Ee’m kiek’n in de Heufdstroate van Deever

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand knipsel met een afbeelding van een boer met een door een paard getrokken geladen kar bij de gereformeerde school in de Heufdstroate in Deever vroeg in de ochtend.

De redactie weet helaas nog niet in welke tijdschrift deze fraaie afbeelding heeft gestaan en in welk jaar de foto is gemaakt. De redactie heeft het vermoeden dat de foto voor deze afbeelding ongeveer rond 1935 is gemaakt. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief het wel weet, die mag het de redactie natuurlijk melden.
De maker van de foto voor de kleuren ansichtkaart met de titel Groet’n uut Deever stond ongeveer op hetzelfde punt als de maker van de foto voor de afbeelding uit het tijdschrift. De maker van de kleurenfoto deed dat op de vuilnisophaaldag. Ee’m de conteen’r an de weg zett’n.
De organisatie Diever Sportief heeft de kleuren ansichtkaart in 2016 uitgegeven ter gelegenheid van de Internationale Drents-Friese Woud Wandelvierdaagse. Daarvoor alsnog driewerf hulde: hulde, hulde, hulde.

Posted in Ansigtkoate, Boer'nlee'm, Heufdstroate, Kaarke an de brink, Topstuk | Leave a comment

Deever, bonito rincón restaurado en su estado orginal

De redactie van ut Deevers Archief kwam bij het digitaliseren van zijn papieren archief – bestaande uit vooral veel dozen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels uut de gemiente Deever – bijgaande afbeelding van het huis van Klaas Kleine an de Peperstroate in Deever tegen.

De redactie heeft het donkerbruine vermoeden – vanwege het bijschrift in het Nederlands, het Engels, het Duits, het Frans en het Spaans – dat deze foto heeft gestaan in een nummer van het periodiek Kijk op het Noorden, maar heeft op de achterkant van de afbeelding niet aangetekend in welk nummer van dit periodiek de afbeelding heeft gestaan.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet in welk nummer van Kijk op het Noorden deze foto heeft gestaan ?
Of Klaas Kleine het pand van de familie Koning in zijn oorspronkelijke staat heeft gerestaureerd, dat is de vraag. Want zeker is dat de levensboom in het bovenlicht van de voordeur vóór de restauratie niet aanwezig was; zie het bericht De olde kouwe van Oaltie Keuning-Hoaveman.
De redactie vermoedt dat siersmid Klaas Kleine deze levensboom zelf wel zal hebben gesmeed.
De redactie heeft al in verschillende berichten aandacht besteed aan Klaas Kleine. De trouwe bezoeker van het Deevers Archief die meer wil lezen over Klaas Kleine wordt uitgenodigd aan de rechterkant op de categorie ‘Klaas Kleine’ te klikken.

Posted in Deever, Dorpsfiguur, Klaas Kleine, Peperstroate | Leave a comment

Ut Deevers Archief söch foto’s van ut boer’nlee’m

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw waren in de gemiente Deever in totaal meer dan vierhonderd kleine, wat grotere en voor die tijd grote boeren bezig met hun veelal gemengde bedrijf. Het aantal boerenbedrijven is in de daaraan volgende decennia door diverse redenen gestaag afgenomen.
In de foto-albums van de kinderen en de kleinkinderen van deze boeren moeten heel veel foto’s van het boerenleven van hun familie aanwezig zijn.
Foto’s van ploegen, zaaien, maaien, hooien, dorsen, dorsmachines, aardappels rooien, knollen plukken, tractoren, landbouwmachines, melken, melkbussen, veetransport, en zo voort, en zo voort, en zo voort.
Zie als voorbeeld de bijgaande kleurenfoto van ploegen met het paard na het oogsten van rogge op de Heezenesch van Deever. Wie is deze ploegende boer ?
Zie als voorbeelden ook de afbeeldingen die in deze webstee worden getoond als aan de rechterkant de categorie Boer’nwaark wordt aangeklikt.
De zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief worden verzocht te melden (klik onder aan dit bericht op ‘leave a comment’) of de redactie van ut Deevers Archief bij hen bekende of aanwezige foto’s van het boerenleven mag scannen en mag publiceren in ut Deevers Archief. De redactie is hen daar bij voorbaat zeer erkentelijk voor.
Bijgaande afbeelding is in bijgeknipte vorm en in zwart-wit opgenomen op bladzijde 142 van het papieren Magnum Opus van de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever.

Posted in Boer'nlee'm, Boerdereeje, Heezeresch | Leave a comment

Ee’m kiek’n of ‘r ok gesellige doo’jn bee bint

De redactie van ut Deevers Archief ontkomt niet aan de besteding van enige aandacht aan Nell Meiboom-Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd), de echtgenote van burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd). Nell Veltman is op 4 mei 1908 geboren in Makkinga in Friesland. Nell Veltman is op … 1994 overleden in Bilthoven. 

Nell Veltman ging na drie jaar HBS als correctrice werken bij het Leeuwarder Nieuwsblad en de Haagsche Courant. Op 19 juli 1935 trouwde ze in Wassenaar met Jan Cornelis Meiboom, die werkzaam was op het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1939 werd hij benoemd tot burgemeester van Diever. Dat bleef hij tot april 1975, slechts onderbroken in het laatste bezettingsjaar, toen hij ondergedoken was.
Zij vergezelde haar man in de onderduik (vanaf 14 april 1944) en begon zich op het schrijven toe te leggen. Ze schreef gedichten, onder meer over haar actuele situatie, die in 1945 verschenen in de bundel ‘Hunkering’.
Na haar debuut schreef Nell Veltman meisjesboekjes, zoals Heleen heeft vacantie [1948], Een mand vol letters [1951] en Een nazaat van Marijke Meu ? (1951).
Zie de bijgevoegde afbeelding van de drie vermelde boekjes. Deze boekjes zijn voor een habbekratsje of een paar eurootjes op de kop te tikken in onder meer tweedehandsboekwinkeltjes.
In de courant De Heerenveensche Koerier (Onafhankelijk dagblad voor Midden, Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel) schreef een recensent – zie de bijgevoegde afbeelding van de recensie – over het meisjesboekje Een nazaat van Marijke Meu ? als conclusie: Met litteratuur heeft dit boek weinig te maken.
Ook als (gelegenheids)toneelschrijfster kreeg ze bekendheid. Enkele titels van haar toneelstukken zijn: ‘Het uitbreidingsplan’ [1948], ‘Witte cyclamen’ (1948) en – in samenwerking met Jan Naarding – het openluchtspel ‘Zwedera van Ruinen’.
Voor het 25-jarig jubileum van de Vereniging Voor Veel Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.V.V.) in Deever schreef ze samen met stratenmaker en schrijver Abe Brouwer en politieagent en schrijver Roel de Lange de revue ‘Liever naar Diever’.
Ze was betrokken bij de oprichting van de Toneelvereniging Diever, waarvoor ze jarenlang actief bleef als regieassistente en souffleuse.
In 1975 reikte de gemiente Deever haar een oorkonde uit voor haar werk als ambassadrice van de openluchtspelen en voor het organiseren van folkloristische evenementen.
Vanaf de oprichting was ze bestuurslid van de Drentse Schrieverskring.
Ze leverde bijdragen aan de Drentse schrieversalmanak 1954 en de Drentse schrieversalmanak 1956.
Voorts schreef ze toneelrecensies.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het orgaan ‘Het Amateur Toneel’ – zie de bijgevoegde afbeelding van een citaat uit bladzijde 572 van het boek Geschiedenis van de Drentse literatuur, 1816-1956 – deed Nell Meiboom-Veltman (die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd) zich in 1953 – in de naoorlogse periode van armoede en hard werken – nogal laatdunkend uit over het culturele peil in de provincie Drenthe, lees de gemiente Deever.
Haar in het Deevers (met spelfouten) geschreven uitspraak ‘Ee’m kiek’n of ’t er ok gezellige dojen bi’j bint’ werd haar niet in dank afgenomen, maar gaf wel haar houding tegenover de inwoners van de gemiente Deever op juiste wijze weer. See haar de Deeversen agin neet in de reken.
Waren haar hoogcultureluurse meisjesboekjes wel te lenen in de eerste leesbevorderende (openbare) bibliotheek in de gemiente Deever ?
In het citaat staat NATU voor Nederlandse Amateur Toneel Unie.

Posted in Abe Brouwer, Alle Deeversen, Cultuur, Jan Cornelis Meiboom | Leave a comment

J. SL. en B.M. hept de ièste stien elegt op 16-5-53

De redactie van ut Deevers Archief heeft op 3 oktober 2012 des morgens om 10.14 uur toevallig in het voorbijgaan de hier afgebeelde eenvoudige gevelsteen an de Kruusstroate in Deever waargenomen en natuurlijk op de foto gezet:
J.SL. B.M. 16-9-53.
Blijkbaar heeft het echtpaar J.SL en B.M de ‘eerste steen’ van het op 3 oktober 2012 leegstaande pand op 16 september 1953 ‘gelegd’ in de vorm van een gevelsteen. Heeft hij of heeft zij hem ‘gelegd’ of hebben zij hem samen ‘gelegd’ ?
Het pand stond op 3 oktober 2012 nog te koop. De staat van het pand was toen niet al te best meer. Hopelijk hebben de kopers van dit pand de gevelsteen bij het opknappen van het pand niet verwijderd.
Hopelijk herkennen bezoekers van het Deevers Archief deze gevelsteen en kunnen en willen zij een en ander vertellen over het echtpaar J.SL en B.M.

Abracadabra-1277

Posted in Deever, Toevallige waarneming | Leave a comment

De jonge laandgeities van Klaas Kleine uut Deever

De redactie van ut Deevers Archief kwam bij het scannen van grote stapels Deeverse krantenknipsels bijgaand berichtje uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 8 februari 1980 tegen. Het is een berichtje over geitenfokker Klaas Kleine uut de Peperstroate in Deever. De redactie probeert zo veel als mogelijk is over deze markante en veel te vroeg overleden dorpsfiguur te publiceren. Wie van de trouwe bezoekers helpt de redactie een handje ?

Jonge landgeitjes in Diever
Diever. De bok Gerold, die op 12 september vorig jaar door burgemeester H.G. Overweg van Diever naar het op die dag geopende fokcentrum ‘de Veentjes’ geleid werd, heeft een actiever rol gespeeld bij de instandhouding van zijn ras.
Woensdagmorgen aanschouwden zijn eerste nakomelingen van dit jaar het levenslicht.
Op de foto burgemeester Overweg (rechts) en de heer Kleine, eigenaar van het fokcentrum met de lammetjes Christoffel en Cecile. Tussen hen in moeder Yfke.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent cursus Drents, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde of dat beroep aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) kocht op 14 oktober 1966 het huis op de hoek van de grote en kleine Peperstraat voor f. 6.000,- van Aaltje Haveman, de weduwe van Hendrik Koning, en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw.
Burgemeester Overweg is burgemeester Hermen Gerrit Overweg.
Gegevens over de landgeit zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.

Posted in Alle Deeversen, Deever, Dorpsfiguur, Klaas Kleine | Leave a comment

Haentie op mien stokkie mit Palmpoas’n in 1939

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand knipsel -nota bene een hele bladzijde- uit het tijdschrift Het Noorden in Woord en Beeld, Jaargang 15, Nummer 4, 7 april 1939, van de ‘Haentie op mien stokkie’ traditie met Palmpasen. In 1939 viel Palmzondag op 2 april. Dat deze tradtie in de dorpen van de gemiente Deever nooit verloren moge gaan.

Het bijschift bij de bovenste foto luidt als volgt
Op Palmzondagmorgen ontving de burgemeester van Diever de palmpaaschdragers op hartelijke wijze. Een 80-tal kinderen waren ditmaal van de partij ! Onze foto laat dit aardige, oude gebruik hier zien. De optocht met al de fraaie ‘haenties op ’n stokkie’ lokt heel wat belangstelling.

Het bijschrift bij de tweede foto luidt als volgt.
Links: Mevrouw Van Os, de echtgenoote van den burgemeester, zien we op deze foto geheel rechts.

Het bijschrift bij de derde foto luidt als volgt.
Hieronder: De Paascheieren worden uitgereikt. Een mooi moment

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het moge duidelijk zijn dat de eerste foto voor de Griffemeerde Skoele an de Heufdstroate is genomen en de twee andere foto’s bij het huis van de burgemeester an de Heufdstroate.
Zou mevrouw Saakje Lena van der Veen -getooid met cowgirlhoed- zelf de eiernetjes hebben gehaakt ?
Wie herkent personen op de derde foto ?

De redactie is op zoek naar oude foto’s van de ‘Haentie op mien stokkie’ traditie in de dorpen van de gemiente Deever. Wie zou een scan van deze foto’s ter beschikking willen stellen ?
De redactie is op zoek naar nazaten van het burgemeestersechtpaar Hendrik Gerard van Os en Saakje Lena van der Veen. Mogelijke kinderen van dochter Jacqueline van Os zouden nog kunnen leven.
Het is te betreuren dat heden ten dage mevrouw de echtgenote van de burgemeester de kinderen niet meer ontvangt of niet wenst te ontvangen. Of woont de burgemeester van de gemeente Westenveld buiten de gemiente Deever ? Of is de burgemeester van de gemeente Westenveld niet geïnteresseerd in Deeverse tradities ?

De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief, die ook een verstokte liefhebber van afbeeldingen op papier is, kan de hier afgebeelde zwart-wit foto van de haentie-op-mien-stokkie-optocht ook ten zeerste bewonderen op bladzijde 47 van het in 2008 verschenen papieren boekwerkje ‘Diever, zoals het was in de voormalige gemeente, 1930-1980’, dat is samengesteld door vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever. Maar ja, dan moet je wel in het bezit van dat papieren boekwerkje zijn of dat papieren boekwerkje bij iemand in kunnen zien.

Posted in Deever, Haentie op mien stokkie, Palmpoas’n, Traditie | Leave a comment

De ieser’n baarge van snikkevaeder Beijer

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 24 juli 1852 verscheen het volgende bericht over de nieuwe ijzeren barge van snikkevaeder Beijer.

Met verneemt, dat waarschijnlijk door den snikkevaarder Beijer de door hem bestelde ijzeren barge in het veer tusschen Assen en Meppel in de vaart zal gebragt worden, alsmede dat de snikkevaarders voorhands van hun voornemen, om ook een nacht-barge-dienst in werking te brengen, hebben afgezien, om de te bezwarende voorwaarden, welke, naar hunne meening, door het Provinciaal bestuur, in het belang van de werken der Hoofdvaart, voor de vergunning, om des nachts te varen, zijn gesteld.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Hoe krijgt de schrijver van dit artikeltje het voor elkaar een artikeltje van één lange zin te maken !
Dat het bestuur van de provincie Drente het varen in de nacht van de snikke tegen hield, dat is wellicht te verklaren vanwege de noodzaak  dan ’s nachts bruggen en sluizen te moeten bemannen.
Een barge was een bepaald type ijzeren trekschuit met een recht vallend voorsteven, een rond klipperachtig achtersteven. en een houten ruime kajuit over de gehele lengte, welke van enkele ramen was voorzien. De barge was in gebruik tussen ongeveer 1850 en 1920. De barge werd evenals de snikke getrokken door een paard.
De redactie heeft in het verleden wel gesproken met olde Deeversen en olde Deeverbroggers, die in hun jonge jaren nog snikkejaeger waren geweest.
Uiteraard deed snikkevaarder Beijer ook Dieverbrug aan.
In het boek An de Brogge, die de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever, zeg maar de heemkunduge vurening uut Deever ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan heeft uitgegeven, is ook enige aandacht besteed aan de snikkevaeder, de snikkejaeger, de snikke en de barge. Daarvoor driewerf hulde: hulde, hulde, hulde. 

Posted in An de Deeverbrogge, Boek An de Brogge, de Voat, Scheepvaart, Snikke | Leave a comment

In de grote saele van Blok an de Deeverbrogge

Op deze kleurenfoto uit het einde van de zestiger jaren van de vorige eeuw is het interieur van het restaurant van hotel-restaurant-café-pension Blok an de Deeverbrogge te zien, met name het duur en chique ogende linker deel van de ruimte. In die tijd stonden nog geen vaasjes met plastic bloemen op de tafels. Wel stond op elke tafel het bekende flesje van het nog steeds bestaande merk Maggi met veel zouthoudend soeparoma.
Zijn de stoelen van het merk Stako (stapelbare en koppelbare stoelen) en an de Deeverbrogge gemaakt in meubelfabriek De Toekomst ?
De ruimte was niet altijd ingericht, zoals hier is te zien, want soms, in elk geval enige keren aan het einde van de vijftiger en het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw, was deze ingericht als een soort van bioscoop, rijen stoelen achter elkaar, zonder tafeltjes daartussen. Voor de kinderen van de laegere skoele an de Tusschendarp in Deever werd dan op een woendagmiddag een kinderfilm gedraaid.
Het is de redactie van ut Deevers Archief niet bekend of daar ook kinderen van andere scholen uut de gemiente Deever bij aanwezig waren of dat deze op een andere middag naar de film gingen kijken. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan hier duidelijkheid over verschaffen ?
Het was in die tijd voor kinderen in elk geval wel een ware gebeurtenis naar een echte film te kunnen kijken.
In deze heden ten dage totaal anders uitziende ruimte vond in november 2014 de uitreiking plaats van het eerste exemplaar van het onvolprezen boek met de titel An de Brogge, dat de heemkundige vereniging uut Deever ter gelegenheid van haar twintigjarige bestaan uitgaf. Een afdruk van deze geschiedkundig zeer waardevolle kleurenfoto had zeker niet misstaan in het hiervoor genoemde boek. Jammer, weer een opgelegd kansje gemist.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Bedrief, Boek An de Brogge, Hotel Blok | Leave a comment

Hartelijk dank – Kees, Nell, Elsje en Wouter

In 1943 verstuurden het burgemeestersechtpaar Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd, die op een Solex reed en die North State sigaretten rookte) en Nelly Veldman (die zichzelf Nell noemde en die in de Deeverse volksmond altijd tante Nel werd genoemd) en hun kinderen Elsje (Elisabeth, die in de Deeverse volksmond altijd Elsebé werd genoemd) en Wouterus Albertus bijgaande Agfa-fotokaart van hun woning vanuit Deever naar den Heer en Mevrouw de Könnigh-Veldman, Groot Hoefijzerlaan 49 in Wessenaèr.
De fotokaart moet een in eigen beheer gemaakte kaart van de familie Meiboom-Veldman zijn geweest, die was niet bij een neringdoende in Deever te koop. Was Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) de maker van de foto voor deze kaart ? Was dit het 102-de exemplaar dat was verstuurd ?
In 1943 – in het derde jaar van de Tweede Wereldoorlog – was burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de Deeverse volksmond altijd ome Kees werd genoemd) nog volop in functie.
De familie Meiboom-Veldman noemde de gemeentelijke burgemeesterswoning ‘de Eschhorst’. In het Oud-Germaans wordt met een horst een ‘vogelnest’ bedoeld. Vanuit de woonkamer, de serre en enige slaapkamers van hun ‘vogelnestje’ an de Heufdstroate in Deever had de burgemeesterlijke familie in de Tweede Wereldoorlog nog een mooi uitzicht op de Westeresch. Aan de achterkant van het ‘vogelnestje’ kon de familie vanuit de ramen van de eerste verdieping en de zolderverdieping uitkijken over de Noorderesch, aannemende en zo te zien dat de bomen in het bosje achter de woning nog niet hoog waren.
Dus eigenlijk had de familie de woning beter de ‘de Eschenhorst’ kunnen noemen. Wellicht stond de woning op een soort van zandruggetje tussen de Westeresch en de Noorderesch, maar dan had de familie de woning ook ‘de Eschenhors’ kunnen noemen.
Blijkbaar waren de kinderen Hubert (Huup), Cornelis (die in de Deeverse volksmond altijd Cow werd genoemd) en Peer (die in de Deeverse volksmond altijd Peerke de Boskaeter werd genoemd) nog niet geboren in 1943.
De redactie van ut Deevers Archief heeft nog niet uitgeplozen wie de heer en mevrouw de Könnigh-Veldman zijn. De redactie heeft wel het vermoeden dat de genoemde mevrouw Veldman niet de tweelingzuster Elisabeth van Nelly Veldman is. Misschien een tante ?
De gemiente Deever heeft de gemeentelijke burgemeesterswoning kort na het intrekken van de familie Meiboom in de woning in 1939/1940 laten voorzien van een eerste verdieping. Ja, de familie Meiboom-Veldman kon vanwege het groeiende gezin wel wat leefruimte gebruiken.
Het bouwen van de eerste verdieping werd als volgt gedaan. Zolderverdieping naar boven krikken, eerste verdieping bouwen en de zolderverdieping naar beneden krikken. Tijdens de bouw stortte de zolderverdieping wel een keer zo’n beetje in. Een echt staaltje van Deeverse bouwkunde, bouwkunst, bouwgekunstel en bouwgestuntel.

Posted in Ansigtkoate, Burgemeisterwoning, Jan Cornelis Meiboom | Leave a comment

Gemeentelijk propagandabord net niet plat gereden

Komende vanuit Kalteren over de Ten Darperweg wordt bij het marktterrein ter hoogte van de bocht bij de Bosweg de aandacht van de weggebruiker sterk getrokken naar een tamelijk nutteloos en erg luxe, erg degelijk en erg protserig uitgevoerd elektronisch propagandabord van de gemeente Westenveld.
Dit propagandabord is waarschijnlijk door een nijvere medewerker van de voorkant van het gelijk vanuit het raadhuis aan de Gemeentehuislaan in Deever te programmeren met allerlei propagandistische teksten. Wat is eigenlijk het gemeentelijke verdienmodel voor dit dure propagandabord ?
Toen de redactie deze foto op 2 januari 2017 nam, was op het propagandabord de tekst ‘Diever, 15 januari nieuwjaarsconcert Drents symfonie orkest, Sint Pancratiuskerk, 15.00 uur’ te lezen.
Het is knap vervelend dat de nijvere propaganda-medewerker van de voorkant van het gelijk, al dan niet gehinderd door enige kennis van en respect voor religieuze zaken, het kerkgebouw, dat als eeuwen in gebruik is bij de hervormde geloofsgemeente, de naam van een katholieke heilige durft te geven.
Zo te zien is kort voor het tijdstip van deze opname een voertuig uit de bocht gevlogen, zijn daarbij enige paaltjes omver of kapot gereden, is het voertuig vlak langs het gemeentelijke propagandabord gereden, en is waarschijnlijk tot stilstand gekomen bij het omver gereden boompje. Hopelijk hebben de daarbij betrokken weggebruikers geen letsel opgelopen. Maar hoe zou het ongeval afgelopen zijn als het voertuig tegen de forse rechter staander van het gemeentelijke propagandabord was geknald ?
Zou tussen de plaats van het schreeuwerige en vooral in het donker sterk de aandacht trekkende gemeentelijke propagandabord en het uit de bocht vliegen van het voertuig een oorzakelijk verband zijn ?
Het is de hoofdbeleidsmedewerker voor verkeersdeskundige zaken van de gemeente Westenveld aan te bevelen zijn licht nog eens te laten schijnen over de plaats van dit soort lichtbakken bij de invalswegen naar de dorpen in de gemiente Deever, de plaats nog eens goed tegen het licht te houden, de plaats nog eens goed door te lichten.
Maar wie zit met de grenzeloze en uitdagende mogelijkheden van het internet eigenlijk nog te wachten op dit soort amateuristisch overkomende propagandagedoe ?

abracadabra-543

Posted in Bosweg, Gemeente Westenveld, Maarktturrein, Ten Darperweg, Verkeer en vervoer | Leave a comment

Un brocante kleefplaetie van ut woap’m van Deever

In de jaren vóór de samenvoeging van de gemiente Deever, de gemiente Dwingel, de gemiente Vledder en de gemiente Oavelt waren in verschillende winkels van neringdoenden in Deever kleefplaeties mit ut woap’m van de gemiente Deever te koop.
De redactie van ut Deevers Archief toont aan zijn zeer gewaardeerde trouwe bezoekers graag bijgaande afbeelding van zo’n kleefplaetie dat te koop was bij Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever. Veel jongens in Deever reden met zo’n kleefplaetie op hun fiets of hun brommer rond. Veel toeristen kochten zo’n kleefplaetie en plakten dat op de achterkant van hun automobiel.
Jij kunt als verzamelaar van brocante toeristische prullaria uut de gemiente Deever dit soort van souvenirs toch maar beter wel in jouw hopelijk steeds fraaier wordende verzameling hebben.

Posted in Deever, Gemiente Deever, Woap'm van Deever | Leave a comment

Un riegel betuttelpoalties van ut type Amsterdamned

De redactie van ut Deevers Archief heeft de bijgaande kleurenfoto gemaakt op vrijdag 28 november 2020 in de Kruusstroate in Deever, helaas midden in de tweede golf van de Corona-pandemie, Deever leek op die dag uitgestorven.
An de Kruustroate in Deever staat voor het bedrijfspand van twee horeca-ondernemers un hiele riegel betuttelpoalties van ut type Amsterdamned. Let daarbij op de drie andreaskruisen op het linker bruingeschilderde plaatstalen paaltje.
Deze rij Amsterdamnertjes is daar in 2019 of 2020 geplaatst ten tijde van de uitvoering van het peperdure herbestratingswerk Deever op Drift in ut olde Deever. Staat de rij paaltjes in openbare grond of staat de rij paaltjes in de grond van de twee horeca-ondernemers ? De redactie van ut Deevers Archief vermoedt dat de rij paaltjes in openbare grond staat en daar is neergezet om de grens van de verrommelende terrasruimte voor het bedrijfspand van de twee horeca-ondernemers vanwege de precariobelasting te markeren.
De Deeverse dorpsgemeenschap mocht in 2017 ten tijde van de voorbereiding van het peperdure herbestratingswerk Deever op Drift eventjes meeleuteren over de inrichting van de openbare ruimte. Een paar inwoners mochten, let op, nota bene, meedoen en hun stem laten horen. Het is meer dan waarschijnlijk dat de Deeverse dorpsgemeenschap zijn kans schoon heeft gezien en hier heeft beslist wat echt nodig is: poalties van ut type Amsterdamned en gien poalties mit die raere onneusele D.
Dat is dus een zekere factor. Want die keuze past geheel bij de veramsterdamisering en vercolacolarisering van het historische binnendorp van Deever. De Kruusstroate straalde vroeger rust en gezelligheid uit, ondanks het verkeer, het had de charme van een historische binnendorpse straat. Nu zetten de Hoge En Minder Dametjes en Heertjes Van Het Ontegenspreekbare Gelijk Van Het Sterk Vergroten Van De Inkomsten Uit De Toeristenbelasting Van De Gemeente Westenveld vol in op massaverblijfstoerisme en hordes dagjesmensen en veel openluchttheaterbezoekers. Daar horen veel en grote terrassen bij. Het is te voorspellen maar niet te verwachten dat na het verdwijnen van de enige en zeker 75-jaren oude Deeverse aardappel-, groente- en fruitwinkel an de Kruusstroate, daar een horeca-onderneming met terras zal worden gevestigd.
Maar weinig terraseuro’s te besteden hebbende inwoners van Deever en dagjesmensen kunnen helaas nu geen patatje of bereklauw meer halen bij de snackwagen van Gerrie Jissink, die is merkwaardigerwijs verdwenen. Merkwaardigerwijs staat op de plaats van die onmisbare snackwagen nu het gemeentelijke gemetselde veldkeigedrocht met de naam Burgemeester Van Os bank.

Posted in Corona-pandemie, Kruusstroate | Leave a comment

Nepkuunstbekie mit de naeme Kwoawadi op Kalter’n

Aan de erg kwetsbare westrand van ut dorp Deever is de uit de grond te stampen nieuwbouwwijk Kalterbroeken niet om aan te zien, wellicht erger dan de slechtste grootstedelijke uitbreidingswijk, wellicht een dorpenbouwbouwkundige ramp van de ergste orde.

Op afbeelding 1 zijn de Kalterbrook’n op een topografische kaart uit 1965 te zien. De Kwoa ontspringt in de Sloet’n. In 1965 is de Kwoa al lang geen nostalgetisch kronkelend en murmelend oerbeekje meer, maar was door de eeuwen heen verworden tot een aantal korte en wat langere rechte stukjes boerensloot, dus terecht dat de boeren deze afwatering niet meer de Kwoa noemden, maar gewoon de Kwoasloot. Tussen de Sloet’n en het einde van ut Aachterste Kalter’n zit ongeveer 3 meter hoogteverschil, dat verschil zorgde voor een snelle afstroming van het water in de boerensloot door de Kalterbrook’n. Om het afstromende water in de zomer te kunnen benutten voor het bevloeien van de hooilanden in de brook’n moesten de boeren het water in de boerensloot vasthouden door middel van stuwen.

Op afbeelding 2 zijn de Kalterbrook’n op een topografische kaart uit 1986 te zien. Op deze kaart is te zien dat de korte en wat langere stukjes boerensloot zijn verdwenen. De Kwoasloot tussen de Sloet’n en ut Aachterste Kalter’n bestond toen nog maar uit drie lange rechte stukken boerensloot. Boerensloteriger kan een boerensloot niet zijn.

Op afbeelding 3 zijn de Kalterbrook’n op een detail van een topografische kaart uit 2011 te zien. Op deze afbeelding is te zien dat het eerste rechte stuk boerensloot gezien vanaf de Ten Darperweg is verdwenen. In plaats daarvan hebben de Hoge En Minder Hoge Dametjes en Heertjes Van Het Grote Gelijk Van En Het Grote Geloof In De Onstuitbare Maakbaarheid Van De Openbare Ruimte Van De Gemeente Westenveld een nostalgetisch meanderend nepkuunstbekie in een nepoerdal zonder stromend water laten bedenken en laten uitvoeren. Ze noemen dit nepkuunstbekie eufemistisch een wadi, zeg maar een gewone droge rivierbedding. De redactie van ut Deevers Archief stelt nederig en met teneergeslagen ogen en met de pet in de hand voor om water uit de visvijver via een buisleiding naar de Sloet’n te pompen en het water vandaar lekker te laten stromen en murmelen door ut nepkuunstbekie in het nepoerdal en het water na het afstromen tot aan de helft van het aansluitende rechte stuk Kwoasloot via een buisleiding terug te pompen naar de visvijver. Nepbekeriger kan een nepbeek niet zijn.

De kern van het idee om de dorpenbouwkundige ramp in de Kalterbrook’n te verenigen met de ontwikkeling van duurzame nepcultuur in een duurzaam nepoerlandschap zit in het lucratieve verdienmodel van het Publieke Bedrijf Gemeente Westenveld. De kosten voor de aankoop van de grond, de aanleg van de speciaal ontwikkelde duurzame nepnatuur en het speciaal ontwikkelde duurzame nepoerlandschap ten faveure van de happy few geprivilegieerde bewoners van de Kalterbrook’n zitten verwerkt in de exorbitant hoge grondprijzen en zitten verwerkt in de onroerend zaak belasting van de bewoners van de gemeente Westenveld. De exorbitant hoge gemeentelijke grondprijzen in de Kalterbrook’n en de speciaal gecreëerde gunstige ligging ten opzichte van de duurzame nepnatuur en het duurzame nepoerlandschap zal de huizenprijzen in de Kalterbrook’n tot ver boven het landelijke gemiddelde opdrijven en dat is gunstig voor de taxatie van de waarde van de onroerende zaken in de Kalterbrook’n en dat is gunstig voor het vergroten van de inkomsten uit de onroerend zaak belasting van het Publieke Bedrijf Gemeente Westenveld. Met het soepeltjes verdiende geld is helaas soepeltjes Kalterbrook’n II met duurzame nepnatuur in een duurzaam nepoerlandschap te ontwikkelen en is ook het daarbij behorende noodzakelijke onderhoud te bekostigen. Nu hoeft dat laatste goed beschouwd niks te kosten, want het schijnt de bedoeling te zijn dat de duurzame nepnatuur in het duurzame nepoerlandschap in de Kalterbrook’n niet onderhouden gaat worden. Dus ook daar gaat het Publieke Bedrijf Gemeente Westenveld (the Public Policy Industry) veel geld aan overhouden. Het schijnt dat zelfs het maaien van het gras in particuliere gazons is verboden. Hoe duurzaam en hittestressbestendig en klimaatbestendig wil je het hebben ?

De nepnatuur in het nepoerlandschap is uiteraard ook ontwikkeld om te dienen als een soort van overgangsgebied naar het Drentian-Frysian National Park. In het overgangsgebied staat nota bene langs een soort van spannend aandoend houten golvend nepvlondertje in een nepmoerasgebied naar de visvijver een geel betuttelbordje van de Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten. Dus de gemeente Westenveld is niet de eigenaar van de grond met de nepnatuur en het nepoerlandschap en de visvijver, maar de Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten ? Dus is de grond met de nepnatuur en het nepoerlandschap een natuurmonument en onderdeel van het Drentian-Frysian National Park geworden ? Dat is snel, zo snel is in Nederland nepnatuur in een nepoerlandschap nog nooit gebombardeerd tot natuurmonument, daarmee is toch wel een Nederlands record gebroken. Of is de Vereniging Tot Behoud Van Natuurmonumenten in concurrentie met Staatsbosbeheer alsvast begonnen met het beetje bij beetje opkopen of cadeau krijgen van gronden ten zuiden van de Ten Darperweg in de richting van Kalter’n, ut Oll’ndeeverseveld, de Sproakeling’n en ut Wittelerveld naar het Oosterzand ten behoeve van een te realiseren uiterst urgent noodzakelijke ongeveer één kilometer brede zogenaamde ecologische hoofdverbindingszone tussen Berkenheuvel en het Oosterzand, zeg ruwweg zo’n 800 hectares ?

Op een satelietfoto (zie afbeelding 4) zijn in de Kalterbrook’n bijzonder goed de contouren van de meanderende loop van de verdwenen oeroude Kwoa in de landbouwgronden tussen de rechtgetrokken Kwoasloot en de weg naar het Aachterste Kalter’n door kleurverschillen te herkennen. Het is voorstelbaar en voorspelbaar dat op de plek van de meanderende loop van de verdwenen oeroude Kwoasloot ut nepkuunstbekie met het brede nepbeekdal zal worden doorgetrokken en dat tussen ut nepkuunstbekie en de visvijver nog meer nepnatuur in een nepoerlandschap zal worden ontwikkeld. Het is voorstelbaar en voorspelbaar dat de uitbreidingswijk Kalterbrook’n II ten zuiden van ut nepkuunstbekie zal komen te liggen. Het is voorstelbaar en voorspelbaar dat daarvoor de straatweg naar Kalteren vanaf de Westerdrift tot aan de tweede bocht zal moeten verdwijnen en dat de rechte straatweg door ut Aachterste Kalter’n in rechte lijn zal worden doorgetrokken naar de Westerdrift. Dus gelukkige eigenaren van grond in de aanstaande Kalterbrook’n II: Nog Even Geduld, Want Binnenkort Gaat De Kassa Vet Rinkelen.

Naar aanleiding van de oproep ‘wat is volgens jou het mooiste plekje in Westerveld ?’ is in het online-magazine InWesterveld een kleurenfoto van de Kwoasloot in de Kalterbrook’n van een zeer gewaardeerde inwoonster van Deever opgenomen. Wat betreft de huidige Kwoasloot concludeert zij : ‘Het is eigenlijk een doodnormale sloot, maar ik denk dat het door mijn verhalen bijzonder wordt.’ De redactie van ut Deevers Archief citeert uit het online-magazine InWesterveld van een geboren en getogen Deeverse, lid van het dagelijks hoofdbestuur van de heemkundige vereniging uut Deever en succesvol leidend topamateurstreekhistoricus de volgende reactie: ‘Maar… de Kwasloot was géén eenvoudige sloot. De sloot stond in verbinding met de Wapserveensche Aa en via de Steenwijker Aa in verbinding met de zee, die later de Zuiderzee werd genoemd. In de prehistorie voeren de schepen vanaf die zee naar Calthorne. Het huidige Kalteren was toentertijd een belangrijke binnenlandse zeehaven.’

De redactie van ut Deevers Archief mag het niet nalaten als volgt te reageren op de conclusies van het Kwaslotendiepgravende historische onderzoek van de succesvolle leidende topamateurstreekhistoricus van de heemkundige vereniging uut Deever.
De Kwoa was in de vroege middeleeuwen in het gebied waar later de hooilanden in de Kalterbrook’n kwamen te liggen een klein smal meanderend ondiep oerbeekje, waardoor het kwelwater vanuit de dichtbije Stroet’n werd afgevoerd, in natte tijden wat meer water dan in droge tijden. Het beetje water in het oerbeekje stroomde naar de Wapserveense Oa en het water uit de Wapserveense Oa stroomde naar de Stienwieker Oa en de Stienwieker Oa mondde uit in de Zuiderzee. Het waren open waterlopen, waarbij het water vanuit de hogere zandgronden snel afstroomde naar het lager gelegen Stienwiek. De Wapserveense Oa en de Kwoa waren in de vroege middeleeuwen volstrekt onbevaarbaar voor vrachtschepen van enige afmetingen, wellicht bij tijd en wijle wel enigszins bevaardbaar met een boomkano of een roeibootje. De bewoners van de vroegmiddeleeuwse boerderij met de naam Calthorne, die in de buurt van de Kwoasloot is opgegraven, zijn vast mede, misschien wel de eerste ontginners van de gronden voor de hooilanden in de Kalterbrook’n geweest. Zo kon naast de landbouw op de essen op een grootschaliger wijze veeteelt worden bedreven. De voor de bisschop van Utrecht bestemde opbrengsten van de landbouw en de veeteelt werden natuurlijk met boerenkarren vervoerd naar Stienwiek, zo is de oeroude Stienwiekerweg ontstaan. Stienwiek had vast en zeker wel een soort van binnenzeehaventje in de vroege middeleeuwen.

De redactie van ut Deevers Archief heeft de afgebeelde kleurenfoto’s gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Afbeelding 1- Op deze afbeelding zijn de Kalterbrook’n op een topografische kaart uit 1965 te zien. 

Afbeelding 2
Op deze afbeelding zijn de Kalterbrook’n op een topografische kaart uit 1986 te zien.

Afbeelding 3
Op deze afbeelding zijn de Kalterbrook’n op een topografische kaart uit 2011 te zien.

Afbeelding 4
Op deze satelietfoto zijn de contouren van de meanderende loop van de oude Kwoasloot in de landbouwgronden tussen de rechtgetrokken Kwasloot en de weg naar het Achterste Kalteren in de Kalterbroeken door kleurverschillen te herkennen. 

Afbeelding 5
In de Kwoasloot op ut Aachterste Kalter’n sol sunder stuwgies gien waeter stoan.

Afbeelding 6
In de Kwoasloot op ut Aachterste Kalter’n sol sunder stuwgies gien waeter stoan.

Afbeelding 7
De nepwadi met nepnatuur in een nepoerlandschap in wat vrogger de Kalterbrook’n waar’n .

Afbeelding 8
De toegang tot ut Drentian-Frysian National Park, speciaal voor de happy few bewoners van de Kalterbrook’n.
Afbeelding 9
See hept ok een stuwgie ebaut in de nepwadi in wat vrogger de Kalterbrook’n waar’n.

Posted in Kalter’n, Kalterbrook’n | Leave a comment

Ut nepbeeld op ut gras bee de dokter

De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaande foto tijdens een van zijn periodieke fotografeerrondes deur de gemiente Deever op donderdag 4 november 2017 gemaakt.
De apotheekhoudende huisartsenpraktijk Deever is gevestigd in een gebouw aan de Gemeentehuislaan in de buurt van het Raadhuis van de gemeente Westenveld op de Westeresch van Deever.
Op het grasveld voor het raam waarboven de twee woorden ‘medisch centrum’ zijn te lezen, staat een beeld van een zittende man. Het is de redactie niet duidelijk of het beeld een uitbeelding is van een zieke man of een gezonde man. Het ligt wel een beetje voor de hand te veronderstellen dat het een zieke man moet voorstellen, want gezonde mannen zullen niet zo gauw naar apotheekhoudende huisartsen gaan.
Deze nepversie van het beeld de Denker van Auguste Rodin moet tamelijk recent op het grasveld zijn gezet, want op de foto die is te vinden op de openingsbladzijde van de webstee van de apotheekhoudende huisartsenpraktijk Deever is het nepbeeld niet te zien.
De grote vragen zijn natuurlijk of het beeld van metaal of plastic is gemaakt, of het beeld is gemaakt in opdracht van de twee apotheekhoudende huisartsen of dat het beeld is gekocht bij een postorderbedrijf voor nepversies van echte beelden.
Het echte antwoord is natuurlijk dat het om kitsch gaat.
Wellicht kan één van de twee in de praktijk spreekuurhoudende en apotheekhoudende huisartsen op dit bericht reageren.

Posted in Beeld, Kitsch in de gemiente Deever | Leave a comment

Gedèènkplaete veur de bouwers van de noodbrogge

Bee de Deeverbrogge is op 2 augustus 2020 een gedenkteken voor de mannen, die een noodbrug in de nacht van 11 op 12 april 1945 bouwden, naast de door de Duitsers opgeblazen Deeverbrogge. Vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever hebben dit gedenkteken geplaatst. Onder meer de Olde Möppeler (Meppeler Courant) besteedde in het bericht Historische Vereniging Gemeente Diever plaatst informatiepanelen aandacht aan deze toch wel zeer te waarderen actie.
Op de in de tijd van de coronapandemie gemaakte foto bij het bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is duidelijk waar te nemen dat de heren vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever de coronaregel van anderhalve meter afstand houden tot elkaar zeer in acht nemen. Daarvoor hulde.
De redactie van ut Deevers Archief zag her en der in Nederland al wel steeds vaker objecten van weervast staal, zoals plantenbakken, tafelpoten, buitenhaarden, erfafscheidingen, tuinwanden, borderwanden, boomkorven, zandbakken en kunstobjecten. En nu blijkt de als lessenaar gebogen plaat, waarop het nieuwe informatiepaneel bee de Deeverbrogge is aangebracht, ook van weervast staal te zijn gemaakt. Weervast staal is een soort staal dat te herkennen is aan de bruine roestkleur. De zeer dichte roesthuid schermt het dieper liggende materiaal af van zuurstof, waardoor het roesten sterk wordt vertraagd. Weervast staal is een metaal dat bestaat uit koper, fosfor, silicium, nikkel, chroom en ijzer. Dit staal gaat bij blootstelling aan weersinvloeden vroeg of laat roesten. Die roestlaag zal de nu nog een beetje donkere plaat mettertijd een opvallend oranjebruine kleur geven.
De redactie van ut Deevers Archief weet nog niet van welk materiaal de nieuwe gedenkplaat op de lessenaar is gemaakt.

De tekst op de gedenkplaat bee de Deeverbrogge luidt als volgt.
In de nacht van 11 op 12 april 1945 werd door burgers van Dwingeloo en Diever hier een noodbrug gebouwd, ter vervanging van de opgeblazen Dieverbrug.
Dit gebeurde om de gevechtswagens van het Canadese leger de mogelijkheid te bieden de Drentsche Hoofdvaart over te steken om het getroffen Diever te bevrijden.
In de nacht van 7 op 8 april waren bij Diever Franse parachutisten geland met als doel de Duitse zaak achter het front te ontregelen en bruggen en kruispunten te bezetten om de opmars van de geallieerde legereenheden te bespoedigen. Op 10 april verschenen Duitse troepen in Diever, die wilden afrekenen met de para’s. Ze namen 11 willekeurige mensen in gijzeling en toen de aanval op de para’s volledig mislukte en waarbij de Duitsers verliezen leden, werden de 11 gegijzelden zonder pardon geëxecuteerd. Slechts één van hen wist te overleven door zich urenlang dood te houden.
Het gerucht ging dat de Duitsers weer terug zouden komen om hun werk af te maken. Een delegatie Dievernaren verzocht de Canadese commandant om naar Diever te trekken, maar deze zei dat dit onmogelijk was zonder een deugdelijke noodbrug. Het kon nog enige dagen duren voordat de genie arriveerde met materiaal om een brug te bouwen. Burgers van Dwingeloo en Diever besloten om de klus dan maar zelf te klaren en bouwden die nacht een noodbrug.
In de vroege ochtend van 12 april trokken de eerste gevechtswagens over deze noodbrug, waardoor het westen van Drenthe en grote delen van Friesland eerder konden worden bevrijd dan gepland.

Afbeelding 1 – De redactie heeft deze kleurenfoto gemaakt op 27 november 2020

Afbeelding 2 – De redactie heeft deze kleurenfoto gemaakt op 27 november 2020

Posted in An de Deeverbrogge, Canadees’n, Oorlogsmonement, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Un neeje gedèènkplaete op un wièrvaaste sokkel

Bij het oorlogsmonument De Zwerfkei op ut maarkterrein an de Bosweg is op 2 augustus 2020 een extra gedenkteken geplaatst. Vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever hebben dit uitgevoerd. Onder meer de krant het Dagblad van het Noorden besteedde in het bericht Historische Vereniging Gemeente Diever plaatst informatiepanelen aandacht aan deze toch wel zeer te waarderen actie  Hierbij rechtvaardigden de ergonomische en audiovisuele deskundigen van de heemkundige vereniging uut Deever hun handeling an de Bosweg met de de volgende twee redenen; a). Op het zwerfkei van het in 1992 onthulde oorlogsmonument an de Bosweg in Deever waren om redenen van geldgebrek twee te kleine tekstplaatjes aangebracht; b). Over de slechte leesbaarheid van de tekst op de twee plaatjes waren in de loop der jaren veel klachten binnengekomen. De redactie van ut Deevers Archief kan nog wel een derde reden bedenken, te weten de voorovergebogen houding, die je lang moet aannemen, om de te kleine tekst helemaal te kunnen lezen.
Op de in de tijd van de coronapandemie gemaakte foto bij het bericht in het Nieuwsblad van het Noorden is duidelijk waar te nemen dat de heren vrijwilligers van de heemkundige vurening uut Deever de coronaregel van anderhalve meter afstand houden tot elkaar zeer in acht nemen. Daarvoor hulde.
De redactie van ut Deevers Archief zag her en der in Nederland al wel steeds vaker objecten van weervast staal, zoals plantenbakken, tafelpoten, buitenhaarden, erfafscheidingen, tuinwanden, borderwanden, boomkorven, zandbakken en kunstobjecten. En nu blijkt de als lessenaar gebogen plaat, waarop het nieuwe informatiepaneel is aangebracht, ook van weervast staal te zijn gemaakt. Weervast staal is een soort staal dat te herkennen is aan de bruine roestkleur. De zeer dichte roesthuid schermt het dieper liggende materiaal af van zuurstof, waardoor het roesten sterk vertraagt. Weervast staal is een metaal dat bestaat uit koper, fosfor, silicium, nikkel, chroom en ijzer. Dit staal gaat bij blootstelling aan weersinvloeden vroeg of laat roesten. Die roestlaag zal de nu nog een beetje donkere plaat mettertijd een opvallend oranjebruine kleur geven.
De redactie van ut Deevers Archief weet nog niet van welk materiaal de nieuwe gedenkplaat op de lessenaar is gemaakt.
Wijlen Bertus Koning uit Delden, zoon van de op de Hezenesch doogeschoten Jan Koning, schreef destijds als reactie:
Op bladzijde 23 van het blad Opraekelen 95/1 van de Historische Vereniging Gemeente Diever is geschreven dat het lichaam van Jan Koning naar het Schultehuis is gebracht. Dat is onjuist. Ook is in een andere Opraekelen geschreven dat Harm Kloosterman mijn vader van de Hezenesch heeft opgehaald. Dat is onjuist. De juiste versie is als volgt.
Bertus Vos heeft mijn vader met paard en wagen opgehaald. Ik weet nog dat dit bij ons in huis is besproken. Bertus Vos woonde destijds in de boerderij naast de Openbare Lagere School aan de Hoofdstraat. We wisten dat het ophalen nog niet zonder gevaar was, maar het is wel gebeurd. Mijn vader is thuis gebracht en heeft in de voorkamer opgebaard gelegen. Van huis uit is hij door de buren naar de Hervormde Kerk gebracht. 

Afbeelding 1 – De redactie heeft deze kleurenfoto gemaakt op vrijdag 27 november 2020

Afbeelding 2 – De redactie heeft deze kleurenfoto gemaakt op vrijdag 27 november 2020
Afbeelding 3 – De redactie heeft deze kleurenfoto gemaakt op vrijdag 27 november 2020.

Posted in 10 april 1945, Bosweg, Oorlogsmonement, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De krimp’nde hervormde kaarkgemiente van Deever

De tekst op het witte plastic bordje, dat met roestvast stalen kruiskopschroeven is vastgemaakt aan de muur bij de ingang onder de gemeentelijke toren aan de brink van Deever, luidt als volgt.

De hervormde gemeente Diever en de hervormde gemeente Dwingelo zoeken samen naar een vorm van samenwerking. We kerken daarom de ene week in de Pancratiuskerk in Diever en de andere week in de Nicolaaskerk in Dwingeloo. De diensten beginnen om 10 uur. Voor nadere informatie, waar de dienst wordt gehouden, verwijzen wij u naar het mededelingenbord.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat het aantal leden van de hervormde kerkgemeente in de gemiente Deever al jaren aan het krimpen is. Dit is ook het geval met het aantal leden van de hervormde kerkgemeente in de gemiente Dwingel. Teneinde de kosten, zoals bijvoorbeeld de hoge loonkosten van de dominee, voor het onderhouden van een kerkgemeente op te kunnen hoesten, zijn de hervormde kerkgemeente Deever en de hervormde kerkgemeente Dwingel samen op zoek naar samenwerking (is samen op zoek naar samenwerking een pleonasme of een tautologie ?). Van een fusie is blijkbaar nog geen sprake ? Toch nog even apart samen ? Het is slechts een kwestie van afzienbare tijd en dan zullen de door blijven krimpende hervormde kerkgemeente Deever, de door blijven krimpende hervormde kerkgemeente Dwingel, de door blijven krimpende hervormde kerkgemeente Vledder en de door blijven krimpende hervormde kerkgemeente Oavelte samen naarstig moeten gaan zoeken naar samenwerking, anders gezegd zullen moeten gaan fuseren tot een hervormde kerkgemeente Westenveld in de burgerlijke krimpgemeente Westenveld. En waarom dan in vier dorpen nog een duur kerkgebouw aan de brink onderhouden ? Wellicht doet zich tegen die tijd wel de mogelijkheid voor een oude boerderij of een bedrijfspand an de centraler gelegen Deeverbrogge om te bouwen tot kerkgebouw ?
Overigens is de nadere informatie (is nadere informatie een pleonasme of een tautologie ?), niet alleen te vinden op het informatiebord bij de gemeentelijke toren an de brink van Deever, maar ook in de webstee www.kerkdienstgemist.nl.
Goed beschouwd kan het bruine bordje van de muur van de gemeentelijke toren worden geschroefd, want op het witte bordje staan de juiste gegevens over de diensten.
De redactie heeft de bijgaande kleurenfoto van de bordjes naast de ingang onder de gemeentelijke toren aan de brink van Deever gemaakt op vrijdag 27 november 2020. 

Posted in Kaarke an de brink, Krimpsignaal | Leave a comment

Jeudse mann’n uut Amsterdam in kaamp Deever A

In het kader van de systematische intimidatie, discriminatie, isolatie, deportatie en vernietiging van de Joden besloot de Duitse bezetter in december 1941 Amsterdamse joodse mannen naar de Drentse rijkswerkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen. Het eerste resultaat was dat 905 van de 1402 geplaatste mannen op zaterdag 10 januari 1942 vanaf het Centraal Station in Amsterdam per trein vertrokken naar Drente. Op een met potlood beschreven velletje papier, dat bewaard is gebleven in het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, is te lezen dat de mannen voor de rijkswerkkamp Diever A (zie afbeelding 2) en rijkswerkkamp Diever B om 9.45 uur vanaf het vijfde perron moesten vertrekken. Naar aanleiding van de ‘lage opkomst’ van 905 van de eerste groep van 1402 Amsterdamse joodse mannen, die aangewezen was voor tewerkstelling in de werkkampen van den Nederlandschen Rijksdienst voor de Werkverruiming op 10 januari 1942, voerde de Duitse bezetter direct de druk op.

Op 13 januari 1942 deed de Joodsche Raad voor Amsterdam in opdracht van de Duitse bezetter een oproep aan alle mannelijke Joden in Amsterdam die geen arbeid of vaste bezigheid hadden, tot het invullen van een formulier (zie afbeelding 1). Daarin kon men verklaren ‘geen arbeid, noch vaste bezigheid’ te hebben. Uiteraard was het de bedoeling van de Duitse bezetter meer Amsterdamse joodse mannen via rijkswerkkampen in onder meer Drente en vervolgens via concentratiekamp Westerbork te deporteren naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen.

Op 14 april 1942 schreef de Joodsche Raad voor Amsterdam in opdracht van de Duitse bezetter een nota (bron: collectie 182, Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies) over de werkverruiming met de navolgende tekst.
Een belangrijk percentage van hen, die voor keuring en tewerkstelling ten behoeve van de werkverruiming wordt opgeroepen, laat niets van zich horen. Hun wegblijven leidt ertoe, dat anderen worden opgeroepen. De Nederlandsche autoriteiten kunnen en mogen te dezen geen maatregelen nemen. De Duitsche autoriteiten mogen dat wel; zij hebben dan ook den Voorzitters (van de Joodsche Raad voor Amsterdam, redactie) medegedeeld, dat zij er ernstig over dachten, hen, die zonder gegronde redenen niet opkomen, te straffen. Teneinde zoveel als mogelijk is moeilijkheden te voorkomen, is daarom de volgende circulaire verzonden, aan welke is voorafgegaan een herhaalde oproep van het Gewestelijk Arbeidsbureau:
De autoriteiten hebben gelast, dat Joden, ongeacht het feit of zij werk hebben dan wel werkloos zijn, bij de Werkverruiming moeten worden geplaatst en wel in de Nederlandse kampen van den Nederlandschen Rijksdienst voor de Werkverruiming. Ook Gij zijt voor keuring ten behoeve van dezen arbeid opgeroepen, doch hebt aan dezen oproep geen gevolg gegeven. Wellicht leeft Gij in de veronderstelling, dat Ge niet naar de keuring behoeft te gaan, omdat Ge werk hebt. Daarom wijzen wij er U nadrukkelijk op, dat het thans niet meer gaat om keuring van werkloozen, doch om keuring en tewerkstelling van allen, ongeacht of zij al dan niet werkloos zijn. In uw eigen welbegrepen belang raden wij u dringend aan, aan den oproep, welke
het Gewestelijk Arbeidsbureau U heeft gezonden, gehoor te geven. Bij niet voldoen hieraan wacht U, naar wij weten, ernstige straf. Wij hebben verkregen, dat deze straf nog vermeden kan worden, indien Gij alsnog aan de oproeping gevolg geeft, en wel onmiddelijk.

De oproep van de Duitse bezetter van 13 januari 1942 enkel aan mannelijke Joden in Amsterdam, die geen arbeid of vaste bezigheid hadden, tot het invullen van een formulier (zie afbeelding 1) was een brutale repressieoproep, want van de personen op de lijst met namen van Amsterdamse joodse mannen, die op 10 januari 1942 naar rijkswerkkamp Diever A hadden moeten vertrekken, hadden de meesten wel degelijk eerbare arbeid: chauffeur, winkelbediende, koopman, musicus, reclameschilder, diamantbewerker, postsorteerder, boekbinder, gids, reiziger, kleermaker, marktkoopman, huidenzouter, sigarenmaker, agent, kleermaker, verplegende, huidenkoopman, glasbewerker, fotograaf, toneelspeler, slager, huisschilder, loopknecht, behanger, kantinehouder, boekhouder, venter, magazijnbediende, havenarbeider, diamantslijper, toneelspeler, darmenbewerker, schijvenschuurder, heilgymnast.

In het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies is document 363A bewaard gebleven in doos 235 in archief 216. In dit document deelt de directeur Sociale Zaken (van … ?) mede de namen van 90 Amsterdamse joodse mannen, die met ingang van 10 januari 1942 waren geplaatst in het werkverruimingkamp Diever A aan de Waterseweg in de Olde Willem. Welke van deze 90 mannen daadwerkelijk niet op sabbad 10 januari 1942 naar rijkswerkkamp Diever A vertrokken, dat is niet bekend, maar zal aanzienlijk zijn geweest. Welke van de 90 mannen die niet op 10 januari 1942 naar rijkswerkkamp Diever A waren vertrokken, maar op een latere datum naar rijkswerkkamp Diever A vertrokken, dat is ook niet bekend.
De redactie van ut Deevers Archief neemt aan dat de in die lijst genoemde Saul Monnikendam niet in rijkswerkkamp Diever of rijkswerkkamp Diever B is geweest. De redactie neemt aan dat de in de lijst genoemde Jacob Knegje ook niet in rijkswerkkamp A of rijkswerkkamp B is geweest, hij overleed op 13 juli 1942 in Amsterdam.
De redactie heeft de namen van de mannen op deze lijst opgezocht in de webstee van het Joods Monument en de gegevens van deze mannen (sommigen met foto) in de volgende lijst weergegeven.

De Duitse bezetter en zijn Nederlandse handlangers ontruimden de rijkswerkkampen Diever A en Diever B in de nacht van vrijdag 2 oktober 1942. De toen nog aanwezige joodse mannen uit diverse delen van Nederland moesten in de nacht van vrijdag 2 op 3 oktober 1942 (op de joodse Grote Verzoendag) vanuit de Olde Willem zo’n vijfentwintig kilometer lopen naar concentratiekamp Westerbork.

Het merendeel van de mannen in de navolgende lijst van Amsterdamse Joden zullen in rijkswerkkamp Diever A zijn geweest en stierven vóór vrijdag 2 oktober 1942 in Auschwitz of Sobibor: Mozes Aandagt, Alexander Aldewereld, Levie Appelboom, Bernard Aussen, Mozes Bacharach, Izaäc Blitz, Juda Canes, Abraham Cohen, Andries Couvern, Jacob van Esso, Abraham Groothuis, Benjamin van Hes, Elias Korthoef, Benjamin de Levie, Aäron van Rooijen, David Salomon, Barend Waas, Isaäc Walvisch, Siegried Wolder, Joseph Zwaab.
Daarmee mag het duidelijk zijn dat de Duitse bezetter het rijkswerkkamp Diever A (en het naastliggende rijkswerkkamp Diever B) gebruikt heeft als doorstroomkamp (durchgangslager) van concentratiekamp Westerbork.
Slechts enige in de lijst genoemde mannen overleden na het einde van Tweede Wereldoorlog: Samuel Bierman (1951), Israel Cohen (1970), Isaac Gobets (1993).

Lijst van Amsterdamse Joden die op 10 januari 1942 moesten vertrekken naar werkkamp Diever A
Mozes Aandagt, woonachtig in de Sint Antoniesbreestraat 67 II in Amsterdam, geboren op 15 juni 1883 in Amsterdam, overleden op 7 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 59 jaar, beroep: niet bekend
Naftalie Achttienribben, woonachtig in de Oleanderstraat 21 huis in Amsterdam, geboren op 30 juli 1897 in Amsterdam, overleden op 28 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 45 jaar, beroep: chauffeur.
Alexander Aldewereld, woonachtig in de Van Woustraat 101 II in Amsterdam, geboren op 16 augustus 1901 in Amsterdam, overleden op 30 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 41 jaar, beroep: winkelbediende.
Levie (Louis) Appelboom, woonachtig in de Nieuwe Achtergracht 113 III, geboren op 22 februari 1878 in Amsterdam, overleden op 21 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 64 jaar, beroep: koopman.
Willem David Augurkiesman, woonachtig in de Sarpathiestraat 96 I in Amsterdam, geboren op Sobibor, bereikte de leeftijd van 49 jaar, beroep: musicus.
Bernard Aussen, woonachtig in de Hofmeyrstraat 5 I in Amsterdam, geboren op 14 januari 1881 in Amsterdam, overleden op 10 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 60 jaar, beroep: reclameschilder.
Mozes Bacharach, woonachtig in de Blasiusstraat 116 I in Amsterdam, geboren op 2 december 1879 in Amsterdam, overleden op 10 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: diamantbewerker.
Barend Beek, woonachtig in de Boterdiepstraat 19 II in Amsterdam, geboren op 2 mei 1892 in Amsterdam, overleden op 11 december 1944 in Extern Kommand Burggraben, bereikte de leeftijd van 52 jaar, beroep: diamantbewerker.
J. Baan, woonachtig in de Ruijschstraat 91, geboren op 1 juli 1912 in Amsterdam.
Van deze persoon is niet vastgesteld of hij de oorlog heeft overleefd.
Samuel Bierman, woonachtig in de Latherusstraat 78 in Amsterdam, geboren op 2 februari 1881 in Amsterdam, overleden op 20 november 1951 in Amsterdam, bereikte de leeftijd van 70 jaar, beroep: loswerkman.
Isaäc Blitz, woonactig in de Spitskopstraat 12 huis in Amsterdam, geboren op 18 april 1887 in Amsterdam, overleden op 10 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 55 jaar, beroep: postsorteerder.
Nathan Bonewit, woonachtig in de Louis Bothastraat 17 huis in Amsterdam, geboren op 13 december 1900 in Amsterdam, overleden op 9 april 1943 in Sobibor, beroep: niet bekend.
Jacob Bueno de Mesquita, woonachtig in de Van Zesenstraat 7 huis in Amsterdam, geboren op 4 april 1886 in Amsterdam, overleden op 21 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 57 jaar, beroep: boekbinder.
Hijman Buijs, woonachtig in de Schalk Burgerstraat 12 huis in Amsterdam, geboren op 4 april 1883 in Amsterdam, overleden op 5 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 59 jaar, beroep: diamantbewerker.
Juda Canes, woonachtig in de Uiterwaardenstraat 75 II in Amsterdam, geboren op 17 januari 1880 in Amsterdam, overleden op 14 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: niet bekend.
David Cavalje, woonachtig in de Van Ostadestraat 328 II in Amsterdam, geboren op 15 december 1894, overleden op 7 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 48 jaar, beroep: niet bekend.
Abraham Cohen, woonachtig in Amstel 128 I, geboren op 24 april 1881, overleden op 17 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 61 jaar, beroep: gids.
Israel Cohen, woonachtig in Govert Flinckstraat 84 IV in Amsterdam, geboren op 10 augustus 1907 in Amsterdam, overleden op 19 juli 1970 in Amsterdam, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: niet bekend.
Andries Couvern, woonachtig in de Nieuwe Prinsengracht 48 huis in Amsterdam, geboren op 7 maart 1887 in Amsterdam, overleden op 14 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 55 jaar, beroep: reiziger.
Emanuel Degen, woonachtig in de Danie Theronstraat 36 in Amsterdam, geboren op 15 maart 1913 in Amsterdam, overleden op 31 maart 1944 in Midden-Europa, bereikte de leeftijd van 31 jaar, beroep: kleermaker.
Samuël Degen, woonachtig in de President Brandstraat 28 III in Amsterdam, geboren op 9 juli 1880 in Amsterdam, overleden op 5 oktober 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: reiziger.
Levie Abraham Drukker, woonachtig in Nieuwe Kerkstraat 31 II in Amsterdam, geboren op 10 maart 1883 in Zaandam, overleden op 30 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 60 jaar, beroep: marktkoopman.
Jacob van Esso, woonachtig in de Minervalaan 19 huis in Amsterdam, geboren op 15 juli 1881 in Meppel (Drente), overleden op 28 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 61 jaar, beroep: huidenzouter.
Abraham Fraenkel, woonachtig in de Zwanenburgwal 112 III in Amsterdam, geboren op 2 juli 1880 in Amsterdam, overleden op 26 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: sigarenmaker.
Levie Fraenkel, woonachtig in de Reitzstraat 31 I in Amsterdam, geboren op 30 juni 1879 in Leeuwarden (Friesland), overleden op 12 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: koopman.
Marcus Eliazer Friezer, woonachtig in de Volkerakstraat 50 I in Amsterdam, geboren op 13 oktober 1904 in Amsterdam, overleden op 2 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 38 jaar, beroep: agent.
Salomon Gobes, woonachtig in de Plantage Badlaan 3 II in Amsterdam, geboren op 29 augustus 1893 in Amsterdam, overleden op 4 juni 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 49 jaar, beroep: marktkoopman.
Isaac Gobets, woonachtig in Nieuwe Prinsengracht 102 in Amsterdam, geboren op 14 mei 1907 in Amsterdam, overleden op 14 augustus 1993 in Amsterdam, bereikte de leeftijd van 86 jaar, beroep: niet bekend.
Jacob Gobets, woonachtig in de Veeteeltstraat 104 huis in Amsterdam, geboren op 8 maart 1896 in Amsterdam, overleden op 9 juli 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 47 jaar, beroep: coupeur en tailleur.
Samuel Mendel Goldstein, woonachtig in de Nieuwe Kerkstraat 14 I in Amsterdam, geboren op 27 oktober 1889 in Chrzanów (Polen), overleden op 11ereikte de leeftijd van 53 jaar, beroep: verplegende.
Abraham Groothuis, woonachtig in de Nieuwe Herengracht 51 I in Amsterdam, geboren op 16 juli 1881 in Amsterdam, overleden op 28 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 61 jaar, beroep: niet bekend.
David Halmans, woonachtig in de Govert Flinckstraat 227 II in Amsterdam, geboren op 17 september 1877 in Amsterdam, overleden op 21 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 65 jaar, beroep: niet bekend.
Willem Harpman, woonachtig in de Ruijschstraat 47 I in Amsterdam, geboren op 19 juli 1905 in Amsterdam, overleden op 31 maart 1944 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 38 jaar, beroep: niet bekend.
Maurits Hartog, woonachtig in de Van Woustraat 118 III in Amsterdam, geboren op 1 februari 1897 in Eindhoven, overleden op 26 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 46 jaar, beroep: huidenkoopman.
Abraham Benjamin de Hes, woonachtig in Lepelstraat 73 I in Amsterdam, geboren op 4 februari 1882 in Hoogeveen (Drente). Van deze persoon is niet vastgesteld of hij de oorlog heeft overleefd.
Benjamin van Hes, woonachtig in de Weesperstraat 30 I in Amsterdam, geboren op 19 juni 1899 in Amsterdam, overleden op 30 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 43 jaar, beroep: koopman.
Marcus Hoed, woonachtig in de Borssenburgstraat 31 I in Amsterdam, geboren op 9 juli 1894 in Amsterdam, overleden op 16 juli 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 49 jaar, beroep: glasbewerker.
Eliazer Jacobs, woonachtig in de 2e Boerhaavestraat 19 I in Amsterdam, geboren op 3 maart 1888 in Amsterdam, overleden op 5 oktober 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 54 jaar, beroep: fotograaf.
Jacob Jacobs, woonachtig in de Albert Cuijpstraat 134 III in Amsterdam, geboren op 9 februari 1879 in Amsterdam, overleden op 5 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: niet bekend.
Philip Elias Jacobs, woonachtig in de Waverstraat 101 III in Amsterdam, geboren op 2 9 februari 1884 in Zutphen, overleden op 28 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 59 jaar, beroep: reiziger.
Georg Jacobsohn, woonachtig in de Zandstraat 13 huis in Amsterdam, geboren op 23 februari 1880 in Berlijn, overleden op 26 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: toneelspeler.
Samuel Kats, woonachtig in de Tilanusstraat 68 II in Amsterdam, geboren op 18 mei 1880 in Rheden (Gelderland), overleden op 2 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: slager.
Jacob Knegje, woonachtig in de Tugelaweg 115 huis in Amsterdam, geboren op 23 mei 1889 in Amsterdam, overleden op 13 juli 1942 in Amsterdam, bereikte de leeftijd van 53 jaar, beroep: niet bekend.
Elias Korthoef, woonachtig in de Blasiusstraat 127 I in Amsterdam, geboren op 13 december 1900 in Amsterdam, overleden op 30 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 41 jaar, beroep: koopman.
A. de Leeuw, woonachtig in de ’s Gravenzandestraat 18 in Amsterdam, geboren op 6 augustus 1894.
Van deze persoon is niet vastgesteld of hij de oorlog heeft overleefd.
S. Lelie, woonachtig in de Tweede Jan van der Heijdenstraat 22 II in Amsterdam, geboren op 2 september 1880.
Van deze persoon is niet vastgesteld of hij de oorlog heeft overleefd.
Benjamin de Levie, woonachtig in de Rapenburg 98 huis in Amsterdam, geboren op 20 augustus 1888 in Groningen, overleden op 24 september 1942 in Monowitz, bereikte de leeftijd van 54 jaar, beroep: huisschilder.
Marcus Lisser, woonachtig in de Schalk Burgerstraat 24 huis in Amsterdam, geboren op 23 april 1884 in Amsterdam, overleden op 23 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 59 jaar, beroep: sigarenmaker.
Jacob Haïm de Mesquita, woonachtig in de Zandstraat 13 I in Amsterdam, geboren op 24 januari 1877 in Amsterdam, overleden op 26 januari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 66 jaar, beroep: koopman.
Emanuel Mok, woonachtig in de Valkenburgerstraat 206 II in Amsterdam, geboren op 16 juli 1882 in Amsterdam, overleden op 2 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 60 jaar, beroep: koopman.
Saul Monnikendam, woonachtig in de Gaaspstraat 56 I in Amsterdam, geboren op 18 mei 1901 in Amsterdam, overleden op 2 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 41 jaar, beroep: heilgymnast.
Joseph Naarden, woonachtig in de Nieuwe Kerkstraat 61 I in Amsterdam, geboren op 25 september 1883 in Amsterdam, overleden op 16 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 59 jaar, beroep: niet bekend.
Joseph Neuman, woonachtig in de Vechtstraat 14 II in Amsterdam, geboren op 4 september 1880 in Roermond (Limburg), overleden op 21 januari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: niet bekend.
Aron Nunes Vaz, woonachtig in de Nieuwe Kerkstraat 19 III in Amsterdam, geboren op Sobibor, bereikte de leeftijd van 26 jaar, beroep: huisschilder.
Lion Pesaro, woonachtig in de Louis Bothastraat 29 I in Amsterdam, geboren op 18 juni 1879 in Amsterdam, overleden op 7 december 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: loopknecht.
David Polak, woonachtig in de Rapenburgerstraat 58 I in Amsterdam, geboren op 30 augustus 1898 in Amsterdam, overleden op 28 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 44 jaar, beroep: koopman.
Levie Polak, woonachtig in de Lange Houtstraat 17 II in Amsterdam, geboren op 11 oktober 1880 in Amsterdam, overleden op 3 december 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: koopman.
Meijer van Praag, woonachtig in de Tweede Boerhaavestraat 3 II in Amsterdam, geboren op 9 februari 1882 in Amsterdam, overleden op 26 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 61 jaar, beroep: niet bekend.
Emanuel Querido, woonachtig in de Van Woustraat 189 III in Amsterdam, geboren op 24 mei 1894 in Amsterdam, overleden op 11 juni 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 49 jaar, beroep: diamantbewerker.
Jozeph Reens, woonachtig in de Nieuwe Kerkstraat 115 III in Amsterdam, geboren op 15 januari 1909 in Amsterdam, overleden op 28 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 34 jaar, beroep: behanger.
Joël de Roos, woonachtig in de Camperstraat 16 III in Amsterdam, geboren op 25 december 1879 in Amsterdam, overleden op 5 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: niet bekend.
Juda Roos, woonachtig in de Tilanusstraat 83 II in Amsterdam, geboren op 20 maart 1893 in Amsterdam, overleden op 11 december 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 49 jaar, beroep: kantinehouder.
Aäron van Rooijen, woonachtig in de Kraaijpanstraat 44 huis in Amsterdam, geboren op 28 februari 1885 in Amsterdam, overleden op 30 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 57 jaar, beroep: koopman.
Aäron Salomons, woonachtig in de Zuider Amstelstraat 10 I in Amsterdam, geboren op 30 september 1882 in Amsterdam, overleden op 27 november 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 60 jaar, beroep: koopman.
David Salomon, woonachtig in de Borssenburgstraat 24 II in Amsterdam, geboren op 23 juli 1905 in Rogasen (Polen), overleden op 30 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 37 jaar, beroep: boekhouder.
Joseph Sacksioni, woonachtig in de Tugelaweg 82 in Amsterdam, geboren op 25 september 1882 in Amsterdam, overleden op 13 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 60 jaar, beroep: niet bekend.
David Santen, woonachtig in de Spitskopstraat 4 II in Amsterdam, geboren op 7 mei 1878 in Amstedam, overleden op 26 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 64 jaar, beroep: koopman.
Mozes Schuijer, woonachtig in de Nieuwe Uilenburgerstraat 117 III in Amsterdam, geboren op 21 april 1883 in Den Haag, overleden op 19 november 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 59 jaar, beroep: huisschilder.
Levie Sluijter, woonachtig in de Plantage Doklaan 32 huis in Amsterdam, geboren op 17 juli 1879 in Amsterdam, overleden op 21 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: koopman.
Sander Speelman, woonachtig in de Zwanenburgwal 48 I in Amsterdam, geboren op 11 oktober 1876 in Rotterdam, overleden op 4 juni 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 66 jaar, beroep: reiziger.
Salomon Speelman, woonachtig op het Waterlooplein 84 II, geboren op 24 december 1881 in Amsterdam, overleden op 19 november 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 60 jaar, beroep: koopman.
Elkan van Sijs, woonachtig in de Vaalrivierstraat 20 huis in Amsterdam, geboren op 17 december 1896 in Amsterdam, overleden op 4 juni 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 46 jaar, beroep: venter.
Mozes Tailleur, woonachtig in de Borssenburgstraat 18 IV in Amsterdam, geboren op 5 september 1879 in Amsterdam, overleden op 13 november 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 63 jaar, beroep: magazijnbediende.
Jozes Tertaas, woonachtig in de Foeliestraat 40 II in Amsterdam, geboren op 27 februari 1880 in Amsterdam, overleden op 27 november 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: havenarbeider.
Aäron Troeder, woonachtig op het Afrikanerplein 32 II in Amsterdam, geboren op 13 oktober 1896 in Amsterdam, overleden op 28 februari 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 46 jaar, beroep: diamantslijper.
Bernard Troostwijk, woonachtig in de Iepenweg 26 I in Amsterdam, geboren op 6 april 1878 in Amsterdam, overleden op 27 november 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 64 jaar, beroep: koopman.
Mozes Veffer, woonachtig in de Tugelaweg 50 I in Amsterdam, geboren op 4 mei 1894 in Amstersam,. overleden op 4 juni 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 49 jaar, beroep: diamantwerker.
David Vierra, woonachtig in de Lepelstraat 61 I in Amsterdam, geboren op 17 juni 1885 in Amsterdam, overleden op 4 juni 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 57 jaar, beroep: venter.
… Vierra, woonachtig in Amsterdam, zijn gegevens moeten nog worden uitgezocht.
Van deze persoon is niet vastgesteld of hij de oorlog heeft overleefd.
Cosman Vos, woonachtig in het Sarpathipark 36 II in Amsterdam, geboren op 17 november 1891 in Amsterdam, overleden op 9 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 51 jaar, beroep: toneelspeler.
Barend Waas, woonachtig in de Zwanenburgerstraat 21 I in Amsterdam, geboren op 21 augustus 1900, overleden op 29 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 42 jaar, beroep: sigarenmaker.
Gabriël Walvis, woonachtig in de Weesperstraat 18 I in Amsterdam, geboren op 2 augustus 1877 in Amsterdam, overleden op 26 maart 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 65 jaar, beroep: niet bekend.
Isaäc Walvisch, woonachtig in de Amstellaan 27 II in Amsterdam, geboren op 21 september 1888 in Amsterdam, overleden op 14 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 53 jaar, beroep: koopman.
… de Vries, woonachtig in de Lutmastraat 11 II in Amsterdam, geboren op 3 januari 1877, gegevens ontbreken.
Van deze persoon is niet vastgesteld of hij de oorlog heeft overleefd.
Abraham Winnik, woonachtig in de Vaalrivierstraat 18 huis in Amsterdam, geboren op 4 november 1884 in Amsterdam, overleden op 2 april 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd van 58 jaar, beroep: darmenbewerker.
Joseph Winnik, woonachtig in de Sparrenweg 1 III in Amsterdam, geboren op 30 maart 1907 in Amsterdam, overleden op 30 april 1943 in Midden-Europa, bereikte de leeftijd van 36 jaar, beroep: venter.
Siegried Wolder, woonachtig in de Tweede Jan Steenstraat 73 I in Amsterdam, geboren op 24 november 1918 in Amsterdam, overleden op 30 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 23 jaar, beroep: niet bekend.
Jacob Zak, woonachtig in de Krugerstraat 17 II in Amsterdam, geboren op 5 juni 1877 in Amsterdam, overleden op 17 september 1943 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 66 jaar, beroep: schijvenschuurder.
Izak Zilverberg, woonachtig in de Retiefstraat 15 II in Amsterdam, geboren op 9 augustus 1885 in Coevorden, overleden op 28 mei 1943 in Sobibor, bereikte de leeftijd vn 57 jaar, beroep: huisschilder.
Joseph Zwaab, woonachtig op de Nieuwe Keizersgracht 56 II in Amsterdam, geboren op 18 november 1879 in Amsterdam, overleden op 24 september 1942 in Auschwitz, bereikte de leeftijd van 62 jaar, beroep: diamantbewerker.

Afbeelding 1
Mannelijke Joden in Amsterdam zonder arbeid of vaste bezigheid moesten een formulier invullen, dat leidde tot tewerkstelling in rijkswerkkampen in onder meer Drente. Dit formulier is aanwezig in het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam.

Afbeelding 2
Ingang van rijkswerkkamp Diever A op een door Roelof (Roef) van Goor uut Deever in 1935 uitgegeven ansichtkaart

Afbeelding 3
Gedenkteken bij de rijkswerkkampen Diever A en Diever in de Olde Willem

Posted in Ansigtkoate, Oorlogsmonement, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Gemiente geet proat’n mit de kebiet skeeters

In de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) van 26 november 2012 verscheen het navolgende bericht over het traditionele carbid schieten (kebiet skeet’n) in Deever.

Gemeente gaat om tafel met carbidschutters
Diever – Over een aantal weken is het oudejaarsavond en wordt er traditiegetrouw flink met carbid geschoten in de gemeente Westenveld. Om ervoor te zorgen dat het carbidschieten veilig gebeurt, wil de gemeente om de tafel met carbidschieters. Burgemeester Jager wil graag meewerken aan het in stand houden van de traditie en daarom worden er twee bijeenkomsten gehouden over de spelregels voor carbidschieters. De overleggen vinden plaats op 6 en 13 december om 20.00 uur in het gemeentehuis. Aan bod komen onder meer de huidige en de toekomstige schietlocaties.

Aantekeningen van het redactie van ut Deevers Archief
De ‘spelregels’ voor het ‘kebiet skeet’n’ zullen wel bedacht zijn door die nijvere niet uut Deever komende en niets van tradities begrijpende regelzuchtige ambtenaren van het Team Veiligheid van de gemeente Westenveld. Wie wil nou regels bedenken voor het spel ‘kebiet skeet’n’ ? Het is geen spel, het is een traditie !
Traditie is een melkbusse an un iekeboom bien’n op ut pièrdemaarktterrein bee de kaarkhof. Ut lid an un laank stuk touw knupp’m en dan in ut pikkedonker bolder’n tot daij ur doof van wödt of tot dat de plisie komp. Dat möt now en doalijk en veur altied de stee veur ’t kebiet skeet’n weed’n.
Het plaatselijke niet uit Deever komende correspondentje van de Olde Möppeler (Meppeler Courant) vergiste zich een beetje bij het bedenken van de titel voor zijn berichtje: carbidschutters = carbidschieters. Het zij hem voor deze ene keer vergeven.

 

Posted in Gemeente Westenveld, Kebied skeet’n, Traditie | Leave a comment

Ansichtkaart van een oude boerderij in Oldendeever

De hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaart van de boerderij van ….. Hessels in Oldendeever is uitgegeven door Jan Brugging (de Wiba) in juli 1960. Wat was de voornaam van deze Hessels ?
De redactie van ut Deevers Archief heeft de eerste kleurenfoto van deze boerderij met pothokke gemaakt op 3 oktober 2012.
De tweede afbeelding in kleur is een scan van de voorkant van het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’. De heemkundige vereniging uut Deever heeft dit onvolprezen boekje in 2009 uitgegeven ter gelegenheid van haar 15-jarige bestaan. Wellicht is het boekje voor een paar eurootjes of een habbekratsje nog te koop bij een handeltje in tweedehands boeken ergens in den lande.
Het mag toch wel merkwaardig worden genoemd dat de makers in het boekje ‘Oldendiever in de twintigste eeuw’ geen aandacht hebben besteed aan de boerderij die op de voorkant van het boekje is te zien. Het moet toch wel enigszins belangwekkend zijn wie daar sinds de nieuwbouw in 1818 zoal hebben gewoond en hebben gewerkt en zijn geboren en zijn overleden ?
De redactie kwam de derde afbeelding in kleur in een webstee op het internet tegen. De redactie weet niet wie de maker is van deze foto.


Posted in Ansigtkoate, Boerdereeje, Oll'ndeever | Leave a comment

Diever kreeg nieuw gemeentehuis an de brinq

In de Leeuwarder Courant van 20 juni 1957 verscheen het volgende korte bericht over de ingebruikname van een nieuw gemeentehuis aan de brinq van Deever.

Diever kreeg nieuw gemeentehuis
De Drentse gemeente Diever heeft de gewoonte, belangrijke evenementen in het gemeentelijke leven of in de dorpsgemeenschap te laten samenvallen met de première van de jaarlijkse Shakespeare-uitvoeringen en het dient daarmee zowel het een als het ander. Immers: wie niet voor Shakespeare naar Diever zou komen, komt wel voor ‘het evenement’ en omgekeerd, waarmee geenszins gezegd wil zijn, dat de uitvoeringen in ’t sprookjesachtige openluchttheater géén evenement zouden zijn. Integendeel ! Was het vorig jaar de ingebruikneming van de geheel gerestaureerde korenmolen De Vlijt, waarvoor mede de Dieverse gasten van heinde en verre waren gekomen, gisteren gold ‘het evenement’ de opening van het nieuwe gemeentehuis aan de Brink -een gebeurtenis, die het volgend jaar moeilijk zal zijn te evenaren, want het gemeentehuis is gebouwd volgens plannen, waaraan de bestedingsbeperking nog vreemd was.
Het is een gebouw geworden, dat vele andere noordelijke gemeentebesturen ertoe zal brengen, Diever te benijden. Niet alleen qua stijl (het doet het uitstekend aan de Brink) en qua omvang, maar vooral om zijn inrichting zal het beantwoorden aan de wensen van meer dan één burgemeester en secretaris.
Van waarde vooral zijn de geschenken van de burgerij en de organisaties (waarvan wij noemen de originele aardewerken krans met de symbolen van bijna alle plaatselijke sociale en culturele instellingen in de hall en het enorme, esthetisch zeer verantwoorde gezandstraalde raam van de plaatselijke coöperaties), omdat zij tonen dat dit het huis der gemeente is in de beste zin des woords.
Daarvan getuigt ook de oplossing, die voor enkele ruime zolderzalen is gevonden: de ene is gepromoveerd tot ‘cultuurzolder’, waarin bijeenkomsten met ruim 200 mensen kunnen worden gehouden en de andere is ‘expositiezolder’ geworden. Daarin is nu tentoonstelling van schilderijen, verbazend aardige kindertekeningen over eigen dorp en een collectie foto’s en ansichtkaarten van Diever. Een prima idee !

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
Op bijgaande afbeelding (aanwezig in de beeldbank van het Drentsch Archief in Assen) is de cultuurzolder van het gemeentehuis an de brinq (de voorkant van het gelijk heeft een nieuwe schrijfwijze voor deze vernielde openbare ruimte bedacht) van Deever te zien. Let vooral op de Stako-stoelen (stapelbare en koppelbare stoelen), die an de Deeverbrogge zijn geproduceerd.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw dacht de voorkant van het gelijk tegen beter weten in dat de vraag naar ruimte bij Deeverse verenigingen opgelost kon worden met een ‘cultuurzolder’ in het gemeentehuis.
De redactie herinnert zich dat schaakclub ‘Koning Schaak’, waar burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) ook spelend lid van was, zijn clubavond op de ‘cultuurzolder’ hield.  
De ‘cultuurzolder’ op de bovenste verdieping van het gemeentehuis an de brinq van Deever zou beschouwd kunnen worden als een soort van voorloper van het voor Deever onmisbare en nog altijd zeer gemiste Dingspilhuus, de spil van het sociale en culturele leven in Deever, het sociale warme hart van Deever.
Wellicht is het nog steeds mogelijk de ‘cultuurzolder’ na de rampzalige sloop van het Dingspilhuus op te delen in kleinere ruimten, die in gebruik genomen kunnen worden door enige verenigingen; een zeer geschikte kandidaat is bijvoorbeeld de heemkundige vereniging uut Deever.
De redactie blijft wel met een grote vraag zitten: waar zijn de ten toon gestelde kindertekeningen, foto’s en ansichtkaarten, zoals vermeld in het bericht, gebleven ? Wie het weet, die mag het natuurlijk melden.


Posted in Cultuur, Deever, Gemientehuus | Leave a comment

Langs de Wapserweg bee ut Addervene in 1891

De redactie van ut Deevers Archief mocht van wijlen Albertus (Bert) Doorman aan het einde van de vorige eeuw van enige door zijn grootvader mr. Albertus Christiaan van Daalen uit Bennekom op Berkenheuvel gemaakte foto’s een scan maken. Opnieuw, maar nu posthuum, hartelijk dank daarvoor.
Mr. Albertus Christiaan van Daalen kocht in 1890 het landgoed Berkenheuvel, een landgoed van 700 ha in de gemiente Deever. Hij maakte de hier afgebeelde foto op Berkenheuvel.
De tekst bij deze foto in zijn fotoalbum luidt als volgt: Langs Wapserweg bij Adderveen in 1891.
De redactie van ut Deevers Archief kent van het landgoed Berkenheuvel vooralsnog geen oudere bosgezichten dan deze.
Wel is nu enig lastig uitzoekwerk ontstaan, want op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936 is bij het Adderveen geen Wapserweg te vinden, wel Adderveenweg en Jacobaweg. Wie weet waar de Wapserweg lag ? In elk geval in heuvelachtig terrein.
De redactie heeft op een stukje topografische kaart uit 1881 het gebied rond het Adderveen rood gemarkeerd, zie de bijgevoegde afbeelding.

Reactie van Marten Wouwenaar van 16 februari 2016 
De achterkleinzoon van boschbaas Marten Wouwenaar gaf in zijn reactie aan waar volgens hem de Wapserweg ligt of moet hebben gelegen. Deze reactie is verwerkt in het bericht Achterkleinzoon van Marten Wouwenaar reageert.

Reactie van Peter Haveman van 15 augustus 2017
Het Adderveen ligt tegenover het boshuis van roofvogelkenner Rob Bijlsma, aan het zandpad met de naam Doldersummerweg, vroeger Wapserweg.

Abracadabra-1603

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Bosgesigte, Landgoed Berkenheuvel | Leave a comment

Wallegies en sloties van de Witteler Wière

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 1907, uitgegeven door de Commissie van Bestuur over het Provinciaal Museum van Oudheden in Drente, is op de bladzijden 34 tot en met 51 het artikel ‘De Wittelter Schans’ van Hendrik Gerard van Os, burgemeester van de gemiente Deever, opgenomen. De redactie van ut Deevers Archief toont hier enkel een afbeelding van de bladzijden 34, 35, 36 en 37 en een schets van de situatie ter plekke van die ene Wittelter schans, waarin Hendrik Gerard van Os, burgemeester van de gemiente Deever, de toestand ter plekke van die ene Wittelter schans vergelijkt met de toestand ter plekke van die ene Wittelter schans, zoals dr. L.J.F. Janssen die in 1847 heeft beschreven in zijn boek ‘Drenthsche Oudheden’. Leonardus Jan Frederik Jansen was Lit. Doctor en Conservator bij het Museum van Oudheden in Leiden. De tekst op de bladzijden 35, 35, 36 en 37 van het artikel van Hendrik Gerard van Os is hierna weergegeven. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief en hopelijk zeer geïnteresseerde in de Deeverse oudheidkunde wordt voor het lezen van het volledige artikel verwezen naar de Nieuwe Drentse Volksalmanak 1907. 

De Wittelter Schans
In het Wittelterveld (gemeente Diever), tusschen het gehucht Wittelte en de buurtschap ’t Moer, bevinden zich verschillende wallen en grachten, blijkbaar door menschenhanden aangelegd, welke onderling verbonden zijn en daardoor den indruk wekken dat ze bij elkander behooren en tot een gemeenschappelijk doel hebben gediend. Tot dusver echter liggen de oorsprong en de bestemming van het werk in het duister.
Reeds vele jaren geleden heeft deze plek de aandacht getrokken van oudheidkundigen, die wel hunne veronderstellingen daaromtrent hebben neergeschreven, doch niet tot een beslist resultaat zijn gekomen. Zij schijnen evenwel eenstemmig de meening te zijn toegedaan, dat men hier heeft een gedenkteeken der oudheid, behoorende tot de met wildgraven of landweeren verbonden schansen.
Intusschen maakt ons deze indeeling niet veel wijzer, want men heeft de benaming schans niet op te vatten in de meest gangbare en in dien zin tamelijk begrensde beteekenis van het woord, maar in de meer algemeene beteekenis welke in de oudheidkunde daaraan gehecht wordt, n.l. van een aardhoogte door menschenhanden opgeworpen en door een of meer droge grachten omringd, zonder dat daarbij bepaald aan een krijgskundige bestemming behoeft gedacht te worden. Wildgraven of noemt men de wallen met droge grachten, die in velerlei vorm uit vroegere eeuwen bewaard zijn gebleven.
In 1847 heeft dr. L. J. F. Janssen deze schans bezocht en vrij uitvoerig beschreven in zijn het volgend jaar uitgekomen werk ‘Drentsche Oudheden’. In deze beschrijving komen echter eenige onjuistheden voor ten opzichte van de windstreken waarschijnlijk een gevolg van de omstandigheid dat het bezoek bij schemeravond plaats vond en slechts van korten duur was. Ik laat hier de beschrijving volgen, zooals ze op pagina’s 128 en 129 van genoemd werk voorkomt en voeg tusschen haakjes daarbij de resultaten eener onlangs door mij verrichte opmeting, waaruit men zou kunnen opmaken, dat – indien althans niet ook in dit opzicht de opneming door dr. Janssen wat al te vluchtig is geweest – de schans c.a. door vergravingen is geschonden:
Deze schans is nagenoeg rond, doch van boven plat (men ziet thans boven in den heuvel een vrij diepe ingraving, het werk van schatgravers), heeft 15 ellen middellijn en 3 tot 4 ellen hoogte. Zij is omgeven van eene drooge gracht van 2 ellen breedte; daarna volgt een wal van 3 ellen breedte en 2 tot 3 ellen hoogte, hierop weder eene drooge gracht van 2 ellen breedte en eindelijk een laag walletje. (ik vond voor de breedte der grachten gemiddeld 3 meter, voor die der beide wallen gemiddeld 5 meter; het verschil zal wel zijn oorzaak vinden in het sehuin beloop der wallen.) De eerste wal en de tweede gracht (volgens mijne meening, waarover later, de tweede gracht en de tweede of buitenste wal) verlengen zich zuidwaarts (lees: noordwest- en verder noordwaarts) tot eene uitgestrektheid van meer dan 350 ellen (thans volgens opmeting circa 300 meter, op enkele plaatsen onderbroken door een veldweg; tot circa 200 meter is de wal op maaiveldshoogte 6 meter, de gracht 3 meter breed, de overige 100 meter wal en gracht elk circa 3 meter, terwijl op dit laatste gedeelte de wal ook veel lager is); dit doen zij ook noordwaarts (lees; zuidoostwaarts), doch daar slechts eenige ellen ver, terwijl 40 ellen ten noorden (lees: ten zuidoosten), doch geheel in dezelfde richting als de daar verlengde wal en gracht, nog een wal gelegen is van 50 ellen (57½ meter) lengte, die aan zijne oostzijde (lees: zuidzijde) ook eene gracht heeft. Vermoedelijk is deze noordelijke (lees: zuidoostelijke) wal eertijds evenzeer met de schans vereenigd geweest als het thans de zuidelijke (lees: noordwestelijke) nog is; hij is misschien door den ouden weg van Diever op Steenwijk geschonden geworden. Opmerkelijk is bij deze schans nog, dat er nergens een in- of opgang te vinden is, en dat de eerste wal, tegenover de oostzijde der schans, veel breeder is dan de wal, die de overige zijden omgeeft; deze heeft n.l. de breedte van 8 ellen. Deze schans, als zeer weinig geschonden zijnde, verdient een nauwkeurig onderzoek, vergezeld van opgravingen en teekeningen. Dewijl zij eenzaam is gelegen, zich rondom enkel heide bevindt en in de nabijheid niets te ontdekken is wat te verdedigen valt, zij bovendien ook zeer gemakkelijk kan beklommen worden, zal er bezwaarlijk eene krygskundige bestemming aan kunnen worden toegeschreven;
ten ware men stelde, dat er de tent van een veldheer opgestaan, die van deze hoogte althans een verspiedend uitzigt zou gehad hebben. Opgravingen zouden omtrent de bestemming misschien opheldering geven.
Voor zoover ik kon nagaan, is de verbinding van heuvel en wildgraaf anders geweest dan dr. Janssen vermeldt. Immers volgens bijgaand schetskaartje, dat den tegenwoordigen toestand weergeeft, zijn de gracht en de wal van den wildgraaf verbonden respectievelijk met de buitenste gracht en wal om den heuvel en hebben ze zich aan de andere zijde van den heuvel op dezelfde wijze voortgezet tot over den Ruiterdijk. Dat de toestand ook vroeger zoo zal zijn geweest, mag men afleiden uit de omstandigheid, dat de buitenste wal om den heuvel bij het verbindingspunt dezelfde breedte en hoogte heeft als de wal van den wildgraaf en eerst geleidelijk smaller en lager wordt. Trouwens, waar de eerste wal om den heuvel door de tweede gracht geheel is omringd, kan die wal bezwaarlijk met een anderen wal verbonden zijn geweest.
Aan de zuidoostzijde van den heuvel is de verbinding, zooals ik mij voorstel dat ze vroeger geweest is, niet meer aanwezig, doch ik meen dat hiervan ook een verklaringkan worden gegeven. Het komt mij n.l. voor, dat in lateren tijd de gracht van den wildgraaf dwars door de schans is gegraven, met het doel, het water uit een in de nabijheid gelegen turfveentje langs de bestaande gracht (waarmee het door een nog aanwezig slootje verbonden is geweest) en verder langs een bermsloot van den Ruiterdijk …………………….

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Oudheidkundigen tasten wat betreft de oorsprong en het doel van de Witteler Wière volledig in het diepzwarte aardeduister. Zij veronderstellen dat mensen de niet meer aanwezige wallen en sloten bij het Holleveen en de Ruiterdijk in het Wittelerveld hebben aangelegd. De wallen en sloten waren onderling verbonden en leken daardoor bij elkaar te horen. Zij veronderstellen dat de wallen en sloten behoren tot met wildwallen of landweren verbonden schansen.
Wellicht was het de bedoeling van de boeren van de marke van Wittelte de gewassen op de bouwakkers op de Westeresch tegen hordes oprukkend wild uit het Wittelter Veld 
te beschermen met een sloot en een wildwal begroeid met een dicht gesloten struweel. Misschien hebben de Wittelter boeren zich wel laten inspireren door de Friese landweer op de grens van de gemiente Deever en de gemeente Ooststellingwerf op Woater’n ?
De hoogdoorgestudeerde heer doctor Leonardus Jan Frederik Jansen heeft de Witteler Wildwal met dat ene merkwaardige onverklaarbare schansje (was het wel een schansje ?) in 1847 goed zichtbaar gezien in de heidevelden van het Wittelter Veld. Ook de edelachtbare heer burgemeester Hendrik Gerard van Os heeft de Wittelter Wildwal met dat ene merkwaardige onverklaarbare schansje (was het wel een schansje ?) nog goed zichtbaar gezien in de heidevelden van het Wittelter Veld. Zie zijn bijgevoegde schets uit 1906.
De Wittelter Wildwal met dat ene merkwaardige onverklaarbare schansje (was het wel een schansje ?) is door ontginningen van de heide en stevig doorploegende en noest doorwerkende en ruilverkavelende Wittelter boeren weggevaagd. Weggevaagd ? Toch niet helemaal, want vanuit de ruimte zijn de contouren van de sloten en de met grond uit de sloten opgeworpen wildwallen en dat ene merkwaardige onverklaarbare schansje (was het wel een schansje ?) wel degelijk zichbaar. Zie de bijgevoegde satelietfoto uit 2019 van het gebied, met linksboven het Holleveen en rechts de Ruiterdijk.
Hebben de hoogdoorgestudeerde heer doctor Leonardus Jan Frederik Jansen en de edelachtbare heer burgemeester Hendrik Gerard van Os destijds toch wel een behoorlijk beetje lopen te slapen op de Wittelter heide ? Want op de satelietfoto zijn aan de rechterkant van de Ruiterdijk, dus rechtsboven op de satelietfoto ook contouren van sloten en wallen te onderscheiden, die op de grens van de Westeresch liggen.
De redactie vraagt zich tot op de dag van vandaag af waarom het stuk weg tussen het Noordsweggie en de Wapserveenseweg nog steeds geen Ruiterdijk heet, temeer nu aan deze weg een paardenspul staat. De echte oude Steenwijkerweg boog gezien vanuit de kant van Oll’ndeever bij het Noordsweggie rechtsaf richting Wapserveen. Die cultuurhistorisch zeer waardevolle zandweg moest bij de ruilverkaveling om volstrekt onduidelijke redenen sneuvelen. De weg tussen het Noordsweggie en de Wapserveenseweg heette tot in 1986 nog Ruiterweg, in ut Deevers dus Ruterweg. Stuit het teruggeven van de echte naam aan een stukje weg tussen het Noordsweggie en de Wapserveenseweg op onwillige Minder Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamen Gelijk Van De Gemeente Westenveld ? Ervaren de Minder Hoge Dametjes en Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Straatnamen Gelijk Van De Gemeente Westenveld Stuit het teruggeven van de echte naam aan een stukje weg tussen het Noordsweggie en de Wapserveenseweg als een nederlaag ?

Afbeelding 1
Schets van de ‘Wittelter Schans’ , in 1906 gemaakt door de edelachtbare heer Hendrik Gerard van Os, burgemeester van de gemiente Deever.

Afbeelding 2
Satelietfoto van de Ruiterdijk en zichtbare sporen van de Witteler Wildwal

Afbeelding 3
Satelietfoto van de Westeresch van Wittelte met aan de linkerkant de Ruiterdijk
Afbeelding 4
Foto van de Ruiterdijk met links het weiland waarin de sporen van de Wittelter Wildwal nog zijn te vinden.
De redactie van ut Deevers Archief heeft deze foto op vrijdag 28 november 2020 gemaakt.


Posted in Oudheidkunde, Wittelte | Leave a comment

De kapelle van Obadja op Zorgvlied

In het online-magazine InWesterveld verscheen op 11 september 2020 het bericht De Obadja kapel in Zorgvlied. Dit bericht is geschreven in het kader van de Open Monumentendagen van 2017, waarbij de gemeente Westenveld gastheer was van de landelijke opening. In dat jaar verschenen in een speciale uitgave van het magazine InWesterveld interessante artikelen over monumenten in de gemeente Westenveld. Vanwege de corona-pandemie zijn de Open Monumentendagen in 2020 niet doorgegaan, vandaar dat het bericht De Obadja kapel in Zorgvlied opnieuw is gepubliceerd in het magazine InWesterveld.
De redactie van ut Deevers Archief heeft toestemming van de redactie van het online-magazine InWesterveld dit bericht in zijn geheel op te nemen in ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is de redactie van InWesterveld bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.

De Obadja kapel in Zorgvlied
Westerveld telt vele monumentale kerkgebouwen. Van de imposante Pancratiuskerk in Diever tot het kleinste stenen kerkje van Drenthe in Leggeloo. De kleinste houten kapel van Drenthe staat in Zorgvlied: De Obadja kapel, een rijksmonument.
Het bijzondere witte kapelletje aan de Dorpsstraat in Zorgvlied werd in 1904 gebouwd en doet nog steeds dienst als hervormde kerk. In de zomermaanden weliswaar, als er veel vakantievierende kerkgangers zijn, want met de huidige negen leden is een kerkdienst in de winter niet rendabel.

Eigen kerk bouwen
Dat was ruim honderd jaar geleden wel anders. Toen moesten de kerkgangers uit Zorgvlied, Oude Willem en Wateren te voet naar Diever. Anderhalf uur heen en anderhalf uur terug over de toen nog niet verharde Bosweg. Tot Wolter Benthem de mensen in de gelagkamer van zijn boerencafé in Wateren uitnodigde voor de wekelijkse kerkdienst. Dominee Kan leidde de diensten. Toen ook die situatie niet ideaal bleek, besloot Benthem het initiatief te nemen voor het bouwen van een eigen kerk. Van de zeventig leden werd een extra bijdrage van 25 cent gevraagd. Daarnaast werden er vanuit het hele land door middel van postwissels diverse bijdragen ontvangen.
Het houten witte kerkgebouwtje verrees binnen zeer korte tijd. Op 18 oktober 1904 werd de eerste steen gelegd (de binnenkant van de houten kerk bestaat uit een halfsteens muur), op 14 december vond de eerste kerkdienst plaats.

Druk bezocht
In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het kerkje zo druk bezocht dat er twee diensten werden gehouden om iedereen een plek te kunnen geven. In 1968 werd er een stuk bij de kerk aangebouwd. Daarvoor werd de gehele voorgevel naar voren geplaatst. Maar ook de jaren erna was het kerkgebouw al weer snel te klein en werd een legertent aan het gebouw gekoppeld om mensen onderdak te bieden. In de jaren tachtig bezochten wekelijks 120 mensen het kleine kerkje.

Alle protestanten voelen zich hier thuis
De getallen staat in schril contrast met de huidige situatie, waarbij de kerk slechts negen leden telt. Maar Dirk Ferwerda, voorzitter van de evangelisatievereniging Obadja, die ook het historische pand beheert, is niet pessimistisch. ‘Naast de negen leden hebben we 34 gastleden, mensen die langdurig in een zomerverblijf in de omgeving wonen. Met daarbij nog de losse zomergasten hebben we van april tot eind oktober wekelijks een mooi gevulde kerk. Tijdens de zomermaanden is de kerk met zestig tot zeventig mensen helemaal vol. Gereformeerden, christelijk gereformeerden, hervormden, doopsgezinden, alle protestanten voelen zich hier thuis.’

Gastvrijheid
‘Mensen zijn verrukt van de kleine kapel. Vooral de gastvrijheid en het na afloop met elkaar gezellig een kopje koffie drinken wordt zeer gewaardeerd,’ vult penningmeester Attie Goettsch-Tol aan. ‘Dat geeft een band.’ De kerk heeft een prettige sfeer, met tapijt als vloerbedekking en een aangename temperatuur. ‘Vroeger werd er een kachel gestookt met turf. Kijk, dat was het turfhok.’ Dirk wijst naar het schuurtje naast de kerk. ‘Later kwamen er gaskachels en nu hebben we centrale verwarming.’

Historische waarde
Aan de wand van de kerk hangen foto’s van hoe de kerk en het interieur er vroeger uit heeft gezien. Er was in 1933 een brand in de toren. Later werd een andere toren teruggebouwd. Waar nu losse stoelen staan, stonden in de beginjaren rotanbanken. Later werden er ossenbloedrode houten banken geplaatst.
De evangelisatievereniging is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw. Doordat het kerkgebouw als rijksmonument staat geregistreerd heeft de vereniging een grote verantwoordelijkheid. En de vereniging neemt dat heel serieus. ‘We zijn trots op deze mooie kerk en we doen er alles aan om dit in stand te houden. De monumentenwacht komt eens in de twee jaar langs om het pand te controleren en aandachtspunten aan te geven. Dat is zeer prettig, want je krijgt tips om bepaalde onderhoudswerkzaamheden in te plannen.
Dit jaar wordt de houten buitenkant opnieuw in de verf gezet. ‘Dat betekent alle verf er af branden en opnieuw verven. Daarvoor hebben we een contract met een schilder, dat moet je niet als amateur gaan doen.’

Het kerkorgel is ook een monument
Het kerkorgel is als apart monument beschermd. Het eenklaviersorgel, in 1785 gemaakt door J.S. Strumphler, heeft niet altijd in deze kerk gestaan. ‘Het staat er in ieder geval vijftig jaar,’ weet Attie. ‘Er stond eerst een oud kamerorgel. Dit is een bijzonder orgel. Het werd in 1969 gerestaureerd. Ik weet nog dat er ooit binnen het bestuur over werd gesproken om het te vervangen door een elektronisch orgel. Maar goed dat we dat niet hebben gedaan.’

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in een aantal berichten aandacht besteed aan de evangelisatievereniging Obadja.
In het bericht De Obadja kapel in Zorgvlied zijn vier kleine afbeeldingen opgenomen, die hier in een groter formaat zijn weergegeven. Daarnaast stelde de redactie van het online magazine InWesterveld enige foto’s beschikbaar die te zelfder tijd en te zelfder plaatse zijn gemaakt en niet in het magazine InWesterveld zijn gepubliceerd, maar wel in ut Deevers Archief worden getoond. De maker van deze serie foto’s is Charlie Wessels. Hij heeft deze foto’s gemaakt op 13 juni 2017.

Afbeelding 1 – Voorgevel van de Obadja kapel (© Charlie Wessels)
Afbeelding 2 – Voorgevel van de Obadja kapel met rechts het voormalige turfhok (© Charlie Wessels)

Afbeelding 3 – Voorgevel van de Obadja kapel (© Charlie Wessels)

Afbeelding 4 – Voorgevel van de Obadja kapel met de dr. Jan Harm Pol-bank  (© Charlie Wessels)

Afbeelding 5 – De olde kaarkhof met de achtergevel van de Obadja kapel  (© Charlie Wessels)

Afbeelding 6 – Interieur met het orgel van de Obadja kapel  (© Charlie Wessels)

Afbeelding 7 – Kansel met het orgel van de Obadja kapel  (© Charlie Wessels)

Posted in Obadja, Zorgvliet | Leave a comment

Wat overbleef van de boerdereeje van Oar’nd Mogg’n

In de geparametriseerde Duitsgezinde krant het ‘Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe’ verscheen op 4 augustus 1942 het navolgende indoctrinatieberichtje.

Diever.
In café Balsma was een vergadering belegd om te komen tot een vrijwillige organisatie van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
De leiding van dezen avond berustte bij het wijkhoofd den heer Muggen te Dieverbrug.
De spreker de heer Zuurveen gaf een uiteenzetting van den Nederlandsche Volksdienst en Winterhulp Nederland.
Het doel van deze vergadering is volkomen geslaagd, aangezien een voldoend aantal personen aanwezig was om een vrijwillige organisatie tot stand te brengen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De vergadering werd gehouden in het café Brinkzicht van de beruchte N.S.B.’er Klaas Marcus Balsma an de brink van Deever. Tussen de regels door van het gecensureerde bericht is te lezen dat in Deever de belangstelling voor beide genoemde organisaties te verwaarlozen was.

De N.S.B.’er en commies van de distributie Arend Muggen schreef op zaterdag 11 mei 1940 de  volgende mededeling:
Van officiële zijde wordt vernomen, dat na afloop van de thans lopende distributieperiode, welke donderdag j.l. eindigde, de distributieregeling voor bonen en capucijners en grauwe erwten komt te vervallen. Met ingang van gisteren is de verkoop van deze artikelen aan het publiek vrij en behoeft bij aflevering door de winkelier geen bonnen van de rijksdistributiekaart te worden ingeleverd. Er wordt nadrukkelijk op gewezen dat bonen, capucijners en grauwe erwten dan weder vallen onder het hamsterverbod

Voor wat het waard is, vermeld de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de Nederlandsche Volksdienst het volgende.
De Nederlandsche Volksdienst werd in juli 1941 opgericht naar voorbeeld van de National Sozialistische Volkswohlfahrt in nazi-Duitsland. De oprichters van de Nederlandsche Volksdienst wilden al het sociale werk in Nederland bundelen in de Nederlandsche Volksdienst. De Nederlandsche Volksdienst werd opgericht op initiatief en met hulp van de Duitse bezetter. Het ging de bezetters om de nazificering van het maatschappelijk werk in Nederland. Door zich in te zetten voor de Nederlandsche Volksdienst steunde men in feite de vijand.

Voor wat het waard is vermeld de publiek toegankelijke webstee nl.wikipedia.org over de organisatie Winterhulp Nederland het volgende.
Winterhulp was de gemeenzame benaming van de Stichting Winterhulp Nederland, de nationaal-socialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening, zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moest overnemen.

De publiek toegankelijke webstee www.alledrenten.nl bevat de volgende gegevens over het wijkhoofd an de Deeverbrogge:
Beilen, huwelijksakte, 1 mei 1931, aktenr. 18
Bruidegom: Arend Muggen, geboren te Diever; oud: 28 jaren; beroep: landbouwer, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.
Bruid: Henderika Ovinge, geboren te Beilen; oud: 27 jaren; beroep: zonder, dochter van Hendrik Ovinge, beroep: landbouwer, en Jantje Lutken, beroep: zonder.
Diever, geboorteakte, 17 september 1902, aktenr. 47
Kind: Arend Muggen, geboren te Diever op 16-09-1902, zoon van Albert Muggen, beroep: landbouwer; oud: 29 jaren, en Klaasje van Wester, beroep: zonder.

Klaasje van Wester was een dochter van Hendrik van Wester en Geertje Huisman, die tuss’n de Oll’ndeeversebrogge en Wittelte bee ‘t Olde Voartie woonden. Klaasje van Wester was een zuster van boer en wethouder Roelof van Wester uut Oll’ndeever.
Een plaatselijk wijkhoofd was een vaste medewerker van de nationaal-socialistische liefdadigheidsorganisatie Stichting Winterhulp Nederland. Winterhulp had tot politieke doel hulpbehoevenden in de winter materieel te ondersteunen.

Op de foto, die de redactie van ut Deevers Archief heeft gemaakt op 8 februari 2008, is de situatie te zien, zoals deze al sinds jaar en dag is te zien op de plek waar de woning van de N.S.B.’er Arend Muggen tot in de Tweede Wereldoorlog stond. Het huis is in de Tweede Wereldoorlog afgebrand. De geruchten gingen dat een belangrijk lid van het Drentse verzet het huis in de brand heeft gestoken. Maar dat is niet meer na te gaan. In de volksmond was het commentaar: See hept hum in de braand esteuk’n.

De redactie heeft nog niet na kunnen gaan of in het boek met de titel ‘An de Brogge’, dat de Historische Vereniging Vroegere Gemeente Diever heeft samengesteld ter gelegenheid van haar twintigjarig bestaan, enige aandacht is besteed aan ‘de Brogge in oorlogstied’.

Posted in An de Deeverbrogge, N.S.B., N.S.B.'er, Tweede Wereldoorlog, Verdwenen object | Leave a comment

De situatie an de Deeverbrogge bij tegenlicht

Deze afbeelding van de Deeverbrogge en van hotel-café-restaurant-pension Blok staat op een ansichtkaart die in augustus 1955 is uitgegeven door Hotel Blok, telefoon 05219-456.
Diverse Deeverse verzamelaars zijn in het bezit van een exemplaar van deze ansichtkaart.
Van deze ansichtkaart is ook een herdruk bekend uit juni 1959.
Deze kaart is dus veel verstuurd. Blijkbaar hadden toen lang onderweg zijnde handelsreizigers en vrachtvervoerders tijdens een eet- en drinkpauze in café-restaurant Blok even de tijd een kaartje met een berichtje naar huis te sturen. Hotel-café-restaurant Blok stond in 1955 aan de drukst bereden route tussen Meppel en Assen; de autosnelweg A28 tussen Meppel en Assen bestond toen nog niet.
Op de bij tegenlicht gemaakte kleurenfoto, die de redactie van ut Deevers Archief op 21 november 2014 om ongeveer twee uur in de middag heeft gemaakt, is een enigszins ander beeld te zien.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, de Voat, Hotel Blok | Leave a comment

Sukersakkie van Hotel Blok – TT Assen – 29 juni 1957

De klanten van het hotel-café-restaurant van Johan Blok an de Deeverbrogg kregen in 1957 bij hun kopje koffie of kopje thee ter gelegenheid van de motorracewedstrijden op het oude TT-circuit bij Assen op 29 juni 1957 een tijdlang -zolang de voorraad strekte- suiker in een zakje met rode opdruk: 29 juni 1957, TT, Hotel Blok, Dieverbug (Dr), aan de weg Assen-Meppel, telefoon 05219-456.
In die tijd -de autosnelweg A28 bestond nog niet- gingen veel inwoners uut de gemiente Deever in de namiddag na afloop van de TT hen de Gowe, hen de Deeverbrogge, hen de Oll’ndeeversebrogge of hen de Wittelerbrogge om -stinkende en schadelijke uitlaatgassen trotserend- naar de zeer vele voorbij komende motoren te kijken.

Posted in An de Deeverbrogge, Hotel Blok, Sukersakkie | Leave a comment

Stroatveger Jan Jurjen de Boer stopt ur mit

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van woensdag 1 november 1972 verscheen het volgende artikel over de pensionering van gemientewaarker Jan Jurjen de Boer uut de Kloasterstroate in Deever.

Straatveger de Boer stopt ermee
Laten ze er in Diever nu geen smeerboel van maken
Diever. De heer J. de Boer, straatveger van de gemeente Diever heeft maandagavond in café Centrum afscheid van het gemeentepersoneel genomen. Iedere zaterdagmorgen en in de week veegde Jan Jurjen de Boer de straten in het dorp Diever. Het vegen van de straten op zaterdagmorgen was een traditie, die niet zal terugkomen. De opvolger van de oude veger zal in het vervolg de straten alleen door de week vegen.
De heer de Boer is in al die jaren een bekend figuur in het dorp geworden. De Boer heeft het straatvegen in de gemeente bijna 25 jaar gedaan. Iedere morgen trok hij er met zijn karretje op uit, om de route van die dag af te leggen. Zaterdagmorgens werd hij wel door de inwoners geholpen, want dan veegde men het vuil op hoopjes en dan behoefde hij het alleen maar in de kar te doen. Ook had hij dan altijd een vast adres om koffie te drinken.
Onprettig
Trouwens, ook onprettige werkzaamheden, zoals het schoonhouden van de kadaverbakken werden hem niet bespaard. Daarnaast was hij de rattenvanger van de gemeente. Met het met pensioen gaan van de heer J.J. de Boer verdwijnt een bekend en moeilijk te vergeten figuur uit het dorp.
Receptie
Tijdens de afscheidsreceptie voerde J.C. Meyboom, burgemeester van Diever als eerste het woord. Daarna sprak de heer K.T. de Vries als voorzitter van de personeelsvereniging Diever. Hij bood namens het personeel een vuilniswagentje op schaal aan. Het vuilniswagentje werd gemaakt door plaatsgenoot K. Kleine.
Door beide sprekers werd de heer de Boer geschetst als een man die men in de gemeente niet gauw zal vergeten, want alle werkzaamheden die hem werden opgedragen heeft hij met volle overgave gedaan.
Namens de motorclub sprak de heer Snoeken, die de heer de Boer een gouden dasspeld aanbood, terwijl mevrouw de Boer een zilveren kandelaar kreeg.
De heer de Boer sprak aan het einde een dankwoord, waarin hij ook het personeel van de gemeente-secretarie betrok. ‘Ik heb altijd prettig samengewerkt’, zei hij onder meer.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen vol met oude krantenknipsels bijgaand afgebeeld bericht over dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer tegen. 

Dorpsfiguur Jan Jurjen de Boer heeft in zijn vrije tijd ook mooi toneel gespeeld in het openluchttheater. Jan Jurjen de Boer begon ooit als kapper. In Diever heeft hij als een soort van hobby en om een beetje bij te verdienen nog lange tijd in zijn vrije tijd een aantal voornamelijk wat oudere mannen het haar geknipt.
De in de Lemmer in Friesland opgegroeide Jan Jurjen de Boer (geboren op 30 oktober 1907 in de Lemmer, overleden op 24 oktober 1992 in Assen) en zijn vrouw Grietje Sinnema (geboren op 28 mei 1911 in de Lemmer, overleden op 26 november 1999 in Assen) liggen begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg in Deever.

Posted in Alle Deeversen, Deever, Dorpsfiguur, Gemiente Deever, Klaas Kleine | Leave a comment

De messies saat’n wel hiel lös in de büse

In de Leeuwarder Courant van 6 september 1883 verscheen het volgende bericht over een groote onenigheid tussen de jeugd van Deever en Dwingel op de Deeverse kermis.

Makkinga, 4 september.
Tusschen de jongelingschap van Diever en Dwingelo bestaat sedert de Dieversche kermis groote twist. Op dien dag namelijk werden de kermisbezoekers uit Dwingelo door de Dieversche jongelingen letterlijk bij klaarlichten dag naar huis gejaagd. Die van Dwingelo besloten wraak te nemen, en alle jongelieden aldaar werden bij geheimen brief uitgenoodigd om Zondag daar aan volgend, te acht uur, op den Brink zamen te komen en een togt naar Diever te maken, natuurlijk niet met edele bedoelingen. Aan die uitnoodiging werd door plusminus honderd man gevolg gegeven, waarvan sommige met pistolen gewapend, en onder ’t zingen van krijgshaftige (?) liederen ging ’t op Diever los.
De Burgemeester van Dwingelo, van de zaak bewust en wonende te Dieverbrug, posteerde zich met eenige veldwachters vóór zijne woning, en toen de troep, onder het lossen van eenige schoten, de gemeente Diever zou betreden, trad de burgervader voor de bende en kommandeerde: ‘Retireren !’
Dank zij de doortastende maatregelen van dien ambtenaar en de omstandigheid dat de troep nog niet te veel aan Bacchus gewijd had, werd de terugtogt aangenomen. Echter de dappere (?) Dwingelo’ster jonkheid heeft nu aan de inwoners van Dwingelo eene andere proclamatie uitgevaardigd, namelijk: Niet van Dieversche ingezetenen te koopen, en dat, wordt deze bepaling overtreden, met het inwerpen der glasruiten van den overtreder zal worden bestraft.
En die laatste bedreiging schijnt te helpen; althans de bakkers en andere neringdoenden uit Diever verkoopen nu in Dwingelo niets en worden door die dapperen (?) met steenen begroet. Een kuiper met eenige vaatjes moest door de laagheden dier bengels den terugtogt aannemen.
Ook Diever had zich op den voorgenomen togt voorbereid; men verzekert ons, dat op dien dag vele geladen pistolen aan de wand hingen.
’t Is te hopen, dat de belhamels van weerszijden eens kennis maken met het pakhuis van Themis, want zulke daden moeten bestraft worden.

In het Algemeen Handelsblad van 31 oktober 1883 verscheen het volgende korte bericht.

Ter gelegenheid der jaarmarkt te Diever is een persoon, terwijl hij buiten de herberg was, door anderen aangegrepen en zóódanig in ’t aangezicht gesneden, dat hij bijna onherkenbaar was. Bovendien werden de jassen van een tiental personen op verschillende plaatsen aan stukken gesneden. Van een en ander is proces-verbaal opgemaakt.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Op de Deeverse jaarmarkten met kermis werd natuurlijk stevig gedronken en was er voor de jeugd uit de toen nog gesloten dorpsgemeenschappen altijd wel een aanleiding om met elkaar op de vuist te gaan, bijvoorbeeld de omgang met een mooi meisje uit een ander dorp.
De aanleiding van de hier beschreven twist moet echter wel heel ernstig zijn geweest, in het artikel in de Leeuwarder Courant wordt daar geen aandacht aan besteed. De verslaggever wil de belhamels in het pakhuis van Themis (de gevangenis) opsluiten.
Wellicht heeft de twist te maken met het bericht in het Algemeen Handelsblad van 31 oktober 1883.
De messies saat’n wel hiel lös in de büse.

Abracadabra-443

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Abracadabra-444

 

Posted in Deever, Joarmaarkt | Leave a comment

De greinse löp wat aans in de kaarspel Deever

In de Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1905, bladzijden 22 tot en met 39, verscheen het artikel ‘Het voormalige kerspel Diever en de latere grensveranderingen’ van burgemeester H. G. van Os van de gemeente Diever

Bij de mededeling van de oorspronkelijke uitgestrektheid van het kerspel Diever heb ik gemeend niet verder te moeten teruggaan dan tot het begin der 15de eeuw, omdat gegevens omtrent de vroegere indeling van Drenthe in kerspelen nagenoeg ontbreken en ongeveer op dat tijdstip in de oude Landschap ene gewijzigde orde van zaken intrad, welke gedurende de volgende vier eeuwen in hoofdzaak onveranderd bleef. Immers eerst na den afstand van Drenthe door Reynold van Coevorden aan de Utrechtsen bisschop Frederik van Blankenheim in 1395, werd door laatstgenoemde een meer geregeld bestuur in Drenthe ingesteld en het is dan ook van omstreeks deze tijd, dat enigszins betrouwbare inlichtingen, vooral ook aangaande het burgerlijk bestuur in de kerspelen, tot ons zijn gekomen en de benaming kerspel een scherper omlijnde betekenis kreeg.

Deze betekenis van een tweeledige: de indeling in kerspelen betrof zowel het werkelijk als het kerkelijk machtsgebied, zodat men sedert genoemde afstand in de regel in elk kerspel een schulte en een pastoor aantrof.

De oudst bekende volledige opgaaf van de Drentse kerspelen vindt men in een handschrift van omstreeks het jaar 1435, medegedeeld in den Nieuwe Volksalmanak van 1904, bladzijde 182, waarin Diever voorkomt als ‘Deueren’. Uit de vermelding van de namen van de overige kerspelen is na te gaan, dat het kerspel Diever ten Noorden en Noord-Oosten begrensd werd door het kerspel Beilen, ten Oosten door Dwingelo, ten Zuiden door Westerhessel en Wapserveen en ten Westen door Vledder. Overigens grensde het noordelijk aan Friesland (Stellingwerf).

Men zal tegenwoordig deze grenzen niet overal met even grote juistheid kunnen aanwijzen, onder andere op die plaatsen, waar vroeger uitgestrekte onbewoonde heidevelden, moerassen of venen werden aangetroffen; nauwkeuriger echter waar een riviertje of stroom een natuurlijke grens vormde. En daar dergelijke natuurlijke grenzen tussen de tegenwoordige burgerlijke gemeente en de meeste der omliggende gemeenten, in de opgaaf van 1435 reeds als kerspelen voorkomende (de gemeente Havelte als gevormd uit de kerspelen Westerhessel en Wapserveen), bijna overal aanwezig zijn, mag men, ook gelet op de benamingen en grenzen der marken, velden, maden enzovoort van de verschillende buurtschappen en kluften, die natuurlijke grensscheiding veilig aannemen als de grens van het oude kerspel Diever, behoudens de plaats gehad hebbende grensveranderingen, waaromtrent echter voldoende zekerheid bestaat. Deze grenzen waren: de Oude of Beilerstroom tegen het kerspel Dwingelo, de Wapserveensche Aa tegen het kerspel Wapserveen, de Vledder Aa tegen het kerspel Vledder.

De grens tegen het kerspel Westerhessel vormde waarschijnlijk een moeras ter plaatse van het tegenwoordige gehucht ‘het Moer’, dat daaraan blijkbaar zijn naam heeft ontleend (voetnoot 1), terwijl in het Noorden en Noord-Oosten uitgestrekte moerassen en venen werden aangetroffen tussen het kerspel Diever aan de ene zijde, Friesland en het kerspel Beilen aan de andere zijde. Juist terwijl deze streek niet bewoond was, zal het vergeefse moeite zijn, na te sporen, hoever in die tijden het kerspil zich in deze richting uitstrekte. Van ene eigenlijke grenslijn zal wel geen sprake zijn geweest. Eerst later, toen de venen vergraven en de gronden dientengevolge productief gemaakt werden, zal de grens der onder de verschillende kerspelen gelegen marken, als gevolg van het op de voorgrond tredend eigenbelang van de wederzijdse deelgerechtigden, door deze zijn vastgesteld. En deze markegrenzen, welke ook thans nog wel zijn aan te wijzen, werden alzo tevens de grenzen tussen de kerspelen, van welke die marken deel uitmaakten.

Op het tijdstip, waarmede deze verandering begint, bestond het kerspel Diever, behalve uit het dorp Diever (in ene acte van 1181 of 1182 reeds voorkomende als Devere), uit de buurtschappen of gehuchten Kalteren (in 1209 of 1210 Calthorne), Oldendiever (in een register van de jaren 1298-1304 Oldendene, waarschijnlijk een schrijffout voor Oldendever), Wittelte (21 mei 1040 Withelte), Wapse (5 februari 1384), Leggelo (in 1207 of 1208 Leggelo) en Eemster (in 1210 of 1211 Hemsere) (voetnoot 2). Enige kleinere gehuchten schijnen eerst later te zijn ontstaan, zoals Krommevoort (reeds in 1633 bekend), Wateren (in de 17e eeuw bekend als Achter- en Voor-Wateren, terwijl de benaming Klein-Wateren voor ’t eerst in 1761 voorkomt), ’t Moer in 1683, de Brugge of Dieverbruggge in 1685, de Voshaar in 1737, de Geeuwenbrug in 1768 en de Haart in 1772 (voetnoot 3).

Magnin (voetnoot 4) vermeldt nog, dat na de 14e eeuw Lhee onder ’t kerspel Diever heeft gehoord. Ik heb niet kunnen ontdekken, waarop deze mening gegrond is en ben geneigd aan een onwillekeurige vergissing bij die schrijver te denken. Volgens die mening zou Dwingelo, dat toen reeds een afzonderlijk kerspil vormde, behalve aan den kant van Ruinen geheel door ’t kerspel Diever zijn ingesloten geweest, terwijl Lheebroek, dat steeds een deel van Dwingelo heeft uitgemaakt, een enclave zou hebben gevormd. Een en ander komt mij zeer onwaarschijnlijk voor en ook bij overlevering is van een vereniging van Lhee met het kerspel Diever niets bekend.

De enige malen uitgesproken mening, dat Wapserveen nog geruime tijd, althans nog in de 15de eeuw, onder Diever heeft behoord, zal wel op een dwaling berusten. Volgens Romein (voetnoot 4) en waarschijnlijk in navolging daarvan de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 73, zou het in 1461 kerkelijk van Diever zijn afgescheiden, terwijl op laatstgenoemde plaats nog vermeld wordt, dat er toen eveneens een schulte werd aangesteld en de schrijver blijkens de bewoordingen wil te kennen geven, dat Wapserveen voor ‘t eerst sedert dat jaar zowel in ’t burgerlijke als in ’t kerkelijke een afzonderlijk kerspel uitmaakte, in overeenstemming met de stelling onder andere bij Magnin (voetnoot 4). Dat dit niet het geval geweest is, mag blijken uit een open brief van het jaar 1285 (voetnoot 4), waarin van de kerk aldaar reeds als van een parochiekerk wordt melding gemaakt, alsook uit de lijst der kerspelen van 1435, waarop Wapserveen eveneens reeds als zodanig voorkomt.

Wel is het aan te nemen, dat Wapserveen in vroegere tijd met Diever en de omgelegen buurtschappen een kerspil vormde. Niet alleen de naam, in verband met die van de buurtschap Wapse onder Diever, maakt dit zeer waarschijnlijk, doch ook de omstandigheid, dat Wapserveen, sedert het een afzonderlijk kerspel werd, meest met Diever tot een schultambt verenigd was. Tot dusver heeft men alleen in de jaren 1461, 1469 en 1480 (voetnoot 4) afzonderlijke schulte van Wapserveen aangetroffen; overigens was de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen, althans van 1595 tot 14 april 1795, toen laatstgenoemd kerspel bij besluit van de Representanten van het volk van Drenthe in ’t burgerlijke bij Havelte werd gevoegd.

Een eigenaardige illustratie van de verhouding tussen de kerspelen Diever en Wapserveen (misschien wel een uitvloeisel van de vroegere afscheiding), leverde de sinds onheugelijke tijden bestaande gewoonte, dat de schulte van Diever van elk erf te Wapserveen een voer turf genoot, waartegenover de schulte om het andere jaar twee tonnen bier placht te geven.

Bij een contract van 17 juni 1768 (voetnoot 6) werd tussen de schulte L. Nysingh en de carspellieden van Wapserveen tot onderling gemak en gerief overeengekomen, dat de carspellieden, zolang de heer Nysingh schulte zou zijn, in plaats van turf voor elk voer zouden betalen 14 stuivers, terwijl de schulte vrij zou zijn van het geven van bier. Er waren toen te Wapserveen 59 of 60 erven.

Behalve Wapserveen, schijnt ook Vledder enige tijd met het kerspel Diever in het burgerlijke te zijn verenigd geweest. Met zou dit kunnen opmaken uit een ordel van de Etstoel, in 1454 te Rolde gewezen, aldus aanvangende: “Soe iss gewiset tusschen den Drost unde den Kasspil van Deueren unde Vledderen…”. Deze vereniging is dan echter slechts zeer tijdelijk geweest, want op de lijst van 1435 komt Vledder als een afzonderlijk kerspel voor, in 1595 weer, terwijl het korte tijd daarna dezelfde schulte had als Havelte. Wellicht dat dus een enkele schulte van Diever tevens schulte van Vledder was, evenals later Hendrik van Barneveld, bijgenaamd Magere Hein, sedert 1530 tegelijkertijd schulte was van Meppel en Diever en Arent Dannenberg in 1737 en 1738 tegelijkertijd van Diever en Hoogersmilde.

In de loop der jaren is de grens van het kerspel Diever, zoals die hierboven is aangegeven als te zijn geweest in het begin van de 15de eeuw, meermalen gewijzigd door de afscheiding van enkele buurtschappen. Deze afscheiding betrof nu eens het wereldlijk, dan weder het kerkelijk gebied, doch nimmer het een en ander tegelijk.

De eerste afscheiding had plaats in 1633 en betrof de uitgestrekte hoge venen in het Noorden en Noord-Oosten van het kerspel onder de marken Diever en Leggeloo, tot de vervening waarvan in 1612 octrooi was verleend. In 1625 waren de meeste gronden reeds van veen ontbloot en ontgonnen, terwijl zich daar inmiddels een kolonie gevormd had, de Hoogersmilde genoemd. Bij een acte van 19 februari 1633 werden door Ridderschap en Eigenerfden ten behoeve van Adriaan Pauw, Ridder, Heer van Heemstede, Raadpensionaris van Holland en Westfriesland, deze venen, genaamd de Dieverder en Leggelder Smilder venen ‘beginnende t’eydens de Crommevoerder veenen (voetnoot 7), streckende opwaerts aen tot aen Hycker- ende andere Marcken ende tot aen de Vriesche Custen respective’ tot een Heerlijkheid verheven onder de naam van ‘de Heerlickheyt van Hooger-Smilde’. Dientengevolge kreeg Hoogersmilde een eigen schulte; een enkele maal was de schulte van Diever tevens schulte van de Heerlijkheid (voetnoot 8).

Kerkelijk bleef ze onder Diever ressorteren en ook de armenzorg, destijds uitsluitend een zaak van de diaconie, bleef aanvankelijk op de oude voet bestendigd. Op de duur gaf dit laatste echter aanleiding tot bezwaren en onenigheden, welke bij de Ridderschap en Eigenerfden werden aanhangig gemaakt. Een notitie in een oud kerkelijk register (voetnoot 6) leert ons de uitslag. Op 22 maart 1711 werd namelijk de kerk te Diever afgekondigd, dat ingevolge sententie van Ridderschap en Eigenerfden, op de laatstgehouden landdag genomen, de diakenen van het kerspil Diever ‘van alle gemeynschap met de Smildinger armen of armcassa ten enemaal aftreden en niet voornemens sijn eenich support an deselve te verlienen. Noch oock van haar armpenningen te profiteeren en dat diensvolgens de Smildinger haar armgeld en almosen separaat sullen konnen manieren, distribueren end imployeren so als sullen goedvinden’. Doch hiermee was het geschil niet uit de weg geruimd, want daarna vinden wij de zaak voor de Etstoel gebracht. Bij een uitspraak van 6 juni 1714 (voetnoot 9) van Gecommitteerden namens de Etstoel werd, na verhoor van diakenen en volmachten van Diever en Smilde, een minnelijke overeenkomst tot stand gebracht, in hoofdzaak hierop neerkomende, dat het armoortjesgeld (voetnoot 10) van de verpachtingen en de opbrengst van de bussen, in de herbergen hangende, door elke diaconie op haar eigen gebied zou worden genoten; evenzo hetgeen in het bekken op het kerkhof te Diever gegeven werd bij de begrafenissen van doden uit het kerspil Diever en uit Smilde. Daarentegen zou de opbrengst  der collecten in de kerk te Diever voor 9/10 aan Diever, voor het overige 1/10 gedeelte aan de Smilder diaconie komen en zouden in dezelfde verhouding de rente en huur van de armengoederen verdeeld worden, uitgezonderd de goederen, welke reeds voor de stichting van Hoogersmilde aanwezig waren en waarvan de opbrengst geheel aan de diaconie van Diever verbleef.

Zoals gezegd , bleef Hoogersmilde kerkelijk onder Diever behoren en het is vrij nauwkeurig na te gaan, hoever zich destijds het gebied van de kerk te Diever noordelijk uitstrekte. Deze grens moet worden aangenomen ongeveer ter plaatse, waar zich tegenwoordig de Leembrug over de Drentse Hoofdvaart bevindt. In de oude doopboeken immers ziet men, dat herhaaldelijk personen van den- achter den- of tegenover de Wolvenberg (gelegen in de nabijheid van de vervening van het Oranjekanaal met de Drentse Hoofdvaart) hun kinderen in de kerk te Diever lieten dopen.

Een grote verandering bracht de vereniging van het Koninkrijk Holland met het Franse Keizerrijk, bij Keizerlijk decreet van 9 juli 1810 en de daarop gevolge verdeling in departementen, arrondissementen, kantons en gemeenten, definitief omschreven bij decreet van 21 oktober 1811, ten opzichte van Diever teweeg.

Werd bij deze verdeling Vledder met Diever tot een commune verenigd, de welvarende buurtschappen Eemster en Leggeloo werden van Diever afgescheiden en in het burgerlijke bij Dwingelo gevoegd. Bij deze afscheiding wens ik enigszins uitvoeriger stil te staan, omdat ze – en vooral de daaruit gevolgde kerkelijke afscheiding – op hevig verzet van de zijde van de belanghebbenden stuitte en vooral ook omdat, zonderling genoeg, noch Magnin in zijn overigens zo volledig ‘Overzicht van de Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe’, noch Romein in ‘de Hervormde Predikanten van Drenthe’ hiervan met een enkel woord gewag maken.

De beweegreden voor deze afscheiding schijnt minder te moeten worden gezocht in de wens om de ingezetenen van deze buurtschappen welgevallig te zijn, dan wel om het zielental van Dwingelo tot een behoorlijk cijfer op te voeren; van een andere overweging is mij althans niet gebleken. In Diever schreef men de afscheiding toe aan kuiperijen van de zijde van Dwingelo, gegrond als men ze noemde op willekeurigheid, misverstand, overijling of persoonlijke berekeningen. In elk geval is het duidelijk, dat daarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de bevolking van de beide buurtschappen, die op ondubbelzinnige wijze blijk gaf van haar tegenzin tegen deze verandering.

In Dwingelo daarentegen heeft men zich gemakkelijker bij het geval neergelegd en haastte men zich de nieuwe gemeentenaren ook de voorrechten van een kerkelijke vereniging te doen deelachtig worden. Reeds in november 1811 richtte de maire van Dwingelo een verzoek tot de prefect van het departement van de Wester-Eems, om de beide buurtschappen thans ook in de geestelijke onder Dwingelo te doen ressorteren. Dit verzoek werd in dier voege toegestaan, dat bij besluit van de perfect van 16 december daar aan volgende, no. 15, werd verklaard, dat met ingang van 1 januari 1812 Eemster en Leggelo ten aanzien van het kerkelijk zouden gehouden worden tot de mairie van Dwingelo te behoren ’tenzij daartegen gegronde inconvenienten mogten militeeren, dewelke existerende, door den onderprefekt opgegeven en ter kennisse van den prefekt moeten gebragt worden.’

Niettegenstaande de laatste zinsnede van deze beschikking, die door de onderprefect in het arrondissement Assen ook aan de maire van Diever werd gezonden en die als ’t ware een uitnodiging was aan belanghebbenden om met hun bezwaren voor de dag te komen, bleef men van die zijde aanvankelijk stilzitten. De maire van Dwingelo schijnt daaruit niet zonder reden te hebben afgeleid, dat er geen ‘inconvenienten’ aanwezig waren, waarom hij de vrijheid nam om op de 7 mei 1812 in de kerk te doen afkondigen, dat sedert 1 januari van dat jaar Eemster en Leggelo kerkelijk met Dwingelo verenigd waren.

Deze mededeling was wel in staat, de belanghebbenden op onzachte wijze uit de slaap te wekken. Reeds de 16 mei daarop volgende werd een adres, door een aanzienlijk getal inwoners van Eemster en Leggelo en leden van het Hervormde kerkgenootschap te Diever ondertekend, ingezonden, waarbij zij te kennen gaven ‘niets hartelijker te verlangen dan met de gemeente Diever op de oude voet verknocht te blijven en wel op grond van een door de tijd diep ingewortelde en door niets te wraken gehechtheid aan een gemeente, in welke kring hun voorvaderen sedert onheugelijke jaren en zijzelf de zegeningen van de godsdienst genoten hebben, alsmede op grond van de nadelen, die door de voorgenoemde afscheidingen bedreigen’.

Nu ook achtte de maire van Diever de tijd gekomen om te voldoen aan de aanschrijving van de onderprefect te Assen van 23 december van het vorige jaar, om ten spoedigste te rapporteren ten aanzien van de inconvenienten, die bij hem tegen het besluit van de prefect mochten aanwezig zijn. En nu worden wij bekend gemaakt met tal van bezwaren, sommige wel wat al te breed uitgemeten, andere daarentegen volstrekt niet denkbeeldig, uit welke opsomming blijkt, dat men het ook destijds reeds een goede gewoonte achtte, de meest afdoende argumenten tot het laatst te bewaren.

In de eerste plaats dan zouden de ingezetenen van Diever voor de afscheiding in de onmogelijkheid worden gebracht, hun kerkgebouw en aanhoren naar eis te onderhouden. Deze kerk zou veel te groot worden en die van Dwingelo te klein voor de vermeerderde bevolking. Verder hadden de bewoners van Eemster en Leggelo te Diever in de nabijheid van de kerk sedert jaren bij hun oude vrienden en bloedverwanten, met wie zij – zowel als deze met hen – de broederlijke gemeenschap wensten te onderhouden, een zogenaamde ‘vrije intrek’, waar zij bij slecht weer, te vroege aankomst en tot verblijf tussen de kerkdiensten kosteloos vertoefden en verfrissing vonden, hetgeen zij te Dwingelo misten en zich dus tegen betaling moesten verschaffen. Te Diever hadden zij merendeels in de kerk hun vaste zitplaatsen en eigen voorouderlijke graven; hier waren zij gedoopt en in de echt verbonden, hier stonden ook hun familie van de oudste tijden er in de kerkelijke registers opgetekend en hadden zij van hun jeugd af het godsdienstonderwijs genoten, zodat een onlaakbare vooringenomenheid en van hun kindsheid af aan de plaats, medelidmaten en leraar verbond. Bovendien viel hun de uitoefening van de eredienst te Diever gemakkelijker, terwijl de weg daarheen korter en te allen tijde te voet en per rijtuig begaanbaar was, terwijl die naar Dwingelo, vooral in de winter wanneer de Oude stroom buiten zijn oevers was getreden, veelal onbruikbaar was, bepaaldelijk voor voetgangers. Het slotargument, dat naar de mening van adressanten moest beslissen, was, dat zij voor hun aandeel wettige eigenaars waren van de kerk en pastorie te Diever van welke eigendom zij door de afscheiding verstoken zouden worden, terwijl hun aandeel in de lasten voor rekening van de Dieverse leden zou komen.

De zaak schijnt daarna geruime tijd hangende te zijn gebleven, waarschijnlijk een gevolg van de algemene toestand van het land, welke in het volgende jaar tot de val van het Franse Keizerrijk en de herstelling van onze onafhankelijkheid leidde. Wel opmerkelijk is het, dat juist tussen januari 1812 en juli 1813 geen enkel kind uit Eemster of Leggelo te Diever is gedoopt, later wel weer.

Uit een in mijn bezit gekomen ontwerpadres van ingezeten uit Eemster en Leggelo blijkt, dat men nu de tijd gekomen achtte om opnieuw, ditmaal bij de Staten van de Landschap Drenthe, aan te dringen op een hereniging met Diever, waartoe de op handen zijnde reorganisatie van het inwendig bestuur een ongezochte gelegenheid aanbood. Dit verzoek betrof zowel de burgerlijke als de kerkelijke indeling, zodat wij, behalve de reeds vroeger gebezigde argumenten, daarin ook de bezwaren tegen de politieke afscheiding aantreffen.

Vooropstellende, dat van de oudste tijden er de Oude stroom de natuurlijke grens was geweest tussen de kerspelen Diever en Dwingelo, betoogde men, dat door de afscheiding de evenredigheid tussen bouwland, heide en zandgrond met hooi- en weilanden in eenmaal verbroken werd, daar bijna al het groenland van de gemeente onder de afgescheiden buurtschappen gelegen was. Dientengevolge zou de gemeente niet bestand zijn tegen de aanmerkelijke quota’s en aanslagen, inzonderheid van de grondbelasting, welke over de zo weinig opleverende overgebleven gronden moest worden verdeeld. Talloze onenigheden zouden hieruit voortvloeien, daar de grondeigendommen wederzijds zodanig door elkander waren gelegen, dat dit alleen reeds de afscheiding als geheel absurd en als zonder kennis van zaken tot stand gebracht moest doen voorkomen. Ook had door de afscheiding het traktement van de schoolmeester te Diever een aanmerkelijke vermindering ondergaan, terwijl deze functionaris toch mede door adressanten was beroepen, welke verbintenis zij voor hun aandeel thans verhinderd waren na te komen (voetnoot 11). Ten slotte gaven zij hun vast voornemen te kennen, niettegenstaande alle politie betrekkingen, bij voortduring van het kerkgebouw te Diever gebruik te zullen maken en tot het onderhoud van kerk en eredienst aldaar te blijven bijdragen, wat toch wel niemand hun zou kunnen beletten. Ook hun liefdegaven ten bate van de diaconie zouden zij te Diever blijven besteden.

Deze poging heeft evenmin het gewenst gevolg gehad. In het burgerlijke bleven Eemster en Leggelo met Dwingelo verenigd, terwijl Diever en Vledder afzonderlijke gemeenten werden.

Op 15 juli 1817 heeft de commissaris-generaal, provisioneel belast met de zaken van de Nederlands Hervormde kerk enzovoort, Eemster en Leggelo kerkelijk van Diever afgescheiden en met Dwingelo verenigd. Bij Koninklijk Besluit van 12 september 1823, no. 103, werd die afscheiding definitief tot stand gebracht.

De bedreiging, dat de ingezetenen van de buurtschappen niettegenstaande de burgerlijke afscheiding toch te Diever de bevrediging van hun godsdienstige behoeften zouden blijven zoeken, is niet lang volgehouden. Werden in de eerste jaren na 1823 hun kinderen nog op de oude voet te Diever gedoopt, spoedig verminderde dit, om in 1830 geheel op te houden. Reeds sedert 1814 waren uit Leggelo, sedert 1816 uit Eemster geen nieuwe lidmaten meer te Diever aangenomen. Enkele families daarentegen bleven nog een 30-tal jaren te Diever naar de kerk gaan.

Nog tweemaal moest de kerk te Diever een deel van haar gebied afstaan.
De eerste maal was dit een gevolg van de kolonisatie der buurtschappen Wateren door de Maatschappij van Weldadigheid, die daar een opvoedingsgesticht vestigde. Bij beschikking van de Minister voor de zaken van de Hervormde eredienst enzovoort van 17 april 1834, no. 3, werden de godsdienstige belangen der Protestantse kwekelingen van het opvoedingsgesticht te Wateren en van de Protestantse bewoners van de te Groot-Wateren gelegen woningen aanbevolen aan de predikant te Vledder. Nadat in 1860, dus een jaar nadat de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen door het Rijk van de Maatschappij van Weldadigheid waren overgenomen, alle bezittingen van de Maatschappij te Wateren, de kweekschool daaronder begrepen, in openbare veiling waren verkocht en in handen aan bijzondere personen overgegaan, werd bij besluit van dezelfde Minister van 7 maart 1862, no. 8, op een adres van het Classicaal bestuur van Meppel vorenbedoelde beschikking van 1834 ingetrokken, zodat sedert dat jaar geheel Wateren weer kerkelijk onder Diever behoort.
De laatste afscheiding betrof de voormalige Heerlijkheid Hoogersmilde, in 1633 reeds in het burgerlijke van Diever gescheiden. Met het oog op de verre afstand ligt het voor de hand, dat het voor de bewoners op de duur een groot ongerief was, hun godsdienstplichten te Diever blijven te vervullen. Een deel van hen bezocht dan ook reeds sedert jaren de op 17 februari 1788 ingewijde nieuwe kerk te Kloosterveen. Op verzoek van de Hervormde ingezetenen van Hoogersmilde werd hun bij Koninklijk Besluit van 23 maart 1844, no. 70, toegezegd, dat zij van Diever zouden worden afgescheiden en een afzonderlijke kerkelijke gemeente uitmaken, indien zonder bezwaar van ’s lands kas aldaar een geschikt kerkgebouw met predikantswoning werd gebouwd. De kerk te Diever zou alle kerkelijke bezittingen behouden, de ingezetenen van Hoogersmilde zouden daarentegen worden vrijgesteld van de kerkelijke omslag te Diever, in te gaan op 1 januari na het jaar waarin de nieuwe kerk zou zijn ingewijd. Deze inwijding had plaats op 26 december 1844, zodat op 1 januari 1845 ook deze afscheiding haar beslag kreeg.

Volledigheidshalve werd nog vermeld, dat te Wateren, waar voor de afscheiding van de Maatschappij van Weldadigheid door de Rooms Katholieke bewoners gebruik werd gemaakt van de Rooms Katholieke kerk te Frederiksoord. (rectoraat onder de parochie Steenwijkerwold), zich vooral sedert het jaar 1880 meer Rooms Katholieke gezinnen vestigden, zodat zich langzamerhand de behoefte aan een eigen kerk deed gevoelen. In 1883, toen het getal van de gezinnen 9 bedroeg met 50 gezinsleden, richtte de Vikaris Kapitulair van het Aartsbisdom Utrecht tot de Minister van Financiën het verzoek om ten behoeve van de pastoor een te Wateren op te richten parochie een rijksjaarwedde, benevens een subsidie voor de bouw van een kerk, toe te kennen. Niettegenstaande dit verzoek, met het oog op de weinig talrijke nederzetting, werd afgewezen, werd bij beschikking van de Aartsbisschop van Utrecht van 3 september 1884 met ingang van 18 september daaropvolgende te Wateren een kerkelijke parochie opgericht onder de bescherming van de H. Andreas.

Voetnoten:
1)
Van de vroegste tijden af, dat deze naam in oude stukken voorkomt, werd de bevolking van dit gehucht steeds aangeduid als wonende “op het Moer”.
2)
Deze oorkonden zijn te vinden in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe onder de nrs. 39, 48, 199, 19, 726, 44 en 49.
3)
Deze jaartallen zijn geput uit de oude kerkelijke doopboeken, aanwezig op het gemeentearchief te Diever, beginnende op het jaar 1676.
4)
Magnin. Overzicht der Kerkelijke Geschiedenis van Drenthe, bladzijde 141.
5)
De Hervormde Predikanten van Drenthe.
6)
In het gemeentearchief van Diever.
7)
In de nabijheid van de Geeuwenbrug.
8)
Zie de Nieuwe Drentse Volksalmanak van 1902, bladzijde 197.
9)
Kopie in het “Protocol aangaande de administratie der armen wegens de Hooger Smilde”, in het gemeentearchief te Smilde.
10)
Een vierde gedeelte, namelijk een oortje (2 duiten of 4 penningen) van elke stuiver, welke van elke gulden op de pachtsommen der Generale Middelen ten laste van de pachters werd geheven.
11)
Dat Eemster en Leggeloo inderdaad het welvarendste deel van het kerspil Diever hebben uitgemaakt, mag blijken uit de volgende lijst van zuivere bezittingen (daaronder begrepen de gekapitaliseerde waarde van revenuen van ambten, bedieningen en beneficiën) van de ingezeten, welke tot een bedrag van minstens 100 gulden gegoed waren. Deze lijst strekte ten behoeve der heffing van den 100sten penning, ingevolge resolutie van de representanten van het Drentse volk van 11 oktober 1796.
Diever                 83 huizen     201515,– gulden
Oldendiever        19 huizen       38525,– gulden
Kalteren                3 huizen           400,– gulden
Wateren                6 huizen         5400,– gulden
Wittelte               12 huizen       32050,– gulden
’t Moer                  4 huizen         1450,– gulden
Wapse                36 huizen       61990,– gulden
Leggeloo            22 huizen       79550,– gulden
Eemster              25 huizen       57635,– gulden

Posted in Deever, Kaarke an de brink, Kalter’n, Kerspel Diever, Oll'ndeever, ut Moer, Wapse, Wittelte, Woater’n | Leave a comment

Een steenen potje met tien oude muntstukken

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 4 december 1928 het volgende belangwekkende bericht over de vondst van oude munten in een weiland op Kalteren.

Oude munten gevonden
Terwijl een zoon van den landbouwer Seinen met een knecht op het weiland te Kalteren bezig was met graafwerk, deden ze een merkwaardige vondst. Reeds eenige malen waren op dit land voorwerpen gevonden, welke er op duidden dat daar vroeger een woning had gestaan. Toen de knecht nu wederom op iets stootte met zijn schoffel, zei hij uit de grap, dat hij nu de pot met goud had gevonden. En waarlijk kwam er een steenen potje te voorschijn, hetwelk door een kei afgedekt was.
De inhoud werd zorgvuldig nagezocht en bestond uit 10 oude muntstukken, 4 gouden en 6 zilveren. Tussen de munten zat telkens een stukje zak (nog geheel gaaf). De gouden munten waren ter grootte van bijna een gulden, de zilveren als van een rijksdaalder.
Bij nadere beschouwing bleek ons dat de muntstukken verschillende randschriften droegen.
Op een gouden munt stond: P. HS. D.G. HISPZ. REX. DUX. BR aan de eene zijde en aan de andere DOMINUS MIHI ADJUTOR, benevens een beeld van Philips II.
De tweede gouden munt bevatte eveneens het woord Philips.
Deze beide munten zijn dus uit den tijd van Philips de Tweede. Koning van Spanje.
Van de beide overige gouden munten bevatte de eene een massa (vermoedelijk) Hebreeuwse letterteekens en de andere een wapen, voorstellende een Engel.
Vier van de zes zilveren munten waren gelijk. Aan de eene zijde stond een wapen, voorstellende een leeuw met als randschrift CON FIDENS DNO NON MOVETVR, benevens het jaartal 1616. Aan de andere zijde een wapen, voorstellende een geharnaste ridder met een leeuw in een apart wapen er onder. Het randschrift vermeldde: FOE BELG IRAN MO. ARG PRO : CON.
De beide andere zilveren munten waren eveneens gelijk en vertoonden aan beide zijden een wapen. Het randschrift aan de een zijde luidde: Albert et Elisabeth Dei Gratia en als vervolg daarop aan de andere zijde: Archid. Aust. Duces. Burg. Brab. Zd.
De heer Seinen heeft de muntstukken onder zijn berusting gehouden, terwijl kennis is gegeven aan dr. A.E. van Giffen te Groningen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Landbouwer Seinen moet Jan Seinen uit Wapse zijn geweest. Jan Seinen is geboren op 15  juli 1876 in Wapse. Jan Seinen is overleden op 13 december 1950 in Deever. Wellicht is de bijzondere muntschat nog steeds in het bezit van een nazaat van Jan Seinen.

Dominus mihi adiutor (DOMINVS MIHI ADIVTOR) (de Heer is mijn helper) was de lijfspreuk van de Spaanse koning Philips II, daarmee ligt de datering van de betreffende munt ongeveer vast, namelijk 1555-1581. 
PHS. D.G. HISP. Z. REX. DUX. BR is voluit: Philippus Dei gratia Hispaniarum z rex dux Brabant. Dit betekent: Philips, bij de gratie Gods koning van Spanje en hertog van Brabant.

Posted in Alle Deeversen, Kalter’n, Oudheidkunde, Wapse | Leave a comment

Panorama van de Aachterstroate en de Noorderesch

De redactie van ut Deevers Archief schat in dat dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm Hessels, staande boven in de gemeentelijke toren aan de brink van Deever, deze prachtige panoramafoto van de Aachterstroate en de Noorderesch in de eerste helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft gemaakt. Harm Hessels is niet in de toren geklommen om te genieten van het fraaie panorama, maar mogelijk wel vanwege een speciale gebeurtenis in het dorp Deever, want in de Aachterstroate loopt veel volk. De redactie heeft nog niet kunnen bedenken of achterhalen ter gelegenheid van welke gebeurtenis zo veel volk op de been was.
Op deze panoramafoto is heel goed te zien hoe de Hoge Heren Van Het Grote Essenbehoud Gelijk Van De Gemiente Deever met de aanleg van de halve rondweg met de naam Betonweg, die tegenwoordig onterecht Ten Darperweg heet, de Noorderesch voor altijd hebben vurropt, vurnaggeld en vurrineweerd.
De redactie heeft nog niet uitgezocht wie rond 1965 in de huizen en de panden an de Aachterstroate woonden. Voor de hand ligt dat in de boerderij met het rieten dak, die in de lengte langs de Aachterstroate staat, Jan Tabak, Griet Bennen en hun kinderen Jans en Roelof woonden. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie gegevens verschaffen over de mensen die in de periode 1960-1965 in de zichtbare panden woonden ?
In de periode 1950-1953 woonde op het adres Achterstraat 10, nu Achterstraat 6, Lammigje Haveman, weduwe van Hendrik Mulder Ezn, moeder van Anne en Egbert Mulder. In die periode hield ze nog een paar koeien. Zoon Egbert was postbode, maar zal ook wel het boerenwerk hebben gedaan. Ze leverde melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Op haar melkbussen stond leveranciernummer 94. Ze bewoonde het pand achter de leilinden, dat links op de voorgrond van de foto is te zien.
In de periode 1950-1953 woonde op het adres Achterstraat 9, nu Achterstraat 8, het echtpaar Hilbert Folkerts en Egbertje Winters. Zij hielden ook een paar koeien. Zij leverden melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Op hun melkbussen stond leveranciernummer 95. Ze bewoonden het pand dat naast het pand van Lammigje Haveman staat.
In de periode 1950-1953 woonde op het adres Achterstraat 4, nu Achterstraat 7, het echtpaar Teunis Wesseling en Lammigje Seinen. Zij leverden melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Op hun melkbussen stond leveranciernummer 96. Ze bewoonden de boerderij waarvoor een grote groep mensen loopt.
In de periode 1950-1953 woonde op het adres Achterstraat 8, nu Achterstraat 10, de ongetrouwde Geert Bennen. Hij leverde melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Op zijn melkbussen stond leveranciernummer 97. In mei 1951 verhuisden Jan Tabak en Griet Bennen van Dieverbrug 10 naar Achterstraat 8. Zij leverden ook melk aan de fabriek, maar blijkbaar stond in die periode het busnummer nog op naam van Geert Bennen. Geert Bennen woonde in de boererij, die in de lengte langs de Achterstraat staat.
In de periode 1950-1953 woonde op het adres Achterstraat 6, nu Achterstraat 14 t/m 24, het echtpaar Jan Dolsma en Hendrikje Koops. Zij leverden melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Op hun melkbussen stond leveranciernummer 98. Ze woonden in de niet zichtbare boerderij achter de bomen aan de rechterkant van de foto.
In de periode 1950-1953 woonde op het adres Achterstraat 5, nu Achterstraat 9, het echtpaar Klaas Hummelen Smidt en Hendrikje Vos. Zij leverden melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Op hun melkbussen stond leveranciernummer 99. Ze woonden in de boerderij die rechts boven de boerderij van Geert Bennen is te zien.
De redactie is al heel lang op zoek naar foto’s van melkbussen met het leveranciernummer van boeren, keuterboeren en arbeiders, die melk leverden aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie voorzien van een goede scan van foto’s van melkbussen met het leveranciernummer ?

Posted in Aagterstroate | Leave a comment

Blik, Wringe, Boekweitenveen, Giere, Kleine Kwabbik

In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 december 1964 -alweer meer dan vijftig jaar geleden- verscheen het volgende korte bericht over de verkoop van bouwland en groenland in café Brinkzicht an de brinq in Deever.

Diever. Ten overstaan van notaris D. Botje te Dwingelo werd in café Brinkzicht te Diever bij toeslag, wegens voorgenomen beëindiging van het bedrijf, in het openbaar verkocht:
1.
Voor de heer R. Hummelen te Almelo:
Bouwland ’t Blik op de Westeres, groot 48 are 10 ca.
Kopers werden gebroeders Elting te Wittelte voor f. 3690,-.
2.
Voor de heer A. Vierhoven te Ruinerwold:
Groenland de Wringe bij de Bolderhoek, groot 97 are en 70 ca.
Koper werd de heer J. Pot te Wittelte voor f. 5650,-.
3.
Voor de  heer H.J. Bennen te Diever:
Groenland Boekweitenveen op de Westeres, groot 2.63.20 ha.
Kopers werden gebroeders Van Wester te Oldendiever voor f. 15.800,-.
Bouwland de Giere op de Hezenes, groot 46 are.
Koper werd de heer H. Offerein te Diever voor f. 3000,-.
Groenland de Kleine Kwabbik aan de Groningerweg, groot 62 are 60 ca.
Koper werd de heer W. Bakker te Diever voor f. 3440,-.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden bouwlanden en groenlanden aangeduid met hun eeuwen oude veldnaam. Hoe eenvoudig kon het zijn.
De heemkundige vereniging uut Deever heeft met langdurend en geduldig uitzoekwerk gelukkig zoveel mogelijk oude veldnamen in alle dorpen van de gemiente Deever in kaart gebracht. Deze hebben grote cultuurhistorische waarde. Veldnamen zijn cultureel erfgoed.
Met het in de vorige eeuw doordrukken en uitvoeren van de zo genoemde ruilverkaveling, het verdwijnen van de kleinschalige landbouw en het verdwijnen van de boerenstand uut de gemiente Deever is helaas ook het gebruik van de oude veldnamen van bouw- en groenlanden verdwenen.
Als men nu een willekeurige inwoner van de gemiente Deever vraagt waar ’t Blik, de Wringe, ‘t Boekweitenveen, de Giere en de Kleine Kwabbik liggen, dan zal die inwoner het antwoord hoogstwaarschijnlijk schuldig blijven.
Of wellicht weet die inwoner waar de Wringe heeft gelegen, omdat die veldnaam terug is te vinden op een straatnaambordje an de Deeverbrogge.
De gebroeders Elting waren Jan en Willem Elting uit Wittelte.

Jan Pot is geboren op 3 augustus 1919 in Wittelte en is overleden op 12 november 1987.
De gebroeders Van Wester waren Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester uit Oll’ndeever.
H.J. Bennen is Harman Jan Bennen. Harman Jan Bennen is geboren op 3 mei 1904 in Deever.
H. Offerein is Hendrik Offerein.
W. Bakker is Willem Bakker.

Posted in Aarfgood, Cultuurhistorie, Deever, Landbouw, Veldnème | Leave a comment

De smid en de tiedmesiene

De redactie van ut Deevers Archief vond bij het digitaliseren (scannen) van zijn papieren archief bestaande uit vooral veel dozen en veel mappen en veel ordners met veel foto’s, kranten- en tijdschriftenknipsels, reclamemateriaal, folders, en zo voort, en zo voort, en zo voort, uut de gemiente Deever bijgaand artikel over dorpsfiguur Klaas Kleine, dat is gepubliceerd in 1983 in nummer 40 van het tijdschrift Panorama. De redactie wil dit vermakelijke artikel niet onthouden aan zijn trouwe bezoekers.

Boven aan het artikel stond de volgende tekst.
Panorama’s Buitenbeentjes
Wat tien jaar geleden begon als de Panorama-serie Buitenbeentjes is dank zij de NCRV uitgegroeid tot Showroom, het meest bekeken televisieprogramma van de laatste jaren. Showroom is gestopt, maar Panorama pakt de draad weer op

Klaas Kleine, de duizendpoot van Diever, zet de klok eens per jaar een eeuw terug.
De Smid en de Tijdmachine

Klaas Kleine is smid, hij bouwt violen, maakt kaas, fokt geiten en schrijft gedichten. Daar is dus niks raars aan. Wat ons wel bevreemdt, is zijn jaarlijkse terugkerende hang naar een leven zonder stofzuiger, radio en stromend kraanwater. Want over een paar weken is het weer zover: dan doet hij met zijn gezin een week lang net alsof het honderd jaar geleden is.

Sinds enkele jaren is Klaas Kleine in de herfstvakantie onbereikbaar voor de geneugten van de moderne tijd. Niet dat hij er dan ineens een week uitbreekt met tent en primusstel of dat hij zich een woudlopershut huurt in het Schwarzwald of zoiets, nee, Klaas Kleine uit het Drentse Diever keer telkens voor de winter invalt een week lang terug naar de vorige eeuw. Hij doet dan de deur op slot, zet de tijdmachine in zijn achteruit en stapt uit in de buurt van 1860, 1870. Daar vindt hij zijn eigen huis en zijn eigen vrouw en kinderen, maar de wasmachine is buiten werking, de stofzuiger staat op non-actief en zijn vrouw roert in een kookpot boven het houtvuur, terwijl de kleintjes spelen met bikkels en knikkers van klei. Klaas heeft namelijk iets met ‘vroeger’ en iets tegen -wat hij noemt- de dranghekkencultuur.
Normaliter treft de doordeweekse bezoeker Kleine aan in zijn werkplaats. Of in zijn geitenwei, in zijn kaasmakerij, achter een bos vioolhout of zijn typemachine. Maar als wij aanbellen staat hij voor de verandering achter de deur.
Ze zeggen wel, zegt hij, dat hij voortdurend op de vlucht is voor het moderne bestaan. Dat is dus flauwekul. Hij is danig tevreden met zijn platenspeler en de waarde van de telefoon weet hij heus wel naar waarde te schatten; hem zal je nooit horen zeggen dat hij honderd jaar te laat is geboren. Edoch. Onder het motto: beproeft alle dingen en behoudt het goede, spit Kleine aanhoudend in het verleden om tot de conclusie te komen dat sommige dingen uit de oude doos hem beter bevallen. Rust bijvoorbeeld. Tegenwoordig heeft iedereen haast en iedereen komt tijd tekort. Dat is behalve ongezond ook absurd. De goeie God heeft de mens vierentwintig uur per etmaal gegeven en dat moet voldoende wezen.
Nu mag het gerust een mirakel heten dat Kleine het redt met die twee dozijn uur. Naast zijn vak als smid oefent hij een aantal bijvakken uit waar een ander zijn leven lang de handen aan vol zou hebben. Neem het viool bouwen. Als klein jongetje zag hij voor het eerst een viool in handen van zijn oom. Dat was wat, zulke rare instrumenten kwamen normaal het huis van zijn ouders niet in. Dat was meer voor de dokter en de domeneer en vandaar dat hij nooit heeft geweten wat voor geluid zoiets nou eigenlijk voortbracht. Tot zijn oom op die viool begon te spelen, toen was hij er gelijk kapot van. Binnen de kortste keren maakte hij van een sigarenkistje een eigen viool en daarmee was het hek van de dam. Geen snaarinstrument kon hij meer in handen hebben of hij peuterde er net zolang aan tot hij wist hoe het in elkaar zat. Hij vrat alle beschikbare lectuur over middeleeuwse instrumenten en nu hij 43 is, is de vioolbouwerij een halve broodwinning.
Het fokken van oud-Nederlandse geiten. Ook zoiets. Ooit kocht hij zich één scheeloog om een maaimachine uit te sparen. Dat zette hem op het spoor van de zeldzaam geworden Veluwse geit en prompt was hij verkocht. Voor hij het goed en wel besefte had hij twintig van die langharige types in de wei staan en vergaderde hij in verenigingsverband in de dorpskroeg over het wel en wee van zijn geiten. Als maaimachine voldoen ze niet, zo heeft hij gemerkt, maar van hun melk maak je na wat oefening frisse kaas.
Toen het voltallige bestuur van de Dieverse geitenfokvereniging niet langer bij machte was Kleines met de hand geschreven notulen te ontcijferen, kreeg hij een typemachine. Dat bleek een verrassend handig apparaat, waarop ook zijn Drentse gedichten en verhalen getypt bleken te kunnen worden. De gelegenheden waarbij hij deze of gene een sonnet cadeau deed, werden ineens aanmerkelijk enthousiaster toegejuicht, vrienden en kennissen konden eindelijk lézen wat Kleine voor hen had geschreven. Publikaties in een Drents tijdschriftje voor literatuur behoren sindsdien ook tot zijn gewone bezigheden.
Tussen de bedrijven door werd er bij de Dieverse smid en zijn vrouw ook nog eens een stel kinderen opgevoed, een klus waarvan Kleine zich nimmer met een Jantje van Leiden heeft afgemaakt. Enkele jaren geleden gebeurde het dat zijn oudste dochter van geschiedenisles thuiskwam met vragen als Hoe kookten de mensen eigenlijk in de vorige eeuw ? en Hoe leefden ze zonder electriciteit ? Waar ieder ander zo nauwgezet mogelijk zou proberen te antwoorden, om daarna over te gaan tot tde orde van de dag, koos Kleine een andere methode, zij het een wat omslachtige. Hij stelde zijn vrouw en de kinderen voor een paar dagen vorige eeuw te gaan spelen. De gehele herfstvakantie van dat jaar werd voor het experiment gereserveerd. Kleine kocht rookvlees, alsmede worsten en zijden spek; zijn vrouw maakte voor iedereen zo origineel mogelijke kleding en de kinderen werd geïnstrueerd het speelgoed te zuiveren van twintigste-eeuwse elementen. Toen ging de deur dicht.
Dat eerste jaar viel de regen met bakken uit de hemel. Het stookhout werd vochtig en met rooie ogen van de rook leefden ze genietend het leven van een eeuw geleden. Dat het zo’n succesvolle herfstweek werd, kwam mede door de authentieke staat waarin hun huis verkeert. De vrouw van Kleine kon zich, gezien het feit dat er zoals eertijds een pomp op het erf staat, met beide handen uitleven op het wasgoed. Kleine zelf begaf zich, in plaats van per auto, te voet naar zijn geitenwei en in zijn smidse ging hij ouderwets te keer met de blaasbalg, terwijl de kinderen zich oefenden in het gebruik van griffel en lei. Na die week werd besloten dat, zolang ze het allemaal leuk bleven vinden, iedere herfstvakantie voortaan besteed zou worden aan het-leven-in-de-vorige-eeuw.
De dorpsgenoten bezien sindsdien die Kleine met wat meer oplettendheid. Een afwijkinkje of wat is tot daaraan toe, maar al te bont moet het ook niet worden. Een vriendinnetje van één van de kinderen kwam tijdens zo’n herfstweek eens binnen met de mededeling: ‘Ik moet van mijn vader zeggen dat jullie gek zijn’.
Vrienden en kennissen houden zich verbaal iets meer op de vlakte, maar putten zich gedurende de bewuste week wel uit in een meer dan gemiddelde belangstelling voor het gezin van de smid. En als iemand eindelijk een fout meent te hebben ontdekt (Heb je een slaapzak op bed ? In die tijd hadden ze anders helemaal geen slaapzakken !) is de ondertoon van triomf net iets te duidelijk hoorbaar. Daarom heeft Klaas Kleine besloten dat de komende herfstvakantie de deur niet al te wijd open zal staan. Nu maar eens geen pottenkijkers die handenwrijvend zoeken naar missers. En na die week zal de smid er weer gewoon bij zijn, inclusief auto, platenspeler en telefoon. Want hij mag dan graag het een en ander beproeven, hij is zuinig op het goede.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Duizendpoot wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer hoefsmid, siersmid, edelsmid, romanticus, historicus, bouwkundige, huizenbouwer, restaurateur, timmerman, metselaar, landgeitenfokker, landgeitenhouder, landgeitenkaasmaker, vioolbouwer, toneelspeler, schrijver, dichter, vertaler, docent in de Drentse taal, onderzoeksjournalist, klokkenluider, koster, ouderling, kerkvoogd (als nog een kunde of beroep of bijberoep aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die kunde, dat beroep of dat bijberoep aan de redactie door te geven).
Meer gegevens over Klaas Kleine zijn te vinden op een bladzijde van Wikipedia.
Wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940 op Koldervene, veel te jong overleden op 24 oktober 2000 in Deever) woonde met zijn gezin in het door hem zelf gerestaureerde en herbouwde huus op de hook van de grote en de kleine Peperstroate in Deever.

Posted in Deever, Dorpsfiguur, Klaas Kleine, Peperstroate | Leave a comment

Un te kleine foto van ut mooie zwembad De Calthorne

Deze afbeelding toont een kleuren ansichtkaart, een zo genoemd vierluik, omdat op de ansichtkaart vier kleine foto’s zijn te zien. Deze kleine foto’s tonen het gemeentehuis aan de brink van Deever, korenmolen De Vlijt in Oll’ndeever, zwembad De Calthorne (Dieverzand 2.0) an de weg hen Kalter’n en het huis van Klaas Kleine op de hook van de Grote en de Kleine Peperstroate in Deever.
De hier getoonde ansichtkaart is in april 1979 uitgegeven door JosPé in Arnhem. De redactie van ut Deevers Archief weet niet welke neringdoenden deze kaart verkochten.
Waar het de redactie van ut Deevers Archief bij het tonen van deze ansichtkaart met name om gaat, dat is om de te kleine afbeelding van zwembad De Calthorne an de weg hen Kalter’n. In de verzameling van ut Deevers Archief is dit helaas de enige afbeelding van dit voor de gemiente Deever onmisbare zwembad.
De redactie wil graag meer afbeeldingen van zwembad De Calthorne in ut Deevers Archief tonen en roept zijn zeer gewaardeerde bezoekers op de foto-albums in te duiken, mooie afbeeldingen te scannen en deze de redactie te doen toekomen. Bij voorbaat hartelijk dank voor de te nemen moeite.

Posted in Ansigtkoate, Gemientehuus, Klaas Kleine, Meule van Oll’ndeever, Swömbad de Calthorne | Leave a comment

Krieg now toch de groet’n uut Deeverbrogge

De zwart-wit ansichtkaart met vier beelden die fraai de sfeer uitstralen van het interieur van de in die jaren zeer gerenomeerde accomodatie Blok an de Deeverbrogge is in juni 1959 uitgegeven en werd verkocht in hotel Blok.
Op de afbeelding in het midden van de ansichtkaart is een aanzicht van hotel Blok te zien. Let daarbij vooral aan de linkerkant op de autobus van de D.A.B.O., die de lijndienst tussen Möppel, Deever, Dwingel en Ass’n onderhield en aan de rechterkant op de auto’s van de handelsreizigers.
Bij de redactie van ut Deevers Archief is van de afbeelding in het midden van de ansichtkaart helaas geen aparte ansichtkaart bekend. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft die aparte ansichtkaart wel ?
Bij de redactie zijn nog geen oudere uitgaven van de hier afgebeelde ansichtkaart bekend. Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief kan en wil de redactie attenderen op een oudere uitgave ?
De redactie heeft de kleurenfoto van het Chinees-Indische specialiteiten restaurant Hui Mao an de Deeverbrogge gemaakt op dinsdag 31 juli 2018.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Hotel Blok | Leave a comment

Kiender in de klasse in de Witteler skoele

Juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst was van 1 maart 1930 tot 1 maart 1937 werkzaam in de Witteler Skoele. Christina Augusta Johanna ter Horst is op 24 december 1909 in Zwolle geboren. Ze is op 7 april 1930 in het bevolkingsregister van de gemiente Deever ingeschreven op het adres Diever 4. Dat was het adres van Gosem Klasen an de Heufdstroate, daar was ze in de kost. Haar vorige standplaats was Amersfoort. Met ingang van 1 maart 1937 was Harderwijk haar nieuwe standplaats. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief  weet de datum en plaats van overlijden van juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst ?

Juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst heeft bijgaand afgebeelde foto in 1937 in de Witteler Skoele gemaakt met haar eigen fototoestel. Zij maakte daarmee een van de weinige opnamen ín de vooroorlogse Witteler skoele. Het moet, gelet op het feit dat de foto ín de school is gemaakt en de goede kwaliteit van de foto, een voor die tijd uitstekend fototoestel zijn geweest.

Bij de hier afgebeelde foto had juffrouw Christina Augusta Johanna ter Horst gelukkig de naam van de leerlingen achter op de foto geschreven, zodat de redactie van ut Deevers Archief geen tijd hoefde te besteden aan het uitzoeken van de naam van deze leerlingen. De redactie heeft zich een slag in de rondte gezocht, maar moest vaststellen dat deze historisch waardevolle foto niet is opgenomen in het moedige en onvolprezen boekje Wittelte na Witto van de Werkgroep Historisch Wittelte.

Op de hier afgebeelde foto zijn staande van links naar rechts te zien:

1.  Hendrik (Hennie) Siemens
Hij is geboren op 30 september 1926 in Wittelte.
Hij is overleden op ….. in …
Hij woonde in Deever.

2.  Geert Kok
Hij is geboren op 23 januari 1928 in Wittelte.
Hij is overleden op ….. in ….
Hij woonde achter op ’t Noord in Wittelte.

3.  Margje Jonker
Zij is geboren op 16 augustus 1927 in Wittelte,
Zij is overleden op ….. in …..
Zij woonde in  Deever.

4.  Arentje Pouwels
Zij is geboren op 3 september 1927 an de Deeverbrogge.
Zij is  overleden op ….. in …..
Zij woonde in Dwingel.

Op de hier afgebeelde foto zijn zittende van links naar rechts te zien:

5.  Hendrik Jan Zegeren
Hij is geboren op 10 augustus 1927 in Dwingel.
Hij is overleden op 10 november 2020 in Assen.
Hij was getrouwd met Femmie Hoevenberg.
Hij woonde in Assen.
Zie het overlijdensbericht.

6.  Egbert Gelmers
Hij is geboren op 18 augustus 1926 op ’t Moer.
Hij is overleden op 7 november 1994 in Möppel.
Hij woonde in Möppel.

Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan aanvullende gegevens aanreiken ?

Posted in Alle Wittelers, Overlijdensbericht, Witteler skoele | Leave a comment

De ijzeren man met de vreemde toeter

An de Holteweg in Oldendeever staat het huisje van de Oosies. Bij het huisje staat in de tuin met de nee’jmoedse naam Oostkaampie voor het huis een nogal nieuw uitziend, glanzend gepolijst, gelakt en gelikt ijzeren beeldje. Dat beeldje zal nog minder gaan roesten dan roestvrij staal. Het moet daar nog niet zo lang geleden zijn neergezet. Dit beeldje zou bijvoorbeeld de voor de hand liggende naam ‘de ijzeren man met de vreemde toeter’ kunnen worden gegeven. Is het beeldje een kunstwerk, een kunstigwerk of is het een kunstig gemaakt object ?
De redactie van het Deevers Archief heeft de eerste en de tweede foto op woensdag 19 september 2018 gemaakt.
De redactie heeft de derde in juni 2016 gemaakte foto niet zelf gemaakt, maar is te vinden in Google Maps, voor zolang deze foto niet door een nieuwere wordt vervangen. Op de derde foto is het ijzeren kunstigwerk niet aanwezig.

Posted in Kuunst, Midwinterhoorn, Oll'ndeever | Leave a comment

Pannebier drink’n bee de bou van ut postkantoor

Bij de bouw van het nieuwe postkantoor an de Peperstroate in Deever werd in 1964 het hoogste punt van het gebouw bereikt. Een oud gebruik in de bouw was het pannebier, dat was nog eens een leuke traditie !
De bouwvakkers hebben het sein voor het pannebier aangebracht, hoog en duidelijk zichtbaar boven de nok van het dak. Zie de afbeeldingen 1 en 2. De opdrachtgever van het gebouw zal de bouwers ongetwijfeld op het pannebier hebben getracteerd. Na het
samen drinken van het pannebier werd het sein weggehaald.
Als een opdrachtgever echter brak met deze traditie en niet tracteerde op pannebier, dan bleef het sein zo lang mogelijk staan om te laten zien hoe gierig de opdrachtgever was.
Op afbeelding 3 is het postkantoor in de afbouwfase te zien.
Burgemeester Jan Cornelis Meiboom (die in de volksmond altijd ome Kees werd genoemd) opende het nieuwe postkantoor an de Peperstroate in Deever officieel op dinsdagmiddag 11 november 1964.
Dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels is de maker van de drie zwart-wit foto’s.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto (afbeelding 4) gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Peperstroate, Postkantoor | Leave a comment

De Doavidsterre mög neet boo’m de veurdeure blie’m

In Drente, Provinciaal Drents Maandblad, gewijd aan Praehistorie, Historie, Volkskunde, Dialectonderzoek, Heemschut, Opbouw en Toerisme, verscheen in jaargang 6, nummer 10 van maart 1935 het volgende bericht over het mogelijke behoud en de restauratie van het in vervallen staat verkerende Schultehuis an de brink van Deever.

Behoud van het Schultehuis te Diever mogelijk ?
In Diever bevind zich een oud huis, dateerend van 1604, dat achtereenvolgens is bewoond geweest door zes generaties van het geslacht Ketel, waarvan de voormannen al dien tijd schulte van Diever zijn geweest. Het is dus wel een eerenaam, dit ‘schultehuis’. Het huis zelf, waarvan een afbeelding hierbij gaat, is gelegen aan den brink, tegenover het gemeentehuis, welke bewoners en bezoekers het dus als het ware steeds wil herinneren aan de plichten jegens Drenthe’s en Diever’s historie.
De huidige Burgemeester van Diever, de Heer van Os, heeft de Stichting ‘Oud Drente’ en haar adviseur Dr. van Giffen niet alleen volkomen op zijn hand bij zijne pogingen tot behoud en restauratie van het mooie oude pand, doch hij heeft zelfs mogen ervaren dat door het werk van de stichting onder leiding van de Commissaris der Koningin reeds veel is bereikt: de Directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg heeft een rijkssubsidie van het Departement van Onderwijs in uitzicht kunnen stellen groot 40% der restauratiekosten, maximaal f. 1408,-, terwijl de Stichting zelve f. 1500,- geeft en van anderen reeds f. 1500,- aan toezeggingen heeft ontvangen, totaal dus ongeveer f. 4400,-. Aangezien voor aankoop en herstel noodig is totaal ongeveer f. 5500,-, komt de Stichting ‘Oud Drente’ nog ongeveer f. 1100,- tekort.
Het moet mogelijk zijn, ook deze f. 1100,- te vinden. Het Bestuur der Stichting zoekt dus ook langs dezen weg – er zijn reeds vele brieven en circulaires verzonden – contact met hen die willen helpen, dezen daad van piëteit jegens het Drentsche voorgeslacht te volvoeren. Weten de lezers van ‘Drente’ hier iets op ? Het is te hopen …. en stellig ook wel te verwachten. Men zende zijne raadgevingen of (en) bijdragen aan den secretaris, den Heer F. Lieftinck te Haren, die tevens gaarne bereid is, circulaires en inlichtingen te verstrekken. Wie helpt hier ?
J. L. H.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De intialen J.L.H. van de schrijver van het bericht in ‘Drente’ staan voor mr. Johannes Linthorst Homan te Frederiksoord.
Dat het schultehuis an de brink van Deever helaas is ‘gerestaureerd’ en helaas niet is ‘geconserveerd’ en ook nog eens is gescheiden van de schulteboerderij dat mag gevoeglijk bekend heten. Zie de berichten die verschijnen na het aanklikken van de categorie ‘Schultehuis’ in de lijst van categoriën in het rechter deel van het scherm.
De redactie van ut Deevers Archief vindt het onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat de Hoge Heren Van Het Grote Archaïsche Restauratiegelijk Van Het Rijksbureau Voor De Monumentenzorg In Het Verre Zeist bij de ‘grondige restauratie’ van het oude vervallen gebouw, opgetrokken uit eensteens muren, de in Nederland volstrekt unieke, enig in zijn soort zijnde, nergens anders aanwezige, eeuwenoude prachtige versiering in de vorm van de Davidster in het bovenlicht ‘wegrestaureerde’.
Op basis van welke geschiedkundige gronden moest bij de ‘grondige restauratie’ in het vlak voor de Tweede Wereldoorlogse Deever de Jodenster in het bovenlicht van de ingang van het schultehuis verdwijnen ? Is de bovenlichtversiering in de nacht en in de nevel verdwenen ? Of is de bovenlichtversiering wellicht terecht gekomen in het Drents Museum in Assen ? Was dat moar woar !
De redactie wil de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief een vlak voor de ‘grondige restauratie’ gemaakte zwart-wit foto van de ingang van het schultehuis met het bovenlicht fraai versierd met de Jodenster niet onthouden. Zie de bijgaande afbeelding.
De redactie heeft de bijgevoegde kleurenfoto van de bij de restauratie zwaar opgepimte showvoorgevel van het schultehuis  gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Posted in Boo’mlocht, Skultehuus | Leave a comment

Knallen met carbid wint terecht aan populariteit

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 29 december 1988 het navolgende bericht over het kebied scheet’n in Deever,

Neveninkomst voor de gebroederers Kleine in Diever
Knallen met carbid wint aan populariteit
Diever – Onze ouders wisten eigenlijk niet anders. Rondom de jaarwisseling lekker knallen met een blikje met carbid. Was je echt ruig, dan gebruikte je een melkbus en waren de dreunen tot ver in de omtrek te horen. Uren was je er mee bezig. Tegenwoordig wordt er voor miljoenen aan vuurwerk ‘verknald’. Lontje aansteken, weggooien, volgende ronde. Van echt tijdverdrijf is geen sprake, althans dat vinden de gebroeders Klaas en Berend Kleine uit Diever.
Ze zijn smid van beroep, maar hebben deze dagen bescheiden neveninkomsten aan de verkoop van carbid. Dat wordt de laatste tijd weer aardig populair volgens Berend, die namens de twee het woord voert. ‘Dit is het derde jaar dat we het verkopen en aanvankelijk waren we de enige in de wijde omtrek. Maar er komen steeds meer verkooppunten, zodat we vorig jaar tien kilo overhielden. Dat betekent tien procent van de omzet, want de gebroeders Kleine kopen niet meer dan honderd kilo in. ‘Het moet een lolletje blijven’ vinden ze.
Carbid is een gangbare afkorting van calciumcarbide, staat in de encyclopdie te lezen. Het is een verbinding van calcium en koolstof , die wordt verkregen door calciumoxide met cokes in een elektrische oven te verhitten. Met water geeft het acetyleen, Vroeger werd carbid gebruikt voor verlichtingsdoeleinden en bij het lassen. Tegenwoordig tracht een enkeling de mollen in zijn tuin met de gasontwikkeling van carbid te verdrijven. De mogelijke knaleffecten zijn echter de belangrijkste attractie.
Het toevoegen van de juiste hoeveelheid water is erg belangrijk, vertelt Berend Kleine. ‘Doe je er teveel bij, dan doet het niets. Dan heb je een te rijk mengsel. Dan moet je het blikje maar weggooien en weglopen en wachten tot hij helemaal uit is.’
Mits er verantwoord mee wordt omgesprongen, hoeft knallen van carbid niet gevaarlijker te zijn dan het afsteken van gewoon vuurwerk. Het is in elk geval veel spannender, want je moet er zelf heel wat voor doen om een mooie knal te krijgen. Doorgaans wordt een stevig blikje met een precies sluitend deksel gebruikt. Via een gaatje onderin wordt de carbid aangestoken. Dank zij de gasontwikkeling ontstaat de explosie. Doordat de deksel er af vliegt, blijft het blikje voor een volgende keer behouden, maar soms zoek je je natuurlijk wel een ongeluk naar deze afsluiter. ‘Wij deden er vroeger wel eens een lang touw aan’, vertelt Berend, wiens ogen gaan glinsteren bij de herinneringen aan vroeger. Een lang stuk touw is zeker geen luxe aan het deksel van een melkbus, waarmee ook wordt geschoten. Dat is zeker niet zonder gevaar, want zo’n zwaar deksel kan een eind vliegen. Ook komt het wel voor dat achter uit de bus, als het deksel er te stevig op is gedrukt, een forse steekvlam komt. Uitkijken, dus.
Voor de verkoop van carbid heb je geen vergunning nodig, zoals bij vuurwerk. Ook de jeugd loopt geen gevaar door de politie in de kraag te worden gevat. ‘Hoogstens voor ordeverstoring. De wet zal er nog wel op aangepast worden, denk ik. Een bromfiets die te veel lawaai maakt, mag toch ook niet.’

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Berend Kleine (de grote Hendrik) beschrijft in het artikel op sublieme wijze hoe je op een veilige en mooie manier op oudejaarsdag en oudejaarsavond voor 10 gulden per kilo met carbid kunt schieten. Het artikel is een kleine maar goede handleiding voor de doe-het-zelver.
Lekker balder’n zonder de aanwezigheid van politieagenten en zonder de hinderlijke bemoeienissen van De Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Grote Gelijk Van De Gemeente Westenveld. Of heeft
 De Voorkant Van Het Grote Gelijk de verkoop van carbid inmiddels ook geregeld in een verordening ? Dat zou best eens zo kunnen zijn.

Abracadabra-441

Posted in Aarfgood, Heufdstroate, Kebied skeet’n, Klaas Kleine, Traditie | Leave a comment

Elk dag wödd’n sesdüsend lunskäsies emeuk’n

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op woensdag 11 maart 1959 het volgende artikel over de ingebruikname van de mechanisatie van het stoppen en keren van de wrongel in de luchkaasmakerij in de süvelfubriek an ’t Meul’nende in Deever op dinsdag 10 maart 1959.

Lunchkaasfabricage te Diever
Gemechaniseerde kaasmakerij is een nationale primeur van betekenis
Produktie van 6000 kazen per dag met tijd- en arbeidsbesparing

Vijf miljoen kilogram melk hoopt men dit jaar in de coöperatieve zuivelfabriek en korenmaalderij ‘Diever’ te Diever te verwerken tot een voortreffelijke kwaliteit boter, die voor export bestemd is, en tot kaas. Lunchkaas, waar het bedrijf zich ded laatste jaren geheel op heeft gespecialiseerd. Voor de produktie daarvan is dinsdagmiddag in aanwezigheid van talrijke genodigden een uitgebreid en grotendeels geheel gemechaniseerd bedrijf officieel in gebruik gesteld door de burgemeester van Diever, de heer J.C. Meyboom. De heer Meyboom verrichtte de symbolische ingebruikstelling – het wegtrekken van de nationale driekleur voor een drietal bijzonder fraaie foto’s van de kassmakerij – in een van de zalen van hotel Blok te Dieverbrug.
Met de verwerking van een totaal van vijf miljoen kilogram melk, behoort de zuivelfabriek van Diever niet tot de grootste bedrijven van de provincie Drenthe. Wat betreft de produktie, omzet en afzet van lunchkaas neemt deze vrij kleine fabriek echter een zeer vooraanstaande plaats in. Per dag worden niet minder dan 6000 lunchkaasjes gemaakt. Met de ingebruikstelling van de gemechaniseerde kaasmakerij, waarbij een voor ons land geheel nieuw systeem in praktijk is gebracht, wordt het produktieproces van de kaasjes versneld, terwijl daarnaast een aanzienlijke arbeidsbesparing is verkregen, wat in een typisch gespecialiseerd bedrijf als te Diever van zeer veel betekenis is.
Explicatie
De directeur van de coöperatieve zuivelfabriek en korenmaalderij ‘Diever’, de heer F. Bouwstra, die de geestelijke vader van dit nieuwe gemechaniseerde systeem is, gaf tijdens de bijeenkomst, die in hotel Blok werd gehouden, een uiteenzetting van de werking van het nieuwe mechanisme, waarvoor vooral van de zijde van zuiveldeskundigen grote belangstelling bestaat.
Het zijn vaak de omstandigheden, die de oorzaak zijn van een bepaalde omwenteling, aldus de heer Bouwstra, en ook bij deze geheel nieuwe werkmethode in de kaasmakerij hebben de omstandigheden een grote rol gespeeld. Toen er namelijk enkele jaren geleden een groot arbeidstekort heerste en het bedrijf zich bovendien hoe langer hoe meer ging specialiseren in de arbeidsintensieve lunchkaasproduktie werd er ernstig over nagedacht, hoe diverse werkzaamheden konden worden vereenvoudigd. Dit was echter geen geringe opgave en het heeft jaren geduurd voordat er iets gerealiseerd kon worden.
Steeds meer werd het duidelijk, dat men met name bij de kaasbereiding niet ongestraft een geheel afwijkende werkmethode kan toepassen aangezien het noodzakelijk is voor een goed eindprodukt, dat men rekening houdt met de juiste conserveringsmethoden, waarbij bijvoorbeeld de stremselwerking, de ph-waarde, het zout- en vochtgehalte in juiste banen worden geleid voor ’n goede kaasrijping. Bovendien werd berekend dat er tot aan het stoppen (= kaas in vaten doen) weinig arbeid zou kunnen worden bespaard en het ging er juist om, arbeid te besparen en niet om zuiveltechnische experimenten.
Voorperser
Er werd tenslotte een oplossing gevonden voor het werk, dat begint, nadat de wrongel, die wordt verkregen volgens een eeuwenoud recept, in stukjes van een bepaalde grootte is verdeeld. Deze oplossing, de voorperser, bestaat uit twee lopende banden, die konisch naar elkaar toelopen en waarvan de onderste band is voorzien van geperforeerde metalen kaasvaten en de bovenste van rubbervolgers, terwijl men steeds vier stuks vaten en volgers naast elkaar aantreft. De wrongel wordt in de vaten, die meer naar buiten steken dan de volgerband, gestopt en deze gevulde vaten vinden op hun weg naar de werkband de volgers, die precies boven de vaten lopen, steeds dieper in het vat zakken en zodoende de wrongel voldoende persen. Op het eind van de band keren de vaten om, de geperste wrongel valt eruit op de werkband en kan vervolgens worden gedoekt.
De voorperser maakt het stoppen en keren dus overbodig, geeft elk wrongelblokje een gelijke druk, wat vroeger niet het geval was, en zorgt bovendien voor een regelmatig verloop van de werkzaamheden. De werkzaamheden worden in etappes uitgevoerd, zodat elk personeelslid bepaalde werkzaaamheden moet doen.
Besparing
Hoewel het arbeids-economisch onderzoek momenteel nog niet is afgesloten, staat wel vast, dat het nieuwe systeem een aanzienlijke arbeidsbesparing oplevert, mede doordat het thans mogelijk is, de werkzaamheden volgens een bepaals schema te doen verlopen.
Uit de aard der zaak hebben de talrijke genodigden de nieuwe kaasmakerij van Diever bezichtigd, waarbij de interesse vooral uitging naar het nieuw gemechaniseerde gedeelte van de fabriek. De deskundigen van het gezelschap hebben het nieuwe systeem zeer geroemd en de directie van de fabriek te Diever kan zich op de nationale belangstelling van de zuiveldeskundigen voorbereiden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie zou bijzonder graag willen weten wie de maker is van de drie bijgevoegde mooie zwart-wit foto’s.
De foto’s zijn gemaakt in de lunchkaasmakerij van de süvelfubriek an ’t Meul’nende in Deever.
De redactie schat in dat de drie foto’s kort na de ingebruikname van de voorpersmachine zijn gemaakt.
Op de drie foto’s is het personeel bezig met de productie van de lunchkaasjes. De redactie zou van de zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief graag willen weten wie op de drie foto’s zijn te zien.

Afbeelding 1

Afbeelding 2
Deze foto is gemaakt in de kaasmakerij. Op de voorgrond zijn drie pekelbakken te zien. Aan de rechterkant van de foto is Klaas Rodemond aan het werk bij de voorpersmachine.

Afbeelding 3
Op deze fotozijn van links naar rechts te zien: Jans Jansen, zijn broer Aalt Jansen, onbekend, Arend Harm Buiter, onbekend en Hendrik van Es. De redactie zou van de zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief graag willen weten wie de twee niet herkende mannen op de foto zijn. 

Afbeelding 4
Deze foto biedt een breder zicht op de kaasmakerij. 

Posted in Bedrief, Süvelfubriek Deever, Verdwenen object | Leave a comment

Bouw’n op de Westeresch van Deever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 20 april 1984 een foto met een kort onderschrift over het toen al in de gemiente Deever verdwenen ploegen met de hand en met behulp van paardenkracht.    

Nostalgie op Westeres in Diever
Diever – Deze dagen was op de Westeres te Diever een nostalgisch beeld te zien, een span paarden dat een handploeg voorttrok. Een en ander trok nogal wat bekijks vooral van jeugdige zijde.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Ut Deeverse woord voor ‘ploegen’ is ‘bouw’n’. In het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw ploegden alle boeren al ‘mit de trekker’. Dat het hier om een soort van nostalgische nabootsing van ‘ut bouw’n’ ging, mag blijken uit de tijd van het jaar: in april. Want bee de haarstdag of in de meitied waar’n de boer’n ut miest an ’t bouw’n. Desalniettemin waren de twee mannen serieus bezig mit ut bouw’n van un kaampie laand op de Westeresch, wellicht voor de allerlaatste keer in de gemiente Deever.
De redactie meent in de grote man mit de leid’n in de haand de ongetrouwde boer Jans Moes van ut Kastiel te herkennen. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan dit bevestigen of verbeteren en wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief weet wie de andere man op de foto is ?
Op welke akker op de Westeresch zouden de mannen aan het werk zijn ?
De maker van de foto is dorpsfiguur en dorpsfotograaf en boer Harm Hessels uut de Kruusstroate in Deever.

Posted in Alle Deeversen, Boer'nlee'm, Westeresch | Leave a comment

Skildereeje van ekspressionist Klaas Koopmans

In Galerie Koopmans in Earnewâld in Fryslan bevindt zich een blijvende verzameling van de bekende Friese expressionistische kunstschilder Klaas Koopmans en het veelzijdige werk van diens zoon Gosse Koopmans. Galerie Koopmans heeft ook een mooie eigen webstee.
De redactie van ut Deevers Archief besteed bijzonder graag aandacht aan kunstwerken, die kunstenaars binnen de grenzen van de gemiente Deever hebben gemaakt.
De redactie heeft toestemming van de twee dochters van Klaas Koopmans een afbeelding van een expressionistisch olieverfschilderij, dat hij in de gemiente Deever heeft gemaakt, te tonen in ut Deevers Archief. De redactie is de twee dochters van Klaas Koopmans bijzonder erkentelijk voor deze toestemming.
Klaas Koopmans heeft het schilderij gemaakt in 1976. Het heeft een breedte van 140 cm en een hoogte van 102 cm. Het schilderij heeft de titel ‘Bosgezicht in Diever’. De dochters van Klaas Koopmans weten niet wáár in de gemiente Deever hun vader dit schilderij heeft gemaakt. De redactie weet ook niet wáár in de gemiente Deever de kunstenaar het schilderij heeft gemaakt. Misschien ergens langs de Tilgrup in de Olde Willem ?
Het prachtige schilderij is niet aanwezig in Galerie Koopmans, maar hangt aan een muur in de woning van één van de twee dochters. Die dochter is zeer verknocht aan het schilderij, dat ze van haar vader kreeg. En terecht !
Gegevens over de schilder Klaas Koopmans zijn te vinden op een bladzijde van de webstee van Galerie Koopmans.

Posted in Kuunst, Skildereeje | Leave a comment

De toor’n en de kaarke op ut haandvat van un lepeltie

In de naoorlogse jaren tot in het midden van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, dat wil zeggen tot de tijd van de grote restauratie van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw in de kaarketuun an de brink van Deever, waren in enige winkels van neringdoenden in Deever souvenir lepeltjes met een afbeelding van de vervallen gemeentelijke toren en het vervallen kerkgebouw te koop.
De redactie van ut Deevers Archief toont aan zijn trouwe bezoekers graag bijgaande afbeelding van het handvat van een souvenir lepeltje dat te koop was bij Jan Brogg’n (de Wiba) an de Heufdstroate in Deever.
Jij kunt als verzamelaar van toeristische prullaria uut de gemiente Deever dit soort van souvenir lepeltjes toch maar beter wel in jouw verzameling hebben.

Posted in Deeverse prullaria | Leave a comment

Die lillukke anbouw is gelokkig vut

De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de achtergevel met aanbouw van de voormalige meubelmakerij van Gijs Smeekes in Oll’ndeever gemaakt op donderdag 11 oktober 2017; zie afbeelding 1.
De redactie hoopte op die dag dat de nieuwe eigenaar met de Amsterdamse tongval in de gaten zou krijgen dat de oerlelijke aanbouw aan de achtergevel van zijn pand niet bij de voormalige boerderij mit twee siedbaanders van de familie Klok-Hessels hoort en hoopte op die dag ten zeerste dat de nieuwe eigenaar met de Amsterdamse tongval deze oerlelijke aanbouw snel zou afbreken en de achtergevel in zijn echt oorspronkelijke staat zou herstellen. Met inbegrip van het herstel van de niet zichtbare stalraampjes van ut Deeverse model, en dan daarbij niet als voorbeeld het rechter stalraampje in de achtergevel nemen, maar het stalraampje direct naast de oerlelijke aanbouw. In het archief van de gemiente Deever is vast en zeker nog wel de bouwtekening van deze voormalige boerderij terug te vinden.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de achtergevel zonder aanbouw van de voormalige meubelmakerij van Gijs Smeekes in Oll’ndeever, nu woonboerderij, gemaakt op maandag 8 juni 2020; zie afbeelding 2.
De redactie zag tot zijn grote vreugde dat de aanbouw is afgebroken, blijkbaar is destijds bij het maken van de aanbouw de achtergevel niet uitgebroken, want de achtergevel is intact. Met het verdwijnen van deze aanbouw is de kwaliteit van ut Oll’ndeeverse boerderijenlandschap weer wat verbeterd. Wel is destijds één stalraampje dichtgemetseld, maar de metselsteen ter plaatse kan heel eenvoudig worden verwijderd, waarna weer een stalraampje van ut Deeverse model kan worden geplaatst.

Afbeelding 1 – Achtergevel van de voormalige meubelmakerij met aanbouw – Oll’ndiever 11

Afbeelding 2 – Achtergevel van de woonboerderij zonder aanbouw – Oll’ndeever 11

Afbeelding 3 – Meubelmakerij G. Smeekes (afbeelding uit Google Streetview – opnamedatum augustus 2010)

Posted in Boerdereeje, Oll'ndeever | Leave a comment

De plakette mit de keuneginne höng in de roadsael

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 20 juni 1957 een bericht over de opening van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever an de brink van Deever (in Deever heurt een gemientehuus an de brink te stoan).
Tijdens de opening van ut neeje gemientehuus an de brink van Deever bood de commissaris van de koningin mr. Jaap Cramer namens het bestuur van de provincie Drente een fraai kostbaar kunstwerk in de vorm van een plaquette met de beeltenis van koningin Juliana aan de bevolking van de gemiente Deever aan.
Het kostbare kunstwerk heeft altijd in de raadzaal van ut gemientehuus an de brink van Deever gehangen. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief wordt voor de beeldvorming verwezen naar de zwart-wit foto aan het einde van dit bericht.

De redactie stuurde op 12 mei 2020 per e-mail het volgende bericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw
Het ligt in mijn bedoeling het krantenartikel ‘Diever heeft het prachtige raadhuis officieel in gebruik genomen’ op te nemen in een bericht in ut Deevers Archief.
Dit krantenartikel is te raadplegen in https://www.delpher.nl.
Mijn vraag betreft de foto in het genoemde artikel, waarop burgemeeester J.C. Meyboom is te zien, waarbij boven zijn hoofd een plaquette van H.M. koningin Juliana is te zien.
Ik zou graag een scherpe foto van deze plaquette bij het bericht in ut Deevers Archief willen tonen.
Ik veronderstel dat de gemeente Westerveld zuinig is op dit kostelijke stukje erfgoed van de gemeente Diever, en dat dit ergens in het raadhuis van de gemeente Westerveld een waardige plek heeft gekregen ?
Behoort het tot uw mogelijkheden mij een scherpe foto van deze plaquette te doen toekomen ?
Ik ben u bij voorbaat bijzonder erkentelijk voor de te nemen moeite.
Of zou ik langs kunnen komen om zelf een scherpe foto van dit object te maken ?
Ik verneem graag uw reactie.

De redactie stuurde op 22 mei 2020 per e-mail het volgende herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 een bericht per elektronische post.
Tot op de dag van vandaag heb ik geen antwoord van u ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil bij deze u beleefd verzoeken mijn bericht alsnog te beantwoorden, opdat ik het betreffende krantenartikel met de enig passende illustratie kan verluchtigen en in ut Deevers Archief kan opnemen.
Ik neem aan dat bij het opgaan van de gemeente Diever in de gemeente Westenveld een inventarisatie van de overgedragen kunst, kunstzinnige voorwerpen, kunstnijverheid, enzovoort in eigendom van de gemeente Diever en daarmee eigendom van de burgers van de gemeente Diever is opgemaakt en op papier is vastgelegd en wellicht ook fotografisch is vastgelegd. Ik zou graag een kopie van die inventarisatie ontvangen.
Ik wacht in spanning uw reactie af.

De redactie stuurde op 7 juni 2020 per e-mail het volgende herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 een bericht per elektronische post.
Tot op de dag van vandaag heb ik geen antwoord van u ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil u graag attenderen op het bericht Woar is toch die plaquette van de keuneginne eblee’m in ut Deevers Archief, waarbij het met name gaat om de aantekeningen aan het einde van het bericht.
Het is zoals raadlid E. Bergsma in het hiervoor bedoelde krantenbericht uit 1957 zegt:
De raad koestert de verwachting, dat men gaarne naar het gemeentehuis toe zal gaan en hij hoopte dat de inwoners daar geholpen worden, zoals het behoort in een democratische staat.
Ik verneem graag uw reactie.

De redactie stuurde op 30 juni 2020 per e-mail het volgende herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 een bericht per elektronische post.
Tot op de dag van vandaag heb ik geen antwoord van u ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil u graag attenderen op het bericht Woar is toch die plaquette van de keuneginne eblee’m in ut Deevers Archief, waarbij het met name gaat om mijn aantekeningen aan het einde van het bericht van 12 mei 2020.
Ik verneem graag uw reactie.

De redactie stuurde op 2 november 2020 per e-mail het volgende herinneringsbericht aan de gemeente Westenveld.
Geachte heer/mevrouw,
Ik stuurde u op 12 mei 2020 per e-mail een bericht, inzake de verblijfplaats van de plaquette met de beeltenis van koningin Juliana, die de bevolking van de gemiente Deever bij de opening van het nieuwe gemeentehuis aan de brink van Deever op 19 juni 1957 ten geschenke heeft gekregen van het bestuur van de provincie Drente.
Ik betreur het ten zeerste dat ik tot op de dag van vandaag – ondanks enige herinneringsberichten – geen antwoord van u heb ontvangen, dit tevens inhoudende dat u aan het bericht ook geen zaaknummer heeft toegekend.
Ik wil u voor de goede orde graag attenderen op het bericht Woar is toch die plaquette mit de keuneginne eblee’m in ut Deevers Archief, waarbij het met name gaat om de aantekeningen aan het einde van het bericht.
En ik wil u voor de goede orde graag attenderen op het bericht De plakette mit de keuneginne höng in de roadsael in ut Deevers Archief. Voor de goede orde meld ik u dat de tekst van de berichten, die ik per e-mail over dit onderwerp aan u heb gestuurd, bij dit bericht zijn opgenomen.
Maar waar hangt deze plaquette nu ?
Maar hangt dit stukje Deevers erfgoed nu ?
Ik verneem graag uw reactie.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Waar is die kostbare plaquette met de beeltenis van koningin Juliana toch gebleven ? Waar is dat kostelijke stukje Deevers erfgoed toch gebleven ?
Het kan niet anders zo zijn dan dat dit kostbare kunstwerk na het gedwongen samengaan van de gemiente Deever mit de gemiente Vledder, de gemiente Dwingel en de gemiente Oavelte en de tijdelijke vestiging van het raadhuis van de gemeente Westenveld in O
avelte en de definitieve ontruiming van het gemeentehuis aan de brink van Deever, samen met andere te behouden kunstwerken zorgvuldig is opgeslagen en ná de opening van het Raadhuis van de gemeente Westenveld aan de Gemeentehuislaan in Deever een passend plekje in dit gebouw heeft gekregen !
De redactie van ut Deevers Archief heeft op 12 mei 2020 aan de gemeente Westenveld de vraag gesteld: “Waar is die kostbare plaquette toch gebleven ?”  De redactie heeft tot op de dag van vandaag ondanks herinneringsberichten geen antwoord gekregen.

Posted in Aarfgood, Gemeente Westenveld, Gemiente Deever, Kuunst | Leave a comment

Ut breefpepier van de botterfubriek van Wapse

De redactie van ut Deevers Archief is een verwoed verzamelaar van briefpapier met een mooi eigen logo van bedrijven, ondernemingen, neringdoenden en zo voort uut de gemiente Deever. De redactie wil de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief het schitterende blauwkleurige breed op het briefpapier uitgemeten logo van de Coöperatieve Zuivelfabriek, Korenmalerij en Handelsvereeniging “Ons Belang” G.A. aan de tegenwoordige Ten Darperweg in Wapse niet onthouden. De fabriek gebruikte het briefpapier met dit prachtige logo in elk geval in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.
De Nederlandse wet onderscheid drie vormen van coöperaties, deze zijn te herkennen aan de letters U.A., W.A. en B.A. achter de naam van de coöperatie.
U.A.: Uitgesloten van Aansprakelijkheid: de leden dragen niet bij in een tekort van de coöperatie;
B.A.: Beperkte Aansprakelijkheid: de leden dragen elk tot een vastgelegd bedrag bij in het tekort van de coöperatie;
W.A.: Wettelijke Aansprakelijkheid: de leden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het tekort van de coöperatie.
Achter de naam  “Ons Belang” staat echter G.A. De redactie heeft nog niet kunnen vinden wat de betekenis van deze afkorting is.
G.A. = Geen Aansprakelijkheid ? G.A. = U.A. ?
Of G.A. = Gedeeltelijke Aansprakelijkheid ? G.A. = B.A. ?
Of G.A. = Gedeelde Aansprakelijkheid ? G.A. = W.A. ?
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan hier uitsluitsel over geven ?
Voor de tekening van de Wapser zuivelfabriek in het logo heeft de ontwerper van het logo ongetwijfeld gebruik gemaakt van een foto. De redactie zou graag in het bezit komen van een goede scherpe scan van deze foto, teneinde deze bij dit bericht op te nemen.
In ut Deevers Archief is wel een afbeelding van een ansichtkaart van de Wapser melkfabriek uit maart 1968 te vinden.
De redactie weet van de melkproducerende boeren in Deever, Kalter’n, An de Deeverbrogge, Oll’ndeever en Wittelte wel welk melkbusnummer (leveranciernummer) zij hadden. De redactie zou ook graag van de Wapser boeren die melk leverden aan de Wapser zuivelfabriek hun naam en hun melkbusnummer (leveranciernummer) willen weten. Wie van de op het verleden van Wapse georiënteerde zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kunnen de redactie informeren over deze melkbusnummers ?
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het pand, waarin de Wapser zuivelfabriek was gevestigd, gemaakt op donderdag 26 april 2018.


Posted in Süvelfubriek Wapse, Wapse | Leave a comment

De olde braandkoele an de Peperstroate in Deever

De redactie van ut Deevers Archief heeft al heel lang veel belangstelling voor gegevens van gedempte braandkoel’n in de olde gemiente Deever en deelt zijn vorderingetjes dienaangaande graag met de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief heeft gegevens -hopelijk ook foto’s- van olde braandkoel’n in de gemiente Deever en is bereid deze te delen met de redactie van ut Deevers Archief  ?

Een notitie van het college van burgemeester en wethouder van de gemiente Deever, de dato 31 december 1941, nota bene in de Tweede Wereldoorlog, vermeldt het volgende.
De aan de Peperstraat in Diever liggende brandkuil is eigendom van de gemeente Diever, kadastraal bekend sectie B, no. 2585 en heeft een oppervlakte van -.-.63 hectare. Hij wordt begrensd:
– ten noorden door de Peperstraat;
– ten zuiden door een tuin, sectie B, no. 2380, van Lambertus Schoemaker, kantoorhouder der Posterijen te Diever;
– ten westen door huis en erf, sectie B, no. 2736, van Vennootschap onder de firma A. Kuiper en Zoon, gevestigd te Diever;
– ten oosten door huis, werkplaats en erf, sectie B, no. 2116, van Albert Kloeze Sr., smid te Diever. 

De gedempte braandkoele an de Peperstroate vertegenwoordigde voor de gemiente Deever begin 1942 geen direct gebruiksbelang. Daarom wilde de gemiente Deever het kleine stukje grond van 63 centiare van de voormalige braandkoele wel verpachten en deelde dit schriftelijk mee aan de aanwonenden Lambertus Schoemaker, Albert Kuiper en Albert Kloeze.
Postkantoorhouder Lambertus Schoemaker wilde het stukje grond niet pachten, maar wel kopen. Bakker Albert Kuiper liet niks van zich horen en smid Albert Kloeze wilde het stukje terrein van 63 m² wel pachten.
Smid Albert Kloeze werd ingaande 1 januari 1942 tot wederopzegging voor f. 10 per jaar de pachter van het perceeltje grond van de gedempte braandkoele an de Peperstroate.

De redactie heeft bijgaande kleurenfoto op 2 januari 2017 staande in de Peperstroate gemaakt. Het had die dag een beetje gesneeuwd. Ongeveer op de plaats van de olde braandkoele tegenover de witgekalkte drogisterij van Koopman stond op 2 januari 2017 een groene container. Het kan zijn dat de olde braandkoele iets voorbij de groene container en enig meters links van de op de foto zichtbare straatkolk lag. Enig onderzoek in ut olde archief van de gemiente Diever zou uitsluitsel kunnen geven.

In het kader van het onderbestratingswerk Deever op Drift van de straten van ut olde Deever dat in 2019-2020 miljoenen belastingeuro’s heeft gekost, zal het straatbeeld van de Peperstroate ter plekke van de olde braandkoele geheel zijn veranderd. De redactie zal te zijner tijd en zeker niet met geschwinde spoed en zeker ook niet in gestrekte draf een nieuwe serie foto’s van de Peperstroate maken en één daarvan toevoegen aan de hier getoonde inmiddels toch wel al een beetje geschiedkundig waardevolle foto.

Posted in Aarfgood, Alle Deeversen, Braandkoele, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

To leporello or not to leporello, that’s no question

In de webstee Brinkenplan – Diever op Dreef van de gemeente Westenveld is in de lijst van vastgestelde documenten een document met de uiterst merkwaardige en ongemakkelijke naam Leporello te vinden.
Dus gauw even het woord ‘leporello’ in een zoekmachine voor het wereldwijdeweb gestopt. En wat blijkt. Een leporello of leporello-album of harmonikaboek is een drukwerk dat in meerdere slagen zigzag is gevouwen. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief kan in het wereldwijdeweb meer gegevens vinden over het leporello-album.
Het harmonicaboek van het Brinkenplan – Diever op Dreef is geen op drift geraakt en gevouwen harmonicaboek, maar een colofonloos nep-harmonica-boek, zeg maar een gewoon digitaal document van veertig bladzijden, dat is volgekalkt, volgebrald, volgebrabbeld en volgewauweld met lulkoekteksten. In dit bericht is het voorblad van het nep-harmonicaboek opgenomen.
Maar wat is de bedoeling van het nep-harmonicaboek ? Wat willen de schrijvers met het document bereiken ? Voor wie is het geschreven ? Voor De Hoge Dametjes En Heertjes Van De Voorkant Van Het Ontzettende Gelijk Van De Gemeente Westenveld ? Voor Jan Met De Pet ? Voor The Happy Few ? Voor de promotie van Dieverse neringdoenden ? Voor de nietsvermoedende weinig te besteden hebbende dagjesbezoeker ? Krijgt elke belastingbetalende inwoner van de olde gemiente Deever een papieren exemplaar thuis gestuurd ? Of krijgt elke koper van een kaartje voor het Openluchtspel een papieren exemplaar ?
Het harmonicaboek heeft niet de Nederlandse titel Diever De Plaats Om Te Zijn, ook helaas niet de Deeverse titel Diever Doar Moei Weed’n, maar helaas wel de Engelse anti-titel Diever The Place To Be Or Not To Be. Je zou bij zo’n snorkerig document met een Engelse titel toch op zijn minst de niet erg originele, maar wel positieve titel Diever The Place To Be verwachten, maar nee, nee, het Shakespearitis-virus dwingt tot het dogmatisch wauwelen van citaten van Shakespeare.
Diever The Place To Be zou zijn een hedendaagse mislukkerige kloon van de echte olde Deeverse gouden reclamespreuk: Ga Liever Naar Diever. Rather Go To Deever, And If You Go A Little Further, You Will Arrive In Vledder, And If You Go Back A Bit, You Will Arrive At Deeverbridge. Ga liever naar Diever, ga je een eindje verder, dan kom je in Vledder, ga je een eindje terug, dan kom je in Dieverbrug.

 

Posted in Deever, Shakespearitis | Leave a comment

Echte slietpaed’n slingert over de brink van Deever

In het geïllustreerd familieweekblad voor Groningen en Noord-Drenthe ‘Het Noorden in woord en beeld’ verscheen op 8 januari 1932 in jaargang 7, 1931-1932, nummer 42 op bladzijde 12 een sepiakleurige foto van de gemeentelijke toren en het kerkgebouw aan de brink van Deever en een deel van de brink van Deever.
Aan de linkerkant van de sepiakleurige foto is het hek voor de pastorie van de hervormde geloofsgemeente van Deever en het gietijzeren hek voor het gemeentehuis van de gemiente Deever te zien.
Meer naar rechts zijn de witte glint’n um de braandkoele op de brink te zien. Duidelijk is ook te zien dat over de brink een sloot naar de braandkoele loopt.
Om de kaarketuun of de kaarkhof om het kerkgebouw van de hervormde geloofsgemeente stond gelukkig nog een hek.
Aan de rechterkant achter het kerkgebouw is nog net het oude pand van bakker Albert Kuiper te zien.
Over de brink van Deever en de kaarketuun van het kerkgebouw slingeren nog echte slijtzandpaden, die ontstonden gewoon in veel belopen richtingen.
De redactie heeft de kleurenfoto (afbeelding 1) gemaakt op maandag 8 juni 2020.
De redactie heeft de kleurenfoto (afbeelding 2) gemaakt op vrijdag 28 november 2020.
In het kader van het miljoenen belastingeuro’s verslindende gemeentelijke onderbestratingswerk met de snorkende naam Deever op Drift moest ook de brink van Deever het ontgelden en is in 2020 een volstrekt overbodig onslijtbaar nostalgetisch noodgedwongen om een boom slingerend nepslijtpad van een of ander soort van gemalen dakpannen gemengd met een raar soort bindmiddel tussen opsluitbanden over de brink van Deever aangelegd.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Posted in Brink, Deever | Leave a comment

Woar is die plakette mit de keuneginne eblee’m ?

In de Provinciale Drentsche en Asser Courant verscheen op 20 juni 1957 een bericht over de opening van het nieuwe gemeentehuis van de gemiente Deever an de brink van Deever (in Deever heurt een gemientehuus an de brink te stoan).
Tijdens de opening van ut neeje gemientehuus an de brink van Deever bood de commissaris van de koningin mr. Jaap Cramer namens het bestuur van de provincie Drente een fraai kostbaar kunstwerk in de vorm van een plaquette met de beeltenis van koningin Juliana aan de bevolking van de gemiente Deever aan.

Van krotbewoner tot patriciër
Diever heeft het prachtige raadhuis officieel in gebruik genomen
De raad van de gemeente Diever nam in het jaar 1840 het besluit om in de kom van Diever een nieuwe school te bouwen voor de som van f. 1450,-, waarvan de helft voor rekening van het rijk kwam. In het jaar 1874 werd het gebouw als school afgekeurd, omdat er blijkbaar te veel kinderen kwamen, waarna een verbouwing volgde. De helft van de verbouwde school werd ingericht als gemeentehuis, de andere helft werd woning voor de vroedvrouw. Nog later vestigde de dokter van Diever zich in deze woning en daarna de plaatselijke schoenmaker, die het tot 1939 volhield…… Vervolgens werd het hele gebouw ingericht als gemeentehuis, uitgezonderd één kamer en toen op een gegeven moment de raadzaal moest worden ingericht als onderkomen van de nieuwe brandspuit, bleef de raad slchts één kamer meer over om te vergaderen. Het geheel werd bouwvallig, het was eigenlijk een schande dat hier het hoogste gezag van de gemeente Diever was gevestigd.
Dit vertelde de burgemeester van Diever, de heer J.C. Meyboom tijdens de offiële bijeenkomst, die gisteren in de raadzaal van het nieuwe gemeentehuis werd gehouden in verband met de ingebruikneming van dit fraaie gebouw.
Het gemeentebestuur van Diever is van krotbewoner patriciër geworden, aldus de Commissaris der Koningin in Drenthe mr. J. Cramer, in zijn openingsrede. Het oude onderkomen leek op veel, maar allerminst op een gemeentehuis. Het was zelfs geen prehistorisch monumentje dat waard was in het museum van Schoonoord bijgezet te worden.

Symbool van veranderde positie
Mr. Cramer verheugde zich er voorts over, dat de provincie Drenthe een verdere stap doet in de goede richting. Drenthe is de enige provincie die een goede eeuw geleden nog geen gemeentehuizen bezat. Café’s verschaften burgemeeester, B. en W., ambtenaar van de burgerlijke stand, de raad, enzovoort huisvesting en in 1880 schreef de secretaris van Emmen bijvoorbeeld in de notulen, dat de raad van de wenselijkheid van een gemeentehuis overtuigd is. Zoals thans de lokaliteit is, kan het niet blijven, zo staat in deze notulen vermeld. Ook de geest destijds verzich zich er hoe langer hoe meer tegen, dat gemeentehuizen worden gehouden in gebouwen waar sterke drank wordt geschonken. Honderden guldens, die anders op nuttiger wijze zouden kunnen besteed, worden nu min of meer gedwongen aan Bacchus geofferd. Zo was het in Emmen, zo was het overal.
De opening van dit gemeentehuis is echter niet alleen een mijlpaal in de geschiedenis van de huisvesting. De opening van dit moderne plattelandsgemeentehuis symboliseert de veranderde positie, die het gemeentebestuur en de gemeenteadministratie tegenwoordig innemen. Deze mijlpaal kan het beste gemarkeerd worden, aldus spreker door de begroting van Diever van 1857 te vergelijken met die van 1957. De raming van de totale begroting in 1857 bedroeg f. 2420,87½, waarvan f. 300 voor de jaarwedde van de burgemeester, f. 225 voor de secretaris, f. 100 voor de ontvanger, huur gemeentehuis f. 30, onderhoud wegen f. 30. Thans is de totale raming f. 291.610,31.

Mijlpaal
Natuurlijk is de waarde van het geld een andere dan in 1857, maar wat de begroting van 1957 in vergelijking met die van 1857 tot een mijlpaal stempelt is, dat het gemeentebestuur van thans meer is dan een administratief begrip en hoeder van de openbare orde en veiligheid.
Het veld der bemoeienissen van de gemeente, ook van plattelandsgemeenten, is nu een ander dan dat van 1857, het is uitgebreid en geïntensiveerd. In de gemeentebegroting weerspiegelt zich de veranderde instelling van gemeentebestuur en administratie ten aanzien van de burgers. Daarom is er reden om vandaag verheugd te zijn, aldus spreker.
Het nieuwe gebouw is een mijlpaal in het gemeentelijk bestel, omdat het onze gedachten richt naar de toekomst van de gemeente en de gemeentelijke samenleving. Een mijlpaal richt de gedachten ook op de weg die nog moet worden afgelegd, de bemoeienissen van het gemeentebestuur nieuwe stijl.

Agrarisch fundament verstevigen
Mr. Cramer herinnerde aan het officiële bezoek dat hij verleden jaar aan Diever had gebracht en waarbij tijdens de besprekingen met het college van B. en W., de raad en de agrariërs sterk naar voren kwam, dat Diever was, is en zal blijven een overwegend agrarische gemeente met twee hoofdproblemen: de ontwatering en de ruilverkaveling. Het zal niet lang meer duren of het vraagstuk van de waterbeheersing zal praktisch voor de gehele gemeente Diever opgelost zijn. Daarmede is men er evenwel niet, want de ruilverkaveling nieuwe stijl zal voor grotere delen van de gemeente aangevraagd dienen te worden, dan thans het geval is. Het gemeentebestuur nieuwe stijl kan ook op dit gebied initiatieven ontwikkelen, maar het is gelukkig nog zo, dat hier sprake zal moeten zijn van een samenspel tussen gemeente, rijk, provinciale diensten en agrariërs. Moge van deze dag een appèl uitgaan om het agrarisch fundament dezer gemeente steeds meer te verstevigen.

Veluwe van Drenthe
Diever is rijk met natuurschoon begiftigd en kan in recreatief opzicht dan ook een belangrijke rol spelen. Met 35 procent bos in Diever de bosrijkste gemeente van Drenthe. Wat evenwel belangrijker is, door zijn gevarieerdheid en uitgestrektheid heeft het recretief gebied van Diever een hoge recreatieve waarde. Deze gemeente wordt niet ten onrechte ‘de Veluwe van Drenthe’ genoemd, aldus de commissaris.
Dit rijke bezit is een kapitaal, waarmede gewoekerd moet worden, terwille natuurlijk van de Dieverse bevolking zelve, maar ook terwille van de honderdduizenden medeburgers, die in huizenblokken, fabrieken en kantoren het grootste deel van hun leven doorbrengen. Vacantie houden is voor hen geen luxe, maar een sociaal-hygiënische en sociaal-culturele noodzakelijkheid. Een rijk veld van activiteiten ligt voor ons. Moge het gemeentebestuur in samenwerking met V.V.V. en provinciale diensten in staat zijn de vakantierecreatie op een rustige en stijlvolle wijze te stimuleren.

Begrip in Nederland
De naam Diever is een begrip in Nederland geworden door de Shakespeare traditie; mogen andere manifestaties op sociaal, cultureel en geestelijk gebied in Diever eenzelfde hoogte bereiken, de bevolking tot zegen.
Terugkerende tot het gebouw, dit zal huisvesting bieden aan de raad, B. en W. en het gemeentelijk personeel, maar ook aan de bevolking, aldus spreker. Er is immers een publieke tribune. Moge die in de toekomst steeds goed bezet zijn door inwoners van Diever, want dit zal een barometer zijn van de belangstelling voor de publieke zaak. De middelen zijn beperkt, de wensen onbeperkt. Diever is thans zo gelukkig dat de ’top-wens’ vervuld is. Spreker bood daarom de hartelijke gelukwensen aan en uitte de hoop, dat dit nieuwe gebouw een waarlijk tehuis mag zijn voor hen die er dagelijks werken en voor hen, ten behoeve van wie de arbeid geschiedt.
Daarna verhieven de aanwezigen zich van hun zetels, waarna door mr. Cramer een nog achter een oranjedoek verscholen prachtige plaquette met de beeltenis van H.M. Koningin Juliana werd onthuld.

De kritiek zwijgt
De heer E. Bergsma sprak daarna namens de raad. Hij herinnerde er aan dat dit raadhuis vele jaren ‘in de pen’ is geweest. In 1946 werd reeds een aanvang gemaakt met de besprekingen. Van het oude gebouw deugde dan ook niets anders meer dan de plaats. Veel is er over gediscussieerd en vandaag kon de wens dan worden gerealiseerd. De kritiek zwijgt bij het zien van dit nieuwe gemeentehuis, maar de gemeente heeft hier recht op. Spreker noemde in dit verband de familie Meyboom, die zeer veel voor de totstandkoming van dit gebouw heeft gedaan en wij als raadsleden kunnen ons voorstellen, dat burgemeester Meyboom deze dag een van de belangrijkste in zijn carrière acht. Daarmede wilde spreker hem dan ook gelukwensen. De raad koestert de verwachting, dat men gaarne naar het gemeentehuis toe zal gaan en hij hoopte dat de inwoners daar geholpen worden, zoals het behoort in een democratische staat.
Tenslotte hield burgemeester Meyboom een rede waarin hij in het bijzonder de Commissaris der Koningin dank zegde voor de officiële opening en aan allen die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van het nieuwe gemeentehuis, dat onder architectuur van de heer J. Boelens Kzn. te Assen is gebouwd.

Bijschrift van de foto rechts boven
Burgemeester J.C. Meyboom gaf een overzicht van de totstandkoming van het nieuwe gemeentehuis, nadat de Commissaris der Koningin, mr. J. Cramer de plaquette van H.M. Koningin Juliana had onthuld.

Bijschrift bij de foto rechts onder
Mr. J. Cramer, Commissaris der Koningin en burgemeester Meyboom, bezichtigen de schilderijenexpositie die op de ‘cultuurzolder’ van het nieuwe gemeentehuis van Diever is ingericht.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De kostbare plaquette heeft altijd in de raadzaal van het gemeentehuis an de brink van Deever gehangen. De zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief wordt voor de beeldvorming verwezen naar de afbeelding van het krantebericht  aan het einde van dit bericht. Waar is die kostbare plaquette toch gebleven ? Waar is dat kostelijke stukje Deevers erfgoed toch gebleven ?
Het kan niet anders zo zijn dan dat dit kostbare kunstwerk na het gedwongen samengaan van de gemiente Deever mit de gemiente Vledder, de gemiente Dwingel en de gemiente Oavelte en de tijdelijke vestiging van het raadhuis van de gemeente Westenveld in O
avelte en de definitieve ontruiming van het gemeentehuis aan de brink van Deever, samen met andere te behouden kunstwerken zorgvuldig is opgeslagen en ná de opening van het Raadhuis van de gemeente Westenveld aan de Gemeentehuislaan in Deever een passend plekje in dit gebouw heeft gekregen !
De redactie heeft op 12 mei 2020 aan de gemeente Westenveld de vraag gesteld: “Waar is die kostbare plaquette toch gebleven ?”  De redactie heeft tot op de dag van vandaag ondanks herinneringsberichten geen antwoord gekregen.
De afgebeelde zwart-wit ansichtkoate van ut gemientehuus an de brink van Deever is in oktober 1957, een paar maanden na de opening van het gemeentehuis, uitgegeven door JosPé in Arnhem. De ansichtkoate was te koop bij boekhandel Roelof (Roef) van Goor an de Kruusstroate in Deever.
De redactie heeft de kleurenfoto gemaakt op woensdag 6 november 2019 gemaakt.

Posted in Ansigtkoate, Gemiente Deever, Gemientehuus, Kuunst | Leave a comment

Over de stee van de wieserplaet’n teeg’n de toor’n

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde in het papieren blad Opraekelen, jaargang 8, nummer 4, december 2001, van de langzaam induttende heemkundige vereniging uut Deever voor de zeer gewaardeerde lezers van dit blad het bericht ‘Over de plaats van de wijzerplaten tegen de toren van Diever’. Nu papieren bladen in het snelle digitale tijdperk steeds meer uit de tijd raken en steeds minder worden gelezen, is de tijd aangebroken dit bericht naast vele andere door de redactie gemaakte berichten voor het papieren blad Opraekelen aan de vergetelheid te ontrukken en wereldwijd bereikbaar te maken door deze in zijn geheel en waar nodig aangepast in ut Deevers Archief op te nemen. Ten voordeele van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief.

Over de plaats van de wijzerplaten tegen de toren van Diever
Als de redactie foto’s en prentbriefkaarten van de Nederlandse Hervormde Kerk van Deever bekijkt, dan valt het direct op dat vòòr de grote restauratie van het bouwwerk in de vijftiger jaren van de vorige eeuw de wijzerborden tegen de toren boven de galmgaten zaten en na de restauratie naast de galmgaten. De redactie heeft zich als heel lang afgevraagd waarom dat zo is gekomen.
Totdat de redactie enige tijd geleden op het idee kwam bij de Koninklijke Eijsbouts, voorheen de Nederlandse Fabriek van Torenuurwerken B. Eijsbouts C.V., in Asten gegevens op te vragen over de quasimodo in het voormalige gemeentehuis van Deever. Dit bedrijf stuurde welwillend copieën van correspondentie met de gemiente Deever uit 1955 en 1956, waaronder ook een copie van een document over de plaats van de wijzerplaten tegen de toren van de Nederlandse Hervormde Kerk van Deever.
Het door een vertegenwoordiger van Eijsbouts opgestelde document ‘Bemerkingen omtrent de plaats van de wijzerplaten of cijferringen tegen de toren te Diever’ gericht aan burgemeester en wethouders van de gemiente Deever luidt als volgt:
Bezwaren tegen de vroegere plaats (boven de galmgaten, redactie) van de wijzerplaten:
a. Bij de restauratie is gebleken dat achter de thans verwijderde wijzerborden van oorsprong een hoger doorlopende spitsboog van de galmgaten is weggewerkt. Aan één zijde is de oorspronkelijke toestand terug te vinden. Het herstel van deze bogen in oorspronkelijke toestand zal wel de wens van Monumentenzorg zijn. In dat geval is er geen plaats meer voor de wijzerborden, daar de ruimte tussen boog en dakrand slechts 90 cm bedraagt. Een wijzerbord van 90 cm rond of vierkant tegen deze toren is beslist te klein en dan is het beter geen tijdsaanwijzing aan te brengen.
b. De bereikbaarheid der borden van buitenaf en van de verbindingen binnen is ongelukkig. Voor het onderhoud is dit een betrekkelijk bezwaar, daar bij opnieuw vergulden een leidekker nodig is voor het afhalen van de borden.
c. Deze plaats is echter beslist af te raden als elektrische verlichting van de tijdsaanwijzing wordt verlangd, daar het onderhoud van de verlichting (vervangen lampjes) dan zeer moeilijk en zeer kostbaar wordt.

Een andere plaats tegen de torenmuur is denkbaar, bijvoorbeeld op de hoeken of onder de galmgaten. Op de hoeken wordt de bereikbaarheid nog slechter dan in het midden. Onder de galmgaten is de tijdsaanduiding slechts voor enkele omwonenden van nut en dan nog in de zomerdag verscholen achter de omstaande bomen.

Voordelen bij plaatsing van de cijferringen tegen de spits zijn:
a. De cijferringen worden prima bereikbaar via thans te maken luiken van circa 40 x 50 cm in de torenspits, welke nu onder de wijzeras gemakkelijk kunnen worden aangebracht.
b. De cijferringen kunnen groter worden uitgevoerd, namelijk met een diameter van ongeveer 1,70 meter in plaats van 1,40 meter, bij een zo groot mogelijke duidelijkheid van goud tegen een leien achtergrond.
c. De verbindingen met het uurwerk in de toren zijn daardoor ideaal op te stellen en vanaf een ideale plaats bereikbaar, namelijk de vloer (aanzet) van de spits, dus niet als thans juist boven de zware houten klokkenstoel.
d. Een hogere plaats en daardoor een hoger nuttig effekt voor de gehele gemeente.

Uiteindelijk werden de vier wijzerborden met de roodkoperen cijferringen van 1,70 m diameter na overleg met Monumentenzorg niet boven de galmgaten, niet onder de galmgaten, niet tegen de spits en niet op de hoeken geplaatst, maar net naast de galmgaten, vanwege het voordeel van een gunstige plaats in de toren van de verbinding van de wijzers met de aandrijfmotor en het voordeel van de grotere wijzerborden. Zo konden ook de doorlopende spitsbogen van de galmgaten weer in het zicht komen. De cijferringen werden voorzien van elektrische verlichting.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie wil in ut Deevers Archief graag veel aandacht besteden aan getekende en geschilderde afbeeldingen van alle kerken in de voormalige gemiente Deever. Eigenaren van dergelijke afbeeldingen worden verzocht zich bij de redactie te melden.
In het artikel wordt de vakterm quasimodo gebruikt. De quasimodo in het gemeentehuis aan de brink van Deever was een instrument voor het bedienen van de torenklokken, het torenuurwerk en de klokken in het gemeentehuis.
Bij het bericht in het papieren blad Opraekelen zijn de drie volgende afbeeldingen opgenomen.

Afbeelding 1
Deze afbeelding stond in het artikel ‘Er staat een kerk op instorten!’ in het christelijke weekblad ‘de Spiegel’ van 23 juli
1955. Het kerkgebouw bevond zich vlak voor de grote restauratie inderdaad in een zeer slechte toestand.
Bij de afbeelding stond de volgende tekst:
Dit is de kerk van Diever, die op instorten staat. Aan de dakrand en vlak bij de toren zijn duidelijk de gaten te zien., terwijl op de voorgrond een dichtgemetseld raam herinnert aan de eerste helft van de 17de eeuw, toe de kerk na eeen brand werd ‘vertimmerd’.
Duidelijk is
te zien dat het zichtbare wijzerbord boven het galmgat zit.
Op de afbeelding
, met links de woning van Aaltje Koning, weduwe van Hendrik Koning, is in elk geval te zien dat het bouwvallige linker deel (het achterste huis) van de woning van de weduwe Aaltje Koning toen nog niet was gesloopt.


Afbeelding 2
Op 14 juli 1980 bood de heer F.H.A. Michon (links op de elders in ut Deevers Archief aanwezige foto), voorzitter van de Schilderskring Diever, ter gelegenheid van haar eerste expositie in de Nederlands Hervormde kerk van Diever, een schilderij van een van haar leden (wie ?) aan dominee S. Glazenburg (rechts op de elders in ut Deevers Archief aanwezige foto) aan, die het op zijn beurt overdroeg aan de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde kerk. Het schilderij moet na 1957 zijn gemaakt want de wijzerborden zijn rechts van de galmgaten geschilderd.

Afbeelding 3
De  kleurenfoto van het kerkgebouw van de Nederlands hervormde geloofsgemeente in Deever en de gemeentelijke toren an de Brink van Deever is in de zomer van 1967 gemaakt. Deze foto is afgebeeld op een ansichtkaart. De redactie weet niet welke neringdoende in Deever de kaart heeft verkocht. De redactie weet ook niet wie de maker van de foto voor de ansichtkaart is.

Posted in Ansigtkoate, Kaarke an de brink, Toor'n an de brink | Leave a comment

Peter van Tiel saat ok in ‘de Eikenhorst’ an de Gowe

De redactie van ut Deevers Archief ontving op 10 september 2017 bijgaande reactie van de heer Peter van Tiel, die in de jaren 1962/1964 verbleef in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Hij wil graag in contact treden met oude bekenden uit die tijd. Als een zeer gewaardeerde bezoeker van ut Deevers Archief zich de heer Peter van Tiel nog herinnert, dan wordt deze persoon uitgenodigd te reageren op dit bericht.

Ik ben Peter van Tiel.
Graag zou ik nog in contact willen komen met de jongens van het internaat aan de Geeuwenbrug.
Zelf zat ik in het kamp ‘de Eikenhorst’ in de jaren 1962/1964.
Ik woonde toen in Middelburg.
Ik zou het geweldig vinden als ik wat oude bekenden van toen zou kunnen spreken.
Ook om oude herinneringen op te kunnen halen.

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Schor getoeter over de someroam’dheide

Arnold Izaäk Kan Junior is geboren op 26 juni 1871 in Heerjansdam. Hij is overleden op 17 juli 1946 in Velp. Hij promoveerde in 1901 op het onderwerp “Ludwig Feuerbach in zijn verhouding tot de Christelijke Zedenleer”. Hij was tot 12 oktober 1905 hervormd predikant in Boijl (Buil) in Friesland. Hij vertrok vanuit Boijl (Buil) naar Assen.
Arnold Izaäk Kan Junior is de schrijver van de geldbedel-publicatie “Uit verre eenzaamheid”, waarvan de tekst in dit bericht in zijn geheel is weergegeven. In deze publicatie beschrijft Arnold Izaäk Kan Junior de totstandkoming van het kerkje van de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige belangen der Hervormden’ op Zorgvlied-Wateren. Lezers werden ten zeerste uitgenodigd geld te geven voor de bouw van het kerkje van de ‘Vereniging tot behartiging van Godsdienstige belangen der Hervormden’. Meer gegevens over Arnold Izaäk Kan Junior zijn te vinden in het boek Encyclopedie van Drente.

Uit verre eenzaamheid (Drente).

Inleiding.
De ondergeteekenden gevoelen zich gedrongen, U te vragen: “Och, lees even dit treffend boekske door !” Het werd door broeder Arnold Izaäk Kan Junior, predikant te Boijl (Weststellingwerf), uit den drang zijns harten geschreven. Het spreekt van hoogst-ernstige, doch ook van hoogst-heerlijke dingen. Het zal u zeggen, hoe fel de zonde woedt, maar ook hoe machtig Gods genade werkt. En als gij er door getroffen, in u de begeerte voelt ontwaken om voor het zendingswerk op dit plekje in ons vaderland iets te doen, dan zijn ondergeteekenden zeer gaarne bereid, Uwe gave in ontvangst te nemen. “Laat ons maar werken, zolang het dag is !”
Dit zij het doel, waarnaar gij streeft
Eens aan den eindpaal uwer wegen
Te mogen denken: “neen ‘k heb niet vergeefs geleefd
Ik was gezegend en tot zegen.”
Amsterdam, October 1904.
Dr. J.Th. de Visser, Keizersgracht 451.
Dr. J.J. van Noort, Nassaukade 82.
Dr. P.A. Klap, Sarphatipark 77.
W. J. Wellensiek, Johannes Verhulststraat 57.

De Dieversche heide.
Na een prachtigen Augustusdag ging de zon onder, en de schaapsherder van Wateren, keerde met zijn kudde terug van de Dieversche heidevelden.
De Drentsche “scheper” is niet meer de man van vroegere tijden, toen menigmaal duizend schapen aan zijn hoede waren toevertrouwd. De nieuwe tijd met practische uitvindingen ook ten bate van onze boeren, heeft de vroeger onmisbare schapenmest minder noodig gemaakt. Velen schaffen hun kudden af, en men leert uit de “Veldpost” of uit andere bladen, of van zijn buurman, hoe men met chilisalpeter en kainiet de stugge heide kan omtooveren in vruchtbaar bouw- en weiland.
Maar – gelukkig voor de poëzie van ons landleven – er zijn hier nog schapen en een schaapskooi, die het terrein zoo teekenachtig maken. Er klinken nog schapebellen, die de stilte op de heide breken, wij hebben nog een poëtischen schaapherder.
In Oosthoorn, zoo vertelt ons Ulfers, was een schaapherder in dienst van één boer. Zo is het bij ons niet. Éen scheper past hier op bijna al de schapen van Wateren, die hun voedsel in de heide moeten vinden. Dat zijn de “drenten”. De friesche schapen, die iedere boer en arbeider houdt, blijven bij huis of op het weiland met beter voedsel om veel melk te geven. De “drenten” worden niet om de melk gehouden en behoeven het dus niet zóó goed te hebben !
Laat in den morgen, als de dauw is opgetrokken, gaan zij naar de heide. Tegen zonsondergang hoort gij een schor getoeter. Men zegt u, dat dit het sein is dat de scheper geeft om de terugkomst aan te kondigen en gij vindt dit getoeter opeens idyllisch. Nu moeten de staldeuren openstaan, de schapen zijn in aantocht, en ieder dier kent en vindt zijn eigen stal, zonder dat iemand behoeft te geleiden.
Wat geeft meer stemming – het schor getoeter over de zomeravondheide – of orchestmuziek in een opgepronkte concertzaal met kunstlicht ?

Toen ik de laatste keer het sein van den scheper hoorde, waren wij juist op weg naar de ouderwetsche dorpsherberg van Wolter Benthem. Wij vonden de dochters op de bank vóór het huis, de lage gelagkamer reeds nagenoeg gevuld met mannen en vrouwen en groote kerkboeken. De boeken echt oud en veel gebruikt door ouders en grootouders, maar misschien door de tegenwoordige bezitters helaas hoofdzakelijk als familieantiquiteit bewaard. Immers kerkgaan is hier geen mode meer. Maar voor dien avond waren de boeken weer eens uit de kast gehaald, want er was een bode rond geweest om aan te zeggen, dat er weer preek en vergadering zou wezen bij Wolter Benthem. En de gelagkamer werd voller. Het jongvolk kwam ook binnen, en meer mannen en vrouwen, tot alle stoelen en banken bezet waren.
Wat was het heerlijk voor mij, daar in die herberg te mogen preeken over den goeden Herder, den Heiland, die innerlijk met ontferming bewogen was over de schare, die vermoeid en verstrooid was ….
Na de preek ging het jongvolk naar huis door den maneschijn, en de vrouwen ook. Maar de mannen stopten hun pijpen en kregen koffie.
En even ernstig en waardig als dit de Oosthoornsche boeren zouden doen, werd er nu vergadering gehouden en werden plannen gemaakt. Want hoe gezellig wij het ook vinden in de landelijke herberg aan den rand van de heide, toch zouden wij liever samen komen in een kerkje, waar dan ook de catechisaties konden gehouden en waar ruimte was voor onze kerstfeestviering om den boom.
Gelukkig schijnt dat verlangen naar een kerkje niet lang meer op vervulling behoeven te wachten. Wij hebben tenminste op dien avond na de preek, al heel wat plannen gemaakt. De dagen werden verdeeld, en bepaald, wanneer telkens een vijf- of zestal mannen de fondamenten uitgraven, en zand zouden kruien; en wanneer de boeren paard en wagen zouden beschikbaar stellen; en welken arbeider als polderjongen reeds met de juiste wijze van graven bekend was, en dus leiding kon geven aan het werk.

’t Was op dien Augustusavond waarlijk niet voor de eerste maal, dat wij daar op die plaats tot dat doel samenkwamen. Wij hadden dit verleden winter, vóór de drukke veldarbeid begon, reeds meermalen gedaan. Ja, daar was in de omgeving van Zorgvlied-Wateren al heel wat gebeurd op maatschappelijk en geestelijk gebied, vóór wij over durfden te gaan tot het uitgraven van de kerkfondamenten.
Toen eenige tientallen jaren geleden slechts een paar Hervormde huisgezinnen in Zorgvlied-Wateren woonden; toen de bevolking nog zóó gering was, dat, bij gebrek aan een eigen school, de kinderen dagelijks uren mochten loopen door het heidezand naar Diever; toen ongeloof en onverschilligheid bij de arbeidende bevolking meer en meer ingang vond, wie zou toen in Zorgvlied-Wateren verlangd hebben naar een evangelieprediking, en wie droomde toen van een Hervormd bedehuis in dit afgelegene, eenzame hoekje van de heide ? Hoe is dat alles zoo wonderlijk anders geworden ? Hoe is er een villadorpje en een toenemende boerenbevolking gekomen op de plaats, vanwaar nauwlijks een halve eeuw geleden op uren afstand geen straatweg te bereiken was ?

Bovenal langs welke paden heeft Gods Geest de harten geleid van zoo velen Zijner kinderen, die jaren lang zonder Hem geleefd hebben, maar die nu belangrijke offers willen brengen, opdat zij geregeld de prediking des Evangelies zouden kunnen horen ?
Gaarne wil ik U daarvan vertellen, zooveel mij daarvan bekend is geworden.
In hoofdzaak maak ik daartoe gebruik van de mededeelingen, aan welke in den vorm van een paar courantenartikeltjes, eenige maanden gelden door de redacties van de Nederlander en de Kerkbode welwillend plaatsing werd verleend.
Langs de grens van den Zuid Oost hoek van Friesland, strekt zich in Drente een groote heidevlakte uit, die omringd wordt door de dorpen Vledder, Diever en Hooger Smilde, en aan den Frieschen kant begrensd door Boijl, Elsloo en Appelscha.
Daar in die heidevlakte is in de laatste halve eeuw een nieuw dorp ontstaan. Een oase in een echte woestijn. De Gelderse heidevelden hielden, met hun heuvels, een veelzijdige afwisseling, wanneer men ze vergelijkt met die vlakke Drentsche eenzaamheid. Maar midden in dat stuk kale oneindigheid staan nu bosschen en huizen een een school, ja zelfs een paar villa’s. ’t Is Zorgvlied-Wateren, een nieuw dorp.

Ieder heeft wel eens gehoord van de Maatschappij van Weldadigheid, maar niet ieder weet, dat haar gebied zich vroeger veel verder uitstrekte dan thans. Tegenwoordig spreekt men hier van de kolonies Willemsoord, Frederiksoord en Boschoord, de laatste op sommige kaarten nog vermeld met den ouden naam Kolonie 7. In vroegere jaren behoorden daarbij ook nog de tegenwoordige bedelaarskolonie Veenhuizen en de bezittingen Zorgvlied en Wateren, toenmaals onontgonnen en onbebouwde vlakten.
Zorgvlied kreeg echter spoedig een eigenaardige bestemming. Nog ten huidigen dage staat daar een ouderwetsch, wit, breed gebouw, ’t welk alle kenmerken draagt, dat het in vroegere jaren deel uitmaakte van een gesticht. En inderdaad zijn er in dat huis heel wat jongens opgevoed, waarvan er velen …. als matroos den grooten oceaan hebben bevaren !
Is het niet kostelijk ? Twee uur gaans van den naasten openbaren verkeersweg, de Drentsche hoofdvaart, midden in de barre heide, een bakermat voor Neêrlands zeehelden ?
En toch is het zoo. De Maatschappij van Weldadigheid had daar namelijk een inrichting tot opvoeding van verwaarloosde jongens uit de groote steden. Er waren soms 70 tot 80 verpleegden. De kalme, rustige natuur zal wel van uitnemende opvoedkundige waarde zijn geweest, maar ’t is toch te begrijpen, dat er niet veel keus van ambachten was.
In het Hervormde kerkje van Elsloo vindt men tegenwoordig nog “de kraak” (galerij) waar de Zorgvliedsche jongens hun zitplaats hadden. Om de beurt werden namelijk godsdienstoefeningen bezocht te Elsloo, Vledder en Oud-Appelscha. Ook in het schilderachtige oude kerkje van laatstgenoemde gemeente, dat eenige jaren geleden is afgebroken, wees men een “kraak” aan, waaraan dezelfde geschiedkundige herinnering verbonden was.
Dat zullen voor die jongens heele tochten geweest zijn door die zandwegen, ’s zomers zoo mul en droog, ’s winters ware modderpoelen !
In deze tijden stonden er te Zorgvlied-Wateren slechts een paar boerderijen.

In 1860 kwam er een andere toestand. Wegens allerlei omstandigheden, die hier voor ons van geen belang zijn, deed de Maatschappij van Weldadigheid in dat jaar afstand van een groot deel hare bezittingen. Het rijk kreeg Veenhuizen, waar de thans nog bestaande rijkswerkinrichting werd opgericht, terwijl Zorgvlied en Wateren in particulier bezit overgingen. De opleidingsschool werd opgeheven.
Op maatschappelijk gebied is deze overgang van onberekenbare waarde geweest voor onze gansche omgeving. Daarover terloops een enkel woord.
De uitgeveende heidevelden op de Oostelijke Zuidgrens van Friesland worden voornamelijk bewoond door een eigenaardige bevolking, afkomstig van kolonisten uit “de Maatschappij”. Het zijn polderwerkers, hooiers, turfmakers, enzovoort, die in de naaste omgeving geen voldoend-loonenden arbeid kunnen vinden, en dus zomers “van huis” moeten. Het schijnt, dat voor deze gezinnen de jaren tusschen 1860 en 70 een moeilijke tijd geweest zijn. Een brochure getiteld: “Open brief aan Klaasje Zevenster” van den toenmaligen predikant van Noordwolde, dr. Ellerts de Haan, geeft een afgrijselijke schilderij van de heerschende bittere ellende. De mandjesmakerij en stoeleninsdustrie, waardoor de Noordwoldensche omgeving thans bekend is, bestond toen nog niet, terwijl de geweldige overbevolking het arbeidsloon bij den landbouw gevaarlijk drukte.
Ik beschouw het nu als een wonderbare uitredding, dan toen ter tijd niet slechts de industrie werd ingevoerd, die voor het groeiende geslacht den toestand geheel zou veranderen, maar ook, dat de eigenaren van Zorgvlied en Wateren op reusachtige schaal de landontginning ondernamen, daartoe in staat gesteld door vorstelijke Indische fortuinen. Het was niets bijzonders wanneer daar dagelijks 300 arbeiders uit onze omgeving wekenlang werk vonden. Uitgestrekte bosschen werden er aangelegd. Zorgvlied is op deze wijze allengs een lustoord geworden, een oase midden in de heidewoestijn.
Maar nog altijd stonden er slechts weinige woningen. Ook daarin kwam verandering, toen Zorgvlied en Wateren in ’t bezit kwamen van den tegenwoordigen eigenaar. Door de energie van mr. Verwer ontstond een dorp. Heide werd ontgonnen tot bouw- en weideland; er kwamen meer en meer boerderijen en arbeiderswoningen. Een sigarenfabriek, kruidenier, bakker, hulppostkantoor, school, hypotheekbank, helaas ook een herberg, geven thans het recht om van Zorgvlied als een dorp te spreken. Sedert een paar jaren is de voormalige zandweg of modderpoel vervangen door een straatweg (Elsloo – Diever), die het dorp met de bewoonde wereld verbindt.
Dit is nu de stoffelijke, gansch niet onbelangrijke, zijde van het Zorgvliedsche vraagstuk.

Toen ik hierboven de gebouwen noemde, die het recht geven om Zorgvlied-Wateren een dorp te noemen, heeft de lezer niets vernomen van een kerk,
Hoe ? een dorp, en geen kerk ?
Laat mij u dan vertellen, om mijn schetsje vollediger te maken, dat de heer Verwer voor zijn Rooms Katholieke geloofsgenooten een kerkje heeft gesticht, maar dat de Hervormden natuurlijk niet zoo gelukkig zijn.
Zorgvlied-Wateren behoort burgerlijk en kerkelijk tot de Gemeente Diever.
Daar staat het kerkgebouw, daar moeten de kinderen gedoopt, daar moeten de catechisaties bezocht, daar moeten de lidmaten bevestigd worden. Daarheen ging men soms ter kerk, als weer en wind gunstig waren of de zandweg niet al te mul of al te moerassig was.
Wat dunkt u over een kerkgang van anderhalf uur heen, en evenlang terug ? Die in het aller westelijkste uithoekje wonen, kunnen in een uurtje naar Boyl of Elsloo gaan.
Maar ik vraag de brave stedelingen en de kerksche dorpsbewoners, die al bang zijn voor een regenbuitje op hun Zondagscvhe kleeren, wanneer zij een kwartiertje ver naar de kerk moeten wandelen; ik vraag of zulke afstanden erg bevorderlijk zijn voor getrouw bezoek aan kerk en catechisatie ?
Voeg daarbij (waarnaar men eens moet informeeren bij dr. Westrik, vroeger te Smilde, nu te Zutfen) het feit, dat in nagenoeg alle dorpen rondom, in het eind der vorige eeuw modernisme en socialisme welig tierden, en dientengevolge het kerkgaan een dwaasheid werd. Is het dan een wonder, dat er ook in ons dorpje weinig geestelijk leven was ?

Enige jaren geleden kwam, Goddank, ook op dit gebied een andere toestand.
Een reizend koopman uit Appelscha, Br. Bisschop, daarin gesteund door zijn toenmaligen predikant ds. Van Lelyveld, deelde “Blijde boodschappen” uit, en andere traktaten.
De bejaarde predikant van Diever, ds. Hingst, begon godsdienstoefeningen te houden in het schoolgebouw te Wateren.
De bijbelcolporteur Van Veenen kwam, gesteund door andere leden der. Chr. Jongelingsvereniging, wekelijks uit Appelscha wandelen over de heide, en hield Zondagsschool in een boerenwoning.
Enige maanden, nadat Van Veenen door het bestuur der Colporteursvereeniging naar Munnekeburen was overgeplaatst, werd, in overleg met ds. Hingst, het werk onder de schooljeugd door mij voortgezet in den vorm van een kindercatechisatie.
Een jaar daarna gaf men de wensch te kennen, dat ook voor de jongelingen en jongedochters godsdienstonderwijs zou gegeven worden. Alzoo geschiedde.
En op het vriendelijke voorstel van den pastor der uitgestrekte, volkrijke Hervormde Gemeente van Diever, droeg haar kerkeraad den herderlijken arbeid onder de Hervormden in het afgelegen dorp op aan schrijver dezes, den wielrijdenden predikant van het aangrenzende kleine Boijl. Zoo is het nu gekomen, dat schrijver dezes in Zorgvlied-Wateren zieken mag bezoeken, begrafenissen leidt en …. steeds meer en meer belangstelling gevoelt voor de belangen van deze nieuwe Gemeente.
Er wordt wel eens verteld van predikanten, die het zich maar niet kunnen begrijpen, dat wij hier in het Noorden zoo blijmoedig kunnen spreken in die benauwde Evangelisatielokaaltjes. Zij hebben kathedralen noodig !
Wat zou zulk een redenaar vreemd opkijken van onze samenkomsten in een gelagkamer !
Vóór dat de pas aangelegde straatweg naar Diever het boschrijke Wateren verlaat, en de reiziger plotseling eindelooze heide voor zich ziet, komt men aan de gezellige dorpsherberg van Wolter Benthem. Ja, een geheelonthouder schrijft het; de gezellige dorpsherberg aan den rand van het bosch !
’t Was op een Woensdagavond in Februari jongst leden, toen wij voor de eerste maal daar Godsdienstoefening hielden. Wij hebben daar gebeden, gezongen en gepreekt. En inzonderheid baden wij om een zegen op onze plannen. Want wij wilden zoo graag een heel bescheiden gebouwtje hebben, voor het Godsdienstonderwijs, voor onze Godsdienstoefeningen, voor Christelijke vereenigingen.
Sedert dien avond is er nog menige avondpreek gehouden in die gastvrije kamer, voor de nieuw zich vormende gemeente in het nieuwe dorp. Maar ook menigmaal hebben wij er over beraadslaagd, wat wij toch doen konden om de opbloeiende belangstelling in stand te houden, en een eigen “kerkje” te krijgen.
Het resultaat is, dat wij hebben opgericht een vereeniging van ruim 70 leden, wier grondslag is het geloof in Jezus Christus, den Zoon van God, den eenigen en algenoegzamen Zaligmaker. Die overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt is om onze rechtvaardigmaking. Leden zijn, Hervormde mannen en vrouwen, die zich op bovengenoemden grondslag willen aansluiten, den leeftijd van 18 jaar bereikt hebben, en een kleine contributie van minstens f. 0,25 betalen.
De Statuten der Vereeniging zijn naar Den Haag gezonden, en wij ontvingen de Koninklijke goedkeuring.
Maar …. men denkt toch niet te hoog van den rijkdom, en de weelde bij eenvoudige heideboertjes ? Weet gij ook wel, dat er in Zorgvlied en Wateren bijna niets dan pachtboeren wonen, en dat ongeveer de helft der bewoners uit arbeiders bestaat ?
De levensstandaard is allereenvoudigst, ja de stedelijke fabrieksarbeider of ambachtsman zou verbaasd staan, als hij zag, dat allerlei hem onmisbare levensbehoeften, hier nog ongekende weelde zijn. Onder de belangstellende Hervormden is slechts één villabewoner.
Welnu, getuigt het dan niet van grote offervaardigheid en belangstelling, wanneer er in dit kringetje ruim 250 (tweehonderd en vijftig) gulden is samen gebracht voor een kerkje ?
Maar er is reeds meer gedaan.
Weet men wat het zeggen wil, wanneer hier een arbeider zijn daghuur verzuimen moet, of wanneer een kleine boer in het voorjaar zijn eigen werk laat liggen ?
Zoo hebben onze mannen samen gewerkt, hout gehakt, boomwortels uitgerooid; kortom een terrein klaar gemaakt, waar, midden in het lieflijke groen, nu plaats is voor “een eigen kerkje”.
Daarna hebben zij nu ook onlangs den grond voor de fondamenenten uitgegraven en wit zand ingekruid, zoodat bij het bouwen nagenoeg geen kosten meer voor het grondwerk behoeven gemaakt te worden.

Maar voor ruim f. 250 kan men geen kerkje krijgen. ’t Is waar, dat in vroegere jaren hier in onze omgeving menigeen een plaggen hut bouwde en voor minder dan f. 100 meende een fatsoenlijke woning te bezitten, maar voor een bedehuis, al wordt het nog zoo sober ingericht, zal men bovengenoemd bedrag wel wat heel gering achten !
Wij hebben eerst advertenties geplaatst en op aanbiedingen geschreven, om voor oud een houten gebouw te koopen. Maar daarin slaagden wij niet.
Toen heeft de heer Meek, architect te Donkerbroek, een allereenvoudigst, net plan voor ons gemaakt, een houten gebouwtje op steenen grondslag, en als de boeren hun paard en wagen beschikbaar stelden, zouden de kosten – zonder het schilderen, zonder banken en verdere meubels – ongeveer duizend gulden hebben bedragen.
Maar hoe nu aan dit geld te komen ?
Gelijk hierboven reeds is medegedeeld, werden in een paar bladen, eenige mededelingen over Zorgvlied-Wateren opgenomen, en vroegen wij om geldelijke steun.
Tot onze grote blijdschap is men ons heerlijk te hulp gekomen. Velen hebben ons reeds hun gaven gezonden. De postbode bracht massa’s postwissels en vele aangeteekende brieven.
Toch zijn wij – alles te samen – niet hooger gekomen dan f. 1050. Hoe komen we nu aan banken ? Hoe bekostigen wij nu het verfwerk, en de lampen, en een kacheltje ?
Daarbij moeten wij nog iets bekend maken.
Van bevoegde zijde, ja zelfs door meer dan een gever, werd ons de raad gegeven: “bouwt uw kerkje toch niet van hout, maar gebruikt steenen !”
Eerst durfden wij naar dien mooien raad niet luisteren.
Juist omdat wij wisten, hoeveel er in ons land voor velerlei doeleinden wordt gevraagd en gegeven. Juist omdat wij beseffen, dat ons kerkje hoofdzakelijk van bijeengebedeld materiaal moet worden opgebouwd – daarom wilden en durfden wij niet meer dan het noodige vragen – daarom wilden wij zoo eenvoudig mogelijk onze plannen maken.
Maar toch hebben wij ten slotte geluisterd naar de vriendelijke stemmen van hen, die ons opwekken, dat wij toch niet op het aller zuinigst moeten bouwen; en na wekenlang dralen en overleggen en berekenen zijn de plannen nu eenigszins gewijzigd.
Wij hopen nu, dat de belangstellende vrienden, wier verdere hulp wij moeten inroepen, ons niet van verkwisting en onbescheidenheid zullen beschuldigen.
Het kopje op het dak zal iets minder kaal worden dan volgens ’t eerste plan; de ruimte voor 50-60 personen zij iets minder benepen; de pannen iets solieder. En vooral: de muren zullen, ter afwering van zomerhitte en winterkoude, niet slechts van planken worden gemaakt, maar aan de binnenkant versterkt door een kwarto-steenen beschutting.
Dit eischt f. 400 extra ! En dan het schilderen, en de banken !
Vriendelijke lezer, voelt gij eenige belangstelling voor de nieuwe gemeente die hier in ons afgelegen hoekje in wording is ?
Ons kringetje breidt zich uit. De toestanden zijn van dien aard, dat steeds meer Hervormden zich in Zorgvlied-Wateren vestigen, en terwijl helaas in tal van steden en dorpen de tijdgeest afkeerig is van Evangelie en kerk, vinden wij hier het merkwaardige verschijnsel dat verreweg de meeste Hervormden metterdaad toonen, dat zij voor zich zelven een geregelde Evangelisatieprediking verlangen, en hun kinderen merkwaardig getrouw ter catechisatie zenden.

Zijt gij dezen zomer op het zendingsfeest te Middachten geweest ?
Daar sprak dominee H. Pierson van Zetten zoo fijn over den Macedonischen man, en stelde ons voor de vraag of de roepstem van dien Griek berustte op waan, op werkelijheid of op waarheid ?
Men zal mij misschien vragen, of mijn vrienden in het nieuwe dorpje, reeds krachtig aangegrepen zijn door de Heilge Geest en aldus ontwaakt, roepen om het Evangelie ? Of dat zij misschien reeds zoozeer gezien hebben de heerlijkheid van het Koninkrijks Gods, dat zij alles opofferen voor den Heiland ?
En dan antwoord ik met een paar wedervragen.
Is het niet waar, dat ook mijn vrienden hier in het heidedorpje geroepen zijn, en daarom geroepen moeten worden tot de heerlijkheid van het kindschap Gods ?
Is het niet wonderlijk, dat hier door Gods leidingen de deuren wijd geopend zijn ?
Is het niet een teeken van bereidheid des harten, dat geld en tijd en arbeid geofferd worden ?

Het antwoord, dat ik op deze vragen meen te moeten geven, schonk mij de vrijmoedigheid om uwe hulp in te roepen. Hoezeer ook ik het gevaar vrees, om zelfgekozen paadjes te verwarren met Gods wegen, toch geloof ik vast, dat de arbeid in deze nieuwe en groeiende gemeente, duidelijk door ’s Heeren leidingen is aangewezen. Dat geeft mij moed, ja dat dringt mij, uw hulp in te roepen. U dringe de liefde van Christus !

Dr. Arnold Izaäk Kan Junior
Hervormd Predikant
Boijl (Weststellingwef)
19 October 1904.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De moeder van de redactie is in 1918 geboren op Woater’n en woonde tot 1945 op Woater’n en op Zorgvlied. Zij heeft als jong meisje de laatste scheper van Woater’n nog gekend. Zij herinnerde zich zijn naam. Hij was Siebrand Donker. Ut was moar un klein mannegie. Ze wist dat Siebrand Donker tijdens het schapen hoeden op bestelling wollen sokken breide. Hij kon enige paren sokken per dag breien. Zijn echte voornaam was Sijbrand, maar werd in het dialect uitgesproken als Siebrand. Sijbrand Donker is op 31 oktober 1861 geboren in Makkinga. Hij is op 18 april 1929 op 67-jarige leeftijd overleden op Woater’n.

Posted in De aandere kaante van de Deeverse bos, Obadja, Woater’n, Zorgvliet | Leave a comment

Un tiekening van de boerdereeje van Haarm en Jan

Het boekje ‘Drie wandelingen rond Diever’ (dit leuke verzamelobjectje is aanwezig in ut Deevers Archief), dat is uitgegeven door de Provinciale V.V.V. Drente in Assen, is voor de afwisseling verrassend verluchtigd met veel pentekeningen.
Bee route 1 begunt de wandelaar bee de Olde Kaarke an de brink te loop’m, giet deur de Peperstroate, slat dan linksof de Kruusstroate in, löp dan véur de Eendeveever rechtsof de Grönnegerweg in, en ziet dan na zo’n acht minuten lopen aan de linkerkant hunnebed D52 op de Stienakkers liggen. De Stienakkers bint van de gebroeders Harm (Haarm) en Jan Hessels ewest.
In het boekje is op bladzijde 36 de hier getoonde pentekening van de boerdereeje van Harm (Haarm) en Jan Hessels an de Kruusstroate opgenomen. Het is altijd weer aardig na te gaan welke ansichtkaart of welke foto de tekenaar als inspirerend voorbeeld heeft gebruikt. De redactie denkt in dit geval dat de tekenaar voor het maken van deze tekening geen zwart-wit ansichtkaart of kleuren ansichtkaart als voorbeeld heeft gebruikt, wellicht wel een foto, maar die is bij de redactie van ut Deevers Archief helaas nog niet bekend.
Bee de boerdereeje steet de trekker van Harm (Haarm) en Jan Hessels. De gemeente Westenveld heeft de boom bee ut pothokke wellicht gesloopt in het kader van de uitvoering van het in 2019-2020 uitgevoerde werk Deever op Drift.

De redactie heeft de hier getoonde kleurenfoto gemaakt op vrijdag 29 november 2019.
Het miljoenen belastingeuro’s verslindende eenvoudig uitvoerbare maar luxe herbestratingswerk van de winkel- en horeca-straten van ut olde Deever, met de denderende en daverende en donderende naam Deever op Drift, was op die dag net gevorderd tot een eindje voorbij de boerdereeje, waarin Harm (Haarm) en Jan Hessels hebben gewoond. De gemeente Westenveld heeft bij dit werk kosten noch moeite gespaard en bespaard om elke maar dan ook elke vierkante centimeter en elke vierkante millimeter van de openbare ruimte in deze straten te bestraten. Vandaar dat de goten aan de kant van de straten toekomstbestendig, circulair, klimaatbestendig, overstromingbestendig en duurzaam breed en diep zijn, teneinde bij steeds vaker voorkomende zware en langdurige regenval als een soort van afwateringsbeek te kunnen dienen (waarna het water terecht komt in een water afvoer drainage infiltratie ?).  Maar het zware vrachtverkeer dat met veel lawaai en trillingen over de bestrating van de steeds drukker en zwaarder belaste doorgaande provinciale route via ut Meul’nende, de Heufdstroate en de Kruusstroate en omgekeerd dendert, zal met de jaren zonder twijfel ook brede afwateringsporen in de bestrating drukken en dat maakt deze bestrating niet toekomstbestendiger, niet circulairder, niet klimaatbestendiger, niet overstromingbestendiger en niet duurzamer. Integendeel ! Zal de nieuwe bestrating van de steeds drukker en zwaarder belaste doorgaande provinciale route via ut Meul’nende, de Heufdstroate en de Kruusstroate wel de voorgehouden levensduurworst van dertig jaren halen ?
Bij de boerderij, waarin Harm (Haarm) en Jan Hessels woonden, is een aannemer druk bezig met het intern en extern verbouwen van ut pothokke. Let vooral niet op de nieuwe nostalgetische nepgaslantaarn aan de rechterkant van de kleurenfoto. De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen wie de leverancier van deze lantaarn is.

Posted in Haarm Hessels, Kruusstroate, Kuunst, Pothokke, Tiekening | Leave a comment

De traditie van ut kebied skeet’n in Deever

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag getekende en geschilderde objecten uut de gemiente Deever aan de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief. Hoe meer afbeeldingen van tekeningen en schilderijen zijn opgenomen in ut Deevers Archief, hoe liever het de redactie is.
De kunstenaar Willem van Spronsen gaf de redactie toestemming zijn twee bijgaande prachtige tekeningen van het carbid schieten op oudejaarsdag op de Westeresch aachter de meule in Oll’ndeever te tonen in ut Deevers Archief. De redactie is hem daar bijzonder erkentelijk voor.
De kunstenaar heeft de tekeningen gemaakt op 31 december 2018. Zo te zien hebben de tekeningen als titel: Carbied schieten.

De kunstenaar stelt wel enige voorwaarden aan het tonen van deze tekening in ut Deevers Archief:
a) de afbeelding mag niet worden ingekort;
b) de afbeelding alleen tonen in ut Deevers Archief, mits ut Deevers Archief niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt.
c) alleen met schriftelijke toestemming van de maker mogen derden voor andere doelen van deze afbeelding gebruik maken.
De redactie van ut Deevers Archief hoopt dat de kunstenaar Willem van Spronsen nog veel tekeningen en schilderijen (al dan niet in opdracht) van objecten in de gemiente Deever zal maken.
De kunstenaar is graag bereid -als men het in Deever een leuk idee vindt- een kleine eenvoudige expositie met een aantal tekeningen en schilderijen, met ook werken uut Deever en omgeving, in te richten, in bijvoorbeeld het Raadhuis van de gemeente Westenveld aan de Gemeentehuislaan in Deever.

In de algemene plaatselijke verordening van de gemeente Westenveld zijn in artikel 2.73a de bekrompen en bevoogdende betuttelregeltjes voor het traditionele carbid schieten op oudejaarsdag te vinden.

Posted in Kebied skeet’n, Kuunst, Tiekening, Traditie, Willem van Spronsen | Leave a comment

Ut bidplaetie van Sjoerd Aukes uut Woudsend

De redactie van ut Deevers Archief toont bijzonder graag bidprentjes van rooms katholieken die zijn geboren in de gemiente Deever en zijn overleden in de gemiente Deever of zijn geboren in de gemiente Deever, maar niet zijn overleden in de gemiente Deever of niet zijn geboren in de gemiente Deever, maar wel zijn overleden in de gemiente Deever. Dit bericht toont de voorkant en de achterkant van het bidprentje van Sjoerd Aukes. Hij is niet geboren in de gemiente Deever, maar hij is wel overleden in de gemiente Deever. Hij is overleden op Woater’n en is begraven op de rooms katholieke kaarkhof op Zorgvlied. 

Gedenk in uwe godvruchtige gebeden de ziel van zaliger Sjoerd Aukes, echtgenoot van Veronica Galama,
Geboren te Woudsend den 19 mei 1850, is hij, meermalen gesterkt door de H.H. Sacramenten, kalm in den Heer ontslapen te Zorgvlied den 2 december 1894 en aldaar op het R.K. kerkhof begraven den 6 daaropvolgende.
Hij was bemind bij God en de menschen, zijne gedachtenis zal een zegening blijven. Eccl. XLV : 1.
Gestorven in den Heer, rust hij van zijnen arbeiden zijne werken volgen hem. Apoc. XIV : 13.
Echtgenoote en Kinderen ! weest niet bedroefd, gelijk zij, die geene hoop hebben. I Thes. IV : 12.
Kinderen ! vergeet mijne lessen niet en laat uw hart mijne onderrichtingen bewaren. Prov. III : 1.
Ik sterf, maar mijne liefde niet; ik zal u beminnen in den hemel, gelijk ik u op aarde heb liefgehad.
Bewaar ze allen in Uwen naam, Hemelsche Vader ! die gij mij gegeven hebt. Joan. XVII : 11.
Opdat wij elkander in den hemel wederzien.
Mijn Jesus barmhartigheid. (100 dagen aflaat)
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil. (300 dagen aflaat)
Onze vader – Wees gegroet.
Hij ruste in vrede !

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in het bericht Sjoerd Aukes en sien gezin hept op Waoater’n ewoond aandacht besteed aan het verblijf van Sjoerd Aukes, zijn echtgenote Veronica Galama en hun kinderen op Woater’n.

Eccl. XLV : 1 – Eccl. is het bijbelboek Ecclesiasticus.
Apoc. XIV : 13 – Apoc. is het boek Openbaring van Johannes.
1 Thes. IV : 12 – 1 Thes. is 1 Thessalonicenzen – De eerste brief van de apostel Paulus aan de Thessalonicenzen.
Prov. III : 1 – Prov. is het bijbelboek Spreuken.

Joan. XVII : 11 – Joan. is het bijbelboek Johannes.
De redactie verwijst voor enige uitleg over de aflaat (100 dagen aflaat, 300 dagen aflaat) eenvoudigheidshalve naar de betreffende bladzijde in de webstee Wikipedia. Voor wat deze uitleg waard is.
Op het plaatje staan twee spreuken.
Bijbelboek Markus 12.27 : God is niet de god der afgestorvenen maar der levenden.
De redactie kan de vindplaats van de spreuk ‘Want zij die in den heer sterven, sterven niet, maar herleven in hem’ nog niet melden. Nog even verder zoeken.
De redactie heeft van R.K. Boekhandel Van Hottinga in Leeuwarden nog geen gegevens kunnen vinden. Nog even verder zoeken.

De redactie ontving van de heer Jan Aukes op 30 oktober 2020 de volgende reactie
Bedankt voor dit bidprentje !
Ik ben benieuwd waar je dit hebt aangetroffen !
Verder heb ik die bijbelteksten eens bekeken. Allereerst vraag ik me af welke vertaling ze in die tijd gebruikten. Ik weet alleen dat de Leuvense bijbel (de Moerentorfbijbel) in die tijd onder katholieken nog werd gebruikt. Maar de teksten op het bidprentje komen niet uit die bijbel.
Verder zijn de teksten nogal vrij vertaald en aangepast aan de context van de overledene.
In Johannes 17:11 staat niet: ‘Ik sterf  (….) heb liefgehad.’ Dit ontbreekt gewoon.
En in 1 Thes. 4:12 staat zeker niet ‘echtgenoote en kinderen’.
Dan nog even de tekst ‘Want zij die in den Heer sterven, sterven niet maar herleven in Hem.’ Inderdaad komt deze tekst, voorzover ik kan zien, niet letterlijk voor in de bijbel, maar geeft wel de juiste strekking weer.
De tekst die het meest in de buurt lijkt te komen is 2 Timotheüs 2 vers 11: ‘indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.’ Die tekst vond ik hier:  https://www.google.nl/amp/s/dailyverses.net/nl/overlijden/nbv/bgt/amp )
Wat die beker betreft. Je ziet de kelk (bij de protestanten: avondmaalsbeker) met pal daarboven de hostie. Een verwijzing naar de consecratie in de katholieke mis, en daarmee ook naar het Laatste Avondmaal.

Nog een detail. In de hostie zie je weer een kruis. Meestal zijn hosties gewoon kaal, maar het komt voor dat ze met een kruisje erin worden gebakken.

Posted in Bidplètie, Zorgvliet | Leave a comment

De oldste foto van de meule van Roef Machiel

De redactie van ut Deevers Archief heeft in het bericht de meule van Roef Machiel op de baarg in Veldhuus’n enige aandacht besteed aan de korenmolen van Roelof Haveman (die in de Wapser volksmond Roef Machiel werd genoemd) in de buurtschap Veldhuizen in Wapse.
In het archief van de Vereniging de Hollandse Molen is een nog oudere foto van deze Drentse molen aanwezig. Zie de bijgaande afbeelding van deze foto.
Op de achterkant van de foto staat de tekst ‘Wapsermolen bij kamp te Diever’. Kamp te Diever was het soldatenkamp van de Landweer op de heidevelden op de Oeren tussen Soerte en Deever, bij de weg die tegenwoordig de naam ‘de Kaamp’ heeft.
De foto zal gemaakt zijn door een militair (een officier ?, een soldaat ?, een legerfotograaf ?) die was gelegerd of een krantenjournalist die op bezoek was in de Kaamp op de Oeren. En dat moet in 1905, 1906, 1907 of 1908 zijn geweest. De redactie kan deze foto niet preciezer dateren.
De fotograaf heeft helaas van de drie personen op de foto niet de naam vastgelegd. Is de man op de voorgrond mulder Roelof Haveman (Roef Machiel) ?

Posted in de Kaamp op de Oeren, Meule in Veldhuus’n, Veldhuus’n, Wapse | Leave a comment

De meule van Roef Machiel op de baarg in Veldhuus’n

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst opgenomen bij afbeeldingen 20, zijnde een afbeelding van een foto uit ±  1910 van de korenmolen op de meulebaarg in de buurtschap Veldhuizen in Wapse. Deze korenmolen heeft daar tot in 1914 gestaan. De molen was een achtkantige grondzeiler, zoals op de foto is te zien.

20 – Veldhuizen -Korenmolen – plusminus 1910
Boer en mulder Roelof Haveman (Roelof Machiel) staat in de deur van zijn korenmolen. Hij was getrouwd met Aaltje Muggen. Op een zonnige zomerse dag zitten, van links naar rechts gezien, hun kinderen Stina, Lutina, Lucas en Jantinus in het gras. Aaltje, de dochter van Lucas Haveman en Roelofje Barelds en de huidige eigenares van deze echt unieke foto heeft nooit geweten welke Wapser boer of boerenknecht bij het paard staat.
De molen stond wat van de weg af op de hoger gelegen meulebaarg in het buurtschap Veldhuizen. In het boerderijtje links naast de molen woonde mulder Roelof Haveman en zijn gezin.
In 1912 werd de op 1 maart 1897 opgerichte Coöperatieve Zuivelfabriek Oens Belang te Wapse uitgebreid met een korenmaalderij. De meule kun mit lievelao niet meer uut, omdat steeds meer boeren hun koren naar de maalderij brachten.
Op 21 maart 1914 werd de stellingmolen van Havelte door brand verwoest. Daardoor kreeg Roelof Haveman de kans zijn nagenoeg werkloze molen te verkopen aan de Havelter mulder Berend Hendrik van der Vegt. Zijn kleindochter Aaltje kan zich nog herinneren dat haar opa zijn geluk zo verwoordde: Wej hept de meule nog mooi hen Aovelte kunn”n vurkop’n.
De molen werd in 1914 afgebroken. Het draaiwerk is gebruikt bij de herbouw van de Havelter molen, zodat de iene meule mit de aandere oppeknapt wödde.
Op het stuk land dat na de afbraak van de molen vrijkwam werden later de boerderij van Hendrik van de Berg en Stina Haveman en die van Klaas Snoeken en Lutina Haveman gebouwd.
Roelof Haveman heeft met het mooie geld dat hij voor de molen beurde zijn boerenbedrijfje vergroot en verzekerde zich zo van een beter bestaan.
Roelof Haveman gebruikte de molen ook nog wel eens voor iets anders. Rijksveldwachter brigadier Albertus Martijn was in die tijd nog bij hem in de kost. Als de mulder wist dat de veldwachter ’s avonds thuis bleef, dan zette hij de wieken in een bepaalde stand. Dat was dan voor de stropers het teken dat ze die avond veilig hun strikken leeg konden halen. Reint Pit was een beken- de stroper die in de buurt van de molen woonde.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
In de webstee molendatabase.org zijn enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.
In de webstee haveltermolen.nl zijn ook enige aanvullende gegevens over de verdwenen molen van Wapse te vinden.


Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Meule, Meule in Veldhuus’n, Veldhuus’n, Verdwenen object, Wapse | Leave a comment

“Oens Belang” in Wapse is op 22 april 1897 operigt

Het Nederlandsch Weekblad voor Zuivelbereiding en Veeteelt; orgaan voor veehouders, boter- en kaasfabrikanten en handelaren in zuivel, maakte op 27 april 1897 in een minuscuul berichtje melding van de oprichting van de zuivelfabriek van Wapse op 22 april 1897.

Wapse, gemeente Diever – De coöperatieve landbouwvereeniging voor boterbereiding en aanschaffing van veevoeder en kunstmeststoffen te Wapse, gemeente Diever, “Ons Belang” – 22 april 18″97, Staatscourant nummer 93.

De zuivelfabriek “Ons Belang” heeft tot 1 mei 1970 bestaan. Voorwaar een grote prestatie voor deze kleine boerenonderneming.

Posted in Bedrief, Süvelfubriek Wapse, Wapse | Leave a comment

Un beetie olde foto van de meule in Oll’ndeever

De redactie van ut Deevers Archief is verzot op mooie afbeeldingen van korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever. Het maakt niet uit of deze molen op een gewone foto, op een ansichtkaart, op een tekening, op een schilderij, op een lucifersdoosje, op een suikerzakje of op een tegeltje is te zien.
De redactie toont de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief hier een afbeelding van een zwart-wit foto uit de tijd dat Arend Uiterwijk Winkel nog de molenaar was van deze korenmaalmachine in Oll’ndeever.
De laatste beroepsmolenaar Arend Uiterwijk Winkel van molen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever is in de zestiger jaren met zijn echtgenote en hun twee kinderen Bert en Anneke verhuisd naar Hoogeveen. Arend Uiterwijk Winkel is geboren op 22 september 1921 in Hoogeveen en is overleden op 31 december 2009 in Meppel.
De foto is in elk geval gemaakt na de eerste grote restauratie van na de Tweede Wereldoorlog.
Let vooral ook op het zichtbare reclamebordje aan de muur van de molen.
Let vooral ook rechts achter de molen op het houten kleedgebouwtje van korfbalvereniging O.D.I.V.A.L. (Ontspanning Door Inspanning Voor Alle Leerlingen).
Let aan de linkerkant van de foto vooral ook op de liendepoal van de wasliende van Lenie Meester, de vrouw van Oar’nd Uterwiek Winkel.
De redactie verneemt van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief graag aavullingen op zijn tekst bij deze zwart-wit foto.
De redactie zal te gelegener tijd en zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf ongeveer staande op de plek van de fotograaf van deze foto en kleurenfoto maken en toevoegen aan dit bericht.

Posted in Meule van Oll’ndeever, Oll'ndeever | Leave a comment

Ik hep ondekt dat ut apperoat neet gevoaluk is

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van woensdag 26 juni 1985 verscheen een bericht over de overhandiging van de eerste tafelcomputer met monitor aan de hoofdmeesters van de vier lagere scholen in de gemiente Deever door Hendrik Offerein, voorzitter van het bestuur van de Rabobank Diever en omstreken op maandag 24 juni 1985 op de cultuurzolder van het gemeentehuis aan de brink van Deever.

Schooljeugd Diever heeft de toekomst dankzij computers
Diever – Voorzitter H. Offerein van het bestuur van de Rabobank Diever en omstreken had het ruim twee weken terug bij de heropening van ‘zijn’ bank al bekend gemaakt, dat de vier basisscholen in de gemeente als geschenk een computer in het vooruitzicht konden zien. Maandagmiddag vond in de cultuurzolder van het Dievers gemeentehuis de overhandiging van de computers plaats. Voor de beide scholen in Diever waren er twee exemplaren, terwijl de scholen in Wapse en Wateren er elk één kregen.
Burgemeester H. Overweg, die de computers namens de overigens aanwezige schoolbesturen en leerkrachten in ontvangst nam, roemde de bankinstelling om haar vrijgevigheid en kwalificeerde haar verstandiger dan de minister, die op het onzalige idee is gekomen maar liefst drie miljoen gulden uit te trekken om de toekomstige basisschoolgangers van een twijfelachtig koffertje te kunnen voorzien. Op de gemeentelijke havo/mavo is men al een tijdje met computers bezig, ‘maar het kan geen kwaad al op nog jeugdigere leeftijd met dergelijke apparatuur vertrouwd te raken’, aldus Overweg. ‘De praktijk heeft zelfs uitgewezen, dat kinderen de bediening doorgaans sneller onder de knie hebben dan ouderen’.
De heer Offerein deed de reden van de schenking nog eens uit de doeken. ‘De bank heeft zoveel klanten in de gemeente Diever en de gemeenschap heeft zoveel aandeel gehad in de groei en bloei van de bank, dat wij meenden iets terug te moeten doen. Omdat zowel de jeugd als de computer de toekomst heeft leek ons dit een prima combinatie’.
De leerkrachten zullen zich overigens nog moeten bekwamen in de bediening van de computers. Dat het voor hen geen problemen zal geven om de leerlingen bij wijze van spreken één les voor te blijven, mag blijken uit een opmerking van één van hen: ‘Een paar maanden terug heb ik ontdekt dat het apparaat niet gevaarlijk is’. Bovendien vermeldde het verlanglijstje van de scholen een aantal cursussen, waarvan de computercursus hoog genoteerd stond. Door de schenking van de Rabobank werd hen de keuze van de cursus beduidend gemakkelijker gemaakt.
Omdart de vakanties op het punt staan aan te breken zullen de computers voorlopig nog niet in de scholen geïnstalleerd worden. Dit om diefstal te voorkomen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie acht het toch wel vanuit geschiedkundig oogpunt van belang in ut Deevers Archief enige aandacht te besteden aan het begin van het computertijdperk op de lagere scholen in de gemiente Deever.
De computer is een Philips P2000T hobbycomputer, die ook in het onderwijs werd gebruikt. Aan de computer moest een losse monitor worden aangesloten. Voor veel lagereschoolgangers in Nederland was de Philips P2000T in de tachtiger jaren van de vorige eeuw de eerste kennismaking met de computer en met het werken op de computer. Zo ook voor de leerlingen van de lagere scholen in de gemiente Deever.
Bij het bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 26 juni 1985 (zie afbeelding 1) is een foto van de Deeverse dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels opgenomen.
Links op de foto staat Hendrik Offerein. Rechts op de foto staat Hermen Gerrit Overweg. Naast Hermen Gerrit Overweg staat hoofdmeester Knol van de openbare lagere school in Deever. De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen wie de andere drie hoofdmeesters zijn. Wie herkent deze hoofdmeesters wel ?
Dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels heeft op maandag 24 juni 1985 nog een zwart-wit foto gemaakt van de bijeenkomst op de cultuurzolder van het gemeentehuis aan de brink van Deever. Zie afbeelding 2.
De hier afgebeelde zwart-wit foto van fotograaf Sake Elsinga, zie afbeelding 3, is in het Drents Archief aanwezig in de collectie Sake Elsinga met kenmerk DA78003056. Deze zwart-wit foto is eveneens gemaakt op maandag 24 juni 1985. Deze foto is met bronvermelding vrij te gebruiken. De redactie van ut Deevers Archief is het Drents Archief daarvoor bijzonder erkentelijk. Wellicht heeft Sake Eisinga deze foto gemaakt voor plaatsing bij een bericht in een andere krant dan de Olde Möppeler (Meppeler Courant).

Afbeelding 1 – Bericht in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 26 juni 1985
Afbeelding 2 – Harm Hessels is de maker van deze foto.
Afbeelding 3 – Sake Elsinga is de maker van deze foto.

Posted in Gemiente Deever, Onderwies | Leave a comment

Un old pothokke bee un boerdereeje op Veenhuus’n

De hier afgebeelde twee zwart-wit foto’s van ut olde pothokke bee de boerdereeje mit ut adres Veenhuus’n 6 in Wapse met respectievelijk negatiefnummer 4259-03 en negatief-nummer 4258-08 zijn aanwezig in het Drents Archief in de fotocollectie MZ-Diever van Monumentenzorg. Deze zwart-wit foto’s zijn gemaakt op 18 november 1981. De naam van de maker van deze foto’s is niet bekend. Deze foto’s zijn met bronvermelding vrij te gebruiken. De redactie van ut Deevers Archief is het Drents Archief daarvoor bijzonder erkentelijk.
De Historische Vereniging Gemeente Diever heeft het eenvoudige doch onvolprezen geschrift Pothokken in de voormalige gemeente Diever in 1999 uitgegeven. Om te komen tot dit geschrift is door vrijwilligers van de vereniging ontzettend veel veld-, fotografeer-, uitzoek- en schrijfwerk verzet. Daarvoor alsnog driefwerf hulde: hulde, hulde, hulde.
In deze publicatie zijn helaas geen gegevens van ut olde pothokke bee de boerdereeje mit ut adres Veenhuus’n 6 in Wapse te vinden. De pothokken-publicatie besteed ook geen aandacht aan verdwenen pothokken.
Wellicht is ut olde pothokke bee de boerdereeje mit ut adres Veenhuus’n 6 in Wapse al vóór het veldwerk voor de pothokken-publicatie afgebroken, wat wel bijzonder te betreuren zou zijn ? Of wellicht hebben de vrijwilligers van de Historische Vereniging Gemeente Diever het enigszins achter de boerderij verscholen staande pothokke bij de inventarisatie over het hoofd gezien ?
De redactie neemt vooralsnog aan dat ut pothokke niet is gerestaureerd, maar helaas is afgebroken. 

Posted in Boerdereeje, Pothokke, Verdwenen object, Wapse | Leave a comment

Boerdereeje mit twee siedbaanders in Veldhuus’n

In de publicatie ‘Jongere Bouwkunst 1850 – 1940’ uit 1994 van de afdeling Cultuur, Monumentenzorg en Educatie van de provincie Drente staan op bladzijde 26 enige gegevens over de boerderij met het adres Ten Darperweg 61 in de buurtschap Veldhuizen in Wapse.

Wapse, Ten Darperweg 61
De traditionele boederijbouw bleef ondanks alle veranderingen toch aanwezig. Deze inmiddels afgebrande boerderij in Wapse laat dat zien. Het is een hallehuistype met dubbele zijbaander.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie moet onder meer de volgende vragen nog uitzoeken:
Welke familie woonde in deze boerderij ? De naam van de opdrachtgever zal ongetwijfeld wel op de afgebeelde bouwtekening staan, maar is niet te ontletteren.
Hoe jong is deze Wapser boerderijen-bouwkunst, met andere woorden wanneer is deze boerderij gebouwd ?
Stond bij de boerderij een pothokke ?
Wanneer is deze boerderij afgebrand ?
Wie heeft foto’s van deze boerderij ?
De redactie is ook op zoek naar de nummering van de leveranciers van melk aan de zuivelfabriek van Wapse, het leveranciersnummer stond op de melkbussen van de betreffende boer. Wie heeft gegevens ?
Op het adres Ten Darperweg 61 in Wapse staat heden ten dage een burgerwoning.

Posted in Boerdereeje, Verdwenen object, Wapse | Leave a comment

Un paer aarmoodige rhododendrons op un diek

In het kader van de uitvoering van het miljoenen euro’s verslindende gemeentelijke werk Deever op drift moest in 2019-2020 ook de oorspronkelijke wal van de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever het ontgelden.
Dat is de wal waar de Duitser Fritz Habener op 10 april 1945 tien onschuldige mannen vermoordde. Op de plek van de moord stond bij de wal een prachtig bosje rhododentrons. Die rhododendrons zijn om zeep geholpen, vanwege de onverklaarbare aanleg van de paardenmarktterreinbrinkdijk langs de kaarkhof. Deze dijk is op afbeelding 1 te zien. Let bij het bekijken van afbeelding 1 ook op de zes volstrekt overbodige gemeentelijke betuttelpaaltjes van niet duurzaam niet circulair geperst plastic.
Op de paardenmarktterreinbrinkdijk an de Bosweg in Deever zijn als goedmakertje voor de om zeep geholpen rhododendrons een paar armzalige rhododendrons op de verkeerde plek op de dijk geplant. Deze zijn te zien in afbeelding 2.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de twee hier afgebeelde kleurenfoto’s gemaakt op maandag 8 juni 2020.

Afbeelding 1: Langs de rand van de paardenmarktterreinbrink an de Bosweg in Deever is een dijk aangelegd. 
Afbeelding 2: Op de paardenmarktterreinbrinkdijk zijn een paar armzalige rhododendrons geplant.

Posted in Maarktturrein, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Surogaatbotter uut de stad Grönning’n

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van zaterdag (!) 11 maart 1905 verscheen het volgende korte bericht over een ook Deever passerende reclamekaravaan van margarinefabriek ‘Gruno’ uut Grönning”n. 

Diever.
Dinsdagmorgen, tegen elf uur ’t speelkwartier der kinderen, werd de jeugd in rep en roer gebracht door een reclamewagen van de maragarinefabriek ‘Gruno’ te Groningen. Zoo iets was nog nooit alhier vertoond. De wagen was zoo in ’t oog loopend mogelijk beschilderd. Twee in ’t wit gekleede mannen geleidden de zaak.
Bij de school begon het feest. De meisjes kregen elk een vingerhoed, reclame-artikel natuurlijk en de jongens ontvingen werkelijk fraaie plaatjes in overvloed. De jeugd was uitgelaten, dol van pret. Langs de huizen werden pakjes margarine als proefjes met kwistige hand uitgedeeld.
’t Geheele dorp had het hoofd vol van deze wonderlijke vertooning. Een paar fraai versierde paarden waren voor den wagen gespannen. In de richting van Steenwijk is de optocht verdwenen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief.
Margarinefabriek Groningen voerde in 1905 en begin 1906 een grote landelijke reclamecampagne voor het merk Gruno. De fabriek ging het land in met paard en wagen om de mensen te bereiken. Op de wagen stond een verpakking van de margarine in de vorm van een hele grote kubus, met daarop een verpakking van de margarine in de vorm van een kleinere kubus. De wagen werd voortgetrokken door twee met groen en wit bepluimde paarden.
De redactie zou dit bericht nooit in ut Deevers Archief hebben getoond, ware het niet dat een afbeelding van de reclamekaravaan bewaard is gebleven.
Dat moet in die tijd in het arme Deever inderdaad een wonderlijke gebeurtenis zijn geweest. Zouden Deeverse arbeiders en dagloners die met veel moeite rond konden k
omen en dus geen geld hadden om roomboter te kopen, nu opeens surogaatroomboter uut Grönning’n zijn gaan kopen ? Zouden dikke Deeverse boeren die te gierig waren om hun eigen roomboter op hun brood te smeren, nu opeeens surogaatroomboter uut Grönning’n zijn gaan kopen ?   

Posted in Deever | Leave a comment

Achterkleinzoon van Marten Wouwenaar reageert

De redactie van ut Deevers Archief publiceerde in 2016 de eerste versie van het bericht Langs de Wapserweg bij het Adderveen in 1891. In het betreffende bericht schreef de redactie:
Wel is nu enig lastig uitzoekwerk ontstaan, want op de wandelkaart van het landgoed Berkenheuvel uit 1936 is bij het Adderveen geen Wapserweg te vinden, wel Adderveenweg en Jacobaweg. Wie weet waar de Wapserweg lag ? In elk geval in heuvelachtig terrein.
Het was niet nodig uitzoekwerk te doen. Op 16 februari 2016 schreef de 70-jarige Marten Wouwenaar, nota bene een achterkleinzoon van Marten Wouwenaar, de eerste boschbaas van Berkenheuvel, de volgende reactie:
De Wapserweg staat wel op de kaart, die in 1946 is uitgegeven, maar dat heeft u misschien intussen ook al gevonden. Hij loopt van de Marten Wouwenaarweg naar Martenshoek. Nu ik dit toch schrijf: Bosbaas Marten Wouwenaar was mijn overgrootvader.
De redactie van ut Deevers Archief is bijzonder verheugd dat zo veel mensen, die om de een of andere reden een band met de gemiente Deever hebben, de webstee van ut Deevers Archief bezoeken en steeds weer en meer blijven bezoeken.
De redactie roept alle bezoekers op vooral te reageren op alles wat in ut Deevers Archief wordt gepubliceerd.
Bijgaande afbeelding toont de in mei 1946 opnieuw uitgegeven wandelkaart van Berkenheuvel uit 1936.
Bij nadere beschouwing loopt de Wapserweg van de Boltsweg bij Martenshoek, ten oosten langs het Adderveen, dan de Doldersummerweg kruisend, tot in de Nul.

Abracadabra-1634

Posted in Albertus Christiaan van Daalen, Alle Deeversen, Landgoed Berkenheuvel, Marten Wouwenaar | Leave a comment

Un volle moane in ut naachtblauwe Oll’ndeeverseveld

De redactie van ut Deevers Archief vervangt zo nu en dan voor de broodnodige verandering de kopafbeelding van ut Deevers Archief. Als jij in het bezit bent van een mooie afbeelding uut de gemiente Deever en jij acht een deel van deze foto echt wel geschikt als kopafbeelding van ut Deevers Archief, aarzel dan niet deze afbeelding naar de redactie te sturen. Het formaat van een kopafbeelding is 940 x 198 puntjes (200 dpi). De smalle afbeelding is op 15 oktober 2020 gepubliceerd als kopafbeelding.
Als jij de hier afgebeelde kopafbeelding lelijk vind of niet geschikt acht als kopafbeelding van ut Deevers Archief, aarzel dan niet jouw mening luid en duidelijk aan de redactie kenbaar te maken.
De redactie van ut Deevers Archief heeft bijgaand afgebeelde kleurenfoto gemaakt op 13 november 2008 ’s avonds om 18.09 uur in ut naachtblauwe Oll’ndeeverseveld. Die avond was de maan vol. De volle maan stond in het nachtblauwe zwerk. Het was een mooie avond. Toch wel een mooi nostalgisch momentje om in het voorbijgaan die onvermijdelijke klassieke cliché vollemaanfoto te maken. Maar ja, je kan deze dan toch maar mooi en beter in ut naachtblauwe Oll’ndeeverseveld ver van de verlichte bebouwing van Deever hebben gemaakt. Ech wè.


Posted in Kopplètie, Oll'ndeever | Leave a comment

Gedoe en geklooi en geknutsel an ut hunnebedde D52

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 1999 staat in het bericht ‘Archeologie in Drente 1995-1997’, zie afbeelding 1, een kort verslag van enige werkzaamheden aan het hunnebed D52 an de Grönnigerweg bee Deever, die in het verslag eufemistisch ‘renovatie’ worden genoemd en elders ‘consolidatie’ worden genoemd.

Diever
In het najaar van 1995 werd hunebed D52 in Diever, gemeente Westerveld, gerenoveerd. De werkzaamheden omvatten de herplaatsing van drie dekstenen, die in de kelder lagen, waarbij één deksteen werd verankerd met een roestvrij stalen pen, de herschikking van een andere deksteen die eveneens aan een kant werd gefixeerd met behulp van de dook – dit ter voorkoming van calamiteiten – en de opvulling van diepe scheuren in enkele stenen met mortel teneinde inwatering tegen te gaan. Aansluitend droeg de eigenaar en beheerder, Staatsbosbeheer, zorg voor het opvullen van de kelder en directe omgeving met leemhoudend zand.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft twee kleurenfoto’s (afbeeldingen 2 en 4) op donderdag 4 april 2013 en één kleurenfoto (afbeelding 3) op vrijdag 28 november 2020 gemaakt op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee Deever.
Het ware veel beter geweest dat de drie verzakte dekstenen in de kelder waren blijven liggen. Daar lagen ze per slot van rekening vóór de grote miskleunrestauratie in 1953/1954 al duizenden jaren, daar kunnen ze zonder problemen nog honderden, zo niet duizenden jaren blijven liggen.
Dus gewoon alle dekstenen laten verzakken en helemaal niets meer doen aan het hunnebed, dat is pas consolideren. Dus niet meer arrogant renoveren of betweterig repareren. Laat het maar gewoon gebeuren. Dus zonder gedoe en geklooi en geknutsel met roestvrij stalen pennen en doken en fixaties en injectiemortel en wat dies meer zij. Maar wel met geschwinde spoed en in gestrekte draf het hunnebed D52 bedekken mit un dikke loage Stienakkersaand. 

De redactie meent te weten dat het op afstand gezette zelfstandige bestuursorgaan Staatsbosbeheer het zetbaasje is van hunnebed D52 en een omliggend afgezet deel van de Stienakkers en dat de Staat der Nederlanden (de Stoat, de belastingbetaler, wij) de eigenaar is van hunnebed D52 en het omliggende terrein.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Posted in Grönnegerweg, Hunnebedde D52 | Leave a comment

Op de pompestroate in un boerdereegie in Deever

De kunstschilder Adrianus (Arie) Johannes Zwart is geboren op 30 augustus 1903 in Rijswijk en is overleden op 27 augustus 1981 in het Rosa Spierhuis in Laren in Noord-Holland.
Na zijn huwelijk in 1926 was hij voor het levensonderhoud van zichzelf en zijn gezin afhankelijk van de inkomsten uit de verkoop van zijn schilderijen. Hij reisde veel door Nederland, eerst alleen, later met zijn gezin in een omgebouwde verhuiswagen. In 1936 werd deze vervangen door een speciaal voor het gezin gebouwde woonboot, die de naam De Trekschuit kreeg. Hiermee gingen hij en zijn gezin verder op reis door Nederland. Hij was vaak te vinden op de Beulakker Wiede en in Meppel. In de winter lag De Trekschuit in Meppel. Zwart is door zijn contacten met Meppeler schilders na 1940 overgestapt op het gebruik van lichtere kleuren, zoals op het afgebeelde schilderij is te zien. Donkere interieurs maakten plaats voor een lichter palet met een lossere penseelvoering. Zijn schilderijen werden in de kunsthandel voor goede prijzen verkocht en waren vaak te zien op tentoonstellingen.
Hij gaf zijn hier afgebeelde schilderij de naam Een van de straten van Diever. Het werk is met olieverf geschilderd op een linnen doek. Het schilderij is voorzien van de handtekening van de schilder. De kunstenaar schreef de locatie Diever en naam van het schilderij op de achterkant van het schilderij. Het schilderij heeft een breedte van 410 mm en een hoogte van 310 mm. Het schilderij is in september 2018 via een veiling van eigenaar verwisseld.
De grote vraag is natuurlijk of Arie Zwart dit schilderij daadwerkelijk binnen de grenzen van de gemiente Deever op de pompestroate van een boerdereegie heeft geschilderd. De pompestroate was de plek waar met name de melkbussen werden geborsteld en schoongespoeld. Het kan natuurlijk zo zijn dat hij met De Trekschuit een reis door de Drentse Hoofdvaart heeft gemaakt en enige tijd an de löswal an de Deeverbrogge heeft gelegen en zo boerderijen in Deever heeft leren kennen.
De redactie van ut Deevers Archief heeft in zijn jeugd in de zestiger jaren van de vorige eeuw veel boerderijen in Deever en alle boerderijen in Oll’ndeever en Wittelte van binnen gekend en weet uit eigen herinnering dat alle boerderijen vanaf 15 mei 1957 zijn aangesloten op de drinkwaterleiding en geen waterpomp meer hadden. Als Arie Zwart zijn schilderij met de naam Een van de straten van Diever inderdaad wel op een pompestroate mit un wèterpompe van un boerdereegie in Deever heeft geschilderd, dan moet dit flink wat jaren voor 1957 zijn geweest. De redactie schat in dat Arie Zwart zijn schilderij dan tussen 1945 en 1950 heeft gemaakt.
Het is de redactie niet duidelijk waarom de schilder zijn werk de naam Een van de straten van Diever heeft gegeven. Door het raam en de geopende deur is geen straat te zien. Wel is in het tegenlicht een erf met kippen en een berg hooi te onderscheiden. Maar ut pothokke stond altijd tegenover de zijdeur aan de kant van de pompestroate. En op het schilderij is geen pothokke te zien. De pompestraote is impressionistisch, romantisch en nostalgisch geschilderd. Pompestroat’n in de gemiente Deever kunnen in oude boerderijen er vóór 1950 wel zo hebben uitgezien.
Zoals bijvoorbeeld de pompestraote in de boerderij van Hendrik Mulder en Jantje Wesseling an de brink van Deever, die op de hier afgebeelde kleurenfoto is te zien. In het interieur is onder meer te zien de pompestroate van stroatklinkers, un waeterpompe, un sieddeure en un halfrond geetieser’n raem. De fotograaf Kris Roderburg heeft deze foto op 7 maart 2008 gemaakt. De foto is aanwezig in de fotocollectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De redactie van ut Deevers Archief heeft de foto niet bewerkt.

Posted in Boerdereeje, Kuunst, Skildereeje | Leave a comment

Sneestorm an ’t Meul’nende op 14 febuwoari 1979

Op woensdag 14 februari 1979 werden de bewoners van de gemiente Deever wakker met een ouderwetse sneeuwstorm, die bijna de hele dag voortduurde. In de loop van de dag hield het sneeuwen op maar de aanhoudende stormachtige oostenwind zorgde voor zware driftsneeuw; dikke gordijnen van voortjagende sneeuw bij vijf graden vorst en een ijzig koude wind.
Bij sommige woningen stoof de sneeuw op tot het dak. Sneeuwduinen bereikten soms hoogtes van 3 tot 6 meter. Het dorp Dwingel raakte volledig geïsoleerd. Elders sneuvelden hoogspanningsdraden en snelwegen raakten geblokkeerd. De weg langs de vaart bleef enige dagen uiterst moeilijk berijdbaar. Bussen reden niet meer.
Mensen gingen hamsteren en brood en melk raakten uitverkocht. Het openbare leven kwam in Drente enige dagen nagenoeg tot stilstand. Ook boeren hadden problemen, want de afvoer van melk stagneerde, evenals de aanvoer van veevoer.
Wijlen U.L.O.-meester Henk van den Bos heeft enige mooie kleurendiapositieven gemaakt van het natuurgeweld op 14 februari 1979. De redactie mocht van zijn weduwe, wijlen mevrouw Stien van den Bos-Dees, de door Henk van den Bos gemaakte Deeverse kleurendiapositieven scannen en deze in berichten over de geschiedenis van Deever tonen. De redactie was en is haar daarvoor bijzonder erkentelijk. Henk van den Bos heeft het hier afgebeelde kleurendiapositief gemaakt aan het begin van het Moleneinde in Deever. De huizen aan de linkerkant en het gebouw van de oude melkfabriek zijn op merkwaardige wijze nauwelijks ingesneeuwd.
Dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels heeft op 14 februari 1979 ook een foto, een zwart-wit foto, gemaakt aan het begin van het Moleneinde. Op deze foto is te zien dat aan de rechterkant garagebedrijf Kloeze helemaal, maar dan ook helemaal, is ingesneeuwd.
Wat wel op beide afbeeldingen opvalt is dat op 14 februari 1979 nog steeds een deel van de in augustus 1977 afgebroken schoorsteenpijn van de oude melkfabriek aanwezig is.

Posted in Meul’nende, Süvelfubriek Deever, Winter | Leave a comment

Un rustige dorpstroate in ut olde Deever

Aan de rechterkant van de hier afgebeelde foto staat Jan Pook achter het geopende portier. Jan Pook was een van de eerste motorvoertuigbezitters in de gemiente Deever. Op 14 juni 1933 werd aan hem nummerbewijs D-8842 afgegeven. Voor een tweedehands T-Ford werd hem op 4 maart 1937 nummerbewijs D-10920 verstrekt. De familie Jan Pook woonde in het pand aan de rechterkant achter het automobiel. Aan de voorgevel hangt een groot reclamebord met de naam Phoenix. Dat was een fietsmerk. Aan de zijgevel van het pand hangt een bord waarop het woord ‘rijwielen’ is te lezen. Verkocht Jan Pook nieuwe fietsen ? Was Jan Pook rijwielhersteller ?
Het automobiel met kenteken D-11608, dat op de foto is te zien, is van Jan Jonkers, adres Billitonstraat 24, Meppel. Het kenteken is afgegeven op 23 april 1938. De redactie van ut Deevers Archief heeft nog niet kunnen achterhalen van welk merk en type dit automobiel is. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie het merk en het type van dit automobiel melden ?
Op het straatnaambordje aan de gevel van het pand aan de linkerkant staat Peperstraat. Rechts achter het dak van het pand aan de linkerkant is het karakteristieke torentje van het kerkgebouw van de gereformeerde geloofsgemeente te zien. De dorpstroate, die in het midden van de afgebeelde foto is te zien, is dus de Kruusstroate in Deever, een gelukkig nog rustige en lege en nog niet op drift geraakte Kruusstroate. De verharding van de Kruusstroate is gelukkig geen klinkerverharding, maar een verharding van asfaltbeton. In de Kruusstroate werd de elektrische energie in die jaren nog bovengronds getransporteerd, gelet op de houten palen en de bevestiging van de elektriciteitsdraden aan de gevel van de huizen.
Bij het café-biljart van Berend Slagter (die in de Deeverse volksmond altijd Berend Pik werd genoemd) is het zonnescherm naar beneden gedraaid. Het is niet te lezen, maar op het glas van het raam aan de zijkant van café-biljart Berend Slagter (die in de Deeverse volksmond altijd Berend Pik werd genoemd) staat Café Biljart. Achter het glas van dat raam werd tegen het einde van de week ook de opstelling van de elftallen van voetbalvereniging Deever voor de komende zondagse wedstrijden opgehangen.
Bij het café-biljart van Berend Slagter (die in de Deeverse volksmond altijd Berend Pik werd genoemd) is een met de hand te bedienen bezinepomp te zien. De benzine was van het merk Standard van de oliemaatschappij Standard Oil, afgekort SO, later Esso.
Op de deur van de winkel van Albert Fledderus staat Tabak, Sigaren, Sigaretten en reclame voor Sunlight Zeep en ook reclame voor Douwe Egberts koffie. Op het raam van de uitstalkast achter de leilinde staat Drogisterij. Dus blijkbaar had Albert Fledderus een winkel in kruidenierswaren en drogisterij artikelen. Rechts naast het winkelpand staat de familie Albert Fledderus. De familie Albert Fledderus emigreerde in 1951 naar Canada.
In het pand tegenover het café-biljart van Berend Slagter (die in de Deeverse volksmond altijd Berend Pik werd genoemd), waarvan de voorgevel is te zien, is de winkel en de drukkerij van Roelof (Roef) van Goor te zien.
De woning van de dominee van de gereformeerde geloofsgemeente is op de hier afgebeelde foto niet te zien.
Aan de rechterkant is achter de leilinden de boerderij van
timmerman Roelof Santinge te zien. Deze boerderij is in 1952 afgebrand.
De afgebeelde foto is gemaakt na 23 april 1938, maar vóór 1951. De redactie schat in dat de foto vlák na de Tweede Wereldoorlog is gemaakt, ergens in de jaren 1946, 1947, 1948.
Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie melden wie de maker van de hier afgebeelde foto is en wie een exemplaar van deze foto in zijn verzameling heeft ?

Posted in Kruusstroate, Topstuk | Leave a comment

De veiling van un Saksiese boerdereeje in Oll’ndeever

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 22 april 1970 een advertentie waarin de veiling van een Saksische boerenbehuizing met toegangsweg en bijgelegen erf in Oll’ndeever werd aangekondigd.

Huis en land te Oldendiever
Notaris D. Botje te Dwingeloo is voornemens op maandag 27 april 1970, bij inzet, en op dinsdag 19 mei daar aan volgend bij toeslag, telkens des avonds 8 uur in het café Brinkzicht aan de Brink te Diever ten verzoeke van de heer A. Mulder te Westervelde (Norg) en anderen in het openbaar te verkopen:
1. In 2 percelen en combinatie, een Saksische boerenbehuizing met toegangsweg en bijgelegen erf te Oldendiever, groot ongeveer 20 are en bijgelegen groenland, groot ongeveer 2.38.60 hectare, in pacht geweest bij de gebroeders Van Wester, dadelijk na gunning, vrij van pacht te aanvaarden;
2. Bouwland ‘Disselvoet’ en ‘Kruisakker’ aaneengelegen op de Oldendiever Es, gr. 86 are 20 centiare in pacht bij H. Mulder;
3. Groenland ‘Broekje’, groot 1.22.20 hectare, in pacht bij J. Klok.
De percelen 2 en 3 zijn 1 november 1970 pachtvrij te aanvaarden.
Bezichtiging en aanwijzing: op de veilingsdagen om half twee, samenkomst bij de boerderij.
Betaling: 1 juli 1970.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De gebroeders Hendrik, Roelof Willem en Lucas van Wester (van Wester’s jong’n) huurden de Saksische boerderij met toegangsweg en bijgelegen erf van de familie Mulder. De boerderij ligt in ut laand in Oll’ndeever.
In de advertentie wordt de heer A. Mulder genoemd. A. Mulder is boer en schrijver Arend Mulder, zoon van Jan Mulder.
De gebroeders van Wester werden in elk geval de kopers van perceel 1.
De in de advertentie genoemde H. Mulder is boer Hendrik Mulder, die aan de brink van Deever woonde; hij is een broer van Arend Mulder. De in de advertentie genoemde J. Klok is boer Jan Klok van ut Kastiel in Deever.
De hier getoonde kleurenafbeelding van de boerderij van de gebroeders Van Wester is een afdruk van een mooie diapositief, die U.L.O.-meester Henk van den Bos in het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw heeft gemaakt.
Let vooral op de versiering van het bovenlicht boven de voordeur van de boerderij. De redactie wil de originele versiering van dit bovenlicht toch nog eens een keer van dichtbij fotograferen, mits deze versiering nog aanwezig is.
De boerderij was in 1970 toch niet helemaal origineel Saksisch meer, want de rechterkant van het voorhuis is later verbouwd, het dak sloot na de verbouwing niet meer aan bij het dak van het achterhuis.

 

Posted in Boerdereeje, Oll'ndeever | Leave a comment

Krieg now gau de groet’n uut Deever in Drente

Sjoert en Sjoukje, twee Frieze vakantiegangers, stuurden op 15 augustus 1975 de hier afgebeelde ansichtkaart vanuit het dorp Deever in Drente naar hun familie in het dorp Dronryp in Fryslân. Deze kleuren-ansichtkaart was te koop bij de firma Roelof (Roef) van Goor, boek- en kantoorboekhandel, an de Kruusstraote in Deever. Deze zo genoemde vierluiks-ansichtkaart toont vier kleine afbeeldingen van mooie Deeverse dorpsgezichten, de Kruusstroate mit de eendeviever, de kleine Peperstroate, de Aachterstroate en de Weiert.
Elke kleine afbeelding werd ook op een aparte ansichtkaart uitgegeven. De redactie van ut Deevers Archief heeft tot op de dag van vandaag nog van geen van die vier aparte ansichtkaarten een exemplaar op de kop weten te tikken. Dat is toch wel een dingetje, dat is toch wel beetje een soort van voortdurende spanningsvolle situatie. Wie van de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan een exemplaar van een van de vier aparte ansichtkaarten, uiteraard tegen vergoeding ? De redactie verneemt het graag.

Posted in Aagterstroate, Ansigtkoate, de Weier, Kruusstroate, Peperstroate | Leave a comment

Ik blieve in mien beddestee sloap’m tot mien dood

In de maand augustus van het jaar 1963 schreven de voogden van de Stichting van Weldadigheid ‘het Sint Anthonij-Gasthuis’ op Zorgvlied ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van deze stichting een brief aan de nakomelingen van mr. Lodewijk Guilaume Verwer en mr. Julius Verwer, teneinde deze nakomelingen te herinneren aan de vooruitstrevende en edelmoedige daad van de beide stichters en hen vanwege het interende vermogen van deze ‘stichting van weldadigheid’ te stimuleren geld te doneren aan deze stichting.

Arnhem/Voorburg, augustus 1963.
Aan de nakomelingen van wijlen Lodewijk en Julius Verwer.

Onderwerp: Sint Anthony-Gasthuis

Beste familieleden,
Op 22 september aanstaande zal het 75 jaar geleden zijn, dat voor notaris A.B. Sjerps te Leeuwarden werd verleden de stichtingsakte van het Sint Anthony-Hasthuis te Zorgvlied (gemeente Diever). Als de stichters en eerste voogden van deze ‘stichting van weldadigheid’ compareerden Uwe en onze grootvaders, respectievelijk overgrootvaders, de Meesters Lodewijk en Julius Verwer.
Deze stichting had en heeft nog steeds ten doel ‘huisvesting en zover mogelijk een wekelijkse toelage in geld te verstrekken aan gehuwde of ongehuwde personen, onverschillig van welke Christelijke Geloofdsbelijdenis, wier eigen inkomsten onvoldoende zijn’. De kennelijke strekking is voorts geweest, dat in de eerste plaats financieel minder draagkrachtige ouden van dagen uit Zorgvlied en omgeving voor dit ‘benefice’ in aanmerking kwamen.
Gedurende 75 jaar hebben de opvolgers van de genoemde stichters zoveel als mogelijk getracht hun doelstelling te verwezenlijken. De vier woningen worden thans bewoond door twee bejaarde echtparen en twee bejaarde weduwen, van wie de echtgenoten in of nabij Zorgvlied, veelal in hun jonge jaren in dienst van een der stichters, de beste tijd van hun leven hebben doorgebracht. Zij ontvangen behalve vrije huisvesting en het vrije gebruik van een strook grond voor en achtrer het ‘huisje’ voor het verbouwen van groenten en het houden van kippen, een geldelijke toelage. Sedert de inwerkingtreding van de Algemene Ouderdomswet is de wekelijkse toelage van één gulden vervangen door toelagen van f. 25,-, welke jaarlijks met Pasen en Kerstmis worden verstrekt.
In de laatste maanden heeft de stichting blijkbaar ook de belangstelling getrokken van enkele journalisten, die op hun tocht Zorgvlied passeerden. Op 18 mei j.l. verscheen in de Drentse en Asser Courant een uitvoerig artikel onder het motto ‘Gratis wonen in Zorgvlied met zelfs nog geld toe’, gevolgd door een minder uitvoerige publicatie in de Tijd/Maasbode van 8 augustus jongst leden onder het hoofd: ‘In een bejaardenhuis met geld toe’. In beide artikelen wordt de nadruk niet slechts gelegd op het unieke feit, dat bejaarden gratis mogen wonen, maar voorts ook op het oecumenische karakter van deze katholieke stichting, waar katholieken en protestanten in goede verhouding naast elkaar leven. Momenteel  worden drie van de vier woningen door protestanten bewoond.
Hoewel de woningen uiteraard van bescheiden omvangn zijn, is de erkentelijkheid van de ‘proveniers’ voor de sociale bewogenheid van de beide stichters steeds groot geweest. Zonder zorgen slijten zij in dit gasthuis hun oude dag. De voogden zijn dan ook wel eens genoodzaakt om acte de présence te geven bij gelegenheid van gouden en zelfs diamanten bruiloften. In elk geval hebben zij tot nog toe nimmer gebruik behoeven te maken van de statutaire bepaling, dat ‘mochten zich niet dadelijk geschikte proveniers voordoen, dan zullen de voogden, in afwachting daarvan, de kamers ten behoeve van de stichting kunnen verhuren’.
De huidige voogden – van wie krachtens de stichtingsakte twee bloedverwanten zijn van de beide stichters, terwijl de derde in Zorgvlied woonachtig moet zijn – hebben gemeend dit jubileum niet onopgemerkt voor de overige bloed- en aanverwanten te mogen laten voorbijgaan. Zij ontveinzen zich niet, dat er nakomelingen zijn, die ofwel van deze stichting nimmer vernomen hebben, ofwel het bestaan daarvan amper uit een ver verleden zullen herinneren.
De voornaamste reden van dit rondschrijven is dan ook, dat dit jubileum wordt aangegrepen om de in 1888 wel zeer vooruitstrevende en edelmoedige daad van de beide stichters in de herinnering van hun nakomelingen terug te roepen. Zorgvlied zij voor hen niet alleen de plaats, waar hun moeder repsectievelijk grootmoeder werd geboren of heeft gewwond. Het Sint Anthony-Gasthuis met de daaraan grenzende Rooms Katholieke Kerk en pastorie – eveneens een geschenk van de familie Verwer – blijve voor hen tevens een monument van grote waardering voor de door hun voorvaderen beoefende christelijke caritas.
Daarnaast willen de voogden niet nalaten de belangstellenden van de familieleden te vragen voor de financiële belangen der stichting. Haar vermogen is nimmer van grote omvang geweest en heeft tengevolge van de geldontwaarding sedeet 1888 ernstig ingeboet. Voorts zijn in de laatste decennia slechts weinig giften en legaten ingekomen. Niettemin zijn er met name sedert de laatste wereldoorlog belangrijke verbeteringen in de huisjes aangebracht, zoals de voorziening in elctriciteit en waterleiding en het opruimen van de bedsteeën. (Slechts één 87-jarige bewoner wenst nog tot zijn dood de bedstee te behouden.)
Het behoeft geen toelichting, dat voor onderhoud en verdere verbetering van deze oude woningen veel geld benodigd is. De huidige voogden zullen het daarom op hoge prijs stellen, indien dit vermogen bij gelegenheid van dit jubileum weer in enige mate zou kunnen worden opgevoerd. Giften aan deze ‘stichting van weldadigheid ‘ gedaan, zijn fiscaal aftrekbaar. Zij kunnen worden gedaan door storting op postrekening nr. 6269 van de Twentsche Bank N.V. te Amsterdam met de aantekening ’ten gunste van rekening-courant nr. 27729 van het Sint Anthony-Gasthuis te Zorgvlied (Dr.)’.

De voogden van het Sint Anthony-Gasthuis
Lodewijk Verwer
Julius Woltring
Hendrik Bos

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In ut Deevers Archief is de akte van schenking en stichting van de Stichting van Weldadigheid Het Sint Anthonij-Gasthuis opgenomen. De broers mr. dr. Lodewijk Guillaume Verwer en mr. Julius Verwer zijn de stichters van Het Sint Anthonij-Gasthuis.
Voogd mr. Lodewijk Verwer is Lodewijk Guillaume Verwer. Hij is geboren op 2 mei 1913 in Zwolle en is overleden op 31 maart 1985. Hij is een zoon van Idse Johannes Verwer en Elisabeth Maria Becker en hij is een kleinzoon van mr. Lodewijk Guillaume Verwer.
Voogd mr. dr. Julius Woltring is geboren op 22 januari 1912 in Amsterdam. Hij is een zoon van Herman Woltring en Bertha Carolina Verwer. Zij is een dochter van mr. Julius Verwer. Mr. dr. Julius Woltring is een kleinzoon van mr. Julius Verwer. 
Boer Hendrik Bos was in 1962 voogd van het Sint Anthonij-Gasthuis geworden. In die functie was hij belast met de dagelijkse zorg voor de provenierswoningen van het Sint Anthonij-Gasthuis. De redactie verwijst gemakshalve naar het bericht Pauselijke onderscheid Pro Ecclesia et Pontifice.
De redactie bracht in de negentiger jaren van de vorige eeuw een bezoek aan de gepensioneerde voogd mr. dr. Julius Verwer en zijn echtgenote, die in Renkum hoog in een chique complex in een appartement woonden, met een prachtig uitzicht over de Nederrijn en de uiterwaarden. De redactie kreeg van hem een kopie van bijgaand afgebeelde brief. Opdat ook Zorgvlied zijn zorgen om het Sint Anthonij-Gasthuis moge weten.
De hierna afgebeelde zwart-wit foto van de vijf proveniershuisjes van het Sint Anthonij-Gasthuis is aanwezig in het Drents Archief in de fotocollectie MZ-Diever van Monumentenzorg. Deze zwart-wit foto is gemaakt op 8 augustus 1995. Deze foto is met bronvermelding vrij te gebruiken. De redactie is het Drents Archief daarvoor bijzonder erkentelijk.

Posted in Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvliet | Leave a comment

Bungelo noast Villa Nova op Zorgvlied

Verzamelaars van ansichtkaarten uit de gemiente Deever zullen de hier getoonde zwart-wit ansichtkaart uit de zestiger jaren van de vorige eeuw zelden tegen komen op verzamelbeurzen.
Je zal deze zwart-wit ansichtkaart kaart dan maar mooi in jouw verzameling hebben !
Deze ansichtkaart toont de bungalow, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw naast Villa Nova op Zorgvlied stond.
Bestaat deze bungalow nog ?

René Mesken reageerde op 25 augustus 2017 als volgt.
Mijn grootouders Jan en Geertje Krans hebben deze bungalow destijds gebouwd. Ik ben in de tachtiger jaren van de vorige eeuw vaak op bezoek geweest bij mijn opa en oma.
Onder dat lange rechthoekige raam in de zijgevel stond binnen vroeger een groot aquarium. Bij de achterdeur stond buiten een elektrische aardappelschilmachine. Die gebruikte mijn opa Jan. Dat zijn van die dingen die je nooit meer vergeet.
Nu staat ter plekke van de bungalow een groot vrijstaand huis, dat wordt bewoond door de zoon van Jan en Geertje.
Dus het antwoord op de vraag is: nee, deze bungalow staat er helaas niet meer.

De heer R.H. Krans reageerde op 21 oktober 2017 als volgt.
De bungalow is niet gebouwd door mijn ouders, Jan Krans en Geertje Krans-Wierda, maar gekocht.
De eerste bewoner was de pastoor van de katholieke parochie.
De grootouders van de heer Mesken woonden in een boerderij vlakbij.

René Mesken reageerde op 24 december 2017 als volgt
Ik zie dat mijn reactie over de bungalow van de familie Krans niet in zijn geheel correct is overgenomen.

Mijn opa en oma woonden inderdaad hier vlakbij, zoals de heer Krans correct opmerkt.
Ik kwam vaak met mijn opa op bezoek bij Jan en Geertje Krans in deze bungalow.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De redactie is de heer Mesken bijzonder erkentelijk voor zijn reacties
De redactie is de heer R.H. Krans bijzonder erkentelijk voor zijn reactie.
De redactie heeft bijgaande kleurenfoto van het grote vrijstaande huis, dat op de plek van de bungalow is gebouwd (wanneer ?), gemaakt op 2 november 2017.

Posted in Ansigtkoate, De aandere kaante van de Deeverse bos, Verdwenen object, Villa Nova, Zorgvliet | Leave a comment

Un tragiese 10 april en un onvugetelokke 12 april

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van vrijdag 12 april 1946 verscheen het volgende bericht over de spannende en tragische laatste paar dagen van de Tweede Wereldoorlog in ut dorp Deever. 

Een tragische 10 april – Herinneringen aan de bevrijding van Diever
Nu het een jaar geleden is, dat Noord-Nederland van plaats tot plaats zoo langzamerhand geheel bevrijd werd, gaat ook voor ons dorp de dag voorbij, waarop we ons al weer een jaar vrij weten.
De spanning groeide hier de laatste dagen vóór de bevrijding nog aanmerkelijk, toen we op Zaterdag 7 april 1945 vernamen, dat de Canadeezen zelfs Meppel dicht naderden. Op dienzelfden dag lieten laagvliegende vliegtuigen ’s avonds een groep parachutisten neer in de boscchen van het landgoed ‘Berkenheuvel’. Deze kregen contact met ons dorp en begaven zich Maandagmiddag daarop om 1 uur over den esch naar hier, waar zij in het café van den N.S.B.’er-landwachter K.M. Balsma den N.S.B.-burgemeester P.O. Posthumus inrekenden. De beruchte Balsma zelf wist daarbij jammer genoeg te ontkomen.
Dit staaltje baarde vanzelfsprekend groot opzien. Allengs vormde zich na dit gebeuren een groote optocht van de parachutisten met hun gevangene voorop, gevolgd door een geestdriftige en juichende menigte inwoners. We zouden toen hier bijna den indruk krijgen, dat Diever al bevrijd was, alhoewel dit in werkelijkheid nog geenszins het geval was, want de parachutisten begaven zich weer naar hun verblijfplaats in het bosch.
Er volgde een zeer tragische 10e April op, die in ons aller hart een diepe wonde sloeg. Toen toch werden in den avond om goed 8 uur 10 mannen, waaronder 7 dorpelingen, 2 geëvacueerde Brabantse jongens van 14 en 18 jaar en 1 woonwagenbewoner, door de meedoogenlooze niets ontziende Duitschers gefusilleerd, terwijl ze ’s middags een zich op den Heezenesch bevindenden dorpsgenoot neerschoten. We dienen niet te vergeten hier te vermelden, dat één dorpeling, namelijk Koop Westerhof, die zich onder de te fusilleeren personen bevond en den kogelregen tot twee maal toe heeft moeten doorstaan, als door een wonder slechts licht gewond is geraakt. Hij heeft zich, dit onmiddelijk beseffende, temidden van zijn inmiddels overleden kameraden, gedurende 1 á 2 uur schijndood gehouden en heeft zich toen verwijderd. Al enkele dagen daarna was hij weer geheel dezelfde.
De begrafenis van de 11 gesneuvelde vaderlanders heeft plaats gehad op 14 april daar aan volgend op de algemeene begraafplaats alhier. Hun stoffelijke resten rusten naast elkaar in één droeve rij.
Dat er van een innig medeleven onder de bevolking van Diever en omstreken sprake was, blijkt uit de lange begrafenisstoet, een dicht opeengepakte schare, die zich van den ingang van het kerkhof tot aan de Nederlands Hervormde Kerk via den betonweg uitstrekte. Wij zullen deze mannen, die hun leven voor onze vrijheid moesten laten, blijven gedenken.
De Moffen, die deze gruweldaad pleegden, waren in den loop van den middag van Steenwijk gekomen en geraakten al vrij spoedig in vuurgevecht met de parachutisten, die langs den beboschten eschrand naderbij waren komen sluipen. Tegen den avond begonnen de Moffen zelfs te schieten met een snelvuurkanon in de richting van het bosch, waarin de parachutisten zich intusschen hadden teruggetrokken. Door deze beschieting geraakten een aan den rand van het bosch staande arbeiderswoning en een bij een boerderij staande schuur in brand. Aan blusschen of redden viel niet te denken, zoodat beide gebouwen geheel uitbrandden. Bij de gevechtshandelingen op dezen dag werden eenige Duitschers gedood, doch gelukkig geen enkele parachutist.
Op 11 April reeds in den namiddag kwam de verblijdende tijding in Diever, dat Canadeesche tanks en gevechtswagens al bij de Dieverbrug waren, die men echter niet kon passeren, omdat deze was opgeblazen. Tegen den avond verspreidde zich het gerucht, dat in den nacht van 11 op 12 April de vijand hier nogmaals een aantal menschen zou komen afmaken. Dit is gelukkig niet het geval geworden. Naar men beweert, moet in den nacht nog wel een transport Moffen in deze richting zijn gekomen, namelijk tot aan de grens Vledder-Diever. Een ware uittocht van het grootste gedeelte van de mannelijke inwoners, viel in verband hiermede te bespeuren naar de gemeente Dwingeloo, het bevrijde gebied, om daar den nacht door te brengen. Anderen trokken naar verafgelegen woningen om zich daar voor één nacht schuil te houden.
Zoo werd het dan de onvergetelijke Donderdag 12 April 1945, dat de eerste zo zeer verbeide Canadeesche tanks en gevechtswagens in de vroegte over een met vereende krachten in den nacht gemaakte noodbrug over de Drentsche Hoofdvaart rolden, om ons dorp te bevrijden van den loodzwaren, niet meer te dragen last, namelijk de tyrannieke bezetting der gehate Duitschers, waaronder het, gelijk het geheele vaderland, gebukt moest gaan gedurende 5 bange jaren.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft op dit moment geen aantekeningen bij dit bericht.

Posted in 10 april 1945, 12 april 1945, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

Twee olde huussies an de Peperstroate

De hier getoonde kleurenfoto (afbeelding 1) is een afdruk van een kleurendiapositief, die omstreeks 1960 is gemaakt door Frans Vondeling uut Dwingel. Het is jammer dat dit de enige kleurendia is, die Frans Vondeling in Deever in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft gemaakt. Het maken van kleurendia’s was in die jaren een dure grap, dat is totaal niet te vergelijken met het maken van veel te veel digitale kleurenfoto’s op een slimme telefoon.
In het linker huisje woonde toen nog de weduwe Aaltje Koning-Haveman. In het rechter huisje woonde toen de familie Jans Benthem, te weten Jans Benthem, Albertje Winters en hun kinderen Roelofje (Roelie) en Frederik (Frekie) en de ongetrouwde gemeentelijke timmerman IJse Winters.
Tussen de twee huisjes heeft nog een huisje gestaan, daar heeft klompenmaker Johannes Leijer gewoond. Zie de gegevens in het bericht Woar laag’n ok awièr de Stroet en de Kreulenakker. De grote vraag is of dit huisje al in 1930 is afgebroken, toen Frederik Koning eigenaar werd van het pand en toen klompenmaker Johannes Leijer daar nog woonde, of pas is afgebroken na het overlijden van Johannes Leijer in 1942 ?
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (geboren op 20 maart 1940, overleden op 24 oktober 2000) kocht op 14 oktober 1966 de olde kouwe van Oaltie Hoaveman (Aaltje Haveman), de weduwe van Henduk Keuning (Hendrik Koning), voor 6000 gulden en ging met het pand aan de slag op basis van een vermetel plan voor restauratie en herbouw. Zie het resultaat van deze restauratie en herbouw na het klikken op deze link.
Alleskunner wijlen Klaas Kleine (dertien ambachten en geen ongelukken, van nature kritisch en een beetje cynisch) was onder meer: bestuurder, bouwkundige, criticus, dichter, docent Dreins, edelsmid, historicus, hoefsmid, huizenbouwer, kaasmaker, kerkvoogd, klokkenluider, koster, kunstsmid, landgeitenfokker, landgeitenhouder, metselaar, onderzoeksjournalist, ouderling, regisseur, restaurateur, romanticus, schrijver, siersmid, timmerman, toneelspeler, vertaler, vioolbouwer. Als nog een kunde aan deze lijst moet worden toegevoegd, aarzel dan niet die aan de redactie van ut Deevers Archief door te geven.
De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto (afbeelding 2) gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Posted in Klaas Kleine, Peperstroate, Verdwenen object | Leave a comment

De groote braand in Dieveren op 27 augustus 1759

In de Opregte Groninger Courant van 31 augustus 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in het dorp Dieveren op maandag 27 augustus 1759. Het bericht is op 29 augustus 1759 opgesteld. Zie afbeelding 1.

Dieveren, in het Landschap Drenthe. Een Dorp vier uuren van Meppel geleegen. Den 29 Augusty.
Gepasseerde Maandag Sloeg de Blixem te gelijk in een Huys en in de Tooren te Dieveren, waar door zulk een Schrikkelijke Brand veroorzaakt wierd, dat er binnen weynig tyd de Kerke en ruym veertig Huyzen, die meest met Koorn en hooy gevuld waaren, daar in de Assche gelegd en derzelver Bewoonders in een Deplorable staat gebragt zyn.

In de Leeuwarder Courant van 5 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op maandag 27 augustus 1759. Het bericht is op 28 augustus 1759 opgesteld. Zie afbeelding 2.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 28 Augusty. Gisteren namiddag om 3 uuren had men hier een vreeslyk Onweer, bestaande in Donder en Bliksem; de Donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de Posten van de Deur, en stak het Huis in Brand, waar door de Vlam, door de sterke Wind, tot andere Huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zoodanig dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 43 Huizen en Schuuren, meerendeels vol Hooy en Koorn, in de assche wierden gelegt. Onder de Huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

In de Amsterdamse Courant van 1 september 1759 verscheen het navolgende bericht over de zeer grote brand in Deever op maandag 27 augustus 1759. Het bericht is op 28 augustus 1759 opgesteld. Zie afbeelding 3.

Dieveren in het Landschap Drenthe den 28 Augusty. Gisteren namiddag om 3 uuren had men hier een vreeslyk onweer, vergezeld met donder en bliksem; de donder sloeg in het huis van een Smit aan de Zuidkant van de Kerk, verbryselde de posten van de deur, en stak het huis in brand, waar door de vlam, door de sterke wind, tot andere huizen en vervolgens tot de Kerk en Tooren oversloeg, zodanig, dat dezelven, in 4 à 5 uuren tyds, benevens 43 huizen en schuuren, meerendeels vol hooi en koorn, in de assche werden gelegt. Onder de huizen bevinden zig die van den Predikant en van den Schout.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het mag duidelijk zijn dat de redactie van de Amsterdamse Courant het bericht in de Leeuwarder Courant heeft overgenomen en heeft geredigeerd tot een enigszins moderner geschreven versie.
De zuidkant van het kerkgebouw aan 
de brink van Deever is de kaante van de Heufdstroate en de brink.
Het kerkgebouw en het huis van de predikant
en veel huizen en boerderijen om de kerk, langs de brink, langs de Heufdstroate en langs de Peperstroate zijn toen verwoest. Dit kan haast niet anders hebben betekent, dan dat de toenmalige kerkelijke archieven zijn vernietigd.
Dank zij een schenking van 3000 gulden van Ridderschap en Eigenerfden van de Landschap Drente konden het kerkgebouw, de gemeentelijke toren en de pastorie worden herbouwd. Boven de hoofdingang van het kerkgebouw aan de brink van Deever werd bij de herbouw een herinneringsteen aangebracht:
Wierd ’t oude heiligdom door blixsemvuur verbrand +

Het vuur der godvrucht bragt dit nieuwe huys tot stand ++
Maar wil God ’t heilig vuur van zynen geest verlenen
Hier word een kerk gebouwd van levendige steenen
+ Anno 1759 den 27 augustus.
++ Anno 1760.
De redactie toont in afbeelding 4 een detail van een door hem op donderdag 4 november 2017 gemaakte kleurenfoto, waarop de herinneringsteen is te zien
Ook het huis van de schout verbrandde, dat wil zeggen het schultehuis en de schulteboerderij verbrandden. Daarom is het muurankerjaartal 1604 in de voorgevel van het huidige nepschultehuis aan de brink van Deever een nepjaartal geworden, want dit voorgevelmuurankerjaartal had ten minste 1759 moeten zijn. Overigens hadden de vier voorgevelmuurankers 1, 6, 0 en 4 na de fantasierestauratie in de dertiger jaren van de vorige eeuw vervangen moeten zijn geworden door gewone muurankers, want van een origineel authentiek gebouw uit 1604, zelfs niet van een origineel authentiek wederopbouwgebouw van vlak na 1759, was na de neprestauratie van het schultehuis en de scheiding van het schultehuis en de schulteboerderij in de dertiger jaren van de vorige eeuw helemaal niets origineels authentieks meer over.

Afbeelding 1 – Bericht in de Opregte Groninger Courant van 31 augustus 1759

Afbeelding 2 – Bericht in de Leeuwarder Courant van 5 september 1759

Afbeelding 3 – Bericht in de Amsterdamse Courant van 1 september 1759

Afbeelding 4: Herinneringsteen boven de hoofdingang van het kerkgebouw aan de brink van Deever

Posted in Brink, Deever, Heufdstroate, Kaarke an de brink, Toor'n an de brink | Leave a comment

Gill’nd redt de saandtrein langs de Deeverbrogge

In het Nieuwsblad van het Noorden van 3 maart 1916 verscheen het volgende bericht over de aanleg van de stoomtramlijn van de N.V. Nederlandsche Tramweg Maatschappij tussen het treinstation van Meppel en de Hijkersmilde langs de Drentse Hoofdvaart. 

Diever, 2 maart. De aanleg van den stoomtramweg Meppel-Smilde gaat verbazend snel vooruit. Gillend beweegt zich de zandtrein langs Dieverbrug tot aanvoer van zand uit de Havelterberg. Later denkt men het benoodigde zand tot aanvulling van den weg op de Smilde te vinden. Gaat alles naar wensch, dan is per 1 mei, naar men ons verzekert, de verbinding Meppel-Smilde tot stand gekomen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het artikel geeft aan dat de aannemer van de aanleg van de tramlijn het zand voor de aardebaan van de tramlijn uit de Havelterberg haalde en dat zand via het reeds aangelegde deel van de lijn tot ver voorbij de Deeverbrogge naar het werk vervoerde. Een op het oog nogal kostbaar lijkende operatie, want de boermarke van Diever had de aannemer ongetwijfeld voor weinig geld wel een geschikt zandduin in de buurt van de Drentse Hoofdvaart willen verkopen.

Posted in An de Deeverbrogge, Dorpskracht, Stoomtram | Leave a comment

Somerhuussie ‘de Wiemel’ in Ellert en Brammert

In het voor de doodgewone man betaalbare en gemoedelijke en gezellige vacantiecentrum Ellert en Brammert an de weg langs de voat tuss’n de Deeverbrogge en de Hoarsluus had elk zomerhuisje een eigen naam.
Elk stenen zomerhuisje of kampeerhuisje of bungalowtje had een eigen naam.
Op ansichtkaarten komen namen voor, zoals Baander, Blekbèr, Brummel, Dankbèr, Deele, Dobbe, Eveltas, Hemertien, Hilde, Karnmeule, Knienegat, Nes, Scheuper, Schoapvoalt, Sikke, Spinwiefien, Streuper, Wiemel, Zödde.
De redactie van ut Deevers Archief heeft het vermoeden dat in de lijst van namen van de zomerhuisjes nog een aantal namen ontbreken ! Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan deze lijst aanvullen ?
De redactie toont hier een zwart-wit ansichtkaart van het zomerhuisjes met de naam ‘de Wiemel’. De ansichtkaart is in juni 1961 uitgegeven en is verkocht geweest door Vacantiecentrum Ellert en Brammert, Dieverbrug, telefoon 05219-1207.

Posted in Ansigtkoate, Ellert en Brammert | Leave a comment

Dorpsfotograaf Haarm Hessels is in 1995 estör’m

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 22 maart 1995 stond het bericht van overlijden van dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels. Harm (Haarm) Hessels is geboren op 8 oktober 1927 an de Kruusstroate in Deever. Hij is overleden op 21 maart 1995 an de Kruusstroate in Deever. Hij is begraven op de kaarkhof an de Gröningerweg bee Deever. De redactie van ut Deevers Archief heeft de kleurenfoto van de steen bij zijn graf gemaakt op vrijdag 28 november 2020.

Harm (Haarm) Hessels heeft in de periode 1970-1995 honderden, misschien wel duizenden foto’s van gebeurtenissen in de gemiente Deever gemaakt. Veel van zijn foto’s zijn geplaatst bij berichten in de Olde Möppeler (Meppeler Courant). In ut Deevers Archief zijn in heel wat berichten een zwart-wit foto van Harm (Haarm) Hessels opgenomen.

De redactie van ut Deevers Archief geeft hierbij de noeste ijverige toegewijde vrijwilligers van de heemkundige vereniging uut Deever, die zijn gevraagd of worden gevraagd of zullen worden gevraagd voor het maken van een zo nodig zo genoemde ‘historische jaarkalender’ en zich geen raad weten over welk onderwerp nu weer een jaarkalender in elkaar kan worden gedraaid, de suggestie een jaarkalender met ‘de mooiste en historisch waardevolste’ foto’s van Harm (Haarm) Hessels te maken. Als een soort van postume hulde aan Harm (Haarm) Hessels.

Op een foto uit omstreeks 1930 is Harm (Haarm) Hessels te zien, zie de bijgaand afgebeelde foto, samen met zijn vader Jacob (Jaap) Hessels, zijn moeder Margje Veenhuis en zijn zuster Jantje Hessels. Broer Jan Hessels was toen nog niet geboren of lag in de wieg.

De zwart-wit foto van de familie Jacob (Jaap) Hessels is gemaakt bij de voordeur van de oude boerderij an de Kruusstroate in Deever. Zie de voordeur die zichtbaar is op de kleurenfoto die de redactie van ut Deevers Archief niet geheel toevallig op donderdag 22 november 2019 heeft gemaakt, ten tijde van de glorieuze uitvoering van de te vele miljoenen euro’s gekost hebbende niet voldoende op klimaatverandering voorbereide en niet op hittestress voorbereide herbestrating van het oude Deever. Dit herbestratingsproject had de eufemistische wegkijknaam Deever op Drift.

Harm (Haarm) Hessels en zijn broer Jan Hessels zijn ongetrouwd gebleven en hadden samen een boerenbedrijfje an de Kruusstroate in Deever. Ze leverden melk aan de zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever. Op hun melkbussen stond het nummer 59. De redactie ziet Harm (Haarm) Hessels nog voorbij gaan op zijn transportfiets, waarbij aan beide kanten van de bagagedrager een melkbus hing te rammelen. De redactie moet nog uitzoeken wanneer de broers Harm (Haarm) en Jan Hessels zijn gestopt met hun boerenbedrijfje.

Posted in Alle Deeversen, Dorpsfiguur, Haarm Hessels, Kruusstroate, Overlijdensbericht | Leave a comment

De sloop van de piepe van de Deeverse botterfubriek

In de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) van 12 augustus 1977 verscheen het volgende korte bericht over de sloop van de schoorsteenpijp van de voormalige zuivelfabriek aan het Moleneinde in Deever.

Weg pijp…
Diever. De enige fabriekspijp in Diever wordt afgebroken. Het gevaarte van de voormalige zuivelfabriek (het tegenwoordige garagebedrijf van de gebroeders Boer) wordt van bovenaf afgebroken. Men kan de pijp niet laten vallen in verband met de bebouwing in de omgeving. De pijp heeft een lengte van van 30 meter en wordt door de firma Van de Werf uit Meppel afgebroken.
Het bovenste gedeelte van de pijp was in zeer slechte staat en leverde gevaar voor de omgeving op. Het eerste gedeelte is met een lift afgebroken en daarna wordt een kooi om de pijp aangebracht. De stenen (het puin) wordt in de pijp gegooid en men gaat door tot de pijp vol is. Het onderste gedeelte blijft staan. Men rekent op plusminus 15 meter. De rest van de pijp zal overigens niet gebruikt worden.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De gammel wordende schoorsteen van de voormalige Coöperatieve Zuivelfabriek en Korenmalerij aan het Moleneinde (Katteneinde) in Deever is op 8 augustus 1977 gesloopt. De nieuwe eigenaren van de veelal in de Deeverse volksmond genoemde ‘botterfabriek’ waren de gebroeders Boer uut Dwingel, die er een autobedrijf in vestigden.

Het kon gewoon echt niet missen dat de Deeverse dorpsfotograaf en dorpsfiguur Harm (Haarm) Hessels dit klusje op de gevoelige plaat heeft vastgelegd. Zie de hier getoonde zwart-wit foto van hem. Daarvoor brengt de redactie van ut Deevers Archief alsnog posthuum driewerf hulde uit: hulde, hulde, hulde. Foto’s van Harm (Haarm) Hessels behoren tot het culturele erfgoed uut de gemiente Deever.
De redactie van ut Deevers Archief heeft, ongeveer 30 jaar later, bijgaand getoonde  kleurenfoto op 26 mei 2018 gemaakt. Heden ten dage is gevestigd in het pand met adres Moleneinde 28 het door Harm Jan Boer, zoon van Roelof Boer en Jantje Pouwels, geleide Autobedrijf Boer.
In het berichtje in de Olde Möppeler (Meppeler Courant) is de foto van Harm (Haarm) Hessels helaas niet in zijn geheel afgebeeld. Daar had de redactie van de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) wel meer last van. Het kwam ook regelmatig voor dat een foto die Harm (Haarm) Hessels wel voor een bepaald Deevers nieuwsbericht maakte, niet in het bericht in de Olde Möppeler (Möppeler Kraante) werd opgenomen.
Een grote vraag is natuurlijk wanneer het onderste gedeelte van 15 meter van de schoorsteenpijp is afgebroken ?
Een andere grote vraag is natuurlijk ook of de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief in het bezit zijn van foto’s van de afbraak van de schoorsteen en of zij een goede scan van die foto’s voor opname in ut Deevers Archief ter beschikking willen stellen ?

Posted in Haarm Hessels, Meul’nende, Süvelfubriek Deever, Verdwenen object | Leave a comment

De bou van veer oll’nvandaeg’nhuussies op Zorgvlied

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 27 september 1982 een kort bericht over de financiering van de bouw van vier bejaardenwoningen op de plaats van het Sint Anthony Gasthuis op Zorgvlied.

Krediet Diever nodig voor bouw bejaardenwoingen
Diever. Indien de gemeenteraad van de gemeente Diever donderdagavond accoord gaat met het voorsel van het college van Burgemeester en Wethouders een krediet van f. 18.000 beschikbaar te stellen, dan is daarmee de financiering van de bouw van vier bejaardenwoningen te Zorgvlied rond. De bejaardenwoningen zullen worden gebouwd op de plaats waar het Sint Anthony Gasthuis heeft gestaan.
De Stichting Woningbouw Zuidwest-Drenthe ontwikkelde een bouwplan, dat op belangrijke plaatsen zodanig is aangepast, opdat de te bouwen woningen enigszins overeenkomen met de vier afgebroken gasthuisjes. Dit heeft wel enkele financiële problemen opgeleverd. De stichtingskosten werden aanzienlijk overschreden en wel met f. 90.000. Onlangs is overeensteming bereikt over de dekking van dit bedrag. De provincie Drenthe neemt f. 60.000 voor haar rekening, terwijl de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf minimaal f. 12.000 op tafel zal leggen. Het project wordt namelijk als leerlingenbouwplaats uitgevoerd. De resterende f. 18.000 moet Diever op tafel leggen.
Vorig jaar werden de gasthuisjes afgebroken. Ze hadden een historische waarde en stonden lang op de monumentenlijst. Ze waren jaren eigendom van de Stichting voor Weldadigheid ‘Het Sint Anthony Gasthuis’.

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 24 januari 1983 het volgende bericht over de bouw van vier bejaardenwoningen op de plaats van het Sint Anthony Gasthuis op Zorgvlied.

Bejaardenwoningen in aanbouw
Diever. Op de plaats waar de huisjes van de Stichting Sint Anthony Gasthuis in Zorgvlied hebben gestaan wordt nu hard gewerkt aan de bouw van de vier bejaardenwoningen. In de maand november is men met de bouw begonnnen. Het is de bedoeling dat de woningen voor de bouwvakvakantie worden opgeleverd. De bouw wordt uiitgevoerd in opdracht van de Stichting Woningbouw Zuidwest-Drenthe. De toewijzing van de woningen zal geschieden door de Stichting Sint-Anthony Gasthuis. De bejaardenwoningen zullen in eerste instantie worden toegewezen aan ouderen die een binding hebben met Zorgvlied of de gemeente Diever. De bouw wordt uitgevoerd in het kader van het project leerlingenbouwplaatsen.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
In het bericht uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 27 september 1982 wordt de afbraak van vier gasthuisjes gemeld. Dit is niet juist, het waren vijf gasthuisjes.

De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels is de maker van de de hier afgebeelde zwart-wit actiefoto (afbeelding 3), die is gepubliceerd bij het bericht van 24 januari 1983 in de Olde Möppeler (Meppeler Courant). Postuum hulde aan Harm (Haarm) Hessels.

Afbeelding 1 – Bericht uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 27 september 1982   

Afbeelding 2 – Bericht uit de Olde Möppeler (Meppeler Courant) van 24 januari 1983

Afbeelding 3 – Vier bejaardenwoningen in aanbouw op Zorgvlied (foto Harm Hessels)

Posted in Haarm Hessels, Sint Anthonij Gasthuis, Zorgvliet | Leave a comment

Braandtoorn’s en un braandpoal op Baark’nheuvel

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is de volgende tekst opgenomen bij afbeeldingen 82 en 83, zijnde een afbeelding van een ansichtkaart van een brandtoren op Kijkduin en een afbeelding van een ansichtkaart van een brandtoren an de Gowe op het landgoed Berkenheuvel. Beide ansichtkaarten zijn vóór de Tweede Wereldoorlog uitgegeven.

82 en 83 – Berkenheuvel – Houten uitkijktorens – 1939
In het grote aaneengesloten bosgebied van Berkenheuvel kon het begin van brand alleen tijdig vanuit de hoogte worden ontdekt. In de twintiger jaren werden de hier afgebeelde houten uitkijktorens in gebruik genomen.
Op de linker foto is de toren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg te zien. Deze uitkijktoren stond op de hoogste heuvel van de omgeving. Mr. Albertus Christiaan van Daalen, de eigenaar van Berkenheuvel, gaf deze heuvel een aardige naam: Kijkduin. Deze toren is aan het begin van de veertiger jaren afgebroken.
Op de rechter foto staat de toren die zich bevond op een heuvel in de buurt van de Pastoorszandweg bij de Geeuwenbrug. Bij de uitkijktoren stond een houten huis dat bewoond werd door een werknemer van het landgoed Berkenheuvel. Nadat de N.V. Berkenheuvel grond had verkocht aan het ministerie van Sociale Zaken lag de toren op het terrein van een werkkamp van de arbeidsdienst, later het kamp voor sociale jeugdzorg De Eikenhorst. Deze toren is in de vijftiger jaren afgebroken.
De twee houten uitkijktorens werden ontworpen door architect ir. Mello van Daalen, de jongste zoon van mr. Albertus Christiaan van Daalen en één van de latere bewindvoerders van de N.V. Berkenheuvel. Naar hem is de Mellolaan vernoemd.
Op het landgoed Berkenheuvel werd voor het uitkijken over het bos ook gebruik gemaakt van een brandpaal. Dit was een lange
houten paal die was voorzien van klimijzers en was geplaatst in een zware sokkel van veldkeien en tras. Deze werd op 14 april 1934 centraal opgesteld op een hoge heuvel aan de Middenlaan, tegenover de Juniperusweg. Het is niet bekend tot wanneer deze brandpaal dienst heeft gedaan.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Het in de tekst vermelde werkkamp van de arbeidsdienst is het werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (N.A.D.), dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd en gebruikt.
De twee hier afgebeelde zwart-wit ansichtkaarten zijn in 1942, nota bene in de Tweede Wereldoorlog, verzonden. Op de achterkant van beide zwart-wit ansichtkaarten staat de uitgever niet vermeld en ook staat de Deeverse neringdoende, die de kaart verkocht, niet vermeld.
De houten brandtoren aan de Torenweg bij de Van Daalensweg is wel terug te vinden op topografische kaarten van vóór de Tweede Wereldoorlog. De houten brandtoren in de buurt van de Pastoorszandweg an de Gowe is helaas niet terug te vinden op topografische kaarten van vóór de Tweede Wereldoorlog.
De redactie is benieuwd of iemand van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief de standplaats van de houten brandtoren in de buurt van de Pastoorszandweg an de Gowe wel weet en bereid is de deze kennis met de redactie te delen.
Bart Buiter heeft de twee hier getoonde kleurenfoto’s van de nog steeds bestaande resten van de fundering van de brandpaal op de hoge heuvel aan de Middenlaan en tegenover de Juniperusweg, gemaakt op 7 augustus 2015.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Posted in Ansigtkoate, Braandtoor’n, Diever, ie bint 't wel ..., Landgoed Berkenheuvel, Uutkiektoor’n, Verdwenen object | Leave a comment

Gedèènktiek’n veur de bouwers van de noodbrogge

In de krant Ons Noorden : Dagblad voor de Noorderlijke Provinciën verscheen op 21 mei 1945 een artikel over de bouw van de noodbrug over de Drentse Hoofdvaart an de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945. 

Drentse burgers bouwden een noodbrug en bevorderden Frieslands bevrijding
In de dagen rond 10 april, zo lezen we in de ‘De Vrije Pers’, toen het noorden des lands in angstige spanning op de bevrijdende Canadese legers wachten, ging er in de huizen van de gelukkigen, die nog op de een of andere elektrische stroom konden bemachtigen, geen uur voorbij of de radio werd ingeschakeld. De hoop op een spoedige verlossing van de onderdrukkers nam toe in de harten van de Drenten en Groningers, naarmate de tankspitsen ten oosten van de Drentse Hoofdvaart vorderen. Doch de Friezen werd het bang te moede, want wie beter dan zij wisten welk een barrière hen nog van de oprukkende geallieerden scheidde.
Op een goede dag meldde Herrijzend Nederland evenwel plotseling dat de Canadese spitsen tot in Diever doorgedrongen waren. Diever, over het kanaal dus ! En zie, dit bruggenhoofd is het geweest van waaruit Frieslands victorie begon. Dit bruggenhoofd danken zij aan een Drentse opzichter van de Rijkswarerstaat, die met een aantal burgers onder het bereik der Duitse kanonnen een noodbrug over het kanaal sloeg, waarover het materiaal naar het westen stroomde.
Canadezen en Polen rukten in Drente op: Coevorden werd bevrijd, de spoorbaan Hoogeveen – Meppel gepasseerd, in de loop van woensdag den 11de april werd Dwingeloo bereikt en even later stonden Canadezen aan de Drentse Hoofdvaart. Waarschijnlijk heeft het niet in de bedoeling gelegen om de operaties onmiddelijk aan de westzijde ervan voort te zetten, doch er zijn factoren geweest (onder andere een noodkreet van de bevolking van Diever, waar de terugtrekkende Duitsers een vreselijke terreur uitoefenden, die den commandant de wenselijkheid van een noodbrug bij Dieverbrug deden inzien.
Mer een opzichter van de Rijkswaterstaat te Dwingeloo werd overleg gepleegd en deze bood aan, met een aantal vrijwilligers een brug over het kanaal te slaan. Ondanks het feit, dat zowel Wittelte, de Haarsluis (ten zuiden van Geeuwenbrug) en Diever nog in Duitse handen was en het geenszins denkbeeldig was, dat deze tegen het vallen van de avond het vuur zouden openen, meldden zich tal van vrijwilligers aan. Uit deze groep werden zestien bekwame vaklui gekozen, die ’s avonds om negen uur met de bouw begonnen, terwijl de Canadezen de wegen naar Dieverbrug onder controle hielden.
De opdracht van den Canadesen commandant luidde: maak  mij een brug geschikt voor maximaal 9-tons wagens en zorg, dat die morgenvroeg half zeven klaar is. De hele nacht zwoegden en ploeterden de vrijwilligers, daarbij gebruik makend van een bok met marteriaal afkomstig van de op last van de Duitsers afgebroken Wittelterbrug, welk materiaal men speciaal met het oog op de bouw van een noodbrug in de buurt had weten vast te houden. De mannen smaakten tenslotte het genoegen debrug tien minuten voor de vastgestelde tijd gereed te hebben en onmiddellijk starten de geallieerde colonnes naar het westen.
Het schijnt dat de Canadese bevelvoerder na deze voorspoedige vorming van het ‘bruggenhoofd Dieverbrug’ het krijgsplan gewijzigd heeft en meteen Friesland en de Kop van Overijssel heeft ‘meegenomen’. Dezelfde morgen omstreeks elf uur stonden de eerste Canadese verkenners voor Steenwijk en nog de zelfde dag werd Wolvega bereikt.
Is het teveel gezegd, dat de Friezen, die er op enkele plaatsen na (Pingjum onder andere) bijna zonder kleerscheuren zijn afgekomen, dit mede te danken hebben aan de mannen van de Rijkswaterstaat en hun Drentse vrijwilligers ?

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie heeft in verschillende berichten aandacht besteed aan het ontbreken van een gedenkplaat of een plaquette voor de Deeverse en Dwingeler bouwers van de noodbrogge over de Drentse Hoofdvaart an de Deeverbrogge in de nacht van 11 op 12 april 1945. De noodbrug is gebouwd geweest naast de Deeverbrogge, die de Duitse bezetter tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft opgeblazen. Op de hier afgebeelde helaas niet zo scherpe foto is de opgeblazen Deeverbrogge te zien; deze foto is vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog gemaakt door de an de Deeverbrogge wonende Wopke Veenstra.
Zie bijvoorbeeld het bericht Bouwers van de noodbrogge kriegt un gedenkplaete
en het bericht De seu’m lange staarke ieser’n balk’n van Oere Chris of het bericht Un ienvoldig gedèènktiek’n bee de Deeverbrogge.
De bedoeling van het bestuur van de Historische Vereniging Gemeente Diever was deze gedenkplaat, eigenlijk meer een vandalenbestendig informatiebord, met enig ceremonieel te plaatsen op 12 april 2010, vijfenzeventig jaar na de bevrijding van de gemiente Deever, te plaatsen, maar vanwege de corona-pandemie bleek dat helaas op die datum niet tot de mogelijkheden te behoren.
In de webstee van de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op 3 augustus 1920 het bericht Historische Vereniging Gemeente Diever plaatst informatiepanelen
waarin ook verslag wordt gedaan van het plaatsen van een bord met gegevens over de bouw van de noodbrogge ter plaatse van de vernielde Deeverbrogge.
Het is er dus na 75 jaren en bijna 4 maanden na 12 april 1945 dan toch nog van gekomen. Niet op initiatief van de Hoge Heertjes En Dametjes Van Het Dagelijks Bestuur Van De Gemeente Westenveld En Hun Ambtelijke Medewerkers In Hun Luxe Onderkomen Aan de Gemeentehuislaan In Deever, maar wel op het zeer te waarderen intiatief van de Historische Vereniging Gemeente Diever.
De redactie zal te gelegener tijd bij een volgende fotoexpeditie door de gemiente Deever, dus zeker niet met geschwinde spoed en ook niet in gestrekte draf enige foto’s van dit gegevensbord maken, en toevoegen aan dit bericht.

Posted in An de Deeverbrogge, Canadees’n, Tweede Wereldoorlog | Leave a comment

De sloop van ut Wittelter skut in 1880

In het in 1999 verschenen Deeverse fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’ is bij afbeelding 1, een afbeelding van de oudst bekende zwart-wit foto van de streek Wittelte, nota bene een foto uit 1880, die gemaakt is tijdens het slopen van de Wittelter schutsluis, de volgende tekst vermeld.

1 – Wittelte – Wittelter schutsluis – 1880
De Smildiger veenschappen Molenwijk en aanhorigheden en De Zeven Blokken, de Drentsche Stoombootmaatschappij en anderen verzochten de Minister van Waterstaat om de opruiming der Witteltersluis op de Drentsche Hoofdvaart niet in den zomer, maar gedurende de wintermaanden December, January en February te doen verrigten.
De Waterstaat vond dat het winterseizoen met zijne korte dagen en sechte weersgesteldheid zich daartoe niet leent en dat het onverantwoord zou zijn om de vaart af te dammen en den geregelden afvoer van het water te versperren op een tijd dat aan een goeden afvoer de grootste behoefte kan bestaan.
Op 17 december 1879 schrijft de Minister aan de Commissaris des Konings in Drenthe dat het tijdstip voor de afsluiting zal worden bepaald tusschen 1 July en 15 Augustus 1880, gedurende welke tijd voor de vaart door het bovenpand naar zee toch nog altijd de weg langs de Kolonievaart open staat.
Na het slopen van de sluis zou het peil in het pand Dieversluis – Wittelte lager worden, waardoor geen gebruik meer kon worden
gemaakt van de overlaten boven de sluis voor het bevloeien van hooilanden. Op verzoek van de eigenaren van de hooilanden in
de Witteltermade en de aangrenzende Uffelter hooilanden werden in de kanaaldijk duikers aangelegd.
De stenen sluis werd in de zomer van 1880 opgeruimd, nadat het pand tussen deze sluis en de Dieversluis op zijn nieuwe diepte was gebracht. Voor het gebruik van ’s Lands Grooten Weg langs de vaart werd bij het niet zichtbare tolhuis tot in 1899 tol geheven. Achter de bomen is het sluiswachtershuis te zien. In het rechter deel van het voorhuis was een café gevestigd. Het huis is in 1905 op een openbare verkoping geveild.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Zie ook het bericht Ièst mit de vlegel un legge rogge döss’n op de deele.
De laatste zin van de tekst bij de foto van het slopen van het Wittelterschut is niet juist. Het huis van de sluiswachter is in 1881 geveild.

Afbeelding 1 – Foto uit 1880 van de sloop van het Wittelterschut

Afbeelding 2 – Afbeelding van de bladzijde met foto 1 met tekst uit het fotoboekje ‘Diever, ie bint ’t wel …’

Posted in Diever, ie bint 't wel ..., Verdwenen object, Witteler skut | Leave a comment

An de Deeverbrogge – Kalkovens staan op instorten

In het Nieuwsblad van het Noorden verscheen op 21 januari 1983 het navolgende artikel ‘Voor 1 februari omheining Kalkovens in Dieverbrug’ naar aanleiding van gedoe over de bouwvallige restanten van de kalkovens an de Deeverbrogge.

Burgemeester en Wethouders van Diever hebben eigenaar H.J. Schoenmaker uit Haren gesommeerd vóór 1 februari de kalkovens in Dieverbrug af te schermen voor het publiek. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat stukken van de schoorsteenpijp naar beneden vallen. Twee jaar geleden is dat al eens gebeurd, overigens zonder dat zich ongelukken voordeden. Ook toen hebben Burgemeester en Wethouders gevraagd te zorgen voor een deugdelijke afrastering rond de uit het begin van deze eeuw stammende kalkovens. Hieraan heeft Schoenmaker niet voldaan.

Omdat het gevaar voor instorten nog groter is geworden, wil het college op grond van de bouwverordening nu kracht achter het verzoek zetten. ‘De tand des tijds heeft haar nimmer aflatende invloed steeds sterker doen gelden.’ staat in een brief aan Schoenmaker. Hij krijgt een maand de tijd in beroep te gaan. Anders zal de gemeente op zijn kosten voor een deugdelijke omheining zorgen. De gemeente heeft overigens al diverse pogingen ondernomen de kalkovens te behouden. ‘Ons is gebleken dat de helft van de kalkovens in ons land de laatste jaren verloren is gegaan.’ zegt burgemeester H.G. Overweg. ‘Het is goed om er dan een paar te bewaren. Deze ovens zijn daarvoor uitermate geschikt, omdat uit de plaats een relatie blijkt met de omgeving. De schelpen werden altijd aangevoerd via de Drentsche Hoofdvaart.
Als bestuurslid wist Overweg de Stichting Oud-Drenthe voor de ovens te interesseren. Onderhandelingen met de eigenaar liepen echter op niets uit. ‘Schoenmaker vroeg zo’n hoge prijs dat de stichting daar niet op in kon gaan. Er zijn altijd mensen die denken dat in een dergelijk bezit geld zit. Het is echter eigenlijk een negatief bezit, want je hebt er geen donder aan. Voor het behoud van de ovens was het voor de stichting echter wel interessant.
De suggestie van Schoenmaker de gemeengte de oven te laten opknappen leverde geen gehoor op. ‘Wanneer je geen eigenaar bent moet je niet gaan prutsen aan dit soort dingen.’ zegt Overweg. ‘Ook in het belang van de toeristen willen we wel graag iets doen. De kalkovens zijn een monumentje van industrie en techniek.’
Ondersteuning krijgt het gemeentebestuur van G.J.P. Bloemen uit Doesburg. Tijdens zijn vakantie maakte hij kennis met de ovens. In een brief aan de gemeenteraad pleit Bloemen voor het behoud ervan. De gemeenteraad van Diever vergadert donderdagavond.

Posted in Aarfgood, An de Deeverbrogge, Bedrief, Boek An de Brogge, Cultuurhistorie, de Kalkoo’ms, de Voat, Economie | Leave a comment

De meule van Ab Jansen hef gien stelling mièr

De redactie van ut Deevers Archief is verzot op mooie afbeeldingen van korenmolen ‘de Vlijt’ in Oll’ndeever. Het maakt niet uit of het oude of jonge afbeeldingen zijn. Het maakt niet uit of deze molen op een gewone foto, op een ansichtkaart, op een tekening, op een schilderij, op een lucifersdoosje, op een suikerzakje of op een tegeltje is te zien. En het maakt ook niet uit of de molen op de afbeelding in vervallen of in pas gerestaureerde staat is te zien.
De redactie toont de zeer gewaardeerde trouwe bezoekers van ut Deevers Archief hier een afbeelding van een zwart-wit foto uit de tijd dat Jan Albert (Ab) Jansen nog de mulder was van de molen in Oll’ndeever, voordat hij, zijn vrouw en twee kinderen in 1954 emigreerden naar Grand Rapids in Michigan in de Verenigde Staten van Amerika. De foto is gemaakt op 22 april 1948. De foto is aanwezig in de collectie van de Vereniging de Hollandse Molen. De redactie heeft de afbeelding niet bewerkt. De korenmaalmachine in Oll’ndeever is een stellingmolen, maar had in 1948 geen stelling meer. De woning van de familie Jansen staat een beetje verborgen achter de molen.

Posted in Alle Deeversen, Meule van Oll’ndeever, Oll'ndeever | Leave a comment

Vlag hijsen en breken in jongenskamp De Eikenhorst

De heer Pieter Verdonk stuurde op 10 september 2020 de volgende reactie naar ut Deevers Archief. De redactie van ut Deevers Archief is hem bijzonder erkentelijk voor deze reactie. De heer Pieter Verdonk is van 1961 tot 1963 groepsleider geweest in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ an de Gowe. Van de heer Pieter Verdonk zijn verschillende bijdragen verwerkt in berichten in ut Deevers Archief.

Ik heb destijds een foto van de appèlplaats in het jongenskamp ‘de Eikenhorst’ gemaakt. Ik meende, dat ik van die foto nog een exemplaar had. Ik heb die foto helaas nog niet terug kunnen vinden.
Op die foto is de appèlplaats met de vlaggemast in het midden van de appélplaats te zien. Rond de vlaggemast staan de vier groepen jongens uit de barakken Perú, Klondike, Transvaal en Alaska, daar tegenover staan enkele stafleden. In bepaalde opzichten leken bepaalde zaken in het kamp op het doen en laten bij de toenmalige padvinderij. Daar werd in die tijd ook de vlag gehesen, terwijl men in de houding stond, enzovoorts.
Misschien is het leuk het volgende bij de hier ontbrekende foto van de appèlplaats op te merken. We hadden een enorm boek, de zogenaamde stafbijbel, waarin alle aanwijzingen, enzovoorts uit Den Haag waren opgeborgen. In die stafbijbel stond ook, dat als een lid van het Koninklijk Huis was overleden, dan de vlag ’s morgens tot halfstok moest worden gehesen en dan moest worden “gebroken”.
Op 28 november 1962 overleed prinses Wilhelmina. Dat moest worden meegedeeld bij het vlagappèl en de vlag moest na het hijsen worden gebroken. “Doe jij dat maar, dat kan ik niet”, fluisterde de adjudant, die anders het vlagappèl leidde, me toe. Tja, ’t was in de zestiger jaren en in die tijd kon zoiets al gezegd worden… Dus heb ik het overlijden van de prinses aangekondigd en het commando “vlag hijsen en breken” gegeven. Na drie dagen hoefde dat niet meer, want de prinses had in haar testament opgenomen dat ze geen plichtplegingen wilde.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Als een vlag na het hijsen moet worden “gebroken”, dan moet de vlag op een speciale manier zijn gevouwen.
Het “breken” van de vlag werd voornamelijk gedaan bij harde wind.
Wie van de voormalige bewoners van het jongenskamp ‘de Eikenhorst’
an de Gowe is in het bezit van een exemplaar van de in het bericht beschreven foto van de appélplaats ? De redactie zou bijzonder graag een goede scan van deze foto bij dit bericht willen tonen.

Posted in de Gowe, Jongenskamp de Eikenhorst | Leave a comment

Haarm Hessels hef ut hunnebedde ok op de foto set

De Deeverse dorpsfiguur en dorpsfotograaf Harm (Haarm) Hessels heeft in maart 1984, de redactie van ut Deevers Archief weet de precieze datum nog niet, ook een keer ut hunnebedde D52 op de Stienakkers an de Grönnegerweg bee Deever op de foto gezet. Een afbeelding van die foto is in dit bericht te zien. Voorwaar geen slechte foto.
De foto is ook als illustratie gebruikt bij het artikel met de merkwaardige titel ‘Lijden en dood: en toch leven !” van de gereformeerde dominee O. Doorn. De redactie heeft nog niet kunnen achterhalen in welk tijdschrift dit artikel heeft gestaan.
De redactie is een verwoed verzameling van afbeeldingen van hunnebedde D52. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is bereid een scan van foto’s van dit hunnebedde naar de redactie te sturen, teneinde deze te kunnen tonen in ut Deevers Archief ?

Posted in Grönnegerweg, Haarm Hessels, Hunnebedde D52 | Leave a comment

In de tillefooncel kö’j dag en naacht automaties bell’n

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant) verscheen op woensdag 11 november 1964 het volgende bericht over de opening van het nieuwe PTT-kantoor an de Peperstroate in Deever op 10 november 1964. 

Aanwinst voor de gemeente
Nieuw postkantoor in Diever geopend
In de toekomst brievenkastjes op de DVM-autobussen ?

Burgemeester J.C. Meyboom heeft dinsdagmiddag in Diever het nieuwe postkantoor aan de Peperstraat officieel geopend. Hij deed dit door de deur te ontsluiten met een sleutel die hij van de heer J. Folkers, directeur van het Postdistrict Zwolle had gekregen. Het nieuwe postkantoor van Diever biedt een fraaie indruk en is een aanwinst voor deze gemeente. Met de opening van dit gebouw is het postkantoor Dieverbrug opgeheven. Voortaan zullen alle postzaken voor Diever en omstreken door de heer J. Doorten, de postkantoorhouder, met zijn medewerkers worden afgehandeld.

Mozaïek van Abe Brouwer
Voor het kantoorgebouw heeft de straatmaker-schrijver Abe Brouwer met keistenen een fraai mozaïek aangelegd afbeeldende een briefkaart.
Voorafgaande aan de opening vond in hotel Doorten een bijeenkomst plaats van de vele genodigden. Bijzonder aardig was dat verschillende oud-postkantoorhouders(sters) deze feestelijke gebeurtenis bijwoonden.
De heer J. Folkers zei zeer verheugd te zijn dat Diever nu zo’n fraai postkantoor bezit. Hij wees op het feit dat reeds in mei 1955 begonnen werd met de planning van een nieuw kantoor in Diever. Toen was het al hard nodig, zei spreker, want de behuizing liet alles te wensen over. gelukkig zijn alle besprekingen nu achter de rug en heeft Diever een kantoor dat aan alle eisen voldoet. Spreker ging diep in op de geschiedenis van het postwezen in deze contreien. Hij releveerde dat in 1789 Dieverbrug al van belang was voor de post. Daar werden toen namelijk de paarden gewisseld van de postkoets Groningen-Zwolle. In 1995 werd in Diever een hulppostkantoor geopend.

Belang
De naam Schoemaker is van groot belang als men de ontwikkeling van de posterijen in Diever volgt. Enkele generaties van dit geslacht zijn namelijk postkantoorhouder geweest. Zij hebben altijd tot ieders tevredenheid de postzale zaken behandeld, aldus spreker.
In 1957 werd de heer J. Doorten aangesteld en deze gaat nu de PTT-scepter over het gebouw zwaaien.
Tot slot bracht de heer Folkers dank aan allen die aan de totstandkoming van het gebouw hebben meegewerkt.

Klachten
Burgemeester Meyboom gewaagde in zijn toespraak van de klachten van de inwoners van de buurtschappen dat er slechts zo’n gering aantal brievenbussen zijn. Tevens van het feit dat deze bussen per dag niet zo vaak worden gelicht. Zou het niet mogelijk zijn, zo vroeg de burgemeester zich af, dat men in navolging van Amsterdam aan de autobussen van de DVM brievenbussen bevestigd. Dit zou de verzending van de post aanmerkelijk versnellen en vergemakkelijken.
De heer A.K. Moerman, directeur van het postdistrict Meppel waaronder Diever ressorteert, die hierna het woord voerde, merkte hieromtrent op dat hij nimmer van deze klachten had gehoord. Hij zegde toe een en ander te laten onderzoeken.
Mr. dr. H.K. de Langen, voorzitter van de PTT-kamer voor Drenthe en secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe merkte op dat het nieuwe postkantoor zeer goed past in het typische toeristendorp Diever. Hij wees op het grote belang van een goed postkantoor in een gemeente.

Eer
De heer J. Doorten sloot de sprekersrij. Hij wees op de mogelijkheden die er nu door dit nieuwe gebouw zijn geschapen om de goede naam van Tante Pos zo veel mogelijk eer aan te doen.
Hierna begaf het gezelschap zich naar het postkantoor om een en ander in ogenschouw te kunnen nemen. Het gebouw bestaat uit een kantoorruimte met twee loketten en een hal voor het publiek. In deze hal zijn 25 postbussen bevestigd. Verder is er een telefooncel die van buiten bereikbaar is. Dit impliceert dat de cel dag en nacht beschikbaar is. Er kan volledig automatisch worden gebeld.
Aan het postkantoor is een woning gebouwd, waarin de heer J. Doorten met zijn gezin intrek heeft genomen.
Architect is de heer Van Keulen. Aannemers: de firma Mors en Zoer uit Dieverbrug. De bouwkosten bedragen f. 106.000.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
Postkantoorhouder J. Doorten is Jan Doorten. Hij is geboren op 1 oktober 1910. Hij is overleden op 12 juni 1976 in Deever . Hij is begraven op de kaarkhof an de Grönnegerweg bee Deever.
Waren de aannemers Mors en Zoer of waren de aannemers Mos en Zoer ?
Het briefkaart-mozaïek van Abe Brouwer bij de ingang van het postkantoor is helaas verdwenen. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief is in het bezit van een foto van dit briefkaart-mozaïek ? De redactie zou van deze foto graag een goede scan willen ontvangen, teneinde deze te tonen bij dit bericht.
Een namaak van het briefkaart-mozaïek van Abe Brouwer is te vinden in de bestrating bij de brievenbus bij de zelfbedieningswinkel an de Heufdstroate in Deever. Zie de hier getoonde kleurenfoto van dit namaak-mozaïek, die de redactie op woensdag 11 december 2019 heeft gemaakt.
De redactie heeft de foto van het voormalige postkantoor en de foto van de zijgevel van het voormalige postkantoor gemaakt op vrijdag 29 november 2019.
Aan het metselwerk om het grote raam in de zijgevel, achter het donkerbruine gemeentelijke betuttelpaaltje, is te zien waar de toegangsdeur van de openbare telefooncel, die ongeveer 1 meter breed en 1 meter lang was, heeft gezeten.

Posted in Abe Brouwer, Peperstroate, Postkantoor | Leave a comment

Un mooie ansichtkoate van ut Pension Vierhoven

Op deze afbeelding van een mooie zwart-wit ansichtkaart, uitgegeven in juni 1951 door Van Leer’s Fotoindustrie in Amsterdam, is aan de linkerkant Pension Vierhoven (eerder Paviljoen Berkenheuvel) an de Bosweg bee’Deever, nog in min of meer de oorspronkelijke staat te zien.
Het is niet zo gek dat ’s zomers bij Pension Vierhoven een ijscokar (met het opschrift Consumptie-ijs) stond, want tegenover het pension, aan de andere kant van de Bosweg, stond op een heuvel de in januari 1950 afgebouwde uitkijktoren, die na betaling van een klein bedrag beklommen kon worden door mensen uit de omgeving en vakantiegangers.
Pension Vierhoven was in die tijd eigendom van Kornelis (Knelus) Vierhoven (geboren op 11 februari 1915, overleden op 10 februari 1972) en Grietje Enting (geboren op 8 oktober 1913, overleden op 24 maart 1989).

Posted in Ansigtkoate, Bosweg, Paviljoen Berkenheuvel | Leave a comment

Ansichtkoate – Groet’n uut Deever

In de gemiente Deever zijn in de loop van de jaren zeker meer dan 200 ansichtkaarten uitgegeven met de titel ‘Groeten uit Diever (Dr.)’ of een daar op lijkende titel. Bijgaande ansichtkaart is daar een goed voorbeeld van.
Deze kaart is uitgegeven door het bedrijf Van der Meulen uit Sneek in Meulen’s Ultracolor 03856. Deze kaart is derhalve uitgegeven in de beginjaren van de ansichtkaart in kleur, zeg in de loop van de zestiger jaren van de vorige eeuw. De kaart was te koop in de boekhandel van Roelof van Goor an de Kruusstrroate in Deever.
Op een aantal foto’s is duidelijk het toen nog agrarische karakter van de gemiente Deever te zien.
Paarden in plaats van tractoren.
Roggemiet’n in plaats van combines. Wie weet wie bezig zijn met het an de miete zett’n van de rogge ? Op welke nes is deze foto gemaakt ? ‘
Ut huusie van Albert Keizer (geboren op 14 augustus 1883, overleden op 30 december 1979) en Jantje Warring (geboren op 12 december 1888, overleden op 30 november 1972) an de Kruusstroate stiet nog op zien stee.
In ut boerdereegie op ’t Kastiel woonde toen nog Jan Klok. Was ut boerdereegie toen nog eigendom van professor Albert Egges van Giffen ?
De foto in het midden van de bovenste drie foto’s is een foto die vanaf de Noorderesch is gemaakt.
De redactie van ut Deevers Archief verneemt van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief graag verbeteringen en aanvullingen op dit bericht.

Abracadabra-452

Posted in Ansigtkoate, Boer'nlee'm, Kruusstroate, Meule van Oll’ndeever, Noorderesch, ut Kastiel | Leave a comment

De ièste 90 joodse mann’n in warkkaamp Diever A

In het kader van de systematische intimidatie, discriminatie, isolatie, deportatie en vernietiging van de joden besloot de Duitse bezetter in december 1941 joodse Amsterdammers naar de Drentse rijkswerkkampen in Diever, Geesbrug, Gijsselte, Kremboong, Mantinge, Orvelte, Stuifzand en Vledder te sturen.
Het eerste resultaat was dat 905 van de 1402 geplaatste mannen op zaterdag 10 januari 1942 vanaf het Centraal Station in Amsterdam per trein vertrokken naar Drenthe.
Op een met potlood beschreven velletje papier, dat bewaard is gebleven en aanwezig is in collectie 216 van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (N.I.O.D.), is te lezen dat de mannen voor de rijkswerkkampen Diever A en Diever B om 9.45 uur vanaf het vijfde perron moesten vertrekken.
Een copie van de lijst met de eerste negentig in Diever A geplaatste joodse mannen uit Amsterdam is compleet met hun adres en geboortedatum bewaard gebleven en aanwezig in collectie 216 van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD).
Op deze lijst komen de volgende personen voor:
M. Aandagt;
N. Achttienribben;
A. Aldewereld;
L. Appelboom;
W.D. Augurkiesman;
B. Ausson;
M. Bacharach;
B. Barend;
J. Baan;
S. Bierman;
I. Blitz;
N. Bonewit;
J. Bueno de Mesquita;
H. Buijs;
J. Canes;
D. Cavaljo;
A. Cohen;
I. Cohen;
A. Couvern;
E. Degen;
S. Degen;
L.A. Drukker;
J. van Esse;
A. Fraenkel;
L. Frenkel;
M.E. Friezer;
S. Gobes;
I. Gobets;
J. Gobets;
S.M. Goldstein;
A. Groothuis;
D. Halmans;
W. Harpman;
M. Hartog;
A.B. de Hes;
B. van Hes;
M. Hoed;
E. Jacobs;
J. Jacobs;
Ph. E. Jacobs;
G. Jacobsohn;
A. Kats;
J. Knegje;
E. Korthoef;
A. de Leeuw;
S. Lelie, Tweede Jan van der Heijdenstraat 22 II, Amsterdam, geboren op 2 september 1880;
B. de Levie;
M. Lisser;
J.H. de Mesquita;
E. Mok;
S. Monnikendam;
J. Naarden;
J. Neuman;
A. Nunes Vas;
L. Pesaro;
D. Polak;
L. Polak;
M. van Praag;
E. Querido;
J. Reens;
J. de Roos;
J. Roos, Tilanusstraat 83 II, Amsterdam, geboren op 20 maart 1893;
A. van Rooijen;
A. Salamons;
D. Salomon;
J. Sacksioni;
D. Santen;
N. Schuijer;
L. Sluijter;
S. Spoelman;
E. van Sijs;
M. Tailleur;
J. Tertans;
A. Troeder;
B. Troostwijk;
M. Veffer;
D. Vierra;
M. Vierra;
C. Vos;
H. de Vries;
B. Waas;
G. Walvis;
I. Walvisch;
A. Winnik;
J. Winnik;
S. Wolder;
J. Zak;
I. Zilverberg;
J. Zwaab.
Voor rijkswerkkamp Diever A fungeerde als zogenaamde contactcommissie de heren J. Roos (registratienummer 174043, geboren op 20 maart 1893, laatste adres Tilanusstraat 83 II in Amsterdam) en S. Lelie (registratienummer 66086, geboren op 2 september 1880, laatste adres Tweede Jan van der Heijdenstraat 22 II in Amsterdam).

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie wil zo veel als mogelijk is aandacht besteden aan de geschiedenis van de rijkswerkkampen Diever A en Diever B an de Woaterseweg in de Olde Willem, in het bijzonder aan de geschiedenis van de twee kampen in de Tweede Wereldoorlog toen de Duitse bezetter deze kampen gebruikte als isolatie- en doorvoerkamp van Joodse landgenoten.
De zeer gewaardeerde trouwe bezoeker van ut Deevers Archief kan de reeds verschenen berichten over deze twee kampen in ut Deevers Archief vinden door in de rechter kolom of onder aan dit bericht de categorie ‘Werkkampen Diever A en B’ aan te klikken.

Posted in de Olde Willem, Tweede Wereldoorlog, Werkkampen Diever A en B | Leave a comment

Pakschuitendienst tusschen Assen, Deever en Meppel

In de krant Het nieuws van den dag (kleine courant) verscheen op 20 april 1877 het navolgende bericht over de oprichting der naamlooze vennooschap Drentsche Stoomboot Maatschappij (D.S.M.) te Assen.

De Koninklijke bewilliging is verleend op de akte van oprichting der naamlooze vennootschap ‘Drentsche Stoombootmaatschappij’ te Assen. Vooreerst zal de werkkring der Maatschappij zich bepalen tot het voortzetten der volgende bestaande diensten: de stoombootdienst tusschen Assen en Zwolle, de bargedienst tusschen Assen en Groningen, de bargedienst tusschen Assen en Veenhuizen en de pakschuitendienst tusschen Assen, Diever en Meppel.

Aantekeningen van de redactie van het Deevers Archief
De heemkundige vereniging uut Deever heeft in 2014 haar twintigjarige bestaan opgeluisterd met een zo genoemd jubileumboekje met de titel ‘An de Brogge’, waarin aandacht is besteed aan de geschiedenis van de Deeverbrogge.
De redactie van ut Deevers Archief heeft helaas nog niet de tijd gevonden het te verifiëren, maar in het boekje zijn ongetwijfeld onderwerpen aan de orde gekomen, zoals de bewoners, de boerderijen, de Bolderhoek, de pothokken, de snikke, de barge, de stoombootdiensten van de Drentse Stoombootmaatschappij, de postkar, de pakschuiten, de scheepvaart, de turfschippers, de transportbedrijven, het steenfabriekje, de kalkovens, Ellert- en Brammert, de noodslachtplaats, het busstation, de bedrijvigheid aan de loswal, de bedrijven an de Deeverbrogge, de stoomtram, de tramlijn, het tramemplacement, het tolhek, het tolhuis, veeartsen, hotel Blok, logementen, café-logement Sjoert Benthem, Concordia, het hulppostkantoor, meubelfabriek ‘de Toekomst’, het melkfabriekje, de wolspinnerij, de schutsluus, de brogge, de Tweede Wereldoorlog, de winning van turf, de winning van ijzeroer, het arrestantenlokaal achter hotel Blok, kermissen, markten, culturele voorstellingen, filmvoorstellingen, dansavonden, enzovoort, enzovoort.  

Het is interessant te lezen dat ook vóór 1877 een pakschuitendienst werd onderhouden tussen Assen, Deever en Meppel. Waren dat door paarden getrokken pakschuiten ? Een mooie klus voor de dorpskrachten van de heemkundige vereniging uut Deever om dit uit te zoeken.

Posted in An de Deeverbrogge, Ansigtkoate, Boek An de Brogge, D.S.M., Scheepvaart | Leave a comment

Ut vroggere noodgemientehuus wöd ofebreuk’n

De ambtenaren van de gemiente Deever verhuisden op 11 november 1955 van het oude gemeentehuis an de brink van Deever naar het noodgemeentehuis in barakken op ’t Bultie.
De ambtenaren van de gemiente Deever namen op 19 juni 1957 het nieuwe gemeentehus an de brink van Deever in gebruik.
Met ingang van 28 juni 1957 is het postkantoor verplaatst van de woning van Lambertus Schoemaker an de Heufdstroate in Deever naar een noodpostkantoor in een barak van het voormalige noodgemeentehuis in het uitbreidingplan. Dat is de groene barak op de twee afbeeldingen.
De witte barak is toen in gebruik genomen als leslokaal voor een klas van de U.L.O.-school van Pieter Zijlstra (die in de Deeverse volksmond altijd ome Piet werd genoemd).
Het noodpostkantoor is op 10 november 1964 verhuisd naar het nieuwe postkantoor an de Peperstroate in Deever.
De nieuwe U.L.O.-school op de Westeresch is op 29 januari 1965 geopend en is op maandag 1 februari 1965 in gebruik genomen. Daarna konden de barakken op ut Bultie en an de Tusschendarp in Deever worden afgebroken.
De twee hier getoonde afbeeldingen (afdrukken van diapositieven) van de barakken op ut Bultie zijn dus na 1 februari 1965 gemaakt. De grote vragen zijn natuurlijk: op welke datum zijn de twee foto’s gemaakt en wie is de sloopaannemer van deze twee barakken ? De redactie heeft het vermoeden dat dit in februari of maart 1965 is gebeurd, gelet op de kale eikeboom an ut Swatte Pattie achter de groene barak. Wie van de zeer gewaardeerde bezoekers van ut Deevers Archief kan de redactie helpen aan gegevens ? De redactie zou bijzonder graag willen weten wie de maker is van deze twee afbeeldingen.


Posted in Gemiente Deever, Gemientehuus, Postkantoor, U.L.O.-skoele, Verdwenen object | Leave a comment

Wapse hef now un woap’m en un vlagge

In de Olde Möppeler (Meppeler Courant van 31 juli 2000 verscheen het volgende korte verbazingwekkende berichtje over het wapen en de vlag van het dorp Wapse in de gemiente Deever. 

Wapse krijgt wapen en vlag
Wapse. Op dinsdag 15 augustus zal wethouder Roelof Martens van de gemeente Westenveld het ontworpen dorpswapen van Wapse onthullen. Naast het dorpswapen zal Wapse worden verrijkt met een dorpsvlag.
De vlag zal door wethouder Martens om 19.30 uur worden gehesen in de vlaggemast van het dorpshuis Oens Huus.
Muziekvereniging Vogido zal het een en ander muzikaal omlijsten en na de ceremonie zal Th. Hessels, voorzitter van de Wapser Gemeenschap, zowel wapen als vlag symbolisch overdragen aan het dorp Wapse.

Aantekeningen van de redactie van ut Deevers Archief
De redactie kwam bij het digitaliseren (scannen) van dozen met papieren knipsels uit de Meppeler Courant (de Olde Möppeler) bijgaand korte verbazingwekkende bericht tegen.
Wat ? Ehhh? Heeft Wapse -net zoals Deever en Zorgvlied- ook een bij elkaar gefantaseerd wapen en een bij elkaar gefantaseerde vlag ?
Waar een klein dorp zich zoal groot in kan achten. Zijn dit wapen en deze vlag bevorderlijk voor de Wapser identiteit en de Wapser gemeenschapszin ?
Waar een wethouder (van cultuur of van het geld ?) van de gemeente Westenveld zich zoal voor laat lenen. Is het hijsen van de Wapser vlag bevorderlijk voor de politieke overlevingskansen van een wethouder ?
Toch maar even naar de gegevens in de online encyclopedie Wikipedia gekeken onder Wapse, voor wat deze waard zijn. Wie van de Wapser Gemeenschap is de ijverige beheerder/bewaker van deze pagina ?
Ook maar even gekeken naar de gegevens in de webstee van Heraldry of the World.

In de laatst genoemde webstee is over het dorpswapen het volgende te lezen:
In zilver een zwarte vierpuntige ster met over het snijpunt der armen een rood gezoomde zilveren penning, beladen met een rode klokberker; het geheel in het eerste kwartier vergezeld van een rode aanziende koeienkop, in het tweede kwartier van een rode aanziende hertenkop, in het derde kwartier van een groene eikel met twee bladeren en de steel omlaag, en in het vierde kwartier van een groene korenschoof.
De uitleg bij dit wapen is de volgende:
De kleuren rood zwart en wit zijn de kleuren uit de vlag van de provincie Drenthe.
De ring staat voor het dorp zelf, het is namelijk een zogenaamd kring-esdorp.
De vierpuntige ster staat voor de vier windstreken en de vier jaargetijden.
Bovendien staan de punten voor de vier dorpsdelen, Soerte, Ten Have, Veenhuizen en Veldhuizen.
De overige symbolen geven het landbouwkarakter van het dorp aan.
De urn in het midden van het wapen geeft de zeer lange bewoning van de streek weer, die uit archeologische opgravingen is gebleken.

Met de kop van een edelhert in het wapen hebben de bedenkers van het wapen aan willen geven dat het edelhert in deze streken in het verleden van nature voorkwam, dus zonder de betuttelende bemoeienis en tussenkomst van de beterweters van de natuurfabrieken Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
De urn lijkt een verwijzing te zijn naar gevonden urnen op de Tweeënberg op de Oeren bij Wapse.



Posted in Wapse | Leave a comment