Category Archives: Topstuk

Un inekleude ansichtkoate van de kaarke an de brink

Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever gaf in januari 1975 het boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder uit. Op bladzijde 94 – een afbeelding van deze bladzijde moet nog worden toegevoegd aan dit bericht – is een afbeelding van een oude ansichtkaart van de kaarke an de brink van Deever met de volgende tekst opgenomen. 

De Nederlands Hervormde Kerk
De aan Sint Pancratius gewijde en in Romaanse vorm gebouwde kerk staat hier nog verscholen tussen hoog geboomte.
Hoeveel kinderen zouden om deze aloude kerk wel hebben gespeeld, geravot, geknikkerd, verstoppertje gespeeld achter de pilaren, enzovoort ?
Veel oud-ingezetenen van Diever zullen hier nog dankbare jeugdherinneringen aan ophalen.
De boer met vork op de nek is mij niet bekend. Wellicht Aaldert ter Mast ?
Links zien wij nog even de afrastering van de brandkuil. Behoudens deze brandkuil dienden eveneens een kuil aan de weg naar Kalteren, de Doolhof en een kuil op het zogenaamde Bultien, ongeveer op de plaats waar nu het Groene Kruis-gebouw staat, om bij brand het bluswater te leveren. Niet te zien op deze foto is het zogenaamde baorhuussien (baarhuis) waar onder andere nog de zoon van klompenmaker Luier uit de Peperstraat lag opgebaard, die zich verdronken had in het Witteveen in ’t Oldendieverveld.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De kerk aan de brink van Deever was aan Sint Pancratius gewijd, nota bene toen deze een paar eeuwen geleden nog in gebruik was bij de rooms-katholieke geloofsgemeente van Deever. De hervormde geloofsgemeente van Deever doet sinds de heiligenbeeldenstorm niet meer aan heiligen, dus zeker ook niet meer aan Sint Pancratius en wil zeker niet ter kerke gaan in een gebouw die Pancratiuskerk wordt genoemd. Dus is het regelrechte onzin om het kerkgebouw nu nog te onpas Pancratiuskerk te noemen.
De redactie leeft in de veronderstelling dat vóór de Tweede Wereldoorlog in Deever meer braandkoel’n waren, dan de door Arend Mulder genoemde drie. De redactie zal proberen hier meer duidelijkheid over te verschaffen.
De geboren en getogen Deeverse Arend Mulder geeft aan dat het huidige Goene Kruis-gebouw an de Vlasstroate op ut Bultie staat.
De redactie heeft ut husie in de kaarketuun (de kaarkhof) van de kaarke an de brink niet zelf meer meegemaakt, maar het meest aannemelijk is dat het diende als stalling voor de brandspuit, vanwege ruimtegebrek in het oude gemeentehuis. Het zou best zo kunnen zijn geweest dat gestorven mensen daar in bepaalde gevallen ook tijdelijk werden opgebaard.
In het geval van de zoon van klompenmaker Johannes Leijer – door Arend Mulder abusievelijk Luier genoemd – kan het zo zijn geweest dat in het kleine huisje van Johannes Leijer te weinig ruimte was voor een lijkkist en daarom gebruik is gemaakt van ut husie in de kaarketuun.

In het eenvoudig uitgevoerde boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ kon natuurlijk niet de ingekleurde versie van de op bladzijde 94 getoonde ansichtkaart worden opgenomen  
De hier afgebeelde ingekleurde ansichtkaart van het kerkgebouw van de Nederlands hervormde geloofsgemeente in Deever en de gemeentelijke toren is in 1914 verstuurd. Deze ingekleurde ansichtkaart is een topstuk. Ech wè.
De gemeentelijke toren is vaag achter de vele kalende iepen te zien. De kaarketuun (de kaarkhof) was in die tijd gelukkig nog omringd deur glint’n. An de linkerkaante bint de glint’n van de braandkoele in de brink te seen. De boer die op de brink loopt draagt een vork op zijn nek.
De zwart-wit versie en de ingekleurde versie van deze prachtige ansichtkaart zijn omstreeks 1914 – inmiddels meer dan honderd jaar geleden – uitgegeven door boekhandel Hendrik ten Brink in Meppel (kaartnummer 211/2990). De redactie weet niet welke neringdoende in Deever deze kaart verkocht. De ingekleurde versie van deze ansichtkaart zal in de winkel duurder zijn geweest dan de zwart-wit versie van deze ansichtkaart.
De hier getoonde ansichtkaart is in 1914 gestuurd naar den heer G. Prins, Meester Schilder te Kuinre (de Kuunder) in Overijssel. De afzender was S. Prins, p/a G.S. Jonkman in Deever. Wat deed toch die S. Prins in Deever ? Was hij in de kost bij G.S. Jonkman ? Wie was toch die G.S. Jonkman ? Waar woonde toch die G.S. Jonkman in Deever ?
De postzegel op de ingekleurde ansichtkaart is op het postkantoor van Deever voorzien van een grootrondstempel. Deze werd op de Nederlandse postkantoren gebruikt na het kleinrondstempel, maar vóór de ingebruikname van het balkstempel. Een ansichtkaart die voorzien is van een gave postzegel en een grootrondstempel (uitgave 12 december 1900) heeft een grotere verzamelwaarde, dan een verstuurde ansichtkaart zonder dat stempel. Een ansichtkaart met een gave postzegel heeft echter een nog grotere verzamelwaarde als het grootrondstempel van een plaats op een ansichtkaart uit die plaats staat. En dat is bij de hier afgebeelde ansichtkaart het geval.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 6 november 2019 gemaakt.

Posted in Ansigtkoate, Brink, Kaarke an de brink, Topstuk | Leave a comment

Reet dekk’n op un keutereegie op ut Veurste Kalter’n

In het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, Jaargang 3, 1927-1928, Nummer 32, 4 november 1927, verscheen de hier afgebeelde prachtige foto -een topstuk- van reet dekk’n op un older diel van de doake van un keutereegie op ut Veurste Kalter’n bee Deever.
De grote vraag is natuurlijk welke rietdekker hier in het najaar van 1927 aan het werk is. Is het een Nijboer ?
De grote vragen zijn natuurlijk ook welk pand het betreft en welke mensen op deze foto staan ?
Ut poppie dat op de schoot van de vrouw aan de linkerkant zit, zou nu (2019) nog kunnen leven en zou ongeveer 92 jaren oud zijn. De foto is weliswaar in november 1927 gepubliceerd, maar zal in een warmere tijd van het jaar, bijvoorbeeld in de zomer of bijvoorbeeld vroeg in de herfst van 1927, zijn gemaakt, gelet op de blote armen van de vrouw en het kind in het midden van de foto.
Op de foto is duidelijk te zien dat aan het achterhuis van het keuterijtje al een keer een stuk is aangebouwd. Ut gung de boer so te seen so good dat hee un paer koegies mièr kön holl’n.  

Als men er op uit is, kan men overal genieten van toneeltjes uit het volle leven, ook op de stille buitenwegen. Tusschen Diever en Wapse was men bezig het rieten dak te herstellen van een der huisjes.
Het is een belangrijke gebeurtenis vóór den winter, en ieder kan hier een handje helpen… of kijken hoe ’t werk al vordert: ieder van hen heeft toch belang bij het hem of haar beschuttende dak, als straks de dagen duisteren over deze wijde velden ?

Posted in Kalter’n, Topstuk | Leave a comment

Ut maarktturrein an ut begun van de Bosweg in 1924

Bijgaande prachtige zwart-wit foto van ut maarktturrein an ut begun van de Bosweg in Deever is gemaakt in 1924. De foto is gemaakt in de richting van het tolhuis. De Bosweg was vroeger een schapendrift.
Deze foto is afgebeeld op een zeldzaam verzamelplaatje voor het album ‘Wim en Bram met Sara op reis’ van N.J. Wouda’s Meelfabriek N.V. uit Sneek..
Links en rechts van de Bosweg zijn betonnen palen en buizen te zien. Aangevoerde paarden en koeien werden aan de buizen vastgebonden. De paardenmarkt werd aan de rechterkant van de Bosweg gehouden. De koeienmarkt werd aan de linkerkant van de Bosweg gehouden.
Op de foto is aan de rechter kant achter het hek een woonwagen te zien. Ut maarktturrein was de plek waar woonwagens mochten staan. De paarden van de eigenaar van de woonwagen zijn eveneens aan de rechter kant van de foto te zien.
Aan de rechterkant van de foto ligt ook de kaarkhof an de Grönnegerweg bee’j Deever.
Zo te zien hebben de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever voor het restaureren van de oude situatie nog wel enig hekwerk te verrichten.
In die jaren werd een paar keer per jaar veemarkt gehouden op dit maarktturrein; zie de bijgevoegde advertentie die op 28 oktober 1924 nota bene in de Nieuwe Rotterdamsche Courant verscheen.
De niet met merkbare cultuurhistorische kennis behepte veelal neet-Deeverse (import) brinkexperts van de heemkundige vereniging uut Deever noemen ut maarktturrein bij gelegenheid en vooral te onpas een marktbrink, wellicht zijn zij daarbij zó ver op drift geraakt dat zij het gedeelte aan de linker kant van de Bosweg een koeienbrink noemen en het gedeelte van ut maarktterrein aan de rechter kant van de Bosweg een paardenbrink. Gelukkig staat op de kleurenfoto op de richtingaanwijzer het parkeerterrein op ut maarkturrein nog steeds met maarkturrein aangeduid.
Verontrustend is echter wel dat de in Deever geboren en getogen projectdirecteur en de zijnen kantoor houdend achter de vele ramen van het luxe kantorencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever niet erg op dreef zijn, maar wel erg op drift zijn geraakt – ech wè – en in hun ontwerp- en bouwtekeningen van het in uitvoering zijnde en met schaars belastinggeld gefinancierde peperdure Brinkenplan 2018-2019-2020 ut maarktturrein helaas wel de naam marktbrink hebben gegeven.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van ut maarktturrein an de Bosweg op 21 januari 2016 gemaakt. Het had die ochtend een beetje te weinig gesneeuwd. Ech wè.


Abracadabra-1503

Posted in Bosweg, Deever, Deevermarkt, Maarktturrein, Topstuk | Leave a comment

Ut riekstillefoonkantoor is in 1902 eup’mt

Op 6 februari 1902 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende uit de Staatscourant overgenomen officiële bericht over de openstelling op 14 februari 1902 van het rijkstelephoonkantoor in Deever. 

Op 14 dezer zal te Diever een rijkstelephoonkantoor, in verbinding met Steenwijk, voor het algemeen verkeer worden opengesteld. De diensturen zijn geregeld als volgt: op werkdagen van 9 tot 11 uren voor-, 3.30 tot 4.30 en 7.30 tot 8.30 uur namiddags; op Zon- en feestdagen van 12.30 tot 1.30 uur namiddags (Greenwichttijd). (Stct.)

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Vanaf 14 februari 1902 konden de inwoners van de gemiente Deever in het rijkstelephoonkantoor met behulp van de telephoon via de koperen draad communiceren met de rest van Nederland. Het rijkstelephoonkantoor werd gevestigd in een nieuw pand an de Heufdstroate in Deever.
De maker van de hier afgebeelde foto moet deze in het najaar van 1944 vanaf de gemeentelijke toren bij het kerkgebouw aan de Brink in Deever hebben gemaakt. Het is niet bekend wie de maker is van deze zeer waardevolle foto. Deze foto is een topstuk.
Bijzonder fraai is rechts op de voorgrond het boerderijtje van Hendrik Gruppen te zien. De voorgevel grenst pal aan het straatje dat nu Kerkstraat heet. Het voorhuis van het boerderijtje is aan de zuidkant tegen zonlicht beschermd door een rijtje leilinden.
Het rijkstelephoonkantoor met dienstwoning staat pal achter het boerderijtje van Hendrik Gruppen. In 1944 was in het kubusvormige gebouw het kantoor van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie gevestigd. De grote vraag is natuurlijk of in 1902 eerst de
 kubus grenzend an de Heufdstroate zonder de uitbouw achter de kubus is gebouwd of dat de uitbouw tegelijkertijd met de kubus is gebouwd ? In het oude archief van de gemiente Deever is wellicht het antwoord op deze vraag te vinden.
De redaksie hef op vree’jdag 30 nevember 2019 de noavollende kleur’nfoto emeuk’n van ut huus an de Heufdstroate dat now steet op de stee van ut olde postkantoor. 

Posted in Deever, Heufdstroate, Toor'n an de brink, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

An un echte Saksiese brink stoat allennig boerdereej’n

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst over het verleden van de boerderij van Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt an de Kleine Brink in Deever gepubliceerd bij afbeelding 9 van een ansichtkaart uit 1904.

9 – Diever – Kleine Brink – 1904
Op het mooie Kleine Brinkie zijn heel veel kinderen uit de buurt te zien. De linker boerderij mit de koe boo’m de deure werd bewoond door Jan Hessels Wesseling, Jantje Mulder en hun kinderen Geert en Jantje.
In de rechter boerderij woonden Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt. Roelof was de broer van Jan Hessels Wesseling.
Op 10 juni 1905 overleed Sieme Smidt. Zijn vrouw Geertje Dunning stierf op 30 juli 1907. Hun twee zonen Klaas Hummelen en Harm zijn grootgebracht door Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt.
Klaas en Hendrikje Vos zetten later de boerderij van zijn oom Geert Smidt bij de eendenvijver voort. Harm nam in 1928 de boerderij van Roelof Wesseling over. In 1939 verkocht hij deze boerderij aan Johan Wiersma uit Wateren, omdat hij op Kalteren een nieuwe boerderij in gebruik had genomen.
Roelof Smidt, de zoon van Harm Smidt en Janna Vos, kan zich zijn geboortehuis nog goed herinneren. Links bevond zich de voorkamer. Achter de voordeur lag een lange gang. De kamer rechts naast de voordeur was een grote slaapkamer. Achter de voorkamer lag de wasruimte. De woonkeuken lag achter de slaapkamer. Achter de wasruimte lag de pompestraote. Achter de woonkeuken bevond zich de kleine deele mit de kleine baander. De koestal lag aan de linkerkant. De varkenshokken bevonden zich aan de rechterkant. De deele en de hooivakken lagen midden in het achterhuis. De grote baander bevond zich aan de achterkant.
In het voorhuis van de boerderij van Roelof Wesseling woonde toen tijdelijk burgemeester Hendrik Gerard van Os. Roelof Smidt wist te vertellen dat de burgemeester destijds tegen de bouw van het witte hek was, omdat hij vond dat deze te dicht op de weg zou komen te staan. Roelof Wesseling heeft toen zijn hek maar geplaatst tijdens een korte vacantie van burgemeester Van Os.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de tekst staat een fout. Jan Hessels Wesseling is Jan Hessel Wesseling. Jan Hessel Wesseling is geboren op 18 december 1874 in Deever en is overleden op 23 oktober 1949 in Deever.
Jantje Mulder is geboren op 5 december 1870 in Dwingel en is overleden op 13 oktober 1954 in Deever.
Geert Wesseling is geboren op 13 mei 1909 in Deever en is overleden op 25 april 1994 in Deever.
Jantje Wesseling is geboren op 2 augustus 1911 in Deever en is overleden op 26 december 2004 in Deever. Zij trouwde op 11 of 12 augustus 1943 met Hendrik Mulder.
In de tekst staat nog een fout.
Roelof Hendrik Wesseling is Roelof Hessel Wesseling. Roelof Hessel Wesseling is geboren op 13 juli 1868 in Oldendeever en is overleden op 27 januari 1928 in Deever. Annigje Smidt is geboren op 4 januari 1867 in Deever en is overleden op 13 mei 1924 in Deever.
In de tekst staat nog een fout. Sieme Smidt is Sime Smidt. Sime Smidt is geboren op 29 maart 1864 in Deever en is overleden op 10 juni 1905 in Deever.
In de tekst staat nog een fout. Geertje Dunning is Geertien Dunning. Geertien Dunning is geboren op 18 januari 1869 in Ruinen en is overleden op 30 juli 1907 in Deever.
Harm Smidt is geboren op 3 december 1899 in Nuil (Ruinen) en is overleden op 10 december 1981 in Assen.
Hendrikje Vos is geboren op 13 januari 1903 in Lhee en is overleden op 18  februari 1980 in Deever.
Klaas Hummelen Smidt is geboren op 30 september 1897 in Deever en is overleden op 24 december 1977 in Deever.
Roelof Smidt is geboren op 12 juli 1924 in Deever en is overleden op 25 maart 2001 in Assen.
Geert Smidt is geboren op 8 september 1865 in Deever en is overleden op 12 april 1904 in Deever.
In de tekst is sprake van een boerderij op Kalteren. Op de plaats van deze boerderij met als adres Ten Darperweg 3 is nu Glas Geneeskunde b.v. gevestigd.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de situatie ter plekke gemaakt op vrijdag 30 november 2018.

abracadabra-524

Posted in Ansigtkoate, Boerdereeje, Deever, Diever, ie bint 't wel ..., Heufdstroate, Topstuk | Leave a comment

Lantièrnplaetie van ut gemientehuus en de pasterie

Zo zag een deel van de brink van Deever er in de Tweede Wereldoorlog uit als je boven op de gemeentelijke toren aan de brink van Deever klom en vanuit het geopende luik een foto nam.
De brink van Deever leek toen nog een beetje op een brink, zoals een brink hoort te zijn.
Bij de grote vernieling in de jaren 1955-1957 verdwenen het oude gemeentehuis (in Deever hoort een gemeentehuis op de brink te staan) op de voorgrond met daarnaast de pastorie van de Nederlands hervormde gemeente (in Deever hoort een pastorie op de brink te staan).
Het gemeentehuis, dat daarvóór de openbare lagere school en daarvóór een boerderij was geweest, werd in de jaren 1955-1957 vervangen door een lomp bouwwerk, dat heden ten dage nog steeds de brink ontsierd.
Let vooral op de slijtpaden over de brink.
Links onder aan de foto is een deel van de omheinde braandkoele te zien, met daaromheen rhodhodhendhron struiken. Dit kenmerkende onderdeel van de brink werd tijdens de grote vernieling van de brink in de jaren 1955-1957 dicht gegooid.
De pastorie had zo te zien achter het huis een grote tuin met een soort van slecht onderhouden boomgaard.
Achter de pastorie staat het huis met de naam Iemenhof, dat gebouwd is op een deel van de akker met de naam Iemenkamp. Het huis met de naam Iemenhof staat heden ten dage nog steeds aan de brink.

Posted in Brink, Brinkstroate, Gemientehuus, Topstuk, Veldnème, Verdwenen object | Leave a comment

Oudste Deeverse advertentie – 3 december 1746

Vanuit historisch oogpunt is het belangrijk bezoekers van het Deevers Archief kennis te laten maken met de tot nu bij de redactie oudst bekende Deeverse advertentie in een Nederlandse courant. Het gaat om een advertentie die op 3 december 1746 in de Amsterdamse Courant is verschenen. In de advertentie is mooi beschreven hoe een man uit een zo te lezen welvarende klasse zich in die tijd in de winter kleedde.

Den 31 oktober is tot Diever, 3 uuren van Steenwyk, vermist een Man genaemt Jan Hendrik Grit, oud 32 jaeren, niet wel by zyn verstand, wat gezet, bruyn haer, lang van baerd en pokdalig, aen hebbende een Geele Sargie Rok, Bruyne Lakense Broek en Camisool, Blaeue Gryse Koussen en Handschoenen, Damast Hembdrok, zyn hemd gemerkt J.H., zilveren gespen op de Schoenen, by zig hebbende een Snaphaen: Die van deze Persoon kennis geeft te Steenwyk aan Barent Bruyning of te Diever aen zyn huys zal rykelyk beloond worden.

Op 31 oktober is in Diever, 3 uren van Steenwijk, vermist een man genaamd Jan Hendrik Grit, oud 32 jaren, niet goed bij zijn  verstand, wat gezet, bruin haar, lang van baard en pokdalig, aan hebbende een gele sargie rok, bruine lakense broek en camisool, blauwgrijze kousen en handschoenen, damasten hemdrok, zijn hemd gemerkt met J.H., zilveren gespen op de schoenen, bij zich hebbende een snaphaan: die van deze persoon kennis geeft te Steenwijk aan Barent Bruyning of te Diever aan zyn huys zal rijkelijk beloond worden.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Een Geele Sargie rok is een geel gekleurde overjas van een soort gekeperde wollen stof.
Een Bruyne Lakense Broek is een bruine broek gemaakt van de stof linnen.
E
en Camisool is een wollen borstrok.
Een Damast Hembdrok is een hemdrok van een stof met ingeweven bloempatronen en andere figuren.
Een Snaphaen is een geweer, waarbij de lont aan een haan bevestigd is, die `als met een snap affsprong’.

Posted in Deever, Topstuk | Leave a comment

’t Is Sunt Joapik, de hongermaand is voorbij

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 25 juli 1952 verscheen het volgende bericht over het begin van de oogst van de rogge in de tijd dat de boermarke nog bestond.

Sunt Joapik
Vandaag is het Sunt Joapik, Sint Jacobi. De tijd van de rogge-oogst is als vanouds op deze dag aangebroken. Ten gevolge van het stijgen van de temperatuur in het begin van deze week is het koren hard aangerijpt. Is het niet:
Veertien dagen bluijen
Veertien dagen gruijen
Veertien dagen striepen
Veertien dagen riepen ?
Sommige landbouwers in onze omgeving zijn al in de rogge bezig. Vroeger was dat meer ‘geordend’, wat ook wel nodig was in verband met de ligging van de percelen op de es. Dan werd de tijd van het maaien en de tijd van het binnenhalen van de oogst bij algemeen overleg bepaald. Dan werd door klokkleppinge of met de boerhoorn het sein van beginnen en ophouden gegeven. De Boerwilkeur van Diever uit 1723 geeft hier nog regels voor.
Over het algemeen wordt de stand van het roggegewas goed genoemd, al zijn sommige percelen wat legerig. Men spreekt van goedgevulde aren.
Van ouds is de oogsttijd een belangrijke tijd; het is de oogst die de volkeren voeden moet. ”t Is Sunt Joapik; de hongermaand is voorbij’, zei men vroeger. Want de laatste maand vóór de rogge-oogst kon men wel eens krap zitten, vooral in de tijd toen de aardappelen nog niet bekend waren.
De tijd van de mooie maar zware arbeid, het oogsten van het gewas dat men zelf gezaaid heeft, is aangebroken. Het oude versje zegt:
‘Sint Jacobi reikt ons blij te moe,
Den overrijpen graanhalm toe,
Als weldaad uit den Hogen,
Op Landvolk, op,
’t Wordt meer dan tijd,
Dat ge die swellend’ aren snijdt,
Van zwaarte neergebogen.’

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie van het Deevers Archief is bezig achter de vindplaats van die ene wilkeur van de boermarke van Deever uit 1723 te komen. Daar moeten belangwekkende regels voor het oogsten van de rogge staan.
In die jaren was het nog zo dat de bouwakkers op de nes aaneengesloten lagen en niet alle bouwakkers rechtstreeks via een weg bereikbaar waren, derhalve de akkers in een bepaalde volgorde möss’n wödd’n emeeid.
De redactie wil van bezoekers van deze webstee, die het Deeverse dialect (nog) beheersen of gaan beheersen graag vernemen wat de betekenis is van de vier werkwoorden bluij’n, gruij’n, striep’m en riep’m.
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd in Deever de rogge an de miete ezet, waarna een loonbedrijf de rogge döste mit un döskaaste. Op bijgaande afbeelding zijn behoorlijk wat miet’n op de Heezenesch bee’j Deever te zien.
Het deel van de Grönnegerweg bee’j Deever van de Stienakkerweg tot an ut gesticht Aarm’mhuus was gelukkig toen nog een saandweg, was dat nu nog maar zo. Naast de saandweg lag gescheiden door betonnen paaltjes een schelpenpad voor de fietsers en de wandelaars.
De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels uut de Kruusstroate maakte bijgaande fraaie zwart-wit foto omstreeks 1960, ongetwijfeld na 25 juli, na Sunt Joapik.
De redactie heeft de kleurenfoto van de Heezenesch bee’j Deever gemaakt op vrijdag 3 mei 2018 gemaakt. De redactie betreurt het zeer ten zeerste dat over de ooit zo schitterende maar nu vernielde Heezenesch, ooit Deevers cultureel erfgoed van buiten-categorie, een volstrekt overbodige asfaltweg loopt. De redactie raadt de Hoge Heren Van De Absolute En Onvermurwbare Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld zeer ten zeerste aan deze asfaltweg te slopen en de oorspronkelijke situatie ter plekke te herstellen.

Posted in Boer'nlee'm, Boermarke van Deever, Haarm Hessels, Heezeresch, Landbouw, Topstuk | Leave a comment