Marmottendorpje in jongenskamp ‘de Eikenhorst’

In zijn artikel ‘Het kamp bij het gehucht Geeuwenbrug’ (zie het artikel elders in www.dieversarchief.nl) heeft Jan van den Berg uit Zevenaar het over een marmottenveldje. Een citaat uit zijn artikel luidt als volgt: Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
Teneinde Jan van den Berg een plezier te doen, en wellicht ook anders bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw (de redactie verneemt graag hun reactie), toont de redactie van het Deevers Archief bijgaande ansichtkaart van het zogenaamde ‘marmottendorp’ uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw.
Dit marmottendorp zal ongetwijfeld wel met de beste opvoedkundige bedoelingen zijn gebouwd. Maar waar zijn de marmotten, die tegenwoordig om onduidelijke redenen cavia’s worden genoemd ?

Posted in Ansichtkaarten, Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Het bijzonder aardige van deze zo genoemde vijfluiks-ansichtkaart is dat de vijf getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven. Je zal die vijf afzonderlijke ansichtkaarten maar in jouw verzameling hebben.
De hier getoonde vijfluiks-ansichtkaart is in november 1953 uitgegeven.
Burgemeester van Osbank
Deze ter meerdere eer en glorie van burgemeester Hendrik Gerard van Os aan elkaar gemetselde berg zwerfkeien staat niet meer op zijn oorspronkelijke plek, die plek is wel op de afbeelding te zien. Op de afbeelding is aan de rechterkant de Hoofdstraat te zien.
Bij het marktterrein
Het marktterrein aan het begin van de Bosweg is eigenlijk een complex van vier niet-origineel-Saksische brinken. Het terrein om de koele, die tegenwoordig Eendenvijver wordt genoemd, is de Doolhofbrink. Kijkend in de richting van het tolhuisje ligt aan de linkerkant van de Bosweg de Paaskermisbrink. Sommige mensen noemen deze brink ook wel de Lijkwagenschuurtjebrink. Aan de rechterkant van de Bosweg ligt de Kaarkhofbrink. Daar is ook het 4 mei 1945 brinkje te vinden.
Peperstraat
Op de afbeelding is de Kleine Peperstraat te zien.
In het huis aan de linkerkant woonde de familie Roelof Hunneman. Roelof Hunneman is op 10 april 1945 op het marktterrein door de Duitse S.S.’er Fritz Habener vermoord.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) had, nadat hij na de oorlog, uit een door nota bene het Deeverse verzet afgedwongen onderduiking, terug was gekomen als burgemeester van de gemiente Deever, zeer grote haast alle oude erfgoedpanden in het centrum van Deever onbewoonbaar te verklaren en vervolgens zo snel mogelijk te laten slopen. Dat gebeurde ook met het erfgoedpand van de familie Roelof Hunneman op de hoek van de Kleine Peperstroate en de Aachterstroate.
Burgemeester van Oslaan
Het Kasteel is een tijdlang door de voorkant van het gelijk volledig onterecht Burgemeester van Oslaan genoemd. In de volksmond bleef de weg over ’t Kastiel gelukkig gewoon Kastiel heten.
Aan de rechterkant loopt de weg over ’t Kastiel. Aan de linkerkant is de zandweg met de naam Grönnegerweg te zien.
Uitkijktoren
In het Deevers Archief is in een aantal berichten aandacht besteed aan de uitkijktoren tegenover paviljoen Berkenheuvel.

Posted in Ansichtkaarten, Burgemeester Van Osbank, Diever, Jan Cornelis Meiboom, Kasteel, Marktterrein, Peperstraat, Uitkijktorens | Leave a comment

Het kamp dicht bij het gehucht Geeuwenbrug

De redactie van het Deevers Archief ontving het navolgende artikel ‘Het kamp’ van Jan van den Berg uit Zevenaar. Hij gaf toestemming dit artikel met vermelding van zijn naam te publiceren. De redactie van het Deevers Archief is hem daarvoor erkentelijk. Hij schrijft: In  www.dieversarchief.nl/ zie ik slechts heel weinig staan over de tijd dat er bij Geeuwenbrug een kamp was voor jongens van ongeveer 11 à 12 jaar. Ik heb mijn herinneringen aan de tijd die ik daar in 1962 heb doorgebracht, verwoord in bijgaand artikel. Misschien dat het Deevers Archief dit een aardige bijdrage vindt.
Zo mogelijk zullen binnenkort enige foto’s van hem aan het artikel worden toegevoegd.

Het kamp
Dicht bij de brug over de Drentse Hoofdvaart bij het gehucht Geeuwenbrug leidde een zandweg naar ‘het kamp’. Daar brachten mijn ouders mij op dinsdag 2 mei 1962 naar toe, enkele weken voor mijn tiende verjaardag. Nu lees ik op internet dat dit het Kamp voor Sociale Jeugdzorg ‘de Eikenhorst’ was. Wij, de jongens, en ook alle volwassenen noemden het kamp altijd ‘het kamp’.
Op de lagere school in Oss was ik bang voor een aantal wilde jongens. Er werd een psycholoog ingeschakeld, en die heeft dit kamp bij mijn ouders aanbevolen. Daar zouden te wilde en te timide jongens samen in een jaar tijd er allemaal op vooruit gaan. Als een deskundige dat adviseerde, dan konden mijn ouders er natuurlijk alleen maar mee instemmen. En ik wilde er ook wel heen, want we hadden op school gehoord over de Hoge Veluwe: daar was de natuur geweldig mooi. Vlak bij het kamp was er ook zulke mooie natuur, en Drenthe was zelfs maar liefst twee provincies verder weg! Ook kregen we een foldertje over het kamp, waarin tekeningetjes stonden van jongens die allemaal heel vriendelijk keken en elkaar hielpen. Bij zulke aardige jongens wilde ik wel zijn.
Ik vond het in het begin wel prima daar. Ik had een bed met nachtkastje in de barak Alaska. Aan beide kanten van de slaapzaal waren acht bedden met nachtkastjes. En er waren vier van zulke barakken, met de namen Alaska, Transvaal, Peru en Klondike. Dat waren gebieden waar vroeger goud gevonden was. Wij zouden ook goudzoekers worden: je begon als ‘pionier’ en kreeg een kaart waarop opdrachten stonden. Ik kan me niet meer herinneren wat voor opdrachten dat waren. Als je ze af had en ze waren afgetekend, werd je ‘delver’ en tot slot ‘goudzoeker’. Dat waren onze drie rangen. Aan het hoofd van het kamp stond de commandant en de tweede man was de adjudant. Er was een appelplaats waar we soms in rijen stonden bij het hijsen of strijken van de vlag.
In elk van onze vier barakken was er ook een huiskamer, waar we ieder een eigen (open) vakje hadden. En er was een w.c., en een slaapkamer voor de groepsleiding.
Toch gaf het me allemaal niet zo’n militaristische indruk. Ik keek al wel met angst uit naar de militaire diensttijd. Ik verwachtte dat ik het erg moeilijk zou krijgen tussen de soldaten. Maar dat zou nog wel bijna tien jaar duren, en intussen was vast en zeker het laatste oordeel wel geweest, dus daar zou ik op die manier wel onder uit komen.
We wisten wel dat ons kamp in de oorlog al een soort kamp was geweest, maar daar wisten we verder niets van. Het waren zeker nog dezelfde barakken. Nu lees ik in het Dievers Archief dat het vanaf januari 1942 een mannenkamp is geweest van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD), voor mannen die moesten werken aan de ontginning van woeste gronden. Mijn moeder zegt dat het dezelfde barakken waren als in kamp Vught, waar ze na de oorlog ook is geweest, gelukkig slechts op bezoek.
De meeste jongens waren 11 of 12 jaar oud. Als je 10 of 13 jaar oud was, dan was je een uitzondering. Van de groepsleiding herinner ik me mijnheer Van Zutphen en juffrouw Veronica. Een jongen wees me erop hoe haar heupen wiegden als ze liep. Ik zag dat nog niet als iets speciaals. Maar ik heb dit blijkbaar wel onthouden.
Er was ook een barak die diende als kantoor voor de administratie en de leiding, een badhuis met douches, een eetzaal, twee barakken die als klaslokaal dienden, een veldje met marmotten, een vijver, een sportveld, het huis van de commandant en verder weet ik het niet meer.
We kregen alleen ’s morgens les. Van de twee leslokalen weet ik nog dat in de ene, waar we onder andere aardrijkskunde kregen, een oliekachel stond en dat in de andere, waar we taal en rekenen kregen, een kachel stond waarin de onderwijzer turf stookte. Dat vond ik bijzonder, van thuis kende ik alleen kolenkachels, ook op school. Ieder werkte in stilte aan de hand van werkschriften op zijn eigen niveau, want er was immers een behoorlijk leeftijdsverschil.
’s Middags deden we eerst corvee, zoals helpen met de afwas of de eetzaal vegen. En we moesten aan onze opdrachten werken, om een hogere rang te behalen. Verder maakten we vaak boswandelingen en deden aan spel in het bos of sport op het sportveld. In het bos was er een knap gebouwde blokhut, grotendeels ondergronds.
Er werd van alles georganiseerd voor ons. Regelmatig maakten we een lange wandeltocht door de bossen naar het zwembad. We gingen er ook wel eens met een bus op uit. Voor moederdag maakten we iets moois. We zijn eens een paar dagen naar een jeugdherberg in Giethoorn geweest, waar we ook mochten kanovaren. We gingen ook eens eetbare paddestoelen plukken in het bos. De leidsters bakten ze en we kregen ze op sneetjes brood. Bijzonder lekker was dat! En we hebben eens geholpen om het openluchttheater van Diever schoon te maken.
Wie wilde, mocht een konijn houden, als de ouders er een betaalden, daar waren hokjes voor. Ik kreeg er ook een.
Voor zover ik me herinner hebben we één keer t.v. gekeken, naar ‘Open het dorp’, dus op 16 juni 1962. Verder hoorden we wel eens iets van buiten, zoals op 28 november 1962, toen prinses Wilhelmina overleden was.
De jongens waren afkomstig uit het hele land. Er waren protestanten, katholieken en buitenkerkelijken. Elke zondag gingen de protestanten naar een kerk die dicht bij was, waarschijnlijk in Diever, en wij, katholieken moesten een flinke bustocht maken om naar een katholieke kerk te gaan.
In de eetzaal werden goede manieren gehandhaafd. We aten ons brood met mes en vork. Thuis namen we de boterhammen altijd in onze handen. Toen mijn ouders eens aan de broodmaaltijd deelnamen, wees ik mijn moeder daar op. Ze heeft nooit vergeten dat ik haar daar publiekelijk heb terecht gewezen. Sindsdien aten wij ook thuis het brood met mes en vork.
De gelovigen moesten bidden voor het eten. Dat was niet eerlijk, want de buitenkerkelijken, die hun handen niet hoefden te vouwen, hadden na het bidden altijd de kapjes van de broden te pakken.
Eens per week, waarschijnlijk op zondag, schreven we in de huiskamer allemaal een briefje naar huis. We mochten de enveloppen natuurlijk niet zelf dichtplakken, controle hoorde er bij.
Er was een jongen uit Zuid-Limburg, die van plan was om later mijnwerker te worden. Het kan goed zijn dat hij nog een aantal jaren in de mijnschachten heeft gewerkt.
We kregen een kwartje per week zakgeld. Na ontvangst van dat kapitaal kochten bijna alle jongens daar meteen snoep voor, maar daar gaf ik niets om. Ik spaarde het liever.
Ik werd wel eens geplaagd of uitgelachen. In mijn vakje in de huiskamer lag mijn kerkboekje (‘Mijn Pascha’heette het). Dat was een paar keer in een vakje van een andere jongen gelegd. Die deed daar kwaad over en zei: ‘Als het nog eens in mijn vakje ligt, gooi ik het weg.’ Ik had, net als voorheen op school in Oss, het gevoel dat dat allemaal heel erg was. Ik zei daar niets over tegen mijn ouders, want ik wist dat ik er nu eenmaal een heel jaar moest blijven en ik wilde ze niet belasten. Maar nu ik deze herinneringen met mijn moeder bespreek, zegt ze dat zij en mijn vader al bij hun eerste bezoek een slechte indruk kregen. Ze merkten heel goed aan het gedrag en de taal van veel jongens dat het geen zoontjes van doktoren en advocaten waren, zoals aan hen was voorgespiegeld, maar vooral ‘grote deugnieten’. Toen ze naar huis gingen zeiden ze tegen elkaar: ‘Waar zijn we toch aan begonnen.’ Maar ze lieten het doorgaan, omdat ze van mij niets negatiefs hoorden.
Er liep wel eens een jongen weg, misschien is dat maar één of twee keer voorgekomen. toen ik in het kamp was, maar dat was wel indrukwekkend.
Eens per zes weken gingen we een weekend naar huis. Dan reden we met een bus naar het station in Meppel, en dan verder met de trein. Ik weet niet meer of in de trein nog begeleiding was, maar in elk geval niet helemaal tot Oss. En op het midden van die zes weken kwamen mijn ouders een middagje bij mij op bezoek. Zo zagen we elkaar eens per drie weken. En we hadden een zomervakantie thuis van maar liefst tien dagen.
Twee jongens hebben mij seksuele voorlichting gegeven, beknopt maar duidelijk. Ik geloofde het niet zomaar: het vieste van de jongen in het vieste van het meisje, dat kon toch niet waar zijn? Hoe verzinnen ze het! Toen ik weer thuis was vroeg ik het aan mijn moeder, zonder het allemaal uit te spreken, maar door het met mijn vingers uit te beelden. Beschaamd knikte ze ja. En heel snel daarna, op 10 december, haalden ze me op uit het kamp, met mijn konijn. Ik legde het verband niet, maar die voorlichting had hen er toe gebracht om er een punt achter te zetten. Ik was heel opgelucht, toen ze mij kwamen halen, maar ook dat liet ik niet merken, want anders zouden ze alsnog weten hoe erg ik het op het kamp had gevonden. En ik was nog steeds ‘pionier’, de laagste rang, want ik had nog maar weinig aan mijn opdrachten gewerkt. Er was dan wel nooit aan mij gevraagd hoe ik vorderde, maar nu kon ik daar in elk geval geen last meer mee krijgen.
Het konijn ging zo maar in de achterbak van de auto. Bij aankomst in Oss bleek hij enkele kabels te hebben doorgebeten.
En zo was het onverwacht alweer afgelopen voor mij. Met Kerstmis aten we konijn. Natuurlijk niet míjn konijn, dat was ergens heen gebracht, iets vaags voor mij, waar hij het fijn zou hebben. Dat heb ik lang geloofd.
Ik heb vaak aan het kamp teruggedacht. Het laatste oordeel is tot nader order uitgesteld, maar in mijn militaire diensttijd heb ik geen problemen gehad.
Rond 1981 heb ik met mijn zus en zwager het kamp eens opgezocht. Het bleek dat enkele jaren daarvoor de barakken waren afgebroken, er stonden nu stenen gebouwen. Het was nu een instelling voor de opvang van jongens en meisjes vanaf ongeveer 14 jaar. Ieder kind had zijn of haar eigen kamer.
Toen ik er in 2001 eens langs reed was het kamp een asielzoekerscentrum. En nu lees ik op internet dat er een opvangvoorziening komt voor verstandelijk beperkte vreemdelingen, slachtoffers van mensenhandel en mensen met een verstandelijke beperking.

Deze jongen ben ik. Dit is de enige foto die duidelijk te maken heeft met mijn periode in het kamp. Hij is gemaakt toen we een paar dagen in een jeugdherberg in Giethoorn logeerden. Het was half kamperen, hier eten we buiten van metalen borden.

Jan van den Berg, Zevenaar, 23 december 2013

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Bij de manufacturenwinkel van Flip Zaligman – 1936

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 76) over het verleden van de manufacturenwinkel van Flip Zaligman en Heintje Wilda an de Heufdstraote (adres Deever 189) in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1936 gepubliceerd.

In het rechter pand was de grootste en mooiste manufacturenwinkel van het dorp gevestigd.
Het werd bewoond door de in Dwingeloo geboren Philippus (Flip) Zaligman, zijn vrouw Heintje Wilda en hun in Diever geboren kinderen Martha Hendrika (8-12-1920), Levie (Loekie) Salomon (21-12-1921) en Hendrika (Rikie) Henriëtta (26-10-1925).
Flip Zaligman was mit ’t pak bee’j ’t pad. In het begin bezocht hij zijn klanten op een transportfiets. Het pak was toen een grote koffer die onder meer was gevuld met rollen stof. Als hem werd gevraagd hoe de zaken gingen, dan kon het zijn dat hij antwoordde: Het gaat goed, maar het goed gaat niet…..
Het ging echter zo goed met het goed dat hij de transportfiets kon vervangen door een automobiel. Bij de winkel staat zijn voertuig met kenteken D-3386. Het nummerbewijs werd afgegeven op 11 maart 1924.
De winkel brandde op 20 februari 1940 af. De familie Zaligman vestigde zich op 26 april 1940 in Meppel op het Noordeinde 7.
De Duitse bezetter arresteerde in de nacht van vrijdag 2 op zaterdag 3 oktober 1942 ongeveer 14.000 joodse landgenoten. Zo kwam het dat in de grauwe morgen van zaterdag 3 oktober, op sabbat en bovendien op Grote Verzoendag, de joodse gemeenschap van Meppel op het station stond te wachten op een trein naar het kamp Westerbork. Daarbij bevonden zich Flip, Heintje, Loekie en Rikie Zaligman. Martha was ondergedoken en werd later verraden. Haar dochter Thea werd in Westerbork geboren. Vanuit Westerbork zijn ze gedeporteerd naar de Duitse vernietigingskampen.
Heintje en Rikie werden kort daarna in 1942 vergast in Auschwitz. Loekie kwam in 1943 om in Schöppenitz. Flip vond in 1944 de dood in Auschwitz. Martha, haar man en hun dochter Thea overleefden het concentratiekamp Theresienstadt. Martha overleed in 1970 in Zandvoort. Thea emigreerde naar Israël, waar ze met Marcel Gaby trouwde. Zij heeft nog regelmatig contact met Jans Tabak.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Philippus (Flip) Zaligman is op 21 september 1893 geboren in Dwingelo. Hij was manufacturier.
Hij huwde op 10 mei 1894 in Coevorden met Heintje Wilda.
Zij verhuisden op 20 mei 1920 van Dwingelo naar het adres Deever 189.
Martha Hendrika Zaligman is op 8 december 1920 in Deever geboren.
Levie (Loekie) Salomon Zaligman is op 21 december 1921 in Deever geboren.
Hendrika (Rika) Henriëtte is op 26 oktober in Deever geboren.
De familie Zaligman verhuisde op 7 juni 1936 naar het adres Eerste Hoofdstraat 34 in Meppel.
De familie Zaligman verhuisde op 28 april 1939 naar het adres Deever 189.
De familie Zaligman verhuisde op 26 april 1940 naar het adres Noordeinde 7 in Meppel.
De winkel van Flip Zaligman brandde op 20 februari 1940 af.
Het zou zeker van respect getuigen als in het trottoir voor de drogisterij op het adres Hoofdstraat 51 in Deever (zeg maar voor de ‘oude boerenleenbank’) vijf  zo genoemde stolpersteine (straampelstien’n), waarbij op elke steen de naam van een lid van de familie Flip Zaligman is gegraveerd.
Een  mooie klus voor bestuursvoorzitter Homme Geertsma met de vele zijnen van de ingedutterige heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie heeft de kleurenfoto op 26 april 2018 gemaakt.

abracadabra-491

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Diever, ie bint 't wel ..., Hoofdstraat, Joodse inwoners, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Verwerende tufsteen van de kerk aan de brink

De muren van de kerk aan de brink van Deever zijn voor een deel gebouwd van tufsteen. Dit betrekkelijk zachte bouwmateriaal is door de eeuwen heen aan de zon- en regen- en windkant op een prachtige manier aan het verweren.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van een detail van de muur aan de kant van de brink op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Sukersakkie van het Schultehuus in Deever

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw werden in het deel rechts van de voordeur van het Schultehuus an de niet-origineel-Saksische Schultehuusbrink van Deever ook allerlei culturele activiteiten georganiseerd. Het Schultehuus zou met een beetje goede wil echt wel kunnen worden beschouwd als een soort van mini-Dingspilhuus.
Het Schultehuus had net zoals hotels, cafés, restaurants, lunchrooms, kantines, enzovoort, enzovoort een ‘eigen’ sukersakkie. Dit sukersakkie – aanwezig in de verzameling van het Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar minder of meer (meer meer dan minder) overgetekend van een mooie ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Zie de bijgaande afbeelding van deze ansichtkaart.
Op de achterkant van de ansichtkaart staat de volgende tekst:
Het schultehuis te Diever na de restauratie van 1935 – 1941.
Dit huis is in 1604 gebouwd door Berend Ketel. Deze was als schulte van Diever aangesteld door graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland, Stad Groningen en Ommelanden en Drenthe, nadat in 1594 de stad Groningen was ingenomen en de Spanjaarden uit genoemde gewesten waren verdreven. Zijn wapen staat gebeiteld in de steen boven de voordeur. Toen het huis in 1934 dreigde te worden afgebroken, is het aangekocht door de Stichting ‘Oud-Drenthe’.
De redactie weet niet precies in welk jaar deze ansichtkaart is uitgegeven. Wie weet het wel ?
Het Schultehuus zat na de mislukte restauratie, die van 1935 tot 1941 duurde, helaas niet meer vast aan de bijbehorende Schulteboerderij.
Let bij de ansichtkaart vooral direct rechts naast het Schultehuus op de nog net deels zichtbare roggemiete bij de Schulteboerderij van Koendert Krol.


Posted in Brink, Diever, Schultehuis, Sukersakkies | Leave a comment

N.S.B.-gezinnen in werkkampen Diever A en Diever B

Op het internet zijn in de webstee ‘het verhalenarchief.nl’ steeds meer verhalen te vinden over ervaringen van kinderen van ‘foute ouders’ in de periode direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Uit die verhalen blijkt dat in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Bosweg in de Olde Willem in die roerige periode na de bevrijding gezinnen van N,S,B,’ers werden vastgehouden.
Op 9 juni 2011 werd het verhaal ‘Het antwoord na 53 jaar‘ van Ed Struik gepubliceerd.

Posted in de Oude Willem, N.S.B., Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Windkorenmolen van Veldhuizen wordt afgebroken

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) stond op 25 april 1914 op bladzijde 7 het volgende korte bericht over de voorgenomen afbraak van de windkorenmolen op de molenberg in de kluft Veldhuizen bij Wapse.

Wapse.
De windkorenmolen die nog ten huidigen dage ten westen van deze plaats op een hoogte aan den straatweg staat, die stormen en onweders heeft getrotseerd, die geslachten zag komen en heengaan, het gevaarte dat reeds op verren afstand zichtbaar was en menigeen tot gids diende, in ’t kort, de oude molen, die als ’t ware één werd met onze plaats – hij wordt afgebroken. Echter om elders weer te verrijzen, want hij zal de plaatsvervanger worden van den te Havelte afgebranden collega.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De windkorenmolen, een grondzeiler, stond op de molenberg in de kluft Veldhuizen bij Wapse.
De redactie verwijst de trouwe bezoeker van het Deevers Archief graag naar het bericht Veldhuizen – Korenmolen – Plusminus 1910 en het bericht Heden nacht is de molen alhier weer bestolen.
In de zo genoemde Molendatabase is bij de verdwenen molens de verplaatste molen van Veldhuizen te vinden via het intikken van Wapse in het zoekvenstertje recht boven aan het scherm, enzovoort.

Posted in Molen van Veldhuizen, Molens, Veldhuizen, Verdwenen bouwwerken, Wapse | Leave a comment

Molen ‘de Vlijt’ afgebeeld op een lucifersdoosje

Lucifers van het merk Molen werden gemaakt in de fabriek van Mennen en Keunen in Eindhoven. Het lag natuurlijk voor de hand om op het etiket van de doosjes Nederlandse molens af te beelden. Die werden in de zestiger jaren van de vorige eeuw met het oog op de sterke Nederlandse verzamel- en spaarmentaliteit in series van tien verschillende molens uitgebracht, teneinde de verkoop van deze lucifers fors te vergroten.
Zo ontkwam ook de in 1882 (?) gebouwde en in de tweede helft van de vijftiger jaren gerestaureerde stellingmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever niet aan een afbeelding op een doosje van Molen lucifers.
De afbeelding kreeg nummer 378. De redactie van het Deevers Archief heeft het vermoeden dat het bij serie 371 tot en met 380 om de Drentsche molens ging.

Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever | Leave a comment

Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij

De redactie van het Deevers Archief ontving op 18 januari 2016 het volgende korte bericht van de heer Harm van der Sloep. Hij beschrijft in het bericht enige van zijn herinneringen aan het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

Ik was daar in de periode 1959-1960. Ik heb daar -vergeleken met thuis- een hele goede tijd gehad.
Ik zat in Klondike, dat was de laatste barak in de rij.
Onze kok was de heer Westerhof. Onze leraar heette de heer Van der Zee. Dan waren er nog jufrouw Bouman en de heer Spiegelenberg. De heer Mooy gaf handenarbeid.
De heer Van der Duim was de commandant en de heer Pols was de adjunct-commandant.
Dan was er ook nog een leraar de heer Hofman, die was later directeur in de Losserse Zandbergen.
Onze groepsleider was de heer Rookers.
De heer de Vries was de baas van het magazijn.
Bij mij in de groep zat een jongen met wie ik het goed kon vinden. Hij kwam uit Den Haag en heette Klaas Ozinga.
De kinderboerderij is volgens mij gebouwd door de jongens uit kamp Appelscha. Die waren in opleiding om een beroep te leren. Dat was in 1959-1960. Ik heb het nog meegemaakt
Meer weet ik op dit moment niet te zeggen, maar het was een goede tijd.

Posted in Geeuwenbrug, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut Rabobankbankje an de Peperstroate in Deever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de bovenste foto staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank of Rabobankbankje. De redactie houdt het op Rabobankbankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van de voorkant van het gelijk vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat de voorkant van het gelijk het Rabobankbankje gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte.
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankbankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
De vraag is of het Rabobankbankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de voorkant van het gelijk min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankbankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend. Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de voorkant van het gelijk mag meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?

Posted in Alle Deeversen, Diever, Gemeente Westenveld, Peperstraat | Leave a comment

Openbare vergadering van de N.S.B. in café Balsma

In de krant Drentsch Dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, jaargang 2, nummer 606, van 22 mei 1944 verscheen het volgende bericht.

Ons nationalisme uw redding. Openbare vergadering op vrijdag 26 mei, in zaal Balsma te Diever. Aanvang 8 uur, Spreker Ph. van Kampen. Ons socialisme uw toekomst.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Nationaal Socialistische Beweging (afgekort N.S.B.) kondigde op 22 mei 1944 in het Duits gezinde Drentsch Dagblad aan dat de beweging een openbare vergadering in Deever ging houden.
De N.S.B. was een Nederlandse politieke beweging, die van 1931 tot 1945 heeft bestaan. De N.S.B. was op nationaal-socialistische leest geschoeid en fungeerde in de Tweede Wereldoorlog als colloboratiepartij voor de Duitsers.

De propaganda-teksten ‘Ons Nationalisme uw redding!’ en ‘Ons Socialisme uw toekomst!’ en ook ‘Steunt de N.S.B. in de strijd voor Volk en Vaderland!’ werden op allerlei affiches van de N.S.B. gebruikt.
De N.S.B.’er J.Ph. van Kampen was afkomstig uit IJmuiden.
Het is niet precies bekend in de gemiente Deever naar dit soort propaganda-bijeenkomsten kwamen. 

Abracadabra-1264

Posted in Café Balsma, Diever, N.S.B., N.S.B.'ers, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ansichtkaart – Vijfluik – Groeten uit Diever

Bij de redactie van het Deevers Archief zijn van bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw een aantal uitgaven bekend. De uitgever van deze kaart was JosPé in Arnhem.
Firma Albert Kuiper, Bakker en Levensmiddelenbedrijf, Diever-Dieverbrug, verkocht in 1956 een druk van deze ansichtkaart.
Lubbert Wanningen, Diever, verkocht in 1956 een herdruk van deze ansichtkaart (uitgevoerd in bromo-color).
Lubbert Wanningen, Luxe en huishoudelijke artikelen, Diever, verkocht in 1957 een herdruk van deze ansichtkaart.
Firma Albert Kuiper, Bakker en Levensmiddelenbedrijf, Diever-Dieverbrug, Telefoon 05219-221, verkocht in 1959 een herdruk van deze ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221, verkocht in 1962 een herdruk van deze ansichtkaart.
Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), Telefoon 05219-1221, verkocht in 1965 een herdruk van deze ansichtkaart.
Wellicht zijn er bij verzamelaars andere uitgaven bekend, de redactie van het Deevers Archief verneemt het zeer graag.
Het bijzonder aardige van zo’n zogenaamde vijfluiks-ansichtkaart is dat de getoonde beelden ook op een aparte zwart-wit ansichtkaart zijn uitgegeven.
En daar zit voor de redactie van het Deevers Archief nu juist het  grote probleem. In het Deevers Archief ontbreken namelijk een exemplaar van de ansichtkaart met de Peperstraat met de winkel van Albert Kuiper (zie op de afbeelding midden boven) en een exemplaar van de ansichtkaart met de Hoofdstraat met een deel van de Kleine Brink met op de achtergrond de gemeentelijke toren aan de brink (zie op de afbeelding rechts boven). De redactie zou bijzonder graag in het het bezit willen komen van beide genoemde ansichtkaarten.
Wie van de bezoekers van het Deevers Archief is in het bezit van één van deze twee ansichtkaarten of van beide ansichtkaarten ? En wie van de bezitters is bereid één van de twee of beide te verkopen ? De redactie van het Deevers Archief verneemt het bijzonder graag.

Posted in Ansichtkaarten, Hoofdstraat, Hunnebed, Kerk aan de brink, Kleine Brink, Peperstraat, Toren aan de brink, Uitkijktorens | Leave a comment

Berkenheuvel – Een levenswerk

Het artikel ‘Een levenwerk’ van de onbenoemde journalist D …… is gepubliceerd op 19 september 1925 in nummer 38, jaargang 51 van het blad Eigen Haard. Het artikel is zonder bronvermelding ook al een keer in helaas bewerkte vorm in 2008 als een flinke bladvulling opgenomen in het papieren blad Opraekelen, deels in nummer 08/2 en deels in nummer 08/3 van de heemkundige vereniging uut Deever.

Wij waren in Dieverbrug. Als ge geen lid bent van de Vrijzinnige Christelijke Studenten Bond of de Nederlandse Tenten Kampeer Vereniging zult ge, vrees ik, het wijze voorhoofd rimpelen en trachten, den geest te scherpen, om u te herinneren, waar een plaats van dien naam in ons land wel ligt.
’t Is waar, ’t ligt afgelegen, dat zult ge moeten toestemmen, tenzij ge een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent.
Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkelen reiziger, wat postzaken, een pakje, en door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zoo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats te verstaan zijn het reeds genoemde Meppel en het nog verder af liggende Assen. Tusschen die twee, aan de Drentsche Hoofd- of Smildervaart ligt Dieverbrug.
De naam doet veronderstellen, dat er ook wel een plaatsje Diever zal zijn en dat is zoo. Twintig minuten verder de rimboe in ligt het dorp. Men bereikt het langs een landweg met praehistorische rariteiten als een tol en als tegenhanger electrische verlichting. Wat kinderen kijken de wandelaar verbaasd aan, die door hun dorp stapt en ’t vrouwtje in ’t winkeltje, dat prentbriefkaarten verkoopt, kan niet nalaten eens te informeren: vanwaar en waarheen ?
Och heere, zult ge zeggen. Wacht wat! We moeten het dorp nog door en links zien we al dra de oneindigheid van ’t Drentsche landschap.
Rechts liggen de villa’s van den dokter en den burgemeester. Dan begint ook aan dezen kant de wijde natuur….. maar nu leidt een zandpad naar rechts. ‘Berkenheuvel’ staat op het bordje, en nu naderen we het doel der reis. Daar ligt reeds de boschwachterswoning in de schaduw van wat boomen, aan den ingang van het landgoed, dat niemand zal aarzelen, een levenswerk te noemen.
Bosch en nog eens bosch is wat ge hier ziet en als ge vraagt, waar dat levenswerk dan wel in zit, behoef ik u slechts te wijzen juist op dat bosch. Want wie hier een halve eeuw geleden doolde – och, ’t zal niet veel anders geweest zijn dan een schaapherder, een strooper, een landlooper – nog zand, zand en nog eens zand, ter afwisseling misschien een beetje hei of een heideplas, maar voor ’t overige zandverstuivingen, binnenduinen, opgewaaide en zich verplaatsende heuvels, een oord van dorre verlatenheid.
Hier, op deze geblakerde dan wel grimmig ijzige omgeving – naarmate het zomer of winter was – was de aandacht gevallen van een paar mannen met pioniersbloed in de aderen. Voor ’t bekende bange gezicht kochten ze zeventig, vijf en zeventig jaar gelden een 700 H.A. grond.
Doel was, deze gronden te bebosschen. Er werden door deze heeren of hun opvolgers nieuwe complexen aangekocht, zoodat ten slotte een kleine 1400 H.A. in bezit van eenige particulieren kwam. Bebosschen dus. Maar het leek nog niet erg op wat men daaronder heden ten dage verstaat, nu boschbouwkundigen zich beijveren, uit ieder stukje grond te halen, wat er in zit, en geleerd hebben, met zooveel rekening te houden, wat de aandacht van den eenvoudigen arbeider ontsnapt.
Want boschbouw is – het hoeft in deze tijd, nu we alles wel weten, wat Staatsboschbeheer en de Heidemaatschappijen presteeren, bijna niet gezegd, – een zeer apart, zeer lastig en dikwijls weinig rendabel bedrijf, dat buitengewone toewijding en zeer veel vakkennis vraagt, en tot die overtuiging, beter gezegd tot die door ondervinding gesteunde wetenschap was men driekwart eeuw geleden nog niet gekomen. De boschbaas en zijn arbeiders plantten waar een plek hun geschikt leek en de uitkomst bewees dat wat dikwijls een gunstige plaats had geschenen, maar gansch niet beantwoordde aan de verwachtingen…… Wat er meer van te zeggen ? Met vallen en opstaan leert men loopen en dat in een particulier bedrijf in het midden van de vorige eeuw in de binnenlanden van Drente nu niet altijd de methoden werden gevolgd, die thans, vijf en zeventig jaar later zouden worden uitgevoerd, ligt voor de hand.
Ja, ook de meer moderne opvattingen, die het richtsnoer waren voor het bedrijf gedurende de laatste jaren konden de gevolgen niet geheel ongedaan maken. En dat moge voor den eigenaar minder voordeelig zijn,voor het landschap heeft het wel degelijk zijn profijten opgeleverd. We bedoelen dit: Een boschbedrijf zonder meer is tot in alle onderdeelen ingericht op de rente, die het bosch moet opleveren. Hier een perceel éénjarig hout, daar twééjarig, daar driejarig, een eind verder dertig-, veertigjarig, liefst zoo economisch aangelegd, dus niet al te grillig, niet al te natuurlijk zou men haast zeggen. Kijk, dat is Berkenheuvel nu juist helemaal niet: Het is een plek natuur geworden met al dat zorgelooze in den aanleg, met dien krachtigen groei, die weelderige vegetatie, die ten eenenmale doet vergeten, dat dit dan toch maar aangeplant is, door menschenhand aangebracht, door menschen onderhouden. Neen, daar lijkt het inderdaad niet veel op: Het is àl natuur, àl ongebreidelde groei. Het is een landschap geworden, overweldigend schoon, dit golvend terrein, overal, overal begroeid met dennen in diverse variëteiten met berken en ander geboomte. Neen, toch niet overal, want daar zijn ook complexen grond, die thans geschikt geworden zijn voor landbouw en veeteelt. Maar ’t allergrootste gedeelte van de 1350 H.A. is toch bosch geworden en wordt als zoodanig geëxploiteerd.
Wat voor 75 jaar nog woest en verlaten hier lag, is dus een vriendelijk landschap geworden. Waar ’t schrale zand zich op de vleugels van den wind telkenmale verplaatste, brengen bosschen, weiden en bouwland hun rente op. Uit de dorre aarde is een lachend stuk natuur opgebloeid. En hiermede komen we op het opschrift boven dit artikel. Een levenswerk ! Ja, dat is het toch wel geweest en het past hier, den naam te noemen van den man, die dertig jaar geleden den grond hier vond, slecht toebereid, ter nauwernood hier en daar van een armelijk boschje voorzien en voor ’t overige niets dan zand en heide. Een domein voor schapen en konijnen !
De nieuwe eigenaar, mr. A.C. van Daalen, was geen man van half werk. Hij wist van aanpakken en overtuigd, dat er hier aangepakt moest worden spaarde hij zichzelf niet en wist zijn helpers te bewegen tot een krachtsinspanning, die al spoedig het geel van het zand en het grauw en paars van de heide deed verkeeren in het frissche groen der eerste aanplantingen. Wat al belofte zat er in die gronden, die stilaan bedekt werden met opgroeiend geboomte, wat al vooruitgang kon ieder jaar worden geconstateerd, gestadige – schoon langzame – vooruitgang.

Aantekeningen van de redactie van Deevers Archief
Dit artikel is nog niet helemaal overgetikt.
In het artikel zijn ook vier foto’s opgenomen. Deze moet hier ook nog worden geplaatst.

Posted in Berkenheuvel, Diever, Opraekelen | Leave a comment

Verkoop bezittingen van de erven Roef bee’j de Baarg

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  voor hem belangwekkend berichtje. De redactie wil zo één berichtje natuurlijk niet onthouden aan de trouwe bezoeker van het Deevers Archief. In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 28 mei 1969 verscheen het volgende berichtje over de opbrengst van de verkoop van de bezittingen van de erven van Roelof bij de Berg (Roef bee’j de Baarg) uit Wittelte. 

Verkoop boerderij en landerijen
Totale opbrengst meer dan f. 170.000,-
Diever.
Dezer dagen vond in café Brinkzicht te Diever de openbare verkoping plaats ten behoeve van de erven Roelof bij de Berg uit Wittelte. De belangstelling was vooral van de zijde van de inwoners van Wittelte bijzonder groot. De verkoop, verricht door notaris Botje te Dwingelo, had het volgende verloop:
Een pachtvrije boerenbehuizing op en met ongeveer 40.59 are erf en grond, ingezet op f. 13.400, hieraan grenzend, verpacht groen- en bouwland, ongeveer 1.50.00 hectare, ingezet op f. 6.400, een perceel verpacht groen- en bouwland ongeveer 3.50.00 hectare, ingezet op f. 15.400 en een verpacht perceel groenland en bos groot 1.90.91 hectare, ingezet op f. 7.600. Bovengenoemde percelen werden gecombineerd verkocht aan Jan Pot te Wittelte voor f. 60.500.
Verpacht weiland de Oerten, 61.90 are ingezet op f. 2.200, dit perceel werd gekocht door Jan Pot te Wittelte voor f. 6.300.
Perceel 6, verpacht bouwland Bergrug, groot 55.70 are, ingezet op f. 2.000, gekocht door Hendrik Jan Tabak te Wittelte voor f. 3.000.
Verpacht weiland Broeken, groot 1.47.65 hectare, ingezet op f. 5.700, aangekocht door Hendrik Jan Tabak te Wittelte voor f. 7.600.
Verpacht groenland aan de Stroom, groot 82.77 are, ingezet op f. 2.300, gekocht door Albert (Appie) Winters voor f. 2.500.
Groenland Witteltermade, groot 3.31.10 hectare, ingezet op f. 11.600, gekocht door Albert (Appie) Winters voor f. 11.700.
Bouwland op de Witteleres, groot 24.70 are, ingezet op f. 990, verkocht aan Albert Westerveen te Wittelte voor f. 1.010.
Bouwland op de Witteleres, groot 90.40 are, ingezet op f. 3.800, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 6.100.
Bouwland op de Witteleres, groot 33.70 are, ingezet op f. 1.300, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 2.700.
Bouwland op de Witteleres, groot 50.40 are, ingezet op f. 2.400, gekocht door J. Boerhof te Wittelte voor f. 3.100.
Bouwland op de Witteleres, groot 40.10 are, ingezet op f. 1.800, gekocht door Jantje Elting te Wittelte voor f. 2.530.
Bouwland op de Witteleres, groot 60.80 are, ingezet op f. 2.400, verkocht aan Hendrik Jan Klaassen te Wittelte voor f. 4.500.
Groenland aan de weg naar Wapserveen, groot 1.71.25 hectare, ingezet op f. 7.600, gekocht door Roelof Stapel te Wittelte voor f. 11.500.
Groenland in het Wittelterveld, groot 1.50.00 hectare, ingezet op f. 5.200, gekocht door Albert Lensen te Wittelte voor f. 6.700.
Heide en woeste grond en ongeveer 33 are ontginning, te zamen ongeveer 7.72.30 hectare, ingezet op f. 7.500, gekocht door Brunsing voor f. 23.500.
Groenland aan de straatweg bij de Wittelterbrug, groot 77.20 are, ingezet op f. 2.900, gekocht door A.J. Boerhof te Wittelte voor f. 4.600.
Groenland in de Witteltermade, water en overhoeken, groot 1.29.50 hectare, ingezet op f. 3.800, gekocht door H. Boerhof te Wittelte voor f. 7.000.
Perceel bos, groot 1.07.90 hectare, ingezet op f. 880, gekocht door A.J. Boerhof te Wittelte voor f. 4.100.
Erf en straat aan de straatweg Wittelte – Diever, groot 5 are, ingezet op f. 50, gekocht door Geert van Eerten te Wittelte voor f. 51.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al een keer in een bericht aandacht besteed aan de uitgestorven Wittelter familie Bij de Berg.
Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof bij de Berg op 16 juli 1968 is de Wittelter familienaam bij de Berg uitgestorven.
Roef en Jantie bee’j de Baarg woonden -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerenbehuizing aan de linkerkant van de Wapserveenseweg. De redactie heeft de kleurenfoto van de voorgevel van deze boerenbehuizing gemaakt op 9 april 2013.
Het is bijzonder te betreuren dat in het artikel in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) bij de meeste percelen niet de oude veldnaam is vermeld. Het gebruik van oude veldnamen in Wittelte is met name na de Tweede Wereldoorlog helaas sterk afgenomen door schaalvergroting en later versterkt door ‘de ruilverkaveling’.
Slechts bij drie percelen is de veldnaam vermeld, te weten weiland de Oerten, bouwland Bergrug en weiland Broeken.
De veldnamen de Oerten (de Oerte) en Broeken komen voor in het onvolprezen, maar uiterst belangrijke cultuurhistorische standaardwerk ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’, dat in 2013 is uitgegeven door de heemkundige vereniging uut Deever. In dit standaardwerk zijn de veldnamen van alle percelen in de gemiente Deever op de kadastrale atlas van 1832 verzameld en in kaart gebracht.
De veldnaam Bergrug komt in dit standaardwerk niet voor. Het kan zijn dat hier sprake is van een mineure omissie, het kan ook zijn dat een 1832-perceel door vererving, verkoop of andere redenen is opgesplitst in kleinere percelen, die een eigen andere naam kregen. De grote vraag is natuurlijk waar het bouwlandje Bergrug lag.
De kopers van de percelen waren boeren uit de omgeving van de boerenbehuizing van Roef bee’j de Baarg an de Wapserveenseweg:
Jan Pot van de Wittelterweg, Hendrik Jan Tabak van de Wapserveenseweg, Albert (Appie) Winters van de Wittelterbrogge, Albert Westerveen van de Wapserveenseweg, Roelof Stapel van ’t Moer, de weduwe Jantje Elting-Bakker van de Wapserveenseweg, Hendrik Jan Klaassen van de Wittelterweg/Wapserveenseweg, Albert Lensen van ’t Moer en Geert van Eerten uut de Sproakeling’n.
De redactie moet nog uitzoeken wie J. Boerhof, A.J. Boerhof en H. Boerhof zijn en waar de boerenbehuizing van deze mensen stond. Wellicht heeft een Wittelter bezoeker van het Deevers Archief hier gegevens over. De redactie weet wel dat 1969 een familie Boerhof aan de Steenwijkerweg en een familie Boerhof aan de Wittelterweg woonde, maar weet hun voornamen niet.
De redactie weet niet wie koper Brunsing was.

Posted in Alle Deeversen, Boerderijen, Cultuurhistorie, Veldnamen, Wittelte | Leave a comment

Is het dorp Zorgvlied in 1861 of 1862 geboren ?

In het Algemeen Handelsblad van 16 januari 1861 plaatste Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt een advertentie inzake de uit te besteden bouw van een herenhuis in de nabijheid van het voormalige Gesticht op Klein Wateren, op een stuk grond dat had toebehoord aan de Maatschappij van Weldadigheid.
De bouw van het herenhuis moet na een aanbestedingsprocedure van hooguit enkele maanden zijn gegund. De aannemer zal kort na de gunning zijn begonnen met de bouw en zal het herenhuis mogelijk uiterlijk in het begin van 1862 hebben opgeleverd. Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt gaf het herenhuis de naam Huize Zorgvlied.
Het is vooralsnog moeilijk aan te tonen wanneer de bewoners van de streek voor de bebouwing op Klein Wateren de naam Zorgvlied zijn gaan gebruiken. Het meest voor de hand liggend is 1861 als geboortejaar van het dorp Zorgvlied te beschouwen, wat zou betekenen dat in 2011 Zorgvlied 150 jaar heeft bestaan.
Als de heemkundigen van de aandere kaante van de bos echter 1862 -het opleverjaar van het heerenhuis- als geboortejaar van de dorpsnaam Zorgvlied zouden willen beschouwen, dan zou in 2022 op feestelijke wijze het 160-jarig bestaan van Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) kunnen worden gevierd.

Posted in De aandere kaante van de bos, de Ruijter de Wildt, Huize Zorgvlied, Wateren, Zorgvlied | Leave a comment

Sic transit gloria mundi

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de heemkundige vereniging uut Deever. In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Castra Vetera wordt afgebroken”, dat op 27 december 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Diever – Het landgoed Castra Vetera te Zorgvlied in deze gemeente, dat voor eenigen tijd in andere handen is overgegaan, zal de laatste phase intreden van het einde eener glansperiode. Aan het einde van de vorige eeuw en begin deze eeuw een prachtig natuurschoon-rijk park met groote villa, de laatste tientallen van jaren van haar bosschen beroofd, zal het in de toekomst een meer nuchtere metamorphose ondergaan. Gesticht in de heidevelden, later omgeven door een reeks van zeer nederige arbeiderswoningen en landbouwbedrijfjes, zal het nu passend gemaakt worden bij de omgeving. Het groote oude heerenhuis zal worden afgebroken, de bosschage, die er nog is, wordt gekapt en er voor in de plaats zullen treden een tweetal boerderijen met bijbehoorende gronden.
Sic transit gloria mundi (betekent: Zo vergaat de wereldse grootsheid).

Posted in Castra Vetera, De aandere kaante van de bos, Lodewijk Guillaume Verwer, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Deeverse sluus an de Deeverbrogge vrog in de mörn

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de Deeverse sluus bee’j de Deeverse brogge vroeg in de ochtend van 2 januari 2017 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.
Het is bepaald niet de gewoonte van de voorkant van het gelijk, gevestigd in de kantoortuinen en kantoorparken in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zitbankjes, zoals er nog net één aan de rechterkant van de foto is te zien, met publieksgeld te betalen. De kans is groot dat het ook hier een gesponsord exemplaar betreft.

Posted in An de Deeverbrogge, Dieversluis, Drentsche Hoofdvaart | Leave a comment

Marktterrein aan het begin van de Bosweg in 1924

Bijgaande prachtige foto van het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever is gemaakt in 1924.
De foto is gemaakt in de richting van het tolhuis.
Links en rechts van de Bosweg zijn betonnen palen en buizen te zien. Aangevoerde paarden en koeien werden aan de buizen vastgebonden. De paardenmarkt werd aan de rechterkant van de Bosweg gehouden. De koeienmarkt werd aan de linkerkant van de Bosweg gehouden.
Op de foto is aan de rechter kant achter het hek een woonwagen te zien. Het marktterrein was de plek waar woonwagens mochten staan. De paarden van de eigenaar van de woonwagen zijn eveneens aan de rechter kant van de foto te zien.
Aan de rechterkant van de foto ligt ook de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
Zo te zien hebben de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever voor het restaureren van de oude situatie nog wel enig hekwerk te verrichten.
In die jaren werd een paar keer per jaar veemarkt gehouden op dit marktterrein, Zie de bijgevoegde advertentie die op 28 oktober 1924 nota bene in de Nieuwe Rotterdamsche Courant verscheen.
De niet met enige cultuurhistorische kennis behepte brinkexperts van de heemkundige vereniging uut Deever noemen het marktterrein bij gelegenheid te onpas een marktbrink, wellicht zijn zij daarbij zó ver op drift geraakt dat zij het gedeelte aan de linker kant van de Bosweg een koeienbrink noemen en het gedeelte van het marktterrein aan de rechter kant van de Bosweg een paardenbrink. Gelukkig staat op de kleurenfoto op de richtingaanwijzer het parkeerterrein op het markterrein wel met Markterrein aangeduid.
Verontrustend is echter wel dat de in Diever geboren en getogen projectdirecteur en de vele zijnen achter de vele ramen van het kantorencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan van Deever niet erg op dreef zijn, maar wel erg op drift zijn geraakt – echt wel – en in hun ontwerp- en bouwtekening van het binnenkort uit te voeren peperdure Brinkenplan 2018-2019 het marktterrein helaas wel de naam Marktbrink hebben gegeven.
De Bosweg was vroeger een schapendrift.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 januari 2016 gemaakt. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd. Echt wel.

Abracadabra-1500
Abracadabra-1532
Abracadabra-1503

Posted in Bosweg, Diever, Dievermarkt, Topstukken | Leave a comment

Kale en saaie muren gezocht in de gemiente Deever

In de gemiente Deever, met name in het dorp Deever, komt de oplettende, maar ook de niet-oplettende burger steeds meer Shakespeare-gedoe tegen: op tegels die aan muren zijn bevestigd, op tegels in bestratingen, een buitenwijk met de naam Park Midzomernachtsdroom, straatnamen zoals Pucklaan, Oberonlaan, Spoellaan, Helenalaan, Hermialaan en Titanialaan, op nepmunten (het Spoeltje), en restaurant met de naam Shakespeare,  sukersakkies, bierviltjes, plakplaatjes en wat dies meer zij, een shakespearetheater (eerst openluchtspel genoemd, later openluchttheater). Deever lijdt aan shakespearitis, echt wel
Echter in Deever is nog geen straat vernoemd naar William Shakespeare zelf. De redactie van het Deevers Archief stelt dan ook voor de weg naar het gemeentehuis, de nu zo genoemde Raadhuislaan, te wijzigen in William Shakespeare Avenue.

In ‘Hamlet, Prince of Denmark’ zegt Hamlet in de tweede scene van de tweede acte tegen Polonius, Lord Chamberlain:
Ay, sir; to be honest, as this world goes, is to be one man picked out of ten thousand.
Deze tekst zou in het Nederlands min of meer als volgt kunnen luiden:
Ach, meneer: een eerlijk man te zijn in deze wereld, betekent één uit tienduizend te zijn.
Dit lijkt een vertaling te zijn die de originele Engelse versie redelijk benadert.
Op de tegeldecoratie aan de muur van de voormalige Wiba-winkel an de Heufdstroate in Deever is de originele Engelse tekst echter als volgt vertaalt: Eerlijk zijn in een wereld als de onze wil zeggen: één uit tienduizend zijn. Deze vertaling wijkt nogal behoorlijk van de originele Engelse tekst af.
Als het toch om vrije vertalingen gaat dan lijkt de volgende vertaling waarschijnlijk nog het meest de bedoeling van de oorspronkelijke Engelse tekst te benaderen:
De kans een eerlijk mens te zijn in deze wereld is één op tienduizend.

De redactie van het Deevers Archief begrijpt niet – als het dan toch zo nodig noodzakelijk wordt geacht – waarom binnen de grenzen van de gemiente Deever geen betere spreuken of teksten uit ‘Hamlet, Prince of Denmark’ aan muren zijn gehangen. Bijvoorbeeld de sterke filosofische tekst: ‘To be or not to be: that is the question’.
In het Nederlands luidt de tekst als volgt: ‘Zijn of niet zijn: dat is de vraag’ of ‘Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag’.
Deze spreuk zou zeker niet misstaan op een keramisch tegeltje dat duurzaam is bevestigd naast de dienstingang van de voorkant van het gelijk.

Andere niet te versmaden spreuken uit ‘Hamlet, Prince of Denmark’ zijn:
Take each man’s censure, but reserve thy judgment.
Luister naar ieders kritiek, maar behoud uw eigen oordeel.
Of:
There is nothing either good or bad, but thinking makes it so.
Er is geen goed of slecht, maar het denken maakt het ervan.
Of:
Brevity is the soul of wit.
Beknoptheid is het kenmerk van verstand.

Bij gebrek aan originaliteit zouden in Deever en omliggende dorpen ook muren kunnen worden volgekalkt met sonnetten van William Shakespeare. Als voorbeeld moge dienen sonnet XXX van William Shakespeare, dat te lezen is op de muur van het studentenhuis aan het Rapenburg 30 in Leiden en constateer tevens hoe moeilijk het is teksten van William Shakespeare te vertalen. Wie van de huizenbezitters in de gemiente Deever stelt een kale en saaie muur ter beschikking ?

De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto’s op 23 december 2015 gemaakt.

Bronvermelding:
In boekvorm: The complete works of William Shakespeare, W.J. Craig (Trinity College, Dublin), London, 1980.
In digitale vorm via de link The complete works of William Shakespeare.

Abracadabra-1498Abracadabra-1499

Posted in Cultuur, Openluchtspel, Shakespearitis, Toevallige waarnemingen, William Shakespeare | Leave a comment

Wol uit de Stoomwolspinnerij an de Deeverbrogge

Op 16 mei 1903 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland de volgende advertentie van de Stoomwolspinnerij aan de Deeverbrogge.

Wolspinnen. Tot 1 juli aanstaande wordt evenals vorige jaren, goede Friesche wol gesponnen, á 20 cent per pond, aan 1, 2, 8, 4, 4 of 6 draads. Ook gewasschen á 5 cent en geverfd in alle kleuren á 20 cent per pond. Zend uwe wol per postpakket met duidelijk adres en wat U er van gemaakt wenscht, aan de Stoomwolspinnerij te Dieverbrug, gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
 Na de oprichting in 1899 van de coöperatieve zuivelfabriek aan het Katteneinde in Deever kwam de particuliere stoomzuivelfabriek van J.F. Hilkemeijer an de Deeverbrogge uiteraard zonder melk te zitten, vandaar dat hij dit fabriekje in 1901 ombouwde tot een stoomspinnerij. De stoomzuivelfabriek, later stoomspinnerij stond an de Deeverbrogge aan de weg van de Deeverbrogge hen Deever, in het gebouw is later en nog steeds de Concordia gevestigd.
De vraag is of in de dubbele woning aan de weg van Deever naar de Deeverbrogge de an de Deeverbrogge geproduceerde wol eerst werd geverfd, alvorens naar Nijensleek te worden afgevoerd. Wie heeft daar meer gegevens over ?

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Stoomspinnerij | Leave a comment

Landgoed Castra Vetera verkocht

De heemkundige werkgroep Zorgvlied-Groot-en-Klein-Wateren-Oude-Willem helpt tegenwoordig mee met het vullen van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uut Diever (de aandere kaante van de bos). In Opraekelen 12/3 werd daarvoor gebruik gemaakt van het navolgende artikel ‘Landgoed Castra Vetera verkocht’ dat op 30 maart 1938 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland.

Zorgvlied, 29 maart – Zooals algemeen ook verwacht werd, was er voor de palmslag van het landgoed Castra Vetera buitengewoon groote belangstelling. In het café van den heer De Bree, waar de verkooping plaats vond, waren meer dan 100 personen aanwezig, onder wie enkelen uit andere provincies.
Na diverse verhoogingen is het geheele landgoed tenslotte aangekocht door den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van Pasman’s fabrieken te Steenwijk voor de som van f. 16.850,-, met een overname van f. 533,50, zoodat het totaal bedrag f. 17.113,50 was. Wij vernamen dat de heer Pasman hier speciaal de paardensport wil beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon de aanstaande eigenaar nog niets positiefs meedelen.

Posted in Castra Vetera, Opraekelen, Zorgvlied | Leave a comment

Café Petit-Restaurant ‘de Harmonie’ op Zorgvlied

De eigenaar van café restaurantje ‘de Harmonie’ op Zorgvlied heeft met de uitgave in juni 1972 (0672) van bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkaart, zonder het toen in de gaten te hebben, een mooie bijdrage geleverd aan het in beelden vastleggen van de geschiedenis van de Dorpsstroate op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos). Het witgeschilderde café restaurantje ‘de Harmonie’ is op de zwart-wit ansichtkaart aan de linkerkant te zien. Eén beeld zegt vaak meer dan duizend geschreven woorden.
Voor deze uiterst zeldzame ansichtkaart uit de nadagen van de zwart-wit ansichtkaart hebben verzamelaars heel veel geld over. Jij kunt dit topstuk toch maar beter wel netjes in een mooi duur zuurvrij beschermhoesje in jouw verzameling hebben. Echt wel.
De redactie van het Deevers Archief zou van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief heel graag willen weten wie in 1972 de bewoners van de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare panden an de Dorpsstroate op Zorgvlied waren.
De redactie heeft de kleurenfoto op 4 april 2013 gemaakt. De redactie zou van de bezoekers van de webstee van het Deevers Archief toch wel heel graag willen weten wie op 4 april 2013 de bewoners van de op de kleurenfoto zichtbare panden an de Dorpsstroate op Zorgvlied waren.

Posted in Ansichtkaarten, Café De Harmonie, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Topstukken, Zorgvlied | Leave a comment

Ansichtkaart van de Lagere School op Woater’n

Bijgaand afgebeelde erg zeldzame, dus erg dure zwart-wit ansichtkaart van de Openbare Lagere School en de daarbij staande woning van de hoofdmeester op Woater’n (an de aandere kaante van de bos) is uitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Van der Heide an de Dorpsstroate op Zorgvlied.
De ansichtkaart is in elk geval na juni 1954, dus vermoedelijk in de tweede helft van de vijftiger jaren van de vorige eeuw uitgegeven. Wie de precieze maand en het precieze jaar van uitgave weet, die mag het natuurlijk melden aan de redactie van het Deevers Archief.
In de woning bij de school woonde hoofdmeester Hendrik Onstee  (geboren op 3 januari 1900 in de Wijk, overleden in 1994 (?) in Deever (?)), zijn vrouw Jantje Otten (geboren op 22 augustus 1905 in Wapse, overleden op … in …) en hun zoon Hendrik Onstee (geboren op … in …, overleden op … in …).
De redactie moet de ontbrekende gegevens nog uitzoeken.

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, School Wateren, Wateren | Leave a comment

De palmslag van het landgoed Castra Vetera

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant verscheen op 25 maart 1938 de navolgende advertentie.

Zorgvlied (Dr.)
De palmslag van het langoed Castra Vetera te Zorgvlied, geheel groot ruim 34 H.A. en ingezet in 26 percelen op f. 13.692,-, alsmede van 1 perceel heideveld, groot 6.05.80 H.A., ingezet op f. 601,-, alles breeder omschreven in vorige advertentie, blijft bepaald op dinsdag 29 maart eerstkomend, des voormiddags 10 uur, in de Harmonie te Zorgvlied.
Boekjes met kaart verkrijgbaar bij den bewoner van de op het landgoed staande villa, den heer F.W. Ackermann, die dagelijks om 10 uur en om 2 uur aanwijst.
D.G. Heering, Notaris, Dwingelo (Dr.)

 

Posted in Castra Vetera, Zorgvlied | Leave a comment

Jammer dat de koek bijna op is

De redactie van het Deevers Archief is een groot liefhebber van oude ansichtkaarten uut de gemiente Deever die aan de achterkant of voorkant helemaal zijn beschreven. En zeker als zo een oude ansichtkaart is verstuurd in de Tweede Wereldoorlog. Bijgaand afgebeelde voorkant en achterkant van een zwart-wit ansichtkaart met als titel ‘Uitzichttoren in de bosschen bij Diever’ is voorzien van staccato tekst op donderdagmorgen 20 augustus 1942 vanuit het postkantoor an de Deeverbrogge verstuurd naar mevrouw J. M. Ploegsma in het Christelijk Sanatorium in Zeist in de provincie Utrecht.   

De tekst op de achterkant van de fraaie zwart-wit ansichtkaart luidt als volgt.
Donderdagmorgen.
Lieve Moeder.
Dank voor je brief van Dinsdag. Hoe bevalt ’t je op kamer 16 ? En wie was ’t bezoek Woensdag ? Ik denk Mevrouw den Houter. Lastig dat Meneer Keller nog niet is geweest. Heb je nog veel last bij ’t lopen ? Fijn dat Mien 2 x kwam.
Wij gaan hier Zaterdagmorgen weg en zijn Zondagavond thuis. We rijden door Friesland. Dinsdag om 3 uur ben ik bij je. Wij hadden 3 dagen prachtig weer, maar gisteren onweer. Jammer dat de koek bijna op is.
Dag Moeder. Tot ziens dus.
Veel liefs van je Toos en Pien.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de ansichtkaart is de uitkijktoren op het Kijkduin op Berkenheuvel te zien. De redactie heeft al eerder over deze houten uitkijktoren bericht. Zie het bericht Uitkijktoren op Kijkduin gezien vanuit het oosten.
De twee dochters Toos en Pien Ploegsma hadden zo te lezen de beschikking over een automobiel en flink wat benzine en konden het zich blijkbaar veroorloven in de Tweede Wereldoorlog gewoon op vakantie naar Drenthe en Friesland te gaan. Het leven ging in de Tweede Wereldoorlog voor sommige mensen gewoon zijn gang. En daar hoorde blijkbaar ook vakantiekoek bij. Maar de overlevingskoek raakte door de oorlogsjaren heen voor heel veel mensen helemaal op.

Posted in Ansichtkaarten, Berkenheuvel, Tweede Wereldoorlog, Uitkijktorens | Leave a comment

Openbare Lagere School op Woater’n in 1948 (?)

Vijfenzestig leerlingen en twee onderwijzers (moest deze school het doen met twee onderwijzers ?) van de openbare lagere school op Woater’n (an de aandere kaante van de bos) zijn in de periode 1946-1948 op het schoolplein bij de school op de foto gezet.
Deze mooie scherpe foto moet laat in het najaar, in de winter of vroeg in het voorjaar zijn gemaakt. Maar de grote vraag en de grote puzzel is in welk jaar deze foto is gemaakt ?

Op de bovenste rij zijn links naar rechts te zien:
01 – Piet Jongsma
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
02 – Albert (Appie) Groen
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
03 – Egbert Marinus Urff
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
04 – Sieger de Vries
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
05 – Evert Hof
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
06 – Hendrik (Henk) Goettsch
Gegevens moeten nog worden uitgezocht. 
07 – Edy (Eddie) Jongstra
Hij is geboren in 1934. Hij was een goede amateur-wielrenner.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
08 – Rinke Betten
Hij is een zoon van Andries Betten en Tjitske Pijpstra.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

09 – Martinus Hummel
Hij is een zoon van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
10 – Ko Stuiver
Zijn vader werkte op de zuivelfabriek van Elsloo.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
11 – Harm Hummel
Hij is een zoon van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.

Op de tweede rij (van boven af gezien) staan van links naar rechts:
12 – Hinderkien (Hennie) van Loenen
Zij is geboren op 17 maart 1932. Zij is op 76-jarige leeftijd overleden op 27 juli 2008.
Zij was getrouwd met Reint Veenstra.
Aanvullende gegevens moeten nog worden uitgezocht.

13 – Rennie Mailly
Haar vader werkte op de zuivelfabriek in Elsloo.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

14 – Eefje Jongsma
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
15 – Onherkenbare leerling in de achtergrond
Wie zou het toch kunnen zijn ?
Is het een onderwijzer ?
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

16 – Juffrouw Naleke Bos-Evers (?)
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

17 – Sietske Krans
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
18 – Jan Krans
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
19 – Hendrikje (Hennie) Hof (?)
Gegevens moeten nog worden uitgezocht..

20 – Annie van Opzeeland
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
21 – Brechtje de Boer
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
22 – Sijke de Vries
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
23 – Lientje Kievit
Haar vader was tractorchauffeur.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

24 – Klazina Groen
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
25 – Roelie Mulder
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
26 – Janna Hunneman
Zij was een zuster van Wijnand Hunneman en Hillie Hunneman.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

27 – Aaltje de Vries
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
28 – Hillie Mulder
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
29 – Margje Tjassing
Zij is een dochter van Franke Tjassing en Tinie Boerhof.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

30 – Alberdina Wieldraaier
Haar vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
31 – Hendrica Adriana van Loenen (of Berendina ?)
Hedrica Adriana is geboren op 11 januari 1936, Berendina is geboren op 6 mei 1937.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

32 – Geertje Dijkstra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
33 – Meester Hendrik (Henk) Onstee (met hoed)
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

Op de tweede rij (van onder af gezien) staan van links naar rechts:
34 – Grietje Mailly
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
35 – Willie Jongsma
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
36 – Geertje Hofman
Zij is overleden op ……. Zij was getrouwd met Mans Nijsingh uut Deever.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
37 – Hillie Terpstra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
38 – Aaltje Sikkema
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
39 – Sietske Visser
Zij is een dochter van winkelier Hidde Visser en Trijntje Dijkstra.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

40 – Geesje Hummel
Zij is een dochter van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
41 – Baukje Donker
Zij is geboren op ..-..-1938. Zij is overleden op ..-..-2014.
Zij is een dochter van Jan Donker en Ida Schipper.

42 – Lena Meijerink
Zij is geboren op 15 mei 1937.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

43 – Margje Goettsch
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
44 – Annie Benthem
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
45 – Leentje Oostra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
46 – Jacoba (Cobie) Hummel
Zij is een dochter van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
47 – Geesje Vrieling
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
48 – Akke Wieldraaier
Haar vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
49 – Hennie Tjassing
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
50 – Marietje Mulder
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

Op de onderste rij liggen op de knieën van links naar rechts:
51 – Hendrik (Henk) Meijerink
Hij is geboren op 2 april 1940. Hij is overleden op 24 september 1972.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

52 – Jelke de Boer
Hij woonde in de boerderij waar eerder Fokke Dieuwko Lindeboom woonde.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

53 – Georgius (Jurrie) Hendrikus Meijerink
Hij is geboren op 19 oktober 1938.
Hij is vernoemd naar zijn grootvader Georgius (Jurrie) Hendrikus Bos.
Hij woont op Zorgvlied.

Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
54 – Dirk Landman
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
55 – Piet Meijerink
Hij is geboren op 5 december 1939.
56 – Jacob Oostra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
57 – Albert (Appie) Ekkels
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
58 – Molle Hummel
Hij is een zoon van het zeer kinderrijke echtpaar Molle Hummel en Geesje Kloesen.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
59 – Cornelis Goettsch
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
60 – Egbert Vrieling
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
61 – ….. Landman
Wat is zijn voornaam  ?
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

62 – Menno Wieringa
Hij woonde aan de weg naar Appelscha.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

63 – Dries Wieldraaier
Zijn vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

64 – Klaasje Hunneman
Zij is geen zuster van Janna Hunneman.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

65 – Tjitske Wieldraaier
Haar vader was boer.
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

66 – Roelof Krans
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.
67 – Foeke Dijkstra
Gegevens moeten nog worden uitgezocht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De bezoeker van het Dievers Archief kan de redactie bijzonder behulpzaam zijn met het controleren en het aanvullen van de gegevens van de leerlingen en de onderwijzers van de Openbare Lagere School op Woater’n, die te zien zijn op bijgaande schoolfoto, die omstreeks 1948 is gemaakt.
Als Edy (Eddie) Jongstra (geboren in 1934) op de foto 12 jaar is, dan zal de foto omstreeks 1946 zijn gemaakt. Als Edy Jongstra op de foto 14 jaar (gingen de kinderen toen nog tot hun veertiende naar de lagere school ?) is, dan zal de foto omstreeks 1948 zijn gemaakt.
Heel veel gegevens van de leerlingen en de onderwijzers ontbreken helaas nog.
De redactie zoekt daarom alle gegevens van de genoemde leerlingen en heeft bijvoorbeeld de volgende vragen:
– waren dit alle leerlingen van het betreffende schooljaar;
– staat de juiste naam bij de juiste leerling;
– geboortedatum van de leerling;
– of de leerling nog in leven is;
– voornamen en roepnaam van de leerling;
– naam van de ouders van de leerling;
– waar woonde de leerling;
– waar woont de leerling nu;
– mogelijk andere interessante gegevens.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de bos, Lagere School Wateren, Schoolfoto's | Leave a comment

’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt

In dit bericht is afgebeeld een zwart-wit ansichtkaart, die in 1958 is uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor in Deever. De redactie van het Deevers Archief brengt de kleine wakkere Roelof (Roef) van Goor daarvoor alsnog posthuum hulde: hulde, hulde, hulde.
Op die ansichtkaart is het in 1957 geopende lelijke megalomane gemientehuus van de gemiente Deever an de brinQ van Deever te zien. Wie heeft ooit de bliend’n dicht voor de ramen gezien ? Ook is een stukje van de brinQ van na de grote vernieling in 1956/1957 te zien.
Het gebouw is onder neo-drenthiaans-boerse-postbellum-architectuur gebouwd en moest het oude wel volmaakt bij de brinQ passende gemientehuus snel doen vergeten.
De redactie heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Bij de kleurenfoto valt op dat aan het ontwerp van de architect Jans Boelens een beetje is gesleuteld. In het dak boven de voormalige gemeente-secretarie is een dakkapel flink vergroot en zijn dakramen aangebracht. Wellicht wordt de ruimte nu gebruikt als een soort van kantoor. Werd die zolder in de gemeentehuis-tijd gebruikt als opslagplaats ? De zij-ingang naar de secretarie is vervangen door een raam. Zijn al deze veranderingen een inbreuk op het auteursrecht van de architect ?
En waar is de op de zwart-wit ansichtkaart zichtbare gemeentelijke zonnewijzer -nota bene geplaatst op een zwerfsteentje- gebleven ? Ligt de zonnewijzer soms nog ergens op een van de vele en te grote zolderverdiepingen van het megalomane gebouw ? En is het zwerfsteentje verplaatst naar de hoek van de Kerkstraat en de Peperstraat ?
De geruchten gaan dat de niet-echt-Saksische brinQ van Deever in 2018 op de schop gaat, mits de politieke anti-Deever lobby (Deever möt niet seur’n, Deever hef sien roadhuus) daar natuurlijk geen stokje voor steekt.
De brinQ krijgt dan een echte Qualiteitsimpuls; trottoirs worden gesloopt, de braandkoele wordt weer gegraven, de hiele dikke stien wordt verwijderd, de bestrating van zwerfkeitjes met de Abe-Brouwer-figuren wordt verwijderd, er komen glint’n om de hof van de kaarke, de hof van de kaarke wordt volgeplant met iepen, de onterecht gesloopte erfgoedboerderijen worden herbouwd, de brinQ wordt helemaal autovrij, de toeristenindustrie verdwijnt van de brinQ, het Schultehuis wordt weer Schultehuis, het zo genoemde Oermuseum wordt verplaatst naar het bedrijventerrein an de Deeverbrogge, en zo voort, en zo voort.
De brinQ zal worden opgestoten, opgeklopt of neergekalefaterd in de vaart der hedendaagse bevolkers van Deever. ’t Is mor hoe ai ’t in Deever bekiekt. De hedendaagse bevolkers van Deever mochten zelfs bij wijze van soort van proef een paar keer een beetje hun eigen mening mompelen over brinQ 8.2 in het bijzijn van de ijverige werkertjes van de voorkant van het gelijk uit de kantoorparkjes en uit de kantoortuintjes achter de wel erg vele ramen van het Roadhuus an de Gemientehuuslaene in Deever.

Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Verkoop panden cum annexis van de erven Pereboom

Op 29 oktober 1983 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden bijgaande advertentie van de publieke verkoop van twee woonhuizen en een cafépand cum annexis op Zorgvlied.
De redactie van het Deevers Archief weet niet in welk jaar Peter Pereboom zijn café in het pand is begonnen. Daarvoor was het pand ook een winkelpand (kruidenierswinkel, bakkerij).
Peter Pereboom is op 11 september 1925 in Diemen geboren, hij is op 10 september 1983 op Zorgvlied gestorven, hij was toen bijna 58 jaren oud (scheelde één dag). Zijn vrouw Margrietha Johanna Wesselink is op 3 april 1926 geboren in Amersfoort, zij is op 12 oktober 2009 op Zorgvlied overleden, ze was toen 83 jaren oud.
De redactie ontving bijgaande kleuren-ansichtkaart van Frank Halman (veel dank daarvoor), een zoon van Bernardus Valentinus Halman (zie de schoolfoto), die weer een zoon is van Johannes Halman, die vóór de Tweede Wereldoorlog een bakkerij in het op de foto zichtbare pand had.
De ansichtkaart is omstreeks 1978 uitgegeven door café-restaurant Peter Pereboom, Dorpsstraat 30, Zorgvlied, telefoon 05212-7254.
Linksboven op de ansichtkaart is de volgende spreuk te lezen:
Jaag vrij en blij,
Maar zorg daarbij,
Dat het jachtbedrijf,
Een redelijke verposing blijft.
De redactie van het Deevers Archief zet deze causerie (zeg maar gebabbel) nu voort met het volgende gedicht:
De wens zij immer Zorg Vlied heen
Toch blijven Mens en Zorgen één
Zo slechts de Vlied niet wordt tot Vloed,
Wien zijn dan niet, ook zorgen goed !
Geloof en Liefd’rijk zorgen
Zij zijn den Mens tot Borgen
Der Hoop op schoner Morgen,
Dit gedicht stond op een bord (het stond niet op de muur) in het plaatselijke café Pereboom, zie de bijgaande afbeelding (de lijst van het bord is niet helemaal op de ansichtkaart afgebeeld).
Heeft het bord ook in café van der Helm en dáárvoor in café de Harmonie gehangen ? Waar is het bord gebleven ? Het zou aardig zijn dit grappige bord met gedicht op Zorgvlied te hebben en te plaatsen op de lokale materiële erfgoedlijst. Waar is de jukebox (een Wurlitzer ?) van Peter Pereboom gebleven ? Waar zijn de kinderen van Peter Pereboom en Margrietha Johanna Wesselink gebleven ?

Abracadabra-1605Abracadabra-1606

Posted in Ansichtkaarten, Café Pereboom, De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Zorgvlied | Leave a comment

De eerste echte ansichtkaart van het gehucht Wittelte

Van Wittelte zijn geen ansichtkaarten van echte dorpsbeelden, zoals wegen, boerderijen, huizen, scholen, enzovoort bekend.
De eerste ansichtkaart die hiervoor wel in aanmerking komt, is de op een verzamelbeurs gekochte ansichtkaart, zoals te zien is op bijgaande afbeelding. Hulde aan de bedenker/uitgever van deze kaart, te weten de eigenaren van galerie ‘de Herkenning’, Wittelte, The Netherlands. Ga zo door !

Op de achterkant van de kaart staat als uitleg bij de foto’s op de voorkant van de kaart:  Jacob Snoeken, ‘Graaf Witto 21 mei 1040, betonnen beeld op de Wittesheuvel’, Herberg ‘de Twijfelaar’ en Monument op de Brink.
Bij de tekst ‘Graaf Witto 21 mei 1040, betonnen beeld op de Wittesheuvel’ zijn natuurlijk de nodige vraagtekens te zetten. Heeft Witto bestaan ? Zo ja, was hij graaf en zo ja van welk graafschap was hij graaf ? Zijn hierover oorkonden bewaard gebleven ?
Is de datum van 21 mei 1040 de geboortedatum van die zogenaamde Witto ? Zo ja, aan welk document is de geboortedatum van die zogenaamde Witto ontleend ?
Is de naam Wittesheuvel ontleent aan een document, zo ja aan welk document ?
Of hebben we bij het betonnen beeld van ‘graaf Witto’ op de ‘Wittesheuvel’ te maken met een gevalletje van onnavolgbare en onverbeterlijke pseudo-histo-romantiek ?

De heer Peter van Wijk reageerde op 22 september 2012 als volgt:
Blij verrast door de hulde die we kregen voor deze kaart. Hartelijk dank. We hebben nog wel een stapeltje van deze kaarten liggen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie wil ondernemers uit Wittelte graag adviseren nieuwe ansichtkaarten met andere echte Wittleter dorpsbeelden uit te brengen. Daarvoor alvast hulde, hulde, hulde.

abracadabra-562

Posted in Ansichtkaarten, de Baarg van Wittelte, Wittelte | Leave a comment

De zaandweg deur ’t Grunedal

De redactie van het Deevers Archief laat graag mooie beelden van het oude Deever zien. Een van de meest fotogenieke plaatsen in de gemeente Deever is de slingerende zandweg door het Groenendal, gezien vanaf de Bosweg.
De eerste foto van het Groenendal is gemaakt in 1934 en is gepubliceerd in het tijdschrift ‘het Noorden in Woord en Beeld’.
De Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels (geboren op 8 oktober 1927 te Diever, overleden op 21 maart 1995 te Diever) maakte de tweede foto van het Groenendal in de strenge winter van 1967-1968.
Wijlen mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom, de grondlegger van het landgoed Berkenheuvel, wist al direct bij zijn aankomst in Diever in 1891 dat de veldnaam van de akkers aan de rechterkant van de foto’s Groenendal was.
Toch gaf de voorkant van het gelijk – niet gehinderd door enige historische kennis van Deever – de weg door het het Groenendal volkomen onterecht de naam Heezenesch.
In de zestiger (?) of zeventiger jaren (?) van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van het Groenendal vernield en opgeofferd aan het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd omgebouwd tot een rechte asfaltweg.

Abracadabra-1495Abracadabra-1493

Posted in Bosweg, Groenendal, Topstukken, Veldnamen, Zandwegen | Leave a comment

Roggemiet’n op de Hezenesch van Deever in 1960

Bijgaande foto is gekopieerd uit de reclamefolder ‘Ga liever naar Diever’ uit 1961 van de Vereniging Voor Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.) uut Deever.

Om te vermijden dat de loonwerker zijn tractor en zijn döskaaste vaak moest verplaatsen van de ene miete naar de andere miete, zetten de boeren hun miet’n altijd in zo groot mogelijke groepen op de nes, in dit geval in het najaar van 1960 op de Hezenesch van Deever.
Een miete zett’n was een hele kunst. Als deze niet mooi gelijkmatig werd opgebouwd, dan kon het gebeuren dat deze scheef zakte en met palen moest worden gestut. De schuine buitenkant was vergelijkbaar met een reet’n doake. In een goed gezette miete kon het regenwater net zoals bij een reet’n doake niet binnendringen.

De redactie van Dievers Archief is op zoek naar foto’s van rogge meej’n, miete zett’n, döss’n, enzovoort.
Bezoekers worden verzocht deze foto’s te scannen en naar de redactie toe te sturen voor publicatie in de webstee Deevers Archief.

Posted in Boer'nwaark, Diever, Heezenesch | Leave a comment

Bouw Villa Nova aanbesteed voor 6777 guldens

In de Leeuwarder Courant van 3 februari 1888 verscheen het volgende bericht over het bouwen van een villa op het landgoed Wateren.

Ooststellingwerf, 29 februari. Het bouwen eener villa op het landgoed Wateren (Zorgvlied) voor den heer H.G. du Crocq te Amsterdam is gegund aan den laagsten inschrijver Jan Eitz Mz. te Noordwolde, voor f. 6777. Verdere inschrijvers waren: O. Offringa te Donkerbroek f 6785, J.L. Eggenga te Lippenhuizen f. 6900, R.A. v. d. Veen te Terwispel f 6944, Jan E. Mulder te Noordwolde f. 7580, A.R. v. d. Wijk te Lippenhuizen f. 7587, J. Eizinga te Kortzwaag f. 8150.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Opvallend is dat alleen Friesche aannemers en geen Drentsche (Deeverse, Vledderse) aannemers inschreven op dit bouwwerk van de Friesche mr. Lodewijk Guillaume Verwer. Betrof het een aanbesteding met voorafgaande selectie van Friesche aannemers ?
Met de villa op het landgoed Wateren wordt Villa Nova bedoeld, dit pand bestaat nog steeds. De eerste steen van de villa werd gelegd op 23 juni 1888 door de op 27 augustus 1874 geboren Idse Johannes Verwer, de zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovika van Wensen.
De heer H.G. du Crocq uit Amsterdam was de architect van de villa en zal als bouwmeester van het werk zijn opgetreden. Hij was ook de architect van het hoofdkantoor met conciërgewoning van de Noordelijke Hypotheekbank, dat in 1890 vlak bij Villa Nova werd gebouwd, dit pand bestaat ook nog steeds.

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Afbraak van het mooie oude boerencafé Trompetter ?

In de Friese Koerier verscheen op 1 februari 1964 het volgende bericht met foto over de mogelijke afbraak van de mooie oude boerderij van Arend Trompetter en Roelina Pit op de hoek van de Hoofdstraat en de Kruisstraat in Deever

Afbraak mooie oude boerderij ?
Dit is de boerderij van de heer A. Trompetter, Hoofdstraat 25 te Diever, vroeger onder meer in gebruik als dorpsherberg, ook als betaalplaats voor de belastingen. Omdat het gebouw van 1720 vooral ook inwendig merkwaardig is, heeft het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen besloten het op de Monumentenlijst te plaatsen. Maar de raad heeft andere plannen. Het komplan komt er door in gevaar en het pand is ook hinderlijk voor het verkeer. Daarom heeft de raad aan de minister gevraagd, het huis van de Monumentenlijst te doen afvoeren.

Posted in Boerderijen, Café Trompetter, Diever, Gemeentebestuur, Hoofdstraat, Kruisstraat, Opraekelen | Leave a comment

Beeld van de Aachterstroate in 1906

Elke ansichtkaart die Uitgeverij Nauta uit Velsen in de beginjaren van de ansichtkaart -zo rond 1906- uitgaf van straatbeelden in de gemiente Deever, is – wat de redactie van het Deevers Archief betreft – een absoluut topstuk. Op bijgaande afbeelding is de ansichtkaart van Uitgeverij Nauta met het nummer 3974 te zien.
Op de afbeelding is de bebouwing an de Aachterstroate in Deever te zien. De fotograaf stond met de rug naar Ut Kleine Brinkie (één van de vele (echte en nep) brinken in de gemiente Deever).

Het eerste huis aan de linkerkant werd bewoond door de weduwe Meek.
In het tweede huis aan de linkerkant woonde de familie Jan Monsieur en Rika Wanningen. Jan Monsieur is geboren op 13 oktober 1879 in Deever en is overleden op 15 februari 1960 in Deever. Rika Wanningen is geboren op 26 april 1883 en is overleden op 3 april 1936 in Deever. Jan Monsieur was arbeider. Hij was tot 1 november 1924 ook lantaarnopsteker.
In de boerderij naast de woning van de familie Jan Monsieur staat de boerderij van de familie Jan Seinen en Hilligje Hessels.
Jan Seinen is geboren op 15 juli 1876 in Wapse en is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hilligje Hessels is geboren op 27 augustus 1878 in Oldendeever en is op 1 maart 1948 overleden in Deever.
In de boerderij op de achtergrond (deze boerderij staan aan de doolhofbrink) woonde de familie Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker. Klaas Hummelen Smidt is geboren op 22 mei 1824 in Deever en is overleden op 28 maart 1895 in Deever. Jentje Dekker is geboren op 6 februari 1834 in Dwingel en is overleden op 13 mei 1900 in Deever. Hun kinderen waren Sime (geboren op 29 maart 1864), Geert (geboren op 8 september 1865), Annigje (geboren op 4 januari 1867), Geesje (geboren op 8 juli 1869) en Hilligje (geboren op 8 mei 1871). Wellicht is de boerderij na het overlijden van Klaas Hummelen Smidt en Jentje Dekker voortgezet door de oudste zoon Sime.
Aan de rechter is het voorhuis van de familie Hilbert Folkerts en Egbertje Winter te zien. Hilbert Folkerts is geboren op 14 mei 1870 en is overleden op 2 juli 1953. Egbertje Winter is geboren op 29 september 1887 en is overleden op 22 april 1952. Hilbert Folkerts was timmerman.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt. De redactie stond bij het maken van de foto niet helemaal op dezelfde plek als de maker van de foto voor de ansichtkaart uit 1906. De redactie zal bij een nieuwe fotoronde deur de gemiente Deever een foto vanuit een betere positie maken. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.

Posted in Achterstraat, Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Fotografisch Erfgoed, Topstukken | Leave a comment

Fraaie foto van Villa Nova op Zorgvlied

Deze fraaie foto van de villa met de naam Villa Nova (Nieuw Landhuis) aan de Dorpsstraat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) is wellicht gemaakt in de periode dat Albertus Odding in Villa Nova woonde. Albertus Odding was voor zijn pensionering en zijn komst naar Zorgvlied caféhouder in Meppel en namens de Vrijheidsbond (liberale Liberalen) lid van de raad van de gemeente Meppel. Albertus Odding was eigenaar van café Centrum aan de Tweede Hoofdstraat in Meppel.
In het Nieuwsblad van het Noorden van 17 september 1928 was het volgend berichtje te lezen:
‘… Ook in de fractie van de Vrijheidsbond is mutatie te verwachten. De heer A. Odding heeft namelijk zijn café verkocht aan den heer E. Vos te Havelte en zal vermoedelijk onze stad verlaten …’.
In het Algemeen Handelsblad van 12 april 1929 verscheen het volgende korte bericht:
‘… Wegens vertrek zal de heer A. Odding (Vrijheidsbond) ophouden lid van den raad te zijn. Zijn opvolger op de lijst is de heer H. Stheeman. …’
In het Nieuwsblad van het Noorden van 22 april 1929 was de volgende tekst te lezen:
… Door den heer A. Odding, die jarenlang raadslid is geweest.maar nu binnenkort onze stad gaat verlaten, om zich te vestigen in Zorgvlied, gemeente Diever, werd een afscheidsrede gehouden, waarin hij de hoop uitsprak, dat de welvaart van Meppel in stijgende lijn moge gaan…’.
Albertus Odding is geboren in Meppel op 26 februari 1865 als zoon van tapper Arend Odding en Juliana Augusta Hendrietta Hubenet. Hij is overleden op 31 juli 1952 in de ouderdom van 87 jaren op Zorgvlied. Hij is begraven op de kaarkhof van Zorgvlied.
Albertus Odding is getrouwd geweest met Ida Christina van Dokkum en Sientje Martina van Riet. Ida Christina van Dokkum is op 22 december 1865 geboren in Stadskanaal en is op 6 juni 1921 overleden in Meppel, Sientje Martina van Riet is op 6 december 1875 geboren in Roermond en is op 26 december 1945 overleden op Zorgvlied.
Van Albertus Odding is bekend dat hij op Zorgvlied bijna elke dag, in de zomer en in de winter, in buitenwater zwom. Vaak fietste hij naar de Drentsche Hoofdvaart om daar een duik te nemen.
De vraag is of de foto vóór, in, of ná de Tweede Wereldoorlog is gemaakt. Let op het merkwaardige aan de boom bevestigde bord ‘Verboden toegang’ bij het toegangshek. Wie van de Zorgvlied-kenners kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over deze fraaie foto ?

Posted in De aandere kaante van de bos, Dorpsstraat, Villa Nova, Zorgvlied | Leave a comment

Veel groeten voor nichtje Carla Verwer

De redactie van het Deevers Archief kwam de hier afgebeelde ansichtkaart bij wel heel erg veel toeval tegen in een doos met Nederlandse ansichtkaarten in een winkel met tweedehands spullen in Den Hoorn en kon deze kopen voor 7 gulden. Je kunt zo’n merkwaardig goed bewaard gebleven kaart maar beter wel in de verzameling hebben.
De kaart is op 6 juni 1908 verzonden door Hans en Clemens Becker aan Fraulein Carla Verwer, Witte Huis, Zorgvlied, Drente, Holland. De tekst in de Raum für Mittellungen luidt als volgt: Oom Hans en Clemens zenden hun nichtje vele groeten, en wensen hun nichtje, tevens Pa en Ma plezierig Pinksterfeest.
Caroline (Carla) Elisabeth Maria Verwer is op 5 januari 1905 geboren op Zorgvlied als dochter van Idse Johannes Verwer en Elisabeth Maria Becker. Idse Johannes Verwer is een zoon van Lodewijk Guillaume Verwer en Johanna Cornelia Ludovica van Wensen. Idse Johannes Verwer was de directeur van Noordelijke Hypotheekbank,
Blijkbaar beschikten de zonen van koopman Clemens Anton Arnold Franz Becker en Francisca Josephina Carolina Strater voor die tijd over voldoende geld om zich zo’n Pinkstervakantiereisje langs de Rijn te kunnen permitteren. Of wellicht waren ze op familiebezoek in Remagen en bezochten ze de burcht Rolandseck en het Zevengebergte.

Abracadabra-1477

Abracadabra-1478

Posted in Ansichtkaarten, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Witte Huis, Zorgvlied | Leave a comment

Tjeerd Bottema is de ontwerper van de Sluis-haan

Rechts van de ingang van korenmolen de Vlijt in Oldendeever hangt al zeker meer dan vijftig misschien wel zestig of zeventig jaren een geëmailleerd reclamebordje met de bekende hanekop van Pieter Sluis, ooit fabrikant van onder meer veevoeders, mengvoeders, diervoeders, vogelvoeders, pluimveevoeders, kippevoer en zangzaad.
Het bordje is helemaal verweerd en was oorspronkelijk kanariegeel van kleur, dat is nog een beetje te zien bij de letters E, N en G van het woord MENGVOEDERS.
Het email is bij de vier schroeven (of zijn het spijkers ?) op de hoeken verdwenen en de schroeven (of zijn het spijkers ?) zijn helemaal weggeroest.
De tanden van de tijd zullen het bordje verder aanvreten en op een dag zal de zwaartekracht het bordje van de muur trekken, maar daar zal waarschijnlijk geen haan naar kraaien.
Zo te zien zal het bordje voor de verzamelaar weinig waarde hebben.
Het bordje moet daar zijn opgehangen in de beste jaren van Pieter Sluis, toen het merk Sluis nog een begrip in heel Nederland was. Heeft mulder Jan Albert (Ab) Jansen het bordje opgehangen, voordat hij naar het land Verenigde Staten van Amerika (U.S.A) verhuisde, misschien wel vóór de Tweede Wereldoorlog of heeft zijn opvolger Arend Uiterwijk Winkel dit na 1953 gedaan ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het reclamebordje op 3 oktober 2012 gemaakt.

Op 14 februari 2018 schreef Evert de Jong de volgende reactie, waarvoor de redactie hem bijzonder erkentelijk is:
Vermeld mag worden dat de Sluis-haan voor reclamedoeleinden is ontworpen door tekenaar, schilder, etser en illustrator Tjeerd Bottema. Dat moet ver voor de Tweede Wereldoorlog zijn geweest.
Rond 1905 had Tjeerd Bottema het beroemde affiche voor verzekeringsmaatschappij RVS gemaakt: vrouw met paraplu, man met wandelstok en hondje.
In die periode moet hij hoogstwaarschijnlijk ook het beroemde embleem voor P. Sluis hebben gemaakt.
Ik heb ruim 40 jaar geleden een boek geschreven over het leven van Tjeerd Bottema (ISBN 9062720013), getiteld ‘Mijn leven’. Daarin staat een fraaie Friestalige affiche van P. Sluis Ochtendvoer afgedrukt. De datum waarop deze prent werd gemaakt staat er helaas niet bij. Bottema zegt in het boek onder meer over zijn studententijd aan de Rijksacademie voor Schilderkunst in Amsterdam: ‘Het ging me daar goed. Ik kreeg veel opdrachten voor illustraties en voor reclamewerk’. Later maakte hij furore als illustrator van voornamelijk kinderboeken en als etser. In het voorjaar van 1978 is Tjeerd Bottema in Katwijk overleden. Ik hoop u hiermee naar genoegen te hebben geïnformeerd.

Posted in Diever, Kunst, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Toevallige waarnemingen | Leave a comment

Zorgvlied – Pension Villa Nova- Ansichtkaart

Van het pension Villa Nova van de familie Jan Krans zijn na de Tweede Wereldoorlog in het tijdperk van de zwart-wit foto enige ansichtkaarten uitgegeven, waaronder de bijgaande.
Was de auto op de foto de auto van Jan Krans ?

Posted in Ansichtkaarten, De aandere kaante van de bos, Villa Nova, Zorgvlied | Reacties uitgeschakeld voor Zorgvlied – Pension Villa Nova- Ansichtkaart

Heiig zicht op het dorp Deever en de Noordesch

Nu winterse perioden met sneeuw en ijs vanwege de opwarming van de aarde ook in de gemiente Deever steeds minder vaak voorkomen en die perioden bovendien korter worden, is het een goede zaak veel foto’s van winterlandschappen in de gemiente Deever te maken. Vandaag is morgen alweer verleden tijd.
De redactie van het Deevers Archief maakte deze foto van de Noordesch met een heiig zicht op het dorp Deever en de Noordesch op 21 januari 2016. De punt van de gemeentelijke toren aan de niet-origineel Saksische Brink van Deever is nog net in het midden van de foto te zien.
Bezoekers van het Deevers Archief zijn bij deze uitgenodigd hun mooiste winterfoto’s te publiceren in het Deevers Archief.

Posted in Diever, Noordesch | Leave a comment

Veldhuizen – Korenmolen – omstreeks 1910

De volgende tekst met bijbehorende foto is ook opgenomen in het fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’. Het betreft de korenmolen die tot in 1914 in de buurtschap Veldhuizen in Wapse stond. De molen van Wapse was een achtkantige grondzeiler, zoals op de foto is te zien.

Boer en mulder Roelof Haveman (Roelof Machiel) staat in de deur van zijn korenmolen. Hij was getrouwd met Aaltje Muggen. Op een zonnige zomerse dag zitten, van links naar rechts gezien, hun kinderen Stina, Lutina, Lucas en Jantinus in het gras.
Aaltje, de dochter van Lucas Haveman en Roelofje Barelds en de huidige eigenares van deze echt unieke foto, heeft nooit geweten welke Wapser boer of boerenknecht bij het paard staat.
De molen stond wat van de weg af op de hoger gelegen meulebaarg in de buurtschap Veldhuizen. In het boerderijtje links naast de molen woonde mulder Roelof Haveman en zijn gezin.
In 1912 werd de op 1 maart 1897 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek Oens Belang te Wapse uitgebreid met een korenmaalderij. De meule kön mit lieveloa neet meer uut, omdat steeds meer boeren kun koren naar de maalderij brachten.
Op 21 maart 1914 werd de stellingmolen van Havelte door brand verwoest. Daardoor kreeg Roelof Haveman de kans zijn nagenoeg werkloze molen te verkopen aan de Havelter mulder Berend Hendrik de Vegt. Zijn kleindochter kan zich nog herinneren dat haar opa zijn geluk zo verwoordde: Wej hept de meule nog mooi hen Aovelte kunn’n vurkop’n.
De molen werd in 1914 afgebroken. Het draaiwerk is gebruikt bij de herbouw van de Havelter molen, zodat de iene meule mit de aandere oppeknapt wödde.
Op het stuk land dat na de afbraak van de molen vrijkwam, werden later de boerderij van Hendrik van den Berg en Stina Haveman en die van Klaas Snoeken en Lutina Haveman gebouwd.
Roelof Haveman heeft met het mooie geld dat hij voor de molen beurde zijn boerenbedrijfje vergroot en verzekerde zich zo van een beter bestaan.
Roelof Haveman gebruikte de molen ook nog wel eens voor iets anders. Rijksveldwachter brigadier Albertus Martijn was in die tijd nog bij hem in de kost. Als de mulder wist dat de veldwachter ’s avonds thuis bleef, dan zette hij de wieken in een bepaalde stand. Dat was voor de stropers het teken dat ze die avond veilig hun strikken leeg konden halen. Reint Pit was een bekende stroper die in de buurt van de molen woonde.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de webstee molendatabase.org zijn enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.
In de webstee haveltermolen.nl zijn ook enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.

Posted in Molen van Veldhuizen, Molens, Veldhuizen, Wapse | Leave a comment

Diever, London, Paris, New York, Mexico, Caïro, …

De redactie van het Deevers Archief komt bij het ofstruun’n van het internet regelmatig bijgaande afbeelding tegen. Is het een plakaat ? Is het een poster ? Is het een kunstwerk ? Is het een reclamestunt ? Is het uitsnede van een veel grotere afbeelding ? Toch maar voor alle zekerheid bijgaande afbeelding in het Deevers Archief bewaard.

Wat zou toch het verband kunnen zijn tussen het betrekkelijk kleine dorp Deever en de wel erg grote wereldsteden London (Londen), Paris (Parijs), New York (Nieuw Amsterdam), Caïro, Mexico City (Mexico-Stad) en Hong Kong.
De redactie heeft lang moeten piekeren en peinzen – hij kon soms van al dat gepieker en gepeins slecht in slaap komen – om uiteindelijk tot de voor hem enige gevolgtrekking te komen dat geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare (Sjakie uut Spier) de verbindende schakel is tussen de kleine muis en de grote olifanten.
Want overal op de wereld zijn handige uitbaters er achter gekomen dat met het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare goed geld is te verdienen.
In London (Londen) staat al lang een Shakespeare’s Globe Theatre, bestaat de Shakespeare Tour al lang, staat al lang een Shakespeare Hotel, wordt al lang het verblijf van Shakespeare in London (Londen) uitgebaat, enzovoort, enzovoort.
In Paris (Parijs) is in het Quartier Latin (Latijnse Wijk) natuurlijk de wereldberoemde boekhandel Shakespeare and Company gevestigd en in 2015 opende het Shakespeare and Company Café haar deuren en dan is er ook het theater de Verdure du Jardin Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
New York (Nieuw Amsterdam) heeft The Shakespeare Exchange, heeft het gratis Shakespeare in the Park (doar begunt see in Deever neet an, dan löp de gemiente te veule geld mis), heeft het Theatre For A New Audience, is er een restaurant The Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
In Caïro in Egypte -je zou het niet verwachten- is een café restaurant Shakespeare and Co., en is Shakespeare de speciale gast op het Caïro International Film Festival, enzovoort, enzovoort.
In Mexico City bestaat het Foro Shakespeare, enzovoort, enzovoort
In Hong Kong bestaat het bedrijf Shakespeare4All Company Limited, het bedrijf The Law Society of Hong Kong besteed aandacht aan Shakespeare, enzovoort, enzovoort.
Ook neringdoenden en ondernemers in de toeristenindustrie in de betrekkelijk kleine gemiente Deever willen geld verdienen aan het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare. En de schatkist van de voorkant van het gelijk moet wel de hele zomer van al het binnenstromende vermakelijkheidsbelastinggeld blijven rinkelen, want het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is een profijtelijke zaak en moet een veel profijtelijker zaak worden en mag onder geen beding worden veronachtzaamd.
Het uitbaten van het onregistreerbare handelsmerk Shakespeare is in het door de voorkant van het gelijk bedachte peperdure Brinkenplan 2018 een waar speerpunt van het gemeentelijke verdienmodel geworden. Dat is in vergelijking met de commerciële Shakespeare activiteiten in de erg grote wereldsteden wel rijkelijk laat te noemen.
Het zal de redactie van het Deevers Archief dan ook niet verbazen als de weg vanaf de Eendenvijverbrink langs de Kerkhofbrink door het Grünedal tot aan de Shakespearebrink voor het Openluchtspel (de open ruimte voor het Openluchtspel was vroeger een Bolderbrink, de plek waar de echte Deeversen bolderden) zal worden gewijzigd in Shakespeare Avenue. Maar dan heb je ook wel wat. Echt wel. Na het koekeloeren naar als die opdringerige Shakespeare-informatieborden lekker even uitrusten op het Bert-Haanstra-Zitbankje aan de Shakespeare Avenue. En aan de aanstaande Shakespeare Avenue is ruimte voor meer gesponsorde zitbankjes, bijvoorbeeld het Jantina-Figeland-Zitbankje en het Kappertie-de-Boer-Zitbankje, twee Deeverse toneelspelers, die hebben meegeplaveid aan de weg naar het succes van het Openluchtspel.
De grote vraag is natuurlijk: wie is de bedenker van bijgaande afbeelding ? Wie het weet, die mag het bij de redactie melden.

Posted in Diever, Kunstig gemaakte objecten, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Teeg’n de wal bee’j de kaarkhof van Deever

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.
Op de foto is de bos rododendrons op het marktterrein tegen de wal van de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever te zien.
Op deze plaats vermoordden de Duitsers op 10 april 1945 de volgende personen:
Hendrik Akkerman uit Diever;
Harman Bennen uit Diever;
Klaas Daleman uit Diever;
Jan Houwer uit Diever;
Nicolaas Houwer uit Diever;
Koop Houwer uit Diever;
Roelof Hunneman uit Diever;
Antonius Maria Gerardus Janssens uit Oss;
Joseph Antonius Cornelis Maria Janssens uit Berkel;
Kornelis Kerssies uit Diever;
Koop Westerhof (overleefde de moordpartij).

Posted in 10 april 1945, Canon van de gemeente Diever, Kerkhof, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De zeer grote brand in Deever op 27-8-1759

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op 27 augustus 1759, dat de lokale correspondent op 28 augustus 1759 instuurde.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 2 Augusty. Gisteren namiddag om 1 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 48 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de asche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kant van de Heufdstroate. Het kerkgebouw en veel huizen en boerderijen aan de brink, langs de Heufdstroate en de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd. Ook het huis van de schout, dat wil zeggen het schultehuis, verbrandde. 

Posted in Brink, Diever, Hoofdstraat | Leave a comment

Eerste aanzet voor Atlas van de gemeente Westenveld

In de Meppeler Courant van maandag 14 mei 2012 verscheen het volgende bericht over de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westenveld.

Diever – Vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in Westerveld hebben vrijdag de eerste aanzet gegeven voor het samenstellen van de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westerveld. Het samenstellen van een atlas was het winnende idee van een door de gemeente uitgeschreven prijsvraag na het winnen van de BNG Erfgoedprijs door Westerveld.
De gemeente had monumenteneigenaren, organisaties en inwoners opgeroepen om ideeën aan te dragen om de prijs, 25.000 euro, goed te besteden. Als winnaar kwam uit de bus het idee van de vier historische verenigingen. Hun plan was het beste uitgewerkt en voorziet in het gemeentebreed uitventen van het gemeentelijk erfgoed en cultuurhistorie. De vier historische verenigingen komen met haar vertegenwoordigers op zeer korte termijn bijeen om te kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben, wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas.
Het bureau RAAP en Jan Bos van het Drents Archief hebben de vertegenwoordigers nader geïnformeerd.
Op vrijdag 8 juni krijgt het gesprek een vervolg.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De BNG Erfgoedprijs (met als hoofdsponor het Cultuurfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten) is ingesteld om gemeenten te stimuleren cultuurhistorie te gebruiken als onderlegger van lokaal beleid. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan De Beste Erfgoedgemeente van Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van € 25.000.-, een oorkonde en juryrapport. Het prijsbedrag moet binnen een bepaalde termijn worden besteed aan een samen met de hoofdsponsor Cultuurfonds BNG te bepalen doel binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid.

Bureau RAAP is een commercieel onderzoeks- en adviesbureau voor archeologische monumentenzorg en cultuurhistorie dat van de prijs van € 25.000,- natuurlijk graag een flinke korrel mee wil pikken.

In verschillende webstees op het internet zijn beschrijvingen van het begrip cultuurhistorie te vinden.
Bijvoorbeeld de webstee http://www.aquo.nl/aquo-standaard/aquo-lex/aquo-lex-begrippen/  vermeldt bij cultuurhistorie als definitie:  beschavingsgeschiedenis. Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw-/kunsthistorie).

De gemeente Westenveld heeft een cultuurhistorische waardenkaart op basis waarvan de gemeente onder meer ruimtelijk beleid kan en moet voeren. De te maken cultuurhistorische atlas van de gemeente Westenveld moet waarschijnlijk worden beschouwd als een vrijblijvende inkleuring van de cultuurhistorische waardenkaart. Voor € 25.000,- en veel gratis vrijwilligers van de vier locale heemkundige verenigingen moet toch een mooie atlas en een mooie webstee zijn samen te stellen.

Het is merkwaardig te lezen dat de vier heemkundige verenigingen niet besluiten eerst een goed plan uit te werken, gedegen advies in te winnen en vervolgens met deskundige vrijwilligers grondig cultuurhistorisch onderzoek te doen, maar dat meteen tot hyperactie wordt overgegaan: op zeer korte termijn bijeen komen en kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben. wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas. Begint eer gij bezint. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

In een ander bericht in de Meppeler Courant is gemeld dat de Cultuurhistorische Atlas van Westenveld in het najaar van 2012 zal worden uitgebracht. We zitten al een heel eind in het najaar van 2012. De redactie heeft daarom op 6 november 2012 in een e-mail bericht de gemeente Westenveld gevraagd gegevens te sturen over de stand van zaken bij de ontwikkeling van het fotoboek en de webstee.
De ambtenaar van dienst antwoordde op 16 november 2012:
– de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs 2012 is niet openbaar en op uitnodiging;
– de Atlas van Westerveld verschijnt naar verwachting eind 2013;
– wij zullen het publiek hierover te zijner tijd via de pers en onze website informeren;
– het boek zal niet digitaal beschikbaar komen;
– wel worden erfgoed app’s ontwikkeld voor gebruik op de smartphone;
– over de kosten van het boek kunnen wij u helaas nog niets zeggen.
De schrijver van het bericht in de Meppeler Courant vergiste zich dus een jaar, de Cultuurhistorisch Atlas van Westenveld zal niet in 2012 verschijnen, maar pas aan het einde van 2013.

Posted in Atlas van de gemeente Diever, Cultuurhistorie, Erfgoed, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Hier werd landverhuizer Harm Kerssies geboren

De redactie van het Deevers Archief ontving op 29 januari 2018 bijgaande reactie van Richard Kerssies. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.

Ik ben onlangs via het internet in contact gekomen met mijn heel verre achterneef Brian Kerssies. Hij is geboren in Canada, maar is verhuisd naar de Verenigde Staten van Amerika (U.S.A.).
Hij stuurde mij bijgaande afbeelding van een foto die bij hem aan de muur hangt. Ik kan hem wel vragen van de foto een nette scan te maken.
Volgens mijn heel verre achterneef is zijn grootvader Harm Kerssies in dat huis geboren. Zijn vader, die ook Harm Kerssies heet, vertelde hem dat het huis op het Kasteel in Deever stond.
Volgens mijn vader gaat het om het huis waarin Schokkenkamp een tandartsenpraktijk heeft of heeft gehad. En dat huis staat niet op het Kasteel, maar aan de Dwarsdrift in Deever, te weten het huis met adres Dwarsdrift 20.
Mijn heel verre achterneef komt deze zomer op familiebezoek in Nederland en zou graag de juiste plek van het huis op de foto willen bezoeken.
Wie weet waar het huis op de foto heeft gestaan ?
Wie heeft wellicht andere foto’s van dit huis ?

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de verzameling van het Deevers Archief is bijgaand afgebeelde toch wel fraaie zwart-wit ansichtkaart aanwezig. Het exemplaar in de verzameling van het Deevers Archief is in maart 1970 uitgegeven door Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. De ansichtkaart heeft een gekartelde rand, maar die heeft de redactie voor het gemak maar weggelaten. De redactie biedt daarvoor zijn excuses aan.
Op de zwart-wit ansichtkaart zijn drie boerderijtjes (keuterijtjes) aan de Dwarsdrift in Deever te zien. In de vijftiger/zestiger jaren van de vorige eeuw woonde in het voorste boerderijtje de familie (Jeene ?) Haanstra, woonde in het middelste boerderijtje de familie Wolter Oost en woonde in het achterste boerderijtje de familie Roelof (Roef) van Nijen. Groepen personen konden toen in de zomer kamperen in de boerderij van de familie Haanstra.
Het mag duidelijk zijn dat het voorste boerderijtje hetzelfde merkwaardig gebouwde boerderijtje is als het boerderijtje dat op de foto van Brian Kerssies is te zien, en stond op de plek waar nu het huis met adres Dwarsdrift 20 staat.
Waarschijnlijk is het rechter voorhuisje onderdeel van het oorspronkelijke boerderijtje en is het linker voorhuisje er vóór de Tweede Wereldoorlog vanwege ruimtegebrek bij aangebouwd ? Gingen daar de bejaarde ouwelui wonen ? Let wel, de eerste bejaardenhuisjes werden in de gemiente Deever pas in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw in de Weiert in Deever gebouwd ! 

Posted in Alle Deeversen, Ansichtkaarten, Boerderijen, Diever, Dwarsdrift, Emigranten, Keuterijen, Landverhuizers | Leave a comment

Kogels uut de kogelvangers op de Nul

De redactie van het Deevers Archief ontving op 3 februari 2018 van Richard Kerssies bijgaande afbeelding met bijbehorende uitleg over kogels die hij en zijn vader hebben gevonden in het zand van één van de vier kogelvangers op de Nul.

Ik ben geboren in 1971 en heb als kind met mijn vader Jan Kerssies veel lopen struun’n in de bos in de buurt van de kogelvangers, maar nooit wat gevonden.
Totdat we op een keer op ooghoogte bij een plek keken waar een konijn was begonnen met het graven van een hol. In het gele zand vonden we bruine strepen die ongeveer 30 tot 40 centimeters de kogelvanger in liepen. Als we een streep volgden, dan vonden we aan het einde van deze streep een kogel.
Ik denk dat de buitenmantel van de kogel uit zwaar gecorrodeerd koper bestond; de mantel was omhuld met verbrand of geoxideerd zand. In de kern zat een nog gave loden kogel. Volgens mij hebben we op die manier zo’n tien kogels gevonden.
Ik zal proberen de plek waar we de kogels hebben gevonden terug te vinden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is Richard Kerssies bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan het beschrijven van het verleden van de kogelvangers aan de Doldersummerweg ter hoogte van de Nul.
De tien (acht ?) kogels van Richard Kerssies zijn zonder enige twijfel te beschouwen als Deevers militair erfgoed en de redactie plaatst deze zonder enig politiek en ambtelijk gedoe en gedraai en gedraal op de erfgoedlijst van het Deevers Archief.
Richard Kerssies en zijn vader kunnen worden beschouwd
als de eerste twee Deeverse beoefenaren van de militaire archeologie.
Dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever hebben in het begin van 2017 wat geknutseld aan één van de vier kogelvangers om deze weer wat zichtbaar en herkenbaar te maken.
Het ligt voor de hand dat vervolgens de dienstdoende wethouders Erik Van Schelven en Homme Geertsma van de voorkant van het gelijk er als de kippen bij waren om aan de Doldersummerweg een door de heemkundige vereniging uut Deever en de vereniging tot behoud van natuurmonumenten uut ‘s Graveland betaald informatiebord te onthullen.

Posted in Archeologie, de Kaamp op de Oeren, Kogelvangers, Wapse | Leave a comment

Joden met de achternaam Zaligman in Deever

Heiman Wolf Zaligman werd geboren op 20 december 1827 in Dwingel en stierf op 4 maart 1904 op de Smilde. Hij trouwde op 30 april 1855 in Dwingelo met Sara Israël van Zuiden. Zij werd geboren op 9 april 1825 in Hoogeveen. Heiman Wolf Zaligman was koopman. Het echtpaar moet direct na hun huwelijk in Deever zijn gaan wonen, want hun kinderen Siptje, Mietje, Mina, Israël, Wolf, Henderika en Simon zijn in Deever geboren. Het gezin verhuisde op 27 april 1868 naar de Smilde.
Siptje Zaligman werd geboren op 22 mei 1856 in Deever en overleed op 15 juni 1856 in Deever.
Mietje Zaligman werd geboren op 1 augustus 1857 in Deever. Zij overleed op 7 december 1927 in Amsterdam.
Mina Zaligman werd geboren op 12 december 1859 in Deever en overleed op 30 januari 1942 in Amsterdam. Zij trouwde op 17 mei 1900 met Levie Pam in Amsterdam. Leva Pam werd geboren op 26 mei 1869 in Amsterdam en stierf op 73-jarige leeftijd op 21 januari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Hun dochter Bloeme Pam werd geboren op 11 oktober 1901 in Amsterdam en stierf op 9 augustus 1942 in het concentratiekamp  Auschwitz in Polen.
Hun dochter Sara Pam werd geboren op 23 juni 1904 in Amsterdam en stierf op 26 augustus 1943 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Israël Zaligman werd geboren op 16 november 1861 in Deever en overleed op 16 augustus 1932 in Assen. Hij was koopman. Hij trouwde op 17 mei 1889 op de Smilde met Eva van Zuiden. Eva van Zuiden werd geboren op 22 oktober 1860 in Hoogeveen en stierf op 1 oktober 1942 op 81-jarige leeftijd in Katowice in Polen.
Hun dochter Rebecca Zaligman werd geboren op 12 mei 1893 in Hijkersmilde en stierf op 26 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen
Hun dochter Saartje Zaligman werd geboren op 18 april 1890 in Hijkersmilde en stierf op 4 juni 1943 in het concentratiekamp Sobibor in Polen.
Wolf Zaligman werd geboren op 6 januari 1864 in Deever en overleed op 16 juni 1881 in Ommen.
Henderika Zaligman werd geboren op 5 mei 1866 in Deever en overleed op 3 april 1867 in Deever.
Simon Zaligman werd geboren op 2 februari 1868 in Deever en overleed op 26 augustus 1880 op de Smilde.

Philippus (Flip) Zaligman werd geboren op 21 september 1893 in Dwingel, hij stierf op 28 februari 1944 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen. Philippus Zaligman was manufacturier. Hij trouwde op 31 maart 1920 in Coevorden met Heintje (Hennie) Levie Wilda. Zij werd geboren op 10 mei 1894 in Coevorden en stierf op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
De echtelieden moeten kort na hun huwelijk in 1920 aan de Hoofdstraat in Deever zijn gaan wonen, want hun kinderen Martha Hendrika, Levie Salomon, en Hendrika Henriëtte zijn in Diever geboren. Op 7 januari 1936 verhuisde het gezin naar Meppel, keerde na enige tijd terug naar Deever, waarna het gezin officieel op 26 april 1940 -vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog- naar het adres Noordeinde 7 in Meppel verhuisde. Op 20 februari 1940 was hun winkel en huis aan de Hoofdstraat helemaal uitgebrand.
Martha Hendrika werd geboren op 8 december 1920 in Deever. Zij overleefde de Tweede Wereldoorlog. Zij overleed op 19 mei 1977 in Haarlem.
Levie (Loek) Salomon werd geboren op 29 dcecember 1921 in Deever en stierf op 28 februari 1943 in het concentratiekamp Schöppenitz. Hij was manufacturier.
Hendrika (Rikie) Henriëtte werd geboren op 26 oktober 1925 in Deever en stierf op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen.

Posted in Diever, Joodse inwoners | Leave a comment

Winkelbehuizinge van de gebroeders Zaligman

Op 29 november 1913 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden inzake de veiling van een flink huis de volgende advertentie.

Winkelbehuizinge-Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op Maandag 8 december a.s. des voormiddags elf uur, in het logement van Roelof Seinen, te Diever, voor de gebroeders B. en A. Zaligman, publiek bij inzate veilen: Een flink Huis, waarin vroeger een druk beklante zaak in manufacturen werd uitgeoefend en ook thans nog voor de uitoefening van alle affaires zeer geschikt, erf en tuin aan de Hoofdstraat te Diever, ter grootte van 11 are en 20 centiare.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De koopmannen (manufacturiers) Benjemin Zaligman (geboren op 28 december 1873 in Dwingel, gestorven op 8 oktober 1942 in het concentratiekamp Auschwitz in Polen) en Anton Zaligman (geboren op 1 december 1875 in Dwingel, overleden op 19 oktober 1942 in Assen) waren zonen van de koopman (manufacturier) Jacob Zaligman en Roosje Heijmans uut Dwingel.

Posted in Alle Deeversen, Diever, Joodse inwoners | Leave a comment

Het beeld op het grasveld van de huisartsenpraktijk

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto tijdens een van zijn periodieke fotografeerrondes deur de gemiente Deever op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
De apotheekhoudende huisartsenpraktijk Deever is gevestigd in een gebouw aan de Gemeentehuislaan in de buurt van het Raadhuis van de gemeente Westenveld op de Westeresch van Deever.
Op het grasveld voor het raam waarboven de twee woorden ‘medisch centrum’ zijn te lezen, staat een beeld van een zittende man. Het is de redactie niet duidelijk of het beeld een uitbeelding is van een zieke man of een gezonde man. Het ligt wel een beetje voor de hand te veronderstellen dat het een zieke man moet voorstellen, want gezonde mannen zullen niet zo gauw naar apotheekhoudende huisartsen gaan.
Deze nepversie van het beeld de Denker van Auguste Rodin moet tamelijk recent op het grasveld zijn gezet, want op de foto die is te vinden op de openingsbladzijde van de webstee van de apotheekhoudende huisartsenpraktijk Diever is het nepbeeld niet te zien.
De grote vragen zijn natuurlijk of het beeld van metaal of plastic is gemaakt, of het beeld is gemaakt in opdracht van de twee apotheekhoudende huisartsen of dat het beeld is gekocht bij een postorderbedrijf voor nepversies van echte beelden.
Het echte antwoord is natuurlijk dat het om kitsch gaat.
Wellicht kan één van de twee in de praktijk spreekuurhoudende en apotheekhoudende huisartsen op dit bericht reageren.

Posted in Beelden, Kunstig gemaakte objecten | Leave a comment

Alle Deeversen

In de webstee www.alledrenten.nl die een onderdeel is van het Drentsch Archief, zijn gegevensbronnen voor onderzoek naar mensen uut de gemiente Deever te raadplegen.
Als u zoekt voor 1600 is de volgende bron te raadplegen:
– oorkonden 1040 – 1600.
Als u zoekt in de periode 1600 – 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– kerkregisters 1600 – 1811;
– 30e/40e penning 1682 – 1797;
– haardstedengeld 1672 – 1804;
– bezaaide landen 1612;
Als u zoekt na 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– burgerlijke stand van 1811 – 1952;
– notariële akten 1810 – 1915;
– successiememories 1806 – 1928.

Posted in Alle Deeversen | Leave a comment

D.A.B.O. rust bussen uit met een houtgasgenerator

In de Tweede Wereldoorlog verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden van 28 mei 1941 het navolgende verslag van de algemene vergadering van aandeelhouders van de N.V. Drentsche Autobus Onderneming (D.A.B.O.). De gemeente Diever was ook aandeelhouder van deze vervoersmaatschappij, daarom zal de toen nog in functie zijnde burgemeester Jan Cornelis Meiboom van deze gemeente ook wel aanwezig zijn geweest, hij mocht gratis met de bussen van de D.A.B.O. reizen. 

De Abracadabra-1460D.A.B.O. 
Jaarvergadering te Meppel
In de alhier gehouden algemeene vergadering van aandeelhouders der N.V. Drentsche Autobus Onderneming (D.A.B.O.), onder presidium van den heer G. Wijsman, burgemeester der gemeente Meppel, werd door den directeur, den heer L. Lamberts Jzn. het jaarverslag uitgebracht, waaraan wij ontleenen, dat na de overwonnen moeilijkheden door een buitengewone sneeuwperiode, tengevolge van de oorlogsdagen het bedrijf moest worden stilgelegd, waarna weder een beperkte dienstregeling kon worden ingevoerd.
Door de steeds kleiner wordende toewijzing van benzine en gasolie moesten gasgeneratoren worden aangeschaft.
Het passagiersvervoer nam toe van 365.000 personen in 1939 tot 399.577 in 1940, dus met rond 40.000.
Het aandeelenkapitaal, dat geplaatst is, steeg tot f. 55.000. Op de leeningen werd f. 5000 afgelost. Voor den bouw van het station Eursinge werd een hypotheek opgenomen van f. 11.500.
Het bruto-overschot van de bedrijfsrekening bedroeg f. 56.539,24. Na diverse afschrijvingen, waarvan o.m. f. 26.188,12 op het wagenpark, blijft er een nettowinst over van f. 23.285,11, waarvan f. 7.334,77 voor winstbelasting moet worden gereserveerd. In het pensioenfonds voor het personeel werd f. 2.000 gestort.
In 1940 kwam de consessie voor een dienst Steenwijk-Frederiksoord-Vledder-Diever in bezit, maar eerst na voldoende gasgeneratoren zal deze dienst in exploitatie genomen kunnen worden.
De dagelijksche diensten Hoogeveen-Ommen vice versa, die over Wijster en de marktdiensten zijn geheel stopgezet evenals de exploitatie van het toerwagenbedrijf. Wel worden nog geregeld arbeiders naar de werkverruimingskampen in Drenthe vervoerd.
Gedurende de oorlogsdagen was personeel en materiaal gerequireerd voor evacuatie der bevolking. Een chauffeur werd gewond. De chauffeur R. Lubbers sneuvelde.
De nieuwe bedrijfsgebouwen te Meppel werden 27 juli 1940 in gebruik genomen, het autobusstation te Eursinge werd in November jongst leden voor het publiek opengesteld.
Dank werd gebracht aan den heer D. Baron Mackaay, den voormaligen president-commissaris, die in September naar Zutphen vertrok, voor alles wat hij in het belang der Vennootschap heeft gedaan.
Besloten werd 5 procent dividend uit te keeren en het resterend bedrag van de winst toe te voegen aan de reserves, die daarmede stijgen tot f. 26.287.70.
Tot commissaris werd herbenoemd de heer E.B. van Veen, burgemeester der gemeente Nijeveen, terwijl in de vacature ontstaan door het vertrek van den heer mr. J. de Blieck, tot commissaris werd benoemd de heer J. ter Haar Jzn., wethouder der gemeente De Wijk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De hier afgebeelde foto van een Opel Hainje autobus uit 1939 uitgerust met een houtgas-generator is gemaakt op 7 april 1941 bij het treinstation in Assen. Achter op de houtgasgenerator staat D.A.B.O.
De drukke lijn Meppel-Dieverbrug-Diever-Dwingelo-Assen vice versa zal vanaf 1941 vanwege de schaarste aan benzine en gasolie zonder twijfel met autobussen met houtgasgenerator zijn gereden.
De redactie verwijst voor gegevens over de N.V. Drentsche Autobus Onderneming (D.A.B.O.) gemakshalve naar de betreffende pagina in de webstee Wikipedia. Voor wat deze gegevens waard zijn.
De gemeente Diever ontving in het betreffende boekjaar een dividend van 5 procent van de waarde van haar aandeel in de naamloze vennootschap, die streekvervoer per autobus in voornamelijk het westelijk deel van Drenthe exploiteerde.

Abracadabra-1461

Posted in Gemeente Diever, Openbaar vervoer, Topstukken, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Het rookkotje van de voorkant van het gelijk

De redactie van het Deevers Archief vindt het historisch gezien nogal logisch, echt wel, dat alle veranderingen in de gemiente Deever op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Dat zouden veel meer Deeversen moeten doen. De redactie heeft de hier afgebeelde historisch ooit waardevolle kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
Op de foto is te zien de luxe rookfaciliteit van de nijvere werkers van de voorkant van het gelijk, die hun bureau hebben staan in het ruime en comfortabele kantoortuinen- en kantoorparkencomplex in het bedrijfspandachtige raadhuis, dat achter de luxe rookfaciliteit is te zien. Of werken de nijvere werkers van de voorkant van het gelijk tegenwoordig thuis ?
De wel in het raadhuis aanwezige nijvere werkers kunnen hun luxe rookfaciliteit gemakkelijk via de dienst-ingang/uitgang over een verhard paadje bereiken. De faciliteit bestaat uit een overdekt rookkotje met rookbankje en twee andere rookbankjes in de open lucht. De overkapping van het rookkotje is heel uitgekookt op het zuidwesten georiënteerd, opdat de rokende nijvere werkers van de voorkant van het gelijk bij regen en wind beschut en beschermd hun sigaretje, sigaartje of pijpje kunnen roken of hun pluk tabak kunnen pruimen. Bij mooi en zonnig en weinig-winderig weer kunnen de rokende nijvere werkers van de voorkant van het gelijk op de twee rookbankjes in de open lucht zitten. Het is jammer dat de nijvere werkers hun peuken niet netjes in een prullebakje kunnen gooien.
Een grote vraag is wat het doel is van het verharde minibrinkje voor de twee openluchtrookbankjes ?
Een andere grote vraag is of het rookkotje en de drie rookbankjes met schaars publieksgeld zijn betaald of dat het rookkotje en de drie rookbankjes door een belanghebbende sponsor zijn betaald ?
Een andere grote vraag is of de Deeverse jeugd dit rookkotje van de voorkant van het gelijk ook als hangplek mag gebruiken, als de rokende nijvere werkers van de voorkant van het gelijk niet aanwezig zijn in hun kantoortuinen en kantoorparken in het bedrijfspandachtige raadhuis ? Zo ja, dan heeft het dorp Deever drie hangplekken voor de jeugd: dit rookkotje, de overdekte picnic-bank bij de eendevijverbrink en het onverwoestbare stalen maar niet duurzame gedrocht op de langparkeerbrink bij het Westeresch-filiaaltje (de voormalige U.L.O.-skoele) van het in het nabije Meppel gevestigde prestigieuze Stad- en Eschcollege.
En de grootste vraag is waarom dit luxe rookkotje nog niet is afgebroken, want de voorkant van het gelijk geeft met dit tot roken uitnodigende kotje wel een slecht voorbeeld aan de nieuwe hopelijk niet-rokers-generatie.

Posted in Diever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Aanbesteding roomboterfabriek op 1 april 1899

In maart 1899 was het zo ver dat het bestuur van de Coöperatieve Vereeniging te Deever de bouw van de roomboterfabriek publiekelijk kon gaan aanbesteden. Op 26 maart 1899 verscheen in de Leeuwarder Courant de volgende advertentie.

Aanbesteding. Roomboterfabriek.
Het bestuur van de Coöperatieve Vereeniging te Diever zal op Zterdag 1 april 1899, ’s namiddags 2 uur, ten huize van den Logementshouder R. Seinen te Diever, aanbesteden het bouwen van een roomboterfabriek te Diever, met bijlevering van materialen.
Bestek en teekening liggen van af heden ter inzage bij genoemden Seinen.
Aanwijzing zal plaats hebben op den dag der aanbesteding, ’s morgens 11 uur.
Diever, 25 maart 1899.
Het bestuur

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een coöperatie is een groep -in dit geval een vereniging- van producenten -in dit geval melkproducerende boeren- die samenwerken om marktaandeel en economische macht te veroveren en te vergroten.
De bouw van deze melkfabriek aan het Katteneinde in Deever was een reactie van de boeren in Deever, De
everbrogge, Oldendeever, Kalteren, ’t Noord, Wittelte en ’t Moer op de particuliere melkfabriek an de Deeverbrogge van de Nijensleekse ondernemer Jan Frederik Hilkemeijer (geboren op 13 december 1858 te Nijensleek, overleden op 23 juni 1935 te Groningen). Blijkbaar bood deze ondernemer (veel) te weinig voor de melk van de boeren uit de omgeving.
De aanbesteding vond plaats in de gelagkamer van het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.
De redactie zal trachten een passende foto bij dit bericht te plaatsen.

Posted in Diever, Landbouw, Zuivelfabriek Diever | Leave a comment

De aardkundige monumenten in de gemeente Diever

In het periodiek Da’s Mooi van 10 november 2015 verscheen het navolgende bijzonder belangwekkende korte bericht over aardkundige waarden en aardkundige monumenten in de provincie Drenthe.

2000 Pingoruïnes
Drenthe heeft meer dan 2.000 pingoruïnes, uniek in de wereld. Pingoruïnes zijn restanten van ijsheuvels uit de laatste ijstijd. Ze zijn vaak als een rond meer, ven of kuil herkenbaar.
Zo ook het Mekelermeer in de boswachterij Gees, dat zo’n 10.000 jaar geleden ontstond. Het is één van de grootste pingoruïnes in het Drentsche landschap en sinds kort het zesde Aardkundig Monument in Drenthe.
www.drenthe.nl/aardkundige waarden
www.provincie.drenthe,nl/onderwerpen/natuur-milieu/bodem/aardkundige-waarden

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op de webstee van de gemeente Westenveld (waar in hemelsnaam ligt toch die toeristische gemeente Westenveld ?) is van alles te vinden over oude spullen: rijksmonumenten, provinciale monumenten, vrijwillig aangemelde monumenten (zogenaamde gemeentelijke monumenten), archeologische rijksmonumenten (zijn er ook provinciale en gemeentelijke archeologische monumenten ?), cultuurhistorische waardenkaart, cultuurhistorisch erfgoed, immaterieel erfgoed, gemeentelijke erfgoedverordening, enzovoort, enzovoort, enzovoort. Het is zo gek niet te bedenken of de nijvere voorkant van het gelijk heeft er wel wat voor dichtgeregeld.
Of is alles toch niet helemaal dichtgeregeld ? Want wat te denken van de aardkundige monumenten ? Zij die aan de aandacht van de nijvere voorkant van het gelijk ontsnapt ? Aardkundige rijksmonumenten, provinciale aardkundige monumenten, gemeentelijke aardkundige monumenten ?
Hier liggen grote kansen om objecten te promoveren tot ten minste gemeentelijk aardkundig monument: de pingoruïnes onder de vele vennen in de bos, de in een zogenaamd oorspronkelijk geologische staat gebrachte bovenloop van de Vledder Aa, de vele stuifzandheuvels op Berkenheuvel, de dikke zwerfsteen voor het oude gemeentehuis op de Brink, enzovoort, enzovoort. Bedenk een georoute of een geopad of een geopark. Zet gratis dorpskrachten aan het werk ! Doe wat ! Welke dorpskracht wordt de eerste onbezoldigde geogids ? 

Abracadabra-1446

Posted in Aardkundige monumenten, Berkenheuvel | Leave a comment

Een ezel stoot zich geen tweede keer aan dezelfde ….

De redactie van het Deevers Archief publiceerde in het bericht Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n
bijgaande afbeelding 1. De redactie heeft de foto voor deze afbeelding op 2 januari 2017 gemaakt.
De redactie heeft het vermoeden dat de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk, zeg maar het rechterbeen van de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma, de wethouder van de openbare ruimte en het milieu (wegen, groen, water, overige ruimte, verkeersveiligheid, milieubeleid, duurzaamheid, reiniging en riolering) van de gemeente Westenveld, de inhoud van het genoemde bericht van de redactie zeer grondig tot zich heeft genomen, maar er niet al te veel mee heeft gedaan.
De redactie heeft het vermoeden dat de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk na 2 januari 2017 met gezwinde spoed een ingenieursburootje heeft ingehuurd voor het bedenken van een totaal andere barrière op de kruising van het naamloze voet- en fietspad met de Kalterseweg.
Blijkbaar heeft de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma ingestemd met de bouw van een stalen superbarrière, zie de afbeeldingen 2 en 3. De redactie heeft de foto voor deze afbeeldingen gemaakt op donderdag 4 november 2017.
De grote vraag is natuurlijk uit welke post de onverwachte en ongewenste forse kosten voor deze stalen superbarrière zijn betaald ?
Voetgangers, fietsers en bromfietsers worden nu wel op de juiste wijze gedwongen (gij zult de voorkant van het gelijk gehoorzamen) tussen de twee delen van de superbarrière door te laveren.
Blijkbaar zijn een paar zwerfsteentjes verplaatst naar de andere kant van de barrière.
Over de duurzaamheid van de stalen superbarrière hebben de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid en de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma niet erg nagedacht, want het gebezigde materiaal staal scoort op de duurzaamheidsladder een stuk lager dan het echt duurzaam geproduceerd tropische loofhout (?) van de vorige barrière.
De vraag is of de stalen superbarrière voldoet aan de eisen die voortvloeien uit het door de voorkant van het gelijk onderschreven VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking ?
Blijkbaar kan de stalen superbarrière worden geopend, zie het hangslot dat op afbeelding 3 is te zien. Waarom vond de voorkant van het gelijk dat noodzakelijk ? Om bij brand in het op de afbeeldingen zichtbare deel van de nieuwbouwwijk Kaltersebroeken de poort te kunnen openen en zo de aanrijdtijd van een brandweerauto uut Dwingel of uut Vledder met 3 seconden te verminderen ?
En waarom zijn in de bestrating nog steeds die die twee zo genoemde haaietanden opgenomen ? Denkt de hoofdbeleidsmedewerker voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk dat iedereen maar naar de grond zit te koekeloeren ? Naderen de gebruikers van het pad een voorrangsweg ? Zo ja, dan zou ook voorrangsbord B06 geplaatst moeten worden ? Zo nee, dan gelieve nog steeds de haaietanden te verwijderen.  Of handhaaft de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid deze haaietanden om zijn eigen aansprakelijkheidshachje af te dekken ?
De hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk en de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma, de wethouder van de openbare ruimte en het milieu van de gemeente Westenveld, zijn gelukkig geen intelligente ezels, want volgens het gezegde stoot een intelligente ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen. Echter beide genoemde ambtsdragers stoten zich wel degelijk twee keer aan dezelfde houten barrière, want een eindje verderop bij de kruising van een ander naamloos fiets- en voetpad met de Kalterseweg, zie afbeelding 4, zijn de door de redactie in het bericht Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n gesignaleerde verkeersveiligheidproblemen nog steeds niet opgelost. Waarom is daar nog geen zwaar overgedimensioneerde stalen superbarrière geplaatst ? Geldgebrek ?
De redactie heeft de foto voor afbeelding 4 op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
En waarom is het nodig – zie afbeelding 4 – aan de ene kant van de Kalterseweg in het pad wel zo’n zware lompe stalen superbarríère neer te zetten en aan de andere kant van de Kalterseweg niet ?
En in de gemiente Deever zijn wel een paar kruisingen aan te wijzen waar de verkeersveiligheid meer in het geding is dan bij de kruising van de Kalterseweg met de fiets- en voetpaden naar de Kaltersebroeken.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Gemeente Westenveld, Kalteren, Verkeer en vervoer | Leave a comment

De verzetsstrijders Geert en Geert Gerhardus Koster

De doodlopende Kosterstraat is te vinden op de Westeresch van Deever.
Zie bijgaande twee kleurenfoto’s, die de redactie van het Deevers Archief op donderdag 4 november 2017 heeft gemaakt tijdens zijn jaarlijkse inspectieronde door de gemiente Deever.
Eigenlijk is de Kosterstraat meer een karig en goedkoop doorgaand Kosterpaadje, maar wel met van die betuttelpaaltjes aan het begin van het paadje. Stel je toch eens voor dat vanaf de Brinkstraat auto’s de smalle Kosterstraat in zouden worden gereden, of omgekeerd.
Het straatnaambordje aan de kant van de Dingspilstraat zag er op 4 november 2017 verloederd, versmeerd en verweerd uit. De tekst onder de naam van de straat was zelfs niet meer te lezen. Dit bordje staat in schril contrast met de keurig opgepoetste bordjes aan het begin van de Gemeentehuislaan.
De Kosterstraat is vernoemd naar de Deeverse verzetsstrijder Geert Gerhardus Koster (geboren op 24 mei 1925 in Deever, overleden op 24 maart 1945 te Paigerhorst). Verzetsstrijder Geert Gerhardus Koster is de zoon van de Deeverse verzetsleider Geert Koster (geboren op …. 1900 in ….., overleden op 26 maart 1996).
Geert Koster onthulde het straatnaambord op 9 mei 1988; zie het bijgevoegde artikel, dat op 9 mei 1988 is gepubliceerd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant).
Erg opmerkelijk is dat de voorkant van het gelijk in 1988 de straat alleen naar Geert Gerhardus Koster heeft vernoemd en niet naar vader en zoon Koster, maar de oude vader Geert Koster wel het bord liet onthullen.
Nog erger opmerkelijker is dat de voorkant van het gelijk de tekst onder de naam van de straat na het overlijden van Geert Koster niet direct respectvol heeft aangepast door ook vader Geert Koster te vernoemen.
Bijvoorbeeld, wat te denken van de volgende voor de hand liggende tekst:
Geert Koster, 1900-1996; Geert Gerhardus Koster, 1925-1945; Vader en zoon, verzetsstrijders.
De redactie van het Deevers Archief heeft zijn burgerlijke vrijheid en verantwoordelijkheid genomen en bedacht voor de betreffende harde werkertjes van de voorkant van het gelijk alvast van het straatnaambordje gratis bijgaand voorlopig concept van het voorlopige overleg- en herkauwontwerp. Want het conceptje moet vast nog wel in allerlei vergader- en overleggroepen worden gegooid. Want niets is zo moeilijk als het bedenken en ontwerpen van een straatnaambord.
Maar het zal de hoofdbeleidsmedewerker voor Tweede-Wereldoorlogzaken van de voorkant van het gelijk – gevestigd in het ruime en comfortabele kantoortuinen- en kantoorparkencomplex aan de Gemeentehuislaan in Deever – toch wel enige goede wil en moeite gaan kosten om meer dan twintig jaren na het overlijden van verzetsleider Geert Koster aan zijn verantwoordelijke wethouders voor te stellen het onderschrift op het straatnaambord alsnog te wijzigen, opdat ook verzetsleider Geert Koster op gepaste wijze wordt geëerd. Een dorp dat zijn oorlogsverleden vergeet, heeft geen recht op een toekomst.
Maar het echte doorslaggevende en financiële aapje komt nu uit de mouw.
Want de hoofdbeleidsmedewerker voor Tweede-Wereldoorlogzaken van de voorkant van het gelijk en de hoofdbeleidsmedewerker voor straatnaambordjes van de voorkant van het gelijk kunnen met een gerust hart de wijziging aan hun respectievelijke wethouder voorstellen, want de redactie van het Deevers Archief tornt niet aan de naam Kosterstraat, dus de voorkant van het gelijk hoeft niet het hoofd te bieden aan administratieve kosten ten gevolge van een straatnaamwijziging.
Wellicht zullen de verantwoordelijke wethouders van de voorkant van het gelijk over de voorgestelde wijziging van het onderschrift van het straatnaambord willen overleggen met de voorzitter van de heemkundige vereniging uut Deever.
Duurzame eerlijke-handel straatnaamborden met hun bevestigingsmaterialen zijn tegenwoordig gemakkelijk bij diverse bedrijven via internet te bestellen (vandaag besteld, morgen in het raadhuis). De redactie raamt de maak- en verzendkosten voor dit bord met bevestigingsmateriaal op ongeveer 100 euro, dus voor het vervangen van het bord aan beide kanten van het paadje bedragen de materiaalkosten ongeveer 200 euro.
De voorkant van het gelijk zou deze onvoorziene en zeer zeker ongewenste kosten kunnen betalen uit de begrotingspost zitbanken in de openbare ruimte, want op deze post kan winst worden gemaakt, omdat voor een nieuwe zitbank in de openbare ruimte tegenwoordig gemakkelijk een sponsor is te vinden.
En de om werk verlegen zittende dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever zijn vast wel bereid de twee aanwezige straatnaamborden te verwijderen en de twee nieuwe straatnaamborden aan de paal te schroeven en zijn vast wel bereid het aanwezige verkeersbord RVV L08 te reinigen van de carbidrookaanslag.
En de dochter, een kleinkind of een achterkleinkind van verzetsleider Geert Koster zou de twee vernieuwde straatnaambordjes kunnen onthullen.
Zo’n heronthullinkje is wel weer een sappig persmomentje voor de betreffende wethouder van de voorkant van gelijk. Denk aan die herverkiezing; elk persmomentje en elk fotootje in een krant of een flodderblaadje is toch maar mooi weer meegenomen. Zo’n heronthullinkje betekent ook gerinkel in de kassa van de plaatselijke krantencorrespondent.


Posted in Alle Deeversen, Diever, Tweede Wereldoorlog, Verzet | Leave a comment

Boelgoed op Groot Wateren op 27 maart 1928

In het Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant van 20 maart 1923 verscheen het volgende bericht over een belangrijk boelgoed ten huize van boer Pieter Jongsma op Groot Wateren an de aandere kaante van de bos.

Belangrijk boelgoed Groot Wateren (gemeente Diever)
Notaris Bolk te Dwingelo zal op Dinsdag 27 maart 1928 des voormiddags 9½ uur, ten huize van den heer P. Jongsma te Groot Wateren gemeente Diever, publiek à contant verkoopen:
levende have als: 2 paarden (6- en 8-jarig, zwart, merries, mak en bereden), 8 beste melk- en halve koeien, 3 hokkelingen, 2 volle motten, 80 kippen;
voorts boerenmelk- en deelgereedschappen, waaronder boerenwagen, 2-paards Cormick maaimachine met dunne vingerbalk (zoo goed als nieuw), machineslijpsteen, dorschmachine met molen en ketting, korenwinde met zeef, hakselmachine, 2 ploegen, ijzeren dubbele spoorstokken, halsjuk met stroppen, dubbele lijsten, koperen waschketel en hetgeen meer te voorschijn zal worden gebracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Pieter Jongsma werd geboren op 20 mei 1868 te Jubbega Schurega. Hij trouwde op 12 mei 1893 met Fokje Wijnstra. Hij is op 8 mei 1942 op 73-jarige leeftijd overleden in Noordwolde.
De door Pieter Jongsma te koop aangeboden landbouwgereedschappen geven wel enig inzicht in de mate van mechanisatie in de landbouw op Groot Wateren in 1923.
Met name de uit de Verenigde Staten van Amerika geïmporteerde Mc Cormick 2-paards maaimachine laat zien dat zelfs een gewone boer niet meer enkel met de zeis hoefde te maaien.
Is de in de advertentie genoemde dorsmachine met molen en ketting een rosmolen ?

Abracadabra-1442

Posted in Boer'nwaark, Landbouw, Wateren | Leave a comment

Villa Laanzicht is verplaatst hen de Deeverbrogge

De gemiente Deever verleende op 26 november 1915, nu bijna honderd jaar geleden, aan de ondernemer Jan Frederik Hilkemeijer (geboren op 13 december 1858 te Nijensleek, overleden op 23 juni 1935 te Groningen), woonachtig te Nijensleek in de gemeente Vledder een vergunning voor een het bouwen van een burgerwoonhuis met als adres Dieverbrug 41.
Het burgerwoonhuis bestond al. Het burgerwoonhuis was Villa Laanzicht op Zorgvlied.
Deze villa moest worden afgebroken, vervolgens in onderdelen worden vervoerd naar de Deeverbrogge en daar weer worden opgebouwd. Dat moet in een tijd zonder gemotoriseerde vrachtwagens een niet gemakkelijke logistieke klus zijn geweest.
De ondernemer Jan Frederik Hilkemeijer had voor het afbreken van het huis Villa Laanzicht met schuur op Zorgvlied en het weer opbouwen van dit woonhuis met schuur met bijkomende werkzaamheden naast zijn wolspinnerij an de Deeverbrogge een bestek met bijbehorende voorwaarden van algemene aard en voorschriften voor de uitvoering bij de aanvraag voor de bouwvergunning gevoegd.
Het werk werd opgedragen aan de timmerman Albert Koeling uut Dwingel.
De redactie heeft de kleurenfoto van het burgerwoonhuis naast ‘de Concordia’ an de Deeverbrogge op 4 april 2013 gemaakt.
De redactie weet nog steeds niet zeker of het op de foto zichtbare burgerwoonhuis daadwerkelijk Villa Laanzicht is. In het Deevers Archief is geen scherpe foto van Villa Laanzicht op Zorgvlied aanwezig. Wie kan de redactie helpen aan een scherpe foto: wellicht de op Zorgvlied wonende vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever ?

Abracadabra-1439

Abracadabra-1441

Abracadabra-1443

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, De aandere kaante van de bos, Jan Frederik Hilkemeijer, Stoomspinnerij, Villa Laanzicht | Leave a comment

De zeven lange sterke ijzeren balken van Oere Chris

De redactie van het Deevers Archief heeft het navolgende door haar gehouden interview met Albert Schipper ook in Opraekelen 07/1 gepubliceerd. Opraekelen is het blad van de heemkundige vereniging uit Diever. Albert Schipper was ten tijde van het interview 93 jaar. Hij werd  geboren op 7 augustus 1913. Hij overleed op ……. in Dwingelo. Meer informatie over het bouwbedrijf Schipper is te vinden in de webstee van dit bedrijf.

Noodbrug draagt zware tanks dankzij de ijzeren balken van Oere Chris
Albert Schipper vertelt over de bouw van de noodbrug an de Deeverbrogge

Aannemer Albert Schipper uit Leggelo (was een van de drie Dwingeler timmermannen die in de nacht van 11 op 12 april 1945 an de Deeverbrogge meebouwde aan de noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart. Het was dank zij Albert Schipper, die zeven lange ijzeren balken wist te liggen op de Molenstad, dat ze de noodbrug uiteindelijk voldoende sterk konden maken voor de opmars van de derde Canadeze Infanterie Divisie, via Diever en Steenwijk naar Leeuwarden. Hij stemde in met het publiceren van zijn verhaal in het streekdialect: “Ik viene ’t wè good d’ai ’t in oense toal opskrieft.” Hij en zijn twee overleden collega-timmermannen hebben zich er altijd over verwonderd, waarom Diever nooit een blijk van waardering heeft gegeven voor hun daad. ”As wee ’t neet edoane haad’n, wie wet wat d’r dan in Deever gebeurd was.”

Die dag in ’t begun van de oorlog, dat mien vae overleed
Ik ware 27 joar, toe mien vae overleed, ’t was in ’t begun van de oorlog. Doar he’k ’t wel ontzettend moeilijk mit ehad. Het was op ’n zoaterdag. Wee waarkt’n op zoaterdag. ’s Mörns kwaamp mien vae hiel vrog bee mee. Hee zee teeg’n mee: ”As ie now ies ee’m hen Zuudwolde goat.” Wee möss’n doar nog ’n klein keweigie kloar maek’n, ’t was wat schilderwaark. Dat kön tot an die dag nog neet offewaarkt wödd’n. Mien vae zee: ”As ie dat now is ee’m kloar maekt. Kan weed’n, d’ai mit de middag d’r mit kloar bint. Ik zee: “Now ja, ik kan ’t allicht probeer’n.” Ik gung op de fietse hen Zuudwolde. ’s Mörns um zes ure.
Toe ’k weer kwaam van Zuudwolde, mös ik eerst nog ee’m bee de olde van der Laan langes. Die zaat woar Klaas van der Laan ok ezeet’n hef en doar woar die jonge vent now ok zit. Ik mösse bee de olde van der Laan wat betoniezer mitneem’n. We möss’n nog een betonplaete stött’n op ’t kaarkhof. Die plaete was veur ’t graf van Hendrik Jonkers van de Gowenbrogge, van ’t café, die was overleed’n. Mien vae haar mee ezegd: “Dan goa ik wè ee’m hen de Concordia. Dan könt die nog wat grind en zaand en portlaand hen ’t kaarkhof breng’n. Dan kö’w noamedag ee’m die betonplaete stött’n.” Now dat was good. Afijn, ik kwaam wer uut Zuudwolde. Ik gung bee van der Laan an. In name ‘t betoniezer mit. En wie komp doar an mit paerd en wagen? Willem Fledderus van Jan Fledderus, die kwaamp van Leggele en die wol hen Lhee, hen zien vae. Hee zee: ”Ho, paerd.”, en toen: ”Albert !” Ik zee: ”Wat hei ?” Hee zee: ”Hei al hen huus ewest ?” Ik zee: ”Nee, ik bin d’r net weer van Zuudwolde, wat is d’r dan?” Toe zee hee: “Ie mag ’t wel maek’n d’ai hen huus koompt, want oen vae is dood!” Hee zee ’t ok moar zo teeg’n mee. Ik zee: ”Loop now toch gauw hen! Wat hei veur proaties? Wat hei? Bee’j neet good?” Hee zee: ”Nee, nee, hee is harstikke doad.” Ik bin so bee de olde van der Laan weg efietst, hen huus, doar kwaam ik an, ’t was zo, mien vae was dood.
Hee was bee de Corcordia, bee Jan Kannegieter um materioal te bestell’n. Bee Jan Kannegieet haar’n zee ‘t ’r over ehad. Over de oorlog. Jan Kannegieter was ok zo teeg’n de Duutsers. Moar mien vae, oh God, die was so fel teeg’n de Duutsers. Ik zee seins teeg’n hum: ”Man, ’t komp wè weer terechte. Komp allemoale wè weer good. Ie moot geduld hebb’n. Kan weed’n dat alles wel weer good komp.” Moar dat kön volgens hum neet so weed’n.
Wie komp doar bee Jan Kannegieter binn’n? Het was ’n boer van ’t Strovledder. Veur die boer haare we vlak veur de oorlog een neje boerdereeje ezet. Hee was N.S.B.’er. En woar krie’t in de oorlog over? Over de oorlog! En so ok mit die boer. Mien vae kwaamp oarig an ’t bekvechten mit hum. ”Donder ie toch dood”, haar mien vae teeg’n hum ezegd. Jan Kannegieter heft mee laeter dat allemoale wè verteld. Mien vae leup mit de gekke kop bee Concordia weg. Bee de Deeverbrogge gung hee over de leuning hang’n. Doar kwaamp die boer van ‘t Strovledder ok an. Hee vreug: ”Wat hei Schipper?” Mien vae haa’r teeg’n hum ezeegd: ”Ie moot deur goan, want aans bin ik in stoat um oe in de voart te drokk’n!”. ”Now”, haar die boer ezegd, ”mee in de voart drokken kö’j now neet, doar bin ie veul te minnig veur. Wat ai hebt dat weer ik neet, moar dat kreeg ie now neet kloar. Ik daachte da’k oe moar mitneme, d’ai hen huus kwaa’m, d’ai bee Greetie kwaa’m.” Dat hef hee ok edoane. He hef mien vae hen huus ebraacht. Dat moot ik hum noagee’m, dat hee dat veur mien vae edoane hef.
Mie mow haar ezegd: ”De dokter möt koo’m.” ”Now”, zee die boer, ”dan zal ’k wè ee’m bee de dokter angoan en teeg ’m zegg’n dat hee möt koo’m. De dokter hef er ewest. Hee zee teeg ’m mie mow: ”Ik zal ’m een spuitie gee’m, dan is hee over een half uurtie wel weer de man.” Hee hef hum een spuitie gee’m. Toe haar mien vae teeg’n mien mow ezegd: ”Maek ’t eet’n moar kloar, dan koon’k d’r dommiet wè of.” Eempies laeter gung mien mow hen kiek’n, moar toe was hee al dood. Mien moeder hef ok neet bee hum ewest. Hee was nog moar 57 joar.

Ik mösse as annemer alles nog leer’n
In de oorlog hare wee prakties gien waark. Moar d’r gung wel ies wat kapot, wat emeuk’n mös wödd’n. Neebouw was d’r hielemoale neet. Ok drekt noa de oorlog neet. Pas in de viefteger joar’n wödde ‘t wat beter. As d’r wat te reek’n was of so sowat, dan zee mien vae: ”Tieken ie moar. Waark ie de tiekenings en de details moar uut.” Ik haar een paer joar tiekenles ehad bee ’n architect in Assen. Mien vae zee: ”Ik reek’n wè, ie könt nog reek’n genog doon, mien jonge. Ut zal oe de strötte nog wè goan uuthang’n. Ik bin ’t amit ok wè zat, moar ie muut wat um oen waark te holl’n. En so sowat meer. Ik zee teeg’n hum: ”Ik weere neet hoe ai rekent en so.” Hee zee: ”Dat komp wè jonge, ie muut oe neet so naer maek’n. Mien vae was d’r al neet meer, toe kwaamp d’r iene bee mee, die wol ’n nee aachterhuus, ’t olde aachterhuus was in mekaer eweit mit ’n storm. Hee vreug mee: ”Kö’j ’n nee aachterhuus veur mee zett’n. Ik zee: “Oh, joawè, dat kan ‘k wè.” Ik mösse toe uutreek’n wat ‘t kostte, moar ik wösse neet hoe a’k mös reek’n. Dat hef me toe geld ekost. Mien mow mös beespring’n, want ik kunt neet betaelen. Teeg’n de man hek ’t ok ezegd: “Ie hebt een goedkoop aachterhuus.” Ik haare beter de papier’n en rekens van mien vae noa mött’n kiek’n.

De Canadezen kwaa’m uut de bos de Drift deur
Ik was zölf op de fietse hen de Brink egoane, umdat wee eheurd haad’n dat de Canadezen in Dwingel kwaa’m. Ik zee: ” Now, ik wil ies ee’m hen kiek’n wat er is.” Toe ’k op de Brink ware, stön’n doar Johannes Noorman en Albert Noorman ok. Doar bin’k toe bee goan stoan. We stön’n posie op de Brink, toe kwaa’m de tanks binn’n ried’n. De Canadezen kwaa’m uut de bos, de Drift deur. Zee bint van Rune koo’m, de bos deur. Zee wödd’n opevöng’n bee Wesseling.

De Deeverbrogge möt gauw weer kloar, aans bee’w te laete
Wee stönn’n doar mit sien dree’n te proat’n, Johannes Noorman, Albert Noorman en ikke. Wee haad’n ’t over de Canadezen en so sowat. Zo ieniens kwaamp Koers, de opzichter van de Riekswaeterstoat, bee oens. Koers woonde an de Deeverbrogge. Die zee teeg’n oens: ”Jonges, ik bin oe alle dree neudig. Ik kan oe alle dree wè gebruuk’n. Wee moot de Deeverbrogge weer kloar hemm’n.” We vreug’n hum: ”Hoe weer ie dan, dat dat möt gebeur’n. Hee zee: ”Ik heb Bart Schoemaker bee mee ehad.” Bart haar ezegd: ”De Duutsers koomt weer hen Deever.” Die haar’n doar ja zo huus ehöll’n. Bart Schoemaker haar ’t mit Koers d’r over ehad. Bart haar ezegd: ”D’r möt wat gebeur’n. We muut zeen dai’w de Canadezen over de brogge kreegt. Zee muut oens help’m, aans binne wee ’t te laete. Koers haa’r overlegd mit de Canadeze commandant. Die haa’r ja ezegd. Wee zeed’n: ”Hoe murre wee dat dan doon ?” Hee zee: ”Ik heb al ’t materioal al, doar he’k wè veur ezörgd. En ik heb ’m praeme weg estopt in ’t Voartie. En holt lig ’r zat op de löswal. Dan zie’w wè, dai’w ’t spullegien an de brogge weer bee mekaer kreegt.” So gebeurde ’t dan.

Op weg hen de Deeverbrogge
Teeg’n de oam’d gunge wee hen de brogge. We gung’n bee Wesseling weg mit twee tanks. En mit ’n dikke zestig man. Alleman wol mit op die dikke tanks. Wee waar’n de Stroombrogge nog neet over, toe waar’n wee de helfte van de mann’n al kwiet. Woar now de holtzaegereeje van Ten Oever is, doar binne wee estopt. Albert Santing woonde d’r toen, ’t was een boerdereeje, hee is laeter hen de Voshaere egoane. Toe zee de Canadeze commandant: ”Hier stopp’m, d’r kan van de Gowenbrogge ok onroad koo’m. Wee moot van dizze kaante eerst de zaeke verkenn’n.” No ja, dat gebeurde, moar d’r kwaamp niks. Dus wee könn’n deur goan. Bee Santing was weer ’n diel van de mann’n vöt. Op ’t laeste kwaa’m wee mit acht man bee de brogge an. Het waar’n jonge kerels, net so as ikke. Wee hebt mit sien achten ewaarkt. De Noormannen en ikke, wee waar’n mit sien dree’n de tummerlui. Wee deud’n ’t tummerwaark. Wie die aandere mann’n waar’n, dat wee ’k neet meer. Van de Deeverse kaante waar’n d’r gien helpers, d’r hef gien meinse uut Deever bee ewest. Ie gaa’m d’r gien acht op, ie waar’n drok an ’t waark, ’t mös ee’m gebeur’n. De Canadeze soldoat’n hebt ok mit ehölp’n. Iene Canadeze soldoat zee drekt al onder ’t waark dat ’t niks wödde. Dat verstönne wee dan neet, moar dat heurd’n wee wè van Koers. Moar wee hebt stiekem deur edoane. We waar’n gewaer ewödd’n dat die mann’n bee ’t kaarkhof in Deever waar’n dood eskeut’n, dat Hendrik Zoer neer escheut’n was en dat Jan Keuning esneuvelt was. We daacht’n toe teminn’n: “Now möt ee’m gebeur’n.” In huus waar’n zee d’r neet zo drok op, da’k hen de brogge egoane ware. Mien vrouw hef wel ’n benauwde naacht ehaad, dèènk erumme.

Wee hebt de noodbrogge ’s naachts ebouwd
Wee haad’n d’r gien locht bee, wee hebt in ’t donker ewaarkt, moar ’t was wel helder weer. ’t Was een heldere naacht, we könn’n alles beste zeen. ’s Naachts was ’r gien volk bee te kiek’n, niks gien volk. De mein’s die an de brogge woond’n, die leut’n heur ok neet zeen. Gien meinse leut heur zeen. Misschien dat d’r laeter wel goent’n ewest bint .Doar geef ie gien acht op. Die he’k neet ezeene. Wee waar’n mit de brogge bezig.

An materioal was er an de Deeverbrogge gien gebrek
Materioal laag er zat op de löswal. Spiekers en so sowat, alles laag er zat op de löswal. Bult’n holt stön d’r. Bee de brogge stön een klein holten gebougie. Doar zaat’n spiekers in, hiele grote spiekers en haemers en gereedschap. Er was zat. We könn’n pakk’n wai ’w woll’n. De Deeverbrogge was ien van de eerste brogg’n over de voart, die op en daele gung. Zee haad’n de brogge opebloas’n. Hee was zo daele ezakt. De brogge was gedieltelijk in mekeaere zakt. Die laag mit deale, doar so. Die lag dwars an Blok zien kaante. We möss’n eerst wat opruu’m bee de brogge. Doar hew eerst ies mit an ewest, zodat de praeme onder de brogge deur kon. Dat kreeg’n we dan ok kloar. We hebt holt eheul’n en hen de brogge esleept. Ja, hoe mörre wee dat doon. We wöss’n neet hoe zwoar zo’n tank was. An dizze kaante van de brogge, over ’t remmingwaark, hei ’w de holt’n balkens en so so wat elegd. Dat hei ’w edoane. Doar is de noodbrogge toe ekoo’m. An dizze kaante van de brogge mösse wee balk’n legg’n over ‘t remmingwaark. Tot de brogge kloar was. Now toe möst ’t moar ies ee’m gebeur’n mit de lichte tank. Die möst ’t eerst ies probeer’n. Hee was nog moar good en wel halfweg de brogge, doar kraekte de zaeke hen. Dat kleine lichte tankie, die zakte halfweg deur de noodbrogge, die stön mit de snoete in ’t waeter. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere remmingwaark, dat was ’n hiele ofstaand. De lichte tank was veul te zwoar. Die tank is neet in ’t water evöll’n. Hee stön op de kop in de brogge, moar de zwoare tank trök’’m er mit de kettens so weer uut. Die trök ‘m zo de wal op. Nee dat kön neet, nee de brogge was lange neet staark genog. Opzichter Koers stön er toe ok bee. We begreep’m toe ok wel dat de brogge lang neet staark genog was. D’r mös aans wat gebeur’n. D’r mös veele meer holt koo’m. We weer an ’t holt sleep’m. En ondertied, so opiens zee ik: ”Blikstiender, jonges. Ik weere zeum lange iezern balkens te liggen!” Zee vreug’n an mee: ”Zeum iezern balkens ? Woar dan ? Ik zee: “Bee Oere Chris op de Meulestad!” Dat vertelde ik an Koers, de opzichter. Ik zee teeg’n hum: “Ik weere iezern balkens ligg’n, moar dan muu’w hen de Meulestad.” Hee hef mit de Canadeze commandant eproat en so so wat. Die zee: “Loa alles moar ligg’n, goa moar hen iezern balkens haelen.” Het waar’n zeum lange iezern balkens.

Die zeum iezern balkens van Oere Chris hebt de noodbrogge ered
Veur de oorlog was Chris d’r ok al, ok nog in de oorlog. Ik heb Chris good ekend. Oere Chris hef joaren oere ekart, joar’n lang. D’r wödde vaeke Oere Chris ezegd. We zeer’n ok wel ies Chris Kraak. Ik weere zien echte achterneame al neet eens meer. Ik zitte al de hiele tied te prakkezeer’n hoe hee hedde. Hee heul allemoale oere mit van die kiepkarr’n bee de Stroom weg. Over de Stroom laag’n dan lange iezern balkens. Hee kochte bee de boer’n in ’t laand de oere op. Hee haa’r doar als ies epolst of epunt. Hee wös dan: hier zit oere, doar zit oere. Dan gunk hee de boere’n en zee: ”Ie hebt oere onder oen laand zitt’n, woi’t mee verkoop’m?” De boeren woll’n dat vaeke wè. Dan könn’n zee weer paer cent’n beur’n. ’t Was ’n slechte tied. Dan wödde de oere verkocht. Hee haar oeregraevers an ’t waark. Dat waar’n vaaste waarklui. Die gung’n van ’t iene stuk laand hen ’t aandere. De oere wödde verkard hen ’t schip an de Deeverbrogge. Ik weere neet woar de oere hen gunk. Ik daachte dat de oere hen ’t Westen gung. Die mann’n haad’n die iezern balkens over de Stroom ligg’n, veur ’t gleis (redactie: smalspoor). Doar wödde mit de oerekarr’n over hen ereed’n. Dat waar’n kiepkarr’n. Het gleis gung tot halfweg de Deeverbrogge en de Gowenbrogge. An de stille kaante van de voart. Doar net teeg’nover Klaas Fledderus, doar die zaat, moar dan an de aandere kaante van de voart. Doar wödde al die oere hen ekard. En doar laag’n de scheep’m. Doar wödde de oere ’t schip in ekiept. Er kwaam ok wel oere uut Lheebroek. Dat gung allemoale hen de voart. Die zeum lange iezern balkens laag’n toe allemoale bee Oere Chris bee huus, halfweg de Meulestad. Zee laag’n buut’n. Bee Harm Koers en Jannegie Wiechers, net an de aandere kaante van de weg. Die iezern balkens laag’n in de baarm van de weg. Toevallig da’k er toe pas iens langes ekoo’m ware, da’k daachte wat een mooie iezern balkens. Die naacht an de Deeverbrogge scheut mee dat toevallig in ’t zin. Oere was zwoar, gleis was zwoar, kiepkarr’n waar’n zwoar. Die zeum iezern balkens möss’n hiel wat gewichte kön’n till’n as zee over de remmingswaark’n bee de brogge laag’n.

Mit de lichte en de zwoare tank hen de Meulestad
We möss’n van de Canadeze commandant mit de beide tanks die zeum iezern balkens haelen, van die lange iezern balkens. Wee hebt veere op de zwoare tank elegd en dreee an de lichte tank vaast emeuk’n. Dat was ok nog zo mooi. Toe wee die iezeren balkens opheul’n. An dizze kaante van Roelof Koops, doar mösse we over ’n tankval hen. Die tankval laag doar deur de stroate hen, doar mös’n wee toe over een holt’n brogge hen. Het daegelijkse verkeer gung ’r ok over, boerenwaegens en alles gung ’r over hen. Hen gung ’t wel mit de tanks, moar toe wee weer kwaa’m gebeurde ’t. De lichte tank was ’r net good en wel over, toe mit de zwoare tank de holt’n brogge over de tankval in mekaer zakte Dat kwaamp deur die zwoare iezern balkens. Wee zeed’n: ”Now moe wee hier ok nog mit de brogge an.” Moar die grote zwoare tank, die klum soo dwars deur de tankval hen, mit iezern balkens en alles teeg’n de wal op. Die tankval waarkte neet, die was niks eweerd, die hebt de Duutsers veur niks loat’n egrae’m.

De verstaarking van de noodbrogge mit iezern balkens
Mit weer hen de Deeverbrogge. ‘t Holt wödde wat op eruumpt en toe de iezern balkens over de remmingwaark’n en doar weer holt overhen. Van de wal hen ‘t remmingwaark dat kön wel, dat gung wel mit holten balkens. Van ’t iene remmingwaark hen ’t aandere, dat gung neet mit holten balkens, die overspanning was veul te groot. Die praeme mös aachter dat remmingwaark langes. Doar haare wee nog wel moeilijk mit. Aans könne wee d’r neet met de iezern balkens an ’t waark. Wee möss’n eerst al best wat grind in de praeme sleep’m, want hee mös zakken’n, want hee mös onder de brogge deur. Die praeme hei wee tussen de remmingwaark’n  elegt. Toe hei wee al ’t grind d’r weer uut eschöpt, want de praem mös weer hen boo’m koo’m. En toe die iezeren balkens d’r over. Die iezern balkens möss’n vlak ligg’n, die kö’j neet rond legg’n. En toe hei wee d’r weer grind in esleept, want de balkens möss’n zakk’n um op de plekke te koo’m. Dwars over de iezern balkens kwaam een holten dek. Zo hei’w de noodbrogge emeuk’n. Eerst gung’n de lichte tank de brogge op en toe die an de aandere kaaant kwaam gung ’r een hoera op. Toe mös die grote tank ok, die was helder weg zwoarder. Doar stönne wee dan te kiek’n Moar die gung ’r ok wel over, heur. Die lange iezern balkens höll’n ’t wel, D’r laag’n d’r zeum onder.

We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n
Bart Schoemaeker kwaamp allenig op de fietse uut Deever. Twee moal hef hee bee oens ewest. an de brogge. Bart was toe kantoorhouder in Deever. Hee wös dat de Duutsers in Wapse waar’n. Hee zee: ” Ie muut gauw anmaek’n, want zee bint in Wapse.” D’r bint die naacht wel goent’n over schut van Deever hen Dwingel evlucht. De Duutsers haad’n ezegd, dat zee weer kwaa’m. Zee zöll’n grote opruuming holl’n. We möss’n ok nog veur’n ’n bepoalde tied kloar weed’n. Bart Schoemaeker haar doar bericht van ekreeg’n, dat zee in Wapse waar’n. Bart kwam toe ondertied nog weer bee oens. Hee zee: ”Jonges ie muut anmaek’n, want aans bee ’w te laete. Dan pakt zee alles op. Wie wet wat zee dan uuthaelt.” Ik miene dat de Duutsers um zes uure al weer in Deever woll’n weed’n. We waar’n gelokkeg wel op tied kloar mit de noodbrogge. In ’t laeste toe wee bijna kloar waar’n, gung’n ’r meer militairen over de brogge. Toen gunk ’r een militair in de richting van Möppel, Assen en Deever. Die soldoat die bee de Concordia stön, skeut een keer per ongeluk. Ie möss’n iens zeen hoe rap wee van de brogge of waar’n en plat op de grond laag’n. Dat hebt de Duutsers ok eheurd. Toe bin ’t de Duutsers weerum egoane hen Stienwiek. Zee hebt eheurd dat ’r escheut’n wödde. Dat möt de Duutsers ok eheurd hebb’m. Ze möt edaacht hebb’m dat de Canadezen al in Deever waar’n, moar zee waar’n nog moar an de Deeverbrogge. De Duutsers bint neet verder egoane dan Wapse.

De Canadeze commandant hef oens wel bedaankt
Die hef oens mit eneu’m hen Dwingel, toe de noodbrogge kloar was en so sowat. Die hef oens mit eneu’m hen Wesseling We hebt doar lekker eten heur. Zee haad’n de spull’n allemoal bee heur. Doar kön Wesseling van kook’n. Een veuroadwaegen kwaamp laeter aachter heur an. Die was ok mit ekoo’m. Die stön doar bee Wesseling op de Brink. Doar hei’w lekker eet’n ehad, potverdorie. Hei jong, hei jong, dat hare wee ’n schoft neet ehad (redactie: Albert Schipper geniet zichtbaar en lacht, terwijl zijn ogen bij deze herinnering glimmen).



De oude opgeknapte Dieverbrug, zoals deze er in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw bij lag. De noodbrug lag aan de kant van de Geeuwenbrug over de remmingwerken. 

De Canadezen bint hen Stienwiek egoane
Wee waar’n ’s mörns um zesse uur mit de brogge kloar. De Canadezen bint over Deever en Wapse hen Frederiksoord en verder egoane. We waar’n d’r neet bee, ik weere neet wat d’r die mör’n allemoale over de noodbrogge egoane is. Toe waar’n wee bee Wesseling an ’t eet’n. Zee bint deur egoane hen Deever en van Deever hen Stienwiek. Aans was Deever d’r neet best ofekoo’m. Vaaste neet.

Wie hef mien fietse eliend ?
Ik bin toe de Canadezen d’r an kwaa’m op mien fietse hen Dwingel egoane. Mien fietse haar ’k bee Wesseling teeg’n de mure anezet. Toe ’k de aandere mörn terogge ware in Dwingel was mien fietse weg. Die hef iene eliend en nooit weer terogge ebraacht. Ik heb een aandere fietse weer moot’n koop’m.

Ik heb mien verhael over de noodbrogge in de kaarke verteld
Ik heb laeter nooit ies wat van de Canadezen eheurd. Misschien Koers wel, dat weer ’k neet. We zeed’n onder mekaer: ”Wee hebt ’r nooit weer wat van eheurd, da’w de brogge weer kloar emeuk’n haar’n Van Deever hei’w niks eheurd, in Dwingel is ’r nooit meer over eproat. We hebt ’r laeter nooit weer wat van eheurd Koers hef ok gien contact meer ehad mit die Canadezen. Ik heb ok nooit gien contact meer ehad mit Koers, hee is toe ok nog al gauw noar de oorlog ’n keer weg egoane. Koers was een paer joar older dan ikke. Ik hebt d’r laeter mit de Noormannen nog wel ies over ehad. Die zee’n ok: Gek hè, Deever zeg niks, Dwingel zeg ok niks, d’r wödt nooit over eproat. As wee dit neet edoane haar’n, dan was ’t in Deever neet best ofeloop’m. D’r wödt nooit over prakkezeerd, as wee ’t neet edoane haad’n, wat d’r dan in Deever gebeurd was. Wee hebt d’r nooit weer wat van eheurd. Wee hebt d’r nog wè ’n paer moal over ehad onder mekaer (redactie: Albert Schipper doelt op de drie timmermannen Johannes Noorman, Albert Noorman en hij zelf) Een joar of veere, viefe eleed’n he’k ’t nog ies mit Johannes Noorman over de noodbrogge ehad. Hee begun d’r zölf over. Hee zee: ”Ie könt oe wel dood waark’n veur de meins’n, zee waardeert ’t toch nooit.” Ik zee: ”Wat hei dan te dood waark’n.” Hee zee toe: “Mit de oorlog ok, hei’w doar die noodbrogge emeak’n. Wat heur ie d’r van ! Gien meinse hei’w d’r ooit ies weer over eheurd!” Dan zegt Albert Schipper: “Verleed’n joar he’k hier (redactie: in Dwingelo) in de kaarke een lezing höll’n over de noodbrogge. Ik heb ’t neet meer op papier stoan, mien papiertie is vöt. Moar ie könt ja so oen koptillefoon op zett’n en dan mien verhael opskrie’m.”

Noot van de interviewer
Het moet hem een goed gevoel hebben gegeven, dat hij vorig jaar eindelijk werd uitgenodigd zijn verhaal over de bouw van de noodbrug in aanwezigheid van publiek te vertellen. En prachtig en aandoenlijk is dan hoe Albert Schipper, 93 jaar oud, maar levenswijs en bijzonder helder van geest, de interviewer zacht pratend wijst op het betrekkelijke van herinneringen uit een alweer lang verleden oorlogstijd: D’r is altied nog el ies wat ai vergeet, dat zö’j wel ontdekt hem’m. Zo now en dan schöt mee weer wat te bin’n. Ondertied komp mee weer van alles in ’t zin.” En hij lacht zachtjes. Er schoot hem heel wat te binnen. Maar geschiedenis is niet meer dan wat een geheugen in een paar uur prijs kan geven.

Posted in An de Deeverbrogge, Boer'nwaark, Brink, Canadeze bevrijders, Deeverse dialect, Opraekelen, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Achterkant ansichtkaart, verzonden in 1914

Het kan soms zeer leerzaam zijn de achterkant van helemaal beschreven ‘gelopen’ ansichtkaarten te bestuderen.
Op de voorkant van deze kaart staat een ingekleurde foto van de Openbare Lagere School, die op de plaats stond waar nu NOG het Dingspilhuus staat. Een paar grote verzamelaars in Deever hebben deze ansichtkaart in hun verzameling en die kaarten zijn tussen 1914 en 1916 verstuurd.
Een van de verzendsters van deze kaart moet speciaal naar Deever zijn geweest om deze ansichtkaart, die tevens briefkaart was, bij een Deeverse winkelier te kopen, want de twee verzendsters woonden in Wittelte en de plaatselijke Wittelter bakker en kruidenier Berend Wolters verkocht geen ansichtkaarten.
De kaart is gestuurd naar mejuffrouw Froukje Bosscha, Rusthof, Zeist. Het herenhuis Rusthof in Zeist was een herstellingsoord voor dames. Had Froukje Bosscha tuberculose ?

De tekst in het linker gedeelte dat beschreven mocht worden, luidt als volgt.
Vriendin Froukje, Wij hebben uw kaartje ontvangen en gezien dat ge daar zijt, nu in de hoop dat ge daar beter moogt worden, gij moet maar goede moed houden en als gij weer in Groningen zijt, moet ge maar eens overkomen, dan is de drukte wat aan de kant, wij zijn nu aan het hooien. Akkerman met de draaimolen staat aan de brug, daar hebben wij zondagavond naar toe geweest. Daaaaag. A. en G. Odie.

A. Odie is Aaltje Odie (geboren op 28 maart 1891, overleden op 24 december 1959 in Deever), zij trouwde met Jacob Krol (geboren op 1 augustus 1889, overleden op 4 november 1948 in Deever). Ze woonden naast de Gereformeerde School an de Heufdstroate in DeeverOaltie Odie was de muss’nsteefster van Deever. Beiden zijn begraven op de kaarkhof van Deever. G. Odie is Grietje Odie (geboren op 2 mei 1892 te Uffelte, overleden op ……). Zij trouwde op 23 april 1919 in Deever met de rijkswegwerker Harm Jonker (geboren op 5 juli 1890, overleden op ……).
Vader Jan Odie was boer op het Moer, hun moeder was Grietje Hoekman. De kaart werd blijkbaar verstuurd in de hooiing, waaraan de beide jonge vrouwen mee moesten helpen.
Aardig is te lezen dat Akkerman met de draaimolen aan de brug staat. De vraag is: was dit an de Wittelterbrogge of an de Deeverbrogge ? Waarschijnlijk an de Deeverbrogge. Het moet heel wat geweest zij als je in die tijd als jonge meid op een zondagavond naar de kermis kon, dat was een mooie gelegenheid om jongens te ontmoeten. Wellicht kwam Aaltje (Oaltie) daar Jacob (Joapie) tegen of kwam Grietje daar Harm (Haarm) tegen.
Nazaten van kermisexploitant Hendrik Akkerman staan nog steeds met de zweefmolen op de Paaskermis van Deever, die vroeger an de Deeverbrogge stond. Hendrik Akkerman werd op 10 april 1945 bij de wal van de kerkhof van Deever vermoord door de Duitsers.

Posted in Ansichtkaarten, Openbare Lagere School Diever, Scholen, Wittelte | Leave a comment

Rijks Evacuatie Kamp Diever B

Op 10 augustus 1944 verscheen in het Duits gezinde Drentsch Dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) de volgende advertentie.

Gevraagd zoo spoedig mogelijk 2 nette Kampmeisjes en een Kampknecht. Aanmelding Rijks Evacuatie Kamp Diever B, Diever.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De rijkswerkkampen Diever A en Diever B aan de Bosweg in de Olde Willem hebben in de Tweede Wereldoorlog een tijd lang dienst gedaan als opvangkamp voor mensen -voornamelijk vrouwen en kinderen- die uit ’s Gravenhage en Scheveningen werden geëvacueerd, vanwege de aanleg van de kustverdedigingwerken van de Duitse bezetter.
Het is bij de redactie van het Deevers Archief nog niet bekend wanneer deze rijkswerkkampen evacuatiekamp zijn geworden en hoe lang evacuees in de twee rijkswerkkampen hebben gezeten. De redactie zet het historisch onderzoek voort.

Posted in Bosweg, de Oude Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Gesloopte panden aan de brink van Deever

Op deze afbeelding van een vooroorlogse zwart-wit foto uit 1935 laat een fraai winters beeld van de brink van Deever zien.
Links is de oude pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk (de pastorie hoort aan de brink te staan) te zien met daarnaast het oude gemeentehuis (het gemeentehuis hoort aan de brink te staan), dat eerder de lagere school en nog eerder een boerderij was.
Rechts is het oude boerencafé van Jan Barelds te zien. Dit café is in de dertiger jaren van de vorige eeuw gesloopt. Op die plaats liet Harm Smit – boschbaas op Berkenheuvel – voor zijn dochter Gezina Catharina en zijn schoonzoon Klaas Marcus Balsma het nieuwe café Brinkzicht bouwen.
De pastorie en het oude gemeentehuis moesten in 1956 helaas het veld ruimen voor de bouw van een nieuw gemeentehuis van de gemiente Deever.
Dit gemeentehuis en café Brinkzicht zijn te zien op de afgebeelde kleurenfoto.
De afgebeelde zwart-wit foto is aanwezig in het archief van de gemiente Deever.
De redactie van het Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 4 november 2017.

Posted in Brink, Café Brinkzicht, Diever, Gemeentehuis, Pastorie aan de Brink, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Stelling van korenmolen ‘de Vlijt’ bezwijkt

In het Duits-gezinde Drentsch dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen in de Tweede Wereldoorlog op 24 december 1942 het volgende korte bericht over molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever.

Diever. Toen de molenaar Jansen zijn molen, een z.g. kruien, op den wind wilde zetten, bezweek plotseling de stelling. Alles liep zonder ongelukken goed af. De molen echter heeft een vreemd aanzicht gekregen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Met ‘kruien’ wordt waarschijnlijk bedoeld een zogenaamde bovenkruier. Het is jammer dat bij het berichtje geen foto stond. In de Tweede Wereldoorlog werden weinig foto’s gemaakt.
Wel is de redactie in de gelukkige omstandigheid van de stellingloze korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever een afbeelding van een op 13 september 1948 verzonden zwart-wit ansichtkaart met witte rand te kunnen tonen. De molen heeft zonder stelling inderdaad een vreemd en kaal aanzicht.
Let vooral ook op het pothokke bij de boerderij van molenaar Jan Albert (Ab) Jansen.
Het meisje op de boomstam is Tinie van Goor, een dochter van Roef van Goor uut de Kruusstroate in Deever.
Tinie van Goor zal wellicht met haar vader of moeder op bezoek zijn geweest bij tante Roelofje van Goor, die getrouwd was met Jacobus (Kobus) Kruid en een zuster van Roef van Goor was. De familie Kruid woonde dicht bij molen ‘de Vlijt’ in de boerderij op de hoek van de Veentjesweg en de Brinkstraat. De redactie acht het daarom aannemelijk dat Roef van Goor deze ansichtkaart verkocht in zijn boekhandel an de Kruusstroate in Deever.


Posted in Ansichtkaarten, Erfgoed, Molen 'de Vlijt', Oldendiever, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Grof- en hoefsmid Abel Offerein an ’t Kleine Brinkie

De redactie van het Deevers Archief toont de bezoekers van zijn webstee graag mooie afbeeldingen van Deeverse dorpsgezichten.
Bijgaande ansichtkaart, waarop ’t Kleine Brinkie in Deever is te zien, is op 10 juli 1908 door mejuffrouw E.J. Schoemaker uit Diever verstuurd aan mejuffrouw H. Krol p/a B. Krol, Herbergier te Noordwolde.
E.J. Schoemaker is Elisabeth Johanna Schoemaker, geboren op 14 oktober 1895. Zij was een dochter van Jan Schoemaker, van beroep brievengaarder en Jantien Trompetter. Zij trouwde met Lambert Rolden. Elisabeth Johanna Schoemaker is op 2 februari 1958 in Deever overleden. Zij ligt begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.
Arend Mulder schreef in het tekst- en fotoboekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ de volgende tekst bij dit dorpsgezicht:
Het eerste huis (rechts) is van Abel Offerein, smid en bijker. Hij leefde de laatste jaren samen met zijn zuster Luutien. Harm Bennen is daar grootgebracht. Het tweede huis (links) is van kleermaker en scheerbaas Frederik Westerhof. Hier hing destijds een uithangbord aan de gevel, waarop was geschilderd: Eerst werkte ik om de kunst, nu werk ik om de gunst.   
In het huis (adres Diever 12) aan de linkerkant woonde en werkte kleermaker en scheerbaas Fredrik Westerhof. Hij was getrouwd met Christina Houwer. In de voorgevel bevonden zich destijds nog twee ramen die de vorm hadden van de grote ramen in de Hervormde Kerk.
Fredrik Westerhof werd geboren op 23 september 1866 op Kalteren, hij overleed op 28 november 1934 in Deever.
Hij was eerst getrouwd met Margje Houwer, later met Christina Houwer.
In het huis (adres Diever 13) aan de rechterkant woonden Abel Offerein en zijn zuster Lutina. Abel Offerein was grof- en smid (zie de tekst op het bord boven het linker raam) en bijker. Frederik Offerein, die ook aan ‘t Kleine Brinkie woonde, was een neef van hen.
Abel Offerein werd geboren op 31 mei 1859 en overleed op 26 november 1921. Zijn vader Fredrik Jacobs Offerein was ook smid. Luitje (Lutina) Offerein werd op 17 januari 1861 geboren en overleed op 24 januari 1936.
Frederik Offerein werd in de volksmond Grote Frièrik genoemd. Frederik Offerein werd geboren op 28 januari 1887 en overleed op 3 september 1967. Frederik Offerein was getrouwd met Anna Barelds. Zij werd geboren op 11 april 1888 in Wapse en overleed op 22 mei 1979 in Deever.

Abracadabra-1508

Posted in Ansichtkaarten, Diever, Kleine Brink, Topstukken | Leave a comment

Korenmolen ‘de Vlijt’ – vóór 1942

De hier afgebeelde zwart-wit foto uit het archief van de voormalige gemiente Deever behoort tot de buitencategorie foto’s uut de gemiente Deever. Een topstuk.
Op deze foto is de stelling van molen ‘de Vlijt’ nog aanwezig. De foto moet derhalve vóór 24 december 1942 zijn gemaakt, op die dag stortte de stelling in.
De foto toont op prachtige wijze hoe het onverharde en met gras begroeide loop- en menpad tussen het zandpad met de naam ’t Bultie (tegenwoordig de Kloosterstroate) en de Brinkstroate er in of vóór de Tweede Wereldoorlog bijlag.
Na de oorlog werd ter plekke de Veentjesweg aangelegd. Deze straat werd eerst aangelegd tot aan de Tusschendarp, daarna tot aan de Kastanjelaan.
Elektriciteit werd in die jaren nog via bovengrondse draden getransporteerd.
Rechts is de hof van het echtpaar Jacobus Kruid en Roelofje van Goor te zien. Er moet klein vee in de hof gelopen hebben, want langs de vele vreenpoal’n is flink wat prikkeldraad gespannen.
Het land aan de linkerkant was bouwland.
De molen en het molenaarshuis staan in Oldendeever aan de rand van de Westeresch.
In die tijd was Jan Albert (Ab) Jansen nog de molenaar.
Via het internet zijn in de webstee korenmolendevlijt.nl wetenswaardige gegevens over korenmolen ‘de Vlijt’ te vinden.
Wie heeft gegevens over de molenaar Jan Albert (Ab) Jansen ?
Wie van de trouwe bezoekers durft foto’s van korenmolen ‘de Vlijt’ in het Deevers Archief te publiceren ?
De redactie heeft de kleurenfoto op 4 november 2017 gemaakt.


Posted in Molen 'de Vlijt', Molens, Oldendiever, Topstukken, Veentjesweg | Leave a comment

Braand in ut gemientehuus van Deever

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 30 juli 1864 verscheen het navolgende bericht over de brand van 27 juli 1864 in het gemeentehuis van Deever.

Heden nacht, omstreeks één uur is alhier brand ontstaan in het gemeentehuis, toebehorende en bewoond door J. Seinen, met dat ongelukkig gevolg, dat in een uur tijds drie huizen, bewoond door vier huisgezinnen, benevens 2 paarden, 50 schapen, één oud varken en 8 of 9 biggen, alsmede het grootste gedeelte der inboedels, een prooi der vlammen zijn geworden.
Huizen en inboedels waren tegen brandschade verwaarborgd, behalve de inboedel van Van der Kamp, die alleen het huis maar had verzekerd.
Naar men verneemt zijn de gemeentelijke archieven meest behouden gebleven, doch die der Kerkvoogdij zijn mede eene prooi der vlammen geworden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In die tijd was het gemeentehuis in Deever gevestigd in één van de twee voorkamers van het café-logement van Jan Seinen aan de Hoofdstraat.

Posted in Diever, Gemeentehuis | Leave a comment

Het gedenkteken voor de Canadese bevrijders

In de nacht van 11 op 12 april 1944 bouwden mannen uit de omgeving met vereende krachten en met succes voor de tanks van het oprukkende Canadese leger een noodbrug ter plaatse van de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge over de Drentsche Hoofdvaart.

Van wijlen de schrijver Reinder Smit uit Dwingelo is het volgende citaat: Het schijnt, dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het bruggehoofd Dieverbrug het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de Canadese verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (onder andere Pingjum) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de man(nen) van Rijkswaterstaat en hun Drentse medewerkers.

In de gemiente Deever herinnert alleen het esdoornblad (maple leaf, het nationale symbool van Canada) in het na de Tweede Wereldoorlog door burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis bij elkaar gefantaseerde wapen van de niet meer bestaande gemiente Deever aan de Canadese bevrijders, een wel erg magere herinnering.
De gemiente Deever heeft dit wapen bij het opgaan van de gemiente Deever in de gemeente Westenveld (officieel of officieus ?) in eigendom overgedragen aan de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever. Daarmee bestaat geen officiële band meer tussen het lokale bestuur en de Canadese bevrijders.

In de gemiente Deever staat een gedenksteen bij het onderduikershol, is een omgekomen Canadese vliegtuigbemanning op het kerkhof van Diever begraven, zijn de tien op 10 april 1945 vermoorde mensen op het kerkhof van Diever begraven, staat een herinneringsteken in de Olde Willem op de plek waar een Canadese bommenwerper is neergestort, staat een herinneringsteken bij de als kamp voor de doorvoer van joden gebruikte rijkswerkkampen Diever A en Diever B, en staat een herinneringsteken op het marktterrein voor de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen mensen in de gemiente DeeverDeever toont veel respect voor de tragische gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld en de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever en die van Dwingelo toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de bouw van de tijdelijke noodbrug, de daarover oprukkende Canadese bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen van dien. Op verschillende plekken in Friesland zijn wel platen te vinden, die respectvol herinneren aan de Canadese bevrijders.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Commies der Belastingen Wopke Veenstra maakte deze unieke foto op 12 april 1945. Op de foto is an de Deeverbrogge an de Deeverse kaante een Canadese gevechtswagen te zien. Deze pantserwagen van het type Brengun carrier had een kaliber 0.303 Brengun als bewapening. Dit wapen is op de foto goed te zien. De man met geweer links op de voorgrond is brandstoffenhandelaar Jan Oostenbrink, wonende an de Deeverbrogge an de Dwingeler kaante. Het meisje met pop is Alone (Lonnie) Veenstra, dochter van Wopke Veenstra en Lia van Delden. Het huis met de gesloten luiken op de achtergrond is vanwege een latere reconstructie van het kruispunt an de Deeverbrogge afgebroken. Juffrouw Rigtje van der Land van de Openbare Lagere School in Deever (wie heeft haar nou niet als juffrouw gehad ?) en haar ouders (haar vader overleed in 1944 en haar moeder in 1950) woonden in de oorlog in het huis (adres Rijksweg 34), dat rechts naast het huis met de gesloten luiken is te zien. Zij en haar moeder hebben niets gemerkt van de bouw van de noodbrug bij de opgeblazen Deeverbrogge. Dit gebeurde immers ’s nachts. Het bleek dat ze bevrijd waren, toen ze ’s morgens ontwaakten. De eerste Canadese tank, die over de noodbrug kwam, hebben ze in het geheel niet gezien. (foto uit de verzameling van mevrouw Lonnie Zoer-Veenstra uut Dwingel)

Posted in An de Deeverbrogge, Canadeze bevrijders, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Kopafbeelding 24 van het Deevers Archief

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan voor de broodnodige variatie de kopafbeelding van het Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi).
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind als kopafbeelding van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
Als jij de hier afgebeelde reeds getoonde kopafbeelding graag nog een keer als kopafbeelding van het Deevers Archief wilt zien, aarzel dan niet dit luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
De redactie heeft de betreffende kleurenfoto van de kalkoom’s an de Deeverbrogge gemaakt in ….. (datum nog na te zoeken)
De afbeelding is als kopafbeelding te zien geweest van 14 januari 2018 tot en met 21 juni 2018.

Posted in An de Deeverbrogge, de Kalkovens, Kopafbeeldingen | Leave a comment

Peperstraat – Hervormde Kerk – Diever – 1935 ?

Op deze historisch waardevolle zwart-wit foto is een prachtige vooroorlogse (1935 ?) Peperstroate te zien.
Let vooral op de zijkanten van de straat: het is een bestrating met een regengoot van vele keien en keitjes, die afkomstig moeten zijn geweest uit de bouwakkers op de essen rond Deever.
Het oude boerderijtje (wanneer is dit pand afgebroken ?) achter de Hervormde Kerk, toen zonder uitbouw voor de consistoriekamer (?), was eigendom van bakker Albert Kuiper (Aubert Kuper), die zijn bakkerij en woning aan de andere kant van de straat had (foto uit de verzameling van het archief van de gemiente Diever).
In die tijd werd de elektrische energie nog getransporteerd via draden die opgehangen waren aan houten palen.
Op de kleurenfoto is ongeveer tachtig jaar later de toestand ter plekke op een regenachtige. De redactie van het Deevers Archief heeft deze kleurenfoto op 3 oktober 2012 gemaakt.

Posted in Diever, Kerk aan de brink, Peperstraat | Leave a comment

De Oele in de gevel van de Openbare Lagere School

Als je aan mensen, die nu in Deever wonen, de vraag zou stellen waar de Oele van de openbare lagere school an de Tusschendarp in Deever is gebleven, dan zal bijna iedereen deze vragen met nee beantwoorden, laat staan dat ze op de hoogte zijn van het bestaan van de Oele.

De Oele is een zandstenen beeldhouwwerkje dat hoog in de voorgevel van de Openbare Lagere School aan de Tusschendarp in Deever was ingemetseld. Dit is te zien op de bijgevoegde foto van de vervuilde voorgevel van deze school. De redactie heeft deze kleurenfoto in mei 2000 gemaakt, kort voor de afbraak van deze school.
De Oele is bij de afbraak van de school gelukkig niet gestolen, ook niet met het bouw- en sloopafval afgevoerd naar een puinbrekerij, ook niet verkocht aan een handelaar en ook niet voor veel geld aan een liefhebber verpatst, maar dankzij de inspanning van de heemkundige vereniging uut Deever behouden gebleven voor Deever.
Is het een object met cultuurhistorische waarde ?
Is het een object met nostalgische waarde ?
Is het een object met opvoedkundige waarde ?
Is het een erfgoedobject ?
Het in een periode van meer dan een halve eeuw door weer en wind en zure regen en fijn stof aangetaste zandstenen beeldhouwwerkje is na een grondige schoonmaakbeurt in de herfstvakantie van het jaar 2000 door wijlen Bram Moesker binnen in de Openbare Lagere School ‘de Singelier’ ingemetseld.
Als je aan Deeversen, oud-leerlingen van deze school of mensen die jarenlang dagelijks langs de Oele aan de voorgevel van de school aan de Tusschendarp kwamen en vaak naar de Oele kunnen hebben gekeken, zou vragen of ze weten dat de Oele op het opengeslagen boek van de wijsheid zit, dan zal bijna iedereen die vraag met nee beantwoorden. Kijken, maar niet zien.

Posted in Beelden, Diever, Kunstig gemaakte objecten, Openbare Lagere School Diever, Tusschendarp, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Gesloopt erfgoedpand an de Peperstroate in Deever

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft burgemeester Jan Cornelis Meiboom cum suis (met de zijnen) nogal bewust wat fraai erfgoed in Diever laten slopen. Dit erfgoed is voor altijd verdwenen.
Een van de fraaie panden die nooit gesloopt had mogen worden, maar op de lijst van rijksmonumenten had moeten staan, is de keuterboerderij an de Peperstroate, op de plek waar zogenaamd nodig het bankgebouw van de Boerenleenbank moest komen te staan (wie een hond wil slaan, die kan altijd wel een stok vinden).
Wie kan de redactie van het Deevers Archief gegevens verschaffen over de bewoners van dit pand ?
U.L.O.-schoolmeester Henk van de Bos is de maker van deze prachtige foto.
Henk van de Bos moet de foto in de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben gemaakt.

Posted in Brink, Erfgoed, Keuterijen, Peperstraat, Verdwenen bouwwerken | Leave a comment

Miet’n op de Hezenesch bee’j Deever – omstreeks 1960

Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd de rogge an de miete gezet, waarna een loonbedrijf de rogge dorste met een döskaaste.
De Groningerweg was toen tot aan het gesticht Armenwerkhuis nog een zandweg, was dat nog maar zo.
Naast de zandweg lag gescheiden door betonnen paaltjes het schelpenpad voor de fietsers en de wandelaars.
Deze zwart-wit foto is in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw gemaakt door de Deeverse dorpsfotograaf Harm Hessels.

Posted in Boer'nwaark, Diever, Grönnegerweg, Heezenesch | Leave a comment

Een Kap op de Kerk en een Spits op den Tooren

In de Amsterdamse Courant van 1 maart 1760 verscheen het navolgende bericht over de aanbesteding van bouwwerkzaamheden aan het kerkgebouw aan de brink van Deever.

De Carspellieden van Diever zyn voornemens op Dinsdag 25 Maart 1760, ten huize van Andries Hummel te Diever, te besteden het maaken van een Kap op de Kerk en Spits op den Tooren, nevens de leverantie der materiaalen daar toe nodig; zullende het Bestek 14 dagen te vooren by het Gerigte aldaar te zien zijn.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Werd met Carspellieden van Deever het bestuur van het wereldse kerspel Deever bedoeld of het bestuur van het kerkelijke kerspel Deever of werden beide besturen bedoeld ? Deze vraag kan gesteld worden, omdat wellicht het kerkgebouw eigendom was van het kerkelijke kerspel en de toren eigendom was van het wereldse kerspel.
Waarom moest op het kerkgebouw een kap en op de toren een spits worden gemaakt ? Was het houtwerk van het dak en de spits verrot of vermolmd of was er brand geweest ?
Met ten huize van Andries Hummel zal in de herberg van Andries Hummel (is Hummelen) zijn bedoeld. Andries Klazen Hummelen werd op 22 december 1726 in Deever geboren als zoon van Hermannus Hummelen. Hij trouwde op 15 april 1759 met Maria Timens Winst. De herberg moet gevestigd zijn geweest in een boerderij aan de Brink.

Op de afbeelding uit omstreeks 1950 is de (weer) in verval geraakte kerk en toren op de brink van Deever te zien en is\de braandkoele, omgeven door rhodondendrons, nog aanwezig op de brink. Het bestuur van de gemiente Deever greep de bouw van het nieuwe gemeentehuis en de restauratie van de kerk in de jaren 1956/1957 aan om de brink anders in te richten, beter gezegd grondig te vernielen.

Posted in Ansichtkaarten, Brink, Diever, Gemeentehuis, Kerspel Diever | Leave a comment

Stalraam model Deever – Boerderij aan de brink

Enig onderzoek in de digitale fotoarchieven van het Deevers Archief heeft als resultaat bijgaande foto opgeleverd.
Op deze -op 29 juli 2002- door de redactie van het Deevers Archief gemaakte foto zijn -speciaal voor de foto uitgestald- twee melkbussen met deksel en een melkemmer op het half vergane houten melkrikke bij de boerderij van Hendrik Mulder en Jantje Wesseling aan de brink in Deever te zien. Achter het melkgerak is een stalraam van het model Deever te zien.
Aan de nummers en met plakcijfers gewijzigde nummers is de oorspronkelijke nummering van de melkbussen, de naoorlogse hernummering, de hernummering na de fusie van de melkfabrieken van Deever en Wapse en de fusie van de melkfabriek Deever/Wapse met de DOMO af te lezen.

abracadabra-488

 

Posted in Boer'nwaark, Boerderijen, Brink, Stalraam model Diever | Leave a comment

Rijkswerkkampen Diever A en Diever B in Montfort

De redactie van het Deevers Archief publiceerde in nummer 01/01 (jaargang 8, nummer 1, maart 2001) van Opraekelen, het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever het volgende korte berichtje over de verhuizing van de gebouwen van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B van de Olde Willem naar Montfort in Limburg.

De Rijksgebouwendienst bracht eind 1946 de kampen Diever A en Diever B over naar de Bosweg (toevallig ook de Bosweg) in Montfort. Daar zijn ze in de loop der jaren gebruikt als werkkamp in het kader van de wederopbouw van de Roerstreek, als douaneschool en na 1951 als huisvesting voor Ambonezen. In 1966 zijn de kampen gesloopt.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het bericht in het papieren blad Opraekelen van de heemkundige behoeft enige aanpassingen.
De Rijksgebouwendienst bracht eind 1946 de rijkswerkkampen Diever A en Diever B over van de Bosweg (de Woaterse weg) in de Olde Willem naar de Bosweg (toevallig ook de Bosweg) in Montfort in Limburg.
Daar zijn ze in de loop der jaren gebruikt als werkkamp van de D.U.W. (Dienst Uitvoering Werken) in het kader van de wederopbouw van de Roerstreek, als vakantiekamp voor kinderen die in de oorlog lichamelijk getroffen waren, als douaneschool en na 1951 als huisvesting voor Ambonezen.
In de tijd van het gebruik van het D.U.W.-kamp was het kamp ook in gebruik als vakantiekamp; het adres van het kamp was Kamp Vierde Prinsenkind, Montfort, Limburg.
In 1966 zijn de twee rijkswerkkampen -na 30 jaar gebruikt te zijn- gesloopt.
Bijgaande afbeelding van twee ansichtkaarten tonen de gebouwen van de rijkswerkkampen Diever A en Diever in Montfort. Beide ansichtkaarten zijn aanwezig in de verzameling van de Heemkundevereniging Roerstreek in Sint Odiliënberg.

Posted in Bosweg, De Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Boerenwaark bee’j de Kaamp in Wapse

De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande foto van boer’nwaark in de namiddag van 3 oktober 2012 gemaakt vanaf de Ten Darperweg tussen de Kaamp en Soerte.
Het rooien en afvoeren van aardappels gebeurt tegenwoordig volledig gemechaniseerd.

Posted in Boer'nwaark, Ten Darperweg, Wapse | Leave a comment

Diepploegen in het Olde Willemsveld

In het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) verscheen op 20 november 1912 het volgende korte bericht.

Zorgvlied, 18 november – De ontginning van woeste gronden neemt in deze omgeving sterk toe. Thans is in werking bij de Ontginning Maatschappij ‘De Drie Provinciën’ de zogenaamde trector, een dubbele ploeg, welke in één keer 1,20 m. omwerpt. In Amerika is deze ploeg al eenigen tijd in gebruik, doch in Nederland is dit de eerste.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De private ontginningsmaatschappij ‘De Drie Provinciën’ was actief in de Olde Willem. Het valt te betwijfelen of daar voor het eerst de door een stoomtractor getrokken dubbele ploeg werd ingezet, omdat in die tijd overal in Nederland woeste gronden werden ontgonnen.
In de Olde Willem (het Olde Willemsveld) werd op grote schaal gediepploegd, geëgaliseerd en ontwaterd. Door het diepploegen werden de aanwezige bodemlagen vernietigd en met elkaar vermengd, wat tot een snellere waterafvoer leidde.
Nu wordt of is in de Olde Willem het in een eeuw ontstane cultuurlandschap omgevormd naar een ander door mensenhand geschapen cultuurlandschap die eufemistisch natuur wordt genoemd. De vernielde bodemlagen laten zich echter niet ontegaliseren en ontdiepploegen.
De oude toen 96-jarige Gerard Goettsch uut Woater’n, ontginner van het eerste uur, kreeg de tranen in zijn ogen, toen hij begreep wat de hedendaagse natuurregenten over de Olde Willem hadden besloten: ‘Zee’j maekt alles kapot !’

Vraag aan de bezoekers van het Dievers Archief: wie heeft een foto van het diepploegen in het Olde Willemsveld ?

Posted in de Oude Willem, Ontginning | Leave a comment

Sukersakkie van meubelfabriek ‘de Toekomst’

Meer dan twintig jaar stond N.V. Meubelfabriek ‘de Toekomst’ an de Deeverbrogge,
In het najaar van 1966 ging de fabriek failliet, verloren 18 medewerkers hun baan en werd de inventaris geveild.
Bekende producten van deze fabriek waren de stapelbare en koppelbare meubelen, die onder het merk STAKO (STApelbaar en KOppelbaar) op de markt werd gebracht.
Het bedrijf had ook zijn eigen sukersakkie -zie bijgaande afbeelding- met daarop natuurlijk reclame voor stapel-koppel meubelen en het oude telefoonnummer 05219-415 (later 05219-1415).

Posted in An de Deeverbrogge, Bedrijven, Sukersakkies | Leave a comment

Dwingel opent nieuw Groene Kruis gebouw

De redactie van het Deevers Archief vindt bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papier scannen en vervolgens in de oud-papier-container gooien) bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever zo nu en dan een  onbelangrijk, maar wel grappig berichtje. De redactie wil een dergelijk berichtje natuurlijk niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.
In de Olde Möppeler van 21 juni 1957 verscheen het navolgende grappige berichtje over de opening van het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel (an de aandere kaante van de voart). De redactie van de Olde Möppeler vergiste zich  blijkbaar bij het plaatsen van de juiste foto bij het bericht. De foto van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever had in dezelfde krant bij het artikel ‘Opening van nieuw gemeentehuis stimulans voor verdere activiteit’ moeten zijn geplaatst. 

Dwingeloo opent nieuw Groene Kruis gebouw
Het Groene Kruis in Dwingeloo is zo ver gevorderd met zijn wijkgebouw, dat het woensdag a.s. kan worden geopend.
De openingsplechtigheid wordt ’s middags om twee verricht door de heer R. Mantingh uit Groningen, geneeskundig inspecteur voor de volksgezondheid, in hotel Wesseling.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat op de foto niet is te zien het nieuwe Groene Kruis gebouw in Dwingel, maar wel het in in dezelfde maand in 1957 in gebruik genomen gemeentehuis van de gemiente Deever.
Blijkbaar is de aannemer van de bouw van het gemeentehuis nog bezig met de laatste hand te leggen aan het gebouw, want er staat een ladder tegen het gebouw. Zo te zien is een schilder bezig met het schilderen van de linker dakkapel in het dak boven de secretarie. Waarom ontsierde de architect het gebouw met lelijke dakkapellen aan de kant van de brinQ ? Daarmee ging direct het soort van boersige karakter van het gebouw verloren.
Het is zeer te betreuren dat voor de bouw van het gemeentehuis van de gemiente Deever een flink stuk van de niet-origineel Saksische brinQ moest verdwijnen en dat tijdens de bouw van het gemeentehuis de oude brinQ en de kaarkhof bij het kerkgebouw aan de brinQ grondig zijn vernield.


Posted in Brink, Diever, Gemeente Diever, Gemeentehuis | Leave a comment