Een rondje langs kunst, historie en ambacht in Deever

De redactie van het Deevers Archief kwam bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief – bestaande uit vooral veel dozen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels en reclamemateriaal uut de gemiente Deever – bijgaande folder van een beschrijving uit 1993 van een rondje door het dorp Deever langs aantrekkelijkheden van de Deeverse toeristenindustrie.

De redactie merkt op dat het door de jaren heen in Deever een komen en gaan is van ondernemers in de toeristenindustrie.
Van de zaken waarvoor de negen ondernemers reclame maken bestaan alleen nog korenmolen De Vlijt,  atelier/winkel Maaike Bakker (toen an de Heufdstroate, nu op ’t Kastiel) en het Openluchtspel.
De eigenaren van Radio Wereld sloten hun museum op 1 oktober 1999.
Met het overlijden van de eigenaar kwam een einde aan het koetshuis De Koetsenman.
Tegenwoordig is gevestigd in het zo genoemde Schultehuis het zo genoemde Oermuseum, een soort van museum dat aandacht probeert te besteden aan de non-factieve en factieve prehistorie van Zuid-West Drenthe.
De Kleine Hendrik (Klaas Kleine) leeft niet meer, de Grote Hendrik woont tegenwoordig in Ruinerwold.
In de boerderij van Cornelis Seinen an de Brink is het een komen en gaan van neringdoenden.
De toeristische zomerattractie Openluchtspel, gevestigd aan het Grünedal, is heden ten dage helaas afgegleden tot een soort van steeds maar uitdijend toneelpretpark met Shakespeare als saai monoproduct. Maar het is met de grote aantallen bezoekers wel een flinke melkkoe voor de gemiente Westenveld.
Met het geld dat de gemiente Westenveld door de vele jaren heen aan het Openluchtspel heeft verdiend, had gemakkelijk ter plekke van het Dingspilhuus een vervanger van dit onmisbare culturele centrum gebouwd kunnen zijn geworden. To be or not te be, that’s the question. Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag.  Deever een nieuw Dingspilhuus gunnen of niet gunnen, dat is de vraag. Niet gunnen is het politieke antwoord aan Deever.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld, Musea, Neringdoenden, Openluchtspel, Toeristenindustrie | Leave a comment

Muurschilderijen sieren biljartzaal Jan Thijs Seinenhof

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 3 maart 1995 stond het volgende artikel inzake het aanbrengen van muurschilderijen door Jarig de Vries in de biljartzaal van het bejaardencentrum Jan Thijs Seinenhof in de Weiert in Deever.

In Jan Thijs Seinenhof te Diever
Muurschilderingen sieren biljartzaal
Diever. Kunstminnend Diever moet straks maar eens in de Jan Thijs Seinenhof gaan kijken, want wat daar op dit moment geschilderd wordt is meer dan de moeite waard.
De 72-jarige heer De Vries, lid van de Schilderskring Diever, heeft daar vier fraaie muurschilderingen gemaakt. Het gaat alle om karakteristieke plekjes in de gemeente Diever, zoals de Nederlands hervormde kerk, de kalkovens, de eendenvijver en de molen. De mogelijkheid bestaat nog voor een schildering van grazende koeien in Berkenheuvel.
De schilderingen beslaan een stuk muur van twee bij anderhalve meter. Per schildering is De Vries ongeveer dertig uur kwijt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bijgaand bericht tegen tijdens het digitaliseren (scannen) van dozen vol met oude krantenknipsels. De redactie was totaal niet op de hoogte van het bestaan van deze muurschilderijen. Waarom wordt een op een muur aangebracht schilderij een muurschildering genoemd ? Beter ware het de term muurschilderij te gebruiken.
De redactie toont graag berichten in het Deevers Archief die verband houden met Deeverse kunst.
De schilder is Jarig de Vries, die in het pand an de Heufdstroate in Deever waar eerder Geert Koster zijn schildersbedrijf had, ook een schildersbedrijf had. Hij stopte als huisschilder toen hij 62 jaar was en ging zich daarna toeleggen op het schilderen van kunst.
De woningbouwvereniging Zuid-West Drenthe stelde geld beschikbaar voor deze muurschilderijen.

Het aardige van kunstschilder Jarig de Vries is dat hij eerst een kleine tekening van zijn onderwerpen maakte, waarna hij een onderwerp in het juiste formaat op de muur schilderde. Hij schilderde dus gelukkig niet klakkeloos een of andere foto over, daarvoor postuum alsnog hulde, hulde, hulde. 
De vraag is of de muurschilderijen nog in de biljartzaal (bestaat de biljartzaal nog ?) van de Jan Thijs Seinenhof zijn te zien, of dat deze verdwenen zijn onder lagen behang of lagen kalk ? 
De vraag is ook of de tekening van de muurschilderijen in de familie De Vries bewaard zijn gebleven. Wellicht heeft zijn dochter Bregtje (of Brechtje ?) de Vries deze tekeningen in haar bezit. Bregtje (of Brechtje ?) waar ben je toch gebleven ?
De redactie zou graag in het bezit komen van een digitale versie (scan) van deze tekeningen om deze in het Deevers Archief te tonen. Wie zet de redactie op het goede spoor ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Kunst, Schilderijen | Leave a comment

Zorgvlied – Ansichtkaart van de Dorpsstraat in 1934

Deze zwart-wit ansichtkaart ‘Groeten uit Zorgvlied’ is vóór 28 december 1929 verstuurd.
Aan de linkerkant is de nog niet verlengde kapel (kerkje) van de Nederlands hervormde gemeente aan de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien.
Op het zandpad naast de weg -blijkbaar liet de begaanbaarheid van de klinkerweg voor voetgangers te wensen over- staat een vrouw met twee emmers.
De verstuurders van deze kaart waren de familie Sjouke Benthem, Gerrit en Boukje (Baukje ?).
De kaart is verstuurd naar Jan Benthem, Tweede Oostwijkstraat 2 in Steenwijk.
Jan Benthem is de eerste zoon van Wolter Benthem (geboren op 11 juli 1850 op Wateren, overleden op 1 juli 1925 op Wateren) en Baukje Stelma (geboren op 16 juni 1854 in Makkinga, overleden op 28 december 1929 op Wateren). Jan Benthem is geboren op 22 mei 1878 op Wateren. Hij werkte -toen hij de kaart ontving- in Steenwijk bij de N.V. Stoomtabak- en Sigarenfabriek ‘de Tabaksplant’.
Sjouke Benthem is de jongste broer van Jan Benthem. Sjouke Benthem is geboren op 23 december 1891 en is op 2 oktober 1976 overleden in Meppel.
Baukje is de hiervoor genoemde Baukje Stelma, de moeder van Jan en Sjouke Benthem
De redactie moet nog uitzoeken wie de mede-afzender Gerrit is. Gerrit Benthem ?
De uitgever van de kaart is volgens het logo v.d.L te D. De redactie moet nog uitzoeken wie achter dit logo schuil gaat.

Posted in Ansichtkaarten, Dorpsstraat, Kerk op de brink, Obadja, Zorgvlied | Leave a comment

Straatveger Jan Jurjen de Boer stopt ermee

In de Meppeler Courant van woensdag 1 november 1972 verscheen het volgende artikel over het afscheid van gemeentewerker Jan Jurjen de Boer uut de Kloasterstroate in Deever.

Straatveger de Boer stopt ermee
Laten ze er in Diever nu geen smeerboel van maken
Diever. De heer J. de Boer, straatveger van de gemeente Diever heeft maandagavond in café Centrum afscheid van het gemeentepersoneel genomen. Iedere zaterdagmorgen en in de week veegde Jan Jurjen de Boer de straten in het dorp Diever. Het vegen van de straten op zaterdagmorgen was een traditie, die niet zal terugkomen. De opvolger van de oude veger zal in het vervolg de straten alleen door de week vegen.
De heer de Boer is in al die jaren een bekend figuur in het dorp geworden. De Boer heeft het straatvegen in de gemeente bijna 25 jaar gedaan. Iedere morgen trok hij er met zijn karretje op uit, om de route van die dag af te leggen. Zaterdagmorgens werd hij wel door de inwoners geholpen, want dan veegde men het vuil op hoopjes en dan behoefde hij het alleen maar in de kar te doen. Ook had hij dan altijd een vast adres om koffie te drinken.
Onprettig
Trouwens, ook onprettige werkzaamheden, zoals het schoonhouden van de kadaverbakken werden hem niet bespaard. Daarnaast was hij de rattenvanger van de gemeente. Met het met pensioen gaan van de heer J.J. de Boer verdwijnt een bekend en moeilijk te vergeten figuur uit het dorp.
Receptie
Tijdens de afscheidsreceptie voerde J.C. Meyboom, burgemeester van Diever als eerste het woord. Daarna sprak de heer K.T. de Vries als voorzitter van de personeelsvereniging Diever. Hij bood namens het personeel een vuilniswagentje op schaal aan. Het vuilniswagentje werd gemaakt door plaatsgenoot K. Kleine.
Door beide sprekers werd de heer de Boer geschetst als een man die men in de gemeente niet gauw zal vergeten, want alle werkzaamheden die hem werden opgedragen heeft hij met volle overgave gedaan.
Namens de motorclub sprak de heer Snoeken, die de heer de Boer een gouden dasspeld aanbood, terwijl mevrouw de Boer een zilveren kandelaar kreeg.
De heer de Boer sprak aan het einde een dankwoord, waarin hij ook het personeel van de gemeente-secretarie betrok. ‘Ik heb altijd prettig samengewerkt’, zei hij onder meer.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen vol met oude krantenknipsels bijgaand afgebeeld bericht over dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer tegen. 

Dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer heeft in zijn vrije tijd ook toneel gespeeld in het openluchttheater. Jan Jurjen de Boer begon ooit als kapper. In Diever heeft hij als een soort van hobby en om een beetje bij te verdienen nog lange tijd in zijn vrije tijd een aantal voornamelijk wat oudere mannen het haar geknipt.
De in de Lemmer in Friesland opgegroeide Jan Jurjen de Boer (geboren op 30 oktober 1907 in de Lemmer, overleden op 24 oktober 1992 in Assen) en zijn vrouw Grietje Sinnema (geboren op 28 mei 1911 in de Lemmer, overleden op 26 november 1999 in Assen) liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguren, Gemeente Diever, Klaas Kleine | Leave a comment

Een steenen potje met tien oude muntstukken

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 4 december 1928 het volgende belangwekkende bericht over de vondst van oude munten in een weiland op Kalteren.

Oude munten gevonden
Terwijl een zoon van den landbouwer Seinen met een knecht op het weiland te Kalteren bezig was met graafwerk, deden ze een merkwaardige vondst. Reeds eenige malen waren op dit land voorwerpen gevonden, welke er op duidden dat daar vroeger een woning had gestaan. Toen de knecht nu wederom op iets stootte met zijn schoffel, zei hij uit de grap, dat hij nu de pot met goud had gevonden. En waarlijk kwam er een steenen potje te voorschijn, hetwelk door een kei afgedekt was.
De inhoud werd zorgvuldig nagezocht en bestond uit 10 oude muntstukken, 4 gouden en 6 zilveren. Tussen de munten zat telkens een stukje zak (nog geheel gaaf). De gouden munten waren ter grootte van bijna een gulden, de zilveren als van een rijksdaalder.
Bij nadere beschouwing bleek ons dat de muntstukken verschillende randschriften droegen.
Op een gouden munt stond: P. HS. D.G. HISPZ. REX. DUX. BR aan de eene zijde en aan de andere DOMINUS MIHI ADJUTOR, benevens een beeld van Philips II.
De tweede gouden munt bevatte eveneens het woord Philips.
Deze beide munten zijn dus uit den tijd van Philips de Tweede. Koning van Spanje.
Van de beide overige gouden munten bevatte de eene een massa (vermoedelijk) Hebreeuwse letterteekens en de andere een wapen, voorstellende een Engel.
Vier van de zes zilveren munten waren gelijk. Aan de eene zijde stond een wapen, voorstellende een leeuw met als randschrift CON FIDENS DNO NON MOVETVR, benevens het jaartal 1616. Aan de andere zijde een wapen, voorstellende een geharnaste ridder met een leeuw in een apart wapen er onder. Het randschrift vermeldde: FOE BELG IRAN MO. ARG PRO : CON.
De beide andere zilveren munten waren eveneens gelijk en vertoonden aan beide zijden een wapen. Het randschrift aan de een zijde luidde: Albert et Elisabeth Dei Gratia en als vervolg daarop aan de andere zijde: Archid. Aust. Duces. Burg. Brab. Zd.
De heer Seinen heeft de muntstukken onder zijn berusting gehouden, terwijl kennis is gegeven aan dr. A.E. van Giffen te Groningen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Landbouwer Seinen moet Jan Seinen uit Wapse zijn geweest. Wellicht is de bijzondere muntschat nog steeds in het bezit van een nazaat van Jan Seinen.

Dominus mihi adiutor (DOMINVS MIHI ADIVTOR) (de Heer is mijn helper) was de lijfspreuk van de Spaanse koning Philips II, daarmee ligt de datering van de betreffende munt ongeveer vast, namelijk 1555-1581. 
PHS. D.G. HISP. Z. REX. DUX. BR is voluit: Philippus Dei gratia Hispaniarum z rex dux Brabant. Dit betekent: Philips, bij de gratie Gods koning van Spanje en hertog van Brabant.

Posted in Alle Deeversen, Archeologie, Kalteren, Wapse | Leave a comment

Jeugd van Deever dient verlanglijst in

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 30 november 1970 verscheen het volgende bericht over de plannen voor een nieuw te stichten gemeenschapshuis, dat na de bouw de naam het Dingspilhuus kreeg.

Voor gemeenschapshuis
Jeugd van Diever dient verlanglijst in
De jeugd van Diever kon vrijdagavond op de cultuurzolder van het gemeentehuis te Diever haar mening geven over de plannen van een nieuw te stichten gemeenschapshuis. In totaal waren 70 van de 350 genodigden aanwezig. De bijeenkomst stond onder leiding van de heer K. de Vries, van de raad voor jeugdaangelegenheden in Drenthe.
‘Als de jeugd zegt dat er een gemeenschapshuis moet komen, dan moeten ze ook maar zeggen hoe het er uit moet zien’, aldus de heer de Vries.
Volgens de aanwezige jongelui moeten de volgende ruimten in het gemeenschapshuis worden geprojecteerd:
1. een dancing;
2. een koffiebar;
3. een ruimte waar men kan sporten zonder lid te zijn van een vereniging;
4. een zaaltje voor films;
5. een ruimte om creatief bezig te zijn;
6. een zaal voor biljarten, tafeltennis, enzovoort;
7. een ruimte voor een goede beatband;
8. een ruimte voor cursussen;
9. een ruimte waar overnacht kan worden, bijvoorbeeld in vakantietijd.
Deze ruimte zal speciaal zijn voor jongeren, die op doortocht zijn, die niet in een jeugdherberg of camping willen overnachten.
Volgens de heer de Vries zijn al deze ruimten met een beetje goede wil in één gebouw onder te brengen.
Er waren verschillende jongeren, die graag een gesprek met de architect, de heer Kalfsbeek uit Borger wilden hebben. Er werden 10 jongeren in de zaal aangewezen, die 15 december met de werkcommissie en de architect rond de tafel gaan zitten.
De heer de Vries merkte op dat er in Drenthe verscheidene dorpshuizen staan, maar dat het nog nooit is gebeurd, dat een gemeente zijn jeugdige inwoners heeft gehoord, hoe een gemeenschapshuis er nu eigenlijk moet uit zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen met papieren knipsels uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) bijgaand verbazingwekkende berichtje tegen.
Watte ?? Ehhh ?? Mocht de Deeverse jeugd bij het ontwerp van het Dingspilhuus zijn verlanglijstje indienen als ware het een lijstje voor Sinterklaas en mochten zij ook een paar uurtjes meemompelen met de werkcommissie van de voorkant van het gelijk en de architect ?
Inspraak ? Het effect van het democratiseringsgolfje in de zestiger jaren van de vorige eeuw ? Waar een benepen gemientebestuur zich zoal groot in wilde achten.
Kreeg de bepaald niet verwende Deeverse jeugd alle cadeautjes die op het verlanglijstje stonden.?
Dit valt nu nog ter plekke te toetsen aan het net nog niet afgebroken Dingspilhuus.
Nee dus. Inspraak ? Vergeet het maar.

Posted in Cultuur, Diever, Dingspilhuus | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Café Barteld Smit – ± 1924

In het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 42) over het verleden van het oude café-logement an de Deeverbrogge met bijbehorende afbeelding van een in 1924 verzonden ansichtkaart gepubliceerd.

In het pand achter de keurig geknipte leilinden was van 1 mei 1886 tot 19 april 1906 het café van Hendrik Benthem Szn. gevestigd. De schuur werd gebruikt als opslagplaats, wagenschuur en paardenstal.
Zijn zoon Sjoert zette daarna het bedrijf voort. Na het overlijden van Sjoert Benthem op 20 maart 1915 heeft zijn vrouw Griet Merk het café-logement tot 1 mei 1921 voortgezet.
Toen werd het café overgenomen door Barteld Smit. Met ingang van 15 mei 1921 mocht hij sterke drank verkopen in de gelagkamer, in de wachtkamer van de stoomtram en in de keuken.
Het pand werd in januari 1929 gekocht door Johan Blok uit Wapserveen. De drankvergunning van Barteld Smit werd met ingang van 1 februari 1929 op naam van Johan Blok gesteld.
In 1932 liet hij het oude pand na een grote brand afbreken, waarna in 1933 het nieuw gebouwde voor die tijd moderne hotel Blok in gebruik werd genomen.
Links naast de witte schuur is nog net het kruidenierswinkeltje van Olde Aolida te zien.
Bij het café ligt een vrachtschip voor de wal. Schepen werden in die tijd veelal nog door windkracht voortbewogen.
In het jaar 1918 waren de turfschippers Lieuwe de Harder en zijn zoon Lieuwe nog inwoners van de gemeente Diever (adres: aan boord). Dit was ook het geval met de turfschippers Johannes Hoogeveen, Thomas Hoogeveen en Jan Hoogeveen (adres: aan boord).
Achter het zeilschip bevindt zich het houten dagverblijf van de brugwachter. Rechts naast dit gebouwtje is de bergplaats op het rangeerterrein van de stoomtram van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij te zien. Aan de rechterkant is de in 1880 gebouwde ijzeren draaibrug te zien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de hiervoor weergegeven mini-essay uit het fotoboekje Diever, ie bint ’t wel … staat abusievelijk als trammaatschappij de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij genoemd. Dit moet zijn de Nederlandse Tram Maatschappij. De tramlijn Meppel – Hoogersmilde is in 1933 opgeheven. 

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Café Barteld Smit, Diever, ie bint 't wel ..., Loswal, Turfschippers, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Oude posthuis an de Deeverbrogge brandde in 1932 af

In de krant Het Vaderland (Staat- en letterkundig nieuwsblad) verscheen op 31 maart 1932 het volgende berichtje over de brand in hotel Dieverbrug, het oude voormalige posthuis, café en logement an de Deeverbrogge.

Dorpshotel te Dieverbrug afgebrand.
Hedennacht omstreeks half één is door tot nu toe onopgehelderde oorzaak brand ontstaan in het bekende dorpshotel te Diever, gelegen aan de kruising van den Rijksweg Assen-Meppel, en den straatweg Diever-Dwingeloo.
Op het oogenblik dat de brand uitbrak, kwam de eigenaar van het hotel, de heer Blok, juist thuis. Hij snelde het brandende gebouw binnen en slaagde erin zijn vrouw en drie kinderen te redden. Bij zijn verdere pogingen om nog enkele voorwerpen in veiligheid te brengen, werd de heer Blok door den rook bedwelmd en raakte hij bewusteloos. Men wist hem echter spoedig uit het huis te halen, waarna hij weer bij kennis kwam. Gasten bevonden zich niet in het hotel.
De brandweren uit Diever en Dwingelo waren spoedig ter plaatse, doch konden weinig tegen de vuurzee uitrichten. Het gebouw, dat uit de achttiende eeuw dateert, en in den ouden tijd als posthuis werd gebruikt, is tot den grond toe afgebrand.
In het hotel was tevens gevestigd het plaatselijk kantoor van de Nederlandse Tramweg Maatschappij, dat door het vuur geheel is verwoest. Ook eenig geld ging verloren. Het blusschingswerk was om 5 uur hedenmorgen afgeloopen. De schade bedraagt ongeveer f. 8000,- en wordt door de verzekering gedekt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met de heer Blok wordt de heer Johan Blok bedoeld.
In 1933 werd de lijn van de Nederlandse Tramweg Maatschappij tussen Meppel en Hoogersmilde opgeheven.

 

 

 

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Barge van snikkevaeder Beijer

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 24 juli 1852 verscheen het volgende bericht over de nieuwe ijzeren barge van snikkevaeder Beijer.

Met verneemt, dat waarschijnlijk door den snikkevaarder Beijer de door hem bestelde ijzeren barge in het veer tusschen Assen en Meppel in de vaart zal gebragt worden, alsmede dat de snikkevaarders voorhands van hun voornemen, om ook een nacht-barge-dienst in werking te brengen, hebben afgezien, om de te bezwarende voorwaarden, welke, naar hunne meening, door het Provinciaal bestuur, in het belang van de werken der Hoofdvaart, voor de vergunning, om des nachts te varen, zijn gesteld.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Hoe krijgt de schrijver van dit artikeltje het voor elkaar er een artikeltje van één zin van te maken !
Dat het bestuur van de provincie Drenthe het varen in de nacht van de snikke tegen hield, dat is wellicht te verklaren vanwege de noodzaak  dan ’s nachts bruggen en sluizen te moeten bemannen.
Een barge was een bepaald type ijzeren trekschuit met een recht vallend voorsteven, een rond klipperachtig achtersteven. en een houten ruime kajuit over de gehele lengte, welke van enkele ramen was voorzien. De barge was in gebruik tussen ongeveer 1850 en 1920. De barge werd evenals de snikke getrokken door een paard.
De redactie Archief heeft in het verleden wel gesproken met olde Deeversen en Deeverbroggers, die in hun jonge jaren nog snikkejaeger waren geweest.
Uiteraard deed snikkevaarder Beijer ook Dieverbrug aan.
In het boek An de Brogge, die de heemkundige vereniging uut Deever ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan heeft uitgegeven, is ook enige aandacht besteed aan de snikkevaeders, de snikkejaegers, de snikke en de barge. Daarvoor hulde, hulde, hulde. 

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Economie, Loswal, Scheepvaart, Vervoer | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Interieur van Hotel Blok

Op deze kleurenfoto uit het einde van de zestiger jaren van de vorige eeuw is het interieur van het restaurant van hotel restaurant café Blok an de Deeverbrogge te zien, met name het duur en chique ogende linker deel van de ruimte. In die tijd stonden op de tafels nog geen plastic bloemen. Wel stond op elke tafel het bekende flesje van het merk Maggi met veel zouthoudend soeparoma .
Zijn de stoelen van het merk Stako en an de Deeverbrogge gemaakt in meubelfabriek De Toekomst ?
De ruimte was niet altijd ingericht, zoals hier is te zien, want soms, in elk geval enige keren aan het einde van de vijftiger en het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw, was deze ingericht als een soort van bioscoop, rijen stoelen achter elkaar, zonder tafeltjes daartussen.
Voor de kinderen van de openbare lagere school aan de Tusschendarp in Deever werd dan op een woendagmiddag een kinderfilm gedraaid.
Het is de redacteur van het Deevers Archief niet bekend of daar ook kinderen van andere scholen uut de gemiente Deever bij aanwezig waren of dat deze op een andere middag naar de film gingen kijken. Wie kan hier duidelijkheid over verschaffen ?
Het was in die tijd voor kinderen in elk geval wel een ware gebeurtenis naar een echte film te kunnen kijken.
In deze heden ten dage anders uitziende ruimte vond in november 2014 de uitreiking plaats van het eerste exemplaar van het boek met de titel An de Brogge, dat de heemkundige vereniging uut Deever uitgaf ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan.
Een afdruk van deze historisch zeer waardevolle kleurenfoto had zeker niet misstaan in het hiervoor genoemde boek. Jammer, weer een kans gemist.

Posted in Afbeeldingen, An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Bedrijven, Boek An de Brogge, Café-Hotel Blok, Hotel Blok | Leave a comment

Dr. Pol was op 10 maart 2017 op de tillevisie

In het onvolprezen huis-aan-huisblad Da’s Mooi van 7 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvlied en Deever.

Dr. Pol op 10 maart op tv
Diever.
Het nieuwe seizoen programma’s van The Incredible Dr. Pol op National Geograhic start met een speciale aflevering waar zijn bezoek aan Nederland is te zien.
De 73-jarige in Amerika woonachtige veearts Jan Harm Pol, geboren in Wateren, kwam in september naar Nederland voor opnames van een jubileumuitzending van zijn realityserie.
Zo liep hij mee met Nederlandse veeartsen en bracht hij een bezoekje aan zijn oude universiteit in Utrecht.
Ook bezocht hij Wateren, het dorp waar hij is opgegroeid, en zijn middelbare school in Diever.
Deze activiteiten zijn op vrijdag 10 maart om 22.00 uur te zien op National Geographic.


In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 1 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvlied en Deever.

Dr. Pol goes Dutch
Wateren
Het bezoek dat dr. Jan Pol, bekend van de tv-serie ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic, vorig jaar bracht aan zijn geboortegrond in de gemeente Westenveld, wordt op vrijdag 10 maart uitgezonden.
In de uitzending, die om 22.00 uur te zien is op National Geographic, bezoekt dr. Pol het dorp Wateren, waar hij is opgegroeid. Verder is zijn bezoek aan de eendenvijver in Diever te zien in ‘dr. Pol goes Dutch’.
Na de Nederlandse aflevering begint het nieuwe seizoen van ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic. Het belooft weer een seizoen vol avonturen in de kliniek van dr. Pol te worden.


Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al in enige berichten aandacht besteed aan Jan Harm Pol. Zie de berichten:
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n;
Een paar foto’s van Jan Harm Pol op Woater’n;
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n.
Wellicht is de op 10 maart 2017 uitgezonden aflevering nog een keer via een soort van ‘uitzending gemist’ te zien.
Maar niet getreurd, wie dr. Jan Harm Pol met eigen ogen wil zien en eigen oren wil horen, die kan op zaterdag 7 oktober 2017 terecht bij zijn theatercollege in theater en congrescentrum Orpheus in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, Diever, The incredible dr. Pol, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Ee’m kiek’n of ‘r ok gesellige doo’jn bee’j bint

De redactie van het Deevers Archief ontkomt niet aan de besteding van enige aandacht aan Nell Meiboom-Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd), de echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd). Nell Veltman is op 4 mei 1908 geboren in Makkinga in Friesland. Nell Veltman is op … 1994 overleden in Bilthoven. 

Nell Veltman ging na drie jaar HBS als correctrice werken bij het Leeuwarder Nieuwsblad en de Haagsche Courant. Op 19 juli 1935 trouwde ze in Wassenaar met Jan Cornelis Meiboom, die werkzaam was op het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1939 werd hij benoemd tot burgemeester van Diever. Dat bleef hij tot april 1975, slechts onderbroken in het laatste bezettingsjaar, toen hij ondergedoken was.
Zij vergezelde haar man in de onderduik (vanaf 14 april 1944) en begon zich op het schrijven toe te leggen. Ze schreef gedichten, onder meer over haar actuele situatie, die in 1945 verschenen in de bundel ‘Hunkering’.
Na haar debuut schreef Nell Veltman meisjesboekjes, zoals Heleen heeft vacantie [1948], Een mand vol letters [1951] en Een nazaat van Marijke Meu ? (1951).
Zie de bijgevoegde afbeelding van de drie vermelde boekjes. Deze boekjes zijn voor een habbekratsje of paar eurootjes op de kop te tikken in onder meer tweedehandsboekwinkels.
In de courant De Heerenveensche Koerier (Onafhankelijk dagblad voor Midden, Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel) schreef een recensent – zie de bijgevoegde afbeelding van de recensie – over het meisjesboekje Een nazaat van Marijke Meu ? als conclusie: Met litteratuur heeft dit boek weinig te maken.
Ook als (gelegenheids)toneelschrijfster kreeg ze bekendheid. Enkele titels van haar toneelstukken zijn: ‘Het uitbreidingsplan’ [1948], ‘Witte cyclamen’ (1948) en – in samenwerking met Jan Naarding – het openluchtspel ‘Zwedera van Ruinen’.
Voor het 25-jarig jubileum van de Vereniging Voor Veel Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.V) in Deever schreef ze samen met stratenmaker en schrijver Abe Brouwer en politieagent en schrijver Roel de Lange de revue ‘Liever naar Diever’.
Ze was betrokken bij de oprichting van de Toneelvereniging Diever, waarvoor ze jarenlang actief bleef als regieassistente en souffleuse.
In 1975 reikte de gemeente Diever haar een oorkonde uit voor haar werk als ambassadrice van de openluchtspelen en voor het organiseren van folkloristische evenementen.
Vanaf de oprichting was ze bestuurslid van de Drentse Schrieverskring.
Voor de Drentse schrieversalmanak 1954 en de Drentse schrieversalmanak 1956 leverde ze bijdragen.
Voorts schreef ze toneelrecensies.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het orgaan ‘Het Amateur Toneel’ – zie de bijgevoegde afbeelding van een citaat uit bladzijde 572 van het boek Geschiedenis van de Drentse literatuur, 1816-1956 – deed Nell Meiboom-Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd) zich in 1953 – in de naoorlogse periode van armoede en hard werken – nogal laatdunkend uit over het culturele peil in de provincie Drenthe, lees de gemiente Deever.
Haar in het Deevers (met spelfouten) geschreven uitspraak ‘Ee’m kiek’n of ’t er ok gezellige dojen bi’j bint’ werd haar niet in dank afgenomen, maar gaf wel juist haar houding tegenover de inwoners van de gemiente Deever weer. See haar de Deeversen nee’t in de reken. Waren haar hoogculturele meisjesboekjes wel te lenen in de eerste leesbevorderende (openbare) bibliotheek in de gemiente Deever ?
In het citaat staat NATU voor Nederlandse Amateur Toneel Unie.

Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Cultuur, Jan Cornelis Meiboom | Leave a comment

Bungalow naast Villa Nova op Zorgvlied

Verzamelaars van ansichtkaarten uit de gemiente Deever zullen de getoonde zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw zelden tegen komen op verzamelbeurzen. Je zal deze zwart-wit ansichtkaart kaart maar in jouw verzameling hebben !
Op deze ansichtkaart is de bungalow naast Villa Nova op Zorgvlied te zien.
Bestaat deze bungalow nog ?

René Mesken reageerde op 25 augustus 2017 als volgt.
Mijn grootouders Jan en Geertje Krans hebben deze bungalow destijds gebouwd. Ik ben in de tachtiger jaren van de vorige eeuw vaak op bezoek geweest bij mijn opa en oma.
Onder dat lange rechthoekige raam in de zijgevel stond binnen vroeger een groot aquarium. Bij de achterdeur stond buiten een elektrische aardappelschilmachine. Die gebruikte mijn opa Jan. Dat zijn van die dingen die je nooit meer vergeet.
Nu staat ter plekke van de bungalow een groot vrijstaand huis, dat wordt bewoond door de zoon van Jan en Geertje.
Dus het antwoord op de vraag is: nee, deze bungalow staat er helaas niet meer.

De heer R.H. Krans reageerde op 21 oktober 2017 als volgt.
De bungalow is niet gebouwd door mijn ouders, Jan Krans en Geertje Krans-Wierda, maar gekocht.
De eerste bewoner was de pastoor van de katholieke parochie.
De grootouders van de heer Mesken woonden in een boerderij vlakbij.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Mesken bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
De redactie is de heer R.H. Krans bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Verdwenen bouwwerken, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

An de Deeverbrogge: Resten woning Arend Muggen

In de geparametriseerde Duitsgezinde krant het ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 4 augustus 1942 het navolgende berichtje.

Diever.
In café Balsma was een vergadering belegd om te komen tot een vrijwillige organisatie van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
De leiding van dezen avond berustte bij het wijkhoofd den heer Muggen te Dieverbrug.
De spreker de heer Zuurveen gaf een uiteenzetting van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
Het doel van deze vergadering is volkomen geslaagd, aangezien een voldoend aantal personen aanwezig was om een vrijwillige organisatie tot stand te brengen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

De vergadering werd gehouden in het café Brinkzicht van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink van Diever.
Tussen de regels door van het gecensureerde bericht is te lezen dat in Diever de belangstelling voor beide genoemde organisaties te verwaarlozen was.

Voor wat het waard is vermeld de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de Nederlandsche Volksdienst het volgende.
De Nederlandsche Volksdienst werd in juli 1941 opgericht naar voorbeeld van de National Sozialistische Volkswohlfahrt in nazi-Duitsland. De oprichters van de Nederlandsche Volksdienst wilden al het sociale werk in Nederland bundelen in de Nederlandsche Volksdienst. De Nederlandsche Volksdienst werd opgericht op initiatief en met hulp van de Duitse bezetter. Het ging de bezetters om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor de Nederlandsche Volksdienst steunde men in feite de vijand.

Voor wat het waard is vermeld de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de organisatie Winterhulp Nederland het volgende.
Winterhulp was de gemeenzame benaming van de Stichting Winterhulp Nederland, de nationaal-socialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening, zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moest overnemen.

De publiek toegankelijke webstee www.alledrenten.nl levert de volgende informatie op over het wijkhoofd Muggen te Dieverbrug:
Beilen, huwelijksakte, 1 mei 1931, aktenr. 18
Bruidegom: Arend Muggen, geboren te Diever; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.
Bruid: Henderika Ovinge, geboren te Beilen; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Hendrik Ovinge, beroep: landbouwer, en Jantje Lutken, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 17 september 1902, aktenr. 47
Kind: Arend Muggen, geboren te Diever op 16-09-1902, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer; oud: 29 jaren, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.

Klaasje van Wester was een dochter van Hendrik van Wester en Geertje Huisman, die in Wittelte an ’t Olde Voartie woonden. Klaasjes van Wester was een zuster van boer en wethouder Roelof van Wester uit Oldendiever.

Een plaatselijk wijkhoofd was een vaste medewerker van de nationaal-socialistische liefdadigheidsorganisatie Stichting Winterhulp Nederland. Winterhulp had tot politieke doel hulpbehoevenden in de winter materieel te ondersteunen.

Op de foto, die gemaakt is op 8 februari 2008, is de situatie te zien, zoals deze al sinds jaar en dag is te zien op de plek waar de woning van Arend Muggen tot in de Tweede Wereldoorlog stond. Het is niet meer na te gaan of het waar is  dat de woning in de Tweede Wereldoorlog in brand is gestoken door een lid van het Drentsche verzet. In de volksmond was het commentaar: Zee’j hept hum in de braand esteuk’n.

De redactie heeft nog niet na kunnen gaan of in het boek met de titel An de Brogge, dat de heemkundige vereniging uut Deever heeft samengesteld ter gelegenheid van haar twintigjarig bestaan, enige aandacht is besteed aan ‘de Brogge in oorlogstijd’.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Café Balsma, N.S.B., N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Burgers bouwden noodbrug

In de courant ‘Ons Noorden: dagblad voor de Noordelijke provinciën’ verscheen op 21 mei 1945 het navolgende artikel ‘Drentsche burgers bouwden noodbrug en bevorderden Frieslands bevrijding’.

In de dagen rond 10 april (1945), zo lezen we in „De Vrije Pers”, toen het noorden des lands in angstige spanning op de bevrijdende Canadese legers wachtte, ging er in de huizen van de gelukkigen, die nog op de een of andere manier electrische stroom konden bemachtigen, geen uur voorbij, of de radio werd ingeschakeld. De hoop op een spoedige verlossing van de onderdrukkers nam toe in de harten van de Drenten en Groningers, naarmate de tankspitsen ten oosten van de Drentsche Hoofdvaart vorderden. Doch de Friezen werd het bang te moede, want wie beter dan zij wisten welk een barrière hen nog van de oprukkende geallieerden scheidde.
Op een goede dag meldde Herrijzend Nederland evenwel plotseling, dat de Canadese spitsen tot in Diever doorgedrongen waren. Diever, over het kanaal dus! En zie, dit bruggenhoofd is het geweest, van waaruit Frieslands victorie begon. Dit bruggenhoofd danken zij aan een Drents opzichter van de Rijkswaterstaat, die met een aantal burgers onder het bereik der Duitse kanonnen een noodbrug over het kanaal sloeg, waarover het materiaal naar het westen stroomde.
Canadezen en Polen rukten in Drenthe op; Coevorden werd bevrijd, de spoorbaan Hoogeveen-Meppel gepasseerd, in de loop van woensdag de 11e april werd Dwingelo bereikt en even later stonden Canadezen aan de Drentsche Hoofdvaart. Waarschijnlijk heeft het niet in de bedoeling gelegen om de operaties onmiddellijk aan de westzijde ervan voort te zetten, doch er zijn factoren geweest (o.a. een noodkreet van de bevolking van Diever, waar de terugtrekkende Duitsers een vreselijke terreur uitoefenden) die den commandant de wenselijkheid van een noodbrug bij Dieverbrug deden inzien.
Met een opzichter van de Rijkswaterstaat te Dwingelo werd overleg gepleegd en deze bood aan, met een aantal vrijwilligers een brug over het kanaal te slaan. Ondanks het feit, dat zowel Wittelte, de Haarsluis (ten zuiden van Geeuwenbrug) en Diever nog in Duitse handen en het geenszins denkbeeldig was, dat deze tegen het vallen van de avond het vuur zouden openen, meldden zich tal van vrijwilligers aan. Uit deze groep werden zestien bekwame vaklui gekozen, die ’s avonds om negen uur met de bouw begonnen, terwijl de Canadezen de wegen naar Dieverbrug onder controle hielden.
De opdracht van den Canadesen commandant luidde: maak mij een brug, geschikt voor maximaal 9-tons wagens en zorg, dat die morgenvroeg half zeven klaar is. De hele nacht zwoegden en ploeterden de vrijwilligers, daarbij gebruik makend van een bok met materiaal, afkomstig van de op last van de Duitsers afgebroken Wittelterbrug, welk materiaal men speciaal met het oog op de bouw van een noodbrug in de buurt had weten vast te houden. De mannen smaakten tenslotte het genoegen, de brug tien minuten voor de vastgestelde tijd gereed te hebben en onmiddellijk startten de geallieerde colonnes naar het westen.
Het schijnt, dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het ‘bruggenhoofd Dieverbrug’ het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijsel heeft ‘meegenomen’. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog de zelfde dag werd Wolvega bereikt.
Is het teveel gezegd, dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (Pingjum onder andere) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van de Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Bezoekers van deze webstee worden tevens verwezen naar andere berichten in het Deevers Archief over de situatie an de Deeverbrogge aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Dorpskrachten, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wapser gemeenschap krijgt wapen en vlag

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 31 juli 2000 verscheen het volgende korte verbazingwekkende berichtje over het wapen en de vlag van het dorp Wapse in de gemiente Deever. 

Wapse krijgt wapen en vlag
Wapse. Op dinsdag 15 augustus zal wethouder Roelof Martens van de gemeente Westenveld het ontworpen dorpswapen van Wapse onthullen. Naast het dorpswapen zal Wapse worden verrijkt met een dorpsvlag.
De vlag zal door wethouder Martens om 19.30 uur worden gehesen in de vlaggemast van het dorpshuis Oens Huus.
Muziekvereniging Vogido zal het een en ander muzikaal omlijsten en na de ceremonie zal Th. Hessels, voorzitter van de Wapser Gemeenschap, zowel wapen als vlag symbolisch overdragen aan het dorp Wapse.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen met papieren knipsels uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) bijgaand korte verbazingwekkende bericht tegen.
Wat ? Ehhh? Heeft Wapse -net zoals Deever en Zorgvlied- ook een bij elkaar gefantaseerd wapen en een bij elkaar gefantaseerde vlag ?
Waar een klein dorp zich zoal groot in kan achten. Zijn dit wapen en deze vlag bevorderlijk voor de Wapser identiteit en de Wapser gemeenschapszin ?
Waar een wethouder (van cultuur of van het geld ?) van de gemeente Westenveld zich zoal voor laat lenen. Is het hijsen van de Wapser vlag bevorderlijk voor de politieke overlevingskansen van een wethouder ?
Toch maar even naar de gegevens in de online encyclopedie Wikipedia gekeken onder Wapse, voor wat deze waard zijn. Wie van de Wapser Gemeenschap is de ijverige beheerder/bewaker van deze pagina ?
Ook maar even gekeken naar de gegevens in de webstee van Heraldry of the World.

In de laatst genoemde webstee is over het dorpswapen het volgende te lezen:
In zilver een zwarte vierpuntige ster met over het snijpunt der armen een rood gezoomde zilveren penning, beladen met een rode klokberker; het geheel in het eerste kwartier vergezeld van een rode aanziende koeienkop, in het tweede kwartier van een rode aanziende hertenkop, in het derde kwartier van een groene eikel met twee bladeren en de steel omlaag, en in het vierde kwartier van een groene korenschoof.
De uitleg bij dit wapen is de volgende:
De kleuren rood zwart en wit zijn de kleuren uit de vlag van de provincie Drenthe.
De ring staat voor het dorp zelf, het is namelijk een zogenaamd kring-esdorp.
De vierpuntige ster staat voor de vier windstreken en de vier jaargetijden.
Bovendien staan de punten voor de vier dorpsdelen, Soerte, Ten Have, Veenhuizen en Veldhuizen.
De overige symbolen geven het landbouwkarakter van het dorp aan.
De urn in het midden van het wapen geeft de zeer lange bewoning van de streek weer, die uit archeologische opgravingen is gebleken.

Met de kop van een edelhert in het wapen hebben de bedenkers van het wapen aan willen geven dat het edelhert in deze streken in het verleden van nature voorkwam, dus zonder de betuttelende bemoeienis en tussenkomst van de beterweters van de natuurfabrieken Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
De urn lijkt een verwijzing te zijn naar gevonden urnen op de Tweeënberg op de Oeren bij Wapse.

Posted in Wapse | Leave a comment

De messies zaat’n wel hiel lös in de büse

In de Leeuwarder Courant van 6 september 1883 verscheen het volgende bericht over een groote onenigheid tussen de jeugd van Deever en Dwingel op de Deeversche kermis.

Makkinga, 4 september.
Tusschen de jongelingschap van Diever en Dwingelo bestaat sedert de Dieversche kermis groote twist. Op dien dag namelijk werden de kermisbezoekers uit Dwingelo door de Dieversche jongelingen letterlijk bij klaarlichten dag naar huis gejaagd. Die van Dwingelo besloten wraak te nemen, en alle jongelieden aldaar werden bij geheimen brief uitgenoodigd om Zondag daar aan volgend, te acht uur, op den Brink zamen te komen en een togt naar Diever te maken, natuurlijk niet met edele bedoelingen. Aan die uitnoodiging werd door plusminus honderd man gevolg gegeven, waarvan sommige met pistolen gewapend, en onder ’t zingen van krijgshaftige (?) liederen ging ’t op Diever los.
De Burgemeester van Dwingelo, van de zaak bewust en wonende te Dieverbrug, posteerde zich met eenige veldwachters vóór zijne woning, en toen de troep, onder het lossen van eenige schoten, de gemeente Diever zou betreden, trad de burgervader voor de bende en kommandeerde: ‘Retireren !’
Dank zij de doortastende maatregelen van dien ambtenaar en de omstandigheid dat de troep nog niet te veel aan Bacchus gewijd had, werd de terugtogt aangenomen. Echter de dappere (?) Dwingelo’ster jonkheid heeft nu aan de inwoners van Dwingelo eene andere proclamatie uitgevaardigd, namelijk: Niet van Dieversche ingezetenen te koopen, en dat, wordt deze bepaling overtreden, met het inwerpen der glasruiten van den overtreder zal worden bestraft.
En die laatste bedreiging schijnt te helpen; althans de bakkers en andere neringdoenden uit Diever verkoopen nu in Dwingelo niets en worden door die dapperen (?) met steenen begroet. Een kuiper met eenige vaatjes moest door de laagheden dier bengels den terugtogt aannemen.
Ook Diever had zich op den voorgenomen togt voorbereid; men verzekert ons, dat op dien dag vele geladen pistolen aan de wand hingen.
’t Is te hopen, dat de belhamels van weerszijden eens kennis maken met het pakhuis van Themis, want zulke daden moeten bestraft worden.

In het Algemeen Handelsblad van 31 oktober 1883 verscheen het volgende korte bericht.

Ter gelegenheid der jaarmarkt te Diever is een persoon, terwijl hij buiten de herberg was, door anderen aangegrepen en zóódanig in ’t aangezicht gesneden, dat hij bijna onherkenbaar was. Bovendien werden de jassen van een tiental personen op verschillende plaatsen aan stukken gesneden. Van een en ander is proces-verbaal opgemaakt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de Dieversche jaarmarkten met kermis werd natuurlijk stevig gedronken en was er voor de jeugd uit de toen nog gesloten dorpsgemeenschappen altijd wel een aanleiding om met elkaar op de vuist te gaan, bijvoorbeeld de omgang met een mooi meisje uit een ander dorp.
De aanleiding van de hier beschreven twist moet echter wel heel ernstig zijn geweest, in het artikel in de Leeuwarder Courant wordt daar geen aandacht aan besteed. De verslaggever wil de belhamels in het pakhuis van Themis (de gevangenis) opsluiten.
Wellicht heeft de twist te maken met het bericht in het Algemeen Handelsblad van 31 oktober 1883.
De messies zaat’n wel hiel lös in de büse.

Abracadabra-443

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-444

 

Posted in Diever, Jaarmarkten | Leave a comment

Metam-natrium is bij teelt van lelies weer toegestaan

Grondontsmettingsmiddelen waarin metam-natrium zit, zijn weer toegestaan. Dat schrijft staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw in een brief aan de Tweede Kamer. Deze ‘ontsmettingsmiddelen’ worden bijvoorbeeld gebruikt bij de teelt van lelies in de gemiente Deever.

Volgens Dijksma zijn de middelen van groot belang voor de landbouwsector. Vooral bij de teelt van lelies en aardbeien, maar ook in de boomteelt zijn ze onmisbaar. Ze bestrijden aaltjes in de grond die schadelijk zijn voor planten.
De landbouw zal wel aan verschillende voorwaarden moeten voldoen. Zo moet er een bufferzone komen van 150 meter tussen het behandelde perceel en woningen of openbare gebouwen. Verder moeten behandelde percelen veertien dagen worden afgedekt en moet het middel op minstens 20 centimeter in de grond worden ingebracht. Als laatste mag het oppervlak niet groter zijn dan één hectare.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTBG) heeft in opdracht van de staatssecretaris onderzoek gedaan naar de effecten van de middelen met metam natrium op de omgeving. Daar zijn de verschillende beperkingen uitgekomen. Het tijdelijke verbod is met ingang van vandaag opgeheven.
Dijksma gaat met de sector overleggen over alternatieven voor metam-natrium:
“Ondanks de noodzaak van beperkende maatregelen ben ik me bewust van de gevolgen voor individuele ondernemers. Om die reden heb ik samen met de sector al stappen genomen om de alternatieven voor grondontsmetting zo snel en goed mogelijk verder te ontwikkelen”.

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden schrijft op maandag 25 augustus 2014 in zijn webstee:
Ctgb legt beperkende voorwaarden op aan gebruik metam-natrium
Het Ctgb stelt vanaf 25 augustus beperkende voorwaarden aan het gebruik van middelen op basis van metam-natrium. Met deze nieuwe aanvullende voorwaarden wordt voldaan aan het beschermingsniveau voor omwonenden en in het bijzonder die voor kinderen.
Beoordeling nieuwe gegevens
Naar aanleiding van de schorsing (28 mei 2014) van de toelating van de metam-natrium houdende gewasbeschermingsmiddelen, heeft de toelatinghouder nieuwe wetenschappelijke informatie aangeleverd. Daarnaast heeft de toelatinghouder, vanwege een herregistratie, dezelfde informatie aangeleverd aan de Belgische toelatingsautoriteit. De beoordeling van de gegevens heeft dan ook in nauwe samenspraak met België plaatsgevonden.
Hieruit blijkt dat de betreffende middelen veilig kunnen worden gebruikt met aanvullende, strikte voorwaarden; namelijk:
Een onbehandelde bufferzone van 150 meter tussen behandeld perceel en de kadastrale grens van woningen en overige verblijfsplaatsen waar mensen langere tijd verblijven, zoals winkels, scholen, bedrijven en kantoren én
Afdekking van het perceel direct na behandeling voor minstens 14 dagen met VIF (virtually impermeable film) én
Inbrengen op tenminste 20 cm diepte én
Maximaal te behandelen areaal van 1 hectare, met minimaal 150 meter afstand tussen behandelde velden.

Met deze beperkende voorwaarden zijn geen risico’s te verwachten voor omwonenden of in het bijzonder voor omwonende kinderen. Bij het bepalen van deze grens is rekening gehouden met het feit dat de verspreiding van metam-natrium afhankelijk is diverse factoren, zoals de weerscondities tijdens en na gebruik.

Posted in Landbouw, Oldendiever | Leave a comment

Knallen met carbid wint terecht aan populariteit

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 29 december 1988 het navolgende bericht over het kebied scheet’n in Deever,

Neveninkomst voor de gebroederers Kleine in Diever
Knallen met carbid wint aan populariteit
Diever – Onze ouders wisten eigenlijk niet anders. Rondom de jaarwisseling lekker knallen met een blikje met carbid. Was je echt ruig, dan gebruikte je een melkbus en waren de dreunen tot ver in de omtrek te horen. Uren was je er mee bezig. Tegenwoordig wordt er voor miljoenen aan vuurwerk ‘verknald’. Lontje aansteken, weggooien, volgende ronde. Van echt tijdverdrijf is geen sprake, althans dat vinden de gebroeders Klaas en Berend Kleine uit Diever.
Ze zijn smid van beroep, maar hebben deze dagen bescheiden neveninkomsten aan de verkoop van carbid. Dat wordt de laatste tijd weer aardig populair volgens Berend, die namens de twee het woord voert. ‘Dit is het derde jaar dat we het verkopen en aanvankelijk waren we de enige in de wijde omtrek. Maar er komen steeds meer verkooppunten, zodat we vorig jaar tien kilo overhielden. Dat betekent tien procent van de omzet, want de gebroeders Kleine kopen niet meer dan honderd kilo in. ‘Het moet een lolletje blijven’ vinden ze.
Carbid is een gangbare afkorting van calciumcarbide, staat in de encyclopdie te lezen. Het is een verbinding van calcium en koolstof , die wordt verkregen door calciumoxide met cokes in een elektrische oven te verhitten. Met water geeft het acetyleen, Vroeger werd carbid gebruikt voor verlichtingsdoeleinden en bij het lassen. Tegenwoordig tracht een enkeling de mollen in zijn tuin met de gasontwikkeling van carbid te verdrijven. De mogelijke knaleffecten zijn echter de belangrijkste attractie.
Het toevoegen van de juiste hoeveelheid water is erg belangrijk, vertelt Berend Kleine. ‘Doe je er teveel bij, dan doet het niets. Dan heb je een te rijk mengsel. Dan moet je het blikje maar weggooien en weglopen en wachten tot hij helemaal uit is.’
Mits er verantwoord mee wordt omgesprongen, hoeft knallen van carbid niet gevaarlijker te zijn dan het afsteken van gewoon vuurwerk. Het is in elk geval veel spannender, want je moet er zelf heel wat voor doen om een mooie knal te krijgen. Doorgaans wordt een stevig blikje met een precies sluitend deksel gebruikt. Via een gaatje onderin wordt de carbid aangestoken. Dank zij de gasontwikkeling ontstaat de explosie. Doordat de deksel er af vliegt, blijft het blikje voor een volgende keer behouden, maar soms zoek je je natuurlijk wel een ongeluk naar deze afsluiter. ‘Wij deden er vroeger wel eens een lang touw aan’, vertelt Berend, wiens ogen gaan glinsteren bij de herinneringen aan vroeger. Een lang stuk touw is zeker geen luxe aan het deksel van een melkbus, waarmee ook wordt geschoten. Dat is zeker niet zonder gevaar, want zo’n zwaar deksel kan een eind vliegen. Ook komt het wel voor dat achter uit de bus, als het deksel er te stevig op is gedrukt, een forse steekvlam komt. Uitkijken, dus.
Voor de verkoop van carbid heb je geen vergunning nodig, zoals bij vuurwerk. Ook de jeugd loopt geen gevaar door de politie in de kraag te worden gevat. ‘Hoogstens voor ordeverstoring. De wet zal er nog wel op aangepast worden, denk ik. Een bromfiets die te veel lawaai maakt, mag toch ook niet.’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Berend Kleine (de grote Hendrik) beschrijft in het artikel op sublieme wijze hoe je op een veilige en mooie manier op oudejaarsdag en oudejaarsavond voor 10 gulden per kilo met carbid kunt schieten. Het artikel is een kleine maar goede handleiding voor de doe-het-zelver.
Lekker bolder’n zonder de aanwezigheid van politieagenten en zonder de hinderlijke bemoeienissen van de voorkant van het gelijk. Heeft de voorkant van het gelijk de verkoop van carbid inmiddels al vergunningsplichtig gemaakt ? Dat zou best eens zo kunnen zijn.

Abracadabra-441

Posted in Carbid schieten, Cultureel erfgoed, Erfgoed, Hoofdstraat, Tradities | Leave a comment

Langs de Wapserweg bij het Adderveen in 1891

De redactie van het Deevers Archief mocht van wijlen Albertus (Bert) Doorman aan het einde van de vorige eeuw van enige door zijn grootvader mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom op Berkenheuvel gemaakte foto’s een scan maken. Opnieuw, maar nu posthuum, hartelijk dank daarvoor.
Mr. Albertus Christiaan van Daalen kocht in 1890 het landgoed Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemiente Deever. Hij maakte de hier afgebeelde foto op Berkenheuvel.
De tekst bij deze foto in zijn fotoalbum luidt als volgt: Langs Wapserweg bij Adderveen in 1891.
De redactie van het Deevers Archief kent van het landgoed Berkenheuvel vooralsnog geen oudere bosgezichten dan deze.
Wel is nu enig lastig uitzoekwerk ontstaan, want op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936 is bij het Adderveen geen Wapserweg te vinden, wel Adderveenweg en Jacobaweg. Wie weet waar de Wapserweg lag ? In elk geval in heuvelachtig terrein.

Reactie van Marten Wouwenaar van 16 februari 2016 
De achterkleinzoon van boschbaas Marten Wouwenaar gaf in zijn reactie aan waar volgens hem de Wapserweg ligt of moet hebben gelegen. Deze reactie is verwerkt in het bericht Achterkleinzoon van Marten Wouwenaar reageert.

Reactie van Peter Haveman van 15 augustus 2017
Het Adderveen ligt tegenover het boshuis van roofvogelkenner Rob Bijlsma, aan het zandpad met de naam Doldersummerweg, vroeger Wapserweg.

Abracadabra-1603

Posted in Afbeeldingen, Albertus Christiaan van Daalen, Berkenheuvel, Bosgezichten | Leave a comment

Achterkleinzoon van Marten Wouwenaar reageert

De redactie van het Deevers Archief publiceerde enige tijd geleden het bericht Langs de Wapserweg bij het Adderveen in 1891. In het betreffende bericht schreef de redactie:
Wel is nu enig lastig uitzoekwerk ontstaan, want op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936 is bij het Adderveen geen Wapserweg te vinden, wel Adderveenweg en Jacobaweg. Wie weet waar de Wapserweg lag ? In elk geval in heuvelachtig terrein.
Het was niet nodig uitzoekwerk te doen. Op 16 februari 2016 schreef de 70-jarige Marten Wouwenaar, nota bene een achterkleinzoon van Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel, de volgende reactie:
De Wapserweg staat wel op de kaart, die in 1946 is uitgegeven, maar dat heeft u misschien intussen ook al gevonden. Hij loopt van de Marten Wouwenaarweg naar Martenshoek. Nu ik dit toch schrijf: Bosbaas Marten Wouwenaar was mijn overgrootvader.
De redactie van het Deevers Archief is bijzonder verheugd dat zo veel mensen, die om de een of andere reden een band met de gemeente Diever hebben, de webstee Deevers Archief bezoeken en steeds weer en meer blijven bezoeken.
De redactie roept alle bezoekers op vooral te reageren op alles wat in de webstee wordt gepubliceerd.
Bijgaande afbeelding toont de in mei 1946 opnieuw uitgegeven wandelkaart van Berkenheuvel uit 1936.
Bij nadere beschouwing loopt de Wapserweg van de Boltsweg bij Martenshoek, ten oosten langs het Adderveen, dan de Doldersummerweg kruisend, tot in de Nul.

Abracadabra-1634

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Alle Deeversen, Berkenheuvel, Marten Wouwenaar | Leave a comment

Ik heb ook nog een paar medailles van klei

De redactie van het Deevers Archief ontving op 23 november 2014 van Kor de navolgende reactie over zijn verblijf in het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie heeft de tekst een beetje geredigeerd. Wellicht kan Kor zijn verhaal nog verder aanvullen, geen enkel probleem om dat te publiceren.

Ik ben Kor en ik vind al die reacties heel herkenbaar.
Alleen ik heb in plusminus 1969 in het kamp vertoefd. Het kamp werd toen een internaat genoemd.
Ik heb daar de landing op de maan gezien en ik heb daar ook aan ‘olympisch spelen’ meegedaan.
Ik heb de namen van alle jongens met wie ik daar gezeten heb, waarschijnlijk geblokt, want ik kan mij maar één
jongen herinneren, dat was Henk, zijn achternaam was Kypershoek, alleen ik weet niet zeker of dat zijn achternaam was.
Ik herken de barakken op de foto’s goed. Ik heb in de barak met de naam Perú gezeten.
Ik ben ook een keer weggelopen.
Nieuwe jongens noemden we ‘peesies’.
Ik heb ook nog een paar medailles van klei, overgehouden van die olympische spelen.
Ik heb daar gezeten toen ik 12 jaar was. Ik ben nu 57 jaar.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 6 december 2014 schreef Henk Kurpershoek in eigen persoon de volgende wel erg korte reactie:
Ik heb bij jou in de groep gezeten, Peru.
Dus beste Kor, de achternaam van Henk is niet Kypershoek, maar Kurpershoek.
Maar wat is de achternaam van Kor ?

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De situatie an de Deeverbrogge bij tegenlicht

Deze afbeelding van de Deeverbrogge en van hotel-café-restaurant Blok staat op een ansichtkaart die in augustus 1955 is uitgegeven door Hotel Blok, telefoon 05219-456.
Diverse Deeverse verzamelaars zijn in het bezit van een exemplaar van deze ansichtkaart.
Van deze ansichtkaart is ook een herdruk bekend uit juni 1959.
Deze kaart is dus veel verstuurd. Blijkbaar hadden toen lang onderweg zijnde handelsreizigers en vrachtvervoerders tijdens een eet- en drinkpauze in café-restaurant Blok even de tijd een kaartje met een berichtje naar huis te sturen.

Op de bij tegenlicht gemaakte kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief op 21 november 2014 om ongeveer twee uur in de middag heeft gemaakt, is een enigszins ander beeld te zien.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Café-Hotel Blok, Drentsche Hoofdvaart | Leave a comment

Noodbrugbouwers en The Canadian First Army

De Amerikaanse Begraafplaats in Margraten in Limburg, in het Engels: Netherlands American Cemetery and Memorial, is een Amerikaanse militaire begraafplaats en een monument ter nagedachtenis van de overleden Amerikaanse soldaten ten tijde van de strijd in Zuid-Limburg, het Ardennenoffensief en in het Roergebied, gedurende de Tweede Wereldoorlog.
De begraafplaats ligt tussen de plaatsen Margraten en Cadier en Keer aan de provinciale weg N278 in Zuid-Limburg.
In een soort van museumkapel zijn drie grote landkaarten te zien, deze zijn in steen uitgebeiteld, met beschrijvingen van de verrichtingen van het 1e Amerikaanse leger in de regio gedurende de Tweede Wereldoorlog.
Op één van de kaarten is met een grote rode pijl naar het noorden van Nederland de opmars van the Canadian First Army, het Canadese Eerste Leger aangegeven. Zie de bijgevoegde kleurenfoto.
De naam Canadian First Army is samen met de andere geallieerde legers ook onder de kaarten vermeld. Zie de bijgevoegde kleurenfoto. Dit Canadese Eerste Leger speelde een belangrijke rol bij de bevrijding van Noord-Nederland van de Duitse bezetter aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
De aanleg van een noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart ter plaatse van de opgeblazen Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945 maakte de bevrijding van Deever mogelijk en versnelde en vergemakkelijkte de opmars van de Canadezen naar Friesland, Drenthe en Groningen.
Het mag toch wel een beetje onverschillig worden genoemd dat an de Deeverbrogge in de buurt van de Deeverbrogge nog steeds geen teken van respect voor de bouwers van de noodbrug en voor het Canadese Eerste Leger is te vinden. Dit teken had mooi alsnog na zeventig jaar op 12 april 2015 onthuld geweest kunnen zijn geworden. Daar is het helaas niet van gekomen.
De redactie van het Deevers Archief heeft beide kleurenfoto’s op 16 augustus 2015 op de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten gemaakt.

Abracadabra-439 Abracadabra-440

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Canadeze bevrijders, Canadian First Army, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Gemeente gaat om tafel met carbidschutters

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 26 november 2012 verscheen het navolgende bericht over het traditionele carbid schieten (kebied scheet’n) in Deever.

Gemeente gaat om tafel met carbidschutters
Diever – Over een aantal weken is het oudejaarsavond en wordt er traditiegetrouw flink met carbid geschoten in de gemeente Westenveld. Om ervoor te zorgen dat het carbidschieten veilig gebeurt, wil de gemeente om de tafel met carbidschieters. Burgemeester Jager wil graag meewerken aan het in stand houden van de traditie en daarom worden er twee bijeenkomsten gehouden over de spelregels voor carbidschieters. De overleggen vinden plaats op 6 en 13 december om 20.00 uur in het gemeentehuis. Aan bod komen onder meer de huidige en de toekomstige schietlocaties.

Aantekeningen van het redactie van het Deevers Archief
De ‘spelregels’ voor het ‘kebiet scheet’n’ zullen wel bedacht zijn door die nijvere niet uut Deever komende en niets van tradities begrijpende ambtenaren van het Team Veiligheid van de gemeente Westenveld. Wie wil nou regels bedenken voor het spel ‘kebiet scheet’n’ ? Het is geen spel, het is een traditie !
Traditie is een melkbusse an ‘n iekeboom bien’n op ‘t maarktterrein bee’j de kaarkhof, ‘t lid an ’n laank stuk touw knupp’m en dan in ’t pikkedonker bolder’n tot daij ‘r doof van wödt of tot dat de plisie komp. Dat möt now en doalijk de stee veur ’t scheet’n weed’n.
Het plaatselijke correspondentje van de Olde Möppelers vergiste zich een beetje bij het bedenken van de titel voor zijn berichtje: carbitschutters = carbidschieters. Het zij hem vergeven.


Posted in Carbid schieten, Gemeentehuis, Tradities | Leave a comment

Sukerzakkie van Hotel Blok – TT Assen – 29 juni 1957

De klanten van het hotel-café-restaurant van Johan Blok an de Deeverbrogge kregen in 1957 bij hun kopje koffie of kopje thee ter gelegenheid van de motorracewedstrijden op het oude TT-circuit bij Assen op 29 juni 1957 een tijdlang -zolang de voorraad strekte- suiker in een zakje met rode opdruk: 29 juni 1957, TT, Hotel Blok, Dieverbug (Dr), aan de weg Assen-Meppel, telefoon 05219-456.
In die tijd -de autosnelweg A28 bestond nog niet- gingen veel inwoners uut de gemiente Deever in de namiddag na afloop van de TT hen de Gowe, de Deeverbrogge, de Oldendeeversebrogge of de Wittelterbrogge om -stinkende uitlaatgassen trotserend- naar de zeer vele voorbij komende motoren te kijken.

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Suikerzakjes | Leave a comment

De jonge landgeitjes van Klaas Kleine in Deever

De redactie van het Deevers Archief kwam bij het scannen van grote stapels Deeverse krantenknipsels bijgaand berichtje uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 8 februari 1980 tegen. Het is een berichtje over geitenfokker Klaas Kleine uut de Peperstroate in Deever.
De redactie probeert zo veel als mogelijk is over deze markante en veel te vroeg overleden dorpsfiguur te publiceren. Wie van de trouwe bezoekers helpt de redactie een handje ?

Jonge landgeitjes in Diever
Diever. De bok Gerold, die op 12 september vorig jaar door burgemeester H.G. Overweg van Diever naar het op die dag geopende fokcentrum ‘de Veentjes’ geleid werd, heeft een actiever rol gespeeld bij de instandhouding van zijn ras.
Woensdagmorgen aanschouwden zijn eerste nakomelingen van dit jaar het levenslicht.
Op de foto burgemeester Overweg (rechts) en de heer Kleine, eigenaar van het fokcentrum met de lammetjes Christoffel en Cecile. Tussen hen in moeder Yfke.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent cursus Drents, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) kocht op 14 oktober 1966 het huis op de hoek van de grote en kleine Peperstraat voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
Burgemeester Overweg is burgemeester Hermen Gerrit Overweg.
Gegevens over de landgeit zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguren, Klaas Kleine | Leave a comment

De Symbiotische Zuil past beter in het Aekingerzand

Bij de klok van oudejaarsvereniging Tied Zat (bestaat tied eigenlijk wel ?) in de publieke ruimte tegenover Villa Nova op Zorgvlied staat de zo genoemde Symbiotische Zuil, ontworpen door Martijn Troost, als een bijdrage aan de ‘horizon van Drenthe’. Bij zo’n roestig stuk staal heb je wel wat uitleg en troost nodig !

Arie Vonk geeft bij het zien van dit stuk bewerkt staal in Kunstronde Drenthe (2000) de volgende uitleg:
Kijkend naar de horizon, tekenen zich onregelmatigheden af op de horizontale as. Verticale elementen bepalen het horizon-beeld. De bijdrage die Martijn Troost levert aan de ‘horizon van Drenthe’ bestaat uit een verticale, opengewerkte, holle gietijzeren pilaar. Deze holle pilaar is als een boorbuis, die uit de bodem opsteekt. Het bovenste deel symboliseert de aarde, de grond, en het beïnvloedt de perceptie van de horizon. Het onderste deel symboliseert het grondwater, dat onzichtbaar maar met kracht en helderheid de vitaliteit van de Drentse bodem beïnvloedt. Zo is er nu een zichtbare, symbiotische relatie tussen de grond, het water en de pilaar-buis.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Onze eerste reactie bij de volstrekt persoonlijke uitleg van Arie Vonk: Que ????  In de buurt van de stalen paal is geen horizon te bekennen, hoe kan de perceptie (belevenis) van de horizon dan worden beïnvloedt ?
Deze holle paal is als een pilaar die uit de bodem opsteekt ? Nee hoor, zoals gebruikelijk in de gemeente Diever, staan kunstige objecten of gedenktekens of herinneringstekens altijd op een sokkel (meestal een grote veldkei) en ook hier staat het object op een soort van fundering met daarom heen een soort van cirkel van steentjes, hoe cliché kun je bezig zijn.
Prachtig zou het zijn geweest als de stalen buispaal wat langer was geweest en scheef zou staan en inderdaad een paar meter in het zand was gegraven. Dat zou alsnog kunnen. Dat zou een mooie klus kunnen zijn voor de dorpskrachten van het plaatselijke filiaal van de heemkundige vereniging uit Diever (de aandere kaante van de bos) of de dorpskrachten van Tied Zat.

Symbiotisch betekent ‘levend in symbiose’.
Symbiose betekent volgens de niet altijd geloofwaardige Wikipedia: Het langdurig samenleven van twee organismen van verschillende soorten waarbij de samenleving voor ten minste één van de twee organismen gunstig of zelfs noodzakelijk is. Vaak echter wordt de term symbiose alleen gebruikt in de betekenis van wederzijds voordelige naast elkaar bestaan. De beide partners heten symbionten. De grootste partner wordt ook wel gastheer genoemd. Binnen het domein van de psychologie is een symbiotische relatie een relatie die gebaseerd is op afhankelijkheid.

Dode dingen, zoals grond, water en een stalen paal met rare gaten, kunnen dus niet in symbiose leven.
Echter als we in ‘symbiotische relatie’ het woord symbiotisch vervangen door ‘levend in symbiose’, dan staat er ‘levend in symbiose relatie’. Als we ‘relatie’ vervangen door ‘verhouding’ , dan staat er: ‘levend in symbiose verhouding’.
Als we symbiose vervangen door een deel van de hiervoor weergegeven betekenis dan staat er ‘levend in langdurig samenleven van twee organismen van verschillende soorten verhouding’. Kortom ‘symbiotische relatie’ lijkt mooi bedacht, maar klopt niet, het is roestige interessantdoenerigheid van de onderste plank.

Kan de Zorgvliedse oudejaarsvereniging Tied Zat (bestaat tied eigenlijk wel ?) dit verminkte stuk staal niet tijdelijk maar definitief ontvoeren naar het Aekingerzand en het daar half in de ontboste en nu weer kale duinen begraven voor een langdurig multibiotisch experiment met de oerelementen zand, wind, water en mogelijk ook vuur ? Uit ijzer zijt gij geboren, tot roest zult gij wederkeren.

Reactie van Helena de Boer van 26 januari 2017
Goedemorgen, ik woon sinds 28 december 2016 op Zorgvlied.
Ik vind het jammer hier te lezen dat voor dit kunstwerk zo weinig waardering is.
Mijns inziens – ik ben ook beeldend kunstenaar – is het juist wel een passend werk.
Het verbindt de aspecten van dit dorp heel mooi en geeft aan dat je ijzer met handen kunt bewerken als de wil er is.
Die ijzeren wil kenmerkt eigenlijk de hele historie van het dorp, als ik het goed begrijp.
De wil om te groeien en tot aanzien te komen. Ijzer te smeden tot iets moois en natuurlijks.
De bossen en de bomen zijn immers de horizon. Dus dat vind je ook terug in het kunstwerk.
U doet het werk hier te kort.
Met vriendelijke groeten,
Helena de Boer

Posted in Dorpskrachten, Kunst, Kunstige objecten, Zorgvlied | Leave a comment

Waterverfschilderij ‘An de Deeverbrogge’

In het onvolprezen boekje ‘An de Brogge’ met zwart-wit afbeeldingen (het boekje bevat dus helaas geen afbeeldingen in kleur), dat de heemkundige vereniging uit Deever in 2014 heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarige bestaan, hebben de samenstellers op bladzijde 216 ook bijgaande door ondernemer Sjoert Benthem in 1905 uitgegeven ansichtkaart opgenomen.
Echter in het boekje is van de ansichtkaart helaas het rechter gedeelte naast de snikke niet opgenomen en dat gedeelte laat juist zo mooi en beeldend de olde dreejbrogge met op de achtergrond een zeilend vrachtschip zien.
Op de ansichtkaart is aan de linkerkant een opslagloods (van hout ?) te zien, met direct rechts daarvan het kruidenierswinkeltje van ‘Olde Oalida’.
Het witgekalkte oude gebouw achter de leilinden is het café-logement van Sjoert Benthem en Griet Merk.
In de vaart ligt voor de löswal een bezeild vrachtschip en een snikke (de snikke van Sjoert Benthem en Hendrik Warries ?).
De schilderskring Diever houdt de laatste jaren elk jaar een door haar zo genoemde zomerexpositie in de kerk op de brink van Deever, waarbij werkstukken van de leden worden getoond.
Op de door de redactie van het Deevers Archief op vrijdag 7 augustus 2015 in genoemde kerk gemaakte kleurenfoto is het waterverfschilderij ‘Aan de Dieverbrug’ (An de Deeverbrogge) van Ernest Mols te zien.
Het mag de bezoeker van het Deevers Archief duidelijk zijn dat de zwart-wit-ansichtkaart uit 1905 als kleur-inspirerend voorbeeld voor het waterverfschilderij heeft gediend.
Gelukkig heeft de schilder niet de afbeelding op bladzijde 216 van het boekje ‘An de Brogge’ als voorbeeld gebruikt.
De redactie van het Deevers Archief kon het schilderij door de spiegeling van het glas van de omlijsting van het schilderij helaas niet goed fotograferen.

Abracadabra-437

Abracadabra-438

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Dorpskrachten, Kunst, Scheepvaart, Schilderijen, Toevallige waarnemingen, Topstukken, Vervoer | Leave a comment

De weg met de naam Schaapsdrift op Berkenheuvel

Een schaapsdrift is een weg waarlangs een schaapsherder zijn kudde schapen dreef van een dorp naar het open veld en van het open veld naar het dorp. De kudde zelf wordt ook wel de drift genoemd.
In dorpen met een boerenverleden herinneren namen van wegen nog aan deze schaapsdriften. Een weg met de naam Schaapsdrift is onder vele andere te vinden in Vledder, Hoog Buurlo, Zevenaar, Arnhem, Wateren, Deever, Dwingel, Doorwerth, Beek, De Bilt en Wageningen. Deze driften zijn verharde wegen geworden. Zo ook de Westerdrift in Diever.
Zeldzamer zijn schaapsdriften die zandweg zijn gebleven. Zoals bijvoorbeeld de schaapsdriften in de woeste gronden van de boermarke van Deever. Zie de bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart van een kronkelende schaapsdrift op Berkenheuvel. De foto voor deze kaart is gemaakt in de zestiger jaren van de vorige eeuw.
De erg rechte Schaapsdrift op Woater’n is helaas wel een klinkerweg geworden, zie de kleurenfoto, die de redactie van het Deevers Archief in 2015 is gemaakt. Was deze weg in het verleden eigenlijk wel een schaapsdrift ?

Abracadabra-418Abracadabra-419

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Boermarke, Boermarke van Diever, Bosgezichten, Diever | Leave a comment

Ansichtkaart van toren en kerk op de brinq van Deever

In het papieren clubblad met de merkwaardige titel Opraekelen van januari 2017 (jaargang 23, 2017, nummer 1) van de heemkundige vereniging uut Deever is als bladvulling op bladzijde 33 een afbeelding van een mooie zwart-wit ansichtkaart van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw op de brink van Deever opgenomen. De betreffende ansichtkaart is afkomstig uit de verzameling van J.F. Dekker. Wie is toch die J.F. Dekker ?
Wie leest tegenwoordig nog het papieren clubblad van de hiervoor genoemde vereniging ? Wie leest in het huidige tijdperk van snel en veel beelden kijken op smartphone, tablet en laptop überhaupt eigenlijk nog wel tekst op papier ?
De redactie van het Deevers Archief wil zijn trouwe bezoekers een afbeelding van de hiervoor genoemde zwart-wit ansichtkaart uit eigen verzameling niet onthouden. Deze ansichtkaart is in 1948 uitgegeven. De kaart is vóór de grote vernieling van de brink in de jaren 1955/1957 uitgegeven en laat derhalve een oudere versie van een deel van de brink zien.
De redactie weet nog niet welke neringdoende deze kaart heeft uitgegeven.
De redactie kwam er onlangs achter dat de voorkant van het gelijk de schrijfwijze van brink rücksichtlos heeft gewijzigd in brinq.
De grote vraag is wat voor soort brinq de brink bij de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in Deever is. Is het een marktbrinq, een torenbrinq, een kerkbrinq, een boerderijbrinq, een brandkoelebrinq, een schapenbrinq, een gemeentehuisbrinq, een cafébrinq, een cafetariabrinq, een toeristenindustriebrinq, een schultehuisbrinq, een nostalgiebrinq of ….. ?
Voor het beoogde oppimpen van deze schaarse ruimte naar versie 13.8 schijnt het voor de voorkant van het gelijk merkwaardig genoeg wel van belang te zijn wat voor soort ruimte het in het verleden is geweest. Het was in alle gevallen een brinq zonder trottoirbanden en zonder automobielen en zonder toeristenindustrie, maar wel met veel erfgoed.


Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Kerk op de brink, Toren op de brink | Leave a comment

Echtpaar in Deever viert 60-jarig huwelijksfeest

In de papieren uitgave met de merkwaardige titel Opraekelen van januari 2017 (jaargang 23, 2017, nummer 1) van de heemkundige vereniging uut Deever is op bladzijde 1 bijgaande foto als bladvulling opgenomen. Wie leest tegenwoordig nog dit papieren clubblad van de hiervoor genoemde vereniging ?
De hier afgebeelde foto is op 24 januari 1962 gepubliceerd in de Friesche Koerier (onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden).
Bij de foto in de Friesche Koerier is ook een artikeltje geplaatst. Ter wille van de onvolledigheid of misschien vanwege ruimtegebrek of gemakzucht is in het hiervoor genoemde papieren blad Opraekelen helaas niet dit volledige artikeltje gepubliceerd. De redactie van het Deevers Archief wil met de publicatie van dit artikeltje uiteraard -zoals het hoort- wel volledigheid betrachten.

Echtpaar in Diever viert 60-jarig huwelijksfeest
Jacob (88) en Elsje (84) Oost nog steeds op dezelfde boerderij
Diever. Op 25 januari zal het voor het echtpaar Oost-Davids uit Diever de 60ste keer zijn, dat zij hun huwelijksdag beleven. En weer zal dat gebeuren in de boerderij aan de Burgemeester van Oslaan, waar het al die jaren al gevierd is.
Jacob Oost is 88 en zijn Elsje is 84. Het gaat nog best samen. Naar de boerderij hebben zij geen omkijken meer, het land is verhuurd en de koeien zijn verdwenen.
Hun drie kinderen en hun 15 kleinkinderen zullen allemaal tegenwoordig zijn op hun trouwdag.
De muren van de gezellige woonkamer zijn bedekt met grote plakkaten. Jacob Oost als militair aan het einde van de vorige eeuw. Gewapend met een sabel kijkt hij het leven tegemoet. Het leven met zijn vrouw, dat hem, zo zegt hij tevreden, genoeg heeft gebracht.
Feestelijke oorkondes, die zij van hun kinderen kregen toen zij 25, 30, 35 en 40 jaar getrouwd waren. Foto’s van hun kinderen, die trouwden, foto’s van hun kleinkinderen, die trouwden. Foto’s van drie kleinkinderen, die ook Jacob heten. Allemaal dingen waar ze aan gehecht zijn.
De ouderwetse olielamp hangt naast de kachel. In plaats van het oliereservoir hangt er nu echter een gloeipeertje in. Het oliereservoir staat klaar achter de bedsteedeur, want zo zegt Jacob met een schorre stem (hij heeft het in zijn keel en mag eigenlijk niet op praten, maar het is zo moeilijk om je mond te houden), het gebeurt wel eens, dat de electriciteit uitvalt en dan hoeven wij maar een lucifer af te strijken en we hebben weer licht.
Geen van de drie kinderen van het echtpaar is het boerenbedrijf ingegaan, maar dat vinden zij niet jammer. Ze hebben het goed en dat is het belangrijkste.
Jacob is nooit naar school geweest. Elsje wel. Dat was voor Jacob een beetje vernederend en zijn diensttijd heeft hij een avondcursus gevolgd, die hem leerde lezen en schrijven.
Jaren heeft Jacob, toen zijn boerderijtje niet genoeg opleverde, in Friesland gewerkt; hij kent Friesland dan ook goed.
Ze hebben het leuk samen op hun eigen boerderijtje, ze kunnen nog wandelen, voor zich zelf zorgen en met elkaar praten. Want al zijn ze zestig jaar getrouwd, uitgepraat zijn ze nog niet. ‘Hij kan zo kletsen’, zegt Elsje tegen ons. En Jacob is mans genoeg om dat te verdedigen, en zo is een nieuw gesprek tussen hen geboren.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief.
Tevens wordt voor de verdere volledigheid verwezen naar het bericht Keuterijtje op ’t Kastiel in Deever in 1958.

Posted in Alle Deeversen, Kasteel, Keuterijen | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Hotel Johan Blok – 1949

Op deze foto, die gemaakt is in 1949, is een druk bezocht hotel-restaurant-café Blok te zien.
De weg langs de vaart was een belangrijke noord-zuid route door Drenthe, totdat de route langs Meppel, Hoogeveen, Beilen en Assen werd omgebouwd tot de A28 autosnelweg.
Het restaurant was met name een pleisterplaats voor gemotoriseerde vertegenwoordigers van stofzuigerfabrieken, verzekeringsmaatschappijen en al het andere wat via vertegenwoordigers aan de man werd gebracht.
Wie kan de merken van de auto’s aan de redactie van het Deevers Archief doorgeven ?

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Hotel Blok, Hotel Blok, Hotel Pension Blok, Rijksstraatweg | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Kalkovens staan op instorten

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 21 januari 1983 het navolgende artikel ‘Voor 1 februari omheining Kalkovens in Dieverbrug’ naar aanleiding van gedoe over de bouwvallige restanten van de kalkovens an de Deeverbrogge.

Burgemeester en Wethouders van Diever hebben eigenaar H.J. Schoenmaker uit Haren gesommeerd vóór 1 februari de kalkovens in Dieverbrug af te schermen voor het publiek. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat stukken van de schoorsteenpijp naar beneden vallen. Twee jaar geleden is dat al eens gebeurd, overigens zonder dat zich ongelukken voordeden. Ook toen hebben Burgemeester en Wethouders gevraagd te zorgen voor een deugdelijke afrastering rond de uit het begin van deze eeuw stammende kalkovens. Hieraan heeft Schoenmaker niet voldaan.

Omdat het gevaar voor instorten nog groter is geworden, wil het college op grond van de bouwverordening nu kracht achter het verzoek zetten. ‘De tand des tijds heeft haar nimmer aflatende invloed steeds sterker doen gelden.’ staat in een brief aan Schoenmaker. Hij krijgt een maand de tijd in beroep te gaan. Anders zal de gemeente op zijn kosten voor een deugdelijke omheining zorgen. De gemeente heeft overigens al diverse pogingen ondernomen de kalkovens te behouden. ‘Ons is gebleken dat de helft van de kalkovens in ons land de laatste jaren verloren is gegaan.’ zegt burgemeester H.G. Overweg. ‘Het is goed om er dan een paar te bewaren. Deze ovens zijn daarvoor uitermate geschikt, omdat uit de plaats een relatie blijkt met de omgeving. De schelpen werden altijd aangevoerd via de Drentsche Hoofdvaart.
Als bestuurslid wist Overweg de Stichting Oud-Drenthe voor de ovens te interesseren. Onderhandelingen met de eigenaar liepen echter op niets uit. ‘Schoenmaker vroeg zo’n hoge prijs dat de stichting daar niet op in kon gaan. Er zijn altijd mensen die denken dat in een dergelijk bezit geld zit. Het is echter eigenlijk een negatief bezit, want je hebt er geen donder aan. Voor het behoud van de ovens was het voor de stichting echter wel interessant.
De suggestie van Schoenmaker de gemeengte de oven te laten opknappen leverde geen gehoor op. ‘Wanneer je geen eigenaar bent moet je niet gaan prutsen aan dit soort dingen.’ zegt Overweg. ‘Ook in het belang van de toeristen willen we wel graag iets doen. De kalkovens zijn een monumentje van industrie en techniek.’
Ondersteuning krijgt het gemeentebestuur van G.J.P. Bloemen uit Doesburg. Tijdens zijn vakantie maakte hij kennis met de ovens. In een brief aan de gemeenteraad pleit Bloemen voor het behoud ervan. De gemeenteraad van Diever vergadert donderdagavond.

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Boek An de Brogge, Cultureel erfgoed, Cultuurhistorie, de Kalkovens, Drentsche Hoofdvaart, Economie, Erfgoed | Leave a comment

Gillend rijdt de zandtrein langs de Deeverbrogge

In het Nieuwsblad van het Noorden van 3 maart 1916 verscheen het volgende bericht over de aanleg van de stoomtramlijn van de N.V. Nederlandsche Tramweg Maatschappij tussen het treinstation van Meppel en de Hijkersmilde langs de Drentsche Hoofdvaart. 

Diever, 2 maart. De aanleg van den stoomtramweg Meppel-Smilde gaat verbazend snel vooruit. Gillend beweegt zich de zandtrein langs Dieverbrug tot aanvoer van zand uit de Havelterberg. Later denkt men het benoodigde zand tot aanvulling van den weg op de Smilde te vinden. Gaat alles naar wensch, dan is per 1 mei, naar men ons verzekert, de verbinding Meppel-Smilde tot stand gekomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het artikel geeft aan dat de aannemer van de aanleg van de tramlijn het zand voor de aardebaan van de tramlijn uit de Havelterberg haalde en dat zand via het reeds aangelegde deel van de lijn tot ver voorbij de Deeverbrogge naar het werk vervoerde. Een op het oog nogal kostbaar lijkende operatie, want de boermarke van Diever had de aannemer ongetwijfeld voor weinig geld wel een geschikt zandduin in de buurt van de Drentsche Hoofdvaart willen verkopen.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft in 2014 haar twintigjarige bestaan opgeluisterd met een zo genoemd jubileumboek met de titel An de Brogge, waarin volgens eigen zeggen onderwerpen aan de orde zijn gekomen, zoals scheepvaart, kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de loswal, de tramlijn, hotel Blok, bouwmaterialenhandel Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen en dansavonden.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskrachten, Stoomtram | Leave a comment

Ansichtkaart met een fraai beeld van de Peperstroate

Arend Mulder schrijft bij dezelfde foto op bladzijde 116 van zijn boekje met de pretentieuze titel ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ :
Ook dit beeld hoort tot het verleden. Het blijft een gissen waaraan de Peperstraat zijn naam te danken heeft. Werd hij zo genoemd, omdat dit de enige straat in Diever was, die van veldkeien was gelegd ?
Achtereenvolgens woonden hier in het eerste huis: varkenshandelaar Marines Bel, in het tweede huis: kapper Albert Vierhoven, in het derde huis: gemeente-arbeider Hendrik Beuving, in het vierde huis: boer Hendrik Punt, in het vijfde huis: boer Koop Reinders. Met op de achtergrond de schuur van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het erfgoedpand van kapper Albert Vierhoven, het erfgoedpand van gemeente-arbeider Hendrik Beuving en het erfgoedpand van Koop Reinders sneuvelden als gevolg van de naoorlogse sloopwoede van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen. Hoe mooi zou de Peperstraat zijn, als deze panden niet gesloopt zouden zijn.
Deze ansichtkaart werd in 1948 verstuurd. Niet bekend is wie deze ansichtkaart heeft uitgegeven.
Let vooral ook op de toen nog bovengrondse elektriciteitsvoorziening.
Let vooral ook op de prachtige bestrating met veldkeitjes.

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Erfgoed, Jan Cornelis Meiboom, Klaas Marcus Balsma, Peperstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Pakschuitendienst tusschen Assen, Deever en Meppel

In de krant Het nieuws van den dag (kleine courant) verscheen op 20 april 1877 het navolgende bericht over de oprichting der naamlooze vennooschap ‘Drentsche Stoombootmaatschappij’ te Assen.

De Koninklijke bewilliging is verleend op de akte van oprichting der naamlooze vennootschap ‘Drentsche Stoombootmaatschappij’ te Assen. Vooreerst zal de werkkring der Maatschappij zich bepalen tot het voortzetten der volgende bestaande diensten: de stoombootdienst tusschen Assen en Zwolle, de bargedienst tusschen Assen en Groningen, de bargedienst tusschen Assen en Veenhuizen en de pakschuitendienst tusschen Assen, Deever en Meppel.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heemkundige vereniging uut Deever heeft in 2014 haar twintigjarige bestaan opgeluisterd met een zo genoemd jubileumboekje, waarin aandacht is besteed aan de geschiedenis van de Deeverbrogge.
In het boekje zijn ongetwijfeld onderwerpen aan de orde gekomen, zoals de bewoners, de boerderijen, de pothokken, de snikke, de barge, de stoombootdiensten van de Drentse Stoombootmaatschappij, de postkar, de scheepvaart, de turfschippers, de kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, de bedrijvigheid aan de loswal, de bedrijven an de Deeverbrogge, de stoomtram, de tramlijn, het tramemplacement, hotel Blok, logementen, café-logement Sjoert Benthem, Concordia, het postkantoor, de steenfabriek, meubelfabriek ‘de Toekomst’, de schutsluus, de brogge, de Tweede Wereldoorlog, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen, dansavonden, enzovoort, enzovoort.  

Het is interessant te lezen dat ook vóór 1877 een pakschuitendienst werd onderhouden tussen Assen, Meppel en Deever. Waren dat door paarden getrokken pakschuiten ? Een mooie klus voor de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever om dit uit te zoeken.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Scheepvaart, Stoombootdienst | Leave a comment

Foto van de Brink van Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto van de Brink van Deever met het Schultehuis en het kerkgebouw met de gemeentelijke toren gemaakt op 20 november 2005.

Posted in Brink, Diever, Kerk op de brink, Schultehuis, Toren op de brink | Leave a comment

Groeten uit Wapse – Grootmoeder aan ’t spinnen

De redactie van het Deevers Archief is graag bereid nieuwe aanwinsten te tonen aan de bezoekers van de webstee.
In dit geval betreft het bijgaande afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart, die in 1908 werd verkocht door bakker Marten Dijkstra uit Wapse.
De spinnende vrouw is Janna Rodermond en de man achter het spinnewiel is haar zoon Gerard Rodermond.
Wat is die man toch aan het doen ?
Enig zoeken in de burgerlijke stand van de gemiente Deever, die te vinden is in de webstee Drenlias, leverde de volgende huwelijksakte van 6 april 1867 op:
Bruidegom: Arent Rodermond, geboren te Vledder; oud: 28 jaren; beroep: dienstknecht, zoon van Oost Rodermond, beroep: landbouwer, en Hilligje Hendriks Folkerts, beroep: zonder.
Bruid: Janna Vos, geboren te Vledder; oud: 31 jaren; beroep: dienstmeid, dochter van Pieter Jannes Vos, beroep: landbouwer, en Klaaske Klaassen, beroep: zonder.
Gerard Rodermond werd op 15 juli 1867 geboren op de Smilde (Hoogersmilde).

Abracadabra-456

Posted in Alle Deeversen, Ambachten, Ansichtkaarten, Wapse | Leave a comment

Bidprentje van Bertha Carolina Verwer

Afbeeldingen van bidprentjes van personen uit de gemiente Deever verdienen een plaats in het Deevers Archief, zeker als het een kleurenprentje betreft. Veelal betreft het een bidprentje van personen die in de katholieke enclave Zorgvlied zijn geboren of op Zorgvlied hebben gewoond.
Bertha Carolina Verwer werd op 15 december 1884 in het Witte Huis op Zorgvlied geboren en overleed op 5 januari 1960 in Amsterdam.
Bertha Carolina Verwer trouwde op 11 augustus 1908 met dr. Herman Woltring.
Herman Woltring werd op 17 mei 1882 geboren in Amsterdam en overleed op 13 mei 1939 in Amsterdam. Hij was doctor in de medische wetenschappen. In het dagelijks leven was hij huisarts.
Bertha Carolina Verwer was een dochter van Julius Verwer en Elizabeth Louiza Maria van Wensen.
Julius Verwer was de broer van Lodewijk Guillaume Verwer.
Elizabeth Louisa van Wensen was de zuster van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen, deze laatste was getrouwd met Lodewijk Guillaume Verwer.

Abracadabra-454Abracadabra-455

Posted in Bidprentjes, Julius Verwer, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaarten van hunebed D52 bij Diever

Ansichtkaart van het hunnebed D52 an de Grönnegerweg in Deever vlak na de mislukte restauratie in 1954.

 

 

 

 

Posted in Afbeeldingen, Diever, Hunebed | Leave a comment

Eerste steen aan de gevel van Villa Nova – Zorgvlied

Idse Johannes Verwer, de vader van Lodewijk Guillaume en Julius Verwer, was op 23 juni 1888 de legger van de eerste steen van het nieuwe woonhuis met de toepasselijke latijnse naam Villa Nova op Zorgvlied.
In Villa Nova is tegenwoordig een hotel-restaurant-café-bedrijf gevestigd.
Meer gegevens en enige mooie foto’s zijn te vinden in de webstee villa-nova.nl van het bedrijf.
Gegevens over Idse Johannes, Lodewijk Guillaume en Julius Verwer zijn te vinden op bladzijden 85 en verder van het boek Erf en wereld van J.P. Wiersma dat te vinden is in de webstee zuivelhistorienederland.nl.


Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Toevallige waarnemingen, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart – Groeten uit Diever

In de gemiente Deever zijn in de loop van de jaren zeker meer dan 200 ansichtkaarten uitgegeven met de titel ‘Groeten uit Diever (Dr.)’ of een daar op lijkende titel. Bijgaande ansichtkaart is daar een goed voorbeeld van.
Deze kaart is uitgegeven door het bedrijf Van der Meulen uit Sneek in Meulen’s Ultracolor 03856. Deze kaart is derhalve uitgegeven in de beginjaren van de ansichtkaart in kleur, zeg in de loop van de zestiger jaren van de vorige eeuw. De kaart was te koop in de boekhandel van Roelof van Goor an de Kruusstrroate in Deever.
Op een aantal foto’s is duidelijk het toen nog agrarische karakter van de gemiente Deever te zien.
Paarden in plaats van tractoren.
Roggemiet’n in plaats van combines. Wie weet wie bezig zijn met het an de miete zett’n van de rogge ? Op welke nes is deze foto gemaakt ? ‘
Ut Huusie van Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979) en Jantje Warring (geboren op 12 december 1888, overleden op 30 november 1972) an de Kruusstroate stiet nog op zien stee.
In ut boerdereegie op ’t Kastiel woonde toen nog Jan Klok. Was ut boerdereegie toen nog eigendom van professor Albert Egges van Giffen ?
De foto in het midden van de bovenste drie foto’s is een foto die vanaf de Noordesch is gemaakt.
De redactie verneemt graag verbeteringen en aanvullingen op bovenstaande tekst.

Abracadabra-452

Posted in Ansichtkaarten, Boer'nwaark, Kasteel, Kruisstraat, Molen 'de Vlijt', Noordesch | Leave a comment

Grensveranderingen in het kerspel Diever

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1905, bladzijden 22 tot en met 39, verscheen het artikel ‘Het voormalige kerspel Diever en de latere grensveranderingen’ van burgemeester H. G. van Os van de gemeente Diever

Bij de mededeling van de oorspronkelijke uitgestrektheid van het kerspel Diever heb ik gemeend niet verder te moeten teruggaan dan tot het begin der 15de eeuw, omdat gegevens omtrent de vroegere indeling van Drenthe in kerspelen nagenoeg ontbreken en ongeveer op dat tijdstip in de oude Landschap ene gewijzigde orde van zaken intrad, welke gedurende de volgende vier eeuwen in hoofdzaak onveranderd bleef. Immers eerst na den afstand van Drenthe door Reynold van Coevorden aan de Utrechtsen bisschop Frederik van Blankenheim in 1395, werd door laatstgenoemde een meer geregeld bestuur in Drenthe ingesteld en het is dan ook van omstreeks deze tijd, dat enigszins betrouwbare inlichtingen, vooral ook aangaande het burgerlijk bestuur in de kerspelen, tot ons zijn gekomen en de benaming kerspel een scherper omlijnde betekenis kreeg.

Deze betekenis van een tweeledige: de indeling in kerspelen betrof zowel het werkelijk als het kerkelijk machtsgebied, zodat men sedert genoemde afstand in de regel in elk kerspel een schulte en een pastoor aantrof.

De oudst bekende volledige opgaaf van de Drentse kerspelen vindt men in een handschrift van omstreeks het jaar 1435, medegedeeld in den Nieuwe Volksalmanak van 1904, bladzijde 182, waarin Diever voorkomt als ‘Deueren’. Uit de vermelding van de namen van de overige kerspelen is na te gaan, dat het kerspel Diever ten Noorden en Noord-Oosten begrensd werd door het kerspel Beilen, ten Oosten door Dwingelo, ten Zuiden door Westerhessel en Wapserveen en ten Westen door Vledder. Overigens grensde het noordelijk aan Friesland (Stellingwerf).

Men zal tegenwoordig deze grenzen niet overal met even grote juistheid kunnen aanwijzen, onder andere op die plaatsen, waar vroeger uitgestrekte onbewoonde heidevelden, moerassen of venen werden aangetroffen; nauwkeuriger echter waar een riviertje of stroom een natuurlijke grens vormde. En daar dergelijke natuurlijke grenzen tussen de tegenwoordige burgerlijke gemeente en de meeste der omliggende gemeenten, in de opgaaf van 1435 reeds als kerspelen voorkomende (de gemeente Havelte als gevormd uit de kerspelen Westerhessel en Wapserveen), bijna overal aanwezig zijn, mag men, ook gelet op de benamingen en grenzen der marken, velden, maden enzovoort van de verschillende buurtschappen en kluften, die natuurlijke grensscheiding veilig aannemen als de grens van het oude kerspel Diever, behoudens de plaats gehad hebbende grensveranderingen, waaromtrent echter voldoende zekerheid bestaat. Deze grenzen waren: de Oude of Beilerstroom tegen het kerspel Dwingelo, de Wapserveensche Aa tegen het kerspel Wapserveen, de Vledder Aa tegen het kerspel Vledder.

De grens tegen het kerspel Westerhessel vormde waarschijnlijk een moeras ter plaatse van het tegenwoordige gehucht ‘het Moer’, dat daaraan blijkbaar zijn naam heeft ontleend (voetnoot 1), terwijl in het Noorden en Noord-Oosten uitgestrekte moerassen en venen werden aangetroffen tussen het kerspel Diever aan de ene zijde, Friesland en het kerspel Beilen aan de andere zijde. Juist terwijl deze streek niet bewoond was, zal het vergeefse moeite zijn, na te sporen, hoever in die tijden het kerspil zich in deze richting uitstrekte. Van ene eigenlijke grenslijn zal wel geen sprake zijn geweest. Eerst later, toen de venen vergraven en de gronden dientengevolge productief gemaakt werden, zal de grens der onder de verschillende kerspelen gelegen marken, als gevolg van het op de voorgrond tredend eigenbelang van de wederzijdse deelgerechtigden, door deze zijn vastgesteld. En deze markegrenzen, welke ook thans nog wel zijn aan te wijzen, werden alzo tevens de grenzen tussen de kerspelen, van welke die marken deel uitmaakten.

Op het tijdstip, waarmede deze verandering begint, bestond het kerspel Diever, behalve uit het dorp Diever (in ene acte van 1181 of 1182 reeds voorkomende als Devere), uit de buurtschappen of gehuchten Kalteren (in 1209 of 1210 Calthorne), Oldendiever (in een register van de jaren 1298-1304 Oldendene, waarschijnlijk een schrijffout voor Oldendever), Wittelte (21 mei 1040 Withelte), Wapse (5 februari 1384), Leggelo (in 1207 of 1208 Leggelo) en Eemster (in 1210 of 1211 Hemsere) (voetnoot 2). Enige kleinere gehuchten schijnen eerst later te zijn ontstaan, zoals Krommevoort (reeds in 1633 bekend), Wateren (in de 17e eeuw bekend als Achter- en Voor-Wateren, terwijl de benaming Klein-Wateren voor ’t eerst in 1761 voorkomt), ’t Moer in 1683, de Brugge of Dieverbruggge in 1685, de Voshaar in 1737, de Geeuwenbrug in 1768 en de Haart in 1772 (voetnoot 3).

Magnin (voetnoot 4) vermeldt nog, dat na de 14e eeuw Lhee onder ’t kerspel Diever heeft gehoord. Ik heb niet kunnen ontdekken, waarop deze mening gegrond is en ben geneigd aan een onwillekeurige vergissing bij die schrijver te denken. Volgens die mening zou Dwingelo, dat toen reeds een afzonderlijk kerspil vormde, behalve aan den kant van Ruinen geheel door ’t kerspel Diever zijn ingesloten geweest, terwijl Lheebroek, dat steeds een deel van Dwingelo heeft uitgemaakt, een enclave zou hebben gevormd. Een en ander komt mij zeer onwaarschijnlijk voor en ook bij overlevering is van een vereniging van Lhee met het kerspel Diever niets bekend.

De enige malen uitgesproken mening, dat Wapserveen nog geruime tijd, althans nog in de 15de eeuw, onder Diever heeft behoord, zal wel op een dwaling berusten. Volgens Romein (voetnoot 4) en waarschijnlijk in navolging daarvan de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 73, zou het in 1461 kerkelijk van Diever zijn afgescheiden, terwijl op laatstgenoemde plaats nog vermeld wordt, dat er toen eveneens een schulte werd aangesteld en de schrijver blijkens de bewoordingen wil te kennen geven, dat Wapserveen voor ‘t eerst sedert dat jaar zowel in ’t burgerlijke als in ’t kerkelijke een afzonderlijk kerspel uitmaakte, in overeenstemming met de stelling onder andere bij Magnin (voetnoot 4). Dat dit niet het geval geweest is, mag blijken uit een open brief van het jaar 1285 (voetnoot 4), waarin van de kerk aldaar reeds als van een parochiekerk wordt melding gemaakt, alsook uit de lijst der kerspelen van 1435, waarop Wapserveen eveneens reeds als zodanig voorkomt.

Wel is het aan te nemen, dat Wapserveen in vroegere tijd met Diever en de omgelegen buurtschappen een kerspil vormde. Niet alleen de naam, in verband met die van de buurtschap Wapse onder Diever, maakt dit zeer waarschijnlijk, doch ook de omstandigheid, dat Wapserveen, sedert het een afzonderlijk kerspel werd, meest met Diever tot een schultambt verenigd was. Tot dusver heeft men alleen in de jaren 1461, 1469 en 1480 (voetnoot 4) afzonderlijke schulte van Wapserveen aangetroffen; overigens was de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen, althans van 1595 tot 14 april 1795, toen laatstgenoemd kerspel bij besluit van de Representanten van het volk van Drenthe in ’t burgerlijke bij Havelte werd gevoegd.

Een eigenaardige illustratie van de verhouding tussen de kerspelen Diever en Wapserveen (misschien wel een uitvloeisel van de vroegere afscheiding), leverde de sinds onheugelijke tijden bestaande gewoonte, dat de schulte van Diever van elk erf te Wapserveen een voer turf genoot, waartegenover de schulte om het andere jaar twee tonnen bier placht te geven.

Bij een contract van 17 juni 1768 (voetnoot 6) werd tussen de schulte L. Nysingh en de carspellieden van Wapserveen tot onderling gemak en gerief overeengekomen, dat de carspellieden, zolang de heer Nysingh schulte zou zijn, in plaats van turf voor elk voer zouden betalen 14 stuivers, terwijl de schulte vrij zou zijn van het geven van bier. Er waren toen te Wapserveen 59 of 60 erven.

Behalve Wapserveen, schijnt ook Vledder enige tijd met het kerspel Diever in het burgerlijke te zijn verenigd geweest. Met zou dit kunnen opmaken uit een ordel van de Etstoel, in 1454 te Rolde gewezen, aldus aanvangende: “Soe iss gewiset tusschen den Drost unde den Kasspil van Deueren unde Vledderen…”. Deze vereniging is dan echter slechts zeer tijdelijk geweest, want op de lijst van 1435 komt Vledder als een afzonderlijk kerspel voor, in 1595 weer, terwijl het korte tijd daarna dezelfde schulte had als Havelte. Wellicht dat dus een enkele schulte van Diever tevens schulte van Vledder was, evenals later Hendrik van Barneveld, bijgenaamd Magere Hein, sedert 1530 tegelijkertijd schulte was van Meppel en Diever en Arent Dannenberg in 1737 en 1738 tegelijkertijd van Diever en Hoogersmilde.

In de loop der jaren is de grens van het kerspel Diever, zoals die hierboven is aangegeven als te zijn geweest in het begin van de 15de eeuw, meermalen gewijzigd door de afscheiding van enkele buurtschappen. Deze afscheiding betrof nu eens het wereldlijk, dan weder het kerkelijk gebied, doch nimmer het een en ander tegelijk.

De eerste afscheiding had plaats in 1633 en betrof de uitgestrekte hoge venen in het Noorden en Noord-Oosten van het kerspel onder de marken Diever en Leggeloo, tot de vervening waarvan in 1612 octrooi was verleend. In 1625 waren de meeste gronden reeds van veen ontbloot en ontgonnen, terwijl zich daar inmiddels een kolonie gevormd had, de Hoogersmilde genoemd. Bij een acte van 19 februari 1633 werden door Ridderschap en Eigenerfden ten behoeve van Adriaan Pauw, Ridder, Heer van Heemstede, Raadpensionaris van Holland en Westfriesland, deze venen, genaamd de Dieverder en Leggelder Smilder venen ‘beginnende t’eydens de Crommevoerder veenen (voetnoot 7), streckende opwaerts aen tot aen Hycker- ende andere Marcken ende tot aen de Vriesche Custen respective’ tot een Heerlijkheid verheven onder de naam van ‘de Heerlickheyt van Hooger-Smilde’. Dientengevolge kreeg Hoogersmilde een eigen schulte; een enkele maal was de schulte van Diever tevens schulte van de Heerlijkheid (voetnoot 8).

Kerkelijk bleef ze onder Diever ressorteren en ook de armenzorg, destijds uitsluitend een zaak van de diaconie, bleef aanvankelijk op de oude voet bestendigd. Op de duur gaf dit laatste echter aanleiding tot bezwaren en onenigheden, welke bij de Ridderschap en Eigenerfden werden aanhangig gemaakt. Een notitie in een oud kerkelijk register (voetnoot 6) leert ons de uitslag. Op 22 maart 1711 werd namelijk de kerk te Diever afgekondigd, dat ingevolge sententie van Ridderschap en Eigenerfden, op de laatstgehouden landdag genomen, de diakenen van het kerspil Diever ‘van alle gemeynschap met de Smildinger armen of armcassa ten enemaal aftreden en niet voornemens sijn eenich support an deselve te verlienen. Noch oock van haar armpenningen te profiteeren en dat diensvolgens de Smildinger haar armgeld en almosen separaat sullen konnen manieren, distribueren end imployeren so als sullen goedvinden’. Doch hiermee was het geschil niet uit de weg geruimd, want daarna vinden wij de zaak voor de Etstoel gebracht. Bij een uitspraak van 6 juni 1714 (voetnoot 9) van Gecommitteerden namens de Etstoel werd, na verhoor van diakenen en volmachten van Diever en Smilde, een minnelijke overeenkomst tot stand gebracht, in hoofdzaak hierop neerkomende, dat het armoortjesgeld (voetnoot 10) van de verpachtingen en de opbrengst van de bussen, in de herbergen hangende, door elke diaconie op haar eigen gebied zou worden genoten; evenzo hetgeen in het bekken op het kerkhof te Diever gegeven werd bij de begrafenissen van doden uit het kerspil Diever en uit Smilde. Daarentegen zou de opbrengst  der collecten in de kerk te Diever voor 9/10 aan Diever, voor het overige 1/10 gedeelte aan de Smilder diaconie komen en zouden in dezelfde verhouding de rente en huur van de armengoederen verdeeld worden, uitgezonderd de goederen, welke reeds voor de stichting van Hoogersmilde aanwezig waren en waarvan de opbrengst geheel aan de diaconie van Diever verbleef.

Zoals gezegd , bleef Hoogersmilde kerkelijk onder Diever behoren en het is vrij nauwkeurig na te gaan, hoever zich destijds het gebied van de kerk te Diever noordelijk uitstrekte. Deze grens moet worden aangenomen ongeveer ter plaatse, waar zich tegenwoordig de Leembrug over de Drentse Hoofdvaart bevindt. In de oude doopboeken immers ziet men, dat herhaaldelijk personen van den- achter den- of tegenover de Wolvenberg (gelegen in de nabijheid van de vervening van het Oranjekanaal met de Drentse Hoofdvaart) hun kinderen in de kerk te Diever lieten dopen.

Een grote verandering bracht de vereniging van het Koninkrijk Holland met het Franse Keizerrijk, bij Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 en de daarop gevolge verdeling in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten, definitief omschreven bij decreet van 21 oktober 1811, ten opzichte van Diever teweeg.

Werd bij deze verdeling Vledder met Diever tot een commune verenigd, de welvarende buurtschappen Eemster en Leggeloo werden van Diever afgescheiden en in het burgerlijke bij Dwingelo gevoegd. Bij deze afscheiding wens ik enigszins uitvoeriger stil te staan, omdat ze – en vooral de daaruit gevolgde kerkelijke afscheiding – op hevig verzet van de zijde van de belanghebbenden stuitte en vooral ook omdat, zonderling genoeg, noch Magnin in zijn overigens zo volledig ‘Overzicht van de Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe’, noch Romein in ‘de Hervormde Predikanten van Drenthe’ hiervan met een enkel woord gewag maken.

De beweegreden voor deze afscheiding schijnt minder te moeten worden gezocht in de wens om de ingezetenen van deze buurtschappen welgevallig te zijn, dan wel om het zielental van Dwingelo tot een behoorlijk cijfer op te voeren; van een andere overweging is mij althans niet gebleken. In Diever schreef men de afscheiding toe aan kuiperijen van de zijde van Dwingelo, gegrond als men ze noemde op willekeurigheid, misverstand, overijling of persoonlijke berekeningen. In elk geval is het duidelijk, dat daarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de bevolking van de beide buurtschappen, die op ondubbelzinnige wijze blijk gaf van haar tegenzin tegen deze verandering.

In Dwingelo daarentegen heeft men zich gemakkelijker bij het geval neergelegd en haastte men zich de nieuwe gemeentenaren ook de voorrechten van een kerkelijke vereniging te doen deelachtig worden. Reeds in november 1811 richtte de maire van Dwingelo een verzoek tot de prefect van het departement van de Wester-Eems, om de beide buurtschappen thans ook in de geestelijke onder Dwingelo te doen ressorteren. Dit verzoek werd in dier voege toegestaan, dat bij besluit van de perfect van 16 december daar aan volgende, no. 15, werd verklaard, dat met ingang van 1 januari 1812 Eemster en Leggelo ten aanzien van het kerkelijk zouden gehouden worden tot de mairie van Dwingelo te behoren ‘tenzij daartegen gegronde inconvenienten mogten militeeren, dewelke existerende, door den onderprefekt opgegeven en ter kennisse van den prefekt moeten gebragt worden.’

Niettegenstaande de laatste zinsnede van deze beschikking, die door de onderprefect in het arrondissement Assen ook aan de maire van Diever werd gezonden en die als ’t ware een uitnodiging was aan belanghebbenden om met hun bezwaren voor de dag te komen, bleef men van die zijde aanvankelijk stilzitten. De maire van Dwingelo schijnt daaruit niet zonder reden te hebben afgeleid, dat er geen ‘inconvenienten’ aanwezig waren, waarom hij de vrijheid nam om op de 7 mei 1812 in de kerk te doen afkondigen, dat sedert 1 januari van dat jaar Eemster en Leggelo kerkelijk met Dwingelo verenigd waren.

Deze mededeling was wel in staat, de belanghebbenden op onzachte wijze uit de slaap te wekken. Reeds de 16 mei daarop volgende werd een adres, door een aanzienlijk getal inwoners van Eemster en Leggelo en leden van het Hervormde kerkgenootschap te Diever ondertekend, ingezonden, waarbij zij te kennen gaven ‘niets hartelijker te verlangen dan met de gemeente Diever op de oude voet verknocht te blijven en wel op grond van een door de tijd diep ingewortelde en door niets te wraken gehechtheid aan een gemeente, in welke kring hun voorvaderen sedert onheugelijke jaren en zijzelf de zegeningen van de godsdienst genoten hebben, alsmede op grond van de nadelen, die door de voorgenoemde afscheidingen bedreigen’.

Nu ook achtte de maire van Diever de tijd gekomen om te voldoen aan de aanschrijving van de onderprefect te Assen van 23 december van het vorige jaar, om ten spoedigste te rapporteren ten aanzien van de inconvenienten, die bij hem tegen het besluit van de prefect mochten aanwezig zijn. En nu worden wij bekend gemaakt met tal van bezwaren, sommige wel wat al te breed uitgemeten, andere daarentegen volstrekt niet denkbeeldig, uit welke opsomming blijkt, dat men het ook destijds reeds een goede gewoonte achtte, de meest afdoende argumenten tot het laatst te bewaren.

In de eerste plaats dan zouden de ingezetenen van Diever voor de afscheiding in de onmogelijkheid worden gebracht, hun kerkgebouw en aanhoren naar eis te onderhouden. Deze kerk zou veel te groot worden en die van Dwingelo te klein voor de vermeerderde bevolking. Verder hadden de bewoners van Eemster en Leggelo te Diever in de nabijheid van de kerk sedert jaren bij hun oude vrienden en bloedverwanten, met wie zij – zowel als deze met hen – de broederlijke gemeenschap wensten te onderhouden, een zogenaamde ‘vrije intrek’, waar zij bij slecht weer, te vroege aankomst en tot verblijf tussen de kerkdiensten kosteloos vertoefden en verfrissing vonden, hetgeen zij te Dwingelo misten en zich dus tegen betaling moesten verschaffen. Te Diever hadden zij merendeels in de kerk hun vaste zitplaatsen en eigen voorouderlijke graven; hier waren zij gedoopt en in de echt verbonden, hier stonden ook hun familie van de oudste tijden er in de kerkelijke registers opgetekend en hadden zij van hun jeugd af het godsdienstonderwijs genoten, zodat een onlaakbare vooringenomenheid en van hun kindsheid af aan de plaats, medelidmaten en leraar verbond. Bovendien viel hun de uitoefening van de eredienst te Diever gemakkelijker, terwijl de weg daarheen korter en te allen tijde te voet en per rijtuig begaanbaar was, terwijl die naar Dwingelo, vooral in de winter wanneer de Oude stroom buiten zijn oevers was getreden, veelal onbruikbaar was, bepaaldelijk voor voetgangers. Het slotargument, dat naar de mening van adressanten moest beslissen, was, dat zij voor hun aandeel wettige eigenaars waren van de kerk en pastorie te Diever van welke eigendom zij door de afscheiding verstoken zouden worden, terwijl hun aandeel in de lasten voor rekening van de Dieverse leden zou komen.

De zaak schijnt daarna geruime tijd hangende te zijn gebleven, waarschijnlijk een gevolg van de algemene toestand van het land, welke in het volgende jaar tot de val van het Franse Keizerrijk en de herstelling van onze onafhankelijkheid leidde. Wel opmerkelijk is het, dat juist tussen januari 1812 en juli 1813 geen enkel kind uit Eemster of Leggelo te Diever is gedoopt, later wel weer.

Uit een in mijn bezit gekomen ontwerpadres van ingezeten uit Eemster en Leggelo blijkt, dat men nu de tijd gekomen achtte om opnieuw, ditmaal bij de Staten van de Landschap Drenthe, aan te dringen op een hereniging met Diever, waartoe de op handen zijnde reorganisatie van het inwendig bestuur een ongezochte gelegenheid aanbood. Dit verzoek betrof zowel de burgerlijke als de kerkelijke indeling, zodat wij, behalve de reeds vroeger gebezigde argumenten, daarin ook de bezwaren tegen de politieke afscheiding aantreffen.

Vooropstellende, dat van de oudste tijden er de Oude stroom de natuurlijke grens was geweest tussen de kerspelen Diever en Dwingelo, betoogde men, dat door de afscheiding de evenredigheid tussen bouwland, heide en zandgrond met hooi- en weilanden in eenmaal verbroken werd, daar bijna al het groenland van de gemeente onder de afgescheiden buurtschappen gelegen was. Dientengevolge zou de gemeente niet bestand zijn tegen de aanmerkelijke quota’s en aanslagen, inzonderheid van de grondbelasting, welke over de zo weinig opleverende overgebleven gronden moest worden verdeeld. Talloze onenigheden zouden hieruit voortvloeien, daar de grondeigendommen wederzijds zodanig door elkander waren gelegen, dat dit alleen reeds de afscheiding als geheel absurd en als zonder kennis van zaken tot stand gebracht moest doen voorkomen. Ook had door de afscheiding het traktement van de schoolmeester te Diever een aanmerkelijke vermindering ondergaan, terwijl deze functionaris toch mede door adressanten was beroepen, welke verbintenis zij voor hun aandeel thans verhinderd waren na te komen (voetnoot 11). Ten slotte gaven zij hun vast voornemen te kennen, niettegenstaande alle politie betrekkingen, bij voortduring van het kerkgebouw te Diever gebruik te zullen maken en tot het onderhoud van kerk en eredienst aldaar te blijven bijdragen, wat toch wel niemand hun zou kunnen beletten. Ook hun liefdegaven ten bate van de diaconie zouden zij te Diever blijven besteden.

Deze poging heeft evenmin het gewenst gevolg gehad. In het burgerlijke bleven Eemster en Leggelo met Dwingelo verenigd, terwijl Diever en Vledder afzonderlijke gemeenten werden.

Op 15 juli 1817 heeft de commissaris-generaal, provisioneel belast met de zaken van de Nederlands Hervormde kerk enzovoort, Eemster en Leggelo kerkelijk van Diever afgescheiden en met Dwingelo verenigd. Bij Koninklijk Besluit van 12 september 1823, no. 103, werd die afscheiding definitief tot stand gebracht.

De bedreiging, dat de ingezetenen van de buurtschappen niettegenstaande de burgerlijke afscheiding toch te Diever de bevrediging van hun godsdienstige behoeften zouden blijven zoeken, is niet lang volgehouden. Werden in de eerste jaren na 1823 hun kinderen nog op de oude voet te Diever gedoopt, spoedig verminderde dit, om in 1830 geheel op te houden. Reeds sedert 1814 waren uit Leggelo, sedert 1816 uit Eemster geen nieuwe lidmaten meer te Diever aangenomen. Enkele families daarentegen bleven nog een 30-tal jaren te Diever naar de kerk gaan.

Nog tweemaal moest de kerk te Diever een deel van haar gebied afstaan.
De eerste maal was dit een gevolg van de kolonisatie der buurtschappen Wateren door de Maatschappij van Weldadigheid, die daar een opvoedingsgesticht vestigde. Bij beschikking van de Minister voor de zaken van de Hervormde eredienst enzovoort van 17 april 1834, no. 3, werden de godsdienstige belangen der Protestantse kwekelingen van het opvoedingsgesticht te Wateren en van de Protestantse bewoners van de te Groot-Wateren gelegen woningen aanbevolen aan de predikant te Vledder. Nadat in 1860, dus een jaar nadat de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen door het Rijk van de Maatschappij van Weldadigheid waren overgenomen, alle bezittingen van de Maatschappij te Wateren, de kweekschool daaronder begrepen, in openbare veiling waren verkocht en in handen aan bijzondere personen overgegaan, werd bij besluit van dezelfde Minister van 7 maart 1862, no. 8, op een adres van het Classicaal bestuur van Meppel vorenbedoelde beschikking van 1834 ingetrokken, zodat sedert dat jaar geheel Wateren weer kerkelijk onder Diever behoort.
De laatste afscheiding betrof de voormalige Heerlijkheid Hoogersmilde, in 1633 reeds in het burgerlijke van Diever gescheiden. Met het oog op de verre afstand ligt het voor de hand, dat het voor de bewoners op de duur een groot ongerief was, hun godsdienstplichten te Diever blijven te vervullen. Een deel van hen bezocht dan ook reeds sedert jaren de op 17 februari 1788 ingewijde nieuwe kerk te Kloosterveen. Op verzoek van de Hervormde ingezetenen van Hoogersmilde werd hun bij Koninklijk Besluit van 23 maart 1844, no. 70, toegezegd, dat zij van Diever zouden worden afgescheiden en een afzonderlijke kerkelijke gemeente uitmaken, indien zonder bezwaar van ’s lands kas aldaar een geschikt kerkgebouw met predikantswoning werd gebouwd. De kerk te Diever zou alle kerkelijke bezittingen behouden, de ingezetenen van Hoogersmilde zouden daarentegen worden vrijgesteld van de kerkelijke omslag te Diever, in te gaan op 1 januari na het jaar waarin de nieuwe kerk zou zijn ingewijd. Deze inwijding had plaats op 26 december 1844, zodat op 1 januari 1845 ook deze afscheiding haar beslag kreeg.

Volledigheidshalve werd nog vermeld, dat te Wateren, waar voor de afscheiding van de Maatschappij van Weldadigheid door de Rooms Katholieke bewoners gebruik werd gemaakt van de Rooms Katholieke kerk te Frederiksoord. (rectoraat onder de parochie Steenwijkerwold), zich vooral sedert het jaar 1880 meer Rooms Katholieke gezinnen vestigden, zodat zich langzamerhand de behoefte aan een eigen kerk deed gevoelen. In 1883, toen het getal van de gezinnen 9 bedroeg met 50 gezinsleden, richtte de Vikaris Kapitulair van het Aartsbisdom Utrecht tot de Minister van Financiën het verzoek om ten behoeve van de pastoor een te Wateren op te richten parochie een rijksjaarwedde, benevens een subsidie voor de bouw van een kerk, toe te kennen. Niettegenstaande dit verzoek, met het oog op de weinig talrijke nederzetting, werd afgewezen, werd bij beschikking van de Aartsbisschop van Utrecht van 3 september 1884 met ingang van 18 september daaropvolgende te Wateren een kerkelijke parochie opgericht onder de bescherming van de H. Andreas.

Voetnoten:
1)
Van de vroegste tijden af, dat deze naam in oude stukken voorkomt, werd de bevolking van dit gehucht steeds aangeduid als wonende “op het Moer”.
2)
Deze oorkonden zijn te vinden in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe onder de nrs. 39, 48, 199, 19, 726, 44 en 49.
3)
Deze jaartallen zijn geput uit de oude kerkelijke doopboeken, aanwezig op het gemeentearchief te Diever, beginnende op het jaar 1676.
4)
Magnin. Overzicht der Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe, bladzijde 141.
5)
De Hervormde Predikanten van Drenthe.
6)
In het gemeentearchief van Diever.
7)
In de nabijheid van de Geeuwenbrug.
8)
Zie de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 197.
9)
Kopie in het “Protocol aangaande de administratie der armen wegens de Hooger Smilde”, in het gemeentearchief te Smilde.
10)
Een vierde gedeelte, namelijk een oortje (2 duiten of 4 penningen) van elke stuiver, welke van elke gulden op de pachtsommen der Generale Middelen ten laste van de pachters werd geheven.
11)
Dat Eemster en Leggeloo inderdaad het welvarendste deel van het kerspil Diever hebben uitgemaakt, mag blijken uit de volgende lijst van zuivere bezittingen (daaronder begrepen de gekapitaliseerde waarde van revenuen van ambten, bedieningen en beneficiën) van de ingezeten, welke tot een bedrag van minstens 100 gulden gegoed waren. Deze lijst strekte ten behoeve der heffing van den 100sten penning, ingevolge resolutie van de representanten van het Drentse volk van 11 oktober 1796.
Diever                 83 huizen     201515,– gulden
Oldendiever        19 huizen       38525,– gulden
Kalteren                3 huizen           400,– gulden
Wateren                6 huizen         5400,– gulden
Wittelte               12 huizen       32050,– gulden
’t Moer                  4 huizen         1450,– gulden
Wapse                36 huizen       61990,– gulden
Leggeloo            22 huizen       79550,– gulden
Eemster              25 huizen       57635,– gulden

Posted in 't Moer, Diever, Kalteren, Kerk op de brink, Kerspel Diever, Oldendiever, Wapse, Wateren, Wittelte | Leave a comment

Boerenwaark op de Nul bij Wapse

In de webstee Panoramio.com is een mooie afbeelding uit 2007 van hedendaags boerenwaark op de Nul bij Wapse te vinden en ook de locatie waar het boerenwaark werd uitgevoerd.
Op de afbeelding is het oogsten van rogge met een combined harvester, in het Deeverse dialect is deze Engelse naam verbasterd tot combein. De machine is een combinatie van een maaimachine en een dorsmachine.
Voor de belangstellende bezoekers van het Deevers Archief is een koppeling naar enige afbeeldingen van combined harvesters opgenomen.
Het is opmerkelijk dat de combined harvester al vóór het begin van de Tweede Wereldoorlog volop in gebruik was in de Verenigde Staten van Amerika, terwijl in Zuid-West-Drenthe nog tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw de rogge apart werd gemaaid, an de miete werd gezet en daarna door een loonwerker met de döskaaste werd gedorst.

Posted in Boer'nwaark, Wapse | Leave a comment

We gaan met de snikke als het markt te Meppel is

In het Nieuwsblad van het Noorden van 9 december 1896 verscheen het navolgende bericht over ervaringen bij het vervoer per snikke van Dieverbrug naar Meppel.

Gemengd Nieuws.
Uit Drenthe’s Zuidwesthoek schrijft men aan de ‘Telegraaf’:
Drente is door natuur en menschen beide al zeer stiefmoederlijk bedeeld. De dorre heidevelden worden door een armoedige bevolking bewoond, die tracht van den schralen zandgrond nog te halen wat er van te halen is. En de noodige middelen om de producten van het land te vervoeren en het vee ter markt te brengen, zijn slechts in geringe mate aanwezig en vaak nog zeer primitief. In deze streken moet men zich nog behelpen met het vervoer per trekschuit, een vaartuig dat de bewoners van meer bevoorrechte oorden alleen nog uit de Camera Obscura kennen.
’t Is waar, er bestaat een dagelijksche stoombootdienst der Duitsche Stoomvaartmaatschappij. Hare booten, die geregeld vice-versa voorbij Smilde, Dieverbrug, Uffelte en Havelte tusschen Meppel en Assen varen, maken het mogelijk aan de bewoners deze streken iederen dag naar Assen of Meppel te komen en hunne goederen daarheen te zenden.
Maar wat voor het personenvervoer nogal lastig is, deze booten gaan zeer langzaam (moeten langzaam varen om de wallen der Drentsche Hoofdvaart niet te beschadigen) en, dit geldt ook voor het goederenvervoer, zijn erg duur. Onze boeren maken er dan ook zoo weinig mogelijk gebruik van. Wie op een niet-marktdag te Meppel moet wezen, en ieder onzer moet er zo nu en dan zijn, gaat per as (op een hortenden boerenwagen) of te voet.
Als het markt te Meppel is (Donderdag) echter gaan we met de trekschuit. We staan vroeg op, vroeg althans naar steedsche opvatting en hebben als we te Uffelte of Havelte wonen, keus uit vier trekschuiten, twee Dieversche en twee Uffelter ‘snikken’ (trekschuiten). Haasten we ons een goed plaatsje uit te zoeken, want als gewoonlijk zijn de ‘snikken’ meer dan vol, zoowel aan personen als goederen.
Wat ’n drukte in het vroege morgenuur. Boeren op klompen (de boer draagt altijd klompen, ’s zomers en ’s winters, op zon- en werkdagen), die varkens of geiten voortdrijven, boerinnen met oorijzers en witte muts, die manden met boter of eieren torsen, allen eenigszins gehaast om in de ‘snikke’ te komen. Als allen er op zijn, gaat het vooruit, natuurlijk bedaard, doodbedaard, zooals het ’n trekschuit past.
Laten we nu eens ’n kijkje in de schuit nemen. Op vier banken zitten de passagiers opeeengepakt. Geen wonder bij zo’n volte, dat het er na een half uur al benauwd wordt en dat veelen te Meppel met ‘heufdzeerte’ (hoofdpijn) aankomen. Men gaat er niet licht toe over een raampje open te zetten, want de plattelandbewoner vreest niets zoozeer als tocht. De meest verpestende atmosfeer is hem liever dan het gevaar van op den tocht te zitten. Opgeschoven ramen ziet men zelfs op snikheete zomerdagen slechts bij uitzondering.
Zo’n reisje per trekschuit is, vooral als men het reeds eenige malen meegemaakt heeft, verre van gezellig. Luister slechts waar die passagiers over redeneeren, die beide bejaarden in den hoek. De een beweert dat goede mest toch het ware is op het land, waarop zijn buurman bevestigend knikt.
Deze bewering is niet juist nieuw voor hem; vóór een halve eeuw was hij reeds van de waarheid ervan overtuigd. Een oud moedertje weidt lang en breed uit over de goedkoopte van de varkens, welke mededeeling voor hare toehoorders ook al geen nieuws bevat. Maar wie ter wereld zou in een trekschuit ook met wat nieuws voor den dag komen ? Toch heb ik eens een nieuwe stelling hooren te berde brengen, door een man met bakkebaardjes en laarzen. Hij was dus geen boer. Een boer heeft baard noch knevel en draagt geene laarzen. De man beweerde met kracht van woorden en gebaren (hij sloeg bij iederen zin met flinken slag op knie van zijn buurman), dat het liggen gaan van koren niet zooals de heerschende mening wil, het gevolg is van ‘geilheid’ (overmaat aan vruchtbaarheid), maar juist van gebrek aan voedsel. In de ‘snikke’ is men het altijd met elkaar eens, maar met iemand, die wat nieuws zegt, nooit. Een opgewekt debat volgde dan ook. Gelukkig, want dit verkortte den drie uren langen, anders eindeloos vervelende tocht.
Godsdienst-quaesties of politieke dito worden nooit besproken.  Eens hoorde ik ’n ouden boer beweren, dat die van Houten toch een flinke kerel was en dat de nieuwe kieswet … Maar de man praatte voor doove oren. Niemand interesseerde dit onderwerp. Er is maar ééne enkele zaak, die den boer belang inboezemt, dat is het boerenbedrijf. Al wat daar buiten ligt, is voor hem terra incognita en daar bemoeit hij zich niet mee.
Eindelijk zijn wij te Meppel, want zelfs een trekschuit komt ten slotte op de plaats harer bestemming.
Meppel is onze stad. Meppel is de plaats waar we onze producten en onze ‘diers’ (dieren) aan den man brengen. Meppel is ook de stad, waar we onze inkoopen doen. Veele huishoudelijke benodigdheden, kleederen, eetwaren (vleesch bijvoorbeeld) zijn op onze landbouwdorpen niet te krijgen of erg duur en slecht.
We zijn dan erg ingenomen met onze ‘snikken’, die ons den tocht naar Meppel mogelijk maken en zeer goedkoop zijn. Toch zouden we het oogenblik zegenen, dat we hier een tram kregen. Er is al eens over gepraat. En we hopen dus !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De schrijver van bovenstaand artikel probeert op enigszins negatieve manier de sfeer in de snikke te beschrijven tijdens het vervoer van mensen, dieren en goederen van de Deeverbrogge naar Meppel, Desalniettemin had publicatie van dit verhaal in hoofdstuk 6 Transport van het onvolprezen boekje ‘An de Brogge’, dat de heemkundige vereniging uut Deever heeft uitgegeven ter gelegenheid van haar 20-jarig bestaan, niet misstaan.
In het artikel is sprake van Duitsche Stoomvaartmaatschappij, dit moet zijn Drentsche Stoomboot Maatschappij.
Op de afbeelding van de zwart-wit ansichtkaart uit 1906 ligt voor de löswal an de Deeverbrogge de snikke van waarschijnlijk Sjoert Benthem.

Abracadabra-449

Abracadabra-450

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-451

 

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaarten, Boek An de Brogge, Café-Logement Sjoert Benthem, Drentsche Hoofdvaart, Snikke, Vervoer, Verzet | Leave a comment

Gemiente Deever liquideert zwembad ‘de Calthorne’

In de Leeuwarder Courant (Hoofdblad van Friesland) verscheen op 26 maart 1988 het volgende bericht over de liquidatie van het gemeentelijke zwembad ‘de Calthorne’ an de weg hen Kalter’n bee’j Deever.

Gemeente Diever stoot ‘de Calthorne’ af
Diever wil ook subtropisch zwembad 

Diever. Ook Diever krijgt waarschijnlijk een subtropisch zwembad. Plannen van het gemeentebestuur om het zwembad ‘de Calthorne’ daartoe te bestemmen zijn in een vergevorderd stadium. De gemeente wil het bad echter niet zelf verbouwen en exploiteren, maar dit op de korte termijn overdragen aan een groep particuliere ondernemers, die daartoe een BV willen oprichten.
De gemeenteraad wordt binnenkort gevraagd toestemming te verlenen voor de transactie die de gemeente volgens burgemeester en wethouders ‘een belangrijke toeristische attractie’ rijker maakt en haar bovendien een besparing van ruim f. 100.000 per jaar oplevert.
Het gemeentebestuur heeft contact met de ondernemers gezocht, omdat de exploitatie van het bad de gemeente al jaren een omvangrijk tekort oplevert, dat op meer dan twee ton per jaar wordt geraamd. Dit ondanks het feit dat de boekwaarde van het complex vorig jaar december tot f. 1 werd teruggebracht.
De ondernemersgroep heeft ook het gemeentelijke openluchtbad in Zuidhorn overgenomen, dat tot een overdekte accommodatie wordt omgebouwd.
Om het zwembad te kunnen exploiteren hebben de toekomstige eigenaars als voorwaarde gesteld dat de gemeente het bad voor één gulden aan de BV verkoopt en bovendien een bijdrage ineens van f. 825.000, alsmede een renteloze lening van f. 250.000 verleent. De lening moet vanaf het tweede jaar in zeven jaar worden afgelost.
Om de gelegenheid tot zwemmen voor de eigen bewoners in de toekomst veilig te stellen, laat het gemeentebestuur in de notariële acte een kettingbeding opnemen, waarin omtrent de hoogte van de toegangsprijzen, de openstelling van het complex en de mogelijkheden voor schoolzwemmen voorwaarden worden gesteld.
Omdat de gemeente veel geld in de BV zal steken, zal zij voorstellen de burgemeester tot commissaris te benoemen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Dat was wel een ‘erg boerenslimme’, maar wel erg dure manoeuvre van de heren van het voorkant van het gelijk om het zwembad ‘de Calthorne’ met een negatieve opbrengst als gemeentelijke voorziening te liquideren.
De heren ondernemers werden voor één gulden (ongeveer de waarde van twee appels en twee eier) eigenaren van een zwembad –
let op de waardevolle grote met huizen bebouwbare oppervlakte van het zwembadterrein- en kregen bovendien een bruidschat van f 825.000 mee. Daarmee zal het ondernemersrisico van de BV voor de bouw van het subtropische zwembad wel bijna helemaal afgekocht zijn geweest, misschien heeft de BV wel geld overgehouden van deze bruidschat. Heeft de voorkant van het gelijk voor die bruidschat van f. 825.000 een lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten moeten sluiten ?
De bewoners van de gemiente Deever liepen met het verstrekken van een renteloze lening (moest de gemeente het geld voor de renteloze lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten tegen rente lenen ?) aan de BV wel een stevig risico, want hoe zouden de bewoners van de gemiente Deever hun geld terug krijgen als de heren van de BV het ‘subtropische zwembad’ binnen een jaar of een iets langere periode failliet zou laten gaan ?
De redactie zou graag willen weten wanneer de afgebeelde luchtfoto van het gemeentelijke zwembad ‘de Colthorne’  is gemaakt. De foto moet vóór 1988 zijn gemaakt, maar wanneer ? Wie het weet, die wordt vriendelijk verzocht het aan de redactie te melden.
De redactie is op zoek naar foto’s van dit gemeentelijke zwembad. Wie kan en wil een digitale kopie van zijn foto’s van dit zwembad ter beschikking stellen ?

 

Posted in Diever, Zwembad De Calthorne | Leave a comment

Mooie ansichtkaart van Pension Vierhoven

Op deze afbeelding van een mooie zwart-wit ansichtkaart, uitgegeven in juni 1951 door Van Leer’s Fotoindustrie in Amsterdam, is aan de linkerkant Pensioen Vierhoven (eerder Paviljoen Berkenheuvel) an de Bosweg bee’j Deever, nog in min of meer de oorspronkelijke staat te zien.
Het is niet zo gek dat ’s zomers bij Pension Vierhoven een ijscokar (met het opschrift Consumptie-ijs) stond, want tegenover het pension, aan de andere kant van de Bosweg, stond op een heuvel de in januari 1950 afgebouwde uitkijktoren, die beklommen werd door mensen uit de omgeving en vakantiegangers.
Pension Vierhoven was in die tijd eigendom van Kornelis (Knelus) Vierhoven (geboren op 11 februari 1915, overleden op 10 februari 1972) en Grietje Enting (gegevens moeten nog worden uitgezocht).

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Bosweg, Diever, Paviljoen Berkenheuvel, Uitkijktorens | Leave a comment

Wel en wee paardenfonds Diever van 1905 tot 1965

Een van de resultaten van een aantal bezoeken van de redactie van het Deevers Archief in de periode 2000-2008 aan wijlen Anne Mulder (uut de Aachterstroate in Deever), eerst in zijn woonplaats Gasselte, later in Assen, is het boven water komen van zijn navolgende uit 1965 daterend verslag over het 60-jarig bestaan van het ‘onderlinge paardenfonds’ van Diever (Wapse had een eigen vee- en paardenfonds). Het onderlinge paardenfonds van Deever hield stand tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw, totdat ‘de trekker’ het werkpaard in de landbouw had verdrongen. 

Wel en wee van het paardenfonds Diever van 1905 tot 1965
In een vergadering van het onderlinge veefonds te Diever werd op initiatief van Hendrik Krol en Jan Hilberts besloten dat het bestuur van dit fonds een vergadering zou doen beleggen op 27 februari 1905 ten huize van Roelof Seinen om tot oprichting van een onderling paardenfonds te geraken. De heren Hendrik Krol, Roelof van Wester, Hendrik Warries en Lucas Benning boden aan om ieder in hun omgeving de paardenhouders met genoemde vergadering in kennis te stellen en tot toetreding als lid te verzoeken.
Velen hadden aan de oproep gehoor gegeven. Alleen uit Wittelte was Lucas Benning de enige belangstellende. Op een vraag van Hendrik Offerein of de aanwezige 29 personen (houders van 43 paarden) genegen waren tot het oprichting, antwoordden allen toestemmend, zodat het fonds was geboren. Aan de hand van reglementen van naburige fondsen werd een reglement samengesteld, passend voor Diever.
Als bestuurslid werden gekozen: Lucas Benning, Hendrik Offerein, Jan Mulder Wzn., Roelof van Wester, Barteld de Ruiter en Jan Hilberts. Bij onderling overleg trok Barteld de Ruiter zich terug, zodat Jan Hilberts, die evenveel stemmen had verkregen, gekozen was. Tot schatter werden gekozen Hendrik Warries, Jan Seinen en Hendrik Krol. Bij deze verkiezingen werd buiten het voorlopig reglement om, diegene verkozen verklaard, die de meeste stemmen had verkregen.
In een vergadering op 3 maart 1905 werd het reglement nog eens bekeken en bijgewerkt. Enkele interessante artikelen hieruit zijn de volgende:
Artikel 1.
Deelnemers der vereniging kunnen worden zij, die woonachtig zijn in de gemeente Diever.
Artikel 2.
Het fonds verzekert de paardenhouders onderling tegen alle verliezen en ernstige ongevallen van paarden, behalve tegen brand en hemelvuur. Iedere deelnemer is verplicht al zijn paarden te verzekeren, ten minste één jaar oud zijnde.
Artikel 3.
De paarden, welke ter verzekering worden aangenomen, moeten bij inschrijving een waarde hebben van minstens f. 75,– en mogen niet hoger geschat worden dan f. 300,–.
Artikel 4.
Paarden van scheepsjagers en schuitvervoerders zijn van de verzekering uitgesloten.
Artikel 8.
Bij de hertaxatie in mei en november wordt van elk ingeschreven paard 5 cent aan de schatters betaald.
Artikel 9.
Opgenomen paarden moeten zijn voorzien van een brandmerk op de linker voorhoef.
Artikel 13.
De omslag bedraagt 1% van de verzekerde waarde voor gewone paarden en 1½%  voor veulenmerries, venters- en melkrijderspaarden.
Artikel 14.
Het verlies van verzekerde paarden wordt met 70% vergoed.
Het fonds treedt in werking op 1 april 1905
Na Hendrik Offerein zijn voorzitter geweest Klaas van de Berg, vanaf 1921; Jans Bult vanaf 1928, Geert Kok vanaf 1946 en Hendrik Mulder Jzn. vanaf 1957.
Jan Mulder Wzn. werd in 1941 opgevolgd door Roelof Bisschop als secretaris-penningmeester. Na een jaar vertrok deze en droeg kas en boeken over aan Lambertus Vos, die in 1957 plaats maakte voor Cornelis Klok.
Bestuursleden zijn in 1965 verder Arnold Goettsch, sedert 1930, dus al 35 jaar; Gerrit Vrielink, sedert 1950; A… Barelds, sedert 1944; J… H… H… Bult, sedert 1962; en E… Benthem, sedert 1964.
Schatter zijn Jacobus Kruid, sedert 1949; Hendrik van Wester, sedert 1950 en Jans de Ruiter, sedert 1963.
Er werd steeds in de beste harmonie samengewerkt, maar het is toch gebleken, dat ook bestuursleden wel eens kunnen steigeren. Zo legde Jan Mulder Wzn. in 1920 de functie van secretaris-penningmeester neer wegens een meningsverschil met het bestuur. Na langdurig gehaspel nam betrokkene deze functie weer aan onder beding dat voortaan enkel kreupele paarden, die geen stappend werk meer kunnen verrichten, zullen worden opgenomen door het fonds. Bovendien werd Jan Mulder Wzn. een beloning van f. 50,– per jaar toegekend.
Ook het jaar 1936 vermeldt strubbelingen in het bestuur. De bestuursleden J… H… H… Bult en Geert Kok stellen de portefeuillekwestie, maar na enig geharrewar tussen bestuursleden wordt de zaak bijgelegd en accepteren betrokkenen een herbenoeming als bestuurslid.
In 1906 probeerde G… H… Klaassen het een wijziging van het reglement gedaan te krijgen in zoverre, dat paarden van schuitenvoerders en scheepsjagers niet langer van verzekering zouden zijn uitgesloten. Men voelde daar evenwel niet voor. Het moest nog tot 1915 duren eer deze paarden wel konden worden opgenomen. In 1917 werd de premie voor veulenmerries, venterspaarden en paarden van melkrijders en scheepsjagers gelijk gesteld aan die van zogenaamde gewone paarden.
Ook al in 1906 werd overwogen de maximum-verzekerde waarde met f. 100,– te verhogen, maar het bleef bij f. 300,–. In 1909 -men sprak toen van een dure tijd- gebeurde dit wel, zodat toen hooguit f. 400,– voor een paard kon worden betaald. In 1915 werd dit bedrag verhoogd tot f. 500,– en in 1916 werd de maximum-waarde onbeperkt gelaten.
In 1913 konden ook paardenhouders uit Wateren en Zorgvlied lid worden. Met de paarden moest men voor schatting naar Diever komen.
In 1917 werd het eerste bestuurslid te Wateren benoemd, namelijk W… Barelds. Er waren toen daar al 15 leden en er was een mogelijkheid van uitbreiding.
Om door het fonds overgenomen paarden te kunnen uitbetalen, moest de bode rond bij de leden. Vele jaren fungeerde als zodanig Geert Dekker. Er wordt gesproken van een beloning van f. 5,–. Per ronde staat er niet bij. Herhaaldelijk werd op jaarvergaderingen aangedrongen om het bodelopen uit te besteden, maar het bestuur beriep zich er steeds op, dat het reglement aangaf, dat het bodelopen een bestuurszaak is. Voor verandering werd niet gevoeld, omdat men een zeer goede bode had. Echter in 1932 werd Geert de Leeuw als bode benoemd, in 1934 Willem Punt, die f. 2,80 per ronde ontving. in de loop van de volgende jaren zie we de volgende namen en bedragen per ronde: Geert de Leeuw, f. 23,74; Roelof Pouwels, f, 2,80; L… Oost, f. 2,54½; Bertus Moes, f. 2,95; Willem Punt, f. 3,75; Bertus Moes, f. 5,95 voor 3 jaar; Willem Punt, f. 7,50; en Jan Gerrits sedert 1957. In 1962 wordt een bodeloon van f. 30,– genoemd,
Dat men de belangen rond het paard in het algemeen steeds goed in het oog hield moge blijken uit het feit dat in 1908 de mededeling van Jan Mulder Wzn. op de jaarvergadering, houdende het stationeren van een dekhengst bij Hendrik Krol met ingenomenheid wordt begroet. En verder dat in 1928 en 1933 voor de tentoonstelling van kieskring I van het Drentsch Landbouw Genootschap, die te Diever wordt gehouden, een medaille beschikbaar wordt gesteld voor de rubriek jonge paarden.
Gering bezoek aan vergaderingen is niet van de laatste tijd, want in 1920 wordt besloten een kistje sigaren te verloten onder de leden, die vóór 7 uur ter vergadering aanwezig zijn, dit om het bezoek aan de vergaderingen te doen toenemen. Het heeft succes, want in 1921 zijn er 40 leden komen opdagen. /ingaande 1928 is niet 1 lid met dit kistje gaan strijken, maar is de inhoud van het kistje onder de ter vergadering aanwezige leden verdeeld, zodat een ieder het zijne had.
Niet het kistje sigaren, maar wel een sigarenkistje kwam aan de orde op de jaarvergadering in 1947. De kascommissie had geconstateerd dat een dergelijk kistje dienst deed als geldkist. Men vond dat niet deugdelijk genoeg. Een oproep onder de leden om een ongebruikte brandkast werd in overweging genomen.
De schatters deden altijd goed hun best, maar in 1937 achten sommigen het nodig de schatters er op te wijzen goede controle te houden op dampigheid en ooggebreken. De raadgeving werd door de schatters voor kennisgeving aangenomen.
Het paard had en heeft de liefde van bestuur, schatters en leden.
In 1953 werd dan ook gewezen op de ergerlijke gewoonte om werkpaarden tot laat in het najaar bij slecht weer buiten te laten lopen. Besloten werd per advertentie betrokkenen te waarschuwen dat schade hierdoor ontstaan niet vergoed zal worden.
In 1948 werd besloten afgekeurde paarden over een heel jaar ineens bij inschrijving te verkopen.
In 1954 werd erover geklaagd dat alle paarden naar het abattoir gingen, waardoor de kooplui geen kans kregen. Dit zou een gevolg zijn van een actie van het Landbouwhuis in Assen, dat had aangeraden om zulks te doen, ten einde te voorkomen, dat een afgekeurd paard een schadepost voor een volgende eigenaar zou kunnen worden of dat een ander fonds ervoor zou kunnen opdraaien. Bij een stemming hierover werd weer tot een inschrijving besloten.
Van sommige dingen wilde het fonds beslist niet weten. Dat bewijst het tot drie maal toe afwijzen van een verzoek van een lid om paarden met hogere graad (stamboek- model- of stermerries) voor een hoger bedrag in het fonds op te nemen.
Aan herdenking van jubilea van het fonds is in het verleden weinig gedaan. Er is slechts vermeld, dat het 15-jarig bestaan niet onbetuigd werd gelaten. Over het 25-jarig bestaan is niets vermeld. Het 30-jarige jubileum werd gevierd met een extra rondje.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie van het Deevers Archief was -toen zij nog trekker en duwer en onderzoeker en samensteller van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uit Deever was- voortdurend bezig met het verzamelen van mogelijke interessante artikelen voor de lezers van het blad en met het interviewen van zoveel mogelijke oude Deeversen. Dat heeft geleid tot een grote verzameling nooit in het blad van genoemde heemkundige vereniging gepubliceerde artikelen.
Anne Mulder merkte bij het bespreken van het verslag op:
Ik heb dit verslag gemaakt op verzoek van de secretaris-penningmeester Cornelis Klok. Ik vroeg een vergoeding van f. 5,– voor het verslag. Hij schrok zich wild, maar ik kreeg het geld wel.
Verrassend is dat de dorpsfiguur Geert Dekker ook bode van het paardenfonds is geweest.
De Diever-kenners worden verzocht de voornamen van de in het verslag genoemde personen te controleren en mogelijke verbeteringen door te geven aan de redactie.
Wellicht is ergens een vooroorlogse ledenlijst van het paardenfonds bewaard gebleven. De redactie wil zo’n lijst uiteraard graag publiceren.
Reeds eerder was een poging gedaan een onderling paardenfonds in Diever op te richten maar dat mislukte. Zie het navolgende op 21 maart 1903 gepubliceerde zeer korte berichtje in het Nieuwsblad van Friesland. Maar wat waren de bezwaren ?

Abracadabra-458

Posted in Boer'nwaark, de Oude Willem, Diever, Landbouw, Wateren, Wittelte, Zorgvlied | Leave a comment

Oud-wethouder van de gemiente Deever overleden

In de webstee www.meppelercourant.nl van de Meppeler Courant verscheen op 13 juli 2013 het navolgende bericht over het overlijden van oud-wethouder Jacob Jan Smit.

Diever – Jacob Jan Smid, oud-wethouder van de voormalige gemeente Diever is dinsdagavond is in het ziekenhuis in Meppel op 80-jarige leeftijd overleden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft kennis genomen van het feit dat de (foto)redactie van de Meppeler Courant de weg naar de webstee van het Dievers Archief weet te vinden en het passend vond bij het bericht over het overlijden van Jacob Jan Smit een door de redactie gemaakte foto met bronvermelding te plaatsen.
Kwam Jacob Jan Smit uit Oldendeever ?

Posted in Gemeente Diever, Gemeentebestuur | Leave a comment

Ansichtkaarten uut de gemiente Deever

In webstees op het internet staan veel afbeeldingen van ansichtkaarten waarop onderwerpen uit de gemeente Diever zijn te zien. Het Dievers Archief zal deze waar mogelijk in deze categorie tonen. Op termijn zullen hier zeker meer dan 1500 verschillende afbeeldingen te zien zijn.

Diever – Nederlands Hervormde Kerk aan de Brink
Deze foto moet tussen 1950 en 1956 zijn genomen, in de periode voor de grote restauratie van de kerk. Op de plek waar nu een bank staat, stond in die periode nog een boerderijtje. Op de hoek van de Peperstraat en de Kerkstraat staat de oude boerderij, die toen eigendom was van bakker Gerard Krol.

Diever – Nederlands Hervormde Kerk aan de Brink

Diever – Bosweg – Gemeentelijk kampeerterrein

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Ansichtkaarten, Bosweg, Kerk op de brink | Leave a comment

Geesje van der Werf-Schoemaker is overleden

Geesje van der Werf-Schoemaker is zondag 11 augustus 2013 op 92-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Helder overleden. Zij is op donderdag 15 augustus vanuit de kerk op de Brink op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever begraven. Geesje Schoemaker was in de Tweede Wereldoorlog vooral actief als koerierster van het verzet.

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Woordenboek Drentsche dialecten staat op internet

Eén van de onderwerpen die aandacht krijgen in het Deevers Archief is het grootste immateriële erfgoed van de gemeente Deever, te weten de Deeverse streektaal. De redactie van het Deevers Archief wil en zal waar mogelijk aandacht besteden aan de Deeverse streektaal en zo nu dan berichten in het Deevers publiceren.
Heel veel van de Deeverse streektaal is te vinden in het ‘Woordenboek van de Drentsche Dialecten’ van dr. Geert Hendrik Kocks.
In de Meppeler Courant van 29 mei 2009 verscheen het navolgende bijzonder belangrijke bericht over het beschikbaar komen van de digitale versie van het onvoltooide ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’.

Drentsche dialecten op internet
Assen. Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ komt woensdag beschikbaar op internet. Dat gebeurt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het provinciehuis in Assen. De nieuwbakken commissaris van de koningin in Drenthe, Jacques Tichelaar, verricht de starthandeling.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’, het levenswerk van dr. Geert Kocks, was tot dusver alleen beschikbaar in de papieren versie. Kocks begon in 1969 al aan het woordenboek. In september van hetzelfde jaar begon Kocks met het opzetten van woordenboekgroepen in Sleen, waarna in 1973 uitbreiding naar heel Drenthe volgde. Uiteindelijk zouden 620 vrijwilligers afkomstig uit 88 plaatsen in Drenthe meewerken aan de totstandkoming van het woordenboek.
Een paar maanden voor zijn overlijden in 2003, gaf Kocks Siemon Reker en Jan Germs de ‘opdracht’ te blijven werken aan elektronische ontsluiting van het woordenboek.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is vanaf woensdag op drie manieren op internet te vinden: via de webstee van het Huus van de Toal, de webstee van de Rijksuniversiteit Groningen en via www.drentswoordenboek.nl.

Suggesties
De digitale versie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ biedt ongekende zoekmogelijkheden. Niet alleen Drentsche woorden zijn te vinden, maar men kan ook uitgebreid zoeken van het Nederlands naar het Drentsch, alle voorbeeldzinnen met een bepaald woord zijn in een fractie van een seconde te voorschijn te toveren en fout ingetikte woorden worden van suggesties voorzien om toch achter de juiste betekenis te kunnen komen. Ook kan men zoeken op delen van woorden, bijvoorbeeld op eindletters, waardoor het gebruikt kan worden als rijmwoordenboek.
De internetversie van het ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ is gemaakt door vijf studenten van de afdeling alfainformatica van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij voerden de digitalisering als stageopdracht uit.
Het ‘Woordenboek van de Drentsche dialectenkan door de digitalisering eenvoudig up-to-date gehouden en uitgebreid worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Aan het in 1996 op papier uitgegeven ‘Woordenboek van de Drentsche dialecten’ hebben ook twee woordenboekgroepen uit de gemeente Deever meegewerkt.
De woordenboekgroep uit Deever bestond uit: Albertus Andreae, Lutina Andreae-Talen, Roelof Fransen, Fam. J. Hessels, J, Moes Hzn, en Hendrik Mulder Jzn.
De woordenboekgroep uit Wapse bestond uit: A. Barelds, A. Bennen, Roelof Remmelt Booy, Klaas Hessels, T. Santing-Veenhuis, H. Timmerman-Haveman, G. Veenhuis-Klaassen en K. Warnders.
Wie kan de redactie informeren over de ontbrekende voornamen ?
Merkwaardigerwijs was er geen woordenboekgroep in Wittelte en in de streek Zorgvlied, Wateren en Oude Willem, toch wordt ook daar de streektaal gesproken.
Voorwaar een grote tekortkoming in het onderzoek naar de Drentsche dialecten, in het bijzonder het onderzoek naar de dialecten van Zuid-West Drenthe.

Even in de webstee van het Huus van de Toal een test doen met het niet meer gebruikte en wellicht al vergeten Deeverse woord ophemmeln. Het woord ophemmeln komt inderdaad in het woordenboek voor. Bij dit woord is echter geen Deeverse voorbeeldzin vermeld. Zie de tweede afbeelding. Dan maar even de in die afbeelding weergegeven negen zinnen vertalen in het Deevers:
Wee’j zult de boel ies good ophemmeln.
De kaemer is nog neet opehemmeld.
Ie möt dat ee’m mooi ophemmeln.

Wee’j möt de törf ophemmeln.
De hof möt opehemmeld wödd’n,
De tuun mö’j in het veurjoar weer ophemmeln.
Now wi’k mee’j eerst wat ophemmeln.

De gröppe ophemmeln.
Ik moe de biest nog ophemmeln veur de keuring.

Suggestie
De tijd is al lang geleden aangebroken in elk van de dorpen en gehuchten van de gemeente Diever weer een woordenboekgroep aan het werk te zetten. Een mooie taak voor Deeverse dorpskrachten die zich betrokken voelen bij het behoud van de streektaal.

Abracadabra-459Abracadabra-460

 

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Diever, Dorpskrachten, Immaterieel erfgoed, Wapse | Leave a comment

De hoefstal van de Kloeze an de Heufdstroate

Hoefstallen zijn nog steeds te vinden in allerlei soorten en maten en gemaakt van allerlei materialen.
Het paard wordt in de hoefstal geplaatst, waarna de smid rustiger en veiliger aan de hoeven kan werken.
Het gebruik van een hoefstal is niet echt nodig om een paard te kunnen beslaan.
Deze hoefstal heeft in elk geval nog tot in de zeventiger jaren van de vorige eeuw bij de voormalige smederij an de Heufdstroate in Deever gestaan.
Het is bij de redactie van het Dievers Archief niet bekend tot hoe lang deze hoefstal is gebruikt, immers als gevolg van de mechanisatie van de landbouw in de jaren zestig van de vorige eeuw maakten de boeren steeds minder gebruik en uiiteindelijk helemaal geen gebruik meer van trekpaarden.

Posted in Ambachten, Boerderijen, de Kloeze, Diever, Hoofdstraat, Landbouw | Leave a comment

Zuivelfabriek – Jan Andreae – 50 jaar in de zuivel

Via het internet is in de webstee zuivelhistorienederland.nl het door Jan Andreae zelf geschreven verhaal over zijn eigen vijftigjarige loopbaan in de zuivel te vinden en als zogenaamd pdf-bestand over te nemen, een loopbaan die begon bij het in 1899 opgerichte melkfabriekje aan het Katteneinde in Diever.
Jan Andrea (geboren op 02-02-1904 te Diever, overleden op 25 december 1975 te Zuidwolde) was de zoon van Cornelis Andreae en zijn tweede vrouw Jantje Schoenmaker. Een volle broer van hem was Albertus Andreae (geboren op 18-03-1908 te Diever, overleden op 27-03-1988 te Diever) (die in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd), die lagereschoolmeester in de gemiente Deever was.
Tegenwoordig zijn veel stamboomgegevens via het internet in allerlei webstees te vinden, zo ook zijn gegevens van de familie Andreae te vinden in de webstee www.stamboomonderzoek.com.
De familie Cornelis Andreae woonde, als je aan het Moleneinde voor het schoolpattie hen ’t Kasteel stond, in een kleine huisje aan het Moleneinde aan de linkerkant van het pattie.
Het verhaal van Jan Andreae is oorspronkelijk gepubliceerd geweest in de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1970, bladzijden 53 tot en met 69. Het bestuur van de heemkundige vereniging uut Deever heeft dit artikel een paar jaar geleden ook al eens – wellicht bij gebrek aan goede redacteurs, gemakzucht of gebrek aan materiaal- in een aantal delen opgesplitst als snelle vulling van het verenigingblad Opraekelen gebruikt.

Posted in Diever, Kasteel, Opraekelen, Zuivelfabriek | Leave a comment

’t Pattie hen van Wester sien koele

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw leerden de kinderen die in de buurt van de boerderij van de familie van Wester (van Wester’s jong’n) in Oldendeever woonden in de winter ook schaatsen op van Wester sien koele (de koele van van Wester). Dat was een niet zo kleine braandkoele aan de op bijgaande kleurenfoto zichtbare kant van de boerderij.
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto gemaakt op 4 april 2013.
Wie van de bezoekers van het Dievers Archief kan de redactie helpen aan foto’s uit die wintertijd ?

Posted in Boerderijen, Oldendiever, Pothokke | Leave a comment

Café-Restaurant ’t Drentse Wold sluit definitief

In het streekblad De Westervelder verscheen op 19 april 2001 het navolgende bericht over de definitieve sluiting van café-restaurant-pension ’t Drentse Wold aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Drentse Wold sluit definitief
Zorgvlied – Hotel-restaurant Het Drentse Wold zal 1 mei voorgoed haar deuren sluiten. Daarom zal op maandag 30 april tussen 20.00 en 22.30 uur aan de inwoners en klantenkring de gelegenheid worden geboden afscheid te nemen. Onder het genot van een hapje en een drankje kan iedereen voor de laatste keer nog eens in het bedrijf rondkijken om de achterliggende periode te kunnen afsluiten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het archief met afbeeldingen van objecten op Zorgvlied zijn bijgaande afbeeldingen aanwezig.
De eerste twee afbeeldingen staan op een soort van wervingskaart (dus geen ansichtkaart), want op de achterkant staan ook wervende teksten.
De redactie heeft de kleurenfoto voor de derde afbeelding gemaakt op 17 april 2008, dat is alweer een aantal jaren geleden. Een foto heeft historische waarde, voordat je het in de gaten hebt.

Abracadabra-461

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-462

Abracadabra-463

Abracadabra-464

Posted in Afbeeldingen, Bedrijven, Dorpsstraat, Recreatie, Zorgvlied | Leave a comment

Schaapherders in de gemiente Deever

Steeds meer registers van de burgelijke stand zijn via het internet te raadplegen. Steeds meer noeste en volhardende stamboomonderzoekers tonen de resultaten van hun zoektocht naar gegevens over hun voorouders in webstees die via het internet toegankelijk zijn. Dit maakt het zoeken naar mannen die vroeger in de gemeente Diever het beroep van schaapsherder uitoefenden een stuk gemakkelijker.
Het ligt voor de hand dat mensen die wijlen Jantje Andreae-Oost van ’t Kasteel gekend en geinterviewd hebben (wat sprak ze toch zo mooi en zo zuiver het Deeverse dialect) eerst zoeken naar gegevens over schaapherders in de familie Oost.
De webstee genealogieonline.nl biedt uitkomst en bevat gegevens over de stamboom van de familie Oost.
Van Hilbert Hendriks Oost (geboren op 20-07-1742, overleden op 19-06-1817) is niet bekend of hij schaapherder is geweest.
Barteld Hilberts Oost (geboren op 31-03-1780 te Diever, overleden op 23-08-1854 te Diever) was bij de geboorte van zijn zoon Jacob Bartelds Oost op 18-01-1816 schaapherder.
Jacob Bartelds Oost (geboren op 18-01-1816 te Diever, overleden op 03-03-1883 te Diever) was bij de geboorte van zijn zoon Barteld Oost op 30-05-1850 schaapherder en bleef schaapherder tot aan zijn dood op 67-jarige leeftijd.
Barteld Oost (geboren op 30-05-1850 te Diever, overleden op 08-09-1933) was volgens zijn kleindochter wijlen Jantje-Andreae-Oost van ’t Kasteel ook schaapherder. Hij was de laatste schaapherder van Diever.
In de publicatie De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld van Arend Mulder is op bladzijde 111 een foto van Barteld Oost met zijn kudde schapen te zien. Deze foto (van een glasplaatnegatief) is op 16-07-1902 gemaakte door burgemeester H.G. van Os.

Posted in Diever, Kasteel | Leave a comment

Brandweerpost Deever wordt weggekrompen

In de webstee gemeentewesterveld.nl van de gemeente Westenveld is op 10 september 2013 het navolgende bericht over de sluiting van de brandweerpost Diever geplaatst.

Het college van Burgemeester en Wethouders van Westerveld stelt aan de gemeenteraad voor, de brandweerzorg per 1 januari 2014 vanuit de posten in Havelte, Vledder en Dwingelo te organiseren. Dat betekent dat het college voornemens is om de post in Deever te sluiten.
Burgemeester Jager: “Het college beseft dat dit voorgenomen besluit een enorme impact heeft op de vrijwilligers van de post. Het uitoefenen van het brandweervak is niet zomaar een hobby. Het is een passie waarvoor deze mensen zich enorm inzetten. Daarom heb ik namens het college maandagavond 9 september eerst de vrijwilligers van de te sluiten post op de hoogte gebracht”.
Door de brandweerzorg vanaf 2014 vanuit drie in plaats van vier posten te organiseren kan de gemeente Westerveld een structurele bezuiniging realiseren. In een eerdere bezuinigingsronde in 2010 bleef de brandweer grotendeels buiten schot, maar bij behandeling van de tweede bestuursrapportage 2012 besloot de gemeenteraad een taakstellende bezuiniging op te nemen en werd de bijdrage van Westerveld aan brandweer Zuidwest Drenthe met € 250.000 naar beneden bijgesteld. Ook is binnen de regio een regionale taakstelling opgenomen van twee keer 5%. Het afgelopen jaar heeft het college van Westerveld verschillende mogelijkheden onderzocht om de taakstellende bezuiniging te realiseren. Hieruit blijkt dat het organiseren van de brandweer in Westerveld vanuit drie posten mogelijk is.
Met de organisatie van de brandweerzorg vanuit de posten in Havelte, Dwingelo en Vledder blijft het grotendeels mogelijk om binnen vijftien minuten na alarmering bij een incident te zijn. Voor de huizen en bedrijven buiten deze aanrijtijd neemt de gemeente in samenwerking met de Veiligheidsregio aanvullende maatregelen, zoals het plaatsen van rookmelders en het geven van voorlichting aan bewoners en gebruikers. Het college stelt aan de gemeenteraad voor, in totaal € 40.000,- beschikbaar te stellen voor het opstellen en uitvoeren van deze preventieve maatregelen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief

Moeten de Deeverse Dorpskrachten, die zich vrijwillig voor incidentbestrijding (brandweerzorg is een verkeerd Nederlands woord, dat gelukkig steeds minder wordt gebruikt) inzetten, zich straks thuis in hun brandweerpak hijsen, om zich vervolgens in eigen vervoer, per tweewieler of per vierwieler naar een plaatselijke brand te spoeden of worden ze op 1 januari 2014 bedankt voor bewezen vrijwillig verleende diensten ?
Weer een vet signaal van krimp in de voormalige gemiente Deever.
Is het de bedoeling dat de brandweerpost van Deever, zie de foto, wordt afgebroken ?
Of kan het verhuurd worden als clublokaal van de plaatselijke heemkundige vereniging ?
En wat gaat met het materieel gebeuren ? Wellicht zal dit verkocht worden en zullen van het geld incidentdetectiesystemen worden gekocht voor de huizen in bijvoorbeeld Zorgvlied, Wateren, Olde Willem, Wittelte en ’t Moer ?
Wellicht kan het brandweerembleem boven de linker garagedeur worden geschonken aan de plaatselijke heemkundige vereniging.

Posted in Diever, Dorpskrachten, Signalen van krimp, Vrijwillige brandweer | Leave a comment

An de olde brink van Deever op 12 mei 1955

De maker van deze foto was zo slim om op 12 mei 1955, dus niet zo lang vóór het begin van de grote vernieling van de brink van Deever in de jaren 1955-1957, nog een foto te nemen. Een vernieling dit daarna tot op de dag van vandaag is doorgegaan. Let vooral op de rodondendronstruiken bij de braandkoele op de brink.
Dat deze foto vóór de restauratie van de kerk die in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente is gemaakt, dat is onder meer te zien aan de klok boven het galmgat in de gemeentelijke toren.
Tegenwoordig wordt deze kerk die in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente te pas en te onpas en onterecht en zonder respect voor de gebruikers Sint Pancratiuskerk of Pancratiuskerk genoemd.

Posted in Afbeeldingen, Brink, Diever, Kerk op de brink | Leave a comment

Dwingel in ’t Deevers Archief is Dwingelo, mit iene o

In de Meppeler Courant van 19 mei 2006 verscheen in de rubriek ‘Eertieds in dizze streek’ van Lammert Huizing (inmiddels overleden) het artikel ‘Dwingel(oo), ien o te veul’.
De redactie van het Deevers Archief is het roerend eens met wijlen Reinder Smit dat Dwingelo met één o behoort te worden geschreven. Vandaar dat in berichten in het Deevers Archief het dorp Dwingelo consequent met één o wordt geschreven of waar passend gewoon Dwingel wordt geschreven.
De redactie heeft het artikel van Lammert Huizing hierna overgezet in de Deeverse streektoal. De redactie ontvangt graag reacties op de tekst in het Deevers.

Het is nog altied een roadsel hoe as Dwingel an die tweide o in sien naeme ekoo’m is. Dik veur honderd joar wödde de naeme van de vroggere gemiente mit die tweide o opeknapt.
Veur 1898 wödde de naeme al seins de Middelieuwen eskree’m mit iene o. De spelling van de naeme is ok nooit chapiter van conversoazie ewest,
In 1898 was Frank Ernst Boudewijn van den Biesheuvel Schiffer börgemeister van Dwingel. Hee stön hier tot 1924. Sien amswoning stön an de Deeverbrogge. Net as bee sien veurgangers was dat de vroggere bajes mit cipierswoning ebouwd in 1852, Sien vae liefhebberde in woap’mkunde en die tiekende een woap’m veur de gemiente van sien zeune. De börgemeister stuurde dit woap’m veur goodviend’n hen de menister van justisie. In de breef an de menister vreug hee ‘te willen bevorderen’ dat de naeme van de gemiente in ’t raandschrift as Dwingeloo espelt wödt.
De börgemeister vurwees doarveur noar een besluut van de gemienteroad.
Het oardige is dat er in de notul’n van de road en ok in de vurslaeg’n van B en W niks is te viend’n van een besluut um van iene over te stapp’m noar de dubbele klinker. Ok is er gien enkel spoor van ienig historisch underzuuk noar de olde skriefwiezen van de naeme Dwingel.
De Dwingeler geschiedskriever Reinder Smit miende dat ’t toemoalige gemientebestuur amit de skriefwieze mit twee o’s deftiger vönd. Meer eernsachtig. Ok zul het könn’n dat see ansluting woll’n bee aandere plekk’n op loo in Drenthe, die sowat allemoale uutloopt op een dubbele oo. Het kön zöls weed’n dat Van den Biesheuvel Schiffer hielemoale eigenbannig ehaandeld hef.
Noa dat besluut begun de ellende over de juuste spelling van Dwingel. Van officiële en ok van niet-officiële kaante is algedurig evroagd um kloarheid in de kwestie van de extra o.
In 1950 kreeg börgemeister Wilhelm Arent Stork een breef van de P.T.T. Möt Dwingel now mit iene of mit twei o’s eskree’m wödd’n ? vreug’n see. De P.T.T. wol zökke neeje stempeltoestell’n veur ’t stempel’n van poststukk’n. Stork skreef weerumme dat de naeme mit twee o’s officieel was. Hee vurwees doarbee noar ’t vrömde roadsbesluut van 1898.
Dwingel(oo) buut’n de gemientegreins’n wöd overigens altied mit iene o eskree’m, so as de Dwingeloweg en de Dwingeloskoele in Winschoten en de Dwingelostroate in Den Haag.
Hoe dèènkt de Dwingelers sölf over de skriefwieze van de naeme van heur dörp ? See bint ewend an die o te veule en ’t heuft neet veraanderd te wödd’n, ‘umdat ’t altied so ewest hef”.
Dat de naeme sowat düzend joar lange eskree’m is mit iene o, speult gien enkele rolle.

Abracadabra-466

Posted in Deevers, Deeverse dialect, Immaterieel erfgoed | Leave a comment

Canon van de gemiente Deever

Volgens de Canon van Westenveld geeft de canon antwoord op de vraag: ‘Wat zijn de belangrijkste onderwerpen uit de geschiedenis van deze gemeente’. Het aantal onderwerpen in een canon is in principe niet begrensd.
In deze Canon van de gemiente Deever van de redactie van het Deevers Archief zijn ook onderwerpen uit de Canon van Westenveld opgenomen.
In een volgende versis van deze Canon van de gemiente Deever zal deze worden uitgebreid en zullen de onderwerpen beetje bij beetje van een passende tekst worden voorzien.
De bezoeker van het Deevers Archief wordt van harte uitgenodigd onderwerpen en inhoud aan te dragen voor de Canon van de gemiente Diever.

– Archeologische vindplaatsen
– Brink van Deever
– Esdorp Deever
– Hunebed D52 op de Steenakkers aan de Groningerweg
– Kluften van Wapse
– Professor dr. Albert Egges van Giffen
– Kerk op de Brink van Deever
– Kunst in de gemeente Deever
– Bisschoppelijke hof bij Kalteren
– De Baarg van Wittelte
– Dieverder dingspil
– Boermarken in de gemiente Deever
– Ruilverkaveling in de gemiente Deever
– Reformatie in de gemiente Deever
– Afscheiding in de gemiente Deever
– Schultehuis van Deever
– Amsterdamse veencompagnie
– Drentsche Hoofdvaart
– De weg langs de Vaart
– Saksische boerderij
– Stichting Maatschappij van Weldadigheid
– Molens van Deever
– Molen van Wapse
– Gemeentehuizen in Deever
– Medische zorg
– Scholen in de gemiente Deever
– Foto’s van Jan Boneschanser
– Zuivelfabrieken in de gemiente Deever
– Ontginning van woeste gronden
– mr. Albertus Christiaan van Daalen
– Landgoed Berkenheuvel
– Johannes Fransiscus de Ruiter de Wildt
– Lodewijk Guillaume Verwer
– Zorgvlied
– Rijkswerkkampen Diever A en Diever B
– Joden in de gemiente Deever
– Tweede Wereldoorlog
– Onderduikershol
– Sporen van de Tweede Wereldoorlog
– Openluchtspel
– Kalkovens an de Deeverbrogge
– Nationaal park Drents-Friese Wold
– Veldnamen

Posted in Albert Egges van Giffen, Berkenheuvel, Canon van de gemeente Diever, de Oude Willem, Gemeente Diever, Hunebed, Openluchtspel, Schultehuis, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Bee’j de scheerboas – Deel 2

De redactie van het Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in het Deevers Archief.
Bijgaande vijf korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd op bladzijden 11, 12 en 13 van Opraekelen 04/2 (juni 2004).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden herinneringen en voorvallen (annekkedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten. De eerste aflevering van deze serie is gepubliceerd op bladzijden 19 tot en met 21 van Opraekelen 03/4 (zie het bericht Bee’j de scheerboas). Voor meer informatie over Lammert Joustra wordt de lezer verwezen naar de inleiding bij de eerste aflevering.
Deze aflevering gaat over de dorpsfiguur Jans (Jansie) Grit. Jans Grit werd op 8 maart 1897 geboren en overleed op 26 november 1969. Hij was de laatste verpleegde van het Armenhuis aan de Groningerweg. Hij kwam, nadat de Nederlands Hervormde kerk het Armenhuis in 1967 had verkocht, en na nog enige tijd op het Kasteel in Deever te zijn gehuisvest, terecht in het bejaardenhuis Dickninge in De Wijk. Zijn lichaam is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Goeie mörn saem’m
Op de 2002-kalender van de Historische Vereniging Gemeente Diever staat Jans Grit afgebeeld. Hij woonde in het Armenhuis aan de Groningerweg in Deever. Jans was vaste klant bij ons, hij liet zich één keer per week scheren.
Wij scheerden Jans gratis, omdat hij weinig geld had. Maar… hij moest wel aan één voorwaarde voldoen. Zo gauw hij de zaak binnenstapte, moest hij zeggen: ‘Goeie mörn saem’m.’
Op een zaterdagmorgen vergat hij deze zin te zeggen bij het binnenstappen. We zeiden tegen Jans, toen hij aan de beurt was: ‘Jans, als we jou nu gaan scheren, dan moet je helaas wel betalen.’ Jans keek ons heel verwonderd aan. ‘Wat is dit nou toch’, moet hij gedacht hebben. Tijdens zijn consternatie zei een klant: ‘Hé, Jans, dan ga je toch even naar buiten en kom je weer binnen en dan zeg je: Goeie mörn saem’m.’ Jans vond dat de beste raad, hij ging naar buiten en kwam weer binnen met: ‘Goeie mörn saem’m.’ We hebben Jans die zaterdagmorgen net zo geschoren als op andere zaterdagen.

Betalen met een erfenis
Jans Grit was zeer gecharmeerd van horloges en klokken, dat was algemeen bekend. In de kapsalon hadden we boven op de kaptafel een klokje staan. Alleen Jans Grit mocht dit klokje opwinden.
Na ettelijke jaren van gratis scheren deden we Jans Grit een voorstel. Geert zei: ‘Jans, ik scheer je nu al zoveel jaren voor niks, kunnen we het niet zo regelen dat ik alle horloges krijg als jij er straks niet meer bent.’ Na veel nadenken -ja het duurde wel enkele weken- besloot Jans te voldoen aan die wens. ‘Now vuruit dan moar, dan doe’k dat wel.’ Er werd een stukje papier gepakt, waarop Jans eigenhandig schreef: ‘Als ik overleden ben, krijgt Geert alle horloges.’ Altijd is dat briefje bewaard in het klokje op de kaptafel. Na jaren is Jans van het Armenhuis verhuisd naar het bejaardenhuis Dickninge in de Wijk en is daar ook overleden. Maar de schenking van Jans is wel uitgevoerd. Hij was de enige klant die via een erfenis betaalde. Meer erfenissen hebben we niet gehad.

Jans en zijn horloges
Jans liep elke zondag op zijn gele klompen van het Armenhuis aan de Groningerweg naar Dwingelo, daar woonde horlogemaker Kempema. Al die uurwerken daar maakten veel indruk op de Jans. Daarom ruilde hij vaak een horloge of een klokje. Een kleine bijbetaling en hij had weer een ander uurwerk en Jans was weer de koning te rijk. Hij had twee polshorloges en twee zakhorloges. Een horloge had zelfs op de achterzijde een afbeelding van een paard. Dat horloge was zeer waardevol voor Jans.

Het luilekkerland van Jans
Jans wist zeker dat luilekkerland bestond. Wij ontkenden dat vaak, maar Jans hield vol dat het er wel was. Dat was niet uit z’n hoofd te praten. Hij wist niet precies waar het lag, ja in de buurt van Amerika. Hij wist wel dat als je daar naar binnen wilde je je dan door een berg rijstebrij met bruine suiker moest eten, maar die berg was zo groot, je kon je er gewoon niet doorheen vreten en daarom kwam je er volgens Jans nooit: ‘Ie muut oe deur ‘n baarg mit riesenbreej hen vreet’n en dat lokt oe neet, joh.’

Jans op de foto
Jans had een keer een foto bij zich waarop hij stond afgebeeld bij een dressoir, het was duidelijk te zien, de foto was genomen in een normale huiskamer. We vermoedden dat die foto was gemaakt bij horlogemaker Kempema in Dwingelo. Onze eerste vraag was: ‘Ja, hoe kom je toch aan die foto ?’ Volgens Jans was dat wel duidelijk, die had Frits, de zoon van Kempema meegenomen. Onze vraag was toen: ‘Waar woont die man dan toch ?’ ‘Now, die woont in Enschede.’ ‘Zeg Jans, ben je daar dan geweest ?’ ‘Nee’ zei Jans, ‘ik bin doar nooit ewest.’ Ik vroeg hem toen: ‘Is die foto dan misschien in Dwingelo gemaakt ?’ ‘Nee’, zei Jans ontkennend, maar toch wel iets venijniger vervolgde hij met: ‘Ie snapt ‘r ok niks van man, die Frits hef die foto mit eneum’m. Lammert, ie begriept ‘r ok niks van.’ Ik vroeg toen: ‘Hoe kan dat dan ?’ Hij antwoordde: ‘A joh, dat Fritsie kent mee’j wel van slag.’

Posted in Armenwerkhuis, Neringdoenden, Opraekelen | Leave a comment

Voor allen die Julialaantje 7 binnengaan

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 17 oktober 1939 het volgende korte bericht over het vieren van het veertigjarige ambtsjubileum van burgemeester Hendrik Gerard van Os. 

Diever.
Op initiatief van de afdeling Diever van den Boerinnenbond is alhier een comité gevormd voor het aanbieden van een huldeblijk aan burgemeester van Os, die medio November, na een veertigjarige ambtsvervulling, de gemeente gaat verlaten.
Den ingezetenen is verzocht keisteenen bijeen te brengen, teneinde op deze wijze bij te dragen tot het plaatsen van een Burgemeester Van Osbank
Bovendien zal een lijst circuleeren voor bijdragen ter dekking van de onkosten.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Overal in de gemeente Diever zijn veldkeitjes, veldkeien, kleine veldstenen, grotere veldstenen, grote veldstenen en hele grote veldstenen (zo genoemde hunnebedstenen) uit de IJstijd te vinden. Het lag voor de hand om de zo genoemde Burgemeester van Osbank van deze gratis voorhanden zijnde bouwstof te maken. Deeversen bint sunig.
De stenen bank werd geplaatst op het punt waar de weg naar Wapse (de Hoofdstraat) en de betonweg (de asfaltweg achter Diever langs werd in de volksmond ‘de betonweg’ genoemd) samen kwamen. De bank werd op 16 november 1939 aan burgemeester Hendrik Gerard van Os aangeboden.
Op de bijgevoegde afbeelding van een tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart is de Burgemeester van Osbank op zijn oorspronkelijke plaats te zien.
De ansichtkaart is in november 1949 uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever. De foto voor de ansichtkaart moet in de zomer of het vroege najaar van 1949 zijn gemaakt; de bladeren zitten nog aan de bomen. Aan de rechterkant is de Heufdstroate te zien, aan de linkerkant is de ‘betonweg’ te zien.
Is of wordt de (verplaatste) Burgemeester van Osbank een gemeentelijk monumentje ?

Een zekere Chris verstuurde deze ansichtkaart met een blauwe postzegel van twee cent naar mejuffrouw C. Botter, Julialaantje 7 in Rijswijk. Mejuffrouw Botter woont niet meer op dit adres, maar het huis bestaat nog wel. De huidige naam van het huis staat in het groene vlak boven de voordeur: Voor allen die hier binnengaan. Hoe lang zal de getoonde ansichtkaart in dit huis bewaard zijn geweest ? In een schoenendoos op zolder ? De kaart heeft in elk geval niet in een of ander album vastgeplakt gezeten.

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Gemeente Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Deever rouwt om zijn doden

Het navolgende artikel is op 2 augustus 1945 gepubliceerd in de Provinciale en Asser Courant. Dit artikel is ook als bladvulling opgenomen op bladzijden 23 t/m 25 van nummer 09/1 van het blad Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.

Men zou het uiterlijk aan het vriendelijke, vreedzame boerendorp Diever niet zeggen, dat het ’t toneel geweest is van een vreeselijk drama in de laatste dagen van de oorlog. Alles gaat er zoo gewoon z’n gang, het boerenvolk is druk bezig met den oogst, uit den hoogen schoorsteen van de melkfabriek kringelt rook omhoog, de jeugd speelt in de mooie bosschen en haar vrolijke lach schalt uit boven het rumoer van de werkende menschen. Om de mond van velen dier menschen echter ligt een sombere trek als bewijs van innerlijk doorleefde droevenis en nimmer te vergeten smart. Hier heeft de wreede oorlog zijn sporen achtergelaten en ofschoon de vrede in zijn allesontfermende goedheid ook over deze menschen is gekomen, dat, wat het gemoed en de ziel heeft geraakt, laat zich niet vergeten.
De dorpelingen van Diever hebben den oorlog gezien in heel zijn meedoogenlooze wreedheid. Het was toen men zich reeds verkneukelde in zijn naderend einde. De Canadeesche bevrijders slopen rond in de bosschen en de angst van degenen die zich aan den vijand hadden vergooid voorspelde veel goeds, maar was tenslotte oorzaak van groot menschelijk leed. In het dorp bevond zich een evacué, die door de menschen van Diever geschuwd werd om zijn politieke gezindheid. Deze man was tegen den tijd dat de bevrijding naderde bezeten van een panischen angst, omdat hij zich omringd meende van vijanden. Op den 10den April heeft hij op kortzichtige wijze getracht zich van hen te ontdoen en de plaatselijke Duitsche bevelvoerder, die dronken was, bleek een willig werktuig in zijn handen. Het kostte tien eerbare, onschuldige burgers het leven. Ze werden neergeschoten, omdat Gerrit van V. zich belaagd meende en geloofde dat hij het recht had naar willekeur te beschikken over het leven van anderen. En toen ieder elders zijn vreugde uitte over de herwonnen vrijheid rouwde Diever om zijn dooden, die nutteloos gevallen waren als slachtoffers van ’s werelds grootste onrecht. Niet om zijn wraak te bekoelen, want zoo is het volk van Diever niet, maar om de mensheid te verlossen van een zeer gevaarlijk individu, heeft men na het vreeselijke gebeurde, dat diepe smart veroorzaakte, waarin de heele dorpsgemeenschap deelde, niets nagelaten bij de plaatselijke N.B.S. (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) en Politie om Gerrit de V. op te sporen en het is een gelukkige omstandigheid dat men hem tenslotte in het Bewaringskamp te Amersfoort heeft kunnen achterhalen. Men bracht hem over naar Diever en daar had de N.B.S. hem sins kort in veilige bewaring.
Elk mensch, hoe vuig van inborst ook, heeft echter een geweten en op de plaats van het gruwelijke misdrijf, waaraan hij zich schuldig wist, is ook het geweten van de V. gaan knagen en tenslotte is de wroeging hem temachtig geworden en toen men Dinsdagmorgen aan zijn cel kwam, vond men zijn lijk. Hij had de hand aan zichzelf geslagen.
Daarmeede zijn de wonden, die deze mensch in Diever maakte, niet geheeld. De dooden op het vredige kerkhof zijn een eeuwige aanklacht tegen hen die dwaalden en verstrikt raakten in hoogmoed en haat.

Posted in 10 april 1945, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Benzinepomp van Lambertus Rolden aan de Brink

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 26 april 1926 in het krantenverslag van de vergadering van de raad van de gemiente Deever gehouden op 23 april 1926, dat Lambertus Rolden vergunning werd verleend voor het plaatsen van een ondergrondse benzine-tank met automatisch werkende pomp op gemeentegrond aan de brink van Deever.

Diever, 23 april.
In de heden gehouden raadsvergadering werd het benoemd-verklaarde lid van den raad, de heer J. Klaassen te Wittelte, na beëdiging als zoodanig toegelaten.
Verschillende ingekomen stukken werden voor kennisgeving aangenomen, onder andere besluit van Gedeputeerde Staten houdende goedkeuring instelling eiermarkt te Dieverbrug; verslag van den toestand der gemeente en dat betreffende de volkshuisvesting over 1925.
De handwerkonderwijzeressen te Wapse, mejuffrouw M. Oost en te Wateren, mej. K.H. Akkerman werden wederom voor één jaar benoemd.
Het vermenigvuldigingscijfer voor de plaatselijke inkomstenbelasting werd vastgesteld op 2,5 (vorig jaar 2,3). De opbrengst van genoemde belasting wordt dan geraamd op f. 28000.
De verordening op den keuringsdienst van vee en vleesch werd gewijzigd in verband met de aansluiting van de gemeente bij de N.V. Thermo-Chemische fabrieken te Bergum.
Vastgesteld werd een nieuwe verordening op de logementen, herbergen, tapperijen, enzovoort.
Op het verzoek van de Bataafsche Import Maatschappij, bijkantoor Groningen, om in gemeentegrond bij den rijwielhandelaar Rolden te Diever een benzine-tank met automatisch werkende pomp te mogen plaatsen, werd goedgunstig beschikt en de vergunning tot wederopzeggens verleend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jan Klaassen werd op 16 juni 1884 in Lheebroek geboren en overleed op 28 maart 1956 in Wittelte. Hij trouwde op 4 mei 1907 met Annigje ten Brink. Zij werd geboren op 24 april 1880 in Wittelte en overleed op 18 juli 1935 in Wittelte. Jan Klaassen hertrouwde in 1936 (?) met Grietje ten Brink. Zij werd geboren op 9 maart 1882 in Wittelte en overleed op 15 juli 1958 in Wittelte. Zij was een zuster van Annigje ten Brink.
In 1925 werd de N.V. Nederlandsche Thermo Chemische Fabrieken (NTF) te Amsterdam opgericht door José Vigeveno, mr. M. Kan en Karel Mozes. Het gelukte deze N.V. om in 1926 haar eerste fabriek in Bergum op te richten. De eerste destructor van dit bedrijf werd op 15 april 1926 geopend. Vanaf die tijd werden kadavers van vee, zoals koeien, varkens en paarden, vervoerd naar Bergum om daar vernietigd te worden. Veel Deeversen zullen zich onder meer de stinkende kadaverbak op ’t Kasteel herinneren.
De Bataafsche Import Maatschappij was de voorloper van Shell Nederland en is vernoemd naar het olierijke Batavië (Indonesië). Rijwielhandelaar Lambertus Rolden was met zijn bedrijfje gevestigd aan de brink in Deever, op de plaats waar nu café-restaurant-cafetaria ’t Keernpunt is gevestigd. Zie bijgaande foto (gepubliceerd met toestemming van de familie Rolden). Op de foto is Hendrik Jan Rolden, de zoon van Lambertus Rolden bij de benzinepomp te zien.

 

 

 

 

 

Posted in Bedrijven, Brink, Diever, Kasteel, Neringdoenden, Topstukken | Leave a comment

Ex-burgemeester Pier Obe Posthumus voor het hof

In de Heerenveensche Courier van 8 januari 1949 verscheen het volgende artikel over de berechting van Pier Obe Posthumus, de N.S.B.-burgemeester van de gemeente Diever in het laatste deel van de Tweede Wereldoorlog.

Bijzonder Gerechtshof Assen
De ex-burgemeester van Diever, Pier Ode (Obe) Posthumus voor het Hof.
De geestelijke vader van de beruchte bloedploeg.
De N.S.B. burgemeester van Diever was geen burgervader voor zijn ingezetenen. De nu 61-jarige Posthumus (vroeger reiziger in smeerolie en landbouwmachines), was in bezettingstijd blokleider en waarnemend groepsleider van de N.S.B.
Hij nam deel aan een burgemeesterscursus in Groningen; toen volgde de benoeming tot wethouder en loco-burgemeester van Haren en 2 april 1944 kwam zijn benoeming tot burgemeester van Diever af.
Verdachte haalde de landwacht in zijn gemeente, omdat de politie niet betrouwbaar was.
Dit was het begin van de beruchte bloedploeg, onder leiding van Sanner. Verdachte was kostganger van caféhouder Balsma te Diever en kon bijzonder goed met zijn kostbaas opschieten. Zo werden de te nemen maatregelen samen besproken.
De gevolgen waren niet best voor de burgerij. Zo werd door verdachte met medewerking van Balsma gearresteerd Brulsma (Bruursema), Druhla (Dinkla) en ds. M. Geertsema, van wie laatsgenoemde in Duitsland is omgekomen. Een dag tevoren was Zwanenburg gearresteerd.
Mensen die wegbleven van de O.T.-werken moesten het vooral ontgelden.
Uit de getuigenverklaringen blijkt, dat verdachte zich weinig bemoeide met gemeentezaken, maar veel aandacht besteedde aan de O.T.
Aan de leider van de distributiedienst werd opdracht gegeven om de stamkaarten van onderduikers in te houden.
Met medewerking van de beruchte Sanner en de commandant van de S.D. te Heerenveen Krombergen werden verschillende huiszoekingen verricht, rijwielen en potten en pannen gevorderd. Alles in het belang van de O.T.
Tot de arrestanten behoorden o.a. ook dr. van Nooten te Dwingelo en H. Poot te Diever.
De smid J. Kloeze te Wittelte werd een revolver op de borst gehouden, toen hij aanvankelijk weigerde om de woning van het hoofd der school te Wittelte, André, mee leeg te halen, nadat de landwacht hem gelast had deze open te breken.”
Gevallen van ‘vordering’ zijn er vele. Een schandelijke feit voor verdachte was, dat hij in de hongerwinter de mensen uit het Westen, die in Diever kwamen om wat te halen, op straat aanhield en hen van de goederen beroofde, het meenam naar zijn kosthuis en daar het gestolene opmaakte.
Wachtmeester 1e klasse van de rijkspolitie Themming (Temmingh) is ook eens door de burgemeester gearresteerd toen hij weigerde zijn medewerking te verlenen om op één middag 30 fietsen te vorderen.
De president bepaalde het requisitoir en pleidooi op 20 januari a.s.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
O.T. is de afkorting van Organization Todt, een Duitse organisatie.
Over de bloedploeg van Norg onder leiding van Geert Sanner zijn in de webstee wo2forum.nl meer gegevens te vinden in het artikel ‘Villa Nijenhuis, het Scholtenhuis van Norg’ van Dick Heuvelman.

Posted in Diever, N.S.B.'ers, Pier Obe Posthumus, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Wie is toch de bedenker van de plaatsnaam Zorgvlied ?

Historische kringen op Zorgvlied zijn bezig uit te zoeken wie toch de bedenker is van de naam Zorgvlied of hoe de naam Zorgvlied is ontstaan.
Was Jacobus Franciscus de Ruyter de Wildt de bedenker van deze naam ?
Of komt Lodewijk Guillaume Verwer de eer toe ?
Of heeft het dorp zijn naam ontleend aan Huize Zorgvlied, de villa die Jacobus de Ruyter de Wildt liet bouwen op het toen nagenoeg lege Wateren ?
Maar wie gaf de naam Huize Zorgvlied aan de villa ? Was het de eerste eigenaar Jacobus Franciscus de Ruyter de Wildt of was het de tweede eigenaar Lodewijk Guillaume Verwer ?
Had de villa eerst de naam Castra Vetera om vervolgens omgedoopt te worden tot Huize Zorgvlied of omgekeerd ?
De redactie van het Deevers Archief wacht rustig de resultaten van dit diepgaande en belangwekkende heemkundige uitzoekwerk af en zal hier te zijner tijd over berichten.
Wellicht weet een bezoeker van het Deevers Archief de antwoorden, aarzel dan niet een reactie in te sturen.

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment

Eerste aanplakbiljet van het Openluchtspel uit 1946

Dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema maakte in 1946 eigenhandig het eerste aanplakbiljet voor het aankondigen van de uitvoering van ‘een Midzomernachtsdroom’ van William Shakespeare.

De gedreven dokter Ludolf Dirk Broekema was de grote man achter het succes van de opvoeringen van stukken van William Shakespeare in het openluchttheater van Diever. Hij was mede-oprichter van de toneelvereniging Diever op 24 mei 1946.
Hij was het die toen voorstelde die zomer de Midzomernachtsdroom van William Shakespeare te spelen. Leden vroegen zich af of dat niet te hoog gegrepen was. De dokter was echter de mening toegedaan dat Shakespeare zijn 37 stukken had geschreven voor het gewone volk. Hij had zijn toekomstplannen in gedachten al klaar.
Zo gebeurde het dat al kort daarna op 31 augustus en 2 september 1946 (beginnende op 8.30 precies) een voorstelling werd gegeven. Een lange en zeer succesvolle traditie van Shakespeare spelen door het volk en voor het volk was begonnen.
Want nooit is iets verkeerd of ongepast, wat eenvoud in oprechten ijver biedt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 2006 was het zestig jaar geleden dat in Diever in de bos voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van het Deevers Archief heeft in 2005 voor de leden van de plaatselijke heemkundige vereniging voor het kalenderjaar 2006 een zogenaamde ‘historische kalender’ gemaakt. Het samenstellen van deze kalender was een echte wandeling op de wegen der vrijheid.
Deze kalender toont mooie beelden uit de beginjaren van het Openluchtspel. De redactie van het Deevers Archief wil haar bezoekers een afbeelding van het allereerste aanplakbiljet van het Openluchtspel van 1946, die ook het voorblad van genoemde kalender siert, niet onthouden.
Dokter Ludolf Dirk Broekema heeft deze affiche met eigen hand gemaakt, de gedrevenheid straalt van deze afbeelding af. Het origineel van deze afbeelding bevindt zich in het Drentsch Archief in Assen.
Opvallend is dat in het eerste jaar van het Openluchtspel maar twee uitvoeringen zijn gegeven. De entreeprijs was twee gulden. De kaarten voor het Openluchtspel van 1946 konden worden gekocht in café Figeland aan de Brink van Deever.

Posted in Cultuur, Cultuurhistorie, Diever, Historische kalenders, Kunstige objecten, Openluchtspel, Topstukken | Leave a comment

De luider van de klokken in de gemeentelijke toren

De redactie van het Deevers Archief kreeg in de jaren 2000-2005 bij zijn bezoeken aan wijlen Anne Mulder, Deeverse uut de Aachterstroate, die eerst in Gasselte en later in Assen woonde, steeds van hem verhalen, schrijfsels, artikelen, krantenknipsels en documenten over Deever ter hand gesteld met de bedoeling deze voor hem al dan niet in geredigeerde vorm te publiceren.
Het is de redactie bij het leven van Anne Mulder helaas niet gelukt al zijn Deeverse documenten in het blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever te publiceren, dan maar posthuum en beetje bij beetje opnemen in het Deevers Archief.

Tussen de documenten zat ook het rijmsel, dat wijlen Anne Mulder voor dorpsfiguur Geert Dekker schreef ter gelegenheid van diens veertigjarige luiderschap van de klokken in de gemeentelijke toren op de brinq van Deever.

Geachte gemeente
Veertig lange, lange jaren
Werd het orgel en de klok
Van de kerk in ’t dorpje Diever
Regelmatig als een klok
Trouw bediend door steeds dezelfde
Alom bekende dorpsfiguur
Geert Dekker en wij weten
Hoe trouw en hoe secuur
Hij deze functies naast veel anderen
Als nevenfuncties heeft verricht
En hoe hem dit werk bezielde
Als man van eer en deugd en plicht.

Geachte jubilaris
Ik weet, U bent een man van eerzucht
Niet één, die graag gehuldigd wordt
Maar toch, als Diever dit thans naliet
Schoot het schromelijk tekort
Aan z’n verplichting tegen iemand
Als U, die hier bij groot en klein
De klokkenluider van ’t dorp Diever
Was en is en nog zal zijn
Wat hebt ge in al die veertig jaren
Niet aan Uw oog voorbij zien gaan
Bij hoeveel verenigingen en burgers
Hebt ge al niet in dienst gestaan ?
U bent, in dubbele zin gesproken
Naast de kerk hier opgegroeid
Zelfs met begrafenis en ’t kerkhof
Was u jarenlang gemoeid
Nooit, in al die veertig jaren
Was u daarbij eens absent
Hetgeen getuigd, hoe kerngezond U
En uit welk houd U gesneden bent
Diever, zonder een Geert Dekker
Zou bepaald ondenkbaar zijn
In deze dorpsgemeenschap vast verankert
Is U, bij oud en jong, bij groot en klein
Naast U, zie ik voor mijn oog verschijnen
Eén, die thans met u jubileert
Een vrouwspersoon achter ’t gordijntje
Van ’t olde huus, Uw zuster Geert
Zij was die U steeds verzorgde
Meeleefde met haar werk en geest
Als een figuur achter de schermen
Zij is deelachtig aan dit feest
Ik hoop van harte, trouwe dienaar
Dat u nog lang het klokketouw
Als voorheen moogt bedienen
Zowel bij vreugde, als bij rouw
En dat ook de orgeltonen
Nog zullen galmen jarenlang
Met behulp van Uwe krachten
Bij des Heerens lofgezang.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie verwijst voor berichten over Geert Dekker naar het bericht Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker en naar het bericht Er staat een kerk op instorten. In het laatst genoemde bericht is ook een foto van Geert Dekker opgenomen.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Toren op de brink | Leave a comment

Uitkijktorens en een uitkijkpaal op Berkenheuvel

Bijgaande zwart-wit foto’s en bijgaande tekst is overgenomen uit het in 1999 gepubliceerde fotoboekje ‘Deever, Ie bint ’t wel …’ De tekst is hier enigszins aangepast en uitgebreid.

In het grote aaneengesloten bosgebied van Berkenheuvel kon het begin van brand alleen tijdig vanuit de hoogte worden ontdekt. In de twintiger jaren van de vorige eeuw werden de hier afgebeelde houten uitkijktorens in gebruik genomen.
Op de eerste zwart-wit foto (ansichtkaart) is de toren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg te zien. Deze uitkijktoren stond op de hoogste heuvel van de omgeving. Mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van Berkenheuvel, gaf deze heuvel een aardige naam: Kijkduin. Deze toren is aan het begin van de veertiger jaren afgebroken.
Op de tweede zwart-wit foto (ansichtkaart) staat de toren die zich bevond op een heuvel in de buurt van de Pastoorszandweg bij de Geeuwenbrug. Bij de uitkijktoren stond een houten huis dat bewoond werd door een werknemer van het landgoed Berkenheuvel. Nadat de N.V. Berkenheuvel grond had verkocht aan het ministerie van Sociale Zaken lag de toren op het terrein van een werkkamp van de arbeidsdienst, later het kamp voor sociale jeugdzorg ‘De Eikenhorst’. Deze toren is in de vijftiger jaren afgebroken.
De twee houten uitkijktorens werden ontworpen door architect ir. Mello van Daalen, de jongste zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen en één van de latere bewindvoerders van de N.V. Berkenheuvel. Naar hem is de Mellolaan vernoemd.
Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over het uitgestrekte bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Deze werd op 14 april 1934 centraal en strategisch opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan, tegenover de Juniperusweg. Het is niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan. Op de twee door Bart Buiter gemaakte kleurenfoto’s zijn ter plekke de nog steeds bestaande resten van de fundering van de brandpaal te zien.

Abracadabra-421

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

        Abracadabra-422

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Brandtorens, Diever, ie bint 't wel ... | Leave a comment

Stuifmeel hing als eene dichte wolk rondom ons dorp

In het supplement ‘de Landbouwgids’ van de courant ‘de Grondwet’ (Rosendaalsche en Nieuwe Zevenbergsche courant voor godsdienst, koning en vaderland) verscheen op 28 juni 1892 bijgaand korte maar bijzondere bericht uit de veraf gelegen kleine gemeente Diever.

Diever, 6 juni. Zelden heeft de rogge zoo heerlijk gebloeid als dit jaar. De groei was buitengewoon snel, de bloei inderdaad prachtig. Het stuifmeel hing als eene dichte wolk rondom ons dorp. Soms was dit zoo erg, alsof wij in eenen dichten nevel gehuld waren. Het vochtige weder der laatste dagen heeft ook de groenlanden uitstekend doen ontwikkelen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1892 waren in Diever nog geen uitbreidingsplannen, er was nog geen enkele ‘nieuwbouw’, de Brinkstraat, de Vlasstraat, de Tusschendarp, de Binnenes bestonden nog niet. De essen met de akkers rogge reikten tot in het dorp, tot direct achter de boerderijen. Het is heel goed voorstelbaar dat Diever in die zomer van 1892 helemaal was omringd door akkers met rogge.
De korrels van het stuifmeel (de pollen) van rogge zijn betrekkelijk groot en blijven bij verwaaien liggen in de buurt waar zij groeien, maar toch zal het voor mensen met hooikoorts een beroerde periode zijn geweest.
Bijgaande foto toont een goed voorbeeld van hoe dicht de akkers met rogge bij de bebouwing lagen.
Boer Roelof Fransen (die in de volksmond ‘de Fraanse’ werd genoemd) uit de Hoofdstraat heeft bij het ‘gaarv’n bien’n’ enige hulp van een stadse struise schone, die op vakantie was op zijn boerderij. Weet Wil Fransen of weet Bertus Fransen nog de naam van dit meisje ? Op de hier zichtbare Tusschendarpakkers bevindt zich nu de bebouwing aan de straten Tusschendarp, de Vlasstraat en de Binnenes. Rechts achter het meisje is de toen nog nieuwe Lagere School aan de Tusschendarp te zien. Links achter het meisje bevindt zich de oude Lagere School aan de Hoofdstraat en het huis van de schoolschoonmaker naast de oude school. Links van Roelof Fransen is het pand van garagehouder Lambert Rolden te zien. De boerderij van Roelof Fransen en Klaassien Mulder is aan de linkerkant van de foto net niet te zien. De foto moet vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt.
Roelof Fransen werd geboren op 8 oktober 1904 te Nijeveen en is overleden op 22 september 1977 te Diever. Klaassien Mulder werd geboren op 28 januari 1911 te Diever en is overleden op 22 december 1969 te Diever. Wie giet ee’m hen de stien op ’t kaarkhof um ’t noa te kiek’n ?

Abracadabra-426

 

 

Abracadabra-427

 

 

 

Abracadabra-428

Posted in Binnenes, Boer'nwaark, Essen, Openbare Lagere School Diever, Opraekelen, Tusschendarp, Veldnamen, Vlasstraat | Leave a comment

Sukerzakkie van pension Vierhoven an de Bosweg

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag hotel-café-restaurant-pension ‘Berk en Heuvel’ van Kornelis (Knelus) Vierhoven (hij is geboren op 11 februari 1915 en is overleden op 10 februari 1972, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever) an de Bosweg in Deever tegenover de Uitkijktoren.
Het was toen met name in de zomer een druk beklant hotel-café-restaurant-pension met nota bene een grote theetuin..
Het hotel-café-restaurant-pension met theetuin had net zoals zoveel andere hotels, cafés, restaurants, pensions, cafetaria’s, lunchrooms, enzovoort ‘eigen’ sukerzakkies. Eén van die sukerzakkies – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukerzakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar waarschijnlijk min of meer heeft overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart.
Merkwaardig genoeg lijkt Kornelis Vierhoven zelf geen ansichtkaarten van zijn bedrijf te hebben uitgegeven.
De redactie van het Deevers Archief is bekend met een aantal uitgaven van deze ansichtkaart.
In januari 1963 is de afgebeelde ansichtkaart uitgegeven door Roelof van Goor’s boekhandel, Diever (Dr.).
In november 1965 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), telefoon 05219-1221.
In november 1966 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Hendrik Koopman, Drogisterij ‘de Gaper’, Diever (Dr.).
In januari 1968 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), telefoon 05219-1221.
In november 1968 is de afgebeelde ansichtkaart heruitgegeven door Roelof van Goor’s boekhandel, Diever (Dr.).
Wellicht zijn er nog meer (hopelijk oudere) uitgaven geweest. Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.
De redactie heeft het vermoeden dat de gebruikte foto voor de ansichtkaart is gemaakt in de zomer van 1963.

 

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Bosweg, Toeristenindustrie, Uitkijktorens | Leave a comment

Diever kreeg nieuw gemeentehuis an de brinq

In de Leeuwarder Courant van 20 juni 1957 verscheen het volgende korte bericht over de ingebruikname van een nieuw gemeentehuis aan de brinq van Deever.

Diever kreeg nieuw gemeentehuis
De Drentse gemeente Diever heeft de gewoonte, belangrijke evenementen in het gemeentelijke leven of in de dorpsgemeenschap te laten samenvallen met de première van de jaarlijkse Shakespeare-uitvoeringen en het dient daarmee zowel het een als het ander. Immers: wie niet voor Shakespeare naar Diever zou komen, komt wel voor ‘het evenement’ en omgekeerd, waarmee geenszins gezegd wil zijn, dat de uitvoeringen in ’t sprookjesachtige openluchttheater géén evenement zouden zijn. Integendeel ! Was het vorig jaar de ingebruikneming van de geheel gerestaureerde korenmolen De Vlijt, waarvoor mede de Dieverse gasten van heinde en verre waren gekomen, gisteren gold ‘het evenement’ de opening van het nieuwe gemeentehuis aan de Brink -een gebeurtenis, die het volgend jaar moeilijk zal zijn te evenaren, want het gemeentehuis is gebouwd volgens plannen, waaraan de bestedingsbeperking nog vreemd was.
Het is een gebouw geworden, dat vele andere noordelijke gemeentebesturen ertoe zal brengen, Diever te benijden. Niet alleen qua stijl (het doet het uitstekend aan de Brink) en qua omvang, maar vooral om zijn inrichting zal het beantwoorden aan de wensen van meer dan één burgemeester en secretaris.
Van waarde vooral zijn de geschenken van de burgerij en de organisaties (waarvan wij noemen de originele aardewerken krans met de symbolen van bijna alle plaatselijke sociale en culturele instellingen in de hall en het enorme, esthetisch zeer verantwoorde gezandstraalde raam van de plaatselijke coöperaties), omdat zij tonen dat dit het huis der gemeente is in de beste zin des woords.
Daarvan getuigt ook de oplossing, die voor enkele ruime zolderzalen is gevonden: de ene is gepromoveerd tot ‘cultuurzolder’, waarin bijeenkomsten met ruim 200 mensen kunnen worden gehouden en de andere is ‘expositiezolder’ geworden. Daarin is nu tentoonstelling van schilderijen, verbazend aardige kindertekeningen over eigen dorp en een collectie foto’s en ansichtkaarten van Diever. Een prima idee !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bijgaande afbeelding (aanwezig in de beeldbank van het Drentsch Archief in Assen) is de cultuurzolder van het gemeentehuis an de brinq (de voorkant van het gelijk heeft een nieuwe schrijfwijze voor deze vernielde openbare ruimte bedacht) van Deever te zien. Let vooral op de Stako-stoelen (stapelbare en koppelbare stoelen), die an de Deeverbrogge zijn geproduceerd.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw dacht de voorkant van het gelijk tegen beter weten in dat de vraag naar ruimte bij Deeverse verenigingen opgelost kon worden met een ‘cultuurzolder’ in het gemeentehuis.
De redactie herinnert zich dat schaakclub ‘Koning Schaak’, waar burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) ook spelend lid van was, zijn clubavond op de ‘cultuurzolder’ hield.  
De ‘cultuurzolder’ op de bovenste verdieping van het gemeentehuis an de brinq van Deever zou beschouwd kunnen worden als een soort van voorloper van het voor Deever onmisbare Dingspilhuus, de spil van het sociale en culturele leven in Deever. Wellicht kan de ‘cultuurzolder’ na de rampzalige sloop van het Dingspilhuus worden opgedeeld in kleinere ruimten, die in gebruik genomen kunnen worden door enige verenigingen; een geschikte kandidaat is bijvoorbeeld de heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie blijft wel met een grote vraag zitten: waar zijn de ten toon gestelde kindertekeningen, foto’s en ansichtkaarten gebleven ? Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.


Posted in Cultuur, Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

N.A.D.-mannen rooien aardappelen op de Noordesch

Het kamp Diever van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) lag in de buurt van de Gowe, na de oorlog was daar het jongensinternaat ‘de Eikenhorst’ gevestigd.
Op 1 januari 1942 voerde de Duitse bezetter voor mannen en vrouwen van 18 jaar de ongewapende arbeidsdienstplicht in. Mannen werden hiervoor naar een ver van hun woonplaats gelegen kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst gestuurd.
De arbeidsmannen van het N.A.D.-kamp an de Gowe werkten bij de ontginning van woeste gronden, maar deden ook boerenwerk.
Op deze foto, die in het najaar van 1942 is gemaakt, is te zien hoe een groepje N.A.D.-arbeidsmannen bezig is met het rooien van aardappelen op de Noordesch van Deever.
De redactie zou graag willen weten welke boer eigenaar was van deze aardappelakker.
Of dit groepje N.A.D.-arbeidsmannen bewaakt werd door een landwachter uut de gemiente Deever valt helaas niet uit de foto af te leiden.
Wel is bekend dat een zoon van een N.S.B.’er van ’t Noave in Wapse elke dag in sien grüne pakkie mit ’t jachtgeweer op de nekke hen ’t kaamp an de Gowe gung.

Reactie van Wiert van der Veen van 19 juni 2017
Mijn moeder Jantje Haanstra is geboren in 1923, of op Leggele of op Bottervene, Zij was een dochter van Harm Haanstra en Hendrikje Hogenkamp.
Ze heeft mij wel verteld dat ze in een bepaalde periode in de de Tweede Wereldoorlog aardappelen moest schillen voor de bezetters in een kamp. Het komt mij nu voor dat dit het N.A.D. kamp geweest moet zijn geweest.
Frappant is wel dat ik enige jaren geleden werkzaam ben geweest in de beveiliging van dat kamp, toen was het een asielzoekerscentrum.
Als iemand kan bevestigen of vrouwen daar inderdaad in de Tweede Wereldoorlog zijn ingezet voor het schillen van aardappelen, dan is weer een stukje in onze familiegeschiedenis gereed !

Posted in Diever, Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Noordesch, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De kerk op de brink te Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van de kerk op de Brink zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de lokale heemkundige vereniging uit Diever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Diever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de lokale heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Diever, Kerk op de brink, Kunst, Tekeningen, Topstukken | Leave a comment

Schultehuis: conserveeren in plaats van restaureeren

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het Schultehuis aan de Brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van het Dievers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten verminken. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. En waarom moest de Schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis ? Het voorhuis dat nu Schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

Posted in Brink, Diever, Rijksmonumenten, Schultehuis | Leave a comment

Rijwielhandel van Lambert Rolden aan de Brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand bij de Brink bouwen. In het aan de Brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van caféhouder Klaas Marcus Balsma, die ook aan de Brink woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan Rolden,. De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de huidige situatie aan de Brink op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Bedrijven, Brink, Diever | Leave a comment

De woning van de bovenmeester an de Heufdstroate

Juffrouw van der Land (zeer velen hebben bij haar in de klas gezeten), schooljuffrouw van de Openbare Lagere School van Diever, eerst in de school aan de Hoofdstraat, daarna in de school aan de Tusschendarp, ze woonde in het eerst gebouwde huis aan de Binnenes, had deze zwart-wit foto uit 1935 in haar foto-verzameling. Ze was zo bereidwillig toestemming te geven voor het scannen en publiceren van haar fraaie verzameling. Op de zwart-foto is onder de bomen (bepaald geen keurig in het gelid staande leilinden) de gemeentelijke woning van de bovenmeester te zien. In 1935 was dat meester Hendrik van Eisden.
Let vooral ook op de houten paal voor het huis met bovenin de porceleinen potjes voor het bevestigen van de draden voor de stroomvoorziening. De bovenkant van de houten paal was ter bescherming tegen neerslag en inwateren voorzien van een metalen mutsje,
In het in de zestiger jaren van de vorige eeuw en daarna behoorlijk verbouwde pand is nu Bloemenhuis Hofman gevestigd, daarvoor zat Bloemenhuis Bolding in het pand. De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Hoofdstraat, Neringdoenden, Openbare Lagere School Diever | Leave a comment

‘Drie fasen van een gedachte’ hangen in de griffie

De set van drie bij elkaar horende schilderijen met de naam ‘De drie fasen van een gedachte’ hangen helaas niet in de raadzaal maar in de zo genoemde griffie van het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever.

Mevrouw Paula van Hees -de tegenwoordige projectleider voor de schone kunsten en de cultuur- van de gemeente Westenveld meldde op 12 juni 2017 via een elektronisch postbericht het volgende:
U heeft gereageerd op de e-mail, die ik u op 6 mei 2017 heb verzonden. Het drieluik hang bij ons bij de Griffie, om zo de link met de raad te behouden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Over het drieluik ‘De drie fasen van een gedachte’ zijn in het Deevers Archief twee berichten gepubliceerd, te weten het bericht Drie fasen van een gedachte hangen in het raadhuis en het bericht Drieluik in raadzaal Diever gepresenteerd.
De Griffie (mevrouw Paula van Hees schrijft het woord met een hoofdletter) is het kantoor van de griffier.
Een griffier is een ander woord voor secretaris. Het kantoor van een griffier of zijn ambt in het algemeen wordt de griffie (zonder hoofdletter, het is geen Duits). Voor de voorkant van het gelijk van de gemeente Westenveld was het gebruik van de naam secretaris blijkbaar te armoedig, nee het moest het duur klinkende griffier worden. En een griffier kantoort in een griffie. Je kan toch maar beter secretaris heten, want griffier of greffier is ontleend aan het Latijn en Frans en betekent schrijver. Een griffel is een schrijfstift van leisteen.
Dus blijkbaar secretarieert de griffier niet in het ambtelijke kantoorpark van het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, maar in een aparte kamer, die de griffie wordt genoemd. Het is in elk geen openbaar toegankelijke ruimte; de vraag is zelfs welke raadsleden het bij de besluitvorming in de raad ter inspiratie bedoelde drieluik ‘De drie fasen van een gedachte’ ooit hebben gezien.
Het verdient overweging de drie schilderijen terug te geven aan de maakster.

Posted in Gemeente Westenveld, Kunst | Leave a comment