Bouw noodbrug aan de Dieverbrug

Om het voor het Canadeze leger mogelijk te maken via Dieverbrug op te trekken naar Diever bouwden vrijwilligers in de nacht van 11 op 12 april 1945 op de landhoofden van de vernielde Dieverbrug een noodbrug. Op het internet is in de webstee ‘vortmes.nl‘ hierover de volgende informatie over te vinden.

Noodbrug
“Wat de ene mens voor de ander kan betekenen”. Het zijn woorden die vele mensen zullen aanspreken. Zo zal een heel dorp en met name Diever in dankbaarheid terugdenken aan de heer R. Koers, toen (in april 1945) opzichter van Rijkswaterstaat en wonend te Dwingelo.
De heer Koers bouwde met een aantal vrijwilligers in de nacht van 11 op 12 april een complete noodbrug over de Drentse Hoofdvaart waardoor de Canadese troepen Diever en zelfs Steenwijk, Wolvega en de rest van Friesland konden bevrijden.
In het nummer van vrijdag 12 april 1946 van de vrije Pers onafhankelijk weekblad van het Noordererf staat het zo: “Het schijnt dat de Canadese bevelhebber na deze voorspoedige vorming van het “bruggehoofd Dieverbrug” ‘t krijgsplan heeft gewijzigd en meteen Friesland en de kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen die op enkele plaatsen na bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers”.

Moord
De directe aanleiding tot het slaan van het bruggehoofd was een zinloze moordpartij door de Duitsers in Diever. Zonder vorm van proces werden kort voor de bevrijding negen mensen die op straat liepen, doodgeschoten. De reden was dat de NSB-burgemeester door enkele inwoners aan een boom was gebonden en dat hadden de Duitsers gezien.
“De volgende dag zouden ze terugkomen om nog meer mensen te vermoorden. Ik ben toen direkt naar de Canadezen gestapt en heb ze voorgesteld een noodbrug te bouwen, zodat ze nog op tijd Diever konden bevrijden.” vertelt de heer Koers.
De Dieverbrug was er niet meer. Die hadden de Duitsers, zoals trouwens vrijwel alle bruggen over de Drentse Hoofdvaart, afgebroken. Toen al speelde de heer Koer(t)s een slim spelletje.
“Ze wilden de bruggen in de berm langs de rijksweg gooien. Ik heb ze toen voorgesteld om bokschuiten te gebruiken en ze dan aan de stille kant te leggen, onder het mom van als de vijand nu eens over die rijksweg komt. Zodoende hadden we het materiaal voor het bruggehoofd direct bij de hand toen het nodig was”.
En het was nodig. De Canadese commandant gaf de heer Koer(t)s opdracht om de volgende morgen half zeven de brug klaar te hebben.
“Dat is een nacht keihard werken geworden onder hoogspanning. Voor alle zekerheid zorgden de Canadezen voor bewaking. We zijn ons nog een keer rot geschrokken toen midden in de nacht een van die soldaten over de brug wilde lopen en er prompt doorzakte. Zijn geweer ging daarbij af. Hij kwam ons direct narennen dat het een vergissing was, want wij waren al bezig om er vandoor te gaan”.
Om half zeven was de noodbrug klaar, berekend op een gewicht van ongeveer acht tot negen ton. Maar de Canadezen hadden materiaal bij zich dat zeker veertien ton woog. Toch hield de […ontbreekt een regel….] vrijwilligers.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het valt te betwijfelen of het verhaal van opzichter Koers een juiste weergave van het gebeurde in Diever en van de gebeurtenissen bij de bouw van de noodbrug aan de Dieverbrug is.
Het Dievers Archief zal voor de noodzakelijke nuancering ook gegevens uit andere bronnen publiceren. In een nieuwe versie van dit bericht zal de tekst worden voorzien van enig commentaar.

This entry was posted in An de Deeverbrogge, Tweede Wereldoorlog. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *