De redactie weet niet wie de uitgever van deze kaart is. De redactie weet ook niet bij welke neringdoende de kaart te koop was.
Vanaf links gezien is café De Harmonie het derde pand met de witgekalkte muren.
Als café De Harmonie niet zou zijn afgebrand en nog zou bestaan, dan zou de beleiddicterende culturele spindoctor en monumentenballoteur werkzaam in de Public Policy Industry Van Het Publieke Bedrijf Gemeente Westenveld dit pand vast en zeker en onvermijdelijk en met veel tamtam op zijn ten zeerste gekoesterde lijstje van gemeentelijke monumenten in de gemeente Westenveld hebben gezet.

Posted in Ansichtkoate, Dorpsstraat, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Bee Willem Stienbaarg’n in de bochte

In Wittelte stond langs de toenmalige rijksweg tussen Wittelte en Uffelte de boerderij van het echtpaar Willem Steenbergen en Harmanna Bunskoek en hun kinderen Jan Reinder en Koob. De boerderij stond nog net op het grondgebied van de gemiente Deever in de bocht van de weg. In Wittelte sprak men op onvermijdelijke wijze over bee Stienbaargen in de bochte als er weer eens een auto of een motor uit de bocht was gevlogen.
De boerderij is op 8 september 1952 verbrand. De brand brak ’s morgens om 5.15 uur uit. De boerderij, met adres Wittelte 30, stond een eindje van de rijksweg langs de vaart bij de eerste bocht in de richting van Uffelte (zie afbeelding 4), aan de kant van de Broeken. De brand begon in een mijt ongedorste haver in de kapschuur vlak achter de boerderij. In de schuur was ook een partij hooi opgeslagen. In zeer korte tijd stond de kapschuur in lichte laaie, waarna de brand oversloeg naar de met riet bedekte boerderij. De boerderij, de schuren achter de boerderij en een schuur naast de boerderij brandden geheel af. Het blussen van de brand duurde zes uur. Het nablussen van de haver en het hooi duurde zeseneenhalf uur. Ongeveer veertigduizend kilo hooi, een partij ongedorste haver en landbouwwerktuigen gingen verloren. Negen jonge varkens en vijftien kippen kwamen om in het vuur. Een varken met zware brandwonden moest worden afgemaakt. Van de inboedel kon zo goed als niets gered worden.
Het meeste land van Willem Steenbergen lag meer in de richting van Uffelte binnen de voormalige gemeente Havelte. Daarom besloot hij de boerderij een eindje over de grens in de gemeente Havelte en daardoor dichter in de buurt van zijn land te herbouwen.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde luchtfoto van de boerdereeje van Willem Stienbaarg’n an de voat in Wittelte ook in enigszins bijgeknipt formaat, maar wel ten zeerste bewonderen op bladzijde 29 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.
En als klap op de vuurpijl kan de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, de hier afgebeelde luchtfoto van de boerdereeje van Willem Stienbaarg’n an de voat in Wittelte ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 44 van het Opraekelen, Nr. 00/3 (september 2000), het papieren blaadje van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blaadje zijn of dat papieren blaadje bij iemand in kunnen zien.

Afbeelding 1
Het bedrijf N.V. Luchtfoto Nederland (L.F.N.) heeft deze luchtfoto van de boerderij van Willem Steenbergen in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw gemaakt, kort voordat de boerderij van Willem Steenbergen afbrandde.

De boerderij van Willem Steenbergen was bepaald geen kleine boerderij. Op de voorgrond staat ut pothokke. Direct naast ut pothokke stond het varkenshok. Daarnaast is het kippenhok te zien. In het land bij het kippenhok ligt een stapel rikken. Achter de boerderij is de grote kapschuur te zien waar op 8 september 1952 brand uitbrak in een ‘miete haever’. Aan de andere kant van de boerderij is nog net achter de bomen de schuur voor de machines te zien. Achter de boerderij langs de weg hen de Brook’n staat een  pasvoorbulte. In het weiland bij ut pothokke is een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog te zien. Het is de geprefabriceerde betonnen bak van een eenpersoons slaapbunker. Op deze bak hoorde een geprefabriceerde betonnen overkapping. Deze slaapbunker hoorde bij de verdedigingswerken die de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in de Broeken in  Wittelte hebben aangelegd. Willem Steenbergen gebruikte de bak als ‘drinkensbak’ voor zijn vee. Deze afbeelding is aanwezig in de verzameling van Jan Reinder Steenbergen.

Afbeelding 2
Harrie Boerhof kweekt nu bomen en planten op de grond waar vroeger de boerderij van Willem Steenbergen stond. Coen Broekeman heeft deze zwart-wit foto gemaakt op 17 augustus 2000.

Afbeelding 3
Harrie Boerhof kweekt nu bomen en planten op de grond waar vroeger de boerderij van Willem Steenbergen stond. Coen Broekeman heeft deze zwart-wit foto gemaakt op 17 augustus 2000.

Afbeelding 4
Situatieschets boerderij uit het brandweerrapport (archief voormalige gemeente Diever)

Afbeelding 5
De betonnen bak van de Duitse slaapbunker is verhuist naar de nieuwe boerderij van Willem Steenbergen met adres Rijksweg 50 in Uffelte, later de boerderij van Jan Reinder Steenbergen. Ook de latere bewoners van deze boerderij gebruikten de bak nog steeds als drinkensbak. Coen Broekema heeft deze foto gemaakt op 17 augustus 2000 bij de boerderij met adres Rijksweg 50 in Uffelte.

 

Posted in Boerdereeje, Verdwenen object, Wittelte | Leave a comment

Disse koate is twee kièr over de grote plasse ewest

De Amsterdamse reizende fotograaf C. v. d. Zijl heeft in heel Nederland foto’s gemaakt, die als ansichtkaart zijn uitgegeven. Bij de redactie van ut Deevers Archief zijn van hem enkele ansichtkaarten met de titel ‘Groet uit Zorgvliet (Dr)’ bekend. Waaronder de hier afgebeelde zo genoemde vier-luiks ansichtkaart. De redactie weet niet welke neringdoende op Zorgvlied an de aandere kaante van de bos deze ansichtkaart verkocht, maar heeft het vermoeden dat het winkelier Bos was.
Op de bovenste foto aan de linkerkant van de ansichtkaart is de kruidenierswinkel van Bos tussen de bomen door te zien.
Op de bovenste foto aan de rechterkant van de ansichtkaart is de nog steeds bestaande gebouw van de skoele op Woater’n te zien.
Op de onderste foto aan de linkerkant van de ansichtkaart is de nog steeds bestaande Villa Nova te zien. Laat daarbij vooral op de originele dakkapel.
Op de onderste foto aan de rechterkant van de ansichtkaart is het niet meer bestaande landhuis Castra Vetera te zien. Het landhuis Castra Vetera is in 1939 afgebroken.
Van de vier afbeeldingen op de ansichtkaart zijn, voorzover de redactie weet, geen afzonderlijk ansichtkaarten uitgebracht. De redactie hoopt dat dit wel het geval is geweest en dat deze op een dag toch nog zullen opduiken.
De ansichtkaart zal in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw zijn verstuurd. De ansichtkaart is verstuurd naar mister W. Hamburger, 815 Washington Street, Pasadena, California, U.S.A. 815 Washington Street in Pasadena heet tegenwoordig 815 Washington Boulevard. Waar een ansichtkaartje uit Zorgvlied zoal terecht kan komen ! De ontvanger zal waarde aan het kaartje hebben gehecht en zal daarom deze mee terug naar Nederland hebben genomen, zodat het kaartje twee keer over de Atlantische Oceaan is vervoerd !

Posted in Ansichtkoate, Castra Vetera, Verdwenen object, Villa Nova, Woaterse skoele, Zorgvlied | Leave a comment

Ut boer’ncafé van Henduk Boer an de sluus

In het personeelsblad ’De Binnenspiegel’ van maart 1965 van de N.V. Drentse Autobusonderneming (de D.A.B.O.) verscheen een artikel over de verbouwing van het boerencafé van Hendrik Boer an de Deeverbrogge tot een steunpunt van de D.A.B.O.. De D.A.B.O. werd in 1933 opgericht en fuseerde in 1963 met de N.V. Eerste Drentse Stoomtramweg Maatschappij (de E.D.S.) tot de N.V. Drentse Vervoer Maatschappij (D.V.M.). De bijgaande afbeelding van dit boerencafé an de Riekseweg an de Deeverbrogge is een afbeelding van een niet zo scherpe scan van deze afbeelding in het hiervoor vermelde artikel.

Het boerencafé van Hendrik Boer en Grietje Gort stond vlak bee de löswal en de Deeverse Sluus an de Deeverbrogge. Hendrik Boer is geboren op 4 juli 1863 in Bovensmilde, hij is overleden op 7 augustus 1928 an de Deeverbrogge. Grietje Gort is geboren op 1 september 1877 in Zevenhuisen in de gemeente Leek in de provincie Groningen, zij is overleden op 4 december 1935 an de Deeverbrogge.
Het boerencafé van Hendrik Boer en Grietje Gort was in die tijd één van de vele café’s an de Deeverbrogge. In de tijd ver vóór de Tweede Wereldoorlog, toen de Drentse Hoofdvaart nog een druk bevaren transportroute was, moet dit gunstig gelegen café veel door schippers bezocht zijn geweest.
Op de hier afgebeelde foto uit 1935 is te zien, dat ook chauffeurs van fraaie automobielen, veelal handelsreizigers, het café bezochten. Let ook op het naambord ‘Café Boer’ boven het raam in de zijgevel.
Uit het ‘Register der Localiteiten waar Vergunning voor den Verkoop van Sterken Drank in het Klein in de Gemeente Diever’ is het volgende gebleken. Burgemeester en Wethouders verleenden op 30 juli 1924 met ingang van 14 september 1924 een vergunning voor de 40 m² grote noordoostelijke voorkamer (de kamer rechts naast de voordeur) aan Hendrik Boer, adres Dieverbrug 181 (oud), later adres Dieverbrug 236 (nieuw). De vergunning verviel op 1 mei 1929 ten gevolge van het overlijden van vergunninghouder Hendrik Boer, op die datum ging tevens de drankvergunning van Grietje Gort, de weduwe van Hendrik Boer, in. Op 1 mei 1935 verviel de drankvergunning van Grietje Gort, vanwege het niet betalen van het vergunningsrecht.
Na het overlijden van Grietje Gort in december 1935 moet het pand zijn verkocht aan de N.V. Drentse Autobusonderneming (D.A.B.O.). De redactie heeft de precieze verkoopdatum van het pand nog niet in de openbare bronnen kunnen vinden.
Bij de redactie van ut Deevers Archief is de hier afgebeelde foto tot nu de enig bekende foto van café Boer. De grote vraag is: wie heeft andere foto’s van dit café in zijn bezit ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie aan andere afbeeldingen helpen ? Een andere grote vraag is: waar zijn de nazaten van Hendrik Boer en Grietje Gort gebleven ? Hadden Hendrik Boer en Grietje Gort wel kinderen ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de situatie ter plekke van ut olde boer’ncafé van Hendrik Boer en Grietje Gort gemaakt op 2 januari 2017. Het had in de nacht van 1 op 2 januari 2017 een beetje gesneeuwd.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde foto van ut olde boer’ncafé van Hendrik Boer en Grietje Gort an de Deeverse sluus ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 21 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in An de Deeverbrogge, Verdwenen object | Leave a comment

Now ee’m over die rotzooi op ut gemientehuus

De redactie van ut Deevers Archief is ten tijde van de coronapandemie al een tijdje druk bezig met het digitaliseren (scannen) van zijn veel ruimte in beslag nemende papieren archief (papperrassie scannen en vervolgens dat papperrassie in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort.
Tot dit grote karwei behoort ook het digitaliseren (scannen) van vele oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Deever, Van Goor’s Blattie). De redactie vond bij het scannen van jaargang 1999 van ut Deevers Blattie op bladzijde 3 van ut blattie van 21 januari 1999 het hier afgebeelde geschiedkundig en bestuurskundig waardevolle kleine krabbel van klokkenluider Klaas Kleine. De redactie wil dit bericht uiteraard niet onthouden aan de zeer gewaardeeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief.

Kleine krabbel
“Wat heb je toch steeds te schrijven over die rotzooi op de zolder van het gemeentehuis ? En steggelen schrijf je niet met een g, maar met ch, stechelen dus.” Aldus een lezer over mijn laatste krabbel van vorig jaar. Eerst maar even in het woordenboek gekeken. Tot mijn ergernis staat daar stechelen. Maar na even doorlezen: ook wel steggelen. Gelukkig maar ! U was het misschien al vergeten, maar aan fouten maken heb ik een hekel.
Nou even over die ‘rotzooi’ op het gemeentehuis. Die ‘rotzooi’ bestond uit ongeveer zeventig stuks antieke gebruiksvoorwerpen, geschonken door inwoners van de vroegere gemeente Diever.
Om daar een oudheidkamer mee in te richten. Diever had het destijds hoog in z’n bol. De klokkeluiderswoning zou gerestaureerd worden en ingericht als oudheidkamer. In veel gemeenten in de buurt hadden ze ook zoiets en Diever wilde blijkbaar bijblijven. Sommige dingen gelukken in Diever wonderwel, maar met die oudheidkamer wil het niet vlotten. Prutswerk. Bij de gemeentelijke herindeling bleek dat er van al dat moois op de zolder van het gemeentehuis niets meer over was. De gemeente heeft het nooit weggegeven en over verkoop van de spullen is totnogtoe niets terug te vinden in het archief. Het moet dus mijns inziens gestolen zijn. Wie heeft er wel eens iemand met een dikke bobbel onder de jas het gemeentehuis zien verlaten ? Burgemeesters en wethouders in ieder geval niet. Althans, dat is de officiële lezing tot nu toe.
U kent allemaal wel de lotgevallen van Paul van Buitenen, die de knoeierijen in de Europese Commissie aan de kaak stelde. Een hoop geschut in het Europese Parlement, maar ach, de grap ging uit als een nachtkaars. En Paul van Buitenen ? Die werd daarvóór al naar huis gestuurd en zijn salaris werd gehalveerd. Over een paar weken weet niemand meer wie Paul van Buitenen is. Zulke kwesties lossen vanzelf op.
Erg vervelend voor het gemeentebestuur, maar in de kwestie van het verdwenen antiek is het niet mogelijk iemand op nonactief te stellen en zijn inkomen te halveren. Desalniettemin heeft het er veel van weg dat de vroede vaderen rekenen op het vanzelf oplossen van de affaire. Al een jaar ben ik bezig. Meters brieven, maanden op antwoorden wachten en uiteindelijk mondeling contact. Maar nee, even stevig zoeken naar mogelijke dieven zit er niet in. Zelfs een excuus van het gemeentebestuur aan de bevolking van Diever of aan de gevers van destijds kan er niet af. Het is maar dat u het weet. Geef nooit wat in bewaring bij de gemeente. Het kan ‘zomaar’ verdwijnen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie vond het destijds en vindt het ook nu nog steeds uiterst, maar dan ook uiterst merkwaardig, dat de door klokkenluider Klaas Kleine zo genoemde vroede vaderen – lees de top van het gemeentebestuur van de gemiente Deever of de gemeente Westenveld – destijds geen aangifte van diefstal van die zeventig antieke gebruiksvoorwerpen van de zolder van het gemeentehuis hebben gedaan. Na aangifte hadden die dieven kunnen worden opgespoord. Als na opsporing zou hebben gebleken dat die dieven ambtenaren van de gemiente Deever waren, dan hadden deze op staande voet kunnen worden ontslagen, niks op nonactief en niks inkomen halveren. 
Klokkenluider Klaas Kleine schreef in zijn kleine krabbel heel beleefd en heel eufemistisch dat het er veel van weg had dat de vroede vaderen rekenden op het vanzelf oplossen van die affaire. Anders en harder uitgedrukt: het stinkende brandende zaakje moest met turbospoed en in turbodraf de doofpot in.

Afbeelding 1 – De kleine krabbel van Klaas Kleine in ut Deeverse Blattie van 21 januari 1999.

Afbeelding 2 – Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 5 februari 1999.

 

Posted in Gemiente Deever, Klaas Kleine, Verdwenen object | Leave a comment

Ut olde gemientehuus begön as boerdereeje

Op de plaats van het in de vijftiger jaren van de vorige eeuw afgebroken gemeentehuis van de gemiente Deever an de brink van Deever stond tot in 1839 een boerderij. In 1840 werd die boerderij na een verbouwing in gebruik genomen als de dorpsschool. In 1876 werd het schoolgebouw na een verbouwing in gebruik genomen als gemeentehuis van de gemiente Deever. Dat gemeentehuis is op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart te zien. Deze ansichtkaart is omstreeks 1950 uitgegeven. Op de plaats van het in 1956 afgebroken oude gemeentehuis werd een nieuw gemeentehuis gebouwd.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het laatste gemeentehuis van de gemiente Deever gemaakt op woensdag 22 april 2020, in het begin van de coronapandemie en ten tijde van de twee jaar durende onderbestratingspandemie van het binnendorp van Deever in 2019/2020.

De verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier kan de hier afgebeelde foto van ut olde gemientehuus an de brink van Deever ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 6 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Gemiente Deever, Gemientehuus, Verdwenen object | Leave a comment

Ut café-losement van Sjoert Benthem an de Brogge

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 21 een ansichtkaart uit 1911 opgenomen. In de tekst bij de afbeelding is enige aandacht besteed aan het verleden van het café-logement van Sjoert Benthem en Griet Merk an de Deeverbrogge.

21 – Dieverbrug – Café-Logement van Sjoert Benthem – 1911
In het archief van de gemeente Diever is het Register der localiteiten waar vergunning voor den verkoop van Sterken Drank in het klein in de Gemeente Diever is verleend bewaard gebleven. Uit dit document blijkt dat Burgemeester en Wethouders met ingang van 1 mei 1886 vergunning verleenden aan Hendrik Benthem Szn. voor de voorkamer, de achterkamer en de keuken van zijn café-logement, adres Dieverbrug. De vergunning verviel op 19 april 1906.
Zijn zoon Sjoert Benthem zette het café-logement voort. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 1 mei 1906 een vergunning voor de verkoop van sterke drank.
Sjoert Benthem had niet alleen als café- en logementhouder voordeel van de gunstige ligging van de Deeverbrogge. Ook op het gebied van vervoer kon geld worden verdiend, want op 14 november 1906 verscheen in de Drentsche en Asser Courant het volgende bericht:
Ondergetekenden Johannes Warries en Sjoert Benthem, schippers te Dieverbrug, zijn voornemens vanaf 18 november en voorts elke woensdag bij open water in werking te brengen een trekschuitdienst langs de Drentsche Hoofdvaart van Dieverbrug naar Assen vice versa, ingericht voor 30 personen. Vertrek van Dieverbrug ’s morgens 4½ uur; van Assen circa 1½ uur. Voor iedere persoon, enkele reis, zal verschuldigd zijn 20 cent. De kantoren zijn gevestigd te Dieverbrug bij J. Hogenkamp en H. Benthem en te Assen bij F. Westrup.
Caféhouder Sjoert Benthem overleed op 20 maart 1915. Zijn vergunning werd op 30 april 1915 door Burgemeester en Wethouders, krachtens toestemming verleend bij Koninklijk Besluit van 22 april 1915 en op grond van artikel 26 van de Drankwet overgeschreven op naam van Griet Merk, de weduwe van Sjoert Benthem. Op 1 mei 1921 werd de vergunning ingetrokken wegens niet betaling van het vergunningrecht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de hiervoor weergegeven tekst uit het fotoboekje Diever, ie bint ’t wel… is abusievelijk als datum van publicatie van de advertentie in de Provinciale Drentsche en Asser Courant 14 november 1906 vermeld. Dit moet zijn 16 november 1903.
Voor de volledigheid is in dit bericht ook de betreffende advertentie uit de Provinciale Drentsche en Asser Courant weergegeven.

Op de hier afgebeelde en door Sjoert Benthem in 1906 uitgegeven ansichtkaart staat nota bene hôtel S. Benthem. Dat klinkt toch wel wat voornamer dan café-logement S. Benthem.
Burgemeester en wethouders gaven in 1886 een vergunning voor de verkoop van sterke drank aan Hendrik Benthem Szn. Deze vergunning gold voor de voorkamer, de achterkamer en de keuken van zijn café-logement. Zijn zoon Sjoert nam het bedrijf in 1906 over. Hij overleed in 1915. Zijn vrouw Griet Merk heeft het café tot 1 mei 1921 voortgezet. Toen werd de vergunning ingetrokken wegens het niet betalen van het vergunningsrecht. De foto moet op een warme zonnige dag zijn genomen, want de luiken van het huis aan de rechterkant zijn gesloten.
Sjoert Benthem staat voor de deur van zijn café-logement. Zo’n beetje iedereen die an de Deeverbrogge woonde, moet wel op de foto staan. Rechts tussen de bomen door is nog net de voorgevel van het huis van veearts Nanne Brandenburg te zien. Veearts Nanne Brandenburg staat op de ansichtkaart in het midden tegen een boom geleund.
Het huis van veearts Nanne Brandenburg is evenals het café-logement van Sjoert Benthem afgebroken.
Of in het boek met de titel An de Brogge, dat de heemkundige vurening uut Deever in 2014 ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan heeft uitgegeven, aandacht besteed aan de trekschuitdienst van Johannes Warries en Sjoert Benthem, dat heeft de redactie nog niet na kunnen gaan.
Sjoert Benthem en Griet Merk zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnerweg bee Deever.

De redactie heeft de tweede zwart-wit foto van het Chineze restaurant op 15 mei 2002 gemaakt. Deze foto is ongeveer op dezelfde plaats genomen als waar de fotograaf in 1906 heeft gestaan. Het lijkt alsof de boom aan de rechterkant daar ook in 1906 stond.
De redactie was ten behoeve van de zeer gewaardeerde leden van de heemkundige vurening uut Deever de samensteller van de zo genoemde ‘Historische kalender’ voor het jaar 2003. Op de hier afgebeelde bladzijde voor de maand december is de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart ook opgenomen.


Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Diever, ie bint 't wel ..., Historische kalender, Topstuk, Trekschuit, Verdwenen object | Leave a comment

Ut begun van vukaansiecentrum Ellert en Brammert

In de Opregte Steenwijker Courant van vrijdag 22 mei 1953 verscheen het volgende bericht over de opening van kampeercentrum Ellert en Brammert gelegen aan de rijksweg langs de Drentse Hoofdvaart tussen de Deeverbrogge en de Gowe.

Kampeercentrum ‘Ellert en Brammert’ officieel geopend
Tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug, vlakbij de drukke verkeersweg Meppel-Assen, is Zaterdagmiddag het nieuwe kampeercentrum ‘Ellert en Brammert’ door de voorzitter van de Provinciale V.V.V., mr. A. Jonker uit Emmen, officiëel geopend.
Namens de directie, de gebroeders Lammertsma uit Bolsward, kon burgemeester J.C. Meyboom uit Deiver, hierbij een groot aantal belangstellenden welkom heten. Naast verschillende vertegenwoordigers van V.V.V.’s, merkten wij onder meer op de wethouder van Diever, de heer J. Hessels; de gemeente-architect, de heer J.G. Bakker; de consul van de Nederlandse Kampeerraad, de heer H. Brand uit Amersfoort; de kampeerconsul der A.N.W.B., de heer A. Suringar te Diever en de heer J. Bakker, directeur der provinciale V.V.V..
In zijn openingsrede noemde mr. Jonker dit bungalow- en kampeercentrum een aanwinst voor de provincie. Drente heeft nog te weinig van deze centra, waaraan steeds grotere behoefte wordt gevoeld.
De sociale ontwikkeling van ons land is zodanig, dat thans iedere werknemer recht heeft op vacantie met behoud van loon en daarnaast meestal ook een vacantietoelage ontvangt.
Hierdoor ontstaat grote vraag naar mogelijkheden voor goedkoop sociaal- of volkstoerisme en deze vraag zal bij de toenemende bevolking steeds groter worden.
Momenteel gaat tweederde deel der bevolking in de vacantie op reis en hieronder bevinden zich twee miljoen mensen, die daarbij gebruik maken van tenten, huisjes of gehuurde woningen.
De chef der afdeling recreatie en natuurbescherming van het Nationaal Plan, ir. Fokker, heeft een antwoord gegeven op de vraag, waarheen deze stroom vacantiegangers moet worden geleid. Naast de grote recreatiegebieden, zoals de kust en de Veluwe moeten ook de natuurruimten van kleinere omvang hierbij worden ingeschakeld. Onder meer werd hierbij de aandacht gevestigd op Drente, dat dus in de toekomst een grote stroom vreemdelingen mag verwachten. De gemeente Diever komt hier speciaal voor in aanmerking, omdat het reeds buiten de provinciale grens grote bekendheid geniet door de jaarlijks terugkerende openluchtspelen en ook volledig aan de vraag naar natuurschoon beantwoordt.
Met de hoop uit te spreken, dat dit centrum in een grote behoefte zal blijken te voorzien en daardoor zal uitgroeien tot een gezond en prettig verblijf, verklaarde mr. Jonker ‘Ellert en Brammert’ voor geopend.
Nadat verschillende sprekers zowel de gemeente Diever als de exploitanten geluk hadden gewenst met het totstandkomen van dit centrum, werd het terrein door de bezoekers bezichtigd.
Het terrein bestaat uit 10 hectare heuvelachtig bos, waarin op verschillende plaatsen in totaal 11 huisjes zijn geplaatst. De architect, de heer Grunstra uit Bolsward, is hierbij van het principe uitgegaan, dat de tijdelijke bewonders, willen zij vam hun vacantie genieten, zo miun mogelijk werk moeten hebben. De huisjes zijn daarom slechts eenvoudige verblijven, waar alleen maar de noodzakelijke dingen hoeven gedaan te worden. Ze bestaan uit een klein kamertje, tevens keuken met Butagas-aansluiting, en twee slaapkamertjes met in totaal vijf slaapplaatsen.
Het kamp is niet dicht bij het dorp gelegen. In het kampgebouw is echter een winkel ondergebracht, welke aan alle velangens zal kunnen voldoen. Het kampgebouw bevat verder een open cantine, terwijl verder de bovenverdieping een tweetal slaaapzalen bevat, welke groepen of trekkers onderdak kunnen verschaffen. Indien gewenst zullen de bewoners der huisjes ook eten uit de centrale keuken kunnen ontvangen.
Het kampterrein heeft deel uitgemaakt van het landgoed Berkenheuvel. Het is zeer gunstig gelegen nabij een bushalte en onmiddelijk aansluitend op het 2500 hectare grote boscomplex met vrije wandeling, dat zich tot Appelscha uitstrekt. Het zwembad Dieverzand is nabijgelegen en ook kunnen vanuit het kamp gemakkelijk tochten naar de omgeving van Dwingelo worden gemaakt.
De belangstelling voor dit nieuwe kampeercentrum is reeds groot. Slecht Juni en begin juli zijn de huisjes nog vrij, doch verder is alles reeds volgeboekt.
Tot beheerder van het kamp is aangesteld de heer G. Krol uit Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De schrijver van dit bericht was blijkbaar zo bijzonder diep onder de indruk van de officiële opening van het kampeercentrum dat hij van de weeromstuit het woord ‘officieel’ twee keer foutief schreef als ‘officiëel’.
De verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier kan de hier afgebeelde ansichtkaart met een somerhuussie (dit is niet ut somerhuussie met de naam de Dobbe, maar welk somerhussie is het dan wel ?) ook ten zeerste bewonderen in de publicatie Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980, die is samengesteld door vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever en in 2008 is verschenen.
Het is eigenlijk helemaal niet opvallend dat bij de opening van een particulier initiatief, zoals kampeercentrum Ellert en Brammert, de vele witte boorden dragende, in driedelig pak lopende, geen risicolopende bureaustoelenklevers, en heftig  belangrijke en onmisbare vertegenwoordigers van de georganiseerde toeristenindustrie, acte de presence gaven in Ellert en Brammert. Even belangrijk doen, even een eind weg lullen, even netwerken onder het genot van een gratis hapje en een gratis drankje en dan gauw weer terug naar moeder de vrouw. Want het was wel zaterdag.
De tekst bij de ansichtkaart met het onbenoemde somerhuussie (zie bijgaande afbeelding) in de publicatie ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, wil zeer ten zeerste de suggestie wekken dat het gaat om het somerhuussie met de naam De Dobbe, maar dat is geenszins het geval.
De grote vraag aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief is natuurlijk: wat is op de afbeelding de naam van het op de voorgrond zichtbare somerhuussie ?


Posted in Ellert en Brammert, Toeristenindustrie, Verdwenen object | Leave a comment

De gemiente Deever wödde liekedièrd

De redactie van ut Deevers Archief is druk bezig met het digitaliseren (scannen) van zijn veel ruimte in beslag nemende papieren archief (papperrassie scannen en vervolgens dat papperrassie in de container voor het oude papier gooien), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort.
Tot dit grote karwei behoort ook het digitaliseren (scannen) van vele oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Deever, Van Goor’s Blattie).
De redactie vond bij het scannen van jaargang 1997 van ut Deevers Blattie op bladzijde 9 van ut blattie van 11 december 1997 de hier afgebeelde geschiedkundig waardevolle advertentie. De redactie wil deze advertentie niet onthouden aan zijn zeer gewaardeeerde trouwe bezoekers. De redactie heeft deze advertentie wel voorzien van een rouwrand.
Het betrof de uitnodiging (let niet op het foutje in de tekst van de uitnodiging) aan alle inwoners van de gemiente Deever op 18 december 1997 om 20.00 uur aanwezig te zijn bij de vergadering van de raad van de gemiente Deever, waarin de gemiente Deever zich zelf ten grave moest dragen bij agendapunt 3, vanwege de gedwongen fusie met de gemiente Vledder, de gemiente Dwingel en de gemiente Oavelte. De gemiente Deever is er ingeluist.
Maar gelukkig was daar ook het verborgen agendapunt 7. Hapje en drankje. Vanwege dat gratis hapje en drankje, op kosten van de vet en veel belasting betalende inwoners van de gemiente Deever, zal het wel gezellig druk zijn geweest in ut Dingspilhuus, bee Jan Vos, in ut ienige echte waarme hart van Deever. Het is betekenisvol en bedenkelijk en misschien ook wel respectloos dat de liquidatievergadering niet werd gehouden in ut gemientehuus an de brink van Deever (ut gemientehuus van de gemiente Westenveld haar in de olde gemientehuusboerdereeje in Oavelte evestugd möt’n weed’n.).
Dat moet toch wel een dingetje zijn geweest voor bijvoorbeeld het bestuur van de vereniging met de naam Historische Vereniging Gemeente Diever. Dit bestuur nam de zeer gewaardeerde dappere beslissing deze naam na 1 januari 1998, dus na de liquidatie van de gemiente Deever, te handhaven en deze bijvoorbeeld niet te veranderen in Historische Vereniging Voormalige Gemeente Diever of Historische Vereniging Ex Gemeente Diever of  Historische Vereniging Geliquideerde Gemeente Diever of Historische Vereniging Opgedoekte Gemeente Diever of  Historische Vereniging Deelgemeente Diever of Historische Vereniging Diever/Dieverbrug/Geeuwenbrug/Olde Willem/Wateren/Wapse/Wittelte/Zorgvlied.

Posted in Gemiente Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Vukaansie in ut somerhuussie ‘ut Plagg’nbultie’

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 maart 1921 van mevrouw Hanneke Wiegant-Klijnstra bijgaande reactie op het bericht Somerhuussie ‘de Wiemel’ in Ellert en Brammert. De redactie is mevrouw Hanneke Wiegant-Klijnstra bijzonder erkentelijk voor deze reactie.

Ook ik heb vele malen bij Ellert en Brammert gekampeerd met mijn familie. De eerste jaren sliepen we in legertenten van de Hervormde kerk in Den Haag. Die stonden aan de linkerkant van de toerit naar Ellert en Brammert. Later logeerden we in huisjes. Die stonden rechts van het toegangspad.
Ik heb nog een aanvulling op de namen van de zomerhuisjes. Een gezin van onze familie verbleef in het zomerhuisje met de naam ‘het Plaggenbultien’. Dat was volgens mij een stenen bungalow, net zoals ‘het Knienegat’, waar een ander gezin van onze familie was.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In vacantiecentrum Ellert en Brammert had elk stenen zomerhuisje of kampeerhuisje of bungalowtje een eigen naam.
De naam ‘Plaggenbultien’ kwam nog niet op de lijst voor. De naam ‘Plaggenbultien’ is in het Deevers ‘Plagg’nbultie’. Een plagg’nbultie is een hoop heideplaggen, die plaggen werden, in de tijd dat in Deever elke boer nog schapen had, in de winter gebruikt als strooisel in de potstal van de schapen.
De redactie kan helaas nog geen foto van het stenen zomerhuisje met de naam ‘Plaggenbultien’ tonen.
De lijst met namen is nu als volgt: Baander, Blekbèr, Brummel, Dankbèr, Deele, Dobbe, Eveltas, Hemertien, Hilde, Karnmeule, Knienegat, Nes, Plagg’nbultie, Scheuper, Schoapvoalt, Sikke, Spinwiefien, Streuper, Wiemel, Zödde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft het vermoeden dat in de lijst van namen van de zomerhuisjes nog steeds minstens acht namen ontbreken ! Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan deze lijst aanvullen ?

De redactie toont hier ter illustratie een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van het stenen zomerhuisjes met de naam ‘de Bander’, in ut Deevers is dat ‘de Baander’. De ansichtkaart is in de zomer van 1955 verstuurd, is uitgegeven door JosPé in Arnhem en werd verkocht door Vacantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 05219-1207.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan zich herinneren vacantie gevierd te hebben in het zomerhuisje met de naam ‘de Baander’ ?

Posted in Ellert en Brammert, Toeristenindustrie, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van De Keet op de Heezebaarg in 1997

De hooggeleerde en hooggeachte oudheidkundige professor doctor Albert Egges van Giffen (geboren op 14 maart 1884 te Noordhorn, overleden op 31 mei 1973 te Zwolle, begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) en zijn vrouw Guda Erica Gerharda Duijvis (ja, die van de pinda’s, ook begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) hadden een vakantiehuisje op de Heezebaarg aan de rand van de Heezeresch. Het huisje heette eerst ‘de Keet’, later ‘de Heezeberg’.
De Keet is inderdaad de directiekeet die bij de grote oudheidkundige afgraving van de wierde van Ezinge stond, Deze keet werd na 1934 afgebroken en weer opgebouwd op de Heezebaarg (de baarg an de raand van de Heezeresch).
In 1997 was met name de houten onderkant van ‘de Keet’ in een dusdanig slechte toestand (houtrot) dat de eigenaren, een kleindochter van de hooggeleerde en hooggeachte professor doctor Albert Egges van Giffen en haar echtgenoot, het houten huisje hebben laten afbreken, waarna direct daarna op dezelfde plaats een groter vakantiehuis is gebouwd. De afbraak van de oude en de bouw van de nieuwe vakantiewoning is uitgevoerd door bouwbedrijf Schipper uut Dwingel (eerder gevestigd in Leggel).
De avond voor de afbraak in de tweede helft van oktober 1997 hebben de redactie van ut Deevers Archief en de eigenaren van het huisje bij wijze van afscheid nog lekker gezellig een poosje in het woonkamertje van ‘de Keet’ op de Heezebaarg gezeten en daar een kopje thee gedronken en een koekje gegeten.
De kleindochter van de hooggeleerde en hooggeachte professor doctor Albert Egges van Giffen heeft de kleurenfoto’s van het interieur van ‘de Keet’ een paar dagen vóór de afbraak van ‘de Keet’ gemaakt, Zij heeft ook de kleurenfoto van de afbraak gemaakt.
Let bij de foto’s van het interieur vooral op de originele elementen, zoals de gaslampen en de koperen pomp.
De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren van oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Diever of Van Goor’s Blattie) op bladzijde 7 van het nummer van 2 oktober 1997 bijgaand bericht van Burgemeester en Wethouders van de gemiente Deever over de verleende bouwvergunning voor het geheel vernieuwen van recreatiewoning ‘de Keet’ op het perceel Steenakkerweg 2 te Diever. Zie de bijgegevoegde afbeelding van dit bericht.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde zwart-wit foto van ut somerhuussie van pufesser Albert Egges van Giffen op de Heezebaarg ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 31 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.
En als klap op de vuurpijl kan de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, de hier afgebeelde zwart-wit foto van ut somerhuussie van pufesser Albert Egges van Giffen op de Heezebaarg ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 7 van het in 1992 verschenen papieren boek ‘Geschiedenis van Diever’, dat is uitgegeven bij de Stichting Het Drentse Boek. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boek zijn of dat papieren boek bij iemand in kunnen zien.

Abracadabra-1561Abracadabra-1555Abracadabra-1556Abracadabra-1557Abracadabra-1558Abracadabra-1560

Posted in Albert Egges van Giffen, Heezebaarg, Verdwenen object | Leave a comment

Villa Olde Legerplaese op Zorgvliet in 1895

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 6 een afbeelding van in 1904 verstuurde ansichtkaart van een in 1895 gemaakte foto van de in Deever geboren fotograaf Hans Kuiper uit Noordwolde opgenomen. Bij de afbeelding is  de volgende tekst over het verleden van Huize Zorgvlied van Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt en villa Castra Vetera van Lodewijk Guillaume Verwer opgenomen.

Zorgvlied – Villa Castra Vetera – 1895
Het huis met de achttien kamers werd in opdracht van Jacobus Fransiscus de Ruijter de Wildt, nazaat van admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruijter, gebouwd en in 1862 voltooid. De villa werd door zijn indrukwekkende afmetingen ook wel het Kasteel genoemd. Jacobus Franciscus de Ruijter de Wildt stierf hier op 25 november 1870.
In 1885 werd de villa bewoond door mr. Lodewijk Guillaume Verwer, zijn vrouw Johanna Cornelia Ludovica van
Wensen en hun kinderen Cecilia Johanna, Idse Johannes, Johanna Josephina Maria, Elisa Julia en Louisa Ysbranda Maria.
De vrome familie Verwer had blijkbaar heel goede contacten in de rooms-katholieke kerk, want op een audiëntie van Zijne Doorluchtige Hoogheid den Aartsbisschop van Utrecht bij Zijne Heiligheid Paus Leo XIII op 30 mei 1880 heeft Zijne Heiligheid welwillend toegestaan, dat alle dienstbaren -op welke wijze dan ook- van de familie Verwer in de huiskapel van Huize Zorgvlied hun zondagsplicht konden vervullen, behalve op de groote feestdagen, dan moesten zij naar hun eigen parochiekerk in Steenwijkerwold.
Het aardige is dat in dit verslag sprake is van de naam Huize Zorgvlied en niet van de Latijnse naam Castra Vetera, dat Oude Legerplaats betekent. Het dorpje dankt zijn naam aan Huize Zorgvlied.
Ouderen herinneren zich nog dat het plafond van de kamers op de begane grond waren voorzien van mooi stucwerk en fraaie decoraties. Deze waren geschilderd door de in Diever geboren decoratieschilder Hans Kuiper. Later legde deze zich ook toe op fotograferen. Op 27 november 1895 stond in de Leeuwarder Courant dat bij Hans Kuiper te Noordwolde een map met 24 foto’s van Zorgvlied was verschenen. Dit is één van de foto’s uit die serie.
Op de openbare verkoping van het landgoed Castra Vetera op 29 maart 1938 in café De Harmonie op Zorgvlied werd het herenhuis, met erf, tuin en 1.27.75 ha grond bij palmslag voor 2060 gulden verkocht, waarna het werd afgebroken.
Op Zorgvlied is materiaal van dit huis hergebruikt. Zo is in de bovenramen van de achterslaapkamer van het Amsterdamse Huis uit de villa afkomstig gekleurd-glas-in-lood aangebracht. In boerenschuren zijn de oude bakstenen verwerkt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Van de betreffende bladzijde uit het boekwerkje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht een afbeelding opgenomen.

In de eerste regel van de tekst bij afbeelding 6 zit een foutje, Fransiscus moet zijn Franciscus.
De makers van het in 2020 verschenen boekwerkje ‘Uit de geschiedenis van Wateren, Zorgvlied en Oude Willem’  hebben de hier afgebeelde foto van Hans Kuiper helaas niet in hun onvolprezen geschiedkundige boekwerkje opgenomen. Hoe oud en geschiedkundig waardevol moet een oude foto eigenlijk zijn, om het waard te zijn getoond te worden in een plaatselijk geschiedkundig boekwerkje ?
Op het hier afgebeelde detail van een topografische kaart uit 1934 is met een rode pijl de plaats van villa Castra Vetera op Zorgvlied aangegeven. Het was op Zorgvlied bekend dat de bewoners van villa Castra Vetera vanuit de keuken van de villa recht een laan in konden kijken, die laan heeft daarom de naam Keukenlaan gekregen.  

Abracadabra-1554

Posted in Ansichtkoate, Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Diever, ie bint 't wel ..., Hans Kuiper, Huize Zorgvliet, Verdwenen object | Leave a comment

Ut holt’n sitbaankie an de Betonweg hef ut neet ered

In het in 2019-2020 uitgevoerde peperdure onderbestratingswerkje van het binnendorp van Deever met de naam Diever op Dreef (Deever op Drift), zie afbeelding 3, moest ook de merkwaardige klomp zwerfstenen met de naam Burgemeester Van Osbank op ut kaampie grond bij de Betonweg en naast de woning met adres Hoofdstraat 1 in Deever verdwijnen. De Van Osbank werd op tactische redenen verplaatst naar het paardenmarktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever.
Het duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke circulaire fairgetrade houten zitbankje met de reclamesticker van de Koninklijke Landmacht met de wervende tekst ‘Reservist bij de Koninkljke Landmacht. Je moet het maar kunnen’ was op woensdag 22 april 2020 nog aanwezig. Op die datum heeft de redactie van ut Deevers Archief bij wijze van afscheid nog even op dat duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke circulaire fairgetrade houten zitbankje in de zon gezeten, zij het met opgetrokken benen op de berg zand voor het bankje.
Het was de redactie op die datum volstrekt duidelijk dat de Hoge En Lage Dametjes en Heertjes Van Het Onweerspreekbare Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte Van Ut Dörp Deever Zetelend In Het Luxe Kantoorparkencomplex Aan De Gemeentehuislaan In Deever dit duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke circulaire fairgetrade houten zitbankje binnenkort zouden gaan elimineren, liquideren en vernietigen. Eliminist bij het Publieke Bedrijf Gemeente Westenveld. Je moet het maar durven.
De redactie hoopte in een eerder bericht dat dit eerlijke zitbankje niet zou worden vervangen door een snorkerig, superlux, superduur, onduurzaam, niet-circulair, toekomstonbestendig, milieuonvriendelijk, vandaalonbestendig geverfd metalen zitbankje van het type Ikarus van het bedrijf Gardelux b.v. Met een plaatselijk gemaakt zitbankje van plaatselijk bewerkt hout uit plaatselijke duurzaam beheerde productiebossen van de Stoat zijn de doelstellingen van de circulaire economie wel direct en met geschwinde spoed en in gestrekte draf te bereiken.
Maar die hoop was bij voorbaat al diep de grond in geslagen en bovendien werd op ut kaampie grond niet één exemplaar, maar twee exemplaren van het geverfde metalen zitbankje van het type Ikarus van het bedrijf Gardelux b.v. geplaatst. Zie de afbeeldingen 1 en 2. Tussen de twee zitbankjes is een voorgeprogrammeerd verhard slijtpad van een of ander merkwaardig soort kunstachtig materiaal aangelegd.
Van het indoctrinatiedocumentje Diever The Place To Be Or Not To Be dat nog steeds onder de naam Leporello is te vinden op een webstee van de gemeente Westenveld is bladzijde 14 weergegeven in afbeelding 5. Op die bladzijde 14 staan ten aanzien van de plaatsing en de beleving van het openbare zitmeubilair in het kader van het peperdure werkje Diever op Dreef de volgende volkomen volslagen onbegrijpelijke opgeklopte lulkoek brabbeltekst: Voor dit plan is een belangrijke vraag: waar staan de bankjes, en welk uitzicht heeft degene die erop zit en wat is het uitzicht voor degene die de bank passeert ? Wat voor tafereel wordt er geboden aan de zitter ? Kan dat tafereel opnieuw betekenis krijgen of kan de werking van het uitzicht versterkt worden ?

Mien vèè see seins: skroet’n en in de brook driet’n bint gien kuunst.

Afbeelding 1 – De redactie heeft deze kleurenfoto op vrijdag 28 november 2020 gemaakt.

Afbeelding 2 – De redactie heeft deze kleurenfoto op vrijdag 28 november 2020 gemaakt.

Afbeelding 3 – De redactie heeft deze kleurenfoto op vrijdag 28 november 2020 gemaakt.
Afbeelding 4 – De redactie heeft deze kleurenfoto op woensdag 11 december 2019 gemaakt.

Afbeelding 5 – Bladzijde 14 uit het indoctrinatiedocument Diever The Place To Be Or Not To Be.

Posted in Heufdstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Un mooi stukkie van ut Kastiel sestug joar’n elee’n

De hier afgebeelde zwart-wit foto is gemaakt op 3 juli 1963 op ut Kastiel in Deever. De redactie weet niet wie de maker is van deze foto, maar zou wel graag zijn naam willen vermelden.
De foto is afkomstig uit de verzameling van wijlen Margaretha (Griet) Oost, die was getrouwd met winkelier Jan Brugging (ja, die van de Wiba-winkel an de Heufdstroate in Deever). Deze foto is gebruikt voor een ansichtkaart, die het bedrijf JosPé uit Arnhem in juli 1963 heeft uitgegeven. De ansichtkaart was te  koop bij winkelier Jan Brugging, Hoofdstraat 27 in Deever. Blijkbaar heeft JosPé ter kennisgeving en ter goedkeuring eerst een afdruk gestuurd naar opdrachtgever Jan Brugging.
De weg over Ut Kastiel had toen helaas nog de naam Burgemeester Van Oslaan. De naam Ut Kastiel werd in 1939 opgeofferd aan de eer en glorie en eeuwige plaatselijke roem van de pensionerende burgemeester Hendrik Gerard van Os (zeven koeien en een os).
In het boerderijtje aan de linkerkant van de afbeelding woonden in juli 1963 Roelof Fledderus en Annegien Jansen. Roelof Fledderus is geboren op 4 januari 1885 in Wittelte en is overleden op 26 maart 1964 in Deever. Annegien Jansen is geboren op 25 april 1895 op de Smilde en is overleden op 25 november 1967 in Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In juli 2000 woonde in het boerderijtje aan de linkerkant van de afbeelding de familie Honing.
In het boerderijtje daarnaast woonden in juli 1963 Lammigje Oost, de weduwe van Geert van Ankorven en haar kinderen Janna en Roelofje. Geert van Ankorven is geboren op 10 februari 1877 in Dwingel en is overleden op 14 september 1956 in Deever. Lammigje Oost is geboren op 30 juli 1879 in Oll’ndeever en is overleden op 28 juni 1973 in Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Janna (Jannoa) van Ankorven is geboren op 20 januari 1903 in Deever en is overleden op 10 juni 1990 in Deever. Roelofje (Roefie) van Ankorven is geboren op 24 januari 1909 in Deever en is overleden op 23 juni 1996 in Deever. De twee zusters zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In een e-mail bericht van 31 augustus 2000 meldde een mevrouw van Ankorven uit Utrecht het volgende aan de redactie. De naam Ankorven is een verbastering van de plaats Heunkörben (Hohenkörben) in de buurt van de Nederlands-Duitse grens. De familie van Ankorven heeft een boek over de eigen familie gemaakt. Er wonen nog Van Ankorven’s in Den Haag. De achternaam is helaas bezig uit te sterven.  
In juli 2000 woonde in het boerderijtje tussen het linker boerderijtje en de rechter boerderij mevrouw Teddy van Marum.
In de boerderij aan de rechterkant van de afbeelding woonden in juli 1963 de familie Klaas Fledderus en Fransiena (Sientie) Fledderus. Klaas Fledderus is geboren op 27 januari 1908 in Deever en is overleden op 26 juni 1988 in Deever. Fransiena (Sientie) Fledderus is geboren op 23 april 1908 in Wapse en is overleden op 1 februari 1994 in Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. In juli 2000 woonde in deze boerderij de familie Jark Otten en Siena Fledderus. Siena Fledderus is een dochter van Klaas Fledderus en Fransiena Fledderus. In januari 2021 woonde in deze boederij nog steeds het echtpaar Jark Otten en Siena Fledderus.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de bijgevoegde kleurenfoto gemaakt op vrijdag 3 mei 2018. De redactie stond niet helemaal op de dezelfde positie als de maker van de zwart-wit foto, maar zal te zijner tijd en zeker niet met geschwinde spoed en in gestrekte draf een beter passende kleurenfoto aan dit bericht toevoegen.
Op de stee van het vervallen boerderijtje (keuterijtje) tussen het linker boerderijtje en de rechter boerderij is een nieuw huis gebouwd.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkoate, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

De oldste ansichtkoate van ut swembad Deeversaand

De redactie van ut Deevers Archief toont de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief ook graag oude beelden van het zwembad Dieverzand an de Bosweg bee Deever. Bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart werd in 1948 uitgegeven en was te koop bij Jan Brugging an de Heufdstroate in Deever. De redactie schat in dat deze ansichkaart de oudste ansichtkaart van het zwembad Dieverzand is. De redactie verneemt graag van zijn zeer gewaardeerde bezoekers het bestaan van oudere dan de hier afgebeelde ansichtkaart.
Gelukkig is van de jongen die bij het pierebad links op de voorgrond staat de naam bekend. Het is Albertus (Bertus) Fransen, zoon van boer Roelof Fransen en Klassien Mulder. De familie Fransen woonde destijds aan de Hoofdstraat, het huidige adres is Hoofdstraat 78 in Deever. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deeves Archief herkent andere kinderen op de hier afgebeelde ansichtkaart ?
De dijk, gemaakt van de grond die uit het zwembad is gegraven, aan de andere kant van het pierebad, bestaat nog steeds. De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de andere kant van deze dijk gemaakt op 26 april 2018. Het hek dat destijds om het zwembad stond, is natuurlijk al lang verdwenen.
De redactie roept vooral Albertus (Bertus) Fransen te reageren op dit bericht.
De redactie is op zoek naar oude foto’s van het zwembad Dieverzand. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid een goede scan van zijn foto’s naar de redactie te sturen ?

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkoate, Bosweg, Swömbad Deeverse Saand, Verdwenen object | Leave a comment

Ut vurrinnewièrde pothokkie van de Uilenhorst

De Stoat (lees zetbaas Staatsbosbeheer) heeft in 2006 de boerderij en de bijgebouwen van De Uilenhorst in de Olde Willem gesloopt, met uitzondering van het hoge deel van de stal en ut pothokkie bee de boerdereeje.
De Stoat (lees zetbaas Staatsbosbeheer) heeft het hoge deel van de stal en ut pothokkie in de periode tussen 2006 en 2012 steeds beetje bij beetje stiekem en geruisloos verder gesloopt. Het leek alsof een natuurlijk proces van verval zijn werk deed. Althans dat is wat de Stoat (lees zetbaas Staatsbosbeheer) de argeloze niets vermoedende voorbijganger, zeg maar de vet belastingbetalende klanten van de Stoat (lees zetbaas Staatsbosbeheer), kil en koud wilde doen geloven. Het was een nepshowtje, maar wel eentje in quick motion.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst voor de volledigheid  naar het bericht De pothokke van de Uilenhorst in de Olde Willem.
De redactie heeft toestemming van multikunstenaar Bas Dekker – bezoek vooral zijn prachtige webstee www.zalix.nl) – deze door hem gemaakte foto van ut pothokkie bee De Uilenhorst in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Bas Dekker heeft deze foto van ut pothokkie gemaakt op 19 augustus 2011 (© Bas Dekker, www.zalix.nl).
De redactie vindt het wit van de muren van kalkzandsteen, die zijn gemaakt in de kalkzandsteenfabriek op de Smilde, mooi tegen de donkere achtergrond afsteken. De hier getoonde uitsnede van de foto is het zeer zeker waard een tijdje te worden getoond als kopafbeelding in ut Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan vooral niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (300 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind als kopafbeelding van ut Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.

Posted in de Olde Willem, de Uilenhorst, Kopafbeelding, Pothokke, Verdwenen object | Leave a comment

Ut pothokke van de Uilenhorst in de Olde Willem

Het eenvoudige maar onvolprezen geschrift ‘Pothokken in de voormalige gemeente Diever’ is in 1999 uitgegeven door de Historische Vereniging Gemeente Diever. Om te komen tot dit geschrift is door vrijwilligers van die vereniging ontzettend veel werk verzet. Daarvoor driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. In deze publicatie zijn gelukkig ook enige gegevens -zie afbeelding 8- te vinden van de pothokke mit de neet te begriep’m code 07-001-61, die stön bee de boerdereeje mit de naeme De Uilenhorst in de Olde Willem. Een buizerd nestelt in een horst, maar nestelen uilen ook in een horst ?
De Stoat (leees zetbaas Staatsbosbeheer) heeft het door particulieren in de vorige eeuw met bloed, zweet en tranen in cultuur gebrachte gebied de Olde Willem alweer sinds heel wat jaren stevig in zijn houdgreep en is alweer sinds heel wat jaren stevig bezig geweest alle bebouwing in de Olde Willem te liquideren. Cultuur moet plaats maken voor aangeharkte voorgekauwde gecultiveerde consumeerbare berekende tekentafelnatuur.
Zo moest ook de boerderij met de naam De Uilenhorst in de Olde Willem verdwijnen. De boerderij en de bijgebouwen van De Uilenhorst werden merkwaardigerwijs in 2006 niet in zijn geheel in een paar dagen met de sloopkogel in elkaar gebeukt en op vrachtwagens afgevoerd. Nee, de dametjes en heertjes van de Stoat (lees zetbaas Staatsbosbeheer) bedachten voor de argeloze voorbijganger een aantal jaren durend verloedering-en-verval en kijk-en-verbaas nepshowtje voor een paar uit zandsteen opgetrokken gebouwen van De Uilenhorst. Zo mocht het hoge deel van de stal blijven staan. Nou ja, vooruit, een paar jaren dan, maar niet te lang. Zo mocht ook de pothokke blijven staan. Nou ja, vooruit, een paar jaren dan, maar niet te lang.
De redactie van ut Deevers Archief heeft toestemming van multikunstenaar Bas Dekker -bezoek vooral zijn prachtige webstee www.zalix.nl)- enige door hem gemaakte foto’s van de pothokke van De Uilenhorst in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

Afbeelding 1
De boerderij met de naam De Uilenhorst in de Olde Willem is voor het eerst in 1926 op een topografische kaart aangegeven.

Afbeelding 2
De pothokke is rechts naast het hoge deel van de stal te zien. Deze foto is op 23 juli 2007 gemaakt.

Afbeelding 3
Bas Dekker heeft deze foto van de pothokke gemaakt op 5 mei 2007 (© Bas Dekker, www.zalix.nl).

Afbeelding 4
Bas Dekker heeft deze foto van de pothokke gemaakt op 19 augustus 2011 (© Bas Dekker, www.zalix.nl).
Op miraculeuze wijze zijn op een paar na alle rode dakpannen verdwenen. Ze liggen ook niet binnen de zandstenen muren van de pothokke. Ook het ijzeren stalraam in de gevel is verdwenen. En ook de deur is verdwenen. En ook de achtermuur van de pothokke is ingeslagen geworden. Waar zijn de resten van die muur gebleven ?

Afbeelding 5
Bas Dekker heeft deze foto van de pothokke gemaakt op 19 augustus 2011 (© Bas Dekker, www.zalix.nl)

Afbeelding 6
Bas Dekker heeft deze foto ter plekke van de pothokke gemaakt op 24 augustus 2018 (© Bas Dekker, www.zalix.nl)
Het is volstrekt zo klaar als een klontje dat de olde pothokke niet vanzelf zo keurig in zulke kleine stukjes en brokjes uit elkaar is gevallen. De olde pothokke heeft op zijn geboortegrond het laatste stevige zetje naar de dood gekregen van de nijvere dametjes en heertjes van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Maakbaarheid Van Het Snelle Verval, in dienst van zetbaas Staatsbosbeheer. Die hebben met koevoeten en sloopmokertjes en sloothamertjes stiekem de ingevallen zandstenen muurtjes aan puin en diggelen geslagen. Die hept doar flink stoan book’n. Ech wè. En waar zijn de resten van het hout van het dak gebleven ? Hergebruikt als hout voor de open haard ?

Afbeelding 7
Op een luchtfoto uit 2015 is te zien, dat de pothokke van de boerderij De Uilenhorst al vóór 2015 doelbewust in elkaar is gemept.

Afbeelding 8
Gegevens van de pothokke van de boerderij De Uilenhorst uit het geschrift ‘Pothokken in de voormalige gemeente Diever’. Dit pothokke is in 1912 gebouwd en is omstreeks 2012 geliquideerd.

Posted in de Olde Willem, de Uilenhorst, Pothokke, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van villa Castra Vetera op Zorgvlied

In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) verscheen in de rubriek ‘Te koop aangeboden’ op 3 maart 1939 de volgende korte advertentie over de te koop aangeboden afbraakbouwstoffen van de villa Castra Vetera op Zorgvlied.

Afbraak.
Alle soorten afbraak van de Villa Castra Vetera te Zorgvlied, als 1000 m² vloer-, plank- en schothout, prachtige balken, deuren, ramen, lood en glas, latten, regels, 60 m² marmeren tegels, 2 pompen, zandsteenen drempels en 200.000 steenen. Dagelijks op het terrein aanwezig van 7 tot 5 uur.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De heer D. H. Pasman uit ’s Gravenhage kocht op 30 maart 1938 het landgoed Castra Vetera. Op 27 december 1938 berichtte het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) dat villa Castra Vetera zal worden afgebroken. Dit was twee maanden later al een feit.
De sloopaannemer heeft het landhuis wel zorgvuldig en selectief gesloopt, wat mag blijken uit de opsomming van de te koop aangeboden waardevolle herbruikbare afbraakbouwstoffen. Veel van deze afbraakbouwstoffen zijn in de buurt weergebruikt. In het Amsterdamse Huis zitten aan de achterkant op de eerste verdieping enige glas-in-lood ramen uit de villa. Oude bakstenen uit de villa zijn in boerenschuren in de buurt verwerkt. Bij de bouw van de boerderij Castra Vetera op Zorgvlied zijn ook veel oude bakstenen uit de villa verwerkt.
De redactie heeft de kleurenfoto van de boerderij Castra Vetera gemaakt op 4 april 2017.

Posted in Boerdereeje, Castra Vetera, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

De botterfabriek en de beltmeule an ut Katt’nende

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst opgenomen bij afbeelding 7, zijnde een afbeelding van een foto van de beltmolen van Egbert (Ebbe) Bennen en de handkrachtzuivelfabriek aan het Katteneinde in Deever.

7 – Diever – Molen en boterfabriek – 26-6-1903
In het café van Willem Huiskes aan de Hoofdstraat, adres Diever 123, werd op 1 maart 1899 door Dieverder en Wittelter boeren het besluit genomen samen de verwerking van melk ter hand te nemen. Op 1 maart 1899 werd in het boerencafé van Reinder Hummelen in de Kruisstraat, adres Diever 98, besloten tot de bouw van een fabriek aan destraatweg naar Dieverbrug op een stuk grond van de gemeente tegenover de boerderij van Egbert (Ebbe) Bennen en naast zijn korenmolen. De gemeente stelde de bouwgrond beschikbaar voor slechts vijftien gulden. De boeren vonden het wel een mooie stee, want het halen van veevoer bij de fabriek was dan goed te combineren met het laten malen van graan bij de molen: A’w koeken mut haelen, ku’w vut mit ’n ponge rogge hen de meule.
Op 29 maart 1899 passeerde bij de notaris de akte van oprichting van de Coöperatieve Landbouwvereniging voor Boterbereiding en Aanschaffing van Veevoeder te Diever. Op 30 maart 1899 had de vereniging vierenvijftig leden. Het eerste bestuur werd gevormd door burgemeester Leonardus Willem van Os, Hessel Hessels, Klaas Willem Fledderus, Cornelis Offerein en Roelof Seinen. De eerste commissarissen waren Hendrik Krol, Barteld de Ruiter, Harm Kok, Willlem Bakker en Reinder Hummelen.
Op 1 april 1899 werd de bouw van de boterfabriek en de veevoederschuur voor 2736 gulden gegund aan Johannes Noorman uit de Hoofdstraat. Burgemeester Van Os legde op 18 mei 1899 de eerste steen in aanwezigheid van de overige bestuursleden.
Op 19 mei 1899 werd Jan Hendrik Benthem, werkzaam bij de Dwingeler boterfabriek, benoemd tot directeur. In de bestuursvergadering van 17 juli 1899 werden Jan Jonkers, Arend Klaster en Roelof van Nijen als eerste arbeiders aangenomen.
Reeds op 25 juli 1899 werd de fabriek in werking gesteld. Op de morgen van die dag werd van de vierenvijftig leden en van zesenveertig niet-leden in totaal 2194 kg melk ontvangen, waaruit 138 pond boter werd bereid. In 1903 werd voor het karnen van de boter de handkracht vervangen door de stoomkracht en werd tevens een gelegenheid voor het malen van koren ingericht.
De maker van deze foto stond in de hof van de boerderij van Ebbe Bennen aan het Moleneinde (Katteneinde). Aan de overkant
van de weg is de boterfabriek nog in zijn originele vorm te zien. Daarachter is de beltmolen van dezelfde Ebbe Bennen te zien. Na de bouw van de stoommaalderij raakte de molen in onbruik. In 1916 werd deze op afbraak verkocht aan Klaas Roelof Fledderus uit Wittelte.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De hier afgebeelde foto is een kopie van de foto die in de toonkamer van autobedrijf Boer aan het Moleneinde in Deever hangt. De foto die in de toonkamer van autobedrijf Boer hangt is helaas een kopie van de originele foto. De redactie zou graag willen weten wie het orgineel van deze foto in zijn bezit heeft. De originele foto is gemaakt op 28 juni 1903. De redactie weet helaas niet wie de maker is van deze foto. De foto van de hier zichtbare zuivelfabriek is gemaakt in het jaar 1903, in dat jaar is de fabriek overgegaan van handkracht op stoomkracht. Bij de verbouwing is ook een schoorsteenpijp gebouwd. Deze was op het moment van het maken van deze foto nog niet gebouwd, gelet op de originele kopgevel en de kopgevel na de verbouwing.

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Meul’nende, Süvelfubriek Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Ut boerdereegie van Marinus Bel is vot

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren van oude jaargangen van ut Deeverse Blattie (Weekblad voor de gemeente Diever of Van Goor’s Blattie) op bladzijde 4 van het nummer van 31 augustus 1995 bijgaande nieuwsadvertentie over de tijdelijke verplaatsing van de winkel van Henk ten Hoor Textiel an de Peperstroate in Deever hen ut Kastiel in Deever in verband met de afbraak van het pand an de Peperstroate. Het pand was vroeger het boerderijtje van het echtpaar Marinus Bel en Jantje Bentem en kinderen. Marinus Bel was varkenskoopman.

Henk ten Hoor Textiel is verhuisd
Vanaf vrijdag 25 augustus is Henk ten Hoor Textiel tijdelijk gevestigd aan het Kasteel 1 (schuin tegenover De Graaf Transport) te Diever. Hier wordt gestart met de verkoop van de nieuwe voorjaarsmode. Het huidige pand aan de Peperstraat 23 moet plaats maken voor nieuwbouw. Dit zal bestaan uit 4 winkelunits met daarboven appartementen. Henk ten Hoor Textiel zal op deze plaats een grotere winkelruimte gaan betrekken.

De verkoop gaat gewoon door
Zoals vermeld gaat Henk ten Hoor Textiel natuurlijk door met acties, aanbiedingen, advertenties en folders. Elke week treft u verscheidene verrassingen aan. Het tijdelijke onderkomen zal uitpuilen van de nieuwste najaarscombinaties. De collectie voor jong en oud blijft afgestemd op de vraag van de klant en de trends in het hedendaagse modebeeld. Uiteraard vindt u nog steeds het vertrouwde vaste assortiment terug.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto van de Peperstraat gemaakt op vrijdag 28 november 2020. Zie afbeelding 2. Aan de linkerkant is het voormalige postkantoor te zien. Daarachter zijn de in het bericht genoemde vier winkeleenheden met daarboven appartementen te zien. De kleurenfoto is gemaakt, nadat de Peperstraat in Deever in het kader van het in 2019-2020 uitgevoerde peperdure herbestratingswerk met de naam ‘Deever op Drift’ is aangepakt. De Peperstraat is over de gehele breedte dicht bestraat en oogt daardoor ogenschijnlijk en schijnbaar erg voertuigdrukbestendig, duurzaam, klimaatbestendig, hittestressbestendig ? (waar zijn de bomen ?), glasvezelkabelbestendig, vuitlwaterrioolonderhoudbestendig, fairtradeproof en waterondoorlatend. Vandaar dat aan beide zijden van de straat een soort van bestrate bedding van een nogal diepe waterafvoer is gemaakt. Zijn het beekjes of wadi’s. Zijn de kolken en de regenwaterafvoerbuizen wel op de steeds grotere en zwaardere stortbuien en regenperioden berekend ? Zal het regenwaterafvoersysteem het wel dertig jaar uithouden ?
Afbeelding 3 toont een afdruk van een kleurenpositief (kleurendia) van een deel van de Peperstraat met het boerderijtje van Marinus Bel en Jantje Bentem. De maker van het kleurendiapositief is U.L.O.-meester Henk van den Bos. De kleurendia is in elk geval na de opening van het nieuwe postkantoor op 11 november 1964 gemaakt. De redactie schat in dat Henk van den Bos de kleurendia aan het einde van de zestiger of aan het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw heeft gemaakt.
Op de voorgrond is dorpsfiguur Harm Mulder te zien. Hij werd in de Deeverse volksmond Harm Bakker genoemd. De gebroeders Harm, Hendrik en Jacob Mulder werden in de volksmond Gaarke Bakker’s jongen genoemd, omdat hun vader Gerke Mulder bakker was. Zo konden ze al die Mulders in Diever van elkaar onderscheiden. Harm Mulder was ook voorloper van de begrafenisverenging en had op die manier nauw contact met dorsfiguur Geert Dekker, die koster van de hervormde kerk was.
De redactie kan de liefhebbers van zwart-wit foto’s melden, dat een zwart-wit weergave van het kleurendiapositief (afbeelding 3) van Henk van den Bos is te bewonderen op het septemberblad van de zo genoemde historische kalender van het jaar 2014 van de Historische Vereniging Gemeente Diever. Voor wat deze melding waard is.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Ut Instituut veur de Landbouw op Klein Woater’n

In 1860 kwam het einde van het Instituut voor den Landbouw op Klein Wateren, toen kwam een einde aan een merkwaardige episode in het Nederlandse landbouwonderwijs. Het volgende artikel van ir. J.D. Dorgelo over het Instituut voor den Landbouw van de Maatschappij van Weldadigheid op Klein Wateren verscheen in het Jaarboek 1861 van de Maatschappij van Weldadigheid.

Het Instituut voor den Landbouw te Wateren
De Maatschappij van Weldadigheid heeft sinds de stichting van de koloniën in 1816 steeds zeer veel aandacht besteed aan het onderwijs. De kinderen van 5 tot 12 jaar waren leerplichtig, uitgezonderd die van 10 tot 12 jaar in de maanden mei, september en oktober in verband met het aardappelpoten en -rooien. Verder mocht in de vrije koloniën één kind per gezin van 1 april tot 1 november thuis zijn als koehoeder. De schooltijden waren van 10.00-12.00 uur en van 14.00-16.00 uur, gedurende vijf dagen per week.
De jongelieden (13- en 14-jarigen) waren bovendien verplicht de avondscholen te bezoeken van 18.00-20.00 uur; de jongens op maandag, woensdag en vrijdag, de meisjes op dinsdag en donderdag [1]. Dit avondonderwijs is te beschouwen als voortgezet onderwijs. Andere mogelijkheden tot het volgen van voortgezet onderwijs, zoals vakonderwijs, waren er toentertijd nog niet,
totdat in 1823 het Gesticht van Opvoeding te Klein Wateren in de gemeente Diever ging functioneren. Zie afbeelding 1.
Over de doeleinden van de opleiding aldaar liepen de meningen uiteen. In het het jaarverslag van de Maatschappij over 1822 werd vermeld, dat men zou beginnen 50-100 koloniale kinderen op te leiden tot wijk- en sectiemeesters en onderdirecteurs, etcetera, dus tot ambtenaren bij de Maatschappij.
De meest begaafde kinderen werden uitgekozen om eene meer volkomene opvoeding van een volledig onderwijs in den landbouw op de daarvoor bestemde gronden te ontvangen [2].
Men speelde echter ook wel met de gedachte, dat Wateren een meer dan zuiver interne betekenis voor de Maatschappij zou kunnen krijgen. Met name Jan Kops was hiervan een voorstander. In zijn verslag over de toestand van de koloniën, hoofdzakelijk aan de landbouw gewijd, schreef hij in 1823 [3]:
‘Dit gesticht, zoo als ik aan den Heer Generaal en den daartoe bestemden Direkteur, den Heer Mulder, breeder heb te kennen gege-ven, wenschte ik mede dienstbaar te zien gemaakt aan de algemene belangen van den Nederlandschen Landbouw: immers dat daar ook jongelingen gevormd wierden tot arbeiders en opzieners, die met de betere wijze van landbouw bekend, met de schadelijke vooroordelen der landlieden niet bezet, en in het gebruik van de beste werktuigen ervaren zijnde, gretig zullen gezocht worden door verlichte landbouwers, die gaarne het oude verkeerde spoor willen verlaten, maar door gebrek aan kundige werklieden of opzieners hiervan worden afgeschrikt, of het begonnen werk uit dezen hoofde moeten laten steken. Zulke jonge lieden zouden alzoo te allen tijde van een goed bestaan verzekerd zijn.’

Inderdaad beoogde men een Opvoedings-Instituut voor den Landbouw daar te stellen, waarvan tot nu toe in ons vaderland geen voorbeeld bestaan heeft [4]. Ofschoon bij het Instituut voor den Landbouw wel enkele landbouwkundige proeven zijn genomen, is het echter nooit een modelschool geweest in de ware zin van het woord. Het bestuur van de Maatschappij zette in het jaarverslag over 1828 openlijk uiteen waarom zij, die dáár een model zoeken eener landbouwkundige school, die meer bijzonder, tot het nemen van proeven en het oplossen van geschillen in het landbouwkundige bestemd zouden zijn, met de eigenlijke bedoeling van dit gesticht niet bekend schijnen te wezen.
Men maakte deze opmerkingen opdat de toestand van dat gesticht niet verkeerd zoude worden beoordeeld en wij geen grooteren
dunk van hetzelve zouden geven dan het inderdaad verdient.
Het hoofddoel van het Instituut voor den Landbouw is steeds geweest de opleiding van jongelui tot opzichters en zetboeren in Dienst van de Maatschappij. Leerlingen van buiten de koloniën werden dan ook niet toegelaten, zodat de instelling van beperkte betekenis is gebleven. Ook als vormingscentrum voor toekomstige ambtenaren voldeed het Instituut voor den Landbouw slechts
ten dele, doordat de meeste jongens de Maatschappij verlieten, hoewel deze doorgaans beter terechtkwamen dan de kinderen uit de andere koloniën. In 1834 constateerde de commissie tot opneming van de toestand der koloniën na haar inspectie dan ook:
Het schijnt, dat het doel der instelling niet geheel bereikt wordt. Een soortgelijk geluid liet de commissie horen, die de koloniën in 1838 inspecteerde. Als kweekschool voor toekomstige opzichters scheen Wateren geenszins al dat nut te hebben daargesteld, hetwelk men zich daarvan bij de oprigting heeft voorgesteld. De commissie adviseerde meer te letten op de natuurlijke aanleg van de leerlingen en de zekerheid, dat zij in dienst van de Maatschappij zouden treden. In 1860 werd het Instituut voor den Landbouw te Wateren opgeheven in verband met de jaarlijkse financiële tekorten van ongeveer 5000 gulden. De kwekelingen ontvingen een minder kostbare opleiding in de landbouw te Frederiksoord.
De verkoop van het gehele gebied Wateren en omgeving, groot 2000 hectare, grotendeels nog heideveld, bracht netto 78.000 gulden op. Dit bedrag moest voorzien in de behoefte aan bedrijfskapitaal na de reorganisatie van de Maatschappij in 1859 [5]. Het Instituut voor den Landbouw met naastgelegen gronden ter grootte van 500 hectare kwam in handen van J.F. de Ruyter de Wildt, een nazaat van Michiel Adriaanzoon de Ruyter [6]. Deze gaf zijn buiten de naam Zorgvlied, de huidige naam van het dorpje, dat bij het voormalige Instituut voor den Landbouw is ontstaan. Nadien is het landgoed verscheiden malen van eigenaar veranderd.

De inrichting van het Instituut voor de Landbouw
In 1823 werd te midden van een heideveld, dat de Maatschappij van Weldadigheid had gekocht in de Marke van Diever en Wateren, een gebouw opgericht dat bestond uit twee woonzalen en een school, capaciteit 75 leerlingen, een keuken, een woning voor de zogenaamde instituteur en een woning voor de onderdirecteur-boekhouder. Verder verrezen er een washuis en een broodbakkerij, alsmede een boerderij, waarop de onderdirecteur van de landbouw van de Maatschappij woonde. Deze boerderij bevatte stalruimte voor 25 stuks rundvee en vier paarden, terwijl drie afzonderlijke hokken 400 schapen en enige varkens konden herbergen. Tenslotte behoorden tot de boerderij enkele gereedschaps- en werktuigenloodsen en een graanschuur [7]. Volgens het jaarverslag over 1823/24 was van de 100 morgen [8] bij het Instituut van Opvoeding in het voorjaar van 1824 reeds 20 á 25 morgen ingezaaid, terwijl in hetzelfde jaar nog een grote uitbreiding van de oppervlakte cultuurgrond was te verwachten. Het verslag van 1826/27 meldde, dat 42 morgen te Wateren was ontgonnen.

Het onderwijs te Wateren
In de geschiedenis van het onderwijs te Wateren zijn drie perioden te onderscheiden. De eerste strekt zich uit van de oprichting tot 1832. In deze jaren berustte de leiding bij een oud-leerling van het instituut van Fellenberg (Zwitserland), een geestverwant van Pestalozzi. Het onderwijs moet naar toenmalige maatstaven modern (verlicht) zijn geweest, hetgeen strookte met de bedoeling van Wateren een modelschool te maken. In 1831 werd de eerste directeur overgeplaatst en tevens een aanmerkelijke
uitbreiding gegeven aan de oppervlakte cultuurgrond, die bij het Instituut behoorde. Ook stichtte men een veevokkerij ten dienste van de Maatschappij.
Een gevolg hiervan was, dat het theoretische onderwijs in het gedrang kwam en werd beperkt tot enig avondonderwijs in elementaire vakken, die met de landbouw weinig verband hielden. Deze situatie duurde voort tot ongeveer 1851.
De laatste te onderscheiden periode (1851-1860) kenmerkte zich door meer afwisselend praktisch onderwijs overdag en op een hoger peil staande avondlessen. Op 20-jarige leeftijd konden de leerlingen nog 1 à 2 jaren als boerenknecht worden geplaatst op de grote boerderijen te Veenhuizen, die behoorden bij de aldaar door de Maatschappij opgerichte wezengestichten en het bedelaarsgesticht.
Dat het Instituut voor den Landbouw te Wateren niet beantwoordde aan de gestelde doeleinden, blijkt uit de door de ontslagen leerlingen verrichte werkzaamheden. Fabius vermeldt [9], dat in de periode 1831 tot en met 1840 van de 145 ontslagen jongens slechts 18 een betrekking in de koloniën waren gaan vervullen. Het aantal vacante plaatsen bij het bestuur van de koloniën is in
deze tien jaar ongetwijfeld groter geweest. Verreweg de meeste oud-leerlingen van het Instituut vertrokken echter naar de gewone maatschappij. Zesendertig jongens werden boerenknecht, vijfentwintig gingen in de steden werken en twee bij de binnenscheepvaart, terwijl niet minder dan zevenenvijftig jongens beroepsmilitair werden, te weten één officier, zes onderofficieren, veertien korporaals, één schermmeester en vijfendertig fuseliers. Slechts ongeveer éénderde van de kwekelingen vond een werkkring in de landbouw, zodat het Instituut ook in dit opzicht van beperkte betekenis was.
Niettemin pleitte de toenmalige directeur van de Maatschappij, die bijna dertig jaar in de koloniën had gewerkt, in april 1859 in een brochure voor het behoud van het Instituut voor den Landbouw [7]. Na hun opleiding kregen de meeste leerlingen volgens hem een gunstige plaatsing: Van Konijnenburg noemde nog betrekkingen bij het onderwijs en als huisbediende. Hij ontving vele verzoeken tot toelating en gaf als bijlagen enkele uittreksels uit brieven van ontslagen kwekelingen, die gedurende zes jaar in Wateren waren opgeleid. Ondanks deze pogingen tot voortbestaan van het Instituut voor den Landbouw besloot de Maatschappij tot verkoop van Wateren en omgeving. In 1860 kwam het einde van het Instituut voor den Landbouw, dat tevens de afsluiting betekende van deze merkwaardige episode uit de geschiedenis van het landbouwonderwijs in Nederland.

Noten
[1]
De Vriend des Vaderlands, maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, 1830, bladzijde 151.
[2]
De Star, Eerste maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, Vijfde jaargang, 1823, bladzijde 946.
[3]
De Star, Eerste maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, Vijfde jaargang, 1823, bladzijden 942 en 943.
[4]
De Star, eerste maandblad der Maatschappij voor Weldadigheid, Zesde jaargang, 1824, bladzijden 789.
[5]
Mr. W. J. van Welderen Baron Rengers: Overzicht van het beheer der Maatschappij van Weldadigheid, ná de reorganisatie van 1839, 1893, bladzijde 7.
[6]
Het landgoed Zorgvlied van den heer J.F. de Ruyter de Wildt. In: Staatscourant, jaargang 23, 2 oktober 1869, nummer 42, bladzijde 174.
[7]
J. van Konijnenburg. De toestand der vrije koloniën en het Instituut te Wateren bij de afscheiding der gestichten van de goederen, Meppel, 1859.
[8]
Eén morgen = 0,855 hectare.
[9]
F.W. Fabius. De Maatschappij van Weldadigheid in hare werking, strekking en geldelijken toestand. Amsterdam, 1841.

Afbeelding 1
Het Instituut voor den Landbouw op Klein Wateren (thans Zorgvlied) functioneerde als een Gesticht van Opvoeding van de Maatschappij van Weldadigheid. Het Instituut bestond in de periode 1823-1860.

Posted in Maatschappij van Weldadigheid, Tiekening, Verdwenen object, Woater’n | Leave a comment

Gruunte, vis en fruit van Jochem Kamp

De fraaie foto voor deze zeldzame ansichtkaart – nota bene een gloep’ms dure fotokaart – is gemaakt in de zomer van 1939.
In de Tweede Wereldoorlog woonde de familie Jochem Kamp in het huis van Marinus Bakker an de Heufdstroate. Op het witte uithangbord aan de gevel van het pand aan de rechter kant staat vermeld: J. Kamp, Groente, Visch en Fruit. Jochem Kamp is na de Tweede Wereldoorlog verhuist naar een pand an de Kruusstroate in Deever. Zie de bijgevoegde afbeelding van een advertentie van hem.
Aan de linker kant zijn van links naar rechts te zien het boerderijtje van Hendrik Gruppen. het postkantoor van Lambertus Schoemaker, de smederij van Albert en Hendrik Kloeze, het huis waarin de gezusters Oostenbrink woonden en het woonhuis met winkel ‘de Toekomst’ van Philip Zaligman.
Het pand van Philip Zaligman brandde op 20 februari 1940 af en is niet herbouwd. Het boerderij van Hendrik Gruppen is op 21 juni 1945 als gevolg van blikseminslag verbrand en niet herbouwd.
Aan de rechter kant zijn van rechts naar links te zien het boerderijtje van Geert Dekker en zijn zuster Hilligje (let vooral op de bliende voor het raam boven de voordeur), het pand van boer Marinus Bakker, de manufacturenwinkel van Jacoba Vos-Hessels, het huis van Harm, Hendrik en Jaap Mulder (Garke Bakker’s jongen) en het pand van huisschilder Geert Koster.
De woning van Geert Dekker is afgebroken. De andere panden aan de rechterkant van de foto bestaan nog, zoals is te zien op de bijgevoegde kleurenfoto.
Op de achtergrond is achter de leilinden de boerderij van boer en wethouder Jacob (Jaap) Hessels te zien. Jaap Hessels is de vader van de dorpsfiguren Harm en Jan Hessels.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto gemaakt op donderdag 22 november 2019. Op die dag was voor auto’s de doorgang hen de Kruusstroate en de Heufdstroate geblokkeerd, vanwege de uitvoering van het peperdure her- en onderbestratingswerk van de straten in het binnendorp van Deever. Het gloep’ms dure bestratingswerk heeft de protserige naam Diever op Dreef (Deever op Drift). Let bij de kleurenfoto vooral op de klimaatbestendige, hittestressbestendige, overstromingsbestendige en duurzame afwateringskanalen naast de verharding van de Heufdstroate.

Posted in Ansichtkoate, Heufdstroate, Verdwenen object | Leave a comment

De hoefstal van de Kloeze an de Heufdstroate

Wijlen U.L.O.-meester Henk van den Bos heeft in het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw een geschiedkundig waardevolle opname gemaakt van de hoefstal bij de voormalige smederij Kloeze an de Heufdstroate in Deever. Hij heeft het beeld vastgelegd op een kleurendiapositief. Op de hier getoonde afbeelding van de hoefstal is ook de hond Pukkie van de familie van den Bos te zien.
Deze afbeelding is een digitale scan van het betreffende kleurendiapositief. Wijlen mevrouw Stien van den Bos-Dees gaf de redactie van ut Deevers Archief toestemming deze afbeelding voor geschiedkundige doeleinden te gebruiken. De redactie is haar daar alsnog postuum bijzonder erkentelijk voor.
Hoefstallen zijn nog steeds in het hele land te vinden in allerlei soorten en maten en gemaakt van allerlei materialen. Het paard wordt in de hoefstal geplaatst en vastgezet, waarna de smid rustiger en veiliger aan de hoeven kan werken. Het gebruik van een hoefstal is niet echt nodig om een paard te kunnen beslaan. Een handige en ervaren smid doet het liever zonder.
Deze hoefstal heeft in elk geval nog tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw bij de voormalige smederij van de Kloeze an de Heufdstroate in Deever gestaan.
Het is bij de redactie van ut Deevers Archief niet bekend tot wanneer deze hoefstal is gebruikt, immers als gevolg van de mechanisatie van de landbouw in de zestiger jaren van de vorige eeuw maakten de boeren steeds minder gebruik en uiteindelijk helemaal geen gebruik meer van trekpaarden.
Het bedrijf Kloeze verhuisde in 1965 van de oude smederij an de Heufstroate hen un vurboude boerdereeje an ’t Meulenende in Deever. Het zou kunnen zijn dat de hoefstal tot dat jaar zo nu en dan nog is gebruikt.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de voorgevel van de voormalige smederij gemaakt op vrijdag 28 november 2020. In de oude smederij was toen voor de afwisseling een advocatenkantoor gevestigd.
De hoefstal van smederij Kloeze stond bij de nog steeds aanwezige boom.

Posted in Ambacht, de Kloeze, Heufdstroate, Verdwenen object | Leave a comment

De Kloeze is hen ’t Meul’nende verhuust

De gemeenteraad van Deever stemde op woensdag 20 mei 1964 in met de gedeeltelijke herziening van onderdelen van het uitbreidingsplan van Deever, waardoor het mogelijk werd dat de boerderij met adres Moleneinde 13 in Deever, die eigendom was geworden van de gebroeders Kloeze, verbouwd kon worden tot een autobedrijf en een benzinestation (verkooppunt van motorbrandstoffen).
De voormalige dorpssmeden Albert en Hendrikus (Rikus) Kloeze, die in de smederij/autogarage/benzinepomp an de Heufdstroate in Deever waren gevestigd, lieten over de ontstane mogelijkheid de boerderij tot autobedrijf te verbouwen geen gras groeien, want blijkens een advertentie in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 31 december 1965, stelde Simca Nederland N.V. hen op die dag aan als officieel Simca dealer voor Deever en omstreken. Voorwaar geen geringe prestatie. In de advertentie is de veel verkochte Simca 1000 te zien.
De redactie van ut Deevers Achief is op zoek naar foto’s van de verdwenen boerderij met adres Moleneinde 13, nu Moleneinde 37, in Deever. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een scan van een dergelijke foto ?

Afbeelding 2
De familie Kloeze was in de zestiger jaren van de vorige eeuw bezig met de overschakeling van dorpssmederij met inbegrip van het onderhouden van landbouwmachines naar autobedrijf met BP-benzinepomp. Bij de smederij is de onbruik geraakte hoefstal nog te zien. De redactie van ut Deevers Archief weet niet in welk jaar de foto is gemaakt en wie de maker is van deze foto, maar deze moet tussen 1957 en 1964 zijn gemaakt.

Afbeelding 1
Reclame van garage A. Kloeze, Moleneinde 13, Deever in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 31 december 1965.

Posted in Bedrief, de Kloeze, Meul’nende, Verdwenen object | Leave a comment

Zorgvlied lig skier teeg’n de Dreins-Freese grens an

De redactie van ut Deevers Archief laat zijn zeer gewaardeerde bezoekers graag meegenieten van bijgaande afbeelding van ut goeie olde Zorgvlied. De nostalgisch aandoende sepiakleurige afbeelding is gepubliceerd in het geïllustreerde familieweekblad voor Friesland met de naam Fan Fryske Groun (Van Friese Bodem), 2e jaargang, 1927-1928, 14 oktober 1927. De foto voor deze afbeelding zal eerder dat jaar zijn gemaakt, de bladeren zitten aan de bomen.
In die tijd ging een verslaggever van dit weekblad nog op zijn fiets en met zijn fototoestel op pad voor het maken van een reportage. De verslaggever had voor de gelegenheid even de journalistieke vrijheid genomen de Friese Bodem te verlaten en was voor het maken van deze foto een paar honderd meter de Drents-Friese grens overgestoken. En wellicht heeft de verslaggever daarna even een kopje koffie gedronken in café De Harmonie, een eindje verderop in het dorp. Bij de redactie zijn geen ansichtkaarten van dit dorpsgezicht uit die periode bekend.
Links naast het nieuwe kerkgebouw van de rooms-katholieke geloofsgemeente is zichtbaar het Witte Huis, de woning van de pastoor. Deze woning bestaat niet meer. Rechts naast het kerkgebouw met de naam Heilige Andreaskerk staan de vijf woninkjes van het Sint Anthonij Gasthuis. Twee woninkjes hadden een dakkapel. De vijf woninkjes bestaan niet meer. In het achterhuis van het grote witgekalkte huis aan de rechterkant was een klompenmakerij gevestigd. Dit huis is later afgebrand. De redactie weet niet of de zichtbare weg in 1927 al was verhard en toen al Dorpsstraat heette.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de Dorpsstraat gemaakt op donderdag 4 november 2017.

Posted in Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Griffemiède kaarke an de Kruusstroate in 1936

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 73) over het verleden van de Griffemeerde Kaarke an de Kruusstroate in Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

Op 31 oktober 1836 werd in Diever een van de Hervormde Kerk afgescheiden gemeente gesticht. Deze had in de eerste jaren vanhaar  bestaan nog geen gebouw voor het houden van kerkdiensten. Op 1 februari 1841 werd echter aan koning Willem II verzocht in te stemmen met het timmeren van een kerkgebouw en de daarvoor nodige vrijheid van godsdienst te verlenen. Bij Koninklijk Besluit van 28 juli 1841 werd het bestaan van een Christelijke Afgescheiden Gemeente in Diever vergund.
Vervolgens werd op 15 augustus 1841 besloten tot het bouwen van een kerk. De gemeente ging meteen en voortvarend aan de slag, want al op 25 december 1841 werd de eerste kerkdienst in het nieuwe gebouw aan de Kruisstraat gehouden.
De gemeente groeide, zodat op 27 mei 1874 werd besloten de kerk te vergroten. In de zomer van dat jaar werd weer druk gebouwd. Bij deze verbouwing werd ook het karakteristieke torentje op de kerk geplaatst.
De gemeente bleef groeien, zodat in 1929 de kerk opnieuw werd verbouwd en uitgebreid met twee zijvleugels. Op 3 mei 1938 werd vanwege gebrek aan ruimte besloten de zuidelijke zijvleugel te verlengen. In 1951 werd het kerkgebouw nog een keer opgeknapt en verruimd. Op 19 december 1951 werden de nieuwe lokalen achter de kerk in gebruik genomen.
In de zestiger jaren ontstond het besef dat de oude kerk zijn langste tijd wel had gehad. Toch werd in de laatste week van februari 1976 het oude torentje nog vervangen door een identieke nieuwe. Na een lange periode van voorbereiding werd op 28 maart 1980 op dezelfde plek de nieuwe Kruiskerk in gebruik genomen. Deze was niet helemáál nieuw, want op de kerk werd het hier zichtbare en nog heel goed bruikbare karakteristieke torentje van de oude kerk geplaatst.
Links achter de paal is nog net een stuk van de kruidenierswinkel van Albert Fledderus en Reintje Timmerman te zien.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op 31 januari 1925 trouwde Albert Fledderus, geboren te Beilen; leeftijd: 22 jaar; beroep: landbouwer (zoon van Willem Fledderus, beroep: landbouwer en Tietje de Weerd, beroep: zonder) met Reintje Timmerman, geboren te Diever; leeftijd: 25 jaar; beroep: zonder (dochter van Koert Timmerman, beroep: landbouwer en Anna Oost, overleden).
De echtelieden Albert Fledderus en Reintje Timmerman emigreerden in de vijftiger jaren van de vorige eeuw naar Saint Ann’s in Ontario in Canada..
Albert Fledderus overleed op 4 augustus 1981 op 79-jarige leeftijd in Saint Ann’s in Ontario in Canada.
Reintje Timmerman overleed op 3 mei 1970 op 70-jarige leeftijd in Saint Ann’s in Ontario in Canada.
Het plaatsje Saint Ann’s ligt vlak bij de Niagara watervallen.
Wellicht kunnen bezoekers van de webstee wat meer over het geëmigreerde echtpaar Albert Fledderus en Reintje Timmerman vertellen. De redactie verneemt het graag. Wellicht wonen binnen de grenzen van de gemiente Diever nog familieleden van het echtpaar en hebben zij nog contact met de familie in Canada.

Posted in Ansichtkoate, Deever, Diever, ie bint 't wel ..., Griffemièrde kaarke, Kruusstroate, Landverhuizer, Verdwenen object | Leave a comment

Wat overbleef van ut huus van Oar’nd Mogg’n

In de geparametriseerde Duitsgezinde krant het ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 4 augustus 1942 het navolgende berichtje.

Diever.
In café Balsma was een vergadering belegd om te komen tot een vrijwillige organisatie van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
De leiding van dezen avond berustte bij het wijkhoofd den heer Muggen te Dieverbrug.
De spreker de heer Zuurveen gaf een uiteenzetting van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
Het doel van deze vergadering is volkomen geslaagd, aangezien een voldoend aantal personen aanwezig was om een vrijwillige organisatie tot stand te brengen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De vergadering werd gehouden in het café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma an de brink van Diever. Tussen de regels door van het gecensureerde bericht is te lezen dat in Diever de belangstelling voor beide genoemde organisaties te verwaarlozen was.
Voor wat het waard is vermeld de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de Nederlandsche Volksdienst het volgende.

De Nederlandsche Volksdienst werd in juli 1941 opgericht naar voorbeeld van de National Sozialistische Volkswohlfahrt in nazi-Duitsland. De oprichters van de Nederlandsche Volksdienst wilden al het sociale werk in Nederland bundelen in de Nederlandsche Volksdienst. De Nederlandsche Volksdienst werd opgericht op initiatief en met hulp van de Duitse bezetter. Het ging de bezetters om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor de Nederlandsche Volksdienst steunde men in feite de vijand.

Voor wat het waard is vermeld de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de organisatie Winterhulp Nederland het volgende.
Winterhulp was de gemeenzame benaming van de Stichting Winterhulp Nederland, de nationaal-socialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening, zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moest overnemen.

De publiek toegankelijke webstee www.alledrenten.nl bevat de volgende gegevens over het wijkhoofd an de Deeverbrogge:
Beilen, huwelijksakte, 1 mei 1931, aktenr. 18
Bruidegom: Arend Muggen, geboren te Diever; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.
Bruid: Henderika Ovinge, geboren te Beilen; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Hendrik Ovinge, beroep: landbouwer, en Jantje Lutken, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 17 september 1902, aktenr. 47
Kind: Arend Muggen, geboren te Diever op 16-09-1902, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer; oud: 29 jaren, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.

Klaasje van Wester was een dochter van Hendrik van Wester en Geertje Huisman, die in Wittelte an ‘t Olde Voartie woonden. Klaasje van Wester was een zuster van boer en wethouder Roelof van Wester uit Oldendiever.
Een plaatselijk wijkhoofd was een vaste medewerker van de nationaal-socialistische liefdadigheidsorganisatie Stichting Winterhulp Nederland. Winterhulp had tot politieke doel hulpbehoevenden in de winter materieel te ondersteunen.

Op de foto, die de redactie van ut Deevers Archief heeft gemaakt op 8 februari 2008, is de situatie te zien, zoals deze al sinds jaar en dag is te zien op de plek waar de woning van Arend Muggen tot in de Tweede Wereldoorlog stond. Het huis is in de Tweede Wereldoorlog afgebrand. De geruchten gingen dat een belangrijk lid van het Drentse verzet het huis in de brand heeft gestoken. Maar dat is niet meer na te gaan. In de volksmond was het commentaar: See hept hum in de braand esteuk’n.

De redactie heeft nog niet na kunnen gaan of in het boek met de titel An de Brogge, dat de heemkundige vereniging uut Deever heeft samengesteld ter gelegenheid van haar twintigjarig bestaan, enige aandacht is besteed aan ‘de Brogge in oorlogstijd’.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Café Balsma, N.S.B., N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog, Verdwenen object | Leave a comment

Stichting van vukaansiecentrum Ellert en Brammert

In de Friese Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden) verscheen op 19 januari 1953 het volgende voor de ontwikkeling van de toeristenindustrie in de gemiente Deever het volgende belangwekkende bericht.

Dievers bossen
De firma H. Lammertsma, houtindustrie te Bolsward, heeft een terrein aangekocht in de bossen bij Diever en zal hier een bungalowcentrum voor vacantiegangers stichten. Het terrein, ongeveer 10 ha. heuvelachtig dennenbos, ligt in de nabijheid van het openluchttheater.
Onder architectuur van de heer J. Grundstra uit Bolsward zullen hier 40 tot 50 stenen bungalows en een hoofdkamphuis worden gebouwd. Een gedeelte van het terrein is bestemd voor tenten en kampeerwagens.
Het centrum krijgt de naam “Ellert en Brammert”.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Via zoeken op het internet kon de redactie niet achterhalen of de firma. H. Lammertsma nog bestaat.
Het architectenbureau van J. Grundstra is een nog steeds bestaand architectenbureau in Bolsward.
Of door de jaren heen inderdaad 40 tot 50 stenen zomerhuisjes of kampeerhuisjes zijn gebouwd, dat valt nog te uit te zoeken.
Elk stenen zomerhuisje of kampeerhuisje, in het krantenbericht bungalow genoemd, had een eigen naam.
Op ansichtkaarten komen namen voor, zoals Baander, Blekbèr, Brummel, Dankbèr, Deele, Dobbe, Eveltas, Hemertien, Hilde, Karnmeule, Knienegat, Nes, Scheuper, Schoapvoalt, Sikke, Spinwiefien, Streuper, Wiemel, Zödde.
De redactie heeft de tot nu toe bekende namen ter opfrissing van ut Deevers opgenomen in de volgende zinnen.
He hef de baander lös stoan.
Un blekbère is wat soerug.
Wee goat hen brummels suuk’n.
Ur bint dit joat neet veule dambèèr’n.
Aachter de baander is de deele.
Ur was altied bluswaeter in de dobbe.
Ur kreup een eveltassie deur de heide.
Ur was neet veule smaek an un heemkertie.
Doar bee mit op de hilde tummerd.
Op de nes steet de rogge in gaast’n.
Hee löp ur bee as un olde scheuper.
De boer braagt de mest van sien schoap’m hen de schoapvaelte.
Hee is mit de sikke hen de bok ewest.
Ut spinwiefie was goar’n an ’t spinn’n veur un böstrok.
Bee de oam’nd gung de streuper hen ’t Oll’ndeeverseveld.
De vette worst’n höng’n te dreug’n in de wiemel.
Ie muut de zödd’n netties loag’n.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kent de Nederlandse betekenis van de Drentse namen van de zomerhuisjes ? Of beter nog, wie van de zeer gewaardeerd bezoekers van ut Deevers Archief weet de Nederlandse vertaling van de voorgaande Drentse zinnetjes ? De redactie verneemt het graag !
Het eerste kamphuis van Ellert en Brammert, zoals is te zien op de bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1955, had blijkbaar slaapgelegenheid op de eerste verdieping van het gebouw. Of woonde de beheerder van het vacantiecentrum boven het kamphuis ? Het eerste kamphuis heeft op ansichtkaarten van latere datum de naam d’ Olde Stee.
De hier afgebeelde ansichtkaart van het kamphuis is één van een serie van drie verschillende ansichtkaarten van het eerste kamphuis. De drie kaarten hebben een witte rand. Jij kunt als verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever die fraaie drie van de oudste ansichtkaarten van Ellert en Brammert toch maar beter wel mooi in jouw verzameling hebben ! En misschien duikt vroeg of laat nog een vierde exemplaar van deze serie op !

Posted in Ansichtkoate, Ellert en Brammert, Verdwenen object | Leave a comment

Elk dag wödd’n sesdüsend lunskäsies emeuk’n

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op woensdag 11 maart 1959 het volgende artikel over de ingebruikname van de mechanisatie van het stoppen en keren van de wrongel in de luchkaasmakerij in de süvelfubriek an ’t Meul’nende in Deever op dinsdag 10 maart 1959.

Lunchkaasfabricage te Diever
Gemechaniseerde kaasmakerij is een nationale primeur van betekenis
Produktie van 6000 kazen per dag met tijd- en arbeidsbesparing

Vijf miljoen kilogram melk hoopt men dit jaar in de coöperatieve zuivelfabriek en korenmaalderij ‘Diever’ te Diever te verwerken tot een voortreffelijke kwaliteit boter, die voor export bestemd is, en tot kaas. Lunchkaas, waar het bedrijf zich ded laatste jaren geheel op heeft gespecialiseerd. Voor de produktie daarvan is dinsdagmiddag in aanwezigheid van talrijke genodigden een uitgebreid en grotendeels geheel gemechaniseerd bedrijf officieel in gebruik gesteld door de burgemeester van Diever, de heer J.C. Meyboom. De heer Meyboom verrichtte de symbolische ingebruikstelling – het wegtrekken van de nationale driekleur voor een drietal bijzonder fraaie foto’s van de kassmakerij – in een van de zalen van hotel Blok te Dieverbrug.
Met de verwerking van een totaal van vijf miljoen kilogram melk, behoort de zuivelfabriek van Diever niet tot de grootste bedrijven van de provincie Drenthe. Wat betreft de produktie, omzet en afzet van lunchkaas neemt deze vrij kleine fabriek echter een zeer vooraanstaande plaats in. Per dag worden niet minder dan 6000 lunchkaasjes gemaakt. Met de ingebruikstelling van de gemechaniseerde kaasmakerij, waarbij een voor ons land geheel nieuw systeem in praktijk is gebracht, wordt het produktieproces van de kaasjes versneld, terwijl daarnaast een aanzienlijke arbeidsbesparing is verkregen, wat in een typisch gespecialiseerd bedrijf als te Diever van zeer veel betekenis is.
Explicatie
De directeur van de coöperatieve zuivelfabriek en korenmaalderij ‘Diever’, de heer F. Bouwstra, die de geestelijke vader van dit nieuwe gemechaniseerde systeem is, gaf tijdens de bijeenkomst, die in hotel Blok werd gehouden, een uiteenzetting van de werking van het nieuwe mechanisme, waarvoor vooral van de zijde van zuiveldeskundigen grote belangstelling bestaat.
Het zijn vaak de omstandigheden, die de oorzaak zijn van een bepaalde omwenteling, aldus de heer Bouwstra, en ook bij deze geheel nieuwe werkmethode in de kaasmakerij hebben de omstandigheden een grote rol gespeeld. Toen er namelijk enkele jaren geleden een groot arbeidstekort heerste en het bedrijf zich bovendien hoe langer hoe meer ging specialiseren in de arbeidsintensieve lunchkaasproduktie werd er ernstig over nagedacht, hoe diverse werkzaamheden konden worden vereenvoudigd. Dit was echter geen geringe opgave en het heeft jaren geduurd voordat er iets gerealiseerd kon worden.
Steeds meer werd het duidelijk, dat men met name bij de kaasbereiding niet ongestraft een geheel afwijkende werkmethode kan toepassen aangezien het noodzakelijk is voor een goed eindprodukt, dat men rekening houdt met de juiste conserveringsmethoden, waarbij bijvoorbeeld de stremselwerking, de ph-waarde, het zout- en vochtgehalte in juiste banen worden geleid voor ’n goede kaasrijping. Bovendien werd berekend dat er tot aan het stoppen (= kaas in vaten doen) weinig arbeid zou kunnen worden bespaard en het ging er juist om, arbeid te besparen en niet om zuiveltechnische experimenten.
Voorperser
Er werd tenslotte een oplossing gevonden voor het werk, dat begint, nadat de wrongel, die wordt verkregen volgens een eeuwenoud recept, in stukjes van een bepaalde grootte is verdeeld. Deze oplossing, de voorperser, bestaat uit twee lopende banden, die konisch naar elkaar toelopen en waarvan de onderste band is voorzien van geperforeerde metalen kaasvaten en de bovenste van rubbervolgers, terwijl men steeds vier stuks vaten en volgers naast elkaar aantreft. De wrongel wordt in de vaten, die meer naar buiten steken dan de volgerband, gestopt en deze gevulde vaten vinden op hun weg naar de werkband de volgers, die precies boven de vaten lopen, steeds dieper in het vat zakken en zodoende de wrongel voldoende persen. Op het eind van de band keren de vaten om, de geperste wrongel valt eruit op de werkband en kan vervolgens worden gedoekt.
De voorperser maakt het stoppen en keren dus overbodig, geeft elk wrongelblokje een gelijke druk, wat vroeger niet het geval was, en zorgt bovendien voor een regelmatig verloop van de werkzaamheden. De werkzaamheden worden in etappes uitgevoerd, zodat elk personeelslid bepaalde werkzaaamheden moet doen.
Besparing
Hoewel het arbeids-economisch onderzoek momenteel nog niet is afgesloten, staat wel vast, dat het nieuwe systeem een aanzienlijke arbeidsbesparing oplevert, mede doordat het thans mogelijk is, de werkzaamheden volgens een bepaals schema te doen verlopen.
Uit de aard der zaak hebben de talrijke genodigden de nieuwe kaasmakerij van Diever bezichtigd, waarbij de interesse vooral uitging naar het nieuw gemechaniseerde gedeelte van de fabriek. De deskundigen van het gezelschap hebben het nieuwe systeem zeer geroemd en de directie van de fabriek te Diever kan zich op de nationale belangstelling van de zuiveldeskundigen voorbereiden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie zou bijzonder graag willen weten wie de maker is van de drie bijgevoegde mooie zwart-wit foto’s.
De foto’s zijn gemaakt in de lunchkaasmakerij van de süvelfubriek an ’t Meul’nende in Deever.
De redactie schat in dat de drie foto’s kort na de ingebruikname van de voorstopmachine zijn gemaakt.
Op de drie foto’s is het personeel bezig met de produktie van de lunchkaasjes. De redactie zou van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers graag willen weten wie op de drie foto’s zijn te zien.

Posted in Bedrief, Süvelfubriek Deever, Verdwenen object | Leave a comment

De olde braandkoele an de Peperstroate in Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft al heel lang veel belangstelling voor gegevens van gedempte braandkoel’n in de olde gemiente Deever en deelt zijn vorderingetjes dienaangaande graag met de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens -hopelijk ook foto’s- van olde braandkoel’n in de gemiente Deever en is bereid deze te delen met de redactie van ut Deevers Archief  ?

Een notitie van het college van burgemeester en wethouder van de gemiente Deever, de dato 31 december 1941, nota bene in de Tweede Wereldoorlog, vermeldt het volgende.
De aan de Peperstraat in Diever liggende brandkuil is eigendom van de gemeente Diever, kadastraal bekend sectie B, no. 2585 en heeft een oppervlakte van -.-.63 hectare. Hij wordt begrensd:
– ten noorden door de Peperstraat;
– ten zuiden door een tuin, sectie B, no. 2380, van Lambertus Schoemaker, kantoorhouder der Posterijen te Diever;
– ten westen door huis en erf, sectie B, no. 2736, van Vennootschap onder de firma A. Kuiper en Zoon, gevestigd te Diever;
– ten oosten door huis, werkplaats en erf, sectie B, no. 2116, van Albert Kloeze Sr., smid te Diever. 

De gedempte braandkoele an de Peperstroate vertegenwoordigde voor de gemiente Deever begin 1942 geen direct gebruiksbelang. Daarom wilde de gemiente Deever het kleine stukje grond van 63 centiare van de voormalige braandkoele wel verpachten en deelde dit schriftelijk mee aan de aanwonenden Lambertus Schoemaker, Albert Kuiper en Albert Kloeze.
Postkantoorhouder Lambertus Schoemaker wilde het stukje grond niet pachten, maar wel kopen. Bakker Albert Kuiper liet niks van zich horen en smid Albert Kloeze wilde het stukje terrein van 63 m² wel pachten.
Smid Albert Kloeze werd ingaande 1 januari 1942 tot wederopzegging voor f. 10 per jaar de pachter van het perceeltje grond van de gedempte braandkoele an de Peperstroate.

De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 staande in de Peperstroate gemaakt. Het had die dag een beetje gesneeuwd. Ongeveer op de plaats van de olde braandkoele tegenover de witgekalkte drogisterij van Koopman stond op 2 januari 2017 een groene container. Het kan zijn dat de olde braandkoele iets voorbij de groene container en enig meters links van de op de foto zichtbare straatkolk lag. Enig onderzoek in ut olde archief van de gemiente Diever zou uitsluitsel kunnen geven.

In het kader van het onderbestratingswerk Deever op Drift van de straten van ut olde Deever dat in 2019-2020 miljoenen belastingeuro’s heeft gekost, zal het straatbeeld van de Peperstroate ter plekke van de olde braandkoele geheel zijn veranderd. De redactie zal te zijner tijd en zeker niet met geschwinde spoed en zeker ook niet in gestrekte draf een nieuwe serie foto’s van de Peperstroate maken en één daarvan toevoegen aan de hier getoonde inmiddels toch wel al een beetje geschiedkundig waardevolle foto.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Braandkoele, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

De meule van Roef Machiel op de baarg in Veldhuus’n

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst opgenomen bij afbeeldingen 20, zijnde een afbeelding van een foto uit ±  1910 van de korenmolen op de meulebaarg in de buurtschap Veldhuizen in Wapse. Deze korenmolen heeft daar tot in 1914 gestaan. De molen was een achtkantige grondzeiler, zoals op de foto is te zien.

20 – Veldhuizen -Korenmolen – plusminus 1910
Boer en mulder Roelof Haveman (Roelof Machiel) staat in de deur van zijn korenmolen. Hij was getrouwd met Aaltje Muggen. Op een zonnige zomerse dag zitten, van links naar rechts gezien, hun kinderen Stina, Lutina, Lucas en Jantinus in het gras. Aaltje, de dochter van Lucas Haveman en Roelofje Barelds en de huidige eigenares van deze echt unieke foto heeft nooit geweten welke Wapser boer of boerenknecht bij het paard staat.
De molen stond wat van de weg af op de hoger gelegen meulebaarg in het buurtschap Veldhuizen. In het boerderijtje links naast de molen woonde mulder Roelof Haveman en zijn gezin.
In 1912 werd de op 1 maart 1897 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek Oens Belang te Wapse uitgebreid met een korenmaalderij. De meule kun mit lievelao niet meer uut, omdat steeds meer boeren hun koren naar de maalderij brachten.
Op 21 maart 1914 werd de stellingmolen van Havelte door brand verwoest. Daardoor kreeg Roelof Haveman de kans zijn nagenoeg werkloze molen te verkopen aan de Havelter mulder Berend Hendrik van der Vegt. Zijn kleindochter Aaltje kan zich nog herinneren dat haar opa zijn geluk zo verwoordde: Wej hept de meule nog mooi hen Aovelte kunn”n vurkop’n.
De molen werd in 1914 afgebroken. Het draaiwerk is gebruikt bij de herbouw van de Havelter molen, zodat de iene meule mit de aandere oppeknapt wödde.
Op het stuk land dat na de afbraak van de molen vrijkwam werden later de boerderij van Hendrik van de Berg en Stina Haveman en die van Klaas Snoeken en Lutina Haveman gebouwd.
Roelof Haveman heeft met het mooie geld dat hij voor de molen beurde zijn boerenbedrijfje vergroot en verzekerde zich zo van een beter bestaan.
Roelof Haveman gebruikte de molen ook nog wel eens voor iets anders. Rijksveldwachter brigadier Albertus Martijn was in die tijd nog bij hem in de kost. Als de mulder wist dat de veldwachter ’s avonds thuis bleef, dan zette hij de wieken in een bepaalde stand. Dat was dan voor de stropers het teken dat ze die avond veilig hun strikken leeg konden halen. Reint Pit was een beken- de stroper die in de buurt van de molen woonde.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de webstee molendatabase.org zijn enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.
In de webstee haveltermolen.nl zijn ook enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.


Posted in Meule, Meule in Veldhuus’n, Veldhuus’n, Verdwenen object, Wapse | Leave a comment

Un old pothokke bee un boerdereeje op Veenhuus’n

De hier afgebeelde twee zwart-wit foto’s van ut olde pothokke bee de boerdereeje mit ut adres Veenhuus’n 6 in Wapse met respectievelijk negatiefnummer 4259-03 en negatief-nummer 4258-08 zijn aanwezig in het Drents Archief in de fotocollectie MZ-Diever van Monumentenzorg. Deze zwart-wit foto’s zijn gemaakt op 18 november 1981. De naam van de maker van deze foto’s is niet bekend. Deze foto’s zijn met bronvermelding vrij te gebruiken. De redactie van ut Deevers Archief is het Drents Archief daarvoor bijzonder erkentelijk.
De Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het eenvoudige doch onvolprezen geschrift Pothokken in de voormalige gemeente Diever in 1999 uitgegeven. Om te komen tot dit geschrift is door vrijwilligers van de vereniging ontzettend veel veld-, fotografeer-, uitzoek- en schrijfwerk verzet. Daarvoor alsnog driefwerf hulde: hulde, hulde, hulde.
In deze publicatie zijn helaas geen gegevens van ut olde pothokke bee de boerdereeje mit ut adres Veenhuus’n 6 in Wapse te vinden. De pothokken-publicatie besteed ook geen aandacht aan verdwenen pothokken.
Wellicht is ut olde pothokke bee de boerdereeje mit ut adres Veenhuus’n 6 in Wapse al vóór het veldwerk voor de pothokken-publicatie afgebroken, wat wel bijzonder te betreuren zou zijn ? Of wellicht hebben de vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever het enigszins achter de boerderij verscholen staande pothokke bij de inventarisatie over het hoofd gezien ?
De redactie neemt vooralsnog aan dat ut pothokke niet is gerestaureerd, maar helaas is afgebroken. 

Posted in Boerdereeje, Pothokke, Verdwenen object, Wapse | Leave a comment

Boerdereeje mit twee siedbaanders in Veldhuus’n

In de publicatie ‘Jongere Bouwkunst 1850 – 1940’ uit 1994 van de afdeling Cultuur, Monumentenzorg en Educatie van de provincie Drente staan op bladzijde 26 enige gegevens over de boerderij met het adres Ten Darperweg 61 in de buurtschap Veldhuizen in Wapse.

Wapse, Ten Darperweg 61
De traditionele boederijbouw bleef ondanks alle veranderingen toch aanwezig. Deze inmiddels afgebrande boerderij in Wapse laat dat zien. Het is een hallehuistype met dubbele zijbaander.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie moet onder meer de volgende vragen nog uitzoeken:
Welke familie woonde in deze boerderij ? De naam van de opdrachtgever zal ongetwijfeld wel op de afgebeelde bouwtekening staan, maar is niet te ontletteren.
Hoe jong is deze Wapser boerderijen-bouwkunst, met andere woorden wanneer is deze boerderij gebouwd ?
Stond bij de boerderij een pothokke ?
Wanneer is deze boerderij afgebrand ?
Wie heeft foto’s van deze boerderij ?
De redactie is ook op zoek naar de nummering van de leveranciers van melk aan de zuivelfabriek van Wapse, het leveranciersnummer stond op de melkbussen van de betreffende boer. Wie heeft gegevens ?
Op het adres Ten Darperweg 61 in Wapse staat heden ten dage een burgerwoning.

Posted in Boerdereeje, Verdwenen object, Wapse | Leave a comment

Bungelo noast Villa Nova op Zorgvlied

Verzamelaars van ansichtkaarten uit de gemiente Deever zullen de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw zelden tegen komen op verzamelbeurzen.
Je zal deze zwart-wit ansichtkaart kaart dan maar mooi in jouw verzameling hebben !
Deze ansichtkaart toont de bungalow, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw naast Villa Nova op Zorgvlied stond.
Bestaat deze bungalow nog ?

René Mesken reageerde op 25 augustus 2017 als volgt.
Mijn grootouders Jan en Geertje Krans hebben deze bungalow destijds gebouwd. Ik ben in de tachtiger jaren van de vorige eeuw vaak op bezoek geweest bij mijn opa en oma.
Onder dat lange rechthoekige raam in de zijgevel stond binnen vroeger een groot aquarium. Bij de achterdeur stond buiten een elektrische aardappelschilmachine. Die gebruikte mijn opa Jan. Dat zijn van die dingen die je nooit meer vergeet.
Nu staat ter plekke van de bungalow een groot vrijstaand huis, dat wordt bewoond door de zoon van Jan en Geertje.
Dus het antwoord op de vraag is: nee, deze bungalow staat er helaas niet meer.

De heer R.H. Krans reageerde op 21 oktober 2017 als volgt.
De bungalow is niet gebouwd door mijn ouders, Jan Krans en Geertje Krans-Wierda, maar gekocht.
De eerste bewoner was de pastoor van de katholieke parochie.
De grootouders van de heer Mesken woonden in een boerderij vlakbij.

René Mesken reageerde op 24 december 2017 als volgt
Ik zie dat mijn reactie over de bungalow van de familie Krans niet in zijn geheel correct is overgenomen.

Mijn opa en oma woonden inderdaad hier vlakbij, zoals de heer Krans correct opmerkt.
Ik kwam vaak met mijn opa op bezoek bij Jan en Geertje Krans in deze bungalow.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Mesken bijzonder erkentelijk voor zijn reacties
De redactie is de heer R.H. Krans bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het grote vrijstaande huis, dat op de plek van de bungalow is gebouwd (wanneer ?), gemaakt op 2 november 2017.

Posted in Ansichtkoate, De aandere kaante van de bos, Verdwenen object, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Twee olde huussies an de Peperstroate

De hier getoonde kleurenfoto (afbeelding 1) is een afdruk van een kleurendiapositief, die omstreeks 1960 is gemaakt door Frans Vondeling uut Dwingel. Het is jammer dat dit de enige kleurendia is, die Frans Vondeling in Deever in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft gemaakt. Het maken van kleurendia’s was in die jaren een dure grap, dat is totaal niet te vergelijken met het maken van veel te veel digitale kleurenfoto’s op een slimme telefoon.
In het linker huisje woonde toen nog de weduwe Aaltje Koning-Haveman. In het rechter huisje woonde toen de familie Jans Benthem, te weten Jans Benthem, Albertje Winters en hun kinderen Roelofje (Roelie) en Frederik (Frekie) en de ongetrouwde gemeentelijke timmerman IJse Winters.
Tussen de twee huisjes heeft nog een huisje gestaan, daar heeft klompenmaker Johannes Leijer gewoond. Zie de gegevens in het bericht Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker. De grote vraag is of dit huisje al in 1930 is afgebroken, toen Frederik Koning eigenaar werd van het pand en toen klompenmaker Johannes Leijer daar nog woonde, of pas is afgebroken na het overlijden van Johannes Leijer in 1942 ?
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940, overleden op 24 oktober 2000) kocht op 14 oktober 1966 de olde kouwe van Oaltie Hoaveman (Aaltje Haveman), de weduwe van Henduk Keuning (Hendrik Koning), voor 6000 gulden en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw. Zie het resultaat van deze restauratie en herbouw na het klikken op deze link.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer: bestuurder, bouwkundige, criticus, dichter, docent Dreins, edelsmid, historicus, hoefsmid, huizenbouwer, kaasmaker, kerkvoogd, klokkenluider, koster, kunstsmid, landgeitenfokker, landgeitenhouder, metselaar, onderzoeksjournalist, ouderling, regisseur, restaurateur, romanticus, schrijver, siersmid, timmerman, toneelspeler, vertaler, vioolbouwer. Als nog een kunde aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die aan de redactie van ut Deevers Archief door te geven.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto (afbeelding 2) gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Klaas Kleine, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van de piepe van de Deeverse botterfubriek

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 12 augustus 1977 verscheen het volgende korte bericht over de sloop van de schoorsteenpijp van de voormalige zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever.

Weg pijp…
Diever. De enige fabriekspijp in Diever wordt afgebroken. Het gevaarte van de voormalige zuivelfabriek (het tegenwoordige garagebedrijf van de gebroeders Boer) wordt van bovenaf afgebroken. Men kan de pijp niet laten vallen in verband met de bebouwing in de omgeving. De pijp heeft een lengte van van 30 meter en wordt door de firma Van de Werf uit Meppel afgebroken.
Het bovenste gedeelte van de pijp was in zeer slechte staat en leverde gevaar voor de omgeving op. Het eerste gedeelte is met een lift afgebroken en daarna wordt een kooi om de pijp aangebracht. De stenen (het puin) wordt in de pijp gegooid en men gaat door tot de pijp vol is. Het onderste gedeelte blijft staan. Men rekent op plusminus 15 meter. De rest van de pijp zal overigens niet gebruikt worden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels heeft de hier afgebeelde zwart-wit foto van de afbraak van de schoorsteenpijp van de voormalige zuivelfabriek aan het Moleneinde gemaakt op 8 augustus 1977.
In het berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is de foto van Harm (Haarm) Hessels helaas niet in zijn geheel afgebeeld. Daar had de redactie van de Olde Möppeler (Meppeler Courant) wel meer last van. Het kwam ook regelmatig voor dat een foto die Harm Hessels wel voor een bepaald Deevers nieuwsbericht maakte, niet in het bericht werd opgenomen.
Een grote vraag is natuurlijk wanneer het onderste gedeelte van 15 meter van de schoorsteenpijp is afgebroken ?
Een andere grote vraag is natuurlijk ook of zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief in het bezit zijn van foto’s van de afbraak van de schoorsteen en of zij een goede scan van die foto’s voor opname in ut Deevers Archief ter beschikking willen stellen ?
De redactie heeft de hier getoonde kleurenfoto gemaakt op zaterdag 26 mei 2018.

Posted in Harm Hessels, Meul’nende, Süvelfubriek Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Braandtoorns en un braandpoal op Baark’nheuvel

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst opgenomen bij afbeeldingen 82 en 83, zijnde een afbeelding van een ansichtkaart van een brandtoren op Kijkduin en een afbeelding van een ansichtkaart van een brandtoren an de Gowe op het landgoed Berkenheuvel. Beide ansichtkaarten zijn vóór de Tweede Wereldoorlog uitgegeven.

82 en 83 – Berkenheuvel – Houten uitkijktorens – 1939
In het grote aaneengesloten bosgebied van Berkenheuvel kon het begin van brand alleen tijdig vanuit de hoogte worden ontdekt. In de twintiger jaren werden de hier afgebeelde houten uitkijktorens in gebruik genomen.
Op de linker foto is de toren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg te zien. Deze uitkijktoren stond op de hoogste heuvel van de omgeving. Mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van Berkenheuvel, gaf deze heuvel een aardige naam: Kijkduin. Deze toren is aan het begin van de veertiger jaren afgebroken.
Op de rechter foto staat de toren die zich bevond op een heuvel in de buurt van de Pastoorszandweg bij de Geeuwenbrug. Bij de uitkijktoren stond een houten huis dat bewoond werd door een werknemer van het landgoed Berkenheuvel. Nadat de N.V. Berkenheuvel grond had verkocht aan het ministerie van Sociale Zaken lag de toren op het terrein van een werkkamp van de arbeidsdienst, later het kamp voor sociale jeugdzorg De Eikenhorst. Deze toren is in de vijftiger jaren afgebroken.
De twee houten uitkijktorens werden ontworpen door architect ir. Mello van Daalen, de jongste zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen en één van de latere bewindvoerders van de N.V. Berkenheuvel. Naar hem is de Mellolaan vernoemd.
Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over het bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange
houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Deze werd op 14 april 1934 centraal opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan, tegenover de Juniperusweg. Het is niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het in de tekst vermelde werkkamp van de arbeidsdienst is het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.), dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd en gebruikt.
De twee hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaarten zijn in 1942, nota bene in de Tweede Wereldoorlog, verzonden. Op de achterkant van beide zwart-wit ansichtkaarten staat de uitgever niet vermeld en ook staat de Deeverse neringdoende, die de kaart verkocht, niet vermeld.
De houten brandtoren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg is wel terug te vinden op topografische kaarten van vóór de Tweede Wereldoorlog. De houten brandtoren in de buurt van de Pastoorszandweg an de Gowe is helaas niet terug te vinden op topografische kaarten van vóór de Tweede Wereldoorlog.
De redactie is benieuwd of iemand van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief de standplaats van de houten brandtoren in de buurt van de Pastoorszandweg an de Gowe wel weet en bereid is de deze kennis met de redactie te delen.
Bart Buiter heeft de twee hier getoonde kleurenfoto’s van de nog steeds bestaande resten van de fundering van de brandpaal op de hoge heuvel aan de Middenlaan en tegenover de Juniperusweg, gemaakt op 7 augustus 2015.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Ansichtkoate, Braandtoor’n, Diever, ie bint 't wel ..., Landgoed Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van ut Wittelterschut in 1880

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is bij afbeelding 1, een afbeelding van de oudst bekende zwart-wit foto van de streek Wittelte, nota bene een foto uit 1880, die gemaakt is tijdens het slopen van de Wittelter schutsluis, de volgende tekst vermeld.

1 – Wittelte – Wittelter schutsluis – 1880
De Smildiger veenschappen Molenwijk en aanhorigheden en De Zeven Blokken, de Drentsche Stoombootmaatschappij en anderen verzochten de Minister van Waterstaat om de opruiming der Witteltersluis op de Drentsche Hoofdvaart niet in den zomer, maar gedurende de wintermaanden December, January en February te doen verrigten.
De Waterstaat vond dat het winterseizoen met zijne korte dagen en sechte weersgesteldheid zich daartoe niet leent en dat het onverantwoord zou zijn om de vaart af te dammen en den geregelden afvoer van het water te versperren op een tijd dat aan een goeden afvoer de grootste behoefte kan bestaan.
Op 17 december 1879 schrijft de Minister aan de Commissaris des Konings in Drenthe dat het tijdstip voor de afsluiting zal worden bepaald tusschen 1 July en 15 Augustus 1880, gedurende welke tijd voor de vaart door het bovenpand naar zee toch nog altijd de weg langs de Kolonievaart open staat.
Na het slopen van de sluis zou het peil in het pand Dieversluis – Wittelte lager worden, waardoor geen gebruik meer kon worden
gemaakt van de overlaten boven de sluis voor het bevloeien van hooilanden. Op verzoek van de eigenaren van de hooilanden in
de Witteltermade en de aangrenzende Uffelter hooilanden werden in de kanaaldijk duikers aangelegd.
De stenen sluis werd in de zomer van 1880 opgeruimd, nadat het pand tussen deze sluis en de Dieversluis op zijn nieuwe diepte was gebracht. Voor het gebruik van ’s Lands Grooten Weg langs de vaart werd bij het niet zichtbare tolhuis tot in 1899 tol geheven. Achter de bomen is het sluiswachtershuis te zien. In het rechter deel van het voorhuis was een café gevestigd. Het huis is in 1905 op een openbare verkoping geveild.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Zie ook het bericht Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele.
De laatste zin van de tekst bij de foto van het slopen van het Wittelterschut is niet juist. Het huis van de sluiswachter is in 1881 geveild.

Afbeelding 1 – Foto uit 1880 van de sloop van het Wittelterschut

Afbeelding 2 – Afbeelding van de bladzijde met foto 1 met tekst uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Verdwenen object, Witteler schut | Leave a comment

Ut vroggere noodgemientehuus wöd ofebreuk’n

De ambtenaren van de gemiente Deever verhuisden op 11 november 1955 van het oude gemeentehuis an de brink van Deever naar het noodgemeentehuis in barakken op ’t Bultie.
De ambtenaren van de gemiente Deever namen op 19 juni 1957 het nieuwe gemeentehus an de brink van Deever in gebruik.
Met ingang van 28 juni 1957 is het postkantoor verplaatst van de woning van Lambertus Schoemaker an de Heufdstroate in Deever naar een noodpostkantoor in een barak van het voormalige noodgemeentehuis in het uitbreidingplan. Dat is de groene barak op de twee afbeeldingen.
De witte barak is toen in gebruik genomen als leslokaal voor een klas van de U.L.O.-school van Pieter Zijlstra (die in de Deeverse volksmond altijd ome Piet werd genoemd).
Het noodpostkantoor is op 10 november 1964 verhuisd naar het nieuwe postkantoor an de Peperstroate in Deever.
De nieuwe U.L.O.-school op de Westeresch is op 29 januari 1965 geopend en is op maandag 1 februari 1965 in gebruik genomen. Daarna konden de barakken op ut Bultie en an de Tusschendarp in Deever worden afgebroken.
De twee hier getoonde afbeeldingen (afdrukken van diapositieven) van de barakken op ut Bultie zijn dus na 1 februari 1965 gemaakt. De grote vragen zijn natuurlijk: op welke datum zijn de twee foto’s gemaakt en wie is de sloopaannemer van deze twee barakken ? De redactie heeft het vermoeden dat dit in februari of maart 1965 is gebeurd, gelet op de kale eikeboom an ut Swatte Pattie achter de groene barak. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan gegevens ? De redactie zou bijzonder graag willen weten wie de maker is van deze twee afbeeldingen.


Posted in Gemiente Deever, Gemientehuus, Postkantoor, U.L.O.-skoele, Verdwenen object | Leave a comment

Ansichtkoate van de Peperstroate in Deever

Arend Mulder schrijft bij dezelfde foto op bladzijde 116 van zijn boekje met de pretentieuze titel ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ het volgende:
Ook dit beeld hoort tot het verleden. Het blijft een gissen waaraan de Peperstraat zijn naam te danken heeft. Werd hij zo genoemd, omdat dit de enige straat in Diever was, die van veldkeien was gelegd ?
Achtereenvolgens woonden hier in het eerste huis: varkenshandelaar Marines Bel, in het tweede huis: kapper Albert Vierhoven, in het derde huis: gemeente-arbeider Hendrik Beuving, in het vierde huis: boer Hendrik Punt, in het vijfde huis: boer Koop Reinders. Met op de achtergrond de schuur van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het erfgoedpand van kapper Albert Vierhoven, het erfgoedpand van gemeente-arbeider Hendrik Beuving en het erfgoedpand van Koop Reinders sneuvelden als gevolg van de naoorlogse sloopwoede van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen. Als deze panden en de bestrating van veldkeitjes niet gesloopt maar gerenoveerd zouden zijn, dan zou de Peperstraat ongetwijfeld een beschermde straat zijn geworden.
Deze zwart-wit ansichtkaart werd in 1948 verstuurd. De redactie weet niet wie deze ansichtkaart heeft uitgegeven en welke neringdoende in Deever deze kaart heeft verkocht.
Let vooral ook op de toen nog bovengrondse elektriciteitsvoorziening.
Let vooral ook op de prachtige bestrating met veldkeitjes.

Posted in Aarfgood, Ansichtkoate, Deever, Jan Cornelis Meiboom, Klaas Marcus Balsma, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Un neeje braandspuite veur de gemiente Deever

In het onvolprezen papieren fotoboekje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente’ zijn foto’s opgenomen uit de periode 1930-1980. Een werkgroep van vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever’ heeft dit onvolprezen papieren fotoboekje samengesteld. De eerste druk van dit onvolprezen papieren fotoboekje is in 2008 uitgegeven. De redactie van ut Deevers Archief weet niet of daarna een herdruk van dit onvolprezen papieren fotoboekje is uitgegeven.
Op bladzijde 55 van dit onvolprezen papieren fotoboekje is bijgaande afbeelding 1 te zien.
Afbeelding 1 is samen met afbeelding 2 en afbeelding 3 op 22 maart 1940 gepubliceerd op bladzijde 24 van de provinciale Groninger en Drentsche illustratie Het Noorden in woord en beeld, jaargang 16, 1940-1941, nummer 2; zie bijgaande afbeelding 4.
De tekst bij de afbeelding op bladzijde 55 van het onvolprezen papieren fotoboekje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente’ is voor het gemak klakkeloos overgenomen uit het bijschrift bij afbeelding 1.
De vraag is of de motorbrandspuit een nieuwe of een tweedehands motorbrandspuit is, want het zichtbare kenteken A-11249 aan het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief.
Echter kenteken A-11249 komt gelukkig wel voor in de webstee www.groningerkentekens.nl. Het Groninger kenteken is op 24 december 1925 op naam geschreven van Jan Jurrien van Bergen, fabrikant van torenklokken, torenuurwerken en hand- en motorbrandspuiten in Heiligerlee, gemeente Scheemda.
Het Groninger kenteken A-11249 was op 11 maart 1940 voor het rit van Heiligerlee naar Deever tijdelijk bevestigd aan de nieuwe motorbrandspuit van brandspuitenfabriek Van Bergen voor de gemiente Deever. De nieuwe motorbrandspuit voor de gemiente Deever kreeg kenteken D-4600. Dit Drentse kenteken werd op 26 maart 1940 op naam geschreven van de gemiente Deever.
Op afbeelding 1 is de nieuwe motorbrandspuit op de brink van Deever voor het oude gemeentehuis en de oude pastorie te zien. Het voor de demonstratie benodigde bluswater werd blijkbaar niet uit de braandkoele op de brink gepompt, maar uit een braandputte (?). Wie heeft kennis van deze braandputte ?
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief weet de locatie van wat op afbeeldng 2 is te zien ?

Afbeelding 1
Het bijschrift bij afbeelding 1 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
Maandag 11 Maart werd te Diever (Dr.) aan de gemeente een nieuwe motorbrandspuit afgeleverd en geprobeerd. Dat was een belangrijke gebeurtenis voor het dorp, want het blusschen van branden is in dergelijke plaatsen steeds een moeilijk probleem geweest. Dit uiterst moderne materiaal biedt een maximum van kracht en snelheid door een capaciteit van 4000 liter water per minuut bij 18 atmosfeer druk, door een dubbele schakelpomp, luide sirene en sterk zoeklicht. Verschillende deskundigen uit Meppel en Assen woonden de demonstratie bij.
Afbeelding 2
Het bijschrift bij afbeelding 2 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
De nieuwe spuit stond op 900 meter afstand van deze zogenaamde brand en leverde toch uitstekend werk met de drie stralen, waarin de slang verdeeld kon worden. Ook bij den toren was het succes te bewonderen.

Afbeelding 3
Het bijschrift bij afbeelding 3 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
Ook het oudje, eigenlijk een museumstuk, deed nog eens wat het kon… “Uit den tijd”; zal dat vonnis ook nog eens door een volgend geslacht worden uitgesproken over het thans zoo schitterende, moderne blusch-apparaat ?


Afbeelding 4
Dit is een afbeelding van bladzijde 24 van de provinciale Groninger en Drentsche illustratie Het Noorden in woord en beeld, jaargang 16, 1940-1941, nummer 2, 22 maart 1940.

Posted in Automobiel, Braandkoele, Brink, Deeverse braandweer, Gemiente Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Geert Dekker, Aèbel Wiekstroa en Hillegie Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, sunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aèbel Wiekstroa, die Aèbel Allen (sien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en sien oomzegger Geert Dekker.
See woon’n in un boerdereegie op ut Bultie. Ut is al mièr as vièrtug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vuzorgd deur Hillegie, un zuster van Geert. Hillegie was neet staark, vaèke seek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkelüder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke an de brink. Doe hee dit vièrtig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Un hok under de toor’n was ut underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As ur iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ut hokke veurseen van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaèg’n. Doe in 1912 de liekwaègenvurening wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daarveur wödde ’n boer’nwaeg’n ebruukt, woarop de kiste wödde eset op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haèlde Geert neet allennig uut ut staarfhuus in ut dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grönning, as doar iene uut ut dörp was overlee’n. Disse reizen, vaèke dagreiz’n, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aèbel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaèke mit hum mit. Ome Aèbel overleed in 1930, 93 joar old. Een paèr joar laèter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de hervormde kaarke. Sowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drente enuumd wöd. Elke sundagmörn um neeg’n ure en an ut begun van de dienst bengelde hee de klokke. Ut  is bekend dat hee nooit un dienst versuumd hef, wat een bewies is veur sien staarke gestel.
Noa een köt seekbedde overleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Ut boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaèkt an de ofdieling van ut Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. See veukocht’n ut hüsie an un annemer uut Beilen, die vurgunning kreeg um ut te sloop’m. Un ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 in Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Olde Abel, Abel Allen, Allen Abel, de Smorre of Abeltje Smok genoemnd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra. Geert Dekker overleed op 6 maart 1963 in het Diaconessenhuis in Möppel. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.
Hilligje Dekker werd geboren in Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen rücksichtslos en meedogenloos al het karakteristieke mooie oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit ut olde Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristenindustrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Deevers, Geert Dekker, Verdwenen object | Leave a comment

Ut olde postkantoor an de Heufdstroate in Deever

In de Friese koerier, onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden, verscheen op 8 juli 1957 het volgende bericht over de pensionering van Lambertus Schoemaker, kantoorhouder van het postkantoor an de Heufdstroate in Deever.

Kantoorhouder Schoemaker verlaat de dienst
Diever, – Ingaande 1 juli jongst leden heeft de heer L. Schoemaker, kantoorhouder der posterijen alhier, de P.T.T.-dienst mdet pensioen verlaten. De naam Schoemaker is verweven met de P.T.T. diensten in Diever. De thans scheidende functionaris is vanaf oktober 1916 bij de posterijen werkzaam, de eerste 4 jaar onder meer als hulpbesteller en sedert 20 december 1920 als kantoorhouder. In deze laatste functie volgede de heer Schoemaker zijn vader, de heer J, Schoemaker op, die 32 jaar lang kantoorhouder en besteller is geweest.
Het postkantoor is plusminus 70 jaar lang in hun woning aan de Hoofdstraat gevestigd geweest. Met ingang van 28 juni jongst leden is het verplaatst naar een barak van het voormalige noodgemeentehuisin het uitbreidingsplan.
De directeur-generaal van het staatsbedrijf der P.T.T. heeft in een schrijven zijn dank betuigd voor de vele arbeid en hem erkentelijkheid betuigd voor zijn betoonde activiteit in de bezettingsjaren. Te dien tijde ontving hij ook een schrijven van Z.K.H. Prins Berhard, die hem als bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten zeer verdiende dank bracht voor de belangrijke diensten, verleend bij het ondergrondse verzet.
Maar ook in velerlei ander opzicht heeft de heer Schoemaker de gemeenschap gediend. Zo is hij sedert de bevrijding lid van de raad van Diever voor de V.V.D. Verder is hij voorzitter van de afdeling Diever van de bond voor staatspensionering en secretaris van het bestuur van de coöperatieve boerenleenbank, terwijl hij in het verleden diverse andere functies heeft bekleed.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De heer L. Schoemaker is Lambertus Schoemaker. Hij is geboren op 16 oktober 1900 in Deever. Hij is overleden op 27 januari 1960 in Deever. Hij heeft maar een paar jaren van zijn pensioen kunnen genieten. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Lambertus Schoemaker trouwde op 26 maart 1920 met Hilligje van Es.
Hilligje van Es is geboren op 15 augustus 1898 in Beilen en is overleden op 18 februari 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De verzetsvrouw Geesje Jantina Schoemaker is een dochter van Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Lambertus Schoemaker was een zoon van brievengaarder Jan Schoemaker en Jantien Trompetter.
Jan Schoemaker is geboren op 1 oktober 1856 in Dwingel en is overleden op 23 februari 1946 in Deever. Jan Schoemaker trouwde op 29 april 1882 in Deever met Jantien Trompetter.
De redactie weet niet wanneer het blokkendoosvormige postkantoor met woning precies is gebouwd. Omstreeks 1900 ? De redactie verwijst ook naar het bericht Ut riekstillefoonkantoor is in 1902 eup’mt.

Het lukt de redactie niet goed de datum waarop of het jaar waarin de kleurenfoto met het oude postkantoor is gemaakt te schatten. De kleurenfoto is uiteraard na de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Gelet op de vrouw met de Solex brommer zou de kleurenfoto in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief herkent de vrouw met de Solex brommer ? De vrouw vóór het postkantoor zou Hilligje van Es kunnen zijn, zij is op de foto zeker in de buurt van de 65 jaren oud, dan zou de kleurenfoto in de eerste helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt.
De redactie heeft nog niet kunnen uitzoeken wanneer het blokkendoosvormige gebouw is afgebroken. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet wanneer dit postkantoor is afgebroken ? Wellicht zijn leden van de familie Zoer in het bezit van foto’s van de afbraak van het postkantoor ?
De redactie heeft de niet zo geslaagde kleurenfoto van het huis dat gebouwd is op de plek van het oude postkantoor gemaakt op donderdag 4 november 2017. De redactie zal te gelegener tijd deze kleurenfoto vervangen door een kleurenfoto van betere kwaliteit.

Posted in Alle Deeversen, Heufdstroate, Postkantoor, Verdwenen object | Leave a comment

Mit de hondekarre onder de tolboom deur

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van ut Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over ut olde Deever, over het boerenleven, over het boerenwerk. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan te hebben vastgelegd. Zijn annekkedotes zijn -het kan niet anders- opgeschreven in ut Deevers. Jan Hessels sprak ut Deevers, net zoals Jantje Oost dat deed, zoals je ut Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat ut Deevers in het volledig verhollandiseerde en vercocacolariseerde Deever bijna dood is.

Mit de hondekarre onder de tolboom deur
Ik were neet of ut vurhoal woar is, mor ut is mee wè veur woar vurteld. Ut is gebeurd in de tied dai’j in Wittelte veur ut onderhold van de neeje stroate tuss’n Deever en de Wittellerbrogge tol möss’n betèèln.
Lète op de oam’d belde un knecht van un boer bee de Wittelerbrogge an bee de dokter in Deever. Sien bosschop was dat ut sowiet was mit de vrou van de boer. De dokter was neet so bliede mit disse bosschop, want heesölf, sien menner en ut pièrd haad’n een drokke dag ehad. Hee kön ur neet onderuut, mor he vönd ut toch wè een beetie bezwoaluk so lète ut pièrd wièr in te spann’n.
‘Dat gef neet’, see de knecht. ‘Ie kunt wè mit mee mitried’n, ai’j moar persies doot wa’k oe onderweg zegge.’ ‘Dat is goed’, see de dokter.
See stapt’n op de hondekarre en göng’n mit un flinke gaank deur Oll’ndeever hen de Wittelerbrogge. Iniens brulde de knecht bee ut tolhuus: ‘Now hiel diepe bukk’n !!’ See bukt’n glad en gauw en so steu’m see mit grote voat onder de tolboom deur.
Dat scheelde mooi wièr un pèèr cent’n tolgeld.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk of voor een hondekarre tolgeld moest worden bewaard.
Op het tolgeldbord aan de voorgevel van het voormalige tolhuisje an de Wittelerweg in Wittelte staat de hond niet vermeld, maar zal wel 1 cent zijn geweest.

Posted in Deevers, Tol, Verdwenen object, Wittelte | Leave a comment

Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker ?

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 20 juni 1930 het volgende bericht over de verkoop van enige percelen vaste goederen in het café van Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Diever, 20 juni. Hedenmorgen had in het café B. Slagter alhier ten overstaan van notaris Bolk te Dwingeloo de palmslag plaats van de navolgende perceelen vaste goederen, ten verzoeke van mejuffrouw de weduwe J. Haveman en kinderen alhier.
Koopers werden:
Perceel 1.
Huis met tuin, groot 1.40 are, laatst bewoond door L. Wanningen;
Perceel 2.
Huis met tuin, groot 0,60 are, laatst bewoond door J. Leijer, gevoegd met perceel 1.
kooper F. Haveman voor f. 490;
Perceel 3.
Huis met tuin, groot 2.40 are, bewoond door F. Haveman, kooper IJ. Winters voor f. 400, overname f. 60.
Perceel 4
Boerenbehuizinge met hooibergen en hof, bewoond door H. Moes Dzn, groot 21.45 are,
kooper D. Moes voor f. 2920, overname f. 75.
Perceel 5
Groenland Stroet, groot 1.29.00 hectare, kooper J. van Nijen Sr. voor f. 1420.
Perceel 6
Groenland Kalterbroek, groot 1.44.69 hectare, kooper J. Seinen voor f. 2360.
Perceel 7
Groenland De Maat, groot 72.70 are, kooper H. Kerssies voor f. 1500.
Perceel 8
Bouwland Zandakker, groot 28.40 are, kooper D. Moes voor f. 250.
Perceel 9
Bouwland Bergakker, groot 29.20 are, kooper H. Houwer voor f. 300.
Perceel 10
Bouwland Gierakker, groot 16.10 are, kooper H.H. Smidt voor f. 60.
Perceel 11
Bouwland Zwarte Bergje, groot 26 are, kooper L. Meekhof voor f. 150.
Perceel 12
Bouwland Noord-Esch, groot 39 are, kooper D. Moes voor f. 190.
Perceel 13
Bouwland Iepenkamp, groot 19.90 are, kooper H. Smit, Berkenheuvel voor f. 250.
Perceel 14
Boerijwaardeel in de Marke van Diever, kooper H. Mulder Gzn. voor f. 30.
Voor den heer H. Koning te Kalteren,
1 perceel bouwland De Kreulenakker, kooper D. Moes voor f. 150.
Alle koopers wonen te Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
B. Slagter is Berend Slagter. Hij is geboren op 10 augustus 1882 en is overleden op 4 maart 1967. Zijn café stond an de Krussstroate in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Haveman is Jan Haveman  Hij is geboren op 8 december 1845 in Eemster. Hij is overleden op 24 oktober 1928 in Deever.
De weduwe L. Haveman is Stiena Boois. Zij is geboren op 21 juli 1853 in Lhee. Zij is overleden op 6 oktober 1932 in Wapse.
L. Wanningen is Lambert (Lamut) Wanningen. Hij is geboren op 4 april 1856 en is overleden op 21 april 1938. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Leijer is klompenmaker Johannes Leijer. Hij is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld (de Wiek). Hij is overleden op 3 mei 1942 in Deever.
F. Haveman is Frederik (Frièrik) Haveman. Hij is geboren op 8 mei 1876 in Deever. Hij is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is een zoon van Jan Haveman en Stiena Boois.
IJ. Winters is Eise Winters. Hij is geboren op 15 juni 1859 in Wittelte. Hij is overleden op 14 augustus 1943 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Moes is Harm Moes. Hij is geboren op 3 januari 1906 in Deever. Hij is overleden op 8 februari 1993. Hij is een zoon van Dirk Moes en Aaltje Timmerman. Hij trouwde op 3 mei 1930 met Janna Eggink uut Dwingel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
D. Moes is Dirk Moes. Hij is geboren op 5 januari 1876 in Deever. Hij is overleden op 14 juni 1952 in Möppel.
J. van Nijen Sr. is Jan van Nijen. Hij is geboren op 8 september 1896. Hij is overleden op 15 mei 1943. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Seinen is Jan Seinen. Hij is geboren op 25 juli 1876 in Wapse. Hij is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Kerssies is Hendrik Kerssies.
H. Houwer is Hendrik Houwer. Hij is geboren op 19 mei 1880. Hij is overleden op 20 februari 1970. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H.H. Smidt is Klaas Hummelen Smidt. Hij is geboren op 30 september 1898 in Deever.
L. Meekhof is Lubbert Meekhof. Hij is geboren op 25 april 1899 in Vledder. Hij is overleden op 7 september 1972 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Smit is Harm Smit. Hij is geboren op 12 september 1895 in Spier. Hij is overleden op 29 oktober 1972 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Mulder Gzn. is Hendrik Mulder. Hij is een zoon van Gerke Mulder. Harm Mulder is geboren op 29 oktober 1882 in Deever.

Het groenland met de naam Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam Kalterbroek lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Kaltersebroek of Kalterbroeken vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam De Maat lag in sectie E1 (Zuid-Wapse) en is onder de naam De Maat vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zandakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam De Zandakker vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Bergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Bargakkers vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Giergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Gieren vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zwarte Bergje lag in sectie B4 (Kalteren) en is vermeld onder de naam Zwarte Bergje of Zwarte Bargien in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Noord-Esch lag in sectie B4 (Kalteren), maar is in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’ niet vermeld onder deze naam, wel komen in die publicatie de namen Noordesch tegen de Boskamp en Noordesch tegen de Bos voor. De Noorderesch is nogal groot voor één bouwland.
Het bouwland met de naam Iepenkamp moet zijn met de naam Iemenkamp en lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Iemenkamp vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam De Kreulenakker is niet vermeld vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.

Posted in Veldnaeme, Verdwenen object | Leave a comment

Oaltie Keuning-Hoaveman bee huus op ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande zeldzame afbeelding van een oude foto van Koop Koning. Op de foto staat één van de overgrootmoeders van Koop Koning. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan ut Deevers Archief.
De redactie neemt bijzonder graag hiele olde foto’s mit un vurhoal op in ut Deevers Archief. Als het zo was dat in de jaren vòòr de Tweede Wereldoorlog zo nu en dan een beroepsfotograaf uut Möppel of uut Stienwiek een rondje door de gemiente Deever maakte en zoveel mogelijk mensen bij hun woning op de foto zette en die vervolgens aan de gefotografeerden verkocht, dan kunnen nog heel veel olde Deeverse foto’s uit oude albums te voorschijn komen.
Koop Koning is een zoon van Hendrik Koning en  Evertje Koopman. Hendrik Koning is geboren in 1932 in het huis met adres Kalteren 17, tegenwoordig Ten Darperweg 14. Evertje Koopman is geboren in 1936 in Wapse. Hendrik Koning is een zoon van Michiel Koning en Grietje Dorenbos.
Michiel Koning is geboren op 1 april 1905 in Deever en is overleden op 5 juli 1963 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Grietje Dorenbos is geboren op 14 november 1904 in Deever en is overleden op 8 april 1997 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Michiel Koning en Grietje Dorenbos trouwden op 4 mei 1929 in Deever. Grietje Dorenbos woonde na het overlijden van Michiel Koning in het huis met adres Vlasstraat 1 in Deever. Michiel Koning is een zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman.
Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is overleden op 28 december 1953 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning en Aaltje Haveman trouwden op 23 februari 1900 in Dwingel.
In Deever woonden Hendrik Koning (Henduk Keuning) en Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) op ut Kastiel. Op bijgaande afbeelding is Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) bij haar woning op ut Kastiel te zien. Let vooral op het eigengehaakte witte gordijn voor het bovenlicht van de voordeur van het boerderijtje. Dat was nog eens iets echts, echt anders dan zo’n gietijzeren of plastic nep-levensboom.
Het boerderijtje (keuterijtje) stond tussen het huis van Egbert Mulder en het huis van Harm Kloosterman. Het boerderijtje brandde op 27 januari 1914 af.  Van de plaatselijke correspondent verscheen over deze brand op 28 januari 1914 het navolgende bericht in het Nieuwsblad van het Noorden.
Koop Koning heeft het vermoeden dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman en hun kinderen na de brand naar de Ten Darperweg in Wapse (Kalteren ?) zijn verhuisd, maar dat wil hij nog uitzoeken.
De redactie heeft in het bericht Skoelfoto van de legere skoele van Deever – 1922 aandacht besteed aan Albert Koning, zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman. Het feit dat Albert Koning hen de legere skoele an de Heufdstroate in Deever ging, doet vermoeden dat de familie Koning niet in Wapse woonde, wellicht op Kalteren woonde, anders had Albert Koning wel op de Wapser skoele gezeten.
In het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman is beschreven dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman na het overlijden in 1939 van Frederik (Freerk) Haveman, een broer van Aaltje Haveman, zijn verhuisd hen de Peperstroate in Deever.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief beschikt over een topografische tekening van ut Kastiel van vòòr 1914, waarop de woningen van Egbert Mulder, Hendrik Koning en Harm Kloosterman duidelijk zijn te zien ?

Posted in Alle Deeversen, Keutereeje, Topstuk, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 18 mei 2020 verscheen het bericht van overlijden van Klaas de Boer, geboren en getogen Wittelter. 

Klaas de Boer is op 28 juli 1938 geboren in de voormalige woning van de verlaatmeester van het Wittelterverlaat, later woning van de schutmeester van het Wittelterschut in de Drentse Hoofdvaart, heden ten dage de woning met adres Rijksweg 74 in Wittelte. Hij is op 14 mei 2020 overleden in zijn woonplaats Nijeveen.
Klaas de Boer is een zoon van Kornelis de Boer en Christina Hendrika Klaassen. Christina Hendrika Klaassen is een dochter van Klaas Klaassen en Geertruida Pot. Geertruida Pot is een dochter van schutmeester Jan Pot en Christina Hendrika Leonora Bakker.
Nadat hij op zijn 65-ste was gestopt als boer raakte hij uiteindelijk door jaren bezig geweest te zijn met de geschiedenis van Nijeveen – de familie de Boer is afkomstig uit Nijeveen – weer geïnteresseerd in het vrogger in Wittelte, de boerderijen en de boerenfamilies die daar in de loop van de tijd woonden en de ontwikkelingen in de streek.
Zijn kennis van boerenfamilies en hun boerderijen in de streek Wittelte heeft hij vastgelegd in het mooie boek en zeer nuttige naslagwerk ‘Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, met als motto: De boer stön vrog opmit de vlegel döste hee dan ièst een legge rogge op de deele. Klaas de Boer hef ut veule waark veur sien book over Wittelte allenig edoane, doar haa’r hee gien leutergroep en gien nepskriever bee neudig. 
De hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte heeft het boek in 2018 in eigen beheer en nota bene zonder ISBN-nummer uitgegeven. Daarvoor alsnog een driewerf hulde: hulde, hulde, hulde.
De voorkant van het boek is hierbij afgebeeld, zie afbeelding 3. Hierop is de afbraak van de Witteltersluis vanaf het benedenpand in 1880 te zien. Maar de vooral voor wijlen Klaas de Boer van belang zijnde woning van zijn overgrootvader Jan Pot, die de laatste schutmeester van het Wittelterschut was, is helaas niet op afbeelding 3 te zien. De woning had ooit als adres Wittelte 126, nu heeft de woning als adres Rijksweg 74. Klaas de Boer heeft in zijn boek op bladzijden 78 tot en met 88 aandacht besteed aan de woning en zijn bewoners.
Op afbeelding 4 is deze woning aan de linkerkant min of meer achter de bomen te zien. De Wittelterbrug is niet te onderscheiden, maar ligt rechts achter de schepen in de vaart. De foto is op 23 juni 1880 gemaakt door de Duitse fotograaf Freiherr Friedrich Julius von Kolkow.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de voormalige woning van de meester van het Wittelterverlaat, daarna Wittelterschut gemaakt op 9 april 2013, zie afbeelding 5.
Het is ten zeerste te hopen dat de hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte een gratis exemplaar van het boek van wijlen Klaas de Boer naar het Nationaal Archief in ’s Gravenhage heeft gestuurd of dat alsnog zal doen.
Ter gelegenheid van het verschijnen van het boek van wijlen Klaas de Boer schreef de Deeverse correspondent in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018 sien stukkie veur de kraante, dat schreef de correspondent gewoon over van de tekst op de achterkant van het boek van wijlen Klaas de Boer. Dat mag toch wel een vlotte bijverdienste worden genoemd.
De nazaten van bewoners van boerderijen in de streek Wittelte en geïnteresseerden in het verleden van de streek Wittelte mogen wijlen Klaas de Boer dankbaar zijn voor het resultaat van zijn kennis, zijn inzet en zijn doorzettingsvermogen. Dat hij ruste in vrede.

Afbeelding 1: Bericht van overlijden van Klaas de Boer in de Olde Möppeler van 18 mei 2020

Afbeelding 2: Bericht over het boek van Klaas de Boer in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018

Afbeelding 3: Afbeelding van de voorkant van het boek van Klaas de Boer

Afbeelding 4: Afbeelding van een foto van het opruimen van het Wittelterschut in 1880

Afbeelding 5: Foto van de voormalige woning van de sluismeester van het Wittelterschut

Posted in Alle Deeversen, Overlijdensbericht, Verdwenen object, Witteler schut | Leave a comment

Ansichtkoate van de meule in Oll’ndeever

Op deze zwart-wit ansichtkaart uit 1963 is te zien dat het pand bij molen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever van oorsprong un boerdereegie mit siedbaander moet zijn geweest. De siedbaander van het pand van molenaar Arend Uiterwijk Winkel is al dichtgemetseld. De redactie van ut Deevers Archief weet niet wanneer dat is gebeurd; op een zwart-ansichtkaart uit 1954 was de siedbaander nog wel aanwezig.
Het pand stond redelijk dicht an de Brinkstroate (heet de weg ter plaatse van het pand nog Brinkstroate of heet de weg daar Oll’ndeever ?). Later is het pand afgebroken en is op een andere plaats een nieuwe woning gebouwd. De afgebroken boerderij heeft als voorbeeld gediend voor de nieuwe woning. Die kwam verder van de Brinkstroate en wat verder van de straat met de naam Dingspil te liggen. Is (een deel van) het bouwmateriaal dat is vrijgekomen bij het slopen van het oude pand weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe pand ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 13 november 2014 gemaakt.
De laatste beroepsmolenaar Arend Uiterwijk Winkel van molen ‘de Vlijt’ is in de zestiger jaren met zijn echtgenote en hun twee kinderen Bert en Anneke verhuisd naar Hoogeveen. Arend Uiterwijk Winkel is geboren op 22 september 1921 in Hoogeveen en is overleden op 31 december 2009 in Meppel. Zie het hier afgebeelde overlijdensbericht.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkoate, Meule 'de Vlijt', Oll'ndeever, Overlijdensbericht, Verdwenen object | Leave a comment

Obbe Verwer groet zijn zuster Euphemia Verwer

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag de mooiste ansichtkaarten uut de gemiente Deever zien. De hier getoonde ansichtkaart – een zo genoemd drieluik – is op 2 maart 1904 verstuurd en is daarmee een van de oudste bewaard gebleven ansichtkaarten uut de gemiente Deever.  

Bijgaande ansichtkaart is op 2 maart 1904 op Zorgvlied verstuurd naar mejuffrouw E. Verwer, woonachtig aan de Oosterdijk in Sneek. De kaart is in Noordwolde gestempeld. De afzender is Obbe Verwer. De redactie van ut Deevers Archief zal uitzoeken wie Obbe Verwer en mejuffrouw E. Verwer waren. De redactie zal ook uitzoeken wat hun familierelatie met de gebroeders Lodewijk Guillaume en Julius Verwer was.
De foto’s op de ansichtkaart zijn waarschijnlijk gemaakt door de fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.
Op de foto rechtsboven op de ansichtkaart is de voorgevel van het grote landhuis Castra Vetera op Zorgvlied te zien. Dit is een van de weinige foto’s waarop Castra Vetera is te zien. De familie Lodewijk Guillaume Verwer woonde tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer in 1910 in dat landhuis, dat ook wel het Heerenhuis of het Kasteel werd genoemd.
Is op de foto linksonder de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien ?
Links boven is een foto van een brug in het wandelbos van villa Castra Vetera te zien, die heeft gediend als voorbeeld voor het schilderij Brug in ’t bos op Zorgvlied van fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.

De redactie hoefde het in het bericht toegezegde uitzoekwerk niet te doen, want de heer Claudio Verwer stuurde naar aanleiding van dit bericht op 19, 21 en 22 september 2016 en 9 oktober 2016 enige waardevolle reacties. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze reacties. De redactie heeft de vier reacties geredigeerd tot de volgende tekst.
De schrijver van de getoonde ansichtkaart uit 1904 was een verre oom van mij. Ik heb hem nooit gekend. Mijn vader en zijn broers en zusters zijn in Zeeland opgegroeid en voor zover ik weet hadden zij geen contact (meer) met de Friese tak.
Abondus Theodorus Franciscus (Obbe)Verwer stuurt op 2 maart 1904 een prentbriefkaart naar zijn moeder Elise Verwer-Thies. Hij is op 8 augustus 1886 in Sneek geboren. Hij is op 30 maart 1945 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 15 april 1920 met Geertruida Agatha Wajer. Zij is in 1899 in Medemblik geboren, Zij is op 28 mei 1981 in Sneek overleden.
Albertus Regnerus Obbes Verwer is de vader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 20 december 1851 in Sneek geboren. Hij is op 26 december 1895 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 18 april 1882 in Rethen an der Leine in Duitsland met Maria Margaretha (Elise) Thies. Zij is op 8 oktober 1856 in Brandlecht in het graafschap Bentheim in Duitsland geboren. Zij is op 14 december 1928 in Sneek overleden.
Obbe Verwer is de grootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 4 oktober 1813 in Sneek geboren. Hij is op 23 december 1863 in Sneek overleden. Hij was koopman en drankhandelaar en tot zijn dood exploitant van de Buiten-Sociëteit De Harmonie in Sneek. Hij trouwde op 6 juni 1841 in Bolsward met Johanna Sijbes Oosterbaan. Zij is op 27 september 1813 in Bolsward geboren. Zij is op 10 juli 1904 in Sneek overleden.
Lodewijk Guillaumes Verwer is de overgrootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 29 januari 1790 in Leeuwarden geboren, Hij is op 24 november 1827 in Sneek overleden. Hij was koopman. Hij trouwde op 5 augustus 1810 in met Thekele Obbes Schaap. Zij is op 14 maart 1785 in Sneek gedoopt. Zij is op 8 augustus 1850 in Sneek overleden.
Idse (Ytzen) Johannes Verwer was een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Thekele Obbes Schaap en een jongere broer van Obbe Verwer. Hij is op 5 november 1815 in Sneek geboren. Hij is op 28 juni 1877 in Bolsward overleden. Hij is op 2 juli 1877 in Blauwhuis op de Rooms Katholieke begraafplaats ter aarde besteld. Hij was notaris te Makkum tot september 1866 en daarna te Bolsward. Hij trouwde op 18 mei 1845 in Bolsward met Sytske IJsbrands Galama. Zij is op 11 juni 1823 in Tjerkwerd geboren. Zij is op 1 september 1897 in Bolsward overleden. 
Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama kregen vier zonen, waarvan alleen Lodewijk Guillaume en Julius volwassen werden:
Lodewijk Guillaume Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is geboren op 4 maart 1846 in Makkum. Hij is overleden op 8 november 1910 op Zorgvlied. Hij was advocaat. Hij trouwde met Johanna Cornelia Ludovica van Wensen (zuater van Elisabeth Maria Louisa van Wensen). Zij is geboren op 17 juli 1846 in Leiden. Zij is overleden op 25 maart 1917 in Leiden. 
Julius Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is op 11 augustus 1853 in Makkum geboren. Hij is op 6 november 1917 in Hilversum overleden. Hij was advocaat. Hij trouwde met Elisabeth Maria Louisa van Wensen (zuster van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen). Zij is geboren op 19 januari 1850 in Leiden. Zij is overleden op 19 november 1921 in Hilversum.
De conclusie is als volgt. De opa van Abondus Theodorus Franciscus Verwer (Obbe) (de verzender van de ansichtkaart) was een broer van de vader van Lodewijk Guillaume Verwer en Julius Verwer.
Op de website wordt vermeld dat de familie Verwer tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied woonde. De Leidse Courant bericht op 10 april 1912 dat Johanna Cornelia Ludovica van Wensen met haar gezin in Leiden is ingeschreven op het adres Hoogewoerd 144. Op 8 mei 1916 verscheen nog een advertentie waarin gevraagd werd naar een huishoudelijke hulp op hetzelfde adres. Vermoedelijk is zij dus in Leiden begraven.
De uit Friesland afkomstige familie Verwer was belijdend rooms-katholiek. De bemoeienis van de twee broers in Zorgvlied moet mijns inziens vooral in het licht van de emancipatiebeweging van de katholieken in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw worden beoordeeld.
Ik complimenteer u met uw website die ik met veel genoegen en interesse heb bekeken en ook verder zal volgen. De geschiedenis rond Zorgvlied heeft namelijk vele aspecten die ik interessant vind. Ruim een week geleden heb ik samen met mijn vrouw nog heerlijk op het terras van Villa Nova gezeten.

De heer Klaas van der Hoek stuurde op 18 mei 2020 de volgende reactie
Onlangs kocht ik een ansichtkaart van Workum die in 1907 is verstuurd aan een mejuffrouw E. Verwer, Oosterdijk, Sneek. Zoekend naar haar identiteit kwam ik onder meer op deze website terecht. 

De geadresseerde Mej. E. Verwer is, denk ik, niet Obbe Verwers moeder Maria Margaretha Elisabeth Verwer-Thies, maar zij moet wel Euphemia Agatha Lucia Verwer zijn., het jongere zusje van Obbe Verwer. Zij is geboren op 9 januari 1889 in Sneek en is overleden op 21 december 1973 in Amsterdam. Zij huwde in 1915 met Theodorus Anthonius Wajer (1889–1975), een broer van de latere echtgenote van Obbe.

abracadabra-1490

abracadabra-1489

Posted in Ansichtkoate, Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Hans Kuiper, Julius Verwer, Lodewijk Guillaume Verwer, Topstuk, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

De holt’n noodgebouw’n van de U.L.O.

Op de hoek van de Tusschendarp en de Vlasstroate in Deever stond jarenlang – tot in het jaar van de de opening van de nieuwe U.L.O.-school op de Westeresch van Deever in 1965 – een houten noodgebouw, dat diende als leslokaal voor een eerste klas van de U.L.O.-school van ome Piet Zijlstra. De zichtbare linker kortere kant van het gebouw grensde an de Vlasstroate. De zichtbare rechter langere kant van het gebouw grensde an de Tusschendarp. De ingang zat aan de andere niet zichtbare kortere kant van het gebouw. Achter het deel zonder ramen aan de rechterkant waren de kapstokken en de toiletten. De redactie herinnert zich zeer wel dat hij hier in het schooljaar 1962-1963 de eerste klas heeft doorlopen.
Aan de rechterkant van het éénklassige houten gebouw stond op enige afstand een tweeklassig houten noodgebouw an de Tusschemdarp. De nog net zichtbare ingang zat in het midden van het gebouw. De redactie herinnert zich zeer wel dat hij in het rechter klaslokaal in het schooljaar 1963-1964 de tweede klas heeft doorlopen.

Posted in Tusschendarp, U.L.O.-skoele, Verdwenen object, Vlasstroate | Leave a comment

Bee de femilie van Ankör’m op ut Kastiel in Deever

Op 9 april 2020 kreeg de redactie van ut Deevers Archief toestemming van de Deeverse kunstenaar Ernest Mols bijgaande afbeelding van een door hem gemaakt waterverfschilderij in ut Deevers Archief op te nemen. Zie de bijgaande afbeelding. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
De veelzijdige kunstenaar Ernest Mols, die in 2015 en 2018 Deevers, Drents en daarmee eigenlijk meteen ook Nederlands en Werelds kampioen vuistbijl hakken werd, liet zich bij het maken van dit waterverfschilderij, ook wel aquarel genoemd, bijzonder inspireren door bijgaande zwart-wit foto met kalf. Hij nam gelukkig de vrijheid zijn aquarel wat aan te vullen met een paar kippen en de afgebeelde vrouw heeft een emmertje met kippenvoer (?) in haar rechter hand. Hij was zo vriendelijk een goede digitale afbeelding van zijn schilderij ter beschikking te stellen voor opname in ut Deevers Archief.
Bezoekers van ut Deevers Archief kunnen met de kunstenaar Ernest Mols in contact treden via zijn telefoonnummer 0521-592005 of via de webstee van Kunstrondje Diever of via de Schilderskring Diever. Hij is bezig met de ontwikkeling van een eigen webstee.
De redactie herinnert zich uit zijn jeugd dat in het rechter boerderijtje (keuterijtje), dat op het aquarel en de bijgevoegde zwart-wit foto met kalf is te zien, de zusters Jannoa van Ankör’m (Janna van Ankorven) (geboren op 20 januari 1903, overleden op 10 juni 1990) en Roefie van Ankör’m (Roelofje van Ankorven) (geboren op 24 januari 1909, overleden op 23 juni 1996) woonden.
Geert van Ankör’m (van Ankorven) was de vader van Jannoa van Ankör’m (Janna van Ankorven) en Roefie van Ankör’m (Roelofje van Ankorven). Geert van Ankör’m (Geert van Ankorven) (geboren op 10 februari 1877 en overleden op 14 september 1956). De moeder van Jannoa en Roefie was Lammigje Oost (geboren op 30 juli 1879, overleden op 28 juni 1973). Zij zijn allen begraven op de kaarkhof an de Grönnigerweg bee Deever.
De twee bijgevoegde zwart-wit foto’s zijn in 1950 gemaakt. De redactie weet niet wie de maker van deze foto is. Op de zwart-wit foto met kalf is Lammigje Oost zou kunnen zijn. Wie de vrouw op de andere zwart-wit foto is, dat heeft de redactie nog niet kunnen achterhalen. De redactie ontvangt graag een reactie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deever Archief. De grote vraag is natuurlijk of het kalf van de familie van Ankör’m (van Ankorven) was of van boer en buurman Klaas Fledderus.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. Op de kleurenfoto is het volledig vervallen keuterijtje van de familie van Ankör’m (van Ankorven) te zien. Aachter ut hekke hef altied de krooje van Geert van Ankör’m estoane.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde zwart-wit foto van Lammigje Oost met het kalf ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 83 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Alle Deeversen, Kuunst, Skildereeje, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Riekstoll’n in de gemiente Deever vurpacht in 1869

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 29 december 1868 het volgende korte bericht over de verpachting van de rijkstollen Veeneschut, Dieverwegje en Wittelterschut in de rijksweg langs de Drentsche Hoofdvaart.

Bestuur der Registratie & Domeinen.
Provinciën Groningen & Drenthe
Verpachting van rijkstollen voor den tijd van 1 jaar en 3 maanden

De ontvanger der registratie & domeinen te Groningen zal op maandag den 11den januarij 1869, ten overstaan van mr. N. van Hasselt, notaris te Groningen, ten huize van de logementhouder Struve, aan de Grote Markt aldaar, in het openbaar verpachten de ontvangst der tolgelden van:
I. den tol no. 1 te Helpman, nabij Groningen, op den Grooten Weg van Groningen naar de Punt.
II. de tollen op dien weg tusschen de Punt en Overijssel, als: den tol te Punterdijk, te Peelo, Assen, Smilde, Leembrug, Veeneschut, Dieverwegje, Wittelterschut en Uffelterschut.
De verpachting geschiedt voor den tijd van 1 jaar en 3 maanden, ingaande den 1sten februarij 1869, te middernacht; liggende de voorwaarden van verpachting ter lezing op de gebruikelijke plaatsen in de provinciën Groningen en Drenthe en ten kantore van genoemden notaris, terwijl op de kantoren van Registratie & Domeinen, waaronder de tollen gelegen zijn, en bij den ondergeteekende inlichtingen betreffende deze verpachting te bekomen zijn.
De ontvanger voornoemd, Van Sonsbeeck.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie weet vanuit zijn jeugd in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw dat de rijksweg langs de Drentsche Hoofdvaart in de volksmond toen nog altijd de Groote Weg werd genoemd.
De rijkstollen Veenesluis, Dieverwegje en Wittelterschut in de gemiente Deever zijn aan het begin van de twintigste eeuw opgeheven.

De redactie weet wel dat de rijkstol Wittelterschut en het bijbehorende tolhuisje op den Grooten Weg langs de Drentsche Hoofdvaart zich precies in de Stienbaarger Bochte bevonden, dus in de bocht tussen Wittelte en Uffelte, waar zich nu ongeveer de inrit van een boomkwekerij bevindt. De redactie heeft de juiste plaats van de rijkstollen Dieverwegje en Veeneschut helaas nog niet kunnen vinden. Dan maar een keer een bezoek brengen aan het Nationaal Archief in ’s Gravenhage.  

Posted in Tol, Verdwenen object, Verkeer en vervoer, Wittelte | Leave a comment

Bee Garke Bakker in de Heufdstroate van Deever

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is bij foto 4, de oudst bekende zwart-wit foto van het gedeelte van de Heufdstroate van Deever, tussen het begin van de Kruusstroate en de brink, de volgende tekst vermeld.

4 – Diever – Hoofdstraat -1891
Dit is de oudste en de mooiste foto die ik tot nu toe ken van de Hoofdstraat. Het heeft zo te zien geregend en door het weerkaatsen van het zonlicht op de natte veldkeitjes in het plaveisel ligt de straat er op deze voorjaarsdag prachtig bij.
De maker van deze opname bij tegenlicht is mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. In 1890 was hij eigenaar geworden van het landgoed Berkenheuvel. Vanaf dat jaar was hij regelmatig in Diever.
Griet Oost herinnerde zich dat in dit deel van de Hoofdstraat twee boerderijen met de voorgevel tegen elkaar hebben gestaan. Dit is inderdaad links op de foto te zien. Helaas zijn deze panden in 1914 als gevolg van blikseminslag verbrand. Griet Oost, die toen elf jaar was, wist van die dag nog het volgende:
Ja, ik weet het nog wel. Het moet op 30 mei zijn geweest. Toen was er een dikke onweersbui. We bleven thuis. We gingen niet naar school, omdat het zo’n heel zwaar onweer was. Later kwam de inspecteur op school. Die zag op de lijst dat ik en ook anderen die middag hadden verzuimd. Daar was hij kwaad om, want je mocht toch niet zonder geldige reden verzuimen…….
De linker boerderij was van Roelof Egberts Bennen. In de boerderij daaraan grenzend woonden bakker en boer Gerke Harms Mulder (Garke Bakker), Lammigje Klaster en hun zonen Harm, Hendrik en Jakob (Garke Bakker’s jongen).
In het rechter huis woonde de familie Harm Moes.
In het pand achter de leilinden bevonden zich het boerencafé van Willem Huiskes en de bakkerij van Jan Grit. Het gemeentebestuur had Willem Huiskes met ingang van 1 mei 1882 een tapvergunning verleend voor de woon- en de opkamer. Tussen de schoorstenen is nog net de punt van de toren te zien.
Op de achtergrond bevindt zich het gemeentehuis aan de brink.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Gerke Harms Mulder is geboren op 27 februari 1826 in Deever en is overleden op 30 maart 1897 in Deever. Hij was een zoon van Harm Times Mulder en Arentje Veldkamp.
Lammige Klaster is geboren op 2 oktober 1847 in Wittelte en is overleden op 24 juni 1931 in Deever in de ouderdom van 83 jaren. Zij was een dochter van boer Jacob Jans Klaster en Eltje Gerken Dolsma.
Boer en broodbakker Gerke Harms Mulder en Lammigje Klaster trouwden op 21 juli 1882 in Deever, toen was Gerke Harms Mulder 56 jaar en Lammigje Klaster 34 jaar.
Ze kregen drie kinderen: Harm is geboren op 19 november 1882 in Deever, Hendrik is geboren op 19 april 1884 in Deever en Jakob is geboren op 11 maart 1886 in Deever.

Roelof Egberts Bennen is geboren op 29 augustus 1821 in Deever en is overleden op 18 februari 1895 in Deever. Roelof Egberts Bennen was een zoon van Egbert Bennen en Hendrikje Wolters.
Roelof Egberts Bennen trouwde op 18 september 1861 op 40-jarige leeftijd met de 27-jarige Aaltje Mulder. Zij is geboren op 6 november 1833 in Deever en is overleden op 9 februari 1867 op 33-jarige leeftijd in Deever. Zij was een dochter van Klaas Tijmes Mulder en Jantje Hendriks Warries.
Roelof Egberts Bennen trouwde voor de tweede keer op 18 juni 1870 op 48-jarige leeftijd met de 39-jarige Grietje Timmer. Zij is op 31 december 1830 geboren in Beilen en is overleden op 12 mei 1891 in Deever. Zij was een dochter van Willem Timmer en Willemtje Bakker.
De zwart-wit foto is afkomstig uit een fotoalbum van de N.V. Berkenheuvel, dat wordt bewaard in het landhuis Berkenheuvel, het buitenhuis van de ondertussen zeer zeer vele nazaten van mr. Albertus Christiaan van Daalen, bij de Noorderesch van Deever. De redactie heeft in de jaren 2000-2008 enige keren een bezoek gebracht aan Albertus (Bert) Doorman, een kleinzoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen. Albertus (Bert) Doorman woonde in de bungalow Kontiki bij de Noorderesch aan
de Bosweg in Deever. De redactie mocht van hem een aantal foto’s uit dat album kopiëren, waaronder bijgaand afgebeelde foto. De redactie kreeg toestemming van Albertus (Bert) Doorman de gekopieerde foto’s met bronvermelding te gebruiken in berichten over het landgoed Berkenheuvel.
Op 9 april 2020 kreeg de redactie toestemming van de kunstenaar Ernest Mols bijgaande afbeelding van een door hem gemaakt en op 30 januari 2012 voltooid waterverfschilderij in ut Deevers Archief op te nemen. Zie de bijgaande afbeelding. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze toestemming. Ernest Mols liet zich bij het maken van dit waterverfschilderij inspireren door bijgaande zwart-wit foto. Hij was zo vriendelijk een goede digitale afbeelding van zijn schilderij ter beschikking te stellen.
Bezoekers van ut Deevers Archief kunnen met Ernest Mols in contact treden via zijn telefoonnummer 0521-592005 of via de webstee van Kunstrondje Diever of via de Schilderskring Diever. Hij is bezig met de ontwikkeling van een eigen webstee.
De redactie heeft de kleurenfoto van het betreffende deel van de Heufdstroate van Deever gemaakt op 6 november 2019.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Diever, ie bint 't wel ..., Heufdstroate, Kuunst, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

Paviljoen of theehuus Baark en Heuvel an de Bosweg

Bijgaande tekst met bijbehorende afbeelding is eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. De oorspronkelijke tekst is enigszins bewerkt.

In die jaren was grond aan beide zijden van de weg van Diever naar Wateren tussen de Schaapsdrift en de Haarweg bestemd als bouwterrein. De N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het Landgoed Berkenheuvel wilde geld verdienen door de verkoop van villa-terreinen van diverse grootte.
Timmerman-architect Pieter Punter en zijn vrouw kochten in 1932 voor vijfhonderd gulden het eerste bouwterrein van 0.23.00 ha van mr. Albertus Christiaan van Daalen, bewindvoerder van N.V. Berkenheuvel.
Pieter Punter was een zoon van Jan Punter, bakker te Smilde en Maria Seinen, een dochter van koopman Pieter Seinen uit Dwingelo en Grietje Schipper. Pieter Punter werd geboren op 8 januari 1912 te Bovensmilde.
In 1932 werd het door Pieter Punter ontworpen paviljoen of theehuis door hem gebouwd. Daartoe werd eerst het terrein opgehoogd met zand uit de Paaschberg, die aan de overkant van de Bosweg lag. Het zand werd met boerenkarren naar het bouwterrein vervoerd. Dit zo genoemde zaand menn’’n was aangenomen werk en werd uitgevoerd door Tieme Bakker, Hendrik Bakker, Marinus Bakker, Jan Bakker en Roelof Bennen.
Op de achterkant van de afgebeelde ansichtkaart staat het volgende: Bezoekt paviljoen Berk en Heuvel te midden van 1300 ha bosch, heide en zandverstuivingen, moderne speeltuin, te Diever.
De toegang tot de speeltuin samen met een glas ranja kostte wel tien cent. Van deze speeltuin met glijbaan en schommels is niets overgebleven. Enkelen herinneren zich nog dat het hout van de glijbaan niet al te hard was, want soms bleef een splinter in de billen achter.
Het paviljoen was voor wandelaars en fietsers een heel mooi vertrek- en aankomstpunt. Een jaarkaart voor de bossen, de heide en de zandverstuivingen van Berkenheuvel kostte tien cent. Leden van diverse verenigingen hadden echter op vertoon van hun bewijs van lidmaatschap vrij toegang, evenals kunstschilders en tekenaars.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie twijfelt of de jonge Pieter Punter het eerste bouwterrein zelf kocht, wellicht was het zijn vader Jan Punter. De redactie zal enig aanvullend onderzoek doen.

Abracadabra-299

Posted in Ansichtkoate, Bosweg, Diever, ie bint 't wel ..., Landgoed Berkenheuvel, Paviljoen Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

Keutereegie op ut Kastiel in Deever in 1958

De beeldbank van het Drents Archief in Assen bevat in de collectie Monumentenzorg drie foto’s van het keuterijtje van Jacob Oost en Elsje Davids op ’t Kastiel in Deever.
Het zijn de ouders van Jantje Andreae-Oost, de laatste bewoonster van dit keuterijtje mit un siedbaandertie en sönder un pothokke.
De drie foto’s zijn op 28 augustus 1958 gemaakt. De naam van de maker van de drie foto’s is niet bekend.
Het keuterijtje had toen huisnummer 2; zie het bordje boven de voordeur op de eerste foto. Deze straat werd in de volksmond altijd ’t Kastiel (je woonde op ’t Kastiel en niet aan ’t Kastiel) genoemd, ook nadat de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever met het afscheid van burgemeester Hendrik Gerard van Os in 1939 deze straat wel erg abusievelijk Burgemeester van Oslaan ging noemen. En dat hebben de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever En De Gemeente Westenveld veel te lang volgehouden.
Op de plek van dit oude keuterijtje staat nu een uiterst merkwaardig nieuw pand. Zie de bijgevoegde kleurenfoto van dit pand, die de redactie van ut Deevers Archief op 2 januari 2017 heeft gemaakt. Zie ook het bericht De woning van de familie Andreae is verdwenen.

Posted in Alle Deeversen, Deever, Keutereeje, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

De sloop van ut hüinebedde D52a an de Bolsweg

In de tijd dat hunebedden niet meer hüinebedden werden genoemd, maar gewoon hunnebedden en de overheid deze al als oudheidkundig waardevolle objecten in bescherming had genomen en het slopen van hunnebedden al vanaf 21 juli 1734 had verboden, kon het toch nog gebeuren dat de eigenaar deze dikke stien’n publiekelijk te koop aanbood, zoals mag blijken uit bijgaande bericht in de Drentsche Courant van 7 januari 1848, waarin nota bene de boermarke van Rolde de twee hunnebedden (hunnebed D17 en hunnebed D18) op de esch te koop aanbood.

Op Dinsdag den 11 januari 1848, des voormiddags te 10 uren, zal,  ten verzoeke van de markgenooten van Rolde ten huize van A. ten Oever aldaar, door Mr. A. Homan, Notaris te Assen, publiek en zonder palmslag, finaal worden verkocht: Een huis, erf en tuin of de zogenaamde scheperij, benevens onderscheidene percelen veld-, brink- en boschgrond, gelijk mede de beide op de Esch te Rolde gelegen hunnebedden. Assen, den 27 december 1847. Mr. A. Homan.

De twee hunnebedden, lagen in bouwland op de esch waarschijnlijk toch maar in de weg en konden bovendien geld opbrengen als bouwmateriaal voor kust- en oeverwerken. Echter na protest van de Gedupeerde Staten van Drenthe, en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd de openbare verkoop van de twee hunnebedden verhinderd.


In ut Wapser Saand liep het helaas wel verkeerd af met het hunnebed onder het zand van de heuvel die later ut Pottiesbaargie aan de Bolsweg op het landgoed Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (hunnebed D52a) viel in 1735 ten prooi aan de slopershamer.

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak, jaargang 64, 1946, verscheen in deel XIII van de serie ‘Oudheidkundige aanteekeningen over Drentsche vondsten’ door doctor Albert Egges van Giffen het zeer uitgebreide en zeer gedetailleerde artikel ‘Een vernield hunebed, DLII-a, het zogenaamde Pottiesbargien, in het vroegere Wapserveld, bij Diever, gemeente Diever’ van doctor Albert Egges van Giffen. De redactie van ut Deevers Archief toont hier alleen de eerste vier bladzijden van dit artikel en afbeelding 1 en afbeelding 2, die bij dit artikel behoren.

Een vernield hunebed, DLIIa, het zoogenaamde Pottiesbargien, in het (vroegere) Wapserveld bij Diever, Gem. Diever
In mijn ‘Aanteekeningen over Drentsche vondsten (XI), Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1944, beschreef ik een viertal vernielde hunebedden, te weten twee (DVIe-f) bij Tynaarloo en twee (DXIIIb-c) bij Eext. Thans kan ik, na deze vier en na de reeds veel eerder, namelijk in 1927, eveneens beschreven restanten van eertijds aanwezige hunebedden onder Valthe (DXXXVa), onder Spier (DLIVa), achtereenvolgens Weerdinge (DXXXVIIa), een ander verwoest steengraf (DLIIa) beschrijven. Dit is gelegen bij Diever, in rechte lijn circa 2,5 km N.O. van het dorp. Ook dit kon ik al vroeger vermelden, te weten in het eerste deel van mijn werk over ‘De hunebedden in Nederland’, dat verscheen in 1925.
Bij de nasporingen voor het juist geciteerde boek in het Rijksarchief te Assen, over den aankoop en den overdracht van de Drentsche hunebedden door, achtereenvolgens aan het Rijk of de Provincie, was ik namelijk onder andere ook gestoten op een resolutie van ‘Ridderschap en Eigenerfden, De Staten van de Landschap Drenthe’, waarbij sprake was van een hunebed onder Diever. Deze resolutie, genomen te Assen den 15den Maart 1735, betrof een verzoek van Jan Hindriks en Hindrik Jans, om in het Wapserveld eenige stenen te rooien, die ‘oorspronkelijk misschien van een hüinebedde waren’, en dus, gezien de sedert 1734 voor Drente geldende officiële verbodsbepalingen, niet ‘verbracht’ mochten worden. Het verzoek werd echter ingewilligd, aangezien de steenen vanwege ‘de freijigheijt des gesichtes niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven.’
Bovendien was bij de herinventarisatie van het Asser Museumbezit mijn aandacht getrokken door de herkomst van eenige scherven van hunebeddenaardewerk. Van deze scherven, sedert gemerkt 1883/VIII 3a-d en 1884/XI 3 (180 stuks) gevonden en geschonken door de Heeren Mr. S. Willinge Gratama, griffier van de Staten van Drenthe (Assen), achtereenvolgens Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen (Assen) en G. Kuiper (Hooghalen) stond namelijk als vindplaats aangegeven het landgoed Berkenheuvel onder Diever, terwijl het eenige aldaar tot op dien tijd, sinds 1818 bekende en toen nog ongeschonden, hunebed (DLII) gelegen is aan den ouden Groninger weg, ruim 1 km oostelijk van het dorp (afb. 2 : c).
Aangezien ik zeven jaren van mijn jeugd in Diever, waar mijn Vader destijds predikant was, heb doorgebracht, waren de verhoudingen in en bij dit dorp mij van ouds bekend. Dit te meer, omdat ook nadien het contact steeds bewaard bleef. Zoodoende was het voor mij duidelijk, dat de bovenvermelde vindplaats op Berkenheuvel een andere moest zijn dan de standplaats van het hunebed aan den ‘Groninger weg’. Ik schreef derhalve (in 1922) om eventueele andere inlichtingen aan den sedert overleden Heer Mr. A.C. van Daalen, den toenmaligen eigenaar van het genoemde landgoed. Deze deelde mij mede, dat er op zijn bezit, en wel aan de Bolsweg, tusschen de boschwachterswoning Berkenheuvel en het gehucht Doldersum, inderdaad een merkwaardige heuvel was gelegen, dien men van oudsher het ‘Pottiesbargien’ noemde. Een kort daarop, onder vriendelijk geleide van den Heer van Daalen, naar de bewuste plek gedane excursie en de daar bij die gelegenheid gevonden scherven van diepsteekceramiek bevestigden mijn vermoeden, dat het zogenaamde ‘Pottiesbargien’ het restant was van een hunebedheuvel, waaruit de groote steenen waren verdwenen.
De eigenaar gaf, behoudens eenige restrictie in verband met het dennenbestand op den heuvel, welwillend verlof tot eennader onderzoek. Dit is echter eerst vrij veel later, namelijk in Augustus 1929, ingesteld. Daarbij werd ik bijgestaan door den vroegeren teekenaar bij het Biologisch-Archeologisch Instituut der Rijksuniversiteit Groningen, den Heer L. Postema, en voorts door den Heer J. Lanting, thans technicus-voorgraver bij den Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, doch destijds nog als bediende-voorgraver aan genoemd Instituut verbonden. Overigens waren ons eenige grondwerkers behulpzaam.
Het onderzoek
In een kromming van den Bolsweg ligt het ‘Pottiesbargien’, het langgerekte, onregelmatige, eenigszins sauskomvormige Z.Z.O. – N.N.W. georiënteerde heuvelrestant van het vernielde hunebed. Het is gelegen in het perceel, kadastraal bekend F 1179, Gemeente Diever, circa 2,5 km N.W. van het gelijknamige dorp (Afbeelding 2 : d). Het terrein was vroeger een stuifzandgebied (Afbeelding 2 : c).
Bij het nader onderzoek begonnen wij met het uitzetten van een paar naar de windstreken gerichte lijnen, loodrecht op elkaar. Overeenkomstig dit assenstelsel werden eenige profielen afgestoken en geteekend. Voorts werd het langgerekte, verlaagde middengedeelte zoo zuinig mogelijk afgeschaafd en schoongemaakt.
In den aldus verkregen plattegrond kwamen nu duidelijk een aantal standsporen aan het licht, die tezamen onmiskenbaar het grondplan van een groot hunebed van ganggraftype vormden (Afbeelding 1). Een en ander werd geteekend en in een kadastraal extract vastgelegd (Afbeelding 2 : b).
Natuurlijk waren het alleen de standsporen van de draagsteenen, te weten:
1. aan de korte zijden, van telkens één sluitsteen, S1 1 en S1 2 ….. 2; 2. aan de lange zijden, van telkens acht zijsteenen, Z1 1-8 en Z1¹-8¹ ….. 16 [van de laatste vormden Z4¹ en Z5¹  klaarblijkelijk de toegangssteenen, ter weerskanten van de(n) verdwenen drempelsteen(en)]; 3. voor het midden van de zuidzijde, naar het schijnt -geheel zeker is dit niet- van twee paar poortzijsteenen, PZ 1-2 en PZ 1’-2” ….. 4; totaal 22.
Het aantal deksteenen heeft derhalve vermoedelijk negen beloopen, namelijk acht (D1-8) van de kelder en één (PD1) van de poort.
Overblijfselen van de vloer werden in situ niet aangetroffen. Ook constateerden wij geen sporen van een kring van randsteenen. Toch zou de aanwezigheid der laatste zeer wel te verwachten zijn geweest, gezien de configuratie der standkuilen. Deze pleit immers voor een geprononceerd ganggraftype, en dit gaat in den regel samen met een steenkrans om den dek- of mantelheuvel. Het geheel, zooals het echter door ons werd aangetroffen, kan mijns inziens het beste vergeleken worden met het Westelijke (D XIX) van de beide, door J.H. Holwerda in 1911 onderzochte hunebedden bij Drouwen. Alleen is het laatste één bouweenheid of trilithon grooter.
De maten waren als volgt:
lengte kelder: binnenmaats 15.25 m en buitenmaats 17.90 m; lengte poort: 4.40 m; breedte kelder westzijde: binnenmaats 1.80 m en buitenmaats 3.80 m; breedte kelder midden: binnenmaats 2.00 m en buitenmaats 3.40 m; breedte kelder oostzijde: binnenmaats 1.90 m en buitenmaats 3.95 m; breedte poort: binnenmaats 1.00 m ? en buitenmaats 3.10 m ?; dek- of mantelheuvel: grootste lengte 25.00 m en grootste breedte 20.00 m; hoogste deelen van het bewaarde heuvelrestant (top 11.50, zool 10.40): 1.10 m.
De ondergrond van de niet geroerde heuveldeelen bestond als gewoonlijk uit tamelijk, schoon, bruin geaderd zand; de vaste grond of moederbodem onderscheidde zich van den opgeworpen heuvelgrond door zijn oud humusdek, dat zich evenwel slechts zeer zwak afteekende. Een heidepodsolprofiel ontbrak ook onder dezen heuvel (Afbeelding 2 : A-E).
De ondergrond is pas in den laatsten tijd (Mei 1947) op pollen onderzocht. Hoewel een iets donkerder gekleurde, oogenschijnlijk eenigszins humeuze band de beste verwachtingen wekte, is het aan den Heer H. Tj. Waterbolk, die, zooals bekend, ook andere soortgelijke analyses verrichtte, niet gelukt de noodige pollen met voldoende zekerheid te bepalen; de conservatietoestand bleek daartoe ten eenenmale onttoereikend.

Hierna volgt de tekst van de resolutie van de ‘Ridderschap en Eigenerfden, de Staten van de Landschap Drenthe’, waarin de sloop van het hunnebed in ut Wapser Saand helaas toch wordt toegestaan. Volledig luidt de bewuste resolutie, die in het Drents Archief (de voortzetting van het vroegere Rijksarchief in Drente) in Assen aanwezig is in Dl X, folio 153, sub 25, aldus:

Op de Requeste van Jan Hindriks en Hindrik Jans bij Steenwijk, vertonende wat volgens de Remonstranten in den voorleden jare eenige weinige dagen voor Meij van de Boüren van Wapse hadden gehüurt het Wapserveld, om daar uit steenen te roden, so kleine als grote, en daar onder wel in specie eenige steenen bij kans of meest onder het zant bestoven, die misschien oirspronkelijk waren van een Hüinebedde, welke niet verbragt mogten worden. So versogten Remonstranten dat zij als kopers ( : vermits de verkopers haar contract mede wel wilden hoüden : ) en om de Freijigheijt des gesights niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven waren, deze hare steenen onnasprekelijk moghten wegh halen.
Hebben de Heeren Ridderschap en Eigenerfdens het gedane versoek, als een speciaal geval, geaccordeert, confirmerende voorts de ordonnantie bij de Heeren Drost en gedepüteerdens geëmaneert.

Posted in Deever, Hunnebedde D52a, Landgoed Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

Ut mislukte padjongenkottie 1.0 is vot

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 januari 1999 verscheen het volgende bericht over de vernieling van het volledig mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 aan de Bosweg in Deever.

Overdekte picknickplaats vernield
Diever – Enkele jaren geleden hing de jeugd steeds rond de Sint Pancratiuskerk in Diever. Het gemeentebestuur kreeg hier veel klachten over en er ontstonden vernielingen aan deur en ramen van de kerk. Door overleg tussen burgemeester Sjraar Cox en de jeugd is men tot een oplossing gekomen. Op verzoek van de jeugd in Diever heeft het gemeentebestuur van de voormalige gemeente Diever een overdekt jeugdhonk gebouwd aan de Bosweg in Diever. Het zou dienen als ontmoetingsplaats voor de jeugd van Diever. Men kon er rondhangen en zelfs enigszins overdekt zitten. De gemeente heeft voor dit project een tweetal jaren geleden tienduizend gulden uitgetrokken. Toen de overdekte ‘picknick’ was geplaatst, sprak de jeugd direct zijn ongenoegen uit. Om dit te tonen, richting het gemeentebestuur van de voormalige gemeente Diever, deed een van de jeugd, juist toen het honk was geplaatst, zijn behoefte op de tafel.
Tot op heden heeft de jeugd nimmer gebruik gemaakt van het jeugdhonk. De toeristen hebben veel genoegen beleefd aan de overdekte picknickplaats. In de zomermaanden wordt er veel gebruik van gemaakt. Men kan er lekker zitten zijn broodje te eten en de meegenomen koffie of een bordje patat of visje nuttigen, want het is geplaatst naast de visboer en de patatwagen. De jeugd heeft nieuwjaarsdag de poten er onder weggegezaagd om hun ongenoegen nog eens richting het gemeentebestuur tot uitdrukking te brengen.
De gemeente Westerveld draait een jaar en heeft voor de jeugdactiviteiten in Diever nog geen oplossing gevonden en dat begint langzamerhand bij de jeugd te prikkelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto waarop het door de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Gelijk Van De Gemiente Deever helemaal zelf bedachte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 op het paardenmarktterrein is te zien, gemaakt op maandag 27 juli 2019. Onder het afdakje is een picknickplaatsje met inbegrip van bestrating en een afvalbakje te zien.
De Deeverse Hangjongeren Van De Achterkant Van Het Onaantastbare Gelijk hebben zich dit ouderwetse conservatieve tochtige nikspicknickenkotje natuurlijk niet door de strot laten duwen, want bijvoorbeeld in het kotje kon de gsm-telefoon niet worden opgeladen, de gratis betrouwbare draadloze verbinding met internet ontbrak en ook het gratis openbare toilet ontbrak.
De redactie heeft de kleurenfoto waarop alleen zichtbaar is de door woodcarver Henri Koeling uut de Peperstroate in Deever in de stam van een gesneuvelde ekkelboom uitgehakte en al enigszins verweerde Amerikaanse zeearend, gemaakt op woensdag 11 december 2019.
Het mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 is in het kader van de uitvoering van het project Deever op Drift in het najaar van 2019 gesloopt. Daarmee is een einde gekomen aan de bij dagjesmensen populaire overdekte picknickplaats. Over de plek van het mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 lopen nu wandelpaden van het paardenmarktterreinbrinkpark. Niet buiten de paden lopen, want dan zak je weg in het drijfzand.

Posted in Kuunst, Maarktturrein, Verdwenen object | Leave a comment

Hiele mooie ansichtkoate van de olde Kruusstroate

De redactie van ut Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag mooie dorpsbeelden van ut olde Deever zien. De bijgaande afgebeelde zwart-wit ansichtkaart met witte rand is in 1950 uitgegeven door het bedrijf JosPé in Arnhem. Op de achterkant van deze kaart staat niet vermeld bij wie deze kaart te koop was. Deze ansichtkaart is in 1954 door politieagent Gerrit Temmingh en familie verzonden naar kennissen in Amsterdam.
Deze ansichtkaart is pas jaren later in 1955 heruitgegeven en verkocht door Kampeercentrum Ellert en Brammert, gevestigd tussen de Deeverbrogge en de Gowe en in 1955 nog een keer
 heruitgegeven, maar nu verkocht door de Firma Albert Kuiper, die een bakkerij en levensmiddelenbedrijf an de Peperstroate in Deever had.
Jij zal toch maar het oudste exemplaar van deze ansichtkaart met dat hiele mooie olde Deeverse dorpsbeeld in jouw verzameling hebben en deze ansichtkaart in een mooi zuurvrij plastic mapje in een luxe en dure verzamelmap bewaren. Dan hoor jij pas echt bij de top !
 

Aan de rechterkant is te zien het hotel-café-restaurant Centrum van Klaas Doorten en Berendina Slagter.
Daarnaast is te zien de Esso-benzinepomp van Jan Slagter, tevens eigenaar van een rijwielzaak en een fietsen- en bromfietsenmakerij, tevens winkelier in electrische en huishoudelijke apparaten, tevens uitbater van een taxi. Bij de Esso-benzinepomp staat het autootje van dorpszuster Broer.
Daarnaast staat het oude kerkgebouw van de gereformeerde geloofsgemeente. Daarnaast is het pand te zien waarin de kruidenierswinkel van Albert Fledderus was gevestigd. De familie Albert Fledderus emigreerde in 1951 naar Canada.
Achter het pand van Albert Fledderus is de boerderij van Arend Trompetter te zien.
Aan de linkerkant is helemaal links te zien de woning van De Graaf.
In het pand daarnaast is de winkel en de drukkerij van Roelof (Roef) van Goor te zien. Op het uithangbord aan de gevel van de winkel van Roelof (Roef) van Goor zijn twee merken te lezen, te weten Talens en Gluton.
Daarnaast staat de nieuwe woning van de dominee van de gereformeerde geloofsgemeente.
Naast de pastorie staat achter de leilinden de boerderij van
timmerman Roelof Santinge, Helprig Smit en Wietske van Leeuwen woonden daar in die tijd ook een poosje. Deze boerderij is in 1952 afgebrand.
Daarnaast staat de woning van de familie Hendrik Pook.
In het pand links op de achtergrond woonde Roelof Klasen en Reinder Postma.
De redactie weet niet wie in het pand rechts op de achtergrond woonde.
Let vooral op de bestrating van veldkeitjes links en rechts van de verharding van asfalt.
De redactie ontvangt bijzonder graag aanvullingen en verbeteringen op de voorgaande tekst.

Posted in Ansichtkoate, Kruusstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Vernietiging van ut Waarme Hart van Deever

Op 16 september 2013 verscheen in de webstee van RadioTelevisieDrenthe (www.rtvdrenthe.nl) het volgende bijzonder hoopvolle en veel verwachting scheppende bericht over de financiering van de verbouwing van Oens Dingspilhuus, ut Waarme Hart Van Deever.

DIEVER – De gemeente Westerveld stopt 1,2 miljoen euro in de verbouw van zalencentrum Dingspilhuus in Diever. Dat bleek vanavond op een bijeenkomst. Dit is bijna 4 ton meer dan de gemeente eerst wilde investeren. Het extra geld is nodig om een veilig gebouw te krijgen, zo blijkt uit een rapport van een extern bureau.
Een deel wordt afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de exploitatie van het zalencentrum niet uit kan.
Gemeente en gebruikers gaan nu kijken hoe ze die wel passend kunnen krijgen.
Het bureau stelt onder meer voor om inwoners van Diever te vragen mee te helpen bij de bouw en om er vrijwilligerswerk te verrichten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het begon in de periode 2008-2013, in die tijd van crisis en stevige krimp, zo langzamerhand op te vallen dat in door allerlei dure en chique adviesbureau’s opgestelde documentjes en rapportjes en raadgevinkjes ten behoeve van de Hoge Heren en Dames Van Het Grote Onaantastbare Dorpshuizengelijk Van De Gemeente Westenveld aan de plaatselijke dorpskrachten schaamteloos werd gevraagd veel vrijwillig en veel gratis mee te werken aan met schaars belastinggeld betaalde projecten. Waren de plaatselijke kleine bouwbedrijven het eens met de gemeentelijke suggestie om bij de verbouwing van ut Waarme Hart Van Deever gratis dorpskrachten in te zetten, terwijl de schaarse werkgelegenheid bij die bouwbedrijven onder grote druk stond ?
Het resultaat van de in 2013 voorgenomen verbouwing van Oens Dingspilhuus, ut Waarme Hart
Van Deever, is anno 2019 gevoeglijk en pijnlijk bekend bij de bevolking van Deever. De vernietiging van ut Waarme Hart Van Deever was, zoals door de Minder Hoge Heertje en Dametje Van Het Grote Onaantastbare Dorpshuizengelijk Van De Gemeente Westenveld al ver van te voren was aangekondigd, gründlich en punktlich vóór het einde van 2019 afgerond. Zie de bijgevoegde afbeeldingen van drie kleurenfoto’s, die de redactie van ut Deevers Archief op 11 december 2019 heeft gemaakt.
De Hoge Heren en Dames Van Het Grote Onaantastbare Gemeentelijke Gelijk Van De Deeverse Sociale Samenhang 
hebben met de mededogenloze vernietiging van Oens Dingspilhuus ut Waarme Hart uit het dorp Deever gerukt, een grote open wond achtergelaten en de bevolking van Deever voor een hele lange tijd harteloos opgescheept met een sporthalletje en een theaterzaaltje en iets wat op een ontmoetingsruimtetje moet lijken, die zijn aangebouwd aan het Deeverse krimpkrimp-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje uit Meppel.
Dit alles is ogenschijnlijk bedoeld om het bestuur van scholenmoloch Stad en Westereschje uit Meppel te pamperen en dat bestuur, voor zo lang het nog duurt, of voor zolang het wellicht is afgesproken,
te weerhouden zijn Deeverse krimpkrimp-filiaaltje te sluiten. Want voor het voorspellen van de toekomstige sluiting van het Westereschjefiliaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje hoef je geen hoogdoorgestudeerde bevolkingskrimpdeskundge te zijn.
En een toppunt van mededogenloos asociaal cynisme van De Hoge Heren en Dames Van Het Onaantastbare Grote Gemeentelijke Gelijk Van De Deeverse Sociale Samenhang is toch wel aan die aanbouwseltjes van het Deeverse krimpkrimp-filiaaltje van scholenmoloch Stad en Westereschje
 uit Meppel de treurige verdoezelnaam ‘Hart van Diever’ te geven. Maar dan wel het Stienkolde Hart Van Deever.
En een ander toppunt van mededogenloos asociaal cynisme is het Stienkolde Hart Van Deever 
niet te laten openen door twee of drie of vier of meer echte Deeversen, maar in het bijzijn van de breed grijnzende Hoge Heren Directeuren Van Scholenmoloch Stad en Westerseschje te laten openen door twee personen uut Dwingel, twee volslagen frömd’n, nooit van hen gehoord.
Het Stienkolde Hart Van Deever zal nooit de vervanger van ut Waarme Hart van Deever worden.

Posted in Deever, Dingspilhuus, Dorpskracht, Gemientebestuur, Krimpsignaal, Verdwenen object | Leave a comment

Een en ander behoort tot de historie van Deever ??

In het blaadje ‘Avondzon’ van de sectie Diever van de Stichting Welzijn Ouderen verscheen in april 1977 in nummer 4 van jaargang 5 het artikeltje ‘Diever’s mooiste’.

Diever’s mooiste
Wanneer we familie of vrienden van elders op visite krijgen, dan gaan we, als het goed is, reeds van te voren overleggen, op welke wijze we ze eens de mooiste punten van ons woongebied zullen laten zien. Alleen als er iets niet helemaal pluis is, zoals achter het ijzeren gordijn, waar dingen zijn die het daglicht niet kunnen verdragen, hebben we daar moeite mee.
Zulks is niet het geval met ons geliefd Diever. Mocht daar al eens iets zijn, dat minder fraai is, dan verbergen we dat niet, maar tonen dat openlijk, aan ieder die ons met een bezoek wil vereren.
Dan stellen we ons voor, de excursie te beginnen, daar waar we het gewoonlijk doen, bij, of tegenover de eendenvijver.
De daar ontstane ruimte, keurig en smaakvol van bestrating voorzien, met nog wat gelegenheid om te rusten, voor de wat ouderen, stellen we onze bezoekers voor, als een erfenis van onze vorige burgemeester. Voorwaar een nalatenschap, die de investering is waard gebleken.
Maar dan komt de grote schrik: Er is een bezoeker bij, die wat vrij rondkijkt en maling heeft aan onze explicatie. Hij ontdekt daar de wanstaltige overblijfselen, waar de familie Keizer eens woonde, en wilde daar ook wel eens van weten of dat soms Diever’s mooiste was.
U begrijpt, dat wij daardoor lelijk in verlegenheid kwamen. Heel wat woorden hadden we nodig om uit de doeken te doen, waarom een dergelijke puinhoop op oudejaarsnacht door de jeugd niet was opgeruimd.
Zo goed en zo kwaad als ons dat mogelijk was, hebben we geprobeerd, uiteen te zetten, dat onze vroegere burgervader, breed geschouderd als hij was, zich daar steeds als een hinderpaal heeft vóór gezet, maar dat we nu, met veel minder breed geschouderde, hoopten, spoedig van dit monsterlijke dorpsbeeld te worden verlost.
Het is een van buiten komende bezoeker niet goed duidelijk te maken, waarom met het fatsoeneren van deze plek, in ons mooie dorp, alsmaar wordt gewacht, terwijl het een ergernis voor de wandelaar is.
De handige bezoeker veronderstelde, dat onze burgemeester mogelijk nooit deze kant uitkomt, iets dat wijzelf voor onmogelijk hielden.
Het ware te wensen, dat nog vóór het komende seizoen, dit obstakel verwijderd gaat worden, anders kunnen we reclame ‘Ga liever naar Diever’ voorlopig wel in de ijskast bergen.
Mocht een en ander naar onze wens, vóór het verschijnen van ‘Avondzon’ zijn uitgevoerd, dan kan deze bijdragen toch nog als bladvulling dienen.
Een en ander behoort tot de historie van Diever.
Een wandelaar

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Een en ander behoort tot de historie van Deever ? De redactie denkt van niet en denkt volledig het tegendeel.
De redactie denkt dat het stukje tekst gewoon uit de dikke duim of de dikke pijp gezogen is.
Excursies beginnen natuurlijk niet bij de eendenvijver (een voormalige braandkoele) an de Kruusstroate (wie wil er nu naar eenden koekeloeren ?), maar op de brink van Deever, die ooit vol stond met erfgoed.
Wie zou toch die schrijver met de uiterst merkwaardige schuilnaam ‘Een wandelaar’ kunnen zijn ? Zou het een zwalkend rechts conservatief liberaal lid van de zogenaamde ‘dikke boerenstand’ uut Deever kunnen zijn geweest; een agrarisch toptalent, die zich in 1977 dood ergerde aan het bouwvallige arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer naast transportbedrijf De Graaf an de Kruusstroate in Deever ?
Schreef hij dit stukje tekst om een slijmerig wit voetje bij burgemeester Hermen Overweg te halen ?
Het is bepaald geen positief stukje tekst ter bevordering van het welzijn van de Deeverse ouden van dagen, die vast en zeker de familie Albert Keizer goed hebben gekend.
De schrijver ‘Een wandelaar’ vindt dat de Deeverse jeugd het bouwvallige keuterijtje in de oudejaarsnacht had moeten opruimen. Dit getuigd van een totale minachting van de Deeverse jeugd en de Deeverse oudejaarstraditie. De jeugd sleepte vroeger op oudejaarsavond alles wat los en vast zat naar de brink van Deever, maar vernielde niet. Wellicht dat de jeugd elders, bijvoorbeeld op Neejevene of op Koldervene, om een paar volstrekt willekeurige plaatsen te noemen, dit vroeger wel deed, maar de redactie denkt toch van niet.
De schrijver ‘Een wandelaar’ geeft de schuld van de voortdurende aanwezigheid van het bouwvallige arbeiderskeuterijtje naast transportbedrijf De Graaf an de Kruustroate aan 
de breedgeschouderde (??) burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), echter ome Kees en de zijnen hadden bewezen ware kampioenen in het afbreken van Deevers aarfgoed te zijn. Aan ome Kees kan het niet hebben gelegen.
Tijdens het bewind van burgemeester Hermen Overweg werd het arbeiderskeuterijtje van Albert Keizer alsnog afgebroken en werd een eindje verder richting ’s Kasteel (Kasteel 2) als schrale troost een soort van nieuw nepkeuterijtje nagebouwd. En weer was een fraai Deevers erfgoedpand verdwenen.
De twee kleurenfoto’s van het huisje van de familie Albert Keizer zijn gemaakt door wijlen Henk van de Bos.
Op de tweede foto zijn te zien Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg) en Koendert Tissingh (geboren op 11 maart 1906, overleden op 20 mei 1983 in Deever, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg).

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Deever, Keutereeje, Kruusstroate, Verdwenen object | Leave a comment

U.L.O.-skoele in Deever officieel eupend

In de Heerenveense Koerier van dinsdag 26 juni 1951 verscheen het navolgende bericht over de officiële opening van de uitbreiding van de U.L.O.-school an de Tusschendarp in Deever.

De in 1947 gebouwde hulpschool voor openbaar U.L.O.-onderwijs te Diever, die kort geleden werd uitgebreid met 2 lokalen en daardoor werd herschapen in een zeer moderne onderwijsinrichting, werd Zaterdagmiddag officieel geopend door de commissaris der koningin in de provincie Drente, baron de Vos van Steenwijk, in tegenwoordigheid van het gemeentebestuur, het personeel, alle leerlingen, de ouders der leerlingen en vele oud-leerlingen.
In de openingsrede wees burgemeester Meiboom er op, dat deze U.L.O.-school niet alleen voor Diever bestemd is, maar ook leerlingen aantrekt uit Dwingelo, Vledder, Havelte en andere plaatsen uit de wijde omgeving.
De commissaris der koningin begon zijn toespraak met de woorden: ‘Diever kan heel wat’, Dit heeft men vrijdagavond in het openluchttheater bewezen en nu bij de totstandkoming van deze school heeft men er opnieuw een bewijs van. Aan het slot van zijn rede wekte de commissaris de ouders op hun kinderen deze school te laten bezoeken en wenste het hoofd en het personeel der school veel succes bij de uitoefening van hun moeilijke maar mooie taak. Na een woord tot de jeugd om Diever helpen hoog te houden, verklaarde de commissaris de school voor geopend.
De inspecteur van het lager onderwijs in de inspectie Meppel, de heer Venema, bracht vervolgens dank aan het gemeentebestuur voor de voortvarendheid waarmee te werk was gegaan en verklaarde, dat de gemeente met een gerust hart de verantwoordelijkheid voor en juist gebruik van de pas voltooide school aan het personeel kon overdragen.
Verder werd nog het woord gevoerd door de heer R. Pit van Leggelo, die namens de oudercommissie een enveloppe met inhoud aanbood, wethouder Bijker van Dwingelo, de heer Nijrees, die namens het personeel een enveloppe met inhoud aanbood, de leerling Jan Berends, die namens zijn mede-leerlingen een draaitafel voor grammofoonplaten offreerde, de heer Andreae, hoofd van de openbare lagere school, en de heer Zijlstra, hoofd van de nieuwe school.
Na deze officiële bijeenkomst ontsloot de commissaris der koningin de deur van het gebouw, waarna de keurig en modern ingerichte school werd bezichtigd.
Tot slot speelden de leerlingen op het gemeentelijk sportterrein een voetbalwedstrijd tegen hun ouders. De oude lieden werden na een sportief gevecht, waarvan de leiding bij de heer Nijrees in goede handen was, door hun kroost met een 4-1 nederlaag, met gebogen hoofden en stijve benen naar huis gezonden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze twee zwart-wit foto’s van de oude U.L.O.-school an de Tusschendarp in Deever gemaakt op 11 november 1999, kort voor de millennium-wisseling.
Leerlingen van deze school, waar uitgebreid lager onderwijs werd gegeven, worden uitgenodigd verhalen en foto’s over de tijd dat zij les kregen in het hier zichtbare klaslokalen in te sturen. Publicatie in ut Deevers Archief zal dan zeker volgen.
De redactie van ut Deevers Archief is ook op zoek naar foto’s van deze school en van klassefoto’s.   

Abracadabra-391Abracadabra-392Abracadabra-319

Posted in Tusschendarp, U.L.O.-skoele, Verdwenen object | Leave a comment

Ansichtkoate van ut speulturrein in Ellert en Brammert

Van recreatiecentrum Ellert en Brammert is een groot aantal ansichtkaarten bekend. De redactie van ut Deevers Archief houdt een catalogus van alle bekende ansichtkoat’n uut de gemiente Deever bij. De redactie heeft in deze catalogus ook meer dan zeventig ansichtkaarten van het recreatiecentrum Ellert en Brammert geregistreerd.
Dit goedkope betaalbare recreatiecentrum lag an de Riekseweg tussen de Deeverbrogge en de Gowe met de ingang bij het huis met de naam de Wildschut. Na de sloop van de bebouwing is op het terrein het dure vakantiepark Landgoed ’t Wildryck gebouwd.
Van het klassiek ingerichte speelterrein in het recreatiecentrum Ellert en Brammert is ook een aantal ansichtkaarten bekend, onder meer de hier afgebeelde. Wellicht is het de mooiste en de oudste zwart-wit ansichtkaart van dit recreatiecentrum.
Jij kan deze zeldzame kaart toch maar beter wel in een mooi opbergmapje van zuurvrij plastic in een mooie viergats ordner in jouw eigen vursaemeling van ansichtkoat’n uut de gemiente Deever hebben; ech wè !
Op de afbeelding zijn te zien een paar tolters (schommels), wat zitplanken, een verhard volleybalveldje, een lange loopplank, een wupwap (wipwap), een draaidingetje en saand, veul saand, heel veul saand. Wat willen kinderen nou nog meer !?
Deze ansichtkaart is in 1956 uitgegeven door N.V. Recreatiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug (Bos en Hei), telefoon 05219-1207.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkoate, Bedrief, Ellert en Brammert, Toeristenindustrie, Verdwenen object | Leave a comment