Author Archives: Deevers Archief

Jonge wagters sleup’m in tent’n aagter Ut Witte Huus

De katholieke jeugdbeweging De Jonge Wacht voor jongens in de leeftijd van 12 tot 17 jaren had in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw een zo genoemd ‘buitencentrum’ op Zorgvliet. Het is te hopen dat … Continue reading

Posted in Ansigtkoate, Kattelieke Kaarke | Leave a comment

Un skier Deevers akwarellegie van Bert Elmendorp

De redactie van Ut Deevers Archief toont in Ut Deevers Archief bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan zijn zeer gewaardeerde bezoekers. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen in Ut Deevers Archief worden getoond, hoe liever het de redactie is.

Op bijgaand afgebeelde prachtige waterverftekening is de gemeentelijke toren en het gebouw van de hervormde kerkgemeente an de brink van Deever te zien. De redactie kreeg deze originele aquarel tot zijn grote verrassing onlangs aangeboden van de heer Gert Fischer (de echte naam is bij de redactie bekend): “Ik heb de ingelijste aquarel in een kringloopwinkel gekocht. Als het iets voor Ut Deevers Archief is, dan mag je het hebben.” De redactie heeft het aanbod uiteraard geaccepteerd. De redactie is de heer Gert Fischer bijzonder erkentelijk voor het afstaan van dit mooie stuk Deevers kuunst.

Bert Elmendorp is de maker van de hier afgebeelde waterverftekening, hij signeerde zijn tekeningen met ‘elm’. Hij heeft deze tekening waarschijnlijk in 1994 gemaakt. De redactie heeft in de openbare bronnen geen enkel gegeven van hem gevonden. Toch wel een beetje merkwaardig. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie wel gegevens van Bert Elmendorp verstrekken ? Wie heeft Bert Elmendorp gekend ? Heeft hij in Deever gewoond ? Is Bert Elmendorp begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever ? Was hij getrouwd ? Had hij kinderen ? Zo ja, waar zijn zijn kinderen gebleven ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief is in het bezit van een tekening van Bert Elmendorp ?

De waterverftekening is ingelijst. De lijst is van aluminium. De waterverftekening is aan de voorkant beschermd met een glasplaatje. De waterverftekening is aan de achterkant beschermd met een plaatje van bordkarton. Op het bordkarton is een stuk papier geplakt, met daarop een dankbetuiging aan een onderwijzer in het voortgezet onderwijs in Deever. Zie afbeelding 2.
Welke onderwijzer of onderwijzeres is hier bedoeld ? Vertrok de onderwijzer of de onderwijzeres naar een andere school ? Of ging de onderwijzer of de onderwijzeres met pensioen ?
Wethouder H.C. Werring-Smits en burgemeester drs. G.J.M. Cox boden de waterverftekening namens de gemeente aan.

De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de toren van de gemeente, het kerkgebouw van de hervormde gemeente en woning en smederij van Klaas Kleine, zoals deze zijn te zien op het hier afgebeelde waterverfschilderijtje.


Afbeelding 2

Posted in Aquarelle, Bert Elmendorp, Kuunst, Wèètervaarfskildereje | Leave a comment

Geert Dekker gunk mit de liekwaèg’n ok hen Grönning

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 92 een afbeelding van het boerderijtje van Geert Dekker te zien. Onder de afgebeelde foto op bladzijde 92 en op bladzijde 93 staat de volgende tekst.

Woning van Geert Dekker
Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boerderijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner, Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet bij groot en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever? Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of “de Smorre” genoemd) en z’n oomzegger Geert Dekker,  zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om haar huisje kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij Koninklijk onderscheiden.
Landlopers, zwervers en dergelijke lieden werden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in l9l2 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelfs reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin op “’t Bultien”.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1963 overleed hij na een kort ziekbed in een verpleeghuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het te slopen.

Geert Dekker
Tallozen heeft hij uitgeluid
Weinigen hebben hem uitgeleid.

Aantekeningen van de redactie van Ut Deevers Archief
De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van het boerderijtje van Geert Dekker toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1 – Afbeelding van een foto van het boerderijtje van Geert Dekker an de Heufdstroate in Deever met bijbehorende tekst op de bladzijden 92 en 93 van het fotoboekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld.
Afbeelding 2
Woning van Geert Dekker, adres Heufdstroate 48 in Deever. De hier afgebeelde foto is gemaakt op 24 maart 1964, ruim een jaar na het overlijden van Geert Dekker. De naam van de maker van de hier afgebeelde foto is niet bekend. De hier afgebeelde foto (met kenmerk MZ10701070704) is aanwezig in de Collectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen.

Posted in Boerdereeje, Dorpsfiguur, Geert Dekker | Leave a comment

Ut boerdereegie van Henduk Grupp’m is offebraant

An de Heufdstroate in Deever op de hoek van het smalle straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand. Bij de brand kwamen een paard en drie varkens om het leven. De boom naast het boerderijtje zal ook wel zijn afgebrand. Het boerderijtje is niet weer opgebouwd. Op de plek van het boerderijtje is een grasveldje en zijn enige parkeerplaatsen voor auto’s ingericht, bovendien is het smalle straatje helaas verbreed.

Het brandweerrapport, dat ná 21 juni 1946 is opgesteld, vermeldt:
Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de brink van Deever of de braandkoele an de Peperstroate ?) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van de familie Hendrik Gruppen. De redactie wil bijzonder graag in contact komen met nazaten van Hendrik Gruppen. De redactie is op zoek naar foto’s van het boerderijtje van Hendrik Gruppen, die vóór 21 juni 1946 zijn gemaakt.

De hier afgebeelde foto uit 1937 toont verloren gegaan bijzonder erfgoed, te weten het boerderijtje van Hendrik Gruppen, de fraaie bestrating van veldkeitjes bij het boerderijtje en de omheinde kerkhof. Op de hier afgebeelde foto is een vervallen kerkgebouw met de omheinde hof van de kaarke – ook wel kaarketuun genoemd – en pas geplante armzalige uitziende boompjes. Op de hier afgebeelde foto is de brink van Deever niet te zien.

Op de hier afgebeelde foto is het pas gebouwde hotel-café Brinkzicht van de in de Tweede Wereldoorlog zeer berucht geworden N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma en zijn echtgenote Gezina Smit is nog net achter het kerkgebouw te zien.

De redactie vindt het volkomen terecht dat de hier getoonde afbeelding is opgenomen op bladzijde 439 van het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

De redactie zal te gelegener tijd een kleurenfoto van de huidige situatie toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1- De hier afgebeelde foto is op 19 februari 1937 gepubliceerd in het geïllustreerde tijdschrift ‘Het Noorden in Woord en Beeld’, jaargang 12, 1936-1937, nummer 49.

Posted in Boerdereeje, Braandkoele, Kaarke an de brink, Toor'n an de brink | Leave a comment

Bee ut keutereegie van ‘de Flitter’ an de Heufdstroate

H. ten Brink in Meppel is de uitgever van bijgaand afgebeelde ingekleurde ansichtkaart. De kaart is in 1906 uitgegeven. De kaart heeft als kenmerk 211/2988. De kaart is gemerkt met SSB (betekenis ??). De redactie van Ut Deevers Archief beschouwt deze ingekleurde ansichtkaart als een echt Deevers fotografisch topstuk van grote culturele waarde, als een fotografisch erfstuk.

In 1906 werd het keuterijtje aan de linkerkant van de afbeelding bewoond door de familie Albert Fledderus (eerder Flederus). Albert Fledderus is geboren op 27 januari 1836 in Deever. Hij is overleden op 20 februari 1918. Hij trouwde op 25 juli 1874 in Nijeveen met Margje Timmerman. Zij is geboren op 14 december 1842 in Nijeveen. Zij is overleden op 12 februari 1917 in Wittelte. Volgens Arend Mulder werd Albert Fledderus  ‘de Flitter’ genoemd, wellicht omdat hij een klein mager schraal mannetje was. De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van de familie Albert Fledderus.

De redactie herinnert zich uit zijn jeugd in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw, dat het boerderijtje toen werd bewoond door het echtpaar Jan Krol en Vrouwgje Bakker. Jan Krol is geboren op 27 januari 1884 in Deever. Hij is overleden op 16 oktober 1968 in Deever. Hij trouwde op 11 mei 1912 in Deever met Vrouwgje Bakker. Vrouwgje Bakker is geboren op 23 april 1884 in Deever. Zij is overleden op 7 december 1968 in De Wijk. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. De redactie herinnert zich dat Jan Krol één van de bekende Deeverse jagers was.

Helemaal aan de linkerkant van de afbeelding is nog net een stukje van de boerderij van Roelof Wesseling te zien. In deze boerderij was in het voorhuis een café gevestigd.

Achter het keuterijtje aan de linkerkant is de in 1903 gebouwde boerderij van Jan Mulder (Jan Boatie, alle Mulders in Deever hadden een bijnaam) en Roelofje Tissingh te zien. Jan Mulder is geboren op 6 augustus 1874 in Deever. Hij is overleden op 15 maart 1945. Hij trouwde op 5 juni 1903 in Deever met Roelofje Tissingh uit Ruinen. Zij is geboren in 1882 in Ruinen. Zij is overleden op 25 januari 1968 in Deever.

In de achtergrond is de woning van kleermaker Roelof van Kampen te zien. Roelof van Kampen is geboren op 24 september 1863. Hij is overleden op 21 mei 1933 in Deever. Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

Aan de rechterkant aagter de glint’n is de boerderij van Roelof Seinen te zien. In het voorhuis was in de rechter voorkamer een café gevestigd, in de linker voorkamer was het gemeentehuis gevestigd. Roelof Seinen was ook logementhouder, hij verhuurde slaapkamers boven de twee voorkamers.

Bijgaand afgebeelde ansichtkaart is ook gepubliceerd op bladzijde 86 van het boekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld van Arend Mulder.

De redactie betreurt het ten zeerste dat het hier afgebeelde topstuk niet is opgenomen in het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

De redactie zal aan de hier getoonde kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van het dorpsbeeld uit 1906 een beter passende kleurenfoto toevoegen.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – Maandag 3 september 2018 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Ansigtkoate, Ansigtkoate uut 1906, Heufdstroate, Topstuk | Leave a comment

Ut neeje kaarkhof op de Baargakkers bee Deever

In het Verslag van den Gouverneur en Gedeputeerde Staten van Drenthe, dat in nummer 55 van de Drentsche Courant van Dinsdag den 12 Julij 1842 werd gepubliceerd, stond het volgende korte bericht over de aanleg van een nieuwe burgerlijke begraafplaats … Continue reading

Posted in Gemiente Deever, Kaarke an de brink, Kaarkhof an de Grönnegerweg | Leave a comment

Wie hef un foto van de toor’n in ut eup’mlogttheater ?

De redactie van Ut Deevers Archief vond onlangs bij het digitaliseren van een van de laatste ordners met Deeverse paperassen bijgaand afgebeelde brief van Thomas Kannegieter. De redactie heeft deze brief van hem ontvangen in de periode 1999-2007, toen hij bij veel in heel het land verspreid wonende Deeversen actief publiceerbaar historisch materiaal acquireerde voor en nog mocht meewerken aan de samenstelling van een kwalitatief en kwantitatief zo hoogwaardig mogelijk papieren blad Opraekelen van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie wil deze brief uiteraard niet onthouden aan de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief. 

De inspiciënt werkt achter de schermen bij de uitvoering van het openluchtspel. Hij is mede verantwoordelijk voor de praktische en technische uitvoering van de uitvoering, zoals het klaarzetten van decor en rekwisieten, het regelen van licht en geluid, en het coördineren van veranderingen tijdens de voorstelling. Hij zorgt mede dat alles technisch en logistiek soepel verloopt, van repetitie tot de uiteindelijke voorstelling.

Thomas Kannegieter was inspiciënt voor het mede regelen van het licht en het geluid in vier opeenvolgende jaren: 1953, 1954, 1955 en 1956, respectievelijk bij de openluchtspelen All’s Well That Ends Well, The Tragedy Of King Lear, A Midsummer Night’s Dream en The Taming Of The Shrew. Voorwaar een zeer te waarderen prestatie !

In de bijgaand afgebeelde aandoenlijke brief beschrijft hij het pionieren in de toren voor licht en geluid in de beginjaren van het openluchttheater an de Heezeresch bee Deever. Voorwaar een zeer te waarderen prestatie ! Hendrik Jan (Henneman) Rolden was in die jaren verantwoordelijk voor het elektrische installatiewerk in het openluchttheater. Voorwaar een zeer te waarderen prestatie ! .

De redactie is op zoek naar een oude foto of oude foto’s, waarop ‘de toren’ in het openluchttheater is te zien. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een goede scherpe scan van ‘de toren’.

De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van Thomas Kannegieter, maar heeft helaas nog niet veel over hem kunnen vinden. Thomas Kannegieter is geboren op .. augustus 1933. Hij is een zoon van Willem Kannegieter en Derkje Hoogeveen. Leeft Thomas Kannegieter nog ? Als hij nog leeft, dan is hij anno december 2025 dus 92 jaren oud. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief  heeft andere gegevens van hem ? Hij is wel te zien op een schoolfoto uit 1946. De kinderen op die foto zijn geboren tussen 1932 en 1940.

De toren
Het gebeuren in deze toren bestond uit de volgende onderdelen:
1.
Een intercom-apparaat waarmee contact werd gelegd tussen regisseur en kleedkamer en soufleurkelder en een viertal lichtpunten, welke bemand waren (achter en linkerzijde).
2.
Een bandrecorder, waarop toneelmuziek en soms geluiden op de achtergrond via speakers ten gehore werden gebracht. De regisseur bediende deze en soms ondergetekende (links).
3.
De centrale schakelaar, waarmee alle verlichting in- en uitgeschakeld werd en werd bediend door de regisseur en soms door ondergetekende (links).
4.
In het midden was een schuin plateau geplaatst met 24 schakelaars erop, waarmee het zaallicht, licht bij de ingang en achter het podium en alle belichtingspunten voor het podium werden bediend door ondergetekende, die continu het tekstboek volgde, waarin lichtschema’s en aanwijzingen voor het afdraaien van muziek en geluid waren opgenomen.
5.
Een transformator om de verlichting te dimmen of op te laten komen, welke door iemand in de rechterhoek werd bediend via aanwijzingen in het boek.
6.
Drie lichtbakken boven het midden, waarvan de kleurschijven handmatig werden bediend, zowel door de regisseur als door ondergetekende.
7.
Drie lichtbakken in de boom rechts op het podium (op de heuvel), welke via gespannen draden door een buis, door de persoon rechts in de toren; de kleurschijven werden bediend ook weer volgens lichtschema’s in het boek.

Thomas Kannegieter


Posted in Alle Deeversen, Eup'mlogttheater, Eup’mlogtspel | Leave a comment

Un olde ansigtkoate van de rooms kattelieke pasterie

De redactie van Ut Deevers Archief is sinds kort, eind 2025, in het bezit van een goede scan van de voor- en achterkant van een zwart-wit ansichtkaart van het zo genoemde Witte Huis op Zorgvliet. De redactie wil de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief uiteraard en afbeelding van deze prachtige ansichtkaart niet onthouden. Het is wel enigszins jammer dat de rechterkant van het Witte Huis niet helemáál is te zien. Zie de afbeeldingen 1 en 2.

In 1919 heeft de familie Verwer dit huis, dat direct links naast de rooms katholieke kerk op Zorgvliet stond, in eigendom overgedragen aan de Sint Andreas parochie. Het Witte Huis werd toen in gebruik genomen als pastorie, dus als woning voor meneer pastoor.

Dus de hier afgebeelde ansichtkaart moet in of ná 1919 zijn uitgegeven. Helaas is de postzegel op de ansichtkaart niet meer aanwezig, daarmee is de informatie van het poststempel, met name de datum van verzending, verloren gegaan. De redactie vraagt zich af of de toen al meer dan 65-jarige fotograaf Hans Kuiper uit Noordwolde de maker van de foto voor en de uitgever van de hier afgebeelde ansichtkaart kan zijn geweest.

De afzender van de ansichtkaart is pastoor M.D.N.J. Eppings, de bewoner van het Witte Huis. Hij is te zien op een foto die gemaakt is tijdens de bouw van de nieuwe rooms katholieke kerk in 1924, hij is de in het zwart geklede man. De redactie is nog op zoek naar enige gegevens van pastoor M.D.N.J. Eppings.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Ansigtkoate, Kattelieke Kaarke, Sint Andreasparochie, Witte Huis, Zorgvliet | Leave a comment

Un Lemster broene tiekening van Johannes Minderaa

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag getekende beelden van onderwerpen uut de gemiente Deever. De redactie kreeg van een oude bekende uut Deever een Deever-souvenir in de vorm van een tegel (van het fabrikaat Sphinx uit Maastricht) met daarop de bijgaande in de kleur ‘Lemster bruin’ aangebrachte tekening van het kerkgebouw en de gemeentelijke toren aan de brink en de dikke stien op de brink van Deever.
De tekening is in 1975 gemaakt door Johannes Minderaa. Hij heeft deze tekening – voor zover de redactie dit heeft na kunnen gaan – niet van een Deeverse ansichtkaart overgetekend. Wellicht wel van een foto, de redactie zou in dat geval graag in het bezit willen komen van een scherpe scan van die foto. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een jpg-bestand van die foto ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoeker van Ut Deevers Archief weet wie in het bezit is van de originele tekening van Johannes Minderaa uit 1975 ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief heeft gegevens over Johannes Minderaa.
De grote vraag aan de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief is: wanneer en waar was deze tegel in Deever te koop ? Bee Jan Brogg’n (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever misschien ? Of bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever ?
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 oktober 2019. De redactie zal te gelegener tijd een meer op de tekening lijkende kleurenfoto toevoegen aan dit bericht.

Afbeelding 1 – Johannes Minderaa heeft deze tekening in 1975 gemaakt.
Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – 29 oktober 2019 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Deeverse prullaria, Johannes Minderaa, Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening, Toor'n an de brink | Leave a comment

De kattelieke kaarke aagter ut struweel

De bijgaand afgebeelde fraaie zwart-wit foto van de rooms-katholieke Sint Andreas kerk van de Sint Andreasparochie op Zorgvliet, verscholen achter het dichte struweel, zou volgens zeggen omstreeks 1935 zijn gemaakt. De maker van deze foto is helaas niet bekend.
Let vooral op de vier draden, die te zien zijn aan de bovenkant van de afbeelding. Zijn dit draden voor het transporteren van elektronen ? Als dit zo is, dan moet de hier afgebeelde foto na het einde van 1962 zijn gemaakt. Pas eind 1962 werden Zorgvliet, Woater’n en de Olde Willem aangesloten op het elektriciteitsnet. Welke Zorgvlieter, Zorgvlietenaar of Zorgvliet-kenner kan de hier afgebeelde fraaie zwart-wit foto wel goed dateren ?
De hier afgebeelde foto kwam bij de Stichting Dorpsarchief Oldeberkoop te voorschijn uit een stapel foto’s, die de stichting te leen had gekregen om deze te kunnen scannen. Hans Salverda kreeg van zijn contactpersoon bij de Stichting Dorpsarchief Oldeberkoop een scan (jpg-bestand) van deze foto, die hij de redactie welwillend ter beschikking stelde voor publicatie in Ut Deevers Archief. De redactie is Hans Salverda bijzonder erkentelijk voor dit gebaar.

Posted in Kattelieke Kaarke, Sint Andreasparochie, Zorgvliet | Leave a comment

Kuunstmoatig vustaand van Ut Deevers Archief

In de website google.com bestaat de mogelijkheid in de zogenaamde artificial-intelligence modus (AI-modus) (kunstmatige verstand stand) voor een combinatie van trefwoorden te zoeken naar gegevens. De AI-modus van google.com leverde op 5 december 2025 voor de trefwoorden Deevers en Archief de volgende gegevens op.

Deevers Archief verwijst naar Ut Deevers Archief, een specifieke, lokale website die zich richt op de geschiedenis van de voormalige gemeente Diever en de omgeving in Drenthe, Nederland.

De website fungeert als een online verzameling van historische informatie, foto’s, verhalen en documenten met betrekking tot de lokale gemeenschap. De inhoud wordt beheerd door een redactie die voortdurend berichten over het verleden en heden van de streek verzamelt, ordent en publiceert.

Bezoekers kunnen op de site onder andere informatie vinden over:
– plaatselijke geschiedenis, zoals de Tweede Wereldoorlog in Diever;
– biografieën van vooraanstaande personen uit de streek;
– details over lokale gebruiken en publicaties.

Het is dus geen nationaal of algemeen archief, maar een initiatief dat specifiek gericht is op de cultuurhistorische rijkdom van de gemeente Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
AI-reacties van google.com kunnen fouten bevatten.
De hier weergegeven bij lange na niet bevredigende AI-reactie d.d. 5 december 2025 bevat inderdaad fouten.
Ut Deevers Archief richt zich uitsluitend op de geschiedenis binnen de grenzen van de voormalige gemiente Deever en richt zich dus niet op de omgeving buiten de grenzen van de voormalige gemiente Deever.
Ut Deevers Archief richt zich op de geschiedenis binnen de grenzen van de voormalige gemiente Deever, uiteraard met inbegrip van de cultuurgeschiedenis binnen de grenzen van de voormalige gemiente Deever.
Te gelegener tijd zal de redactie de AI-modus van google.com opnieuw raadplegen, teneinde in de tekst mogelijke verschillen te kunnen onderscheiden en mogelijke verbeteringen vast te kunnen stellen.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Mit de strik umme hen de daansles bee Klaas Doorten

In de zestiger jaren van de vorige eeuw – net vóór de tijd van de lange haren en in de muziek van de Rolling Stones en de Beatles – gingen de meeste jongens nog keurig in het pak met stropdas om op een doordeweekse avond naar dansles in de zaal van het café van Klaas Doorten en Alberdine Slagter an de Kruusstroate in Deever.
De redactie van ut Deevers Archief heeft het vermoeden dat de hier afgebeelde zwart-wit foto in 1963 of 1964 is gemaakt. In dat jaar gingen nogal wat meer meisjes dan jongens naar dansles.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet de foto preciezer te dateren ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie ontbrekende gegevens van de jongens en de meisjes op de foto verstrekken ?

De redactie ontving op 8 november 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie in ut Deevers van Hilbert Schieving
Nummer dreie van de foto van de daansles bee Klaas Doort’n is Vrouwkje Hoekstra (vrogger Froukje daagt ik).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De redactie weet wel zeker dat het meisje (nummer 3) Thea Diever is.


Op de foto zijn de volgende personen te zien.

1.  Iet (Ietje) Vos
Zij is geboren in 1950.
Zij woont in Deever.

2.  Wie ?
Deze persoon is nog niet herkend.

3.  Thea Diever
Zuster van Jannie Diever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

4.  Abel Jan Koopman
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

5.  Wie ? Froukje (Vroukje ?) Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

6.  Wie ? Froukje (Vroukje ?) Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

7.  Zwaantje Monsieur
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

8.  Aaltje Berends
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

9.  Wie ? Froukje (Vroukje ?) Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

10.  Dirkje Buiter
Zij is geboren in 1949.
Zij woont op de Smilde.

11.  Greetje Dekker
Zij is geboren in 1950.
Zij is getrouwd met Teun (Teuni) Daleman.
Zij woont in Deever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

12.  Karel Kragt
Hij was de dansleraar uit Noordwolde.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

13.  Albert Jan Boerhof
Hij woont in Deever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

14.  Henk van der Molen
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

15.  Janna Grit
Zij is een dochter van Albertus Grit en Jantien Greveling.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

16.  Jans Roelof Tabak
Hij is geboren op 26 juli 1949. Hij is overleden op 20 november 2019.
Zie het overlijdensbericht.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

17.  Wie ?
Deze jongeman is nog niet herkend.

18.  Hendrikje (Hennie) Buiter
Zij is geboren in 1948 in Deever.
Zij is overleden.

19.  Geesje Tissingh
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

20.  Hilbert (Hippie) Schieving
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

21.  Wie ? Froukje Hoekstra of ……. Tiemes ?
Deze persoon is nog niet herkend.

22.  Hendrik (Henk, Henkie) Andreae
Hij is een zoon van Albert Andreae en Jantje Oost van ut Kastiel.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem.

23.  Hennie de Lange
Zij is een dochter van caféhouder Willem de Lange en Wilhelmina Waanders.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van haar.

24.  Koob Doorten
Hij is overleden.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

Posted in Alle Deeversen, Café Centrum, Cultuur | Leave a comment

Ansigtkoate uut 1934 van de Deeverse bosschen

Neringdoende Jacoba Hessels, de weduwe van Johannes Vos uut Deever, had heel goed door dat vanwege het opkomende Berkenheuvel-boswandelingen-toerisme na 1925 best een beetje geld was te verdienen met de verkoop van ansichtkaarten met een bosgezicht. Zij verkocht uiteraard ook ansichtkaarten met afbeeldingen van Deeverse dorpsgezichten.
Het valt uiteraard niet te bewijzen dat de foto voor de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart daadwerkelijk in de Deeverse bosschen is genomen. Uitgevers sjoemelden nogal eens met de titel van een ansichtkaart.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief beschikt over gegevens van uitgeverij Lara ?

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Ansigtkoate, Bosgesigte, de Deeverse bos | Leave a comment

Un joar rond in ut kaamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

De heer Frans Bakkers stuurde op 2 januari 2022 zijn lange en gedetailleerde verhaal over zijn verblijf van een jaar in de periode augustus 1965 tot juli 1966 in jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe naar de redactie van ut Deevers Archief. Het is de eerste keer dat in ut Deevers Archief zo’n uitgebreid en gedetailleerd verhaal is opgenomen. De redactie is de heer Frans Bakkers bijzonder erkentelijk voor het mogen publiceren van zijn ‘boekje’.

Thuis
Zesde klas lagere school, een saaie tijd. Streng, geen vrijheid; terwijl je toch al twaalf jaar bent. De tandartsbus voor het schoolgebouw, elke dag dat hij aanwezig was moest je over de elektriciteitskabels stappen, die er voor zorgden dat er geboord kon worden. Volgens mij vooral door pas afgestudeerden. Gezien de status van mijn huidige tanden, met onder meer tien kronen, meen ik hierover mee te kunnen praten en zelfs een oordeel te kunnen vellen. Gymnastiek bestond uit het gooien met een tennisbal, de meester deed zelf mee en kon gruwelijk hard gooien. Nog steeds ben ik er van overtuigd dat hij deze les gebruikte om ons de oren te wassen. Het spel bestond er uit om met twee personen mensen af te gooien, degene die af waren gingen de gooiers helpen, enzovoort. Die meester tevens hoofdmeester had er dus een sadistisch genoegen in om iemand dat te laten voelen. Dat laten voelen paste hij ook bij het volgende toe. Als je iets had gedaan moest je op je knieën zitten en hij sloeg je dan onverwachts keihard van achteren tegen je oren, of de zijkant van je gezicht. Het was een grote kaarsrechte man met een streng uiterlijk. Hij was onberispelijk gekleed in een grijs pak. Hij articuleerde scherp en had een messcherpe scheiding in zijn eveneens grijze haar. De naam van de school: Sint Jozef.

Het is 1965, we woonden in een klein provinciedorpje, met in de buurt een “modern” winkelcentrum. De huizen noemde men Zweedse bungalows en stonden op ruime kavels met veel plantsoenen er omheen. Vaak afgescheiden door groene ijzeren buizen met betonnen paaltjes. De woningen waren huurhuizen en eigendom van Philips, zoals bijna alles in die tijd. Ze waren vooral klein, maar dat wende, en gehorig, dat wende nooit. Zeker niet als je net als ik sliep in de kamer die grensde aan het huis van de buren. Deze buren hadden een van de eerste stereo-installaties. Enkelsteens muren tussen twee huizen, de rest was van hout. In de zomer te warm, in de winter te koud. Tot mijn zesde jaar had ik ergens anders gewoond. Het was nog steeds wennen. Vader werkte bij Philips en moeder thuis. Mijn broer was vijf jaar jonger en dus niet direct speelkameraad. Weinig vrienden, weinig speelmogelijkheden, geen speelterrein en op het grasveld mocht je niet komen. Geen andere mogelijkheden in de buurt, alleen de smalle gangen tussen de huizen bij de achtertuinen en de rijk beplante plantsoenen.
Cowboy spelen met een zo echt mogelijk holster en idem revolver. Soms zelfs een hoed en een vestje met franjes. De tv gaf cowboyfilms en Ivanhoe, toen James Bond nog ridder was. Niet te vergeten Pipo de Clown en de Verrekijker, een soort jeugdjournaal, maar dan niet actueel. Verder was ik lid van de welpen op zaterdagmiddag, in korte manchesterbroek, prikkende groene trui, afgemaakt met lange wollen sokken en een groen petje. Langzaam opgeklommen tot gids van het grijze nest. Toch wel leuke middagen gehad onder leiding van de akela en haar helpsters.

Thuis was het zwaar, moeder was veel ziek en in ziekenhuizen. Weinig sfeer, gezelligheid en warmte. Geen genegenheid, wel ziekenbezoek en gezinsverzorgsters. ’s Morgens, ‘s middags en vroeg in de avond gezinsverzorgster. Geen moeder zelfs geen surrogaat moeder, soms waren ze leuk, maar meestal niet. Daarna naar het ziekenhuis achter op de brommer. Sfeerloze, witte, steriele, massale ziekenhuiszalen. Steeds maar weer, gedurende lange perioden in elk jaargetijde. Voor iedereen verschrikkelijk moeilijk. Op de eerste plaats natuurlijk voor mijn moeder. In die tijd moet de basis zijn gelegd voor de enorme hekel aan dat soort instellingen en aan het moeten van dergelijke verplichte bezoeken. Mijn pleegvader deed zijn best, maar kon nooit echte genegenheid voor mij opbrengen. Dat hij mijn pleegvader was en niet mijn natuurlijke vader vernam ik pas op vijfentwintigjarige leeftijd en dat was van een kant een pijnlijk moment, maar toch ook een niet onbegrijpelijke onthulling.

Augustus
Niet warm en niet koud met volop groen in het Drentse bos. De zon scheen niet en het was somber, eigenlijk te somber voor zo’ n toch al moeilijke dag. Juist dan is het haast onmogelijk de toekomst positief te zien. Toch zou dit de plek zijn waar ik de komende twaalf maanden zou wonen. Internaat de “Eikenhorst” te Geeuwenbrug. Sinds 1946 een internaat voor jongens in de leeftijd van tien tot veertien jaar. We waren vroeg vertrokken uit Brabant met de trein van Eindhoven naar Meppel, vandaar met de bus langs de Drentse hoofdvaart naar de eindbestemming. Tijdens deze busrit ontmoette ik de eerste groepsgenoot; Rob Malta een lange blonde jongen uit Schiedam. Hij was ook nieuw en voor het eerst op weg naar een plek die hij nog nooit gezien had. Na een korte ontvangst in het staflokaal werden we voorgesteld aan onze gidsen. Humprey, de jongen die mij rondleidde, was gek op de natuur. De nieuwsgierige vragen die ik stelde werden nauwelijks beantwoord. Hij had alleen oog voor de vrije middag die hij in deze functie cadeau kreeg. Terwijl ik wilde weten wat me te wachten stond. Wat wel en wat niet mocht. Vooral het dagelijkse leven, dat had mijn belangstelling. Zodoende verbleef ik een lange middag wanhopig in een onbekend en donker bos.

Tegen etenstijd kwamen we terug. Mijn ouders waren inmiddels vertrokken. Achteraf logisch, gezien de reisafstand van Drente naar Brabant, maar op dat moment pijnlijk zwaar. Ik was twaalf jaar en had nauwelijks iets gezien van Nederland. De dagen die ik niet bij mijn ouders had doorgebracht waren op twee handen te tellen. Nimmer had ik op één dag zover gereisd. Dus kwam Drente hard aan.” Het zal goed zijn tegen de migraine“, had de specialist gezegd…, ” en hij zal daarna de wereld beter aankunnen !”

Voordat we naar de etenszaal gingen moesten we onze handen wassen, aldus mijn gids. Via een halletje bereikten we de slaapbarak, die zijn naam eer aan deed. Zestien bedden op een zaal, ‘n geboende oude houten vloer, zes wastafels, twee toiletten, twee kamers voor de leiding en een groepslokaal met duivenkooi en ‘n oude oliekachel. Naast elk bed stond een kast voor al je spullen. Het zag er wel allemaal netjes uit, maar de privacy was voorbij. De bel klonk en via een grindpad ging het licht opwaarts naar de eetzaal. Ongeveer honderd en vijftig meter lopen en dat voortaan elke dag drie keer. Nog vaker zou ik de bel horen die luidde bij aanvang van de etenstijden, schoollessen, eigenlijk bij het begin en einde van alle activiteiten. Over het hele kampterrein klonk zijn geluid, hij gaf het levensritme aan van het internaatleven. Het was een zware koperen klok van ongeveer vijftig centimeter hoogte; opgehangen aan een dikke balk. Het luiden van de klok op momenten dat dit niet de bedoeling was betekende ‘n fikse straf. Wat een verschil tussen het hier en thuis gaan eten. Het was in ieder geval niet ongezellig. De directeur heette ons vriendelijk welkom en er waren veel starende blikken. Een rood vlaggetje moest geprikt worden op de plaats waar je vandaan kwam. Daartoe was ‘Nederland’ op zachtboard vervaardigd en aan de muur gehangen. Mijn woonplaats was Veldhoven. Een snelle blik leerde dat Amsterdam rood zag van de vlaggetjes. Rotterdam was tweede, de rest redelijk verspreid: Boskoop, Maastricht, Veendam, Den Haag, Haarlem, Utrecht, Den Bosch, enzovoort. Een van de leiders gaf de mogelijkheid aan tot gebed voor de gelovigen onder ons. Aan elke tafel zaten 8 jongens en een leider of leidster. Iedereen was hulpvaardig en het werd duidelijk dat hier met mes en vork werd gegeten. De tafel was goed gevuld en de mededeling dat we de beste kok van Nederland hadden klonk ongeloofwaardig, maar wel zeer positief ! Eten werd scheuren genoemd en had betrekking op de snelheid, maar wel met mes en vork.

De avond kende geen programma en werd daarom gevuld met het rondhangen door kleine groepjes in en rondom de barak. De bosgids beschouwde zijn werk als afgedaan. Sterker nog hij begon zonder opgaaf van reden te vechten met mij. Dit terwijl de eerste gevoelens van heimwee opkwamen tegelijkertijd met het vallen van de avond. De groepsgenoot was sterker, had meer ervaring, geen beginnersangst en was gespierd door het buitenleven. Geen echte tranen, maar wel natte ogen en gevoelens van onmacht. Er waren minstens tien getuigen en veel gezichtsverlies. Ook dat was wennen. Nooit meer echt alleen. De groepsleider met baard en alles, zoals het in die tijd hoorde, gaf het sein om naar bed te gaan. Het bleek dat hij geen gezag had. Na veel gerotzooi en onduidelijke instructies lag iedereen om half tien in bed.

Gepraat, gefluister, onrust, zestien jongens in één ruimte, dat was nieuw. Jongens in de leeftijd van tien tot veertien jaar, die allemaal van huis weg waren, om gezondheidsredenen, huiselijke omstandigheden, gezinsproblemen , enzovoort.
Mensen die de wereld wilden ontdekken, maar die ook nog de warmte en vertrouwdheid van een gezin nodig hadden. Zo’n eerste dag met zoveel indrukken en gevoelens, wreed verstoort doordat plotseling het licht aanging en de directeur met enkele leiders binnenkwam. Iedereen voor de bedden, half slaperig en angstig.
Het bleek dat twee jongens die dag buiten het terrein waren geweest en wel zonder toestemming. Beide boosdoeners kregen een behoorlijk pak slaag op hun achterste en daarna keerde de rust weer terug. De directeur was een man om niet mee te spotten, hij zag er indrukwekkend streng uit met zijn kalende hoofd en de lange geplakte haren. Ook zijn scherpe raspende stem dwong respect af. Voor mij weer een negatieve ervaring. Er was zoveel te verwerken in korte tijd.

De weken die volgden vlogen razendsnel voorbij. Ik had weinig tijd om aan huis te denken of aan wat dan ook. Het leven werd bepaald door schema’s. Natuurlijk het lesrooster, maar ook corvee en avond- en weekendprogramma’s. In totaal waren er vier groepen: Klondike, Transvaal, Peru en Alaska. De groep waartoe ik behoorde was Alaska. Deze goudlanden waren de basis van dit internaatleven. Elke groep bestond uit 16 jongens en twee leiders(sters). Daarnaast een directeur en een adjunct-directeur, administratie, kok, leraren en enkele stafmedewerkers. Samen ongeveer 80 personen; te klein voor een dorp, te groot voor een gezin. Een bijzondere gemeenschap, met talrijke verschillen op velerlei gebied.

Alle gebouwen bestonden grotendeels uit hout en hadden geen verdieping. Rondom bomen, struiken en grindpaden. De barakken dateerden uit de Tweede Wereldoorlog en deden toen dienst als werkkamp voor de Duitse Arbeidsdienst. Er verbleven toen mensen die moesten helpen met het graven van tankgrachten. Na de oorlog werd het een internaat. Aanvankelijk heette het ’t Kamp Geeuwenbrug’. Een commandant en een adjudant drilden destijds de jongens. Er was een minimum aan sanitaire voorzieningen. ‘s Morgens werd de vlag gehesen en was er appèl. Dat was nu gelukkig verleden tijd.

De schoollessen bestonden uit taal, rekenen, aardrijkskunde, biologie en geschiedenis, maar ook veel sport en handenarbeid. Met op woensdagmiddagmiddag hobbyactiviteiten en op zaterdagmorgen groot corvee. De zaterdag- en zondagmiddag waren vrij en werden al dan niet ingevuld door de leiding. De zondagmorgen was bestemd voor kerkbezoek, behalve voor de buitenkerkelijken. Wat deze laatste categorie op zondagmorgen deed is voor mij onduidelijk gebleven. Ze mochten wel op basis van vrijwilligheid mee, wat regelmatig gebeurde. De belangrijkste herinnering die ik hieraan heb is dat we met de bus gingen, wat een behoorlijk feest was. Met z’n allen achterin werd het een wekelijks uitje en weer even contact met de buitenwereld. Wel allemaal in het netste pak met stropdas. Het was toegestaan om van hervormd naar katholiek te gaan en andersom.

De sportlessen werden gegeven door een zekere mijnheer Plantinga, altijd in sportkleren met een te strakke trainingsbroek. Wij waren altijd in shirt en korte broek, vanwege het ontbreken van trainingspakken. Dikwijls gingen we hardlopen en Plantinga manifesteerde zich steeds als een macho. Toen heette dat nog gewoon stoer. Hij was een uitstekend schaatser en hield veel van een soort slagbal. Een gymzaal hadden we niet, zodat we onder alle weersomstandigheden buiten gingen sporten. Dat in combinatie met die korte broek en shirt betekende nogal eens kou leiden. Plantinga was tevens EHBO’er, wat inhield dat hij elke avond van zes tot zeven uur een soort spreekuur hield. Een compleet ingerichte ruimte deed dienst als eerste hulp kamer. Of het nu ging om kleine wondjes, flinke kneuzingen of tranende ogen. Je kon elke avond terecht. Het was er steeds druk.

Langzaam maar zeker kreeg zelfs dit leven regelmaat. Er was sprake van een bepaalde routine. Midden augustus werden we wakker gemaakt met een soort country & westernmuziek. Dit muziek klond door een luidspreker die in de slaapzaal hing en verbonden was met de pick-up op de aangrenzende kamer van de groepsleider. Het bleek achteraf zijn favoriete muziek van de tv-serie ‘Rawhide’. Enige tijd daarna maakte de eigenlijke leider van de groep Alaska zijn entree. De eerder beschreven baard bleek een invalleider te zijn in verband met de vakantie van mijnheer Blikman. Alle leiding werd overigens met mijnheer of juffrouw aangesproken. Mijnheer Blikman kwam met de nieuwelingen kennismaken en vervolgens maakte hij een ronde langs alle bedden. Uit zijn manier van doen en de reacties daarop door de jongens maakte ik op dat het hier ging om een zeer gevierd leider. Hij was groot, had een rechthoekig gezicht met bril, flaporen en een sympathieke grijns. Achterover gekamd, golvend haar. In de praktijk bleek die populariteit ook direct, omdat hij aankondigde dat we met de groep een lang weekend zouden gaan kamperen in de buurt van zijn woonplaats Nijverdal. Dit zou nog in augustus gaan gebeuren. Verder hing hij dezelfde dag een compleet weekprogramma vol met originele en aansprekende activiteiten op. De les die ik toen leerde was dat de mate van inzet door de leiding bepalend was voor het aantal georganiseerde activiteiten.

We zouden met tenten gaan en natuurlijk waren slaapzakken en zaklantaarns gewenst. Bellen met thuis had succes en de spullen werden per post verzonden. Blikman was initiator, organisator, eerlijk en duidelijk. Hij was de rechtvaardige scheidsrechter tussen goed en kwaad. En hij was al vijfendertig jaar, een groot voordeel bij die jongens in die situatie. Ook was hij bijzonder in de ogen van de jongens, want hij had een knappe verloofde van 19 jaar. Blikman gaf houvast en zekerheid en was inderdaad ’n soort vaderfiguur. Met hem liep alles beter. De een heeft het en de ander niet. Hij had het dus wel. Het kampeerweekend verliep sfeervol met als hoogtepunt een pannenkoek eetwedstrijd gewonnen door René uit Rotterdam. Hij presteerde het om na tien pannenkoeken te gaan kotsen en vervolgens er nog acht in zijn mond te proppen. Na dit uitstapje leek de groep als team gegroeid, de grote verscheidenheid werd een eenheid. Hier lag het bewijs dat het grote geheel meer is dan de afzonderlijke delen. Dat voelde toen al zo. De assistente van Blikman was juffrouw Kievit, zij had ‘n scherp getekend gezicht met spitse neus en kort donker haar. Zij was er gewoon altijd en gaf alle jongens een nachtzoen, elke avond maal zestien. Een toch serieuze prestatie. Vaak las zij voor uit boekjes van Pietje Bel, in die tijd zeer populair en voor ons soort jongens tamelijk slecht inspirerende lectuur. Zij was niet onze moeder maar vulde wel Blikman aan.

De normale schoolweken waren duidelijk anders dan thuis. ‘s Morgens les van 9.00 uur tot 10.30 uur, dan pauze met warme chocolademelk en vel. Daarna les tot 12.00 uur en elke middag anderhalf uur sport of handenarbeid, met vervolgens nog eens anderhalf uur les. Er waren vier leergroepen op de volgende niveaus: lagere technische school, lagere school, middelbaar technisch en mulo/hbs niveau. Ik was ingedeeld in deze laatste groep en kreeg bijvoorbeeld Franse taal als extra les. Met deze leergroepen volgden we ook de lessen sport- en handenarbeid. Ik heb altijd veel gehad aan deze manier van schoolvorming.

De leraren waren over het algemeen inspiratievolle mensen. Bijvoorbeeld Robert Mulder, leraar Nederlands, dienstweigeraar en fervent aanhanger en secretaris van de provobeweging. We hebben het tenslotte over de jaren zestig. Om precies te zijn augustus 1965. Niet dat men zomaar zijn ideeën kon botvieren op alles en iedereen. Dat zeker niet, maar wel werd je als twaalfjarige geconfronteerd met allerlei stromingen in de samenleving. Blikman behoorde bijvoorbeeld niet tot de progressieve beweging, nee eerder tot de conservatieve. Juist die mengelmoes maakte het interessant en levendig. We konden en mochten overal aan proeven, nou ja bijna overal.

Verschillende leraren waren lid van een toneelgezelschap uit Diever, dat onder meer jaarlijks stukken opvoerde van Shakespeare in het openluchttheater, ongeveer twee kilometer ten noorden van Diever. Hun talent kwam natuurlijk prima van pas bij de activiteiten in het internaat, zoals het cabaret, dat enkele malen per jaar werd gehouden. Het moet gezegd worden dat de creativiteit altijd en overal aanwezig was. Indrukwekkend vonden we het, want thuis kwam je nauwelijks met dergelijke dingen in aanraking en hier gebeurde van alles in ruime mate. We werden in gunstige zin beïnvloed door deze kunstzinnige initiatieven.

Zoals ik al aanhaalde waren de groepen genoemd naar enkele goudlanden. Dit hield verband met het goudzoekersspel, wat een rode draad vormde in het internaatleven en de filosofie die er achter stak. Het kwam er op neer dat er verschillende ‘rangen’ waren, zoals nieuweling, delver en goudzoeker. Deze rangen moest je verdienen door allerlei opdrachten te vervullen, bijvoorbeeld het helpen van de kok gedurende een week. Je hoefde dan niet naar school. Of het leiden van de groep, het organiseren van een spelavond, het leren van de geschiedenis van het Huis van Oranje, goede resultaten op school, enzovoort.
Zodra je voldeed aan de eisen van de opdracht, dan werd dit aangetekend op een daarvoor bestemde kaart. Als alle opdrachten vervuld waren, dan kwam je in aanmerking voor een hogere plaats in de rangorde. Elke maand waren er vergaderingen van de diverse rangen. Dus alle delvers samen, alle goudzoekers, enzovoort.
De privileges stegen naarmate men hoger op de ladder kwam. Een goudzoeker mocht dan ook eventueel alleen op stap, vergaderde in het staflokaal met koffie en koek en had een bepaald aanzien. Het systeem had vele nadelen, maar gaf toch ook duidelijkheid en zekerheid en het gevoel dat je ergens bij hoorde. De grove planning was dat een jongen na ongeveer tien maanden doordrong tot het goudzoekersgilde, het hoogst haalbare. Ik behaalde deze rang na vier maanden en dat was eigenlijk niet de bedoeling. Het had te maken met mijn onovertroffen inzet om iets met vastbijtende wilskracht te willen halen . Soms biedt dat voordelen, maar het heeft ook negatieve gevolgen, heb ik in mijn latere leven ontdekt.
Alsof het niet genoeg was, werd ik tevens benoemd tot secretaris van de goudzoekersraad, secretaris van de groepsraad en van de kampraad. Deze titels gaven aanzien en zelfvertrouwen en dat kon ik erg goed gebruiken.
Overigens werd het hele systeem, nadat ik er ongeveer negen maanden verbleef, afgeschaft. Ik vond dat jammer. Laten we echter niet vergeten dat het de tijd was van democratisering op alle fronten, met vrijheid en blijheid. Pacifisme, provo, kabouters en alternatieven. Rolling Stones, Supremes, Beatles, wierook en het begin van de lange haren. Daarin paste het rangenstelsel niet meer. Toch van een kant jammer. Ik was leergierig, ’n redelijk sporter, behoorlijk creatief en meestal positief. De migraine verdween en ik kon het leven aan. Mijn postuur was tenger, maar ik at erg goed.

Alaska
Onze groep Alaska was een goede groep met zoals gezegd uitstekende leiding. We waren geen topper op één terrein, maar er was een goed evenwicht op allerlei gebieden. Een balans tussen sport, spel, inzet, intelligentie en sociaal vermogen. Zoals bij elke groep was er sprake van chauvinisme. De groepskleur was rood, met een harde kern van Amsterdammers: Wout, was aardig en had een broertje in de groep Klondike en zij hadden een vervelend leven achter de rug, Harm, was de oudste, de grootste en de sterkste, Willem was de natuurlijk leider in de groep en tevens voorzitter van de groepsraad, Cor had een zenuwtrek, was stevig gebouwd en was soms behoorlijk lastig. Verder René uit Rotterdam, lefgozer grote mond en klein hart, Herman Kreft uit Utrecht, Marius uit Son, was lomp, gezet, groot en snurkte. Tevens was hij mijn buurman en reisgenoot. Albert uit Maastricht, had een Italiaans temperament, Wim Paling uit Boskoop, Martin uit Den Bosch had een felle babbel, Rob uit Schiedam was technisch, meestal rustig en mijn andere buurman. Over Humprey uit Den Haag is genoeg gezegd en Henk uit Haarlem was brutaal en gek op paarden. De problemen kende je meestal niet, er werd nauwelijks over gesproken. Toch was het duidelijk dat de meesten een erg beroerde tijd achter de rug hadden en sommigen nog een zwaar leven voor de boeg. De rest van de namen is me ontschoten na al die jaren. De gezichten niet, die staan me nog helder voor de geest. Het waren meer dan zestien gezichten, want het was een komen en gaan. Elke twee maanden kwamen nieuwe jongens en gingen jongens weg. Meestal tot groot verdriet, maar soms tot enorme vreugde.
Nieuwelingen werden vrij snel opgenomen in de groepssfeer, maar het duurde wel even voordat je echt werd geaccepteerd. Men paste zich ook snel aan, aangezien dat de beste manier was om te overleven. Als groep was je sterk op elkaar aangewezen.

Neem alleen het vierwekelijks terugkerende corvee: een week lang met je groep drie keer per dag de afwas doen , af- en opruimen, de eetzaal schoonmaken, tafels dekken …… Dat alles voor tachtig personen. Daar kwam nauwelijks leiding aan te pas, iemand die niet wilde werd door de groep direct gecorrigeerd. Er was wel altijd competitie en strijd. Wie is het eerste klaar, wie is het snelste klaar, wie is de beste!
Elke zaterdagmorgen was het groot corvee. Afwisselend moest je buitenwerk doen, zoals harken, schoffelen en vegen. Of binnenwerk, zoals vloeren boenwassen, dweilen, toiletten een grote beurt geven, gemeenschappelijke ruimten schoonmaken. Rond de middag kwam dan de directeur controleren, ja inderdaad net als in militaire dienst, met een witte handschoen. Meestal was het goed, want niet goed betekende dat je ‘s middags nog een tijd bezig was. En de vrije zaterdagmiddag was populair. Ook werden enkele kippen gehouden en de eerder beschreven duiven. Dat alles moest schoon, gevoed en onderhouden worden. Het werd een prestigeslag wie het eerste klaar was. Vaak hielp men dan de anderen.
Erg gewild was het schoonmaken van het staflokaal, omdat daar een radio stond en daar volop koffie en koek te verkrijgen was. In de keuken kon je in de stille uren eieren bakken van de eigen kippen, althans als het je beurt was om een ei te krijgen. Toen een bijzondere traktatie. Het scheppen van sfeer was een belangrijke taak, die voor iedereen was weggelegd.
De radio leverde ons: The Stones met Route 66 en Cuby and the Blizzards met Groeten uit Grollo, The Beatles met Michelle rn No Reply, ………..
Buiten de genoemde schema’s was er nog het dagelijkse corvee, bedden dekken, toiletten schoonmaken, dweilen, wastafels uitdoen, zaal vegen. Kortom werkzaamheden die thuis bijna allemaal voor je gedaan werden. Hier was geen moeder en zeker geen huishoudster. Nog ruik ik de boenwas en voel ik de zwaar gesteven lakens. Het zal niemand verwonderen dat dit verleden van invloed is geweest op mijn verdere leven en zelfs een zware stempel daarop heeft gedrukt.

Op het kampterrein, we spraken altijd over ‘het kamp’ en nooit over het internaat, stond in de buurt van de eetzaal en het staflokaal een mini dierendorp met een groot aantal konijnen en marmotten. Dit dorpje was persoonlijk gebouwd door de zogeheten buitendienstmedewerker. Iemand die op klompen liep en een altijd gezond uitziend roodbruin gezicht had, wat wel alles te maken had met het feit dat hij meestal buiten was. Hij was de klusjesman, reservekok, hulpkok, schilder plantsoenbeheerder en nog ontelbare functies meer. Tevens was hij een echte Drent en nauwelijks te verstaan. Zijn woning lag vlak bij het kampterrein. Ik geloof dat hij ook nog gedeeltelijk boer was. Op grindpaden is elke stap duidelijk hoorbaar, maar hem hoorde je op zijn klompen al van kilometers ver aankomen. Aangezien hij tevens soms boeman was, was dat handig en konden we ons snel uit de voeten maken. We bezaten een sportveld, enkele klimrekken, een fraai dalletje en in het midden van het terrein een onduidelijk watertje, ex-visvijver, waarin allerlei vreemde troep dreef. Soms werd dit vijvertje nog nuttig gebruikt, maar daarover later meer.

Eenmaal per week moesten we onze vuile was en lakens inleveren. Tevens was er dan gelegenheid om bij de beheerder van het waslokaal een beperkt bedrag te besteden aan snoep. Dat deed iedereen, zakken vol, maar voor het einde van de middag was alles weer op. Tijdens de avonden was er geen snoep of andere etenswaren. Bij uitzondering kregen we aanmaaklimonade en een koekje. Een redelijk sober leven, zeker in vergelijking met tegenwoordig. Dus was snoep een hoog goed en na verlofperioden of met verjaardagen werden grote hoeveelheden verzameld. Echter bij dergelijke groepen is het onmogelijk om alleen te gaan zitten snoepen, of snoep te bewaren. De enkeling die dat wel eens probeerde vond de volgende dag een lege kast. Dit terwijl op elke kast een slot zat.
Wekelijks was er een verplichte douchebeurt. Ik geloof dat er acht douches waren, elke douche was in een aparte ruimte. Na enkele minuten kwam de sportleraar met de shampoo, die hij persoonlijk op je hoofd deed. Deze shampoo prikte direct hevig in je ogen. Deze kwaliteit ben ik nooit meer tegengekomen. Vervolgens moesten we ons afdrogen en met alleen een handdoek en in de pyama naar buiten en dan zo’n vijftig meter naar het groepsgebouw rennen. Dat alles deden we bij elk weertype. Ons gebouw lag gelukkig dicht bij de douches, maar de jongens van Klondike moesten een afstand van honderd en vijftig meter overbruggen.
Dezelfde douches dienden tevens als decor voor het maandelijkse waterballet. Je mocht dan met de groep zoveel met water spatten als je zelf wilde. Onder meer kon we een waterslang gebruiken. Badkleding was verplicht. De leiding deed niet mee, maar hield op afstand een oogje in het zeil. Wel moesten we zelf alle troep opruimen, wat langer duurde dan de troep maken. Tijdens zo’n waterballet werden nogal wat rekeningen vereffend, zonder dat het echte vechtpartijen werden of dat het uitmondde in grove pesterijen. Achteraf is me dat erg meegevallen, want bij een grote groep jongeren in die leeftijd met die achtergronden zou je toch regelmatig explosies van agressiviteit verwachten. Desnoods tussen de groepen, maar dat gebeurde niet. Hoogstens een uit de hand gelopen sneeuwballenoorlog tussen twee groepen, die toevallig elkaar midden in het bos tegenkwamen. En dan waren het vooral de leiders die ruzie kregen.

Zoals gezegd de zaterdagmiddag was een groot goed en vaak werden prettige activiteiten georganiseerd. Vooral in groepsverband, maar ook voor alle groepen tegelijk. Zo kan ik me levend Stratego herinneren, een spel waarbij je steeds een kaartje kreeg met een rang erop. Terwijl elke groep een vlag verborgen had, precies zoals in het bestaande Stratego-spel. Het bosterrein op enkele minuten lopen leverde alle voorwaarden voor een geslaagd buitenspel. Er waren zandverstuivingen, vele soorten bomen, behoorlijk wat sloten en afwisselende begroeiing. Natuur in overvloed. Echt bewust realiseerde je dat niet op die leeftijd. De jongens uit het westen, met name uit de randstad wat meer dan de anderen. De filosofie is achteraf scherp zichtbaar: veel bezighouden betekent weinig problemen. Laat jongeren niet zomaar lanterfanten, maar organiseer dingen voor ze, geef enige leiding en sturing. Vele speurtochten werden gemaakt, het oneindige bos met prachtige vennen werd stukje voor stukje ontdekt. Nooit helemaal, daarvoor was het te groot en wij nog te klein. Daardoor bestond een zekere spanning met steeds weer een nieuw avontuur.

Simpele activiteiten zoals bramen plukken hadden altijd iets speciaals. Er waren altijd vrienden en groepsgenoten die zin hadden om zoiets te ondernemen. Bramen hadden extra voordelen. Je kon ze namelijk opeten. Of je kon bijzonder lekkere bramenjam maken. Het recept van de kok luidde: bramen met suiker en koffiemelk koken. Dezelfde avond werd dan uitgebreid jam gegeten door het hele kamp.

Een rare ervaring hield verband met een natuurwandeltocht. Op een middag maakten we een lange wandeling door zeer dichte bossen van de boswachterij Smilde. Natuurlijk met een leider. Ik geloof zelfs met een leider die in de buurt woonde. We waren nimmer zover geweest en de omgeving was voor ons totaal onbekend. Tijdens de terugtocht kwam plotsklaps een flinke mist opzetten. Zo een met minder dan vijfentwintig meter zicht. Je kon je absoluut niet meer oriënteren, zelfs de leider niet meer. Uren dwaalden we door dat enorme uitgestrekte bos. We wisten echt niet in welke richting we liepen. Er was geen enkel aanknopingspunt, zandpaden en bomen leken op elkaar. Huizen of andere bouwwerken kwam je niet tegen. De groep was doodmoe en stil. Die stilte werd nog eens versterkt door die deken van dikke mist. Stoere gesprekken waren al meer dan ‘n uur geleden verstomd. Het was uiteindelijk zichtbaar dat ook de leider niet meer wist waar we zaten. Op zo’n moment treedt er toch een soort angst op. De enkeling die er de moed inhield was van onschatbare waarde. In Nederland en zelfs in Drente verdwalen is uiteindelijk niet mogelijk. Vooral niet als in Smilde een toren staat met een fel rood licht, als waarschuwing voor vliegtuigen. Dat rode licht zagen we en binnen een uur zaten we weer in het kamp. Beter gezegd in de eetzaal, waar de andere groepen al klaar waren met eten. Diverse bezorgde gezichten ontvingen ons. Deze bezorgdheid sloeg al snel om in spottende uitdrukkingen. Achteraf kijk je op zo’n gebeurtenis terug als een sfeervol en warm gebeuren. Het zal wel te maken hebben met het feit dat je na een moeilijke of vervelende tijd dubbel geniet van de dingen. Die tv-toren, in Hoogersmilde om precies te zijn, is men in 1958 gaan bouwen om de ontvangst van de Nederlandse televisiezenders in het Noorden van het land te verbeteren. Hij is meer dan 300 meter hoog, is een bezienswaardigheid en is het baken van een wijde omgeving.

Onder de noemer warmte en sfeer viel zeker ook het bezoek bij een leider of leidster op de kamer. Ik bedoel dan de intern wonende leiding. Je kreeg dan een kop koffie en soms een sigaret. Toen was roken nog stoer en nauwelijks onverstandig. Het was overigens verboden om te roken op het kampterrein, althans voor de jongens. Het ging bij een bezoek niet alleen over deze materiële zaken, nee de persoonlijke aandacht met een gesprek onder vier ogen was van belang, Dat miste je, want daar was bijna geen tijd voor tijdens de dagelijkse gang van zaken. Je mocht dan meestal wat later naar bed. Het was de andere kant van de medaille, de ontsnapping aan het kuddedier gebeuren. Te veel was gericht op de groep, het individu telde wel, maar minder dan de groep. Dit in tegenstelling tot de huidige ik-samenleving, die schrikbarend de andere kant is opgeschoten. Er werd verteld over thuis, over normale dingen, hoe het eerst was en dat alles dan met wederzijdse inbreng.
De verhalen gingen over ouders, waar je vandaan kwam, hoe het met je ging, de toekomst, de buitenwereld. Overheersend was het gevoel van enerzijds het internaatleven en anderzijds alles wat daar buiten speelde. Hoe gelukkig we soms ook waren, er was altijd een gemis van buiten. Ouders, je eigen huis, kamer, vrienden, school, je vertrouwde omgeving.

Op het terrein aan de rand van het bos stond een levensechte Drentse boerderij, met inrichting, enkele schapen, varkens en ‘n ingebouwde bedstee. Rob Malta, René in ‘t Veen en ik hadden het idee opgepakt om daar een keer te overnachten. Wat na enig aandringen werd toegestaan. Dus togen wij op een namiddag naar de boerderij met slaapspullen, brood en drinken voor de avond en morgen. Elektriciteit of stromend water ontbrak, wel een echte waterput en een olielamp. Zoals gewoonlijk zag de boerderij er minder vriendelijk uit toen het donker werd. Het flauwe gele licht van de lamp droeg niet bij aan de feestvreugde, maar geen haar op ons hoofd die aan teruggaan dacht ! Stel je de reacties van de groep voor ! Al vrij vroeg werd de bedstee opgezocht, een schijnbaar veilige plaats. We hadden al bekeken dat we er met drie personen in konden. Midden in de nacht schrokken we wakker van een onrustig geluid. Een schuivend, schraperig lawaai. Na duizend angsten te hebben overwonnen kropen we uit de bedstee en met veel gedoe werd de olielamp aangestoken. Met enkele flinke haardpoken slopen we richting het monster. Vreemde schaduwen spookten onrustig langs de stokoude muren. Warm geurende stank van mest kwam ons tegemoet. Het bleek dat een van de varkens uit zijn hok ontsnapt was en op ontdekkingsreis was door de boerderij. Behoorlijk opgelucht gingen we weer naar bed en sliepen niet meer totdat de ochtendschemering zijn intrede deed.

Enige tijd later nam leraar Robert Mulder zijn intrek in de boerderij. Hij maakte er een sfeervolle woongelegenheid van. Er was slechts een kleine verbouwing voor nodig. Vele provoactiviteiten hebben daar het eerste licht gezien. Robert Mulder met sierlijke pijp en Bob Dylan uiterlijk, grote fan van zijn muziek en die van Joan Baez. Zij is destijds met zijn hulp naar Nederland gehaald voor een optreden. Robert was een gedreven heerschap. Tevens een goede leraar die je rustig begeleidde en stimuleerde. Hij drong je niets op, maar vertelde wel waar provo voor stond en wat pacifisme voor hem betekende. De provobeweging zette zich af tegen de gevestigde orde. Daartegenover stond het harde optreden van de politie bij zelfs de meest onschuldige ‘happenings’, zoals het uitdelen van krenten bij ‘het Lieverdje’. Dat soort politieacties deed het gezag geen goed. Het huwelijk van prinses Beatrix met prins Claus op 10 maart 1966 leidde tot ernstige incidenten door het oplaaien van anti-Duitse gevoelens. Het ging toen niet alleen meer om provo’s. Het politiebeleid door de toenmalige burgemeester van Hall werd door velen gehekeld. Sedert 1965 ontstond uit de Ban-de-bom-beweging de anti-Vietnam-stroming gericht tegen de betrokkenheid van de Amerikanen bij de oorlog in Vietnam. Ook studenten demonstreerden met als doel: maatschappelijke betrokkenheid.
De strijd voor democratisering van het wetenschappelijk onderwijs en acties tegen het kapitalisme. Provo ontwikkelde nieuwe ideeën en alternatieven, zoals het witte fietsenplan. Roel van Duyn en Rob Stolk bleken bedenkers van veel nieuwigheden. Robert Mulder was tevens principieel dienstweigeraar. Voor ons was dat alles nog onwennig. We wisten zo weinig over dat soort zaken. In de klas hield hij enkele slangen, welke soorten weet ik niet meer. Wel dat ze op zekere dag ontsnapten en dat ze verdomde giftig waren. Wij mochten in elk geval het lokaal niet binnen. Hetgeen een geluk bij een ongeluk was. Vrijheid boven onderwijs!

Met Blikman naar het dorp gaan was ook vrijheid, bijvoorbeeld naar de plaatselijke friettent. Lopend van Geeuwenbrug naar Diever binnendoor, kom je langs een hunebed. Van daar naar het dorp is het nog maar een klein stukje. Tijdens die tocht had een van de jongens een pijp bij zich en aangezien Blikman pijp rookte vroeg ik of ik die mocht stoppen met zijn tabak. Wonder boven wonder keurde hij dat goed. Binnen honderd meter werd ik ziek, misselijk en zwak en heb ik die dag geen friet gegeten. Dit tot hilariteit van de meute. We legden die vijf kilometer tussen Geeuwenbrug en Diever regelmatig te voet af. Behalve die keer dat ik de Solex voor juffrouw Kievit moest wegbrengen. Eigenlijk was het ding kapot, maar dat het de remmen betrof, merkte ik pas bij aankomst in Diever. Met gevaar voor eigen leven ben ik toen in plaats van linksaf, rechtdoor gereden. Zonder noemenswaardige schade kwam ik tot stilstand.
Het andere vervoermiddel de fiets was slechts in beperkte mate voorradig. Alleen bij uitzondering kon je daar gebruik van maken. Of dat verband hield met mogelijke weglopers heb ik nooit bevestigd gekregen. Het is trouwens de moeite waard om in deze omgeving te gaan fietsen. Enkele jaren geleden heb ik dat gedaan. Er zijn prachtige vennen en een uitgebreid fietspadennet met zeer veel afwisselende natuur. Dorpjes, zoals als Dwingeloo, Diever en Smilde zijn beslist de moeite waard. De enorme heidegebieden bij Dwingeloo bieden uitgestrekte vergezichten. Een fantastisch landschap !

Winter
Het werd vroeg koud dat jaar. Misschien was dat wel gebruikelijk in Drente, maar het leek enkele graden kouder dan thuis. De enkelvoudige wanden van de barakken zullen daaraan wel een bijdrage hebben geleverd. Het koude groepslokaal met een vaak niet of slecht functionerende oliekachel zorgde ervoor dat we graag naar de warme eetzaal gingen en het liefst zo lang mogelijk. Mijn favoriete slaapplaats, ik bezat namelijk een bed in een hoek, verloor behoorlijk aan kracht. Tegen de wand legde ik elke avond een aantal kledingstukken tegen de door de wand dringende bijtende kou. Wassen en dat soort activiteiten werd tot een minimum in tijd beperkt. Het vroor en regelmatig vielen  winterse buien met alle denkbare soorten neerslag.
In zo’n periode leer je de warmte weer waarderen en gelukkig werd juist in deze tijd van alles ondernomen. Een grote tegenvaller was het niet naar huis gaan met Sinterklaas. Dit omdat Kerstmis een hogere prioriteit kreeg en we ongeveer eenmaal per zeven weken verlof kregen. De week voor Sinterklaas mochten we niet naar de eetzaal die overigens compleet geblindeerd was. We aten dan gegeten in de groepslokalen. Allerlei geheimzinnige verhalen deden de ronde over wat zich afspeelde in die eetzaal. Geruchten werden verspreid en we begrepen dat we in elk geval toch cadeaus zouden krijgen van welke goed heiligman dan ook. Toen eindelijk de grote dag was aangebroken kreeg elke jongen vijfentwintig losse centen, die dienden als betaalmiddel voor een Vlaamse kermis. De eetzaal was prachtig verbouwd en op een onovertroffen manier versierd. Er was een boksring gemaakt, ‘n waarzegster ingeschakeld, balspelletjes, een elektronisch spel, warme hapjes, snoep, enzovoort. Kortom het was een waar feest en tot op de dag van vandaag behoort deze avond tot een van mijn mooiste herinneringen. Laat op de avond deed de duidelijk herkenbare Sinterklaas-adjunct directeur zijn intrede en de borsten van Zwarte Piet kwamen ons ook niet geheel onbekend voor. Voor iedereen hadden ze een groot pakket, wat in de meeste gevallen door thuis was aangeleverd en voor een aantal, gezien de identieke samenstelling, door het Leger des Heils. We gingen die avond tevreden en voldaan naar bed en we hadden op één avond meer gesnoept dan het laatste halfjaar bij elkaar.

Nog voor het aanstaande Kerstverlof zou een groots kerstfeest worden gevierd. Het bestond onder meer uit een speurtocht met opdrachten. In groepjes van acht personen liepen we de tocht, die gedeeltelijk door het dorp ging. Een van onze jongens voelde zich blijkbaar zo in zijn element dat hij enkele stevige vloeken uitte naar de dorpelingen. Iemand van hen moet telefoon hebben gehad, want bij terugkeer in het kamp werd hij opgevangen door onze leider de heer Blikman. Waarna hij een flink pak slaag op zijn achterste kreeg, zodanig dat hij niet meer kon zitten. Dat was erg vervelend in verband met het kerstdiner op die dag. Nog lastiger was het voor het toneelstuk waarin hij die avond een belangrijke rol speelde. Hij was de jonge Kerstman en ik de oude. In mijn tekst kwam de volgende zin voor: “Ga toch zitten jonge Kerstman.” Dat ging dus niet. Overigens het Kerstdiner was ook taboe voor hem en behoorde bij de opgelegde straf. Het was werkelijk een fantastisch diner met vele gangen en de kok was echt voortreffelijk. Er waren die avond genodigden uit het dorp. Onder meer alle notabelen, die kris kras waren geplaatst tussen de jongens. Dat vond ik moedig en het gaf de avond een extra aanzien.
De jongen die niet naar het Kerstdiner mocht heette Martin en hij werd door diverse jongens uit alle groepen rijkelijk voorzien van alle soorten voedsel. Weliswaar achteraf en niet al te warm. Het ‘aangepaste’ toneelstuk verliep uitstekend. Het was een spannende ervaring om voor veel mensen op te treden. We werden natuurlijk prima begeleid door de Shakespeare experts.
Daarna zagen we nog maar naar één ding uit en dat was de tiendaagse kerstvakantie. Elke dag, elk uur werd afgeteld. Met verlof gaan was een grootse gebeurtenis, maar dit was de ultieme belevenis voor elk kamplid. Het vertrek was altijd zeer vroeg in de ochtend, omstreeks zes uur. We moesten dan om half zes uit bed en kregen driehoekig gesmeerde boterhammen in het eigen groepslokaal. Er heerste een nerveuze reisstemming. Iedereen in het nette pak en gepakt en gezakt de bus in. Het had gevroren en er was ijzel gevallen. Vele bezorgde gezichten. Er was een soort sfeer van: zouden we het wel halen, komen we wel thuis? In tegenstelling tot andere keren daalde plotsklaps een gevoel van somberheid op ons neer. Het was dan ook spiegelglad, vooral de weg langs de Drentse Hoofdvaart was één grote glijbaan. Er was nauwelijks gestrooid. De telefoondraden hingen zwaar aan de palen en waren door de vorst duidelijk zichtbaar. Op het kanaal had zich een stevige ijslaag gevormd. De aanhoudende schemering zorgde dat het zo’n zeldzame donkere winterdag werd. Ook dat droeg niet bij aan een vrolijke reis. Doordat de chauffeur bijzonder langzaam moest rijden, duurde het uren voordat we in Zwolle waren. Daar werden de eerste vakantiegangers afgezet. Vervolgens ging we naar Utrecht en naarmate de reis richting het zuiden vorderde verdwenen de sneeuw, de gladheid en de zorgen. In Den Bosch werd de laatste groep afgezet, die van daaruit verder reisde naar alle delen van Limburg en Brabant. Dat was voor mij toch altijd een spannend gedeelte, omdat ik meestal alleen verder moest reizen. De keuze was een bus die er nogal lang over deed, met vele stops of de trein die sneller was. Om een of andere reden gaf de bus mij een vertrouwder gevoel dan de trein, met altijd die onzekerheid of je wel in de goede zat. Ik was pas twaalf jaar en had daarvoor nooit alleen gereisd. Een ander voordeel van het reizen met de bus was het feit dat groepsgenoot Marius van Gorp ook met deze bus meeging. In ieder geval tot de plaats Son. Vaak haalde zijn moeder hem op in Den Bosch en dat gaf dan nog meer vertrouwen. Tenslotte moest ik dan nog met de bus van Eindhoven naar Veldhoven. Dit reizen, vooral het in één dag van kamp naar huis, vond ik altijd een bijzondere indringende ervaring. Bij mij overheerste toch een soort angst, die pas volledig wegviel als ik uit de laatste bus stapte. Het gaf een onbeschrijfelijk bevrijdend gevoel om weer thuis te zijn. Nog steeds vind ik reizen, vooral lange reizen niet prettig. Terwijl ik tijdens de militaire diensttijd zeer regelmatig in treinen en bussen heb gezeten, door het gehele land. Het wegvallen van die spanning blijft een terugkerende ervaring.

Thuis was er warmte van de kachel, zoveel als je wilde. Warmte van het gezin, althans meer dan in Drente. Een altijd hartelijke ontvangst door de hond Barry, een bruine middelgrote bastaard. En rust vooral veel rust, weinig stemmen, geen drukte ….. Dat was toch een openbaring na die tachtig stemmen. Naar huis gaan was het omgekeerde vakantiegevoel. Er was televisie de eerste chips, soms zelfgemaakte en je hoefde geen water te drinken als je dorst had. Je kon alléén iets ondernemen. Je hoefde nauwelijks met anderen rekening te houden. De dag van terugkeer was daarom moeilijk en zwaar. De reis naar Eindhoven, meestal door mijn moeder weggebracht, was onprettig. Het duurde nog zo lang voordat het weer verlof zou zijn. Zeven weken van huis was te zwaar voor een twaalfjarige. Naarmate je weer lotgenoten trof werd de sfeer beter en in elk geval deed je soms alsof. De aankomst in Drente was dan weer een sombere aangelegenheid. Iedereen besefte dat we er weer voor een lange periode moesten zijn. Vooral in deze winterperiode met zijn korte dagen en zeer lange avonden en nachten. ‘s Avonds hoorde je dikwijls jongens zacht huilen. Juist in zo’n eerste week werden er talrijke wegloopplannen gesmeed. Van de meeste kwam niets terecht. Enkele keren lukte het wel. De verste poging werd door twee jongens van onze groep ondernomen. Zij kwamen tot Utrecht, maar werden daar door de politie ontdekt en teruggebracht naar Geeuwenbrug. Bij een andere poging hebben we met een aantal leiders en jongens in de bossen gezocht naar een wegloper. Die overigens weer zelf terugkeerde. Het gaf aan dat het moeilijk was om op die leeftijd zolang van huis weg te zijn. Ondanks de problemen thuis.

Gelukkig waren er in de wintertijd ook prachtige dagen met veel licht en heldere vriesluchten. De natuur kon fantastisch zijn met bevroren riet, wat glansde in de zon en wat je gemakkelijk door midden kon tikken. Het vroor erg hard, zodanig dat we konden gaan schaatsen op het Snoekveen, een diep groot ven. Het schoolprogramma werd gedeeltelijk stilgelegd en we mochten enkele uren per dag gaan schaatsen. Er was verder niemand uit het dorp, uitsluitend jongens uit het internaat. Midden in de weidse natuur, met meestal wel een strakke snijdende oostenwind. De meesten hadden gewone Friese doorlopers. Met een touw ging een leider het ven op, maar het bleek al gauw dat het ijs veilig dik was. We maakten de boel sneeuwvrij en wen konden gaan schaatsten. De een struikelend en vallend de ander flitsend snel. We beleefden daar een mooie tijd. Wel moesten we steeds een eind lopen over een zandpad wat oneindig leek. De weilanden lagen er winters bij, rook wolkte uit de schoorstenen van de boerderijen. We waren doodmoe na zo’n dag en we scheurden enorm aan tafel. Het was ‘s avonds snel stil op de slaapzaal.

Op de avonden dat je moeilijk in slaap kon komen was het een kunst om een klein radiootje te bemachtigen. Diep onder de dekens kon je dan genieten van een zacht krakend geluid van de een of ander onduidelijke zender. Een beatle-nummer echter werd vlug herkend. Het ging trouwens meer om het idee dan om de muziek. Iedereen had boven zijn bed foto’s hangen uit de muziekbladen, zoals de Muziekexpres. Zeer populair waren de Beatles, maar ook de Stones en de Supremes, de Fortunes, Francoise Hardy en Dave Berry. Onze kok was een groot fan van deze laatste en hij zong dan ook hele teksten mee. Bij elk groots diner werd hij gehuldigd en meerdere malen kreeg hij dan een muzieksingle cadeau, onder meer van Dave Berry. Drie mensen hadden een hoekslaapplaats en dat had als voordeel een extra wand om op te kunnen plakken. Een hoekslaapplaats gaf ook meer status, want je kon zo’n plaats pas bemachtigen als je al een tijd in het internaat verbleef. In die hoeken vonden tevens allerlei informele besprekingen plaats. Het was weliswaar verboden overdag op de bedden te gaan liggen, echter deze regel werd dagelijks overtreden. Naar mijn gevoel vond een groot deel van het kampleven op en rondom dat bed plaats. Je sliep er, je kast met kleren en eigendommen stond er, je rustte daar uit, je ontmoette je groepsgenoten. Het was eigenlijk hoe parodoxaal het ook klinkt een plek met enige privacy. Op vrije dagen waren we veel bezig met het draaien van plaatjes, of het experimenteren met de bandrecorder. De meeste leiders en enkele jongens hadden wel wat singles en soms zelfs elpees. Juist in die tijd was de beatmuziek erg in opkomst en deze had onze bijzondere belangstelling. Wat dat betreft waren er weinig verschillen tussen leiders en kinderen. Niemand zette zich af tegen die beatmuziek. Het werd zelfs eerder gestimuleerd. Overigens werden we op verschillende manieren in contact gebracht met andere soorten muziek. In de eetzaal speelde dan bijvoorbeeld een Zuid-Amerikaanse groep, maar ook was er vermaak in de vorm van een goochelaar of een pantomimespeler. Het waren vaak gezellige en sfeervolle bijeenkomsten. Daarbij de aantekening dat, bij elke enigszins bijzondere aangelegenheid, het eten extra aandacht kreeg. Terwijl dit normaal gesproken al van prima kwaliteit was. Onze kok, zijn naam is me ontschoten, was perfect! Om een voorbeeld te noemen: als een rijstmaaltijd geserveerd werd dan waren er minstens drie soorten rijst. Aangezien aandacht werd besteed aan tafelmanieren, hadden dergelijke diners een feestelijk karakter. Het was een van de onderwerpen waar men unaniem over tevreden was. De week die je in de keuken moest helpen, terwijl je vrij was van alle andere verplichtingen, bestond eruit dat je ‘s morgens vroeg aan de bak moest. Of liever gezegd aan de snijbroodmachine, alle broden moesten worden gesneden, alle boter in botervloten, beleg op schaaltjes, suiker bijvullen, thee zetten, melk- en karnemelkkannen vullen, enzovoort. En reken maar dat er veel op tafel moest staan met zo’n hongerige meute. Vervolgens had je als keukenhulp een uurtje vrij en daarna begon de voorbereiding van het warme eten. We aten ‘s middags warm. Je moest soms flink afzien, want de kok was weliswaar een grapjurk, maar hij kon behoorlijk streng zijn. Zeker als het ging om stomme dingen of als je de kantjes er van af liep. Aardappels pitten, groenten schoonmaken en wassen, gehaktballen maken. ‘s Middags had je vrij tot ongeveer vier uur, waarna de voorbereiding begon voor het avondeten. Een synoniem van het ochtendgebeuren, behalve dan dat de meesten dan nog meer honger hadden. Ik heb bewondering gekregen voor al dat kookwerk. Als eter lustte en lust ik nog steeds twee dingen niet: Drents roggebrood, een donkerbruine, kneedbare, zwaar op de maag liggende vorm van brood en karnemelkse pap, een zure brei met daarin op overgeefsel lijkende brokken. Dat was echt verschrikkelijk en van de meeste leiders moest je dat eten. Het roggebrood was zo kneedbaar dat het onder de tafelrand paste, maar de pap gaf meer problemen. Ondanks mijn goede bedoelingen kon ik dit spul niet door mijn strot krijgen, of voor maar heel even, zodat ik vervolgens moest overgeven. Een aantal jongens vond het spul meer dan heerlijk. Ik vond het werkelijk gruwelijk. Verder at ik alles in ruime mate, nog eens bevorderd door de dagelijkse gratis portie boslucht, die daar en toen nog behoorlijk schoon was.

Vooral in de winterperiode was tv kijken een prettig fenomeen. Vooral de poppenfilm ‘Thunderbirds’ was enorm gewild. Er waren op de zaterdagen afleveringen van een uur. Terwijl de huidige herhalingen steeds een half uur duren en het verhaal dus pas af is na twee afleveringen. Voor een dergelijke serie moesten heel wat andere activiteiten wijken. Het gezamenlijk schaatsen kijken was uitermate favoriet bij een grote groep sportliefhebbers. Op grote bladen werden allerlei standen en tijden bijgehouden. Het geheel werd door de sportleraar begeleid, die zelf Fries en fervent schaatser was. Het was de tijd van Ard Schenk, Kees Verkerk en Jan Bols. Zij waren zo goed dat ik de tegenstanders niet meer voor de geest kan halen. In deze jaren zestig was er zwart-wit televisie, nauwelijks zenders en weinig programma’s. Dat was een groot voordeel!

Spel en sport
Aan elk jaargetijde komt een einde ook aan deze strenge winter. Voordat het echt zo ver is vier ik elk jaar mijn verjaardag op zeven maart. Dat was dus eveneens het geval in 1966. Dertien jaar werd ik op een grijze, koude en regenachtige dag. Bijna iedereen lag in bed met griep. Van onze groep waren nog slechts vier mensen op de been. Er heerste een echte griepepidemie. Het was gebruikelijk dat je ouders op je verjaardag aanwezig waren. Op het allerlaatste moment ging dat niet door. Het waarom was onduidelijk en is nog steeds vaag. Het was in ieder geval een bittere teleurstelling. Wel werd er tijdig een snoeppakket verzonden ter grootte van een schoenendoos. Ondanks de griep waren er diverse belangstellenden voor al dit lekkers. Het was traditie dat de jarige ‘s morgens werd toegezongen in de eetzaal en dat hij een keurig opgemaakt bord met uitsmijter en toebehoren kreeg. Uitgebreide felicitaties vonden dan plaats. Je had de gehele dag vrij en je mocht met een jongen naar keuze vrij stappen. Ik ging met Rob Malta naar Diever waar flinke hoeveelheden snoep werd ingeslagen. Gezellig was het niet door de eerder beschreven weerstoestand en het leek wel of het dorp juist op die dag uitgestorven was. Maar meer nog voelde ik mij door thuis in de steek gelaten en dat kon geen enkele doos snoep goedmaken. Dergelijke gebeurtenissen zijn van zoveel waarde voor een kind, dat zo’n geruime tijd van huis is en zijn ouders mist.

Uit hoofde van mijn functie als redacteur van het nog niet verschenen kampblad had ik de eer om een interview voor te bereiden in verband met de komst van Anton Geesink,de bekende judoka. Deze sportman was uiteraard zeer beroemd in die dagen en het was een klein wonder dat hij bij ons op bezoek kwam. De bedoeling was dat hij en enkele judoka’s demonstratiewedstrijden zouden geven. Eerst was er een ontvangst met koffie en koek gepland in het staflokaal. De spanning was vooraf te snijden, totdat eindelijk de grote dag aanbrak. Ik was dus een van de weinigen die rechtstreeks met Geesink mocht praten. Alleen al zijn binnenkomst was zeer indrukwekkend; hij kon nauwelijks de deur door. Van een interview kwam niets terecht. Aan de lopende band maakte hij grappen en grollen, waarna, ja alweer, een diner volgde en wel in de gebruikelijke stijl ! Tussendoor plaatste Anton Geesink een honderdtal handtekeningen die nadien werden uitgedeeld. Later in de middag volgde de demonstratiewedstrijden met de meegebrachte judoka’s. Enkele weken voor zijn komst hadden we worstelwedstrijden gehouden. Door middel van een afvalrace bleven drie winnaars over in de verschillende leeftijdsklassen. Een van deze winnaars was Henk Linthorst uit onze groep. Hij diende als tegenstander van Geesink. Het werd een enerverende middag met veel humor en prettige herinneringen.

Op zomaar een morgen in april gingen we na de normale ochtendrituelen naar de eetzaal. Tot ieders verbazing was er geen leiding. Wel een kok en eten, zodat we wisten wat we moesten doen. Na afloop en het gebruikelijke corvee liet de leiding zich nog steeds niet zien. Later werd duidelijk dat ze allemaal verzameld waren in het staflokaal. We wisten ons geen raad en een delegatie die probeerde duidelijkheid te krijgen, werd zonder informatie weggestuurd. In kleine groepen werd overlegd wat te doen. Na enige tijd werden pamfletten uitgereikt waarop vermeld stond wat we moesten doen. Het bevatte een lijst met activiteiten die door ons moesten worden uitgevoerd. Sommige opdrachten waren redelijk, andere waren overtrokken en bevatte zaken die niet van ons verwacht konden worden. Zoals alle zware vuilnisbakken verzamelen en alle muren van de barakken schoonmaken. Je kon merken dat twijfel bestond met betrekking tot de ernst van dit alles. Sommige jongens gingen aan het werk, anderen voerden niets uit. De natuurlijke leiders overlegden en besloten alleen die werkzaamheden te doen die redelijk waren. Het bleek achteraf allemaal een experiment, vermoedelijk reuze interessant voor de bedenkers, maar minder geslaagd voor de slachtoffers.

Het voorjaar gaf alle gelegenheid voor sport en spel in de buitenlucht. Een van de grootste spelen was een zogenaamd Europa-spel, waar al weken naar toe werd geleefd. Iedereen kreeg een paspoort en volgens een bepaalde route moesten we allerlei Europese landen bezoeken. In die landen moesten opdrachten vervuld worden. Als dat tot een goed einde was gebracht ontving men een stempel in het paspoort. Het totale spel duurde twee weken en vormde de rode draad van het kampleven. Sterker nog het beheerste het leven van alle dag. Uiteindelijk ging het er toch weer om welke groep winnaar werd. De opdracht behorende bij het land Spanje was het bouwen van een stierenarena en vervolgens in die arena een stierengevecht naspelen met alles er op en er aan. Er werden twee volle dagen besteed aan het oprichten van dit bouwwerk en het was prachtig om te zien wat een creativiteit schuil ging bij de diverse bouwers. De meeste groepen groeven een enorme kuil met een doorsnede van ongeveer 7 meter en minstens anderhalve meter diep. Bankjes werden geconstrueerd van afvalhout en er werd druk gerepeteerd voor het toneelstuk. Bij het vervullen van zo’n opdracht zijn er talenten gewenst op verschillende terreinen en die waren dan ook altijd aanwezig in elke groep. Steeds weer stond ik versteld van wat je als groep kon bereiken. Leiders mochten meehelpen, maar ze speelden nooit geen overheersende rol, op welk vlak dan ook. Het gehele kamp woonde de opvoering van het stierengevecht bij en een jury beoordeelde de opvoering. Onze groep had als extra verrassing een optreden terwijl het donker was met verlichting, wat een speciale sfeer teweegbracht.

Griekenland was eveneens een land wat bezocht werd en daar heette het thema: Olympische Spelen. Dat hield in een sportspektakel wat enkele dagen duurde, met voetbalwedstrijden, hardlopen, verspringen, enzovoort. De leiding van deze evenementen kleedde letterlijk en figuurlijk alles aan en zorgde steeds voor passende kleding bij de onderwerpen. Vooral met hulp van het arsenaal kleren van de toneelvereniging te Diever. Ook werden de thema’s goed door hen ingeleid. Frankrijk bracht het spelen van cabaret met zich mee en iedereen kon zich op dit onderdeel goed uitleven. Kolderstukken werden opgevoerd, leiders nagebootst, hele verkleedpartijen, uitgebreide schminkwerkstukken en veel lol.

Viswedstrijden hadden te maken met Ierland en het was een indrukwekkend gezicht om zestig jongens te zien vissen met soms echte hengels, maar meestal alleen een stok met snoer en angel. Dat alles gebeurde in de Drentse Hoofdvaart die in elk geval toen barstte van de vis. Er werd bijzonder veel gevangen en daarna weer teruggegooid. Het had allemaal niets te maken met rustig in de natuur vissen en genieten. Nee het was een echte wedstrijd. Het kan bijna niet anders dan dat de vispopulatie in dit kanaal enkele weken van slag af geweest is.

Diverse trucs werden er ingebouwd, die niet direct te maken hadden met het spel, maar wel met de enorme inzet en wedstrijdmentaliteit die er heerste. Als voorbeeld het schoonmaken van het totale kampterrein en extra schoonmaakbeurten van de groepslokalen. Om punten te behalen was iedereen gek te krijgen. In detail kan ik niet zo veel meer voor de geest halen. Dat heeft voornamelijk te maken met de hoeveelheid gebeurtenissen die er in die twee weken plaatsvonden. Wel is het gevoel blijven hangen dat het een prettig intensief groepsgebeuren was. Iets wat je nog nooit had meegemaakt. Voor mij ook de les dat mensen competitie nodig hebben en willen winnen op allerlei fronten. Ze willen zich bewijzen niet alleen als individu, maar juist ook als groep. Saamhorigheid en samen iets bereiken zijn menselijke behoeften. Er wordt vaak gesteld dat je bij een dergelijke terugblik alleen de mooie momenten terughaalt. Ik geloof dat niet, althans maar gedeeltelijk. Natuurlijk was niet alles koek en ei, er waren vechtpartijen, er was soms een vervelende sfeer of gebeurtenis. Er ging wel eens iemand door het lint en er werd stevig gescholden. Dat was allemaal aanwezig maar wel in beheerste mate in redelijk evenwicht met veel goede momenten. Het gevoel dat je niet naar huis kon dat was wel regelmatig van negatieve invloed op je functioneren. Dat zorgde er voor dat het hier niet ging om een vakantiekamp. Vaak vroeg ik mij later af wat ik gehad heb aan deze periode. Het antwoord was en is nog steeds erg veel, zeker op sociaal terrein. Of ik er geleden heb? Ja zeker er waren bijzonder droevige momenten en nogmaals ik ben er van overtuigd dat het voor een kind van ondermeer die leeftijd niet goed is om zo lang van huis weg te gaan. Tenzij en dat speelde bij een aantal van ons, de situatie thuis niet deugde. In dat geval was het kiezen uit twee kwaden. Het lange verblijf in het internaat was dan het minst kwade. Echter niets,in welke groepsvorm dan ook, kan opwegen tegen het verblijf in een redelijk draaiend gezin.

Vakantie
In de maand mei was de natuur nadrukkelijk aanwezig en voor mijn gevoel was het een voorjaar met veel zonnige dagen. Die prettige sfeer werd nog eens versterkt door de naderende vakantie. Het was gebruikelijk dat de groepen een week lang naar Giethoorn gingen. De vakantiepret begon echter al ruimschoots voor het eigenlijke vertrek. De groepen werden genoemd naar de Noormannen of de Vikings en via spelen bereidde iedereen zich voor op die grootse belevenis. Elke groep zou in Giethoorn een zeilboot tot zijn beschikking krijgen. Er werden dan ook zeillessen gehouden, weliswaar alleen in theorie maar toch. Zwaarden en schilden werden in elkaar gezet. Kledingstukken genaaid. Iedereen werd voortijdig in de juiste stemming gebracht. Nimmer mocht er met de bedden geschoven worden, behalve nu. Bijzondere groepen werden dan gevormd met kasten als afscheiding tussen de geheimzinnige genootschappen. Zoveel voorpret heb ik nooit meer meegemaakt voor ‘n vakantie.
Merkwaardig genoeg ben ik zelf niet meegegaan. Ik kreeg evenals enkele andere jongens de mogelijkheid om samen met twee leiders een tiendaagse fietstrektocht te ondernemen naar Duitsland. Daarover later meer.
Gelukkig heb ik de zeilvoorbereiding dus niet gemist. Tijdens een nachtelijke bijeenkomst zou er een inwijding plaatsvinden door Neptunes zelf. Wij als Duitslandgangers mochten deze ceremonie meemaken. Er deden dan ook allerlei vreemde en bizarre verhalen de ronde over dit gebeuren. Eindelijk was het dan zover. Iedereen werd omstreeks twee uur ‘s nachts gewekt. In het groepslokaal van Alaska vond de indrukwekkende verzameling plaats van behoorlijk duffe figuren met slaperige en witte gezichten. Daar werd het perkament voorgelezen door een prachtig uitgedoste Neptunes met gevolg. Natuurlijk weer in de mooiste toneelkleren en op deskundige wijze geschminkt. Vervolgens toog het gezelschap naar het eerder beschreven vage visvijvertje, waarover een boomstam was geplaatst. Elke jongen moest midden op die boomstam een kussengevecht leveren, met als uiteindelijk doel voor iedereen een nat pak. In dit geval een natte pyama. De ambiance met toneelspelers en brandende fakkels staat nog in mijn geheugen gegrift. Je wist dat het allemaal nep was, maar toch…. De spelers waren zeer bedreven in dergelijke optredens. Het werd die nacht zeer laat, te laat. Gelukkig mochten we de volgende ochtend uitslapen. Daarbij moet niet gedacht worden aan het tegen het middaguur uit je bed kruipen, maar eerder aan een uurtje later uit bed. Normaal gesproken gebeurde dat op de zondagmorgen.. De regelmaat werd aldus alleen verstoord bij hoge uitzondering.
Het vertrek van de groepen naar Giethoorn was een ware uittocht. Van het ene op het andere moment werd het doodstil. Wij bleven met acht jongens over, van elke groep twee. Dat waren wel goudzoekers, echter het waarom van juist deze acht heb ik nooit begrepen. De leiders die meegingen waren Schokker, aardrijkskundeleraar en Blikman de Alaska-groepsleider. Ons vertrek zou eerst over vijf dagen plaatsvinden, net voordat de groepen zouden terugkeren. Zodoende zou de rust tijdens de komende dagen een nieuwe ervaring voor ons betekenen. En leverde die dagen toch ook een soort extra en bijzondere vakantie op. We hadden het zo geregeld dat we bij elkaar sliepen in de barak van de groep Transvaal. Met een kleine groep mensen aten we in de eetzaal en we werden behoorlijk vrij gelaten in ons doen en laten.
Scherp staat mij nog voor de geest een wandeltocht met z’n vieren in de bossen, terwijl er plotseling een hevig noodweer losbrak. Juist in de bossen, zeker als die dicht begroeid zijn, zie je een onweersbui vaak niet aankomen. Daarom leek het of er een smerig bruine zware lucht zomaar uit de lucht kwam vallen. Oogverblindende flitsen met direct daarop volgend krakende donderslagen. Een onovertroffen angstige situatie, waarbij we niet veel anders konden doen dan het op een lopen zetten. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat tijdens die vlucht de bliksem vlak achter ons is ingeslagen. De afstand kan niet meer bedragen hebben dan vijfentwintig meter. Wij lagen daarna allemaal tegelijkertijd plat op de grond. Nimmer heb ik daarna nog een dergelijk noodweer van zo dichtbij meegemaakt. Door en door nat bereikten we het kampterrein, alwaar we aan iedereen ons verhaal vertelden.
Naarmate die week vorderde werden de voorbereidingen intensiever in verband met ons aanstaande vertrek. De mee te nemen bagage moest allemaal met de fiets mee en er moesten drastische beslissingen worden genomen over wat wel en wat niet. Onze normale “kampfietsen” met terugtraprem , zwaar frame en grote fietstassen hadden niets uit te staan met de huidige aerodynamische fietscultuur. Op vrijdag vertrokken we onder mooie weersomstandigheden. Het einddoel van die dag was de grensplaats Losser in Overijssel. Daar konden we gratis overnachten en eten in een soortgelijk internaat. Eerst moest er dan wel een behoorlijke afstand worden afgelegd door niet al te ervaren fietsers. Dat lukte zonder problemen, zelfs zonder lekke banden. In Losser werden we gastvrij ontvangen en ‘s avonds was er een groot kampvuur. Het internaat lag enkele honderden meters van de Duitse grens en ik weet nog dat we via een illegaal pad Duitsland zijn binnengefietst. Dat scheelde namelijk tientallen kilometers fietsen. We bezochten daar een klooster waar verschillende originele Afrikaanse beelden stonden uitgestald. De enorme rust in en rondom de gebouwen van zo’n klooster is me altijd bijgebleven. De indrukwekkende houten beelden bezaten een sterke uitstraling en pasten wonderlijk genoeg uitstekend in deze totaal andere omgeving.
We vervolgden onze weg richting Teutoburgerwoud, nadat we onderweg hadden gekampeerd in een weiland. Daar werden we ‘s morgens door de koeien begroet, werkelijk zoals in een komische film. Het klimmen in de heuvels viel niet mee op onze zwaar beladen stalen rossen. Toch bereikten wij ons doel en kampeerden alweer bij een boer. Per twee personen hadden we een simpele enkeldaks tent. Alleen de twee leiders bezaten een dubbeldaks. Tot dan was het prima weer in een fantastische omgeving. De meesten van ons waren nooit in het buitenland geweest, laat staan dat we ooit dergelijke heuvels gezien hadden. Direct werd er het nodige snoep ingeslagen en op de terugweg liep het meteen verkeerd. We kwamen langs een kersenboomgaard en plukten daar kilo’s kersen, totdat er luid schreeuwend een boer verscheen. Deze sprak zijn verwensingen weliswaar in het Duits uit, maar toch begrepen we wat hij bedoelde te zeggen. Twee jongens kwamen er niet zonder de nodige schrammen af tijdens het in een noodvaart verlaten van een boom. Iedereen weet dat je kersen eerst moet wassen en er nooit teveel moet eten. Wij wisten dat ook, toch hadden we allemaal voor het einde van de dag buikloop. Nota bene met een toilet op ruim honderd meter afstand en met nauwelijks voorraad verschoning. Het allerergste was echter de regen, niet zo’n buitje water, nee een constante hoos, die midden in de nacht begon en niet meer ophield. De enkeldaks status met los grondzeil kon dit alles niet aan. Hetgeen nog verergerd werd door de situering van de tenten, namelijk halverwege de heuvel. Voor het middaguur was alles doorweekt. Blikman en Schokker met vooruitziende blik regelden via de boer slaapplaatsen in een hooischuur. Wel werd ons op het hart gedrukt dat er geen scherpe voorwerpen in het hooi terecht mochten komen. Het hooi was immers bestemd voor de koeien, die dergelijke zaken nu eenmaal niet kunnen verteren. Een complete verhuizing vond plaats, lijnen werden gespannen om alles te kunnen drogen, inclusief de tenten. Aangezien er verder niets te doen was zochten we ons vertier op en in het hooi. Via een hogere verdieping maakten we duikvluchten in het hooi. De stemming zat er de eerste twee dagen nog wel in. Het bleef echter regenen en er gingen al verhalen dat het de hondsdagen betrof. Dat hield in als het zeven uur zou regenen de kans groot was dat het vervolgens zeven dagen zou regenen enzovoorts. Ondanks dat we niet bijgelovig waren begon het er toch steeds meer op te lijken dat de hondsdagen meer dan een fabel waren.. Inmiddels werden er plannen gemaakt om terug te keren met de trein. Toen eindelijk op de vijfde dag de zon weer terugkeerde. We spraken af om in twee dagen terug te fietsen, via dezelfde weg, en alleen nog te overnachten in Losser. Dat betekende een zware fietstocht, behalve het eerste stuk dat nu natuurlijk bergaf ging. Zeer moe kwamen we die avond laat aan in Losser. Daar konden we in echte bedden slapen en weer eens goed eten. Na inspanning en ontbering is een verblijf in de bewoonde wereld met al zijn luxe en voorzieningen extra plezierig. Na negen dagen is een lange hete douche meer dan alleen maar een routinematige handeling.
Tijdens de tocht door Twente stonden we te wachten bij een bakker, terwijl door twee van ons brood werd ingeslagen. Op een gegeven moment werden we door een man lachend aangesproken met de woorden: “Ha schoffies”, niemand, incluis de leiding reageerde verbaal of non-verbaal op die woorden, waardoor de man enorm rood werd en snel doorfietste. Dit kenmerkte onze stilzwijgende saamhorigheid. De laatste dag schroeide de zon onze ruggen en verlangden we haast weer naar een regenbui. De moed tijdens de lange fietstocht werd er door de leiders ingehouden met behulp van een doos suikerklontjes. Of het lichamelijk hielp weet ik niet, psychisch in ieder geval wel. De thuiskomst gaf een glorieus gevoel, zeker nu we onze verhalen kwijt konden aan de kampgenoten, die waren teruggekeerd. Zij hadden op hun beurt ook het nodige beleefd.

Terug
Het was juni geworden en eind juni zou ik worden opgehaald om vervroegd naar huis te gaan in verband met een vakantie met m’n broer en ouders. De eigenlijke vakantieperiode voor het internaat liep van half juli tot ongeveer half augustus. Voordat het zover was maakte ik nog een indrukwekkend uitstapje mee. Met enkele collega-goudzoekers gingen we op zondagmiddag met de bus naar Assen. De eindbestemming was de verkeerstuin, alwaar je met een trapauto door een nagebootst wegennet reed, met meisjes als politieagent in de leeftijd van vijftien jaar. Voor ons een zeer aantrekkelijke leeftijd. In het midden van dat verkeerspark bevond zich een verkeerstoren met omroepinstallatie. Als je fouten maakte in het verkeer dan werd dat daar omgeroepen. Wij waren met z’n zessen en in een mum van tijd kende iedereen ons. We hielden ons aan geen enkele regel, reden agentes omver, zorgden voor botsingen en allerlei bizarre verkeerssituaties. Een enkele keer meldden we ons bij de toren en deden alsof we nergens vanaf wisten. Dat gedrag hielden we natuurlijk niet erg lang vol. Uiteindelijk werden we dan ook gesommeerd om te verdwijnen. Hetgeen op dat moment geen straf was, omdat de lol er inmiddels vanaf was. Wel liep een van de jongens een rake klap op van een kordate agente. Toch was zo’n uitje een geweldig feest, alweer omdat we onder de mensen kwamen van het dagelijkse leven. Daar botsten dan twee ‘culturen’. Ja, we gedroegen ons niet, maar kon je dat zo’n groep kwalijk nemen? Jongens die niets liever wilden dan deel uitmaken van dat normale leven, maar die door de omstandigheden gedwongen dit niet konden. Gelukkig gedroegen we ons meestal wel behoorlijk. Bij terugkeer in het kamp ging het er om vooral geen opschepperige verhalen te vertellen. Dat alleen al was moeilijk genoeg.
Tenslotte maakten we met het gehele kamp nog een busreis naar de motorcrosswedstrijden te Norg. Op een warme zomerdag streken we daar neer, al vlug onder de indruk van de scheurende motoren met hun bijna onuitstaanbare geluid. Voor mij was dit de eerste keer en ik vond het indrukwekkend hoe met grote snelheden en met gevaar voor eigen leven werd geraced. Vooral de reuzensprongen bij de heuvels en het wegspattende zand zorgden voor een schitterende spanning. Bij een aantal van ons kwam die dag het zakelijke instinct naar boven. Men kwam op het idee om lege flesjes bier en frisdrank te verzamelen, dat leverde redelijk wat geld op en dus snoep en frisdrank voor eigen gebruik. Nog steeds als ik jongeren dit zie doen, draait voor mij de film af van die dag in Norg. Tijdens de terugweg werden we voorbij geraasd door honderden motoren.

De laatste dagen van juni naderden, maar duurden wel erg lang. De alles overheersende gedachte was: de definitieve terugkeer naar huis. Op dat moment de allergrootste wens van een dertienjarige jongen die gedurende elf maanden van zijn ouders en zijn omgeving was beroofd. Tegengesteld daaraan was het gevoel van weemoed. Alle belevenissen en goede herinneringen kwamen juist toen naar boven. Tijdens dat alles in was er een vreemde gewaarwording van er niet meer bij horen, daar niet en thuis niet. Net als na een verhuizing naar een vreemde omgeving. Langzaam maar zeker nam je afscheid van mensen en zaken.
De dag voor mijn vertrek gebeurde een ernstig ongeluk op de weg langs de Drentse Hoofdvaart. Ongeveer tweehonderd meter van het internaat af. Deze weg stond bekend als een uitermate gevaarlijke provinciale weg en is dat overigens nog steeds. Alleen toen moest al het snelverkeer over die weg. Tijdens dat ongeluk kwam de bestuurder knel te zitten en moest hij worden uitgezaagd. Hele toestanden met brandweer, ziekenauto en takelwagen. Er was een vrachtauto tegen een personenauto geknald. Sommigen van ons zijn stiekem gaan kijken. Zelf heb ik het niet van dichtbij gezien, maar op een flinke afstand. Het maakte zo’n indruk op me dat ik me zorgen maakte over de reis van mijn ophalers en de reis terug met hen. M’n vader zou me komen ophalen met een kennis, die een Volkswagen had. Die nacht sliep ik slecht. Gelukkig verliep de reis naar huis voorspoedig, ik wilde zo snel mogelijk naar huis.

De redactie ontving op 28 september 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Robert Mulder
Mooi verhaal van Frans Bakker!
Frans, ik had na de Eikenhorst een avontuurlijk leven en ben goed terecht gekomen.
Inmiddels ben ik 82 en nog steeds actief als fotograaf: http://www.robertmulder.nl

Ik verbaas me over je uitstekende geheugen en heb de indruk dat je “goed terecht bent gekomen”.
Hartelijke groet,
Robert Mulder

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Ut jongste kiend is lee’mt vubraant

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op vrijdag 5 mei 1899 het volgende bericht.

Diever, 3 Mei.
Een droevig ongeval had hier hedenmiddag plaats. De vrouw van den arbeider J. Baaiman begaf zich met haar oudste kind naar ’t bosch om eenig brandhout te verzamelen en liet haar jongste kindje van ongeveer twee jaar, slapende op ’t bed, alleen achter.
Kort nadat de vrouw hare woning had verlaten, geraakte deze door eene onbekende oorzaak in brand. Daar niemand in de buurt aanwezig was, kon er van redden geen sprake zijn en moest het kleine lieve wichtje in de vlammen omkomen. Ook twee geiten, een hond en een varkentje vonden den dood in den vuurgloed.


In de Emmer Courant van zaterdag 6 mei 1899 stond het volgende bericht.

Levend verbrand
Toen Woensdagmiddag te Diever de vrouw van den arbeider J. Baaiman zich met haar oudste dochter naar ’t bosch begeven had om hout te sprokkelen, geraakte door onbekende oorzaak het huisje in brand, waarin achter gebleven was een 2-jarig kindje dat slapende te bed lag. Daar niemand in den omtrek het onheil bespeurde was het vreeselijk gevolg, dat het wichtje in de vlammen is omgekomen, alsmede twee geiten, een varken en een hond.


Nota bene in het verre Rotterdam verschijnende landelijke katholieke dagblad De Maasbode van  zondag 14 mei 1899 stond het volgende korte bericht.

Te Diever (Dr.) is de hut van J. Baaiman – terwijl de vrouw in het bosch was om hout te sprokkelen – in brand geraakt en geheel afgebrand. Een kindje van anderhalf jaar is daarbij omgekomen.


Aantekeningen van de
redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft helaas niet kunnen vinden wie J. Baaiman was, met wie hij getrouwd was, wat de naam van de oudste dochter was en wat de naam van het omgekomen dochtertje was.
Maar was het wel J. Baaiman ?
Nee, het was Jan Booiman !
Want de achternaam Baaiman wordt in ut Deevers bijna uitgesproken als Booiman, dus blijkbaar heeft de schrijver van het oorspronkelijke bericht bij het horen van de achternaam Booiman gedacht dat het Baaiman was.
Jan Booiman is geboren op 25 oktober 1865 op Wapservene. Hij is overleden op 29 november 1929 in Deever.
Hij trouwde op 21 november 1894 in Deever met Meintje Kamer.
Meintje Kamer is geboren op 23 november 1867 in Deever. Zij is overleden op 10 september 1910 in de gemiente Deever.
Hun zoon Jan Booiman is geboren op 3 maart 1895 in Uffelte.
Hun zoon Roelof Booiman is geboren op 11 juni 1896 in de gemiente Deever.
Hun dochter Hilligje Booiman is geboren op 8 oktober 1897 in de gemiente Deever en is op 3 mei 1899 tijdens de brand in de hut van de familie Booiman overleden in de gemiente Deever.
Hun dochter Hilligje Booiman is geboren op 22 september 1901 in de gemiente Deever. Zij is vernoemd naar Hilligje Booiman, die op 3 mei 1899 omkwam bij de brand in de hut van de familie Booiman.
Op 3 mei 1899 woonde de familie Booiman in een huisje (hut ?) met adres Diever 84a, later Noordes 1, tegenwoordig Ten Darperweg 1 in Deever.

Posted in Alle Deeversen, de Gowe | Leave a comment

De lèèste ansigtkoate van Hoeve aan den Weg

Mensen gebruiken tegenwoordig de mobiele telefoon om met behulp van de zogenaamde sociale media in verbinding te staan met familie, vrienden en kennissen. De behoefte om een ansichtkaart naar familie, vrienden of kennissen te sturen is bijna verdwenen.
Bij familiecamping Hoeve aan den Weg an de Woaterseweg in de Olde Willem zijn geen ansichtkaarten meer te koop. De eigenaar van de camping is gestopt met de verkoop van ansichtkaarten in de receptie. De campinggasten kochten zelden nog een ansichtkaart.
Op 4 juli 2025 had de redactie van ut Deevers Archief de twijfelachtige eer – maar wel een eer die gelukkig maakt – de laatste nog in het rekje bij de receptie aanwezige – en hier afgebeelde – ansichtkaart te kunnen kopen. Voorwaar een exemplaar met historische waarde.
Het zal jou als verstokte en fanatieke verzamelaar van ansichtkaarten van onderwerpen binnen de grens van de gemiente Deever maar overkomen vast te moeten stellen dat jij de bijgaand afgebeelde ansichtkaart nog niet aan jouw bijna complete verzameling van bijna 2000 verschillende ansichtkaarten hebt toegevoegd. Wat een ramp. De kans is groot dat jou dat nooit meer gaat lukken. Maar de redactie gunt uiteraard elke verstokte en fanatieke verzamelaar hetzij een nieuw hetzij een gelopen tweedehands exemplaar van de bijgaand afgebeelde ansichtkaart.
Maar het ziet er in het geheel niet goed uit voor de verstokte en fanatieke verzamelaar van ansichtkaarten van onderwerpen binnen de grens van de gemiente Deever, want bij neringdoenden binnen de grens van de gemiente Deever zijn steeds minder vaak nieuwe ansichtkaarten van onderwerpen binnen de grens van de gemiente Deever te koop.

Posted in Ansigtkoate, de Olde Willem, Hoeve aan den Weg | Leave a comment

Braand in ut boerdereegie van Henduk Grupp’m

De redactie van Ut Deevers Archief publiceerde van het bijgaande bericht een eerdere versie in Oprakelen 07/02 (juni 2007). Opraekelen is het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Bij het bericht is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit 1930 te zien. 

An de Heufdstroate in Deever op de hoek van het smalle straatje dat nu de naam Kerkstraat heeft, stond het boerderijtje van Hendrik Gruppen. Dit boerderijtje is op 21 juni 1946 na een blikseminslag afgebrand. Bij de brand kwamen een paard en drie varkens om het leven. De boom naast het boerderijtje zal ook wel zijn afgebrand. Het boerderijtje is niet weer opgebouwd. Op de plek van het boerderijtje is een grasveldje en zijn enige parkeerplaatsen voor auto’s ingericht, bovendien is het smalle straatje helaas verbreed.

Het brandweerrapport, dat ná 21 juni 1946 is opgesteld, vermeldt:
Het beschikbare aantal slangen was net voldoende. Aangezien de zuigslang te kort is voor de nortonput, kon slechts uit de open brandkuil (redactie: de braandkoele op de brink van Deever of de braandkoele an de Peperstroate ?) worden gepompt, zodat na beëindiging van de brand de watervoorraad ook geheel was uitgeput. Het dak van deze boerderij bestond uit riet en stroo, zoals zoveele daken in de kom. Indien de voorafgaande regen de omliggende daken niet voldoende nat had gemaakt, was een groote ramp niet te voorkomen geweest.

De redactie van Ut Deevers Archief is in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van de familie Hendrik Gruppen. De redactie wil bijzonder graag in contact komen met nazaten van Hendrik Gruppen. De redactie is op zoek naar foto’s van het boerderijtje van Hendrik Gruppen, die vóór 21 juni 1946 zijn gemaakt.

Aan de linkerkant van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is de zijgevel van het boerderijtje van Hendrik Gruppen an de Heufdstroate te zien.
Het huis naast het boerderijtje van Hendrik Gruppen was eigendom van Jan Schoemaker. In het linker deel van het voorhuis was het postkantoor gevestigd. Het rechter deel was in gebruik als voorkamer.
In het oude boerderijtje daarnaast woonde Hendrik Kiers. Dit boerderijtje is later gekocht door Lambertus (Bart) Schoemaker, die ook een beetje makelaar in grond en huizen was. Hij heeft het huis afgebroken om zo ruimte te krijgen voor een tuin.
Daarnaast in het huis achter de leilinden was in het voorhuis het café van Willem Huiskes en Grietje Kuiper gevestigd.
Op de achtergrond is achter de leilinden is de voorgevel van boer en wethouder Harm (?) Hessels te zien.
In de nog steeds bestaande boerderij aan de rechterkant woonden Jan Bennen met zijn dochter Geertje en zijn schoonzoon Marinus Bakker.
In het nog steeds bestaande pand daarachter was gevestigd de textielwinkel van Jacoba Hessels, de weduwe van Johannes Vos. De winkel is daarna lange tijd voortgezet door Geertje Vos.
Achter de textielwinkel is een stuk van het voorhuis van het nog steeds bestaande boerderijtje van de gebroeders Mulder, die in de Deeverse volksmond de gebroeders Bakker of de Bakker’s jongen werden genoemd.
Daarachter is een stukje van de voorgevel van de winkel van het schildersbedrijf van Geert Koster te zien.

De zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief kunnen een afbeelding van deze ansichtkaart ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 90 van het boekje De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld, dat in 1974 is samengesteld door boer-in-ruste Arend Mulder.

De redactie betreurt het ten zeerste dat het hier afgebeelde topstuk niet is opgenomen in het fotoboek Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie beschouwt dit prachtige bijna 600 bladzijden tellende standaardwerk, let wel, nota bene, mind you, toch echt wel als het Magnum Opus van de veteranen onder de vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

Posted in Ansigtkoate, Boerdereeje, Heufdstroate, Postkantoor, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

Geert Dekker hef de loek’n veur ut stroatrèèm dichte

Op de hier afgebeelde zwart-wit foto is ut boerdereegie mit siedbaander van Geert Dekker an de Heufdstroate, adres Heufdstroate 48, in Deever te zien. De foto is gemaakt op 2 mei 1959. De naam van de maker van foto is niet bekend. De redactie kon de foto niet vinden in de fotoverzameling van het Drents Archief in Assen. De redactie zou van zijn zeer gewaardeeerde bezoekers wel graag willen weten wie de hier afgebeelde foto in zijn verzameling heeft.

Het mag duidelijk zijn dat het boerderijtje in 1959 al in een bijna vervallen staat verkeerde. Maar waarom heeft Geert Dekker de luiken voor het raam aan de straatkant gesloten ?

Abel Wijkstra is geboren op 11 juni 1835 in Deever. Hij was een zoon van Alle Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Hij was niet getrouwd. Abel Wijkstra werd ook wel Olde Aèbel, Aèbel All’n, All’n Aèbel, de Smorre of Aèbeltje Smok genoemd. Abel Wijkstra is overleden op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in het boerderijtje dat is te zien op de hier afgebeelde foto.

Hilligje Dekker is geboren in Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Zij was niet getrouwd. Zij woonde in het boerderijtje dat te zien is op de hier afgebeelde foto. Zij is overleden op 31 augustus 1955 in het boerderijtje.

Geert Dekker is geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra. Geert Dekker is overleden op 6 maart 1963 in het Diaconessenhuis in Möppel. Hij was ongetrouwd. Zie het bericht van zijn overlijden. Geert Dekker woonde vanaf 31 augustus 1955 tot kort voor zijn overlijden alleen in het boerderijtje.

De hier afgebeelde zwart-wit foto is ook afgebeeld op bladzijde 92 van het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld van de Deeverse boerenzoon Arend Mulder.

Afbeelding 1 – De hier afgebeelde foto is gemaakt op 2 mei 1959
Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 19 november 2021 – Alle rechten voorbehouden.
Op de plek van het boerderijtje is na de afbraak van het boerderijtje een burgerwoning gebouwd. 

Posted in Abel Wijkstra, Baander, Boerdereeje, Geert Dekker | Leave a comment

In Deever haad’n alle Mulders un beenèème

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 88 een afbeelding van een ansichtkaart uit 1909 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

Kruisstraat
Van dit typisch mooie dorpsgezicht, genomen omstreeks 1904, staat momenteel geen steen meer op elkaar.
De eerste woning rechts werd bewoond door de familie Harm Moes en zijn inwonende schoonvader Hendrik Mulder. Het feit dat vele families Mulder (hoewel niet aan elkaar verwant) bijnamen droegen als Bakker, Moes, Bas, Poep, Kuiper en Potter, laat zich ook hier weer gelden, wijl Hendrik Mulder de bijnaam Hendrik Potter droeg, wellicht doordat hij de centen oppotte. Achter de tweede deur links was de kuiperij voor het maken van botervaatjes ten behoeve van de zuivelfabriek. Aan zijn gevel hing een uithangbord met de spreuk:
Geen groter kunst ooit uitgevonden,
Dan hout met hout verbonden.

Even om de hoek (richting Kasteel) hing smid Daniël (in het pand van Klaas Houwer) een uitgangbord op luidende:
Ja Kuiper, Je kunt wel dralen,
Maar de banden moet je bij mij halen.

Tweede huis was van Willem Huiskes, caféhouder, met daaraan vast de bakkerij van Jan Grit. Toen die verhuisde naar het pand van Jan Boers, waar later de wagenmakerij van Jans Mos stond, hing hij een bord uit luidende:
Ik ben verhuisd, ik ben verplant,
De bakkerij is nu aan de overkant.

Als laatste, alsof het onder de toren is gebouwd, de smederij van Kloeze. De vrouw links, leunende op de hekken, is Mina van Jan ter Heide, schilder en winkelier. Nog even zien wij een hoek van de in plusminus 1914 door hemelvuur verbrande woning van de gebroeders Harm, Hendrik en Jacob Mulder, in de volksmond de gebroeders Bakker genoemd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in ut Deevers Archief een afbeelding van de in het verhaal van Arend Mulder afgebeelde ansichtkaart opgenomen.
In Deever hadden alle Mulders een bijnaam.
Broodbakker Garke Mulder werd Garke Bakker genoemd. Zijn drie zonen Harm, Hendrik en Jacob Mulder werden Garke Bakker’s jongen genoemd.
Huisschilder en drogist Hendrik Mulder werd Henduk Moessie of Moessie Peep genoemd.
Postbode Egbert (Eppie) Mulder werd Eppie Bas genoemd.
Gemeenteambtenaar Anne Mulder werd Anne Bas genoemd.
Hun moeder werd Lamme Bas genoemd.
Teunis Mulder van ut Kastiel werd Teunis Kuper genoemd.
De vader van Arend Mulder werd in de Deeverse volksmond niet Jan Mulder genoemd, maar Jan Boatie, omdat hij een baardje (sikje) had en er meer Jan Mulders in Deever woonden
.
In Deever woonde ook een Mulder die op zijn achttiende al in de raad van de hervormde kerkgemeente zat en heel lichtblond haar had en daarom in de Deeverse volksmond Witte Jezus werd genoemd.
En dan woonden en werkten in Deever ook schoenmaker Jan Mulder, die Jan Pik of Jan Pikkie werd genoemd en zijn zoon Marinus Mulder, die Marinus Pik of Marinus Pikkie werd genoemd.
Wie van de bijzonder gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie attenderen op de bijnaam van andere Mulders ?
Arend Mulder noemt smid Daniël, die zijn smederij aan de Kruisstraat had. Maar smid Daniël Jacobs Offerein is geboren op donderdag 20 december 1821 in Deever en is overleden op donderdag 18 september 1873 in Deever, 51 jaar oud. Het kan niet een zoon van Daniël Jacobs Offerein zijn geweest, want hij had geen zonen. Welke smid kan het dan wel zijn geweest zo rond 1904 ? Een andere Offerein ? Een neef van Daniël Jacobs Offerein ? Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hier gegevens over verschaffen ?

Afbeelding 1
Bladzijde 88 van het boek ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.

Posted in Heufdstroate, Publicatie | Leave a comment

De Vuurpanne an de Peperstroate in Deever

An de Peperstroate in Deever is een pannekoekenboerderij met de niet zo toepasselijke naam ‘de Vuurpan’ gevestigd geweest.
De redactie van ut Deevers Archief is op zoek naar gegevens en foto’s van deze pannekoekenboerderij.
Zo is één van de vele vragen: wanneer is ‘de Vuurpan’ geopend en wanneer stopte de eigenaar met ‘de Vuurpan’ ?
En waarom kreeg de pannekoekenboerderij de naam ‘de Vuurpan’ ?
Het was in elk geval in de tijd dat Deever nog netwerknummer 05219 had. In 1995 zijn in Nederland de vijfcijferige netwerknummers afgeschaft.
Dus pannekoekenboerderij was dus vóór 1995 in Diever gevestigd.
Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie gegevens verschaffen ?
De redactie heeft de hier afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 22 april 2021.

De redactie ontving op 6 september 2025 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Wim Slikker.
In de zomer van 1984 hebben we daar heerlijk gegeten. Twee maal zelfs.
In de bedstee die ze daar hadden als eethoekje.
Helaas heb ik geen verdere info, alleen dat we daar genoten hebben…


Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – 22 april 2021 – Alle rechten voorbehouden

Posted in Deever, Neringdoende, Peperstroate, Toeristenindustrie | Leave a comment

De Woatersestroatweg steet ok op un ansigtkoate

De redactie van ut Deevers Archief prijst zich gelukkig met vele tientallen zwart-wit ansichtkaarten met foto’s van de Deeverse bos. Zie bijvoorbeeld een bosgezicht van de Grensweg. Maar al vele jaren heeft de redactie geen ontbrekende bosaangezichtkaart meer aan zijn verzameling van ansichtkaarten uut de gemiente Deever kunnen toevoegen.

Tot 12 juni 2025, toen hij tot zijn grote verrassing bijgaand afgebeelde mooie zwart-wit ansichtkaart met witte rand voor een paar eurootjes kon verwerven. De redactie heeft het vermoeden dat het een zeldzame ansichtkaart is. Zo nu en dan heb je als verzamelaar het geluk geluk te hebben.

Op de ansichtkaart is de Woaterseweg te zien, die bij vergissing de Watersestraatweg is genoemd. De redactie heeft geen flauw idee waar de fotograaf de foto voor deze ansichtkaart heeft gemaakt. Ergens in de buurt van zwembad Dieverzand ?

Van Leer’s Fotodrukindustrie N.V. in Amsterdam heeft deze kaart in juli 1956 uitgegeven. De kaart was te koop in het dorpswarenhuis De Wiba van Jan Brugging en Griet Oost an de Heufdstroate in Deever.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Ansigtkoate, Bosgesigte, de Deeverse bos | Leave a comment

Un soldoat’nkeuk’n in de Kaamp op de Oeren

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is als afbeelding 14 een zwart-wit ansichtkaart van soldaten in een soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren opgenomen. Deze zwart-wit ansichtkaart (zie afbeelding 2) is in 1907 verstuurd. In de tekst bij de afgebeelde ansichtkaart is enige aandacht besteed aan de geschiedenis van het soldatenkamp. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen.

14 – Wapse – Soldatenkeuken in de Kaamp op de Oeren – 1907
Een deel van het grote tentenkamp van de landmacht is op de foto rechts op de achtergrond te zien. Het kamp op de Oeren stond op kroem heideveld, dat wil zeggen onvlak en drassig heideveld, vol met veldkeien. De schietoefeningen werden gehouden bij de kogelvangers in het Wapser Zand. Als de soldaten naar de schietbaan marcheerden, dan werden ze begeleid door een eigen muziekcorps. In de buurt van de schietbaan stond ook de schijvenloods.
De in 1904 geboren Jannes Santing herinnerde zich uit zijn jonge jaren dat Wapsers vertelden dat in de kaamp een helder köppeltie soldoat’n zaat. Op prentbriefkaarten is te lezen dat bijvoorbeeld gelegerd waren het 9-de regiment, 1-ste bataljon, 3-de compagnie en het 9-de regiment, 2-de bataljon, 3-de compagnie. In het tentenkamp waren ongeveer 2400 soldaten gelegerd. Op de voorgrond is één van de veldkeukens met zijn watervoorziening te zien. Het water werd met behulp van pompen uit de grond gehaald. Daarvoor had de genie buizen tot in de welle geslagen.
Bij het zien van deze foto herinnerde Jannes Santing zich dat op het land van Johannes Hilberts nog jaren daarna zogenaamde Norton-pompen hebben gestaan. Ook wist hij te vertellen dat zijn vader en hij de achtergebleven buizen later uit het heideveld van Harm Eleveld (Harm Prakken) mochten halen.
Ik vertelde Jannes Santing dat het zo jammer was dat van de kaamp heel weinig op papier is terug te vinden. Zijn reactie was aandoenlijk. Hij zei: ’t Is moar net hoe aij ’t bekiekt. Vervolgens rommelde hij wat in de krantenbak naast zijn stoel in zijn gezellige kamer in het rusthuis en haalde het boekje van Arend Mulder te voorschijn. Feilloos zocht de krasse negentiger bladzijde honderdentwintig op en zei: Zuuk moar neet langer. Hier steet alles over de kaamp. ‘K mag ’t so now en dan nog graeg ies lees’n.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Jannes Santing was in zijn werkzame leven de smid van Wapse.
Johannes Hilberts is geboren op 29 november 1908 en is overleden op 30 januari 1983. Hij was getrouwd met Margje Eggink. Zij is geboren op 25 januari 1910 en is overleden op 17 januari 1959.
Harm Eleveld (Harm Prakken) is geboren op 26 november 1879 en is overleden op 3 september 1955. Hij was getrouwd met Aaltje Stevens. Zij is geboren op 5 februari 1883 en is overlden op 7 juni 1919.

Op 10 augustus 1905 verscheen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant het navolgende korte bericht.
De zorg voor de officieren-menage bij de in September aanstaande te houden manoeuvres in den omtrek van Diever is opgedragen aan onzen stadgenoot den restaurateur Th. Bakker. Zie afbeelding 1

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De schrijver gebruikte in dit éénregelige berichtje drie Franse woorden. In het Nederlands luidt deze zin:
De zorg voor het eten van de officieren bij de in September aanstaande te houden troepenbewegingen in den omtrek van Diever is opgedragen aan onzen stadgenoot den gaarkok Th. Bakker.
Blijkbaar kregen de heren officieren niet te eten uit een gewone soldatenkeuken in de kaamp op de Oeren, maar werd hun eten apart bereid door een daarvoor ingehuurde gaarkok uit Assen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart was ook nog in 1908 te koop.
Want op 20 augustus 1908 stuurde iemand – de redactie heeft de naam niet kunnen ontletteren – deze ansichtkaart naar de heer G. Zevenbergen, hoofd der openbare lagere school te Kamperveen bij Kampen.
De tekst in de schrijfruimte van de kaart luidt als volgt:

Hartelijk gefeliciteerd met het door u behaalde succes. Daar ik niet wist of uwe vacantie al geëindigd was, ben ik zo laat met mijne felicitatie. Gedachtig aan het spreekwoord ‘Beter laat dan nooit’ hoop ik, dat u het me niet kwalijk zult nemen. Ontvang met uwe zuster de hartelijke groeten van A.H. ………….
Zie afbeelding 4.

Afbeelding 1
Abracadabra-1286
Afbeelding 2
Abracadabra-510
Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Ansigtkoate, de Kaamp op de Oeren, Diever, ie bint 't wel ..., Smedereeje Santing, Wapse | Leave a comment

Skildereeje van ut interieur van ut skultehuus

De redactie van ut Deevers Archief toont graag afbeeldingen van tekeningen, schilderijen en etsen van onderwerpen in de gemiente Deever. Bijgaand is afgebeeld een prachtig gedetailleerd acrylverf schilderij van J. Coppes. Op het schilderij is een deel van het interieur van het schultehuis an de brink van Deever te zien. De vergulde lijst is van massief hout. Het schilderij heeft een breedte van 67,5 cm en een hoogte van 57,5 cm.
De redactie weet niet in welk jaar het hier afgebeelde schilderij is gemaakt. De redactie heeft in de openbare bronnen helaas nog geen gegevens van de kunstenaar J. Coppes kunnen vinden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens van deze kunstenaar ?

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Kuunst, Skildereeje, Skultehuus | Leave a comment

Wie hef de toor’nhèène van de kaarke op Zorgvliet ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft van de heer Ab Bout toestemming het navolgende bericht op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie is de heer Ab Bout bijzonder erkentelijk voor deze toestemming, temeer omdat het verhaal is geïllustreerd met een tekening.

Woar was de toor’nhèène van Zorgvliet ?

Het was ongeveer in 1978. Op een zondag in mei. Vanuit Slagharen was ik met mijn vrouw Ria Brinkmann en onze twee dochtertjes op bezoek bij mijn schoonouders aan de Wilhelminastraat in Steenwijk. Het was een prachtige dag en buiten werd de koffie geschonken, de kinderen speelden in de tuin. Tijdens het koffiedrinken stelde mijn schoonvader Gerard Brinkmann, mij voor een ritje te maken naar Zorgvlied. “Ik ken daar nog een familie Van Opzeeland, die heb ik lange tijd niet gesproken en zou ze graag eens willen bezoeken”, gaf hij als reden.

En zo zaten we even later met z’n tweeën in de auto, waar Gerard mij vertelde dat naast de kerk in Zorgvlied een gebouwtje staat waarin in de vorige eeuw een sigarenmakerij was gevestigd. Zijn vader (Bernardus Brinkmann) is van Zorgvlied op klompen naar Steenwijk gelopen en heeft daar later een sigarenfabriek gevestigd.

Na een half uurtje rijden kwamen we aan in Zorgvlied. Een dorpje met veel groen en huizen rondom de kerk. Een plek waar het altijd Zondag leek te zijn. Wat opviel was dat de toren van de kerk tot aan de spits in de steigers stond. “Daar woont Van Opzeeland”, zei Gerard en wees naar een huis dat tegenover de kerk stond. “We gaan kijken of ze thuis zijn, we lopen achterom, dat is hier zo de gewoonte”. Even later stonden we bij de achterdeur. Gerard stak zijn hoofd naar binnen in de halfgeopende deur en riep: “Volluk!” en nog eens “Volluk!”. Het bleef stil, maar even later verscheen een kleine magere man die ons met wantrouwende blik aankeek.  Het was Van Opzeeland. “Of ken je mij niet meer”, zei Gerard en toen in het plat: “Brinkmann uut Steenwiek”. “Ach ja, nou zie ik het”, Van Opzeeland keek ineens blij verrast. “Kom verder”, zei hij. Even later zaten we in de woonkamer aan de tafel met een Smyrna tafelkleed en daarop voor ieder een kopje koffie.

Er werd gepraat over familiezaken, over de doden en de nog levenden en waar die woonden, enzovoort, enzovoort. Ik begreep er niet veel van en toen er een stilte viel, maakte ik van de gelegenheid gebruik ook iets te zeggen. Ik wees naar het raam met uitzicht op de omsteigerde toren en zei: “Nou, dat is een grote restauratie”. “Praat me d’r niet van”, zei Van Opzeeland en keek zorgelijk naar buiten. “We zijn jaren bezig geweest het geld bij elkaar te krijgen. Acties en collectes, je weet hoe moeizaam dat gaat temeer, omdat ik zelf in de bouwcommissie zit. Het kost een paar lieve centen. Alleen hebben we een lastig probleem dat zit namelijk zo. De leidekkers hebben de haan van de toren gehaald en beneden ergens neergezet, zodat deze opnieuw kan worden verguld. Het vreemde is, we kunnen hem nergens vinden. Hij is verdwenen, weg, foetsie. Iedereen beschuldigd elkaar de haan niet goed te hebben opgeborgen. Het is een vervelende situatie.” Gerard had het verhaal aangehoord, liep naar het raam en zei ineens “Ik weet waar die haan is.” Van Opzeeland keek Gerard verbaasd aan en zei: “Hoe kan jij dat nou weten helemaal vanuit Steenwijk ?” “En toch weet ik waar die haan is”. “Waar dan ?” “In Slagharen !”

Wat was er gebeurd…… Pastoor Noordman uit Slagharen ging in diezelfde tijd met emeritaat en moest de pastorie uitruimen voor de nieuwbenoemde pastoor en hij kreeg een huis in een nieuwbouwwijkje van Slagharen. Het eerste wat hij deed, nu hij vrije tijd had, was met de auto een bezoek brengen aan het dorpje van zijn jeugd: Zorgvlied. Op een dag in april reed de pastoor erheen en zag daar de kerktoren in de steigers staan. Hij liep om de kerk en ontmoette daar de dienstdoende kapelaan.
De pastoor vertelde hem over zijn jeugdtijd in het dorp. “Kijk”, zei de pastoor, “kijk, die heeft mijn vader nog gemaakt”. En hij wees op de torenhaan, die bij wat bouwmateriaal stond. “Hij was siersmid en was heel erg trots dat hij die haan mocht maken”. De kapelaan zag dat de pastoor met grote interesse de haan bekeek en vroeg hem of hij de haan wilde hebben.  “Hij staat hier toch maar als oud vuil”. Dat liet de pastoor zich geen twee keer zeggen en laadde de haan in de auto. Enkele dagen later prijkte de haan met een smeedijzeren bord, waarop de naam “Zorgvlied” stond, op een blinde muur van de nieuwe woning van de pastoor in Slagharen.

Mijn schoonvader Gerard Brinkmann had tijdens een bezoek aan Slagharen toevallig gezien dat de haan aan een muur hing en vooral de tekst “Zorgvlied” kwam hem bekend voor. Hij herinnerde het zich, toen wij die zondagmiddag op bezoek waren bij Van Opzeeland. Wanneer de bouwcommissie uit Zorgvlied de torenhaan in Slagharen heeft teruggehaald, dat weet ik niet precies. De haan heeft ongeveer een jaar of misschien langer dan een jaar aan de muur van het huis van pastoor Noordman gehangen. De haan is weer terug op het oude nest, zodat ook deze zorg vliedt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hendrikus Johannes Anthonius Noordman was in de periode 1958-1972, tot zijn emeritaat, pastoor van de Rooms-Katholieke parochie Sint Alphonsus de Liguori in Slagharen. Pastoor Noordman is op 9 februari 1907 geboren in Arnhem. Hij is op 24 april 1979 overleden in Slagharen. Hij werd met ingang van 14 maart 1958 benoemd als pastoor in Slagharen.
Zijn vader was siersmid in Arnhem. Het is de redactie niet duidelijk of pastoor Noordman inderdaad in zijn jeugd op Zorgvliet heeft gewoond.
De sigarenfabriek stond niet naast de rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat op Zorgvliet, maar aan de weg naar Elsloo, vlak bij de Drents-Friese grens. Zie de berichten in ut Deevers Archief.
Sigarenfabriek ‘De Adelaar’ is in 1926 als firma opgericht door Bernardus Brinkmann en was gevestigd aan de Wilhelminastraat 39 in Steenwijk. Bernardus Brinkmann is geboren op 16 juni 1879 in Terband in de gemeente Aengwirden (Fryslân) als zoon van Johannus Frederiks Brinkmann (vervener) en Gala van Balen. Hij is overleden op 17 januari 1942 in Steenwijk.

Afbeelding 1
De heer Ab Bout is de maker van deze tekening. De tekening roept wel enige vragen op. De vijf oude woningen naast de kerk zijn in 1981 afgebroken. Ter plekke zijn daarna vier nieuwe woningen gebouwd. Zie de afbeeldingen in ut Deevers Archief. Dus het zal na 1981 zijn geweest, dat de toren van de rooms-katholieke kerk op Zorgvliet in de steigers heeft gestaan ? Of de maker gebruikte een foto, die ná 1981 is gemaakt, als voorbeeld voor het maken van deze tekening en tekende daarbij een steiger om de toren, maar niet tot de spits ?

Posted in Kattelieke Kaarke, Kuunst, Tiekening, Zorgvliet | Leave a comment

Un foto uut 1936 van kiender van de Witteler skoele

Juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 werkzaam in de Witteler Skoele. Christina Augusta Johanna ter Horst is op 24 december 1909 in Zwolle geboren. Ze is op 7 april 1930 in het bevolkingsregister van de gemiente Deever ingeschreven op het adres Diever 4. Dat was het adres van Roelof Klasen en Aaltje Mulder in de Heufdstroate, bij dat echtpaar was ze in de kost. Haar vorige standplaats was Amersfoort. Met ingang van 1 maart 1937 was Harderwijk haar nieuwe standplaats. Wie weet de datum en plaats van overlijden van juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst ? De redactie van ut Deevers Archief is nog steeds op zoek naar gegevens van haar.

Juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst heeft bijgaand afgebeelde foto van negen van haar leerlingen in 1936 bij de Witteler Skoele gemaakt met haar eigen fototoestel. Zij maakte daarmee een van de weinige opnamen bij de vooroorlogse Witteler skoele. Achter de kinderen is nog net zichtbaar het huisje waarin de familie Jochem van Leeuwen woonde.

Bij deze foto stonden gelukkig de naam van deze leerlingen van de eerste klas achter op de foto geschreven, zodat de redactie van ut Deevers Archief geen uiterst kostbare tijd hoefde te besteden aan het uitzoeken van de naam van deze leerlingen.
De redactie heeft zich bij deze foto ook een turboslag in de rondte gezocht, maar moet vaststellen dat deze niet is opgenomen in het moedige en onvolprezen boekje en in 2004 uitgegeven boekje Wittelte na Witto van de Werkgroep Historisch Wittelte.

De vijf staande kinderen op de foto zijn van links naar rechts:

Lenze (Leinse) Cornelis Boer
Hij is geboren op 24 februari 1927 in Oll’ndeever.
Hij is een zoon van Hendrik Jacob Boer en Lammigje Nieuwenhuis.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van hem.

Roelof Lensen
Hij is geboren op 4 januari 1930 op ’t Moer.
Hij is overleden op zondag 11 april 1943 in Meppel.
Hij is een zoon van Roelof Lensen en Grietje Jonkers.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar meer gegevens van hem.

Frederika (Rika, Rikie) Jantina Odie
Zij is geboren op 17 februari 1930 op ’t Moer.
Zij is een dochter van Lambert Odie en Trijntje Kamer.
Zij is op 7 november 1952 in Deever getrouwd met Albert Veen.
Albert Veen is geboren op 17 januari 1925 in Doldersum als zoon van Wiebe Veen en Jentje Boers. Hij is overleden op 23 oktober 1983 in Sint Johannesga

Mevrouw Frederika van Baar-Veen schreef op 4 juni 2025 de volgende bijzonder gewaardeerde reactie:
Ik ben een kleindochter van Frederika Veen-Odie.
Mijn oma is inmiddels 95 jaar en woont in een verzorgingstehuis in Heerenveen.
Haar man Albert Veen overleed op 58-jarige leeftijd, toen was ik zo oud als mijn oma op de foto. Ik was zes jaar oud toen mijn opa overleed.
Samen kregen ze drie zonen. Mijn vader, de oudste van de drie, is ook op ’t Moer geboren.

Pieter (Piet, Pietie) Barelds
Hij is geboren op 30 augustus 1929 an de Wittelerweg in Wittelte.
Hij is een zoon van Hendrik Lefferts Barelds en Aaltje Pieper.
Hij trouwde in 1957 met Trientje Hingstman.
Hij was boer in de boerderij met adres Wittelterweg 18.
Hij is overleden op 16 april 2008 op 78-jarige leeftijd in Dwingel.
De redactie verwijst de geïnteresseerde zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief voor meer gegevens graag naar het boek ‘Wittelte. Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, geschreven door de Witteler Klaas de Boer.

Arend Noorman
Hij is in 1930 geboren.
Hij woonde in Oll’ndeever.
De redactie moet in de openbare bronnen nog op zoek naar gegevens van hem. 

De vier zittende kinderen op de foto zijn van links naar rechts:

Jan Kok
Hij is geboren in 1930 aachter op ut Noord.
Hij is een zoon van Lambert Kok en Aaltje Harms.
Hij is in 1996 overleden.
Hij was een beetje boer. Hij was ongetrouwd en woonde met zijn twee zusters Jantje en Jantina in de boerderij aachter op ut Noord, die nu als adres Noordswegje 10 heeft.
De redactie verwijst de geïnteresseerde bezoekers van ut Deevers Archief voor meer gegevens graag naar het boek ‘Wittelte. Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, geschreven door de Witteler Klaas de Boer.

Hendrik Jonker
Hij is geboren op 23 juni 1929 an de Wittelerbrogge.
Hij is een zoon van Roelof Jonker en Albertje Pouwels.
Hij trouwde  met Nella Godwaldt uut Wapse.
Hij is overleden.
Hij woonde laatstelijk in Vledder.

Albert (Ab) Jan Winters
Hij is geboren op 24 juli 1929 an de Wittelerbrogge.
Hij is overleden op 24 juli 2015 in Almelo.
Hij was getrouwd met Margje Smit van de Deeverbrogge.
Hij woonde in Almelo.
Hij was machinist bij de Nederlandse Spoorwegen.

Willem Gelmers
Hij is geboren op 14 februari 1930 op ut Moer. Hij is overleden op 13 januari 1979 in Meppel. Zie de grafsteen. Hij is een zoon van Gelmer Gelmers en Frederika Dekker. Hij is geboren in de eerste boerderij aan de Wapserveense kant in de gemiente Oavelte. Hij was getrouwd met Minke Dijkstra. Hij woonde in Meppel. Willem was invalide. Hij had manke benen. Hij had een apart ding om te kunnen lopen. De familie Gelmer Gelmers heeft ook nog een paar jaar gewoond in de eerste boerderij voorbij de Steenbaarger bochte in de gemiente Oavelte. De familie Gelmer Gelmers is in november 1939 verhuist naar Meppel.

Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan aanvullende gegevens aanreiken ?

Posted in Alle Wittelers, Christina Augusta Johanna ter Horst, Witteler skoele | Leave a comment

Jopie Overheul hef in de oorlog in Deever ewoont

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van oude zwart-wit ansichtkaarten van onderwerpen uit de gemiente Deever aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. Op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart is het café De Veemarkt van Berend Slagter en Femmigje Mulder an de Kruusstroate in Deever te zien. Op de achtergrond is het marktterrein te zien. Het gebouw bestaat nog steeds. Zie afbeelding 3.

In 1941 stuurden mevrouw Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo (Jopie) Verheul de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (afbeelding 1) naar de familie J. Oosthof, van Swindenstraat 69 in Schiedam. De familie Overheul vermeldde als adres Jacob Bijker, Groningerweg 4, Diever (Dr.) (afbeelding 2).

De redactie is het bestuur van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever bijzonder erkentelijk voor het geven van toestemming voor het overnemen van het artikel ‘Oorlogsgasten’, dat is gepubliceerd in nummer 03/2 (juni 2003) van het papieren blad Opraekelen. Wijlen Lambert Brugging is de schrijver van het artikel ‘Oorlogsgasten’.

Oorlogsgasten

In Opraekelen 02/1 wordt in het artikel ‘Verslag van gesprekken met enkele Dieversen’ over de acties van de Franse parachutisten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op bladzijde 37 melding gemaakt van een in Diever verblijvende familie Overheul. De familie woonde gedurende een groot gedeelte van de oorlog in een deel van de woning van schilder Aaldert Kannegieter aan de Hoofdstraat. Hoewel mijn ouderlijk huis tegenover de woning van Aaldert Kannegieter stond, is het me nooit duidelijk geworden wat voor mensen dit waren en hoe ze hier terecht kwamen. Het leek me de moeite waard dit uit te zoeken. Via de gezusters Van Gijssel, die destijds in het Armenwerkhuis aan de Groningerweg woonden, kwam ik al snel op het spoor van de familie Overheul, met name op dat van dochter Jo (Jopie). Ik heb een gesprek met haar gehad en ik heb het volgende genoteerd, omdat ik vermoed, dat meer Dieversen of oud-Dieversen in de familie zijn geïnteresseerd.

Verblijf in Diever
Zoals uit het boven genoemd artikel in Opraekelen blijkt was het echtpaar Gerrit Overheul en Alie Christen en hun dochter Jo (Jopie) tijdens het begin van de oorlog woonachtig in Schiedam. De familie maakte op 14 mei 1940 de hevige Duitse bombardementen op Rotterdam en Schiedam mee. Tijdens deze bombardementen heeft het gezin in een kelder van een tante gebivakkeerd. Hun huis, dat dicht bij de spoorlijn lag, werd door Duitse voltreffers geraakt. Dit huis is na de oorlog niet weer herbouwd, omdat het stratenpatroon in de betreffende buurt werd gewijzigd.
Gerrit Overheul zat in de werkverschaffing en werkte bij de Vledder A. Hij was gehuisvest in rijkswerkkamp Diever A, dat in de Oude Willem bij Hoeve aan den Weg lag.
In Rotterdam en omgeving werd het leven in de oorlog al snel beroerder. De familie besloot in het najaar van 1940 naar Drenthe te gaan, omdat Gerrit Overheul daar vanwege z’n werk bekend was. Gerrit Overheul werd echter door de Duitsers gedwongen in Duitsland te gaan werken.
Zijn vrouw Alie Christen en hun dochter Jo, respectievelijk geboren in 1911 en 1933, kwamen terecht in Diever, waar Gerrit Overheul had gewerkt. Ze moesten zich melden bij Albert Keizer, die aan het begin van het Kasteel woonde. Albert Keizer was beheerder van de kantine van rijkswerkkamp Diever A, toen Gerrit Overheul in Diever werkte. Albert Keizer heeft uit dien hoofde bemiddeld bij het vinden van woonruimte. Nadat Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo bij het gezin van Albert Keizer waren aangekomen en wat gedronken hadden, bracht hij hen naar het gastgezin, te weten het echtpaar Jacob
Bijker en Giene Oost, wonende aan de Groningerweg bij het Armenwerkhuis.

.Alie Overheul-Christen en haar dochter Jo konden bij de familie Bijker geen eigen woonruimte betrekken, maar werden in het gezin opgenomen. Bij de familie Bijkers sliepen ze voor het eerst in een bedstee. Hieraan moesten ze wel wennen. Ze hebben tot in 1941 bij de familie Bijker gewoond. Door gezinsuitbreiding bij de familie Bijker werd de woon- en leefruimte daar te klein. Jo en haar moeder moesten toen naar een andere woonruimte omzien. Die werd gevonden bij de familie Aaldert Kannegieter aan de Hoofdstraat. Ze konden hier de voorkamer huren met gezamenlijk gebruik van keuken en toilet. Ook hier moesten ze in een bedstee slapen.

Schoolbezoek van Jo Overheul
In Diever bezocht Jo de openbare lagere school aan de Hoofdstraat. Hoewel ze in Schiedam in de tweede klas zat, werd ze in Diever teruggeplaatst naar de eerste klas. Dit vanwege het feit, dat het schooljaar in Diever niet parallel liep aan het schooljaar in Schiedam.
Soms moest ze vanaf de Groningerweg tot aan haar midden door de sneeuw baggeren om bij de school te komen. Ze zat onder meer bij Annigje, dochter van het echtpaar Harko Vierhoven en Annigje Bijker in de klas. Tussen de middag at ze bij de familie Vierhoven haar boterhammen op, toen ze met haar moeder bij de familie Bijker aan de Groningerweg woonde.
Voor het vak handwerken moest Jo soms spullen van huis meenemen. Dat waren vaak spullen, die haar moeder niet bezat, vanwege het feit dat ze bijna zonder bezittingen naar Diever waren gekomen. Jo kwam dan met lege handen op school. Dit stond de juffrouw uiteraard niet aan. Daarom moest zij vaak, in de tijd dat de andere meisjes de handwerkles volgden, strafregels schrijven: “Luiheid is des duivels oorkussen”. Na de oorlog en na haar lagere schooltijd heeft Jo eerst de ULO-school (redactie: ULO = Uitgebreid Lager Onderwijs) in Meppel bezocht. Ze zat daar onder meer met Niesje Barelds uit Wittelte in de klas. Toen in Diever de ULO-school werd geopend, is ze daar naar toe gegaan. Ze werd in de tweede klas geplaatst. In deze klas zaten toen zeven kinderen. In het begin werd les gegeven in de oude openbare lagere school aan de Hoofdstraat.

Werkzaamheden van Alie Overheul-Christen
De moeder van Jo hield veel van breien. Ze heeft ook voor inwoners van Diever gebreid. Moeder Overheul weet nog te vertellen, dat ze een paar nieuwe herensokken kocht, deze aftrok en er vervolgens twee paar kindersokken van breide. Zo kon ze geld besparen. Ze heeft als huishoudster bij Klaas Daleman gewerkt, toen zijn vrouw ziek was. Klaas Daleman is één van de mannen, die de Duitsers vlak voor de bevrijding van Diever hebben vermoord op het marktterrein. Voorts heeft ze gewerkt in het zwembad Dieverzand aan de Bosweg.

Werken in Duitsland
Soms kreeg de in Duitsland verblijvende Gerrit Overheul een paar dagen verlof om zijn vrouw Alie en dochter Jo in Nederland te bezoeken. Het gezin trof elkaar dan niet in Diever, maar bij familie in Schiedam. Dit was voor Gerrit Overheul aantrekkelijker, vanwege de betere treinverbindingen met Duitsland. In de loop van de oorlog eisten de Duitsers van verlofgangers, dat zij de Hitlergroet brachten vóór hun vertrek naar Nederland. Dit vertikte hij, zodat aan het gereis naar Nederland een eind kwam.

Na de oorlog
Het gelukte Gerrit Overheul vrij direct na het einde van de oorlog uit Duitsland weg te komen. Toen hij in Diever aankwam, durfde hij niet direct naar zijn gezin te gaan. Hij wilde zijn vrouw, die ziek was, niet laten schrikken. Bij de woning van Roelof Fransen verzocht hij een inwoner van Diever zijn gezin te waarschuwen. Jo is vervolgens haar vader tegemoet gelopen.
Het gezin heeft na de hereniging nog een paar maanden in het huis van Aaldert Kannegieter gewoond. Op een gegeven moment konden ze huisvesting krijgen aan de Bosweg, in het huis waar tot dan Thijs Barelds met zijn gezin had gewoond. Dit heeft tot 1948 geduurd. Het gezin was genoodzaakt te vertrekken, omdat Gerrit Overheul geen vast werk in Diever en omgeving kon vinden. Zij gingen terug naar Schiedam.

Het Noorden bleef trekken
Jo Overheul is in 1965 in Schiedam getrouwd met Gijsbertus Boer. Het echtpaar ging wonen in Vlaardingen, de woonplaats van Gijsbertus. Hier hebben ze tot 1980 gewoond. Vanuit Vlaardingen is Jo met haar gezin verschillende keren in Diever op vakantie geweest. Op een gegeven moment kochten ze een tweede woning in Bant. Van daaruit hebben ze ook vaak Diever bezocht. Uit eindelijk kwam het gezin, evenals de moeder van Jo, in Heerenveen terecht. Alie Overheul-Christen woont daar in een service-flat. Zo nu en dan hebben ze nog contact met Bertus Bijker, de zoon van Jacob Bijker en Giene Oost.
Gijsbertus Boer, de echtgenoot van Jo Overheul, heeft niet van het leven in Heerenveen mogen genieten. Het gezin was nog maar net gearriveerd of hij kwam te overlijden. Ik kreeg bij het gesprek het gevoel, dat Jo daarna goed is opgevangen door de oud-Dieverse en ook in Heerenveen wonende Teuna van Gijssel.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Lambert Brugging schrijft aan het begin van het artikel:
In Opraekelen 02/1 wordt in het artikel ‘Verslag van gesprekken met enkele Dieversen’ over de acties van de Franse parachutisten tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog op bladzijde 37 melding gemaakt van een in Diever verblijvende familie Overheul.
De tekst in Opraekelen 02/1 luidt als volgt:

De familie Bijker vond onderdak bij (schoon)moeder Lammigje Oost-Wanningen aan de Dwarsdrift. Geertje en Hillie van Gijssel en Karel Kragt hebben bij de familie Overheul geslapen. Deze familie (vrouw en dochter) kwam uit Schiedam en verbleef tijdens een groot gedeelte van de oorlog in een kamer, die gehuurd was van schilder Aaldert Kannegieter, aan de Hoofdstraat. De rest van de familie Van Gijssel en de bewoners van het Armenwerkhuis hebben de nacht op het Kasteel door gebracht, verdeeld over drie gezinnen. De onderduikers van het Armenwerkhuis zijn het bos in gevlucht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Jacob Bijker is geboren op 20 maart 1900. Hij is overleden op 2 september 1965. Hij trouwde met Helperdina Oost. Zij is geboren op 30 april 1914. Zij is overleden op 13 november 1984. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Albert Keizer is geboren op 14 augustus 1883. Hij is overleden op 30 december 1979. Hij trouwde met Jantje Warring. Zij is geboren op 12 november 1888. Zij is overleden op 30 november 1972. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Klaas Daleman is geboren op 22 mei 1906. Hij is op 10 april 1945 door een Duitser vermoord op het marktterrein aan het begin van de Bosweg in Deever. Hij trouwde met Jacoba Fledderus. Zij is geboren op 18 maart 1904. Zij is overleden op 18 september 1990. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. 

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – Adreskant van de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart (afbeelding 1)

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – zondag 18 december 2022 – Alle rechten voorbehouden.
De familie Aaldert Kannegieter woonde in het huis met de witte zijmuur.

Posted in Alle Deeversen, Ansigtkoate, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ie leeft moar ien kièr en ie leeft neet veur oesölf

per brief de voorzitter van de Eerste Kamer weten zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer per 31 maart 2000 neer te leggen. In zijn brief zegt hij het gevoel gekregen te hebben dat het lidmaatschap van de Eerste Kamer hem zou kunnen gaan belemmeren in het optimaal uitoefenen van andere verantwoordelijkheden. Met name zijn hoofdfunctie bij Zorgverzekeraars Nederland zou hem mogelijk in een moeilijke positie kunnen brengen.
Al direct op woensdag 22 maart 2000 stond de razende reporter Roelof Tienkamp van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Krant) voor een interview al vroeg voor de deur van de oude boerderij in Oll’ndeever, waar ‘ut Orèkel van Deever’, preciezer ‘ut Orèkel van Oll’ndeever’, van 1999 tot in 2006 woonde. Het razendsnel tot een artikel uitgewerkte interview verscheen – let wel – ook al op woensdag 22 maart 2000 in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Krant). Hoe snel wil je het eigenlijk hebben ? Zie het navolgende overgetikte bericht (en zie afbeelding 1).
In de Leeuwarder Courant verscheen op 20 mei 2025 het overlijdensbericht van Hans Wiegel (afbeelding 2).

Hans Wiegel laat – voorlopig – de politiek voor wat het is
‘Je leeft natuurlijk maar één keer’

DieverDe heer Wiegel heeft maar eens een kakelverse sigaar in hel hoofd gestoken en vervolgens de praatstoel bestegen. Hij verhaalt over z’n belevenissen op het platteland in het ochtendgloren. Als de dauw nog over de velden hangt, voedert Hans Wiegel -slechts gehuld in z’n pyama en gestoken in ferme laarzen- het toompje kippen. ‘Ik ben als geboren Amsterdammer inmiddels een echte buitenman geworden’, klinkt het. ‘Ik heb m’n beste speeches geschreven en one-liners uitgedacht met de kop in de wind.’

Z’n gistermiddag bekendgemaakte besluit het zachte pluche van de Eerste Kamer na royaal vijf jaar voor gezien te houden. zal hem meer tijd geven rond te keutelen op z’n schitterende uit 1771 daterende Saksische boerderij in het buitengebied van Diever.

Hoewel. Een brede lach breekt door. ‘Er moet natuurlijk wel brood op de plank komen.’ zegt de gewezen VVD-voorman. Ach komaan, het voorzitterschap van Zorgverzekeraars Nederland en een royaal aantal commissariaten zullen daar nog wel redelijk in voorzien mogen we aannemen.

En zeker niet onbelangrijk: hij wil z’n vrouw Marianne ook niet al te nadrukkelijk opzadelen met z’n constante aanwezigheid. Als hij te lang stilzit, dan wordt Hans Wiegel – hij kan daar ook niks aan doen – zeer kregelig, zo geeft hij aan. ‘En dan zegt m’n vrouw: ‘het is de hoogste tijd dat je weer eens opkrast.’ Bij die mededeling straalt het plezier van het Bourgondische gezicht.
Maar vast en zeker ben ik vaker dan voorheen in Diever te vinden,’ zegt Wiegel ‘Ik geniet daar met volle teugen van en er is een wijsheid die zegt: je leeft maar één keer.

En weg was Wiegel
Het is met voor het eerst dat Hans Wiegel toch onverwacht een punt zet achter een publieke functie. Zo verruilde hij in ’82 het Binnenhof om Commissaris van de Koningin in Friesland te worden. Hij bekleedde het hoge ambt vervolgens twaalf en een half jaar. En weg was de CdK, op naar de zorgverzekeraars. Een stap die menigeen hoogst bevreemdde, want leek Hans Wiegel niet op en top een Fries te zijn geworden ? Was hij het niet die prachtige meren getooid met een kapiteinspet doorkliefde op het Statenjacht, leek hij altijd – in het nette natuurlijk – wel pap te lusten van die onvervalste Berenburg, en zong hij niet het Friese volkslied live mee ?

Een bulderende lach kaatst tegen de monumentale tegeltjes onder indrukwekkende schouw. Rook kringelt omhoog tegen de balken als dukdalven zo dik. “Afscheid nemen moet je durven. Bij m’n afscheid van Friesland was ik 52. Ik had het met gemak nog twaalf en een half jaar kunnen volhouden. Maar op een gegeven moment betrapte ik me er zelf op dat ik begon te denken: ‘dit heb ik al eerder gehoord.’ Kwam men enthousiast met ambitieuze plannen m’n werkkamer binnen en dan dacht ik bij mezelf: ‘hier hebben we het tien jaar geleden ook al eens over gehad en toen is er ook niets van terecht gekomen.’ En dan moet je weg wezen. Dat heb ik dus gedaan.”

Contacten met Friesland zijn er altijd nog wel. Eens in de zoveel tijd komt het geheime genootschap ‘De Heren 17’ – bestaand uit vooraanstaanden, die ‘iets’ met provincie hebben – bijeen. ‘Als we enkele glazen hebben gedronken, gooien we er wat Friese termen tegen aan. Zo houd je de taal ook nog een beetje bij, ‘ grinnikt Wiegel.

Kleurrijk man
Het afscheid van de Senaat betekent het afscheid van een kleurrijk man. Hij laat doorschemeren dat het predikaat van Pietje Bell van de Nederlandse politiek hem iets te ver gaat, maar is zich terdege bewust van z’n populariteit. ‘Politiek bestaat niet alleen uit dossiers. Politiek is ook theater, uitstraling. Denk aan Drees, Churchill, De Gaulle. Die mensen hadden iets, wat die zeiden, dat beklijfde. Je moet geen grijze muis zijn in de politiek, je moet ergens voor staan. Ik heb liever dat ze van me zeggen: ‘Ik ben het totaal niet met die vent eens, maar hij heeft wel een duidelijke mening.’ Politiek is kiezen, durven. En desnoods roei je maar tegen de massa in en ga je het gevecht maar aan. Zo zit ik in elkaar, dat is niet gespeeld, ik voel me daar verreweg het prettigst bij.

De ‘Nacht van Wiegel’, waarbij de immer goedgemutste senator een tussentijdse val van het kabinet veroorzaakte, is daar een voorbeeld van. ‘Ik ben altijd tegen het referendum geweest. Dan ga ik er niet plotseling mee akkoord, ook niet als dat consequenties heeft. Je moet niet uit zijn op populariteit, dat is altijd een verkeerde insteek.’

Het oude handwerk
Politiek leeft veel minder onder de mensen dan vroeger, zo heeft de heer Wiegel tot z’n niet geringe spijt moeten constateren. Hij wipt wat as van z’n trouwe metgezel en zoekt hardop denkend naar een verklaring voor dat proces. ‘Ik geloof nog in het oude handwerk van de politiek. Niet de hele dag door deskundig opgestelde rapporten en dossiers doorspitten, maar zelf het veld in.’

Hij vertelt met brede armgebaren in 1970 als jong kamerlid in z’n rode Fiat zelf op onderzoek te zijn uitgegaan, toen de herindeling in Zeeuws-Vlaanderen speelde. Niet zonder trots: ‘Ik ben er in geslaagd de gemeente Sluis zelfstandig te houden.’ En daarom kan het zijn dat zich op een prominente plek in Sluis het Hans Wiegelplein bevindt. ‘Zo moet je die zaken aanpakken. Je moet oprechte belangstelling tonen, zelf gaan kijken, opdat je weet waarover je praat. Kijk’, doceert Wiegel, ‘herindelingen gaan meestal door. Maar als je daarover beslissingsbevoegdheid hebt, moet je je wel verdiepen en inleven in wat de bevolking er zelf van vindt.’

Hij zucht, ‘Vaak is het zo dat politici denken dal het allemaal op het Binnenhof gebeurt En dat is de grootste onzin. Het Binnenhof maar een heel klein deel van het  Koninkrijk.’

De verwording
Hoewel de verwording van onze maatschappij hem aangruwelt en hem de nodige zorgen baart, zegt hij ‘er is in zijn algemeenheid niet zwartgallig naar te kijken’  ‘Er zijn gelukkig meer jonge mensen die serieus studeren en er een baantje bij hebben om een deel van de kosten te kunnen betalen, dan anderen.

Maar die anderen, daar moet hij niets van hebben. ‘Als er een dader van een steekpartij wordt opgepakt (‘dat wil nog wel eens een keer gebeuren’, zo haalt hij fijntjes aan) en er wordt hem naar de motieven gevraagd, dan weel men het niet. Die zijn echt niet goed snik, hoor. Ik ben een groot voorstander van het opzetten van een task-force, bestaand uit alle verantwoordelijke ministeries om de oorzaken in kaart te brengen en te komen met een stevig aanvalsplan. En als ik zeg stevig, mijnheer, dan bedoel ik ook stevig.

Hans Wiegel. Hij woont nu zo’n driekwart jaar in Diever. Naar volle tevredenheid, zo laat hij opgewekt weten. In het Friese Giekerk hadden ze ook een schitterend huis, maar hij en z’n vrouw wilden er toch weg. Om verschillende redenen. ‘Marianne is vennoot in de wijnhandel van m’n schoonouders in Hoogeveen. Die moest iedere dag via een vervelend smalle weg – glad in de winter – naar haar werk. En ikzelf wilde weer als een bestuurlijk vrij man rond kunnen lopen. Niet iedere keer in het dorp horen: ‘en commissaris, wat vind U daar nu zelf eigenlijk van.’

Het kan allemaal op het Drentse land. Waar Hans Wiegel op zaterdagmorgen in een oude broek, dito trui en een pet op het karakteristieke hoofd bij de super de boodschappen gaat halen. ‘Amsterdam, ik vind het nog steeds mooi om er te zijn, maar ik ben altijd opgetogen en blij op de rust op het platteland weer binnen te rijden.’ En hij trekt nog maar eens fluks aan z’n sigaar.


Afbeelding 2
Bij de foto in het artikel in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Krant) van woensdag 22 maart 2000 staat de volgende tekst: Hans Wiegel, thuis in Diever. ‘Toen ik de beslissing nam, was dat even een emotioneel moment. Dat moet dan maar. Je moet ook durven eens ergens een punt achter te zetten.’ (Foto: Boom Pers/ Wilbert Bijzitter)

Afbeelding 3
In de Leeuwarder Courant verscheen op 20 mei 2025 het overlijdensbericht van Hans Wiegel.

Posted in Alle Deeversen, Oll'ndeever | Leave a comment

See hept ut huus van de skoolskoonmèker esloopt

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) verscheen op vrijdag 20 oktober 2000 het volgende bericht over de sloop van twee woningen bee ut Dingspilhuus an de Heufdstroate in Deever, vanwege de uitvoering van het zogenoemde Basis Integraal Dorpsvernieuwingsplan II, zeg maar de uitvoering van het project Deever op Drift 0.0.

Volgende week sloop twee karakteristieke woningen
BID-plan geeft Diever face-lift

Diever – De werkzaamheden in verband met het Basis Integraal Dorpsvernieuwingsplan II geven Diever nabij de Golff-supermarkt en het dorpshuis Dingspilhuus een enorme face-lift. Gisteren zou met de sloop van de beide woningen nabij het Dingspilhuus een begin worden gemaakt. De slechte weersomstandigheden zorgden voor vertraging, want op het laatste moment werd de sloop uitgesteld tot de volgende week.

De inwoners van Diever en vooral de bewoners van de Hoofdstraat  en het Moleneinde wachten al jaren op het dorpsvernieuwingsplan. Nadat de eerste fase een aantal jaren geleden in de Kruisstraat en Hoofdstraat is uitgevoerd, was het de bedoeling dat het tweede gedeelte zeer spoedig zou volgen. Er is een tweetal inspraakavonden gehouden over het plan, maar het behoud van een kastanjeboom, die is geplant bij de geboorte van prinses Juliana (91 jaar geleden en wel een prachtige boom) moest volgens de buurtbewoners behouden blijven. De gemeente stemde in en stagnatie was het gevolg.

De uitvoering van het Basis Integraal Dorpsvernieuwingsplan is reeds een aantal weken aan de gang. Een gedeelte van de 93 parkeerplaatsen nabij het Dingspilhuus is gerealiseerd en de 22 parkeerplaatsen nabij de Golff-supermarkt zijn klaar. Ook de aansluiting van het Tusschendarp op de Hoofdstraat is ruimer uitgevoerd. Binnenkort wordt een aanvang gemaakt met de bouw van de woningen en appartementen, die in opdracht van Actium worden gebouwd. De gemeente Westenveld neemt de infrastructuur van het plan voor haar rekening. De werkzaamheden van de derde fase, bestaande uit de aanleg van een verbindingsweg, parkeerplaatsen en voetpaden aan de oost- en zuidzijde van het Dingspilhuus staan gepland voor het voorjaar 2001. Met de vierde fase en laatste fase wordt na de bouwvak van 2001 begonnen. Deze laatste fase betreft de reconstructie van de Hoofdstraat en de aanleg van het voorplein nabij de entree van het Dingspilhuus. Tevens vinden in deze fase de afrondingswerkzaamheden van het parkeerterrein plaats.

Vele inwoners vinden het nog steeds jammer dat de woning naast  het dorpshuis wordt afgebroken. Het is een karakteristieke woning voor Diever. De Historische Vereniging Gemeente Diever heeft de woning op de foto vastgelegd. Ook het weekjournaal volgt de afbraak op de voet. Deze woning is jaren oud en werd vroeger bewoond door de gemeente-veldwachter en later door de familie Berends.

Komende donderdag zijn de maanmannetjes in Diever aan het werk, want alle wanden van de woning zijn in verband met vocht, voorzien van asbest. De aanpassing van het Dingspilhuus, waar de school is afgebroken – want het Dingspilhuus was aan de school vast gebouwd – vindt menigeen geen goede oplossing. De bouw van het Dingspilhuus is in de jaren zeventig door de gemeente in verband met kostenbesparing in hout uitgevoerd. De laatste wanden aan de achterzijde zijn door de oude gemeente Diever in verband met rotting van hout in steen uitgevoerd, dit was namelijk goedkoper.

Maar nu heeft de gemeente Westenveld het gebouw uitgestukt en voor een duurdere oplossing gekozen om het in hout uit te voeren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Prinses Juliana is geboren op 30 april 1909 in Den Haag.
De Juliana kastanjeboom staat nog steeds aan de Hoofdstraat, zie de afbeeldingen 3 en 4.
Op vrijdag 29 november 2024 was de boom meer dan 115 jaar oud.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – De monumentale Juliana kastanjeboom is voor de gemeentelijke woning van schoolschoonmaker Hendrik Berends te zien. 

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – Vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Dingspilhuus, Heufdstroate, Verdwenen object | Leave a comment

See woont now in de olde Boer’nlienbaank

In de fotocollectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen is aanwezig bijgaand afgebeelde zwart-wit foto (nummer MZ10701150405) (negatiefnummer 265-32), afbeelding 1. Deze foto is gemaakt op 18 februari 1965.
In de fotocollectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen is aanwezig bijgaand afgebeelde zwart-wit foto (nummer MZ10701150403) (negatiefnummer 67-30), afbeelding 3. Deze foto is gemaakt op 2 april 1959.
In de fotocollectie Provinciale Monumentenzorg in het Drents Archief in Assen is aanwezig bijgaand afgebeelde zwart-wit foto (nummer MZ10701150403) (negatiefnummer 265-30), afbeelding 5. Deze foto is gemaakt op 18 februari 1965.

Op de hier afgebeelde zwart-wit foto’s is zichtbaar het boerderijtje (Diever 73, Peperstraat 12, Peperstraat 11) an de Peperstroate, waarin het echtpaar Albert Reinders en Mina Kloosterman heeft gewoond. Albert Reinders is geboren op 22 juli 1900 in Pesse. Albert Reinders was bakker en werkte bij bakker Aaldert Slot in Wittelte. Later woonde in het boerderijtje de familie Harm Timmerman. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens van de familie Reinders en de familie Timmerman ? Is de familie Timmerman geëmigreerd naar Amerika ?

Aan het einde van 1966 (?) of begin 1967 (?) is het boerderijtje helaas afgebroken. Op de vrijgekomen grond is het nieuwe pand van de Boer’nlienbaank (Coöperatieve Raiffeisenbank Diever) gebouwd. Dat gebouw is op dinsdag 24 oktober 1967 in gebruik genomen. Zie met name het bericht Henduk Niesing hef de neeje boer’nlienbaank ebaut.

Het op dinsdag 24 oktober 1967 geopende nieuwe gebouw voor de Boer´nlienbaank an de Peperstroate in Deever is na een gebruiksduur van 55 jaar in 2022 door digitalisering en internetisering van de R.A.B.O.-bank verlaten en in 2023 omgebouwd tot appartementengebouw. Zie met name het bericht Peperduur woon’n an de Peperstroate in Deever. Zie de afbeeldingen 2, 4 en 5.

Afbeelding 1 – Deze foto van het boerderijtje an de Peperstroate is gemaakt op 18 februari 1965.
Links naast het boerderijtje is de kruidenierswinkel van de gebroeders Hendrik en Albert Krol te zien.

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 3 – Deze foto van het boerderijtje an de Peperstroate is gemaakt op 2 april 1959.
Links naast het boerderijtje is nog net een stukje van de voorgevel van de kruidenierswinkel van de gebroeders Hendrik Krol en Albert Krol te zien.

Afbeelding 4 – (© Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 5 – Deze foto van het boerderijtje an de Peperstroate is gemaakt op 18 februari 1965.
Links naast het boerderijtje is een stuk van de voorgevel van de kruidenierswinkel van de gebroeders Hendrik Krol en Albert Krol te zien.

Afbeelding 6 – (© Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden)

Posted in Boer’nlienbaank | Leave a comment

De Peperstroate aachter de kaarke in Deever

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief, bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever een knipsel uit het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, jaargang 10, 1934-1935, nummer 23, 24 augustus 1934 nota bene twee bladzijden met beelden uit Deever en omgeving.
De foto’s op die twee bladzijden zijn het waard vergroot weergegeven te worden. De redactie toont in dit bericht de onderste foto op de linker bladzijde.
Het bijschrift bij deze afbeelding op de linker bladzijde luidt als volgt: Een mooi dorpshoekje achter de kerk van Diever, knus en gezellig bij de trouwe kerk.
De redactie heeft de bijgevoegde bovenste kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 november 2019.

Posted in Kaarke an de brink, Peperstroate, Toor'n an de brink | Leave a comment

Jans Tabak lig onder un skiere oranjebroene plèète

De redactie van ut Deevers Archief ziet her en der in Nederland al wel steeds vaker objecten van weervast staal, zoals plantenbakken, tafelpoten, gevelbekleding, naamborden, reclameborden, buitenhaarden, sfeerpanelen, sokkels, brievenbussen, erfafscheidingen, huisnummers, tuinwanden, borderwanden, boomkorven, zandbakken, kunstobjecten, enzovoort, enzovoort, maar nog nooit een funerair kunstwerk in de vorm van een dekplaat. Nu is dat wel verklaarbaar, want de ienige kaarkhof waar de redactie zo nu en dan rondloopt, dat is de kaarkhof op de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie weet niet wanneer de sombere, grauwe en wanhopige stenen dekplaat op het graf van wijlen dorpsfiguur, oraal historicus, groevedeskundige, koffie- en theepottenverzamelaar, verzamelaar van Deeverse papperassen en foto’s en hiel mooi Deevers sprekende Jans Roelof Tabak uut de Aachterstroate (vrogger de Saandhook) op prachtige wijze is afgewerkt met een funerair kunstwerk van oogverdovend oranjebruin weervast staal. Want zo’n dekplaat van oranjebruin weervast staal mag op zo’n somber, grauw en wanhopig kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever toch wel als een aandachttrekkend funerair kunstobject worden beschouwd. Ech wè !
Hoe heeft kunnen bestaan dat zo’n afwijkend funerair kunstobject van weervast staal op zo’n sombere, grauwe, wanhopige stenen afdekplaat van een graf aanwezig mag zijn ? Want daarover moeten de Hoge en Minder Hoge Gemeentelijke Dametjes en Heertjes Belast Met De Positieve Financiële Exploitatie En Het Aanzien Van De Kaarkhof Op De Baargakkers An De Grönnegerweg Bee Deever hebben beslist. Die hebben dat in hun riante kantoortuintjes in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever getoetst aan futiele eisjes en voorwaarden en verordeningetje en milieuregeltjes en duurzaamheidsregeltjes en beleidsregeltjes en uitvoeringsregeltje. Voor het plaatsen van dit funeraire kunstobject hebben zij vast na lang wikken en wegen en vergaderen en collegiaal overleg bij wijze van hoge uitzondering en in al hun goedertierenheid een vergunning afgegeven.
Dochter Saskia en de kinderen versieren de plaat steeds mooi met enige koffie- en theepotten uit de verzameling van vader en opa wijlen Jans Roelof Tabak. Zie de bijgaande kleurenfoto’s.

Weervast staal is een soort staal dat te herkennen is aan de bruine roestkleur. De zeer dichte roesthuid schermt het dieper liggende materiaal af van zuurstof, waardoor het roesten sterk vertraagt. Weervast staal is een metaal dat bestaat uit koper, fosfor, silicium, nikkel, chroom en ijzer. Dit staal gaat bij blootstelling aan weersinvloeden vroeg of laat roesten. Dit is bij weervast staal geen slecht teken, want de dichte roestlaag voorkomt juist dat het staal verder gaat roesten. Ook geeft deze roestlaag het weervaste staal die opvallend oranjebruine kleur. Het onderhoud van weervast staal is vergelijkbaar met hout. Zo gaat het staal langer mee als het boven de grond wordt gebruikt en kan droogwaaien. Weervast staal kan niet goed tegen natte bladeren, die kleven aan de plaat, houden zo het staal langer nat en dat versnelt het roesten.

Afbeelding 1 – (© 14 april 2025 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Dochter Saskia en de kinderen hebben een flink deel van de koffie- en theepottenverzameling van wijlen Jans Roelof Tabak tentoongesteld op zijn grafplaat. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een zwerfkeitje toevoegen aan het stapeltje bij het graf.

Afbeelding 2 – (© 29 november 2024 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto is slechts één koffiepot uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak is te zien. Dochter Saskia en de kinderen hebben na vrijdag 15 december 2023 vijf potten weggehaald. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor Jans Roelof Tabak een zwerfkeitje bij het graf leggen.
Afbeelding 3 – (© 15 december 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien, Dochter Saskia en de kinderen hebben na 1 december 2023 geen potten vervangen, maar wel een beetje verplaatst.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje bij het graf leggen.

Afbeelding 4 – (© 1 december 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Het had die ochtend een beetje gesneeuwd, maar de sneeuw op de metalen dekplaat van het graf van wijlen Jans Roelof Tabak was al snel gesmolten. Dochter Saskia en de kinderen hebben na 17 mei 2023 geen potten vervangen, maar wel een beetje bewogen. Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje bij het graf leggen.

Afbeelding 5 – (© 17 mei 2023 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn zes koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Saskia en de kinderen vervangen en verplaatsen zo nu en dan de potten door andere potten.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak bij het graf een steentje leggen of een bloemetje plaatsen.

Afbeelding 6 –  (© 17 december 2022 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto is slechts één koffiepot uit de verzameling van koffie- en theepotten van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Dochter Saskia en de kinderen vervangen en verplaatsen zo nu en dan de potten, dat is te zien aan de afdruk van de bodem van de potten op de weervaste stalen dekplaat.
Bezoekers van het graf kunnen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak bij het graf een steentje leggen of een bloemetje plaatsen..

Afbeelding 7 – (© 19 april 2022 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn  zeven koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien. Let vooral ook op het hoopje stenen bij het graf. Bezoekers van het graf leggen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak soms een steentje bij het graf.

Afbeelding 8 – (© 19 november 2021 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto zijn vier koffie- en theepotten uit de verzameling van wijlen Jans Roelof Tabak te zien.
Let vooral ook op het hoopje stenen bij het graf. Mensen leggen uit eerbied voor wijlen Jans Roelof Tabak een steentje op het hoopje.

Afbeelding 9 – (© 27 november 2020 – Ut Deevers Archief – Alle rechten voorbehouden)
Op de hier afgebeelde kleurenfoto, die een paar dagen na het overlijden van Jans Roelof Tabak is gemaakt, zijn zes koffie- en theepotten uit zijn op het graf te zien.

Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Jans Roelof Tabak, Kaarkhof an de Grönnegerweg, Kuunst | Leave a comment

An de Deeverbrogge saat’n huus’n vèèke onder de kalk

In het Nieuwsblad vaan Friesland (Hepkema’s Courant) verscheen op 23 oktober 1928 het navolgende korte bericht over overlast van wegwaaiend kalk op het emplacement van de Nederlandse Tramweg Maatschappij.

Er wordt verbetering aangebracht.
Dieverbrug, 20 october. Het emplacement van de Nederlandse Tramweg Maatschappij ondergaat een groote verbetering. Bij het laden en lossen van kalk en dergelijke licht-wegwaaiende stoffen hadden de omwonenden grooten hinder. Doordat hier veel kalk gelost wordt, zagen sommige huizen vaak geheel wit. Thans wordt voor het lossen een groote loods gebouwd, zoodat genoemde ongeriefelijkheid weldra tot het verleden zal behooren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De Deeverse dorpskrachten, leden van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, die bezig zijn geweest met de samenstelling van het boek over de geschiedenis van de Deeverbrogge, hebben verzuimd uit te zoeken waar het emplacement, dat wil zeggen het laad- en losterrein, bij de tramhalte an de Deeverbrogge precies was gelegen en waar de genoemde loods heeft gestaan.
Konden de tramwagons de loods in worden gereden ?
Kalk werd ook gebruikt om jonge ontginningen van woeste grond vruchtbaar te maken en werd in grote hoeveelheden aangevoerd. In die jaren had men nog nooit gehoord van wat tegenwoordig een omgevingsvergunning heet.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskracht, Publicatie, Stoomtram | Leave a comment

De begrafenisvurening is gien neeje noaberskop

In het provinciaal Drents maandblad Drente, jaargang 26, nummer 2, februari 1955, verscheen het artikel ‘Oude en nieuwe noaberhulp – spanning en samengroei’ van de heer Jan Boesjes, secretaris van de gemiente Deever. Het maandblad Drente was het officiële orgaan van het Drents Genootschap. Het maandblad Drente richtte zich op praehistorie, historie, folklore, heemschut, opbouw en toerisme.

Oude en nieuwe noaberhulp – spanning en samengroei in de Drentse samenleving
Als ik een artikeltje ga schrijven over ‘oude en nieuwe noaberhulp’, dan meen ik mij te mogen beperken en zou dan willen kiezen deze hulp speciaal bij begrafenissen. Het onderwerp op zichzelf is uiteraard veel omvangrijker maar ik veronderstel dat mij dit te ver zou leiden. In deze rubriek gaat het in hoofdzaak om ‘spanning en samengroei in de Drentse samenleving’ en ik geloof wel dat bij de noaberhulp de meeste spanning in Drenthe ontstaat bij begrafenissen en dat, althans op verschillende plaatsen, de samengroei in casu nog moet plaats vinden en in ieder geval bezig is tot leven te komen.
De noaberhulp bij begrafenissen is van oudsher zeer belangrijk geweest. Men vergete vooral niet dat men juist op die momenten het innigst met elkaar in aanraking kwam. Als een oude buur voorgoed het aardse bestaan had beëindigd, dan trof dat niet alleen de familie doch ook in sterke mate de naaste buren. De buurtschap was sterk met elkaar verweven. Bij geboorte, huwelijk en overlijden troffen deze zeer belangrijke gebeurtenissen niet alleen de familie doch ook de buren, de buurtschap. Men leefde erg met elkaar mee. Dat men elkaar op deze tijden hulp verleende spreekt voor zichzelf. Bij een geboorte kon dit zich beperken tot kraamvisites, de mannen hadden geen taak. Bij huwelijk werd het uitgebreider. Dan kwam jong en oud voor de trouwdag op buurtvisites bijeen en werd er braaf feest gevierd. Maar pas bij een overlijden in de buurt werd de band sterk gevoeld.
Zodra er iemand gestorven was moesten de buren hun hulp actief verlenen. Vanuit het sterfhuis werd de naaste buurman gewaarschuwd en die zorgde er op zijn beurt voor dat de hele buurtschap werd ingeschakeld. In sommige plaatsen beperkte deze buurtschap zich tot drie huizen aan iedere kant doch ook zijn mij dorpen bekend waar dit ter weerszijden zes waren. Op deze wijze kreeg men een enorme hulp. De naaste buurman had de belangrijkste taak. Hij vormde een team van drie personen, twee mannen en een vrouw, uit de naaste buren ter weerszijden. Indien de overledene een man betrof, dan moesten de beide mannen voor het verkleden en kisten zorgen, was het een vrouw, dan werd deze taak verricht door de naaste buurvrouw, daarbij geassisteerd door een tweede buurvrouw. Omdat het de naaste buur betrof die was heengegaan moest deze extra dienst als een eer worden beschouwd. Het werk gebeurde oorspronkelijk dan ook met grote zorg en liefde. Behalve het verkleden en kisten moesten er verschillende andere werkjes worden verricht. Er moest aangifte worden gedaan bij de burgerlijke stand, de familie en vrienden in het dorp zowel als elders dienden op de hoogte gesteld te worden, het zo genaamde aanzeggen. Dit gebeurde door een der buren en het zal aanvankelijk wel geen herrie veroorzaakt hebben wie dit moest doen. Later werd dit anders en ging men het onder de buren soms ook aan anderen aanbesteden. Het aangeven bij de burgerlijke stand en het verluiden, dit is het door middel van het luiden met de torenklok de volke kondt geven van het sterfgeval, geschiedde meestal door enige buren gezamenlijk. In de tijd toen er nog geen lijkwagenvereniging of begrafenisvereniging was, vonden deze karweien plaats door de buren. Verder zorgden op de dag der begrafenis de buren voor een boerenwagen, waarop het lijk naar de begraafplaats werd vervoerd. De beide naaste buren moesten het lijk zo genaamd uitdragen en werden verder bijgestaan door de overige buren in volgorde. Op de wagen legde men ter weerszijden van de kist een bos stro, teneinde schuiven te voorkomen.
Al met al hadden de buren een vrij omvangrijke taak bij het overlijden van een noaber. Deze hulp werd zonder morren en stellig
met liefde gegeven in de tijd toen de Drentse dorpen nog een gemeenschap vormden en de bevolking volkomen op elkaar was ingesteld en elkaar van haver tot gort kende.
Maar zoals met zoveel… de tijd bracht hier de verandering. De zogenaamde ‘import’ in de Drentse dorpen kon niet het gevoel opbrengen voor de buurman zoals de misschien eeuwenlang in hetzelfde dorp samenwonende dorpelingen. Onverschillig of deze import Drent uit een ander dorp of geen Drent was. Vaak wordt de Drent voor achterlijk uitgescholden. Zou hier echter niet te veel gegeneraliseerd worden ? De Drent als zodanig is niet achterlijker dan de overige Nederlander. Alleen de in zijn enge gemeenschap vastgeroeste en daaruit nimmer losgekomen Drent houdt vast aan zijn oude gewoonten, waardoor hij achter blijft en ouderwets wordt. Plant men hem over, liefst in een ander milieu, dan is hij even vooruitstrevend als de niet-Drent.
Bij de noaberhulp is dit kenmerkend. Het was vroeger zo -en op verschillende plaatsen nog wel- dat wanneer zich iemand in een Drents dorp vestigde hij zich dan naar de buren moest begeven, teneinde de noaberschap aan te zeggen. Deed men dit niet dan werd men niet opgenomen en bleef men verstoken van noaberhulp. Men had zich niet gemeld en wenste immers niet mee te doen! Deze persoon of dit gezin telde dus bij de noaberschap niet mee. Zolang dit een enkel geval betrof, paste een nieuweling wel op, dat hij de noaberschap aanzegde. Toen er echter in talloze dorpen een aantal ‘vreemdelingen’ zich vestigde werd het anders. Deze nieuwelingen gevoelden niet zo direct de behoefte aan noabers en konden zich wel zonder hun hulp redden. Echter bij overlijden liep men vast, omdat men hulp moest hebben. Het gevolg was, dat, hoewel er velen waren die de noaberschap niet meer aanzegden, ze toch wel tot de buurtschap werden gerekend en bij sterfgevallen dienst deden. Dat tallozen dit niet plezierig vonden is onnodig te vermelden. We zien al het jonge vrouwtje uit de stad, dat bij een oude overleden buurvrouw in de bedstee moet klimmen om deze te verkleden. Dat dit aanleiding gaf tot narigheid laat zich denken.
In navolging van de grotere plaatsen kwamen dientengevolge ook in de Drentse dorpen de begrafenisverenigingen. Voorlopers daarvan waren meestal lijkwagenverenigingen. Het met een gewone wagen naar het kerkhof vervoeren van een lijk werd niet plechtig genoeg geacht. Men schafte dus een lijkwagen aan en daarvoor werd ieder lid van de lijkwagenvereniging. Ik weet niet of de eerste lijkwagenverenigingen in Drenthe dezelfde moeite hebben gehad als de begrafenisverenigingen. Vermoedelijk wel. Ook hier zal het wel zijn voorgekomen dat ouderwetse Drenten niet per lijkwagen doch per boerenwagen naar het kerkhof gebracht wensten te worden. Maar via de lijkwagenvereniging kwam de begrafenisvereniging. Werden de eerste niet gezien als een de buurtschap ontbindende kracht, met de laatste was dit op verschillende plaatsen wel het geval. Men zag -geheel ten onrechte- in de begrafenisvereniging een instelling welke de buurtschap ondermijnde. Immers de ‘import’ die zich zonder de buurman kon redden, behalve met betrekking tot begrafenissen, kon zich nu geheel zelf helpen en de buurman was er niet meer bij nodig. Hierdoor was de noaberhulp overbodig geworden. Inderdaad daaraan had men gelijk. Maar een noaberhulp die -als door het stadse vrouwtje- verleend werd op basis van ‘in vredesnaam het kan niet anders’, echter zonder een zweem van liefde of gevoel voor de gestorvene, had toch ook geen enkele reden van bestaan meer. Hier was de zin van de burenhulp volkomen verdwenen. Bovendien behoeft een goede noaberschap niet alleen bestaan in een elkaar hulp bieden bij begrafenissen. Er zijn op het terrein van het leven verschillende andere gebieden waar men elkaar als een goede buur ten gerieve kan zijn.
Vermoedelijk om te doen uitkomen dat een begrafenisvereniging niet tot doel heeft de buurtschap te ontbinden, komt in verschillende reglementen dezer verenigingen de bepaling voor dat de burenhulp niet vervalt. Er volgt dan een opsomming van de burenplichten welke men bij overlijden moet vervullen. Deze beperken zich uiteraard tot de eenvoudigste werkzaamheden -de eerste waarschuwing aan de voorganger der vereniging, het lenen van paarden en volgrijtuigen, het lenen van stoelen, serviesgoed e.d., maar men wil toch uitdrukkelijk stipuleren dat de noaberschap door deze verenigingen niet heeft afgedaan.
Ik juich het toe dat men een dergelijk voorschrift ‘ontdekt’ heeft, omdat hiermee meteen grond wordt ontnomen aan de bewering van te ouderwetse Drenten dat de begrafenisverenigingen de buurtschap ontbinden. De historie heeft reeds bewezen dat deze bewering ongegrond is, want in plaatsen waar reeds jaren een begrafenisvereniging bestaat en ieder er lid van is, vertoont de noaberschap bepaald geen meerdere decadentie dan elders waar geen soortgelijke vereniging aanwezig is.
De noaberhulp, waarvan men misschien weleens gemeend heeft, dat zij onder deze moderne (!!) instellingen zou lijden, heeft er alleen een hoger plan door bereikt. Uit de botsingen der meningen is ook hier de juiste toestand gegroeid. Natuurlijk is de burenhulp thans van geheel andere aard dan vroeger, leende men elkaar toen zijn paard, thans is het de bromfiets. Maar ook nu nog gaat de moderne buurvrouw, zelfs al komt ze uit de stad, nog wel kijken naar de pasgeborene in de buurt en betuigt men elkaar zijn vreugde bij huwelijk, ook stellig de deelneming bij overlijden.
Het  geestelijke contact tussen de buren is anders maar niet minder dan vroeger, het materiële is om mij te beperken tot begrafenissen anders maar daarom niet slechter geworden. Werd vroeger de gehele buurtschap ‘ingespannen’ om actief hulp te verlenen, thans kan ze zich beperken tot morele hulp, welke de getroffen familie dikwijls meer nodig heeft.
Om een juist begrip ingang te doen vinden in deze zaak en wanbegrip te likwideren, heeft de begrafenisvereniging te Diever de naam aangenomen van ‘De nije noaberschap’, aan welke naamgeving dr. Naarding niet geheel vreemd is. De spanning om deze Dieverse nije noaberschap is geluwd, de samengroei in volle gang.
Diever, februari 1955, J. Boesjes.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk wat was de oorzaak en wat was het gevolg ?
Ontstond de lijkwagenvereniging en later de begrafenisvereniging als gevolg van slijtend noaberschop ?
Of speelde bij begrafenissen het noaberschop geen rol meer als gevolg van de begrafenisvereniging ?
Gemeentesecretaris Jan Boesjes is lang van stof, maar probeert aan te tonen dat eerst de lijkwagenvereniging en later de begrafenisvereniging konden ontstaan als gevolg van uit elkaar vallend noaberschop door maatschappelijke ontwikkelingen.
In de gemiente Deever is de vereniging Lijkwagendienst al in 1912 opgericht. In het eerste bestuur zaten hervormde en gereformeerde boeren uit Diever, Wapse, Wittelte en Zorgvlied. Boeren die maar al te goed de eeuwenoude betekenis van de noaberschop wisten. Het doel van de lijkwagendienst was enkel het ter beschikking stellen van een keurige lijkwagen aan de leden van de vereniging. De keurige lijkwagen met lijkwagenmenner was de vervanger van de boerenkar. De lijkwagendienst deed opgenschijnlijk geen afbreuk aan de noaberschop. Maar pas in 1948 -enige jaren na de Tweede Wereldoorlog- werd in de gemiente Deever een begrafenisvereniging opgericht.
En het zal de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief wellicht niet verbazen dat de schrijver van het artikel, gemeentesecretaris Jan Boesjes, de eerste voorzitter van de nieuwe begrafenisvereniging werd.
De redactie verwijst voor een korter en beter te begrijpen bericht over de acceptatie van de begrafenisvereniging naar het bericht .De eeuwugheid begön as de klokke stille eset wödde.

Posted in Noaberskop, Traditie | Leave a comment

Plattelaansvrouw’nsitbaankie op de skultehuusbrink

Na de gedwongen fusie van de gemiente Deever met de gemient’n DwingelVledder en Oavelte bleek in de praktijk dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan het bestand aan erg schaarse zitbankjes in de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemiente Deever bij voorkeur uitbreidde met gesponsorde exemplaren.

Op 23 november 1999 vierden de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen hun vijfenzeventigjarige jubileum. En ja, echt wel, de plattelandsdames uut Deever vonden dit blijkbaar een goede gelegenheid voor het aanbieden van een met eigen geld betaald zitbankje aan de bewoners en bezoekers van ut dörp Deever. In ut Deeverse Blattie van 25 november 1999 stond een berichtje over de aanbieding van deze bank. Zie de bijgevoegde afbeelding van dit bericht (afbeelding 4).

De Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk stond de jubilerende plattelandsdames zo maar toe hun eigen goedbedoelde zitbankje op de helaas niet-origineel-saksische brink van Deever te plaatsen. Zie de twee afgebeelde kleurenfoto’s (afbeeldingen 1 en 2), die de redactie van ut Deevers Archief gelukkig nog heeft kunnen maken.

De grote vragen zijn natuurlijk of de dames van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen ook een zak met geld voor het langdurig beheren en onderhouden van hun zitbankje aan de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan hebben overgedragen ? Of dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Zitbanken Gelijk In Het Raadhuis Aan de Gemeentehuislaan het zitbankje met schaars publieksgeld laat onderhouden ? Of schilderen de dames van het Deeverse plattelahaand in het kader van de burgerparticipatie zo nu en dan zelf hun eigen zitbankje !? Bij de laatste schilderbeurt met wijnrode glanslak is het aan het bankje geschroefde eeuwige-roem-plaatje van aluminium in de snelle gauwigheid een beetje meegeschilderd. Wie daar op let of daar iets lelijks van zegt of daar iets kritisch over schrijft is toch echt wel een kniesoor.

En let vooral ook op de vier ééntoers-schroeven, waarmee het eeuwige-roem-plaatje aan de rugleuning van het zitbankje is vastgemaakt. Zo kunnen verdwaalde rondhangjongeren (waar zijn toch al die rondhangjongerenkotjes van de hoogedelachtbare weledelgestrenge heer CDA-jeugdzorgwethouder Homme Geertsma gebleven ??) het plaatje niet verwijderen.

De grote vraag is of het Nederlandse-Bond-van-Plattelands-vrouwenzitbankje op de brink van Deever mag blijven staan ? De redactie heeft het wijnrood gelakte vermoeden dat het prachtige zitbankje zijn vijfentwintigjarige jubileum, dat wil zeggen op de dag van het honderdjarige jubileum van de afdeling Deever van de Nederlandse Bond Van Plattelandsvrouwen, op de brink van Deever niet zal halen, want op bijgaande afbeelding van een detail van de door de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan min of meer bij benadering schier voorlopig definitief vastgestelde ontwerp- en bouwtekening van het superdure zo genoemde Brinkenplan Diever van 12 december 2017 komt het Plattelandsvrouwenzitbankje niet voor. De ontwerp- en bouwtekening geeft aan dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Inrichting Van De Openbare Ruimte In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan op de plaats van het prachtige zitbankje wellicht veel reclame voor die oubollige toneelstukjesschrijver William Shakespeare zal gaan maken.

De Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan lijden immers zwaar aan shakespearitis, want reclame maken op de niet-origineel-saksische brink van Deever voor de (commerciële ?) theaters in het pretpark aan de Shakespearebrink an de Heezeresch bee Deever vergroot slechts een heel klein beetje de kans op meer theaterbezoekers en daarmee een heel klein beetje de kans op meer geld dat de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Belastinggelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan binnenharken uit de belasting op de prijs voor de toegang tot die (commerciële ?) theaters.

Heeft de voorzitter van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever, die -let wel- lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan mag meebabbelen en meekeuvelen en meeleuteren over het Brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-meeleuter-bijeenkomsten wel in de gaten dat dit prachtige goedbedoelde wijnrood gelakte Plattelandsvrouwenzitbankje gaat sneuvelen of van de schultehuisbrink zal worden verbannen ?

De redactie van ut Deevers Archief trekt uit de ontwerp- en bouwtekening verder de conclusie dat de Brinkenplan-project-directeur-ingenieur van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis-Aan-De-Gemeentehuislaan met al de vele zijnen van De Voorkant Van Het Grote Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan achter de vele ramen op de eerste verdieping van het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever al lang en breed hebben besloten dat de Heufdstroate vanaf de wel-origineel-saksische Kleine Brink tot an de Kruusstroate slechts in één richting mag gaan worden bereden, waardoor de Aachterstroate druk deel gaat uitmaken van het verkeersrondleidingsplan; dat zij al lang en breed hebben besloten flink wat jonge bomen op de niet-origineel-saksische brink van Deever te kappen en dat zij al lang en breed hebben besloten te zijner tijd een soort van nep-braandkoele (want Deever hef gien braandweer mièr) op deze niet-origineel-saksische brink van Deever te laten graven. Maar dat geeft allemaal echt niet, want de niet-origineel saksische brink van Deever zal door al dat superdure gesleutel en gepruts aan de openbare ruimte niet meer of minder origineel-saksischer worden. Er is geen weg terug, het is een doodlopende éénrichtingsweg. De Griekse dichter Konstantinos Kavafis schreef al in het begin van de twintigste eeuw: We zullen ons geen zorgen maken over een ver verwijderd later, voor het beste zullen we ons inspannen en hoe meer we ons inspannen hoe meer we zullen bederven.

Afbeelding 1 – (© Ut Deevers Archief – 2 januari 2017 -Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – 2 januari 2017 -Alle rechten voorbehouden) 

Afbeelding 3

Afbeelding 4 – Bijgaand bericht is gepubliceerd in ut Deeverse Blattie van 25 november 1999.

Posted in Brink, Deever, Gemeente Westenveld, Shakespearitis | Leave a comment

Ie meut mit die kleine swatte trein mit

Little Black Train – Kleine Zwarte Trein – Woodrow (Woody) Wilson Guthrie (geboren op 14 juli 1912 in Okemah, Oklahoma, Verenigde Staten van Amerika, overleden op 3 oktober 1967 in New York City, New York, Verenigde Staten van Amerika) schreef in 1944 dit gedicht over de dood, over het onvermijdelijke einde van het leven.

There’s a little black train a-comin’
Comin’ down the track;
You gotta ride that little black train,
But it ain’t a gonna bring you back.

Ur komp un klein swat treintie an
Hee komp anried’n 
over ut spoor;
Ie meut mit die kleine 
swatte trein mit,
Moar hee sal oe neet
terogge breng’n.

You may be a bar-room gambler
And cheat your way through life;
You can’t cheat that little black train
Or beat this final ride.

You silken bar-room ladies,
Dressed in your worldly pride;
You’ve gotta ride that little black train
That’s comin’ in the night.

Your million dollar fortune,
Your mansion glittering white;
You can’t take it with you
When the train moves in the night.

Get ready for your savior,
And fix your business right;
You’ve got to ride that little black train
That makes this final ride.

Sörg dai’j kloar bint veur oen redder,
En sörg dai’j kloar bint mit oen saèk’n;
Ie meut mit die kleine swatte trein mit
Die mak disse laèste rit

Continue reading

Posted in Kaarkhof an de Grönnegerweg | Leave a comment

Voor allen die Julialaantje 7 binnengaan

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 17 oktober 1939 het volgende korte bericht over het vieren van het veertigjarige ambtsjubileum van burgemeester Hendrik Gerard van Os. 

Diever.
Op initiatief van de afdeling Diever van den Boerinnenbond is alhier een comité gevormd voor het aanbieden van een huldeblijk aan burgemeester van Os, die medio November, na een veertigjarige ambtsvervulling, de gemeente gaat verlaten.
Den ingezetenen is verzocht keisteenen bijeen te brengen, teneinde op deze wijze bij te dragen tot het plaatsen van een Burgemeester Van Osbank
Bovendien zal een lijst circuleeren voor bijdragen ter dekking van de onkosten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Overal in de gemiente Deever zijn veldkeitjes, veldkeien, kleine veldstenen, grotere veldstenen, grote veldstenen en hele grote veldstenen (zo genoemde hunnebedstenen) uit de IJstijd te vinden. Het lag voor de hand om de zo genoemde Burgemeester van Osbank van deze gratis voorhanden zijnde bouwstof te maken. Deeversen bint sunig.
De stenen bank werd geplaatst op het punt waar de weg naar Wapse (de Hoofdstraat) en de betonweg (de asfaltweg over de Noorderesch achter Deever langs werd in de volksmond ‘de betonweg’ genoemd) samen kwamen. De bank werd op 16 november 1939 aan burgemeester Hendrik Gerard van Os aangeboden.
Op de bijgevoegde afbeelding van een tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart is de Burgemeester van Osbank op zijn oorspronkelijke plaats te zien.
De ansichtkaart is in november 1949 uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever. De foto voor de ansichtkaart moet in de zomer of het vroege najaar van 1949 zijn gemaakt; de bladeren zitten nog aan de bomen. Aan de rechterkant is de Heufdstroate te zien, aan de linkerkant is de ‘betonweg’ te zien.
Is of wordt de (verplaatste) Burgemeester van Osbank een gemeentelijk monumentje ?
De redactie heeft de bijgevoegde kleurenfoto gemaakt op donderdag 4 november 2017. De Burgemeester van Osbank stond in 1939 ongeveer in het midden van de kleurenfoto ongeveer naast de Ten Darperweg ongeveer ter hoogte van het tweede kleine boompje naast de immer droogstaande greppel. De redactie zou graag de precieze plek van de Burgemeester van Osbank bij ingebruikname op 16 november 1939 willen weten.   

Een zekere Chris verstuurde deze zwart-wit ansichtkaart met een blauwe postzegel van twee cent naar mejuffrouw C. Botter, Julialaantje 7 in Rijswijk. Mejuffrouw Botter woont niet meer op dit adres, maar het huis bestaat nog wel. De huidige naam van het huis staat in het groene vlak boven de voordeur: Voor allen die hier binnengaan. Hoe lang zal de getoonde ansichtkaart in dit huis bewaard zijn geweest ? In een schoenendoos op zolder ? De kaart heeft in elk geval niet in een of ander album vastgeplakt gezeten.


 

Posted in Ansigtkoate, Burgemeister Van Osbank, Gemiente Deever | Leave a comment

Alle Deeversen

In de webstee www.alledrenten.nl die een onderdeel is van het Drentsch Archief, zijn gegevensbronnen voor onderzoek naar mensen uut de gemiente Deever te raadplegen.
Als u zoekt voor 1600 is de volgende bron te raadplegen:
– oorkonden 1040 – 1600.
Als u zoekt in de periode 1600 – 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– kerkregisters 1600 – 1811;
– 30e/40e penning 1682 – 1797;
– haardstedengeld 1672 – 1804;
– bezaaide landen 1612;
Als u zoekt na 1811 zijn de volgende bronnen te raadplegen:
– burgerlijke stand van 1811 – 1952;
– notariële akten 1810 – 1915;
– successiememories 1806 – 1928.

Posted in Alle Deeversen | Leave a comment

Groevegoeroe is zeker nog wat aan het trainen

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) verscheen op 7 november 2018 het volgende korte berichtje over een lezing over rouwgebruiken in südwest Drenthe op 8 november 2018 in het buurthuis De Wiekslag op Wapservene.

Lezing over rouwgebruiken
Op initiatief van de Historische Vereniging Havelte en omstreken vindt er donderdag om 20.00 uur in De Wiekslag in Wapserveen een lezing plaats over ‘Rouwgebruiken in onze streek’.
Jans Tabak uit Diever laat bezoekers onder meer aan de hand van meegebrachte attributen ervaren hoe de bewoners uit onze dorpen en streken omgingen met rouw.
De leden van de Historische Vereniging Havelte e.o. hebben vrij toegang, niet-leden betalen € 3,- per persoon.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het ronkende en snorkende poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de opening van een groevemuseumpie in ut liekwaeg’nschuurtie bee’j de gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Bosweg in Deever. De redactie verwijst daarvoor naar het bericht ‘Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open .
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het liekwaeg’nschuurtie bee’j de gratislangparkerenbrink (voorheen het marktterrein) an de Bosweg op maandag 3 september 2018 gemaakt. Toen was in het liekwaeg’nschuurtie nog steeds niet het kleinste museumpje ter wereld gevestigd.
Tot directeur-conservator van het groevemuseumpje is na een zorgvuldige selectieprocedure benoemd de Deeverse tophistoricus en groevegoeroe Jans Tabak uut de Aachterstroate in Deever.
Het kan natuurlijk zo zijn dat de directeur-conservator zich nog niet helemaal zeker voelt in zijn aanstaande belangrijke functie en daarom het jaar 2018 heeft gebruikt om eerst nog wat te trainen en te schnabbelen in de buurthuizen in de dorpen in de omgeving van Deever, bijvoorbeeld in het buurthuis De Wiekslag op Wapservene.
Het zou toch ech wè een dingetje zijn als hij in de toeristenzomer van 2019 in staat zou zijn het enige museumpje in de gemiente Deever (de redactie vient ut Oermuseum in ut Schultehuus an de brink in Deever gien museum, moar un gedoegie in ut vurkeerde gebouw) te openen.

 

Posted in Aarfgood, Bosweg, Museum | Leave a comment

De skutsluus in de voat bee Duunkaark’n

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 79 is een afbeelding van een ansichtkaart uit 1904/1905 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

Sluis te Dieverbrug
In oude geschriften wordt deze de ‘sluis bij Duinkerken’ genoemd. Om welke reden staat niet beschreven. De Drentse Hoofdvaart heeft er veel toe bijgedragen dat de turf – vooral afkomstig uit de Smilder venen – afgevoerd kon worden naar het westen des lands.
Door de scheepvaart en het in exploitatie brengen van de enorme veencomplexen, kwam er al met al levendigheid in het anders zo rustige landschap, waarvan deze foto spreekt. Dit had ten gevolge dat er ook in sommige streken wat industrie kwam.
Het huis links is van de sluiswachter Berend Jonkers.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Sluiswachter Berend Jonkers is geboren op 18 september 1855 in Dwingel. Hij is overleden op 19 maart 1943 an de Deeverse sluus. Hij is begraven op de kaarkhof van Dwingel.

Afbeelding 1
Bladzijde 79 uit het boek ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ van Arend Mulder.

Posted in An de Deeverse sluus, Deeverse sluus | Leave a comment

U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord

Op 16 oktober 2013 stuurde de redactie van het Deevers Archief bijgaand e-mail bericht met vragen over de gevolgen van het vergroten van de aanrijdtijden van brandbluswagens vanwege de voorgenomen sluiting van de brandweerpost in Diever aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken in de gemeente Westenveld.
Op 22 oktober 2013 stuurde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld een ontvangstbevestiging van het op 16 oktober 2013 verstuurde e-mail bericht. Dit bericht is hier na de tekst van het e-mail bericht opgenomen. Tot op heden hebben burgemeester en wethouders of heeft de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor Veiligheid, niet gereageerd op de vragen in het e-mail bericht. Hoe transparant is het bestuur van de gemeente Westenveld ?
Op 18 maart 2014 stuurde de redactie van het Deevers Archief het volgende herinneringsbericht naar de leden van het Team Veiligheid.

Geachte heer/mevrouw, Dit bericht is gericht aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken van de gemeente Westerveld. Op de site van RTV-Drenthe kom ik het volgende bericht van 15-10-2013 tegen.
DIEVER – Er is geen sprake van het achterhouden van informatie over het plan om de brandweerpost van Diever te sluiten. Dat zegt een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Volgens de woordvoerder wordt niet alles openbaar gemaakt om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat terecht komen. Vanavond wordt in de gemeenteraad van Westerveld een besluit genomen over de opheffing van het brandweerkorps. Westerveld doet dit vanwege bezuinigingen. Volgens de gemeente is de veiligheid voor het overgrote deel van inwoners gewaarborgd als de brandweerposten van Vledder, Havelte en Dwingelo de taken overnemen. Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Het zijn juist deze panden die genoemd staan in de stukken die niet naar buiten gaan. Het brandweerkorps van Diever vindt dat de gemeente daarmee deze mensen de kans ontneemt om protest aan te tekenen. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Tijdens de commissievergadering een aantal weken geleden zei de regionale brandweercommandant van Drenthe, Fred Heerink, ook al dat het beter is om zelf maatregelen te nemen, dan te vertrouwen op een brandweerkorps in de buurt.
Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Graag verneem ik wat de woordvoerder van de gemeente bedoelt met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen’. De verzekeringsmaatschappijen baseren hun polisberekeningen op een aanrijtijd van 18 (?) minuten. Twee of drie of vijf minuten later beginnen met blussen kan tienduizenden eurootjes extra schade betekenen. Derhalve zullen de bewoners die op meer dan 18 minuten van een brandweergarage zitten, de bewoners van die (vanwege het verzekeringsaspect) bewust geheim gehouden panden zeker worden gefronteerd met hogere kosten voor hun brandverzekering, misschien worden die panden wel onverzekerbaar. Gaat de gemeente deze meerkosten en risico’s voor haar rekening nemen ? Of gaat de gemeente dat op de burger afwentelen met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun brandveiligheid te waarborgen’. De dorpsparticipatiemaatschappij ten top: zoekt u het zelf maar uit. Of gaat de gemeente de checqlist voor dat ‘zelf meer doen’ met de verzekeringsmaatschappijen ontwikkelen ? Of moet die bewoner van dat extra-risico pand dat zelf maar uitzoeken ? Of gaat de gemeente voor de panden in de risico-gebieden een eigen onderlinge-brandwaarborgvereniging oprichten ? De verkoopwaarde van panden in risico-gebieden zal zeker ook dalen. Hebt u daar ook over nagedacht ? Hoe gaat u dat compenseren ? En waarom moet een bewoner in een risico-gebied meer aandacht besteden aan zijn eigen brandveiligheid, dan bewoners in niet-risico-gebieden ? Graag verneem ik ook waar ik de objectieve criteria voor het bepalen van de aanrijdtijd van een brandbluswagen kan vinden. Ik neem aan dat dit publieke informatie is, of moet ik hiervoor een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur ? Ik verneem graag uw reactie.

Ontvangstbevestiging van 22 oktober 2013 van gemeentesecretaris N.L.J.J. Dusink en burgemeester H. Jager.

Op 16 oktober 2013 hebben wij van u een e-mail ontvangen. Deze is geregistreerd onder nummer 13/21551 en in behandeling bij het team Veiligheid. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord op uw schrijven. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 140521 en via info@gemeentewesterveld.nl. In verband met de vrijdagsluiting in de even weken adviseren we u op onze website te kijken voor de openingstijden. Deze brief komt uit een geautomatiseerd systeem en is daarom niet ondertekend.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders N.L.J.J. Dusink , secretaris en H. Jager, burgemeester

Op 18 maart 2014 stuurde de redactie van het Dievers Archief het volgende herinneringsbericht naar de leden van het Team Veiligheid.

Op 22 oktober meldde u mij dat u ‘zo spoedig mogelijk’ op mijn e-mail bericht zou reageren. Tot op de dag van vandaag heb ik u antwoord nog niet ontvangen. Ik verneem graag alsnog ‘zo gezwind mogelijk’ uw ambtelijke reactie. Ter informatie wil ik u graag verwijzen naar:
htttp://www.dieversarchief.nl/u-ontvangt-zo-spoedig-mogelijk-antwoord/
en naar:
http://www.dieversarchief.nl/gevolgen-vergroten-aanrijdtijden-van-brandbluswagens/
Met vriendelijke groet.

Posted in Braandwièr, Gemientebestuur | Leave a comment

Dr. Pol was op 10 maart 2017 op de tillevisie

In het onvolprezen huis-aan-huisblad Da’s Mooi van 7 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvliet en Deever.

Dr. Pol op 10 maart op tv
Diever.
Het nieuwe seizoen programma’s van The Incredible Dr. Pol op National Geograhic start met een speciale aflevering waar zijn bezoek aan Nederland is te zien.
De 73-jarige in Amerika woonachtige veearts Jan Harm Pol, geboren in Wateren, kwam in september naar Nederland voor opnames van een jubileumuitzending van zijn realityserie.
Zo liep hij mee met Nederlandse veeartsen en bracht hij een bezoekje aan zijn oude universiteit in Utrecht.
Ook bezocht hij Wateren, het dorp waar hij is opgegroeid, en zijn middelbare school in Diever.
Deze activiteiten zijn op vrijdag 10 maart om 22.00 uur te zien op National Geographic.


In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 1 maart 2017 verscheen het volgende korte bericht over een bezoek van veearts Jan Harm Pol aan onder meer Woater’n, Zorgvlied en Deever.

Dr. Pol goes Dutch
Wateren
Het bezoek dat dr. Jan Pol, bekend van de tv-serie ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic, vorig jaar bracht aan zijn geboortegrond in de gemeente Westenveld, wordt op vrijdag 10 maart uitgezonden.
In de uitzending, die om 22.00 uur te zien is op National Geographic, bezoekt dr. Pol het dorp Wateren, waar hij is opgegroeid. Verder is zijn bezoek aan de eendenvijver in Diever te zien in ‘dr. Pol goes Dutch’.
Na de Nederlandse aflevering begint het nieuwe seizoen van ‘The incredible dr. Pol’ op National Geographic. Het belooft weer een seizoen vol avonturen in de kliniek van dr. Pol te worden.


Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie heeft al in enige berichten aandacht besteed aan Jan Harm Pol. Zie de berichten:
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n;
Een paar foto’s van Jan Harm Pol op Woater’n;
The incredible dr. Pol is geboren op Woater’n.
Wellicht is de op 10 maart 2017 uitgezonden aflevering nog een keer via een soort van ‘uitzending gemist’ te zien.
Maar niet getreurd, wie dr. Jan Harm Pol met eigen ogen wil zien en eigen oren wil horen, die kan op zaterdag 7 oktober 2017 terecht bij zijn theatercollege in theater en congrescentrum Orpheus in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, De aandere kaante van de Deeverse bos, Dr. Pol, Jan Haarm Pol, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Ut oorlogsgraf van Antonius en Jozeph Janssens

De Duitse bezetter gijzelde op 10 april 1945 de uit Noord-Brabant geëvacueerde en bij de familie Harm Kuiper op Kalteren ondergebrachte broers Antonius Maria Gerardus Janssens en Jozeph Cornelis Maria Janssens, samen met Nicolaas Houwer, Kornelis Kerssies, Harman Bennen, Roelof Hunneman, Hendrik Akkerman, Klaas Daleman, Jan Houwer, Koop Houwer en Koop Westerhof.
De Duitse gijzelaars dwongen de Nederlandse gegijzelden op het marktterrein in Deever tegen de wal van de kaarhof te gaan staan; op deze plek staat heden ten dage een rododendronbosje. Na enige uren arriveerde een auto uit Steenwijk. De Duitse officier die uit de auto stapte was de woedende en schreeuwende S.D.-commandant Fritz Habener, Hij greep plotseling een mitrailleur en vermoordde de gegijzelde mannen die tegen de wal van de kaarkhof stonden. Koop Westerhof overleefde als door een wonder deze wrede moordaanslag.
Antonius Maria Gerardus Janssens is geboren op 26 mei 1926 in Tilburg en is op 10 april 1945 op achttienjarige leeftijd overleden in Deever. Jozef Cornelis Maria Janssens is geboren op 10 oktober 1930 te Berkel en is op 10 april 1945 op veertienjarige leeftijd overleden in Deever.
Het oorlogsgraf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee’j Deever van de twee broers wordt al lang regelmatig niet alleen onderhouden door nicht Louise Antonella Janssens, een dochter van een jongere broer van Antonius en Jozeph Janssens, maar ook door andere familieleden. Dat zal altijd een emotionele gebeurtenis blijven.
Op woensdag 19 september 2018 hebben mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens en haar man het graf weer verzorgd en voorzien van nieuwe planten en ook van twee tuinlampen, die voorzien zijn van led-lampjes, die in het donker branden op gelijkstroom uit batterijen, die worden opgeladen door middel van zonnecellen. Mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens had wel enige bedenkingen bij de levensduur van de led-verlichting.
De redactie van het Deevers Archief was die middag toevallig ook op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever en heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto (afbeelding 1) van het netjes en met veel liefde en emotie opgeknapte graf gemaakt. De redactie is mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens bijzonder erkentelijk voor haar toestemming foto’s van het oorlogsgraf van haar twee ooms in ut Deevers Archief te mogen publiceren.

Reactie van mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens van 5 mei 2019
Mijn vader, de broer van Jozeph en Antonius, kan helaas door problemen met zijn gezondheid niet altijd zelf meer het graf verzorgen. Dank aan het Deevers Archief, Historisch Diever en de inwoners voor het eren en het jaarlijks herdenken van alle gefusilleerden. Een noot voor de redactie: Mijn voornaam is niet Antonella, maar Louise. Antonella is mijn tweede voornaam. Dank.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief van 5 mei 2019
De redactie heeft de tweede foto (afbeelding 2) van het graf van de gebroeders Janssens op 30 april 2019 gemaakt. Zo te zien hebben mevrouw Louise Antonella Ravensteijn-Janssens en haar echtgenoot kort daarvoor de graven weer verzorgd, wellicht met het oog op de naderende dodenherdenking op 4 mei. Deze keer hebben ze op de graven ook twee planten in passende paarse bloempotten geplaatst. Paars is een opbeurende en kalmerende kleur die is te verbinden met waarheid en wijsheid.

De redactie ontving op 21 februari 2023 de volgende zeer gewaardeerde reactie van de heer Harry Vissers
Het doet mij goed dat het graf goed wordt verzorgd. De familie is begaan met het lot van de jongens. Als het ene familielid het graf door omstandigheden niet kan verzorgen, dan staat iemand anders klaar om dat te doen. Onze ogen zijn altijd naar Diever gericht. Het is een belangrijke plaats voor de familie van de jongens.

Afbeelding 1 – © Ut Deevers Archief – maandag 14 april 2025 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 15 december 2023 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – woensdag 17 mei 2023 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 5 – © Ut Deevers Archief – dinsdag 14 maart 2023 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 6 – © Ut Deevers Archief – donderdag 22 april 2021 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 7 – © Ut Deevers Archief – maandag 8 juni 2020 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 8 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2019 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 9 – © Ut Deevers Archief – woensdag 6 november 2019 – Alle rechten voorbehouden.
Tijdens de hittegolf in de zomer van 2019 waren alle planten op het graf bij gebrek aan water gestorven.

Afbeelding 10 – © Ut Deevers Archief – dinsdag 23 april 2019 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 11 – © Ut Deevers Archief – woensdag 19 september 2018 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Kaarkhof an de Grönnegerweg, Oorlogsgraf, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

The Shakespeare Theatre Diever

In 1988 was het 300 jaar geleden dat stadhouder Willem III en zijn Engelse vrouw Maria Stuart, in Engeland werden binnengehaald als redders van het protestantisme.

In dat zo genoemde William & Mary jaar mocht de toneelvereniging Diever, die zich in Engeland The Shakespeare Theatre Diever noemde, het toneelstukje Een midzomernachtdroom van William Shakespeare op 27 en 28 juli in de Drama Studio van South Warwick College of Further Education in Stratford-upon-Avon opvoeren. Wat een eer voor the inhabitants of Diever.

Het archief van de toneelvereniging Diever is in het Drents Archief in Assen ondergebracht in de collectie Toneelvereniging Diever. In deze collectie is een foto van het aanplakbiljet van de twee voorstellingen in Stratford-upon-Avon aanwezig. De foto heeft als kenmerk DS1988021. Zie afbeelding 1.

Het toneelstukje zal in het Nederlands zijn opgevoerd, want their spectacular style of acting will be accompanied by an English commentary. En dat English commentary werd gegeven door narrator Marjan Rolden, dochter van Hendrik Jan (Henneman) Rolden en Zijntje (Sina) Bel.

Afbeelding 1 – (© Toneelvereniging Diever)

Posted in Eup’mlogtspel | Leave a comment

Awièr un Shakespeare kalender

In het weblog De Wolden (http://www.weblog-dewolden.nl) werd op 24 juli 2016 het volgende korte berichtje gepubliceerd

Kalender staat in het teken van Shakespeare
Regio – De kalender die de Historische Vereniging Gemeente Diever jaarlijks uitgeeft, staat in 2017 in het teken van het 70-jarig bestaan van de toneelvereniging Diever.
Er zijn contacten met de toneelvereniging en die zal met de historische vereniging foto’s uitzoeken voor plaatsing op de kalender.
De leden van de historische vereniging krijgen de kalender.
Mochten niet-leden de kalender ook willen, dan moeten ze zich voor 1 september melden. Aanmelden via het secretariaat van de vereniging

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het begint een merkwaardige gewoonte van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening 
uut Deever, te worden zo nu en dan eens stevig tegen De Toneelvereniging Diever (The Shakespeare Company Diever) aan te schurken.
In het jaar 2006 was het Openluchtspel het onderwerp van de zo genoemde ‘historische kalender’ van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening
uut Deever. In dat jaar was het zestig jaar geleden dat in Deever voor het eerst het Openluchtspel werd opgevoerd.
De redactie van ut Deevers Archief toonde toen in die 2006-kalender van de de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, historisch zeer waardevolle zwart-wit beelden uit die hele mooie beginjaren van het toneel spelen in het Openluchttheater, dat nu verworden is tot een Shakespeare-circus.
In het jaar 2017 zal die zo genoemde ‘historische kalender’ gewijd zijn aan het 70-jarig bestaan (nota bene: 71-jarig bestaan) van De Toneelvereniging Diever (The Shakespeare Company Diever).
De Toneelvereniging Diever is in 1939 opgericht door mevrouw Meiboom (echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom) en meester Stroop. In de Tweede Wereldoorlog werd de vereniging ontbonden en op 24 mei 1946 heropgericht. Op 31 augustus 1946 werd voor het eerst de Midzomernachtsdroom van Shakespeare opgevoerd, onder regie van dorpsdokter Ludolf Dirk Broekema. Dus op 24 mei 2016 had het 70-jarige bestaan van de heropgerichte toneelvereniging gevierd kunnen geworden. Dat zal ook wel gebeurd zijn.
Dus in 2016 had de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundige vereniging uut Deever, weer een Shakespeare-kalender kunnen hebben uitgegeven. Hebben de ijverige goedwillende vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de de heemkunduge vurening uut Deever, in 2015 bij de keuze van het onderwerp voor de 2016-kalender zitten slapen ? En willen zij dat nu alsnog recht zetten ?
Met een gulle gift uit de ongetwijfeld boordevol gevulde geldbuidel van de bulkend rijke The Shakespeare Company Diever zou een hele mooie ‘heemkundige kalender’ in kleuren kunnen worden samengesteld.
De ijverige vrijwillige dorpskrachten van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, hoeven voor het oudere beeldmateriaal geen contact op te nemen met de The Shakespeare Company Diever, want het volledige oude archief van deze company is gelukkig enige jaren geleden overgedragen aan het Drents Archief in Assen.
De redactie toont de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag de resultaten van zijn 2006-kalender. De zeer gewaardeerde trouwe bezoeker, die belangstelling heeft voor een gratis digitale versie van de 2006-kalender, kan dit melden aan de redactie.

Abracadabra-1701
Abracadabra-1702
Abracadabra-1703
Abracadabra-1704
Abracadabra-1705
Abracadabra-1706

Abracadabra-1707

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-1708Abracadabra-1709Abracadabra-1710Abracadabra-1711Abracadabra-1712Abracadabra-1713

 

 

 

 

Posted in Deever, Eup’mlogtspel, Historische kalender, Shakespearitis, William Shakespeare | Leave a comment

Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank

Op 13 juni 1888 verscheen in de krant ‘Het nieuws van den dag – kleine courant’ de hier afgebeelde advertentie over de Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank.

Meester Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos), was commissaris van de Eerste Hollandsche Levensverzekerings-Bank. De bank was gevestigd in Amsterdam, maar had ook een bijkantoor in Villa Aurora op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos).

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvliet | Leave a comment

Brandweerpost Deever wordt gesloten

DIEVER – De brandweerpost in Diever wordt gesloten. Gisteravond heeft burgemeester Jager van Westerveld het korps op de hoogte gebracht van het besluit van het college.

Volgens de burgemeester heeft de sluiting gevolgen voor de veiligheid. De brandweer kan straks niet binnen een kwartier bij 1,6 procent van de objecten in de gemeente zijn. Daarom wil het college geld beschikbaar stellen, om de mensen die daar wonen van apparatuur te voorzien om preventieve maatregelen te nemen.

Het korps is teleurgesteld en verdrietig om het besluit, dat volgens de gemeente Westerveld niet is te voorkomen. Inmiddels is de eerste actie opgestart. Via Facebook worden inwoners van Diever opgeroepen actie te voeren voor behoud van het brandweerkorps.

Posted in Braandwièr, Gemiente Deever | Leave a comment

Deever op drift met een schijnbare maakbaarheid

De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld, tot de voorspelbare fusie met de gemeente Meppel tijdelijk gevestigd in het gerieflijke kantoortuinen- en kantoorparkencomplex in het Raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever, zijn begin 2019 begonnen met de volstrekt overbodige droevige sloop van de openbare ruimte in het centrum van Deever.
In dit belastinggeldverslindende project met de naam Deever op Drift (een schaapsdreef is een schaapsdrift) mocht een groepje bewoners van het dorp Deever, helaas met nogal wat Deeversen van vrogger, een beetje tegensputteren, een beetje meebabbelen over, instemmen met en jaknikken tegen de plannen van het ingehuurde chique technische adviesbureau met de hoge uurtarieven en een werkgroep van Minder Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Gelijk. En dat alles ongetwijfeld onder het genot van een hapje, een biertje, een borreltje, een colaatje en een sigaartje. Ouwe jongens, krentewegge. Het groepje bewoners van Deever is medeplichtig geworden, is partner in crime geworden, zoals de Engelsen dat zo treffend weten uit te drukken, van het project Deever op Drift.
De redactie van het Deevers Archief kan zich volstrekt niet voorstellen wat mis is met de situatie in april 2019 bij de braandkoele ‘de Dobbe’ op de hook van de Kruusstroate en de Aachterstroate. Zie ook de bijgevoegde kleurenfoto van de braandkoele, die de redactie op 20 november 2005 heeft gemaakt
De redactie citeert hier vier beelden uit een met belastinggeld gemaakt propagandafilmpje dat het ingehuurde chique technische adviesbureau met de hoge uurtarieven heeft gemaakt van de door haar zo genoemde ‘virtual reality’ (dat is Engels en betekent schijnbare werkelijkheid, dus niet de werkelijke werkelijkheid, je wordt met een raar brilletje op je kop een oor aangenaaid waar je bij staat) van de openbare ruimte van het centrum van het dorp Deever van vóór en ná de grote sloop.
De citaten 1 en 2 tonen de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) van de werkelijke werkelijkheid in april 2019 bij de braandkoele ‘de Dobbe’ op de hook van de Kruusstroate en de Aachterstroate in Deever, dus de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) van de werkelijke werkelijkheid van vóór de grote sloop.
De citaten 3 en 4 tonen beelden van de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) op de hook van de Kruusstroate en de Aachterstroate in Deever ná de grote sloop. Van de braandkoele is een schijnbaar grote plas water gemaakt.
Als de schijnbare werkelijkheid (virtual reality) van de citaten 3 en 4 wordt getoetst aan de opgeblazen, opgefokte en snorkende bedoeling van het project Deever op Drift, te weten het versterken van de vier schijnbare kernwaarden van het dorp Deever, zie het bijgevoegde citaat 5, dan concludeert de redactie het volgende:
– de braandkoele ‘de Dobbe’ heeft geen relatie met de esschen (het landschap) en de bosschen (het nationale park);
– met het slopen van de braandkoele ‘de Dobbe’ wordt het tegendeel van het benadrukken van de authentieke uitstraling bereikt;
– tussen de cultuurhistorische waarde van de braandkoele ‘de Dobbe’ en Sjakie uut Spier bestaat gelukkig geen verband;
– de braandkoele ‘de Dobbe’ heeft geen relatie met actieve recreatie, wel met passieve recreatie (terraszitters, bankzitters, eendjes voerders). Kortom de werkelijke redenen voor het grondig vernielen van de nog enige overgebleven braandkoele van Deever ontbreken volledig of zijn verborgen andere redenen.
Het is ronduit verbazingwekkend zorgwekkend hoe enige historielogen van de heemkundige vereniging uut Deever, let wel leden van de projectgroep Deever op Drift, zich wat betreft de braandkoele ‘de Dobbe’ waarschijnlijk een gigantisch oor hebben aan laten naaien door de duurbetaalde adviseurs van het ingehuurde chique technische adviesbureau en een werkgroep van Minder Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk. Want hier lag een prachtige en enige kans om de braandkoele ‘de Dobbe’ in zijn echte oude originele authentieke fraaie boerse staat te herstellen, en zo authentieke authenticiteit uit te stralen. Of hebben de heren leden van de steeds maar weer om onbetaald werk verlegen zittende Dorpskrachten vóór het slopen van de braandkoele ‘de Dobbe’ gestemd, opdat zij als vrijwillige baggeraars van de aanstaande grotere vijver in de toekomst meer werk hebben ? Of wordt braaf uitvoering gegeven aan een mogelijk verborgen agenda van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld ?

Citaat 1

Citaat 2

Citaat 3

Citaat 4

Citaat 5

Posted in Aagterstroate, Braandkoele, Deever, Kruusstroate | Leave a comment

Kopplèties van ut Deevers Archief

De redactie van ut Deevers Archief vervangt regelmatig de kopafbeelding van ut Deevers Archief.
De gebruikte kopafbeeldingen worden hier in omgekeerde volgorde van toepassing getoond.
De meest recent geplaatste kopafbeelding is boven aan het bericht te vinden.
Als je in het bezit van een mooie afbeelding uit de gemeente Deever en je acht deze geschikt als kopafbeelding van deze webstee, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie van ut Deevers Archief te sturen.
Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes.

Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt als kopafbeelding van 6 juli tot en met 14 december 2015.
De afbeelding is een uitsnede van een ansichtkaart die in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw is uitgegeven.Abracadabra-281
Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 18 januari 2015 tot en met 21 april 2015.
Tekening van …………  uit  ….. is verschenen op een ansichtkaart.Abracadabra-851Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 27 april 2014 tot en met 30 juni 2014.
Oldendieverseveld – Akkers na de oogst –
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto in het najaar van 2013 gemaakt.Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 16 maart 2014 tot en met 27 april 2014.
Oldendiever – Opkomst van de maan
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto 13 november 2008 om 18.11 uur gemaakt.Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 27 februari tot en met 16 maart 2014.
Diever – Gezicht op het hunebed D52 en de Groningerweg.Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt van 5 december 2013 tot en met 27 februari 2014.
Zorgvlied – Wateren – Gezicht op het Aekingerzand.Kopafbeelding
Gezicht op Diever vanaf de rand van de Noordesch.
Deze foto is gebruikt als kopafbeelding van 2 mei tot en met 7 september 2013.Kopafbeelding
Deze afbeelding is gebruikt als kopafbeelding van 20 september 2012 tot en met 2 mei 2013
Dieveren – Pentekening van Abraham de Haan is gemaakt op 3 juli 1732.Abracadabra-Kop-4Kopafbeelding
Deze foto is gebruikt als kopafbeelding van 3 september 2012 tot en met 19 september 2012.
Diever – Hunebed D52
De redactie van het Deevers Archief heeft deze foto op 27 juli 2012 gemaakt.Kopafbeelding
Deze foto is afgebeeld van 23 augustus 2012 tot en met 13 september 2012.
Gezicht op Diever vanaf het Zwatte pattie.

Posted in Deevers Archief, Kopplètie | Reacties uitgeschakeld voor Kopplèties van ut Deevers Archief

Wie gaat de cultuurhistorische waarde versterken ?

Op de website van de gemeente Westenveld  verscheen op 14 februari 2014 het navolgende bericht.

Westerveld brengt cultuurhistorische objecten in kaart voor gemeentelijke monumentenlijst
Gemeente Westerveld heeft de belangrijkste cultuurhistorische objecten zonder monumentenstatus in kaart laten brengen voor een gemeentelijke monumentenlijst. Stichting Oversticht uit Zwolle heeft in opdracht van de gemeenten een inventarisatie gemaakt van karakteristieke gebouwen en de overblijfselen uit de tweede Wereldoorlog. Daarmee is Westerveld één van de eerste Drentse gemeenten die het oorlogserfgoed onderdeel laat zijn van een gemeentelijke monumentenlijst.
Uit het onderzoek blijkt dat cultuurhistorie verder reikt dan de provinciale en rijksmonumentenlijsten. Wethouder Kleine Deters: “Veel objecten die het verhaal van de Westerveldse geschiedenis vertellen, staan nog niet op een monumentenlijst. Voorbeelden zijn onder anderen de overblijfselen van het oorlogsvliegveld op de Havelterberg, een veldwachterwoning in Wapse en het landgoed van de ‘Bezier Stichting’ bij Wateren”.
Eigenaren
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek neemt de gemeente Westerveld in de loop van 2014 contact op met betrokken eigenaren van de cultuurhistorische objecten. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde versterkt en geborgd kan worden in een gemeentelijk monumentenregister. De medewerking van eigenaren geschied op vrijwillige basis. Wethouder Kleine Deters: “Wij hopen natuurlijk dat veel eigenaren mee willen werken en dat we een zo compleet mogelijke lijst krijgen van gemeentelijke monumenten”.
Aanleiding
Aanleiding voor het onderzoek naar cultuurhistorische objecten voor een gemeentelijke monumentenlijst is de vaststelling van het nieuwe erfgoedbeleid door de gemeenteraad in 2012, waaronder de erfgoedverordening en de cultuurhistorische waardenkaart.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De cultuurhistorie binnen de grenzen van de gemiente Deever reikt blijkbaar verder dan de provinciale monumentenlijst en de rijksmonumentenlijst. Dat zal dan een vrijwillige gemeentelijke monumentenlijst worden, in het voorgaande artikel -heel prachtig bedacht- het gemeentelijk monumentenregister genoemd. En dan vermeldt het artikel ook nog dat met de betrokken eigenaren ‘gezamenlijk’ zal worden onderzocht hoe de cultuurhistorische waarde van hun pand kan worden ‘geborgd en versterkt’.
Jij kunt op jouw Drentsche boerenklompen aanvoelen dat de eer naar de voorkant van het gelijk zal gaan en dat de eigenaar van een gemeentelijk monument op zal moeten draaien voor de kosten van het ‘borgen en versterken van de cultuurhistorische waarde’ van zijn eigen pand en bovendien opgescheept zal worden met allerlei regeltjes en beperkingen. Dat zou je de gemeentelijke participatiemaatschappij kunnen noemen.
Op de foto, die de redactie van het Deevers Archief op 30 september 2010 is gemaakt, is de grauwgrijze achterkant van het onderkomen van de voorkant van het gelijk aan de Gemeentehuislaan in Deever te zien, voorwaar een soort van bedrijfspand pand zonder enige architectonische waarde. Let daarbij vooral op de grote loods op het dak van het raadhuis.

Posted in Aarfgood, Gemeente Westenveld | Leave a comment

A-junioren van v.v. Diever – Eind vijftiger jaren

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande mooie foto van zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoeker Wim Jansen (uut de Aachterstroate). Hij wist ook de namen van de spelers. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.

Op de foto staat het elftal van de A-junioren van de voetbalvereniging Diever (v.v. Diever).
In die tijd werd steevast gespeeld met een linksback, een stopperspil, een rechtsback, een linkshalf, een rechtshalf, een midvoor, een linksbinnen, een linksbuiten, een rechtsbinnen en een rechtsbuiten.
In die jaren werd met één reserve gespeeld.
Wim Jansen wist zich te herinneren wie de jongens op de foto zijn en wie waar speelde; zie de navolgende opsomming.
De foto is gemaakt aan het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
Het op de foto zichtbare elftal speelde zeer goed, maar werd in het seizoen dat de foto werd gemaakt geen kampioen.
Ook als een elftal geen kampioen werd, dan werd toch zo nu en dan een foto gemaakt. Deze foto is gemaakt op het gemeentelijke sportterrein bij de U.L.O.-school en de openbare lagere school. De ingang van het sportterrein bevond zich aan de Tusschendarp bij veearts Van der Eijk.
Links op de achtergrond staat het houten kleedgebouw; twee kleedhokken, twee washokken, een toilet, een hok voor de scheidsrechter en twee berghokken.
Tussen het doel en de kleedgebouw was het speelterrein van de korfbalclub O.D.I.V.A.L. (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leden) van ome Piet Zijlstra.
Het kleedgebouw werd gebruikt door v.v. Diever en door korfbalvereniging O.D.I.V.A.L.
Op de foto zijn op de bovenste rij van links naar rechts te zien:
– Hilbertus (Bertus) Noorman (overleden) (linksbinnen) (uut de Kloosterstroate);
– Wolter Smit (rechtsbinnen) (van de Deeverbrogge);
– Lambertus (Bertus) Barels (linksback) (van de Bosweg);
– Albert Klok (overleden) (midvoor) (uut Oldendeever);
– Reinder van Leeuwen (linksbuiten) (uut de Kloosterstroate);
– Corné Andree (wellicht was zijn achternaam Andreae of Andrea, wie het weet mag het zeggen) (reserve);
– Anne Nijzingh (trainer) (van de Brinkstroate);
De twee jongens in het midden zijn van links naar rechts:
– Aaldert Soer (overleden) (rechtsback) (van ’t Noord);
– Bart Buiter (linkshalf) (van bee’j de febriek);
De vier jongens op de onderste rij zijn van links naar rechts:
– Jan Kuiper (rechtsbuiten) (uut de Binnenesch);
– Geert Room (stopperspil) (van de Bosweg);
– Schelte Betten (keeper) (van de Veentiesweg);
– Willem (Wim, Wimpie) Jansen (rechtshalf) (uut de Aachterstroate).

abracadabra-560

Posted in Deever, Sport, Voetbal | Leave a comment

Kleinste museumpje ter wereld nog steeds niet open

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 20 oktober 2017 verscheen op bladzijde 13 het bladzijdegrote poeha-bericht ‘Uitvaartmuseum gaat er eindelijk komen’ over de opening van een uitvaartmuseumpje in ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in Deever. Zie de bijgevoegde afbeelding van het onleesbaar gemaakte bericht.
Hier volgt een kort citaat uit het bericht.
Het gaat dan eindelijk toch gebeuren. Het lijkwagenhuisje aan de Bosweg in Deever wordt ingericht als een uitvaartmuseumpje. Het is de bedoeling dat het museum in het voorjaar van 2018 wordt geopend. Het museum is vanaf dat moment één middag per week en op afspraak toegankelijk voor het publiek.
Het voorjaar is inmiddels verstreken en bij ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in Deever is nog geen spoor van enige inrichtingsbezigheid te bekennen. De redactie leeft in de veronderstelling dat de timmerkunstenaar van de heemkundige vereniging uut Deever toch wel al een soort van fraai aankondigingsbord in elkaar had geknutseld of gekunsteld en aan de voorbaander van ut liekwaeg’nschuurtie had vastgespijkerd.
Maar dat bleek niet het geval. De redactie heeft voor alle zekerheid de foto voor bijgaande afbeelding van de voorgevel van ut liekwaeg’nschuurtie op zaterdag 16 juni 2018 gemaakt. Het was inderdaad nog in de lente. Nergens aan de gevel is te lezen dat hier een uitvaartmuseumpje is gevestigd of zal worden gevestigd. Of zou een en ander met een poster zijn aangekondigd op het groene elektriciteitskastje naast ut liekwaeg’nschuurtie en is daar inmiddels een poster van het popfestival Dauwpop 2018 overheen geplakt ?
Wat aan de op 16 juni 2018 gemaakte foto opvalt zijn de twee betekenisloze en hinderlijke betuttelpaaltjes van de voorkant van het gelijk en het ontbreken van een oud uitvaartsymbool in de bestrating van het opritje naar de voorbaander. De bestratoloog van de heemkundige vereniging uut Deever moet nog een middagje hard aan de slag om met rode of paarse stukjes straatklinker een stemmig en passend symbool in het opritje aan te brengen.
De redactie zou het niet openen van het uitvaartmuseumpje in ut liekwaeg’nschuurtie an de Bosweg in het museumloze Deever (het Oermuseum is geen museum, maar een soort van veredelde bezigheidstherapiewerkplaats) toch wel een klein rampje van de derde orde vinden, temeer omdat het mogelijk aanstaande uitvaartmuseumpje als kleinste museumpje ter wereld na opening regelrecht gaat worden vermeld in de volgende editie van het Grote Guiness Book Of Records. Echt wel.


Posted in Baander, Bosweg, Lijkwagenschuurtje, Museum | Leave a comment

Wateren – Gegevens in de webstee plaatsengids.nl

De webstee plaatsengids.nl beweert in de kop: Alles over Nederland op één site ! Da’s een mooi streven, maar slaat nergens op.
Deze webstee bevat niet alle, maar wel enige wetenswaardige gegevens over Wateren. Zo meldt de webstee dat een inwoner van Wateren in het Drents een Waoterse wordt genoemd. Dan kan dan misschien wel zo zijn, maar een inwoner van Wateren wordt in het Deeverse dialect een Woaterse genoemd.
In de gegevens wordt helaas nergens verwezen naar bronnen.
In de webstee is ook niet te vinden wie de schrijver/toevoeger/bedenker van deze gegevens is.
Wel is in de webstee een min of meer aardige foto van een zekere heer Hans van Embden opgenomen.

Posted in Webstee, Woater’n | Leave a comment

Versiering van een erfbestrating an de Binnenes

Bij een huis an de Binnenesch in Deever – het huis waar vroeger het echtpaar Geert Kuiper en Mina Godwaldt en hun kinderen woonden – hebben de huidige bewoners voor de sier een mooi fietsje met berijdster (made in China ?) met -let wel- op elke pakkiesdraeger een klein echt plantje op de erfbestrating voor het huis geplaatst.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de hier afgebeelde kleurenfoto van dit voorwerpje op 3 oktober 2012 in het voorbijgaan gemaakt. De redactie vraagt zich wel af of dit voorwerpje nog steeds in het voorbijgaan is te bewonderen.

Posted in Binnenesch, Toevallige waarneming | Leave a comment

Roelof Santing verkoopt Shell Butagas reclamebord

De redactie van het Deevers Archief kwam op 22 juli 2014 in de webstee van Marktplaats een advertentie tegen, waarin Roelof Santing uit Wapse een gebruikt Shell Butagas reclamebord van emaille te koop aanbiedt. Voor € 49,- (klinkt beter dan € 50) en op te halen in Wapse.
Het bord is 75 cm lang en 25 cm breed. De fabrikant van het bord was de destijds welbekende fabriek Langcat in Bussum.
De redactie heeft het vermoeden dat het door de tand des tijds aangetaste bord lange tijd aan de buitenmuur van het bedrijf van Roelof Santing aan de Ten Darperweg in Wapse heeft gehangen. Wie kan dit vermoeden bevestigen ?

Posted in Bedrief, Smedereeje Santing, Ten Darperweg, Toevallige waarneming, Wapse | Leave a comment

Webstee www.drentschehoofdvaart.nl

In de regionale krant de Westervelder van 4 februari 2009 verscheen het volgende berichtje ‘Vaart ook op internet’. Bij het berichtje staat ook een foto van een zekere Henk Daleman bij de Paradijssluis in Meppel, het begin of het einde van de Drentsche Hoofdvaart.

Hij woont al tientallen jaren niet meer in Zuidwest-Drenthe. Vanwege studie en werk verliet Henk Daleman al op jonge leeftijd de ouderlijke boerderij in Dieverbrug om via verschillende tussenstations in Noord-Holland in het Gelderse Lent te belanden. Door familie en kennissen bleef hij op de hoogte van en betrokken bij de omgeving waar zijn ‘roots’ liggen.
De betrokkenheid bij het gebied waar Henk Daleman opgroeide, bracht hem enkele jaren geleden op het idee om daar iets mee te doen. Hij ontwikkelde de website www.drentschehoofdvaart.nl, een digitaal platform voor de toervaartrecreatie.
De site kan als startpunt dienen voor de voorbereiding van een vaartocht over een van de meest interessante watererfgoederen van de provincie Drenthe, de Drentsche Hoofdvaart.
Ruim een jaar later ging de website van Daleman de lucht in en sindsdien hebben al vijfduizend internetbezoekers de site bezocht. ‘Het is een informatieve website waar informatie gegeven wordt over culturele en folkloristische evenementen, musea, markten en cultuurhistorische bezienswaardigheden in de stadjes, dorpen en buurtschappen die aan of nabij de Drentsche Hoofdvaart liggen’, vertelt Daleman.
Als kleine jongen trok de Vaart hem als bijzonder aan. ‘We woonden op de boerderij in Dieverbrug, vlak bij de Drentsche Hoofdvaart. ’s Zomers gingen we vaak met schippers mee richting Havelte. Daar stapten we dan van boord om te proberen met een andere schipper terug te varen richting Dieverbrug.

Aantekeningen van de redactie ut Deevers Archief
Bij de redactie van ut Deevers Archief is niet bekend dat de ouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) een boerderij an de Deeverbrogge vlak bij de vaart hadden. De zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief worden verzocht hier duidelijkheid over te verschaffen.
De grote vragen zijn: Waar stond deze boerderij ? Was het een eigen boerderij ? Huurden ze deze boerderij ?
Wel is het zo dat de grootouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) in een boerderij naast drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufddstroate in Deever woonden. Ook is bekend dat de ouders van Henk Daleman (Henkie Doaleman) al vanaf het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw an de Veentiesweg in Deever woonden.

Reactie van Henk Daleman (Henkie Doaleman) van 21 december 2012
Een persoonlijke reactie.
Ik, Henk Daleman, was niet woonachtig in Dieverbrug.
Kennelijk heeft de toenmalige journalist mijn verstrekte gegevens niet correct genoteerd.
Ik ben geboren in de boerderij van mijn grootouders Hendrik Daleman en Aaltje Daleman-Noorman, aan de Hoofdstraat nr. 18 te Diever.
In het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw ben ik met mijn ouders Hendrik Daleman en Aaltje Daleman-Schieving verhuisd naar de Veentjesweg in Diever. Mijn ouders hebben nooit in een boerderij te Dieverbrug gewoond.

Posted in An de Deeverbrogge, de Voat, Webstee | Leave a comment

Gedraaide vierkante ramen in een boerderij

In de boerderij an de Heufdstroate in Deever, waar eerder de familie Bakker -wie heeft gegevens over de familie Marinus (?) Bakker ?- woonde, bevinden zich in de zijgevel aan de straatzijde drie gedraaide ramen, zo te zien zitten de kozijnen keurig in de verf en bevindt zich in de siedbaander ook een gedraaid raam, dat nota bene ook kan worden geopend. Zie de twee kleurenfoto’s. Die vier op deze manier aangebrachte ramen moeten enigst zijn in Nederland. Echt wel.
Wat ook opvalt is het mooie grote lange dubbele muuranker. Dit anker brengt blijkbaar voldoende kracht over op de constructie, want de buitenmuur staat nog steeds mooi recht.
Wel is het de eigenaar van het pand aan te raden bij de hoofdbeleidsambtenaar voor de openbare ruimte van de voorkant van het gelijk vergunning aan te vragen voor het verwijderen van het openbare groen uit het looppad bij de gevel, want wortelgroei is op den duur schadelijk voor de fundering. Echt wel. Zou funderingsschade ook het geval zijn geweest bij de netjes gerepareerde scheur onder het rechtse raam in de zijgevel ?
De reet’n doake is mooj mit grüne mos begröjt, moar so loat’n meins’n, aans verrop ie de bool.
De redactie van het Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de ramen in de zijgevel gemaakt op 3 oktober 2012 en heeft de kleurenfoto van de zijbaander gemaakt op 26 april 2018.
Ter vergelijking of juist niet ter vergelijking is op bijgevoegde ansichtkaart uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, aan de rechterkant de boerderij te zien, waarvan de drie ramen in de zijgevel en het raampje in de baander deel uitmaken.
Aan de linkerkant van de ansichtkaart was in het tweede pand met de hoge rechte voorgevel an de Heufdstroate in Deever het postkantoor gevestigd. Het pand was in Deever het enige pand met een plat dak. Het pand werd bewoond door de postkantoorhouder met zijn gezin. Wie kan de redactie van het Deevers Archief helpen met het benoemen van de bewoners van de andere panden. De foto is genomen in de richting van de Kruusstroate.


Posted in Ansigtkoate, Baander, Boerdereeje, Deever, Heufdstroate | Leave a comment

Gevolgen vergroten aanrijdtijden brandbluswagens

Op 16 oktober 2013 stuurde de redactie van het Deevers Archief bijgaand e-mail bericht met vragen over de gevolgen van het vergroten van de aanrijdtijden van brandbluswagens vanwege de voorgenomen sluiting van de brandweerpost in Diever aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken in de gemeente Westenveld.
Op 22 oktober 2013 stuurde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld een ontvangstbevestiging van het op 16 oktober 2013 verstuurde e-mail bericht. Dit bericht is hier na de tekst van het e-mail bericht opgenomen. Tot op heden hebben burgemeester en wethouders of heeft de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor Veiligheid, niet gereageerd op de vragen in het e-mail bericht. Hoe transparant is het bestuur van de gemeente Westenveld ?

Geachte heer/mevrouw,
Dit bericht is gericht aan de verantwoordelijke beleidsmedewerker voor brandweerzaken van de gemeente Westerveld.
Op de site van RTV-Drenthe kom ik het volgende bericht van 15-10-2013 tegen.
DIEVER – Er is geen sprake van het achterhouden van informatie over het plan om de brandweerpost van Diever te sluiten. Dat zegt een woordvoerder van de gemeente Westerveld. Volgens de woordvoerder wordt niet alles openbaar gemaakt om te voorkomen dat persoonsgegevens op straat terecht komen.
Vanavond wordt in de gemeenteraad van Westerveld een besluit genomen over de opheffing van het brandweerkorps. Westerveld doet dit vanwege bezuinigingen. Volgens de gemeente is de veiligheid voor het overgrote deel van inwoners gewaarborgd als de brandweerposten van Vledder, Havelte en Dwingelo de taken overnemen. Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Het zijn juist deze panden die genoemd staan in de stukken die niet naar buiten gaan.
Het brandweerkorps van Diever vindt dat de gemeente daarmee deze mensen de kans ontneemt om protest aan te tekenen. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid. Tijdens de commissievergadering een aantal weken geleden zei de regionale brandweercommandant van Drenthe, Fred Heerink, ook al dat het beter is om zelf maatregelen te nemen, dan te vertrouwen op een brandweerkorps in de buurt.
Een klein deel van de inwoners van Westerveld woont straks op een afstand van meer dan 18 minuten aanrijtijd vanaf een brandweerkazerne. Ze worden na het besluit van de raad aangeschreven met de mededeling dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen. Volgens de woordvoerder van de gemeente is het ook de eigen verantwoordelijkheid van mensen om iets te doen aan brandveiligheid.
Graag verneem ik wat de woordvoerder van de gemeente bedoelt met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun veiligheid te waarborgen’.
De verzekeringsmaatschappijen baseren hun polisberekeningen op een aanrijtijd van 18 (?) minuten. Twee of drie of vijf minuten later beginnen met blussen kan tienduizenden eurootjes extra schade betekenen. Derhalve zullen de bewoners die op meer dan 18 minuten van een brandweergarage zitten, de bewoners van die (vanwege het verzekeringsaspect) bewust geheim gehouden panden zeker worden gefronteerd met hogere kosten voor hun brandverzekering, misschien worden die panden wel onverzekerbaar. Gaat de gemeente deze meerkosten en risico’s voor haar rekening nemen ? Of gaat de gemeente dat op de burger afwentelen met ‘dat ze zelf meer moeten doen om hun brandveiligheid te waarborgen’. De dorpsparticipatiemaatschappij ten top: zoekt u het zelf maar uit. Of gaat de gemeente de checqlist voor dat ‘zelf meer doen’ met de verzekeringsmaatschappijen ontwikkelen ? Of moet die bewoner van dat extra-risico pand dat zelf maar uitzoeken ? Of gaat de gemeente voor de panden in de risico-gebieden een eigen onderlinge-brandwaarborgvereniging oprichten ?
De verkoopwaarde van panden in risico-gebieden zal zeker ook dalen. Hebt u daar ook over nagedacht ? Hoe gaat u dat compenseren ? En waarom moet een bewoner in een risico-gebied meer aandacht besteden aan zijn eigen brandveiligheid, dan bewoners in niet-risico-gebieden ?
Graag verneem ik ook waar ik de objectieve criteria voor het bepalen van de aanrijdtijd van een brandbluswagen kan vinden. Ik neem aan dat dit publieke informatie is, of moet ik hiervoor een beroep doen op de Wet Openbaarheid Bestuur ?
Ik verneem graag uw reactie.

Ontvangstbevestiging van 22 oktober 2013 van gemeentesecretaris N.L.J.J. Dusink en burgemeester H. Jager.

Op 16 oktober 2013 hebben wij van u een e-mail ontvangen. Deze is geregistreerd onder nummer 13/21551 en in behandeling bij het team Veiligheid. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord op uw schrijven. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 140521 en via info@gemeentewesterveld.nl. In verband met de vrijdagsluiting in de even weken adviseren we u op onze website te kijken voor de openingstijden. Deze brief komt uit een geautomatiseerd systeem en is daarom niet ondertekend.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders
N.L.J.J. Dusink , secretaris en H. Jager, burgemeester

Posted in Braandwièr, Dorpskracht, Gemientebestuur | Leave a comment

Eerste diploma’s in Dieverzand – augustus 1942

In het Drentsch Dagblad (officieel orgaan voor de provincie Drenthe) verscheen op 25 augustus 1942 het volgende bericht over het eerste diploma-zwemmen in het natuurbad Dieverzand aan de Bosweg in Deever.

Diever. In het zwembad Dieverzand werd voor de eerste maal examen afgenomen voor het zwemdiploma (100 meter schoolslag, 50 meter rugslag, 25 meter gekleed zwemmen, 3 maal springen of duiken van de plank).
Het diploma werd behaald door Ali Benthem, Jantje Schoemaker en Van Santen, de heeren L.W. Broer, Gerh. Koster, A. Vos, C.M. Groenewoud, J. Boesjes Sr. en de jongeheeren Jan Kamp en Jan Boesjes. 8 Candidaten werden afgewezen, terwijl eveneens 8 herexamen moeten doen.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In het zwembad Dieverzand werd ruim anderhalve maand na de opening in het begin van juli 1942 al voor de eerste maal het zwemexamen afgenomen.

Wie kan gegevens verschaffen over Ali Benthem ?
Jantje Schoemaker was een dochter van postkantoorhouder Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Wie weet wie mejuffrouw Van Santen was ?
Luite Wolter Broer was een zoon van zuster Broer, de zeer bekende wijkverpleegster. 
Geert Gerhardus Koster was een zoon van huisschilder Geert Koster (geboren op 4 januari 1900, overleden op 26 maart 1996) en Jantina Roelfina Boelens (geboren op 26 september 1901, overleden op 26 maart 1973). Geert Gerhardus Koster (geboren op 25 mei 1925) overleed op 24 maart 1945 in het kamp Paigerhorst bij Ludwigslust in Wöbelin in Duitsland. Zijn naam staat op het oorlogsmonument op het marktterrein in Deever.
Marechaussee Albert Vos was een zoon van bode Vossie van de Bosweg in Deever.
Cornelis Marinus Groenewoud was controleur der steunverleening bij de gemiente Deever. Hij overleed op 21 februari 1945 in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg in Duitsland. Zijn naam staat op het oorlogsmonument op het marktterrein in Deever.
Jan Boesjes Sr. was de secretaris van de gemiente Deever. Hij werd geboren in 1904 in Gees, hij overleed in 1984 in Wolvega.
Jan Kamp was een zoon van de groenteboer Jochem Kamp.
Jan Boesjes was de zoon van gemeentesecretaris Jan Boesjes en Trijntje de Jong. De jongeheer Jan Boesjes werd geboren op 18 november 1929 in Deever.

 

Posted in Bosweg, Deever, Swömbad Deeverse Saand | Leave a comment

Hoofd Politieke Opsporingsdienst neemt ontslag

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 19 september 1945 stond het volgende bericht over de ontslagaanvraag van Jozef Lezer, die direct na de bevrijding in april 1945 hoofd van de Politieke Opsporingsdienst in de gemeente Diever was.

Diever. Het hoofd van den P.O.D. alhier, de heer J. Lezer, heeft als zoodanig ontslag aangevraagd. Als zijn opvolger is aangewezen de heer A. Vos alhier.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Direct na de bevrijding van de gemiente Deever op 12 april 1945 werd de in de Woaterse bos ondergedoken gezeten hebbende Jozef Lezer hoofd van de Politieke Opsporingsdienst (P.O.D.)
De Politieke Opsporingsdienst was de Nederlandse organisatie die van februari 1945 tot 1 maart 1946 verantwoordelijk was voor de opsporing en aanhouding van personen die tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) ‘fout’ waren geweest.
Albert Vos (geboren op 10 augustus 1915 in Deever, overleden op 26 januari 2005) (zoon van bode Vossie) woonde aan de Bosweg in Deever.


Posted in Alle Deeversen, Bosweg, Gemiente Deever, P.O.D., Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Dorpskrachten beheren de openbare buitenruimte

In de Meppeler Courant verschenen in 2015 een aantal terloopse maar wel opmerkelijke berichten over het onderhands uitbesteden en overdragen van het beheer van twee percelen van de openbare buitenruimte van de gemeente Westenveld aan de boermarke van Wapse en aan de boermarke van Wittelte.

In de Meppeler Courant van 10 april 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse.

Boermarke beheert voortaan buitengebied rond Wapse
Wapse
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wapse, ligt het komende jaar in handen van de boermarke in het dorp. Voorzitter Wessels van de boermarke en wethouder Geertsma hebben het contract ondertekend.
Volgens Geertsma is bij eerdere projecten gebleken dat door de inzet van dorpskracht, de kwaliteit van het onderhoud aan de openbare ruimte verbetert. ‘We zien dat onder meer in Vledderveen, Zorgvlied en Wapserveen, waar al geruime tijd het beheer en het onderhoud door inwoners wordt uitgevoerd. Inwoners voelen zich meer betrokken bij het onderhoud en verantwoordelijk voor hun eigen leefomgeving.’
Kwaliteit verhogen
Boermarke Wapse heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan de bermen, sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. De gemeente heeft een nulmeting uitgevoerd, om inzichtelijk te maken wat het huidige onderhoudsniveau is van de onderhoudsarealen in het buitengebied van Wapse. Drie keer per jaar wordt een schouw uitgevoerd om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Na één jaar wordt een evaluatiegesprek gevoerd en bekeken of het contract wordt verlengd.

In de Meppeler Courant van 22 mei 2015 verscheen het volgende berichtje over de onderhandse aanbesteding van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte.

Wittelte neemt beheer en onderhoud in eigen hand
Wittelte
Boermarke Wittelte gaat de komende drie jaar het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in het buitengebied van Wittelte uitvoeren. Deze week heeft wethouder Homme Geertsma het beheer en onderhoud officieel overgedragen. Boermarke Wittelte heeft het streven om de kwaliteit van het onderhoud aan bermen en sloten en zandpaden in het buitengebied te verhogen. Ook gaan ze in eigen beheer zorgen voor compostering van het maaisel.
Westerveld voert drie keer per jaar een schouw uit om te kijken hoe het ervoor staat met het beheer en onderhoud. Boermarke Wittelte is de vijfde op rij, die met inzet van dorpskracht het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in hun dorp en omgeving overneemt van de gemeente. De werktuigenvereniging Vledderveen, boermarke Wapserveen, oudejaarsvereniging Tied Zat uit Zorgvlied en boermarke Wapse gingen hun voor. Ook met de dorpsgemeenschap Geeuwenbrug wordt gesproken over een overdracht.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Is het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden in de gemeente Diever een levering van spullen of het verlenen van een dienst of het uitvoeren van een werk ? Het antwoord is natuurlijk het verlenen van een dienst.
Op het aanbesteden van een dienst die wordt betaald met geld van de gemeenschap (belastinggeld) is de Aanbestedingswet van toepassing, daarnaast zijn binnen de grenzen van de gemeente Diever en passend binnen het kader van de Aanbestedingswet de Algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten van de gemeente Westenveld van toepassing.
Blijkbaar is volgens de twee artikeltjes een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?) de politiek verantwoordelijke wethouder voor het juist toepassen van de Aanbestedngswet en de gemeentelijke inkoopvoorwaarden.
In de gemeentelijke inkoopvoorwaarden is het begrip dienst als volgt omschreven: de door de contractant te verrichten werkzaamheden ten behoeve van een specifieke behoefte van de gemeente, niet zijnde werken of leveringen.
De gemeente Westenveld heeft blijkbaar de behoefte het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden binnen de grenzen van de gemeente uit te besteden aan een ondernemer, die contractant wordt genoemd.
Een ondernemer van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandpaden kan in de gemeente Westenveld blijkbaar ook een hobby-ondernemer zijn, bijvoorbeeld een boermarke, een grappenmakersvereneniging, een groepje dorpskrachten, een werktuigenvereniging. Maar dan kan een ondernemer ook een voetbalvereniging of een klootschietvereniging zijn.
En wat te denken van bijvoorbeeld reguliere kleine professionele ondernemers, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector ? Kunnen die ook letterlijk aan bod komen ?
De gemeente Westenveld heeft het oppervlak van de gemeente voor het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen blijkbaar opgedeeld in een groot aantal percelen: Wapse, Wittelte, Zorgvlied/Wateren/Oude Willem, omgeving Diever, Geeuwenbrug, Wapserveen, Havelte, Uffelte, Dieverbrug, Lhee, Lheebroek, Leggelo, Eemster, omgeving Dwingelo, omgeving Havelte, omgeving Vledder, Vledderveen, Doldersum, Frederiksoord, Darp en mogelijk andere percelen.
Het is waarschijnlijk dat – zeker omdat het bij sommige percelen om contracten met een looptijd van veelal drie jaren gaat – dat de geraamde waarde van de opdracht voor de te leveren diensten voor het totale beheer en onderhoud van de bermen, sloten en zandwegen in de gemeente Westenveld het Europese drempelbedrag van € 207.000 te boven gaat.
Zo ja, dan mag wel de zo genoemde percelenregeling worden toegepast. En dan zou het best zo kunnen zijn dat op basis van een zuivere toepassing van die zo genoemde percelenregeling de percelen Wapse, Wittelte en Zorgvlied wel onderhands mochten worden aanbesteed, maar misschien ook niet. En welke percelen zijn dan wel Europees aanbesteed of gaan Europees aanbesteed worden ?
Reguliere kleine professionele ondernemers in de gemeente Westenveld, zoals kleine plaatselijke professionele loonbedrijven en kleine plaatselijke professionele dienstverleners in de groensector, hebben bij het door de verantwoordelijke wethouder onderhands uitventen van het beheer en onderhoud van bermen, sloten en zandwegen aan dorpskrachten wel erg lelijk het nakijken, ze maken zo te lezen geen schijn van kans op een fatsoenlijke opdracht.
Maar niets hoeft hen te weerhouden van het stellen van kritische vragen aan een zekere heer Homme Geertsma (nooit van gehoord, wie is toch die man ?), de politiek verantwoordelijke wethouder van de gemeente Westenveld (waar in hemelsnaam ligt de gemeente Westenveld ?). Desnoods eerst alle gewenste gegevens opvragen via een verzoek volgens de Wet openbaarheid bestuur.
In beide artikelen is vermeld dat ook het beheer van bermen, sloten en zandpaden aan de dorpskrachten is opgedragen. Dat houdt in dat een gemeentelijke taak is overgedragen aan dorpskrachten, derhalve zal er gesneden moeten worden in de omvang van het ambtelijke apparaat. Eén 40-uurs-baan schrappen ?

Abracadabra-1643
Abracadabra-1644

Posted in Boermarke, Gemiente Deever, Gemientebestuur, Wapse, Wittelte | Leave a comment

Vacature Schoolonderwijzer, Koster en Voorzanger

Op bladzijde 120 van het Aanhangsel Schoolberigten behorende bij het tijdschrift ‘Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland’, uitgave Oogstmaand 1810 verscheen het navolgende bericht.

Diever. Door den vrijwilligen afstand van Jacob Hagedoorn, zijn de posten van Schoolonderwijzer, Koster en Voorzanger  bij de Hervormde Gemeente alhier, vacant geworden.
De Sollicitanten moeten voorzien zijn met eene Acte van Algemeene Toelating, ten minste van den derden Rang, en worden uitgenoodigd, om voor den 1. van Herfstmaand aanstaande, zich met hunne Getuigschriften bij Roelof R. Seinen, te Diever, aan te geven.
Het jaarlijks inkomen mag min of meer op f. 340 geschat worden.
Hoofd District, mr. J. Tonckens.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Denk niet dat het gaat om drie afzonderlijke posten waarin door drie personen moest worden voorzien, nee, één persoon moest de drie genoemde functies vervullen.
De lagere school was toen uiteraard nog gevestigd in de kerk aan de brink van Deever.
In de boerderij annex café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever was in één van de twee voorkamers de gemeentekamer, zeg maar even voor gemak het gemeentehuis, gevestigd, hier hield de burgemeester kantoor, hier was ook het gemeente-archief ondergebracht.

Posted in Cafe-Logement Roelof Seinen, Deever, Gemiente Deever, Gemientehuus, Kaarke an de brink, Onderwies | Leave a comment

Grafsteen van mr. Lodewijk Guillaume Verwer

Op het door de Friese ondernemer mr. Lodewijk Guillaume Verwer mogelijk gemaakte kerkhofje voor mensen van de rooms katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) ligt mr. Lodewijk Guillaume Verwer zelf ook gegraven. Zo te zien worden de letters op de grafsteen zo nu en dan opnieuw geverfd.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Kaarkhof de Monden, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvliet | Leave a comment

Aanlegplaats en Kantoor der D.S.M. te Dieverbrug

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van de webstee van ut Deevers Archief graag meegenieten van aanwinsten in zijn verzameling ansichtkaarten. Slechts enkele verzamelaars van ansichtkaarten uut de gemiente Deever zullen bijgaande ansichtkaart in hun albumpje hebben.
Het gaat in dit geval niet zozeer om de fraaie sfeervolle opname van de aanlegplaats van de stoomboot bij en het kantoor van de Drentsche Stoomboot Maatschappij in het café-logement van Sjoert Benthem, waarbij Sjoert Benthem, met wit overhemd, links naast de stoomboot zit, dan wel om de twee afzenders van deze kaart.
Neef en nicht, Sjoert Benthem en echtgenoote, verstuurden deze eigen ansichtkaart op 2 januari 1907 aan den heer Johan Jacob Pieter Merk, Agent van Politie, Korte Lijdsche Dwarsstraat 25 in Amsterdam.
Johan Jacob Pieter Merk was een neef van Griet Merk, de vrouw van Sjoert Benthem. Sjoert Benthem moet deze kaart geschreven hebben en wel in een redelijk handschrift, met inkt en kroontjespen, in de schrijfstijl uit die tijd.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Boek An de Brogge, Café Sjoert Benthem, D.S.M., de Voat, Löswal | Leave a comment

Knipselmappen KB I 314 en KB I 315 van het N.I.O.D.

In de knipselcollectie van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (N.I.O.D.) in Amsterdam is een map met knipsels betreffende de beruchte Deeverse N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te vinden. Het betreft knipselmap KB I 315.
Het N.I.O.D. bewaart ook een map met knipsels, die betrekking hebben op Jolle Balsma, een zoon van Klaas Marcus Balsma. Het betreft knipselmap KB I 314.
De KB-collectie is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog en is opgebouwd voor het onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.

Posted in Klaas Marcus Balsma, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De rieksopsigter woonde bee de Deeverse sluus

In het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de navolgende tekst over het verleden van de Deeverse sluus en de woning van de opzichter van Rijkswaterstaat bij de Deeverse sluus met bijbehorende afbeelding 32 van een ansichtkaart uit 1915 gepubliceerd.

32 – Dieverbrug – Dieversluis en Woning van den Opzichter – 1915
Links is gedeeltelijk de Dieversluis te zien. Deze stenen schutsluis werd gebouwd in 1879 in een ten zuidoosten van de Drentsche Hoofdvaart gelegen afsnijding van die vaart. Daardoor kwamen de Dieversluis en Woning van den Opzichter van de Rijkswaterstaat van de toenmalige Dienstkring Dieverbrug geheel binnen de grenzen van de gemeente Dwingeloo te liggen.
De voor die tijd bijzonder mooie dienstwoning werd in 1903 gebouwd. De hier zichtbare pereboom direct links naast het huis
leeft nog steeds. In deze woning hebben de opzichters Dalebout, De Ruiter, Koers, Zoer en Van Tellingen gewoond. In de Tweede Wereldoorlog is het huis bij de sluis ook nog een tijdje bewoond door dominee de Vries.
Opzichter Jantinus van Tellingen en zijn vrouw Heiltje Klinkhamer mochten hier na zijn pensionering in november 1978 bljven wonen.
Omstreeks 1915 konden de opzichters en de wegwerkers van de Rijkswaterstaat de beschikking krijgen over een motorrijwiel. Opzichter Jan Pieter de Ruiter voelde daar wel voor, want het drukke gebruik van een gewone fiets viel hem zwaar. Temeer, omdat hij nu mooi zijn eigen motorrijwiel als dienstvoertuig kon gebruiken. Het gebruik maken van de paar keer per dag passerende nieuwe stoomtram langs de vaart werd door hem niet als een goede transportmogelijkheid gezien.
Volgens artikel 7 van het Motorregistreerbesluit, behorende bij de Motor- en Rijwielwet uit 1905, moest ook de provincie Drenthe de houders van nummerbewijzen registreren. Uit het bewaard gebleven register in het Rijksarchief te Assen blijkt dat Jan Pieter de Ruiter reeds op 20 april 1912 houder werd van nummerbewijs D-256. Dit bewijs behoorde bij zijn motorrijwiel. Hij was daarmee de tweehonderd en zesenvijftigste geregistreerde bezitter van een motorvoertuig in Drenthe en tevens de eerste in de omgeving van de Deeverbrogge.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het Rijksarchief te Assen is opgegaan in het Drents Archief.
In het Drents Archief zijn de gegevens behorende bij nummerbewijs D-256 te vinden. In het register werd niet vastgelegd of het nummerbewijs voor een auto, een motor, een bus of een vrachtwagen was, immers het nummerbewijs stond op naam.
Let op dat ook deze kaart werd uitgegeven door café- en logementhouder Sjoert Benthem an de Deeverbrogge.
De redactie heeft de kleurenfoto van de voormalige woning van de opzichter van de Rijkswaterstaat gemaakt op 2 januari 2017. De witgeschilderde houten serre is later tegen de woning aangebouwd. De redactie weet niet in welk jaar dat is gebeurd.

Posted in Ansigtkoate, Deeverse sluus, Diever, ie bint 't wel ..., Topstuk | Leave a comment

Veiling van goederen van Barteld de Ruiter en familie

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) van 17 januari 1912 verscheen het volgende korte bericht over de uitslag van de veiling van onroerende goederen van Barteld de Ruiter en familie op 13 januari 1912.

Diever.
De heer Bon veilde op Zaterdag 13 dezer de volgende goederen voor B. de Ruiter en familie:
1. Huis en erf, inzet f. 690, gekocht voor f. 810, H. Schuring;
2. Voorste Noordma, inzet f. 1385, gekocht voor f. 1650, H. Boerhof;
3. Achterste Noordma, inzet f. 1395, gekocht voor f. 1545, R.H. Hessels;
4. Broek, inzet f. 725, gekocht voor f. 755, J. Mulder Wz.;
5. Spiek (half), inzet f. 678, gekocht voor f. 678, D. Moes;
6. Lange Blik, inzet f. 770, gekocht voor f. 830, J. bij de Berg;
7. Meunenkolk, inzet f. 335, gekocht voor f. 381,50, G. Pot;
8. Westelijke helft De Kamp, inzet f. 150;
9. Oostelijke helft De Kamp, inzet f. 155, gevoegd f. 350, H. Schuring;
10. Padakker, inzet f. 99, gekocht voor f. 106,50, J. ter Heide;
11. Molenakker, inzet f. 195, gekocht voor f. 217,50, A. Kuiper;
12. Kleine Blik, inzet f. 189, gekocht voor f. 220,50, B. Slagter;
13. Oostelijke Tip, inzet f. 125;
14. Westelijke Tip, inzet f. 125,-, gevoegd f. 251,50, R. van Kampen;
15. Breegje, inzet f. 88, gekocht voor f. 92,50, W. Oost;
16. Disselvoet, inzet f. 229, gekocht voor f. 236,50, H. Kerssies;
17. Groenewegakker, inzet f. 199, gekocht voor f. 199, H. Moes;
18. Moleneschakker, inzet f. 150, gekocht voor f. 150, A. Davids;
19. Voorste Delakker, inzet f. 76, gekocht voor f. 95,50, J. Bentum;
20. Achterste Delakker, inzet f. 26, gekocht voor f. 32, J. Bentum;
21. Voorste Slagveld, inzet f. 91, gekocht voor f. 107,50, H. Kerssies;
22. Achterste Slagveld, inzet f. 69, gekocht voor f. 100,50, B. Winters;
23. Bouwland, inzet f. 255, gekocht voor f. 294, J. Bennen;
24. Groote Blik, inzet f. 350, gekocht voor f. 395, R. Hummelen;
25. Westelijke Disselvoet, inzet f. 174, gekocht voor f. 189, J. Wesseling;
26. Oostelijke Disselvoet, inzet f. 191, gekocht voor f. 206, J. Wesseling;
27. Westerhoek, inzet f. 239, gekocht voor f. 243,50, H. Berends.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heemkundige vereniging uit Deever presenteerde op zaterdag 18 februari 2013 de publicatie ‘Veldnamen van de gemeente Diever omstreeks 1832’. Het is een enige uitgave, waaraan de zogenaamde werkgroep ‘Veldnamen’ ruim vijf jaar heeft gewerkt. Van de publicatie is helaas maar een beperkt aantal exemplaren gedrukt en verkocht. Veel bezoekers van het Deevers Archief zullen niet beseffen wat de cultuurhistorische waarde van de veldnaam is.
In 1811 werd in Nederland het kadaster op Franse wijze in gebruik genomen. Het proces van kadastrering werd in 1832 voltooid. In het kadaster werd het eigendom van grond op systematische wijze vastgelegd.
Dat was in de gemiente Deever niet zo moeilijk, want iedereen in de omgeving wist welke veldnaam bij welk stuk grond hoorde en wie de eigenaar van dat stuk grond was.
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden deze veldnamen nog in de volksmond gebruikt.
De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk hebben in het nabije verleden straten vernoemd naar de vroegere akker, waarop de straat bij benadering is komen te liggen, bijvoorbeeld de in het krantenbericht vermelde Padakker.
In de genoemde publicatie zijn de veldnamen uit 1832 vastgelegd, welke nieuwe namen na deze periode zijn ontstaan, als gevolg van opdeling of samenvoeging, is niet terug te vinden in deze publicatie. Het kan best zo zijn dat in het krantbericht uit 1912 veldnamen staan, die in 1832 nog niet bestonden. De redactie zal nagaan of dit inderdaad het geval is.
Bij de veiling in 1912 bleef de Kamp ongedeeld bestaan, omdat de nieuwe eigenaar Hubertus Schuring de westelijke én de oostelijke helft kocht.

De Voorste Noordma en de Achterste Noordma komen niet voor in de publicatie Veldnamen, wel staat in deze publicatie in sectie D1 genaamd Wittelte de veldnaam Noordmaden (nummer 9) en in sectie D3 genaamd Wittelte staat de Noordmade (nummer 166).
De Meunenkolk of Meunekolk komt voor in de publicatie Veldnamen in sectie D1 genaamd Wittelte (nummer 146).
De Westerhoek komt voor in de publicatie Veldnamen in sectie C1 genaamd Deever (nummer 81)

Posted in Alle Deeversen, Landbouw, Veldnème | Leave a comment

Een ezel stoot zich geen tweede keer aan dezelfde ….

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde in het bericht Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n
bijgaande afbeelding 1. De redactie heeft de foto voor deze afbeelding op 2 januari 2017 gemaakt.
De redactie heeft het vermoeden dat de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk, zeg maar het rechterbeen van de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma, de wethouder van de openbare ruimte en het milieu (wegen, groen, water, overige ruimte, verkeersveiligheid, milieubeleid, duurzaamheid, reiniging en riolering) van de gemeente Westenveld, de inhoud van het genoemde bericht van de redactie zeer grondig tot zich heeft genomen, maar er niet al te veel mee heeft gedaan.
De redactie heeft het vermoeden dat de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk na 2 januari 2017 met gezwinde spoed een ingenieursburootje heeft ingehuurd voor het bedenken van een totaal andere barrière op de kruising van het naamloze voet- en fietspad met de Kalterseweg.
Blijkbaar heeft de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma ingestemd met de bouw van een stalen superbarrière, zie de afbeeldingen 2 en 3. De redactie heeft de foto voor deze afbeeldingen gemaakt op donderdag 4 november 2017.
De grote vraag is natuurlijk uit welke post de onverwachte en ongewenste forse kosten voor deze stalen superbarrière zijn betaald ?
Voetgangers, fietsers en bromfietsers worden nu wel op de juiste wijze gedwongen (gij zult de voorkant van het gelijk gehoorzamen) tussen de twee delen van de superbarrière door te laveren.
Blijkbaar zijn een paar zwerfsteentjes verplaatst naar de andere kant van de barrière.
Over de duurzaamheid van de stalen superbarrière hebben de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid en de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma niet erg nagedacht, want het gebezigde materiaal staal scoort op de duurzaamheidsladder een stuk lager dan het echt duurzaam geproduceerd tropische loofhout (?) van de vorige barrière.
De vraag is of de stalen superbarrière voldoet aan de eisen die voortvloeien uit het door de voorkant van het gelijk onderschreven VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking ?
Blijkbaar kan de stalen superbarrière worden geopend, zie het hangslot dat op afbeelding 3 is te zien. Waarom vond de voorkant van het gelijk dat noodzakelijk ? Om bij brand in het op de afbeeldingen zichtbare deel van de nieuwbouwwijk Kaltersebroeken de poort te kunnen openen en zo de aanrijdtijd van een brandweerauto uut Dwingel of uut Vledder met 3 seconden te verminderen ?
En waarom zijn in de bestrating nog steeds die die twee zo genoemde haaietanden opgenomen ? Denkt de hoofdbeleidsmedewerker voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk dat iedereen maar naar de grond zit te koekeloeren ? Naderen de gebruikers van het pad een voorrangsweg ? Zo ja, dan zou ook voorrangsbord B06 geplaatst moeten worden ? Zo nee, dan gelieve nog steeds de haaietanden te verwijderen.  Of handhaaft de hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid deze haaietanden om zijn eigen aansprakelijkheidshachje af te dekken ?
De hoofdbeleidsmedewerker (hoofdbeleidsregisseur ?) voor verkeersveiligheid van de voorkant van het gelijk en de hoogedelgestrenge heer Homme Geertsma, de wethouder van de openbare ruimte en het milieu van de gemeente Westenveld, zijn gelukkig geen intelligente ezels, want volgens het gezegde stoot een intelligente ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen. Echter beide genoemde ambtsdragers stoten zich wel degelijk twee keer aan dezelfde houten barrière, want een eindje verderop bij de kruising van een ander naamloos fiets- en voetpad met de Kalterseweg, zie afbeelding 4, zijn de door de redactie in het bericht Uutlegböd veur ’n olde boer’nhof op Kalter’n gesignaleerde verkeersveiligheidproblemen nog steeds niet opgelost. Waarom is daar nog geen zwaar overgedimensioneerde stalen superbarrière geplaatst ? Geldgebrek ?
De redactie heeft de foto voor afbeelding 4 op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
En waarom is het nodig – zie afbeelding 4 – aan de ene kant van de Kalterseweg in het pad wel zo’n zware lompe stalen superbarríère neer te zetten en aan de andere kant van de Kalterseweg niet ?
En in de gemiente Deever zijn wel een paar kruisingen aan te wijzen waar de verkeersveiligheid meer in het geding is dan bij de kruising van de Kalterseweg met de fiets- en voetpaden naar de Kaltersebroeken.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Gemeente Westenveld, Kalter’n, Verkeer en vervoer | Leave a comment

De snikke bee café-losement Sjoert Benthem

Dank zij het ondernemerschap van Sjoert Benthem, marktschipper, schipper, schuitenvoerder, tolgaarder, logementhouder en kroegbaas an de Deeverbrogge, zijn door hem in de tijd dat hij kroegbaas en logementhouder an de Deeverbrogge was een hele mooie serie ansichtkaarten van met name café-logement Dieverbrug en de omgeving daarvan uitgegeven.

Op deze ansichtkaart uit ongeveer 1914 is aan de linkerkant café-logement Dieverbrug te zien. In de vaart voor het logement ligt een snikke (die van Sjoert Benthem ?). Bij het logement staan twee vrouwen (Grietje Benthem-Merk en haar dochter Jantje Benthem ?). De brug is nog een draaibrug. In het rechts zichtbare huis woonde veearts Boerhave. In het rechts zichtbare huis heeft later een … Benthem gewoond. Roelof Stoker (Harrio) heeft hier ook gewoond. En ook zuster Broer heeft in het huis gewoond. Het huis is afgebroken, nadat zuster Broer met haar zoon Ludolf Wolter hen de Brinkstroate in Deever was verhuisd (in het jaar … ?).

Sjoert Benthem werd op 18 november 1864 geboren an de Deeverbrogge  (zoon van schipper Hendrik Benthem en Meika Roelfsema). Sjoert Benthem, toen van beroep marktschipper, trouwde op 5 mei 1886 op 21-jarige leeftijd met Grietje Merk, geboren te Zuidlaren; oud: 21 jaren; beroep: dienstmeid (dochter van Willem Richard Merk, beroep: rijksveldwachter, en Jantje Noorda, beroep: zonder). Sjoert Benthem overleed op 50-jarige leeftijd op 20 maart 1915 an de Deeverbrogge. Sjoert Benthem en Grietje Merk zijn begraven op de kaarhhof an de Grönnegerweg bee Deever.

De titel An de Deeverbrogge zou geen slechte titel zijn geweest voor het boekje dat een groepje Deeverbrogse dorpskrachten heeft samengesteld ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de heemkunduge vurening uut Deever. Het boekje kreeg echter de titel An de brogge – Geschiedenis van Dieverbrug in woord en beeld.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van mooie ansichtkaarten op papier is, kan de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van het café-logement Dieverbrug ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 38 van het in september 2007 uitgegeven onvolprezen papieren boekwerkje Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Café-Logement Sjoert Benthem, Scheepvaart, Snikke | Leave a comment

Tjeerd Bottema bedaagt ut bröt mit de Sluus-hèène

Rechts van de ingang van korenmolen de Vlijt in Oll’ndeever hangt al zeker meer dan vijftig misschien wel zestig of zeventig jaren een geëmailleerd reclamebordje met de bekende hanekop van Pieter Sluis, ooit fabrikant van onder meer veevoeders, mengvoeders, diervoeders, vogelvoeders, pluimveevoeders, kippevoer en zangzaad.
Het bordje is helemaal verweerd en was oorspronkelijk kanariegeel van kleur, dat is nog een beetje te zien bij de letters E, N en G van het woord MENGVOEDERS.
Het email is bij de vier schroeven (of zijn het spijkers ?) op de hoeken verdwenen en de schroeven (of zijn het spijkers ?) zijn helemaal weggeroest.
De tanden van de tijd zullen het bordje verder aanvreten en op een dag zal de zwaartekracht het bordje van de muur trekken, maar daar zal dan waarschijnlijk geen haan naar kraaien.
Zo te zien zal het bordje voor de verzamelaar weinig waarde hebben.
Het bordje moet daar zijn opgehangen in de beste jaren van Pieter Sluis, toen het merk Sluis nog een begrip in heel Nederland was. Heeft mulder Jan Albert (Ab) Jansen het bordje opgehangen, voordat hij naar het land Verenigde Staten van Amerika (U.S.A) verhuisde, misschien wel vóór de Tweede Wereldoorlog of heeft zijn opvolger Arend Uiterwijk Winkel dit na 1953 gedaan ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het reclamebordje van dichtbij op 3 oktober 2012 gemaakt.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de andere kleurenfoto op vrijdag 30 november 2018 gemaakt.
Op de afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van korenmolen de Vlijt uit het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw is het Sluis-reclamebordje te onderscheiden.

Op 14 februari 2018 schreef Evert de Jong de volgende reactie, waarvoor de redactie hem bijzonder erkentelijk is:
Vermeld mag worden dat de Sluis-haan voor reclamedoeleinden is ontworpen door tekenaar, schilder, etser en illustrator Tjeerd Bottema. Dat moet ver voor de Tweede Wereldoorlog zijn geweest.
Rond 1905 had Tjeerd Bottema het beroemde affiche voor verzekeringsmaatschappij RVS gemaakt: vrouw met paraplu, man met wandelstok en hondje.
In die periode moet hij hoogstwaarschijnlijk ook het beroemde embleem voor P. Sluis hebben gemaakt.
Ik heb ruim 40 jaar geleden een boek geschreven over het leven van Tjeerd Bottema (ISBN 9062720013), getiteld ‘Mijn leven’. Daarin staat een fraaie Friestalige affiche van P. Sluis Ochtendvoer afgedrukt. De datum waarop deze prent werd gemaakt staat er helaas niet bij.
Bottema zegt in het boek onder meer over zijn studententijd aan de Rijksacademie voor Schilderkunst in Amsterdam: ‘Het ging me daar goed. Ik kreeg veel opdrachten voor illustraties en voor reclamewerk’.
Later maakte hij furore als illustrator van voornamelijk kinderboeken en als etser.
In het voorjaar van 1978 is Tjeerd Bottema in Katwijk overleden.
Ik hoop u hiermee naar genoegen te hebben geïnformeerd.

 

Posted in Ansigtkoate, Kuunst, Meule van Oll’ndeever, Oll'ndeever, Toevallige waarneming | Leave a comment

Bolder’n is een traditie die nooit verloren zal gaan

In Deever wordt gelukkig nog door een beperkt aantal mannen een spel gespeeld, dat vroeger werd aangeduid met de naam bolder’n, tegenwoordig ook wel onterecht blok gooi’n (met een verzwaarde houten bal naar een houten blok gooien) genoemd.
De redactie van het Deevers Archief weet zeker dat in het dorp Roden heden ten dage wordt gebolderd. Daar wordt elke donderdagmiddag gespeeld op het Moltmakersstuk, een restant stuk heidegrond ten zuiden van het Mensingebos van Roden op de grens van Alteveer.
Het vermoeden bestaat dat dit spel ook nog in Dwingel wordt gespeeld of misschien daar al niet meer wordt gespeeld. De redactie van het Deevers Archief zal hier bij gelegenheid onderzoek naar doen.
Vroeger werd ebolderd aan het begin van de Bolderhook an de weg hen de Deeverbrogge en werd ook in Oldendeever ebolderd op de hof van Geert Kok en misschien ook wel op andere plekken in de gemiente Deever, later bij het Openluchtspel, in de winter ook wel in de bos op het gemeentelijke kampeerterrein, tegenwoordig op een speelveld an de Dwasdrift in Deever. De redactie weet niet of en waar in Wittelte en Wapse ebolderd wödde.
In een ander bericht zal worden ingegaan op de spelregels.
Hier wordt vooralsnog een omstreeks 1955 door drogist en huisschilder Hendrik Mulder (die in de volksmond Henduk Moessie of Moessie Peep genoemd; alle Mulders hadden vrogger in Deever een bijnaam) gemaakt kleurenpositief van ut bolder’n op de Bolderbrink bij de ingang van het openluchttheater. Ut blok steet in ‘midd’n van de foto. De mann’n bint an ut bolder’n op un sundagmiddag, want see hept allemoal ut sundagse pak an.
In het kader van de verstikkende Shakespirificatie van Deever is de kans aanwezig dat de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk van de gemeente Westenveld het op een akkoordje gooien met de Hoge Heren Van Het Hoge Shakespearetheater en Bolderbrink, de naam van het terrein bij de ingang van het toneelspeeltheater (dat nog steeds niet is overkapt), te wijzigen in Shakespearebrink.

Posted in Aarfgood, Bolder’n, Traditie | Leave a comment

Vernieling 1.0 van de kerkbrink van Deever in 1957

Na het afronden van de bouw van gemeentehuis 3.0 aan de kerkbrink van Deever en het in de oorspronkelijke toestand brengen van het kerkgebouw, dat in gebruik is bij de hervormde kerkgemeente, vonden de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever onder het bewind van Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) het nodig de kerkbrink van Deever in 1956/1957 aan te passen aan het megalomanistische nieuwe gemeentehuis. Het euvele doel van de hiervoor genoemde Hoge Heren was de kerkbrink ondergeschikt te maken aan het nieuwe gemeentehuis, te moderniseren, toekomstbestendig te maken en te verduurzamen. Daarvoor moest de oude kerkbrink grondig worden vernield. Dit is meer dan duidelijk te zien op de hier afgebeelde zwart-wit foto, die is gemaakt in 1957. Zo verdween de authentieke braandkoele. Zo verdwenen de authentieke glint’n um de authentieke kaarketuun (de kaarkhof) en werd de authentieke kaarketuun (de kaarkhof) aan de zuidkant van de kerk gründlich en rucksichtlos toegevoegd aan de brink.
De maker van deze foto heeft waarschijnlijk voor het maken van deze foto zo hoog mogelijk op het dak van het huis met de naam Iemenhof gestaan. Heeft bewoonster Harmanna Cornelia Coster van schrik deze foto gemaakt ?
Nu de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld het marktterrein aan de Bosweg hebben gebombardeerd tot marktbrink, waar vroeger een paar keer per jaar de koeienmarkt en de paardenmarkt werd gehouden, is het onontkoombaar dat de kerkbrink wordt gebombardeerd tot schapenbrink, want de schapenmarkt werd vroeger op de kerkbrink gehouden.
In het kader van het proces Deever op Drift beginnen de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld, ruim 60 jaar na Vernieling 1.0, binnenkort in 2019 met Vernieling 2.0 van de kerkbrink van Deever. Want de kerkbrink moet zo nodig worden gemoderniseerd, moet zo nodig toekomstbestendig worden gemaakt en moet zo nodig worden verduurzaamd. Wellicht vonden de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld het nodig de bevolking van Deever al in 2016 ver voor de Dingspilhuus-nederlaag vet te pemperen en te vergulden met een bittere pil van ruim 1.8 miljoen euro voor het proces Deever op Drift. Wellicht mochten daarom ook een paar inwoners van Deever in het kader van het proces Deever op Drift zo nu en dan een beetje meebabbelen en een beetje meebeslissen over de nieuwe inrichting. Now möj neet meer zeur’n, ie hept ur sölf bee’j eseet’n.

Posted in Brink, Deever | Leave a comment

Un putrettiekening van alleskunner Klaas Kleine

In de webstee geschiedeniscoevorden.nl van de gemeente Coevorden is een afbeelding van een getekend portret van alleskunner Klaas Kleine aanwezig  Zie afbeelding 1. De redactie van ut Deevers Archief heeft in diverse berichten aandacht besteed aan alleskunner Klaas Kleine.
De gemeente Coevorden heeft de pentekening het inventarisnummer 19-84 gegeven.
De kunstenaar Harm Eggens heeft de pentekening gemaakt. Hij heeft de redactie van ut Deevers Archief toestemming gegeven een afbeelding van deze pentekening in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is Harm Eggens bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
De zeer gewaardeerde bezoeker van  ut Deevers Archief, die nog steeds een fervent liefhebber van het kijken naar afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde pentekening ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 100 van het in 2005 door de Stichting Drentse Toal uitgegeven cursusboek Drentse toal met de titel ‘Dieper deur Drenthe’.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan in de webstee geschiedeniscoevorden.nl de digitale collectie Harm Eggens bezoeken.

Afbeelding 1 

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – woensdag 17 mei 2023 – Alle rechten voorbehouden.
Alleskunner Klaas Kleine herontwierp/restaureerde/herbouwde/verbouwde het pand op de hoek van de Peperstroate en de Kleine Peperstroate in Deever in de zestiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in Klaas Kleine, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

Un holtskooltiekening van de Aagterstroate in Deever

De schilder, tekenaar en illustrator Johannes Mulders (1899-1989) was vooral bekend als schilder en tekenaar van landschappen, natuur en dorpen in de drie noordelijke provincies. Hij is de maker van de hier afgebeelde houtskooltekening van boerderijtjes an de Aagterstroate in Deever. Zie afbeelding 1.
Achter de boerderijtjes is een stukje van het gebouw van de hervormde geloofsgemeente en de gemeentelijke toren an de brink van Deever te zien. De tekening heeft slechts een breedte van 34 cm en een hoogte van 25 cm. De tekening bevindt zich in een particuliere collectie. De redactie van ut Deevers Archief weet niet wanneer Johannes Mulders deze tekening heeft gemaakt.
De kunstenaar Johannes Mulders heeft het dorpsbeeld niet precies nagetekend. Je zou kunnen concluderen dat hij zich weliswaar heeft laten inspireren door de donkere achtergevel van het boerderijtje waar vroeger de familie Mulder woonde en de de vormen die hij zag, maar toch iets geheel anders houtskooltekende.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – 13 februari 2000 – Alle rechten voorbehouden

Posted in Aagterstroate, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

De vernieling van de Peperstroate omstreeks 1957

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw hebben de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever onder het bewind van de Solex rijdende en North State sigaretten rokende Shakespeare-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) de authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte bestrating van de Peperstroate grondig, maar dan ook echt hartgrondig vernield.
De authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte bestrating is te zien op de vóór 1957 gemaakte zwart-wit foto. De maker van deze foto is dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels. Het resultaat van de vernieling van de authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte verharding is te zien op de de kleurenfoto.
Voor de deelnemers aan het slepende veranderingsproces Deever op Drift moet de omstreeks 1957 gemaakte kleurenfoto wel bijkans als leidend en inspirerend voorbeeld hebben gediend voor de zogenaamde herinrichtingsplannen van het centrum van Deever in 2019.
De Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever onder het bewind van de Solex rijdende en North State sigaretten rokende Shakespeare-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) hebben in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw hiel wat olde authentieke paan’n an de Peperstroate gründlich en rücksichtlos loat’n sloop’m. Deze Deeverse erfgoedpanden moesten wijken voor een nieuw postkantoorgebouw, een nieuw bankgebouw en een parkeerplaats voor de klanten van de Boer’nlienbaank.
Een ander (verborgen ?) doel van de Solex rijdende en North State sigaretten rokende Shakespeare-burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) was alle bebouwing tussen de Peperstroate en de Heufdstroate te slopen, teneinde de brink van Deever een flink stuk te kunnen vergroten; wellicht wilde hij concurreren met de grootte van de brink van Dwingel.
Alleen al de authentieke deels van zwerfkeitjes gemaakte bestrating van de Peperstroate zou nu op zijn minst beschermd Deevers erfgoed zijn. Sterker uitgedrukt: de hiele Peperstroate zou een beschermd Deevers dorpsgezicht zijn geworden. Ech wè.
Aan de rechterkant van de afbeeldingen zijn van rechts naar links te zien:
– het huis van keuterboer Albert Vierhoven; de man aan de rechterkant van de zwart-wit foto is Albert Vierhoven;
– het huis waar gemeentearbeider Hendrik Beuving woonde; daar woonde ook het echtpaar Frans de Vries en Nicoliena Beuving;
– het boerderijtje van kippenboer Hendrik Punt;
– de winkel en de woning van meubelmaker Geert Schute;
– het boerderijtje van boer Koop Reinders, later Harm Timmerman;
– de bakkerij met kruidenierswinkel van de firma Albert Kuiper.
Op de achtergrond is de witgekalkte schuur bij café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma te zien. In 1957 zat de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma nog wegens oorlogsmisdaden gevangen in Veenhuizen. In 1946 werd Hendrik Figeland de uitbater van café Brinkzicht. Het is de redactie nooit duidelijk geworden of de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma in 1957 nog eigenaar was van café Brinkzicht. Met andere woorden huurde Hendrik Figeland in 1957 nog steeds het café van de bewindvoerder van de N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma of had hij het café en de bijbehorende witgekalkte schuur al veel eerder gekocht ? Wie het weet, die mag het de redactie vertellen.


Posted in Deever, Klaas Marcus Balsma, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

Kiender van de legere skoele in Deever in 1922

Deze foto van ‘groep I’ van de legere skoele an de Heufdstroate in Deever is gemaakt in 1921 ? De vraag is dan natuurlijk: is deze gemaakt in het schooljaar 1920-1921 of in het schooljaar 1921-1922 ?
Albert Vos, die op deze foto staat, is geboren op 10 augustus 1915. Deze foto kan niet in het schooljaar 1920-1921 zijn gemaakt, want dan zou Albert Vos op vijfjarige leeftijd naar school zijn gegaan, wat niet het geval zal zijn geweest. Dan moet de foto in het schooljaar 1921-1922 zijn gemaakt. Maar schoolfoto’s werden en worden aan het einde van het schooljaar gemaakt, dus moet de foto in 1922 zijn gemaakt. Temeer omdat kinderen in die tijd tot op de leeftijd van dertien of ten hoogste veertien jaar naar school gingen, zie de oudste kinderen die in de eerste helft van 1908 zijn geboren, bijvoorbeeld Albertus Andree (18 maart 1908) en Anna Catrina Mulder (9 mei 1908).
De legere skoele an de Heufdstroate in Deever stond op de plek waar tot het einde van 2019 het ontmoetingscentrum (dorpshuis) met de naam Dingspilhuus (ut ienuge echte Waarme Hart van Deever) stond. De foto is bij de ingang aan de oostkant (dus de kant van het Katteneinde) gemaakt.
De redactie van ut Deevers Archief heeft zoveel mogelijk in publiek toegankelijke bronnen gezocht naar gegevens van de personen op deze foto, echter deze bronnen zijn helaas niet altijd volledig of toegankelijk. De redactie is daarom steeds op zoek naar aanvullende gegevens en foto’s van de leerlingen, de onderwijzers en de onderwijzeressen op deze foto. Veel kinderen van de kinderen op deze foto wonen of woonden in Deever of in de buurt van Deever.
Wie is in het bezit van de schoolfoto van ‘Diever II’ uit 1922 ?

Abracadabra-1448Abracadabra-1447

1.   Jan Mulder
Hij is geboren op 18 april 1910 in Deever (waarschijnlijk in Oll’ndeever) als zoon van Teunis Mulder en Maria Houwer.
Zijn zuster Ludina en zijn broer Hendrik staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

2.  Hendrik Mulder
Hij is geboren op 9 juni 1912 in Deever (waarschijnlijk in Oll’ndeever). Hij is een zoon van kuiper Teunis Mulder (Teunis Kuper) en Maria Houwer. Die woonden op ’t Kastiel. Hij trouwde op 29 augustus 1935 met Annigje de Jong uit Lekkerkerk. Zijn zuster Ludina en zijn broer Jan staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

3.  Jan Slagter
Hij is geboren op 23 juni 1908 in Deever en is overleden op 14 oktober 1986 in Deever. Hij was getrouwd met Beertje Mennink. Jan Slagter is een zoon van schoenmaker Berend Slagter en Femmigje Mulder.
Zijn zuster Alberdina en zijn zuster Reina staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

4.  Klaas Houwer (Klaas Tissie)
Hij is geboren op 19 oktober 1908 op Kalteren en is overleden op 3 november 1980. Hij is een zoon van Nicolaas Houwer en Lammigje Westerhof.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

5.  Jan Houwer
Hij is geboren op 23 juli 1911 op Kalteren. Hij is een zoon van boer Nicolaas Houwer en Lammigje Westerhof. Hij was getrouwd met Jantje Boelens. Hij is op 10 april 1945 op het marktterrein in Deever door de Duitse bezetter vermoord.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

6.  Albertus Andree
Hij is geboren op 18 maart 1908 in Deever. Hij is overleden op 27 maart 1980 in Deever. In de Deeverse volksmond werd hij altijd Bart Eulie genoemd. Hij was getrouwd met Lutina Talen. Hij is een zoon van arbeider/winkelier/petroleumhandelaar Cornelis Andree en Jantje Schoemaker. Albertus Andree (Andreae ? of Andrea ?) is onderwijzer geweest an de Wittelter skoele en an de Deeverse skoele. De raad van de gemiente Diever benoemde hem in december 1939 tot hoofd van de Deeverse skoele an de Heufdstroate.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

7.  Cornelis Klijn
Hij was hoofd der school van 18 oktober 1920 tot 28 april 1924.
Hij is geboren op 24 maart 1884 in Vinkeveen en Waverveen. Hij is overleden op 8 april 1964 in Amsterdam ? Hij is op 14 oktober 1920 in Amersfoort getrouwd met Eva Maria van der Knoop.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

8.  Hilligje Hoogenkamp
Zij is geboren op 30 oktober 1875 in Deever. Zij is overleden op 30 april 1963. Zij is een dochter van hoofdonderwijzer Roelof Hoogenkamp en Jantje Schipper. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is dringend op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

9.  Albertje (Bep) van der Helm
Zij is geboren op 21 juli 1909 in een huurboerderijtje in Wittelte. Zij is een dochter van Arend van der Helm en Lummigje Hofman. Zij is op 15 augustus 1940 getrouwd in Ermelo met Jacobus Gersen. Zij is op 10 juli 1966 overleden in Amersfoort. Zij is begraven in Renswoude.
Haar zuster Margje en haar broer Jan staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

10.  Hendrik Kloosterman
Hij is geboren op 25 juni 1912 in Oll’ndeever. Hij is op 22 september 1968 overleden. Hij is een zoon van Arend Kloosterman en Hilligje (Hille) Booiman. De familie Kloosterman woonde in Oll’ndeever op de stee die nu als adres Wittelterweg 1 heeft. Hendrik Kloosterman was petroleumventer in Wapse. Hij was getrouwd met Arendina Oosterhof.
Zijn zuster Roelofje staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

11.  Ludina Mulder
Zij is geboren op 23 juni 1913 in Deever. Zij is een dochter van kuiper Teunis Mulder en Maria Houwer. Die woonden op ut Kastiel. Zij is overleden op 11 april 1989. Ludina Mulder was getrouwd met boer Hendrik Rozeboom. Zij hadden een boerderijtje in Oll’ndeever. Dat boerderijtje bestaat niet meer. Dat kleine witte zandstenen boerderijtje is nog wel te zien op een schilderij. Op die stee staat nu een burgerwoning. Ludina Mulder en Hendrik Rozeboom zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Haar broer Jan en haar broer Hendrik staan ook op de hier afgebeelde schoolfoto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

12.  Alberdina Slagter
Zij is geboren op 27 januari 1914 in Deever als dochter van schoenmaker Berend Slagter en Femmigje Mulder. Zij is overleden op 7 januari 2008 in Dwingel. Zij was getrouwd met Klaas Doorten. Alberdina Slagter en Klaas Doorten zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Haar broer Jan en haar zuster Reina staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

13.  Reina Slagter
Zij is geboren op 17 mei 1910 in Deever als dochter van schoenmaker Berend Slagter en Femmigje Mulder. Zij is op 23 oktober 1958 in Meppel overleden. Ze is getrouwd geweest met Jan Roelof (Jan Roessie) Bennen. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Haar broer Jan en haar zuster Alberdina staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

14.  Klaassien (Klaasje) Mulder
Zij is geboren op 28 januari 1911 in Deever . Zij is op 22 december 1969 overleden. Zij is een dochter van Jan Mulder en Roelofje Tissingh. Zij trouwde met Roelof Fransen. Hij is op 8 oktober 1904 geboren. Hij is op 22 september 1977 overleden.  Klaassien Mulder en Roelof Fransen zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

15.  Cornelis Seinen
Hij is geboren op 8 september 1912. Hij is een zoon van boer Jan Seinen en Hilligje Hessels. Hij is overleden op 6 november 1989. Hij was getrouwd met Hendrikje Schiphorst. Zij is geboren op 5 oktober 1912. Zij overleden op 14 oktober 1989. Cornelis Seinen en Hendrikje Schiphorst zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

16.  Hendrik Jan ter Mast
Hij is geboren op 30 juni 1912. Hij is een zoon van boer Aaldert ter Mast en Femmigje Schierbeek. Hendrik Jan ter Mast is niet getrouwd geweest. Hendrik Jan ter Mast woonde bee de Dikke Stien’n an de Grönnegerweg. Later woonde hij in Havelte.
Zijn zuster Albertje staat ook op deze foto.
De redactie is dringend op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

17.  Arend van Zomeren
Hij is geboren op 30 december 1896 in Wapse. Hij is een zoon van Jan van Zomeren en Zwaantje Offerein. De raad van de gemiente Deever benoemde Arend van Zomeren uit Wapse ingaande op 16 juli 1919 tot onderwijzer van de openbare lagere school van Deever. Hij was tot die datum onderwijzer an de skoele op Woater’n. Arend van Zomeren slaagde op 18 augustus 1921 voor de hoofdakte in Zwolle.
De redactie is dringend op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

18.  Wilhelmina (Mina) Vos
Zij is geboren op 24 mei 1913 in Deever. Zij is een dochter van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Zij trouwde op 27 augustus 1932 met straatmaker Hendrik Zoer uut Dwingel.
Haar broer Albert staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

19.  Albert Vos
Hij is geboren op 10 augustus 1915 in Deever. Hij is een zoon van postbode Roelof Vos (bode Vossie) en Jansje ter Heide van de Bosweg. Hij is op 26 januari 2005 overleden. Hij was getrouwd met Berendina Doorten. Zij is geboren op 12 mei 1916 in Deever. Zij is overleden op 14 september 2000. Zij was een dochter van brievengaarder Koop Doorten en Grietje Tissingh. Albert Vos en Berendina Doorten zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zijn zuster Wilhelmina (Mina) staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

20.  Jan van der Helm
Hij is geboren op 15 augustus 1911 in Oll’ndeever. Hij is een zoon van boer Arend van der Helm en Lummigje Hofman. Hij trouwde op 5 mei 1939 met Johanna (Jo) Moes. Hij is op 7 februari 1945 door een landwachter doodgeschoten in Nieuw Moscou bij Hollandscheveld. Jan van der Helm en Jo Moes kregen twee zoons.
Zijn zuster Albertje en zijn zuster Margje staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

21.  Margje van der Helm
Zij is geboren op 3 augustus 1913 in Oll’ndeever. Zij is een dochter van boer Arend van der Helm en Lummigje Hofman. Zij is overleden op 29 augustus 1985 in Beilen. Zij trouwde op 2 november 1934 met Gezinus Schans. Hij is geboren op 26 februari 1908 in Zuidwolde. Gesinus Schans is de oprichter van zand- en grindhandel Schans in Beilen
Haar broer Jan en haar zuster Albertje staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

22.  Roelofje Kloosterman
Zij is geboren op 14 augustus 1909 in Oll’ndeever. Zij is een dochter van Arent Kloosterman en Hilligje (Hille) Baaiman. Zij was getrouwd met politieman Gerrit Noorman. De redactie moet de datum en de plaats van overlijden nog uitzoeken. De familie Kloosterman woonde in Oll’ndeever op de stee die nu als adres Wittelterweg 1 heeft. Ze was een zuster van Jan, Hilbert Arend, Margje, Mina en Hendrik Kloosterman.
Haar broer Hendrik staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

23.  Hendrikje Oosterveen
Zij is geboren op 24 januari 1909 in Wapse. Zij is overleden op 9 oktober 1988. Zij is een dochter van arbeider Lambert Oosterveen en Jacobje Daalman. Ze trouwde op 24 mei 1930 in Deever met landarbeider Hendrik Nijboer. Hendrik Nijboer is geboren op 30 april 1905 en is overleden op 4 december 1988. De redactie heeft in verschillende berichten aandacht besteed aan (de boerderij van) Hendrik Nijboer en Hendrikje Oosterveen.
Haar broer Lambertus staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

24.  Jacoba (Koos) Geertruida van Eldik
Zij is geboren op 8 september 1908 in Zuidland op Sint Philipsland. Zij is een dochter van geneesheer Alexander Leonardus van Eldik en Geertje Margrietha Verlinde. Zij is op 6 augustus 1935 in Groningen getrouwd met garagehouder Hinderikus Aloisius Groothuis.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

25.  Lammigje Seinen
Zij is geboren op 29 april 1909 in Deever. Zij is overleden op 5 augustus 1998 in Deever. Ze was getrouwd met Teunis Wesseling. Hij is geboren op 4 oktober 1909. Hij is overleden op 25 september 1994. Zij is een dochter van Jan Seinen en Hilligje Hessels. Lammigje Seinen en Teunis Wesseling zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

26.  Anna Catrina Mulder
Zij is geboren op 9 mei 1908 in Deever. Zij is een dochter van boer Jan Mulder (Jan Boartie) en Roelofje Tissingh. Ze trouwde op 7 januari 1931 met predikant Johannes Luchies, geboren in Zeist. Zij is op 14 januari 2004 overleden in Dwingel. Anna Catrina Mulder en Johannes Luchies zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

27.  Jantina (Tine) Doorten
Zij is geboren op 25 november 1908 an de Deeverbrogge. De datum van overlijden moet nog worden uitgezocht. Zij was getrouwd met Jan Dekker. Hij is geboren op 18 februari 1916. Hij is overleden op 24 juli 1950 in Assen. Zij woonde tijdens haar huwelijk aan de Rollestraat in Wapse. Daarna heeft ze in Deever altijd aan de Veentjesweg gewoond. Ze is een dochter van brievengaarder Koop Doorten en Grietje Tissingh.
Haar broer Klaas staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

28.  Albertje ter Mast
Zij is geboren op 26 december 1909 in Deever. Zij is overleden op 29 juli 1998 in Havelte. Zij is een dochter van Aaldert ter Mast en Femmigje Schierbeek. Zij is getrouwd geweest met Barteld Oost (eerste huwelijk) en Jan Wiecher Bosman (tweede huwelijk). Haar broer Hendrik Jan staat ook op deze foto.
Albertje ter Mast woonde bee de dikke stien’n an de Grönnegerweg. Daarna heeft ze altijd in Havelte gewoond.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

29.  Albert Koning
Hij is geboren op 19 mei 1909 in Deever. Hij is op 27 september 1929 op 20-jarige leeftijd overleden aan een longontsteking in Hoogeveen. Hij is een zoon van boer Hendrik Koning en Aaltje Haveman. Hij woonde eerst op ut Kastiel in een huis dat stond tussen het huis van Egbert Mulder en het huis van Harm Kloosterman. Dit huis is op 27 januari 1914 afgebrand en blijkbaar niet herbouwd. De vraag is natuurlijk: waar kwam de familie Hendrik Koning te wonen na de brand. De brand is in een bericht in het Nieuwsblad van het Noorden van 28 januari 1914 beschreven.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

30.  Juffrouw Hoornstra
In het gezamenlijke geheugen van de olde Deeversen waren geen gegevens van haar aanwezig.
Woar kwaamp see weg en woar is see hen egoan ?
De redactie is dringend op zoek naar gegevens van haar. Wie reageert ?

31Jantje Wesseling
Zij is geboren op 2 augustus 1911 in Deever. Zij is een dochter van boer Jan Hessel Wesseling en Jantje Mulder. Zij is overleden op 26 december 2004 in Deever. Zij trouwde 11 of 12 augustus 1943 met Hendrik Mulder. Hendrik Mulder was een broer van Anna Catrina Mulder en Klaasje Mulder. Jantje Wesseling heeft tijdens haar huwelijk altijd in Deever an de Brink gewoond. Jantje Wesseling en Hendrik Mulder zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Haar broer Geert staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

32.  Geert Wesseling
Hij is geboren op 13 mei 1909 in Deever. Hij is een zoon van boer Jan Hessel Wesseling en Jantje Mulder. Hij is overleden op 25 maart 1994. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

33.  Geert Kok
Hij is geboren op 7 november 1909 in Oldendeever. Hij is een zoon van boer Geert Kok en Geesje Jonkman. Hij is op 5 mei 1987 overleden. Hij is niet getrouwd geweest. Hij heeft zijn hele leven in Oll’ndeever gewoond. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zijn zuster Jantje staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

34.  Jantje Kok
Zij is geboren op 22 mei 1912 in Oll’ndiever. Zij is een dochter van boer Geert Kok en Geesje Jonkman. Zij trouwde op 6 mei 1939 met boer Tjibbe Krol.
Haar broer Geert staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

35.  Lambertus (Bartus) Oosterveen
Hij is geboren op 12 juni 1912 in Havelte. Hij is een zoon van boer Lambert Oosterveen en Jacobje Daalman. Hij is overleden op 1 juli 1953 in Hoogeveen. Hij was getrouwd met Elisabeth Henstra. Hij was koopman.
Zijn zuster Hendrikje staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

36.  Dinie Donker
Wat is haar echte voornaam ? Kwam zij uit Oldendiever ?
De redactie is dringend op zoek naar gegevens van haar. Wie reageert ?

37.  Arend Harm Buiter
Hij is geboren op 20 mei 1912 in Pesse aan de Toldijk als zoon van Derk Buiter en Hendrikje Zoer. Hij is overleden op 11 juni 1988 in Deever. Hij was getrouwd met Hendrikje Roelofs. Zij is geboren op 18 februari 1918 in Wapse. Zij is overleden op 23 december 2010 in Meppel.
Zijn broer Harm, zijn zuster Aaltje en zijn zuster Trijntje staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

38.  Harm Buiter
Hij is geboren op 3 november 1908 in Pesse aan de Toldijk. Hij is een zoon van Derk Buiter en Hendrikje Zoer. Hij is overleden op 7 september 1977 in Deever. Hij was getrouwd met Rensje Donker, Zij is geboren op 20 mei 1918 op Woater’n. Zij is overleden op 10 mei 2010 in Dwingel. Harm Buiter en Rensje Donker zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zijn zuster Aaltje, zijn broer Arend Harm en zijn zuster Trijntje staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

39.  Trijntje (Trijn) Buiter
Zij is geboren op 15 september 1913. Zij is een dochter van Derk Buiter en Hendrikje Zoer. Zij is overleden op 21 juni 2006 in Ruinen. Ze was getrouwd met Harm Dolsma.
Haar broer Harm, haar zuster Aaltje en haar broer Arend Harm staan ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

40.  Klaas Doorten
Hij is op 7 september 1912 geboren an de Deeverbrogge. Hij is op 23 augustus 1983 overleden. Hij is een zoon van brievengaarder Koop Doorten en Grietje Tissingh. Hij was getrouwd met Alberdina Slagter. Zij is geboren op 27 januari 1914 in Deever. Zij is overleden op 7 januari 2008 in Dwingel.
Zijn zuster Jantina staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

41.  Aaltje Buiter
Zij is geboren op 11 oktober 1909 in Pesse aan de Toldijk. Zij is een dochter van Derk Buiter en Hendrikje Zoer. Ze is op 11 maart 2000 overleden. Zij trouwde op 28 november 1930 met Jan Kuik. Hij is geboren op 7 januari 1905 in Uffelte. Hij is overleden op 26 februari 1982 in Uffelte. Ze heeft altijd in Uffelte aan de Fabrieksweg gewoond. Die weg is later Lindenlaan genoemd.
Aaltje Buiter en Jan Kuik zijn begraven op de kaarkhof in Uffelte.
Haar broer Harm, haar broer Arend Harm en haar zuster Trijn staan ook op deze foto.

42.  Jantje Oost Jdr.
De redactie is dringend op zoek naar gegevens van haar. Wie reageert ?

43.  Gerard Folkerts
Hij is een zoon van timmerman Wolter Folkerts en Maria Smit. Hij trouwde met Nel Dermois.
Zijn zuster Gesiena Katharina staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar gegevens van hem. Wie reageert ?

44.  Gesiena (Siene) Katharina Folkerts
Zij is geboren 24 maart 1909 in Deever. Zij is een dochter van timmerman Wolter Folkerts en Maria Smit. De familie Folkerts woonde op ut Kastiel in Deever in het huis, dat nu als adres Kasteel 7 heeft. Zij trouwde op 27 augustus 1930 in Rijswijk met de sergeant-vliegenier Wilhelmus (Wim) Adrianus Rademaker. Hij is op 29 januari 1906 in Den Haag geboren. Siene Folkerts is overleden op 20 oktober 1977 in Tilburg. Wim Rademaker is op 8 januari 1969 in Tilburg overleden.
Haar broer Gerard staat ook op deze foto.
De redactie is op zoek naar nog meer gegevens van haar. Wie reageert ?

45.  Hendrik Oost Jzn.
Hij is geboren op 21 maart 1915 in Deever. Hij is een zoon van arbeider Jacob Oost en Elsje Davids. Hij is overleden op 12 februari 2000. Hij trouwde met Mina Berends, een dochter van Lute Berends en Willemina (Wilmpie) Godwaldt. 
De redactie is dringend op zoek naar gegevens van hem. Wie reageert ?

46.  Hendrikje Mulder
Zij is geboren op 27 september 1908 in Deever. Zij is een dochter van kuiper Egbert Mulder en Hilligje Mulder. Die woonden op ut Kastiel in Deever.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van haar. Wie reageert ?

47.  Berend Jonkers
Hij is geboren op 3 november 1908 an de Deeverbrogge. Hij is een zoon van wegwerker Lambertus Jonkers en Grietje Moes. Hij trouwde op 18 november 1932 met Geesje Huisman uut Dwingel.
De redactie is op zoek naar aanvullende gegevens van hem. Wie reageert ?

Posted in Alle Deeversen, Deever, Heufdstroate, Legere skoele in Deever, Topstuk, Verdwenen object | Leave a comment

Cent’n griep’m bee ut olde gemientehuus

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 97 een afbeelding van de verdwenen tradtie van ‘ut cent’n griep’m  of ‘ut centies gooi’n’  op de brink van Deever.  Onder de afgebeelde foto op bladzijde 97 staat de volgende tekst.

Het “centies-gooien”
Ongetwijfeld zal dit tafereeltje uit vroeger jaren menig oud-Dieverse terug voeren naar hun eigen kinderjaren, wanneer er een jong paartje in het huwelijk trad. Het gebruik was namelijk dat men (wanneer het bruidje in de kom van het dorp woonde) te voet naar het gemeentehuis ging. Voor het vertrekuur had zich al een grote groep van de jongere dorpsjeugd voor het huis opgesteld. In sommige gevallen stonden een paar buurkinderen met een boogje in de hand opgesteld, waaronder het paartje en de verdere familie moesten passeren. Soms ook werd door één van de kinderen met een hondepistool voor het bruidspaar langs geschoten. Nauwelijks op weg, begon het geschreeuw al van: “Gooi ies wat !” De bruidegom wierp dan een aantal centen in de berm van de weg en de hele groep stortte zich op dat ene plekje om wat van de buit te bemachtigen. Tot aan het gemeentehuis herhaalde zich dit, zo vaak de bruidegom het verkoos. Na de voltrekking van het huwelijk was de bruidegom veelal royaler in het gooien. Zag hij de kans, dan belandde de worp juist in een modderplas of brandnetelpol. Desondanks stortte de groep zich, niets ontziende, op het geld. Het geschreeuw: “Gooi ies wat !”, was niet van de lucht en duurde voort tot de stoet weer thuis was. Soms ook deden de vaders van het centen strooien mee. Kwam het bruidspaar met gevolg per koetsen uit een naburig dorp, dan stalde men in een of ander café en voltrok zich dit gebruik vanaf daar. Thans is het zo goed als geheel verdwenen.

Aantekeningen van de redactie van Ut Deevers Archief
Een hondepistool was een pistool waarmee men knalkurken kan afschieten, om honden af te schrikken.
Dit pistool werd ook wel tijdens het schieten en knallen aan het einde van het jaar gebruikt. De redactie herinnert zich dat tegen het einde van het jaar bij het dorpswarenhuis ‘de Wiba’ van Jan Brugging en Griet Oost an de Heufdstroate in Deever knalkurken te koop waren.
De redactie wil bijzonder graag in het bezit komen van een goede scan van de echte foto. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van Ut Deevers Archief zet de redactie op het spoor van deze foto ? Wellicht hebben de nazaten van Arend Mulder een album met oude Deeverse foto’s bewaard ?
De hier afgebeelde foto is in elk geval gemaakt vóór 1956, vóór de grote restauratie van de kerk op de brink van Deever. De redactie heeft wel het vermoeden dat de foto ná het einde van de Tweede Wereldoorlog is gemaakt.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers kan deze historisch zeer waardevolle foto beter dateren ?

Afbeelding 1 – Afbeelding van bladzijde 97 van het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld

Posted in Cent'n griep'm, Traditie | Leave a comment

Plèties in de Magnum Opus

De Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, heeft in 2021 de prachtige en luxe uitgevoerde zwart-wit boekwerk Fragmenten Uit Het Verleden Van De Vroegere Gemeente Diever uitgegeven. Driewerf hulde voor de samenstellers van dit boek. De redactie van ut Deevers Archief noemt dit dikke zware magistrale boek voor het gemak maar de Magnum Opus van deze vereniging.

In de Magnum Opus ontbreekt helaas een overzicht van de daar in opgenomen plaatjes. De redactie van ut Deevers Archief zal beetje bij beetje trachten in deze leemte te voorzien. Als het betreffende plaatje aanwezig is in ut Deevers Archief, die kans is misschien wellicht hopelijk aanwezig, dan is een link aangebracht naar die afbeelding in ut Deevers Archief.

001 – Voorkant van het boek – Foto van ut hunnebedde D52.
002 – Bladzijde 6 – Foto filmset an de Kloosterstroate in Deever in 1958 voor de film Fanfare.
003 – Bladzijde 6 – Foto van de opnamen an de Kloosterstroate in Deever in 1958 voor de film Fanfare.
004 – Bladzijde 6  -Foto van de opnamen an de Kloosterstroate in Deever in 1958 voor de film Fanfare.

Inleiding
005 – Bladzijde 9 – Foto van het wapen van de familie Ketel in gebrandschilderd glas in een raam van het Schultehuis.

van ‘de Boerderij’ van Johannes Minderaa
xxx – Bladzijde 402 – Foto van een reclameplaatje van museum Dieverza an de brink van Deever
xxx – Bladzijde 403 – Ansichtkaart van museum Dieverza an de brink van Deever.
xxx – Bladzijde 405 – Pentekening van de toren en het kerkgebouw an de brink van Deever van Jan Otter
xxx – Bladzijde 463 – Foto schoolkinderen in het ‘Het Noorden in Woord en Beeld’, jrg 3, 1927-1928, no 31, 28-10-1927

xxx – Bladzijde 531 – Ansichtkaart van de huisjes van de familie Davids en de familie Smit op ut Kastiel
xxx – Bladzijde 541 – Foto van de pas geopende kleuterschool de Buitelbam met de vlag in top
xxx – Bladzijde 541 – Foto van de opening van de Buitelbam met Ome Kees en Hansie Bakker

Overzicht is nog niet compleet.
Wordt uiteraard vervolgd.

Posted in Magnum Opus | Leave a comment

De snikke an de löswal bee café-losement Benthem

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 80 een afbeelding van een ansichtkaart uit 1905 te zien. Onder de afbeelding op bladzijde 80 staat de volgende tekst.

Gezicht op Dieverbrug
Naast andere schepen zien we rechts de ‘snikke’ liggen. De schuur rechts is het zogenaamde ‘holtstek’ van café Benthem. Daarachter de woning van brugwachter Klaas Post. In de verte het huis van de opzichter van de Rijkswaterstaat, de heer Dalebout, later De Ruiter.
Dat het graven van de Drentsche Hoofdvaart in de jaren 1768-1780 veel heeft bijgedragen tot de verdere ontwikkeling van de aangelegen dorpen, laat zich denken. Hierdoor kwam Meppel in het bezit van een goede verbinding per water met Amsterdam en tevens deed het dienst als schakel tussen het achtergelegen Drentsche land.

In de Groninger Courant van 1780 meldt men van Assen:
“den 7 deezer maand hadden de inwoonderen deezer plaats het genoegen om het nieuwe Kanaal (hetgeen langs een uitgestrektheid van 9 uren, zedert 10 jaren is gegraven en voorbij Meppel naar en door de Zwartsluis in de Zuiderzee loopt) ten einde te zien brengen, wordende ter dier tijd de twee eerste hier aankomende schepen met klein geschut en waajende vlaggen en veel vreugde, verwelkomt, zoodat thans dit groote werk op eenige verwijding na, die nog in de venen moet gemaakt worden, gelukkig is volbracht.”

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de indruk dat de naam Meppel in de tweede alinea van de tekst moet worden gelezen als Assen.
De redactie attendeert de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief voor meer gegevens bij de afbeelding graag op het bericht Veul heil en seeg’n in 1906.

Posted in An de Deeverbrogge, Publicatie | Leave a comment

Het schoolverzuim in de gemiente Deever in 1889

In de Olde Möppeler (de Meppeler Courant) verscheen op 11 september 1889 het volgende korte bericht over het enorme schoolverzuim in de bouw.

Diever.
Met ’t oog op ’t aanhangig wetsontwerp op ’t lager onderwijs is ’t zeker niet overbodig eens eene opgaaf van schoolverzuim te doen, om te doen zien, dat leerplicht inderdaad niet overtollig zou wezen.
De drie hoogste leerjaren verzuimden in de maanden Mei, Juni, Juli en Augustus, respectievelijk 12, 18.9, 29.9 en 26.9 procent. Hierbij is het verzuim wegens ziekte en slecht weer niet gerekend, zoodat bijna uitsluitend veldarbeid als oorzaak kan aangenomen worden.
Vooral tijdens de roggeoogst en in ’t aardappelrooien is ’t verzuim enorm. Onze gemeente steekt in dezen volstrekt niet ongunstig bij de buurtgemeenten af, zoodat men gerust mag aannemen, dat het elders erg, zo niet erger is.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In 1889 was de gemiente Deever nog een echte landbouwgemeente, een echte boerengemeenschap. De toeristenindustrie bestond toen nog gelukkig helemaal niet in de gemiente Deever.

Een aanhangig wetsontwerp is een voorstel voor een nieuwe wet, in dit geval de wet op het lager onderwijs.
De eerste leerplichtwet trad echter pas op 1 januari 1901 in werking.
Het mag duidelijk zijn dat kinderen van ‘dikke boeren’, die knechten en meiden in dienst hadden, minder of misschien wel helemaal niet de lagere school verzuimden en dat kinderen van keuterboertjes en arbeiderskinderen veel meer de lagere  school verzuimden om mee kunnen te helpen bij het werk op het land.   

Posted in Onderwies | Leave a comment

De ièste betèèlde offeskeid’n domeneer in Deever

In de Veendammer Courant van 10 maart 1855 verscheen het volgende bericht over de eerste benoemde predikant van de christelijk afgescheidenen in de gemiente Deever.

Diever, 6 maart
Gisteren was het voor de christelijke afgescheidenen dezer plaats een ware feestdag.
Hun beroepen predikant, de weleerwaarde heer Hoogedoorn, werd bij haar ingeleid en bevestigd door de weleerwaarden heer W.A. Kok, christelijk afgescheiden predikant te Hoogeveen. Deze had tot tekst de woorden van Paulus uit 1 Tessalonicenzen, 5 verzen 12, 13.
Des namiddags begon de nieuwe leeraar zijn werk over Jesaja 40 vers 5.
Zoo wel voor als achtermiddags was het kerkgebouw opgepropt van toehoorders, zoo uit deze als uit andere gemeenten, en deze dag zal nog lang bij velen in aandenking blijven.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De christelijk afgescheiden geloofsgemeente van Deever werd op 21 september 1836 opgericht.
Het kerkgebouw van de christelijk afgescheiden geloofsgemeente an de Kruusstroate in Deever werd op 25 december 1841 in gebruik genomen.
Eind 1854 was d
e christelijk afgescheiden geloofsgemeente van Deever eindelijk toe aan het beroepen van een dominee.
De uit Hoogeveen afkomstige weleerwaarde heer Hoogedoorn was de eerste dominee in vaste dienst van de christelijk afgescheiden geloofsgemeente, later de gereformeerde geloofsgemeente (de griffemiède kaarke) van Deever.
De weleerwaarde heer Arie Hoogedoorn deed zijn intrede op zondag 4 maart 1855. Hij overleed op 11 juni 1855 op 23-jarige leeftijd aan tuberculose (tering).
W.A. Kok is Wolter Alberts Kok, zoon van de bekende meister Albert Hilberts Kok.

Posted in Griffemiède kaarke | Leave a comment

De griffemiède jongekièrlvurening bestiet 40 joar

Ter gelegenheid van het 40-jarige jubileum van de Gereformeerde Jongelingen Vereniging van de Gereformeerde Gemeente van Deever is deze foto gemaakt bij de Gereformeerde Kerk an de Kruusstroate in Deever.
De hier afgebeelde foto was aanwezig in de verzameling van Jan Lucas Noord. Hij kon zich helaas niet van alle mannen op de foto de naam herinneren.
De vereniging noemde zichzelf een jongelingen vereniging, echter de oudste ‘jongeling’ was geboren in 1908, die was in 1940 zo’n 32 jaar oud.
Onderste rij bestaat van links naar rechts uit de volgende personen.

1.  Frederik (Freek) Zantinge
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

2.  Hendrik (Henk, Henke) Pot
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

Tweede rij bestaat van links naar rechts uit de volgende personen.

3.  Jan Pot (Jan Pottie)
Hij is geboren op 3 augustus 1919. Hij is overleden op 12 november 1987.
Hij was een zoon van Jan Pot en Hendrikje Kooiker
Hij trouwde met Margje Moes. Hij was boer an de Wittelerweg in Wittelte.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

4.  Jacob Moes
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

5.  Lucas Timmerman
Hij is geboren op 3 februari 1913. Hij is overleden op 4 juli 1975.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

6.  Jacob Fledderus
Hij is geboren op 20 januari 1911 in Wapse. Hij is overleden op 20 mei 1974.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. H
Hij trouwde met Akke Oeneman.
Hij is een zoon van Willem Fledderus en Lammichje Timmerman.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

7.  Ds. J. A. van Arkel
Dominee Jan Anthony van Arkel was van 15 december 1935 tot 10 januari 1953 voorganger van de gerefomeerde geloofsgemeente in de gemiente Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

8.  Hendrik Fledderus
Hij is geboren op 2 februari 1912 in Wapse. Hij is overleden op 4 maart 1970.
Hij trouwde met Geertje Klaassen.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Hij is een zoon van Roelof Fledderus en Fransiena Schuring.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

9.  Hendrik Noord
Hij is geboren op 4 januari 1922. Hij is overleden op 24 december 1993.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

10.  Jacob Timmerman
Hij is geboren op 28 januari 1916 in Wapse. Hij is overleden op 18 juli 2004.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Hij was een zoon van Geert Timmerman en Klaasje Karsten.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

11.  Harm Timmerman
Hij is geboren op 4 januari 1922. Hij is overleden op 24 december 1993.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

12.  Hendrik Eggink 
Hij is geboren op 19 maart 1916. Hij is overleden op 9 september 1992.
Hij trouwde met Anna Fledderus.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

Derde rij bestaat van links naar rechts uit de volgende personen.

13.  Harm Hessels
Hij is geboren op 11 december 1915 in Wittelte. Hij is overleden op 13 oktober 1997 op 81-jarige leeftijd in Deever. Hij trouwde op 26-jarige leeftijd op 5 mei 1954 in Deever met Christina (Chris) Hendrika Leonora Pot. Zij is geboren op 27 juli 1923 in Wittelte. Zij is overleden op 10 december 1979 op 56-jarige leeftijd in Wittelte. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. Harm Hessels en Christina (Chris) Pot gingen wonen en werken op een boerderij bee de Wittelerbrogge an de Dwingeler kaante. De boerderij was van de familie Pot. Deze boerderij heeft nu als adres Wittelterweg 26.

14.  Jan Haveman
Hij is geboren op 4 juli 1909. Hij is overleden op 10 januari 1966.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

15.  Jan Timmerman
Hij is geboren op 2 september 1909. Hij is overleden op 7 december 1957.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

16.  Hermannus Haveman
Hij is geboren op 23 september 1919. Hij is overleden op 9 augustus 1979.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

17.  Umberto Alois Mainardis
Hij is geboren op 1 maart 1908. Hij is overleden op 19 november 2001.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

18.  Roelof Eggink
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

19.  Hendrik Langenberg
Hij is geboren op 6 november 1919. Hij is overleden op 19 januari 1987.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

20.  Jantinus Kiers
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

21.  Jan Timmerman
Hij is geboren op 10 mei 1910 in Deever. Hij is overleden op 16 september 1968.
Hij trouwde met Aaltje de Weerd.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

22.  Jan Fledderus
Hij is geboren op 27 augustus 1915. Hij is overleden op 4 februari 2001.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

23.  Deze persoon is nog niet herkend
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

24.  Jan Pot
Hij is geboren op 2 september 1919 in Wittelte.
Hij is een zoon van Albert Pot en Roelofje de Weerd.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

Vierde rij bestaat van links naar rechts uit de volgende personen.

25.  Jakobus (Kobus) Hessels
Hij is geboren op 8 februari 1925 in Wittelte. Hij is overleden op 4 juli 1988 op 63-jarige leeftijd in Eemster. Hij trouwde op 29-jarige leeftijd op 5 mei 1954 in Deever met Henderika Mos. Zij is geboren op 6 februari 1930 in Dwingel. Zij is overleden op 20 juni 1992 op 62-jarige leeftijd in Eemster. Beiden zijn ten ruste gelegd op de kaarkhof in Dwingel. Zie de grafsteen. Jacobus (Kobus) Hessels en Henderika Mos zijn gaan wonen en werken in Eemster. Daar hadden ze een boerderij.

26.  Pieter Timmerman
Hij is geboren op 3 april 1917. Hij is overleden op 10 februari 2002.
Hij trouwde met Henderika Haveman.
Beien zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

27.  Jan Post
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

28.  Roelof Pot
Hij is geboren op 10 februari 1922 in Wittelte. Hij is overleden op 11 november 2020 in Deever.
Hij was boer an de Voat in Wittelte. Hij trouwde met Gina Timmerman.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

29.  Jantinus Timmerman
Hij is geboren in 1922. Hij is overleden op 5 juli 1949.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

30.  Deze persoon is nog niet herkend
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

31.  Jan Lucas Noord
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

32.  Roelof Schuring
Hij is geboren op 19 februari 1923. Hij is overleden op 30 mei 1989.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

33.  Jan Hilberts
Hij is geboren op 17 april 1924. Hij is overleden op 4 januari 1988.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

34.  Jacob Oost
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

35.  Grietinus Fledderus
Hij was ook lid van de christelijke muziekvereniging Advendo.
Hij woonde op ut Noave.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

Vijfde rij bestaat van links naar rechts uit de volgende personen.

36.  Hendrik Jan Klaassen
Hij is geboren op 15 februari 1918. Hij is overleden op 27 december 1995. Hij trouwde met Anna Zantinge.
Hij was boer in Wittelte op de hoek van de Wittelterweg en de Wapserveenseweg.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

37.  Hendrik Zantinge
Hij is geboren op 16 juli 1920. Hij is overleden op 23 november 1996.
Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

38.  Jan Zantinge
Hij is geboren op 21 maart 1921 in Wittelte. Hij is overleden op 6 augustus 1947. Hij trouwde op 2 mei 1946 met Hilligje de Weerd. Hij was boer in Wittelte.
Hij is een zoon van Fokke Zantinge en Jacobje Klaassen.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

39.  Jan Kiers
Hij is geboren op 25 juli 1910. Hij is overleden op 22 augustus 1997.
Hij trouwde met Hendrikje (Hennie) Feijen.
Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hen.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

40.  Jans Klaassen
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

41.  Albertus (Bertus) Kloeze
Hij is geboren op 5 april 1911. Hij is een zoon van smid Albert Kloeze en Lammigje Santing
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar meer gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

42.  Lambertus Hessels
De redactie is in de openbare bronnen op zoek naar gegevens van hem.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

43.  Deze persoon is nog niet herkend
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief helpt ?

Posted in Alle Deeversen, Griffemiède kaarke, Vurening | Leave a comment

Un pentiekening van de kaarke an de Deeverse brink

In de webstee geschiedeniscoevorden.nl van de gemeente Coevorden is een afbeelding van een mooie pentekening van de gemeentelijk toren en het kerkgebouw van de Nederlands hervormde gemeente an de brink van Deever aanwezig. Zie bijgaande afbeelding 1.
De gemeente Coevorden heeft de pentekening het inventarisnummer 3-14 gegeven.
Het formaat van de tekening is 51 cm x 40 cm.
De kunstenaar Harm Eggens heeft de pentekening in 1970 gemaakt. Hij heeft de redactie van ut Deevers Archief toestemming gegeven een afbeelding van deze pentekening in ut Deevers Archief te tonen. De redactie is Harm Eggens bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een fervent liefhebber van het kijken naar afbeeldingen op papier is, kan de hier getoonde pentekening ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 33 van het in 2003 uitgegeven boek ‘Drentse kerken in de beeldende kunst’, dat geschreven is door dr. Roel Sanders.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan in de webstee geschiedeniscoevorden.nl de digitale collectie Harm Eggens bezoeken.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 19 november 2021 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening, Toor'n an de brink | Leave a comment

‘Vrau an de wasse’ hef neudig un neeje lieste neudig

De redactie van ut Deevers Archief heeft al een keer aandacht besteed aan het schilderij Vrouw aan de was van de in Deever geboren kunstschilder Hans Kuiper. Zie het bericht Ut skildereeje ‘Vrau an de wasse’ van Hans Kuiper.

Hans Kuiper is geboren op 8 juli 1855 in Deever en is overleden op 3 november 1935 in Blesdijke. Hij maakte vanwege banden met zijn geboortedorp Deever ook enkele schilderijen van onderwerpen uit dit dorp en zijn omgeving. Daarbij gebruikte hij vaak een foto als voorbeeld. Zo ook bij het schilderij Vrouw aan de was.

De voorovergebogen vrouw met het witte mutsje is Griet Kuiper. Zij was de oudste zuster van Hans Kuiper en was de tweede vrouw van Willem Huiskes, boer en caféhouder an de Heufdstroate in Deever, adres Diever 150 (oud Diever 123). Hans Kuiper heeft Griet Kuiper gesitueerd achter het café aan de kant van de Peperstroate.

Hans Kuiper nam gelukkig de vrijheid om een foto niet precies na te schilderen. Zo plaatste hij nog net rechts op het schilderij de gemeentelijke toren bij het kerkgebouw aan de brink als een duidelijke aanwijzing dat het hier ging om een Deevers schilderij.

Het op board geschilderde werkje heeft een breedte van 41 cm en een hoogte van 31 cm en is omstreeks 1914 geschilderd. In de Hans-Kuiper-catalogus van Ton van der Meulen en zijn neef Hermannus Deuling is het schilderij Vrouw aan de was opgenomen onder nummer 204. In die catalogus is onder nummer 518 het doek Gezicht op Diever te vinden. Dit olieverfschilderij is omstreeks 1912 gemaakt. Het schilderij Laantje in Diever is in de genoemde catalogus onder nummer 520 geregistreerd. Ook dit werk is omstreeks 1912 geschilderd.

De huidige verblijfplaats van het hier afgebeelde schilderij Vrouw aan de was is helaas niet bekend.

Afbeelding 1 – De hier afgebeelde kleurenfoto is aanwezig in de verzameling van Ton van der Meulen.

Posted in Hans Kuiper, Kuunst, Skildereeje | Leave a comment

De boerdereeje van Hendrikus Ofrein in Oll’ndeever

Hendrikus Ofrein is geboren op 22 november 1858 in Oll’ndeever. Hij is overleden op 29 oktober 1933 in Oll’ndeever. Hij trouwde op 4 september 1889 in Deever met Hillechien Bruggink. Zij is geboren op 5 november 1863 op de Smilde. Zij is overleden op 18 maart 1937 in Oll’ndeever. Beiden zijn begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.

De familie Hendrikus Ofrein woonde in een boerderij in Oll’ndeever. Die boerderij heeft tegenwoordig als adres Holtenweg 4.
Het echtpaar Hendrikus Ofrein en Hillechien Bruggink kreeg hier zeven kinderen, te weten: Tjeert (28 december 1889), Klaas (5 januari 1892),  Harmina (29 januari 1893), Frederik (7 april 1895), Roelof Ofrein (1 januari 1898), Hendrik (10 december 1900), Gerard (13 december 1903).

De tweede zoon Klaas Ofrein is niet getrouwd geweest. Hij bleef wonen en werken in de boerderij van zijn ouders in Oll’ndeever. Klaas Ofrein was boer. Hij leverde melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever. Op zijn melkbussen stond het nummer 199. Hij is overleden op 27 oktober 1955 in Oll’ndeever. Hij is begraven in de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft aanvullende gegevens over hem ?

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan op bladzijde 216 van het in 2009 uitgegeven boek Oldendiever in de twintigste eeuw van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, een niet in dit bericht getoonde afbeelding van de boerderij van Klaas Ofrein bewonderen. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boek zijn of dat papieren boek bij iemand in kunnen zien.

De redactie meent te weten dat de boerderij na het overlijden van Klaas Ofrein bewoond is geweest door Harman (Herman) Jan Bennen en Wietske (Wies) Bosscha en hun zoon Jantinus. Maar wanneer zijn zij daar gaan wonen ? En hebben zij de boerderij gekocht van de erven Klaas Ofrein ? En is de familie Bennen vanuit Oll’ndeever verhuist naar het Schultehuis aan de brink van Deever ? Wellicht kan de weer in Deever woonachtige zoon Jantinus (die in de volksmond altijd Maxi werd genoemd).hier enige duidelijkheid over verschaffen !

Omstreeks 1963-1964 is de boerderij eigendom geworden van een zekere familie Dijkstra. De boerderij is toen verbouwd. De familie Dijkstra vestigde in de boerderij manege “Oldendiever”. De afbeeldingen 1, 2, 3, 4, 5 en 7 zijn vlak vóór, tijdens en vlak ná de verbouwing gemaakt. De familie Dijkstra is omstreeks 1968 verhuisd naar ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg bee Deever. Daar vestigde de familie hotel-restaurant-manege ’t Ruterhuus, De redactie heeft geen gegevens van de familie Dijkstra. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft wel gegevens van de familie Dijkstra ?

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – Links achter de boerderij is de boerderij van de familie Bult te zien.

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 5

Afbeelding 6

Afbeelding 7 – Deze kleurenfoto is gemaakt op 14 maart 2003.

Afbeelding 8 – Deze kleurenfoto is gemaakt op 12 april 2010.

Posted in Boerdereeje, Oll'ndeever | Leave a comment

Oad’nd Bult uut Oll’ndeever in un exesitiepaark

In verband met de oorlogsdreiging werd op 31 juli 1914 ter verdediging van de Nederlandse neutraliteit een algehele mobilisatie afgekondigd. Alle militairen moesten zich op 1 augustus 1914 melden bij hun kazerne. Het leger bestond uit de militie (het veldleger), de landweer (die bewaakte onder meer de grens, kust, bruggen en spoorwegen) en de landstorm.
Het veldleger telde 95.000 man. In totaal bracht Nederland meer dan 200.000 man onder de wapenen. Op 11 november 1918 tekende Duitsland de wapenstilstand en kwam een einde aan de Eerste Wereldoorlog. Op 12 november 1918 werd bekend dat 122.000 van de 237.000 gemobiliseerden naar huis mochten.

De redactie van ut Deevers Archief kent toe nu toe slechts één foto waarop een inwoner van de gemiente Deever ten tijde van de mobilisatie 1914-1918 is te zien. En dat is de in dit bericht afgebeelde zwart-wit foto. Op de hier afgebeelde foto is de Oll’ndeeverse boerenzoon Arend Bult als militair van het veldleger te zien.

De redactie van ut Deevers Archief prijst zich nog steeds bijzonder gelukkig op 8 september 2005 een gesprek te hebben gehad met de Oll’ndeeverse boer in ruste wijlen Jannes (Jans) Hendrik Hessel Bult en zijn vrouw Sytske van der Velde. Jannes (Jans) Hendrik Hessel Bult is een zoon van Arend Bult en Albertje Haveman. De redactie heeft een en ander van dat gesprek gepubliceerd in een bericht in het papieren blad Opraekelen nr. 05/3 (september 2005) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. De redactie zal dit bericht te gelegener tijd opnemen in ut Deevers Archief. De redactie mocht destijds van Jans Bult heel wat oude foto’s, die bewaard werden in een schoenendoos, scannen en gebruiken in berichten over het boerenbedrijf van de familie Bult in Oll’ndeever. Tussen die foto’s zat ook bijgaand afgebeelde historisch zeer waardevolle foto.

Arend Bult is geboren op 25 maart 1890 in Oll’ndeever. Hij is overleden op 27 juli 1962 in Zwolle. Hij is een zoon van boer Jannes Bult en Wilhelmina Hessels. Ten tijde van de mobilisatie trouwde hij op 1 november 1916 met Albertje Haveman. Op 18 december 1916 werd hun eerste dochter Wilhelmina (Mina) geboren. Op 16 september 1918 werd hun tweede dochter Aaltje geboren. Albertje Haveman is geboren op 29 augustus 1888. Zij is overleden op 26 maart 1975. De redactie verwijst voor een afbeelding van een foto van vader Jannes Bult en zoon Arend Bult naar het bericht In de bou bee boer Oad’nd Bult in Oll’ndeever.

Op de hier afgebeelde foto staat soldaat Arend Bult tussen twee andere soldaten (instructeurs ?) bij een kanon. De foto is direct aan het begin van de mobilisatie gemaakt tussen 1 augustus 1914 en 4 september 1914 in een ‘exercitiepark’. Dat zal een oefenterrein zijn geweest, waar gemobiliseerde soldaten het bedienen van een kanon leerden. Waar dit ‘excercitiepark’ zich bevond, dat is op het getoonde bord op de foto helaas niet te onderscheiden. De redactie weet niet of Arend Bult gedurende de gehele of een deel van de Eerste Wereldoorlog gemobiliseerd is geweest.

Posted in Ièste Wereldoorlog | Leave a comment

Hen ut feest mit de sundagse musse en ut oorieser op

eIn de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op woensdag 30 mei 1928 een verslag van de landbouwtentoonstelling in kieskring 1 van het Drentsch Landbouw Genootschap, die op 30 mei 1928 in Deever werd gehouden. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling was in Deever een volksfeest georganiseerd.

Landbouwtentoonstelling in Kieskring 1 van het D.L.G. op 30 mei 1929

Begunstigd door buitengewoon fraai zomerweer is heden in kieskring I van het Drcntsch Landbouwgenootschap te Diever de eerste landbouwtentoonstelling in deze provincie dit jaar gehouden. Het op de expositie aangevoerde vee, was in 9 rubrieken ondergebracht, waarvoor een flinke belangstelling bestond. Ook voor het ter opluistering ingezondene was wel belangstelling, terwijl voor de afdeeling landbouwhuishoudonderwijs, die in een lokaal der O.L.S. was ondergebracht en waar eveneens een demonstratie werd gegeven van de Provinciale. Drentsche Vereeniging “Het Groene Kruis”, speciaal het hygiënisch werk voor Moeder en Kind, veel animo bestond.
Voor een vijftal jaren werd deze landbouwtentoonstelling ook in Diever gehouden. In tegenstelling met thans regende het toen een groot gedeelte van den dag.
Toen we vanmorgen een kijkje door het dorp gingen nemen, bleek ons, dat verschillende eerebogen waren verrezen, die alle den toets der kritiek konden doorstaan. In ’t geheel waren er vier, n.1. bij het feestterrein, bij bakker Kuiper, bij ’t café “Brinkzicht’ en bij den heer Zaligman.
Om 9 uur stelde het muziekkorps „Excelsior” alhier zich bij het gemeentehuis op, alwaar eerst het “Wilhelmus” gespeeld werd Daarna ging het korps, vergezeld van de noodige belangstellenden, naar het feestterrein. Hier hadden zich inmiddels de deelnemers voor den optocht verzameld.
Nadat de opstelling had plaats gevonden, werden de prijzen voor de verschillende deelnemers aan den optocht bepaald.
De uitslag is als volgt:
Versierde wagens:
le pr. f 10 “Nationale Kleederdracht”;
2e pr, f 7.50 “De Ooievaars”;
3e pr. f 5 “Reddingboot Dorus Rijkers”;
4e pr. f 3 “De Vredesengel beschouwt het leger”;
5e pr. f 2 “Bloemenwinkel”;
6e pr. f 1 “Lindbergh” (vliegmachine);
7e pr. f 1 “Zigeuners”;
8e pr. f l “Kindervreugd.”
Versierde fietsen:
le pr. f 2.50 “De Ooievaar” van J. Hoogeveen;
2e pr. f 1 Fiets van Jantje Hunneman;
3e pr. f 0.50 “De Lentebode” van A. Winters;
4e pr. f 0.50 Fiets van H. Smit.
Versierde paarden:
Eenigste prijs f 2 A Koning.
Na den optocht door het dorp en naar Dieverbrug had in het café Slagter de vergadering van het tentoonstellingscomité plaats.
De opening geschiedde door den heer J. Mulder Wzn., Voorzitter van het Comité. Deze heette de aanwezigen hartelijk welkom en gaf vervolgens het woord aan den burgemeester, den heer H. G. van Os, die daarna de volgende openingsrede uitsprak: Mijnheer de Voorzitter.
Sta mij toe, dat ik, alvorens de vergadering met hare werkzaamheden aanvangt, een kort woord tot haar richt. Het Gemeentebestuur en ook de ingezetenen van Diever, stellen het steeds ten zeerste op prijs, wanneer aan Diever de beurt is voor het houden van de jaarlijksche tentoonstelling in kieskring I van het Drentsch Landbouw Genootschap en ik wil gaarne aan die gevoelens uiting geven door U uit hun naam een “hartelijk welkom” toe te roepen.
Nu meen ik dat het de gewoonte is, aan dat woord van welkom een overzicht te verbinden van den tegenwoordigen toestand van het landbouw- en veeteeltbedrijf en van de vooruitzichten voor de naaste toekomst. Ik hoop echter dat de leden mij van dien plicht wel zullen willen ontslaan. Want ik ben noch landbouwer, noch veefokker en mijn kennis van die zaken reikt dan ook niet veel verder dan die van den belangstellen.
Maar ook uit gevoelsoverwegingen komt het mij gewenscht voor, U een dergelijk overzicht te besparen. Want het is ook mij als belangstellend toeschouwer niet onbekend gebleven, dat die toestanden nu niet bepaald zoo zijn, als men die wel zou wenschen. En ik zou dan ook moeten vreezen, dat een opsomming van de verschillende factoren die de uitkomsten van Uw bedrijf zoo ongunstig beïnvloeden, de stemming op dezen dag tot onder nul zou doen dalen.
En dat zou ik betreuren. Immers een tcntoonstellingsdag als deze, mag men wel rekenen tot de hoogtij-dagen van den landbouwer. In vreedzamen wedstrijd ontmoet hij hier zijn beroepsgenooten uit deze en omliggende gemeenten; oude vriendschapsbanden worden weder aangeknoopt, vroegere kennismakingen hernieuwd, terwijl ook de beschouwing van het tentoongestelde bijdraagt tot vermeerdering van zijn kennis en dientengevolge tot, betere financieele uitkomsten van zijn bedrijf.
Verder is deze dag niet minder een dag van ontspanning. De plaatselijke feestcommissie heeft zich beijverd, door het organiseeren van verschillende feestelijkheden, voor U het verblijf in Diever zooveel mogelijk te veraangenamen en aldus het aangename aan het nuttige te paren.
De ingezetenen van Diever hopen dan ook, dat Gij tot het einde der feestelijkheden in hun midden zult willen vertoeven en dat Gij een goeden indruk van Diever en de Dievernaren naar Uwe woonplaatsen zult medenemen.
En hiermede, Mijnheer de Voorzitter, dank ik U voor de gelegenheid, mij geschonken om een kort woord tot de leden te richten en zal ik de vergadering niet langer van hare werkzaamheden afhouden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief bij het bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant
De redactie heeft niet het volledige bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant overgenomen, maar slechts tot en met de toespraak van burgemeester Hendrik Gerard van Os.
Een belangrijke activiteit van het Drentsch Landbouw Genootschap (D.L.G.) was het organiseren van landbouwtentoonstellingen, vooral voor de keuring van vee. De eerste tentoonstelling werd gehouden in 1845 an de Deeverbrogge, waar 7 paarden, 10 stieren en 11 koeien ter keuring werden aangeboden.
Burgemeester Hendrik Gerard van Os gaf in zijn toespraak luid en duidelijk aan niet te willen spreken over de economische en maatschappelijke gevolgen van de crisis in die jaren voor de boeren in de gemiente Deever en omliggende gemeenten.
Het Drentsch Landbouwgenootschap moest in crisistijd concurreren met de groeiende Drentsche Boerenbond, die opging in de Nationale Bond Landbouw en Maatschappij, die opging in het nationaal-socialistische Nederlandsch Agrarisch Front, een mantelorganisatie van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.). Het D.L.G. wilde volkomen terecht niet opgaan in het Nederlandsch Agrarisch Front. Op 24 februari 1942 hield het D.L.G. op te bestaan. Veel boeren in de gemiente Deever waren lid van Landbouw en Maatsxchappij geworden en daarmee in de Tweede Wereldoorlog indirect van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.).

Afbeelding 1
Foto in het tijdschrift ‘Het Noorden in woord en beeld’, jaargang 4, 1928-1929, nummer 11, 8 juni 1928.
Het bijschrift bij deze foto luidt al volgt:
Het manvolk alléén naar de tentoonstelling te Diever? Nee hoor, de zondagsche muts en ’t oorijzer op, zoo gaan de dames ook in ’t fijne kleed een kijkje nemen, want ook zij hebben verstand van vee en landbouw. Zoo’n vroolijk rijtje in de goede oude dracht fleurt het terrein daar bij de eereboog I

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief bij afbeelding 1.
Tijdens het volksfeest ter gelegenheid van de landbouwtenstoonstelling stond op vier plaatsen een ereboog in Deever: bij het feestterrein, bij bakker Kuiper, bij ’t café “Brinkzicht’ en bij den heer Zaligman.
De ereboog achter de vrouwen mit ut oorieser op stond in de Heufdstroate bij de manufacturenwinkel van Philippus Zaligman. Aan de rechterkant is nog net een stukje van de schilderswinkel van het huisschildersbedrijf van Geert Koster te zien. Op de achtergrond staat een A.N.W.B.-wegwijzer op de t-splitsing van de Heufdstroate en de Kruusstroate.
Op de foto zijn zes vrouwen in klederdracht met twee jonge kinderen in hun midden op een rij te voet in de Heufdstroate te zien, tijdens het volksfeest rondom de landbouwtentoonstelling in Deever. De namen van de vrouwen, de kleine jongen en het meisje met pothoed zijn niet bekend.


Afbeelding 2

Posted in Landbouw, Oorieser, Traditie, Volksfeest | Leave a comment

Un dronefoto van de legere skoele op de Westeresch

De redactie van ut Deevers Archief is een groot liefhebber van luchtfoto’s die gemaakt zijn binnen de grenzen van de gemiente Deever. Des te meer Deeverse luchtfoto’s hij aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan tonen, des te liever het hem is. En tegenwoordig kunnen luchtfoto’s ook gemaakt worden met behulp van een luchtvaartuig zonder piloot aan boord, dat wil zeggen met behulp van een drone.

Bijgaand afgebeelde luchtfoto van de openbare basisschool De Singelier op de Westeresch van Deever heeft Geert Starre gemaakt op 19 maart 2024 met behulp van een aan een drone bevestigde camera. Deze luchtfoto is te vinden in de webstee Natuurbeschermingswacht.nl van de Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en Omstreken.

Deze stichting ageert onder meer volkomen terecht tegen de economisch lucratieve echter gezondheidsondermijnende lelieteelt in de buurt van de openbare basisschool De Singelier en woningen op de Westeresch van Deever.

De bloembollenboer Maatschap Jolink uut Dwingel, die zichzelf schaamteloos de Trotse Bollenteler In Westerveld durft te noemen, wilde in het voorjaar van 2024 een grote akker naast de onverharde Molenweg op de Westeresch van Deever gebruiken voor het telen van lelies. Direct naast de Molenweg staan de openbare basisschool De Singelier en woningen aan de straat Lienland.

De bewuste reeds bewerkte akker is als een donker vlak aan de bovenkant van de hier afgebeelde luchtfoto te zien. Op 26 maart 2024 bleek dat bloembollenboer Maatschap Jolink uut Dwingel, na overleg met en intensief aandringen van de gemeente Westenveld, bereid was uit te wijken naar een ander perceel.

Afbeelding 1 – (© Natuurbeschermingswacht/Geert Starre – 19 maart 2024 – Alle rechten voorbehouden).
Achter de openbare basisschool De Singelier op de Westeresch van Deever lag een grote akker klaar voor het telen van leliebollen.

Posted in Legere skoele in Deever, Lelieteelt, Logtfoto | Leave a comment

De Witteler Baarg is toch un rieksmonement ewöd’n

In de Meppeler Courant van 25 februari 1981 verscheen het volgende bericht over de noodzakelijk geachte bescherming ingevolge de Monumentenwet van de Baarg van Wittelte. Zie afbeelding 4

Kasteelheuvel in bescherming
Wittelte – De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort heeft Gedeputeerde Staten van Drenthe geattendeerd op de aanwezigheid van een kasteelheuvel in Wittelte. De rijksdienst wijst erop dat zich in het grasland ten zuidoosten van Wittelte een ongeveer vier meter hoge kunstmatige heuvel met een diameter van 20 meter bevindt.
Rondom deze heuvel wijst een depressie op een vroeger hier aanwezige gracht. Het betreft hier één van een drietal (de andere zijn het Borgbarchien ten zuidwesten van Rheebruggen tussen Uffelte en Ansen en de Klinkenberg in het dal van de Geeserstroom ten zuidwesten van Gees) Drentsche kasteelheuvels, die dateren uit de Middeleeuwen.
Op grond van wetenschappelijk- en cultuurhistorische betekenis zal deze kasteelheuvel met het rondom aanwezige grachtprofiel te zijner tijd worden voorgedragen voor bescherming ingevolge de Monumentenwet. Het is de rijksdienst gebleken dat in het rapport voor de ruilverkaveling ‘Diever’ dit archeologische monument nergens wordt genoemd, hetgeen zou kunnen inhouden dat met deze heuvel en zijn naaste omgeving geen rekening wordt gehouden bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden. De rijksdienst meent er goed aan te doen Gedeputeerde Staten op dit moment te attenderen en de waarde ervan nog eens duidelijk te onderstrepen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief

Het is de redactie niet duidelijk wat de schrijver van dit artikel met ‘op grond van wetenschappelijke en cultuurhistorische betekenis’ heeft bedoeld. Zeker is dat de Baarg van Wittelte nooit oudheidkundig (laat staan wetenschappelijk) is onderzocht.

Boer Jacob (Jaap, Japie) Snoeken (de Snuuke) (zie afbeelding 3 voor een kleurenfoto van zijn graf) (dat hij ruste in vrede), de eigenaar van het land waarin de Baarg van Wittelte ligt, heeft hoogstpersoonlijk verhinderd dat de Baarg van Wittelte tijdens de uitvoering van de volstrekt overbodige ruilverkaveling is platgebulldozerd. Postuum driewerf hulde voor Jacob (Jaap, Japie) Snoeken (de Snuuke): hulde, hulde, hulde.

Zo kon de Witteler Baarg in 2002, meer dan 20 jaar na de volstrekt overbodige ruilverkaveling, als Franse mosterd na een schaal gloeiend hete bitterballen, alsnog op de lijst van rijksmonumenten (beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988) worden opgenomen. Voor wat dit waard is.

Afbeelding 1 – Burgemeester Hendrik Gerard van Os heeft bijgaand afgebeelde zwart-wit-foto van de Wittelter Baarg in 1927 gemaakt.
Abracadabra-1407
Afbeelding 2 – (© Ut Deevers Archief – 3 oktober 2012 – Alle rechten voorbehouden)
Wat nog over is van de Witteler Baarg.


Afbeelding 3 – (© Ut Deevers Archief – 17 mei 2023 – Alle rechten voorbehouden).
Het graf van Jacob (Jaap, Japie) Snoeken (de Snuuke) op de Baargakkers aan de Grönnegerweg bee Deever.

Afbeelding 4 – Bericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 25 februari 1981.

Posted in Aarfgood, de Witteler Baarg, Oudheidkunde, Wittelte | Leave a comment

De Vriesche Wech laangs Ooster- en Westerwoater’n

Afbeelding 2 toont een fragment van een oude kaart van de Landschap Drente.
Cornelis Pijnacker (1570-1645) heeft deze kaart in 1634 uitgegeven.
De kaart was opgenomen in de Atlas van Blaeu.
De kaart is aanwezig in het Regionaal Archief in Leiden.

Afbeelding 1 toont een fragment van het fragment van de oude kaart van de Landschap Drente.
Op deze afbeelding zijn Dieveren, Olde Diever, Calthorn, Wapse en Witholte ingetekend.
Weliswaar is Calthorn ver ten noorden van Dieveren ingetekend en is Olde Diever ver ten oosten van Dieveren ingetekend, maar dat mag de pret niet drukken.

En wat in dit fragment zeker de pret niet drukt is de ingetekende Vriesche Wech, die vanuit Steenwijk langs de gehuchten Ooster Wateren en Wester Wateren naar het noorden loopt. Denk hierbij aan de nog steeds aanwezige karresporen, die in 2011 zijn ontdekt. Welke van de twee gehuchten werd later Groot Wateren genoemd en welke van de twee gehuchten werd later Klein Wateren genoemd ?

Vanaf de vroege middeleeuwen tot in de achttiende eeuw volgden karren en koetsen een vaste route dwars door het veen en over het hoger gelegen Doldersummerveld. Het uitgesleten spoor van wielen werd steeds breder en dieper. Nog steeds is de Vriesche Wech als een lange laagte in het veld zichtbaar.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Laandkoate, Oudheidkunde | Leave a comment

Halifax B-11 LW-231 VR-F völ nièr in de Olde Willem

In De Ovend, het papieren blad van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte, staat in nummer 2001-1 het artikel ‘De oorlog in de Stellingwarven – 22’ van de heer W.H. de Vies. De redactie heeft schriftelijke toestemming van het bestuur van deze stichting het artikel op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is het bestuur van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
In het artikel beschrijft de heer W.H. de Vries in ut Stellingwaarfs het gebeurde na het neerstorten van een Canadese bommenwerper op 22 november 1943 in de bossen bij de Olde Willem.

De redactie van ut Deevers Archief besteed waar mogelijk aandacht aan het gebeurde in de Tweede Wereldoorlog in de gemiente Deever  Het genoemde artikel is een mooie aanvulling op de andere berichten in ut Deevers Archief over de neergestorte Canadeze bommenwerper, vooral omdat dit artikel in het Stellingwaarfs is geschreven.

De oorlog in de Stellingwarven – 22
Veur disse oflevering gaon we mar es een keer buten de Stellingwarven en de reden daortoe is, dat ik in de loop van november jongstleden opbeld wodde deur de veurzitter van de Historische Verieninge van Diever. Disse man vertelde mi’j dat d’r op 22 november in de bossen bi’j Diever een monement onthuld wodden zol deur de burgemeester van de gemiente Westerveld. Dit monement hadde betrekking op de bemanningsleden van een Kannedeze bommewarper die in november 1943 daor daelekommen was en waorbi’j alle zeuven bemanningsleden ommekommen weren. 1k wodde uutneudigd daor bi’j te wezen. 1k gong daor mit graegte op in, mar mit et weer troffen we et jammer genoeg niet, want et regende de hiele tied piepestaelen. Et groepien meensken dat et toch waogd hadde d’r deur te gaon, wodde toespreuken deur de veurzitter van de verieninge en doe deur de  burgemeester, die drekt daorop et monement onthulde. Dit monement, bestaonde uut een grote baistien mit de naemen van de zeuven jonge manluden die daor de dood vunnen hadden, was schonken deur een peer bedrieven en et wark van een peer leden van de Historische Verieninge Diever. Jammer was, vun ik, dat et monement niet hielemaole op et juuste plak staot. Et hadde ongeveer een dikke kilemeter veerder de bossen in staon moeten, mar dan hadde et niet hielemaole an et begaonbere pad
staon.

22 november 1943
As we weerommegaon naor die daotum, now zesenvuuftig jaor leden, vienen we daor et volgende: op ‘e aovend van de 22e november 1943 gongen van verschillende vliegvelden in Ingelaand om percies te wezen 764 bommewarpers de locht in veur een anval op de Duutse heufdstad Berlien. D’r hong boven et kontinent een zwaore bewolking op ongeveer 3.000 meter, zodat de hiele vlocht boven de wolken vleugen wodde.
lene van de bommewarpers zol Berlien nooit haelen, mar zol zien aende vienen in de staotsbossen bi’j Diever. Et bedoelde vliegtuug was een viermotorige bommewarper van de Handley page-febriek van et type Halifax B II, no. LW 231, letters VR-F, van et 419e Kannedeze Moose-Squadron en opstegen van et vliegveld Middleton St. George. An boord weren zes Kannedezen en iene Ingelsman. Om een ure of zeuven henne in de aovend kreeg een Duutse naachtjaeger de Halifax in de omgeving van Diever te pakken en scheut mit een goed richt salvo et Kannedeze vliegtuug in de braand. Branende as een liere kwam et vliegtuug naor beneden en kwam daele zo om-en-de-bi’j aanderhalve kilemeter oostelik van de Bosweg tussen Diever en Waoteren in de staotsbossen (bosvakken 9 en 11, vlak aachter de tegenwoordige speulweide). Deur de ontploffing weren ok stokken van et vliegtuug daelekommen in et bosvak 61 onder Oolde Willem.

Repot
Et heufd van de lochtbescharmingsdienst uut Diever stelde een onderzuuk in en maekte et volgende repot op (de ondertekening is onleesber): Op maendag 22 november 1943 om-en-de-bi’j 20.00 ure henne, kreeg ik een tillefoontien van de kok-beheerder van et warkkamp B in Diever, dat in de richting van De Smilde op grondgebied van staotsbosbeheer in degemiente Diever een vliegtuug daelekornmen was en in de braand ston. Tegere mit de burgemeester van disse gemiente en de gemientedokter heb ik mi’j mit een auto naor et opgeven plak rieden laoten. Wi’j troffen an de linkerkaante van et fietspad, dat van de zonuumde ringdennen naor De Smilde lopt, om-en-de-bi’j twie kilemeter vanof de scheiding tussen De Smilde en Diever, een branend vliegtuug an. Neffens een ooggetuge weren de bommen die et vliegtuug bi’j him hadde ontploft. Deur disse ontploffing weren brokstokken van de mesiene her en der votvleugen. In de stat van et vliegtuug zag ik een liek liggen en in de rompe nog iene. Et is niet warschienlik dat d’r mannen uut et vliegtuug sprongen binnen, omdat ze daor volgens een getuge gien tied veur had hebben. Op de rompe van et vliegtuug stonnen de letters F en VR. (VR weren de Squadronletters van et 419e Squadron en de F was de radioletter en et was de ofkotting van de naeme Freddy, W.H. de V.) Veerder vunnen wi’j de registertekens LW23 1 en veerder weren anbrocht een peer cirkels in de kleuren oranje, wit, geel en blauw. (Dat nommer bestaonde uut twie letters en drie ciefers was et perduktienommer van de febriek en de kleurde cirkels weren de nationaliteitstekens van de Ingels/Kannedeze lochtmacht, W.H. de V.)
1k hebbe bi’j et vliegtuug een bewaeker aachterlaoten, die volgens toezeggings van de heufdwaachtmeester Dolfing uut Dwingel deur de pelisie oflost wodden zol. In de loop van de naacht van 22 op 23 november 1943 is de bewaeking deur Duutse soldaoten overneurnen.
Naoderhaand is bleken dat et toestel van et type Halifax was en een bemanning van 8 man hadde, die allemaole de dood vunnen hadden. (Acht man was niet waor, mar dat kwam pas nao de oorlog uut, W.H. de V.) Et vliegtuug is waorschienlik in de locht al uut mekeer klapt, want in de wiede omtrek laggen stokken en brokken verspreid. Twie moters mit de propellers weren 500 a 1.000 meter veerderop daelekornmen. Aldus tekend in Diever. enz.

Identifikaosie
Twie jonge mannen uut de Halifax konnen hi’j et oproemen van de wrakstokken identificeerd wodden en dat weren de beide air gunners (schutters): Sergeant George Alexander May uut Ontario. Kannede en Warrant Officer Joseph Lesage ok uut Kannede. mar et adres is niet bekend. Dc aandere vuuf bemanningsleden weren zo verminkt en verbraand dat identifikaosie niet lokte. Ze bin doedestieds naost de beide aanderen as onbekende soldaoten in Diever begreyen. Dc verminkings weren zo slim, dat ze zels dochten dat d’r niet vufe, mar zesse niet te herkennen overschotten burgen weren. De resten bin dan doe ok as acht personen begreven in acht kisten. Ze bin destieds ok in acht kisten opbaord in de karke van Diever.

Ingelse identifikaosie
Doe de Ingelse identifikaosiedienst nao de oorlog dan ok veur identifikaosie op et karkhof van Diever kwam, bleken daor acht greven to wezen. waor mar twieje van een naeme hadden. Disse meensken weren d’r al gauw aachter dat hier een vergissing begaon was en ien graf wodde ruumd en bi’jvoegd. De vuuf greven zonder naeme konnen now ok identificeerd wodden omdat disse dienst naost de listen mit naemen ok alle dienstgegevens over disse jonge kerels hadde en nog het.
Alle medische gegevens over disse militairen bin veurhanen, o.e. et gebit enz. De vuuf onbekenden die toegelieke mit May en Lesage begreven weren en mit heur onderweg weren naor Berlien mar bi’j Diever heur aende vunnen hadden weren: de piloot Pilot Officer William Langenbeck Hunter uut Vancouver, Kannede. de radiotillegrafist Sergeant George Alexander Howitson ok uut Vancouver, Kannede, de boordwarktuugkundige Sergeant Wilbert Blake Jones uut Crayford, Ingelaand, de bommerichter Flight Sergeant Malcolm Archie McKellar uut Esquimalt, Kannede en de navigator Flying Officer Richard John Newman uut Toronto, Kannede. As we now op et karkhof van Diever kommen vienen we gien acht greven meer mar zeuven en dan zien we ok dat de ooldste 21 was en de jongste 18 jaor. En dat allemaole om een gekke schilder uut et oosten d’r onder te kriegen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De heer W.F. de Vries is ook de schrijver van het boek De regio tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zie de tekst over de neergestorte Halifax en zijn bemanning op de bladzijden 43 en 44 van het genoemde boek. De redactie is nog niet bekend met de voornamen van de heer W.F. de Vries.
De Nederlandse versie van het ‘repot’ van het hoofd van de luchtbeschermingsdienst in de gemiente Deever is te lezen in het bericht Halifax B11 LW 231 VR-F völ nièr in de Olde Willem.
De redactie zal te gelegener tijd een
Deeverse vertaling van het bericht opnemen in ut Deevers Archief. Ut Deevers is een zusterdialect van ut Stellingwaarfs, dat an de aandere kaante van de Deeverse bos wordt gesproken.

Afbeelding 1 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 16            Afbeelding 2 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 17

Afbeelding 3 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 18            Afbeelding 2 – De Ovend – 2000/1 – Bladzijde 19

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.
In de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever zijn begraven de zeven bemanningsleden van een geallieerde bommenwerper, te weten zes Canadezen en een Engelsman, die zijn gesneuveld op 22 november 1943, toen hun Halifax bommenwerper werd neergeschoten in de Olde Willem.

Posted in de Olde Willem, Oorlogsgraf, Oorlogsmonement, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Un dronefoto van ut olde korfbalveld van ome Piet

De redactie van ut Deevers Archief is een groot liefhebber van luchtfoto’s die gemaakt zijn binnen de grenzen van de gemiente Deever. Des te meer Deeverse luchtfoto’s hij aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan tonen, des te liever het hem is. En tegenwoordig kunnen luchtfoto’s ook gemaakt worden met behulp van een luchtvaartuig zonder piloot aan boord, dat wil zeggen met behulp van een drone.

Bijgaand afgebeelde luchtfoto heeft Geert Starre gemaakt op 19 maart 2024 met behulp van een aan een drone bevestigde camera. Deze luchtfoto’s zijn te vinden in de webstee Natuurbeschermingswacht.nl van de Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en Omstreken.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westenveld, in de persoon van VVD-wethouder Renate Masselink-den Hollander,  heeft de gemeenteraad in december 2024 voorgesteld 20 zo genoemde “flexwoningen” te bouwen aan de Dingspil in Deever. Het is de bedoeling dat die 20 woningen verhuurd gaan worden aan starters, spoedzoekers, statushouders en reguliere huurders. De term “flex” is een politieke rad-voor-ogen-draai-term voor “definitief”.

Op afbeelding 1 is het terrein voor de 20 huurwoningen naast het plaatselijke krimpfiliaaltje van de Möppeler scholenmoloch Stad en Esch op de Westeresch van Deever te zien. De redactie herinnert zich dat dit terrein vroeger werd gebruikt door korfbalvereniging ODIVAL.

Met deze “flexwoningen-truc” meent het college met geschwinde spoer en in gestrekte draf te kunnen zorgen voor meer betaalbare huurwoningen in de gemeente Westenveld. Het college stelt voor de huurwoningen ten minste 15 jaar te laten staan. Het college wil na die 15 jaar beoordelen of de huurwoningen dan nog nodig zijn en zo ja of ze dan op die plek blijven staan of verhuizen naar een nieuwe locatie. Zelfs elke politieke onbenul kan met de klompen en met twee paar wollen sokken aan voelen dat die zo genoemde “flexhuurwoningen” er definitief over 30 jaar nog zullen staan.

Tennisvereniging Diever wil de grond van haar vereniging beschikbaar stellen voor zestig (flex) woningen. Die suggestie deed voorzitter Nico Werumeus Buning op 10 december 2024. Daarvoor in de plaats wil de vereniging samen met andere verenigingen een nieuwe accommodatie delen in het dorp. Dit is goed beredeneerd en goed doordacht en veel beter plan dan het politieke overvalplan dat VVD-wethouder Renate Masselink-den Hollander met een vloek en een diepe zucht Deever door de strot wil duwen. Zie op de webstee van RTV-Drente het bijzonder interessante bericht Tennisvereniging Diever doet opvallende suggestie: woningbouwkavels in ruil voor nieuwe accommodatie.

De hier afgebeelde dronefoto (afbeelding 1) zal, in het geval het terrein tussen de Molenweg en het plaatselijke krimpfiliaaltje van de Möppeler scholenmoloch Stad en Esch op de Westeresch van Deever volgeplempt gaat worden met 20 huurwoningen, van historische waarde worden.

Afbeelding 1 – (© Natuurbeschermingswacht/Geert Starre – 19 maart 2024 – Alle rechten voorbehouden).

Posted in Logtfoto, Westeresch, Woningbouw | Leave a comment

Un dronefoto van de Westeresch van Deever

De redactie van ut Deevers Archief is een groot liefhebber van luchtfoto’s die gemaakt zijn binnen de grenzen van de gemiente Deever. Des te meer Deeverse luchtfoto’s hij aan de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan tonen, des te liever het hem is. En tegenwoordig kunnen luchtfoto’s ook gemaakt worden met behulp van een luchtvaartuig zonder piloot aan boord, dat wil zeggen met behulp van een drone.

Bijgaand afgebeelde twee luchtfoto’s heeft Geert Starre gemaakt op 19 maart 2024 met behulp van een aan een drone bevestigde camera. Deze luchtfoto’s zijn te vinden in de webstee Natuurbeschermingswacht.nl van de Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en Omstreken. Deze stichting ageert onder meer terecht tegen het falende beleid van de gemeente Westerveld.

De bloembollenboer Maatschap Jolink uut Dwingel, die zichzelf schaamteloos de Trotse Bollenteler In Westerveld durft te noemen, wilde in het voorjaar van 2024 een grote akker naast de onverharde Molenweg op de Westeresch van Deever gebruiken voor het telen van lelies. Direct naast de Molenweg staan de basisschool De Singelier. en woningen aan de straat Lienland.

Op 25 maart 2024 meldde RTV-Drenthe:
Het is nog allerminst een uitgemaakte zaak dat een bollenteler op een stuk land ten zuiden van Diever lelies kan telen. Omdat dit op veertig meter van een basisschool en peuterspeelzaal en vlak bij een woonwijk gebeurt, zijn 35 ouders en omwonenden op de barricaden geklommen. Ze spannen een rechtszaak aan om de lelieteelt koste wat kost te voorkomen.
De groep maakt zich grote zorgen over de effecten van de bestrijdingsmiddelen op de gezondheid en vooral op die van kinderen en jongeren die dagelijks leren, spelen en sporten in de directe omgeving, zo is te lezen in een persbericht dat door de bezorgde omwonenden en ouders is opgesteld.

Volgens een woordvoerder van de groep van 35 ouders en omwonenden is de vrees dat de kinderen op school en de omwonenden gevaar lopen door de pesticiden die bij de teelt van lelies worden gebruikt. Hij poneerde: “Zo’n langjarige blootstelling aan bestrijdingsmiddelen brengt veel risico’s voor onze gezondheid met zich mee, vooral voor opgroeiende kinderen”.

Op 26 maart 2024 bleek dat de gemeente in gesprek met de bloembollenboer een andere oplossing had gevonden: “We hebben de teler enkele weken geleden gevraagd om op zoek te gaan naar een ander perceel, dat is uiteindelijk na wekenlang intensief overleg gelukt” aldus wethouder Renate Masselink (VVD), na een spoeddebat in de gemeenteraad. Daarmee was de rechtzaak en de lelieteelt aan de Molenweg op de Westeresch van Deever vooralsnog van de baan.

Afbeelding 1 – (© Natuurbeschermingswacht/Geert Starre – 19 maart 2024 – Alle rechten voorbehouden).
De grote akker naast de Molenweg op de Westeresch van Deever lag klaar voor het planten van leliebollen.

Afbeelding 2 – (© Natuurbeschermingswacht/Geert Starre – 19 maart 2024 – Alle rechten voorbehouden).
De grote akker naast de Molenweg op de Westeresch van Deever lag klaar voor het planten van leliebollen.

Posted in Legere skoele in Deever, Lelieteelt, Logtfoto, Westeresch | Leave a comment

Ur laag nog un beetie snee op Zorgvliet

De heer Hans Salverda, inwoner van Zorgvliet, bodemkundige, historicus, veldonderzoeker van de historie van de buitenruimte van Zorgvlied en Wateren, kunstschilder-Hans-Kuiper-deskundige, boekenschrijver, artikelenschrijver, paardeliefhebber, winterwandeling-organisator, lokale gids, radioprogrammamaker, kenner van het Stellingwerfs, en mogelijk andere deskundigheden, had op 13 februari 2025 de tegenwoordigheid van geest een paar foto’s van de Dorpsstraat op Zorgvliet met aanliggende bebouwing in de smeltende sneeuw te maken.
De redactie van ut Deevers Archief is de heer Hans Salverda bijzonder erkentelijk voor zijn toestemming zijn foto’s in ut Deevers Archief te mogen tonen.
Vanwege de veranderingen in het klimaat en de stijgende temperaturen in de winter zijn de hier getoonde foto’s over enige jaren ongetwijfeld van historische waarde.
De redactie toont bijzonder graag objecten binnen de grenzen van de gemiente Deever in de sneeuw. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid zijn (oude) winterfoto’s in ut Deevers Archief te tonen ?

Afbeelding 1 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden)
De Dorpsstroate op Zorgvliet.
Afbeelding 2 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden)
Ut eup’mlogtmuseumpie op ut Museumplein, ook wel Tied-Zat-plein genoemd.

Afbeelding 3 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden).
De kattelieke kaarke en de husies noast de kaarke.

Afbeelding 4 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden).
De kattelieke kaarke en de husies noast de kaarke.

Afbeelding 5 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden).
De kattelieke kaarke mit de dorpsvlagge van Zorgvliet en Woater’n. De dorpsvlagge is wel toe aan vervanging.


Afbeelding 6 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden).
Villa Aurora an de Dorpsstraote.


Afbeelding 7 – (© Hans Salverda – 13 februari 2025 – Alle rechten voorbehouden).
Kuunstwaark en de klokke van Tied Zat op ut Museumplein, ook wel Tied-Zat-plein genoemd.
Ut kuunstwaark is een met behulp van een snijbrander opengewerkt gedeelte van een stalen buispaal.
De redactie van ut Deevers Archief heeft nog steeds geen idee wat dit brok roestend staal moet voorstellen.

Posted in Dorpsstroate, Winter, Zorgvliet | Leave a comment

Ut vuslag van N.B.S.-commedant Aubut Wiglema

Albert Wiglema, district-architect van de gemeenten Diever, Dwingelo en Havelte van 1941 tot 1951, was in en kort na de Tweede Wereldoorlog de plaatselijke commandant van de Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten in de gemiente Deever. In het najaar van 1945 schreef hij zijn volgende verslag van de gebeurtenissen in Deever op 9, 10, 11 en 12 april 1945.

In den nacht van 9 April zijn in de omgeving van het zogenaamde werkhuis aan de Groningerweg, in de bosschen plusminus 2 kilometer ten noord-oosten van het dorp, een groep parachutisten geland. Maandagmorgen 9 April werd de aanwezigheid der parachutisten door wandelaars ontdekt, die dit terstond hebben doorgegeven aan den waarnemend commandant der N.B.S. te Diever.

Door toevallige omstandigheden was ons bekend dat bij den landwachter Balsma en den burgemeester Posthumus het plan bestond om op de middag van 9 april er tusschen uit te gaan. Eigenhandig geschreven brieven van Posthumus, die later op hem werden gevonden, aan den secretaris der gemeente Diever en aan de Commissaris der Provincie, gedagtekend 9 april, waarin hij mededeeling deed van zijn vertrek met ziekteverlof, hebben bewezen dat het vermoeden van hun afreis juist was. Uit vroegere uitlatingen van deze heeren werd gevreesd dat zij voor hun vertrek nog last en leed zouden veroorzaken.

Als plaatselijk commandant heb ik in overleg met de waarnemend commandant het plan opgevat om de parachutisten te verzoeken Balsma en Posthumus voor hun vertrek, hetwelk vermoedelijk op 2 uur was gesteld, te arresteeren. Beide heeren en vooral Balsma, waren de gevaarlijkste N.S.B.’ers uit ons dorp en het kwam ons wenschelijk voor deze heeren de pas af te snijden daar zij anders tot alles in staat konden zijn.

Ook Posthumus, evenals andere inwoners van Diever, was het bekend dat er zich parachutisten in de bosschen bevonden.
De waarnemend commandant der N.B.S. was als postkantoorhouder bekend dat Posthumus in den morgen van 9 april een telefoongesprek had gevoerd met een Duitsche instantie te Assen over de aanwezigheid der parachutisten met de mededeeling dat de bewoners van Diever hierover in ongerustheid verkeerden. Hij had evenwel ten antwoord gekregen dat uit Assen geen hulp gezonden kon worden. De heeren in Assen gevoelden er blijkbaar niet veel voor hier heen te komen.

Gesteund door het feit dat van Duitsche zijde geen steun werd verleend, meenden wij dat er zoo spoedig mogelijk moest worden ingegrepen om de heeren Balsma en Posthumus te doen verdwijnen. Aan dezelfde wandelaars (den heer en mevrouw Ter Laan), die ons de aanwezigheid der Fransche parachutisten berichtten, hebben wij toen verzocht om den commandant te verzoeken onmiddellijk, het was toen kwart over 12, tot de arrestatie over te gaan. De afspraak was tevens dat een ons onbekende Nederlander, wonende in het zomerhuisje op de Hezeresch, die als tolk en gids dienst deed bij de parachutisten, mede zou komen aan wien wij in het dorp aanwijzingen zouden geven over de situatie van de woning van Balsma.

Nadat de wandelaars vertrokken waren begaf ik mij naar de begraafplaats vanwaar ik de zandweg kon overzien, uit welke richting de parachutisten moesten komen. Na zeer korten tijd zag ik de heeren reeds naderen in de nabijheid van het hunnebed.
Ik begaf mij daarop ten spoedigste weder naar het dorp om op de hoek bij mijn woning de noodige aanwijzingen te kunnen geven. De heer Schoemaker postte eveneens in de Hoofdstraat met dezelfde bedoeling. Toen de parachutisten juist onder het middaguur de Hoofdstraat binnen kwamen, waren er zeer weinig menschen op straat, doch toen zij goed en wel aan het einde der straat waren, kwamen de nieuwsgierigen buiten. De eerder genoemde Nederlander was niet meegekomen.

De woning van Balsma en het gemeentehuis werden omsingeld en alleen Posthumus werd meegenomen. Balsma bleek onvindbaar, hoewel hij voor de komst der parachutisten mede aan tafel zat te eten. Hij had zich in de woning verstopt en er was geen kans geweest nadien de woning te verlaten, omdat de omwonenden uiterst waakzaam waren. De vrouw van Klamer (Paulientje) die toen ter tijd bij Balsma de huishouding verzorgde en hem tevens de noodige gezelligheid verschafte, zag nog kans naar Dwingeloo te ontvluchten. (Balsma was weduwnaar).

Posthumus is met de parachutisten meegenomen naar het bosch. In de middag is de woning nogmaals doorzocht, doch Balsma bleek onvindbaar. Om 8 uur zijn zij nog eens terug gekomen en hebben toen de auto van Posthumus, die achter het gemeentehuis gestald was, meegenomen.

Na het eerste bezoek der parachutisten werd door ons besloten direct leden van de N.B.S. te doen posten om de woning van Balsma, omdat het zeker was dat hij er nog in moest zijn. Ook voor de nacht werden wachten aangewezen, tevens zijn leden van de N.B.S. naar het bosch gezonden om ter bewaking van de arrestanten behulpzaam te zijn. In het late avonduur (plusminus 22.30 uur) arriveerde langs de Achterstraat bij de woning van Balsma de N.S.B.’er en evacuatieleider Stephan (deze is eenigen tijd na de bevrijding naar zijn vroegere woonplaats Zwolle overgebracht), die naar zijn zeggen eens naar de kinderen van Balsma wilde gaan kijken. Later stond wel vast dat hij met Balsma zou overleggen om er tusschenuit te gaan.

Stephan werd door de N.B.S.’ers in samenwerking met de politie gearresteerd en naar het gemeentehuis overgebracht, waar hij onder bewaking werd gesteld van de overige leden van de wacht. Hoe riskant deze activiteit van de N.B.S. was, blijkt destemeer indien wordt vermeld dat in dezelfde nacht van maandag op dinsdag er nog geregeld Duitsche militairen per fiets en auto door het dorp passeerden. Het kwam zelfs voor dat enkele fietsende Duitsche militairen één der posten (H. Zoer) vroeg wat hij in het late avonduur op straat deed, waarop deze prompt ten antwoord gaf dat hij tot het bewakingspersoneel van het distributiekantoor en het gemeentehuis behoorde, en even een luchtje ging happen. Op het zelfde moment had men de arrestant Stephan even buiten, deze werd bij het hooren van de Duitschers onder bedreiging van de revolver door J. Koning direct weer naar binnen gedreven. Stephan is diezelfde nacht (plusminus half vijf) naar het bosch bij de parachutisten gebracht. De bewaking van de woning van Balsma werd ook dinsdag nog voortgezet.

Ondanks de bewaking is het Balsma evenwel toch gelukt zijn woning te verlaten. In de nacht van maandag op dinsdag (plusminus 23.30) is hij ontvlucht en is in Wateren door J. Oosterhof onderdak verleend tot dinsdagmiddag, daarna is hij vertrokken in de richting Appelscha en is daar aldaar gearresteerd door K.P.’ers. Dat hij de kans heeft gehad te ontvluchten kan alleen zijn op een moment dat de wacht op de weg zich even moest verwijderen voor passeerende Duitschers.

Maandagmiddag na de arrestatie van Posthumus werd vanuit Vledder door burgemeester Boelens het gemeentehuis te Diever opgebeld ter informatie naar het gebeurde. Het bleek toen dat deze al van het geval afwist. Wij vreesden toen S.D. maatregelen vanuit Steenwijk, zoodat ik na overleg met de waarnemend commandant er de parachutisten mee op de hoogte bracht en verzocht de weg van Wapse nabij de rand van het dorp te doen bewaken. Later bleek dat dit verzoek niet rechtstreeks was gericht aan den commandant, doch aan de eerder genoemde Nederlander (Hengel). Gebleken is dat hij dit verzoek niet had overgebracht. Wij vreesden voor de komst van de S.D. uit Steenwijk en hebben er zelfs dinsdags nog herhaaldelijk op aangedrongen om vanuit Berkenheuvel den weg vanaf Vledder onder vuur te nemen. Wij hadden daarvoor de hulp van de parachutisten nodig, aangezien wij zelf helaas over geen wapens beschikten.

Door de N.B.S. werden de parachutisten waardevolle inlichtingen verstrekt omtrent het verkeer op de rijksweg en in de Drentsche Hoofdvaart, ten gevolge waarvan door deze parachutisten werden vernield, een schip met machines en munitie, een sleepboot, verschillende motorvoertuigen, enzovoort. Het bericht van het munitieschip werd aanvankelijk ook door de Nederlander in twijfel getrokken. Later vervoegden wij ons uitsluitend tot de commandant van de parachutisten.

De bevolking van Diever, die zich door de aanwezigheid van de parachutisten eenigszins bevrijd voelde, begon vijandigheden tegen de geëvacueerde N.S.B.’ers, welke in de woningen van de ondergedoken hoofden van scholen woonden en bezig waren met medeneming van verschillende eigendommen van de wettige bewoners de beenen te nemen. Leden van de N.B.S. waarschuwden de bevolking tegen deze activiteit, maar konden niet verhinderen dat de N.S.B.’ers lastig werden gevallen. De politie wist echter tusschen beide te komen en het liep dan ook met een sisser af. Een zekeren Van der Veen (heeft zich door ophanging van kant gemaakt tijdens zijn verblijf in de cel te Diever enkele weken na de bevrijding), die in de woning van Roosjen huisde, heeft tijdens het voorval 2 kinderen van Keisper (huizende in dezelfde woning) naar Havelte gezonden om hulp bij de daar nog aanwezige Duitschers te vragen. Dit is door het meisje van Keisper zelf verklaart. Als gevolg hiervan is op 10 April een detachement Duitschers naar Diever gekomen.

Dinsdagmiddag 4 uur verschenen op de Brink te Diever een 5-tal heel gewone Duitschers, die naar het leek op de terugtocht waren, later bleek dat dit 5-tal de voorpost vormde. Direct werd dit aan den commandant der parachutisten gemeld welke direct bereid was om hulp te zenden. Op hetzelfde moment brachten nog enkele jongens en burgers een gewezen S.S.-man genaamd Jan de Weerd, die zij opgehaald hadden uit Oldendiever, naar het kamp der parachutisten. Een groep van 8 parachutisten vertrok onmiddellijk onzichtbaar in de richting van het dorp. De eerder genoemde Hengel meende dat het niet van veel belang was dat deze melding werd gedaan. Hij merkte nog op dat wij steeds wat anders hadden. Gelukkig dat wij nu rechtstreeks met de commandant zelf hadden overlegd. Na eenigen tijd verschenen er meerdere Duitschers in het dorp uit de richting Wittelte en Vledder.

Op het moment dat de 8 parachutisten in de richting van het dorp verdween, bevond ik mij in het kamp en wilde vanaf de Hezenberg (zomerhuisje van Van Giffen) naar het dorp, toen nabij dit huisje de kogels reeds door de boomen vlogen. Ik bleef toen in dit huisje en zag vandaar dat de Duitschers op de hoek van de Burgemeester van Oslaan, nabij de kadaverbak uit een auto stapten en achter elkaar door een sloot optrokken in de richting van de vuilnisbelt. Ik zag dat de parachutisten de Duitschers, die zich inmiddels verscholen hadden in het hakhout bij de vuilnisbelt, deze door de droge sloot op zeer korte afstand naderden en plotseling een handgranaat van groot formaat op de Duitschers wierpen. Dit moet tot gevolg gehad hebben dat daarbij een tiental Duitschers, waaronder waarschijnlijk ook de commandant van het detachement zijn gedood.

Dit zal in hoofdzaak de aanleiding geweest zijn dat ’s avonds een 10-tal dorpelingen gefusilleerd werden. Vermoedelijk had deze commandant de opdracht om bij de aftocht der Duitschers uit Steenwijk daar belangrijke gebouwen, zoals postkantoor, kazerne, station, enzovoort te vernielen, hetgeen nu niet is gebeurd.

Ik zag iemand kruipende over het bouwland vanaf Diever in de richting van het bosch vluchten. Later bleek dit de B.S.’er H. Zoer te zijn, die gewond was. Tijdens het gevecht van de parachutisten met de Duitschers was de koerierster G. Schoemaker alleen met de 6 arrestanten in het kamp achter gebleven en moest deze bewaken. Na de gevechten trokken de parachutisten weer terug naar het kamp waar inmiddels 4 dorpelingen hun bescherming vonden, namelijk de plaatsvervangend commandant en de koerierster, terwijl de twee politie agenten, die in het dorp nog met de Duitschers van de voorpost hadden staan praten en zich ook in het dorp niet meer veilig voelden.
Daarna is de groep parachutisten met de 6 arrestanten en de 4 burgers verder het bosch ingetrokken. Twee nachten hebben wij in het bosch doorgebracht, de eerste nacht in de omgeving van de Haarsluis en de tweede aan de Torenlaan.
In de loop van dinsdagavond hadden de Duitschers nog versterking gekregen en zijn in het wilde weg vanaf het dorp begonnen te schieten in de richting van het bosch waar zij de parachutisten nog verwachten. Een woning van J. Bijker en een schuur bij het werkhuis werden in brand geschoten. De Duitschers durfden het bosch niet in te trekken. Woensdagmorgen werd ons vanuit Berkenheuvel bericht gezonden van de 11 slachtoffers.

Verslag van K. Westerhof te Diever, dinsdag 10 april.
Om ongeveer 16.00 uur liepen K. Westerhof en R. Hunneman op de nieuwe weg en zagen twee Duitschers op hun afkomen, die hen arresteerden en mede namen naar een autoschuilplaats aan dezelfde weg gelegen. Drie kwartier later werden H. Houwer en K. Houwer opgepakt, welke ook in dezelfde schuilplaats werden ondergebracht. Even daarna kwamen er nog twee vreemden, te weten A. Janssen en J. Janssen, wonende te Tilburg, welke hetzelfde lot ondergingen. Vervolgens werden al de gevangenen om17.00 uur naar de Burgemeester van Osbank gebracht, waar reeds aanwezig waren: H. Bennen, K. Daleman, J. Houwer en C. Kerssies, welke op aanwijzing van hier na te noemen Van der Veen waren gearresteerd.
Allen werden op een auto geladen en naar de kerkhofwal achter het woonwagenkamp gebracht, waar een woonwagenbewoner H. Akkerman genaamd ook nog werd gearresteerd.

Intusschen hadden J. Koning en H. Zoer gepoogd om de Fransche parachutisten te waarschuwen, doch deze werden door de Duitschers onder vuur genomen, waarbij J. Koning zwaar gewond bleef liggen en aan een verbloeding overleed, wegens het  ontbreken van medische hulp, daar deze niet mogelijk was, aangezien de Duitschers alles onder vuur namen. H. Zoer kon, hoewel licht gewond, ontkomen, daar de Duitscher welke Konning neerschoot, direct daarop door een parachutist werd neergelegd.

Toen de gearresteerden bij het woonwagenkamp waren aangekomen, werden zij met de handen omhoog tegen de wal gezet, onder bewaking van drie Duitschers. Op hun vraag wat zij hier moesten, vroegen de Duitschers wat zij misdreven hadden. Toen zij antwoorden dat zij niets hadden gedaan, zeiden de Duitschers dat er een auto naar Steenwijk was om een paar hooge officieren te halen. Later om ongeveer 18.45 uur, kwamen er drie luxe auto’s waarin de bewuste officieren zaten. Eén van deze officieren stapte uit, keek de gevangenen aan en maaide ze direct met een mitrailleur neer. De slachtoffers vielen over en door elkaar, waardoor het K. Westerhof, welke een schot in de buik en drie schampschoten langs zijn dijbeen had, doch niet doodelijk gewond was, gelukte zich schijndood te houden.

Daar de getroffenen in hun doodsstrijd geweldig kreunden, gaven de Duitschers nogmaals vuur, waarna het stil werd.
Westerhof hoorde nog iemand van het detachement Duitschers zeggen: “Ze zijn allemaal dood.” Dit werd in het Hollandsch gesproken. Na nog eenige tijd te hebben staan praten en zoo nu en dan gekeken te hebben of alle levensteekenen geweken waren, vertrok het Duitsche detachement om ongeveer 22.00 uur in de richting Steenwijk.

De namen der slachtoffers en de verdere bijzonderheden zijn als volgt:
Akkerman, Hendrik, geboren 25 februari 1904 te Zwolle, grondwerker, gehuwd, wonende te Diever in een aldaar gestationeerde woonwagen, 7 kinderen.
Bennen, Harm, geboren 4 augustus 1891 te Diever, veekoopman, wonende te Diever, Hoofdstraat 59, gehuwd, 1 kind.
Daleman, Klaas, geboren 23 juli 1906 te Diever, postbode, wonende te Diever, Hoofdstraat 58, gehuwd, 2 kinderen.
Houwer, Jan, geboren 23 juli 1911 te Diever, broodventer, wonende te Diever, Hoofdstraat 11, gehuwd, 1 kind.
Houwer, Koop, geboren 16 mei 1915 te Diever, landarbeider, wonende te Diever, Boschweg 4, ongehuwd.
Houwer, Nicolaas, geboren 8 mei 1882 te Diever, landarbeider, wonende te Diever, Boschweg 4, gehuwd, 4 kinderen.
Hunneman, Roelof, geboren 6 juni 1898 te Diever, landarbeider, wonende te Diever, Peperstraat 4, weduwnaar, 3 kinderen.
Janssens, Antonius, Maria, Gerardus, geboren 26 mei 1926 te Tilburg, grondwerker, als geëvacueerde verblijvende te Kalteren 5, gemeente Diever, ongehuwd.
Janssens, Jozef, Antonius, Cornelis, Maria, geboren 10 october 1930 te Tilburg, zonder beroep, als geëvacueerde verblijvende te Kalteren 5, gemeente Diever.
Kerssies, Cornelis, geboren 15 maart 1885 te Diever, landbouwer, wonende te Diever, Hoofdstraat 57, gehuwd, geen kinderen.
Koning, Jan, geboren 19 mei 1901 te Diever, timmermanpatroon, wonende te Diever, Moleneinde 3, gehuwd, 2 kinderen. Hij was lid van de verzetsgroep te Diever.

Zoals eerder is genoemd heeft een zekere N.S.B.’er, Van der Veen genaamd, twee kinderen van Keisper, welke ook in Diever geëvacueerd waren, naar Havelte gestuurd om hulp te halen. Als gevolg hiervan is er een detachement Duitschers naar Diever gekomen.
Genoemde Van der Veen, Gerrit, heeft zich, nadat hij van Amersfoort naar Diever was overgebracht in de cel te Diever door middel van ophanging destijds van het leven beroofd (enkele weken na de bevrijding).
Niet kon worden vastgesteld of de slachtoffers door Duitschers of door Nederlandsche S.S.’ers werden doodgeschoten.
Tot zover uit de verklaringen van Westerhof.

Woensdagmorgen 11 april kwam het dorp tot de verschrikkelijke ontdekking dat de personen, die door de Duitschers naar de begraafplaats waren gevoerd, gefusilleerd bleken te zijn.
Woensdagmiddag bereikten de Canadeesche tanks Dwingeloo. Door het opblazen van de Dieverbrug, die de verbinding vormt tusschen Diever en Dwingeloo, ondervonden zij oponthoud.
Bij het vallen van de avond zijn veel burgers uit Diever de Drentsche Hoofdvaart over gestoken om de nacht in bevrijd gebied door te brengen. In deze nacht van woensdag op donderdag is er echter in Diever niets bijzonders voorgevallen. In deze nacht werd een noodbrug gelegd, naast de vernielde Dieverbrug, door burgers uit Dwingeloo en Diever, onder leiding van eenig personeel van de Rijkswaterstaat.
Donderdag 12 april werd Diever zonder gevechtshandelingen bevrijd.
Donderdagmorgen zijn wij met de groep parachutisten en de arrestanten via Berkenheuvel het dorp ingekomen. De arrestanten werden direct in de cel onder de toren van de Nederlands Hervormde Kerk te Diever geborgen.

B.S. in functie.
Aanvankelijk moest het verkeer in het dorp door leden van de B.S. worden geregeld.
Door de parachutisten werd er nog flink gesnuffeld in de burgemeesterskamer van het gemeentehuis en in de woning van Balsma. Zij waren belust op souvenirs en al die N.S.B.-vlaggen zijn dan ook op deze wijze verdwenen.
Vrijdag 13 april is het café Brinkzicht door de B.S. in gebruik genomen en werd een begin gemaakt met de arrestatie van de N.S.B.’ers, waarvoor een bepaalde ploeg werd ingesteld.
Op zaterdag 14 april zijn de slachtoffers van dinsdag op plechtige wijze begraven en liet de geleende klok in de toren voor het eerst na langen tijd van rust zijn klanken weer hooren.
De N.S.B.’ers werden aanvankelijk allemaal in de groote zaal van het café Brinkzicht opgeborgen, waarbij ook vele vluchtende vreemdelingen. Na enkele dagen werden de vrouwen in het daarvoor gereed gemaakte gymnastieklokaal overgebracht.
De binnenplaats bij Brinkzicht met de toegang tot de cel onder de toren werd met prikkeldraad afgezet, op welke ruimte de heeren N.S.B.’ers zich verdienstelijk konden maken met het zagen van hout.
Op bijgaande lijst is het juiste aantal gearresteerden met naam en woonplaats genoemd.
Diever was destijds opgescheept met twee zendingen gevluchte N.S.B.’ers, die uit Duitschland weer terug kwamen, deze hoofdzakelijk bestaande uit vrouwen en kinderen zijn na enkele dagen in de twee rijkswerkkampen A en B opgenomen.
Voor de wacht- en patrouillediensten bleek het aantal B.S.’ers van de vaste kern veel te klein te zijn. Ik heb het aantal wachtdoenden derhalve uitgebreid, zoodat elke persoon twee à drie maal per week een half etmaal dienst hoefde te doen.
Verschillende van de vaste kern waren in vaste dienst, waaronder bijvoorbeeld de arrestatieploeg.
Direct na de bevrijding had ik de vroegere wethouder J. Hessels aangesteld als waarnemend burgemeester, die deze functie heeft waargenomen tot de burgemeester Meijboom op vrijdag 20 april weer terug kwam en eerst enkele dagen later definitief zijn ambt als burgemeester weer ter hand kon nemen.
Tot 21 juni bleef het meerendeel der leden van de B.S. in functie, daarna werd een groep gevormd die was ingedeeld bij een bataljon in Assen.

Diever, najaar 1945.
De voormalig plaatselijk Commandant
A. Wiglema.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de door Albert Wiglema genoemde lijst van het juiste aantal gearresteerden met naam en woonplaats hier niet opgenomen.

Posted in Fraanse parachutist, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Deever stön agin neet op de koate van Drente

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren van zijn papieren archief (papperrassie scannen en vervolgens die papperrassie bij het oude papier doen), bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders uut de gemiente Deever, en zo voort, en zo voort, en zo voort, zo nu en dan een door hem belangwekkend geacht papperassie.
Onder in un olde skoedeuse mit papperassies uit de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw vond de redactie een bladzijde uit een oude schoolatlas. Die bladzijde is afkomstig uit een oude versleten uit elkaar gevallen schoolatlas. De redactie zal deze wel als een dierbaar aandenken aan zijn verblijf in de vierde of de vijfde klas van de lagere school an de Tusschendarp in Deever mee naar huis hebben gesmokkeld, want de redactie was als jongen al verzot op landkaarten.
Temeer omdat op dit landkaartje het dorp Deever niet is aangegeven. We moesten in de aardrijkskundeles bij de behandeling van de provincie Drente wél de ligging van al die vervelende plaatsen, zoals Assen, Hoogeveen, Meppel, Beilen, Smilde, Frederiksoord, Veenhuizen, Eelde, Zuidlaren, Emmen, Nieuw-Amsterdam, Koevorden en Schoonebeek weten, maar blijkbaar was Deever niet belangrijk genoeg bevonden om op de kaart weergegeven te worden. Maar de redactie vond het ontbreken van die zwart-omcirkelde rode stip met de hoofdletter D absoluut geen gemis.
Op de bladzijde Drente hadden anderen in veel van die oude versleten atlassen de ligging van Deever met een potlood aangegeven, maar niet op het exemplaar van de redactie.
De redactie heeft dit papperassie uiteraard niet met het oude papier weggegooid. De redactie wil deze gave bladzijde met een kaart van Drente sunder Deever uiteraard niet aan de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief onthouden.

Afbeelding 1 – Bladzijde Drente in ‘Ons eigen land’, atlas van Nederland, uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

Posted in Laandkoate | Leave a comment

Un snikke veur de löswal an de Brogge

Drukkerij en Boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever heeft het boek De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld in januari 1975 uitgegeven. De Deeverse boerenzoon Arend Mulder is de schrjjver/samensteller van dit boek. In het boek is op bladzijde 81 een afbeelding van een ansichtkaart uit 1905 te zien. Onder de afgebeelde ansichtkaart staat de volgende tekst.

De snikke te Dieverbrug
Terwijl de brug is afgedraaid om een zeilschip (zo te zien beladen) door te laten, zien wij links (heel duidelijk) en rechts de voorsteven van de beide snikken voor anker liggen. Snikkevaarders waren de eigenaren Gerard Klaassens en Hendrik Jan Warries. Enkele oud-ingezetenen van Diever zullen zich nog herinneren hoe gezellig deze tochten per trekschuit waren. Ze voeren elke week ’s maandags naar Beilen (markt), ’s woensdags naar Assen (markt) en donderdags naar Meppel (marktdag), heen en terug.
Als snikkejagers fungeerden o.a. Dirk van Leeuwen, Lammert Oost, Hans Warries en Roelof Pouwels.
Volgens gegevens uit de Drentsche Volksalmanak 1840 voeren de:
– schepen: alle dinsdagen des morgens om 5 uur van Dieverbrug naar Meppel en des namiddags te 3 uur van daar terug;
– veerschepen: alle dinsdagen heen en terug naar Beilen en de kolk der Norgervaart op de kolonie te Veenhuizen. H. Warries, Dieverbrug;
– trekschuiten: alle dagen uitgezonderd zondag des morgens om 8 uur een trekschuit van Meppel via Dieverbrug naar Assen en om 4 uur terug;
– marktschuiten: alle donderdagen een marktschuit van Zwartsluis, Vollenhove, Blokzijl, Steenwijk, Giethoorn, Wanneperveen, Nijeveen, Kolderveen, Havelte en Diever, welke des middags weer vertrekken;
– pakschuiten: alle dinsdagen om 5 uur een pakschuit naar Assen, welke vrijdagsmiddags te Meppel terugkomt.
Nemen wij daarbij nog de turf- en andere vrachtschepen, dan was er destijds al een behoorlijk stukje scheepsverkeer.

Posted in An de Deeverbrogge, Publicatie, Snikke | Leave a comment

De karre van Klaas Echten in de Kloosterstroate

Van Leer’s Fotodrukinsdustrie N.V. uit Amsterdam heeft de hier afgebeelde tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart, waarop een deel van de Kloosterstroate in Deever is te zien, in juli 1960 uitgegeven. Deze kaart was te koop in het dorpswarenhuis (de Wiba) van Jan Brugging en Griet Oost an de Heufdstroate in Deever. Een gevleugelde uitdrukking in die tijd was: Ee’m hen de Wiba.

In de linker woning (Kloosterstraat 12) woonde het echtpaar Egbert (Eppie) van Leeuwen en Griet Grit.
In de woning daarnaast (Kloosterstraat 13) woonde de familie Berend Vos.
In de woning daarnaast (Kloosterstraat 14) woonde het echtpaar Arend Noorman en Trijn Oosterhof.
In de woning daarnaast (Kloosterstraat 15) woonde de familie Jan Brugging en Trijn Houwer.

De redactie van ut Deevers Archief weet niet zeker wie in die tijd in de andere woningen, die op de hier afgebeelde ansichtkaart aan de linkerkant zijn te zien, woonden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan hierover mooie gegevens verschaffen ?

In de Kloosterstroate staat de door een paard getrokken geelgeverfde venterkar van bakker en kruidenier Jan Echten uit Wittelte. Bij de venterskar staan venter Klaas Echten en mevrouw Hendrikje de Leeuw, echtgenote van Jan Buiter.

Let op de vuilnisemmer aan de kant van de straat vóór de woning van Egbert (Eppie) van Leeuwen. Let vooral op de trottoirbanden langs één kant van de Kloosterstroate.

Afbeelding 1

Afbeelding 2 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 3 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Afbeelding 4 – © Ut Deevers Archief – vrijdag 29 november 2024 – Alle rechten voorbehouden.

Posted in Ansigtkoate, Kloosterstroate | Leave a comment

Un hiele dikke stien veur ut gemientehuus in Deever

De redactie van ut Deevers Archief  weet nog niet in welk jaar de bijgaand afgebeelde kleurenfoto is gemaakt. Als een zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief het wel weet, dan is hij bij deze uitgenodigd dat te melden aan de redactie.

Op de brink voor ut gemientehuus van de gemiente Deever ligt een hiele dikke stien die bij het uitvoeren van de ruilverkaveling in de zeventiger jaren van de vorige eeuw is gevonden in het Oldendeeverseveld. Die hiele dikke stien is een stien van de buiten-categorie. Ech wè. Zelfs de stenensjouwers en bouwvakkers van de stammen uit de nieuwe steentijd zouden deze hiele dikke stien veel te zwaar hebben gevonden voor het bouwen van hun hunnebedden. Ech wè.

De grote vraag is of de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan de brink nog eens gaan neerkalefateren naar een vroegere versie van deze ooit zo fraaie open ruimte (wellicht brink 1819 of brink 1919) of de brink nog verder gaan vernielen in het kader van de commerciële Shakespearificatie van het dorp Deever.

Het zou dan best eens zo kunnen zijn dat op drift geraakte veelal uit het westen van Nederland afkomstige medewerkertjes en betwetertjes onder de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk In Het Raadhuis Aan De Gemeentehuislaan dan bereid zouden kunnen zijn die hiele dikke stien te laten verwijderen van de brink.

De redactie is van mening dat de beste bestemming voor deze hiele dikke stien ergens in de brede berm van de Stienwiekerweg en zo dicht mogelijk in de buurt van de vindplaats is en dan die hiele dikke stien voor een deel te begraven, want de voorbijganger moet voor de foto en de sölfie wel op die hiele dikke stien kunnen klimmen, want helemaal begraven is een beetje te veel van het goede.

Maar waarom is op veel foto’s van het gemientehuus van de gemiente Deever an de brink toch steeds weer die vervelende lange vlaggestok zonder vlag te zien ? Was het destijds voor de Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Absolute Gelijk In Het Gemeentehuis Aan De Brink teveel moemakend gedoe of teveel moemakend gehannes om die stok op een vlaggedag ’s morgens te plaatsen en na het dagje vlaggen weg te halen ? En als die lange vlagstok wel werd weggehaald, werd die dan in de dakgoot opgeborgen ?

Op 18 juni 1982 verscheen nota bene op de voorpagina van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) het volgende korte berichtje (afbeelding 2):

Kei in Diever verplaatst
Diever. De grote zwerfkei voor het gemeentehuis van Diever is tien meter van zijn plaats gezet om ruimte te maken voor een nieuw tracé van de weg die voor het gemeentehuis langs loopt. Voorbijgangers keken toe hoe het tonnen zware gevaarte in de lucht werd getild.

De foto bij het korte berichtje is gemaakt door boer en dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels uut de Kruusstraote. Hij moet het een hele eer hebben gevonden een door hem gemaakte foto op de voorpagina van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) opgenomen te zien.

De redactie toont ook apart de door Harm (Haarm) Hessels gemaakte foto (afbeelding 3).
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers herkent de personen op de foto ? Is de man met de baard wellicht Miesie Bel ? Wie herkent de ambtenaar achter het raam links achter de hiele dikke stien ?
Zo te zien is de foto voor de kleuren afbeelding eerder dan 18 juni 1982 gemaakt.
De bezoeker wordt tevens verwezen naar het bericht Stien van 13 tunne efunn’n in ’t Oldendeeverseveld.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Brink, Deever, Gemientehuus, Haarm Hessels, Oudheidkunde | Leave a comment

Arbeiders bint in de mobilesasie möjluk te krieg’n

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 16 juni 1915 – ten tijde van de Eerste Wereldoorlog – het volgende bericht over de ontginning ‘De Drie Provinciën’ in de Oude Willem.

Diever, 15 juni. Voor ”t grootste gedeelte ligt de ontginning ‘De Drie Provinciën’ in onze gemeente. Uitgestrekte heidevelden, vroeger behoorende tot het landgoed Zorgvlied en het eigendom van wijlen den heer Verwer, zijn indertijd aangekocht en tot groenland gemaakt.
De bedoeling was in ruime mate hooi te winnen en te verhandelen op Engeland. Dat is niet geheel naar wensch gegaan; den vorigen zomer is veel hooi, maar ook haver, door den regen bedorven en later gedeeltelijk verbroeid of …. verbrand.
Nu heeft men een anderen weg ingeslagen. Ongeveer vierhonderd runderen, waaronder een 110-tal ossen, zijn langzamerhand aangekocht met de bedoeling ze te laten vetweiden. Bij de tegenwoordige vleeschprijzen hoopt men betere winsten te maken dan met den hooioogst.
Ook is men nu niet zoo afhankelijk van een groot aantal werklieden: door de mobilisatie gaat het moeilijk voldoende werkkrachten te krijgen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het belangrijkste aan dit bericht zit natuurlijk opgesloten in de laatste alinea van het bericht, waaruit blijkt dat in de gemiente Deever ook de effecten van het neutrale Nederland in de Eerste Wereldoorlog voelbaar waren.
De door ‘De Drie Provinciën’ ontgonnen gronden in de Olde Willem zijn nu, honderd jaar later, weer verontgonnen, dat wil zeggen gebracht in een nieuwe gecontroleerde cultuurtoestand, die eufemistisch natuur wordt genoemd.

Posted in de Drie Provinciën, Ièste Wereldoorlog, Landgoed Zorgvliet, Lodewijk Guillaume Verwer, Ontginning | Leave a comment

Cultuurhistorische atlas van de gemiente Westenveld

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van woensdag 9 mei 2012 verscheen het navolgende korte berichtje.

Diever – De vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in de gemeente Westenveld komen vrijdagmiddag bijeen in het gemeentehuis om een start te maken voor de Atlas van Westerveld. In de atlas zal alle informatie over erfgoed en cultuurhistorie van de gemeente Westerveld in woord en vooral in beeld worden opgenomen. Dit voorstel van de vier historische verenigingen is als beste idee uit de bus gekomen voor de besteding van de BNG erfgoedprijs. Het is de bedoeling dit najaar de atlas te presenteren tijdens de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs, die dit jaar in de gemeente Westerveld plaats vindt.

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van maandag 14 mei 2012 verscheen het volgende bericht over de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westenveld.

Diever – Vertegenwoordigers van de vier historische verenigingen in Westerveld hebben vrijdag de eerste aanzet gegeven voor het samenstellen van de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Westerveld. Het samenstellen van een atlas was het winnende idee van een door de gemeente uitgeschreven prijsvraag na het winnen van de BNG Erfgoedprijs door Westerveld.
De gemeente had monumenteneigenaren, organisaties en inwoners opgeroepen om ideeën aan te dragen om de prijs, 25.000 euro, goed te besteden. Als winnaar kwam uit de bus het idee van de vier historische verenigingen. Hun plan was het beste uitgewerkt en voorziet in het gemeentebreed uitventen van het gemeentelijk erfgoed en cultuurhistorie. De vier historische verenigingen komen met haar vertegenwoordigers op zeer korte termijn bijeen om te kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben, wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas.
Het bureau RAAP en Jan Bos van het Drents Archief hebben de vertegenwoordigers nader geïnformeerd.
Op vrijdag 8 juni krijgt het gesprek een vervolg.

De BNG Erfgoedprijs (met als hoofdsponor het Cultuurfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten) is ingesteld om gemeenten te stimuleren cultuurhistorie te gebruiken als onderlegger van lokaal beleid. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan De Beste Erfgoedgemeente van Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van € 25.000.-, een oorkonde en een juryrapport. Het prijsbedrag moet binnen een bepaalde termijn worden besteed aan een samen met de hoofdsponsor Cultuurfonds BNG te bepalen doel binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid.

Bureau RAAP is een commercieel onderzoeks- en adviesbureau voor archeologische monumentenzorg en cultuurhistorie dat van die prijs van € 25.000,- natuurlijk graag een flink graantje mee wilde pikken.

In verschillende webstees op het internet zijn beschrijvingen van het begrip cultuurhistorie te vinden.
Bijvoorbeeld de webstee http://www.aquo.nl/aquo-standaard/aquo-lex/aquo-lex-begrippen/  vermeldt bij cultuurhistorie als definitie: beschavingsgeschiedenis. Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw-/kunsthistorie).

De gemeente Westenveld heeft een cultuurhistorische waardenkaart op basis waarvan de gemeente onder meer ruimtelijk beleid kan en moet voeren. De te maken cultuurhistorische atlas van de gemeente Westenveld moet waarschijnlijk worden beschouwd als een vrijblijvende inkleuring van de cultuurhistorische waardenkaart. Voor € 25.000,- en veel gratis vrijwilligers van de vier plaatselijke heemkundige verenigingen moest een mooie atlas en een mooie webstee worden samengesteld.

Het is merkwaardig te lezen dat de vier heemkundige verenigingen niet besluiten eerst een goed plan uit te werken, gedegen advies in te winnen en vervolgens met deskundige vrijwilligers grondig cultuurhistorisch onderzoek te doen, maar dat meteen tot hyperactie wordt overgegaan: op zeer korte termijn bijeen komen en kijken wat ze zoal digitaal in hun archief hebben, wat bruikbaar kan zijn voor de cultuurhistorische atlas. Begint eer gij bezint. Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

In een ander bericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) is gemeld dat de Cultuurhistorische Atlas van Westenveld in het najaar van 2012 zal worden uitgebracht. De redactie vroeg daarom op 6 november 2012 in een e-mail bericht de gemeente Westenveld gegevens te verstrekken over de stand van zaken bij de ontwikkeling van het fotoboek en de webstee.
De ambtenaar van dienst antwoordde op 16 november 2012:
– de uitreiking van de BNG Erfgoedprijs 2012 is niet openbaar en op uitnodiging;
– de Atlas van Westerveld verschijnt naar verwachting eind 2013;
– wij zullen het publiek hierover te zijner tijd via de pers en onze website informeren;
– het boek zal niet digitaal beschikbaar komen;
– wel worden erfgoed app’s ontwikkeld voor gebruik op de smartphone;
– over de kosten van het boek kunnen wij u helaas nog niets zeggen.

De uiteindelijke titel van de cultuurhistorische atlas is geworden:
Cultuurhistorische rijkdom gemeente Westenveld – Het erfgoed van Zuidwest-Drente.
De cultuurhistorische uitgeverij Stokerkade uit Amsterdam is de uitgever van het boek.
Het boek is eind november 2013 uitgegeven.
Het boek is samengesteld door de Stichting Dwingels Eigen, Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, Historische Vereniging Havelte en omstreken en Historische Vereniging ’t Fledder Kerspel.
Het boek is tot stand gekomen dank zij bijdragen van de gemeente Westenveld, de BNG Erfgoedprijs, Toegangspoort Oerlandschap Holtingerveld, Nationaal Park Drents-Friese Wold.

In het boek is gelukkig ook enige aandacht besteed aan enig cultuurhistorisch erfgoed in de gemiente Deever, zoals daar onder meer zijn het zogenoemde schultehuis aan de brink van Deever, de vroegere rooms-katholieke kerk aan de brink van Deever, de gemeentelijke toren aan de brink van Deever, de kalkovens langs de Voat tussen Dieverbrug en Geeuwenbrug, het armenwerkhuis an de Grönnegerweg bee Deever, het onderduikershol in de bossen van Berkenheuvel, de kapel van Obadja op Zorgvliet.

Posted in Aarfgood, Cultuurhistorie, Gemeente Westenveld, Publicatie | Leave a comment