Ut hulp-postkantoor an de Deeverbrogge

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 8 maart 1864 het volgende korte bericht over het hulppostkantoor an de Deeverbrogge.

Diever, 6 maart.  Volgens opgave van den brievengaarder van het hulp-postkantoor te Dieverbrug, zijn in het verloopen jaar de navolgende particuliere brieven ontvangen, als: 6408 van Meppel, 4245 van Assen, 605 van Groningen, 139 van Havelte, 968 van Smilde en 336 uit de bus, total 12701 en verzonden: naar Meppel 5695, Assen 4686, Havelte 157 en Smilde 1124, totaal 11662, zoodat het getal verzonden en ontvangen brieven bedraagt 24363.
Wanneer men nu aanneemt, dat van iedere brief 5 cent port wordt betaald, dan hebben deze brieven eene waarde opgebragt van f. 1218,15.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is wellicht van enig belang te weten dat an de Deeverbrogge ooit een hulppostkantoor heeft gestaan.
Of het kantoor in 1864 op de plek stond waar het hulppostkantoor in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw stond (met hulppostkantoorhouder Jan Doorten), dat is bij de redactie van ut Deevers Archief nog niet bekend.
In het jubileumboek ‘An de Brogge’ van de heemkundige vereniging uut Deever zullen ongetwijfeld beelden en woorden zijn besteed aan de postale, telefonische en telegrafische activiteiten an de Deeverbrogge.

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, Postkantoor | Leave a comment

Twee verhalen van luitenant parachutist Gilles Anspach

Twee verhalen van luitenant parachutist Gilles Anspach
De Koninklijke Bibliotheek van België (Bibliothèque Royale de Belgique) in Brussel (Bruxelles) is in het bezit van de jaargangen 1946 tot en met 1951 van het album ‘Coeurs Belges’. In het Franstalige tijdschrift komen ook Belgen aan het woord die in de Tweede Wereldoorlog een heldhaftige rol in de strijd tegen de Duitsers hebben gespeeld. Tweede luitenant parachutist Gilles Anspach beschijft in twee nummers van de jaargang 1946 van genoemd tijdschrift zijn herinneringen aan de strijd van eenheden Franse commando’s van de Britse Special Air Service (S.A.S.) bij Diever en Appelscha in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. De twee verhalen zijn op deskundige wijze vertaald door mevrouw Karin Broekema. De redactie is haar daarvoor zeer erkentelijk. De twee verhalen verschenen onder de titel ‘Parachutistes en campagne’ (deel 1) en ‘Le grande jour’ (deel 2).

Deel 1: Parachutisten ten strijde – Een verhaal van Gilles Anspach

Haar neef, luitenant parachutist Gilles Anspach heeft het voorrecht gehad te vechten tegen de Duitsers op de slagvelden in Frankrijk en Nederland, waar zijn briljante gedrag hem de hoogste militaire onderscheidingen opleverde. Nadat we hem onlangs in de stad hadden ontmoet, vroegen we hem om voor de lezers van Coeurs Belges wat herinneringen aan zijn campagnes op te halen. We danken hem dat hij zo vriendelijk heeft toegegeven aan onze wens.

De Duitsers werden onherroepelijk verslagen. Montgomery was over een breed front de Rijn overgestoken: deze operatie liep als een precisiemachine met in olie glijdende tandwielen. Elke avond kwamen de Engelse troepen aan op het punt dat hen de dag ervoor was aangewezen, ze bezetten onverbiddelijk het gebied van het Derde Rijk. De Amerikanen haastten zich. Patton overtrof zichzelf: zijn gepantserde eenheden drongen door tot in het hart van Duitsland

—-

In die tijd hadden Gilles Anspach en zijn medeparachutisten een rustig leven op het Engelse platteland. Zij kwamen de dagen door met zonnebaden, wandelen en het drinken van whiskysoda. Over deze ledigheid beklaagden zij zich allen. Men zei destijds tegen elkaar met een zucht: “Ze zullen de oorlog zonder ons beëindigen”. Een telefoontje van het hoofdkwartier bracht hen echter opnieuw in de strijd. De parachutisten werden met hun wapens en hun bagage naar een apart kamp gebracht. Het kamp was omringd met prikkeldraad, want de Engelsen houden er niet van aan geheime militaire operaties ruchtbaarheid te geven. De parachutisten begrepen direct dat hen iets te wachten stond.

De Britse commandant had besloten een einde te maken aan de Duitse weerstand in Nederland. Het tweede Canadese leger moest Nederland in tweeën delen, zodat de Noordzee in de omgeving van de stad Groningen kon worden bereikt, terwijl het grootste gedeelte van de Engelse troepen richting Bremen zou trekken. Het vierde Franse bataljon van parachutisten, waaronder de eenheid van Gilles Anspach moest in groepen van tien personen landen voor de Canadese troepen. Het bataljon moest talrijke bruggen in de omgeving van de stad Groningen ontdoen van mijnen. Ook moest het bataljon de bruggen bezetten tot de komst van de geallieerden. Belgische parachutisten namen eveneens deel aan deze operatie. Deze parachutisten bevonden zich reeds in Nederland en waren uitgerust met jeeps en carriers. Deze Belgische parachutisten stonden in dienst van de Britse verkenningstroepen.

Op 7 april 1945 verliet het bataljon het kamp in Engeland. Het bataljon verliet het kamp in bezit van wapens en munitie. Bij de aankomst op het vliegveld bekeken de parachutisten hun parachutes. De parachute van Gilles Anspach had niet dezelfde kleur als die van zijn medeparachutisten. Dat beviel hem niet. “Het klinkt misschien belachelijk, maar op zo’n moment word je natuurlijk bijgelovig.”, aldus Gilles Anspach.

De Engelse en de Franse commandanten kwamen voor de laatste keer bij elkaar. Elke eenheid bestond uit twintig mannen (redactie: deze bestond niet uit twintig, maar uit vijftien mannen). De Engelsen noemden zo’n eenheid een stick, wat rozenkrans betekent (redactie: stick betekent groep). Iedere officier had tien parachutisten onder zich (redactie: geen tien, maar zes of zeven). De parachutisten van luitenant Thomé (redactie: Edgard Tüpet-Thomé) en de parachutisten van luitenant Anspach waren samen (redactie: de stick bestond uit twee ploegen, die zelfstandig konden opereren). Officier Puy du Pin (redactie: luitenant Guy Puy du Pin) sloot zich hierbij aan. Deze officier had in de herfst ervoor een kapotte knieschijf opgelopen. De commandant van de eenheid van Anspach wilde niet dat Puy du Pin bij deze operatie de functie van officier zou uitoefenen. Het zou te veel risico’s met zich meebrengen.

De eenheid van twintig mannen (redactie: vijftien mannen) vertrok per vliegtuig. De parachutisten hebben hun vertrek met zorg voorbereid. Vlak voor het vertrek overwoog ieder de kansen op een goede terugkeer. Eveneens komen op zo’n moment herinneringen aan gevallen kameraden in voorafgaande operaties naar boven. Gelukkig is een aantal van hen gestorven zonder dat zij daar erg in hadden. Dit in tegenstelling tot degenen die stierven na een nacht van schreeuwen om hulp, omringd door kameraden die niet de mogelijkheid hadden hen te helpen. Op zulke momenten denkt men aan de personen die thuis op hen wachten. Na het opstijgen van het vliegtuig was er aan boord geen sprake meer van twintig (redactie: vijftien) verschillende individuen, maar ging het om de stick.

De officier aan boord opende het luik, zodat kon worden gesprongen. Deze officier controleerde ook onze kit-bags. Dit waren grote zakken waarin wapens, munitie en de uitrusting van de parachutisten zaten. Zo’n kit-bag woog tussen de dertig en de veertig kilo. Tijdens de val komt de kit-bag enkele meters onder de parachutist te hangen. Het vliegtuig vloog ‘s nachts boven het Kanaal via Frankrijk naar Nederland. Tijdens de vlucht werd er vanuit het vliegtuig geschoten. Dit is een gewoonte van de R.A.F. (redactie: Royal Air Force) om te testen of de wapens in orde zijn. Op een gegeven moment hoorden de parachutisten van de piloot dat het nog tien minuten zou duren, voordat de parachutisten konden springen.

Gilles Anspach sprong tegelijk met Puy du Pin. De daling duurde naar zijn gevoel erg lang en hij kwam op zijn rug terecht. Even kon hij zich niet bewegen. Hij bleef tien minuten op de grond liggen en bevrijdde zich vervolgens van zijn parachute. Hij was klaar om zichzelf te verdedigen. Hij bevond zich in een bos en hij hoorde de Duitsers.

Thomé en zijn mannen zijn niet in Duitse handen gevallen. Een half uur later zijn zij weer bij elkaar en zij slapen op hun parachutes. In de verte horen zij tanks rijden. De volgende dagen in de bossen in gezelschap van Puy du Pin zijn zij op zoek naar de Duitsers. Hierbij worden zij geholpen door de Nederlanders. De trouwste onder hen is Gees, de juffrouw van het postkantoor van Diever (redactie: Geesje Jantina Schoemaker, dochter van postkantoorhouder Lambert Schoemaker en Hilligje van Es uit de Hoofdstraat). Zij was een goed meisje en was stoutmoedig als een knaap. Er was ook iemand bij die door de parachutisten ‘de man met het houten been’ werd genoemd. Wij popelden om ten strijde te gaan. De informatie uit de omgeving werd door Thomé ironisch als welwillendheid opgevat. Geweldig was de ledigheid van Thomé. Hij gedroeg zich als een god, die naar de mens op aarde keek.

Toen wij bij het aanbreken van de dag terugkwamen, nadat wij enkele schoten met de Duitsers hadden gewisseld, of misschien wel met het Nederlandse verzet, troffen wij hem slapend in zijn slaapzak aan. Wij dachten dat onze tegenslag te wijten was aan zijn afwezigheid. Thomé leek ons onvervangbaar. In het legerkamp ontstond al snel het verhaal, dat Thomé zich vrijwillig had teruggetrokken uit de strijd. Hijzelf sprak van tijd tot tijd met zekerheid tot ons over de acties die moesten worden uitgevoerd en hoe hij dacht het bos het beste te kunnen verlaten met zijn manschappen. Geïrriteerd door zijn gedrag dachten wij vaak dat het hem aan moed ontbrak en dat hij niet met ons durfde mee te komen. Wij wisten echter allen goed dat dit niet de waarheid was.

De volgende dag vernamen wij, dat de burgemeester van Diever, collaborateur en officier van het Nederlandse Quisling leger (redactie: Quisling was in de Tweede Wereldoorlog leider van de fascistische Noorse nationaal socialistische partij en werd na de oorlog gefusilleerd wegens hoogverraad; met het Quisling leger wordt hier de N.S.B. bedoeld) probeerde te vluchten, voordat de geallieerden zouden arriveren. Onze vriend ‘de man met het houten been’ vertelde ons, dat we dat moesten proberen te voorkomen. Puy du Pin was al geruime tijd gespecialiseerd in parachutistenmissies. Hij wilde, dat wij het kwaad bestreden. Zijn rugzak was gevuld met chocolade, die hij uit wilde delen aan kleine kinderen, en voor de Nederlanders tabak, waarvan zij onthouden waren tijdens de Duitse bezetting. Hij maakte ons enthousiast met de gedachte, dat wij in de toekomst zonder twijfel bekend zouden zijn als de Franse parachutisten die de collaborerende burgemeester gevangen hadden genomen. Dit stukje geschiedenis zal door iedere generatie worden doorverteld. Het was Thomé, die voor deze dag vol met energie zat: “Laten de Nederlanders hun vuile was in eigen kring wassen. Dit is een karwei waarvan wij niet opkijken.”

Onze stick loopt in de richting van de plaats Diever. Paden langs de akkers brachten ons tot de eerste huizen in Diever. Wij kwamen op een kruispunt van twee routes aan. Wij waren schietklaar, aangezien wij bang waren verrast te worden door de Duitsers. Uit de vensters staken hoofden, maar niemand durfde naar buiten te komen, waarschijnlijk omdat wij hen te veel angst aanjoegen. Zonder slag of stoot kwamen wij aan bij het huis van de burgemeester. Gilles Anspach ging in gezelschap van Puy du Pin het huis binnen. Onze vriend met het houten been had een grote man met bril omschreven: dat was bugemeester Posthumus. Wij duwden een mitrailleur in zijn ribben. Hij liet zich zonder verzet fouilleren. Hij had twee revolvers bij zich en zijn portefeuille zat vol met papieren met het hakenkruis erop. Een vrouw, mevrouw Posthumus, rende door het huis. Ze had haar haren in de war en schreeuwde als een wilde. Onze Nederlandse collega vertelde ons, dat zij nog slechter was dan haar echtgenoot, maar wij hadden niet de moed om haar mee te nemen naar ons kamp. Het huis werd snel doorzocht. Wij vonden de lijsten met namen van Nederlandse collaborateurs uit de regio en een vlag van de N.S.B. De vlag werd naar buiten gedragen door een van onze mannen. De straten, die nog uitgestorven waren toen wij kwamen, waren nu vol met mensen. Vrouwen lieten hun vuist zien en scholden onze gevangenen uit. Puy du Pin gaf chocolade aan kleine kinderen. De meisjes lachten naar onze parachutisten. Gees van het postkantoor schreeuwde Gilles Anspach toe dat hij ook mevrouw Posthumus gevangen moest nemen. Vrouwen zijn harder tegen elkaar.

Gilles Anspach maakte van zijn mannen weer een eenheid. Gilles Anspach was opnieuw bang verrast te worden door de komst van de Duitsers en het was voor hem een opluchting, dat hij het kruispunt aan het einde van Diever kon oversteken, omringd door een uitgelaten menigte. Bij aankomst in het bos trokken zij de schoenen van Posthumus uit en bonden hem vast aan een boom. Hij was in gezelschap van drie Duitsers en twee Nederlanders, die door de vijand gestuurd waren om de positie van de parachutisten te localiseren. Zij moesten een brief in het Duits opstellen waarin werd vermeld, dat als in Diever represailles zouden plaatsvinden, zij de gevangenen zouden executeren. Dit werd bij het gemeentehuis opgehangen.

De volgende dag kwamen de parachutisten bij elkaar om te besluiten hoe verder te gaan in de strijd. Thomé vertelde dat er nog acht dagen te gaan waren, voordat de Canadezen zouden arriveren. Om deze reden moest niet te snel worden aangevallen, de Duitsers zouden daardoor immers de tijd krijgen om terug te slaan. De parachutisten zouden in het bos het juiste moment afwachten. Thomé is sinds zijn eerste missies behoorlijk veranderd. Tijdens zijn eerste missies hield hij niet op de vijand te zoeken tot hij hem had gevonden. Tijdens die gevechten was hij altijd voor zijn mannen, waarvan meer dan de helft is gestorven in Lotharingen, en nu was hij degene die voorzichtigheid in acht nam.

De volgende dag ging Gilles Anspach met acht mannen op patrouille. Thomé had hen gezegd niet het avontuur op te zoeken. Hij vergat echter dat het in een vijandelijk land niet nodig is de vijand te zoeken. De vijand komt je tegemoet. Op die dag vonden wij bij toeval een bospad. Klein, één van onze onderofficieren, riep: “Duitsers”. Op enige afstand naderden enkele Duitsers op de fiets. De patrouille sprong in een sloot om niet gezien te worden. Door een verrekijker zagen zij groene uniformen. Er was geen twijfel mogelijk. Wij zagen Duitsers op de fiets in kleine groepjes van vijf of zes personen. Als wij ze zouden aanvallen, dan zouden zij niet de mogelijkheid hebben om zich te verdedigen. Een van de mannen begreep dat dit een gemakkelijk doelwit was. Deze vroeg dan ook aan de luitenant: “Zullen wij ze gevangen nemen?” De mannen kregen het bevel om de wapens te controleren, en zij gleden door het gras in de richting van de weg.

Toen de boeren die op de akkers werkten ons zagen, gingen zij weg zonder iets te zeggen. Er naderde een Duitser op de fiets die alleen was. Zijn fiets was beladen met zakken en koffers. Gilles Anspach gaf hem het bevel te stoppen. Hij richtte zijn pistool op zijn borst en gaf hem een teken dat elk verzet nutteloos zou zijn. De fietser brabbelde enkele woorden in het Duits, en zijn wangen trilden van angst. Het was een typische Duitser: dik en met een bril. Uit zijn papieren bleek dat hij een onderofficier was. Zij doorzochten direct zijn bagage, waaruit direct een geur van saucijzen en worst kwam, die hij waarschijnlijk had gevorderd bij een boerderij uit de omgeving.

Er kwam meer fietsers aan. Een man bleef achter bij de gevangene. Er kwamen acht fietsers aan en de patrouille was acht man sterk. Ze overwogen nog even zich terug te trekken, maar het was al te laat. Vanuit de sloot zagen zij de fietsers naderen. Toen ze bij ons in de buurt waren stonden wij op. Ze waren nog geen drie meter van ons af. Lucien Klein sommeerde hen om de handen omhoog te houden. In eerste instantie zagen de fietsers ons aan voor Duitsers, en ze vertelden ons dat ze tot de Duitse Wehrmacht behoorden. Wij sommeerden hen opnieuw de handen omhoog te doen. In plaats van te gehoorzamen sprongen twee mannen in het kanaal langs de weg. Anderen richtten hun pistool op ons. Gilles Anspach riep: “Vuur”, en op hetzelfde moment gaf hij een geweerschot. Van onze eerste geweerschoten vielen vier mannen op de grond tussen de omgevallen fietsen. Wij hebben hen vanaf een kleine afstand verslagen, zonder dat wij de tijd hadden om het geweer op schouderhoogte te brengen. De Duitsers is het niet gelukt om ook maar één schot naar ons te lossen. Een van de mannen van Gilles Anspach leegde zijn pistool op degenen die zich in het water bevonden, en hield niet op totdat het hele water rood van het bloed was geworden. Een gewapende Duitser was in de sloot gesprongen. Wij hebben hem gedood zonder dat hij zich op een of andere wijze kon verzetten.

Terwijl Gilles Anspach het bevel gaf om de lijken in het kanaal te gooien, liep hij naar de eerste fietser. Hij was niet bewapend. Anspach gaf hem het bevel om hem te volgen. Door het geschiet was hij versuft geraakt. Aanvankelijk weigerde hij om te volgen. Anspach richtte zijn pistool op hem en de fietser liet zich op de grond vallen en schreeuwde. Het moest snel gaan, want zij konden verrast worden door andere Duitsers. Anspach gaf zijn mannen het bevel om er een eind aan te maken. Zij kwamen met hun gevangenen in het kamp aan. Toen wij ons avontuur aan Thomé vertelden, zei hij, dat wij niet zo trots moesten zijn op onze daden, want wij waren immers soldaten en geen slagers. Misschien heeft hij niet geheel ongelijk gehad, want wij hadden ons wild niet de kans gegeven om zich te verdedigen.

Deel 2: De grote dag – Een nieuw verhaal van luitenant Gilles Anspach

Wachtend op de Canadezen
Op onze legerbasis in het bos wachtten wij op de grote dag. Thomé rustte uit en wij hadden niet veel bijzonders te doen. Er was luchtalarm. Er waren schermutselingen, waarop vervolgens niets gebeurde. Er waren kleine verspreide geheime gevechten, zoals aanslagen. Parachutisten van een andere eenheid lieten ons tijdens hun patrouille weten wat in de omgeving gebeurde en wat zes andere sticks van onze compagnie was overkomen.
“Tijdens de landing”, zeiden zij tegen ons, “is onze commandant in een denneboom terechtgekomen. De naalden van de boom hebben zijn ogen getroffen. Hij is twee dagen helemaal blind geweest, maar nu komt langzaam zijn gezichtvermogen terug.” De brug van Appelscha was ons doel. Thomé had ons beloofd die twee dagen voor de komst van de Canadezen te bezetten, maar was al onbeschadigd in handen gevallen van onze collega parachutisten. Een van hen was Duno, een Breton, die trots op zijn afkomst was. (redactie: Eerste luitenant Maurice Duno, commandant van de twaalfde stick). Hij had met zijn tien mannen (redactie: veertien mannen), midden op de dag de Duitsers verrast. Zij hadden de brug ontdaan van mijnen. Duno en zijn mannen waren nu belast met het bewaken van de brug. Andere parachutisten hadden zich bij hen gevoegd en Appelscha werd nu bewaakt door veertig Fransen. Onder hen bevond zich de commandant (redactie: kapitein Pierre Sicaud, commandant van de tweede compagnie en commandant van de tiende stick). Eén oog in het verband, het andere onder het bloed. Hij zag nauwelijks iets. Hij coördineerde de verdediging: het plaatsen van antitank wapens, die door de R.A.F. waren gedropt. Aan de andere kant kregen wij slecht nieuws te horen: een van onze sticks was aangevallen. Hiervan vreesden wij het ergste.

Verdachte boten
De Nederlanders hadden ons gewaarschuwd dat een groot binnenschip met een sleepboot, bezet door de vijand, in aantocht was. Wij verlieten opnieuw het bos. Ditmaal werd de groep door Thomé geleid. Op de weg kwamen wij drie Duitsers tegen (redactie: op de weg langs de Drentsche Hoofdvaart). Op het moment dat zij ons zagen, maakten zij zich in allerijl uit de voeten. Uit angst dat schoten de aandacht van de vijand zou trekken, verbood Thomé ons te schieten. Vier van onze mannen gingen achter de vluchtende Duitsers aan. Tien minuten later kwamen zij met twee Duitsers terug. De derde Duitser was zwemmend het water (redactie: de Drentsche Hoofdvaart) overgestoken. Onze gevangenen hadden zich zonder slag of stoot overgegeven. Halverwege het kanaal maakten wij nog onze geweren schietklaar. De stick van mij en de stick van de officier hadden de leiding over de patrouille uit Appelscha. Onze sticks moesten achterblijven om Thomé te dekken. De groep die belast was om het binnenschip in te nemen begaf zich in de richting van het kanaal. Verstopt in onze schuilplaatsen hielden wij onze adem in, opdat wij geen geluid zouden maken. Dan werd plotseling de rust van het platteland wreed verstoord door het geknetter van een motor.

Een interessante vondst
De orders die wij in Engeland hadden gekregen waren formeel: het onderscheppen van iedere motorrijder, aangezien deze personen beschikten over belangrijke informatie. Een motor met twee Duitsers erop kwam in onze richting. De bestuurder werd door een van onze mannen vanaf een afstand van zestig meter neergeschoten. De bestuurder viel achterover en kwam tegen de bijrijder aan. Thomé gaf direct het bevel om het vuren te stoppen. De mannen van onze eenheden kwamen de weg op. Op de weg lagen de bebloede lichamen van de twee Duitsers. Deze lichamen werden in het kanaal gegooid. Vervolgens ontdekten wij dat deze twee Duitsers archieven van de Gestapo te Groningen bij zich hadden.

Rustig naderde een binnenschip
Onze mannen gingen voorzichtig richting het water. Thomé en zijn voorhoede verstopten zich achter de ruïne van een stenen muurtje, enkele meters van de waterkant af (reactie: bij het Haarschut). Bij het naderen van het binnenschip bestookten zij de boot met granaten. Tegelijkertijd begonnen de overige eenheden te schieten. De ramen van de boot sprongen uiteen. De boot kwam tegen de waterkant aan. Thomé liet de boot exploderen. De explosie was enorm krachtig en hierdoor viel de boot in twee stukken uiteen. De bemanningsleden, waaronder een officier werden gevangen genomen.

Een belediging die duur komt te staan
Klein, een parachutist uit de Elzas, nam de gevangenen mee naar de overige parachutisten, toen hij ontdekte, dat de gevangenen een speld in de vorm van een hakenkruis op de borst hadden. Klein nam hen deze speld af voor zijn verzameling van oorlogssouvenirs, wat een van de Nazi’s niet beviel. Deze schold Klein uit voor ‘varkenskop’. Zo’n opmerking van een Mof kon Klein niet over zich heen laten gaan, en hij schoot de persoon in kwestie door het hoofd. Klein vond dit echter niet genoeg en nam zich voor om de tweede gevangene hetzelfde lot te laten ondergaan. Terwijl Klein zijn pistool op de tweede gevangene richtte, kwam Thomé tussen beiden. Thomé zei: “Wij zullen deze man geen haar krenken, zolang ik leef.” Dit terwijl wij wisten, dat parachutisten, die in de handen van de Duitsers waren gevallen, koelbloedig werden geëxecuteerd. Tijdens onze strijd in Nederland leek het wel of een wind van barmhartigheid door onze bataljons waaide.

Zoals in de tijd van maarschalk Jourdan
Puy du Pin en ik lieten een deel van onze mannen achter en wij voegden ons bij Thomé om de tweede boot in te nemen. De bemanning van deze boot had de tijd gehad om te vluchten. Thomé gooide een explosief naar de boot. De wrakken van de boot achterlatend, gingen wij terug naar onze legerbasis. Wij hadden de gevonden papieren van de motor bij ons. Een aantal parachutisten verliet de legerbasis en keerde terug naar de brug van Appelscha. Ik begeleidde hen voor een deel. Onder hen bevonden zich twee vertrouwelingen van mij: Domingo (redactie: Maurice Domingo), een bokser uit Narbonne, kampioen van de eerste Engelse Airborne divisie en Pralon (redactie: André Pralon), een soldaat, die in Bir-Hakem had gevochten.

Duivelse schoten … de Canadezen?
Na enkele uren gelopen te hebben, hoorden wij zeer dichtbij geweerschoten. Het was niet het geluid van Duitse wapens, het leek eerder het geluid van Engelse wapens. Op een gegeven moment kwam het geluid uit vijf of zes verschillende richtingen. “De Canadezen zijn er!”, riepen de parachutisten uit, “Laten we naar het dorp gaan om te kijken wat er gebeurt.” Vriend of vijand, iemand met een geweer in de aanslag is altijd gevaarlijk. Hierdoor leek het mij beter terug te keren naar de basis. Opeens vlogen de kogels ons om de oren. Wij merkten twee politieagenten op, die op handen en voeten liepen. Wij herkenden één van hen. Hij vertelde ons, dat onze parachutisten op hen schoten. Dit verbaasde ons niet aangezien de Nederlandse politie-agenten een pet droegen, die op de pet van een Duitse onderofficier leek. Hun kleding leek op de kleding van sommige specialisten van de Wehrmacht. Wij gaven hen het advies om hun kepie en hun vest uit te doen. Wij namen hen mee naar onze basis.

Toen ik op de basis aankwam, stonden de parachutisten in een cirkel klaar voor de strijd. Thomé stond in het midden. Ik vroeg wat er aan de hand was. Thomé vertelde, dat zij bij het horen van de geweerschoten dachten dat het de Canadezen waren. Zij wilden voor de Canadezen in Diever zijn. Hierop verlieten zij het bos. Echter het waren geen Canadezen, maar Moffen (redactie: scheldnaam voor Duitsers). Die waren speciaal voor ons gekomen. De Moffen hadden nieuwe wapens, waarvan het geluid leek op dat van de wapens van de Engelsen. Zij schoten op ons. Niemand is geraakt, omdat de Moffen te vroeg begonnen te schieten. Hierdoor konden wij allen in een sloot springen. Voor ons bevond zich een heuvel. Wij klommen hierop om de vijand te localiseren. De moffen hadden hetzelfde idee. Op de top van de heuvel kwam Thomé oog in oog met een aantal Duitsers te staan. Twee van hen keken door een verrekijker in de richting van het bos om te kijken wat er gebeurde. Thomé gooide twee granaten in hun richting. Vervolgens werden zij onder vuur genomen. De Moffen begonnen eveneens te schieten. Hierop gingen Thomé en zijn mannen terug naar het bos. Gees kwam om te vertellen, dat het dorp groen zag van de Duitsers. De Duitsers hadden in Diever tien burgers gedood, omdat de inwoners van Diever ons geholpen hadden. Dit heeft zich eveneens in Bretagne afgespeeld.

Kritieke situatie
Onze basis aan de rand van het bos werd door de vijand bestookt met brandbommen in de hoop dat het ons zoveel angst aan zou jagen, dat wij onze positie zouden verlaten. Tijdens deze beschietingen lag Gees naast ons plat op de grond. Onze camouflage was perfect. Alleen door op onze lichamen te staan, zou je ons ontdekt hebben. Wij moesten echter op de vlucht slaan. Zie dit echter niet als een afgang. Immers, jezelf zo snel mogelijk in veiligheid brengen, was vaak de enige manier om te overleven en om verder te strijden.

Richting de brug van Appelscha
Wij voegden ons bij de parachutisten op de brug van Appelscha, wat eigenlijk onze missie was. In een gat in het zand verstopten wij de papieren van de Groningse Gestapo. Aan Thomé werd gevraagd of de gevangenen moesten worden gedood. Dit leek voor velen de beste oplossing. Als de gevangenen vrijgelaten zouden worden, dan zou dat immers betekenen dat de vijand alles over ons, het aantal manschappen, onze wapens en dergelijke te weten zou komen. Hen meenemen was volgens mij geen goed idee. Daarbij kwam, dat de Duitsers in Diever als repressaille tien burgers hadden gedood. Thomé vond het executeren van onze gevangenen geen goed idee. Thomé gaf het bevel hun de schoenen terug te geven en het bevel dat zij met ons mee moesten komen. Als zij zouden vluchten, dan zouden ze worden neergeschoten. Onze gevangenen droegen onze bagage. Na tien minuten hoorden wij een serie explosies. De Duitsers schoten in de richting van onze vorige positie. De nacht viel. Volgens Thomé werd het tijd om ergens te bivakkeren. Wij sliepen in een grote cirkel. In het midden sliepen de gevangenen. Gees lag naast Thomé. Zij kon zich geen betere beschermer wensen.

De volgende dag gingen wij op weg naar Appelscha en al snel zagen wij de Canadese tanks verschijnen. Wij zouden opnieuw ten strijde gaan in Noorwegen. Door de capitulatie van het Duitse Rijk was dit echter niet meer nodig. Dit was onze laatste operatie. Die heeft enorme verliezen opgeleverd bij de twee bataljons Franse parachutisten. Deze bataljons maakten de weg vrij voor het Canadese leger. Die strijd is bij het publiek vrijwel onbekend, en valt ongetwijfeld in het niet bij de strijd van de helden van Arnhem. Alleen ik en mijn kameraden zullen onze wapenbroeders, die in het Noorden van Nederland zijn gestorven en waarmee wij het avontuur hebben gedeeld, blijven herinneren.

Het tweede van de twee verhalen van luitenant parachutist Gilles Anspach verscheen in bovenstaand nummer van het Belgische tijdschrift ‘Coeurs Belges’ (afbeelding ter beschikking gesteld door de Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel)

Elke compagnie van de Franse parachutisten had een ‘radiomannetje’, die was uitgerust met een krachtige zend- en ontvangstinstallatie. Elke stick beschikte over een ontvanger. (collectie ‘Amicales des anciens parachutistes S.A.S. et des anciens commandos de la France libre’)

Het eerste van de twee verhalen van luitenant parachutist Gilles Anspach verscheen in bovenstaand nummer van het Belgische tijdschrift ‘Coeurs Belges’ (afbeelding van de Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel)

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De olde brink van Deever mit de braandkoele in 1903

Op veel plaatsen in Deever waren braandkoel’n gegraven om in geval van brand snel te kunnen beschikken over bluswater. Zo ook de hier achter de kinderen zichtbare braandkoele op de brink van Deever. Om de braandkoele stonden witte glint’n (een wit hek).
In de gemiente Deever zijn de meeste braandkoel’n na de komst van de eerste motorspuit in de dertiger jaren van de vorige eeuw gedempt.
Echter deze braandkoele is pas tijdens de grote vernieling van de brink in het midden van de vijftiger jaren van de vorige eeuw gedempt.
Rechts is de oude pastorie van de nederlands-hervormde kerkgemeente te zien (een pastorie hoort in Deever an de brink te staan).
De fotograaf had de driepoot van zijn fototoestel zo geplaatst dat in het midden van de foto tussen de bomen juist korenmolen ‘de Vlijt’ in Oldendeever is te zien.
In het voorhuis van de boerderij aan de linkerkant woonden Hendrikje en Marie Mulder. In het achterhuis oefende Roelof (Roef) ten Buur zijn boerenbedrijf uit.
Fraai is het slijtpad over de brink te zien dat liep naar het niet zichtbare oude gemeentehuis (een gemeentehuis hoort in Deever an de brink te staan).
De oude ansichtkaart is door H. ten Brink uit Meppel uitgegeven in 1903.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de zwart-wit foto onder de oude ansichtkaart gemaakt op 13 mei 2002.

Posted in Ansigtkoate, Brink, Meule van Oll’ndeever, Pastorie aan de Brink, Topstuk | Leave a comment

Hotel Blok an de Deeverbrogge verbraand

In het krant De Sumatra Post (!) verscheen op 29 april 1932 een foto van het verbrande hotel-restaurant-café van Johan Blok an de Deeverbrugge. Bij de foto stond het volgende onderschrift.

Het uit de achttiende eeuw daterende dorpshotel te Dieverbrug (Drente), waarin tevens het plaatselijke kantoor van de Nederlandsche Tramwegmaatschappij gevestigd was, is door een fellen brand geteisterd. Het gebouw, dat vroeger als posthuis werd gebruikt, brandde tot den grond toe af. De schade bedraagt ongeveer achtduizend gulden.

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Verdwenen object | Leave a comment

Witteler fumilienèème Bee de Baarg bestiet neet mièr

Jan bij de Berg (geboren op 19 juli 1860 te Wittelte, overleden op 3 april 1916 te Wittelte) en Lammigje Offerein (geboren op 18 mei 1860 te Wittelte, overleden op 9 juni 1932 te Wittelte) trouwden op 27 april 1888 in Deever.

Het echtpaar kreeg drie kinderen, te weten Jantje (Jantie) en Roelof (Roef) en Jantiena.
Jantje (Jantie) bij de Berg is geboren op 24 maart 1889 in Wittelte. Zij is overleden op 5 juni 1965 in Wittelte. Zij was niet getrouwd. Zij is begraven op de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Roelof (Roef) bij de Berg is geboren op 23 januari 1891 in Wittelte. Hij is overleden op 16 juli 1968 in Wittelte. Hij was niet getrouwd. Hij is begraven op de Baargakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Jantiena bij de Berg is geboren op 30 januari 1893 in Wittelte. Zij is overleden op 22 december 1903 in Wittelte.

Met het overlijden van de ongetrouwde Roelof (Roef) bij de Berg op 16 juli 1968 is de familienaam bij de Berg uitgestorven.

De redactie van ut Deevers Archief heeft Roef en Jantie goed gekend. Zij woonden aan de Wapserveenseweg -komende vanaf de Wittelterweg- in de eerste boerderij aan de linkerkant.

Uit overlijdensakte nummer 15 van 2 november 1827 blijkt dat de op 1 november 1827 in Wittelte overleden landbouwer Jan Jakobs bij de Berg is geboren op 30 september 1754 in Wittelte. Hij was een zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans.
Het vermoeden bestaat dat de familienaam Bij de Berg (bee de Baarg) in de Napoleontische tijd is ontstaan, toen de Franse bezetter bij het invoeren van de burgerlijke stand de mensen dwong een achternaam aan te nemen.
Deze Witteler familie moet zich verbonden hebben gevoeld met de Witteler Berg (de Baarg), woonde toen misschien wel dichter bij de Berg (de Baarg) dan Roef en Jantie aan de Wapserveenseweg. Op de vraag van de ambtenaar ‘wat is uw achternaam’ gaf Jan Jacobs wellicht als antwoord ’k hep gien aachterneème’. Op de vraag van de ambtenaar ‘waar woont u’ gaf Jan Jacobs mogelijk als antwoord ‘bee de baarg’. De reactie van de ambtenaar zal wellicht geweest zijn ‘dan schrijf ik bij uw achternaam ‘Bij de Berg’.’
De redactie heeft het graf van de familie Bij de Berg op de lijst van Deevers funerair aarfgood gezet.

Afbeelding 1  – (© Ut Deevers Archief – 26 juli 2012 – Alle rechten voorbehouden)
Jantiena bij de Berg zal elders op het kerkhof zijn begraven.

Familie Bij de Berg – Geboorteakten

Diever, geboorteakte, 7 april 1851, aktenummer 14
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 5 april 1851, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 33 jaren.

Diever, geboorteakte, 10 april 1856, aktenummer 8
Kind: Lammigje bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 9 april 1856, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 37 jaren, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder; oud: 37 jaren.

Diever, geboorteakte, 17 oktober 1857, aktenummer 27
Kind: Janna bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 16 oktober 1857, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 39 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 39 jaren.

Diever, geboorteakte, 20 juli 1860, aktenummer 22
Kind: Jan bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 19 juli 1860, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 41 jaren, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder; oud: 41 jaren.

Diever, geboorteakte, 25 maart 1889, aktenummer 13
Kind: Jantje bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 24 maart 1889, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 28 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.

Diever, geboorteakte, 24 januari 1891, aktenummer 7
Kind: Roelof bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 23 januari 1891, zoon van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 30 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.

Diever, geboorteakte, 1 februari 1893, aktenummer 8
Kind: Jantiena bij de Berg, geboren te Wittelte (Deever) op 30 januari 1893, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer; oud: 32 jaren, en Lammigje Offerein, beroep: zonder.

Familie Bij de Berg, huwelijksakten

Deever, huwelijksakte, 26 april 1828, aktenummer 4
Bruidegom: Roelof Veldkamp, oud: 36 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Heime Veldkamp en Jantje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Geesje bij de Berg, oud: 34 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. N.B. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.

Deever, huwelijksakte, 24 december 1841, aktenummer 10
Bruidegom: Roelof Jannes Hessels, geboren te Deever; oud: 36 jaren; beroep: landbouwer; weduwnaar van Hendrikje Elting, zoon van Jannes Hessel en Janna Berents, beroep: landbouwersche. Bruid: Janna Jans bij de Berg, geboren te Deever; oud: 33 jaren; beroep: zonder, dochter van Jan Jacobs en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. N.B. vader bruidegom overleden; vader bruid overleden.

Deever, huwelijksakte, 7 mei 1850, aktenummer 9
Bruidegom: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Deever; oud: 31 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans, beroep: landbouwersche. Bruid: Jantje Willems Jonkers, geboren te Dwingelo; oud: 32 jaren; beroep: naaister, dochter van Willem Fredriks Jonkers, beroep: landbouwer, en Janna Schippers, beroep: zonder. N.B. vader bruidegom overleden.

Deever, huwelijksakte, 28 april 1877, aktenummer 7|
Bruidegom: Hendrik Hessels, geboren te Deever; oud: 34 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Hendriks Hessels en Hilligje Willems Mulder. Bruid: Lammigje bij de Berg, geboren te Deever; oud: 21 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willem Jonkers, beroep: zonder. NB. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.

Deever, huwelijksakte, 14 mei 1885, aktenummer 6
Bruidegom: Hendrik Boerhof, geboren te Smilde; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Harm Boerhof en Grietje Hendriks Eis. Bruid: Janna bij de Berg, geboren te Deever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. N.B. vader bruidegom overleden; moeder bruidegom overleden.

Deever, huwelijksakte, 27 april 1888, aktenummer 7
Bruidegom: Jan bij de Berg, geboren te Deever; oud: 27 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Roelof Jans bij de Berg, beroep: landbouwer, en Jantje Willems Jonkers, beroep: zonder. Bruid: Lammigje Offerein, geboren te Deever; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Fredrik Kornelis Offerein en Jantje Koops Eleveld. N.B. vader bruid overleden; moeder bruid overleden.

Familie Bij de Berg, overlijdensakten

Deever, overlijdensakte, 2 november 1827, aktenummer 15
Overledene: Jan Jakobs by de Berg, geboren te Deever op 30 september 1754; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Diever) op 1 november 1827; oud: 73 jaren, zoon van Jakob Remmelts en Geertje Jans. Gehuwd geweest met N.N. N.N., in leven.

Deever, overlijdensakte, 24 september 1831, aktenummer 18
Overledene: Geesje Jans bij de Berg, geboren te Deever op 24 juni 1803; overleden te Deever op 22 september 1831; oud: 28 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Roelof Heimen Veldkamp, in leven.

Deever, overlijdensakte, 16 oktober 1854, aktenummer 25
Overledene: Lammigje Roelofs bij de Berg, geboren te Deever op 5 april 1851; beroep: zonder; overleden te Wittelte (Deever) op 15 oktober 1854; oud: 3 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers.

Deever, overlijdensakte, 7 augustus 1857, aktenummer 14
Overledene: Grietje Jans bij de Berg, geboren te Deever op 15 juli 1798; beroep: zonder; overleden te Deever op 6 augustus 1857; oud: 59 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans Bult. Gehuwd geweest met Harm Bartelds Bos, in leven.

Deever, overlijdensakte, 8 april 1880, aktenummer 13
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Deever op 7 mei 1808; beroep: landbouwersche; overleden te Oldendiever (Deever) op 7 april 1880; oud: 71 jaren, dochter van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Roelof Jans Hessels, overleden.

Deever, overlijdensakte, 7 november 1888, aktenummer 39
Overledene: Roelof Jans bij de Berg, geboren te Deever op 3 oktober 1818; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Deever) op 6 november 1888, zoon van Jan Jacobs bij de Berg en Lammigje Jans. Gehuwd geweest met Jantje Willems Jonkers, in leven.

Deever, overlijdensakte, 23 december 1903, aktenummer 47
Overledene: Jantiena bij de Berg, geboren te Deever op 30 januari 1893; overleden te Wittele (Deever) op 22 december 1903; oud: 10 jaren, dochter van Jan bij de Berg, beroep: landbouwer, en Lammigje Offerein.

Deever, overlijdensakte, 4 april 1916, aktenummer 13
Overledene: Jan bij de Berg, geboren te Deever; beroep: landbouwer; overleden te Wittelte (Deever) op 3 april 1916; oud: 55 jaren, zoon van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Lammigje Offerein, in leven.

Deever, overlijdensakte, 18 april 1918, aktenummer 7
Overledene: Lammigje bij de Berg, geboren te Deever; beroep: zonder; overleden te Deever op 17 april 1918; oud: 62 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willem Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Roelofs Hessels, overleden.

Deever, overlijdensakte, 2 februari 1925, aktenummer 3
Overledene: Janna bij de Berg, geboren te Diever; beroep: zonder; overleden te Deever op 1 februari 1925; oud: 67 jaren, dochter van Roelof Jans bij de Berg en Jantje Willems Jonkers. Gehuwd geweest met Hendrik Boerhof, in leven.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, de Witteler Baarg, Wittelte | Leave a comment

Ut fietsepad noast de olde Stienwieker saandweg

5In de collectie Dienst Landelijk Gebied van het Drents Archief is bijgaand getoonde zwart-wit foto aanwezig. Deze niet zo scherpe foto heeft fotonummer LG0507114 en is in 1971 gemaakt door de heer Constandse. Deze foto is gemaakt in het kader van de voorbereiding van de volkomen overbodige ruilverkaveling Deever.
De saandweg over de Westeresch tussen Oll’ndeever en de Dwarsdrift heeft wonder boven wonder de rampzalige cultuurvernietigende verkaveling van de oeroude esgronden in Deever en Oll’ndeever en Wittelte overleefd. Met het verdwijnen van de oeroude esgronden verdwenen ook de oeroude veldnamen. De ruilverkaveling was een cultuurhistorische ramp van de zwaarste orde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze saandweg op zijn lijst van Deevers aarfgood gezet.
Op de zwart-wit foto is ut fietsepad noast de Stienwieker saandweg te zien. Aan de linkerkant is de nieuwe U.L.O.-school te zien. Ook zijn te zien de gemeentelijk toren an de brink van Deever en korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever.
Te gelegener tijd, en zeker niet met geschwinde spoed en zeker ook niet in gestrekte draf, zal de redactie van ut Deevers Archief een recente foto van dit deel van de Stienwieker saandweg in dit bericht opnemen.

Posted in Aarfgood, Saandweg, Westeresch | Leave a comment

Bergplaats voor benzine en petroleum op ’t Kastiel

In de Provinciale-Drentsche en Asser Courant van 27 juli 1931 verscheen het volgende korte bericht over het verlenen van een hinderwetvergunning.

Door Burgemeester en Wethouders is vergunning verleend aan de N.V. ‘De Automaat’ tot het oprichten van een bergplaats voor benzine en petroleum bij het huis van J. Gerrits, Kasteel.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De Automaat is de Maatschappij tot Detailverkoop van Petroleum ‘De Automaat’, gevestigd in Rotterdam.
J. Gerrits is Jan Gerrits (Garries) (hij is geboren op 23 januari 1899, hij is overleden op 13 mei 1968).
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 gemaakt.
In 1931 was het adres van het boerderijtje van de familie Gerrits gewoon Kasteel. Tegenwoordig staat het boerderijtje vanwege een dwaling van de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemiente Deever in de straatnaamgeving nog steeds aan de Van Oslaan.

In de herinnering van de redactie moet de bergplaats voor de pietereulie achter het links zichtbare boerderijtje op ’t Kastiel zijn geweest, op de plek die op de foto is te zien. Jan en Pieter Gerrits -twee zonen van Jan Gerrits en Aafje van der Weij- waren ook pietereulieventer. Pieter is nog niet zo lang geleden overleden; hij is geboren op 3 oktober 1931 en is overleden op 13 april 1916,


Posted in Alle Deeversen, Boerdereeje, Deever, ut Kastiel | Leave a comment

De aftakeling van een horeca-gelegenheid

Op de hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de boerderijtjes in het Groenendal uit 1955 is op de achtergrond het boerderijtje van de familie Booiman te zien, op de plek waar in november 2014 een vervallen horeca-gelegenheid stond.
Op de kleuren-ansichtkaart van hotel-restaurant ‘de Walhof’ uit 1988 ziet het gebouw aan de Hezenesch vlak bij het openluchtspel en landelijk gelegen tussen de bossen en akkers er nog prima uit.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 21 november 2014 gemaakt.
Het gebouw was toen na allerlei knutselachtige uitbreidingen en aanbouwseltjes verloederd, afgetakeld en verworden tot een ruïne, gereed voor de sloop of voor een zeer grondige opknapbeurt.

Hotel-Restaurant ‘de Walhof’, Familie R.A. ter Wal, Hezenes 6, 7981 LC, Diever, telefoon 05219-1793.
Uniek gelegen tussen de bossen en landbouwgronden. Prachtig tuinterras. Ansichtkaart uit 1988.

Posted in Ansigtkoate, Bedrief, Deever, Heezeresch, Recreatie, Toeristenindustrie | Leave a comment

Deepe joap’m in de ziele van de Deeversen

In de Leeuwarder Courant van 11 februari 2017 verscheen een twee-bladzijden groot artikel met de titel Een diepe kras in de ziel van Diever. Het artikel beschrijft een wandel- en fietsroute langs plaatsen in de gemiente Deever die getuigen van beladen gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Het twee-bladzijden grote artikel levert na verkleining een afbeelding op met een schier onleesbare tekst op, vandaar dat de tekst in dit bericht is geciteerd.

Een diepe kras in de ziel van Diever 
De Tweede Wereldoorlog liet in Diever diepe wonden achter. De Historische Vereniging Gemeente Diever maakt een tocht langs beladen plekken.
“Geen wonder dat de Duitsers die schuilplaats ontdekten, als de plek zo duidelijk met bordjes wordt aangegeven…” Fred Jansen kan er wel om lachen, waarom ook niet. Hij maakte het al een paar keer mee tijdens een rondleiding met een schoolklas naar het onderduikershol in de bossen tussen Diever en Wapse. Maar het is wel een lachje dat schuurt. Want als er iets is wat uit de onbevangen reactie van de kinderen naar voren komt, dan is het wel hoe moeilijk het is om een voorstelling te maken van het verleden, vooral als dat verleden een oorlog betreft. “En dat geldt heus niet voor kinderen.”
Diever heeft veel te verstouwen gehad in de Tweede Wereldoorlog. De bezetting liet diepe krassen achter in de ziel van het dorp, de diepste op het moment dat de bevrijders zich al hadden aangekondigd.
Er is de Historische Vereniging Gemeente Diever veel aan gelegen over dat verleden te vertellen. Jan Blaauw (1938), Bart Buiter (1941), Fred Jansen (1948) en Jans Tabak (1949) doen dat aan de hand van een tocht langs een aantal beladen plekken.
Het onderduikershol is een van die plekken. De schuilplaats tussen de destijds jonge dennen werd in 1943 gegraven door onderduikers die niet verplicht wilden werken in Duitsland. “Behoorlijk wat onderduikers waren van gereformeerde origine” vertelt Tabak, wijzend naar een bordje met daarop een Bijbeltekst uit Jesaja. Het invallende licht is net voldoende om te kunnen lezen Verberg de verdrevenen, verraad de vluchteling niet. Maar het bord buiten het hol is onverbiddelijk, het telt acht namen van mannen die werden opgepakt, nadat de Duitsers het hol in november 1944 ontdekten. “Drie andere mannen werden in de dagen daarna ook gearresteerd, slechts één keerde terug uit de concentratiekampen.
Noodlot
Was er een reden dat Diever zo zwaar werd getroffen ? Het is een vraag waarover het viertal van de historische vereniging de hele tocht niet raakt uitgepraat. Een pasklaar antwoord is natuurlijk ook niet te geven. Deels waren het ’toevalligheden’, ‘een samenloop van omstandigheden die het noodlot veroorzaakte’, aldus de mannen. Een vliegtuig dat wordt neergeschoten kan immers overal terechtkomen, de werkkampen aan de weg naar Oude Willem dateren al van voor de oorlog en het onderduikershol in de bossen was heus niet het enige in Drenthe.
Maar er was meer aan de hand in Diever, zo blijkt uit de verhalen van de vier mannen. Die tekenen een beeld van een dorp waar je op je tellen moest passen. Zo was het oppassen geblazen voor de eigenaar van café Brinkzicht, een fanatiek lid van de NSB, en deed de postkantoorhouder belangrijk werk voor het verzet door berichten over aanstaande huiszoekingen door te spelen. De NSB-burgemeester vertrouwde daardoor ondertussen zijn politieapparaat niet meer en stelde orde op zaken. Op zijn verzoek kwam een groep landwachters uit het Westen naar het dorp.
Bloedgroep Norg
“Je kent de verhalen over de bloedgroep Norg ?” Op de Brink, in het hart van Diever, omsloten door de kerk, het voormalig gemeentehuis en café Brinkzicht, wijst Tabak naar het Schultehuis. “Mijn overgrootouders hadden hier een boerderij. In de oorlog werd het voorhuis gevorderd. Die landwachters namen hier hun intrek. Ze zijn in het Noorden berucht geworden door de gruweldaden die ze in Norg verrichten, maar in de omgeving van Diever hielden ze net zo huis.” Als voorbeeld vertelt Tabak over zijn overgrootmoeder, die hoorde hoe arrestanten met geweld tot praten werden gedwongen. “Het gegil ging door de muren heen.”
Het werd al genoemd: de diepste kras in de ziel liep Diever op in het zicht van de bevrijding. Bij het monument voor de oorlogsslachtoffers aan de rand van Diever, vertelt het kwartet hoe in de nacht van 7 op 8 april 1945 Franse parachutisten in de omgeving van het dorp landen. “Op 10 april leidde de komst van de parachutisten tot opwinding in het dorp. Het verzet durfde het aan de burgemeester te arresteren. Maar een naar Diever geëvacueerde NSB’er berichtte de in Steenwijk gelegerde Duitsers. Die kwamen met zo’n 150 soldaten en arresteerden lukraak mannen uit Diever.”
Buiter wijst naar een stel rodondendrons. “Daar stonden de mannen, elf stuks. Waarschijnlijk was het allemaal goed afgelopen als plots niet de Duitse commandant was komen opdagen, die was dronken en schoot meteen zijn machinegeweer leeg. Slechts één van de mannen overleefde door zich voor dood te houden. Een gruwelijke gebeurtenis, twee dagen voordat het dorp werd bevrijd.”

Het bijschrift bij de negen-luiks afbeelding luidt als volgt:
Met de klok mee, vanaf linksboven: de Hoofdstraat in Diever; het Oer-museum (Schultehuis); het monument voor de omgekomen bemanning van de geallieerde bommenwerper; het onderduikershol; plaque van de gemeente Diever; foto’s van de vermoorde verzetsmensen uit het onderduikershol; café Brinkzicht; de vier gidsen van de route: Fred Jansen, Jans Tabak, Jan Blaauw en Bart Buiter.

De tekst onder het kopje Bommerwerper luidt als volgt:
Op 22 november 1943 stortte een Canadese Halifax bommenwerper neer ten noorden van Diever. Alle inzittenden – zes Canadezen en een Engelsman – kwamen daarbij om het leven. In het bos staat een gedenksteen, de bemanningsleden zijn begraven op het kerkhof in Diever.

De tekst onder het kopje Werkkampen luidt als volgt:
Als antwoord op de grote werkloosheid werden in de jaren dertig van de vorige eeuw werkkampen opgericht. Werkloze arbeiders werden gedwongen de woeste grond te ontginnen. Diever A en Diever B waren twee van die kampen. In de oorlog bracht de Duitse bezetter er Joodse mannen onder. In 1942 werden zij overgebracht naar kamp Westerbork. Na de oorlog dienden de kampen voor de opvang van evacués en vermeende landverraders.

De beschrijving van de route luidt als volgt:
Lengte: 12 kilometer
De route kan zowel wandelend als fietsend worden afgelegd.
Start: Brink in Diever.
Aan de Brink staat het Schultehuis (thans Oer-museum), het voormalige gemeentehuis en café Brinkzicht, hoofdrolspelers in dit verhaal.
Ga de Hoofdstraat in, links van café Binkzicht.
Hoofdstraat 15, 13 en 11 waren de woningen van de notabelen van het dorp: de huisarts, de schoolmeester en de burgemeester. In de oorlog stonden de huizen iets buiten de bebouwde kom.
Op T met N855 LA, fietspad.
Bij P21504 RA, Doldersummerweg.
Bij P21642/fietsknooppunt 59 RA.
Bij P23273 RA naar onderduikershol en weer terug, sla bij P23273 RA om route te vervolgen.
Bij P24357 RA, een gravelfietspad.
Op T met P24358  LA naar gedenkplaat en informatiebord werkkampen Diever A en Diever B, dan terug langs P24358 en even verder bij P24359/fietsknooppunt 67 LA naar gedenksteen voor omgekomen piloten.
Terug naar P24359/fietsknooppunt 67 en LA.
Bij marktbrink aan dorpsrand Diever staat links een gedenksteen voor oorlogsslachtoffers, de rodondendrons daarachter markeren de plek waar lukraak opgepakte Dievenaren werden gefusilleerd.
Links ligt ook de begraafplaats, de ingang is aan de dorpszijde. Om de graven te bezoeken: op begraafplaats RA en neem eerste pad links voor de graven van de piloten, neem het derde pad voor de gefusilleerde Dievenaren.
Na begraafplaats route vervolgen.
Sla LA op driesprong bij Dorp, Ten Darperweg.
Neem tweede weg RA, Peperstraat, terug naar Brink.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie is van mening dat de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever driewerf hulde verdienen voor het uitzetten van deze belangwekkende wandel- en fietsroute langs plaatsen die getuigen van beladen gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Hulde, hulde, hulde. Deever heeft zijn toeristische bewegingspakket met wéér een belangwekkende wandel- en fietsroute uitgebreid !! Wellicht is de beschrijving van deze route bij het V.V.V.-kantoor op het marktterrein an de Bosweg in Deever te verkrijgen, anders even een afdrukje van dit bericht maken.
De redactie geeft de heemkundige vereniging uut Deever in overweging de afbeelding van 9 fotootjes bij het artikel in de Leeuwarder Courant uit te geven als een zo genoemd 9-luiks kleuren ansichtkaart.
De wandel- en fietsroute zou onder meer nog kunnen worden uitgebreid met een bezoek aan de Canadezen-boom an de Kloasterstroate en de plek bee’j ut Aar’mhuus waar de Franse commando’s in de nacht van 7 op 8 april 1945 landden. Ook een mooi bezoekpunt zou zijn geweest het oude postkantoor van de familie Schoemaker, maar dat is helaas afgebroken; op die plek staat nu een woonhuis. En wat te denken van de mogelijkheid het huis van Geert Koster in de route op te nemen ?
De redactie heeft in ut Deevers Archief al in heel veel berichten aandacht besteed aan het gebeurde in de gemiente Deever in de Tweede Wereldoorlog en beseft zich ten zeerste dat nog aan heel veel tweede-wereld-oorlog-onderworpen aandacht moet worden besteed.
De zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief zou -alvorens de beschreven route te voet of te fiets af te leggen – bijvoorbeeld de volgende berichten kunnen lezen:
– De vijand diensten bewezen in de oorlogstijd;
– N.S.B.-propagandabijeenkomt in café Balsma in de Tweede Wereldoorlog;
– Franse commando’s arresteren N.S.B.-burgemeester Pier Obe Posthumus;
– Gees de postbeambte kijkt me triomfantelijk aan;
– Plaatselijk distributiekantoor leeggehaald;
– De gemeentelijke dokterswoning op de Noordesch;
– De gemeentelijke burgemeesterswoning op de Noordesch;
– Eerste plattegrond van het onderduikershol;
–
 En meldt den omzwervende niet;
–
 Oorlogsvijanden sluiten nu vrede;
– Twee doorvoerkampen voor joden in de Olde Willem;
– Kinderkampen voor opvang van kinderen van N.S.B.’ers;
– Teeg’n de wal bee’j de kaarkhof van Deever;
– Fritz Habener – de moordenaar van 10 april 1945;
– De graven van de geallieerden op de kaarkhof van Deever;
– De landingsplaats van de Franse commando’s bee’j ut Aar’mhuus an de Grönnegerweg;
– Canadezen-boom op 12 april 1985 geplant in Deever;

..

Posted in Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ik wil even reageren op het verhaal over ’t Bultie

De redactie ontving op 15 februari 2015 van Henk Nijboer uit Beilen de volgende korte reactie op de vraag van Jacob (Jaap, Japie) Koning over de juiste ligging van ’t Bultie.

Ik wil even reageren op het verhaal over ’t Bultie. Wij woonden vroeger in de Kloosterstraat op de hoek met de Veentjesweg. Voor ons was ’t Bultie het zandpad tussen de boerderij van Jan de Ruiter en de Veentjesweg, dus het verlengde van de Kloosterstraat.

Aantekeningen van de redactie van Ut Deevers Archief
De reactie van Henk Nijboer geeft aan dat ’t Bultie een grotere oppervlakte moet hebben beslaan dan alleen de plek waar ooit een houten keet als nood-gemeentehuis heeft gefungeerd. De redactie is benieuwd wie deze aanname verder kan onderbouwen. 

Posted in Bultie, Kloosterstroate, Veldnème | Leave a comment

Groet’n uut kaamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

Op deze tamelijk zeldzame zwart-wit ansichtkaart uit het einde van de vijftiger jaren van de vorige eeuw zijn enige kleine afbeeldingen te zien, te weten een afbeelding van de gemeenschappelijke ruimte in de Alaska-barak, de handenarbeidruimte zat in de barak waarin ook de douches en het drooghok waren, de kantoren met de stafverblijven en de sportles op het voetbalveld. Voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe worden verzocht vooral te reageren.

Abracadabra-453

Posted in Ansigtkoate, de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Een oud hekje op een rooms-katholiek kerkhof

Bij het wandelen op de wegen der vrijheid kwam de redactie van ut Deevers Archief het Deevers op de kerkhof van de rooms-katholieke geloofsgemeente op Zorgvlied (an de aandere kaante van de bos) in een hoek van dit kerkhof een merkwaardig oud hekje tegen. Markeert dit hekje de oorspronkelijke ingang van deze dodenakker ? Of was het de privé-ingang van de familie Verwer ? Of stond dit hekje eerst aan de weg en is het hier neergezet, nadat het was vervangen door het huidige toegangshek ? Wie het weet, die mag het de redactie uitleggen.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Kaarkhof de Monden, Lodewijk Guillaume Verwer, Toevallige waarneming, Zorgvliet | Leave a comment

Un ienvoldig gedèènktiek’n bee de Deeverbrogge

In de nacht van 11 op 12 april 1944 bouwden mannen uit de omgeving met vereende krachten en met succes voor de tanks van het oprukkende Canadese leger een noodbrug ter plaatse van de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge over de Drentsche Hoofdvaart.

Van wijlen de schrijver Reinder Smit uit Dwingelo is het volgende citaat:
Het schijnt, dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het bruggehoofd Dieverbrug het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft meegenomen. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de Canadese verkenners voor Steenwijk en nog dezelfde dag werd Wolvega bereikt. Is het teveel gezegd dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (onder andere Pingjum) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de man(nen) van Rijkswaterstaat en hun Drentse medewerkers.

In de gemiente Deever herinnert alleen het esdoornblad (maple leaf, het nationale symbool van Canada) in het na de Tweede Wereldoorlog door burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) cum suis bij elkaar gefantaseerde wapen van de niet meer bestaande gemiente Deever aan de Canadese bevrijders, een wel erg magere herinnering. De gemiente Deever heeft dit wapen bij het opgaan van de gemiente Deever in de gemeente Westenveld (officieel of officieus ?) in eigendom overgedragen aan de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever. Daarmee bestaat geen officiële band meer tussen het plaatselijke bestuur en de Canadese bevrijders.

In de gemiente Deever staat een gedenksteen bij het onderduikershol, is een omgekomen Canadese vliegtuigbemanning op het kerkhof van Diever begraven, zijn de tien op 10 april 1945 vermoorde mensen op het kerkhof van Diever begraven, staat een herinneringsteken in de Olde Willem op de plek waar een Canadese bommenwerper is neergestort, staat een herinneringsteken bij de als kamp voor de doorvoer van joden gebruikte rijkswerkkampen Diever A en Diever B, en staat een herinneringsteken op het marktterrein voor de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen mensen in de gemiente Deever. Deever toont veel respect voor de tragische gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.

Het moet in samenwerking tussen de gemeente Westenveld en de plaatselijke heemkundige vereniging uut Deever en die van Dwingel toch voor een paar centen mogelijk zijn om bij, op, aan, onder of boven de Deeverbrogge een eenvoudige teken (bij voorkeur geen teken aan een zwerfkei) aan te brengen ter herinnering aan de bouwers van de noodbrug, de over de noodbrug oprukkende Canadese bevrijders en de daardoor versnelde bevrijding van de gemiente Deever, de kop van Overijssel en Friesland met alle goede gevolgen van dien. Op verschillende plekken in Friesland zijn wel platen te vinden, die respectvol herinneren aan de Canadese bevrijders.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de eerste versie van dit bericht gepubliceerd op 1 november 2016.
Commies der Belastingen Wopke Veenstra maakte deze unieke foto op 12 april 1945. De foto is afkomstig uit de verzameling van mevrouw Lonnie Zoer-Veenstra uut Dwingel. Op de foto is an de Deeverbrogge an de Deeverse kaante een Canadese gevechtswagen te zien. Deze pantserwagen van het type Britse Universal Carrier, beter bekend onder de naam Bren Gun Carrier, had een kaliber 0.303 Brengun als bewapening. Dit wapen is op de afbeelding goed te zien.
De man met geweer links op de voorgrond is brandstoffenhandelaar Jan Oostenbrink, wonende an de Deeverbrogge an de Dwingeler kaante. Het meisje met pop is Alone (Lonnie) Veenstra, dochter van Wopke Veenstra en Lia van Delden.
Het huis met de gesloten luiken links op de achtergrond is vanwege een latere reconstructie van het kruispunt an de Deeverbrogge afgebroken.
Juffrouw Rigtje van der Land van de Openbare Lagere School in Deever (hiel veule Deeversen hept bee heur in de klasse seet’n ?) en haar ouders (haar vader overleed in 1944 en haar moeder in 1950, beiden zijn begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) woonden in de oorlog in het huis (adres Rijksweg 34), dat rechts naast het huis met de gesloten luiken is te zien. Zij en haar moeder hebben niets gemerkt van de bouw van de noodbrug bij de opgeblazen Deeverbrogge. Dit gebeurde immers ’s nachts. Het bleek dat ze bevrijd waren, toen ze ’s morgens ontwaakten. De eerste Canadese tank, die over de noodbrug kwam, hebben ze in het geheel niet gezien.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadees’n, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ut hunnebed van Deever wordt zichtbaarder

In de Meppeler Courant van 6 januari 2012 verscheen het volgende korte bericht over de vernielingen aan het hunnebed in de Stienakkers op de Heezeresch an de Grönnegerweg bee Deever.

Vernielingen vorig jaar aan het hunnebed in Diever hield de gemoederen flink bezig. Inmiddels is de steen vakkundig gerepareerd en is het hunnebed onder toezicht gesteld.
Met de Historische Vereniging Gemeente Diever en de gemeente is een plan van aanpak gemaakt om vernielingen in de toekomst te voorkomen.
Binnenkort worden struiken en enkele bomen verwijderd. ‘We willen dat het hunebed goed te zien is vanuit de omgeving. Dit maakt het voor vandalen moeilijker’, aldus boswachter Corne Joziasse. Voorzitter Jan Blaauw is blij dat er nu actie wordt ondernomen. Hij houdt met zijn club een oogje in het zeil.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Inmiddels zijn in die tijd heel veel bomen en bosschages rond het hunnebed verwijderd, zodat het hunnebed inderdaad van alle kanten was te zien, een lust voor het oog, maar helaas zijn toen de Stienakkers niet geheel in hun oorspronkelijke staat gebracht, gewoon helemaal kaal, wat dikke stien’n in un bouwakker, een gemiste kans.
Het enige bewoonde (?) huis, van waaruit het hunnebed wellicht vanuit de voorkamer is te zien, staat op enige honderden meters van het hunnebed.
Hebben de bewoners van dat huis een dagverrekijker en ook een nachtverrekijker gekregen van de Stoat, de verantwoordelijke beheerder belast met het toezicht op het hunnebed, om voor de Stoat gratis en voor niks het hunnebed in de gaten te houden ?
En wat te doen als baldadige jeugd uut Deever na schooltijd op een donkere namiddag in de herfst weer een vuurtje gaat stoken onder een van de onbeschadigde dekstenen of onder de vernielde deksteen ? Dan kon daar in 2012 geen oogje in het zeil houdende hunnebedwachter van de heemkundige club uut Deever als een soort van onbezoldigde veldwachter vanachter een boom of een bosschage tevoorschijn springen, want die waren door ijverige vrijwilligers van dezelfde vereniging opgeruimd.

Posted in Deever, Hunnebedde D52 | Leave a comment

Militair kamp is bijna in gereedheid gebracht – 1905

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 13 juli 1905 verscheen het volgende korte bericht over het in gereedheid brengen van het militaire oefenkamp op de Oeren tussen Kalteren en Wapse.

Frederiksoord, 12 juli.
Met het in gereedheid brengen van het militair kamp te Diever is men druk bezig. Dagelijke rijden van Diever naar Steenwijk militaire transportwagens en dikwijls ook boerenwagens, om verschillende benoodigdheden, die aldaar aankomen, naar het kamp te vervoeren. De menage wordt voor een groot gedeelte uit Steenwijk aangevoerd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In de zomer van 1905 oefende het negende regiment infanterie van de landweer voor het eerst op de heidevelden bij Wapse. Het bericht beschrijft enige werkzaamheden van de kwartiermakers van het militaire oefenkamp.
Van het soldatenkamp is in de jaren 1905, 1906, 1907, 1908 en 1909 een flink aantal ansichtkaarten uitgegeven, waaronder bijgaande.

Posted in Ansigtkoate, de Kaamp op de Oeren, Kalter’n, Wapse | Leave a comment

Nog un monement’nschiltie an de toren an de brink

In de Meppeler Courant van 8 september 2014 verscheen het navolgende kleine berichtje over de presentatie van het nieuwe landelijke monumentenschildje.

Primeur in Pancratiuskerk
Diever. De openingshandeling van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld vindt vrijdag om 16.00 uur plaats in de Sint Pancratiuskerk in Diever. Tijdens de openingshandeling heeft er een primeur plaats: landelijk wordt tijdens het Open Monumentendag weekeinde het nieuwe landelijke ‘moumentenschildje’ gepresenteerd en de gemeente Westenveld mag de Drentse onthulling voor haar rekening nemen. Voor het weekeinde van de Open Monumentendag in de gemeente Westenveld heeft zich een record aantal monumenteneigenaren en bewoners aangemeld. In totaal zijn 33 monumenten geopend voor het publiek.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Sint Pancratiuskerk, het blijft merkwaardig het kerkgebouw aan de brink van Deever te bestempelen als de kerk van een rooms-katholieke geloofsgemeente, terwijl deze kerk al eeuwen niet meer in gebruik is bij deze geloofsgemeente.
Het kerkgebouw aan de brink van Deever, die in gebruik is bij de Nederlands hervormde geloofsgemeente (dominee, schrijf ik het zo goed ?), is een rijksmonument en is voorzien van het sinds 1954 internationaal gebruikte blauw-witte schildje. Zie de kleurenfoto die de redactie van ut Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. Het schildje is keurig met 3 roestvast stalen schroefjes bevestigd aan de gemeentelijke toren, die blijkbaar onderdeel is van het rijksmonument. Niet alle rijksmonumenten zijn voorzien van het blauw-witte schildje. Het schildje geeft aan dat het betreffende pand in oorlogstijd moet worden beschermd en moet leiden tot eerbiediging van het pand door strijdende partijen tijdens gevechtshandelingen.

Een rijksmonument is een bouwwerk of object, of het restant daarvan, die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde.
Tijdens de Open Monumentendagen 2014 in het tweede weekeinde van september is het nieuwe schildje in gebruik genomen. Zie de kleurenfoto die de redactie van ut Deevers Archief op 13 november 2014 maakte. In Drenthe werd het eerste schildje bevestigd aan de gemeentelijke toren aan de brink staat. Voorwaar een gebeurtenis van groot historisch belang. Opvallend is dat het wit-oranje schildje niet gewoon naast het blauw-witte schildje is bevestigd.
Maar hoe is het nieuwe schildje aan de gemeentelijk toren bevestigd ? Schroefjes zijn niet te zien. Met lijm soms ?
De toren was eigendom van de gemiente Deever en is nu eigendom van de gemeente Westenveld. De Nederlands hervormde geloofsgemeente is erfpachter van de gemeentelijke toren aan de brink. Subsidietechnisch gezien schijnt dat een betere constructie te zijn.
Wellicht is het nieuwe schildje aan het verkeerde pand geschroefd en moet ook een schildje naast de hoofdingang van het kerkgebouw aan de tufstenen muur worden bevestigd.
Binnen de grenzen van de gemiente Deever zal het wit-oranje schildje naar verwachting aan de volgende rijksmonumenten worden bevestigd:
Restanten van een kalkovencomplex bij Rijksweg 26, Deeverbrogge;
Kerk aan de brink van Deever, Hoofdstraat 45, Deever;
Voormalig schultehuis, Brink 7, Deever;
Voormalig armenwerkhuis, Grönnigerweg 6, Deever;
Voormalige boerderij ‘de Caathof’, Holtenweg 2, Deeverbrogge;
Korenmolen ‘de Vlijt’, Dingspil 17, Deever;
Hunebed D52, op de Stienakkers an de Grönnigerweg, Diever;
Boerderij met zijbaander, Achterstraat 14, Deever;
Voormalige smederij, Hoofdstraat 49, Deever;
Boerderij met zijbaander, Kruisstraat 2, Deever;
Dubbel verdiepingsloos woonhuis, Kruisstraat 4, Deever;
Boerderij met zijbaander, Kastanjelaan 18, Deever;
Hallenhuisboerderij met voorgeplaatst dwarshuis, Brink 11, Deever;
Pothok met potstal bij hallenhuisboerderij, bij Brink 11, Deever;
Hollenhuisboerderij met dwarsdeel, Hoofdstraat 34, Deever.

Posted in Aarfgood, Brink, Kaarke an de brink, Rieksmonement, Toor'n an de brink | Leave a comment

De valse aquamanile in ut Schultehuus an de brink

De redactie van ut Deevers Archief verwijst voor de goede orde en de volledigheid naar het uitstekende artikel ‘De aquamanile van Diever’ van Jan Albert Zoer, dat hij publiceerde in nummer 15/3 van Opraekelen, het papieren tijdschrift van de heemkundige vereniging uut Deever.

Een aquamanile is niet meer dan een enigszins lompe kan, waarmee water, in dit geval over handen, kon worden gegoten. Een dergelijke kan werd eerst in de rooms-katholieke kerk ten behoeve van het wassen van de vuile handen van de priester gebruikt, later ook wel buiten de rooms-katholieke kerk. Een misdienaar goot het water uit de waterkan over de vuile handen van de priester, die deze vervolgens waste en droogde, waarna hij de mis opdiende en met schone handen de ouwel aan de gelovigen uitdeelde. De priester kon in die tijd in Deever niet even langs de Wiba lopen en voor zijn doeleinden een bloemengieter van blik of plastic kopen.
De maker van een aquamanile kon het voorwerp allerlei fantastische vormen geven, vaak kreeg het de vorm van een beest en was het gemaakt van metaal. Zo ook de aquamanile van Deever.
De aquamanile die door Jan Albert Zoer, zoon van straatmaker Hendrik Zoer en Wilhelmina (Mina) Vos, in de tuin achter de voormalige smederij van ‘de Kloeze’ an de Heufdstroate in Deever is gevonden, schijnt gemaakt te zijn in de periode die ligt tussen de tiende en de twaalfde eeuw.
In het zo genaamde Oermuseum, voorheen Archeologisch Centrum, dat gevestigd is in ut Schultehuus an de brink van Deever, bevindt zich een kopie van de originele waterschenkkan, zie de bijgaande kleurenfoto.
Een citaat uit het voornoemde artikel van Jan Albert Zoer over zijn aan het Oermuseum (voorheen Archeologisch Centrum) uitgeleende echte aquamanile luidt als volgt: ‘…. Toen ik op retournering bleef aandringen, vroeg de directeur conservator mij of er een kopie mocht worden gemaakt voor het Centrum. Ik heb geantwoord dat ik daar geen voorstander van was en weigerde mijn toestemming hiervoor…. Uiteindelijk bleek dat er toch illegaal kopieën zijn gemaakt. Eén daarvan is in het bezit van het Centrum….’.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de valse aquamanile op 7 augustus 2015 gemaakt in het zo genoemde Oermuseum, voorheen Archeologisch Centrum, dat gevestigd is in ut Schultehuus an de brink van Deever.
Maar waarom houdt een museum, dat zichzelf nota bene Oermuseum is gaan noemen, zich bezig met een niet-oeroud gebruiksvoorwerp uit de rooms-katholieke kerk van Deever ?
Wordt de valse aquamanile nog wel tentoongesteld in het zo genoemde Oermuseum ?
En waarom is een zo genoemd Oermuseum gevestigd in een gebouw dat niet echt past bij de aard van het zo genoemde Oermuseum ?

Abracadabra-1473

Posted in de Kloeze, Deever, Kattelieke Kaarke, Kitsch in de gemiente Deever, Opraekelen | Leave a comment

Deever rouwt um zijn tien dooden

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op donderdag 2 augustus 1945 het volgende artikel over de verwerking van het drama dat zich afspeelde op 10 april 1945 in de veuroam’d op ut maarkturrein in Deever.

Diever rouwt om zijn tien dooden
Men zou het uiterlijk aan het vriendelijke, vreedzame boerendorp Diever niet zeggen, dat het ’t toneel geweest is van een vreeselijk drama in de laatste dagen van de oorlog. Alles gaat er zoo gewoon z’n gang, het boerenvolk is druk bezig met den oogst, uit den hoogen schoorsteen van de melkfabriek kringelt rook omhoog, de jeugd speelt in de mooie bosschen en haar vrolijke lach schalt uit boven het rumoer van de werkende menschen. Om de mond van velen dier menschen echter ligt een sombere trek als bewijs van innerlijk doorleefde droevenis en nimmer te vergeten smart. Hier heeft de wreede oorlog zijn sporen achtergelaten en ofschoon de vrede in zijn allesontfermende goedheid ook over deze menschen is gekomen, dat, wat het gemoed en de ziel heeft geraakt, laat zich niet vergeten.
De dorpelingen van Diever hebben den oorlog gezien in heel zijn meedoogenlooze wreedheid. Het was toen men zich reeds verkneukelde in zijn naderend einde. De Canadeesche bevrijders slopen rond in de bosschen en de angst van degenen die zich aan den vijand hadden vergooid voorspelde veel goeds, maar was tenslotte oorzaak van groot menschelijk leed. In het dorp bevond zich een evacué, die door de menschen van Diever geschuwd werd om zijn politieke gezindheid. Deze man was tegen den tijd dat de bevrijding naderde bezeten van een panischen angst, omdat hij zich omringd meende van vijanden. Op den 10den April heeft hij op kortzichtige wijze getracht zich van hen te ontdoen en de plaatselijke Duitsche bevelvoerder, die dronken was, bleek een willig werktuig in zijn handen. Het kostte tien eerbare, onschuldige burgers het leven. Ze werden neergeschoten, omdat Gerrit van V. zich belaagd meende en geloofde dat hij het recht had naar willekeur te beschikken over het leven van anderen. En toen ieder elders zijn vreugde uitte over de herwonnen vrijheid rouwde Diever om zijn dooden, die nutteloos gevallen waren als slachtoffers van ’s werelds grootste onrecht.
Niet om zijn wraak te bekoelen, want zoo is het volk van Diever niet, maar om de mensheid te verlossen van een zeer gevaarlijk individu, heeft men na het vreeselijke gebeurde, dat diepe smart veroorzaakte, waarin de heele dorpsgemeenschap deelde, niets nagelaten bij de plaatselijke N.B.S. en Politie om Gerrit de V. op te sporen en het is een gelukkige omstandigheid dat men hem tenslotte in het Bewaringskamp te Amersfoort heeft kunnen achterhalen. Men bracht hem over naar Diever en daar had de N.B.S. hem sinds kort in veilige bewaring.
Elk mensch, hoe vuig van inborst ook, heeft echter een geweten en op de plaats van het gruwelijke misdrijf, waaraan hij zich schuldig wist, is ook het geweten van de V. gaan knagen en tenslotte is de wroeging hem te machtig geworden en toen men Dinsdagmorgen aan zijn cel kwam, vond men zijn lijk. Hij had de hand aan zichzelf geslagen.
Daarmeede zijn de wonden, die deze mensch in Diever maakte, niet geheeld. De dooden op het vredige kerkhof zijn een eeuwige aanklacht tegen hen die dwaalden en verstrikt raakten in hoogmoed en haat.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het zinsdeel ‘De Canadeesche bevrijders slopen rond ….’ moet gelezen worden als ‘De Franse parachutisten slopen rond …
De afkorting N.B.S. staat voor Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten.

Posted in 10 april 1945, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ut holt’n sitbaankie bee de Van Osbaank redt ut neet

In het schrikbarende en benauwende kader van de uitvoering in 2019 en 2020 van het miljoenen euro’s belastinggeld verslindende onderbestratingsproject van het centrum van Deever met de opschepperige naam Deever op Drift moest ook de merkwaardige klomp zwerfstenen met de naam Burgemeester Van Osbank op ut kaampie grond naast de woning met adres Hoofdstraat 1 van de op afbeelding 1 zichtbare standplaats verdwijnen. De Van Osbank werd verbannen naar het paardenmarktterrein. De Van Osbaank lag in het verlengde van de Gemeentehuislaan en was daardoor vanaf het luxe kantorencomplex van de Hoge En Lage Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld Op De Eerste Verdieping Van Het Raadhuis te zien. Zij hebben het wellicht als erg storend ervaren steeds maar weer aan te moeten kijken tegen het afscheidscadeau van de bevolking van de gemiente Deever voor een scheidende burgemeester van de gemiente Deever. En wie een hond wil slaan, kan gauw een stok vinden.
Het duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke houten zitbankje met de reclamesticker van de Koninklijke Landmacht met de wervende tekst ‘Reservist bij de Koninkljke Landmacht. Je moet het maar kunnen’ was op woensdag 22 april 2020 nog aanwezig. Op die datum heeft de redactie van ut Deevers Archief bij wijze van afscheid nog even op het duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke houten zitbankje in de zon gezeten, zij het met opgetrokken benen op de berg zand voor het bankje. Het was de redactie op die datum volstrekt duidelijk dat de Hoge En Lage Dametjes en Heertjes Van Het Grote Openbare-Metalen-Zitbankjes-Gelijk dit duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke houten zitbankje binnenkort zullen vernietigen en hopelijk niet zullen vervangen door een snorkerige, derkerige, superluxe, superdure, onduurzame, toekomstonbestendige en milieuonvriendelijke geverfde metalen zitbank van het type Ikarus van Gardelux b.v. Geverfde metalen zitbanken voldoen bij lange na niet aan de voorwaarden die een duurzame toekomstbestendige milieuvriendelijke circulaire economie aan objecten in de openbare ruimte stelt. Met plaatselijk bewerkt hout uit duurzaam beheerde plaatselijke bossen zijn de doelstellingen van de circulaire economie wel direct en met geschwinde spoed en in gestrekte draf te bereiken.

Afbeelding 1 – Situatie in maart 2019 – Bron: google.nl/maps

Afbeelding 2 – Situatie op woensdag 11 december 2019

Afbeelding 3 – Situatie op woensdag 22 april 2020

Afbeelding 4 – Situatie op woensdag 22 april 2020

Afbeelding 5 – Situatie op woensdag 22 april 2020

Posted in Burgemeister Van Osbank, Gemeente Westenveld | Leave a comment

Keutereegie op ut Kastiel in Deever in 1958

De beeldbank van het Drents Archief in Assen bevat in de collectie Monumentenzorg drie foto’s van het keuterijtje van Jacob Oost en Elsje Davids op ’t Kastiel in Deever.
Het zijn de ouders van Jantje Andreae-Oost, de laatste bewoonster van dit keuterijtje mit un siedbaandertie en sönder un pothokke.
De drie foto’s zijn op 28 augustus 1958 gemaakt. De naam van de maker van de drie foto’s is niet bekend.
Het keuterijtje had toen huisnummer 2; zie het bordje boven de voordeur op de eerste foto. Deze straat werd in de volksmond altijd ’t Kastiel (je woonde op ’t Kastiel en niet aan ’t Kastiel) genoemd, ook nadat de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever met het afscheid van burgemeester Hendrik Gerard van Os in 1939 deze straat wel erg abusievelijk Burgemeester van Oslaan ging noemen. En dat hebben de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever En De Gemeente Westenveld veel te lang volgehouden.
Op de plek van dit oude keuterijtje staat nu een uiterst merkwaardig nieuw pand. Zie de bijgevoegde kleurenfoto van dit pand, die de redactie van ut Deevers Archief op 2 januari 2017 heeft gemaakt. Zie ook het bericht De woning van de familie Andreae is verdwenen.

Posted in Alle Deeversen, Deever, Keutereegie, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Op de plokhoare

Ut Deeverse dialect wordt nu nog maar door weinig veelal oudere echte Deeversen goed gesproken en zal over een generatie of zo een dood dialect zijn, immers ouders en dan met name moeders praten niet meer in ut Deeverse dialect tegen hun kinderen.
In ut Deeverse dialect bestaat de uitdrukking op de plokhoare.
Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief kent nog de betekenis van deze bij het knikkeren gebruikte uitdrukking ?

Posted in Deevers | Leave a comment

Schetsplan van oens mooie neeje Dingspilhuus

De redactie van ut Deevers Archief vond in zijn digitale archief het hier afgebeelde bericht ‘Werk loopt vertraging op – Nieuw Dingspilhuus laat nog even op zich wachten’, dat is gepubliceerd in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 31 juli 2015.
In het bericht is te lezen dat de Stichting Dingspilhuus van het nieuwe Dingspilhuus een schetsontwerp heeft laten maken door het bouwkundige ontwerp- en adviesbureau Van der Salm uut Dwingel. Het betreft het schetsontwerp van een nieuw te bouwen Dingspilhuus.
Dit was voor de redactie ruim voldoende aanleiding de heer Bart van der Salm toestemming te vragen enige schetsen van het prachtige architectonische ontwerp te mogen tonen en op te bergen in ut Deevers Archief.
De heer Bart van der Salm gaf deze toestemming. De redactie is hem daarvoor bijzonder erkentelijk.
Het architectonische ontwerp is gemaakt door de combinatie VANDERSALM-boa (gevestigd in Leggel) en VANDERSALM-aim (gevestigd in Zwolle).
De hier weergegeven achtergrondinformatie ‘Dingspilhuus – Buurthuis en sporthal’ bij het architectonische ontwerp van het nieuw te bouwen Dingspilhuus is letterlijk overgenomen uit de projectinformatie op de webstee van VANDERSALM-aim.
De redactie van ut Deevers Archief besteed in dit bericht geen aandacht aan het onthutsende geniepige kleingemeentelijke politieke proces rond de ondergang en de vernietiging van oens Dingspilhuus, oens Waarme Hart Van Deever.  

Dingspilhuus Diever – Buurthuis en sporthal
Het Dingspilhuus in het dorp Diever (gemeente Westerveld) vervult een belangrijke taak in de sociale structuur van de dorpsgemeenschap. Verschillende scholen en sportclubs uit het dorp gebruiken de gymzaal om te kunnen trainen en daarnaast doet het complex dienst als buurthuis voor lokale verenigingen, waar zij hun bijeenkomsten en vergaderingen kunnen houden. Ook wordt het Dingspilhuus gebruikt als uitvalsbasis voor dorpsfeesten en grote lokale gebeurtenissen, zoals de plaatselijke marathon. Kortom: het Dingspilhuus is een buurthuis dat intensief door de gemeenschap wordt gebruikt. Omdat de huidige staat van het complex bouwkundig en bouwfysisch niet meer voldoet is besloten het complex grondig te verbouwen, dan wel te vernieuwen. Na visiepresentatie op deze casus door vijf partijen koos Stichting Dingspilhuus dit vraagstuk op te pakken met de combinatie VanderSalm-boa en VanderSalm-aim.
Het huidige complex is gesitueerd in een woonwijk met kleinschalige bebouwing. Gaandeweg de jaren is het complex uitgebreid, maar heeft daarin weinig ruimtelijke samenhang gekregen. Ook zorgt deze opzet voor veel ‘achterkant’ richting de omliggende woningen met blinde gevels en donkere hoeken. Een belangrijk uitgangspunt voor een nieuw te bouwen Dingspilhuus is dan ook om de verbinding met de straat en het plein te herstellen en een complex te ontwerpen wat alzijdig functioneert. Daarbij is multifunctionaliteit een belangrijk uitgangspunt om te zorgen dat het complex adaptief is naar toekomstige veranderingen.
Wegens de slechte bouwkundige staat en de rommelige configuratie wordt in de planvorming uitgegaan van het scenario sloop-nieuwbouw. Het hoofdvolume is opgetrokken uit een hoog- en laagbouw gedeelte waarbij de laagbouw aan de westzijde de hoogbouw omsluit. Door de nieuwe positie en de heldere contour van het volume ontstaat er een duidelijk kader in de openbare ruimte die een nieuwe pleinfunctie onderstreept. De entreezijde van het gebouw is aan deze pleinzijde gesitueerd waardoor er een duidelijke verdeling ontstaat tussen het buurthuis aan de noordzijde (straatzijde) en de sportfunctie aan de zuidzijde. De maat van het hoofdvolume wordt door de metselwerk penanten optisch in omvang teruggebracht naar herkenbare proporties zodat het complex zich makkelijker voegt naar de maat en schaal van de omliggende bebouwing. Een rijk gemêleerde grijze steen in combinatie met prefab beton en aluminium kozijnwerk zorgt voor een ingetogen en tijdloos karakter. Samen met een flexibele indelingsmogelijkheid voor de binnenruimtes is het gebouw zo geschikt gemaakt om de komende decennia het uitgebreide programma van het Dingspilhuus opnieuw te huisvesten.


Afbeelding 1- Hoofdingang aan de kant van de Hoofdstraat

Afbeelding 2 – Hoofdingang aan de kant van de Hoofdstraat
Afbeelding 3 – Zijgevel met zijingang aan de kant van het plein en de grote parkeerplaats aan de Tusschendarp

Afbeelding 4 – Zijingang aan de kant van het plein en het grote parkeerterrein aan de Tusschendarp

Afbeelding 5 – Links zijgevel aan de kant van de Tusschendarp en rechts de achtergevel aan de Valkenakker

Afbeelding 6 – Achtergevel aan de kant van de Valkenakker

Afbeelding 7 – Achtergevel aan de Valkenakker en rechts de zijgevel aan de kant van Hoveniersbedrijf Benthem
Afbeelding 8 – Zijgevel aan de kant van Hoveniersbedrijf Benthem

Posted in Dingspilhuus | Leave a comment

Vrogger in de gemiente Deever

De redactie van ut Deevers Archief beheert, onderhoudt en vergroot voortdurend ut Deevers Archief.
Je zult hier steeds meer berichten over het verleden en het heden (het heden is morgen verleden tijd) in de gemiente Deever vinden.
Als je een bijdrage wilt leveren aan ut Deevers Archief in de vorm van een (gedocumenteerde) foto, een tekst, een herinnering, een artikel, een krantenknipsel, een attendering, een interview, een reactie, een link naar belangwekkende gegevens, of anderszins, aarzel dan vooral niet dit te melden aan de redactie van ut Deevers Archief.
Als je wilt reageren, maak dan na het aanklikken van de knop ‘Leave a comment’ een bericht aan en verstuur dit naar de redactie.

Posted in Deevers Archief | Leave a comment

Twee Tiktak-spelties van Aubet Kuper uut Deever

De firma Kuiper’s Levensmiddelenbedrijf Diever-Dieverbrug van de gebroeders Hendrik en Albert Krol verkocht in zijn kleine zelfbedieningswinkel an de Peperstroate en in zijn kleine winkel an de Riekseweg an de Deeverbrogge aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw koffie en thee van de firma Klaas Tiktak uut Grönning in de bekende op de speldjes afgebeelde verpakkingen.
Ter bevordering van de verkoop van deze koffie en thee kregen kopers van deze koffie en thee ten tijde van de grote speldjesverzamelrage in die jaren bij de aankoop van een pakje (?) of twee pakjes (?) koffie of thee een speldje cadeau. Deze zijn te zien op bijgaande afbeelding. In dit geval zijn de speldjes zelfs voorzien van de tekst ‘Kuiper’s Levensm. Bedrijf Diever-Dieverbrug’.
Jij moet als verzamelaar van prullaria uut de gemiente Deever deze speldjes natuurlijk wel in jouw verzameling hebben !
De redactie van ut Deevers Archief is naarstig op zoek naar foto’s van de bakkerij en de winkels van de gebroeders Hendrik en Albert Krol. Wie wil een goede scan van deze foto’s naar de redactie voor publicatie in ut Deevers Archief sturen ?

Posted in Neringdoende | Leave a comment

Inbreken in het ‘lijkhuisje’ aan de Bosweg

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 4 augustus 2014 verscheen het volgende korte bericht over een inbraak in ut liekwaeg’nschuurtie op ut maarkterrein an de Bosweg in Deever.

Inbrekers vinden niets in Dievers lijkhuisje
Onbekenden hebben het een meer dan een eeuw oude, historische lijkhuisje op het marktterrein in Diever opengebroken.
Waar de inbrekers wellicht tuingereedschap hadden verwacht te vinden, werd enkel en alleen een lege baar aangetroffen.
De Historische Vereniging Gemeente Diever, beheerder van het lijkhuisje, is gedupeerd door de inbraak.
Vrijwilligers zullen op korte termijn de veroorzaakte schade herstellen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
Voor de Deeverse correspondent van de Olde Möppeler lijkt het allemaal wel een beetje ingewikkeld aan het worden.
Het lijkhuisje stond vroeger op de kaarkhof bij de brink van Deever, maar bestaat niet meer.
Het ‘lijkhuisje’ op het marktterrein is geen lijkhuisje, maar een liekwaeg’nschuurtie (lijkwagenschuurtje).

Dan vinden de inbrekers nota bene in het liekwaeg’nschuurtie enkel en alleen een ‘lege baar’. Je zal als inbreker maar een ‘volle baar’ in een liekwaeg’nschuurtie vinden.
En waarom dacht de correspondent dat in het liekwaeg’nschuurtie tuingereedschap opgeborgen zou zijn ?
En waarom stond die ‘lege baar’ niet in het boarhuussie (baarhuisje) op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever ?
En wat voor begravenismaterieel zou dan wel in het boarhuussie op de kaarkhof staan ? Of staat daar het tuingereedschap ? Of zou in het boarhuussie op de kaarkhof een liekwaeg’n staan ?
En waarom staat in het liekwaeg’nschuurtie geen liekwaeg’n ?
Wie duidelijkheid kan verschaffen, die mag dat natuurlijk melden.

Posted in Bosweg, Deever, Kaarkhof an de Grönnegerweg, Maarktturrein | Leave a comment

Sukersakkie van hotel Blok an de Deeverbrogge

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw lag hotel-café-restaurant Johan Blok an de Deeverbrogge aan de doorgaande drukke Riekseweg langs de Drentse Hoofdvaart. De autosnelweg A28 van Meppel via Hoogeveen en Beilen naar Assen bestond nog niet. Het was toen een druk beklant hotel-restaurant-café.
Het hotel-restaurant-café had net zoals zoveel andere hotels, restaurants en cafés, enzovoort ‘eigen’ sukersakkies. Eén van die sukersakkies – aanwezig in de verzameling van ut Deevers Archief – is hier afgebeeld.
De maker van de tekening op het sukersakkie heeft zijn tekening niet zelf bedacht, maar min of meer (meer min dan meer) overgetekend van een mooie zwart-wit ansichtkaart, die Johan Blok in juni 1956 heeft uitgegeven.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Hotel Blok, Sukersakkie | Leave a comment

Passeneel van annemer Niesing in de Peperstroate

EDe redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande foto van de heer Henk Nijboer uit Beilen. Hij is de jongere broer van de op deze foto aanwezige Willem Nijboer. De redactie is Henk Nijboer bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Op deze fraaie foto staan werknemers van aannemersbedrijf Nijzingh uut Deever. De foto is genomen tijdens de bouw van de Boerenleenbank (nu RABO-bank) an de Peperstroate in Deever in 1967.
Van links naar rechts zitten op en staan bij de bulte metselstien’n:
– Jans Schade;
– Teun (Teuni) Daleman;
– Willem Nijboer;
– Piet Maat;
– Mans Nijzingh;
– Bertus Bijker;
– Hendrik Nijzingh.
Dus Anne Nijzingh, de andere zoon van Hendrik Nijzingh, staat niet op deze foto. Of was hij de maker van deze foto ?
Jans Schade is geboren op 12 oktober 1918 en is overleden op 3 mei 1970.
Teun Daleman is geboren op 1 maart 1950, hij woont in Deever.
Willem Nijboer is geboren op 2 augustus 1945 en is overleden op 18 december 1967.
Wie heeft gegevens over Piet Maat ?
Wie heeft gegevens over Mans Nijsingh ?
Wie heeft gegevens over Bertus Bijker ?
Hendrik Nijzingh is geboren op 18 juli 1901 en is overleden op 12 mei 1969.
Wie kan aanvullende gegevens over de personen op deze foto verstrekken ?

Posted in Alle Deeversen, Bedrief, Boer’nlienbaank, Deever, Peperstroate, Topstuk | Leave a comment

Van harte beterschap – Familie Hendrik Mulder

De redactie van ut Deevers Archief laat de bezoekers van ut Deevers Archief graag meegenieten van zijn aanwinsten in de verzameling ansichtkaarten.
In het voorjaar van 1960 verstuurde de familie Hendrik Mulder, Drogisterij ‘de Gaper’ an de Heufdstroate in Deever, deze ansichtkaart van de omgeving van de brink en de Heufdstroate naar mevrouw Brouwer-van Sleen, kamer 3a van het Dianonessenhuis in Meppel.
Drogisterij ‘de Gaper’ stond  achter café Brinkzicht en is op deze foto niet te zien.
De twee eikebomen op de zwart-wit foto zijn nog steeds op de brink van Deever aanwezig.
De vraag is wie is mevrouw Brouwer-van Sleen ? Is het Diene van Sleen, de moeder van Hendrik Brouwer, de rijschool- en taxihouder uit de Hoofdstraat ? Wie kan de redactie daar informatie over verschaffen ?
De redactie heeft de kleurenfoto op 27 februari 2015 gemaakt.

Posted in Ansigtkoate, Brink, Café Brinkzicht, Heufdstroate | Leave a comment

Voorkant van het gelijk organiseert bijeenkomst

In de Meppeler Courant van 5 december 2014 verscheen het volgende zorgwekkende bericht over een bijeenkomst over het ‘kebied scheet’n’ in de gemeente Westenveld.

Informatiebijeenkomst over carbid schieten.
Diever. In het gemeentehuis in Diever wordt maandagavond een informatiebijeenkomst gehouden over het schieten met carbid. Burgemeester Rikus Jager roept iedereen die van plan is om bij de oudjaarviering met carbid te schieten om aanwezig te zijn bij deze bijeenkomst. Tijdens de avond die om 19,00 uur begint, worden de organisatie, traditie en de regels besproken. De wijkagenten en toezichthouders in de gemeente zijn ook aanwezig.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Het is zorgwekkend dat de voorkant van het gelijk zich in grote getale op de oudejaarstraditie van het ‘kebied scheet’n’ heeft gestort. Het bericht wekt de suggestie dat de burgemeester van de gemeente Westenveld zelf ook aanwezig zal zijn bij de mineure bijeenkomst. Wat is de reden van de bemoeizucht en regeldrang van de voorkant van het gelijk met deze toch al jaren door de voorkant van het gelijk verregelde traditie, die daarmee dreigt te verworden tot een plastic traditie ? Is het niet veel beter een en ander te delegeren en per ‘balderplaats’ een gratis dorpskracht als ‘kebied-scheet-coördinator’ te benoemen, dan dat de voorkant van het gelijk er zijn dure tijd in steekt’ ?

 

 

 

Posted in Deever, Dorpskracht, Kebied skeet’n, Traditie | Leave a comment

Café-Restaurant ut Dreinse Wold besteet neet mièr

In het streekblad De Westervelder verscheen op 19 april 2001 het navolgende bericht over de definitieve sluiting van café-restaurant-pension ’t Drentse Wold aan de Dorpsstraat op Zorgvlied.

Drentse Wold sluit definitief
Zorgvlied – Hotel-restaurant Het Drentse Wold zal 1 mei voorgoed haar deuren sluiten. Daarom zal op maandag 30 april tussen 20.00 en 22.30 uur aan de inwoners en klantenkring de gelegenheid worden geboden afscheid te nemen. Onder het genot van een hapje en een drankje kan iedereen voor de laatste keer nog eens in het bedrijf rondkijken om de achterliggende periode te kunnen afsluiten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het archief met afbeeldingen van bewoonde objecten op Zorgvliet zijn bijgaande afbeeldingen aanwezig.
De eerste twee afbeeldingen staan op een soort van wervingskaart of reclamekaart (dus geen ansichtkaart), want op de achterkant staan ook wervende teksten.
De redactie heeft de kleurenfoto (afbeelding 4) gemaakt op 17 april 2008, dat is alweer een aantal jaren geleden. Een foto heeft historische waarde, voordat je het in de gaten hebt.

Afbeelding 1

Afbeelding 2
Abracadabra-462
Afbeelding 3
Abracadabra-463
Afbeelding 4

Posted in Dorpsstroate, Hotel Het Drentse Wold, Recreatie, Toeristenindustrie, Zorgvliet | Leave a comment

Junioor’nelftal van Deever kampioen van 1958/1959

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande foto van de heer Hendrik (Henk) Nijboer uit Beilen. Hij is de jongste broer van de op deze foto aanwezige Willem Nijboer. De redactie is Hemdrik (Henk) Nijboer bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage.

Op deze foto staat het elftal van de A– of B-junioren van voetbalvereniging Diever, dat in het seizoen 1968/1969 1958/1959 kampioen werd. De mogelijke reservespelers staan niet op de foto.
Staande zijn van links naar rechts te zien:
– Willem (Wim, Wimpie) Jansen (uut de Aachterstroate);
– Schelte Betten (van de Veentiesweg);
– Albert Klok (overleden) (uut Oldendeever);
– Hendrik de Leeuw;
– Albert Vierhoven (overleden) (uut de Peperstroate);
– Hilbertus (Bertus) Noorman (overleden) (uut de Kloosterstroate);
– Lambertus (Bertus) Barels (van de Bosweg);
Op de knieën zijn van links naar rechts te zien:
– Wolter Smit (van de Deeverbrogge);
– Willem Nijboer (overleden) (uut Oldendeever);
– Hendrik (Henk, Henkie) Koning (van de Veentiesweg);
– Bennie Doorten (van de Deeverbrogge).
Zo te zien is Schelte Betten de doelman van dit elftal.
Niet bekend is waar deze foto is gemaakt.
Enige personen op deze foto zijn al overleden.
Hilbertus Noorman is geboren op …. en is overleden op …..
Albert Vierhoven is geboren op 23 augustus 1944 en is overleden op 10 april 2004.
Willem Nijboer is geboren op 2 augustus 1945 en is overleden op 18 december 1967.
Wie van de personen op deze foto kan aanvullende gegevens verstrekken ?

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 11 juli 2016 de volgende zeer gewaardeerde reactie van Wim Jansen:
Wat is deze site een verrassing !
Ik sta zelf helemaal links op de foto. Met een bos bloemen, want ik was de aanvoerder.
De foto is genomen op het veld van de v.v. Wapse in verband het kampioenschap van de B-junioren (seizoen 1958/1959).
Dus niet wat in de tekst wordt genoemd seizoen 1968-1969.

Nog een aanvulling op de tekst: ook Bertus Noorman is -alweer jaren geleden- overleden in zijn toenmalige woonplaats Heerenveeen.

Posted in Deever, Sport, Voetbal | Leave a comment

Hier mö’j Deevers proat’n

De eigenaar van de boerderij met adres Wittelterweg 21, gelegen aan de ‘neo-namaak-brink’ in Wittelte, heeft een plakplaatje bevestigd op de brievenbus bij het enigszins roestende, maar fraai en kunstzinnig versierde, toegangshekje.
De tekst op het plakplaatje luidt: Hier kuj Drents praoten. In het Nederlands: Hier kun je Drents spreken. Vertaald in de Deeverse streektaal staat op de sticker: Hier kö’j Dreins proat’n.
De redactie van het Deevers Archief betreurt het dat voor Deever en omliggende dorpen geen plakplaatje is gemaakt met de tekst: Hier mö’j Deevers proat’n.
De redactie is het met wijlen Anne Mulder (uut de Aachterstroate) eens dat het fonetisch gezien juister is het woord ‘praten’ in het Dreins of Deevers te schrijven als ‘proat’n’ en niet als ‘praot’n’.
De redactie is zich zeer bewust van de steeds grotere wordende armoe van de Deeverse streektoal en de noodzaak van activiteiten van een soort van ‘Huus van de toal’ met bijhorende webstee. Maar bij uitstervende streektalen blijft het dweilen met de kraan open. Maar bij het uitstervende Dreins moet op een plakplaatje niet staan ‘Hier kö’j Dreins proat’n’, maar ‘Hier mö’j Dreins proat’n’. Of wordt het Deevers onder de jeugd ooit weer hip en wordt er een paar uur per week op de lagere scholen Deeverse les gegeven ?
De kleurenfoto’s zijn op donderdag 13 november 2014 gemaakt.

Abracadabra-295Abracadabra-296 Abracadabra-297

Posted in Deevers, Wittelte | Leave a comment

De Burgemeister Van Osbaank bee de Betonweg

De hier afgebeelde zeldzame zwart-wit ansichtkaart met witte rand is in mei 1950 uitgegeven en was te koop bij kantoorboekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Op deze afbeelding is de zo genoemde Burgemeester Van Osbank, een feodaal statussymbool, op zijn oorspronkelijke plaats te zien.
Ter wille van de kennis van en het inzicht in het verleden van de gemiente Deever is het wel goed te weten dat de originele standplaats van deze berg veldkeien zijn eerste en enige juiste standplaats is.
Aan de linkerkant op de afbeelding van de ansichtkaart is nog net een stukje van de asfaltweg, die in de volksmond en door echte Deeversen nog steeds de Betonweg wordt genoemd.
Burgemeester Hendrik Gerard van Os is de uitvinder van dit stukje rondweg om een stukje van Deever. De burgemeester woonde in de gemeentelijke burgemeestersvilla an de Heufdstroate en moet in zijn veel te lange ambtsperiode het gemotoriseerde verkeer voor zijn huis steeds meer hebben zien toenemen en heeft wellicht bij het uitvinden van de Betonweg gedacht: ‘Ik heb liever dat het drukke lawaaierige verkeer áchter dan vóór mijn woning langs rijdt.’
Voor de aanleg van zijn stukje weg van de Kruusstroate tot aan het einde van de Heufdstroate moest de Noorderesch wel grondig worden vernield. Daarom verdient het ten zeerste aanbeveling de Burgemeester Van Osbank te elimineren. Opdat wij vergeten. En als dat niet tot de mogelijkheden behoort de Burgemeester van Osbank te verplaatsen van zijn huidige derde standplaats naar zijn oorspronkelijke standplaats pal naast het begin van de Betonweg. Opdat wij niet vergeten.
De redactie van ut Deevers Archief toont hier de kleurenfoto van de archaïsche Burgemeester Van Osbank op het paardenmarktterrein, op zijn derde standplaats, die hij heeft gemaakt op vrijdag 29 november 2019. Voor wat deze foto waard is.

Posted in Ansigtkoate, Burgemeister Van Osbank, Maarktturrein | Leave a comment

Dieveren op een topografische kaart uit 1599

Bijgaande afbeelding is een prachtige vroege kaart van Overijssel, Drente en delen van Gelderland en Friesland. De maker van deze kaart is Barent Langenes. De kaart is een afdruk op papier van een gegraveerde koperen plaat. De kaart is opgenomen in de ‘Thresor de Chartes, contenant les Tableaux de tous les Pays du Monde’. De oorspronkelijke Nederlandse titel van dit Franse werk is ‘Caert Thresoor’. Petrus Bertius schreef de teksten bij de kaarten.
De kaart is op bladzijde 261 gepubliceerd in de in 1599 door Corneille Nicolas in Den Haag uitgegeven tweede editie van de Nederlandse versie van dit boek. De eerste Nederlandse versie van dit boek is gepubliceerd in 1598.
Nota bene. Let op. Het noorden bevindt zich aan de rechterkant van de kaart !
De afbeelding heeft een lengte van 12,5 cm en een breedte van 8,5 cm. De afbeelding is gepubliceerd op een bladzijde met een lengte van 17,5 cm en een breedte van 12,5 cm.
Op deze kaart wordt Over-Ysel rechtsonder aangeduid met Trans-Isula.
Het dorp Deever is op deze kaart aangeduid met Dieveren. Dorpen in de buurt van Dieveren zijn Dwingele, Wapsterveen, Vledder en Havelt. De waterstromen in het zuidwesten van Drente zijn niet goed en volledig op de kaart ingetekend.

Posted in Deever, Tiekening, Topografie | Leave a comment

Tiekening van de kaarke an de brink van Deever

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak (Historisch Jaarboek voor Drente, Orgaan van het Provinciaal Museum van Drente, het Drents Genootschap (Culturele Raad voor Drente), de Stichting Vrienden van het Provinciaal Museum van Drenthe, de Drentse Praehistorische Vereniging en de Drentse Historische Vereniging (Vereniging voor Geschiedenis en Genaeologie)), nummer 7, 1889 is het artikel ‘De kerk te Diever’ van mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer opgenomen.
Bij het artikel is ‘eene plaat’ opgenomen. Deze plaat is hier afgebeeld. Aan de tekening is te zien dat het blad, waarop deze plaat is opgenomen, in opgevouwen toestand aan de almanak is toegevoegd. De redactie heeft niet kunnen achterhalen wie de maker van de hier afgebeelde tekening is.
De hier afgebeelde tekening van het kerkgebouw van de Deeverse hervormde kerkgemeente en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever lijkt veel op de tekening van hetzelfde kerkgebouw en dezelfde toren in het boek ‘Drente van ’t Verleden tot het Heden’. Het boek is geschreven door dr. H. Blink en is in juli 1902 uitgegeven door C. Pet in Hoogeveen. De tekening is gemaakt door P. Krediet uit Lith.
De hier afgebeelde tekening van het kerkgebouw van de Deeverse hervormde kerkgemeente en de gemeentelijke toren aan de brink van Deever lijkt ook veel op de tekening van de kerk van Diverde, die in 1756 werd gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795). Deze tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Zie verder het bericht De kerk aan de brink van Diverde in 1756.
Voor de hier afgebeelde tekening uit de Nieuwe Drentse Volksalmanak uit 1889 zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de tekening van Cornelis van Noorde uit 1756 mede als voorbeeld hebben gediend.
De grote vraag is natuurlijk of tekenaar P. Krediet in 1902 mede als voorbeeld heeft gebruikt de tekening van de kerk van Diverde uit 1756 of de tekening uit de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1889 ?

Posted in Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening | Leave a comment

De sloop van ut hüinebedde D52a an de Bolsweg

In de tijd dat hunebedden niet meer hüinebedden werden genoemd, maar gewoon hunnebedden en de overheid deze al als oudheidkundig waardevolle objecten in bescherming had genomen en het slopen van hunnebedden al vanaf 21 juli 1734 had verboden, kon het toch nog gebeuren dat de eigenaar deze dikke stien’n publiekelijk te koop aanbood, zoals mag blijken uit bijgaande bericht in de Drentsche Courant van 7 januari 1848, waarin nota bene de boermarke van Rolde de twee hunnebedden (hunnebed D17 en hunnebed D18) op de esch te koop aanbood.

Op Dinsdag den 11 januari 1848, des voormiddags te 10 uren, zal,  ten verzoeke van de markgenooten van Rolde ten huize van A. ten Oever aldaar, door Mr. A. Homan, Notaris te Assen, publiek en zonder palmslag, finaal worden verkocht: Een huis, erf en tuin of de zogenaamde scheperij, benevens onderscheidene percelen veld-, brink- en boschgrond, gelijk mede de beide op de Esch te Rolde gelegen hunnebedden. Assen, den 27 december 1847. Mr. A. Homan.

De twee hunnebedden, lagen in bouwland op de esch waarschijnlijk toch maar in de weg en konden bovendien geld opbrengen als bouwmateriaal voor kust- en oeverwerken. Echter na protest van de Gedupeerde Staten van Drenthe, en na een advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd de openbare verkoop van de twee hunnebedden verhinderd.


In ut Wapser Saand liep het helaas wel verkeerd af met het hunnebed onder het zand van de heuvel die later ut Pottiesbaargie aan de Bolsweg op het landgoed Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (hunnebed D52a) viel in 1735 ten prooi aan de slopershamer.

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak, jaargang 64, 1946, verscheen in deel XIII van de serie ‘Oudheidkundige aanteekeningen over Drentsche vondsten’ door doctor Albert Egges van Giffen het zeer uitgebreide en zeer gedetailleerde artikel ‘Een vernield hunebed, DLII-a, het zogenaamde Pottiesbargien, in het vroegere Wapserveld, bij Diever, gemeente Diever’ van doctor Albert Egges van Giffen. De redactie van ut Deevers Archief toont hier alleen de eerste vier bladzijden van dit artikel en afbeelding 1 en afbeelding 2, die bij dit artikel behoren.

Een vernield hunebed, DLIIa, het zoogenaamde Pottiesbargien, in het (vroegere) Wapserveld bij Diever, Gem. Diever
In mijn ‘Aanteekeningen over Drentsche vondsten (XI), Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1944, beschreef ik een viertal vernielde hunebedden, te weten twee (DVIe-f) bij Tynaarloo en twee (DXIIIb-c) bij Eext. Thans kan ik, na deze vier en na de reeds veel eerder, namelijk in 1927, eveneens beschreven restanten van eertijds aanwezige hunebedden onder Valthe (DXXXVa), onder Spier (DLIVa), achtereenvolgens Weerdinge (DXXXVIIa), een ander verwoest steengraf (DLIIa) beschrijven. Dit is gelegen bij Diever, in rechte lijn circa 2,5 km N.O. van het dorp. Ook dit kon ik al vroeger vermelden, te weten in het eerste deel van mijn werk over ‘De hunebedden in Nederland’, dat verscheen in 1925.
Bij de nasporingen voor het juist geciteerde boek in het Rijksarchief te Assen, over den aankoop en den overdracht van de Drentsche hunebedden door, achtereenvolgens aan het Rijk of de Provincie, was ik namelijk onder andere ook gestoten op een resolutie van ‘Ridderschap en Eigenerfden, De Staten van de Landschap Drenthe’, waarbij sprake was van een hunebed onder Diever. Deze resolutie, genomen te Assen den 15den Maart 1735, betrof een verzoek van Jan Hindriks en Hindrik Jans, om in het Wapserveld eenige stenen te rooien, die ‘oorspronkelijk misschien van een hüinebedde waren’, en dus, gezien de sedert 1734 voor Drente geldende officiële verbodsbepalingen, niet ‘verbracht’ mochten worden. Het verzoek werd echter ingewilligd, aangezien de steenen vanwege ‘de freijigheijt des gesichtes niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven.’
Bovendien was bij de herinventarisatie van het Asser Museumbezit mijn aandacht getrokken door de herkomst van eenige scherven van hunebeddenaardewerk. Van deze scherven, sedert gemerkt 1883/VIII 3a-d en 1884/XI 3 (180 stuks) gevonden en geschonken door de Heeren Mr. S. Willinge Gratama, griffier van de Staten van Drenthe (Assen), achtereenvolgens Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen (Assen) en G. Kuiper (Hooghalen) stond namelijk als vindplaats aangegeven het landgoed Berkenheuvel onder Diever, terwijl het eenige aldaar tot op dien tijd, sinds 1818 bekende en toen nog ongeschonden, hunebed (DLII) gelegen is aan den ouden Groninger weg, ruim 1 km oostelijk van het dorp (afb. 2 : c).
Aangezien ik zeven jaren van mijn jeugd in Diever, waar mijn Vader destijds predikant was, heb doorgebracht, waren de verhoudingen in en bij dit dorp mij van ouds bekend. Dit te meer, omdat ook nadien het contact steeds bewaard bleef. Zoodoende was het voor mij duidelijk, dat de bovenvermelde vindplaats op Berkenheuvel een andere moest zijn dan de standplaats van het hunebed aan den ‘Groninger weg’. Ik schreef derhalve (in 1922) om eventueele andere inlichtingen aan den sedert overleden Heer Mr. A.C. van Daalen, den toenmaligen eigenaar van het genoemde landgoed. Deze deelde mij mede, dat er op zijn bezit, en wel aan de Bolsweg, tusschen de boschwachterswoning Berkenheuvel en het gehucht Doldersum, inderdaad een merkwaardige heuvel was gelegen, dien men van oudsher het ‘Pottiesbargien’ noemde. Een kort daarop, onder vriendelijk geleide van den Heer van Daalen, naar de bewuste plek gedane excursie en de daar bij die gelegenheid gevonden scherven van diepsteekceramiek bevestigden mijn vermoeden, dat het zogenaamde ‘Pottiesbargien’ het restant was van een hunebedheuvel, waaruit de groote steenen waren verdwenen.
De eigenaar gaf, behoudens eenige restrictie in verband met het dennenbestand op den heuvel, welwillend verlof tot eennader onderzoek. Dit is echter eerst vrij veel later, namelijk in Augustus 1929, ingesteld. Daarbij werd ik bijgestaan door den vroegeren teekenaar bij het Biologisch-Archeologisch Instituut der Rijksuniversiteit Groningen, den Heer L. Postema, en voorts door den Heer J. Lanting, thans technicus-voorgraver bij den Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, doch destijds nog als bediende-voorgraver aan genoemd Instituut verbonden. Overigens waren ons eenige grondwerkers behulpzaam.
Het onderzoek
In een kromming van den Bolsweg ligt het ‘Pottiesbargien’, het langgerekte, onregelmatige, eenigszins sauskomvormige Z.Z.O. – N.N.W. georiënteerde heuvelrestant van het vernielde hunebed. Het is gelegen in het perceel, kadastraal bekend F 1179, Gemeente Diever, circa 2,5 km N.W. van het gelijknamige dorp (Afbeelding 2 : d). Het terrein was vroeger een stuifzandgebied (Afbeelding 2 : c).
Bij het nader onderzoek begonnen wij met het uitzetten van een paar naar de windstreken gerichte lijnen, loodrecht op elkaar. Overeenkomstig dit assenstelsel werden eenige profielen afgestoken en geteekend. Voorts werd het langgerekte, verlaagde middengedeelte zoo zuinig mogelijk afgeschaafd en schoongemaakt.
In den aldus verkregen plattegrond kwamen nu duidelijk een aantal standsporen aan het licht, die tezamen onmiskenbaar het grondplan van een groot hunebed van ganggraftype vormden (Afbeelding 1). Een en ander werd geteekend en in een kadastraal extract vastgelegd (Afbeelding 2 : b).
Natuurlijk waren het alleen de standsporen van de draagsteenen, te weten:
1. aan de korte zijden, van telkens één sluitsteen, S1 1 en S1 2 ….. 2; 2. aan de lange zijden, van telkens acht zijsteenen, Z1 1-8 en Z1¹-8¹ ….. 16 [van de laatste vormden Z4¹ en Z5¹  klaarblijkelijk de toegangssteenen, ter weerskanten van de(n) verdwenen drempelsteen(en)]; 3. voor het midden van de zuidzijde, naar het schijnt -geheel zeker is dit niet- van twee paar poortzijsteenen, PZ 1-2 en PZ 1’-2” ….. 4; totaal 22.
Het aantal deksteenen heeft derhalve vermoedelijk negen beloopen, namelijk acht (D1-8) van de kelder en één (PD1) van de poort.
Overblijfselen van de vloer werden in situ niet aangetroffen. Ook constateerden wij geen sporen van een kring van randsteenen. Toch zou de aanwezigheid der laatste zeer wel te verwachten zijn geweest, gezien de configuratie der standkuilen. Deze pleit immers voor een geprononceerd ganggraftype, en dit gaat in den regel samen met een steenkrans om den dek- of mantelheuvel. Het geheel, zooals het echter door ons werd aangetroffen, kan mijns inziens het beste vergeleken worden met het Westelijke (D XIX) van de beide, door J.H. Holwerda in 1911 onderzochte hunebedden bij Drouwen. Alleen is het laatste één bouweenheid of trilithon grooter.
De maten waren als volgt:
lengte kelder: binnenmaats 15.25 m en buitenmaats 17.90 m; lengte poort: 4.40 m; breedte kelder westzijde: binnenmaats 1.80 m en buitenmaats 3.80 m; breedte kelder midden: binnenmaats 2.00 m en buitenmaats 3.40 m; breedte kelder oostzijde: binnenmaats 1.90 m en buitenmaats 3.95 m; breedte poort: binnenmaats 1.00 m ? en buitenmaats 3.10 m ?; dek- of mantelheuvel: grootste lengte 25.00 m en grootste breedte 20.00 m; hoogste deelen van het bewaarde heuvelrestant (top 11.50, zool 10.40): 1.10 m.
De ondergrond van de niet geroerde heuveldeelen bestond als gewoonlijk uit tamelijk, schoon, bruin geaderd zand; de vaste grond of moederbodem onderscheidde zich van den opgeworpen heuvelgrond door zijn oud humusdek, dat zich evenwel slechts zeer zwak afteekende. Een heidepodsolprofiel ontbrak ook onder dezen heuvel (Afbeelding 2 : A-E).
De ondergrond is pas in den laatsten tijd (Mei 1947) op pollen onderzocht. Hoewel een iets donkerder gekleurde, oogenschijnlijk eenigszins humeuze band de beste verwachtingen wekte, is het aan den Heer H. Tj. Waterbolk, die, zooals bekend, ook andere soortgelijke analyses verrichtte, niet gelukt de noodige pollen met voldoende zekerheid te bepalen; de conservatietoestand bleek daartoe ten eenenmale onttoereikend.

Hierna volgt de tekst van de resolutie van de ‘Ridderschap en Eigenerfden, de Staten van de Landschap Drenthe’, waarin de sloop van het hunnebed in ut Wapser Saand helaas toch wordt toegestaan. Volledig luidt de bewuste resolutie, die in het Drents Archief (de voortzetting van het vroegere Rijksarchief in Drente) in Assen aanwezig is in Dl X, folio 153, sub 25, aldus:

Op de Requeste van Jan Hindriks en Hindrik Jans bij Steenwijk, vertonende wat volgens de Remonstranten in den voorleden jare eenige weinige dagen voor Meij van de Boüren van Wapse hadden gehüurt het Wapserveld, om daar uit steenen te roden, so kleine als grote, en daar onder wel in specie eenige steenen bij kans of meest onder het zant bestoven, die misschien oirspronkelijk waren van een Hüinebedde, welke niet verbragt mogten worden. So versogten Remonstranten dat zij als kopers ( : vermits de verkopers haar contract mede wel wilden hoüden : ) en om de Freijigheijt des gesights niet behoefden te verblijven, dewijl dog meest bestoven waren, deze hare steenen onnasprekelijk moghten wegh halen.
Hebben de Heeren Ridderschap en Eigenerfdens het gedane versoek, als een speciaal geval, geaccordeert, confirmerende voorts de ordonnantie bij de Heeren Drost en gedepüteerdens geëmaneert.

Posted in Deever, Hunnebedde D52a, Landgoed Berkenheuvel, Verdwenen object | Leave a comment

Rijkswerkkampen Diever A en Diever B

Dat de rijkswerkkampen Diever A en Diever B aan de Bosweg in de Oude Willem in de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt zijn als werkkamp voor joodse mannen mag een niet te vergeten stuk geschiedenis van de gemiente Deever zijn. De webstee Joodse Werkkampen geeft enig inzicht in die geschiedenis en wil daarmee ook een aanzet geven tot het vergaren van nieuwe feiten, materialen en kennis over de joodse werkkampen.
Copieerbedrijf Roelof van Goor uut Deever verkocht vóór en in de Tweede Wereldoorlog deze prentbriefkaart van rijkswerkkamp Diever A. De foto op de afgebeelde kaart is niet omstreeks 1941 genomen, maar vóór de Tweede Wereldoorlog, toen de rijkswerkkampen Diever A en Diever B werkverschaffingskamp waren.

Posted in de Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

De sloop van ut hüinebedde D52a an de Bolsweg

In ut Wapser Saand liep het verkeerd af met het hunnebed onder het zand van de heuvel die later ut Pottiesbaargie aan de Bolsweg op het landgoed Berkenheuvel werd genoemd. Dit hunnebed (hunnebed D52a) viel in 1735 helaas ten prooi aan de slopershamer.
De redactie van ut Deevers Archief heeft toestemming van de redactie van het prachtige tijdschrift Noorderbreedte -en is de redactie van dit tijdschrift daarvoor uiteraard bijzonder erkentelijk- het volgende stuk tekst over ut Pottiesbaargie uit het artikel ‘Berkenheuvel, een bebost heide- en stuifzandgebied’ van Jan Abrahamse in Noorderbreedte 90 te citeren en de daarbij behorende afbeelding van ut Pottiesbaargie te mogen tonen.

Pottiesbargien
De route kronkelt zich rond een grafheuvel, Pottiesbargien geheten, die vroeger een hunebed bevatte. Dat is zo’n 250 jaar geleden gesloopt. Op 15 maart 1735 gaven de Staten van Drente toestemming tot het verwijderen van enige grote stenen in het Wapserveld, die waarschijnlijk (de resten van) een hunebed vormden. Omdat deze stenen gedeeltelijk overstoven waren, en omdat de indieners van het verzoek, Jan Hendriks en Hendrik Jans uit Steenwijk, reeds vóór 1734 een kontrakt voor het rooien van stenen in het Wapserveld hadden gesloten met de boeren van Wapse, verleenden de Staten ontheffing van de bepaling van 21 juli 1734, dat hunebedden niet vernield mochten worden. Als argumentatie voor dit besluit gaven de Staten op, dat het hunebed ‘om de Freijgheifs des gesights niet te verblijven’ hoefden!
Rond 1883 werden op het landgoed Berkenheuvel scherven van hunebedden-aardewerk gevonden, op een plaats die sindsdien als ‘Pottiesbargien’ bekend stond. Kennelijk betrof het de plaats van het in 1735 gesloopte hunebed. De ligging in de voormalige marke Wapse, aan de rand van het grote stuifzandgebied Dieverzand, komt overeen met de summiere omschrijving in de resolutie van 1735.
In 1922 kreeg Dr. A. E. van Giffen, direkteur van het Biologisch-Archaeologisch Instituut (BA1) van de Rijksuniversiteit Groningen, toestemming van Mr. A. C. van Daalen, tot onderzoek van het Pottiesbargien. Dit vond echter pas in 1925 plaats. Van Giffen had zich beperkt tot het vaststellen van de plattegrond van de verdwenen grafkelder.
Na het onderzoek van 1929 werden nog steeds grote hoeveelheden scherven en vuursteen verzameld, in de oorlogsjaren door de kleinzonen van Mr. Van Daalen en door de zonen van Dr. Van Nooten uit Diever, in de 50-er jaren door K. Vlierman uit Steenwijk en G. L. Brante uit Wapserveen. Van Giffen kende de verzameling Van Nooten-Van Daalen, maar meende dat deze afkomstig was uit de door hem niet onderzochte delen van het Pottiesbargien. Uit korrespondentie en gesprekken met de diverse vinders in de afgelopen jaren bleek echter, dat deze vondsten uit het stort van de opgraving van 1929 afkomstig moesten zijn.
Bij nader inzien is dat ook wel waarschijnlijk. Volgens de deklaraties in het archief van het BAI, duurde het onderzoek in 1929 maar 8 dagen. Gelijktijdig werd bovendien een tweede objekt, de zogenaamde steenkistheuvel aan de Oude Groningerweg in Diever, onderzocht. Deze tijd was veel te kort om de inhoud van een hunebed van de grootte van het Pottiesbargien ook maar bij benadering nauwkeurig te kunnen onderzoeken. Bovendien was Van Giffen in de eerste plaats geïnteresseerd in de plattegrond, niet in de vondsten. Dat veel scherven enzovoort op het stort terecht kwamen, is daarom niet vreemd. Uit de profieftekeningen van de opgraving van 1929 blijkt, dat van de oorspronkelijke aarden heuvel rond de stenen grafkelder, de zogenaamde dekheuvel, nog delen intakt aanwezig waren onder het stuifzand.
‘Van Giffen had nogal slordig gewerkt en dat heeft geresulteerd in een na-onderzoek, wat tegelijkertijd een rekonstruktie van Pottiesbargien zou betekenen’, vertelt Schuiling. ‘Dat onderzoek werd gedaan door J. N. Lanting’, die ook het rapport hierover samenstelde:
Het eigenlijke na-onderzoek vond plaats tussen 4 juli en 12 augustus 1988. Op drie plaatsen werd een uitgebreide stort van Van Giffen teruggevonden. Deze storthopen werden afgegraven en gezeefd. Dit leverde 15.800 scherven van aardewerk, 9 kralen van barnsteen, 1 kraal van git en 1580 stuks vuursteen op. Van het aardewerk behoren 54 scherven tot Middeleeuws
materiaal en 32 tot 17e en 18e eeuwse kleipijpen. De rest stamt uit het Neolithicum, de periode waarin dit hunebed in gebruik was. Van het vuursteen zijn 111 stuks werktuigen, nl. 88 pijlpunten, 14 vuurslagen, 7 schrobbers, één gave vuurstenen bijl en 1 snede van een vuurstenen bijl.
In overleg met Natuurmonumenten werd besloten een heuvel te konstrueren die de vorm van de dekheuvel zou hebben, zoals die er uitzag vlak na de bouw van het hunebed, rond 3200 v. Chr. De nog intakte delen van de dekheuvel zouden op die manier goed beschermd zijn, want de dekheuvel was door erosie in de loop der tijden veel lager geworden dan hij oorspronkelijk was. De gerekonstrueerde heuvel is ovaal, 26 x 16 m en reikt 1 m boven het oude maaiveld. Aangezien de omgeving is uitgestoven, lijkt de heuvel echter hoger. Ter plaatse van de oorspronkelijke toegang in het midden van de zuidelijke lange zijde is een smalle gang in de heuvel uitgespaard. De flanken van de heuvel werden met plaggen bekleed, om verspoeling tegen te gaan. Het is wenselijk te zijner tijd de bomen op de heuvel en in de direkte omgeving te verwijderen. Met gras en/of heide begroeid is de heuvel een opvallend monument. Door zijn ligging in een bocht van de weg wordt hij pas op het laatste moment zichtbaar.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft de kleurenfoto van een deel van ut Pottiesbaargie gemaakt op 9 april 2013. De verminkte grafheuvel is vervuild met een betuttelbord van de Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten.

Posted in Albert Egges van Giffen, Hunnebedde D52a, Landgoed Berkenheuvel, Pottiesbaargie | Leave a comment

Ut onderlinge pièrdefons van Deever

dEen van de resultaten van een aantal bezoeken van de redactie van ut Deevers Archief in de periode 2000-2008 aan wijlen Anne Mulder (uut de Aachterstroate in Deever), eerst in zijn woonplaats Gasselte, later in Assen, is het boven water komen van zijn navolgende uit 1965 daterend verslag over het 60-jarig bestaan van het ‘onderlinge paardenfonds’ van Deever (Wapse had een eigen vee- en paardenfonds). Het onderlinge paardenfonds van Deever hield stand tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw, totdat ‘de trekker’ het werkpaard in de landbouw had verdrongen. 

Wel en wee van het paardenfonds Diever van 1905 tot 1965
In een vergadering van het onderlinge veefonds te Diever werd op initiatief van Hendrik Krol en Jan Hilberts besloten dat het bestuur van dit fonds een vergadering zou doen beleggen op 27 februari 1905 ten huize van Roelof Seinen om tot oprichting van een onderling paardenfonds te geraken. De heren Hendrik Krol, Roelof van Wester, Hendrik Warries en Lucas Benning boden aan om ieder in hun omgeving de paardenhouders met genoemde vergadering in kennis te stellen en tot toetreding als lid te verzoeken.
Velen hadden aan de oproep gehoor gegeven. Alleen uit Wittelte was Lucas Benning de enige belangstellende. Op een vraag van Hendrik Offerein of de aanwezige 29 personen (houders van 43 paarden) genegen waren tot het oprichting, antwoordden allen toestemmend, zodat het fonds was geboren. Aan de hand van reglementen van naburige fondsen werd een reglement samengesteld, passend voor Diever.
Als bestuurslid werden gekozen: Lucas Benning, Hendrik Offerein, Jan Mulder Wzn., Roelof van Wester, Barteld de Ruiter en Jan Hilberts. Bij onderling overleg trok Barteld de Ruiter zich terug, zodat Jan Hilberts, die evenveel stemmen had verkregen, gekozen was. Tot schatter werden gekozen Hendrik Warries, Jan Seinen en Hendrik Krol. Bij deze verkiezingen werd buiten het voorlopig reglement om, diegene verkozen verklaard, die de meeste stemmen had verkregen.
In een vergadering op 3 maart 1905 werd het reglement nog eens bekeken en bijgewerkt. Enkele interessante artikelen hieruit zijn de volgende:
Artikel 1.
Deelnemers der vereniging kunnen worden zij, die woonachtig zijn in de gemeente Diever.
Artikel 2.
Het fonds verzekert de paardenhouders onderling tegen alle verliezen en ernstige ongevallen van paarden, behalve tegen brand en hemelvuur. Iedere deelnemer is verplicht al zijn paarden te verzekeren, ten minste één jaar oud zijnde.
Artikel 3.
De paarden, welke ter verzekering worden aangenomen, moeten bij inschrijving een waarde hebben van minstens f. 75,– en mogen niet hoger geschat worden dan f. 300,–.
Artikel 4.
Paarden van scheepsjagers en schuitvervoerders zijn van de verzekering uitgesloten.
Artikel 8.
Bij de hertaxatie in mei en november wordt van elk ingeschreven paard 5 cent aan de schatters betaald.
Artikel 9.
Opgenomen paarden moeten zijn voorzien van een brandmerk op de linker voorhoef.
Artikel 13.
De omslag bedraagt 1% van de verzekerde waarde voor gewone paarden en 1½%  voor veulenmerries, venters- en melkrijderspaarden.
Artikel 14.
Het verlies van verzekerde paarden wordt met 70% vergoed.
Het fonds treedt in werking op 1 april 1905
Na Hendrik Offerein zijn voorzitter geweest Klaas van de Berg, vanaf 1921; Jans Bult vanaf 1928, Geert Kok vanaf 1946 en Hendrik Mulder Jzn. vanaf 1957.
Jan Mulder Wzn. werd in 1941 opgevolgd door Roelof Bisschop als secretaris-penningmeester. Na een jaar vertrok deze en droeg kas en boeken over aan Lambertus Vos, die in 1957 plaats maakte voor Cornelis Klok.
Bestuursleden zijn in 1965 verder Arnold Goettsch, sedert 1930, dus al 35 jaar; Gerrit Vrielink, sedert 1950; A… Barelds, sedert 1944; J… H… H… Bult, sedert 1962; en E… Benthem, sedert 1964.
Schatter zijn Jacobus Kruid, sedert 1949; Hendrik van Wester, sedert 1950 en Jans de Ruiter, sedert 1963.
Er werd steeds in de beste harmonie samengewerkt, maar het is toch gebleken, dat ook bestuursleden wel eens kunnen steigeren. Zo legde Jan Mulder Wzn. in 1920 de functie van secretaris-penningmeester neer wegens een meningsverschil met het bestuur. Na langdurig gehaspel nam betrokkene deze functie weer aan onder beding dat voortaan enkel kreupele paarden, die geen stappend werk meer kunnen verrichten, zullen worden opgenomen door het fonds. Bovendien werd Jan Mulder Wzn. een beloning van f. 50,– per jaar toegekend.
Ook het jaar 1936 vermeldt strubbelingen in het bestuur. De bestuursleden J… H… H… Bult en Geert Kok stellen de portefeuillekwestie, maar na enig geharrewar tussen bestuursleden wordt de zaak bijgelegd en accepteren betrokkenen een herbenoeming als bestuurslid.
In 1906 probeerde G… H… Klaassen het een wijziging van het reglement gedaan te krijgen in zoverre, dat paarden van schuitenvoerders en scheepsjagers niet langer van verzekering zouden zijn uitgesloten. Men voelde daar evenwel niet voor. Het moest nog tot 1915 duren eer deze paarden wel konden worden opgenomen. In 1917 werd de premie voor veulenmerries, venterspaarden en paarden van melkrijders en scheepsjagers gelijk gesteld aan die van zogenaamde gewone paarden.
Ook al in 1906 werd overwogen de maximum-verzekerde waarde met f. 100,– te verhogen, maar het bleef bij f. 300,–. In 1909 -men sprak toen van een dure tijd- gebeurde dit wel, zodat toen hooguit f. 400,– voor een paard kon worden betaald. In 1915 werd dit bedrag verhoogd tot f. 500,– en in 1916 werd de maximum-waarde onbeperkt gelaten.
In 1913 konden ook paardenhouders uit Wateren en Zorgvlied lid worden. Met de paarden moest men voor schatting naar Diever komen.
In 1917 werd het eerste bestuurslid te Wateren benoemd, namelijk W… Barelds. Er waren toen daar al 15 leden en er was een mogelijkheid van uitbreiding.
Om door het fonds overgenomen paarden te kunnen uitbetalen, moest de bode rond bij de leden. Vele jaren fungeerde als zodanig Geert Dekker. Er wordt gesproken van een beloning van f. 5,–. Per ronde staat er niet bij. Herhaaldelijk werd op jaarvergaderingen aangedrongen om het bodelopen uit te besteden, maar het bestuur beriep zich er steeds op, dat het reglement aangaf, dat het bodelopen een bestuurszaak is. Voor verandering werd niet gevoeld, omdat men een zeer goede bode had. Echter in 1932 werd Geert de Leeuw als bode benoemd, in 1934 Willem Punt, die f. 2,80 per ronde ontving. in de loop van de volgende jaren zie we de volgende namen en bedragen per ronde: Geert de Leeuw, f. 23,74; Roelof Pouwels, f, 2,80; L… Oost, f. 2,54½; Bertus Moes, f. 2,95; Willem Punt, f. 3,75; Bertus Moes, f. 5,95 voor 3 jaar; Willem Punt, f. 7,50; en Jan Gerrits sedert 1957. In 1962 wordt een bodeloon van f. 30,– genoemd,
Dat men de belangen rond het paard in het algemeen steeds goed in het oog hield moge blijken uit het feit dat in 1908 de mededeling van Jan Mulder Wzn. op de jaarvergadering, houdende het stationeren van een dekhengst bij Hendrik Krol met ingenomenheid wordt begroet. En verder dat in 1928 en 1933 voor de tentoonstelling van kieskring I van het Drentsch Landbouw Genootschap, die te Diever wordt gehouden, een medaille beschikbaar wordt gesteld voor de rubriek jonge paarden.
Gering bezoek aan vergaderingen is niet van de laatste tijd, want in 1920 wordt besloten een kistje sigaren te verloten onder de leden, die vóór 7 uur ter vergadering aanwezig zijn, dit om het bezoek aan de vergaderingen te doen toenemen. Het heeft succes, want in 1921 zijn er 40 leden komen opdagen. /ingaande 1928 is niet 1 lid met dit kistje gaan strijken, maar is de inhoud van het kistje onder de ter vergadering aanwezige leden verdeeld, zodat een ieder het zijne had.
Niet het kistje sigaren, maar wel een sigarenkistje kwam aan de orde op de jaarvergadering in 1947. De kascommissie had geconstateerd dat een dergelijk kistje dienst deed als geldkist. Men vond dat niet deugdelijk genoeg. Een oproep onder de leden om een ongebruikte brandkast werd in overweging genomen.
De schatters deden altijd goed hun best, maar in 1937 achten sommigen het nodig de schatters er op te wijzen goede controle te houden op dampigheid en ooggebreken. De raadgeving werd door de schatters voor kennisgeving aangenomen.
Het paard had en heeft de liefde van bestuur, schatters en leden.
In 1953 werd dan ook gewezen op de ergerlijke gewoonte om werkpaarden tot laat in het najaar bij slecht weer buiten te laten lopen. Besloten werd per advertentie betrokkenen te waarschuwen dat schade hierdoor ontstaan niet vergoed zal worden.
In 1948 werd besloten afgekeurde paarden over een heel jaar ineens bij inschrijving te verkopen.
In 1954 werd erover geklaagd dat alle paarden naar het abattoir gingen, waardoor de kooplui geen kans kregen. Dit zou een gevolg zijn van een actie van het Landbouwhuis in Assen, dat had aangeraden om zulks te doen, ten einde te voorkomen, dat een afgekeurd paard een schadepost voor een volgende eigenaar zou kunnen worden of dat een ander fonds ervoor zou kunnen opdraaien. Bij een stemming hierover werd weer tot een inschrijving besloten.
Van sommige dingen wilde het fonds beslist niet weten. Dat bewijst het tot drie maal toe afwijzen van een verzoek van een lid om paarden met hogere graad (stamboek- model- of stermerries) voor een hoger bedrag in het fonds op te nemen.
Aan herdenking van jubilea van het fonds is in het verleden weinig gedaan. Er is slechts vermeld, dat het 15-jarig bestaan niet onbetuigd werd gelaten. Over het 25-jarig bestaan is niets vermeld. Het 30-jarige jubileum werd gevierd met een extra rondje.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief was -toen zij nog trekker en duwer en onderzoeker en samensteller van het blad van de plaatselijke heemkundige vereniging uit Deever was- voortdurend bezig met het verzamelen van mogelijke interessante artikelen voor de lezers van het blad en met het interviewen van zoveel mogelijke oude Deeversen. Dat heeft geleid tot een grote verzameling nooit in het blad van genoemde heemkundige vereniging gepubliceerde artikelen.
Anne Mulder merkte bij het bespreken van het verslag op:
Ik heb dit verslag gemaakt op verzoek van de secretaris-penningmeester Cornelis Klok. Ik vroeg een vergoeding van f. 5,– voor het verslag. Hij schrok zich wild, maar ik kreeg het geld wel.
Verrassend is dat de dorpsfiguur Geert Dekker ook bode van het paardenfonds is geweest.
De Deever-kenners worden verzocht de voornamen van de in het verslag genoemde personen te controleren en mogelijke verbeteringen door te geven aan de redactie.
Wellicht is ergens een vooroorlogse ledenlijst van het paardenfonds bewaard gebleven. De redactie wil zo’n lijst uiteraard graag publiceren.
Reeds eerder was een poging gedaan een onderling paardenfonds in Deever op te richten maar dat mislukte. Zie het navolgende op 21 maart 1903 gepubliceerde zeer korte berichtje in het Nieuwsblad van Friesland. Maar wat waren de bezwaren ?

Abracadabra-458

Posted in Boer'nlee'm, de Olde Willem, Deever, Landbouw, Wittelte, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Ut schultehuus is neet beholl’n moar vurropt

In het blad Heemschut verschenen in 1937 enige foto’s van het schultehuis aan de brink in Deever. Bij de foto’s stond de volgende uitermate merkwaardige tekst.

Naar de nieuwere inzichten mag men weer meer restaureren dan conserveren. Doch daarbij gaat ook wel eens iets teloor van de schilderachtige schoonheid. Bovenstaande cliché’s werden ontleend aan het jaarverslag van de Stichting ‘Oud Drenthe’.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het is onbegrijpelijk dat de Stichting Oud Drenthe heeft toegestaan dat de ambtenaren van Monumentenzorg het pand bij de zogenaamde ‘restauratie’ in de jaren 1935-1937 grondig mochten vurropp’m. Conserveren ware inderdaad vele malen verstandiger geweest, dan het gebouw – zonder betrouwbare historische gegevens of afbeeldingen – op basis van subjectieve ideeën te herontwerpen en te ‘restaureren’. Niet iets ging teloor, een heel gebouw ging teloor. Zelfs de fraaie Davidster boven de ingang moest bij het vooroorlogse geknutsel aan het gebouw verdwijnen. Maar waarom ? En waarom moest de schulteboerderij gescheiden worden van zijn voorhuis; het voorhuis dat nu schultehuis wordt genoemd ? Waren daar ‘restauratieve redenen’ voor ?

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen van foto’s op papier is, kan de hier afgebeelde zwart-wit foto van het schultehuis van vóór de ‘restauratie’ ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 6 van het in september 2007 uitgegeven onvolprezen papieren boekwerkje Voormalige gemeente Diever in oude ansichtkaarten, dat is samengesteld door vrijwilligers van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit zijn van dat papieren boekwerkje of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Brink, Deever, Rieksmonement, Skultehuus | Leave a comment

De kaarke aan de brink van Deever in 1756

Deze tekening van ‘de Kerk te Diverde’ is gemaakt door Cornelis van Noorde (1731-1795) in 1756 gemaakt. De afmetingen van de tekening zijn 13,0 x 19,4 cm. De tekening bevindt zich in de prentencollectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden.
Bodel Nijenhuis (Museum Bodellianum) noteerde bij deze tekening: ‘Deze kerk heeft zeer veel duifsteen aan zich’. Duifsteen is tufsteen, dat uit Duitsland werd gehaald.
De toren had in 1756 nog geen uurwerk, uiteraard had de toren wel galmgaten. Het op de tekening zichtbare zuid-westelijke deel van het kerkgebouw aan de brink van Deever zag er in die tijd heel anders uit. Brand als gevolg van blikseminslag verwoestte de kerk in 1759.
De topografische topexpert van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, noemt op de webstee van deze vereniging de resultaten van zijn diepgaande en diepgravende bronnenonderzoek naar de door de eeuwen heen veranderende naam van het esdorp Deever:
– Deuvre (1188);
– Deveren (1258);
– de Devere (1262);
– apud Duvere (1298-1304);
– van Dyveren (1327);
– van Deveren (1377);
– tot Deveren (1402);
– Dieveren (1475);
De topografische topexpert van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever, kan aan zijn niet-limitatieve lijstje in elk geval toevoegen: Diverde (1756) en Deever (2024).

Posted in Kaarke an de brink, Kuunst, Tiekening, Topstuk | Leave a comment

Oprichting van de Noordelijke Hypotheekbank

Op 31 maart 1887 verscheen in de Leeuwarder Courant in de rubriek Financieele Mededeelingen het volgende bericht over de door mr. Lodewijk Guillaume Verwer opgerichte Noordelijke Hypotheekbank. Deze hypotheekbank was gevestigd in het pand met de naam Aurora aan de Dorpsstraat in Zorgvlied.

Tot directeuren der te Zorgvlied, gemeente Diever, opgerichte Noordelijke Hypotheekbank zijn benoemd, de heeren L.W. van Os, te Diever, en G. Venhuizen, te Zorgvlied.
Commissarissen zijn de heeren mr. D.R. Brants, te Heerenveen, mr. J.T.H. Bekhuis te Leeuwarden, mr. G.H.M. Driessen, te Amsterdam, L.M. de Laat de Kanter, te Leiden, mr. H.W. de Blocq van Scheltinga, te Heerenveen, mr. W. Terpstra, te Leeuwarden, mr. L.G. Verwer, te Zorgvlied, dr. R. Wartena, te Noordwolde.
Het maatschappelijk kapitaal is f. 1.000.000, waarvan door de oprichters f. 229.000 is genomen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijzonder opmerkelijk is te noemen dat burgemeester Leonard Willem van Os werd benoemd tot een van de twee directeuren van een commerciële hypotheekbank. Daar zijn wel wat vragen bij te stellen.
Leonard Willem van Os nam bij oprichting vijfentwintig aandelen, dat wil zeggen dat hij voor f. 25.000,- deelnam in het gestorte beginkapitaal van f. 229.000,-. Die f. 25.000,- zouden heden ten dage heel veel eurootjes zijn ….
Waren die f. 25.000,- van hem zelf of was hij stroman voor iemand anders ?
Had hij voor deze schnabbelbaan toestemming van de Commissaris der Koningin in Drenthe ?
Hoeveel tijd was de burgemeester kwijt aan dit bijbaantje ?
Wat vond de gemeenteraad van dit directeurschapje ?
Ontving hij voor dit baantje een vergoeding ?
Zo ja, werd deze vergoeding in mindering gebracht op zijn burgemeestersloon ?
Waren de heren leden van de Raad  van Commissarissen de Leidse studievrindjes (Minerva ?) van Lodewijk Guillaume Verwer ?
Volgens het bericht woonde burgemeester Leonard Willem van Os blijkbaar in maart 1887 in Deever.
Directeur G. Venhuizen is Egge Venhuizen. Egge Venhuizen was directeur van ‘De Eerste Hollandse Levensverzekeringsbank’ te Amsterdam.


Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Zorgvliet | Leave a comment

Geert Dekker, Aèbel Wiekstroa en Hillegie Dekker

Arend Mulder schreef  op bladzijde 92 van zijn boekje ‘De historie en pre-historie van Diever in woord en beeld’ (uitgegeven in januari 1975) het volgende over ‘De woning van Geert Dekker’.

Onbegrijpelijk, dat geen enkele daartoe bevoegde instantie heeft belet, dat dit knusse boederijtje na overlijden van de eigenaar en bewoner Geert Dekker, met de grond gelijk is gemaakt. Nam het niet ook en klein een aparte plaats in, betreffende zijn bewoners als folkloristen van Diever ?
Alleen al door het feit dat het steeds bewoond is geweest door twee opeenvolgende oude dorpsfiguren, te weten Abel Wijkstra (in de volksmond Aebel Allen of ‘de Smorre’ genoemd). en z’n oomzegger Geert Dekker, zonder welke figuren Diever bijna niet denkbaar was, is dit haast niet te geloven. Samen met Hillegien (zuster van Geert) die immer wat ziekelijk was en niet veel verder dan in en om huis kwam, woonde het drietal daar eenvoudig en tevreden.
Geert Dekker had verschillende bijbaantjes. Hij was namelijk 40 jaar lang klokkeluider, koster en orgelpomper der Nederlands Hervormde Kerk. Bij deze feestelijke herdenking werd hij koninklijk onderscheiden. Landlopers, zwervers en dergelijke lieden warden door hem onderdak verschaft in een hok onder de toren en van eten en drinken bediend, in opdracht van de burgemeester.
Vanaf de oprichting van de lijkwagenvereniging in 1912 tot 1938, dus 26 jaar lang, reed hij de lijkwagen. Zelf reed hij naar Assen en Groningen om de overledenen van het betreffende ziekenhuis te halen. Op deze reizen, in alle weer en wind gemaakt, vergezelde hem dikwijls zijn oom Abel (zelf al ruim 80 jaar). Toen deze in 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever overleed en enkele jaren later ook zijn zuster Hillegien, bleef Geert alleen achter.
Veel ook zag men hem werken in de tuintjes van diverse burgers en niet minder in zijn eigen tuin ‘op ’t Bultien’.
Hij bezat als koster de sleutel der kerk en heeft menig toerist, zowel voor als na de restauratie der kerk, het gebouw laten zien. Elke zondagmorgen luidde hij om 9 uur de klok en bij de aanvang van de dienst. Nooit verzuimde hij een dienst, wat wel een bewijs was van zijn sterk gestel. Maar de sterkste boom moet eens vallen. Zo ook Geert Dekker. Op 6 maart 1953 overleed hij  naar een kortstondig ziekbed in een verpleegtehuis te Oosterwolde op de leeftijd van 87 jaar.
Hij schonk bij testament zijn huisje en grond aan de afdeling van het Groene Kruis en de Kerkvoogdij der Nederlands Hervormde Gemeente te Diever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. ……. Geert Dekker …….. Tallozen heeft hij uitgeluid, Weinigen hebben hem uitgeleid.

Lammert Huizing schreef In de Meppeler Courant van 14 november 2011 in zijn wekelijkse artikelenreeks ‘Eertieds in dizze streek’ een artikel met de titel ‘Deever, niet denkbaor zunder Geert Dekker. Het is geschreven in een soort van net niet echt Hoogeveens dialect. Dit artikel is ook te vinden in de webstee van de heemkundige vereniging van Diever. Dit artikel is een bewerking van het hiervoor weergegeven artikel van Arend Mulder.

Oldere inwoners van Diever hebt nog weet van twei dorpsfiguren, zunder wie Diever niet denkbaor was. Dat waren Aobel Wiekstra, die Aebel Allen (zien va was Alle Wiekstrao) weur enuumd of ‘de smorre’ en zien oomzegger Geert Dekker. Zij woonden in een boerderijgien op ’t Bultien. Het is al meer as veertig jaor eleden dat Geert Dekker in een verpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp.
Aobel Wiekstra mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide kerels weuren verzorgd deur Hillechien, een zuster van Geert. Hillechien was niet stark, vake ziek en kwaamp niet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkenluder, koster en orgelpomper in de staotige Pancratiuskarke op de Brink. Doe hij dit veertig jaor edaone had, kreeg hij een keuninklieke medallie.
Een hok under de toren was het underdak veur laandlopers, zwarvers, dronken volk en kleine krimmenelen. As ’t er iene op esleuten was veur ien of meer nachten, dan mus Geert in opdracht van de borgemeister de arrestant in ’t hokke veurzien van eten en drinken.
Geert was ok de man van de liekwagen. Doe in 1912 de liekwagenverieneging weur op ericht, weur hij mitiene an esteld as vaste voorman. Daorveur weur een boerenwagen gebruukt, waorop de kiste weur eplaotst op een legge uutgedorst roggenstro. Aoverledenen haalde Geert niet allennig uut het starfhuus in dorp en naoste umgeving, maor ok uut Assen en Grunning, as daor iene uut het darp was aoverleden. Dizze reizen, vake dagreizen, weuren bij tienden emaakt in weer en wiend.
Oom Abel, die de 80 al passeerd was, gunk vake mit hum mit. Oom Aobel aoverleed in 1930, 93 jaor old. E paar jaor later kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allent achter.
Tot 1938 bleef hij de voorman op de liekwagen, wat hij doe 26 jaor lang edaon had. Tot wied in de viefteger jaoren had hij as koster de sleutel van de Hervormde karke. Zowel veur as nao de resteraosie hef hij honderden toeristen rond eleid in de olde karke, die ok wel de kattedraal van Drenthe enuumd wordt. Elke zundagmorgen um negen ure en an het begun van de dienst bengelde hij de klokke. Het is bekend dat hij nooit een dienst verzuumd hef, wat een bewies is veur zien starke gestel.
Nao een kort ziekbedde aoverleed Geert Dekker in 1963 op 87-jaorige leeftied.’Tallozen hef hij uut elod – weinigen hebt hun uut eleid’, schreef in 1975 de plaatselijke kroniekschriever Aorend Mulder.
Het boerderijgie mit grond was deur Geert Dekker bij testament vermaakt an de ofdieling van het Grune Kruus en an de karkvoogdij van de hervormde gemiente. Zij verkochten het huussie an een annemer uut Beilen, die vergunning kreeg um het te slopen. Een ofbraok die achterof deur hiel wat meinsen weur betreurd.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de tekst van het artikel van Lammert Huizing voor de echte liefhebbers van het Deevers vertaald in het Deevers.

Oldere inwoners van Deever hept nog weet van twei dörpsfiguur’n, sunder wie Deever neet denkboar was. Dat waar’n Aèbel Wiekstroa, die Aèbel Allen (sien vä was Alle Wiekstroa) of de Smorre wödde enuumd, en sien oomzegger Geert Dekker.
See woon’n in un boerdereegie op ut Bultie. Ut is al mièr as vièrtug joar elee’n dat Geert Dekker in un vurpleeghuus in Oosterwolde uut de tied kwaamp. Aebel Wiekstroa mit zien onofscheidelijke pette, ‘knooide’ wat in de grond in de hof rond zien huus. De beide keerels wödd’n vuzorgd deur Hillegie, un zuster van Geert. Hillegie was neet staark, vaèke seek en kwaamp neet veule wieder as in en rond heur huus.
Geert was klokkelüder, koster en orgelpomper in de stoatige Pancratiuskaarke an de brink. Doe hee dit vièrtig jaor edoane haar, kreeg hee een keuninklukke medallie.
Un hok under de toor’n was ut underdak veur laandlopers, zwaarvers, dronk’n volk en kleine krimmeneel’n. As ur iene op esleut’n was veur iene of meer naacht’n, dan mus Geert in opdracht van de börgemeister de arrestant in ut hokke veurseen van eet’n en drink’n.
Geert was ok de man van de liekwaèg’n. Doe in 1912 de liekwaègenvurening wödde op ericht, wödde hee mitien an esteld as vaaste veurman. Daarveur wödde ’n boer’nwaeg’n ebruukt, woarop de kiste wödde eset op een legge uutedöste roggestro. Overlee’n haèlde Geert neet allennig uut ut staarfhuus in ut dörp en noaste umgeving, mor ok uut Assen en Grönning, as doar iene uut ut dörp was overlee’n. Disse reizen, vaèke dagreiz’n, wödd’n bee tied’n emaek in weer en wiend.
Ome Aèbel, die de 80 al pesseerd was, gunk vaèke mit hum mit. Ome Aèbel overleed in 1930, 93 joar old. Een paèr joar laèter kwaamp ok Hillechien uut de tied en bleef Geert allennig aachter.
Tot 1938 bleef hee de veurman op de liekwaeg’n, wat hee doe 26 joar laank edoane haar. Tot wied in de viefteger joar’n haar hee as koster de sleutel van de hervormde kaarke. Sowel veur as noa de resteroasie hef hee honderd’n toerist’n rond eleid in de olde kaarke, die ok wel de kattedraal van Drente enuumd wöd. Elke sundagmörn um neeg’n ure en an ut begun van de dienst bengelde hee de klokke. Ut  is bekend dat hee nooit un dienst versuumd hef, wat een bewies is veur sien staarke gestel.
Noa een köt seekbedde overleed Geert Dekker in 1963 op 87-joarige leeftied. ‘Tallozen hef hee uut elut – weinigen hept hum uut eleid’, schreef in 1975 de plaeselukke kroniekschriever Aorend Mulder.
Ut boerdereegie mit grond was deur Geert Dekker bee testement vermaèkt an de ofdieling van ut Gruune Kruus en an de kaarkvoogdij van de hervormde gemiente. See veukocht’n ut hüsie an un annemer uut Beilen, die vurgunning kreeg um ut te sloop’m. Un ofbroak die aachterof deur hiel wat meins’n wödde betreurd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag ook voor de minder oplettende bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de genoemde Lammert Huizing zich in zijn artikel in de Meppeler Courant (wekelijkse artikelenreeks Eertieds in dizze streek) volledig heeft bediend van de tekst van Arend Mulder en het hier en daar wat heeft aangedikt en omgevormd en opgeleukt.
Voor meer gegevens over de journalist Lammert Huizing wordt verwezen naar de webstee van Wikipedia.
Abel Wijkstra werd geboren op 26 maart 1837 in Deever. Hij was een zoon van Alles Abels Wijkstra, landbouwer en Jacobje Jans Kremer. Abel Wijkstra werd ook wel Olde Abel, Abel Allen, Allen Abel, de Smorre of Abeltje Smok genoemnd. Abel Wijkstra overleed op 18 september 1930 op 93-jarige leeftijd in Diever.
Geert Dekker werd geboren op 26 februari 1876 in Dwingel. Hij was een zoon van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra. Marchje Wijkstra was een zuster van Abel Wijkstra. Geert Dekker overleed op 6 maart 1963 in het Diaconessenhuis in Möppel. Zie het bijgevoegde overlijdensbericht.
Hilligje Dekker werd geboren in Dwingel op 7 april 1869, Zij was een dochter van Jan Dekker, arbeider en Marchje Wijkstra.
Blijkbaar was Lammert Huizing niet op de hoogte van de woonplaats van Arend Mulder, want de ‘plaatselijke kroniekschrijver’ Arend Mulder woonde in 1975 in Norg.
Geert Dekker stierf in 1963 en liet het huisje na aan de plaatselijke afdeling van het Groene Kruis en de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Gemeente te Deever. Deze verkochten het aan een aannemer uit Beilen, die jammer genoeg vergunning kreeg om het slopen. Juist in die jaren probeerden burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) en de zijnen rücksichtslos en meedogenloos al het karakteristieke mooie oude te slopen wat in het oude centrum van Deever te slopen viel, denk aan bebouwing bij de kleine Brink, een groot deel van de Peperstraat en panden aan de Hoofdstraat, het niet herbouwen van verbrande panden. En dat is ze aardig gelukt, daarmee verdween de ziel uit ut olde Deever.
De instantie die hem in eerste instantie tegen had kunnen houden was natuurlijk de gemeenteraad van de gemiente Deever (wie zaten toen in de gemeenteraad ?), maar wellicht kon of wilde die geen weerstand bieden aan de ambitieuze burgervader. Bij burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) stonden woorden en termen, zoals cultuurhistorisch erfgoed, pand voor een streekmusuem, woonboerderijtjes, waardevol voor de toeristenindustrie, beschermd dorpsgezicht, koesteren en restaureren niet in zijn neo-liberale woordenboek.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Deevers, Geert Dekker, Overlijdensbericht, Verdwenen object | Leave a comment

Jongenskamp ‘de Eikenhorst’ had eigen kampgeld

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 januari 2015 van Alexander Moes de volgende reactie over het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe.

In een artikel uit de Tielse courant van 18 januari 1950 wordt een beschrijving gegeven van de organisatie van Kamp Eikenhorst.
In het artikel staat te lezen dat de jongens 50 cent zakgeld per week kregen, dat gebruikt kon worden voor aankopen in de kantine.
Maar ze konden er ook een duif of een konijn voor kopen als er genoeg gespaard was.
Het zakgeld was niet het normale Nederlandse geld, maar zogeheten kampgeld (biljetten of fiches), een eigen uitgifte, deze waren genummerd en er stond een stempel op.
De vraag is of lezers nog voorbeelden, afbeeldingen, hebben van dit kampgeld en indien mogelijk met ons zou willen delen.

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied – 1938

In de Leeuwarder Courant van 2 april 1938 verscheen het volgende bericht naar aanleiding van de verkoop van het landgoed Castra Vetera op Zorgvlied door de heer Friedrich Wilhelm Ackermann.

Vlak bij het dorpje Zorgvlied, een plaatsje bij de Friesch-Drentsche grens, ligt het 40 ha groote landgoed Castra Vetera. daar de uitgestrekte terreinen met zijn groote villa onder de hamer zijn geweest en voor f. 17.113,50 aan den heer D.H. Pasman te ’s Gravenhage, eertijds mede-directeur van de Pasman’s fabrieken te Steenwijk is verkocht, willen we iets van de interessante geschiedenis van dit landgoed vertellen. Onderstaande bijzonderheden werden ons meegedeeld door den heer F.W. Ackermann, die Castra Vetera heeft verkocht.
Het huis is gebouwd in plusminus 1850 door den gepensioneerden schout bij nacht W.J. de Ruijter de Wildt, die tevens de omliggende heidevelden liet ontginnen. In 1861 ging het huis in eigendom over aan de familie Verwer. Vooral de heer L.G. Verwer heeft de ontginning krachtig voortgezet, waardoor aan honderd arbeiders gedurende lange tijd werk werd verschaft.
De heer Verwer heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van de streek rondom Zorgvlied. Hij stichtte er een zeevaartschool (!) welke later weer opgeheven is, een bankgebouw en mede bevorderde hij de oprichting van de tegenwoordige stoomzuivelfabriek ‘De drie gemeenten’ in 1887.
Van 1913 tot 1919 was Castra Vetera onbewoond en werd het landgoed verwaarloosd, zelfs zoo erg, dat de villa bijna een ruïne gelijk werd.
De heer Ackermann kocht het landgoed in 1919 en besteedde honderden guldens om alles weer een goed aanzien te geven. In de daarop volgende jaren legde hij fraaie boschcomplexen aan, zoodat het landgoed er thans keurig verzorgd uitziet en een prachtig natuuroord vormt. Enkele jaren terug is midden in het bosch begonnen met de aanleg van een groot natuurbad. De grootsche plannen zijn echter door de plotselinge dood van mevrouw Ackermann niet geheel uitgevoerd.
De nieuwe eigenaar, de heer Pasman, zal op het landgoed speciaal de paardensport beoefenen. Omtrent de bestemming van de villa kon men ons nog niets positiefs mededeelen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De bouwer van het landhuis Zorgvlied is Johannes Franciscus de Ruiter de Wildt, die was geen gepensioneerd schout bij nacht, maar een gepensioneerd koloniaal. Hij was employé bij het agentschap van de factorij te Semarang van de Nederlandse Handelsmaatschappij in Nederlands Indië.
In de op vrijdag 9 juli 2021 uitgegeven papieren Magnum Opus van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever. is bijgaand afgebeelde krantenfoto zonder bronvermelding opgenomen op bladzijde 179.

Posted in Castra Vetera, de Ruiter de Wildt, Lodewijk Guillaume Verwer, Zorgvliet | Leave a comment

In de kaarke an de brink van Deever

De schilder Maarten ’t Hart (1950) schildert graag onderwerpen, zoals oude verlaten stationsgebouwen, afgelegen staande huizen en bijzondere gebouwen in binnen- en buitenland, met name vanwege de lichtval op oude muren van interieur en exterieur, die een object vaak onwerkelijk en verlaten doet lijken. Hij past bij het schilderen graag de tempera techniek toe.
Het tekenen en schilderen van interieurs en exterieurs van Middeleeuwse kerken is zijn specialiteit.
Dat is te zien op bijgaande afbeelding van zijn schilderij (olieverf op paneel) Interieur kerk te Diever naar het koor. Het betreft een deel van het interieur van het kerkgebouw aan de brink van Deever.
Het is de redactie van ut Deevers Archief  niet bekend in welk jaar dit schilderij is gemaakt.
De andere afbeelding is een afbeelding van een zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw, die de schilder gelukkig niet heeft gebruikt als voorbeeld voor zijn kunstwerk.
De schilder wekt de indruk van onwerkelijkheid en verlatenheid in het schilderij niet zozeer door de lichtinval, als wel door zoveel mogelijk in het schilderij weglaten van wel aanwezige voorwerpen in het interieur, zoals stoelen en kerkmeubilair en daarnaast door het licht-eiken-achtig schilderen van de preekstoel en de deur die toegang geeft tot de consistoriekamer.
Liggen vóór in het kerkgebouw aan de brink van Deever werkelijk zoveel plavuizen van natuursteen ? Het rechter raam is in werkelijkheid lager dan het linker raam. Wel heeft de schilder mooi de kringen van opgetrokken vocht onder in de muren van het koor geschilderd.

Posted in Ansigtkoate, Brink, Kaarke an de brink, Kuunst, Skildereeje | Leave a comment

Ut saandstien’n pottokke van Teunis Kuper

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag afbeeldingen van nog steeds bestaande pothokken bij bestaande boerderijen in de gemiente Deever. Maar de redactie toont nog liever afbeeldingen van niet meer bestaande pothokken bij bestaande boerderijen in de gemiente Deever. En de redactie toont het allerliefst afbeeldingen van niet meer bestaande pothokken bij niet meer bestaande boerderijen in de gemiente Deever.

In de publicatie Pothokken in de voormalige gemeente Diever.van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, verschenen in 2007, staan op bladzijde 16 enige gegevens van ut pottokke van Teunis Mulder (Teunis Kuper) en Maria Houwer op ut Kastiel in Deever.

De woning met adres Kasteel 6 was vroeger een keuterijtje, vandaar dat bij de woning un pottokke stond. Vanuit de pompestraote konden de bewoners zo ut pottokke inlopen. Teunis Mulder had ook un pèèr koegies, die liepen in de zomer in gehuurd weiland in de Olde Willem. Na de hernummering van de melkbussen in 1950 stond nummer 2 op zijn melkbussen.

Dat pottokke bestaat nog steeds, zie afbeelding 1. De afgebeelde foto is gemaakt vóór de verbouwing van het pand in 2023/2024. In 2006/2007 hadden de toenmalige bewoners (wie ?) ut pottokke in gebruik als schildersatelier. Wanneer is Teunis Rozeboom (kleinzoon van Teunis Mulder) in de woning met adres Kasteel 6 gaan wonen ? Voor welke doeleinden gebruikte Teunis Rozeboom ut pottokke ?

De redactie attendeert de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag op het bericht Maria Houwer steet bee heur husie op ut Kastiel.

Afbeelding 1 – (© Gert Hardeman – www.ghardeman.nl – 19 mei 2023 – Alle rechten voorbehouden)

Afbeelding 2

Posted in Pothokke, ut Kastiel | Leave a comment

Anthonij Gasthuis – Gratis wonen en een gulden toe

Akte van Schenking en Stichting 

Heden den twee en twintigsten September achttienhonderd acht en tachtig compareerden voor mij Anthonius Bernardus Sjerp, notaris te Leeuwarden, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen:
De heeren Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever, en Mr. Julius Verwer, advocaat, wonende te Leeuwarden.

Die verklaarden, omtniet en onherroepelijk af te staan aan de hiermede te Zorgvlied, gemeente Diever, provincie Drenthe, opgericht wordende Stichting van Weldadigheid, het St. Anthonij Gasthuis, bestemd tot verstrekking van huisvesting en zoover mogelijk eene wekelijksche toelage in geld, aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn.

Primo.
Een gebouw te Zorgvlied, gemeente
Diever, als Pastorij in gebruik bij de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied, en als zoodanig ten kadaster bekend gemeente Diever, sectie A, nummer 695, geheel groot twee roeden zestig el, wordende echter niet afgestaan het erf ten zuiden onder dit nummer begrepen, noch de turfloods op dat erf gebouwd, doch alleen het hoofdgebouw en voor de houders het recht van gebruik en bewoning van dit perceel, toekomende aan de Roomsch Katholieke gemeente te Zorgvlied tot het jaar negentien honderd zeventien, of zoveel vroeger als het door het Kerkbestuur zal worden ontruimd.

Secundo.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als schuur gemeente en sectie als voren, onder nummer 696, groot vier en twintig el.

Tertio.
Het gebouw, naast het vorige, bekend ten kadaster als huis, gemeente en sectie als voren, onder nummer 697, groot vijf en dertig el.

Quarto.
Zoodanig gedeelte van het perceel ten kadaster als tuin bekend, gemeente en sectie als voren, onder nummer 693, geheel groot zeven en zeventig roeden vijftig el, als gelegen is tusschen de sub primo, secundo en tertio omschreven gebouwen en den publieken weg ten noorden, groot ongeveer tien roeden en zoals op het terrein door paaltjes is aangewezen; alles onder voorwaarde, dat de stichting zal moeten dichtmaken de deur tusschen den stal en perceel nummer 697 en al de deuren en lichtscheppingen in den zuidelijken muur, die in nummers 697 en 696 dadelijk, die in 695 bij het eindigen van het recht van gebruik en bewoning voorschreven, terwijl de comparanten zich voorbehouden het recht van deurslag in hun koetshuis en uitweg door de koetshuisdeur ten noorden, en het recht om in den zuidelijken muur balken te leggen en daartegen te timmeren, terwijl de goot aan den muur ter bede zal liggen, en de stichting gehouden zal zijn alle water op eigen erf te leiden en aftevoeren, zodra dit door de comparanten wordt gevorderd.

Welke perceelen door de comparanten, onder meer, zijn verkregen bij koopacte den twintigsten Mei achttien honderd negen en zeventig voor den notaris Johannes Gijsbertus Moll te Arnhem verleden, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Assen den vijfden Juni daaraanvolgende, in deel 474 nummer 43.

De comparanten verklaarden de voorschreven perceelen aftestaan onder de volgende

Voorwaarden en bepalingen:
1.
De stichting zal geheel onafhankelijk en vrij zijn van Staats-, Provinciaaal of Gemeente bestuur;
2.
Haar zetel zal zijn te Zorgvlied in de gebouwen op voorschreven perceelen aanwezig of te stichten;
3.
Zij zal den naam dragen van “St Anthonij Gasthuis”;
4.
De geldelijke baten, die het gasthuis verkrijgt, zullen door het Bestuur rentegevend worden belegd, van de renten, zoodra deze minstens twee en vijftig gulden ’s jaars bedragen, zal wekelijks aan den bewoner der eerste kamer een gulden worden uitgereikt en het restant worden opgelegd, zoodra het kapitaal door giften en opgelegde inkomsten drie duizend gulden zal bedragen zal ook de bewoner van de volgende kamer in het genot der bijdrage worden gesteld; vervolgens zal behoudens het hierna bepaalde, het restant der opkomsten worden opgelegd tot dat bij het einde van voorschreven recht van gebruik en bewoning, de ruimte, thans als Pastorie gebezigd, vrijkomt en voor provenierskamers zal worden ingericht, als wanneer de inkomsten dit toelatende, de bewoners van de derde, vierde en vijfde kamers evenzeer in het genot der toelage zullen worden gesteld.
De verder overig zijnde renten kunnen naar het goedvinden van het Bestuur tot kapitaal vorming en verdere uitbreiding der stichting of tot verhooging der bijdragen van de proveniers worden aangewend, terwijl het aan het Bestuur vrij zal staan , ook op andere wijze de zedelijke of maatschappelijke belangen der omgeving daaruit te bevorderen.
5.
De kamers zullen zoo veel mogelijk worden gegeven aan personen uit den burger of boerenstand, die om de eene of andere reden aan eenige bijstand behoefte te hebben, doch niet geheel onvermogend zijn; ten blijke daarvan zullen zij voor hunne intrede aan het Bestuur moeten aantoonen, dat zij een eigen en vast inkomen hebben van minstens twee gulden vijftig cents ’s weeks, of zoo gehuwde lieden als proveniers worden aangenomen, van vier gulden ’s weeks. Bij elke kamer zal na negentien honderd zeventien eene strook tuingrond ter breedte van de kamer in gebruik worden gegeven.
6.
De keuze van proveniers geschiedt door het Bestuur in volle vergadering, na gemeen overleg in eene vorige vergadering, bij meerderheid van stemmen, met gesloten briefjes.
7.
De proveniers of bewoners van elke kamer moeten vóór hunne intrede ten behoeve van het gasthuis storten eene som van vijftig gulden, welk bedrag eigendom wordt der stichting.
8.
De proveniers, die door slecht gedrag, verregaande onzindelijkheid of andere gewichtige redenen, naar het oordeel van het Bestuur zich het beneficie onwaardig maken, zullen na verloop van eene maand na waarschuwing en kennisgeving door het Bestuur, zonder eenigen vorm van proces, via facti uit de stichting kunnen worden verwijderd, in welk geval hun, het door hen gestorte bedrag wordt teruggegeven; alle proveniers zullen vóór hunne intrede eene verklaring teekenen, ten bewijze dat zij zich naar dien, en andere door voogden te maken bepalingen van orde onderwerpen, alzoo, dat hun genot van huisvesting en toelage geheel ter bede bestaat.
9.
De voogden zullen van bovenstaande bepalingen omtrent het minimum van eigen inkomsten der proveniers, het bedrag der toelagen en storting slechts mogen afwijken wanneer in enig geval, volgens hun oordeel, daartoe bijzondere aanleiding bestaat.
Mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de Voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve der stichting kunnen verhuren.
10.
Het bestuur der stichting zal bestaan uit drie voogden, die onderling hunne functiën zullen verdeelen en regelen, de voogd die met het geldelijke bestuur is belast, zal een nauwkeurigen staat bijhouden van de bezittingen der stichting, jaarlijks rekening doen en bij het eindigen van zijn bestuur, van zijn beheer door de gezamenlijken voogden worden gedéchargeerd.
De verdere wijze van uitvoering dezer beschikkingen, de regeling van het bestuur en van de huishoudelijke orde worden overgelaten aan het overleg en de rechtschapenheid der voogden, die uit de bovenstaande bepalingen de bedoelingen van de stichters genoegzaam zullen kunnen afleiden.
11.
Twee der voogden zullen bij voorkeur uit de bloed- of aanverwanten der stichters worden gekozen en zal in ieder geval één der drie voogden met derwoon moeten zijn gevestigd in eene der gemeenten Diever, Vledder, Oost- of Weststellingwerf.
Bij overlijden of ontstentenis door welke oorzaak dan ook, van één der voogden zullen de overgeblevenen zijn opvolger benoemen, terwijl bij tijdelijke verhindering om aan het beheer deel te nemen, iedere voogd een plaatsvervanger zal kunnen benoemen.
Als voogden van de stichting worden reeds aangesteld de stichters Mr. Lodewijk Guillaume Verwer en Mr. Julius Verwer voornoemd.
Die verklaarden hunne benoeming aantenemen en de voorschreven goederen te zullen doen stellen ten name der stichting met bestemming als boven is omschreven, en zich een derden voogd te zullen assumeeren.

Waarvan akte.

Verleden te Leeuwarden, ten huize van mij notaris, in tegenwoordigheid van Anskarius Schelte Hoffman, kleermaker, en Lieuwe George Leenhart Hoekstein, boekdrukker, beiden wonende te Leeuwarden, als getuigen, even als de comparanten mij notaris bekend.

Onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen en mij  notaris deze minuut-akte onderteekend.

Geteekend: Mr. L.G. Verwer,  Mr. J. Verwer, A.S. Hoffman, L.G.L. Hoekstein, A.B. Sjerps , notaris.

Geregistreerd te Leeuwarden, den vijf en twintigsten September 1800 acht en tachtig, deel 168, folio 54, ve……vak 4, twee bladen drie renvooien.

Ontvangen voor recht één gulden twintig cent f. 1.20.

De Ontvanger B.A. (geteekend) van Walsem.

Uitgegeven voor Afschrift. A.B. Sjerps. Notaris te Leeuwarden.    

Het Gemeente-bestuur van Diever verklaart naar aanleiding van artikel 7 der wet van 12 Augustus 1854 (Staatsblad nr. 100) mededeling te hebben ontvangen van de bepalingen betreffende de inrichting en het bestuur van de Stichting van Weldadigheid “het St. Anthonij Gasthuis” te Zorgvlied gemeente Diever, opgericht bij akte van den 22 September 1888 voor den te Leeuwarden residerenden notaris A.B. Sjerps verleden.

Diever, 12 November 1888

Het Gemeente-bestuur voornoemd

L….. H. van Os, Burgemeester

W. Mulder, Wethouder

Rectificatie

De ondergetekende Mr. Lodewijk Guillaume Verwer, advocaat, wonende te Zorgvlied, gemeente Diever en Mr. Julius Verwer, avocaat, wonende te Leeuwarden,

Partijen in eene akte van Schenking en Stichting op den 22 September 1888 voor den notaris Antonius Bernardus Sjerps te Leeuwarden verleden, overgeschreven ten kantore van bewaring der hypotheken te Assen, den 4 October 1888, in deel 603, n: 2.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Kattelieke Kaarke, Lodewijk Guillaume Verwer, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvliet | Leave a comment

In de Heufdstroate van Deever in 1954

Bijgaande zwart-wit ansichtkaart was in 1954 te koop bij Roelof (Roef) van Goor, Kantoorboekhandel an de Kruusstroate in Deeveraan. De fotograaf van deze mooie afbeelding stond ter hoogte van de boerderij van Hendrik Krol. Links is nog net een deel van het muurtje voor de Gereformeerde School te zien. Rechts staan de woningen van Hendrik Gruppen en … Eising. Wie kan meer gegevens verschaffen over de zichtbare panden en hun bewoners in die tijd ?

Posted in Ansigtkoate, Heufdstroate, Kaarke an de brink | Leave a comment

Anne Mulder over Albert Egges van Giffen

De echte Deeverse wijlen Anne Mulder vertelde in een interview in 1991 in Assen enige persoonlijke herinneringen aan professor doctor Albert Egges van Giffen aan de redactie van ut Deevers Archief. Deze heeft de herinneringen van wijlen Anne Mulder op papier uitgewerkt en in maart 2000 gepubliceerd in het nummer 00/1 van Opraekelen, het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever.

Mijn ambtelijke contacten met Van Giffen
In de negentwintig jaren die ik heb gewerkt op de secretarie van het gemeentehuis in Diever, heb ik met de professor op prettige wijze over verschillende zaken contact gehad.

Van Giffen, de bosbewoner
Hij had een tweede woning op de Heezeberg. Daar vertoefde hij regelmatig. Dat was de plaats waar hij het liefst verbleef. Op de Heezeberg was het bosonderhoud een geliefde bezigheid van hem. Hij had altijd een tang bij zich om takken af te kunnen knippen. Na zijn dood heeft zijn oudste zoon Jan daar gewoond.

Van Giffen, zijn contacten met het dorp
Voor zover mij bekend hebben Van Giffen en zijn vrouw nooit deelgenomen aan het gemeenschaps- en verenigingsleven in Diever. Op één uitzondering na. Hij was lid van de commissie van aanbeveling van een geldinzamelingsactie voor de restauratie van de Nederlands Hervormde kerk van Diever. Die actie heeft succes gehad, want de restauratiecommissie heeft de kerk in 1959 schuldenvrij overgedragen aan de kerkvoogdij.

Van Giffen, de altijd gedrevene
Hendrik Jan ter Mast fungeerde als toezichthouder op zijn bosgebied op de Heezeberg. Op een gegeven moment vertelde de professor aan Hendrik Jan over zijn grootse plannen voor de komende jaren inzake de beplanting en het onderhoud van het areaal bos. Hendrik Jan reageerde daarop met: “Mor dan moei’t oasemhael’n neet vergeet’n meneer”, waarop de professor antwoordde met: “Ik zal erom denken Ter Mast”.

Van Giffen, de grappenmaker
Het kwam wel eens voor dat hij bij het hunnebed mensen aantrof die uit het westen van het land kwamen. Hij maakte met zijn kleine gestalte en een pet op zijn hoofd dan niet bepaald een professorale indruk. Hij vertelde dan die mensen wel eens de gekste verhalen over de hunnebedden en de wijze waarop ze waren ontstaan. En met die verhalen togen ze dan huiswaarts.

Van Giffen, de onverbiddelijke
Mijn broer Egbert had een tijdlang het alleenrecht van jagen op zijn grondgebied. Totdat de Dieverse jagers, waaronder mijn broer, eens op de rand van dat gebied de jacht uitoefenden. De oude Hendrik Jubbega (Henduk Jubbegoa) uit Oldendiever was op een gegeven moment moe en ging even zitten. Op dat moment was ook professor Van Giffen ter plaatse en constateerde dat Hendrik Jubbega op het uiterste puntje van zijn bosgebied was gaan zitten. Meteen ontnam de professor Egbert definitief het alleenrecht op de jacht in zijn bosgebied. Maar daarmee was de professor niet van mijn broer af, want wie ligt naast hem en zijn vrouw begraven op de algemene begraafplaats in Diever ? Jawel, de jager Egbert Mulder ! Nu zijn en blijven ze nog buren ook.

Van Giffen, de opmerker
Bij een wandeling door het dorp ontdekte professor Van Giffen een pol huislook op het dak van onze boerderij, Achterstraat 10. Hij vroeg aan mijn moeder, die buiten stond, of hij een stuk huislook mocht hebben. “Eiglijk neet”, zei mijn moeder, “want ‘k vun oe vrogger in de skoele moar een kreng, want ie kneep’m mee altied in de wange”. Ze zaten immers bij elkaar in de klas toen de professor als jongen in Diever woonde. Zij werd geboren op 9 januari 1884 en hij op 14 maart 1884.
De professor wenste zich niet te herinneren wat mijn moeder zei. Het had ook niets met hunnebedden, grafheuvels en urnenvelden te maken. Desondanks heeft hij wel een stukje huislook meegekregen. Ik weet niet hoe die pol huislook op ons dak is gekomen. Misschien is die pol meegebracht door mijn vader, want die was rietdekker van beroep.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Professor doctor Albert Egges van Giffen was namens de Drentsche Praehistorische Vereniging lid van het bestuur van de Stichting ‘Oud-Drenthe’ te Assen, de stichting die in het voorjaar van 1935 meende in de eerste plaats zijn gehele aandacht te moeten concentreren op het behoud en herstel van het zo genoemde Schultehuis an de brink in Deever.
In het zo genoemde Schultehuis is nu gevestigd het zo genoemde Oermuseum, dat wel bijzonder schatplichtig is aan de niet in Deever geboren en ook niet in Deever getogen professor doctor Albert Egges van Giffen.
Lezers die Deeverse herinneringen hebben aan professor doctor Albert Egges van Giffen worden verzocht deze op papier te zetten en voor publicatie in ut Deevers Archief in te sturen.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de afgebeelde zwart-wit foto van het boerderijtje an de Aachterstroate in Deever, waar vroeger de familie Mulder woonde, op 10 februari 2000 gemaakt, da’s ook al weer meer dan zestien jaar geleden.

De heer Klaas Kleine reageerde op 19 augustus 2000 als volgt.
Wat betreft de huislook heb ik een paar opmerkingen. Ook op ons huis aan de Peperstraat staan twee pollen huislook op het dak. Die zijn goed tegen de pest, de tering, blikseminslag en ander ongerief. Het is niet zeker of het helpt. Deze pollen, een kleine en een hele dikke, zijn nakomelingen van de pollen huislook op het dak van de boerderij, Achterstraat 10. Ik kreeg een pol van Eppie Bas (Egbert Mulder).

Abracadabra-1248

Posted in Albert Egges van Giffen, Heezerbaarg, Hunnebedde D52, Oudheidkunde | Leave a comment

De jeud’n muss’n ’s naachts hen Westerbörk loop’m

In het in 1999 verschenen fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ zijn als afbeeldingen 67 en 68 een afbeelding van twee zwart-wit ansichtkaarten van rijkswerkkamp Diever A an de Woaterseweg in de Olde Willem opgenomen. De foto’s voor deze ansichtkaarten zijn in 1935 gemaakt. Toen waren de rijkswerkkampen Diever A en Diever B in het kader van de werkverschaffing nog werkkampen voor werkloze mannen uit andere delen van het land. In de tekst bij de afgebeelde ansichtkaarten is aandacht besteed aan de tijd dat hier joodse mannen werden geïsoleerd van hun familie en werden verzameld voor verplaatsing naar het grote doorvoerkamp Westerbork. Een afbeelding van de betreffende bladzijde uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is in dit bericht opgenomen

67 en 68 – Oude Willem – Rijkswerkkampen Diever A en B – 1935
Het Ministerie van Sociale Zaken huisvestte in de rijkswerkkampen Diever en Diever B in de dertiger jaren van de vorige eeuw werklozen die onder meer heidevelden moesten omspitten. De kampen stonden bij Hoeve aan den Weg in de Olde Willem. Beiden boden plaats aan zesennegentig personen.
In december 1941 besloot de Duitse bezetter Joodse Amsterdammers naar de Drentsche werkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen. Het eerste resultaat was dat 905 mannen op zaterdag 10 januari 1942 naar Drenthe vertrokken, waarna ook mannen uit andere delen van het land gedwongen werden te gaan.
Hier volgen een paar aangrijpende citaten uit brieven die manufacturier Jozef Leefsma uit Gorredijk vanuit rijkswerkkamp Diever A aan een vriend schreef:
De lui die hier zijn, lijken wel wolven. Die zijn uitgehongerd. Het lijken wel rovers. Ze zeggen dat wij, als we er veertien dagen zijn, ook zo worden, maar dat weet ik nog niet. Daar ben ik zelf bij. In het kamp mag niets, ofschoon de kampchef een beste kerel is. Maar dat is nu eenmaal voorschrift……….
Ik kon jullie niet bedanken deze week. Ik was wat vol. Daar heb ik tegenwoordig meer last van. Zo gauw ik aan thuis denk of iemand mij er over spreekt, huil ik als een kind en ik kan er niets aan doen……….
In de nacht van zwarte vrijdag 2 oktober 1942 werden de rijkswerkkampen Diever A en Diever B door de Duitse bezetter ontruimd. De Joodse bewoners kwamen in het kamp Westerbork terecht. Vandaar werden ze gedeporteerd naar Duitse concentratiekampen.
Jozef Leefsma heeft het niet overleefd. Welke andere Joodse Nederlanders zaten in de rijkswerkkampen Diever A en Diever B ? …….. Wie van hen overleefden de hel van de vernietigingskampen ? ……….
Niets in de wijde omgeving herinnert aan het feit dat deze kampen als isolatie- en verzamelkamp van joodse landgenoten zijn gebruikt….. Van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B, lopend naar Westerbork, en dan per trein naar Auschwitz, Birkenau, Bergen-Belsen, Dachau, Majdanek, Mauthausen, Neuengamme, Schöppenitz, Sobibor, Sosnowiec, Theresienstadt, Treblinka ………………

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in een aantal berichten in ut Deevers Archief aandacht besteed aan de geschiedenis van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B.

Inmiddels staat gelukkig – hopelijk mede een klein beetje dank zij de tekst in het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’- an de Woaterseweg in de Olde Willem wél een gedenkteken bij de plaats van de voormalige rijkswerkkampen Diever A en Diever B.
De twee ansichtkaarten zijn in 1935 uitgegeven door en waren te koop bij Roelof (Roef) van Goor, Copieer Inrichting, an de Heufdstroate in Deever. De twee ansichtkaarten waren ongetwijfeld ook te koop in de kantine van rijkswerkkamp Diever A


Posted in Ansigtkoate, de Olde Willem, Diever, ie bint 't wel ..., Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Plaetie 16 uut Bussink’s album ‘Mijn land – Drenthe’

Het boekwerk ‘Bussink’s Album – Mijn land – deel VIII – Drenthe’ is geschreven door G.J. Nijland. Het album is in 1934 uitgegeven door Bussink’s Koekfabriek uit Deventer (ja, die van de Deventer koek). Het album was verluchtigd met 100 plaatjes en 2 platen. Bijgaande kleine afbeeldingen tonen de voorkant en de achterkant van plaatje nummer 16. De redactie van ut Deevers Archief toont dit topplaatje graag aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van zijn webstee.
Op de voorkant van het plaatje is ut olde skultehuus an de brink van Deever te zien. Let vooral op het zeldzaam originele licht boven de voordeur in de vorm van de Davidster. Het is het schultehuis, zoals het was in 1933, een paar jaar voor de ‘grote knutselrestauratie’, toen het schultehuis gelukkig nog niet gescheiden was van de schulteboerderij. De redactie van ut Deevers Archief vraagt zich nog steeds af waarom het zo zeldzaam originele bovenlicht in de vorm van de Ster van David bij de ‘restauratie’ is weggeknutseld.
En zoals het meestal met getekende onderwerpen uut de gemiente Deever gaat, is voor dit plaatje ook een ansichtkaart als voorbeeld gebruikt. Deze ansichtkaart uit 1933 is hier ook afgebeeld. De overtekenaar van de ansichtkaart moest op zijn tekening de vrijheid nemen een toegangshek in de ‘glinten’ voor het schultehuis te tekenen, omdat hij het wél op de ansichtkaart aanwezige perspectief niet voldoende volgde. Dat hek was wel aanwezig en is op de ansichtkaart nog net een beetje aan de linkerkant te zien. Ook rommelde de overtekenaar wat met de plaats van de bomen -zo te zien geen geleide linden- voor het schultehuis. De overtekenaar heeft zijn tekening ingekleurd, dat heeft hij bepaald niet slecht gedaan. De overtekenaar van de ansichtkaart is waarschijnlijk niet in Deever geweest.

Abracadabra-1291Abracadabra-1290

Abracadabra-1292

Posted in Ansigtkoate, Brink, Kuunst, Skultehuus, Tiekening | Leave a comment

Over de organisatie van jongenskamp ‘de Eikenhorst’

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 7 september 2014 van de 75-jarige heer Pieter Verdonk bijgaand verhaal over zijn tijd als groepsleider in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. De redactie van ut  Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan de geschiedschrijving over dit kamp.

Van 1961 tot 1963 ben ik groepsleider geweest in het VBS-kamp, later BJ-kamp ‘de Eikenhorst’ te Geeuwenbrug. De Vorming Buiten Schoolverband, later Buitengewoon Jeugdzorgwerk in Internaatsverband kampen en internaten gingen uit van het toenmalige ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. De grote baas in Den Haag was mr. A.J.M. Schats.

De jongens (van 10 tot 14 jaar) konden opgenomen worden als er bijvoorbeeld moeilijkheden thuis of op school waren. Voorwaarde was dan wel dat tijdens het verblijf van de jongen in het kamp aan de thuissituatie het nodige gedaan zou worden. De plaatsing van de jongens verliep via contactambtenaren, die verzoeken tot opnamen van bijvoorbeeld scholen, huisartsen of  de ouders zelf behandelden. Al naar gelang het inkomen van de ouders was er een ‘ouderbijdrage’.

Op ‘de Eikenhorst’ verbleven de jongens een jaar. Om in contact te blijven met de  gezinssituatie was er voor de jongens een paar maal ‘verlof”, bijvoorbeeld met Kerstmis.

Het kamp in Geeuwenbrug bood ruimte aan 64 jongens, die verdeeld waren over vier groepen van 16 jongens. In ‘mijn tijd’ is de bezetting altijd 100% geweest.

Wat het personeel betreft, de directie werd gevoerd door ‘de commandant’, die bijgestaan werd door ‘de adjudant’. Dan waren er minstens vier groepsleiders, twee (bevoegde) onderwijzers, een sportleider en een leider voor de creatieve vakken, zoals tekenen, knutselen en dergelijke. Er waren naar ik meen twee jonge vrouwen die voor de huishoudelijke dienst zorgden en tegelijkertijd ‘groepsdame’ waren. Ze draaiden naast hun hoofdtaak mee in de groepen om het ‘vrouwelijk element’ bij de benadering van de jongens te realiseren. De onderwijzers waren veelal militaire dienstweigeraars, die hun vervangende dienstplicht in het kamp doorbrachten.

De commandant en de adjudant hadden eigen woningen op het terrein, de overige stafleden hadden een (slaap)kamertje in de groepsbarakken. Voor de administratie was er een aparte kracht. Verder waren er een kok, een magazijnmeester en een kampmonteur, die buiten het terrein woonden.

Op ‘de Eikenhorst’ werd het ‘goudzoekersspel’ gespeeld. In de loop van hun jaar konden de jongens rangen van ‘kompel’ tot en met ‘goudzoeker’ doorlopen. Het ‘goudzoekersspel’ was bedoeld om de jongens het goud van de vriendschap bij te brengen en op die manier aan hun problematiek te werken. De vier groepsbarakken hadden de namen Peru, Klondike, Transvaal en Alaska, streken waar ‘echt’ goud werd gevonden.

Voor de dagelijkse activiteiten buiten de groep waren de jongens ingedeeld in vier aparte groepen. De jongens met de meeste mogelijkheden, bijvoorbeeld in schoolkennis, werden ingedeeld bij groep C, iets minder ontwikkelden kwamen in groep L, daarna volgde A en tenslotte N. Samen: Clan!

Overdag, op ongeveer dezelfde tijden als ’thuis’, namen de jongens deel aan onderwijs, sport, creativiteit en corvee. De groepsbarak was het eigen home van de jongens. Er was een slaapzaal met 16 bedden, een toilettengroep en een ‘washalletje’. Verder was er het ‘schoenenhalletje’ en het groepsverblijf. In mijn tijd stonden in de groepsverblijven levensgrote kolenkachels. De eerste taak van een groepsleider na een verlof in de winter was de kachel aan te steken, want dan kon het venijnig koud zijn in de barakken.

Er was een aparte barak met douches en met wasmachines. De ‘gewone was’ werd niet in het kamp gedaan, maar de ‘straaljagerwas’ werd gedaan met de kamp-wasmachine. ‘Straaljagers’ waren jongens die in hun bed plasten. ‘Bommenwerpers’ heb ik in mijn tijd gelukkig niet meegemaakt.

In het dagelijks leven werd een forse discipline gehandhaafd. Ging men ‘s morgens van de groep naar de eetzaal, dan gebeurde dat netjes in een rij, die voor de barak gevormd werd. De groepsleider moest dan zeggen: ‘In de stand – staat!’,  waarop de jongens in de houding sprongen. Het volgende commando was dan ‘Kwartdraai linksom – naar de eetzaal!’.

Voor de dagactiviteiten begonnen was er nog het ‘vlagappel’, waarbij de jongens per leefgroep rond de vlaggenmast in de houding stonden en de vlag door een van hen gehesen werd.

Natuurlijk is in de loop der jaren het regime veranderd; daar kunnen anderen misschien nog eens over vertellen.

Verder: het is mogelijk, dat ik in mijn verhaal dingen ben vergeten of niet helemaal precies juist gesteld. Vergeet daarbij niet dat het meer dan een halve eeuw geleden is dat ik op ‘de Eikenhorst’ werkte en dat ik nu 75 ben!

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Al is de crisis nog zo fel, de liefde trotseert hem wel

De hier getoonde afbeeldingen zijn in 1933 gepubliceerd in het tijdschrift Eigen Erf (geïllustreerd familieweekblad voor Overijssel en Drente).

De tekst onder de afbeeldingen luidt als volgt.
Vanwege Kieskring I van het D.L.G. werd te Diever de jaarlijksche landbouwtentoonstelling annex veekeuring en volksfeest gehouden. Links een overzicht van de keuring. Recht een wagen uit den optocht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De afkorting van het Drentsch Landbouw Genootschap is D.L.G.
De linker foto is gemaakt op het koeienmarktterrein an de Bosweg in Deever. Veel boeren in een donkere colbertjas op zondagse schoenen met zondagse pet en vaak ook met wandelstok, die gebruikt werd om een koe de maat te nemen. Het koeienmarktterrein is tegenwoordig niet meer in gebruik als onverharde parkeerplaats voor de levende koe, maar als verharde voorlopig gratis langparkeerbrink voor de heilige blikken koe.
Op de rechter foto is een versierde wagen uit de optocht te zien. Het jaar 1933 was een slecht jaar in de grote vooroorlogse economische crisis. Dat blijkt ook wel uit de toepasselijke tekst op de versierde wagen: Al is de crisis nog zo fel, de liefde trotseert hem wel.
Wie herkent mensen die op de twee afbeeldingen zijn te zien ?
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie voorzien van een goede scan van foto’s van de Deevermaarkt van vóór de Tweede Wereldoorlog ? 

Posted in Bosweg, Landbouw, Maarktturrein | Leave a comment

Stoomtram van de N.T.M. an de Deeverbrogge

Bijgaande afbeelding van een zwart-wit foto met begeleidende tekst is opgenomen in het in 1999 uitgegeven fotoboekje ‘Diever, ie bint ‘t wel …’. Het betreft -voorzover bekend bij de redactie van ut Deevers Archief- de enige bewaard gebleven foto van de stoomtram van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij bij de halte an de Deeverbrogge in de lijn Meppel – Hijkersmilde langs de Drentse Hoofdvaart.

57 – Dieverbrug – Stoomtram bij café-logement Johan Blok – 1930
De maker van deze unieke foto is de zeventienjarige student Laurent Jacobus Biezeveld, de zoon van de directeur van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij. Voor deze afbeelding is een nieuwe afdruk van het originele gave
negatief op glasplaat gebruikt.
Dieverbrug was altijd een belangrijke halte in de tramlijn langs de Drentsche Hoofdvaart. Locomotief 6502 staat voor het café-logement van Johan Blok. In het café bevonden zich de wachtkamer en het  agentschap van de Noord-Nederlandse Tram Maatschappij.
Uit de pijp van de met kolen gestookte stoomlocomotief komt rook, de veiligheidklep op de regulateur blaast stoom af en ook uit de demper van de vacuümrem ontsnapt stoom. De personeelswagen is aan de locomotief gekoppeld.
De drie mannen bij de locomotief zijn van links naar rechts van Benthem, de stationchef van de Hijkersmilde, controleur van Blanken en tramconducteur Koopmans. In het machinehuis zit machinist Jan Postuma.
In een heel aardig reisverslag uit 1926 is het volgende te lezen:
Ik was in Dieverbrug. U zult vrees ik het wijze voorhoofd rimpelen en trachten de geest te scherpen om zich te herinneren waar een plaats met zo’n naam dan wel in ons land mag liggen. Het ligt afgelegen, tenzij u een plaatsje, dat een uur stoomtramhobbelen buiten het Drentsche stadje Meppel ligt, tot de gemakkelijk te bereiken plaatsen rekent. Een paar maal per dag brengt het trammetje een enkele reiziger, wat postzaken en een pakje. Door het kanaal varen de schepen af en aan. Dat is zo de communicatie met de buitenwereld, waaronder in de eerste plaats zijn te verstaan Meppel en het nog verderaf liggende Assen…………
In 1930 was alles al aan het veranderen. De stoomtram kreeg steeds meer concurrentie van de vrachtwagen. Op 15 februari 1933 reed de laatste tram, waarna de rails werd verwijderd.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In ut Deevers wordt het Nederlandse woord tram niet op zijn Hooghaarlemmerdijks als trèm, maar gewoon als tram uitgesproken, vandaar dat in de titel van dit bericht het woord stoomtram gewoon als stoomtram is geschreven.
Voor de hier getoonde zwart-wit foto heeft de beheerder van het foto-archief van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwegwezen speciaal voor opname in het fotoboekje ‘Diever, ie bint ‘t wel …’ een nieuwe afdruk van het originele negatief op glasplaat laten maken. De redactie is de beheerder daarvoor bijzonder erkentelijk.
In de tekst staat abusievelijk vermeld dat N.T.M. de afkorting is voor Noord-Nederlandse Tram Maatschappij, dit moet zijn Nederlandsche Tramweg Maatschappij.
Het bedrijf Hohenzollern in Düsseldorf-Grafenberg leverde de hier afgebeelde locomotief in 1881 als rangeerlocomotief aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) met kenteken SS 401. In 1890 werd het kenteken van deze locomotief gewijzigd in SS 602. Bij de samenvoeging van het materieelpark van de Hollandse Spoorwegmaatschappij (H.S.M.) en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.) in 1921 kreeg de hier afgebeelde locomotief het kenteken NS 6502. De Nederlandse Spoorwegen hebben de NS 6502 in 1930 uit dienst genomen. De N.T.M. was 
in dat jaar de huurder geworden van deze locomotief.
De zeventienjarige Laurent Jacobus Biezeveld is de maker van deze scherpe foto. Hij is geboren op 9 oktober 1913 in Nijehaske. Hij is overleden op 20 juli 1969 in Haren in de provincie Groningen. De foto is derhalve gemaakt tussen oktober 1931 en oktober 1932. En niet in het jaar van 1930, zoals abusievelijk staat vermeld in de tekst bij de foto in het boekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ .
Dan staat locomotief NS 6502 bij het café-logement van Johan Blok. Het oude café-logement brandde in de nacht van 30 op 31 maart 1932 af. Derhalve heeft Laurent Jacobus Biezeveld de foto gemaakt tussen 9 oktober 1931 en 30 maart 1932. Echter gelet op de bladeren aan de bomen, zal hij de foto uiterlijk een aantal weken na 9 oktober 1931 hebben gemaakt.
Locomotief NS 6502 oogde als een primitieve locomotief met een open stoomleiding van de regulateur naar de cilinders en een veiligheidsklep op de regulateur. De NS 6502 woog maar 18 ton en was niet zo’n sterke locomotief. Dat was bij de N.T.M. soms wel te merken. De NS 6502 kon een zware goederentrein best op gang brengen, maar als deze dan lang aan één stuk moest doorrijden, dan kon hij geen stoom houden. Toch voldeed de NS 6502 wel bij de N.T.M., met name in de personendienst.
Op bijgaande afbeelding staat de van Meppel komende locomotief NS 6502 met goederenwagons bij de halte an de Deeverbrogge. De halte an de Deeverbrogge was een belangrijke halte voor Deever en voor Dwingel, die beiden op een afstand van ruim twee kilometer van de halte waren gelegen.
Na het opheffen van de tramlijn in 1933 werd de halte an de Deeverbrogge een belangrijke overstapplaats, toen de Drentse Autobus Onderneming (D.A.B.O.) de personendienst overnam. De bussen uit Meppel en Assen ontmoetten elkaar hier, waarna de één doorreed naar Deever en de andere naar Dwingel. Bij terugkomst ontmoetten ze elkaar weer en vervolgde de bus uit Meppel zijn reis naar Assen en vervolgde de bus uit Assen zijn reis naar Meppel.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de huidige situatie ter plekke van de situatie op de zwart-wit foto gemaakt op 31 juli 2018.

Posted in An de Deeverbrogge, Café-Logement, Stoomtram, Topstuk, Vervoer | Leave a comment

De Kwoasloot begunt in de Stroet’n op Kalter’n

De redactie van ut Deevers Archief vroeg zich in het bericht Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker waar het groenland met de naam de Stroet is gelegen. Het groenland met de naam de Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’. Deze publicatie van de heemkundige vereniging uut Deever is nergens te vinden in de webstee van deze induttende vereniging. Nota bene de allerbelangrijkste van alle publicaties, die de heemkundige vereniging uut Deever in zijn vijfentwintig jarige bestaan heeft gemaakt, is niet te vinden in de webstee van deze vereniging.
Het groenland met de naam de Stroet of de Stroeten ligt aan de weg van Deever naar Wapse. De Stroetweg loopt langs de Stroeten. De redactie van ut Deevers Archief heeft deze twee namen in het rood in een detail van een wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1946 aangegeven. Zie de bijgaande afbeelding. Op het detail van de wandelkaart is te zien dat de Stroetweg bij de kruising met de Schaapsdrift overgaat in de Stroetlaene. Tegenwoordig heeft de Stroetweg de naam de Stroeten. De Stroetlaene is op tegenwoordige luchtfoto’s helaas niet meer terug te vinden. De Vereniging Voor De Grote Verwildering Van Natuurmonumenten is in de gemiente Deever al jaren en voortdurend stiekem bezig met het najagen van zijn archaïsche utopietje, het utopietje van een tot in de puntjes geplande en gemaakte en onderhouden cultuurwildernis en het achterbaks weren van alle menselijke aanwezigheid uit zijn deel van het landgoed Berkenheuvel.
In ut Deevers Archief is een zwart-wit ansichtkaart van koeien in het groenland met de naam de Stroet aanwezig. Zie de bijgaande afbeelding van deze zwart-wit ansichtkaart. Deze zwart-wit ansichtkaart is in 1943 uitgegeven door Copieer Inrichting Roelof (Roef) van Goor in Deever.
Het Drentse en Deeverse woord stroet heeft de betekenis van een laag nat terrein in een heideveld, waar water uit de omgeving zich verzamelt. Het groenland met de naam de Stroet langs de weg van Deever naar Wapse zal daarvoor heideveld met de naam de Stroet zijn geweest en komt als zodanig niet voor in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’. Die veldnamen hebben betrekking op bouwland en groenland. Dit heideveld zal zijn ontgonnen in de tijd dat mr. Albertus Christiaan van Daalen bezig was met de ontwikkeling van het landgoed Berkenheuvel, dus veel later dan 1832.
In het lage en natte heideveld en later het groenland met de naam de Stroet stroomt het water naar het begin van de Kwasloot. Het water in de Kwoasloot stroomt naar de Wapserveense Aa.
De redactie van ut Deevers Archief zal te zijner tijd en zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf enige kleurenfoto’s van de toestand ter plekke van de Stroet of de Stroeten maken en in dit bericht tonen.

Posted in Ansigtkoate, Kalter’n, Landgoed Berkenheuvel, Veldnème | Leave a comment

Kantinetente mit militaer’n in de kaamp op de Oeren

De redactie van ut Deevers Archief vond in de fotocollectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie de hier afgebeelde foto van de kaamp op de Oeren bee Kalter’n. De redactie is het Nederlands Instituut voor Militaire Historie bijzonder erkentelijk voor de vrije beschikbaarheid van deze afbeelding.
Op de foto is te zien een kantinetent in het soldatenkamp op het heideveld op de Oeren bij Kalteren in de gemiente Deever. De militairen in een voor de kantinetent zijn van het negende regiment infanterie van de landweer, zoals de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief hopelijk kunnen lezen op het bord bij de vlaggemast.
De maker van de foto is helaas niet bekend. De foto is in de collectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie gedateerd op 6 januari 1909. Op die datum kan de foto niet zijn gemaakt. De militairen oefenden in de periode 1905-1908 in de zomer op de heidevelden in de gemiente Deever. De foto is wellicht in 1908 gemaakt en wellicht aan het begin van 1909 gearchiveerd.
Als de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief meer berichten over het soldatenkamp op het heideveld op de Oeren bij Kalteren willen lezen, dan worden zij verzocht onder aan dit bericht of in de lijst met categorieën de categorie de Kaamp op de Oeren aan te klikken.

Posted in de Kaamp op de Oeren | Leave a comment

Winternoamedag op ’t Kastiel in jannewoari 1979

OWijlen U.L.O-meester Henk van de Bos, niet geboren, maar wel een leven lang getogen in Deever, heeft deze foto van de boerderij van Klaas Fledderus op ut Kastiel in Deever gemaakt bij het vallen van de avond in de sneeuwrijke winter van 1978 op 1979. Tussen de bomen is Klaas Fledderus te zien. Achter de boerderij van Klaas Fledderus is zichtbaar het boerderijtje, waarin de gezusters Janna (Jannoa) en Roelofje (Roefie) van Ankorven woonden. Wat een fraaie en stemmige foto.

Posted in Alle Deeversen, Boerdereeje, Deever, ut Kastiel, Winter | Leave a comment

Un lochtfoto van ut midd’n van ut olde Deever

De luchtfoto voor de hier afgebeelde ansichtkoate van ut midde’n van ut olde Deever is in 1952 gemaakt door Luchtfoto Nederland. Bijzonder fraai is de omheining van de kaarketuun te zien. Was dat nu nog maar zo ! Na de grote vernieling in de jaren 1955/1957 en als vervolg daarop de grote vernieling in de jaren 2019/2020 is niets echts meer over van de openbare ruimte in het midden van ut olde Deever.

Een exemplaar van de hier afgebeelde ansichtkaart is in 1952 verzonden aan den heer P. Barelds, p/a Knud Hansen, Ammendrup, Helsinge, N-Sjaelland, Denemarken. De kaart is verstuurd door de familie Jan Kloeze, Wittelte 13, post Dieverbrug, Holland.
De familie Barelds had en heeft een boerenbedrijf aan de Wittelterweg in Wittelte.
Hendrik Lefferts Barelds is een zoon van Pieter Barelds en Hilligje Wesseling. Hij is geboren op 6 oktober 1900 in Wittelte. Hij is overleden op 10 augustus 1954 in Wittelte. Hij trouwde op 9 juni 1926 met Aaltje Pieper
P. Barelds zal Pieter (Piet) Barelds zijn. Hij is een zoon van Hendrik Lefferts Barelds en Aaltje Pieper,.
De redactie heeft de gegevens van Pieter (Piet) Barelds niet in openbare bronnen op het internet kunnen vinden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie hierbij helpen ?
Het is wel aannemelijk dat boerenzoon Pieter Barelds uut Wittelte een tijdje bij boer Knud Hansen in het gehucht Ammendrup bij het dorp Helsinge in het noorden van Zeeland in Denemarken in de leer is geweest. Een stage ? Een zomer lang ? Een heel jaar lang ? De redactie verwijst ook naar het bericht Café Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Posted in Ansigtkoate, Kaarke an de brink, Logtfoto, Toor'n an de brink | Leave a comment

Ut olde postkantoor an de Heufdstroate in Deever

In de Friese koerier, onafhankelijk dagblad voor Friesland en aangrenzende gebieden, verscheen op 8 juli 1957 het volgende bericht over de pensionering van Lambertus Schoemaker, kantoorhouder van het postkantoor an de Heufdstroate in Deever.

Kantoorhouder Schoemaker verlaat de dienst
Diever, – Ingaande 1 juli jongst leden heeft de heer L. Schoemaker, kantoorhouder der posterijen alhier, de P.T.T.-dienst mdet pensioen verlaten. De naam Schoemaker is verweven met de P.T.T. diensten in Diever. De thans scheidende functionaris is vanaf oktober 1916 bij de posterijen werkzaam, de eerste 4 jaar onder meer als hulpbesteller en sedert 20 december 1920 als kantoorhouder. In deze laatste functie volgede de heer Schoemaker zijn vader, de heer J, Schoemaker op, die 32 jaar lang kantoorhouder en besteller is geweest.
Het postkantoor is plusminus 70 jaar lang in hun woning aan de Hoofdstraat gevestigd geweest. Met ingang van 28 juni jongst leden is het verplaatst naar een barak van het voormalige noodgemeentehuisin het uitbreidingsplan.
De directeur-generaal van het staatsbedrijf der P.T.T. heeft in een schrijven zijn dank betuigd voor de vele arbeid en hem erkentelijkheid betuigd voor zijn betoonde activiteit in de bezettingsjaren. Te dien tijde ontving hij ook een schrijven van Z.K.H. Prins Berhard, die hem als bevelhebber van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten zeer verdiende dank bracht voor de belangrijke diensten, verleend bij het ondergrondse verzet.
Maar ook in velerlei ander opzicht heeft de heer Schoemaker de gemeenschap gediend. Zo is hij sedert de bevrijding lid van de raad van Diever voor de V.V.D. Verder is hij voorzitter van de afdeling Diever van de bond voor staatspensionering en secretaris van het bestuur van de coöperatieve boerenleenbank, terwijl hij in het verleden diverse andere functies heeft bekleed.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
De heer L. Schoemaker is Lambertus Schoemaker. Hij is geboren op 16 oktober 1900 in Deever. Hij is overleden op 27 januari 1960 in Deever. Hij heeft maar een paar jaren van zijn pensioen kunnen genieten. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Lambertus Schoemaker trouwde op 26 maart 1920 met Hilligje van Es.
Hilligje van Es is geboren op 15 augustus 1898 in Beilen en is overleden op 18 februari 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De verzetsvrouw Geesje Jantina Schoemaker is een dochter van Lambertus Schoemaker en Hilligje van Es.
Lambertus Schoemaker was een zoon van brievengaarder Jan Schoemaker en Jantien Trompetter.
Jan Schoemaker is geboren op 1 oktober 1856 in Dwingel en is overleden op 23 februari 1946 in Deever. Jan Schoemaker trouwde op 29 april 1882 in Deever met Jantien Trompetter.
De redactie weet niet wanneer het blokkendoosvormige postkantoor met woning precies is gebouwd. Omstreeks 1900 ? De redactie verwijst ook naar het bericht Ut riekstillefoonkantoor is in 1902 eup’mt.

Het lukt de redactie niet goed de datum waarop of het jaar waarin de kleurenfoto met het oude postkantoor is gemaakt te schatten. De kleurenfoto is uiteraard na de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Gelet op de vrouw met de Solex brommer zou de kleurenfoto in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief herkent de vrouw met de Solex brommer ? De vrouw vóór het postkantoor zou Hilligje van Es kunnen zijn, zij is op de foto zeker in de buurt van de 65 jaren oud, dan zou de kleurenfoto in de eerste helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw kunnen zijn gemaakt.
De redactie heeft nog niet kunnen uitzoeken wanneer het blokkendoosvormige gebouw is afgebroken. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet wanneer dit postkantoor is afgebroken ? Wellicht zijn leden van de familie Zoer in het bezit van foto’s van de afbraak van het postkantoor ?
De redactie heeft de niet zo geslaagde kleurenfoto van het huis dat gebouwd is op de plek van het oude postkantoor gemaakt op donderdag 4 november 2017. De redactie zal te gelegener tijd deze kleurenfoto vervangen door een kleurenfoto van betere kwaliteit.

Posted in Alle Deeversen, Heufdstroate, Postkantoor, Verdwenen object | Leave a comment

Un kwitaansie mit kwitaansiesegel van grote Frièrik

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd in de gemiente Deever het boerenwerk nog gedaan met behulp van werkpaarden.  De smeden in het dorp Deever hadden vooral de vele boeren als klant. Dorpssmid Frederik (grote Frièrik) Offerein was gediplomeerd hoefsmid. Zijn smederij was gevestigd aan ut kleine brinkie in Deever.
De boer ging met zijn paard naar de smederij, waar de hoeven van het paard warm werden beslagen. Voor een nieuw hoefijzer en het beslaan van een paard met dit nieuwe hoefijzer bracht grote Frièrik twee guldens in rekening.
De boeren konden voor het repareren van een houten handvat aan de boom van een zeis ook bij grote Frièrik terecht. Voor een nieuwe dol en het aanbrengen van die dulle aan de zeisboom bracht grote Frièrik tachtig centen in rekening. De kötte dulle saat ut wiedst van de sende.
Veel mensen liepen in die tijd op klompen. Vaak gebeurde het dat de roef van een klompe brak of scheurde. Dat kon gerepareerd worden met een klompkram of een kramband. Voor een klompkram en het aanbrengen van een klompkram over de bovenkant van een klomp bracht grote Frièrik tien centen in rekening.
Het was vaak de vrouw van de boer, die in ut pothokke naast de boerderij het voer voor de varkens in een grote ketel kookte. Die ketel kon door het gebruik lek raken. Grote Frièrik kon dit gat in de ketel door middel van solderen of lassen dicht maken. De redactie van ut Deevers Archief weet niet of boer Roelof Bennen met de grote zware ketel naar de smederij moest of dat grote Frièrik de ketel ter plekke in ut pothokke herstelde.
Blijbaar liep grote Frièrik twee keer per jaar met de kwitanties langs zijn klanten. De kwitantie voor geleverde materialen en gedane arbeid over de tweede helft van 1948 voor Roelof Bennen Kzn. is gedateerd op 1 januari 1949. Blijkbaar had grote Frièrik niet zo’n haast met het innen van de schulden, want pas in februari 1949 werd de kwitantie voldaan en voorzien van een kwitantiezegel met de handtekening van grote Frièrik.
Roelof Bennen is een zoon van Klaas Bennen en Hendrikje Bolding. Roelof Bennen is geboren op 13 november 1901 in Deever en is overleden op 28 mei 1982 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Roelof Bennen trouwde op 1 mei 1926 met Geesje Krol. Geesje Krol is geboren op 17 april 1899 op de Smilde en is overleden op 15 juni 1978 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
De boerderij van Roelof Bennen en Grietje Krol staat an de Aachterstroate in Deever. Wijlen Jans Tabak is een kleinzoon van Roelof Bennen en Grietje Krol en woonde in die boerderij.
Het origineel van de hier afgebeelde nota is aanwezig in de verzameling van wijlen Jans Tabak.

Posted in Alle Deeversen, Boer'nlee'm, Jans Roelof Tabak, Neringdoende | Leave a comment

Mit de hondekarre onder de tolboom deur

Toen Jan Hessels nog leefde sprak de redactie van ut Deevers Archief regelmatig met hem bij hem thuis in zijn boerderij over ut olde Deever, over het boerenleven, over het boerenwerk. Jan hield van het vertellen van annekkedotes, zoals hij die korte en altijd grappige verhaaltjes noemde. De redactie prijst zich gelukkig enige daarvan te hebben vastgelegd. Zijn annekkedotes zijn -het kan niet anders- opgeschreven in ut Deevers. Jan Hessels sprak ut Deevers, net zoals Jantje Oost dat deed, zoals je ut Deevers hoort te spreken. Het is jammer dat ut Deevers in het volledig verhollandiseerde en vercocacolariseerde Deever bijna dood is.

Mit de hondekarre onder de tolboom deur
Ik were neet of ut vurhoal woar is, mor ut is mee wè veur woar vurteld. Ut is gebeurd in de tied dai’j in Wittelte veur ut onderhold van de neeje stroate tuss’n Deever en de Wittellerbrogge tol möss’n betèèln.
Lète op de oam’d belde un knecht van un boer bee de Wittelerbrogge an bee de dokter in Deever. Sien bosschop was dat ut sowiet was mit de vrou van de boer. De dokter was neet so bliede mit disse bosschop, want heesölf, sien menner en ut pièrd haad’n een drokke dag ehad. Hee kön ur neet onderuut, mor he vönd ut toch wè een beetie bezwoaluk so lète ut pièrd wièr in te spann’n.
‘Dat gef neet’, see de knecht. ‘Ie kunt wè mit mee mitried’n, ai’j moar persies doot wa’k oe onderweg zegge.’ ‘Dat is goed’, see de dokter.
See stapt’n op de hondekarre en göng’n mit un flinke gaank deur Oll’ndeever hen de Wittelerbrogge. Iniens brulde de knecht bee ut tolhuus: ‘Now hiel diepe bukk’n !!’ See bukt’n glad en gauw en so steu’m see mit grote voat onder de tolboom deur.
Dat scheelde mooi wièr un pèèr cent’n tolgeld.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De grote vraag is natuurlijk of voor een hondekarre tolgeld moest worden bewaard.
Op het tolgeldbord aan de voorgevel van het voormalige tolhuisje an de Wittelerweg in Wittelte staat de hond niet vermeld, maar zal wel 1 cent zijn geweest.

Posted in Deevers, Tol, Verdwenen object, Wittelte | Leave a comment

De haandtiekening van Leonard Willem van Os

In de Opregte Steenwijker Courant verscheen op 4 juni 1900 het bericht van overlijden van Leonard Willem van Os, burgemeester van de gemiente Deever.

Heden overleed zacht en kalm, na eene korte ongesteldheid in den ouderdom van bijna 56 jaren, onze geliefde Echtgenoot en Vader, de Heer Leonard Willem van Os, Burgemeester en Secretaris der gemeente Diever.
Mede namens de Kinderen, Mevrouw de Weduwe L.W. van Os-Mulder.
Diever, 28 mei 1900.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Leonard Willem van Os, burgemeester en secretaris van de gemiente Deever stuurde op 3 mei 1899 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Havelte, zie afbeelding 2 en hij stuurde op 27 februari 1900 namens het gemeentebestuur een bericht op een open kaart aan den heer burgemeester der gemeente Workum in Friesland, zie afbeelding 3. De redactie beschikt helaas niet over een afbeelding van het ongetwijfeld belangwekkende bericht op de achterkant van de twee open kaarten.
Toch mooi meegenomen dat op de adreskant van die twee open kaarten wel de handtekening van burgemeester Leonard Willem van Os is te zien.
Waarschijnlijk stond in het Koninklijk besluit van 7 november 1876 (Staatsblad no. 192) dat een gemeentebestuur voor het verzenden van een officieel bericht door middel van een open kaart vrijgesteld was van het plakken van postzegels op die kaart.
Leonard Willem van Os verstuurde de twee berichten op een open kaart een paar maanden voor zijn overlijden op 28 mei 1900.
Leonard Willem van Os is geboren op 6 juli 1844 in Sneek en is overleden op 28 mei 1900 in Deever.
De echtgenote van Leonard Willem van Os was Leentje Mulder. Zij is geboren op 10 februari 1846 in Oldemarkt en is overleden op 23 december 1924 in Deever.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Gemiente Deever, Overlijdensbericht | Leave a comment

Ièpels rooi’n op de nes bee de Kaamp

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande foto van boer’nwaark op de nes bee de Kaamp in de namiddag van 3 oktober 2012 gemaakt vanaf de Ten Darperweg tussen de Kaamp en Soerte.
Het rooien en opladen van ièpels op transportwagens gebeurt tegenwoordig volledig gemechaniseerd.

Posted in Boer'nlee'm, Boer'nwaark, Ten Darperweg, Wapse | Leave a comment

Ie kriegt de groet’n uut Deever in Drente

In de gemiente Deever zijn vanaf het bestaan van de ansichtkaart in het begin van de twintigste eeuw door de jaren heen ook ansichtkaarten te koop geweest met de titel ‘Groeten uit Diever (Dr.). Zo ook bijgaand afgebeelde kleuren ansichtkaart met vier foto’s, een zo genoemd vijfluik. De hier afgebeelde kaart is in 1980 uitgegeven.
De redactie van ut Deevers Archief wil de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief het kijken naar oude mooie afbeeldingen van ut olde gemientehuus an de brink van Deever, de kaarke an de brink van Deever en de Kruusstroate in Deever niet onthouden.
Het mag de zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief duidelijk zijn dat de foto van ut olde gemientehuus an de brink van Deever later is gemaakt dan de foto van de kaarke an de brink van Deever. Dat valt op te maken uit de grote zwerfsteen op het grasveld voor ut olde gemientehuus an de brink van Deever, die is niet aanwezig op de foto van de kaarke an de brink van Deever. Op de laatst genoemde foto is op de plek van de grote zwerfsteen een kleine zwerfsteen te zien. Stond op die kleine zwerfsteen ooit een zonnewijzer op ?

Posted in Ansigtkoate, Gemientehuus, Kaarke an de brink, Kruusstroate | Leave a comment

Dames van de buurtvurening van ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief heeft als streven in zijn berichten zoveel mogelijk Deeversen op foto’s te tonen en daarbij ten minste de naam van de personen op de foto’s te noemen; iedere Deeverse heeft zijn of haar eigen geschiedenis.
Op bijgaande foto zijn enige dames van de buurtvereniging van ut Kastiel in Deever te zien.
De foto is zo te zien tijdens een Deevermaarkt in de zomer op het marktterrein gemaakt. Het is niet bekend op welke datum deze foto is gemaakt.
De redactie roept de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief vooral te reageren op dit bericht, want veel is nog onduidelijk. De redactie is dringend op zoek naar aanvullende gegevens.
Gelet op het feit dat Grietje Jonker afkomstig is uit Havelte, zal deze foto na haar trouwen met Willem Dijkman zijn gemaakt, dus na 1924, waarschijnlijk rond 1930 ?
Woonden alle dames op ut Kastiel ?
Of woonden maar een paar dames op ut Kastiel en waren de anderen vriendinnen ?
Zijn alle dames geboren op ut Kastiel ?
Woonde het echtpaar Willem Dijkman en Grietje Jonker op ut Kastiel, zo ja waar dan ? Of woonden ze in Oll’ndeever ?

Van links naar rechts zijn de dames op de foto voor het gemak van 1 tot en met 6 genummerd.

1.
Annigje (Anna) van Nijen
Zij is geboren op 22 september 1899 in Deever. Zij is een dochter van Roelof van Nijen en Geertje Westerhof. Zij is overleden op 7 december 1992 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zij is op 29 mei 1926 in Deever getrouwd met rietdekker Dirk Nijboer.
Dirk Nijboer is geboren op 17 februari 1898 in Deever. Hij is een zoon van rietdekker Mannes Nijboer en Eltje Kuiper. Hij is overleden op 18 augustus 1968 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

2.
Margje Bel
Zij is geboren op 7 november 1899 in Deever. Zij is een dochter van koopman Berend Bel en Zijntje Bakker.
Zij is op 25 april 1925 getrouwd met bakker Gerard Kloosterman.
Gerard Kloosterman is geboren op 30 januari 1897 an de Deeverbrogge. Hij is een zoon van arbeider Arent Kloosterman en Hilligje Booiman uut Oll’ndeever.

3.
Jantje Klaster
Zij is geboren op 19 maart 1898 in Deever. Zij is een dochter van arbeider Berend Klaster en Lammegien Moes
Zij is op 6 december 1924 in Deever getrouwd met boer Harm Kloosterman.
Harm Kloosterman is geboren op 16 januari 1893 in Deever. Hij is een zoon van boer Hendrik Kloosterman en Geertje Klaster. Hij is overleden op 28 maart 1963 in Meppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

4.
Grietje (Griet) Jonker
Zij is geboren op 17 januari 1902 in Havelte. Zij is een dochter van arbeider Lambert Jonker en Margje Pouwels. Zij is overleden op 7 december 1973 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Zij is op 3 mei 1924 in Deever getrouwd met veekoopman Willem Dijkman.
Willem Dijkman is geboren op 16 maart 1901 in Oll’ndeever. Hij is een zoon van arbeider Harm Dijkman en Lammigje Woudstra. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

5.
Margaretha (Griet) Oost
Zij is geboren op 15 april 1903 op ut Kastiel in Deever. Zij is een dochter van arbeider Jacob Oost en Elsje Davids. Zij is overleden op 15 februari 2001.
Zij is getrouwd geweest met Jan Brugging.
Jan Brugging is geboren op 20 augustus 1901 in Wapse. Hij is een zoon van arbeider Lambert Brugging en Meintje Noorman. Een broer van Jan Brugging was Jan Bruggink, die was getrouwd met Roelofje Roelofs; zij woonden op het Achterste Kalteren. Jan Bruggink en Roelofje Roelofs waren de grootouders van schoolmeester en historicus wijlen Reinder Smit uut Dwingel.

6.
Albertje Folkerts
Zij is geboren op 28 november 1902 in Deever. Zij is een dochter van timmerman Wolter Folkerts en Maria Smit
Zij is getrouwd op 4 augustus 1923 in Deever met melkmeter Roelof Ofrein.
Roelof Ofrein is geboren op 1 januari 1889 in Deever. Hij is een zoon van boer Hendrikus Ofrein en Hillechien Bruggink. Hij is overleden op 1 april 1984 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.

Abracadabra-1454
Posted in Alle Deeversen, Cultuur, Deevermarkt, Topstuk, ut Kastiel, Vurening | Leave a comment

Un baarg swaarfstien’n veur un friet- en snekkot

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 3 juli 2020 stond een bericht over de hopeloos verloren strijd van friet- en snackverkoper Gerrie Jissink tegen de Hogere en Lagere Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Onweerlegbare Grote Gelijk Van Het Rechtvaardig Verlenen Van Standplaatsvergunningen In De Gemeente Westenveld.
Zo één enig en geschiedkundig waardevol bericht over het strenge, koude, kille, keiharde, no-nonsense, rechtvaardige, objectieve, eerlijke, transparante, glasheldere, open, democratische, non-anticipatieve, non-compassieve, behoorlijke bestuur van de gemeente Westenveld moet zeker als een echt zoals-het-hoort voorbeeld in ut Deevers Archief zijn opgenomen.

Snackkar Diever moet verdwijnen
Diever – Friet- en snackverkoper Gerrie Jissink heeft zijn strijd tegen de gemeente Westerveld over zijn standplaats op de hoek Ten Darperweg / Kasteel in Diever definitief verloren.
Woensdag verklaarde de Raad van State zijn hoger beroep tegen de geweigerde standplaatsvergunning ongegrond. Jissink heeft dertig jaar met zijn snackwagen op de standplaats gestaan.
Vanaf 1919 kreeg hij geen nieuwe vergunning meer in verband met de herinrichting van het Kasteel. Jissink (60) zegt zich belazerd te voelen. Hij heeft zwart op wit van een gemachtigde van de gemeente dat hij tot zijn pensionering daar zou kunnen blijven staan. Hij heeft ook een brief waarin de gemeente rept van een vaste standplaats.
De Raad van State vindt echter dat Jissink zich niet kan beroepen op toezeggingen van de kant van de gemeente. Daar is meer voor nodig. Verder is de Raad van State het eens met Westerveld dat Jissink al sinds 2013 weet dat er een einde komt aan zijn standplaats op het Kasteel. Een proceskostenvergoeding hoeft de gemeente ook niet te betalen, bepaalde de Raad van State woensdag. De gemeente heeft Jissink een alternatieve locatie aangeboden. Die heeft hij afgewezen, omdat hij zijn roodwitte snackwagen daar ’s avonds niet mag laten staan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Uitspraak 201907836/I/A3 van de Raad van State is hier te lezen.
Bij wijze van spreken was friet- en snackverkoper Gerrie Jissink nog maar amper met tranen in zijn ogen vertrokken met zijn rootwitte snackwagen of die lelijke berg gemetselde zwerfkeien met de eufemistische naam Burgemeester van Osbank (ja, die burgemeester van de zeven koeien en een os) stond al tot op de millimeter nauwkeurig op de plaats van de snackwagen van Gerrie Jissink.
De uitbater van het frietkot aan de brink van Deever zal zich na de eliminatie van de friet- en snackwagen van Gerrie Jissink dagenlang de tranen hebben gelachen, want wat is mooier dat het hebben van het monopolie op de verkoop van friet en snacks in een toeristisch-industrieel gebied, zoals de gemiente Deever ?
De redactie heeft de kleurenfoto van die lelijke mistroostige berg gemetselde zwerfkeien gemaakt op een druilerige droevige vrijdag 28 november 2020. De redactie vraagt zich al een hele tijd af wat de gemeente Westenveld in al die geheimzinnige groene kastjes in het binnendorp van Deever heeft verborgen. Zitten in die groene kastjes wifi-volgsystemen ingebouwd ?

Posted in Gemeente Westenveld | Leave a comment

Tweehonderd eek’n in ut Grünedal

Op 11 januari 1919 verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden de volgende advertentie over de publieke verkoop van bomen en schel- en weekhout in Deever..

Boomen en Schel- en Weekhout, Diever
Notaris Bon te Dwingelo zal op vrijdag 17 januari aanstaande, des voormiddags plusminus 11 uur, ten huize van B. Seinen te Diever, publiek verkoopen:
1.
Voor de Marktgenooten van Diever:
Plusminus 200 eikenboomen in het Groenendal te Diever. Aanwijzing J. Seinen.
2.
Voor Lucas Tijmes:
1 zware populier bij het huis.
3.
Voor gebroeders Offerein:
3 populieren bij het huis.
4.
Voor dezelfden en G. Krol:
de Wal in Kamp van G. Krol, die aanwijst.
5.
Voor mr. A.C. van Daalen:
5 percelen in het Oude Wapserzand.
1 perceel achter de Noordesch. Aanwijzing H. Smit op dinsdag 14 januari aanstaande.
Samenkomst voormiddag 10 uur op Berkenheuvel bij Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Wie was B. Seinen, was hij caféhouder ? Of wordt hier café- en logementhouder Roelof Seinen bedoeld ?

De weg vanaf de Bosweg tot aan het Openluchtspel zou gewoon weer Groenendal moeten heten. Of veel beter in ut Deevers: Grünedal.
Een mooie klus voor de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever om bij De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemeente Westenveld
 de verandering van de naam Hezenesch in Grünedal te bewerkstelligen.
Of is dit een mooi klusje voor de straatnamendeskundige van de politieke partij Dorpsbelangen ?
Met marktgenooten worden de markegenoten van de boermarke Deever bedoeld.
Jan Seinen (geboren 15 juli 1876 in Wapse, overleden op 13 december 1950 in Deever) was lid van het bestuur van de boermarke van Deever.
Lucas Tijmes (geboren op 25 maart 1855 in Beilen, overleden op 8 december 1934 in Deever).
Wie waren de gebroeders Offerein ?
Blijkbaar werd het hakhout op de wal langs de Kamp van Gerard Krol verkocht. Waar lag de Kamp van Gerard Krol ?
De naam Oude Wapser Zand komt niet voor op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel.
H. Smit is Harmen (Haarm) Smit. Hij is geboren op 10 december 1867 in Deever. Hij is overleden op 11 oktober 1944 in Deever. Hij
ligt begraven op de kerkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hij is de tweede boschbaas van het landgoed Berkenheuvel.
In de advertentie komen ook enige veldnamen voor: Groenendal, Kamp van Gerard Krol, Oude Wapserzand.

Posted in Boermarke van Deever, Grünedal, Landgoed Berkenheuvel, Noorderesch, Veldnème | Leave a comment

Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker ?

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 20 juni 1930 het volgende bericht over de verkoop van enige percelen vaste goederen in het café van Berend Slagter an de Kruusstroate in Deever.

Diever, 20 juni. Hedenmorgen had in het café B. Slagter alhier ten overstaan van notaris Bolk te Dwingeloo de palmslag plaats van de navolgende perceelen vaste goederen, ten verzoeke van mejuffrouw de weduwe J. Haveman en kinderen alhier.
Koopers werden:
Perceel 1.
Huis met tuin, groot 1.40 are, laatst bewoond door L. Wanningen;
Perceel 2.
Huis met tuin, groot 0,60 are, laatst bewoond door J. Leijer, gevoegd met perceel 1.
kooper F. Haveman voor f. 490;
Perceel 3.
Huis met tuin, groot 2.40 are, bewoond door F. Haveman, kooper IJ. Winters voor f. 400, overname f. 60.
Perceel 4
Boerenbehuizinge met hooibergen en hof, bewoond door H. Moes Dzn, groot 21.45 are,
kooper D. Moes voor f. 2920, overname f. 75.
Perceel 5
Groenland Stroet, groot 1.29.00 hectare, kooper J. van Nijen Sr. voor f. 1420.
Perceel 6
Groenland Kalterbroek, groot 1.44.69 hectare, kooper J. Seinen voor f. 2360.
Perceel 7
Groenland De Maat, groot 72.70 are, kooper H. Kerssies voor f. 1500.
Perceel 8
Bouwland Zandakker, groot 28.40 are, kooper D. Moes voor f. 250.
Perceel 9
Bouwland Bergakker, groot 29.20 are, kooper H. Houwer voor f. 300.
Perceel 10
Bouwland Gierakker, groot 16.10 are, kooper H.H. Smidt voor f. 60.
Perceel 11
Bouwland Zwarte Bergje, groot 26 are, kooper L. Meekhof voor f. 150.
Perceel 12
Bouwland Noord-Esch, groot 39 are, kooper D. Moes voor f. 190.
Perceel 13
Bouwland Iepenkamp, groot 19.90 are, kooper H. Smit, Berkenheuvel voor f. 250.
Perceel 14
Boerijwaardeel in de Marke van Diever, kooper H. Mulder Gzn. voor f. 30.
Voor den heer H. Koning te Kalteren,
1 perceel bouwland De Kreulenakker, kooper D. Moes voor f. 150.
Alle koopers wonen te Diever.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
B. Slagter is Berend Slagter. Hij is geboren op 10 augustus 1882 en is overleden op 4 maart 1967. Zijn café stond an de Krussstroate in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Haveman is Jan Haveman  Hij is geboren op 8 december 1845 in Eemster. Hij is overleden op 24 oktober 1928 in Deever.
De weduwe L. Haveman is Stiena Boois. Zij is geboren op 21 juli 1853 in Lhee. Zij is overleden op 6 oktober 1932 in Wapse.
L. Wanningen is Lambert (Lamut) Wanningen. Hij is geboren op 4 april 1856 en is overleden op 21 april 1938. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Leijer is klompenmaker Johannes Leijer. Hij is geboren op 11 januari 1866 in het Koekangerveld (de Wiek). Hij is overleden op 3 mei 1942 in Deever.
F. Haveman is Frederik (Frièrik) Haveman. Hij is geboren op 8 mei 1876 in Deever. Hij is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is een zoon van Jan Haveman en Stiena Boois.
IJ. Winters is Eise Winters. Hij is geboren op 15 juni 1859 in Wittelte. Hij is overleden op 14 augustus 1943 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Moes is Harm Moes. Hij is geboren op 3 januari 1906 in Deever. Hij is overleden op 8 februari 1993. Hij is een zoon van Dirk Moes en Aaltje Timmerman. Hij trouwde op 3 mei 1930 met Janna Eggink uut Dwingel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
D. Moes is Dirk Moes. Hij is geboren op 5 januari 1876 in Deever. Hij is overleden op 14 juni 1952 in Möppel.
J. van Nijen Sr. is Jan van Nijen. Hij is geboren op 8 september 1896. Hij is overleden op 15 mei 1943. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
J. Seinen is Jan Seinen. Hij is geboren op 25 juli 1876 in Wapse. Hij is overleden op 13 december 1950 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Kerssies is Hendrik Kerssies.
H. Houwer is Hendrik Houwer. Hij is geboren op 19 mei 1880. Hij is overleden op 20 februari 1970. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H.H. Smidt is Klaas Hummelen Smidt. Hij is geboren op 30 september 1898 in Deever.
L. Meekhof is Lubbert Meekhof. Hij is geboren op 25 april 1899 in Vledder. Hij is overleden op 7 september 1972 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Smit is Harm Smit. Hij is geboren op 12 september 1895 in Spier. Hij is overleden op 29 oktober 1972 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
H. Mulder Gzn. is Hendrik Mulder. Hij is een zoon van Gerke Mulder. Harm Mulder is geboren op 29 oktober 1882 in Deever.

Het groenland met de naam Stroet is niet vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam Kalterbroek lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Kaltersebroek of Kalterbroeken vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het groenland met de naam De Maat lag in sectie E1 (Zuid-Wapse) en is onder de naam De Maat vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zandakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam De Zandakker vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Bergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Bargakkers vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Giergakker lag in sectie B4 (Kalteren) en is onder de naam Gieren vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Zwarte Bergje lag in sectie B4 (Kalteren) en is vermeld onder de naam Zwarte Bergje of Zwarte Bargien in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam Noord-Esch lag in sectie B4 (Kalteren), maar is in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’ niet vermeld onder deze naam, wel komen in die publicatie de namen Noordesch tegen de Boskamp en Noordesch tegen de Bos voor. De Noorderesch is nogal groot voor één bouwland.
Het bouwland met de naam Iepenkamp moet zijn met de naam Iemenkamp en lag in sectie C1 (Diever) en is onder de naam Iemenkamp vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.
Het bouwland met de naam De Kreulenakker is niet vermeld vermeld in de publicatie ‘Veldnamen gemeente Diever omstreeks 1832’.

Posted in Veldnème, Verdwenen object | Leave a comment

Woar is ‘Sorry, Mister Shakespeare …!’

In ut Deevers Archief heeft de redactie al een keer aandacht besteed aan de schrijvende straatmaker of straatmakende schrijver Abe Brouwer.
In de webstee Wikipedia zijn gegevens over Abe Brouwer te vinden. Voor wat deze gegevens waard zijn.
Abe Brouwer deed in zijn Deeverse tied (hij woonde eerst an de Veentiesweg en daarna an de Kloosterstroate) ook mee aan de opvoering van toneelstukken van William Shakespeare in het Openluchtspel aan het Groenendal in Deever.
Naar aanleiding van zijn ervaringen met het straatmaken in Deever en het toneelspelen in het Openluchtspel zal hij het werk ‘Sorry, Mister Shakespeare …!’ met als subtitel ‘Di(e)vertimento van een stienelegger’ hebben geschreven.
Abe Brouwer schreef dit werk in 1970.
De redactie van ut Deevers Archief is nu op zoek naar een exemplaar van dit werk.
Wie heeft een exemplaar ?
Wie zet de redactie op het goede spoor ?

Posted in Abe Brouwer, Eup’mlogtspel | Leave a comment

Fietsehaandel van Laamut Roll’n an de brink

Lambert Rolden liet in 1919 een nieuw pand aan de brink van Deever bouwen. In het aan de brink liggende gedeelte van het huis werd de woning ingericht, in het middengedeelte kwam een winkel, terwijl in het achterhuis een werkplaats werd gemaakt, die gebruikt werd voor het herstellen van fietsen, later ook voor het onderhouden van auto’s.
Op het witte bord boven de deur van de werkplaats staat ‘L. Rolden – Rijwielhandel’.
Naast het huis is de Shell-benzinepomp te zien. Deze pomp werd met de hand bediend.
Lambert Rolden staat naast zijn Dodge met kenteken D-421. Deze auto had een groot met leer bekleed stuur. Op een gegeven moment was de motor versleten. Toen is er nog voor vijf gulden de motor van een sloopauto in gezet. In de loop van de dertiger jaren werd de auto afgedankt.
De auto achter de Dodge is eveneens van Lambert Rolden. Deze auto met kenteken D-8464 is van het merk Oakland. Het kentekenbewijs van deze auto werd op 12 september 1932 in Assen aan Lambert Rolden afgegeven.
Wegens gebrek aan ruimte in de werkplaats stalde Lambert Rolden zijn auto’s in de schuur bij het pand van café Brinkzicht van Klaas Marcus Balsma, die ook aan de brink van Deever woonde.
Lambert Rolden verhuisde zijn bedrijf in 1936 naar de Hoofdstraat. De foto moet tussen 1932 en 1936 zijn gemaakt.
De zwart-wit foto is afkomstig uit de verzameling van de erven Hendrik Jan (Henneman) Rolden. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van het pand aan de brink gemaakt op 13 november 2014.

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die nog steeds een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde foto ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 20 van het papieren blaadje Opraekelen nr. 23/1 (september 2023) van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren blaadje zijn of dat papieren blaadje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Bedrief, Brink, Deever, Olde auto | Leave a comment

In het Grünedal in de winter van 1955-1956

Deze fraaie zwart-wit foto is in de winter van 1955 op 1956 gemaakt van de keuterijtjes (arbeiderswoningen) aan ut Grünedal (Groenendal), zeg maar de zandweg naar het Openluchtspel vlak bij het boerderijtje van de familie Booiman (in de volksmond werd Booiman altijd uitgesproken als Baaiman), dat op de achtergrond is te zien.
De elektrische energie werd in die tijd nog boven de grond getransporteerd door middel van koperen draden bevestigd aan houten palen.
In de zestiger of zeventiger jaren van de vorige eeuw werd het fraaie karakter van ut Grünedal (Groenendal) vernield en door burgemeester Meiboom en de zijnen opgeofferd aan de belangen van het Openluchtspel: de bochtige zandweg werd helaas omgebouwd tot een rechte asfaltweg.
De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamengelijk Van De Gemiente Deever voorkant heeft van deze weg helaas (wanneer ?) de eeuwenoude naam Grünedal (Groenendal) ten onrechte gewijzigd in Heezenesch. Een esch is een esch en geen zandweg.
In het voorste wit geschilderde huisje aan de zandweg (was de weg nu ook nog maar een zandweg) naar het Openluchtspel woonden Jitse Betten (geboren op 25-03-1914, overleden op 14-11-1969, hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever) en Eltje (Eltie) Oost (zie de afgebeelde overlijdensadvertentie, die op 10 september 1997 in de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) stond). Eltje Oost woonde in de winter van haar leven bij haar zoon Hendrik-Jan Warries in Apeldoorn.

Posted in Alle Deeversen, Grünedal, Heezeresch, Overlijdensbericht, Veldnème | Leave a comment

De familie Zaligman uut de Heufdstroate in Deever

Op woensdag 29 januari 2020 verscheen in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) het hier bijgevoegde artikel ‘Elfde gebod: wees niet onverschillig’, zie afbeelding 2. In het artikel is onder meer beschreven dat 800 vrijwilligers in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork tot en met 27 januari 2020, de dag dat het vijfenzeventig jaar geleden was dat het Rode Leger het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau bevrijdde van de Nazi’s, de namen van de 102.000 uit Nederland weggevoerde Joodse landgenoten, Sinti en Roma voorlazen. Waaronder die van 235 Meppeler Joodse stadsgenoten.
De namen van deze 235 mensen zijn genoemd in het bericht in de Olde Möppeler. De namen van deze 235 mensen staan op het Joods Monument in het Slotplantsoen in Möppel. Aan de onderzijde van dit monument staat een tekst uit de Bijbel (Jesaja 56:5): Ik geef hun een eeuwige naam, die niet uitgeroeid zal worden.
Vier van deze 235 Meppeler Joodse stadsgenoten waren tot 26 april 1940 Deeverse Joodse dorpsgenoten. Het gaat om leden van de familie Zaligman:
– Philippus (Flip) Zaligman, geboren op 21 september 1893 in Dwingel, overleden op 28 februari 1944 in Auschwitz;|
– Heintje (Hennie) Wilda, geboren op 10 mei 1894 in Coevorden, overleden op 8 oktober 1942 in Auschwitz;
– Levie (Loeki) Salomon Zaligman, geboren op 21 december 1921 in Deever, overleden op 28 februari 1943 in Schöppenitz;
– Hendrika (Rikie) Henriëtte Zaligman, geboren op 26 oktober 1925 in Deever, overleden op 8 oktober 1942 in Auschwitz.
Martha Hendrika Zaligman, geboren op 8 december 1920 in Deever, en haar man en haar dochter overleefden het concentratiekamp Theresienstadt.
De redactie van ut Deevers Archief toont in afbeelding 1 uit afbeelding 2 het gedeelte van de lijst met omgekomen Meppeler Joodse stadsgenoten, waarin voorkomen de namen van Philippus (Flip) Zaligman, Heintje (Hennie) Wilda, Levie (Loeki) Salomon Zaligman en Hendrika (Rikie) Henriëtte Zaligman.
De redactie van ut Deevers Archief verwijst tevens naar onder meer de berichten Bee de winkel van Flip Zaligman in de Heufdstroate en Ut gezin Zaligman vurhuusde in 1936 hen Móppel.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Joodse inwoner, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Greinspoaltie 46 stiet noord van de Verwersweg

In de knik van de greinse tussen de gemiente Deever in Drente en de gemiente Ooststellingwaarf in Frylân iets ten noorden van de Verwersweg op Zorgvlied staat het zwart-wit-geschilderde goed onderhouden gietijzeren provinciale greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46).
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee bijgaande kleurenfoto’s van dit greinspoaltie in de middag van woensdag 19 september 2018 gemaakt. De redactie stond daarvoor met toestemming van de eigenaar in een weiland in de provincie Frylân.
De redactie schat in dat minder dan 1 ‰ (1 op de duizend) van alle inwoners van de gemiente Deever dit greinspoaltie ooit heeft gezien.
Op een greinspoaltie hoort het wapen van de provincie Drente aan de Drentse kant van de grens te staan en hoort het wapen van de provincie Fryslân aan de Friese kant te staan. Dat is bij greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46) wel in orde.
De redactie heeft in de loop van de jaren ongeveer alle greinspoalties op de greinse van de gemiente Deever in Drente en de gemiente Ooststellingwaarf in Fryslân zelf op de foto gezet en in ut Deevers Archief opgenomen. Desalniettemin wil de redactie ook graag foto’s van greinspoalties tonen van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.
Greinspoaltie XLVI (greinspoaltie 46) heeft ook een hele tijd in de sloot naast de greinse gelegen, wat is te zien op foto 3. Grenspalenliefhebber en grenspalenkenner Herman Posthumus heeft foto 3 op 21 september 2007 gemaakt. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor het mogen opnemen van deze foto in ut Deevers Archief.

Foto 1 – Greinspaoltie 46 op 19 september 2018
Foto 2 – Greinspaoltie 46 op 19 september 2018
Foto 3 – Greinspoaltie 46 lag op 21 september 2007 in de grenssloot (foto Herman Posthumus)

Posted in Aarfgood, Greinse, Greinspoal, Zorgvliet | Leave a comment

Deever. De stee um te weed’n ?

In de Heerenveense Koerier (onafhankelijk dagblad voor Midden-, Zuid-, Oost-Friesland en Noord-Overijssel) verscheen op 14 juni 1950 het navolgende bericht met de titel ‘Diever, een ideaal recreatieoord – Opening brandtoren’.

“De toeristische ontsluiting van het natuurgebied in de gemeente Diever, kan”, zo zeide burgemeester J. C. Meyboom, “indien zij niet op de juiste wijze wordt uitgevoerd, ongelooflijke rampen met zich medebrengen”.
De grootste ramp die de uitgestrekte bossen in deze gemeente zou kunnen treffen, zal zijn de “rode haan”. Om nu een mogelijke opstand van dit ongedierte op afdoende wijze te bestrijden en ontstane vuurhaarden zo spoedig mogelijk de kop te kunnen indrukken, was een brandwacht in Dievers prachtige boscomplexen onontbeerlijk.
Vooral dit punt baarde het gemeentebestuur grote zorg. Toch wist burgemeester Meyboom in samenwerking met de autoriteiten van de Bosbrandweer een oplossing te vinden
Het gelukte hen in Schoonebeek een boortoren op de kop te tikken, die nu in een zilveren kleed op het 1100 ha. omvattende landgoed “Berkenheuvel” als een fonkelende parel 25 m. boven A.P. Dievers natuurschoon staat uit te dragen.
De brandtoren, die vooreerst alleen op Zondag met een brandwacht zal worden bezet, zal voor de toeristen tevens dienst kunnen doen als uitzichttoren.
Daar het Dievers vroede vaderen al meermalen was gebleken, dat het natuurgebied in haar gemeente te weinig bekendheid in ons land genoot, hebben ze deze gelegenheid aangegrepen om vooraanstaande personen uit de Natuurbescherming, Staatsbosbeheer, Vreemdelingenverkeer en afdeling Bosbouw van de Stichting van de Landbouw, uit te nodigen de officiële opening van de toren te willen bijwonen.
De burgemeester kon dan gistermiddag als resultaat van zijn bemoeiïngen een illuster gezelschap welkom heten op het temidden der bossen gelegen paviljoen “Berkenheuvel”.
Onder de genodigden merkten wij op mr. M. C. Bloemers, hoofd van het Bureau Natuurbescherming van het Ministerie van O. K. en W.
Deze zeide onder meer, dat hij getroffen was door de grote liefde van het gemeentebestuur en noemde Diever een der fraaiste gemeenten van ons land.
Deze liefde kwam enige tijd geleden zeer sterk tot uiting, toen er een keuze moest worden gemaakt tussen Diever, Appelsga en Havelte, wat betreft het aanleggen van een militair oefenterrein. Hiertegen heeft het gemeentebestuur zich met hand en tand verzet, welker weerstand met succes is bekroond, nu de keus op Havelte is gevallen.
Hierna werd door de heer Bloemers met de hem door de burgemeester ter hand gestelde sleutel de brandtoren annex uitkijktoren geopend.
Van de toren heeft men een schitterend uitzicht over de bossen die met de belendingen in Appelsga, Doldersum en Smilde het grootste boscomplex in het noorden van ons land vormen.
Hierna werd langs bloeiende korenvelden en door oude dennenbossen een wandeling ondernomen, waarbij men kon genieten van de rijke flora in dit gebied.
Ook het zwembad, dat knusjes in de bossen ligt verscholen en door eendrachtige samenwerking door de dorpelingen zelf is gegraven, is evenals het openluchttheater een symbool van gemeenschapszin, die er in dit landelijke dorp heerst.
In het Schultehuis, waar het gezelschap hierna bijeenkwam, werd nog het woord gevoerd door ir. De Fremery, hoofd van de afdeling Bosbouw van de Stichting voor de Landbouw. Onder anderen gaven nog van hun belangstelling blijk mr. Halbertsma van de Stichting voor de Landbouw en de heer G. J. Comelfo, inspecteur van de brandweer in district V.
Dit gebied is voor de rustige vacantieganger, wars van amusement, een ideaal recreatieoord.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bijgaand artikel werd als bladvulling op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014), het papieren blad van de heemkundige vereniging uut Deever opgenomen. Echter de laatste vier alinea’s van het artikel zijn niet naar bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014) gekopieerd. Ook de foto (een vergroting van een deel van de foto op een in mei 1950 uitgegeven ansichtkaart van de uitkijktoren), die wel op bonusbladzijde 33 van Opraekelen 14/1 (maart 2014) staat, die staat uiteraard niet in het artikel in de Heerenveense Koerier; werkelijk een oogstrelend jaloersmakend staaltje van dalemaniaanse redactievoering.
De bonusbladzijde in het blad Opraekelen is ontstaan, omdat de Rabobank (Raiffeisen- en Boerenleenbank) voor het laatst in Opraekelen 13/1 (maart 2013) op bladzijde 33 reclame wenste te maken. Wat zou daar toch de reden van zijn geweest ?
Burgemeester J.C. Meyboom is burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd), die met de zijnen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw al het oude, karakteristieke, fraaie en beeldbepalende erfgoed in de bebouwde kom van Deever wilde slopen en daar voor een groot deel ook in slaagde.
Bijgaand afgebeelde foto is gemaakt in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, maar stond niet bij het bijgaande bericht in de Heerenveense Koerier verscheen op 14 juni 1950.

Posted in Braandtoor’n, Jan Cornelis Meiboom, Uutkiektoor’n, Verdwenen object | Leave a comment

Oaltie Keuning-Hoaveman bee huus op ut Kastiel

De redactie van ut Deevers Archief ontving bijgaande zeldzame afbeelding van een oude foto van Koop Koning. Op de foto staat één van de overgrootmoeders van Koop Koning. De redactie is hem bijzonder erkentelijk voor deze bijdrage aan ut Deevers Archief.
De redactie neemt bijzonder graag hiele olde foto’s mit un vurhoal op in ut Deevers Archief. Als het zo was dat in de jaren vòòr de Tweede Wereldoorlog zo nu en dan een beroepsfotograaf uut Möppel of uut Stienwiek een rondje door de gemiente Deever maakte en zoveel mogelijk mensen bij hun woning op de foto zette en die vervolgens aan de gefotografeerden verkocht, dan kunnen nog heel veel olde Deeverse foto’s uit oude albums te voorschijn komen.
Koop Koning is een zoon van Hendrik Koning en  Evertje Koopman. Hendrik Koning is geboren in 1932 in het huis met adres Kalteren 17, tegenwoordig Ten Darperweg 14. Evertje Koopman is geboren in 1936 in Wapse. Hendrik Koning is een zoon van Michiel Koning en Grietje Dorenbos.
Michiel Koning is geboren op 1 april 1905 in Deever en is overleden op 5 juli 1963 in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Grietje Dorenbos is geboren op 14 november 1904 in Deever en is overleden op 8 april 1997 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Michiel Koning en Grietje Dorenbos trouwden op 4 mei 1929 in Deever. Grietje Dorenbos woonde na het overlijden van Michiel Koning in het huis met adres Vlasstraat 1 in Deever. Michiel Koning is een zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman.
Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is overleden op 28 december 1953 in Möppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning en Aaltje Haveman trouwden op 23 februari 1900 in Dwingel.
In Deever woonden Hendrik Koning (Henduk Keuning) en Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) op ut Kastiel. Op bijgaande afbeelding is Aaltje Haveman (Oaltie Hoaveman) bij haar woning op ut Kastiel te zien. Let vooral op het eigengehaakte witte gordijn voor het bovenlicht van de voordeur van het boerderijtje. Dat was nog eens iets echts, echt anders dan zo’n gietijzeren of plastic nep-levensboom.
Het boerderijtje (keuterijtje) stond tussen het huis van Egbert Mulder en het huis van Harm Kloosterman. Het boerderijtje brandde op 27 januari 1914 af.  Van de plaatselijke correspondent verscheen over deze brand op 28 januari 1914 het navolgende bericht in het Nieuwsblad van het Noorden.
Koop Koning heeft het vermoeden dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman en hun kinderen na de brand naar de Ten Darperweg in Wapse (Kalteren ?) zijn verhuisd, maar dat wil hij nog uitzoeken.
De redactie heeft in het bericht Skoelfoto van de legere skoele van Deever – 1922 aandacht besteed aan Albert Koning, zoon van Hendrik Koning en Aaltje Haveman. Het feit dat Albert Koning hen de legere skoele an de Heufdstroate in Deever ging, doet vermoeden dat de familie Koning niet in Wapse woonde, wellicht op Kalteren woonde, anders had Albert Koning wel op de Wapser skoele gezeten.
In het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman is beschreven dat Hendrik Koning en Aaltje Haveman na het overlijden in 1939 van Frederik (Freerk) Haveman, een broer van Aaltje Haveman, zijn verhuisd hen de Peperstroate in Deever.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief beschikt over een topografische tekening van ut Kastiel van vòòr 1914, waarop de woningen van Egbert Mulder, Hendrik Koning en Harm Kloosterman duidelijk zijn te zien ?

Posted in Alle Deeversen, Keutereegie, Topstuk, ut Kastiel, Verdwenen object | Leave a comment

Aubut Kuper hef ut Grünedal veur 65 gull’n ekocht

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 30 oktober 1912 bijgaand berichtje over de afloop van de verkoop van enige landbouwgronden in de gemiente Deever.

Diever, 29 october
Ten overstaan van notaris Bon werd heden bij Seinen voor de familie Hummelen palmslag gehouden.
Koopers werden van:
Perceel 1.
Het Broekje, R. Wever voor f. 2168.
Perceel 2.
De Geeuwenmaat, mr. van Daalen, f. 2401.
Perceel 3.
De Brinkemade, in twee perceelen: 1. A. Westerhof voor f. 230, 2. voor f. 194.
Perceel 4.
Vier perceelen in de Westerma, L. Warries voor f. 1308.
Perceel 5.
De Dikte, K. Offerein voor f. 415.
Perceel 6.
Bouwland:
Westereschakker, H. Krol voor f. 182,50;
Hilgensteen, J. Smit voor f. 555;
Groote Aarlange, R. Seinen voor f. 315,50;
Kleine Aarlange, K. Timmerman voor f. 110;
Het Beentje, J. Oost voor f. 94,50;
Bottekoele, R. van Nijen voor f. 122,50;
Klootzakkien, idem voor f. 71;
Noordeschakker, R.T. Barelds te Emmen voor f. 445;
Zandakker, W. Bakker voor f. 429,50;
Steenakker, R.H. Wesseling voor f. 188,50;
Groenendal, A. Kuiper voor f. 65.
Perceel 7.
Bosgrond:
Delakker, mr. van Daalen voor f. 21,50.
Er heerschte veel animo.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Bij Seinen was in het café-logement van Roelof Seinen an de Heufdstroate in Deever.

Mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom was in 1912 nog steeds druk bezig beetje bij beetje zijn landgoed Berkenheuvel uit te breiden.
Na de opname van De Geeuwenmaat en de Delakker in het steeds groter wordende landgoed Berkenheuvel zal het gebruik van deze twee veldnamen in de volksmond verloren zijn gegaan.
Perceel 3 lag in Leggele en de percelen 4 en 5 lagen in Eemster.
Albert Kuiper, de koper van de akker met de veldnaam Groenendal, zal vast en zeker bakker Albert Kuiper uit de Peperstraat zijn geweest. Verbouwde hij zijn eigen rogge voor het bakken van roggebrood ? Zijn kleinzoon Gerard Krol weet dit wellicht uit overlevering.

Het is opvallend dat ook in 1912 de landbouwgronden niet met hun kadastrale aanduiding, maar nog steeds met hun veldnaam werden aangeduid; elke boer in Deever wist dan gelukkig voldoende.  
Wie van de olde Deeversen kent nu nog de veldnaam van bepaalde akkers buiten de bebouwing ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden. De redactie is zeker benieuwd naar de ligging van het akkertje met de veldnaam Klootzakkien.
De redactie verwijst voor een uitgebreid en volledig overzicht van de veldnamen in de gemiente Deever graag naar het vanuit cultuurhistorisch oogpunt uiterst belangrijke monnikenwerk van Bart Buiter met de zijnen, dat wellicht nog aanwezig is in het papieren archief van de heemkundige vereniging uit Deever. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Het bouwland met de veldnaam Groenendal ligt langs de weg naar het Openluchtspel. Zie de afgebeelde fraaie zwart-wit ansichtkaart, die in 1964 is uitgegeven. 
Wie woonden toen in het witte huisje aan de weg naar het Openluchtspel en wie woonden toen in het witte keuterijtje bij het Openluchtspel ? Wie het weet, die mag het natuurlijk de redactie melden.

Posted in Aarfgood, Ansigtkoate, Bosweg, Grünedal, Landbouw, Veldnème | Leave a comment

Ut husie van de fumilie Andree wöd vurboud

De prachtige zwart-wit ansichtkaart van ut Kastiel – die toen helaas nog Burgemeester van Oslaan werd genoemd – is in 1951 uitgegeven door boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruustroate in Deever. Deze zwart-wit ansichtkaart is een topstuk.
Aan de linkerkant is de oude woning van het echtpaar Albert Andreae (Aubut Andree) en Jantje (Jantie) Oost te zien. De foto is genomen in de richting van de Kruusstroate.
Blijkbaar hebben volgende bewoners ut boerdereegie (ut keutereegie) – zie de kleurenfoto – verbouwd tot een soort van boerderijachtige woning, wellicht om in de woning meer ruimte te hebben. Bij een van die verbouwingen moest blijkbaar ook de schoorsteen verdwijnen.
Maar aan al het oude en mooie komt een einde. Binnenkort gaat de woning met adres Kasteel 10 weer grondig worden verbouwd. Het is daarom tijd dat de dorpskrachten van de heemkundige vurening uut Deever zich met geschwinde spoed en in gestrekte draf en in groten getale en gewapend met foto- en filmcamera naar het genoemde adres begeven om de binnen- en de buitenkant grondig en uitgebreid te bestuderen, te fotograferen, te filmen en te documenteren. Voor het te laat is. The end is at hand.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee kleurenfoto’s gelukkig nog net op tijd op 2 januari 2017 kunnen maken. Het had in de nacht van 2 op 3 januari een beetje gesneeuwd op ut Kastiel.

Posted in Ansigtkoate, Keutereegie, Topstuk, ut Kastiel, Winter | Leave a comment

Bijna hiel Deever is in 1581 plat ebraant

In de Drentsche Volksalmanak van 1838 staat in de rubriek Geschiedkundige Herinneringen bij de maand januari dat het dorp Deever in januari 1581 door Rennenberg is geplunderd en verbrand.
In de Drentsche Volksalmanak van 1838 staat in de rubriek Geschiedkundige Herinneringen bij de maand februari dat op 19 februari 1580 in Drenthe de kerkenplundering en beeldenstorm plaats vond.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
George van Lalaing, beter bekend als graaf van Rennenberg of kortweg Rennenberg (Hoogstraten 1536 – Groningen 23 juli 1581), was stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Hij was afkomstig uit een Henegouws geslacht van landsbestuurders. Zijn ouders waren Filips van Lalaing, tweede graaf van Hoogstraten en Anna van Rennenberg.
Of de kerkenplunderingen en de beeldenstorm in 1580 ook de rooms-katholieke kerk aan de brink van Deever hebben getroffen is bij de redactie van ut Deevers Archief niet bekend, maar mag niet worden uitgesloten.
Burgemeeester Hendrik Gerard van Os vertelde in een interview:
Den 9 Februari 1581 is nagenoeg het heele dorp door krijgslieden plat gebrand.

Posted in Deever, Geschiedenis | Leave a comment

Twee neeje broene beuk’n an de brink van Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft in twee berichten aandacht besteed aan twee vergiftigde oude bruine beuken in een schaduwrijke particulier tuin an de niet-Saksische brink van Deever, te weten het bericht Wie vurmoordde twee beuk’n an de brink van Deever ? en het bericht Twee stervende fageus sylvatica atropunicera.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op vrijdag 29 november 2019 de kleurenfoto voor afbeelding 1 gemaakt. Op die dag waren de twee vergiftigde oude bruine beuken al verwijderd, het tuintje lag er verwaarloosd bij.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op maandag 8 juni 2020 de twee bijgaand afgebeelde kleurenfoto’s (afbeeldingen 2 en 3) van twee jonge bruine beuken (fagus sylvatica atropunicera) in de hiervoor genoemde particuliere tuin an de niet-Saksische brink van Deever gemaakt.
De Lagere Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van Het Bemoeien Met De Inrichting Van Particuliere Tuinen Van De Gemeente Westenveld hebben de bewoners van het particuliere huis met adres Brink 5 het planten van de twee bruine beuken in hun particuliere tuin an de niet-Saksische brink van Deever opgelegd. Aangezien de bewoners niet van plan waren twee bruine beuken te planten, laat staan te bekostigen, zijn de twee jonge bruine beuken compleet met boompalen in de particuliere tuin geplant op kosten van de betaler van gemeentelijke belastingen aan de met geld smijtende gemeente Westenveld. En dat terwijl zelfs elke amateuristische hovenier het de Lagere Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van Het Bemoeien Met De Inrichting Van Particuliere Tuinen Van De Gemeente Westenveld had kunnen uitleggen dat de fagus sylvatica atropunicera helemaal niet geschikt is voor kleine particuliere tuinen. En dat terwijl het in Deever een feodale traditie is dat bruine beuken alleen op het erf van opmerkzamen, zoals de burgemeester, de dokter en de dominee, en op het erf van rijke boeren mogen staan.
Het niet meer aanwezig zijn van de twee oude grote zonbelemmerende bruine beuken in de particuliere tuin an de niet-Saksische brink van Deever heeft de eigenaren wel geïnspireerd tot een volledig nieuwe inrichting van die verwaarloosde tuin. En een groot bijkomend voordeel is ook dat nu vóór het huis langer in de zon kan worden gezeten. Elk nadeel heeft zo zijn voordeel. Van schaduwrijk naar zonovergoten. Deever heeft er an de brink een Zonnehoekje bij.

Afbeelding 1: De redactie heeft deze kleurenfoto op vrijdag 29 november 2019 gemaakt.

Afbeelding 2: De redactie heeft deze kleurenfoto op maandag 8 juni 2020 gemaakt.
Afbeelding 3: De redactie heeft deze kleurenfoto op maandag 8 juni 2020 gemaakt.

Posted in Brink | Leave a comment

Grindbiggels op ut oorlogsmonement an de Bosweg

Vanwege de coronapandemie is in de avond van 4 mei 2020 in Deever geen dodenherdenking gehouden.
Daarom kon de Deeverse padvinderij dit jaar geen bijdrage leveren aan de plechtigheden in de vorm van het helpen bij de kranslegging, het begeleiden van de tocht van zwijgende mensen van het oorlogsmonument an de Bosweg in Deever naar de oorlogsgraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever en het leveren van een erewacht bij de graven van de oorlogsslachtoffers.
Als blijk van respect voor het feit dat het dit jaar 75 jaar geleden is dat de geallieerde strijdkrachten Nederland bevrijdden van de Duitse bezetter hebben de jonge Deeverse padvinders grote witte grindbiggels beschilderd met de Nederlandse vlag en teksten, zoals 75 jaar vrijheid. De kleurrijk beschilderde grindbiggels zijn neergelegd op de sokkel van het oorlogsmonument an de Bosweg in Deever. Geen kransen, geen toespraken, geen publiek, geen stille tocht, maar beschilderde grindbiggels. Zo kan het ook. Daarom driewerf hulde voor de jonge Deeverse padvinders: hulde, hulde, hulde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee hier afgebeelde foto’s gemaakt op maandag 8 juni 2020.
De redactie heeft afbeelding 2 gebruikt voor het uitsnijden van een kopafbeelding voor de webstee van ut Deevers Archief. Dit ter ere van de Deeverse padvinders. Deze kopafbeelding, zie afbeelding 3, is op 19 juni 2020 gepubliceerd.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3 : Kopafbeelding van ut Deevers Archief

Posted in Bosweg, Kopplètie, Oorlogsmonement, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Ut Rabobankjebankje op de kaarkhof bee de brink

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 10 februari 2017 bijgaand kort berichtje over de onthulling van een door de Rabobank gesponsord zitbankje tegenover de Rabobank an de Peperstroate in Deever.

Het dorp Diever is weer een bank rijker
Directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe onthulde woensdag in het centrum van Diever het nieuwe straatmeubilair. De zitbank bij de Peperstraat is aan Dorpsbelang Diever geschonken na een oproep van één van de klanten van de bank om zogenaamde random readers in te leveren en te recyclen. De apparaatjes waarmee geldzaken konden worden geregeld, waren overbodig geworden na de invoering van de raboscanner.
Als tegenprestatie voor het inleveren van de reader bij de Rabobank, zijn er een aantal banken beschikbaar gesteld in het werkgebied van Rabobank Zuidwest-Drenthe.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op afbeelding 1 staat het bestuur van de politieke vereniging Dorpsbelangen Deever. Van links naar rechts zijn te zien voorzitter Rikus Kloeze, bestuurslid Jannie Brouwer, secretaris Adrie Gaasbeek, bestuurslid Henk Heijnen en bestuurslid Thijs Zuidema. Aan de rechterkant is directievoorzitter Hans van der Werff van Rabobank Zuidwest-Drenthe te zien.
Het gezelschap staat op een winterse dag bij het te onthullen zitbankje op de hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstraat in Deever.
Een grote vraag is natuurlijk welke naam het duurzame houten dertien-in-een-dozijn zitbankje heeft gekregen: Rabobank, Rabobankje, Rabobankbank, Rabobankjebank, Rabobankbankje of Rabobankjebankje ? De redactie houdt het vooralsnog op Rabobankjebankje.
Een andere grote vraag is of Dorpsbelangen Deever van De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld vergunning voor het plaatsen van het Rabobankbankje heeft gekregen of dat De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld het Rabobankbankje heeft gedoogd of dat hier sprake is van het illegaal plaatsen van een particulier object in de publieke ruimte ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de zo genoemde Kerkstraat op donderdag 4 november 2017 gemaakt. Het Rabobankjebankje van Dorpsbelangen Deever wordt zo te zien nog steeds bij de helaas nog steeds scheef staande verkeersbordpaal gedoogd. Het zitbankje wordt wel erg dicht bij de straat gedoogd.
Een andere grote vraag is of het Rabobankjebankje mag blijven staan ? Want op bijgaande afbeelding van een detail van een tekening van De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Herbestratingsgelijk Van De Gemeente Westenveld min of meer bij benadering schier voorlopig echt wel definitief vastgestelde virtuele ontwerp- en bouwtekening van het zo genoemde brinkenplan Diever van 12 december 2017 is geen Rabobankjebankje ingetekend, maar is op tien meter afstand op de andere hoek van de zo genoemde Kerkstraat en de Peperstaat wel een nieuw zitbankje ingetekend.
Heeft de voorzitter van Dorpsbelangen Deever, die -let wel- tevens lid is van het zo genoemde projectteam dat een beetje met de De Lagere Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Herbestratingsgelijk Van De Gemeente Westenveld mocht meebabbelen en meekeuvelen over het brinkenplan Deever, tijdens die meebabbel-meekeuvel-bijeenkomsten zitten slapen ?
De grote vraag is natuurlijk ook of het nieuw geplande zitbankje met schaars publieksgeld zal worden bekostigd of dat de luxe brood- en banketbakker uit de Peperstraat indringend zal worden aangemoedigd de aankoopkosten (plusminus 400 euro) en de beheerkosten tijdens de levensduur van het zitbankje (plusminus 400 euro) tegenover zijn nering te betalen in ruil voor een aan de rugleuning te bevestigen metalen eeuwige roemplaatje met inscriptie ?
De redactie heeft de kleurenfoto van de hoek van de Peperstraat en de zo genoemde Kerkstraat op maandag 8 juni 2020 gemaakt. Het Rabobankjebankje was op die dag al gesloopt
. Het zitbankje is -zoals voorspelbaar was- gesneuveld in het grote Deeverse herbestratingsgeweld met de snorkende naam ‘Deever op Drift’. Het geplande zitbankje tegenover de luxe brood- en banketbakkerij aan de Peperstraat is niet geplaatst, die was blijkbaar slechts virtueel gepland.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van een snorkerig, derkerig, superluxe, superduur, onduurzaam, toekomstonbestendig en milieuonvriendelijk geverfd metalen zitbankje van het type Ikarus van Gardelux b.v. voorzien van het starre, gortdroge, saaie beeldmerk van Deever op de gemeentelijke kaarkhof bee de brink van Deever op maandag 8 juni 2020 gemaakt, zie afbeelding 5. Aan het gemeentelijke zitbankje is een messing plaatje met inscriptie bevestigd. De inscriptie luidt: ‘Aangeboden door de Rabobank’. Aangeboden door de Rabobank ??
De grote vraag is natuurlijk of De Hoge Dames En Heren Van De Voorkant Van Het Grote Openbare Zitbankengelijk Van De Gemeente Westenveld het hebben aangedurfd de rekening voor het aanschaffen en plaatsen van het nieuwe metalen onduurzame Rabobankjebankje neer te leggen bij de directievoorzitter van Rabobank Zuid-West-Drenthe of dat ter vervanging van het vernielde duurzame houten Rabobankjebankje het onduurzame metalen zitbankje op kosten van de belastingbetalende burger is geplaatst ?
Op afbeelding 5 is te zien dat de poten van het zitbankje al helemaal zijn vervuild. Van welke Deeverse vereniging zullen de zeer gewaardeerde vrijwilligers worden opgezadeld met het zo nu en dan schoonmaken van alle metalen zitbankjes van het type Ikarus van Gardelux b.v. in de openbare ruimte van Deever ? Een vereniging die zijn bijeenkomsten na de sloop van ut Dingspilhuus eind 2019 liever ergens anders dan in het Koude Hart van Deever houdt ?   

Afbeelding 1: Foto van het Rabobankjebankje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 10 februari 2017
Afbeelding 2: De situatie bij het Rabobankjebankje op 4 november 2017 

Afbeelding 3: Ontwerp- en bouwtekening van het herbestratingswerk met de naam Deever op Drift
Afbeelding 4: Het Rabobankjebankje was op maandag 20 juni 2020 niet meer aanwezig

Afbeelding 5: Op een bankje op de hof van de kaarke zit een plaatje met de tekst: Aangeboden door de Rabobank

Posted in Deever, Gemeente Westenveld | Leave a comment

De Deeverse Terras Route löp neet over Zorgvlied

De redactie van ut Deevers Archief heeft de vier hier getoonde kleurenfoto’s gemaakt op maandag 8 juni 2020, nota bene ten tijde van de coronapandemie. Het met fraaie ijzeren beelden van paarden gelardeerde prachtige en rustige terras van hotel-restaurant Villa Nova op Zorgvlied was gelukkig op die dag met strikte toepassing van de officiële corona-regels weer open.
In het voorjaar van 2020 heeft een beperkt aantal uitbaters in de Deeverse toeristenindustrie een commerciële zo genoemde Terras Route bedacht. En deze Terras Route Voor Bij Voorkeur Berijders Van Een Elektrisch Aangedreven Fiets loopt niet langs de Dorpsstraat op Zorgvlied.
Dus waren op het terras van hotel-restaurant Villa-Nova aan de Dorpsstraat op Zorgvlied op maandag 8 juni 2020 ook geen wild met stempelkaarten zwaaiende en zwalkende Terras Route Berijders Van Een Elektrisch Aangedreven Fiets te bekennen. Dus was bij hotel-restaurant Villa-Nova aan de Dorpsstraat op Zorgvlied bij een consumptie ook geen stempel op die vermaledijde stempelkaart te halen en dus ook geen ludiek aandenken aan de zo genoemde Terras Route te verkrijgen.
De redactie schat in dat het gesubsidieerde Terras Route initiatief van een beperkt aantal uitbaters in de Deeverse toeristenindustrie een zachte dood zal sterven.

Posted in Dorpsstroate, Toeristenindustrie, Villa Nova | Leave a comment

Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 18 mei 2020 verscheen het bericht van overlijden van Klaas de Boer, geboren en getogen Witteler. 

Klaas de Boer is op 28 juli 1938 geboren in de voormalige woning van de verlaatmeester van het Wittelterverlaat, later woning van de schutmeester van het Wittelterschut in de Drentse Hoofdvaart, heden ten dage de woning met adres Rijksweg 74 in Wittelte. Hij is op 14 mei 2020 overleden in zijn woonplaats Nijeveen.
Klaas de Boer is een zoon van Kornelis de Boer en Christina Hendrika Klaassen. Christina Hendrika Klaassen is een dochter van Klaas Klaassen en Geertruida Pot. Geertruida Pot is een dochter van schutmeester Jan Pot en Christina Hendrika Leonora Bakker.
Nadat hij op zijn 65-ste was gestopt als boer raakte hij uiteindelijk door jaren bezig geweest te zijn met de geschiedenis van Nijeveen – de familie de Boer is oorsponkelijk afkomstig uit Nijeveen – weer geïnteresseerd in het vrogger in Wittelte, de boerderijen en de boerenfamilies die daar in de loop van de tijd woonden en de ontwikkelingen in de streek.
Zijn kennis van boerenfamilies en hun boerderijen in de streek Wittelte heeft hij vastgelegd in het mooie boek en het zeer nuttige naslagwerk ‘Wittelte – Geschiedenis van de boerderijen vanaf 1770 tot heden’, met als motto:
De boer stön vrog op, mit de vlegel döste hee dan ièst een legge rogge op de deele.
Klaas de Boer hef ut veule waark veur sien book over Wittelte allennug edoane, doar haar hee gien leutergroep en gien nepskriever bee neudig. 
De hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte heeft het boek in 2018 in eigen beheer en nota bene zonder ISBN-nummer uitgegeven. Daarvoor alsnog een driewerf hulde: hulde, hulde, hulde.
De voorkant van het boek is hierbij afgebeeld, zie afbeelding 3. Hierop is de afbraak van de Witteltersluis vanaf het benedenpand in 1880 te zien. Maar de vooral voor wijlen Klaas de Boer van belang zijnde woning van zijn overgrootvader Jan Pot, die de laatste schutmeester van het Wittelterschut was, is helaas niet op afbeelding 3 te zien. De woning had ooit als adres Wittelte 126, nu heeft de woning als adres Rijksweg 74. Klaas de Boer heeft in zijn boek op bladzijden 78 tot en met 88 aandacht besteed aan de woning en zijn bewoners.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande kleurenfoto van de voormalige woning van de meester van het Wittelterverlaat, daarna Wittelterschut gemaakt op 9 april 2013, zie afbeelding 5.
Het is ten zeerste te hopen dat de hechte dorpsvereniging van de streek Wittelte een gratis exemplaar van het boek van wijlen Klaas de Boer naar het Nationaal Archief in ’s Gravenhage heeft gestuurd of dat alsnog zal doen.
Ter gelegenheid van het verschijnen van het boek van wijlen Klaas de Boer schreef de Deeverse correspondent in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante, Meppeler Courant) van 14 maart 2018 sien stukkie veur de kraante, dat schreef de correspondent gewoon over van de tekst op de achterkant van het boek van wijlen Klaas de Boer. Dat mag toch wel een vlotte bijverdienste worden genoemd.
De nazaten van bewoners van boerderijen in de streek Wittelte en geïnteresseerden in het verleden van de streek Wittelte mogen wijlen Klaas de Boer dankbaar zijn voor het resultaat van zijn kennis, zijn inzet en zijn doorzettingsvermogen. Dat hij ruste in vrede.

Afbeelding 1: Bericht van overlijden van Klaas de Boer in de Olde Möppeler van 18 mei 2020

Afbeelding 2: Bericht over het boek van Klaas de Boer in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 14 maart 2018

Afbeelding 3: Afbeelding van de voorkant van het boek van Klaas de Boer

Afbeelding 4: Afbeelding van een foto van het opruimen van het Wittelterschut in 1880

Afbeelding 5: Foto van de voormalige woning van de sluismeester van het Wittelterschut

Posted in Alle Deeversen, Overlijdensbericht, Verdwenen object, Witteler skut | Leave a comment

N.A.D.’ers op de foto bee de Hoarsluus an de Gowe

Deze zwart geüniformeerde arbeidsmannen uit het werkkamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst (N.A.D.) an de Gowe vervulden hun arbeidsdienstplicht (ongewapende dienstplicht) in de periode van 7 juli 1943 tot en met 15 december 1943.
Ten tijde van hun verblijf in het werkkamp an de Gowe is de groep mannen an de raand van ut Hoarschut an de Gowe op de foto gezet. De redactie van ut Deevers Archief is niet bekend met de namen van de mannen op de foto.

Posted in de Gowe, N.A.D.-kamp, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Is Tied Zat de tied zat of besteet de tied neet mièr ?

De redactie van ut Deevers Archief heeft op Zorgvlied bijgaande kleurenfoto van het blauwe bord met de tekst ‘Tied Zat plein – 2007-2007’ gemaakt op woendag 19 september 2018.
De redactie van ut Deevers Archief heeft op Zorgvlied bijgaande kleurenfoto van de koloniebrink, voorheen Tied Zat plein gemaakt op maandag 8 juni 2020, ten tijde van de coronapandemie.
De redactie zag bij eerdere wandelingen door Zorgvlied en over de koloniebrink, voorheen Tied Zat plein, nog wel een uurwerk zonder wijzers in de kast van de uurwerkmast, die op de tweede foto aan de linkerkant is te zien, maar op maandag 8 juni 2020 was deze kast doorzichtig leeg.
Is oudejaarsvereniging (helejaardoorvereniging ?) Tied Zat de tied zat of besteet de tied neet mièr op Zorgvlied of gaat Tied Zat binnenkort een nieuw uurwerk in de kast aanbrengen ?
Het op de foto zichtbare roestige stalen buispaalkunstwerk met de esoterische naam Symbionotische Zuil staat jammer genoeg nog steeds op de koloniebrink,voorheen Tied Zat plein, want het had al heel lang definitief op de rotonde an de Deeverbrogge moeten staan.
Wellicht kan Tied Zat dit kunstwerk op de wijze van zijn oudejaarsavondgrappen voorgoed verslepen naar de rotonde an de Deeverbrogge of anders voorgoed verslepen naar het Ekingerzand aan de Friese kant van de provinciegrens.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Kuunst, Zorgvliet | Leave a comment

Jans Tabak is estör’m an de Saandhook in Deever

Jans Roelof Tabak is op 20 november 2019 estör’m in sien boerdereeje an de Aachterstroate. Op de stee woar hee op de wereld is ekoom’m, doar wol hee ok staar’m, doar is hee estör’m. In de boerdereeje an de weg die vrogger de Saandhook hedde.
Ut bericht over sien dood stön ok in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van vreedag 22 nevember 2019.
De redaksie van ut Deevers Archief hef op vreedag 29 nevember 2019 un kleur’nfoto emeuk’n van sien graf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. In de grond van wat vrogger de Baarkakkers waar’n. De plète op sien graf laag die dag nog vol mit mooie bloemstokk’n.
De redaksie van ut Deevers Archief hef op maendag 8 juni 2020 ok un kleur’nfoto emeuk’n van sien graf op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Op de plète op sien graf stön’n die dag twee pott’n van posselein. De redactie wet neet of ut theepott’n of koffiepott’n bint. Ut sult wè pott’n uut de veinsterbaankversèmuling van Jans weed’n. Sien dochter sol die pott’n doar wel nièr eset hem’m. De redaksie van ut Deevers Archief hef de foto van de versèmuling pott’n in de veinsterbaank van sien booerdereeje an de Saandhook emeuk’n op woensdag 12 december 2019.
Jans was Deever. Jans wus alles van ut olde Deever. Jans wus alles van de olde Deeversen. Jans haar alles van ut olde Deever. Jans daacht in ut olde Deevers. Jans daacht over ut olde Deever. Jans daacht over de olde Deeversen, Jans preut in ut olde Deevers. Jans preut over ut olde Deever. Jans preut over de olde Deeversen. Mor Jans skreef neet over ut olde Deever, skreef neet over de olde Deeversen, skreef neet over ut vrogger in de gemiente Deever.
Jans hef al sien vurhoal’n miteneu’m in sie graf.
Ai’j un paer beriggies over hum wilt lees’n, dan kö’j dat hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n, of hier vien’n.
Un oarig fluttie foto’s van hum kö’j hier vien’n.

Posted in Alle Deeversen, Jans Roelof Tabak, Overlijdensbericht | Leave a comment

De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman

De redactie van ut Deevers Archief laat de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag meegenieten van nieuwe aanwinsten in zijn verzameling objecten uut de gemiente Deever. Eén daarvan is bijgaand afgebeelde zwart-dwit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw. 

Uit de mond van wijlen Anne Mulder schreef de redactie van ut Deevers Archief het volgende op over het hoekhuis an de Peperstroate in Deever:
Omstreeks 1932 werd het hoekhuis an de Peperstroate bewoond door Frederik Haveman. Hij was niet gehuwd. Hij was eertijds bediende bij de Coöperatieve Verbruiksvereniging ‘Samenwerking’ in Deever. Op latere leeftijd heeft hij in Wapse zijn intrek genomen in het gezin van Hendrik Koning, die gehuwd was met zijn zuster Aaltje Haveman. Na het overlijden van Frederik Haveman -zijn overlijdensdatum is te lezen op een eenvoudige grafzerk in het gesloten gedeelte van de begraafplaats- zijn Hendrik Koning en Aaltje Haveman verhuisd naar het hoekhuis an de Peperstroate.

Roelof Santing herinnert zich het volgende van de mensen die in zijn jeugd in dit huis woonden:
Voordat Aaltje Koning-Haveman bewoonster van het huis aan de Peperstraat werd, woonde daar haar broer Frederik Haveman. Op het dorp stond hij bekend als Freerk Punt of Freerk Puntien. In mijn herinnering was dit een markante persoonlijkheid, al kwam dit niet tot uitdrukking in zijn figuur. Gezeten op de steen, zoals die is te zien op de afbeelding, gaf hij in de dertiger jaren van de vorige eeuw zijn visie op de politieke toestand van die tijd, waarbij hij het uit het Oosten dreigende gevaar zeer wel onderkende.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Frederik (Freerk) Haveman is geboren op 8 mei 1876 in Deever en is overleden op 25 maart 1939 in Wapse. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Hendrik Koning is geboren op 9 mei 1875 in Dwingel en is  overleden op 28 december 1953 in Meppel. Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever. Aaltje Haveman is geboren op 14 september 1879 in Deever en is overleden op 6 oktober 1967 in Deever. Zij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
In het begin van de twintigste eeuw woonden in het zichtbare pand schoenmaker Berend Slagter met zijn vrouw Femmigje Mulder.
De foto voor de zwart-wit ansichtkaart is in 1964 of 1965 gemaakt. Dat is een paar jaar nadat burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) van de gemiente Deever in 1956, 1957 of 1958 (?) alvast het achterste deel van het pand liet afbreken in het kader van de zo genoemde krotopruiming.
Het achterste deel is bewoond geweest door bakker Jonkman, kapper Jan de Boer en de familie Hendrik Baaiman. De familie Baaiman werd eerst naar een woning aan de Wapserveenseweg in Wittelte verbannen, waarna het achterste deel kon worden gesloopt.
Ome Kees had grootse -ja bijna megalomanistische- plannen met de dorpskern. Vele prachtige en beeldbepalende cultuurhistorisch waardevolle ‘olde kouw’n’ in het warme hart van het dorp Deever pasten niet in zijn plannen en moesten daarom bij voorbaat al worden gesloopt. Volop en niet te weinig.
De gemiente Deever, onder leiding van ome Kees, werd gelukkig op tijd een zogenaamde artikel 12-gemeente, zodat niet het hele warme hart van Deever vernield en gesloopt is geworden, maar waren wel de mooiste en oudste panden verdwenen.
Bij de sloop van het achterste deel van het pand ontstonden gaten in de tussenmuur, die toen buitenmuur van de achtergevel van het op de afbeelding zichtbare pand van de weduwe Koning was geworden. Van oude stenen werd een muur tegen de kapotte achtergevel gemetseld. Het rieten dak werd gesloten met een wolfseind.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940, overleden op 24 oktober 2000) kocht op 14 oktober 1966 de ‘olde kouwe’ voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
De redactie merkt op dat in het bovenlicht van de voordeur van het oude pand geen wit geschilderde levensboom aanwezig is.
Wie van de nog erg weinige sprekers van ut Deevers weet nog de betekenis van het niet meer gangbare woord ‘kouwe’ ? Bijvoorbeeld in de zin: See haad’n ut gloep’ms kolt in de olde kouwe. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid te reageren ?
De verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier kan de hier afgebeelde ansichtkaart van de olde kouwe van de weduwe Oaltie Keuning-Hoaveman ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 14 van het boekwerkje Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980, die is samengesteld door vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever en in 2008 is verschenen. Maar ja, jij moet dat boekwerkje dan wel toevallig in jouw bezit hebben of bij iemand in kunnen zien.
De redactie heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto van het huis van Klaas Kleine gemaakt op donderdag 4 november 2017.

Abracadabra-1214

Posted in Alle Deeversen, Ansigtkoate, Deever, Klaas Kleine, Peperstroate | Leave a comment

Van Daalen in Bennekom en in Deever

In de Kostersteen, het orgaan van de Vereniging Oud-Bennekom, verscheen in nr. 58 van november 1996 het navolgende artikel ‘Van Daalen in Bennekom en Diever’. Het bestuur van deze historische vereniging was zo welwillend toestemming te geven voor publicatie van dit artikel in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is het bestuur van de Vereniging Oud-Bennekom bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Het artikel draagt bij aan de geschiedschrijving over het landgoed Berkenheuvel. Het publiceren  van oude jaargangen van haar verenigingsorgaan in digitale vorm op haar webstee is een bijzonder goed initiatief van deze historische vereniging. Dat zou de heemkundige vereniging uut Deever ook ernstig in overweging moeten nemen. Wellicht een onderwerpje voor een aanstaande jaarvergadering ?

Aanleiding
Tijdens een recent bezoek aan het landgoed Berkenheuvel in de gemeente Diever (Dr), eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, vertelde de beheerder mij dat het bezit in 1970 was verkregen door aankoop van de familie Van Daalen. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Wie waren die Van Daalens en wat had hen tot de verwerving van ruim 1000 ha in midden Drenthe gebracht ?

Familiebeschrijving
Er bestaat een genealogie van de familie Van Daalen. die in 1925 geschreven is door de gepensioneerd generaal-majoor E.A.F. Blokhuis.  Uit deze publikatie ontleen ik het volgende.
De Van Daalens zijn afkomstig uit Brakel in de Bommelerwaard. De voor dit verhaal van belang zijnde tak van de familie is via Harderwijk in Wageningen en Bennekom terecht gekomen.

Herrnannus B. van Daalen (1782-1850)
Geboren te Harderwijk vestigde hij zich vóór l811 in Wageningen. Hij werkte daar als advocaat, notaris, stadssecretaris en houthandelaar. Hij was maatschappelijk zeer actief en genoot het nodige aanzien. Alleen de huidige Wageningse houthandelaar Daniëls heeft nog slechte herinneringen aan de man. In zijn familie is bekend dat zijn betovergrootvader in 1811-midden in de Franse Tijd- uit Wageningen moest vluchten, omdat Van Daalen hem van anti-Franse uitlatingen had beschuldigd. Hernannus van Daalen had vijftien kinderen uit drie huwelijken. Voor dit verhaal is zijn zoon Albertus van belang.

Albertus van Daalen (l8l2-1864)
Hij werd opgeleid voor de militaire dienst en trok in 1830 als achttienjarige cadet op tegen de Belgische opstandelingen. Te velde werd hij tot officier bevorderd. In 1842 nam hij ontslag uit het leger en vestigde zich in Bennekom, waar hij werkzaam was als Rijksontvanger. Hij werd lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland en bevorderde de verbetering van de afwatering in de Gelderse Vallei. Bij de watersnoden van 1855 en l86l begeleidde hij Koning Willem III in het rampgebied en ontving hem in zijn huis te Bennekom. Dat huis Dorpzicht had hij in 1853 laten bouwen aan de weg naar Wageningen op de plaats waar nu het Bart van Elstplantsoen is.
Albert is twee maal getrouwd geweest. In beide gevallen met een gezuster Cau uit Zierikzee. De Cau’s waren een zeer gegoede familie, die veel hebben bijgedragen aan de welstand van de Van Daalens.
Albert bemoeide zich met allerlei bestuurlijke aangelegenheden in Bennekom, zoals de verkoop van de onontgonnen domeinen ten oosten van het dorp. Hij kreeg acht kinderen, waarvan alleen de jongste, Albertus Christiaan volwassen werd.

Albertus Christiaan van Daalen (1853-1939)
A.C. van Daalen studeerde rechten in Leiden, promoveerde in 1880 en vestigde zich in Arnhem. Daar was hij secretaris van de Militieraad en een ijveraar voor de bevordering van het toerisme naar Arnhem en omgeving.
Zo richtte hij de VVV in Arnhem op en nam het initiatief tot de aanleg van de weg Roozendaal-Beekhuizen-Heuven (langs de Posbank).
Albertus C. van Daalen trouwde in 1890 met Albertina Johanna Sichterman uit Groningen. Het echtpaar ging in zijn ouderlijk huis Dorpzicht wonen.
Uit het huwelijk werden vijf kinderen geboren, te weten: Albert Christiaan (189l), Antoinette (1893), Josephina Hermanna Johanna (1894). Christina Albertina (1896) en Mello (1897).
Josephina trouwde in l913 met Paul Carel Louis Doorman. Hun zoon Albert Christiaan werd in 1918 geboren en woont in Diever.

De familie Sichterman is verbonden met het gelijknamige patriciërshuis aan de Ossemarkt in Groningen. De voorvaderen van Albertina Johanna kwamen in de zeventiende eeuw als militairen naar Groningen. In 1716 moest Jan Albert Sichterman vluchten als gevolg van een duel met dodelijke afloop voor zijn tegenstander. Hij vertrok op een schip van de VOC naar Indië, waar hij carrière maakte onder andere als Directeur van Bengalen. In 1744 voer hij thuis als admiraal van de jaarlijkse retourvloot.
In Indië had hij een groot fortuin vergaard en een indrukwekkende inboedel verzameld. Bij zijn thuiskomst liet hij het Sichtermanhuis aan de Ossemarkt bouwen, dat in die tijd een ware bezienswaardigheid was in de stad en dat nog steeds een belangrijk monument in Groningen is.
Door de vorstelijke staat die hij voerde, werd Jan Albert wel ‘de Koning van Groningen’ genoemd. Of het ruimhartige beheer van zijn vermogen bij zijn overlijden in 1764 tot rijke erfgenamen geleid heeft, valt te betwijfelen.

Mr. A.C. van Daalen moet -als enig erfgenaam- bij zijn huwelijk in l890 een gefortuneerd man geweest zijn met veel maatschappelijke invloed en relaties. Hij was vele jaren Dijkgraaf van het polderdistrict Wageningen en Bennekom en voorzitter van de collegiën der Exonereerende Landen (de gezamenlijke waterschappen in de Gelderse vallei), die de Grebbedijk en de waterlossing via de ‘Rode Haan’ bij Veenendaal onderhielden.
Zijn welstand blijkt uit de aankoop in 1890 van Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemeente Diever. De aankoop en ontginning van de Drentse markegronden (grond in gemeenschappelijk bezit van de bewoners) was omstreeks 1850 begonnen door Friese ondernemers.
De laatste van deze ontginners, mr. A.J. Hoekwater, verkocht Berkenheuvel aan Van Daalen. Volgens zijn kleinzoon, A.C. Doorman, die nu nog op een deel van het oorspronkelijk landgoed woont,  kocht Van Daalen het vooral voor de jacht, waarvan hij een groot liefhebber was.
Onder invloed van zijn vrouw, die tegen de jacht was, ging hij zich steeds meer op het beheer. de uitbreiding, ontginning en bebossing van het gebied richten. Ln 1925 was Berkenheuvel uitgebreid tot 1300 ha en waren er een tiental woningen op gebouwd.

Van Daalen voerde het beheer samen met een Dieverse bosbaas en bezocht zijn bezittingen regelmatig. Rond 1900 reisde hij met de trein van Ede naar Nijkerk om daar over te stappen naar Meppel. Daar werd hij per rijtuig opgehaald om de laatste twintig kilometer naar Diever af te leggen. Later kwam er een stoomtram. maar dan moest hij de laatste kilometers van Dieverbrug naar Berkenheuvel te voet afleggen. Volgens oude Dieversen waren er dan altijd wel jongens die een centje wilden verdienen met het dragen van zijn koffer. Van Daalen logeerde tijdens zijn verblijf in een bescheiden optrekje op het erf van de bosbaas. Later is het uitgebreid tot een chalet-achtig familiehuis.

Het spreekt vanzelf dat Van Daalen het landgoed op economische basis wilde exploiteren. Volgend Doorman vergde dit hoge investeringen, waar tegenover in de lange aanloopperiode slechts geringe opbrengsten stonden. In de jaren dertig is het zelfs gebeurd dat een deel van het Bennekomse bezit werd afgestoten om Berkenheuvel te kunnen financieren. Toch heeft Van Daalen veel bevrediging gevonden in zijn Drentse ontginning en hij liet anderen daarvan mee profiteren. Zo stelde hij ruimte beschikbaar voor studentenkampen, legde wegen aan en liet een zwembad voor de Dieverse bevolking maken.
Na het overlijden van A.C. van Daalen in 1939 heeft de familie de eigendommen in Bennekom verkocht. waaronder het huis Dorpzicht, Neder-Veluwe en de Hullenberg (met het koepeltje). De exploitatie van Berkenheuvel is voortgezet tot 1970, toen het in twee ongeveer gelijke delen verkocht werd aan Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Het gebied is een bezoek zeker waard. Het Handboek van Natuurmonumenten zegt er onder meer het volgende over: ‘Uitgestrekte oude grove dennenbossen op sterk geaccidenteerd stuifzand bepalen grotendeels het karakter van het terrein. Onder de licht doorlatende kronen hebben zich uitgebreide tapijten kraaiheide ontwikkeld, rijk aan mossen en korstmossen, plaatselijk met rode bosbes. Door deze altijd groene onderbegroeiing maakt het bos ook ’s winters een levendige indruk. Dit bostype wordt nergens in Nederland over een zo grote aaneengesloten oppervlakte aangetroffen’.

Ir. N.H.A. Greve

Literatuur
E. A. F. Blokhuis. Het Brakel-Harderwijksche geslacht Van Daalen.  1925, (niet in de handel).
Gerrit Breman. Alleen in het belang en ten behoeve van de gemeente Bennekom. De Kostersteen 54 (oktober 1995) en 55 (januari 1996).
Coevorder Courant, 8 januari 1993 (over Berkenheuvel).
Eigen Haard 51, l9 september 1925 (over Berkenheuvel).
C.A. Heitink. Ter dankbare herinnering aan Mr. A.C. van Daalen. De Kostersteen 22 (oktober l987).
De Kampioen (ANWB), 11 en 18 september 1925 (over Berkenheuvel).
Wiet Kuhne-van Diggelen, Jan Albert Sichterman, VOC-dienaar en ‘Koning’ van Groningen. Regio-project Groningen 1995. ISBN 90-5028-058-7.
A.C’. Zeven. Hermannus Bernardus van Daalen. Oud-Wageningen l5 (1987).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Albertus Christiaan van Daalen liet niet het zwembad ‘Dieverzand’ bouwen, de bevolking van Deever deed dat zelf in de Tweede Wereldoorlog. Zie de diverse artikelen in ut Deevers Archief over het zwembad Dieverzand.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Ansichtkoate mit de groet’n van de Deeverbrogge

Café- en logementhouder Sjoert Benthem is de uitgever en verkoper van deze in 1910 verstuurde fraaie ansichtkaart met vijf kleine afbeeldingen van objecten/onderwerpen an de Deeverbrogge. De kaart is gedrukt bij Riezebos in Ede.
Van elk van de vijf objecten/onderwerpen heeft Sjoert Benthem gelukkig ook een ‘gewone’ ansichtkaart uitgegeven en verkocht.
De redactie van ut Deevers Archief toont van drie van deze ansichtkaarten al een afbeelding en zal bij gelegenheid van de andere twee ansichtkaarten ook een afbeelding tonen.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van de Opzichterswoning an de Deeversluus.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart met de stoomboot Assen-Zwolle.
Zie de afbeelding van de ansichtkaart van Hôtel S. Benthem.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Café Sjoert Benthem, Café-Logement Sjoert Benthem, Deeverse sluus | Leave a comment

De piepe van de botterfubriek kö’j nog net seen

Op bijgaand afgebeelde zwart-wit ansichtkoate zijn op de achtergrond de huizen aan de Veentjesweg in Deever te zien. Boven het politiebureau, dat op de hoek van de Tusschendarp en de Veentiesweg stond, is nog net een stuk van de schoorsteen van de zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever te zien. Op de voorgrond zijn enige koeien van boer Jans Kruid te zien. De maker van de foto voor deze ansichtkoate stond op de weg naar Oldendeever.
De ansichtkoate is in november 1965 uitgegeven door JosPé in Arnhem en werd verkocht door levensmiddelenbedrijf A. Kuiper (Aubut Kuper) an de Peperstroate in Deever. De maker van de foto voor deze ansichtkoate zal deze in de zomer of het najaar van 1965 hebben gemaakt.

Posted in Ansigtkoate, Boer'nlee'm, Veentiesweg | Leave a comment

Un wandelkoate veur Bark’nheuvel uut 1936

In nummer 09/4 (december 2009) van Opraekelen, het papieren blad van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundugge vurening uut Deever, verscheen als gemakkelijke bladvulling (16 van de 32 bladzijden) het artikel ‘Een wandeling op het landgoed Berkenheuvel’. De samensteller van het artikel maakt terecht trots melding van het feit dat de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkundugge vurening uut Deever, in het bezit is van een wandelkaart uit 1936, die is uitgegeven door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het Landgoed Berkenheuvel van eigenaar mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom.
De redactie van ut Deevers Archief prijst zich evenzeer gelukkig ook een exemplaar van deze wandelkaart, uitgegeven in mei 1936, in zijn archief te hebben (waar het aflopen van veilingen al niet goed voor is). De twee hier getoonde afbeeldingen betreffen de voorkant en de achterkant van de wandelkaart.
De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan deze twee digitale afbeeldingen hier kopiëren en kan dan zelf een scherpe afdruk van de wandelkaart maken en de op de achterkant van de kaart vermelde routes gaan wandelen.
Maar de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief moet niet te lang wachten met het willen gebruiken van deze kaart voor het lopen van een op de achterkant van deze kaart voorgestelde wandelroute of voor het lopen van een zelf bedachte wandelroute, want de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten uit het verre ’s Graveland, de huidige eigenaar van de helft van het landgoed Berkenheuvel, is overijverig bezig alle wegen in zijn gebied niet te behouden, wel te blokkeren, wel te barricaderen, wel te laten overwoekeren, niet meer te onderhouden, uit te wissen, om te ploegen, want het heeft er alle schijn van dat deze almachtige vereniging liever in het geheel geen mensen ziet rondlopen op zijn deel van het landgoed Berkenheuvel. En dit streven lijkt sterker te worden nu in het gebied zich een roedeltje exotische uitheemse eeuwenlang afwezige agressieve schapenverscheurende angstaanjagende wolven aan het vestigen is. Een roedeltje wolven van 2 tot 10 dieren heeft ongeveer 200 vierkante kilometer territorium nodig, dus in de Deeverse bos met een oppervlakte van zo’n 60 vierkante kilometer is ruimte voor een paar mini-roedeltjes van 2 tot 4 wolven. In de aangrenzende 60 vierkante kilometer weilanden zijn immers genoeg makkelijk bejaagbare schapen te vinden.

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Landgoed Berkenheuvel, Toeristenindustrie | Leave a comment

Ansichtkoate van de meule in Oll’ndeever

Op deze zwart-wit ansichtkaart uit 1963 is te zien dat het pand bij molen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever van oorsprong un boerdereegie mit siedbaander moet zijn geweest. De siedbaander van het pand van molenaar Arend Uiterwijk Winkel is al dichtgemetseld. De redactie van ut Deevers Archief weet niet wanneer dat is gebeurd; op een zwart-ansichtkaart uit 1954 was de siedbaander nog wel aanwezig.
Het pand stond redelijk dicht an de Brinkstroate (heet de weg ter plaatse van het pand nog Brinkstroate of heet de weg daar Oll’ndeever ?). Later is het pand afgebroken en is op een andere plaats een nieuwe woning gebouwd. De afgebroken boerderij heeft als voorbeeld gediend voor de nieuwe woning. Die kwam verder van de Brinkstroate en wat verder van de straat met de naam Dingspil te liggen. Is (een deel van) het bouwmateriaal dat is vrijgekomen bij het slopen van het oude pand weer gebruikt bij de bouw van het nieuwe pand ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op 13 november 2014 gemaakt.
De laatste beroepsmolenaar Arend Uiterwijk Winkel van molen ‘de Vlijt’ is in de zestiger jaren met zijn echtgenote en hun twee kinderen Bert en Anneke verhuisd naar Hoogeveen. Arend Uiterwijk Winkel is geboren op 22 september 1921 in Hoogeveen en is overleden op 31 december 2009 in Meppel. Zie het hier afgebeelde overlijdensbericht.

Posted in Alle Deeversen, Ansigtkoate, Meule van Oll’ndeever, Oll'ndeever, Overlijdensbericht, Verdwenen object | Leave a comment

If you steal, then you are marked

Op de voormalige kaarkhof bij het kerkgebouw aan de niet-origineel-Saksische brinQ van Deever -die in 2018 of 2019 zal worden opgekalefaterd tot een QualiteitsbrinQ van de eerste en ergste orde- staat een uiterst kostbaar in Uffelte gemaakt bronzen beeld van Adrianus (Arie) Teeuwisse uit 1970. Het bijna vijftig jaar oude bronzen beeld geeft een voorstelling van de smokkende elfenkoningin Titania en Spoel de Wever in de tweede scene van het derde bedrijf uit het openluchtspel Midzomernachtsdroom van William Shakespeare. Zal de voorkant van het gelijk dit uiterst kostbare bronzen beeld in 2019 na de Geldverslindende Grote Opkalefatering van de brinQ nog op de voormalige kaarkhof laten staan ? Hopelijk niet.
De aandacht wordt niet alleen getrokken naar het toch wel kunstig vorm gegeven stuk brons, maar naar beneden ook naar de hoge stenen sokkel, die helaas geen kleinformaat hunnebedsteen is, naar het gedicht Midzomernachtdroom van de Beiler dichter Roel Reyntjes, en vooral naar het ronkende en luidruchtige bordje onder aan de sokkel.
Op dat bordje staat ‘Beveiligd met SDNA’ en ‘Onze eigendommen zijn gemarkeerd’ en de in slecht Engels geschreven zin ‘You steal, you are marked’.
De grote vragen zijn natuurlijk wat voor spul SDNA (synthetisch DNA?) is, wat voor beveiliging SDNA biedt, hoe het SDNA-systeem werkt, wat per object de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten zijn en wie opdraait voor de kosten ?
Wat heb je aan een duur SDNA-systeem als dieven en inbrekers -zelfs op klaarlichte dag- het uiterst kostbare bronzen topstuk op een vrachtwagen kunnen laden (er hangt geen camera, er gaat geen sirene af), rechtstreeks naar een smelterij kunnen rijden en daar het uiterst kostbare bronzen beeld kunnen laten omsmelten ? Brons bevat wel ten minste zeventig procent erg duur koper. Of is het gewoon een nepbordje wat dieven en inbrekers zou moeten afschrikken ? Maar wat als de dief of de inbreker geen Engels kent ?
De nog grotere vraag is of in de openbare ruimte zo maar een object mag worden beveiligd met een SDNA-systeem ? Of is voor toepassen van een dergelijk systeem een vergunning van het bevoegd gezag nodig ?
En is het beeld ‘Het leven’, dat voor het gemeentehuis van de gemiente Deever staat, ook beveiligd met een duur SDNA-systeem ? Of heeft de voorkant van het gelijk dat beeld al lang afgeschreven ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto op donderdag 4 november 2017 gemaakt.

Posted in Beeld, Deever, Kaarkhof an de brink, Kuunst, William Shakespeare | Leave a comment

De allerièste recensie van ut openlochtspel

Op dinsdag 3 september 1946 verscheen in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) het navolgende bericht over de uitvoering van het openluchtspel in de bos bee’j Deever.

Midzomernachtsdroom 
Openluchtspel te Diever
Langs den steenen weg tussschen Diever en Wateren was het Zaterdag- en Maandagavond een ongewone drukte. Voetgangers, wielrijders, auto’s en zelfs groote bussen kwamen, sommige vanuit verder gelegen dorpen en steden naar Berkenheuvel, om daar, op dit zoo geschikte terrein, de uitvoering te zien van de Midzomernachtsdroom.
De zon was reeds onder en een kunstmatige lichtbundel toonde ’t kleine plateau, dat als tooneel dienst deed en waarvoor verscheidene honderden toeschouwers een plaats gevonden hadden.
Daar waar, naar men zegt, op gewone dagen nu en dan reeën grazen, zag men Theseus, hertog van Athene, hoog gezeten op zijn witte paard, binnenrijden, zag men ook andere, vreemdsoortiger gestalten, zoals Spoel de wever met zijn betooverden ezelskop, de wandelende maan met zijn grappige hondje en de zonderlinge leeuw, en aanschouwde men de elfjes, die, al dansende, plots het bos bevolkten en zoo hun onmisbaar deel vormden van den romantisch-droomerigen Midzomernacht ….
Vóór het echter zoover was, hield eerst de heer Ter Laan eenige inleidende beschouwingen, waarin hij wees op de diepere achtergronden, die zich bevinden achter de grillige vormen, waarin dit stuk tot ons komt.
Niet zonder reden is deze schepping van Shakespeare beroemd en talrijk zijn de rake en opvallend ongewone opmerkingen  die telkens weer voorkomen. Deze, zonder ook maar een oogenblik te haperen, steeds weer op de goede oogenblikken te hebben vertolkt, is een verdienste van de spelers, welke niet onvermeld mag blijven; hun rolvastheid bij dit moeilijke stuk was prijzenswaardig.
Hiermee echter is nog maar slechts een deel gezegd, immers, zoowel den spelers als niet minder den regisseur (dokter Broekema) komt een welgemeend woord van lof toe voor hetgeen zij op deze avonden hebben gepresteerd en het succes dat zij oogsten was geheel verdiend.
Op de bijzonderheden in te gaan voert ons hier thans te ver. Slechts enkele spelers willen wij noemen, die ons opvielen door hun uitnemende voordracht of uitbeelding. Zoo was daar de rol van Oberon, koning van het elfenrijk, gespeeld door den heer A. Andreae met een voortreffelijke voordracht; ook Oberon’s gemalin Titania (speelster mejuffrouw E.A. van Delden) viel op, vooral door haar charmante uitspraak, en dan niet te vergeten Puck, Oberon’s dienaar (mejuffrouw J. Figeland), die guitig en vlug, telkens nu hier dan daar verscheen en een levendige uitbeelding gaf van deze rol; maar behalve deze waren er nog talrijke anderen, die goed speelden, zooals Helena (mejuffrouw Z. Bel), hertog Theseus (de heer A. Mulder) en Spoel de wever (de heer M. Kruize ….).
Nogmaals, het voert te ver ze alle te noemen. Elk voor zijn deel heeft bijgedragen tot het doen slagen van deze opvoeringen, waarbij – dit moge gezegd – de resultaten ver uitgingen boven hetgeen velen der aanwezigen hadden verwacht en waarbij kans gezien werd het publiek ruim drie uur lang van het begin tot het eind te boeien; zóó, dat men welhaast vergat dat de Hollandse ‘midzomernacht’ (de Engelse trouwens evenzeer) nog wel eens iets te wenschen over laat, waar het betreft warmte en droogte. De dreigende regenbuitjes echter dreven voorbij en uit het bosch kwamen weer Mendelssohn’s (respectievelijk Chopin’s) schoone muziek tot ons, kleine jongetjes droegen welgevormde attributen voor Titania’s betoovering, de uil zag het weer aan met lichtend oog vanaf zijn tak en de elfjes dansten in hun luchtige gewaden …. werkelijkheid en droomwereld mengden zich weer zonderling dooreen tot een schoone verbeelding, afgewisseld door kwinkslagen en pittige scènes.
Toen de 700 bezoekers huiswaarts gingen, was dat met groote voldoening en, wij zijn er van overtuigd: ook de spelers zullen, wanneer vele jaren voorbij zijn, nog met tevredenheid en dankbaarheid terugzien op deze glorierijke dagen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het heeft in het geheel geen zin om alle ooit in kranten en tijdschriften verschenen routine-recensies van opgevoerde toneelstukken in het openluchtspel van Deever in ut Deevers Archief te tonen. De redactie maakt voor het hier getoonde artikeltje wel graag een uitzondering.
De redactie komt na een lang en diepgravend onderzoek tot de gevolgtrekking dat het hier getoonde artikeltje uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 3 september 1946 de allereerste recensie in een krant van een opvoering van een toneelstuk in het openluchtspel in Deever is. Een toneelstuk over een droom midden in de zomer.
De recensie stond nota bene midden op de voorpagina van een uit slechts vier bladzijden bestaande Olde Möppeler (was krantenpapier toen nog op de bon ?) en verscheen daags na de tweede en laatste uitvoering.
En het toneel spelen op het kleine plateau in de bos bee Deever gebeurde vlak na de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van naoorlogse armoede, toen aardappelen nog op de bon waren, toen chocolade en snoep nog op de bon waren, toen de borrel nog op de bon was ….. Toen mensen het zich nog niet konden veroorloven in een auto te rijden.

Albertus Andreae
De heer A. Andreae is Albertus Andreae (die van jongs af aan in de volksmond altijd Bart Eulie werd genoemd, omdat zijn vader pietereulieventer was). De redactie weet niet of Albertus Andreae toen nog schoolmeester in Wittelte was, of dat hij al schoolmeesterde aan de openbare lagere school in Deever. Albertus Andreae is geboren op 18 maart 1908 an ’t Meul’nende in Deever en is overleden op 27 maart 1988 in Deever.
Engeltje van Delden
De mejuffrouw E.A. van Delden is Engel van Delden. Engeltje kwam niet uit Delden, maar uit….. Zij was in de zomer van 1946 nog schooljuffrouw van de Wittelter Skoele. Zij was zo te lezen in 1946 nog een mejuffrouw en nog niet getrouwd met Luite (Lu) Wolter Broer. Engel van Delden is geboren op 12 mei 1923 in ……. en is overleden op ……. in ………
Jantien Figeland
De mejuffrouw J. Figeland is de achtienjarige Jantien (die zichzelf Jantina noemde) Figeland van café Figeland an de Brink in Deever. Zij is geboren op 13 september 1928 in Meppel en is overleden op 20 december 2016 in Lochem.
Zijntje Bel
De mejuffrouw Z. Bel is Zijntje Bel uut de Peperstroate. Zij was zo te lezen in 1946 nog een mejuffrouw en nog niet getrouwd met Hendrik Jan Rolden. Zij is geboren op 14 september 1922 in Deever en is overleden op 8 februari 2014 in Deever.
Anne Mulder
De heer A. Mulder is Anne Mulder uut de Aachterstroate in Deever. Hij is geboren op …. in ….. Hij is overleden op …. in …..
M…. Kruize
De heer M. Kruize is ….. Kruize. Hij is geboren op …. in ….. Hij is overleden op ….. in …..

De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen wie de in het artikel genoemde heer Ter Laan is.
De redactie is driftig op zoek naar gegevens van de vermelde toneelspelers. Wie van de bezoekers van ut Deevers Archief kan daarbij helpen ?

Posted in Alle Deeversen, Deever, Eup’mlogtspel, William Shakespeare | Leave a comment

Deever is ien tuneel en besükers bint mor figerant’n

De in het voorjaar van 2020 bedachte zo genoemde Terras Route Deever suggereert een non-discriminatoire consumptie-stimulerende fietsroute langs alle eet- en drinkgelegenheden in de gemiente Deever te zijn, maar daar valt wel het een en ander op af te dingen.
Want waarom is het terras de maatstaf ? Want waarom loopt de fietsroute niet over het prachtige Zorgvlied langs het fraaie met beelden gelardeerde terras van hotel-restaurant Villa Nova en langs het terras van eethuis-cafetaria Zorgvlied ? Want waarom zijn in de legenda van de kaart bepaalde eet- en drinkgelegenheden met terras niet met naam of toenaam genoemd en moeten het doen met een vervelende blauwe stip op de kaart of helemaal geen blauwe stip ? Want waarom zijn de vele oplaadpunten voor elektrisch aangedreven fietsen op de hoek van de Kruusstroate en ut Kastiel niet ingetekend op de kaart ? Want waarom wordt op de kaart alleen die fietswinkel an de Heufdstroate in Deever genoemd, terwijl an de Deeverbrogge ook een fietswinkel aan de route is gevestigd ?
Niet alle uitbaters van een eet- en drinkgelegenheid of een toeristische vermakelijkheid (welke ?) binnen de grenzen van de gemiente Deever mochten meedoen met dit merkwaardige reclameproject met de merkwaardige naam Terras Fiets Route Deever van het Ondernemersfonds Van De Gemeente Westenveld, de Ondernemersvereniging Diever, de Stichting Toeristische Promotie Westerveld en de neringdoende B&B Groepsaccomodatie Aangenaam-Olde Horst Diever. En dat terwijl dit merkwaardige reclameproject met de merkwaardige naam Terras Fiets Route Deever mede is gefinancierd door het Ondernemersfonds Van De Gemeente Westenveld, waaraan alle uitbaters van een eet- en drinkgelegenheid elk jaar verplicht geld moeten betalen. Er is geen ontkomen aan. Dus een aantal niet-uitverkoren uitbaters van een eet- en drinkgelegenheid hebben daardoor ook meebetaald aan de consumptie-stimulerende reclame voor de wel profiterende concurrentie. Die niet-uitverkoren uitbaters zijn wellicht ook lid van Ondernemersvereniging Diever. Vrij naar George Orwell: alle uitbaters van eet- en drinkgelegenheden in de gemiente Deever zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan de anderen.
Wie op het internet zoekt naar de webstee van de Stichting Toeristische Promotie Westenveld komt uit bij de webstee van de gemeente Westenveld. Is deze stichting een gemeentelijke onderneming ? Is deze stichting een profit of een not-for-profit stichting ? In het jaarplan 2020 van deze stichting is voor 2020 wat geld gereserveerd voor de ontwikkeling van een toeristische route. Maar welke route ? Toch niet de Terras Fiets Route Deever ?
En wat is in de rechter bovenhoek van de kaart de betekenis van het gortdroge saaie onbeweeglijke futloze logo van Deever en de betekenis van de naam van de reclamestichting Village of Shakespeare ? Pronkt de armlastige (?) reclamestichting Village of Shakespeare gratis met de veren van anderen ? Zijn de twee Shakespeare-figuren na doordrammen van de reclamestichting Village of Shakespeare gratis op de kaart ingetekend ?
Wordt de argeloze bezoeker van het terras van een uitverkoren uitbater van een eet- en drinkgelegenheid na twintig of dertig kilometer doortrappen tegen de wind op een gewone fiets bij het drinken van een lekker Belgisch biertje ongewild doodgemonoculturaliseerd en doodgeïndoctrineerd met Shakespeare ? Vrij naar Shakespeare: Want heel Deever zal verworden tot een gemankeerd toeristisch schouwtoneel en alle bezoekers zullen maar simpele vet betalende figuranten zijn.
De kaart is ook op een lekker groot A3-formaat verkrijgbaar bij de uitverkoren uitbaters van eet- en drinkgelegenheden en toeristische vermakelijkheden (welke ?).

Posted in Shakespearitis, Toeristenindustrie | Leave a comment

Deever – Wied kiek’n hen alle kaant’n

Deze zwart-wit ansichtkaart werd in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw verkocht door de Firma Brugging (Jan Brogg’n, de Wiba), Luxe- en Huishoudelijke artikelen an de Heufdstroate in Deever.
De U.L.O.-skoele van ome Piet Zijlstra is nog in aanbouw of bijna afgebouwd, dat is niet duidelijk te zien.
De Westeresch is gelukkig nog niet volgebouwd.
Het huis met praktijkruimte van huisdokter Ludolf Dirk Broekema moet nog worden gebouwd.
Wel is daar in de buurt de woning van Mans Nijzingh (?) te zien.
Korenmolen ‘de Vlijt’ staat nog mooi op de ruumte.
Op de achtergrond is in het midden de Noorderesch te zien en is rechts boven de Heezeresch te zien.
Op dit wijdse uitzicht naar alle kanten is ook fraai te zien dat de Kloosterstroate de slingerende organisch ontstane loop van het oude zandpad met de naam ’t Bultie volgt.
De gemeentelijke huurwoningen die zichtbaar zijn aan de rechterkant van de Kloosterstroate, die staan op ’t Bultie.
Het Groene Kruisgebouw staat ongeveer onder aan ut Bultie.

Posted in Ansigtkoate, Deever, Heezeresch, Logtfoto, Noorderesch, Westeresch | Leave a comment

Op Woater’n is ut hoogste huusnummer now 34

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 6 januari 1890 het volgende bericht over de sterke groei van het dorp Wateren an de aandere kaante van de bos. 

Diever, 3 Januari.
Wist men voor eenige jaren nauwelijks, dat er een Wateren (Zorgvlied) bestond, thans trekt dit plaatsje meer en meer de aandacht. En geen wonder. Wat daar in de laatste jaren tot stand is gekomen, grenst aan ’t ongelooflijke.
’t Is nu zes jaren geleden dat daar de openbare school feestelijk werd ingewijd. Voor ruim drie jaar werd de Noordelijke Hypotheekbank opgericht en dat die zaak rendeert, blijkt hieruit, dat dezen zomer voor rekening dier bank drie gebouwen worden gesticht (twee directeurswoningen en een kantoor met conciergewoning). Voor den hoofd-agent der Eerste Hollandsche Levensverzekeringmaatschappij werd een keurig huis met kantoor gebouwd. Het gebouw daarnaast is tot een flinke bakkerij en logement met billard ingericht. En verder is een groote winkel tot stand gekomen, die binnenkort door den heer Berkemeier zal betrokken worden, waarin hij zijne manufactuur- en kruidenierszaak zal uitoefenen. Ook verdient de keurige villa van den heer Du Crocq ieders bewondering.
In ’t vorige jaar werden door den heer Verwer, mede-eigenaar van de uitgestrekte bezitting, proeven genomen met den tabaksbouw, die zoo goed schijnen geslaagd te zijn, dat thans voor den zich daar te vestigen tabaksboer een huis met tabaksschuur is gebouwd.
Verder bestaat ’t plan tot stichting eener sigarenfabriek, leerlooijerij en Brabantse schoenenfabriek. Deze laatste zal evenals in de Langstraat hoofdzakelijk huis huisindustrie zijn. Tot directeur der maatschappij tot exploitatie dezer inrichting is iemand uit Waalwijk benoemd op eene jaarwedde van tweeduizend gulden en vrije woning, voor welke betrekking hij evenwel heeft bedankt.
Was het hoogste huisnummer voor vijftien jaar 16, thans is dit 34.
Hoewel er reeds dikwijls sprake van is geweest, een straatweg van Wateren naar Diever te leggen, zal deze nog wel eenigen tijd op zich laten wachten.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het begin van 1890 was de naam van het sterk gegroeide dorp Wateren nog steeds Wateren, echter in het getoonde artikel is tussen haakjes al wel de naam Zorgvlied vermeld.
De redactie is aan het uitzoeken welke van de vermelde panden waar stond of nog staat en voor wie of voor welk doel dat pand bestemd was.
De Eerste Hollandsche Levensverzekeringsbank – in het bericht abusievelijk Eerste Hollandse Levensverzekeringmaatschappij genoemd – was ook een financiële onderneming van mr. Lodewijk Guilaume Verwer.

Posted in Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Vurbeeldingskracht redt ut neet op Woater’n

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 17 maart 1997 verscheen het volgende korte bericht over de openstelling van natuurmuseum Het Drents-Friese Woud op Woater’n an de aandere kaante van de bos.

Museum Wateren vrijdag geopend
Wateren – Vrijdag (21 maart) om 16.00 uur zal het natuurmuseum ‘Het Drents-Friese Woud’ in Wateren officieel worden geopend. De opening van het museum zal worden verricht door de heer Lok, voorzitter van de Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer in Diever.
Het museum is gevestigd in de voormalige school ‘Groot en Klein Wateren’. In de voormalige multifunctionele ruimte van de school zijn de vier jaargetijden uitgebeeld. In het museum zijn honderden dieren, voornamelijk vogels en zoogdieren, in allerlei soorten en maten te zien. Het museum is zeer professioneel ingericht.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 januari 2004 verscheen het volgende korte bericht over de tekoopstelling van natuurmuseum Het Drents-Friese Woud op Woater’n an de aandere kaante van de bos.

Museum te koop
Wateren – Sinds een half jaar staat het Natuurmuseum in Wateren te koop. Het museum besteedt nu nog aandacht aan cultuur-historische aspecten van het Drents-Friese Wold. Eigenaar J. van der Vooren wilde wel eens iets anders en besloot het pand te koop te zetten. Hij heeft echter geen haast bij de verkoop: “Als er iemand voor is die het wil kopen, verkoop ik het, maar ik hoef het niet per se kwijt”, aldus Van der Vooren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie van ut Deevers Archief prijst zich bijzonder gelukkig bijgaande kleuren ansichtkaart voor zijn zeer gewaardeerde bezoekers opgenomen te hebben in ut Deevers Archief. Op de voorkant van deze bij verzamelaars weinig bekende ansichtkaart zijn te zien enige museale, driedimensionale opstellingen met de resultaten van menselijke verbeeldingskracht, die worden getoond in het natuurmuseum Het Drents-Friese Woud van beroepsdierenpreparateur John van der Voorn. De ansichtkaart was te koop in dit museum, dat was gevestigd in de gebouw van de Laegere Skoele an de Woaterseweg op Woater’n. De ansichtkaart is – gelet op de kinderpostzegel van de striphelden Suske en Wiske – in het najaar van 1997 verstuurd.

Het in 1997 met ontzettend veel enthousiamse in de olde skoele op Woater’n geopende zeer professioneel ingerichte natuurmuseum, werd in juli 2003 al te koop gezet. Het openen van een natuurmuseum in de nabijheid van een nationaal parkje is natuurlijk toch wel een beetje de kat op het spek binden. Wie wilde gaan kijken naar opgezette dode dieren in een museum in een gebied waar je deze dieren ook levend in de bos kon zien rondlopen ?

In 1997 werd de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe door de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram nog Het Drents-Friese Woud genoemd. Dat klinkt aannemelijk, maar is het niet. Woud betekent gewoon bos, dus de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe had gewoon De Drents-Friese Bos moeten worden genoemd. Dat klinkt aannemelijk en dat is het ook. Ech wè.
De naam Het Drents-Friese Woud, laat staan de naam De Drents-Friese Bos, klonk te armoedig, klonk te eenvoudig, klonk niet commercieel en klonk niet parkerig genoeg, dus klopten de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram de naam van de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe op tot de naam Het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Maar ‘het wold’ betekent nog steeds ‘de bos’. In het Duits: Das Drentischer-Friesischer Wald. Of naar de gekopieerde analogie van de Amerikaanse nationale parken, zoals Yellowstone National Park: Drentian-Frisian National Park. Vergeleken met de enorme Amerikaanse nationale parken is Het Nationaal Park Drents-Friese Wold maar een provincieparkje, maar wat gefröbel in de marge. Maar wat voor eufemistische term de Hoge Heren Van De Voorkant Van Het Grote Nationale Parken Gedram ook wensen te bedenken voor de bos tussen Deever, Doldersum, Zorgvlied, Appelsga, de Smilde en de Gowe, die bos is voorgoed verworden tot een van ver bovenaf geregisseerd, gedirigeerd, weggemotorzaagd, vormgegeven, geboetseerd, aangeharkt, gemankeerd surogaatparkje. Fantasie kan in zo’n parkje nooit werkelijkheid worden.


Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 17 maart 1997

Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 16 januari 2004

Posted in Ansigtkoate, Museum, Woater’n | Leave a comment

Waarm eet’n bee de fumilie Verwer op ut Kastiel

In de verzameling van ut Deevers Archief is aanwezig een bijzonder fraaie cultuurhistorische aanwinst, te weten een beschreven ansichtkaart uit 1906, dus uit de begintijd van Zorgvlied. De redactie van ut Deevers Archief wil zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoekers een afbeelding van deze aanwinst natuurlijk niet onthouden.

De ansichtkaart is op 12 oktober 1906 vanuit Zorgvlied verstuurd naar Amsterdam, waar deze al op 13 oktober 1906 bij de geadresseerde aankwam. De afzender, ene juffrouw Cato, woonde of logeerde in ’t Witte Huis naast het oude Rooms Katholieke kerkje.

De tekst op de aan de voor en achterkant beschreven ansichtkaart luidt als volgt:
B, D en Chr, Een hartelijken groet van mij uit Zorgvlied. Hoe maken jullie het ? Nog steeds naar omstandigheden redelijk wel ? Hebt ge nog geen nieuws mede te delen ? Tweemaal per dag komt de post hier en dan kijk ik reikhalzend uit, doch tot heden nog geen nieuws. Ik maak het best en profiteer den geheelen dag van de buitenlucht, ’t is hier nog volop zomer. De natuur vooral de bosschen zijn hier prachtig. a.s. Zondag gaan wij dineeren bij de familie Verwer op ’t Heerenhuis. Jammer dat geen der beide villa’s hier op staan, alleen de Bank. Nu adieu, houdt je maar goed Door, misschien hoor ik nog wel wat.
Hartelijke groeten van Jan, Elsa en Agnes en een zoen van je liefhebbende Cato.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De ansichtkaart met de titel ‘Groete uit Zorgvlied bij Noordwolde (Fr.)’ laat een foto van zes objecten zien: de protestantse kerk (Obadja) (bestaat nog), de woonhuisjes bij sigarenfabriek van Lodewijk Guillaume Verwer (bestaan nog), villa Villa Laanzicht (steet an de Deeverbrogge), het eerste rooms katholieke kerkje (bestaat niet meer), het pand van de noordelijke hypotheekbank (bestaat nog) en de winkel van Wollffs (bestaat niet meer in de oorspronkelijke vorm).
De zes foto’s zijn gemaakt door de in Deever geboren huisschilder, kunstschilder en fotograaf Roelof Kuiper uit Noordwolde. Roelof Kuiper was ook de maker van de plafondbeschilderingen in ’t Heerenhuis, dat in de volksmond niet ’t Heerenhuis werd genoemd maar ut Kastiel.
De schrijfster van de tekst op de ansichtkaart bedoelt met ‘beide villa’s’, de villa Het Witte Huis en de villa Castra Vetera.

Op 22 oktober 2014 ontving de redactie van ut Deevers Archief de volgende reactie:
Ik heb even op de website van ut Dievers Archief gekeken. Daar werd onder meer bericht dat men een interessante ansichtkaart had verworven. Mijn aandacht werd echter niet zozeer getrokken door de afbeeldingen op de ansichtkaart, maar wel door het bestemmingsadres in Amsterdam. Dat bleek het toenmalige adres te zijn van de grootouders van mijn echtgenote. De afzender, die op vakantie was in Diever, had op de kaart geschreven dat men zeer benieuwd was of er al iets te melden was. De kaart is verzonden op 12 oktober 1905. Uit andere bronnen weten we dat enkele dagen nadien in Amsterdam een dochter werd geboren. Dat was de tante met wie mijn echtgenote later een bijzondere band heeft gehad. Hoeveel toevalligheden komen hier tezamen ?

Posted in Aarfgood, Ansigtkoate, De aandere kaante van de Deeverse bos, Kattelieke Kaarke, Lodewijk Guillaume Verwer, Noordelijke Hypotheekbank, Obadja, Topstuk, Villa Aurora, Villa Laanzicht | Leave a comment