Deever – Hunnebed op de Stienakkers – 1933

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, Ie bint ’t wel …’ is de navolgende mini-essay (nummer 64) over het verleden van het hunnebed op de Stienakkers an de Grönnigerweg in Deever met bijbehorende ansichtkaart uit 1933 gepubliceerd. …

Op 6 januari 1855 werd ter voldoening aan het Koninklijk Besluit van 28 december 1854 aan het Rijk gemeld dat op de Heezeresch in een akker van Hendrik ter Mast een hunebed lag. Op deze akker stond bij een huisje een schuur, waaronder stenen van het hunnebed lagen.
Het Rijk besloot pas op 20 oktober 1871 de akker en het hunnebed aan te kopen. Het Rijk verzocht wethouder Klaas Kok om met de eigenaar te onderhandelen over de aankoop en het verplaatsen van de schuur, opdat het hunnebed in zijn geheel vrij zou komen.
Hendrik ter Mast was wel bereid de akker met het hunnebed te verkopen. Voor de grond vroeg hij 12 gulden. Voor het verplaatsen van zijn schuur vroeg hij 200 gulden. Ook bedong hij dat een op zijn akker aanwezig voetpad over de publieke weg moest gaan lopen. Uiteindelijk ging hij accoord met een vergoeding van 88 gulden voor de schuur. Daarbij stelde het Rijk wel als voorwaarde dat deze niet hoger zou zijn, als de schuur in zo’n slechte staat zou blijken te zijn, dat deze na het afbreken niet meer zou kunnen worden herbouwd. De totale verkoopprijs kwam zo op 100 gulden te liggen. Op 2 november 1871 werd de koop gesloten. Na het afbreken van de schuur konden de daar onder liggende stenen worden blootgelegd.
De archeoloog professor doctor Albert Egges van Giffen beschreef het hunnebed later als volgt:
Het hunnebed is onregelmatig spits-eivormig. Het heeft een ongeveer noord-oostelijk-zuidwestelijk gerichte lengte-as. De ingang bevindt zich vermoedelijk aan de zuidkant, doch de plaats waar is niet zonder meer vast te stellen. Het steengraf bestaat uit minstens 10 draagstenen en totaal uit 22 stenen. Ze bestaan allen uit graniet. Toen het hunnebed nog geheel ongeschonden was, werd als bijzonderheid aangegeven dat in één der dekstenen een grote mensenhand was gegraveerd of uitgehouwen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De afbeelding van het hunnebed dateert uit 1933. In de achtergrond van de afbeelding is de bebouwing van de Dwarsdrift en ’t Kastiel te zien.
Had meneer de weledelgestrenge professor doctor in de oudheidkunde Albert Eggen van Giffen het hunnebed maar nooit naar eigen inzichten ‘gerestaureerd’. Het hunnebed op bijgaande afbeelding oogt veel echter, zo zijn het mooie dikke stien’n op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee’j Deever.
Hedendaagse professoren in de archeologie ‘restaureren’ niet zo maar meer een oudheidkundig object, maar proberen dit zo mogelijk te ‘conserveren’, in de staat te houden waarin het zich bevindt, dus plat en kort door de bocht gezegd: met de fikken er van af te blijven.

Abracadabra-465

This entry was posted in Albert Egges van Giffen, Ansichtkaarten, Archeologie, Diever, ie bint 't wel ..., Grönnegerweg, Hunnebed, Steenakkers. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *