Un neeje braandspuite veur de gemiente Deever

In het onvolprezen papieren fotoboekje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente’ zijn foto’s opgenomen uit de periode 1930-1980. Een werkgroep van vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever’ heeft dit onvolprezen papieren fotoboekje samengesteld. De eerste druk van dit onvolprezen papieren fotoboekje is in 2008 uitgegeven. De redactie van ut Deevers Archief weet niet of daarna een herdruk van dit onvolprezen papieren fotoboekje is uitgegeven.
Op bladzijde 55 van dit onvolprezen papieren fotoboekje is bijgaande afbeelding 1 te zien.
Afbeelding 1 is samen met afbeelding 2 en afbeelding 3 op 22 maart 1940 gepubliceerd op bladzijde 24 van de provinciale Groninger en Drentsche illustratie Het Noorden in woord en beeld, jaargang 16, 1940-1941, nummer 2; zie bijgaande afbeelding 4.
De tekst bij de afbeelding op bladzijde 55 van het onvolprezen papieren fotoboekje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente’ is voor het gemak klakkeloos overgenomen uit het bijschrift bij afbeelding 1.
De vraag is of de motorbrandspuit een nieuwe of een tweedehands motorbrandspuit is, want het zichtbare kenteken A-11249 aan het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief.
Echter kenteken A-11249 komt gelukkig wel voor in de webstee www.groningerkentekens.nl. Het Groninger kenteken is op 24 december 1925 op naam geschreven van Jan Jurrien van Bergen, fabrikant van torenklokken, torenuurwerken en hand- en motorbrandspuiten in Heiligerlee, gemeente Scheemda.
Het Groninger kenteken A-11249 was op 11 maart 1940 voor het rit van Heiligerlee naar Deever tijdelijk bevestigd aan de nieuwe motorbrandspuit van brandspuitenfabriek Van Bergen voor de gemiente Deever. De nieuwe motorbrandspuit voor de gemiente Deever kreeg kenteken D-4600. Dit Drentse kenteken werd op 26 maart 1940 op naam geschreven van de gemiente Deever.
Op afbeelding 1 is de nieuwe motorbrandspuit op de brink van Deever voor het oude gemeentehuis en de oude pastorie te zien. Het voor de demonstratie benodigde bluswater werd blijkbaar niet uit de braandkoele op de brink gepompt, maar uit een braandputte (?). Wie heeft kennis van deze braandputte ?
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief weet de locatie van wat op afbeeldng 2 is te zien ?

Afbeelding 1
Het bijschrift bij afbeelding 1 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
Maandag 11 Maart werd te Diever (Dr.) aan de gemeente een nieuwe motorbrandspuit afgeleverd en geprobeerd. Dat was een belangrijke gebeurtenis voor het dorp, want het blusschen van branden is in dergelijke plaatsen steeds een moeilijk probleem geweest. Dit uiterst moderne materiaal biedt een maximum van kracht en snelheid door een capaciteit van 4000 liter water per minuut bij 18 atmosfeer druk, door een dubbele schakelpomp, luide sirene en sterk zoeklicht. Verschillende deskundigen uit Meppel en Assen woonden de demonstratie bij.
Afbeelding 2
Het bijschrift bij afbeelding 2 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
De nieuwe spuit stond op 900 meter afstand van deze zogenaamde brand en leverde toch uitstekend werk met de drie stralen, waarin de slang verdeeld kon worden. Ook bij den toren was het succes te bewonderen.

Afbeelding 3
Het bijschrift bij afbeelding 3 (zie afbeelding 4) luidt als volgt.
Ook het oudje, eigenlijk een museumstuk, deed nog eens wat het kon… “Uit den tijd”; zal dat vonnis ook nog eens door een volgend geslacht worden uitgesproken over het thans zoo schitterende, moderne blusch-apparaat ?


Afbeelding 4
Dit is een afbeelding van bladzijde 24 van de provinciale Groninger en Drentsche illustratie Het Noorden in woord en beeld, jaargang 16, 1940-1941, nummer 2, 22 maart 1940.

Posted in Automobiel, Braandkoele, Brink, Deeverse braandweer, Gemiente Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Ut haentie van de toor’n wödde neet ereuk’n

In het Nieuwsblad van Friesland – Hepkema’s Courant van 13 maart 1940 verscheen het navolgende bericht over de  ingebruikneming van een zeer krachtige automobiel-brandspuit in Deever..

Ingebruikneming nieuwe brandspuit te Diever
Diever, 11 maart.  Onder grootte belangstelling vond hedenmiddag alhier de ingebruikstelling plaats van de nieuwe automobiel-brandspuit. Deze spuit is geleverd door de firma Van Bergen te Heiligerlee.
Onder de genodigden merkten we op den voltalligen gemeenteraad, het bestuur van de afdeling der Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming, burgemeester en wethouders van Vledder, een vertegenwoordiger van den Drentschen Brandweerbond, personeel van de brandweer te Hoogeveen en Meppel.
Als grootste prestatie van de nieuwe spuit vermelden we, dat op 900 meter afstand met drie stralen gespoten werd. Op dezen afstand werd met één straal nog 25 meter ver gespoten. Met 4 stralen tegelijk werd over het dak van de Nederlands Hervormde Kerk heen gespoten. Het haantje van de toren kon niet geheel worden bereikt,
Nadat het geheele kunnen van het brandbluschmiddel gedemonstreerd was, verzamelde men zich in café Brinkzicht, waar thee werd geserveerd. Daarbij werd het woord gevoerd door burgemeester Meiboom, die zijn vreugde er over uitte, dat thans een moderne brandspuit in de gemeente aanwezig is. Verder sprak de heer J. Boesjes, die dank bracht namens de afdeling Diever van de Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming voor het feit, dat thans ook dit onderdeel van de luchtbescherming in orde is.
Op de foto links de nu buiten gebruik gestelde handspuit van ongeveer 100 jaar oud, waarbij men eerst water door middel van van een door een man bediende handpomp in de eigenlijke spuit moest pompen en pas daarna kon met deze het water naar den brand worden gespoten.
Rechts: de nieuwe autospuit met ruim 750 m slang. De pomp met motor is voorop het chassis gemonteerd, terwijl bemanning en materiaal, zoals slangen, standpijpen, enzovoort alle onder de kap in den gesloten rooden wagen komen. Bovenop zijn een ladder en aanvoerslang geplaatst.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de rechter foto zijn bij de automobiel-brandspuit te zien rechts Lambert Rolden (geboren op 15 maart 1891, overleden op 2 februari 1958) en links zijn zoon Hendrik Jan Rolden (geboren op …., overleden op ….).
De Nederlandsche Vereeniging voor Luchtbescherming werd in 1933 in ’s Gravenhage opgericht. De vereniging probeerde met behulp van alle burgemeesters in Nederland in elke gemeente een plaatselijke afdeling op te richten. In de gemiente Deever was dit blijkbaar gelukt. In de jaren twintig en dertig verwachten veel Europese militairen en politici dat steden in toekomstige oorlogen grootschalig gebombardeerd zouden worden. in de Tweede Wereldoorlog is dit maar al te bewaarheid. De vereniging stelde zich ten doel de zelfbescherming door de bevolking bij luchtaanvallen.
Op de linker foto is de oude handbrandspuit te zien, op de rechter foto is de nieuwe motorbrandspuit te zien. De vraag is of de brandspuit op de rechter foto een nieuwe of een tweedehands brandspuit is, want het kenteken van het voertuig is niet te vinden in de kenteken-database van het Drents Archief.
Met de omstreden sluiting van de brandweerpost Deever per 1 januari 2014 door het bestuur van de gemeente Westenveld is een einde gekomen aan een periode van meer dan 120 jaar van snelle brandbestrijding door generaties betrouwbare en moedige vrijwilligers uut de gemiente Deever..
De vrijwillige brandweer van Deever is helaas geschiedenis geworden. Dat is nog steeds een mooie gelegenheid voor de boekenmakende dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever een boek samen te stellen over de ‘Geschiedenis van de vrijwillige brandweer in de gemiente Deever’. En dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zouden met gebruik van oude foto’s van de vrijwillige brandweer ook met gemak een zo genoemde ‘historische kalender’ van de heemkundige vereniging kunnen samenstellen.

Abracadabra-289

Posted in Deeverse braandweer, Dorpskracht | Leave a comment

De meule an de lege ruumte van de Westeresch

Op deze foto is de in verval rakende korenmolen ‘de Vlijt’ aan de rand van een gelukkig nog onbebouwde Westeresch in Oll’ndeever te zien. Een korenmolen hoort op de ruimte te staan om goed de wind te kunnen vangen.
De foto is tussen 1920 en 1940 gemaakt. De maker van deze foto is Hubert Adriaan Veltman (hij is geboren op 2 februari 1874 in Weert, hij is overleden op 10 november 1956 in Wassenaar).
De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto – gemaakt vanaf het standpunt van de fotograaf – van de huidige toestand ter plekke toevoegen aan dit bericht, weliswaar niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf.
Gelet op de deur die toegang geeft tot de molen zal op de foto van de huidige toestand ter plekke aan de linkerkant het Westeresch-krimpfiliaaltje van scholenmoloch Stad en Esch uut Möppel te zien zijn.

Posted in Molen 'de Vlijt', Westeresch | Leave a comment

Schultehuis: conserveeren in plaats van restaureeren

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het Schultehuis aan de brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten verminken. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. En waarom moest de Schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis ? Het voorhuis dat nu Schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

Posted in Brink, Diever, Rijksmonument, Schultehuis | Leave a comment

De kerk aan de brink van Diverde in 1756

Deze tekening van de kerk van Diverde werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van het kerkgebouw aan de brink van Deever zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische expert van de heemkundige vereniging uut Deever noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever: Deuvre (1188), Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).
De expert van de plaatselijke heemkundige vereniging kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756).

Posted in Brink, Diever, Kerk aan de brink, Kunst, Tekening, Topstuk | Leave a comment

Oprichting van de Noordelijke Hypotheekbank

Op 31 maart 1887 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Financieele Mededeelingen het volgende bericht over de door mr. Lodewijk Guillaume Verwer opgerichte Noordelijke Hypotheekbank. Deze hypotheekbank was gevestigd in het pand met de naam Aurora aan de Dorpsstraat in Zorgvlied.

Tot directeuren der te Zorgvlied, gemeente Diever, opgerichte Noordelijke Hypotheekbank zijn benoemd, de heeren L.W. van Os, te Diever, en G. Venhuizen, te Zorgvlied.
Commissarissen zijn de heeren mr. D.R. Brants, te Heerenveen, mr. J.T.H. Bekhuis te Leeuwarden, mr. G.H.M. Driessen, te Amsterdam, L.M. de Laat de Kanter, te Leiden, mr. H.W. de Blocq van Scheltinga, te Heerenveen, mr. W. Terpstra, te Leeuwarden, mr. L.G. Verwer, te Zorgvlied, dr. R. Wartena, te Noordwolde.
Het maatschappelijk kapitaal is f. 1.000.000, waarvan door de oprichters f. 229.000 is genomen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijzonder opmerkelijk is te noemen dat burgemeester Leonard Willem van Os werd benoemd tot een van de twee directeuren van een commerciële hypotheekbank. Daar zijn wel wat vragen bij te stellen.
Leonard Willem van Os nam bij oprichting vijfentwintig aandelen, dat wil zeggen dat hij voor f. 25.000,- deelnam in het gestorte beginkapitaal van f. 229.000,-. Die f. 25.000,- zouden heden ten dage heel veel eurootjes zijn ….
Waren die f. 25.000,- van hem zelf of was hij stroman voor iemand anders ?
Had hij voor deze schnabbelbaan toestemming van de Commissaris der Koningin in Drenthe ?
Hoeveel tijd was de burgemeester kwijt aan dit bijbaantje ?
Wat vond de gemeenteraad van dit directeurschapje ?
Ontving hij voor dit baantje een vergoeding ?
Zo ja, werd deze vergoeding in mindering gebracht op zijn burgemeestersloon ?
Waren de heren leden van de Raad  van Commissarissen de Leidse studievrindjes (Minerva ?) van Lodewijk Guillaume Verwer ?
Volgens het bericht woonde burgemeester Leonard Willem van Os blijkbaar in maart 1887 in Deever.
Directeur G. Venhuizen is Egge Venhuizen. Egge Venhuizen was directeur van ‘De Eerste Hollandse Levensverzekeringsbank’ te Amsterdam.


Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Zorgvlied | Leave a comment

Geert Dekker, Aebel Wiekstroa en Hillechien Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, zunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aebel Wiekstroa, die Aebel Allen (zien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en zien oomzegger Geert Dekker.
Zee woond’n in ’n boerdereegie op ’t Bultie. Het is al mièr as veertug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vurzorgd deur Hillechien, un zuster van Geert. Hillechien was niet staark, vaeke zeek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkeluder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke op de Brink. Doe hee dit veertig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Een hok under de toor’n was het underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As er iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaeg’n. Doe in 1912 de liekwaegenverieneging wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daorveur wödde ’n boer’nwaegen gebruukt, woarop de kiste wödde ezet op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haelde Geert neet allennig uut ‘t staarfhuus in dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grunning, as doar iene uut ’t dörp was overleed’n. Dizze reizen, vaeke dagreizen, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aebel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaeke mit hum mit. Ome Aebel overleed in 1930, 93 joar old. Een paer joar laeter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de Hervormde kaarke. Zowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wödde. Elke zundagmörn um neeg’n ure en an ’t begun van de dienst bengelde hee de klokke. Het is bekend dat hee nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien staarke gestel.
Noa een köt ziekbedde oaverleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaekt an de ofdieling van ’t Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. Zee verkocht’n ’t huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um ‘t te sloop’m. Een ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 in Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Abel Allen genoemd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Geert Dekker overleed op 5 maart 1963 in Möppel. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra.
Hilligje Dekker werd geboren te Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom en de zijnen rücksichtslos al het oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit ut olde Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristen-industrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Boerderij, Brink, Bultie, Deevers, Diever, Hoofdstraat, Kerk aan de brink, Keuterij | Leave a comment

Jongenskamp ‘de Eikenhorst’ had eigen kampgeld

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 januari 2015 van Alexander Moes de volgende reactie over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

In een artikel uit de Tielse courant van 18 januari 1950 wordt een beschrijving gegeven van de organisatie van Kamp Eikenhorst.
In het artikel staat te lezen dat de jongens 50 cent zakgeld per week kregen, dat gebruikt kon worden voor aankopen in de kantine.
Maar ze konden er ook een duif of een konijn voor kopen als er genoeg gespaard was.
Het zakgeld was niet het normale Nederlandse geld, maar zogeheten kampgeld (biljetten of fiches), een eigen uitgifte, deze waren genummerd en er stond een stempel op.
De vraag is of lezers nog voorbeelden, afbeeldingen, hebben van dit kampgeld en indien mogelijk met ons zou willen delen.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied – 1938

In de Leeuwarder Courant van 2 april 1938 verscheen het volgende bericht naar aanleiding van de verkoop van het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied door de heer Friedrich Wilhelm Ackermann.

Vlak bij het dorpje Zorgvlied, een plaatsje bij de Friesch-Drentsche grens, ligt het 40 ha groote landgoed Castra Vetera. daar de uitgestrekte terreinen met zijn groote villa onder de hamer zijn geweest en voor f. 17.113,50 aan den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van de Pasman’s fabrieken te Steenwijk is verkocht, willen we iets van de interessante geschiedenis van dit landgoed vertellen. Onderstaande bijzonderheden werden ons meegedeeld door den heer F.W. Ackermann, die Castra Vetera heeft verkocht.
Het huis is gebouwd in plusminus 1850 door den gepensioneerden schout bij nacht W.J. de Ruijter de Wildt, die tevens de omliggende heidevelden liet ontginnen. In 1861 ging het huis in eigendom over aan de familie Verwer. Vooral de heer L.G. Verwer heeft de ontginning krachtig voortgezet, waardoor aan honderd arbeiders gedurende lange tijd werk werd verschaft.
De heer Verwer heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van de streek rondom Zorgvlied. Hij stichtte er een zeevaartschool (!) welke later weer opgeheven is, een bankgebouw en mede bevorderde hij de oprichting van de tegenwoordige stoomzuivelfabriek ‘De drie gemeenten’ in 1887.
Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en werd het landgoed verwaarloosd, zelfs zoo erg, dat de villa bijna een ruïne gelijk werd.
De heer Ackermann kocht het landgoed in 1919 en besteedde honderden guldens om alles weer een goed aanzien te geven. In de daarop volgende jaren legde hij fraaie boschcomplexen aan, zoodat het landgoed er thans keurig verzorgd uitziet en een prachtig natuuroord vormt. Enkele jaren terug is midden in het bosch begonnen met de aanleg van een groot natuurbad. De grootsche plannen zijn echter door de plotselinge dood van mevrouw Ackermann niet geheel uitgevoerd.
De nieuwe eigenaar, de heer Pasman, zal op het landgoed speciaal de paardensport beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon men ons nog niets positiefs mededeelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De bouwer van het landhuis Zorgvlied is Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt, die was geen gepensioneerd schout bij nacht, maar een gepensioneerd koloniaal. Hij was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij in Nederlands Indië.

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvlied | Leave a comment

In de kaarke an de brink van Deever

De schilder Maarten ’t Hart (1950) schildert graag onderwerpen, zoals oude verlaten stationsgebouwen, afgelegen staande huizen en bijzondere gebouwen in binnen- en buitenland, met name vanwege de lichtval op oude muren van interieur en exterieur, die een object vaak onwerkelijk en verlaten doet lijken. Hij past bij het schilderen graag de tempera techniek toe.
Het tekenen en schilderen van interieurs en exterieurs van Middeleeuwse kerken is zijn specialiteit.
Dat is te zien op bijgaande afbeelding van zijn schilderij (olieverf op paneel) Interieur kerk te Diever naar het koor. Het betreft een deel van het interieur van het kerkgebouw aan de brink van Deever.
Het is de redactie van ut Deevers Archief  niet bekend in welk jaar dit schilderij is gemaakt.
De andere afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw, die de schilder gelukkig niet heeft gebruikt als voorbeeld voor zijn kunstwerk.
De schilder wekt de indruk van onwerkelijkheid en verlatenheid in het schilderij niet zozeer door de lichtinval, als wel door zoveel mogelijk in het schilderij weglaten van wel aanwezige voorwerpen in het interieur, zoals stoelen en kerkmeubilair en daarnaast door het licht-eiken-achtig schilderen van de preekstoel en de deur die toegang geeft tot de consistoriekamer.
Liggen vóór in het kerkgebouw aan de brink van Deever werkelijk zoveel plavuizen van natuursteen ? Het rechter raam is in werkelijkheid lager dan het linker raam. Wel heeft de schilder mooi de kringen van opgetrokken vocht onder in de muren van het koor geschilderd.

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kerk aan de brink, Kunst, Schilderij | Leave a comment

Herinneringen uit den grond van de Kaamp in Wapse

Het tijdschrift ‘De Zaan’, geïllustreerd  weekblad voor Zaan- en Waterland, publiceerde op 23 maart 1927 twee foto’s met betrekking tot het vinden van zes urnen tijdens ontginningswerkzaamheden op de Oeren, een stuk woeste grond tussen Deever en Wapse.

De tekst bij de foto’s in het tijdschrift ‘De Zaan’ luidt als volgt:
Herinneringen uit den grond – In den Drentschen bodem worden herhaaldelijk urnen gevonden. Een dezer dagen vonden de heeren H. Koopman, D. Kuiper, J. Veldhuizen en J. Bolding er ook weer, terwijl zij te Wapse grondwerk verrichtten. Op de rechter foto ziet men deze belangrijke oudheidkundige vondsten fraai afgebeeld. In de urn links zijn nog duidelijke overblijfselen van beenderen enzovoort zichtbaar.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 13 maart 1927 verscheen het volgende bericht over deze vondst.
Diever, 11 maart. Terwijl eenige arbeiders in het vroegere ‘Soldatenkamp’ tusschen Diever en Wapse aan het slootgraven waren, stootten ze plotseling op eenige urnen. De eerste, die voor den dag werd gehaald werd, was juist midden door gestoken. Dit was een zeer groote met een middellijn van ongeveer 35 cm. Spoedig bleek dat er nog meer urnen in den grond verborgen zaten. In ’t geheel werden zes uitgegraven, zoodat het vermoeden is gewettigd dat men hier een heel urnenveld heeft ontdekt. Vier urnen, van verschillende grootte, zijn geheel gaaf en mooi heel gebleven. Ze berusten thans bij den onderwijzer Onstee te Wapse. Bij onderzoek naar den inhoud kwam -nadat het zand was verwijderd- een hoopje as te voorschijn. Ook werden er nog beenderen in gevonden, waarvan duidelijk eenige ribben en een schoudergewricht te onderscheiden waren. Het terrein, waar een en ander gevonden is, vormt eenigszins een verhooging bij de omliggende gronden vergeleken.

Posted in de Kaamp op de Oeren, Oudheidkunde, Wapse | Leave a comment

Anthonij Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe

Akte van Schenking en Stichting 

Heden den twee en twintigsten September achttienhonderd acht en tachtig compareerden voor mij Anthonius Bernardus Sjerp, notaris te Leeuwarden, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
De heeren Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever, en Mr. Julius Verwer, advocaat, wonende te Leeuwarden.

Die verklaarden, omtniet en onherroepelijk af te staan aan de hiermede te Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, opgericht wordende Stichting van Weldadigheid, het St. Anthonij Gasthuis, bestemd tot verstrekking van huisvesting en zoover mogelijk eene wekelijksche toelage in geld, aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn.

Primo.
Een gebouw te Zorgvlied, gemeente
Diever, als Pastorij in gebruik bij de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied, en als zoodanig ten kadaster bekend gemeente Diever, sectie A, nummer 695, geheel groot twee roeden zestig el, wordende echter niet afgestaan het erf ten zuiden onder dit nummer begrepen, noch de turfloods op dat erf gebouwd, doch alleen het hoofdgebouw en voor de houders het recht van gebruik en bewoning van dit perceel, toekomende aan de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied tot het jaar negentien honderd zeventien, of zoveel vroeger als het door het Kerkbestuur zal worden ontruimd.

Secundo.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als schuur gemeente en sectie als voren, onder nummer 696, groot vier en twintig el.

Tertio.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als huis, gemeente en sectie als voren, onder nummer 697, groot vijf en dertig el.

Quarto.
Zoodanig gedeelte van het perceel ten kadaster als tuin bekend, gemeente en sectie als voren, onder nummer 693, geheel groot zeven en zeventig roeden vijftig el, als gelegen is tusschen de sub primo, secundo en tertio omschreven gebouwen en den publieken weg ten noorden, groot ongeveer tien roeden en zoals op het terrein door paaltjes is aangewezen; alles onder voorwaarde, dat de stichting zal moeten dichtmaken de deur tusschen den stal en perceel nummer 697 en al de deuren en lichtscheppingen in den zuidelijken muur, die in nummers 697 en 696 dadelijk, die in 695 bij het eindigen van het recht van gebruik en bewoning voorschreven, terwijl de comparanten zich voorbehouden het recht van deurslag in hun koetshuis en uitweg door de koetshuisdeur ten noorden, en het recht om in den zuidelijken muur balken te leggen en daartegen te timmeren, terwijl de goot aan den muur ter bede zal liggen, en de stichting gehouden zal zijn alle water op eigen erf te leiden en aftevoeren, zodra dit door de comparanten wordt gevorderd.

Welke perceelen door de comparanten, onder meer, zijn verkregen bij koopacte den twintigsten Mei achttien honderd negen en zeventig voor den notaris Johannes Gijsbertus Moll te Arnhem verleden, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Assen den vijfden Juni daaraanvolgende, in deel 474 nummer 43.

De comparanten verklaarden de voorschreven perceelen aftestaan onder de volgende

Voorwaarden en bepalingen:
1.
De stichting zal geheel onafhankelijk en vrij zijn van Staats-, Provinciaaal of Gemeente bestuur;
2.
Haar zetel zal zijn te Zorgvlied in de gebouwen op voorschreven perceelen aanwezig of te stichten;
3.
Zij zal den naam dragen van “St Anthonij Gasthuis”;
4.
De geldelijke baten, die het gasthuis verkrijgt, zullen door het Bestuur rentegevend worden belegd, van de renten, zoodra deze minstens twee en vijftig gulden ’s jaars bedragen, zal wekelijks aan den bewoner der eerste kamer een gulden worden uitgereikt en het restant worden opgelegd, zoodra het kapitaal door giften en opgelegde inkomsten drie duizend gulden zal bedragen zal ook de bewoner van de volgende kamer in het genot der bijdrage worden gesteld; vervolgens zal behoudens het hierna bepaalde, het restant der opkomsten worden opgelegd tot dat bij het einde van voorschreven recht van gebruik en bewoning, de ruimte, thans als Pastorie gebezigd, vrijkomt en voor provenierskamers zal worden ingericht, als wanneer de inkomsten dit toelatende, de bewoners van de derde, vierde en vijfde kamers evenzeer in het genot der toelage zullen worden gesteld.
De verder overig zijnde renten kunnen naar het goedvinden van het Bestuur tot kapitaal vorming en verdere uitbreiding der stichting of tot verhooging der bijdragen van de proveniers worden aangewend, terwijl het aan het Bestuur vrij zal staan , ook op andere wijze de zedelijke of maatschappelijke belangen der omgeving daaruit te bevorderen.
5.
De kamers zullen zoo veel mogelijk worden gegeven aan personen uit den burger of boerenstand, die om de eene of andere reden aan eenige bijstand behoefte te hebben, doch niet geheel onvermogend zijn; ten blijke daarvan zullen zij voor hunne intrede aan het Bestuur moeten aantoonen, dat zij een eigen en vast inkomen hebben van minstens twee gulden vijftig cents ’s weeks, of zoo gehuwde lieden als proveniers worden aangenomen, van vier gulden ’s weeks. Bij elke kamer zal na negentien honderd zeventien eene strook tuingrond ter breedte van de kamer in gebruik worden gegeven.
6.
De keuze van proveniers geschiedt door het Bestuur in volle vergadering, na gemeen overleg in eene vorige vergadering, bij meerderheid van stemmen, met gesloten briefjes.
7.
De proveniers of bewoners van elke kamer moeten vóór hunne intrede ten behoeve van het gasthuis storten eene som van vijftig gulden, welk bedrag eigendom wordt der stichting.
8.
De proveniers, die door slecht gedrag, verregaande onzindelijkheid of andere gewichtige redenen, naar het oordeel van het Bestuur zich het beneficie onwaardig maken, zullen na verloop van eene maand na waarschuwing en kennisgeving door het Bestuur, zonder eenigen vorm van proces, via facti uit de stichting kunnen worden verwijderd, in welk geval hun, het door hen gestorte bedrag wordt teruggegeven; alle proveniers zullen vóór hunne intrede eene verklaring teekenen, ten bewijze dat zij zich naar dien, en andere door voogden te maken bepalingen van orde onderwerpen, alzoo, dat hun genot van huisvesting en toelage geheel ter bede bestaat.
9.
De voogden zullen van bovenstaande bepalingen omtrent het minimum van eigen inkomsten der proveniers, het bedrag der toelagen en storting slechts mogen afwijken wanneer in enig geval, volgens hun oordeel, daartoe bijzondere aanleiding bestaat.
Mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de Voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve der stichting kunnen verhuren.
10.
Het bestuur der stichting zal bestaan uit drie voogden, die onderling hunne functiën zullen verdeelen en regelen, de voogd die met het geldelijke bestuur is belast, zal een nauwkeurigen staat bijhouden van de bezittingen der stichting, jaarlijks rekening doen en bij het eindigen van zijn bestuur, van zijn beheer door de gezamenlijken voogden worden gedéchargeerd.
De verdere wijze van uitvoering dezer beschikkingen, de regeling van het bestuur en van de huishoudelijke orde worden overgelaten aan het overleg en de rechtschapenheid der voogden, die uit de bovenstaande bepalingen de bedoelingen van de stichters genoegzaam zullen kunnen afleiden.
11.
Twee der voogden zullen bij voorkeur uit de bloed- of aanverwanten der stichters worden gekozen en zal in ieder geval één der drie voogden met derwoon moeten zijn gevestigd in eene der gemeenten Diever, Vledder, Oost- of Weststellingwerf.
Bij overlijden of ontstentenis door welke oorzaak dan ook, van één der voogden zullen de overgeblevenen zijn opvolger benoemen, terwijl bij tijdelijke verhindering om aan het beheer deel te nemen, iedere voogd een plaatsvervanger zal kunnen benoemen.
Als voogden van de stichting worden reeds aangesteld de stichters Mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Mr. Julius Verwer voornoemd.
Die verklaarden hunne benoeming aantenemen en de voorschreven goederen te zullen doen stellen ten name der stichting met bestemming als boven is omschreven, en zich een derden voogd te zullen assumeeren.

Waarvan akte.

Verleden te Leeuwarden, ten huize van mij notaris, in tegenwoordigheid van Anskarius Schelte Hoffman, kleermaker, en Lieuwe George Leenhart Hoekstein, boekdrukker, beiden wonende te Leeuwarden, als getuigen, even als de comparanten mij notaris bekend.

Onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen en mij  notaris deze minuut-akte onderteekend.

Geteekend: Mr. L.G. Verwer,  Mr. J. Verwer, A.S. Hoffman, L.G.L. Hoekstein, A.B. Sjerps , notaris.

Geregistreerd te Leeuwarden, den vijf en twintigsten September 1800 acht en tachtig, deel 168, folio 54, ve……vak 4, twee bladen drie renvooien.

Ontvangen voor recht één gulden twintig cent f. 1.20.

De Ontvanger B.A. (geteekend) van Walsem.

Uitgegeven voor Afschrift. A.B. Sjerps. Notaris te Leeuwarden.    

Het Gemeente-bestuur van Diever verklaart naar aanleiding van artikel 7 der wet van 12 Augustus 1854 (Staatsblad nr. 100) mededeling te hebben ontvangen van de bepalingen betreffende de inrichting en het bestuur van de Stichting van Weldadigheid “het St. Anthonij Gasthuis” te Zorgvlied gemeente Diever, opgericht bij akte van den 22 September 1888 voor den te Leeuwarden residerenden notaris A.B. Sjerps verleden.

Diever, 12 November 1888

Het Gemeente-bestuur voornoemd

L….. H. van Os, Burgemeester

W. Mulder, Wethouder

Rectificatie

De ondergetekende Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever en Mr. Julius Verwer, avocaat, wonende te Leeuwarden,

Partijen in eene akte van Schenking en Stichting op den 22 September 1888 voor den notaris Antonius Bernardus Sjerps te Leeuwarden verleden, overgeschreven ten kantore van bewaring der hypotheken te Assen, den 4 October 1888, in deel 603, n: 2.

Posted in De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony-Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

In de Heufdstroate van Deever in 1954

Bijgaande zwart-wit ansichtkaart was in 1954 te koop bij Roelof (Roef) van Goor, Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deeveraan. De fotograaf van deze mooie afbeelding stond ter hoogte van de boerderij van Hendrik Krol. Links is nog net een deel van het muurtje voor de Gereformeerde School te zien. Rechts staan de woningen van Hendrik Gruppen en … Eising. Wie kan meer gegevens verschaffen over de zichtbare panden en hun bewoners in die tijd ?

Posted in Ansichtkaart, Hoofdstraat, Kerk aan de brink | Leave a comment

Wie kent de familie Baaiman uit de Peperstraat nog ?

De redactie van ut Deevers Archief weet zich de familie Baaiman nog heel goed te herinneren, waar ze woonden aan de Peperstraat, dat ze vanwege de afbraak van het huis waar de familie aan de Peperstraat woonde naar de Wapserveenseweg in Wittelte verhuisden, waar de vijf kinderen Baaiman de Wittelter Skoele voorlopig van van sluiting redden, tot het vertrek van de kinderen Baaiman uit Wittelte naar diverse pleeggezinnen in het land.
De redactie van het ut Deevers Archief wil graag reageren op het verzoek van Theo Baaiman en Keitje Kei. Allereerst een foto van de leerlingen van de Wittelter Skoele uit 1959. Op deze foto staan de vijf oudste kinderen van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen: Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman.

Wittelte – Openbare Lagere School – Zomer 1959

De redactie van ut Deevers Archief is zeer actief bezig met het verzamelen van alle klassefoto’s van alle scholen in de voormalige gemiente Deever, te weten de voormalige openbare lagere school van Deever, thans openbare basisschool ‘De Singelier’, de gereformeerde school van Deever, thans de bijzondere basisschool ‘de Meester Roosjenschool’, de openbare lagere school van Wapse, thans ‘de Ten Darperschoele’, de openbare lagere school van Zorgvlied-Wateren (opgeheven) en de openbare lagere school van Wittelte (opgeheven in 1967).
Het uitzoeken van de namen en de verblijfplaats van kinderen op klassefoto’s levert altijd weer positieve reacties op. In de serie ‘Olde skoelfoto’s’ toont de redactie van ut Deevers Archief een foto van de voormalige openbare lagere school van Wittelte. We weten dat we daarmee in het bijzonder Wolter, Theo, Gesinus, Albert (Appie) en Annie Baaiman een plezier kunnen doen.
De leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte zijn in de zomer van 1959 op het plein bij de school op de foto gezet.

Het gezin van Hendrik Baaiman en Klaasje Velthuizen verhuisde in het najaar van 1958 van de Peperstroate in Deever naar de Wapserveenseweg in Wittelte, vanwege de afbraak van hun huurwoning. Het toch al niet zo grote aantal leerlingen van de openbare lagere school van Wittelte nam daardoor van de ene dag op de andere met vijf leerlingen toe. Dankzij het kinderrijke gezin Baaiman was het gevaar voor sluiting van de school weer voor jaren geweken.
Het nagaan in welk jaar een schoolfoto is genomen is altijd weer een kwestie van puzzelen. Dit keer was het niet zo moeilijk. Wolter Baaiman vertelde dat hij op 18 april 1947 is geboren en dat hij op zesjarige leeftijd in Deever naar de openbare lagere school is gegaan. Hij is daar nooit ‘blijven zitten’. Hij heeft in 1958 nog een paar maanden bij meester Albertus Andreae (die in de Deeverse volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd) in de zesde klas gezeten. Dus moet de foto, gelet op de korte broeken van de jongens, aan het einde van het schooljaar in de zomer van 1959 zijn genomen. De andere zesde-klassers Cornelis Hunneman en Henk Oosterhof zijn ook in april van het jaar 1947 geboren.

Bij de namen van de leerlingen op de hiervoor afgebeelde foto zijn achter een naam tussen haken de geboortedatum, de persoon waarmee de leerling getrouwd is en de huidige woonplaats vermeld.

In de bovenste rij staan van links naar rechts opgesteld:
Juffrouw Engel Broer-Van Delden (geboren op 12 mei 1923, was getrouwd met Luite Wolter Broer, Diever);
Theo Baaiman (geboren op 15 augustus 1948, getrouwd met Jannie Hazeleger, Amersfoort);
Cornelis Hunneman (geboren op 6 april 1947, getrouwd met Irma Jonkers, Diever);
Jacob Westerveen (geboren op 21 maart 1948, getrouwd met Geesje Otten, Meppel);
Wolter Baaiman (geboren op 18 april 1947, getrouwd met Luitje Dam, Meppel);
Hendrik Jacobus (Henk) Oosterhof (geboren op 19 april 1947, getrouwd met Femmy Schipper, Steenwijk);
Hendrik Willem (Henk) Broer (geboren op 18 februari 1950, getrouwd met Trijntje Roggen, Groningen);
Hendrik (Henk) Klok (geboren op 18 januari 1948, getrouwd met Maria Schipper, Dwingelo);
Jan Boerhof (geboren op 7 augustus 1948, getrouwd met Lies Gerdes, Diever);
Meester Hendrik (Henk) Broer (geboren op 26 augustus 1914, overleden op februari 1996, echtgenote Geertje Wuite).

De rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Tietje Hunneman (geboren op 26 februari 1953, getrouwd met Willem Willems, Uffelte);
Bertha Berends (geboren op 31 juli 1952, getrouwd met Egbert (Eppie) Warnders, Uffelte);
Grietje van de Berg (geboren op 31 maart 1951, getrouwd met Henk Bergman, Midwolda);
Jennie Soer (geboren op 21 november 1946, getrouwd met Henk Daleman, Wittelte);
Grietje Berends (geboren op 20 maart 1948, getrouwd met Gabriël (Gabie) Verboom, Frederiksoord);
Jennie Winters (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Nico Hardeman, Decatur-Nebraska-USA);
Alie Diever (geboren op 17 mei 1950, overleden op …., echtgenote van Meeuwis Tiemes, Diever);
Annie de Jong (geboren op 15 maart 1951, getrouwd met Henk Oort, Diever);
Klaasje Oosterhof (geboren op 10 februari 1953, getrouwd met Dirk Westerhof, Dwingelo);
Annie (An) Baaiman (geboren op 3 augustus 1953, getrouwd met Pieter Lafinus Schraal, Lelystad).

De rij jongens beneden de rij meisjes bestaat van links naar rechts uit:
Klaasinus Jantinus (Gesinus) Baaiman (geboren 1 januari 1950, getrouwd met Jannie van Sleen, Vledder);
Jacob ten Buur (geboren op 14 juni 1952, getrouwd met Jannie Oostenbrink, Drachten);
Albertus (Bert) Jan de Boer (geboren op 21 december 1949, getrouwd met Cobie de Zeeuw, Wijk bij Duurstede);
Roelof ten Buur (geboren op 1 mei 1950, getrouwd met Grietje Westerbeek, De Wijk);
Albert (Appie) Baaiman (geboren op 8 januari 1952, getrouwd met Josephine Catharine Smit, Steenwijk);
Albert (Appie) Jongebloed (geboren op 10 januari 1952, getrouwd met Annie Wobben, Meppel);
Jans Tabak (geboren op 26 september 1953, getrouwd met Tineke Koning, Beilen);
Reinder de Weerd (geboren op 14 februari 1949, getrouwd met Grietje Scheper, Meppel).

De onderste rij jongens bestaat van links naar rechts uit:
Frens Winters (geboren op 11 juli 1947, getrouwd met Hillie Millekamp, Wittelte);
Albert Jan Oosterhof (geboren op 27 juni 1949, getrouwd met Jannie Beugels, Assen);
Gerard Klok (geboren op 20 september 1950, getrouwd met Hendrikje de Leeuw, Varsseveld);
Jacob Rozeboom (geboren op 24 juni 1953, overleden op 11 oktober 1969);
Arend Berends (geboren op 9 februari 1951, getrouwd met Jennie Segers, Uffelte);
Hendrik (Henk) Wesseling (geboren op 14 juni 1951, getrouwd met Trijntje Wever, De Wijk).

De redactie van ut Deevers Archief is zeer geïnteresseerd in het publiceren van verhalen over het schoolleven in Wittelte. De zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief worden uitdrukkelijk uitgenodigd te reageren !
De redactie van ut Deevers Archief heeft voorgaand artikel ook gepubliceerd in het nummer 2002/2 van Opraekelen, het papieren blad
van de heemkundige vereniging uut Deever.

Posted in Onderwijs, Opraekelen, Witteler skoele, Wittelte | Leave a comment

Twee doorvoerkampen voor Joden in de Olde Willem

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde het navolgende artikeltje met twee afbeeldingen in zijn fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Dit boekje werd in 1999 uitgegeven.

Het Ministerie van Sociale Zaken huisvestte in de rijkswerkkampen Diever en Diever B in de dertiger jaren van de vorige eeuw werklozen die onder meer heidevelden moesten omspitten. De kampen stonden bij Hoeve aan den Weg in de Olde Willem. Beiden boden plaats aan zesennegentig personen.
In december 1941 besloot de Duitse bezetter Joodse Amsterdammers naar de Drentsche werkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen. Het eerste resultaat was dat 905 mannen op zaterdag 10 januari 1942 naar Drenthe vertrokken, waarna ook mannen uit andere delen van het land gedwongen werden te gaan.
Hier volgen een paar aangrijpende citaten uit brieven die manufacturier Jozef Leefsma uit Gorredijk vanuit rijkswerkkamp Diever A aan een vriend schreef: De lui die hier zijn, lijken wel wolven. Die zijn uitgehongerd. Het lijken wel rovers. Ze zeggen dat wij, als we er veertien dagen zijn, ook zo worden, maar dat weet ik nog niet. Daar ben ik zelf bij. In het kamp mag niets, ofschoon de kampchef een beste kerel is. Maar dat is nu eenmaal voorschrift………. Ik kon jullie niet bedanken deze week. Ik was wat vol. Daar heb ik tegenwoordig meer last van. Zo gauw ik aan thuis denk of iemand mij er over spreekt, huil ik als een kind en ik kan er niets aan doen……….
In de nacht van zwarte vrijdag 2 oktober 1942 werden de rijkswerkkampen Diever A en Diever B door de Duitse bezetter ontruimd. De Joodse bewoners kwamen in het kamp Westerbork terecht. Vandaar werden ze gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen.
Jozef Leefsma heeft het niet overleefd. Welke andere Joodse Nederlanders zaten in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B ? …….. Wie van hen overleefden de hel van de vernietigingskampen ? ……….
Niets in de wijde omgeving herinnert aan het feit dat deze kampen als isolatie- en verzamelkamp van joodse landgenoten zijn gebruikt….. Van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B, lopend naar Westerbork, en dan per trein naar Auschwitz, Birkenau, Bergen-Belsen, Dachau, Majdanek, Mauthausen, Neuengamme, Schöppenitz, Sobibor, Sosnowiec, Theresienstadt, Treblinka ………………

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Inmiddels staat – mede dank zij voorgaande mini-essay – in de Olde Willem wel een gedenkteken bij de plaats van de voormalige rijkswerkkampen Diever A en Diever B.

Posted in Ansichtkaart, de Olde Willem, Diever, ie bint 't wel ..., Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Plaetie 16 uut Bussink’s album ‘Mijn land – Drenthe’

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer (ja, die van de Deventer koek). Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 16. De redactie van ut Deevers Archief toont dit topplaatje graag aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van zijn webstee.
Op de voorkant van het plaatje is ut olde skultehuus an de brink van Deever te zien. Let vooral op het zeldzaam originele licht boven de voordeur in de vorm van de Davidster. Het is het schultehuis, zoals het was in 1933, een paar jaar voor de ‘grote knutselrestauratie’, toen het schultehuis gelukkig nog niet gescheiden was van de schulteboerderij. De redactie van ut Deevers Archief vraagt zich nog steeds af waarom het zo zeldzaam originele bovenlicht in de vorm van de Ster van David bij de ‘restauratie’ is weggeknutseld.
En zoals het meestal met getekende onderwerpen uut de gemiente Deever gaat, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart moest op zijn tekening de vrijheid nemen een toegangshek in de ‘glinten’ voor het schultehuis te tekenen, omdat hij het wél op de ansichtkaart aanwezige perspectief niet voldoende volgde. Dat hek was wel aanwezig en is op de ansichtkaart nog net een beetje aan de linkerkant te zien. Ook rommelde de overtekenaar wat met de plaats van de bomen -zo te zien geen geleide linden- voor het schultehuis. De overtekenaar heeft zijn tekening ingekleurd, dat heeft hij bepaald niet slecht gedaan. De overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest.

Abracadabra-1291Abracadabra-1290

Abracadabra-1292

Posted in Ansichtkaart, Brink, Kunst, Schultehuis, Tekening | Leave a comment

Over de organisatie van jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 september 2014 van de 75-jarige heer Pieter Verdonk bijgaand verhaal over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie van ut  Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp.

Van 1961 tot 1963 ben ik groepsleider geweest in het VBS-kamp, later BJ-kamp ‘de Eikenhorst’ te Geeuwenbrug. De Vorming Buiten Schoolverband, later Buitengewoon Jeugdzorgwerk in Internaatsverband kampen en internaten gingen uit van het toenmalige ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De grote baas in Den Haag was mr. A.J.M. Schats.

De jongens (van 10 tot 14 jaar) konden opgenomen worden als er bijvoorbeeld moeilijkheden thuis of op school waren. Voorwaarde was dan wel dat tijdens het verblijf van de jongen in het kamp aan de thuissituatie het nodige gedaan zou worden. De plaatsing van de jongens verliep via contactambtenaren, die verzoeken tot opnamen van bijvoorbeeld scholen, huisartsen of  de ouders zelf behandelden. Al naar gelang het inkomen van de ouders was er een ‘ouderbijdrage’.

Op ‘de Eikenhorst’ verbleven de jongens een jaar. Om in contact te blijven met de  gezinssituatie was er voor de jongens een paar maal ‘verlof”, bijvoorbeeld met Kerstmis.

Het kamp in Geeuwenbrug bood ruimte aan 64 jongens, die verdeeld waren over vier groepen van 16 jongens. In ‘mijn tijd’ is de bezetting altijd 100% geweest.

Wat het personeel betreft, de directie werd gevoerd door ‘de commandant’, die bijgestaan werd door ‘de adjudant’. Dan waren er minstens vier groepsleiders, twee (bevoegde) onderwijzers, een sportleider en een leider voor de creatieve vakken, zoals tekenen, knutselen en dergelijke. Er waren naar ik meen twee jonge vrouwen die voor de huishoudelijke dienst zorgden en tegelijkertijd ‘groepsdame’ waren. Ze draaiden naast hun hoofdtaak mee in de groepen om het ‘vrouwelijk element’ bij de benadering van de jongens te realiseren. De onderwijzers waren veelal militaire dienstweigeraars, die hun vervangende dienstplicht in het kamp doorbrachten.

De commandant en de adjudant hadden eigen woningen op het terrein, de overige stafleden hadden een (slaap)kamertje in de groepsbarakken. Voor de administratie was er een aparte kracht. Verder waren er een kok, een magazijnmeester en een kampmonteur, die buiten het terrein woonden.

Op ‘de Eikenhorst’ werd het ‘goudzoekersspel’ gespeeld. In de loop van hun jaar konden de jongens rangen van ‘kompel’ tot en met ‘goudzoeker’ doorlopen. Het ‘goudzoekersspel’ was bedoeld om de jongens het goud van de vriendschap bij te brengen en op die manier aan hun problematiek te werken. De vier groepsbarakken hadden de namen Peru, Klondike, Transvaal en Alaska, streken waar ‘echt’ goud werd gevonden.

Voor de dagelijkse activiteiten buiten de groep waren de jongens ingedeeld in vier aparte groepen. De jongens met de meeste mogelijkheden, bijvoorbeeld in schoolkennis, werden ingedeeld bij groep C, iets minder ontwikkelden kwamen in groep L, daarna volgde A en tenslotte N. Samen: Clan!

Overdag, op ongeveer dezelfde tijden als ‘thuis’, namen de jongens deel aan onderwijs, sport, creativiteit en corvee. De groepsbarak was het eigen home van de jongens. Er was een slaapzaal met 16 bedden, een toilettengroep en een ‘washalletje’. Verder was er het ‘schoenenhalletje’ en het groepsverblijf. In mijn tijd stonden in de groepsverblijven levensgrote kolenkachels. De eerste taak van een groepsleider na een verlof in de winter was de kachel aan te steken, want dan kon het venijnig koud zijn in de barakken.

Er was een aparte barak met douches en met wasmachines. De ‘gewone was’ werd niet in het kamp gedaan, maar de ‘straaljagerwas’ werd gedaan met de kamp-wasmachine. ‘Straaljagers’ waren jongens die in hun bed plasten. ‘Bommenwerpers’ heb ik in mijn tijd gelukkig niet meegemaakt.

In het dagelijks leven werd een forse discipline gehandhaafd. Ging men ‘s morgens van de groep naar de eetzaal, dan gebeurde dat netjes in een rij, die voor de barak gevormd werd. De groepsleider moest dan zeggen: ‘In de stand – staat!’,  waarop de jongens in de houding sprongen. Het volgende commando was dan ‘Kwartdraai linksom – naar de eetzaal!’.

Voor de dagactiviteiten begonnen was er nog het ‘vlagappel’, waarbij de jongens per leefgroep rond de vlaggenmast in de houding stonden en de vlag door een van hen gehesen werd.

Natuurlijk is in de loop der jaren het regime veranderd; daar kunnen anderen misschien nog eens over vertellen.

Verder: het is mogelijk, dat ik in mijn verhaal dingen ben vergeten of niet helemaal precies juist gesteld. Vergeet daarbij niet dat het meer dan een halve eeuw geleden is dat ik op ‘de Eikenhorst’ werkte en dat ik nu 75 ben!

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Al is de crisis nog zo fel, de liefde trotseert hem wel

De hier getoonde afbeeldingen zijn in 1933 gepubliceerd in het tijdschrift Eigen Erf (geïllustreerd familieweekblad voor Overijssel en Drente).

De tekst onder de afbeeldingen luidt als volgt.
Vanwege Kieskring I van het D.L.G. werd te Diever de jaarlijksche landbouwtentoonstelling annex veekeuring en volksfeest gehouden. Links een overzicht van de keuring. Recht een wagen uit den optocht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De afkorting van het Drentsch Landbouw Genootschap is D.L.G.
De linker foto is gemaakt op het koeienmarktterrein an de Bosweg in Deever. Veel boeren in een donkere colbertjas op zondagse schoenen met zondagse pet en vaak ook met wandelstok, die gebruikt werd om een koe de maat te nemen. Het koeienmarktterrein is tegenwoordig niet meer in gebruik als onverharde parkeerplaats voor de levende koe, maar als verharde voorlopig gratis langparkeerbrink voor de heilige blikken koe.
Op de rechter foto is een versierde wagen uit de optocht te zien. Het jaar 1933 was een slecht jaar in de grote vooroorlogse economische crisis. Dat blijkt ook wel uit de toepasselijke tekst op de versierde wagen: Al is de crisis nog zo fel, de liefde trotseert hem wel.
Wie herkent mensen die op de twee afbeeldingen zijn te zien ?
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie voorzien van een goede scan van foto’s van de Deevermaarkt van vóór de Tweede Wereldoorlog ? 

Posted in Bosweg, Landbouw, Marktterrein | Leave a comment

Stoomtram van de N.T.M. an de Deeverbrogge

Bijgaande afbeelding van een zwart-wit foto met begeleidende tekst is opgenomen in het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Diever, ie bint ‘t wel …’. Het betreft -voorzover bekend bij de redactie van ut Deevers Archief- de enige bewaard gebleven foto van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij bij de halte an de Deeverbrogge in de lijn Meppel – Hijkersmilde langs de Drentse Hoofdvaart.

57 – Dieverbrug – Stoomtram bij café-logement Johan Blok – 1930
De maker van deze unieke foto is de zeventienjarige student Laurent Jacobus Biezeveld, de zoon van de directeur van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij. Voor deze afbeelding is een nieuwe afdruk van het originele gave
negatief op glasplaat gebruikt.
Dieverbrug was altijd een belangrijke halte in de tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart. Locomotief 6502 staat voor het café-logement van Johan Blok. In het café bevonden zich de wachtkamer en het  agentschap van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij.
Uit de pijp van de met kolen gestookte stoomlocomotief komt rook, de veiligheidklep op de regulateur blaast stoom af en ook uit de demper van de vacuümrem ontsnapt stoom. De personeelswagen is aan de locomotief gekoppeld.
De drie mannen bij de locomotief zijn van links naar rechts van Benthem, de stationchef van de Hijkersmilde, controleur van Blanken en tramconducteur Koopmans. In het machinehuis zit machinist Jan Postuma.
In een heel aardig reisverslag uit 1926 is het volgende te lezen:
Ik was in Dieverbrug. U zult vrees ik het wijze voorhoofd rimpelen en trachten de geest te scherpen om zich te herinneren waar een plaats met zo’n naam dan wel in ons land mag liggen. Het ligt afgelegen, tenzij u een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt, tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent. Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkele reiziger, wat postzaken en een pakje. Door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats zijn te verstaan Meppel en het nog verderaf liggende Assen…………
In 1930 was alles al aan het veranderen. De stoomtram kreeg steeds meer concurrentie van de vrachtwagen. Op 15 februari 1933 reed de laatste tram, waarna de rails werd verwijderd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In ut Deevers wordt het Nederlandse woord tram niet op zijn Hooghaarlemmerdijks als trèm, maar gewoon als tram uitgesproken, vandaar dat in de titel van dit bericht het woord stoomtram gewoon als stoomtram is geschreven.
Voor de hier getoonde zwart-wit foto heeft de beheerder van het foto-archief van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen speciaal voor opname in het fotoboekje ‘Diever, ie bint ‘t wel …’ een nieuwe afdruk van het originele negatief op glasplaat laten maken. De redactie is de beheerder daarvoor bijzonder erkentelijk.
In de tekst staat abusievelijk vermeld dat N.T.M. de afkorting is voor Noord-Nederlandse Tram Maatschappij, dit moet zijn Nederlandsche Tramweg Maatschappij.
Het bedrijf Hohenzollern in Düsseldorf-Grafenberg leverde de hier afgebeelde locomotief in 1881 als rangeerlocomotief aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) met kenteken SS 401. In 1890 werd het kenteken van deze locomotief gewijzigd in SS 602. Bij de samenvoeging van het materieelpark van de Hollandse Spoorwegmaatschappij (H.S.M.) en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) in 1921 kreeg de hier afgebeelde locomotief het kenteken NS 6502. De Nederlandse Spoorwegen hebben de NS 6502 in 1930 uit dienst genomen. De N.T.M. was 
in dat jaar de huurder geworden van deze locomotief.
De zeventienjarige Laurent Jacobus Biezeveld is de maker van deze scherpe foto. Hij is geboren op 9 oktober 1913 in Nijehaske. Hij is overleden op 20 juli 1969 in Haren in de provincie Groningen. De foto is derhalve gemaakt tussen oktober 1931 en oktober 1932. En niet in het jaar van 1930, zoals abusievelijk staat vermeld in de tekst bij de foto in het boekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ .
Dan staat locomotief NS 6502 bij het café-logement van Johan Blok. Het oude café-logement brandde in de nacht van 30 op 31 maart 1932 af. Derhalve heeft Laurent Jacobus Biezeveld de foto gemaakt tussen 9 oktober 1931 en 30 maart 1932. Echter gelet op de bladeren aan de bomen, zal hij de foto uiterlijk een aantal weken na 9 oktober 1931 hebben gemaakt.
Locomotief NS 6502 oogde als een primitieve locomotief met een open stoomleiding van de regulateur naar de cilinders en een veiligheidsklep op de regulateur. De NS 6502 woog maar 18 ton en was niet zo’n sterke locomotief. Dat was bij de N.T.M. soms wel te merken. De NS 6502 kon een zware goederentrein best op gang brengen, maar als deze dan lang aan één stuk moest doorrijden, dan kon hij geen stoom houden. Toch voldeed de NS 6502 wel bij de N.T.M., met name in de personendienst.
Op bijgaande afbeelding staat de van Meppel komende locomotief NS 6502 met goederenwagons bij de halte an de Deeverbrogge. De halte an de Deeverbrogge was een belangrijke halte voor Deever en voor Dwingel, die beiden op een afstand van ruim twee kilometer van de halte waren gelegen.
Na het opheffen van de tramlijn in 1933 werd de halte an de Deeverbrogge een belangrijke overstapplaats, toen de Drentse Autobus Onderneming (D.A.B.O.) de personendienst overnam. De bussen uit Meppel en Assen ontmoetten elkaar hier, waarna de één doorreed naar Deever en de andere naar Dwingel. Bij terugkomst ontmoetten ze elkaar weer en vervolgde de bus uit Meppel zijn reis naar Assen en vervolgde de bus uit Assen zijn reis naar Meppel.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van de situatie op de zwart-wit foto gemaakt op 31 juli 2018.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Stoomtram, Topstuk, Vervoer | Leave a comment

De Kwoasloot begunt in de Stroet’n op Kalter’n

De redactie van ut Deevers Archief vroeg zich in het bericht Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker waar het groenland met de naam de Stroet is gelegen. Het groenland met de naam de Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’. Deze publicatie van de heemkundige vereniging uut Deever is nergens te vinden in de webstee van deze induttende vereniging. Nota bene de allerbelangrijkste van alle publicaties, die de heemkundige vereniging uut Deever in zijn vijfentwintig jarige bestaan heeft gemaakt, is niet te vinden in de webstee van deze vereniging.
Het groenland met de naam de Stroet of de Stroeten ligt aan de weg van Deever naar Wapse. De Stroetweg loopt langs de Stroeten. De redactie van ut Deevers Archief heeft deze twee namen in het rood in een detail van een wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1946 aangegeven. Zie de bijgaande afbeelding. Op het detail van de wandelkaart is te zien dat de Stroetweg bij de kruising met de Schaapsdrift overgaat in de Stroetlaene. Tegenwoordig heeft de Stroetweg de naam de Stroeten. De Stroetlaene is op tegenwoordige luchtfoto’s helaas niet meer terug te vinden. De Vereniging Voor De Grote Verwildering Van Natuurmonumenten is in de gemiente Deever al jaren en voortdurend stiekem bezig met het najagen van zijn archaïsche utopietje, het utopietje van een tot in de puntjes geplande en gemaakte en onderhouden cultuurwildernis en het achterbaks weren van alle menselijke aanwezigheid uit zijn deel van het landgoed Berkenheuvel.
In ut Deevers Archief is een zwart-wit ansichtkaart van koeien in het groenland met de naam de Stroet aanwezig. Zie de bijgaande afbeelding van deze zwart-wit ansichtkaart. Deze zwart-wit ansichtkaart is in 1943 uitgegeven door Copieer Inrichting Roelof (Roef) van Goor in Deever.
Het Drentse en Deeverse woord stroet heeft de betekenis van een laag nat terrein in een heideveld, waar water uit de omgeving zich verzamelt. Het groenland met de naam de Stroet langs de weg van Deever naar Wapse zal daarvoor heideveld met de naam de Stroet zijn geweest en komt als zodanig niet voor in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’. Die veldnamen hebben betrekking op bouwland en groenland. Dit heideveld zal zijn ontgonnen in de tijd dat mr. Albertus Christiaan van Daalen bezig was met de ontwikkeling van het landgoed Berkenheuvel, dus veel later dan 1832.
In het lage en natte heideveld en later het groenland met de naam de Stroet stroomt het water naar het begin van de Kwasloot. Het water in de Kwoasloot stroomt naar de Wapserveense Aa.
De redactie van ut Deevers Archief zal te zijner tijd en zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf enige kleurenfoto’s van de toestand ter plekke van de Stroet of de Stroeten maken en in dit bericht tonen.

Posted in Ansichtkaart, Kalteren, Landgoed Berkenheuvel, Veldnaam | Leave a comment

Kantinetente mit militaer’n in de kaamp op de Oeren

De redactie van ut Deevers Archief vond in de fotocollectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie de hier afgebeelde foto van de kaamp op de Oeren bee Kalter’n. De redactie is het Nederlands Instituut voor Militaire Historie bijzonder erkentelijk voor de vrije beschikbaarheid van deze afbeelding.
Op de foto is te zien een kantinetent in het soldatenkamp op het heideveld op de Oeren bij Kalteren in de gemiente Deever. De militairen in een voor de kantinetent zijn van het negende regiment infanterie van de landweer, zoals de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief hopelijk kunnen lezen op het bord bij de vlaggemast.
De maker van de foto is helaas niet bekend. De foto is in de collectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie gedateerd op 6 januari 1909. Op die datum kan de foto niet zijn gemaakt. De militairen oefenden in de periode 1905-1908 in de zomer op de heidevelden in de gemiente Deever. De foto is wellicht in 1908 gemaakt en wellicht aan het begin van 1909 gearchiveerd.
Als de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief meer berichten over het soldatenkamp op het heideveld op de Oeren bij Kalteren willen lezen, dan worden zij verzocht onder aan dit bericht of in de lijst met categorieën de categorie de Kaamp op de Oeren aan te klikken.

Posted in de Kaamp op de Oeren | Leave a comment

Winternoamedag op ’t Kastiel in jannewoari 1979

Wijlen U.L.O-meester Henk van de Bos, niet geboren, maar wel een leven lang getogen in Deever, heeft deze foto van de boerderij van Klaas Fledderus op ut Kastiel in Deever gemaakt bij het vallen van de avond in de sneeuwrijke winter van 1978 op 1979. Tussen de bomen is Klaas Fledderus te zien. Achter de boerderij van Klaas Fledderus is zichtbaar het boerderijtje, waarin de gezusters Janna (Jannoa) en Roelofje (Roefie) van Ankorven woonden. Wat een fraaie en stemmige foto.

Posted in Alle Deeversen, Boerderij, Diever, ut Kastiel | Leave a comment

Un lochtfoto van ut midd’n van ut olde Deever

De luchtfoto voor de hier afgebeelde ansichtkoate van ut midde’n van ut olde Deever is in 1952 gemaakt door Luchtfoto Nederland. Bijzonder fraai is de omheining van de kaarketuun te zien. Was dat nu nog maar zo ! Na de grote vernieling in de jaren 1955/1957 en als vervolg daarop de grote vernieling in de jaren 2019/2020 is niets echts meer over van de openbare ruimte in het midden van ut olde Deever.

Een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart is in 1952 verzonden aan den heer P. Barelds, p/a Knud Hansen, Ammendrup, Helsinge, N-Sjaelland, Denemarken. De kaart is verstuurd door de familie Jan Kloeze, Wittelte 13, post Dieverbrug, Holland.
De familie Barelds had en heeft een boerenbedrijf aan de Wittelterweg in Wittelte.
Hendrik Lefferts Barelds is een zoon van Pieter Barelds en Hilligje Wesseling. Hij is geboren op 6 oktober 1900 in Wittelte. Hij is overleden op 10 augustus 1954 in Wittelte. Hij trouwde op 9 juni 1926 met Aaltje Pieper
P. Barelds zal Pieter (Piet) Barelds zijn. Hij is een zoon van Hendrik Lefferts Barelds en Aaltje Pieper,.
De redactie heeft de gegevens van Pieter (Piet) Barelds niet in openbare bronnen op het internet kunnen vinden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hierbij helpen ?
Het is wel aannemelijk dat boerenzoon Pieter Barelds uut Wittelte een tijdje bij boer Knud Hansen in het gehucht Ammendrup bij het dorp Helsinge in het noorden van Zeeland in Denemarken in de leer is geweest. Een stage ? Een zomer lang ? Een heel jaar lang ? De redactie verwijst ook naar het bericht Café Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Posted in Ansichtkaart, Kerk aan de brink, Luchtfoto, Toren aan de brink | Leave a comment

Ut olde postkantoor an de Heufdstroate in Deever

In de Friese koerier, onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden, verscheen op 8 juli 1957 het volgende bericht over de pensionering van Lambertus Schoemaker, kantoorhouder van het postkantoor an de Heufdstroate in Deever.

Kantoorhouder Schoemaker verlaat de dienst
Diever, – Ingaande 1 juli jongst leden heeft de heer L. Schoemaker, kantoorhouder der posterijen alhier, de P.T.T.-dienst mdet pensioen verlaten. De naam Schoemaker is verweven met de P.T.T. diensten in Diever. De thans scheidende functionaris is vanaf oktober 1916 bij de posterijen werkzaam, de eerste 4 jaar onder meer als hulpbesteller en sedert 20 december 1920 als kantoorhouder. In deze laatste functie volgede de heer Schoemaker zijn vader, de heer J, Schoemaker op, die 32 jaar lang kantoorhouder en besteller is geweest.
Het postkantoor is plusminus 70 jaar lang in hun woning aan de Hoofdstraat gevestigd geweest. Met ingang van 28 juni jongst leden is het verplaatst naar een barak van het voormalige noodgemeentehuisin het uitbreidingsplan.
De directeur-generaal van het staatsbedrijf der P.T.T. heeft in een schrijven zijn dank betuigd voor de vele arbeid en hem erkentelijkheid betuigd voor zijn betoonde activiteit in de bezettingsjaren. Te dien tijde ontving hij ook een schrijven van Z.K.H. Prins Berhard, die hem als bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten zeer verdiende dank bracht voor de belangrijke diensten, verleend bij het ondergrondse verzet.
Maar ook in velerlei ander opzicht heeft de heer Schoemaker de gemeenschap gediend. Zo is hij sedert de bevrijding lid van de raad van Diever voor de V.V.D. Verder is hij voorzitter van de afdeling Diever van de bond voor staatspensionering en secretaris van het bestuur van de coöperatieve boerenleenbank, terwijl hij in het verleden diverse andere functies heeft bekleed.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De heer L. Schoemaker is Lambertus Schoemaker. Hij is geboren op 16 oktober 1900 in Deever. Hij is overleden op 27 januari 1960 in Deever. Hij heeft maar een paar jaren van zijn pensioen kunnen genieten. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Lambertus Schoemaker trouwde op 26 maart 1920 met Hilligje van Es.
Hilligje van Es is geboren op 15 augustus 1898 in Beilen en is overleden op 18 februari 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De verzetsvrouw Geesje Jantina Schoemaker is een dochter van Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Lambertus Schoemaker was een zoon van brievengaarder Jan Schoemaker en Jantien Trompetter.
Jan Schoemaker is geboren op 1 oktober 1856 in Dwingel en is overleden op 23 februari 1946 in Deever. Jan Schoemaker trouwde op 29 april 1882 in Deever met Jantien Trompetter.
De redactie weet niet wanneer het blokkendoosvormige postkantoor met woning precies is gebouwd. Omstreeks 1900 ? De redactie verwijst ook naar het bericht Ut riekstillefoonkantoor is in 1902 eup’mt.

Het lukt de redactie niet goed de datum waarop of het jaar waarin de kleurenfoto met het oude postkantoor is gemaakt te schatten. De kleurenfoto is uiteraard na de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Gelet op de vrouw met de Solex brommer zou de kleurenfoto in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief herkent de vrouw met de Solex brommer ? De vrouw vóór het postkantoor zou Hilligje van Es kunnen zijn, zij is op de foto zeker in de buurt van de 65 jaren oud, dan zou de kleurenfoto in de eerste helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt.
De redactie heeft nog niet kunnen uitzoeken wanneer het blokkendoosvormige gebouw is afgebroken. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet wanneer dit postkantoor is afgebroken ? Wellicht zijn leden van de familie Zoer in het bezit van foto’s van de afbraak van het postkantoor ?
De redactie heeft de niet zo geslaagde kleurenfoto van het huis dat gebouwd is op de plek van het oude postkantoor gemaakt op donderdag 4 november 2017. De redactie zal te gelegener tijd deze kleurenfoto vervangen door een kleurenfoto van betere kwaliteit.

Posted in Alle Deeversen, Hoofdstraat, Postkantoor, Verdwenen object | Leave a comment

Un kwitaansie mit kwitaansiesegel van grote Frièrik

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd in de gemiente Deever het boerenwerk nog gedaan met behulp van werkpaarden.  De smeden in het dorp Deever hadden vooral de vele boeren als klant. Dorpssmid Frederik (grote Frièrik) Offerein was gediplomeerd hoefsmid. Zijn smederij was gevestigd aan ut kleine brinkie in Deever.
De boer ging met zijn paard naar de smederij, waar de hoeven van het paard warm werden beslagen. Voor een nieuw hoefijzer en het beslaan van een paard met dit nieuwe hoefijzer bracht grote Frièrik twee guldens in rekening.
De boeren konden voor het repareren van een houten handvat aan de boom van een zeis ook bij grote Frièrik terecht. Voor een nieuwe dol en het aanbrengen van die dulle aan de zeisboom bracht grote Frièrik tachtig centen in rekening. De kötte dulle saat ut wiedst van de sende.
Veel mensen liepen in die tijd op klompen. Vaak gebeurde het dat de roef van een klompe brak of scheurde. Dat kon gerepareerd worden met een klompkram of een kramband. Voor een klompkram en het aanbrengen van een klompkram over de bovenkant van een klomp bracht grote Frièrik tien centen in rekening.
Het was vaak de vrouw van de boer, die in ut pothokke naast de boerderij het voer voor de varkens in een grote ketel kookte. Die ketel kon door het gebruik lek raken. Grote Frièrik kon dit gat in de ketel door middel van solderen of lassen dicht maken. De redactie van ut Deevers Archief weet niet of boer Roelof Bennen met de grote zware ketel naar de smederij moest of dat grote Frièrik de ketel ter plekke in ut pothokke herstelde.
Blijbaar liep grote Frièrik twee keer per jaar met de kwitanties langs zijn klanten. De kwitantie voor geleverde materialen en gedane arbeid over de tweede helft van 1948 voor Roelof Bennen Kzn. is gedateerd op 1 januari 1949. Blijkbaar had grote Frièrik niet zo’n haast met het innen van de schulden, want pas in februari 1949 werd de kwitantie voldaan en voorzien van een kwitantiezegel met de handtekening van grote Frièrik.
Roelof Bennen is een zoon van Klaas Bennen en Hendrikje Bolding. Roelof Bennen is geboren op 13 november 1901 in Deever en is overleden op 28 mei 1982 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Roelof Bennen trouwde op 1 mei 1926 met Geesje Krol. Geesje Krol is geboren op 17 april 1899 op de Smilde en is overleden op 15 juni 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De boerderij van Roelof Bennen en Grietje Krol staat an de Aachterstroate in Deever. Wijlen Jans Tabak is een kleinzoon van Roelof Bennen en Grietje Krol en woonde in die boerderij.
Het origineel van de hier afgebeelde nota is aanwezig in de verzameling van wijlen Jans Tabak.

Posted in Alle Deeversen, Boer'nlee'm, Boer'nwaark, Neringdoende | Leave a comment

Mit de hondekarre onder de tolboom deur

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van ut Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over ut olde Deever, over het boerenleven, over het boerenwerk. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan te hebben vastgelegd. Zijn annekkedotes zijn -het kan niet anders- opgeschreven in ut Deevers. Jan Hessels sprak ut Deevers, net zoals Jantje Oost dat deed, zoals je ut Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat ut Deevers in het volledig verhollandiseerde en vercocacolariseerde Deever bijna dood is.

Mit de hondekarre onder de tolboom deur
Ik were neet of ut vurhoal woar is, mor ut is mee wè veur woar vurteld. Ut is gebeurd in de tied dai’j in Wittelte veur ut onderhold van de neeje stroate tuss’n Deever en de Wittellerbrogge tol möss’n betèèln.
Lète op de oam’d belde un knecht van un boer bee de Wittelerbrogge an bee de dokter in Deever. Sien bosschop was dat ut sowiet was mit de vrou van de boer. De dokter was neet so bliede mit disse bosschop, want heesölf, sien menner en ut pièrd haad’n een drokke dag ehad. Hee kön ur neet onderuut, mor he vönd ut toch wè een beetie bezwoaluk so lète ut pièrd wièr in te spann’n.
‘Dat gef neet’, see de knecht. ‘Ie kunt wè mit mee mitried’n, ai’j moar persies doot wa’k oe onderweg zegge.’ ‘Dat is goed’, see de dokter.
See stapt’n op de hondekarre en göng’n mit un flinke gaank deur Oll’ndeever hen de Wittelerbrogge. Iniens brulde de knecht bee ut tolhuus: ‘Now hiel diepe bukk’n !!’ See bukt’n glad en gauw en so steu’m see mit grote voat onder de tolboom deur.
Dat scheelde mooi wièr un pèèr cent’n tolgeld.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk of voor een hondekarre tolgeld moest worden bewaard.
Op het tolgeldbord aan de voorgevel van het voormalige tolhuisje an de Wittelerweg in Wittelte staat de hond niet vermeld, maar zal wel 1 cent zijn geweest.

Posted in Deevers, Tol, Verdwenen object, Wittelte | Leave a comment

De haandtiekening van Leonard Willem van Os

In de Opregte Steenwijker Courant verscheen op 4 juni 1900 het bericht van overlijden van Leonard Willem van Os, burgemeester van de gemiente Deever.

Heden overleed zacht en kalm, na eene korte ongesteldheid in den ouderdom van bijna 56 jaren, onze geliefde Echtgenoot en Vader, de Heer Leonard Willem van Os, Burgemeester en Secretaris der gemeente Diever.
Mede namens de Kinderen, Mevrouw de Weduwe L.W. van Os-Mulder.
Diever, 28 mei 1900.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Leonard Willem van Os, burgemeester en secretaris van de gemiente Deever stuurde op 3 mei 1899 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Havelte, zie afbeelding 2 en hij stuurde op 27 februari 1900 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Workum in Friesland, zie afbeelding 3. De redactie beschikt helaas niet over een afbeelding van het ongetwijfeld belangwekkende bericht op de achterkant van de twee open kaarten.
Toch mooi meegenomen dat op de adreskant van die twee open kaarten wel de handtekening van burgemeester Leonard Willem van Os is te zien.
Waarschijnlijk stond in het Koninklijk besluit van 7 november 1876 (Staatsblad no. 192) dat een gemeentebestuur voor het verzenden van een officieel bericht door middel van een open kaart vrijgesteld was van het plakken van postzegels op die kaart.
Leonard Willem van Os verstuurde de twee berichten op een open kaart een paar maanden voor zijn overlijden op 28 mei 1900.
Leonard Willem van Os is geboren op 6 juli 1844 in Sneek en is overleden op 28 mei 1900 in Deever.
De echtgenote van Leonard Willem van Os was Leentje Mulder. Zij is geboren op 10 februari 1846 in Oldemarkt en is overleden op 23 december 1924 in Deever.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Gemiente Deever, Overlijdensbericht | Leave a comment

Winkel van Hidde Visser en Trijntje Dijkstra – 1946

Het echtpaar Hidde Visser en Trijntje Dijkstra nam in april 1932 de kruidenierswinkel over van Kees Bos en Trui Beun.
Het pand had toen als adres Zorgvlied 4. Op de winkelruiten wordt reclame gemaakt voor Douwe Egberts koffie en thee, Ata, Imi, Erdal schoensmeer, Persil zeeppoeder, Henco was- en inweeksoda, Sunlight zeep en Radion zeep.
Hidde Visser en Trijntje Dijkstra hebben in 1963 hun winkel verkocht aan de familie Van der Heide.
Zo te zien aan de naam boven de deur had Klaas de Boer in het aangrenzende pand toen nog zijn manufacturenwinkeltje.
Het winkeltje in de voorkamer van Klaas de Boer was maar klein. Het was bijna helemaal gevuld met manufacturen. Er stond een toonbankje. Er was nauwelijks ruimte om te staan. In het gangetje achter de linker voordeur stonden stellages met rimmen (planken) die ook volgestouwd waren met stoffen.
De elektrische stroom werd in die jaren nog bovengronds getransporteerd, let op de twee keer twee zichtbare porceleinen potjes, de draden zijn niet te zien.
Op de foto (die eigendom is van de redactie van ut Deevers Archief) zijn van links naar rechts te zien: Tjebbe Visser, Hidde Visser, Sietske Visser, Trijntje Dijkstra en Wiebe Visser.
De redactie van ut Deevers Archief het Deevers heeft deze foto in 2004 ook gepubliceerd op de februari-pagina van de zo genoemde historische kalender van de heemkundige vereniging uut Deever voor de lezers van het blad Opraekelen.
Als tweede foto werd daarbij de situatie ter plekke op 9 november 2003 geplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze zwart-wit foto gemaakt. Voorwaar nu al weer een bijna historisch waardevolle foto.

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Historische kalender, Neringdoende, Opraekelen, Topstuk, Zorgvlied | Leave a comment

Ie kriegt de groet’n uut Deever in Drente

In de gemiente Deever zijn vanaf het bestaan van de ansichtkaart in het begin van de twintigste eeuw door de jaren heen ook ansichtkaarten te koop geweest met de titel ‘Groeten uit Diever (Dr.). Zo ook bijgaand afgebeelde kleuren ansichtkaart met vier foto’s, een zo genoemd vijfluik. De hier afgebeelde kaart is in 1980 uitgegeven.
De redactie van ut Deevers Archief wil de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief het kijken naar oude mooie afbeeldingen van ut olde gemientehuus an de brink van Deever, de kaarke an de brink van Deever en de Kruusstroate in Deever niet onthouden.
Het mag de zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de foto van ut olde gemientehuus an de brink van Deever later is gemaakt dan de foto van de kaarke an de brink van Deever. Dat valt op te maken uit de grote zwerfsteen op het grasveld voor ut olde gemientehuus an de brink van Deever, die is niet aanwezig op de foto van de kaarke an de brink van Deever. Op de laatst genoemde foto is op de plek van de grote zwerfsteen een kleine zwerfsteen te zien. Stond op die kleine zwerfsteen ooit een zonnewijzer op ?

Posted in Ansichtkaart, Gemeentehuis, Kerk aan de brink, Kruisstraat | Leave a comment

Dames van de buurtvurening van ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief heeft als streven in zijn berichten zoveel mogelijk Deeversen op foto’s te tonen en daarbij ten minste de naam van de personen op de foto’s te noemen; iedere Deeverse heeft zijn of haar eigen geschiedenis.
Op bijgaande foto zijn enige dames van de buurtvereniging van ut Kastiel in Deever te zien.
De foto is zo te zien tijdens een Deevermaarkt in de zomer op het marktterrein gemaakt. Het is niet bekend op welke datum deze foto is gemaakt.
De redactie roept de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief vooral te reageren op dit bericht, want veel is nog onduidelijk. De redactie is dringend op zoek naar aanvullende gegevens.
Gelet op het feit dat Grietje Jonker afkomstig is uit Havelte, zal deze foto na haar trouwen met Willem Dijkman zijn gemaakt, dus na 1924, waarschijnlijk rond 1930 ?
Woonden alle dames op ut Kastiel ?
Of woonden maar een paar dames op ut Kastiel en waren de anderen vriendinnen ?
Zijn alle dames geboren op ut Kastiel ?
Woonde het echtpaar Willem Dijkman en Grietje Jonker op ut Kastiel, zo ja waar dan ? Of woonden ze in Oll’ndeever ?

Van links naar rechts zijn de dames op de foto voor het gemak van 1 tot en met 6 genummerd.

1.
Annigje (Anna) van Nijen
Zij is geboren op 22 september 1899 in Deever. Zij is een dochter van Roelof van Nijen en Geertje Westerhof. Zij is overleden op 7 december 1992 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zij is op 29 mei 1926 in Deever getrouwd met rietdekker Dirk Nijboer.
Dirk Nijboer is geboren op 17 februari 1898 in Deever. Hij is een zoon van rietdekker Mannes Nijboer en Eltje Kuiper. Hij is overleden op 18 augustus 1968 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

2.
Margje Bel
Zij is geboren op 7 november 1899 in Deever. Zij is een dochter van koopman Berend Bel en Zijntje Bakker.
Zij is op 25 april 1925 getrouwd met bakker Gerard Kloosterman.
Gerard Kloosterman is geboren op 30 januari 1897 an de Deeverbrogge. Hij is een zoon van arbeider Arent Kloosterman en Hilligje Booiman uut Oll’ndeever.

3.
Jantje Klaster
Zij is geboren op 19 maart 1898 in Deever. Zij is een dochter van arbeider Berend Klaster en Lammegien Moes
Zij is op 6 december 1924 in Deever getrouwd met boer Harm Kloosterman.
Harm Kloosterman is geboren op 16 januari 1893 in Deever. Hij is een zoon van boer Hendrik Kloosterman en Geertje Klaster. Hij is overleden op 28 maart 1963 in Meppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

4.
Grietje (Griet) Jonker
Zij is geboren op 17 januari 1902 in Havelte. Zij is een dochter van arbeider Lambert Jonker en Margje Pouwels. Zij is overleden op 7 december 1973 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zij is op 3 mei 1924 in Deever getrouwd met veekoopman Willem Dijkman.
Willem Dijkman is geboren op 16 maart 1901 in Oll’ndeever. Hij is een zoon van arbeider Harm Dijkman en Lammigje Woudstra. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

5.
Margaretha (Griet) Oost
Zij is geboren op 15 april 1903 op ut Kastiel in Deever. Zij is een dochter van arbeider Jacob Oost en Elsje Davids. Zij is overleden op 15 februari 2001.
Zij is getrouwd geweest met Jan Brugging.
Jan Brugging is geboren op 20 augustus 1901 in Wapse. Hij is een zoon van arbeider Lambert Brugging en Meintje Noorman. Een broer van Jan Brugging was Jan Bruggink, die was getrouwd met Roelofje Roelofs; zij woonden op het Achterste Kalteren. Jan Bruggink en Roelofje Roelofs waren de grootouders van schoolmeester en historicus wijlen Reinder Smit uut Dwingel.

6.
Albertje Folkerts
Zij is geboren op 28 november 1902 in Deever. Zij is een dochter van timmerman Wolter Folkerts en Maria Smit
Zij is getrouwd op 4 augustus 1923 in Deever met melkmeter Roelof Ofrein.
Roelof Ofrein is geboren op 1 januari 1889 in Deever. Hij is een zoon van boer Hendrikus Ofrein en Hillechien Bruggink. Hij is overleden op 1 april 1984 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

Abracadabra-1454
Posted in Alle Deeversen, Cultuur, Dievermarkt, Topstuk, ut Kastiel, Vereniging | Leave a comment

Bee’j de scheerboas in Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft van Lammert Joustra toestemming de door hem geschreven artikeltjes voor het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever op te nemen in ut Deevers Archief. Bijgaande drie korte artikeltjes -voorzien van een korte inleiding van de redactie- zijn gepubliceerd in Opraekelen 03/4 (december 2003).

De redactie heeft Lammert Joustra uit Zuidwolde (Drenthe) bereid gevonden grappige herinneringen en voorvallen (annekedotes) uit de tijd dat hij in Deever kapper was op papier te zetten.
Hij begon in 1956 als leerling-kapper in de zaak van Geert Vierhoven an de Heufdstroate (tegenover de Wiba) in Deever. In de tijd dat hij leerling was, ging hij ’s maandagmiddags naar de vakschool in Groningen. Hij was tot in 1962 in dienst van Geert Vierhoven, toen nam Lammert de herenkapsalon van Geert over. Geert heeft toen nog een paar jaar bij Lammert gewerkt.
In 1965 begon Lammert zijn dames- en herenkapsalon in de voormalige Boerenleenbank an de Heufdstroate in Deever. In december 1991 heeft hij zijn zaak verkocht aan Wemmenhove, waarna hij naar Zuidwolde is verhuisd.
In sommige van zijn korte verhaaltjes worden om voor de hand liggende redenen geen namen van personen genoemd, maar misschien herkent iemand zichzelf of iemand uit zijn of haar familie.
In sommige verhaaltjes worden wel namen genoemd, maar dan gaat het om dorpsfiguren, zoals Geert Dekker, Harm Hessels, de gebroeders Mulder (Gaarke Bakker’s jongen) of Jans (Jansie) Grit.
Als lezers zich ook mooie of leuke voorvallen in de kapsalon herinneren, dan vernemen wij die graag! De redactie zoekt ook foto’s van het interieur van de zaak !

Over kauwers van sigarentabak
Wij hadden klanten die tabak pruimden, we hadden ook klanten die op sigarentabak kauwden. We verkochten aan onze klanten ook sigaren per stuk (losse sigaren). Als in een doos een kapotte sigaar zat, dan verkochten we die aan een kauwer van sigarentabak. Die klanten keken zelf of in de dozen kapotte sigaren zaten.
Er was op een gegeven moment één bepaalde klant, die altijd kapotte sigaren vond. Bij andere klanten was dat veel minder het geval. Toen we bij hem iets scherper opletten, bleek ons dat zo gauw hij een doos open deed, hij dan met zijn duim op de sigaren drukte. Zo ‘vond’ hij steeds één of twee beschadigde of kapotte sigaren, die hij dan voor weinig geld kon kopen. Toen hebben we zelf maar weer de controle van de dozen ter hand genomen.

Over het in model knippen van haar
Op een keer kwam een jonge klant binnen met in zijn hand een briefje, waarop de instructie stond hoe hij moest worden geknipt. De moeder had het duidelijk opgeschreven. Er stond: “Gaarne model zo laten, recht van voor, schuin af, van achteren aflopend op.” Ze moet gedacht hebben dat het zo voor ons wel duidelijk zou zijn.
Ik begreep de tekst toch niet helemaal. Harm Hessels kwam juist de zaak binnen en ik vroeg hem om advies. Harm was bekend in Deever als fotograaf en adviseur. Harm las het briefje en zei: “Wat hier staat is mij volkomen duidelijk, maar ik kan niet knippen.”

Over het knippen van kinderen op woensdagmiddag
We knipten in onze kapsalon op woensdagmiddag kinderen voor een gereduceerde prijs. De reden daarvan was dat de kinderen op woensdagmiddag vrij van school hadden. Zodoende hadden we minder kinderen op andere dagen te knippen.
Op een woensdagmiddag voor de kerstdagen was het ontzettend druk. Er zaten en stonden wel tweeëntwintig kinderen te wachten op hun beurt. Geert en ik deden wie het snelste de kinderen kon knippen. We werkten razendsnel en pakten zelf de kinderen op en zetten deze in de stoel.
Ik pakte een jongen op, zette hem in de kinderstoel, sloeg hem het kaplaken om, knipte hem, deed hem het kaplaken af en zette hem weer op grond. Toen keek hij mij verwonderd aan en zei: “Ik moest niet geknipt worden, maar ik moet sigaretten hebben voor mijn vader.” Deze zaak is gelukkig zonder problemen opgelost en werd hij toch nog een betalende klant voor ons.

Tekst bij de foto van Geert Vierhoven
Geert Vierhoven is geboren op 3 oktober 1902 in Deever en is overleden op 14 augustus 1985 in Deever. Hij had van 1945 tot 1962 een kapperszaak an de Heufdstroate in Deever. De herenkapsalon werd overgenomen door Lammert Joustra. Dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels is de maker van de foto van Geert Vierhoven.

Tekst bij de afbeelding van een deel van een bladzijde van het ‘opschrijfboek’
Een detail van een bladzijde uit het ‘opschrijfboek’ van de kapsalon; schulden van klanten werden vaak ‘opgeschreven’. In het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kostte een pakje North State sigaretten f. 1,40, een pakje Stuyvesant sigaretten f. 1,50 en een doos Hofnar sigaren f. 2,80. Als de schulden waren afbetaald, dan werd een streep door de betreffende schuld gehaald. (document uit de verzameling van Lammert Joustra, Zuidwolde)

Posted in Alle Deeversen, Diever, Dorpsfiguur, Harm Hessels, Hoofdstraat, Neringdoende, Opraekelen | Leave a comment

Tweehonderd eek’n in ut Grünedal

Op 11 januari 1919 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden de volgende advertentie over de publieke verkoop van bomen en schel- en weekhout in Deever..

Boomen en Schel- en Weekhout, Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op vrijdag 17 januari aanstaande, des voormiddags plusminus 11 uur, ten huize van B. Seinen te Diever, publiek verkoopen:
1.
Voor de Marktgenooten van Diever:
Plusminus 200 eikenboomen in het Groenendal te Diever. Aanwijzing J. Seinen.
2.
Voor Lucas Tijmes:
1 zware populier bij het huis.
3.
Voor gebroeders Offerein:
3 populieren bij het huis.
4.
Voor dezelfden en G. Krol:
de Wal in Kamp van G. Krol, die aanwijst.
5.
Voor mr. A.C. van Daalen:
5 percelen in het Oude Wapserzand.
1 perceel achter de Noordesch. Aanwijzing H. Smit op dinsdag 14 januari aanstaande.
Samenkomst voormiddag 10 uur op Berkenheuvel bij Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Wie was B. Seinen, was hij caféhouder ? Of wordt hier café- en logementhouder Roelof Seinen bedoeld ?

De weg vanaf de Bosweg tot aan het Openluchtspel zou gewoon weer Groenendal moeten heten. Of veel beter in ut Deevers: Grünedal.
Een mooie klus voor de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever om bij De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemeente Westenveld
 de verandering van de naam Hezenesch in Grünedal te bewerkstelligen.
Of is dit een mooi klusje voor de straatnamendeskundige van de politieke partij Dorpsbelangen ?
Met marktgenooten worden de markegenoten van de boermarke Deever bedoeld.
Jan Seinen (geboren 15 juli 1876 in Wapse, overleden op 13 december 1950 in Deever) was lid van het bestuur van de boermarke van Deever.
Lucas Tijmes (geboren op 25 maart 1855 in Beilen, overleden op 8 december 1934 in Deever).
Wie waren de gebroeders Offerein ?
Blijkbaar werd het hakhout op de wal langs de Kamp van Gerard Krol verkocht. Waar lag de Kamp van Gerard Krol ?
De naam Oude Wapser Zand komt niet voor op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel.
H. Smit is Harmen (Haarm) Smit. Hij is geboren op 10 december 1867 in Deever. Hij is overleden op 11 oktober 1944 in Deever. Hij
ligt begraven op de kerkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij is de tweede boschbaas van het landgoed Berkenheuvel.
In de advertentie komen ook enige veldnamen voor: Groenendal, Kamp van Gerard Krol, Oude Wapserzand.

Posted in Boermarke van Diever, Groenendal, Landgoed Berkenheuvel, Noorderesch, Veldnaam | Leave a comment

Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker ?

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 20 juni 1930 het volgende bericht over de verkoop van enige percelen vaste goederen in het café van Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Diever, 20 juni. Hedenmorgen had in het café B. Slagter alhier ten overstaan van notaris Bolk te Dwingeloo de palmslag plaats van de navolgende perceelen vaste goederen, ten verzoeke van mejuffrouw de weduwe J. Haveman en kinderen alhier.
Koopers werden:
Perceel 1.
Huis met tuin, groot 1.40 are, laatst bewoond door L. Wanningen;
Perceel 2.
Huis met tuin, groot 0,60 are, laatst bewoond door J. Leijer, gevoegd met perceel 1.
kooper F. Haveman voor f. 490;
Perceel 3.
Huis met tuin, groot 2.40 are, bewoond door F. Haveman, kooper IJ. Winters voor f. 400, overname f. 60.
Perceel 4
Boerenbehuizinge met hooibergen en hof, bewoond door H. Moes Dzn, groot 21.45 are,
kooper D. Moes voor f. 2920, overname f. 75.
Perceel 5
Groenland Stroet, groot 1.29.00 hectare, kooper J. van Nijen Sr. voor f. 1420.
Perceel 6
Groenland Kalterbroek, groot 1.44.69 hectare, kooper J. Seinen voor f. 2360.
Perceel 7
Groenland De Maat, groot 72.70 are, kooper H. Kerssies voor f. 1500.
Perceel 8
Bouwland Zandakker, groot 28.40 are, kooper D. Moes voor f. 250.
Perceel 9
Bouwland Bergakker, groot 29.20 are, kooper H. Houwer voor f. 300.
Perceel 10
Bouwland Gierakker, groot 16.10 are, kooper H.H. Smidt voor f. 60.
Perceel 11
Bouwland Zwarte Bergje, groot 26 are, kooper L. Meekhof voor f. 150.
Perceel 12
Bouwland Noord-Esch, groot 39 are, kooper D. Moes voor f. 190.
Perceel 13
Bouwland Iepenkamp, groot 19.90 are, kooper H. Smit, Berkenheuvel voor f. 250.
Perceel 14
Boerijwaardeel in de Marke van Diever, kooper H. Mulder Gzn. voor f. 30.
Voor den heer H. Koning te Kalteren,
1 perceel bouwland De Kreulenakker, kooper D. Moes voor f. 150.
Alle koopers wonen te Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
B. Slagter is Berend Slagter. Hij is geboren op 10 augustus 1882 en is overleden op 4 maart 1967. Zijn café stond an de Krussstroate in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Haveman is Jan Haveman  Hij is geboren op 8 december 1845 in Eemster. Hij is overleden op 24 oktober 1928 in Deever.
De weduwe L. Haveman is Stiena Boois. Zij is geboren op 21 juli 1853 in Lhee. Zij is overleden op 6 oktober 1932 in Wapse.
L. Wanningen is Lambert (Lamut) Wanningen. Hij is geboren op 4 april 1856 en is overleden op 21 april 1938. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Leijer is klompenmaker Johannes Leijer. Hij is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld (de Wiek). Hij is overleden op 3 mei 1942 in Deever.
F. Haveman is Frederik (Frièrik) Haveman. Hij is geboren op 8 mei 1876 in Deever. Hij is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is een zoon van Jan Haveman en Stiena Boois.
IJ. Winters is Eise Winters. Hij is geboren op 15 juni 1859 in Wittelte. Hij is overleden op 14 augustus 1943 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Moes is Harm Moes. Hij is geboren op 3 januari 1906 in Deever. Hij is overleden op 8 februari 1993. Hij is een zoon van Dirk Moes en Aaltje Timmerman. Hij trouwde op 3 mei 1930 met Janna Eggink uut Dwingel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
D. Moes is Dirk Moes. Hij is geboren op 5 januari 1876 in Deever. Hij is overleden op 14 juni 1952 in Möppel.
J. van Nijen Sr. is Jan van Nijen. Hij is geboren op 8 september 1896. Hij is overleden op 15 mei 1943. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Seinen is Jan Seinen. Hij is geboren op 25 juli 1876 in Wapse. Hij is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Kerssies is Hendrik Kerssies.
H. Houwer is Hendrik Houwer. Hij is geboren op 19 mei 1880. Hij is overleden op 20 februari 1970. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H.H. Smidt is Klaas Hummelen Smidt. Hij is geboren op 30 september 1898 in Deever.
L. Meekhof is Lubbert Meekhof. Hij is geboren op 25 april 1899 in Vledder. Hij is overleden op 7 september 1972 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Smit is Harm Smit. Hij is geboren op 12 september 1895 in Spier. Hij is overleden op 29 oktober 1972 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Mulder Gzn. is Hendrik Mulder. Hij is een zoon van Gerke Mulder. Harm Mulder is geboren op 29 oktober 1882 in Deever.

Het groenland met de naam Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam Kalterbroek lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Kaltersebroek of Kalterbroeken vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam De Maat lag in sectie E1 (Zuid-Wapse) en is onder de naam De Maat vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zandakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam De Zandakker vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Bergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Bargakkers vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Giergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Gieren vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zwarte Bergje lag in sectie B4 (Kalteren) en is vermeld onder de naam Zwarte Bergje of Zwarte Bargien in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Noord-Esch lag in sectie B4 (Kalteren), maar is in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’ niet vermeld onder deze naam, wel komen in die publicatie de namen Noordesch tegen de Boskamp en Noordesch tegen de Bos voor. De Noorderesch is nogal groot voor één bouwland.
Het bouwland met de naam Iepenkamp moet zijn met de naam Iemenkamp en lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Iemenkamp vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam De Kreulenakker is niet vermeld vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.

Posted in Veldnaam, Verdwenen object | Leave a comment

Woap’m van Deever an ’t tolhuussie an de Bosweg

Het direct na de Tweede Wereldoorlog bij elkaar gefantaseerde en op 3 september 1946 door de Hoge Raad van Adel goedgekeurde wapen van de gemiente Deever is her en der binnen de grenzen van de gemiente Deever terug te vinden op bewaard gebleven ‘grensstenen’.
Zo hangt een kennelijk goed onderhouden exemplaar, die voor het ontstaan van de gemeente Westenveld op 1 januari 1998 ergens op de gemeentegrens langs een weg stond, aan een muur van ut vroggere tolhuussie an de Bosweg 10 in Deever. Door het ronde raampje kon de (vrouw van de) tolgaarder het aankomende verkeer op de Bosweg uit de richting van Woater’n in de gaten houden.
Gegevens over het wapen van de gemiente Deever zijn te vinden in het Nederlandse deel van de webstee van Heraldry of the World (Internationale Overheidsheraldiek). De in die webstee opgenomen verklaring bij het wapen van Deever bevat helaas enige geschiedkundige onjuistheden.

Posted in Bosweg, Diever, Gemiente Deever, Tol, Wapen van de Gemeente Diever | Leave a comment

Rijwielhandel van Lambert Rolden aan de Brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand aan de brink van Deever bouwen. In het aan de brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van caféhouder Klaas Marcus Balsma, die ook aan de brink van Deever woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan Rolden. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het pand aan de brink op 13 november 2014 gemaakt.

Posted in Bedrijf, Brink, Diever | Leave a comment

In het Grünedal in de winter van 1955-1956

Deze fraaie zwart-wit foto is in de winter van 1955 op 1956 gemaakt van de keuterijtjes (arbeiderswoningen) aan ut Grünedal (Groenendal), zeg maar de zandweg naar het Openluchtspel vlak bij het boerderijtje van de familie Booiman (in de volksmond werd Booiman altijd uitgesproken als Baaiman), dat op de achtergrond is te zien.
De elektrische energie werd in die tijd nog boven de grond getransporteerd door middel van koperen draden bevestigd aan houten palen.
In de zestiger of zeventiger jaren van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van ut Grünedal (Groenendal) vernield en door burgemeester Meiboom en de zijnen opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd helaas omgebouwd tot een rechte asfaltweg.
De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever voorkant heeft van deze weg helaas (wanneer ?) de eeuwenoude naam Grünedal (Groenendal) ten onrechte gewijzigd in Heezenesch. Een esch is een esch en geen zandweg.
In het voorste wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu ook nog maar een zandweg) naar het Openluchtspel woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) en Eltje (Eltie) Oost (zie de afgebeelde overlijdensadvertentie, die op 10 september 1997 in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) stond). Eltje Oost woonde in de winter van haar leven bij haar zoon Hendrik-Jan Warries in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, Groenendal, Heezenesch, Overlijdensbericht, Veldnaam | Leave a comment

De familie Zaligman uut de Heufdstroate in Deever

Op woensdag 29 januari 2020 verscheen in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) het hier bijgevoegde artikel ‘Elfde gebod: wees niet onverschillig’, zie afbeelding 2. In het artikel is onder meer beschreven dat 800 vrijwilligers in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork tot en met 27 januari 2020, de dag dat het vijfenzeventig jaar geleden was dat het Rode Leger het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau bevrijdde van de Nazi’s, de namen van de 102.000 uit Nederland weggevoerde Joodse landgenoten, Sinti en Roma voorlazen. Waaronder die van 235 Meppeler Joodse stadsgenoten.
De namen van deze 235 mensen zijn genoemd in het bericht in de Olde Möppeler. De namen van deze 235 mensen staan op het Joods Monument in het Slotplantsoen in Möppel. Aan de onderzijde van dit monument staat een tekst uit de Bijbel (Jesaja 56:5): Ik geef hun een eeuwige naam, die niet uitgeroeid zal worden.
Vier van deze 235 Meppeler Joodse stadsgenoten waren tot 26 april 1940 Deeverse Joodse dorpsgenoten. Het gaat om leden van de familie Zaligman:
– Philippus (Flip) Zaligman, geboren op 21 september 1893 in Dwingel, overleden op 28 februari 1944 in Auschwitz;|
– Heintje (Hennie) Wilda, geboren op 10 mei 1894 in Coevorden, overleden op 8 oktober 1942 in Auschwitz;
– Levie (Loeki) Salomon Zaligman, geboren op 21 december 1921 in Deever, overleden op 28 februari 1943 in Schöppenitz;
– Hendrika (Rikie) Henriëtte Zaligman, geboren op 26 oktober 1925 in Deever, overleden op 8 oktober 1942 in Auschwitz.
Martha Hendrika Zaligman, geboren op 8 december 1920 in Deever, en haar man en haar dochter overleefden het concentratiekamp Theresienstadt.
De redactie van ut Deevers Archief toont in afbeelding 1 uit afbeelding 2 het gedeelte van de lijst met omgekomen Meppeler Joodse stadsgenoten, waarin voorkomen de namen van Philippus (Flip) Zaligman, Heintje (Hennie) Wilda, Levie (Loeki) Salomon Zaligman en Hendrika (Rikie) Henriëtte Zaligman.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst tevens naar onder meer de berichten Bee de winkel van Flip Zaligman in de Heufdstroate en Ut gezin Zaligman vurhuusde in 1936 hen Móppel.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Greinspoal XLVI ten noorden van de Verwersweg

In de knik van de grens tussen de gemiente Ooststellingwaarf in de provincie Friesland en de gemiente Deever in de provincie Drente iets ten noorden van de Verwersweg op Zorgvlied staat de zwart-wit-geschilderde goed onderhouden gietijzeren provinciale greinspoal XLVI (greinspoal 46).
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee bijgaande kleurenfoto’s van dit greinspoaltie in de middag van woensdag 19 september 2018 gemaakt. De redactie stond daarvoor met toestemming van de eigenaar in een weiland in de provincie Friesland.
De redactie schat in dat minder dan 1 ‰ van alle inwoners van de gemiente Deever deze greinspoal ooit heeft gezien.
Op een greinspoal hoort het wapen van de provincie Drente aan de Drentse kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Friesland aan de Friese kant te staan. Dat is bij greinspoal XLVI (greinspoal 46) niet in orde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de loop van de jaren ongeveer alle 40 greinspoal’n op de grens van de gemiente Deever in de provincie Drente en de gemiente Ooststellingwaarf in de provincie Friesland zelf op de foto gezet en in ut Deevers Archief op te nemen.
Greinspoal 46 heeft ook een hele tijd in de sloot naast de grens gelegen, wat is te zien op foto 3. Grenspalenliefhebber en grenspalenkenner Herman Posthumus heeft foto 3 op 21 september 2007 gemaakt. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor het mogen opnemen van deze foto in ut Deevers Archief.

Foto 1 – Greinspaol 46 op 19 september 2018
Foto 2 – Greinspaol 46 op 19 september 2018
Foto 3 – Greinspoal 46 lag op 21 september 2007 in de grenssloot (foto Herman Posthumus)

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvlied | Leave a comment

Deever. De stee um te weed’n ?

In de Heerenveense Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-, Zuid-, Oost-Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 14 juni 1950 het navolgende bericht met de titel ‘Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren’.

“De toeristische ontsluiting van het natuurgebied in de gemeente Diever, kan”, zo zeide burgemeester J. C. Meyboom, “indien zij niet op de juiste wijze wordt uitgevoerd, ongelooflijke rampen met zich medebrengen”.
De grootste ramp die de uitgestrekte bossen in deze gemeente zou kunnen treffen, zal zijn de “rode haan”. Om nu een mogelijke opstand van dit ongedierte op afdoende wijze te bestrijden en ontstane vuurhaarden zo spoedig mogelijk de kop te kunnen indrukken, was een brandwacht in Dievers prachtige boscomplexen onontbeerlijk.
Vooral dit punt baarde het gemeentebestuur grote zorg. Toch wist burgemeester Meyboom in samenwerking met de autoriteiten van de Bosbrandweer een oplossing te vinden
Het gelukte hen in Schoonebeek een boortoren op de kop te tikken, die nu in een zilveren kleed op het 1100 ha. omvattende landgoed “Berkenheuvel” als een fonkelende parel 25 m. boven A.P. Dievers natuurschoon staat uit te dragen.
De brandtoren, die vooreerst alleen op Zondag met een brandwacht zal worden bezet, zal voor de toeristen tevens dienst kunnen doen als uitzichttoren.
Daar het Dievers vroede vaderen al meermalen was gebleken, dat het natuurgebied in haar gemeente te weinig bekendheid in ons land genoot, hebben ze deze gelegenheid aangegrepen om vooraanstaande personen uit de Natuurbescherming, Staatsbosbeheer, Vreemdelingenverkeer en afdeling Bosbouw van de Stichting van de Landbouw, uit te nodigen de officiële opening van de toren te willen bijwonen.
De burgemeester kon dan gistermiddag als resultaat van zijn bemoeiïngen een illuster gezelschap welkom heten op het temidden der bossen gelegen paviljoen “Berkenheuvel”.
Onder de genodigden merkten wij op mr. M. C. Bloemers, hoofd van het Bureau Natuurbescherming van het Ministerie van O. K. en W.
Deze zeide onder meer, dat hij getroffen was door de grote liefde van het gemeentebestuur en noemde Diever een der fraaiste gemeenten van ons land.
Deze liefde kwam enige tijd geleden zeer sterk tot uiting, toen er een keuze moest worden gemaakt tussen Diever, Appelsga en Havelte, wat betreft het aanleggen van een militair oefenterrein. Hiertegen heeft het gemeentebestuur zich met hand en tand verzet, welker weerstand met succes is bekroond, nu de keus op Havelte is gevallen.
Hierna werd door de heer Bloemers met de hem door de burgemeester ter hand gestelde sleutel de brandtoren annex uitkijktoren geopend.
Van de toren heeft men een schitterend uitzicht over de bossen die met de belendingen in Appelsga, Doldersum en Smilde het grootste boscomplex in het noorden van ons land vormen.
Hierna werd langs bloeiende korenvelden en door oude dennenbossen een wandeling ondernomen, waarbij men kon genieten van de rijke flora in dit gebied.
Ook het zwembad, dat knusjes in de bossen ligt verscholen en door eendrachtige samenwerking door de dorpelingen zelf is gegraven, is evenals het openluchttheater een symbool van gemeenschapszin, die er in dit landelijke dorp heerst.
In het Schultehuis, waar het gezelschap hierna bijeenkwam, werd nog het woord gevoerd door ir. De Fremery, hoofd van de afdeling Bosbouw van de Stichting voor de Landbouw. Onder anderen gaven nog van hun belangstelling blijk mr. Halbertsma van de Stichting voor de Landbouw en de heer G. J. Comelfo, inspecteur van de brandweer in district V.
Dit gebied is voor de rustige vacantieganger, wars van amusement, een ideaal recreatieoord.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijgaand artikel werd als bladvulling op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014), het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever opgenomen. Echter de laatste vier alinea’s van het artikel zijn niet naar bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014) gekopieerd. Ook de foto (een vergroting van een deel van de foto op een in mei 1950 uitgegeven ansichtkaart van de uitkijktoren), die wel op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014) staat, die staat uiteraard niet in het artikel in de Heerenveense Koerier; werkelijk een oogstrelend jaloersmakend staaltje van dalemaniaanse redactievoering.
De bonusbladzijde in het blad Opraekelen is ontstaan, omdat de Rabobank (Raiffeisen- en Boerenleenbank) voor het laatst in Opraekelen 13/1 (maart 2013) op bladzijde 33 reclame wenste te maken. Wat zou daar toch de reden van zijn geweest ?
Burgemeester J.C. Meyboom is burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd), die met de zijnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw al het oude, karakteristieke, fraaie en beeldbepalende erfgoed in de bebouwde kom van Deever wilde slopen en daar voor een groot deel ook in slaagde.
Bijgaand afgebeelde foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, maar stond niet bij het bijgaande bericht in de Heerenveense Koerier verscheen op 14 juni 1950.

Posted in Bosweg, Brandtoren, Jan Cornelis Meiboom, Opraekelen, Toeristenindustrie, Uitkijktoren | Leave a comment

Oaltie Keuning-Hoaveman bee huus op ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande zeldzame afbeelding van een oude foto van Koop Koning. Op de foto staat één van de overgrootmoeders van Koop Koning. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan ut Deevers Archief.
De redactie neemt bijzonder graag hiele olde foto’s mit un vurhoal op in ut Deevers Archief. Als het zo was dat in de jaren vòòr de Tweede Wereldoorlog zo nu en dan een beroepsfotograaf uut Möppel of uut Stienwiek een rondje door de gemiente Deever maakte en zoveel mogelijk mensen bij hun woning op de foto zette en die vervolgens aan de gefotografeerden verkocht, dan kunnen nog heel veel olde Deeverse foto’s uit oude albums te voorschijn komen.
Koop Koning is een zoon van Hendrik Koning en  Evertje Koopman. Hendrik Koning is geboren in 1932 in het huis met adres Kalteren 17, tegenwoordig Ten Darperweg 14. Evertje Koopman is geboren in 1936 in Wapse. Hendrik Koning is een zoon van Michiel Koning en Grietje Dorenbos.
Michiel Koning is geboren op 1 april 1905 in Deever en is overleden op 5 juli 1963 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Grietje Dorenbos is geboren op 14 november 1904 in Deever en is overleden op 8 april 1997 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Michiel Koning en Grietje Dorenbos trouwden op 4 mei 1929 in Deever. Grietje Dorenbos woonde na het overlijden van Michiel Koning in het huis met adres Vlasstraat 1 in Deever. Michiel Koning is een zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman.
Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is overleden op 28 december 1953 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning en Aaltje Haveman trouwden op 23 februari 1900 in Dwingel.
In Deever woonden Hendrik Koning (Henduk Keuning) en Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) op ut Kastiel. Op bijgaande afbeelding is Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) bij haar woning op ut Kastiel te zien. Let vooral op het eigengehaakte witte gordijn voor het bovenlicht van de voordeur van het boerderijtje. Dat was nog eens iets echts, echt anders dan zo’n gietijzeren of plastic nep-levensboom.
Het boerderijtje (keuterijtje) stond tussen het huis van Egbert Mulder en het huis van Harm Kloosterman. Het boerderijtje brandde op 27 januari 1914 af.  Van de plaatselijke correspondent verscheen over deze brand op 28 januari 1914 het navolgende bericht in het Nieuwsblad van het Noorden.
Koop Koning heeft het vermoeden dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman en hun kinderen na de brand naar de Ten Darperweg in Wapse (Kalteren ?) zijn verhuisd, maar dat wil hij nog uitzoeken.
De redactie heeft in het bericht Skoelfoto van de legere skoele van Deever – 1922 aandacht besteed aan Albert Koning, zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman. Het feit dat Albert Koning hen de legere skoele an de Heufdstroate in Deever ging, doet vermoeden dat de familie Koning niet in Wapse woonde, wellicht op Kalteren woonde, anders had Albert Koning wel op de Wapser skoele gezeten.
In het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman is beschreven dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman na het overlijden in 1939 van Frederik (Freerk) Haveman, een broer van Aaltje Haveman, zijn verhuisd hen de Peperstroate in Deever.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief beschikt over een topografische tekening van ut Kastiel van vòòr 1914, waarop de woningen van Egbert Mulder, Hendrik Koning en Harm Kloosterman duidelijk zijn te zien ?

Posted in Alle Deeversen, Keuterij, Topstuk, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Aubut Kuper hef ut Grünedal veur 65 gull’n ekocht

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 30 oktober 1912 bijgaand berichtje over de afloop van de verkoop van enige landbouwgronden in de gemiente Deever.

Diever, 29 october
Ten overstaan van notaris Bon werd heden bij Seinen voor de familie Hummelen palmslag gehouden.
Koopers werden van:
Perceel 1.
Het Broekje, R. Wever voor f. 2168.
Perceel 2.
De Geeuwenmaat, mr. van Daalen, f. 2401.
Perceel 3.
De Brinkemade, in twee perceelen: 1. A. Westerhof voor f. 230, 2. voor f. 194.
Perceel 4.
Vier perceelen in de Westerma, L. Warries voor f. 1308.
Perceel 5.
De Dikte, K. Offerein voor f. 415.
Perceel 6.
Bouwland:
Westereschakker, H. Krol voor f. 182,50;
Hilgensteen, J. Smit voor f. 555;
Groote Aarlange, R. Seinen voor f. 315,50;
Kleine Aarlange, K. Timmerman voor f. 110;
Het Beentje, J. Oost voor f. 94,50;
Bottekoele, R. van Nijen voor f. 122,50;
Klootzakkien, idem voor f. 71;
Noordeschakker, R.T. Barelds te Emmen voor f. 445;
Zandakker, W. Bakker voor f. 429,50;
Steenakker, R.H. Wesseling voor f. 188,50;
Groenendal, A. Kuiper voor f. 65.
Perceel 7.
Bosgrond:
Delakker, mr. van Daalen voor f. 21,50.
Er heerschte veel animo.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bij Seinen was in het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.

Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom was in 1912 nog steeds druk bezig beetje bij beetje zijn landgoed Berkenheuvel uit te breiden.
Na de opname van De Geeuwenmaat en de Delakker in het steeds groter wordende landgoed Berkenheuvel zal het gebruik van deze twee veldnamen in de volksmond verloren zijn gegaan.
Perceel 3 lag in Leggele en de percelen 4 en 5 lagen in Eemster.
Albert Kuiper, de koper van de akker met de veldnaam Groenendal, zal vast en zeker bakker Albert Kuiper uit de Peperstraat zijn geweest. Verbouwde hij zijn eigen rogge voor het bakken van roggebrood ? Zijn kleinzoon Gerard Krol weet dit wellicht uit overlevering.

Het is opvallend dat ook in 1912 de landbouwgronden niet met hun kadastrale aanduiding, maar nog steeds met hun veldnaam werden aangeduid; elke boer in Deever wist dan gelukkig voldoende.  
Wie van de olde Deeversen kent nu nog de veldnaam van bepaalde akkers buiten de bebouwing ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden. De redactie is zeker benieuwd naar de ligging van het akkertje met de veldnaam Klootzakkien.
De redactie verwijst voor een uitgebreid en volledig overzicht van de veldnamen in de gemiente Deever graag naar het vanuit cultuurhistorisch oogpunt uiterst belangrijke monnikenwerk van Bart Buiter met de zijnen, dat wellicht nog aanwezig is in het papieren archief van de heemkundige vereniging uit Deever. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Het bouwland met de veldnaam Groenendal ligt langs de weg naar het Openluchtspel. Zie de afgebeelde fraaie zwart-wit ansichtkaart, die in 1964 is uitgegeven. 
Wie woonden toen in het witte huisje aan de weg naar het Openluchtspel en wie woonden toen in het witte keuterijtje bij het Openluchtspel ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden.

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, Bosweg, Groenendal, Landbouw, Veldnaam | Leave a comment

Ut huus van de familie Andree wöd vurbouwd

De prachtige zwart-wit ansichtkaart van ’t Kastiel – die toen helaas nog Burgemeester van Oslaan werd genoemd – is in 1951 uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruustroate in Deever.
Aan de linkerkant is de oude woning van het echtpaar Albert Andreae en Jantje (Jantie) Oost te zien. De foto is genomen in de richting van de Kruusstroate.
Blijkbaar hebben volgende bewoners het boerderijtje (keuterijtje) – zie de kleurenfoto – verbouwd tot een andere boerderijvormige woning, wellicht om in de woning meer ruimte te hebben. Bij de verbouwing moest blijkbaar ook de schoorsteen verdwijnen.
Maar aan al het oude en mooie komt een einde. Binnenkort gaat de woning met adres Kasteel 10 grondig worden verbouwd. Het is daarom tijd dat dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zich met geswinde spoed en in gestrekte draf en in groten getale en gewapend met foto- en filmcamera naar het genoemde adres begeven om de binnen- en de buitenkant grondig en uitgebreid te bestuderen, te fotograferen, te filmen en te documenteren. Voor het te laat is. The end is at hand.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto gelukkig nog op 2 januari 2017 kunne maken.

Posted in Ansichtkaart, Keuterij, ut Kastiel | Leave a comment

Ontginningswaark in de Olde Willem

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 5 januari 2015 van de heer Paul Gols, woonachtig op Zorgvlied, bijgaande fraaie foto -een afdruk van een glasplaatnegatief- van ontginningswerkzaamheden in de Olde Willem. De redactie is de heer Paul Gols bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Deze foto is afkomstig uit de collectie van Wessel Jansema, een kleinzoon van de rentmeester van ‘De drie Provinciën’, die in de jaren 1911-1920 onder meer de ontginningen in de Olde Willem leidde.
Op de foto is heel veel werkvolk bij een stoom- of benzinetrekker met nummerplaat G2673 te zien en mogelijkerwijs ook de rentmeester zelf en de eigenaar van de te ontginnen gronden.
De redactie van het Deevers Archief is de heer Paul Gols bijzonder erkentelijk voor het beschikbaar stellen van deze historisch waardevolle afbeelding.

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 15 februari 2015 van de heer Hans Salverda de volgende reactie op de bijgaande foto. De redactie is de heer Hans Salverda bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Dit is een prachtige foto van de ontginning en wat een grote groep mensen.
Het kenteken van de ‘trekker’ geeft aan dat deze afkomstig was uit de provincie Noord-Holland.
Naast Jansema kunnen nog enkele andere namen genoemd worden, zoals Arthur Bigot en Floris Vos.
Floris Vos woonde in het Gooi en mogelijk heeft hij gezorgd dat deze trekker naar Oude Willem is gebracht en kon worden ingezet bij de ontginning. Deze Floris Vos was een kleurrijk figuur en had een landelijke partij opgericht om de tolwegen in Nederland af te schaffen. Voor deze partij zat hij ook in de Tweede Kamer. Hij ligt begraven op het kerkhof van Naarden.
Arthur Bigot was ook medewerker van de Heidemaatschappij en zijn vrouw heeft volgens het telefoonboek, dat onlangs in ut Deevers Archief is gepubliceerd, nog gewoond in het huis Goede Weide dat nu nog in Oude Willem staat. De camping van de familie Theunissen heeft dezelfde naam: Goene Weide.
Arbeiders die bij Arthur Bigot (op zijn Frans uitgesproken als Biegoo) werkten zeiden al gauw dat ze ‘bij God’ werkten………..

Posted in de Drie Provinciën, de Olde Willem, Landbouw, Ontginning | Leave a comment

Twee neeje broene beuk’n an de brink van Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft in twee berichten aandacht besteed aan twee vergiftigde oude bruine beuken in een schaduwrijke particulier tuin an de niet-Saksische brink van Deever, te weten het bericht Wie vurmoordde twee beuk’n an de brink van Deever ? en het bericht Twee stervende fageus sylvatica atropunicera.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op vrijdag 29 november 2019 de kleurenfoto voor afbeelding 1 gemaakt. Op die dag waren de twee vergiftigde oude bruine beuken al verwijderd, het tuintje lag er verwaarloosd bij.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op maandag 8 juni 2020 de twee bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s (afbeeldingen 2 en 3) van twee jonge bruine beuken (fagus sylvatica atropunicera) in de hiervoor genoemde particuliere tuin an de niet-Saksische brink van Deever gemaakt.
De Lagere Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van Het Bemoeien Met De Inrichting Van Particuliere Tuinen Van De Gemeente Westenveld hebben de bewoners van het particuliere huis met adres Brink 5 het planten van de twee bruine beuken in hun particuliere tuin an de niet-Saksische brink van Deever opgelegd. Aangezien de bewoners niet van plan waren twee bruine beuken te planten, laat staan te bekostigen, zijn de twee jonge bruine beuken compleet met boompalen in de particuliere tuin geplant op kosten van de betaler van gemeentelijke belastingen aan de met geld smijtende gemeente Westenveld. En dat terwijl zelfs elke amateuristische hovenier het de Lagere Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van Het Bemoeien Met De Inrichting Van Particuliere Tuinen Van De Gemeente Westenveld had kunnen uitleggen dat de fagus sylvatica atropunicera helemaal niet geschikt is voor kleine particuliere tuinen. En dat terwijl het in Deever een feodale traditie is dat bruine beuken alleen op het erf van opmerkzamen, zoals de burgemeester, de dokter en de dominee, en op het erf van rijke boeren mogen staan.
Het niet meer aanwezig zijn van de twee oude grote zonbelemmerende bruine beuken in de particuliere tuin an de niet-Saksische brink van Deever heeft de eigenaren wel geïnspireerd tot een volledig nieuwe inrichting van die verwaarloosde tuin. En een groot bijkomend voordeel is ook dat nu vóór het huis langer in de zon kan worden gezeten. Elk nadeel heeft zo zijn voordeel. Van schaduwrijk naar zonovergoten. Deever heeft er an de brink een Zonnehoekje bij.

Afbeelding 1: De redactie heeft deze kleurenfoto op vrijdag 29 november 2019 gemaakt.

Afbeelding 2: De redactie heeft deze kleurenfoto op maandag 8 juni 2020 gemaakt.
Afbeelding 3: De redactie heeft deze kleurenfoto op maandag 8 juni 2020 gemaakt.

Posted in Brink | Leave a comment

Grindbiggels op ut oorlogsmonement an de Bosweg

Vanwege de coronapandemie is in de avond van 4 mei 2020 in Deever geen dodenherdenking gehouden.
Daarom kon de Deeverse padvinderij dit jaar geen bijdrage leveren aan de plechtigheden in de vorm van het helpen bij de kranslegging, het begeleiden van de tocht van zwijgende mensen van het oorlogsmonument an de Bosweg in Deever naar de oorlogsgraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever en het leveren van een erewacht bij de graven van de oorlogsslachtoffers.
Als blijk van respect voor het feit dat het dit jaar 75 jaar geleden is dat de geallieerde strijdkrachten Nederland bevrijdden van de Duitse bezetter hebben de jonge Deeverse padvinders grote witte grindbiggels beschilderd met de Nederlandse vlag en teksten, zoals 75 jaar vrijheid. De kleurrijk beschilderde grindbiggels zijn neergelegd op de sokkel van het oorlogsmonument an de Bosweg in Deever. Geen kransen, geen toespraken, geen publiek, geen stille tocht, maar beschilderde grindbiggels. Zo kan het ook. Daarom driewerf hulde voor de jonge Deeverse padvinders: hulde, hulde, hulde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee hier afgebeelde foto’s gemaakt op maandag 8 juni 2020.
De redactie heeft afbeelding 2 gebruikt voor het uitsnijden van een kopafbeelding voor de webstee van ut Deevers Archief. Dit ter ere van de Deeverse padvinders. Deze kopafbeelding, zie afbeelding 3, is op 19 juni 2020 gepubliceerd.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3 : Kopafbeelding van ut Deevers Archief

Posted in Bosweg, Kopafbeelding, Oorlogsmonument, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ut Rabobankjebankje op de kaarkhof bee de brink

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op afbeelding 1 staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het duurzame houten dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank, Rabobankjebank, Rabobankbankje of Rabobankjebankje ? De redactie houdt het vooralsnog op Rabobankjebankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld het Rabobankbankje heeft gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankjebankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
Een andere grote vraag is of het Rabobankjebankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van een tekening van De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Herbestratingsgelijk Van De Gemeente Westenveld min of meer bij benadering schier voorlopig echt wel definitief vastgestelde virtuele ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankjebankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend.
Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- tevens lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de De Lagere Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Herbestratingsgelijk Van De Gemeente Westenveld mocht meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de hoek van de Peperstraat en de zo genoemde Kerkstraat op maandag 8 juni 2020 gemaakt. Het Rabobankjebankje was op die dag al gesloopt
. Het zitbankje is -zoals voorspelbaar was- gesneuveld in het grote Deeverse herbestratingsgeweld met de snorkende naam ‘Deever op Drift’. Het geplande zitbankje tegenover de luxe brood- en banketbakkerij aan de Peperstraat is niet geplaatst, die was blijkbaar slechts virtueel gepland.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van een snorkerig, derkerig, superluxe, superduur, onduurzaam, toekomstonbestendig en milieuonvriendelijk geverfd metalen zitbankje van het type Ikarus van Gardelux b.v. voorzien van het starre, gortdroge, saaie beeldmerk van Deever op de gemeentelijke kaarkhof bee de brink van Deever op maandag 8 juni 2020 gemaakt, zie afbeelding 5. Aan het gemeentelijke zitbankje is een messing plaatje met inscriptie bevestigd. De inscriptie luidt: ‘Aangeboden door de Rabobank’. Aangeboden door de Rabobank ??
De grote vraag is natuurlijk of De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld het hebben aangedurfd de rekening voor het aanschaffen en plaatsen van het nieuwe metalen onduurzame Rabobankjebankje neer te leggen bij de directievoorzitter van Rabobank Zuid-West-Drenthe of dat ter vervanging van het vernielde duurzame houten Rabobankjebankje het onduurzame metalen zitbankje op kosten van de belastingbetalende burger is geplaatst ?
Op afbeelding 5 is te zien dat de poten van het zitbankje al helemaal zijn vervuild. Van welke Deeverse vereniging zullen de zeer gewaardeerde vrijwilligers worden opgezadeld met het zo nu en dan schoonmaken van alle metalen zitbankjes van het type Ikarus van Gardelux b.v. in de openbare ruimte van Deever ? Een vereniging die zijn bijeenkomsten na de sloop van ut Dingspilhuus eind 2019 liever ergens anders dan in het Koude Hart van Deever houdt ?   

Afbeelding 1: Foto van het Rabobankjebankje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 2017
Afbeelding 2: De situatie bij het Rabobankjebankje op 4 november 2017 

Afbeelding 3: Ontwerp- en bouwtekening van het herbestratingswerk met de naam Deever op Drift
Afbeelding 4: Het Rabobankjebankje was op maandag 20 juni 2020 niet meer aanwezig

Afbeelding 5: Op een bankje op de hof van de kaarke zit een plaatje met de tekst: Aangeboden door de Rabobank

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

De Deeverse Terras Route löp neet over Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier hier getoonde kleurenfoto’s gemaakt op maandag 8 juni 2020, nota bene ten tijde van de coronapandemie. Het met fraaie ijzeren beelden van paarden gelardeerde prachtige en rustige terras van hotel-restaurant Villa Nova op Zorgvlied was gelukkig op die dag met strikte toepassing van de officiële corona-regels weer open.
In het voorjaar van 2020 heeft een beperkt aantal uitbaters in de Deeverse toeristenindustrie een commerciële zo genoemde Terras Route bedacht. En deze Terras Route Voor Bij Voorkeur Berijders Van Een Elektrisch Aangedreven Fiets loopt niet langs de Dorpsstraat op Zorgvlied.
Dus waren op het terras van hotel-restaurant Villa-Nova aan de Dorpsstraat op Zorgvlied op maandag 8 juni 2020 ook geen wild met stempelkaarten zwaaiende en zwalkende Terras Route Berijders Van Een Elektrisch Aangedreven Fiets te bekennen. Dus was bij hotel-restaurant Villa-Nova aan de Dorpsstraat op Zorgvlied bij een consumptie ook geen stempel op die vermaledijde stempelkaart te halen en dus ook geen ludiek aandenken aan de zo genoemde Terras Route te verkrijgen.
De redactie schat in dat het gesubsidieerde Terras Route initiatief van een beperkt aantal uitbaters in de Deeverse toeristenindustrie een zachte dood zal sterven.

Posted in Dorpsstraat, Toeristenindustrie, Villa Nova | Leave a comment

Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 18 mei 2020 verscheen het bericht van overlijden van Klaas de Boer, geboren en getogen Wittelter. 

Klaas de Boer is op 28 juli 1938 geboren in de voormalige woning van de verlaatmeester van het Wittelterverlaat, later woning van de schutmeester van het Wittelterschut in de Drentse Hoofdvaart, heden ten dage de woning met adres Rijksweg 74 in Wittelte. Hij is op 14 mei 2020 overleden in zijn woonplaats Nijeveen.
Klaas de Boer is een zoon van Kornelis de Boer en Christina Hendrika Klaassen. Christina Hendrika Klaassen is een dochter van Klaas Klaassen en Geertruida Pot. Geertruida Pot is een dochter van schutmeester Jan Pot en Christina Hendrika Leonora Bakker.
Nadat hij op zijn 65-ste was gestopt als boer raakte hij uiteindelijk door jaren bezig geweest te zijn met de geschiedenis van Nijeveen – de familie de Boer is afkomstig uit Nijeveen – weer geïnteresseerd in het vrogger in Wittelte, de boerderijen en de boerenfamilies die daar in de loop van de tijd woonden en de ontwikkelingen in de streek.
Zijn kennis van boerenfamilies en hun boerderijen in de streek Wittelte heeft hij vastgelegd in het mooie boek en zeer nuttige naslagwerk ‘Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, met als motto: De boer stön vrog opmit de vlegel döste hee dan ièst een legge rogge op de deele. Klaas de Boer hef ut veule waark veur sien book over Wittelte allenig edoane, doar haa’r hee gien leutergroep en gien nepskriever bee neudig. 
De hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte heeft het boek in 2018 in eigen beheer en nota bene zonder ISBN-nummer uitgegeven. Daarvoor alsnog een driewerf hulde: hulde, hulde, hulde.
De voorkant van het boek is hierbij afgebeeld, zie afbeelding 3. Hierop is de afbraak van de Witteltersluis vanaf het benedenpand in 1880 te zien. Maar de vooral voor wijlen Klaas de Boer van belang zijnde woning van zijn overgrootvader Jan Pot, die de laatste schutmeester van het Wittelterschut was, is helaas niet op afbeelding 3 te zien. De woning had ooit als adres Wittelte 126, nu heeft de woning als adres Rijksweg 74. Klaas de Boer heeft in zijn boek op bladzijden 78 tot en met 88 aandacht besteed aan de woning en zijn bewoners.
Op afbeelding 4 is deze woning aan de linkerkant min of meer achter de bomen te zien. De Wittelterbrug is niet te onderscheiden, maar ligt rechts achter de schepen in de vaart. De foto is op 23 juni 1880 gemaakt door de Duitse fotograaf Freiherr Friedrich Julius von Kolkow.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de voormalige woning van de meester van het Wittelterverlaat, daarna Wittelterschut gemaakt op 9 april 2013, zie afbeelding 5.
Het is ten zeerste te hopen dat de hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte een gratis exemplaar van het boek van wijlen Klaas de Boer naar het Nationaal Archief in ’s Gravenhage heeft gestuurd of dat alsnog zal doen.
Ter gelegenheid van het verschijnen van het boek van wijlen Klaas de Boer schreef de Deeverse correspondent in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018 sien stukkie veur de kraante, dat schreef de correspondent gewoon over van de tekst op de achterkant van het boek van wijlen Klaas de Boer. Dat mag toch wel een vlotte bijverdienste worden genoemd.
De nazaten van bewoners van boerderijen in de streek Wittelte en geïnteresseerden in het verleden van de streek Wittelte mogen wijlen Klaas de Boer dankbaar zijn voor het resultaat van zijn kennis, zijn inzet en zijn doorzettingsvermogen. Dat hij ruste in vrede.

Afbeelding 1: Bericht van overlijden van Klaas de Boer in de Olde Möppeler van 18 mei 2020

Afbeelding 2: Bericht over het boek van Klaas de Boer in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018

Afbeelding 3: Afbeelding van de voorkant van het boek van Klaas de Boer

Afbeelding 4: Afbeelding van een foto van het opruimen van het Wittelterschut in 1880

Afbeelding 5: Foto van de voormalige woning van de sluismeester van het Wittelterschut

Posted in Alle Deeversen, Overlijdensbericht, Verdwenen object, Wittelterschut | Leave a comment

N.A.D.’ers op de foto bee de Hoarsluus an de Gowe

Deze zwart geüniformeerde arbeidsmannen uit het werkkamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe vervulden hun arbeidsdienstplicht (ongewapende dienstplicht) in de periode van 7 juli 1943 tot en met 15 december 1943.
Ten tijde van hun verblijf in het werkkamp an de Gowe is de groep mannen an de raand van ut Hoarschut an de Gowe op de foto gezet. De redactie van ut Deevers Archief is niet bekend met de namen van de mannen op de foto.

Posted in Geeuwenbrug, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Is Tied Zat de tied zat of besteet de tied neet mièr ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft op Zorgvlied bijgaande kleurenfoto van het blauwe bord met de tekst ‘Tied Zat plein – 2007-2007’ gemaakt op woendag 19 september 2018.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op Zorgvlied bijgaande kleurenfoto van de koloniebrink, voorheen Tied Zat plein gemaakt op maandag 8 juni 2020, ten tijde van de coronapandemie.
De redactie zag bij eerdere wandelingen door Zorgvlied en over de koloniebrink, voorheen Tied Zat plein, nog wel een uurwerk zonder wijzers in de kast van de uurwerkmast, die op de tweede foto aan de linkerkant is te zien, maar op maandag 8 juni 2020 was deze kast doorzichtig leeg.
Is oudejaarsvereniging (helejaardoorvereniging ?) Tied Zat de tied zat of besteet de tied neet mièr op Zorgvlied of gaat Tied Zat binnenkort een nieuw uurwerk in de kast aanbrengen ?
Het op de foto zichtbare roestige stalen buispaalkunstwerk met de esoterische naam Symbionotische Zuil staat jammer genoeg nog steeds op de koloniebrink,voorheen Tied Zat plein, want het had al heel lang definitief op de rotonde an de Deeverbrogge moeten staan.
Wellicht kan Tied Zat dit kunstwerk op de wijze van zijn oudejaarsavondgrappen voorgoed verslepen naar de rotonde an de Deeverbrogge of anders voorgoed verslepen naar het Ekingerzand aan de Friese kant van de provinciegrens.

Posted in De aandere kaante van de bos, Kunst, Zorgvlied | Leave a comment

Jans Tabak is estör’m an de Saandhook in Deever

Jans Roelof Tabak is op 20 november 2019 estör’m in sien boerdereeje an de Aachterstroate. Op de stee woar hee op de wereld is ekoom’m, doar wol hee ok staar’m, doar is hee estör’m. In de boerdereeje an de weg die vrogger de Saandhook hedde.
Ut bericht over sien dood stön ok in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van vreedag 22 nevember 2019.
De redaksie van ut Deevers Archief hef op vreedag 29 nevember 2019 un kleur’nfoto emeuk’n van sien graf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. De plète op sien graf laag die dag nog vol mit mooie bloemstokk’n.
De redaksie van ut Deevers Archief hef op maendag 8 juni 2020 ok un kleur’nfoto emeuk’n van sien graf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Op de plète op sien graf stön’n die dag twee pott’n van posselein. De redactie wet neet of ut theepott’n of koffiepott’n bint. Ut sult wè pott’n uut de veinsterbaankversèmuling van Jans weed’n. Sien dochter sol die pott’n doar wel nièr eset hem’m. De redaksie van ut Deevers Archief hef de foto van de versèmuling pott’n in de veinsterbaank van sien booerdereeje an de Saandhook emeuk’n op woensdag 12 december 2019.
Jans was Deever. Jans wus alles van ut olde Deever. Jans wus alles van de olde Deeversen. Jans haar alles van ut olde Deever. Jans daacht in ut olde Deevers. Jans daacht over ut olde Deever. Jans daacht over de olde Deeversen, Jans preut in ut olde Deevers. Jans preut over ut olde Deever. Jans preut over de olde Deeversen. Mor Jans skreef neet over ut olde Deever, skreef neet over de olde Deeversen, skreef neet over ut vrogger in de gemiente Deever.
Jans hef al sien vurhoal’n miteneu’m in sie graf.
Ai’j un paer beriggies over hum wilt lees’n, dan kö’j dat hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n.
Un oarig fluttie foto’s van hum kö’j hier vien’n.

Posted in Alle Deeversen, Overlijdensbericht | Leave a comment

De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag meegenieten van nieuwe aanwinsten in zijn verzameling objecten uut de gemiente Deever. Eén daarvan is bijgaand afgebeelde zwart-dwit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. 

Uit de mond van wijlen Anne Mulder schreef de redactie van ut Deevers Archief het volgende op over het hoekhuis an de Peperstroate in Deever:
Omstreeks 1932 werd het hoekhuis an de Peperstroate bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de Coöperatieve Verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Deever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman. Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis an de Peperstroate.

Roelof Santing herinnert zich het volgende van de mensen die in zijn jeugd in dit huis woonden:
Voordat Aaltje Koning-Haveman bewoonster van het huis aan de Peperstraat werd, woonde daar haar broer Frederik Haveman. Op het dorp stond hij bekend als Freerk Punt of Freerk Puntien. In mijn herinnering was dit een markante persoonlijkheid, al kwam dit niet tot uitdrukking in zijn figuur. Gezeten op de steen, zoals die is te zien op de afbeelding, gaf hij in de dertiger jaren van de vorige eeuw zijn visie op de politieke toestand van die tijd, waarbij hij het uit het Oosten dreigende gevaar zeer wel onderkende.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Frederik (Freerk) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is  overleden op 28 december 1953 in Meppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In het begin van de twintigste eeuw woonden in het zichtbare pand schoenmaker Berend Slagter met zijn vrouw Femmigje Mulder.
De foto voor de zwart-wit ansichtkaart is in 1964 of 1965 gemaakt. Dat is een paar jaar nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) van de gemiente Deever in 1956, 1957 of 1958 (?) alvast het achterste deel van het pand liet afbreken in het kader van de zo genoemde krotopruiming.
Het achterste deel is bewoond geweest door bakker Jonkman, kapper Jan de Boer en de familie Hendrik Baaiman. De familie Baaiman werd eerst naar een woning aan de Wapserveenseweg in Wittelte verbannen, waarna het achterste deel kon worden gesloopt.
Ome Kees had grootse -ja bijna megalomanistische- plannen met de dorpskern. Vele prachtige en beeldbepalende cultuurhistorisch waardevolle ‘olde kouw’n’ in het warme hart van het dorp Deever pasten niet in zijn plannen en moesten daarom bij voorbaat al worden gesloopt. Volop en niet te weinig.
De gemiente Deever, onder leiding van ome Kees, werd gelukkig op tijd een zogenaamde artikel 12-gemeente, zodat niet het hele warme hart van Deever vernield en gesloopt is geworden, maar waren wel de mooiste en oudste panden verdwenen.
Bij de sloop van het achterste deel van het pand ontstonden gaten in de tussenmuur, die toen buitenmuur van de achtergevel van het op de afbeelding zichtbare pand van de weduwe Koning was geworden. Van oude stenen werd een muur tegen de kapotte achtergevel gemetseld. Het rieten dak werd gesloten met een wolfseind.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940, overleden op 24 oktober 2000) kocht op 14 oktober 1966 de ‘olde kouwe’ voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
De redactie merkt op dat in het bovenlicht van de voordeur van het pand geen levensboom aanwezig is.
Wie van de nog erg weinige sprekers van ut Deevers weet nog de betekenis van het niet meer gangbare woord ‘kouwe’ ? Bijvoorbeeld in de zin: See haad’n ut gloep’ms kolt in de olde kouwe. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid te reageren ?  

Abracadabra-1214

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Diever, Klaas Kleine, Peperstraat | Leave a comment

Van Daalen in Bennekom en in Deever

In de Kostersteen, het orgaan van de Vereniging Oud-Bennekom, verscheen in nr. 58 van november 1996 het navolgende artikel ‘Van Daalen in Bennekom en Diever’. Het bestuur van deze historische vereniging was zo welwillend toestemming te geven voor publicatie van dit artikel in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is het bestuur van de Vereniging Oud-Bennekom bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Het artikel draagt bij aan de geschiedschrijving over het landgoed Berkenheuvel. Het publiceren  van oude jaargangen van haar verenigingsorgaan in digitale vorm op haar webstee is een bijzonder goed initiatief van deze historische vereniging. Dat zou de heemkundige vereniging uut Deever ook ernstig in overweging moeten nemen. Wellicht een onderwerpje voor een aanstaande jaarvergadering ?

Aanleiding
Tijdens een recent bezoek aan het landgoed Berkenheuvel in de gemeente Diever (Dr), eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, vertelde de beheerder mij dat het bezit in 1970 was verkregen door aankoop van de familie Van Daalen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Wie waren die Van Daalens en wat had hen tot de verwerving van ruim 1000 ha in midden Drenthe gebracht ?

Familiebeschrijving
Er bestaat een genealogie van de familie Van Daalen. die in 1925 geschreven is door de gepensioneerd generaal-majoor E.A.F. Blokhuis.  Uit deze publikatie ontleen ik het volgende.
De Van Daalens zijn afkomstig uit Brakel in de Bommelerwaard. De voor dit verhaal van belang zijnde tak van de familie is via Harderwijk in Wageningen en Bennekom terecht gekomen.

Herrnannus B. van Daalen (1782-1850)
Geboren te Harderwijk vestigde hij zich vóór l811 in Wageningen. Hij werkte daar als advocaat, notaris, stadssecretaris en houthandelaar. Hij was maatschappelijk zeer actief en genoot het nodige aanzien. Alleen de huidige Wageningse houthandelaar Daniëls heeft nog slechte herinneringen aan de man. In zijn familie is bekend dat zijn betovergrootvader in 1811-midden in de Franse Tijd- uit Wageningen moest vluchten, omdat Van Daalen hem van anti-Franse uitlatingen had beschuldigd. Hernannus van Daalen had vijftien kinderen uit drie huwelijken. Voor dit verhaal is zijn zoon Albertus van belang.

Albertus van Daalen (l8l2-1864)
Hij werd opgeleid voor de militaire dienst en trok in 1830 als achttienjarige cadet op tegen de Belgische opstandelingen. Te velde werd hij tot officier bevorderd. In 1842 nam hij ontslag uit het leger en vestigde zich in Bennekom, waar hij werkzaam was als Rijksontvanger. Hij werd lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland en bevorderde de verbetering van de afwatering in de Gelderse Vallei. Bij de watersnoden van 1855 en l86l begeleidde hij Koning Willem III in het rampgebied en ontving hem in zijn huis te Bennekom. Dat huis Dorpzicht had hij in 1853 laten bouwen aan de weg naar Wageningen op de plaats waar nu het Bart van Elstplantsoen is.
Albert is twee maal getrouwd geweest. In beide gevallen met een gezuster Cau uit Zierikzee. De Cau’s waren een zeer gegoede familie, die veel hebben bijgedragen aan de welstand van de Van Daalens.
Albert bemoeide zich met allerlei bestuurlijke aangelegenheden in Bennekom, zoals de verkoop van de onontgonnen domeinen ten oosten van het dorp. Hij kreeg acht kinderen, waarvan alleen de jongste, Albertus Christiaan volwassen werd.

Albertus Christiaan van Daalen (1853-1939)
A.C. van Daalen studeerde rechten in Leiden, promoveerde in 1880 en vestigde zich in Arnhem. Daar was hij secretaris van de Militieraad en een ijveraar voor de bevordering van het toerisme naar Arnhem en omgeving.
Zo richtte hij de VVV in Arnhem op en nam het initiatief tot de aanleg van de weg Roozendaal-Beekhuizen-Heuven (langs de Posbank).
Albertus C. van Daalen trouwde in 1890 met Albertina Johanna Sichterman uit Groningen. Het echtpaar ging in zijn ouderlijk huis Dorpzicht wonen.
Uit het huwelijk werden vijf kinderen geboren, te weten: Albert Christiaan (189l), Antoinette (1893), Josephina Hermanna Johanna (1894). Christina Albertina (1896) en Mello (1897).
Josephina trouwde in l913 met Paul Carel Louis Doorman. Hun zoon Albert Christiaan werd in 1918 geboren en woont in Diever.

De familie Sichterman is verbonden met het gelijknamige patriciërshuis aan de Ossemarkt in Groningen. De voorvaderen van Albertina Johanna kwamen in de zeventiende eeuw als militairen naar Groningen. In 1716 moest Jan Albert Sichterman vluchten als gevolg van een duel met dodelijke afloop voor zijn tegenstander. Hij vertrok op een schip van de VOC naar Indië, waar hij carrière maakte onder andere als Directeur van Bengalen. In 1744 voer hij thuis als admiraal van de jaarlijkse retourvloot.
In Indië had hij een groot fortuin vergaard en een indrukwekkende inboedel verzameld. Bij zijn thuiskomst liet hij het Sichtermanhuis aan de Ossemarkt bouwen, dat in die tijd een ware bezienswaardigheid was in de stad en dat nog steeds een belangrijk monument in Groningen is.
Door de vorstelijke staat die hij voerde, werd Jan Albert wel ‘de Koning van Groningen’ genoemd. Of het ruimhartige beheer van zijn vermogen bij zijn overlijden in 1764 tot rijke erfgenamen geleid heeft, valt te betwijfelen.

Mr. A.C. van Daalen moet -als enig erfgenaam- bij zijn huwelijk in l890 een gefortuneerd man geweest zijn met veel maatschappelijke invloed en relaties. Hij was vele jaren Dijkgraaf van het polderdistrict Wageningen en Bennekom en voorzitter van de collegiën der Exonereerende Landen (de gezamenlijke waterschappen in de Gelderse vallei), die de Grebbedijk en de waterlossing via de ‘Rode Haan’ bij Veenendaal onderhielden.
Zijn welstand blijkt uit de aankoop in 1890 van Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemeente Diever. De aankoop en ontginning van de Drentse markegronden (grond in gemeenschappelijk bezit van de bewoners) was omstreeks 1850 begonnen door Friese ondernemers.
De laatste van deze ontginners, mr. A.J. Hoekwater, verkocht Berkenheuvel aan Van Daalen. Volgens zijn kleinzoon, A.C. Doorman, die nu nog op een deel van het oorspronkelijk landgoed woont,  kocht Van Daalen het vooral voor de jacht, waarvan hij een groot liefhebber was.
Onder invloed van zijn vrouw, die tegen de jacht was, ging hij zich steeds meer op het beheer. de uitbreiding, ontginning en bebossing van het gebied richten. Ln 1925 was Berkenheuvel uitgebreid tot 1300 ha en waren er een tiental woningen op gebouwd.

Van Daalen voerde het beheer samen met een Dieverse bosbaas en bezocht zijn bezittingen regelmatig. Rond 1900 reisde hij met de trein van Ede naar Nijkerk om daar over te stappen naar Meppel. Daar werd hij per rijtuig opgehaald om de laatste twintig kilometer naar Diever af te leggen. Later kwam er een stoomtram. maar dan moest hij de laatste kilometers van Dieverbrug naar Berkenheuvel te voet afleggen. Volgens oude Dieversen waren er dan altijd wel jongens die een centje wilden verdienen met het dragen van zijn koffer. Van Daalen logeerde tijdens zijn verblijf in een bescheiden optrekje op het erf van de bosbaas. Later is het uitgebreid tot een chalet-achtig familiehuis.

Het spreekt vanzelf dat Van Daalen het landgoed op economische basis wilde exploiteren. Volgend Doorman vergde dit hoge investeringen, waar tegenover in de lange aanloopperiode slechts geringe opbrengsten stonden. In de jaren dertig is het zelfs gebeurd dat een deel van het Bennekomse bezit werd afgestoten om Berkenheuvel te kunnen financieren. Toch heeft Van Daalen veel bevrediging gevonden in zijn Drentse ontginning en hij liet anderen daarvan mee profiteren. Zo stelde hij ruimte beschikbaar voor studentenkampen, legde wegen aan en liet een zwembad voor de Dieverse bevolking maken.
Na het overlijden van A.C. van Daalen in 1939 heeft de familie de eigendommen in Bennekom verkocht. waaronder het huis Dorpzicht, Neder-Veluwe en de Hullenberg (met het koepeltje). De exploitatie van Berkenheuvel is voortgezet tot 1970, toen het in twee ongeveer gelijke delen verkocht werd aan Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Het gebied is een bezoek zeker waard. Het Handboek van Natuurmonumenten zegt er onder meer het volgende over: ‘Uitgestrekte oude grove dennenbossen op sterk geaccidenteerd stuifzand bepalen grotendeels het karakter van het terrein. Onder de licht doorlatende kronen hebben zich uitgebreide tapijten kraaiheide ontwikkeld, rijk aan mossen en korstmossen, plaatselijk met rode bosbes. Door deze altijd groene onderbegroeiing maakt het bos ook ’s winters een levendige indruk. Dit bostype wordt nergens in Nederland over een zo grote aaneengesloten oppervlakte aangetroffen’.

Ir. N.H.A. Greve

Literatuur
E. A. F. Blokhuis. Het Brakel-Harderwijksche geslacht Van Daalen.  1925, (niet in de handel).
Gerrit Breman. Alleen in het belang en ten behoeve van de gemeente Bennekom. De Kostersteen 54 (oktober 1995) en 55 (januari 1996).
Coevorder Courant, 8 januari 1993 (over Berkenheuvel).
Eigen Haard 51, l9 september 1925 (over Berkenheuvel).
C.A. Heitink. Ter dankbare herinnering aan Mr. A.C. van Daalen. De Kostersteen 22 (oktober l987).
De Kampioen (ANWB), 11 en 18 september 1925 (over Berkenheuvel).
Wiet Kuhne-van Diggelen, Jan Albert Sichterman, VOC-dienaar en ‘Koning’ van Groningen. Regio-project Groningen 1995. ISBN 90-5028-058-7.
A.C’. Zeven. Hermannus Bernardus van Daalen. Oud-Wageningen l5 (1987).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Albertus Christiaan van Daalen liet niet het zwembad ‘Dieverzand’ bouwen, de bevolking van Deever deed dat zelf in de Tweede Wereldoorlog. Zie de diverse artikelen in ut Deevers Archief over het zwembad Dieverzand.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Ansichtkoate mit de groet’n van de Deeverbrogge

Café- en logementhouder Sjoert Benthem is de uitgever en verkoper van deze in 1910 verstuurde fraaie ansichtkaart met vijf kleine afbeeldingen van objecten/onderwerpen an de Deeverbrogge. De kaart is gedrukt bij Riezebos in Ede.
Van elk van de vijf objecten/onderwerpen heeft Sjoert Benthem gelukkig ook een ‘gewone’ ansichtkaart uitgegeven en verkocht.
De redactie van ut Deevers Archief toont van drie van deze ansichtkaarten al een afbeelding en zal bij gelegenheid van de andere twee ansichtkaarten ook een afbeelding tonen.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van de Opzichterswoning an de Deeversluus.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart met de stoomboot Assen-Zwolle.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van Hôtel S. Benthem.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Café Sjoert Benthem, Café-Logement Sjoert Benthem, Dieversluis | Leave a comment

Ut winkeltie van Batta en Lammegie Bolding

Lammigje Bolding stuurde de hier afgebeelde fraaie ansichtkaart in 1928 naar mejuffrouw B. Westrik, Hennegouwerlaan 72 in Rotterdam. Ze schreef met de inktpen in een mooi dun handschrift, maar maakte daarbij wel een schrijffoutje, want Hennegouwerlaan is Henegouwerlaan. Het zij haar alsnog vergeven, want dankzij haar is wel een erg mooie kaart verstuurd en dankzij de ontvangster (?) bewaard gebleven.
Blijkbaar was het sturen van een kaart met alleen de naam van de afzender en zonder enige tekst voldoende voor het geven van een teken van leven en een teken van belangstelling.
Wie heeft gegevens van mejuffrouw B. Westrik ?
De maker van de foto’s voor deze ansichtkaart en de uitgever van deze ansichtkaart is fotograaf W. Hartmann, Gasthuisstraat 36 te Steenwijk.
Lammigje Bolding (op 26 april 1881 in Deever geboren en op 30 augustus 1957 in Deever overleden, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) was een zuster van Alberta (die in de volksmond Batta werd genoemd) Bolding (op 8 december 1873 in Deever geboren en op 23 oktober 1963 in Deever overleden, zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever). 
De halfzusters Bolding woonden in de Hoofdstraat tegenover schoenmaker Mulder en hadden daar tot zeker in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een winkeltje. Wie herinnert zich de grote stopflessen met snoep op de toonbank ? Ook verkochten ze zoethout. De redactie verzoekt hierbij om reacties van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief, die het winkeltje van de halfzusters Bolding hebben gekend. Wat verkochten de halfzusters Bolding ?
Het ‘oude’ -op de ansichtkaart zichtbare- gemeentehuis an de brink in Deever (een gemeentehuis in Drenthe hoort aan de brink te staan) was eerder de openbare lagere school en nog eerder een boerderij. De boerderij werd verbouwd tot lagere school en de lagere school werd steeds een beetje meer verbouwd tot gemeentehuis. Zo ging dat vrogger in de gemiente Deever.
Tussen het oude gemeentehuis en het boerencafé van Jan Barelds is een stukje van de Hoofdstraat te zien, met aan het einde ook de voorgevel van het winkeltje van Batta en Lammegie Bolding; dat zal de reden zijn geweest waarom Lammegie deze kaart heeft verzonden naar Rotterdam.
Alberta Bolding was een dochter van winkelier (koopman) Jan Geerts Bolding en Annigje Faber. Jan Geerts Bolding trouwde op 4 oktober 1871 op 47-jarige leeftijd met de 32-jarige Annigje Faber. Jan Geerts Bolding overleed op 3 december 1875. Annigje Faber hertrouwde op 16 maart 1877 met Heime Bolding. Lammigje Bolding was een dochter van Heime Bolding en Annigje Faber. Heime Bolding was een broer van Jan Geerts Bolding.
De naam van Jan Geerts Bolding komt voor in een reclame voor Stollwerck’sche borstbonbons in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 4 januari 1868; zie de bijgevoegde afbeelding. Borstbonbons waren een probaat huismiddel tegen hoest, heesheid en verkoudheid. Wellicht is Jan Geerts Bolding de eerste neringdoende in het dorp Deever, wiens naam in een reclameboodschap in een krant is genoemd.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Café Barelds, Diever, Gemeentehuis, Mastenveldje, Neringdoende, Studentenkamp | Leave a comment

De piepe van de botterfubriek kö’j nog net seen

Op bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkoate zijn op de achtergrond de huizen aan de Veentjesweg in Deever te zien. Boven het politiebureau, dat op de hoek van de Tusschendarp en de Veentiesweg stond, is nog net een stuk van de schoorsteen van de zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever te zien. Op de voorgrond zijn enige koeien van boer Jans Kruid te zien. De maker van de foto voor deze ansichtkoate stond op de weg naar Oldendeever.
De ansichtkoate is in november 1965 uitgegeven door JosPé in Arnhem en werd verkocht door levensmiddelenbedrijf A. Kuiper (Aubut Kuper) an de Peperstroate in Deever. De maker van de foto voor deze ansichtkoate zal deze in de zomer of het najaar van 1965 hebben gemaakt.

Posted in Ansichtkaart, Boer'nlee'm, Veentjesweg | Leave a comment

Olde wandelkoate veur ut laandgood Berkenheuvel

In nummer 09/4 (december 2009) van Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’. De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het Landgoed Berkenheuvel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De redactie van ut Deevers Archief prijst zich evenzeer gelukkig ook een exemplaar van deze wandelkaart, uitgegeven in mei 1936, in haar archief te hebben (waar het aflopen van veilingen al niet goed voor is). De twee hier zichtbare afbeeldingen betreffen de voorkant en de achterkant van de wandelkaart.
De redactie kan de zeer gewaardeerde belangstellende bezoeker van ut Deevers Archief gratis een digitale versie van beide afbeeldingen toesturen, dan kan de zeer gewaardeerde bezoeker zo nodig zelf een scherpe afdruk op A3-formaat van de kaart maken en de op de achterkant van de kaart vermelde routes gaan wandelen. Het toesturen van een e-mail bericht via de knop ‘leave a comment’ aan het einde van dit bericht volstaat.
Maar de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief moet niet te lang wachten met het willen gebruiken van deze kaart voor het lopen van een op de achterkant van deze kaart voorgestelde wandelroute of voor het lopen van een zelf bedachte wandelroute, want de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, de huidige eigenaar van de helft van het landgoed Berkenheuvel, is ijverig bezig alle wegen in zijn gebied niet te behouden, te blokkeren, te laten overwoekeren, niet meer te onderhouden, uit te wissen, om te ploegen, want het heeft er alle schijn van dat deze almachtige vereniging liever geen mensen ziet rondlopen op zijn deel van het landgoed Berkenheuvel.

Posted in Aarfgood, Albertus Christiaan van Daalen, Cultuurhistorie, Kogelvanger, Landgoed Berkenheuvel, Mastenveldje, Opraekelen, Toeristenindustrie | Leave a comment

Ansichtkoate van de meule in Oll’ndeever

Op deze zwart-wit ansichtkaart uit 1963 is te zien dat het pand bij molen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever van oorsprong un boerdereegie mit siedbaander moet zijn geweest. De siedbaander van het pand van molenaar Arend Uiterwijk Winkel is al dichtgemetseld. De redactie van ut Deevers Archief weet niet wanneer dat is gebeurd; op een zwart-ansichtkaart uit 1954 was de siedbaander nog wel aanwezig.
Het pand stond redelijk dicht an de Brinkstroate (heet de weg ter plaatse van het pand nog Brinkstroate of heet de weg daar Oll’ndeever ?). Later is het pand afgebroken en is op een andere plaats een nieuwe woning gebouwd. De afgebroken boerderij heeft als voorbeeld gediend voor de nieuwe woning. Die kwam verder van de Brinkstroate en wat verder van de straat met de naam Dingspil te liggen. Is (een deel van) het bouwmateriaal dat is vrijgekomen bij het slopen van het oude pand weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe pand ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 13 november 2014 gemaakt.
De laatste beroepsmolenaar Arend Uiterwijk Winkel van molen ‘de Vlijt’ is in de zestiger jaren met zijn echtgenote en hun twee kinderen Bert en Anneke verhuisd naar Hoogeveen. Arend Uiterwijk Winkel is geboren op 22 september 1921 in Hoogeveen en is overleden op 31 december 2009 in Meppel. Zie het hier afgebeelde overlijdensbericht.

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Overlijdensbericht, Verdwenen object | Leave a comment

In de bouw in ut Grünedal an de Bosweg in 1964

In de nadagen van het aan schoven zetten van het koren (in dit geval gaat het zo te zien om haver) brachten neringdoenden in Deever nog een prachtige zwart-wit ansichtkaart uit.
De foto voor deze ansichtkaart is gemaakt op de bouwakker met de naam Grünedal an de Bosweg in Deever.
In het wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu nog maar een zandweg) naar het openluchttheater woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, hij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnerweg in Deever) en Eltje (Eltie) Oost (geboortedatum en precieze overlijdensdatum zijn niet bekend bij de redactie).
Rechts achter het wit geschilderde huisje is pension ‘de Zandkamp’ van de familie Kamphuis te zien.
Van deze door het bedrijf JosPé in Arnhem uitgegeven ansichtkaart zijn meerdere uitgaven bekend.
Roelof (Roef) van Goor (Van Goor’s Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deever) verkocht deze kaart in november 1964 voor het eerst.
Hendrik Koopman (Drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufdstroate in Deever) verkocht in november 1966 ook een oplage van deze kaart.
Roelof (Roef) van Goor (Van Goor’s Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deever) verkocht in oktober 1967 nog een keer een oplage van deze kaart.
Wellicht zijn er nog andere uitgaven geweest.
Welke zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief kan ontbrekende of aanvullende gegevens doorgeven ?
Welke zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief is bereid een scan van foto’s van boeren in de bouw, van het boerenleven in de gemiente Deever voor publicatie in ut Deevers Archief ter beschikking te stellen ?

abracadabra-330

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Boer'nwaark, Groenendal, Veldnaam | Leave a comment

Deever is ien tuneel en besükers bint mor figerant’n

De in het voorjaar van 2020 bedachte zo genoemde Terras Route Deever suggereert een non-discriminatoire consumptie-stimulerende fietsroute langs alle eet- en drinkgelegenheden in de gemiente Deever te zijn, maar daar valt wel het een en ander op af te dingen.
Want waarom is het terras de maatstaf ? Want waarom loopt de fietsroute niet over het prachtige Zorgvlied langs het fraaie met beelden gelardeerde terras van hotel-restaurant Villa Nova en langs het terras van eethuis-cafetaria Zorgvlied ? Want waarom zijn in de legenda van de kaart bepaalde eet- en drinkgelegenheden met terras niet met naam of toenaam genoemd en moeten het doen met een vervelende blauwe stip op de kaart of helemaal geen blauwe stip ? Want waarom zijn de vele oplaadpunten voor elektrisch aangedreven fietsen op de hoek van de Kruusstroate en ut Kastiel niet ingetekend op de kaart ? Want waarom wordt op de kaart alleen die fietswinkel an de Heufdstroate in Deever genoemd, terwijl an de Deeverbrogge ook een fietswinkel aan de route is gevestigd ?
Niet alle uitbaters van een eet- en drinkgelegenheid of een toeristische vermakelijkheid (welke ?) binnen de grenzen van de gemiente Deever mochten meedoen met dit merkwaardige reclameproject met de merkwaardige naam Terras Fiets Route Deever van het Ondernemersfonds Van De Gemeente Westenveld, de Ondernemersvereniging Diever, de Stichting Toeristische Promotie Westerveld en de neringdoende B&B Groepsaccomodatie Aangenaam-Olde Horst Diever. En dat terwijl dit merkwaardige reclameproject met de merkwaardige naam Terras Fiets Route Deever mede is gefinancierd door het Ondernemersfonds Van De Gemeente Westenveld, waaraan alle uitbaters van een eet- en drinkgelegenheid elk jaar verplicht geld moeten betalen. Er is geen ontkomen aan. Dus een aantal niet-uitverkoren uitbaters van een eet- en drinkgelegenheid hebben daardoor ook meebetaald aan de consumptie-stimulerende reclame voor de wel profiterende concurrentie. Die niet-uitverkoren uitbaters zijn wellicht ook lid van Ondernemersvereniging Diever. Vrij naar George Orwell: alle uitbaters van eet- en drinkgelegenheden in de gemiente Deever zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan de anderen.
Wie op het internet zoekt naar de webstee van de Stichting Toeristische Promotie Westenveld komt uit bij de webstee van de gemeente Westenveld. Is deze stichting een gemeentelijke onderneming ? Is deze stichting een profit of een not-for-profit stichting ? In het jaarplan 2020 van deze stichting is voor 2020 wat geld gereserveerd voor de ontwikkeling van een toeristische route. Maar welke route ? Toch niet de Terras Fiets Route Deever ?
En wat is in de rechter bovenhoek van de kaart de betekenis van het gortdroge saaie onbeweeglijke futloze logo van Deever en de betekenis van de naam van de reclamestichting Village of Shakespeare ? Pronkt de armlastige (?) reclamestichting Village of Shakespeare gratis met de veren van anderen ? Zijn de twee Shakespeare-figuren na doordrammen van de reclamestichting Village of Shakespeare gratis op de kaart ingetekend ?
Wordt de argeloze bezoeker van het terras van een uitverkoren uitbater van een eet- en drinkgelegenheid na twintig of dertig kilometer doortrappen tegen de wind op een gewone fiets bij het drinken van een lekker Belgisch biertje ongewild doodgemonoculturaliseerd en doodgeïndoctrineerd met Shakespeare ? Vrij naar Shakespeare: Want heel Deever zal verworden tot een gemankeerd toeristisch schouwtoneel en alle bezoekers zullen maar simpele vet betalende figuranten zijn.
De kaart is ook op een lekker groot A3-formaat verkrijgbaar bij de uitverkoren uitbaters van eet- en drinkgelegenheden en toeristische vermakelijkheden (welke ?).

Posted in Shakespearitis, Toeristenindustrie | Leave a comment

Deever – Wied kiek’n hen alle kaant’n

Deze zwart-wit ansichtkaart werd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht door de Firma Brugging (Jan Brogg’n, de Wiba), Luxe- en Huishoudelijke artikelen an de Heufdstroate in Deever.
De U.L.O.-skoele van ome Piet Zijlstra is nog in aanbouw of bijna afgebouwd, dat is niet duidelijk te zien.
De Westeresch is gelukkig nog niet volgebouwd.
Het huis met praktijkruimte van huisdokter Ludolf Dirk Broekema moet nog worden gebouwd.
Wel is daar in de buurt de woning van Mans Nijzingh (?) te zien.
Korenmolen ‘de Vlijt’ staat nog mooi op de ruumte.
Op de achtergrond is in het midden de Noorderesch te zien en is rechts boven de Heezeresch te zien.
Op dit wijdse uitzicht naar alle kanten is ook fraai te zien dat de Kloosterstroate de slingerende organisch ontstane loop van het oude zandpad met de naam ’t Bultie volgt.
De gemeentelijke huurwoningen die zichtbaar zijn aan de rechterkant van de Kloosterstroate, die staan op ’t Bultie.
Het Groene Kruisgebouw staat ongeveer onder aan ut Bultie.

Posted in Ansichtkaart, Diever, Heezenesch, Luchtfoto, Noorderesch, Westeresch | Leave a comment

Op Woater’n is ut hoogste huusnummer now 34

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 6 januari 1890 het volgende bericht over de sterke groei van het dorp Wateren an de aandere kaante van de bos. 

Diever, 3 Januari.
Wist men voor eenige jaren nauwelijks, dat er een Wateren (Zorgvlied) bestond, thans trekt dit plaatsje meer en meer de aandacht. En geen wonder. Wat daar in de laatste jaren tot stand is gekomen, grenst aan ’t ongelooflijke.
’t Is nu zes jaren geleden dat daar de openbare school feestelijk werd ingewijd. Voor ruim drie jaar werd de Noordelijke Hypotheekbank opgericht en dat die zaak rendeert, blijkt hieruit, dat dezen zomer voor rekening dier bank drie gebouwen worden gesticht (twee directeurswoningen en een kantoor met conciergewoning). Voor den hoofd-agent der Eerste Hollandsche Levensverzekeringmaatschappij werd een keurig huis met kantoor gebouwd. Het gebouw daarnaast is tot een flinke bakkerij en logement met billard ingericht. En verder is een groote winkel tot stand gekomen, die binnenkort door den heer Berkemeier zal betrokken worden, waarin hij zijne manufactuur- en kruidenierszaak zal uitoefenen. Ook verdient de keurige villa van den heer Du Crocq ieders bewondering.
In ’t vorige jaar werden door den heer Verwer, mede-eigenaar van de uitgestrekte bezitting, proeven genomen met den tabaksbouw, die zoo goed schijnen geslaagd te zijn, dat thans voor den zich daar te vestigen tabaksboer een huis met tabaksschuur is gebouwd.
Verder bestaat ’t plan tot stichting eener sigarenfabriek, leerlooijerij en Brabantse schoenenfabriek. Deze laatste zal evenals in de Langstraat hoofdzakelijk huis huisindustrie zijn. Tot directeur der maatschappij tot exploitatie dezer inrichting is iemand uit Waalwijk benoemd op eene jaarwedde van tweeduizend gulden en vrije woning, voor welke betrekking hij evenwel heeft bedankt.
Was het hoogste huisnummer voor vijftien jaar 16, thans is dit 34.
Hoewel er reeds dikwijls sprake van is geweest, een straatweg van Wateren naar Diever te leggen, zal deze nog wel eenigen tijd op zich laten wachten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het begin van 1890 was de naam van het sterk gegroeide dorp Wateren nog steeds Wateren, echter in het getoonde artikel is tussen haakjes al wel de naam Zorgvlied vermeld.
De redactie is aan het uitzoeken welke van de vermelde panden waar stond of nog staat en voor wie of voor welk doel dat pand bestemd was.
De Eerste Hollandsche Levensverzekeringsbank – in het bericht abusievelijk Eerste Hollandse Levensverzekeringmaatschappij genoemd – was ook een financiële onderneming van mr. Lodewijk Guilaume Verwer.

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Vurbeeldingskracht redt ut neet op Woater’n

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 17 maart 1997 verscheen het volgende korte bericht over de openstelling van natuurmuseum Het Drents-Friese Woud op Woater’n an de aandere kaante van de bos.

Museum Wateren vrijdag geopend
Wateren – Vrijdag (21 maart) om 16.00 uur zal het natuurmuseum ‘Het Drents-Friese Woud’ in Wateren officieel worden geopend. De opening van het museum zal worden verricht door de heer Lok, voorzitter van de Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer in Diever.
Het museum is gevestigd in de voormalige school ‘Groot en Klein Wateren’. In de voormalige multifunctionele ruimte van de school zijn de vier jaargetijden uitgebeeld. In het museum zijn honderden dieren, voornamelijk vogels en zoogdieren, in allerlei soorten en maten te zien. Het museum is zeer professioneel ingericht.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 januari 2004 verscheen het volgende korte bericht over de tekoopstelling van natuurmuseum Het Drents-Friese Woud op Woater’n an de aandere kaante van de bos.

Museum te koop
Wateren – Sinds een half jaar staat het Natuurmuseum in Wateren te koop. Het museum besteedt nu nog aandacht aan cultuur-historische aspecten van het Drents-Friese Wold. Eigenaar J. van der Vooren wilde wel eens iets anders en besloot het pand te koop te zetten. Hij heeft echter geen haast bij de verkoop: “Als er iemand voor is die het wil kopen, verkoop ik het, maar ik hoef het niet per se kwijt”, aldus Van der Vooren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief prijst zich bijzonder gelukkig bijgaande kleuren ansichtkaart voor zijn zeer gewaardeerde bezoekers opgenomen te hebben in ut Deevers Archief. Op de voorkant van deze bij verzamelaars weinig bekende ansichtkaart zijn te zien enige museale, driedimensionale opstellingen met de resultaten van menselijke verbeeldingskracht, die worden getoond in het natuurmuseum Het Drents-Friese Woud van beroepsdierenpreparateur John van der Voorn. De ansichtkaart was te koop in dit museum, dat was gevestigd in de gebouw van de Laegere Skoele an de Woaterseweg op Woater’n. De ansichtkaart is – gelet op de kinderpostzegel van de striphelden Suske en Wiske – in het najaar van 1997 verstuurd.

Het in 1997 met ontzettend veel enthousiamse in de olde skoele op Woater’n geopende zeer professioneel ingerichte natuurmuseum, werd in juli 2003 al te koop gezet. Het openen van een natuurmuseum in de nabijheid van een nationaal parkje is natuurlijk toch wel een beetje de kat op het spek binden. Wie wilde gaan kijken naar opgezette dode dieren in een museum in een gebied waar je deze dieren ook levend in de bos kon zien rondlopen ?

In 1997 werd de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe door de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram nog Het Drents-Friese Woud genoemd. Dat klinkt aannemelijk, maar is het niet. Woud betekent gewoon bos, dus de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe had gewoon De Drents-Friese Bos moeten worden genoemd. Dat klinkt aannemelijk en dat is het ook. Ech wè.
De naam Het Drents-Friese Woud, laat staan de naam De Drents-Friese Bos, klonk te armoedig, klonk te eenvoudig, klonk niet commercieel en klonk niet parkerig genoeg, dus klopten de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram de naam van de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe op tot de naam Het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Maar ‘het wold’ betekent nog steeds ‘de bos’. In het Duits: Das Drentischer-Friesischer Wald. Of naar de gekopieerde analogie van de Amerikaanse nationale parken, zoals Yellowstone National Park: Drentian-Frisian National Park. Vergeleken met de enorme Amerikaanse nationale parken is Het Nationaal Park Drents-Friese Wold maar een provincieparkje, maar wat gefröbel in de marge. Maar wat voor eufemistische term de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram ook wensen te bedenken voor de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe, die bos is voorgoed verworden tot een van ver bovenaf geregisseerd, gedirigeerd, weggemotorzaagd, vormgegeven, geboetseerd, aangeharkt, gemankeerd surogaatparkje. Fantasie kan in zo’n parkje nooit werkelijkheid worden.


Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 17 maart 1997

Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 januari 2004

Posted in Ansichtkaart, Museum, Wateren | Leave a comment

Dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis

In de verzameling van ut Deevers Archief is aanwezig een bijzonder fraaie cultuurhistorische aanwinst, te weten een beschreven ansichtkaart uit 1906, dus uit de begintijd van Zorgvlied. De redactie van ut Deevers Archief wil zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoekers een afbeelding van deze aanwinst natuurlijk niet onthouden.

De ansichtkaart is op 12 oktober 1906 vanuit Zorgvlied verstuurd naar Amsterdam, waar het al op 13 oktober 1906 bij de geadresseerde aankwam. De afzender, ene juffrouw Cato, woonde in ’t Witte Huis naast het oude Rooms Katholieke kerkje.

De tekst op de aan de voor en achterkant beschreven ansichtkaart luidt als volgt:
B, D en Chr, Een hartelijken groet van mij uit Zorgvlied. Hoe maken jullie het ? Nog steeds naar omstandigheden redelijk wel ? Hebt ge nog geen nieuws mede te delen ? Tweemaal per dag komt de post hier en dan kijk ik reikhalzend uit, doch tot heden nog geen nieuws. Ik maak het best en profiteer den geheelen dag van de buitenlucht, ’t is hier nog volop zomer. De natuur vooral de bosschen zijn hier prachtig. a.s. Zondag gaan wij dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis. Jammer dat geen der beide villa’s hier op staan, alleen de Bank. Nu adieu, houdt je maar goed Door, misschien hoor ik nog wel wat.
Hartelijke groeten van Jan, Elsa en Agnes en een zoen van je liefhebbende Cato.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De ansichtkaart met de titel ‘Groete uit Zorgvlied bij Noordwolde (Fr.)’ laat een foto van zes objecten zien: de protestantse kerk (Obadja) (bestaat nog), de sigarenfabriek van Lodewijk Guillaume Verwer (bestaat nog), villa Laanzicht (steet an de Deeverbrogge), het eerste rooms katholieke kerkje (bestaat niet meer), het pand van de noordelijke hypotheekbank (bestaat nog) en de winkel van Wollfs (bestaat niet meer in de oorspronkelijke vorm).
De zes foto’s zijn gemaakt door de in Deever geboren huisschilder, kunstschilder en fotograaf Roelof Kuiper uit Noordwolde. Roelof Kuiper was ook de maker van de plafondbeschilderingen in ‘Heerenhuis, dat in de volksmond niet ’t Heerenhuis maar ’t Kastiel werd genoemd.
De schrijfster van de tekst op de ansichtkaart bedoelt met ‘beide villa’s’, de villa ‘Het Witte Huis’ en de villa ‘Castra Vetera’.

Op 22 oktober 2014 ontving de redactie van ut Deevers Archief de volgende reactie:
Ik heb even op de website van ut Dievers Archief gekeken. Daar werd onder meer bericht dat men een interessante ansichtkaart had verworven. Mijn aandacht werd echter niet zozeer getrokken door de afbeeldingen op de ansichtkaart, maar wel door het bestemmingsadres in Amsterdam. Dat bleek het toenmalige adres te zijn van de grootouders van mijn echtgenote. De afzender, die op vakantie was in Diever, had op de kaart geschreven dat men zeer benieuwd was of er al iets te melden was. De kaart is verzonden op 12 oktober 1905. Uit andere bronnen weten we dat enkele dagen nadien in Amsterdam een dochter werd geboren. Dat was de tante met wie mijn echtgenote later een bijzondere band heeft gehad. Hoeveel toevalligheden komen hier tezamen ?

Posted in Aarfgood, Ansichtkaart, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Obadja, Rooms Katholieke Kerk, Topstuk, Villa Aurora, Villa Laanzicht | Leave a comment

Kinderkamp voor opvang van kinderen van N.S.B.’ers

Na de Tweede Wereldoorlog werden N.S.B.’ers en S.S.’ers geïnterneerd (gevangen gezet) in kampen. Kinderen waarvan beide ouders waren opgepakt, moesten worden opgevangen. Het Militair Gezag, dat na de bevrijding het dagelijkse bestuur op zich nam, stelde daarom commissarissen aan, die zich met de opvang van deze kinderen bezighielden.
Het Kinderkamp Diever viel onder de afdeling Jeugdzorg van het Militair Gezag te Assen. Het Kinderkamp Diever was van 1945 tot 1948 gevestigd in de Rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Woaterseweg in de Olde Willem. Op het terrein waar zich de twee kampen bevonden is nu Camping Hoeve aan den Weg, Bosweg 12, de Olde Willem gevestigd.
Gerhard V. was een van die kinderen waarvan beide ouders fanatieke N.S.B.’er waren.
De moeder van Gerhard V. was geïnterneerd (zat gevangen) in het kamp dat was gevestigd in de strokartonfabriek ‘Ons Belang’ aan de rand van Stadskanaal op de grens van Groningen en Drenthe.
Het is de redactie van ut Deevers Archief bekend waar de vader was geïnterneerd (hij zat op meerdere plaatsen gevangen), maar moet deze gegevens nog opzoeken uit de vele aantekeningen die de redactie heeft gemaakt tijdens een aantal interviews met Gerhard V.
Gerhard V was ondergebracht in Rijkswerkkamp Diever B. Hij mocht na een verblijf van een aantal maanden worden opgehaald door familie.
Van hem zijn twee brieven aan zijn moeder bewaard gebleven, zie de bijgaande afbeeldingen. De brieven mochten blijkbaar maar één bladzijde lang zijn. De tekst van de eerste brief is blijkbaar door de negenjarige Gerard V. zelf geschreven, terwijl de tweede brief – gelet op het handschrift – door iemand anders is geschreven (een oppasser ?).

De tekst van de eerste brief, die geschreven is op 18-**-1945 luidt als volgt:
Lieve Moeder,
Hoe gaat het daar in Stadskanaal. Wij hebben het hier goed Mama. Wij gaan eten en als we gegeten hebben gaan we wandelen in de bossen en heide een hut van stenen. En we zijn op de witte bergen. Probeer eens schrijven naar Oom Jan te komen en met Ernst gaat het goed. En Zondags vlees en pudig en witebrood en chocolade. En is het damspel klaar en ik lig met z’n 8ten op 1 kamer. En we gaan ook naar de zweevmolen geweest. Ik heb ook een vose hol gezien en een strik gezet maar has kregen. We moeten om 7 uur er uit en 8 uur naar bed.

De tekst van de tweede brief, datum van schrijven niet bekend, luidt als volgt:
Het is hier fijn. We hebben goed te eten. Het is hier allemaal bos en hei er zijn veel hazen en konijnen. Er zijn veel jarig. We hebben een bisquitje gehad ! We moeten rusten van 1-2.30. We worden ’s nachts gewekt. Het is hier mooi groen. Ze halen hier ook veel turf. We ….. niet ….. We worden ’s morgens lekker met koud water en zeep gewassen. We maken ringen van vliegtuigglas ook hangertjes maken we. Als er iemand jarig is moet hij op de stoel staan en wij zingen. Verder weet ik niets meer. Dag Moeder. Een zoen van Gerhard aan Vader en Moeder. Daag Gerhard.

Posted in de Olde Willem, N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Op de knee’jn veur Lodewijk en Johanna

In de Meppeler Courant van 26 januari 2009 publiceerde Lammert Huizing (leeft niet meer) in zijn rubriek ‘Eertieds in dizze streek’ het volgende artikel ‘Op de kneien veur Lodewiek en Johanna’ in een soort van vernederlandst en net niet Hoogeveens dialect.

In de room-katholieke Andreaskarke, midden in Zörgvlied in de gemiente Westenveld giet het karkevolk zunder dat zij er arg in hebt, op de kneien veur heur weldoeners van eertieds. As zij heur kneien buugt veur het altar, dan doet zij dat ok veur de bieltenis van een man en een vrouw, waorvan de petretten in medaillons an ebracht bint in de braandschilderde ramen achter het altaar. Dit posthume eerbetoon stamt uut 1923 doe de karke ebouwd weur op de stee van een veul kleinere karke, die al dik veertig jaor eerder esticht was.
De personen in het glas-in-lood bint mr. Lodewijk Guillaume Verwer en zien vrouwe Johanna Ludovica van Wensen. Zunder heur zul de rooms katholieke gemienschap Zorgvlied nooit van de grond ekomen wezen. Het was in 1879 dat de Friese advekaot mr. Verwer het laandgoed overnaamp van de schout bij nacht De Ruijter de Wildt. Die had het zölf weer verwörven rond 1850 van de Maatschappij van Weldadigheid. Bij dat bezit heurde ok de villa Castra Vetera (het Olde Kaamp), waorvan de name deur de femilie Verwer um edeupt weur töt Zorgvlied.
Verwer was een trouwe zeune van de roomse karke en een sociaal beweugen man. Dielen van zien grootgrondbezit stelde hij beschikbaor veur arme geleufsgenoten uut Braobant, die niks aans kunden inbrengen as een hiele köppel kiender en heur warkkracht. Zundags heurden dizze kolonisten de mis in de huuskapel van de familie Verwer, die deur de huuskapelaan J.W. van den Burgt weur op edragen. Verwer wol in zien kolonie een karke stichten, maor de staot weigerde subsidie hierveur te geven.
Het echtpaor leut doe op iegen kosten een karke mit pastorie zetten opzied van de kweekschoele van het vroggere Instituut veur de Laandbouw. Die kweekschoele was in 1823 de allereerste laandbouwschoele in oens land en die weur ummebouwd töt veer wonings veur olden van dagen. Er kwaamp een stichting, de Sint Anthony Gasthuus Stichting en die leut olderen van boven de 65 hier veur niks wonen. Butendat kregen ze elke weke een gulden as ‘loon’ uutbetaald. In 1910 kwaamp mr. Verwer uut de tied. Hij was nog maor 64 jaor.
In zien dreumerijen had Verwer hum alles wat te mooi veur esteld. Hij verwachtte dat zien vestiging an de zölfkaante van Drenthe zul uutgruien töt een parochie van welvarende laandbouwers. Zien ‘kleine boeren’ hebt het op de schraole grond an de Drents/Friese scheiding niet gemakkelijk had. Kuunstmesse um de grond vruchtbaor te maken, was nog niet veurhaanden. Butendat leuten hiel wat Braobaanders het project in de steek umdat ze onvoldoende kunde hadden van de laandbouw. Ok een klompenfebriek en een sigarenindustrie die Verwer opzette, sleugen niks an.
In 1923 was Zörgvlied toe an een neie karke. Pastoor Epping had gien rieke weldoener meer en mus zölf de boer op um de bouwsom bij mekaar te bedelen. Binnen het jaor had hij het geld bij mekaar en kun de neie Andreaskarke van de grond komen. In het dreiloek van glas-in-lood achter het altaar leut de bouwpastoor twei kleine petretties anbrengen van mr. Verwer en zien vrouw. Dat was um het karkvolk te herinneren an de weldoeners die zoveule zörg an Zorgvlied hadden spendeerd.
De veer Antoniushuussies naost de karke weuren in 1983 op eredderd en wordt nog altied deur bejaorden bewoond.
Van achter het altaar kiekt Lodewijk en Johanna Verwer al zowat 85 jaar onofgebreuken de karke in. En het karkvolk eert heur onbedoeld nog altied postuum deur op de kneien te gaon veur twei mensen, zunder wele het dörp en de karke er niet ekomen waren.

Aantekeningen van de redactie ut Deevers Archief
Het gaat om de medaillons die onder in de gebrandschilderde glas-in-lood-ramen zijn aangebracht. Zie de bijgaande afbeelding uit de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Ook in dit artikel worden twee klassieke fouten gemaakt, dat komt van al dat overgeschrijf.
Johannes Franciscus de Ruijter de Wildt was geen schout-bij-nacht, maar de broer van een schout-bij-nacht.
De villa heette eerst Zorgvlied.
Het dorp Zorgvlied is vernoemd naar deze villa. Lodewijk Guillaume Verwer veranderde de naam van de villa in Castra Vetera. Hij moet een liefhebber van Latijnse namen zijn geweest (gymnasiumopleiding ?), want andere villa’s op Zorgvlied heetten, heten nog steeds Villa Aurora, Villa Nova, Villa Cornelia.
Vóór de verbouwing van het pand van de Sint Anthony Stichting was dit pand opgedeeld in vijf bejaardenwoninkjes, na de verbouwing bleven vier over.


Posted in Ansichtkaart, de Ruiter de Wildt, Lammert Huizing, Lodewijk Guillaume Verwer, Rooms Katholieke Kerk, Sint Anthony-Gasthuis, Zorgvlied | Leave a comment

De Olde Willem lig in de gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief weet niet wie de maker van deze uit historisch oogpunt als waardevol te beschouwen kleurenfoto uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw is. Wie het wel weet, die mag het natuurlijk melden.
In die tijd bestond de gemiente Deever gelukkig nog en behoorde het kleine gehuchtje De Olde Willem an de Woaterseweg tot die gemeente, zoals duidelijk is te lezen op het plaatsnaambord.

Posted in de Olde Willem, Gemiente Deever | Leave a comment

Ansichtkoate van un saandvlakte in Ellert en Brammert

Deze zwart-wit ansichtkaart van een zandvlakte in recreatiecentrum Ellert en Brammert is in 1968 uitgegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Bosgezicht, Ellert en Brammert | Leave a comment

Frömmes op de fietse op de Riekseweg

Niet veel verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever zijn in het bezit van een exemplaar van deze fraaie zwart-wit ansichtkaart. Let vooral op de auto bij het Hotel Dieverbrug van Johan Blok. Het merk van de auto is helaas niet te onderscheiden.
Werden dit soort ansichtkaarten in oplagen van 100 of 200 of 500 exemplaren gedrukt ? Jij kunt dus maar beter wel een echt exemplaar van deze kaart in jouw verzameling hebben.
Deze ansichtkaart uit juli 1954 is gedrukt door Jos-Pé in Arnhem en werd verkocht door de Firma Kuiper, Levensmiddelenbedrijf Diever, die toen ter tijd ook een vestinkje had an de Deeverbrogge an de Riekseweg bee’j ’t schut.
Wie zou de Riekseweg overstekende vrouw op de fiets toch kunnen zijn ?
Wie het weet, die mag het natuurlijk melden aan de redactie van ut Deevers Archief.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansichtkaart, Hotel-restaurant-café Blok | Leave a comment

Wegen, plassen, percelen, objecten op Berkenheuvel

In Opraekelen 09/4, het blad van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’.
De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de heemkundige vereniging uut Deever in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Berkenheuvel. De naamloze vennnootschap was het geldverdienvehikel van mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De wandelkaart is gedrukt met behulp van het metalen negatief, zoals op de bijgaande foto is te zien.
Dus houd een spiegel voor het scherm en de wandelkaart zal zichtbaar en wellicht leesbaar worden, maar tegenwoordig kunnen computerprogrammaatjes dit ook, zie de tweede afbeelding.
De schrijver van het artikel in Opraekelen 09/4 vraagt zich ook af wie alle namen van de zandwegen, de plassen, de veentjes, de stukken bos en diverse objecten nog kent.
De redactie van ut Deevers Archief doet daarom een poging niet alleen alle namen vast te leggen, maar daarbij ook een verklaring van het waarom van deze namen te geven.
Deze zullen in nieuwere versies worden herzien, waarbij ook afbeeldingen zullen worden geplaatst. De redactie verzoekt de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief gescande foto’s in te sturen.
De redactie van ut Deevers Archief baseert zich daarbij voor een deel op een serie interviews uit de periode 1999-2002 met Albert (Bert) Christiaan Doorman, kleinzoon van Albertus Christiaan van Daalen, die toen in de door hem gebouwde bungalow tegenover de weg naar het Openluchtspel woonde, op de plaats waar vroeger de poasbulte bij elkaar werd gesleept.
Het lijkt de redactie van ut Deevers Archief een uitdagende taak voor de dorpskrachten uut Deever (vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever) en de dorpskrachten uit Zorgvlied, Wateren en Oude Willem (in plaats van naar niet bestaande Friesche en Germaansche karresporen te zoeken) om bij elk van de hierna genoemde wegen, enzovoort, in samenwerking met Nederlandsche Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten weer van die mooie witte kleine naambordjes aan bomen te spijkeren (je mag van Natuurmonumenten toch wel bordjes aan bomen spijkeren ? Nestkastjes worden toch ook aan bomen vast gespijkerd ?) ook in die gevallen dat Natuurmonumenten de weg al heeft laten overwoekeren door cultuurnatuur. Laten we ons culturele erfgoed behouden en de steeds meer verloren gaande namen aan de vergetelheid ontrukken.

Adderveenweg
Weg die langs het Adderveen loopt.
Albertweg
Albert Christaan van Daalen (geboren op 21 mei 1927) was de oudste zoon van civiel-ingenieur Mello van Daalen, geboren op 14 september 1897 te Bennekom, en Johanna Maria Klik, geboren op 3 juli 1889 te Den Helder.
Mello van Daalen en Johanna Maria Klik trouwden op 12 mei 1925 in Heemstede.
Albert Christiaan trouwde op 6 september 1952 met jonkvrouw Anny Leonore Elizabeth Röell, geboren op 7 november 1930 in Soerabaja.
Albertinaweg
Albertina Johanna Sichterman (geboren op 23 juni 1861 te Groningen, overleden op 30 maart 1935, in ‘Huize Dorpszicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom) was de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen (geboren op 1 juni 1853 te Bennekom, overleden op 16 januari 1939, in ‘Huize Dorpzicht’, Dorpsstraat 54 te Bennekom).
Albertina was ook de tweede voornaam van de derde dochter Christina Albertina van het echtpaar Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Christina Albertina van Daalen werd geboren op 21 april 1896 in Arnhem.
Almaweg
Alma was een dochter van Christina Albertina van Daalen (geboren op 21 april 1896 in Arnhem, overleden op 30 december 1989 in Wassenaar) (Bert Doorman noemde haar tante Zus) en C. Meerkamp van Embden (administrateur van de suikerfabriek Soerawinangoen in Nederlands Indië van de Nederlandsche Handelsmaatschappij) (datum van geboorte en datum van overlijden is nog niet gevonden vinden)
Alma Meerkamp van Embden overleed op 28 december 1972 in de leeftijd van 51 jaar in Hoogeveen.
Annieweg
Antoinetta (roepnaam Annie) was de jongste dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. Zij is op 3 juni 1934 op 41-jarige leeftijd in Ede gestorven na een val van het paard. Zij kon goed piano spelen. Zij speelde op feestjes voor de kinderen van Bennekom. Bert Doorman heeft van haar pitriet leren vlechten.
Berkenheuvel
De naam van het huis van de beheerder en de vakantiewoning van de aandeelhouders van N.V. Berkenheuvel.
Dit landhuis staat afgebeeld op veel ansichtkaarten.
Het landhuis is ontworpen door civiel-ingenieur Mello van Daalen, een zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
De afgebeelde ansichtkaart is in november van 1965 uitgegeven.



Berkenheuvel

De naam van het gehele landgoed (bosgoed).
De Berkenwal
De naam van een gedeelte van de bos.
Berkenwalweg
Weg door de Berkenwal.
Bertlaan
Bert is de roepnaam van Albert (Bert) Christiaan Doorman.
Hij is de eerste kleinzoon die naar mr. Albertus Christiaan van Daalen is vernoemd.
Albert Christiaan Doorman werd geboren op 3 maart 1918 en is op 12 oktober 2004 in Deever overleden.
Hij was een zoon van Paul Carel Louis Doorman en Josephine Harmanna Johanna van Daalen.

Blauwwater
Naam van een plas. Maar waarom had deze plas de naam Blauwwater ?
Boltsweg
Wie van de bezoekers van het Dievers Archief weet wie Bolts was.
Het zal wel een vrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen zijn geweest.
Wie van de aandeelhouders van de N.V. Berkenheuvel kan de redactie van ut Deevers Archief hierover inlichten ?
Brandpaal
Verticaal in een betonnen sokkel geplaatse houten paal met klimijzers, die in de zomer gebruikt werd als post voor het waarnemen van bosbrand. De dienstdoende waarnemer moest  daarvoor zo nu dan naar boven klimmen.
De Brandpaal heeft gestaan aan de Middenlaan, bij het begin van de Kelderweg en de Juniperusweg in het Laatste Zand.
Christinaweg
Christina (1896) was de eerste voornaam van de vierde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman. C.A. van Daalen en Karel Meerkamp van Embden, gescheiden in 1953.
C.J.O.-kamp
Het C.J.O.-kamp was een kamp van de Christelijke Jongeren Organisatie.
In 1951 is grond verkocht voor de ‘De Eikenhorst’, het kamp voor verwaaarloosde jeugd an de Gowe.
Het C.J.O.-kamp staat op verschillende ansichtkaarten afgebeeld.
De Haar
De naam van een gedeelte van de bos.
De Dennekamp
De naam van een gedeelte van de bos.
De Kelder
De naam van een gedeelte van de bos.
De Nul
De naam van een gedeelte van de bos bij Wapse.
De Veentjes
De naam van een veentje.
Dit veentje staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Dieverveld
De naam van een gedeelte van de bos.
Dieverzand
De naam van een gedeelte van de bos.
Het zwembad Dieverzand aan de Bosweg is genoemd naar dit gedeelte van de bos.
Het zwembad Dieverzand staat op veel ansichtkaarten afgebeeld.
Eerste Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Eerste Veentjesweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Evapad
Eva was de jongste zuster van Albertus (Bert) Christiaan Doorman
Ewoudweg
Ewoud was de zoon van Mello van Daalen en Johanna Maria Klik.
Gerardinaweg
Gerardina Barelds is geboren op 14 december 1889 in Rogat (de Wijk) als dochter van machinist Jan Barelds en Aaltje Middelbrink. Na hun verhuizing naar Deever was Jan Barelds de koffiehuishouder van café Brinkzicht an de brink van Deever..
Wolter Smit is geboren op 5 mei 1893, hij was een zoon van de Harm Smit, de tweede boschbaas op Berkenheuvel, en Jacoba Monis. Wolter Smit was de derde boschbaas op Berkenheuvel.
Wolter Smit en Gerardina Barelds trouwden op 30 oktober 1914 in Deever. Wolter Smit overleed op vrijdag 19 december 1947 in Rheden. Is hij vlak na de oorlog verhuisd naar Rheden ?
Gezina Catharina Smit was een dochter van Harm Smit en Jacoba Monis. Zij was een zuster van Wolter Smit. Zij was getrouwd met de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma. Harm Smit kocht café Brinkzicht van zijn zwager Jan Barelds.
Grensweg
Weg langs de grens van het landgoed Berkenheuvel.
Groningerweg
De bekende al heel oude zandweg (vooral zo houden) die van het Kasteel naar de Wildschut, was een weg langs de grens van Berkenheuvel.
Deze weg staat afgebeeld op een aantal mooie ansichtkaarten.
Haarweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Harm Smitweg
Harm Smit was de tweede boschbaas op Berkenheuvel, de opvolger van de eerste boschbaas Marten Wouwenaar.
Hertekamp
De naam van een gedeelte van de bos.
Zag mr. Albertus Christiaan van Daalen hier voor het eerst een hert ?
Het Laatste Zand
De naam van een gedeelte van de bos.
Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen.
Deze al zeer oude naam is niet bedacht door mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Hezeneschweg
Weg langs de Heezenesch. 
Hoekeveenscheweg
Weg langs het Hoekveen.
Hoekveen
De naam van een gedeelte van de bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt nog.
Hunnebedweg
De Hunnebedweg loopt langs de plaats van het verdwenen hunnebed met de naam Potties Bargien.
Janweg
Jan was de broer van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Jodenzand
De naam van een gedeelte van de bos.
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Johannaweg
Johanna was de tweede voornaam van de echtgenote van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Johanna (1894) was ook de voornaam van de derde dochter van mr. Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Juniperusweg
Juniperus is de Latijnse naam voor de jeneverbes.
Deze struik komt niet veel voor op Berkenheuvel.
Kalterschegat
De naam van een gedeelte van Berkenheuvel
Drassige weilanden waar Albertus (Bert) Christiaan Doorman wel naar kievitseieren zocht.
Kampweg
Weg in het Deeverse Zaand.
De weg loopt langs het terrein van het V.C.J.C.-kamp.
Kanaalweg
Deze weg loopt van de Tolweg naar het Kanaal (Drentsche Hoofdvaart), vandaar de naam Kanaalweg.
Karelweg
Karel Meerkamp van Embden was een zoon van tante ….. (tante Zus) en ….. Meerkamp van Emden
Karel werd geboren op zaterdag 26 mei 1923 in Tjikini (Nederlands Indië).
Kelderweg
Weg in het bosgedeelte met de naam De Kelder.
Kijkduin
Toepasselijke naam van de heuvel waarop een houten brandtoren (de opvolger van de brandpaal) stond. De resten van de vier palen zijn nog steeds aanwezig. Mooie heuvel met een lange helling om in de winter bij sneeuw van af te sleeën.  
Koekoeksvijver
Plas in de buurt van de Torenlaan, niet zo diep in de bos, is makkelijk vindbaar.
Mooie grote plas om ’s winters bij ijs op te spelen, bijvoorbeeld ijshockey.

Kogelvangers
Resten van de plaats waar in het begin van de twintigste eeuw (1906-1908) schietoefeningen werden gehouden door het leger.
Kogelvangerweg
Langs deze weg liggen vier kogelvangers.
Krater
De naam van een heuvel in de buurt van de Tolweg.
Kraterweg
Weg naar de heuvel met de naam Krater.
Op de Krater heeft ook een uitkijktoren gestaan.
Kronkelweg
De naam van deze weg spreekt voor zich.
Martenshoek
De naam van een gedeelte van het bos dat is vernoemd naar Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Marten Wouwenaarweg
Marten Wouwenaar was de eerste boschbaas van Berkenheuvel.
De naam van Marten Wouwenaar staat ook op het Monument.
Mastenveldje
De naam van een veentje aan de Bosweg bij de Studentenkamp.
Dit veentje staat vaak afgebeeld op ansichtkaarten van voor de Tweede Wereldoorlog.
Meeuwenplas
Grote ondiepe plas achter in de bos.
Mooie plas om in het voorjaar doorheen te banjeren en eieren te zoeken.
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Melloweg
De Melloweg loopt vlak langs de Koekoeksvijver.
Mello (1897) was de tweede en jongste zoon van mr Albertus Christiaan van Daalen en Albertina Johanna Sichterman.
Civiel-ingenieur Mello van Daalen heeft in Indië gewerkt. Hij bouwde daar spoorbruggen.
Midden Dwarsweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Middenlaan
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Monument
Herdenkingsteken, geplaatst ter gelegengheid van de voltooiing van de bebossing van Berkenheuvel.
Het monument staat vaak afgebeeld op ansichtkaarten.
Nulweg
Weg in het gedeelte van de bos bij Wapse met de naam de Nul.
Ooster Schaapsdrift
Naam moet te maken hebben met de tijd dat Deever nog een kudde schapen had.
Oude Willemspark
De naam van een gedeelte van de bos in de Oude Willem.
Oude Willemsweg
Weg in het Willemspark.
Pastorieweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Paulweg
P
aul was de vader van Albertus (Bert) Christiaan Doorman.
Paul Christiaan Louis Doorman trouwde op 23 oktober 1913 met Josephine Harmanna Johanna van Daalen.
De Paulweg loopt van de Ringweg naar de Adderveenweg.
Peterweg
Peter was ….., moet nog worden uitgezocht.
Reeënheuvel
Heuvel in de buurt van de Grensweg.
Ringweg
De langste zandweg van het landgoed Berkenheuvel.
Schaapsdrift
Looproute van de kudde schapen van Groot- en Klein Wateren.
Simonslaan
Simon was ….., moet nog worden uitgezocht.
Slangenbad
Plas in het Wapser Zand.
Een verklaring voor het ontstaan van het Slangenbad is dat ter plekke leem is afgegraven. Mr. Albertus Christiaan van Daalen gaf als verklaring dat het Slangenbad is gegraven voor de afwatering van het Adderveen. Klinkt logisch.
Snoekveen
Aaltje Smit, de dochter van Wolter Smit, wist te vertellen dat bij het Snoekveen turf is gegraven.
Studentenpad
Naam heeft te maken met de Studentenkampen in de Dieverse bos.
Stroetlaan
De Stroeten zijn nog in het bezit van de n.v. Berkenheuvel. Deze zijn gedeeltelijk verpacht.
Tillegrup
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Tolweg
Verklaring voor de naam van deze weg ontbreekt.
Toren
Uitkijktoren op de heuvel met de naam Kijkduin.
Deze uitkijktoren staat afgebeeld op een paar ansichtkaarten.
Torenlaan
Komende vanuit Wateren was vroeger in het verlengde van deze weg de toren van Diever te zien.
Torenweg
Aan de Torenweg ligt een heuvel met de naam Kijkduin. Op deze heuvel heeft een houten uitkijktoren gestaan. De fundamenten van deze toren bevinden zich nog op de heuvel.  Het ontwerp van deze toren is gemaakt door de architect Mello van Daalen.
Tweede Veentjesweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
Van Daalensweg
Dit is de weg die mr. Albertus Christiaan van Daalen naar zichzelf vernoemde.
Van Tienhovenpark
De naam van een gedeelte van de bos.

Mr. Pieter Gerbrand van Tienhoven, was voorzitter van de Nederlandse Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Hij was ongetwijfeld een vrindje van de familie Van Daalen, wellicht een studievrindje van mr. Albertus Christiaan van Daalen.
Van Tienhovenweg
Weg in het van Tienhovenpark.
Veldweg
Deze plas staat afgebeeld op ansichtkaarten.
V.C.J.C.-kamp
Zomerkamp van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale aan de Bosweg.
Wapser Schaapsdrift
Looproute van de Wapserse kudde schapen.
Wapserweg
Naam behoeft geen uitleg.
Wapser Zand
De naam van een gedeelte van de bos. Voor de bebossing was dit een gebied van zandduinen van de marke van Wapse.
Wester Schaapsdrift
Looproute van de Dieverse kudde schapen.
Wolter Smitweg
Wolter Smit was de zoon van Harm Smit en Gerdardina Barelds, zie hiervoor voor gegevens.
Hij was de twede boschbaas op Berkenheuvel. Zie ook de inscriptie op het Monument.
Zuurlandweg
Vrouw Kappe wist te vertellen dat ten westen van de Zuurlandweg in de buurt van de Vledder A ook turf is gegraven.

Posted in Aarfgood, Albertus Christiaan van Daalen, Ansichtkaart, Bosgezicht, Landgoed Berkenheuvel, Opraekelen | Leave a comment

Wie kent Jan Giessen uit Rotterdam nog ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 24 mei 2020 van Jan Giessen uit Rotterdam het volgende korte bericht over zijn tijd in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie is hem daarvoor erkentelijk. Ook korte berichten dragen bij aan de beschrijving van de geschiedenis van jongenskamp ‘de Eikenhorst’. Jan Giessen zoekt met name contact met jongens uit barak Transvaal. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers, voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ wil reageren ? 

Mijn naam is Jan Giessen uit Rotterdam.
Ik was in de periode 1958-1959 een jaar in kamp ‘de Eikenhorst’ bij Diever.
Ik zat daar samen met nog een jongen uit Rotterdam.
Ik zat in barak Transvaal. Mijn bed stond bij de ingang van de slaapzaal.
We hadden een leuke groep jongens en we hadden altijd veel lol.
Wat mij tegenviel was dat wij pap moesten eten. Baaaaah.
Wie mij nog kan herinneren, daar hoor ik graag van …..

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut boer’ncafé van Haarm Hummel an de brink in 1903

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag meegenieten van alle prachige oude ansichtkaarten uut de gemiente Deever. Bijgaande zwart-ansichtkaart van het boerencafé van Harm Pieter Hummelen is in 1903 verstuurd en is daarmee de bij de redactie oudst bekende ansichtkaart uut de gemiente Deever.
Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf in januari 1975 het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder uit. Op bladzijde 99 – zie de bijgevoegde afbeelding – is de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart opgenomen met de volgende tekst.

Café Brinkzicht
Alleen de ouden van dagen uit Diever zullen zich dit oude boerencafé nog herinneren. Staande achter tafeltje links is de vroegere eigenaar Harm Pieter Hummelen met naast hem z’n vrouw Anna List, die haar eerste zoon Pieter op schoot heeft. De dame naast de fiets is mej. Maria Hillegonda Mulder, aan wier nagedachtenis nog het gedenkraam in het koor van de Ned. Hervormde Kerk te zien is. De drie dames aan het tafeltje rechts zijn mij onbekend, evenals het oude echtpaar om het hoekje, dat schijnbaar niet op de foto wil, maar wel nieuwsgierig is naar wat gaat gebeuren. In plm. 1910 werd Harm Hummel boer in de Peperstraat en werd Jan Barelds eigenaar van het café. Deze verkocht het plm. 1925 weer aan Harm Smit van “Berkenheuvel”, die het liet afbreken en vernieuwen tot het hedendaagse hotel. Zijn dochter Siena, pas gehuwd met Klaas Balsma, plaatste hij er in. Toen na april 1945 Balsma als N.S.B.’er werd opgepakt, werd het hotel beheerd door H. Figelant. Enige jaren geleden ging dit over aan de tegenwoordige hotelhouder A. Benthem van Kalteren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Harm Pieter Hummelen werd in de volksmond natuurlijk gewoon Haarm Hummel genoemd.
De hier getoonde zwart-wit ansichtkaart is een topstuk, ondanks het feit dat de originele glasplaat overbelicht is. Het is tot nu toe de enig bekende afbeelding, waarop het boerencafé van Haarm Hummel van dichtbij is te zien.
Bij de redactie is de verblijfplaats van slechts vier exemplaren van deze ansichtkaart bekend. Jij kunt als verzamelaar van ansichtkaarten uut de gemiente Deever een exemplaar van deze kaart maar beter wel als topstuk in jouw verzameling hebben, want anders hoor jij niet bij de club.
Uit het ‘Register der Localiteiten waar Vergunning voor den Verkoop van Sterken Drank in het Klein in de Gemeente Diever is verleend’ blijkt dat Burgemeester en Wethouders op 18 maart 1893 aan Harm Pieter Hummelen een vergunning ‘voor den verkoop bij hoeveelheden van minder dan tien liter voor gebruik ter plaatse of elders’ verleenden.
Het boerencafé aan de brink had als adres Diever 6. Het verlof gold voor de beide op de afbeelding zichtbare voorkamers. Op 19 april 1906 werd de vergunning ingetrokken, omdat Harm Pieter Hummelen en zijn gezin verhuisden naar de Peperstraat.
Harm Pieter Hummelen is geboren op 27 juli 1863 in Deever en is overleden op 18 september 1933 in Zwolle.

Anna List is geboren op 26 januari 1874 in Eursinge in de gemeente Havelte en is overleden op 24 maart 1941 in Almelo. Zie het bijgevoegde rouwbericht.
Harm Pieter Hummelen en Anna List trouwden op 23 april 1902 in Deever.
In een aantal akten van de burgerlijke stand van de gemiente Deever wordt bij Harm Pieter Hummelen – toen hij aan de brink woonde – als beroep vermeld kastelein en logementhouder, later – toen hij an de Peperstroate woonde – wordt als beroep landbouwer vermeld.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat het poppie op de schoot van Anna List haar eerste zoon Pieter is. Deze zoon Pieter is Pieter Hendrikus Hummelen, hij is geboren op 19 april 1903 in Deever en is helaas overleden op 12 april 1904 in Deever.
Arend Mulder geeft in zijn tekst aan dat de vrouw links naast de boom Maria Hildegonda Mulder is. Maria Hildegonda Mulder is Maria Hillegiena Mulder. Zij is geboren op 23 januari 1879 in Oldendiever als dochter van boer Willem Mulder en Anna Catrina Seinen. Ze is geboren in de boerderij die nu als adres heeft Kastanjelaan 18. Maria Hillegiena Mulder was een tante van Arend Mulder. De vader van Arend Mulder was Jan Mulder en die was een broer van Maria Hillegiena Mulder.
Over het gebrandschilderde gedenkraam in het kerkgebouw aan de brink van Deever is een en ander te vinden op het internet.
In 1906 (dus niet in 1910) verhuisden Harm Pieter Hummelen en zijn gezin naar de Peperstraat, naar de boerderij op de plek die nu als adres heeft Peperstraat 13
.
Het boerencafé werd voortgezet door Jan Barelds. Burgemeester en Wethouders verleenden hem daartoe met ingang van 6 mei 1906 een vergunning voor de grote voorkamer aan de westkant, dat wil zeggen voor de kamer aan de kant van de Hoofdstraat.
De redactie heeft in het bericht in ut Deevers Archief aandacht besteed aan het boerencafé van Jan Barelds.
In 1927 werd de bouw van een nieuw café met concertzaal ter plekke van het afgebroken boerencafé aanbesteed. Het was, zoals Arend Mulder beschrijft. Harm Smit, de verbazingwekkend kapitaalkrachtige bosbaas van Berkenheuvel, kocht het oude boerencafé en financierde de bouw van het nieuwe café met concertzaal ten faveure van zijn dochter Siene en haar man, de in de Tweede Wereldoorlog zo beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma.
De bewindvoerder van de bezittingen van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma verpachtte café Brinkzicht na de Tweede Wereldoorlog, toen Klaas Marcus Balsma in de strafgevangenis Veenhuizen vast zat, aan Hendrik Figeland.
In 1958 ging de pacht van café Brinkzicht over op mevrouw Jantje (Jannie) Strampel.
Zij trouwde later met de van Kalteren afkomstige Lambertus (Bertus) Benthem.
De grote vraag is natuurlijk wanneer het café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma werd verkocht ?
Was dat nadat hij vrij kwam uit gevangenschap in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ?
Of was mevrouw Jantje (Jannie) Strampel niet de pachtster, maar de koopster van café Brinkzicht geworden ?
Of werd café Brinkzicht pas verkocht na het overlijden van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma op 12 maart 1970 ?

De redactie heeft de kleurenfoto can café Brinkzicht op woensdag 22 april 2020 gemaakt.


Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaart, Café Balsma, Café Barelds, Café Brinkzicht, Overlijdensbericht | Leave a comment

In Ellert en Brammert stön somerhuussie ‘de Sikke’

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 23 mei 2020 de navolgende reactie van mevrouw Jannie de Jong – Van der Hoek. De redactie is haar bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage. Ze heeft goede herinneringen aan vacantiecentrum Ellert en Brammert in de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Elk stenen kampeerhuisje, ook wel zomerhuisje of bungalow genoemd, had een eigen naam. Op ansichtkaarten komen namen voor, zoals de Dankbèr, de Deele, de Karnmeule, de Nes, de Zödde, ’t Spinwiefien, ’t Knienegat, ’t Hemeretien, de Hilde, de Dobbe, de Eveltas, de Blekbèr en de Brummel. De redactie heeft veel gegevens over en afbeeldingen van zomerhuisjes in vacantiecentrum Ellert en Brammert tussen de Deeverbrogge en de Hoarsluus verzameld, maar had nog nooit gelezen of gehoord van het zomerhuisje met de naam ‘de Sikke’.
Wie van de zeer gewaardeeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie voorzien van een goede scherpe scan van een foto van het zomerhuisje ‘de Sikke’ ? 

Ik was op zoek naar gegevens over Abe Brouwer en kwam daarbij in het Dievers Archief terecht. Dat was leuk, want zo las ik ook dingen over vacantiecentrum Ellert en Brammert. Ik heb goede herinneringen aan Ellert en Brammert. Ik logeerde in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw bij de familie Lammertsma in het zomerhuisje met de naam ‘de Sikke’. De naam aan de muur was samengesteld uit boomtakken die de vorm van een letter hadden.
Ik ben geboren in 1953 en ik geloof dat ik een jaar of 10 was toen ik daar samen met mijn klasgenootje Akkie Koopal was.
De speeltuin was ons favoriete plek. Daar leerden we volleyballen. Ook gingen we op de camping op zondag wel naar de kerkdienst in de open lucht. We wandelden veel. We zijn als jonge meisjes ook eens echt verdwaald. Bij de Tolweg waren we verkeerd afgeslagen. Op de zandvlakte hebben rode mieren mij gebeten en mij een week koorts bezorgd. Voor de rest hebben we een geweldige tijd op de camping gehad.
We gingen in Ruinen naar de schaapskudde en in Dwingelo naar de sterrenwacht. We hebben ook gevaren op een groot water, ik weet niet meer precies waar, maar volgens mij in de buurt van Giethoorn.
Ik heb ook een keer de kerstdagen doorgebracht in het huis bij de kantine. In mijn herinnering zijn die kerstdagen in de sneeuw op de camping een sprookje geweest.

Posted in Ansichtkaart, Ellert en Brammert | Leave a comment

Gezin van Philippus Zaligman

In de webstee van het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap (joodsmonument.nl) in Nederland wordt aandacht besteed aan in Diever geboren Joden en ook aan het gezin van Philippus Zaligman.
De informatie is afkomstig uit het artikel ‘De familie Zaligman. Het gezicht van een joodse familie uit Meppel’ van Th. Rinsema, gepubliceerd in Waardeel, Drents Historisch Tijdschrift, jaargang 22 (2002), nr. 3, bladzijden 16-19.
Philippus (in Deever werd hij Flip genoemd) Zaligman had een textielwinkel an de Heufdstroate in Deever.

Posted in Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Willy Hielkema-Bos is estör’m op 11 december 2019

Op bladzijde 55 van de krant De Westervelder verscheen op 18 december 2019 het overlijdensbericht van mevrouw Wemke Wilhelmina Maria (Willy) Bos, sinds 22 november 1987 weduwe van Gerrit Hielkema.

Mevrouw Willy Hielkema-Bos is op 26 april 2013 voor haar vele vrijwilligerswerk voor de gemeenschap benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau, zie het bericht Drie lintjes in Westerveld.
In nummer 2014/1 (maart 2014) van het papieren blad Opraekelen van de heemkundige vereniging uut Deever verscheen op de bladzijden 14 tot en met 27 haar levensverhaal in het bericht Op de proatstoel zit Willy Hielkema-Bos (na het openen van het bestand even bladeren naar bladzijde 14). De redactie van ut Deevers Archief hoopt dat dit bericht nog lang via het internet bereikbaar zal zijn voor de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in de periode 2010-2018 verschillende keren een bezoek gebracht aan mevrouw Willy Hielkema-Bos. De redactie bewaart goede herinneringen aan deze bijzonder aangename bezoeken. Zo wist ze zich nog goed mijn in de Tweede Wereldoorlog overleden grootmoeder, de moeder van mijn moeder, te herinneren.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het inmiddels door de erfgenamen verkochte uit 1920 daterende woonhuis van mevrouw Willy Hielkema-Bos gemaakt op maandag 6 juni 2020.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Overlijdensbericht, Zorgvlied | Leave a comment

De botterfubriek bestön 40 joar op 30 mièt 1939

 In het Nieuwsblad van Friesland verscheen op 31 maart 1939 het volgende artikel over het 40-jarig jubileum van de Coöperatieve Zuivelfabriek aan het Moleneinde in Diever.

40-jarig jubileum Coöperatieve Zuivelfabriek Diever
Diever, 30 maart.
Gisteren was het 40 jaar geleden, dat alhier werd opgericht de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij ‘Diever’ te Diever. Dit feit is op grootsche wijze herdacht. De gansche bevolking van het dorp leefde met deze herdenking mede. Van tal van huizen wapperde de Nederlandsche driekleur.
De feestelijkheid begon reeds des middags, toen in de fabriek een gedenksteen onthuld werd, aangeboden door directeur en personeel der fabriek. Deze gedenksteen is met een toepasselijk woord door den directeur, den heer J. Andree, aan het bestuur aangeboden en bevat de namen van de leden van het bestuur en de raad van commissarissen.
In den loop van den middag werd in het café Slagter een openbare bestuursvergadering gehouden. Hier bestond tevens gelegenheid tot feliciteeren, waarvan door verschillende personen gebruik werd gemaakt.
Het eigenlijke feest vond echter ’s avonds plaats.
Niet minder dan 19 prachtige bloemstukken waren aangeboden.
De voorzitter, de heer J. Seinen, heette de leden en gasten welkom en in het bijzonder den Burgemeester en mevrouw van Os, wiens vader de oprichter van deze Coöperatie is geweest; den heer J.H. Bentum, oud-directeur; de oud-bestuursleden H.L. Barelds en G. Meijering; de nog in leven zijnde eerste leden, de heeren B. de Ruiter, J. Bult, J. de Ruiter, C. Andree, J. Bennen, en K. Bennen; de eerste draaier J. Jonkers; de bestuursleden van de N.C.Z., de heeren Van Leusen, te Frederiksoord en Lettinga te Amsterdam; het bestuur van de D.B.K.; de besturen van de Boerenleenbank te Diever; de Coöperatie ‘Samenwerking’ te Diever, de V.V.V. te Diever; het comité Zonnedag Ouden van Dagen Diever; de kantoorhouder der posterijen te Diever; bestuursleden en directeuren van omliggende fabrieken.
De directeur, de heer J. Andree, gaf vervolgens een historisch overzicht, waarna het muziekcorps ‘Excelsior’ ’n serenade bracht.
Verschillende sprekers voerden daarna het woord. Burgemeester H.G. van Os bood namens het gemeentebestuur van Diever de gelukwenschen aan. De boterfabriek neemt een belangrijke plaats in. We kunnen ons er niet zonder denken. Het begint reeds als ’s morgens de emmers op ’t plaveisel komen; ’s middags weer als de sirene de tijd aangeeft en tenslotte bij den maaltijd, wanneer we de kostelijke producten nuttigen. We zijn blij met de fabriek, aldus spreker. Spreker eindigt met de wensch, dat de volgende 10 jaren zich zoodanig mogen ontwikkelen, dat het vijftigjarig bestaan kan worden herdacht, bevrijd van crisismaatregelen, als een vrije fabriek, in een vrije maatschappij.
Vervolgens spraken de heeren G. van Leusen te Frederiksoord namens de N.C.Z.; de heer J. Klijzing, directeur der zuivelfabriek te Dwingelo; R.J. Lubbers, voorzitter van de D.B.K. te Zweeloo; Jager, directeur der zuivelfabriek te Uffelte; J. Boesjes voor de V.V.V. Diever en ’t Comité Zonnedag Ouden van Dagen Diever; L. Schoemaker als kantoorhouder P.T.T. en namens de Boerenleenbank; G. Post, namens de Coöperatie ‘Samenwerking’ te Diever; S. Keizer, namens de Zuivelfabriek te Wapse; Moes, namens de Zuivelfabriek te Eemster. Als oud-lid van het personeel spreekt de heer J. Boelens te Ruinerwold; de heer J, Driesen dankt namens het personeel en hun echtgenooten; de heer K. Timmerman tenslotte vertelt in dichtvorm het voorheen en het thans.
De directeur las vervolgens een heele lijst van telegrammen en gelukwenschen voor, waaraan schier geen einde scheen te komen.
Daarna werd opgevoerd de historische revue ‘Eendracht maakt macht’ van het 40-jarig bestaan van de vereniging ‘Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij Diever’ te Diever, met proloog, in 2 bedrijven, 14 tafereelen en 1 tableau ‘Hoe het groeide’, samengesteld door den heer J. Andree, directeur.
De revue gaf een beeld uit het boerenleven in 1898, een vergadering op 20 februari 1899 bij Huiskes, enzovoort. Het mooist vonden we wel ‘Het lied van den oogst’ en ‘29 maart 1899’. Dit laatste gaf eerst te zien de tegenwoordige fabriek in transparante verlichting en daarna hetzelfde bij schijnwerperverlichting. Na de vertooning voerden nog de directeur en de burgemeester het woord.
Wat in Diever gisteravond is vertoond, en ook de komende week nog een drietal keeren vertoond zal worden, heeft hier nog nimmer eerder plaats gevonden. Er zijn hier tal van vereenigingen, waarin alle richtingen samenwerken. En juist daardoor kan hier in Diever worden bereikt, wat elders faalt.
Voor de geheele gemeente hebben we één Groene Kruis, één Vereeniging voor Ziekenhuisverpleging, één Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, één Comité Zonnedag Ouden van Dagen, één Boerenleenbank, één Vereeniging voor Luchtbescherming en in al deze vereenigingen werken links en rechts, rijk en arm, alle richtingen, gezamenlijk mede, tot heil van de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jan Andree
Berend Slagter
Harm Lefferts Barelds
G… Meijering
Barteld de Ruiter
Jans Bult
Jan de Ruiter
Cornelis Andree
J… Bennen
K… Bennen
J. Jonkers
Hendrik Gerard van Os
Jan Boesjes
Lambert Schoemaker
Gerrit Post
S…. Keizer
J… Boelens
J… Driesen
K. Timmerman

Posted in Alle Deeversen, Bedrijf, Diever, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

Saut en Hollande: Mission Amherst

De Franse parachutist René Gaston Giguelay nam van 5-18 augustus 1944 deel aan S.A.S.-operatie Derry (regiment 3, compagnie 1, stick 4) in Normandië, hij nam van 27 augustus 1944 tot 22 september 1944 deel aan S.A.S.-operatie Abel (regiment 3, stick 3) in Doubs in Franche-Compté aan de Zwitsers grens en hij nam van 4 april 1945 tot 20 april 1945 deel aan S.A.S.-operatie Amherst (regiment 3, compagnie 2, stick 8) in Drenthe.
René Gaston Giguelay heeft zijn herinneringen vastgelegd in het boek ‘Van Oran tot aan de Ardennen, via Bretagne, het Midden-Oosten, Schotland, de Doubs en Nederland’ met als ondertitel ‘Het relaas van een S.A.S.-parachutist van het vrije Frankrijk (1941-1945)’. Zie de bijgaande afbeelding van de voorkant van dit boek.

Herinneringen van René Gaston Giguelay
Landing in Nederland: Missie Amherst

Het was slechts een uitstel van vertrek, want op 5 april waren wij, de zevenhonderd parachutisten van het derde en vierde regiment van de S.A.S. (redactie: Special Air Service), bij elkaar op de afgelegen basis van Mushroom om op verzoek van koningin Wilhelmina van Nederland een militaire operatie uit te voeren in het Noorden van haar land, in de provincie Drenthe. Deze militaire operatie had als doel het vergemakkelijken van het offensief van het eerste Canadese leger, dat slechts een gemiddelde opmars van twee kilometer per dag maakte. Dit kwam, omdat zij meerdere kanalen moest oversteken. Daarnaast had zij moeilijkheden om in dit platte land onder vijandelijk vuur bruggen te bouwen.

De vijftig sticks (redactie: groepen) bestonden elk uit dertien tot vijftien man. Zij hadden zich op 6 april in de namiddag verzameld voor de briefing, waar de Britse generaal Calvert, commandant van de S.A.S.-brigades, ons de tactiek van de militaire operatie precies uitlegde: zorgen voor wanorde in de vijandelijke achterhoede en de bruggen en de sluizen beschermen. Vervolgens gingen wij in een cirkel om de jeep van generaal Montgomery staan, die zijn toespraak beëindigde met: “Succes”.

Wij waren gewaarschuwd dat Hitler het bevel had gegeven om iedere S.A.S.’er, die gevangen werd genomen in de door het Duitse leger bezette gebieden, te fusilleren. Daar het grote Canadese leger zojuist Zutphen en Almelo had bereikt, moesten wij aan beide kanten van de verkeersweg en het kanaal tussen Meppel, Assen en Groningen opereren: het derde S.A.S.-regiment aan de westkant en het vierde S.A.S.-regiment aan de oostkant, dus zo’n vijftig tot negentig kilometer achter de vijandelijke linies.

Luitenant Thomé was de commandant van onze stick, die verder bestond uit de tweede luitenanten Anspach en Puy-Dupin, sergeant Klein, Dubosc, Domingo, Mendiondo, Pralon, Pantalacci, Uranga, Le Nabour, Morandi, Bertrand, Coppi en ik zelf.

Op 7 april tegen de avondschemering steeg ons vliegtuig van het type Sterling op, koerste eerst in zuidelijke richting en vloog vervolgens over het departement Pas-de-Calais, België en Nederland. Tegen tien uur ’s avonds sprongen wij uit het vliegtuig. De nacht was aardedonker, het waaide en de landing duurde erg lang. In tegenstelling tot gewoonlijk werden wij op een hoogte van vijfhonderd meter gedropt. Eindelijk kwam de grond naderbij, deze was donker met een lichte strook: het was een bos met een open plek. Ik viel door de takken van een boom naar beneden, waarbij enkele takken knakten. Mijn parachute bedekte de kruin van de boom, ik bleef hangen, mijn voeten bungelden vijftig centimeter boven de grond. Ik ontkoppelde de gesp van mijn tuig en maakte dan de zachtste landing van de tien sprongen die ik heb gemaakt.

Ik moest eerst de parachute uit de boom halen, vervolgens moest ik in die duisternis mijn kameraden terugvinden. Gelukkig had luitenant Thomé met dit soort omstandigheden rekening gehouden: we waren allemaal voorzien van een kompas en een rond lichtje op onze helmen, met het gegeven dat het vliegtuig ons in noordelijke richting zou droppen. De parachutist die in de achtste positie landde, bleef waar hij was geland, terwijl de eerste in noordelijke richting ging om vervolgens onderweg de zes anderen mee te nemen. Tegelijkertijd bewoog de vijftiende parachutist zich in zuidelijke richting, onderweg de zes mannen die voor hem waren gesprongen, meenemend. Zo slaagden wij erin om ons binnen twintig minuten te verzamelen zonder lawaai te maken.

In onze parachutes gewikkeld namen wij een rustpauze. Deze werd echter af en toe onderbroken door ontploffingen en schoten van automatische wapens. Zouden de andere sticks (redactie: groepen) al in gevecht zijn geraakt ? Nee, later kwamen we te weten, dat onze vliegtuigen ook poppen hadden gedropt, die bij het landen gevechtsgeluiden maakten, die de vijand moesten doen geloven dat het om een grote militaire operatie ging.

In de ochtend (redactie: zondag 8 april) gingen we met z’n drieën, samen met Anspach, op zoek naar de containers die de dispatcher (lid van de bemanning van de Sterling) had gedropt, nadat wij waren gesprongen. Plotseling bemerkten wij een grote man gekleed in een zwart uniform met een zwarte pet op. Een S.S.’er? Wij gingen om hem heen staan en richtten onze wapens op hem. Wij ondervroegen hem eerst in het Frans en vervolgens in het Engels. Hij maakte ons duidelijk dat hij een Nederlander was en dat hij boswachter was (redactie: wie was die boswachter?). Hij maakte ons eveneens duidelijk dat er in de omgeving geen vijandelijke soldaten waren gelegerd en dat het ‘bos’ in werkelijkheid een woud van vijf bij vijf kilometer was, dat voor een groot deel bestond uit jonge dennebomen. We vonden de containers dankzij het kompas. We namen er één mee, die bevatte voedsel; de tweede container zou in de loop van de dag door andere kameraden worden opgehaald.

Wij installeerden ons op een heuvel, waar we een eventuele vijand al van ver zouden kunnen zien aankomen.

Via onze radio-ontvanger vernamen we van de zender van Londen, die ons onder meer instructies over onze militaire operatie moest geven onder het pseudoniem ‘Jeanette 45’, dat twee luchtmachtdivisies, een Amerikaanse en een Britse divisie en een Franse brigade (dat was dus ongeveer 5000 mannen) een grote aanval waren begonnn in het gehele noorden van Nederland. Wij waren hierover erg verbaasd ! Vervolgens begrepen wij dat het ging om een psychologisch bericht, dat tot doel had de vijand te doen laten geloven dat onze operatie veel groter was dan in werkelijkheid (zevenhonderd parachutisten).

De volgende dag (redactie: dit moet maandag 9 april zijn geweest) kwam een manke Nederlander met een emmer vol met gekookte aardappelen bij ons. Hij vertelde aan de commandant van onze stick in het Engels dat hij bij het verzet hoorde. Georges vertelde ons dat wij twee kilometer ten noorden van Diever waren, laten we zeggen een twintig kilometer van onze bestemming vandaan.

Vervolgens kwam een dapper meisje langs: Gees, de postbeambte. Zij bood aan ons naar het dorp te brengen, waar geen Duitsers waren gestationeerd. Zij wees ons op het belang dat er zou zijn om de burgemeester (Posthumus) en enkele andere collaborateurs van de nazi’s uit te schakelen.

Begeleid door Puy-Dupin en Anspach, begaven wij ons met tien S.A.S.’ers naar Diever, naar de woning van de burgemeester en van twee andere collaborateurs. Deze drie personen namen wij mee naar onze basis. Thomé besloot om hen gevangen te nemen en bij het vallen van de nacht bonden wij hun armen en voeten vast met de koorden van een parachute.

Die middag van de volgende dag, 10 april (redactie: dit moet maandag 9 april zijn geweest), vormden Thomé en Anspach twee groepen van vijf S.A.S.’ers en vertrokken naar de verkeersweg van Meppel naar Assen, ten einde daar twee hinderlagen op te kunnen stellen. De eerste slachtoffers van de groep van Thomé zijn de bestuurder van een motor met zijspan en zijn medepassagier. Klein raakte op een afstand van honderd meter van de verkeersweg met één karabijnschot het hoofd van de bestuurder. De motor slingerde en viel in een sloot. Door de val kwam de medepassagier om het leven.

In het zijspan ontdekten wij documenten van de Gestapo, die we hebben geborgen om ze naar het opperbevel te sturen.

De groep van Anspach verraste drie burgers te voet, gevolgd door een grote zwarte auto met een vaantje, die stapvoets reed. De burgers werden uitgenodigd hun armen omhoog doen. Zij zagen ons uniform aan voor het uniform van Duitse parachutisten en riepen daarom “Reichs Polizei, Reichs Polizei”. Deze leden van de Gestapo werden direct neergeschoten. De zwarte auto reed in op de S.A.S.’ers, die vervolgens de chauffeur en de twee passagiers neerschoten en het voertuig vernietigden met een ‘gamon bom’. Slechts één soldaat werd gespaard door Dubosc, die hem meenam naar de basis en hem drie op de vijand buit gemaakte zakken liet dragen.

Op onze basis zag ik zo deze gevangene van ongeveer veertig jaar oud binnenkomen (voor ons een oudje), hij was klein en verpletterd door die zware lading en uitgeput door de gedwongen mars van een kilometer. Dubosc gaf de gevangene het bevel om de zakken neer te zetten en verklaarde opgewonden tegen mij: “Van die persoon wil ik af”. Ik keurde het af en onmiddelijk gooide de soldaat zich op zijn knieën voor mijn voeten en smeekte: “Ik ben nooit in Frankrijk geweest!… Ik heb drie kinderen van zo oud, zo oud en zo oud” en hij wees met zijn hand drie verschillende hoogtes aan. Geëmotioneerd richtte ik mij tot Dubosc: “Philippe, je gaat deze ellendige toch niet fusilleren, nadat je hem gevangen hebt genomen?” Dubosc was verbaasd door deze tegenstand. Zijn vastberadenheid verminderde. Ik kon hem overhalen te wachten op de commandant, die de beslissing moest nemen.

Tien angstige minuten wachtten voor de soldaat. Thomé was edelmoedig en was het met mij eens. Wij waren toen belast met vier gevangenen. Ik begreep echter de houding van Dubosc, omdat de Gestapo familieleden van hem had vermoord en gemarteld in Normandië.

De volgende dag, 11 april (redactie: dit moet maandag 9 april zijn geweest), kwam verzetsman Georges (redactie: Van der Hengel) ons waarschuwen dat twee boten met materieel door het kanaal naar het noorden voeren. Deze boten waren ongeveer in de buurt van onze basis in het bos. Onmiddelijk ging onze groep van zeven parachutisten, onder bevel van Thomé, in snel tempo op weg naar het kanaal. Onderweg namen wij een afgezonderd geraakte jonge soldaat met een verbonden arm gevangen. Plotseling zagen wij voor ons op driehonderd meter afstand aan de andere kant van het kanaal een dozijn gewapende mannen opduiken. Vrienden of vijanden? Ik haalde de oranje sjaal te voorschijn, ons herkenningsteken, en zwaaide ermee.

Het antwoord was gunstig: dezelfde sjaal. Het was de stick van kapitein Sicaud (die tijdens de landing gewond was geraakt), die nu onder leiding van Drablier stond.

De boten bevonden zich vijfhonderd meter verderop. Toen gaf Anspach mij en Uranga de opdracht om terug te keren naar het kamp om versterking te halen. Wij legden de vijftienhonderd meter af om het bevel over te brengen naar Puy-Dupin, vervolgens keerden we met de versterking van zes S.A.S.’ers terug naar het kanaal, maar we kwamen aan op het moment dat het gevecht net voorbij was. De beide boten waren onmiddelijk uitgeschakeld geweest door de schoten van de groep van Thomé op de bemanning en vervolgens door de groep van Drablier tot zinken gebracht met ‘gamon bommen’.

Tijdens het gevecht kwamen acht vijandelijke soldaten om, twee anderen werden gevangen genomen. Klein wilde zich meester maken van het teken van een S.S.-sergeant, die zich verzette en schreeuwde: “Schwein” (varken). Een dodelijk woord, zou men kunnen zeggen. Klein, afkomstig uit Lotharingen, begreep de belediging en doodde de S.S.’er met twee schoten uit zijn Colt pistool. Thomé uitte zijn ongenoegen, maar matigde zijn reactie tegenover zijn onderofficier, rekening houdend met het feit dat Hitler het bevel had gegeven gevangen S.A.S.’ers te fusilleren.

Wij kwamen terug in ons kamp met twee nieuwe gevangenen. Hun aantal was nu zes. Een zware taak voor een stick van vijftien S.A.S.’ers, die vijftig kilomer verwijderd was van de geallieerde troepen.

De volgende dag, 12 april (redactie: dit moet dinsdag 10 april zijn geweest), gingen Thomé en Anspach op verkenning uit. Aan het begin van de middag hoorde wij geluiden van tanks uit de richting van Diever. Puy-Dupin dacht dat de Canadezen waren aangekomen, en nam tien kameraden mee in de richting van het dorp. Maar halverwege kwamen zij onder vuur te liggen. Drie lichte Duitse mitrailleurs hielden hen met verspreide schoten aan de grond genageld.

Die schoten begrepen hebbende, kwam Thomé het kamp ingesneld en vroeg mij: “Waar zijn de anderen ?”

Direct na mijn antwoord, en mijn aanbod hem te vergezellen afwijzend, vertrok hij snel in de richting van Diever en voegde zich bij de nog steeds onbeweeglijk liggende groep. Op zijn bevel kropen de tien S.A.S.’ers door een greppel die uitkwam in een sloot. Een groot aantal vijandelijke infanteristen kwam in hun richting. Thomé begon snel achter elkaar te gooien met granaten en met ‘gamon-bommen’. De S.A.S.’ers hadden nauwelijks tijd om te zien dat de lichamen van vijandelijke soldaten vielen, ze zijn allemaal in de sloot gesprongen, ze zakten tot hun middel in het modderige water en zijn er pas aan de rand van ‘ons bos’ weer uitgekropen. Zo zijn ze teruggekeerd naar ons kamp. We waren tevreden dat ze het er zonder verliezen hadden afgebracht, dankzij de tussenkomst en de bekwaamheid van de commandant (redactie: eerste luitenant Edgard Thomé) van de stick.

Tijdens deze verwikkelingen was het geluk nog een keer aan mijn kant. Ik lag op de heuvel voor een grote boom om de komst van de vijand en de terugkeer van de kameraden waar te nemen, toen ik de waarschuwende raad van Coppi hoorde. Ik deed mijn hoofd omlaag en op hetzelfde moment sloeg een kogel in de stam van de boom in, precies op de plek waar mijn hoofd zich had bevonden. “Merci Coppi”, zei ik tegen hem, terwijl ik mijn ogen ten hemel richtte.

De luitenant (redactie: eerste luitenant Edgard Thomé) besloot direct te vertrekken, toen de stick weer bij elkaar was, want hij voorzag een krachtige reactie van onze vijanden, die in groten getale in Diever waren aangekomen. Wij lieten onze parachutes en de lege containers achter, we namen onze uitrusting mee en voerden de zes gevangenen onder strenge bewaking af om vluchtpogingen of te onpas komend lawaai te voorkomen.

Wij hadden nauwelijks honderd meter gelopen, toen ons kamp werd geraakt door een granaat. We waren op tijd vertrokken. Wij liepen meer dan een uur in noordelijke richting, waarna we bijna aan de andere kant van het bos waren.

Rond middernacht (redactie: de avond van dinsdag 10 april) werden wij gewekt door geroep, geschiet en geschreeuw uit de richting van Diever, dat toen op zes kilometer afstand lag. Een uur later kwam Gees bij ons. Het was haar gelukt om uit het dorp te ontsnappen en wist ons blindelings te bereiken. Buiten adem geraakt en in een uitbarsting van tranen vertelde zij ons dat S.S.’ers twaalf burgers hadden doodgeschoten (redactie: Jan Koning op de Hezeresch en elf mannen op het marktterrein aan de Bosweg; pas de volgende ochtend zou blijken dat Koop Westerhof de moordpartij op het marktterrein had overleefd). Wij waren ontdaan door deze ontketening van haat en geweld tegen niet-strijders.

De volgende ochtend, 13 april (redactie: dit moet zijn woensdag 11 april) rustten wij uit. In de middag nam ik deel aan een beperkte verkenningspatrouille in noordelijke richting, toen op vijhonderd meter afstand van ons vier jachtbommenwerpers een vijandelijk konvooi met granaten aanvielen. We waren op een open plek, toen één van de vliegtuigen, na het voltooien van zijn missie, op kleine hoogte over ons heen vloog. De piloot moet ons zeker hebben opgemerkt, want hij maakte rechtsomkeerd. Ik zwaaide onmiddelijk met mijn oranje sjaal. De piloot liet de vleugels van zijn vliegtuig bewegen als teken van herkenning en vloog verder.

De volgende ochtend, 14 april (redactie: dit moet zijn donderdag 12 april) vernamen wij dat de geallieerde troepen op enkele kilometers ten oosten van Diever waren gearriveerd. Wij verlieten hierop het bos, staken de verkeersweg en het kanaal over en na een mars in klassieke formatie (achter elkaar in een rij) kwamen we de eerste tank met een witte ster tegen. Onder het tonen van de oranje sjaal riepen we: “Franse S.A.S.”. De commandant van de tank antwoordde: “Frans-Canadees, Chaudière-regiment”. Vreugde, gelukwensen en omhelzingen volgden.

Wij kwamen aan in Dwingeloo, waar de bevolking ons enthousiast verwelkomde onder het zingen van het Nederlandse volkslied en met de uitroep ”Oranje… Oranje…”. Jonge meiden omhelsden ons en gaven ons souvenirs (foto’s van dorpsgezichten en plaatjes met het beeld van koningin Wilhelmina). De hele dag was het feest! Voor ons lag er echter een schaduw over het feest: de twaalf burgers, die de vorige avond (redactie: de avond van 10 april) waren gefusilleerd…

Onze gevangenen werden overgedragen aan een Engels sprekende Canadese kapitein, die hen met een zekere ruwheid ‘onder zijn hoede’ nam. Nadat Thomé zijn verbazing had uitgesproken, legde de kapitein hem uit, dat de vorige dag twintig vijandelijke soldaten zich met de handen omhoog overgaven, toen anderen, ongetwijfeld S.S.’ers, die verborgen waren achter struikgewas, op zijn sectie hadden geschoten. Daarbij stierven zes van zijn mannen, die vertrouwen hadden in de wens van de vijand de strijd te staken.

Wij werden ’s avonds (redactie: de avond van 12 april) in vrachtwagens overgebracht naar Coevorden, een stad in de buurt van de Duitse grens. Onze vriend Layral (redactie: hij maakte deel uit van stick 12 onder commando van eerste luitenant Duno) leidde ons de volgende twee dagen rond over het Duitse platteland in een kleine bus, die was buitgemaakt na een gevecht in Appelscha (redactie: op 10 april viel een Duitse autobus in handen van de Franse parachutisten). Het was voor ons een mooi vervoermiddel voor een kennismaking met het land van de vijand, met name met haar burgers en hun woonomgeving.

Thomé nam een klein deel van zijn mannen mee terug naar Diever om het verwoeste kamp te bekijken, om enkele parachutes op te halen en om Georges en Gees, onze ‘inlichtingen-agenten’, weer te ontmoeten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het verhaal van René Gaston Giguelay is vertaald door mevrouw Karin Broekema, die een dochter is van Coen Broekema, die een zoon is van dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema. De redactie is bezig met een herziening van deze vertaling.
De eerste vertaling van het verhaal is opgenomen in Opraekelen 04/1 (maart 2004), het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie verwijst voor de samenstelling van de stick van commandant Edgard Tüpet-Thomé naar het bericht Operatie Amherst: De parachutisten van stick 8.

De manke Nederlander, die door de Franse parachutisten Georges werd genoemd, moet Van der Hengel zijn geweest, die vlak bij het kamp van de parachutisten in het zomerhuis met de naam ‘de Ossekoele’ an de Grönnegerweg woonde.
Stick 10 van commandant Pierre Sicaud bestond uit de volgende vijftien commando’s: kapiteit Piere Sicaud, Jean-Louis Albert, Charles Baudry, Pierre Beylier, Victor Boyer, Coulier (voornaam ombekend), Raymond Denis, Roger Dilenseger, Pierre Drablier, Faigt (voornaam onbekend), adjudant Piere Laboube, Octave Merlin, Néblot (voornaam onbekend), Jacques Ourinowski en Schepers (voornaam onbekend)
Enige foto’s van René Gaston Giguelay zijn te vinden in een webstee op het internet.
Een andere foto van René Gaston Giguelay is te vinden in de webstee https://www.chemin-de-memoire-parachutistes.org

Posted in Franse parachutist, Operatie Amherst, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Camping Diever v/h Gemeentelijk Kampeerterrein

In de Friese koerier – onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden – van 21 april 1967 verscheen de hier afgebeelde advertentie van Camping Diever voorheen Gemeentelijk Kampeerterrein in de bos an de Bosweg tegenover zwembad Deeversaand. Het Gemeentelijke Kampeerterrein was eigendom geworden van Marinus Mulder, schoenhandelaar en schoenmaker an de Heufdstroate in Deever en kreeg als nieuwe naam Camping Diever.
Marinus Mulder verkocht in 1970 in het campinghuis op de camping bijgaand afgebeelde fraaie kleuren-ansichtkaart van het campinghuis op de camping.
De redactie van ut Deevers Archief zou van zijn zeer gewaardeerde bezoekers graag willen weten van wel merk en welk type het rode automobiel is. Wie reageert ?
De redactie van ut Deevers Archief is ook op zoek naar verhalen en foto’s van mensen die in de zestiger en zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw op deze camping hun vakantie hebben gevierd. Wie reageert ?

Posted in Ansichtkaart, Bosweg, Camping Diever | Leave a comment

Obbe Verwer groet zijn zuster Euphemia Verwer

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag de mooiste ansichtkaarten uut de gemiente Deever zien. De hier getoonde ansichtkaart – een zo genoemd drieluik – is op 2 maart 1904 verstuurd en is daarmee een van de oudste bewaard gebleven ansichtkaarten uut de gemiente Deever.  

Bijgaande ansichtkaart is op 2 maart 1904 op Zorgvlied verstuurd naar mejuffrouw E. Verwer, woonachtig aan de Oosterdijk in Sneek. De kaart is in Noordwolde gestempeld. De afzender is Obbe Verwer. De redactie van ut Deevers Archief zal uitzoeken wie Obbe Verwer en mejuffrouw E. Verwer waren. De redactie zal ook uitzoeken wat hun familierelatie met de gebroeders Lodewijk Guillaume en Julius Verwer was.
De foto’s op de ansichtkaart zijn waarschijnlijk gemaakt door de fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.
Op de foto rechtsboven op de ansichtkaart is de voorgevel van het grote landhuis Castra Vetera op Zorgvlied te zien. Dit is een van de weinige foto’s waarop Castra Vetera is te zien. De familie Lodewijk Guillaume Verwer woonde tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer in 1910 in dat landhuis, dat ook wel het Heerenhuis of het Kasteel werd genoemd.
Is op de foto linksonder de Dorpsstraat op Zorgvlied te zien ?
Links boven is een foto van een brug in het wandelbos van villa Castra Vetera te zien, die heeft gediend als voorbeeld voor het schilderij Brug in ’t bos op Zorgvlied van fotograaf en schilder Hans Kuiper uit Noordwolde.

De redactie hoefde het in het bericht toegezegde uitzoekwerk niet te doen, want de heer Claudio Verwer stuurde naar aanleiding van dit bericht op 19, 21 en 22 september 2016 en 9 oktober 2016 enige waardevolle reacties. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze reacties. De redactie heeft de vier reacties geredigeerd tot de volgende tekst.
De schrijver van de getoonde ansichtkaart uit 1904 was een verre oom van mij. Ik heb hem nooit gekend. Mijn vader en zijn broers en zusters zijn in Zeeland opgegroeid en voor zover ik weet hadden zij geen contact (meer) met de Friese tak.
Abondus Theodorus Franciscus (Obbe)Verwer stuurt op 2 maart 1904 een prentbriefkaart naar zijn moeder Elise Verwer-Thies. Hij is op 8 augustus 1886 in Sneek geboren. Hij is op 30 maart 1945 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 15 april 1920 met Geertruida Agatha Wajer. Zij is in 1899 in Medemblik geboren, Zij is op 28 mei 1981 in Sneek overleden.
Albertus Regnerus Obbes Verwer is de vader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 20 december 1851 in Sneek geboren. Hij is op 26 december 1895 in Sneek overleden. Hij was koopman en had een manufacturenzaak aan de Oosterdijk 12-14 in Sneek (het adres op de ansichtkaart). Hij trouwde op 18 april 1882 in Rethen an der Leine in Duitsland met Maria Margaretha (Elise) Thies. Zij is op 8 oktober 1856 in Brandlecht in het graafschap Bentheim in Duitsland geboren. Zij is op 14 december 1928 in Sneek overleden.
Obbe Verwer is de grootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 4 oktober 1813 in Sneek geboren. Hij is op 23 december 1863 in Sneek overleden. Hij was koopman en drankhandelaar en tot zijn dood exploitant van de Buiten-Sociëteit De Harmonie in Sneek. Hij trouwde op 6 juni 1841 in Bolsward met Johanna Sijbes Oosterbaan. Zij is op 27 september 1813 in Bolsward geboren. Zij is op 10 juli 1904 in Sneek overleden.
Lodewijk Guillaumes Verwer is de overgrootvader van Abondus Theodorus Franciscus (Obbe) Verwer. Hij is op 29 januari 1790 in Leeuwarden geboren, Hij is op 24 november 1827 in Sneek overleden. Hij was koopman. Hij trouwde op 5 augustus 1810 in met Thekele Obbes Schaap. Zij is op 14 maart 1785 in Sneek gedoopt. Zij is op 8 augustus 1850 in Sneek overleden.
Idse (Ytzen) Johannes Verwer was een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Thekele Obbes Schaap en een jongere broer van Obbe Verwer. Hij is op 5 november 1815 in Sneek geboren. Hij is op 28 juni 1877 in Bolsward overleden. Hij is op 2 juli 1877 in Blauwhuis op de Rooms Katholieke begraafplaats ter aarde besteld. Hij was notaris te Makkum tot september 1866 en daarna te Bolsward. Hij trouwde op 18 mei 1845 in Bolsward met Sytske IJsbrands Galama. Zij is op 11 juni 1823 in Tjerkwerd geboren. Zij is op 1 september 1897 in Bolsward overleden. 
Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama kregen vier zonen, waarvan alleen Lodewijk Guillaume en Julius volwassen werden:
Lodewijk Guillaume Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is geboren op 4 maart 1846 in Makkum. Hij is overleden op 8 november 1910 op Zorgvlied. Hij was advocaat. Hij trouwde met Johanna Cornelia Ludovica van Wensen (zuater van Elisabeth Maria Louisa van Wensen). Zij is geboren op 17 juli 1846 in Leiden. Zij is overleden op 25 maart 1917 in Leiden. 
Julius Verwer was een zoon van Idse Johannes Verwer en Sytske IJsbrands Galama. Hij is op 11 augustus 1853 in Makkum geboren. Hij is op 6 november 1917 in Hilversum overleden. Hij was advocaat. Hij trouwde met Elisabeth Maria Louisa van Wensen (zuster van Johanna Cornelia Ludovica van Wensen). Zij is geboren op 19 januari 1850 in Leiden. Zij is overleden op 19 november 1921 in Hilversum.
De conclusie is als volgt. De opa van Abondus Theodorus Franciscus Verwer (Obbe) (de verzender van de ansichtkaart) was een broer van de vader van Lodewijk Guillaume Verwer en Julius Verwer.
Op de website wordt vermeld dat de familie Verwer tot de dood van Lodewijk Guillaume Verwer op Zorgvlied woonde. De Leidse Courant bericht op 10 april 1912 dat Johanna Cornelia Ludovica van Wensen met haar gezin in Leiden is ingeschreven op het adres Hoogewoerd 144. Op 8 mei 1916 verscheen nog een advertentie waarin gevraagd werd naar een huishoudelijke hulp op hetzelfde adres. Vermoedelijk is zij dus in Leiden begraven.
De uit Friesland afkomstige familie Verwer was belijdend rooms-katholiek. De bemoeienis van de twee broers in Zorgvlied moet mijns inziens vooral in het licht van de emancipatiebeweging van de katholieken in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw worden beoordeeld.
Ik complimenteer u met uw website die ik met veel genoegen en interesse heb bekeken en ook verder zal volgen. De geschiedenis rond Zorgvlied heeft namelijk vele aspecten die ik interessant vind. Ruim een week geleden heb ik samen met mijn vrouw nog heerlijk op het terras van Villa Nova gezeten.

De heer Klaas van der Hoek stuurde op 18 mei 2020 de volgende reactie
Onlangs kocht ik een ansichtkaart van Workum die in 1907 is verstuurd aan een mejuffrouw E. Verwer, Oosterdijk, Sneek. Zoekend naar haar identiteit kwam ik onder meer op deze website terecht. 

De geadresseerde Mej. E. Verwer is, denk ik, niet Obbe Verwers moeder Maria Margaretha Elisabeth Verwer-Thies, maar zij moet wel Euphemia Agatha Lucia Verwer zijn., het jongere zusje van Obbe Verwer. Zij is geboren op 9 januari 1889 in Sneek en is overleden op 21 december 1973 in Amsterdam. Zij huwde in 1915 met Theodorus Anthonius Wajer (1889–1975), een broer van de latere echtgenote van Obbe.

abracadabra-1490

abracadabra-1489

Posted in Ansichtkaart, Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Hans Kuiper, Julius Verwer, Lodewijk Guillaume Verwer, Topstuk, Verdwenen object, Zorgvlied | Leave a comment

Een foto van de broers Anton en Jozeph Janssens

De Duitse bezetter gijzelde op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde en bij de familie Harm Kuiper op Kalteren ondergebrachte broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de Nederlandse gegijzelden op het marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan; op deze plek stond in 2019 nog respectvol een rhododendronbosje. Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de gegijzelde mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.
Antonius Maria Gerardus Janssens is geboren op 26 mei 1926 in Tilburg en is op 10 april 1945 op achttienjarige leeftijd overleden in Deever. Jozeph Cornelis Maria Janssens is geboren op 10 oktober 1930 in Berkel en is op 10 april 1945 op veertienjarige leeftijd overleden in Deever.
Mevrouw Loes Ravensteijn-Janssens, dochter van de jongste broer van de broers Anton en Jozeph, stelde op 10 mei 2020 bijgaande afbeelding van haar twee ooms beschikbaar voor opname in ut Deevers Archief. De redactie is haar daarvoor bijzonder erkentelijk en toont deze afbeelding hier met alle respect. Mevrouw Loes Ravensteijn-Janssens en haar man komen regelmatig naar de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever om het oorlogsgraf van hun oom Anton en oom Jozeph te verzorgen. De redactie heeft daar bijzonder veel waardering voor.
Op de foto is de jongen aan de linkerkant Anton Janssens en is de jongen aan de rechterkant Jozeph Janssens.

Afbeelding 1 – Foto van de broers Anton Janssens (links) en Jozeph Janssens (rechts)
Afbeelding 2 – Akte van overlijden van Anton Janssens

Afbeelding 3 – Akte van overlijden van Jozeph Janssens

Posted in 10 april 1945, Overlijdensbericht, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment