Author Archives: Deevers Archief

Gesaèmelukke ruumte in de Alaska barak

Wie van de ex-bewoners van de barak met de naam Alaska in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe kan de redactie van ut Deevers Archief informeren over de personen op deze foto ?
Deze afbeelding staat op een zwart-wit ansichtkaart, die voor de jongens in het kamp verkrijgbaar was. Deze ansichtkaart is in 1964 gemaakt.
En hoe het leven was in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw in deze voormalige barak van het kamp van de Nederlandse Arbeids Dienst (N.A.D.) ? Wie van de voormalige bewoners van de barak met de naam Alaska of van een andere barak kan daar meer over vertellen ?

Op 15 juli 2015 reageerde Martin Kievits als volgt :
De man met pijp is Gerard Blikman, onze leider. Ik zat in Alaska van februari 1965 – februari 1966.

Posted in Ansigtkoate, de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

De eupening van ut nutuurbad Deeversaand in 1942

Op 8 juli 1942 verscheen in het Nieuwsblad van Friesland (Hepkema’s Courant) het volgende bericht over de opening van het natuurbad ‘Dieverzand’ op Berkenheuvel an de Bosweg in Deever.

Diever. Onder groote belangstelling vond alhier de feestelijke opening plaats van het zwembad ‘Dieverzand’.
De heer J. Andreae, voorzitter van de V.V.V. Diever, welke vereeniging het natuurbad exploiteert, opende de bijeenkomst, waarna het bad officieel werd geopend door den burgemeester dezer gemeente, den heer J.C. Meyboom. De inbezitneming door de bevolking geschiedde vervolgens op origineele wijze. Door een groot aantal vereenigingen waren groepen zwemmers gevormd die om het bad geschaard stonden. Op een bepaald sein sprong van iedere groep een zwemmer van de sprinkplank in het bad, zwom naar zijn groep, waarna alle groepen tegelijkertijd te water gingen, zoodat het bad plotseling geheel gevuld was met zwemmers en zwemsters.
Na de pauze werd een kaleidoscoop gezongen door mej. A. Krol, waarin de wordingsgeschiedenis van het bad vermeld werd. Een humoristisch gedeelte vormde de scène toen de familie Kip, bestaande uit man, vrouw en kind, per ongeluk te water geraakte en daaruit door den badmeester gered werd. Het slot van den dag werd gevormd door mooie demonstraties van de zwemclub ‘De Spatters’ te Beilen.
Onder de aanwezigen merkten we op vertegenwoordigers van de gemeentebesturen van Diever, Dwingelo en Havelte, van de V.V.V.’s te Dwingelo en Havelte, bestuursleden van de zwembaden te Appelscha en Norg, dr. Muntendam, inspecteur van de volksgezondheid te Groningen, de heer Wilmans, consulent voor de lichamelijke opvoeding te Meppel, de commandant van de N.A.D., kamp Geeuwenbrug en tal van vooraanstaande personen uit de gemeente.
Woorden van dank, welke tevens uiting gaven aan bewondering voor hetgeen hier tot stand is gebracht, werden gesproken door burgemeester Eggink te Havelte, burgemeester De la Saussaye Briët te Dwingelo, den heer Cancrinus namens de V.V.V. Dwingelo, den heer Wilmans namens de inspectie voor de lichamelijke opvoeding, den heer Odding als oudste zwemmer (78 jaar), den heer Kobus, uitvoerder van het grondwerk voor de fa. Boltje.
Tenslotte vermelden we nog, dat het natuurbad, geheel omzoomd door bosch, gemaakt is door de fa. Boltje te Heerenveen wat het grondwerk betreft en de aannemers Nijzingh, Koning en gebr. Van Dijk wat het bouwwerk betreft. Door moeilijkheden ten aanzien van de werkkrachten zou het bad evenwel niet gereed zijn gekomen, indien niet avond aan avond de gansche bevolking, rijk en arm, oud en jong, man en vrouw naar het bad was getrokken teneinde te spitten, graven en kruien. Door deze goede gemeenschapszin is het gelukt hier een prachtige inrichting tot stand te brengen, welke het volksbelang ten zeerste zal dienen. Het bestuur van de V.V.V. Diever heeft met deze zaak veel eer behaald. Het is een prachtig natuurbad, dat aan de eischen voldoet.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De in het artikel vermelde heer Albertus Oddink (geboren 26 februari 1865 te Meppel, overleden op 31 juli 1952 op Zorgvlied) woonde in Villa Nova op Zorgvlied. Oude bewoners van Zorgvlied wisten zich te herinneren dat de heer Oddink bijna elke dag, en het hele jaar door, naar de Drentsche Hoofdvaart ging, om te gaan zwemmen. Het zwembad aan de Bosweg in Diever moet een uitkomst voor hem zijn geweest in het badseizoen.

Posted in Alle Deeversen, Swömbad Deeverse Saand, Verdwenen object | Leave a comment

Over greinspoalties en de laandwièr op Zorgvlied

In de ‘Natuurkrant 2009’ van het nationale park Drents-Friese Wold en het nationale park Dwingelerveld staat een artikeltje over de paaltjes op de grens van de provincie Friesland en de provincie Drente en over de nog goed zichtbare landweer tussen de weg van Zorgvlied naar Elsloo en het Ekingerzand. Dit artikeltje is ook als bladvulling opgenomen in nummer 09/4 van Opraekelen, het papieren blad van de lokale heemkundige vereniging uit Diever.

Grenspaaltjes
In 1886 werden de gemeenten op de grens van Friesland en Drente gevraagd het tracé en de markering van de grens te controleren. In 1894 zijn 147 gietijzeren palen geplaatst. Deze grenspalen kostten toen 910 gulden. De aannemer kreeg 1286 gulden voor het plaatsen.
De zwart-witte paaltjes staan ongeveer 60 cm boven het maaiveld en een even groot deel van de paal zit onder de grond. De palen stonden gemiddeld 500 meter uit elkaar en staan op oude kaarten als GP met een getal aangegeven, bijvoorbeeld GP 51 (dit is de paal met het Romeinse getal LI). Een aantal is verdwenen, maar GP 51 is in september 2007 teruggeplaatst.
Bij Steggerda (Westvierdeparten 8) staat een groter exemplaar op het drie provinciënpunt Friesland-Drente-Overijssel (paal nummer I). Deze paal is 150 cm hoog en 40 cm dik.
In de zomer liggen de relikwieën vaak verscholen in het struikgewas. In de winter en herfst springen de paaltjes meer in het oog.

Landweer
In het Nationaal Park Drents-Friese Wold ligt een landweer. De landweer stamt waarschijnlijk uit de late middeleeuwen en heeft globaal op de provinciegrens gelegen. Tussen de weg van Zorgvlied naar Elsloo en het Aekingerzand is een deel nog in zeer goede staat. De oranje wandelroute vanuit Zorgvlied (start restaurant Villa Nova) brengt u langs een deel van de landweer. Let op dat u bij de oranje wandeling de oostelijke lus kiest ! Dit deel van de landweer wordt jaarlijks door een groep vrijwilligers onderhouden.
Een landweer is een opgeworpen aarden verdedigingswal. Deze wal diende om mens en dier tegen te houden. Deze aarden wal is zeer waarschijnlijk een (klein) onderdeel geweest van de Friese waterlinie geweest. Deze waterlinie bestond voornamelijk uit schansen. Bij onraad werd het lage deel tussen de Linde en de Tjonger onder water gezet. Deze linie heeft in de 80-jarige oorlog en het rampjaar 1672 dienst gedaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de webstee frdrenthe.blogspot.nl zijn enige bruikbare aanvullingen op het artikeltje over de grenspaaltjes te vinden:
De grenspalen zijn in de maanden oktober, november en december 1894 geplaatst onder toezicht van de beide provinciale hoofdingenieurs van de Waterstaat, S.J. Vermaes en J.P. Hofstede. Het ging in totaal om 147 stuks gegoten ijzeren grenspalen die waren voorzien van de wapens van de provincies Friesland en Drente en van 1 gegoten ijzeren paal met de wapens van Friesland, Drente en Overijssel, die bij Frederiksoord werd geplaatst. De palen werden voor een bedrag van f 909,45 geleverd door de Maatschappij “IJzergieterij de Prins van Oranje” te ’s-Gravenhage.
De paaltjes werden beschilderd met afwisselend zwarte en witte ringen en zodanig geplaatst dat in de grenslijn staande steeds minstens twee paaltjes zichtbaar zijn. De paaltjes werden genummerd van I tot CXLIX. De Friese gemeentebesturen kregen volgens resolutie van 1 december 1895 opdracht om vóór 1 mei jaarlijks rapport uit te brengen over de toestand van de paaltjes en bij urgentie zelfs onmiddellijk. Zij moesten tevens bevorderen dat het vrije zichtveld tussen de paaltjes niet door struikgewas, bomen of anderszins zou worden belemmerd. Zij moesten ook toezien op het ‘ontblooten’ van de plint. De paaltjes zouden om de vier jaar opnieuw worden beschilderd, te beginnen in 1899 voor de eerste maal op kosten van de provincie Drente. Ook Drenthe droeg de onderhoudstaken op aan de gemeenten.

Posted in de Olde Willem, Greinspoal, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Keukenlaan op Zorgvlied en Wateren

De Keukenlaan op Zorgvlied en Wateren.

Posted in Ansigtkoate, Keukenlaène, Zorgvliet | Leave a comment

De legere skoele op Woater’n bestiet honderd joar

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 24 augustus 1984 verscheen een bericht over het honderdjarige-jubileum van de openbare lagere school ‘Klein en Groot Wateren’ op 29 september 1984.

School Wateren 100 jaar
Wateren – De openbare lagere school ‘Klein en Groot Wateren’ herdenkt zaterdag 29 september het feit dat zij een eeuw geleden is opgericht. Een commissie bestaande uit enkele leden van de oudercommissie en kleuterleidster N. Visser-Stevens is van vorig jaar september al bezig met de voorbereidingen voor de viering van het eeuwfeest.
De school werd enkele jaren geleden grondig verbouwd. In het gebouw krijgen momenteel ruim veertig leerlingen les. Het personeel bestaat naast het hoofd, de heer T. Hofstee, uit een onderwijzeres en een kleuterleidster. Ook de schooljeugd wordt een dag voor de reünie in het feest betrokken. Die dag worden er verschillende festiviteiten georganiseerd, waaronder een optocht van versierde fietsen.
Verschillende hoofden hebben gedurende die honderd jaar een stempel op het plaatselijk onderwijs gedrukt. Het waren achtereenvolgens M. Martens, M.B. Smits, R. Schuurman, H. Onstee, G. de Jager, J.P. Koning en thans de heer T. Hofstee.
Alle oud-leerlingen zijn via advertenties opgeroepen om de reünie bij te wonen.
Burgemeester H.G. Overweg zal de bijeenkomst, die wordt gehouden in een grote feesttent, officieel openen. Naast de koffie en een drankje, zullen de reünisten gezamenlijk een broodmaaltijd nuttigen. Ook zullen oud-leerlingen in de gelegenheid worden gesteld om het woord te voeren. ’s Avonds is er dansen. Verder kunnen alle aanwezigen een expositie bewonderen van oude schriften, foto’s en werkstukken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het eenvoudig uitgevoerde jubileumfotoboekje ‘100 jaar Openbare Lagere School Wateren – 1884-1984′ is ook een overzicht van hoofden der school in Wateren opgenomen: M. Martens (1885), R. Schuurman (1908), H. van Delden (1923), H. Onstee (1928), G. de Jager (1958), J.P. Koning (1963) en T. Hofstee (1973). De redactie neemt natuurlijk aan dat de opsomming in het jubileumboekje de juiste is.
De redactie heeft een afbeelding van de voorkant van dit boekje bij dit bericht opgenomen. Het grote verzoek is natuurlijk: wie kan en wil de redactie een scherpe scan van de foto op de voorkant van het jubileumboekje aanleveren ? De redactie zal die scherpe scan vervolgens met geschwinde spoed en in gestrekte draf bij dit bericht opnemen.
De prachtige foto bij het bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is gemaakt door de Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels, die an de Kruusstroate 2 in Deever woonde. De redactie heeft een afbeelding van deze prachtige foto bij dit bericht opgenomen.
De skoele op Woater’n is op 6 juli 1995 na meer dan 110 jaren na de opening op 29 september 1884 definitief gesloten. Zie het bericht De dooie eup’mbare legere skoele op Woater’n.

De verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier kan de hier afgebeelde foto van de skoele op Woater’n ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 67 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.


 

Posted in Haarm Hessels, Onderwies, Woater’n, Woaterse skoele | Leave a comment

Breimer Zelfbediening op speldje van Tiktak thee

Jan Breimer (geboren op 24 juni 1922 in Beilen, overleden op 10 december 2012 in Assen) en Lammigje Kloeze (geboren op 12 februari 1927 in Wittelte, overleden op 30 juni 1911 in Assen) verkochten in hun zelfbedieningszaak met drogisterij op de hoek van de Kruusstroate en de Peperstroate in Deever aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw ook de zo genoemde namiddagthee van de firma Klaas Tiktak uut Grönningen in de bekende gele verpakking.
Ter bevordering van de verkoop van deze thee kregen kopers van deze thee ten tijde van de grote speldjesverzamelrage in die jaren bij de aankoop van een pakje (?) of twee pakjes (?) thee een speldje cadeau. Deze is te zien op bijgaande afbeelding. In dit geval is het speldje zelfs voorzien van de tekst ‘Breimer Zelfbediening Diever’.
De redactie van het Deevers Archief is naarstig op zoek naar foto’s van de zaak van Jan Breimer en Lammigje Kloeze. Wie wil een goede scan van deze foto’s naar de redactie voor publicatie in het Deevers Archief sturen ?
Wanneer is de familie Breimer naar Assen vertrokken ? Wie het weet, die mag het natuurlijk zeggen.

abracadabra-526

 

Posted in Alle Deeversen, Kruusstroate, Neringdoende, Peperstroate | Leave a comment

Batta Bolling legateert f. 4000,- aan Het Groene Kruis

In de Friese Koerier van maandag 23 januari 1961 verscheen het volgende bericht over de bouw van het Groene Kruisgebouw an de Vlasstroate in Deever.

Nieuwe Groene Kruiscentrum te Diever geeft mogelijkheden
Diever – In café Doorten kwam ‘Het Groene Kruis’ in ledenvergadering bijeen onder voorzitterschap van burgemeester J.C. Meiboom. Deze maakte melding van een legaat van f. 4000,- vrij van rechten ontvangen uit de nalatenschap van wijlen mej. A. Bolding te Diever. Dokter L.D. Broekema, adviserend bestuurslid, zette het grote belang en gerief van het in aanbouw zijnde Groene Kruiscentrum aan de Vlasstraat uiteen en wees op de velerlei mogelijkheden, die dit gebouw voor de volksgezondheid kan bieden.
De verschillende werkzaamheden van de vereniging zullen nu beter tot hun recht kunnen komen. Verder zullen wellicht specialisten kunnen worden bewogen om hier geregeld spreekuur te komen houden, bijvoorbeeld een masseur, oogarts, tandarts. Spreker dacht verder aan de schooltandverzorging en het geven van diverse cursussen, bijvoorbeeld voor aanstaande moeders, E.H.B.O., dieetvoorbereiding en nog vele andere voor de volksgezondheid belangrijke zaken. Door de woongelegenheid voor de wijkverpleegster in het gebouw zal het in de toekomst bij een vacature gemakkelijker gaan om een nieuwe verpleegster te krijgen.
Burgemeester Meiboom verstrekte inlichtingen over de bouwkosten en de exploitatie. In het gebouw zijn ondergebracht een wachtkamer, dkoterskamer, kleedruimte, ruimte voor kinderboxen, ruimte voor een specialist, spoelruimte voor reiniging van uitgeleende benodigdheden, een magazijnruimte en drie woningen, bestemd voor de wijkverpleegster, een conciërge, tevens magazijnbeheerder en voor bijvoorbeeld een maatschappelijk werkster, kraam- of gezinsverzorgster.
Ter financiering van de bouwkosten heeft de vereniging bij de gemeente Diever groot f. 90.408,- gesloten. Omdat de rente en aflossing daarvan een extra en te zware last op de exploitatierekening betekenen en de kosten van verlichting, verwarming, schoonhouden en onderhoud van het nieuwe gebouw veel hogere uitgaven zullen vergen dan voorheen ten aanzien van het oude gebouw, werd besloten een kollekte te houden onder de ingezetenen van de gemeente Diever.
Op voorstel van het bestuur werd het nieuwe gebouw ‘Dokter van Nootenhuis’ genaamd naar wijlen dokter S. van Nooten, die, zoals de voorzitter opmerkte, aan de box van het Dieverse Groene Kruis heeft gestaan. Hij heeft het Groene Kruiswerk hier moeten organiseren. Dokter Van Nooten was een actieve figuur, die z’n werk met groot enthousiasme en met enorme overgave verrichtte.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De legator mejuffrouw A. Bolding was de ongetrouwde Alberta Bolding (die in de volksmond Batta Bolling werd genoemd). Zij is geboren op 8 december 1863 en is overleden op 23 november 1960. See is begreu’m op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee’j Deever. Zij was een zuster van de ongetrouwde Lammigje Bolding (die in de volksmond Lamme Bolling werd genoemd). Zij is geboren op 8 december 1873 en is overleden op 30 augustus 1967.
De twee zusters hadden een kruidenierswinkeltje an de Heufdstroate in Deever vlak bee’j ut Brinkie. De gezusters verkochten in de vijftiger jaren van de vorige eeuw in hun winkeltje ook suutholt veur un cent en suurties uut un stopflesse. An suutholt ku’j kwassies kouw’n. De sunige Batta en Lamme muut in heur winkeltie hiel wat suutholt en suurties en suker en pietereulie vurkocht hem’m veur dat legoat van 4000 gul’n.
Burgemeester J.C. Meiboom was V.V.D.-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) is geboren op 9 april 1910 in Oldemarkt en is overleden op 11 februari 1982 in Bilthoven.
De redactie is wel benieuwd hoeveel geld de kollekte voor de bouw en het beheer en onderhoud van ut Gruune Kruusgebouw an de Vlasstroate in Deever onder de ingezetenen van de gemeente Diever heeft opgeleverd. De redactie zal trachten dat te weten te komen.
De redactie heeft in verschillende berichten aandacht besteed aan dokter Sebastiaan van Nooten. Bijvoorbeeld in het bericht De gemeentelijke dokterswoning op de Noordesch.
Op bijgaande kleurenfoto, die in de herfst van 1960 moet zijn gemaakt is het begin van de bouw van ut Gruune Kruusgebouw op de grond met de veldnaam Scholten’s Bultie an de Vlasstroate te zien. De Kloosterstroate is net niet te zien aan de linkerkant. Achter de groene bouwkeet zijn twee noodgebouwen te zien. In het grote noodgebouw waren twee lokalen van de U.L.O.-school. In het kleine noodgebouw was toen nog het postkantoor gevesigd. De twee noodgebouwen stonden niet op de grond met de veldnaam ut Bultie, maar naast ut Bultie.
De maker van deze foto heeft voor het maken van deze foto gestaan op het schelpenpaadje tussen de Vlasstraat en de Binnenesch. De redactie zou graag willen weten wie de maker van deze kleurenfoto is, teneinde zijn of haar naam met ere in dit bericht te kunnen noemen.


 

 

Posted in Vlasstroate, Vurening | Leave a comment

Oense Abe an ’t stroat’n an de Binn’nesch in Deever

Op de voorpagina van de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van woensdag 6 maart 1957 werd bijgaande foto met bijgaand onderschrift gepubliceerd over de komst van Abe Brouwer naar Deever.

De Friese schrijver Abe Brouwer, die benoemd is tot straatmaker van de gemeente Diever, heeft maandagmorgen zijn nieuwe werkkring aanvaard. Brouwer stamt uit een bekende straatmakersfamilie en heeft dit handwerk ook zelf jarenlang uitgeoefend.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Friese schrijver en dichter Abe Brouwer is geboren op 18 september 1901 op de Bergumerheide bij Noordbergum in Friesland en is overleden op 18 maart 1985 in Franeker. 

Abe Brouwer begon op maandag 4 maart 1957 op 56-jarige leeftijd, toen het wat slechter ging met zijn schrijverscarrière, as stroatemaeker van de gemiente Deever. De foto moet ook op maandag 4 maart 1957 of op een eerdere maandag zijn gemaakt, want bij de bewoners van de huusen mit adres Kloosterstroate 7 en Kloosterstroate 9 hangt de wasse an de liende. Maendag was altied wasdag. 
De eerste klus van Abe Brouwer was zo te zien op de afbeelding het maken van het toegangsstraatje van de Binnenesch naar het speeltuintje op een stuk gemeentelijke grond, dat was ingesloten deur de Kloosterstroate, de Binn’nesch en de Veentiesweg.
Tijdens de schaft om 12.00 uur, bij het horen van de stoomfluit van de botterfabriek an ’t Meul’nende, kon Abe Brouwer zo even over het speeltuintjeterreintje en door zijn tuin naar huis lopen, want hij woonde in Deever eerst an de Veentiesweg 3, now Veentiesweg 5.
De redactie vindt het uiterst drammerig irritant arrogant ambtelijk, dat De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote En Almachtige Gelijk In De Gemeente Westenveld de doorlopende nummering (1, 2, 3, …) van de huizen an de Veentiesweg rücksichtlos hebben vervangen door een oneven nummering (1, 3, 5, …), en dat terwijl an de Oldendeeverse kaante van de Veentiesweg gien huusen stoan, en dat terwijl de Oldendeeverse kaante van de Veentiesweg al lange bee’j un beschaarmt dörpsgesichte heurt.
De redactie weet de naam niet van de gemeentearbeider, die achter Abe Brouwer aan het werk is.
De redactie heeft in het Deevers Archief al verschillende keren aandacht besteed aan schrijver, dichter en acteur Abe Brouwer. Klik in het Deevers Archief aan de rechterkant op de categorie Abe Brouwer en vindt de betreffende berichten.
De redactie wil heel graag in het bezit komen van een scherpe scan van de foto die is gebruikt voor bijgaande afbeelding is. Wie van de bezoekers van het Deevers Archief kan de redactie op het juiste spoor zetten.

Posted in Abe Brouwer | Leave a comment

Vugèdering van de N.S.B. in café Balsma uutestelt

Op 6 maart 1943 verscheen in het Agrarisch Nieuwsblad de volgende korte advertentie over het uitstellen van een vergadering van de afdeling Diever van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.) in het café van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma an de brink in Deever. De redactie heeft in de openbare bronnen niet kunnen vinden of en wanneer de aangekondigde vergadering wel is gehouden. En wat zou de agenda van deze vergadering zijn geweest ?

Nationaal Socialistische Beweging – Diever
De aangekondigde Openbare Vergadering op 7 maart in café Balsma wordt tot nader datum uitgesteld.

Posted in Brink, Café Balsma, Deever, N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Bungalow ’t Spinwiefien in Ellert en Brammert

De redactie van ut Deevers Archief toont aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van zijn webstee ut Deevers Archief graag mooie ansichtkaarten van vacantiecentrum Ellert en Brammert, dat lag tussen de Deeverbrogge en de Horasluus an de Gowe. De bijgaand afgebeelde ansichtkaart is zo’n mooie ansichtkaart. Vakantiegangers zitten en staan bij het kleine, maar ongetwijfeld gezellige bungalowtje ’t Spinwiefien. Duidelijk is de eenvoudige manier van vakantie houden in de vijftiger jaren van de vorige eeuw te herkennen. Van luxe was in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog in het geheel geen sprake. De tekst op de achterkant van deze ansichtkaart is in dit bericht weergegeven.

Beste Rieks,
Hoe gaat het jong ? Wij maken ’t hier best hoor. Vandaag niet zo zonnig, maar toch lekker weer. Morgen zal het wat meer zonnig worden. Vanmorgen heb ik ook een wandeling meegemaakt dwars door ’t bos. Maar ’t is me niet goed zo goed bekomen, mijn been was weer wat dikker. Daarom heb ik vanmiddag maar weer flink gerust en de dames alleen laten trekken. Die zijn naar Dwingelo geweest, ze wilden krenten plukken, maar kwamen zonder krenten thuis. Ze waren vroeg rijp geweest en door de droogte verdroogd. Ik blijf geregeld mijn been in sodawater betten, maar veel veranderd het niet. Ik moet wel rustig aan doen. Hoe maak jij het Rieks in je eenzaamheid ! De groeten van ’t hele span hier hoor. Vader.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Deze zwart-wit ansichtkaart is in november 1955 uitgegeven door drukkerij JosPe in Arnhem. De kaart was te koop in het kamphuis van vacantiecentrum Ellert en Brammert.
De ansichtkaart is op 22 juli 1956 verstuurd aan Rieks …, die in Groningen woonde.
Op de achterkant is links boven de volgende tekst te lezen: Vacantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, Telefoon 05219-207. Correspondentieadres van october tot april: Burgemeester Praamsmalaan 4, Bolsward, Telefoon 05157-229 of 372.
De redactie weet niet welke verzamelaars van ansichtkoat’n uut de gemiente Deever een exemplaar van deze wellicht zeldzame ansichtkaart hebben.
De grote vraag is natuurlijk: Wie herkent personen op de ansichtkaart ? De redactie verneemt het graag.

Posted in Ansigtkoate, Ellert en Brammert | Leave a comment

Groeten uit kampeercentrum Ellert en Brammert

De redactie van het Deevers Archief kwam onlangs in het bezit van een zwart-wit ansichtkaart van het gezellige kampeercentrum Ellert en Brammert, dat was gelegen tussen de Deeverbrogge en de Gowe. met de toegangsweg bij het huis met de naam ‘de Wildschut’ langs de vaart. Zie de bijgaande afbeelding van deze zogenaamde vijf-luiks ansichtkaart.
Het bijzondere aan deze ansichtkaart is de tekst tussen de vijf foto’s op de ansichtkaart: Groeten uit kampeercentrum Ellert en Brammert – Diever. Op de kaart staat vermeld Diever in plaats van Dieverbrug.
En de ansichtkaart werd merkwaardig genoeg niet verkocht in het kamphuis van het kampeercentrum Ellert en Brammert zelf, maar door Lubbert (die in de volksmond Lub werd genoemd) Wanningen, winkelier in luxe en huishoudelijke artikelen an de Heufdstroate in Deever. Deze kaart is in november 1958 uitgegeven.
Een uitgave uit 1953 en een uitgave uit 1955 van deze kaart werd wel verkocht in het kamphuis van kampeercentrum Ellert en Brammert, met de tekst ‘Groeten uit kampeercentrum Ellert en Brammert’, maar zonder vermelding van de plaatsnaam Diever.
De redactie zou graag in het bezit willen komen van een exemplaar van de zwart-wit ansichtkaart waarop alleen is te zien het eerst gebouwde kamphuis met de naam de Olde Stee, zoals dat links onder op de hier getoonde ansichtkaart is afgebeeld. Wie is bereid deze ansichtkaart aan de redactie te verkopen ? Of wie is bereid een scherpe scan van de voor- en de achterkant van deze ansichtkaart voor publicatie in het Deevers Archief ter beschikking van de redactie te stellen ?

Posted in Ellert en Brammert, Toeristenindustrie, Verdwenen object | Leave a comment

Bee ut keutereegie van de Flitter an de Heufdstroate

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 86 een afbeelding van een ansichtkaart uit 1906 van de Heufdstroate in Deever te zien. De tekst op bladzijde 86 luidt als volgt.

Hoofdstraat
De Hoofdstraat van Diever loopt vanaf Dieverbrug langs Moleneinde-Katteneinde en krijgt hier de naam Hoofdstraat, die vervolgens bij de eerstvolgende driesprong links afslaat, om de kerk rechts afbuigt richting Wapse en aan dit eind van het dorp eindigt.
Eerste huis links werd vroeger bewoond door A. Flederus, bijgenaamd ‘de Flitter’, later door Jan Krol, boer en jager.
Tweede huis van Jan Mulder, boer en tevens gemeente-ontvanger.
Derde huis (zeer duister) van Jan Manden, met op de achtergrond dat van kleermaker Roelof van Kampen.
Rechts is nog juist zichtbaar de boerderij en tevens logement van de erven R. Seinen.

Posted in Heufdstroate, Keutereegie | Leave a comment

Betekenis van de woorden lodderein en siepel

De redactie van het Deevers Archief stelde in het bericht ‘De grote aarmoe van de Deeverse streektoal‘ de volgende belangwekkende vraag: Maar wie weet desalniettemin de betekenis van het gezegde ‘De iene dag rök noar lodderein en de aandere dag noar siepels ?

Jacob (Jaap, Japie) Koning (zoon van Bertus Koning (de lochtkeerl) en Deeltje van der Helm van de Veentjeweg in Deever) gaf op 16 november 2015 het volgende antwoord:  De ene dag ruikt naar eau de cologne, de andere dag naar uien !
De redactie van het Deevers Archief rekent dit antwoord helemaal goed. Het ging natuurlijk om de betekenis van de in onbruik geraakte Deeverse woorden lodderein en siepels.
In het genoemde bericht wordt ook gewag gemaakt van de in onbruik geraakte Deeverse woorden: agin, seins, mit lieveloa, putie, wiemel, poppie, brummel, buunseling, driet’n, mieg’n.
De redactie van het Deevers Archief wil ook graag de betekenis van deze woorden vastleggen. Wie reageert ?

Posted in Deevers | Leave a comment

De laatste verzetsdaad van Gerrit Gunnink

In de landelijke krant Trouw verscheen op maandag 6 mei 2009 het artikel De laatste verzetsdaad van Joost van Velzen over het tweede deel van de documentaire ‘Nooit meer laf’ van Geertjan Lassche.
De documentaire gaat over Gerrit Gunnink, een oud-verzetsman met spijt die met zijn knokploeg betrokken was bij -naar eigen zeggen- onterechte liquidaties, waaronder de liquidatie van een N.S.B.’er in de bossen bee Deever.

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Lilluk op drift mit ut maarktterrein an de Bosweg

De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Gelijk Van De Gemeente Westenveld hebben besloten ut maarktterrein on the William Shakespearealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever verder vol te plempen, duurzaam te ontduurzamen en daarmee verder duurzaam te verloederen, zeg maar Verloedering 2.0, misschien wel Verloedering 3.0 of misschien wel Verloedering 4.0, teneinde letterlijk ruim baan te maken voor De Weinig Geld Spenderende Dagjesmensen In Het Grote Blik Op Vier Wielen, hopende de neringdoenden in Deever daarmee nog wat meer in de watten te leggen.

Al in 2017 of 2018, al vóór de start van de uitvoering van het schaarse belastinggeld verslindende gemeentelijke zo genoemde over de top project Deever op Drift was het de redactie van het Deevers Archief wel al duidelijk dat De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Straatklinkerharde Gelijk Van De Gemeente Westenveld ut koomaarktterrein, ut diel van ut maarktterrein waar vroeger koo’n werden verhandeld, on the William Shakespearealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever wilden verharden.

Dus het vernuftelingachtige onderhandelen van De Lagere Heertjes Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Absolute Gelijk Van De Gemeente Westenveld met een zorgvuldig geselecteerde delegatie jawillenknikkende inwoners van Deever over de inrichting van ut maarktterrein on the William Shakespearealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever was een soort van Virtual Reality Show, een soort van Become Happy With A Dead Sparrow Show.

De redactie van het Deevers Archief heeft met tranen in de ogen bijgaande kleurenfoto op maandag 27 juli 2019 gemaakt.

Aan de linkerkant van de kleurenfoto is tussen de eikebomen nog net een klein stukje van ut inmiddels bestraatte koomaarktterrein, nu de vooralsnog gratis Longtermparkingbrink on the Shakespearealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever te zien. Dat zo’n grote bestraatte waterdichte oppervlakte geen duurzame klimaatbestendige oplossing is voor het langstallen van veel Groot Blik Op Vier Wielen, dat mogen De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onwrikbare Gelijk Van De Gemeente Westenveld uitleggen aan komende generaties. Dus beter is de bestrating met geschwinde spoed en in gestrekte draf te verwijderen.

Op de bijgaande kleurenfoto is de verloedering van ut pièrdemaarktterrein niet in zijn totale omvang te zien.

Het straatje tussen de ingang van de kaarkhof an de Grönnegerweg en de William Shakespearealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever is al vanaf de aanleg volstrekt overbodig en kan per direct worden gesloopt. Dan kunnen ook de gemeentelijke betuttelpaaltjes aan beide kanten van het straatje ook met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden verwijderd. Op de vrijgekomen ruimte moeten eikebomen worden geplant.

De saandweg – elke saandweg in Deever is Deevers aarfgood – tegenover ut liekwaeg’nschuurtie op ut maarktterrein is alweer flink wat jaren geleden om volstrekt onduidelijke redenen vanaf de William Shakespearealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever tot aan de kaarkhof volgeplempt met straatstenen. Het is hoog tijd deze saandweg in al zijn prachtige glorie te herstellen. Dus de bestrating moet met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden verwijderd.

Onder het afdakje is het door de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Gelijk Van De Gemeente Westenveld helemaal zelf bedachte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 met inbegrip van bestrating en afvalbakje te zien. De Deeverse Hangjongeren Van De Achterkant Van Het Onaantastbare Gelijk hebben zich dit ouderwetse conservatieve nikspicknicken kotje natuurlijk niet door de strot laten duwen, want bijvoorbeeld in het kotje kon de slimme telefoon niet worden opgeladen, de gratis betrouwbare verbinding met internet ontbrak en ook het gratis openbare toilet ontbrak. Dus dit verloederingstimulerende bouwsel – zie op de foto het vele zwerfvuil – met bestrating moet met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden verwijderd. Op de vrijgekomen ruimte moeten eikebomen worden geplant.

Aan de rechterkant van het mislukte hangjongerenontmoetingskotje 1.0 is een gebouw te zien waarin een zogenoemd Toeristische Informatie Punt is gevestigd. Met enige goede wil had deze voorziening kunnen en kan deze voorziening nog steeds in een bestaand gebouw worden ondergebracht. En in deze tijd van alle informatie over alles kunnen vinden op het internet en steeds maar de hele ganse dag koekeloeren op het schermpje van de slimme telefoon, is zelf een Toeristisch Informatie Punt in een gebouw niet meer nodig. Dus ook het ongetwijfeld met de beste bedoelingen en met veel subsidie gebouwde gebouw moet met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden afgebroken. Op de vrijgekomen ruimte moeten eikebomen worden geplant.

In het kader van het schaarse belastinggeld verslindende gemeentelijke zo genoemde over de top project Deever op Drift zijn op ut maarktterrein om volstrekt onduidelijke redenen heel wat oude eiken verropt en verrinneweert. In een poging in Deever gemor aan De Achterkant Van Het Onaantastbare Gelijk te voorkomen hebben De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Onaantastbare Gelijk Van De Gemeente Westenveld een mitigerende maatregel bedacht en de met schaars belastinggeld betaalde plaatselijke houtbewerker Henri Koeling aan het werk gezet om in de stam van enige verropte eiken een dier uit te hakken, te boren, te snijden, te vijlen, te gutsen, te zagen.

Op de kleurenfoto is te zien dat houtbewerker Henri Koeling (die zichzelf woodcarver noemt) uut de Peperstroate in Deever getracht heeft een Amerikaanse zeearend in volle vlucht uit te beelden. Deze vogel is wel heel erg afwezig in de bos in de gemiente Deever. Het beste kan de kettingzaag in het nog zichtbare onderste deel van de stam onder het kunstig gemaakte voorwerp worden gezet, waarna dit voorwerp bij het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever naast het gemankeerde beeld ‘de Wokkel’ kan worden neergezet. Dan kunnen de Hoge Heren In Het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever elke dag genieten van hun Onaantastbare Gelijk.

De betonnen paaljes met de gegalvaniseerde metalen buizen langs het veel te smalle tweerichtingsfietslooppaadje langs the William Shakesparealley (voorheen Bosweg) in the Shakespearevillage of Deever hebben geen enkele functie en moeten met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden verwijderd. In de hoogtijdagen van de Deeverse koo- en pièrdemaarkt’n bestonden paaltjes van gewapend beton en buizen van gegalvaniseerd metaal nog niet.

Op de kleurenfoto zijn enig bruine houten piketpaaltjes zichtbaar. Deze zijn daar in de grond geslagen in het kader van de uitvoering van het schaarse belastinggeld verslindende gemeentelijke zo genoemde over de top project Deever op Drift. Die piketpaaltjes beloven niet veel goeds.

Het resultaat van de uitvoering van alle hiervoor voorgestelde maatregelen is een opehemmelt maarktterrein – zoals dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw nog het geval was – en is een gigantische en duurzame sprong voorwaarts naar het verleden van Deever. Dan zal ut lege en opehemmelde maarktterrein weer vol met eikebomen staan. Dan zal ut maarktterrein klaar zijn voor de komende generaties.

Dan kunnen de hangjongeren in de koude en vooral donkere oudejaarsavond hun melkbus weer vaaste bien’n an un iekeboom op ut pièrdemaarktterrein, een gat boren in de bodem van de melkbusse, ut lid van de melkbusse vaaste bien’n an un hiel lang stuk touw, een jerrycan met water en flink wat kilo’s carbid meenemen. Dan kan in het donker onder de eikebomen van ut pièrdemaarktterrein hopelijk weer naar hartelust en zonder enig toezicht en benauwende betutteling ebalderd wödd’n.

Posted in Kuunst, Maarktturrein, Saandweg | Leave a comment

Metam-natrium is bij teelt van lelies weer toegestaan

Grondontsmettingsmiddelen waarin metam-natrium zit, zijn weer toegestaan. Dat schrijft staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw in een brief aan de Tweede Kamer. Deze ‘ontsmettingsmiddelen’ worden bijvoorbeeld gebruikt bij de teelt van lelies in de gemiente Deever.

Volgens Dijksma zijn de middelen van groot belang voor de landbouwsector. Vooral bij de teelt van lelies en aardbeien, maar ook in de boomteelt zijn ze onmisbaar. Ze bestrijden aaltjes in de grond die schadelijk zijn voor planten.
De landbouw zal wel aan verschillende voorwaarden moeten voldoen. Zo moet er een bufferzone komen van 150 meter tussen het behandelde perceel en woningen of openbare gebouwen. Verder moeten behandelde percelen veertien dagen worden afgedekt en moet het middel op minstens 20 centimeter in de grond worden ingebracht. Als laatste mag het oppervlak niet groter zijn dan één hectare.
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTBG) heeft in opdracht van de staatssecretaris onderzoek gedaan naar de effecten van de middelen met metam natrium op de omgeving. Daar zijn de verschillende beperkingen uitgekomen. Het tijdelijke verbod is met ingang van vandaag opgeheven.
Dijksma gaat met de sector overleggen over alternatieven voor metam-natrium:
“Ondanks de noodzaak van beperkende maatregelen ben ik me bewust van de gevolgen voor individuele ondernemers. Om die reden heb ik samen met de sector al stappen genomen om de alternatieven voor grondontsmetting zo snel en goed mogelijk verder te ontwikkelen”.

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden schrijft op maandag 25 augustus 2014 in zijn webstee:
Ctgb legt beperkende voorwaarden op aan gebruik metam-natrium
Het Ctgb stelt vanaf 25 augustus beperkende voorwaarden aan het gebruik van middelen op basis van metam-natrium. Met deze nieuwe aanvullende voorwaarden wordt voldaan aan het beschermingsniveau voor omwonenden en in het bijzonder die voor kinderen.
Beoordeling nieuwe gegevens
Naar aanleiding van de schorsing (28 mei 2014) van de toelating van de metam-natrium houdende gewasbeschermingsmiddelen, heeft de toelatinghouder nieuwe wetenschappelijke informatie aangeleverd. Daarnaast heeft de toelatinghouder, vanwege een herregistratie, dezelfde informatie aangeleverd aan de Belgische toelatingsautoriteit. De beoordeling van de gegevens heeft dan ook in nauwe samenspraak met België plaatsgevonden.
Hieruit blijkt dat de betreffende middelen veilig kunnen worden gebruikt met aanvullende, strikte voorwaarden; namelijk:
Een onbehandelde bufferzone van 150 meter tussen behandeld perceel en de kadastrale grens van woningen en overige verblijfsplaatsen waar mensen langere tijd verblijven, zoals winkels, scholen, bedrijven en kantoren én
Afdekking van het perceel direct na behandeling voor minstens 14 dagen met VIF (virtually impermeable film) én
Inbrengen op tenminste 20 cm diepte én
Maximaal te behandelen areaal van 1 hectare, met minimaal 150 meter afstand tussen behandelde velden.

Met deze beperkende voorwaarden zijn geen risico’s te verwachten voor omwonenden of in het bijzonder voor omwonende kinderen. Bij het bepalen van deze grens is rekening gehouden met het feit dat de verspreiding van metam-natrium afhankelijk is diverse factoren, zoals de weerscondities tijdens en na gebruik.

Posted in Landbouw, Oll'ndeever | Leave a comment

Ut groevemuseumpie sal ur nooit koo’m

Om een idee te krijgen van de oorspronkelijke gevel van ut liekwaeg’nschuurtie an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever verwijst de redactie naar een verbouwtekening uit 1965. In dat jaar is ut olde liekwaeg’nschuurtie grondig vernield en verbouwd tot een soort van des werelds kleinste clubhuisje van de Jonge Heertjes Van De Padvinderij.
In de oostelijke gevel van het gebouwtje is bij de restauratie in 2017 de originele veurbaander weer aangebracht; zie afbeelding 1.
De noordelijke gevel van het gebouwtje is bij de restauratie in 2017 niet in de originele staat hersteld, want het raampje ontbreekt; zie afbeelding 2.
De westelijke gevel van het gebouwtje is bij de restauratie in 2017 niet in de originele staat hersteld, want de nog aanwezige aachterbaander moet nog met geschwinde spoed en in gestrekte draf worden vervangen door een gewone deur; zie afbeelding 3.
De zuidelijke gevel van het gebouwtje is bij de restauratie in 2017 niet in de originele staat hersteld, want een raampje ontbreekt; zie afbeelding 4.
In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het ronkende, snorkende en brallende poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de ‘eindelijke’ opening van een groevemuseumpie in ut liekwaeg’nschuurtie bee’j de vooralsnog gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever. De redactie verwijst daarvoor naar het bericht Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open.
De redactie van het Deevers Archief heeft bijgaande vier afbeeldingen van ut liekwaeg’nschuurtie an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever gemaakt op maandag 27 juli 2019. Toen was in ut liekwaeg’nschuurtie nog steeds niet het kleinste museumpie ter wereld gevestigd.
Tot directeur-conservator van het groevemuseumpie is na een uiterst zorgvuldige selectieprocedure benoemd de Deeverse top-amateur-historicus en groevegoeroe Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever.
De redactie is na twee jaar vergeefs en geduldig wachten er volledig van overtuigd geraakt dat het groevemuseumpie nooit in ut liekwaeg’nschuurtie zal worden ingericht en geopend. Nee, nooit !
Maar misschien kan in ut liekwaeg’nschuurtie een commercieel Shakespearemuseumpie of een commercieel Shakespearekioskie worden ingericht en geopend ? Per slot van rekening moeten de neringdoenden in de gemiente Deever in de watten worden gelegd en in de gelegenheid worden gesteld de naam Shakespeare financieel tot diep op het bot en langdurig kunnen uitbaten.
De redactie van het Deevers Archief moet helaas wel vaststellen dat de twee zwerfstenen, die op zaterdag 16 juni 2018 nog aanwezig waren aan de linkerkant van de bestrating voor de oostgevel van ut liekwaeg’nschuurtie, op maandag 27 juli 2019 niet meer aanwezig waren. Wellicht zijn deze twee zwerfstenen gejat of gestolen of geleend ? Wie is de eigenaar van deze twee verdwenen zwerfstenen ? Of hebben De Niet Zo Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Ontzettende Gelijk Van De Gemeente Westenveld de twee zwerfstenen verplaatst naar een andere toplocatie in de gemiente Deever ?

Afbeelding 1 – Oostgevel van ut liekwaeg’nschuurtie an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever

Afbeelding 2 – Noordgevel van ut liekwaeg’nschuurtie an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever

Afbeelding 3 – Westgevel van ut liekwaeg’nschuurtie an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever
Afbeelding 4 – Südgevel van ut liekwaeg’nschuurtie an de Shakespearealley (voorheen Bosweg) in Deever

Posted in Baander, Bosweg, Lijkwagenschuurtje, Museum | Leave a comment

Wanneer begunt de less’n Deevers ?

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 8 april 2019 verscheen een belangwekkend en zorgwekkend bericht over de bittere noodzaak van het stimuleren van het gebruik van de Nedersaksische streektaal op de lagere scholen. 

Nedersaksisch op school
Stimuleren van gebruik streektaal
Regio. Taaldocenten van de landelijke vereniging Levende Talen hebben een aparte afdeling voor de Nedersaksiche taal opgericht. Dat gebeurde zaterdag tijdens de algemene ledenvergadering in Utrecht.
De vereniging Levende Talen Nedersaksisch gaat zich inzetten voor een nieuwe leerlijn Nedersaksisch voor het basisonderwijs. Daar onder valt naast het ontwikkelen van lesmateriaal ook het stimuleren van een positieve houding in het onderwijs ten opzichte van het gebruik van de Nedersaksiche taal.
Overeenkomst
De Vereniging Levende Talen Nedersaksisch wordt gesteund door de provincie Overijssel. Daartoe is een overeenkomst getekend.
Eerder, in oktober 2018, werd een convenant getekend door zeven regionale overheden (de provincies Drenthe, Friesland, Gelderland, Groningen en Overijssel en de gemeenten Oost- en  Weststellingwerf) om het gebruik van het Nedersaksisch als streektaal te stimuleren. Dat krijgt nu dus een vervolg.
Het hele Nedersaksische taalgebied loopt van Oost-Nederland via Noordoost-Duitsland tot aan Denemarken. Anders dan het Fries is er ook niet één standaard Nedersaksisch.
Zeven varianten
Alleen al Nederland kent minstens zeven regionale varianten, zoals Drents, Twents, Veluws, Sallands, Achterhoeks, Gronings en Stellingwerfs.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 17 april 2019 verscheen een niet-nieuws bericht over niet geheel onbemiddelde mensen van vaak ver buiten de gemiente Deever, die hun oude dag komen slijten in de gemiente Deever.

Drentenierders verzamelen zich
In het Landhotel in Diever verzamelen zich donderdag weer zogenaamde ‘Drentenierders’. Dit zijn wat oudere levensgenieters die, vaak na een druk arbeidsleven vol afwisseling, zijn neergestreken in de gemeente Westerveld.
Drentenierders willen de mensen om hen heen leren kennen, samen aan activiteiten deelnemen en wellicht nieuwe dingen uitproberen. De middag is bedoeld als een gezellig samenzijn om oude contacten aan te halen en nieuwe contacten te leggen.
De toegang is gratis en van te voren opgeven is niet nodig. De tijden zijn van 15.00 uur tot 17.00 uur. Na afloop is er een aanschuifdiner waarvoor men zich desgewenst in de loop van de middag kan opgeven.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De  redactie is het roerend, ja zelfs bijna ontroerend eens met het leren spreken, lezen en schrijven van het met uitsterven bedreigde Deeverse dialect op de lagere scholen in de gemiente Deever.
Het stervende Deeverse dialect is een variant van het Stellingwerfs. De redactie is dan ook bijzonder verbijsterd dat de Uitsluitend Nederlands Sprekende Hoge Heren Van Het Ontzettend Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld, comfortabel gevestigd in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, het in oktober 2018 getekende convenant voor het stimuleren van het gebruik van het Nedersaksisch (in Deever is dat het Deevers, in Dwingel is dat het Dwingels, enzovoort) niet mede hebben ondertekend en dat terwijl de twee Stellingswerfse zustergemeenten dat convenant wel hebben ondertekend. De gemeenten Oost- en Weststellingwerf beseffen heel goed dat voor het Stellingswerfs het licht al lang op rood staat.
Hoe eerder en sneller een plan voor het redden van het Nedersaksich in de gemeente Westenveld, en dus ook het Deeverse dialect, tot uitvoer wordt gebracht, hoe liever het de redactie is. Een mooie naam voor de Deeverse paragraaf in dit reddingsplan zou kunnen zijn: Deevers op dreef. De redactie is graag bereid aan dit reddingsplan zijn medewerking te verlenen.
In het reddingsplan mogen de vele Drentenierders in de gemiete Deever uiteraard niet worden vergeten. In het berichtje over de Drentenierders staat dat de Drentenierders aan activiteiten willen deelnemen en nieuwe dingen willen uitproberen. Daar past een soort van indeeveringscursus 
Deevers voor Drentenierders uitstekend in. Het zal de kleinkinderen uit Het Verre Westen Van Nederland maar overkomen dat ze van Opa Drentenierder whattsapp-berichtjes in het Deevers ontvangen. Wee kriegt vandaege wièr Deeverse les van Jans Tabak in ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg bee’j de Dikke Stien’n. 

Posted in Deevers | Leave a comment

Ansichtkoate van de Kruusstroate in juli 1960

Deze prachtige zwart-wit ansichtkoate van de Kruusstroate in Deever is in juli 1960 uitgegeven. Bij welke neringdoende in Deever deze kaart te koop was, dat is niet bekend bij de redactie van ut Deevers Archief. Voor zover de redactie dit kan nagaan zijn van deze fraaie ansichtkaart geen andere uitgaven dan die van juni 1960 bekend.
Rechts is te zien de Esso-benzinepomp van Jan Slagter, die tevens fietsen- en bromfietsenmaker was, een winkel in elektro- en huishoudelijke apparaten had en een taxibedrijfje had. In de tijd dat in Deever nog maar weinig mensen een zwart-wit televisie hadden, stond in de uitstalkast van de winkel van Jan Slagter soms de zwart-wit televisie aan (bij een voetbalwedstrijd, een kinderprogramma ?), zodat buiten voor het raam van de uitstalkast kon worden gekeken.
Vervolgens is het oude kerkgebouw met het karakteristieke torentje van de gereformeerde geloofsgemeente te zien. Verbouwde meneer de domeneer toen nog groente in het moestuintje achter het hek bij de Esso-reclamepaal ?
Links van het kerkgebouw is te zien de kruidenierswinkel – toen nog geen zelfbedieningswinkel – van Jan Breimer en Lammigje Kloeze te zien. Zij maakten in de drie kasten aan de muur reclame voor hun kruidenierswaren.
In dit pand zat daarna de plaatselijke textielmagnaat Henk ten Hoor, nog later zat daar de Deeverse Jan Kuiper (Kuper) met de Familux winkel. Jan Kuiper (Kuper) huurde het pand van de plaatselijke ondergoedtycoon Henk ten Hoor.
Let vooral ook op de bestrating zonder trottoirs, toen was Deever gelukkig nog niet op drift geraakt. En ja, die lantaarnpaal staat niet toevallig voor de ingang van de Griffemièrde Kaarke).

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van mooie afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde foto ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 13 van het in 2007 uitgegeven onvolprezen papieren boekwerkje Voormalige Gemeente Diever in oude ansichten, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Ansigtkoate, Griffemiède kaarke, Kruusstroate, Neringdoende | Leave a comment

Kunstschilder Fedor van Kregten is geboren in Deever

Abracadabra-1466

Kunstschilder Johannes Aurelius Richard Fedor van Kregten is op 16 januari 1871 geboren in Deever. Dit is het enige verband tussen Fedor van Kregten en de gemiente Deever. Dus de ijverigste dorpskracht van de plaatselijke heemkundige vereniging hoeft niet naar andere verbanden te zoeken. De redactie van het Deevers Archief heeft deze in elk geval niet kunnen vinden.
Hermanus Jacobus van Kregten heeft bij de aangifte van de geboorte van zijn zoon Fedor opgegeven zonder beroep te zijn. Echter hij was onderwijzer aan de lagere school in Deever.
Fedor van Kregten verhuisde met zijn ouders van Deever, via Hattem, via Opsterland, naar Wierden.
Zijn vader was bij Wierden in de buurtschap Notter bovenmeester van de lagere school.
Fedor van Kregten werd kunstschilder, na een korte tijd als hulponderwijzer te hebben gewerkt.
Hij woonde en werkte een groot deel van zijn leven in de buurtschap Notter. Daarnaast werkte hij afwisselend in Den Haag en Drenthe. Het komt de redactie voor dat hij niet in Deever heeft geschilderd. Tussendoor maakte hij reizen naar Marokko en Spanje.
De autodidact Fedor van Kregten liet zich constant inspireren door de natuur. Hij schilderde veel landschappen met vee in de geest van de Haagse School, waarbij hij veel speelde met licht. Fedor van Kregten wordt beschouwd als een nabloeier van de Haagse School.

In het dagblad De Tijd van 6 april 1891 verscheen het volgende bericht:
Men schrijft aan de Provinciale Drentsche en Asser Courant het volgende:
De heer Johannes Aurelius Richard Fedor van Kregten, geboren den 16 januari 1871 te Diever, heeft op de internationale tentoonstelling van schilderijen te Maastricht, in Januari en Februari van dit jaar gehouden, met zijn schilderij, genaamd Afgedwaald, de eereplaats verworven. Er waren 547 schilderijen ten toon gesteld. Opmerkelijk is, dat deze 20-jarige jonkman in ’t geheel geen onderwijs in teekenen en schilderen heeft gehad, maar alles uit zichzelven heeft geleerd. Op ’t oogenblik is hij hulponderwijzer te Averlo, gemeente Diepeveen, een uur van Deventer. Van de studie komt niet veel meer, daar zijn geheele ziel opgaat in de schilderkunst. Toen hij rijkskweekeling te Goor was, verklaarde de directeur meer dan eens dat hij niets deed dan teekenen en perspectief bestudeeren, welk laatste vak hij ook geheel uit zich zelven heeft geleerd. Hij schijnt geboren schilder te zijn. Misschien is Drente nog eenmaal trotsch op hem. Hij zal nu drie schilderijen naar de tentoonstelling te Berlijn zenden en zoo voortgaan. Ook teekent hij veel crayon-portretten en ook in olieverf naar photografie en naar ’t leven.

In de krant ‘Het nieuws van de dag’ verscheen op 18 februari 1901 het navolgende korte bericht:
Wetenschap en Kunst. Te Leeuwarden is, in het gebouw der Harmonie, eene tentoonstelling geopend van schilderijen van den kunstschilder Fedor van Kregten, voornamelijk ontleend aan heide en bosch, gehuld in nevelige herfst- of lentetint bij vriesend of dooiweer, bij scheidende of opgaande zon. De tentoonstelling wordt druk bezocht.

De gemiente Deever heeft hem zuinigjes geëerd met een kleine tentoonstelling op de zo genoemde cultuurzolder van het gemeentehuis aan de Brink (een gemeentehuis hoort in Diever aan de Brink te staan).
In de ‘Friese Courier: onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden’ verscheen daarover op 30 mei 1968 het navolgende bericht:
Diever. Werk van Van Kregten tentoongesteld. Diever. Op der cultuurzolder van het gemeentehuis te Diever heeft mr. K.H. Gaarlandt de schilderijententoonstelling van werken van Van Kregten geopend. Het initiatief voor deze tentoonstelling is genomen door mevrouw Vermeer, een dochter van de schilder. Fedor van Kregten werd in 1871 geboren in Diever en is in 1937 in ’s Gravenhage overleden. Voor het eerst sinds 30 jaar worden werken van Van Kregten tentoongesteld. Na de opening leidde mevrouw Vermeer mr. K.H. Gaarlandt langs de tentoongestelde schilderijen, In totaal waren ongeveer 50 genodigden bij de opening aanwezig, In totaal zijn 32 schilderijen en enkele tekeningen geëxposeerd. De tentoonstelling is geopend van 29 mei tot en met 8 juni. 

De afbeelding toont het schilderij ‘Schapen met herder nabij kooi’.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Schilderijen van Fedor van Kregten hangen onder meer in het Rijssens Museum.
De redactie is op zoek naar foto’s die in de periode 30 mei 1968 tot en met 8 juni 1968 op de zo genoemde cultuurzolder van het gemeentehuis aan de Brink van Deever zijn gemaakt. Wie kan de redactie aan een goede scherpe scan van foto’s van deze tentoonstelling helpen ?

Abracadabra-1468

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1467Abracadabra-1469Abracadabra-1470

Posted in Cultuur, Deever, Kuunst, Skildereeje | Leave a comment

Ok dit joar wièr kebied veur olderwets knalplusier

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen zo tegen het einde van het jaar op 23 december 1988 bijgaande niet te missen en niet mis te verstane advertentie (de bovenste afbeelding) van de Firma De Twee Hendrikken, te weten de gebroeders Berend en alleskunner Klaas Kleine, voor de verkoop van kebied (carbid) voor f 10,- per kilogram voor het in Deever zeer traditionele kebied scheet’n rond de jaarwisseling.
Kort daarna verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden van 29 december 1988 een diepte-interview met De Twee Hendrikken over ut kebied scheet’n.
In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 20 december 1989 weer een kebied-advertentie van Berend en alleskunner Klaas Kleine. De prijs per kilogram was in 1989 echter wel met 1 gulden gedaald ! Het carbid kon worden bekomen in smederij ‘de Grote Hendrik’.
Alleskunner Klaas kleine had zijn smederij ‘de Kleine Hendrik’ op de hoek van de Kleine Peperstroate en de Peperstroate in Deever en Berend Kleine had zijn smederij ‘de Grote Hendrik’ in ut paand an de Heufdstroate 49 in Deever, waar vroeger de smederij van de Kloeze was gevestigd.
Het oude jaar uitknallen met kebied is door de lange jaren heen veel veiliger en uiteraard ook veel en steeds goedkoper gebleken dan het oude jaar uitknallen met gewoon vuurwerk. Dus de reclameslogan ‘natuurlijk hebben wij ook dit jaar weer carbid voor ouderwets knalplezier’ is volkomen juist.
Het is de redactie van ut Deevers Archief niet bekend of de nijvere grijze en grauwe Voorkant Van Het Onweerlegbare Gelijk Van De Gemeente Westenveld, gevestigd in het riante complex kantoortuinen en kantoorparken in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, ook een gemeentelijke verordening of gemeentelijke wet heeft bedacht, bezig is te bedenken, gaat bedenken of overweegt te gaan bedenken, die de verkoop van kebied verbiedt.

Abracadabra-1456Abracadabra-1457

 

 

 

 

 

Posted in Deever, Kebied skeet’n, Klaas Kleine, Traditie | Leave a comment

N.S.B.-propaganda-bijeenkomst in café Balsma

In de Duits-gezinde krant ‘Drentsch dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe’, jaargang 2, nummer 519, van 5 februari 1944 verscheen het volgende propaganda-bericht van de N.S.B.

Europa één. Volksvergadering op dinsdag 8 februari in café Balsma, te Diever. Spreker J.G. Jans. Onderwerp: Wat wil ons volk. Wat willen wij: Socialisme. Aanvang 7.30 uur. Entree 25 cents. Een hecht verbond van vrije volken.

In de Duits-gezinde krant Drentsch dagblad, officieel orgaan voor de provincie Drenthe, Jaargang 2, nummer 519, van 10 februari 1944 verscheen het volgende korte bericht over de op 8 februari 1944 gehouden propaganda-bijeenkomst van de N.S.B.

Plaatselijk nieuws. Diever.
In café Balsma vond een volksvergadering plaats met als spreker J.G. Jans met het onderwerp ‘Wat willen wij: socialisme’. Een talrijk publiek was opgekomen. Tijdens de rede heerschte er een aandachtig gehoor. Vóór het uitspreken van de rede hield de heer Jans eerst een vergadering met de werkerskern. Verschillende vragen van de aanwezigen werden op vlotte wijze door den spreker beantwoord.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op 8 februari 1944 organiseerde de N.S.B. een propaganda-bijeenkomst in het café van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma aan de brink in Deever. De spreker was J.G. Jans, de gewestelijke propagandaleider van de N.S.B. in de provincies Groningen en Drenthe.
De Nationaal Socialistische Beweging in Nederland (N.S.B.) werd officieel opgericht in 1932 door Anton Mussert. Om zich te onderscheiden van de gewone politieke partijen noemde de N.S.B. zich een ‘beweging’.
De N.S.B. was niet-democratisch en was pro-Duits. Onder invloed van de ontwikkelingen in Hitler-Duitsland radicaliseerde de N.S.B. en werden ook anti-Joodse standpunten ingenomen.
De N.S.B. zag de Europese eenwording als een ‘Een hecht verbond van vrije volken’, maar dan wel onder het nationaal-socialisme.
De grote vraag is wie in de  gemiente Deever lid waren van de in het weergegeven bericht zo genoemde ‘werkerskern’ ?

Abracadabra-1266
Abracadabra-1265

Posted in Café Balsma, Deever, Klaas Marcus Balsma, N.S.B., N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Mann’n uut Deever dood in de slag bee Damiate

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 31 december 2007 verscheen het navolgende artikel van Lammert Huizing over mannen uit Deever die de dood vonden in de slag bij Damiate. De redactie verwijst volledigheidshalve voor meer gegevens naar een bladzijde in de online-ecyclopedie Wikipedia. Voor wat deze gegevens waard zijn.
De redactie van het Deevers Archief heeft de tekst van Lammert Huizing overgezet in het Deevers, teneinde actief een bijdrage te leveren aan het behouden en het verspreiden van het Deevers. De redactie houdt zich aanbevolen voor verbeteringen in deze vertaling. Wellicht zijn de organisatoren van de activiteit ‘verdieverderderen um de stamtoafel’ bereid te reageren. Samen weten we meer.

In ’t veurjoar van 1217 was hee te gaast in ’t klooster van Rune: Thomas Olivier, kanunnik van Keulen. Van kaarspel tot kaarspel reisde hee deur ’t olde laand um manluu te waar’m veur ’n tocht hen ’t Hillige Graf. Ok in Deever haar hee espreuk’n. Priester Adolf haar hum leever ’t woord ontzegd. Hee wus, dat de proat van de kanunnik onrust zul breng’n in de huusen en in de noaberschopp’n. Gieniene sul weg will’n, Moar lichtkaans waar’n ‘r knecht’n en keuters bedaacht op meer vreeigheid en longernd naar aomtuur, die de dringende oproep tot kruusvoart neet söll’n weerstoan.
Olivier haar hum opewönn’n, Sien naarms kleuven mit gebalde voest’n deur de roemte, sien vuurrooie kop, sien oversloande stemme: ’t was as of hee doende was, hier in Deever, um sölf ’t Hillige Graf van de Saracenen te bevrijden. Onbeweug’n leut ’t volk in Deever ’t geweld over heur hen goan. See pruufd’n niks van de mystieke geestdrift um mit te trekk’n in ’t grote leger hen Jeruzalem.
Priester Adolf heroasemde. Hee was bliede doe Thomas Olivier ofreisde. Allennig een wonder zul nog sien meins’n op kruusvoart kunn’n kreeg’n.
Priester Adolf twiefelde. Al hiel wat moand’n gleufde hee neet meer in de wezenlieke anwesigheid van Jesus Christus in ’t Hillig Sacrament. Hiele naacht’n laag hee doarover wakker. Hee bidde um ’n visioen um so kloarheid te krieg’n.
De sundag doarop, Adolf stön an ’t altaar. Manluu en vrouwluu vuld’n de kaarke van Sint Pancras. Manluu uut Deever, moar ok uut de noaberschopp’n van ’t kaarspel tot an Dwingel toe. De misse, ’t hillig offer, wödde deur heur allemoale mit beleefd. Spanning was ‘r doe de priester de hostie umhoge heef. Hee söl so ’t Agnus Dei insett’n. Moar de haa’n van de priester blee’m umhoge. See trild’n. Sie oog’n stoard’n verstrakt noar ’t witte ‘lichem’ van de Heer. Een visoen ? Een merèkel ? De Maagd, mit op heur schoot ’t Kiend, saag hee in ’t midd’n van de hostie. Mit trillende vingers dreede hee ’t hillige veurwaarp. An de aandere kaante keek ’n loam, ’t Agnus Dei, hum an. Een wonder van de Allerheugste um hum, de twiefelaar, tot geleuf te breng’n ?  Sien harte bonkte en ’t blood trök weg uut sien gesichte. Hee zwiebelde en wol de altoardeenst op slag stopp’m. De parochioan’n vönn’n dat ’t wat gebeurde, dat see nooit weer sull’n mitmaek’n.
Adolf leut de naarms zakk’n. Een brokke in de keel belette hum um ’t Agnus Dei in te sett’n. Troan’n vuld’n sien oog’n. ‘Deur de genade van God he’k now wissigheid’, verkundigde hee. Hee vertöl under troan’n over ’t merèkel, dat net was passeerd. ’t Volk luusterde annedoan. Wat Thomas Olivier neet edoan kön kreeg’n, gebeurde now. Viefteg man besleut’n um ter ere van ’t Hillig Sacrament ’t kruus op te nee’m en as kruusvaerder hen ’t oost’n te trekk’n. In de meimoand reisden see of. Priester Adolf gaaf heur sien seeg’n doe see veur de laeste keer in de kaarke bee mekaer kwaa’m en doe see de brink aachter heur leut’n. Richting Friesland, woar see an de oevers van de Lauwers mit veule aandern heur söll’n inscheep’m.
Een vloot van tachtug boten veur of. In Engeland saag’n see Thomas Oliver weer. Tegaar veur’n see hen Portugal, woar ’t vecht’n begön teeg’n de Moren. In Rome wödde overwintert. See kwaa’m neet toe an ’t Hillige Graf. De mann’n uut Deever vönn’n de dood in de slag bee Damiate in Egypte.
Eerst was ‘r ongewisheid en laeter rouw in de parochie van Sint Pancras, doe as see niks meer heurd’n van heur manvolluk. Priester Adolf, die deur sien twiefel ’t merèkel haar operoep’m, twiefelde vanneis. Now an de echtheid van ’t visoen, woamit hee, ja hee, sien eig’n meins’n edree’m haar noar ’n verre dood.
Seu’m joar laeter wödde Thomas Olivier vumoord. Hee was op weg hen Grönning um vanneis meins’n bee mekaer te preek’n veur weer ’n kruustocht.
Ieuwenlang kwaa’m see op bedevoart, volk van dichtbee en van verens, um ’t merèkel van Deever te gedènk’n.

Abracadabra-1476

Posted in Deever, Deevers, Lammert Huizing | Leave a comment

Eerste hennepkwekerij in Deever ontmanteld

 In de webstee www.politie.nl werd op 13 mei 2014 om 13:44 uur het volgende bericht gepubliceerd over de ontmanteling van de eerste hennepkwekerij in het dorp Deever. Toch wel een historische gebeurtenis die het waard is opgenomen te worden in het Deevers Archief.

Hennepkwekerij ontmanteld – twee personen aangehouden
Diever – Maandagmiddag ontmantelde de politie in een woning aan de Hoofdstraat een hennepkwekerij. Twee verdachten zijn aangehouden.
De politie kreeg maandagmiddag een melding dat er in een woning aan de Hoofdstraat een hennepkwekerij zou zitten. Bij de woning zagen agenten een vrouw naar binnen gaan. Op aanbellen werd niet open gedaan. Even later stond op het dak van de woning een man. Agenten sommeerden de man en de vrouw naar beneden en naar buiten te komen waar ze zijn aangehouden.
In de woning waren vier kamers ingericht als kwekerij. In totaal stonden er 607 oogstrijpe hennepplanten. Met de elektriciteitsmeter was geknoeid.
De kwekerij is door een gespecialiseerd bedrijf ontmanteld en de apparatuur en planten zijn afgevoerd.
De aangehouden 44-jarige man uit Zwolle en 37-jarige vrouw zonder vaste woon- of verblijfplaats, zijn ingesloten. De politie stelt een nader onderzoek.

Het Dagblad van het Noorden had op 13 mei 2014 om 14.11 uur in het bericht in haar webstee www.dvhn.nl niks toe te voegen aan het bericht in de webstee www.politie.nl. In diverse andere website is het van de webstee www.politie.nl overgenomen bericht te vinden.

Hennepkwekerij ontmanteld
DIEVER – In de Hoofdstraat in Diever is maandagmiddag een hennepkwekerij ontmanteld. Twee mensen zijn aangehouden.
De politie ging na een tip op het huis af. Ze zagen een vrouw naar binnen gaan, maar toen ze aanbelden werd er niet open gedaan. Even later stond er een man op het dak van de woning. De twee, een 44-jarige man uit Zwolle en een 37-jarige vrouw zonder vaste woonplaats, werden gesommeerd naar buiten te komen, waarna ze zijn gearresteerd.
In de woning bleken vier kamers ingericht te zijn als kwekerij. Er stonden 607 hennepplanten en er was geknoeid met de elektriciteitsmeter.

Posted in Deever, Heufdstroate | Leave a comment

De bos op Baark’nheuvel

De redactie van het Deevers Archief vervangt zo nu en dan voor de broodnodige variatie de kopafbeelding van het Deevers Archief.
Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht deze echt wel geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes.
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding 20 lelijk vind als kopafbeelding van het Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
Als jij de hier afgebeelde reeds getoonde kopafbeelding graag nog een keer als kopafbeelding van het Deevers Archief wilt zien, aarzel dan niet dit luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
Op bijgaande kopafbeelding is een stukje van een foto van de bos op Berkenheuvel te zien.
Deze kopafbeelding is voor het eerst te zien geweest van 26 oktober 2016 tot en met 5 januari 2017.

abracadabra-487

Posted in Deevers Archief, Kopplètie, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Op de hoorn bloas’n in de winter in Oldendeever

In het damesblad Libelle, jaargang 2016, nummer 49, week van 18 tot en met 24 november verscheen het volgende berichtje over het midden in de winter blazen op de hoorn in Oldendeever. Het berichtje is geïllustreerd met een afbeelding van een ansichtkaart uit het jaar 1985.

Groeten uit Diever
In het Drentse buurtschap Oldendiever wordt tussen 30 november en 6 januari traditioneel elke dag op de midwinterhoorn geblazen. Op zaterdag 2 januari 2017 wordt het blaasseizoen afgesloten met meer dan dertig hoornblazers bij de kerk in Diever. Aansluitend wordt een midwinterwandeling georganiseerd voor jong en oud met vuren, glühwein, chocolademelk en een spannend verhaal.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het midden in de winter (de winter begint niet op 30 november, maar pas op 21 december) blazen op de hoorn is geen Oldendeeverse traditie. Deze exoot onder de Oldendeeverse ’tradities’ is gecopieerd uit het zuid-oosten van Drenthe, Salland, Twenthe en de Achterhoek. Maar zal het midden in de winter blazen op de hoorn in het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever wel ooit een traditie worden ? Een traditie is immers een gebruik of gewoonte die van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven. En daar is in het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever op dit ogenblik geen sprake van.
In het zuid-oosten van Drenthe, in Salland, in Twenthe en in de Achterhoek blazen de liefhebbers op de hoorn tussen de eerste zondag van de Advent (27 november 2016) (anbloas’n) en Driekoningen (6 januari 2017) (ofbloas’n).
In het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever nemen de importeurs van het midden in de winter op de hoorn bloas’n het blijkens het berichtje in het damesblad Libelle niet zo nauw met deze strikte regel (je volgt de traditie of je volgt de traditie niet).
In het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever is het midden in de winter blazen op de hoorn nu al verworden tot een soort van kneuterig volksvermaak, söls mit gloepens hiete wien. Bovendien hebben de Oldendeeverse importeurs een soort van handeltje gemaakt van het midden in de winter op de hoorn bloas’n. De hoeders van de traditie van het hoorn bloas’n in het zuid-oosten van Drenthe zijn bijzonder ongelukkig met de negatieve ontwikkelingen in het Oldendeeverse.
Het Libelle-bericht verwijst naar de al jaren niet meer bijgewerkte webstee www.primitievehoorns.nl.
Een wél het hele jaar door gebruikte oer- en oeroude primitieve hoorn is de clarin, waarop wel het hele jaar door wordt geblazen in het departement Cajamarca in Perú, zonder dat sprake is van traditioneel. Luister en kijk naar de resultaten van het bespelen van dit prachtige instrument in bijgaand voorbeeld.
De afbeelding toont een ansichtkaart van het pulptype ‘Groeten uit Diever (Dr.)’. De afgebeelde ansichtkaart is aanwezig in het Deevers Archief. Deze ansichtkaart is een zo genoemde 14-luiks ansichtkaart (één ansichtkaart volgepropt met 14 fotootjes). De suggestie wordt daarbij gewekt dat alle 14 fotootjes in de gemiente Deever zijn gemaakt. Duidelijk herkenbaar zijn de kleine Peperstroate met het huis van Klaas Kleine en de gemeentelijke toren en het kerkgebouw op de brink van Deever, het hunnebed an de Grönnegerweg, de weg door het Groenendal met het wit geschilderde huis van Jitse Betten, de Heufdstroate met zicht op de boerderij van de familie Hessels, molen ‘de Vlijt’ in het gehuchtje Oldendeever bee’j Deever, de cafés an de Kruusstroate en het beeld in de kaarketuun van Deever. De andere fotootjes zijn hoogstwaarschijnlijk niet in de gemiente Deever gemaakt. Wie weet waar en wanneer die andere fototjes heeft gemaakt, die mag het natuurlijk zeggen.

abracadabra-564abracadabra-563

Posted in Ansigtkoate, Midwinterhoorn, Oll'ndeever, Toeristenindustrie, Traditie | Leave a comment

Een paar foto’s van Jan Harm Pol op Woater’n

Op de televisiezender National Geographic is nog steeds de zo genoemde ‘reality show’ met de titel ‘The incredible dr. Pol’ te volgen. De hoofdpersoon in deze zo genoemde ‘reality show’ is dierenarts Jan Harm Pol. Hij werd geboren op Woater’n in de boerderij, toen met adres Wateren 40, nu met adres Wateren 20.
The incredible dr. Jan Harm Pol was in het najaar van 2015 met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen op bezoek op Woater’n bij zijn oudere broer Jan aan de Appelschaseweg. De lokale pers heeft aan zijn bezoek enige aandacht besteed.
Leden van de historische werkgroep Zorgvlied-Wateren-Oude Willem waren aanwezig bij zijn bezoek van hem en zijn familie aan zijn geboortehuis. Zij hebben een en ander van zijn bezoek op film vastgelegd. Drie filmbeelden zijn in dit artikel te zien.

Hans Salverda van de historische vereniging Zorgvlied-Wateren-Oude Willem schrijft:
Het was erg moeilijk om foto’s van dr. Pol te pakken te krijgen. De reden is het simpele feit dat we ze niet hebben en dat we ook niet hebben bijgehouden wie wanneer welke foto heeft gemaakt.
Via Cor Goettsch heb ik drie beelden gekregen, die afkomstig zijn van de film die wij gemaakt hebben. Bij het plsstsen van deze beelden graag vermelden dat het schermafdrukken zijn van de door ons gemaakte film.
De eerste foto is gemaakt op de oprijlaan van de boerderij met adres Wateren 20. De andere twee foto’s zijn gemaakt achter het geboortehuis van Jan Harm Pol. Op de laatste foto is Jan Harm Pol in gesprek met Anne Veenstra, de huidige eigenaar en bewoner van het geboortehuis van Jan Harm Pol.

Abracadabra-1450

 

 

 

 

 

Abracadabra-1451

 

 

 

 

 

Abracadabra-1452

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Dr. Pol, Jan Haarm Pol, Woater’n | Leave a comment

Oude gemeentehuis aan de brink werd verlaten

Het volgende artikel over de verhuizing van het gemeentelijke apparaat van het oude gemeentehuis aan de brink van Deever naar het noodgemeentehuis op ut Bultie is gepubliceerd in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van 16 november 1955. Dit artikel is ook als bladvulling gepubliceerd in nummer 00/3 (september 2000) en 00/4 (december 2000) van Opraekelen, het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge verening uut Deever.

Uit Diever en omgeving – Oude gemeentehuis werd verlaten
Nu van de voormalige hervormde pastorie nog slechts een troosteloze puinvlakte is overgebleven is het aloude vervallen gemeentehuis aan de Brink nu ook voor sloping gereed gekomen, want eind vorige week heeft de grote verhuizing naar het tijdelijke gemeentehuis op het Bultje plaats gehad. Dit nieuwe onderkomen voor het gemeentelijke overheidsapparaat is reeds een herademing. Van ‘scheiden doet lijden’ was dan ook bij het verlaten van het oude gebouw geen sprake. Of er ook in dezen zo iets als een veurspooksel (redactie: spookachtig voorteken) was, daarover het volgende.

Muizenschemering aan de Brink
Grijs en grauw is de mistrijke dag vergleden. Langzaam hult de avond het dorp Diever in zijn donkere sluiers. Rustig en stil ligt de Brink in avondstemming. Een eenzame wandelaar, die het paadje voorlangs het gemeentehuis en de voormalige pastorie wil betreden, stuit op een bord, dat verlicht is door een rode lantaarn, dat wil aangeven dat het paadje voor verkeer is afgesloten. Over het paadje ontrolt zich een miniatuur-spoorbaan, die zijn eindpunt vindt vlak vóór het oude gemeentehuis. De oude pastorie is geheel ten offer gevallen aan slopershanden, evenals de schuur achter het gemeentehuis. Een met puinbrokken bezaaide vlakte is naast het gemeentehuis ontstaan rond welke her en der afbraakhout ligt opgestapeld.
Onze wandelaar heeft zich niet aan het bord, dat hem een halt heeft toegeroepen, gestoord en is door alle afbraak en puin heen bij het afgeleefde gemeentehuis aangekomen. Hier wordt zijn oor getroffen door ongewone geluiden in het gebouw. Het ritselt en piept er op haast lugubere wijze. Zijn aandacht is gewekt en zijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Hij stapt over het vervallen hek heen en gluurt door de ramen, die hem als holle ogen aanstaren, naar binnen. Gelukkig dat de maansikkel hem gunstig gezind is en de vertrekken in een mysterieus bleek licht hult. Hij ziet dat zich daar iets spookachtig afspeelt, dat zo sterk van het alledaagse afwijkt, dat het zijn zinnen bijna begoochelt.
Midden in het grote vertrek, dat overdag als secretarie fungeert, ontwaart hij een enorme muizen-aartsvader, tronend tussen ware heirlegers van muizen, die uit alle hoeken en gaten te voorschijn zijn gekomen. Dan neemt de oppermuis het woord: Gij die gekomen zijt van de zolders, vanuit de diverse kamers, achter het behang vandaan. Mannen uit Apeldoorn zijn gekomen en hebben onze broeders uit de pastorie verdreven en dit eerbiedwaardige gebouw tot puinhopen doen verworden. En hoe benard de woonruimtepositie ook is, we hebben deze bloedverwanten uit de pastorie inwoning verleend. Maar we zijn er nog lang niet. De vijand staat op het punt ons ook dit bolwerk te ontnemen. Ik heb hen, die hier daags werken horen zeggen: ‘Dit moet eerst weg. Dan dat. Het verhuizen begint vrijdagmiddag’. Het zal dus nodig zijn dat we ons terugtrekken naar de boerderij van Seinen. Die biedt veel ruimte en herbergt veel eten voor ons.’ Dan gaan al die grauwe diertjes naar de plaats van waar ze gekomen zijn. De man, die dit aanschouwt, herademt. Als hij vrijdagmiddag en zaterdag de heuse verhuizing aanschouwt, twijfelt hij geen opgenblik meer aan dat wat zijn voorgeslacht met het woord veurspooksel aanduidde.

Verhuizing
Zo is dan vrijdagmiddag het overbrengen van de gehele inventaris van het oude gemeentehuis naar de barak op het Bultje, dat als tijdelijk gemeentehuis zal fungeren, begonnen. Dit was een enorm karwei, dat pas zaterdagmiddag zijn beslag heeft gekregen.
De burgemeester, de gemeetesecretaris, de gemeentebode en het personeel van secretarie en gemeentewerken zijn hiervoor in de weer geweest en met het grootste plezier, omdat ze zich eindelijk verlost wisten uit dit vunzige, ongezonde, totaal uitgeleefde gebouw.
De barak die al eens als tentoonstellingslokaliteit en als noodwoning dienst deed, is verdeeld in een ruime secretarie, een burgemeesterskamer, een secretariskamer in een kleinere personeelskamer.
Als gevolg van een nieuwe vloerbedekking, een nieuw behang, een kwastje verf en doordat ze op een na alle prachtig op de zon zijn gelegen, zijn het aantrekkelijke hygiënische appartementen, die het tot een lust maken om er tijdens de overbruggingsperiode te werken. Het ligt in de bedoeling de raadsvergaderingen op de secretarie te blijven houden en de vergaderingen van burgemeester en wethouders en trouwpartijen in de burgemeesterskamer. Bij de barak is zaterdag een nieuwe kleinere loods gebouwd voor het kantoor van gemeentewerken.
Het oude gemeentehuis is woensdag meteen ook onder de slopershanden gevallen. De kop werd reeds voor het grootste gedeelte verwijderd. De terreinen met de er achter gelegen tuinen kunnen na de afbraak rijp gemaakt worden voor de bouw van het nieuwe huis der gemeente, waarvoor de aanbesteding reeds op 5 november jongstleden plaats had.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het najaar van 1955 viel het oude gemeentehuis, dat daarvoor dienst deed als lagere school en daarvoor als boerderij, onder de slopershamer. Opnieuw verdween een prachtig oud pand uit het dorp.
Het noodgemeentehuis was een houten barak op ut Bultie, gelegen aan de zo genoemde Kloosterstraat. Zou er een klooster op ut Bultie hebben gestaan ? Wat heeft de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Westenveld hierover te melden ? Op ut Bultie is eigenlijk in ut Bultie, want het werkelijk hoger liggende gedeelte van de akkers lag meer in de richting van de Binnenesch en werd Scholten’s Bultie genoemd, zeg maar de bult in de akker van Scholten, derhalve zou de zo genaamde Kloosterstraat omgenaamd moeten worden naar Scholten’s Bultie, met als onderschrift: oude akkernaam.
Nadat het ambtenarencorps zich riant had gevestigd in het nieuwe gemeentehuis aan de brink vn Deever werd de barak in gebruik genomen als lesruimte voor de leerlingen van de school voor uitgebreid lager onderwijs (U.L.O).
Was het op de foto’s zichtbare spoorlijntje een gemakkelijk verplaatsbaar smalspoortje van het type Decauville ? De Decauville-deskundige bij de Zorgvlied-Wateren-Oude-Willem dependance van de heemkundige vereniging uut Deever weet daar vast wel een antwoord op.

Posted in Binnenesch, Brink, Gemiente Deever, Gemientehuus, Kloosterstroate, Opraekelen | Leave a comment

Ik kan ur neet langes mit de melkwaèg’n

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 2 augustus 1968 bijgaand grappig bericht over het tekort aan parkeerruimte bij de rooms-katholieke kerk an de Dorpsstroate op Zorgvliet.

Ho, pastoor, mag ik nu even wat zeggen
‘Er zal nu zo vlug mogelijk bekeken worden of de parkeerruimte bij de rooms-katholieke kerk in Zorgvlied vergroot kan worden, beloofde burgemeester J.C. Meiboom gisteren in de raadsvergadering.
Dat ‘snel bekijken’ is te danken aan de melkrijder, die zondag, terwijl de pastoor de mis opdroeg, door de kerk in Zorgvlied galmde: ‘Ho, meneer pastoor, mag ik nu even wat zeggen. Ik kan er niet langs met de melkwagen’.
De paraochiaan wiens auto in de weg stond is naar buiten gegaan om vrij baan te maken.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De grote ruimte voor de rooms-katholieke kerk en de grote ruimte voor de huisjes van de Sint Anthony-stichting naast de rooms-katholieke kerk op Zorgvliet waren blijkbaar in 1968 nog niet opgeofferd aan parkeerruimte voor automobielen van kerkgangers, plaatselijke bewoners en toeristen.
In het op vrijdag 9 juli 2021 uitgegeven Magnus Opus Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever is in het hoofdstuk Zorgvlied op bladzijde 187 niet een volledige afbeelding van een exemplaar van bijgaand afgebeelde ansichtkaart opgenomen, doch helaas, och arm, slechts een detail van de gebruikte ansichtkaart.

Abracadabra-1480Abracadabra-1481

Posted in Ansigtkoate, De aandere kaante van de Deeverse bos, Dorpsstroate, Kattelieke Kaarke, Zorgvliet | Leave a comment

Ut rouwberigt van mr. Lodewiek Willem Verwer

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 10 november 1910 het overlijdensbericht van mr. Lodewijk Guillaume Verwer. Hij stierf in Huize Zorgvlied op Zorgvlied.


Mr. Dr. Lodewijk Guillaume Verwer
Hij is geboren op 4 maart 1846 in Makkum.
J.C.L. Verwer-van Wensen
Johanna Cornelia Ludovica van Wensen is geboren op 17 juli 1847 in Leiden. Zij is overleden op 25 maart 1917 op Zorgvliet.
L.M.IJ. Verwer
Louisa IJsbranda Maria Verwer is geboren op 27 juni 1870 in Leeuwarden. Zij is overleden op 28 juli 1944 in Leiden.
C.J. Meddens-Verwer
Cecilia Johanna Verwer is geboren op 10 september 1872 in Leeuwarden. Zij is overleden op 7 juni 1923 in Soest.
Mr. Dr. J.L.J. Meddens
Jacobus Livinus Joannes Meddens is geboren op 2 oktober 1878 in Groningen. Hij is overleden op 26 januari 1960 in Sassenheim.
I.Joh. Verwer
Idse Johannes Verwer, hij is geboren  27 augustus 1874 in Leeuwarden. Hij is overleden op 19 januari 1926 in Nijmegen. Hij was directeur van de Noordelijke Hypotheekbank.
J.J.M. van Sonsbeeck-Verwer
Johanna Josephine Maria Verwer is geboren op 29 oktober 1879 in Leeuwarden. Zij is overleden op 11 februari 1942 in Bloemendaal.
Th. van Sonsbeeck
Theodorus van Sonsbeeck is geboren op 30 april 1871 in Zwolle. Hij is overleden op 13 augustus 1955 in Heemstede. Hij was burgemeester van Weerselo. 

Posted in Landgoed Zorgvliet, Lodewijk Guillaume Verwer, Overlijdensbericht, Zorgvliet | Leave a comment

Lucas Muggen wordt beheerder van enige vermogens

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog op 10 september 1945 het navolgende bericht over de benoeming van Lucas Muggen, de kassier van de Boerenleenbank in Deever, tot beheerder van het vermogen van de Wapsenaren J. Oostra Sr., J. Oostra Jr., B. Bos, H. Bos en H. Beugeling.

Oproeping. Ondergeteekende, Lucas Muggen, Wapse 49, Diever, maakt bekend dat hij door den Militairen Commissaris van de provincie Drenthe met ingang van 4 augustus 1945 is benoemd tot beheerder over de vermogens van:
1. J. Oostra Sr., landbouwer;
2. J. Oostra Jr., zonder beroep;
3. B. Bos, landbouwer;
4. H. Bos, zonder beroep;
5. H. Beugeling, landbouwer,
allen wonende te Wapse, gemeente Diever.
Hij roept allen op, die zaken of bescheiden van één of meer der bovengenoemden personen onder zich hebben, voor 15 september 1945 hiervan aangifte bij hem te doen.
Nalatigheid wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in artikel 153 van het Besluit Herstel Rechtsverkeer.
De beheerder: L. Muggen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie leefde in de veronderstelling dat Lucas Muggen vlak na de Tweede Wereldoorlog al was verhuist naar de kassierswoning in het gebouw van de Boerenleenbank aan de Hoofdstraat in Deever, maar dat was blijkbaar nog niet het geval. Hij woonde toen nog op ’t Noave in de boerderij van zijn ouders met adres Wapse 48.
Al tijdens de Duitse bezetting van Nederland bereidde de Nederlandse regering in ballingschap maatregelen voor ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Het uitgangspunt was dat alle getroffenen alles wat hen tijdens de Tweede Wereldoorlog was ontstolen moesten terugontvangen. In 1942 werd door de Nederlandse regering in Londen de Commissie Herstel Rechtsverkeer ingesteld om een aantal wetten, die het vermogensbeheer na de oorlog zouden regelen, moesten voorbereiden. Achtereenvolgens kwamen in 1944 het Besluit Herstel Rechtsverkeer en het Besluit Vijandelijk Vermogen tot stand. Bepaald werd dat van overheidswege beheerders en bewindvoerders over vermogens zouden worden benoemd. Met de uitvoering van beide besluiten werd voorlopig het Militair Commissariaat voor het Rechtsherstel belast, dat onderdeel vormde van het Militair Gezag; in augustus 1945 werd deze taak overgenomen door de Raad voor het Rechtsherstel. De Raad had als doelstelling ‘het door de Duitsers tijdens de bezetting 1940-1945 gepleegde onrecht van het zich toe-eigenen en liquideren van vermogensbestanddelen van personen en instellingen zoveel mogelijk ongedaan maken’. De Raad bestond uit zes afdelingen, waaronder de afdeling Beheer. Deze afdeling had een aantal omvangrijke taken. Zij voerde onder meer het beheer over de vermogens van vijanden en landverraders, zoals N.S.B.’ers.

Posted in Boer’nlienbaank, Gemiente Deever, Tweede Wereldoorlog, Wapse | Leave a comment

De statuut’n van de Noordelijke Hypotheekbank

Op 24 mei 1887 verscheen in het Algemeen Handelsblad het bericht dat de koninklijke goedkeuring was verleend aan de statuten van de N.V. Noordelijke Hypotheekbank van mr. Lodewijk Guillaume Verwer. Deze hypotheekbank was gevestigd in het pand met de naam Aurora aan de Dorpsstraat in Zorgvlied.

De koninklijke bewilliging is verleend aan de statuten van:
Noordelijke Hypotheekbank, te Zorgvlied, gemeente Diever, met een kapitaal van 1 millioen gulden, in 1000 aandeelen van f. 1000. Aanvankelijk wordt 20 procent van dit kapitaal gestort.
Het bestuur der bank wordt gevoerd door twee te Zorgvlied gevestigde directeuren, onder toezicht van een college van vijf tot twaalf commissarissen, die drie hunner en een of twee plaatsvervangers aanwijzen tot het houden van het dagelijksch toezicht op het bestuur en het verrichten van de handelingen, welke aan die commissie van toezicht zijn opgedragen. Jaarlijks treden, naar de volgorde van een vast te stellen rooster, twee commissarissen af; zij zijn herkiesbaar.
Bij de oprichting worden benoemd tot directeuren de heeren: L.W. van Os, burgemeester te Diever; E. Venhuizen, directeur van de Eerste Hollandsche Levensverzekeringsbank te Amsterdam; tot commissarissen: mr. D.J. R. Brants, lid der rechtbank te Heerenveen;  mr. J.F.H. Bekhuis, lid der Provinciale Staten van Friesland, te Leeuwarden; mr. B.H.M. Driessen, wethouder te Amsterdam; L.M. de Laat de Kanter, burgemeester te Leiden; mr. H.W. de Blocq van Scheltinga, lid der Provinciale Staten van Friesland, burgemeester van Schoterland, te Oranjewoud;  mr. W. Terpstra, president van het gerechtshof te Leeuwarden; mr. L.G. Verwer, te Zorgvlied, en dr. R. Wartena, te Noordwolde.
Ieder der directeuren moet houder zijn van minstens 25 en iedere commissaris van minstens 10 aandeelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Burgemeester Leonard Willem van Os moest derhalve bij de start van de onderneming het voor die tijd bepaald niet misselijke en ook nog eens risicodragende kapitaal van f. 25.000,- in de kas van de bank storten.
Was de burgemeester een vermogend man ?
Of was hij net zoals Lodewijk Guillaume Verwer getrouwd met een vermogende vrouw ?
De redactie zal op zoek gaan naar mogelijke antwoorden.
Waren de leden van het College van commissarissen vrindjes van Lodewijk Guillaume Verwer uit zijn Leidse studententijd ?Waren ze met z’n allen lid van Minerva, de oudste studentensociëteit van Nederland ?
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het voormalige hoofdkantoor van de Noordelijke Hypotheekbank in Villa Aurora op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) op woensdag 19 september 2018 gemaakt.  

De redactie ontving van de heer Jan Lefeber op 31 december 2018 de volgende zeer gewaardeerde reactie.
De vragen ‘Waren de leden van het College van Commissarissen vrindjes van Lodewijk Guillaume Verwer uit zijn Leidse studententijd, waren ze met z’n allen lid van Minerva, de oudste studentensociëteit van Nederland ?’ kunnen ontkennend worden beantwoord.
Er bestaat een overzicht van studenten aan de Leidse universiteit.
Lodewijk Guillaume Verwer werd ingeschreven op 29 september 1863 op 17 jarige leeftijd, afkomstig van Makkum.
Mr. D.J.J. Brants studeerde ook in Leiden, maar werd al zeven jaar eerder ingeschreven. Enkele andere commissarissen zijn niet terug te vinden in het overzicht en hebben dus niet in Leiden gestudeerd.

Verder werd elders de vraag gesteld op welk proefschrift Lodewijk Guillaume Verwer gepromoveerd zou zijn. Verwer heeft geen proefschrift geschreven. Hij promoveerde op ‘stellingen’, zoals dat toen genoemd werd. Ook de Leeuwarder Courant vermeldt dat. Een proefschrift van hem is dus niet te vinden.
In de universiteitsbibliotheek van Leiden bevindt zich wel de publicatie ‘Een woord naar aanleiding van het jongste schrijven van mr. J. P. Graaf van Zuijlen van Nijevelt’, een boekwerkje van 23 pagina’s verschenen in 1875 bij Bokma in Leeuwarden.


 

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Villa Aurora, Zorgvliet | Leave a comment

An un echte Saksiese brink stoat allennig boerdereej’n

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst over het verleden van de boerderij van Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt an de Kleine Brink in Deever gepubliceerd bij afbeelding 9 van een ansichtkaart uit 1904.

9 – Diever – Kleine Brink – 1904
Op het mooie Kleine Brinkie zijn heel veel kinderen uit de buurt te zien. De linker boerderij mit de koe boo’m de deure werd bewoond door Jan Hessels Wesseling, Jantje Mulder en hun kinderen Geert en Jantje.
In de rechter boerderij woonden Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt. Roelof was de broer van Jan Hessels Wesseling.
Op 10 juni 1905 overleed Sieme Smidt. Zijn vrouw Geertje Dunning stierf op 30 juli 1907. Hun twee zonen Klaas Hummelen en Harm zijn grootgebracht door Roelof Hendrik Wesseling en Annigje Smidt.
Klaas en Hendrikje Vos zetten later de boerderij van zijn oom Geert Smidt bij de eendenvijver voort. Harm nam in 1928 de boerderij van Roelof Wesseling over. In 1939 verkocht hij deze boerderij aan Johan Wiersma uit Wateren, omdat hij op Kalteren een nieuwe boerderij in gebruik had genomen.
Roelof Smidt, de zoon van Harm Smidt en Janna Vos, kan zich zijn geboortehuis nog goed herinneren. Links bevond zich de voorkamer. Achter de voordeur lag een lange gang. De kamer rechts naast de voordeur was een grote slaapkamer. Achter de voorkamer lag de wasruimte. De woonkeuken lag achter de slaapkamer. Achter de wasruimte lag de pompestraote. Achter de woonkeuken bevond zich de kleine deele mit de kleine baander. De koestal lag aan de linkerkant. De varkenshokken bevonden zich aan de rechterkant. De deele en de hooivakken lagen midden in het achterhuis. De grote baander bevond zich aan de achterkant.
In het voorhuis van de boerderij van Roelof Wesseling woonde toen tijdelijk burgemeester Hendrik Gerard van Os. Roelof Smidt wist te vertellen dat de burgemeester destijds tegen de bouw van het witte hek was, omdat hij vond dat deze te dicht op de weg zou komen te staan. Roelof Wesseling heeft toen zijn hek maar geplaatst tijdens een korte vacantie van burgemeester Van Os.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de tekst staat een fout. Jan Hessels Wesseling is Jan Hessel Wesseling. Jan Hessel Wesseling is geboren op 18 december 1874 in Deever en is overleden op 23 oktober 1949 in Deever.
Jantje Mulder is geboren op 5 december 1870 in Dwingel en is overleden op 13 oktober 1954 in Deever.
Geert Wesseling is geboren op 13 mei 1909 in Deever en is overleden op 25 april 1994 in Deever.
Jantje Wesseling is geboren op 2 augustus 1911 in Deever en is overleden op 26 december 2004 in Deever. Zij trouwde op 11 of 12 augustus 1943 met Hendrik Mulder.
In de tekst staat nog een fout.
Roelof Hendrik Wesseling is Roelof Hessel Wesseling. Roelof Hessel Wesseling is geboren op 13 juli 1868 in Oldendeever en is overleden op 27 januari 1928 in Deever. Annigje Smidt is geboren op 4 januari 1867 in Deever en is overleden op 13 mei 1924 in Deever.
In de tekst staat nog een fout. Sieme Smidt is Sime Smidt. Sime Smidt is geboren op 29 maart 1864 in Deever en is overleden op 10 juni 1905 in Deever.
In de tekst staat nog een fout. Geertje Dunning is Geertien Dunning. Geertien Dunning is geboren op 18 januari 1869 in Ruinen en is overleden op 30 juli 1907 in Deever.
Harm Smidt is geboren op 3 december 1899 in Nuil (Ruinen) en is overleden op 10 december 1981 in Assen.
Hendrikje Vos is geboren op 13 januari 1903 in Lhee en is overleden op 18  februari 1980 in Deever.
Klaas Hummelen Smidt is geboren op 30 september 1897 in Deever en is overleden op 24 december 1977 in Deever.
Roelof Smidt is geboren op 12 juli 1924 in Deever en is overleden op 25 maart 2001 in Assen.
Geert Smidt is geboren op 8 september 1865 in Deever en is overleden op 12 april 1904 in Deever.
In de tekst is sprake van een boerderij op Kalteren. Op de plaats van deze boerderij met als adres Ten Darperweg 3 is nu Glas Geneeskunde b.v. gevestigd.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de situatie ter plekke gemaakt op vrijdag 30 november 2018.

abracadabra-524

Posted in Ansigtkoate, Boerdereeje, Deever, Diever, ie bint 't wel ..., Heufdstroate, Topstuk | Leave a comment

Postuum eerbewijs aan dokter Bas van Nooten

In de Friese Koerier van 18 september 1961 verscheen het volgende bericht over de opening van het Groene Kruisgebouw aan de Vlasstraat in Diever. Het gebouw kreeg de naam Dokter van Nootenhuis.

Dokter van Nootenhuis: postuum eerbewijs aan dorpsdokter
Prof. dr. Muntendam opent wijkgebouw in Diever
Diever – In aanwezigheid van een zeer groot aantal genodigden heeft prof. dr. P. Muntendam, directeur-generaal van de volksgezondheid zaterdagmiddag het nieuwe wijkgebouw van het Groene Kruis in Diever geopend. De plechtigheid begon op de cultuurzolder van het gemeentehuis, waar burgemeester J.C. Meiboom, voorzitter van het Groene Kruis in Diever de vele genodigden welkom heette, onder wie de commissaris der koningin in de provincie Drenthe mr. J. Cramer.
Professor Muntendam zei verheugd te zijn, dat hij zich bevond in één van de Drentse gemeenten, waar vrijwel alle gezinnen lid van het Groene Kruis zijn. In deze provincie is ongeveer 95 procent van de bevolking lid van een kruisvereniging. Met Friesland en Groningen staat Drenthe aan de top in Nederland. Verder wees hij nog op het nut van de kruisverenigingen en welke mogelijkheden het nieuwe gebouw allemaal biedt.
Tot slot zei professor Muntendam: ‘Inwoners van Diever, deze dag is voor uw dorpsgemeenschap een belangrijke, omdat dank zij uw aller steun vandaag uw Groene Kruisgebouw wordt geopend. Hoe belangrijk dit feit ook voor u is, toch ware ik wellicht niet naar hier gekomen als niet aan deze opening een plechtig karakter van bijzondere aard ware verbonden. Uw huis zal de naam dragen van hem, die in uw herinnering is blijven voortleven als de trouwe vriend en huisdokter, als één van de zovelen, die zijn leven liet voor u en mij. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde schreef ik in 1945: ‘Bas van Nooten was een der mannen van het verzetsleger. Natuurlijk behoorde hij hiertoe. Trouw aan ieder beginsel waar het recht en waarheid betrof. Geen Drent van geboorte, maar één geworden met het Drentse dorp, dat hij lief had en dat van hem hield. Maar zijn liefde ging verder dan Diever, ging uit tot heel Drenthe. Maatschappelijk als hij was, profiteerde het Drentse Groene Kruis van zijn inzicht en zijn helder oordeel.’ Nu is dokter van Nooten in uw midden teruggekeerd. Zijn naam zal in Diever bewaard blijven, verbonden aan het werk dat hem zo lief was: zorg voor de gezondheid van allen, waarmede hij zich verbonden voelde.’
Na de openingsrede trok men in optocht naar het nieuwe wijkgebouw, waar tot de daadwerkelijke opening van het ‘Dokter van Nootenhuis’ werd overgegaan. Onder de cadeaus die werden aangeboden bevond zich een door de kunstenaar Folkert Haanstra uit Meppel ontworpen en gemaakte wandversiering (een combinatie van mozaïek en wandschildering), symbolisch voorstellende het werk van het Groene Kruis.

De tekst onder de foto in het bericht luidt: In Diever is zaterdagmiddag dit fraaie, ruime en zeer praktische Groene Kruisgebouw officieel in gebruik genomen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Folkert Haanstra jr. is geboren op 13 maart 1920 in Goor en is overleden op 14 december 1985 in Groningen. Hij was een Nederlands kunstschilder, monumentaal kunstenaar, tekenaar, beeldhouwer en graficus.
De redactie is niet bekend met de titel van de wandversiering in de wachtruimte van het Groene Kruisgebouw. In de online-encyclopedie Wikipedia is een bladzijde met gegevens van Folkert Haanstra jr. te vinden.
Folkert Haanstra jr. was een broer van de bij olde Deeversen zeer bekende filmregisseur Bert Haanstra, die in 1958 een deel van de film Fanfare opnam an de Kloosterstroate, op zo’n honderd meter van de plek waar in 1961 het Groene Kruisgebouw werd gebouwd.  

De eerste uitgave van augustus 1962 van de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart van het Groene Kruisgebouw met de naam ‘Dokter van Nootenhuis’ was te koop bij Roelof (Roef) van Goor’s Boekhandel an de Kruusstroate in Deever. 
De tweede uitgave van juli 1963 van deze ansichtkaart was te koop bij Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate 27 in Deever.
De redactie heeft de kleurenfoto van het linker deel van de gevel van het Groene Kruisgebouw aan de kant van de Vlasstraat gemaakt op 2 januari 2017. In de loop van de tijd zijn blijkbaar in deze gevel twee kleinere ramen vervangen door een groter raam.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van de wandversiering in de wachtruimte van het Groene Kruisgebouw op woensdag 6 november 2019 gemaakt. Voor de wand waartegen het prachtige veelkleurige mozaïek is aangebracht staat een kast die het vrije uitzicht op de wand met het mozaïek belemmert. Vandaar dat het mozaïek een beetje scheef op de foto staat en de schittering van het buitenlicht op het linker deel van het mozaïek niet kon worden vermeden. Het mozaïek verkeert in zeer goede staat.
De in het mozaïek verpakte boodschap mag duidelijk zijn: het Groene Kruis is een groot en sterk en betrouwbaar schild tussen de kwetsbare en hulpzoekende inwoners van de gemiente Deever en offensieve en agressieve bacteriën en virussen spuwende ziektes. Het Groene Kruis lijkt te zijn afgebeeld als de drakendodende Sint Joris.

Posted in Ansigtkoate, Kuunst, Vlasstroate | Leave a comment

Ansichtkoate van ‘in de bouw’ in Deever

Deze zwart-wit ansichtkaart van het boer’nlee’m is in november 1965 uitgegeven door Levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper, Diever (Dr.), telefoon 05219-1221. Zwart-wit ansichtkaarten uit de zestiger jaren van de vorige eeuw van de uitgever Jos Pé uit Arnhem hebben helaas vaak een gekartelde rand. De hier afgebeelde ansichtkaart heeft ook een kartelrand, maar die heeft de redactie van het Deevers Archief bij deze afbeelding ‘weggeknipt’. De redactie biedt zijn excuses aan voor dit ongemak.
Het levensmiddelenbedrijf Albert Kuiper van de gebroeders Hendrik en Albert Krol (voorheen de bakkerij van Albert Kuiper) was in 1965 nog gevestigd in twee filialen, iene an de Peperstroate in Deever, woar ok de bakkereeje was, en iene an de Riekseweg an de Deeverbrogge.
De redactie vraagt de trouwe bezoeker van de webstee Deevers Archief hem in te lichten over de plaats waar de foto is gemaakt. Dus op welke esch is de foto gemaakt ? De Noordesch ? De Heezenesch ?
Welke boer was hier bezig mit rogge an de miete zett’n ?
Ook wordt de trouwe bezoeker van de webstee Deevers Archief gevraagd de redactie op het spoor te zetten van mensen die foto’s van het eigen olde boer’nlee’m en het eigen olde boer’nwaark zouden kunnen hebben.

Posted in Ansigtkoate, Boer'nlee'm | Leave a comment

Diever, 9 juni 1962. Ze hebben hier ook televisie.

In de zestiger jaren van de vorige eeuw verhuurden veel mensen in Deever in de zomer een deel van hun huis aan vakantiegangers. Deze mensen konden uit alle delen van Nederland komen, maar veelal kwamen ze uit het Westen. De mensen in Deever hadden dan ‘pensiongasten’ over de vloer, dat betekende gedurende een aantal maanden veel drukte, flink inschikken en een aardige bijverdienste. Zo ook bij de familie ……., die naast de familie Van de Bos aan de Brinkstraat in Deever woonde. De ansichtkaart werd op 6 juni 1962 verstuurd naar een familie in Sassenheim.
De ansichtkaart is in juni 1959 uitgegeven door Roelof van Goor’s Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deever.
Het was in de begintijd van de televisie, want de schrijfster van de tekst op de kaart vond het de moeite waard te melden dat het ‘pension’ ook een T.V. had.

Diever, 9 juni 1962.
Liever Vader, Moeder, Bram Yvon,
Na een voorspoedige reis zijn we hier vanmiddag om plusminus kwart voor één aangekomen. Wat een geluk dat we in de trein konden zitten, want hij was stampvol, de hele weg.
We hebben het hier geloof ik wel goed van eten en drinken, maar de kamer is wat klein. Ik heb op de voorkant van de kaart een pijl gezet bij ons slaapkamerraam.
Er zit hier ook een echtpaar uit Rotterdam met een zoontje van goed anderhalf jaar, maar het lijkt me een beetje lastig geval, maar ja overdag hopen we toch steeds weg te zijn, als het weer maar goed blijft.
Het gaat verder wel goed met me.
Is het in Sassenheim ook lekker met het weer ?
Vanmiddag zijn we een eindje om geweest, een stukje het bos in en naar het hunebed.Daarna hebben we een poosje op een terrasje gezeten. Geen beter leven dan een goed leven. Ze hebben hier ook T.V.
Veel liefs, Pam

Posted in Ansigtkoate, Brinkstroate, Deever, Kaarke an de brink, Meule van Oll’ndeever, Toeristenindustrie | Leave a comment

Molens en mensen moeten meer moveren

In een uitvouwblaadje van de Stichting Ouderenbeleid Deever voor alle 55+’ers is bijgaande tekening van molen ‘de Vlijt’ in Oldendeever afgebeeld. De tekening staat in de uitgave 2009, maar ook in de uitgave 2011 van genoemd uitvouwblaadje en wellicht ook in andere uitgaven.
Even dacht de redactie dat hier sprake was van een ter plekke gemaakte tekening van deze molen door een onbekende tekenaar, dat zou prachtig zijn geweest, maar na enig zoekwerk bleek dat de afbeelding -zoals zo vaak gebruikelijk is met Deeverse tekeningen- is overgetekend van de hier afgebeelde ansichtkaart in kleur, die bij Deeverse neringdoenden alweer een aantal jaren geleden te koop was voor € 0,75.
De overtekenaar heeft er wel een mooie hoge blauwe lucht bij bedacht en heeft ook zeilen op de wieken gekleurd, teneinde de suggestie van een molen in beweging te wekken.
De Stichting Ouderenbeleid Deever bestaat sinds 8 januari 1998 en heeft tot doel het organiseren en uitvoeren van het ouderenbeleid in de gemiente Deever in het algemeen belang van de gehele oudere bevolking van deze gemiente, ongeacht religie of levensbeschouwing. Daar kunnen De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk Van De Gemeente Diever in de verste verte nog geen puntje aan zuigen. Het ouderenbeleid op het niveau van deelgemeente regelen, dat is waarschijnlijk tegen het zere integratiebeen schoppen van genoemde Hoge Heren.
De genoemde Dorpskrachten-stichting geeft in het uitvouwblaadje aan zich te richten op het bewegen van mensen en het in beweging brengen van mensen. Het is met molens net zo als met mensen, molens moeten bewegen, molens moeten moveren. Molens moeten in beweging worden gebracht, want stilstand is achteruitgang, rust roest. Vooral bij een rijksmonumentje van het type molen ‘de Vlijt’.

abracadabra-538

abracadabra-539

abracadabra-537

Posted in Ansigtkoate, Dorpskracht, Gemiente Deever, Meule van Oll’ndeever, Oll'ndeever, Rieksmonement | Leave a comment

Melkaanvoer loopt in 1942 verder terug

Het bestuur van de Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij “Diever” aan het Moleneinde in Deever schreef in de Tweede Wereldoorlog in zijn beknopt gehouden jaarverslag over het boekjaar 1 mei 1941 – 25 april 1942 in de paragraaf “Besluit” het volgende.

De melkaanvoer liep ook dit jaar beduidend terug en wel met 657.026 kg of plusminus 20%. Beschouwen we het boekjaar 1939/1940 als normaal, dan verwerkten wij dit jaar 40% minder dan onder normale omstandigheden.
En nog zal hiermede het dieptepunt niet bereikt zijn. De dagaanvoeren van de laatste dagen geven hieromtrent een duidelijke aanwijzing. Een zeer gelukkige omstandigheid is, dat de melkprijzen beduidend zijn gestegen en wel met plusminus f. 3.00 per 100 kg melk.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontving de melkfabriek in Deever in het boekjaar 1 mei 1941 – 25 april 1942 een hoeveelheid van 2.628.964 kg melk van de 226 leden. Voor 100 kg melk af boerderij werd in dit boekjaar gemiddeld f. 10,06 betaald, in het boekjaar daarvoor gemiddeld f. 7,17.
De met ruim 20% teruggelopen melkproductie werd ruim gecompenseerd door een toename van de melkprijs met bijna 30%. De wet van aanbod en vraag gold natuurlijk ook in de Tweede Wereldoorlog, Een vermindering van het aanbod van melk en een wellicht als gevolg van de oorlogsomstandigheden toegenomen vraag naar melkproducten moest onvermijdelijk leiden tot hogere melkprijzen. In het jaarverslag noemt de directeur dit ‘een gelukkige omstandigheid’, de leden van de boerencoöperatie vaarden er in de Tweede Wereldoorlog wel bij.

Posted in Deever, Süvelfubriek Deever | Leave a comment

Café Trompetter belemmut ut sicht op de kaarke

In de Friese Koerier van 30 januari 1964 verscheen het navolgende alarmerende bericht over de weerstand bij Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis tegen het mogelijk plaatsen van het boerencafé Trompetter an de Heufdstroate in Deever op de lijst van beschermde monumenten.

Monument-woning te Diever van lijst ?
Diever – Het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen heeft het gemeentebestuur een aanvulling toegezonden van de lijst van beschermde monumenten. Het betreft het pand Hoofdstraat 25 te Diever, waarvan eigenaar bewoner is de heer A. Trompetter. De motivering is aldus:
‘Boerderij bestaande uit woonhuis met aangebouwde schuur. De voorgevel aan de Hoofdstraat bestaat uit een eenvoudige topgevel met vlechtingen. Het pand is vroeger in gebruik geweest als dorpsherberg. Het bevat inwendig, zowel begane gronds als op de verdieping betimmering met bedsteden, tegelwanden en een oude tapkast. Het pand is historisch merkwaardig, omdat het eertijds dienst deed als betaalplaats voor de belasting, hetgeen uit enkele elementen van het interieur nog blijkt plusminus 1720.
Ingevolge de Monumentenwet heeft de raad de bevoegdheid de minister in overweging te geven monumenten van de lijst af te voeren. Burgemeester en wethouders komt het gewenst voor in dit geval de minister te adviseren het pand Hoofdstraat 25 van de ontwerplijst af te voeren, omdat het is gelegen binnen het ‘komplan voor de gemeente Diever’. In dit plan is het terrein waarop genoemd plan is gebouwd bestemd voor aanleg van plantsoenen. Het is dus de bedoeling dat deze woning te zijner tijd zal verdwijnen als de sanering van de zogenaamde groene Brink enig effect zal sorteren.
Daar het zonder meer duidelijk zal zijn dat de sanering van de dorpskern, indien de plaatsing van het pand Hoofdstraat 25 definitief is geworden, in ernstige mate wordt belemmerd, omdat de groene Brink zijn aansluiting aan de Kruisstraat mist en het gezicht op de gerestaureerde Nederlands Hervormde kerk zal worden gestoord, stellen Burgemeester en wethouders van Diever de raad voor genoemde bezwaren aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen kenbaar te maken en hem te verzoeken het bedoelde pand van de ontwerplijsrt af te voeren.

Aantekeningen van de redactie van ut Dievers Archief
De onstuitbare sloopzucht, in dit artikel eufemistisch aangeduid met sanering van de dorpskern, van de toenmalige Hoge Heren Van De Voorkant Van het Gelijk van de gemiente Deever, aangevoerd door Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd), was in de naoorlogse jaren groot, zonder daarbij oog te hebben voor behoud en restauratie van cultuurhistorische waardevolle panden en fraaie dorpsgezichten.
Denk aan de sloop van het boerderijtje van de familie Hunneman aan de Achterstraat, het pand an de Peperstroate, dat later door alleskunner Klaas Kleine is herbouwd, heel wat andere panden aan de Peperstraat, een pand aan het straatje dat nu de niet erg originele naam Kerkstraat heeft, het authentieke boerderijtje van orgelpomper Geert Dekker, de oude pastorie op de Brink (een pastorie hoort op de Brink te staan) en het oude gemeentehuis (daarvoor school en boerderij).
Blijkbaar was het ook de bedoeling van Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis alle panden die ingesloten werden door Hoofdstraat, Kruisstraat, Peperstraat en Kerkstraat met de grond gelijk te maken om daar een megalomaan plantsoen met de naam ‘groene Brink’ van te maken, en dat in een dorp, waar zeker niet hoeft te worden geklaagd over gebrek aan groen.
De schrijver van het artikeltje was het wel heel erg onderkruiperig eens met Topsloper Hoge Heer burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis, want wat te denken van het vermelden van goedkope drogredenen, zoals ‘sanering van de dorpskern’ en ‘het gezicht op de gerestaureerde Nederlands Hervormde kerk zal worden gestoord’ ? De schrijver van het bericht was wellicht zelf enigszins gestoord en hard aan sanering toe.
Gelukkig is het snorkerige poeha plan voor de ‘groene Brink’ niet doorgegaan en is de boerderij waarin het boerencafé Trompetter was gevestigd terecht behouden gebleven.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto gemaakt op 15 november 2013.

 

 

Posted in Brink, Café Trompetter, Heufdstroate, Kruusstroate | Leave a comment

Ut boerdereegie van Henduk Grupp’m is offebraant

An de Heufdstroate in Deever op de hoek van het smalle straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand. Bij de brand kwamen een paard en drie varkens om het leven. De boom naast het boerderijtje zal ook wel zijn afgebrand. Het boerderijtje is niet weer opgebouwd. Op de plek van het boerderijtje is een grasveldje en zijn enige parkeerplaatsen voor auto’s ingericht, bovendien is het smalle straatje helaas verbreed.

Het brandweerrapport, dat ná 21 juni 1946 is opgesteld, vermeldt:
Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de brink van Deever of de braandkoele an de Peperstroate ?) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van de familie Hendrik Gruppen. De redactie wil bijzonder graag in contact komen met nazaten van Hendrik Gruppen. De redactie is op zoek naar foto’s van het boerderijtje van Hendrik Gruppen, die vóór 21 juni 1946 zijn gemaakt.

De hier afgebeelde foto uit 1937 toont verloren gegaan bijzonder erfgoed, te weten het boerderijtje van Hendrik Gruppen, de fraaie bestrating van veldkeitjes bij het boerderijtje en de omheinde kerkhof. Op de hier afgebeelde foto is een vervallen kerkgebouw met de omheinde hof van de kaarke – ook wel kaarketuun genoemd – en pas geplante armzalige uitziende boompjes. Op de hier afgebeelde foto is de brink van Deever niet te zien.

Op de hier afgebeelde foto is het pas gebouwde hotel-café Brinkzicht van de in de Tweede Wereldoorlog zeer berucht geworden N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma en zijn echtgenote Gezina Smit is nog net achter het kerkgebouw te zien.

De redactie vindt het volkomen terecht dat de hier getoonde afbeelding is opgenomen op bladzijde 439 van het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de huidige situatie toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1- De hier afgebeelde foto is op 19 februari 1937 gepubliceerd in het geïllustreerde tijdschrift ‘Het Noorden in Woord en Beeld’, jaargang 12, 1936-1937, nummer 49.

Posted in Boerdereeje, Braandkoele, Kaarke an de brink, Toor'n an de brink | Leave a comment

Bee ut keutereegie van ‘de Flitter’ an de Heufdstroate

H. ten Brink in Meppel is de uitgever van bijgaand afgebeelde ingekleurde ansichtkaart. De kaart is in 1906 uitgegeven. De kaart heeft als kenmerk 211/2988. De kaart is gemerkt met SSB (betekenis ??). De redactie van Ut Deevers Archief beschouwt deze ingekleurde ansichtkaart als een echt Deevers fotografisch topstuk van grote culturele waarde, als een fotografisch erfstuk.

In 1906 werd het keuterijtje aan de linkerkant van de afbeelding bewoond door de familie Albert Fledderus (eerder Flederus). Albert Fledderus is geboren op 27 januari 1836 in Deever. Hij is overleden op 20 februari 1918. Hij trouwde op 25 juli 1874 in Nijeveen met Margje Timmerman. Zij is geboren op 14 december 1842 in Nijeveen. Zij is overleden op 12 februari 1917 in Wittelte. Volgens Arend Mulder werd Albert Fledderus  ‘de Flitter’ genoemd, wellicht omdat hij een klein mager schraal mannetje was. De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van de familie Albert Fledderus.

De redactie herinnert zich uit zijn jeugd in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw, dat het boerderijtje toen werd bewoond door het echtpaar Jan Krol en Vrouwgje Bakker. Jan Krol is geboren op 27 januari 1884 in Deever. Hij is overleden op 16 oktober 1968 in Deever. Hij trouwde op 11 mei 1912 in Deever met Vrouwgje Bakker. Vrouwgje Bakker is geboren op 23 april 1884 in Deever. Zij is overleden op 7 december 1968 in De Wijk. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. De redactie herinnert zich dat Jan Krol één van de bekende Deeverse jagers was.

Helemaal aan de linkerkant van de afbeelding is nog net een stukje van de boerderij van Roelof Wesseling te zien. In deze boerderij was in het voorhuis een café gevestigd.

Achter het keuterijtje aan de linkerkant is de in 1903 gebouwde boerderij van Jan Mulder (Jan Boatie, alle Mulders in Deever hadden een bijnaam) en Roelofje Tissingh te zien. Jan Mulder is geboren op 6 augustus 1874 in Deever. Hij is overleden op 15 maart 1945. Hij trouwde op 5 juni 1903 in Deever met Roelofje Tissingh uit Ruinen. Zij is geboren in 1882 in Ruinen. Zij is overleden op 25 januari 1968 in Deever.

In de achtergrond is de woning van kleermaker Roelof van Kampen te zien. Roelof van Kampen is geboren op 24 september 1863. Hij is overleden op 21 mei 1933 in Deever. Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

Aan de rechterkant aagter de glint’n is de boerderij van Roelof Seinen te zien. In het voorhuis was in de rechter voorkamer een café gevestigd, in de linker voorkamer was het gemeentehuis gevestigd. Roelof Seinen was ook logementhouder, hij verhuurde slaapkamers boven de twee voorkamers.

Bijgaand afgebeelde ansichtkaart is ook gepubliceerd op bladzijde 86 van het boekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld van Arend Mulder.

De redactie betreurt het ten zeerste dat het hier afgebeelde topstuk niet is opgenomen in het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

De redactie zal aan de hier getoonde kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van het dorpsbeeld uit 1906 een beter passende kleurenfoto toevoegen.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – Maandag 3 september 2018 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Ansigtkoate, Ansigtkoate uut 1906, Heufdstroate, Topstuk | Leave a comment

Ut neeje kaarkhof op de Baargakkers bee Deever

In het Verslag van den Gouverneur en Gedeputeerde Staten van Drenthe, dat in nummer 55 van de Drentsche Courant van Dinsdag den 12 Julij 1842 werd gepubliceerd, stond het volgende korte bericht over de aanleg van een nieuwe burgerlijke begraafplaats in de gemiente Deever.

Begraafplaatsen
In geene der gemeenten dezer provincie vinden afwijkingen plaats van de bestaande verordeningen op den aanleg van burgerlijke begraafplaatsen.
In de gemeente Diever, alwaar tot hiertoe de oude begraafplaats, schoon binnen de bebouwde kom der gemeente gelegen, was behouden gebleven, omdat de bevolking dier gemeente nog geen 1000 zielen beliep, is thans, nadat die bevolking tot boven dat getal geklommen was, op de daartoe door ons gedane aanschrijving, mede eene begraafplaats buiten de kom der gemeente aangelegd.

Aantekeningen van de redactie van Ut Deevers Archief
Met de ‘oude begraafplaats’ wordt de hof van het kerkgebouw aan de brink van Deever bedoeld. Dus de doden werden tot of tot in 1842 in de kaarkhof an de brink van Deever begraven. Daarna werden de doden begraven in de nieuwe begraafplaats, te weten de Baargakkers an ut begun van de Grönnegerweg, net buiten de bebouwde kom van Deever. 

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 18 november 2022 – Alle rechten voorbehouden
Tot of tot in 1842 werden in de gemiente Deever de doden begraven in de hof van de kaarke an de brink van Deever.

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 19 april 2024 – Alle rechten voorbehouden
De ingang van het kerkhof op de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

Posted in Gemiente Deever, Kaarke an de brink, Kaarkhof an de Grönnegerweg | Leave a comment

Wie hef un foto van de toor’n in ut eup’mlogttheater ?

De redactie van Ut Deevers Archief vond onlangs bij het digitaliseren van een van de laatste ordners met Deeverse paperassen bijgaand afgebeelde brief van Thomas Kannegieter. De redactie heeft deze brief van hem ontvangen in de periode 1999-2007, toen hij bij veel in heel het land verspreid wonende Deeversen actief publiceerbaar historisch materiaal acquireerde voor en nog mocht meewerken aan de samenstelling van een kwalitatief en kwantitatief zo hoogwaardig mogelijk papieren blad Opraekelen van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie wil deze brief uiteraard niet onthouden aan de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief. 

De inspiciënt werkt achter de schermen bij de uitvoering van het openluchtspel. Hij is mede verantwoordelijk voor de praktische en technische uitvoering van de uitvoering, zoals het klaarzetten van decor en rekwisieten, het regelen van licht en geluid, en het coördineren van veranderingen tijdens de voorstelling. Hij zorgt mede dat alles technisch en logistiek soepel verloopt, van repetitie tot de uiteindelijke voorstelling.

Thomas Kannegieter was inspiciënt voor het mede regelen van het licht en het geluid in vier opeenvolgende jaren: 1953, 1954, 1955 en 1956, respectievelijk bij de openluchtspelen All’s Well That Ends Well, The Tragedy Of King Lear, A Midsummer Night’s Dream en The Taming Of The Shrew. Voorwaar een zeer te waarderen prestatie !

In de bijgaand afgebeelde aandoenlijke brief beschrijft hij het pionieren in de toren voor licht en geluid in de beginjaren van het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever. Voorwaar een zeer te waarderen prestatie ! Hendrik Jan (Henneman) Rolden was in die jaren verantwoordelijk voor het elektrische installatiewerk in het openluchttheater. Voorwaar een zeer te waarderen prestatie ! .

De redactie is op zoek naar een oude foto of oude foto’s, waarop ‘de toren’ in het openluchttheater is te zien. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een goede scherpe scan van ‘de toren’.

De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van Thomas Kannegieter, maar heeft helaas nog niet veel over hem kunnen vinden. Thomas Kannegieter is geboren op .. augustus 1933. Hij is een zoon van Willem Kannegieter en Derkje Hoogeveen. Leeft Thomas Kannegieter nog ? Als hij nog leeft, dan is hij anno december 2025 dus 92 jaren oud. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief  heeft andere gegevens van hem ? Hij is wel te zien op een schoolfoto uit 1946. De kinderen op die foto zijn geboren tussen 1932 en 1940.

De toren
Het gebeuren in deze toren bestond uit de volgende onderdelen:
1.
Een intercom-apparaat waarmee contact werd gelegd tussen regisseur en kleedkamer en soufleurkelder en een viertal lichtpunten, welke bemand waren (achter en linkerzijde).
2.
Een bandrecorder, waarop toneelmuziek en soms geluiden op de achtergrond via speakers ten gehore werden gebracht. De regisseur bediende deze en soms ondergetekende (links).
3.
De centrale schakelaar, waarmee alle verlichting in- en uitgeschakeld werd en werd bediend door de regisseur en soms door ondergetekende (links).
4.
In het midden was een schuin plateau geplaatst met 24 schakelaars erop, waarmee het zaallicht, licht bij de ingang en achter het podium en alle belichtingspunten voor het podium werden bediend door ondergetekende, die continu het tekstboek volgde, waarin lichtschema’s en aanwijzingen voor het afdraaien van muziek en geluid waren opgenomen.
5.
Een transformator om de verlichting te dimmen of op te laten komen, welke door iemand in de rechterhoek werd bediend via aanwijzingen in het boek.
6.
Drie lichtbakken boven het midden, waarvan de kleurschijven handmatig werden bediend, zowel door de regisseur als door ondergetekende.
7.
Drie lichtbakken in de boom rechts op het podium (op de heuvel), welke via gespannen draden door een buis, door de persoon rechts in de toren; de kleurschijven werden bediend ook weer volgens lichtschema’s in het boek.

Thomas Kannegieter


Posted in Alle Deeversen, Eup'mlogttheater, Eup’mlogtspel | Leave a comment

Un olde ansigtkoate van de rooms kattelieke pasterie

De redactie van Ut Deevers Archief is sinds kort, eind 2025, in het bezit van een goede scan van de voor- en achterkant van een zwart-wit ansichtkaart van het zo genoemde Witte Huis op Zorgvliet. De redactie wil de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief uiteraard en afbeelding van deze prachtige ansichtkaart niet onthouden. Het is wel enigszins jammer dat de rechterkant van het Witte Huis niet helemáál is te zien. Zie de afbeeldingen 1 en 2.

In 1919 heeft de familie Verwer dit huis, dat direct links naast de rooms katholieke kerk op Zorgvliet stond, in eigendom overgedragen aan de Sint Andreas parochie. Het Witte Huis werd toen in gebruik genomen als pastorie, dus als woning voor meneer pastoor.

Dus de hier afgebeelde ansichtkaart moet in of ná 1919 zijn uitgegeven. Helaas is de postzegel op de ansichtkaart niet meer aanwezig, daarmee is de informatie van het poststempel, met name de datum van verzending, verloren gegaan. De redactie vraagt zich af of de toen al meer dan 65-jarige fotograaf Hans Kuiper uit Noordwolde de maker van de foto voor en de uitgever van de hier afgebeelde ansichtkaart kan zijn geweest.

De afzender van de ansichtkaart is pastoor M.D.N.J. Eppings, de bewoner van het Witte Huis. Hij is te zien op een foto die gemaakt is tijdens de bouw van de nieuwe rooms katholieke kerk in 1924, hij is de in het zwart geklede man. De redactie is nog op zoek naar enige gegevens van pastoor M.D.N.J. Eppings.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Ansigtkoate, Kattelieke Kaarke, Sint Andreasparochie, Witte Huis, Zorgvliet | Leave a comment

Un Lemster broene tiekening van Johannes Minderaa

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag getekende beelden van onderwerpen uut de gemiente Deever. De redactie kreeg van een oude bekende uut Deever een Deever-souvenir in de vorm van een tegel (van het fabrikaat Sphinx uit Maastricht) met daarop de bijgaande in de kleur ‘Lemster bruin’ aangebrachte tekening van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren aan de brink en de dikke stien op de brink van Deever.
De tekening is in 1975 gemaakt door Johannes Minderaa. Hij heeft deze tekening – voor zover de redactie dit heeft na kunnen gaan – niet van een Deeverse ansichtkaart overgetekend. Wellicht wel van een foto, de redactie zou in dat geval graag in het bezit willen komen van een scherpe scan van die foto. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een jpg-bestand van die foto ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoeker van Ut Deevers Archief weet wie in het bezit is van de originele tekening van Johannes Minderaa uit 1975 ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief heeft gegevens over Johannes Minderaa.
De grote vraag aan de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief is: wanneer en waar was deze tegel in Deever te koop ? Bee Jan Brogg’n (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever misschien ? Of bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever ?
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 oktober 2019. De redactie zal te gelegener tijd een meer op de tekening lijkende kleurenfoto toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1 – Johannes Minderaa heeft deze tekening in 1975 gemaakt.
Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – 29 oktober 2019 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Deeverse prullaria, Johannes Minderaa, Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening, Toor'n an de brink | Leave a comment

De kattelieke kaarke aagter ut struweel

De bijgaand afgebeelde fraaie zwart-wit foto van de rooms-katholieke Sint Andreas kerk van de Sint Andreasparochie op Zorgvliet, verscholen achter het dichte struweel, zou volgens zeggen omstreeks 1935 zijn gemaakt. De maker van deze foto is helaas niet bekend.
Let vooral op de vier draden, die te zien zijn aan de bovenkant van de afbeelding. Zijn dit draden voor het transporteren van elektronen ? Als dit zo is, dan moet de hier afgebeelde foto na het einde van 1962 zijn gemaakt. Pas eind 1962 werden Zorgvliet, Woater’n en de Olde Willem aangesloten op het elektriciteitsnet. Welke Zorgvlieter, Zorgvlietenaar of Zorgvliet-kenner kan de hier afgebeelde fraaie zwart-wit foto wel goed dateren ?
De hier afgebeelde foto kwam bij de Stichting Dorpsarchief Oldeberkoop te voorschijn uit een stapel foto’s, die de stichting te leen had gekregen om deze te kunnen scannen. Hans Salverda kreeg van zijn contactpersoon bij de Stichting Dorpsarchief Oldeberkoop een scan (jpg-bestand) van deze foto, die hij de redactie welwillend ter beschikking stelde voor publicatie in Ut Deevers Archief. De redactie is Hans Salverda bijzonder erkentelijk voor dit gebaar.

Posted in Kattelieke Kaarke, Sint Andreasparochie, Zorgvliet | Leave a comment

Kuunstmoatig vustaand van Ut Deevers Archief

In de website google.com bestaat de mogelijkheid in de zogenaamde artificial-intelligence modus (AI-modus) (kunstmatige verstand stand) voor een combinatie van trefwoorden te zoeken naar gegevens. De AI-modus van google.com leverde op 5 december 2025 voor de trefwoorden Deevers en Archief de volgende gegevens op.

Deevers Archief verwijst naar Ut Deevers Archief, een specifieke, lokale website die zich richt op de geschiedenis van de voormalige gemeente Diever en de omgeving in Drenthe, Nederland.

De website fungeert als een online verzameling van historische informatie, foto’s, verhalen en documenten met betrekking tot de lokale gemeenschap. De inhoud wordt beheerd door een redactie die voortdurend berichten over het verleden en heden van de streek verzamelt, ordent en publiceert.

Bezoekers kunnen op de site onder andere informatie vinden over:
– plaatselijke geschiedenis, zoals de Tweede Wereldoorlog in Diever;
– biografieën van vooraanstaande personen uit de streek;
– details over lokale gebruiken en publicaties.

Het is dus geen nationaal of algemeen archief, maar een initiatief dat specifiek gericht is op de cultuurhistorische rijkdom van de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
AI-reacties van google.com kunnen fouten bevatten.
De hier weergegeven bij lange na niet bevredigende AI-reactie d.d. 5 december 2025 bevat inderdaad fouten.
Ut Deevers Archief richt zich uitsluitend op de geschiedenis binnen de grenzen van de voormalige gemiente Deever en richt zich dus niet op de omgeving buiten de grenzen van de voormalige gemiente Deever.
Ut Deevers Archief richt zich op de geschiedenis binnen de grenzen van de voormalige gemiente Deever, uiteraard met inbegrip van de cultuurgeschiedenis binnen de grenzen van de voormalige gemiente Deever.
Te gelegener tijd zal de redactie de AI-modus van google.com opnieuw raadplegen, teneinde in de tekst mogelijke verschillen te kunnen onderscheiden en mogelijke verbeteringen vast te kunnen stellen.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Hoe ut poasvuur in Deever ebaut wödde

..

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Mit de strik umme hen de daansles bee Klaas Doorten

In de zestiger jaren van de vorige eeuw – net vóór de tijd van de lange haren en in de muziek van de Rolling Stones en de Beatles – gingen de meeste jongens nog keurig in het pak met stropdas om op een doordeweekse avond naar dansles in de zaal van het café van Klaas Doorten en Alberdine Slagter an de Kruusstroate in Deever.
De redactie van ut Deevers Archief heeft het vermoeden dat de hier afgebeelde zwart-wit foto in 1963 of 1964 is gemaakt. In dat jaar gingen nogal wat meer meisjes dan jongens naar dansles.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet de foto preciezer te dateren ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie ontbrekende gegevens van de jongens en de meisjes op de foto verstrekken ?

De redactie ontving op 8 november 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie in ut Deevers van Hilbert Schieving
Nummer dreie van de foto van de daansles bee Klaas Doort’n is Vrouwkje Hoekstra (vrogger Froukje daagt ik).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De redactie weet wel zeker dat het meisje (nummer 3) Thea Diever is.


Op de foto zijn de volgende personen te zien.

1.  Iet (Ietje) Vos
Zij is geboren in 1950.
Zij woont in Deever.

2.  Wie ?
Deze persoon is nog niet herkend.

3.  Thea Diever
Zuster van Jannie Diever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

4.  Abel Jan Koopman
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

5.  Wie ? Froukje (Vroukje ?) Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

6.  Wie ? Froukje (Vroukje ?) Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

7.  Zwaantje Monsieur
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

8.  Aaltje Berends
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

9.  Wie ? Froukje (Vroukje ?) Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

10.  Dirkje Buiter
Zij is geboren in 1949.
Zij woont op de Smilde.

11.  Greetje Dekker
Zij is geboren in 1950.
Zij is getrouwd met Teun (Teuni) Daleman.
Zij woont in Deever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

12.  Karel Kragt
Hij was de dansleraar uit Noordwolde.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

13.  Albert Jan Boerhof
Hij woont in Deever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

14.  Henk van der Molen
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

15.  Janna Grit
Zij is een dochter van Albertus Grit en Jantien Greveling.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

16.  Jans Roelof Tabak
Hij is geboren op 26 juli 1949. Hij is overleden op 20 november 2019.
Zie het overlijdensbericht.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

17.  Wie ?
Deze jongeman is nog niet herkend.

18.  Hendrikje (Hennie) Buiter
Zij is geboren in 1948 in Deever.
Zij is overleden.

19.  Geesje Tissingh
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

20.  Hilbert (Hippie) Schieving
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

21.  Wie ? Froukje Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

22.  Hendrik (Henk, Henkie) Andreae
Hij is een zoon van Albert Andreae en Jantje Oost van ut Kastiel.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

23.  Hennie de Lange
Zij is een dochter van caféhouder Willem de Lange en Wilhelmina Waanders.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

24.  Koob Doorten
Hij is overleden.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

Posted in Alle Deeversen, Café Centrum, Cultuur | Leave a comment

Ansigtkoate uut 1934 van de Deeverse bosschen

Neringdoende Jacoba Hessels, de weduwe van Johannes Vos uut Deever, had heel goed door dat vanwege het opkomende Berkenheuvel-boswandelingen-toerisme na 1925 best een beetje geld was te verdienen met de verkoop van ansichtkaarten met een bosgezicht. Zij verkocht uiteraard ook ansichtkaarten met afbeeldingen van Deeverse dorpsgezichten.
Het valt uiteraard niet te bewijzen dat de foto voor de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart daadwerkelijk in de Deeverse bosschen is genomen. Uitgevers sjoemelden nogal eens met de titel van een ansichtkaart.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief beschikt over gegevens van uitgeverij Lara ?

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Ansigtkoate, Bosgesigte, de Deeverse bos | Leave a comment

Un joar rond in ut kaamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

De heer Frans Bakkers stuurde op 2 januari 2022 zijn lange en gedetailleerde verhaal over zijn verblijf van een jaar in de periode augustus 1965 tot juli 1966 in jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe naar de redactie van ut Deevers Archief. Het is de eerste keer dat in ut Deevers Archief zo’n uitgebreid en gedetailleerd verhaal is opgenomen. De redactie is de heer Frans Bakkers bijzonder erkentelijk voor het mogen publiceren van zijn ‘boekje’.

Thuis
Zesde klas lagere school, een saaie tijd. Streng, geen vrijheid; terwijl je toch al twaalf jaar bent. De tandartsbus voor het schoolgebouw, elke dag dat hij aanwezig was moest je over de elektriciteitskabels stappen, die er voor zorgden dat er geboord kon worden. Volgens mij vooral door pas afgestudeerden. Gezien de status van mijn huidige tanden, met onder meer tien kronen, meen ik hierover mee te kunnen praten en zelfs een oordeel te kunnen vellen. Gymnastiek bestond uit het gooien met een tennisbal, de meester deed zelf mee en kon gruwelijk hard gooien. Nog steeds ben ik er van overtuigd dat hij deze les gebruikte om ons de oren te wassen. Het spel bestond er uit om met twee personen mensen af te gooien, degene die af waren gingen de gooiers helpen, enzovoort. Die meester tevens hoofdmeester had er dus een sadistisch genoegen in om iemand dat te laten voelen. Dat laten voelen paste hij ook bij het volgende toe. Als je iets had gedaan moest je op je knieën zitten en hij sloeg je dan onverwachts keihard van achteren tegen je oren, of de zijkant van je gezicht. Het was een grote kaarsrechte man met een streng uiterlijk. Hij was onberispelijk gekleed in een grijs pak. Hij articuleerde scherp en had een messcherpe scheiding in zijn eveneens grijze haar. De naam van de school: Sint Jozef.

Het is 1965, we woonden in een klein provinciedorpje, met in de buurt een “modern” winkelcentrum. De huizen noemde men Zweedse bungalows en stonden op ruime kavels met veel plantsoenen er omheen. Vaak afgescheiden door groene ijzeren buizen met betonnen paaltjes. De woningen waren huurhuizen en eigendom van Philips, zoals bijna alles in die tijd. Ze waren vooral klein, maar dat wende, en gehorig, dat wende nooit. Zeker niet als je net als ik sliep in de kamer die grensde aan het huis van de buren. Deze buren hadden een van de eerste stereo-installaties. Enkelsteens muren tussen twee huizen, de rest was van hout. In de zomer te warm, in de winter te koud. Tot mijn zesde jaar had ik ergens anders gewoond. Het was nog steeds wennen. Vader werkte bij Philips en moeder thuis. Mijn broer was vijf jaar jonger en dus niet direct speelkameraad. Weinig vrienden, weinig speelmogelijkheden, geen speelterrein en op het grasveld mocht je niet komen. Geen andere mogelijkheden in de buurt, alleen de smalle gangen tussen de huizen bij de achtertuinen en de rijk beplante plantsoenen.
Cowboy spelen met een zo echt mogelijk holster en idem revolver. Soms zelfs een hoed en een vestje met franjes. De tv gaf cowboyfilms en Ivanhoe, toen James Bond nog ridder was. Niet te vergeten Pipo de Clown en de Verrekijker, een soort jeugdjournaal, maar dan niet actueel. Verder was ik lid van de welpen op zaterdagmiddag, in korte manchesterbroek, prikkende groene trui, afgemaakt met lange wollen sokken en een groen petje. Langzaam opgeklommen tot gids van het grijze nest. Toch wel leuke middagen gehad onder leiding van de akela en haar helpsters.

Thuis was het zwaar, moeder was veel ziek en in ziekenhuizen. Weinig sfeer, gezelligheid en warmte. Geen genegenheid, wel ziekenbezoek en gezinsverzorgsters. ’s Morgens, ‘s middags en vroeg in de avond gezinsverzorgster. Geen moeder zelfs geen surrogaat moeder, soms waren ze leuk, maar meestal niet. Daarna naar het ziekenhuis achter op de brommer. Sfeerloze, witte, steriele, massale ziekenhuiszalen. Steeds maar weer, gedurende lange perioden in elk jaargetijde. Voor iedereen verschrikkelijk moeilijk. Op de eerste plaats natuurlijk voor mijn moeder. In die tijd moet de basis zijn gelegd voor de enorme hekel aan dat soort instellingen en aan het moeten van dergelijke verplichte bezoeken. Mijn pleegvader deed zijn best, maar kon nooit echte genegenheid voor mij opbrengen. Dat hij mijn pleegvader was en niet mijn natuurlijke vader vernam ik pas op vijfentwintigjarige leeftijd en dat was van een kant een pijnlijk moment, maar toch ook een niet onbegrijpelijke onthulling.

Augustus
Niet warm en niet koud met volop groen in het Drentse bos. De zon scheen niet en het was somber, eigenlijk te somber voor zo’ n toch al moeilijke dag. Juist dan is het haast onmogelijk de toekomst positief te zien. Toch zou dit de plek zijn waar ik de komende twaalf maanden zou wonen. Internaat de “Eikenhorst” te Geeuwenbrug. Sinds 1946 een internaat voor jongens in de leeftijd van tien tot veertien jaar. We waren vroeg vertrokken uit Brabant met de trein van Eindhoven naar Meppel, vandaar met de bus langs de Drentse hoofdvaart naar de eindbestemming. Tijdens deze busrit ontmoette ik de eerste groepsgenoot; Rob Malta een lange blonde jongen uit Schiedam. Hij was ook nieuw en voor het eerst op weg naar een plek die hij nog nooit gezien had. Na een korte ontvangst in het staflokaal werden we voorgesteld aan onze gidsen. Humprey, de jongen die mij rondleidde, was gek op de natuur. De nieuwsgierige vragen die ik stelde werden nauwelijks beantwoord. Hij had alleen oog voor de vrije middag die hij in deze functie cadeau kreeg. Terwijl ik wilde weten wat me te wachten stond. Wat wel en wat niet mocht. Vooral het dagelijkse leven, dat had mijn belangstelling. Zodoende verbleef ik een lange middag wanhopig in een onbekend en donker bos.

Tegen etenstijd kwamen we terug. Mijn ouders waren inmiddels vertrokken. Achteraf logisch, gezien de reisafstand van Drente naar Brabant, maar op dat moment pijnlijk zwaar. Ik was twaalf jaar en had nauwelijks iets gezien van Nederland. De dagen die ik niet bij mijn ouders had doorgebracht waren op twee handen te tellen. Nimmer had ik op één dag zover gereisd. Dus kwam Drente hard aan.” Het zal goed zijn tegen de migraine“, had de specialist gezegd…, ” en hij zal daarna de wereld beter aankunnen !”

Voordat we naar de etenszaal gingen moesten we onze handen wassen, aldus mijn gids. Via een halletje bereikten we de slaapbarak, die zijn naam eer aan deed. Zestien bedden op een zaal, ‘n geboende oude houten vloer, zes wastafels, twee toiletten, twee kamers voor de leiding en een groepslokaal met duivenkooi en ‘n oude oliekachel. Naast elk bed stond een kast voor al je spullen. Het zag er wel allemaal netjes uit, maar de privacy was voorbij. De bel klonk en via een grindpad ging het licht opwaarts naar de eetzaal. Ongeveer honderd en vijftig meter lopen en dat voortaan elke dag drie keer. Nog vaker zou ik de bel horen die luidde bij aanvang van de etenstijden, schoollessen, eigenlijk bij het begin en einde van alle activiteiten. Over het hele kampterrein klonk zijn geluid, hij gaf het levensritme aan van het internaatleven. Het was een zware koperen klok van ongeveer vijftig centimeter hoogte; opgehangen aan een dikke balk. Het luiden van de klok op momenten dat dit niet de bedoeling was betekende ‘n fikse straf. Wat een verschil tussen het hier en thuis gaan eten. Het was in ieder geval niet ongezellig. De directeur heette ons vriendelijk welkom en er waren veel starende blikken. Een rood vlaggetje moest geprikt worden op de plaats waar je vandaan kwam. Daartoe was ‘Nederland’ op zachtboard vervaardigd en aan de muur gehangen. Mijn woonplaats was Veldhoven. Een snelle blik leerde dat Amsterdam rood zag van de vlaggetjes. Rotterdam was tweede, de rest redelijk verspreid: Boskoop, Maastricht, Veendam, Den Haag, Haarlem, Utrecht, Den Bosch, enzovoort. Een van de leiders gaf de mogelijkheid aan tot gebed voor de gelovigen onder ons. Aan elke tafel zaten 8 jongens en een leider of leidster. Iedereen was hulpvaardig en het werd duidelijk dat hier met mes en vork werd gegeten. De tafel was goed gevuld en de mededeling dat we de beste kok van Nederland hadden klonk ongeloofwaardig, maar wel zeer positief ! Eten werd scheuren genoemd en had betrekking op de snelheid, maar wel met mes en vork.

De avond kende geen programma en werd daarom gevuld met het rondhangen door kleine groepjes in en rondom de barak. De bosgids beschouwde zijn werk als afgedaan. Sterker nog hij begon zonder opgaaf van reden te vechten met mij. Dit terwijl de eerste gevoelens van heimwee opkwamen tegelijkertijd met het vallen van de avond. De groepsgenoot was sterker, had meer ervaring, geen beginnersangst en was gespierd door het buitenleven. Geen echte tranen, maar wel natte ogen en gevoelens van onmacht. Er waren minstens tien getuigen en veel gezichtsverlies. Ook dat was wennen. Nooit meer echt alleen. De groepsleider met baard en alles, zoals het in die tijd hoorde, gaf het sein om naar bed te gaan. Het bleek dat hij geen gezag had. Na veel gerotzooi en onduidelijke instructies lag iedereen om half tien in bed.

Gepraat, gefluister, onrust, zestien jongens in één ruimte, dat was nieuw. Jongens in de leeftijd van tien tot veertien jaar, die allemaal van huis weg waren, om gezondheidsredenen, huiselijke omstandigheden, gezinsproblemen , enzovoort.
Mensen die de wereld wilden ontdekken, maar die ook nog de warmte en vertrouwdheid van een gezin nodig hadden. Zo’n eerste dag met zoveel indrukken en gevoelens, wreed verstoort doordat plotseling het licht aanging en de directeur met enkele leiders binnenkwam. Iedereen voor de bedden, half slaperig en angstig.
Het bleek dat twee jongens die dag buiten het terrein waren geweest en wel zonder toestemming. Beide boosdoeners kregen een behoorlijk pak slaag op hun achterste en daarna keerde de rust weer terug. De directeur was een man om niet mee te spotten, hij zag er indrukwekkend streng uit met zijn kalende hoofd en de lange geplakte haren. Ook zijn scherpe raspende stem dwong respect af. Voor mij weer een negatieve ervaring. Er was zoveel te verwerken in korte tijd.

De weken die volgden vlogen razendsnel voorbij. Ik had weinig tijd om aan huis te denken of aan wat dan ook. Het leven werd bepaald door schema’s. Natuurlijk het lesrooster, maar ook corvee en avond- en weekendprogramma’s. In totaal waren er vier groepen: Klondike, Transvaal, Peru en Alaska. De groep waartoe ik behoorde was Alaska. Deze goudlanden waren de basis van dit internaatleven. Elke groep bestond uit 16 jongens en twee leiders(sters). Daarnaast een directeur en een adjunct-directeur, administratie, kok, leraren en enkele stafmedewerkers. Samen ongeveer 80 personen; te klein voor een dorp, te groot voor een gezin. Een bijzondere gemeenschap, met talrijke verschillen op velerlei gebied.

Alle gebouwen bestonden grotendeels uit hout en hadden geen verdieping. Rondom bomen, struiken en grindpaden. De barakken dateerden uit de Tweede Wereldoorlog en deden toen dienst als werkkamp voor de Duitse Arbeidsdienst. Er verbleven toen mensen die moesten helpen met het graven van tankgrachten. Na de oorlog werd het een internaat. Aanvankelijk heette het ’t Kamp Geeuwenbrug’. Een commandant en een adjudant drilden destijds de jongens. Er was een minimum aan sanitaire voorzieningen. ‘s Morgens werd de vlag gehesen en was er appèl. Dat was nu gelukkig verleden tijd.

De schoollessen bestonden uit taal, rekenen, aardrijkskunde, biologie en geschiedenis, maar ook veel sport en handenarbeid. Met op woensdagmiddagmiddag hobbyactiviteiten en op zaterdagmorgen groot corvee. De zaterdag- en zondagmiddag waren vrij en werden al dan niet ingevuld door de leiding. De zondagmorgen was bestemd voor kerkbezoek, behalve voor de buitenkerkelijken. Wat deze laatste categorie op zondagmorgen deed is voor mij onduidelijk gebleven. Ze mochten wel op basis van vrijwilligheid mee, wat regelmatig gebeurde. De belangrijkste herinnering die ik hieraan heb is dat we met de bus gingen, wat een behoorlijk feest was. Met z’n allen achterin werd het een wekelijks uitje en weer even contact met de buitenwereld. Wel allemaal in het netste pak met stropdas. Het was toegestaan om van hervormd naar katholiek te gaan en andersom.

De sportlessen werden gegeven door een zekere mijnheer Plantinga, altijd in sportkleren met een te strakke trainingsbroek. Wij waren altijd in shirt en korte broek, vanwege het ontbreken van trainingspakken. Dikwijls gingen we hardlopen en Plantinga manifesteerde zich steeds als een macho. Toen heette dat nog gewoon stoer. Hij was een uitstekend schaatser en hield veel van een soort slagbal. Een gymzaal hadden we niet, zodat we onder alle weersomstandigheden buiten gingen sporten. Dat in combinatie met die korte broek en shirt betekende nogal eens kou leiden. Plantinga was tevens EHBO’er, wat inhield dat hij elke avond van zes tot zeven uur een soort spreekuur hield. Een compleet ingerichte ruimte deed dienst als eerste hulp kamer. Of het nu ging om kleine wondjes, flinke kneuzingen of tranende ogen. Je kon elke avond terecht. Het was er steeds druk.

Langzaam maar zeker kreeg zelfs dit leven regelmaat. Er was sprake van een bepaalde routine. Midden augustus werden we wakker gemaakt met een soort country & westernmuziek. Dit muziek klond door een luidspreker die in de slaapzaal hing en verbonden was met de pick-up op de aangrenzende kamer van de groepsleider. Het bleek achteraf zijn favoriete muziek van de tv-serie ‘Rawhide’. Enige tijd daarna maakte de eigenlijke leider van de groep Alaska zijn entree. De eerder beschreven baard bleek een invalleider te zijn in verband met de vakantie van mijnheer Blikman. Alle leiding werd overigens met mijnheer of juffrouw aangesproken. Mijnheer Blikman kwam met de nieuwelingen kennismaken en vervolgens maakte hij een ronde langs alle bedden. Uit zijn manier van doen en de reacties daarop door de jongens maakte ik op dat het hier ging om een zeer gevierd leider. Hij was groot, had een rechthoekig gezicht met bril, flaporen en een sympathieke grijns. Achterover gekamd, golvend haar. In de praktijk bleek die populariteit ook direct, omdat hij aankondigde dat we met de groep een lang weekend zouden gaan kamperen in de buurt van zijn woonplaats Nijverdal. Dit zou nog in augustus gaan gebeuren. Verder hing hij dezelfde dag een compleet weekprogramma vol met originele en aansprekende activiteiten op. De les die ik toen leerde was dat de mate van inzet door de leiding bepalend was voor het aantal georganiseerde activiteiten.

We zouden met tenten gaan en natuurlijk waren slaapzakken en zaklantaarns gewenst. Bellen met thuis had succes en de spullen werden per post verzonden. Blikman was initiator, organisator, eerlijk en duidelijk. Hij was de rechtvaardige scheidsrechter tussen goed en kwaad. En hij was al vijfendertig jaar, een groot voordeel bij die jongens in die situatie. Ook was hij bijzonder in de ogen van de jongens, want hij had een knappe verloofde van 19 jaar. Blikman gaf houvast en zekerheid en was inderdaad ’n soort vaderfiguur. Met hem liep alles beter. De een heeft het en de ander niet. Hij had het dus wel. Het kampeerweekend verliep sfeervol met als hoogtepunt een pannenkoek eetwedstrijd gewonnen door René uit Rotterdam. Hij presteerde het om na tien pannenkoeken te gaan kotsen en vervolgens er nog acht in zijn mond te proppen. Na dit uitstapje leek de groep als team gegroeid, de grote verscheidenheid werd een eenheid. Hier lag het bewijs dat het grote geheel meer is dan de afzonderlijke delen. Dat voelde toen al zo. De assistente van Blikman was juffrouw Kievit, zij had ‘n scherp getekend gezicht met spitse neus en kort donker haar. Zij was er gewoon altijd en gaf alle jongens een nachtzoen, elke avond maal zestien. Een toch serieuze prestatie. Vaak las zij voor uit boekjes van Pietje Bel, in die tijd zeer populair en voor ons soort jongens tamelijk slecht inspirerende lectuur. Zij was niet onze moeder maar vulde wel Blikman aan.

De normale schoolweken waren duidelijk anders dan thuis. ‘s Morgens les van 9.00 uur tot 10.30 uur, dan pauze met warme chocolademelk en vel. Daarna les tot 12.00 uur en elke middag anderhalf uur sport of handenarbeid, met vervolgens nog eens anderhalf uur les. Er waren vier leergroepen op de volgende niveaus: lagere technische school, lagere school, middelbaar technisch en mulo/hbs niveau. Ik was ingedeeld in deze laatste groep en kreeg bijvoorbeeld Franse taal als extra les. Met deze leergroepen volgden we ook de lessen sport- en handenarbeid. Ik heb altijd veel gehad aan deze manier van schoolvorming.

De leraren waren over het algemeen inspiratievolle mensen. Bijvoorbeeld Robert Mulder, leraar Nederlands, dienstweigeraar en fervent aanhanger en secretaris van de provobeweging. We hebben het tenslotte over de jaren zestig. Om precies te zijn augustus 1965. Niet dat men zomaar zijn ideeën kon botvieren op alles en iedereen. Dat zeker niet, maar wel werd je als twaalfjarige geconfronteerd met allerlei stromingen in de samenleving. Blikman behoorde bijvoorbeeld niet tot de progressieve beweging, nee eerder tot de conservatieve. Juist die mengelmoes maakte het interessant en levendig. We konden en mochten overal aan proeven, nou ja bijna overal.

Verschillende leraren waren lid van een toneelgezelschap uit Diever, dat onder meer jaarlijks stukken opvoerde van Shakespeare in het openluchttheater, ongeveer twee kilometer ten noorden van Diever. Hun talent kwam natuurlijk prima van pas bij de activiteiten in het internaat, zoals het cabaret, dat enkele malen per jaar werd gehouden. Het moet gezegd worden dat de creativiteit altijd en overal aanwezig was. Indrukwekkend vonden we het, want thuis kwam je nauwelijks met dergelijke dingen in aanraking en hier gebeurde van alles in ruime mate. We werden in gunstige zin beïnvloed door deze kunstzinnige initiatieven.

Zoals ik al aanhaalde waren de groepen genoemd naar enkele goudlanden. Dit hield verband met het goudzoekersspel, wat een rode draad vormde in het internaatleven en de filosofie die er achter stak. Het kwam er op neer dat er verschillende ‘rangen’ waren, zoals nieuweling, delver en goudzoeker. Deze rangen moest je verdienen door allerlei opdrachten te vervullen, bijvoorbeeld het helpen van de kok gedurende een week. Je hoefde dan niet naar school. Of het leiden van de groep, het organiseren van een spelavond, het leren van de geschiedenis van het Huis van Oranje, goede resultaten op school, enzovoort.
Zodra je voldeed aan de eisen van de opdracht, dan werd dit aangetekend op een daarvoor bestemde kaart. Als alle opdrachten vervuld waren, dan kwam je in aanmerking voor een hogere plaats in de rangorde. Elke maand waren er vergaderingen van de diverse rangen. Dus alle delvers samen, alle goudzoekers, enzovoort.
De privileges stegen naarmate men hoger op de ladder kwam. Een goudzoeker mocht dan ook eventueel alleen op stap, vergaderde in het staflokaal met koffie en koek en had een bepaald aanzien. Het systeem had vele nadelen, maar gaf toch ook duidelijkheid en zekerheid en het gevoel dat je ergens bij hoorde. De grove planning was dat een jongen na ongeveer tien maanden doordrong tot het goudzoekersgilde, het hoogst haalbare. Ik behaalde deze rang na vier maanden en dat was eigenlijk niet de bedoeling. Het had te maken met mijn onovertroffen inzet om iets met vastbijtende wilskracht te willen halen . Soms biedt dat voordelen, maar het heeft ook negatieve gevolgen, heb ik in mijn latere leven ontdekt.
Alsof het niet genoeg was, werd ik tevens benoemd tot secretaris van de goudzoekersraad, secretaris van de groepsraad en van de kampraad. Deze titels gaven aanzien en zelfvertrouwen en dat kon ik erg goed gebruiken.
Overigens werd het hele systeem, nadat ik er ongeveer negen maanden verbleef, afgeschaft. Ik vond dat jammer. Laten we echter niet vergeten dat het de tijd was van democratisering op alle fronten, met vrijheid en blijheid. Pacifisme, provo, kabouters en alternatieven. Rolling Stones, Supremes, Beatles, wierook en het begin van de lange haren. Daarin paste het rangenstelsel niet meer. Toch van een kant jammer. Ik was leergierig, ’n redelijk sporter, behoorlijk creatief en meestal positief. De migraine verdween en ik kon het leven aan. Mijn postuur was tenger, maar ik at erg goed.

Alaska
Onze groep Alaska was een goede groep met zoals gezegd uitstekende leiding. We waren geen topper op één terrein, maar er was een goed evenwicht op allerlei gebieden. Een balans tussen sport, spel, inzet, intelligentie en sociaal vermogen. Zoals bij elke groep was er sprake van chauvinisme. De groepskleur was rood, met een harde kern van Amsterdammers: Wout, was aardig en had een broertje in de groep Klondike en zij hadden een vervelend leven achter de rug, Harm, was de oudste, de grootste en de sterkste, Willem was de natuurlijk leider in de groep en tevens voorzitter van de groepsraad, Cor had een zenuwtrek, was stevig gebouwd en was soms behoorlijk lastig. Verder René uit Rotterdam, lefgozer grote mond en klein hart, Herman Kreft uit Utrecht, Marius uit Son, was lomp, gezet, groot en snurkte. Tevens was hij mijn buurman en reisgenoot. Albert uit Maastricht, had een Italiaans temperament, Wim Paling uit Boskoop, Martin uit Den Bosch had een felle babbel, Rob uit Schiedam was technisch, meestal rustig en mijn andere buurman. Over Humprey uit Den Haag is genoeg gezegd en Henk uit Haarlem was brutaal en gek op paarden. De problemen kende je meestal niet, er werd nauwelijks over gesproken. Toch was het duidelijk dat de meesten een erg beroerde tijd achter de rug hadden en sommigen nog een zwaar leven voor de boeg. De rest van de namen is me ontschoten na al die jaren. De gezichten niet, die staan me nog helder voor de geest. Het waren meer dan zestien gezichten, want het was een komen en gaan. Elke twee maanden kwamen nieuwe jongens en gingen jongens weg. Meestal tot groot verdriet, maar soms tot enorme vreugde.
Nieuwelingen werden vrij snel opgenomen in de groepssfeer, maar het duurde wel even voordat je echt werd geaccepteerd. Men paste zich ook snel aan, aangezien dat de beste manier was om te overleven. Als groep was je sterk op elkaar aangewezen.

Neem alleen het vierwekelijks terugkerende corvee: een week lang met je groep drie keer per dag de afwas doen , af- en opruimen, de eetzaal schoonmaken, tafels dekken …… Dat alles voor tachtig personen. Daar kwam nauwelijks leiding aan te pas, iemand die niet wilde werd door de groep direct gecorrigeerd. Er was wel altijd competitie en strijd. Wie is het eerste klaar, wie is het snelste klaar, wie is de beste!
Elke zaterdagmorgen was het groot corvee. Afwisselend moest je buitenwerk doen, zoals harken, schoffelen en vegen. Of binnenwerk, zoals vloeren boenwassen, dweilen, toiletten een grote beurt geven, gemeenschappelijke ruimten schoonmaken. Rond de middag kwam dan de directeur controleren, ja inderdaad net als in militaire dienst, met een witte handschoen. Meestal was het goed, want niet goed betekende dat je ‘s middags nog een tijd bezig was. En de vrije zaterdagmiddag was populair. Ook werden enkele kippen gehouden en de eerder beschreven duiven. Dat alles moest schoon, gevoed en onderhouden worden. Het werd een prestigeslag wie het eerste klaar was. Vaak hielp men dan de anderen.
Erg gewild was het schoonmaken van het staflokaal, omdat daar een radio stond en daar volop koffie en koek te verkrijgen was. In de keuken kon je in de stille uren eieren bakken van de eigen kippen, althans als het je beurt was om een ei te krijgen. Toen een bijzondere traktatie. Het scheppen van sfeer was een belangrijke taak, die voor iedereen was weggelegd.
De radio leverde ons: The Stones met Route 66 en Cuby and the Blizzards met Groeten uit Grollo, The Beatles met Michelle rn No Reply, ………..
Buiten de genoemde schema’s was er nog het dagelijkse corvee, bedden dekken, toiletten schoonmaken, dweilen, wastafels uitdoen, zaal vegen. Kortom werkzaamheden die thuis bijna allemaal voor je gedaan werden. Hier was geen moeder en zeker geen huishoudster. Nog ruik ik de boenwas en voel ik de zwaar gesteven lakens. Het zal niemand verwonderen dat dit verleden van invloed is geweest op mijn verdere leven en zelfs een zware stempel daarop heeft gedrukt.

Op het kampterrein, we spraken altijd over ‘het kamp’ en nooit over het internaat, stond in de buurt van de eetzaal en het staflokaal een mini dierendorp met een groot aantal konijnen en marmotten. Dit dorpje was persoonlijk gebouwd door de zogeheten buitendienstmedewerker. Iemand die op klompen liep en een altijd gezond uitziend roodbruin gezicht had, wat wel alles te maken had met het feit dat hij meestal buiten was. Hij was de klusjesman, reservekok, hulpkok, schilder plantsoenbeheerder en nog ontelbare functies meer. Tevens was hij een echte Drent en nauwelijks te verstaan. Zijn woning lag vlak bij het kampterrein. Ik geloof dat hij ook nog gedeeltelijk boer was. Op grindpaden is elke stap duidelijk hoorbaar, maar hem hoorde je op zijn klompen al van kilometers ver aankomen. Aangezien hij tevens soms boeman was, was dat handig en konden we ons snel uit de voeten maken. We bezaten een sportveld, enkele klimrekken, een fraai dalletje en in het midden van het terrein een onduidelijk watertje, ex-visvijver, waarin allerlei vreemde troep dreef. Soms werd dit vijvertje nog nuttig gebruikt, maar daarover later meer.

Eenmaal per week moesten we onze vuile was en lakens inleveren. Tevens was er dan gelegenheid om bij de beheerder van het waslokaal een beperkt bedrag te besteden aan snoep. Dat deed iedereen, zakken vol, maar voor het einde van de middag was alles weer op. Tijdens de avonden was er geen snoep of andere etenswaren. Bij uitzondering kregen we aanmaaklimonade en een koekje. Een redelijk sober leven, zeker in vergelijking met tegenwoordig. Dus was snoep een hoog goed en na verlofperioden of met verjaardagen werden grote hoeveelheden verzameld. Echter bij dergelijke groepen is het onmogelijk om alleen te gaan zitten snoepen, of snoep te bewaren. De enkeling die dat wel eens probeerde vond de volgende dag een lege kast. Dit terwijl op elke kast een slot zat.
Wekelijks was er een verplichte douchebeurt. Ik geloof dat er acht douches waren, elke douche was in een aparte ruimte. Na enkele minuten kwam de sportleraar met de shampoo, die hij persoonlijk op je hoofd deed. Deze shampoo prikte direct hevig in je ogen. Deze kwaliteit ben ik nooit meer tegengekomen. Vervolgens moesten we ons afdrogen en met alleen een handdoek en in de pyama naar buiten en dan zo’n vijftig meter naar het groepsgebouw rennen. Dat alles deden we bij elk weertype. Ons gebouw lag gelukkig dicht bij de douches, maar de jongens van Klondike moesten een afstand van honderd en vijftig meter overbruggen.
Dezelfde douches dienden tevens als decor voor het maandelijkse waterballet. Je mocht dan met de groep zoveel met water spatten als je zelf wilde. Onder meer kon we een waterslang gebruiken. Badkleding was verplicht. De leiding deed niet mee, maar hield op afstand een oogje in het zeil. Wel moesten we zelf alle troep opruimen, wat langer duurde dan de troep maken. Tijdens zo’n waterballet werden nogal wat rekeningen vereffend, zonder dat het echte vechtpartijen werden of dat het uitmondde in grove pesterijen. Achteraf is me dat erg meegevallen, want bij een grote groep jongeren in die leeftijd met die achtergronden zou je toch regelmatig explosies van agressiviteit verwachten. Desnoods tussen de groepen, maar dat gebeurde niet. Hoogstens een uit de hand gelopen sneeuwballenoorlog tussen twee groepen, die toevallig elkaar midden in het bos tegenkwamen. En dan waren het vooral de leiders die ruzie kregen.

Zoals gezegd de zaterdagmiddag was een groot goed en vaak werden prettige activiteiten georganiseerd. Vooral in groepsverband, maar ook voor alle groepen tegelijk. Zo kan ik me levend Stratego herinneren, een spel waarbij je steeds een kaartje kreeg met een rang erop. Terwijl elke groep een vlag verborgen had, precies zoals in het bestaande Stratego-spel. Het bosterrein op enkele minuten lopen leverde alle voorwaarden voor een geslaagd buitenspel. Er waren zandverstuivingen, vele soorten bomen, behoorlijk wat sloten en afwisselende begroeiing. Natuur in overvloed. Echt bewust realiseerde je dat niet op die leeftijd. De jongens uit het westen, met name uit de randstad wat meer dan de anderen. De filosofie is achteraf scherp zichtbaar: veel bezighouden betekent weinig problemen. Laat jongeren niet zomaar lanterfanten, maar organiseer dingen voor ze, geef enige leiding en sturing. Vele speurtochten werden gemaakt, het oneindige bos met prachtige vennen werd stukje voor stukje ontdekt. Nooit helemaal, daarvoor was het te groot en wij nog te klein. Daardoor bestond een zekere spanning met steeds weer een nieuw avontuur.

Simpele activiteiten zoals bramen plukken hadden altijd iets speciaals. Er waren altijd vrienden en groepsgenoten die zin hadden om zoiets te ondernemen. Bramen hadden extra voordelen. Je kon ze namelijk opeten. Of je kon bijzonder lekkere bramenjam maken. Het recept van de kok luidde: bramen met suiker en koffiemelk koken. Dezelfde avond werd dan uitgebreid jam gegeten door het hele kamp.

Een rare ervaring hield verband met een natuurwandeltocht. Op een middag maakten we een lange wandeling door zeer dichte bossen van de boswachterij Smilde. Natuurlijk met een leider. Ik geloof zelfs met een leider die in de buurt woonde. We waren nimmer zover geweest en de omgeving was voor ons totaal onbekend. Tijdens de terugtocht kwam plotsklaps een flinke mist opzetten. Zo een met minder dan vijfentwintig meter zicht. Je kon je absoluut niet meer oriënteren, zelfs de leider niet meer. Uren dwaalden we door dat enorme uitgestrekte bos. We wisten echt niet in welke richting we liepen. Er was geen enkel aanknopingspunt, zandpaden en bomen leken op elkaar. Huizen of andere bouwwerken kwam je niet tegen. De groep was doodmoe en stil. Die stilte werd nog eens versterkt door die deken van dikke mist. Stoere gesprekken waren al meer dan ‘n uur geleden verstomd. Het was uiteindelijk zichtbaar dat ook de leider niet meer wist waar we zaten. Op zo’n moment treedt er toch een soort angst op. De enkeling die er de moed inhield was van onschatbare waarde. In Nederland en zelfs in Drente verdwalen is uiteindelijk niet mogelijk. Vooral niet als in Smilde een toren staat met een fel rood licht, als waarschuwing voor vliegtuigen. Dat rode licht zagen we en binnen een uur zaten we weer in het kamp. Beter gezegd in de eetzaal, waar de andere groepen al klaar waren met eten. Diverse bezorgde gezichten ontvingen ons. Deze bezorgdheid sloeg al snel om in spottende uitdrukkingen. Achteraf kijk je op zo’n gebeurtenis terug als een sfeervol en warm gebeuren. Het zal wel te maken hebben met het feit dat je na een moeilijke of vervelende tijd dubbel geniet van de dingen. Die tv-toren, in Hoogersmilde om precies te zijn, is men in 1958 gaan bouwen om de ontvangst van de Nederlandse televisiezenders in het Noorden van het land te verbeteren. Hij is meer dan 300 meter hoog, is een bezienswaardigheid en is het baken van een wijde omgeving.

Onder de noemer warmte en sfeer viel zeker ook het bezoek bij een leider of leidster op de kamer. Ik bedoel dan de intern wonende leiding. Je kreeg dan een kop koffie en soms een sigaret. Toen was roken nog stoer en nauwelijks onverstandig. Het was overigens verboden om te roken op het kampterrein, althans voor de jongens. Het ging bij een bezoek niet alleen over deze materiële zaken, nee de persoonlijke aandacht met een gesprek onder vier ogen was van belang, Dat miste je, want daar was bijna geen tijd voor tijdens de dagelijkse gang van zaken. Je mocht dan meestal wat later naar bed. Het was de andere kant van de medaille, de ontsnapping aan het kuddedier gebeuren. Te veel was gericht op de groep, het individu telde wel, maar minder dan de groep. Dit in tegenstelling tot de huidige ik-samenleving, die schrikbarend de andere kant is opgeschoten. Er werd verteld over thuis, over normale dingen, hoe het eerst was en dat alles dan met wederzijdse inbreng.
De verhalen gingen over ouders, waar je vandaan kwam, hoe het met je ging, de toekomst, de buitenwereld. Overheersend was het gevoel van enerzijds het internaatleven en anderzijds alles wat daar buiten speelde. Hoe gelukkig we soms ook waren, er was altijd een gemis van buiten. Ouders, je eigen huis, kamer, vrienden, school, je vertrouwde omgeving.

Op het terrein aan de rand van het bos stond een levensechte Drentse boerderij, met inrichting, enkele schapen, varkens en ‘n ingebouwde bedstee. Rob Malta, René in ‘t Veen en ik hadden het idee opgepakt om daar een keer te overnachten. Wat na enig aandringen werd toegestaan. Dus togen wij op een namiddag naar de boerderij met slaapspullen, brood en drinken voor de avond en morgen. Elektriciteit of stromend water ontbrak, wel een echte waterput en een olielamp. Zoals gewoonlijk zag de boerderij er minder vriendelijk uit toen het donker werd. Het flauwe gele licht van de lamp droeg niet bij aan de feestvreugde, maar geen haar op ons hoofd die aan teruggaan dacht ! Stel je de reacties van de groep voor ! Al vrij vroeg werd de bedstee opgezocht, een schijnbaar veilige plaats. We hadden al bekeken dat we er met drie personen in konden. Midden in de nacht schrokken we wakker van een onrustig geluid. Een schuivend, schraperig lawaai. Na duizend angsten te hebben overwonnen kropen we uit de bedstee en met veel gedoe werd de olielamp aangestoken. Met enkele flinke haardpoken slopen we richting het monster. Vreemde schaduwen spookten onrustig langs de stokoude muren. Warm geurende stank van mest kwam ons tegemoet. Het bleek dat een van de varkens uit zijn hok ontsnapt was en op ontdekkingsreis was door de boerderij. Behoorlijk opgelucht gingen we weer naar bed en sliepen niet meer totdat de ochtendschemering zijn intrede deed.

Enige tijd later nam leraar Robert Mulder zijn intrek in de boerderij. Hij maakte er een sfeervolle woongelegenheid van. Er was slechts een kleine verbouwing voor nodig. Vele provoactiviteiten hebben daar het eerste licht gezien. Robert Mulder met sierlijke pijp en Bob Dylan uiterlijk, grote fan van zijn muziek en die van Joan Baez. Zij is destijds met zijn hulp naar Nederland gehaald voor een optreden. Robert was een gedreven heerschap. Tevens een goede leraar die je rustig begeleidde en stimuleerde. Hij drong je niets op, maar vertelde wel waar provo voor stond en wat pacifisme voor hem betekende. De provobeweging zette zich af tegen de gevestigde orde. Daartegenover stond het harde optreden van de politie bij zelfs de meest onschuldige ‘happenings’, zoals het uitdelen van krenten bij ‘het Lieverdje’. Dat soort politieacties deed het gezag geen goed. Het huwelijk van prinses Beatrix met prins Claus op 10 maart 1966 leidde tot ernstige incidenten door het oplaaien van anti-Duitse gevoelens. Het ging toen niet alleen meer om provo’s. Het politiebeleid door de toenmalige burgemeester van Hall werd door velen gehekeld. Sedert 1965 ontstond uit de Ban-de-bom-beweging de anti-Vietnam-stroming gericht tegen de betrokkenheid van de Amerikanen bij de oorlog in Vietnam. Ook studenten demonstreerden met als doel: maatschappelijke betrokkenheid.
De strijd voor democratisering van het wetenschappelijk onderwijs en acties tegen het kapitalisme. Provo ontwikkelde nieuwe ideeën en alternatieven, zoals het witte fietsenplan. Roel van Duyn en Rob Stolk bleken bedenkers van veel nieuwigheden. Robert Mulder was tevens principieel dienstweigeraar. Voor ons was dat alles nog onwennig. We wisten zo weinig over dat soort zaken. In de klas hield hij enkele slangen, welke soorten weet ik niet meer. Wel dat ze op zekere dag ontsnapten en dat ze verdomde giftig waren. Wij mochten in elk geval het lokaal niet binnen. Hetgeen een geluk bij een ongeluk was. Vrijheid boven onderwijs!

Met Blikman naar het dorp gaan was ook vrijheid, bijvoorbeeld naar de plaatselijke friettent. Lopend van Geeuwenbrug naar Diever binnendoor, kom je langs een hunebed. Van daar naar het dorp is het nog maar een klein stukje. Tijdens die tocht had een van de jongens een pijp bij zich en aangezien Blikman pijp rookte vroeg ik of ik die mocht stoppen met zijn tabak. Wonder boven wonder keurde hij dat goed. Binnen honderd meter werd ik ziek, misselijk en zwak en heb ik die dag geen friet gegeten. Dit tot hilariteit van de meute. We legden die vijf kilometer tussen Geeuwenbrug en Diever regelmatig te voet af. Behalve die keer dat ik de Solex voor juffrouw Kievit moest wegbrengen. Eigenlijk was het ding kapot, maar dat het de remmen betrof, merkte ik pas bij aankomst in Diever. Met gevaar voor eigen leven ben ik toen in plaats van linksaf, rechtdoor gereden. Zonder noemenswaardige schade kwam ik tot stilstand.
Het andere vervoermiddel de fiets was slechts in beperkte mate voorradig. Alleen bij uitzondering kon je daar gebruik van maken. Of dat verband hield met mogelijke weglopers heb ik nooit bevestigd gekregen. Het is trouwens de moeite waard om in deze omgeving te gaan fietsen. Enkele jaren geleden heb ik dat gedaan. Er zijn prachtige vennen en een uitgebreid fietspadennet met zeer veel afwisselende natuur. Dorpjes, zoals als Dwingeloo, Diever en Smilde zijn beslist de moeite waard. De enorme heidegebieden bij Dwingeloo bieden uitgestrekte vergezichten. Een fantastisch landschap !

Winter
Het werd vroeg koud dat jaar. Misschien was dat wel gebruikelijk in Drente, maar het leek enkele graden kouder dan thuis. De enkelvoudige wanden van de barakken zullen daaraan wel een bijdrage hebben geleverd. Het koude groepslokaal met een vaak niet of slecht functionerende oliekachel zorgde ervoor dat we graag naar de warme eetzaal gingen en het liefst zo lang mogelijk. Mijn favoriete slaapplaats, ik bezat namelijk een bed in een hoek, verloor behoorlijk aan kracht. Tegen de wand legde ik elke avond een aantal kledingstukken tegen de door de wand dringende bijtende kou. Wassen en dat soort activiteiten werd tot een minimum in tijd beperkt. Het vroor en regelmatig vielen  winterse buien met alle denkbare soorten neerslag.
In zo’n periode leer je de warmte weer waarderen en gelukkig werd juist in deze tijd van alles ondernomen. Een grote tegenvaller was het niet naar huis gaan met Sinterklaas. Dit omdat Kerstmis een hogere prioriteit kreeg en we ongeveer eenmaal per zeven weken verlof kregen. De week voor Sinterklaas mochten we niet naar de eetzaal die overigens compleet geblindeerd was. We aten dan gegeten in de groepslokalen. Allerlei geheimzinnige verhalen deden de ronde over wat zich afspeelde in die eetzaal. Geruchten werden verspreid en we begrepen dat we in elk geval toch cadeaus zouden krijgen van welke goed heiligman dan ook. Toen eindelijk de grote dag was aangebroken kreeg elke jongen vijfentwintig losse centen, die dienden als betaalmiddel voor een Vlaamse kermis. De eetzaal was prachtig verbouwd en op een onovertroffen manier versierd. Er was een boksring gemaakt, ‘n waarzegster ingeschakeld, balspelletjes, een elektronisch spel, warme hapjes, snoep, enzovoort. Kortom het was een waar feest en tot op de dag van vandaag behoort deze avond tot een van mijn mooiste herinneringen. Laat op de avond deed de duidelijk herkenbare Sinterklaas-adjunct directeur zijn intrede en de borsten van Zwarte Piet kwamen ons ook niet geheel onbekend voor. Voor iedereen hadden ze een groot pakket, wat in de meeste gevallen door thuis was aangeleverd en voor een aantal, gezien de identieke samenstelling, door het Leger des Heils. We gingen die avond tevreden en voldaan naar bed en we hadden op één avond meer gesnoept dan het laatste halfjaar bij elkaar.

Nog voor het aanstaande Kerstverlof zou een groots kerstfeest worden gevierd. Het bestond onder meer uit een speurtocht met opdrachten. In groepjes van acht personen liepen we de tocht, die gedeeltelijk door het dorp ging. Een van onze jongens voelde zich blijkbaar zo in zijn element dat hij enkele stevige vloeken uitte naar de dorpelingen. Iemand van hen moet telefoon hebben gehad, want bij terugkeer in het kamp werd hij opgevangen door onze leider de heer Blikman. Waarna hij een flink pak slaag op zijn achterste kreeg, zodanig dat hij niet meer kon zitten. Dat was erg vervelend in verband met het kerstdiner op die dag. Nog lastiger was het voor het toneelstuk waarin hij die avond een belangrijke rol speelde. Hij was de jonge Kerstman en ik de oude. In mijn tekst kwam de volgende zin voor: “Ga toch zitten jonge Kerstman.” Dat ging dus niet. Overigens het Kerstdiner was ook taboe voor hem en behoorde bij de opgelegde straf. Het was werkelijk een fantastisch diner met vele gangen en de kok was echt voortreffelijk. Er waren die avond genodigden uit het dorp. Onder meer alle notabelen, die kris kras waren geplaatst tussen de jongens. Dat vond ik moedig en het gaf de avond een extra aanzien.
De jongen die niet naar het Kerstdiner mocht heette Martin en hij werd door diverse jongens uit alle groepen rijkelijk voorzien van alle soorten voedsel. Weliswaar achteraf en niet al te warm. Het ‘aangepaste’ toneelstuk verliep uitstekend. Het was een spannende ervaring om voor veel mensen op te treden. We werden natuurlijk prima begeleid door de Shakespeare experts.
Daarna zagen we nog maar naar één ding uit en dat was de tiendaagse kerstvakantie. Elke dag, elk uur werd afgeteld. Met verlof gaan was een grootse gebeurtenis, maar dit was de ultieme belevenis voor elk kamplid. Het vertrek was altijd zeer vroeg in de ochtend, omstreeks zes uur. We moesten dan om half zes uit bed en kregen driehoekig gesmeerde boterhammen in het eigen groepslokaal. Er heerste een nerveuze reisstemming. Iedereen in het nette pak en gepakt en gezakt de bus in. Het had gevroren en er was ijzel gevallen. Vele bezorgde gezichten. Er was een soort sfeer van: zouden we het wel halen, komen we wel thuis? In tegenstelling tot andere keren daalde plotsklaps een gevoel van somberheid op ons neer. Het was dan ook spiegelglad, vooral de weg langs de Drentse Hoofdvaart was één grote glijbaan. Er was nauwelijks gestrooid. De telefoondraden hingen zwaar aan de palen en waren door de vorst duidelijk zichtbaar. Op het kanaal had zich een stevige ijslaag gevormd. De aanhoudende schemering zorgde dat het zo’n zeldzame donkere winterdag werd. Ook dat droeg niet bij aan een vrolijke reis. Doordat de chauffeur bijzonder langzaam moest rijden, duurde het uren voordat we in Zwolle waren. Daar werden de eerste vakantiegangers afgezet. Vervolgens ging we naar Utrecht en naarmate de reis richting het zuiden vorderde verdwenen de sneeuw, de gladheid en de zorgen. In Den Bosch werd de laatste groep afgezet, die van daaruit verder reisde naar alle delen van Limburg en Brabant. Dat was voor mij toch altijd een spannend gedeelte, omdat ik meestal alleen verder moest reizen. De keuze was een bus die er nogal lang over deed, met vele stops of de trein die sneller was. Om een of andere reden gaf de bus mij een vertrouwder gevoel dan de trein, met altijd die onzekerheid of je wel in de goede zat. Ik was pas twaalf jaar en had daarvoor nooit alleen gereisd. Een ander voordeel van het reizen met de bus was het feit dat groepsgenoot Marius van Gorp ook met deze bus meeging. In ieder geval tot de plaats Son. Vaak haalde zijn moeder hem op in Den Bosch en dat gaf dan nog meer vertrouwen. Tenslotte moest ik dan nog met de bus van Eindhoven naar Veldhoven. Dit reizen, vooral het in één dag van kamp naar huis, vond ik altijd een bijzondere indringende ervaring. Bij mij overheerste toch een soort angst, die pas volledig wegviel als ik uit de laatste bus stapte. Het gaf een onbeschrijfelijk bevrijdend gevoel om weer thuis te zijn. Nog steeds vind ik reizen, vooral lange reizen niet prettig. Terwijl ik tijdens de militaire diensttijd zeer regelmatig in treinen en bussen heb gezeten, door het gehele land. Het wegvallen van die spanning blijft een terugkerende ervaring.

Thuis was er warmte van de kachel, zoveel als je wilde. Warmte van het gezin, althans meer dan in Drente. Een altijd hartelijke ontvangst door de hond Barry, een bruine middelgrote bastaard. En rust vooral veel rust, weinig stemmen, geen drukte ….. Dat was toch een openbaring na die tachtig stemmen. Naar huis gaan was het omgekeerde vakantiegevoel. Er was televisie de eerste chips, soms zelfgemaakte en je hoefde geen water te drinken als je dorst had. Je kon alléén iets ondernemen. Je hoefde nauwelijks met anderen rekening te houden. De dag van terugkeer was daarom moeilijk en zwaar. De reis naar Eindhoven, meestal door mijn moeder weggebracht, was onprettig. Het duurde nog zo lang voordat het weer verlof zou zijn. Zeven weken van huis was te zwaar voor een twaalfjarige. Naarmate je weer lotgenoten trof werd de sfeer beter en in elk geval deed je soms alsof. De aankomst in Drente was dan weer een sombere aangelegenheid. Iedereen besefte dat we er weer voor een lange periode moesten zijn. Vooral in deze winterperiode met zijn korte dagen en zeer lange avonden en nachten. ‘s Avonds hoorde je dikwijls jongens zacht huilen. Juist in zo’n eerste week werden er talrijke wegloopplannen gesmeed. Van de meeste kwam niets terecht. Enkele keren lukte het wel. De verste poging werd door twee jongens van onze groep ondernomen. Zij kwamen tot Utrecht, maar werden daar door de politie ontdekt en teruggebracht naar Geeuwenbrug. Bij een andere poging hebben we met een aantal leiders en jongens in de bossen gezocht naar een wegloper. Die overigens weer zelf terugkeerde. Het gaf aan dat het moeilijk was om op die leeftijd zolang van huis weg te zijn. Ondanks de problemen thuis.

Gelukkig waren er in de wintertijd ook prachtige dagen met veel licht en heldere vriesluchten. De natuur kon fantastisch zijn met bevroren riet, wat glansde in de zon en wat je gemakkelijk door midden kon tikken. Het vroor erg hard, zodanig dat we konden gaan schaatsen op het Snoekveen, een diep groot ven. Het schoolprogramma werd gedeeltelijk stilgelegd en we mochten enkele uren per dag gaan schaatsen. Er was verder niemand uit het dorp, uitsluitend jongens uit het internaat. Midden in de weidse natuur, met meestal wel een strakke snijdende oostenwind. De meesten hadden gewone Friese doorlopers. Met een touw ging een leider het ven op, maar het bleek al gauw dat het ijs veilig dik was. We maakten de boel sneeuwvrij en wen konden gaan schaatsten. De een struikelend en vallend de ander flitsend snel. We beleefden daar een mooie tijd. Wel moesten we steeds een eind lopen over een zandpad wat oneindig leek. De weilanden lagen er winters bij, rook wolkte uit de schoorstenen van de boerderijen. We waren doodmoe na zo’n dag en we scheurden enorm aan tafel. Het was ‘s avonds snel stil op de slaapzaal.

Op de avonden dat je moeilijk in slaap kon komen was het een kunst om een klein radiootje te bemachtigen. Diep onder de dekens kon je dan genieten van een zacht krakend geluid van de een of ander onduidelijke zender. Een beatle-nummer echter werd vlug herkend. Het ging trouwens meer om het idee dan om de muziek. Iedereen had boven zijn bed foto’s hangen uit de muziekbladen, zoals de Muziekexpres. Zeer populair waren de Beatles, maar ook de Stones en de Supremes, de Fortunes, Francoise Hardy en Dave Berry. Onze kok was een groot fan van deze laatste en hij zong dan ook hele teksten mee. Bij elk groots diner werd hij gehuldigd en meerdere malen kreeg hij dan een muzieksingle cadeau, onder meer van Dave Berry. Drie mensen hadden een hoekslaapplaats en dat had als voordeel een extra wand om op te kunnen plakken. Een hoekslaapplaats gaf ook meer status, want je kon zo’n plaats pas bemachtigen als je al een tijd in het internaat verbleef. In die hoeken vonden tevens allerlei informele besprekingen plaats. Het was weliswaar verboden overdag op de bedden te gaan liggen, echter deze regel werd dagelijks overtreden. Naar mijn gevoel vond een groot deel van het kampleven op en rondom dat bed plaats. Je sliep er, je kast met kleren en eigendommen stond er, je rustte daar uit, je ontmoette je groepsgenoten. Het was eigenlijk hoe parodoxaal het ook klinkt een plek met enige privacy. Op vrije dagen waren we veel bezig met het draaien van plaatjes, of het experimenteren met de bandrecorder. De meeste leiders en enkele jongens hadden wel wat singles en soms zelfs elpees. Juist in die tijd was de beatmuziek erg in opkomst en deze had onze bijzondere belangstelling. Wat dat betreft waren er weinig verschillen tussen leiders en kinderen. Niemand zette zich af tegen die beatmuziek. Het werd zelfs eerder gestimuleerd. Overigens werden we op verschillende manieren in contact gebracht met andere soorten muziek. In de eetzaal speelde dan bijvoorbeeld een Zuid-Amerikaanse groep, maar ook was er vermaak in de vorm van een goochelaar of een pantomimespeler. Het waren vaak gezellige en sfeervolle bijeenkomsten. Daarbij de aantekening dat, bij elke enigszins bijzondere aangelegenheid, het eten extra aandacht kreeg. Terwijl dit normaal gesproken al van prima kwaliteit was. Onze kok, zijn naam is me ontschoten, was perfect! Om een voorbeeld te noemen: als een rijstmaaltijd geserveerd werd dan waren er minstens drie soorten rijst. Aangezien aandacht werd besteed aan tafelmanieren, hadden dergelijke diners een feestelijk karakter. Het was een van de onderwerpen waar men unaniem over tevreden was. De week die je in de keuken moest helpen, terwijl je vrij was van alle andere verplichtingen, bestond eruit dat je ‘s morgens vroeg aan de bak moest. Of liever gezegd aan de snijbroodmachine, alle broden moesten worden gesneden, alle boter in botervloten, beleg op schaaltjes, suiker bijvullen, thee zetten, melk- en karnemelkkannen vullen, enzovoort. En reken maar dat er veel op tafel moest staan met zo’n hongerige meute. Vervolgens had je als keukenhulp een uurtje vrij en daarna begon de voorbereiding van het warme eten. We aten ‘s middags warm. Je moest soms flink afzien, want de kok was weliswaar een grapjurk, maar hij kon behoorlijk streng zijn. Zeker als het ging om stomme dingen of als je de kantjes er van af liep. Aardappels pitten, groenten schoonmaken en wassen, gehaktballen maken. ‘s Middags had je vrij tot ongeveer vier uur, waarna de voorbereiding begon voor het avondeten. Een synoniem van het ochtendgebeuren, behalve dan dat de meesten dan nog meer honger hadden. Ik heb bewondering gekregen voor al dat kookwerk. Als eter lustte en lust ik nog steeds twee dingen niet: Drents roggebrood, een donkerbruine, kneedbare, zwaar op de maag liggende vorm van brood en karnemelkse pap, een zure brei met daarin op overgeefsel lijkende brokken. Dat was echt verschrikkelijk en van de meeste leiders moest je dat eten. Het roggebrood was zo kneedbaar dat het onder de tafelrand paste, maar de pap gaf meer problemen. Ondanks mijn goede bedoelingen kon ik dit spul niet door mijn strot krijgen, of voor maar heel even, zodat ik vervolgens moest overgeven. Een aantal jongens vond het spul meer dan heerlijk. Ik vond het werkelijk gruwelijk. Verder at ik alles in ruime mate, nog eens bevorderd door de dagelijkse gratis portie boslucht, die daar en toen nog behoorlijk schoon was.

Vooral in de winterperiode was tv kijken een prettig fenomeen. Vooral de poppenfilm ‘Thunderbirds’ was enorm gewild. Er waren op de zaterdagen afleveringen van een uur. Terwijl de huidige herhalingen steeds een half uur duren en het verhaal dus pas af is na twee afleveringen. Voor een dergelijke serie moesten heel wat andere activiteiten wijken. Het gezamenlijk schaatsen kijken was uitermate favoriet bij een grote groep sportliefhebbers. Op grote bladen werden allerlei standen en tijden bijgehouden. Het geheel werd door de sportleraar begeleid, die zelf Fries en fervent schaatser was. Het was de tijd van Ard Schenk, Kees Verkerk en Jan Bols. Zij waren zo goed dat ik de tegenstanders niet meer voor de geest kan halen. In deze jaren zestig was er zwart-wit televisie, nauwelijks zenders en weinig programma’s. Dat was een groot voordeel!

Spel en sport
Aan elk jaargetijde komt een einde ook aan deze strenge winter. Voordat het echt zo ver is vier ik elk jaar mijn verjaardag op zeven maart. Dat was dus eveneens het geval in 1966. Dertien jaar werd ik op een grijze, koude en regenachtige dag. Bijna iedereen lag in bed met griep. Van onze groep waren nog slechts vier mensen op de been. Er heerste een echte griepepidemie. Het was gebruikelijk dat je ouders op je verjaardag aanwezig waren. Op het allerlaatste moment ging dat niet door. Het waarom was onduidelijk en is nog steeds vaag. Het was in ieder geval een bittere teleurstelling. Wel werd er tijdig een snoeppakket verzonden ter grootte van een schoenendoos. Ondanks de griep waren er diverse belangstellenden voor al dit lekkers. Het was traditie dat de jarige ‘s morgens werd toegezongen in de eetzaal en dat hij een keurig opgemaakt bord met uitsmijter en toebehoren kreeg. Uitgebreide felicitaties vonden dan plaats. Je had de gehele dag vrij en je mocht met een jongen naar keuze vrij stappen. Ik ging met Rob Malta naar Diever waar flinke hoeveelheden snoep werd ingeslagen. Gezellig was het niet door de eerder beschreven weerstoestand en het leek wel of het dorp juist op die dag uitgestorven was. Maar meer nog voelde ik mij door thuis in de steek gelaten en dat kon geen enkele doos snoep goedmaken. Dergelijke gebeurtenissen zijn van zoveel waarde voor een kind, dat zo’n geruime tijd van huis is en zijn ouders mist.

Uit hoofde van mijn functie als redacteur van het nog niet verschenen kampblad had ik de eer om een interview voor te bereiden in verband met de komst van Anton Geesink,de bekende judoka. Deze sportman was uiteraard zeer beroemd in die dagen en het was een klein wonder dat hij bij ons op bezoek kwam. De bedoeling was dat hij en enkele judoka’s demonstratiewedstrijden zouden geven. Eerst was er een ontvangst met koffie en koek gepland in het staflokaal. De spanning was vooraf te snijden, totdat eindelijk de grote dag aanbrak. Ik was dus een van de weinigen die rechtstreeks met Geesink mocht praten. Alleen al zijn binnenkomst was zeer indrukwekkend; hij kon nauwelijks de deur door. Van een interview kwam niets terecht. Aan de lopende band maakte hij grappen en grollen, waarna, ja alweer, een diner volgde en wel in de gebruikelijke stijl ! Tussendoor plaatste Anton Geesink een honderdtal handtekeningen die nadien werden uitgedeeld. Later in de middag volgde de demonstratiewedstrijden met de meegebrachte judoka’s. Enkele weken voor zijn komst hadden we worstelwedstrijden gehouden. Door middel van een afvalrace bleven drie winnaars over in de verschillende leeftijdsklassen. Een van deze winnaars was Henk Linthorst uit onze groep. Hij diende als tegenstander van Geesink. Het werd een enerverende middag met veel humor en prettige herinneringen.

Op zomaar een morgen in april gingen we na de normale ochtendrituelen naar de eetzaal. Tot ieders verbazing was er geen leiding. Wel een kok en eten, zodat we wisten wat we moesten doen. Na afloop en het gebruikelijke corvee liet de leiding zich nog steeds niet zien. Later werd duidelijk dat ze allemaal verzameld waren in het staflokaal. We wisten ons geen raad en een delegatie die probeerde duidelijkheid te krijgen, werd zonder informatie weggestuurd. In kleine groepen werd overlegd wat te doen. Na enige tijd werden pamfletten uitgereikt waarop vermeld stond wat we moesten doen. Het bevatte een lijst met activiteiten die door ons moesten worden uitgevoerd. Sommige opdrachten waren redelijk, andere waren overtrokken en bevatte zaken die niet van ons verwacht konden worden. Zoals alle zware vuilnisbakken verzamelen en alle muren van de barakken schoonmaken. Je kon merken dat twijfel bestond met betrekking tot de ernst van dit alles. Sommige jongens gingen aan het werk, anderen voerden niets uit. De natuurlijke leiders overlegden en besloten alleen die werkzaamheden te doen die redelijk waren. Het bleek achteraf allemaal een experiment, vermoedelijk reuze interessant voor de bedenkers, maar minder geslaagd voor de slachtoffers.

Het voorjaar gaf alle gelegenheid voor sport en spel in de buitenlucht. Een van de grootste spelen was een zogenaamd Europa-spel, waar al weken naar toe werd geleefd. Iedereen kreeg een paspoort en volgens een bepaalde route moesten we allerlei Europese landen bezoeken. In die landen moesten opdrachten vervuld worden. Als dat tot een goed einde was gebracht ontving men een stempel in het paspoort. Het totale spel duurde twee weken en vormde de rode draad van het kampleven. Sterker nog het beheerste het leven van alle dag. Uiteindelijk ging het er toch weer om welke groep winnaar werd. De opdracht behorende bij het land Spanje was het bouwen van een stierenarena en vervolgens in die arena een stierengevecht naspelen met alles er op en er aan. Er werden twee volle dagen besteed aan het oprichten van dit bouwwerk en het was prachtig om te zien wat een creativiteit schuil ging bij de diverse bouwers. De meeste groepen groeven een enorme kuil met een doorsnede van ongeveer 7 meter en minstens anderhalve meter diep. Bankjes werden geconstrueerd van afvalhout en er werd druk gerepeteerd voor het toneelstuk. Bij het vervullen van zo’n opdracht zijn er talenten gewenst op verschillende terreinen en die waren dan ook altijd aanwezig in elke groep. Steeds weer stond ik versteld van wat je als groep kon bereiken. Leiders mochten meehelpen, maar ze speelden nooit geen overheersende rol, op welk vlak dan ook. Het gehele kamp woonde de opvoering van het stierengevecht bij en een jury beoordeelde de opvoering. Onze groep had als extra verrassing een optreden terwijl het donker was met verlichting, wat een speciale sfeer teweegbracht.

Griekenland was eveneens een land wat bezocht werd en daar heette het thema: Olympische Spelen. Dat hield in een sportspektakel wat enkele dagen duurde, met voetbalwedstrijden, hardlopen, verspringen, enzovoort. De leiding van deze evenementen kleedde letterlijk en figuurlijk alles aan en zorgde steeds voor passende kleding bij de onderwerpen. Vooral met hulp van het arsenaal kleren van de toneelvereniging te Diever. Ook werden de thema’s goed door hen ingeleid. Frankrijk bracht het spelen van cabaret met zich mee en iedereen kon zich op dit onderdeel goed uitleven. Kolderstukken werden opgevoerd, leiders nagebootst, hele verkleedpartijen, uitgebreide schminkwerkstukken en veel lol.

Viswedstrijden hadden te maken met Ierland en het was een indrukwekkend gezicht om zestig jongens te zien vissen met soms echte hengels, maar meestal alleen een stok met snoer en angel. Dat alles gebeurde in de Drentse Hoofdvaart die in elk geval toen barstte van de vis. Er werd bijzonder veel gevangen en daarna weer teruggegooid. Het had allemaal niets te maken met rustig in de natuur vissen en genieten. Nee het was een echte wedstrijd. Het kan bijna niet anders dan dat de vispopulatie in dit kanaal enkele weken van slag af geweest is.

Diverse trucs werden er ingebouwd, die niet direct te maken hadden met het spel, maar wel met de enorme inzet en wedstrijdmentaliteit die er heerste. Als voorbeeld het schoonmaken van het totale kampterrein en extra schoonmaakbeurten van de groepslokalen. Om punten te behalen was iedereen gek te krijgen. In detail kan ik niet zo veel meer voor de geest halen. Dat heeft voornamelijk te maken met de hoeveelheid gebeurtenissen die er in die twee weken plaatsvonden. Wel is het gevoel blijven hangen dat het een prettig intensief groepsgebeuren was. Iets wat je nog nooit had meegemaakt. Voor mij ook de les dat mensen competitie nodig hebben en willen winnen op allerlei fronten. Ze willen zich bewijzen niet alleen als individu, maar juist ook als groep. Saamhorigheid en samen iets bereiken zijn menselijke behoeften. Er wordt vaak gesteld dat je bij een dergelijke terugblik alleen de mooie momenten terughaalt. Ik geloof dat niet, althans maar gedeeltelijk. Natuurlijk was niet alles koek en ei, er waren vechtpartijen, er was soms een vervelende sfeer of gebeurtenis. Er ging wel eens iemand door het lint en er werd stevig gescholden. Dat was allemaal aanwezig maar wel in beheerste mate in redelijk evenwicht met veel goede momenten. Het gevoel dat je niet naar huis kon dat was wel regelmatig van negatieve invloed op je functioneren. Dat zorgde er voor dat het hier niet ging om een vakantiekamp. Vaak vroeg ik mij later af wat ik gehad heb aan deze periode. Het antwoord was en is nog steeds erg veel, zeker op sociaal terrein. Of ik er geleden heb? Ja zeker er waren bijzonder droevige momenten en nogmaals ik ben er van overtuigd dat het voor een kind van ondermeer die leeftijd niet goed is om zo lang van huis weg te gaan. Tenzij en dat speelde bij een aantal van ons, de situatie thuis niet deugde. In dat geval was het kiezen uit twee kwaden. Het lange verblijf in het internaat was dan het minst kwade. Echter niets,in welke groepsvorm dan ook, kan opwegen tegen het verblijf in een redelijk draaiend gezin.

Vakantie
In de maand mei was de natuur nadrukkelijk aanwezig en voor mijn gevoel was het een voorjaar met veel zonnige dagen. Die prettige sfeer werd nog eens versterkt door de naderende vakantie. Het was gebruikelijk dat de groepen een week lang naar Giethoorn gingen. De vakantiepret begon echter al ruimschoots voor het eigenlijke vertrek. De groepen werden genoemd naar de Noormannen of de Vikings en via spelen bereidde iedereen zich voor op die grootse belevenis. Elke groep zou in Giethoorn een zeilboot tot zijn beschikking krijgen. Er werden dan ook zeillessen gehouden, weliswaar alleen in theorie maar toch. Zwaarden en schilden werden in elkaar gezet. Kledingstukken genaaid. Iedereen werd voortijdig in de juiste stemming gebracht. Nimmer mocht er met de bedden geschoven worden, behalve nu. Bijzondere groepen werden dan gevormd met kasten als afscheiding tussen de geheimzinnige genootschappen. Zoveel voorpret heb ik nooit meer meegemaakt voor ‘n vakantie.
Merkwaardig genoeg ben ik zelf niet meegegaan. Ik kreeg evenals enkele andere jongens de mogelijkheid om samen met twee leiders een tiendaagse fietstrektocht te ondernemen naar Duitsland. Daarover later meer.
Gelukkig heb ik de zeilvoorbereiding dus niet gemist. Tijdens een nachtelijke bijeenkomst zou er een inwijding plaatsvinden door Neptunes zelf. Wij als Duitslandgangers mochten deze ceremonie meemaken. Er deden dan ook allerlei vreemde en bizarre verhalen de ronde over dit gebeuren. Eindelijk was het dan zover. Iedereen werd omstreeks twee uur ‘s nachts gewekt. In het groepslokaal van Alaska vond de indrukwekkende verzameling plaats van behoorlijk duffe figuren met slaperige en witte gezichten. Daar werd het perkament voorgelezen door een prachtig uitgedoste Neptunes met gevolg. Natuurlijk weer in de mooiste toneelkleren en op deskundige wijze geschminkt. Vervolgens toog het gezelschap naar het eerder beschreven vage visvijvertje, waarover een boomstam was geplaatst. Elke jongen moest midden op die boomstam een kussengevecht leveren, met als uiteindelijk doel voor iedereen een nat pak. In dit geval een natte pyama. De ambiance met toneelspelers en brandende fakkels staat nog in mijn geheugen gegrift. Je wist dat het allemaal nep was, maar toch…. De spelers waren zeer bedreven in dergelijke optredens. Het werd die nacht zeer laat, te laat. Gelukkig mochten we de volgende ochtend uitslapen. Daarbij moet niet gedacht worden aan het tegen het middaguur uit je bed kruipen, maar eerder aan een uurtje later uit bed. Normaal gesproken gebeurde dat op de zondagmorgen.. De regelmaat werd aldus alleen verstoord bij hoge uitzondering.
Het vertrek van de groepen naar Giethoorn was een ware uittocht. Van het ene op het andere moment werd het doodstil. Wij bleven met acht jongens over, van elke groep twee. Dat waren wel goudzoekers, echter het waarom van juist deze acht heb ik nooit begrepen. De leiders die meegingen waren Schokker, aardrijkskundeleraar en Blikman de Alaska-groepsleider. Ons vertrek zou eerst over vijf dagen plaatsvinden, net voordat de groepen zouden terugkeren. Zodoende zou de rust tijdens de komende dagen een nieuwe ervaring voor ons betekenen. En leverde die dagen toch ook een soort extra en bijzondere vakantie op. We hadden het zo geregeld dat we bij elkaar sliepen in de barak van de groep Transvaal. Met een kleine groep mensen aten we in de eetzaal en we werden behoorlijk vrij gelaten in ons doen en laten.
Scherp staat mij nog voor de geest een wandeltocht met z’n vieren in de bossen, terwijl er plotseling een hevig noodweer losbrak. Juist in de bossen, zeker als die dicht begroeid zijn, zie je een onweersbui vaak niet aankomen. Daarom leek het of er een smerig bruine zware lucht zomaar uit de lucht kwam vallen. Oogverblindende flitsen met direct daarop volgend krakende donderslagen. Een onovertroffen angstige situatie, waarbij we niet veel anders konden doen dan het op een lopen zetten. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat tijdens die vlucht de bliksem vlak achter ons is ingeslagen. De afstand kan niet meer bedragen hebben dan vijfentwintig meter. Wij lagen daarna allemaal tegelijkertijd plat op de grond. Nimmer heb ik daarna nog een dergelijk noodweer van zo dichtbij meegemaakt. Door en door nat bereikten we het kampterrein, alwaar we aan iedereen ons verhaal vertelden.
Naarmate die week vorderde werden de voorbereidingen intensiever in verband met ons aanstaande vertrek. De mee te nemen bagage moest allemaal met de fiets mee en er moesten drastische beslissingen worden genomen over wat wel en wat niet. Onze normale “kampfietsen” met terugtraprem , zwaar frame en grote fietstassen hadden niets uit te staan met de huidige aerodynamische fietscultuur. Op vrijdag vertrokken we onder mooie weersomstandigheden. Het einddoel van die dag was de grensplaats Losser in Overijssel. Daar konden we gratis overnachten en eten in een soortgelijk internaat. Eerst moest er dan wel een behoorlijke afstand worden afgelegd door niet al te ervaren fietsers. Dat lukte zonder problemen, zelfs zonder lekke banden. In Losser werden we gastvrij ontvangen en ‘s avonds was er een groot kampvuur. Het internaat lag enkele honderden meters van de Duitse grens en ik weet nog dat we via een illegaal pad Duitsland zijn binnengefietst. Dat scheelde namelijk tientallen kilometers fietsen. We bezochten daar een klooster waar verschillende originele Afrikaanse beelden stonden uitgestald. De enorme rust in en rondom de gebouwen van zo’n klooster is me altijd bijgebleven. De indrukwekkende houten beelden bezaten een sterke uitstraling en pasten wonderlijk genoeg uitstekend in deze totaal andere omgeving.
We vervolgden onze weg richting Teutoburgerwoud, nadat we onderweg hadden gekampeerd in een weiland. Daar werden we ‘s morgens door de koeien begroet, werkelijk zoals in een komische film. Het klimmen in de heuvels viel niet mee op onze zwaar beladen stalen rossen. Toch bereikten wij ons doel en kampeerden alweer bij een boer. Per twee personen hadden we een simpele enkeldaks tent. Alleen de twee leiders bezaten een dubbeldaks. Tot dan was het prima weer in een fantastische omgeving. De meesten van ons waren nooit in het buitenland geweest, laat staan dat we ooit dergelijke heuvels gezien hadden. Direct werd er het nodige snoep ingeslagen en op de terugweg liep het meteen verkeerd. We kwamen langs een kersenboomgaard en plukten daar kilo’s kersen, totdat er luid schreeuwend een boer verscheen. Deze sprak zijn verwensingen weliswaar in het Duits uit, maar toch begrepen we wat hij bedoelde te zeggen. Twee jongens kwamen er niet zonder de nodige schrammen af tijdens het in een noodvaart verlaten van een boom. Iedereen weet dat je kersen eerst moet wassen en er nooit teveel moet eten. Wij wisten dat ook, toch hadden we allemaal voor het einde van de dag buikloop. Nota bene met een toilet op ruim honderd meter afstand en met nauwelijks voorraad verschoning. Het allerergste was echter de regen, niet zo’n buitje water, nee een constante hoos, die midden in de nacht begon en niet meer ophield. De enkeldaks status met los grondzeil kon dit alles niet aan. Hetgeen nog verergerd werd door de situering van de tenten, namelijk halverwege de heuvel. Voor het middaguur was alles doorweekt. Blikman en Schokker met vooruitziende blik regelden via de boer slaapplaatsen in een hooischuur. Wel werd ons op het hart gedrukt dat er geen scherpe voorwerpen in het hooi terecht mochten komen. Het hooi was immers bestemd voor de koeien, die dergelijke zaken nu eenmaal niet kunnen verteren. Een complete verhuizing vond plaats, lijnen werden gespannen om alles te kunnen drogen, inclusief de tenten. Aangezien er verder niets te doen was zochten we ons vertier op en in het hooi. Via een hogere verdieping maakten we duikvluchten in het hooi. De stemming zat er de eerste twee dagen nog wel in. Het bleef echter regenen en er gingen al verhalen dat het de hondsdagen betrof. Dat hield in als het zeven uur zou regenen de kans groot was dat het vervolgens zeven dagen zou regenen enzovoorts. Ondanks dat we niet bijgelovig waren begon het er toch steeds meer op te lijken dat de hondsdagen meer dan een fabel waren.. Inmiddels werden er plannen gemaakt om terug te keren met de trein. Toen eindelijk op de vijfde dag de zon weer terugkeerde. We spraken af om in twee dagen terug te fietsen, via dezelfde weg, en alleen nog te overnachten in Losser. Dat betekende een zware fietstocht, behalve het eerste stuk dat nu natuurlijk bergaf ging. Zeer moe kwamen we die avond laat aan in Losser. Daar konden we in echte bedden slapen en weer eens goed eten. Na inspanning en ontbering is een verblijf in de bewoonde wereld met al zijn luxe en voorzieningen extra plezierig. Na negen dagen is een lange hete douche meer dan alleen maar een routinematige handeling.
Tijdens de tocht door Twente stonden we te wachten bij een bakker, terwijl door twee van ons brood werd ingeslagen. Op een gegeven moment werden we door een man lachend aangesproken met de woorden: “Ha schoffies”, niemand, incluis de leiding reageerde verbaal of non-verbaal op die woorden, waardoor de man enorm rood werd en snel doorfietste. Dit kenmerkte onze stilzwijgende saamhorigheid. De laatste dag schroeide de zon onze ruggen en verlangden we haast weer naar een regenbui. De moed tijdens de lange fietstocht werd er door de leiders ingehouden met behulp van een doos suikerklontjes. Of het lichamelijk hielp weet ik niet, psychisch in ieder geval wel. De thuiskomst gaf een glorieus gevoel, zeker nu we onze verhalen kwijt konden aan de kampgenoten, die waren teruggekeerd. Zij hadden op hun beurt ook het nodige beleefd.

Terug
Het was juni geworden en eind juni zou ik worden opgehaald om vervroegd naar huis te gaan in verband met een vakantie met m’n broer en ouders. De eigenlijke vakantieperiode voor het internaat liep van half juli tot ongeveer half augustus. Voordat het zover was maakte ik nog een indrukwekkend uitstapje mee. Met enkele collega-goudzoekers gingen we op zondagmiddag met de bus naar Assen. De eindbestemming was de verkeerstuin, alwaar je met een trapauto door een nagebootst wegennet reed, met meisjes als politieagent in de leeftijd van vijftien jaar. Voor ons een zeer aantrekkelijke leeftijd. In het midden van dat verkeerspark bevond zich een verkeerstoren met omroepinstallatie. Als je fouten maakte in het verkeer dan werd dat daar omgeroepen. Wij waren met z’n zessen en in een mum van tijd kende iedereen ons. We hielden ons aan geen enkele regel, reden agentes omver, zorgden voor botsingen en allerlei bizarre verkeerssituaties. Een enkele keer meldden we ons bij de toren en deden alsof we nergens vanaf wisten. Dat gedrag hielden we natuurlijk niet erg lang vol. Uiteindelijk werden we dan ook gesommeerd om te verdwijnen. Hetgeen op dat moment geen straf was, omdat de lol er inmiddels vanaf was. Wel liep een van de jongens een rake klap op van een kordate agente. Toch was zo’n uitje een geweldig feest, alweer omdat we onder de mensen kwamen van het dagelijkse leven. Daar botsten dan twee ‘culturen’. Ja, we gedroegen ons niet, maar kon je dat zo’n groep kwalijk nemen? Jongens die niets liever wilden dan deel uitmaken van dat normale leven, maar die door de omstandigheden gedwongen dit niet konden. Gelukkig gedroegen we ons meestal wel behoorlijk. Bij terugkeer in het kamp ging het er om vooral geen opschepperige verhalen te vertellen. Dat alleen al was moeilijk genoeg.
Tenslotte maakten we met het gehele kamp nog een busreis naar de motorcrosswedstrijden te Norg. Op een warme zomerdag streken we daar neer, al vlug onder de indruk van de scheurende motoren met hun bijna onuitstaanbare geluid. Voor mij was dit de eerste keer en ik vond het indrukwekkend hoe met grote snelheden en met gevaar voor eigen leven werd geraced. Vooral de reuzensprongen bij de heuvels en het wegspattende zand zorgden voor een schitterende spanning. Bij een aantal van ons kwam die dag het zakelijke instinct naar boven. Men kwam op het idee om lege flesjes bier en frisdrank te verzamelen, dat leverde redelijk wat geld op en dus snoep en frisdrank voor eigen gebruik. Nog steeds als ik jongeren dit zie doen, draait voor mij de film af van die dag in Norg. Tijdens de terugweg werden we voorbij geraasd door honderden motoren.

De laatste dagen van juni naderden, maar duurden wel erg lang. De alles overheersende gedachte was: de definitieve terugkeer naar huis. Op dat moment de allergrootste wens van een dertienjarige jongen die gedurende elf maanden van zijn ouders en zijn omgeving was beroofd. Tegengesteld daaraan was het gevoel van weemoed. Alle belevenissen en goede herinneringen kwamen juist toen naar boven. Tijdens dat alles in was er een vreemde gewaarwording van er niet meer bij horen, daar niet en thuis niet. Net als na een verhuizing naar een vreemde omgeving. Langzaam maar zeker nam je afscheid van mensen en zaken.
De dag voor mijn vertrek gebeurde een ernstig ongeluk op de weg langs de Drentse Hoofdvaart. Ongeveer tweehonderd meter van het internaat af. Deze weg stond bekend als een uitermate gevaarlijke provinciale weg en is dat overigens nog steeds. Alleen toen moest al het snelverkeer over die weg. Tijdens dat ongeluk kwam de bestuurder knel te zitten en moest hij worden uitgezaagd. Hele toestanden met brandweer, ziekenauto en takelwagen. Er was een vrachtauto tegen een personenauto geknald. Sommigen van ons zijn stiekem gaan kijken. Zelf heb ik het niet van dichtbij gezien, maar op een flinke afstand. Het maakte zo’n indruk op me dat ik me zorgen maakte over de reis van mijn ophalers en de reis terug met hen. M’n vader zou me komen ophalen met een kennis, die een Volkswagen had. Die nacht sliep ik slecht. Gelukkig verliep de reis naar huis voorspoedig, ik wilde zo snel mogelijk naar huis.

De redactie ontving op 28 september 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Robert Mulder
Mooi verhaal van Frans Bakker!
Frans, ik had na de Eikenhorst een avontuurlijk leven en ben goed terecht gekomen.
Inmiddels ben ik 82 en nog steeds actief als fotograaf: http://www.robertmulder.nl

Ik verbaas me over je uitstekende geheugen en heb de indruk dat je “goed terecht bent gekomen”.
Hartelijke groet,
Robert Mulder

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut jongste kiend is lee’mt vubraant

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op vrijdag 5 mei 1899 het volgende bericht.

Diever, 3 Mei.
Een droevig ongeval had hier hedenmiddag plaats. De vrouw van den arbeider J. Baaiman begaf zich met haar oudste kind naar ’t bosch om eenig brandhout te verzamelen en liet haar jongste kindje van ongeveer twee jaar, slapende op ’t bed, alleen achter.
Kort nadat de vrouw hare woning had verlaten, geraakte deze door eene onbekende oorzaak in brand. Daar niemand in de buurt aanwezig was, kon er van redden geen sprake zijn en moest het kleine lieve wichtje in de vlammen omkomen. Ook twee geiten, een hond en een varkentje vonden den dood in den vuurgloed.


In de Emmer Courant van zaterdag 6 mei 1899 stond het volgende bericht.

Levend verbrand
Toen Woensdagmiddag te Diever de vrouw van den arbeider J. Baaiman zich met haar oudste dochter naar ’t bosch begeven had om hout te sprokkelen, geraakte door onbekende oorzaak het huisje in brand, waarin achter gebleven was een 2-jarig kindje dat slapende te bed lag. Daar niemand in den omtrek het onheil bespeurde was het vreeselijk gevolg, dat het wichtje in de vlammen is omgekomen, alsmede twee geiten, een varken en een hond.


Nota bene in het verre Rotterdam verschijnende landelijke katholieke dagblad De Maasbode van  zondag 14 mei 1899 stond het volgende korte bericht.

Te Diever (Dr.) is de hut van J. Baaiman – terwijl de vrouw in het bosch was om hout te sprokkelen – in brand geraakt en geheel afgebrand. Een kindje van anderhalf jaar is daarbij omgekomen.


Aantekeningen van de
redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft helaas niet kunnen vinden wie J. Baaiman was, met wie hij getrouwd was, wat de naam van de oudste dochter was en wat de naam van het omgekomen dochtertje was.
Maar was het wel J. Baaiman ?
Nee, het was Jan Booiman !
Want de achternaam Baaiman wordt in ut Deevers bijna uitgesproken als Booiman, dus blijkbaar heeft de schrijver van het oorspronkelijke bericht bij het horen van de achternaam Booiman gedacht dat het Baaiman was.
Jan Booiman is geboren op 25 oktober 1865 op Wapservene. Hij is overleden op 29 november 1929 in Deever.
Hij trouwde op 21 november 1894 in Deever met Meintje Kamer.
Meintje Kamer is geboren op 23 november 1867 in Deever. Zij is overleden op 10 september 1910 in de gemiente Deever.
Hun zoon Jan Booiman is geboren op 3 maart 1895 in Uffelte.
Hun zoon Roelof Booiman is geboren op 11 juni 1896 in de gemiente Deever.
Hun dochter Hilligje Booiman is geboren op 8 oktober 1897 in de gemiente Deever en is op 3 mei 1899 tijdens de brand in de hut van de familie Booiman overleden in de gemiente Deever.
Hun dochter Hilligje Booiman is geboren op 22 september 1901 in de gemiente Deever. Zij is vernoemd naar Hilligje Booiman, die op 3 mei 1899 omkwam bij de brand in de hut van de familie Booiman.
Op 3 mei 1899 woonde de familie Booiman in een huisje (hut ?) met adres Diever 84a, later Noordes 1, tegenwoordig Ten Darperweg 1 in Deever.

Posted in Alle Deeversen, de Gowe | Leave a comment

De lèèste ansigtkoate van Hoeve aan den Weg

Mensen gebruiken tegenwoordig de mobiele telefoon om met behulp van de zogenaamde sociale media in verbinding te staan met familie, vrienden en kennissen. De behoefte om een ansichtkaart naar familie, vrienden of kennissen te sturen is bijna verdwenen.
Bij familiecamping Hoeve aan den Weg an de Woaterseweg in de Olde Willem zijn geen ansichtkaarten meer te koop. De eigenaar van de camping is gestopt met de verkoop van ansichtkaarten in de receptie. De campinggasten kochten zelden nog een ansichtkaart.
Op 4 juli 2025 had de redactie van ut Deevers Archief de twijfelachtige eer – maar wel een eer die gelukkig maakt – de laatste nog in het rekje bij de receptie aanwezige – en hier afgebeelde – ansichtkaart te kunnen kopen. Voorwaar een exemplaar met historische waarde.
Het zal jou als verstokte en fanatieke verzamelaar van ansichtkaarten van onderwerpen binnen de grens van de gemiente Deever maar overkomen vast te moeten stellen dat jij de bijgaand afgebeelde ansichtkaart nog niet aan jouw bijna complete verzameling van bijna 2000 verschillende ansichtkaarten hebt toegevoegd. Wat een ramp. De kans is groot dat jou dat nooit meer gaat lukken. Maar de redactie gunt uiteraard elke verstokte en fanatieke verzamelaar hetzij een nieuw hetzij een gelopen tweedehands exemplaar van de bijgaand afgebeelde ansichtkaart.
Maar het ziet er in het geheel niet goed uit voor de verstokte en fanatieke verzamelaar van ansichtkaarten van onderwerpen binnen de grens van de gemiente Deever, want bij neringdoenden binnen de grens van de gemiente Deever zijn steeds minder vaak nieuwe ansichtkaarten van onderwerpen binnen de grens van de gemiente Deever te koop.

Posted in Ansigtkoate, de Olde Willem, Hoeve aan den Weg | Leave a comment

Braand in ut boerdereegie van Henduk Grupp’m

De redactie van Ut Deevers Archief publiceerde van het bijgaande bericht een eerdere versie in Oprakelen 07/02 (juni 2007). Opraekelen is het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Bij het bericht is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1930 te zien. 

An de Heufdstroate in Deever op de hoek van het smalle straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand. Bij de brand kwamen een paard en drie varkens om het leven. De boom naast het boerderijtje zal ook wel zijn afgebrand. Het boerderijtje is niet weer opgebouwd. Op de plek van het boerderijtje is een grasveldje en zijn enige parkeerplaatsen voor auto’s ingericht, bovendien is het smalle straatje helaas verbreed.

Het brandweerrapport, dat ná 21 juni 1946 is opgesteld, vermeldt:
Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de brink van Deever of de braandkoele an de Peperstroate ?) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van de familie Hendrik Gruppen. De redactie wil bijzonder graag in contact komen met nazaten van Hendrik Gruppen. De redactie is op zoek naar foto’s van het boerderijtje van Hendrik Gruppen, die vóór 21 juni 1946 zijn gemaakt.

Aan de linkerkant van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is de zijgevel van het boerderijtje van Hendrik Gruppen an de Heufdstroate te zien.
Het huis naast het boerderijtje van Hendrik Gruppen was eigendom van Jan Schoemaker. In het linker deel van het voorhuis was het postkantoor gevestigd. Het rechter deel was in gebruik als voorkamer.
In het oude boerderijtje daarnaast woonde Hendrik Kiers. Dit boerderijtje is later gekocht door Lambertus (Bart) Schoemaker, die ook een beetje makelaar in grond en huizen was. Hij heeft het huis afgebroken om zo ruimte te krijgen voor een tuin.
Daarnaast in het huis achter de leilinden was in het voorhuis het café van Willem Huiskes en Grietje Kuiper gevestigd.
Op de achtergrond is achter de leilinden is de voorgevel van boer en wethouder Harm (?) Hessels te zien.
In de nog steeds bestaande boerderij aan de rechterkant woonden Jan Bennen met zijn dochter Geertje en zijn schoonzoon Marinus Bakker.
In het nog steeds bestaande pand daarachter was gevestigd de textielwinkel van Jacoba Hessels, de weduwe van Johannes Vos. De winkel is daarna lange tijd voortgezet door Geertje Vos.
Achter de textielwinkel is een stuk van het voorhuis van het nog steeds bestaande boerderijtje van de gebroeders Mulder, die in de Deeverse volksmond de gebroeders Bakker of de Bakker’s jongen werden genoemd.
Daarachter is een stukje van de voorgevel van de winkel van het schildersbedrijf van Geert Koster te zien.

De zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kunnen een afbeelding van deze ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 90 van het boekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld, dat in 1974 is samengesteld door boer-in-ruste Arend Mulder.

De redactie betreurt het ten zeerste dat het hier afgebeelde topstuk niet is opgenomen in het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

Posted in Ansigtkoate, Boerdereeje, Heufdstroate, Postkantoor, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

Geert Dekker hef de loek’n veur ut stroatrèèm dichte

Op de hier afgebeelde zwart-wit foto is ut boerdereegie mit siedbaander van Geert Dekker an de Heufdstroate, adres Heufdstroate 48, in Deever te zien. De foto is gemaakt op 2 mei 1959. De naam van de maker van foto is niet bekend. De redactie kon de foto niet vinden in de fotoverzameling van het Drents Archief in Assen. De redactie zou van zijn zeer gewaardeeerde bezoekers wel graag willen weten wie de hier afgebeelde foto in zijn verzameling heeft.

Het mag duidelijk zijn dat het boerderijtje in 1959 al in een bijna vervallen staat verkeerde. Maar waarom heeft Geert Dekker de luiken voor het raam aan de straatkant gesloten ?

Abel Wijkstra is geboren op 11 juni 1835 in Deever. Hij was een zoon van Alle Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Hij was niet getrouwd. Abel Wijkstra werd ook wel Olde Aèbel, Aèbel All’n, All’n Aèbel, de Smorre of Aèbeltje Smok genoemd. Abel Wijkstra is overleden op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in het boerderijtje dat is te zien op de hier afgebeelde foto.

Hilligje Dekker is geboren in Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Zij was niet getrouwd. Zij woonde in het boerderijtje dat te zien is op de hier afgebeelde foto. Zij is overleden op 31 augustus 1955 in het boerderijtje.

Geert Dekker is geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra. Geert Dekker is overleden op 6 maart 1963 in het Diaconessenhuis in Möppel. Hij was ongetrouwd. Zie het bericht van zijn overlijden. Geert Dekker woonde vanaf 31 augustus 1955 tot kort voor zijn overlijden alleen in het boerderijtje.

De hier afgebeelde zwart-wit foto is ook afgebeeld op bladzijde 92 van het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld van de Deeverse boerenzoon Arend Mulder.

Afbeelding 1 – De hier afgebeelde foto is gemaakt op 2 mei 1959
Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 19 november 2021 – Alle rechten voorbehouden.
Op de plek van het boerderijtje is na de afbraak van het boerderijtje een burgerwoning gebouwd. 

Posted in Abel Wijkstra, Baander, Boerdereeje, Geert Dekker | Leave a comment

In Deever haad’n alle Mulders un beenèème

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 88 een afbeelding van een ansichtkaart uit 1909 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

Kruisstraat
Van dit typisch mooie dorpsgezicht, genomen omstreeks 1904, staat momenteel geen steen meer op elkaar.
De eerste woning rechts werd bewoond door de familie Harm Moes en zijn inwonende schoonvader Hendrik Mulder. Het feit dat vele families Mulder (hoewel niet aan elkaar verwant) bijnamen droegen als Bakker, Moes, Bas, Poep, Kuiper en Potter, laat zich ook hier weer gelden, wijl Hendrik Mulder de bijnaam Hendrik Potter droeg, wellicht doordat hij de centen oppotte. Achter de tweede deur links was de kuiperij voor het maken van botervaatjes ten behoeve van de zuivelfabriek. Aan zijn gevel hing een uithangbord met de spreuk:
Geen groter kunst ooit uitgevonden,
Dan hout met hout verbonden.

Even om de hoek (richting Kasteel) hing smid Daniël (in het pand van Klaas Houwer) een uitgangbord op luidende:
Ja Kuiper, Je kunt wel dralen,
Maar de banden moet je bij mij halen.

Tweede huis was van Willem Huiskes, caféhouder, met daaraan vast de bakkerij van Jan Grit. Toen die verhuisde naar het pand van Jan Boers, waar later de wagenmakerij van Jans Mos stond, hing hij een bord uit luidende:
Ik ben verhuisd, ik ben verplant,
De bakkerij is nu aan de overkant.

Als laatste, alsof het onder de toren is gebouwd, de smederij van Kloeze. De vrouw links, leunende op de hekken, is Mina van Jan ter Heide, schilder en winkelier. Nog even zien wij een hoek van de in plusminus 1914 door hemelvuur verbrande woning van de gebroeders Harm, Hendrik en Jacob Mulder, in de volksmond de gebroeders Bakker genoemd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in ut Deevers Archief een afbeelding van de in het verhaal van Arend Mulder afgebeelde ansichtkaart opgenomen.
In Deever hadden alle Mulders een bijnaam.
Broodbakker Garke Mulder werd Garke Bakker genoemd. Zijn drie zonen Harm, Hendrik en Jacob Mulder werden Garke Bakker’s jongen genoemd.
Huisschilder en drogist Hendrik Mulder werd Henduk Moessie of Moessie Peep genoemd.
Postbode Egbert (Eppie) Mulder werd Eppie Bas genoemd.
Gemeenteambtenaar Anne Mulder werd Anne Bas genoemd.
Hun moeder werd Lamme Bas genoemd.
Teunis Mulder van ut Kastiel werd Teunis Kuper genoemd.
De vader van Arend Mulder werd in de Deeverse volksmond niet Jan Mulder genoemd, maar Jan Boatie, omdat hij een baardje (sikje) had en er meer Jan Mulders in Deever woonden
.
In Deever woonde ook een Mulder die op zijn achttiende al in de raad van de hervormde kerkgemeente zat en heel lichtblond haar had en daarom in de Deeverse volksmond Witte Jezus werd genoemd.
En dan woonden en werkten in Deever ook schoenmaker Jan Mulder, die Jan Pik of Jan Pikkie werd genoemd en zijn zoon Marinus Mulder, die Marinus Pik of Marinus Pikkie werd genoemd.
Wie van de bijzonder gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie attenderen op de bijnaam van andere Mulders ?
Arend Mulder noemt smid Daniël, die zijn smederij aan de Kruisstraat had. Maar smid Daniël Jacobs Offerein is geboren op donderdag 20 december 1821 in Deever en is overleden op donderdag 18 september 1873 in Deever, 51 jaar oud. Het kan niet een zoon van Daniël Jacobs Offerein zijn geweest, want hij had geen zonen. Welke smid kan het dan wel zijn geweest zo rond 1904 ? Een andere Offerein ? Een neef van Daniël Jacobs Offerein ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hier gegevens over verschaffen ?

Afbeelding 1
Bladzijde 88 van het boek ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.

Posted in Heufdstroate, Publicatie | Leave a comment

De Vuurpanne an de Peperstroate in Deever

An de Peperstroate in Deever is een pannekoekenboerderij met de niet zo toepasselijke naam ‘de Vuurpan’ gevestigd geweest.
De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar gegevens en foto’s van deze pannekoekenboerderij.
Zo is één van de vele vragen: wanneer is ‘de Vuurpan’ geopend en wanneer stopte de eigenaar met ‘de Vuurpan’ ?
En waarom kreeg de pannekoekenboerderij de naam ‘de Vuurpan’ ?
Het was in elk geval in de tijd dat Deever nog netwerknummer 05219 had. In 1995 zijn in Nederland de vijfcijferige netwerknummers afgeschaft.
Dus pannekoekenboerderij was dus vóór 1995 in Diever gevestigd.
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie gegevens verschaffen ?
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 22 april 2021.

De redactie ontving op 6 september 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Wim Slikker.
In de zomer van 1984 hebben we daar heerlijk gegeten. Twee maal zelfs.
In de bedstee die ze daar hadden als eethoekje.
Helaas heb ik geen verdere info, alleen dat we daar genoten hebben…


Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – 22 april 2021 – Alle rechten voorbehouden

Posted in Deever, Neringdoende, Peperstroate, Toeristenindustrie | Leave a comment

De Woatersestroatweg steet ok op un ansigtkoate

De redactie van ut Deevers Archief prijst zich gelukkig met vele tientallen zwart-wit ansichtkaarten met foto’s van de Deeverse bos. Zie bijvoorbeeld een bosgezicht van de Grensweg. Maar al vele jaren heeft de redactie geen ontbrekende bosaangezichtkaart meer aan zijn verzameling van ansichtkaarten uut de gemiente Deever kunnen toevoegen.

Tot 12 juni 2025, toen hij tot zijn grote verrassing bijgaand afgebeelde mooie zwart-wit ansichtkaart met witte rand voor een paar eurootjes kon verwerven. De redactie heeft het vermoeden dat het een zeldzame ansichtkaart is. Zo nu en dan heb je als verzamelaar het geluk geluk te hebben.

Op de ansichtkaart is de Woaterseweg te zien, die bij vergissing de Watersestraatweg is genoemd. De redactie heeft geen flauw idee waar de fotograaf de foto voor deze ansichtkaart heeft gemaakt. Ergens in de buurt van zwembad Dieverzand ?

Van Leer’s Fotodrukindustrie N.V. in Amsterdam heeft deze kaart in juli 1956 uitgegeven. De kaart was te koop in het dorpswarenhuis De Wiba van Jan Brugging en Griet Oost an de Heufdstroate in Deever.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Ansigtkoate, Bosgesigte, de Deeverse bos | Leave a comment

Un soldoat’nkeuk’n in de Kaamp op de Oeren

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 14 een zwart-wit ansichtkaart van soldaten in een soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren opgenomen. Deze zwart-wit ansichtkaart (zie afbeelding 2) is in 1907 verstuurd. In de tekst bij de afgebeelde ansichtkaart is enige aandacht besteed aan de geschiedenis van het soldatenkamp. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen.

14 – Wapse – Soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren – 1907
Een deel van het grote tentenkamp van de landmacht is op de foto rechts op de achtergrond te zien. Het kamp op de Oeren stond op kroem heideveld, dat wil zeggen onvlak en drassig heideveld, vol met veldkeien. De schietoefeningen werden gehouden bij de kogelvangers in het Wapser Zand. Als de soldaten naar de schietbaan marcheerden, dan werden ze begeleid door een eigen muziekcorps. In de buurt van de schietbaan stond ook de schijvenloods.
De in 1904 geboren Jannes Santing herinnerde zich uit zijn jonge jaren dat Wapsers vertelden dat in de kaamp een helder köppeltie soldoat’n zaat. Op prentbriefkaarten is te lezen dat bijvoorbeeld gelegerd waren het 9-de regiment, 1-ste bataljon, 3-de compagnie en het 9-de regiment, 2-de bataljon, 3-de compagnie. In het tentenkamp waren ongeveer 2400 soldaten gelegerd. Op de voorgrond is één van de veldkeukens met zijn watervoorziening te zien. Het water werd met behulp van pompen uit de grond gehaald. Daarvoor had de genie buizen tot in de welle geslagen.
Bij het zien van deze foto herinnerde Jannes Santing zich dat op het land van Johannes Hilberts nog jaren daarna zogenaamde Norton-pompen hebben gestaan. Ook wist hij te vertellen dat zijn vader en hij de achtergebleven buizen later uit het heideveld van Harm Eleveld (Harm Prakken) mochten halen.
Ik vertelde Jannes Santing dat het zo jammer was dat van de kaamp heel weinig op papier is terug te vinden. Zijn reactie was aandoenlijk. Hij zei: ’t Is moar net hoe aij ’t bekiekt. Vervolgens rommelde hij wat in de krantenbak naast zijn stoel in zijn gezellige kamer in het rusthuis en haalde het boekje van Arend Mulder te voorschijn. Feilloos zocht de krasse negentiger bladzijde honderdentwintig op en zei: Zuuk moar neet langer. Hier steet alles over de kaamp. ‘K mag ’t so now en dan nog graeg ies lees’n.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jannes Santing was in zijn werkzame leven de smid van Wapse.
Johannes Hilberts is geboren op 29 november 1908 en is overleden op 30 januari 1983. Hij was getrouwd met Margje Eggink. Zij is geboren op 25 januari 1910 en is overleden op 17 januari 1959.
Harm Eleveld (Harm Prakken) is geboren op 26 november 1879 en is overleden op 3 september 1955. Hij was getrouwd met Aaltje Stevens. Zij is geboren op 5 februari 1883 en is overlden op 7 juni 1919.

Op 10 augustus 1905 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het navolgende korte bericht.
De zorg voor de officieren-menage bij de in September aanstaande te houden manoeuvres in den omtrek van Diever is opgedragen aan onzen stadgenoot den restaurateur Th. Bakker. Zie afbeelding 1

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De schrijver gebruikte in dit éénregelige berichtje drie Franse woorden. In het Nederlands luidt deze zin:
De zorg voor het eten van de officieren bij de in September aanstaande te houden troepenbewegingen in den omtrek van Diever is opgedragen aan onzen stadgenoot den gaarkok Th. Bakker.
Blijkbaar kregen de heren officieren niet te eten uit een gewone soldatenkeuken in de kaamp op de Oeren, maar werd hun eten apart bereid door een daarvoor ingehuurde gaarkok uit Assen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart was ook nog in 1908 te koop.
Want op 20 augustus 1908 stuurde iemand – de redactie heeft de naam niet kunnen ontletteren – deze ansichtkaart naar de heer G. Zevenbergen, hoofd der openbare lagere school te Kamperveen bij Kampen.
De tekst in de schrijfruimte van de kaart luidt als volgt:

Hartelijk gefeliciteerd met het door u behaalde succes. Daar ik niet wist of uwe vacantie al geëindigd was, ben ik zo laat met mijne felicitatie. Gedachtig aan het spreekwoord ‘Beter laat dan nooit’ hoop ik, dat u het me niet kwalijk zult nemen. Ontvang met uwe zuster de hartelijke groeten van A.H. ………….
Zie afbeelding 4.

Afbeelding 1
Abracadabra-1286
Afbeelding 2
Abracadabra-510
Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Ansigtkoate, de Kaamp op de Oeren, Diever, ie bint 't wel ..., Smedereeje Santing, Wapse | Leave a comment

Skildereeje van ut interieur van ut skultehuus

De redactie van ut Deevers Archief toont graag afbeeldingen van tekeningen, schilderijen en etsen van onderwerpen in de gemiente Deever. Bijgaand is afgebeeld een prachtig gedetailleerd acrylverf schilderij van J. Coppes. Op het schilderij is een deel van het interieur van het schultehuis an de brink van Deever te zien. De vergulde lijst is van massief hout. Het schilderij heeft een breedte van 67,5 cm en een hoogte van 57,5 cm.
De redactie weet niet in welk jaar het hier afgebeelde schilderij is gemaakt. De redactie heeft in de openbare bronnen helaas nog geen gegevens van de kunstenaar J. Coppes kunnen vinden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens van deze kunstenaar ?

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Kuunst, Skildereeje, Skultehuus | Leave a comment

Wie hef de toor’nhèène van de kaarke op Zorgvliet ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft van de heer Ab Bout toestemming het navolgende bericht op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie is de heer Ab Bout bijzonder erkentelijk voor deze toestemming, temeer omdat het verhaal is geïllustreerd met een tekening.

Woar was de toor’nhèène van Zorgvliet ?

Het was ongeveer in 1978. Op een zondag in mei. Vanuit Slagharen was ik met mijn vrouw Ria Brinkmann en onze twee dochtertjes op bezoek bij mijn schoonouders aan de Wilhelminastraat in Steenwijk. Het was een prachtige dag en buiten werd de koffie geschonken, de kinderen speelden in de tuin. Tijdens het koffiedrinken stelde mijn schoonvader Gerard Brinkmann, mij voor een ritje te maken naar Zorgvlied. “Ik ken daar nog een familie Van Opzeeland, die heb ik lange tijd niet gesproken en zou ze graag eens willen bezoeken”, gaf hij als reden.

En zo zaten we even later met z’n tweeën in de auto, waar Gerard mij vertelde dat naast de kerk in Zorgvlied een gebouwtje staat waarin in de vorige eeuw een sigarenmakerij was gevestigd. Zijn vader (Bernardus Brinkmann) is van Zorgvlied op klompen naar Steenwijk gelopen en heeft daar later een sigarenfabriek gevestigd.

Na een half uurtje rijden kwamen we aan in Zorgvlied. Een dorpje met veel groen en huizen rondom de kerk. Een plek waar het altijd Zondag leek te zijn. Wat opviel was dat de toren van de kerk tot aan de spits in de steigers stond. “Daar woont Van Opzeeland”, zei Gerard en wees naar een huis dat tegenover de kerk stond. “We gaan kijken of ze thuis zijn, we lopen achterom, dat is hier zo de gewoonte”. Even later stonden we bij de achterdeur. Gerard stak zijn hoofd naar binnen in de halfgeopende deur en riep: “Volluk!” en nog eens “Volluk!”. Het bleef stil, maar even later verscheen een kleine magere man die ons met wantrouwende blik aankeek.  Het was Van Opzeeland. “Of ken je mij niet meer”, zei Gerard en toen in het plat: “Brinkmann uut Steenwiek”. “Ach ja, nou zie ik het”, Van Opzeeland keek ineens blij verrast. “Kom verder”, zei hij. Even later zaten we in de woonkamer aan de tafel met een Smyrna tafelkleed en daarop voor ieder een kopje koffie.

Er werd gepraat over familiezaken, over de doden en de nog levenden en waar die woonden, enzovoort, enzovoort. Ik begreep er niet veel van en toen er een stilte viel, maakte ik van de gelegenheid gebruik ook iets te zeggen. Ik wees naar het raam met uitzicht op de omsteigerde toren en zei: “Nou, dat is een grote restauratie”. “Praat me d’r niet van”, zei Van Opzeeland en keek zorgelijk naar buiten. “We zijn jaren bezig geweest het geld bij elkaar te krijgen. Acties en collectes, je weet hoe moeizaam dat gaat temeer, omdat ik zelf in de bouwcommissie zit. Het kost een paar lieve centen. Alleen hebben we een lastig probleem dat zit namelijk zo. De leidekkers hebben de haan van de toren gehaald en beneden ergens neergezet, zodat deze opnieuw kan worden verguld. Het vreemde is, we kunnen hem nergens vinden. Hij is verdwenen, weg, foetsie. Iedereen beschuldigd elkaar de haan niet goed te hebben opgeborgen. Het is een vervelende situatie.” Gerard had het verhaal aangehoord, liep naar het raam en zei ineens “Ik weet waar die haan is.” Van Opzeeland keek Gerard verbaasd aan en zei: “Hoe kan jij dat nou weten helemaal vanuit Steenwijk ?” “En toch weet ik waar die haan is”. “Waar dan ?” “In Slagharen !”

Wat was er gebeurd…… Pastoor Noordman uit Slagharen ging in diezelfde tijd met emeritaat en moest de pastorie uitruimen voor de nieuwbenoemde pastoor en hij kreeg een huis in een nieuwbouwwijkje van Slagharen. Het eerste wat hij deed, nu hij vrije tijd had, was met de auto een bezoek brengen aan het dorpje van zijn jeugd: Zorgvlied. Op een dag in april reed de pastoor erheen en zag daar de kerktoren in de steigers staan. Hij liep om de kerk en ontmoette daar de dienstdoende kapelaan.
De pastoor vertelde hem over zijn jeugdtijd in het dorp. “Kijk”, zei de pastoor, “kijk, die heeft mijn vader nog gemaakt”. En hij wees op de torenhaan, die bij wat bouwmateriaal stond. “Hij was siersmid en was heel erg trots dat hij die haan mocht maken”. De kapelaan zag dat de pastoor met grote interesse de haan bekeek en vroeg hem of hij de haan wilde hebben.  “Hij staat hier toch maar als oud vuil”. Dat liet de pastoor zich geen twee keer zeggen en laadde de haan in de auto. Enkele dagen later prijkte de haan met een smeedijzeren bord, waarop de naam “Zorgvlied” stond, op een blinde muur van de nieuwe woning van de pastoor in Slagharen.

Mijn schoonvader Gerard Brinkmann had tijdens een bezoek aan Slagharen toevallig gezien dat de haan aan een muur hing en vooral de tekst “Zorgvlied” kwam hem bekend voor. Hij herinnerde het zich, toen wij die zondagmiddag op bezoek waren bij Van Opzeeland. Wanneer de bouwcommissie uit Zorgvlied de torenhaan in Slagharen heeft teruggehaald, dat weet ik niet precies. De haan heeft ongeveer een jaar of misschien langer dan een jaar aan de muur van het huis van pastoor Noordman gehangen. De haan is weer terug op het oude nest, zodat ook deze zorg vliedt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hendrikus Johannes Anthonius Noordman was in de periode 1958-1972, tot zijn emeritaat, pastoor van de Rooms-Katholieke parochie Sint Alphonsus de Liguori in Slagharen. Pastoor Noordman is op 9 februari 1907 geboren in Arnhem. Hij is op 24 april 1979 overleden in Slagharen. Hij werd met ingang van 14 maart 1958 benoemd als pastoor in Slagharen.
Zijn vader was siersmid in Arnhem. Het is de redactie niet duidelijk of pastoor Noordman inderdaad in zijn jeugd op Zorgvliet heeft gewoond.
De sigarenfabriek stond niet naast de rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat op Zorgvliet, maar aan de weg naar Elsloo, vlak bij de Drents-Friese grens. Zie de berichten in ut Deevers Archief.
Sigarenfabriek ‘De Adelaar’ is in 1926 als firma opgericht door Bernardus Brinkmann en was gevestigd aan de Wilhelminastraat 39 in Steenwijk. Bernardus Brinkmann is geboren op 16 juni 1879 in Terband in de gemeente Aengwirden (Fryslân) als zoon van Johannus Frederiks Brinkmann (vervener) en Gala van Balen. Hij is overleden op 17 januari 1942 in Steenwijk.

Afbeelding 1
De heer Ab Bout is de maker van deze tekening. De tekening roept wel enige vragen op. De vijf oude woningen naast de kerk zijn in 1981 afgebroken. Ter plekke zijn daarna vier nieuwe woningen gebouwd. Zie de afbeeldingen in ut Deevers Archief. Dus het zal na 1981 zijn geweest, dat de toren van de rooms-katholieke kerk op Zorgvliet in de steigers heeft gestaan ? Of de maker gebruikte een foto, die ná 1981 is gemaakt, als voorbeeld voor het maken van deze tekening en tekende daarbij een steiger om de toren, maar niet tot de spits ?

Posted in Kattelieke Kaarke, Kuunst, Tiekening, Zorgvliet | Leave a comment

Un foto uut 1936 van kiender van de Witteler skoele

Juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 werkzaam in de Witteler Skoele. Christina Augusta Johanna ter Horst is op 24 december 1909 in Zwolle geboren. Ze is op 7 april 1930 in het bevolkingsregister van de gemiente Deever ingeschreven op het adres Diever 4. Dat was het adres van Roelof Klasen en Aaltje Mulder in de Heufdstroate, bij dat echtpaar was ze in de kost. Haar vorige standplaats was Amersfoort. Met ingang van 1 maart 1937 was Harderwijk haar nieuwe standplaats. Wie weet de datum en plaats van overlijden van juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst ? De redactie van ut Deevers Archief is nog steeds op zoek naar gegevens van haar.

Juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst heeft bijgaand afgebeelde foto van negen van haar leerlingen in 1936 bij de Witteler Skoele gemaakt met haar eigen fototoestel. Zij maakte daarmee een van de weinige opnamen bij de vooroorlogse Witteler skoele. Achter de kinderen is nog net zichtbaar het huisje waarin de familie Jochem van Leeuwen woonde.

Bij deze foto stonden gelukkig de naam van deze leerlingen van de eerste klas achter op de foto geschreven, zodat de redactie van ut Deevers Archief geen uiterst kostbare tijd hoefde te besteden aan het uitzoeken van de naam van deze leerlingen.
De redactie heeft zich bij deze foto ook een turboslag in de rondte gezocht, maar moet vaststellen dat deze niet is opgenomen in het moedige en onvolprezen boekje en in 2004 uitgegeven boekje Wittelte na Witto van de Werkgroep Historisch Wittelte.

De vijf staande kinderen op de foto zijn van links naar rechts:

Lenze (Leinse) Cornelis Boer
Hij is geboren op 24 februari 1927 in Oll’ndeever.
Hij is een zoon van Hendrik Jacob Boer en Lammigje Nieuwenhuis.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van hem.

Roelof Lensen
Hij is geboren op 4 januari 1930 op ’t Moer.
Hij is overleden op zondag 11 april 1943 in Meppel.
Hij is een zoon van Roelof Lensen en Grietje Jonkers.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van hem.

Frederika (Rika, Rikie) Jantina Odie
Zij is geboren op 17 februari 1930 op ’t Moer.
Zij is een dochter van Lambert Odie en Trijntje Kamer.
Zij is op 7 november 1952 in Deever getrouwd met Albert Veen.
Albert Veen is geboren op 17 januari 1925 in Doldersum als zoon van Wiebe Veen en Jentje Boers. Hij is overleden op 23 oktober 1983 in Sint Johannesga

Mevrouw Frederika van Baar-Veen schreef op 4 juni 2025 de volgende bijzonder gewaardeerde reactie:
Ik ben een kleindochter van Frederika Veen-Odie.
Mijn oma is inmiddels 95 jaar en woont in een verzorgingstehuis in Heerenveen.
Haar man Albert Veen overleed op 58-jarige leeftijd, toen was ik zo oud als mijn oma op de foto. Ik was zes jaar oud toen mijn opa overleed.
Samen kregen ze drie zonen. Mijn vader, de oudste van de drie, is ook op ’t Moer geboren.

Pieter (Piet, Pietie) Barelds
Hij is geboren op 30 augustus 1929 an de Wittelerweg in Wittelte.
Hij is een zoon van Hendrik Lefferts Barelds en Aaltje Pieper.
Hij trouwde in 1957 met Trientje Hingstman.
Hij was boer in de boerderij met adres Wittelterweg 18.
Hij is overleden op 16 april 2008 op 78-jarige leeftijd in Dwingel.
De redactie verwijst de geïnteresseerde zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief voor meer gegevens graag naar het boek ‘Wittelte. Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, geschreven door de Witteler Klaas de Boer.

Arend Noorman
Hij is in 1930 geboren.
Hij woonde in Oll’ndeever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem. 

De vier zittende kinderen op de foto zijn van links naar rechts:

Jan Kok
Hij is geboren in 1930 aachter op ut Noord.
Hij is een zoon van Lambert Kok en Aaltje Harms.
Hij is in 1996 overleden.
Hij was een beetje boer. Hij was ongetrouwd en woonde met zijn twee zusters Jantje en Jantina in de boerderij aachter op ut Noord, die nu als adres Noordswegje 10 heeft.
De redactie verwijst de geïnteresseerde bezoekers van ut Deevers Archief voor meer gegevens graag naar het boek ‘Wittelte. Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, geschreven door de Witteler Klaas de Boer.

Hendrik Jonker
Hij is geboren op 23 juni 1929 an de Wittelerbrogge.
Hij is een zoon van Roelof Jonker en Albertje Pouwels.
Hij trouwde  met Nella Godwaldt uut Wapse.
Hij is overleden.
Hij woonde laatstelijk in Vledder.

Albert (Ab) Jan Winters
Hij is geboren op 24 juli 1929 an de Wittelerbrogge.
Hij is overleden op 24 juli 2015 in Almelo.
Hij was getrouwd met Margje Smit van de Deeverbrogge.
Hij woonde in Almelo.
Hij was machinist bij de Nederlandse Spoorwegen.

Willem Gelmers
Hij is geboren op 14 februari 1930 op ut Moer. Hij is overleden op 13 januari 1979 in Meppel. Zie de grafsteen. Hij is een zoon van Gelmer Gelmers en Frederika Dekker. Hij is geboren in de eerste boerderij aan de Wapserveense kant in de gemiente Oavelte. Hij was getrouwd met Minke Dijkstra. Hij woonde in Meppel. Willem was invalide. Hij had manke benen. Hij had een apart ding om te kunnen lopen. De familie Gelmer Gelmers heeft ook nog een paar jaar gewoond in de eerste boerderij voorbij de Steenbaarger bochte in de gemiente Oavelte. De familie Gelmer Gelmers is in november 1939 verhuist naar Meppel.

Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan aanvullende gegevens aanreiken ?

Posted in Alle Wittelers, Christina Augusta Johanna ter Horst, Witteler skoele | Leave a comment

Jopie Overheul hef in de oorlog in Deever ewoont

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van oude zwart-wit ansichtkaarten van onderwerpen uit de gemiente Deever aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. Op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is het café De Veemarkt van Berend Slagter en Femmigje Mulder an de Kruusstroate in Deever te zien. Op de achtergrond is het marktterrein te zien. Het gebouw bestaat nog steeds. Zie afbeelding 3.

In 1941 stuurden mevrouw Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo (Jopie) Verheul de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (afbeelding 1) naar de familie J. Oosthof, van Swindenstraat 69 in Schiedam. De familie Overheul vermeldde als adres Jacob Bijker, Groningerweg 4, Diever (Dr.) (afbeelding 2).

De redactie is het bestuur van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever bijzonder erkentelijk voor het geven van toestemming voor het overnemen van het artikel ‘Oorlogsgasten’, dat is gepubliceerd in nummer 03/2 (juni 2003) van het papieren blad Opraekelen. Wijlen Lambert Brugging is de schrijver van het artikel ‘Oorlogsgasten’.

Oorlogsgasten

In Opraekelen 02/1 wordt in het artikel ‘Verslag van gesprekken met enkele Dieversen’ over de acties van de Franse parachutisten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op bladzijde 37 melding gemaakt van een in Diever verblijvende familie Overheul. De familie woonde gedurende een groot gedeelte van de oorlog in een deel van de woning van schilder Aaldert Kannegieter aan de Hoofdstraat. Hoewel mijn ouderlijk huis tegenover de woning van Aaldert Kannegieter stond, is het me nooit duidelijk geworden wat voor mensen dit waren en hoe ze hier terecht kwamen. Het leek me de moeite waard dit uit te zoeken. Via de gezusters Van Gijssel, die destijds in het Armenwerkhuis aan de Groningerweg woonden, kwam ik al snel op het spoor van de familie Overheul, met name op dat van dochter Jo (Jopie). Ik heb een gesprek met haar gehad en ik heb het volgende genoteerd, omdat ik vermoed, dat meer Dieversen of oud-Dieversen in de familie zijn geïnteresseerd.

Verblijf in Diever
Zoals uit het boven genoemd artikel in Opraekelen blijkt was het echtpaar Gerrit Overheul en Alie Christen en hun dochter Jo (Jopie) tijdens het begin van de oorlog woonachtig in Schiedam. De familie maakte op 14 mei 1940 de hevige Duitse bombardementen op Rotterdam en Schiedam mee. Tijdens deze bombardementen heeft het gezin in een kelder van een tante gebivakkeerd. Hun huis, dat dicht bij de spoorlijn lag, werd door Duitse voltreffers geraakt. Dit huis is na de oorlog niet weer herbouwd, omdat het stratenpatroon in de betreffende buurt werd gewijzigd.
Gerrit Overheul zat in de werkverschaffing en werkte bij de Vledder A. Hij was gehuisvest in rijkswerkkamp Diever A, dat in de Oude Willem bij Hoeve aan den Weg lag.
In Rotterdam en omgeving werd het leven in de oorlog al snel beroerder. De familie besloot in het najaar van 1940 naar Drenthe te gaan, omdat Gerrit Overheul daar vanwege z’n werk bekend was. Gerrit Overheul werd echter door de Duitsers gedwongen in Duitsland te gaan werken.
Zijn vrouw Alie Christen en hun dochter Jo, respectievelijk geboren in 1911 en 1933, kwamen terecht in Diever, waar Gerrit Overheul had gewerkt. Ze moesten zich melden bij Albert Keizer, die aan het begin van het Kasteel woonde. Albert Keizer was beheerder van de kantine van rijkswerkkamp Diever A, toen Gerrit Overheul in Diever werkte. Albert Keizer heeft uit dien hoofde bemiddeld bij het vinden van woonruimte. Nadat Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo bij het gezin van Albert Keizer waren aangekomen en wat gedronken hadden, bracht hij hen naar het gastgezin, te weten het echtpaar Jacob
Bijker en Giene Oost, wonende aan de Groningerweg bij het Armenwerkhuis.

.Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo konden bij de familie Bijker geen eigen woonruimte betrekken, maar werden in het gezin opgenomen. Bij de familie Bijkers sliepen ze voor het eerst in een bedstee. Hieraan moesten ze wel wennen. Ze hebben tot in 1941 bij de familie Bijker gewoond. Door gezinsuitbreiding bij de familie Bijker werd de woon- en leefruimte daar te klein. Jo en haar moeder moesten toen naar een andere woonruimte omzien. Die werd gevonden bij de familie Aaldert Kannegieter aan de Hoofdstraat. Ze konden hier de voorkamer huren met gezamenlijk gebruik van keuken en toilet. Ook hier moesten ze in een bedstee slapen.

Schoolbezoek van Jo Overheul
In Diever bezocht Jo de openbare lagere school aan de Hoofdstraat. Hoewel ze in Schiedam in de tweede klas zat, werd ze in Diever teruggeplaatst naar de eerste klas. Dit vanwege het feit, dat het schooljaar in Diever niet parallel liep aan het schooljaar in Schiedam.
Soms moest ze vanaf de Groningerweg tot aan haar midden door de sneeuw baggeren om bij de school te komen. Ze zat onder meer bij Annigje, dochter van het echtpaar Harko Vierhoven en Annigje Bijker in de klas. Tussen de middag at ze bij de familie Vierhoven haar boterhammen op, toen ze met haar moeder bij de familie Bijker aan de Groningerweg woonde.
Voor het vak handwerken moest Jo soms spullen van huis meenemen. Dat waren vaak spullen, die haar moeder niet bezat, vanwege het feit dat ze bijna zonder bezittingen naar Diever waren gekomen. Jo kwam dan met lege handen op school. Dit stond de juffrouw uiteraard niet aan. Daarom moest zij vaak, in de tijd dat de andere meisjes de handwerkles volgden, strafregels schrijven: “Luiheid is des duivels oorkussen”. Na de oorlog en na haar lagere schooltijd heeft Jo eerst de ULO-school (redactie: ULO = Uitgebreid Lager Onderwijs) in Meppel bezocht. Ze zat daar onder meer met Niesje Barelds uit Wittelte in de klas. Toen in Diever de ULO-school werd geopend, is ze daar naar toe gegaan. Ze werd in de tweede klas geplaatst. In deze klas zaten toen zeven kinderen. In het begin werd les gegeven in de oude openbare lagere school aan de Hoofdstraat.

Werkzaamheden van Alie Overheul-Christen
De moeder van Jo hield veel van breien. Ze heeft ook voor inwoners van Diever gebreid. Moeder Overheul weet nog te vertellen, dat ze een paar nieuwe herensokken kocht, deze aftrok en er vervolgens twee paar kindersokken van breide. Zo kon ze geld besparen. Ze heeft als huishoudster bij Klaas Daleman gewerkt, toen zijn vrouw ziek was. Klaas Daleman is één van de mannen, die de Duitsers vlak voor de bevrijding van Diever hebben vermoord op het marktterrein. Voorts heeft ze gewerkt in het zwembad Dieverzand aan de Bosweg.

Werken in Duitsland
Soms kreeg de in Duitsland verblijvende Gerrit Overheul een paar dagen verlof om zijn vrouw Alie en dochter Jo in Nederland te bezoeken. Het gezin trof elkaar dan niet in Diever, maar bij familie in Schiedam. Dit was voor Gerrit Overheul aantrekkelijker, vanwege de betere treinverbindingen met Duitsland. In de loop van de oorlog eisten de Duitsers van verlofgangers, dat zij de Hitlergroet brachten vóór hun vertrek naar Nederland. Dit vertikte hij, zodat aan het gereis naar Nederland een eind kwam.

Na de oorlog
Het gelukte Gerrit Overheul vrij direct na het einde van de oorlog uit Duitsland weg te komen. Toen hij in Diever aankwam, durfde hij niet direct naar zijn gezin te gaan. Hij wilde zijn vrouw, die ziek was, niet laten schrikken. Bij de woning van Roelof Fransen verzocht hij een inwoner van Diever zijn gezin te waarschuwen. Jo is vervolgens haar vader tegemoet gelopen.
Het gezin heeft na de hereniging nog een paar maanden in het huis van Aaldert Kannegieter gewoond. Op een gegeven moment konden ze huisvesting krijgen aan de Bosweg, in het huis waar tot dan Thijs Barelds met zijn gezin had gewoond. Dit heeft tot 1948 geduurd. Het gezin was genoodzaakt te vertrekken, omdat Gerrit Overheul geen vast werk in Diever en omgeving kon vinden. Zij gingen terug naar Schiedam.

Het Noorden bleef trekken
Jo Overheul is in 1965 in Schiedam getrouwd met Gijsbertus Boer. Het echtpaar ging wonen in Vlaardingen, de woonplaats van Gijsbertus. Hier hebben ze tot 1980 gewoond. Vanuit Vlaardingen is Jo met haar gezin verschillende keren in Diever op vakantie geweest. Op een gegeven moment kochten ze een tweede woning in Bant. Van daaruit hebben ze ook vaak Diever bezocht. Uit eindelijk kwam het gezin, evenals de moeder van Jo, in Heerenveen terecht. Alie Overheul-Christen woont daar in een service-flat. Zo nu en dan hebben ze nog contact met Bertus Bijker, de zoon van Jacob Bijker en Giene Oost.
Gijsbertus Boer, de echtgenoot van Jo Overheul, heeft niet van het leven in Heerenveen mogen genieten. Het gezin was nog maar net gearriveerd of hij kwam te overlijden. Ik kreeg bij het gesprek het gevoel, dat Jo daarna goed is opgevangen door de oud-Dieverse en ook in Heerenveen wonende Teuna van Gijssel.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Lambert Brugging schrijft aan het begin van het artikel:
In Opraekelen 02/1 wordt in het artikel ‘Verslag van gesprekken met enkele Dieversen’ over de acties van de Franse parachutisten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op bladzijde 37 melding gemaakt van een in Diever verblijvende familie Overheul.
De tekst in Opraekelen 02/1 luidt als volgt:

De familie Bijker vond onderdak bij (schoon)moeder Lammigje Oost-Wanningen aan de Dwarsdrift. Geertje en Hillie van Gijssel en Karel Kragt hebben bij de familie Overheul geslapen. Deze familie (vrouw en dochter) kwam uit Schiedam en verbleef tijdens een groot gedeelte van de oorlog in een kamer, die gehuurd was van schilder Aaldert Kannegieter, aan de Hoofdstraat. De rest van de familie Van Gijssel en de bewoners van het Armenwerkhuis hebben de nacht op het Kasteel door gebracht, verdeeld over drie gezinnen. De onderduikers van het Armenwerkhuis zijn het bos in gevlucht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jacob Bijker is geboren op 20 maart 1900. Hij is overleden op 2 september 1965. Hij trouwde met Helperdina Oost. Zij is geboren op 30 april 1914. Zij is overleden op 13 november 1984. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Albert Keizer is geboren op 14 augustus 1883. Hij is overleden op 30 december 1979. Hij trouwde met Jantje Warring. Zij is geboren op 12 november 1888. Zij is overleden op 30 november 1972. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Klaas Daleman is geboren op 22 mei 1906. Hij is op 10 april 1945 door een Duitser vermoord op het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever. Hij trouwde met Jacoba Fledderus. Zij is geboren op 18 maart 1904. Zij is overleden op 18 september 1990. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. 

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – Adreskant van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (afbeelding 1)

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – zondag 18 december 2022 – Alle rechten voorbehouden.
De familie Aaldert Kannegieter woonde in het huis met de witte zijmuur.

Posted in Alle Deeversen, Ansigtkoate, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ie leeft moar ien kièr en ie leeft neet veur oesölf

per brief de voorzitter van de Eerste Kamer weten zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer per 31 maart 2000 neer te leggen. In zijn brief zegt hij het gevoel gekregen te hebben dat het lidmaatschap van de Eerste Kamer hem zou kunnen gaan belemmeren in het optimaal uitoefenen van andere verantwoordelijkheden. Met name zijn hoofdfunctie bij Zorgverzekeraars Nederland zou hem mogelijk in een moeilijke positie kunnen brengen.
Al direct op woensdag 22 maart 2000 stond de razende reporter Roelof Tienkamp van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Krant) voor een interview al vroeg voor de deur van de oude boerderij in Oll’ndeever, waar ‘ut Orèkel van Deever’, preciezer ‘ut Orèkel van Oll’ndeever’, van 1999 tot in 2006 woonde. Het razendsnel tot een artikel uitgewerkte interview verscheen – let wel – ook al op woensdag 22 maart 2000 in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Krant). Hoe snel wil je het eigenlijk hebben ? Zie het navolgende overgetikte bericht (en zie afbeelding 1).
In de Leeuwarder Courant verscheen op 20 mei 2025 het overlijdensbericht van Hans Wiegel (afbeelding 2).

Hans Wiegel laat – voorlopig – de politiek voor wat het is
‘Je leeft natuurlijk maar één keer’

DieverDe heer Wiegel heeft maar eens een kakelverse sigaar in hel hoofd gestoken en vervolgens de praatstoel bestegen. Hij verhaalt over z’n belevenissen op het platteland in het ochtendgloren. Als de dauw nog over de velden hangt, voedert Hans Wiegel -slechts gehuld in z’n pyama en gestoken in ferme laarzen- het toompje kippen. ‘Ik ben als geboren Amsterdammer inmiddels een echte buitenman geworden’, klinkt het. ‘Ik heb m’n beste speeches geschreven en one-liners uitgedacht met de kop in de wind.’

Z’n gistermiddag bekendgemaakte besluit het zachte pluche van de Eerste Kamer na royaal vijf jaar voor gezien te houden. zal hem meer tijd geven rond te keutelen op z’n schitterende uit 1771 daterende Saksische boerderij in het buitengebied van Diever.

Hoewel. Een brede lach breekt door. ‘Er moet natuurlijk wel brood op de plank komen.’ zegt de gewezen VVD-voorman. Ach komaan, het voorzitterschap van Zorgverzekeraars Nederland en een royaal aantal commissariaten zullen daar nog wel redelijk in voorzien mogen we aannemen.

En zeker niet onbelangrijk: hij wil z’n vrouw Marianne ook niet al te nadrukkelijk opzadelen met z’n constante aanwezigheid. Als hij te lang stilzit, dan wordt Hans Wiegel – hij kan daar ook niks aan doen – zeer kregelig, zo geeft hij aan. ‘En dan zegt m’n vrouw: ‘het is de hoogste tijd dat je weer eens opkrast.’ Bij die mededeling straalt het plezier van het Bourgondische gezicht.
Maar vast en zeker ben ik vaker dan voorheen in Diever te vinden,’ zegt Wiegel ‘Ik geniet daar met volle teugen van en er is een wijsheid die zegt: je leeft maar één keer.

En weg was Wiegel
Het is met voor het eerst dat Hans Wiegel toch onverwacht een punt zet achter een publieke functie. Zo verruilde hij in ’82 het Binnenhof om Commissaris van de Koningin in Friesland te worden. Hij bekleedde het hoge ambt vervolgens twaalf en een half jaar. En weg was de CdK, op naar de zorgverzekeraars. Een stap die menigeen hoogst bevreemdde, want leek Hans Wiegel niet op en top een Fries te zijn geworden ? Was hij het niet die prachtige meren getooid met een kapiteinspet doorkliefde op het Statenjacht, leek hij altijd – in het nette natuurlijk – wel pap te lusten van die onvervalste Berenburg, en zong hij niet het Friese volkslied live mee ?

Een bulderende lach kaatst tegen de monumentale tegeltjes onder indrukwekkende schouw. Rook kringelt omhoog tegen de balken als dukdalven zo dik. “Afscheid nemen moet je durven. Bij m’n afscheid van Friesland was ik 52. Ik had het met gemak nog twaalf en een half jaar kunnen volhouden. Maar op een gegeven moment betrapte ik me er zelf op dat ik begon te denken: ‘dit heb ik al eerder gehoord.’ Kwam men enthousiast met ambitieuze plannen m’n werkkamer binnen en dan dacht ik bij mezelf: ‘hier hebben we het tien jaar geleden ook al eens over gehad en toen is er ook niets van terecht gekomen.’ En dan moet je weg wezen. Dat heb ik dus gedaan.”

Contacten met Friesland zijn er altijd nog wel. Eens in de zoveel tijd komt het geheime genootschap ‘De Heren 17’ – bestaand uit vooraanstaanden, die ‘iets’ met provincie hebben – bijeen. ‘Als we enkele glazen hebben gedronken, gooien we er wat Friese termen tegen aan. Zo houd je de taal ook nog een beetje bij, ‘ grinnikt Wiegel.

Kleurrijk man
Het afscheid van de Senaat betekent het afscheid van een kleurrijk man. Hij laat doorschemeren dat het predikaat van Pietje Bell van de Nederlandse politiek hem iets te ver gaat, maar is zich terdege bewust van z’n populariteit. ‘Politiek bestaat niet alleen uit dossiers. Politiek is ook theater, uitstraling. Denk aan Drees, Churchill, De Gaulle. Die mensen hadden iets, wat die zeiden, dat beklijfde. Je moet geen grijze muis zijn in de politiek, je moet ergens voor staan. Ik heb liever dat ze van me zeggen: ‘Ik ben het totaal niet met die vent eens, maar hij heeft wel een duidelijke mening.’ Politiek is kiezen, durven. En desnoods roei je maar tegen de massa in en ga je het gevecht maar aan. Zo zit ik in elkaar, dat is niet gespeeld, ik voel me daar verreweg het prettigst bij.

De ‘Nacht van Wiegel’, waarbij de immer goedgemutste senator een tussentijdse val van het kabinet veroorzaakte, is daar een voorbeeld van. ‘Ik ben altijd tegen het referendum geweest. Dan ga ik er niet plotseling mee akkoord, ook niet als dat consequenties heeft. Je moet niet uit zijn op populariteit, dat is altijd een verkeerde insteek.’

Het oude handwerk
Politiek leeft veel minder onder de mensen dan vroeger, zo heeft de heer Wiegel tot z’n niet geringe spijt moeten constateren. Hij wipt wat as van z’n trouwe metgezel en zoekt hardop denkend naar een verklaring voor dat proces. ‘Ik geloof nog in het oude handwerk van de politiek. Niet de hele dag door deskundig opgestelde rapporten en dossiers doorspitten, maar zelf het veld in.’

Hij vertelt met brede armgebaren in 1970 als jong kamerlid in z’n rode Fiat zelf op onderzoek te zijn uitgegaan, toen de herindeling in Zeeuws-Vlaanderen speelde. Niet zonder trots: ‘Ik ben er in geslaagd de gemeente Sluis zelfstandig te houden.’ En daarom kan het zijn dat zich op een prominente plek in Sluis het Hans Wiegelplein bevindt. ‘Zo moet je die zaken aanpakken. Je moet oprechte belangstelling tonen, zelf gaan kijken, opdat je weet waarover je praat. Kijk’, doceert Wiegel, ‘herindelingen gaan meestal door. Maar als je daarover beslissingsbevoegdheid hebt, moet je je wel verdiepen en inleven in wat de bevolking er zelf van vindt.’

Hij zucht, ‘Vaak is het zo dat politici denken dal het allemaal op het Binnenhof gebeurt En dat is de grootste onzin. Het Binnenhof maar een heel klein deel van het  Koninkrijk.’

De verwording
Hoewel de verwording van onze maatschappij hem aangruwelt en hem de nodige zorgen baart, zegt hij ‘er is in zijn algemeenheid niet zwartgallig naar te kijken’  ‘Er zijn gelukkig meer jonge mensen die serieus studeren en er een baantje bij hebben om een deel van de kosten te kunnen betalen, dan anderen.

Maar die anderen, daar moet hij niets van hebben. ‘Als er een dader van een steekpartij wordt opgepakt (‘dat wil nog wel eens een keer gebeuren’, zo haalt hij fijntjes aan) en er wordt hem naar de motieven gevraagd, dan weel men het niet. Die zijn echt niet goed snik, hoor. Ik ben een groot voorstander van het opzetten van een task-force, bestaand uit alle verantwoordelijke ministeries om de oorzaken in kaart te brengen en te komen met een stevig aanvalsplan. En als ik zeg stevig, mijnheer, dan bedoel ik ook stevig.

Hans Wiegel. Hij woont nu zo’n driekwart jaar in Diever. Naar volle tevredenheid, zo laat hij opgewekt weten. In het Friese Giekerk hadden ze ook een schitterend huis, maar hij en z’n vrouw wilden er toch weg. Om verschillende redenen. ‘Marianne is vennoot in de wijnhandel van m’n schoonouders in Hoogeveen. Die moest iedere dag via een vervelend smalle weg – glad in de winter – naar haar werk. En ikzelf wilde weer als een bestuurlijk vrij man rond kunnen lopen. Niet iedere keer in het dorp horen: ‘en commissaris, wat vind U daar nu zelf eigenlijk van.’

Het kan allemaal op het Drentse land. Waar Hans Wiegel op zaterdagmorgen in een oude broek, dito trui en een pet op het karakteristieke hoofd bij de super de boodschappen gaat halen. ‘Amsterdam, ik vind het nog steeds mooi om er te zijn, maar ik ben altijd opgetogen en blij op de rust op het platteland weer binnen te rijden.’ En hij trekt nog maar eens fluks aan z’n sigaar.


Afbeelding 2
Bij de foto in het artikel in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Krant) van woensdag 22 maart 2000 staat de volgende tekst: Hans Wiegel, thuis in Diever. ‘Toen ik de beslissing nam, was dat even een emotioneel moment. Dat moet dan maar. Je moet ook durven eens ergens een punt achter te zetten.’ (Foto: Boom Pers/ Wilbert Bijzitter)

Afbeelding 3
In de Leeuwarder Courant verscheen op 20 mei 2025 het overlijdensbericht van Hans Wiegel.

Posted in Alle Deeversen, Oll'ndeever | Leave a comment

See hept ut huus van de skoolskoonmèker esloopt

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) verscheen op vrijdag 20 oktober 2000 het volgende bericht over de sloop van twee woningen bee ut Dingspilhuus an de Heufdstroate in Deever, vanwege de uitvoering van het zogenoemde Basis Integraal Dorpsvernieuwingsplan II, zeg maar de uitvoering van het project Deever op Drift 0.0.

Volgende week sloop twee karakteristieke woningen
BID-plan geeft Diever face-lift

Diever – De werkzaamheden in verband met het Basis Integraal Dorpsvernieuwingsplan II geven Diever nabij de Golff-supermarkt en het dorpshuis Dingspilhuus een enorme face-lift. Gisteren zou met de sloop van de beide woningen nabij het Dingspilhuus een begin worden gemaakt. De slechte weersomstandigheden zorgden voor vertraging, want op het laatste moment werd de sloop uitgesteld tot de volgende week.

De inwoners van Diever en vooral de bewoners van de Hoofdstraat  en het Moleneinde wachten al jaren op het dorpsvernieuwingsplan. Nadat de eerste fase een aantal jaren geleden in de Kruisstraat en Hoofdstraat is uitgevoerd, was het de bedoeling dat het tweede gedeelte zeer spoedig zou volgen. Er is een tweetal inspraakavonden gehouden over het plan, maar het behoud van een kastanjeboom, die is geplant bij de geboorte van prinses Juliana (91 jaar geleden en wel een prachtige boom) moest volgens de buurtbewoners behouden blijven. De gemeente stemde in en stagnatie was het gevolg.

De uitvoering van het Basis Integraal Dorpsvernieuwingsplan is reeds een aantal weken aan de gang. Een gedeelte van de 93 parkeerplaatsen nabij het Dingspilhuus is gerealiseerd en de 22 parkeerplaatsen nabij de Golff-supermarkt zijn klaar. Ook de aansluiting van het Tusschendarp op de Hoofdstraat is ruimer uitgevoerd. Binnenkort wordt een aanvang gemaakt met de bouw van de woningen en appartementen, die in opdracht van Actium worden gebouwd. De gemeente Westenveld neemt de infrastructuur van het plan voor haar rekening. De werkzaamheden van de derde fase, bestaande uit de aanleg van een verbindingsweg, parkeerplaatsen en voetpaden aan de oost- en zuidzijde van het Dingspilhuus staan gepland voor het voorjaar 2001. Met de vierde fase en laatste fase wordt na de bouwvak van 2001 begonnen. Deze laatste fase betreft de reconstructie van de Hoofdstraat en de aanleg van het voorplein nabij de entree van het Dingspilhuus. Tevens vinden in deze fase de afrondingswerkzaamheden van het parkeerterrein plaats.

Vele inwoners vinden het nog steeds jammer dat de woning naast  het dorpshuis wordt afgebroken. Het is een karakteristieke woning voor Diever. De Historische Vereniging Gemeente Diever heeft de woning op de foto vastgelegd. Ook het weekjournaal volgt de afbraak op de voet. Deze woning is jaren oud en werd vroeger bewoond door de gemeente-veldwachter en later door de familie Berends.

Komende donderdag zijn de maanmannetjes in Diever aan het werk, want alle wanden van de woning zijn in verband met vocht, voorzien van asbest. De aanpassing van het Dingspilhuus, waar de school is afgebroken – want het Dingspilhuus was aan de school vast gebouwd – vindt menigeen geen goede oplossing. De bouw van het Dingspilhuus is in de jaren zeventig door de gemeente in verband met kostenbesparing in hout uitgevoerd. De laatste wanden aan de achterzijde zijn door de oude gemeente Diever in verband met rotting van hout in steen uitgevoerd, dit was namelijk goedkoper.

Maar nu heeft de gemeente Westenveld het gebouw uitgestukt en voor een duurdere oplossing gekozen om het in hout uit te voeren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Prinses Juliana is geboren op 30 april 1909 in Den Haag.
De Juliana kastanjeboom staat nog steeds aan de Hoofdstraat, zie de afbeeldingen 3 en 4.
Op vrijdag 29 november 2024 was de boom meer dan 115 jaar oud.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – De monumentale Juliana kastanjeboom is voor de gemeentelijke woning van schoolschoonmaker Hendrik Berends te zien. 

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Dingspilhuus, Heufdstroate, Verdwenen object | Leave a comment

See woont now in de olde Boer’nlienbaank

In de fotocollectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen is aanwezig bijgaand afgebeelde zwart-wit foto (nummer MZ10701150405) (negatiefnummer 265-32), afbeelding 1. Deze foto is gemaakt op 18 februari 1965.
In de fotocollectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen is aanwezig bijgaand afgebeelde zwart-wit foto (nummer MZ10701150403) (negatiefnummer 67-30), afbeelding 3. Deze foto is gemaakt op 2 april 1959.
In de fotocollectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen is aanwezig bijgaand afgebeelde zwart-wit foto (nummer MZ10701150403) (negatiefnummer 265-30), afbeelding 5. Deze foto is gemaakt op 18 februari 1965.

Op de hier afgebeelde zwart-wit foto’s is zichtbaar het boerderijtje (Diever 73, Peperstraat 12, Peperstraat 11) an de Peperstroate, waarin het echtpaar Albert Reinders en Mina Kloosterman heeft gewoond. Albert Reinders is geboren op 22 juli 1900 in Pesse. Albert Reinders was bakker en werkte bij bakker Aaldert Slot in Wittelte. Later woonde in het boerderijtje de familie Harm Timmerman. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens van de familie Reinders en de familie Timmerman ? Is de familie Timmerman geëmigreerd naar Amerika ?

Aan het einde van 1966 (?) of begin 1967 (?) is het boerderijtje helaas afgebroken. Op de vrijgekomen grond is het nieuwe pand van de Boer’nlienbaank (Coöperatieve Raiffeisenbank Diever) gebouwd. Dat gebouw is op dinsdag 24 oktober 1967 in gebruik genomen. Zie met name het bericht Henduk Niesing hef de neeje boer’nlienbaank ebaut.

Het op dinsdag 24 oktober 1967 geopende nieuwe gebouw voor de Boer´nlienbaank an de Peperstroate in Deever is na een gebruiksduur van 55 jaar in 2022 door digitalisering en internetisering van de R.A.B.O.-bank verlaten en in 2023 omgebouwd tot appartementengebouw. Zie met name het bericht Peperduur woon’n an de Peperstroate in Deever. Zie de afbeeldingen 2, 4 en 5.

Afbeelding 1 – Deze foto van het boerderijtje an de Peperstroate is gemaakt op 18 februari 1965.
Links naast het boerderijtje is de kruidenierswinkel van de gebroeders Hendrik en Albert Krol te zien.

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 3 – Deze foto van het boerderijtje an de Peperstroate is gemaakt op 2 april 1959.
Links naast het boerderijtje is nog net een stukje van de voorgevel van de kruidenierswinkel van de gebroeders Hendrik Krol en Albert Krol te zien.

Afbeelding 4 – (© Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 5 – Deze foto van het boerderijtje an de Peperstroate is gemaakt op 18 februari 1965.
Links naast het boerderijtje is een stuk van de voorgevel van de kruidenierswinkel van de gebroeders Hendrik Krol en Albert Krol te zien.

Afbeelding 6 – (© Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden)

Posted in Boer’nlienbaank | Leave a comment

De Peperstroate aachter de kaarke in Deever

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever een knipsel uit het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, jaargang 10, 1934-1935, nummer 23, 24 augustus 1934 nota bene twee bladzijden met beelden uit Deever en omgeving.
De foto’s op die twee bladzijden zijn het waard vergroot weergegeven te worden. De redactie toont in dit bericht de onderste foto op de linker bladzijde.
Het bijschrift bij deze afbeelding op de linker bladzijde luidt als volgt: Een mooi dorpshoekje achter de kerk van Diever, knus en gezellig bij de trouwe kerk.
De redactie heeft de bijgevoegde bovenste kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 november 2019.

Posted in Kaarke an de brink, Peperstroate, Toor'n an de brink | Leave a comment

Jans Tabak lig onder un skiere oranjebroene plèète

De redactie van ut Deevers Archief ziet her en der in Nederland al wel steeds vaker objecten van weervast staal, zoals plantenbakken, tafelpoten, gevelbekleding, naamborden, reclameborden, buitenhaarden, sfeerpanelen, sokkels, brievenbussen, erfafscheidingen, huisnummers, tuinwanden, borderwanden, boomkorven, zandbakken, kunstobjecten, enzovoort, enzovoort, maar nog nooit een funerair kunstwerk in de vorm van een dekplaat. Nu is dat wel verklaarbaar, want de ienige kaarkhof waar de redactie zo nu en dan rondloopt, dat is de kaarkhof op de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie weet niet wanneer de sombere, grauwe en wanhopige stenen dekplaat op het graf van wijlen dorpsfiguur, oraal historicus, groevedeskundige, koffie- en theepottenverzamelaar, verzamelaar van Deeverse papperassen en foto’s en hiel mooi Deevers sprekende Jans Roelof Tabak uut de Aachterstroate (vrogger de Saandhook) op prachtige wijze is afgewerkt met een funerair kunstwerk van oogverdovend oranjebruin weervast staal. Want zo’n dekplaat van oranjebruin weervast staal mag op zo’n somber, grauw en wanhopig kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever toch wel als een aandachttrekkend funerair kunstobject worden beschouwd. Ech wè !
Hoe heeft kunnen bestaan dat zo’n afwijkend funerair kunstobject van weervast staal op zo’n sombere, grauwe, wanhopige stenen afdekplaat van een graf aanwezig mag zijn ? Want daarover moeten de Hoge en Minder Hoge Gemeentelijke Dametjes en Heertjes Belast Met De Positieve Financiële Exploitatie En Het Aanzien Van De Kaarkhof Op De Baargakkers An De Grönnegerweg Bee Deever hebben beslist. Die hebben dat in hun riante kantoortuintjes in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever getoetst aan futiele eisjes en voorwaarden en verordeningetje en milieuregeltjes en duurzaamheidsregeltjes en beleidsregeltjes en uitvoeringsregeltje. Voor het plaatsen van dit funeraire kunstobject hebben zij vast na lang wikken en wegen en vergaderen en collegiaal overleg bij wijze van hoge uitzondering en in al hun goedertierenheid een vergunning afgegeven.
Dochter Saskia en de kinderen versieren de plaat steeds mooi met enige koffie- en theepotten uit de verzameling van vader en opa wijlen Jans Roelof Tabak. Zie de bijgaande kleurenfoto’s.

Weervast staal is een soort staal dat te herkennen is aan de bruine roestkleur. De zeer dichte roesthuid schermt het dieper liggende materiaal af van zuurstof, waardoor het roesten sterk vertraagt. Weervast staal is een metaal dat bestaat uit koper, fosfor, silicium, nikkel, chroom en ijzer. Dit staal gaat bij blootstelling aan weersinvloeden vroeg of laat roesten. Dit is bij weervast staal geen slecht teken, want de dichte roestlaag voorkomt juist dat het staal verder gaat roesten. Ook geeft deze roestlaag het weervaste staal die opvallend oranjebruine kleur. Het onderhoud van weervast staal is vergelijkbaar met hout. Zo gaat het staal langer mee als het boven de grond wordt gebruikt en kan droogwaaien. Weervast staal kan niet goed tegen natte bladeren, die kleven aan de plaat, houden zo het staal langer nat en dat versnelt het roesten.

Afbeelding 1 – (© 14 april 2025 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Dochter Saskia en de kinderen hebben een flink deel van de koffie- en theepottenverzameling van wijlen Jans Roelof Tabak tentoongesteld op zijn grafplaat. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een zwerfkeitje toevoegen aan het stapeltje bij het graf.

Afbeelding 2 – (© 29 november 2024 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto is slechts één koffiepot uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak is te zien. Dochter Saskia en de kinderen hebben na vrijdag 15 december 2023 vijf potten weggehaald. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor Jans Roelof Tabak een zwerfkeitje bij het graf leggen.
Afbeelding 3 – (© 15 december 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien, Dochter Saskia en de kinderen hebben na 1 december 2023 geen potten vervangen, maar wel een beetje verplaatst.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje bij het graf leggen.

Afbeelding 4 – (© 1 december 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd, maar de sneeuw op de metalen dekplaat van het graf van wijlen Jans Roelof Tabak was al snel gesmolten. Dochter Saskia en de kinderen hebben na 17 mei 2023 geen potten vervangen, maar wel een beetje bewogen. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje bij het graf leggen.

Afbeelding 5 – (© 17 mei 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Saskia en de kinderen vervangen en verplaatsen zo nu en dan de potten door andere potten.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak bij het graf een steentje leggen of een bloemetje plaatsen.

Afbeelding 6 –  (© 17 december 2022 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto is slechts één koffiepot uit de verzameling van koffie- en theepotten van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Dochter Saskia en de kinderen vervangen en verplaatsen zo nu en dan de potten, dat is te zien aan de afdruk van de bodem van de potten op de weervaste stalen dekplaat.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak bij het graf een steentje leggen of een bloemetje plaatsen..

Afbeelding 7 – (© 19 april 2022 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn  zeven koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Let vooral ook op het hoopje stenen bij het graf. Bezoekers van het graf leggen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak soms een steentje bij het graf.

Afbeelding 8 – (© 19 november 2021 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn vier koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien.
Let vooral ook op het hoopje stenen bij het graf. Mensen leggen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje op het hoopje.

Afbeelding 9 – (© 27 november 2020 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto, die een paar dagen na het overlijden van Jans Roelof Tabak is gemaakt, zijn zes koffie- en theepotten uit zijn op het graf te zien.

Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Jans Roelof Tabak, Kaarkhof an de Grönnegerweg, Kuunst | Leave a comment

An de Deeverbrogge saat’n huus’n vèèke onder de kalk

In het Nieuwsblad vaan Friesland (Hepkema’s Courant) verscheen op 23 oktober 1928 het navolgende korte bericht over overlast van wegwaaiend kalk op het emplacement van de Nederlandse Tramweg Maatschappij.

Er wordt verbetering aangebracht.
Dieverbrug, 20 october. Het emplacement van de Nederlandse Tramweg Maatschappij ondergaat een groote verbetering. Bij het laden en lossen van kalk en dergelijke licht-wegwaaiende stoffen hadden de omwonenden grooten hinder. Doordat hier veel kalk gelost wordt, zagen sommige huizen vaak geheel wit. Thans wordt voor het lossen een groote loods gebouwd, zoodat genoemde ongeriefelijkheid weldra tot het verleden zal behooren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De Deeverse dorpskrachten, leden van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, die bezig zijn geweest met de samenstelling van het boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, hebben verzuimd uit te zoeken waar het emplacement, dat wil zeggen het laad- en losterrein, bij de tramhalte an de Deeverbrogge precies was gelegen en waar de genoemde loods heeft gestaan.
Konden de tramwagons de loods in worden gereden ?
Kalk werd ook gebruikt om jonge ontginningen van woeste grond vruchtbaar te maken en werd in grote hoeveelheden aangevoerd. In die jaren had men nog nooit gehoord van wat tegenwoordig een omgevingsvergunning heet.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskracht, Publicatie, Stoomtram | Leave a comment

De begrafenisvurening is gien neeje noaberskop

In het provinciaal Drents maandblad Drente, jaargang 26, nummer 2, februari 1955, verscheen het artikel ‘Oude en nieuwe noaberhulp – spanning en samengroei’ van de heer Jan Boesjes, secretaris van de gemiente Deever. Het maandblad Drente was het officiële orgaan van het Drents Genootschap. Het maandblad Drente richtte zich op praehistorie, historie, folklore, heemschut, opbouw en toerisme.

Oude en nieuwe noaberhulp – spanning en samengroei in de Drentse samenleving
Als ik een artikeltje ga schrijven over ‘oude en nieuwe noaberhulp’, dan meen ik mij te mogen beperken en zou dan willen kiezen deze hulp speciaal bij begrafenissen. Het onderwerp op zichzelf is uiteraard veel omvangrijker maar ik veronderstel dat mij dit te ver zou leiden. In deze rubriek gaat het in hoofdzaak om ‘spanning en samengroei in de Drentse samenleving’ en ik geloof wel dat bij de noaberhulp de meeste spanning in Drenthe ontstaat bij begrafenissen en dat, althans op verschillende plaatsen, de samengroei in casu nog moet plaats vinden en in ieder geval bezig is tot leven te komen.
De noaberhulp bij begrafenissen is van oudsher zeer belangrijk geweest. Men vergete vooral niet dat men juist op die momenten het innigst met elkaar in aanraking kwam. Als een oude buur voorgoed het aardse bestaan had beëindigd, dan trof dat niet alleen de familie doch ook in sterke mate de naaste buren. De buurtschap was sterk met elkaar verweven. Bij geboorte, huwelijk en overlijden troffen deze zeer belangrijke gebeurtenissen niet alleen de familie doch ook de buren, de buurtschap. Men leefde erg met elkaar mee. Dat men elkaar op deze tijden hulp verleende spreekt voor zichzelf. Bij een geboorte kon dit zich beperken tot kraamvisites, de mannen hadden geen taak. Bij huwelijk werd het uitgebreider. Dan kwam jong en oud voor de trouwdag op buurtvisites bijeen en werd er braaf feest gevierd. Maar pas bij een overlijden in de buurt werd de band sterk gevoeld.
Zodra er iemand gestorven was moesten de buren hun hulp actief verlenen. Vanuit het sterfhuis werd de naaste buurman gewaarschuwd en die zorgde er op zijn beurt voor dat de hele buurtschap werd ingeschakeld. In sommige plaatsen beperkte deze buurtschap zich tot drie huizen aan iedere kant doch ook zijn mij dorpen bekend waar dit ter weerszijden zes waren. Op deze wijze kreeg men een enorme hulp. De naaste buurman had de belangrijkste taak. Hij vormde een team van drie personen, twee mannen en een vrouw, uit de naaste buren ter weerszijden. Indien de overledene een man betrof, dan moesten de beide mannen voor het verkleden en kisten zorgen, was het een vrouw, dan werd deze taak verricht door de naaste buurvrouw, daarbij geassisteerd door een tweede buurvrouw. Omdat het de naaste buur betrof die was heengegaan moest deze extra dienst als een eer worden beschouwd. Het werk gebeurde oorspronkelijk dan ook met grote zorg en liefde. Behalve het verkleden en kisten moesten er verschillende andere werkjes worden verricht. Er moest aangifte worden gedaan bij de burgerlijke stand, de familie en vrienden in het dorp zowel als elders dienden op de hoogte gesteld te worden, het zo genaamde aanzeggen. Dit gebeurde door een der buren en het zal aanvankelijk wel geen herrie veroorzaakt hebben wie dit moest doen. Later werd dit anders en ging men het onder de buren soms ook aan anderen aanbesteden. Het aangeven bij de burgerlijke stand en het verluiden, dit is het door middel van het luiden met de torenklok de volke kondt geven van het sterfgeval, geschiedde meestal door enige buren gezamenlijk. In de tijd toen er nog geen lijkwagenvereniging of begrafenisvereniging was, vonden deze karweien plaats door de buren. Verder zorgden op de dag der begrafenis de buren voor een boerenwagen, waarop het lijk naar de begraafplaats werd vervoerd. De beide naaste buren moesten het lijk zo genaamd uitdragen en werden verder bijgestaan door de overige buren in volgorde. Op de wagen legde men ter weerszijden van de kist een bos stro, teneinde schuiven te voorkomen.
Al met al hadden de buren een vrij omvangrijke taak bij het overlijden van een noaber. Deze hulp werd zonder morren en stellig
met liefde gegeven in de tijd toen de Drentse dorpen nog een gemeenschap vormden en de bevolking volkomen op elkaar was ingesteld en elkaar van haver tot gort kende.
Maar zoals met zoveel… de tijd bracht hier de verandering. De zogenaamde ‘import’ in de Drentse dorpen kon niet het gevoel opbrengen voor de buurman zoals de misschien eeuwenlang in hetzelfde dorp samenwonende dorpelingen. Onverschillig of deze import Drent uit een ander dorp of geen Drent was. Vaak wordt de Drent voor achterlijk uitgescholden. Zou hier echter niet te veel gegeneraliseerd worden ? De Drent als zodanig is niet achterlijker dan de overige Nederlander. Alleen de in zijn enge gemeenschap vastgeroeste en daaruit nimmer losgekomen Drent houdt vast aan zijn oude gewoonten, waardoor hij achter blijft en ouderwets wordt. Plant men hem over, liefst in een ander milieu, dan is hij even vooruitstrevend als de niet-Drent.
Bij de noaberhulp is dit kenmerkend. Het was vroeger zo -en op verschillende plaatsen nog wel- dat wanneer zich iemand in een Drents dorp vestigde hij zich dan naar de buren moest begeven, teneinde de noaberschap aan te zeggen. Deed men dit niet dan werd men niet opgenomen en bleef men verstoken van noaberhulp. Men had zich niet gemeld en wenste immers niet mee te doen! Deze persoon of dit gezin telde dus bij de noaberschap niet mee. Zolang dit een enkel geval betrof, paste een nieuweling wel op, dat hij de noaberschap aanzegde. Toen er echter in talloze dorpen een aantal ‘vreemdelingen’ zich vestigde werd het anders. Deze nieuwelingen gevoelden niet zo direct de behoefte aan noabers en konden zich wel zonder hun hulp redden. Echter bij overlijden liep men vast, omdat men hulp moest hebben. Het gevolg was, dat, hoewel er velen waren die de noaberschap niet meer aanzegden, ze toch wel tot de buurtschap werden gerekend en bij sterfgevallen dienst deden. Dat tallozen dit niet plezierig vonden is onnodig te vermelden. We zien al het jonge vrouwtje uit de stad, dat bij een oude overleden buurvrouw in de bedstee moet klimmen om deze te verkleden. Dat dit aanleiding gaf tot narigheid laat zich denken.
In navolging van de grotere plaatsen kwamen dientengevolge ook in de Drentse dorpen de begrafenisverenigingen. Voorlopers daarvan waren meestal lijkwagenverenigingen. Het met een gewone wagen naar het kerkhof vervoeren van een lijk werd niet plechtig genoeg geacht. Men schafte dus een lijkwagen aan en daarvoor werd ieder lid van de lijkwagenvereniging. Ik weet niet of de eerste lijkwagenverenigingen in Drenthe dezelfde moeite hebben gehad als de begrafenisverenigingen. Vermoedelijk wel. Ook hier zal het wel zijn voorgekomen dat ouderwetse Drenten niet per lijkwagen doch per boerenwagen naar het kerkhof gebracht wensten te worden. Maar via de lijkwagenvereniging kwam de begrafenisvereniging. Werden de eerste niet gezien als een de buurtschap ontbindende kracht, met de laatste was dit op verschillende plaatsen wel het geval. Men zag -geheel ten onrechte- in de begrafenisvereniging een instelling welke de buurtschap ondermijnde. Immers de ‘import’ die zich zonder de buurman kon redden, behalve met betrekking tot begrafenissen, kon zich nu geheel zelf helpen en de buurman was er niet meer bij nodig. Hierdoor was de noaberhulp overbodig geworden. Inderdaad daaraan had men gelijk. Maar een noaberhulp die -als door het stadse vrouwtje- verleend werd op basis van ‘in vredesnaam het kan niet anders’, echter zonder een zweem van liefde of gevoel voor de gestorvene, had toch ook geen enkele reden van bestaan meer. Hier was de zin van de burenhulp volkomen verdwenen. Bovendien behoeft een goede noaberschap niet alleen bestaan in een elkaar hulp bieden bij begrafenissen. Er zijn op het terrein van het leven verschillende andere gebieden waar men elkaar als een goede buur ten gerieve kan zijn.
Vermoedelijk om te doen uitkomen dat een begrafenisvereniging niet tot doel heeft de buurtschap te ontbinden, komt in verschillende reglementen dezer verenigingen de bepaling voor dat de burenhulp niet vervalt. Er volgt dan een opsomming van de burenplichten welke men bij overlijden moet vervullen. Deze beperken zich uiteraard tot de eenvoudigste werkzaamheden -de eerste waarschuwing aan de voorganger der vereniging, het lenen van paarden en volgrijtuigen, het lenen van stoelen, serviesgoed e.d., maar men wil toch uitdrukkelijk stipuleren dat de noaberschap door deze verenigingen niet heeft afgedaan.
Ik juich het toe dat men een dergelijk voorschrift ‘ontdekt’ heeft, omdat hiermee meteen grond wordt ontnomen aan de bewering van te ouderwetse Drenten dat de begrafenisverenigingen de buurtschap ontbinden. De historie heeft reeds bewezen dat deze bewering ongegrond is, want in plaatsen waar reeds jaren een begrafenisvereniging bestaat en ieder er lid van is, vertoont de noaberschap bepaald geen meerdere decadentie dan elders waar geen soortgelijke vereniging aanwezig is.
De noaberhulp, waarvan men misschien weleens gemeend heeft, dat zij onder deze moderne (!!) instellingen zou lijden, heeft er alleen een hoger plan door bereikt. Uit de botsingen der meningen is ook hier de juiste toestand gegroeid. Natuurlijk is de burenhulp thans van geheel andere aard dan vroeger, leende men elkaar toen zijn paard, thans is het de bromfiets. Maar ook nu nog gaat de moderne buurvrouw, zelfs al komt ze uit de stad, nog wel kijken naar de pasgeborene in de buurt en betuigt men elkaar zijn vreugde bij huwelijk, ook stellig de deelneming bij overlijden.
Het  geestelijke contact tussen de buren is anders maar niet minder dan vroeger, het materiële is om mij te beperken tot begrafenissen anders maar daarom niet slechter geworden. Werd vroeger de gehele buurtschap ‘ingespannen’ om actief hulp te verlenen, thans kan ze zich beperken tot morele hulp, welke de getroffen familie dikwijls meer nodig heeft.
Om een juist begrip ingang te doen vinden in deze zaak en wanbegrip te likwideren, heeft de begrafenisvereniging te Diever de naam aangenomen van ‘De nije noaberschap’, aan welke naamgeving dr. Naarding niet geheel vreemd is. De spanning om deze Dieverse nije noaberschap is geluwd, de samengroei in volle gang.
Diever, februari 1955, J. Boesjes.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk wat was de oorzaak en wat was het gevolg ?
Ontstond de lijkwagenvereniging en later de begrafenisvereniging als gevolg van slijtend noaberschop ?
Of speelde bij begrafenissen het noaberschop geen rol meer als gevolg van de begrafenisvereniging ?
Gemeentesecretaris Jan Boesjes is lang van stof, maar probeert aan te tonen dat eerst de lijkwagenvereniging en later de begrafenisvereniging konden ontstaan als gevolg van uit elkaar vallend noaberschop door maatschappelijke ontwikkelingen.
In de gemiente Deever is de vereniging Lijkwagendienst al in 1912 opgericht. In het eerste bestuur zaten hervormde en gereformeerde boeren uit Diever, Wapse, Wittelte en Zorgvlied. Boeren die maar al te goed de eeuwenoude betekenis van de noaberschop wisten. Het doel van de lijkwagendienst was enkel het ter beschikking stellen van een keurige lijkwagen aan de leden van de vereniging. De keurige lijkwagen met lijkwagenmenner was de vervanger van de boerenkar. De lijkwagendienst deed opgenschijnlijk geen afbreuk aan de noaberschop. Maar pas in 1948 -enige jaren na de Tweede Wereldoorlog- werd in de gemiente Deever een begrafenisvereniging opgericht.
En het zal de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief wellicht niet verbazen dat de schrijver van het artikel, gemeentesecretaris Jan Boesjes, de eerste voorzitter van de nieuwe begrafenisvereniging werd.
De redactie verwijst voor een korter en beter te begrijpen bericht over de acceptatie van de begrafenisvereniging naar het bericht .De eeuwugheid begön as de klokke stille eset wödde.

Posted in Noaberskop, Traditie | Leave a comment

Plattelaansvrouw’nsitbaankie op de skultehuusbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemient’n DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.

Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van ut dörp Deever. In ut Deeverse Blattie van 25 november 1999 stond een berichtje over de aanbieding van deze bank. Zie de bijgevoegde afbeelding van dit bericht (afbeelding 4).

De Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-saksische brink van Deever te plaatsen. Zie de twee afgebeelde kleurenfoto’s (afbeeldingen 1 en 2), die de redactie van ut Deevers Archief gelukkig nog heeft kunnen maken.

De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan hebben overgedragen ? Of dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.

En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar zijn toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare weledelgestrenge heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma gebleven ??) het plaatje niet verwijderen.

De grote vraag is of het Nederlandse-Bond-van-Plattelands-vrouwenzitbankje op de brink van Deever mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen, op de brink van Deever niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan op de plaats van het prachtige zitbankje wellicht veel reclame voor die oubollige toneelstukjesschrijver William Shakespeare zal gaan maken.

De Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan lijden immers zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-saksische brink van Deever voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink an de Heezeresch bee Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Belastinggelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan binnenharken uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.

Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de schultehuisbrink zal worden verbannen ?

De redactie van ut Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis-Aan-De-Gemeentehuislaan met al de vele zijnen van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan achter de vele ramen op de eerste verdieping van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeersrondleidingsplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-saksische brink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten te zijner tijd een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer mièr) op deze niet-origineel-saksische brink van Deever te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel saksische brink van Deever zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet meer of minder origineel-saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een doodlopende éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef al in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven.

Afbeelding 1 – (© Ut Deevers Archief – 2 januari 2017 -Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – 2 januari 2017 -Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 3

Afbeelding 4 – Bijgaand bericht is gepubliceerd in ut Deeverse Blattie van 25 november 1999.

Posted in Brink, Deever, Gemeente Westenveld, Shakespearitis | Leave a comment

Ie meut mit die kleine swatte trein mit

Little Black Train – Kleine Zwarte Trein – Woodrow (Woody) Wilson Guthrie (geboren op 14 juli 1912 in Okemah, Oklahoma, Verenigde Staten van Amerika, overleden op 3 oktober 1967 in New York City, New York, Verenigde Staten van Amerika) schreef in 1944 dit gedicht over de dood, over het onvermijdelijke einde van het leven.

There’s a little black train a-comin’
Comin’ down the track;
You gotta ride that little black train,
But it ain’t a gonna bring you back.

Ur komp un klein swat treintie an
Hee komp anried’n 
over ut spoor;
Ie meut mit die kleine 
swatte trein mit,
Moar hee sal oe neet
terogge breng’n.

You may be a bar-room gambler
And cheat your way through life;
You can’t cheat that little black train
Or beat this final ride.

You silken bar-room ladies,
Dressed in your worldly pride;
You’ve gotta ride that little black train
That’s comin’ in the night.

Your million dollar fortune,
Your mansion glittering white;
You can’t take it with you
When the train moves in the night.

Get ready for your savior,
And fix your business right;
You’ve got to ride that little black train
That makes this final ride.

Sörg dai’j kloar bint veur oen redder,
En sörg dai’j kloar bint mit oen saèk’n;
Ie meut mit die kleine swatte trein mit
Die mak disse laèste rit

Continue reading

Posted in Kaarkhof an de Grönnegerweg | Leave a comment

Voor allen die Julialaantje 7 binnengaan

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 17 oktober 1939 het volgende korte bericht over het vieren van het veertigjarige ambtsjubileum van burgemeester Hendrik Gerard van Os. 

Diever.
Op initiatief van de afdeling Diever van den Boerinnenbond is alhier een comité gevormd voor het aanbieden van een huldeblijk aan burgemeester van Os, die medio November, na een veertigjarige ambtsvervulling, de gemeente gaat verlaten.
Den ingezetenen is verzocht keisteenen bijeen te brengen, teneinde op deze wijze bij te dragen tot het plaatsen van een Burgemeester Van Osbank
Bovendien zal een lijst circuleeren voor bijdragen ter dekking van de onkosten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Overal in de gemiente Deever zijn veldkeitjes, veldkeien, kleine veldstenen, grotere veldstenen, grote veldstenen en hele grote veldstenen (zo genoemde hunnebedstenen) uit de IJstijd te vinden. Het lag voor de hand om de zo genoemde Burgemeester van Osbank van deze gratis voorhanden zijnde bouwstof te maken. Deeversen bint sunig.
De stenen bank werd geplaatst op het punt waar de weg naar Wapse (de Hoofdstraat) en de betonweg (de asfaltweg over de Noorderesch achter Deever langs werd in de volksmond ‘de betonweg’ genoemd) samen kwamen. De bank werd op 16 november 1939 aan burgemeester Hendrik Gerard van Os aangeboden.
Op de bijgevoegde afbeelding van een tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart is de Burgemeester van Osbank op zijn oorspronkelijke plaats te zien.
De ansichtkaart is in november 1949 uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever. De foto voor de ansichtkaart moet in de zomer of het vroege najaar van 1949 zijn gemaakt; de bladeren zitten nog aan de bomen. Aan de rechterkant is de Heufdstroate te zien, aan de linkerkant is de ‘betonweg’ te zien.
Is of wordt de (verplaatste) Burgemeester van Osbank een gemeentelijk monumentje ?
De redactie heeft de bijgevoegde kleurenfoto gemaakt op donderdag 4 november 2017. De Burgemeester van Osbank stond in 1939 ongeveer in het midden van de kleurenfoto ongeveer naast de Ten Darperweg ongeveer ter hoogte van het tweede kleine boompje naast de immer droogstaande greppel. De redactie zou graag de precieze plek van de Burgemeester van Osbank bij ingebruikname op 16 november 1939 willen weten.   

Een zekere Chris verstuurde deze zwart-wit ansichtkaart met een blauwe postzegel van twee cent naar mejuffrouw C. Botter, Julialaantje 7 in Rijswijk. Mejuffrouw Botter woont niet meer op dit adres, maar het huis bestaat nog wel. De huidige naam van het huis staat in het groene vlak boven de voordeur: Voor allen die hier binnengaan. Hoe lang zal de getoonde ansichtkaart in dit huis bewaard zijn geweest ? In een schoenendoos op zolder ? De kaart heeft in elk geval niet in een of ander album vastgeplakt gezeten.


 

Posted in Ansigtkoate, Burgemeister Van Osbank, Gemiente Deever | Leave a comment

Alle Deeversen

In de webstee www.alledrenten.nl die een onderdeel is van het Drentsch Archief, zijn gegevensbronnen voor onderzoek naar mensen uut de gemiente Deever te raadplegen.
Als u zoekt voor 1600 is de volgende bron te raadplegen:
– oorkonden 1040 – 1600.
Als u zoekt in de periode 1600 – 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– kerkregisters 1600 – 1811;
– 30e/40e penning 1682 – 1797;
– haardstedengeld 1672 – 1804;
– bezaaide landen 1612;
Als u zoekt na 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– burgerlijke stand van 1811 – 1952;
– notariële akten 1810 – 1915;
– successiememories 1806 – 1928.

Posted in Alle Deeversen | Leave a comment

Groevegoeroe is zeker nog wat aan het trainen

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) verscheen op 7 november 2018 het volgende korte berichtje over een lezing over rouwgebruiken in südwest Drenthe op 8 november 2018 in het buurthuis De Wiekslag op Wapservene.

Lezing over rouwgebruiken
Op initiatief van de Historische Vereniging Havelte en omstreken vindt er donderdag om 20.00 uur in De Wiekslag in Wapserveen een lezing plaats over ‘Rouwgebruiken in onze streek’.
Jans Tabak uit Diever laat bezoekers onder meer aan de hand van meegebrachte attributen ervaren hoe de bewoners uit onze dorpen en streken omgingen met rouw.
De leden van de Historische Vereniging Havelte e.o. hebben vrij toegang, niet-leden betalen € 3,- per persoon.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het ronkende en snorkende poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de opening van een groevemuseumpie in ut liekwaeg’nschuurtie bee’j de gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Bosweg in Deever. De redactie verwijst daarvoor naar het bericht ‘Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open .
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het liekwaeg’nschuurtie bee’j de gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Bosweg op maandag 3 september 2018 gemaakt. Toen was in het liekwaeg’nschuurtie nog steeds niet het kleinste museumpje ter wereld gevestigd.
Tot directeur-conservator van het groevemuseumpje is na een zorgvuldige selectieprocedure benoemd de Deeverse tophistoricus en groevegoeroe Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever.
Het kan natuurlijk zo zijn dat de directeur-conservator zich nog niet helemaal zeker voelt in zijn aanstaande belangrijke functie en daarom het jaar 2018 heeft gebruikt om eerst nog wat te trainen en te schnabbelen in de buurthuizen in de dorpen in de omgeving van Deever, bijvoorbeeld in het buurthuis De Wiekslag op Wapservene.
Het zou toch ech wè een dingetje zijn als hij in de toeristenzomer van 2019 in staat zou zijn het enige museumpje in de gemiente Deever (de redactie vient ut Oermuseum in ut Schultehuus an de brink in Deever gien museum, moar un gedoegie in ut vurkeerde gebouw) te openen.

 

Posted in Aarfgood, Bosweg, Museum | Leave a comment

De skutsluus in de voat bee Duunkaark’n

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 79 is een afbeelding van een ansichtkaart uit 1904/1905 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

Sluis te Dieverbrug
In oude geschriften wordt deze de ‘sluis bij Duinkerken’ genoemd. Om welke reden staat niet beschreven. De Drentse Hoofdvaart heeft er veel toe bijgedragen dat de turf – vooral afkomstig uit de Smilder venen – afgevoerd kon worden naar het westen des lands.
Door de scheepvaart en het in exploitatie brengen van de enorme veencomplexen, kwam er al met al levendigheid in het anders zo rustige landschap, waarvan deze foto spreekt. Dit had ten gevolge dat er ook in sommige streken wat industrie kwam.
Het huis links is van de sluiswachter Berend Jonkers.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Sluiswachter Berend Jonkers is geboren op 18 september 1855 in Dwingel. Hij is overleden op 19 maart 1943 an de Deeverse sluus. Hij is begraven op de kaarkhof van Dwingel.

Afbeelding 1
Bladzijde 79 uit het boek ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.

Posted in An de Deeverse sluus, Deeverse sluus | Leave a comment

U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord

Op 16 oktober 2013 stuurde de redactie van het Deevers Archief bijgaand e-mail bericht met vragen over de gevolgen van het vergroten van de aanrijdtijden van brandbluswagens vanwege de voorgenomen sluiting van de brandweerpost in Diever aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken in de gemeente Westenveld.
Op 22 oktober 2013 stuurde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld een ontvangstbevestiging van het op 16 oktober 2013 verstuurde e-mail bericht. Dit bericht is hier na de tekst van het e-mail bericht opgenomen. Tot op heden hebben burgemeester en wethouders of heeft de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor Veiligheid, niet gereageerd op de vragen in het e-mail bericht. Hoe transparant is het bestuur van de gemeente Westenveld ?
Op 18 maart 2014 stuurde de redactie van het Deevers Archief het volgende herinneringsbericht naar de leden van het Team Veiligheid.

Geachte heer/mevrouw, Dit bericht is gericht aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken van de gemeente Westerveld. Op de site van RTV-Drenthe kom ik het volgende bericht van 15-10-2013 tegen.
DIEVER – Er is geen sprake van het achterhouden van informatie over het plan om de brandweerpost van Diever te sluiten. Dat zegt een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Volgens de woordvoerder wordt niet alles openbaar gemaakt om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat terecht komen. Vanavond wordt in de gemeenteraad van Westerveld een besluit genomen over de opheffing van het brandweerkorps. Westerveld doet dit vanwege bezuinigingen. Volgens de gemeente is de veiligheid voor het overgrote deel van inwoners gewaarborgd als de brandweerposten van Vledder, Havelte en Dwingelo de taken overnemen. Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Het zijn juist deze panden die genoemd staan in de stukken die niet naar buiten gaan. Het brandweerkorps van Diever vindt dat de gemeente daarmee deze mensen de kans ontneemt om protest aan te tekenen. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Tijdens de commissievergadering een aantal weken geleden zei de regionale brandweercommandant van Drenthe, Fred Heerink, ook al dat het beter is om zelf maatregelen te nemen, dan te vertrouwen op een brandweerkorps in de buurt.
Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Graag verneem ik wat de woordvoerder van de gemeente bedoelt met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen’. De verzekeringsmaatschappijen baseren hun polisberekeningen op een aanrijtijd van 18 (?) minuten. Twee of drie of vijf minuten later beginnen met blussen kan tienduizenden eurootjes extra schade betekenen. Derhalve zullen de bewoners die op meer dan 18 minuten van een brandweergarage zitten, de bewoners van die (vanwege het verzekeringsaspect) bewust geheim gehouden panden zeker worden gefronteerd met hogere kosten voor hun brandverzekering, misschien worden die panden wel onverzekerbaar. Gaat de gemeente deze meerkosten en risico’s voor haar rekening nemen ? Of gaat de gemeente dat op de burger afwentelen met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun brandveiligheid te waarborgen’. De dorpsparticipatiemaatschappij ten top: zoekt u het zelf maar uit. Of gaat de gemeente de checqlist voor dat ‘zelf meer doen’ met de verzekeringsmaatschappijen ontwikkelen ? Of moet die bewoner van dat extra-risico pand dat zelf maar uitzoeken ? Of gaat de gemeente voor de panden in de risico-gebieden een eigen onderlinge-brandwaarborgvereniging oprichten ? De verkoopwaarde van panden in risico-gebieden zal zeker ook dalen. Hebt u daar ook over nagedacht ? Hoe gaat u dat compenseren ? En waarom moet een bewoner in een risico-gebied meer aandacht besteden aan zijn eigen brandveiligheid, dan bewoners in niet-risico-gebieden ? Graag verneem ik ook waar ik de objectieve criteria voor het bepalen van de aanrijdtijd van een brandbluswagen kan vinden. Ik neem aan dat dit publieke informatie is, of moet ik hiervoor een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur ? Ik verneem graag uw reactie.

Ontvangstbevestiging van 22 oktober 2013 van gemeentesecretaris N.L.J.J. Dusink en burgemeester H. Jager.

Op 16 oktober 2013 hebben wij van u een e-mail ontvangen. Deze is geregistreerd onder nummer 13/21551 en in behandeling bij het team Veiligheid. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord op uw schrijven. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 140521 en via info@gemeentewesterveld.nl. In verband met de vrijdagsluiting in de even weken adviseren we u op onze website te kijken voor de openingstijden. Deze brief komt uit een geautomatiseerd systeem en is daarom niet ondertekend.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders N.L.J.J. Dusink , secretaris en H. Jager, burgemeester

Op 18 maart 2014 stuurde de redactie van het Dievers Archief het volgende herinneringsbericht naar de leden van het Team Veiligheid.

Op 22 oktober meldde u mij dat u ‘zo spoedig mogelijk’ op mijn e-mail bericht zou reageren. Tot op de dag van vandaag heb ik u antwoord nog niet ontvangen. Ik verneem graag alsnog ‘zo gezwind mogelijk’ uw ambtelijke reactie. Ter informatie wil ik u graag verwijzen naar:
htttp://www.dieversarchief.nl/u-ontvangt-zo-spoedig-mogelijk-antwoord/
en naar:
http://www.dieversarchief.nl/gevolgen-vergroten-aanrijdtijden-van-brandbluswagens/
Met vriendelijke groet.

Posted in Braandwièr, Gemientebestuur | Leave a comment

Dr. Pol was op 10 maart 2017 op de tillevisie

In het onvolprezen huis-aan-huisblad Da’s Mooi van 7 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvliet en Deever.

Dr. Pol op 10 maart op tv
Diever.
Het nieuwe seizoen programma’s van The Incredible Dr. Pol op National Geograhic start met een speciale aflevering waar zijn bezoek aan Nederland is te zien.
De 73-jarige in Amerika woonachtige veearts Jan Harm Pol, geboren in Wateren, kwam in september naar Nederland voor opnames van een jubileumuitzending van zijn realityserie.
Zo liep hij mee met Nederlandse veeartsen en bracht hij een bezoekje aan zijn oude universiteit in Utrecht.
Ook bezocht hij Wateren, het dorp waar hij is opgegroeid, en zijn middelbare school in Diever.
Deze activiteiten zijn op vrijdag 10 maart om 22.00 uur te zien op National Geographic.


In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 1 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvlied en Deever.

Dr. Pol goes Dutch
Wateren
Het bezoek dat dr. Jan Pol, bekend van de tv-serie ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic, vorig jaar bracht aan zijn geboortegrond in de gemeente Westenveld, wordt op vrijdag 10 maart uitgezonden.
In de uitzending, die om 22.00 uur te zien is op National Geographic, bezoekt dr. Pol het dorp Wateren, waar hij is opgegroeid. Verder is zijn bezoek aan de eendenvijver in Diever te zien in ‘dr. Pol goes Dutch’.
Na de Nederlandse aflevering begint het nieuwe seizoen van ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic. Het belooft weer een seizoen vol avonturen in de kliniek van dr. Pol te worden.


Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al in enige berichten aandacht besteed aan Jan Harm Pol. Zie de berichten:
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n;
Een paar foto’s van Jan Harm Pol op Woater’n;
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n.
Wellicht is de op 10 maart 2017 uitgezonden aflevering nog een keer via een soort van ‘uitzending gemist’ te zien.
Maar niet getreurd, wie dr. Jan Harm Pol met eigen ogen wil zien en eigen oren wil horen, die kan op zaterdag 7 oktober 2017 terecht bij zijn theatercollege in theater en congrescentrum Orpheus in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de Deeverse bos, Dr. Pol, Jan Haarm Pol, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Ut oorlogsgraf van Antonius en Jozeph Janssens

De Duitse bezetter gijzelde op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde en bij de familie Harm Kuiper op Kalteren ondergebrachte broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de Nederlandse gegijzelden op het marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan; op deze plek staat heden ten dage een rododendronbosje. Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de gegijzelde mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.
Antonius Maria Gerardus Janssens is geboren op 26 mei 1926 in Tilburg en is op 10 april 1945 op achttienjarige leeftijd overleden in Deever. Jozef Cornelis Maria Janssens is geboren op 10 oktober 1930 te Berkel en is op 10 april 1945 op veertienjarige leeftijd overleden in Deever.
Het oorlogsgraf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee’j Deever van de twee broers wordt al lang regelmatig niet alleen onderhouden door nicht Louise Antonella Janssens, een dochter van een jongere broer van Antonius en Jozeph Janssens, maar ook door andere familieleden. Dat zal altijd een emotionele gebeurtenis blijven.
Op woensdag 19 september 2018 hebben mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens en haar man het graf weer verzorgd en voorzien van nieuwe planten en ook van twee tuinlampen, die voorzien zijn van led-lampjes, die in het donker branden op gelijkstroom uit batterijen, die worden opgeladen door middel van zonnecellen. Mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens had wel enige bedenkingen bij de levensduur van de led-verlichting.
De redactie van het Deevers Archief was die middag toevallig ook op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever en heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto (afbeelding 1) van het netjes en met veel liefde en emotie opgeknapte graf gemaakt. De redactie is mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens bijzonder erkentelijk voor haar toestemming foto’s van het oorlogsgraf van haar twee ooms in ut Deevers Archief te mogen publiceren.

Reactie van mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens van 5 mei 2019
Mijn vader, de broer van Jozeph en Antonius, kan helaas door problemen met zijn gezondheid niet altijd zelf meer het graf verzorgen. Dank aan het Deevers Archief, Historisch Diever en de inwoners voor het eren en het jaarlijks herdenken van alle gefusilleerden. Een noot voor de redactie: Mijn voornaam is niet Antonella, maar Louise. Antonella is mijn tweede voornaam. Dank.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief van 5 mei 2019
De redactie heeft de tweede foto (afbeelding 2) van het graf van de gebroeders Janssens op 30 april 2019 gemaakt. Zo te zien hebben mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens en haar echtgenoot kort daarvoor de graven weer verzorgd, wellicht met het oog op de naderende dodenherdenking op 4 mei. Deze keer hebben ze op de graven ook twee planten in passende paarse bloempotten geplaatst. Paars is een opbeurende en kalmerende kleur die is te verbinden met waarheid en wijsheid.

De redactie ontving op 21 februari 2023 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Harry Vissers
Het doet mij goed dat het graf goed wordt verzorgd. De familie is begaan met het lot van de jongens. Als het ene familielid het graf door omstandigheden niet kan verzorgen, dan staat iemand anders klaar om dat te doen. Onze ogen zijn altijd naar Diever gericht. Het is een belangrijke plaats voor de familie van de jongens.

Afbeelding 1 – © Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 15 december 2023 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – woensdag 17 mei 2023 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 5 – © Ut Deevers Archief – dinsdag 14 maart 2023 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 6 – © Ut Deevers Archief – donderdag 22 april 2021 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 7 – © Ut Deevers Archief – maandag 8 juni 2020 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 8 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2019 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 9 – © Ut Deevers Archief – woensdag 6 november 2019 – Alle rechten voorbehouden.
Tijdens de hittegolf in de zomer van 2019 waren alle planten op het graf bij gebrek aan water gestorven.

Afbeelding 10 – © Ut Deevers Archief – dinsdag 23 april 2019 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 11 – © Ut Deevers Archief – woensdag 19 september 2018 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Kaarkhof an de Grönnegerweg, Oorlogsgraf, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

The Shakespeare Theatre Diever

In 1988 was het 300 jaar geleden dat stadhouder Willem III en zijn Engelse vrouw Maria Stuart, in Engeland werden binnengehaald als redders van het protestantisme.

In dat zo genoemde William & Mary jaar mocht de toneelvereniging Diever, die zich in Engeland The Shakespeare Theatre Diever noemde, het toneelstukje Een midzomernachtdroom van William Shakespeare op 27 en 28 juli in de Drama Studio van South Warwick College of Further Education in Stratford-upon-Avon opvoeren. Wat een eer voor the inhabitants of Diever.

Het archief van de toneelvereniging Diever is in het Drents Archief in Assen ondergebracht in de collectie Toneelvereniging Diever. In deze collectie is een foto van het aanplakbiljet van de twee voorstellingen in Stratford-upon-Avon aanwezig. De foto heeft als kenmerk DS1988021. Zie afbeelding 1.

Het toneelstukje zal in het Nederlands zijn opgevoerd, want their spectacular style of acting will be accompanied by an English commentary. En dat English commentary werd gegeven door narrator Marjan Rolden, dochter van Hendrik Jan (Henneman) Rolden en Zijntje (Sina) Bel.

Afbeelding 1 – (© Toneelvereniging Diever)

Posted in Eup’mlogtspel | Leave a comment

Awièr un Shakespeare kalender

In het weblog De Wolden (http://www.weblog-dewolden.nl) werd op 24 juli 2016 het volgende korte berichtje gepubliceerd

Kalender staat in het teken van Shakespeare
Regio – De kalender die de Historische Vereniging Gemeente Diever jaarlijks uitgeeft, staat in 2017 in het teken van het 70-jarig bestaan van de toneelvereniging Diever.
Er zijn contacten met de toneelvereniging en die zal met de historische vereniging foto’s uitzoeken voor plaatsing op de kalender.
De leden van de historische vereniging krijgen de kalender.
Mochten niet-leden de kalender ook willen, dan moeten ze zich voor 1 september melden. Aanmelden via het secretariaat van de vereniging

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het begint een merkwaardige gewoonte van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening 
uut Deever, te worden zo nu en dan eens stevig tegen De Toneelvereniging Diever (The Shakespeare Company Diever) aan te schurken.
In het jaar 2006 was het Openluchtspel het onderwerp van de zo genoemde ‘historische kalender’ van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening
uut Deever. In dat jaar was het zestig jaar geleden dat in Deever voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van ut Deevers Archief toonde toen in die 2006-kalender van de de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, historisch zeer waardevolle zwart-wit beelden uit die hele mooie beginjaren van het toneel spelen in het Openluchttheater, dat nu verworden is tot een Shakespeare-circus.
In het jaar 2017 zal die zo genoemde ‘historische kalender’ gewijd zijn aan het 70-jarig bestaan (nota bene: 71-jarig bestaan) van De Toneelvereniging Diever (The Shakespeare Company Diever).
De Toneelvereniging Diever is in 1939 opgericht door mevrouw Meiboom (echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom) en meester Stroop. In de Tweede Wereldoorlog werd de vereniging ontbonden en op 24 mei 1946 heropgericht. Op 31 augustus 1946 werd voor het eerst de Midzomernachtsdroom van Shakespeare opgevoerd, onder regie van dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema. Dus op 24 mei 2016 had het 70-jarige bestaan van de heropgerichte toneelvereniging gevierd kunnen geworden. Dat zal ook wel gebeurd zijn.
Dus in 2016 had de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundige vereniging uut Deever, weer een Shakespeare-kalender kunnen hebben uitgegeven. Hebben de ijverige goedwillende vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de de heemkunduge vurening uut Deever, in 2015 bij de keuze van het onderwerp voor de 2016-kalender zitten slapen ? En willen zij dat nu alsnog recht zetten ?
Met een gulle gift uit de ongetwijfeld boordevol gevulde geldbuidel van de bulkend rijke The Shakespeare Company Diever zou een hele mooie ‘heemkundige kalender’ in kleuren kunnen worden samengesteld.
De ijverige vrijwillige dorpskrachten van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, hoeven voor het oudere beeldmateriaal geen contact op te nemen met de The Shakespeare Company Diever, want het volledige oude archief van deze company is gelukkig enige jaren geleden overgedragen aan het Drents Archief in Assen.
De redactie toont de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag de resultaten van zijn 2006-kalender. De zeer gewaardeerde trouwe bezoeker, die belangstelling heeft voor een gratis digitale versie van de 2006-kalender, kan dit melden aan de redactie.

Abracadabra-1701
Abracadabra-1702
Abracadabra-1703
Abracadabra-1704
Abracadabra-1705
Abracadabra-1706

Abracadabra-1707

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1708Abracadabra-1709Abracadabra-1710Abracadabra-1711Abracadabra-1712Abracadabra-1713

 

 

 

 

Posted in Deever, Eup’mlogtspel, Historische kalender, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank

Op 13 juni 1888 verscheen in de krant ‘Het nieuws van den dag – kleine courant’ de hier afgebeelde advertentie over de Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank.

Meester Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos), was commissaris van de Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank. De bank was gevestigd in Amsterdam, maar had ook een bijkantoor in Villa Aurora op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos).

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvliet | Leave a comment

Brandweerpost Deever wordt gesloten

DIEVER – De brandweerpost in Diever wordt gesloten. Gisteravond heeft burgemeester Jager van Westerveld het korps op de hoogte gebracht van het besluit van het college.

Volgens de burgemeester heeft de sluiting gevolgen voor de veiligheid. De brandweer kan straks niet binnen een kwartier bij 1,6 procent van de objecten in de gemeente zijn. Daarom wil het college geld beschikbaar stellen, om de mensen die daar wonen van apparatuur te voorzien om preventieve maatregelen te nemen.

Het korps is teleurgesteld en verdrietig om het besluit, dat volgens de gemeente Westerveld niet is te voorkomen. Inmiddels is de eerste actie opgestart. Via Facebook worden inwoners van Diever opgeroepen actie te voeren voor behoud van het brandweerkorps.

Posted in Braandwièr, Gemiente Deever | Leave a comment

Deever op drift met een schijnbare maakbaarheid

De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld, tot de voorspelbare fusie met de gemeente Meppel tijdelijk gevestigd in het gerieflijke kantoortuinen- en kantoorparkencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zijn begin 2019 begonnen met de volstrekt overbodige droevige sloop van de openbare ruimte in het centrum van Deever.
In dit belastinggeldverslindende project met de naam Deever op Drift (een schaapsdreef is een schaapsdrift) mocht een groepje bewoners van het dorp Deever, helaas met nogal wat Deeversen van vrogger, een beetje tegensputteren, een beetje meebabbelen over, instemmen met en jaknikken tegen de plannen van het ingehuurde chique technische adviesbureau met de hoge uurtarieven en een werkgroep van Minder Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk. En dat alles ongetwijfeld onder het genot van een hapje, een biertje, een borreltje, een colaatje en een sigaartje. Ouwe jongens, krentewegge. Het groepje bewoners van Deever is medeplichtig geworden, is partner in crime geworden, zoals de Engelsen dat zo treffend weten uit te drukken, van het project Deever op Drift.
De redactie van het Deevers Archief kan zich volstrekt niet voorstellen wat mis is met de situatie in april 2019 bij de braandkoele ‘de Dobbe’ op de hook van de Kruusstroate en de Aachterstroate. Zie ook de bijgevoegde kleurenfoto van de braandkoele, die de redactie op 20 november 2005 heeft gemaakt
De redactie citeert hier vier beelden uit een met belastinggeld gemaakt propagandafilmpje dat het ingehuurde chique technische adviesbureau met de hoge uurtarieven heeft gemaakt van de door haar zo genoemde ‘virtual reality’ (dat is Engels en betekent schijnbare werkelijkheid, dus niet de werkelijke werkelijkheid, je wordt met een raar brilletje op je kop een oor aangenaaid waar je bij staat) van de openbare ruimte van het centrum van het dorp Deever van vóór en ná de grote sloop.
De citaten 1 en 2 tonen de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) van de werkelijke werkelijkheid in april 2019 bij de braandkoele ‘de Dobbe’ op de hook van de Kruusstroate en de Aachterstroate in Deever, dus de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) van de werkelijke werkelijkheid van vóór de grote sloop.
De citaten 3 en 4 tonen beelden van de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) op de hook van de Kruusstroate en de Aachterstroate in Deever ná de grote sloop. Van de braandkoele is een schijnbaar grote plas water gemaakt.
Als de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) van de citaten 3 en 4 wordt getoetst aan de opgeblazen, opgefokte en snorkende bedoeling van het project Deever op Drift, te weten het versterken van de vier schijnbare kernwaarden van het dorp Deever, zie het bijgevoegde citaat 5, dan concludeert de redactie het volgende:
– de braandkoele ‘de Dobbe’ heeft geen relatie met de esschen (het landschap) en de bosschen (het nationale park);
– met het slopen van de braandkoele ‘de Dobbe’ wordt het tegendeel van het benadrukken van de authentieke uitstraling bereikt;
– tussen de cultuurhistorische waarde van de braandkoele ‘de Dobbe’ en Sjakie uut Spier bestaat gelukkig geen verband;
– de braandkoele ‘de Dobbe’ heeft geen relatie met actieve recreatie, wel met passieve recreatie (terraszitters, bankzitters, eendjes voerders). Kortom de werkelijke redenen voor het grondig vernielen van de nog enige overgebleven braandkoele van Deever ontbreken volledig of zijn verborgen andere redenen.
Het is ronduit verbazingwekkend zorgwekkend hoe enige historielogen van de heemkundige vereniging uut Deever, let wel leden van de projectgroep Deever op Drift, zich wat betreft de braandkoele ‘de Dobbe’ waarschijnlijk een gigantisch oor hebben aan laten naaien door de duurbetaalde adviseurs van het ingehuurde chique technische adviesbureau en een werkgroep van Minder Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk. Want hier lag een prachtige en enige kans om de braandkoele ‘de Dobbe’ in zijn echte oude originele authentieke fraaie boerse staat te herstellen, en zo authentieke authenticiteit uit te stralen. Of hebben de heren leden van de steeds maar weer om onbetaald werk verlegen zittende Dorpskrachten vóór het slopen van de braandkoele ‘de Dobbe’ gestemd, opdat zij als vrijwillige baggeraars van de aanstaande grotere vijver in de toekomst meer werk hebben ? Of wordt braaf uitvoering gegeven aan een mogelijk verborgen agenda van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld ?

Citaat 1

Citaat 2

Citaat 3

Citaat 4

Citaat 5

Posted in Aagterstroate, Braandkoele, Deever, Kruusstroate | Leave a comment

Kopplèties van ut Deevers Archief

De redactie van ut Deevers Archief vervangt regelmatig de kopafbeelding van ut Deevers Archief.
De gebruikte kopafbeeldingen worden hier in omgekeerde volgorde van toepassing getoond.
De meest recent geplaatste kopafbeelding is boven aan het bericht te vinden.
Als je in het bezit van een mooie afbeelding uit de gemeente Deever en je acht deze geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie van ut Deevers Archief te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes.

Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt als kopafbeelding van 6 juli tot en met 14 december 2015.
De afbeelding is een uitsnede van een ansichtkaart die in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw is uitgegeven.Abracadabra-281
Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 18 januari 2015 tot en met 21 april 2015.
Tekening van …………  uit  ….. is verschenen op een ansichtkaart.Abracadabra-851Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 27 april 2014 tot en met 30 juni 2014.
Oldendieverseveld – Akkers na de oogst –
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto in het najaar van 2013 gemaakt.Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 16 maart 2014 tot en met 27 april 2014.
Oldendiever – Opkomst van de maan
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto 13 november 2008 om 18.11 uur gemaakt.Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 27 februari tot en met 16 maart 2014.
Diever – Gezicht op het hunebed D52 en de Groningerweg.Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 5 december 2013 tot en met 27 februari 2014.
Zorgvlied – Wateren – Gezicht op het Aekingerzand.Kopafbeelding
Gezicht op Diever vanaf de rand van de Noordesch.
Deze foto is gebruikt als kopafbeelding van 2 mei tot en met 7 september 2013.Kopafbeelding
Deze afbeelding is gebruikt als kopafbeelding van 20 september 2012 tot en met 2 mei 2013
Dieveren – Pentekening van Abraham de Haan is gemaakt op 3 juli 1732.Abracadabra-Kop-4Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt als kopafbeelding van 3 september 2012 tot en met 19 september 2012.
Diever – Hunebed D52
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 27 juli 2012 gemaakt.Kopafbeelding
Deze foto is afgebeeld van 23 augustus 2012 tot en met 13 september 2012.
Gezicht op Diever vanaf het Zwatte pattie.

Posted in Deevers Archief, Kopplètie | Reacties uitgeschakeld voor Kopplèties van ut Deevers Archief

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Aarfgood, Gemeente Westenveld | Leave a comment

A-junioren van v.v. Diever – Eind vijftiger jaren

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande mooie foto van zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoeker Wim Jansen (uut de Aachterstroate). Hij wist ook de namen van de spelers. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Op de foto staat het elftal van de A-junioren van de voetbalvereniging Diever (v.v. Diever).
In die tijd werd steevast gespeeld met een linksback, een stopperspil, een rechtsback, een linkshalf, een rechtshalf, een midvoor, een linksbinnen, een linksbuiten, een rechtsbinnen en een rechtsbuiten.
In die jaren werd met één reserve gespeeld.
Wim Jansen wist zich te herinneren wie de jongens op de foto zijn en wie waar speelde; zie de navolgende opsomming.
De foto is gemaakt aan het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
Het op de foto zichtbare elftal speelde zeer goed, maar werd in het seizoen dat de foto werd gemaakt geen kampioen.
Ook als een elftal geen kampioen werd, dan werd toch zo nu en dan een foto gemaakt. Deze foto is gemaakt op het gemeentelijke sportterrein bij de U.L.O.-school en de openbare lagere school. De ingang van het sportterrein bevond zich aan de Tusschendarp bij veearts Van der Eijk.
Links op de achtergrond staat het houten kleedgebouw; twee kleedhokken, twee washokken, een toilet, een hok voor de scheidsrechter en twee berghokken.
Tussen het doel en de kleedgebouw was het speelterrein van de korfbalclub O.D.I.V.A.L. (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leden) van ome Piet Zijlstra.
Het kleedgebouw werd gebruikt door v.v. Diever en door korfbalvereniging O.D.I.V.A.L.
Op de foto zijn op de bovenste rij van links naar rechts te zien:
– Hilbertus (Bertus) Noorman (overleden) (linksbinnen) (uut de Kloosterstroate);
– Wolter Smit (rechtsbinnen) (van de Deeverbrogge);
– Lambertus (Bertus) Barels (linksback) (van de Bosweg);
– Albert Klok (overleden) (midvoor) (uut Oldendeever);
– Reinder van Leeuwen (linksbuiten) (uut de Kloosterstroate);
– Corné Andree (wellicht was zijn achternaam Andreae of Andrea, wie het weet mag het zeggen) (reserve);
– Anne Nijzingh (trainer) (van de Brinkstroate);
De twee jongens in het midden zijn van links naar rechts:
– Aaldert Soer (overleden) (rechtsback) (van ’t Noord);
– Bart Buiter (linkshalf) (van bee’j de febriek);
De vier jongens op de onderste rij zijn van links naar rechts:
– Jan Kuiper (rechtsbuiten) (uut de Binnenesch);
– Geert Room (stopperspil) (van de Bosweg);
– Schelte Betten (keeper) (van de Veentiesweg);
– Willem (Wim, Wimpie) Jansen (rechtshalf) (uut de Aachterstroate).

abracadabra-560

Posted in Deever, Sport, Voetbal | Leave a comment

Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het bladzijdegrote poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de opening van een uitvaartmuseumpje in ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in Deever. Zie de bijgevoegde afbeelding van het onleesbaar gemaakte bericht.
Hier volgt een kort citaat uit het bericht.
Het gaat dan eindelijk toch gebeuren. Het lijkwagenhuisje aan de Bosweg in Deever wordt ingericht als een uitvaartmuseumpje. Het is de bedoeling dat het museum in het voorjaar van 2018 wordt geopend. Het museum is vanaf dat moment één middag per week en op afspraak toegankelijk voor het publiek.
Het voorjaar is inmiddels verstreken en bij ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in Deever is nog geen spoor van enige inrichtingsbezigheid te bekennen. De redactie leeft in de veronderstelling dat de timmerkunstenaar van de heemkundige vereniging uut Deever toch wel al een soort van fraai aankondigingsbord in elkaar had geknutseld of gekunsteld en aan de voorbaander van ut liekwaeg’nschuurtie had vastgespijkerd.
Maar dat bleek niet het geval. De redactie heeft voor alle zekerheid de foto voor bijgaande afbeelding van de voorgevel van ut liekwaeg’nschuurtie op zaterdag 16 juni 2018 gemaakt. Het was inderdaad nog in de lente. Nergens aan de gevel is te lezen dat hier een uitvaartmuseumpje is gevestigd of zal worden gevestigd. Of zou een en ander met een poster zijn aangekondigd op het groene elektriciteitskastje naast ut liekwaeg’nschuurtie en is daar inmiddels een poster van het popfestival Dauwpop 2018 overheen geplakt ?
Wat aan de op 16 juni 2018 gemaakte foto opvalt zijn de twee betekenisloze en hinderlijke betuttelpaaltjes van de voorkant van het gelijk en het ontbreken van een oud uitvaartsymbool in de bestrating van het opritje naar de voorbaander. De bestratoloog van de heemkundige vereniging uut Deever moet nog een middagje hard aan de slag om met rode of paarse stukjes straatklinker een stemmig en passend symbool in het opritje aan te brengen.
De redactie zou het niet openen van het uitvaartmuseumpje in ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in het museumloze Deever (het Oermuseum is geen museum, maar een soort van veredelde bezigheidstherapiewerkplaats) toch wel een klein rampje van de derde orde vinden, temeer omdat het mogelijk aanstaande uitvaartmuseumpje als kleinste museumpje ter wereld na opening regelrecht gaat worden vermeld in de volgende editie van het Grote Guiness Book Of Records. Echt wel.


Posted in Baander, Bosweg, Lijkwagenschuurtje, Museum | Leave a comment

Wateren – Gegevens in de webstee plaatsengids.nl

De webstee plaatsengids.nl beweert in de kop: Alles over Nederland op één site ! Da’s een mooi streven, maar slaat nergens op.
Deze webstee bevat niet alle, maar wel enige wetenswaardige gegevens over Wateren. Zo meldt de webstee dat een inwoner van Wateren in het Drents een Waoterse wordt genoemd. Dan kan dan misschien wel zo zijn, maar een inwoner van Wateren wordt in het Deeverse dialect een Woaterse genoemd.
In de gegevens wordt helaas nergens verwezen naar bronnen.
In de webstee is ook niet te vinden wie de schrijver/toevoeger/bedenker van deze gegevens is.
Wel is in de webstee een min of meer aardige foto van een zekere heer Hans van Embden opgenomen.

Posted in Webstee, Woater’n | Leave a comment

Versiering van een erfbestrating an de Binnenes

Bij een huis an de Binnenesch in Deever – het huis waar vroeger het echtpaar Geert Kuiper en Mina Godwaldt en hun kinderen woonden – hebben de huidige bewoners voor de sier een mooi fietsje met berijdster (made in China ?) met -let wel- op elke pakkiesdraeger een klein echt plantje op de erfbestrating voor het huis geplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto van dit voorwerpje op 3 oktober 2012 in het voorbijgaan gemaakt. De redactie vraagt zich wel af of dit voorwerpje nog steeds in het voorbijgaan is te bewonderen.

Posted in Binnenesch, Toevallige waarneming | Leave a comment

Roelof Santing verkoopt Shell Butagas reclamebord

De redactie van het Deevers Archief kwam op 22 juli 2014 in de webstee van Marktplaats een advertentie tegen, waarin Roelof Santing uit Wapse een gebruikt Shell Butagas reclamebord van emaille te koop aanbiedt. Voor € 49,- (klinkt beter dan € 50) en op te halen in Wapse.
Het bord is 75 cm lang en 25 cm breed. De fabrikant van het bord was de destijds welbekende fabriek Langcat in Bussum.
De redactie heeft het vermoeden dat het door de tand des tijds aangetaste bord lange tijd aan de buitenmuur van het bedrijf van Roelof Santing aan de Ten Darperweg in Wapse heeft gehangen. Wie kan dit vermoeden bevestigen ?

Posted in Bedrief, Smedereeje Santing, Ten Darperweg, Toevallige waarneming, Wapse | Leave a comment

Webstee www.drentschehoofdvaart.nl

In de regionale krant de Westervelder van 4 februari 2009 verscheen het volgende berichtje ‘Vaart ook op internet’. Bij het berichtje staat ook een foto van een zekere Henk Daleman bij de Paradijssluis in Meppel, het begin of het einde van de Drentsche Hoofdvaart.

Hij woont al tientallen jaren niet meer in Zuidwest-Drenthe. Vanwege studie en werk verliet Henk Daleman al op jonge leeftijd de ouderlijke boerderij in Dieverbrug om via verschillende tussenstations in Noord-Holland in het Gelderse Lent te belanden. Door familie en kennissen bleef hij op de hoogte van en betrokken bij de omgeving waar zijn ‘roots’ liggen.
De betrokkenheid bij het gebied waar Henk Daleman opgroeide, bracht hem enkele jaren geleden op het idee om daar iets mee te doen. Hij ontwikkelde de website www.drentschehoofdvaart.nl, een digitaal platform voor de toervaartrecreatie.
De site kan als startpunt dienen voor de voorbereiding van een vaartocht over een van de meest interessante watererfgoederen van de provincie Drenthe, de Drentsche Hoofdvaart.
Ruim een jaar later ging de website van Daleman de lucht in en sindsdien hebben al vijfduizend internetbezoekers de site bezocht. ‘Het is een informatieve website waar informatie gegeven wordt over culturele en folkloristische evenementen, musea, markten en cultuurhistorische bezienswaardigheden in de stadjes, dorpen en buurtschappen die aan of nabij de Drentsche Hoofdvaart liggen’, vertelt Daleman.
Als kleine jongen trok de Vaart hem als bijzonder aan. ‘We woonden op de boerderij in Dieverbrug, vlak bij de Drentsche Hoofdvaart. ’s Zomers gingen we vaak met schippers mee richting Havelte. Daar stapten we dan van boord om te proberen met een andere schipper terug te varen richting Dieverbrug.

Aantekeningen van de redactie ut Deevers Archief
Bij de redactie van ut Deevers Archief is niet bekend dat de ouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) een boerderij an de Deeverbrogge vlak bij de vaart hadden. De zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief worden verzocht hier duidelijkheid over te verschaffen.
De grote vragen zijn: Waar stond deze boerderij ? Was het een eigen boerderij ? Huurden ze deze boerderij ?
Wel is het zo dat de grootouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) in een boerderij naast drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufddstroate in Deever woonden. Ook is bekend dat de ouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) al vanaf het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw an de Veentiesweg in Deever woonden.

Reactie van Henk Daleman (Henkie Doaleman) van 21 december 2012
Een persoonlijke reactie.
Ik, Henk Daleman, was niet woonachtig in Dieverbrug.
Kennelijk heeft de toenmalige journalist mijn verstrekte gegevens niet correct genoteerd.
Ik ben geboren in de boerderij van mijn grootouders Hendrik Daleman en Aaltje Daleman-Noorman, aan de Hoofdstraat nr. 18 te Diever.
In het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw ben ik met mijn ouders Hendrik Daleman en Aaltje Daleman-Schieving verhuisd naar de Veentjesweg in Diever. Mijn ouders hebben nooit in een boerderij te Dieverbrug gewoond.

Posted in An de Deeverbrogge, de Voat, Webstee | Leave a comment

Gedraaide vierkante ramen in een boerderij

In de boerderij an de Heufdstroate in Deever, waar eerder de familie Bakker -wie heeft gegevens over de familie Marinus (?) Bakker ?- woonde, bevinden zich in de zijgevel aan de straatzijde drie gedraaide ramen, zo te zien zitten de kozijnen keurig in de verf en bevindt zich in de siedbaander ook een gedraaid raam, dat nota bene ook kan worden geopend. Zie de twee kleurenfoto’s. Die vier op deze manier aangebrachte ramen moeten enigst zijn in Nederland. Echt wel.
Wat ook opvalt is het mooie grote lange dubbele muuranker. Dit anker brengt blijkbaar voldoende kracht over op de constructie, want de buitenmuur staat nog steeds mooi recht.
Wel is het de eigenaar van het pand aan te raden bij de hoofdbeleidsambtenaar voor de openbare ruimte van de voorkant van het gelijk vergunning aan te vragen voor het verwijderen van het openbare groen uit het looppad bij de gevel, want wortelgroei is op den duur schadelijk voor de fundering. Echt wel. Zou funderingsschade ook het geval zijn geweest bij de netjes gerepareerde scheur onder het rechtse raam in de zijgevel ?
De reet’n doake is mooj mit grüne mos begröjt, moar so loat’n meins’n, aans verrop ie de bool.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de ramen in de zijgevel gemaakt op 3 oktober 2012 en heeft de kleurenfoto van de zijbaander gemaakt op 26 april 2018.
Ter vergelijking of juist niet ter vergelijking is op bijgevoegde ansichtkaart uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, aan de rechterkant de boerderij te zien, waarvan de drie ramen in de zijgevel en het raampje in de baander deel uitmaken.
Aan de linkerkant van de ansichtkaart was in het tweede pand met de hoge rechte voorgevel an de Heufdstroate in Deever het postkantoor gevestigd. Het pand was in Deever het enige pand met een plat dak. Het pand werd bewoond door de postkantoorhouder met zijn gezin. Wie kan de redactie van het Deevers Archief helpen met het benoemen van de bewoners van de andere panden. De foto is genomen in de richting van de Kruusstroate.


Posted in Ansigtkoate, Baander, Boerdereeje, Deever, Heufdstroate | Leave a comment

Gevolgen vergroten aanrijdtijden brandbluswagens

Op 16 oktober 2013 stuurde de redactie van het Deevers Archief bijgaand e-mail bericht met vragen over de gevolgen van het vergroten van de aanrijdtijden van brandbluswagens vanwege de voorgenomen sluiting van de brandweerpost in Diever aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken in de gemeente Westenveld.
Op 22 oktober 2013 stuurde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld een ontvangstbevestiging van het op 16 oktober 2013 verstuurde e-mail bericht. Dit bericht is hier na de tekst van het e-mail bericht opgenomen. Tot op heden hebben burgemeester en wethouders of heeft de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor Veiligheid, niet gereageerd op de vragen in het e-mail bericht. Hoe transparant is het bestuur van de gemeente Westenveld ?

Geachte heer/mevrouw,
Dit bericht is gericht aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken van de gemeente Westerveld.
Op de site van RTV-Drenthe kom ik het volgende bericht van 15-10-2013 tegen.
DIEVER – Er is geen sprake van het achterhouden van informatie over het plan om de brandweerpost van Diever te sluiten. Dat zegt een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Volgens de woordvoerder wordt niet alles openbaar gemaakt om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat terecht komen.
Vanavond wordt in de gemeenteraad van Westerveld een besluit genomen over de opheffing van het brandweerkorps. Westerveld doet dit vanwege bezuinigingen. Volgens de gemeente is de veiligheid voor het overgrote deel van inwoners gewaarborgd als de brandweerposten van Vledder, Havelte en Dwingelo de taken overnemen. Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Het zijn juist deze panden die genoemd staan in de stukken die niet naar buiten gaan.
Het brandweerkorps van Diever vindt dat de gemeente daarmee deze mensen de kans ontneemt om protest aan te tekenen. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Tijdens de commissievergadering een aantal weken geleden zei de regionale brandweercommandant van Drenthe, Fred Heerink, ook al dat het beter is om zelf maatregelen te nemen, dan te vertrouwen op een brandweerkorps in de buurt.
Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid.
Graag verneem ik wat de woordvoerder van de gemeente bedoelt met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen’.
De verzekeringsmaatschappijen baseren hun polisberekeningen op een aanrijtijd van 18 (?) minuten. Twee of drie of vijf minuten later beginnen met blussen kan tienduizenden eurootjes extra schade betekenen. Derhalve zullen de bewoners die op meer dan 18 minuten van een brandweergarage zitten, de bewoners van die (vanwege het verzekeringsaspect) bewust geheim gehouden panden zeker worden gefronteerd met hogere kosten voor hun brandverzekering, misschien worden die panden wel onverzekerbaar. Gaat de gemeente deze meerkosten en risico’s voor haar rekening nemen ? Of gaat de gemeente dat op de burger afwentelen met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun brandveiligheid te waarborgen’. De dorpsparticipatiemaatschappij ten top: zoekt u het zelf maar uit. Of gaat de gemeente de checqlist voor dat ‘zelf meer doen’ met de verzekeringsmaatschappijen ontwikkelen ? Of moet die bewoner van dat extra-risico pand dat zelf maar uitzoeken ? Of gaat de gemeente voor de panden in de risico-gebieden een eigen onderlinge-brandwaarborgvereniging oprichten ?
De verkoopwaarde van panden in risico-gebieden zal zeker ook dalen. Hebt u daar ook over nagedacht ? Hoe gaat u dat compenseren ? En waarom moet een bewoner in een risico-gebied meer aandacht besteden aan zijn eigen brandveiligheid, dan bewoners in niet-risico-gebieden ?
Graag verneem ik ook waar ik de objectieve criteria voor het bepalen van de aanrijdtijd van een brandbluswagen kan vinden. Ik neem aan dat dit publieke informatie is, of moet ik hiervoor een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur ?
Ik verneem graag uw reactie.

Ontvangstbevestiging van 22 oktober 2013 van gemeentesecretaris N.L.J.J. Dusink en burgemeester H. Jager.

Op 16 oktober 2013 hebben wij van u een e-mail ontvangen. Deze is geregistreerd onder nummer 13/21551 en in behandeling bij het team Veiligheid. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord op uw schrijven. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 140521 en via info@gemeentewesterveld.nl. In verband met de vrijdagsluiting in de even weken adviseren we u op onze website te kijken voor de openingstijden. Deze brief komt uit een geautomatiseerd systeem en is daarom niet ondertekend.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders
N.L.J.J. Dusink , secretaris en H. Jager, burgemeester

Posted in Braandwièr, Dorpskracht, Gemientebestuur | Leave a comment

Eerste diploma’s in Dieverzand – augustus 1942

In het Drentsch Dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen op 25 augustus 1942 het volgende bericht over het eerste diploma-zwemmen in het natuurbad Dieverzand aan de Bosweg in Deever.

Diever. In het zwembad Dieverzand werd voor de eerste maal examen afgenomen voor het zwemdiploma (100 meter schoolslag, 50 meter rugslag, 25 meter gekleed zwemmen, 3 maal springen of duiken van de plank).
Het diploma werd behaald door Ali Benthem, Jantje Schoemaker en Van Santen, de heeren L.W. Broer, Gerh. Koster, A. Vos, C.M. Groenewoud, J. Boesjes Sr. en de jongeheeren Jan Kamp en Jan Boesjes. 8 Candidaten werden afgewezen, terwijl eveneens 8 herexamen moeten doen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het zwembad Dieverzand werd ruim anderhalve maand na de opening in het begin van juli 1942 al voor de eerste maal het zwemexamen afgenomen.

Wie kan gegevens verschaffen over Ali Benthem ?
Jantje Schoemaker was een dochter van postkantoorhouder Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Wie weet wie mejuffrouw Van Santen was ?
Luite Wolter Broer was een zoon van zuster Broer, de zeer bekende wijkverpleegster. 
Geert Gerhardus Koster was een zoon van huisschilder Geert Koster (geboren op 4 januari 1900, overleden op 26 maart 1996) en Jantina Roelfina Boelens (geboren op 26 september 1901, overleden op 26 maart 1973). Geert Gerhardus Koster (geboren op 25 mei 1925) overleed op 24 maart 1945 in het kamp Paigerhorst bij Ludwigslust in Wöbelin in Duitsland. Zijn naam staat op het oorlogsmonument op het marktterrein in Deever.
Marechaussee Albert Vos was een zoon van bode Vossie van de Bosweg in Deever.
Cornelis Marinus Groenewoud was controleur der steunverleening bij de gemiente Deever. Hij overleed op 21 februari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg in Duitsland. Zijn naam staat op het oorlogsmonument op het marktterrein in Deever.
Jan Boesjes Sr. was de secretaris van de gemiente Deever. Hij werd geboren in 1904 in Gees, hij overleed in 1984 in Wolvega.
Jan Kamp was een zoon van de groenteboer Jochem Kamp.
Jan Boesjes was de zoon van gemeentesecretaris Jan Boesjes en Trijntje de Jong. De jongeheer Jan Boesjes werd geboren op 18 november 1929 in Deever.

 

Posted in Bosweg, Deever, Swömbad Deeverse Saand | Leave a comment

Hoofd Politieke Opsporingsdienst neemt ontslag

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 19 september 1945 stond het volgende bericht over de ontslagaanvraag van Jozef Lezer, die direct na de bevrijding in april 1945 hoofd van de Politieke Opsporingsdienst in de gemeente Diever was.

Diever. Het hoofd van den P.O.D. alhier, de heer J. Lezer, heeft als zoodanig ontslag aangevraagd. Als zijn opvolger is aangewezen de heer A. Vos alhier.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Direct na de bevrijding van de gemiente Deever op 12 april 1945 werd de in de Woaterse bos ondergedoken gezeten hebbende Jozef Lezer hoofd van de Politieke Opsporingsdienst (P.O.D.)
De Politieke Opsporingsdienst was de Nederlandse organisatie die van februari 1945 tot 1 maart 1946 verantwoordelijk was voor de opsporing en aanhouding van personen die tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) ‘fout’ waren geweest.
Albert Vos (geboren op 10 augustus 1915 in Deever, overleden op 26 januari 2005) (zoon van bode Vossie) woonde aan de Bosweg in Deever.


Posted in Alle Deeversen, Bosweg, Gemiente Deever, P.O.D., Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Dorpskrachten beheren de openbare buitenruimte

In de Meppeler Courant verschenen in 2015 een aantal terloopse maar wel opmerkelijke berichten over het onderhands uitbesteden en overdragen van het beheer van twee percelen van de openbare buitenruimte van de gemeente Westenveld aan de boermarke van Wapse en aan de boermarke van Wittelte.

In de Meppeler Courant van 10 april 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse.

Boermarke beheert voortaan buitengebied rond Wapse
Wapse
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse, ligt het komende jaar in handen van de boermarke in het dorp. Voorzitter Wessels van de boermarke en wethouder Geertsma hebben het contract ondertekend.
Volgens Geertsma is bij eerdere projecten gebleken dat door de inzet van dorpskracht, de kwaliteit van het onderhoud aan de openbare ruimte verbetert. ‘We zien dat onder meer in Vledderveen, Zorgvlied en Wapserveen, waar al geruime tijd het beheer en het onderhoud door inwoners wordt uitgevoerd. Inwoners voelen zich meer betrokken bij het onderhoud en verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving.’
Kwaliteit verhogen
Boermarke Wapse heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan de bermen, sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. De gemeente heeft een nulmeting uitgevoerd, om inzichtelijk te maken wat het huidige onderhoudsniveau is van de onderhoudsarealen in het buitengebied van Wapse. Drie keer per jaar wordt een schouw uitgevoerd om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Na één jaar wordt een evaluatiegesprek gevoerd en bekeken of het contract wordt verlengd.

In de Meppeler Courant van 22 mei 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte.

Wittelte neemt beheer en onderhoud in eigen hand
Wittelte
Boermarke Wittelte gaat de komende drie jaar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte uitvoeren. Deze week heeft wethouder Homme Geertsma het beheer en onderhoud officieel overgedragen. Boermarke Wittelte heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan bermen en sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. Ook gaan ze in eigen beheer zorgen voor compostering van het maaisel.
Westerveld voert drie keer per jaar een schouw uit om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Boermarke Wittelte is de vijfde op rij, die met inzet van dorpskracht het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in hun dorp en omgeving overneemt van de gemeente. De werktuigenvereniging Vledderveen, boermarke Wapserveen, oudejaarsvereniging Tied Zat uit Zorgvlied en boermarke Wapse gingen hun voor. Ook met de dorpsgemeenschap Geeuwenbrug wordt gesproken over een overdracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Is het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden in de gemeente Diever een levering van spullen of het verlenen van een dienst of het uitvoeren van een werk ? Het antwoord is natuurlijk het verlenen van een dienst.
Op het aanbesteden van een dienst die wordt betaald met geld van de gemeenschap (belastinggeld) is de Aanbestedingswet van toepassing, daarnaast zijn binnen de grenzen van de gemeente Diever en passend binnen het kader van de Aanbestedingswet de Algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten van de gemeente Westenveld van toepassing.
Blijkbaar is volgens de twee artikeltjes een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?) de politiek verantwoordelijke wethouder voor het juist toepassen van de Aanbestedngswet en de gemeentelijke inkoopvoorwaarden.
In de gemeentelijke inkoopvoorwaarden is het begrip dienst als volgt omschreven: de door de contractant te verrichten werkzaamheden ten behoeve van een specifieke behoefte van de gemeente, niet zijnde werken of leveringen.
De gemeente Westenveld heeft blijkbaar de behoefte het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden binnen de grenzen van de gemeente uit te besteden aan een ondernemer, die contractant wordt genoemd.
Een ondernemer van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden kan in de gemeente Westenveld blijkbaar ook een hobby-ondernemer zijn, bijvoorbeeld een boermarke, een grappenmakersvereneniging, een groepje dorpskrachten, een werktuigenvereniging. Maar dan kan een ondernemer ook een voetbalvereniging of een klootschietvereniging zijn.
En wat te denken van bijvoorbeeld reguliere kleine professionele ondernemers, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector ? Kunnen die ook letterlijk aan bod komen ?
De gemeente Westenveld heeft het oppervlak van de gemeente voor het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen blijkbaar opgedeeld in een groot aantal percelen: Wapse, Wittelte, Zorgvlied/Wateren/Oude Willem, omgeving Diever, Geeuwenbrug, Wapserveen, Havelte, Uffelte, Dieverbrug, Lhee, Lheebroek, Leggelo, Eemster, omgeving Dwingelo, omgeving Havelte, omgeving Vledder, Vledderveen, Doldersum, Frederiksoord, Darp en mogelijk andere percelen.
Het is waarschijnlijk dat – zeker omdat het bij sommige percelen om contracten met een looptijd van veelal drie jaren gaat – dat de geraamde waarde van de opdracht voor de te leveren diensten voor het totale beheer en onderhoud van de bermen, sloten en zandwegen in de gemeente Westenveld het Europese drempelbedrag van € 207.000 te boven gaat.
Zo ja, dan mag wel de zo genoemde percelenregeling worden toegepast. En dan zou het best zo kunnen zijn dat op basis van een zuivere toepassing van die zo genoemde percelenregeling de percelen Wapse, Wittelte en Zorgvlied wel onderhands mochten worden aanbesteed, maar misschien ook niet. En welke percelen zijn dan wel Europees aanbesteed of gaan Europees aanbesteed worden ?
Reguliere kleine professionele ondernemers in de gemeente Westenveld, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector, hebben bij het door de verantwoordelijke wethouder onderhands uitventen van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen aan dorpskrachten wel erg lelijk het nakijken, ze maken zo te lezen geen schijn van kans op een fatsoenlijke opdracht.
Maar niets hoeft hen te weerhouden van het stellen van kritische vragen aan een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?), de politiek verantwoordelijke wethouder van de gemeente Westenveld (waar in hemelsnaam ligt de gemeente Westenveld ?). Desnoods eerst alle gewenste gegevens opvragen via een verzoek volgens de Wet openbaarheid bestuur.
In beide artikelen is vermeld dat ook het beheer van bermen, sloten en zandpaden aan de dorpskrachten is opgedragen. Dat houdt in dat een gemeentelijke taak is overgedragen aan dorpskrachten, derhalve zal er gesneden moeten worden in de omvang van het ambtelijke apparaat. Eén 40-uurs-baan schrappen ?

Abracadabra-1643
Abracadabra-1644

Posted in Boermarke, Gemiente Deever, Gemientebestuur, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Vacature Schoolonderwijzer, Koster en Voorzanger

Op bladzijde 120 van het Aanhangsel Schoolberigten behorende bij het tijdschrift ‘Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland’, uitgave Oogstmaand 1810 verscheen het navolgende bericht.

Diever. Door den vrijwilligen afstand van Jacob Hagedoorn, zijn de posten van Schoolonderwijzer, Koster en Voorzanger  bij de Hervormde Gemeente alhier, vacant geworden.
De Sollicitanten moeten voorzien zijn met eene Acte van Algemeene Toelating, ten minste van den derden Rang, en worden uitgenoodigd, om voor den 1. van Herfstmaand aanstaande, zich met hunne Getuigschriften bij Roelof R. Seinen, te Diever, aan te geven.
Het jaarlijks inkomen mag min of meer op f. 340 geschat worden.
Hoofd District, mr. J. Tonckens.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Denk niet dat het gaat om drie afzonderlijke posten waarin door drie personen moest worden voorzien, nee, één persoon moest de drie genoemde functies vervullen.
De lagere school was toen uiteraard nog gevestigd in de kerk aan de brink van Deever.
In de boerderij annex café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever was in één van de twee voorkamers de gemeentekamer, zeg maar even voor gemak het gemeentehuis, gevestigd, hier hield de burgemeester kantoor, hier was ook het gemeente-archief ondergebracht.

Posted in Cafe-Logement Roelof Seinen, Deever, Gemiente Deever, Gemientehuus, Kaarke an de brink, Onderwies | Leave a comment

Grafsteen van mr. Lodewijk Guillaume Verwer

Op het door de Friese ondernemer mr. Lodewijk Guillaume Verwer mogelijk gemaakte kerkhofje voor mensen van de rooms katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) ligt mr. Lodewijk Guillaume Verwer zelf ook gegraven. Zo te zien worden de letters op de grafsteen zo nu en dan opnieuw geverfd.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Kaarkhof de Monden, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvliet | Leave a comment

Aanlegplaats en Kantoor der D.S.M. te Dieverbrug

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van de webstee van ut Deevers Archief graag meegenieten van aanwinsten in zijn verzameling ansichtkaarten. Slechts enkele verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever zullen bijgaande ansichtkaart in hun albumpje hebben.
Het gaat in dit geval niet zozeer om de fraaie sfeervolle opname van de aanlegplaats van de stoomboot bij en het kantoor van de Drentsche Stoomboot Maatschappij in het café-logement van Sjoert Benthem, waarbij Sjoert Benthem, met wit overhemd, links naast de stoomboot zit, dan wel om de twee afzenders van deze kaart.
Neef en nicht, Sjoert Benthem en echtgenoote, verstuurden deze eigen ansichtkaart op 2 januari 1907 aan den heer Johan Jacob Pieter Merk, Agent van Politie, Korte Lijdsche Dwarsstraat 25 in Amsterdam.
Johan Jacob Pieter Merk was een neef van Griet Merk, de vrouw van Sjoert Benthem. Sjoert Benthem moet deze kaart geschreven hebben en wel in een redelijk handschrift, met inkt en kroontjespen, in de schrijfstijl uit die tijd.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Boek An de Brogge, Café Sjoert Benthem, D.S.M., de Voat, Löswal | Leave a comment