Category Archives: Brink

Bouwbord geeft deels een indruk van Brink 6.0

De gemeente Westenveld toont in het kader van het zo door haar genoemde Brinkenplan op bouwborden hoe een deel van de omgeving van de brink van Deever bee de Heufdstroate en de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) na voltooiing van het plan in 2020 zal zijn. Op ut Van-Os-kaampie an ut ende van de Heufdstroate stiet ok ut hier eteunde bouwböd (nog beter is bouwbröt). Zie de bijgaande betreffende afbeelding. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto voor deze afbeelding op woensdag 6 november 2019 gemaakt.
De redactie merkt op dat de naam Brinkenplan geen juiste naam voor het project is, want de vrije ruimte tussen het Schultehuis en het gemeentehuis van de gemiente Deever is de enige brink in het dorp Deever.
Dus een ruimte in het dorp Deever, die van horen zeggen maar al te graag als brink wordt gebombardeerd, is geen brink, mits verantwoord historisch en wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze ruimte wel een brink is.
Het betreft overduidelijk de ruimte bij de t-splitsing van de Heufdstroete en de Aachterstroate, die in de volksmond ook wel Kleine Brink wordt genoemd. Het betreft overduidelijk de vrije ruimte aan het begin van de Bosweg, die tegenwoordig door ignoranten en amateur-histerielogen te onpas marktbrink wordt genoemd. Derhalve moet het plan vooralsnog, maar hopelijk voor altijd als Brinkplan de geschiedenis in gaan. Zeg maar het zoveelste Brinkplan, zeg maar het plan voor de inrichting van Brink 6.0, met de zekerheid dat de toekomstbestendigheid van het resultaat van dit plan een ijdele illusie is.
Op de afbeelding zijn paden over de brink en over de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) te zien. Het mogen zo te zien geen door het natuurlijke gebruik ontstane slingerende slijtpaden in de zanderige ondergrond worden, nee het lijken wel rechtlijnige, voorgekauwde kunstmatige – gij zult hier en niet in het gras lopen – paden te worden. Paden die worden gemaakt van een of ander volledig nadeelvrij, roodbruin, kleurvast, slijtvast, duurzaam, toekomstvast, toekomstbestendig, milieuvriendelijk, klimaatvriendelijk, klimaatbestendig, waterbestendig, niet-verweekbaar, waterdoorlatend, zonbestendig, vorstbestendig, dooizoutbestendig, luchtdoorlatend, onkruidwerend, graswerend, molwerend, onscheurbaar, vervormbaar, warmteabsorberend, hangjongerenbestendig, volledig herbruikbaar, circulair en uiterst goedkoop en uiterst concurrerend cradle-to-cradle wondermateriaal.
De redactie van ut Deevers Archief is en blijft voorstander van zandpaden, die hebben al eeuwenlang hun bestaansrecht bewezen, soas ut now verropte kaarkepad tuss’n Deever, Kalter’n en Wapse of ut Raggerspad tussen Deever, Oll’ndeever en de Oll’ndeeversebrogge.
De struikelende naar het wonderwandelpadmateriaal kijkende vrouw heeft op haar rug een zakje met het logo van het Brinkplan en de naam Diever. Deze rugzakjes zullen ongetwijfeld binnenkort bij Deeverse neringdoenden te koop zijn of wellicht te koop zijn bij de balie aan de publieksbrink in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.
Op de brinkdam lopen duiven, een ogenschijnlijk Amsterdamse Drentenierster is bezig de duiven op de dam te voeren.
De redactie van ut Deevers Archief ontwaart op de brinkdam links achter de man met het blauwe rugzakje een kunstwerk. Het kunstwerk zal zo te zien helaas niet op een ten minste honderdenvijftigduizend jaar oude grote uiterst toekomstbestendige Deeverse zwerfsteen worden geplaatst, maar wellicht op een duurzaam, toekomstvast, toekomstbestendig, milieuvriendelijk, klimaatvriendelijk, klimaatbestendig, vorstbestendig, onscheurbaar, volledig herbruikbaar, circulair en uiterst goedkoop en uiterst concurrerend cradle-to-cradle materiaal.
Op de brinkdam en op de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) komen enige zitbankjes te staan. De grote vraag is natuurlijk of deze zitbankjes met schaars belastinggeld worden betaald of dat de uitbaters van cafe’s, restaurants, lunchrooms, snackbars, ijsco- en patatkramen, brood- en banketbakkerijen en andere neringdoenden een duit in het zakje moeten doen en geacht worden deze voorzieningen te betalen. Pecunia non olet.
Het is uiterst voorstelbaar en uiterst voorspelbaar dat vanwege het gekozen monotone, uniforme, saaie, dikmetalen, hangjongerenbestendige en dus onverwoestbare zitmeubilair op de brinkdam en op de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) het aandoenlijke Plattelandsvrouwenbankje op de brink zal worden geruimd of misschien al is geruimd en wellicht en hopelijk elders zal worden herplaatst. Het is uiterst voorstelbaar en uiterst voorspelbaar dat vanwege het gekozen monotone, uniforme, saaie, dikmetalen, hangjongerenbestendige en dus onverwoestbare zitmeubilair op de brinkdam en op de kaarkhof (vrogger ok wè kaarketuun enuumd) het aandoenlijke Rabobankbankje in het grasveldje tegenover de Rabobank zal worden geruimd of misschien al is geruimd en wellicht en hopelijk elders zal worden herplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief suggereert het Plattelandsvrouwenbankje en het Rabobankbankje in de buurt van de huidige standplaats van de Van-Os-Baank te herplaatsen, op die manier ontstaat een soort van openluchtmuseumpje van afgedankte door burgerinitiatief ontstane en met burgergeld betaalde zitbankjes. Derhalve valt zeer te overwegen het misgesitueerde aandoenlijke Bert-Haanstrabankje aan het loop- en fietspad langs de Shakespearealley (voorheen Bosweg) ook te verplaatsen naar de nabijheid van de huidige standplaats van de Van-Os-Baank. En op korte termijn zou ook het op Zorgvlied staande aandoenlijke Incredible-Doctor-Jan-Haarm-Polbankje hier een laatste rustplaats kunnen krijgen. In de buurt van die andere hakhoutkunstwerken De Vliegende Deur en de Oehoeboeroe.
Langs het Oense-Abe-erfgoedhobbelpad van ten minste honderdenvijftigduizend jaar oude uiterst toekomstbestendige Deeverse veldkeien met religieuze tekens komen autoverrinnewièd’nde flinke ten minste honderenvijftigduizend jaar oude uiterst toekomstbestendige Deeverse zwerfkeien te liggen. De gemeente Westenveld is wellicht al een tijdje bezig met het sparen van deze stenen, wellicht komen de twee bee ut liekwaeg’nschuurtie verdwenen zwerfstenen hier ook te liggen.
De redactie van ut Deevers Archief had een oja-belevenis, een aha-erlebnis en een déjà vu ervaring bij het zien van de lantaarnpalen. Deze komen voor op oude ansichtkaarten, bijvoorbeeld die van de brink 3.0 in de sneeuw uit 1920. Alleen waren het toen carbid-lampen die de omgeving verlichtten, nu zullen het wel energiezuinige langelevensduur led-lampen worden, het carbid kan beter worden gebruikt bee ut kebiedskeet’n mit oldejaor.
De redactie van ut Deevers Archief ontwaart rechts achter de man met het blauwe rugzakje een groene auto die in de richting van de Rabobank rijdt. Is de maker van deze poster verkeerd geïnformeerd ? Of mag het autoverkeer de Peperstraat of het deel van de Peperstraat tot aan de zogenaamde Kerkstraat binnenkort in twee richtingen berijden ?

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

Un inekleude ansichtkoate van de kaarke an de brink

Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf in januari 1975 het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder uit. Op bladzijde 94 – een afbeelding van deze bladzijde moet nog worden toegevoegd aan dit bericht – is een afbeelding van een oude ansichtkaart van de kaarke an de brink van Deever met de volgende tekst opgenomen. 

De Nederlands Hervormde Kerk
De aan Sint Pancratius gewijde en in Romaanse vorm gebouwde kerk staat hier nog verscholen tussen hoog geboomte.
Hoeveel kinderen zouden om deze aloude kerk wel hebben gespeeld, geravot, geknikkerd, verstoppertje gespeeld achter de pilaren, enzovoort ?
Veel oud-ingezetenen van Diever zullen hier nog dankbare jeugdherinneringen aan ophalen.
De boer met vork op de nek is mij niet bekend. Wellicht Aaldert ter Mast ?
Links zien wij nog even de afrastering van de brandkuil. Behoudens deze brandkuil dienden eveneens een kuil aan de weg naar Kalteren, de Doolhof en een kuil op het zogenaamde Bultien, ongeveer op de plaats waar nu het Groene Kruis-gebouw staat, om bij brand het bluswater te leveren. Niet te zien op deze foto is het zogenaamde baorhuussien (baarhuis) waar onder andere nog de zoon van klompenmaker Luier uit de Peperstraat lag opgebaard, die zich verdronken had in het Witteveen in ’t Oldendieverveld.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De kerk aan de brink van Deever was aan Sint Pancratius gewijd, nota bene toen deze een paar eeuwen geleden nog in gebruik was bij de rooms-katholieke geloofsgemeente van Deever. De hervormde geloofsgemeente van Deever doet sinds de heiligenbeeldenstorm niet meer aan heiligen, dus zeker ook niet meer aan Sint Pancratius en wil zeker niet ter kerke gaan in een gebouw die Pancratiuskerk wordt genoemd. Dus is het regelrechte onzin om het kerkgebouw nu nog te onpas Pancratiuskerk te noemen.
De redactie leeft in de veronderstelling dat vóór de Tweede Wereldoorlog in Deever meer braandkoel’n waren, dan de door Arend Mulder genoemde drie. De redactie zal proberen hier meer duidelijkheid over te verschaffen.
De geboren en getogen Deeverse Arend Mulder geeft aan dat het huidige Goene Kruis-gebouw an de Vlasstroate op ut Bultie staat.
De redactie heeft ut husie in de kaarketuun (kaarkhof) van de kaarke an de brink niet zelf meer meegemaakt, maar het meest aannemelijk is dat het diende als stalling voor de brandspuit, vanwege ruimtegebrek in het oude gemeentehuis. Het zou best zo kunnen zijn dat gestorven mensen daar in bepaalde gevallen ook tijdelijk werden opgebaard.
In het geval van de zoon van klompenmaker Johannes Leijer – door Arend Mulder abusievelijk Luier genoemd – kan het zo zijn geweest dat in het kleine huisje van Johannes Leijer te weinig ruimte was voor een lijkkist en daarom gebruik is gemaakt van ut husie in de kaarketuun.

In het eenvoudig uitgevoerde boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ kon natuurlijk niet de ingekleurde versie van de op bladzijde 94 getoonde ansichtkaart worden opgenomen  
De hier afgebeelde ingekleurde ansichtkaart van het kerkgebouw van de Nederlands hervormde geloofsgemeente in Deever en de gemeentelijke toren is in 1914 verstuurd. Deze ingekleurde ansichtkaart is een topstuk. Ech wè.
De gemeentelijke toren is vaag achter de vele kalende iepen te zien. De kaarketuun (kaarkhof) was in die tijd gelukkig nog omringd deur glint’n. An de linkerkaante bint de glint’n van de braandkoele in de brink te seen. De boer die op de brink loopt draagt een vork op zijn nek.
De zwart-wit versie en de ingekleurde versie van deze prachtige ansichtkaart zijn omstreeks 1914 – inmiddels meer dan honderd jaar geleden – uitgegeven door boekhandel Hendrik ten Brink in Meppel (kaartnummer 211/2990). De redactie weet niet welke neringdoende in Deever deze kaart verkocht. De ingekleurde versie van deze ansichtkaart zal in de winkel duurder zijn geweest dan de zwart-wit versie van deze ansichtkaart.
De hier getoonde ansichtkaart is in 1914 gestuurd naar den heer G. Prins, Meester Schilder te Kuinre (de Kuunder) in Overijssel. De afzender was S. Prins, p/a G.S. Jonkman in Deever. Wat deed toch die S. Prins in Deever ? Was hij in de kost bij G.S. Jonkman ? Wie was toch die G.S. Jonkman ? Waar woonde toch die G.S. Jonkman in Deever ?
De postzegel op de ingekleurde ansichtkaart is op het postkantoor van Deever voorzien van een grootrondstempel. Deze werd op de Nederlandse postkantoren gebruikt na het kleinrondstempel, maar vóór de ingebruikname van het balkstempel. Een ansichtkaart die voorzien is van een gave postzegel en een grootrondstempel (uitgave 12 december 1900) heeft een grotere verzamelwaarde, dan een verstuurde ansichtkaart zonder dat stempel. Een ansichtkaart met een gave postzegel heeft echter een nog grotere verzamelwaarde als het grootrondstempel van een plaats op een ansichtkaart uit die plaats staat. En dat is bij de hier afgebeelde ansichtkaart het geval.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 6 november 2019 gemaakt.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kerk aan de brink, Topstuk | Leave a comment

Wie de scha heeft, heeft ook de schande, niet waar ?

In het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, Jaargang 4, 1928-1929, Nummer 11, 8 juni 1928 werd de volgende fraaie afbeelding van het oud-Hollandse volksspel kuipsteken op de Brink van Deever getoond. De stelloasie mit de kupe mit waeter stön vlak bee de braandkoele. Die waeterkoele is net neet te seen aachter de witte glint’n. Vlak bee de braandkoele, dat was wel zo makkelijk als de kuip weer moest worden gevuld met water, immers Deever had toen nog geen waterleiding. Dit oud-Hollandse volksvermaak bestaat nog steeds, ook in Drenthe. Bij het gewone kuipsteken liet men een wagentje van een helling lopen. In Deever deud’ n see ut aans. Hier werd een hondekarre gebruikt, die met een aanloop in gang werd getrokken door een opgeschoten jongen. An de linkerkaante van de foto is tuss’ n de twee gepette kièrels ut braandspuithuusie te seen. Dat stön toe nog in de kaarketuun.

De landbouwtentoonstelling te Diever werd afgewisseld met volksspelen, waaronder het kuipsteken bijzonder de aandacht trok op de Brink. En geen wonder: één verkeerd gemikte stoot – en de draaibare ton stort zijn lading water uit op de onfortuinlijke rijder in het wagentje. En… die de scha heeft, heeft ook de schande, niet waar ?

Posted in Braandkoele, Brink, Cultuur | Leave a comment

Straatsymbolen van Abe Brouwer

De door wijlen gemeentestraatmaker en schrijver Abe Brouwer in de periode 1957-1966 aangebrachte en nog overgebleven symbolen zijn met name te vinden in de bestrating van veldkeitjes rond de kerk op de brink van Deever, daar is ook nog het symbool van de Davidster aanwezig.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande zwart-wit foto gemaakt op 3 oktober 2011.
Abe Brouwer woonde in Deever eerst in het huis dat toen als adres Veentjesweg 3 (nu Veentjesweg 5) had. Later woonde hij aan de Kloosterstraat.

 

 

Posted in Brink, Diever, Toevallige waarneming, Veentjesweg | Leave a comment

Oude gemeentehuis aan de brink werd verlaten

Het navolgende artikel over de verhuizing van het gemeentelijke apparaat van het oude gemeentehuis aan de brink van Deever naar het noodgemeentehuis op ’t Bultie werd gepubliceerd in de Meppeler Courant van 16 november 1955. Dit artikel is ook als bladvulling gepubliceerd in nummer 00/3 en 00/4 van Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Uit Diever en omgeving – Oude gemeentehuis werd verlaten
Nu van de voormalige hervormde pastorie nog slechts een troosteloze puinvlakte is overgebleven is het aloude vervallen gemeentehuis aan de Brink nu ook voor sloping gereed gekomen, want eind vorige week heeft de grote verhuizing naar het tijdelijke gemeentehuis op het Bultje plaats gehad. Dit nieuwe onderkomen voor het gemeentelijke overheidsapparaat is reeds een herademing. Van ‘scheiden doet lijden’ was dan ook bij het verlaten van het oude gebouw geen sprake. Of er ook in dezen zo iets als een veurspooksel (redactie: spookachtig voorteken) was, daarover het volgende.

Muizenschemering aan de Brink
Grijs en grauw is de mistrijke dag vergleden. Langzaam hult de avond het dorp Diever in zijn donkere sluiers. Rustig en stil ligt de Brink in avondstemming. Een eenzame wandelaar, die het paadje voorlangs het gemeentehuis en de voormalige pastorie wil betreden, stuit op een bord, dat verlicht is door een rode lantaarn, dat wil aangeven dat het paadje voor verkeer is afgesloten. Over het paadje ontrolt zich een miniatuur-spoorbaan, die zijn eindpunt vindt vlak vóór het oude gemeentehuis. De oude pastorie is geheel ten offer gevallen aan slopershanden, evenals de schuur achter het gemeentehuis. Een met puinbrokken bezaaide vlakte is naast het gemeentehuis ontstaan rond welke her en der afbraakhout ligt opgestapeld.
Onze wandelaar heeft zich niet aan het bord, dat hem een halt heeft toegeroepen, gestoord en is door alle afbraak en puin heen bij het afgeleefde gemeentehuis aangekomen. Hier wordt zijn oor getroffen door ongewone geluiden in het gebouw. Het ritselt en piept er op haast lugubere wijze. Zijn aandacht is gewekt en zijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Hij stapt over het vervallen hek heen en gluurt door de ramen, die hem als holle ogen aanstaren, naar binnen. Gelukkig dat de maansikkel hem gunstig gezind is en de vertrekken in een mysterieus bleek licht hult. Hij ziet dat zich daar iets spookachtig afspeelt, dat zo sterk van het alledaagse afwijkt, dat het zijn zinnen bijna begoochelt.
Midden in het grote vertrek, dat overdag als secretarie fungeert, ontwaart hij een enorme muizen-aartsvader, tronend tussen ware heirlegers van muizen, die uit alle hoeken en gaten te voorschijn zijn gekomen. Dan neemt de oppermuis het woord: Gij die gekomen zijt van de zolders, vanuit de diverse kamers, achter het behang vandaan. Mannen uit Apeldoorn zijn gekomen en hebben onze broeders uit de pastorie verdreven en dit eerbiedwaardige gebouw tot puinhopen doen verworden. En hoe benard de woonruimtepositie ook is, we hebben deze bloedverwanten uit de pastorie inwoning verleend. Maar we zijn er nog lang niet. De vijand staat op het punt ons ook dit bolwerk te ontnemen. Ik heb hen, die hier daags werken horen zeggen: ‘Dit moet eerst weg. Dan dat. Het verhuizen begint vrijdagmiddag’. Het zal dus nodig zijn dat we ons terugtrekken naar de boerderij van Seinen. Die biedt veel ruimte en herbergt veel eten voor ons.’ Dan gaan al die grauwe diertjes naar de plaats van waar ze gekomen zijn. De man, die dit aanschouwt, herademt. Als hij vrijdagmiddag en zaterdag de heuse verhuizing aanschouwt, twijfelt hij geen opgenblik meer aan dat wat zijn voorgeslacht met het woord veurspooksel aanduidde.

Verhuizing
Zo is dan vrijdagmiddag het overbrengen van de gehele inventaris van het oude gemeentehuis naar de barak op het Bultje, dat als tijdelijk gemeentehuis zal fungeren, begonnen. Dit was een enorm karwei, dat pas zaterdagmiddag zijn beslag heeft gekregen.
De burgemeester, de gemeetesecretaris, de gemeentebode en het personeel van secretarie en gemeentewerken zijn hiervoor in de weer geweest en met het grootste plezier, omdat ze zich eindelijk verlost wisten uit dit vunzige, ongezonde, totaal uitgeleefde gebouw.
De barak die al eens als tentoonstellingslokaliteit en als noodwoning dienst deed, is verdeeld in een ruime secretarie, een burgemeesterskamer, een secretariskamer in een kleinere personeelskamer.
Als gevolg van een nieuwe vloerbedekking, een nieuw behang, een kwastje verf en doordat ze op een na alle prachtig op de zon zijn gelegen, zijn het aantrekkelijke hygiënische appartementen, die het tot een lust maken om er tijdens de overbruggingsperiode te werken. Het ligt in de bedoeling de raadsvergaderingen op de secretarie te blijven houden en de vergaderingen van burgemeester en wethouders en trouwpartijen in de burgemeesterskamer. Bij de barak is zaterdag een nieuwe kleinere loods gebouwd voor het kantoor van gemeentewerken.
Het oude gemeentehuis is woensdag meteen ook onder de slopershanden gevallen. De kop werd reeds voor het grootste gedeelte verwijderd. De terreinen met de er achter gelegen tuinen kunnen na de afbraak rijp gemaakt worden voor de bouw van het nieuwe huis der gemeente, waarvoor de aanbesteding reeds op 5 november jongstleden plaats had.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het najaar van 1955 viel het oude gemeentehuis, dat daarvoor dienst deed als lagere school en daarvoor als boerderij, onder de slopershamer. Opnieuw verdween een prachtig oud pand uit het dorp.
Het noodgemeentehuis was een houten barak op ’t Bultie, gelegen aan de zo genoemde Kloosterstraat. Zou er een klooster op ’t Bultie hebben gestaan ? Wat heeft de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Westenveld hierover te melden ? Op ’t Bultie is eigenlijk in ’t Bultie, want het werkelijk hoger liggende gedeelte van de akkers lag meer in de richting van de Binnenes en werd Scholten’s Bultie genoemd, de bult in de akker van Scholten, derhalve zou de zo genaamde Kloosterstraat omgenaamd moeten worden naar Scholten’s Bultie, met als onderschrift: oude akkernaam.
Nadat het ambtenarencorps zich riant had gevestigd in het nieuwe gemeentehuis aan de Brink werd de barak in gebruik genomen als lesruimte voor de leerlingen van de school voor uitgebreid lager onderwijs (U.L.O).
Was het op de foto’s zichtbare spoorlijntje een gemakkelijk verplaatsbaar smalspoortje van het type Decauville ? De Decauville-deskundige bij de Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem dependance van de heemkundige vereniging uut Deever weet daar vast wel een antwoord op.

Posted in Binnenes, Brink, Gemeentehuis, Gemiente Deever, Kloosterstraat, Opraekelen | Leave a comment

Café Trompetter belemmert het zicht op de Kerk

In de Friese Koerier van 30 januari 1964 verscheen het navolgende alarmerende bericht over de weerstand bij Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis tegen het mogelijk plaatsen van het boerencafé Trompetter an de Heufdstroate in Deever op de lijst van beschermde monumenten.

Monument-woning te Diever van lijst ?
Diever – Het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft het gemeentebestuur een aanvulling toegezonden van de lijst van beschermde monumenten. Het betreft het pand Hoofdstraat 25 te Diever, waarvan eigenaar bewoner is de heer A. Trompetter. De motivering is aldus:
‘Boerderij bestaande uit woonhuis met aangebouwde schuur. De voorgevel aan de Hoofdstraat bestaat uit een eenvoudige topgevel met vlechtingen. Het pand is vroeger in gebruik geweest als dorpsherberg. Het bevat inwendig, zowel begane gronds als op de verdieping betimmering met bedsteden, tegelwanden en een oude tapkast. Het pand is historisch merkwaardig, omdat het eertijds dienst deed als betaalplaats voor de belasting, hetgeen uit enkele elementen van het interieur nog blijkt plusminus 1720.
Ingevolge de Monumentenwet heeft de raad de bevoegdheid de minister in overweging te geven monumenten van de lijst af te voeren. Burgemeester en wethouders komt het gewenst voor in dit geval de minister te adviseren het pand Hoofdstraat 25 van de ontwerplijst af te voeren, omdat het is gelegen binnen het ‘komplan voor de gemeente Diever’. In dit plan is het terrein waarop genoemd plan is gebouwd bestemd voor aanleg van plantsoenen. Het is dus de bedoeling dat deze woning te zijner tijd zal verdwijnen als de sanering van de zogenaamde groene Brink enig effect zal sorteren.
Daar het zonder meer duidelijk zal zijn dat de sanering van de dorpskern, indien de plaatsing van het pand Hoofdstraat 25 definitief is geworden, in ernstige mate wordt belemmerd, omdat de groene Brink zijn aansluiting aan de Kruisstraat mist en het gezicht op de gerestaureerde Nederlands Hervormde kerk zal worden gestoord, stellen Burgemeester en wethouders van Diever de raad voor genoemde bezwaren aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kenbaar te maken en hem te verzoeken het bedoelde pand van de ontwerplijsrt af te voeren.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De sloopzucht, in dit artikel eufemistisch aangeduid met sanering van de dorpskern, van de toenmalige Hoge Heren Van De Voorkant Van het Gelijk van de gemiente Deever, aangevoerd door Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), was in de naoorlogse jaren groot, zonder daarbij oog te hebben voor behoud en restauratie van cultuurhistorische waardevolle panden en fraaie dorpsgezichten.
Denk aan de sloop van het boerderijtje van de familie Hunneman aan de Achterstraat, heel wat panden aan de Peperstraat, een pand aan het straatje dat nu de niet erg originele naam Kerkstraat heeft, het authentieke boerderijtje van orgelpomper Geert Dekker, de oude pastorie op de Brink (een pastorie hoort op de Brink te staan) en het oude gemeentehuis (daarvoor school en boerderij).
Blijkbaar was het ook de bedoeling van Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis alle panden die ingesloten werden door Hoofdstraat, Kruisstraat, Peperstraat en Kerkstraat met de grond gelijk te maken om daar een megalomaan plantsoen met de naam ‘groene Brink’ van te maken, en dat in een dorp, waar zeker niet hoeft te worden geklaagd over gebrek aan groen.
De schrijver van het artikeltje moet het aardig eens zijn geweest met Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis, want wat te denken van het vermelden van goedkope drogredenen, zoals ‘sanering van de dorpskern’ en ‘het gezicht op de gerestaureerde Nederlands Hervormde kerk zal worden gestoord’ ? De schrijver van het bericht was wellicht zelf enigszins gestoord.
Gelukkig is het snorkerige poeha plan voor de ‘groene Brink’ niet doorgegaan en is de boerderij waarin het boerencafé Trompetter was gevestigd behouden gebleven.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op 15 november 2013.

 

Posted in Brink, Café Trompetter, Hoofdstraat, Kruisstraat | Leave a comment

Auto van veearts Van der Eijk bee’j ’t gemientehuus

In het Nieuwsblad van Noorden van 19 juni 1957 verscheen het volgende korte bericht met bijbehorende foto over de in gebruik name van het nieuwe gemeentehuis aan de Brink van Deever.

Nieuw raadhuis in Diever
De Drentse gemeente Diever heeft een nieuw gemeentehuis gekregen, dat vanmiddag door de Commissaris der Koningin wordt geopend. Het gebouw staat op de plaats waar zich vroeger het oude raadhuis bevond.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Na de grote vernieling van de Brink van Deever in de jaren 1955-1957 stond aan die open ruimte het nieuwe huis van de gemiente Deever. Dit niet zo bij de Brink passende gebouw is op beide bijgaande afbeeldingen te zien.
De zwart-wit ansichtkaart is in juli 1957 uitgegeven door S.S.

Van belang is te weten van wie die voor het gemeentehuis geparkeerde witte automobiel was.
Was deze op beide afbeeldingen zichtbare Volvo van het type PV544 (Katterug) van veearts Wijnand van der Eijk, die aan de Tusschendarp in Deever woonde ? Of was het een Austin. Of had hij een auto van een ander merk ?
Het moet haast wel de auto van veearts Wijnand van der Eijk zijn geweest, want wie anders in de gemiente Deever kon zich in de vijftiger en begin zestiger jaren van de vorige eeuw een dergelijk automobiel veroorloven ?

Wellicht kunnen Nelleke en Andy van der Eijk, de twee dochters van veearts Wijnand van der Eijk, daar duidelijkheid in verschaffen ? Wellicht hebben zij andere Deeverse foto’s met de auto van hun vader. Dames, reageer alsjeblieft !
Het berichtje met de foto in het Nieuwsblad van het Noorden helpt om de datum waarop de foto voor de ansichtkaart is gemaakt, bij benadering vast te stellen; dat moet dus 19 juni 1957 zijn geweest, misschien een dag of twee dagen eerder.

In het bericht
Ter zake nu weer. Ik heb jullie ‘betrapt’ op een missertje op jullie site. De auto voor het gemeentehuis is niet de auto van de dierenarts. Het is namelijk geen Volvo, zoals jullie beweren. Als ik goed gekeken heb, dan is het een oud model Austin, dan kan het niet de auto van de veearts zijn. Voortaan ietsje beter kijken dus, maar het zij jullie vergeven.

Abracadabra-1483

Abracadabra-1101

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Brink, Gemeentehuis, Olde autos en moters, Tusschendarp | Leave a comment

De krotbewoners zijn patriciërs geworden

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaande fotokaart van de grond die braak kwam te liggen na de sloop van het olde gemientehuus an de Brink van Deever. De redactie wil deze fraaie fotokaart niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.

Op de grond die in 1956 vrijkwam na het afbreken van het oude bouwvallige, uitgewoonde en uitgeleefde gemientehuis an de brink van Deever is het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever gebouwd.
De in het verre Assen residerende commissaris van de koningin mr. Jacob Cramer opende het overheidsgebouw an de brink van Deever op 19 juni 1957. Hij sprak daarbij tot de gemeentelijke ambtenaren ongeveer de volgende min of meer gevleugelde woorden: van krotbewoner bent u patriciër geworden.
Het was wellicht aan de hoog- en weledelgestrenge socialistische bestuursbobo uit het verre Assen voorbij gegaan dat hij met deze uitspraak de mensen die in 1957 in de gemiente Deever nog wel in krotten en hutten moesten wonen, voor het hoofd zou kunnen stoten.
Op de zwart-wit fotokaart -die gemaakt is door fotograaf B. Annen uit Beilen- is het braakliggende terrein naast de boerderij van Cornelis (Knelus) Seinen an de verneelde brink te zien. Zo is ook mooi het nog steeds bestaande flinke pothokke naast de boerderij te zien.
In het bericht Auto van veearts Van der Eijk beej ’t gemientehuus is de eerste zwart-wit ansichtkaart van ’t neeje gemientehuus an de brink van Deever te zien.
In dit bericht is bij de zwart-wit foto van het bouwterrein de afbeelding van een ansichtkaart van ut nee’je gemientehuus opgenomen. Jan Brugging (de Wiba an de Heufdstroate) gaf deze kaart in juli 1963 uit. Daarvoor postuum hulde, hulde, hulde.
Maar waar is de op de ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ?

Posted in Brink, Diever, Gemeentehuis, Gemiente Deever, Pothokke, Verdwenen object | Leave a comment

Lijkwagendienst vergadert in café Balsma

In de Duitsgezinde krant Drentsch dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, jaargang 1, nummer 289 van 10 mei 1943 verscheen de volgende hier afgebeelde advertentie.

Vergadering ‘Lijkwagendienst’ Diever. 13 mei te 3 uur. Café Balsma. Het Bestuur,

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 13 mei 1943 hield de ‘Lijkwagendienst Diever’ haar jaarvergadering om 3 uur ’s middags in café Balsma.
Het bestuur van de lijkwagendienst had blijkbaar geen behoefte het gebruik van het café van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink in Deever te boycotten en te vergaderen in een ander café in Deever.
De Lijkwagendienst was de opvolger van één van de oude noaberplichten en was de voorloper van de begrafenisvereniging.
In het Deevers Archief is een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de Lijkwagendienst aanwezig.

Abracadabra-1263

Posted in Brink, Café Balsma, Diever, Lijkwagendienst, N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Verkoop Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 31 maart 1965 het navolgende artikeltje over de verkoop van drie in Wittelte gelegen bouwakkers met de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel en Hoendernust.

Diever.
In café Brinkzicht vond ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo, de openbare verkoping bij toeslag plaats van de volgende drie te Wittelte gelegen bouwakkers ten verzoeke van de heer Hessel Hessels aldaar:
1. De met rogge ingezaaide Bloemakker, groot 0.37.10 ha., ingezet op f. 2.100,-; koper werd de heer A. Westerveen, Wittelte voor f. 3.200,-.
2. De met rogge ingezaaide Kleine Ouwel, groot 0.21.70 ha., ingezet op f. 1.500,-; koper werd de heer A. Berends, Wittelte, voor f. 1.810,-.
3. Bouwland Hoendernust, groot 0.57.20 ha., ingezet op f. 3.800,-; koper werd de heer J. Pot, Wittelte, voor f. 3.900,-.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hessel Hessels was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd op 9 februari 1899 geboren en overleed op 30 december 1990. Hij was getrouwd met Albertje Eggink, zij werd in 1901 geboren en overleed op 3 december 1971. Ten tijde van de verkoop van de drie akkers was Hessel Hessels 66 jaren oud.
Albert Westerveen was boer aan de Wapserveense weg in Wittelte. Hij werd op 2 februari 1914 geboren en overleed op 3 juni 1990. Hij was getrouwd met Aaltje Thijen. Zij werd geboren op 2 februari 1917 te Wapse en overleed op 14 juni 1999.
Jan Pot was boer aan de Wittelterweg in Wittelte. Hij werd geboren op 3 augustus 1918 in Wittelte en overleed op 12 november 1987. Hij was getrouwd met Margje Moes. Zij werd geboren op 28 oktober 1918 in Deever en overleed op 27 maart 1972.
De heemkundige vereniging uut Deever presenteerde op zaterdag 18 februari 2013 de publicatie ‘Veldnamen van de gemiente Deever omstreeks 1832’. Dorpskrachten van de heemkundige vereniging hebben ruim vijf jaar aan deze uitgave gewerkt. Van deze publicatie is helaas maar een beperkt aantal exemplaren gedrukt en verkocht. Veel mensen beseffen de cultuurhistorische waarde van de veldnaam niet.
In 1811 werd in Nederland het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Het proces van kadastrering werd in 1832 voltooid. In het kadaster werd h
et eigendom van grond op systematische wijze vastgelegd. Dat was in de gemiente Deever niet zo moeilijk, want bijvoorbeeld iedereen in Wittelte wist wel welke akker de veldnaam Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust had en wie de eigenaar daarvan was. In de genoemde publicatie zijn de veldnamen uit 1832 vastgelegd, welke nieuwe namen na deze periode zijn ontstaan, als gevolg van opdeling of samenvoeging, is niet terug te vinden in deze publicatie.
Het kan best zo zijn dat de veldnamen Bloemakker, Kleine Ouwel of Hoendernust in 1832 nog niet bestonden. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden deze veldnamen nog in de volksmond gebruikt, wat ook uit bijgaand artikeltje mag blijken. Maar wie weet heden ten dage de Bloemakker, de Kleine Ouwel of het Hoendernust nog te vinden ?

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Cultuurhistorie, Dorpskracht, Erfgoed, Veldnaam, Wittelte | Leave a comment

Eervol ontslag lantaarnopsteker per 1-11-1924

In het Nieuwsblad van het Noorden van 30 oktober 1924 verscheen een verslag van de vergadering van de gemeenteraad van Deever. In dit verslag staat weliswaar veel belangwekkend nieuws, maar in dit bericht gaat het met name om de passage over het ontslag van de gemeentelijke lantaarnopsteker.

Diever, 30 oktober – ….. Besloten werd met het oog op de onlangs tot stand gekomen electrificatie van de straatverlichting, de betrekking van lantaarnopsteker op te heffen en aan J. Monsieur eervol ontslag als zoodanig te verleenen met ingang van 1 november aanstaande. …….

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

De gemeentelijke lantaarnopsteker moest elke winteravond tegen het donker de petroleumlampen in de bebouwde kom van Deever bijvullen en aansteken. Deze lampen moesten één voor één worden aangestoken.

Een citaat uit het fotoboekje Diever in oude ansichtkaarten van Albertus Andreae (Andree ?, Andrea ?): …… de oude petroleum straatlantaarns, die elke winteravond ontstoken werden door Jan Monsieur van de Achterstraat. Hij ging rond met een speciaal daarvoor geschikt laddertje op zijn schouder, vaak vergezeld door kinderen, die dan dat laddertje ook wel eens mochten dragen. …..

Het zou best wel eens zo kunnen zijn geweest dat de in Deever aan het Moleneinde (naast het skoelpattie hen ’t Kastiel) gevestigde petroleumboer (pietereulieboer) Cornelis Andreae (Andree ?, Andrea ?) (geboren op 8 oktober 1863, overleden op 6 februari 1942 in Deever) – de vader van schoolmeester Albertus Andreae (Andree ?, Andrea ?) – petroleum voor de straatlantaarns aan de gemiente Deever leverde.

Niet bekend is hoe dit in de buitendorpen van de gemiente Deever was geregeld, was daar wel straatverlichting ?
De laatste gemeentelijke lantaarnopsteker was Jan Monsieur, die in de Achterstraat woonde. Hij werd op 20 april 1876 geboren in Deever als zoon van Albert Monsieur en Aaltien Benthem. Hij trouwde op 25 april 1908 met Rika Wanningen uit Dwingel. Jan Monsieur overleed op 15 februari 1960 in Deever. Hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever. Op de navolgende afbeelding van een ansichtkaart is aan de linkerkant de straatlantaarn bij de pastorie aan de Brink te zien. De foto voor deze ansichtkaart is omstreeks 1920 gemaakt, een paar jaar voor de electrificatie van de straatverlichting.
Op een ansichtkaart van de Kleine Brink uit omstreeks 1905 is ook een petroleum straatlantaarn te zien. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Achterstraat, Ansichtkaart, Brink, Kerk aan de brink | Leave a comment

Het reglement van het Armenwerkhuis

Het gesticht Armen-Werkhuis van de Nederlands Hervormde Kerk aan de Groningerweg werd in het jaar 1861 opgericht. Voor de gang van zaken in het gesticht Armen-Werkhuis onderhield de kerkeraad een reglement dat om de zoveel tijd werd aangepast aan nieuwe inzichten. De laatste ‘verpleegde’ was de in Diever welbekende Jans (Jansie) Grit (geboren 8 maart 1897, overleden 26 november 1969). Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde Kerk het gesticht Armen-Werkhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op het Kasteel in Diever te zijn ondergebracht, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk.

Het navolgende is ook als bladvulling opgenomen in nummer 01/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging. Het hierna volgende reglement is de versie van 25 mei 1932. Het is niet bekend of het daarna nog is aangepast. Het origineel van het reglement bevindt zich in het Drents Archief in Assen. 

Algemene artikelen
Artikel 1:
Het doel van ons Armen-Werkhuis is de opname van behoeftigen onzer Kerkelijke Gemeente, die wanneer zij daartoe in staat zijn de nodige werkzaamheden verrichten.
Artikel 2:
De Kerkeraad der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever vormt het bestuur.
Artikel 3:
Bij de vergaderingen neemt de Predikant de betrekking van President en van Secretaris waar.
Artikel 4:
Op de diakenen rust de verplichting om alles aan te wenden wat ten waren nutte der verpleegden kan strekken.
Artikel 5:
Zij zullen eens in de maand en wel bij voorkeur op den Maandag voor vollen maan hunne gewone vergaderingen houden en wel zoveel mogelijk in het Armen-Werkhuis. Buitengewone vergaderingen zullen gehouden worden wanneer de omstandigheden het eischen.
Artikel 6:
Bij de gewone en buitengewone vergaderingen zullen alle noodelooze onkosten ten bezware der Diaconie Kas worden vermeden.
Artikel 7:
De diakenen benevens de ouderlingen zijn verplicht met den Predikant de vergaderingen zoo mogelijk bij te wonen.
Artikel 8:
Het doel van de vergaderingen is om toe te zien op het gedrag der verpleegden, om dwalenden te vermanen, verkeerd gezinden ernstig te waarschuwen en hen, die goed oppassen een maandelijkse gift te schenken. Voorts toe te zien op de orde in het huis en op de netheid van de meubelen en van de kleederen der verpleegden, terwijl aan de diakenen het recht wordt toegekend om te allen tijde inzage te eischen in kasten en kisten.
Artikel 9:
Op de maandelijksche vergaderingen zullen de rekeningen der winkeliers worden nagezien en vergeleken met de Rekening en verantwoording van armvader en armmoeder.
Artikel 10:
Indien daartoe aanleiding bestaat zal voor of na de vergadering de boerderij worden bezichtigd.

De Armvader en de Armmoeder
Artikel 1:
Er wordt voor onbepaalden tijd een vader en een moeder benoemd op een door de Kerkeraad vast te stellen traktement, terwijl ze tevens vrije woning hebben en kostelooze geneeskundige behandeling. Ook brand en licht zijn vrij. Zij zullen kunnen bedanken of door de diakenen kunnen worden bedankt worden na daarvan voor 1 Januari kennis te hebben gegeven.
Artikel 2:
Zij aanvaarden hunne betrekking gewoonlijk 1 Mei. Zij moeten lidmaten der Nederlands Hervormde Gemeente zijn. Bij voorkeur zonder kinderen of zonder kinderen ten hunnen laste. De vader en de moeder moeten zooveel in hun vermogen is de christelijke opvoeding der jeugd bevorderen en trachten door woord en voorbeeld een christelijke zin bij allen aan te kweeken.
Artikel 3:
Zij zijn verplicht den Kerkeraad op eene behoorlijke wijze bij hunne vergaderingen ten dienste te staan zonder het recht te hebben daarbij tegenwoordig te zijn.
Artikel 4:
De vader is gehouden nauwkeurig boek te houden van hetgeen er wekelijks in het Armen-Werkhuis gebruikt wordt, bepaaldelijk ook wat de veldvruchten, boter en eieren en verder de opbrengst der boerderij betreft.
Artikel 5:
Zij zullen zooveel mogelijk zorgen, dat zoowel des zomers als des winters de bedeelden steeds doelmatig worden bezig gehouden met veldarbeid, huis- of handwerk, terwijl de moeder er voor heeft te zorgen dat de meisjes het breien en naaien leeren.
Artikel 6:
De vader heeft het recht om wegens vergrijp tegen huisorde of wegens luiheid, onzindelijkheid of onwil, na gepleegd overleg met den boekhouder-diaken, de volgende straffen toe te passen.
I huisarrest voor eenigen tijd.
II opsluiting in de prevoost op water en brood voor ten hoogste drie dagen.
De vader zal in een daartoe aan te leggen strafregister den naam van den gestrafte, de overtreding en de toegepaste straf opteekenen.
Artikel 7:
Willen vader en moeder zich gelijktijdig uit huis begeven, dan moeten zij den boekhouder-diaken hiervan vooraf in kennis stellen en zijne toestemming vragen.
Artikel 8:
De vader en de moeder zullen dezelfde spijs gebruiken als de verpleegden. Ofschoon vader en moeder in eigen vertrek eten zal de vader verplicht zijn voor en na den morgen-, middag- en avondmaaltijd te bidden en te danken. Voorts rust de verplichting op hem om elken morgen-, middag- en avondmaaltijd een gedeelte uit de Heilige Schrift en bij afwisseling een Psalm of Evangelisch gezang voor te lezen of voor te laten lezen, opdat de dag beginne met God en met hem geëindigd worde.
Artikel 9:
De vader en de moeder zullen geen aanverwanten mogen ontvangen op kosten van het huis.

De verpleegden
Artikel 1:
Ieder, die onderstand uit de Diaconiekas begeert, kan verplicht worden zich in het huis te begeven. Bij onwilligheid daartoe kunnen de diakenen zich van diens onderhoud ontslagen achten.
Artikel 2:
De verpleegden zijn verplicht zich stipt aan de orders en regels van het huis te houden, zich toe te leggen op orde en ijver in hun werk, op zindelijkheid van het lichaam en van de kleeding, waaronder ook begrepen is dat niemand des morgens aan het ontbijt of des middags aan de tafel mag verschijnen zonder zich vooraf behoorlijk te hebben gewaschen of gereinigd, terwijl verder de wekelijksche verschooning geregeld behoort te geschieden. De kleederen moeten worden hersteld of aan de moeder ter hand gesteld.
Artikel 3:
Zij zullen aan den kerkeraad een gepaste eerbied betoonen en jegens vader en moeder de noodige bescheidenheid en onderdanigheid in acht nemen en bewijzen.
Artikel 4:
De vader of de moeder zal verplicht zijn elken zondag ter kerke te komen met de verpleegden, die niet door ziekte of zwakheid verhinderd zijn, de schoolkinderen bij den onderwijzer of ter catechisatie bij den Predikant te zenden.
Artikel 5:
Het zal den verpleegden vrij staan hunne bloed- en aanverwanten en vrienden op gepasten tijd, mits zonder kosten voor het gesticht, bij zich te ontvangen. Zij moeten ’s avonds om negen uur het gesticht verlaten hebben.
Artikel 6:
Des winters wordt het huis om negen uur, des zomers om tien uur gesloten, terwijl vader en moeder voor het naar bed gaan hebben nagezien of alles in orde is.

Slotbepalingen
Artikel 1:
Er zal op bepaalde tijden en viermaal daags worden gespijzigd.
Artikel 2:
Aan den vader is opgedragen het besturen en regelen van de boerderij en het landwerk in overleg met de Diakenen. Verder heeft hij volgens order van den boekhouder-diaken het vee te verzorgen naar zijn beste weten en het te verkoopen vee aan de markt te brengen en verder te handelen volgens opdracht van den boekhouder-diaken en voorts zijn vader en moeder in alles onderdanigheid verschuldigd.
Artikel 3:
Alles wat in dit Reglement niet is opgenomen, maar wat bij voorkomenden gelegenheid nadere regeling behoeft zal door den boekhouder-diaken met vader en moeder nader geregeld worden.

Aldus gelezen en goedgekeurd op de kerkeraadsvergadering van 27 januari 1921.
Getekend door Jans Noorman, R.H. Wesseling, F. de Jonge en J.B. van Dalfsen.

Aldus gelezen en goedgekeurd op de kerkeraadsvergadering van 25 mei 1932.
Getekend door E. Winters, W. Mulder Azn, Joh. de Jong, E. Was, voorzitter, enzovoort

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
R.H. Wesseling was Roelof Hessels Wesseling (geboren op 11 juli 1868 in Deever, overleden op 27 januari 1928 in Deever). Hij had een boerderij aan het kleine Brinkie in Deever.
J.B. van Dalfsen was de predikant Jochem Berend Martinus van Dalfsen. Hij werd op 11 juli 1978 geboren in Aalsmeer en is op 6 mei 1957 overleden in Zutphen. Hij was van 1905 tot 1931 dominee van de hervormde gelooofsgemeente van Deever.

Posted in Armenwerkhuis, Brink, Diever, Kastiel, Kerk aan de brink, Opraekelen | Leave a comment

Tekening van kerk en brink in Deever

De redactie toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee Deevers Archief. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw an de brink van Deever, parkeersplaats en café Brinkzicht te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

De tekening zou als titel kunnen hebben: Kerk en brink in Deever.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de webstee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.

abracadabra-499

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Kerk aan de brink, Kunst, Tekening | Leave a comment

Tekening van de kerk aan de brink op een tegel

De redactie van het Deevers Archief toont graag getekende beelden van onderwerpen uut de gemiente Deever.
De redactie tikte op een rommelmarkt een Deever-souvenir in de vorm van een tegel (van het fabrikaat Sphinx uit Maastricht) met daarop bijgaande tekening van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever op de kop.
Voor zover de redactie heeft kunnen nagaan, heeft de maker deze tekening niet van een ansichtkaart overgetekend. Wellicht wel van een foto, de redactie zou in dat geval graag in het bezit willen komen van deze foto.
De vraag aan de bezoekers van het Deevers Archief Deever is: wie was de maker W.W. van deze tekening ?
De vraag aan de bezoekers van het Deevers Archief is ook: wanneer en waar was deze tegel in Deever te koop ? Bij de Wiba an de Heufdstroate misschien ? Of bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate ?

abracadabra-489

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekening | Leave a comment

De steeg tussen Schultehuis en Schulteboerderij

Van oudsher (wellicht al vanaf 1604) was het Schultehuis an de brink van Deever het woongedeelte van de Schulteboerderij, waarbij het Schultehuis vast zat aan die Schulteboerderij.
Bij de mislukte ‘grote restauratie’ van het Schultehuis, dus het voorhuis van de Schulteboerderij, in 1936 vonden de hoge heren deskundigen van Monumentenzorg het nodig het Schultehuis (het voorhuis) te scheiden van de bijbehorende Schulteboerderij (het achterhuis) en voor het Schultehuis een volledig nieuwe achtergevel bij elkaar te fantaseren.
Als gevolg van al deze ‘hoge heren zorg’ zit het dorp Deever sinds 1936 opgescheept met een verminkt Schultehuis en een steeg tussen het Schultehuis en de Schulteboerderij. Zie de bijgaande foto, die de redactie heeft gemaakt op 3 oktober 2012.
Na de foutieve scheiding van het Schultehuis (het voorhuis) van de Schulteboerderij (het achterhuis) in 1936 is aan de andere kant van de Schulteboerderij een nieuw voorhuis gebouwd.
Het Schultehuis an de brink in Deever is ook genoemd in het in 2009 verschenen lauweloenige boekje ‘De canon van Westerveld’. De redactie van het Deevers Archief heeft dit object ook opgenomen in de digitale ‘De canon van Deever’.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Brink, Canon van de gemeente Diever, Schultehuis | Leave a comment

Ansichtkaart van de Brink van Deever – 1959

In de zestiger jaren van de vorige eeuw verkochten neringdoenden in de gemiente Deever nog veel zwart-wit ansichtkaarten. De hier afgebeelde ansichtkaart van de bebouwing om en op de Brink van Deever moet wel erg gevraagd zijn geweest, want deze kaart werd na de eerste uitgave een aantal keren heruitgegeven.
De uitgever van deze ansichtkaart was JosPé uit Arnhem. Tussen 1925 en 1989 maakte JosPé duizenden fotokaarten van plaatsen uit heel Nederland.

In het Deevers Archief zijn de volgende vijf exemplaren van deze ansichtkaart aanwezig.
1.
Uitgave in juni 1959 (06-59):
Verkocht door L. Wanningen, Luxe en Huishoudelijke Artikelen en Souvenirs, Diever.
2.
Heruitgave in januari 1960 (01-60):
Verkocht door L. Wanningen, Luxe en Huishoudelijke Artikelen en Souvenirs, Diever.
3.
Heruitgave in april 1963 (04-63):
Verkocht door Hotel Brinkzicht. Diever, Telefoon 05219-1213.
4.
Heruitgave in december 1964 (12-64):
Verkocht door Pension, Lunchroom, Cafetaria Wanningen, Brink 2, Diever, Telefoon 05219-1335.
5.
Heruitgave van januari 1967 (01-67):
Verkocht door Levensmiddelenbedrijf A. Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221.

De afgebeelde ansichtkaart is door verschillende aan de Brink gevestigde neringdoenden verkocht.
Zo blijkt Lubbert (Lub) Wanningen in 1960 in zijn pand aan de Brink een winkel in luxe en huishoudelijke artikelen en souvenirs te hebben, echter in 1964 is hij in hetzelfde pand uitbater van een pension, luchroom en cafetaria.

De vraag is natuurlijk of de kaart, die in juni 1959 is uitgegeven, de eerste uitgave van deze kaart is. Wellicht is de kaart al eerder uitgegeven. De vraag is natuurlijk ook of andere heruitgaven bekend zijn, bijvoorbeeld in 1961 of 1962 ? Wie van de verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever  kan de redactie aan aanvullende gegevens helpen ? Wie wil een exemplaar van in de lijst ontbrekende heruitgaven aan de redactie verkopen ?

Op de Brink is rechts van een boom en links van een lantaarpaal een zonnewijzertje op een zwerfkeitje (in de gemiente Deever is de zwerfkei de meest toegepaste sokkel) te zien. De vraag is of dit zonnewijzertje nog steeds op de Brink staat ? Zo nee, waar is dan dit object gebleven ? Wie kan de redactie hierover duidelijkheid verschaffen ?

abracadabra-485

Posted in Ansichtkaart, Boerderij, Brink, Café Brinkzicht, Gemeentehuis, Kerk aan de brink, Neringdoende | Leave a comment

Timmeren school in de kerk van Diever

Op 11 juni 1819 verscheen in de Leeuwarder Courant het navolgende bericht van Stephanus Jacobus van Roijen, de schulte van Diever.

De Schultes van Diever, is voornemens, ondere nadere approbatie van Hun Ed. Gr. Achtb. Gedep. Staten van Drenthe, op Zaterdag den 26 Junij 1819, des nademiddags ten 2 uren, ten huize van Roelof Seinen, te Diever, publiek aan den minstaannemenden uit te besteden:
Het Timmeren en de leverantie der Materialen van eene nieuwe School, in het Zuidwestelijk gedeelte der Kerk te Diever.
Het Bestek en de Conditien, zullen van nu af aan ter lezing liggen ten huize van Roelof Seinen te Diever.
Vledder, den 5 junij 1819.
De Schultes voornoemd, S.J. van Roijen

Opmerkingen van de redactie van het Dievers Archief
approbatie = goedkeuring
Het timmeren van een nieuwe lagere school in het kerkgebouw op de Brink mag bijzonder lijken, maar dat is het niet niet voor Deever, want deze nieuwe school was de opvolger van de lagere school op een andere plek in het kerkgebouw.
Met het zuidwestelijk gedeelte van het kerkgebouw wordt het gedeelte in de zijbeuk rechts van de ingang onder de gemeentelijke toren bedoeld. 

Met ‘ten huize van Roelof Seinen’ wordt de boerderij van Roelof Seinen aan de Hoofdstraat bedoeld. Roelof Seinen werd geboren in Deever op 10 februari 1771. Hij was boer. Hij overleed op 54-jarige leeftijd op 14 juni 1825 in Deever. Hij was een zoon van Willem Roelof Seinen en Hilligje Hendriks Santing.
Of in deze boerderij toen al een café-logement was gevestigd is niet bekend. Wel was het ‘gemeentehuis’ in de voorkamer van de boerderij van Roelof Seinen gehuisvest en niet in het schultehuis op de Brink.
Stephanus Jacobus van Roijen was de schulte van Deever, maar woonde in Vledder.

Posted in Brink, Diever, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, School, Schultehuis | Leave a comment

Pension-Cafetaria-Lunchroom van Lub Wanningen

Lubbert (Lub) Wanningen had in het pand an de Brink van Deever na beëindiging van zijn winkel in het begin van de zestiger jaren (?) van de vorige eeuw na een gedeeltelijke verbouwing eerst een cafetaria. Dit is te zien op de bijgaande zwart-wit foto.
Later breidde hij dit pand na een verbouwing uit met een pension en een lunchroom. Dit is te zien op het bijgaand afgebeelde sukersakkie. Let daarbij op de voorgevel, de dakkapellen en de schoorstenen.
Zeker in die jaren had elk hotel, café, restaurant, lunchroom, bepaalde neringdoenden, en niet te vergeten het openluchtspel, enzovoort, nog zijn eigen sukersakkie. Wie is verzamelaar van sukersakkies die zijn uitgegeven door neringdoenden in de gemiente Deever ?
De redactie van het Deevers Archief is op zoek naar meer gegevens van Lubbert Wanningen en zijn zaak (zaken). Wie helpt de redactie verder ? Waar zijn zijn kinderen Anke en Geesje (Geeske) Wanningen gebleven ? Wanneer kocht Lubbert Wanningen het pand van manufacturier Johannes Hatzmann ?

abracadabra-483abracadabra-484

Posted in Brink, Neringdoende, Sukersakkie | Leave a comment

Zorgen komen niet als enkele verspieders

De redactie van het Deevers Archief heeft de drie volgende kleurenfoto’s op maandag 3 september 2018 gemaakt.
De redactie ontdekte bij het maken van de kleurenfoto van het op die datum te koop staande pand met adres Brink 2 in het voorbijgaan twee niet eerder door hem opgemerkte voorwerpen, die kennelijk ten dienste staan van de Shakespearificatie van de lokale bevolking en bezoekers.
Het ene voorwerp is een rode tegel met opschrift in de bestrating vóór de de toegangsdeur tot de in het pand gevestigde nering. Zie de bijgevoegde foto. De tekst op de rode tegel is gelukkig bezig te vervagen. Met de nodige moeite is A midsummer night dream te lezen. A midsummer night dream is een toneelstuk dat Sjakie uut Spier, erg lang geleden, aan het einde van de zestiende eeuw schreef. De Shakespearificateurs vonden het blijkbaar niet gepast en blijkbaar niet getuigen van respect voor de twintigduizend jaarlijkse Nederlandse bezoekers van het openluchtspel de Nederlandse titel van dit toneelstuk, te weten Een midzomernachtdroom, op de rode tegel te zetten.
Het andere voorwerp is een tegel met een weinig opbeurend zwartgallig citaat, gevat in een stukje siersmeedwerk van Klaas Kleine, boven de toegangsdeur tot de in het pand aan de brink gevestigde nering. Zie de bijgevoegde foto.
Dit citaat luidt als volgt: Als zorgen komen, komen ze nooit alleen, zoals verspieders, maar steeds in horden. Bij de tekst staat als bron Hamlet. Hamlet is een toneelstuk dat Sjakie uut Spier, erg lang geleden, omstreeks 1600 schreef.
De originele tekst van het citaat luidt als volgt: When sorrows come, they come not as single spies, but in battalions. Dus een juistere vertaling van dit citaat is: Als zorgen komen, komen ze niet als enkele verspieders, maar bij troepen tegelijk.
To translate or not to translate, that’s the question.
De redactie van het Deevers Archief stelt de Shakespearificateurs voor het tegeltje met het weinig opbeurende zwartgallige citaat met gezwinde spoed en liefst voorgoed te verwijderen en anders te vervangen door een tegeltje met een ander alom bekend citaat van Sjakie uut Spier, bijvoorbeeld: Een paard ! Een paard ! Mijn koninkrijk voor een paard ! Dit is een citaat uit Richard III uit 1592.


Posted in Brink, Openluchtspel, Shakespearitis | Leave a comment

Jaarlijks een hoen uit elk huis te Vledder

In 1855 schrijft Jaen Samuel Magnin, Provinciaal Archivaris van Drenthe, in zijn boek ‘Overzigt der kerkelijke geschiedenis van Drenthe’ op bladzijde 82 het volgende: ‘Thans zullen wij, in alphabetische orde naar de plaatsen in deze provincie, alwaar zij werden gevonden, laten volgen eene opgave van de geestelijke en kerkelijke stichtingen, welke in Drenthe hadden bestaan en nog bestonden, toen aldaar tot de kerkhervorming werd overgegaan.’ . Over Diever schrijft hij op de bladzijden 99, 100 en 101 het volgende.

Diever
De parochiale kerk te Diever, de hoofdplaats van het Dieverder-dingspil, was mede eene der zes oudste christenkerken van Drenthe. Zij wordt gehouden voor de moeder der kerspilkerken te Dwingelo, Vledder en Wapserveen, welker pastoors door den tijdelijken parochiepriester van Diever werden aangesteld, en was den Heiligen Pancras toegewijd.
In de kerk te Diever werden acht altaren gevonden, namelijk: het Sint Pancras-altaar, dat het voornaamste was; het Heilige Kruis-altaar; het Sint Stephanus-altaar; het Heilige Sacraments-altaar; het Onze Lieve Vrouwen-altaar en een altaar dat aan den Heiligen Maarten was opgedragen. Op elk van deze altaren was eene vicarie gesticht. Het achtste altaar was Sint Anna toegeheiligd.
Volgens opgaven, daarvan in Januarij 1598 gedaan, behoorden destijds:

a. tot de pastorie te Diever:
1° huis, hof en geregtigheid of aandeel in de ongescheidene marke;
2° twaalf stukken bouwlands, welke bij name zijn genoemd, doch waarvan de grootte niet is opgegeven;
3° ongeveer 15 dagmaat hooilands;
4° eenige roggepachten, gezamenlijk bedragende 8¾ mud ’s jaars;
5° onderscheidene geldpachten, jaarlijks beloopende f. 15,00.
Uit gemaakte aanteekeningen blijkt, dat eenige goederen en inkomsten waren vervreemd, andere verzwegen.

b. tot de Heilige Kruis-vicarie, welke, volgens eene acte van het jaar 1503, toen reeds zeer lang had bestaan:
1° huis en tuin;
2° een halve kooltuin;
3° ongeveer 30 muds bouwlands en 14 dagmaat hooilands;
4° vier geldpachten, jaarlijks te zamen bedragende 5 goudgulden en ½ oud schild;
5° diverse roggepachten, ten bedrage van 15½ mud ’s jaars.

c. tot de Sint Antonie-vicarie:
1° huis, tuin en aandeel in de marke van Diever;
2° twee pachten, waarvan jaarlijks werd ontvangen 1 mud rogge;
3° eenige geldpachten, gezamenlijk ten bedrage van f. 6,00 ’s jaars;
4° drie stukken groenlands, groot vier roeden, en een stukje lands bij den molen te Diever gelegen.
De overige bezittingen en inkomsten dezer vicarie konden niet worden opgegeven, omdat de laatste Vicaris, Herman Alers, ‘hebbende gedaen een nederslagh’, was gevlugt, en alle boeken en papieren had meegenomen.

d. tot de Sint Steven-vicarie:
1° huis en tuin;
2° een hof, Sint Steffen’s-hof genaamd;
3° 27 stukken lands onder Diever en 13 stukken lands onder Wapse, waarvan de grootte niet is vermeld.
4° 5 mud bouwlands onder Leggelo;
5° 6½ mud dito, onder Eemster;
6° 1 dagmaat en 28 opgaande roeden hooilands, onder Eemster en Wapse;
7° eenige roggepachten, ten beloope van 8 mud en ½ schepel ’s jaars;
8° jaarlijks een hoen uit elk huis te Vledder.

Van de andere vicariën zijn de bezittingen en inkomsten niet opgegeven.

De vicariën gewijd aan het Heilige Kruis, aan Sint Antonius en aan Sint Stephanus werden bediend door Vicarissen, die tevens Kapellanen waren van den Pastoor. Uit hen werden de parochiepriesters van Dwingelo, Vledder en Wapserveen benoemd.
De laatste Pastoor, Andries Veenraet, vlugtte in het jaar 1594, en voegde zich bij de Spanjaarden en Spaanschgezinden, welke de bezetting van Lingen uitmaakten.
Jonkheer Evert van Ensse, van wege den Koning van Spanje steeds Drost van Drenthe en Hoofd-officier bij gemelde bezetting, die in het jaar 1606 eenen gewapenden inval en eenen strooptogt in dit Landschap deed, wendde bij die gelegenheid nog pogingen aan, om de ingezetenen van het kerspil Diever tot het doen van betalingen aan hunnen voormaligen Pastoor te dwingen, en schijnt daarin, immers ten dele, ook te zijn geslaagd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een vicarie was vóór de kerkhervorming een afgezonderd vermogen, waarvan de opbrengst bestemd was voor het levensonderhoud van een priester. De vicaris – de beheerder van het vermogen van een vicarie – moest daarvoor aan het altaar van zijn vicarie per jaar één of meer heilige missen opdragen.
Dat zou kunnen hebben betekend dat aan het einde van de zestiende eeuw in het Deeverder-dingspil de rooms-katholieke kerk alleen al uit het rendement op eigen vermogen zo’n negen priesters had kunnen onderhouden. Dat zal niet het geval zijn geweest. Voorwaar een voor die tijd goed draaiende winstgevende en op groei gerichte kerkelijke onderneming.
De zwart-wit foto van de voormalige rooms-katholiek kerk op de Brink van Deever is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gemaakt.

Abracadabra-397

Posted in Afbeelding, Brink, Kerk aan de brink, Kerspel Diever, Rooms Katholieke Kerk | Leave a comment

Un hiele dikke stien veur ‘t gemientehuus in Deever

De redactie van het Deevers Archief  weet nog niet in welk jaar de foto van bijgaande kleuren afbeelding is gemaakt. Als een bezoeker van het Deevers Archief het wel weet, dan is hij bij deze uitgenodigd het te melden aan de redactie.
Op de brinQ voor het gemientehuus van de gemiente Deever ligt een hiele dikke stien die bij het uitvoeren van de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is gevonden in het Oldendeeverseveld.
De hiele dikke stien is een stien van de buiten-categorie. Ech wè. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Ech wè.
De grote vraag is of de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk binnenkort de brinQ gaan neerkalefateren naar een vroegere versie van deze ooit zo fraaie open ruimte (wellicht brinQ 1819 of 1919) of de brinQ te vernielen in het kader van de Shaekespirificatie van het dorp Deever. Het zou best eens zo kunnen zijn dat de op drift geraakte medewerkertjes en beterwetertjes van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk dan eenzijdig besluiten de hiele dikke stien te laten verwijderen van de brinQ.
De redactie is van mening dat de beste bestemming voor deze hiele dikke stien ergens in de berm van de Stienwiekerweg en zo dicht mogelijk in de buurt van de vindplaats is en dan de hiele dikke stien voor een deel te begraven (de voorbijganger moet voor de foto en de sölfie wel op de steen kunnen klimmen) (helemaal begraven is een beetje te veel van het goede).
Maar waarom is op veel foto’s van het gemientehuus van de gemiente Deever toch steeds weer die vervelende lange vlagstok zonder vlag te zien ? Was het voor de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk teveel moemakend gedoe of teveel moemakend gehannes om die stok op een vlagdag ’s morgens te plaatsen en na het dagje vlaggen weg te halen ? En als die lange vlagstok wel werd weggehaald, werd die dan in de dakgoot opgeborgen ?

Op 18 juni 1982 verscheen nota bene op de voorpagina van de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) het volgende korte berichtje.
Kei in Diever verplaatst
Diever. De grote zwerfkei voor het gemeentehuis van Diever is tien meter van zijn plaats gezet om ruimte te maken voor een nieuw tracé van de weg die voor het gemeentehuis langs loopt. Voorbijgangers keken toe hoe het tonnen zware gevaarte in de lucht werd getild.
De foto bij het korte berichtje is gemaakt door dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels. Hij moet het een hele eer hebben gevonden een door hem gemaakte foto op de voorpagina van de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) opgenomen te zien. De redactie toont ook apart de door Harm gemaakte foto. Wie herkent de personen op de foto ? Is de man met de baard wellicht Miesie Bel ? Wie herkent de ambtenaar achter het raam links achter de dikke stien ?
Zo te zien is de foto voor de kleuren afbeelding eerder dan 18 juni 1982 gemaakt.
De bezoeker wordt tevens verwezen naar het bericht Stien van 13 tunne efunn’n in ’t Oldendeeverseveld.


Posted in Brink, Diever, Gemeentehuis, Harm Hessels, Oudheidkunde | Leave a comment

Vernieling 1.0 van de kerkbrink van Deever in 1957

Na het afronden van de bouw van gemeentehuis 3.0 aan de kerkbrink van Deever en het in de oorspronkelijke toestand brengen van het kerkgebouw, dat in gebruik is bij de hervormde kerkgemeente, vonden de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever onder het bewind van Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) het nodig de kerkbrink van Deever in 1956/1957 aan te passen aan het megalomanistische nieuwe gemeentehuis. Het euvele doel van de hiervoor genoemde Hoge Heren was de kerkbrink ondergeschikt te maken aan het nieuwe gemeentehuis, te moderniseren, toekomstbestendig te maken en te verduurzamen. Daarvoor moest de oude kerkbrink grondig worden vernield. Dit is meer dan duidelijk te zien op de hier afgebeelde zwart-wit foto, die is gemaakt in 1957. Zo verdween de authentieke braandkoele. Zo verdwenen de authentieke glint’n um de authentieke kaarketuun (de kaarkhof) en werd de authentieke kaarketuun (de kaarkhof) aan de zuidkant van de kerk gründlich en rucksichtlos toegevoegd aan de brink.
De maker van deze foto heeft waarschijnlijk voor het maken van deze foto zo hoog mogelijk op het dak van het huis met de naam Iemenhof gestaan. Heeft bewoonster Harmanna Cornelia Coster van schrik deze foto gemaakt ?
Nu de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld het marktterrein aan de Bosweg hebben gebombardeerd tot marktbrink, waar vroeger een paar keer per jaar de koeienmarkt en de paardenmarkt werd gehouden, is het onontkoombaar dat de kerkbrink wordt gebombardeerd tot schapenbrink, want de schapenmarkt werd vroeger op de kerkbrink gehouden.
In het kader van het proces Deever op Drift beginnen de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld, ruim 60 jaar na Vernieling 1.0, binnenkort in 2019 met Vernieling 2.0 van de kerkbrink van Deever. Want de kerkbrink moet zo nodig worden gemoderniseerd, moet zo nodig toekomstbestendig worden gemaakt en moet zo nodig worden verduurzaamd. Wellicht vonden de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld het nodig de bevolking van Deever al in 2016 ver voor de Dingspilhuus-nederlaag vet te pemperen en te vergulden met een bittere pil van ruim 1.8 miljoen euro voor het proces Deever op Drift. Wellicht mochten daarom ook een paar inwoners van Deever in het kader van het proces Deever op Drift zo nu en dan een beetje meebabbelen en een beetje meebeslissen over de nieuwe inrichting. Now möj neet meer zeur’n, ie hept ur sölf bee’j eseet’n.

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

Plaatje 16 uit Bussink’s album Mijn land – Drenthe

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer (ja, die van de Deventer koek). Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 16. De redactie van het Deevers Archief toont dit onlangs verworven plaatje graag aan zijn trouwe bezoekers van zijn webstee.
Op de voorkant van het plaatje is het oude schultehuis aan de Brink van Deever te zien. Let vooral op het bovenlicht boven de voordeur in de vorm van een Davidster. Het is het schultehuis, zoals het was in 1933, een paar jaar voor de ‘grote knutselrestauratie’, toen het schultehuis nog niet gescheiden was van de schulteboerderij,
En zoals het meestal met getekende onderwerpen uit de gemeente Deever ging, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart moest op zijn tekening de vrijheid nemen een toegangshek in de ‘glinten’ voor het schultehuis te tekenen, omdat hij het wél op de ansichtkaart aanwezige perspectief niet voldoende volgde. Dat hek was wel aanwezig en is op de ansichtkaart nog net een beetje aan de linkerkant te zien. Ook rommelde de overtekenaar wat met de plaats van de bomen -zo te zien geen geleide linden- voor het schultehuis. De overtekenaar heeft zijn tekening ingekleurd, dat heeft hij bepaald niet slecht gedaan. De overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest.

Abracadabra-1291Abracadabra-1290

Abracadabra-1292

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kunst, Schultehuis, Tekening | Leave a comment

Met de nachtboot van de Lemmer naar Amsterdam

Bij het verzamelen van ansichtkaarten uut de gemiente Deever gaat het de redactie van het Deevers Archief in de eerste plaats om de afbeelding, maar vaak is het aanschaffen van een kaart pas echt de moeite waard als op de achterkant iets staat dat verband houdt met het verleden van de gemiente Deever, bijvoorbeeld bekende namen (elke Deeverse maakt deel uit van het verleden van de gemeente Deever) of een mooie tekst.
De afgebeelde ansichtkaart met op de achterkant de hierna weergegeven tekst bevindt zich in de verzameling van het Deevers Archief. De ansichtkaart van de gemeentelijk toren met het kerkgebouw op de Brink van Deever is op 2 augustus 1931 verstuurd. Deze ansichtkaart is uitgegeven door de weduwe van Johannes Vos an de Heufdstroate in Deever.

De tekst op de achterkant van de ansichtkaart luidt als volgt.
Lieve Zus,
’t Is nu Dinsdagmorgen drie uur en kom ik je even bedanken voor je brief.
Je hoeft niet meer zo lang te wachten voor ik er weer ben. Ik ga vanavond met de vrachtboot uit Lemmer naar Amsterdam en ben dan morgen 3 Augustus weer thuis.
Vanavond was er kampvuur, een fijn vuur.
Van Zondag op Maandag ben ik in bed gebleven, ik was toen verkouden en juist toen onweerde en regende het verschrikkelijk, ’t kampterrein stond blank, maar alles is goed afgelopen.
Nu tot morgen dus. Groeten aan Vader, Moeder en Tante Marie.
Gerrit

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant van 31 juli 1931 stond het volgende korte krantenvulbericht.

Kampeeren.
Diever, 29 juli.
De vele kampeerders in onze bosschen treffen het niet bijster goed. Ongunstig weer werkt voor kampeeren al heel slecht mee. En er zijn momenteel talrijke kampementen in de bosschen.
In het kamp van den V.C.S.B. zijn reeds een tweetal jongens door de kou ziek geworden, van wie een naar de ouderlijke woning is teruggebracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Er is wel iets merkwaardigs aan de hand met deze ansichtkaart.
Gerrit heeft de kaart op 2 augustus 1931 ’s morgens om 3.00 uur (na een stevige borrel aan het fijne kampvuur ?) met een gewoon potlood volgeschreven. Hij moet de kaart vervolgens in de loop van de ochtend bij een postkantoor (in Deever of op Zorgvlied ?) hebben afgeleverd, teneinde de volgende dag (dat is wel snel) in Amsterdam te kunnen worden besteld. Gerrit zal de kaart in een enveloppe hebben verstuurd, want het adresgedeelte van de kaart is ook beschreven. Maar waarom verstuurde Gerrit op 2 augustus 1931 een kaart, waarin hij aangeeft dat hij op 3 augustus 1931 in Amsterdam zal zijn. Wellicht arriveerde hij zelf eerder in Amsterdam dan de kaart.
De redactie heeft het donkerbruine vermoeden dat Gerrit de kaart nooit heeft verstuurd, maar dat hij deze gewoon in zijn valiesje of karbiesje mee naar Amsterdam heeft genomen en deze persoonlijk bij lieve zus heeft besteld.
Gerrit zal van het kampeerterrein van de Vrijzinnig Christelijke Studentenbond (V.C.S.B.) bij het Mastenveldje aan de Bosweg naar Deever of Zorgvlied zijn gegaan (lopend of op de fiets ?) en vandaar verder zijn gereisd. Maar waarom reisde Gerrit zo ingewikkeld ? Hoe kwam hij vanuit Deever of Zorgvlied in de Lemmer ? Reisde hij met het sukkeltrammetje van Elsloo naar Steenwijk ? En hoe reisde hij dan van Steenwijk naar de Lemmer ? En dan die nachtelijke boottocht van de Lemmer naar Amsterdam.over de Zuiderzee (de dijk tussen Friesland en Noord-Holland was nog niet gesloten).
Waarom reisde Gerrit niet gewoon via de Deeverbrogge met het boemeltrammetje langs de Drentsche Hoofdvaart naar Meppel ? Het eindpunt van het trammetje was bij het treinstation in Meppel. Vandaar kon Gerrit met de trein naar Amsterdam reizen. Wie het weet mag het vertellen.

Abracadabra-1242Abracadabra-1241Abracadabra-1243

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Mastenveldje, V.C.S.B.-kamp | Leave a comment

De vijand diensten bewezen in de oorlogstijd

In de Heerenveensche Courant verscheen op 8 april 1947 het volgende bericht over het Drents Bijzonder Gerechtshof inzake het proces tegen de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma uut Deever

Drents Bijzonder Gerechtshof.
3 april.
Doodstraf geëist.
De vijand diensten bewezen in de oorlogstijd.

Klaas Marcus Balsma, 54 jaar, caféhouder te Diever, gedetineerd, heeft als landwachter de gehele omgeving van Diever onveilig gemaakt. Bij de landwachters was hij sectie-commandant en deed steeds actief mede aan vele huiszoekingen, aan arrestaties en vooral het opsporen van onderduikers.
Het dikke dossier van hetgeen deze man ten laste wordt gelegd, bevat een aantal bewijsstukken van verdachtes wandaden.
Getuige H. Dijkstra, wachtmeester, die in de bezettingstijd bij de A.K.D. te Meppel gedetacheerd was, zeide dat de verdachte als gids dienst deed, om met zijn kameraden (?) in Diever jacht op onderduikers te maken.
Getuige weduwe Kiers deelt mee, hoe de verdachte aanwezig was bij de arrestatie van haar man en vier onderduikers. Haar man kwam helaas nimmer terug.
Verdachte was zeer ijverig en actief bij de arrestatie van Zwanenburg te Beilen, die door de Moffen gefusilleerd is geworden.
De beide getuigen Jacob Hessels en Jan Hilberts uit Diever, verklaren dat ze de gevolgen van verdachte’s handelen aan den lijve hebben gevoeld.
De advocaat-fiscal meent, dat deze verdachte met zijn volle verstand heeft gehandeld en eist voor deze verdachte, ‘de duivel van Diever’ meermalen genoemd, de doodstraf.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het Deevers Archief is inmiddels al heel wat gepubliceerd over de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma, de houder van café Brinkzicht aan de Brink van Diever, zie de navolgende afbeelding.
De A.K.D. is de Arbeidscontroledienst.
De N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma maakte in Diever en omstreken met name jacht op mannen die de Arbeitseinsatz ontliepen.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma, N.S.B., N.S.B.'er | Leave a comment

Diever – Plaatselijk distributie-kantoor leeggehaald

In de verzetskrant De Waarheid verscheen op 24 december 1943 tussen korte berichten over liquidaties van Nederlandse S.S.’ers, S.D.’ers, N.S.K.K.-mannen en andere foute Nederlanders in diverse dorpen en steden het navolgende korte bericht van slechts drie woorden.

DIEVER – Plaatselijk distributie-kantoor leeggehaald.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het plaatselijke verzet overviel in de nacht van 9 op 10 november 1943 het gemeentehuis aan de Brink in Deever. Uit het gemeentehuis, waar ook het ‘distributie-kantoor’ was gevestigd, werden onder meer distributie-bonkaarten en een deel van het persoonsregister weggehaald.

Posted in Brink, Diever, Gemeentehuis, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Begreu’m wödd’n in de kaarketuun van Deever

In de Drentse Almanak (dus niet de Nieuwe Drentse Volksalmanak) voor het jaar 1988 (de eerste jaargang) schreef de Hoogevener Lammert Huizing het sympathieke artikel ‘Oude gebruiken rond de groeve in Drenthe’. De redactie van het Deevers Archief citeert uit dit artikel het volgende korte stukje tekst.

In de dertiger jaren van de vorige eeuw werd het verboden om nog langer in de kerken te begraven of op de meestal te kleine karcktunen: de ruimte rondom het godsgebouw. Toen werden elders in de kerspels de eerste nieuwe begraafplaatsen aangelegd. Toen verdween ook geleidelijk de oude traditie van de lijkpredikatie in de kerk.
Pas in deze eeuw kwam het gebruik in vernieuwde vorm terug: de rouwdienst in een kerk of uitvaartruimte. Men hoefde nu geen kou meer te lijden, zoals vroeger toen de begrafenistoespraken nog bij het graf werden gehouden. Als men dan met de hoed af en in de wind aan het graf stond te luisteren, moest men rekening houden met het gezegde: ‘Van een groeve koo’j miestal tot een groeve’.
De plaats waar de dominee vroeger stond als de kist voor de laatste maal op de deel onder het balkenslop werd geopend, was aan het hoofdeinde van de kist. Hij ging in de stoet ook dicht achter de doodwagen lopen, om onheilsmachten af te weren. Dat gebeurde niet bewust. Maar men zag een dominee als drager van een hogere macht, als vertegenwoordiger van een andere, eeuwige wereeld. Een vaag besef van onheil en angst voor onbekende gevaren en machten, die rondwaren bij de dood, konden door Woord en Gebed worden afgeweerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dat de kaarketuun of de kaarkhof, dat is de ruumte um de kaarke an de brink van Deever, an de suudkaante van de kaarke veule groter is dan an de noordkaante, dat komp umdat vrogger alle mein’s, riek en aarm, allennig an de suudkaante van de kaarke begreu’m woll’n wödd’n, dat was een olde misschien wel bijna heidn’se gewoonte.
An de suudkaante van de kaarke was dus veule meer kaarketuun of kaarkhof neudig. De suudkaante van de kaarketuun lig an de kaante van de Heufdstroate, de noordkaante van de kaarketuun lig an de kaante van de Peperstroate.
De lèste skelett’n in de kaarketuun an de suudkaante van de kaarke bint bee’j de grote resterasie van de kaarke in 1956/1957 eruumd.
De redactie hef de eerste kleurenfoto emeuk’n op 19 september 2018 en de dree aandere kleurenfoto’s op 30 november 2018.
In de somer wödt de suudkaante van de kaarketuun gewoon in beslag eneu’m deur de uutbater van ut cafetaria an de brink, dan is de suudkaante van de kaarketuun ut grote patat- en eiswalhalla van Deever.
Hept de Hoge Hièr’n Van De Veurkaante Van Ut Grote Geliek de uutbater doar un vurgunning veur egee’m ? Of döt die uutbater moar gewoon woar hee sin an hef ?
De Abe-Brouwer-promenade mit die kienderkoppies en mit die rère rooie tiek’ns tuss’n de kienderkoppies heude vrogger ok bee’j de kaarketuun en neet bee’j de Heufdstroate en de brink.


Posted in Abe Brouwer, Brink, Kerk aan de brink | Leave a comment

Bouw café met concertzaal van Klaas Marcus Balsma

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 27 januari 1927 het volgende bericht over de uitslag van de publieke aanbesteding van de bouw van een café met concertzaal voor rekening van Klaas Marcus Balsma. 

Diever, 26 januari.
Voor rekening van den heer K.M. Balsma te Jubbega had heden alhier de publieke aanbesteding plaats van een café met concertzaal enzovoort aan de Brink te Diever.
I. Timmerwerk, enzovoort, hoogste inschrijver J. Coenraads te Noordwolde, f. 12479, laagste Mos en Zoer te Dwingelo, f. 11475.
II. Schilderwerk. Hoogste inschrijver G. Koster, alhier, f. 1290,-, laagste B. ter Wal, alhier, f. 1175.
III. Betonwerken. Hoogste inschrijver G.F. Bijl, Meppel, f. 879.30, laagste D. Faber te Assen, f. 348.
IV. Grondwerk. Hoogste inschrijver M. Punt, alhier f. 400, laagste L. Klok te Dieverbrug, f. 335.

Posted in An de Deeverbrogge, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma | Leave a comment

Twee stervende fageus sylvatica atropunicera

Twee rode beuken (fagus sylvatica atropunicera) an de brink van Deever, die in de tuin vóór het huis met adres Brink 5 staan, zijn vergiftigd, zijn bezig een langzame dood te sterven, en zullen binnen afzienbare tijd moeten worden gekapt.
Zie ook het artikel Wie is de moordenaar van twee beuken an de brink elders in het Deevers Archief.
Deze twee rode beuken zijn in de meer dan honderd jaren van hun bestaan Deevers erfgoed geworden. Ech wè. Een rode beuk kan wel een leeftijd van vierhonderd jaren bereiken.
Het is natuurlijk volstrekt onbestaanbaar en dus volstrekt ondenkbaar dat deze twee oude prachtige en beeldbepalende rode beuken door iemand uit de nabijheid van deze bomen zijn vergiftigd. Ech neet.
Nee, de vergiftelaar zal zeker elders moeten worden gezocht, bijvoorbeeld onder beukenhaters of beukenvernielers van ergens buiten, misschien wel heel ver buiten de gemiente Deever, die er niet tegen kunnen dat aan de niet-origineel Saksische brink van het dorp Deever twee mooie oude prachtige en beeldbepalende rode beuken staan te pronken. Ech wè.
Op de bijgevoegde afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die is verstuurd op 31 augustus 1958, zijn achter het witte hekje langs het voetpad de bedoelde twee rode beuken te zien. Deze twee beuken waren zestig jaar geleden al uitgegroeid tot flinke bomen.
De zwart-wit ansichtkaart is uitgegeven door Lubbert Wanningen, neringdoende in luxe- en huishoudelijke artikelen, die later een cafetaria uitbaatte. Zijn winkel en later zijn cafetaria waren gevestigd in het pand an de Brink waar nu cafetaria ’t Keernpunt is gevestigd.
De redactie prijst zich bijzonder ongelukkig dat hij voor het onverbiddelijke maar noodzakelijke vastleggen van vrogger in de gemiente Deever bijgaande kleurenfoto treurig genoeg toch nog op vrijdag 30 november 2018 toevallig in het voorbijgaan heeft kunnen maken.
De redactie van het Deevers Archief kan het niet nalaten te melden dat hij vindt dat de voorgevel van het huis met adres Brink 5 in augustus 1958 veel mooier en brinkwaardiger was dan in november 2018.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Erfgoed, Toevallige waarneming | Leave a comment

Slijtpaden over de kaarkhof bij de brink van Deever

Op de hier afgebeelde foto uit 1916 is fraai te zien hoe over de kaarhof bij de brink van Deever drie slijtpaden lopen. In die tijd lagen op de kaarkhof bij de brink nog stoffelijke resten van begraven mensen. Pas bij de grote restauratie van het kerkgebouw aan de brink in 1956-1957 zijn deze stoffelijke resten geruimd. Onder de slijtpaden lagen dus in 1916 nog mensen begraven.
Op foto’s uit latere jaren is te zien dat om de kaarhof bij de brink een hek staat en dat over de kaarkhof geen slijtpaden meer lopen. Blijkbaar was dat hek in 1916 nog niet geplaatst.
Vanaf de brink loopt een slijtpad naar de hoofdingang van het kerkgebouw. Het brede slijtpad loopt van de Hoofdstraat over de kaarhof naar het boerencafé aan de brink. De mensen sneden zo een aardig stukje af. Het smallere slijtpad loopt vanaf de huizen bij het Schultehuis aan de brink over de kaarkhof naar de Peperstroate.
De hier afgebeelde foto van het kerkgebouw bij de brink van Deever is in 1916 gemaakt door de fotograaf Cornelis Johannes Steenbergh voor het weekblad ‘Buiten’. Het originele glasplaatnegatief is aanwezig in de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, In de collectie Monumentenfotografie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de foto objectnummer ST 1067.

Abracadabra-1252
Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 2016-05-10:
Bijna alle foto’s en een groot deel van de tekeningen in de beeldbank zijn in de loop van de tijd gemaakt door medewerkers van de Rijksdienst en zijn diverse voorgangers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom de rechthebbende van deze afbeeldingen.
Er is ook ander materiaal in de beeldcollectie opgenomen. De Rijksdienst heeft zijn best gedaan de eventuele rechthebbenden van dit materiaal op te sporen en toestemming te vragen voor de openbaarmaking. Vindt u desondanks dat de digitale beschikbaarheid van bepaalde afbeeldingen inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan ons doorgeven. Wij nemen dan op korte termijn contact met u op. Bij een gegronde klacht verwijderen we vanzelfsprekend het materiaal van de website.
Alle beschikbare bestanden zijn vrij te downloaden en mogen onder de voorwaarden van de Creative Commons Naamsvermelding – Gelijk Delen 4.0 licentie gebruikt worden. Dit betekent dat iedereen de foto’s mag kopiëren, verspreiden en delen onder voorwaarde dat de bron staat vermeld en elk afgeleid werk onder dezelfde licentie wordt aangeboden.

Posted in Brink, Diever, Erfgoed, Kerk aan de brink, Kerkhof, Rijksmonument | Leave a comment

Museum Dieverza an de brink in Deever

In de gemeente Deever houdt ogenschijnlijk geen enkel particulier museum het lang uit. Voorbeelden van dit komen en gaan zijn het Glasmuseum an de Heufdstroate in Deever en het Radiomuseum an de Aachterstroate in Deever, Zo ook het particuliere museum Dieverza an de brink in Deever. Blijkbaar is het erg moeilijk om zelfs in een toeristisch gebied, zoals de gemeente Diever, dergelijke museums uit te baten. Van Ron en Eefke Zegers, de bedenkers van het museum Dieverza, is de volgende tekst over hun museum geciteerd.

Na jaren van verzamelen hebben we in 1990 onze eerste winkel geopend. Dat was verzamelwinkel ‘de Bumper’ op de ringdijk in Ridderkerk. In 1998 wilde we graag een museum beginnen voor onze enorme verzameling. De droom was een oude boerderij. We zijn daarvoor verhuisd naar de Brink in Diever in Drenthe. In een oude boerderij uit 1863 zijn we ons museum met winkel, café, snuffelschuur, theetuin en speeltuin begonnen. We veranderden onze naam in ‘Museum Dieverza’.
Het was een prachtig avontuur, maar het zoeken naar antiek en brocante op markten in België en Frankrijk bleef ons meer trekken dan de horeca …… Na een groot gedeelte van onze collectie van ons museum te hebben verkocht aan het Nobel Museum op Ameland, zijn we eind 2002 verhuisd naar ons huidige adres in Schoondijke in Zeeuws-Vlaanderen in Zeeland. Daar zijn we een brocante-winkel begonnen. Ons pand in Schoondijke is het voormalig ‘winkelcentrum’ of zoals ze het hier noemen ‘de centrale winkel’. Het pand heeft een oppervlakte van 400 m² en staat bomvol. We hebben de naam Dieverza veranderd in Diverza, want dat is tevens een leuke afkorting van diverse verzamelingen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De achterkant van deze ansichtkaart uit 1999 (dat is al weer zeventien jaar geleden) vermeldt het volgende:
Museum Dieverza:
– een museum met diverse oude winkeltjes;
– een gezellig oud dorpscafeetje;
– een museum met antiek, curiosa en verzamelingen;
– een nostalgisch snoepwinkeltje;
Brink 2, 7981 BZ Diever, Telefoon 0521-591194.
De bezoekers wordt tevens gewezen op een eerder verschenen bericht over deze boerderij in het Deevers Archief.

Abracadabra-1251

Posted in Boerderij, Brink, Diever, Museum, Neringdoende, Toeristenindustrie | Leave a comment

Arbeider vindt volkomen ongeschonden urn

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 7 april 1905 het volgende bericht over de vondst van een volkomen ongeschonden urn in de buurt van het hunebed.

Diever, 6 april. In de nabijheid van het hunnebed bij ons dorp vond een arbeider op ongeveer 1 meter diepte een urn, die volkomen ongeschonden is gebleven.
De hoogte is 18 cm, de halswijdte bedraagt 49 cm, de buikwijdte 66 cm. De inhoud bestaat uit asch en gedeeltelijk verbrande beenderen. Op ongeveer anderhalven meter afstand vond men op dezelfde diepte overblijfsels van een vuur. Het is te hopen, dat de urn voor het Drentsch museum worde aangekocht.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
De vraag is wat die arbeider bewoog om in de Stienakkers een gat met een oppervlakte van een paar vierkante meters en zeker 1 meter diepte te graven. Was hij een amateur-archeoloog of deed hij werkzaamheden in opdracht van een archeoloog ? Zeker is wel dat de kleine Albert Egges van Giffen in die tijd in Deever woonde, zijn vader was dominee van de hervormde kerkgemeente van Deever en woonde in de pastorie aan de Brink. Stond hij bij het gat naar de opgraving te kijken ? Is de urn inderdaad in het Drentsch Museum in Assen terecht gekomen ?
Op de ansichtkaart is het hunebed te zien, dat door professor doctor Albert Egges van Giffen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw met veel ‘deskundige fantasie’ is ‘gerestaureerd’.

Posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaart, Brink, Hunnebed D52, Kerk aan de brink, Oudheidkunde | Leave a comment

Kaarke van Deever in 830 ebouwd op un hunnebed ?

In het Dagblad van het Noorden verscheen op 1 maart 2004 in de rubriek Drentsigheden het volgende geschrijfsel, beschrijfsel en verschrijfsel van wijlen Lammert Huizing over onder meer het ontstaan van de naam van het dorp Deever.

Diever afkomstig van De Ever ?
Tot het jaar 830 stond er in Diever een heidense tempel. Daaromheen was een steenkring met een gemiddelde straal van negen meter naar de kern. Op die plaats is later de Pancratiuskerk gebouwd, de huidige Nederlands Hervomde Kerk, die wel eens de kathedraal van Drenthe wordt genoemd. Diever was de hoofdplaats van het vroegere Westenveld. Dat was toen Drenthe nog in drieën was verdeeld, namelijk Noordenveld, Zuidenveld en Westenveld. Nog vóór het jaar 1000 is het Westenveld gesplitst in twee rechtsgebieden, het Beiler en het Dieverder dingspil.
Er zijn naamkundigen die beweren dat de naam Diever te maken heeft met ‘beduven’, wat ‘bedekt met water’ betekent. Maar Diever is nooit een waterrijk gebied geweest. In de Middeleeuwen sprak men van Devere, waarin sommigen een Keltische naam zien, een afleiding van ‘diavara’, wat ‘de goddelijke’ betekent. Maar de geleerden zeggen dat er in Drenthe geen Kelten hebben gewoond.
Of moeten we denken aan een heel simpele verklaring, namelijk aan een samenvoeging van ‘de’ en ‘ever’. De Ever, wat in de loop der eeuwen tot Diever is vervormd.
Het is leuk om je met speculaties over de vroegste geschiedenis van Diever bezig te houden. Het enige concrete punt in het vorenstaande is het jaartal 830. Maar je vindt dit in geen enkel geschiedenisboek. Bij opgravingen onder de vloer van de hervormde kerk zijn wel sporen ontdekt van een ‘heidense tempel’.
Het jaartal 830 is afkomstig van de bekende en omstreden historicus en publicist Wigholt Vleer, die jarenlang in Norg heeft gewoond. Met de wichelroede stelde hij de exacte plaats van de ‘tempel’ vast en ontdekte hij ook de steenkrans daaromheen. Langs paranormale weg kreeg hij daarbij het jaartal 830 door.
Wigholt Vleer schreef in 1992 een boek over tweehonderd heilige plaatsen in Nederland en Vlaardingen. Die heilige plaatsen beschreef hij aan de hand van leylijnen die hij ontdekte via de wichelroede. Leylijnen zijn energiebanen in de bodem. Leycentra zijn plaatsen van samengebalde energie, waarop de hunebedden, heidense tempels en de oude kerken zijn gebouwd.
Zowel de leylijnen als het lopen met een wichelroede behoren tot de taboes van de wetenschap. Ook Tjerk Vermaning had als praktijkarcheoloog daarmee te maken toen hij zijn visioenen wereldkundig maakte over nederzettingen uit de oude Steentijd.
Prana, tijdschrift voor spiritualiteit en wetenschappelijke randgebieden, zorgde voor een themanummer over taboes in de wetenschap. Het gaat over mensen bij wie iets doorklinkt van genialiteit in hun werk, die het aandurven een lawine van kritiek te trotseren, mensen die misschien een beetje gek zijn. Het eeuwenoude wichelroede lopen wordt besproken en ook de stelling van een gereformeerd theoloog dat bepaalde elementen in het christendom al dateren van ver vóór de christelijke jaartelling, dus uit het heidendom.
Wetenschappers kiezen vrijwel altijd partij en weinig onderzoekers hebben in de gaten dat meer benaderingen tegelijk mogelijk zijn. Dat geldt voor het lopen met de wichelroede en veel andere taboe-onderwerpen. Daarom is het goed dat dwarsliggers als Wigholt Vleer en anderen de samenleving wakker houden en de wetenschap prikkelen tot aandacht voor zaken die eingelijk niet kunnen bestaan.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het door wichelroedeloperfantast Wigholt Vleer bedachte jaar van 830 na Christus, als jaar waarin de eerste rooms katholieke kerk in Deever is gesticht, komt desalniettemin nochthans evenwel als ernstig en bijzonder geloofwaardig over.
Dat de fanatieke verspreiders van het rooms katholieke geloof daarbij de tactiek van de verschroeide aarde, casu quo het vernielen van oude heiligdommen, ook in Drenthe toepasten, wekt bij de redactie geenszins enige verbazing, dat mag gevoeglijk worden aangenomen, het zou merkwaardig zijn als dat niet zou zijn gebeurd, dat deden de fanatieke verspreiders van het rooms katholieke geloof in de hele wereld.
Zo staat zelfs in Colan, in de kustwoestijn in het noorden van Perú, de Sint Lucas kerk, de eerste en oudste rooms-katholieke kerk van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, die is 1535 is gebouwd, op een grondig vernield heiligdom van een plaatselijke indianenstam.

De sporen die onder de vloer van de eerste rooms katholieke kerk van Deever zijn gevonden, zijn wellicht en bijzonder hopelijk afkomstig van een zeer groot hunnebed. Dat zou dan in de nummering van professor doctor in de oudheidkunde Albert Egges van Giffen het hunnebed D52-b zijn geweest.
De redactie is van mening dat de foutieve naam van de gemeente Westerveld nu al gewijzigd kan worden in gemeente Westenveld. Daarmee wordt de naam duurzaam en toekomstbestendig, want dan kan na samenvoeging van de gemeente Westenveld met de gemeente Meppel de naam gemeente Westenveld gehandhaafd blijven.
In de nabije toekomt is in Drenthe slechts ten hoogste plaats voor vijf gemeenten: Noordenveld (hoofdplaats Assen), Middenveld (hoofdplaats Beilen), Westenveld (een gedwongen samenvoeging van de gemeenten Meppel en Westerveld, met als hoofdplaats Meppel), Oostenveld (hoofdplaats Emmen) en Zuidenveld (hoofdplaats Hoogeveen). Deever, wen er alvast maar aan dat het luxe Raadhuis aan de Gemeentehuislaan slechts een tijdelijk raadhuis is. Echt wel.
In het bericht van Lammert Huizing is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van een deel van de Heufdstroate van Deever opgenomen. 
De redactie heeft een scan van een in 1909 verstuurd origineel exemplaar van deze fraaie ansichtkaart aan dit bericht toegevoegd. Aan de rechterkant is het boerderijtje van kuiper Hendrik Moes te zien, daarnaast staat de woning van de gezusters Oostenbrink (de Pluumpies). Aan de linkerkant is een stukje van het huis van Jan en Mine ter Heide te zien.
De redactie heeft de bijgevoegde kleurenfoto op zaterdag 16 juni 2018 gemaakt.


 

Posted in Ansichtkaart, Brink, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Oudheidkunde, Topstuk | Leave a comment

Café van Jan Barelds aan de Brink – Zomer 1906

In het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 12) (zie de tweede afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje) over een deel van het het verleden van café Brinkzicht aan de brink van Deever met bijbehorende afbeelding van een ansichtkaart uit 1906 gepubliceerd.

Uit het ‘Register der Localiteiten waar vergunning voor den verkoop van Sterken drank in het klein in de Gemeente Diever is verleend’ blijkt dat Burgemeester en Wethouders op 18 maart 1893 aan Harm Pieter Hummelen een vergunning ‘voor den verkoop bij hoeveelheden van minder dan tien liter voor gebruik ter plaatse of elders’ verleenden.
Het boerencafé aan de brink had als adres Diever 6. Het verlof gold voor de beide voorkamers. Op 19 april 1906 werd de vergunning ingetrokken, omdat Harm Pieter Hummelen verhuisde naar de Peperstraat.
Het café werd voortgezet door Jan Barelds. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 6 mei 1906 een vergunning voor de grote voorkamer aan de westkant, dat wil zeggen voor de kamer aan de kant van de Hoofdstraat.
Op 6 juni 1922 werd in de vergunning een wijziging aangebracht, zodat deze ook gold voor de ten noorden aan de voorkamer grenzende kamer.
De vergunning verviel op 5 januari 1927 door het overlijden van Jan Barelds en de daaraanvolgende afbraak van de localiteit.
Links is de schaapskooi van Hendrik Roelofs Hessels te zien. Dit deel van de Hoofdstraat was vroeger een drift, waarlangs de schapen door het Dieverder Zand naar de heidevelden Aachter ’t zaand werden gedreven.
De beeldbepalende kastanjeboom bij het café is helaas in 1997 gekapt.
Diever was in die tijd nog een belangrijke marktplaats. Bij veehandel horen drank en café’s. Andere localiteiten met een sterkedrank-vergunning waren in 1906 de boerencafé’s van Klaas Bennen (Diever 52), Albert Egberts Mulder (Diever 75), Jan Blok (Diever 76), Cornelis Offerein (Diever 112), Reinder Hummelen (Diever 114), Roelof Seinen (Diever 121), Teunis Wesseling (Diever 144), Albert Trompetter (Diever 148) en Willem Huiskes (Diever 150). Uiteraard waren er ook niet geregistreerde stille kroegjes.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het feit dat in het dorp Deever zoveel localiteiten met een sterkedrank-vergunning waren, had alles te maken met de drukbezochte vee- en jaarmarkten. 

Het boerencafé van Klaas Bennen was gevestigd in de nog steeds bestaande boerderij, nu met adres Achterstraat 10 in Deever.
Het boerencafé van Albert Egberts Mulder was gevestigd in een niet meer bestaande boerderij, op die plek staat nu ’t Nieuwscafé, Kruisstraat 5 in Deever.
De redactie moet nog uitzoeken waar het café van Jan Blok was gevestigd (wie het weet mag het zeggen).
De redactie moet nog uitzoeken waar het café van Cornelis Offerein was gevestigd (op ’t Kastiel in Deever ?) (wie het weet mag het zeggen).
De redactie moet nog uitzoeken waar het café van Reinder Hummelen was gevestigd (wie het weet mag het zeggen)..
Het boerencafé van Roelof Seinen was gevestigd in een boerderij, waar nu de boerderij met adres Hoofdstraat 57 in Deever staat. In dit pand was in de tijd van Roelof Seinen ook het gemeentehuis ondergebracht.
Het boerencafé van Teunis Wesseling was gevestigd in de boerderij op de plek waar nu supermarkt Co-op Diever met adres Hoofdstraat 82 is gevestigd.
Het boerencafé van Albert Trompetter was gevestigd in de nog steeds bestaande boerderij, nu met adres Hoofdstraat 53 in Deever
Het café van Willem Huiskes was gevestigd in een niet meer bestaand pand tussen de huidige pand met adres Hoofdstraat 49 en het huidige pand met adres Hoofdstraat 51.
De zwart-wit ansichtkaart, in 1906 uitgegeven, is op 21 juni 1908 verstuurd.
De redactie heeft de kleurenfoto op vrijdag 30 november 2018 gemaakt.


Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Brink, Café Barelds, Diever, ie bint 't wel ... | Leave a comment

Ut Schultehuus an de brink van Deever in de sneej

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan, soms wat eerder, soms wat later, voor de broodnodige verandering de kopafbeelding van het Deevers Archief.
De redactie heeft de hier afgebeelde zwart-wit foto van de huizen en het Schultehuis aan de brink van Deever op 13 januari 1999 gemaakt. In de nacht van 12 op 13 januari 1999 was in Deever 5 tot 10 cm sneeuw gevallen.
Op de foto zijn de twee toen nog niet vergiftigde rode beuken voor het huis met het adres Brink 5 te zien. De linker beuk staat een beetje verscholen achter de lantaarnpaal.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet een scherpe scan van deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind of niet geschikt acht als kopafbeelding van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
De smalle afbeelding is als kopafbeelding gepubliceerd op 5 december 2018.

Posted in Brink, Kopafbeelding, Schultehuis | Leave a comment

Wie is de moordenaar van twee beuken an de brink ?

Op twee particuliere rode beuken an de brink van Deever vóór het huis met adres Brink 5 hangt een aankondiging over het zoeken van de moordenaars van deze twee onvervangbare bomen.

Gezocht
Tussen januari 2017 en nu zijn deze schitterende, ongeveer 100 jaar oude bomen, slachtoffer geworden van vernieling.
Er zijn gaten in de stammen van onze bomen geboord waar (meerdere keren ?) vergif is ingespoten.
Meerdere experts hebben onafhankelijk van elkaar geconstateerd dat beide bomen deze aanval niet zullen overleven; ze zijn al aan het doodgaan. Vanwege het gevaar voor de omgeving worden ze binnenkort gekapt.
Er is aangifte gedaan bij de politie maar bij gebrek aan een verdachte kan er op dit moment niet gebeuren. Heeft u iets gezien of gehoord ? Iemand die geklaagd heeft over overlast door onze bomen ? Meld het alstublieft aan ons of anoniem bij de politie !
Wij betreuren dit verlies ten zeerste, niet alleen voor het aanzicht van de brink, maar ook voor de leefomgeving van mossen, insecten, vogels en eekhoorns die hier leven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Binnen afzienbare tijd zullen deze twee rode beuken (fagus sylvatica atropunicera), die door de meer dan honderd jaren van hun bestaan heen steeds meer tot het Deeverse erfgoed zijn gaan behoren, door toedoen van een sluipmoordenaar zullen zijn verdwenen.
De redactie prijst zich bijzonder ongelukkig dat hij voor het onverbiddelijke maar noodzakelijke vastleggen van ‘vrogger in de gemiente Deever’ de vier bijgaande kleurenfoto’s treurig genoeg toch nog op vrijdag 30 november 2018 toevallig in het voorbijgaan heeft kunnen maken.
Op de bijgevoegde afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van de niet-origineel Saksische brink van Deever uit omstreeks 1950 zijn de twee rode beuken al flinke beeldbepalende bomen geworden.





Posted in Ansichtkaart, Brink, Erfgoed, Toevallige waarneming | Leave a comment

Ken ie se nog … die uut Deever

De gepensioneerde hoofdonderwijzer van de Deeverse openbare lagere school Albertus Andreae (die in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) is de maker van het fotoboekje ‘Kent u ze nog … die van Diever’.
De uitgeverij Europese Bibliotheek in Zaltbommel heeft het fotoboekje in 1987, nu al meer dan 30 jaar geleden, op de markt gebracht. Het fotoboekje ‘Kent u ze nog … die van Diever’ is nog steeds nieuw verkrijgbaar. Het boekje kan ook geleend worden in de bibliotheek op de Westeresch van Deever.

De redactie toont uit het fotoboekje in bijgaande tweede afbeelding de bladzijde met tekst 3 en de bladzijde met de bij tekst 3 behorende foto 3 uit het fotoboekje. De gepensioneerde hoofdonderwijzer van de Deeverse openbare lagere school Albertus Andreae (die in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) schreef bij foto 3 de volgende tekst.
Een mooie historische foto ziet u hier. Op de voorgrond herkent u zeker de mooie ijzeren afrastering voor de boerderij waar thans Hendrik Mulder Jzn. woont. Toen woonde daar zijn vader Jan Mulder Wzn., maar daarover straks meer.
Het eerste gebouw herkennen velen wel: de hervormde pastorie. Daarachter is nog juist een raam te zien van het oude gemeentehuis. En nu de drie heren: links burgemeester H.G. van Os, die zijn functie hier in Diever heeft vervuld tot ongeveer 1939. Hij is hier in gezelschap van de toenmalige wethouders: de heren Roelof van Wester en Jan Seinen. Samen is hier dus het voltallige bestuurscollege van de gemeente.
Maken zij een ochtendwandeling ? Nee, ze zijn op weg naar het huis van Jan Mulder Wzn., die de functie had van gemeenteontvanger. Het bezoek van het college had dus te maken met de financiële zaken van de gemeente.
De burgemeester had een hekel aan lang vergaderen. Er is ons verteld dat hij de raadsagenda steeds van te voren doornam met de secretaris (toen nog ambtenaar ter secretarie geheten) en aangezien hij zijn wethouders goed kende, vermoedde hij reeds tevoren de al dan niet gerechtigde op- en aanmerkingen. Zo kon het dus gebeuren dat een raadsvergadering om kwart voor twaalf begon en eindigde om twaalf uur.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Naast de derde foto in het fotoboekje ”Kent u ze nog … die van Diever’ , zie de afgebeelde bladzijde, is op dezelfde dag ook bijgaand afgebeelde foto gemaakt. Het ligt voor de hand aan te nemen dat de eerste foto, waarop de drie mannen van wat verder weg zijn te zien, iets eerder is gemaakt dan foto 3 uit het fotoboekje.
De redactie is wel bijzonder benieuwd naar de naam van de maker van deze twee foto’s.
De foto’s zullen bij benadering tussen 1935 en 1939 zijn gemaakt.
Op de eerste foto zijn van links naar rechts te zien: burgemeester Hendrik Gerard van Os (met hoed), boer Roelof van Wester (met donkere pet) en boer Jan Seinen (met lichte pet).
Het gebouw aan de linkerkant is de pastorie van de Nederlands hervormde kerkgemeente aan de brink (een pastorie hoort aan de brink te staan. Daarnaast is het oude gemeentehuis (een gemeentehuis hoort aan de brink te staan) van de gemeente Deever te zien. Op de achtergrond is het (nog bestaande) café Brinkzicht van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te zien.
Boer Jan Mulder is geboren op 6 augustus 1874 in Deever als zoon van Willem Mulder en Anna Catrina Seinen.
Boer en wethouder Jan Seinen is geboren op 25 juli 1876 in Wapse en is overleden op 13 december 1950 in Deever (Wapse ?).
Boer en wethouder Roelof van Wester is geboren op 13 januari 1873 in Wittelte en is op 5 juli 1943 overleden in Oldendeever.
De redactie moet de gegevens van boer Hendrik Mulder Jzn. nog uitzoeken.
De redactie moet de gegevens van burgemeester Hendrik Gerard van Os nog uitzoeken. 

Posted in Alle Deeversen, Brink, Café Brinkzicht, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Pastorie aan de Brink | Leave a comment

Duvel van Deever veroordeeld tot levenslang

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 17 april 1947 het navolgende bericht over het Bijzonder Gerechtshof te Assen, inzake het proces tegen de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma uut Deever.

Duivel van Diever veroordeeld tot levenslang
Het Bijzonder Gerechtshof te Assen veroordeelde heden den 64-jarigen caféhouder Klaas Marcus Balsma te Diever, den ‘duivel van Diever’ tot levenslange gevangenisstraf, ontzetting uit de kiesrechten en uit het recht het beroep van caféhouder uit te oefenen. Eisch was doodstraf met ontzetting uit de rechten. Het recht van cassatie werd Balsma toegekend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het recht van cassatie is het recht beroep aan te tekenen bij het hoogste rechtsprekende orgaan van het land tegen het vonnis van een lagere rechter. Het is bij de redactie van het Deevers Archief niet bekend of Klaas Marcus Balsma van dat recht gebruik heeft gemaakt.

Posted in Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma, N.S.B., N.S.B.'er | Leave a comment

Rogge döss’n bee’j Garriet Jan Wesseling

De afbeelding in zwart-wit is met begeleidende tekst eveneens gepubliceerd in het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bin ‘t wel …’. 

De man met de pet links op de döskaaste is instopper Frederik (Frièrik) Houwer (geboren op 26-3-1900, overleden op 27-5-1989). De baandensnieder die naast Frederik (Frièrik) Houwer bezig is kon helaas niet worden herkend (Is het Gerrit Jan Wesseling ? Wie herkent deze man ?). De schoter, de man die de gaarven rogge naar de baandensnieder gooide, bevindt zich op de rogge in de boerderij. Links boven op het stro staat Willem Punt (geboren op 26-12-1896, overleden op 2-8-1985). De man die onder hem staat is Jan Oostra. In het midden staat smid Hendrik Kloeze (geboren op 13-7-1909, overleden op 30-7-1967) uut de Heufdstroate. Hij en zijn broer Albert (geboren op 24-4-1901, overleden op 22-4-1961) waren de eigenaren van deze döskaaste. De helaas niet herkende jongen (redactie: Is het Wijnand Hunneman ? Wie herkent deze man ?) bij de motor is waarschijnlijk de machinist. Deze motor liep op pieterölie en werd gekoeld met water in een bak om de motor. De motor staat op een oud autochassis. De döskaaste en zijn aandrijving werden verplaatst met behulp van een paar sterke paarden. Bij de motor hoorde registratiebewijs D-2138, dat op 30 augustus 1921 in Assen werd afgegeven aan Albert Kloeze.
De döskaaste staat in de baander en op de deele van de boerderij van Gerrit (Garriet) Jan Wesseling (geboren op 8-6-1900, overleden op 22-10-1983) in de Achterstraat. Hendrik Wesseling (geboren op 31-10-1869, overleden op 6-4-1942), die weduwe was van Kea (Kee) Janssen (geboren op 24-09-1865, overleden op 22-10-1934), liet deze boerderij voor zijn zoon Gerrit Jan en zijn vrouw Hendrikje Oostra (geboren op 6-5-1897, overleden op 13-9-1974) bouwen. Hendrik Wesseling was tot zijn pensionering hoofdmeester van de Wittelter school. Om de boerderij hier te kunnen bouwen moest de oude boerderij, die door Hendrik Wesseling was verhuurd aan Hendrikus Oostra en Aaltje Oostenbrink, worden afgebroken.
Het dorsen van rogge aan huis was één grote ellende, want het hele huis kwam onder het stof te zitten. Het kostte een paar dagen om alles weer schoon te krijgen. Alle deuren van het achterhuis werden opengezet, zodat de wind zoveel mogelijk stof weg kon blazen. Als de rogge kraekdröge was, dan ging het dorsen gemakkelijk en was er minder stof.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto van de situatie ter plekke van het pand met huidig adres Achterstraat 4 in Deever op maandag 3 september 2018 gemaakt. Het boerderijgedeelte van de boerderij van Gerrit (Garriet) Jan Wesseling is nu in gebruik bij Installatiebedrijf Dick Sjabbens.

Posted in Achterstraat, Boer'nwaark, Boerderij, Brink, Diever, ie bint 't wel ..., Topstuk | Leave a comment

Pacht Café Brinkzicht in andere handen

In de Meppeler Courant van …. 1948 verscheen het volgende bericht over het opnieuw verpachten van Café Brinkzicht aan de Brink van Diever.

Pacht Café Brinkzicht in andere handen
Diever. De pacht van het café Brinkzicht zal ingaande 3 maart aanstaande overgaan op mejuffrouw J. Strampel (Jannie Strampel) te Rottum bij Heerenveen, zulks in de plaats van de heer H. Figeland (Hendrik Figeland), die vanaf de bevrijding pachter van dit café is geweest.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De juiste datum van publicatie van dit berichtje moet nog worden uitgezocht.
Hoe zal het in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn gegaan met het beheer van het café, toen de eigenaar de N.S.B.’er Klaas Markus Balsma vanwege oorlogsmisdaden in de gevangenis zat ?
Nam één van zijn kinderen zijn zaken waar of was een bewindvoerder aangesteld ?
Zie de afbeelding van het sukersakkie, waaruit blijkt dat Jannie Strampel de uitbaatster van hotel-café Brinkzicht is  Dit sukersakkie is aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief.

Abracadabra-175

 

Posted in Afbeelding, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Diever, Klaas Marcus Balsma, Sukersakkie | Leave a comment

N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus

In het Nieuwsblad van het Noorden van 1 juli 1949 verscheen het volgende bericht over de rechtzaak tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus van Diever.

Bijzonder Gerechtshof Assen
N.S.B.-burgemeester P.O. Posthumus
In April 1944 nam de 61-jarige spinnerijmeester en reiziger Pier Obe Posthumus uit Haren (Groningen) te Diever de burgemeesterszetel in en op 15 januari 1945 kreeg hij zijn definitieve benoeming. Van 1942-1943 was hij waarnemend burgemeester van Hoogezand en wethouder en loco-burgemeester van Haren.
Posthumus heeft zich als burgemeester bezig gehouden met de opsporing, de arrestatie en het verhoor van verschillende personen, in samenwerking met de bende landwachters, waaruit later de beruchte ‘Norger bloedploeg’ is ontstaan. Toen hij de plaatselijke politie niet meer vertrouwde, kwam op zijn verzoek een detachement van zeven landwachters ter versterking. Hij kon het goed met hen vinden (verdachte: ‘Later niet !’) en gaf hun na afloop van dienstverrichtingen een tevredenheidsbetuiging mee….
Ook de tekenkunst beoefende hij. Een N.S.B.-meisje tekende op de muur van het Schultehuis in Diever een doodshoofd, welke tekening hij verbeterde. Daaronder kwam nu en dan een streepje te staan. President: ‘Wat was daar de betekenis van ?’. Verdachte: ‘Hoofdzakelijk een bedreiging door de landwacht. Wanneer iemand naar de S.D. was opgezonden of de doodstraf had gekregen, werd een streepje onder de tekening gezet’. Bij de bevrijding vertoonde de muur 18 streepjes.
Onder meer werden tijdens een tocht met Sanner, Balsma, de Krijger en Burgman de heren Bruulsma te Beilen, dominee Geertsema en dokter J.L. Dinkla te Dwingelo gearresteerd. Van hen is dominee Geertsema overleden.
Voorts vorderde hij fietsen en wasblikken voor de O.T.-werkers, plakte aan het distributiebureau een lijst met namen aan van hen, aan wie geen bonkaarten verstrekt mochten worden, omdat zij weigerden voor de O.T. te werken, liet haver en hooi vorderen en nam de etenshalers in de hongerwinter het voedsel af om zelf daarvan te profiteren.
De gemeentesecretaris van Diever, de heer J. Boesjes, verklaarde geen hoge indruk van de burgemeesterscapaciteiten van de verdachte te hebben gekregen. Hij toonde veel belangstelling voor de O.T. en legde grote bereidwilligheid aan de dag voor alles wat de Duitsers hem vroegen.
De zaak werd aangehouden tot 20 Januarie aanstaande.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tegen de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumes werd tien jaar straf geëist.
Zie het bericht elders in het Deevers Archief.
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse organisatie.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

De N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus werd op 9 april 1945 op klaarlichte tijdens het middageten in de serre van café Brinkzicht, het café van de N.S.B.’ er Klaas Marcus Balsma, opgepakt door enige parachutisten (wijlen Jantje Andreae-Oost: ’t waar’n van die kleine mannegies die laangs oens huus sleup’m) van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambertus Schoemaker van Diever, optrad als gids. Bij deze bliksemactie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
De afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van café Brinkzicht is in 1949 uitgegeven, dus ten tijde van het proces bij het bijzondere gerechtshof te Assen. De rechterkant van het café, waar de serre zich bevindt, is jammer genoeg niet op de afbeelding te zien, echter is wel te zien op andere afbeeldingen in het Deevers Archief.
De vraag is wat er in de eerste jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog is gedaan met café Brinkzicht, wanneer is het van eigenaar veranderd ?
De redactie van het Deevers Archief weet tot op de dag van vandaag niet wat de betekenis is van de houten palen die op de afbeelding aan de rechterkant zijn te zien. Wie weet dit wel ?
Naast het café staat de dan al behoorlijk dikke kastanjeboom, die helaas in de negentiger jaren van de vorige eeuw werd verwijderd.

Abracadabra-468
Abracadabra-469

 

 

Posted in Ansichtkaart, Brink, Café Balsma, Café Brinkzicht, Franse parachutist, Klaas Marcus Balsma, N.S.B.'er, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Vergadering van de N.S.B. in café Balsma uitgesteld

Op 6 maart 1943 verscheen in het Agrarisch Nieuwsblad de volgende korte advertentie over het uitstellen van een vergadering van de afdeling Diever van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.) in café Balsma an de Brink in Deever.

Nationaal Socialistische Beweging – Diever
De aangekondigde Openbare Vergadering op 7 maart in café Balsma wordt tot nader datum uitgesteld.

Posted in Brink, Café Balsma, Diever, N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Onderhandelen over krijgsgevangenen in Deever

In Tresoar (Frysk Historisysk en Letterkundich Sintrum) in Leeuwarden bevinden zich in de inventaris (stukken betreffende het openbaar leven, militaire aangelegenheden, verdediging en oorlogshandelingen en algemene stukken) van het Stadhouderlijk archief: De archieven in het Koninklijk Huisarchief: Hendrik Casimir II stukken betreffende een overeenkomst, in 1672 gesloten te Diever, tussen gemachtigden van Hendrik Casimir II, de bisschop van Munster en de bisschop van Keulen betreffende de behandeling van wederzijdse krijgsgevangenen.

In het rampjaar 1672 (het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos) werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen. Het bisdom van Münster stond onder gezag van Bernard van Galen, het bisdom van Keulen stond onder gezag van prins Maximiliaan Hendrik van Beieren.
De troepen van de twee bisdommen vielen Noord-Nederland aan. De Keulse en Munsterse bisschoppen zetten daarbij 30.000 man soldaten. Het lukte Bernard von Galen (Bommen Berend) tot vlak voor de stelling Heerenveen te komen, maar die was versterkt met een aarden wal en dubbele grachten. De bezetting bestond uit burgercompagnieën: schutters uit Leeuwarden en Franeker, en geregelde troepen, allen onder het bevel van graaf Johan Maurits van Nassau-Dietz, stadhouder Hendrik Casimir II, generaal Carl von Rabenhaupt en luitenant-admiraal baron Hans Willem van Ayala. De troepen van het bisdom Münster vielen in de nacht van 18 op 19 augustus 1672 tot driemaal toe aan, maar ze werden steeds tegengehouden. Daardoor konden ze Friesland niet verder binnendringen. Op 28 augustus, en na een beleg van amper een maand gaf de bisschop zijn troepen opdracht de belegering van Groningen op te heffen. Op 2 september 1672 werd Blokzijl bijgestaan door Friese troepen en een Hollandse vloot; de bisschop trok zich terug.
Winschoten werd op 7 september 1672 prijsgegeven; Oudeschans capituleerde op 27 oktober 1672 voor Von Galen. Coevorden werd na een verrassingsaanval eind december 1672 opgegeven. Bij dichte mist werden 600 Münsterse soldaten gevangen genomen en vielen 85 kanonnen in handen van generaal Carl von Rabenhaupt.
De troepen van de bisschop van Münster verbleven geruime tijd in Staphorst en omstreken, zodat zelfs de kerk van dat dorp bijna een jaar voor de beoefening van de roomse eredienst werd gebruikt. Vanuit Staphorst werden strooptochten in Drenthe en Friesland ondernomen.
In de strijd werden -blijkens de bewaard gebleven stukken- zowel aan de zijde van de troepen van Hendrik Casimir II als aan de zijde van de troepen van de bisschoppen van Münster en Keulen soldaten krijgsgevangen gemaakt, waarover tussen gemachtigden in Diever, wellicht in het huis van de schulte aan de Brink, werd onderhandeld over de manier van behandeling van wederzijdse krijgsgevangenen.

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

Ansichtkaarten – Kerk op de brink van Deever

De foto voor deze ansichtkaart werd omstreeks 1925 gemaakt.
De redactie van het Deevers Archief heeft het vermoeden dat Willem Mulder de maker is van deze foto.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Diever, Kerk aan de brink | Leave a comment

Activiteiten in café Balsma in de Tweede Wereldoorlog

In het Drentsch Dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) werd op 27 februari 1943 de navolgende advertentie gepubliceerd.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op maandag 1 maart 1943 hield de Germaansche S.S. een propagandabijeenkomst in café Balsma aan de Brink in Diever. Niet bekend is of en zo ja welke inwoners van de gemeente Diever lid zijn geweest van de Germaansche S.S.
De Germaansche S.S. was de verzamelnaam van verschillende paramilitaire groepen, die van 1939 tot 1945 opstonden in door Duitsland bezette gebieden. De Germaansche S.S. was gebaseerd op het model van de Schutzstaffel (S.S.) en had als doel de nationaalsocialistische rassendoctrine en het antisemitisme op te leggen. Dit deed zij voornamelijk door lokale politietaken op zich te nemen en eenheden van de Gestapo, de Sicherheitsdienst (S.D.) en andere afdelingen van de Reichssicherheitshauptamt te versterken. De Nederlandse organisatie werd opgericht onder de naam Nederlandsche S.S., maar later omgedoopt tot Germaansche S.S. Ze was betrokken bij razzia’s tegen joden voor deportatie naar vernietigingskampen. Na de oorlog werden de meeste leden van de Germaansche S.S. in Nederland gebrandmerkt als landverraders en werd een deel veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. De taak van een Beauftragte was toezicht houden op het openbaar bestuur en het economisch leven. Daarnaast moest hij zich bezig houden met het nazificeren van de publieke opinie.

Posted in Brink, Café Balsma, Klaas Marcus Balsma, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Beeldje te mooi voor de zijkant van het gemeentehuis

In de Friese Koerier verscheen op 11 juni 1957 het navolgende merkwaardige bericht over de plaatsing van het beeldje ‘het Leven’ voor het raam van de werkkamer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) op de brink van Deever.

Gemeenteraad Diever
Beeldje te mooi voor het gemeentehuis
Diever. In de vergadering van de raad deer gemeente zei de voorzitter dat dit de laatste vergadering was welke in het noodgemeentehuis zal worden gehouden.
De raad bezichtigde, alvorens met de agenda aan te vangen, het nieuwe gemeentehuis, dat bijna voltooid is.
Een langdurige discussie ontspon zich over een in de tuin van het nieuwe gemeentehuis te plaatsen beeldje. B. en W. hadden de kunstenaar Anno Smith te Eelderwolde een ontwerp laten maken voor de tuin, doch toen een ontwerp van dit beeld werd getoond, meende de minderheid van het college, namelijk de heer Gerrits, dat dit te mooi was om in de tuin te staan en dat het op de Brink voor het gemeentehuis diende te staan.
De raad was het in meerderheid hiermee eens, ondanks de mededeling van de voorzitter dat de beeldhouwer en de architecten dit plastiekje ongeschikt achtten op de Brink. Met 6 tegen 3 stemmen (1 blanco) werd besloten het beeld op de Brink te plaatsen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) lijkt de raad van de gemiente Deever niet ingelicht te hebben over het verstrekken van een opdracht voor het vervaardigen van een kunstwerk voor plaatsing bij het gemeentehuis. Dat lijkt dan een gemiste kans voor die burgemeester.
Hilbert Gerrits (Garries), wethouder voor de Partij van de Arbeid, was vóór plaatsing van het plastiekje vóór het gemeentehuis.
Voorstelbaar is dat zes leden van de raad narrig werden van het gedram en gedreig van de Hoogste Heer Van De Voorkant Van Het Gelijk om het plastiekje toch ‘in de tuin van het gemeentehuis’ (welke tuin ?) te plaatsen en niet op de brink en vervolgens expres tegen plaatsing van het plastiekje ‘in de tuin van het gemeentehuis’ stemden.
Zo kon het gebeuren dat het plastiekje met de naam ‘Het Leven, geboorte, huwelijk en dood’ tegen de wil van de burgemeester kwam te staan voor het raam van de kamer van de burgemeester in het vijfde en laatste gemeentehuis van de gemiente Deever.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) was de eerste burgemeester die vanuit het raam van zijn werkkamer tegen de achterkant van het plastiekje moest aankijken.
Anno Ferdinand Smith (geboren op 7 april 1915 in Groningen, overleden op 14 januari 1990 te Groningen) heeft het plastiekje van keramiek in 1957 gemaakt. In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens van Anno Ferdinand Smith aanwezig.
De hier afgebeelde zwart-ansichtkaart is door Roelof van Goor in november 1965 in zijn boekhandel an de Kruusstroate in Deever uitgegeven.
De grote vraag is echter of het plastiekje – dat met geld van de gemiente Deever is aangeschaft – nog steeds eigendom is van de gemeente Westenveld ?
Beschikt de gemeente Westenveld eigenlijk wel over een openbaar toegankelijke uitputtende lijst van het gemeentelijke kunstbezit met inbegrip van de door de deelgemeenten Deever, Dwingel, Vledder en Oavelte ingebrachte kunst ?

abracadabra-530abracadabra-531

Posted in Ansichtkaart, Beeld, Brink, Gemeentebestuur, Gemeentehuis, Gemiente Deever, Kunst | Leave a comment

De Oele in de Singelier

wAls je aan een groot aantal mensen, die vandaag de dag in Deever woont, de vraag zou stellen waar de Oele is gebleven en wat singelier betekent, dan zal zeker bijna honderd procent van de ondervraagden deze vragen negatief beantwoorden, laat staan dat ze op de hoogte zijn van het bestaan van de Oele.

De Oele
De Oele is een zandstenen beeldhouwwerkje dat hoog in de voorgevel van de openbare lagere school aan de Tusschendarp in Deever was ingemetseld. Dit is te zien op de navolgende op 23 oktober 2012 gemaakte foto van de gekleurde pentekening van deze school, deze pentekening hangt in de openbare basisschool met de naam ‘de Singelier’ in Deever.
De Oele is bij de afbraak van de openbare lagere school gelukkig niet gestolen, ook niet met het bouw- en sloopafval afgevoerd naar een puinbrekerij, ook niet voor veel geld aan een liefhebber verpatst, maar dankzij de inspanning van de lokale heemkundige vereniging behouden gebleven. Het in een periode van meer dan een halve eeuw door weer en wind en zure regen en fijnstof aangetaste zandstenen beeldhouwwerkje is na een grondige schoonmaakbeurt in de herfstvakantie van het jaar 2000 door wijlen Bram Moesker binnen in de Singelier ingemetseld. Dit is te zien op de navolgende op 23 oktober 2012 door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto van de Oele. Hij hangt bij de hoofdingang boven een grote groene met strooizout gevulde groenafvalcontainer.
De Oele wordt in veel culturen beschouwd als teken van wijsheid. Waar een mens in de duisternis rondtast, neemt de Oele met zijn scherpe gezichtsvermogen alles waar. Gelukkig zag de maker van dit beeldhouwwerkje daar de betrekkelijkheid wel van in, want al houwend beeldde hij de Oele met zijn tenen met grote scherpe grijpklauwen op de rand van een opengeslagen boek, want ook een opengeslagen boek is als een teken van wijsheid te beschouwen.
Als je aan Deeversen, die jarenlang dagelijks langs de Oele aan de voorgevel van de school aan de Tusschendarp lipen of fietsten en soms of vaak naar de Oele hebben gekeken, zou vragen of ze weten dat de Oele op het opengeslagen boek van de wijsheid zit, dan zullen de meesten die vraag met nee beantwoorden. Kijken, maar niet zien.

De Singelier
De Oele hangt in de openbare basisschool met de naam ‘de Singelier’ in Deever. Singelier is een woord in het Deeverse dialect, dat een verbastering, zeg maar verdeeverdisering, is van het Nederlandse woord singulier, wat afwijkend, bijzonder of apart betekent. Het Deeverse dialect behoort tot de verzameling van Stellingswerfse dialecten. Het woord singelier is ook bij olde Deeversen in onbruik geraakt.
Het openbare lagere onderwijs in Deever werd eerst gegeven op een plaats in de hervormde kerk, daarna op een andere plaats in de hervormde kerk, daarna in een tot school verbouwde oude boerderij aan de brink, daarna in een nieuw gebouwde school aan de Hoofdstraat, daarna in een nieuw gebouwde school aan de Tusschendarp en nu in de nieuw gebouwde school op de Westeres.


Posted in Beeld, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Openbare Lagere School Diever, School, Toevallige waarneming | Leave a comment

Een eenvoudige deur, een afgesleten zerken stoepje

Bijgaande zwart-wit afbeelding van een deel van het westelijke deel van de zuidelijke zijbeuk van het kerkgebouw aan de brink van Deever is in 1934 gepubliceerd in een geïllustreerd weekblad.
Het bijschrift bij de foto luidt als volgt:
Het geheel van kerk en toren te Diever is zwaar van bouw en mooi-Drentsch in de omgeving, maar ook details zooals dit torenpoortje zijn vol stemming, opgewekt door muren, een eenvoudige deur en een afgesleten zerken stoepje, en een verdiepende beschouwing waard.
De redactie van het Deevers Archief zoekt zich nog steeds suf naar de titel van dit geïllustreerde weekblad. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief weet om welk weekblad het gaat ?
De eenvoudige deur was geen torenpoortje, maar was tot de opening van de lagere school aan de brink de toegang tot de lagere school in het westelijke deel van de zuidelijke beuk van het kerkgebouw. De deur is ook geen oorspronkelijke deur, want is er in de negentiende eeuw ingeknutseld. Intrigerend is wel het ‘afgesleten zerken stoepje’. De redactie heeft het vermoeden dat een deel van een oude gebroken zerk van een graf in de hof van de kerk aan de brink lang heeft gediend als opstapje.
Bij de Grote Restauratie in de vijftiger jaren van de vorige eeuw is de oorspronkelijke muur hersteld, wat te zien is op de kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op woensdag 19 september 2018 heeft gemaakt.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Lagere school Deever | Leave a comment

Verbonden met allen die van goeden wille zijn …..

In de verzameling van het Deevers Archief is bijgaande zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Op de afbeelding is de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink van Deever te zien. De zichtbare deur aan de linkerkant van de kerk dateert nog uit de tijd dat in het westelijke deel van de zuidelijke beuk van de kerk de lagere school van Deever was gevestigd. Deze deur is terecht verdwenen tijdens de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Let vooral ook op het zwaar vervallen dak van de kerk. En let vooral ook op de glint’n um de braandkoele op de brink.
De achterkant van de kaart is tussen 13 en 20 augustus 1948 beschreven. Daarmee is nog niet duidelijk of de kaart in 1948, 1947 of 1946 is uitgegeven en ook is op de achterkant van de kaart niet vermeld bij welke neringdoende in Deever deze meer dan 70 jaar oude ansichtkaart te koop was. De kaart werd zelfs in Deever nog verkocht in 1950.
Uit de tekst op de achterkant blijkt dat de kaart is beschreven door de kampleiding van zomerkamp IV van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (V.C.J.C.). De redactie heeft het vermoeden dat iedere deelnemer aan zomerkamp IV met zo’n afscheidskaart naar huis ging. De V.C.J.C. hield haar zomerkampen in Deever an de Bosweg bee’j ut Mastenveltie. De redactie weet niet wat de afkortingen op de achterkant van de ansichtkaart betekenen en weet ook niet wie zijn naam bij een afkorting heeft geschreven.
Op de plaats voor de postzegel is een wijnroodkleurig plaatje geplakt. De redactie zou graag willen weten of dit het logo van de V.C.J.C. was en wat de betekenis van dit logo was.
In het tekstgedeelte van de ansichtkaart is de volgende tekst geschreven: Verbonden met allen die van goeden wille zijn ….
Volledig luidt deze nog steeds toepasselijke zegenspreuk: Verbonden met allen die van goeden wille zijn, geroepen tot vernieuwing van de wereld en ons leven, willen wij ieder voor zich en tezamen een teken van hoop, geloof en liefde zijn in de wereld van vandaag !

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kerk aan de brink, Toren aan de brink, V.C.J.C.-kamp | Leave a comment

Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan

Bijgaande tekst is een deel van het lange in het Frans geschreven verhaal ‘Het Nederlandse Intermezzo’ van luitenant Edgard Tupet-Thomé, commandant van de twee sticks Franse parachutisten, die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geheel tegen de geallieerde plannen in bij Diever landden. De redactie van het Dievers Archief heeft dit verhaal voor de bezoekers van www.dieversarchief.nl vertaald in het Nederlands.

Het verzet zou graag willen dat we Diever, dat op drie kilometer in westelijke richting ligt, bezetten. Mijn gast verzekert mij dat in het dorp geen Duitsers zijn, maar alleen een groep colloborateurs onder leiding van de burgemeester mijnheer Posthumus. Ze staan op het punt hun biezen te pakken… gewapend, en dát is het knelpunt, en de bevolking zou willen dat we dat zouden verhinderen.
Terwijl ik uitleg dat onze missie niets van doen heeft met dat soort zaken, komt een jong meisje, een beetje opgewonden, op haar beurt bij ons kamp: het is de postbeambte van Diever, nog een verbindingsofficier van het verzet. Ook zij verzoekt onze hulp en zij biedt aan ons te gidsen.
De zaak interesseert me niet. Maar iets anders is de argumenten van een mooie vrouw te weerstaan ! De mannen draaien om haar heen als jonge ……. honden en ik zie goed aan hun houding dat ze in de war zijn geraakt door mijn ontoegeeflijkheid. Anspach en Puydupin hebben zich opgeworpen als gedienstige ridders van de jongedame en ik denk dat als ze het nog wat dramatischer voorstelt, dat ze zich dan aan haar voeten zullen werpen, de twee handen op hun hart. Alleen de jongens van mijn eigen stick, met Klein aan het hoofd, blijven onverschillig onder het debat.
Bah !… Trouwens, ik kan hen er toch niet van weerhouden…  en Gilles heeft genoeg ervaring en gezond verstand om hem te kunnen vertrouwen: dat ze dus gaan, als ze daar zin in hebben, een verkenning in het dorp uitvoeren…, maar slechts een verkenning. Iedereen die de benen wil strekken kan gaan, behalve mijn stick en ik, we zullen in het kamp blijven.
Het lijkt wel een militaire wandeltocht: drie uren na hun vertrek, keert mijn deftige landingsploeg terug, beladen met vers voedsel, mijnheer Posthumus en enkele idiote Duitsers voor zich uit drijvend.
Gees, de postbeambte, kijkt me triomfantelijk aan: de slechte vaderlanders zijn begonnen voor hun misdaden te boeten, en daar is ze niet weinig trots op. De arme Posthumus voortgeduwd door zijn drie bewakers, een touw om zijn nek, zijn handen vastgebonden met koorden van een parachute, zinkt neer bij een boom.
De ‘bevrijders’ van Diever vieren hun overwinning nogal bedeesd… Ze doen me denken aan mijn hond Tell ! Dat was een prachtige Duitse brak (redactie: jachthond), een staande hond, die volmaakt was afgericht door mijn vader. Gehoorzaam, bescheiden, erg waardig, hij deed zijn werk zonder ooit een fout te maken, hij had het hart van een goede grote hond. Hij wist zelfs deuren te openen. Dora, mijn Duitse herder, bezat die talenten niet, maar zij gebruikte hem als een Jan Klaassen: zij troonde hem mee naar het erf, Tell opende de deuren van de konijnehokken… en Dora slachtte de konijnen af. Daarna kwam die arme grote hond het huis binnen, schurend langs de muren, helemaal niet trots.
Ten slotte ! Zelfs al is dit niet roemrijk, toch wil ik hier niet neerbuigend over zijn. Ik doe mij schaamteloos te goed aan de levensmiddelen, die zijn geplunderd uit de kelder van Posthumus.

In het sterk onwaarschijnlijke geval dat de Duitsers ons bestaan tot nu toe niet kenden, zullen zij geen excuses meer hebben om het nu te blijven doen. De avond valt, dit zal waarschijnlijk onze laatste rustige nacht zijn.

Morgen zullen we de zaken serieus moeten nemen, anders zijn zij het die zich met ons zullen bezig houden !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De schrijver gaat in dit fragment van zijn verhaal in op de arrestatie van de N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus op  9 april 1945 op klaarlichte dag door enige parachutisten van de stick van Gilles Anspach, waarbij Gees (Geesje) Schoemaker, dochter van de postkantoorhouder Lambert Schoemaker van Deever, optrad als gids. Bij deze actie lukte het niet de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te pakken te krijgen.
Gees (Geesje) Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog koerierster voor het verzet. Gees (Geesje) Schoemaker is op zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus 2013 vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven.
Uit het relaas van luitenant Edgard Tupet-Thomé blijkt dat hij helemaal niet van plan is geweest Deever te bezetten, dit in tegenstelling tot de bewering van een zekere mevrouw Ter Laan in het artikel ‘Bevrijding van Diever’ in Opraekelen 95/1 (het blad van de heemkundige vereniging van Diever). Op het artikel ‘Bevrijding in Diever’ in Opraekelen 95/1 valt wel meer af te dingen.
In de laatste zin wordt met ‘uit de kelder van Posthumus’ bedoelt ‘uit de kelder van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma’. De N.S.B.-burgemeester van de gemiente Deever was in de kost bij de N.S.B.-caféhouder Klaas Marcus Balsma.
Op de bijgevoegde foto is luitenant Edgard Tupet-Thomé te zien.

Posted in Brink, Diever, Franse parachutist, Gees Schoemaker, Opraekelen, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Cent’n griep’m veur ut olde gemientehuus van Deever

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2008 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder – een Deeverse uut de Aachterstroate – die eerst an de Kloosterstroate in Deever, daarna in Gasselte en later in Assen woonde – steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels, documenten en foto’s over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren. Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten en foto’s in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar postuum – en uiteraard met alle respect – en beetje bij beetje opnemen in de webstee van het Deevers Archief.

Ook bijgaand zeldzaam mooie foto is afkomstig uit de verzameling van Anne Mulder. Anne Mulder was in zijn tijd in Deever werkzaam op de secretarie van de gemiente Deever. Hij was ook ambtenaar van de burgerlijke stand, hij voltrok huwelijken.
In de jaren vóór de restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw bij de brink, dus vóór 1956 bestond in Deever nog de oude traditie van het cent’n griep’m bij trouwerijen.
De bruidegom gooide bij het binnengaan van het gemeentehuis en na de voltrekking van het huwelijk bij het verlaten van het gemeentehuis muntstukken van een cent naar de verzamelde jongere jeugd.
De foto is vóór 1956 gemaakt bij het oude gemeentehuis aan de brink van Deever. De foto moet zijn gemaakt vroeg in het voorjaar of laat in het najaar, gelet op de kale bomen en gelet op de vele kinderen met muts en winterkleding. Anne Mulder heeft de redactie van het Deevers Archief niet verteld of hij de maker van deze foto is of iemand anders.
Op deze foto, die is gemaakt vóór de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, is het hek om de hof van de kaarke goed te zien.
Het brinkje van Deever is ontstaan, nadat ter plekke een kerk was gebouwd en dikke boeren en de schulte en de pastoor in de buurt van het kerkgebouw gingen wonen. Daarom kan de brink van Deever niet het keurmerk ‘Origineel Saksische Brink’ krijgen. Echt niet.
De grote vraag is natuurlijk: wie van de bezoekers van het Deevers Archief herkent zichzelf of herkent andere cent’n griep’mde kiender op dit topstuk. De redactie zou het heel graag willen weten.

Posted in Alle Deeversen, Brink, Kerk aan de brink, Kerkhof, Topstuk, Traditie | Leave a comment

Kerk aan de brink van Deever op 11 maart 1933

De redactie van het Deevers Archief  kent maar weinig mooie oude foto’s van onderwerpen uit de gemiente Deever, waarvan de juiste datum van fotograferen bekend is. Van deze foto van de kerk aan de brink van Deever is die datum wel bekend, te weten 11 maart 1933. Deze foto, nota bene afgedrukt op papier met een kartelrand, is gemaakt door juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst. Zij was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 onderwijzeres an de Wittelter skoele. Daarvoor had ze een tijdelijke aanstelling aan de openbare lagere school in Deever. Ze was in de kost bij Gosem Klasen, die in de Hoofdstraat woonde.
Aan de linker kant van de zuidelijke zijbeuk van de kerk is een deur te zien. Die deur is bij de restauratie van 1956/1957 weggehaald, omdat dit geen originele deur was, maar later is aangebracht, waarschijnlijk in de tijd dat de ruimte achter de deur, waar nu een drieluik hangt, in gebruik werd genomen als lagere school.
Op de hof van de kerk werden geen doden meer begraven, maar toch stond er nog een hek om de kerk, de reden daarvan kan zijn geweest dat de aanwezige graven nog niet waren geruimd, dat gebeurde bij de restauratie in 1956/1957. Straatjongens uit die tijd zullen zich de berg schedels en skeletten bij de zij-ingang van de kerk nog wel kunnen herinneren.
Aan de rechter kant van de foto is nog net een stukje van het hek om de braandkoele op de brink te zien.
Heel mooi is ook het slijtpad vanaf de Hoofdstraat over de brink naar de ingang van ‘het oude gemeentehuis’.
Uiteraard was het electriciteitsnet nog niet onder de grond aangebracht.
Het liek’nhusie op de brink is op deze foto niet meer te zien.

Posted in Brink, Diever | Leave a comment

Een annekkedote in ’t Deevers van Jan Hessels

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van het Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over het oude Deever, over het boerenleven. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan digitaal te hebben opgenomen. De ‘annekkedote’ is -het kan niet anders- opgeschreven in het Deevers: Jan Hessels sprak het Deevers, net zoals Jantje Andreae-Oost dat deed, zoals je het Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat het Deevers in het hedendaagse Deever bijna dood is.

De grond van de febriek
De ièste grond veur de febriek is deur de gemiente Deever veur vieftien gulden vukogt an de vereniging. Aachter de febriek langes laag een akker bouwlaand van Haarm Hessels. Disse Haarm Hessels hef joar’n in ’t bestuur van de febriek eseet’n. Ik miene dat hee sölls vanof de oprichting in 1899 in ’t bestuur hef eseet’n. As de febriek weer uutebreid mös wödd’n, dan waar’n zee vansöllls laand van Haarm Hessels neudug. Op de vugeadering van ’t bestuur wödde dan seins teeg’n Haarm Hessels esègd: Haarm, we hept -seg moar- duusend veerkante meter neudig van oen akker, wat geet oens dat kost’n. Noa wat hen en weer geproat wödde de koop esleut’n, ’t geld wödde betealt en de saeke gunk wieder. In 1936 bee de vudeeling van de aarfenis kwaa’m wee ur aaachter dat de halve febriek op grond van de familie Hessels stön. D’r was nooit wat bee’j de netoaris beschree’m. ‘t Is toe recht etrökk’n mit ’n akte van vurjoaring.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers archief
Jan Hessels bedoelt met ‘vereniging’ de in 1899 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek aan het Moleneinde (Katteneinde). Harm Hessels (geboren op 3 oktober 1862, overleden op 23 juni 1936) was getrouwd met Aaltje Hessels (geboren op 23 maart 1868, overleden op 15 januari 1941). Harm Hessels was de grootvader van Jan Hessels. Hun boerderij stond, staat nog steeds, aan het begin van de Kruisstraat, je kijkt tegen de voorgevel aan als je vanaf de brink door de Hoofdstraat naar de Kruisstraat gaat. De zwart-wit foto van deze boerderij is gemaakt in de strenge winter van 1979 De redactie heeft de kleurenfoto gemaakt op 16 november 2013.

Posted in Boerderij, Brink, Diever, Hoofdstraat, Kruisstraat | Leave a comment

Beeld op de kaarkhof krijgt een schoonbrandbeurt

De redactie van het Deevers Archief leefde altijd in de veronderstelling dat het gemeentelijke metalen Shakespearitis-beeld van de verliefde elfenkoningin Titania, die de wever Spoel met de ezelskop smokt, maar wat stond weg te roesten op de kaarkhof bij het helemaal niet-origineel Saksische brinkje van de gemiente Deever.
Maar dat blijkt toch wel een vergissing te zijn, want de regionale beeldenschoonmaker brandt één keer per jaar de korstmosjes en de algjes en andere vervelende groene aangroei en de resten van de oude beschermende bekleding grondig weg met een stevige gasbrander, waarna hij het metaal bekwast met een nieuwe beschermende bekleding en vervolgens deze beschermende bekleding met behulp van de hete gasvlam hecht aan het metaal.
De redactie heeft de foto voor bijgaande kleurenafbeelding op vrijdag 3 mei 2018 gemaakt.

Posted in Beeld, Brink, Kunst, Openluchtspel, Shakespearitis | Leave a comment

Pentekening van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn

Op deze pentekening van de heer Johannes Minderaa is de achterkant van de boerderij van Hendrik Mulder Jzn. an de Brink van Deever te zien. De tekening is gemaakt in het jaar 1975.
De pentekening maakte deel uit van een hele serie tekeningen, die als ansichtkaart is uitgegeven door de eigenaren van de winkel met de naam de Boerderij, Brink 2 in Deever. Vrogger was dat de boerderij van Cornelis (Knelus) Seinen.
De redactie van het Deevers Archief weet nog niet welke foto als voorbeeld is gebruikt en heeft daarom bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal bijgaande door de redactie gemaakte kleurenfoto op 21 januari 2016 onder enigszins winterse omstandigheden gemaakt.
Zo te zien heeft tekenaar Johannes Minderaa zich bij het natekenen van zijn voorbeeld redelijk aan de destijdse werkelijkheid gehouden. In 1975 waren de staldeuren in de achtergevel van de boerderij van Hendrik Mulder nog staldeuren (was Hendrik Mulder, zoon van Jan Mulder, die in de volksmond Jan Boatie werd genoemd, toen nog boer ?). Heden ten dage zijn de staldeuren wellicht te gebruiken om de ramen in de deurkozijnen te luiken.

Abracadabra-1569Abracadabra-1570

Posted in Ansichtkaart, Boerderij, Brink, Diever, Johannes Minderaa, Tekening | Leave a comment

Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland

De redactie van het Deevers Archief laat bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan haar trouwe bezoekers zien. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen, hoe liever het de redactie is.

Onlangs vond de redactie op de website Kunst Wereldwijd Netwerk een prachtige tekening van de Oude Kerk op de brink van Deever. Deze tekening heeft als titel: Mijn dorp Diever Holland – My village Diever Holland.
De welbekende beeldend kunstenaar en schrijver Willem van Spronsen heeft deze tekening gemaakt. Hij is lid van de Gooise Kunstkring.
Willem van Spronsen heeft in het verleden in Deever gewoond en is daar nog voorzitter van de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Deever geweest. Ook zijn kinderen zijn in Deever geboren. Hij komt regelmatig in Deever, omdat hij daar een atelier heeft.
De redactie toont deze tekening met toestemming van Willem van Spronsen. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor. Daarbij stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de websteee Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de webstee Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.
De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

Abracadabra-1632

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekening | Leave a comment

Voor wie in de gemiente Deever de klokken luiden

Uit de nalatenschap van de heer Hendrik Onstee, die schoolmeester in Wapse en Zorgvlied was, is het volgende artikel afkomstig. Uit zijn nagelaten aantekeningen kon helaas niet worden opgemaakt welke bronnen hij voor dit artikel heeft geraadpleegd. De redactie heeft het vermoeden dat het een document uit het kerkelijke of het gemeentelijke archief betreft.
Het artikel werd de redactie ter beschikking gesteld door wijlen Hendrik Onstee uit Vledder, de zoon van Hendrik Onstee. 
Het artikel sluit mooi aan bij wat dorpsfiguur Jan Hessels in nummer 99/3 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever, in het artikel ‘Naoberhulp bij geboorte, ziekte en overlijden’ schrijft over het luiden van de klokken.

Bij overlijdensaangiften
Dit ging tot 1943 als volgt. De aangevers van een overlijden gingen eerst naar het gemeentehuis voor het doen van de aangifte en daarna gingen ze naar de kerk voor het ver luiden. Dan was een veel gestelde vraag op het dorp: ‘Wie zul ‘r verlut weed’n ?’.
Bij het overlijden van een man werd met de grote klok driemaal geklept, dat wil zeggen er werd drie keer geslagen met de klepel. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Bij het overlijden van een vrouw of een kind werd met de kleine klok drie keer geklept. Daarna werd met beide klokken enige tijd geluid.
Heel vroeger kende men nog een derde wijze van verluiden. Die werd toegepast bij het overlijden van een kraamvrouw. Er werd dan drie keer geklept met de kleine klok en daarna enige tijd met beide klokken. Dit kleppen en luiden werd daarna nog twee keer herhaald.
Het drie keer kleppen en luiden bij al deze gevallen was bedoeld om het geloof in de heilige Drie-eenheid (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) aan te geven.
Sedert 1946 wordt bij overlijdensaangiften, zowel bij mannen als bij vrouwen en kinderen, gedurende korte tijd geluid met de klok. Vanaf die tijd werd niet meer geklept.

Bij begrafenissen, ongeacht de geloofsrichting van de overledenen
Eerder werd met beide klokken en nu wordt alleen met de grote klok geluid, voor zover het sterfhuis in het dorp Diever was gelegen, vanaf het moment dat de lijkstoet zich in beweging zet tot aan het ogenblik waarop de stoet weer bij het sterfhuis was teruggekeerd van het kerkhof.
Voor het geval het sterfhuis buiten het dorp Diever was gelegen, begon men te luiden vanaf het moment dat de lijkstoet de grens van het dorp Diever was genaderd tot aan het ogenblik waarop de lijkstoet de grens van het dorp Diever weer had bereikt.
Zodra op de dag van de begrafenis het graf gereed was, werd hiervan vroeger den volke kond gedaan door gedurende enige tijd met de grote klok te kleppen.

Bij openbare verkopingen en boelgoeden
Bij dit soort gebeurtenissen op doordeweekse dagen werd tot 1943 ongeveer dertig maal geklept met de grote klok.

Bij brand
Vroeger werd zowel overdag als ’s nachts verluid, dat wil zeggen dat het luiden en kleppen werd afgewisseld om het volk op de noodzaak tot het verlenen van hulp bij brand te wijzen.

Bij het zoekraken van kinderen
Als er een kind zoek was, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij het sneeuw ruimen
Als er sneeuw moest worden geruimd, dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Bij boerwerken
Als men moest gaan boerwerken (redactie: boerwerken is werkzaamheden verrichten voor de boerschap), dan werd vroeger enige tijd geklept met de grote klok.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft het artikel van Hendrik Onstee ook gepubliceerd in nummer 00/2 van Opraekelen, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. Toen de redactie besloot het artikel van Hendrik Onstee in Opraekelen te publiceren, was hij niet bekend met de inhoud van het in 1999 verschenen boekje ‘Het mirakel’ van Klaas Kleine. In dat boekje heeft Klaas Kleine het luiden van de klokken ook beschreven. Klaas Kleine baseerde zich daarbij op het artikel in de Meppeler Courant van 5 september 1955, getiteld ‘Diever – In en om de oude dingspilkerk’. De schrijver van dat artikel is vermoedelijk Jan Poortman.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de klok van de gemeentelijke toren aan de Brink van Deever op 8 februari 2006 ’s avonds om 18.52 uur onder winterse omstandigheden gemaakt. Gelukkig was het die avond niet nodig enige tijd met de grote klok te kleppen; het had niet zo veel gesneeuwd.

Abracadabra-1608

Posted in Afbeelding, Brink, Kerk aan de brink, Klaas Kleine, Opraekelen, Toren aan de brink | Leave a comment

N.S.B.’er Posthumus benoemd tot burgemeester

Diverse kranten melden in een bericht over nieuwe burgemeesters dat de commissaris-generaal voor bestuur en justitie de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus met ingang van 1 januari 1945 benoemde tot burgemeester van de gemeente Diever.

In Het Vaderland van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
Burgemeesters-benoemingen. De commissaris-generaal voor bestuur en justitie heeft tot burgemeester benoemd de heeren: J.C. Wesseling te Voorst, J. Vleeming te Herwen en Aerdt, P.O. Posthumus te Diever, W.A. Pijbes te Westerbork, Joost van der Bent te Zweelo en Th. A. Dijksman te Zuilen.

In het Drentsch Dagblad van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
’s Gravenhage, 30 december. De commissaris-generaal voor Bestuur en Justitie heeft tot burgemeester benoemd de heeren: J.C. Wesseling te Voorst, J. Vleeming te Herwen en Aerdt, P.O. Posthumus te Diever, W.A. Pijbes te Westerbork, J. van der Bent te Zweelo en Th. A. Dijksman te Zuilen.

In de courant Het Nieuws van den Dag van 2 januari 1945 verscheen het navolgende bericht.
Burgemeesters benoemd. Door den Rijkscommissaris zijn benoemd tot  burgemeester van Diever de heer P.O. Posthumus, van Westerbork de heer W.A.M. Pijbes, van Zweelo de heer J. v. d. Bent, thans waarnemende-burgemeesters van de betrokken gemeenten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Pier Obe Posthumus was in 1944, nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom werd gedwongen onder te duiken, waarnemend burgemeester van de gemeente Deever geworden.
Commissaris-generaal voor bestuur en justitie Friedrich Wimmer van het Duitse burgerbestuur benoemde de N.S.B.’er Pier Obe Posthumus met ingang van 1 januari 1945 tot burgemeester van de gemeente De
ever. Aan zijn burgemeesterschap kwam op 8 april 1945 een einde, toen Franse luchtcommando’s van de geallieerde Special Air Service (S.A.S.) hem in een snelle actie en op klaarlichte dag tijdens het middageten in het café van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink van Deever gevangen namen.

 

 


Posted in Brink, Gemiente Deever, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Tekening met titel Diever van Willem van Spronsen

De redactie van het Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief (www.dieversarchief.nl).
Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in het Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.

De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn bijgaande prachtige tekening van het kerkgebouw bij de brink van Deever en een stukje bebouwing an de Peperstroate te publiceren in het Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Zo te zien heeft de tekening als titel: Diever.

Deze tekening heeft in mei 2016 gehangen in een internationale tentoonstelling in het museum Hermitage in Amsterdam.

Aan het tonen van deze tekening in het Deevers Archief stelde hij wel enige voorwaarden:
a) de afbeelding alleen tonen als de website Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt;
b) de afbeelding mag niet worden ingekort;
c) de afbeelding alleen tonen in de website Deevers Archief;
d) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze foto’s gebruik maken.

De redactie hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever mag maken.

De kunstenaar Willem van Spronsen is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen met ook werken uut Deever en omgeving te geven, in bijvoorbeeld het gemeentehuis aan de Raadhuisstraat in Deever.

abracadabra-492

Posted in Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Peperstraat, Tekening | Leave a comment

De kerk aan de Brink van Deever – 1935-1936

Met de naamgeving van het kerkgebouw aan de brink van Deever is iets merkwaardigs aan de hand. In de webstee van Wikipedia is te lezen dat de Sint Pancratiuskerk een Nederlands hervormde kerk is. Dit is een contradictio in terminis, een tegenstrijdigheid in de gebruikte woorden.
Tot 1598 was het kerkgebouw in gebruik bij de rooms-katholieke geloofsgemeente, het gebouw was gewijd aan de heilige Pancratius. In de periode van de beeldenstorm is het kerkgebouw gestript van alles wat met heiligen had te maken. Het kerkgebouw was daarom niet meer gewijd aan de heilige Pancratius. Toen was het afgelopen met die naam. Echt wel. Vanaf 1598 was het niet meer dan een veel te groot en veel te duur kerkgebouw aan de brink, nu het kerkgebouw aan de brink dat in gebruik is bij de kleine hervormde geloofsgemeente.
De zwart-wit-foto is gemaakt in 1936, toen het kerkgebouw gelukkig nog niet tot Sint Pancratiuskerk was gebombardeerd. De vrienden van het kerkgebouw aan de brink van Deever gebruiken de naam Oude Kerk, een enigszins beter passende naam.
Let op het hekwerk om de hof van de kerk. In die jaren werden op de kerkhof al geen doden meer begraven, stonden op de kerkhof geen grafstenen meer, maar was de hof bij de kerk nog niet geruimd, dat gebeurde pas bij de Zeer Grote Restauratie van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Toren aan de brink | Leave a comment

Diever – In de Hoofdstraat – 1891

Dit is de oudste en ongetwijfeld de mooiste foto van de Hoofdstraat van Diever. Het heeft zo te zien geregend en door het weerkaatsen van het zonlicht op de natte veldkeitjes in het plaveisel ligt de straat er op deze voorjaarsdag prachtig bij.
De maker van deze opname bij tegenlicht is mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom. In 1890 was hij eigenaar geworden van het landgoed Berkenheuvel. Vanaf dat jaar was hij regelmatig in Diever.
Giet Oost herinnerde zich dat in dit deel van de Hoofdstraat twee boerderijen met de voorgevel tegen elkaar hebben gestaan. Dit is inderdaad links op de foto te zien. Helaas zijn deze panden in 1914 als gevolg van blikseminslag verbrand.
Griet Oost, die toen elf jaar was, wist van die dag nog het volgende: Ja ik weer het nog wel. Het moet op 30 mei zijn geweest. Toen was er een dikke onweersbui. We bleven thuis. We gingen niet naar school, omdat het zo’n heel zwaar onweer was. Later kwam de inspecteur op school. Die zag op de lijst dat ik en ook anderen die middag hadden verzuimd. Daar was hij kwaad om, want je mocht toch niet zonder geldige reden verzuimen…….
De linker boerderij was van Roelof Egberts Bennen. In de boerderij daaraan grenzend woonden bakker en boer Gerke Harms Mulder (Garke Bakker), Lammigje Klaster en hun zonen Harm, Hendrik en Jakob (Garke Bakker’s jongen).
In het rechter huis woonde de familie Harm Moes.
In het pand achter de leilinden bevonden zich het boerencafé van Willem Huiskes en de bakkerij van Jan Grit. Het gemeentebestuur had Willem Huiskes met ingang van 1 mei 1882 een tapvergunning verleend voor de woon- en de opkamer.
Tussen de schoorstenen is nog net de punt van de toren van de kerk op de te zien.
Op de achtergrond bevindt zich het gemeentehuis aan de brink.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Gerke Harms Mulder werd op 27 februari 1826 te Diever geboren en overleed op 30 maart 1897 te Diever. Hij was een zoon van Harm Times Mulder en Arentje Veldkamp.
Lammige Klaster werd op 2 oktober 1847 te Wittelte geboren en overleed op 24 juni 1931 te Deever in de ouderdom van 83 jaren. Zij was een dochter van boer Jacob Jans Klaster en Eltje Gerken Dolsma.
Boer en bakker Gerke Harms Mulder en Lammigje Klaster trouwden op 21 juli 1882 te Deever, toen was Gerke Harms Mulder 56 jaar en Lammigje Klaster 34 jaar. Ze kregen drie kinderen: Harm werd geboren op 19 november 1882 te Deever, Hendrik werd geboren op 19 april 1884 te Deever en Jakob werd geboren op 11 maart 1886 te Deever.
Roelof Egberts Bennen werd op 29 augustus 1821 te Deever geboren en overleed op 18 februari 1895 te Deever. Roelof Egberts Bennen was een zoon van Egbert Bennen en Hendrikje Wolters.
Roelof Egberts Bennen trouwde op 18 september 1861 op 40-jarige leeftijd met de 27-jarige Aaltje Mulder. Zij werd op 6 november 1833 geboren te Deever en overleed op 9 februari 1867 op 33-jarige leeftijd te Deever. Zij was een dochter van Klaas Tijmes Mulder en Jantje Hendriks Warries.
Roelof Egberts Bennen trouwde voor de tweede keer op 18 juni 1870 op 48-jarige leeftijd met de 39-jarige Grietje Timmer.
Zij werd op 31 december 1830 geboren te Beilen en overleed op 12 mei 1891 te Deever. Zij was een dochter van Willem Timmer en Willemtje Bakker.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Brink, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Gemeentehuis, Hoofdstraat | Leave a comment

Plattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemienten DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de nieuwe voorkant van het gelijk het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.
Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van het dorp Deever.
De voorkant van het gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te plaatsen. Zie de twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief gelukkig op 2 januari 2017 heeft kunnen maken.
De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de voorkant van het gelijk hebben overgedragen ? Of dat de voorkant van het gelijk het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.
En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar staan toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma ??) het plaatje niet verwijderen.
De vraag is of het nederlandsebondvanplattelandsvrouwenzitbankje op de Schultehuisbrink mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, op de Schultehuisbrink niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de voorkant van het gelijk op de plaats van het prachtige zitbankje veel reclame voor William Shakespeare zal gaan maken.
De voorkant van het gelijk lijdt immers ook zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-Saksiche Schultehuisbrink voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink aan de Heezenesch van Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de voorkant van het gelijk binnenharkt uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.
Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de Schultehuisbrink zal worden verbannen ?
De redactie van het Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van de voorkant van het gelijk met al de vele zijnen van de voorkant van het gelijk achter de vele ramen van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-Saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeerscirculatieplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer meer) op deze niet-origineel-Saksische Schultehuisbrink te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel Saksische Schultehuisbrink zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet origineel-Saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven ..


Posted in Achterstraat, Brink, Diever, Gemeente Westenveld, Kleine Brink, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Titania smokt Spoel met de ezelskop op de Brink

3Op de Brink van Deever staat een beeld van de elfenkoningin Titania met de wever Spoel met de ezelskop. Dit beeld stelt een scène uit William Shakespeare’s komedie ‘Een midzomernachtsdroom’ voor.
De elfenkoning Oberon is jaloers op zijn vrouw de elfenkoningin Titania, omdat zij zo’n aantrekkelijke dienstknaap heeft en die niet aan hem wil afstaan. Zijn wraaklust zorgt voor grote verwarring in het bos. Zo laat Oberon zijn dienaar Puck toversap halen en druppelt dat in de ogen van zijn sla­pende vrouw Titania. Hierdoor zal ze verliefd worden op het eerste levende wezen dat ze ziet. Na haar ontwaken ziet ze als eerste een handwerksman, de wever Spoel, die tot overmaat van ramp door Puck tijdelijk met een ezelskop is uitgerust. Titania zegt na haar ontwaken in haar mooiste Oud-Engels tegen Spoel met de ezelskop:
I pray thee, gentle mortal, sing again:
Mine ear is much enamour’d of thy note;
So is mine eye enthralled to thy shape;
And thy fair virtue’s force perforce doth move me
On the first view to say, to swear, I love thee.
De verliefde elfenkoningin Titania smokt vervolgens de wever Spoel met de ezelskop. Het beeld op de Brink in Deever is geplaatst ter gelegenheid van het vijfentwintig-jarig bestaan van het openluchttheater. Sinds 1946 wordt elke zomer in het openluchttheater aan het Groenendal een toneelstuk van William Shakespeare opgevoerd, met de gelukkige uitzondering in het jaar 1949, toen werd het prachtige stuk Peer Gynt van Hendrik Ibsen opgevoerd (werd de jongste zoon Peer van burgemeester Jan Cornelis Meiboom vernoemd naar Peer Gynt ?).
De linker afbeelding van de wever Spoel met ezelskop is opgenomen in het programmaboekje van het in 1955 opgevoerde openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief heeft de foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en Speol met de ezelskop op de Brink van Deever in de avond van 23 december 2015 gemaakt.

Abracadabra-1502Abracadabra-1501Abracadabra-1504

Posted in Ansichtkaart, Beeld, Brink, Diever, Groenendal, Openluchtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Sukersakkie van het Schultehuus in Deever

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het deel rechts van de voordeur van het Schultehuus an de niet-origineel-Saksische Schultehuusbrink van Deever ook allerlei culturele activiteiten georganiseerd. Het Schultehuus zou met een beetje goede wil echt wel kunnen worden beschouwd als een soort van mini-Dingspilhuus.
Het Schultehuus had net zoals hotels, cafés, restaurants, lunchrooms, kantines, enzovoort, enzovoort een ‘eigen’ sukersakkie. Dit sukersakkie – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar minder of meer (meer meer dan minder) overgetekend van een mooie ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Zie de bijgaande afbeelding van deze ansichtkaart.
Op de achterkant van de ansichtkaart staat de volgende tekst:
Het schultehuis te Diever na de restauratie van 1935 – 1941.
Dit huis is in 1604 gebouwd door Berend Ketel. Deze was als schulte van Diever aangesteld door graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Stad Groningen en Ommelanden en Drenthe, nadat in 1594 de stad Groningen was ingenomen en de Spanjaarden uit genoemde gewesten waren verdreven. Zijn wapen staat gebeiteld in de steen boven de voordeur. Toen het huis in 1934 dreigde te worden afgebroken, is het aangekocht door de Stichting ‘Oud-Drenthe’.
De redactie weet niet precies in welk jaar deze ansichtkaart is uitgegeven. Wie weet het wel ?
Het Schultehuus zat na de mislukte restauratie, die van 1935 tot 1941 duurde, helaas niet meer vast aan de bijbehorende Schulteboerderij.
Let bij de ansichtkaart vooral direct rechts naast het Schultehuus op de nog net deels zichtbare roggemiete bij de Schulteboerderij van Koendert Krol.


Posted in Brink, Diever, Schultehuis, Sukersakkie | Leave a comment

’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt

In dit bericht is afgebeeld een zwart-wit ansichtkaart, die in 1958 is uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor in Deever. De redactie van het Deevers Archief brengt de kleine wakkere Roelof (Roef) van Goor daarvoor alsnog posthuum hulde: hulde, hulde, hulde.
Op die ansichtkaart is het in 1957 geopende lelijke megalomane gemientehuus van de gemiente Deever an de brinQ van Deever te zien. Wie heeft ooit de bliend’n dicht voor de ramen gezien ? Ook is een stukje van de brinQ van na de grote vernieling in 1956/1957 te zien.
Het gebouw is onder neo-drenthiaans-boerse-postbellum-architectuur gebouwd en moest het oude wel volmaakt bij de brinQ passende gemientehuus snel doen vergeten.
De redactie heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Bij de kleurenfoto valt op dat aan het ontwerp van de architect Jans Boelens een beetje is gesleuteld. In het dak boven de voormalige gemeente-secretarie is een dakkapel flink vergroot en zijn dakramen aangebracht. Wellicht wordt de ruimte nu gebruikt als een soort van kantoor. Werd die zolder in de gemeentehuis-tijd gebruikt als opslagplaats ? De zij-ingang naar de secretarie is vervangen door een raam. Zijn al deze veranderingen een inbreuk op het auteursrecht van de architect ?
En waar is de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ? Ligt de zonnewijzer soms nog ergens op een van de vele en te grote zolderverdiepingen van het megalomane gebouw ? En is het zwerfsteentje verplaatst naar de hoek van de Kerkstraat en de Peperstraat ?
De geruchten gaan dat de niet-echt-Saksische brinQ van Deever in 2018 op de schop gaat, mits de politieke anti-Deever lobby (Deever möt niet seur’n, Deever hef sien roadhuus) daar natuurlijk geen stokje voor steekt.
De brinQ krijgt dan een echte Qualiteitsimpuls; trottoirs worden gesloopt, de braandkoele wordt weer gegraven, de hiele dikke stien wordt verwijderd, de bestrating van zwerfkeitjes met de Abe-Brouwer-figuren wordt verwijderd, er komen glint’n om de hof van de kaarke, de hof van de kaarke wordt volgeplant met iepen, de onterecht gesloopte erfgoedboerderijen worden herbouwd, de brinQ wordt helemaal autovrij, de toeristenindustrie verdwijnt van de brinQ, het Schultehuis wordt weer Schultehuis, het zo genoemde Oermuseum wordt verplaatst naar het bedrijventerrein an de Deeverbrogge, en zo voort, en zo voort.
De brinQ zal worden opgestoten, opgeklopt of neergekalefaterd in de vaart der hedendaagse bevolkers van Deever. ’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt. De hedendaagse bevolkers van Deever mochten zelfs bij wijze van soort van proef een paar keer een beetje hun eigen mening mompelen over brinQ 8.2 in het bijzijn van de ijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk uit de kantoorparkjes en uit de kantoortuintjes achter de wel erg vele ramen van het Roadhuus an de Gemientehuuslaene in Deever.

Posted in Brink, Diever, Gemeentehuis, Gemiente Deever | Leave a comment

De zeer grote brand in Deever op 27-8-1759

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op 27 augustus 1759, dat de lokale correspondent op 28 augustus 1759 instuurde.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 2 Augusty. Gisteren namiddag om 1 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 48 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de asche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kant van de Heufdstroate. Het kerkgebouw en veel huizen en boerderijen aan de brink, langs de Heufdstroate en de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd. Ook het huis van de schout, dat wil zeggen het schultehuis, verbrandde. 

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door hem gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1, nummer 1 van het jaar 2007, gepubliceerd.
Opraekelen is nog steeds het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.
Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op 25 mei 2008 in Hoogeveen. Zie het overlijdensbericht aan het einde van dit bericht.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an. Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de navolgende afbeelding van een luchtfoto is te zien de oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 
Op de navolgende kleurenafbeelding is het schild van de Royal Canadion Dragoons te zien
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 28 mei 2008 stond het navolgende overlijdensbericht van Albert Schipper.


Posted in An de Deeverbrogge, Boer'nwaark, Brink, Canadeze bevrijder, Deeverse dialect, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Gesloopte panden aan de brink van Deever

Op deze afbeelding van een vooroorlogse zwart-wit foto uit 1935 laat een fraai winters beeld van de brink van Deever zien.
Links is de oude pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk (de pastorie hoort aan de brink te staan) te zien met daarnaast het oude gemeentehuis (het gemeentehuis hoort aan de brink te staan), dat eerder de lagere school en nog eerder een boerderij was.
Rechts is het oude boerencafé van Jan Barelds te zien. Dit café is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gesloopt. Op die plaats liet Harm Smit – boschbaas op Berkenheuvel – voor zijn dochter Gezina Catharina en zijn schoonzoon Klaas Marcus Balsma het nieuwe café Brinkzicht bouwen.
De pastorie en het oude gemeentehuis moesten in 1956 helaas het veld ruimen voor de bouw van een nieuw gemeentehuis van de gemiente Deever.
Dit gemeentehuis en café Brinkzicht zijn te zien op de afgebeelde kleurenfoto.
De afgebeelde zwart-wit foto is aanwezig in het archief van de gemiente Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Diever, Gemeentehuis, Pastorie aan de Brink, Verdwenen object | Leave a comment

Gesloopt erfgoedpand an de Peperstroate in Deever

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis (met de zijnen) nogal bewust wat fraai erfgoed in Diever laten slopen. Dit erfgoed is voor altijd verdwenen.
Een van de fraaie panden die nooit gesloopt had mogen worden, maar op de lijst van rijksmonumenten had moeten staan, is de keuterboerderij an de Peperstroate, op de plek waar zogenaamd nodig het bankgebouw van de Boerenleenbank moest komen te staan (wie een hond wil slaan, die kan altijd wel een stok vinden).
Wie kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over de bewoners van dit pand ?
U.L.O.-schoolmeester Henk van de Bos is de maker van deze prachtige foto.
Henk van de Bos moet de foto in de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben gemaakt.

Posted in Brink, Erfgoed, Keuterij, Peperstraat, Verdwenen object | Leave a comment

Een Kap op de Kerk en een Spits op den Tooren

In de Amsterdamse Courant van 1 maart 1760 verscheen het navolgende bericht over de aanbesteding van bouwwerkzaamheden aan het kerkgebouw aan de brink van Deever.

De Carspellieden van Diever zyn voornemens op Dinsdag 25 Maart 1760, ten huize van Andries Hummel te Diever, te besteden het maaken van een Kap op de Kerk en Spits op den Tooren, nevens de leverantie der materiaalen daar toe nodig; zullende het Bestek 14 dagen te vooren by het Gerigte aldaar te zien zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Werd met Carspellieden van Deever het bestuur van het wereldse kerspel Deever bedoeld of het bestuur van het kerkelijke kerspel Deever of werden beide besturen bedoeld ? Deze vraag kan gesteld worden, omdat wellicht het kerkgebouw eigendom was van het kerkelijke kerspel en de toren eigendom was van het wereldse kerspel.
Waarom moest op het kerkgebouw een kap en op de toren een spits worden gemaakt ? Was het houtwerk van het dak en de spits verrot of vermolmd of was er brand geweest ?
Met ten huize van Andries Hummel zal in de herberg van Andries Hummel (is Hummelen) zijn bedoeld. Andries Klazen Hummelen werd op 22 december 1726 in Deever geboren als zoon van Hermannus Hummelen. Hij trouwde op 15 april 1759 met Maria Timens Winst. De herberg moet gevestigd zijn geweest in een boerderij aan de Brink.

Op de afbeelding uit omstreeks 1950 is de (weer) in verval geraakte kerk en toren op de brink van Deever te zien en is\de braandkoele, omgeven door rhodondendrons, nog aanwezig op de brink. Het bestuur van de gemiente Deever greep de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de restauratie van de kerk in de jaren 1956/1957 aan om de brink anders in te richten, beter gezegd grondig te vernielen.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Diever, Gemeentehuis, Kerspel Diever | Leave a comment

Stalraam model Deever – Boerderij aan de brink

Enig onderzoek in de digitale fotoarchieven van het Deevers Archief heeft als resultaat bijgaande foto opgeleverd.
Op deze -op 29 juli 2002- door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto zijn -speciaal voor de foto uitgestald- twee melkbussen met deksel en een melkemmer op het half vergane houten melkrikke bij de boerderij van Hendrik Mulder en Jantje Wesseling aan de brink in Deever te zien. Achter het melkgerak is een stalraam van het model Deever te zien.
Aan de nummers en met plakcijfers gewijzigde nummers is de oorspronkelijke nummering van de melkbussen, de naoorlogse hernummering, de hernummering na de fusie van de melkfabrieken van Deever en Wapse en de fusie van de melkfabriek Deever/Wapse met de DOMO af te lezen.

abracadabra-488

 

Posted in Boer'nwaark, Boerderij, Brink, Stalraam model Diever | Leave a comment

If you steal, then you are marked

Op de voormalige kaarkhof bij het kerkgebouw aan de niet-origineel-Saksische brinQ van Deever -die in 2018 of 2019 zal worden opgekalefaterd tot een QualiteitsbrinQ van de eerste en ergste orde- staat een uiterst kostbaar in Uffelte gemaakt bronzen beeld van Adrianus (Arie) Teeuwisse uit 1970. Het bijna vijftig jaar oude bronzen beeld geeft een voorstelling van de smokkende elfenkoningin Titania en Spoel de Wever in de tweede scene van het derde bedrijf uit het openluchtspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Zal de voorkant van het gelijk dit uiterst kostbare bronzen beeld in 2019 na de Geldverslindende Grote Opkalefatering van de brinQ nog op de voormalige kaarkhof laten staan ? Hopelijk niet.
De aandacht wordt niet alleen getrokken naar het toch wel kunstig vorm gegeven stuk brons, maar naar beneden ook naar de hoge stenen sokkel, die helaas geen kleinformaat hunnebedsteen is, naar het gedicht Midzomernachtdroom van de Beiler dichter Roel Reyntjes, en vooral naar het ronkende en luidruchtige bordje onder aan de sokkel.
Op dat bordje staat ‘Beveiligd met SDNA’ en ‘Onze eigendommen zijn gemarkeerd’ en de in slecht Engels geschreven zin ‘You steal, you are marked’.
De grote vragen zijn natuurlijk wat voor spul SDNA (synthetisch DNA?) is, wat voor beveiliging SDNA biedt, hoe het SDNA-systeem werkt, wat per object de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten zijn en wie opdraait voor de kosten ?
Wat heb je aan een duur SDNA-systeem als dieven en inbrekers -zelfs op klaarlichte dag- het uiterst kostbare bronzen topstuk op een vrachtwagen kunnen laden (er hangt geen camera, er gaat geen sirene af), rechtstreeks naar een smelterij kunnen rijden en daar het uiterst kostbare bronzen beeld kunnen laten omsmelten ? Brons bevat wel ten minste zeventig procent erg duur koper. Of is het gewoon een nepbordje wat dieven en inbrekers zou moeten afschrikken ? Maar wat als de dief of de inbreker geen Engels kent ?
De nog grotere vraag is of in de openbare ruimte zo maar een object mag worden beveiligd met een SDNA-systeem ? Of is voor toepassen van een dergelijk systeem een vergunning van het bevoegd gezag nodig ?
En is het beeld ‘Het leven’, dat voor het gemeentehuis van de gemeente Deever staat, ook beveiligd met een duur SDNA-systeem ? Of heeft de voorkant van het gelijk dat beeld al lang afgeschreven ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Beeld, Brink, Diever, Kunst, Kunstig gemaakte object, William Shakespeare | Leave a comment

Raadsbesluit van 4 mei 1938 inzake straatnamen

In de krant Nieuwsblad van Friesland van 6 mei 1938 verscheen het verslag van de vergadering van de raad van de gemeente Diever gehouden op 4 mei 1938. In deze vergadering werd formeel de reeds lang in gebruik zijnde naam van een aantal straten vastgesteld.

De tekst in het rood omkaderde deel van het bericht ‘Raad Diever – 4 mei’ luidt als volgt:
Op voorstel van Burgemeester en Wethouders werden de volgende vaak al lang in gebruik zijnde straatnamen officieel vastgesteld:
Hoofdstraat van de Openbare Lagere School tot Kalteren;
Kruisstraat van Jacob Hessels tot Pieter Seinen;
Achterstraat van Hendrik Wesseling Gzn. tot Pieter Seinen;
Peperstraat van Roelof Hunneman tot Albert Fledderus;
Kerkstraat van Weduwe Albert Krol tot Hendrik Gruppen;
Brinkstraat van Brink tot Weduwe Hendrikus Albertus Jansen;
Moleneinde van Openbare Lagere School tot Jan Andree;
Brink: het plein voor gemeentehuis en pastorie.
Op voorstel van de heer Hendrik Nijzingh werd de weg over Kasteel en Dwarsdrift genaamd Burgemeester van Oslaan en op voorstel van den heer Roelof van Wester de straat van de zuivelfabriek tot Jans Bult, Kastanjelaan.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Nieuwe straatnamen waren wel de Burgemeester van Oslaan en de Kastanjelaan.
De oude namen ’t Kasteel en Dwarsdrift moesten helaas wijken voor een straatnaam ter meerdere eer en glorie van de scheidende burgemeester van Os.
Gelukkig zijn de oude namen ’t Kasteel en Dwarsdrift later weer in ere hersteld en heeft een daar in de buurt liggende cultuurhistorisch onbelangrijke straat de naam Van Osstraat gekregen.

Abracadabra-1411 

Posted in Achterstraat, Brink, Brinkstraat, Hoofdstraat, Kastanjelaan, Kastiel, Kerkstraat, Kruisstraat, Moleneinde, Peperstraat | Leave a comment

Dwingel opent nieuw Groene Kruis gebouw

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  onbelangrijk, maar wel grappig berichtje. De redactie wil een dergelijk berichtje natuurlijk niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.
In de Olde Möppeler van 21 juni 1957 verscheen het navolgende grappige berichtje over de opening van het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel (an de aandere kaante van de voart). De redactie van de Olde Möppeler vergiste zich  blijkbaar bij het plaatsen van de juiste foto bij het bericht. De foto van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever had in dezelfde krant bij het artikel ‘Opening van nieuw gemeentehuis stimulans voor verdere activiteit’ moeten zijn geplaatst. 

Dwingeloo opent nieuw Groene Kruis gebouw
Het Groene Kruis in Dwingeloo is zo ver gevorderd met zijn wijkgebouw, dat het woensdag a.s. kan worden geopend.
De openingsplechtigheid wordt ’s middags om twee verricht door de heer R. Mantingh uit Groningen, geneeskundig inspecteur voor de volksgezondheid, in hotel Wesseling.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat op de foto niet is te zien het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel, maar wel het in in dezelfde maand in 1957 in gebruik genomen gemeentehuis van de gemiente Deever.
Blijkbaar is de aannemer van de bouw van het gemeentehuis nog bezig met de laatste hand te leggen aan het gebouw, want er staat een ladder tegen het gebouw. Zo te zien is een schilder bezig met het schilderen van de linker dakkapel in het dak boven de secretarie. Waarom ontsierde de architect het gebouw met lelijke dakkapellen aan de kant van de brinQ ? Daarmee ging direct het soort van boersige karakter van het gebouw verloren.
Het is zeer te betreuren dat voor de bouw van het gemeentehuis van de gemiente Deever een flink stuk van de niet-origineel Saksische brinQ moest verdwijnen en dat tijdens de bouw van het gemeentehuis de oude brinQ en de kaarkhof bij het kerkgebouw aan de brinQ grondig zijn vernield.

Posted in Brink, Diever, Gemeentehuis, Gemiente Deever | Leave a comment

Stien van 13 tunne efun’n in ’t Oldendeeverseveld

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand krantenknipseltje, dat de redactie de trouwe bezoekers van het Deevers Archief niet wil onthouden.

De tekst van het onderschrift bij de foto luidt als volgt.
Bij grondwerk voor de ruilverkaveling in het Oldendieverseveld in Diever is een kei van 13 ton gevonden.
Bulldozermachinist J. van Beers haalde het gevaarte naar boven.
De kei, 3,5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,5 meter hoog, krijgt vermoedelijk een plaatsje op de brink voor het gemeentehuis van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie betreurt het wel dat hij op de achterkant van het knipseltje niet heeft genoteerd in welke krant het berichtje heeft gestaan en op welke datum (ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ?) het berichtje is gepubliceerd. Maar wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze gegevens melden bij de redactie ?
De stien van daartien tunne is een stien van de buten-categerie. Echt wel. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Echt wel.
De dikke stien is inderdaad naar de brinQ van Deever gesleept (en het was niet eens oudejaarsavond). De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief voor nog een foto van de Oldendeeverse Stien op de brinQ van Deever naar het berichtje Een hiele dikke stien veur’t gemientehuus van Deever.
De grote vraag is natuurlijk staat deze dikke stien op de lijst van gemeentelijke aardkundige monumenten ?|
De nog grotere vraag is natuurlijk wat de namen van de drie kinderen bee’j de hiele dikke stien zijn. Deze kinderen zullen inmiddels in de vijftig zijn. Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief herkent de drie kinderen ? De redactie verneemt het graag.
Een scherpere versie van de foto staat op bladzijde 124 van het onvolprezen boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ (elk dorp, elke kluft en elk gehucht in de gemiente Deever heeft het onvervreembare recht op een eigen soort van geschiedkundig boekje, dus bewoners van de Gowe, Kalter’n,
 ’t Moer, ’t Noave, ’t Noord, Olde Willem, Veenhuus’n, Veldhuus’n, Soerte, Wapse, Woater’n en Zorgvlied aan de slag).
Is de Deeverse dorpsfotograaf wijlen Harm Hessels de maker van deze foto ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de Oldendeeverse Stien op de BadQualityBrinQ van Deever op 11 november 2017 gemaakt.

Posted in Aardkundig monument, Brink, Diever, Oldendiever, Oudheidkunde | Leave a comment

Gemeentehuis met pastorie Hervormde Kerk in 1941

De redactie van het Deevers Archief laat de trouwe bezoekers van de webstee van het Deevers Archief graag meegenieten van mooie beelden uit het verleden van de gemiente Deever.
De hier afgebeelde foto is aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, zo rond 1940 of 1941, gemaakt voor een ansichtkaart. Op de foto is de nog niet vernielde brink van Deever met een slijtpad over de brink naar het gemeentehuis te zien.
Het gemeentehuis stond gewoon aan de brink. Ook de pastorie van de hervormde geloofsgemeente stond gewoon aan de brink. In 1956 moesten deze twee karakteristieke panden helaas verdwijnen om ruimte te bieden aan een lelijk nieuw gemeentehuis.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Diever, Gemeentehuis, Gemiente Deever, Kerk aan de brink, Verdwenen object | Leave a comment

Bronzen beeld van Titania en Spoel de Wever

Op de brinQ van Deever staat het bronzen beeld Titania en Spoel de Wever in een scene uit het toneelspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Arie Teeuwisse heeft het beeld in 1971 gemaakt.
Een foto van het beeld is te vinden in de webstee wikipedia.org.
Dezelfde foto is in de webstee wikipedia.org ook te vinden op de pagina met de lijst van beelden in de gemeente Westenveld (de gemiente Deever is helaas gedwongen opgegaan in de gemeente Westenveld).
Een andere foto van het beeld van de elfenkoningin Titania en de ezel Spoel de Wever is te vinden in de webstee drenthekunstbreed.nl.
In de webstee wikipedia.org is ook een pagina met gegevens over Arie Teeuwisse (geboren op 9 mei 1919 in Amsterdam, overleden op 21 augustus 1993 te Uffelte) te vinden.

Posted in Beeld, Brink, Diever, Kunst, William Shakespeare | Leave a comment

Opening expositie Schilderskring Deever in 1980

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 juli 1980 verscheen het navolgende berichtje over een expositie van de Schilderskring Deever in het kerkgebouw op de Brink van Deever. Het artikel is aanwezig in het Deevers Archief.

Espositie schilderskring
Diever. Maandag werd in de Hervormde kerk de expositie van de Schilderskring Deever, door de heer Glazenburg, hervormd predikant te Diever geopend.
Voorzitter F.H.A. Michon, sprak woorden van dank, omdat men dit gebouw voor dit doel aan hen had toevertrouwd. Door deze expositie kon de schilderskring haar werk gestalte naar buiten geven. Als blijk van waardering bood hij dominee Glazenburg een schilderij van de Hervormde kerk aan, die op zijn beurt dit schilderij symbolisch overdroeg aan de voorzitter van de kerkvoogdij de heer Cornelis Offerein, die niet aanwezig was.
Routine
Volgens dominee Glazenburg behoorde het niet tot zijn routine-handelingen om een schilderijententoonstelling te openen. De kerk wil echter een monument zijn dat door toeristen gezien kan en mag worden.
In het verleden zijn godsdienst en kunst steeds nauw bij elkaar betrokken geweest en hebben steeds bevruchtend op elkaar gewerkt. Amateur betekent liefhebber, beminnaar. Zoo hebben deze mensen liefde opgevat voor kleuren, lijnen en vormen. Door schilderijen te exposeren geeft men iets van zichzelf prijs aan de ander.
Geraakt
‘Als u gaat schilderen in uw gebouw, dan weet u zich geraakt door de vleugels van de schoonheid; dit zal een band geven van medemenselijkheid. Deze banden, deze expositie’, aldus dominee Glazenburg, ‘zal uw dorps- en streekgenoten goede en schone momenten bezorgen’, waarop hij de expositie voor geopende verklaarde !
Op deze expositie worden een groot aantal werken van deze kring geëxposeerd. Ze is dagelijks geopend vanaf 15 juli tot en met 1 augustus van 10-12 en van 13-17 uur. Zondags is men niet geopend en de toegang is vrij.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bij het artikel in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) was bijgaande zwart-wit foto afgedrukt. In 1980 verscheen de Meppeler Courant helaas nog niet in kleur.
De heer F.A.H. Michon overhandigde het schilderij van de toren en het kerkgebouw an de Brink van Deever aan dominee Glazenburg, voorganger van de Nederlands hervormde gemeente van Deever.

Uit deze foto is bijgaande uitsnede gemaakt van de toren en het kerkgebouw op de Brink
De redactie heeft even gezocht in het Deevers Archief en vond daar bijgaand afgebeelde kleuren-ansichtkaart van de toren en het kerkgebouw aan de Brink.
De redactie trekt de conclusie dat de amateur-schilder de kleuren-ansichtkaart uit het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw als inspirerend en leidend voorbeeld gebruikte voor zijn schilderij.
Het overschilderen van Deeverse ansichtkaarten is in het verleden wel meer gebeurd en zal in de toekomst ook nog wel eens gebeuren. Hopelijk wordt dit niet een gewoonte, maar zullen de schilders van de Schilderskring Deever meer van zichzelf prijs geven.
Maar waar is het schilderij gebleven, waar hangt het schilderij aan de muur !?


 

Posted in Ansichtkaart, Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunstig gemaakte object, Schilderij | Leave a comment

Het kunstwerk ‘Grauw is goud en goud is grauw’

De redactie van het Deevers Archief vond bij het digitaliseren (papier scannen en vervolgens in de papier-container gooien) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand geschiedkundig niet onbelangrijke berichtje uit het juni-juli nummer van het jaar 1996 van het tijdschrift Metaal en Techniek van de Metaalunie, over een smeedmanifestatie op de brinQ van Deever.

Kunstwerk gemaakt ter ere van Shakespeare
Smeedmanifestatie trok duizenden bezoekers
‘Fair is foul and foul is fair’. Deze veelbetekenende tekst uit MacBeth van William Shakespeare is verwerkt in het kunstwerk dat gemaakt is tijdens de Smeedmanifestatie op 24 en 25 mei in het Drentse Diever. Zo’n veertig smeden van het Nederlandse Gilde van Kunstsmeden (NGK) hebben samen met een aantal buitenlandse gasten uit België, Luxemburg en Duitsland daarvoor samengewerkt. Het unieke resultaat daarvan werd aan het eind van de tweedaagse manifestatie aangeboden aan burgemeester Cox van Diever.
Aanleiding voor het houden van de manifestatie was het 50-jarig jubileum van de Shakespeare-vereniging en de uitvoering van één van Shakespeare’s toneelstukken in het plaatselijke openluchttheater.
Naar een idee van Klaas Kleine, NGK-bestuurslid en smid in Diever, is een boog met gesmede ornamenteningevuld, waaraan een rijk versierde kroon hangt (omgekeerd opgehangen). De boog symboliseert de vergankelijkheid van roem, een element dat zo typerend is voor de toneelstukken van Shakespeare.
Aan de manifestatie is door de regionale media veel aandacht besteed. Meer dan tweeduizend bezoekers hebben gedurende de twee dagen de verrichtingen van de deelnemers gadegeslagen. Ook de goede onderlinge sfeer in de gemoedelijke omgeving heeft er toe bijgedragen dat de deelnemers met veel genoegen op deze manifestatie terugkijken.
Op 7 augustus aanstaande zal de burgemeester van Stratford upon Avon, de geboorte- en woonplaats van Shakespeare, naar Diever komen om de première van het jubileumtoneelstuk ‘A winters tale’, bij te wonen en om tevens het NGK-kunstwerk te onthullen, dat een permanente plaats krijgt bij het openluchttheater van Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 november 2017 gemaakt; let op de nog steeds bloeiende planten.
Het kunstig gemaakte object met de naam ‘Grauw is goud en goud is grauw’ staat net buiten de steeds meer verpretparkiserende toneelspeelplaatsen aan de Heezenesch van Deever.
Op het groene bordje bij het kunstig gemaakte object staat: ‘Fair is foul and foul is fair’ (MacBeth). Aangeboden door het Nederlands Gilde van Kunstsmeden op 7 augustus 1996 in verband met 50 jaar Shakespaere in Diever.
Aan de lange lijst van kundes en beroepen van Klaas Kleine kan een kunde worden toegevoegd, namelijk bestuurder van het Nederlands Gilde van Kunstsmeden.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was dus onder meer hoefsmid, siersmid, kunstsmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent Drents, bestuurder, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).

Posted in Brink, Diever, Heezenesch, Klaas Kleine, Kunst, Kunstig gemaakte object, Openluchtspel | Leave a comment

Wij wensen u geluk met uw verjaardag

Het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever die kerkt in het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever had of heeft (?) de goede gewoonte elk lid een kaartje te sturen ter gelegenheid van zijn of haar verjaardag. Betalen leden tegenwoordig nog kaarkebelasting ?
Het bestuur stuurde of stuurt niet zo maar een bij een neringdoende gekocht dertien-in-een-dozijn verjaardagskaartje, maar stuurde of stuurt een kaartje met een tekening, die het bestuur speciaal liet maken. Driewerf hulde. Hulde, hulde, hulde.
Bij de hier afgebeelde eigenlijk niet zo goed gemaakte tekening gaat het om de hoofdingang aan de zijkant van het kerkgebouw op de verloederende brinQ van Deever. De rechter deur van de hoofdingang staat uitnodigend open. Kom binnen, de koffie staat te pruttelen.

De tekst op achterkant van het kaartje, zie bijgaande afbeelding,  geeft de tekst op de plaat boven de hoofdingang weer:
Wier ’t oude heiligdom door blixemvuur verbrand +
Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zijnen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige stenen

+ Anno 1759 den 27 augustus
++ Anno 1760

En natuurlijk wenste of wenst het bestuur van de Nederlands hervormde gemiente Deever het lid geluk met zijn of haar verjaardag.

Het is jammer dat de tekenaar zijn tekening niet van zijn naam of initialen heeft voorzien, nu kan de redactie van het Deevers Archief weer een paar vragen aan zijn toch al zeer lange lijst van vragen toevoegen.
Wie is de maker van deze tekening ? Wanneer is deze tekening gemaakt ? Heeft een foto als lichtend voorbeeld gediend ? Wie van de trouwe bezoekers van het Deevers Archief kan deze vragen beantwoorden ?

De redactie van het Deevers Archief heeft zelf het vermoeden dat de tekenaar niet gebruik heeft gemaakt van bijgaande zwart-wit foto uit 1957 van de hoofdingang, ondanks dat de rechter deur op de foto ook open staat. Architect H.K. Kleijn uit Aerdenhout is de maker van deze zwart-wit foto.


Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Tekening | Leave a comment