Category Archives: Brink

Beeldje te mooi voor de zijkant van het gemeentehuis

In de Friese Koerier verscheen op 11 juni 1957 het navolgende merkwaardige bericht over de plaatsing van het beeldje ‘het Leven’ voor het raam van de werkkamer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) op de brink van Deever.

Gemeenteraad Diever
Beeldje te mooi voor het gemeentehuis
Diever. In de vergadering van de raad deer gemeente zei de voorzitter dat dit de laatste vergadering was welke in het noodgemeentehuis zal worden gehouden.
De raad bezichtigde, alvorens met de agenda aan te vangen, het nieuwe gemeentehuis, dat bijna voltooid is.
Een langdurige discussie ontspon zich over een in de tuin van het nieuwe gemeentehuis te plaatsen beeldje. B. en W. hadden de kunstenaar Anno Smith te Eelderwolde een ontwerp laten maken voor de tuin, doch toen een ontwerp van dit beeld werd getoond, meende de minderheid van het college, namelijk de heer Gerrits, dat dit te mooi was om in de tuin te staan en dat het op de Brink voor het gemeentehuis diende te staan.
De raad was het in meerderheid hiermee eens, ondanks de mededeling van de voorzitter dat de beeldhouwer en de architecten dit plastiekje ongeschikt achtten op de Brink. Met 6 tegen 3 stemmen (1 blanco) werd besloten het beeld op de Brink te plaatsen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) lijkt de raad van de gemiente Deever niet ingelicht te hebben over het verstrekken van een opdracht voor het vervaardigen van een kunstwerk voor plaatsing bij het gemeentehuis. Dat lijkt dan een gemiste kans voor die burgemeester.
Hilbert Gerrits (Garries), wethouder voor de Partij van de Arbeid, was vóór plaatsing van het plastiekje vóór het gemeentehuis.
Voorstelbaar is dat zes leden van de raad narrig werden van het gedram en gedreig van de Hoogste Heer Van De Voorkant Van Het Gelijk om het plastiekje toch ‘in de tuin van het gemeentehuis’ (welke tuin ?) te plaatsen en niet op de brink en vervolgens expres tegen plaatsing van het plastiekje ‘in de tuin van het gemeentehuis’ stemden.
Zo kon het gebeuren dat het plastiekje met de naam ‘Het Leven, geboorte, huwelijk en dood’ tegen de wil van de burgemeester kwam te staan voor het raam van de kamer van de burgemeester in het vijfde en laatste gemeentehuis van de gemiente Deever.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) was de eerste burgemeester die vanuit het raam van zijn werkkamer tegen de achterkant van het plastiekje moest aankijken.
Anno Ferdinand Smith (geboren op 7 april 1915 in Groningen, overleden op 14 januari 1990 te Groningen) heeft het plastiekje van keramiek in 1957 gemaakt. In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens van Anno Ferdinand Smith aanwezig.
De hier afgebeelde zwart-ansichtkaart is door Roelof van Goor in november 1965 in zijn boekhandel an de Kruusstroate in Deever uitgegeven.
De grote vraag is echter of het plastiekje – dat met geld van de gemiente Deever is aangeschaft – nog steeds eigendom is van de gemeente Westenveld ?
Beschikt de gemeente Westenveld eigenlijk wel over een openbaar toegankelijke uitputtende lijst van het gemeentelijke kunstbezit met inbegrip van de door de deelgemeenten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelte ingebrachte kunst ?

abracadabra-530abracadabra-531

Posted in Ansichtkaarten, Beelden, Brink, Gemeente Diever, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Kunst | Leave a comment

Een eenvoudige deur, een afgesleten zerken stoepje

Bijgaande zwart-wit afbeelding van een deel van het westelijke deel van de zuidelijke zijbeuk van het kerkgebouw aan de brink van Deever is in 1934 gepubliceerd in een geïllustreerd weekblad.
Het bijschrift bij de foto luidt als volgt:
Het geheel van kerk en toren te Diever is zwaar van bouw en mooi-Drentsch in de omgeving, maar ook details zooals dit torenpoortje zijn vol stemming, opgewekt door muren, een eenvoudige deur en een afgesleten zerken stoepje, en een verdiepende beschouwing waard.
De redactie van het Deevers Archief zoekt zich nog steeds suf naar de titel van dit geïllustreerde weekblad. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief weet om welk weekblad het gaat ?
De eenvoudige deur was geen torenpoortje, maar was tot de opening van de lagere school aan de brink de toegang tot de lagere school in het westelijke deel van de zuidelijke beuk van het kerkgebouw. De deur is ook geen oorspronkelijke deur, want is er in de negentiende eeuw ingeknutseld. Intrigerend is wel het ‘afgesleten zerken stoepje’. De redactie heeft het vermoeden dat een deel van een oude gebroken zerk van een graf in de hof van de kerk aan de brink lang heeft gediend als opstapje.
Bij de Grote Restauratie in de vijftiger jaren van de vorige eeuw is de oorspronkelijke muur hersteld, wat te zien is op de kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op woensdag 19 september 2018 heeft gemaakt.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Lagere school Deever | Leave a comment

Verbonden met allen die van goeden wille zijn …..

In de verzameling van het Deevers Archief is bijgaande zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Op de afbeelding is de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink van Deever te zien. De zichtbare deur aan de linkerkant van de kerk dateert nog uit de tijd dat in het westelijke deel van de zuidelijke beuk van de kerk de lagere school van Deever was gevestigd. Deze deur is terecht verdwenen tijdens de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Let vooral ook op het zwaar vervallen dak van de kerk. En let vooral ook op de glint’n um de braandkoele op de brink.
De achterkant van de kaart is tussen 13 en 20 augustus 1948 beschreven. Daarmee is nog niet duidelijk of de kaart in 1948, 1947 of 1946 is uitgegeven en ook is op de achterkant van de kaart niet vermeld bij welke neringdoende in Deever deze meer dan 70 jaar oude ansichtkaart te koop was. De kaart werd zelfs in Deever nog verkocht in 1950.
Uit de tekst op de achterkant blijkt dat de kaart is beschreven door de kampleiding van zomerkamp IV van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (V.C.J.C.). De redactie heeft het vermoeden dat iedere deelnemer aan zomerkamp IV met zo’n afscheidskaart naar huis ging. De V.C.J.C. hield haar zomerkampen in Deever an de Bosweg bee’j ut Mastenveltie. De redactie weet niet wat de afkortingen op de achterkant van de ansichtkaart betekenen en weet ook niet wie zijn naam bij een afkorting heeft geschreven.
Op de plaats voor de postzegel is een wijnroodkleurig plaatje geplakt. De redactie zou graag willen weten of dit het logo van de V.C.J.C. was en wat de betekenis van dit logo was.
In het tekstgedeelte van de ansichtkaart is de volgende tekst geschreven: Verbonden met allen die van goeden wille zijn ….
Volledig luidt deze nog steeds toepasselijke zegenspreuk: Verbonden met allen die van goeden wille zijn, geroepen tot vernieuwing van de wereld en ons leven, willen wij ieder voor zich en tezamen een teken van hoop, geloof en liefde zijn in de wereld van vandaag !

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Kerk aan de brink, Toren aan de brink, V.C.J.C.-kamp | Leave a comment

Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan

Bijgaande tekst is een deel van het lange in het Frans geschreven verhaal ‘Het Nederlandse Intermezzo’ van luitenant Edgard Tupet-Thomé, commandant van de twee sticks Franse parachutisten, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in bij Diever landden. De redactie van het Dievers Archief heeft dit verhaal voor de bezoekers van www.dieversarchief.nl vertaald in het Nederlands.

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een jong meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het debat.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden…  en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, zinkt neer bij een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De schrijver gaat in dit fragment van zijn verhaal in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op  9 april 1945 op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tupet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever was in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
Op de bijgevoegde foto is luitenant Edgard Tupet-Thomé te zien.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutisten, Gees Schoemaker, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Cent’n griep’m veur ut olde gemientehuus van Deever

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren. Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar postuum – en uiteraard met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.

Ook bijgaand zeldzaam mooie foto is afkomstig uit de verzameling van Anne Mulder. Anne Mulder was in zijn tijd in Deever werkzaam op de secretarie van de gemiente Deever. Hij was ook ambtenaar van de burgerlijke stand, hij voltrok huwelijken.
In de jaren vóór de restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw bij de brink, dus vóór 1956 bestond in Deever nog de oude traditie van het cent’n griep’m bij trouwerijen.
De bruidegom gooide bij het binnengaan van het gemeentehuis en na de voltrekking van het huwelijk bij het verlaten van het gemeentehuis muntstukken van een cent naar de verzamelde jongere jeugd.
De foto is vóór 1956 gemaakt bij het oude gemeentehuis aan de brink van Deever. De foto moet zijn gemaakt vroeg in het voorjaar of laat in het najaar, gelet op de kale bomen en gelet op de vele kinderen met muts en winterkleding. Anne Mulder heeft de redactie van het Deevers Archief niet verteld of hij de maker van deze foto is of iemand anders.
Op deze foto, die is gemaakt vóór de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, is het hek om de hof van de kaarke goed te zien.
Het brinkje van Deever is ontstaan, nadat ter plekke een kerk was gebouwd en dikke boeren en de schulte en de pastoor in de buurt van het kerkgebouw gingen wonen. Daarom kan de brink van Deever niet het keurmerk ‘Origineel Saksische Brink’ krijgen. Echt niet.
De grote vraag is natuurlijk: wie van de bezoekers van het Deevers Archief herkent zichzelf of herkent andere cent’n griep’mde kiender op dit topstuk. De redactie zou het heel graag willen weten.

Posted in Alle Deeversen, Brink, Kerk aan de brink, Kerkhof, Topstukken, Tradities | Leave a comment

Kerk aan de brink van Deever op 11 maart 1933

De redactie van het Deevers Archief  kent maar weinig mooie oude foto’s van onderwerpen uit de gemiente Deever, waarvan de juiste datum van fotograferen bekend is. Van deze foto van de kerk aan de brink van Deever is die datum wel bekend, te weten 11 maart 1933. Deze foto, nota bene afgedrukt op papier met een kartelrand, is gemaakt door juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 onderwijzeres an de Wittelter skoele. Daarvoor had ze een tijdelijke aanstelling aan de openbare lagere school in Deever. Ze was in de kost bij Gosem Klasen, die in de Hoofdstraat woonde.
Aan de linker kant van de zuidelijke zijbeuk van de kerk is een deur te zien. Die deur is bij de restauratie van 1956/1957 weggehaald, omdat dit geen originele deur was, maar later is aangebracht, waarschijnlijk in de tijd dat de ruimte achter de deur, waar nu een drieluik hangt, in gebruik werd genomen als lagere school.
Op de hof van de kerk werden geen doden meer begraven, maar toch stond er nog een hek om de kerk, de reden daarvan kan zijn geweest dat de aanwezige graven nog niet waren geruimd, dat gebeurde bij de restauratie in 1956/1957. Straatjongens uit die tijd zullen zich de berg schedels en skeletten bij de zij-ingang van de kerk nog wel kunnen herinneren.
Aan de rechter kant van de foto is nog net een stukje van het hek om de braandkoele op de brink te zien.
Heel mooi is ook het slijtpad vanaf de Hoofdstraat over de brink naar de ingang van ‘het oude gemeentehuis’.
Uiteraard was het electriciteitsnet nog niet onder de grond aangebracht.
Het liek’nhusie op de brink is op deze foto niet meer te zien.

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

Een annekkedote in ’t Deevers van Jan Hessels

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van het Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over het oude Deever, over het boerenleven. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan digitaal te hebben opgenomen. De ‘annekkedote’ is -het kan niet anders- opgeschreven in het Deevers: Jan Hessels sprak het Deevers, net zoals Jantje Andreae-Oost dat deed, zoals je het Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat het Deevers in het hedendaagse Deever bijna dood is.

De grond van de febriek
De ièste grond veur de febriek is deur de gemiente Deever veur vieftien gulden vukogt an de vereniging. Aachter de febriek langes laag een akker bouwlaand van Haarm Hessels. Disse Haarm Hessels hef joar’n in ’t bestuur van de febriek eseet’n. Ik miene dat hee sölls vanof de oprichting in 1899 in ’t bestuur hef eseet’n. As de febriek weer uutebreid mös wödd’n, dan waar’n zee vansöllls laand van Haarm Hessels neudug. Op de vugeadering van ’t bestuur wödde dan seins teeg’n Haarm Hessels esègd: Haarm, we hept -seg moar- duusend veerkante meter neudig van oen akker, wat geet oens dat kost’n. Noa wat hen en weer geproat wödde de koop esleut’n, ’t geld wödde betealt en de saeke gunk wieder. In 1936 bee de vudeeling van de aarfenis kwaa’m wee ur aaachter dat de halve febriek op grond van de familie Hessels stön. D’r was nooit wat bee’j de netoaris beschree’m. ‘t Is toe recht etrökk’n mit ’n akte van vurjoaring.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers archief
Jan Hessels bedoelt met ‘vereniging’ de in 1899 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek aan het Moleneinde (Katteneinde). Harm Hessels (geboren op 3 oktober 1862, overleden op 23 juni 1936) was getrouwd met Aaltje Hessels (geboren op 23 maart 1868, overleden op 15 januari 1941). Harm Hessels was de grootvader van Jan Hessels. Hun boerderij stond, staat nog steeds, aan het begin van de Kruisstraat, je kijkt tegen de voorgevel aan als je vanaf de brink door de Hoofdstraat naar de Kruisstraat gaat. De zwart-wit foto van deze boerderij is gemaakt in de strenge winter van 1979 De redactie heeft de kleurenfoto gemaakt op 16 november 2013.

Posted in Boerderijen, Brink, Diever, Hoofdstraat, Kruisstraat | Leave a comment

Beeld op de kaarkhof krijgt een schoonbrandbeurt

De redactie van het Deevers Archief leefde altijd in de veronderstelling dat het gemeentelijke metalen Shakespearitis-beeld van de verliefde elfenkoningin Titania, die de wever Spoel met de ezelskop smokt, maar wat stond weg te roesten op de kaarkhof bij het helemaal niet-origineel Saksische brinkje van de gemiente Deever.
Maar dat blijkt toch wel een vergissing te zijn, want de regionale beeldenschoonmaker brandt één keer per jaar de korstmosjes en de algjes en andere vervelende groene aangroei en de resten van de oude beschermende bekleding grondig weg met een stevige gasbrander, waarna hij het metaal bekwast met een nieuwe beschermende bekleding en vervolgens deze beschermende bekleding met behulp van de hete gasvlam hecht aan het metaal.
De redactie heeft de foto voor bijgaande kleurenafbeelding op vrijdag 3 mei 2018 gemaakt.

Posted in Beelden, Brink, Kunst, Openluchtspel, Shakespearitis | Leave a comment

Pentekening van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn

Op deze pentekening van de heer J. Minderaa is de achterkant van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn. an de Brink van Deever te zien. De tekening is gemaakt in het jaar 1975.
De pentekening maakte deel uit van een hele serie tekeningen, die als ansichtkaart is uitgegeven door de eigenaren van de winkel met de naam ‘de Boerderij’, Brink 2 in Deever. Voorheen was dat de boerderij van Cornelis Seinen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet welke foto als voorbeeld is gebruikt en heeft daarom bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal bijgaande door de redactie gemaakte kleurenfoto op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.
Zo te zien heeft tekenaar J. Minderaa (wat was toch de voornaam van die heer Minderaa ?) zich bij het natekenen van zijn voorbeeld redelijk aan de destijdse werkelijkheid gehouden. In 1975 waren de staldeuren in de achtergevel nog staldeuren (was Hendrik Mulder, zoon van Jan Mulder, die in de volksmond Jan Boartie werd genoemd, toen nog boer ?), heden ten dage zijn de staldeuren wellicht te gebruiken om de ramen in de deurkozijnen te luiken.

Abracadabra-1569Abracadabra-1570

Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Brink, Diever, J. Minderaa, Tekeningen | Leave a comment

Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland

De redactie van het Deevers Archief laat bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan haar trouwe bezoekers zien. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen, hoe liever het de redactie is.

Onlangs vond de redactie op de website Kunst Wereldwijd Netwerk een prachtige tekening van de Oude Kerk op de brink van Deever. Deze tekening heeft als titel: Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland.
De welbekende beeldend kunstenaar en schrijver Willem van Spronsen heeft deze tekening gemaakt. Hij is lid van de Gooise Kunstkring.
Willem van Spronsen heeft in het verleden in Deever gewoond en is daar nog voorzitter van de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Deever geweest. Ook zijn kinderen zijn in Deever geboren. Hij komt regelmatig in Deever, omdat hij daar een atelier heeft.
De redactie toont deze tekening met toestemming van Willem van Spronsen. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor. Daarbij stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de websteee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.
De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

Abracadabra-1632

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekeningen | Leave a comment

Voor wie in de gemiente Deever de klokken luiden

Uit de nalatenschap van de heer Hendrik Onstee, die schoolmeester in Wapse en Zorgvlied was, is het volgende artikel afkomstig. Uit zijn nagelaten aantekeningen kon helaas niet worden opgemaakt welke bronnen hij voor dit artikel heeft geraadpleegd. De redactie heeft het vermoeden dat het een document uit het kerkelijke of het gemeentelijke archief betreft.
Het artikel werd de redactie ter beschikking gesteld door wijlen Hendrik Onstee uit Vledder, de zoon van Hendrik Onstee. 
Het artikel sluit mooi aan bij wat dorpsfiguur Jan Hessels in nummer 99/3 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, in het artikel ‘Naoberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden’ schrijft over het luiden van de klokken.

Bij overlijdensaangiften
Dit ging tot 1943 als volgt. De aangevers van een overlijden gingen eerst naar het gemeentehuis voor het doen van de aangifte en daarna gingen ze naar de kerk voor het ver luiden. Dan was een veel gestelde vraag op het dorp: ‘Wie zul ‘r verlut weed’n ?’.
Bij het overlijden van een man werd met de grote klok driemaal geklept, dat wil zeggen er werd drie keer geslagen met de klepel. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Bij het overlijden van een vrouw of een kind werd met de kleine klok drie keer geklept. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Heel vroeger kende men nog een derde wijze van verluiden. Die werd toegepast bij het overlijden van een kraamvrouw. Er werd dan drie keer geklept met de kleine klok en daarna enige tijd met beide klokken. Dit kleppen en luiden werd daarna nog twee keer herhaald.
Het drie keer kleppen en luiden bij al deze gevallen was bedoeld om het geloof in de heilige Drie-eenheid (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) aan te geven.
Sedert 1946 wordt bij overlijdensaangiften, zowel bij mannen als bij vrouwen en kinderen, gedurende korte tijd geluid met de klok. Vanaf die tijd werd niet meer geklept.

Bij begrafenissen, ongeacht de geloofsrichting van de overledenen
Eerder werd met beide klokken en nu wordt alleen met de grote klok geluid, voor zover het sterfhuis in het dorp Diever was gelegen, vanaf het moment dat de lijkstoet zich in beweging zet tot aan het ogenblik waarop de stoet weer bij het sterfhuis was teruggekeerd van het kerkhof.
Voor het geval het sterfhuis buiten het dorp Diever was gelegen, begon men te luiden vanaf het moment dat de lijkstoet de grens van het dorp Diever was genaderd tot aan het ogenblik waarop de lijkstoet de grens van het dorp Diever weer had bereikt.
Zodra op de dag van de begrafenis het graf gereed was, werd hiervan vroeger den volke kond gedaan door gedurende enige tijd met de grote klok te kleppen.

Bij openbare verkopingen en boelgoeden
Bij dit soort gebeurtenissen op doordeweekse dagen werd tot 1943 ongeveer dertig maal geklept met de grote klok.

Bij brand
Vroeger werd zowel overdag als ’s nachts verluid, dat wil zeggen dat het luiden en kleppen werd afgewisseld om het volk op de noodzaak tot het verlenen van hulp bij brand te wijzen.

Bij het zoekraken van kinderen
Als er een kind zoek was, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij het sneeuw ruimen
Als er sneeuw moest worden geruimd, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij boerwerken
Als men moest gaan boerwerken (redactie: boerwerken is werkzaamheden verrichten voor de boerschap), dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het artikel van Hendrik Onstee ook gepubliceerd in nummer 00/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. Toen de redactie besloot het artikel van Hendrik Onstee in Opraekelen te publiceren, was hij niet bekend met de inhoud van het in 1999 verschenen boekje ‘Het mirakel’ van Klaas Kleine. In dat boekje heeft Klaas Kleine het luiden van de klokken ook beschreven. Klaas Kleine baseerde zich daarbij op het artikel in de Meppeler Courant van 5 september 1955, getiteld ‘Diever – In en om de oude dingspilkerk’. De schrijver van dat artikel is vermoedelijk Jan Poortman.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de klok van de gemeentelijke toren aan de Brink van Deever op 8 februari 2006 ’s avonds om 18.52 uur onder winterse omstandigheden gemaakt. Gelukkig was het die avond niet nodig enige tijd met de grote klok te kleppen; het had niet zo veel gesneeuwd.

Abracadabra-1608

Posted in Afbeeldingen, Brink, Kerk aan de brink, Klaas Kleine, Opraekelen, Toren aan de brink | Leave a comment

N.S.B.’er Posthumus benoemd tot burgemeester

Diverse kranten melden in een bericht over nieuwe burgemeesters dat de commissaris-generaal voor bestuur en justitie de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus met ingang van 1 januari 1945 benoemde tot burgemeester van de gemeente Diever.

In Het Vaderland van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
Burgemeesters-benoemingen. De commissaris-generaal voor bestuur en justitie heeft tot burgemeester benoemd de heeren: J.C. Wesseling te Voorst, J. Vleeming te Herwen en Aerdt, P.O. Posthumus te Diever, W.A. Pijbes te Westerbork, Joost van der Bent te Zweelo en Th. A. Dijksman te Zuilen.

In het Drentsch Dagblad van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
’s Gravenhage, 30 december. De commissaris-generaal voor Bestuur en Justitie heeft tot burgemeester benoemd de heeren: J.C. Wesseling te Voorst, J. Vleeming te Herwen en Aerdt, P.O. Posthumus te Diever, W.A. Pijbes te Westerbork, J. van der Bent te Zweelo en Th. A. Dijksman te Zuilen.

In de courant Het Nieuws van den Dag van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
Burgemeesters benoemd. Door den Rijkscommissaris zijn benoemd tot  burgemeester van Diever de heer P.O. Posthumus, van Westerbork de heer W.A.M. Pijbes, van Zweelo de heer J. v. d. Bent, thans waarnemende-burgemeesters van de betrokken gemeenten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Pier Obe Posthumus was in 1944, nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom werd gedwongen onder te duiken, waarnemend burgemeester van de gemeente Deever geworden.
Commissaris-generaal voor bestuur en justitie Friedrich Wimmer van het Duitse burgerbestuur benoemde de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus met ingang van 1 januari 1945 tot burgemeester van de gemeente De
ever. Aan zijn burgemeesterschap kwam op 8 april 1945 een einde, toen Franse luchtcommando’s van de geallieerde Special Air Service (S.A.S.) hem in een snelle actie en op klaarlichte dag tijdens het middageten in het café van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink van Deever gevangen namen.

 

 


Posted in Brink, Gemeente Diever, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Tekening met titel Diever van Willem van Spronsen

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw bij de brink van Deever en een stukje bebouwing an de Peperstroate te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Zo te zien heeft de tekening als titel: Diever.

Deze tekening heeft in mei 2016 gehangen in een internationale tentoonstelling in het museum Hermitage in Amsterdam.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de website Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de website Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat in Deever.

abracadabra-492

Posted in Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Peperstraat, Tekeningen | Leave a comment

De kerk aan de Brink van Deever – 1935-1936

Met de naamgeving van het kerkgebouw aan de brink van Deever is iets merkwaardigs aan de hand. In de webstee van Wikipedia is te lezen dat de Sint Pancratiuskerk een Nederlands hervormde kerk is. Dit is een contradictio in terminis, een tegenstrijdigheid in de gebruikte woorden.
Tot 1598 was het kerkgebouw in gebruik bij de rooms-katholieke geloofsgemeente, het gebouw was gewijd aan de heilige Pancratius. In de periode van de beeldenstorm is het kerkgebouw gestript van alles wat met heiligen had te maken. Het kerkgebouw was daarom niet meer gewijd aan de heilige Pancratius. Toen was het afgelopen met die naam. Echt wel. Vanaf 1598 was het niet meer dan een veel te groot en veel te duur kerkgebouw aan de brink, nu het kerkgebouw aan de brink dat in gebruik is bij de kleine hervormde geloofsgemeente.
De zwart-wit-foto is gemaakt in 1936, toen het kerkgebouw gelukkig nog niet tot Sint Pancratiuskerk was gebombardeerd. De vrienden van het kerkgebouw aan de brink van Deever gebruiken de naam Oude Kerk, een enigszins beter passende naam.
Let op het hekwerk om de hof van de kerk. In die jaren werden op de kerkhof al geen doden meer begraven, stonden op de kerkhof geen grafstenen meer, maar was de hof bij de kerk nog niet geruimd, dat gebeurde pas bij de Zeer Grote Restauratie van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Toren aan de brink | Leave a comment

Plattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemienten DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de nieuwe voorkant van het gelijk het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.
Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van het dorp Deever.
De voorkant van het gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te plaatsen. Zie de twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief gelukkig op 2 januari 2017 heeft kunnen maken.
De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de voorkant van het gelijk hebben overgedragen ? Of dat de voorkant van het gelijk het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.
En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar staan toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma ??) het plaatje niet verwijderen.
De vraag is of het nederlandsebondvanplattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, op de Schultehuisbrink niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de voorkant van het gelijk op de plaats van het prachtige zitbankje veel reclame voor William Shakespeare zal gaan maken.
De voorkant van het gelijk lijdt immers ook zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-Saksiche Schultehuisbrink voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink aan de Heezenesch van Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de voorkant van het gelijk binnenharkt uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.
Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de Schultehuisbrink zal worden verbannen ?
De redactie van het Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van de voorkant van het gelijk met al de vele zijnen van de voorkant van het gelijk achter de vele ramen van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-Saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeerscirculatieplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer meer) op deze niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel Saksische Schultehuisbrink zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet origineel-Saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven ..


Posted in Achterstraat, Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kleine Brink, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Titania smokt Spoel met de ezelskop op de Brink

3Op de Brink van Deever staat een beeld van de elfenkoningin Titania met de wever Spoel met de ezelskop. Dit beeld stelt een scène uit William Shakespeare’s komedie ‘Een midzomernachtsdroom’ voor.
De elfenkoning Oberon is jaloers op zijn vrouw de elfenkoningin Titania, omdat zij zo’n aantrekkelijke dienstknaap heeft en die niet aan hem wil afstaan. Zijn wraaklust zorgt voor grote verwarring in het bos. Zo laat Oberon zijn dienaar Puck toversap halen en druppelt dat in de ogen van zijn sla­pende vrouw Titania. Hierdoor zal ze verliefd worden op het eerste levende wezen dat ze ziet. Na haar ontwaken ziet ze als eerste een handwerksman, de wever Spoel, die tot overmaat van ramp door Puck tijdelijk met een ezelskop is uitgerust. Titania zegt na haar ontwaken in haar mooiste Oud-Engels tegen Spoel met de ezelskop:
I pray thee, gentle mortal, sing again:
Mine ear is much enamour’d of thy note;
So is mine eye enthralled to thy shape;
And thy fair virtue’s force perforce doth move me
On the first view to say, to swear, I love thee.
De verliefde elfenkoningin Titania smokt vervolgens de wever Spoel met de ezelskop. Het beeld op de Brink in Deever is geplaatst ter gelegenheid van het vijfentwintig-jarig bestaan van het openluchttheater. Sinds 1946 wordt elke zomer in het openluchttheater aan het Groenendal een toneelstuk van William Shakespeare opgevoerd, met de gelukkige uitzondering in het jaar 1949, toen werd het prachtige stuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen opgevoerd (werd de jongste zoon Peer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom vernoemd naar Peer Gynt ?).
De linker afbeelding van de wever Spoel met ezelskop is opgenomen in het programmaboekje van het in 1955 opgevoerde openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en Speol met de ezelskop op de Brink van Deever in de avond van 23 december 2015 gemaakt.

Abracadabra-1502Abracadabra-1501Abracadabra-1504

Posted in Ansichtkaarten, Beelden, Brink, Diever, Groenendal, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Sukersakkie van het Schultehuus in Deever

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het deel rechts van de voordeur van het Schultehuus an de niet-origineel-Saksische Schultehuusbrink van Deever ook allerlei culturele activiteiten georganiseerd. Het Schultehuus zou met een beetje goede wil echt wel kunnen worden beschouwd als een soort van mini-Dingspilhuus.
Het Schultehuus had net zoals hotels, cafés, restaurants, lunchrooms, kantines, enzovoort, enzovoort een ‘eigen’ sukersakkie. Dit sukersakkie – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar minder of meer (meer meer dan minder) overgetekend van een mooie ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Zie de bijgaande afbeelding van deze ansichtkaart.
Op de achterkant van de ansichtkaart staat de volgende tekst:
Het schultehuis te Diever na de restauratie van 1935 – 1941.
Dit huis is in 1604 gebouwd door Berend Ketel. Deze was als schulte van Diever aangesteld door graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Stad Groningen en Ommelanden en Drenthe, nadat in 1594 de stad Groningen was ingenomen en de Spanjaarden uit genoemde gewesten waren verdreven. Zijn wapen staat gebeiteld in de steen boven de voordeur. Toen het huis in 1934 dreigde te worden afgebroken, is het aangekocht door de Stichting ‘Oud-Drenthe’.
De redactie weet niet precies in welk jaar deze ansichtkaart is uitgegeven. Wie weet het wel ?
Het Schultehuus zat na de mislukte restauratie, die van 1935 tot 1941 duurde, helaas niet meer vast aan de bijbehorende Schulteboerderij.
Let bij de ansichtkaart vooral direct rechts naast het Schultehuus op de nog net deels zichtbare roggemiete bij de Schulteboerderij van Koendert Krol.


Posted in Brink, Diever, Schultehuis, Sukersakkies | Leave a comment

’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt

In dit bericht is afgebeeld een zwart-wit ansichtkaart, die in 1958 is uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor in Deever. De redactie van het Deevers Archief brengt de kleine wakkere Roelof (Roef) van Goor daarvoor alsnog posthuum hulde: hulde, hulde, hulde.
Op die ansichtkaart is het in 1957 geopende lelijke megalomane gemientehuus van de gemiente Deever an de brinQ van Deever te zien. Wie heeft ooit de bliend’n dicht voor de ramen gezien ? Ook is een stukje van de brinQ van na de grote vernieling in 1956/1957 te zien.
Het gebouw is onder neo-drenthiaans-boerse-postbellum-architectuur gebouwd en moest het oude wel volmaakt bij de brinQ passende gemientehuus snel doen vergeten.
De redactie heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Bij de kleurenfoto valt op dat aan het ontwerp van de architect Jans Boelens een beetje is gesleuteld. In het dak boven de voormalige gemeente-secretarie is een dakkapel flink vergroot en zijn dakramen aangebracht. Wellicht wordt de ruimte nu gebruikt als een soort van kantoor. Werd die zolder in de gemeentehuis-tijd gebruikt als opslagplaats ? De zij-ingang naar de secretarie is vervangen door een raam. Zijn al deze veranderingen een inbreuk op het auteursrecht van de architect ?
En waar is de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ? Ligt de zonnewijzer soms nog ergens op een van de vele en te grote zolderverdiepingen van het megalomane gebouw ? En is het zwerfsteentje verplaatst naar de hoek van de Kerkstraat en de Peperstraat ?
De geruchten gaan dat de niet-echt-Saksische brinQ van Deever in 2018 op de schop gaat, mits de politieke anti-Deever lobby (Deever möt niet seur’n, Deever hef sien roadhuus) daar natuurlijk geen stokje voor steekt.
De brinQ krijgt dan een echte Qualiteitsimpuls; trottoirs worden gesloopt, de braandkoele wordt weer gegraven, de hiele dikke stien wordt verwijderd, de bestrating van zwerfkeitjes met de Abe-Brouwer-figuren wordt verwijderd, er komen glint’n om de hof van de kaarke, de hof van de kaarke wordt volgeplant met iepen, de onterecht gesloopte erfgoedboerderijen worden herbouwd, de brinQ wordt helemaal autovrij, de toeristenindustrie verdwijnt van de brinQ, het Schultehuis wordt weer Schultehuis, het zo genoemde Oermuseum wordt verplaatst naar het bedrijventerrein an de Deeverbrogge, en zo voort, en zo voort.
De brinQ zal worden opgestoten, opgeklopt of neergekalefaterd in de vaart der hedendaagse bevolkers van Deever. ’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt. De hedendaagse bevolkers van Deever mochten zelfs bij wijze van soort van proef een paar keer een beetje hun eigen mening mompelen over brinQ 8.2 in het bijzijn van de ijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk uit de kantoorparkjes en uit de kantoortuintjes achter de wel erg vele ramen van het Roadhuus an de Gemientehuuslaene in Deever.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

De zeer grote brand in Deever op 27-8-1759

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op 27 augustus 1759, dat de lokale correspondent op 28 augustus 1759 instuurde.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 2 Augusty. Gisteren namiddag om 1 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 48 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de asche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kant van de Heufdstroate. Het kerkgebouw en veel huizen en boerderijen aan de brink, langs de Heufdstroate en de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd. Ook het huis van de schout, dat wil zeggen het schultehuis, verbrandde. 

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door haar gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1 gepubliceerd. Opraekelen is het blad van de heemkundige vereniging uit Diever. Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op ……. in Dwingelo. Meer informatie over het bouwbedrijf Schipper is te vinden in de webstee van dit bedrijf.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an. Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).



De oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Posted in An de Deeverbrogge, Boer'nwaark, Brink, Canadeze bevrijders, Deeverse dialect, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Gesloopte panden aan de brink van Deever

Op deze afbeelding van een vooroorlogse zwart-wit foto uit 1935 laat een fraai winters beeld van de brink van Deever zien.
Links is de oude pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk (de pastorie hoort aan de brink te staan) te zien met daarnaast het oude gemeentehuis (het gemeentehuis hoort aan de brink te staan), dat eerder de lagere school en nog eerder een boerderij was.
Rechts is het oude boerencafé van Jan Barelds te zien. Dit café is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gesloopt. Op die plaats liet Harm Smit – boschbaas op Berkenheuvel – voor zijn dochter Gezina Catharina en zijn schoonzoon Klaas Marcus Balsma het nieuwe café Brinkzicht bouwen.
De pastorie en het oude gemeentehuis moesten in 1956 helaas het veld ruimen voor de bouw van een nieuw gemeentehuis van de gemiente Deever.
Dit gemeentehuis en café Brinkzicht zijn te zien op de afgebeelde kleurenfoto.
De afgebeelde zwart-wit foto is aanwezig in het archief van de gemiente Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Diever, Gemeentehuis, Pastorie aan de Brink, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Gesloopt erfgoedpand an de Peperstroate in Deever

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis (met de zijnen) nogal bewust wat fraai erfgoed in Diever laten slopen. Dit erfgoed is voor altijd verdwenen.
Een van de fraaie panden die nooit gesloopt had mogen worden, maar op de lijst van rijksmonumenten had moeten staan, is de keuterboerderij an de Peperstroate, op de plek waar zogenaamd nodig het bankgebouw van de Boerenleenbank moest komen te staan (wie een hond wil slaan, die kan altijd wel een stok vinden).
Wie kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over de bewoners van dit pand ?
U.L.O.-schoolmeester Henk van de Bos is de maker van deze prachtige foto.
Henk van de Bos moet de foto in de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben gemaakt.

Posted in Brink, Erfgoed, Keuterijen, Peperstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Een Kap op de Kerk en een Spits op den Tooren

In de Amsterdamse Courant van 1 maart 1760 verscheen het navolgende bericht over de aanbesteding van bouwwerkzaamheden aan het kerkgebouw aan de brink van Deever.

De Carspellieden van Diever zyn voornemens op Dinsdag 25 Maart 1760, ten huize van Andries Hummel te Diever, te besteden het maaken van een Kap op de Kerk en Spits op den Tooren, nevens de leverantie der materiaalen daar toe nodig; zullende het Bestek 14 dagen te vooren by het Gerigte aldaar te zien zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Werd met Carspellieden van Deever het bestuur van het wereldse kerspel Deever bedoeld of het bestuur van het kerkelijke kerspel Deever of werden beide besturen bedoeld ? Deze vraag kan gesteld worden, omdat wellicht het kerkgebouw eigendom was van het kerkelijke kerspel en de toren eigendom was van het wereldse kerspel.
Waarom moest op het kerkgebouw een kap en op de toren een spits worden gemaakt ? Was het houtwerk van het dak en de spits verrot of vermolmd of was er brand geweest ?
Met ten huize van Andries Hummel zal in de herberg van Andries Hummel (is Hummelen) zijn bedoeld. Andries Klazen Hummelen werd op 22 december 1726 in Deever geboren als zoon van Hermannus Hummelen. Hij trouwde op 15 april 1759 met Maria Timens Winst. De herberg moet gevestigd zijn geweest in een boerderij aan de Brink.

Op de afbeelding uit omstreeks 1950 is de (weer) in verval geraakte kerk en toren op de brink van Deever te zien en is\de braandkoele, omgeven door rhodondendrons, nog aanwezig op de brink. Het bestuur van de gemiente Deever greep de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de restauratie van de kerk in de jaren 1956/1957 aan om de brink anders in te richten, beter gezegd grondig te vernielen.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Gemeentehuis, Kerspel Diever | Leave a comment

Stalraam model Deever – Boerderij aan de brink

Enig onderzoek in de digitale fotoarchieven van het Deevers Archief heeft als resultaat bijgaande foto opgeleverd.
Op deze -op 29 juli 2002- door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto zijn -speciaal voor de foto uitgestald- twee melkbussen met deksel en een melkemmer op het half vergane houten melkrikke bij de boerderij van Hendrik Mulder en Jantje Wesseling aan de brink in Deever te zien. Achter het melkgerak is een stalraam van het model Deever te zien.
Aan de nummers en met plakcijfers gewijzigde nummers is de oorspronkelijke nummering van de melkbussen, de naoorlogse hernummering, de hernummering na de fusie van de melkfabrieken van Deever en Wapse en de fusie van de melkfabriek Deever/Wapse met de DOMO af te lezen.

abracadabra-488

 

Posted in Boer'nwaark, Boerderijen, Brink, Stalraam model Diever | Leave a comment

If you steal, then you are marked

Op de voormalige kaarkhof bij het kerkgebouw aan de niet-origineel-Saksische brinQ van Deever -die in 2018 of 2019 zal worden opgekalefaterd tot een QualiteitsbrinQ van de eerste en ergste orde- staat een uiterst kostbaar in Uffelte gemaakt bronzen beeld van Adrianus (Arie) Teeuwisse uit 1970. Het bijna vijftig jaar oude bronzen beeld geeft een voorstelling van de smokkende elfenkoningin Titania en Spoel de Wever in de tweede scene van het derde bedrijf uit het openluchtspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Zal de voorkant van het gelijk dit uiterst kostbare bronzen beeld in 2019 na de Geldverslindende Grote Opkalefatering van de brinQ nog op de voormalige kaarkhof laten staan ? Hopelijk niet.
De aandacht wordt niet alleen getrokken naar het toch wel kunstig vorm gegeven stuk brons, maar naar beneden ook naar de hoge stenen sokkel, die helaas geen kleinformaat hunnebedsteen is, naar het gedicht Midzomernachtdroom van de Beiler dichter Roel Reyntjes, en vooral naar het ronkende en luidruchtige bordje onder aan de sokkel.
Op dat bordje staat ‘Beveiligd met SDNA’ en ‘Onze eigendommen zijn gemarkeerd’ en de in slecht Engels geschreven zin ‘You steal, you are marked’.
De grote vragen zijn natuurlijk wat voor spul SDNA (synthetisch DNA?) is, wat voor beveiliging SDNA biedt, hoe het SDNA-systeem werkt, wat per object de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten zijn en wie opdraait voor de kosten ?
Wat heb je aan een duur SDNA-systeem als dieven en inbrekers -zelfs op klaarlichte dag- het uiterst kostbare bronzen topstuk op een vrachtwagen kunnen laden (er hangt geen camera, er gaat geen sirene af), rechtstreeks naar een smelterij kunnen rijden en daar het uiterst kostbare bronzen beeld kunnen laten omsmelten ? Brons bevat wel ten minste zeventig procent erg duur koper. Of is het gewoon een nepbordje wat dieven en inbrekers zou moeten afschrikken ? Maar wat als de dief of de inbreker geen Engels kent ?
De nog grotere vraag is of in de openbare ruimte zo maar een object mag worden beveiligd met een SDNA-systeem ? Of is voor toepassen van een dergelijk systeem een vergunning van het bevoegd gezag nodig ?
En is het beeld ‘Het leven’, dat voor het gemeentehuis van de gemeente Deever staat, ook beveiligd met een duur SDNA-systeem ? Of heeft de voorkant van het gelijk dat beeld al lang afgeschreven ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Beelden, Brink, Diever, Kunst, Kunstig gemaakte objecten, William Shakespeare | Leave a comment

Raadsbesluit van 4 mei 1938 inzake straatnamen

In de krant Nieuwsblad van Friesland van 6 mei 1938 verscheen het verslag van de vergadering van de raad van de gemeente Diever gehouden op 4 mei 1938. In deze vergadering werd formeel de reeds lang in gebruik zijnde naam van een aantal straten vastgesteld.

De tekst in het rood omkaderde deel van het bericht ‘Raad Diever – 4 mei’ luidt als volgt:
Op voorstel van Burgemeester en Wethouders werden de volgende vaak al lang in gebruik zijnde straatnamen officieel vastgesteld:
Hoofdstraat van de Openbare Lagere School tot Kalteren;
Kruisstraat van Jacob Hessels tot Pieter Seinen;
Achterstraat van Hendrik Wesseling Gzn. tot Pieter Seinen;
Peperstraat van Roelof Hunneman tot Albert Fledderus;
Kerkstraat van Weduwe Albert Krol tot Hendrik Gruppen;
Brinkstraat van Brink tot Weduwe Hendrikus Albertus Jansen;
Moleneinde van Openbare Lagere School tot Jan Andree;
Brink: het plein voor gemeentehuis en pastorie.
Op voorstel van de heer Hendrik Nijzingh werd de weg over Kasteel en Dwarsdrift genaamd Burgemeester van Oslaan en op voorstel van den heer Roelof van Wester de straat van de zuivelfabriek tot Jans Bult, Kastanjelaan.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Nieuwe straatnamen waren wel de Burgemeester van Oslaan en de Kastanjelaan.
De oude namen ’t Kasteel en Dwarsdrift moesten helaas wijken voor een straatnaam ter meerdere eer en glorie van de scheidende burgemeester van Os.
Gelukkig zijn de oude namen ’t Kasteel en Dwarsdrift later weer in ere hersteld en heeft een daar in de buurt liggende cultuurhistorisch onbelangrijke straat de naam Van Osstraat gekregen.

Abracadabra-1411 

Posted in Achterstraat, Brink, Brinkstraat, Hoofdstraat, Kastanjelaan, Kasteel, Kerkstraat, Kruisstraat, Moleneinde, Peperstraat | Leave a comment

Dwingel opent nieuw Groene Kruis gebouw

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  onbelangrijk, maar wel grappig berichtje. De redactie wil een dergelijk berichtje natuurlijk niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.
In de Olde Möppeler van 21 juni 1957 verscheen het navolgende grappige berichtje over de opening van het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel (an de aandere kaante van de voart). De redactie van de Olde Möppeler vergiste zich  blijkbaar bij het plaatsen van de juiste foto bij het bericht. De foto van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever had in dezelfde krant bij het artikel ‘Opening van nieuw gemeentehuis stimulans voor verdere activiteit’ moeten zijn geplaatst. 

Dwingeloo opent nieuw Groene Kruis gebouw
Het Groene Kruis in Dwingeloo is zo ver gevorderd met zijn wijkgebouw, dat het woensdag a.s. kan worden geopend.
De openingsplechtigheid wordt ’s middags om twee verricht door de heer R. Mantingh uit Groningen, geneeskundig inspecteur voor de volksgezondheid, in hotel Wesseling.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat op de foto niet is te zien het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel, maar wel het in in dezelfde maand in 1957 in gebruik genomen gemeentehuis van de gemiente Deever.
Blijkbaar is de aannemer van de bouw van het gemeentehuis nog bezig met de laatste hand te leggen aan het gebouw, want er staat een ladder tegen het gebouw. Zo te zien is een schilder bezig met het schilderen van de linker dakkapel in het dak boven de secretarie. Waarom ontsierde de architect het gebouw met lelijke dakkapellen aan de kant van de brinQ ? Daarmee ging direct het soort van boersige karakter van het gebouw verloren.
Het is zeer te betreuren dat voor de bouw van het gemeentehuis van de gemiente Deever een flink stuk van de niet-origineel Saksische brinQ moest verdwijnen en dat tijdens de bouw van het gemeentehuis de oude brinQ en de kaarkhof bij het kerkgebouw aan de brinQ grondig zijn vernield.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Stien van 13 tunne efun’n in ’t Oldendeeverseveld

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand krantenknipseltje, dat de redactie de trouwe bezoekers van het Deevers Archief niet wil onthouden.

De tekst van het onderschrift bij de foto luidt als volgt.
Bij grondwerk voor de ruilverkaveling in het Oldendieverseveld in Diever is een kei van 13 ton gevonden.
Bulldozermachinist J. van Beers haalde het gevaarte naar boven.
De kei, 3,5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,5 meter hoog, krijgt vermoedelijk een plaatsje op de brink voor het gemeentehuis van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie betreurt het wel dat hij op de achterkant van het knipseltje niet heeft genoteerd in welke krant het berichtje heeft gestaan en op welke datum (ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ?) het berichtje is gepubliceerd. Maar wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze gegevens melden bij de redactie ?
De stien van daartien tunne is een stien van de buten-categerie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De dikke stien is inderdaad naar de brinQ van Deever gesleept (en het was niet eens oudejaarsavond). De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief voor nog een foto van de Oldendeeverse Stien op de brinQ van Deever naar het berichtje Een hiele dikke stien veur’t gemientehuus van Deever.
De grote vraag is natuurlijk staat deze dikke stien op de lijst van gemeentelijke aardkundige monumenten ?|
De nog grotere vraag is natuurlijk wat de namen van de drie kinderen bee’j de hiele dikke stien zijn. Deze kinderen zullen inmiddels in de vijftig zijn. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief herkent de drie kinderen ? De redactie verneemt het graag.
Een scherpere versie van de foto staat op bladzijde 124 van het onvolprezen boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ (elk dorp, elke kluft en elk gehucht in de gemiente Deever heeft het onvervreembare recht op een eigen soort van geschiedkundig boekje, dus bewoners van de Gowe, Kalter’n,
 ’t Moer, ’t Noave, ’t Noord, Olde Willem, Veenhuus’n, Veldhuus’n, Soerte, Wapse, Woater’n en Zorgvlied aan de slag).
Is de Deeverse dorpsfotograaf wijlen Harm Hessels de maker van deze foto ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de Oldendeeverse Stien op de BadQualityBrinQ van Deever op 11 november 2017 gemaakt.

Posted in Aardkundige monumenten, Archeologie, Brink, Diever, Oldendiever | Leave a comment

Gemeentehuis met pastorie Hervormde Kerk in 1941

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief graag meegenieten van mooie beelden uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde foto is aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, zo rond 1940 of 1941, gemaakt voor een ansichtkaart. Op de foto is de nog niet vernielde brink van Deever met een slijtpad over de brink naar het gemeentehuis te zien.
Het gemeentehuis stond gewoon aan de brink. Ook de pastorie van de hervormde geloofsgemeente stond gewoon aan de brink. In 1956 moesten deze twee karakteristieke panden helaas verdwijnen om ruimte te bieden aan een lelijk nieuw gemeentehuis.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Kerk aan de brink, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Rogge döss’n bee’j Garriet Jan Wesseling

Deze afbeelding is met begeleidende tekst eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bin ‘t wel …’. De man met de pet links op de döskaaste is instopper Frederik (Frièrik) Houwer (geboren op 26-3-1900, overleden op 27-5-1989). De baandensnieder die naast Frederik (Frièrik) Houwer bezig is kon helaas niet worden herkend (Is het Gerrit Jan Wesseling ? Wie herkent deze man ?). De schoter, de man die de gaarven rogge naar de baandensnieder gooide, bevindt zich op de rogge in de boerderij. Links boven op het stro staat Willem Punt (geboren op 26-12-1896, overleden op 2-8-1985). De man die onder hem staat is Jan Oostra. In het midden staat smid Hendrik Kloeze (geboren op 13-7-1909, overleden op 30-7-1967) uut de Heufdstroate. Hij en zijn broer Albert (geboren op 24-4-1901, overleden op 22-4-1961) waren de eigenaren van deze döskaaste. De helaas niet herkende jongen (redactie: Is het Wijnand Hunneman ? Wie herkent deze man ?) bij de motor is waarschijnlijk de machinist. Deze motor liep op pieterölie en werd gekoeld met water in een bak om de motor. De motor staat op een oud autochassis. De döskaaste en zijn aandrijving werden verplaatst met behulp van een paar sterke paarden. Bij de motor hoorde registratiebewijs D-2138, dat op 30 augustus 1921 in Assen werd afgegeven aan Albert Kloeze.
De döskaaste staat in de baander en op de deele van de boerderij van Gerrit (Garriet) Jan Wesseling (geboren op 8-6-1900, overleden op 22-10-1983) in de Achterstraat. Hendrik Wesseling (geboren op 31-10-1869, overleden op 6-4-1942), die weduwe was van Kea (Kee) Janssen (geboren op 24-09-1865, overleden op 22-10-1934), liet deze boerderij voor zijn zoon Gerrit Jan en zijn vrouw Hendrikje Oostra (geboren op 6-5-1897, overleden op 13-9-1974) bouwen. Hendrik Wesseling was tot zijn pensionering hoofdmeester van de Wittelter school. Om de boerderij hier te kunnen bouwen moest de oude boerderij, die door Hendrik Wesseling was verhuurd aan Hendrikus Oostra en Aaltje Oostenbrink, worden afgebroken.
Het dorsen van rogge aan huis was één grote ellende, want het hele huis kwam onder het stof te zitten. Het kostte een paar dagen om alles weer schoon te krijgen. Alle deuren van het achterhuis werden opengezet, zodat de wind zoveel mogelijk stof weg kon blazen. Als de rogge kraekdröge was, dan ging het dorsen gemakkelijk en was er minder stof.

Posted in Achterstraat, Boer'nwaark, Boerderijen, Brink, Diever, ie bint 't wel ..., Topstukken | Leave a comment

Bronzen beeld van Titania en Spoel de Wever

Op de brinQ van Deever staat het bronzen beeld Titania en Spoel de Wever in een scene uit het toneelspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Arie Teeuwisse heeft het beeld in 1971 gemaakt.
Een foto van het beeld is te vinden in de webstee wikipedia.org.
Dezelfde foto is in de webstee wikipedia.org ook te vinden op de pagina met de lijst van beelden in de gemeente Westenveld (de gemiente Deever is helaas gedwongen opgegaan in de gemeente Westenveld).
Een andere foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en de ezel Spoel de Wever is te vinden in de webstee drenthekunstbreed.nl.
In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens over Arie Teeuwisse (geboren op 9 mei 1919 in Amsterdam, overleden op 21 augustus 1993 te Uffelte) te vinden.

Posted in Beelden, Brink, Diever, Kunst, William Shakespeare | Leave a comment

Opening expositie Schilderskring Deever in 1980

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 juli 1980 verscheen het navolgende berichtje over een expositie van de Schilderskring Deever in het kerkgebouw op de Brink van Deever. Het artikel is aanwezig in het Deevers Archief.

Espositie schilderskring
Diever. Maandag werd in de Hervormde kerk de expositie van de Schilderskring Deever, door de heer Glazenburg, hervormd predikant te Diever geopend.
Voorzitter F.H.A. Michon, sprak woorden van dank, omdat men dit gebouw voor dit doel aan hen had toevertrouwd. Door deze expositie kon de schilderskring haar werk gestalte naar buiten geven. Als blijk van waardering bood hij dominee Glazenburg een schilderij van de Hervormde kerk aan, die op zijn beurt dit schilderij symbolisch overdroeg aan de voorzitter van de kerkvoogdij de heer Cornelis Offerein, die niet aanwezig was.
Routine
Volgens dominee Glazenburg behoorde het niet tot zijn routine-handelingen om een schilderijententoonstelling te openen. De kerk wil echter een monument zijn dat door toeristen gezien kan en mag worden.
In het verleden zijn godsdienst en kunst steeds nauw bij elkaar betrokken geweest en hebben steeds bevruchtend op elkaar gewerkt. Amateur betekent liefhebber, beminnaar. Zoo hebben deze mensen liefde opgevat voor kleuren, lijnen en vormen. Door schilderijen te exposeren geeft men iets van zichzelf prijs aan de ander.
Geraakt
‘Als u gaat schilderen in uw gebouw, dan weet u zich geraakt door de vleugels van de schoonheid; dit zal een band geven van medemenselijkheid. Deze banden, deze expositie’, aldus dominee Glazenburg, ‘zal uw dorps- en streekgenoten goede en schone momenten bezorgen’, waarop hij de expositie voor geopende verklaarde !
Op deze expositie worden een groot aantal werken van deze kring geëxposeerd. Ze is dagelijks geopend vanaf 15 juli tot en met 1 augustus van 10-12 en van 13-17 uur. Zondags is men niet geopend en de toegang is vrij.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij het artikel in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) was bijgaande zwart-wit foto afgedrukt. In 1980 verscheen de Meppeler Courant helaas nog niet in kleur.
De heer F.A.H. Michon overhandigde het schilderij van de toren en het kerkgebouw an de Brink van Deever aan dominee Glazenburg, voorganger van de Nederlands hervormde gemeente van Deever.

Uit deze foto is bijgaande uitsnede gemaakt van de toren en het kerkgebouw op de Brink
De redactie heeft even gezocht in het Deevers Archief en vond daar bijgaand afgebeelde kleuren-ansichtkaart van de toren en het kerkgebouw aan de Brink.
De redactie trekt de conclusie dat de amateur-schilder de kleuren-ansichtkaart uit het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw als inspirerend en leidend voorbeeld gebruikte voor zijn schilderij.
Het overschilderen van Deeverse ansichtkaarten is in het verleden wel meer gebeurd en zal in de toekomst ook nog wel eens gebeuren. Hopelijk wordt dit niet een gewoonte, maar zullen de schilders van de Schilderskring Deever meer van zichzelf prijs geven.
Maar waar is het schilderij gebleven, waar hangt het schilderij aan de muur !?


 

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunstig gemaakte objecten, Schilderijen | Leave a comment

Het kunstwerk ‘Grauw is goud en goud is grauw’

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (papier scannen en vervolgens in de papier-container gooien) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje uit het juni-juli nummer van het jaar 1996 van het tijdschrift Metaal en Techniek van de Metaalunie, over een smeedmanifestatie op de brinQ van Deever.

Kunstwerk gemaakt ter ere van Shakespeare
Smeedmanifestatie trok duizenden bezoekers
‘Fair is foul and foul is fair’. Deze veelbetekenende tekst uit MacBeth van William Shakespeare is verwerkt in het kunstwerk dat gemaakt is tijdens de Smeedmanifestatie op 24 en 25 mei in het Drentse Diever. Zo’n veertig smeden van het Nederlandse Gilde van Kunstsmeden (NGK) hebben samen met een aantal buitenlandse gasten uit België, Luxemburg en Duitsland daarvoor samengewerkt. Het unieke resultaat daarvan werd aan het eind van de tweedaagse manifestatie aangeboden aan burgemeester Cox van Diever.
Aanleiding voor het houden van de manifestatie was het 50-jarig jubileum van de Shakespeare-vereniging en de uitvoering van één van Shakespeare’s toneelstukken in het plaatselijke openluchttheater.
Naar een idee van Klaas Kleine, NGK-bestuurslid en smid in Diever, is een boog met gesmede ornamenteningevuld, waaraan een rijk versierde kroon hangt (omgekeerd opgehangen). De boog symboliseert de vergankelijkheid van roem, een element dat zo typerend is voor de toneelstukken van Shakespeare.
Aan de manifestatie is door de regionale media veel aandacht besteed. Meer dan tweeduizend bezoekers hebben gedurende de twee dagen de verrichtingen van de deelnemers gadegeslagen. Ook de goede onderlinge sfeer in de gemoedelijke omgeving heeft er toe bijgedragen dat de deelnemers met veel genoegen op deze manifestatie terugkijken.
Op 7 augustus aanstaande zal de burgemeester van Stratford upon Avon, de geboorte- en woonplaats van Shakespeare, naar Diever komen om de première van het jubileumtoneelstuk ‘A winters tale’, bij te wonen en om tevens het NGK-kunstwerk te onthullen, dat een permanente plaats krijgt bij het openluchttheater van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt; let op de nog steeds bloeiende planten.
Het kunstig gemaakte object met de naam ‘Grauw is goud en goud is grauw’ staat net buiten de steeds meer verpretparkiserende toneelspeelplaatsen aan de Heezenesch van Deever.
Op het groene bordje bij het kunstig gemaakte object staat: ‘Fair is foul and foul is fair’ (MacBeth). Aangeboden door het Nederlands Gilde van Kunstsmeden op 7 augustus 1996 in verband met 50 jaar Shakespaere in Diever.
Aan de lange lijst van kundes en beroepen van Klaas Kleine kan een kunde worden toegevoegd, namelijk bestuurder van het Nederlands Gilde van Kunstsmeden.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was dus onder meer hoefsmid, siersmid, kunstsmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent Drents, bestuurder, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).

Posted in Brink, Diever, Heezenesch, Klaas Kleine, Kunst, Kunstig gemaakte objecten, Openluchtspel | Leave a comment

Un hiele dikke stien veur ’t Gemientehuus van Deever

De redactie van het Deevers Archief weet nog niet in welk jaar de foto van bijgaande afbeelding is gemaakt. Als een bezoeker van het Deevers Archief het wel weet, dan is hij bij deze uitgenodigd het te melden aan de redactie.
Op de brinQ voor het gemientehuus van de gemiente Deever ligt een hiele dikke stien die bij het uitvoeren van de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is gevonden in het Oldendeeverseveld.
De hiele dikke stien is een stien van de buiten-categorie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De grote vraag is of de voorkant van het gelijk binnenkort de brinQ gaat neerkalefateren naar een vroegere versie van deze ooit zo fraaie open ruimte (wellicht brinQ 1817 of 1818). Het zou best eens zo kunnen zijn dat de ijverige medewerkertjes en beterwetertjes van de voorkant van het gelijk dan eenzijdig besluiten de hiele dikke stien te laten verwijderen van de brinQ.
De redactie is van mening dat de beste bestemming voor deze hiele dikke stien ergens in de berm van de Stienwiekerweg zo dicht mogelijk in de buurt van de vindplaats is en dan de hiele dikke stien voor een deel te begraven (de voorbijganger moet voor de foto en de sölfie wel op de steen kunnen klimmen) (helemaal begraven is een beetje te veel van het goede).
Maar waarom is op veel foto’s van het gemientehuus van de gemiente Deever toch steeds weer die vervelende lange vlagstok zonder vlag te zien ? Was het voor de medewerkers van de voorkant van het gelijk teveel gedoe en gehannes om die stok op een vlagdag ’s morgens te plaatsen en na het dagje vlaggen weg te halen ? En als die lange vlagstok wel werd weggehaald, werd die dan in de dakgoot opgeborgen ?

Posted in Archeologie, Brink, Diever, Gemeentehuis, Hele mooie afbeeldingen | Leave a comment

Wij wensen u geluk met uw verjaardag

Het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever die kerkt in het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever had of heeft (?) de goede gewoonte elk lid een kaartje te sturen ter gelegenheid van zijn of haar verjaardag. Betalen leden tegenwoordig nog kaarkebelasting ?
Het bestuur stuurde of stuurt niet zo maar een bij een neringdoende gekocht dertien-in-een-dozijn verjaardagskaartje, maar stuurde of stuurt een kaartje met een tekening, die het bestuur speciaal liet maken. Driewerf hulde. Hulde, hulde, hulde.
Bij de hier afgebeelde eigenlijk niet zo goed gemaakte tekening gaat het om de hoofdingang aan de zijkant van het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever. De rechter deur van de hoofdingang staat uitnodigend open. Kom binnen, de koffie staat te pruttelen.

De tekst op achterkant van het kaartje, zie bijgaande afbeelding,  geeft de tekst op de plaat boven de hoofdingang weer:
Wier ’t oude heiligdom door blixemvuur verbrand +
Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zijnen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige stenen

+ Anno 1759 den 27 augustus
++ Anno 1760

En natuurlijk wenste of wenst het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever het lid geluk met zijn of haar verjaardag.

Het is jammer dat de tekenaar zijn tekening niet van zijn naam of initialen heeft voorzien, nu kan de redactie van het Deevers Archief weer een paar vragen aan zijn toch al zeer lange lijst van vragen toevoegen.
Wie is de maker van deze tekening ? Wanneer is deze tekening gemaakt ? Heeft een foto als lichtend voorbeeld gediend ? Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze vragen beantwoorden ?

De redactie van het Deevers Archief heeft zelf het vermoeden dat de tekenaar niet gebruik heeft gemaakt van bijgaande zwart-wit foto uit 1957 van de hoofdingang, ondanks dat de rechter deur op de foto ook open staat. Architect H.K. Kleijn uit Aerdenhout is de maker van deze zwart-wit foto.


Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekeningen | Leave a comment

Diever – Kerk en toren aan de Brink – 1938

De redactie van het Deevers Archief laat graag zijn bezoekers meegenieten van mooie afbeeldingen uut de gemiente Deever.
In het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Den Haag bevindt zich een prachtige zwart-wit foto van hert kerkgebouw en de gemeentelijke toren an de now verloederende brinQ van Deever. Deze hier afgebeelde foto is gemaakt in 1938. De naam van de fotograaf is niet bekend.
Het torenuurwerk van de kerk an de verloederende brinQ van Deever zat voor de grote restauratie in 1956-1957 boven de galmgaten. Aan de stand van de zon te zien moet de foto om zesentwintig minuten over tien uur in de ochtend zijn gemaakt. Dit is af te leiden uit de schaduw in de linker benedenhoek van de foto.
Was de fotograaf speciaal naar Deever gekomen voor deze foto en heeft hij naast deze foto nog een hele serie foto’s gemaakt ? Dat is wel te hopen. Wellicht was hij al daags tevoren aangekomen en had hij overnacht in hotel Brinkzicht an de brinQ van Deever.
In die tijd was de hof van de kerk voorzien van een afrastering van betonnen palen en gaas. Om te voorkomen dat de vertrekkende of terugkerende schaapskudde op de hof zou gaan grazen ? Of om te voorkomen dat het mit de Deevermaarkt een rotzooitje zou worden op de hof ? De grafstenen op de kerkhof zijn misschien al lang vóór 1938 verdwenen. De graven zijn pas bij de grote restauratie van de kerk in 1956-1957 geruimd. Wie in die jaren in Deever woonde, zal zich wellicht de berg botten bij het graafwerk rond de kerk nog herinneren. Zijn de nieuwe boompjes met de juiste kennis van de ligging van de graven geplant of kan het zijn dat onder de stammen van de thans aanwezige bomen nog resten van menselijke botten zijn te vinden ?
Aan de rechterkant is wit wasgoed in de hof van de kerk te zien. De met gras begroeide hof kon immers mooi worden gebruikt als bleek (de was lag op de blieke). Wie bleekte daar de was ? Was het de vrouw die in de boerderij op de hoek van de Peperstraat en de Kerkstraat woonde of was het de vrouw van Hendrik Gruppen (geboren op 10-07-1868, overleden op 15-8-1955), die in de boerderij op de hoek van de Hoofdstraat en de Kerkstaat woonde ?
Heette de verbindingsweg tussen de Hoofdstraat en de Peperstraat toen ook al Kerkstraat of is die saaie naam later bedacht ? De naam van deze straat zou met enige goede wil nog steeds kunnen worden veranderd in Aquamanileweg of Orgelpomperstraat of Jans Tabaklaan. Deze straat bestond in 1938 uit een klinkerverharding met aan weerskanten zo’n mooie echte strook van veldkeien en veldkeitjes. Is de verharding van deze straat ten prooi gevallen aan de naoorlogse slooplust van de voorkant van het gelijk, dat Deever in de moderne vaart der volkeren wilde opstoten ?
Aan de rechterkant van de foto is een pand te zien. Of zijn het twee panden ? Bij vergroting van de foto is boven het rechter zonnescherm een niet te ontletteren naam te zien. Was in het pand een winkel gevestigd ? Van wie was het pand of de pandenl ? Van bakker Albert Kuiper (Aubert Kuper) ? Wat is na 1938 met dit pand of met deze panden gebeurd ?
Aan de rechterkant is een houten paal van het bovengrondse elektriciteitsnet te zien. Bij vergroting van de foto zijn aan de paal de porceleinen isolatiepotjes te zien en ook de stroomdraden. Was de spanning op de draden toen al 220 Volt ?
Aan de linker kant van de foto is te zien dat een hoekje van de hof in gebruik was als een soort plantentuintje. Was dit het tuintje van dorpsfiguur Geert Dekker, koster en orgelpomper van de kerk en menner van de lijkwagen ? Geert Dekker woonde immers aan de Hoofdstraat tegenover de Kerkstraat ? Het zou best kunnen, want Geert Dekker had zijn moestuin op ’t Bultie.
Aan de linkerkant van de foto is op de achtergrond de boerderij van Jan Seinen te zien. Deze boerderij bestaat nog steeds, zij het dat aan één kant de muren beetje bij beetje steeds meer scheef zakken.

Posted in Afbeeldingen, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Topstukken, Toren aan de brink | Leave a comment

Stalraam model Deever – Schulteboerderij

In de Schulteboerderee’je achter het Schultehuus aan de verloederende brinQ van Deever, waar nu atelier en cadeauwinkel Hare Majesteit is gevestigd, trof de redactie van het Deevers Archief ook een stalraam van het model Deever aan.
De redactie heeft de kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Boerderijen, Brink, Schultehuis, Stalraam model Diever | Leave a comment

De brinq van Deever neerkalefateren

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende mini-essay (nummer 38) over het verleden van de brink in Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1920 gepubliceerd.

Een onderhoudend reisverslag uit die tijd vermeldt het volgende:
Voor den zuidkant van de kerk is een pleintje met een brandput in het midden, waaraan pastorie en gemeentehuis en aan de andere zijde het vroegere schultehuis staan. De kerk is een imposant gebouw. Onder de schaduw der hooge boomen die het voormalige kerkhof omgeven, rijzen de grauwe, verweerde muren op. De zware toren is binnen de kerk opgetrokken, zoodat de westzijde een vlakken gevel vormt.
In tegenstelling met de meeste Drentsche kerken uit denzelfden tijd die meestal één schepping zijn, bestaat deze kerk uit een middenschip en twee zijbeuken. Acht zware vierkante zuilen droegen de gewelven, waarvan alleen nog maar die van de noorder zijbeuk over zijn. In het middenschip en de zuidelijke zijbeuk zijn zij verdwenen. In augustus 1759 werd de toren door de bliksem getroffen en het dak der kerk door brand vernield. Bij die gelegenheid zijn de gewelven ingestort of zoodanig beschadigd dat zij moesten worden afgebroken. In de plaats daarvan kwam een vlakke zoldering van ruwe balken en planken. Ook het kruisgewelf onder de toren is weggebroken.
Niettemin is het binnenaanzicht der kerk door zijn strenge lijnen en goede verhoudingen nog altijd indrukwekkend en zou het zeker de moeite loonen het gebouw in zijn ouden toestand te herstellen. Boven den ingang wordt van den herbouw in 1760 in rijmvorm gewag gemaakt.
De brink en de Nederlands Hervormde Kerk zijn vaak op de foto gezet, maar dit is tot nu toe de enige bekende prentbriefkaart van dit dorpsbeeld in een winterse omgeving. Mooi is in de sneeuw te zien hoe de wegen over de brink lopen. Binnen het omheinde gedeelte op de brink ligt de braandkoele. Het kleine gebouwtje links naast de kerk is het boarhusie. De openbare ruimte werd toen nog in het donker met petroleumlampen verlicht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld (de gemiente Deever is helaas onderdeel van de gemiente Westenveld) (Westerveld ? Nooit van gehoord ! Waar ligt in hemelsnaam Westerveld ? Is dat niet de naam van een crematorium of een vuilstortplaats ?) heeft een dichtgetimmerd en onwrikbaar plan met de citeertitel Beleid -en beheerplan Brinken gemeente Westerveld (nota bene: zelfs de citeertitel van het plan ligt vast !). De voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld houdt zichzelf ook al een tijdje bezig met het proces BrinQ.

Al direct in paragraaf 1 ‘beleidsvisie brinken’ van het door de voorkant van het gelijk in de gemiente Westenveld vastgestelde brinkenplan begint het overduidelijke adviesbureau-geleuter en -gezever over de bomen; lees het volgende afschuwelijke kippenvel-citaat:
Evenals de paragraaf ‘van functie naar visie’ (redactie: je zou verwachten dat zo ’n paragraaf ‘van visie naar functie’ zou heten) in het vastgestelde bomenbeleid van de gemeente, zijn de bomen die staan op de verschillende brinken beeldbepalend in het dorp of in enkele gevallen daarbuiten. De brinkbomen zijn bepalend voor de structuur van het dorp en vormen een bijdrage aan de leesbaarheid van de historische ontwikkeling van het dorp, geven hier identiteit aan, spelen een rol in de milieukwaliteit, verzachten de harde lijnen van de gebouwen en infrastructuur rond de brink en hebben een lange levensloop. De visie van de gemeente Westerveld is er op gericht om de bestaande brinken haar oude vorm te laten behouden of te herstellen, wat van groot belang is en blijft voor de herkenbaarheid van het dorp en de leefbaarheid voor haar inwoners.

Het is natuurlijk zo dat de BrinQ van Deever al lang niet meer haar oude qwaliteit en vorm (welke oude qwaliteit en welke oude vorm?) heeft.
De ‘historische leesbaarheid’ (is de BrinQ een geschiedenisboek ?) van de BrinQ van Deever is na de grote vernieling door de toenmalige voorkant van het gelijk in de jaren 1956-1957, en beetje bij beetje in de jaren daarna, volledig te niet gedaan. Echt wè.
Dus zal de tegenwoordige voorkant van het gelijk flinq wat geld moeten steken in het herstel van een soort van soort van oude qwaliteit en vorm van de BrinQ van Deever.
Maar dat zal wellicht worden getorpedeerd door de politieke krachten buiten de gemiente Deever (Deever hef ’t roadhuus an de gemientehuuslaen, dus moei nee’t zeur’n, wee bint now an de beurte).
Maar wat is de oude qwaliteit en vorm van de BrinQ van Deever ?
Is dat de qwaliteit en vorm uit 1920 (zie bijgaande afbeelding) ?
Un BrinQ mit un braandkoele en un vreding um de braandkoele ?
Un BrinQ mit un vreding um de kaarke (want biest’n mögt nee’t op de kaarkhof loop’m) ?
Un BrinQ mit un liek’nhüsie ?
Un BrinQ mit slietpaed’n ?
Un bijna boomloze BrinQ en veule iep’m op de kaarkhof ?
Un BrinQ sunder toerist’nindustrie ?
Un BrinQ mit un boer’ncafé ?
Un BrinQ mit de olde boerderee’jn (aarfgood);
Un BrinQ sunder auto’s ?
Un BrinQ sunder ut megalomane gemientehuus van de gemiente Deever ?
Un BrinQ woar ’t Schultehuus vaaste sit an de Schulteboerderee’je ?
Of is dat de qwaliteit en de vorm uit 1910 of 1890 of 1832 ?
Of naaien de ijverige medewerkers van de voorkant van het gelijk de Deeverse gemeenschap met het proces BrinQ (democrasietje spelen met geld van de belastingbetaler) een oor aan en laten ze vervolgens hun eigen fantasie en de fantasie van het voor veel geld ingehuurde adviesbureau de vrije loop gaan ?
Of is het proces BrinQ een verkapte actie om tot forse besparingen in het beheer van de openbare ruimte te komen ?
Meemummelen en meemompelen ? Echt wè. Meebeslissen ? Echt nee’t.
Het doorlopen van het proces BrinQ (de Q van quality; spreek uit kwalleti) is verloren tijd en het daarvoor uitgegeven belastinggeld is weggegooid geld. Echt wè.

We moeten ons over de BrinQ van Deever geen zorgen maken over een ver verwijderd later. Voor het beste voor de BrinQ van Deever zullen we ons inspannen. En hoe meer we ons voor de BrinQ van Deever inspannen, hoe meer we deze BrinQ zullen vernielen.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kerk aan de brink | Leave a comment

De krotbewoners zijn patriciërs geworden

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaande fotokaart van de grond die braak kwam te liggen na de sloop van het olde gemientehuus an de Brinq van Deever. De redactie wil deze fraaie fotokaart niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.

Op de grond die in 1956 vrijkwam na het afbreken van het oude bouwvallige, uitgewoonde en uitgeleefde gemientehuis an de brinq van Deever is het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever gebouwd.
De in het verre Assen residerende commissaris van de koningin mr. Jacob Cramer opende het overheidsgebouw an de brinq van Deever op 19 juni 1957. Hij sprak daarbij tot de gemeentelijke ambtenaren ongeveer de volgende min of meer gevleugelde woorden: van krotbewoner bent u patriciër geworden.
Het was wellicht aan de hoog- en weledelgestrenge socialistische bestuursbobo uit het verre Assen voorbij gegaan dat hij met deze uitspraak de mensen die in 1957 in de gemiente Deever nog wel in krotten en hutten moesten wonen voor het hoofd zou kunnen stoten.
Op de zwart-wit fotokaart -die gemaakt is door fotograaf B. Annen uit Beilen- is het braakliggende terrein naast de boerderij van Cornelis (Knelus) Seinen an de verneelde brinq te zien. Zo is ook mooi het nog steeds bestaande flinke pothokke naast de boerderij te zien.
In het bericht Volvo van veearts Van der Eijk beej ’t gemientehuus is de eerste zwart-wit ansichtkaart van ’t neeje gemientehuus an de brinq van Deever te zien.
In dit bericht is bij de zwart-wit foto van het bouwterrein de afbeelding van een andere ansichtkaart van het gemientehuus opgenomen. Jan Brugging (de Wiba an de Heufdstroate) gaf deze kaart in juli 1963 uit. Daarvoor postuum hulde, hulde, hulde.
Maar waar is de op de ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ?

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Pothokke, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Ansichtkaart van toren en kerk op de brinq van Deever

In het papieren clubblad met de merkwaardige titel Opraekelen van januari 2017 (jaargang 23, 2017, nummer 1) van de heemkundige vereniging uut Deever is als bladvulling op bladzijde 33 een afbeelding van een mooie zwart-wit ansichtkaart van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw op de brink van Deever opgenomen. De betreffende ansichtkaart is afkomstig uit de verzameling van J.F. Dekker. Wie is toch die J.F. Dekker ?
Wie leest tegenwoordig nog het papieren clubblad van de hiervoor genoemde vereniging ? Wie leest in het huidige tijdperk van snel en veel beelden kijken op smartphone, tablet en laptop überhaupt eigenlijk nog wel tekst op papier ?
De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers een afbeelding van de hiervoor genoemde zwart-wit ansichtkaart uit eigen verzameling niet onthouden. Deze ansichtkaart is in 1948 uitgegeven. De kaart is vóór de grote vernieling van de brink in de jaren 1955/1957 uitgegeven en laat derhalve een oudere versie van een deel van de brink zien.
De redactie weet nog niet welke neringdoende deze kaart heeft uitgegeven.
De redactie kwam er onlangs achter dat de voorkant van het gelijk de schrijfwijze van brink rücksichtlos heeft gewijzigd in brinq.
De grote vraag is wat voor soort brinq de brink bij de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in Deever is. Is het een marktbrinq, een torenbrinq, een kerkbrinq, een boerderijbrinq, een brandkoelebrinq, een schapenbrinq, een gemeentehuisbrinq, een cafébrinq, een cafetariabrinq, een toeristenindustriebrinq, een schultehuisbrinq, een nostalgiebrinq of ….. ?
Voor het beoogde oppimpen van deze schaarse ruimte naar versie 13.8 schijnt het voor de voorkant van het gelijk merkwaardig genoeg wel van belang te zijn wat voor soort ruimte het in het verleden is geweest. Het was in alle gevallen een brinq zonder trottoirbanden en zonder automobielen en zonder toeristenindustrie, maar wel met veel erfgoed.


Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Toren aan de brink | Leave a comment

Foto van de Brink van Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto van de Brink van Deever met het Schultehuis en het kerkgebouw met de gemeentelijke toren gemaakt op 20 november 2005.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Schultehuis, Toren aan de brink | Leave a comment

Geesje van der Werf-Schoemaker is overleden

Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

An de olde brink van Deever op 12 mei 1955

De maker van deze foto was zo slim om op 12 mei 1955, dus niet zo lang vóór het begin van de grote vernieling van de brink van Deever in de jaren 1955-1957, nog een foto te nemen. Een vernieling dit daarna tot op de dag van vandaag is doorgegaan. Let vooral op de rodondendronstruiken bij de braandkoele op de brink.
Dat deze foto vóór de restauratie van de kerk die in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente is gemaakt, dat is onder meer te zien aan de klok boven het galmgat in de gemeentelijke toren.
Tegenwoordig wordt deze kerk die in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente te pas en te onpas en onterecht en zonder respect voor de gebruikers Sint Pancratiuskerk of Pancratiuskerk genoemd.

Posted in Afbeeldingen, Brink, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

Benzinepomp van Lambertus Rolden aan de Brink

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 26 april 1926 in het krantenverslag van de vergadering van de raad van de gemiente Deever gehouden op 23 april 1926, dat Lambertus Rolden vergunning werd verleend voor het plaatsen van een ondergrondse benzine-tank met automatisch werkende pomp op gemeentegrond aan de brink van Deever.

Diever, 23 april.
In de heden gehouden raadsvergadering werd het benoemd-verklaarde lid van den raad, de heer J. Klaassen te Wittelte, na beëdiging als zoodanig toegelaten.
Verschillende ingekomen stukken werden voor kennisgeving aangenomen, onder andere besluit van Gedeputeerde Staten houdende goedkeuring instelling eiermarkt te Dieverbrug; verslag van den toestand der gemeente en dat betreffende de volkshuisvesting over 1925.
De handwerkonderwijzeressen te Wapse, mejuffrouw M. Oost en te Wateren, mej. K.H. Akkerman werden wederom voor één jaar benoemd.
Het vermenigvuldigingscijfer voor de plaatselijke inkomstenbelasting werd vastgesteld op 2,5 (vorig jaar 2,3). De opbrengst van genoemde belasting wordt dan geraamd op f. 28000.
De verordening op den keuringsdienst van vee en vleesch werd gewijzigd in verband met de aansluiting van de gemeente bij de N.V. Thermo-Chemische fabrieken te Bergum.
Vastgesteld werd een nieuwe verordening op de logementen, herbergen, tapperijen, enzovoort.
Op het verzoek van de Bataafsche Import Maatschappij, bijkantoor Groningen, om in gemeentegrond bij den rijwielhandelaar Rolden te Diever een benzine-tank met automatisch werkende pomp te mogen plaatsen, werd goedgunstig beschikt en de vergunning tot wederopzeggens verleend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jan Klaassen werd op 16 juni 1884 in Lheebroek geboren en overleed op 28 maart 1956 in Wittelte. Hij trouwde op 4 mei 1907 met Annigje ten Brink. Zij werd geboren op 24 april 1880 in Wittelte en overleed op 18 juli 1935 in Wittelte. Jan Klaassen hertrouwde in 1936 (?) met Grietje ten Brink. Zij werd geboren op 9 maart 1882 in Wittelte en overleed op 15 juli 1958 in Wittelte. Zij was een zuster van Annigje ten Brink.
In 1925 werd de N.V. Nederlandsche Thermo Chemische Fabrieken (NTF) te Amsterdam opgericht door José Vigeveno, mr. M. Kan en Karel Mozes. Het gelukte deze N.V. om in 1926 haar eerste fabriek in Bergum op te richten. De eerste destructor van dit bedrijf werd op 15 april 1926 geopend. Vanaf die tijd werden kadavers van vee, zoals koeien, varkens en paarden, vervoerd naar Bergum om daar vernietigd te worden. Veel Deeversen zullen zich onder meer de stinkende kadaverbak op ’t Kasteel herinneren.
De Bataafsche Import Maatschappij was de voorloper van Shell Nederland en is vernoemd naar het olierijke Batavië (Indonesië). Rijwielhandelaar Lambertus Rolden was met zijn bedrijfje gevestigd aan de brink in Deever, op de plaats waar nu café-restaurant-cafetaria ’t Keernpunt is gevestigd. Zie bijgaande foto (gepubliceerd met toestemming van de familie Rolden). Op de foto is Hendrik Jan Rolden, de zoon van Lambertus Rolden bij de benzinepomp te zien.

 

 

 

 

 

Posted in Bedrijven, Brink, Diever, Kasteel, Neringdoenden, Topstukken | Leave a comment

De kerk op de brink te Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van de kerk op de Brink zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de lokale heemkundige vereniging uit Diever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Diever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de lokale heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekeningen, Topstukken | Leave a comment

Schultehuis: conserveeren in plaats van restaureeren

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het Schultehuis aan de Brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten verminken. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. En waarom moest de Schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis ? Het voorhuis dat nu Schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

Posted in Brink, Diever, Rijksmonumenten, Schultehuis | Leave a comment

Rijwielhandel van Lambert Rolden aan de Brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand bij de Brink bouwen. In het aan de Brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van caféhouder Klaas Marcus Balsma, die ook aan de Brink woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan Rolden,. De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de huidige situatie aan de Brink op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Bedrijven, Brink, Diever | Leave a comment

Drieluik in raadzaal gemiente Deever gepresenteerd

In de Meppeler Courant van 24 april 1992 is een kort artikeltje gepubliceerd over de onthulling van een verzameling van drie abstracte kunstwerken met de naam ‘Three phases of the thought’ (‘Drie fasen van de gedachte’) in de gerenoveerde raadzaal van de gemiente Deever.

Drieluik in raadzaal Diever gepresenteerd
Met de onthulling van het drieluik van mevrouw Van Spronsen is er een definitieve punt gezet achter de renovatie van de raadzaal van de gemeente Diever. De onthulling van het drieluik werd verricht door de drie kinderen van de familie Van Spronsen Elisa, Myrthe en Florantijn.
Nadat in 1989 de raadzaal van Diever was gerenoveerd heeft de gemeenteraad besloten om in verband met de verdere aankleding van de raadzaal een wandversiering aan te brengen. Inwoners van Diever werden uitgenodigd iets te vervaardigen en het ontwerp aan het gemeentebestuur te zenden.
Een zestal inwoners uit Diever heeft daaraan meegedaan, waarna de selectiecommissie bestaande uit de heer J. Lok, mevrouw A. Seinen-Brunsting en mevrouw Haarsma, uiteindelijk mevrouw C. van Spronsen de opdracht gunden. Dat gebeurde, omdat de door haar toegepaste kleurstellingen en figuratie zeer goed passen in het totaalbeeld van de raadzaal.
Het kunstwerk heeft van de kunstenares de titel gekregen ‘Three phases of the thought’ (drie fasen van de gedachte).
Het eerste doek is de verbeelding van een ontluikende gedachte of idee.
Het middelste doek laat een volgende stadium van die eerste gedachte zien.
En het derde doek, dat rechts hangt, gaat over de uiteindelijke gestalte van de gedachte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is mevrouw Cecile van Spronsen, de kunstenares van de drie genoemde schilderijen, bijzonder erkentelijk voor het beschikbaar stellen van de hier afgebeelde kleurenfoto van deze schilderijen en het mogen publiceren van deze foto in het Deevers Archief.
De grote vraag is – nu heden ten dage de oude raadzaal in het voormalige gemeentehuis aan de brink van Deever (een gemeentehuis in Deever hoort aan de brink te staan) geen raadzaal meer is – waar deze drie met publieksgeld aangeschafte schilderijen zijn gebleven ?
Hangen de drie kunstwerken nog in de oude raadzaal in het voormalige gemeentehuis aan de brink van Deever of hangen deze drie doeken in de nieuwe raadzaal van het raadhuis aan de Gemeentehuislaan of zijn deze tijdelijk of permanent uitgeleend of zijn deze weggegeven of zijn deze bij de verhuizing van het oude gemeentehuis naar het nieuw raadhuis in een afvalcontainer gegooid of zijn deze netjes opgeslagen in het kunstdepot van de gemeente Westenveld of …… ?
Is de gemeente Westenveld nog steeds eigenaar van de drie doeken of heeft de gemeente Westenveld de drie kunstwerken verkocht of ……. ?
Wie het weet, die mag het de redactie melden; in het bijzonder wordt de hoofdbeleidsmedewerker voor de schone kunsten van de gemeente Westenveld uitgenodigd de verblijfplaats en de status van deze drie schilderijen te melden.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeente Westenveld, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Interieur van het kerkgebouw op de brink van Deever

De schilder Maarten ’t Hart (1950) schildert graag onderwerpen, zoals oude verlaten stationsgebouwen, afgelegen staande huizen en bijzondere gebouwen in binnen- en buitenland, met name vanwege de lichtval op oude muren van interieur en exterieur, die een object vaak onwerkelijk en verlaten doet lijken. Hij past bij het schilderen graag de tempera techniek toe.
Het tekenen en schilderen van interieurs en exterieurs van Middeleeuwse kerken is zijn specialiteit.
Dat is te zien op bijgaande afbeelding van zijn schilderij (olieverf op paneel) Interieur kerk te Diever naar het koor. Het betreft een deel van het interieur van het kerkgebouw op de brink van Deever.
Het is de redactie van het Deevers Archief niet bekend in welk jaar dit schilderij is gemaakt.
De andere afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw, die de schilder gelukkig niet heeft gebruikt als voorbeeld voor zijn kunstwerk.
De schilder wekt de indruk van onwerkelijkheid en verlatenheid in het schilderij niet zozeer door de lichtinval, als wel door zoveel mogelijk in het schilderij weglaten van wel aanwezige voorwerpen in het interieur, zoals stoelen en kerkmeubilair en daarnaast door het licht-eiken-achtig schilderen van de preekstoel en de deur die toegang geeft tot de consistoriekamer.
Liggen vóór in het kerkgebouw op de brink van Deever werkelijk zoveel plavuizen van natuursteen ? Het rechter raam is in werkelijkheid lager dan het linker raam. Wel heeft de schilder mooi de kringen van opgetrokken vocht onder in de muren van het koor geschilderd.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van het Dievers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, zunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aebel Wiekstroa, die Aebel Allen (zien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en zien oomzegger Geert Dekker.
Zee woond’n in ’n boerdereegie op ’t Bultie. Het is al mièr as veertug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vurzorgd deur Hillechien, un zuster van Geert. Hillechien was niet staark, vaeke zeek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkeluder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke op de Brink. Doe hee dit veertig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Een hok under de toor’n was het underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As er iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaeg’n. Doe in 1912 de liekwaegenverieneging wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daorveur wödde ’n boer’nwaegen gebruukt, woarop de kiste wödde ezet op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haelde Geert neet allennig uut ‘t staarfhuus in dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grunning, as doar iene uut ’t dörp was overleed’n. Dizze reizen, vaeke dagreizen, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aebel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaeke mit hum mit. Ome Aebel overleed in 1930, 93 joar old. Een paer joar laeter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de Hervormde kaarke. Zowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wödde. Elke zundagmörn um neeg’n ure en an ’t begun van de dienst bengelde hee de klokke. Het is bekend dat hee nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien staarke gestel.
Noa een köt ziekbedde oaverleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaekt an de ofdieling van ’t Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. Zee verkocht’n ’t huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um ‘t te sloop’m. Een ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van het Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 te Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Abel Allen genoemd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Geert Dekker overleed op 5 maart 1963 in Möppel. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra.
Hilligje Dekker werd geboren te Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de  Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen rücksichtslos al het oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit het oude Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristen-industrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Brink, Bultie, Deevers, Deeverse dialect, Diever, Erfgoed, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Keuterijen | Leave a comment

Kopafbeelding 22 van het Deevers Archief

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan voor de broodnodige variatie de kopafbeelding van het Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding 20 lelijk vind als kopafbeelding van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
Als jij de hier afgebeelde reeds getoonde kopafbeelding graag nog een keer als kopafbeelding van het Deevers Archief wilt zien, aarzel dan niet dit luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
Op deze kopafbeelding is tussen de bomen door het mooie dak van de gemeentelijke toren aan de brink van Deever te zien. Let op de nog net te onderscheiden vlaggestok.
De redactie van het Deevers Archief heeft de betreffende kleurenfoto gemaakt op 7 juli 2015.
Deze afbeelding is als kopafbeelding te zien geweest van 29 mei 2017 tot en met 28 september 2017.

Posted in Brink, Diever, Kopafbeeldingen, Toren aan de brink | Leave a comment

Lantaarnplaatje van het gemeentehuis en de pastorie

Zo zag een deel van de brink van Deever er in de Tweede Wereldoorlog uit als je boven op de gemeentelijke toren op de brink van Deever klom en vanuit het geopende luik een foto nam.
De brink van Deever leek toen nog een beetje op een brink, zoals een brink hoort te zijn.
Bij de grote vernieling in de jaren 1955-1957 verdwenen het oude gemeentehuis (in Deever hoort een gemeentehuis op de brink te staan) op de voorgrond met daarnaast de pastorie van de Nederlands hervormde gemeente (in Deever hoort een pastorie op de brink te staan).
Het gemeentehuis, dat daarvóór de openbare lagere school en daarvóór een boerderij was geweest, werd in de jaren 1955-1957 vervangen door een lomp bouwwerk, dat heden ten dage nog steeds de brink ontsierd.
Let vooral op de slijtpaden over de brink.
Links onder aan de foto is een deel van de omheinde braandkoele te zien, met daaromheen rhodhodhendhron struiken. Dit kenmerkende onderdeel van de brink werd tijdens de grote vernieling van de brink in de jaren 1955-1957 dicht gegooid.
De pastorie had zo te zien achter het huis een grote tuin met een soort van slecht onderhouden boomgaard.
Achter de pastorie staat het huis met de naam Iemenhof, dat gebouwd is op een deel van de akker met de naam Iemenkamp. Het huis met de naam Iemenhof staat heden ten dage nog steeds aan de brink.

Posted in Brink, Brinkstraat, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Topstukken, Toren aan de brink, Veldnamen | Leave a comment

Van harte beterschap – Familie Hendrik Mulder

De redactie van het Deevers Archief laat de bezoekers van de webstee dieversarchief.nl graag meegenieten van zijn aanwinsten in de verzameling ansichtkaarten.
In het voorjaar van 1960 verstuurde de familie Hendrik Mulder, Drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufdstroate in Deever, deze ansichtkaart van de omgeving van de brink en de Heufdstroate naar mevrouw Brouwer-van Sleen, kamer 3a van het Dianonessenhuis in Meppel.
Drogisterij ‘de Gaper’ staat achter café Brinkzicht en is op deze foto niet te zien.
De twee eikebomen op de zwart-wit foto zijn nog steeds op de brink van Deever aanwezig.
De vraag is wie is mevrouw Brouwer-van Sleen ? Is het Diene van Sleen, de moeder van Hendrik Brouwer, de rijschool- en taxihouder uit de Hoofdstraat ? Wie kan de redactie daar informatie over verschaffen ?
De redactie heeft de kleurenfoto op 27 februari 2015 gemaakt.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Café Brinkzicht, Hoofdstraat | Leave a comment

Museumboerderij Dieverza an de brink in Deever

De redactie van het Deevers Archief vond een dezer dagen bij het digitaliseren van zijn papieren archief toevallig van Museumboerderij Dieverza hierbij afgebeeld reclamekaartje dat je voor of na een bezoek kon meenemen. Op het reclamekaartje is te lezen wat zoal in deze museumboerderij was gevestigd.
De redactie heeft al een keer in een bericht een beetje aandacht besteed aan deze museumboerderij.
De museumboerderij was maar een paar jaren – van 1998 tot eind 2002 – gevestigd in de boerderij van Cornelis Seinen an de brink van Deever.
De op het kaartje vermelde eigenaren Ron en Eefke Zegers hebben tegenwoordig een brocante-winkel met de naam Diverza in Schoondijke in Zeeland.

Posted in Ansichtkaarten, Bedrijven, Brink, Diever, Museums, Tekeningen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Boerderij van Cornelis Seinen an de brink in Deever

Deze afbeelding van een pentekening van de heer J. Minderaa uit 1975 is minder of meer nagetekend van een kleurenansichtkaart. De verjongde lantaarnpaal met een armatuur voor een TL-buis, die zichtbaar is op de kleurenansichtkaart, mocht blijkbaar van de tekenaar niet op te tekening staan. Een flink aantal muurankers is ook niet overgetekend.
De heer J. Minderaa maakte deze tekening in opdracht van de eigenaren van de winkel -met de wel erg oorspronkelijke naam ‘de Boerderij’- die in deze boerderij was gevestigd. De naam ‘de Boerderij’ is nog net boven de voorbaander te zien. Welke boerderijen in de gemiente Deever hadden een voorbaander ?
Een hele serie pentekeningen van objecten in Deever werd zo in de vorm van een ansichtkaart in ‘de Boerderij’ verkocht.
Cornelis Seinen was de laatste boer in deze boerderij aan de Brink in Deever. Cornelis Seinen werd geboren op 8 september 1912 (in Wapse ?) en overleed op 6 november 1989. Hij was getrouwd met Hendrikje Schiphorst. Zij werd geboren op 5 november 1912 en overleed op 14 oktober 1989. Zij liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnigerweg in Deever.

Posted in Ansichtkaarten, Bedrijven, Boerderijen, Brink, J. Minderaa, Tekeningen | Leave a comment

Het lijk is naar het lijkenhuisje in Deever vervoerd

In de krant Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 13 augustus 1935 het navolgende bericht over een verkeersongeval met doodelijken afloop bij de Wildschut aan de Drentsche Hoofdvaart.

Verkeersongeval met doodelijken afloop
Vrachtauto rijdt te op stilstaande onverlichte vrachtauto

Hedenmorgen plusminus half vijf is te Diever nabij den Groninger weg op den Rijksweg Assen-Meppel een vrachtauto van Gebroeders Rus-Hartland uit Rotterdam op een stilstaande vrachtauto uit Meppel gereden.
De botsing was hevig en beiden auto werden zwaar beschadigd.
Van de drie inzittenden van de Rotterdamsche auto, een vader en twee zoons, werd een der zoons, M. Rus-Hartland, oud 28 jaar, die in een hoek zat te slapen, op slag gedood.
De stilstaande vrachtauto van de Gebroeders Van Dorssen uit Meppel had geen licht aan en heeft den geheelen nacht onverlicht op den weg gestaan.
Het Parket uit Assen was spoedig ter plaatse aanwezig evenals de marechaussee te Dwingelo en de burgemeester van Diever.
Een tragische bijzonderheid is, dat het slachtoffer eerstdaags in het huwelijk zou treden.
Het stoffelijk overschot is naar het lijkenhuisje te Diever vervoerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In Deever staat nog steeds een liekwaeg’nskuurtie an de Bosweg. In Deever staat nog steeds een boarhusie op de kaarkhof an de Grönnegerweg. In Deever stond ook een lijkenhuisje. In veel gemeenten in Drenthe stond het lijkenhuisje op de kaarkhof, maar in Deever heeft het lijkenhuisje blijkbaar op de brink bee’j de kaarke gestaan. Dit gebouwtje is op bijgaande ansichtkaart, die in 1930 is uitgegeven door de weduwe Johannes Vos (Geertje Vos), te zien tussen de bomen.
Let vooral ook op de slijtpaden, die over de brink lopen..
Naast café Brinkzicht stond toen nog de schure van Balsmoa. De N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma was de uitbater van café Brinkzicht.
Aan de rechterkant van de ansichtkaart zijn nog net een stukje van de witte glint’n um de braandkoele op de brink te zien.
Aan de linkerkant van de ansichtkaart is de voorgevel van het gemeentehuis te zien (een gemeentehuis hoort aan de brink te staan).

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, N.S.B.'ers, Topstukken | Leave a comment

Nog een monumentenschildje aan de toren op de Brink

In de Meppeler Courant van 8 september 2014 verscheen het navolgende kleine berichtje over de presentatie van het nieuwe landelijke monumentenschildje.

Primeur in Pancratiuskerk
Diever. De openingshandeling van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld vindt vrijdag om 16.00 uur plaats in de Sint Pancratiuskerk in Diever. Tijdens de openingshandeling heeft er een primeur plaats: landelijk wordt tijdens het Open Monumentendag weekeinde het nieuwe landelijke ‘moumentenschildje’ gepresenteerd en de gemeente Westenveld mag de Drentse onthulling voor haar rekening nemen. Voor het weekeinde van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld heeft zich een record aantal monumenteneigenaren en bewoners aangemeld. In totaal zijn 33 monumenten geopend voor het publiek.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Sint Pancratiuskerk, het blijft merkwaardig de kerk op de brink van Deever te bestempelen als de kerk van een rooms-katholieke geloofsgemeente als deze kerk al eeuwen niet meer in gebruik is bij deze geloofsgemeente.
De kerk op de brink van Deever, die in gebruik is bij de Nederlands hervormde geloofsgemeente (dominee, schrijf ik het zo goed ?), is voorzien van het sinds 1954 internationaal gebruikte blauw-wit schildje. Zie de kleurenfoto die de redactie van het Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. Het schildje is keurig met 3 roestvast stalen schroefjes bevestigd aan de toren. Sommige (lang niet alle) rijksmonumenten zijn voorzien van het blauw-witte schildje. Het schildje geeft aan dat het betreffende pand in oorlogstijd moet worden beschermd en moet leiden tot eerbiediging van het pand door strijdende partijen tijdens gevechtshandelingen.

Een rijksmonument is een bouwwerk of object, of het restant daarvan, die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde.
Tijdens de Open Monumentendagen 2014 in het tweede weekeinde van september is het nieuwe schildje in gebruik genomen.
Zie de kleurenfoto die de redactie van het Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. Het eerste schildje in Drenthe werd bevestigd aan de toren die bij de kerk op de Brink staat. Voorwaar een gebeurtenis van groot historisch belang. Opvallend is dat het wit-oranje schildje niet gewoon naast het blauw-witte schildje is bevestigd.
Maar hoe is het nieuwe schildje aan de toren bevestigd ? Schroefjes zijn niet te zien. Met lijm soms ?
Is de toren eigendom van de gemeente Westenveld of eigendom van de eigenaar van de kerk op de Brink (hervormde geloofsgemeente) ? Wellicht is het nieuwe schildje aan het verkeerde pand geschroefd en moet ook een schildje naast de hoofdingang van de kerk aan de tufstenen muur worden bevestigd.
Binnen de grenzen van de gemeente Diever zal het schildje naar verwachting aan de volgende rijksmonumenten worden bevestigd:
Restanten van een kalkovencomplex bij Rijksweg 26, Dieverbrug;
Kerk op de Brink, Hoofdstraat 45, Diever;
Voormalig schultehuis, Brink 7, Diever;
Voormalig armenwerkhuis, Groningerweg 6, Diever;
Voormalige boerderij ‘de Caathof’, Holtenweg 2, Dieverbrug;
Korenmolen ‘de Vlijt’, Dingspil 17, Diever;
Hunebed D52, op de Steenakkers aan de Groningerweg, Diever
Boerderij met zijbaander, Achterstraat 14, Diever;
Voormalige smederij, Hoofdstraat 49, Diever;
Boerderij met zijbaander, Kruisstraat 2, Diever;
Dubbel verdiepingsloos woonhuis, Kruisstraat 4, Diever;
Boerderij met zijbaander, Kastanjelaan 18, Diever;
Hallenhuisboerderij met voorgeplaatst dwarshuis, Brink 11, Diever;
Pothok met potstal bij hallenhuisboerderij, bij Brink 11, Diever;
Hollenhuisboerderij met dwarsdeel, Hoofdstraat 34, Diever.  Continue reading

Posted in Brink, Erfgoed, Kerk aan de brink, Rijksmonumenten | Leave a comment

De keun könn’n so moar deur de gliev’m hen binn’n

De redactie van het Deevers Archief publiceerde bijgaande foto uit 1918 en bijgaande tekst in het fotoboekje ‘Deever, Ie bint ’t wel …’ Wie de in het Deevers weergegeven titel van dit bericht kan vertalen in het Nederlands, wordt uitgenodigd deze vertaling aan de redactie door te geven.

Het oude gebouw werd in 1918 in zijn geheel bewoond door het echtpaar Jan Krol en Romkje van der Burg en hun kinderen Saakje, Geesje, Koendert, Jan en Tjibbe. Voor het huis zitten de breiende Saakje en haar zuster Geesje. Achter hen is nog net naast het linker gordijn een glimp van hun moeder Romkje te zien.
Door verbouwingen in de achtiende eeuw kreeg de voorgevel het aanzien, zoals dat gedeeltelijk op deze foto is te zien. In 1933 achtte het Rijksbureau voor de Monumentenzorg het gebouw absoluut onbewoonbaar, vanwege de gevaarlijke toestand van het dak en de zeer vervallen staat van een groot gedeelte van het metselwerk. Het achterhuis was zelfs zo zwaar vervallen dat Koendert Krol zich nog herinnerde dat de keun so moar deur de gliev’m hen binn’n könn’n.
De Stichting Oud Drenthe heeft de bouwval van de ondergang gered. In 1934 kocht zij het unieke gebouw voor 2000 gulden van Marria Hillagonda Mulder. Met een eerste rijkssubsidie en een bijdrage van de gemeente Diever werd op 12 juli 1935 onder leiding van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg begonnen aan de restauratie, die om diverse redenen tot in 1941 zou duren.
Het belendende huis aan de zuidzijde werd tegen het einde van 1935 afgebroken. Het Rijksbureau voor de Monumentenzorg meende toen uit een dichtgemetseld kruiskozijn in de vrijgekomen gevel de oorspronkelijke grootte en vorm van de kozijnen in de voorgevel af te kunnen leiden. In het najaar van 1936 werd met de restauratie van de voorgevel begonnen. Daarbij werden de ramen, waarvan er drie op de foto zijn te zien, en de ingang vervangen, bleef de wapensteen boven de ingang behouden, maar moest het fraaie bovenlicht met de Davidster om onduidelijke redenen verdwijnen.

Posted in Brink, Diever, ie bint 't wel ..., Rijksmonumenten, Schultehuis, Topstukken | Leave a comment

De oude brink van Deever mit de braandkoele in 1903

Op veel plaatsen in Deever waren braandkoel’n gegraven om in geval van brand snel te kunnen beschikken over bluswater. Zo ook de hier achter de kinderen zichtbare braandkoele op de brink van Deever. Om de braandkoele stonden witte glint’n (een wit hek).
In de gemiente Deever zijn de meeste braandkoel’n na de komst van de eerste motorspuit in de dertiger jaren van de vorige eeuw gedempt.
Echter deze braandkoele is pas tijdens de grote vernieling van de brink in het midden van de vijftiger jaren van de vorige eeuw gedempt.
Rechts is de oude pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk te zien (een pastorie hoort in Deever op de brink te staan).
De fotograaf had zijn driepoot zo geplaatst dat in het midden van de foto tussen de bomen juist korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever is te zien.
In het voorhuis van de boerderij aan de linkerkant woonden Hendrikje en Marie Mulder. In het achterhuis oefende Roelf ten Buur zijn boerenbedrijf uit.
Fraai is het slijtpad over de brink te zien dat liep naar het niet zichtbare oude gemeentehuis (een gemeentehuis hoort in Deever op de brink te staan).
De oude ansichtkaart is door H. ten Brink uit Meppel uitgegeven in 1903.
De redactie van het Deevers Archief heeft de zwart-wit foto onder de oude ansichtkaart gemaakt op 13 mei 2002.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Molen 'de Vlijt', Pastorie aan de Brink, Topstukken | Leave a comment

Een vierkante band van straatklinkertjes

In de Volkskrant van 1 juni 1962 verscheen nummer 340 van de door Lijntrekker getekende rubriek ‘het merckwaerdigste meyn bekent’, waarin hij aandacht besteedde aan de hervormde kerk op de Brink van Diever. Als Lijntrekker tekende en beschreef Jan Bouman decennia lang heemkundige varia voor de Volkskrant. Geen gevelsteen, windwijzer of tegeltableau in Amsterdam en de rest van Nederland sloeg hij over. Zo vergat hij ook de kerk van de hervormde gemeente op de Brink van Diever niet.
De tekst die boven de zuidelijke ingang van de kerk staat, is links boven in de afbeelding duidelijk te lezen, echter de tekst van de voetnoten niet, die luidt als volgt:
In het Drentse dorp Diever staat op het ruime plein de hervormde kerk, eertijds gewijd aan Sint Pancratius. Boven de zuidelijke ingang staat een vierregelig vers te lezen, verduidelijkt door twee voetnoten, dat herinnert aan de blikseminslag van 1759, die de toren trof. Het bovendeel van de toren en de kerk brandden uit.
Bij de restauratie van het kerkgebouw in 1955 werden de resten ontdekt van niet minder dan zeven voorgaande kerken, waarvan de eerste drie uit de negende en tiende eeuw dateren.
Aan de westkant van de toren is de opmerkelijkste ‘voetnoot’ aangebracht. Een vierkante band van straatklinkertjes geeft tussen het gras de grondslag aan van de vroegere toren, die los stond van een houten zaalkerkje met versmalde absis.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2014-12-03
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de vierkante band van straatklinkertjes, op 21 november 2014 gemaakt. De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto, met daarop te zien de markante paarsgebroekte koster en klokkenluider (en orgelpomper ?) van de Heilige Sint Pancratius Kathedraal op de Brink van Diever, op 13 november 2008 gemaakt.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekeningen, Tilgröppe, Toren aan de brink | Leave a comment

Lijkwagendienst vergadert in café Balsma

In de Duitsgezinde krant Drentsch dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, jaargang 1, nummer 289 van 10 mei 1943 verscheen de volgende hier afgebeelde advertentie.

Vergadering ‘Lijkwagendienst’ Diever. 13 mei te 3 uur. Café Balsma. Het Bestuur,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 13 mei 1943 hield de ‘Lijkwagendienst Diever’ haar jaarvergadering om 3 uur ’s middags in café Balsma.
Het bestuur van de lijkwagendienst had blijkbaar geen behoefte het gebruik van het café van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink in Deever te boycotten en te vergaderen in een ander café in Deever.
De Lijkwagendienst was de opvolger van één van de oude noaberplichten en was de voorloper van de begrafenisvereniging.
In het Deevers Archief is een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de Lijkwagendienst aanwezig.

Abracadabra-1263

Posted in Brink, Café Balsma, Diever, Lijkwagendienst, N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Inleveren van radio’s in de Tweede Wereldoorlog

In het historisch archief van de gemiente Deever bevindt zich een document, waarin burgemeester Jan Cornelis Meiboom, uitvoering geeft aan een beschikking van 13 mei 1943 van Hanns Albin Rauter, de Höhere Schutzstaffel en Polizeiführer (zie de betreffende pagina in wikipedia.org) van het door de Duitsers bezette Nederland. De tekst van het document luidt als volgt.

De burgemeester van Diever maakt bekend, dat ingevolge beschikking van den Höheren S.S. und Polizeiführer d.d. 13 mei 1943, alle zich in het bezette Nederlandse gebied bevindende radioontvangtoestellen met toebehoren en eventuele reserveonderdelen met ingang van 13 dezer zijn verbeurd verklaard en moeten worden ingeleverd.
De inlevering moet voor deze gemeente geschieden gedurende de week van 7 t/m 12 juni 1943 in het Schultehuis te Diever en wel als volgt:
Maandag 7 juni:
8-10 uur: Oldendiever
10-11 uur: Kalteren
11-12 uur: Diever: Groningerweg, bosweg, Noordes, Berkenheuvel
13-14 uur: Dieverbrug, huisnummers 1 t/m 30
14-15 uur: Dieverbrug, huisnummers 31 t/m 65
15-16 uur: Geeuwenbrug
16-18 uur: Wittelte en Het Moer
Dinsdag 8 juni:
8-10 uur: Diever: Brink, Brinkstraat
10-12 uur: Diever: Moleneinde, Kruisstraat
13-14 uur: Diever: Hoofdstraat, huisnummers 1 t/m 20
14-15 uur: Diever: Hoofdstraat, huisnummers 21 t/m 40
15-16 uur: Diever: Hoofdstraat, huisnummers 41 t/m 61
16-17 uur: Diever: Peperstraat, Achterstraat
17-18 uur: Diever: Burgemeester van Oslaan
Woensdag 9 juni:
8-9 uur: Wapse: Huisnummers 1 t/m 30
9-10 uur: Wapse: Huisnummers 31 t/m 60
10-11 uur: Wapse: huisnummers 61 t/m 90
11-12 uur; Wapse: Huisnummer 91 t/m 120
13-14 uur: Wapse: Huisnummer 121 t/m 149 en Doldersum
14-15.30 uur: Wapse: Oude Willem en Wateren
15.30-17 uur: Zorgvlied en alle overige hiervoor niet genoemden.
Degene, op wie de inleveringsplicht rust, dient aan de in te leveren voorwerpen een kartonnen kaartje, groot 10 x 15 cm, stevig te bevestigen.
Voorts moet bij de inlevering een formulier worden overlegd. Dit formulier is tegen betaling van 5 cent op het postkantoor verkrijgbaar. Op elk formulier moeten de naam van het model (type), het nummer van het toestel, alsmede naam, beroep en adres van degene, die het toestel inlevert, worden ingevuld.
Radio-handelaren moeten van de in hun bezit zijnde radioontvangtoestellen en onderdelen (ook golfmeters en dergelijke) een inventarisatielijst opmaken en deze lijst binnen drie weken bij mij, in triplo indienen.
Voor vrijstelling van inlevering verwijs ik naar hetgeen daaromtrent in de bladen is vermeld.

Diever, 31 mei 1943.
De burgemeester voornoemd, J.C. Meyboom.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij de redactie is niet bekend of de originele beschikking van de Duitse bezetter nog aanwezig is in het historisch archief van de gemiente Deever.
Wel is een andere uitwerking van de beschikking te vinden in de webstee geheugenvannederland.nl, waarin veel meer is terug te vinden van de originele beschikking.
Ook is niet bekend of een lijst met de namen van de inleveraars van een radioontvangtoestel bewaard is gebleven in het historisch archief van de gemiente Deever. Moest een N.S.B.’er ook zijn radiotoestel inleveren ?
Ook is niet bekend wat de overheid met de in beslag genomen radioontvangtoestellen heeft gedaan.
Wie durfde na 31 mei 1943 nog een nieuw toestel bij een radiohandelaar te kopen en welke radiohandelaar was na 31 mei 1943 nog bereid een radio te verkopen ?
Meer over het inleveren van radiotoestellen in de Tweede Wereldoorlog is te vinden in de webstee van Oud-Ommen en is beschreven in het boek ‘Het radiotoestel in de Tweede Wereldoorlog’ van Gidi Verheijen.

Voor de volledigheid zij vermeld dat het document van burgemeester Jan Cornelis Meiboom ook als bladvulling is opgenomen in nummer 10/1 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging.

Posted in Achterstraat, Berkenheuvel, Bosweg, Brink, Kruisstraat, Opraekelen, Schultehuis, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Café Trompetter belemmert het zicht op de Kerk

In de Friese Koerier van 30 januari 1964 verscheen het navolgende artikel over het mogelijk plaatsen van het café Trompetter op de lijst van beschermde monumenten.

Monument-woning te Diever van lijst ?
Diever – Het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft het gemeentebestuur een aanvulling toegezonden van de lijst van beschermde monumenten. Het betreft het pand Hoofdstraat 25 te Diever, waarvan eigenaar bewoner is de heer A. Trompetter. De motivering is aldus:
‘Boerderij bestaande uit woonhuis met aangebouwde schuur. De voorgevel aan de Hoofdstraat bestaat uit een eenvoudige topgevel met vlechtingen. Het pand is vroeger in gebruik geweest als dorpsherberg. Het bevat inwendig, zowel begane gronds als op de verdieping betimmering met bedsteden, tegelwanden en een oude tapkast. Het pand is historisch merkwaardig, omdat het eertijds dienst deed als betaalplaats voor de belasting, hetgeen uit enkele elementen van het interieur nog blijkt plusminus 1720.
Ingevolge de Monumentenwet heeft de raad de bevoegdheid de minister in overweging te geven monumenten van de lijst af te voeren. Burgemeester en wethouders komt het gewenst voor in dit geval de minister te adviseren het pand Hoofdstraat 25 van de ontwerplijst af te voeren, omdat het is gelegen binnen het ‘komplan voor de gemeente Diever’. In dit plan is het terrein waarop genoemd plan is gebouwd bestemd voor aanleg van plantsoenen. Het is dus de bedoeling dat deze woning te zijner tijd zal verdwijnen als de sanering van de zogenaamde groene Brink enig effect zal sorteren.
Daar het zonder meer duidelijk zal zijn dat de sanering van de dorpskern, indien de plaatsing van het pand Hoofdstraat 25 definitief is geworden, in ernstige mate wordt belemmerd, omdat de groene Brink zijn aansluiting aan de Kruisstraat mist en het gezicht op de gerestaureerde Nederlands Hervormde kerk zal worden gestoord, stellen Burgemeester en wethouders van Diever de raad voor genoemde bezwaren aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kenbaar te maken en hem te verzoeken het bedoelde pand van de ontwerplijsrt af te voeren.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De sloopzucht, in dit artikel eufemistisch aangeduid met sanering van de dorpskern, van het toenmalige bestuur van de gemeente Diever, aangevoerd door burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees genoemd), was in de naoorlogse jaren groot, zonder daarbij oog te hebben voor behoud en restauratie van cultuurhistorische waardevolle panden en fraaie dorpsgezichten.
Denk aan de sloop van het boerderijtje van de familie Hunneman aan de Achterstraat, heel wat panden aan de Peperstraat, een pand aan het straatje dat nu de niet erg originele naam Kerkstraat heeft, het authentieke boerderijtje van orgelpomper Geert Dekker, de oude pastorie op de Brink (een pastorie hoort op de Brink te staan) en het oude gemeentehuis (daarvoor school en boerderij).
Blijkbaar was het de bedoeling van burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis alle panden die ingesloten werden door Hoofdstraat, Kruisstraat, Peperstraat en Kerkstraat met de grond gelijk te maken om daar een megalomaan plantsoen met de naam ‘groene Brink’ van te maken, en dat in een dorp, waar zeker niet hoeft te worden geklaagd over gebrek aan groen..
De schrijver van het artikeltje moet het aardig eens zijn geweest met burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis, want wat te denken van het vermelden van goedkope drogredenen, zoals ‘sanering van de dorpskern’ en ‘het gezicht op de gerestaureerde Nederlands Hervormde kerk zal worden gestoord’ ?
Gelukkig is het snorkerige plan voor de ‘groene Brink’ niet doorgegaan en is de boerderij waarin het boerencafé Trompetter was gevestigd behouden gebleven. Bijgaande foto is gemaakt op 15 november 2013.


Posted in Achterstraat, Brink, Café Trompetter, Diever, Gemeentehuis, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Kruisstraat | Leave a comment

Straatsymbolen van Abe Brouwer

De door wijlen gemeentestraatmaker en schrijver Abe Brouwer in de periode 1957-1966 aangebrachte en nog overgebleven symbolen zijn met name te vinden in de bestrating van veldkeitjes rond de kerk op de brink van Deever, daar is ook nog het symbool van de Davidster aanwezig.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande zwart-wit foto gemaakt op 3 oktober 2011.
Abe Brouwer woonde in Deever eerst in het huis dat toen als adres Veentjesweg 3 (nu Veentjesweg 5) had. Later woonde hij aan de Kloosterstraat.

 

 

Posted in Brink, Diever, Toevallige waarnemingen, Veentjesweg | Leave a comment

Auto van veearts Van der Eijk bee’j ’t gemientehuus

In het Nieuwsblad van Noorden van 19 juni 1957 verscheen het volgende korte bericht met bijbehorende foto over de in gebruik name van het nieuwe gemeentehuis aan de Brink van Deever.

Nieuw raadhuis in Diever
De Drentse gemeente Diever heeft een nieuw gemeentehuis gekregen, dat vanmiddag door de Commissaris der Koningin wordt geopend. Het gebouw staat op de plaats waar zich vroeger het oude raadhuis bevond.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Na de grote vernieling van de Brink van Diever in de jaren 1955-1957 stond aan die open ruimte het nieuwe huis van de gemeente Diever. Dit niet zo bij de Brink passende gebouw is op beide bijgaande afbeeldingen te zien.
De zwart-wit ansichtkaart is in juli 1957 uitgegeven door S.S.

Van belang is te weten van wie die voor het gemeentehuis geparkeerde witte automobiel was.
Was deze op beide afbeeldingen zichtbare Volvo van het type PV544 (Katterug) van veearts Wijnand van der Eijk, die aan de Tusschendarp in Deever woonde ? Of was het een auto van een ander merk ?
Het moet haast wel, want wie anders in de gemeente Diever kon zich in de vijftiger en begin zestiger jaren van de vorige eeuw een dergelijk automobiel veroorloven ?

Wellicht kunnen Nelleke en Andy van der Eijk, de twee dochters van veearts Wijnand van der Eijk, daar duidelijkheid in verschaffen ? Wellicht hebben zij andere Dieverse foto’s met de auto van hun vader. Reageer alsjeblieft !
Het berichtje met de foto in het Nieuwsblad van het Noorden helpt om de datum waarop de foto voor de ansichtkaart is gemaakt, bij benadering vast te stellen; dat moet dus 19 juni 1957 zijn geweest, misschien een dag of twee dagen eerder.

In het bericht
Ter zake nu weer. Ik heb jullie ‘betrapt’ op een missertje op jullie site. De auto voor het gemeentehuis is niet de auto van de dierenarts. Het is namelijk geen Volvo, zoals jullie beweren. Als ik goed gekeken heb, dan is het een oud model Austin, dan kan het niet de auto van de veearts zijn. Voortaan ietsje beter kijken dus, maar het zij jullie vergeven.

Abracadabra-1483

Abracadabra-1101

Posted in Ansichtkaarten, Automobielen, Brink, Diever, Gemeentehuis, Tusschendarp | Leave a comment

De Oele in de Singelier

Als je aan een groot aantal mensen, die vandaag de dag in Deever woont, de vraag zou stellen waar de Oele is gebleven en wat singelier betekent, dan zal zeker bijna honderd procent van de ondervraagden deze vragen negatief beantwoorden, laat staan dat ze op de hoogte zijn van het bestaan van de Oele.

De Oele
De Oele is een zandstenen beeldhouwwerkje dat hoog in de voorgevel van de openbare lagere school aan de Tusschendarp in Deever was ingemetseld. Dit is te zien op de navolgende op 23 oktober 2012 gemaakte foto van de gekleurde pentekening van deze school, deze pentekening hangt in de openbare basisschool met de naam ‘de Singelier’ in Deever.
De Oele is bij de afbraak van de openbare lagere school gelukkig niet gestolen, ook niet met het bouw- en sloopafval afgevoerd naar een puinbrekerij, ook niet voor veel geld aan een liefhebber verpatst, maar dankzij de inspanning van de lokale heemkundige vereniging behouden gebleven. Het in een periode van meer dan een halve eeuw door weer en wind en zure regen en fijnstof aangetaste zandstenen beeldhouwwerkje is na een grondige schoonmaakbeurt in de herfstvakantie van het jaar 2000 door wijlen Bram Moesker binnen in de Singelier ingemetseld. Dit is te zien op de navolgende op 23 oktober 2012 door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto van de Oele. Hij hangt bij de hoofdingang boven een grote groene met strooizout gevulde groenafvalcontainer.
De Oele wordt in veel culturen beschouwd als teken van wijsheid. Waar een mens in de duisternis rondtast, neemt de Oele met zijn scherpe gezichtsvermogen alles waar. Gelukkig zag de maker van dit beeldhouwwerkje daar de betrekkelijkheid wel van in, want al houwend beeldde hij de Oele met zijn tenen met grote scherpe grijpklauwen op de rand van een opengeslagen boek, want ook een opengeslagen boek is als een teken van wijsheid te beschouwen.
Als je aan Deeversen, die jarenlang dagelijks langs de Oele aan de voorgevel van de school aan de Tusschendarp lipen of fietsten en soms of vaak naar de Oele hebben gekeken, zou vragen of ze weten dat de Oele op het opengeslagen boek van de wijsheid zit, dan zullen de meesten die vraag met nee beantwoorden. Kijken, maar niet zien.

De Singelier
De Oele hangt in de openbare basisschool met de naam ‘de Singelier’ in Deever. Singelier is een woord in het Deeverse dialect, dat een verbastering, zeg maar verdeeverdisering, is van het Nederlandse woord singulier, wat afwijkend, bijzonder of apart betekent. Het Deeverse dialect behoort tot de verzameling van Stellingswerfse dialecten. Het woord singelier is ook bij olde Deeversen in onbruik geraakt.
Het openbare lagere onderwijs in Deever werd eerst gegeven op een plaats in de hervormde kerk, daarna op een andere plaats in de hervormde kerk, daarna in een tot school verbouwde oude boerderij aan de brink, daarna in een nieuw gebouwde school aan de Hoofdstraat, daarna in een nieuw gebouwde school aan de Tusschendarp en nu in de nieuw gebouwde school op de Westeres.


Posted in Beelden, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Openbare Lagere School Diever, Scholen, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Verkoop Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 31 maart 1965 het navolgende artikeltje over de verkoop van drie in Wittelte gelegen bouwakkers met de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust.

Diever.
In café Brinkzicht vond ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo, de openbare verkoping bij toeslag plaats van de volgende drie te Wittelte gelegen bouwakkers ten verzoeke van de heer Hessel Hessels aldaar:
1. De met rogge ingezaaide Bloemakker, groot 0.37.10 ha., ingezet op f. 2.100,-; koper werd de heer A. Westerveen, Wittelte voor f. 3.200,-.
2. De met rogge ingezaaide Kleine Ouwel, groot 0.21.70 ha., ingezet op f. 1.500,-; koper werd de heer A. Berends, Wittelte, voor f. 1.810,-.
3. Bouwland Hoendernust, groot 0.57.20 ha., ingezet op f. 3.800,-; koper werd de heer J. Pot, Wittelte, voor f. 3.900,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hessel Hessels was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd op 9 februari 1899 geboren en overleed op 30 december 1990. Hij was getrouwd met Albertje Eggink, zij werd in 1901 geboren en overleed op 3 december 1971. Ten tijde van de verkoop van de drie akkers was Hessel Hessels 66 jaren oud.
Albert Westerveen was boer aan de Wapserveense weg in Wittelte. Hij werd op 2 februari 1914 geboren en overleed op 3 juni 1990. Hij was getrouwd met Aaltje Thijen. Zij werd geboren op 2 februari 1917 te Wapse en overleed op 14 juni 1999.
Jan Pot was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd geboren op 3 augustus 1918 in Wittelte en overleed op 12 november 1987. Hij was getrouwd met Margje Moes. Zij werd geboren op 28 oktober 1918 in Deever en overleed op 27 maart 1972.
De heemkundige vereniging uut Deever presenteerde op zaterdag 18 februari 2013 de publicatie ‘Veldnamen van de gemiente Deever omstreeks 1832’. Dorpskrachten van de heemkundige vereniging hebben ruim vijf jaar aan deze uitgave gewerkt. Van deze publicatie is helaas maar een beperkt aantal exemplaren gedrukt en verkocht. Veel mensen beseffen de cultuurhistorische waarde van de veldnaam niet.
In 1811 werd in Nederland het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Het proces van kadastrering werd in 1832 voltooid. In het kadaster werd h
et eigendom van grond op systematische wijze vastgelegd. Dat was in de gemiente Deever niet zo moeilijk, want bijvoorbeeld iedereen in Wittelte wist wel welke akker de veldnaam Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust had en wie de eigenaar daarvan was. In de genoemde publicatie zijn de veldnamen uit 1832 vastgelegd, welke nieuwe namen na deze periode zijn ontstaan, als gevolg van opdeling of samenvoeging, is niet terug te vinden in deze publicatie.
Het kan best zo zijn dat de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust in 1832 nog niet bestonden. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden deze veldnamen nog in de volksmond gebruikt, wat ook uit bijgaand artikeltje mag blijken. Maar wie weet heden ten dage de Bloemakker, de Kleine Ouwel of het Hoendernust nog te vinden ?

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, Dorpskrachten, Veldnamen, Wittelte | Leave a comment

Eervol ontslag lantaarnopsteker per 1-11-1924

In het Nieuwsblad van het Noorden van 30 oktober 1924 verscheen een verslag van de vergadering van de gemeenteraad van Deever. In dit verslag staat weliswaar veel belangwekkend nieuws, maar in dit bericht gaat het met name om de passage over het ontslag van de gemeentelijke lantaarnopsteker.

Diever, 30 oktober – ….. Besloten werd met het oog op de onlangs tot stand gekomen electrificatie van de straatverlichting, de betrekking van lantaarnopsteker op te heffen en aan J. Monsieur eervol ontslag als zoodanig te verleenen met ingang van 1 november aanstaande. …….

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

De gemeentelijke lantaarnopsteker moest elke winteravond tegen het donker de petroleumlampen in de bebouwde kom van Diever bijvullen en aansteken. Deze lampen moesten één voor één worden aangestoken.

Een citaat uit het fotoboekje Diever in oude ansichtkaarten van Albertus Andreae (Andree ?, Andrea ?): …… de oude petroleum straatlantaarns, die elke winteravond ontstoken werden door Jan Monsieur van de Achterstraat. Hij ging rond met een speciaal daarvoor geschikt laddertje op zijn schouder, vaak vergezeld door kinderen, die dan dat laddertje ook wel eens mochten dragen. …..

Het zou best wel eens zo kunnen zijn geweest dat de in Diever aan het Moleneinde (naast het skoelpattie hen ’t Kastiel) gevestigde petroleumboer (pietereulieboer) Cornelis Andreae (Andree ?, Andrea ?) (geboren op 8 oktober 1863, overleden op 6 februari 1942 te Diever) – de vader van Albertus Andreae (Andree ?, Andrea ?) – petroleum voor de straatlantaarns aan de gemeente Diever leverde.

Niet bekend is hoe dit in de buitendorpen van de gemeente Diever was geregeld, was daar wel straatverlichting ?
De laatste gemeentelijke lantaarnopsteker was Jan Monsieur, die in de Achterstraat woonde. Hij werd op 20 april 1876 geboren in Deever als zoon van Albert Monsieur en Aaltien Benthem. Hij trouwde op 25 april 1908 met Rika Wanningen uit Dwingelo. Jan Monsieur overleed op 15 februari 1960 in Deever. Hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Diever.

Op de navolgende afbeelding van een ansichtkaart is aan de linkerkant de straatlantaarn bij de pastorie op de Brink te zien. De foto voor deze ansichtkaart is omstreeks 1920 gemaakt, een paar jaar voor de electrificatie van de straatverlichting.
Op een ansichtkaart van de Kleine Brink uit omstreeks 1905 is ook een petroleum straatlantaarn te zien. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Achterstraat, Ansichtkaarten, Brink, Kerk aan de brink | Leave a comment

Timmeren school in de kerk van Diever

Op 11 juni 1819 verscheen in de Leeuwarder Courant het navolgende bericht van Stephanus Jacobus van Roijen, de schulte van Diever.

De Schultes van Diever, is voornemens, ondere nadere approbatie van Hun Ed. Gr. Achtb. Gedep. Staten van Drenthe, op Zaterdag den 26 Junij 1819, des nademiddags ten 2 uren, ten huize van Roelof Seinen, te Diever, publiek aan den minstaannemenden uit te besteden:
Het Timmeren en de leverantie der Materialen van eene nieuwe School, in het Zuidwestelijk gedeelte der Kerk te Diever.
Het Bestek en de Conditien, zullen van nu af aan ter lezing liggen ten huize van Roelof Seinen te Diever.
Vledder, den 5 junij 1819.
De Schultes voornoemd, S.J. van Roijen

Opmerkingen van de redactie van het Dievers Archief
approbatie = goedkeuring
Het timmeren van een nieuwe lagere school in het kerkgebouw op de Brink mag bijzonder lijken, maar dat is het niet niet voor Deever, want deze nieuwe school was de opvolger van de lagere school op een andere plek in het kerkgebouw.
Met het zuidwestelijk gedeelte van het kerkgebouw wordt het gedeelte in de zijbeuk rechts van de ingang onder de gemeentelijke toren bedoeld. 

Met ‘ten huize van Roelof Seinen’ wordt de boerderij van Roelof Seinen aan de Hoofdstraat bedoeld. Roelof Seinen werd geboren in Deever op 10 februari 1771. Hij was boer. Hij overleed op 54-jarige leeftijd op 14 juni 1825 in Deever. Hij was een zoon van Willem Roelof Seinen en Hilligje Hendriks Santing.
Of in deze boerderij toen al een café-logement was gevestigd is niet bekend. Wel was het ‘gemeentehuis’ in de voorkamer van de boerderij van Roelof Seinen gehuisvest en niet in het schultehuis op de Brink.
Stephanus Jacobus van Roijen was de schulte van Deever, maar woonde in Vledder.

Posted in Brink, Diever, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Scholen, Schultehuis | Leave a comment

Oude gemeentehuis aan de brink werd verlaten

Het navolgende artikel over de verhuizing van het gemeentelijke apparaat van het oude gemeentehuis aan de brink van Deever naar het noodgemeentehuis op ’t Bultie werd gepubliceerd in de Meppeler Courant van 16 november 1955. Dit artikel is ook als bladvulling gepubliceerd in nummer 00/3 en 00/4 van Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Uit Diever en omgeving – Oude gemeentehuis werd verlaten
Nu van de voormalige hervormde pastorie nog slechts een troosteloze puinvlakte is overgebleven is het aloude vervallen gemeentehuis aan de Brink nu ook voor sloping gereed gekomen, want eind vorige week heeft de grote verhuizing naar het tijdelijke gemeentehuis op het Bultje plaats gehad. Dit nieuwe onderkomen voor het gemeentelijke overheidsapparaat is reeds een herademing. Van ‘scheiden doet lijden’ was dan ook bij het verlaten van het oude gebouw geen sprake. Of er ook in dezen zo iets als een veurspooksel (redactie: spookachtig voorteken) was, daarover het volgende.

Muizenschemering aan de Brink
Grijs en grauw is de mistrijke dag vergleden. Langzaam hult de avond het dorp Diever in zijn donkere sluiers. Rustig en stil ligt de Brink in avondstemming. Een eenzame wandelaar, die het paadje voorlangs het gemeentehuis en de voormalige pastorie wil betreden, stuit op een bord, dat verlicht is door een rode lantaarn, dat wil aangeven dat het paadje voor verkeer is afgesloten. Over het paadje ontrolt zich een miniatuur-spoorbaan, die zijn eindpunt vindt vlak vóór het oude gemeentehuis. De oude pastorie is geheel ten offer gevallen aan slopershanden, evenals de schuur achter het gemeentehuis. Een met puinbrokken bezaaide vlakte is naast het gemeentehuis ontstaan rond welke her en der afbraakhout ligt opgestapeld.
Onze wandelaar heeft zich niet aan het bord, dat hem een halt heeft toegeroepen, gestoord en is door alle afbraak en puin heen bij het afgeleefde gemeentehuis aangekomen. Hier wordt zijn oor getroffen door ongewone geluiden in het gebouw. Het ritselt en piept er op haast lugubere wijze. Zijn aandacht is gewekt en zijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Hij stapt over het vervallen hek heen en gluurt door de ramen, die hem als holle ogen aanstaren, naar binnen. Gelukkig dat de maansikkel hem gunstig gezind is en de vertrekken in een mysterieus bleek licht hult. Hij ziet dat zich daar iets spookachtig afspeelt, dat zo sterk van het alledaagse afwijkt, dat het zijn zinnen bijna begoochelt.
Midden in het grote vertrek, dat overdag als secretarie fungeert, ontwaart hij een enorme muizen-aartsvader, tronend tussen ware heirlegers van muizen, die uit alle hoeken en gaten te voorschijn zijn gekomen. Dan neemt de oppermuis het woord: Gij die gekomen zijt van de zolders, vanuit de diverse kamers, achter het behang vandaan. Mannen uit Apeldoorn zijn gekomen en hebben onze broeders uit de pastorie verdreven en dit eerbiedwaardige gebouw tot puinhopen doen verworden. En hoe benard de woonruimtepositie ook is, we hebben deze bloedverwanten uit de pastorie inwoning verleend. Maar we zijn er nog lang niet. De vijand staat op het punt ons ook dit bolwerk te ontnemen. Ik heb hen, die hier daags werken horen zeggen: ‘Dit moet eerst weg. Dan dat. Het verhuizen begint vrijdagmiddag’. Het zal dus nodig zijn dat we ons terugtrekken naar de boerderij van Seinen. Die biedt veel ruimte en herbergt veel eten voor ons.’ Dan gaan al die grauwe diertjes naar de plaats van waar ze gekomen zijn. De man, die dit aanschouwt, herademt. Als hij vrijdagmiddag en zaterdag de heuse verhuizing aanschouwt, twijfelt hij geen opgenblik meer aan dat wat zijn voorgeslacht met het woord veurspooksel aanduidde.

Verhuizing
Zo is dan vrijdagmiddag het overbrengen van de gehele inventaris van het oude gemeentehuis naar de barak op het Bultje, dat als tijdelijk gemeentehuis zal fungeren, begonnen. Dit was een enorm karwei, dat pas zaterdagmiddag zijn beslag heeft gekregen.
De burgemeester, de gemeetesecretaris, de gemeentebode en het personeel van secretarie en gemeentewerken zijn hiervoor in de weer geweest en met het grootste plezier, omdat ze zich eindelijk verlost wisten uit dit vunzige, ongezonde, totaal uitgeleefde gebouw.
De barak die al eens als tentoonstellingslokaliteit en als noodwoning dienst deed, is verdeeld in een ruime secretarie, een burgemeesterskamer, een secretariskamer in een kleinere personeelskamer.
Als gevolg van een nieuwe vloerbedekking, een nieuw behang, een kwastje verf en doordat ze op een na alle prachtig op de zon zijn gelegen, zijn het aantrekkelijke hygiënische appartementen, die het tot een lust maken om er tijdens de overbruggingsperiode te werken. Het ligt in de bedoeling de raadsvergaderingen op de secretarie te blijven houden en de vergaderingen van burgemeester en wethouders en trouwpartijen in de burgemeesterskamer. Bij de barak is zaterdag een nieuwe kleinere loods gebouwd voor het kantoor van gemeentewerken.
Het oude gemeentehuis is woensdag meteen ook onder de slopershanden gevallen. De kop werd reeds voor het grootste gedeelte verwijderd. De terreinen met de er achter gelegen tuinen kunnen na de afbraak rijp gemaakt worden voor de bouw van het nieuwe huis der gemeente, waarvoor de aanbesteding reeds op 5 november jongstleden plaats had.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
In het najaar van 1955 viel het oude gemeentehuis, dat daarvoor dienst deed als lagere school en daarvoor als boerderij, onder de slopershamer. Opnieuw verdween een prachtig oud pand uit het dorp.
Het noodgemeentehuis was een houten barak op ’t Bultie, gelegen aan de zo genoemde Kloosterstraat. Zou er een klooster op ’t Bultie hebben gestaan ? Wat heeft de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Westenveld hierover te melden ? Op ’t Bultie is eigenlijk in ’t Bultie, want het werkelijk hoger liggende gedeelte van de akkers lag meer in de richting van de Binnenes en werd Scholten’s Bultie genoemd, de bult in de akker van Scholten, derhalve zou de zo genaamde Kloosterstraat omgenaamd moeten worden naar Scholten’s Bultie, met als onderschrift: oude akkernaam.
Nadat het ambtenarencorps zich riant had gevestigd in het nieuwe gemeentehuis aan de Brink werd de barak in gebruik genomen als lesruimte voor de leerlingen van de school voor uitgebreid lager onderwijs (U.L.O).
Was het op de foto’s zichtbare spoorlijntje een gemakkelijk verplaatsbaar smalspoortje van het type Decauville ? De Decauville-deskundige bij de Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem dependance van de heemkundige vereniging uut Deever weet daar vast wel een antwoord op.

Posted in Binnenes, Brink, Gemeente Diever, Gemeentehuis, Kloosterstraat, Opraekelen | Leave a comment

Tekening van kerk en brink in Deever

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-11-13

De redactie toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee Deevers Archief. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw op de brink van Deever, parkeersplaats en café Brinkzicht te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

De tekening zou als titel kunnen hebben: Kerk en brink in Deever.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de website Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de website Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat in Deever.

abracadabra-499

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Kerk aan de brink, Kunst | Leave a comment

Het reglement van het Armenwerkhuis

Het gesticht Armen-Werkhuis van de Nederlands Hervormde Kerk aan de Groningerweg werd in het jaar 1861 opgericht. Voor de gang van zaken in het gesticht Armen-Werkhuis onderhield de kerkeraad een reglement dat om de zoveel tijd werd aangepast aan nieuwe inzichten. De laatste ‘verpleegde’ was de in Diever welbekende Jans (Jansie) Grit (geboren 8 maart 1897, overleden 26 november 1969). Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde Kerk het gesticht Armen-Werkhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op het Kasteel in Diever te zijn ondergebracht, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk.

Het navolgende is ook als bladvulling opgenomen in nummer 01/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging. Het hierna volgende reglement is de versie van 25 mei 1932. Het is niet bekend of het daarna nog is aangepast. Het origineel van het reglement bevindt zich in het Drents Archief in Assen. 

Algemene artikelen
Artikel 1:
Het doel van ons Armen-Werkhuis is de opname van behoeftigen onzer Kerkelijke Gemeente, die wanneer zij daartoe in staat zijn de nodige werkzaamheden verrichten.
Artikel 2:
De Kerkeraad der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever vormt het bestuur.
Artikel 3:
Bij de vergaderingen neemt de Predikant de betrekking van President en van Secretaris waar.
Artikel 4:
Op de diakenen rust de verplichting om alles aan te wenden wat ten waren nutte der verpleegden kan strekken.
Artikel 5:
Zij zullen eens in de maand en wel bij voorkeur op den Maandag voor vollen maan hunne gewone vergaderingen houden en wel zoveel mogelijk in het Armen-Werkhuis. Buitengewone vergaderingen zullen gehouden worden wanneer de omstandigheden het eischen.
Artikel 6:
Bij de gewone en buitengewone vergaderingen zullen alle noodelooze onkosten ten bezware der Diaconie Kas worden vermeden.
Artikel 7:
De diakenen benevens de ouderlingen zijn verplicht met den Predikant de vergaderingen zoo mogelijk bij te wonen.
Artikel 8:
Het doel van de vergaderingen is om toe te zien op het gedrag der verpleegden, om dwalenden te vermanen, verkeerd gezinden ernstig te waarschuwen en hen, die goed oppassen een maandelijkse gift te schenken. Voorts toe te zien op de orde in het huis en op de netheid van de meubelen en van de kleederen der verpleegden, terwijl aan de diakenen het recht wordt toegekend om te allen tijde inzage te eischen in kasten en kisten.
Artikel 9:
Op de maandelijksche vergaderingen zullen de rekeningen der winkeliers worden nagezien en vergeleken met de Rekening en verantwoording van armvader en armmoeder.
Artikel 10:
Indien daartoe aanleiding bestaat zal voor of na de vergadering de boerderij worden bezichtigd.

De Armvader en de Armmoeder
Artikel 1:
Er wordt voor onbepaalden tijd een vader en een moeder benoemd op een door de Kerkeraad vast te stellen traktement, terwijl ze tevens vrije woning hebben en kostelooze geneeskundige behandeling. Ook brand en licht zijn vrij. Zij zullen kunnen bedanken of door de diakenen kunnen worden bedankt worden na daarvan voor 1 Januari kennis te hebben gegeven.
Artikel 2:
Zij aanvaarden hunne betrekking gewoonlijk 1 Mei. Zij moeten lidmaten der Nederlands Hervormde Gemeente zijn. Bij voorkeur zonder kinderen of zonder kinderen ten hunnen laste. De vader en de moeder moeten zooveel in hun vermogen is de christelijke opvoeding der jeugd bevorderen en trachten door woord en voorbeeld een christelijke zin bij allen aan te kweeken.
Artikel 3:
Zij zijn verplicht den Kerkeraad op eene behoorlijke wijze bij hunne vergaderingen ten dienste te staan zonder het recht te hebben daarbij tegenwoordig te zijn.
Artikel 4:
De vader is gehouden nauwkeurig boek te houden van hetgeen er wekelijks in het Armen-Werkhuis gebruikt wordt, bepaaldelijk ook wat de veldvruchten, boter en eieren en verder de opbrengst der boerderij betreft.
Artikel 5:
Zij zullen zooveel mogelijk zorgen, dat zoowel des zomers als des winters de bedeelden steeds doelmatig worden bezig gehouden met veldarbeid, huis- of handwerk, terwijl de moeder er voor heeft te zorgen dat de meisjes het breien en naaien leeren.
Artikel 6:
De vader heeft het recht om wegens vergrijp tegen huisorde of wegens luiheid, onzindelijkheid of onwil, na gepleegd overleg met den boekhouder-diaken, de volgende straffen toe te passen.
I huisarrest voor eenigen tijd.
II opsluiting in de prevoost op water en brood voor ten hoogste drie dagen.
De vader zal in een daartoe aan te leggen strafregister den naam van den gestrafte, de overtreding en de toegepaste straf opteekenen.
Artikel 7:
Willen vader en moeder zich gelijktijdig uit huis begeven, dan moeten zij den boekhouder-diaken hiervan vooraf in kennis stellen en zijne toestemming vragen.
Artikel 8:
De vader en de moeder zullen dezelfde spijs gebruiken als de verpleegden. Ofschoon vader en moeder in eigen vertrek eten zal de vader verplicht zijn voor en na den morgen-, middag- en avondmaaltijd te bidden en te danken. Voorts rust de verplichting op hem om elken morgen-, middag- en avondmaaltijd een gedeelte uit de Heilige Schrift en bij afwisseling een Psalm of Evangelisch gezang voor te lezen of voor te laten lezen, opdat de dag beginne met God en met hem geëindigd worde.
Artikel 9:
De vader en de moeder zullen geen aanverwanten mogen ontvangen op kosten van het huis.

De verpleegden
Artikel 1:
Ieder, die onderstand uit de Diaconiekas begeert, kan verplicht worden zich in het huis te begeven. Bij onwilligheid daartoe kunnen de diakenen zich van diens onderhoud ontslagen achten.
Artikel 2:
De verpleegden zijn verplicht zich stipt aan de orders en regels van het huis te houden, zich toe te leggen op orde en ijver in hun werk, op zindelijkheid van het lichaam en van de kleeding, waaronder ook begrepen is dat niemand des morgens aan het ontbijt of des middags aan de tafel mag verschijnen zonder zich vooraf behoorlijk te hebben gewaschen of gereinigd, terwijl verder de wekelijksche verschooning geregeld behoort te geschieden. De kleederen moeten worden hersteld of aan de moeder ter hand gesteld.
Artikel 3:
Zij zullen aan den kerkeraad een gepaste eerbied betoonen en jegens vader en moeder de noodige bescheidenheid en onderdanigheid in acht nemen en bewijzen.
Artikel 4:
De vader of de moeder zal verplicht zijn elken zondag ter kerke te komen met de verpleegden, die niet door ziekte of zwakheid verhinderd zijn, de schoolkinderen bij den onderwijzer of ter catechisatie bij den Predikant te zenden.
Artikel 5:
Het zal den verpleegden vrij staan hunne bloed- en aanverwanten en vrienden op gepasten tijd, mits zonder kosten voor het gesticht, bij zich te ontvangen. Zij moeten ’s avonds om negen uur het gesticht verlaten hebben.
Artikel 6:
Des winters wordt het huis om negen uur, des zomers om tien uur gesloten, terwijl vader en moeder voor het naar bed gaan hebben nagezien of alles in orde is.

Slotbepalingen
Artikel 1:
Er zal op bepaalde tijden en viermaal daags worden gespijzigd.
Artikel 2:
Aan den vader is opgedragen het besturen en regelen van de boerderij en het landwerk in overleg met de Diakenen. Verder heeft hij volgens order van den boekhouder-diaken het vee te verzorgen naar zijn beste weten en het te verkoopen vee aan de markt te brengen en verder te handelen volgens opdracht van den boekhouder-diaken en voorts zijn vader en moeder in alles onderdanigheid verschuldigd.
Artikel 3:
Alles wat in dit Reglement niet is opgenomen, maar wat bij voorkomenden gelegenheid nadere regeling behoeft zal door den boekhouder-diaken met vader en moeder nader geregeld worden.

Aldus gelezen en goedgekeurd op de kerkeraadsvergadering van 27 januari 1921.
Getekend door Jans Noorman, R.H. Wesseling, F. de Jonge en J.B. van Dalfsen.

Aldus gelezen en goedgekeurd op de kerkeraadsvergadering van 25 mei 1932.
Getekend door E. Winters, W. Mulder Azn, Joh. de Jong, E. Was, voorzitter, enzovoort

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
R.H. Wesseling was Roelof Hessels Wesseling (geboren op 11 juli 1868 in Deever, overleden op 27 januari 1928 in Deever). Hij had een boerderij aan het kleine Brinkie in Deever.
J.B. van Dalfsen was de predikant Jochem Berend Martinus van Dalfsen. Hij werd op 11 juli 1978 geboren in Aalsmeer en is op 6 mei 1957 overleden in Zutphen. Hij was van 1905 tot 1931 dominee van de hervormde gelooofsgemeente van Deever.

Posted in Armenwerkhuis, Brink, Diever, Kasteel, Kerk aan de brink, Opraekelen | Leave a comment

Diever – In de Hoofdstraat – 1891

Dit is de oudste en ongetwijfeld de mooiste foto van de Hoofdstraat van Diever. Het heeft zo te zien geregend en door het weerkaatsen van het zonlicht op de natte veldkeitjes in het plaveisel ligt de straat er op deze voorjaarsdag prachtig bij.
De maker van deze opname bij tegenlicht is mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. In 1890 was hij eigenaar geworden van het landgoed Berkenheuvel. Vanaf dat jaar was hij regelmatig in Diever.
Giet Oost herinnerde zich dat in dit deel van de Hoofdstraat twee boerderijen met de voorgevel tegen elkaar hebben gestaan. Dit is inderdaad links op de foto te zien. Helaas zijn deze panden in 1914 als gevolg van blikseminslag verbrand.
Griet Oost, die toen elf jaar was, wist van die dag nog het volgende: Ja ik weer het nog wel. Het moet op 30 mei zijn geweest. Toen was er een dikke onweersbui. We bleven thuis. We gingen niet naar school, omdat het zo’n heel zwaar onweer was. Later kwam de inspecteur op school. Die zag op de lijst dat ik en ook anderen die middag hadden verzuimd. Daar was hij kwaad om, want je mocht toch niet zonder geldige reden verzuimen…….
De linker boerderij was van Roelof Egberts Bennen. In de boerderij daaraan grenzend woonden bakker en boer Gerke Harms Mulder (Garke Bakker), Lammigje Klaster en hun zonen Harm, Hendrik en Jakob (Garke Bakker’s jongen).
In het rechter huis woonde de familie Harm Moes.
In het pand achter de leilinden bevonden zich het boerencafé van Willem Huiskes en de bakkerij van Jan Grit. Het gemeentebestuur had Willem Huiskes met ingang van 1 mei 1882 een tapvergunning verleend voor de woon- en de opkamer.
Tussen de schoorstenen is nog net de punt van de toren van de kerk op de te zien.
Op de achtergrond bevindt zich het gemeentehuis aan de brink.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Gerke Harms Mulder werd op 27 februari 1826 te Diever geboren en overleed op 30 maart 1897 te Diever. Hij was een zoon van Harm Times Mulder en Arentje Veldkamp.
Lammige Klaster werd op 2 oktober 1847 te Wittelte geboren en overleed op 24 juni 1931 te Deever in de ouderdom van 83 jaren. Zij was een dochter van boer Jacob Jans Klaster en Eltje Gerken Dolsma.
Boer en bakker Gerke Harms Mulder en Lammigje Klaster trouwden op 21 juli 1882 te Deever, toen was Gerke Harms Mulder 56 jaar en Lammigje Klaster 34 jaar. Ze kregen drie kinderen: Harm werd geboren op 19 november 1882 te Deever, Hendrik werd geboren op 19 april 1884 te Deever en Jakob werd geboren op 11 maart 1886 te Deever.
Roelof Egberts Bennen werd op 29 augustus 1821 te Deever geboren en overleed op 18 februari 1895 te Deever. Roelof Egberts Bennen was een zoon van Egbert Bennen en Hendrikje Wolters.
Roelof Egberts Bennen trouwde op 18 september 1861 op 40-jarige leeftijd met de 27-jarige Aaltje Mulder. Zij werd op 6 november 1833 geboren te Deever en overleed op 9 februari 1867 op 33-jarige leeftijd te Deever. Zij was een dochter van Klaas Tijmes Mulder en Jantje Hendriks Warries.
Roelof Egberts Bennen trouwde voor de tweede keer op 18 juni 1870 op 48-jarige leeftijd met de 39-jarige Grietje Timmer.
Zij werd op 31 december 1830 geboren te Beilen en overleed op 12 mei 1891 te Deever. Zij was een dochter van Willem Timmer en Willemtje Bakker.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Brink, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Gemeentehuis, Hoofdstraat | Leave a comment

Tekening van de kerk op de brink op een tegel

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-10-28

De redactie toont graag getekende beelden van onderwerpen uut de gemiente Deever.
Onlangs tikte de redactie op een rommelmarkt een souvenir in de vorm van een tegel (van het fabrikaat Sphinx uit Maastricht) met daarop bijgaande tekening van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren op de brink van Deever op de kop.
Voor zover de redactie heeft kunnen nagaan, heeft de maker deze tekening niet van een ansichtkaart overgetekend. Wellicht wel van een foto, de redactie zou in dat geval graag in het bezit willen komen van deze foto.
De vraag aan de bezoekers van het Deevers Archief is: wie was de maker W.W. van deze tekening ?
De vraag aan de bezoekers van het Deevers Archief is ook: wanneer en waar was deze tegel in Deever te koop ? Bij de Wiba an de Heufdstroate misschien ? Of bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate ?

abracadabra-489

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekeningen | Leave a comment

Steeg tussen Schultehuis en Schulteboerderij

Van oudsher (wellicht al vanaf 1604) was het Schultehuis aan de brink van Deever het woongedeelte van de Schulteboerderij, waarbij het Schultehuis vast zat aan die Schulteboerderij.
Bij de mislukte ‘restauratie’ van het Schultehuis, dus het voorhuis van de Schulteboerderij, in 1936 vonden de heren deskundigen van Monumentenzorg het nodig het Schultehuis (het voorhuis) te scheiden van de bijbehorende Schulteboerderij (het achterhuis) en voor het Schultehuis een volledig nieuwe achtergevel bij elkaar te fantaseren.
Als gevolg van al deze ‘zorg’ zit het dorp Deever sinds 1936 opgescheept met een verminkt Schultehuis en een steeg tussen het Schultehuis en de Schulteboerderij. Zie de bijgaande foto, die de redactie heeft gemaakt op 3 oktober 2012.
Na de foutieve scheiding van het Schultehuis (het voorhuis) van de Schulteboerderij (het achterhuis) in 1936 is aan de andere kant van de Schulteboerderij een nieuw voorhuis gebouwd.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Brink, Canon van de gemeente Diever, Schultehuis | Leave a comment

Ansichtkaart van de Brink van Deever – 1959

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief, versie van 2016-10-19

In de zestiger jaren van de vorige eeuw verkochten neringdoenden in de gemiente Deever nog veel zwart-wit ansichtkaarten. De hier afgebeelde ansichtkaart van de bebouwing om en op de Brink van Deever moet wel erg gevraagd zijn geweest, want deze kaart werd na de eerste uitgave een aantal keren heruitgegeven.
De uitgever van deze ansichtkaart was JosPé uit Arnhem. Tussen 1925 en 1989 maakte JosPé duizenden fotokaarten van plaatsen uit heel Nederland.

In het Deevers Archief zijn de volgende vijf exemplaren van deze ansichtkaart aanwezig.
1.
Uitgave in juni 1959 (06-59):
Verkocht door L. Wanningen, Luxe en Huishoudelijke Artikelen en Souvenirs, Diever.
2.
Heruitgave in januari 1960 (01-60):
Verkocht door L. Wanningen, Luxe en Huishoudelijke Artikelen en Souvenirs, Diever.
3.
Heruitgave in april 1963 (04-63):
Verkocht door Hotel Brinkzicht. Diever, Telefoon 05219-1213.
4.
Heruitgave in december 1964 (12-64):
Verkocht door Pension, Lunchroom, Cafetaria Wanningen, Brink 2, Diever, Telefoon 05219-1335.
5.
Heruitgave van januari 1967 (01-67):
Verkocht door Levensmiddelenbedrijf A. Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221.

De afgebeelde ansichtkaart is door verschillende aan de Brink gevestigde neringdoenden verkocht.
Zo blijkt Lubbert (Lub) Wanningen in 1960 in zijn pand aan de Brink een winkel in luxe en huishoudelijke artikelen en souvenirs te hebben, echter in 1964 is hij in hetzelfde pand uitbater van een pension, luchroom en cafetaria.

De vraag is natuurlijk of de kaart, die in juni 1959 is uitgegeven, de eerste uitgave van deze kaart is. Wellicht is de kaart al eerder uitgegeven. De vraag is natuurlijk ook of andere heruitgaven bekend zijn, bijvoorbeeld in 1961 of 1962 ? Wie van de verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever  kan de redactie aan aanvullende gegevens helpen ? Wie wil een exemplaar van in de lijst ontbrekende heruitgaven aan de redactie verkopen ?

Op de Brink is rechts van een boom en links van een lantaarpaal een zonnewijzertje op een zwerfkeitje (in de gemiente Deever is de zwerfkei de meest toegepaste sokkel) te zien. De vraag is of dit zonnewijzertje nog steeds op de Brink staat ? Zo nee, waar is dan dit object gebleven ? Wie kan de redactie hierover duidelijkheid verschaffen ?

abracadabra-485

Posted in Ansichtkaarten, Boerderijen, Brink, Café Brinkzicht, Gemeentehuis, Hotel Brinkzicht, Kerk aan de brink, Neringdoenden | Leave a comment

Pension-Cafetaria-Lunchroom van Lub Wanningen

Lubbert (Lub) Wanningen had in het pand an de Brink van Deever na beëindiging van zijn winkel in het begin van de zestiger jaren (?) van de vorige eeuw na een gedeeltelijke verbouwing eerst een cafetaria. Dit is te zien op de bijgaande zwart-wit foto.
Later breidde hij dit pand na een verbouwing uit met een pension en een lunchroom. Dit is te zien op het bijgaand afgebeelde sukersakkie. Let daarbij op de voorgevel, de dakkapellen en de schoorstenen.
Zeker in die jaren had elk hotel, café, restaurant, lunchroom, bepaalde neringdoenden, en niet te vergeten het Openluchtspel, enzovoort, nog zijn eigen sukersakkie. Wie is verzamelaar van sukersakkies die zijn uitgegeven door neringdoenden in de gemiente Deever ?
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer gegevens van Lubbert Wanningen en zijn zaak (zaken). Wie helpt de redactie verder ? Waar zijn zijn kinderen Anke en Geesje (Geeske) Wanningen gebleven ? Wanneer kocht Lubbert Wanningen het pand van manufacturier Johannes Hatzmann ?

abracadabra-483abracadabra-484

Posted in Brink, Neringdoenden, Sukersakkies | Leave a comment

Jaarlijks een hoen uit elk huis te Vledder

In 1855 schrijft Jaen Samuel Magnin, Provinciaal Archivaris van Drenthe, in zijn boek ‘Overzigt der kerkelijke geschiedenis van Drenthe’ op bladzijde 82 het volgende: ‘Thans zullen wij, in alphabetische orde naar de plaatsen in deze provincie, alwaar zij werden gevonden, laten volgen eene opgave van de geestelijke en kerkelijke stichtingen, welke in Drenthe hadden bestaan en nog bestonden, toen aldaar tot de kerkhervorming werd overgegaan.’ . Over Diever schrijft hij op de bladzijden 99, 100 en 101 het volgende.

Diever
De parochiale kerk te Diever, de hoofdplaats van het Dieverder-dingspil, was mede eene der zes oudste christenkerken van Drenthe. Zij wordt gehouden voor de moeder der kerspilkerken te Dwingelo, Vledder en Wapserveen, welker pastoors door den tijdelijken parochiepriester van Diever werden aangesteld, en was den Heiligen Pancras toegewijd.
In de kerk te Diever werden acht altaren gevonden, namelijk: het Sint Pancras-altaar, dat het voornaamste was; het Heilige Kruis-altaar; het Sint Stephanus-altaar; het Heilige Sacraments-altaar; het Onze Lieve Vrouwen-altaar en een altaar dat aan den Heiligen Maarten was opgedragen. Op elk van deze altaren was eene vicarie gesticht. Het achtste altaar was Sint Anna toegeheiligd.
Volgens opgaven, daarvan in Januarij 1598 gedaan, behoorden destijds:

a. tot de pastorie te Diever:
1° huis, hof en geregtigheid of aandeel in de ongescheidene marke;
2° twaalf stukken bouwlands, welke bij name zijn genoemd, doch waarvan de grootte niet is opgegeven;
3° ongeveer 15 dagmaat hooilands;
4° eenige roggepachten, gezamenlijk bedragende 8¾ mud ’s jaars;
5° onderscheidene geldpachten, jaarlijks beloopende f. 15,00.
Uit gemaakte aanteekeningen blijkt, dat eenige goederen en inkomsten waren vervreemd, andere verzwegen.

b. tot de Heilige Kruis-vicarie, welke, volgens eene acte van het jaar 1503, toen reeds zeer lang had bestaan:
1° huis en tuin;
2° een halve kooltuin;
3° ongeveer 30 muds bouwlands en 14 dagmaat hooilands;
4° vier geldpachten, jaarlijks te zamen bedragende 5 goudgulden en ½ oud schild;
5° diverse roggepachten, ten bedrage van 15½ mud ’s jaars.

c. tot de Sint Antonie-vicarie:
1° huis, tuin en aandeel in de marke van Diever;
2° twee pachten, waarvan jaarlijks werd ontvangen 1 mud rogge;
3° eenige geldpachten, gezamenlijk ten bedrage van f. 6,00 ’s jaars;
4° drie stukken groenlands, groot vier roeden, en een stukje lands bij den molen te Diever gelegen.
De overige bezittingen en inkomsten dezer vicarie konden niet worden opgegeven, omdat de laatste Vicaris, Herman Alers, ‘hebbende gedaen een nederslagh’, was gevlugt, en alle boeken en papieren had meegenomen.

d. tot de Sint Steven-vicarie:
1° huis en tuin;
2° een hof, Sint Steffen’s-hof genaamd;
3° 27 stukken lands onder Diever en 13 stukken lands onder Wapse, waarvan de grootte niet is vermeld.
4° 5 mud bouwlands onder Leggelo;
5° 6½ mud dito, onder Eemster;
6° 1 dagmaat en 28 opgaande roeden hooilands, onder Eemster en Wapse;
7° eenige roggepachten, ten beloope van 8 mud en ½ schepel ’s jaars;
8° jaarlijks een hoen uit elk huis te Vledder.

Van de andere vicariën zijn de bezittingen en inkomsten niet opgegeven.

De vicariën gewijd aan het Heilige Kruis, aan Sint Antonius en aan Sint Stephanus werden bediend door Vicarissen, die tevens Kapellanen waren van den Pastoor. Uit hen werden de parochiepriesters van Dwingelo, Vledder en Wapserveen benoemd.
De laatste Pastoor, Andries Veenraet, vlugtte in het jaar 1594, en voegde zich bij de Spanjaarden en Spaanschgezinden, welke de bezetting van Lingen uitmaakten.
Jonkheer Evert van Ensse, van wege den Koning van Spanje steeds Drost van Drenthe en Hoofd-officier bij gemelde bezetting, die in het jaar 1606 eenen gewapenden inval en eenen strooptogt in dit Landschap deed, wendde bij die gelegenheid nog pogingen aan, om de ingezetenen van het kerspil Diever tot het doen van betalingen aan hunnen voormaligen Pastoor te dwingen, en schijnt daarin, immers ten dele, ook te zijn geslaagd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een vicarie was vóór de kerkhervorming een afgezonderd vermogen, waarvan de opbrengst bestemd was voor het levensonderhoud van een priester. De vicaris – de beheerder van het vermogen van een vicarie – moest daarvoor aan het altaar van zijn vicarie per jaar één of meer heilige missen opdragen.
Dat zou kunnen hebben betekend dat aan het einde van de zestiende eeuw in het Deeverder-dingspil de rooms-katholieke kerk alleen al uit het rendement op eigen vermogen zo’n negen priesters had kunnen onderhouden. Dat zal niet het geval zijn geweest. Voorwaar een voor die tijd goed draaiende winstgevende en op groei gerichte kerkelijke onderneming.
De zwart-wit foto van de voormalige rooms-katholiek kerk op de Brink van Deever is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gemaakt.

Abracadabra-397

Posted in Afbeeldingen, Brink, Kerk aan de brink, Kerspel Diever, Rooms Katholieke Kerk | Leave a comment

Maurice Domingo herinnert zich Geesje Schoemaker

Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.
De redactie van het Dievers Archief publiceerde in 2002 in nummer 1 van Opraekelen -het blad van de heemkundige vereniging uut Deever- het navolgende artikel ‘Maurice Domingo was één van de parachutisten’ voor de Deeversen met belangstelling voor het verleden van de gemiente Deever.
De geharde Franse parachutist is zich wel bewust geweest van de bijdrage van Geesje Schoemaker (dochter van postkantoorhouder Lambert Schoemaker) aan de acties van de Franse parachutisten in Diever.

Maurice Domingo was één van de parachutisten
In maart 1999 kwam op het postkantoor van Diever een pakje aan met als adres: Madame La Postière de Diever. Postière en 1945. Hollande. Het pakje bleek bestemd te zijn voor de in Den Helder wonende mevrouw Geesje van der Werf-Schoemaker, dochter van Lambert Schoemaker, die in de Tweede Wereldoorlog de postkantoorhouder van Diever was. Zij zat toen in het verzet in Diever. Het pakje bevatte een document, waarin Maurice Domingo herinneringen ophaalt aan de Tweede Wereldoorlog. Bij de geallieerde operatie ‘Amherst’ zat hij in de eenheid onder leiding van luitenant Edgard Thomé die bij Diever landde. Onderstaand artikel is een samenvatting van het door mevrouw Karin Broekema uit het Frans vertaalde document ‘Iedere ontvluchte van Frankrijk heeft zijn verhaal’.

Maurice Domingo werd geboren op 19 mei 1921 in Narbonne in Frankrijk. Hij was een zoon van Spaanse ouders, maar had de Franse nationaliteit. Hij vervulde zijn dienstplicht in het Franse leger. Maurice was pas vijftien jaar oud, als hij in 1936 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog meehielp met het vervoer van voedsel en wapens naar de strijders tegen de fascist Franco. Een keer werd een vrachtwagen aangevallen door aanhangers van Franco. Hij en de chauffeur werden gedwongen om de geladen vrachtwagen achter te laten. In 1942 sloot hij zich in Narbonnen aan bij de eerste vormen van verzet. Hij bracht dienstweigeraars van Narbonne via Perpignan naar de Spaaanse grens, vanwaar ze verder trokken naar Engeland om tegaan vechten tegen de Duitsers. Op één van die tochten werd hij in 1943 gearresteerd. Maurice zat vier en een halve maanden gevangen in Barcelona in Spanje. Ook werd hij door de Gestapo in Narbonne gearresteerd en in een treinwagon op transport gezet naar Duitsland, maar hij wist onderweg te ontsnappen.

De Engelse consul vroeg hem naar Engeland te komen om vandaar naar Afrika te vertrekken. Maurice vertrok via Spanje naar Engeland en nam dienst in het derde regiment van de Special Air Service (SAS). In Engeland maakte hij zijn eerste oefensprong als parachutist uit een heteluchtballon. Op 1 januari 1944 liet Maurice Domingo in Londen op verzoek van een legeraalmoezenier zijn eerste testament opmaken. Het luidde: “Ik schenk mijn leven aan Frankrijk.”

In 1944 werd Maurice voor het eerst gedropt. Dat gebeurde boven het Franse Bretagne Frankrijk. Hij kwam alleen neer in het dorpje Andivisiau. Hij voegde zich daar bij de verzetstrijders. Hij gaf deze raad en leerde hen hoe met Engelse wapens om te gaan. Maurice heeft daar ook een brug en een spoorweg opgeblazen. Toen de geallieerden in Bretagne arriveerden voegde hij zich weer bij het derde regiment van de SAS.
De volgende opdracht waaraan Maurice deelnam, was een dropping, zijn tweede, boven de Franse Jura. De parachutisten moesten eerst verzetstrijders in het fort Homon bevrijden. Vervolgens moesten zij het leger van generaal de Lattre helpen. Dit leger was in de Provence aan land gekomen. De officieren van generaal de Lattre hadden behoefte aan informatie over de plaats waar de zware pantservoertuigen van de vijand zich bevonden. De parachutisten staken enkele nachten achter elkaar de linies over om uit te zoeken waar deze wapens waren. Dat gebeurde tussen bombardementen door die om de drie minuten een paar minuten stopten. In Clerval in de Jura hebben de parachutisten een lange nacht zwaar gevochten met de Duitsers. Maurice Domingo was gedurende dat hele verschrikkelijke en bloedige gevecht aanwezig. Er vielen doden en gewonden en alles stond in brand, maar de parachutisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. Zij hadden de route vrijgemaakt voor het leger van generaal de Lattre, dat in de ochtend arriveerde.

In de nacht van zeven op acht april 1945 om elf uur ’s avonds werd de eenheid waar Maurice deel van uitmaakte boven Drenthe gedropt. Ze moesten landen bij Appelscha, maar kwamen neer in de bossen bij Diever. Volgens Maurice hebben ze in Diever en omgeving vier opdrachten uitgevoerd, namelijk de burgemeester van Diever kidnappen, de belangrijkste route blokkeren, een vliegveld aanvallen en een uitkijktoren bezetten en in het kanaal schuiten aanvallen, die het front van explosieven voorzagen.
Het eerste wat de luchtcommando’s in Diever deden was de burgemeester gevangen nemen. Maurice schrijft hierover: “De burgemeester van Diever werd door mij gevangen genomen. Hij was net een kop koffie aan het drinken. Ik heb bij deze actie een zilveren theelepel gestolen. Deze lepel heb ik nog steeds in mijn bezit. Wij hebben de burgemeester aan de autoriteiten overgebracht.”
Maurice Domingo moest schuiten van de Duitsers in de Drentsche Hoofdvaart saboteren. Dat gebeurde bij slecht weer. Maurice schrijft: “We hebben de hele nacht in de regen gewacht op die rotschuiten!” Die schuiten zaten vol met explosieven. Door een explosie op een van de schuiten raakte Maurice gewond. Hij werd naar de eerste divisie van het Canadese leger gebracht. Hij verbleef daarna enige tijd in Schotland om te herstellen.

Terugdenkend aan zijn dropping in Drenthe schrijft Maurice: “Het slagen van onze opdracht in Drenthe is te danken aan de postbeambte van Diever, die ons naar verschillende locaties in Diever heeft gebracht.”

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De N.S.B.-burgemeester van Diever was Pier Obe Posthumus.

Met de postbeambte wordt Geesje Schoemaker bedoeld.
Mau
rice Domingo werd op 2 januari 1951 door koningin Juliana onderscheiden met het ‘Oorlogs-Herinneringskruis’ met de gesp ‘Krijg te land 1940-1945’.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutisten, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Plaatje 16 uit Bussink’s album Mijn land – Drenthe

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer (ja, die van de Deventer koek). Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 16. De redactie van het Deevers Archief toont dit onlangs verworven plaatje graag aan zijn trouwe bezoekers van zijn webstee.
Op de voorkant van het plaatje is het oude schultehuis aan de Brink van Deever te zien. Let vooral op het bovenlicht boven de voordeur in de vorm van een Davidster. Het is het schultehuis, zoals het was in 1933, een paar jaar voor de ‘grote knutselrestauratie’, toen het schultehuis nog niet gescheiden was van de schulteboerderij,
En zoals het meestal met getekende onderwerpen uit de gemeente Deever ging, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart moest op zijn tekening de vrijheid nemen een toegangshek in de ‘glinten’ voor het schultehuis te tekenen, omdat hij het wél op de ansichtkaart aanwezige perspectief niet voldoende volgde. Dat hek was wel aanwezig en is op de ansichtkaart nog net een beetje aan de linkerkant te zien. Ook rommelde de overtekenaar wat met de plaats van de bomen -zo te zien geen geleide linden- voor het schultehuis. De overtekenaar heeft zijn tekening ingekleurd, dat heeft hij bepaald niet slecht gedaan. De overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest.

Abracadabra-1291Abracadabra-1290

Abracadabra-1292

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Kunst, Schultehuis, Tekeningen | Leave a comment